Monacor 20.2190 Handleiding

Categorie
Audio-equalizers
Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

16
Nederlands
Deutsch
Deutsch Seite
English
English Page
Français
Français Page
Italiano
Italiano Pagina
Español
Español Página
Nederlands
Nederlands Pagina
Dansk
Dansk Sida
Suomi
Suomi Sivulta
Stereo DJ Mengpaneel
Deze handleiding is bedoeld voor gebruikers
met basiskennis van de audiotechniek. Lees
de handleiding grondig door, alvorens het
apparaat in gebruik te nemen, en bewaar ze
voor latere raadpleging.
Op de uitklapbare pagina 3 vindt u een
overzicht van alle bedieningselementen en
de aansluitingen.
1 Bedieningselementen en
aansluitingen
1.1 Frontpaneel
1
XLR-ingangsjack DJ MIC (gebalanceerd)
voor de aansluiting van een DJ-monomi-
crofoon [Bij aansluiting van een micro-
foon op de 6,3 mm-jack DJ MIC (27) op
de achterzijde van het toestel wordt de
XLR-ingangsjack uitgeschakeld.]
2
Keuzetoetsen voor de ingangen van de
kanalen 1 – 4
3
Gain-regelaars om de ingangsversterking
in te stellen voor de ingangskanalen
4 Equalizer voor de kanalen 1 4: voor de
regeling van de middentonen (MID), hoge
(HIGH) en lage (LOW) tonen
5
Regelaar hoge tonen (HIGH) en lage
tonen (LOW) voor de DJ-microfoon
6 Masterfader voor het masterkanaal A
7
Toets om de VU-meter (20) tussen de
beide masterkanalen te schakelen
Toets niet ingedrukt:
Het niveau van masterkanaal A wordt
weergegeven.
Toets ingedrukt:
Het niveau van masterkanaal B wordt
weergegeven.
Opmerking: Voor de weergave van het niveau
van een van beide masterkanalen moet de VU-me-
ter in de weergavemodus “MASTER” staan [keu-
zetoets (21) niet ingedrukt].
8
4-polige XLR-jack LAMP voor de aan-
sluiting van een paneelverlichting (12 V/
5 Wmax.)
9 Masterfader voor het masterkanaal B
10 POWER-schakelaar
11 6,3 mm-jack voor de aansluiting op een
stereohoofdtelefoon (impedantie ≥ 8 Ω)
12
Niveauregelaar voor de hoofdtelefoon die
aangesloten is op de jack (11)
13
MIX-regelaar voor de hoofdtelefoonuit-
gang (11):
Om het niveau van een van de ingangs-
kanalen vóór de schuifregelaar te beluis-
teren, drukt u op de PFL-toets (17) van
het kanaal en draait u de MIX-regelaar
helemaal naar links (PFL-stand).
Om de geselecteerde muziektracks vóór
de mas terfaders (6 en 9) te beluisteren,
draait u de MIX-regelaar helemaal naar
rechts (PROG.-stand).
14
AUTOTALK-toets voor aankondigingen via
de microfoon: Indien de toets ingedrukt
is, wordt het niveau van de kanalen 1 4
bij aankondigingen via de DJ-microfoon
met 12 dB gedempt.
15 Toets ON AIR om de DJ-microfoon in en
uit te schakelen
16
SEND-toetsen om de ingangskanalen
naar de pre-fader Send uitgangskanaal te
schakelen: bij ingedrukte toets wordt het
betreffende kanaal vóór de schuif re ge laar
(18) naar de SEND-uitgang (34) gestuurd
17 PFL-toetsen om de ingangskanalen 1 4
via een hoofdtelefoon op jack (11) te
beluisteren vóór de betreffende kanaal-
regelaar (18)
18 Niveauregelaars (schuifregelaars) voor de
in gangskanalen
19
Niveauregelaar voor het effectenapparaat
dat op de ingang RETURN (33) aange-
sloten is
20 Stereo-VU-meter
21 Keuzetoets voor de weergavemodus van
de VU-meter (20)
Toets niet ingedrukt:
Weergavemodus “MASTER”: De VU-
meter duidt het niveau aan van het
masterkanaal dat met de keuzetoets
(7) geselecteerd is.
Toets ingedrukt:
Weergavemodus “PFL”: De VU-meter
duidt het niveau vóór de schuifregelaar
aan van het in gangskanaal, waarvan de
PFL-toets (17) in ge drukt is.
22 Schakelaar C.F. ASSIGN A voor de cross-
fader (24); be paalt welk ingangskanaal
ingemengd wordt, wan neer de crossfader
links staat
23 Schakelaar C.F. ASSIGN B voor de cross-
fader (24); be paalt welk ingangskanaal
ingemengd wordt, wan neer de crossfader
rechts staat
24
Crossfader om te regelen tussen twee van
de ka nalen 1 4; de betreffende kanalen
worden met de twee C.F. ASSIGN-scha-
kelaars (22 en 23) ge selecteerd
1.2 Achterzijde van het toestel
25 Stereo-ingangen PHONO (cinch) voor de
kanalen 1 en 2 voor de aansluiting van
platendraaiers op magnetisch systeem
26
GND-aansluiting voor een gemeenschap-
pelijke massa, bv. voor de aangesloten
platenspelers
27 6,3 mm-jack DJ MIC (gebalanceerd) voor
de aan sluiting van een DJ-monomicro-
foon [Bij aansluiting van een microfoon op
deze jack wordt de XLR-jack DJ MIC (1) op
het frontpaneel uitgeschakeld.]
28 Netsnoer voor aansluiting van het toestel
op de voedingsspanning (230 V/ 50 Hz)
29
Stereo-uitgang A (XLR, gebalanceerd) van
het mas terkanaal A voor aansluiting van
een versterker
30 Stereo-uitgang B (cinch) van het master-
kanaal B voor aansluiting van een ver-
sterker
31 Stereo-uitgang A (cinch) van het master-
kanaal A voor aansluiting van een ver-
sterker
32 Stereo-uitgang REC (cinch) voor de aan-
sluiting van een geluidsopnametoestel;
het opnameniveau is onafhankelijk van
de stand van de mas terfaders (6 en 9)
33
Stereo-ingang RETURN (cinch) om signalen
te rug te sturen die via de SEND-uitgang
(34) va nuit het mengpaneel door een effec-
tenapparaat gestuurd werden: aansluiting
op de uitgang van het effectenapparaat
34
Stereo-uitgang SEND (cinch) om de
signalen op de pre-fader Send uit-
gangskanaal uit te sturen: aanslui ting
op een toestel met lijnniveau-ingang,
bv. ef fectenapparaat, versterker van de
monitor installatie
35 Stereo-ingangen LINE en CD (cinch) voor
de ka nalen 1 4 voor de aansluiting van
apparatuur met lijnniveau-uitgangen
(bv. CD / MP3-speler, cassetterecorder)
2 Veiligheidsvoorschriften
Het apparaat is in overeenstemming met alle
relevante EU-Richtlijnen en is daarom geken-
merkt met
.
WAARSCHUWING
De netspanning van het
apparaat is levensgevaar-
lijk. Open het apparaat
niet, want door onzorg-
vuldige ingrepen loopt u
het risico van elektrische
schokken.
Het apparaat is enkel geschikt voor gebruik
binnenshuis. Vermijd druip- en spatwater,
uitzonderlijk warme plaatsen en plaatsen
met een hoge vochtigheid (toegestaan
omgevingstemperatuurbereik: 0 – 40 °C).
Plaats geen bekers met vloeistof zoals
drinkglazen etc. op het apparaat.
Trek onmiddellijk de stekker uit het stop-
contact:
1.
wanneer het apparaat of het netsnoer
zichtbaar beschadigd is,
2. wanneer er een defect zou kunnen op-
treden nadat het apparaat bijvoorbeeld
is gevallen,
3.
wanneer het apparaat slecht functio-
neert.
Het apparaat moet in elk geval hersteld
worden door een gekwalificeerd vakman.
Een beschadigd netsnoer mag alleen in een
erkende werkplaats worden vervangen.
Trek de stekker nooit met het snoer uit het
stopcontact, maar met de stekker zelf.
Verwijder het stof met een droge, zachte
doek. Gebruik zeker geen water of che-
micaliën.
In geval van ongeoorloofd of verkeerd
gebruik, verkeerde aansluiting, foutieve
bediening of van herstelling door een
niet-gekwalificeerd persoon vervalt de
garantie en de verantwoordelijkheid voor
hieruit resulterende materiële of lichame-
lijke schade.
Wanneer het apparaat definitief uit
bedrijf wordt genomen, bezorg het
dan voor milieuvriendelijke verwerking
aan een plaatselijk recyclagebedrijf.
Nederlands
Nederlands Pagina
17
Nederlands
3 Toepassingen
Het mengpaneel MPX-205 / SW met vier
stereo-in gangs kanalen en een DJ-micro-
foonkanaal is ge schikt voor diverse professi-
onele DJ-toepassingen of voor gebruik thuis.
Het mengpaneel kan gebruikt worden als
alleenstaande module of kan in een console
ingebouwd worden. Het is ook geschikt voor
montage in een 19”-rack (482 mm). Voor de
montage in een rack is een hoogte van 5 HE
(rack-eenheden) = 222 mm no dig.
4 Het mengpaneel aansluiten
Schakel het mengpaneel uit, alvorens toestel-
len aan te sluiten resp. bestaande aansluitin-
gen te wijzigen.
4.1 Ingangen
1) Sluit de stereogeluidsbronnen aan op de
overeenkomstige cinch-ingangsjacks van
de kanalen 1 4 (L-jack = linker kanaal;
R-jack = rechter kanaal):
Apparatuur met uitgang met lijnniveau
(bv. CD / MP3-speler, cassetterecorder) op
de jacks CD of LINE (35);
Platenspelers op magneetsysteem op de
PHO NO-jacks (25). De klemschroef GND
(26) kan dienen als gemeenschappelijke
massa: verbind de massaklem van de
platenspeler met de klemschroef.
2)
Sluit een DJ-microfoon aan op de XLR-jack
DJ MIC (1) op het frontpaneel of op de
6,3 mm-jack DJ MIC (27) aan de achter-
zijde van het toestel. (Bij aansluiting van
een microfoon op de 6,3 mm-jack wordt
de XLR-jack uitgeschakeld.)
4.2 Uitgangen
1)
Sluit de versterkers resp. andere nage-
schakelde apparatuur met lijningangs-
niveau (b.v. tweede mengpaneel) aan op
de betreffende uitgangsjacks:
Het mastersignaal van masterkanaal A
kan aan de XLR-uitgang A (29) en aan
de cinch-uitgang A (31) afgenomen
worden.
Het mastersignaal van masterkanaal B
kan aan de cinch-uitgang B (30) afge-
nomen worden.
2)
Indien u geluidsopnames wenst te maken,
sluit u het opnametoestel aan op de
REC-uitgang REC (32). Het opnameniveau
is onafhankelijk van de stand van beide
masterfaders (6 en 9).
3)
Met behulp van een stereohoofdtele-
foon kan zo wel het niveau van elk in-
gangskanaal 1 4 vóór de schuifrege-
laar als de geselecteerde muziektracks
vóór de masterfaders beluisterd worden
(zie hoofdstuk5.5 “De kanalen via een
hoofdtelefoon voorafluisteren”). Sluit de
hoofdtelefoon (im pedantie ≥ 8 Ω) aan op
de jack (11).
4.3 De Send- en Return-aansluitingen
1)
Via de SEND-uitgang (34) worden de kanaal-
signalen, die met de SEND-toetsen (16) naar
het Send uitgangskanaal geschakeld wer-
den, uit het mengpaneel gestuurd. Hierop
kunt u een bij komend toestel met lijnni-
veau-ingang (bv. effectenapparaat, verster-
ker van een monitorinstallatie) aansluiten.
Het uitgangskanaal is een pre-fader
kanaal, d.w.z. dat de signalen van de in-
gangskanalen vóór de schuifregelaars (18)
naar de Send-uitgang ge schakeld worden.
2)
De signalen die langs de Send-uitgang
uitge stuurd en door een effectenappa-
raat geleid werden, kunnen via de Re-
turn-ingang weer naar het meng paneel
teruggezonden worden: Sluit hiervoor de
uitgang van het effectenapparaat op de
stereo-ingang RETURN (33) aan.
4.4 De paneelverlichting en de
aansluiting op de netspanning
Voor een optimale paneelverlichting kunt u
op de XLR-jack LAMP (8) een zwanenhals-
lamp (12 V/ 5 W max.) aansluiten, bv. de lamp
GNL-405. De lamp wordt via het mengpaneel
in- en uitgeschakeld.
Plug ten slotte de stekker van het net-
snoer (28) in een stopcontact (230 V/ 50 Hz).
5 Werking
Plaats de masterfaders A (6) en B (9) in de
minimumstand om luide inschakelploppen
te vermijden. Schakel vervolgens met de
POWER-schakelaar (10) het mengpaneel in.
De LED naast de schakelaar licht op en geeft
aan dat het toestel klaar is voor gebruik. Scha-
kel vervolgens de aangesloten ap pa ra tuur in.
OPGELET Stel het volume van de geluids-
installatie en dat van de hoofd-
telefoon nooit zeer hoog in.
Langdurige blootstelling aan
hoge volumes kan het gehoor
beschadigen! Het gehoor raakt
aangepast aan hoge volumes
die na een tijdje niet meer zo
hoog lijken. Verhoog daarom het
volume niet nog meer, nadat u
er gewoon aan bent geraakt.
5.1 Basisinstelling
vandeingangskanalen
Plaats alle gain-regelaars (3) en klankregelaars
(4 en 5) voor een optimale niveauregeling van
de aan gesloten apparatuur eerst in de middel-
ste stand. Plaats beide C.F. ASSIGN-schake-
laars (22 en 23) in de “X”-stand (regelfunctie
uitgeschakeld).
1)
Druk op de toets ON AIR (15) om de DJ-mi-
crofoon in te schakelen. De LED boven de
toets licht nu op.
2)
Selecteer met de keuzetoetsen (2) de
signaalbronnen die op de kanalen 1 4
aangesloten zijn.
3)
Met de masterfaders wordt het niveau van
alle aangesloten geluidsbronnen ingesteld;
dit mas terniveau kan aan alle master-
uitgangen afgenomen worden: master-
faderA (6) voor de beide masteruitgan-
genA (29) en (31), master-faderB (9) voor
de masteruitgang B (30).
Plaats de regelaar van het masterkanaal
dat ge bruikt wordt voor de basisinstelling
van de in gangskanalen, in ongeveer
2
3
van de ma xi mum waarde, bijvoorbeeld in
stand 7.
4) De keuzetoets (21) voor de VU-meter (20)
mag niet ingedrukt zijn: De VU-meter
duidt dan het niveau van een van de mas-
terkanalen aan – naargelang de stand van
de keuzeschakelaar (7) wordt het niveau
van masterkanaal A of van masterkanaalB
aangeduid.
Stel de VU-meter met de keuzetoets
(7) in op het masterkanaal dat gebruikt
wordt voor de ba sis instelling van de in-
gangskanalen:
Toets niet ingedrukt:
Het niveau van het masterkanaal A wordt
weergegeven.
Toets ingedrukt:
Het niveau van het masterkanaal B wordt
weergegeven.
5) Om een kanaal uit te sturen, plaatst u de
schuifregelaars (18) van de overige kanalen
in de minimumstand.
6) Stuur de geluidssignalen (testsignalen of
muziekfragmenten) naar het betreffende
ingangskanaal.
7)
Regel met de schuifregelaar het kanaal-
niveau af aan de hand van de VU-meter.
Een optimale uitsturing is bereikt, wanneer
bij de luidste passages het 0 dB-bereik van
de VU-meter op licht. Bij waarden boven
0 dB is het kanaal over stuurd. De schuif-
regelaar moet zich na de niveauregeling in
ca.
2
3
van de maximumwaar de be vinden,
zodat het regelbereik voor in- en uitmen-
gen voldoende groot is.
Indien de schuifregelaar bijna in de
minimum- of maximumstand staat, dient
het niveau ingesteld te worden door de
ingangsversterking af te regelen. Voor de
kanalen 1 4 kan de ingangsversterking
door de weergave van het niveau vóór de
schuifregelaars optimaal ingesteld wor-
den. Schakel hiervoor de VU-meter in de
weergavemodus “PFL” door op de toets
(21) te drukken, en druk op de PFL-toets
(17) van het kanaal: De VU-meter geeft nu
het signaalniveau van het kanaal vóór de
kanaalregelaar aan. Stel de GAIN-regelaar
(3) van het kanaal zo in, dat de 0 dB-LED’s
tijdens de luidste passages oplichten en de
rode LED’s helemaal niet oplichten.
8) Schakel de VU-meter weer in de weerga-
vemodus “MASTER” door de toets (21) los
te laten, en stel met de klankregelaars van
het kanaal de gewenste klank in:
Voor de kanalen 1 4 kunnen de hoge
(regelaar HIGH) en lage (regelaar LOW)
tonen en de middentonen (regelaar MID)
door middel van het 3-bands equalizer (4)
met maximaal 15 dB versterkt resp. met
maximaal 30 dB gedempt worden. Voor
het DJ-microfoonkanaal kunnen de ho ge
en lage tonen met het 2-bands equalizer
18
Nederlands
(5) met maximaal 15 dB versterkt of ge-
dempt worden.
In de middelste stand wordt de fre-
quentie van het signaal niet beïnvloed.
Opmerking: De instellingen van de klank beïn-
vloeden de niveaus. Controleer daarom na een
klankregeling het kanaalniveau aan de hand van de
niveauweergave en corrigeer indien nodig.
9) Herhaal bovenstaande procedure om het
niveau en de klank in te stellen van de
overige gebruikte ingangskanalen.
5.2 Tussen twee kanalen regelen
1)
Met de twee C.F. ASSIGN-schakelaars wor-
den van de ingangskanalen 1 4 de twee
kanalen gese lec teerd tussen die u wenst
te regelen:
Selecteer met de linker schakelaar
C.F. ASSIGN A (22) het kanaal dat inge-
mengd moet worden, wan neer de cross-
fader (24) naar links geschoven wordt.
Selecteer met de rechter schakelaar
C.F. ASSIGN B (23) het kanaal dat inge-
mengd moet worden, wanneer de crossfa-
der naar rechts geschoven wordt.
2) Plaats de schuifregelaars (18) van de on-
gebruik te kanalen in de minimumstand en
stuur de beide geselecteerde kanalen met
de betreffende schuif regelaars optimaal uit
(zie hoofdstuk 5.1 “Basisinstelling van de
ingangskanalen”).
3) Met behulp van de crossfader kunt u nu
regelen tussen de geselecteerde kanalen.
Indien u beide kanalen tegelijk naar de
uitgangen wenst te sturen, plaatst u de
crossfader in de middelste stand.
4)
Stel met de masterfaders A (6) en B (9) het
ge wenste niveau voor de masterkanalen
A en B in. Regel elk masterkanaal aan de
hand van de VU-meter (20) afzonderlijk
af. Schakel de VU-meter naar de weer-
gave van het betreffende masterkanaal
[zie hiervoor hoofdstuk 5.1, punt 4)]. Bij
oversturingen (rode LED’s van de VU-meter
lichten op) moet u de betreffende master-
fader voldoende dichtschuiven.
5.3 De geluidsbronnen mengen
1) Schakel de regelfunctie uit om de aange-
sloten ge luidsbronnen te mengen. Plaats
hiervoor de C.F. AS SIGN-schakelaars (22
en 23) in de “X”-stand.
2)
Schuif de masterfader A (6) of B (9) zo
ver open, dat de mengverhouding van de
geluidsbronnen optimaal ingesteld kan
worden.
3)
Stel met de kanaalregelaars (18) de ge-
wenste volumeverhouding van de geluids-
bronnen onderling in. Plaats de niveaure-
gelaar van een ongebruikt kanaal in de
minimumstand.
4) Regel elk masterkanaal aan de hand van
de VU-meter (20) met de masterfaders af-
zonderlijk af. Schakel de VU-meter naar de
weergave van het betreffende masterka-
naal [zie hiervoor hoofdstuk 5.1, punt 4)].
De masterkanalen zijn optimaal uitge-
stuurd, wan neer bij de luidste passages
het 0 dB-bereik van de VU-meter oplicht.
Bij oversturingen (rode LED’s lichten op)
moet u de betreffende masterfader en /of
de niveauregelaars van de ingangskanalen
voldoende dichtschuiven.
5.4 Send- en Return-kanalen
Om een kanaal resp. meerdere kanalen naar
het Send uitgangskanaal te schakelen, drukt
u op de SEND-toets (16) van het betreffende
kanaal (LED boven de toets licht op). Het Send
uitgangskanaal is een pre fader-kanaal, d.w.z.
dat de ka naalsignalen vóór de kanaalregelaar
naar de SEND-uitgang (34) gestuurd worden.
Indien de afgenomen signalen door
een ef fec tenapparaat gestuurd worden,
kunt u ze via de RETURN-ingang (33) terug
naar het mengpaneel sturen. Meng met de
RETURN-regelaar (19) de sig nalen die van
het effectenapparaat komen met het master-
signaal.
5.5 De kanalen via een
hoofdtelefoonvoorafluisteren
Met de voorafluisteringsfunctie kan elk van
de in gangs kanalen 1 4 met een hoofd-
telefoon, aan ge slo ten op de jack (11), afzon-
derlijk voorbeluisterd wor den, zelfs wanneer
de betreffende kanaalregelaar (18) in de
minimumstand staat. Hierdoor kunt u bv. de
gewenste track van een CD selecteren of het
juiste moment instellen om een geluidsbron
in te mengen.
Desgewenst is het ook mogelijk om de
momenteel afgespeelde muziektracks te
beluisteren vóór de masterfaders (6 en 9).
1) Druk op de betreffende PFL-toets (17) om
een in gangskanaal vóór de kanaalregelaar
te beluisteren (LED boven de toets licht
op), en draai de MIX-regelaar (13) hele-
maal naar links (PFL-stand).
Om de geselecteerde muziektracks
vóór de mas terfaders te beluisteren, draait
u de MIX-re gelaar helemaal naar rechts
(PROG.-stand).
2) Stel met de niveauregelaar LEVEL (12) het
ge wenste volume van de hoofdtelefoon in.
5.6 Talkover-functie voor de
DJ-microfoon
Druk op de AUTOTALK-toets (14) voor een
betere ver staanbaarheid van de aankondigin-
gen via de mi crofoon terwijl de muziek verder
speelt: indien de toets ingedrukt is (LED boven
de toets licht op), worden de niveaus van
kanalen 1 4 bij aankondigingen automatisch
met 12 dB gedempt.
Indien de toets niet ingedrukt wordt, is
de talkover-functie uitgeschakeld.
6 Technische gegevens
Ingangen
2 × Mic, mono: . . . . 1,5 mV/ 30 kΩ
2 × Phono, stereo: . 3 mV/ 30 kΩ
6 × Line, stereo: . . . 150 mV/ 30 kΩ
1 × Return, stereo: . 135 mV/ 30 kΩ
Uitgangen
3 × Master, stereo: . 1 V
1 × Record, stereo: . 330 mV
1 × Send, stereo: . . 300 mV
1 × hoofdtelefoon,
stereo: . . . . . . . 8 Ω
Algemene gegevens
Frequentiebereik: . . 20 – 20 000 Hz
THD: . . . . . . . . . . . . 0,05 %
Signaal / Ruis-
verhouding: . . . . . . > 50 dB
Equalizer voor
kanalen 1 – 4
1 × lage tonen: . . . +15 dB, −30 dB / 50 Hz
1 × middentonen: . +15 dB, −30 dB /1 kHz
1 × hoge tonen: . . +15 dB, −30 dB /10 kHz
DJ Mic-klankregelaars
1 × lage tonen: . . . ±15 dB / 50 Hz
1 × hoge tonen: . . ±15 dB /10 kHz
Talkover
(automatisch):
. . . . . −12 dB
Aansluiting voor
paneelverlichting:
. . 12 V/ 5 W; 4pol. XLR
Omgevings-
temperatuur:
. . . . . 0 – 40 °C
Voedingsspanning: . 230 V/ 50 Hz
Vermogensverbruik: 14 VA
Afmetingen: . . . . . . 482 × 222 × 110 mm,
5 rack-eenheden
Gewicht:
. . . . . . . . . 4,3 kg
Wijzigingen voorbehouden.
Deze gebruiksaanwijzing is door de auteurswet be schermd eigendom van MONACOR
®
INTERNATIONAL
GmbH & Co. KG. Een reproductie – ook gedeeltelijk – voor eigen commerciële doeleinden is verboden.

Documenttranscriptie

Nederlands Stereo DJ Mengpaneel 15 Toets ON AIR om de DJ-microfoon in en uit te schakelen 32 Stereo-uitgang REC (cinch) voor de aansluiting van een geluidsopnametoestel; het opnameniveau is onafhankelijk van de stand van de mas­terfaders (6 en 9) 16 SEND-toetsen om de ingangskanalen naar de pre-fader Send uitgangskanaal te schakelen: bij ingedrukte toets wordt het betreffende kanaal vóór de schuif­re­ge­laar (18) naar de SEND-uitgang (34) gestuurd 33 Stereo-ingang RETURN (cinch) om signalen te­rug te sturen die via de SEND-uitgang (34) va­nuit het mengpaneel door een effectenapparaat gestuurd werden: aansluiting op de uitgang van het effectenapparaat 1 Bedieningselementen en aansluitingen 17 PFL-toetsen om de ingangskanalen 1 – 4 via een hoofdtelefoon op jack (11) te beluisteren vóór de betreffende kanaalregelaar (18) 1.1 Frontpaneel 18 Niveauregelaars (schuifregelaars) voor de in­gangskanalen 34 Stereo-uitgang SEND (cinch) om de signalen op de pre-fader Send uitgangskanaal uit te sturen: aanslui­ting op een toestel met lijnniveau-ingang, bv. ef­fectenapparaat, versterker van de monitor­installatie Deze handleiding is bedoeld voor gebruikers met basiskennis van de audiotechniek. Lees de handleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen, en bewaar ze voor latere raadpleging. Op de uitklapbare pagina 3 vindt u een overzicht van alle bedieningselementen en de aansluitingen. 1 XLR-ingangsjack DJ MIC (gebalanceerd) voor de aansluiting van een DJ-monomicrofoon [Bij aansluiting van een microfoon op de 6,3 mm-jack DJ MIC (27) op de achterzijde van het toestel wordt de XLR-ingangsjack uitgeschakeld.] 2 Keuzetoetsen voor de ingangen van de kanalen 1 – 4 3 Gain-regelaars om de ingangsversterking in te stellen voor de ingangskanalen 4 Equalizer voor de kanalen 1 – 4: voor de regeling van de middentonen (MID), hoge (HIGH) en lage (LOW) tonen 5 Regelaar hoge tonen (HIGH) en lage tonen (LOW) voor de DJ-microfoon 6 Masterfader voor het masterkanaal A 7 Toets om de VU-meter (20) tussen de beide masterkanalen te schakelen Toets niet ingedrukt: Het niveau van masterkanaal A wordt weergegeven. Toets ingedrukt: Het niveau van masterkanaal B wordt weergegeven. Opmerking: Voor de weergave van het niveau van een van beide masterkanalen moet de VU-meter in de weergavemodus “MASTER” staan [keuzetoets (21) niet ingedrukt]. 8 4-polige XLR-jack LAMP voor de aansluiting van een paneelverlichting (12 V/ 5 W max.) 9 Masterfader voor het masterkanaal B 10 POWER-schakelaar 11 6,3 mm-jack voor de aansluiting op een stereohoofdtelefoon (impedantie ≥ 8 Ω) 12 Niveauregelaar voor de hoofdtelefoon die aangesloten is op de jack (11) 13 MIX-regelaar voor de hoofdtelefoonuitgang (11): Om het niveau van een van de ingangskanalen vóór de schuifregelaar te beluisteren, drukt u op de PFL-toets (17) van het kanaal en draait u de MIX-regelaar helemaal naar links (PFL-stand). Om de geselecteerde muziektracks vóór de mas­terfaders (6 en 9) te beluisteren, draait u de MIX-regelaar helemaal naar rechts (PROG.-stand). 14 AUTOTALK-toets voor aankondigingen via de microfoon: Indien de toets ingedrukt is, wordt het niveau van de kanalen 1 – 4 16 bij aankondigingen via de DJ-microfoon met 12 dB gedempt. 19 Niveauregelaar voor het effectenapparaat dat op de ingang RETURN (33) aangesloten is 20 Stereo-VU-meter 35 Stereo-ingangen LINE en CD (cinch) voor de ka­nalen 1 – 4 voor de aansluiting van apparatuur met lijnniveau-uitgangen (bv. CD / MP3-speler, cassetterecorder) 21 Keuzetoets voor de weergavemodus van de VU-meter (20) Toets niet ingedrukt: Weergavemodus “MASTER”: De VUmeter duidt het niveau aan van het masterkanaal dat met de keuzetoets (7) geselecteerd is. Toets ingedrukt: Weergavemodus “PFL”: De VU-meter duidt het niveau vóór de schuifregelaar aan van het in­gangskanaal, waarvan de PFL-toets (17) in­ge­drukt is. 2 Veiligheidsvoorschriften 22 Schakelaar C.F. ASSIGN A voor de crossfader (24); be­paalt welk ingangskanaal ingemengd wordt, wan­neer de crossfader links staat • Het apparaat is enkel geschikt voor gebruik 23 Schakelaar C.F. ASSIGN B voor de crossfader (24); be­paalt welk ingangskanaal ingemengd wordt, wan­­neer de crossfader rechts staat 24 Crossfader om te regelen tussen twee van de ka­nalen 1 – 4; de betreffende kanalen worden met de twee C.F. ASSIGN-schakelaars (22 en 23) ge­selecteerd 1.2 Achterzijde van het toestel 25 Stereo-ingangen PHONO (cinch) voor de kanalen 1 en 2 voor de aansluiting van platendraaiers op magnetisch systeem 26 GND-aansluiting voor een gemeenschappelijke massa, bv. voor de aangesloten platenspelers 27 6,3 mm-jack DJ MIC (gebalanceerd) voor de aan­­sluiting van een DJ-monomicrofoon [Bij aansluiting van een microfoon op deze jack wordt de XLR-jack DJ MIC (1) op het frontpaneel uitgeschakeld.] 28 Netsnoer voor aansluiting van het toestel op de voedingsspanning (230 V/ 50 Hz) 29 Stereo-uitgang A (XLR, gebalanceerd) van het mas­terkanaal A voor aansluiting van een versterker 30 Stereo-uitgang B (cinch) van het masterkanaal B voor aansluiting van een versterker 31 Stereo-uitgang A (cinch) van het masterkanaal A voor aansluiting van een versterker Het apparaat is in overeenstemming met alle relevante EU-Richtlijnen en is daarom gekenmerkt met . WAARSCHUWING De netspanning van het apparaat is levensgevaarlijk. Open het apparaat niet, want door onzorgvuldige ingrepen loopt u het risico van elektrische schokken. binnenshuis. Vermijd druip- en spatwater, uitzonderlijk warme plaatsen en plaatsen met een hoge vochtigheid (toegestaan omgevingstemperatuurbereik: 0 – 40 °C). • Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen etc. op het apparaat. • Trek onmiddellijk de stekker uit het stop- contact: 1. wanneer het apparaat of het netsnoer zichtbaar beschadigd is, 2. wanneer er een defect zou kunnen optreden nadat het apparaat bijvoorbeeld is gevallen, 3. wanneer het apparaat slecht functioneert. Het apparaat moet in elk geval hersteld worden door een gekwalificeerd vakman. • Een beschadigd netsnoer mag alleen in een erkende werkplaats worden vervangen. • Trek de stekker nooit met het snoer uit het stopcontact, maar met de stekker zelf. • Verwijder het stof met een droge, zachte doek. Gebruik zeker geen water of chemicaliën. • In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting, foutieve bediening of van herstelling door een niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie en de verantwoordelijkheid voor hieruit resulterende materiële of lichamelijke schade. Wanneer het apparaat definitief uit bedrijf wordt genomen, bezorg het dan voor milieuvriendelijke verwerking aan een plaatselijk recyclagebedrijf. Het mengpaneel MPX-205 / SW met vier stereo-in­ gangs­ kanalen en een DJ-microfoonkanaal is ge­schikt voor diverse professionele DJ-toepassingen of voor gebruik thuis. Het mengpaneel kan gebruikt worden als alleenstaande module of kan in een console ingebouwd worden. Het is ook geschikt voor montage in een 19”-rack (482 mm). Voor de montage in een rack is een hoogte van 5 HE (rack-eenheden) = 222 mm no­dig. 4 Het mengpaneel aansluiten Schakel het mengpaneel uit, alvorens toestellen aan te sluiten resp. bestaande aansluitingen te wijzigen. 4.1 Ingangen 1) Sluit de stereogeluidsbronnen aan op de overeenkomstige cinch-ingangsjacks van de kanalen 1 – 4 (L-jack = linker kanaal; R-jack = rechter kanaal): – Apparatuur met uitgang met lijnniveau (bv. CD / MP3-speler, cassetterecorder) op de jacks CD of LINE (35); – Platenspelers op magneetsysteem op de PHO­NO-jacks (25). De klemschroef GND (26) kan dienen als gemeenschappelijke massa: verbind de massaklem van de platenspeler met de klemschroef. 2) Sluit een DJ-microfoon aan op de XLR-jack DJ MIC (1) op het frontpaneel of op de 6,3 mm-jack DJ MIC (27) aan de achterzijde van het toestel. (Bij aansluiting van een microfoon op de 6,3 mm-jack wordt de XLR-jack uitgeschakeld.) 4.2 Uitgangen 1) Sluit de versterkers resp. andere nageschakelde apparatuur met lijningangsniveau (b.v. tweede mengpaneel) aan op de betreffende uitgangsjacks: – Het mastersignaal van masterkanaal A kan aan de XLR-uitgang A (29) en aan de cinch-uitgang A (31) afgenomen worden. – Het mastersignaal van masterkanaal B kan aan de cinch-uitgang B (30) afgenomen worden. 2) Indien u geluidsopnames wenst te maken, sluit u het opnametoestel aan op de REC-uitgang REC (32). Het opnameniveau is onafhankelijk van de stand van beide masterfaders (6 en 9). 3) Met behulp van een stereohoofdtelefoon kan zo­wel het niveau van elk ingangskanaal 1 – 4 vóór de schuifregelaar als de geselecteerde muziektracks vóór de masterfaders beluisterd worden (zie hoofdstuk 5.5 “De kanalen via een hoofdtelefoon voorafluisteren”). Sluit de hoofdtelefoon (im­pedantie ≥ 8 Ω) aan op de jack (11). 4.3 De Send- en Return-aansluitingen 1) Via de SEND-uitgang (34) worden de kanaalsignalen, die met de SEND-toetsen (16) naar het Send uitgangskanaal geschakeld werden, uit het mengpaneel gestuurd. Hierop kunt u een bij­komend toestel met lijnniveau-ingang (bv. effectenapparaat, versterker van een monitorinstallatie) aansluiten. Het uitgangskanaal is een pre-fader kanaal, d.w.z. dat de signalen van de ingangskanalen vóór de schuifregelaars (18) naar de Send-uitgang ge­schakeld worden. 2) De signalen die langs de Send-uitgang uitge­stuurd en door een effectenapparaat geleid werden, kunnen via de Return-ingang weer naar het meng­paneel teruggezonden worden: Sluit hiervoor de uitgang van het effectenapparaat op de stereo-ingang RETURN (33) aan. 4.4 De paneelverlichting en de aansluiting op de netspanning Voor een optimale paneelverlichting kunt u op de XLR-jack LAMP (8) een zwanenhalslamp (12 V/ 5 W max.) aansluiten, bv. de lamp GNL-405. De lamp wordt via het mengpaneel in- en uitgeschakeld. Plug ten slotte de stekker van het netsnoer (28) in een stopcontact (230 V/ 50 Hz). 5 Werking Plaats de masterfaders A (6) en B (9) in de minimumstand om luide inschakelploppen te vermijden. Schakel vervolgens met de POWER-schakelaar (10) het mengpaneel in. De LED naast de schakelaar licht op en geeft aan dat het toestel klaar is voor gebruik. Schakel vervolgens de aangesloten ap­­pa­ra­tuur in. OPGELET Stel het volume van de geluidsinstallatie en dat van de hoofdtelefoon nooit zeer hoog in. Langdurige blootstelling aan hoge volumes kan het gehoor beschadigen! Het gehoor raakt aangepast aan hoge volumes die na een tijdje niet meer zo hoog lijken. Verhoog daarom het volume niet nog meer, nadat u er gewoon aan bent geraakt. 5.1 Basisinstelling van de ingangskanalen Plaats alle gain-regelaars (3) en klankregelaars (4 en 5) voor een optimale niveauregeling van de aan­gesloten apparatuur eerst in de middelste stand. Plaats beide C.F. ASSIGN-schakelaars (22 en 23) in de “X”-stand (regelfunctie uitgeschakeld). 1) Druk op de toets ON AIR (15) om de DJ-microfoon in te schakelen. De LED boven de toets licht nu op. 2) Selecteer met de keuzetoetsen (2) de signaalbronnen die op de kanalen 1 – 4 aangesloten zijn. 3) Met de masterfaders wordt het niveau van alle aangesloten geluidsbronnen ingesteld; dit mas­terniveau kan aan alle master- uitgangen afgenomen worden: masterfader A (6) voor de beide masteruitgangen A (29) en (31), master-fader B (9) voor de masteruitgang B (30). Plaats de regelaar van het masterkanaal dat ge­bruikt wordt voor de basisinstelling van de in­gangskanalen, in ongeveer 2 ⁄ 3 van de ma­xi­mum­waarde, bijvoorbeeld in stand 7. Nederlands 3 Toepassingen 4) De keuzetoets (21) voor de VU-meter (20) mag niet ingedrukt zijn: De VU-meter duidt dan het niveau van een van de masterkanalen aan – naargelang de stand van de keuzeschakelaar (7) wordt het niveau van masterkanaal A of van masterkanaal B aangeduid. Stel de VU-meter met de keuzetoets (7) in op het masterkanaal dat gebruikt wordt voor de ba­sis­instelling van de ingangskanalen: Toets niet ingedrukt: Het niveau van het masterkanaal A wordt weergegeven. Toets ingedrukt: Het niveau van het masterkanaal B wordt weergegeven. 5) Om een kanaal uit te sturen, plaatst u de schuifregelaars (18) van de overige kanalen in de minimumstand. 6) Stuur de geluidssignalen (testsignalen of muziekfragmenten) naar het betreffende ingangskanaal. 7) Regel met de schuifregelaar het kanaalniveau af aan de hand van de VU-meter. Een optimale uitsturing is bereikt, wanneer bij de luidste passages het 0 dB-bereik van de VU-meter ­op­licht. Bij waarden boven 0 dB is het kanaal over­stuurd. De schuifregelaar moet zich na de niveauregeling in ca. 2⁄ 3 van de maximumwaar­de be­vinden, zodat het regelbereik voor in- en uitmengen voldoende groot is. Indien de schuifregelaar bijna in de minimum- of maximumstand staat, dient het niveau ingesteld te worden door de ingangsversterking af te regelen. Voor de kanalen 1 – 4 kan de ingangsversterking door de weergave van het niveau vóór de schuifregelaars optimaal ingesteld worden. Schakel hiervoor de VU-meter in de weergavemodus “PFL” door op de toets (21) te drukken, en druk op de PFL-toets (17) van het kanaal: De VU-meter geeft nu het signaalniveau van het kanaal vóór de kanaalregelaar aan. Stel de GAIN-regelaar (3) van het kanaal zo in, dat de 0 dB-LED’s tijdens de luidste passages oplichten en de rode LED’s helemaal niet oplichten. 8) Schakel de VU-meter weer in de weergavemodus “MASTER” door de toets (21) los te laten, en stel met de klankregelaars van het kanaal de gewenste klank in: Voor de kanalen 1 – 4 kunnen de hoge (regelaar HIGH) en lage (regelaar LOW) tonen en de middentonen (regelaar MID) door middel van het 3-bands equalizer (4) met maximaal 15 dB versterkt resp. met maximaal 30 dB gedempt worden. Voor het DJ-microfoonkanaal kunnen de ho­ge en lage tonen met het 2-bands equalizer 17 Nederlands (5) met maximaal 15 dB versterkt of gedempt worden. In de middelste stand wordt de frequentie van het signaal niet beïnvloed. Opmerking: De instellingen van de klank beïnvloeden de niveaus. Controleer daarom na een klankregeling het kanaalniveau aan de hand van de niveauweergave en corrigeer indien nodig. 9) Herhaal bovenstaande procedure om het niveau en de klank in te stellen van de overige gebruikte ingangskanalen. 5.2 Tussen twee kanalen regelen 1) Met de twee C.F. ASSIGN-schakelaars worden van de ingangskanalen 1 – 4 de twee kanalen gese­lec­teerd tussen die u wenst te regelen: Selecteer met de linker schakelaar C.F. ASSIGN A (22) het kanaal dat ingemengd moet worden, wan­neer de crossfader (24) naar links geschoven wordt. Selecteer met de rechter schakelaar C.F. ASSIGN B (23) het kanaal dat ingemengd moet worden, wanneer de crossfader naar rechts geschoven wordt. 2) Plaats de schuifregelaars (18) van de ongebruik­te kanalen in de minimumstand en stuur de beide geselecteerde kanalen met de betreffende schuif­regelaars optimaal uit (zie hoofdstuk 5.1 “Basisinstelling van de ingangskanalen”). 3) Met behulp van de crossfader kunt u nu regelen tussen de geselecteerde kanalen. Indien u beide kanalen tegelijk naar de uitgangen wenst te sturen, plaatst u de crossfader in de middelste stand. 4) Stel met de masterfaders A (6) en B (9) het ge­wenste niveau voor de masterkanalen A en B in. Regel elk masterkanaal aan de hand van de VU-meter (20) afzonderlijk af. Schakel de VU-meter naar de weergave van het betreffende masterkanaal [zie hiervoor hoofdstuk 5.1, punt 4)]. Bij oversturingen (rode LED’s van de VU-meter lichten op) moet u de betreffende masterfader voldoende dichtschuiven. 5.3 De geluidsbronnen mengen 1) Schakel de regelfunctie uit om de aangesloten ge­luidsbronnen te mengen. Plaats hiervoor de ­C.F. AS­SIGN-schakelaars (22 en 23) in de “X”-stand. 2) Schuif de masterfader A (6) of B (9) zo ver open, dat de mengverhouding van de geluidsbronnen optimaal ingesteld kan worden. 3) Stel met de kanaalregelaars (18) de gewenste volumeverhouding van de geluidsbronnen onderling in. Plaats de niveauregelaar van een ongebruikt kanaal in de minimumstand. 4) Regel elk masterkanaal aan de hand van de VU-meter (20) met de masterfaders af- zonderlijk af. Schakel de VU-meter naar de weergave van het betreffende masterkanaal [zie hiervoor hoofdstuk 5.1, punt 4)]. De masterkanalen zijn optimaal uitgestuurd, wan­neer bij de luidste passages het 0 dB-bereik van de VU-meter oplicht. Bij oversturingen (rode LED’s lichten op) moet u de betreffende masterfader en /of de niveauregelaars van de ingangskanalen voldoende dichtschuiven. 5.4 Send- en Return-kanalen Om een kanaal resp. meerdere kanalen naar het Send uitgangskanaal te schakelen, drukt u op de SEND-toets (16) van het betreffende kanaal (LED boven de toets licht op). Het Send uitgangskanaal is een pre fader-kanaal, d.w.z. dat de ka­naalsignalen vóór de kanaalregelaar naar de SEND-uitgang (34) gestuurd worden. Indien de afgenomen signalen door een ef­ fec­ tenapparaat gestuurd worden, kunt u ze via de RETURN-ingang (33) terug naar het mengpaneel sturen. Meng met de RETURN-regelaar (19) de sig­nalen die van het effectenapparaat komen met het mastersignaal. 5.5 De kanalen via een hoofdtelefoon voorafluisteren Met de voorafluisteringsfunctie kan elk van de in­gangs­kanalen 1 – 4 met een hoofdtelefoon, aan­ge­slo­ten op de jack (11), afzonderlijk voorbeluisterd wor­den, zelfs wanneer de betreffende kanaalregelaar (18) in de minimumstand staat. Hierdoor kunt u bv. de gewenste track van een CD selecteren of het juiste moment instellen om een geluidsbron in te mengen. Desgewenst is het ook mogelijk om de momenteel afgespeelde muziektracks te beluisteren vóór de masterfaders (6 en 9). 1) Druk op de betreffende PFL-toets (17) om een in­gangskanaal vóór de kanaalregelaar te beluisteren (LED boven de toets licht op), en draai de MIX-regelaar (13) helemaal naar links (PFL-stand). Om de geselecteerde muziektracks vóór de mas­terfaders te beluisteren, draait u de MIX-re­gelaar helemaal naar rechts (PROG.-stand). 6 Technische gegevens Ingangen 2 × Mic, mono: �������� 1,5 mV/ 30 kΩ 2 × Phono, stereo: �� 3 mV/ 30 kΩ 6 × Line, stereo: ������ 150 mV/ 30 kΩ 1 × Return, stereo: �� 135 mV/ 30 kΩ Uitgangen 3 × Master, stereo: �� 1 V 1 × Record, stereo: �� 330 mV 1 × Send, stereo: ���� 300 mV 1 × hoofdtelefoon,   stereo: �������������� ≥ 8 Ω Algemene gegevens Frequentiebereik: ���� 20 – 20 000 Hz THD: ������������������������ 0,05 % Signaal / Ruisverhouding: ������������ > 50 dB Equalizer voor kanalen 1 – 4 1 × lage tonen: ������ +15 dB, −30 dB / 50 Hz 1 × middentonen: �� +15 dB, −30 dB /1 kHz 1 × hoge tonen: ���� +15 dB, −30 dB /10 kHz DJ Mic-klankregelaars 1 × lage tonen: ������ ±15 dB / 50 Hz 1 × hoge tonen: ���� ±15 dB /10 kHz Talkover (automatisch): ���������� −12 dB Aansluiting voor paneelverlichting: ���� 12 V/ 5 W; 4pol. XLR Omgevingstemperatuur: ���������� 0 – 40 °C Voedingsspanning: �� 230 V/ 50 Hz Vermogensverbruik: 14 VA Afmetingen: ������������ 482 × 222 ×  110 mm, 5 rack-eenheden Gewicht: ������������������ 4,3 kg 2) Stel met de niveauregelaar LEVEL (12) het ge­wenste volume van de hoofdtelefoon in. 5.6 Talkover-functie voor de DJ-microfoon Druk op de AUTOTALK-toets (14) voor een betere ver­staanbaarheid van de aankondigingen via de mi­crofoon terwijl de muziek verder speelt: indien de toets ingedrukt is (LED boven de toets licht op), worden de niveaus van kanalen 1 – 4 bij aankondigingen automatisch met 12 dB gedempt. Indien de toets niet ingedrukt wordt, is de talkover-functie uitgeschakeld. Wijzigingen voorbehouden. Deze gebruiksaanwijzing is door de auteurswet be­schermd eigendom van MONACOR ® INTERNATIONAL GmbH & Co. KG. Een reproductie – ook gedeeltelijk – voor eigen commerciële doeleinden is verboden. 18
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30

Monacor 20.2190 Handleiding

Categorie
Audio-equalizers
Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor