Leica X VARIO de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

NL
LEICA TL2
Gebruiksaanwijzing
Naam van de onderdelen
NL
108
1
5
6
431 2
7 9 11
1213
107 8
1514
16
17
18
19
21
20
22 23 24
25a
25
26a26c
30
26b
27
30a
28
29
31
NL
Naam van de onderdelen
109
NAAM VAN DE ONDERDELEN
CAMERA
Vooraanzicht
1 Blinde pennen voor draagogen
2 Objectief-ontgrendelingsknop
3 Contactstrip
4 Zelfontspanner-LED / AF-hulplicht
5 Luidsprekers
6 Bajonet
Bovenaanzicht
7 Microfoons
8 Accessoireschoen
9 Hoofdschakelaar
10 Ontspanner
11 Functieknop
12 Instelwiel
13 Instelwiel
Achteraanzicht
14 Helderheidssensor
15 LCD-scherm
16 Afdekklep
17 Status-LED
18 Laadstatus-LED
Aanzicht van rechts (Afdekklep geopend)
19 Geheugenkaartensleuf
20 HDMI-bus
21 USB aansluiting
Onderaanzicht
22 Batterij
23 Batterij-vastzethendel
24 Statiefschroefdraad
OBJECTIEF
25 Zonnekap
a. Indexpunten
26 Frontgreep
a. Externe bajonet voor tegenlichtkap
b. Indexpunt voor tegenlichtkap
c. Binnendraad voor filter
27 Afstandsinstelring
28 Instelring voor de brandpuntsafstand
29 Index voor brandpuntsafstand
30 Vaststaande ring
a. Rode indexknop om lens te wisselen
31 Contactstrip
NL
110
VOORWOORD
Geachte klant,
wij wensen u veel plezier en succes bij het fotograferen met uw
nieuwe Leica TL2.
Om het volledige prestatievermogen van uw Leica TL2 goed te
kunnen benutten, raden wij u aan deze handleiding door te lezen.
Voor een snelle start met uw nieuwe Leica is er de Quick Start
Guide.
LEVERINGSOMVANG
Voordat u uw Leica TL2 in gebruik neemt, controleert u de meege-
leverde accessoires op volledigheid.
a. Batterij Leica BP-DC13
b. Oplaadapparaat BC-DC13 (incl. uitwisselbare stekker)
c. USB-type C-kabel
d. Blinde pennen voor draagogen (bij levering aangebracht)
e. Draagriem
f. Draagoogpen-ontgrendelsleutel
g. Bajonetdop behuizing
h. Accessoireschoen-kapje
i. Registratiekaart
Let op:
Bewaar kleine onderdelen (bijvoorbeeld de draagoogpen-ontgren-
delsleutel) in principe als volgt:
buiten bereik van kinderen;
op een veilige plek, bijv. in de juiste vakken van de cameradoos.
Wijziging in constructie en uitvoering voorbehouden.
ACCESSOIRES
Details over het omvangrijke assortiment aan toebehoren voor uw
Leica TL2 vindt u op de startpagina van Leica Camera AG:
www.leica-camera.com
VERVANGENDE ONDERDELEN Bestelnr..
Behuizingsdeksel
16 060
Accessoireschoen-kapje
470-701.801-007
Blinde pennen voor draagogen
470-701.001-020
Draagoogpen-ontgrendelsleutel
470-701.001-029
Silicone draagriem
439-612.100-000
Lithium-ionbatterij BP-DC BP-DC13, zilver
18 772
Lithium-ionbatterij BP-DC BP-DC13, zwart
18 773
Batterij-oplaadapparaat Leica BC-DC13
470-701.022-000
Set netstekkers
470-701.801-005
USB-type C-kabel
470-701.001-035
NL
112
Juridische opmerkingen
Let op:
Moderne elektronische elementen reageren gevoelig op elektro-
statische ontlading. Omdat mensen, bijv. bij het lopen over
synthetisch tapijt, al snel meer dan 10.000 Volt kunnen opbou-
wen, kan het bij aanraking van uw camera tot een ontlading
komen, vooral als deze op een geleidende ondergrond ligt.
Wanneer het alleen de camerabehuizing betreft, is deze ontla-
ding voor de elektronica absoluut ongevaarlijk. De elektronica is
weliswaar extra beveiligd, maar raak toch vooral de naar buiten
lopende contacten, zoals die in de flitsschoen, zo min mogelijk
aan.
Gebruik voor het schoonmaken van de contacten geen
optiek-microvezeldoek (synthetisch), maar een katoenen of
linnen doek! Wanneer u van tevoren bewust een verwarmings-
buis of waterleiding (geleidend, met „aarde“ verbonden materi-
aal) aanraakt, wordt daardoor een eventueel aanwezige elektro-
statische lading veilig ontladen. Vermijd vervuiling en oxidatie
van de contacten, ook door uw camera altijd met de dop het
objectief en het kapje op de flitsschoen-/zoekeraansluiting
droog op te bergen.
Gebruik uitsluitend aanbevolen accessoires om storing, kortslui-
ting of een elektrische schok te vermijden.
Probeer nooit onderdelen van de body (afdekkingen) te verwijde-
ren; vakkundige reparaties kunnen alleen door een erkend
servicepunt worden uitgevoerd.
Belangrijk:
De camera wordt warm tijdens gebruik. Dat is geen storing, het
komt doordat elektronische onderdelen zoals sensor, processor en
monitor tijdens gebruik warmte produceren. Dit treedt sneller op
wanneer gedurende een langere periode steeds weer serieopna-
men worden gemaakt, of wanneer opnamen snel na elkaar worden
gemaakt. Dit geldt met name bij video-opnamen. Eventueel grijpt
een veiligheidsschakeling in en schakelt de camera uit. Dat laatste
treedt natuurlijk sneller op als de camera vooraf al warm was;
bijvoorbeeld als de camera in een auto lag, of als de camera aan
intensief zonlicht was blootgesteld. Houd bij het plannen van de
opnamen rekening met deze omstandigheden.
Juridische mededeling:
Neem zorgvuldig het auteursrecht in acht. Het kopiëren en
publiceren van zelf opgenomen media, zoals banden, cd's, of
door anderen uitgegeven of gepubliceerd materiaal kan het
auteursrecht schenden.
Dit geldt ook voor alle meegeleverde software.
M.b.t. het gebruik van video's die met deze camera zijn opgeno-
men: Dit product is gemachtigd onder de AVC-octrooimachtiging
voor persoonlijk gebruik en andere gebruiksdoeleinden, waar-
voor de consument geen vergoeding om (i) video-opnamen te
coderen in overeenstemming met de AVC-normen (“AVC Video”)
en/of (ii) AVC video-opnamen te decoderen die gecodeerd
werden door een consument voor persoonlijke doeleinden en/of
verkregen werden van een leverancier die gemachtigd is tot
levering van AVC-video's. Voor alle andere toepassingen worden
geen machtigingen verleend, expliciet noch impliciet. Meer
informatie is verkrijgbaar van MPEG LA, L.L.C. op http://www.
mpgegla.com. Alle andere toepassingen, in het bijzonder het
aanbieden van AVC video's tegen vergoeding, kunnen een
afzonderlijke licentieovereenkomst met MPEG LA, L.I.C. verei-
sen. Meer informatie is verkrijgbaar van MPEG LA, L.L.C. op
http://www.mpgegla.com.
De SD-, en USB-logo's zijn gedeponeerde merken.
Overige namen, firma- en productnamen die in deze handleiding
worden genoemd, zijn handelsmerk, resp. gedeponeerd handels-
merk van de betreende ondernemingen.
NL
113
Milieuvriendelijk afvoeren elektrische en
elektronische apparatuur
(geldt voor de EU en overige Europese landen met
gescheiden inzameling)
Dit toestel bevat elektrische en/of elektronische onderdelen en
mag daarom niet met het normale huisvuil worden meegegeven! In
plaats daarvan moet het voor recycling op door de gemeenten
beschikbaar gestelde inzamelpunten worden afgegeven. Dit is voor
u gratis. Als het toestel zelf verwisselbare batterijen of accu’s
bevat, moeten deze vooraf worden verwijderd en evt. volgens de
voorschriften milieuvriendelijk worden afgevoerd.
Meer informatie over dit onderwerp ontvangt u bij uw gemeente-
lijke instantie, uw afvalverwerkingsbedrijf of de zaak waar u het toe-
stel hebt gekocht.
De CE-markering van onze producten geeft aan dat de
basiseisen van de geldende EU-richtlijnen worden nageleefd.
Verklaring van de verschillende aanwijzingscategorieën
in de handleiding
Aanwijzing:
Extra informatie
Belangrijk:
Niet-opvolgen kan schade aan de camera,
de accessoires, of de opnamen veroorzaken
Let op:
Niet-opvolgen kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben!
De productiedatum van uw camera vindt u op de stickers in de
garantiekaart ofwel op de verpakking. De schrijfwijze is: Jaar/
maand/dag.
In het menu van de camera vindt u de specifieke vergunning van dit
apparaat.
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
in het submenu Regulatory Information selecteren
Juridische opmerkingen
NL
114
Inhoudsopgave
INHOUDSOPGAVE
Naam van de onderdelen ......................................................................... 109
Voorwoord ................................................................................................. 110
Leveringsomvang ...................................................................................... 110
Accessoires ............................................................................................... 110
Vervangende onderdelen ......................................................................... 110
Voorbereidingen
Draagriem bevestigen .............................................................................. 116
Vervangen van de batterij ........................................................................ 117
Batterij laden ............................................................................................ 118
De geheugenkaart uitwisselen ................................................................ 122
Objectief plaatsen/verwijderen .............................................................. 124
Bruikbare objectieven .............................................................................. 124
Camerabediening
Hoofdschakelaar ...................................................................................... 126
Instelwielen .............................................................................................. 126
Ontspanner ............................................................................................... 127
Functieknop .............................................................................................. 127
Gebarenbesturing ..................................................................................... 128
Rechter werkbalk vergrendelen/ontgrendelen .........................................129
INFO-weergave ......................................................................................130
Menu voor belichtingsmodi / motiefprogramma's ...................................131
MY CAMERA-menu oproepen ..............................................................131
Hoofdmenu starten .................................................................................131
Opbouw van het hoofdmenu ...................................................................131
De menupunten van een hoofdmenu-functiesectie oproepen ...................131
Navigatie in het hoofdmenu en het MY CAMERA-menu ........................132
Menutegels.............................................................................................133
Direct instellen van de opties van een functie ..........................................133
Een menupunt selecteren / de functievarianten in submenu's instellen ...134
Instellingen in submenu's met de instelwielen en gebarenbesturing .........135
MY CAMERA-menu aanpassen ............................................................136
Instelwiel-menu ......................................................................................138
De instelwiel-functies blokkeren ..............................................................138
Gewenste functie aan linker instelwiel toekennen .................................... 139
Camera-basisinstellingen
Menutaal ................................................................................................... 140
Datum/tijd ................................................................................................ 140
Automatische uitschakeling van de camera ........................................... 141
Akoestische signalen ............................................................................... 142
LCD-scherm-/zoekerinstellingen............................................................. 142
Automatische uitschakeling van de monitor .......................................... 143
Opname-basisinstellingen
Bestandsformaat/compressiegraad ....................................................... 144
Witbalans .................................................................................................. 145
ISO-filmgevoeligheid ................................................................................ 146
JPEG-beeldeigenschappen ....................................................................... 146
Andere opname-instellingen
Beeldstabilisatie ....................................................................................... 148
Zelfontspanner ......................................................................................... 148
Registratie van opnamelocatie met GPS ................................................. 149
Opnamemodus
Serieopnamen .......................................................................................... 150
Afstandsinstelling ..................................................................................... 150
Autofocus ...............................................................................................150
AF-hulplicht ......................................................................................... 151
Autofocus-meetmethoden/modussen ..................................................152
Spot-/enkelvoudige meting ................................................................. 152
Touch AF/Touch AF + afdrukken ......................................................... 154
Multi-veld-meting .................................................................................155
Gezichtsherkenning ............................................................................. 155
Handmatige afstandsinstelling ................................................................156
Hulpfunctie voor handmatige afstandsinstelling .................................... 156
NL
115
Belichtingsmeting en -regeling
Belichtingsmeetmethoden.......................................................................158
Belichtingsregeling ..................................................................................158
Programma-automaat - P ........................................................................159
Tijdautomaat - A ..................................................................................160
Diafragma-automaat - S .......................................................................161
Handmatige instelling - M ....................................................................162
Histogram ...........................................................................................163
Clipping ...............................................................................................164
Motiefprogramma's .............................................................................165
Opslaan van de meetwaarde ................................................................166
Belichtingscorrecties ...........................................................................166
Automatische belichtingsreeksen .........................................................167
Flitsfotografie
Geschikte flitsapparaten .......................................................................... 168
Flitser plaatsen ......................................................................................... 168
Flitsmodi ................................................................................................... 169
Flitsbereik ................................................................................................. 170
Synchronisatietijdstip .............................................................................. 171
Flits-belichtingscorrecties ....................................................................... 171
Video-opnamen .............................................................................................172
Stabilisatie .................................................................................................173
Starten/stoppen van de opname ...............................................................173
Geluidsopname ..........................................................................................173
Weergavemodus
Permanente weergave ............................................................................. 174
Automatische weergave .......................................................................... 174
Opnamen staand weergeven ................................................................... 175
Opnamen selecteren ................................................................................ 175
Opnamen vergroten/verkleinen .............................................................. 176
Gelijktijdige weergave van 9 opnamen ....................................................176
Uitsnede selecteren ...................................................................................177
Weergavemenu ..........................................................................................178
Diashow .................................................................................................178
Opnamen als favorieten markeren / markering opheen ......................... 179
Opnamen beveiligen / wisbeveiliging opheen ........................................179
Opnamen wissen ................................................................................... 180
Weergavebron selecteren ..................................................................... 182
Opnamegegevens van intern geheugen naar geplaatste geheugenkaart
of andersom kopiëren ........................................................................... 182
Videoweergave ......................................................................................... 184
Video-opnamen knippen en plakken ....................................................... 186
Overige zaken
Gebruikersprofielen ................................................................................. 188
Terugzetten van alle individuele instellingen .......................................... 190
Nummering van opnamebestanden terugzetten .................................... 191
Instellen en gebruiken van de WiFi-functie ............................................. 192
Gegevensoverdracht naar een computer ................................................ 196
Formatteren .............................................................................................. 197
Met onbewerkte gegevens DNG werken ................................................. 198
Installeren van firmware-updates ............................................................ 198
Voorzorgsmaatregelen en onderhoud ...................................................... 199
Bijlage
Oplaadapparaat-adapterstekker.............................................................. 203
Hoofdmenu ............................................................................................... 204
Menu Opnamemodi .................................................................................. 207
Trefwoordenregister ..................................................................................208
Technische gegevens ................................................................................210
Leica serviceadressen ...............................................................................212
Inhoudsopgave
NL
117
Voorbereidingen
VERVANGEN VAN DE BATTERIJ
Camera uitzetten
Afb. 2 a
Batterij plaatsen
Afb. 2 b
Batterij verwijderen
Afb. 2 c
Aanwijzingen:
De batterij is voorgeladen af fabriek - de camera kan daarom
onmiddellijk worden gebruikt.
De vergrendeling is voorzien van een beveiliging om te voorko-
men dat de batterij niet uit het vak kan vallen als de camera
rechtop wordt gehouden.
Belangrijk:
Als de batterij wordt verwijderd terwijl de camera aanstaat, kan dit
leiden tot het verlies van uw instellingen in de menu's en van de
opnamegegevens en tot beschadiging van de geheugenkaart.
Afb. 2 a
Afb. 2 b
Afb. 2 c
NL
118
Voorbereidingen
BATTERIJ LADEN
De Leica TL2 wordt door een lithium-ion batterij van de benodigde
energie voorzien. Hij kan zowel in de camera worden opgeladen via
de meegeleverde USB-kabel, alsook buiten de camera met het
meegeleverde oplaadapparaat.
Let op:
Er mogen uitsluitend batterijen worden gebruikt van het type dat
in deze handleiding of door Leica Camera AG worden genoemd
en beschreven.
Deze batterij mag uitsluitend met het hiervoor bestemde appa-
raat en alleen zoals beschreven worden opgeladen.
Als deze batterijen niet volgens de voorschriften worden gebruikt
of als er batterijen worden gebruikt die niet voor deze camera
zijn bestemd, kan dit eventueel een explosie tot gevolg hebben.
De batterijen mogen niet voor lange tijd aan zonlicht, warmte,
hoge luchtvochtigheid of condens worden blootgesteld. Om het
risico voor brand of explosie te vermeiden, mogen batterijen ook
nooit in een magnetron worden gelegd of onder hoge druk
worden gezet.
Werp batterijen nooit in vuur; ze kunnen anders exploderen!
Vochtige of natte batterijen mogen nooit worden geladen of in
de camera worden gebruikt.
Houd de batterijcontacten steeds schoon en vrij.
Lithium-ion batterijen zijn weliswaar tegen kortsluiting beveiligd,
maar bescherm toch de contacten tegen metalen voorwerpen
zoals paperclips of sieraden. Een kortgesloten batterij kan zeer
heet worden en ernstige brandwonden veroorzaken.
Als er een batterij op de grond valt, dient u daarna de behuizing
en contacten op eventuele schade te controleren. Het plaatsen
van een beschadigde batterij kan ook de camera beschadigen.
Als de batterij geluid maakt, verkleurt, vervormd, oververhit of
als er vloeistof uitloopt, moet hij meteen uit de camera of uit het
oplaadapparaat worden genomen en worden vervangen. Verder
gebruik van deze batterij kan oververhitting met het risico van
brand en/of explosie tot gevolg hebben.
Als er vloeistof lekt of een brandreuk ontstaat, houd dan de
batterij verwijderd van hittebronnen. De lekkende vloeistof kan
gaan branden.
Er mag/mogen uitsluitend het in deze handleiding genoemde en
beschreven type batterijlader, resp. de door Leica Camera AG
genoemde en beschreven typen laders worden gebruikt. Het
gebruik van andere, niet door Leica Camera AG vrijgegeven
oplaadapparaten kan schade aan de batterijen en in extreme
gevallen ernstig of zelfs levensgevaarlijk letsel veroorzaken.
Het meegeleverde oplaadapparaat mag uitsluitend voor het
opladen van dit batterijtype worden gebruikt. Probeer het niet
voor andere doeleinden te gebruiken.
Zorg ervoor dat het gebruikte stopcontact vrij toegankelijk is.
Bij het opladen ontstaat warmte. Het opladen mag daarom niet
in kleine, gesloten, d.w.z. niet-geventileerde ruimten gebeuren.
Batterij en lader mogen niet worden geopend. Reparaties mogen
alleen door erkende werkplaatsen worden uitgevoerd.
Zorg ervoor dat batterijen voor kinderen ontoegankelijk zijn. Het
inslikken van batterijen kan verstikking tot gevolg hebben.
Gooi gebruikte batterijen weg in overeenstemming met de
betreende informatie in deze handleiding.
NL
119
Voorbereidingen
Eerste hulp:
Als batterijvloeistof in contact komt met uw ogen kan blindheid
het gevolg zijn. Spoel de ogen onmiddellijk grondig uit met
schoon water. Niet in de ogen wrijven. Ga meteen naar de
dokter.
Lekkende vloeistof op huid of kleding kan letsel veroorzaken.
Was de in aanraking gekomen huid met schoon water.
Aanwijzingen:
Af fabriek is de oplaadbare batterij weliswaar gedeeltelijk opge-
laden, maar voor langer gebruik moet hij worden opgeladen.
De batterij kan alleen worden geladen als hij een temperatuur
tussen 0 °C en 35 °C heeft (anders schakelt het oplaadapparaat
niet in, ofwel het schakelt weer uit).
Lithium-ion batterijen kunnen op elk moment worden opgeladen,
ongeacht de momentele batterijconditie. Als een batterij maar
ten dele is ontladen voordat hij weer wordt opgeladen, zal de
volledige oplading sneller worden bereikt.
Lithium-ion batterijen dienen gedeeltelijk opgeladen te worden
opgeborgen, dwz. niet volledig ontladen of volledig opgeladen.
Bij zeer langdurige opslag dient u de batterij ongeveer tweemaal
per jaar gedurende ca. 15 minuten op te laden om diepe ontla-
ding te vermijden.
Tijdens het laadproces worden de batterijen warm. Dit is nor-
maal en geen storing.
Een nieuwe batterij bereikt zijn volledige capaciteit pas na 2-3
keer volledig opladen en - door gebruik in de camera - weer
ontladen. Dit ontladingsproces dient telkens na ca. 25 cycli
worden herhaald.
De oplaadbare lithium-ion batterijen genereren stroom door
interne chemische reacties. Deze reacties worden ook door de
buitentemperatuur en luchtvochtigheid beïnvloed. De maximale
levensduur van de batterij kan alleen worden bereikt, als u hem
niet te lang aan extreem hoge of lage temperaturen (bijv. 's
zomers ofwel 's winters in een geparkeerde auto) blootstelt.
De levensduur van elke batterij is begrensd – zelfs bij optimaal
gebruik! Na enkele honderden keren opladen wordt dit duidelijk
door de korter wordende ontladingstijden.
Voer defecte batterijen in overeenstemming met de relevante
regelgeving (zie pag. 113) af naar een geschikt inzamelpunt
voor recycling.
De vervangbare batterij voorziet een andere, permanent geïn-
stalleerde buerbatterij in de camera van stroom. Deze buer-
batterij zorgt ervoor dat de ingevoerde datum en tijd t/m 2
dagen lang opgeslagen blijven. Als de buerbatterij uitgeput is,
moet deze door het plaatsen van een geladen hoofdbatterij weer
worden opgeladen. De volledige capaciteit van de buerbatterij
is – met een geplaatste, opgeladen batterij – na ca. 60 uur weer
bereikt. De camera hoeft hiervoor niet ingeschakeld te blijven.
Datum en tijd moeten in dat geval echter opnieuw worden
ingevoerd.
Verwijder de batterij als u de camera een tijd lang niet gebruikt.
Schakel hiervoor van tevoren de camera met de hoofdschakelaar
uit. Anders kan de batterij na enkele weken diep ontladen, d.w.z.
de spanning daalt sterk, omdat de camera, zelfs wanneer hij is
uitgeschakeld, een geringe ruststroom (voor de opslag van uw
instellingen) verbruikt.
NL
120
Voorbereidingen
Afb. 3
1.
2.
„click“
Afb. 4 a Afb. 4 b
2.
1.
„click“
Afb. 5 bAfb. 5 a
BATTERIJ LADEN (VERVOLG)
MET USB-KABEL
Afb. 3
Aanwijzingen:
De camera mag alleen worden aangesloten op een computer of
op een standaard USB-oplaadapparaat (met een maximale
laadstroom van 500mA resp. 1A) en niet op een monitor, een
toetsenbord, een printer of een USB-hub.
Opladen via USB zal alleen starten als de camera uitgeschakeld
is.
Als de computer tijdens het opladen in de slaapstand omscha-
kelt, zal het laadproces worden gestopt.
Belangrijk:
Gebruik uitsluitend de meegeleverde USB-kabel.
MET OPLAADAPPARAAT
Netstekker van het oplaadapparaat verwisselen
Batterij plaatsen
Afb. 4 a/b
Batterij verwijderen
Afb. 5 a/b
NL
121
Batterij in de oplader stoppen
Afb. 6
Batterij uit de oplader nemen
Afb. 7
Aanwijzingen:
Het oplaadapparaat moet met de passende stekker voor de
lokale stopcontacten zijn uitgerust.
Het oplaadapparaat past zich automatisch aan de betreende
netspanning aan.
Statusindicator oplaadapparaat
Het laadproces wordt aangeduid met LED's.
Via de USB-kabel (door de LED op de camera)
Afb. 8
Brandt rood: laadproces actief
Brandt groen: batterij volledig opgeladen.
Met het oplaadapparaat (door de LED op de lader
Afb. 9)
–Rood knipperend: fout - laadproces niet actief
Brandt rood: laadproces actief
Brandt groen: batterij volledig opgeladen.
Indicaties batterijconditie
Afb. 10
De batterijconditie wordt weergegeven op de het LCD-scherm. De
indicator knippert als de batterij nog maar stroom voor een paar
opnamen heeft. Nu is het hoogste tijd de batterij te vervangen of
op te laden.
„click“
Afb. 6 Afb. 7
1.
2.
Afb. 9
Afb. 8
Afb. 10
Voorbereidingen
NL
122
Voorbereidingen
Afb. 11 a Afb. 11 b
Afb. 11 c
1.
2.
DE GEHEUGENKAART UITWISSELEN
In de Leica TL2 kunt u SD-, SDHC-, of SDXC-geheugenkaarten
gebruiken.
Dankzij een ingebouwd 32 GB geheugen kunt u ook zonder geheu-
genkaart foto's maken.
Camera uitzetten
Afb. 11 a
Geheugenkaart in de gleuf stoppen
Afb. 11 b
Geheugenkaart verwijderen
Afb. 11 c
NL
123
Voorbereidingen
Aanwijzingen:
Open het vak niet, en neem de geheugenkaart of de batterij niet
uit het vak wanneer de LED nog brandt, omdat de camera dan
nog naar het geheugen aan het wegschrijven is. Anders kunnen
de gegevens op de kaart worden beschadigd en er kunnen
fouten bij de camera optreden.
SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten hebben een schakelaar
voor schrijfbeveiliging waarmee de bestanden tegen onopzette-
lijk opslaan en/of wissen kunnen worden beschermd. Deze
schakelaar is een schuifje op de niet afgeschuinde kant van de
kaart; in de onderste stand, die met LOCK is gemarkeerd, zijn de
gegevens beveiligd.
Als de geheugenkaart niet kan worden geplaatst, controleer dan
of u hem goed om hebt.
Als er een geheugenkaart in de camera zit, worden de beelden
alleen op de kaart opgeslagen. Als er geen kaart in de camera
zit, slaat hij de opnamegegevens in het interne geheugen op.
Voor
4K video-opnamen (zie pagina 172) hebben geheugen-
kaarten met hoge datasnelheid de voorkeur. Ze moeten minstens
de Class U3-, of V30-standaard hebben. Met langzamere kaar-
ten wordt de opname eventueel afgebroken zodra de capaci-
teitsgrens van het buergeheugen in de camera is bereikt.
Het aanbod van SD/SDHC/SDXC-kaarten is zo groot dat Leica
Camera AG alle verkrijgbare typen niet volledig op compatibiliteit
en kwaliteit kan controleren. Bij gebruik van andere kaarttypen
is beschadiging van camera of kaart weliswaar niet te verwach-
ten, maar omdat vooral zogenoemde „No-Name“-kaarten ten
dele niet aan de normen voor SD-/SDHC/SDXC-geheugenkaar-
ten voldoen, kan Leica Camera AG geen garantie bieden dat zij
goed zullen functioneren.
Omdat elektromagnetische velden, elektrostatische lading
evenals defecten aan de camera of de kaart tot beschadiging of
verlies van gegevens op de geheugenkaart kunnen leiden, is het
raadzaam de gegevens regelmatig op een computer op te slaan.
NL
124
Voorbereidingen
Afb. 12
2.
3.
1.
Afb. 13
2.
3.
1.
OBJECTIEF PLAATSEN
Afb. 12
OBJECTIEF VERWIJDEREN
Afb. 13
Aanwijzingen:
Ter bescherming tegen het binnendringen van stof moet u altijd
een objectief of de cameradop op de camera laten zitten.
Om dezelfde reden moet het verwisselen van een objectief vlot
en indien mogelijk in een stofvrije ruimte gebeuren.
Camera- of objectiefkappen moeten niet in een broekzak wor-
den bewaard, omdat ze daar stof aantrekken dat bij het plaatsen
van het objectief in de camera terecht kan komen.
BRUIKBARE OBJECTIEVEN
Alle objectieven voor de Leica TL2 hebben in principe dezelfde
externe constructie: er is aan de voorzijde een externe bajonet
voor de zonnekap en een inwendige schroefdraad voor filters, dan
een instelring voor de afstand, een vaste ring met een rode index-
knop voor het verwisselen van het objectief en een contactstrip
voor de overdracht van informatie en stuursignalen.
Vario-objectieven voor de Leica TL2 hebben bovendien een extra
instelring voor de brandpuntsafstand, evenals een bijbehorende
index.
Naast Leica TL-objectieven kunnen op de Leica TL2 met haar
L-bajonet ook Leica SL-objectieven onder volledig gebruik van haar
functies worden gebruikt.
NL
125
Voorbereidingen
Scherptediepte
De objectieven voor de Leica TL2 hebben geen diafragmaring en er
is dus ook geen scherptediepteschaal beschikbaar. De overeen-
komstige waarden vind u in de tabellen op de homepage van de
Leica Camera AG.
Belichtingsmeting en -regeling met Vario-objectieven voor
de Leica TL2
Vario-objectieven voor de Leica TL2 hebben een variabele licht-
sterkte, d.w.z. dat de eigenlijke diafragma-opening afhankelijk is
van de ingestelde brandpuntsafstand. Om onjuiste belichting te
voorkomen, moet de gewenste brandpuntsafstand daarom worden
bepaald alvorens de meetwaarde is geregistreerd of de tijd/
diafragma-combinatie is aangepast. Voor meer informatie verwijzen
wij u naar de secties onder "Belichtingsmeting en -regeling" vanaf
pag. 158.
Bij gebruik van niet-systeem-compatibele flitsers moet de diafrag-
ma-instelling op de flitser altijd de werkelijke diafragmawaarde zijn.
Zonnekap
Opnamestand Transportstand
Objectieven voor de Leica TL2 worden geleverd met optimale
afgestemde zonnekappen. Dankzij hun symmetrische bajonet
kunnen ze even gemakkelijk in de opnamestand, als voor plaatsbe-
sparend bewaren omgekeerd, worden geplaatst.
Zonnekappen reduceren strooilicht en reflecties alsmede schade
en vervuiling van de frontlens.
Filters
Aan objectieven voor de Leica TL2 kunnen filters met schroefdraad
worden gebruikt. De juiste diameters vindt u in de specificaties van
de betreende objectiefhandleiding.
NL
126
Camerabediening
CAMERABEDIENING
Afb. 14
Afb. 15
HOOFDSCHAKELAAR
Afb. 14
De Leica TL2 wordt met de hoofdschakelaar in- en uitgeschakeld:
–Rode punt zichtbaar = uitgeschakeld
Rode punt niet zichtbaar = ingeschakeld
Als u de camera inschakelt, licht het LCD-scherm op.
Aanwijzing:
Als u hem voor het eerst inschakelt, of als u hem voor het eerst
inschakelt na het resetten van alle instellingen, verschijnt rechtsbo-
ven
PLAY op het LCD-scherm. Door het scherm aan te raken,
start u een welkomstvideo. De video kan worden gestopt door het
aanraken van
SKIP .
Vervolgens verschijnt het
LANGUAGE-submenu, als u dat hebt
ingesteld het
DATE/TIME-submenu en als u dat ook hebt ingesteld
uiteindelijk het schermbeeld.
INSTELWIELEN
Afb. 15
Met de beide instelwielen van de Leica TL2 bedient u in de
opname-, weergave- en menuprogramma's verschillende functies.
NL
127
Camerabediening
ONTSPANNER
Afb. 16
De ontspanner werkt in twee stappen. Door hem licht in te drukken
worden zowel de automatische afstandsinstelling, alsook de belich-
tingsmeting en -regeling geactiveerd en worden de instellingen en
de gemeten waarde geregistreerd. Als de camera van tevoren in de
stand-by modus stond, wordt hij daardoor weer geactiveerd en het
beeld op het scherm verschijnt weer.
Als de ontspanner helemaal wordt ingedrukt, vindt opname plaats.
FUNCTIEKNOP
Afb. 17
Aan deze knop kunt u met behulp van menubediening verschillende
functies toewijzen:
Video-ontspanner (fabrieksinstelling)
Omschakeling opname-/weergavemodus
Zoeker permanent inschakelen
Instelling en bediening worden in de betreende paragrafen
beschreven.
Afb. 16
Afb. 17
NL
128
kort aanraken dubbel aanraken
vegen
lang aanraken, slepen en
loslaten
spreiden
knijpen
GEBARENBESTURING
De bediening van de Leica TL2 doet u grotendeels met de links
weergegeven gebaren op het touchscreen.
Aanwijzing:
Licht aantippen is voldoende - niet drukken.
Camerabediening
NL
129
Camerabediening
Rechter werkbalk
Afb. 18 a/b
De pictogrammen aan de rechter rand van het scherm zijn de
toegang tot de bediening van de Leica TL2. Om onbedoelde acties
te voorkomen, kunt u deze pictogrammen uitschakelen.
Vergrendelen
Afb. 19 a/b
Ontgrendelen
Afb. 20 a/b
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Opnamemodus
Afb. 18 a
22:45 PM 22.02.2012
999-9000
8234/999912MP
2.8F 1/8000 12500ISO EV
INFO
Weergavemodus
Afb. 18 b
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 19 a
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 19 b
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 20 a
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 20 b
NL
130
Afb. 21 a
1/602.8F
A
823416MP
AWB
SD
INFO
Afb. 21 b
1/602.8F
A
823416MP
AWB
SD
INFO
Afb. 21 d
1/602.8F
A
823416MP
AWB
SD
INFO
Afb. 21 c
Afb. 22 a
999-9000
2.8F 1/60 100ISO
AWB
823416MP
SD
INFO
Afb. 22 b
999-9000
2.8F 1/60 100ISO
AWB
823416MP
SD
INFO
Afb. 22 d
999-9000
2.8F 1/60 100ISO
AWB
823416MP
SD
INFO
Afb. 22 c
INFO-weergave
Door herhaaldelijk
INFO-weergave aan te tippen kunt u de indica-
ties op het scherm in stappen uitbreiden.
In de opnamestand
Afb. 21a-d
1x = statusindicaties in kop- en voetregels
2x
= raster
3x
= histogram
4x
= zonder extra informatie (af fabriek)
In de weergavemodus
Afb. 22 a-d
1x = statusindicaties in kop- en voetregels
2x
= histogram
3x
= clipping en histogram
4x
= zonder extra informatie (af fabriek)
Aanwijzingen:
Bovendien verschijnt er bij handmatige afstandsinstelling een
afstandsschaal.
Details voor de histogram- en clipping-weergaven vindt u op
pagina 163/164.
Camerabediening
NL
131
Belichtingsmodi-/motiefprogramma-menu oproepen
Afb. 23 a/b
Symbool boven in de werkbalk aanraken
MY CAMERA-menu oproepen
Afb. 24 a/b
-symbool aanraken
Dit menu kan individueel worden samengesteld met de functies uit
het hoofdmenu. Daardoor hebt u sneller toegang tot de functies die
voor u het belangrijkst zijn.
Hoofdmenu starten
Afb. 25 a-c
-symbool in het MY CAMERA-menu aanraken
Het hoofdmenu bevat alle menufuncties van de camera.
Opbouw van het hoofdmenu
De negen tegels van het hoofdmenu vormen de toegang tot de
betreende functiesecties. Elke groep bevat een verschillend
aantal submenupunten.
De menupunten van een hoofdmenu-functiesectie oproepen
Afb. 26 a/b
U kunt een functiesectie starten door de bijbehorende tegel aan te
raken.
= terug naar het vorige menuniveau/-instelling, respectievelijk
menubediening verlaten
P
Afb. 23 b
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
Afb. 23 a
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
Afb. 24 a Afb. 24 b
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
Afb. 25 a
Afb. 25 c
Afb. 25 b
Afb. 26 a Afb. 26 b
Camerabediening
NL
132
Camerabediening
Afb. 27 a Afb. 27 b
Afb. 28 a Afb. 28 b
Afb. 28 d Afb. 28 c
Navigatie in het hoofdmenu en het MY CAMERA-menu
De camera biedt twee verschillende mogelijkheden om, binnen
menu´s, de submenu´s, en binnen de menupunten te navigeren.
door middel van gebaren
Afb. 27 a/b
met de instelwielen (beide hebben in dit geval dezelfde functie)
en gebaren
Afb. 28 a-d
Als tot één van de hoofdmenu-functiesecties meer dan negen
menupunten behoren, zijn deze verdeeld over twee pagina´s. In
het
MY CAMERA-menu is dit eveneens mogelijk. In dergelijke
gevallen verschijnt links een voortgangsbalk, die als oriënterings-
hulp de actuele positie binnen het menu aangeeft.
Aanwijzing:
Menufuncties die, bijvoorbeeld als gevolg van andere instellingen,
niet ter beschikking staan, worden grijs (in plaats van wit) weerge-
geven, en worden overgeslagen.
NL
133
Camerabediening
Menutegels
Zowel de functiesecties van het hoofdmenu als de menupunten
verschijnen in de vorm van tegels.
Gegevens op de menupunt-tegels
Afb. 29 a
Weergave voor een tegel zonder submenu, instelling van
de functievarianten (maximaal 5) vindt direct plaats
Afb. 29 a-d
Pictogram of numerieke waarde
Afb. 29 a-d
Aanduiding van het menu-item ofwel de ingestelde
menufunctie.
Afhankelijk van de omvang van de menufunctie biedt de tegel:
de directe instelling van de opties of
–toegang tot een submenu
Direct instellen van de opties van een functie
Bij direct aanpasbare menutegels kunt u de volgende optie eenvou-
dig door aanraken
starten
Afb. 30 a-c.
b
c
b
c
b
c
b
c
a
Afb. 29 c Afb. 29 d
Afb. 29 a Afb. 29 b
a
Weergave voor direct instelbare functievarianten,
aantal punten = beschikbare varianten
b
Symbool / afkorting voor ingestelde functie, respectievelijk ingestelde waarde
c
Functie-/tegelaanduiding, respectievelijk ingestelde functie
Afb. 30 a Afb. 30 b
Afb. 30 c
NL
134
Camerabediening
Afb. 31 a
Afb. 31 b Afb. 31 c
Afb. 31 d Afb. 31 e
Afb. 31 f
Een menupunt selecteren / de functievarianten in
submenu's instellen
Menu-items waarvan uitsluitend de indicaties
b
en
c
te zien zijn,
worden in submenu's ingesteld. De structuur verschilt, afhankelijk
van de functie.
Instellingen in submenu's met gebarenbesturing
Afb. 31 a-f
D.m.v. vegen kunt u de submenulijst regel voor regel doorbladeren.
Aanwijzingen:
Gemarkeerde submenupunten kunnen altijd ook worden inge-
steld door
SET in de werkbalk aan te raken.
Een submenu kan uit twee pagina's bestaan. In zo'n geval geeft
aan de linker zijde een voortgangsbalk aan, op welke pagina u
zich nu bevindt.
NL
135
Camerabediening
Instellingen in submenu's met de instelwielen en
gebarenbesturing
Afb. 32 a-e
Met de instelwielen - beide hebben in dit geval dezelfde
Functie - kunnen individuele submenu-items worden geselecteerd.
Bij verdere rotatie voorbij het eerste ofwel laatste submenu-item
van een pagina 'springt' de submenulijst een pagina verder, d.w.z.
de volgende, resp. vorige regels verschijnen. Dit geldt ook voor het
begin en het eind van de submenulijst (=> 'eindeloze
lus').
Algemene opmerkingen over de menubediening
Instellingen in de menupunten die verschillen van de vorige
verklaringen of extra stappen bevatten, zijn beschreven in het
kader van de betreende menupunten.
Sommige menupunten zijn mogelijk niet beschikbaar, bijvoor-
beeld omdat de respectieve functies in de scènemodi vaste
instellingen zijn, of omdat zij betrekking hebben op de als toebe-
horen verkrijgbare, in dit geval niet geplaatste, externe zoeker.
Deze menupunten hebben in dat geval een grijs functie-picto-
gram (in plaats van wit) en kunnen niet worden geselecteerd.
Normaal gesproken opent het menu met de laatst gekozen optie
open.
Afb. 32 a
Afb. 32 b
Afb. 32 c
Afb. 32 e
Afb. 32 d
NL
136
Camerabediening
Afb. 33 a Afb. 33 b
Afb. 33 d
Afb. 33 c
MY CAMERA-menu aanpassen
Bij aflevering zijn in het
MY CAMERA-menu meerdere functies vooraf
gedefinieerd.
Binnen het
MY CAMERA-menu kan de positie van iedere functie
worden veranderd, maar ook kan ieder menupunt in de hoofdme-
nu-functiesectie worden toegevoegd of worden verwijderd. Deze
vrije menu-inrichting maakt de individuele aanpassing aan uw
persoonlijke voorkeuren mogelijk en biedt snelle toegang tot de
functies die u het meest gebruikt.
Menupunten toevoegen
Afb. 33 a-d
Menu-items voegt u toe met het gebaar .
NL
137
Camerabediening
Volgorde menupunten wijzigen
Afb. 34 a-d
De menupunten worden aanvankelijk weergegeven in volgorde van
selectie. De volgorde kan willekeurig worden gewijzigd.
Menupunten wissen
Afb. 35 a-c
Alle functies kunnen weer uit het MY CAMERA-menu worden verwij-
derd door ze naar
te slepen.
Afb. 34 a
Afb. 34 b
22:45 PM 22.02.2012
999-9000
8234/999912MP
2.8F 1/8000 12500ISO EV
INFO
Afb. 34 d
22:45 PM 22.02.2012
999-9000
8234/999912MP
2.8F 1/8000 12500ISO EV
INFO
Afb. 34 c
Afb. 35 a
Afb. 35 b
22:45 PM 22.02.2012
999-9000
8234/999912MP
2.8F 1/8000 12500ISO EV
INFO
Afb. 35 a
Afb. 35 c
NL
138
Camerabediening
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 36 a
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 36 b
ISO P
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
ISO P
Afb. 36 c
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 37 a
ISO P
P
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
P
Afb. 37 b
P
1/602.8F
AWB
823416MP
SD
Instelwiel-menu
Het rechter instelwiel is in sluitertijd-, diafragma- en program-
ma-automaat toegewezen aan de functies van diafragma, sluiter-
tijd, en programmashift. Aan het linker instelwiel kunnen in deze
modi de zes in
Afb. 36 c
getoonde tegels worden toegewezen. Af
fabriek is
ISO
gespecificeerd.
Instelwiel-menu starten
Afb. 36 a-c
De functie-indicaties voor de instelwielen verschijnen, als u één van
de instelwielen een klik verder draait. Door het aanraken van de
linker functie-indicatie verschijnen de selecteerbare functietegels.
De instelwiel-functies ver-/ontgrendelen
Afb. 37 a/b
U kunt de functie van een instelwiel ver-/ontgrendelen, door de
betreende functie-indicatie langere tijd aan te raken. Dit is moge-
lijk met beide instelwielen.
NL
139
Camerabediening
Gewenste functie aan linker instelwiel toekennen
Met gebarenbesturing
Afb. 38 a/b
Met instelwiel en gebarenbesturing
Afb. 39 a-f
Aanwijzing:
Onafhankelijk van het feit welke van de functietegels in de menu-
lijst is geactiveerd (voorzien van rood kader), kan iedere tegel altijd
worden geselecteerd door hem aan te raken.
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
ISO P
Afb. 38 a
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
WB P
Afb. 38 b
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
ISO P
Afb. 39 a
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
ISO P
Afb. 39 b
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
ISO P
Afb. 39 d
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
ISO P
Afb. 39 c
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
WB P
Afb. 39 f
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
ISO P
Afb. 39 e
NL
140
Camera-basisinstellingen
CAMERA-BASISINSTELLINGEN
MENUTAAL
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
In het submenu de gewenste taal selecteren
DATUM/TIJD
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
Datum/tijd instellen
Afb. 40
Deze waarden worden in vijf "kolommen" op dezelfde manier
ingesteld.
Afb. 40
Bevestigen door SET aan te raken
Tijdzone selecteren
Afb. 41 a-c
Elke aanraking of elk slepen resulteert in het verdergaan naar de
volgende tijdzone.
Afb. 41 c
Afb. 41 bAfb. 41 a
Afb. 42 a
Bevestigen door SET aan te raken
Tijdsindeling selecteren
Afb. 42
Afb. 42
Bevestigen door SET aan te raken
NL
141
Camera-basisinstellingen
Zomer-/wintertijd in-/uitschakelen
Afb. 43 a/b
Afb. 43 a Afb. 43 b
= uitgeschakeld, = ingeschakeld
Bevestigen door SET aan te raken
Aanwijzing:
Zelfs als er geen batterij is geplaatst, of als deze leeg is, blijft de
instelling van datum en tijd dankzij een ingebouwde buerbatterij
gedurende circa 2 dagen behouden. Daarna moet hij dan wel weer
worden ingesteld.
Automatische uitschakeling van de camera
Wanneer deze optie is ingeschakeld, schakelt de camera na afloop
van de geselecteerde tijd (1/2/5/10/20 min) in de energiebespa-
rende stand-by-modus.
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
Aanwijzingen:
Ook als de camera zich in de stand-by-modus bevindt, kan hij
altijd door indrukken van de ontspanner of door uit- en inschake-
len met de hoofdschakelaar weer worden geactiveerd.
NL
142
Camera-basisinstellingen
Akoestische signalen
Met de Leica TL2 kunt u instellen of bedieningsprocessen, bijv. een
volle geheugenkaart, moeten worden gemeld met geluiden, of dat
de werking van de camera en het fotograferen zelf grotendeels
geruisloos moeten zijn.
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
In de submenu's Volume, Click , SD card full, AF Confirmation de
gewenste instellingen selecteren (
OFF, LOW, HIGH)
LCD-scherm-/zoekerinstellingen
Voor optimale waarneming en voor aanpassing aan verschillende
lichtomstandigheden kunt u de helderheid en kleurweergave
wijzigen.
Aanwijzingen:
De hieronder met behulp van instellingen op het LCD-scherm
beschreven bediening geldt in gelijke mate voor de zoekerinstel-
lingen, d.w.z. ook voor de twee menupunten
EVF BRIGHTNESS
en
EVF COLOR ADJUSTMENT.
Indien de als accessoire beschikbare, externe elektronische
zoeker Leica Visoflex niet is bevestigd, kunnen deze menupunten
niet worden gekozen en zijn de betreende pictogrammen dan
ook grijs.
De zoeker wordt automatisch ingeschakeld - en het LCD-scherm
gaat uit - zodra de sensor in het oculair van de zoeker detecteert
dat u erdoorheen kijkt. Als de menubediening actief is, gebeurt
dit echter pas nadat u op de sluiterknop drukt. U kunt de zoeker
echter ook met de functieknop in- en uitschakelen, als deze
navenant is ingesteld (zie volgende pagina).
Helderheidsinstellingen
In het hoofdmenu
selecteren
of selecteren
In het submenu AUTO selecteren (voor automatische, door het
omgevingslicht gestuurde instelling)
of
In het submenu op de schaal met
of één van de beide
instelwielen gewenste instelling realiseren
NL
143
Camera-basisinstellingen
Kleurinstellingen
Afb. 44
In het hoofdmenu selecteren
of
selecteren
1.
3.
2.
2.
2.
2.
Afb. 44
1. Cursor voor de momentele instelling
2. Kleur-richtingen (Y = yellow/geel, G = green/
groen, B =blue/blauw, M = magenta)
3. Pictogram voor reset naar neutrale (middelste)
positie
De aanvankelijk in het midden liggende cursor met , of met
de instelwielen - verticaal met het linker, horizontaal met het
rechter - naar de positie verplaatsen die de gewenste kleurweer-
gave op het LCD-scherm / zoekerbeeld oplevert, d.w.z. in rich-
ting van de betreende kleurgegevens aan de randen
De kleurweergave van het monitor-/zoekerbeeld verandert
aan de hand van de instelling.
Instellen der functieknop voor het permanent inschakelen
van de zoeker
In het hoofdmenu
selecteren
In
selecteren
Aanwijzing:
Als deze functie is ingesteld, blijft na het voor de eerste keer
indrukken van de functieknop de monitor in principe uit; dat wil
zeggen: onafhankelijk van het feit of u uw oog bij de zoeker hebt of
niet. Als u nogmaals op de functieknop drukt, activeert u weer de
automatische omschakeling tussen zoeker en monitor.
Automatische uitschakeling van de monitor
Met deze functie kunt u selecteren na hoeveel tijd de monitor
wordt uitgeschakeld, ofwel of hij ingeschakeld moet blijven. Auto-
matisch uitschakelen bespaart niet alleen stroom, maar zorgt er
ook voor dat de camera sneller weer klaar is voor gebruik.
In het hoofdmenu
selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
NL
144
Opname-basisinstellingen
OPNAME-BASISINSTELLINGEN
Bestandsformaat/compressiegraad
Het JPEG-formaat
JPG en het standaard 'onbewerkte gegevens'-for-
maat
DNG (digital negative) staan ter beschikking. Beide kunnen
zowel afzonderlijk als samen worden gebruikt.
In het hoofdmenu
selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
DNG-compressie
Voor het
DNG-formaat kunt u kiezen uit ongecomprimeerde opslag
van de opnamegegevens en (om de bestandsgrootte te verkleinen),
voor een volledig verliesvrije comprimering.
In het hoofdmenu
selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
Aanwijzing:
Het aantal resterende opnamen, of de resterende opnametijd, is
slechts een benadering, aangezien de bestandsgrootte van gecom-
primeerde foto's, afhankelijk van het gefotografeerde object, sterk
kan variëren.
JPEG-resolutie
Als u het
JPG-formaat hebt geselecteerd, kunt u nog uit drie ver-
schillende opnameresoluties (aantal pixels) kiezen. Beschikbaar:
6M, 12M en 24M (M = megapixels). U kunt deze aanpassen aan het
gebruiksdoel van de opnamen, resp. de capaciteit van de
geplaatste geheugenkaart.
In het hoofdmenu
selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
Aanwijzing:
Het
DNG-formaat werkt, onafhankelijk van de JPG-instelling, altijd
met de hoogste resolutie.
NL
145
Opname-basisinstellingen
Witbalans
In de digitale fotografie zorgt de witbalans voor een neutrale, d.w.z.
natuurgetrouwe kleurweergave bij elk licht. De kleur die als wit
moet worden weergegeven, wordt vooraf in de camera ingesteld.
U kunt kiezen uit automatische witbalans, verschillende voorinstel-
lingen, twee zelf vast te leggen, op specifieke metingen gebaseerde
instellingen en de directe instelling van de kleurtemperatuur.
1.
Automatic (automatische instelling)
2.
Daylight (voor buitenopnamen in de zon)
3.
Cloudy (voor buitenopnamen bij bewolkte hemel)
4.
Shadow (voor buitenopnamen met het belangrijkste onderwerp
in de schaduw)
5.
Tungsten (voor verlichting met gloeilampen)
6.
Flash (voor verlichting door een elektronische flitser)
7.
Greycard 1 (geheugenruimte voor eigen meetresultaten)
8.
Greycard 2 (geheugenruimte voor eigen meetresultaten)
9.
Color temp. (ruimte voor vaste waarde)
Vaste voorinstellingen
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
In het 1e submenu gewenste instelling selecteren
Handmatig instellen door meting
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
In het 1e submenu naast Greycard 1 of Greycard 2 selecte-
ren
In het midden van het LCD-scherm verschijnt een geel frame
met een instructie eronder.
Richt het frame op een uniform wit of grijs object waarmee het
volledig wordt gevuld
Bevestigen door SET aan te raken
De camera maakt een opname en voert meting en opslag door.
Deze instellingen kunt u vervolgens met
Greycard 1 of Greycard 2
weer oproepen.
Direct instellen van de kleurtemperatuur
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
In het 1e submenu naast Color temp. selecteren
In het 2e submenu gewenste waarde selecteren
Witbalans-opties met het linker instelwiel selecteren.
Als aan het linker instelwiel de functie
WB
wordt toegekend, kunt
u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren.
NL
146
Opname-basisinstellingen
ISO-filmgevoeligheid
De ISO-instelling bepaalt de mogelijke combinaties van sluitertijd
en diafragma bij een bepaalde helderheid. Hogere gevoeligheden
laten snellere sluitertijden en/of kleinere diafragmawaarden toe
(om bijv. snelle actie te "bevriezen" of de scherptediepte te vergro-
ten), maar dit kan wel meer ruis in de foto tot gevolg hebben.
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
In het submenu de gewenste instelling selecteren (d.w.z. AUTO
ISO voor de automatische instelling, of één van de acht voorge-
programmeerde instellingen)
Als aan het linker instelwiel de functie
ISO
wordt toegekend, kunt
u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren.
In de variant
AUTO ISO is het mogelijk om het te gebruiken gevoe-
ligheidsbereik te beperken (bijv. de beeldruis te controleren),
bovendien kan de langste te gebruiken sluitertijd worden vastge-
legd (om bijv. onscherpe opnamen van bewegende objecten te
vermijden):
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
Submenu Max. exposure time en/of Maximum ISO selecteren
In submenu Max. exposure time en/of Maximum ISO de
gewenste instellingen selecteren
JPEG-beeldeigenschappen (Film Mode)
Een van de vele voordelen van digitale fotografie is de zeer eenvou-
dige wijziging van elementaire beeldeigenschappen.
Bij de Leica TL2 kunt u daarom kleurweergave en contrast,
scherpte en kleurverzadiging reeds voor de opname beïnvloeden.
Aanwijzing:
De in de volgende twee paragrafen beschreven functies en instel-
lingen hebben alleen betrekking op opnamen met het
JPG-formaat.
Als het
DNG-bestandsformaat is vastgelegd, dan hebben deze
instellingen geen eect, omdat de opnamegegevens in dit geval
altijd in de oorspronkelijke vorm worden opgeslagen.
Kleurweergave
Voor kleurweergave kunt u kiezen uit
Standard, Vivid – voor sterk
verzadigde kleuren – en
Natural – voor iets zwakker verzadigde
kleuren en een iets zachter contrast. Er zijn ook nog twee
zwart-wit-instellingen
B&W Natural (natuurlijk) en B&W High Con-
trast (hoog contrast).
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
In het submenu de gewenste instelling selecteren
NL
147
Opname-basisinstellingen
Contrast, scherpte, verzadiging
Van elke kleurweergave-instelling kunt u bovendien deze 3 beeldei-
genschappen wijzigen.
Het contrast, d.w.z. het verschil tussen lichte en donkere par-
tijen, bepaalt of een beeld meer „mat“ of meer „briljant“ over-
komt. Daarom kan het contrast door vergroten of verkleinen van
dit verschil, d.w.z. door de heldere weergave van lichte en
donkere partijen worden beïnvloed.
Een scherpe afbeelding door de juiste afstandsinstelling – ten-
minste van het onderwerp – is een voorwaarde voor een gelukte
opname. De indruk van scherpte van een opname wordt weer
sterk bepaald door de scherpte aan de randen, d.w.z. hoe klein
het overgangsgebied van licht naar donker aan de randen van de
opname is. Door het vergroten of verkleinen van dit gebied kan
dus ook de indruk van scherpte worden gewijzigd.
De verzadiging bepaalt bij kleurenfoto's of de kleuren op het
beeld wat „fletser“ en pastelkleurig of meer„knallend“ en inten-
sief overkomen.
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In het 1e submenu de gewenste kleurweergave
aanraken
In het 2e submenu
Afb. 45
bij gewenste beeldeigenschap met
, of rechter instelwiel instellen
Afb. 45
Bevestigen door SET aan te raken
Als dit dusdanig is ingesteld, zal de betreende kleurweerga-
ve-optie in het 1e submenu door een extra sterretje, bijvoor-
beeld
Standard*, gekenmerkt zijn.
NL
148
Opname-basisinstellingen
ANDERE OPNAME-INSTELLINGEN
Beeldstabilisatie
Bij het gebruik van Leica SL-objectieven met OIS-uitrusting kunt u
hun geïntegreerde stabiliseringfunctie met de Leica TL2 gebruiken.
Op deze manier kunt u scherpe beelden ook realiseren met sluiter-
tijden die anders te langzaam zouden zijn.
In het hoofdmenu
selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
Aanwijzingen:
Bij het gebruik van Leica TL-objectieven is dit menupunt niet
selecteerbaar en daarom is het betreende pictogram grijs
weergegeven.
Meer informatie over OIS ontneemt u aan de betreende objec-
tief-handleiding.
Zelfontspanner
Met de zelfontspanner kunt u een opname met een vertraging van
naar wens 12 of 2 seconden maken. Dit is bijv. bij groepsopnamen
heel handig, waarbij u zelf ook in beeld wilt verschijnen of wanneer
u bewegingsonscherpte bij het afdrukken wilt vermijden. In zulke
gevallen is het raadzaam de camera op een statief te bevestigen.
Bovendien kunt u bij de instelling kiezen, of de zelfontspanner
slechts voor één opname moet worden gebruikt, of vaker (
Perma-
nent-varianten).
In het hoofdmenu selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
Als aan het linker instelwiel de functie
wordt toegekend (zie
pag. 138), kunt u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selec-
teren.
Wanneer de zelfontspanner wordt gebruikt, verschijnt er
,
, of .
Bediening:
Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken
De voorlooptijd wordt aangegeven door het knipperende lampje
van de zelfontspanner:
12 s voorlooptijd: eerst langzaam, dan sneller tijdens de
laatste 2 s
2 s voorlooptijd: net als hierboven, tijdens de laatste 2 s
Op het LCD-scherm telt de resterende tijd af.
Aanwijzingen:
Een reeds lopende voorlooptijd kan op elk gewenst moment
opnieuw worden gestart door de ontspanner in te drukken. U
kunt de procedure echter uitsluitend annuleren door de camera
uit te schakelen.
Als één van de beide
Permanent-varianten is ingesteld, blijft de
functie na het uit- en weer inschakelen van de camera actief.
Als de zelfontspanner geactiveerd is, zijn er altijd slechts afzon-
derlijke opnamen mogelijk, d.w.z. serieopnamen evenals auto-
matische belichtingsreeksen kunnen niet met de zelfontspan-
ner-modus worden gecombineerd.
Tijdens zelfontspanning vindt instelling van scherpte en belich-
ting niet plaats bij het drukpunt van de ontspanner, maar pas
direct voor de opname.
NL
149
Opname-basisinstellingen
Registratie van opnamelocatie met GPS
De optionele externe zoeker Leica Visoflex (Typ 020) bevat een
GPS-ontvanger (GPS = Global Positioning System). Als de zoeker is
geplaatst, kan de camera de locatie-coördinaten aan de opname-
gegevens toevoegen.
Instellen van de functie
In het hoofdmenu
selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
Het pictogram "satelliet" op het LCD-scherm geeft de huidige
status weer:
GPS is uitgeschakeld: geen indicatie
GPS ingeschakeld, geen receptie:
GPS ingeschakeld en receptie:
Opmerkingen bij deze functie:
Voorwaarde voor de GPS-positiebepaling is een zo 'vrij mogelijk
zicht' naar minstens drie GPS-satellieten (op elke plek ter wereld
zijn er altijd 9 beschikbaar).
Let erop dat de zoeker niet door uw hand of door andere voor-
werpen (vooral geen metalen) wordt bedekt.
Een foutloze ontvangst van signalen van GPS-satellieten is
bijvoorbeeld op de volgende plaatsen of situaties eventueel niet
mogelijk. In dergelijke gevallen zal er geen of slechts een gebrek-
kige positiebepaling mogelijk zijn.
in gesloten ruimtes
onderaards
onder bomen
in een bewegend voertuig
in de buurt van hoge gebouwen of in nauwe dalen
in de buurt van de hoogspanningsleidingen
in tunnels
in de buurt van 1,5 Ghz mobiele telefoons
Aanwijzing voor veilige toepassing:
Denkt u er aan bijv. aan boord van een vliegtuig voor het starten of
landen, in ziekenhuizen en op plaatsen waar radioverkeer aan
beperkingen onderworpen is, altijd de GPS-functie uit te schakelen.
Belangrijk (juridische gebaseerde gebruiksbeperkingen):
In bepaalde landen of regio's is het gebruik van GPS en daarmee
samenhangende technologieën zo mogelijk beperkt. Voor reizen
naar het buitenland dient u zich in elk geval bij de ambassade van
het betreende land, resp. uw reisorganisatie hierover te informe-
ren.
NL
150
Opnamemodus
OPNAMEMODUS
Serieopnamen
Met de Leica TL2 zijn zowel individuele als serieopnamen mogelijk.
In het hoofdmenu selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
Aanwijzingen:
Serieopnamen met een frequentie van 7 b/s zijn mogelijk,
zolang de sluitertijd
1
60s en korter is.
Serieopnamen met flits zijn niet mogelijk. Als de flitsfunctie toch
is geactiveerd, wordt er slechts één opname gemaakt.
Als serieopnamen zijn ingesteld en u de zelfontspanner gebruikt,
wordt er slechts één opname gemaakt.
Na een reeks van maximaal 29opnamen wordt de opnamefre-
quentie iets langzamer. Dit ligt aan de tijd die vereist is voor de
overdracht van gegevens uit het tijdelijke geheugen van de kaart,
ofwel het interne geheugen.
Hoeveel foto's er ook in een serie zijn genomen, u krijgt altijd de
laatste opname het eerst te zien.
Afstandsinstelling
Met de Leica TL2 kan de afstandsinstelling zowel automatisch als
ook handmatig gebeuren. Voor de automatische instelling zijn er
twee Autofocus-modi:
AFs (enkelvoudige autofocus)/AFc (continue
autofocus). Bij beiden kunt u steeds kiezen tussen varianten die
het gehele afstand-instelbereik omvatten, of slechts het nabijbereik
(om de instelprocedure te versnellen).
Autofocus (AF / Automatische afstandsinstelling)
In het hoofdmenu selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
Als aan het linker instelwiel de functie
AF
wordt toegekend, kunt
u daarmee de gewenste optie -
AFs
/
AFc
of
MF
- rechtstreeks
selecteren.
De geselecteerde functie wordt weergegeven op het LCD-
scherm.
De
AFs-modus moet gebruikt worden, als men objecten wenst op
te nemen die helemaal niet of slechts weinig bewegen. Men focust
door een lichte druk op de ontspanner (eerste drukpunt) op het
bereik dat scherp moet worden gesteld. Als het object zich tussen
het eerste drukpunt en de opname heeft bewogen, ligt de scherpte
waarschijnlijk niet meer in het gewenste bereik. De
AFc -modus
daarentegen moet worden gebruikt, wanneer men bewegende
objecten wenst op te nemen. Hier wordt eveneens op een gewenst
bereik gefocust via een eerste drukpunt van de ontspanner. Terwijl
deze tot het eerste drukpunt wordt vastgehouden, stelt de camera
het vooraf gefocuste bereik tot aan de opname permanent scherp.
NL
151
Opnamemodus
De succesvolle AF-instelling wordt als volgt weergegeven:
de rechthoek wordt groen
bij een multi-veld-meting ziet u t/m 9 rechthoekjes
een akoestisch signaal wordt gegenereerd (indien geacti-
veerd).
Aanwijzingen:
Ook als u de sluiter half ingedrukt houdt, is het in de autofo-
cus-modus altijd mogelijk de automatisch ingestelde afstand met
de afstandsinstelring handmatig aan te passen.
De gegevens worden samen met de belichtingsinstelling opge-
slagen.
In bepaalde situaties kan het AF-systeem de afstand niet correct
instellen, bijv.:
de afstand tot het onderwerp ligt buiten het beschikbare
instellingsbereik van het objectief op de camera en/of
het motief is niet voldoende belicht, (z. volgende paragraaf).
Dergelijke situaties en onderwerpen worden aangeduid met:
de rechthoek wordt rood;
met de multi-veld-meting: de indicatie verandert in een enkele
rode rechthoek
Bij het gebruik van Leica M-, respectievelijk R-objectieven door
middel van de als accessoire verkrijgbare Leica M-, respectieve-
lijk R-adapter L is uitsluitend handmatige instelling van de
afstand mogelijk.
Afhankelijk van het gebruikte Leica TL-objectief wordt het punt
FOCUS MODE aangevuld met de meetmethoden AFs Macro en
AFc Macro.
Belangrijk:
De ontspanner is niet vergrendeld, ongeacht of de afstandsinstel-
ling voor het betreende onderwerp correct is of niet.
AF-hulplicht
Het ingebouwde AF-hulplicht verbetert het bereik van het AF-sys-
teem in omstandigheden met weinig licht. Als de functie geacti-
veerd is en deze omstandigheden optreden, gaat dit licht aan
wanneer u op de ontspanner drukt.
In het hoofdmenu selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
Aanwijzing:
Het AF-hulplicht heeft een bereik van ongeveer 4 m. Daarom werkt
de AF-modus in omstandigheden met weinig licht op een langere
afstand niet.
NL
152
Opnamemodus
Autofocus-meetmethoden/modussen
Om het AF-systeem aan verschillende onderwerpen, situaties en
uw eigen compositie-ideeën aan te passen, kunt u met de Leica
TL2 uit vijf AF-meetmethoden kiezen:
In het hoofdmenu selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
In het submenu de gewenste instelling selecteren
Spot-/enkelvoudige meting
Beide meetmethoden detecteren alleen delen van het onderwerp in
het betreende AF-kader.
De betreende meetsegmenten zijn gemarkeerd met een klein
AF-kader.
Dankzij het extreem kleine meetbereik van de spotmeting kan het
op zeer kleine details in het onderwerp worden gericht.
Het iets grotere meetbereik van de 1-segment-meting is minder
gevoelig bij het richten, dus gemakkelijker te hanteren, maar zorgt
nog steeds voor een selectieve meting.
Deze meetmethoden kunnen ook worden gebruikt voor opname-
reeksen waarbij het deel van het onderwerp dat scherp moet zijn
zich steeds op dezelfde, niet-centrale positie in beeld bevindt.
Bij beide meetmethoden kunt u het normaal in het midden van het
schermbeeld geplaatste AF-kader naar een andere plaats verschui-
ven Dit kunt u via het menu of direct instellen.
Directe bediening
Afb. 46 a-c
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
SET
Afb. 46 a
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
SET
Afb. 46 b
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
SET
Afb. 46 c
Menubediening na selectie van de functie via menu
Afb. 47 a-c, d/e
In het hoofdmenu selecteren
In het
-submenu bij de gewenste meetmethode
aanraken
Vervolgens kunt u het meetveld op twee manieren verplaatsen.
NL
153
Opnamemodus
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
SET
Afb. 47 a
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 47 b
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 47 c
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
SET
Afb. 47 d
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 47 e
Het kader kan vóór deze bevestiging weer direct naar zijn middel-
ste stand terug worden gebracht
Afb. 48 a/b
.
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 48 a
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
SET
Afb. 48 b
Aanwijzing:
In beide gevallen blijven de meetvelden, ook bij gewijzigde meet-
methode en na het uitschakelen van de camera, op hun eerder
bepaalde posities.
Fotograferen
1. AF-kader op gewenst motief richten respectievelijk verschuiven
2. Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt
Het meetsysteem meet het motief waarop u richt en slaat
het op.
3. Ontspanner tot aan de gewenste opnamesituatie ingedrukt
houden
• Het kader 'volgt' het opgeslagen motief.
4. Druk de ontspanner helemaal in om de opname te maken
Aanwijzingen:
Het volgen werkt onafhankelijk van het feit, of als AF-modus
AFs
of
AFc is ingesteld.
Het volgen wordt beëindigd, als u de ontspanner vóór de
opname loslaat. Het meetveld blijft in deze situatie op de laat-
stelijk bereikte locatie.
NL
154
Opnamemodus
Touch AF/Touch AF + afdrukken
Met deze modus kan het de AF-kader voor elke opname, zonder
extra menu-instellingen, worden verplaatst. Meetkarakteristieken
en grootte van het meetveld komen overeen met de enkelvoudige
meting.
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In het submenu Touch AF of Touch AF + Release selecteren
Meetsegment verplaatsen
Afb. 49 a/b
Raak het LCD-scherm op de gewenste positie in het beeldveld
aan
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
Afb. 49 a
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
Afb. 49 b
Het AF-kader springt naar de geselecteerde positie
Opnamen
Het scherpstelproces start in dit geval niet pas als de ontspanner
licht wordt ingedrukt, maar meteen als het scherm wordt aange-
raakt. Bovendien kunt u met de functie
Touch AF + Release door
slechts eenmaal het scherm aan te raken focussen en automatisch
een opname maken.
Aanwijzing:
Het meetveld blijft op zijn laatste vastgelegde positie - ook nadat
de camera is uitgeschakeld
NL
155
Opnamemodus
Multi-veld-meting
Deze meetmethode meet het onderwerp in 49 segmenten. De
scherpstelling richt zich automatisch naar de delen van het onder-
werp die het dichtstbij zijn om maximale zekerheid te bieden voor
snapshots. De gebruikte segmenten worden door AF-kaders aange-
duid.
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In het submenu Multi Point selecteren
Gezichtsherkenning
In deze modus herkent de Leica TL2 automatisch gezichten in het
beeld en stelt scherp op de gezichten op de kortste afstand. Als er
geen gezichten worden gedetecteerd, wordt de multi-segment-me-
ting toegepast.
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In het submenu Face Detection selecteren
NL
156
Opnamemodus
Handmatige afstandsinstelling
Bij bepaalde onderwerpen en situaties kan het nuttig zijn de
afstand zelf in te stellen in plaats van met autofocus te werken.
Bijvoorbeeld, als u dezelfde instelling gebruikt voor meerdere
opnamen en het gebruik van meetwaarden lastiger zou zijn, of als
voor landschappen de instelling op oneindig wilt laten staan, of als
door slechte, d.w.z. zeer donkere lichtomstandigheden de AF niet
of nauwelijks functioneert.
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In het submenu MF selecteren
De handmatige afstandsinstelling doet u met de bijbehorende ring
op het objectief.
De optimale instelling is bereikt, als het LCD-scherm het essentiële
deel (of delen) van uw onderwerp zoals gewenst weergeeft.
Aanwijzing:
Handmatige afstandsinstelling is, als u de sluiter half ingedrukt
houdt, in de autofocus-modus altijd mogelijk.
Hulpfunctie voor handmatige afstandsinstelling
Om de instelling te vereenvoudigen of de instelnauwkeurigheid te
verhogen, zijn bij de Leica TL2 twee hulpmiddelen beschikbaar:
Markering scherp afgebeelde objectdelen („Focus Peaking”): De
randen van scherp afgebeelde motiefdelen worden rood weerge-
geven, zodat de optimale instelling zeer eenvoudig is te herken-
nen.
De vergrote weergave van een gemiddelde uitsnede:
Achtergrond: Hoe groter de details van het motief op de monitor
worden afgebeeld, des te beter kan hun scherpte worden beoor-
deeld en hoe nauwkeuriger de afstand kan worden ingesteld.
In de fabrieksinstelling is Focus Peaking ingeschakeld. U kunt
echter ook de vergrotingsfunctie bijschakelen of beide functies
gelijktijdig inschakelen.
Functies selecteren
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In On selecteren
Scherpte instellen
Afb. 50 a/b
Beeldfragment bepalen
1/100 ISOAUTO0.0F
A
823416MP
AWB
SD
INFO
MF
ISO
Afb. 50 a
NL
157
Opnamemodus
Afstandsinstelring van het objectief draaien
Alle scherp gestelde details worden gemarkeerd door rode
kaders. Dit vindt plaats volgens het principe: maximaal con-
trast = scherp.
Alternatief of gelijktijdig (zie vorige pagina) wisselt het moni-
torbeeld naar een driemaal vergrote uitsnede. Bovendien
verschijnt een indicatie, die zowel het momentane (wit gemar-
keerde) als het alternatief beschikbare vergrotingsniveau
weergeeft.
Door de niet geaccentueerde vergrotingsfactor aan te raken,
kan de vergroting met een factor zes worden vergroot, respec-
tievelijk kan tussen beiden worden omgeschakeld.
Het eerst verschijnende vergrotingsniveau is altijd het laatst
gebruikte niveau.
Circa 5s na de laatste afstandsinstelling schakelt de camera
automatisch terug naar het oorspronkelijke monitorbeeld. Dit
kan altijd ook worden gerealiseerd door de ontspanner in te
drukken tot het eerste drukpunt.
Gewenste motiefdelen scherpstellen
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
x3
x6
A
INFO
0,3 1 2
631
ft
m
1
2
Afb. 50 b
1 x3-/x6-veld voor aanpassing van
de vergroting
2 Afstandsschaal: de balk duidt de
momentele instelling aan (ver-
schijnt samen met de statusindica-
ties, zie "De INFO-indicatie").
Aanwijzingen:
De markering van scherp afgebeelde motiefdelen werkt op
motiefcontrast; dat wil zeggen: op licht/donker-verschillen.
Bij gebruik van de Leica M- respectievelijk R-adapter L wijzigt de
toewijzing van het linker instelwiel in
FOCUS AID 3x, 6x of Uit!
Ook als u de sluiter half ingedrukt houdt, is het in de autofo-
cus-modus altijd mogelijk de automatisch ingestelde afstand met
de afstandsinstelring handmatig aan te passen.
NL
158
Opnamemodus
BELICHTINGSMETING EN -REGELING
Belichtingsmeetmethoden
Voor de aanpassing aan de heersende lichtomstandigheden, aan
de situatie resp. uw werkwijze en uw creatieve ideeën zijn er met
de Leica TL2 drie belichtingsmeetmethoden beschikbaar:
In het hoofdmenu selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
Multi-veld-meting -
Bij deze meetmethode analyseert de camera automatisch de
helderheidsverschillen in het onderwerp en analyseert op basis van
een vergelijking met geprogrammeerde helderheid-verdelingspatro-
nen de vermoedelijk positie van het onderwerp en de beste belich-
ting ervoor.
Deze methode is daarom bijzonder geschikt voor spontane, onge-
compliceerde maar toch betrouwbare fotografie, ook onder moei-
lijke omstandigheden en daarom dus voor gebruik in samenhang
met de programma-automaat.
Centrum-georiënteerde meting -
Deze meetmethode houdt voornamelijk rekening met het midden
van het beeldveld, maar registreert ook alle andere gedeelten.
Hiermee is het mogelijk – met name in combinatie met de meet-
waardenopslag – de belichting gericht op bepaalde delen van het
onderwerp af te stemmen, terwijl tegelijk rekening wordt gehouden
met het totale beeldveld.
Spotmeting -
Deze meetmethode is uitsluitend geconcentreerd op een klein
gebied in het midden van het beeld. Hiermee kunt u vooral kleine
en kleinste details zeer nauwkeurig belichten - bij voorkeur in
combinatie met handmatige instelling.
Bij tegenlichtopnamen, bijvoorbeeld, moet meestal worden voorko-
men dat de heldere omgeving een onderbelicht hoofdonderwerp
veroorzaakt. Met het veel kleinere meetveld van de spotmeting
kunt u zulke onderwerpdetails gericht inschatten.
Belichtingsregeling
Voor de optimale aanpassing aan het betreende motief of uw
favoriete werkwijze beschikt de Leica TL2 over vier belichtings-
modi.
Aanwijzingen:
Afhankelijk van de heersende lichtomstandigheden kan de
helderheid van het monitorbeeld van de werkelijke opnamen
afwijken. Met name bij langdurige belichtingen van donkere
motieven lijkt het motiefbeeld duidelijk donkerder dan de - cor-
rect belichte - opname.
Bij het gebruik van Leica M- respectievelijk R-objectieven m.b.v.
de optionele Leica M- respectievelijk R-adapter L zijn alleen de
tijdautomaat en handmatige instelling beschikbaar, dat wil
zeggen dat u de programma-automaat (
P), de diafragme-auto-
maat (
S) en de motiefprogramma's niet kunt gebruiken. Als u op
een van deze modi hebt ingesteld, zal de camera bij het plaatsen
van de adapter automatisch naar Tijdautomaat omschakelen.
Dienovereenkomstig wisselt het LCD-scherm ook naar de modus
A. Als diafragmawaarde verschijnt F0.0.
NL
159
Opnamemodus
Programma-automaat - P
Voor snel, volautomatisch fotograferen. De belichting wordt gere-
geld door automatische aanpassing van de sluitertijd en het
diafragma.
Bedrijfsmodus instellen
Belichtingsmodi-/scène-menu oproepen
selecteren
Een opname maken
Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt
Sluitertijd en diafragma worden wit weergegeven. Als zelfs het
volledig geopende of gesloten diafragma in combinatie met de
langste, resp. kortste sluitertijd onder- of overbelichting veroor-
zaakt, zullen beide waarden in rood worden weergegeven.
Als het automatisch ingestelde stel waarden voor de gewenste
beeldvorming passend lijkt:
Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken
De vastgelegde sluitertijd/diafragma-combinaties wijzigen
(Shift)
Het wijzigen van de vastgelegde waarden m.b.v. de shift-optie
combineert de betrouwbaarheid en snelheid van de volautomati-
sche belichtingsregeling met de mogelijkheid te allen tijde de door
de camera gekozen tijd/diafragma-combinatie naar eigen wens te
kunnen variëren.
Daar is het rechter instelwiel. Als u bijvoorbeeld bij sportfotogra-
fie met korte tijden wilt werken, draait u het naar links. Als u
daarentegen, bijvoorbeeld voor landschappen, meer nadruk op
grote scherptediepte wilt leggen en de daardoor vereiste langere
sluitertijden kunt accepteren, draait u hem naar rechts.
De totale belichting, d.w.z. de helderheid van het beeld, blijft
daarbij ongewijzigd. Om een correcte belichting te verzekeren is
het aanpassingsbereik beperkt.
Waardeparen die met shift zijn aangepast worden aangeduid met
een + naast de sluitertijd.
Om onbedoeld gebruik van deze waarden te voorkomen, zullen ze
na elke opname terugspringen naar de door de camera vastgelegde
waarden - ook als de belichtingsmeting na 12s automatisch uit-
schakelt.
NL
160
Opnamemodus
Tijdautomaat - A
De tijdautomaat stuurt de belichting automatisch, aangepast aan
het handmatige ingestelde diafragme. Deze is daarom bijzonder
geschikt voor opnamen waarbij de scherptediepte het beslissende
element voor de beeldvormgeving is.
Met een navenant kleine diafragmawaarde kunt u de scherpte-
diepte verminderen, bijvoorbeeld om in een portret het scherp
afgebeelde gezicht voor een onbelangrijke of afleidende achter-
grond te accentueren, of vice versa met een overeenkomstig
grotere diafragmawaarde de scherptediepte verhogen om in een
landschapsfoto alles, inclusief voorgrond en achtergrond, scherp
weer te geven.
Bedrijfsmodus instellen
Belichtingsmodi-/scène-menu oproepen
selecteren
Een opname maken
Selecteer de gewenste diafragmawaarde met het rechter
instelwiel;
Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt
Zowel de ingestelde diafragmawaarde alsook de automatisch
geregelde sluitertijd worden wit weergegeven.
Als de langste, resp. kortste sluitertijd in combinatie met het
ingestelde diafragma onder- of overbelichting veroorzaakt,
zullen beide waarden in rood worden weergegeven.
Als de automatisch ingestelde sluitertijd voor de gewenste beeld-
vorming passend lijkt:
Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken
NL
161
Opnamemodus
Diafragma-automaat - S
De diafragma-automaat regelt de belichting automatisch in over-
eenstemming met de handmatig vooraf ingestelde sluitertijd. Deze
is daarom bijzonder geschikt voor opnamen van bewegende motie-
ven, waarbij de scherpte van de afgebeelde beweging het beslis-
sende beeldvormgevingselement is.
Met een desbetreende korte sluitertijd kunt u bijv. ongewenste
bewegingsonscherpte vermijden, d.w.z. uw motief "bevriezen", of,
omgekeerd, met een overeenkomstige langere sluitertijd de dyna-
miek van de beweging door gerichte "veegeecten" tot uiting
brengen.
Bedrijfsmodus instellen
Belichtingsmodi-/scène-menu oproepen
selecteren
Een opname maken
Selecteer de gewenste sluitertijd met het rechter instelwiel;
Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt
Zowel de ingestelde sluitertijd alsook de automatisch gere-
gelde diafragmawaarde worden wit weergegeven.
Als zelfs de kleinste, resp. grootste diafragmawaarde in combi-
natie met de ingestelde sluitertijd onder- of overbelichting
veroorzaakt, zullen beide waarden in rood worden weergege-
ven.
Als de automatisch ingestelde diafragmawaarde voor de beoogde
beeldvorming geschikt lijkt:
Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken
NL
162
Opnamemodus
Handmatige instelling - M
Als u bijv. gericht een speciaal beeldeect wilt verkrijgen dat alleen
door een heel bepaalde belichting te bereiken is, of bij meerdere
opnamen met verschillende beeldfragmenten wilt zorgen voor
absoluut identieke belichting, biedt zich de handmatige instelling
van sluitertijd en diafragma aan.
Bedrijfsmodus instellen
Belichtingsmodi-/scène-menu oproepen
selecteren
Een opname maken
Selecteer de gewenste diafragmawaarde met het linker instel-
wiel;
Selecteer de gewenste sluitertijd met het rechter instelwiel
Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt
De sluitertijd en het diafragma worden in het wit weergege-
ven.
Bovendien verschijnt de schaal van de lichtbalans. Deze
omvat een bereik van ±3 EV (belichtingswaarde) in
1
3EV-stappen.
Instellingen binnen ±3 EV worden aangegeven met witte
schaalstreepjes en daarbuiten door rode.
Pas de instellingen voor een correcte belichting dusdanig aan
dat alleen de markering in het midden wit wordt
Wanneer de ingestelde waarden en/of de belichting voor de
beoogde beeldvorming geschikt lijken:
Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken
Aanwijzing:
Het LCD-scherm geeft bij handmatige instelling een belichtingssi-
mulatie weer.
NL
163
Opnamemodus
Histogram- en clipping-weergaven
De Leica TL2 stelt u twee weergaven ter beschikking, die gelijktij-
dig de eenvoudige bestemming van een correcte belichting en de
productie van een beeld met de gewenste helderheid mogelijk
maken.
Histogram
Het histogram geeft de helderheidsverdeling van de opname weer.
Daarbij komt de horizontale as overeen met de helderheidswaar-
den die van zwart (links) via grijs naar wit (rechts) verlopen. De
verticale as komt overeen met het aantal pixels in de betreende
helderheid.
Deze grafische weergave helpt – naast de beeldindruk zelf – bij een
extra snelle en eenvoudige beoordeling van de belichtingsinstelling.
Het histogram staat ter beschikking in de opname- alsook in de
weergavemodus.
Voor de opnamemodus
zie pag. 24 afb. 21 d
INFO 3x
Voor de weergavemodus
zie pag. 24 afb. 22 b/c
INFO 2x
Het histogram kan ook naar de rechter benedenhoek van het
LCD-scherm worden verplaatst
Afb. 51 a/b
.
1/602.8F
A
823416MP
AWB
SD
INFO
1/602.8F
A
823416MP
AWB
SD
INFO
Afb. 51 a Afb. 51 b
Behalve het zwart-wit-histogram kunt u in de weergavestand ook
een RGB-histogram instellen, dat de helderheidswaarden van de
drie kleuren rood, groen en blauw afzonderlijk weergeeft:
In het hoofdmenu selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
NL
164
Opnamemodus
Clipping
De Clipping-weergave markeert in de weergavemodus rood de
lichte bereiken van een beeld, die zonder tekening, dat wil zeggen
overbelicht worden. Daarmee krijgt u de mogelijkheid tot zeer
eenvoudige en nauwkeurige controle en eventueel aanpassing van
de belichtingsinstelling.
INFO 3x
zie pag. 130
Afb. 22 d
Aanwijzingen voor de histogram- en clipping-weergaven:
Bij flitsopnamen kan het opnamehistogram de uiteindelijke
belichting niet weergeven, omdat de flitser pas na de weergave
van het histogram flitst.
In de opnamemodus moet het histogram worden begrepen als
"trend-indicator" en niet als een weergave van het exacte aantal
pixels.
Het histogram kan bij de weergave van een beeld afwijken van
die bij de opname.
Het histogram en de clipping-weergaven hebben altijd betrek-
king op de actueel getoonde uitsnede van de opname.
Het weergave-histogram en de clipping-weergave zijn zowel bij
de weergave van het volledige beeld, alsook van een uitsnede
beschikbaar, maar niet bij gelijktijdige weergave van 9 verkleinde
opnamen.
De clipping-indicatie staat niet ter beschikking bij video-opna-
men.
NL
165
Opnamemodus
Motiefprogramma's
Voor bijzonder eenvoudige en betrouwbare fotografie biedt de
Leica TL2 negen "uitbreidingen" van de programma-automaat. De
tiende variant -
- is een "snapshot"-automaat voor algemene
toepassingen.
De andere negen (zie rechts) zijn aangepast aan de bijzondere
vereisten van veel voorkomende onderwerpen.
In al deze gevallen wordt behalve sluitertijd en diafragma ook een
aantal andere functies worden automatisch geregeld.
Bedrijfsmodi instellen
Belichtingsmodi-/scène-menu oproepen
selecteren
Selecteer het gewenste motiefprogramma
Een opname maken
Zoals met de programma-automaat
Aanwijzingen:
De programma-shift-functie is niet beschikbaar.
De beide instelwielen zijn zonder functie.
NL
166
Opnamemodus
Opslaan van de meetwaarde
Om reden van beeldvorming kan het gunstig zijn het hoofdmotief
niet in het midden van het beeld te plaatsen.
In dergelijke gevallen is het mogelijk, m.b.v. de meetwaarde-regis-
tratie in de belichtingsstanden
P, S en A evenals de AF-modi 1-seg-
ment- en spotmeting alsook scherpstellen door aanraking, eerst
het hoofdonderwerp te meten en de betreende instellingen vast
te houden tot u definitief het beeldfragment hebt bepaald en de
foto wilt maken.
Een opname in deze modus maken:
Richt met het actieve AF-kader op het deel van uw onderwerp
waar scherpstelling en belichting op moeten worden afgestemd
Stel scherpte en belichting in en sla deze waarden op door de
ontspanner tot het eerste drukpunt in te drukken
Houd de ontspanner verder halverwege ingedrukt en bepaal het
uiteindelijke beeld door de camera te bewegen
Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken
Belichtingscorrecties
Sommige motieven bestaan voornamelijk uit meer dan gemiddeld
donkere of lichte gebieden, zoals grote sneeuwvlakten, of,
andersom, een beeldvullende zwarte stoomlocomotief. Met de
belichtingsprogramma's
P , S en A kan het in dergelijke gevallen
beter zijn met een aangepaste belichtingscompensatie te werken in
plaats van met de meetwaarde-registratie. Hetzelfde geldt in het
geval dat u meerdere foto's met een identieke belichting wilt
maken. De ter beschikking staande waarden zijn +3 t/m -3 EV in
1
3EV-stappen.
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In het submenu op de schaal met
, of één van de beide
instelwielen gewenste instelling verrichten
Om te bevestigen Set aanraken
Als aan het linker instelwiel de functie
EV
wordt toegekend, kunt
u daarmee de gewenste correctiewaarde rechtstreeks selecteren.
Als er een correctiewaarde is ingesteld, verschijnt deze op het
LCD-scherm zo
EV+3 . Tijdens het instellen kunt u het eect op
het donkerder of lichter wordende LCD-scherm bekijken.
Aanwijzingen:
Als u de belichting handmatig instelt, is belichtingscompensatie
alleen mogelijk via de menubediening.
Een ingestelde belichtingscompensatie blijft actief - ook na een
aantal opnamen en zelfs als de camera wordt uitgezet - totdat hij
weer op ±
0 (= midden van de schaal) wordt ingesteld.
NL
167
Opnamemodus
Automatische belichtingsreeksen
Onderwerpen met veel contrast die zowel zeer heldere als zeer
donkere gebieden omvatten, kunnen - afhankelijk van de belichting
- zeer verschillende resultaten opleveren.
Met de automatische belichtingsreeks kunt u een reeks van drie
opnamen met verschillende belichtingsniveaus maken. Daarna kunt
u de meest gelukte foto voor verder gebruik uitkiezen.
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
In het submenu op de schaal met
of één van de beide
instelwielen gewenste instelling realiseren
Om te bevestigen Set aanraken
Als u een belichtingsreeks instelt, wordt deze op het LCD-
scherm weergegeven met een
. Tijdens de opnamen kunt u
het eect op het donkerder of lichter wordende LCD-scherm
bekijken.
Aanwijzingen:
Afhankelijk van het belichtingsprogramma worden de gradaties
gegenereerd door het wijzigen van de sluitertijd (
P/A/M) of het
diafragma (
S).
De volgorde van de opnamen is: correcte belichting/onderbe-
lichting/overbelichting.
Afhankelijk van de beschikbare combinatie sluitertijd/diafragma
kan het werkgebied van de automatische belichtingsreeks
beperkt zijn.
Een ingestelde belichtingscompensatie blijft actief - ook na een
aantal opnamen en zelfs als de camera wordt uitgezet - totdat hij
weer op ±
0 (= midden van de schaal) wordt ingesteld.
NL
168
Opnamemodus
FLITSFOTOGRAFIE
GESCHIKTE FLITSAPPARATEN
De volgende flitsapparaten laten de TTL-flitsmeting, maar ook,
afhankelijk van de uitrusting, een verschillend aantal van de in deze
handleiding beschreven functies toe.
Leica System-flitsapparaten zoals de modellen SF 40, SF 64, en
SF 58.
Andere Leica-systeemflitsapparaten, behalve de Leica SF 20
U kunt ook andere, makkelijk verkrijgbare opzet-flitsapparaten met
gestandaardiseerde flitsvoet en positief middencontact
1
(X-con-
tact) respectievelijk door middel van adapter en synchroonkabel
verbonden studio-flitsinstallaties worden geplaatst en via het
middencontact worden geactiveerd.
Wij adviseren het gebruik van thyristor-geregelde elektronenflitsap-
paraten.
FLITSER PLAATSEN
Camera en flitser uitschakelen
Trek het kapje dat de accessoireschoen en de aansluiting
beschermt als ze niet worden gebruikt, naar achteren
Voet van het flitsapparaat geheel in de accessoireschoen schui-
ven en, indien aanwezig, met de klemmoer tegen ongewild eruit
vallen beveiligen. Dit is belangrijk omdat veranderingen in de
positie in de accessoireschoen de contacten kunnen onderbre-
ken en dus storingen kunnen veroorzaken.
1
Wanneer andere, niet speciaal op de camera afgestemde flitsapparaten worden gebruikt die
de witbalans van de camera niet automatisch omschakelen, moet de instelling Flash
worden gebruikt (zie pagina145).
Het flitsapparaat moet voor de automatische regeling door de
camera op de modus
TTL zijn ingesteld. Bij instelling op A worden
boven- of ondergemiddeld lichte motieven eventueel niet optimaal
belicht. Bij instelling op
M moet de flitsbelichting door instelling
van een bijbehorende gedeelde flitsstand op de door de camera
bepaalde diafragma- en afstandswaarden worden afgestemd.
De weergave voor de ingestelde flitsmodus (zie volgende pagi-
na´s) wordt wit weergegeven. Als de flitser nog niet volledig
geladen is en om die reden nog niet paraat is, zal hij kort rood
knipperen.
De camera bepaalt het benodigde flitsvermogen door het afgeven
van een of meer meetflitsen in fracties van seconden voor de
eigenlijke opname. Onmiddellijk daarna, tijdens de belichting,
wordt de hoofdflits geactiveerd. Alle factoren die de belichting
beïnvloeden (bijvoorbeeld opnamefilters en wijziging van de
diafragma-instelling) worden automatisch gerespecteerd.
Aanwijzingen:
Het flitsapparaat moet klaar voor gebruik zijn, anders kan dit fou-
tieve belichtingen en foutieve meldingen van de camera tot
gevolg hebben.
Seriebeeldopnamen en automatische belichtingsreeksen met
flits zijn niet mogelijk. In dat geval verschijnt er geen flitsindica-
tie en de flitser flitst niet, ook al is de flitser omhoog geklapt.
Het gelijktijdig gebruik van een flitsapparaat en de elektronische
zoeker Leica Visoflex is niet mogelijk.
NL
169
Opnamemodus
FLITSMODI
Programma selecteren:
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
In het submenu de gewenste instelling selecteren
De indicatie van het flitsprogramma wordt aangepast.
Als aan het linker instelwiel de functie
wordt toegekend, kunt
u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren.
De geselecteerde modus wordt weergegeven op het LCD-
scherm.
Aanwijzing:
Als geen systeemcompatibel flitsapparaat is geplaatst, is de instel-
ling niet beschikbaar, en daarom wordt de functie grijs weergege-
ven.
Automatische flitsinschakeling
Dit is een standaard modus. Een geplaatst en ingeschakeld flitsap-
paraat wordt altijd dan automatisch geactiveerd, wanneer bij
slechte lichtomstandigheden langere belichtingstijden tot
onscherpe opnamen zouden kunnen leiden.
Automatische flits- en voorflitsinschakeling
Voor vermindering van het "rode-ogen"-eect bij het fotograferen
met flits van mensen. Het is aan te bevelen dat mensen niet direct
in de lens kijken. Omdat het eect intensiever is naarmate bij
weinig licht de pupillen zich verwijden, dient u bijv. bij binnenopna-
men zoveel mogelijk licht aan te doen, zodat de pupillen zich
vernauwen. Door de voorflits, die bij indrukken van de ontspanner
kort voor de opname opflitst, vernauwen zich de pupillen van de
mensen die naar de camera kijken, zodat het “rode-ogen-eect”
wordt gereduceerd.
Handmatige flitsinschakeling
Voor tegenlichtopnamen waarbij het hoofdonderwerp het frame
niet vult en zich in de schaduw bevindt, of in gevallen waarin u
hoge contrasten (bijv. in direct zonlicht) wilt reduceren (invulflit-
sen). Zolang deze modus is geactiveerd, wordt een geplaatst en
ingeschakeld flitsapparaat, onafhankelijk van de heersende
lichtomstandigheden, bij elke opname geactiveerd. Het flitsvermo-
gen wordt afhankelijk van de gemeten helderheid geregeld: bij
slecht licht net als in de automatische modus en bij toenemende
helderheid met een steeds lager vermogen. De flitser werkt dan als
invullend licht, bijvoorbeeld om donkere schaduwen op de voor-
grond of onderwerpen in tegenlicht te verlichten en om in het
geheel een evenwichtigere belichting te creëren.
Handmatige flits- en voorflitsinschakeling
Voor een combinatie van de bovenstaande situaties en/of functies.
NL
170
Opnamemodus
Automatische flitsinschakeling met voorflits en langere
sluitertijden
Voor gelijktijdig aangepaste d.w.z. lichtere weergave van vooral een
donkere achtergrond en flitsinvulling van de voorgrond.
Toelichting: Bij de andere flitsmodi wordt de sluitertijd maximaal
1
30s verlengd, om het risico van bewegingen te minimaliseren. Dat
leidt er vaak toe dat bij opnamen met flits de niet door het flitslicht
verlichte achtergrond sterk onderbelicht wordt.
Daarom worden bij deze flitsmodus daarentegen voor een goede
balans t.o.v. het bestaande omgevingslicht, de in een dergelijke
situatie nodige langere belichtingstijden (t/m 30 s) in deze gevallen
getolereerd.
Aanwijzingen:
Afhankelijk van de
AUTO ISO SETTINGS (zie pag. 146) kan het
zijn dat de camera langere sluitertijden niet ondersteunt, omdat
in dergelijke gevallen de verhoging van de ISO-gevoeligheid
voorrang heeft.
De langste sluitertijd kan worden ingesteld met
Slowest Speed
(zie pag. 146).
Automatische flits- en voorflitsinschakeling met langere
sluitertijden
Voor een combinatie van de laatstgenoemde situaties en/of
opties.
Aanwijzing:
Om bewogen opnamen bij de langere sluitertijden in de modi
en
te vermijden, moet u de camera goed stilhouden, d.w.z.
ergens op steunen of een statief gebruiken. U kunt ook kiezen voor
een hogere gevoeligheid.
Flitsbereik
Het nuttige flitsbereik is afhankelijk van de handmatig ingestelde
ofwel door de camera geregelde diafragma- en gevoeligheidswaar-
den. Voor voldoende verlichting met flitslicht is het van belang dat
het onderwerp zich binnen het bereik van de flitser bevindt.
NL
171
Opnamemodus
Synchronisatietijdstip
Bij flitsopnamen bestaat de verlichting uit twee lichtbronnen: het
aanwezige licht en het flitslicht. De flitstiming bepaalt in de regel
waar alle of de meeste van de door de flits verlichte delen van het
onderwerp in het beeldveld worden afgebeeld.
Bij de gebruikelijke flitstiming, aan het begin van de belichting, kan
dit leiden tot schijnbare tegenstellingen, zoals een voertuig dat
door zijn eigen lichtsporen lijkt te worden "ingehaald".
De Leica TL2 stelt u in staat tussen dit gebruikelijke flitstijdstip en
het einde van de belichting te kiezen:
In het hoofdmenu
selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
In het tweede geval zullen in het bovenstaande voorbeeld de
lichtsporen van de auto, zoals verwacht, het voertuig lijken te
volgen. Deze flitstechniek verleent de foto een natuurlijkere impres-
sie van beweging en dynamiek.
Aanwijzing:
Bij het flitsen met kortere sluitertijden is er, behalve bij zeer snelle
bewegingen, nauwelijks verschil tussen de beide flitstijdstippen.
Flits-belichtingscorrecties
Met deze optie kan de flitsbelichting onafhankelijk van de belich-
ting door het aanwezige licht gericht afgezwakt of versterkt wor-
den, bijv. om bij een buitenopname 's avonds het gezicht van een
persoon op de voorgrond lichter te maken, terwijl de lichtsfeer
behouden blijft.
In het hoofdmenu
selecteren
In
selecteren
In het submenu op de schaal met , of één van de beide
instelwielen gewenste instelling verrichten
Om te bevestigen
SET aanraken
Als u een belichtingscompensatie instelt, wordt deze op het
LCD-scherm weergegeven met een
.
Aanwijzingen:
Flits-belichtingscorrectie verandert het bereik van de flitser.
Een ingestelde compensatie blijft actief - ook na een aantal
opnamen en zelfs als de camera wordt uitgezet - totdat hij weer
op ±
0 (= midden van de schaal) wordt ingesteld.
Een eventueel reeds via menubediening op de camera inge-
voerde correctiewaarde is niet eectief, zodra op een navenant
uitgerust en geplaatst flitsapparaat (bijvoorbeeld de Leica SF 64)
een correctiewaarde wordt ingevoerd.
NL
172
Opnamemodus
VIDEO-OPNAMEN
Met de Leica TL2 kunt u ook video-opnamen maken. Bij het
omschakelen tussen foto- en videoweergave kunt u gebarenbestu-
ring toepassen
Afb. 52 a/b
.
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 52 a
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 52 b
Opnamemodus Videoweergave
Aanwijzingen:
Aangezien slechts een deel van het sensoroppervlak wordt
gebruikt, zal de eectieve brandpuntsafstand worden vergroot,
d.w.z. dat een beelduitsnede ook dienovereenkomstig kleiner zal
zijn.
Ononderbroken video-opnamen met een maximale lengte van
29 minuten zijn mogelijk. De maximale bestandsgrootte
bedraagt 4GB. Als de opname groter is, wordt het surplus
automatisch in een volgend bestand opgeslagen (enzovoort).
Bij video-opnamen zijn de volgende opties beschikbaar:
Resolutie
In het hoofdmenu
selecteren
In
gewenste instelling selecteren, hetzij
4K
, hetzij
1080p
voor
'Full-HD'-opnamen, of
720p voor 'HD'-opnamen, of SLOMO
voor vertraagde opnamen
Aanwijzing:
Voor
4K video-opnamen hebben geheugenkaarten met hoge
datasnelheid de voorkeur. Ze moeten minstens de Class U3- of
V30-standaard hebben. Met langzamere kaarten wordt de opname
eventueel afgebroken zodra de capaciteitsgrens van het buerge-
heugen in de camera is bereikt.
ISO-filmgevoeligheid
Alle menu-instellingen beschikbaar
Afstandsinstelling
Alle op de pagina's 150-156 beschreven opties.
Belichtingsmeetmethoden
Alle varianten die op de pagina 158 staan beschreven
Belichtingsregeling
Dit is volledig onafhankelijk van het voor foto's ingestelde belich-
tingsprogramma of de respectieve sluitertijd- en diafragma-instel-
lingen.
Sluitertijd: Afhankelijk van de geselecteerde
VIDEO RESOLU-
TION
Diafragma: Automatisch
Als de correcte belichting, zelfs met de grootste diafragma-in-
stelling niet mogelijk is, wordt de ISO-gevoeligheid automatisch
verhoogd - ongeacht de handmatige instelling.
Aanwijzing:
De automatische belichtingsregeling houdt rekening met alle
schommelingen in de helderheid. Als dit niet gewenst is, bijv. bij
landschapsfotografie en panorama's, moet u de sluitertijd handma-
tig instellen.
NL
173
Film-voorkeuze-instellingen, contrast, scherpte, kleurverza-
diging:
Alle op pagina 146 beschreven varianten, maar in dit geval wor-
den alleen de witbalans-, contrast-, verzadigings- en scherpte-in-
stellingen gewijzigd.
Stabilisatie
In het hoofdmenu
selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
Aanwijzing:
Bij gebruik van de video-stabilisatie wordt het beeldfragment iets
verkleind t.o.v. van opnamen zonder stabilisatie.
Starten/stoppen van de opname
In de fabrieksinstelling dient die functieknop als video-ontspanner.
Maar als één van de andere beschikbare functies aan de knop is
toegewezen, zijn er twee procedures beschikbaar: Voor het gebruik
van de functieknop als video-ontspanner moet hij navenant worden
ingesteld.
In het hoofdmenu
selecteren
In
selecteren
Als u de instelling van de functieknop niet wilt veranderen, kunt u
alternatief ook de (foto-)ontspanner gebruiken, nadat u het
video-beeldscherm met behulp van gebarenbesturing hebt opge-
roepen.
Starten:
Functieknop / ontspanner indrukken
Een lopende video-opname wordt aangegeven door een
knipperende rode stip. Bovendien wordt de resterende opna-
metijd weergegeven.
Afsluiten:
Functieknop / ontspanner nogmaals indrukken
Geluidsopname
Het geluid wordt in stereo opgenomen d.m.v. de ingebouwde
microfoons.
Ter vermindering van mogelijk windruis, veroorzaakt tijdens geluids-
opname, is er een dempingsoptie beschikbaar:
In het hoofdmenu
selecteren
In
de gewenste instelling selecteren
Aanwijzing:
Zowel de automatische afstandsinstelling (autofocus), alsook de
aanpassing van de brandpuntsafstand van zoomobjectieven produ-
ceren geluiden die eveneens worden opgenomen.
Dit kan worden voorkomen door tijdens het opnemen beide niet uit
te voeren, door een handmatige afstandsinstelling te realiseren, of
door de brandpuntsafstand niet te wijzigen.
Opnamemodus
NL
174
Weergavemodus
WEERGAVEMODUS
Permanente weergave
Het omschakelen tussen opname- en permanente weergavemodus
kan op twee manieren plaatsvinden.
Met gebarenbesturing
Afb. 53 a/b
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Opnamemodus
Weergavemodus
Afb. 53 a Afb. 53 b
Met het functieknop
In de fabrieksinstelling dient die functieknop als video-ontspanner.
Voor de omschakeling tussen opname- en weergavemodus moet
hij navenant worden ingesteld.
In het hoofdmenu
selecteren
In
selecteren
Aanwijzingen:
Vanuit de weergavemodus kunt u op elk moment overschakelen
naar opnamemodus door de ontspanner maar aan te tippen.
Vanuit de menubediening moet u eerst de opnamemodus star-
ten voordat u naar de weergavemodus kunt gaan.
In het weergavemenu kunt u kiezen of u de opnamen van de
kaart of die van het interne geheugen wilt bekijken.
Als er geen beeldbestand op de geheugenkaart of in het interne
geheugen is, verschijnt
No valid image to play.
Wanneer u met de serieopname-optie of de automatische belich-
tingsreeks fotografeert, zal vooralsnog de laatste foto van de
serie, resp. de laatste op de geheugenkaart opgeslagen foto van
de serie, worden getoond – mits op dat moment nog niet alle
opnamen van de serie door het interne buergeheugen van de
camera naar de kaart zijn overschreven.
Bestanden die niet zijn opgenomen met deze camera kunnen er
eventueel niet mee worden weergegeven.
In sommige gevallen zal de weergave op het LCD-scherm niet de
gebruikelijke kwaliteit hebben, of het scherm blijft zwart en geeft
alleen de bestandsnaam weer.
Automatische weergave
Met de
AUTO REVIEW-functie kunt u iedere opname automatisch
onmiddellijk daarna laten weergeven:
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In het DURATION-submenu de gewenste functie en/of tijdsduur
kiezen
In het HISTOGRAM-submenu de gewenste instelling selecteren
Aanwijzing:
Met
AUTO REVIEW weergegeven opnamen in portretformaat ver-
schijnen eerst ongeroteerd, ook al is de
AUTO ROTATE-functie
ingeschakeld. Met
kunt u de foto roteren.
NL
175
Weergavemodus
OPNAMEN STAAND WEERGEVEN
Wanneer de camera tijdens de opname horizontaal wordt gehou-
den, zal de opname meestal ook op deze manier worden weergege-
ven. Bij opnamen in staand formaat, d.w.z. met de camera verti-
caal, kan het bij het bekijken van de opnamen, terwijl u de camera
horizontaal vasthoudt, onpraktisch zijn dat het beeld niet als een
staand beeld wordt weergegeven.
In het hoofdmenu
selecteren
selecteren
In het submenu de gewenste instelling selecteren
Als u
On selecteert, worden portretopnamen automatisch staand
weergegeven.
Aanwijzingen:
Verticale opnamen die staand worden weergegeven, zijn noodza-
kelijkerwijs veel kleiner.
Deze optie is met
AUTO REVIEW niet beschikbaar.
OPNAMEN SELECTEREN
Met gebarenbesturing
Afb. 54 a/b-c/d
Afb. 54 a
Afb. 54 b
Afb. 54 c
Afb. 54 d
Met het linker instelwiel
Afb. 55 a/b
Afb. 55 a Afb. 55 b
Door naar rechts te vegen, ofwel het instelwiel naar rechts te
draaien, gaat u naar de opnamen met de hogere nummers; door
naar links te vegen of het instelwiel naar links te draaien naar de
lagere nummers. De opnamen worden weergegeven in een einde-
loze lus. Als de meest recente opname bereikt is, verschijnt de
eerste weer.
NL
176
Weergavemodus
OPNAMEN VERGROTEN/VERKLEINEN
Met de vergrote weergave kunt u de scherpte nauwkeuriger beoor-
delen. Vergroten en verkleinen doet u met
/ -gebaren
Afb. 56 a/b
of met het rechter instelwiel
Afb. 57 a/b
. Met het
-gebaar bereikt u in twee stappen de maximale vergroting
Afb. 58 a-c
.
Afb. 56 b
Afb. 57 b
INFO
INFO
Afb. 56 a
Afb. 57 a
Afb. 58 b
Afb. 58 c
INFO
Afb. 58 a
Aanwijzing:
Door het aanraken van het scherm op het gewenste punt, kunt u
opgeven, welk deel van de opname moet worden vergroot.
Gelijktijdige weergave van 9 opnamen
De weergave van 9 verkleinde opnamen geeft u een overzicht en/
of een bepaalde opname is sneller terug te vinden
Afb. 59 a/b
/
Afb. 60a/b
.
Afb. 59 b
Afb. 60 b
INFO
INFO
Afb. 59 a
Afb. 60 a
Aanwijzingen:
Video's kunnen niet worden vergroot.
Tijdens de vergrote/9-voudige weergave kunt u de bijkomende
informatie niet bekijken.
Hoe sterker de opname wordt vergroot, hoe minder – door de
naar verhouding kleinere resolutie – de weergavekwaliteit wordt.
Met andere typen camera's gemaakte opnamen kunnen eventu-
eel niet worden vergroot.
NL
177
Weergavemodus
Opname in 9-voudigc overzicht selecteren
Afb. 61 a/b
Afb. 61 a Afb. 61 b
9-voudig overzicht verlaten
Afb. 62 a/b
/
Afb. 63 a/b
INFO
Afb. 62 a
Afb. 62 b
Afb. 63 a
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
Afb. 63 b
INFO
BEELDUITSNEDE SELECTEREN
Afb. 64 a/b
In een vergrote opname kunt u de vergrote uitsnede vanuit het
midden verplaatsen, om bijv. details nauwkeuriger te bekijken die
niet in het midden liggen.
Afb. 64 a
Afb. 64 b
De positie waar de uitsnede zich binnen de opname ongeveer
bevindt, wordt aangeduid.
NL
178
Weergavemodus
WEERGAVEMENU
Het weergavemenu bevat een aantal functies die in submenu's
moeten worden ingesteld.
Weergavemenu oproepen
Afb. 65 a/b
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ON LY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 65 b
INFO
Afb. 65 a
Behalve met de hier en op de volgende pagina's beschreven pure
gebarenbesturing kunt u verscheidene bedieningsstappen ook met
de instelwielen uitvoeren
Afb. 66 a/b
/
Afb. 67 a/b
.
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ON LY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ON LY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 66 a Afb. 66 b
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ON LY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ON LY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 67 a
Afb. 67 b
Diashow
U kunt de Leica TL2 dusdanig instellen dat de opnamen automa-
tisch in successie worden getoond. Binnen deze functie kan wor-
den bepaald of alle opnamen, of alleen uw favorieten moeten
worden getoond of alleen foto's, of alleen video's. U kunt ook
kiezen voor hoe lang de opnamen moeten worden weergegeven, en
of de diashow moet worden herhaald totdat u hem stopt. Het
submenu Diashow verschijnt al als u het weergavemenu opent.
De andere handelingen voert u uit in de betreende submenu's:
Instellingen in
DURATION
en
REPEAT
–Starten met
PLAY ALL
,
PICTURES ONLY
,
VIDEOS ONLY
of
FAVORITE O NLY
Aanwijzing:
Uw instellingen in
DURATION en REPEAT blijven behouden, ook na
het in- en uitschakelen van de camera.
Diashow afsluiten
Afb. 68 a/b
Afb. 68 a
INFO
Afb. 68 b
NL
179
Weergavemodus
Opnamen als favorieten markeren / markering opheen
U kunt een opname als favoriet markeren, bijvoorbeeld om hem
snel terug te vinden.
Opnamen beveiligen / wisbeveiliging opheen
Opnamen die u tegen per ongeluk wissen wilt beveiligen, kunt u als
zulks markeren.
De bedieningsmethode voor markeren en beveiligen is dezelfde, ze
verschillen alleen in de manier waarop u de submenu's start:
voor favorieten,
voor beveiliging. Hier worden ze, als voor-
beeld, voor favorieten beschreven.
Individueel markeren
Afb. 69 a-c
MULTISINGLE
FAVORITE
SET
Afb. 69 b
Afb. 69 c
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ON LY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 69 a
In de 3e stap kunt u markeren door aan te raken of de SET-in-
dicatie.
NL
180
Weergavemodus
Meerdere markeren
Afb. 70 a-c
MULTISINGLE
Afb. 70 b
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ON LY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 70 a
FAVORITE
Afb. 70 c
Markeringen verwijderen
Markeringen kunnen in de 3e stap weer worden verwijderd door
of aan te raken.
Aanwijzingen:
Als u probeert beveiligde beelden te wissen, zullen er waarschu-
wingen verschijnen. Wilt u deze opnamen toch wissen, dan
verwijdert u de beveiliging zoals hierboven beschreven.
Ook beveiligde opnamen worden gewist bij het formatteren.
Opnamen wissen
Opnamen op de geheugenkaart en in het interne geheugen kunt u
altijd wissen - individueel of allemaal tegelijk.
Wismenu oproepen
Afb. 71 a/b
INFO
Afb. 71 a
Delete
Single
Multi
All
Afb. 71 b
Individuele opnamen wissen
Afb. 72 a/b
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
Afb. 72 b
Delete
Single
Multi
All
Afb. 72 a
NL
181
Weergavemodus
Meerdere opnamen verwijderen
Afb. 73 a-e
SET
Afb. 73 b
Afb. 73 c
Delete
Single
Multi
All
Do you really want
to delete all
marked images?
NO
YES
SET
Afb. 73 a
Afb. 73 d
Afb. 73 e
Alle opnamen wissen
Afb. 74 a/b
Do you really want to
delete all images?
NO
YES
Afb. 74 b
Delete
Single
Multi
All
Afb. 74 a
Aanwijzingen:
Alleen bij
SINGLE:
Na het wissen verschijnt de volgende opname. Als de opname
beveiligd is, zal hij nog steeds zichtbaar zijn en er verschijnt een
melding
This image is protected op het scherm.
Alleen bij
MULTI:
Opnamen die al voor beveiliging zijn gemarkeerd, kunnen niet
worden gemarkeerd voor wissen. Als dit toch wordt geprobeerd,
verschijnt er kort een melding.
Alleen bij
ALL:
Na succesvol wissen, verschijnt de melding
No valid image to
play. Als het wissen niet is gelukt, verschijnt de originele
opname weer.
Wanneer u meerdere of alle opnamen wist, kan er, vanwege de
tijd die nodig is voor de verwerking van de gegevens, tijdelijk
een melding op het scherm verschijnen.
Als sommige opnamen wisbeveiliging hadden, zal kort
Protec-
ted images were not deleted verschijnen. Vervolgens wordt de
eerste van deze beveiligde opnamen getoond.
Bij beveiligde opnamen moet de wisbeveiliging eerst worden
opgeheven, voordat ze kunnen worden gewist.
De wis- en beveiligingsfuncties hebben altijd uitsluitend betrek-
king op de opnamen op de bron (geheugenkaart/intern geheu-
gen) die u hebt geselecteerd in het weergavemenu.
Belangrijk:
Na het wissen van de opnamen, kunt u ze niet meer bekijken.
NL
182
Weergavemodus
Weergavebron selecteren
Afb. 75 a-c
Aanwijzing:
Deze functie staat niet ter beschikking als er een geheugenkaart is
geplaatst.
SD CARD
INTERNAL MEMORY
Afb. 75 b
Afb. 75 c
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ON LY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 75 a
Het selecteren van de bron bepaalt niet alleen welke opnamen
zullen worden weergegeven, maar ook op welke opnamen de
functies
, , en betrekking hebben.
Opnamegegevens van intern geheugen naar geplaatste
geheugenkaart of andersom kopiëren
Wanneer de kaart is geplaatst, zal de Leica TL2 de opnamegege-
vens wegschrijven naar de kaart. Als er geen kaart is, naar het
interne geheugen. U kunt de opnamegegevens altijd van hun
oorspronkelijke opslaglocatie naar de andere kopiëren - binnen de
beperkingen van de voorhanden opslagcapaciteit. De kopieerrich-
ting wordt bepaald door de geselecteerde weergavebron: Is het
interne geheugen geselecteerd, worden de gegevens van daar naar
de geheugenkaart gekopieerd en vice versa
Alle opnamen / als favorieten gemarkeerde opnamen
kopiëren
Afb. 76 a/b
De bediening is hetzelfde voor beide functies. Het enigste verschil
is uw keuze: zoals in het voorbeeld
FAVORITES ONLY, of ALL.
#
MULTI ALL FAVORITES ON LY
Afb. 76 b
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ON LY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 76 a
Na ca. 3 seconden begint de gegevensverwerking.
Vanwege de tijd die hiervoor nodig is, volgt er een melding over.
Na afloop van het succesvolle kopiëren verschijnt er een bevesti-
gingsmelding.
NL
183
Weergavemodus
Meerdere opnamen kopiëren
Afb. 77 a-e
MULTI ALL FAVORITES ON LY
Afb. 77 b
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ON LY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 77 a
Afb. 77 d
Afb. 77 e
COPY MULTI
X
INTERNAL SD CARD
SET
COPY MULTI
X
INTERNAL SD CARD
SET
COPY MULTI
X
INTERNAL SD CARD
SET
Afb. 77 c
Na ca. 3 seconden begint de gegevensverwerking.
Vanwege de tijd die hiervoor nodig is, volgt er een melding over.
Na afloop van het succesvolle kopiëren verschijnt er een bevesti-
gingsmelding.
Vanaf
Afb. 77 c
kunt u de gewenste opnamen in plaats van met
gebarenbesturing ook met de instelwielen selecteren.
De
SET-indicatie wordt dan vervangen door .
Ca. 2 sec. na uw laatste markering verandert de indicatie weer en
u kunt nu doorgaan met
Afb. 77 e
.
NL
184
Weergavemodus
Videoweergave
Als er een video-opname is geselecteerd, verschijnt er
PLAY > op
het LCD-scherm.
Afspelen starten
Afb. 78
INFO
Afb. 78
Video- en audio-bedieningspictogrammen oproepen
Afb. 79 a/b
16:12
16:12
1
5 6 7
2 4
3
Afb. 79 a Afb. 79 b
1 Verstreken tijd
2 Voortgangsbalk met touchscreen
3 Pauze
4 Volume
5 Video's inkorten
6 Twee video's verbinden
7 Terug naar begin video
Aanwijzing:
De bedieningspictogrammen gaan uit na 3 s.
NL
185
Weergavemodus
Afspelen vanaf een gewenst punt voortzetten
Afb. 80 a/b
16:12
Afb. 80 a
18:26
Afb. 80 b
Afspelen pauzeren
Afb. 81 a/b
16:12
Afb. 81 a
16:12
Afb. 81 b
Afspelen afsluiten
Afb. 82 a/b
16:12
Afb. 82 a
INFO
Afb. 82 b
Volume instellen
Afb. 83 a/b
16:12
Afb. 83 a
16:12
Afb. 83 b
Aanwijzing:
In de onderste positie van de balk is de geluidsweergave uitgescha-
keld, het volumesymbool wisselt naar
.
NL
186
Weergavemodus
Video-opnamen knippen en plakken
De Leica TL2 biedt twee verschillende manieren om een opgeno-
men video te knippen.
Begin- en eindstukken wegknippen
Afb. 84 a-e
16:12
Afb. 84 a
Afb. 84 d
Afb. 84 c
Afb. 84 e
16:12
SAVE
16:12
SAVE
11:30
SAVE
SAVE AS NEW
OVERWRITE
REVIEW CLIP
12:36
1
2 3
Afb. 84 b
Voortzetting van de bediening, zie volgende pagina, rechter
kolom.
Knippen van een bepaalde scène
Afb. 85 a-f
16:12
Afb. 85 a
Afb. 85 d
Afb. 85 f Afb. 85 e
Afb. 85 b
SAVE
SAVE AS NEW
OVERWRITE
REVIEW CLIP
12:36
SAVE
SAVE
SAVE
Afb. 85 c
Tijdens het proces worden de tijd (1) en de beelden van start- en
eindpunt weergegeven (
2/3)
Voortzetting van de bediening, zie volgende pagina, rechter
kolom.
Aanwijzing:
Knippen is in 1-seconde-stappen mogelijk, dus moet de uitgangs-
video een lengte van ten minste 3 sec. hebben.
NL
187
Weergavemodus
Twee video-opnamen met elkaar verbinden
Afb. 86 a-d
SET
Afb. 86 b
2 1
SET
Afb. 86 cAfb. 86 d
16:12
Afb. 86 a
1
SAVE AS NEW
OVERWRITE
REVIEW CLIP
Voortzetting van de procedure: zie rechter kolom.
Aanwijzing:
Per verbindingsprocedure kunt u 2 video's selecteren. De volgorde
is aangegeven met
1
en
2
.
Zowel bij het knippen als bij het verbinden van de video's verloopt
de procedure door selectie van één van de drie punten in het
submenu
Afb. 84 e, 85 f, 86 d
op dezelfde manier:
SAVE AS NEW selecteren
De nieuwe video wordt extra opgeslagen, het origineel blijft behou-
den.
OVERWRITE selecteren
De nieuwe video wordt opgeslagen, maar het origineel wordt
gewist.
3&7*&8$-*1 selecteren
De nieuwe video wordt weergegeven. Hij wordt niet opgeslagen en
het origineel wordt ook niet gewist.
In alle drie gevallen verschijnt er, vanwege de tijd die nodig is
voor de verwerking van de gegevens, eerst een overeenkomstige
melding op het scherm en vervolgens de openingsscène van de
nieuwe video.
NL
188
Overige zaken
OVERIGE ZAKEN
GEBRUIKERSPROFIELEN
In de Leica TL2 kunt u naar wens combinaties van alle menu-instel-
lingen permanent opslaan, bijv. om ze wanneer u maar wilt bij
terugkerende situaties/onderwerpen snel en eenvoudig te kunnen
oproepen. Voor zulke combinaties staan er in totaal drie geheugen-
plaatsen ter beschikking. Natuurlijk kunt u alle menu-opties ook
weer op de fabrieksinstellingen terugzetten (
Default Profile):
Profielen aanmaken
Stel de gewenste opties in het menu in
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In het submenu Save as Profile selecteren
In het Save as Profile-submenu de gewenste profiel-geheugen-
plaats selecteren
Profielen toepassen
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In het submenu Load Profile selecteren
In het
Save as Profile-submenu de gewenste profiel-geheugen-
plaats of
Default Profile selecteren
Aanwijzingen:
Default Profile biedt u de mogelijkheid om op ieder moment
terug te keren naar de fabrieksinstellingen. Dat wil zeggen, ook
wanneer u menu-instellingen in één of meer van de drie profielen
hebt opgeslagen.
In tegenstelling tot de in de paragraaf 'Terugzetten van alle
individuele instellingen' beschreven
-functie worden uw instel-
lingen van tijd, datum en taal, met
Default Profile niet terugge-
zet.
NL
189
Overige zaken
Naam profiel wijzigen
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In het submenu Rename Profile selecteren
In het Rename Profile-submenu de gewenste profiel-geheugen-
plaats selecteren
In het bijbehorende toetsenblok-submenu door middel van
aanraken de gewenste karakters voor de nieuwe naam invoeren
Profielen op de geheugenkaart opslaan / van een kaart
overnemen
U kunt óf de profielplaatsen op de geheugenkaart kopiëren, óf de
op de kaart opgeslagen profielplaatsen overbrengen naar de
camera. Beide functies worden op een in principe gelijke manier
verricht:
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In het submenu Export Profile of Import Profile selecteren
Er verschijnt een scherm met een vraag
Ex-/importeren bevestigen -
YES of afwijzen - NO
Aanwijzing:
Bij het exporteren worden in principe altijd alle profielplaatsen naar
de kaart overgedragen, d.w.z. ook profielen die evt. leeg zijn. Als
gevolg daarvan worden bij het importeren van profielen alle eventu-
eel reeds op de camera aanwezige profielen overschreven; dat wil
zeggen: gewist.
NL
190
Overige zaken
TERUGZETTEN VAN ALLE INDIVIDUELE
INSTELLINGEN
Met deze functie kunnen alle eigen instellingen in het menu in één
keer op de fabrieksinstellingen worden teruggezet, naar wens
echter ook met uitzondering van de WiFi-instellingen en / of die in
de gebruiksprofielen:
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
Er verschijnt een scherm met een vraag
Wissen bevestigen - YES of verwerpen - NO
Er verschijnt een vraag-beeldscherm voor het thema WiFi-in-
stellingen
Het wissen van de WiFi-instellingen bevestigen -
YES of afwijzen
-
NO
Er verschijnt een vraag-beeldscherm voor het thema profielin-
stellingen
Het wissen van de profielinstellingen bevestigen -
YES of afwij-
zen -
NO
Aanwijzing:
Deze terugstelling geldt ook voor de instellingen in
Date/Time en
Language. Als de camera dan voor het eerst wordt ingeschakeld,
begint weer de welkomstvideo. De rest van deze procedure staat
beschreven in de secties "Menutaal" en "Datum/tijd".
NL
191
Overige zaken
NUMMERING VAN OPNAMEBESTANDEN TERUGZETTEN
De Leica TL2 slaat de opnamebestanden op met nummers in
oplopende volgorde, die op hun beurt worden opgeslagen in map-
pen die automatisch worden aangemaakt. Daarom bestaat de
naam van de opgenomen bestanden altijd uit acht tekens, "
L" voor
de (Leica) camera, drie cijfers voor de map en vier cijfers voor de
opname, bijvoorbeeld „
L1001234“. U kunt dit nummersysteem
resetten wanneer u maar wilt:
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
Er verschijnt een scherm met een vraag
Bevestigen - YES of verwerpen - NO
Als u de nummering reset, ofwel de actuele map het nummer 9999
bevat, zal er automatisch een nieuwe map worden aangemaakt en
de nummering zal weer van voren beginnen. Voorbeeld: Laatste
opname voor het resetten "
L1009999", volgende opname
"
L1010001". U kunt hier bijvoorbeeld gebruik van maken om de
opgenomen bestanden overzichtelijker te laten sorteren.
Als mapnummer wordt in principe altijd het betreende volgende
nummer gebruikt; er zijn maximaal 999 mappen mogelijk.
Als de nummercapaciteit bij „
L9999999“ vol is, verschijnt er op
het LCD-scherm een betreende waarschuwing en de nummering
moet worden gereset.
Aanwijzingen:
Als er een geheugenkaart is geplaatst, zal alleen de nummering
op de kaart worden gereset; als er geen kaart is, wordt het
interne geheugen gereset.
Als er zich op de geheugenkaart al een opnamebestand met een
hoger nummer bevindt dan het laatst door de camera toegewe-
zen nummer, wordt er volgens de nummering op de kaart verder
geteld.
Om het mapnummer opnieuw op 100 te resetten, formatteert u
de geheugenkaart of het interne geheugen en meteen daarna
reset u het fotonummer. Daardoor wordt het fotonummer (op
0001) teruggezet.
NL
192
Overige zaken
INSTELLEN EN GEBRUIKEN VAN DE
WIFI-FUNCTIE
De WiFi-functie van de camera activeren
Afb. 87 a/b
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
Selecteer ON in het submenu
Afb. 87 b
Afb. 87 a
Er zijn diverse mogelijkheden om via WiFi met de Leica TL2 te
communiceren.
DIRECT als er geen draadloos netwerk beschikbaar is
of
Router om de Leica TL2 met een beschikbaar draadloos
netwerk te verbinden.
Om toegang tot uw Leica TL2 te krijgen, kunt u tussen de platfor-
monafhankelijke verbinding
Web Gallery en de
APP Connection kiezen.
Met de functie
Web Gallery hebt u via een webbrowser heel een-
voudig toegang tot uw camera. Een omvattende functionaliteit
maakt
APP Connection mogelijk.
Aanwijzing:
De Leica App TL is verkrijgbaar in de Apple™ App Store™/
Google™ Play Store™.
DIRECT
ROUTER
NL
193
Overige zaken
Netwerk selecteren
Afb. 88 a/c
Kies nu uit de lijst op het LCD-scherm het netwerk dat u wilt
gebruiken door het eenvoudig aan te raken. Als het netwerk niet
meteen in de lijst verschijnt, kunt u de
SCAN-indicatie aanraken en
naar beschikbare netwerken laten zoeken.
Afb. 88 b
Afb. 88 c
Afb. 88 a
Als u de ADD-indicatie aanraakt, kunt u „onzichtbare“ netwerken
toevoegen door de netwerknaam in te voeren
Afb. 89 a/b
. Gebruik
hiervoor het toetsenbord op het scherm.
Afb. 89 a Afb. 89 b
Toegangsgegevens invoeren
Door aanraken van de
IP Settings-indicatie komt u in het betref-
fende submenu terecht. Hier kunt u, indien nodig, door aanraken
van de
MANUAL-indicatie een vast IP-adres en subnet mask voor
de camera invoeren. Deze twee instellingen worden echter meestal
automatisch door het draadloze netwerk geleverd. Voer nu in het
veld
Password het betreende wachtwoord in om toegang te
krijgen tot het gewenste netwerk. Als er geen wachtwoord is
vastgelegd voor het netwerk, kunt u dit veld leeg laten.
Toegang met een webbrowser (
Web Gallery)
Afb. 90 a-d
Typ in de adresbalk van de webbrowsers het (IP) adres in dat op de
monitor wordt weergegeven. U kunt nu de opnamen die op de
camera staan, bekijken en downloaden.
Afb. 90 a Afb. 90 b
Afb. 90 cAfb. 90 d
NL
194
Overige zaken
Toegang met de Leica TL App (APP Connection)
Selecteer eerst in het cameramenu de gewenste verbindingsme-
thode.
–Voor een rechtstreekse verbinding met de smartphone of tablet:
DIRECT
selecteren
Vervolgens
APP Connection
Op de monitor van de camera worden de netwerknaam
SSID
en het
Password weergegeven.
Selecteer de gewenste Leica TL2 in de netwerklijst op uw
smartphone of tablet.
–Voor de verbinding via een beschikbaar draadloos netwerk:
ROUTER
selecteren
Vervolgens
APP Connection
Selecteer in de geopende lijst met beschikbare draadloze
netwerken het gewenste netwerk
Toegangsgegevens invoeren (gebruiker/wachtwoord).
De nieuwe verbinding wordt automatisch tot stand gebracht. Als u
de app met een andere Leica TL2 wilt verbinden, selecteert u
DISCONNECT en gaat dan door met het maken van een nieuwe
verbinding, zoals hierboven beschreven.
Netwerken beheren
Afb. 91 a-c
De instellingen van verschillende netwerken kunt u in het WiFi-
menu onder het punt
MANAGE NETWORKS wissen. Dit wordt
aanbevolen voor draadloze netwerken die zelden of maar één keer
worden gebruikt.
Netwerken met verbinding zijn gemarkeerd met een pictogram (
).
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In het submenu
selecteren
MANAGE NETWORKS
selecteren
Afb. 91 a Afb. 91 b
Afb. 91 c
NL
195
Overige zaken
Netwerknaam van de Leica TL2 wijzigen
Afb. 92 a-d
U kunt voor uw Leica TL2 een eigen netwerknaam (af fabriek:
Leica-TL2
Serienummer van de camera
) aanmaken. Raakt u
hiervoor in het WiFi-menu van de camera het pictogram
DEVICE-in-
dicatie aan.
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In het submenu
selecteren
Device
selecteren
Aanwijzing:
De tekens „
AZ“, „az“, „09“, „-„ staan hiervoor ter beschik-
king. Spaties mogen niet worden gebruikt.
Afb. 92 a
Afb. 92 d
Afb. 92 b
Afb. 92 c
Aanwijzingen:
Bij toegang via WiFi worden de afbeeldingen maar met 2 MP
resolutie overgedragen. Voor de originele bestanden moet u de
camera via een USB-kabel of de SD-kaart met behulp van een
SD-kaartlezer uitlezen.
Maak altijd alleen verbinding met beveiligde netwerken om
ongewenste toegang tot uw gegevens en uw camera te voorko-
men.
We raden u daarom aan de functie uit te schakelen wanneer
deze niet wordt gebruikt.
Als er een USB-verbinding tussen de camera en een computer
actief is, wordt de WiFi-functie om technische redenen uitge-
schakeld.
Bij deze verbindingsmethode
Web Gallery is er geen toe-
gangscontrole. Let er daarom op dat u zich in een beveiligd
draadloos netwerk bevindt.
NL
196
Overige zaken
GEGEVENSOVERDRACHT NAAR EEN COMPUTER
D.m.v. USB-kabelverbinding / camera als extern station
gebruiken
De Leica TL2 is compatibel met de volgende besturingssystemen:
Microsoft
®
: Vista
®
/7
®
/8
®
Apple
®
Macintosh
®
: Mac
®
OS X (10.6) en hoger
Om de gegevens te kunnen overdragen, is de camera uitgerust met
een USB 3.0 super speed-aansluiting.
Met Windows-besturingssystemen:
De camera wordt door het besturingssysteem herkend als een
extern station en krijgt een stationsletter toegewezen. Draag de
opnamegegevens met behulp van Windows Verkenner over op uw
computer, en sla ze daar op.
Met Mac-besturingssystemen:
De camera verschijnt als opslagapparaat op het bureaublad. Draag
de opnamegegevens met behulp van de Finder over op uw compu-
ter, en sla ze daar op.
Belangrijk:
Gebruik uitsluitend de meegeleverde USB-kabel.
Terwijl de gegevens worden overgedragen, moet de USB-kabel-
verbinding niet worden onderbroken, anders kunnen de compu-
ter en/of camera "crashen". Eventueel kan de geheugenkaart
onherstelbaar beschadigd raken.
Zolang gegevens worden overgedragen, mag de camera niet
worden uitgeschakeld of zichzelf door onvoldoende batterijspan-
ning uitschakelen, omdat de computer anders kan "crashen".
Om dezelfde reden mag de batterij bij geactiveerde verbinding in
geen geval worden verwijderd. Als de capaciteit van de batterij
tijdens de overdracht van gegevens laag wordt, verschijnt de
afbeelding INFO met een knipperende weergave van de batterij-
capaciteit. Beëindig in dat geval de gegevensoverdracht, schakel
de camera uit en laad de batterij op.
Gebruik van kaartlezers
Opnamegegevens kunnen ook met kaartlezers voor SD-/SDHC/
SDXC-geheugenkaarten worden overgedragen. Voor computers
met een USB–poort zijn er passende externe kaartlezers verkrijg-
baar.
Aanwijzing:
De Leica TL2 is uitgerust met een geïntegreerde sensor die de
positie van de camera – horizontaal of verticaal (beide richtingen)
– bij elke opname herkent. M.b.v. van deze informatie kunnen
opnamen met de betreende programma’s op een computer
steeds automatisch staand worden weergegeven.
NL
197
Overige zaken
FORMATTEREN
Met de Leica TL2 kunt u opnamegegevens in het interne geheugen
of op een geplaatste geheugenkaart afzonderlijk wissen.
In het geval van geheugenkaarten is het normaal gesproken niet
nodig ze nogmaals te formatteren. Wanneer echter een ongefor-
matteerde kaart voor het eerst wordt geplaatst, moet deze worden
geformatteerd. In dergelijke gevallen verschijnt automatisch het
betreende scherm.
Het is echter raadzaam zowel het interne geheugen alsook de
geheugenkaart regelmatig te formatteren omdat bepaalde restbe-
standen (opname-begeleidende informatie) geheugencapaciteit
kunnen opeisen.
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
Het gewenste submenu oproepen
Er verschijnt een scherm met een vraag
Bevestigen - YES of verwerpen - NO
Aanwijzingen:
Als u de geheugenkaart formatteert, gaan de gegevens verloren.
Maak er daarom een gewoonte van al uw opnamen altijd zo snel
mogelijk op een veilig geheugenmedium, bijv. de harde schijf van
uw computer, op te slaan.
Schakel de camera tijdens dit proces niet uit.
Als de geheugenkaart in een ander apparaat, bijv. een computer
is geformatteerd, moet u deze in de camera opnieuw formatte-
ren.
Als de geheugenkaart niet kan worden geformatteerd, vraag dan
uw dealer of de Leica Product Support om advies.
Het formatteren wordt niet gestopt vanwege wisbeveiligde
opnamen die nog in het geheugen zitten.
NL
198
Overige zaken
MET ONBEWERKTE GEGEVENS DNG WERKEN
Als u de DNG-indeling wilt bewerken, hebt u de juiste software
nodig, zoals de professionele raw-converter Adobe
®
Photoshop
®
Lightroom
®
. Hiermee kunt u opgeslagen onbewerkte gegevens met
maximale kwaliteit omzetten, en bovendien biedt het programma
geoptimaliseerde algoritmen voor digitale kleurverwerking, die
zowel lage ruis als verbazingwekkende beeldresolutie mogelijk
maken.
Tijdens de bewerking hebt u de mogelijkheid achteraf verscheidene
parameters, zoals gradatie, scherpte enz. in te stellen en op deze
wijze de maximale beeldkwaliteit te realiseren.
INSTALLEREN VAN FIRMWARE-UPDATES
Leica werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling en optimali-
sering van zijn producten. Omdat bij digitale camera’s zeer veel
functies uitsluitend zuiver elektronisch worden gestuurd, kunnen
enkele van deze verbeteringen en uitbreidingen van functies nader-
hand in de camera worden geïnstalleerd.
Hiervoor biedt Leica op onregelmatige tijden zogenoemde firmwa-
re-updates aan, die u van onze homepage kunt downloaden.
Als u uw camera geregistreerd hebt, houdt Leica u op de hoogte
van alle nieuwe updates.
Verdere informatie omtrent de registratie en de firmware-updates
van uw camera, evenals eventuele wijzigingen en toevoegingen bij
de uitleg in deze handleiding vindt u in het 'Klantgedeelte' onder:
https://owners.leica-camera.com
Als u wilt weten welke firmware-versie er is geïnstalleerd:
In het hoofdmenu selecteren
selecteren
In de eerste regel van het submenu wordt de huidige versie-
nummer van de camera weergegeven.
De tweede regel van het submenu biedt toegang tot een lijst met
verschillende land-specifieke goedkeuringstekens of -nummers.
in het submenu Regulatory Information selecteren.
De twee-pagina weergave verschijnt.
NL
199
Voorzorgsmaatregelen en onderhoud
VOORZORGSMAATREGELEN EN ONDERHOUD
ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN
Gebruik uw camera niet in de onmiddellijke nabijheid van appara-
tuur met sterke magneetvelden en elektrostatische of elektromag-
netische velden (zoals inductie-ovens, magnetrons, monitoren van
tv of computer, videogame-consoles, mobiele telefoons, zendappa-
ratuur).
Wanneer u de camera op een televisie plaatst, of in de onmiddel-
lijke nabijheid gebruikt, kan het magneetveld ervan de beeldre-
gistratie verstoren.
Hetzelfde geldt voor het gebruik in de buurt van mobiele tele-
foons.
Sterke magneetvelden, bijv. die van luidsprekers of grote elektro-
motoren kunnen de opgeslagen gegevens beschadigen, resp. de
opnamen verstoren.
Als de camera door het eect van elektromagnetische velden
niet goed functioneert, deze uitschakelen, de batterij verwijde-
ren en daarna de batterij weer plaatsen en de camera weer
inschakelen.
Gebruik de camera niet in de onmiddellijke nabijheid van radio-
zenders of hoogspanningsleidingen.
Hun elektromagnetische velden kunnen de beeldregistraties
eveneens verstoren.
Bescherm de camera tegen contact met insectenspray en
andere agressieve chemicaliën. Testbenzine (wasbenzine),
verdunner en alcohol mogen niet voor de reiniging worden
gebruikt.
Bepaalde chemicaliën en vloeistoen kunnen de behuizing van
de camera, resp. het oppervlak beschadigen.
Omdat rubber en kunststof soms agressieve chemicaliën
afscheiden, mogen ze niet voor lange tijd met de camera in
contact blijven.
Zorg ervoor, dat zand of stof niet in de camera kan binnendrin-
gen, bijv. aan het strand. Zand en stof kunnen de camera en de
geheugenkaart beschadigen. Let hier vooral op bij het plaatsen
en verwijderen van de kaart.
Zorg ervoor, dat er geen water in de camera kan binnendringen,
bijv. bij sneeuw, regen of aan het strand.
Vocht kan tot verkeerde functies leiden en zelfs onherstelbare
schade aan uw camera en geheugenkaart veroorzaken.
Als er spetters zout water op uw camera zijn gekomen, bevoch-
tigt u een zachte doek eerst met leidingwater, wringt deze stevig
uit en wist hiermee de camera af. Daarna met een droge doek
goed nawrijven.
Belangrijk:
Er mogen uitsluitend accessoires worden gebruikt van het type dat
in deze handleiding of door Leica Camera AG worden genoemd en
beschreven.
LCD-scherm
Wanneer de camera aan grote temperatuurschommelingen
wordt blootgesteld, kan zich condens op de monitor vormen. Wis
deze voorzichtig met een zachte, droge doek af.
Als de camera bij het inschakelen zeer koud is, is het monitor-
beeld eerst iets donkerder dan normaal. Zodra de monitor
warmer wordt, bereikt het weer zijn normale helderheid.
De productie van het LCD-scherm is een zeer nauwkeurig proces.
Zo is verzekerd dat van de in totaal meer dan 920.000 pixels meer
dan 99,995% correct werkt en slechts 0,005% donker blijft of altijd
helder is. Dit is echter geen storing en beïnvloedt de beeldweer-
gave niet nadelig.
NL
200
Voorzorgsmaatregelen en onderhoud
Opnamesensor
Hoogtestraling (bijv. bij vluchten) kan pixeldefecten veroorzaken.
Condensatievocht
Als er zich condens op of in de camera heeft gevormd, moet u hem
uitschakelen en ongeveer 1 uur bij kamertemperatuur laten liggen.
Als kamer- en cameratemperatuur gelijk zijn, verdwijnt de condens
vanzelf.
Onderhoud
Omdat elke vervuiling tevens een voedingsbodem voor micro-or-
ganismen vormt, moet de uitrusting zorgvuldig worden schoon-
gehouden.
Voor de camera
Reinig de camera uitsluitend met een zachte, droge doek. Hard-
nekkig vuil moet eerst met een sterk verdund afwasmiddel
worden bevochtigd, en vervolgens met een droge doek worden
weggeveegd.
Om vlekken en vingerafdrukken op de lens te verwijderen wordt
de camera met een schone, pluisvrije doek afgeveegd. Grovere
verontreiniging in moeilijk toegankelijke hoeken van de camera-
body kunnen met een kleine kwast worden verwijderd.
Alle mechanisch bewegende lagers en glijvlakken van uw camera
zijn gesmeerd. Denk eraan als u de camera langere tijd niet
gebruikt: De camera ongeveer elke drie maanden meerdere
keren ontspannen om verharsen van de smeerpunten te vermij-
den. Het is ook aanbevolen dat u herhaaldelijk de instelwielen
verstelt en gebruikt.
Voor objectieven
Op de buitenlens van het objectief volstaat het normaal gespro-
ken het stof met een zacht haarpenseel te verwijderen. Bij
sterkere vervuiling kunnen deze met een zeer schone, gegaran-
deerd smetvrije, zachte doek in cirkelvormige bewegingen van
binnen naar buiten voorzichtig worden gereinigd. Wij adviseren
microvezeldoekjes (verkrijgbaar in de foto- en optiekzaak) die in
een beschermende verpakking worden bewaard en bij tempera-
turen tot 40 °C wasbaar zijn (geen wasverzachter, nooit strij-
ken!). Reinigingsdoekjes voor brillen die met chemische midde-
len zijn geïmpregneerd, mogen niet worden gebruikt omdat ze
het objectiefglas kunnen beschadigen.
De meegeleverde objectiefdop beschermt het objectief even-
eens tegen ongewenste vingerafdrukken en regen.
Voor de batterij
De oplaadbare lithium-ion batterijen genereren stroom door interne
chemische reacties. Deze reacties worden ook door de buitentem-
peratuur en luchtvochtigheid beïnvloed. Zeer hoge en lage tempe-
raturen verkorten de standtijd en levensduur van de batterijen.
Neem de batterij altijd uit de camera als u hem een tijd lang niet
gebruikt. Anders zou hij na enkele weken diep ontladen, d.w.z.
dat de spanning aanzienlijk zou dalen.
Lithium-ion batterijen dienen gedeeltelijk opgeladen te worden
opgeborgen, dwz. niet volledig ontladen of volledig opgeladen.
Bij zeer langdurige opslag moet de batterij ongeveer tweemaal
per jaar gedurende ca. 15 minuten worden opgeladen om diepe
ontlading te vermijden.
Houd de batterijcontacten steeds schoon en vrij. Lithium-Ion
batterijen zijn weliswaar tegen kortsluiting beveiligd, maar
bescherm toch de contacten tegen metalen voorwerpen zoals
NL
201
Voorzorgsmaatregelen en onderhoud
paperclips of sieraden. Een kortgesloten batterij kan zeer heet
worden en ernstige brandwonden veroorzaken.
De batterij kan alleen worden geladen als hij een temperatuur
tussen 0°C en 35°C heeft (anders schakelt het oplaadapparaat
niet in, ofwel het schakelt weer uit).
Als er een batterij op de grond valt, dient u daarna de behuizing
en contacten op eventuele schade te controleren. Het plaatsen
van een beschadigde batterij kan ook de camera beschadigen.
Batterijen hebben slechts een beperkte levensduur.
Voer beschadigde batterijen af naar een verzamelpunt waar ze
correct worden gerecycled.
Werp batterijen nooit in vuur, omdat ze anders kunnen explode-
ren.
Voor het oplaadapparaat
Wanneer het oplaadapparaat in de buurt van radio-ontvangers
wordt gebruikt, kan de ontvangst worden verstoord; zorg voor
een afstand van minimaal 1 m tussen de apparaten.
Het oplaadapparaat kan bij gebruik geluid (“zoemen“) veroorza-
ken – dit is normaal en geen storing.
Trek de netstekker van het oplaadapparaat eruit als dit niet
wordt gebruikt, omdat het ook zonder batterij (zeer weinig)
stroom verbruikt.
Houd de contacten van het oplaadapparaat steeds schoon en
maak nooit kortsluiting.
Voor geheugenkaarten
Zolang een opname wordt opgeslagen of de geheugenkaart
wordt uitgelezen, mag deze niet worden verwijderd; de camera
mag ook niet worden uitgeschakeld en niet aan trillingen worden
blootgesteld.
Geheugenkaarten moeten als bescherming in principe uitslui-
tend in het meegeleverde antistatische foedraal worden
bewaard.
Bewaar geheugenkaarten niet op plaatsen waar ze aan hoge
temperaturen, direct zonlicht, magneetvelden of statische
ontlading worden blootgesteld.
Laat geheugenkaarten niet vallen en buig ze niet, omdat deze
anders beschadigd kunnen worden en de opgeslagen gegevens
verloren kunnen gaan.
Verwijder de geheugenkaart in principe als u de camera langere
tijd niet gebruikt.
Raak de aansluitingen aan de achterzijde van de geheugenkaart
niet aan en houd ze vrij van vuil, stof en vocht.
Het is raadzaam de geheugenkaart af en toe te formatteren,
omdat door het wissen fragmentatie optreedt, die een deel van
de geheugencapaciteit blokkeren kan.
NL
202
Voorzorgsmaatregelen en onderhoud
Opbergen
Wanneer u de camera een tijd lang niet gebruikt, is het
raadzaam:
a. a. hem uit te schakelen,
b. de geheugenkaart eruit te halen en
c. de batterij eruit te halen.
Een objectief werkt als een brandglas, in het bijzonder als het
volle zonlicht frontaal op de camera staat. De camera mag
daarom in geen geval zonder objectiefdop worden weggelegd.
Het plaatsen van een objectiefkap en het opbergen van de
camera in de schaduw (of gelijk in de tas) kan ertoe bijdragen
interne schade aan de camera te voorkomen.
Bewaar de camera bij voorkeur in een gesloten en gestoeerd
foedraal, zodat er niets tegenaan kan schuren en stof op afstand
wordt gehouden.
Bewaar de camera op een droge, voldoende geventileerde
plaats, die bescherming biedt tegen hoge temperatuur en voch-
tigheid. De camera moet bij gebruik in een vochtige omgeving
voor de opslag beslist vrij zijn van ieder vocht.
Fototassen die bij gebruik nat zijn geworden, moeten worden
leeggemaakt om beschadiging van uw uitrusting door vocht en
eventueel vrijkomende restanten leerlooimiddel uit te sluiten.
Ter bescherming tegen schimmelvorming (fungus) bij gebruik in
een vochtig en warm tropisch klimaat moet de camera-uitrusting
zo veel mogelijk aan de zon en lucht worden blootgesteld. Het
bewaren in luchtdicht afgesloten koers of tassen is slechts aan
te bevelen als er bovendien een droogmiddel, bijv. silicagel,
wordt gebruikt.
Bewaar de camera ter vermijding van schimmelvorming niet voor
lange tijd in de leren tas.
Noteer het serienummer van uw Leica TL2, omdat het nummer
in geval van verlies buitengewoon belangrijk is.
Veiligheidsvoorschriften voor gebruik van de draagriem
Deze draagriem is gemaakt van bijzonder sterk materiaal. Er
bestaat gevaar op beknelling en wurging.
Gebruik hem uitsluitend op de manier waarvoor hij is bedoeld,
als draagriem van een camera / verrekijker. Een ander gebruik
brengt letselgevaar met zich mee en kan eventueel leiden tot
beschadigingen aan de draagriem, en is daarom niet toegestaan.
Vanwege het knel- en wurggevaar moeten draagriemen niet
worden gebruikt aan camera's / verrekijkers bij sportactiviteiten
waarbij een bijzonder hoog risico bestaat, met de draagriem te
blijven hangen (bijvoorbeeld bergbeklimmen en vergelijkbare
outdoor-sporten).
Zorg dat kinderen niet bij de draagriem kunnen. De draagriem is
geen speelgoed, en voor kinderen mogelijk gevaarlijk. Vanwege
knel- en wurggevaar zijn ze voor kinderen ook niet geschikt als
draagriem voor camera's / verrekijkers.
NL
203
BIJLAGE
OPLAADAPPARAAT-ADAPTERSTEKKER
Stekker Land
1 VS / Japan VS
Canada
Japan
Singapore
Thailand
Taiwan
2 EU EU
Turkije
Rusland
3 VK VK
Qatar
VAE
Hong Kong
Maleisië
Zuid-Afrika
Malta
4 China China
5 Australië Australië
Nieuw-Zeeland
6 Korea Korea
1
3
5
2
4
6
Bijlage
NL
204
HOOFDMENU
Functiesecties
1
Foto-instellingen
2
Belichtings-instellingen
3
Scherpte-instellingen
4
Video-instellingen
5
Draadloze-verbindingsinstellingen
6
LCD-scherm-/zoekerinstellingen
7
Weergave-instellingen
8
Camera-basisinstellingen
9
Flits-instellingen
Foto-instellingen
MY CAMERA
1
Pagina
1a
ISO-filmgevoeligheid
x
146
1b
JPG-compressiegraad
x
144
1c
JPG-resolutie
x
144
1d
Automatische ISO-instellingen 146
1e
Opnamefrequentie / beeldvolgorde 150
1f
DNG-compressie 144
1g
Witbalans
x
145
1h
Kleurweergave 146
1i
Zelfontspanner
x
148
1j
Beeldstabilisatie
2
148
1
X = menupunten in het MY CAMERA-menu bij fabrieksinstelling
2
Uitsluitend met navenant uitgeruste Leica SL-objectieven beschikbaar
Bijlage
1
1a
1d
1g
1j
1 1b
1e
1h
1c
1f
1i
4
7
2
5
8
3
6
9
NL
205
Belichtingsinstellingen
MY CAMERA
1
Pagina
2a
Methode belichtingsmeting
x
158
2b
Belichtingscorrectie
x
166
2c
Automatische belichtingsreeks 167
Scherpte-instellingen
3a
Scherpte-instellingsmodus 150
3b
Autofocus-modus 152
3c
AF-hulplicht 151
3d
Scherpstelhulp 156
Video-instellingen
4a
Video-opnameresolutie 172
4b
Beeldstabilisatie 173
4c
Windgeruisdemping 173
Draadloze-verbindingsinstellingen
5a
WiFi-verbinding
x
192
5b
GPS-verbinding
3
149
LCD-scherm-/zoekerinstellingen
6a
Monitorhelderheid 142
6b
Kleurreproductie LCD-scherm 142
6c
Zoeker-helderheid
3
142
6d
Kleurweergave zoeker
3
142
3
Alleen beschikbaar met gemonteerde Leica Visoflex-zoeker (type 020)
Bijlage
2
3
4
5
6
2a
3a
4a
5a
6a
6d
3d
2b
3b
4b
5b
6b 6c
2c
3c
4c
NL
206
Bijlage
Weergave-instellingen
Pagina
7a
Automatische weergave 174
7b
Histogramweergave 163
7c
Automatische uitlijning van het beeld 175
Camera-basisinstellingen
8a
Menutalen 140
8b
Datum/tijd 140
8c
Gebruikersprofielen beheren 188
8d
Automatische uitschakeling van de monitor 142
8e
Automatische uitschakeling van de camera 143
8f
Akoestische meldsignalen 142
8g
Formatteren 197
8h
Opnamenummering herstellen 191
8i
Camerainstellingen herstellen 190
8j
Technische camera-informatie 113/199
8k
Functieknop 127/143/173
Flits-instellingen
4
9a
Flitsmodus 169
9b
Flitsbelichtingscorrectie
5
171
9c
Flitstijdstip 171
4
Alleen beschikbaar met geplaatst flitsapparaat
5
Alleen beschikbaar als het geplaatste flitsapparaat geen directe instelling toelaat
7
8
9
7a
8a
9a
8d
8g
8j
7b
8b
9b
8e
8h
8k
7c
8c
9c
8f
8i
NL
207
Bijlage
MENU BELICHTINGSMODI
Belichtingsmodi
Pagina
10
Programma-automaat 159
11
Tijdautomaat 160
12
Diafragma-automaat 161
13
Handmatige instelling 162
14
Motiefprogramma's 165
Motiefprogramma's
14a
Uitgebreide programma-automaat
14b
Sportprogramma
14c
Portretprogramma
14d
Landschapsprogramma
14e
Portretprogramma voor donkere omgevingen
14f
Programma voor zeer heldere onderwerpen
14g
Programma voor vuurwerk
14h
Programma voor zeer donkere omgevingen
14i
Programma voor zonsonder- en -opgangen
14j
Programma voor digiscoping
10
13
14a14
14d
14g
14j
14b
14e
14h
14c
14f
14i
11
14
12
NL
208
Trefwoordenregister
TREFWOORDENREGISTER
Aan-/uitschakelen; zie Hoofdschakelaar
Afstandsinstelling ....................................................................150
AF-hulplicht .........................................................................151
Autofocus ...........................................................................150
Handmatige instelling ..........................................................156
Instellen door aanraken .......................................................154
Meetmethoden ...................................................................152
Scherpstelhulp ....................................................................156
Batterij, plaatsen en verwijderen .............................................117
Beeldfrequentie .......................................................................150
Bekijken van opnamen; zie Weergavemodus
Belichtingsregeling
Belichtingscorrecties ...........................................................166
Belichtingsreeks, automatische ...........................................167
Diafragma-automaat ............................................................161
Handmatige instelling ..........................................................162
Motiefprogramma’s .............................................................165
Meetmethoden ...................................................................158
Opslaan van de meetwaarde................................................166
Programma-automaat ..........................................................159
Shiften ................................................................................159
Tijdautomaat .......................................................................160
Bestandsformaat .....................................................................144
Bewaren .................................................................................202
Bron (voor weergave) selecteren .............................................182
Clipping ......................................................................... 130/163
Compressiegraad ....................................................................144
Contrast .................................................................................146
Diashow ..................................................................................178
DNG .............................................................................. 144/198
Draagriem bevestigen .............................................................116
Elektronische zoeker ...................................................... 142/149
Favorieten, opnamen markeren als ..........................................179
Firmware-downloads ...............................................................198
Flitsapparaten .........................................................................168
Flitsmodus ..............................................................................168
Formatteren ............................................................................197
Functieknop ........................................................... 127/143/173
Gebarenbesturing ...................................................................128
Gegevensoverdracht naar een computer .................................196
Geheugenkaart, plaatsen en verwijderen .................................122
Geluiden (toetstonen) ..............................................................142
Geluidsopname .......................................................................173
Geluidsvolume ........................................................................142
GPS ........................................................................................149
Histogram ...................................................................... 130/163
NL
209
Trefwoordenregister
Hoofdschakelaar .....................................................................126
Infodienst, Leica Product Support ............................................212
Instelwielen .............................................................................126
ISO-filmgevoeligheid................................................................146
Klantenservice / Leica Customer Care ....................................212
Kleurverzadiging ......................................................................146
Kleurweergave ........................................................................179
Kopiëren van opnamegegevens ...............................................182
LCD-scherm ............................................................................142
Leveringsomvang ....................................................................110
Menutaal ................................................................................140
Onbewerkte gegevens .................................................... 144/198
Onderdelen, benaming van de .................................................109
Ontspanner, zie ook Technische gegevens ...............................127
Opnamefrequentie ..................................................................150
Opnamen beschermen / de wisbeveiliging opheen ................179
Opnamen markeren ...............................................................179
Opnamen vergroten bij de weergave .......................................174
Opnamen wissen ....................................................................180
Profielen .................................................................................188
Reparaties / Leica Customer Care ..........................................212
Resolutie ................................................................................144
Scherpte instellen ...................................................................150
Serieopnamen.........................................................................150
Software .................................................................................198
Stabilisatie ..................................................................... 148/173
Terugzetten van alle individuele menu-instellingen ...................190
Tijd en datum ..........................................................................140
Uitschakelen van de camera, automatisch ..............................141
Uitsnede, kiezen van, zie weergavemodus
USB-verbinding .............................................................. 120/196
Video's knippen ......................................................................186
Video's verbinden ...................................................................186
Video-opnamen .......................................................................172
Voorzorgsmaatregelen ............................................................199
Weergave ................................................................................174
Weergavemenu .......................................................................178
WiFi ........................................................................................192
Witbalans ................................................................................145
Zelfontspanner ........................................................................148
Zoeker ....................................................................................142
NL
210
Technische gegevens
TECHNISCHE GEGEVENS
Camera-aanduidingLeica TL2
CameratypeDigitale APS-C systeemcamera
Typenummer5370
Bestelnr.18 187 (zilver), 18 188 (zwart)
ObjectiefkoppelingLeica L-bajonet met contactstrip voor com-
municatie tussen objectief en camera
Bruikbare objectievenObjectieven voor Leica TL- en SL-model-
len, Leica M- en R-objectieven via Leica M-, of R-adapter L
SensorCMOS-sensor, afmetingen APS-C (23,6 x 15,7 mm) met
24,96/24,32 miljoen pixels (totaal/eectief), formaat-beeldverhouding 3:2
ResolutieDNG: 6016 x 4014 pixel (24 megapixel), JPEG: naar
wens 6000 x 4000 pixel (24 megapixel), of 4272 x 2856 pixel
(12megapixel), of 3024 x 2016 pixel (6 megapixel)
Foto-bestandsformaten/compressiegraadNaar wens: JPG,
DNG of DNG + JPG, DNG naar wens zonder of met compressie
(verliesvrij)
Video-opnameformaatMP4
Video-resolutie / beeldseriesnelheden3840 x 2160p (4K)
30fps, 1920 x
1080 p (FHD) 60fps of 1280 x 720 p (HD) fps of
1280 x 720p (HD) 120fps (
SLOMO)
Video-opnameduurAfhankelijk van de omgevings- en camera-
temperatuur zijn ononderbroken video-opnamen mogelijk, tot een
maximale lengte van 29 minuten (zie pagina 6). De maximale
bestandsgrootte bedraagt 4 GB. Als de opname groter is, wordt het
surplus automatisch in een volgend bestand opgeslagen.
Intern geheugen32 GB
OpslagmediaSD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten, UHSII-stan-
daard wordt ondersteund
ISO-gevoeligheidAutomatisch, ISO 100 tot ISO 50000
WitbalansAutomatisch, voorinstellingen voor daglicht, bewolkt,
halogeenverlichting, schaduw, elektronische flits, twee handmatige
metingen, handmatige instelling van de kleurtemperatuur
AutofocussysteemContrast-gebaseerd
Autofocus-meetmethodenEnkelpunt, Multi-veld, Spot, Gezichts-
detectie, Touch AF-functies
Belichtingsprogramma'sProgramma-automaat, Tijdautomaat,
Diafragma-automaat, Handmatige instelling, Motiefprogramma's:
Volautomatisch, Sport, Portret, Landschap, Nachtportret, Sneeuw/
Strand, Vuurwerk, Kaarslicht, Zonsondergang
BelichtingsmeetmethodenMulti-veld, Centrum-georiënteerd,
Spot
Belichtingscorrecties±3EV in
1
3EV-stappen
Automatische belichtingsreeksenDrie opnamen in gradaties
t/m ±3 EV, in te stellen in
1
3 EV-stappen
Sluitertijden-bereik30s tot
1
40000s, (tot
1
4000s met mechani-
sche, daarboven met elektronische sluiter)
Serieopnamenca. 7 b/s (met mechanische sluiter), 20 b/s (met
elektronische sluiter), 29 opnamen met een constante frequentie,
daarna afhankelijk van de specificaties van de geheugenkaart
FlitsmodiMet geplaatst, systeemcompatibel fitsapparaat instel-
baar
Flits-belichtingscorrecties±3EV in
1
3EV-stappen
Flitssynchronisatietijd
1
180s
NL
211
Technische gegevens
LCD-scherm3,7” TFT LCD, 1,3 miljoen pixels, 854x480 per
kleurkanaal
ZelfontspannerVoorlooptijd naar keuze 2 of 12 s
WLANVoldoet aan standaard IEEE 802.11b/g/n (standaard
WLAN-protocol); kanaal 1-11; encryptie-methode: WiFi-compatibele
WPA™/WPA2™
VoedingLithium-Ion batterij Leica BP-DC13, nom. spanning 7,2
V, capaciteit 985mAh; (volgens CIPA-standaard): ca. 250 opnamen,
laadtijd (na diepe ontlading): ca. 160 min. Fabrikant: Panasonic
Energy (Wuxi) Co, Ltd. Made in China
AansluitingenMicro (type D)-HDMI-bus, HDMI 1.4b-standaard
wordt ondersteund, USB-type C-bus, USB 3.0 Super Speed-stan-
daard wordt ondersteund, batterij opladen via USB-poort mogelijk
met maximaal 1A, accessoireschoen met Leica-flits-interface met
geïntegreerde connector voor optioneel toebehoren
OplaadapparaatLeica BC-DC13, Ingang: wisselspanning 100–
240V, 50/60Hz, 0,145A (100V)/-0,08A (240V), automatisch
omschakelend, Uitgang: DC 8,4V 0,65A, Gewicht: ca. 90g, Afme-
tingen: ca. 96x68x28mm, Fabrikant: Shenzen Eng Electronics
Co., Ltd., Made in China
BehuizingLeica Unibody-design van aluminium, aansluiting voor
draagriem en overige toebehoren via automatisch vergrendelend
pensysteem, ISO-accessoireschoen met midden- en regelcontacten
voor flitsapparaten, of elektronische Leica Visoflex-zoeker
StatiefschroefdraadA
1
4 DIN 4503 (
1
4“)
Afmetingen (BxHxD)134x69x33mm
Gewichtca. 399g/355g (met/zonder batterij)
LeveringsomvangCamerabody, draagriem, 2 ontgrendelings-
sleutels
om de blinde pennen te verwijderen, of om de riem te verwijderen,
batterij (Leica BP-DC13), oplaadapparaat (Leica BC-DC13) met 6
adapterstekkers, USB type C-kabel
SoftwareLeica App (gratis download in de Apple™ App-Store™/
Google™ Play Store™)
Wijziging in constructie en uitvoering voorbehouden.
NL
212
LEICA PRODUCT SUPPORT
Technische vragen over toepassingen met Leica-producten, ook
over de meegeleverde software, worden schriftelijk, telefonisch of
per e-mail beantwoord door de Product Support-afdeling van de
Leica Camera AG. Ook voor koopadvies en het bestellen van hand-
leidingen is dit uw contactadres. U kunt uw vragen eveneens via het
contactformulier op de website van Leica Camera AG aan ons
richten.
Leica Camera AG
Productsupport / Softwaresupport
Am Leitz-Park 5
35578 Wetzlar, Germany
Telefoon: +49(0)6441-2080-111 /-108
Fax: +49(0)6441-2080-490
LEICA CUSTOMER CARE
Voor het onderhoud van uw Leica-uitrusting en in geval van schade
kunt u gebruik maken van de Customer Care van Leica Camera AG
of de reparatieservice van een Leica-vertegenwoordiging in uw land
(voor adressenlijst zie garantiebewijs).
Leica Camera AG
Customer Care
Am Leitz-Park 5
35578 Wetzlar, Germany
Telefoon: +49(0)6441-2080-189
Fax: +49(0)6441-2080-339

Documenttranscriptie

NL LEICA TL2 Gebruiksaanwijzing 1 2 3 4 1 Naam van de onderdelen NL 5 19 6 20 21 7 8 7 9 10 11 13 12 22 23 24 25 14 15 25a 16 26c 26a 26b 27 17 28 29 18 108 30 30a 31 NAAM VAN DE ONDERDELEN Vooraanzicht 1 2 3 4 5 6 Blinde pennen voor draagogen Objectief-ontgrendelingsknop Contactstrip Zelfontspanner-LED / AF-hulplicht Luidsprekers Bajonet Bovenaanzicht 7 8 9 10 11 12 13 Microfoons Accessoireschoen Hoofdschakelaar Ontspanner Functieknop Instelwiel Instelwiel Achteraanzicht 14 15 16 17 18 Helderheidssensor LCD-scherm Afdekklep Status-LED Laadstatus-LED 19 Geheugenkaartensleuf 20 HDMI-bus 21 USB aansluiting Onderaanzicht 22 Batterij 23 Batterij-vastzethendel 24 Statiefschroefdraad OBJECTIEF NL Naam van de onderdelen CAMERA Aanzicht van rechts (Afdekklep geopend) 25 Zonnekap a. Indexpunten 26 Frontgreep 27 28 29 30 31 a. Externe bajonet voor tegenlichtkap b. Indexpunt voor tegenlichtkap c. Binnendraad voor filter Afstandsinstelring Instelring voor de brandpuntsafstand Index voor brandpuntsafstand Vaststaande ring a. Rode indexknop om lens te wisselen Contactstrip 109 NL VOORWOORD ACCESSOIRES Geachte klant, wij wensen u veel plezier en succes bij het fotograferen met uw nieuwe Leica TL2. Om het volledige prestatievermogen van uw Leica TL2 goed te kunnen benutten, raden wij u aan deze handleiding door te lezen. Voor een snelle start met uw nieuwe Leica is er de Quick Start Guide. Details over het omvangrijke assortiment aan toebehoren voor uw Leica TL2 vindt u op de startpagina van Leica Camera AG: LEVERINGSOMVANG Voordat u uw Leica TL2 in gebruik neemt, controleert u de meegeleverde accessoires op volledigheid. a. Batterij Leica BP-DC13 b. Oplaadapparaat BC-DC13 (incl. uitwisselbare stekker) c. USB-type C-kabel d. Blinde pennen voor draagogen (bij levering aangebracht) e. Draagriem f. Draagoogpen-ontgrendelsleutel g. Bajonetdop behuizing h. Accessoireschoen-kapje i. Registratiekaart Let op: Bewaar kleine onderdelen (bijvoorbeeld de draagoogpen-ontgrendelsleutel) in principe als volgt: – buiten bereik van kinderen; – op een veilige plek, bijv. in de juiste vakken van de cameradoos. 110 Wijziging in constructie en uitvoering voorbehouden. www.leica-camera.com VERVANGENDE ONDERDELEN Behuizingsdeksel Bestelnr.. 16 060 Accessoireschoen-kapje 470-701.801-007 Blinde pennen voor draagogen 470-701.001-020 Draagoogpen-ontgrendelsleutel 470-701.001-029 Silicone draagriem 439-612.100-000 Lithium-ionbatterij BP-DC BP-DC13, zilver 18 772 Lithium-ionbatterij BP-DC BP-DC13, zwart 18 773 Batterij-oplaadapparaat Leica BC-DC13 470-701.022-000 Set netstekkers 470-701.801-005 USB-type C-kabel 470-701.001-035 Juridische opmerkingen NL 112 Let op: • Moderne elektronische elementen reageren gevoelig op elektrostatische ontlading. Omdat mensen, bijv. bij het lopen over synthetisch tapijt, al snel meer dan 10.000 Volt kunnen opbouwen, kan het bij aanraking van uw camera tot een ontlading komen, vooral als deze op een geleidende ondergrond ligt. Wanneer het alleen de camerabehuizing betreft, is deze ontlading voor de elektronica absoluut ongevaarlijk. De elektronica is weliswaar extra beveiligd, maar raak toch vooral de naar buiten lopende contacten, zoals die in de flitsschoen, zo min mogelijk aan. • Gebruik voor het schoonmaken van de contacten geen optiek-microvezeldoek (synthetisch), maar een katoenen of linnen doek! Wanneer u van tevoren bewust een verwarmingsbuis of waterleiding (geleidend, met „aarde“ verbonden materiaal) aanraakt, wordt daardoor een eventueel aanwezige elektrostatische lading veilig ontladen. Vermijd vervuiling en oxidatie van de contacten, ook door uw camera altijd met de dop het objectief en het kapje op de flitsschoen-/zoekeraansluiting droog op te bergen. • Gebruik uitsluitend aanbevolen accessoires om storing, kortsluiting of een elektrische schok te vermijden. • Probeer nooit onderdelen van de body (afdekkingen) te verwijderen; vakkundige reparaties kunnen alleen door een erkend servicepunt worden uitgevoerd. Belangrijk: De camera wordt warm tijdens gebruik. Dat is geen storing, het komt doordat elektronische onderdelen zoals sensor, processor en monitor tijdens gebruik warmte produceren. Dit treedt sneller op wanneer gedurende een langere periode steeds weer serieopnamen worden gemaakt, of wanneer opnamen snel na elkaar worden gemaakt. Dit geldt met name bij video-opnamen. Eventueel grijpt een veiligheidsschakeling in en schakelt de camera uit. Dat laatste treedt natuurlijk sneller op als de camera vooraf al warm was; bijvoorbeeld als de camera in een auto lag, of als de camera aan intensief zonlicht was blootgesteld. Houd bij het plannen van de opnamen rekening met deze omstandigheden. Juridische mededeling: • Neem zorgvuldig het auteursrecht in acht. Het kopiëren en publiceren van zelf opgenomen media, zoals banden, cd's, of door anderen uitgegeven of gepubliceerd materiaal kan het auteursrecht schenden. • Dit geldt ook voor alle meegeleverde software. • M.b.t. het gebruik van video's die met deze camera zijn opgenomen: Dit product is gemachtigd onder de AVC-octrooimachtiging voor persoonlijk gebruik en andere gebruiksdoeleinden, waarvoor de consument geen vergoeding om (i) video-opnamen te coderen in overeenstemming met de AVC-normen (“AVC Video”) en/of (ii) AVC video-opnamen te decoderen die gecodeerd werden door een consument voor persoonlijke doeleinden en/of verkregen werden van een leverancier die gemachtigd is tot levering van AVC-video's. Voor alle andere toepassingen worden geen machtigingen verleend, expliciet noch impliciet. Meer informatie is verkrijgbaar van MPEG LA, L.L.C. op http://www. mpgegla.com. Alle andere toepassingen, in het bijzonder het aanbieden van AVC video's tegen vergoeding, kunnen een afzonderlijke licentieovereenkomst met MPEG LA, L.I.C. vereisen. Meer informatie is verkrijgbaar van MPEG LA, L.L.C. op http://www.mpgegla.com. • De SD-, en USB-logo's zijn gedeponeerde merken. • Overige namen, firma- en productnamen die in deze handleiding worden genoemd, zijn handelsmerk, resp. gedeponeerd handelsmerk van de betreffende ondernemingen. Milieuvriendelijk afvoeren elektrische en elektronische apparatuur Dit toestel bevat elektrische en/of elektronische onderdelen en mag daarom niet met het normale huisvuil worden meegegeven! In plaats daarvan moet het voor recycling op door de gemeenten beschikbaar gestelde inzamelpunten worden afgegeven. Dit is voor u gratis. Als het toestel zelf verwisselbare batterijen of accu’s bevat, moeten deze vooraf worden verwijderd en evt. volgens de voorschriften milieuvriendelijk worden afgevoerd. Meer informatie over dit onderwerp ontvangt u bij uw gemeentelijke instantie, uw afvalverwerkingsbedrijf of de zaak waar u het toestel hebt gekocht. De CE-markering van onze producten geeft aan dat de basiseisen van de geldende EU-richtlijnen worden nageleefd. Aanwijzing: Extra informatie Belangrijk: Niet-opvolgen kan schade aan de camera, de accessoires, of de opnamen veroorzaken Let op: Niet-opvolgen kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben! NL Juridische opmerkingen (geldt voor de EU en overige Europese landen met gescheiden inzameling) Verklaring van de verschillende aanwijzingscategorieën in de handleiding De productiedatum van uw camera vindt u op de stickers in de garantiekaart ofwel op de verpakking. De schrijfwijze is: Jaar/ maand/dag. In het menu van de camera vindt u de specifieke vergunning van dit apparaat. ► In het hoofdmenu selecteren ► selecteren ► in het submenu Regulatory Information selecteren 113 Inhoudsopgave NL INHOUDSOPGAVE Naam van de onderdelen ......................................................................... 109 Voorwoord ................................................................................................. 110 Leveringsomvang...................................................................................... 110 Accessoires ............................................................................................... 110 Vervangende onderdelen ......................................................................... 110 Voorbereidingen Draagriem bevestigen .............................................................................. 116 Vervangen van de batterij ........................................................................ 117 Batterij laden ............................................................................................ 118 De geheugenkaart uitwisselen ................................................................ 122 Objectief plaatsen/verwijderen .............................................................. 124 Bruikbare objectieven .............................................................................. 124 Camerabediening Hoofdschakelaar ...................................................................................... 126 Instelwielen .............................................................................................. 126 Ontspanner ............................................................................................... 127 Functieknop .............................................................................................. 127 Gebarenbesturing..................................................................................... 128 Rechter werkbalk vergrendelen/ontgrendelen.........................................129 INFO-weergave ......................................................................................130 Menu voor belichtingsmodi / motiefprogramma's ...................................131 MY CAMERA-menu oproepen ..............................................................131 Hoofdmenu starten .................................................................................131 Opbouw van het hoofdmenu ...................................................................131 De menupunten van een hoofdmenu-functiesectie oproepen ...................131 Navigatie in het hoofdmenu en het MY CAMERA-menu ........................132 Menutegels.............................................................................................133 Direct instellen van de opties van een functie ..........................................133 Een menupunt selecteren / de functievarianten in submenu's instellen ...134 Instellingen in submenu's met de instelwielen en gebarenbesturing .........135 114 MY CAMERA-menu aanpassen ............................................................136 Instelwiel-menu ......................................................................................138 De instelwiel-functies blokkeren ..............................................................138 Gewenste functie aan linker instelwiel toekennen....................................139 Camera-basisinstellingen Menutaal ................................................................................................... 140 Datum/tijd................................................................................................ 140 Automatische uitschakeling van de camera ........................................... 141 Akoestische signalen ............................................................................... 142 LCD-scherm-/zoekerinstellingen............................................................. 142 Automatische uitschakeling van de monitor .......................................... 143 Opname-basisinstellingen Bestandsformaat/compressiegraad ....................................................... 144 Witbalans .................................................................................................. 145 ISO-filmgevoeligheid ................................................................................ 146 JPEG-beeldeigenschappen ....................................................................... 146 Andere opname-instellingen Beeldstabilisatie ....................................................................................... 148 Zelfontspanner ......................................................................................... 148 Registratie van opnamelocatie met GPS................................................. 149 Opnamemodus Serieopnamen .......................................................................................... 150 Afstandsinstelling..................................................................................... 150 Autofocus ...............................................................................................150 AF-hulplicht .........................................................................................151 Autofocus-meetmethoden/modussen..................................................152 Spot-/enkelvoudige meting .................................................................152 Touch AF/Touch AF + afdrukken .........................................................154 Multi-veld-meting .................................................................................155 Gezichtsherkenning .............................................................................155 Handmatige afstandsinstelling ................................................................156 Hulpfunctie voor handmatige afstandsinstelling ....................................156 Flitsfotografie Geschikte flitsapparaten.......................................................................... 168 Flitser plaatsen ......................................................................................... 168 Flitsmodi ................................................................................................... 169 Flitsbereik ................................................................................................. 170 Synchronisatietijdstip .............................................................................. 171 Flits-belichtingscorrecties ....................................................................... 171 Video-opnamen.............................................................................................172 Stabilisatie .................................................................................................173 Starten/stoppen van de opname ...............................................................173 Geluidsopname ..........................................................................................173 Weergavemodus Permanente weergave ............................................................................. 174 Automatische weergave .......................................................................... 174 Opnamen staand weergeven ................................................................... 175 Opnamen selecteren ................................................................................ 175 Opnamen vergroten/verkleinen .............................................................. 176 Gelijktijdige weergave van 9 opnamen ....................................................176 Uitsnede selecteren ...................................................................................177 Weergavemenu ..........................................................................................178 Diashow .................................................................................................178 Opnamen als favorieten markeren / markering opheffen .........................179 Opnamen beveiligen / wisbeveiliging opheffen ........................................179 Opnamen wissen ................................................................................... 180 Weergavebron selecteren ..................................................................... 182 Opnamegegevens van intern geheugen naar geplaatste geheugenkaart of andersom kopiëren ........................................................................... 182 Videoweergave ......................................................................................... 184 Video-opnamen knippen en plakken ....................................................... 186 NL Inhoudsopgave Belichtingsmeting en -regeling Belichtingsmeetmethoden.......................................................................158 Belichtingsregeling..................................................................................158 Programma-automaat - P ........................................................................159 Tijdautomaat - A ..................................................................................160 Diafragma-automaat - S .......................................................................161 Handmatige instelling - M ....................................................................162 Histogram ...........................................................................................163 Clipping ...............................................................................................164 Motiefprogramma's .............................................................................165 Opslaan van de meetwaarde ................................................................166 Belichtingscorrecties ...........................................................................166 Automatische belichtingsreeksen.........................................................167 Overige zaken Gebruikersprofielen ................................................................................. 188 Terugzetten van alle individuele instellingen .......................................... 190 Nummering van opnamebestanden terugzetten .................................... 191 Instellen en gebruiken van de WiFi-functie ............................................. 192 Gegevensoverdracht naar een computer................................................ 196 Formatteren .............................................................................................. 197 Met onbewerkte gegevens DNG werken................................................. 198 Installeren van firmware-updates............................................................ 198 Voorzorgsmaatregelen en onderhoud......................................................199 Bijlage Oplaadapparaat-adapterstekker.............................................................. 203 Hoofdmenu ............................................................................................... 204 Menu Opnamemodi .................................................................................. 207 Trefwoordenregister ..................................................................................208 Technische gegevens ................................................................................210 Leica serviceadressen ...............................................................................212 115 VERVANGEN VAN DE BATTERIJ NL Voorbereidingen Camera uitzetten Afb. 2 a Batterij plaatsen Afb. 2 b Batterij verwijderen Afb. 2 c Afb. 2 a Aanwijzingen: • De batterij is voorgeladen af fabriek - de camera kan daarom onmiddellijk worden gebruikt. • De vergrendeling is voorzien van een beveiliging om te voorkomen dat de batterij niet uit het vak kan vallen als de camera rechtop wordt gehouden. Belangrijk: Als de batterij wordt verwijderd terwijl de camera aanstaat, kan dit leiden tot het verlies van uw instellingen in de menu's en van de opnamegegevens en tot beschadiging van de geheugenkaart. Afb. 2 b Afb. 2 c 117 Voorbereidingen NL 118 BATTERIJ LADEN De Leica TL2 wordt door een lithium-ion batterij van de benodigde energie voorzien. Hij kan zowel in de camera worden opgeladen via de meegeleverde USB-kabel, alsook buiten de camera met het meegeleverde oplaadapparaat. Let op: • Er mogen uitsluitend batterijen worden gebruikt van het type dat in deze handleiding of door Leica Camera AG worden genoemd en beschreven. • Deze batterij mag uitsluitend met het hiervoor bestemde apparaat en alleen zoals beschreven worden opgeladen. • Als deze batterijen niet volgens de voorschriften worden gebruikt of als er batterijen worden gebruikt die niet voor deze camera zijn bestemd, kan dit eventueel een explosie tot gevolg hebben. • De batterijen mogen niet voor lange tijd aan zonlicht, warmte, hoge luchtvochtigheid of condens worden blootgesteld. Om het risico voor brand of explosie te vermeiden, mogen batterijen ook nooit in een magnetron worden gelegd of onder hoge druk worden gezet. • Werp batterijen nooit in vuur; ze kunnen anders exploderen! • Vochtige of natte batterijen mogen nooit worden geladen of in de camera worden gebruikt. • Houd de batterijcontacten steeds schoon en vrij. • Lithium-ion batterijen zijn weliswaar tegen kortsluiting beveiligd, maar bescherm toch de contacten tegen metalen voorwerpen zoals paperclips of sieraden. Een kortgesloten batterij kan zeer heet worden en ernstige brandwonden veroorzaken. • Als er een batterij op de grond valt, dient u daarna de behuizing en contacten op eventuele schade te controleren. Het plaatsen van een beschadigde batterij kan ook de camera beschadigen. • Als de batterij geluid maakt, verkleurt, vervormd, oververhit of als er vloeistof uitloopt, moet hij meteen uit de camera of uit het oplaadapparaat worden genomen en worden vervangen. Verder gebruik van deze batterij kan oververhitting met het risico van brand en/of explosie tot gevolg hebben. • Als er vloeistof lekt of een brandreuk ontstaat, houd dan de batterij verwijderd van hittebronnen. De lekkende vloeistof kan gaan branden. • Er mag/mogen uitsluitend het in deze handleiding genoemde en beschreven type batterijlader, resp. de door Leica Camera AG genoemde en beschreven typen laders worden gebruikt. Het gebruik van andere, niet door Leica Camera AG vrijgegeven oplaadapparaten kan schade aan de batterijen en in extreme gevallen ernstig of zelfs levensgevaarlijk letsel veroorzaken. • Het meegeleverde oplaadapparaat mag uitsluitend voor het opladen van dit batterijtype worden gebruikt. Probeer het niet voor andere doeleinden te gebruiken. • Zorg ervoor dat het gebruikte stopcontact vrij toegankelijk is. • Bij het opladen ontstaat warmte. Het opladen mag daarom niet in kleine, gesloten, d.w.z. niet-geventileerde ruimten gebeuren. • Batterij en lader mogen niet worden geopend. Reparaties mogen alleen door erkende werkplaatsen worden uitgevoerd. • Zorg ervoor dat batterijen voor kinderen ontoegankelijk zijn. Het inslikken van batterijen kan verstikking tot gevolg hebben. Gooi gebruikte batterijen weg in overeenstemming met de betreffende informatie in deze handleiding. Aanwijzingen: • Af fabriek is de oplaadbare batterij weliswaar gedeeltelijk opgeladen, maar voor langer gebruik moet hij worden opgeladen. • De batterij kan alleen worden geladen als hij een temperatuur tussen 0 °C en 35 °C heeft (anders schakelt het oplaadapparaat niet in, ofwel het schakelt weer uit). • Lithium-ion batterijen kunnen op elk moment worden opgeladen, ongeacht de momentele batterijconditie. Als een batterij maar ten dele is ontladen voordat hij weer wordt opgeladen, zal de volledige oplading sneller worden bereikt. • Lithium-ion batterijen dienen gedeeltelijk opgeladen te worden opgeborgen, dwz. niet volledig ontladen of volledig opgeladen. Bij zeer langdurige opslag dient u de batterij ongeveer tweemaal per jaar gedurende ca. 15 minuten op te laden om diepe ontlading te vermijden. • Tijdens het laadproces worden de batterijen warm. Dit is normaal en geen storing. • Een nieuwe batterij bereikt zijn volledige capaciteit pas na 2-3 keer volledig opladen en - door gebruik in de camera - weer ontladen. Dit ontladingsproces dient telkens na ca. 25 cycli worden herhaald. • De oplaadbare lithium-ion batterijen genereren stroom door interne chemische reacties. Deze reacties worden ook door de buitentemperatuur en luchtvochtigheid beïnvloed. De maximale levensduur van de batterij kan alleen worden bereikt, als u hem niet te lang aan extreem hoge of lage temperaturen (bijv. 's zomers ofwel 's winters in een geparkeerde auto) blootstelt. • De levensduur van elke batterij is begrensd – zelfs bij optimaal gebruik! Na enkele honderden keren opladen wordt dit duidelijk door de korter wordende ontladingstijden. • Voer defecte batterijen in overeenstemming met de relevante regelgeving (zie pag. 113) af naar een geschikt inzamelpunt voor recycling. • De vervangbare batterij voorziet een andere, permanent geïnstalleerde bufferbatterij in de camera van stroom. Deze bufferbatterij zorgt ervoor dat de ingevoerde datum en tijd t/m 2 dagen lang opgeslagen blijven. Als de bufferbatterij uitgeput is, moet deze door het plaatsen van een geladen hoofdbatterij weer worden opgeladen. De volledige capaciteit van de bufferbatterij is – met een geplaatste, opgeladen batterij – na ca. 60 uur weer bereikt. De camera hoeft hiervoor niet ingeschakeld te blijven. Datum en tijd moeten in dat geval echter opnieuw worden ingevoerd. • Verwijder de batterij als u de camera een tijd lang niet gebruikt. Schakel hiervoor van tevoren de camera met de hoofdschakelaar uit. Anders kan de batterij na enkele weken diep ontladen, d.w.z. de spanning daalt sterk, omdat de camera, zelfs wanneer hij is uitgeschakeld, een geringe ruststroom (voor de opslag van uw instellingen) verbruikt. NL Voorbereidingen Eerste hulp: • Als batterijvloeistof in contact komt met uw ogen kan blindheid het gevolg zijn. Spoel de ogen onmiddellijk grondig uit met schoon water. Niet in de ogen wrijven. Ga meteen naar de dokter. • Lekkende vloeistof op huid of kleding kan letsel veroorzaken. Was de in aanraking gekomen huid met schoon water. 119 BATTERIJ LADEN (VERVOLG) NL Voorbereidingen MET USB-KABEL Afb. 3 Aanwijzingen: • De camera mag alleen worden aangesloten op een computer of op een standaard USB-oplaadapparaat (met een maximale laadstroom van 500 mA resp. 1 A) en niet op een monitor, een toetsenbord, een printer of een USB-hub. • Opladen via USB zal alleen starten als de camera uitgeschakeld is. • Als de computer tijdens het opladen in de slaapstand omschakelt, zal het laadproces worden gestopt. Afb. 3 2. 1. Belangrijk: • Gebruik uitsluitend de meegeleverde USB-kabel. „click“ MET OPLAADAPPARAAT Netstekker van het oplaadapparaat verwisselen Afb. 4 a Afb. 4 b 1. 2. „click“ 120 Afb. 5 a Batterij plaatsen Afb. 4 a/b Afb. 5 b Batterij verwijderen Afb. 5 a/b NL Batterij in de oplader stoppen Afb. 6 2. Aanwijzingen: • Het oplaadapparaat moet met de passende stekker voor de lokale stopcontacten zijn uitgerust. • Het oplaadapparaat past zich automatisch aan de betreffende netspanning aan. Statusindicator oplaadapparaat „click“ 1. Afb. 6 Afb. 7 Afb. 8 Afb. 9 Voorbereidingen Batterij uit de oplader nemen Afb. 7 Het laadproces wordt aangeduid met LED's. Via de USB-kabel (door de LED op de camera) Afb. 8 – Brandt rood: laadproces actief – Brandt groen: batterij volledig opgeladen. Met het oplaadapparaat (door de LED op de lader Afb. 9) – Rood knipperend: fout - laadproces niet actief – Brandt rood: laadproces actief – Brandt groen: batterij volledig opgeladen. Indicaties batterijconditie Afb. 10 De batterijconditie wordt weergegeven op de het LCD-scherm. De indicator knippert als de batterij nog maar stroom voor een paar opnamen heeft. Nu is het hoogste tijd de batterij te vervangen of op te laden. Afb. 10 121 DE GEHEUGENKAART UITWISSELEN NL Voorbereidingen In de Leica TL2 kunt u SD-, SDHC-, of SDXC-geheugenkaarten gebruiken. Dankzij een ingebouwd 32 GB geheugen kunt u ook zonder geheugenkaart foto's maken. Afb. 11 a Afb. 11 b Camera uitzetten Afb. 11 a Geheugenkaart in de gleuf stoppen Afb. 11 b 2. 1. Afb. 11 c 122 Geheugenkaart verwijderen Afb. 11 c • Het aanbod van SD/SDHC/SDXC-kaarten is zo groot dat Leica Camera AG alle verkrijgbare typen niet volledig op compatibiliteit en kwaliteit kan controleren. Bij gebruik van andere kaarttypen is beschadiging van camera of kaart weliswaar niet te verwachten, maar omdat vooral zogenoemde „No-Name“-kaarten ten dele niet aan de normen voor SD-/SDHC/SDXC-geheugenkaarten voldoen, kan Leica Camera AG geen garantie bieden dat zij goed zullen functioneren. • Omdat elektromagnetische velden, elektrostatische lading evenals defecten aan de camera of de kaart tot beschadiging of verlies van gegevens op de geheugenkaart kunnen leiden, is het raadzaam de gegevens regelmatig op een computer op te slaan. NL Voorbereidingen Aanwijzingen: • Open het vak niet, en neem de geheugenkaart of de batterij niet uit het vak wanneer de LED nog brandt, omdat de camera dan nog naar het geheugen aan het wegschrijven is. Anders kunnen de gegevens op de kaart worden beschadigd en er kunnen fouten bij de camera optreden. • SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten hebben een schakelaar voor schrijfbeveiliging waarmee de bestanden tegen onopzettelijk opslaan en/of wissen kunnen worden beschermd. Deze schakelaar is een schuifje op de niet afgeschuinde kant van de kaart; in de onderste stand, die met LOCK is gemarkeerd, zijn de gegevens beveiligd. • Als de geheugenkaart niet kan worden geplaatst, controleer dan of u hem goed om hebt. • Als er een geheugenkaart in de camera zit, worden de beelden alleen op de kaart opgeslagen. Als er geen kaart in de camera zit, slaat hij de opnamegegevens in het interne geheugen op. • Voor 4K video-opnamen (zie pagina 172) hebben geheugenkaarten met hoge datasnelheid de voorkeur. Ze moeten minstens de Class U3-, of V30-standaard hebben. Met langzamere kaarten wordt de opname eventueel afgebroken zodra de capaciteitsgrens van het buffergeheugen in de camera is bereikt. 123 Voorbereidingen NL OBJECTIEF PLAATSEN Afb. 12 2. OBJECTIEF VERWIJDEREN Afb. 13 1. 3. 3. Afb. 12 2. 1. Afb. 13 Aanwijzingen: • Ter bescherming tegen het binnendringen van stof moet u altijd een objectief of de cameradop op de camera laten zitten. • Om dezelfde reden moet het verwisselen van een objectief vlot en indien mogelijk in een stofvrije ruimte gebeuren. • Camera- of objectiefkappen moeten niet in een broekzak worden bewaard, omdat ze daar stof aantrekken dat bij het plaatsen van het objectief in de camera terecht kan komen. BRUIKBARE OBJECTIEVEN Alle objectieven voor de Leica TL2 hebben in principe dezelfde externe constructie: er is aan de voorzijde een externe bajonet voor de zonnekap en een inwendige schroefdraad voor filters, dan een instelring voor de afstand, een vaste ring met een rode indexknop voor het verwisselen van het objectief en een contactstrip voor de overdracht van informatie en stuursignalen. Vario-objectieven voor de Leica TL2 hebben bovendien een extra instelring voor de brandpuntsafstand, evenals een bijbehorende index. Naast Leica TL-objectieven kunnen op de Leica TL2 met haar L-bajonet ook Leica SL-objectieven onder volledig gebruik van haar functies worden gebruikt. 124 Opnamestand Belichtingsmeting en -regeling met Vario-objectieven voor de Leica TL2 Vario-objectieven voor de Leica TL2 hebben een variabele lichtsterkte, d.w.z. dat de eigenlijke diafragma-opening afhankelijk is van de ingestelde brandpuntsafstand. Om onjuiste belichting te voorkomen, moet de gewenste brandpuntsafstand daarom worden bepaald alvorens de meetwaarde is geregistreerd of de tijd/ diafragma-combinatie is aangepast. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de secties onder "Belichtingsmeting en -regeling" vanaf pag. 158. Bij gebruik van niet-systeem-compatibele flitsers moet de diafragma-instelling op de flitser altijd de werkelijke diafragmawaarde zijn. NL Zonnekap Transportstand Voorbereidingen Scherptediepte De objectieven voor de Leica TL2 hebben geen diafragmaring en er is dus ook geen scherptediepteschaal beschikbaar. De overeenkomstige waarden vind u in de tabellen op de homepage van de Leica Camera AG. Objectieven voor de Leica TL2 worden geleverd met optimale afgestemde zonnekappen. Dankzij hun symmetrische bajonet kunnen ze even gemakkelijk in de opnamestand, als voor plaatsbesparend bewaren omgekeerd, worden geplaatst. Zonnekappen reduceren strooilicht en reflecties alsmede schade en vervuiling van de frontlens. Filters Aan objectieven voor de Leica TL2 kunnen filters met schroefdraad worden gebruikt. De juiste diameters vindt u in de specificaties van de betreffende objectiefhandleiding. 125 CAMERABEDIENING HOOFDSCHAKELAAR Afb. 14 De Leica TL2 wordt met de hoofdschakelaar in- en uitgeschakeld: – Rode punt zichtbaar = uitgeschakeld – Rode punt niet zichtbaar = ingeschakeld Camerabediening NL • Als u de camera inschakelt, licht het LCD-scherm op. Afb. 14 Aanwijzing: Als u hem voor het eerst inschakelt, of als u hem voor het eerst inschakelt na het resetten van alle instellingen, verschijnt rechtsboven PLAY ▸ op het LCD-scherm. Door het scherm aan te raken, start u een welkomstvideo. De video kan worden gestopt door het aanraken van SKIP ▸. Vervolgens verschijnt het LANGUAGE -submenu, als u dat hebt ingesteld het DATE/TIME -submenu en als u dat ook hebt ingesteld uiteindelijk het schermbeeld. INSTELWIELEN Afb. 15 Met de beide instelwielen van de Leica TL2 bedient u in de opname-, weergave- en menuprogramma's verschillende functies. Afb. 15 126 NL ONTSPANNER Afb. 16 FUNCTIEKNOP Afb. 17 Camerabediening De ontspanner werkt in twee stappen. Door hem licht in te drukken worden zowel de automatische afstandsinstelling, alsook de belichtingsmeting en -regeling geactiveerd en worden de instellingen en de gemeten waarde geregistreerd. Als de camera van tevoren in de stand-by modus stond, wordt hij daardoor weer geactiveerd en het beeld op het scherm verschijnt weer. Als de ontspanner helemaal wordt ingedrukt, vindt opname plaats. Afb. 16 Aan deze knop kunt u met behulp van menubediening verschillende functies toewijzen: Video-ontspanner (fabrieksinstelling) Omschakeling opname-/weergavemodus Zoeker permanent inschakelen Afb. 17 Instelling en bediening worden in de betreffende paragrafen beschreven. 127 Camerabediening NL GEBARENBESTURING De bediening van de Leica TL2 doet u grotendeels met de links weergegeven gebaren op het touchscreen. Aanwijzing: Licht aantippen is voldoende - niet drukken. kort aanraken dubbel aanraken vegen knijpen 128 spreiden lang aanraken, slepen en loslaten Rechter werkbalk Afb. 18 a/b F2.8 NL Weergavemodus 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/8000 ISO 12500 EV 999-9000 A INFO -3 Vergrendelen Afb. 19 a/b Ontgrendelen Afb. 20 a/b 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 INFO 22:45PM 22.02.2012 8234/9999 Afb. 18 b Afb. 18 a F2.8 12MP F2.8 1/8000 ISO 12500 EV 1/8000 ISO 12500 EV A A INFO INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 19 b Afb. 19 a F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/8000 ISO 12500 EV A A INFO -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 20 a Camerabediening De pictogrammen aan de rechter rand van het scherm zijn de toegang tot de bediening van de Leica TL2. Om onbedoelde acties te voorkomen, kunt u deze pictogrammen uitschakelen. Opnamemodus 12MP 8234 INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 20 b 129 Camerabediening NL F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/60 AWB A A Door herhaaldelijk INFO -weergave aan te tippen kunt u de indicaties op het scherm in stappen uitbreiden. INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP F2.8 1/60 INFO 8234 16MP Afb. 21 a SD 8234 F2.8 1/60 AWB AWB A SD 16MP SD 8234 Afb. 21 c 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/60 ISO 100 ISO 100 INFO 8234/9999 16MP Afb. 22 a F2.8 1/60 SD 8234 Afb. 22 b F2.8 1/60 AWB ISO 100 AWB 999-9000 999-9000 INFO 16MP Afb. 22 d SD = raster 3x = histogram 4x = zonder extra informatie (af fabriek) 999-9000 INFO 12MP 2x In de weergavemodus Afb. 22 a-d AWB 999-9000 22:45PM 22.02.2012 = statusindicaties in kop- en voetregels INFO 8234 Afb. 21 d 1x A INFO F2.8 In de opnamestand Afb. 21a-d Afb. 21 b 16MP 130 INFO-weergave INFO 8234 16MP Afb. 22 c SD 8234 1x = statusindicaties in kop- en voetregels 2x = histogram 3x = clipping en histogram 4x = zonder extra informatie (af fabriek) Aanwijzingen: • Bovendien verschijnt er bij handmatige afstandsinstelling een afstandsschaal. • Details voor de histogram- en clipping-weergaven vindt u op pagina 163/164. Belichtingsmodi-/motiefprogramma-menu oproepen F2.8 1/8000 ISO 12500 EV P A NL Afb. 23 a/b MY CAMERA -menu oproepen Afb. 24 a/b ► -symbool aanraken Dit menu kan individueel worden samengesteld met de functies uit het hoofdmenu. Daardoor hebt u sneller toegang tot de functies die voor u het belangrijkst zijn. Hoofdmenu starten Afb. 25 a-c ► -symbool in het MY CAMERA -menu aanraken Het hoofdmenu bevat alle menufuncties van de camera. INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 23 b Afb. 23 a F2.8 1/8000 ISO 12500 EV A Camerabediening ► Symbool boven in de werkbalk aanraken INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 24 a F2.8 Afb. 24 b 1/8000 ISO 12500 EV A Opbouw van het hoofdmenu De negen tegels van het hoofdmenu vormen de toegang tot de betreffende functiesecties. Elke groep bevat een verschillend aantal submenupunten. INFO -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 25 a 12MP 8234 Afb. 25 b De menupunten van een hoofdmenu-functiesectie oproepen Afb. 26 a/b U kunt een functiesectie starten door de bijbehorende tegel aan te raken. Afb. 25 c = terug naar het vorige menuniveau/-instelling, respectievelijk menubediening verlaten Afb. 26 a Afb. 26 b 131 Camerabediening NL 132 Navigatie in het hoofdmenu en het MY CAMERA -menu Afb. 27 a Afb. 27 b Afb. 28 a Afb. 28 b Afb. 28 d Afb. 28 c De camera biedt twee verschillende mogelijkheden om, binnen menu´s, de submenu´s, en binnen de menupunten te navigeren. – door middel van gebaren Afb. 27 a/b – met de instelwielen (beide hebben in dit geval dezelfde functie) en gebaren Afb. 28 a-d • Als tot één van de hoofdmenu-functiesecties meer dan negen menupunten behoren, zijn deze verdeeld over twee pagina´s. In het MY CAMERA -menu is dit eveneens mogelijk. In dergelijke gevallen verschijnt links een voortgangsbalk, die als oriënteringshulp de actuele positie binnen het menu aangeeft. Aanwijzing: Menufuncties die, bijvoorbeeld als gevolg van andere instellingen, niet ter beschikking staan, worden grijs (in plaats van wit) weergegeven, en worden overgeslagen. NL a Zowel de functiesecties van het hoofdmenu als de menupunten verschijnen in de vorm van tegels. b b c c Gegevens op de menupunt-tegels Afb. 29 a Weergave voor een tegel zonder submenu, instelling van de functievarianten (maximaal 5) vindt direct plaats Afb. 29 a-d Pictogram of numerieke waarde Afb. 29 a-d Aanduiding van het menu-item ofwel de ingestelde menufunctie. Afhankelijk van de omvang van de menufunctie biedt de tegel: – de directe instelling van de opties of – toegang tot een submenu Afb. 29 a Afb. 29 b b b c c Afb. 29 c Camerabediening Menutegels Afb. 29 d a Weergave voor direct instelbare functievarianten, Direct instellen van de opties van een functie Bij direct aanpasbare menutegels kunt u de volgende optie eenvoudig door aanraken starten Afb. 30 a-c. aantal punten = beschikbare varianten b Symbool / afkorting voor ingestelde functie, respectievelijk ingestelde waarde c Functie-/tegelaanduiding, respectievelijk ingestelde functie Afb. 30 a Afb. 30 b Afb. 30 c 133 Camerabediening NL Een menupunt selecteren / de functievarianten in submenu's instellen Menu-items waarvan uitsluitend de indicaties b en c te zien zijn, worden in submenu's ingesteld. De structuur verschilt, afhankelijk van de functie. Afb. 31 a Instellingen in submenu's met gebarenbesturing Afb. 31 a-f D.m.v. vegen kunt u de submenulijst regel voor regel doorbladeren. Afb. 31 b Afb. 31 c Afb. 31 d Afb. 31 e Afb. 31 f 134 Aanwijzingen: • Gemarkeerde submenupunten kunnen altijd ook worden ingesteld door SET in de werkbalk aan te raken. • Een submenu kan uit twee pagina's bestaan. In zo'n geval geeft aan de linker zijde een voortgangsbalk aan, op welke pagina u zich nu bevindt. Algemene opmerkingen over de menubediening • Instellingen in de menupunten die verschillen van de vorige verklaringen of extra stappen bevatten, zijn beschreven in het kader van de betreffende menupunten. • Sommige menupunten zijn mogelijk niet beschikbaar, bijvoorbeeld omdat de respectieve functies in de scènemodi vaste instellingen zijn, of omdat zij betrekking hebben op de als toebehoren verkrijgbare, in dit geval niet geplaatste, externe zoeker. Deze menupunten hebben in dat geval een grijs functie-pictogram (in plaats van wit) en kunnen niet worden geselecteerd. • Normaal gesproken opent het menu met de laatst gekozen optie open. NL Camerabediening Instellingen in submenu's met de instelwielen en gebarenbesturing Afb. 32 a-e Met de instelwielen - beide hebben in dit geval dezelfde Functie - kunnen individuele submenu-items worden geselecteerd. Bij verdere rotatie voorbij het eerste ofwel laatste submenu-item van een pagina 'springt' de submenulijst een pagina verder, d.w.z. de volgende, resp. vorige regels verschijnen. Dit geldt ook voor het begin en het eind van de submenulijst (=> 'eindeloze lus'). Afb. 32 a Afb. 32 b Afb. 32 e Afb. 32 c Afb. 32 d 135 NL MY CAMERA -menu aanpassen Camerabediening Bij aflevering zijn in het MY CAMERA -menu meerdere functies vooraf gedefinieerd. Binnen het MY CAMERA -menu kan de positie van iedere functie worden veranderd, maar ook kan ieder menupunt in de hoofdmenu-functiesectie worden toegevoegd of worden verwijderd. Deze vrije menu-inrichting maakt de individuele aanpassing aan uw persoonlijke voorkeuren mogelijk en biedt snelle toegang tot de functies die u het meest gebruikt. Afb. 33 a Afb. 33 b Menupunten toevoegen Afb. 33 a-d Menu-items voegt u toe met het gebaar Afb. 33 d 136 Afb. 33 c . NL Menupunten wissen Afb. 35 a-c Alle functies kunnen weer uit het MY CAMERA -menu worden verwijderd door ze naar te slepen. F2.8 1/8000 ISO 12500 EV 999-9000 Afb. 34 a Afb. 34 b INFO 22:45PM 22.02.2012 F2.8 12MP 8234/9999 1/8000 ISO 12500 EV Camerabediening Volgorde menupunten wijzigen Afb. 34 a-d De menupunten worden aanvankelijk weergegeven in volgorde van selectie. De volgorde kan willekeurig worden gewijzigd. 999-9000 Afb. 34 d Afb. 34 c 22:45PM 22.02.2012 F2.8 INFO 12MP 8234/9999 1/8000 ISO 12500 EV 999-9000 Afb. 35 a Afb. 35 b INFO 22:45PM 22.02.2012 Afb. 35 a 12MP 8234/9999 Afb. 35 c 137 NL F2.8 F2.8 1/8000 ISO 12500 EV ISO 1/8000 ISO 12500 EV P A Camerabediening A INFO INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 36 b 8234 Afb. 36 a F2.8 1/8000 ISO 12500 EV ISO P A Instelwiel-menu Het rechter instelwiel is in sluitertijd-, diafragma- en programma-automaat toegewezen aan de functies van diafragma, sluitertijd, en programmashift. Aan het linker instelwiel kunnen in deze modi de zes in Afb. 36 c getoonde tegels worden toegewezen. Af fabriek is ISO gespecificeerd. Instelwiel-menu starten Afb. 36 a-c De functie-indicaties voor de instelwielen verschijnen, als u één van de instelwielen een klik verder draait. Door het aanraken van de linker functie-indicatie verschijnen de selecteerbare functietegels. INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 36 c F2.8 F2.8 1/60 1/8000 ISO 12500 EV 1/8000 ISO 12500 EV ISO P AWB P A P INFO -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 37 a 138 12MP 8234 A P INFO -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 37 b 16MP 12MP SD 8234 De instelwiel-functies ver-/ontgrendelen Afb. 37 a/b U kunt de functie van een instelwiel ver-/ontgrendelen, door de betreffende functie-indicatie langere tijd aan te raken. Dit is mogelijk met beide instelwielen. Gewenste functie aan linker instelwiel toekennen F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 ISO P 1/8000 ISO 12500 EV WB A P A Met instelwiel en gebarenbesturing Afb. 39 a-f Aanwijzing: Onafhankelijk van het feit welke van de functietegels in de menulijst is geactiveerd (voorzien van rood kader), kan iedere tegel altijd worden geselecteerd door hem aan te raken. INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 38 a F2.8 INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 38 b F2.8 1/8000 ISO 12500 EV ISO P 1/8000 ISO 12500 EV A ISO P INFO INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 -3 Afb. 39 a F2.8 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 39 b 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 ISO P 1/8000 ISO 12500 EV SET A ISO P INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 39 c F2.8 1/8000 ISO 12500 EV WB P 1/8000 ISO 12500 EV A ISO P INFO -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 39 f SET A INFO -3 Afb. 39 d F2.8 SET A Camerabediening Met gebarenbesturing Afb. 38 a/b NL 12MP 8234 A INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 39 e 139 NL CAMERA-BASISINSTELLINGEN Camera-basisinstellingen MENUTAAL ► In het hoofdmenu Tijdzone selecteren Afb. 41 a-c Elke aanraking of elk slepen resulteert in het verdergaan naar de volgende tijdzone. selecteren selecteren ► ► In het submenu de gewenste taal selecteren Afb. 42 a Afb. 41 a Afb. 41 b DATUM/TIJD ► In het hoofdmenu ► selecteren Afb. 41 c selecteren Datum/tijd instellen Afb. 40 Deze waarden worden in vijf "kolommen" op dezelfde manier ingesteld. ► Bevestigen door SET aan te raken Tijdsindeling selecteren Afb. 42 Afb. 42 Afb. 40 ► Bevestigen door SET aan te raken 140 ► Bevestigen door SET aan te raken Zomer-/wintertijd in-/uitschakelen Afb. 43 a/b Automatische uitschakeling van de camera ► In het hoofdmenu Afb. 43 a • = uitgeschakeld, selecteren Afb. 43 b = ingeschakeld ► Bevestigen door SET aan te raken Aanwijzing: Zelfs als er geen batterij is geplaatst, of als deze leeg is, blijft de instelling van datum en tijd dankzij een ingebouwde bufferbatterij gedurende circa 2 dagen behouden. Daarna moet hij dan wel weer worden ingesteld. ► selecteren Aanwijzingen: • Ook als de camera zich in de stand-by-modus bevindt, kan hij altijd door indrukken van de ontspanner of door uit- en inschakelen met de hoofdschakelaar weer worden geactiveerd. NL Camera-basisinstellingen Wanneer deze optie is ingeschakeld, schakelt de camera na afloop van de geselecteerde tijd (1/2/5/10/20 min) in de energiebesparende stand-by-modus. 141 Camera-basisinstellingen NL Akoestische signalen LCD-scherm-/zoekerinstellingen Met de Leica TL2 kunt u instellen of bedieningsprocessen, bijv. een volle geheugenkaart, moeten worden gemeld met geluiden, of dat de werking van de camera en het fotograferen zelf grotendeels geruisloos moeten zijn. Voor optimale waarneming en voor aanpassing aan verschillende lichtomstandigheden kunt u de helderheid en kleurweergave wijzigen. ► In het hoofdmenu selecteren ► selecteren ► In de submenu's Volume , Click , SD card full , AF Confirmation de gewenste instellingen selecteren (OFF, LOW, HIGH ) Aanwijzingen: • De hieronder met behulp van instellingen op het LCD-scherm beschreven bediening geldt in gelijke mate voor de zoekerinstellingen, d.w.z. ook voor de twee menupunten EVF BRIGHTNESS en EVF COLOR ADJUSTMENT. Indien de als accessoire beschikbare, externe elektronische zoeker Leica Visoflex niet is bevestigd, kunnen deze menupunten niet worden gekozen en zijn de betreffende pictogrammen dan ook grijs. • De zoeker wordt automatisch ingeschakeld - en het LCD-scherm gaat uit - zodra de sensor in het oculair van de zoeker detecteert dat u erdoorheen kijkt. Als de menubediening actief is, gebeurt dit echter pas nadat u op de sluiterknop drukt. U kunt de zoeker echter ook met de functieknop in- en uitschakelen, als deze navenant is ingesteld (zie volgende pagina). Helderheidsinstellingen ► In het hoofdmenu selecteren of selecteren ► ► In het submenu AUTO selecteren (voor automatische, door het omgevingslicht gestuurde instelling) of ► In het submenu op de schaal met of één van de beide instelwielen gewenste instelling realiseren 142 Instellen der functieknop voor het permanent inschakelen van de zoeker Kleurinstellingen Afb. 44 ► selecteren selecteren of 1. Cursor voor de momentele instelling 2. Kleur-richtingen (Y = yellow/geel, G = green/ 2. 2. 2. 1. 2. groen, B =blue/blauw, M = magenta) 3. 3. Pictogram voor reset naar neutrale (middelste) positie Afb. 44 ► De aanvankelijk in het midden liggende cursor met , of met de instelwielen - verticaal met het linker, horizontaal met het rechter - naar de positie verplaatsen die de gewenste kleurweergave op het LCD-scherm / zoekerbeeld oplevert, d.w.z. in richting van de betreffende kleurgegevens aan de randen • De kleurweergave van het monitor-/zoekerbeeld verandert aan de hand van de instelling. ► In het hoofdmenu selecteren selecteren ► In Aanwijzing: Als deze functie is ingesteld, blijft na het voor de eerste keer indrukken van de functieknop de monitor in principe uit; dat wil zeggen: onafhankelijk van het feit of u uw oog bij de zoeker hebt of niet. Als u nogmaals op de functieknop drukt, activeert u weer de automatische omschakeling tussen zoeker en monitor. Camera-basisinstellingen ► In het hoofdmenu NL Automatische uitschakeling van de monitor Met deze functie kunt u selecteren na hoeveel tijd de monitor wordt uitgeschakeld, ofwel of hij ingeschakeld moet blijven. Automatisch uitschakelen bespaart niet alleen stroom, maar zorgt er ook voor dat de camera sneller weer klaar is voor gebruik. ► In het hoofdmenu ► In selecteren de gewenste instelling selecteren 143 NL OPNAME-BASISINSTELLINGEN Opname-basisinstellingen Bestandsformaat/compressiegraad Het JPEG-formaat JPG en het standaard 'onbewerkte gegevens'-formaat DNG (digital negative) staan ter beschikking. Beide kunnen zowel afzonderlijk als samen worden gebruikt. ► In het hoofdmenu ► In selecteren de gewenste instelling selecteren DNG-compressie Voor het DNG -formaat kunt u kiezen uit ongecomprimeerde opslag van de opnamegegevens en (om de bestandsgrootte te verkleinen), voor een volledig verliesvrije comprimering. ► In het hoofdmenu selecteren ► In de gewenste instelling selecteren Aanwijzing: Het aantal resterende opnamen, of de resterende opnametijd, is slechts een benadering, aangezien de bestandsgrootte van gecomprimeerde foto's, afhankelijk van het gefotografeerde object, sterk kan variëren. 144 JPEG-resolutie Als u het JPG -formaat hebt geselecteerd, kunt u nog uit drie verschillende opnameresoluties (aantal pixels) kiezen. Beschikbaar: 6M , 12M en 24M (M = megapixels). U kunt deze aanpassen aan het gebruiksdoel van de opnamen, resp. de capaciteit van de geplaatste geheugenkaart. ► In het hoofdmenu selecteren ► In de gewenste instelling selecteren Aanwijzing: Het DNG -formaat werkt, onafhankelijk van de JPG -instelling, altijd met de hoogste resolutie. Witbalans Handmatig instellen door meting ► In het hoofdmenu selecteren ► selecteren ► In het 1e submenu naast Greycard 1 of Greycard 2 selecteren • In het midden van het LCD-scherm verschijnt een geel frame met een instructie eronder. ► Richt het frame op een uniform wit of grijs object waarmee het volledig wordt gevuld ► Bevestigen door SET aan te raken NL Opname-basisinstellingen In de digitale fotografie zorgt de witbalans voor een neutrale, d.w.z. natuurgetrouwe kleurweergave bij elk licht. De kleur die als wit moet worden weergegeven, wordt vooraf in de camera ingesteld. U kunt kiezen uit automatische witbalans, verschillende voorinstellingen, twee zelf vast te leggen, op specifieke metingen gebaseerde instellingen en de directe instelling van de kleurtemperatuur. 1. Automatic (automatische instelling) 2. Daylight (voor buitenopnamen in de zon) 3. Cloudy (voor buitenopnamen bij bewolkte hemel) 4. Shadow (voor buitenopnamen met het belangrijkste onderwerp in de schaduw) 5. Tungsten (voor verlichting met gloeilampen) 6. Flash (voor verlichting door een elektronische flitser) 7. Greycard 1 (geheugenruimte voor eigen meetresultaten) 8. Greycard 2 (geheugenruimte voor eigen meetresultaten) 9. Color temp. (ruimte voor vaste waarde) De camera maakt een opname en voert meting en opslag door. Deze instellingen kunt u vervolgens met Greycard 1 of Greycard 2 weer oproepen. Vaste voorinstellingen ► In het hoofdmenu selecteren ► selecteren ► In het 1e submenu gewenste instelling selecteren Direct instellen van de kleurtemperatuur ► In het hoofdmenu selecteren ► selecteren ► In het 1e submenu naast Color temp. selecteren ► In het 2e submenu gewenste waarde selecteren Witbalans-opties met het linker instelwiel selecteren. Als aan het linker instelwiel de functie WB wordt toegekend, kunt u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren. 145 Opname-basisinstellingen NL ISO-filmgevoeligheid JPEG-beeldeigenschappen (Film Mode) De ISO-instelling bepaalt de mogelijke combinaties van sluitertijd en diafragma bij een bepaalde helderheid. Hogere gevoeligheden laten snellere sluitertijden en/of kleinere diafragmawaarden toe (om bijv. snelle actie te "bevriezen" of de scherptediepte te vergroten), maar dit kan wel meer ruis in de foto tot gevolg hebben. Een van de vele voordelen van digitale fotografie is de zeer eenvoudige wijziging van elementaire beeldeigenschappen. Bij de Leica TL2 kunt u daarom kleurweergave en contrast, scherpte en kleurverzadiging reeds voor de opname beïnvloeden. ► In het hoofdmenu selecteren ► selecteren ► In het submenu de gewenste instelling selecteren (d.w.z. AUTO ISO voor de automatische instelling, of één van de acht voorgeprogrammeerde instellingen) Als aan het linker instelwiel de functie ISO wordt toegekend, kunt u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren. In de variant AUTO ISO is het mogelijk om het te gebruiken gevoeligheidsbereik te beperken (bijv. de beeldruis te controleren), bovendien kan de langste te gebruiken sluitertijd worden vastgelegd (om bijv. onscherpe opnamen van bewegende objecten te vermijden): ► In het hoofdmenu selecteren ► selecteren ► Submenu Max. exposure time en/of Maximum ISO selecteren ► In submenu Max. exposure time en/of Maximum ISO de gewenste instellingen selecteren 146 Aanwijzing: De in de volgende twee paragrafen beschreven functies en instellingen hebben alleen betrekking op opnamen met het JPG -formaat. Als het DNG -bestandsformaat is vastgelegd, dan hebben deze instellingen geen effect, omdat de opnamegegevens in dit geval altijd in de oorspronkelijke vorm worden opgeslagen. Kleurweergave Voor kleurweergave kunt u kiezen uit Standard , Vivid – voor sterk verzadigde kleuren – en Natural – voor iets zwakker verzadigde kleuren en een iets zachter contrast. Er zijn ook nog twee zwart-wit-instellingen B&W Natural (natuurlijk) en B&W High Contrast (hoog contrast). ► In het hoofdmenu selecteren ► selecteren ► In het submenu de gewenste instelling selecteren NL ► In het hoofdmenu ► selecteren selecteren aanraken ► In het 1e submenu de gewenste kleurweergave ► In het 2e submenu Afb. 45 bij gewenste beeldeigenschap met , of rechter instelwiel instellen Opname-basisinstellingen Contrast, scherpte, verzadiging Van elke kleurweergave-instelling kunt u bovendien deze 3 beeldeigenschappen wijzigen. – Het contrast, d.w.z. het verschil tussen lichte en donkere partijen, bepaalt of een beeld meer „mat“ of meer „briljant“ overkomt. Daarom kan het contrast door vergroten of verkleinen van dit verschil, d.w.z. door de heldere weergave van lichte en donkere partijen worden beïnvloed. – Een scherpe afbeelding door de juiste afstandsinstelling – tenminste van het onderwerp – is een voorwaarde voor een gelukte opname. De indruk van scherpte van een opname wordt weer sterk bepaald door de scherpte aan de randen, d.w.z. hoe klein het overgangsgebied van licht naar donker aan de randen van de opname is. Door het vergroten of verkleinen van dit gebied kan dus ook de indruk van scherpte worden gewijzigd. – De verzadiging bepaalt bij kleurenfoto's of de kleuren op het beeld wat „fletser“ en pastelkleurig of meer„knallend“ en intensief overkomen. Afb. 45 ► Bevestigen door SET aan te raken • Als dit dusdanig is ingesteld, zal de betreffende kleurweergave-optie in het 1e submenu door een extra sterretje, bijvoorbeeld Standard*, gekenmerkt zijn. 147 NL ANDERE OPNAME-INSTELLINGEN Opname-basisinstellingen Beeldstabilisatie ► In het hoofdmenu Bij het gebruik van Leica SL-objectieven met OIS-uitrusting kunt u hun geïntegreerde stabiliseringfunctie met de Leica TL2 gebruiken. Op deze manier kunt u scherpe beelden ook realiseren met sluitertijden die anders te langzaam zouden zijn. ► In het hoofdmenu selecteren ► In de gewenste instelling selecteren Aanwijzingen: • Bij het gebruik van Leica TL-objectieven is dit menupunt niet selecteerbaar en daarom is het betreffende pictogram grijs weergegeven. • Meer informatie over OIS ontneemt u aan de betreffende objectief-handleiding. Zelfontspanner Met de zelfontspanner kunt u een opname met een vertraging van naar wens 12 of 2 seconden maken. Dit is bijv. bij groepsopnamen heel handig, waarbij u zelf ook in beeld wilt verschijnen of wanneer u bewegingsonscherpte bij het afdrukken wilt vermijden. In zulke gevallen is het raadzaam de camera op een statief te bevestigen. Bovendien kunt u bij de instelling kiezen, of de zelfontspanner slechts voor één opname moet worden gebruikt, of vaker (Permanent -varianten). 148 ► In selecteren de gewenste instelling selecteren wordt toegekend (zie Als aan het linker instelwiel de functie pag. 138), kunt u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren. • Wanneer de zelfontspanner wordt gebruikt, verschijnt er , , of . Bediening: ► Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken • De voorlooptijd wordt aangegeven door het knipperende lampje van de zelfontspanner: – 12 s voorlooptijd: eerst langzaam, dan sneller tijdens de laatste 2 s – 2 s voorlooptijd: net als hierboven, tijdens de laatste 2 s • Op het LCD-scherm telt de resterende tijd af. Aanwijzingen: • Een reeds lopende voorlooptijd kan op elk gewenst moment opnieuw worden gestart door de ontspanner in te drukken. U kunt de procedure echter uitsluitend annuleren door de camera uit te schakelen. • Als één van de beide Permanent -varianten is ingesteld, blijft de functie na het uit- en weer inschakelen van de camera actief. • Als de zelfontspanner geactiveerd is, zijn er altijd slechts afzonderlijke opnamen mogelijk, d.w.z. serieopnamen evenals automatische belichtingsreeksen kunnen niet met de zelfontspanner-modus worden gecombineerd. • Tijdens zelfontspanning vindt instelling van scherpte en belichting niet plaats bij het drukpunt van de ontspanner, maar pas direct voor de opname. Registratie van opnamelocatie met GPS Instellen van de functie ► In het hoofdmenu selecteren ► In de gewenste instelling selecteren • Het pictogram "satelliet" op het LCD-scherm geeft de huidige status weer: – GPS is uitgeschakeld: geen indicatie – GPS ingeschakeld, geen receptie: – GPS ingeschakeld en receptie: Opmerkingen bij deze functie: • Voorwaarde voor de GPS-positiebepaling is een zo 'vrij mogelijk zicht' naar minstens drie GPS-satellieten (op elke plek ter wereld zijn er altijd 9 beschikbaar). • Let erop dat de zoeker niet door uw hand of door andere voorwerpen (vooral geen metalen) wordt bedekt. NL Opname-basisinstellingen De optionele externe zoeker Leica Visoflex (Typ 020) bevat een GPS-ontvanger (GPS = Global Positioning System). Als de zoeker is geplaatst, kan de camera de locatie-coördinaten aan de opnamegegevens toevoegen. • Een foutloze ontvangst van signalen van GPS-satellieten is bijvoorbeeld op de volgende plaatsen of situaties eventueel niet mogelijk. In dergelijke gevallen zal er geen of slechts een gebrekkige positiebepaling mogelijk zijn. – in gesloten ruimtes – onderaards – onder bomen – in een bewegend voertuig – in de buurt van hoge gebouwen of in nauwe dalen – in de buurt van de hoogspanningsleidingen – in tunnels – in de buurt van 1,5 Ghz mobiele telefoons Aanwijzing voor veilige toepassing: Denkt u er aan bijv. aan boord van een vliegtuig voor het starten of landen, in ziekenhuizen en op plaatsen waar radioverkeer aan beperkingen onderworpen is, altijd de GPS-functie uit te schakelen. Belangrijk (juridische gebaseerde gebruiksbeperkingen): In bepaalde landen of regio's is het gebruik van GPS en daarmee samenhangende technologieën zo mogelijk beperkt. Voor reizen naar het buitenland dient u zich in elk geval bij de ambassade van het betreffende land, resp. uw reisorganisatie hierover te informeren. 149 Opnamemodus NL OPNAMEMODUS Afstandsinstelling Serieopnamen Met de Leica TL2 kan de afstandsinstelling zowel automatisch als ook handmatig gebeuren. Voor de automatische instelling zijn er twee Autofocus-modi: AFs (enkelvoudige autofocus)/AFc (continue autofocus). Bij beiden kunt u steeds kiezen tussen varianten die het gehele afstand-instelbereik omvatten, of slechts het nabijbereik (om de instelprocedure te versnellen). Met de Leica TL2 zijn zowel individuele als serieopnamen mogelijk. ► In het hoofdmenu ► In selecteren de gewenste instelling selecteren Aanwijzingen: • Serieopnamen met een frequentie van 7 b/s zijn mogelijk, zolang de sluitertijd 1⁄60 s en korter is. • Serieopnamen met flits zijn niet mogelijk. Als de flitsfunctie toch is geactiveerd, wordt er slechts één opname gemaakt. • Als serieopnamen zijn ingesteld en u de zelfontspanner gebruikt, wordt er slechts één opname gemaakt. • Na een reeks van maximaal 29 opnamen wordt de opnamefrequentie iets langzamer. Dit ligt aan de tijd die vereist is voor de overdracht van gegevens uit het tijdelijke geheugen van de kaart, ofwel het interne geheugen. • Hoeveel foto's er ook in een serie zijn genomen, u krijgt altijd de laatste opname het eerst te zien. 150 Autofocus (AF / Automatische afstandsinstelling) ► In het hoofdmenu ► In selecteren de gewenste instelling selecteren Als aan het linker instelwiel de functie AF wordt toegekend, kunt u daarmee de gewenste optie - AFs / AFc of MF - rechtstreeks selecteren. • De geselecteerde functie wordt weergegeven op het LCDscherm. De AFs -modus moet gebruikt worden, als men objecten wenst op te nemen die helemaal niet of slechts weinig bewegen. Men focust door een lichte druk op de ontspanner (eerste drukpunt) op het bereik dat scherp moet worden gesteld. Als het object zich tussen het eerste drukpunt en de opname heeft bewogen, ligt de scherpte waarschijnlijk niet meer in het gewenste bereik. De AFc -modus daarentegen moet worden gebruikt, wanneer men bewegende objecten wenst op te nemen. Hier wordt eveneens op een gewenst bereik gefocust via een eerste drukpunt van de ontspanner. Terwijl deze tot het eerste drukpunt wordt vastgehouden, stelt de camera het vooraf gefocuste bereik tot aan de opname permanent scherp. Aanwijzingen: • Ook als u de sluiter half ingedrukt houdt, is het in de autofocus-modus altijd mogelijk de automatisch ingestelde afstand met de afstandsinstelring handmatig aan te passen. • De gegevens worden samen met de belichtingsinstelling opgeslagen. • In bepaalde situaties kan het AF-systeem de afstand niet correct instellen, bijv.: – de afstand tot het onderwerp ligt buiten het beschikbare instellingsbereik van het objectief op de camera en/of – het motief is niet voldoende belicht, (z. volgende paragraaf). Dergelijke situaties en onderwerpen worden aangeduid met: – de rechthoek wordt rood; – met de multi-veld-meting: de indicatie verandert in een enkele rode rechthoek • Bij het gebruik van Leica M-, respectievelijk R-objectieven door middel van de als accessoire verkrijgbare Leica M-, respectievelijk R-adapter L is uitsluitend handmatige instelling van de afstand mogelijk. • Afhankelijk van het gebruikte Leica TL-objectief wordt het punt FOCUS MODE aangevuld met de meetmethoden AFs Macro en AFc Macro . NL AF-hulplicht Het ingebouwde AF-hulplicht verbetert het bereik van het AF-systeem in omstandigheden met weinig licht. Als de functie geactiveerd is en deze omstandigheden optreden, gaat dit licht aan wanneer u op de ontspanner drukt. ► In het hoofdmenu ► In selecteren Opnamemodus • De succesvolle AF-instelling wordt als volgt weergegeven: – de rechthoek wordt groen – bij een multi-veld-meting ziet u t/m 9 rechthoekjes – een akoestisch signaal wordt gegenereerd (indien geactiveerd). de gewenste instelling selecteren Aanwijzing: Het AF-hulplicht heeft een bereik van ongeveer 4 m. Daarom werkt de AF-modus in omstandigheden met weinig licht op een langere afstand niet. Belangrijk: De ontspanner is niet vergrendeld, ongeacht of de afstandsinstelling voor het betreffende onderwerp correct is of niet. 151 Opnamemodus NL Autofocus-meetmethoden/modussen Om het AF-systeem aan verschillende onderwerpen, situaties en uw eigen compositie-ideeën aan te passen, kunt u met de Leica TL2 uit vijf AF-meetmethoden kiezen: ► In het hoofdmenu ► In selecteren Directe bediening Afb. 46 a-c F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/8000 ISO 12500 EV SET -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 SET -3 Afb. 46 a 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 46 b de gewenste instelling selecteren F2.8 1/8000 ISO 12500 EV SET ► In het submenu de gewenste instelling selecteren Spot-/enkelvoudige meting Beide meetmethoden detecteren alleen delen van het onderwerp in het betreffende AF-kader. • De betreffende meetsegmenten zijn gemarkeerd met een klein AF-kader. Dankzij het extreem kleine meetbereik van de spotmeting kan het op zeer kleine details in het onderwerp worden gericht. Het iets grotere meetbereik van de 1-segment-meting is minder gevoelig bij het richten, dus gemakkelijker te hanteren, maar zorgt nog steeds voor een selectieve meting. Deze meetmethoden kunnen ook worden gebruikt voor opnamereeksen waarbij het deel van het onderwerp dat scherp moet zijn zich steeds op dezelfde, niet-centrale positie in beeld bevindt. Bij beide meetmethoden kunt u het normaal in het midden van het schermbeeld geplaatste AF-kader naar een andere plaats verschuiven Dit kunt u via het menu of direct instellen. 152 -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 46 c Menubediening na selectie van de functie via menu Afb. 47 a-c, d/e ► In het hoofdmenu ► In het aanraken selecteren -submenu bij de gewenste meetmethode Vervolgens kunt u het meetveld op twee manieren verplaatsen. F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/8000 ISO 12500 EV SET 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 -3 Afb. 47 a 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 47 b F2.8 1/8000 ISO 12500 EV SET -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 47 c F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/8000 ISO 12500 EV SET -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 SET -3 Afb. 47 d 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 47 e Aanwijzing: In beide gevallen blijven de meetvelden, ook bij gewijzigde meetmethode en na het uitschakelen van de camera, op hun eerder bepaalde posities. Fotograferen 1. AF-kader op gewenst motief richten respectievelijk verschuiven 2. Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt • Het meetsysteem meet het motief waarop u richt en slaat het op. 3. Ontspanner tot aan de gewenste opnamesituatie ingedrukt houden • Het kader 'volgt' het opgeslagen motief. 4. Druk de ontspanner helemaal in om de opname te maken NL Opnamemodus -3 SET Aanwijzingen: • Het volgen werkt onafhankelijk van het feit, of als AF-modus AFs of AFc is ingesteld. • Het volgen wordt beëindigd, als u de ontspanner vóór de opname loslaat. Het meetveld blijft in deze situatie op de laatstelijk bereikte locatie. Het kader kan vóór deze bevestiging weer direct naar zijn middelste stand terug worden gebracht Afb. 48 a/b. F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/8000 ISO 12500 EV SET -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 48 a 12MP 8234 SET -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 48 b 153 Opnamemodus NL Touch AF/Touch AF + afdrukken Met deze modus kan het de AF-kader voor elke opname, zonder extra menu-instellingen, worden verplaatst. Meetkarakteristieken en grootte van het meetveld komen overeen met de enkelvoudige meting. ► In het hoofdmenu selecteren selecteren ► ► In het submenu Touch AF of Touch AF + Release selecteren Meetsegment verplaatsen Afb. 49 a/b ► Raak het LCD-scherm op de gewenste positie in het beeldveld aan F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/8000 ISO 12500 EV A A INFO -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 49 a 12MP 8234 INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP Afb. 49 b • Het AF-kader springt naar de geselecteerde positie 154 8234 Opnamen Het scherpstelproces start in dit geval niet pas als de ontspanner licht wordt ingedrukt, maar meteen als het scherm wordt aangeraakt. Bovendien kunt u met de functie Touch AF + Release door slechts eenmaal het scherm aan te raken focussen en automatisch een opname maken. Aanwijzing: Het meetveld blijft op zijn laatste vastgelegde positie - ook nadat de camera is uitgeschakeld NL Gezichtsherkenning Deze meetmethode meet het onderwerp in 49 segmenten. De scherpstelling richt zich automatisch naar de delen van het onderwerp die het dichtstbij zijn om maximale zekerheid te bieden voor snapshots. De gebruikte segmenten worden door AF-kaders aangeduid. In deze modus herkent de Leica TL2 automatisch gezichten in het beeld en stelt scherp op de gezichten op de kortste afstand. Als er geen gezichten worden gedetecteerd, wordt de multi-segment-meting toegepast. ► In het hoofdmenu selecteren selecteren ► ► In het submenu Multi Point selecteren ► In het hoofdmenu selecteren Opnamemodus Multi-veld-meting selecteren ► ► In het submenu Face Detection selecteren 155 NL Handmatige afstandsinstelling Opnamemodus Bij bepaalde onderwerpen en situaties kan het nuttig zijn de afstand zelf in te stellen in plaats van met autofocus te werken. Bijvoorbeeld, als u dezelfde instelling gebruikt voor meerdere opnamen en het gebruik van meetwaarden lastiger zou zijn, of als voor landschappen de instelling op oneindig wilt laten staan, of als door slechte, d.w.z. zeer donkere lichtomstandigheden de AF niet of nauwelijks functioneert. ► In het hoofdmenu selecteren • Markering scherp afgebeelde objectdelen („Focus Peaking”): De randen van scherp afgebeelde motiefdelen worden rood weergegeven, zodat de optimale instelling zeer eenvoudig is te herkennen. • De vergrote weergave van een gemiddelde uitsnede: Achtergrond: Hoe groter de details van het motief op de monitor worden afgebeeld, des te beter kan hun scherpte worden beoordeeld en hoe nauwkeuriger de afstand kan worden ingesteld. In de fabrieksinstelling is Focus Peaking ingeschakeld. U kunt echter ook de vergrotingsfunctie bijschakelen of beide functies gelijktijdig inschakelen. selecteren ► ► In het submenu MF selecteren Functies selecteren De handmatige afstandsinstelling doet u met de bijbehorende ring op het objectief. De optimale instelling is bereikt, als het LCD-scherm het essentiële deel (of delen) van uw onderwerp zoals gewenst weergeeft. ► In het hoofdmenu Aanwijzing: Handmatige afstandsinstelling is, als u de sluiter half ingedrukt houdt, in de autofocus-modus altijd mogelijk. Hulpfunctie voor handmatige afstandsinstelling Om de instelling te vereenvoudigen of de instelnauwkeurigheid te verhogen, zijn bij de Leica TL2 twee hulpmiddelen beschikbaar: selecteren selecteren ► ► In On selecteren Scherpte instellen Afb. 50 a/b ► Beeldfragment bepalen F 0.0 1/100 ISOAUTO MF AWB ISO A INFO 16MP Afb. 50 a 156 SD 8234 Aanwijzingen: • De markering van scherp afgebeelde motiefdelen werkt op motiefcontrast; dat wil zeggen: op licht/donker-verschillen. • Bij gebruik van de Leica M- respectievelijk R-adapter L wijzigt de toewijzing van het linker instelwiel in FOCUS AID 3x , 6x of Uit ! • Ook als u de sluiter half ingedrukt houdt, is het in de autofocus-modus altijd mogelijk de automatisch ingestelde afstand met de afstandsinstelring handmatig aan te passen. NL Opnamemodus ► Afstandsinstelring van het objectief draaien • Alle scherp gestelde details worden gemarkeerd door rode kaders. Dit vindt plaats volgens het principe: maximaal contrast = scherp. Alternatief of gelijktijdig (zie vorige pagina) wisselt het monitorbeeld naar een driemaal vergrote uitsnede. Bovendien verschijnt een indicatie, die zowel het momentane (wit gemarkeerde) als het alternatief beschikbare vergrotingsniveau weergeeft. Door de niet geaccentueerde vergrotingsfactor aan te raken, kan de vergroting met een factor zes worden vergroot, respectievelijk kan tussen beiden worden omgeschakeld. Het eerst verschijnende vergrotingsniveau is altijd het laatst gebruikte niveau. Circa 5 s na de laatste afstandsinstelling schakelt de camera automatisch terug naar het oorspronkelijke monitorbeeld. Dit kan altijd ook worden gerealiseerd door de ontspanner in te drukken tot het eerste drukpunt. ► Gewenste motiefdelen scherpstellen F2.8 1/8000 ISO 12500 EV A x3 x6 de vergroting 2 Afstandsschaal: de balk duidt de 1 0,3 -3 2 1 1 1 x3 -/x6 -veld voor aanpassing van 1 0 1 2 3+ Afb. 50 b 3 2 12MP6 2 ∞ m 8234 ∞ ft INFO momentele instelling aan (verschijnt samen met de statusindicaties, zie "De INFO-indicatie"). 157 NL BELICHTINGSMETING EN -REGELING Opnamemodus Belichtingsmeetmethoden Voor de aanpassing aan de heersende lichtomstandigheden, aan de situatie resp. uw werkwijze en uw creatieve ideeën zijn er met de Leica TL2 drie belichtingsmeetmethoden beschikbaar: ► In het hoofdmenu ► In selecteren de gewenste instelling selecteren Multi-veld-meting Bij deze meetmethode analyseert de camera automatisch de helderheidsverschillen in het onderwerp en analyseert op basis van een vergelijking met geprogrammeerde helderheid-verdelingspatronen de vermoedelijk positie van het onderwerp en de beste belichting ervoor. Deze methode is daarom bijzonder geschikt voor spontane, ongecompliceerde maar toch betrouwbare fotografie, ook onder moeilijke omstandigheden en daarom dus voor gebruik in samenhang met de programma-automaat. Centrum-georiënteerde meting Deze meetmethode houdt voornamelijk rekening met het midden van het beeldveld, maar registreert ook alle andere gedeelten. Hiermee is het mogelijk – met name in combinatie met de meetwaardenopslag – de belichting gericht op bepaalde delen van het onderwerp af te stemmen, terwijl tegelijk rekening wordt gehouden met het totale beeldveld. 158 Spotmeting Deze meetmethode is uitsluitend geconcentreerd op een klein gebied in het midden van het beeld. Hiermee kunt u vooral kleine en kleinste details zeer nauwkeurig belichten - bij voorkeur in combinatie met handmatige instelling. Bij tegenlichtopnamen, bijvoorbeeld, moet meestal worden voorkomen dat de heldere omgeving een onderbelicht hoofdonderwerp veroorzaakt. Met het veel kleinere meetveld van de spotmeting kunt u zulke onderwerpdetails gericht inschatten. Belichtingsregeling Voor de optimale aanpassing aan het betreffende motief of uw favoriete werkwijze beschikt de Leica TL2 over vier belichtingsmodi. Aanwijzingen: • Afhankelijk van de heersende lichtomstandigheden kan de helderheid van het monitorbeeld van de werkelijke opnamen afwijken. Met name bij langdurige belichtingen van donkere motieven lijkt het motiefbeeld duidelijk donkerder dan de - correct belichte - opname. • Bij het gebruik van Leica M- respectievelijk R-objectieven m.b.v. de optionele Leica M- respectievelijk R-adapter L zijn alleen de tijdautomaat en handmatige instelling beschikbaar, dat wil zeggen dat u de programma-automaat (P ), de diafragme-automaat (S ) en de motiefprogramma's niet kunt gebruiken. Als u op een van deze modi hebt ingesteld, zal de camera bij het plaatsen van de adapter automatisch naar Tijdautomaat omschakelen. Dienovereenkomstig wisselt het LCD-scherm ook naar de modus A . Als diafragmawaarde verschijnt F0.0. Bedrijfsmodus instellen ► Belichtingsmodi-/scène-menu oproepen ► selecteren Een opname maken ► Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt • Sluitertijd en diafragma worden wit weergegeven. Als zelfs het volledig geopende of gesloten diafragma in combinatie met de langste, resp. kortste sluitertijd onder- of overbelichting veroorzaakt, zullen beide waarden in rood worden weergegeven. Als het automatisch ingestelde stel waarden voor de gewenste beeldvorming passend lijkt: ► Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken De vastgelegde sluitertijd/diafragma-combinaties wijzigen (Shift) Het wijzigen van de vastgelegde waarden m.b.v. de shift-optie combineert de betrouwbaarheid en snelheid van de volautomatische belichtingsregeling met de mogelijkheid te allen tijde de door de camera gekozen tijd/diafragma-combinatie naar eigen wens te kunnen variëren. ► Daar is het rechter instelwiel. Als u bijvoorbeeld bij sportfotografie met korte tijden wilt werken, draait u het naar links. Als u daarentegen, bijvoorbeeld voor landschappen, meer nadruk op grote scherptediepte wilt leggen en de daardoor vereiste langere sluitertijden kunt accepteren, draait u hem naar rechts. NL Opnamemodus Programma-automaat - P Voor snel, volautomatisch fotograferen. De belichting wordt geregeld door automatische aanpassing van de sluitertijd en het diafragma. De totale belichting, d.w.z. de helderheid van het beeld, blijft daarbij ongewijzigd. Om een correcte belichting te verzekeren is het aanpassingsbereik beperkt. • Waardeparen die met shift zijn aangepast worden aangeduid met een + naast de sluitertijd. Om onbedoeld gebruik van deze waarden te voorkomen, zullen ze na elke opname terugspringen naar de door de camera vastgelegde waarden - ook als de belichtingsmeting na 12 s automatisch uitschakelt. 159 Opnamemodus NL Tijdautomaat - A De tijdautomaat stuurt de belichting automatisch, aangepast aan het handmatige ingestelde diafragme. Deze is daarom bijzonder geschikt voor opnamen waarbij de scherptediepte het beslissende element voor de beeldvormgeving is. Met een navenant kleine diafragmawaarde kunt u de scherptediepte verminderen, bijvoorbeeld om in een portret het scherp afgebeelde gezicht voor een onbelangrijke of afleidende achtergrond te accentueren, of vice versa met een overeenkomstig grotere diafragmawaarde de scherptediepte verhogen om in een landschapsfoto alles, inclusief voorgrond en achtergrond, scherp weer te geven. Bedrijfsmodus instellen ► Belichtingsmodi-/scène-menu oproepen ► selecteren Een opname maken ► Selecteer de gewenste diafragmawaarde met het rechter instelwiel; ► Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt • Zowel de ingestelde diafragmawaarde alsook de automatisch geregelde sluitertijd worden wit weergegeven. Als de langste, resp. kortste sluitertijd in combinatie met het ingestelde diafragma onder- of overbelichting veroorzaakt, zullen beide waarden in rood worden weergegeven. 160 Als de automatisch ingestelde sluitertijd voor de gewenste beeldvorming passend lijkt: ► Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken Diafragma-automaat - S ► Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken NL Opnamemodus De diafragma-automaat regelt de belichting automatisch in overeenstemming met de handmatig vooraf ingestelde sluitertijd. Deze is daarom bijzonder geschikt voor opnamen van bewegende motieven, waarbij de scherpte van de afgebeelde beweging het beslissende beeldvormgevingselement is. Met een desbetreffende korte sluitertijd kunt u bijv. ongewenste bewegingsonscherpte vermijden, d.w.z. uw motief "bevriezen", of, omgekeerd, met een overeenkomstige langere sluitertijd de dynamiek van de beweging door gerichte "veegeffecten" tot uiting brengen. Als de automatisch ingestelde diafragmawaarde voor de beoogde beeldvorming geschikt lijkt: Bedrijfsmodus instellen ► Belichtingsmodi-/scène-menu oproepen ► selecteren Een opname maken ► Selecteer de gewenste sluitertijd met het rechter instelwiel; ► Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt • Zowel de ingestelde sluitertijd alsook de automatisch geregelde diafragmawaarde worden wit weergegeven. Als zelfs de kleinste, resp. grootste diafragmawaarde in combinatie met de ingestelde sluitertijd onder- of overbelichting veroorzaakt, zullen beide waarden in rood worden weergegeven. 161 Opnamemodus NL Handmatige instelling - M Als u bijv. gericht een speciaal beeldeffect wilt verkrijgen dat alleen door een heel bepaalde belichting te bereiken is, of bij meerdere opnamen met verschillende beeldfragmenten wilt zorgen voor absoluut identieke belichting, biedt zich de handmatige instelling van sluitertijd en diafragma aan. Bedrijfsmodus instellen ► Belichtingsmodi-/scène-menu oproepen ► selecteren Een opname maken ► Selecteer de gewenste diafragmawaarde met het linker instelwiel; ► Selecteer de gewenste sluitertijd met het rechter instelwiel ► Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt • De sluitertijd en het diafragma worden in het wit weergegeven. Bovendien verschijnt de schaal van de lichtbalans. Deze omvat een bereik van ± 3 EV (belichtingswaarde) in 1⁄3 EV-stappen. Instellingen binnen ± 3 EV worden aangegeven met witte schaalstreepjes en daarbuiten door rode. ► Pas de instellingen voor een correcte belichting dusdanig aan dat alleen de markering in het midden wit wordt 162 Wanneer de ingestelde waarden en/of de belichting voor de beoogde beeldvorming geschikt lijken: ► Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken Aanwijzing: Het LCD-scherm geeft bij handmatige instelling een belichtingssimulatie weer. Histogram- en clipping-weergaven F2.8 1/60 F2.8 1/60 AWB AWB A Histogram Het histogram geeft de helderheidsverdeling van de opname weer. Daarbij komt de horizontale as overeen met de helderheidswaarden die van zwart (links) via grijs naar wit (rechts) verlopen. De verticale as komt overeen met het aantal pixels in de betreffende helderheid. Deze grafische weergave helpt – naast de beeldindruk zelf – bij een extra snelle en eenvoudige beoordeling van de belichtingsinstelling. Het histogram staat ter beschikking in de opname- alsook in de weergavemodus. NL A INFO 16MP Afb. 51 a SD INFO 8234 16MP SD 8234 Opnamemodus De Leica TL2 stelt u twee weergaven ter beschikking, die gelijktijdig de eenvoudige bestemming van een correcte belichting en de productie van een beeld met de gewenste helderheid mogelijk maken. Het histogram kan ook naar de rechter benedenhoek van het LCD-scherm worden verplaatst Afb. 51 a/b. Afb. 51 b Behalve het zwart-wit-histogram kunt u in de weergavestand ook een RGB-histogram instellen, dat de helderheidswaarden van de drie kleuren rood, groen en blauw afzonderlijk weergeeft: ► In het hoofdmenu ► In selecteren de gewenste instelling selecteren Voor de opnamemodus zie pag. 24 afb. 21 d ► INFO 3x Voor de weergavemodus zie pag. 24 afb. 22 b/c ► INFO 2x 163 Opnamemodus NL 164 Clipping De Clipping-weergave markeert in de weergavemodus rood de lichte bereiken van een beeld, die zonder tekening, dat wil zeggen overbelicht worden. Daarmee krijgt u de mogelijkheid tot zeer eenvoudige en nauwkeurige controle en eventueel aanpassing van de belichtingsinstelling. ► INFO 3x zie pag. 130 Afb. 22 d Aanwijzingen voor de histogram- en clipping-weergaven: • Bij flitsopnamen kan het opnamehistogram de uiteindelijke belichting niet weergeven, omdat de flitser pas na de weergave van het histogram flitst. • In de opnamemodus moet het histogram worden begrepen als "trend-indicator" en niet als een weergave van het exacte aantal pixels. • Het histogram kan bij de weergave van een beeld afwijken van die bij de opname. • Het histogram en de clipping-weergaven hebben altijd betrekking op de actueel getoonde uitsnede van de opname. • Het weergave-histogram en de clipping-weergave zijn zowel bij de weergave van het volledige beeld, alsook van een uitsnede beschikbaar, maar niet bij gelijktijdige weergave van 9 verkleinde opnamen. • De clipping-indicatie staat niet ter beschikking bij video-opnamen. Motiefprogramma's NL Opnamemodus Voor bijzonder eenvoudige en betrouwbare fotografie biedt de Leica TL2 negen "uitbreidingen" van de programma-automaat. De tiende variant - is een "snapshot"-automaat voor algemene toepassingen. De andere negen (zie rechts) zijn aangepast aan de bijzondere vereisten van veel voorkomende onderwerpen. In al deze gevallen wordt behalve sluitertijd en diafragma ook een aantal andere functies worden automatisch geregeld. Bedrijfsmodi instellen ► Belichtingsmodi-/scène-menu oproepen ► selecteren ► Selecteer het gewenste motiefprogramma Een opname maken Zoals met de programma-automaat Aanwijzingen: • De programma-shift-functie is niet beschikbaar. • De beide instelwielen zijn zonder functie. 165 NL Opslaan van de meetwaarde Opnamemodus Om reden van beeldvorming kan het gunstig zijn het hoofdmotief niet in het midden van het beeld te plaatsen. In dergelijke gevallen is het mogelijk, m.b.v. de meetwaarde-registratie in de belichtingsstanden P, S en A evenals de AF-modi 1-segment- en spotmeting alsook scherpstellen door aanraking, eerst het hoofdonderwerp te meten en de betreffende instellingen vast te houden tot u definitief het beeldfragment hebt bepaald en de foto wilt maken. Een opname in deze modus maken: ► Richt met het actieve AF-kader op het deel van uw onderwerp waar scherpstelling en belichting op moeten worden afgestemd ► Stel scherpte en belichting in en sla deze waarden op door de ontspanner tot het eerste drukpunt in te drukken ► Houd de ontspanner verder halverwege ingedrukt en bepaal het uiteindelijke beeld door de camera te bewegen ► Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken Belichtingscorrecties Sommige motieven bestaan voornamelijk uit meer dan gemiddeld donkere of lichte gebieden, zoals grote sneeuwvlakten, of, andersom, een beeldvullende zwarte stoomlocomotief. Met de belichtingsprogramma's P , S en A kan het in dergelijke gevallen beter zijn met een aangepaste belichtingscompensatie te werken in plaats van met de meetwaarde-registratie. Hetzelfde geldt in het geval dat u meerdere foto's met een identieke belichting wilt maken. De ter beschikking staande waarden zijn + 3 t/m - 3 EV in 1⁄3 EV-stappen. 166 ► In het hoofdmenu ► selecteren selecteren ► In het submenu op de schaal met , of één van de beide instelwielen gewenste instelling verrichten ► Om te bevestigen Set aanraken Als aan het linker instelwiel de functie EV wordt toegekend, kunt u daarmee de gewenste correctiewaarde rechtstreeks selecteren. • Als er een correctiewaarde is ingesteld, verschijnt deze op het LCD-scherm zo EV+3 . Tijdens het instellen kunt u het effect op het donkerder of lichter wordende LCD-scherm bekijken. Aanwijzingen: • Als u de belichting handmatig instelt, is belichtingscompensatie alleen mogelijk via de menubediening. • Een ingestelde belichtingscompensatie blijft actief - ook na een aantal opnamen en zelfs als de camera wordt uitgezet - totdat hij weer op ± 0 (= midden van de schaal) wordt ingesteld. Automatische belichtingsreeksen ► In het hoofdmenu ► selecteren selecteren ► In het submenu op de schaal met of één van de beide instelwielen gewenste instelling realiseren ► Om te bevestigen Set aanraken • Als u een belichtingsreeks instelt, wordt deze op het LCDscherm weergegeven met een . Tijdens de opnamen kunt u het effect op het donkerder of lichter wordende LCD-scherm bekijken. NL Opnamemodus Onderwerpen met veel contrast die zowel zeer heldere als zeer donkere gebieden omvatten, kunnen - afhankelijk van de belichting - zeer verschillende resultaten opleveren. Met de automatische belichtingsreeks kunt u een reeks van drie opnamen met verschillende belichtingsniveaus maken. Daarna kunt u de meest gelukte foto voor verder gebruik uitkiezen. Aanwijzingen: • Afhankelijk van het belichtingsprogramma worden de gradaties gegenereerd door het wijzigen van de sluitertijd (P/A/M ) of het diafragma (S ). • De volgorde van de opnamen is: correcte belichting/onderbelichting/overbelichting. • Afhankelijk van de beschikbare combinatie sluitertijd/diafragma kan het werkgebied van de automatische belichtingsreeks beperkt zijn. • Een ingestelde belichtingscompensatie blijft actief - ook na een aantal opnamen en zelfs als de camera wordt uitgezet - totdat hij weer op ± 0 (= midden van de schaal) wordt ingesteld. 167 NL FLITSFOTOGRAFIE Opnamemodus GESCHIKTE FLITSAPPARATEN De volgende flitsapparaten laten de TTL-flitsmeting, maar ook, afhankelijk van de uitrusting, een verschillend aantal van de in deze handleiding beschreven functies toe. • Leica System-flitsapparaten zoals de modellen SF 40, SF 64, en SF 58. • Andere Leica-systeemflitsapparaten, behalve de Leica SF 20 U kunt ook andere, makkelijk verkrijgbare opzet-flitsapparaten met gestandaardiseerde flitsvoet en positief middencontact1 (X-contact) respectievelijk door middel van adapter en synchroonkabel verbonden studio-flitsinstallaties worden geplaatst en via het middencontact worden geactiveerd. Wij adviseren het gebruik van thyristor-geregelde elektronenflitsapparaten. FLITSER PLAATSEN ► Camera en flitser uitschakelen ► Trek het kapje dat de accessoireschoen en de aansluiting beschermt als ze niet worden gebruikt, naar achteren ► Voet van het flitsapparaat geheel in de accessoireschoen schuiven en, indien aanwezig, met de klemmoer tegen ongewild eruit vallen beveiligen. Dit is belangrijk omdat veranderingen in de positie in de accessoireschoen de contacten kunnen onderbreken en dus storingen kunnen veroorzaken. Wanneer andere, niet speciaal op de camera afgestemde flitsapparaten worden gebruikt die 1 168 de witbalans van de camera niet automatisch omschakelen, moet de instelling worden gebruikt (zie pagina 145). Flash Het flitsapparaat moet voor de automatische regeling door de camera op de modus TTL zijn ingesteld. Bij instelling op A worden boven- of ondergemiddeld lichte motieven eventueel niet optimaal belicht. Bij instelling op M moet de flitsbelichting door instelling van een bijbehorende gedeelde flitsstand op de door de camera bepaalde diafragma- en afstandswaarden worden afgestemd. • De weergave voor de ingestelde flitsmodus (zie volgende pagina´s) wordt wit weergegeven. Als de flitser nog niet volledig geladen is en om die reden nog niet paraat is, zal hij kort rood knipperen. De camera bepaalt het benodigde flitsvermogen door het afgeven van een of meer meetflitsen in fracties van seconden voor de eigenlijke opname. Onmiddellijk daarna, tijdens de belichting, wordt de hoofdflits geactiveerd. Alle factoren die de belichting beïnvloeden (bijvoorbeeld opnamefilters en wijziging van de diafragma-instelling) worden automatisch gerespecteerd. Aanwijzingen: • Het flitsapparaat moet klaar voor gebruik zijn, anders kan dit foutieve belichtingen en foutieve meldingen van de camera tot gevolg hebben. • Seriebeeldopnamen en automatische belichtingsreeksen met flits zijn niet mogelijk. In dat geval verschijnt er geen flitsindicatie en de flitser flitst niet, ook al is de flitser omhoog geklapt. • Het gelijktijdig gebruik van een flitsapparaat en de elektronische zoeker Leica Visoflex is niet mogelijk. FLITSMODI Automatische flits- en voorflitsinschakeling Programma selecteren: selecteren ► selecteren ► In het submenu de gewenste instelling selecteren • De indicatie van het flitsprogramma wordt aangepast. Als aan het linker instelwiel de functie wordt toegekend, kunt u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren. • De geselecteerde modus wordt weergegeven op het LCDscherm. Aanwijzing: Als geen systeemcompatibel flitsapparaat is geplaatst, is de instelling niet beschikbaar, en daarom wordt de functie grijs weergegeven. Automatische flitsinschakeling Dit is een standaard modus. Een geplaatst en ingeschakeld flitsapparaat wordt altijd dan automatisch geactiveerd, wanneer bij slechte lichtomstandigheden langere belichtingstijden tot onscherpe opnamen zouden kunnen leiden. Opnamemodus ► In het hoofdmenu Voor vermindering van het "rode-ogen"-effect bij het fotograferen met flits van mensen. Het is aan te bevelen dat mensen niet direct in de lens kijken. Omdat het effect intensiever is naarmate bij weinig licht de pupillen zich verwijden, dient u bijv. bij binnenopnamen zoveel mogelijk licht aan te doen, zodat de pupillen zich vernauwen. Door de voorflits, die bij indrukken van de ontspanner kort voor de opname opflitst, vernauwen zich de pupillen van de mensen die naar de camera kijken, zodat het “rode-ogen-effect” wordt gereduceerd. NL Handmatige flitsinschakeling Voor tegenlichtopnamen waarbij het hoofdonderwerp het frame niet vult en zich in de schaduw bevindt, of in gevallen waarin u hoge contrasten (bijv. in direct zonlicht) wilt reduceren (invulflitsen). Zolang deze modus is geactiveerd, wordt een geplaatst en ingeschakeld flitsapparaat, onafhankelijk van de heersende lichtomstandigheden, bij elke opname geactiveerd. Het flitsvermogen wordt afhankelijk van de gemeten helderheid geregeld: bij slecht licht net als in de automatische modus en bij toenemende helderheid met een steeds lager vermogen. De flitser werkt dan als invullend licht, bijvoorbeeld om donkere schaduwen op de voorgrond of onderwerpen in tegenlicht te verlichten en om in het geheel een evenwichtigere belichting te creëren. Handmatige flits- en voorflitsinschakeling Voor een combinatie van de bovenstaande situaties en/of functies. 169 NL Automatische flitsinschakeling met voorflits en langere sluitertijden Automatische flits- en voorflitsinschakeling met langere sluitertijden Opnamemodus Voor gelijktijdig aangepaste d.w.z. lichtere weergave van vooral een donkere achtergrond en flitsinvulling van de voorgrond. Toelichting: Bij de andere flitsmodi wordt de sluitertijd maximaal 1⁄30 s verlengd, om het risico van bewegingen te minimaliseren. Dat leidt er vaak toe dat bij opnamen met flits de niet door het flitslicht verlichte achtergrond sterk onderbelicht wordt. Daarom worden bij deze flitsmodus daarentegen voor een goede balans t.o.v. het bestaande omgevingslicht, de in een dergelijke situatie nodige langere belichtingstijden (t/m 30 s) in deze gevallen getolereerd. Voor een combinatie van de laatstgenoemde situaties en/of opties. Aanwijzingen: • Afhankelijk van de AUTO ISO SETTINGS (zie pag. 146) kan het zijn dat de camera langere sluitertijden niet ondersteunt, omdat in dergelijke gevallen de verhoging van de ISO-gevoeligheid voorrang heeft. • De langste sluitertijd kan worden ingesteld met Slowest Speed (zie pag. 146). 170 Aanwijzing: Om bewogen opnamen bij de langere sluitertijden in de modi en te vermijden, moet u de camera goed stilhouden, d.w.z. ergens op steunen of een statief gebruiken. U kunt ook kiezen voor een hogere gevoeligheid. Flitsbereik Het nuttige flitsbereik is afhankelijk van de handmatig ingestelde ofwel door de camera geregelde diafragma- en gevoeligheidswaarden. Voor voldoende verlichting met flitslicht is het van belang dat het onderwerp zich binnen het bereik van de flitser bevindt. Flits-belichtingscorrecties Bij flitsopnamen bestaat de verlichting uit twee lichtbronnen: het aanwezige licht en het flitslicht. De flitstiming bepaalt in de regel waar alle of de meeste van de door de flits verlichte delen van het onderwerp in het beeldveld worden afgebeeld. Bij de gebruikelijke flitstiming, aan het begin van de belichting, kan dit leiden tot schijnbare tegenstellingen, zoals een voertuig dat door zijn eigen lichtsporen lijkt te worden "ingehaald". De Leica TL2 stelt u in staat tussen dit gebruikelijke flitstijdstip en het einde van de belichting te kiezen: Met deze optie kan de flitsbelichting onafhankelijk van de belichting door het aanwezige licht gericht afgezwakt of versterkt worden, bijv. om bij een buitenopname 's avonds het gezicht van een persoon op de voorgrond lichter te maken, terwijl de lichtsfeer behouden blijft. ► In het hoofdmenu ► In selecteren de gewenste instelling selecteren In het tweede geval zullen in het bovenstaande voorbeeld de lichtsporen van de auto, zoals verwacht, het voertuig lijken te volgen. Deze flitstechniek verleent de foto een natuurlijkere impressie van beweging en dynamiek. Aanwijzing: Bij het flitsen met kortere sluitertijden is er, behalve bij zeer snelle bewegingen, nauwelijks verschil tussen de beide flitstijdstippen. ► In het hoofdmenu ► In selecteren NL Opnamemodus Synchronisatietijdstip selecteren ► In het submenu op de schaal met , of één van de beide instelwielen gewenste instelling verrichten ► Om te bevestigen SET aanraken • Als u een belichtingscompensatie instelt, wordt deze op het LCD-scherm weergegeven met een . Aanwijzingen: • Flits-belichtingscorrectie verandert het bereik van de flitser. • Een ingestelde compensatie blijft actief - ook na een aantal opnamen en zelfs als de camera wordt uitgezet - totdat hij weer op ± 0 (= midden van de schaal) wordt ingesteld. • Een eventueel reeds via menubediening op de camera ingevoerde correctiewaarde is niet effectief, zodra op een navenant uitgerust en geplaatst flitsapparaat (bijvoorbeeld de Leica SF 64) een correctiewaarde wordt ingevoerd. 171 Opnamemodus NL VIDEO-OPNAMEN Met de Leica TL2 kunt u ook video-opnamen maken. Bij het omschakelen tussen foto- en videoweergave kunt u gebarenbesturing toepassen Afb. 52 a/b. Opnamemodus F2.8 Videoweergave F2.8 1/8000 ISO 12500 EV Aanwijzing: Voor 4K video-opnamen hebben geheugenkaarten met hoge datasnelheid de voorkeur. Ze moeten minstens de Class U3- of V30-standaard hebben. Met langzamere kaarten wordt de opname eventueel afgebroken zodra de capaciteitsgrens van het buffergeheugen in de camera is bereikt. 1/8000 ISO 12500 EV A ISO-filmgevoeligheid Alle menu-instellingen beschikbaar INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP Afb. 52 a 8234 -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 52 b Aanwijzingen: • Aangezien slechts een deel van het sensoroppervlak wordt gebruikt, zal de effectieve brandpuntsafstand worden vergroot, d.w.z. dat een beelduitsnede ook dienovereenkomstig kleiner zal zijn. • Ononderbroken video-opnamen met een maximale lengte van 29 minuten zijn mogelijk. De maximale bestandsgrootte bedraagt 4 GB. Als de opname groter is, wordt het surplus automatisch in een volgend bestand opgeslagen (enzovoort). Bij video-opnamen zijn de volgende opties beschikbaar: Resolutie ► In het hoofdmenu selecteren ► In gewenste instelling selecteren, hetzij 4K , hetzij 1080p voor 'Full-HD'-opnamen, of 720p voor 'HD'-opnamen, of SLOMO voor vertraagde opnamen 172 Afstandsinstelling Alle op de pagina's 150-156 beschreven opties. Belichtingsmeetmethoden Alle varianten die op de pagina 158 staan beschreven Belichtingsregeling Dit is volledig onafhankelijk van het voor foto's ingestelde belichtingsprogramma of de respectieve sluitertijd- en diafragma-instellingen. – Sluitertijd: Afhankelijk van de geselecteerde VIDEO RESOLUTION – Diafragma: Automatisch – Als de correcte belichting, zelfs met de grootste diafragma-instelling niet mogelijk is, wordt de ISO-gevoeligheid automatisch verhoogd - ongeacht de handmatige instelling. Aanwijzing: De automatische belichtingsregeling houdt rekening met alle schommelingen in de helderheid. Als dit niet gewenst is, bijv. bij landschapsfotografie en panorama's, moet u de sluitertijd handmatig instellen. Film-voorkeuze-instellingen, contrast, scherpte, kleurverzadiging: Afsluiten: Stabilisatie ► In het hoofdmenu ► Functieknop / ontspanner nogmaals indrukken selecteren ► In de gewenste instelling selecteren Aanwijzing: Bij gebruik van de video-stabilisatie wordt het beeldfragment iets verkleind t.o.v. van opnamen zonder stabilisatie. Starten/stoppen van de opname In de fabrieksinstelling dient die functieknop als video-ontspanner. Maar als één van de andere beschikbare functies aan de knop is toegewezen, zijn er twee procedures beschikbaar: Voor het gebruik van de functieknop als video-ontspanner moet hij navenant worden ingesteld. ► In het hoofdmenu ► In NL Opnamemodus Alle op pagina 146 beschreven varianten, maar in dit geval worden alleen de witbalans-, contrast-, verzadigings- en scherpte-instellingen gewijzigd. Starten: ► Functieknop / ontspanner indrukken • Een lopende video-opname wordt aangegeven door een knipperende rode stip. Bovendien wordt de resterende opnametijd weergegeven. selecteren selecteren Als u de instelling van de functieknop niet wilt veranderen, kunt u alternatief ook de (foto-)ontspanner gebruiken, nadat u het video-beeldscherm met behulp van gebarenbesturing hebt opgeroepen. Geluidsopname Het geluid wordt in stereo opgenomen d.m.v. de ingebouwde microfoons. Ter vermindering van mogelijk windruis, veroorzaakt tijdens geluidsopname, is er een dempingsoptie beschikbaar: ► In het hoofdmenu ► In selecteren de gewenste instelling selecteren Aanwijzing: Zowel de automatische afstandsinstelling (autofocus), alsook de aanpassing van de brandpuntsafstand van zoomobjectieven produceren geluiden die eveneens worden opgenomen. Dit kan worden voorkomen door tijdens het opnemen beide niet uit te voeren, door een handmatige afstandsinstelling te realiseren, of door de brandpuntsafstand niet te wijzigen. 173 Weergavemodus NL WEERGAVEMODUS Permanente weergave Het omschakelen tussen opname- en permanente weergavemodus kan op twee manieren plaatsvinden. Met gebarenbesturing Afb. 53 a/b Weergavemodus Opnamemodus F2.8 1/8000 ISO 12500 EV A INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 53 a Afb. 53 b Met het functieknop In de fabrieksinstelling dient die functieknop als video-ontspanner. Voor de omschakeling tussen opname- en weergavemodus moet hij navenant worden ingesteld. ► In het hoofdmenu ► In selecteren selecteren Aanwijzingen: • Vanuit de weergavemodus kunt u op elk moment overschakelen naar opnamemodus door de ontspanner maar aan te tippen. • Vanuit de menubediening moet u eerst de opnamemodus starten voordat u naar de weergavemodus kunt gaan. • In het weergavemenu kunt u kiezen of u de opnamen van de kaart of die van het interne geheugen wilt bekijken. 174 • Als er geen beeldbestand op de geheugenkaart of in het interne geheugen is, verschijnt No valid image to play. • Wanneer u met de serieopname-optie of de automatische belichtingsreeks fotografeert, zal vooralsnog de laatste foto van de serie, resp. de laatste op de geheugenkaart opgeslagen foto van de serie, worden getoond – mits op dat moment nog niet alle opnamen van de serie door het interne buffergeheugen van de camera naar de kaart zijn overschreven. • Bestanden die niet zijn opgenomen met deze camera kunnen er eventueel niet mee worden weergegeven. • In sommige gevallen zal de weergave op het LCD-scherm niet de gebruikelijke kwaliteit hebben, of het scherm blijft zwart en geeft alleen de bestandsnaam weer. Automatische weergave Met de AUTO REVIEW -functie kunt u iedere opname automatisch onmiddellijk daarna laten weergeven: ► In het hoofdmenu selecteren ► selecteren ► In het DURATION -submenu de gewenste functie en/of tijdsduur kiezen ► In het HISTOGRAM -submenu de gewenste instelling selecteren Aanwijzing: Met AUTO REVIEW weergegeven opnamen in portretformaat verschijnen eerst ongeroteerd, ook al is de AUTO ROTATE -functie ingeschakeld. Met kunt u de foto roteren. NL OPNAMEN SELECTEREN Wanneer de camera tijdens de opname horizontaal wordt gehouden, zal de opname meestal ook op deze manier worden weergegeven. Bij opnamen in staand formaat, d.w.z. met de camera verticaal, kan het bij het bekijken van de opnamen, terwijl u de camera horizontaal vasthoudt, onpraktisch zijn dat het beeld niet als een staand beeld wordt weergegeven. Met gebarenbesturing Afb. 54 a/b-c/d ► In het hoofdmenu Afb. 54 a Afb. 54 b Afb. 54 c Afb. 54 d selecteren Weergavemodus OPNAMEN STAAND WEERGEVEN ► selecteren ► In het submenu de gewenste instelling selecteren Als u On selecteert, worden portretopnamen automatisch staand weergegeven. Aanwijzingen: • Verticale opnamen die staand worden weergegeven, zijn noodzakelijkerwijs veel kleiner. • Deze optie is met AUTO REVIEW niet beschikbaar. Met het linker instelwiel Afb. 55 a/b Afb. 55 a Afb. 55 b Door naar rechts te vegen, ofwel het instelwiel naar rechts te draaien, gaat u naar de opnamen met de hogere nummers; door naar links te vegen of het instelwiel naar links te draaien naar de lagere nummers. De opnamen worden weergegeven in een eindeloze lus. Als de meest recente opname bereikt is, verschijnt de eerste weer. 175 Weergavemodus NL OPNAMEN VERGROTEN/VERKLEINEN Met de vergrote weergave kunt u de scherpte nauwkeuriger beoordelen. Vergroten en verkleinen doet u met / -gebaren Afb. 56 a/b of met het rechter instelwiel Afb. 57 a/b. Met het -gebaar bereikt u in twee stappen de maximale vergroting Afb. 58 a-c. Aanwijzing: Door het aanraken van het scherm op het gewenste punt, kunt u opgeven, welk deel van de opname moet worden vergroot. Gelijktijdige weergave van 9 opnamen De weergave van 9 verkleinde opnamen geeft u een overzicht en/ of een bepaalde opname is sneller terug te vinden Afb. 59 a/b / Afb. 60a/b. INFO Afb. 56 b Afb. 56 a INFO Afb. 59 b Afb. 59 a INFO Afb. 57 b Afb. 57 a INFO Afb. 60 a INFO Afb. 58 a 176 Afb. 58 b Afb. 58 c Afb. 60 b Aanwijzingen: • Video's kunnen niet worden vergroot. • Tijdens de vergrote/9-voudige weergave kunt u de bijkomende informatie niet bekijken. • Hoe sterker de opname wordt vergroot, hoe minder – door de naar verhouding kleinere resolutie – de weergavekwaliteit wordt. • Met andere typen camera's gemaakte opnamen kunnen eventueel niet worden vergroot. Opname in 9-voudigc overzicht selecteren Afb. 61 a/b BEELDUITSNEDE SELECTEREN Afb. 64 a/b Afb. 61 a Afb. 61 b Afb. 64 a 9-voudig overzicht verlaten Afb. 62 a/b /Afb. 63 a/b NL Weergavemodus In een vergrote opname kunt u de vergrote uitsnede vanuit het midden verplaatsen, om bijv. details nauwkeuriger te bekijken die niet in het midden liggen. Afb. 64 b • De positie waar de uitsnede zich binnen de opname ongeveer bevindt, wordt aangeduid. INFO Afb. 62 b Afb. 62 a F2.8 1/8000 ISO 12500 EV A INFO INFO -3 Afb. 63 a 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 63 b 177 Weergavemodus NL WEERGAVEMENU Diashow Het weergavemenu bevat een aantal functies die in submenu's moeten worden ingesteld. U kunt de Leica TL2 dusdanig instellen dat de opnamen automatisch in successie worden getoond. Binnen deze functie kan worden bepaald of alle opnamen, of alleen uw favorieten moeten worden getoond of alleen foto's, of alleen video's. U kunt ook kiezen voor hoe lang de opnamen moeten worden weergegeven, en of de diashow moet worden herhaald totdat u hem stopt. Het submenu Diashow verschijnt al als u het weergavemenu opent. Weergavemenu oproepen Afb. 65 a/b PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT ► De andere handelingen voert u uit in de betreffende submenu's: INFO Afb. 65 a – Instellingen in Afb. 65 b Behalve met de hier en op de volgende pagina's beschreven pure gebarenbesturing kunt u verscheidene bedieningsstappen ook met de instelwielen uitvoeren Afb. 66 a/b /Afb. 67 a/b. PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT DURATION FAVORITE ONLY REPEAT Afb. 66 a – Starten met en DURATION PLAY ALL , PICTURES ONLY REPEAT , VIDEOS ONLY of FAVORITE ONLY Aanwijzing: Uw instellingen in DURATION en REPEAT blijven behouden, ook na het in- en uitschakelen van de camera. Diashow afsluiten Afb. 68 a/b Afb. 66 b INFO Afb. 68 a PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT DURATION FAVORITE ONLY REPEAT Afb. 67 a 178 Afb. 67 b Afb. 68 b Opnamen als favorieten markeren / markering opheffen NL Individueel markeren Afb. 69 a-c Opnamen beveiligen / wisbeveiliging opheffen Opnamen die u tegen per ongeluk wissen wilt beveiligen, kunt u als zulks markeren. PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT Afb. 69 a SINGLE Weergavemodus U kunt een opname als favoriet markeren, bijvoorbeeld om hem snel terug te vinden. MULTI Afb. 69 b FAVORITE SET De bedieningsmethode voor markeren en beveiligen is dezelfde, ze verschillen alleen in de manier waarop u de submenu's start: voor favorieten, voor beveiliging. Hier worden ze, als voorbeeld, voor favorieten beschreven. Afb. 69 c In de 3e stap kunt u markeren door dicatie. aan te raken of de SET-in- 179 Weergavemodus NL Meerdere markeren Afb. 70 a-c Opnamen wissen Opnamen op de geheugenkaart en in het interne geheugen kunt u altijd wissen - individueel of allemaal tegelijk. PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT SINGLE MULTI Wismenu oproepen Afb. 71 a/b Delete Afb. 70 a Afb. 70 b Single Multi FAVORITE All INFO Afb. 71 a Afb. 70 c Individuele opnamen wissen Afb. 72 a/b Markeringen verwijderen Markeringen kunnen in de 3e stap weer worden verwijderd door of aan te raken. Aanwijzingen: • Als u probeert beveiligde beelden te wissen, zullen er waarschuwingen verschijnen. Wilt u deze opnamen toch wissen, dan verwijdert u de beveiliging zoals hierboven beschreven. • Ook beveiligde opnamen worden gewist bij het formatteren. 180 Afb. 71 b F2.8 1/8000 ISO 12500 EV Delete Single Multi All INFO -3 Afb. 72 a 2 1 0 1 2 3+ Afb. 72 b 12MP 8234 Meerdere opnamen verwijderen Afb. 73 a-e Delete Multi All Afb. 73 a Afb. 73 b SET SET Do you really want to delete all marked images? NO YES Afb. 73 d Afb. 73 c Afb. 73 e Alle opnamen wissen Afb. 74 a/b Delete Do you really want to delete all images? Single NO Multi YES NL Weergavemodus Single Aanwijzingen: • Alleen bij SINGLE : Na het wissen verschijnt de volgende opname. Als de opname beveiligd is, zal hij nog steeds zichtbaar zijn en er verschijnt een melding This image is protected op het scherm. • Alleen bij MULTI : Opnamen die al voor beveiliging zijn gemarkeerd, kunnen niet worden gemarkeerd voor wissen. Als dit toch wordt geprobeerd, verschijnt er kort een melding. • Alleen bij ALL : Na succesvol wissen, verschijnt de melding No valid image to play. Als het wissen niet is gelukt, verschijnt de originele opname weer. • Wanneer u meerdere of alle opnamen wist, kan er, vanwege de tijd die nodig is voor de verwerking van de gegevens, tijdelijk een melding op het scherm verschijnen. • Als sommige opnamen wisbeveiliging hadden, zal kort Protected images were not deleted verschijnen. Vervolgens wordt de eerste van deze beveiligde opnamen getoond. Bij beveiligde opnamen moet de wisbeveiliging eerst worden opgeheven, voordat ze kunnen worden gewist. • De wis- en beveiligingsfuncties hebben altijd uitsluitend betrekking op de opnamen op de bron (geheugenkaart/intern geheugen) die u hebt geselecteerd in het weergavemenu. Belangrijk: Na het wissen van de opnamen, kunt u ze niet meer bekijken. All Afb. 74 a Afb. 74 b 181 Weergavemodus NL Weergavebron selecteren Afb. 75 a-c Aanwijzing: Deze functie staat niet ter beschikking als er een geheugenkaart is geplaatst. PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT Afb. 75 a SD CARD Afb. 75 b INTERNAL MEMORY Opnamegegevens van intern geheugen naar geplaatste geheugenkaart of andersom kopiëren Wanneer de kaart is geplaatst, zal de Leica TL2 de opnamegegevens wegschrijven naar de kaart. Als er geen kaart is, naar het interne geheugen. U kunt de opnamegegevens altijd van hun oorspronkelijke opslaglocatie naar de andere kopiëren - binnen de beperkingen van de voorhanden opslagcapaciteit. De kopieerrichting wordt bepaald door de geselecteerde weergavebron: Is het interne geheugen geselecteerd, worden de gegevens van daar naar de geheugenkaart gekopieerd en vice versa Alle opnamen / als favorieten gemarkeerde opnamen kopiëren Afb. 76 a/b De bediening is hetzelfde voor beide functies. Het enigste verschil is uw keuze: zoals in het voorbeeld FAVORITES ONLY, of ALL . Afb. 75 c Het selecteren van de bron bepaalt niet alleen welke opnamen zullen worden weergegeven, maar ook op welke opnamen de functies , , en betrekking hebben. 182 # PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT Afb. 76 a MULTI ALL FAVORITES ONLY Afb. 76 b Na ca. 3 seconden begint de gegevensverwerking. • Vanwege de tijd die hiervoor nodig is, volgt er een melding over. Na afloop van het succesvolle kopiëren verschijnt er een bevestigingsmelding. Meerdere opnamen kopiëren Afb. 77 a-e PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT MULTI ALL FAVORITES ONLY Ca. 2 sec. na uw laatste markering verandert de indicatie weer en u kunt nu doorgaan met Afb. 77 e. Afb. 77 b Afb. 77 a COPY MULTI XINTERNAL „SD CARD NL Weergavemodus PLAY ALL Vanaf Afb. 77 c kunt u de gewenste opnamen in plaats van met gebarenbesturing ook met de instelwielen selecteren. • De SET-indicatie wordt dan vervangen door . COPY MULTI XINTERNAL „SD CARD SET Afb. 77 d SET Afb. 77 c COPY MULTI XINTERNAL „SD CARD SET Afb. 77 e Na ca. 3 seconden begint de gegevensverwerking. • Vanwege de tijd die hiervoor nodig is, volgt er een melding over. Na afloop van het succesvolle kopiëren verschijnt er een bevestigingsmelding. 183 NL Videoweergave Weergavemodus Als er een video-opname is geselecteerd, verschijnt er PLAY > op het LCD-scherm. Video- en audio-bedieningspictogrammen oproepen Afb. 79 a/b 5 1 16:12 Afb. 79 a Afb. 78 16:12 Afb. 79 b 1 Verstreken tijd 2 Voortgangsbalk met touchscreen 3 Pauze 4 Volume 5 Video's inkorten 6 Twee video's verbinden 7 Terug naar begin video Aanwijzing: De bedieningspictogrammen gaan uit na 3 s. 184 7 3 Afspelen starten Afb. 78 INFO 6 2 4 Afspelen vanaf een gewenst punt voortzetten Afb. 80 a/b Afb. 80 a 18:26 16:12 Afb. 80 b Afb. 83 a Afb. 81 a Afb. 83 b Aanwijzing: In de onderste positie van de balk is de geluidsweergave uitgeschakeld, het volumesymbool wisselt naar . Afspelen pauzeren Afb. 81 a/b 16:12 16:12 Weergavemodus 16:12 NL Volume instellen Afb. 83 a/b 16:12 Afb. 81 b Afspelen afsluiten Afb. 82 a/b INFO 16:12 Afb. 82 a Afb. 82 b 185 Weergavemodus NL Video-opnamen knippen en plakken De Leica TL2 biedt twee verschillende manieren om een opgenomen video te knippen. Knippen van een bepaalde scène Afb. 85 a-f SAVE Begin- en eindstukken wegknippen Afb. 84 a-e SAVE 16:12 Afb. 85 a Afb. 85 b SAVE SAVE 16:12 16:12 Afb. 84 a Afb. 84 b SAVE SAVE Afb. 85 d 2 3 SAVE 11:30 16:12 1 Afb. 85 c Afb. 84 d SAVE AS NEW Afb. 84 c OVERWRITE REVIEW CLIP 12:36 SAVE AS NEW OVERWRITE REVIEW CLIP Afb. 85 f Afb. 85 e • Tijdens het proces worden de tijd (1) en de beelden van start- en eindpunt weergegeven (2/3) 12:36 Afb. 84 e ► Voortzetting van de bediening, zie volgende pagina, rechter kolom. 186 ► Voortzetting van de bediening, zie volgende pagina, rechter kolom. Aanwijzing: Knippen is in 1 -seconde-stappen mogelijk, dus moet de uitgangsvideo een lengte van ten minste 3 sec. hebben. Twee video-opnamen met elkaar verbinden Afb. 86 a-d ► SAVE AS NEW selecteren De nieuwe video wordt extra opgeslagen, het origineel blijft behouden. 16:12 Afb. 86 b Afb. 86 a SET SAVE AS NEW 1 2 1 OVERWRITE REVIEW CLIP Afb. 86 d ► OVERWRITE selecteren De nieuwe video wordt opgeslagen, maar het origineel wordt gewist. NL Weergavemodus SET Zowel bij het knippen als bij het verbinden van de video's verloopt de procedure door selectie van één van de drie punten in het submenu Afb. 84 e, 85 f, 86 d op dezelfde manier: Afb. 86 c ► Voortzetting van de procedure: zie rechter kolom. Aanwijzing: Per verbindingsprocedure kunt u 2 video's selecteren. De volgorde is aangegeven met 1 en 2. ► 3&7*&8$-*1 selecteren De nieuwe video wordt weergegeven. Hij wordt niet opgeslagen en het origineel wordt ook niet gewist. • In alle drie gevallen verschijnt er, vanwege de tijd die nodig is voor de verwerking van de gegevens, eerst een overeenkomstige melding op het scherm en vervolgens de openingsscène van de nieuwe video. 187 NL OVERIGE ZAKEN Profielen toepassen Overige zaken GEBRUIKERSPROFIELEN ► In het hoofdmenu In de Leica TL2 kunt u naar wens combinaties van alle menu-instellingen permanent opslaan, bijv. om ze wanneer u maar wilt bij terugkerende situaties/onderwerpen snel en eenvoudig te kunnen oproepen. Voor zulke combinaties staan er in totaal drie geheugenplaatsen ter beschikking. Natuurlijk kunt u alle menu-opties ook weer op de fabrieksinstellingen terugzetten (Default Profile): ► Profielen aanmaken ► Stel de gewenste opties in het menu in ► In het hoofdmenu ► selecteren selecteren ► In het submenu Save as Profile selecteren ► In het Save as Profile -submenu de gewenste profiel-geheugenplaats selecteren 188 selecteren selecteren ► In het submenu Load Profile selecteren ► In het Save as Profile -submenu de gewenste profiel-geheugenplaats of Default Profile selecteren Aanwijzingen: • Default Profile biedt u de mogelijkheid om op ieder moment terug te keren naar de fabrieksinstellingen. Dat wil zeggen, ook wanneer u menu-instellingen in één of meer van de drie profielen hebt opgeslagen. • In tegenstelling tot de in de paragraaf 'Terugzetten van alle individuele instellingen' beschreven -functie worden uw instellingen van tijd, datum en taal, met Default Profile niet teruggezet. Naam profiel wijzigen ► In het Rename Profile -submenu de gewenste profiel-geheugenplaats selecteren ► In het hoofdmenu ► In het bijbehorende toetsenblok-submenu door middel van aanraken de gewenste karakters voor de nieuwe naam invoeren ► ► In het hoofdmenu selecteren selecteren NL Overige zaken ► selecteren ► In het submenu Rename Profile selecteren Profielen op de geheugenkaart opslaan / van een kaart overnemen U kunt óf de profielplaatsen op de geheugenkaart kopiëren, óf de op de kaart opgeslagen profielplaatsen overbrengen naar de camera. Beide functies worden op een in principe gelijke manier verricht: selecteren ► In het submenu Export Profile of Import Profile selecteren • Er verschijnt een scherm met een vraag ► Ex-/importeren bevestigen - YES of afwijzen - NO Aanwijzing: Bij het exporteren worden in principe altijd alle profielplaatsen naar de kaart overgedragen, d.w.z. ook profielen die evt. leeg zijn. Als gevolg daarvan worden bij het importeren van profielen alle eventueel reeds op de camera aanwezige profielen overschreven; dat wil zeggen: gewist. 189 NL TERUGZETTEN VAN ALLE INDIVIDUELE INSTELLINGEN Overige zaken Met deze functie kunnen alle eigen instellingen in het menu in één keer op de fabrieksinstellingen worden teruggezet, naar wens echter ook met uitzondering van de WiFi-instellingen en / of die in de gebruiksprofielen: ► In het hoofdmenu ► selecteren selecteren • Er verschijnt een scherm met een vraag ► Wissen bevestigen - YES of verwerpen - NO • Er verschijnt een vraag-beeldscherm voor het thema WiFi-instellingen ► Het wissen van de WiFi-instellingen bevestigen - YES of afwijzen - NO • Er verschijnt een vraag-beeldscherm voor het thema profielinstellingen ► Het wissen van de profielinstellingen bevestigen - YES of afwijzen - NO 190 Aanwijzing: Deze terugstelling geldt ook voor de instellingen in Date/Time en Language. Als de camera dan voor het eerst wordt ingeschakeld, begint weer de welkomstvideo. De rest van deze procedure staat beschreven in de secties "Menutaal" en "Datum/tijd". NUMMERING VAN OPNAMEBESTANDEN TERUGZETTEN ► In het hoofdmenu ► selecteren selecteren NL Overige zaken De Leica TL2 slaat de opnamebestanden op met nummers in oplopende volgorde, die op hun beurt worden opgeslagen in mappen die automatisch worden aangemaakt. Daarom bestaat de naam van de opgenomen bestanden altijd uit acht tekens, "L" voor de (Leica) camera, drie cijfers voor de map en vier cijfers voor de opname, bijvoorbeeld „L1001234“. U kunt dit nummersysteem resetten wanneer u maar wilt: Aanwijzingen: • Als er een geheugenkaart is geplaatst, zal alleen de nummering op de kaart worden gereset; als er geen kaart is, wordt het interne geheugen gereset. • Als er zich op de geheugenkaart al een opnamebestand met een hoger nummer bevindt dan het laatst door de camera toegewezen nummer, wordt er volgens de nummering op de kaart verder geteld. • Om het mapnummer opnieuw op 100 te resetten, formatteert u de geheugenkaart of het interne geheugen en meteen daarna reset u het fotonummer. Daardoor wordt het fotonummer (op 0001) teruggezet. • Er verschijnt een scherm met een vraag ► Bevestigen - YES of verwerpen - NO Als u de nummering reset, ofwel de actuele map het nummer 9999 bevat, zal er automatisch een nieuwe map worden aangemaakt en de nummering zal weer van voren beginnen. Voorbeeld: Laatste opname voor het resetten "L1009999 ", volgende opname "L1010001". U kunt hier bijvoorbeeld gebruik van maken om de opgenomen bestanden overzichtelijker te laten sorteren. Als mapnummer wordt in principe altijd het betreffende volgende nummer gebruikt; er zijn maximaal 999 mappen mogelijk. Als de nummercapaciteit bij „L9999999“ vol is, verschijnt er op het LCD-scherm een betreffende waarschuwing en de nummering moet worden gereset. 191 NL INSTELLEN EN GEBRUIKEN VAN DE WIFI-FUNCTIE Overige zaken De WiFi-functie van de camera activeren Afb. 87 a/b ► In het hoofdmenu DIRECT selecteren selecteren ► ► Selecteer ON in het submenu ROUTER Afb. 87 a Afb. 87 b Er zijn diverse mogelijkheden om via WiFi met de Leica TL2 te communiceren. – DIRECT als er geen draadloos netwerk beschikbaar is – of Router om de Leica TL2 met een beschikbaar draadloos netwerk te verbinden. Om toegang tot uw Leica TL2 te krijgen, kunt u tussen de platformonafhankelijke verbinding – Web Gallery en de – APP Connection kiezen. Met de functie Web Gallery hebt u via een webbrowser heel eenvoudig toegang tot uw camera. Een omvattende functionaliteit maakt APP Connection mogelijk. 192 Aanwijzing: De Leica App TL is verkrijgbaar in de Apple™ App Store™/ Google™ Play Store™. NL Toegangsgegevens invoeren Kies nu uit de lijst op het LCD-scherm het netwerk dat u wilt gebruiken door het eenvoudig aan te raken. Als het netwerk niet meteen in de lijst verschijnt, kunt u de SCAN -indicatie aanraken en naar beschikbare netwerken laten zoeken. Door aanraken van de IP Settings -indicatie komt u in het betreffende submenu terecht. Hier kunt u, indien nodig, door aanraken van de MANUAL -indicatie een vast IP-adres en subnet mask voor de camera invoeren. Deze twee instellingen worden echter meestal automatisch door het draadloze netwerk geleverd. Voer nu in het veld Password het betreffende wachtwoord in om toegang te krijgen tot het gewenste netwerk. Als er geen wachtwoord is vastgelegd voor het netwerk, kunt u dit veld leeg laten. Overige zaken Netwerk selecteren Afb. 88 a/c Toegang met een webbrowser (Web Gallery) Afb. 90 a-d Afb. 88 b Afb. 88 a Typ in de adresbalk van de webbrowsers het (IP) adres in dat op de monitor wordt weergegeven. U kunt nu de opnamen die op de camera staan, bekijken en downloaden. Afb. 88 c Als u de ADD -indicatie aanraakt, kunt u „onzichtbare“ netwerken toevoegen door de netwerknaam in te voeren Afb. 89 a/b. Gebruik hiervoor het toetsenbord op het scherm. Afb. 89 a Afb. 89 b Afb. 90 a Afb. 90 b Afb. 90 d Afb. 90 c 193 Overige zaken NL Toegang met de Leica TL App (APP Connection) Netwerken beheren Afb. 91 a-c Selecteer eerst in het cameramenu de gewenste verbindingsmethode. – Voor een rechtstreekse verbinding met de smartphone of tablet: ► DIRECT selecteren ► Vervolgens APP Connection ► Op de monitor van de camera worden de netwerknaam SSID en het Password weergegeven. ► Selecteer de gewenste Leica TL2 in de netwerklijst op uw smartphone of tablet. – Voor de verbinding via een beschikbaar draadloos netwerk: ► ROUTER selecteren ► Vervolgens APP Connection ► Selecteer in de geopende lijst met beschikbare draadloze netwerken het gewenste netwerk ► Toegangsgegevens invoeren (gebruiker/wachtwoord). De instellingen van verschillende netwerken kunt u in het WiFimenu onder het punt MANAGE NETWORKS wissen. Dit wordt aanbevolen voor draadloze netwerken die zelden of maar één keer worden gebruikt. Netwerken met verbinding zijn gemarkeerd met een pictogram ( ). De nieuwe verbinding wordt automatisch tot stand gebracht. Als u de app met een andere Leica TL2 wilt verbinden, selecteert u DISCONNECT en gaat dan door met het maken van een nieuwe verbinding, zoals hierboven beschreven. ► In het hoofdmenu ► selecteren selecteren ► In het submenu selecteren ► MANAGE NETWORKS selecteren Afb. 91 a Afb. 91 b Afb. 91 c 194 Netwerknaam van de Leica TL2 wijzigen Afb. 92 a-d ► In het hoofdmenu selecteren ► selecteren ► In het submenu selecteren ► Device selecteren Aanwijzing: De tekens „A …Z “, „a…z“, „0…9 “, „-„ staan hiervoor ter beschikking. Spaties mogen niet worden gebruikt. Afb. 92 a Afb. 92 b Afb. 92 d Afb. 92 c NL Overige zaken U kunt voor uw Leica TL2 een eigen netwerknaam (af fabriek: Leica-TL2Serienummer van de camera) aanmaken. Raakt u hiervoor in het WiFi-menu van de camera het pictogram DEVICE -indicatie aan. Aanwijzingen: • Bij toegang via WiFi worden de afbeeldingen maar met 2 MP resolutie overgedragen. Voor de originele bestanden moet u de camera via een USB-kabel of de SD-kaart met behulp van een SD-kaartlezer uitlezen. • Maak altijd alleen verbinding met beveiligde netwerken om ongewenste toegang tot uw gegevens en uw camera te voorkomen. • We raden u daarom aan de functie uit te schakelen wanneer deze niet wordt gebruikt. • Als er een USB-verbinding tussen de camera en een computer actief is, wordt de WiFi-functie om technische redenen uitgeschakeld. • Bij deze verbindingsmethode Web Gallery is er geen toegangscontrole. Let er daarom op dat u zich in een beveiligd draadloos netwerk bevindt. 195 NL GEGEVENSOVERDRACHT NAAR EEN COMPUTER Overige zaken D.m.v. USB-kabelverbinding / camera als extern station gebruiken De Leica TL2 is compatibel met de volgende besturingssystemen: Microsoft®: Vista®/7®/8® Apple® Macintosh®: Mac® OS X (10.6) en hoger Om de gegevens te kunnen overdragen, is de camera uitgerust met een USB 3.0 super speed-aansluiting. Met Windows-besturingssystemen: De camera wordt door het besturingssysteem herkend als een extern station en krijgt een stationsletter toegewezen. Draag de opnamegegevens met behulp van Windows Verkenner over op uw computer, en sla ze daar op. Belangrijk: • Gebruik uitsluitend de meegeleverde USB-kabel. • Terwijl de gegevens worden overgedragen, moet de USB-kabelverbinding niet worden onderbroken, anders kunnen de computer en/of camera "crashen". Eventueel kan de geheugenkaart onherstelbaar beschadigd raken. • Zolang gegevens worden overgedragen, mag de camera niet worden uitgeschakeld of zichzelf door onvoldoende batterijspanning uitschakelen, omdat de computer anders kan "crashen". • Om dezelfde reden mag de batterij bij geactiveerde verbinding in geen geval worden verwijderd. Als de capaciteit van de batterij tijdens de overdracht van gegevens laag wordt, verschijnt de afbeelding INFO met een knipperende weergave van de batterijcapaciteit. Beëindig in dat geval de gegevensoverdracht, schakel de camera uit en laad de batterij op. Met Mac-besturingssystemen: Gebruik van kaartlezers De camera verschijnt als opslagapparaat op het bureaublad. Draag de opnamegegevens met behulp van de Finder over op uw computer, en sla ze daar op. Opnamegegevens kunnen ook met kaartlezers voor SD-/SDHC/ SDXC-geheugenkaarten worden overgedragen. Voor computers met een USB–poort zijn er passende externe kaartlezers verkrijgbaar. Aanwijzing: De Leica TL2 is uitgerust met een geïntegreerde sensor die de positie van de camera – horizontaal of verticaal (beide richtingen) – bij elke opname herkent. M.b.v. van deze informatie kunnen opnamen met de betreffende programma’s op een computer steeds automatisch staand worden weergegeven. 196 FORMATTEREN ► In het hoofdmenu NL Overige zaken Met de Leica TL2 kunt u opnamegegevens in het interne geheugen of op een geplaatste geheugenkaart afzonderlijk wissen. In het geval van geheugenkaarten is het normaal gesproken niet nodig ze nogmaals te formatteren. Wanneer echter een ongeformatteerde kaart voor het eerst wordt geplaatst, moet deze worden geformatteerd. In dergelijke gevallen verschijnt automatisch het betreffende scherm. Het is echter raadzaam zowel het interne geheugen alsook de geheugenkaart regelmatig te formatteren omdat bepaalde restbestanden (opname-begeleidende informatie) geheugencapaciteit kunnen opeisen. Aanwijzingen: • Als u de geheugenkaart formatteert, gaan de gegevens verloren. • Maak er daarom een gewoonte van al uw opnamen altijd zo snel mogelijk op een veilig geheugenmedium, bijv. de harde schijf van uw computer, op te slaan. • Schakel de camera tijdens dit proces niet uit. • Als de geheugenkaart in een ander apparaat, bijv. een computer is geformatteerd, moet u deze in de camera opnieuw formatteren. • Als de geheugenkaart niet kan worden geformatteerd, vraag dan uw dealer of de Leica Product Support om advies. • Het formatteren wordt niet gestopt vanwege wisbeveiligde opnamen die nog in het geheugen zitten. selecteren selecteren ► ► Het gewenste submenu oproepen • Er verschijnt een scherm met een vraag ► Bevestigen - YES of verwerpen - NO 197 Overige zaken NL MET ONBEWERKTE GEGEVENS DNG WERKEN INSTALLEREN VAN FIRMWARE-UPDATES Als u de DNG-indeling wilt bewerken, hebt u de juiste software nodig, zoals de professionele raw-converter Adobe® Photoshop® Lightroom®. Hiermee kunt u opgeslagen onbewerkte gegevens met maximale kwaliteit omzetten, en bovendien biedt het programma geoptimaliseerde algoritmen voor digitale kleurverwerking, die zowel lage ruis als verbazingwekkende beeldresolutie mogelijk maken. Tijdens de bewerking hebt u de mogelijkheid achteraf verscheidene parameters, zoals gradatie, scherpte enz. in te stellen en op deze wijze de maximale beeldkwaliteit te realiseren. Leica werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling en optimalisering van zijn producten. Omdat bij digitale camera’s zeer veel functies uitsluitend zuiver elektronisch worden gestuurd, kunnen enkele van deze verbeteringen en uitbreidingen van functies naderhand in de camera worden geïnstalleerd. Hiervoor biedt Leica op onregelmatige tijden zogenoemde firmware-updates aan, die u van onze homepage kunt downloaden. Als u uw camera geregistreerd hebt, houdt Leica u op de hoogte van alle nieuwe updates. Verdere informatie omtrent de registratie en de firmware-updates van uw camera, evenals eventuele wijzigingen en toevoegingen bij de uitleg in deze handleiding vindt u in het 'Klantgedeelte' onder: https://owners.leica-camera.com Als u wilt weten welke firmware-versie er is geïnstalleerd: ► In het hoofdmenu ► selecteren selecteren • In de eerste regel van het submenu wordt de huidige versienummer van de camera weergegeven. De tweede regel van het submenu biedt toegang tot een lijst met verschillende land-specifieke goedkeuringstekens of -nummers. ► in het submenu Regulatory Information selecteren. • De twee-pagina weergave verschijnt. 198 VOORZORGSMAATREGELEN EN ONDERHOUD Gebruik uw camera niet in de onmiddellijke nabijheid van apparatuur met sterke magneetvelden en elektrostatische of elektromagnetische velden (zoals inductie-ovens, magnetrons, monitoren van tv of computer, videogame-consoles, mobiele telefoons, zendapparatuur). • Wanneer u de camera op een televisie plaatst, of in de onmiddellijke nabijheid gebruikt, kan het magneetveld ervan de beeldregistratie verstoren. • Hetzelfde geldt voor het gebruik in de buurt van mobiele telefoons. • Sterke magneetvelden, bijv. die van luidsprekers of grote elektromotoren kunnen de opgeslagen gegevens beschadigen, resp. de opnamen verstoren. • Als de camera door het effect van elektromagnetische velden niet goed functioneert, deze uitschakelen, de batterij verwijderen en daarna de batterij weer plaatsen en de camera weer inschakelen. Gebruik de camera niet in de onmiddellijke nabijheid van radiozenders of hoogspanningsleidingen. Hun elektromagnetische velden kunnen de beeldregistraties eveneens verstoren. • Bescherm de camera tegen contact met insectenspray en andere agressieve chemicaliën. Testbenzine (wasbenzine), verdunner en alcohol mogen niet voor de reiniging worden gebruikt. Bepaalde chemicaliën en vloeistoffen kunnen de behuizing van de camera, resp. het oppervlak beschadigen. • Omdat rubber en kunststof soms agressieve chemicaliën afscheiden, mogen ze niet voor lange tijd met de camera in contact blijven. Belangrijk: Er mogen uitsluitend accessoires worden gebruikt van het type dat in deze handleiding of door Leica Camera AG worden genoemd en beschreven. NL Voorzorgsmaatregelen en onderhoud ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN • Zorg ervoor, dat zand of stof niet in de camera kan binnendringen, bijv. aan het strand. Zand en stof kunnen de camera en de geheugenkaart beschadigen. Let hier vooral op bij het plaatsen en verwijderen van de kaart. • Zorg ervoor, dat er geen water in de camera kan binnendringen, bijv. bij sneeuw, regen of aan het strand. Vocht kan tot verkeerde functies leiden en zelfs onherstelbare schade aan uw camera en geheugenkaart veroorzaken. • Als er spetters zout water op uw camera zijn gekomen, bevochtigt u een zachte doek eerst met leidingwater, wringt deze stevig uit en wist hiermee de camera af. Daarna met een droge doek goed nawrijven. LCD-scherm • Wanneer de camera aan grote temperatuurschommelingen wordt blootgesteld, kan zich condens op de monitor vormen. Wis deze voorzichtig met een zachte, droge doek af. • Als de camera bij het inschakelen zeer koud is, is het monitorbeeld eerst iets donkerder dan normaal. Zodra de monitor warmer wordt, bereikt het weer zijn normale helderheid. De productie van het LCD-scherm is een zeer nauwkeurig proces. Zo is verzekerd dat van de in totaal meer dan 920.000 pixels meer dan 99,995% correct werkt en slechts 0,005% donker blijft of altijd helder is. Dit is echter geen storing en beïnvloedt de beeldweergave niet nadelig. 199 Voorzorgsmaatregelen en onderhoud NL 200 Opnamesensor Voor objectieven • Hoogtestraling (bijv. bij vluchten) kan pixeldefecten veroorzaken. • Op de buitenlens van het objectief volstaat het normaal gesproken het stof met een zacht haarpenseel te verwijderen. Bij sterkere vervuiling kunnen deze met een zeer schone, gegarandeerd smetvrije, zachte doek in cirkelvormige bewegingen van binnen naar buiten voorzichtig worden gereinigd. Wij adviseren microvezeldoekjes (verkrijgbaar in de foto- en optiekzaak) die in een beschermende verpakking worden bewaard en bij temperaturen tot 40 °C wasbaar zijn (geen wasverzachter, nooit strijken!). Reinigingsdoekjes voor brillen die met chemische middelen zijn geïmpregneerd, mogen niet worden gebruikt omdat ze het objectiefglas kunnen beschadigen. • De meegeleverde objectiefdop beschermt het objectief eveneens tegen ongewenste vingerafdrukken en regen. Condensatievocht Als er zich condens op of in de camera heeft gevormd, moet u hem uitschakelen en ongeveer 1 uur bij kamertemperatuur laten liggen. Als kamer- en cameratemperatuur gelijk zijn, verdwijnt de condens vanzelf. Onderhoud • Omdat elke vervuiling tevens een voedingsbodem voor micro-organismen vormt, moet de uitrusting zorgvuldig worden schoongehouden. Voor de camera • Reinig de camera uitsluitend met een zachte, droge doek. Hardnekkig vuil moet eerst met een sterk verdund afwasmiddel worden bevochtigd, en vervolgens met een droge doek worden weggeveegd. • Om vlekken en vingerafdrukken op de lens te verwijderen wordt de camera met een schone, pluisvrije doek afgeveegd. Grovere verontreiniging in moeilijk toegankelijke hoeken van de camerabody kunnen met een kleine kwast worden verwijderd. • Alle mechanisch bewegende lagers en glijvlakken van uw camera zijn gesmeerd. Denk eraan als u de camera langere tijd niet gebruikt: De camera ongeveer elke drie maanden meerdere keren ontspannen om verharsen van de smeerpunten te vermijden. Het is ook aanbevolen dat u herhaaldelijk de instelwielen verstelt en gebruikt. Voor de batterij De oplaadbare lithium-ion batterijen genereren stroom door interne chemische reacties. Deze reacties worden ook door de buitentemperatuur en luchtvochtigheid beïnvloed. Zeer hoge en lage temperaturen verkorten de standtijd en levensduur van de batterijen. • Neem de batterij altijd uit de camera als u hem een tijd lang niet gebruikt. Anders zou hij na enkele weken diep ontladen, d.w.z. dat de spanning aanzienlijk zou dalen. • Lithium-ion batterijen dienen gedeeltelijk opgeladen te worden opgeborgen, dwz. niet volledig ontladen of volledig opgeladen. Bij zeer langdurige opslag moet de batterij ongeveer tweemaal per jaar gedurende ca. 15 minuten worden opgeladen om diepe ontlading te vermijden. • Houd de batterijcontacten steeds schoon en vrij. Lithium-Ion batterijen zijn weliswaar tegen kortsluiting beveiligd, maar bescherm toch de contacten tegen metalen voorwerpen zoals • • • • Voor het oplaadapparaat • Wanneer het oplaadapparaat in de buurt van radio-ontvangers wordt gebruikt, kan de ontvangst worden verstoord; zorg voor een afstand van minimaal 1 m tussen de apparaten. • Het oplaadapparaat kan bij gebruik geluid (“zoemen“) veroorzaken – dit is normaal en geen storing. • Trek de netstekker van het oplaadapparaat eruit als dit niet wordt gebruikt, omdat het ook zonder batterij (zeer weinig) stroom verbruikt. • Houd de contacten van het oplaadapparaat steeds schoon en maak nooit kortsluiting. Voor geheugenkaarten • Zolang een opname wordt opgeslagen of de geheugenkaart wordt uitgelezen, mag deze niet worden verwijderd; de camera mag ook niet worden uitgeschakeld en niet aan trillingen worden blootgesteld. • Geheugenkaarten moeten als bescherming in principe uitsluitend in het meegeleverde antistatische foedraal worden bewaard. • Bewaar geheugenkaarten niet op plaatsen waar ze aan hoge temperaturen, direct zonlicht, magneetvelden of statische ontlading worden blootgesteld. • Laat geheugenkaarten niet vallen en buig ze niet, omdat deze anders beschadigd kunnen worden en de opgeslagen gegevens verloren kunnen gaan. • Verwijder de geheugenkaart in principe als u de camera langere tijd niet gebruikt. • Raak de aansluitingen aan de achterzijde van de geheugenkaart niet aan en houd ze vrij van vuil, stof en vocht. • Het is raadzaam de geheugenkaart af en toe te formatteren, omdat door het wissen fragmentatie optreedt, die een deel van de geheugencapaciteit blokkeren kan. NL Voorzorgsmaatregelen en onderhoud • paperclips of sieraden. Een kortgesloten batterij kan zeer heet worden en ernstige brandwonden veroorzaken. De batterij kan alleen worden geladen als hij een temperatuur tussen 0°C en 35°C heeft (anders schakelt het oplaadapparaat niet in, ofwel het schakelt weer uit). Als er een batterij op de grond valt, dient u daarna de behuizing en contacten op eventuele schade te controleren. Het plaatsen van een beschadigde batterij kan ook de camera beschadigen. Batterijen hebben slechts een beperkte levensduur. Voer beschadigde batterijen af naar een verzamelpunt waar ze correct worden gerecycled. Werp batterijen nooit in vuur, omdat ze anders kunnen exploderen. 201 Voorzorgsmaatregelen en onderhoud NL 202 Opbergen Veiligheidsvoorschriften voor gebruik van de draagriem • Wanneer u de camera een tijd lang niet gebruikt, is het raadzaam: a. a. hem uit te schakelen, b. de geheugenkaart eruit te halen en c. de batterij eruit te halen. • Een objectief werkt als een brandglas, in het bijzonder als het volle zonlicht frontaal op de camera staat. De camera mag daarom in geen geval zonder objectiefdop worden weggelegd. Het plaatsen van een objectiefkap en het opbergen van de camera in de schaduw (of gelijk in de tas) kan ertoe bijdragen interne schade aan de camera te voorkomen. • Bewaar de camera bij voorkeur in een gesloten en gestoffeerd foedraal, zodat er niets tegenaan kan schuren en stof op afstand wordt gehouden. • Bewaar de camera op een droge, voldoende geventileerde plaats, die bescherming biedt tegen hoge temperatuur en vochtigheid. De camera moet bij gebruik in een vochtige omgeving voor de opslag beslist vrij zijn van ieder vocht. • Fototassen die bij gebruik nat zijn geworden, moeten worden leeggemaakt om beschadiging van uw uitrusting door vocht en eventueel vrijkomende restanten leerlooimiddel uit te sluiten. • Ter bescherming tegen schimmelvorming (fungus) bij gebruik in een vochtig en warm tropisch klimaat moet de camera-uitrusting zo veel mogelijk aan de zon en lucht worden blootgesteld. Het bewaren in luchtdicht afgesloten koffers of tassen is slechts aan te bevelen als er bovendien een droogmiddel, bijv. silicagel, wordt gebruikt. • Bewaar de camera ter vermijding van schimmelvorming niet voor lange tijd in de leren tas. • Noteer het serienummer van uw Leica TL2, omdat het nummer in geval van verlies buitengewoon belangrijk is. • Deze draagriem is gemaakt van bijzonder sterk materiaal. Er bestaat gevaar op beknelling en wurging. • Gebruik hem uitsluitend op de manier waarvoor hij is bedoeld, als draagriem van een camera / verrekijker. Een ander gebruik brengt letselgevaar met zich mee en kan eventueel leiden tot beschadigingen aan de draagriem, en is daarom niet toegestaan. • Vanwege het knel- en wurggevaar moeten draagriemen niet worden gebruikt aan camera's / verrekijkers bij sportactiviteiten waarbij een bijzonder hoog risico bestaat, met de draagriem te blijven hangen (bijvoorbeeld bergbeklimmen en vergelijkbare outdoor-sporten). • Zorg dat kinderen niet bij de draagriem kunnen. De draagriem is geen speelgoed, en voor kinderen mogelijk gevaarlijk. Vanwege knel- en wurggevaar zijn ze voor kinderen ook niet geschikt als draagriem voor camera's / verrekijkers. BIJLAGE 1 2 3 4 5 6 Stekker Land 1 VS / Japan VS Canada Japan Singapore Thailand Taiwan 2 EU EU Turkije Rusland 3 VK VK Qatar VAE Hong Kong Maleisië Zuid-Afrika Malta 4 China China 5 Australië Australië Nieuw-Zeeland 6 Korea Korea Bijlage OPLAADAPPARAAT-ADAPTERSTEKKER NL 203 HOOFDMENU Bijlage NL 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1a 1b 1c 1d 1e 1f 1g 1h 1i Functiesecties 1 Foto-instellingen 2 Belichtings-instellingen 3 Scherpte-instellingen 4 Video-instellingen 5 Draadloze-verbindingsinstellingen 6 LCD-scherm-/zoekerinstellingen 7 Weergave-instellingen 8 Camera-basisinstellingen 9 Flits-instellingen Foto-instellingen 1a ISO-filmgevoeligheid 1b JPG-compressiegraad 1c JPG-resolutie 1d Automatische ISO-instellingen 1e Opnamefrequentie / beeldvolgorde MY CAMERA1 Pagina x x x 1f DNG-compressie 1g Witbalans x 1h Kleurweergave 1i Zelfontspanner 1j Beeldstabilisatie2 1j 204 1 X = menupunten in het MY CAMERA -menu bij fabrieksinstelling 2 Uitsluitend met navenant uitgeruste Leica SL-objectieven beschikbaar x 146 144 144 146 150 144 145 146 148 148 MY CAMERA1 Pagina x 158 166 167 x Scherpte-instellingen 3a Scherpte-instellingsmodus 3b Autofocus-modus 3c AF-hulplicht 3d Scherpstelhulp 150 152 151 156 Video-instellingen 4a Video-opnameresolutie 4b Beeldstabilisatie 4c Windgeruisdemping 172 173 173 Draadloze-verbindingsinstellingen 5a WiFi-verbinding 5b GPS-verbinding3 x 3 2b 2c 3 3a 3b 3c 4c NL 3d 4 4a 4b 5 5a 5b 6 6a 6b 6c 142 6b Kleurreproductie LCD-scherm 142 6c Zoeker-helderheid3 142 6d Kleurweergave zoeker3 142 Alleen beschikbaar met gemonteerde Leica Visoflex-zoeker (type 020) 2a 192 149 LCD-scherm-/zoekerinstellingen 6a Monitorhelderheid 2 Bijlage Belichtingsinstellingen 2a Methode belichtingsmeting 2b Belichtingscorrectie 2c Automatische belichtingsreeks 6d 205 7 7a 7b Weergave-instellingen 7a Automatische weergave 7b Histogramweergave 7c Automatische uitlijning van het beeld 7c Bijlage NL 8 9 206 8a 8b 8c 8d 8e 8f 8g 8h 8i 8j 8k 9a 9b Camera-basisinstellingen 8a Menutalen 8b Datum/tijd 8c Gebruikersprofielen beheren 8d Automatische uitschakeling van de monitor 8e Automatische uitschakeling van de camera 8f Akoestische meldsignalen 8g Formatteren 8h Opnamenummering herstellen 8i Camerainstellingen herstellen 8j Technische camera-informatie 8k Functieknop 9c Pagina 174 163 175 140 140 188 142 143 142 197 191 190 113/199 127/143/173 Flits-instellingen4 9a Flitsmodus 9b Flitsbelichtingscorrectie5 9c Flitstijdstip 4 Alleen beschikbaar met geplaatst flitsapparaat 5 Alleen beschikbaar als het geplaatste flitsapparaat geen directe instelling toelaat 169 171 171 MENU BELICHTINGSMODI 11 12 10 Programma-automaat 11 Tijdautomaat 12 Diafragma-automaat 13 14 13 Handmatige instelling 14 14 Motiefprogramma's 14a 14b 14c 14d 14e 14f 14g 14h 14i 14j Pagina 159 160 161 162 165 NL Bijlage 10 Belichtingsmodi Motiefprogramma's 14a Uitgebreide programma-automaat 14b Sportprogramma 14c Portretprogramma 14d Landschapsprogramma 14e Portretprogramma voor donkere omgevingen 14f Programma voor zeer heldere onderwerpen 14g Programma voor vuurwerk 14h Programma voor zeer donkere omgevingen 14i Programma voor zonsonder- en -opgangen 14j Programma voor digiscoping 207 Trefwoordenregister NL 208 TREFWOORDENREGISTER Aan-/uitschakelen; zie Hoofdschakelaar Afstandsinstelling ....................................................................150 AF-hulplicht.........................................................................151 Autofocus ...........................................................................150 Handmatige instelling ..........................................................156 Instellen door aanraken .......................................................154 Meetmethoden ...................................................................152 Scherpstelhulp ....................................................................156 Batterij, plaatsen en verwijderen .............................................117 Beeldfrequentie.......................................................................150 Bekijken van opnamen; zie Weergavemodus Belichtingsregeling Belichtingscorrecties ...........................................................166 Belichtingsreeks, automatische ...........................................167 Diafragma-automaat............................................................161 Handmatige instelling ..........................................................162 Motiefprogramma’s .............................................................165 Meetmethoden ...................................................................158 Opslaan van de meetwaarde................................................166 Programma-automaat..........................................................159 Shiften ................................................................................159 Tijdautomaat .......................................................................160 Bestandsformaat .....................................................................144 Bewaren .................................................................................202 Bron (voor weergave) selecteren .............................................182 Clipping ......................................................................... 130/163 Compressiegraad ....................................................................144 Contrast .................................................................................146 Diashow..................................................................................178 DNG .............................................................................. 144/198 Draagriem bevestigen .............................................................116 Elektronische zoeker ...................................................... 142/149 Favorieten, opnamen markeren als ..........................................179 Firmware-downloads ...............................................................198 Flitsapparaten .........................................................................168 Flitsmodus ..............................................................................168 Formatteren ............................................................................197 Functieknop ........................................................... 127/143/173 Gebarenbesturing ...................................................................128 Gegevensoverdracht naar een computer .................................196 Geheugenkaart, plaatsen en verwijderen .................................122 Geluiden (toetstonen)..............................................................142 Geluidsopname .......................................................................173 Geluidsvolume ........................................................................142 GPS ........................................................................................149 Histogram ...................................................................... 130/163 Software .................................................................................198 Stabilisatie ..................................................................... 148/173 Terugzetten van alle individuele menu-instellingen ...................190 Tijd en datum ..........................................................................140 Uitschakelen van de camera, automatisch ..............................141 Uitsnede, kiezen van, zie weergavemodus USB-verbinding .............................................................. 120/196 Video's knippen ......................................................................186 Video's verbinden ...................................................................186 Video-opnamen.......................................................................172 Voorzorgsmaatregelen ............................................................199 Weergave ................................................................................174 Weergavemenu .......................................................................178 WiFi ........................................................................................192 Witbalans ................................................................................145 Zelfontspanner ........................................................................148 Zoeker ....................................................................................142 NL Trefwoordenregister Hoofdschakelaar .....................................................................126 Infodienst, Leica Product Support............................................212 Instelwielen.............................................................................126 ISO-filmgevoeligheid................................................................146 Klantenservice / Leica Customer Care ....................................212 Kleurverzadiging ......................................................................146 Kleurweergave ........................................................................179 Kopiëren van opnamegegevens ...............................................182 LCD-scherm............................................................................142 Leveringsomvang ....................................................................110 Menutaal ................................................................................140 Onbewerkte gegevens .................................................... 144/198 Onderdelen, benaming van de .................................................109 Ontspanner, zie ook Technische gegevens...............................127 Opnamefrequentie ..................................................................150 Opnamen beschermen / de wisbeveiliging opheffen ................179 Opnamen markeren ...............................................................179 Opnamen vergroten bij de weergave .......................................174 Opnamen wissen ....................................................................180 Profielen .................................................................................188 Reparaties / Leica Customer Care ..........................................212 Resolutie ................................................................................144 Scherpte instellen ...................................................................150 Serieopnamen.........................................................................150 209 Technische gegevens NL TECHNISCHE GEGEVENS Camera-aanduiding Cameratype Typenummer Bestelnr. Leica TL2 Digitale APS-C systeemcamera 5370 Objectiefkoppeling Leica L-bajonet met contactstrip voor communicatie tussen objectief en camera Bruikbare objectieven Objectieven voor Leica TL- en SL-modellen, Leica M- en R-objectieven via Leica M-, of R-adapter L Sensor CMOS-sensor, afmetingen APS-C (23,6 x 15,7 mm) met 24,96/24,32 miljoen pixels (totaal/effectief), formaat-beeldverhouding 3:2 Resolutie DNG: 6016 x 4014 pixel (24 megapixel), JPEG: naar wens 6000 x 4000 pixel (24 megapixel), of 4272 x 2856 pixel (12 megapixel), of 3024 x 2016 pixel (6 megapixel) Foto-bestandsformaten/compressiegraad Naar wens: JPG, DNG of DNG + JPG, DNG naar wens zonder of met compressie (verliesvrij) MP4 Witbalans Automatisch, voorinstellingen voor daglicht, bewolkt, halogeenverlichting, schaduw, elektronische flits, twee handmatige metingen, handmatige instelling van de kleurtemperatuur Contrast-gebaseerd Autofocus-meetmethoden detectie, Touch AF-functies Enkelpunt, Multi-veld, Spot, Gezichts- Belichtingsprogramma's Programma-automaat, Tijdautomaat, Diafragma-automaat, Handmatige instelling, Motiefprogramma's: Volautomatisch, Sport, Portret, Landschap, Nachtportret, Sneeuw/ Strand, Vuurwerk, Kaarslicht, Zonsondergang Belichtingsmeetmethoden Spot Belichtingscorrecties Multi-veld, Centrum-georiënteerd, ±3 EV in 1⁄3 EV-stappen Automatische belichtingsreeksen Drie opnamen in gradaties t/m ±3 EV, in te stellen in 1⁄3 EV-stappen Sluitertijden-bereik 30 s tot 1⁄40000 s, (tot 1⁄4000 s met mechanische, daarboven met elektronische sluiter) Video-resolutie / beeldseriesnelheden Serieopnamen ca. 7 b/s (met mechanische sluiter), 20 b/s (met elektronische sluiter), 29 opnamen met een constante frequentie, daarna afhankelijk van de specificaties van de geheugenkaart Video-opnameduur baar 3840 x 2160 p (4K ) 30fps, 1920 x 1080 p (FHD) 60 fps of 1280 x 720 p (HD) fps of 1280 x 720 p (HD) 120 fps (SLOMO ) Afhankelijk van de omgevings- en cameratemperatuur zijn ononderbroken video-opnamen mogelijk, tot een maximale lengte van 29 minuten (zie pagina 6). De maximale bestandsgrootte bedraagt 4 GB. Als de opname groter is, wordt het surplus automatisch in een volgend bestand opgeslagen. Intern geheugen 210 Automatisch, ISO 100 tot ISO 50000 Autofocussysteem 18 187 (zilver), 18 188 (zwart) Video-opnameformaat ISO-gevoeligheid 32 GB Opslagmedia SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten, UHSII-standaard wordt ondersteund Flitsmodi Met geplaatst, systeemcompatibel fitsapparaat instel- Flits-belichtingscorrecties ±3 EV in 1⁄3 EV-stappen Flitssynchronisatietijd s 1⁄180 LCD-scherm kleurkanaal 3,7” TFT LCD, 1,3 miljoen pixels, 854 x 480 per Voorlooptijd naar keuze 2 of 12 s WLAN Voldoet aan standaard IEEE 802.11b/g/n (standaard WLAN-protocol); kanaal 1-11; encryptie-methode: WiFi-compatibele WPA™/WPA2™ Voeding Lithium-Ion batterij Leica BP-DC13, nom. spanning 7,2 V, capaciteit 985mAh; (volgens CIPA-standaard): ca. 250 opnamen, laadtijd (na diepe ontlading): ca. 160 min. Fabrikant: Panasonic Energy (Wuxi) Co, Ltd. Made in China Aansluitingen Micro (type D)-HDMI-bus, HDMI 1.4b-standaard wordt ondersteund, USB-type C-bus, USB 3.0 Super Speed-standaard wordt ondersteund, batterij opladen via USB-poort mogelijk met maximaal 1 A, accessoireschoen met Leica-flits-interface met geïntegreerde connector voor optioneel toebehoren Statiefschroefdraad A 1⁄4 DIN 4503 (1⁄4“) Afmetingen (BxHxD) 134 x 69 x 33 mm Gewicht ca. 399 g/355 g (met/zonder batterij) Leveringsomvang Camerabody, draagriem, 2 ontgrendelingssleutels om de blinde pennen te verwijderen, of om de riem te verwijderen, batterij (Leica BP-DC13), oplaadapparaat (Leica BC-DC13) met 6 adapterstekkers, USB type C-kabel NL Technische gegevens Zelfontspanner Behuizing Leica Unibody-design van aluminium, aansluiting voor draagriem en overige toebehoren via automatisch vergrendelend pensysteem, ISO-accessoireschoen met midden- en regelcontacten voor flitsapparaten, of elektronische Leica Visoflex-zoeker Software Leica App (gratis download in de Apple™ App-Store™/ Google™ Play Store™) Oplaadapparaat Leica BC-DC13, Ingang: wisselspanning 100– 240 V, 50/60 Hz, 0,145 A (100 V)/-0,08 A (240 V), automatisch omschakelend, Uitgang: DC 8,4 V 0,65 A, Gewicht: ca. 90 g, Afmetingen: ca. 96 x 68 x 28 mm, Fabrikant: Shenzen Eng Electronics Co., Ltd., Made in China Wijziging in constructie en uitvoering voorbehouden. 211 NL 212 LEICA PRODUCT SUPPORT LEICA CUSTOMER CARE Technische vragen over toepassingen met Leica-producten, ook over de meegeleverde software, worden schriftelijk, telefonisch of per e-mail beantwoord door de Product Support-afdeling van de Leica Camera AG. Ook voor koopadvies en het bestellen van handleidingen is dit uw contactadres. U kunt uw vragen eveneens via het contactformulier op de website van Leica Camera AG aan ons richten. Voor het onderhoud van uw Leica-uitrusting en in geval van schade kunt u gebruik maken van de Customer Care van Leica Camera AG of de reparatieservice van een Leica-vertegenwoordiging in uw land (voor adressenlijst zie garantiebewijs). Leica Camera AG Productsupport / Softwaresupport Am Leitz-Park 5 35578 Wetzlar, Germany Telefoon: +49(0)6441-2080-111 /-108 Fax: +49(0)6441-2080-490 [email protected] / [email protected] Leica Camera AG Customer Care Am Leitz-Park 5 35578 Wetzlar, Germany Telefoon: +49(0)6441-2080-189 Fax: +49(0)6441-2080-339 [email protected]
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215

Leica X VARIO de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor

in andere talen