Leica TL Handleiding

Type
Handleiding
LEICA TL
Notice d’utilisation
|
Gebruiksaanwijzing
Leica Camera AG
I
Am Leitz-Park 5
I
35578 Wetzlar
I
DEUTSCHLAND
Telefon +49(0)6441-2080-0
I
Telefax +49(0)6441-2080-333
I
www.leica-camera.com
93 699 X/16/HW/B
2 2
5
6
43
DESCRIPTION DES PIECES
(Suite dans l‘enveloppe arrière)
APPAREIL PHOTO
Vue frontale
1 Bouton de déverrouillage de l‘objectif
2 Œillets pour la courroie de port (rétractés)
3 Réglette de contacts
4 DEL du retardateur/lampe d‘appoint AF
5 Haut-parleur
6 Baïonnette
Vue du dessus
7 Microphone
8 Raccord pour accessoires
9 Flash
10 Interrupteur principal/levier de déverrouillage de flash
11 Déclencheur
12 Déclencheur vidéo
13 Molette de réglage
14 Molette de réglage
Vue arrière
15 Capteur de luminosité
16 Ecran
17 Volet de protection
18 DEL d‘état
19 DEL d‘état de charge
AANDUIDING VAN DE ONDERDELEN
(Vervolg op achterste omslag)
CAMERA
Vooraanzicht
1 Objectief-ontgrendelingsknop
2 Ogen voor de draagriem (verzonken)
3 Contactstrip
4 Zelfontspanner-LED / AF-hulplicht
5 Luidspreker
6 Bajonet
Bovenaanzicht
7 Microfoons
8 Accessoireschoen
9 Flitser
10 Hoofdschakelaar/flitserontgrendeling
11 Ontspanner
12 Video-ontspanner
13 Instelwiel
14 Instelwiel
Achteraanzicht
15 Helderheidssensor
16 LCD-scherm
17 Afdekklep
18 Status-LED
19 Batterijstand-LED
DESCRIPTION DES PIECES
Vue de droite (volet de protection ouvert)
20 Logement pour cartes mémoire
21 Prise USB
Vue de dessous
22 Filetage pour trépied A ¼, DIN 4503 (¼“)
24 Accumulateur
23 Levier de verrouillage d‘accumulateur
OBJEKTIV
25 Parasoleil
a. Points d‘index
26 Monture frontale
a. Baïonnette extérieure pour parasoleil
b. Point d‘index pour parasoleil
c. Filetage intérieur pour filtre
27 Bague de mise au point
28 Bague de réglage de la focale
29 Index pour focale
30 Bague fixe
a. Bouton d‘index rouge pour le changement d‘objectif
31 Réglette de contacts
AANDUIDING VAN DE ONDERDELEN
Beeld van rechts (klepje geopend)
20 Geheugenkaartsleuf
21 USB-aansluiting
Onderaanzicht
22 Statiefschroefdraad A ¼, DIN 4503 (¼“)
24 Batterij
23 Batterijvergrendelingsknop
OBJECTIEF
25 Zonnekap
a. Indexpunten
26 Voorste vatting
a. Extern bajonet voor zonnekap
b. Indexpunt voor de zonnekap
c. Interne schroefdraad voor filters
27 Afstandsinstelring
28 Instelring brandpuntafstand
29 Index voor brandpuntafstand
30 Vaststaande ring
a. Rode indexknop voor objectiefwissel
31 Contactstrip
1
7 9 10 12
1314
117 8
1615
17
18
19
20
21
24 23 22
25
25a
26a26c
26b
27
30
28
29
31
2 2
5
6
43
DESCRIPTION DES PIECES
(Suite dans l‘enveloppe arrière)
APPAREIL PHOTO
Vue frontale
1 Bouton de déverrouillage de l‘objectif
2 Œillets pour la courroie de port (rétractés)
3 Réglette de contacts
4 DEL du retardateur/lampe d‘appoint AF
5 Haut-parleur
6 Baïonnette
Vue du dessus
7 Microphone
8 Raccord pour accessoires
9 Flash
10 Interrupteur principal/levier de déverrouillage de flash
11 Déclencheur
12 Déclencheur vidéo
13 Molette de réglage
14 Molette de réglage
Vue arrière
15 Capteur de luminosité
16 Ecran
17 Volet de protection
18 DEL d‘état
19 DEL d‘état de charge
AANDUIDING VAN DE ONDERDELEN
(Vervolg op achterste omslag)
CAMERA
Vooraanzicht
1 Objectief-ontgrendelingsknop
2 Ogen voor de draagriem (verzonken)
3 Contactstrip
4 Zelfontspanner-LED / AF-hulplicht
5 Luidspreker
6 Bajonet
Bovenaanzicht
7 Microfoons
8 Accessoireschoen
9 Flitser
10 Hoofdschakelaar/flitserontgrendeling
11 Ontspanner
12 Video-ontspanner
13 Instelwiel
14 Instelwiel
Achteraanzicht
15 Helderheidssensor
16 LCD-scherm
17 Afdekklep
18 Status-LED
19 Batterijstand-LED
DESCRIPTION DES PIECES
Vue de droite (volet de protection ouvert)
20 Logement pour cartes mémoire
21 Prise USB
Vue de dessous
22 Filetage pour trépied A ¼, DIN 4503 (¼“)
24 Accumulateur
23 Levier de verrouillage d‘accumulateur
OBJEKTIV
25 Parasoleil
a. Points d‘index
26 Monture frontale
a. Baïonnette extérieure pour parasoleil
b. Point d‘index pour parasoleil
c. Filetage intérieur pour filtre
27 Bague de mise au point
28 Bague de réglage de la focale
29 Index pour focale
30 Bague fixe
a. Bouton d‘index rouge pour le changement d‘objectif
31 Réglette de contacts
AANDUIDING VAN DE ONDERDELEN
Beeld van rechts (klepje geopend)
20 Geheugenkaartsleuf
21 USB-aansluiting
Onderaanzicht
22 Statiefschroefdraad A ¼, DIN 4503 (¼“)
24 Batterij
23 Batterijvergrendelingsknop
OBJECTIEF
25 Zonnekap
a. Indexpunten
26 Voorste vatting
a. Extern bajonet voor zonnekap
b. Indexpunt voor de zonnekap
c. Interne schroefdraad voor filters
27 Afstandsinstelring
28 Instelring brandpuntafstand
29 Index voor brandpuntafstand
30 Vaststaande ring
a. Rode indexknop voor objectiefwissel
31 Contactstrip
1
7 9 10 12
1314
117 8
1615
17
18
19
20
21
24 23 22
25
25a
26a26c
26b
27
30
28
29
31
NL
106
Voorwoord / leveringsomvang
VOORWOORD
Geachte klant,
wij wensen u veel plezier en succes bij het fotograferen met uw
nieuwe Leica TL.
Om het volledige prestatievermogen van uw Leica TL goed te
kunnen benutten, raden wij u aan deze handleiding door te lezen.
Voor een snelle start met uw nieuwe Leica is er de Quick Start
Guide.
LEVERINGSOMVANG
Voordat u uw Leica TL in gebruik neemt, controleert u de meegele-
verde accessoires op volledigheid.
a. Batterij Leica BP-DC13
b. Oplaadapparaat BC-DC13 (incl. uitwisselbare stekker)
c. Micro-USB-kabel
d. Draagoogafdekking (bij levering aangebracht)
e. Draagriem
f. Draagriem-ontgrendelingspen
g. Bajonetdop behuizing
h. Accessoireschoen-kapje
i. Registratiekaart
Let op:
Berg kleine onderdelen (zoals bijv. de draagriem-ontgrendelings-
pen) in principe als volgt:
buiten bereik van kinderen;
op een veilige plek, bijv. in de juiste vakken van de cameradoos.
Wijziging in constructie en uitvoering voorbehouden.
NL
108
Juridische opmerkingen
Let op:
Moderne elektronische elementen reageren gevoelig op elektro-
statische ontlading. Omdat mensen, bijv. bij het lopen over
synthetisch tapijt, al snel meer dan 10.000 Volt kunnen opbou-
wen, kan het bij aanraking van uw camera tot een ontlading
komen, vooral als deze op een geleidende ondergrond ligt.
Wanneer het alleen de camerabehuizing betreft, is deze ontla-
ding voor de elektronica absoluut ongevaarlijk. De elektronica is
weliswaar extra beveiligd, maar raak toch vooral de naar buiten
lopende contacten, zoals die in de flitsschoen, zo min mogelijk
aan.
Gebruik voor het schoonmaken van de contacten geen
optiek-microvezeldoek (synthetisch), maar een katoenen of
linnen doek! Wanneer u van tevoren bewust een verwarmings-
buis of waterleiding (geleidend, met „aarde“ verbonden materi-
aal) aanraakt, wordt daardoor een eventueel aanwezige elektro-
statische lading veilig ontladen. Vermijd vervuiling en oxidatie
van de contacten, ook door uw camera altijd met de dop het
objectief en het kapje op de flitsschoen/zoekeraansluiting droog
op te bergen.
Gebruik uitsluitend aanbevolen accessoires om storing, kortslui-
ting of een elektrische schok te vermijden.
Probeer nooit onderdelen van de body (afdekkingen) te verwijde-
ren; vakkundige reparaties kunnen alleen door een erkend
servicepunt worden uitgevoerd.
Juridische mededeling:
Neem zorgvuldig het auteursrecht in acht. Het kopiëren en
publiceren van zelf opgenomen media, zoals banden, cd's, of
door anderen uitgegeven of gepubliceerd materiaal kan het
auteursrecht schenden.
Dit geldt ook voor alle meegeleverde software.
M.b.t. het gebruik van video's die met deze camera zijn opgeno-
men: Dit product is gemachtigd onder de AVC-octrooimachtiging
voor persoonlijk gebruik en andere gebruiksdoeleinden, waar-
voor de consument geen vergoeding om (i) video-opnamen te
coderen in overeenstemming met de AVC-normen (“AVC Video”)
en/of (ii) AVC video-opnamen te decoderen die gecodeerd
werden door een consument voor persoonlijke doeleinden en/of
verkregen werden van een leverancier die gemachtigd is tot
levering van AVC-video's. Voor alle andere toepassingen worden
geen machtigingen verleend, expliciet noch impliciet. Meer
informatie is verkrijgbaar van MPEG LA, L.L.C. op http://www.
mpgegla.com. Alle andere toepassingen, in het bijzonder het
aanbieden van AVC video's tegen vergoeding, kunnen een
afzonderlijke licentieovereenkomst met MPEG LA , L.I.C. verei-
sen. Meer informatie is verkrijgbaar van MPEG LA, L.L.C. op
http://www.mpgegla.com.
De SD-, en USB-logo's zijn gedeponeerde merken.
Overige namen, firma- en productnamen die in deze handleiding
worden genoemd, zijn handelsmerk, resp. gedeponeerd handels-
merk van de betreffende ondernemingen.
NL
109
MILIEUVRIENDELIJK AFVOEREN ELEKTRI-
SCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATUUR
(geldt voor de EU en overige Europese landen met
gescheiden inzameling)
Dit toestel bevat elektrische en/of elektronische onderdelen en
mag daarom niet met het normale huisvuil worden meegegeven! In
plaats daarvan moet het voor recycling op door de gemeenten
beschikbaar gestelde inzamelpunten worden afgegeven. Dit is voor
u gratis.
Als het toestel zelf verwisselbare batterijen of accu’s bevat, moeten
deze vooraf worden verwijderd en evt. volgens de voorschriften
milieuvriendelijk worden afgevoerd.
Meer informatie over dit onderwerp ontvangt u bij uw gemeente-
lijke instantie, uw afvalverwerkingsbedrijf of de zaak waar u het toe-
stel hebt gekocht.
Verklaring van de verschillende aanwijzingscategorieën
in de handleiding
Aanwijzing:
Extra informatie
Belangrijk:
Niet-opvolgen kan schade aan de camera,
de accessoires, ofwel de opnamen veroorzaken
Let op:
Niet-opvolgen kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben!
De productiedatum van uw camera vindt u op de stickers in de
garantiekaart ofwel op de verpakking. De schrijfwijze is: Jaar/
maand/dag.
In het menu van de camera vindt u de specifieke vergunning van dit
apparaat.
selecteren
in het submenu
Regulatory Information selecteren
Juridische opmerkingen
NL
110
Inhoudsopgave
INHOUDSOPGAVE
Aanduiding van de onderdelen ............................................................U2/U4
Voorwoord
.................................................................................................. 106
Leveringsomvang
.......................................................................................106
Voorbereidingen
Draagriem bevestigen
.............................................................................. 112
Vervangen van de batterij
........................................................................ 113
Batterij laden
............................................................................................ 114
De geheugenkaart uitwisselen
................................................................ 118
Objectieven plaatsen / verwijderen
........................................................ 120
Objectieven voor de Leica TL................................................................... 120
Camerabediening
Hoofdschakelaar
...................................................................................... 122
Instelwielen
.............................................................................................. 122
De ontspanners
........................................................................................ 123
Gebarenbesturing
..................................................................................... 124
Rechter werkbalk vergrendelen / ontgrendelen
.......................................125
INFO-weergave........................................................................................126
Belichtingsprogramma's-/Scene-menu
...................................................127
MyCamera-menu oproepen
....................................................................127
Hoofdmenu starten
................................................................................ 127
Navigatie in het hoofdmenu en het MyCamera-menu
............................... 128
Menutegels.............................................................................................129
MyCamera-menu aanpassen
................................................................... 132
Instelwiel-menu
......................................................................................134
Instelwiel vergrendelen
...........................................................................134
Camera-basisinstellingen
Menutaal
................................................................................................... 136
Datum / tijd
.............................................................................................. 136
Automatische uitschakeling van de camera
........................................... 137
Akoestische signalen
............................................................................... 138
LCD-scherm- / zoekerinstellingen........................................................... 138
Automatische uitschakeling van de monitor
.......................................... 139
Opname-basisinstellingen
Bestandsformaat / compressiegraad
..................................................... 140
Witbalans
.................................................................................................. 140
ISO-filmgevoeligheid
................................................................................ 142
Kleurweergave (FILM MODE) / beeldeigenschappen............................. 142
Opnamemodus
Beeldsequentie
......................................................................................... 144
Afstandsinstelling
..................................................................................... 144
Autofocus
............................................................................................... 144
AF-hulplicht
.........................................................................................145
Autofocus-meetmethoden/modussen
..................................................146
Spot-/enkelvoudige meting
.................................................................146
Touch AF/Touch AF + afdrukken
.........................................................148
Multi-veld-meting
.................................................................................148
Gezichtsherkenning
.............................................................................148
Handmatige afstandsinstelling
................................................................149
Hulpfunctie voor handmatige afstandsinstelling
.................................... 149
Scherpte instellen
................................................................................149
Belichtingsmeting en -regeling
Belichtingsmeetmethoden.......................................................................150
Histogram
...............................................................................................151
Belichtingsregeling
..................................................................................152
Programma-automaat - P
.....................................................................152
Tijdautomaat - A
..................................................................................154
Diafragma-automaat - T
.......................................................................155
Handmatige instelling - M
....................................................................156
Scèneprogramma's..............................................................................157
Opslaan van de meetwaarde
................................................................ 158
Belichtingscorrecties
...........................................................................158
Automatische belichtingsreeksen
.........................................................159
NL
111
Video-opnamen ........................................................................................ 160
Stabilisatie
..............................................................................................160
Geluidsopname
.......................................................................................161
Flitsfotografie
Met het ingebouwde flitsapparaat
.......................................................... 162
Flitsmodi
................................................................................................... 163
Flitsbereik
................................................................................................. 164
Synchronisatietijdstip
.............................................................................. 165
Flits-belichtingscorrecties
....................................................................... 165
Met externe flitsers
.................................................................................. 166
Overige functies
Beeldstabilisatie
....................................................................................... 168
Zelfontspanner
......................................................................................... 168
Registratie van opnamelocatie met GPS
................................................. 169
Weergavemodus
Omschakelen tussen opname en weergave
........................................... 170
Automatische weergave
.......................................................................... 170
Opnamen staand weergeven
................................................................... 171
Opnamen selecteren
................................................................................ 171
Opnamen vergroten/verkleinen
.............................................................. 172
Gelijktijdige weergave van 9 opnamen
....................................................172
Uitsnede selecteren
...................................................................................173
Weergavemenu
..........................................................................................174
Diashow
.................................................................................................174
Opnamen als favorieten markeren / markering opheffen
......................... 175
Opnamen beveiligen / wisbeveiliging opheffen
........................................ 175
Opnamen wissen
...................................................................................... 176
Videoweergave
......................................................................................... 180
Video-opnamen knippen en plakken
....................................................... 182
Overige zaken
Gebruikersprofielen
................................................................................. 184
Terugzetten van alle individuele instellingen
.......................................... 184
Nummering van opnamebestanden terugzetten
.................................... 185
Instellen en gebruiken van de WiFi-functie
............................................. 186
Gegevensoverdracht naar een computer
................................................ 190
Formatteren
.............................................................................................. 191
Met onbewerkte gegevens DNG werken
................................................. 192
Installeren van firmware-updates
............................................................ 192
Vervangende onderdelen
..........................................................................193
Voorzorgsmaatregelen en onderhoud
......................................................195
Bijlage
Menupunten
............................................................................................. 199
Menu Opnamemodi
.................................................................................. 201
Instellingen onderwerpprogramma's
...................................................... 206
Technische gegevens
................................................................................202
Trefwoordenregister
..................................................................................204
Leica serviceadressen
............................................................................... 208
Inhoudsopgave
NL
113
Voorbereidingen
VERVANGEN VAN DE BATTERIJ
Camera uit zetten
Afb. 2a
Batterij plaatsen
Afb. 2b
Batterij verwijderen
Afb. 2c
Aanwijzingen:
De batterij is voorgeladen af fabriek - de camera kan daarom
onmiddellijk worden gebruikt.
De vergrendeling is voorzien van een beveiliging om te voorko-
men dat de batterij niet uit het vak kan vallen als de camera
rechtop wordt gehouden.
Belangrijk:
Als de batterij wordt verwijderd terwijl de camera aanstaat, kan dit
leiden tot het verlies van uw instellingen in de menu's en van de
opnamegegevens en tot beschadiging van de geheugenkaart.
Afb. 2a
Afb. 2b
Afb. 2c
NL
114
Voorbereidingen
BATTERIJ LADEN
De Leica TL wordt door een lithium-ion batterij van de benodigde
energie voorzien. Hij kan zowel in de camera worden opgeladen via
de meegeleverde USB-kabel, alsook buiten de camera met het
meegeleverde oplaadapparaat.
Let op:
Er mogen uitsluitendbatterijen worden gebruikt van het type dat
in deze handleiding of door Leica Camera AG worden genoemd
en beschreven.
Deze batterij mag uitsluitendmet het hiervoor bestemde appa-
raat en alleen zoals beschreven worden opgeladen.
Als deze batterijen niet volgens de voorschriften worden gebruikt
of als er batterijen worden gebruikt die niet voor deze camera
zijn bestemd, kan dit eventueel een explosie tot gevolg hebben.
De batterijen mogen niet voor lange tijd aan zonlicht, warmte,
hoge luchtvochtigheid of condens worden blootgesteld. Om het
risico voor brand of explosie te vermeiden, mogen batterijen ook
nooit in een magnetron worden gelegd of onder hoge druk
worden gezet.
Werp batterijen nooit in vuur; ze kunnen anders exploderen!
Vochtige of natte batterijen mogen nooit worden geladen of in
de camera worden gebruikt.
Houd de batterijcontacten steeds schoon en vrij.
Lithium-ionen batterijen zijn weliswaar tegen kortsluiting bevei-
ligd, maar bescherm toch de contacten tegen metalen voorwer-
pen zoals paperclips of sieraden. Een kortgesloten batterij kan
zeer heet worden en ernstige brandwonden veroorzaken.
Als er een batterij op de grond valt, dient u daarna de behuizing
en contacten op eventuele schade te controleren. Het aatsen
van een beschadigde batterij kan ook de camera beschadigen.
Als de batterij geluid maakt, verkleurt, vervormd, oververhit of
als er vloeistof uitloopt, moet hij meteen uit de camera of uit het
oplaadapparaat worden genomen en worden vervangen. Verder
gebruik van deze batterij kan oververhitting met het risico van
brand en/of explosie tot gevolg hebben.
Als er vloeistof lekt of een brandreuk ontstaat, houd dan de
batterij verwijderd van hittebronnen. De lekkende vloeistof kan
gaan branden.
Er mag/mogen uitsluitendhet in deze handleiding genoemde en
beschreven type batterijlader, resp. de door Leica Camera AG
genoemde en beschreven typen laders worden gebruikt. Het
gebruik van andere, niet door Leica Camera AG vrijgegeven
oplaadapparaten kan schade aan de batterijen en in extreme
gevallen ernstig of zelfs levensgevaarlijk letsel veroorzaken.
Het meegeleverde oplaadapparaat mag uitsluitendvoor het
opladen van dit batterijtype worden gebruikt. Probeer het niet
voor andere doeleinden te gebruiken.
Zorg ervoor dat het gebruikte stopcontact vrij toegankelijk is.
Bij het opladen ontstaat warmte. Het opladen mag daarom niet
in kleine, gesloten, d.w.z. niet-geventileerde ruimten gebeuren.
Batterij en lader mogen niet worden geopend. Reparaties mogen
alleen door erkende werkplaatsen worden
uitgevoerd.
Zorg ervoor dat batterijen voor kinderen ontoegankelijk zijn. Het
inslikken van batterijen kan verstikking tot gevolg
hebben.
Gooi gebruikte batterijen weg in overeenstemming met de
betreffende informatie in deze handleiding.
NL
115
Voorbereidingen
Eerste hulp:
Als batterijvloeistof in contact komt met uw ogen kan blindheid
het gevolg zijn. Spoel de ogen onmiddellijk grondig uit met
schoon water. Niet in de ogen wrijven. Ga meteen naar de
dokter.
Lekkende vloeistof op huid of kleding kan letsel veroorzaken.
Was de in aanraking gekomen huid met schoon water.
Aanwijzingen:
Af fabriek is de oplaadbare batterij weliswaar gedeeltelijk opge-
laden, maar voor langer gebruik moet hij worden opgeladen.
De batterij kan alleen worden geladen als hij een temperatuur
tussen 0°C (32°F) en 35°C (95°F) heeft (anders schakelt het
oplaadapparaat niet in, ofwel het schakelt weer uit).
Lithium-ion batterijen kunnen op elk moment worden opgeladen,
ongeacht de momentele batterijconditie. Als een batterij maar
ten dele is ontladen voordat hij weer wordt opgeladen, zal de
volledige oplading sneller worden bereikt.
Lithium-ion batterijen dienen gedeeltelijk opgeladen te worden
opgeborgen, dwz. niet volledig ontladen of volledig opgeladen.
Bij zeer langdurige opslag dient u de batterij ongeveer tweemaal
per jaar gedurende ca. 15 minuten op te laden om diepe ontla-
ding te vermijden.
Tijdens het laadproces worden de batterijen warm. Dit is nor-
maal en geen storing.
Een nieuwe batterij bereikt zijn volledige capaciteit pas na 2-3
keer volledig opladen en - door gebruik in de camera - weer
ontladen. Dit ontladingsproces dient telkens na ca. 25 cycli
worden herhaald.
De oplaadbare lithium-ion-batterijen genereren stroom door
interne chemische reacties. Deze reacties worden ook door de
buitentemperatuur en luchtvochtigheid beïnvloed. De maximale
levensduur van de batterij kan alleen worden bereikt, als hem
niet te lang aan extreem hoge of lage temperaturen (bijv. 's
zomers ofwel 's winters in een geparkeerde auto) blootstelt.
De levensduur van elke batterij is begrensd – zelfs bij optimaal
gebruik! Na enkele honderden keren opladen wordt dit duidelijk
door de korter wordende ontladingstijden.
Voer defecte batterijen in overeenstemming met de relevante
regelgeving (zie pag. 109) af naar een geschikt inzamelpunt
voor recycling.
De vervangbare batterij voorziet een andere, permanent geïn-
stalleerde bufferbatterij in de camera van stroom. Deze buffer-
batterij zorgt ervoor dat de ingevoerde datum en tijd t/m 2
dagen lang opgeslagen blijven. Als de bufferbatterij uitgeput is,
moet deze door het plaatsen van een geladen hoofdbatterij weer
worden opgeladen. De volledige capaciteit van de bufferbatterij
is – met een geplaatste, opgeladen batterij – na ca. 60 uur weer
bereikt. De camera hoeft hiervoor niet ingeschakeld te blijven.
Datum en tijd moeten in dat geval echter opnieuw worden
ingevoerd.
Verwijder de batterij als u de camera een tijd lang niet gebruikt.
Schakel hiervoor van tevoren de camera met de hoofdschakelaar
uit. Anders kan de batterij na enkele weken diep ontladen, d.w.z.
de spanning daalt sterk, omdat de camera, zelfs wanneer hij is
uitgeschakeld, een geringe ruststroom (voor de opslag van uw
instellingen) verbruikt.
NL
116
Voorbereidingen
Afb. 3
Computer /USB-
oplaadapparaat
1.
2.
2.
1.
„click“
„click“
Afb. 4a
Afb. 5b
Afb. 4b
Afb. 5a
BATTERIJ LADEN
MET USB-KABEL
Afb. 3
Aanwijzingen:
De camera mag alleen worden aangesloten op een computer of
op een standaard USB-oplaadapparaat (met een maximale
laadstroom van 500mA resp. 1A) en niet op een monitor, een
toetsenbord, een printer of een USB-hub.
Opladen via USB zal alleen starten als de camera uitgeschakeld is.
Als de computer tijdens het opladen in de slaapstand omscha-
kelt, zal het laadproces worden gestopt.
MET OPLAADAPPARAAT
Netstekker van het oplaadapparaat uitwisselen
Plaatsen
Afb. 4a/b
Verwijderen
Afb. 5a/b
NL
117
Batterij in de oplader stoppen
Afb. 6
Batterij uit de oplader nemen
Afb. 7
Aanwijzingen:
Het oplaadapparaat moet met de passende stekker voor de
lokale stopcontacten zijn uitgerust.
Het oplaadapparaat past zich automatisch aan de betreffende
netspanning aan.
Statusindicator oplaadapparaat
Het laadproces wordt aangeduid met LED's.
Via de USB-kabel (door de LED op de camera)
Afb. 8
Brandt rood: laadproces actief
Brandt groen: batterij volledig opgeladen.
Met het oplaadapparaat (door de LED op de lader
Afb. 9)
Rood knipperend: fout - laadproces niet actief
Brandt rood: laadproces actief
Brandt groen: batterij volledig opgeladen.
Indicaties batterijconditie
Afb. 10
De batterijconditie wordt weergegeven op de het LCD-scherm. De
indicator knippert als de batterij nog maar stroom voor een paar
opnamen heeft. Nu is het hoogste tijd de batterij te vervangen of
op te laden.
„click“
Afb. 6
Afb. 9
Afb. 7
Afb. 8
Afb. 10
1.
2.
Voorbereidingen
NL
118
Voorbereidingen
Afb. 11a
Afb. 11b
Afb. 11c
1.
2.
DE GEHEUGENKAART UITWISSELEN
In de Leica TL kunt u SD-, SDHC-, of SDXC-geheugenkaarten
gebruiken.
Dankzij een ingebouwd 32 GB geheugen kunt u ook zonder geheu-
genkaart foto's maken.
Camera uitzetten
Afb. 11a
Geheugenkaart in de gleuf stoppen
Afb. 11b
Geheugenkaart verwijderen
Afb. 11c
NL
119
Voorbereidingen
Aanwijzingen:
Open het vak niet, en neem de geheugenkaart of de batterij niet
uit het vak wanneer de LED nog brandt, omdat de camera dan
nog naar het geheugen aan het wegschrijven is. Anders kunnen
de gegevens op de kaart worden beschadigd en er kunnen
fouten bij de camera optreden.
SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten hebben een schakelaar
voor schrijfbeveiliging waarmee de bestanden tegen onopzette-
lijk opslaan en/of wissen kunnen worden beschermd. Deze
schakelaar is een schuifje op de niet afgeschuinde kant van de
kaart; in de onderste stand, die met LOCK is gemarkeerd, zijn de
gegevens beveiligd.
Als de geheugenkaart niet kan worden geplaatst, controleer dan
of u hem goed om hebt.
Als er een geheugenkaart in de camera zit, worden de beelden
alleen op de kaart opgeslagen. Als er geen kaart in de camera
zit, slaat hij de beeldgegevens in het interne geheugen op.
Het aanbod van SD/SDHC/SDXC-kaarten is zo groot dat Leica
Camera AG alle verkrijgbare typen niet volledig op compatibiliteit
en kwaliteit kan controleren. Bij gebruik van andere kaarttypen
is beschadiging van camera of kaart weliswaar niet te verwach-
ten, maar omdat vooral zogenoemde „No-Name“-kaarten ten
dele niet aan de normen voor SD-/SDHC/SDXC-geheugenkaar-
ten voldoen, kan Leica Camera AG geen garantie bieden dat zij
goed zullen functioneren.
Omdat elektromagnetische velden, elektrostatische lading
evenals defecten aan de camera of de kaart tot beschadiging of
verlies van gegevens op de geheugenkaart kunnen leiden, is het
raadzaam de gegevens regelmatig op een computer op te slaan.
NL
120
Voorbereidingen
Afb. 12
Afb. 13
2.
2.
3.
3.
1.
1.
OBJECTIEF PLAATSEN
Afb. 12
OBJECTIEF VERWIJDEREN
Afb. 13
Aanwijzingen:
Ter bescherming tegen het binnendringen van stof moet u altijd
een objectief of de cameradop op de camera laten zitten.
Om dezelfde reden moet het verwisselen van een objectief vlot
en indien mogelijk in een stofvrije ruimte gebeuren.
Camera- of objectiefkappen moeten niet in een broekzak wor-
den bewaard, omdat ze daar stof aantrekken dat bij het plaatsen
van het objectief in de camera terecht kan komen.
OBJECTIEVEN VOOR DE LEICA TL
Alle objectieven voor de Leica TL hebben in principe dezelfde
externe constructie: er is aan de voorzijde een externe bajonet
voor de zonnekap en een inwendige schroefdraad voor filters, dan
een instelring voor de afstand, een vaste ring met een rode index-
knop voor het verwisselen van het objectief en een contactstrip
voor de overdracht van informatie en stuursignalen.
Vario-objectieven voor de Leica TL hebben bovendien een extra
instelring voor de brandpuntsafstand, evenals een bijbehorende
index.
Aanwijzing:
Illustratie op de binnenkant van de achterflap.
NL
121
Voorbereidingen
Scherptediepte
De objectieven voor de Leica TL hebben geen diafragmaring en er
is dus ook geen scherptediepteschaal beschikbaar. De overeen-
komstige waarden vind u in de tabellen op de homepage van de
Leica Camera AG.
Belichtingsmeting en -regeling met Vario-objectieven
voor de Leica TL
Vario-objectieven voor de Leica TL hebben een variabele licht-
sterkte, d.w.z. dat de eigenlijke diafragma-opening afhankelijk is
van de ingestelde brandpuntsafstand. Om onjuiste belichting te
voorkomen, moet de gewenste brandpuntafstand daarom worden
bepaald alvorens de meetwaarde is geregistreerd of de tijd/
diafragma-combinatie is aangepast. Voor meer informatie verwijzen
wij u naar de secties onder "Belichtingsmeting en -regeling" vanaf
pag. 150.
Bij gebruik van extra, niet-systeem-compatibele flitsers moet de
diafragma-instelling op de flitser altijd de werkelijke diafragma-
waarde zijn.
Zonnekap
Transport-
stand
Opnamestand
Objectieven voor de Leica TL worden geleverd met optimale afge-
stemde zonnekappen. Zij kunnen dankzij zijn symmetrische bajonet
snel en gemakkelijk worden geplaatst - om ruimte te besparen ook
omgekeerd. Zonnekappen reduceren strooilicht en reflecties
alsmede schade en vervuiling van de frontlens.
Filters
Aan objectieven voor de Leica TL kunnen filters met schroefdraad
worden gebruikt. De juiste diameters vindt u in de specificaties van
de betreffende objectiefhandleiding.
NL
122
Camerabediening
CAMERABEDIENING
OFF
ON
Afb. 14
OFF
ON
Afb. 15
HOOFDSCHAKELAAR
Afb. 14
De Leica TL wordt met de hoofdschakelaar in- en uitgeschakeld:
OFF = uitgeschakeld
ON = ingeschakeld
Daarnaast kunt u er de ingebouwde flitser mee ontgrendelen:
= Flitser schiet naar boven
Als u de camera inschakelt, licht het LCD-scherm op.
Aanwijzing:
Als u hem voor het eerst inschakelt, of wanneer hij voor het eerst
wordt ingeschakeld na het resetten van alle instellingen, verschijnt
rechtsboven
PLAY op het LCD-scherm. Door het scherm aan te
raken, start u een welkomstvideo. De video kan worden gestopt
door het aanraken van
SKIP .
Vervolgens verschijnt het
LANGUAGE-submenu, als u dat hebt
ingesteld het
DATE/TIME-submenu en als u dat ook hebt ingesteld
uiteindelijk het schermbeeld.
INSTELWIELEN
Afb. 15
Met de beide instelwielen van de Leica TL bedient u in de opname-,
weergave- en menuprogramma's verschillende functies.
NL
123
Camerabediening
DE ONTSPANNERS
Voor foto's
Afb. 16
De ontspanner werkt in twee stappen. Door hem licht in te drukken
worden zowel de automatische afstandsinstelling, alsook de belich-
tingsmeting en -regeling geactiveerd en worden de instellingen en
de gemeten waarde geregistreerd. Als de camera van tevoren in de
stand-by modus stond, wordt hij daardoor weer geactiveerd en het
beeld op het scherm verschijnt weer.
Als de ontspanner helemaal wordt ingedrukt, vindt opname plaats.
Voor video's
Afb. 17
Met deze button start en stopt u de video-opname.
OFF
ON
Afb. 16
OFF
ON
Afb. 17
NL
124
kort aanraken dubbel aanraken
vegen
lang aanraken, slepen en
loslaten
spreiden
knijpen
GEBARENREGELING
De bediening van de Leica TL doet u grotendeels met de links
weergegeven gebaren op het touchscreen.
Aanwijzing:
Licht aantippen is voldoende - niet drukken.
Camerabediening
NL
125
Camerabediening
Rechter werkbalk
Afb. 18a/b
De pictogrammen aan de rechter rand van het scherm zijn de
toegang tot de bediening van de Leica TL. Om onbedoelde acties
te voorkomen, kunt u deze pictogrammen uitschakelen.
Blokkeren
Afb. 19a/b
Deblokkeren
Afb. 20a/b
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
22:45 PM 22.02.2012
999-9000
8234/999912MP
2.8F 1/8000 12500ISO EV
INFO
Opnamemodus Weergavemodus
Afb. 18a
Afb. 18b
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 19a
Afb. 20a
Afb. 19b
Afb. 20b
NL
126
1/602.8F
A
823416MP
AWB
SD
INFO
999-9000
2.8F 1/60 100ISO
AWB
823416MP
SD
INFO
999-9000
2.8F 1/60 100ISO
AWB
823416MP
SD
INFO
1/602.8F
A
823416MP
AWB
SD
INFO
999-9000
2.8F 1/60 100ISO
AWB
823416MP
SD
INFO
Afb. 22b
Afb. 22c
Afb. 22a
Afb. 22d
Afb. 21b
Afb. 21c
Afb. 21a
Afb. 21d
INFO-weergave
Door herhaaldelijk
INFO-weergave aan te tippen kunt u de indica-
ties op het scherm in stappen uitbreiden.
In de opnamestand
Afb. 21a-d
1x = statusindicaties
2x
= raster
3x = histogram
4x = zonder extra informatie
In de weergavemodus
Afb. 22a-d
1x = statusindicaties
2x
= histogram
3x = clipping
Aanwijzingen:
Het histogram en de clipping-indicaties staan niet ter beschik-
king voor het afspelen van video.
Bovendien verschijnt er bij handmatige afstandsinstelling een
afstandsschaal.
Camerabediening
NL
127
Belichtingsprogramma's- / Scène-menu oproepen
Afb. 23a/b
Door het pictogram in de rechterbovenhoek van de werkbalk aan te
raken, start u het Belichtingsprogramma- / Scène-menu.
MyCamera-menu oproepen
Afb. 24a/b
Door het -pictogram aan te raken start u het MyCame-
ra-menu. Dit menu kan individueel worden samengesteld met de
functies uit het hoofdmenu. Daardoor hebt u sneller toegang tot de
functies die voor u het belangrijkst zijn.
Hoofdmenu starten
Afb. 25a-c
Door het -pictogram in het menu MyCamera aan te raken, gaat u
naar het hoofdmenu. Het hoofdmenu bevat alle menufuncties van
de camera.
= terug naar het vorige menu-niveau of de vorige instelling
A
Afb. 23b
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
Afb. 23a
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
Afb. 24a Afb. 24b
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
Afb. 25a
Afb. 25c
Afb. 25b
Camerabediening
NL
128
Camerabediening
Afb. 26a Afb. 26b
Loopbalk
Afb. 26c
Afb. 27a Afb. 27b
Afb. 27d Afb. 27c
Navigatie in het hoofdmenu en het MyCamera-menu
De camera biedt 2 verschillende mogelijkheden om in de menu's te
navigeren.
door middel van gebaren
Afb. 26a-c
met de instelwielen (beide hebben in dit geval dezelfde functie)
en gebaren
Afb. 27a-d
De voortgangsbalk aan de linkerkant is een oriëntatiehulp voor
de actuele positie in het menu.
Aanwijzing:
Menufuncties die, bijvoorbeeld als gevolg van andere instellingen,
niet ter beschikking staan, worden grijs weergegeven
Afb. 28a
en
worden overgeslagen.
NL
129
Camerabediening
Menutegels
De menu-items verschijnen in de vorm van tegels.
Gegevens op de tegels
Afb.28a
Weergave van een tegel waarmee een directe instelling
van de opties mogelijk is (max. 5).
Afb. 28a-d
Pictogram of numerieke waarde
Afb. 28a-d
Aanduiding van het menu-item ofwel de ingestelde
menufunctie.
Afhankelijk van de omvang van de menufunctie biedt de tegel:
de directe instelling van de opties of
toegang tot een submenu
Direct instellen van de opties van een functie
Bij direct aanpasbare menutegels kunt u de volgende optie eenvou-
dig door aanraken
starten
Afb. 29a-c.
b.
c.
b.
c.
b.
c.
b.
c.
a.
Afb. 28c Afb. 28d
Afb. 28a Afb. 28b
Afb. 29a Afb. 28b
Afb. 29c
NL
130
Camerabediening
Afb. 30a
Afb. 30b Afb. 30c
Afb. 30e
Afb. 30f
Afb. 30d
Instellen van de opties in submenu's
Menu-items waarvan uitsluitend de indicaties b. en c. te zien zijn,
worden in submenu's ingesteld. De structuur verschilt, afhankelijk
van de functie.
Instellingen in submenu's met gebarenbesturing
Afb. 30a-f
D.m.v. vegen kunt u de submenulijst regel voor regel doorbladeren.
NL
131
Camerabediening
Instellingen in submenu's met de instelwielen en gebaren-
besturing
Afb. 31a-h
Met de instelwielen - beide hebben in dit geval dezelfde
functie - kunnen individuele submenu-items worden geselecteerd.
Bij verdere rotatie voorbij aan het eerste ofwel laatste subme-
nu-item van een pagina "springt" de submenulijst een pagina
verder, d.w.z. er verschijnen de volgende, resp. vorige regels. Dit
geldt ook voor het begin en het eind van de submenulijst (=>
"eindeloze lus").
Aanwijzing:
De menu-items en submenu-items kunnen selectief worden aange-
past door het aanraken van het gemarkeerde menu-item zelf, of de
in dit geval in de werkbalk zichtbare
SET-indicatie
Algemene opmerkingen over de menubediening
Instellingen in de menupunten die verschillen van de vorige
verklaringen of extra stappen bevatten, zijn beschreven in het
kader van de betreffende menupunten.
Sommige menupunten zijn mogelijk niet beschikbaar, bijvoor-
beeld omdat de respectieve functies in de scèneprogramma's
vaste instellingen zijn, of omdat zij betrekking hebben op de als
toebehoren verkrijgbare, in dit geval niet geplaatste, externe
zoeker. Deze menupunten hebben in dat geval een grijs func-
tie-pictogram (in plaats van wit) en kunnen niet worden geselec-
teerd.
Normaal gesproken opent het menu met de laatst gekozen optie
open.
SET
SET
Afb. 31b
Afb. 31a
Afb. 31c
Afb. 31e
Afb. 31d
Afb. 31f
Afb. 31g
Afb. 31h
NL
132
Camerabediening
Afb. 32a
Afb. 32d
Afb. 32b
Afb. 32c
MyCamera-menu aanpassen
Bij aflevering zijn de volgende functies voorgedefinieerd.
Aan het MyCamera-menu kunt u elke functie van het hoofdmenu
toevoegen, verwijderen of van positie wijzigen. Deze vrije menu-in-
richting maakt de individuele aanpassing aan uw persoonlijke
voorkeuren mogelijk en biedt snelle toegang tot de functies die u
het meest gebruikt.
Menupunten toevoegen
Afb. 32a-d
Menu-items voegt u toe met het gebaar .
NL
133
Camerabediening
Volgorde menupunten wijzigen
Afb. 33a-d
De menupunten worden aanvankelijk weergegeven in volgorde van
selectie. De volgorde kan willekeurig worden gewijzigd.
Menupunten wissen
Afb. 34a-c
Alle functies kunnen weer uit het MyCamera-menu worden verwij-
derd door ze op
te slepen.
Afb. 33a
Afb. 33b
Afb. 33c
Afb. 33d
Afb. 34a
Afb. 34c
Afb. 34b
NL
134
Camerabediening
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 35a Afb. 35b
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
ISO
ISO
F
F
Afb. 35c
Instelwiel-menu
Het rechter instelwiel is in sluitertijd voorkeuze, diafragma voor-
keuze en geprogrammeerd automatisch toegewezen aan de func-
ties van diafragma, sluitertijd, en programma shift.
Aan het linker instelwiel kunnen in deze modi de zes in
Afb. 35c
getoonde functies worden toegewezen. Af fabriek is
ISO
gespeci-
ficeerd.
Instelwielmenu starten
Afb. 35a-c
De functie-indicaties worden weergegeven als u een van de duim-
wielen een klik verder draait. Door het aanraken
van de linker
functie-indicatie verschijnen de 6 functies om uit te kiezen.
Instelwiel-vergrendelen
Door de functie-indicaties lang aan te raken, kan de functie van het
instelwiel worden vergrendeld. Dit is mogelijk met beide instelwie-
len.
NL
135
Camerabediening
Gewenste optie aan instelwiel toekennen
Met gebarenbesturing
Afb. 36a/b
Met het linker instelwiel en gebarenbesturing
Afb. 37a-f
Aanwijzing:
Ongeacht welke van de functies in de menulijst is geactiveerd (rood
omcirkeld), kan elke optie altijd worden geselecteerd door aanra-
king.
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
ISO F
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
WB F
Afb. 36a Afb. 36b
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
ISO ISOF F
Afb. 37a Afb. 37b
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
WB F
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
ISO F
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
ISO F
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
ISO F
Afb. 37c
Afb. 37d
Afb. 37f
Afb. 37e
NL
136
Camera-basisinstellingen
CAMERA-BASISINSTELLINGEN
MENUTAAL
selecteren
In het submenu de gewenste taal selecteren
DATUM / TIJD
selecteren
Datum / tijd instellen
Afb. 38
Deze waarden worden in vijf "kolommen" op dezelfde manier
ingesteld.
Afb. 38
Bevestigen door SET aan te raken
Tijdzone selecteren
Afb. 39a-c
Elke aanraking of elk slepen resulteert in het verdergaan naar de
volgende tijdzone.
Afb. 39c
Afb. 39bAfb. 39a
Afb. 42a
Bevestigen door SET aan te raken
Tijdsindeling selecteren
Afb. 40
Afb. 40
Bevestigen door SET aan te raken
NL
137
Camera-basisinstellingen
Zomertijd/wintertijd instellen
Afb. 41a-b
Afb. 41a Afb. 41b
Bevestigen door SET aan te raken
Aanwijzing:
Zelfs als er geen batterij is geplaatst, of als deze leeg is, blijft de
instelling van datum en tijd dankzij een ingebouwde bufferbatterij
gedurende circa 2 dagen behouden. Daarna moet hij dan wel weer
worden ingesteld.
Automatische uitschakeling van de camera
Wanneer deze optie is ingeschakeld, schakelt de camera na afloop
van de geselecteerde tijd (1/2/5/10/20min) in de energiebespa-
rende stand-by-modus.
In
de gewenste instelling selecteren
Aanwijzingen:
Ook als de camera zich in de stand-by-modus bevindt, kan hij
altijd door indrukken van de ontspanner of door uit- en inschake-
len met de hoofdschakelaar weer worden geactiveerd.
NL
138
Camera-basisinstellingen
Akoestische signalen
Met de Leica TL kunt u instellen of bedieningsprocessen, bijv. een
volle geheugenkaart, moeten worden gemeld met geluiden, of dat
de werking van de camera en het fotograferen zelf grotendeels
geruisloos moeten zijn.
selecteren
In de submenu's Volume, Click , SD card full, AF Confirmation
de gewenste instellingen selecteren (
OFF, LOW, HIGH)
LCD-scherm- / zoekerinstellingen
Voor optimale waarneming en voor aanpassing aan verschillende
lichtomstandigheden kunt u de helderheid en kleurweergave
wijzigen.
Aanwijzingen:
De hieronder met behulp van instellingen op het LCD-scherm
beschreven bediening geldt in gelijke mate voor de zoekerinstel-
lingen, d.w.z. ook voor de twee menupunten
EVF BRIGHTNESS
en
EVF COLOR ADJUSTMENT.
Indien de als accessoire beschikbare, externe elektronische
zoeker Leica Visoflex niet is bevestigd, kunnen deze menupunten
niet worden gekozen en zijn de betreffende pictogrammen dan
ook grijs.
De zoeker wordt automatisch ingeschakeld - en het LCD-scherm
gaat uit - zodra de sensor in het oculair van de zoeker detecteert
dat u erdoorheen kijkt. Als de menubediening actief is, gebeurt
dit echter pas nadat u op de sluiterknop drukt.
Helderheidsinstellingen
selecteren
In het submenu AUTO selecteren (voor automatische, door het
omgevingslicht gestuurde instelling)
of
In het submenu de gewenste instelling op de schaal met +
instellen
Kleurinstellingen
Afb. 42
selecteren
1.
3.
2.
2.
2.
2.
Afb. 42
1.Cursor voor het momentele instelling
2. Kleur-richtingen (Y = yellow,
G = green/groen, B =blue/blauw,
M = magenta)
3. Pictogram voor reset naar neutrale
(middelste) positie
De aanvankelijk in het midden liggende cursor met , of met
de instelwielen - verticaal met het linker, horizontaal met het
rechter - naar de positie verplaatsen die de gewenste kleurweer-
gave op het LCD-scherm oplevert, d.w.z. in richting van de
betreffende kleurgegevens aan de randen
De kleurweergave van het LCD-scherm zal volgens uw instel-
lingen worden aangepast.
NL
139
Camera-basisinstellingen
Automatische uitschakeling van het monitor
Met deze functie kunt u selecteren na hoeveel tijd de monitor
wordt uitgeschakeld, ofwel of hij ingeschakeld moet blijven. Auto-
matisch uitschakelen bespaart niet alleen stroom, maar zorgt er
ook voor dat de camera sneller weer klaar is voor gebruik.
In de gewenste instelling selecteren
NL
140
Opname-basisinstellingen
OPNAME-BASISINSTELLINGEN
Bestandsformaat / compressiegraad
Er zijn twee verschillende JPEG-compressiegraden beschikbaar:
JPG fine en JPG super fine. Beide kunnen gelijktijdig in combinatie
met het formaat
DNG worden opgeslagen. DNG (digital negative) is
een gestandaardiseerd 'raw-data'-formaat.
In de gewenste instelling selecteren
Aanwijzing:
Het aantal resterende opnamen, of de resterende opnametijd, is
slechts een benadering, aangezien de bestandsgrootte van gecom-
primeerde foto's, afhankelijk van het gefotografeerde object, sterk
kan variëren.
JPEG-resolutie
Als u een van de JPG-formaten hebt geselecteerd, kunt u nog uit 5
verschillende opnameresoluties (aantal pixels) kiezen. Beschikbaar:
1,8M, 3M, 7M, 12M en 16M
(M = megapixels). U kunt deze aanpassen aan het gebruiksdoel van
de opnamen, resp. de capaciteit van de geplaatste geheugenkaart.
In de gewenste instelling selecteren
Aanwijzing:
De opslag van ruwe data (DNG) is altijd me de hoogste resolutie,
onafhankelijk van de instellingen voor JPEG-foto's.
Witbalans
In de digitale fotografie zorgt de witbalans voor een neutrale, d.w.z.
natuurgetrouwe kleurweergave bij elk licht. De kleur die als wit
moet worden weergegeven, wordt vooraf in de camera ingesteld.
U kunt kiezen uit automatische witbalans, verschillende voorinstel-
lingen, twee vaste, op specifieke metingen gebaseerde instellingen
en de directe instelling van de kleurtemperatuur.
1.
Automatic (automatische instellingen)
2.
Daylight (voor buitenopnamen in de zon)
3.
Cloudy (voor buitenopnamen bij bewolkte hemel)
4.
Shadow (voor buitenopnamen met het belangrijkste onderwerp
in de schaduw)
5.
Tungsten (voor verlichting met gloeilampen)
6.
Flash (voor verlichting door een elektronische flitser)
7.
Grey card 1 (geheugenruimte voor eigen meetresultaten)
8.
Grey card 2 (geheugenruimte voor eigen meetresultaten)
9.
Color temperature (ruimte voor vaste waarde)
NL
141
Opname-basisinstellingen
Vaste voorinstellingen
selecteren
In het 1e submenu gewenste instelling selecteren
Handmatig instellen door meting
selecteren
In het 1e submenu naast Grey card1 of Grey card2
selecteren
In het midden van het LCD-scherm verschijnt een geel frame
met een instructie eronder.
Richt het frame op een uniform wit of grijs object waarmee het
volledig wordt gevuld
Bevestigen door SET aan te raken
De camera maakt een opname en voert meting en opslag door.
Deze instellingen kunt u vervolgens met
Grey card1 of
Grey card2 weer oproepen.
Direct instellen van de kleurtemperatuur
selecteren
In het 1e submenu naast Color temperature selecteren
In het 2e submenu gewenste waarde selecteren
Witbalans-opties met het linker instelwiel selecteren.
Als aan het linker instelwiel de functie
WB
wordt toegekend, kunt
u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren.
NL
142
Opname-basisinstellingen
ISO-filmgevoeligheid
De ISO-instelling bepaalt de mogelijke combinaties van sluitertijd
en diafragma bij een bepaalde helderheid. Hogere gevoeligheden
laten snellere sluitertijden en/of kleinere diafragmawaarden toe
(om bijv. snelle actie te "bevriezen" of de scherptediepte te vergro-
ten), maar dit kan wel meer ruis in de foto tot gevolg hebben.
selecteren
In het submenu de gewenste instelling selecteren (d.w.z. AUTO
ISO voor de automatische instelling, of een van de acht voorge-
programmeerde instellingen)
Als aan het linker instelwiel de functie
ISO
wordt toegekend, kunt
u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren.
In de variant
AUTO ISO is het mogelijk om het te gebruiken gevoe-
ligheidsbereik te beperken (bijv. de beeldruis te controleren),
bovendien kan de langste te gebruiken sluitertijd worden vastge-
legd (om bijv. onscherpe opnamen van bewegende objecten te
vermijden):
selecteren
Max. exposure time en/of Maximum ISO submenu selecteren
In Max. exposure time en/of Maximum ISO submenu's de
gewenste instellingen selecteren
Kleurweergave (FILM MODE) / beeldeigenschappen
Een van de vele voordelen van digitale fotografie is de zeer eenvou-
dige wijziging van elementaire beeldeigenschappen. De Leica TL
kunt u daarom kleurweergave en contrast, scherpte en kleurverza-
diging reeds voor de opname beïnvloeden.
Aanwijzing:
De in de volgende sectie beschreven functies en instellingen
hebben alleen betrekking op opnamen in een van de beide
JPEG-formaten. Als het DNG-bestandsformaat is vastgelegd, dan
hebben deze instellingen geen effect, omdat de beeldgegevens in
dit geval altijd in de oorspronkelijke vorm worden opgeslagen.
Kleurweergave
Voor kleurweergave kunt u kiezen uit
Standard, Vivid – voor sterk
verzadigde kleuren – en
Natural – voor iets zwakker verzadigde
kleuren en een iets zachter contrast. Er zijn ook nog twee
zwart-wit-instellingen
B&W Natural (natuurlijk) en B&W High
Contrast (hoog contrast).
selecteren
In het submenu de gewenste instelling selecteren
NL
143
Opname-basisinstellingen
Contrast, scherpte, verzadiging
Van elke kleurweergave-instelling kunt u bovendien deze 3 beeldei-
genschappen wijzigen.
Het contrast, d.w.z. het verschil tussen lichte en donkere par-
tijen, bepaalt of een beeld meer „mat“ of meer „briljant“ over-
komt. Daarom kan het contrast door vergroten of verkleinen van
dit verschil, d.w.z. door de heldere weergave van lichte en
donkere partijen worden beïnvloed.
Een scherpe afbeelding door de juiste afstandsinstelling – ten-
minste van het onderwerp – is een voorwaarde voor een gelukte
opname. De indruk van scherpte van een opname wordt weer
sterk bepaald door de scherpte aan de randen, d.w.z. hoe klein
het overgangsgebied van licht naar donker aan de randen van de
opname is. Door het vergroten of verkleinen van dit gebied kan
dus ook de indruk van scherpte worden gewijzigd.
De verzadiging bepaalt bij kleurenfoto's of de kleuren op het
beeld wat „fletser“ en pastelkleurig of meer„knallend“ en inten-
sief overkomen.
selecteren
In het 1e submenu de gewenste kleurweergave aanraken
In het 2e submenu
afb. 43
bij gewenste beeldeigenschap met
, of rechter instelwiel instellen
Afb. 43
Bevestigen door SET aan te raken
Als dit dusdanig is ingesteld, zal de betreffende kleurweerga-
ve-optie in het 1e submenu door een extra sterretje, bijvoor-
beeld
Standard*, gekenmerkt zijn.
NL
144
Opnamemodus
OPNAMEMODUS
Beeldsequentie
Met de Leica TL zijn zowel individuele als serie-opnamen mogelijk.
In de gewenste instelling selecteren
Aanwijzingen:
Serieopnamen met een frequentie van 5 b/s zijn mogelijk,
zolang de sluitertijd 1⁄60s en korter is.
Serie-opnamen met flits zijn niet mogelijk. Als de flitsfunctie toch
is geactiveerd, wordt er slechts één opname gemaakt.
Als serieopnamen zijn ingesteld en u de zelfontspanner gebruikt,
wordt er slechts één opname gemaakt.
Na een reeks van maximaal 12 opnamen wordt de opnamefre-
quentie iets langzamer. Dit ligt aan de tijd die vereist is voor de
overdracht van gegevens uit het tijdelijke geheugen van de kaart,
ofwel het interne geheugen.
Hoeveel foto's er ook in een serie zijn genomen, u krijgt altijd de
laatste opname het eerst te zien.
Afstandsinstelling
Met de Leica TL kan de afstandsinstelling zowel automatisch als
ook handmatig gebeuren.
Autofocus AF(Automatische afstandsinstelling)
In AFs (enkelvoudige autofocus) of
AFc (continue autofocus)
Als aan het linker instelwiel de functie
AF
wordt toegekend, kunt
u daarmee de gewenste optie -
AFs
/
AFc
of
MF
- rechtstreeks
selecteren.
De geselecteerde functie wordt weergegeven op het LCD-
scherm.
De
AFs -modus moet gebruikt worden, als men objecten wenst op
te nemen die helemaal niet of slechts weinig bewegen. Men focust
door een lichte druk op de ontspanner (eerst drukpunt) op het
bereik dat scherper moet worden gesteld. Als het object zich
tussen het eerste drukpunt en de opname heeft bewogen, ligt de
scherpte waarschijnlijk niet meer in het gewenste bereik.
De
AFc -modus daarentegen moet worden gebruikt, wanneer men
bewegende objecten wenst op te nemen. Hier wordt eveneens op
een gewenst bereik gefocust via een eerste drukpunt van de
ontspanner. Terwijl deze tot het eerste drukpunt wordt vastgehou-
den, stelt de camera het vooraf gefocuste bereik tot aan de
opname permanent scherp.
De succesvolle AF-instelling wordt als volgt weergegeven:
de rechthoek wordt groen
bij een multi-veld-meting ziet u t/m 9 rechthoekjes
een akoestisch signaal wordt gegenereerd (indien geacti-
veerd).
NL
145
Opnamemodus
Aanwijzingen:
Als u de sluiter half ingedrukt houdt en ook bij het scherpstellen
door aanraken is het in de autofocus-modus altijd mogelijk de
automatisch ingestelde afstand met de afstands-instelring
handmatig aan te passen.
De gegevens worden samen met de belichtingsinstelling opge-
slagen.
In bepaalde situaties kan het AF-systeem de afstand niet correct
instellen, bijv.:
de afstand tot het onderwerp ligt buiten het beschikbare
instellingsbereik van het objectief op de camera en/of
het motief is niet voldoende belicht, (z. volgende paragraaf).
Dergelijke situaties en onderwerpen worden aangeduid met:
de rechthoek wordt rood;
met de multi-veld-meting: de indicatie verandert in een enkele
rode rechthoek
Bij gebruik van Leica M-objectieven met de optionele verkrijg-
bare Leica M-adapter L is uitsluitend handmatige afstandsinstel-
ling mogelijk.
Afhankelijk van het gebruikte Leica TL-objectief wordt FOCUS
MODE met de meetmethoden AFs Macro en AFc Macro vervolle-
digd.
Belangrijk:
De ontspanner is niet vergrendeld, ongeacht of de afstandsinstel-
ling voor het betreffende onderwerp correct is of niet.
AF-hulplicht
Het ingebouwde AF-hulplicht verbetert het bereik van het AF-sys-
teem in omstandigheden met weinig licht. Als de functie geacti-
veerd is en deze omstandigheden optreden, gaat dit licht aan
wanneer u op de ontspanner drukt.
In de gewenste instelling selecteren
Aanwijzing:
Het AF-hulplicht heeft een bereik van ongeveer 4m. Daarom werkt
de AF-modus in omstandigheden met weinig licht op een langere
afstand niet.
NL
146
Opnamemodus
Autofocus-meetmethoden/modussen
Om het AF-systeem aan verschillende onderwerpen, situaties en
uw eigen compositie-ideeën aan te passen, kunt u met de Leica TL
uit vijf AF-meetmethoden kiezen:
In de gewenste instelling selecteren
In het submenu de gewenste instelling selecteren
Spot-/enkelvoudige meting
Beide meetmethoden detecteren alleen delen van het onderwerp in
het betreffende AF-kader.
De betreffende meetsegmenten zijn gemarkeerd met een klein
AF-kader.
Dankzij het extreem kleine meetbereik van de spotmeting kan het
op zeer kleine details in het onderwerp worden gericht.
Het iets grotere meetbereik van de 1-segment-meting is minder
gevoelig bij het richten, dus gemakkelijker te hanteren, maar zorgt
nog steeds voor een selectieve meting.
De AF-functie kan ook worden gebruikt voor opnamereeksen
waarbij het deel van het onderwerp dat scherp moet zijn zich
steeds op dezelfde, niet-centrale positie in beeld bevindt. Bij beide
meetmethoden kunt u het normaal in het midden van het scherm-
beeld geplaatste AF-kader naar een andere plaats verschuiven Dit
kunt u via het menu of direct instellen.
Directe bediening
Afb. 44a/c
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
SET
Afb. 44c
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
SET
Afb. 44a
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
SET
Afb. 44b
NL
147
Opnamemodus
Menubediening na selectie van de functie
via menu
Afb. 45a-c / 46 a / b
In het -submenu bij de gewenste meetmethode
aanraken
Vervolgens kunt u het meetveld op twee manieren verplaatsen.
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
SET
Afb. 45a
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 45b
Afb. 45b
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
SET
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 46a Afb. 46b
Het kader kan vóór deze bevestiging weer direct naar zijn middel-
ste stand terug worden gebracht
Afb. 47a-b.
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
SET
Afb. 47b
1/80002.8F 12500ISO EV
SET
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Afb. 47a
Aanwijzing:
In beide gevallen blijven de meetvelden, ook bij gewijzigde meet-
methode en na het uitschakelen van de camera, op hun eerder
bepaalde posities.
NL
148
Opnamemodus
Touch AF / Touch AF + afdrukken
Met deze modus kan het de AF-kader voor elke opname, zonder
extra menu-instellingen, worden verplaatst. Meetkarakteristieken
en grootte van het meetveld komen overeen met de enkelvoudige
meting.
selecteren
In het submenu Touch AF of Touch AF + Release selecteren
Meetsegment verplaatsen
Afb. 48a/b
Raak het LCD-scherm op de gewenste positie in het beeldveld
aan
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
Afb. 48a Afb. 48b
Het AF-kader springt naar de geselecteerde positie
Opnamen
Het scherpstelproces start in dit geval niet pas als de ontspanner
licht wordt ingedrukt, maar meteen als het scherm wordt aange-
raakt. Bovendien kunt u met de functie
Touch AF + Release door
slechts eenmaal het scherm aan te raken focussen en automatisch
een opname maken.
Aanwijzing:
Het meetveld blijft op zijn laatste vastgelegde positie - ook nadat
de camera is uitgeschakeld
Multi-veld-meting
Deze meetmethode meet het onderwerp in 11 segmenten. De
scherpstelling richt zich automatisch naar de delen van het onder-
werp die het dichtstbij zijn om maximale zekerheid te bieden voor
snapshots. De gebruikte segmenten worden door AF-kaders aange-
duid.
Normaal gesproken worden 9 van 11 segmenten, die zodanig zijn
ingedeeld dat ze een groot deel van het beeldcentrum dekken.
selecteren
In het submenu Multi Point selecteren
Gezichtsherkenning
In deze modus herkent de Leica TL automatisch gezichten in het
beeld en stelt scherp op de gezichten op de kortste afstand. Als er
geen gezichten worden gedetecteerd, wordt de multi-segment-me-
ting toegepast.
selecteren
In het submenu Face Detection selecteren
NL
149
Opnamemodus
Handmatige afstandsinstelling
Bij bepaalde onderwerpen en situaties kan het nuttig zijn de
afstand zelf in te stellen in plaats van met autofocus te werken.
Bijvoorbeeld, als u dezelfde instelling gebruikt voor meerdere
opnamen en het gebruik van meetwaarden lastiger zou zijn, of als
voor landschappen de instelling op oneindig wilt laten staan, of als
door slechte, d.w.z. zeer donkere lichtomstandigheden de AF niet
of nauwelijks functioneert.
selecteren
In het submenu MF selecteren
De handmatige afstandsinstelling doet u met de bijbehorende ring
op het objectief.
De optimale instelling is bereikt, als het LCD-scherm het essentiële
deel (of delen) van uw onderwerp zoals gewenst weergeeft.
Hulpfunctie voor handmatige afstandsinstelling
Om het instellen te vergemakkelijken, of de instelnauwkeurigheid te
verhogen, biedt de Leica TL u een hulpmiddel - de vergrote weer-
gave.
Achtergrond: Hoe groter de details van het motief op de monitor
worden afgebeeld, des te beter kan hun scherpte worden beoor-
deeld en hoe nauwkeuriger de afstand kan worden ingesteld.
In ON selecteren
Scherpte instellen
Afb. 49
Beeldfragment bepalen,
Draai de afstandsinstelring van het objectief totdat de gewenste
delen van het onderwerp optimaal scherp zijn
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
x3
x6
A
INFO
0,3 1 2
631
ft
m
1
2
Afb. 49
1 x3-/x6-veld voor aanpassing van de vergroting
2 Afstandsschaal - de balk duidt de momentele instelling aan (verschijnt samen met de
statusindicaties, zie "De INFO-indicatie"). Beide indicaties gaan uit na ca. 5 sec. vanaf de
laatste afstandinstelling
1/100 ISOAUTO0.0F
A
823416MP
AWB
SD
INFO
MF
ISO
Aanwijzingen:
Bij gebruik van de Leica M-adapter L wijzigt de toewijzing van het
linker instelwiel in
FOCUS AID 3x, 6x of Off!
Ook als u de sluiter half ingedrukt houdt, is het in de autofo-
cus-modus altijd mogelijk de automatisch ingestelde afstand met
de afstands-instelring handmatig aan te passen.
NL
150
Opnamemodus
BELICHTINGSMETING EN -REGELING
Belichtingsmeetmethoden
Voor de aanpassing aan de heersende lichtomstandigheden, aan
de situatie resp. uw werkwijze en uw creatieve ideeën zijn er met
de Leica TL drie belichtingsmeetmethoden beschikbaar:
In de gewenste instelling selecteren
Multi-veld-meting -
Bij deze meetmethode analyseert de camera automatisch de
helderheidsverschillen in het onderwerp en analyseert op basis van
een vergelijking met geprogrammeerde helderheid-verdelingspatro-
nen de vermoedelijk positie van het onderwerp en de beste belich-
ting ervoor.
Deze methode is daarom bijzonder geschikt voor spontane, onge-
compliceerde maar toch betrouwbare fotografie, ook onder moei-
lijke omstandigheden en daarom dus voor gebruik in samenhang
met de programma-automaat.
Centrum-georiënteerde meting -
Deze meetmethode houdt voornamelijk rekening met het midden
van het beeldveld, maar registreert ook alle andere gedeelten.
Hiermee is het mogelijk – met name in combinatie met de meet-
waardenopslag – de belichting gericht op bepaalde delen van het
onderwerp af te stemmen, terwijl tegelijk rekening wordt gehouden
met het totale beeldveld.
Spotmeting -
Deze meetmethode is uitsluitend geconcentreerd op een klein
gebied in het midden van het beeld.
Hiermee kunt u vooral kleine en kleinste details zeer nauwkeurig
belichten - bij voorkeur in combinatie met handmatige instelling.
Bij tegenlichtopnamen, bijvoorbeeld, moet meestal worden voorko-
men dat de heldere omgeving een onderbelicht hoofdonderwerp
veroorzaakt. Met het veel kleinere meetveld van de spotmeting
kunt u zulke onderwerpdetails gericht inschatten.
NL
151
Opnamemodus
Histogram
Het histogram geeft de helderheidsverdeling van de opname weer.
Daarbij komt de horizontale as overeen met de helderheidswaar-
den die van zwart (links) via grijs naar wit (rechts) verlopen. De
verticale as komt overeen met het aantal pixels in de betreffende
helderheid. Deze grafische weergave helpt – naast de beeldindruk
zelf – bij een extra snelle en eenvoudige beoordeling van de belich-
tingsinstelling. Het histogram staat ter beschikking in de opname-
alsook in de weergavemodus.
Voor de opnamemodus
zie pag. 24 afb. 21d
INFO 3x
Voor de weergavemodus
zie pag. 24 afb. 22c
INFO 2x
Kies de instelling met Clipping, als de te heldere gedeelten van de
opnamen dienen te worden gemarkeerd.
zie pag. 24 afb. 22d
INFO 3x
Behalve het zwart-wit-histogram kunt u in de weergavestand ook
een RGB-histogram instellen, dat de helderheidswaarden van de
drie kleuren rood, groen en blauw afzonderlijk weergeeft:
In de gewenste instelling selecteren
Het histogram kan ook naar de rechter benedenhoek van het
LCD-scherm worden verplaatst
Afb. 50 a/b.
1/602.8F
A
823416MP
AWB
SD
INFO
1/602.8F
A
823416MP
AWB
SD
INFO
Afb. 50a Afb. 50b
Aanwijzingen:
Bij flitsopnamen kan het opnamehistogram de uiteindelijke
belichting niet weergeven, omdat de flitser pas na de weergave
van het histogram flitst.
In de opnamemodus moet het histogram worden begrepen als
"trend-indicator" en niet als een weergave van het exacte aantal
pixels.
Het weergave-histogram staat bij gelijktijdige weergave van
meerdere verkleinde, resp. vergrote opnamen niet ter beschik-
king.
De histogrammen bij het weergeven en opnemen van een
afbeelding kunnen enigszins van elkaar verschillen.
NL
152
Opnamemodus
Belichtingsregeling
Voor de optimale aanpassing aan het betreffende motief of uw
favoriete werkwijze beschikt de Leica TL over vier belichtingsmodi.
Aanwijzingen:
Afhankelijk van de heersende lichtomstandigheden kan de
helderheid van het monitorbeeld van de werkelijke opnamen
afwijken. Met name bij langdurige belichtingen van donkere
motieven lijkt het motiefbeeld duidelijk donkerder dan de - cor-
rect belichte - opname.
Bij het gebruik van Leica M-objectieven m.b.v. de optionele
Leica M adapter L zijn alleen de tijdautomaat en handmatige
instelling beschikbaar, dat wil zeggen dat u de programma-auto-
maat (P), de tijdautomaat (T) en de onderwerpprogramma's niet
kunt gebruiken. Als u op een van deze modi hebt ingesteld, zal
de camera bij het plaatsen van de adapter automatisch naar
Tijdautomaat omschakelen. Dienovereenkomstig wisselt het
LCD-scherm ook naar de modus
A. Als diafragmawaarde ver-
schijnt
F0.0.
Programma-automaat - P
Voor snel, volautomatisch fotograferen. De belichting wordt gere-
geld door automatische aanpassing van de sluitertijd en het
diafragma.
Bedrijfsmodus instellen
selecteren
Een opname maken
Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt
Sluitertijd en diafragma worden wit weergegeven. Als zelfs het
volledig geopende of gesloten diafragma in combinatie met de
langste, resp. kortste sluitertijd onder- of overbelichting veroor-
zaakt, zullen beide waarden in rood worden weergegeven.
Als het automatisch ingestelde stel waarden voor de gewenste
beeldvorming passend lijkt:
Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken
NL
153
Opnamemodus
De vastgelegde sluitertijd/diafragma-combinaties wijzigen (Shift)
Het wijzigen van de vastgelegde waarden m.b.v. de shift-optie
combineert de betrouwbaarheid en snelheid van de volautomati-
sche belichtingsregeling met de mogelijkheid te allen tijde de door
de camera gekozen tijd/diafragma-combinatie naar eigen wens te
kunnen variëren.
Daar is het rechter instelwiel. Als u bijvoorbeeld bij sportfotogra-
fie met korte tijden wilt werken, draait u het naar links. Als u
daarentegen, bijvoorbeeld voor landschappen, meer nadruk op
grote scherptediepte wilt leggen en de daardoor vereiste langere
sluitertijden kunt accepteren, draait u hem naar rechts.
De totale belichting, d.w.z. de helderheid van het beeld, blijft
daarbij ongewijzigd. Om een correcte belichting te verzekeren is
het aanpassingsbereik beperkt.
Waardeparen die met shift zijn aangepast worden aangeduid met
een + naast de sluitertijd.
Om onbedoeld gebruik van deze waarden te voorkomen, zullen ze
na elke opname terugspringen naar de door de camera vastgelegde
waarden - en ook als de belichtingsmeting na 12s automatisch
uitschakelt.
NL
154
Opnamemodus
Tijdautomaat - A
De tijdautomaat stuurt de belichting automatisch, aangepast aan
de handmatige ingestelde sluitertijd. Deze is daarom bijzonder
geschikt voor opnamen waarbij de scherptediepte het beslissende
element voor de beeldvormgeving is.
Met een navenant kleine diafragmawaarde kunt u de scherpte-
diepte verminderen, bijvoorbeeld om in een portret het scherp
afgebeelde gezicht voor een onbelangrijke of afleidende achter-
grond te accentueren, of vice versa met een overeenkomstig
grotere diafragmawaarde de scherptediepte verhogen om in een
landschapsfoto alles, inclusief voorgrond en achtergrond, scherp
weer te geven.
Bedrijfsmodus instellen
selecteren
Een opname maken
Selecteer de gewenste diafragmawaarde met het rechter instel-
wiel;
Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt
Zowel de ingestelde diafragmawaarde alsook de automatisch
geregelde sluitertijd worden wit weergegeven. Als de langste,
resp. kortste sluitertijd in combinatie met het ingestelde
diafragma onder- of overbelichting veroorzaakt, zullen beide
waarden in rood worden weergegeven.
Als de automatisch ingestelde sluitertijd voor de gewenste beeld-
vorming passend lijkt:
Ontspanner volledig indrukken om de opname te maken
NL
155
Opnamemodus
Diafragma-automaat - T
De diafragma-automaat regelt de belichting automatisch in over-
eenstemming met de handmatig vooraf ingestelde sluitertijd. Deze
is daarom bijzonder geschikt voor opnamen van bewegende motie-
ven, waarbij de scherpte van de afgebeelde beweging het beslis-
sende beeldvormgevingselement is.
Met een desbetreffende korte sluitertijd kunt u bijv. ongewenste
bewegingsonscherpte vermijden, d.w.z. uw motief "bevriezen", of,
omgekeerd, met een overeenkomstige langere sluitertijd de dyna-
miek van de beweging door gerichte "veegeffecten" tot uiting
brengen.
Bedrijfsmodus instellen
selecteren
Een opname maken
Selecteer de gewenste sluitertijd met het rechter instelwiel;
Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt
Zowel de ingestelde sluitertijd alsook de automatisch gere-
gelde diafragmawaarde worden wit weergegeven.
Als zelfs de kleinste, resp. grootste diafragmawaarde in combi-
natie met de ingestelde sluitertijd onder- of overbelichting
veroorzaakt, zullen beide waarden in rood worden weergege-
ven.
Als de automatisch ingestelde diafragmawaarde voor de beoogde
beeldvorming geschikt lijkt:
Ontspanner volledig indrukken om de opname te maken
NL
156
Opnamemodus
Handmatige instelling - M
Als u bijv. gericht een speciaal beeldeffect wilt verkrijgen die alleen
door een heel bepaalde belichting te bereiken is, of bij meerdere
opnamen met verschillende beeldfragmenten wilt zorgen voor
absoluut identieke belichting, biedt zich de handmatige instelling
van sluitertijd en diafragma aan.
Bedrijfsmodus instellen
selecteren
Een opname maken
Selecteer de gewenste diafragmawaarde met het linker instel-
wiel;
Selecteer met het rechter instelwiel Ontspanner tot het druk-
punt indrukken
De sluitertijd en het diafragma worden in het wit weergegeven.
Bovendien verschijnt de schaal van de lichtbalans. Deze omvat
een bereik van ±3 EV (belichtingswaarde) in 1⁄3EV-stappen.
Instellingen binnen ± 3 EV worden aangegeven met witte schaal-
streepjes en daarbuiten door rode.
Pas de instellingen voor een correcte belichting dusdanig aan
dat alleen de markering in het midden wit wordt
Wanneer de ingestelde waarden en/of de belichting voor de
beoogde beeldvorming geschikt lijken:
Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken
Aanwijzing:
Het LiveView-beeld geeft bij handmatige instelling een belichtings-
simulatie weer.
NL
157
Opnamemodus
Scèneprogramma's
Voor bijzonder eenvoudige en betrouwbare fotografie biedt de
Leica TL negen "uitbreidingen" van de programma-automaat. De
variant -
- is een "snapshot"-automaat voor algemene toepas-
singen.
De andere acht (zie rechts) zijn aangepast aan de bijzondere
vereisten van veel voorkomende onderwerpen.
In al deze gevallen wordt behalve sluitertijd en diafragma ook een
aantal andere functies worden automatisch geregeld. Meer details
staan in de tabel op pag. 206.
Bedrijfsmodus instellen
selecteren
Selecteer het gewenste onderwerpprogramma
Een opname maken
Zoals met de programma-automaat
Aanwijzingen:
De programma-shift-functie is niet beschikbaar.
De beide instelwielen zijn zonder functie.
Automatisch Sport
Portret
Landschap Nachtportret
Sneeuw/strand
Vuurwerk Kaarslicht Zonsondergang
Digiscoping
NL
158
Opnamemodus
Opslaan van de meetwaarde
Om reden van beeldvorming kan het gunstig zijn het hoofdmotief
niet in het midden van het beeld te plaatsen.
In dergelijke gevallen is het mogelijk, m.b.v. de meetwaarde-regis-
tratie in de belichtingsstanden
P, T en A evenals de AF-program-
ma's 1-segment- en spotmeting alsook scherpstellen door aanra-
king, eerst het hoofdonderwerp te meten en de betreffende
instellingen vast te houden tot u definitief de compositie hebt
bepaald en de foto wilt maken.
Een opname in deze modus maken:
Richt met het actieve AF-kader op het deel van uw onderwerp
waar scherpstelling en belichting op moeten worden afgestemd
Stel scherpte en belichting in en sla deze waarden op door de
ontspanner tot het eerste drukpunt in te drukken
Houd de ontspanner verder halverwege ingedrukt en bepaal het
uiteindelijke beeld door de camera te bewegen
Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken
Belichtingscorrecties
Sommige motieven bestaan voornamelijk uit meer dan gemiddeld
donkere of lichte gebieden, zoals grote sneeuwvlakten, of,
andersom, een beeldvullende zwarte stoomlocomotief. Met de
belichtingsprogramma's
P, T en A kan het in dergelijke gevallen
beter zijn met een aangepaste belichtingscompensatie te werken in
plaats van met de meetwaarde-registratie. Hetzelfde geldt in het
geval dat u meerdere foto's met een identieke belichting wilt
maken. De ter beschikking staande waarden zijn +3 t/m -3EV in
1⁄3EV-stappen.
selecteren
Instellen in het submenu op de schaal d.m.v. of met het
rechter duimwiel
Om te bevestigen Set aanraken
Als aan het linker instelwiel de functie
EV
wordt toegekend, kunt
u daarmee de gewenste correctiewaarde rechtstreeks selecteren.
Als er een correctiewaarde is ingesteld, verschijnt deze op het
LCD-scherm zo EV+3 . Tijdens het instellen kunt u het effect op
het donkerder of lichter wordende LCD-scherm bekijken.
NL
159
Opnamemodus
Aanwijzingen:
Als u de belichting handmatig instelt, is belichtingscompensatie
alleen mogelijk via de menubediening.
Een ingestelde belichtingscompensatie blijft actief - ook na een
aantal opnamen en zelfs als de camera wordt uitgezet - totdat hij
weer op ±0 (= midden van de schaal) wordt ingesteld.
Automatische belichtingsreeksen
Onderwerpen met veel contrast die zowel zeer heldere als zeer
donkere gebieden omvatten, kunnen - afhankelijk van de belichting
- zeer verschillende resultaten opleveren.
Met de automatische belichtingsreeks kunt u een reeks van drie
opnamen met verschillende belichtingsniveaus maken. Daarna kunt
u de meest gelukte foto voor verder gebruik uitkiezen.
selecteren
Instellen in het submenu op de schaal d.m.v. of met het
rechter duimwiel
Om te bevestigen Set aanraken
Als u een belichtingsreeks instelt, wordt deze op het LCD-
scherm weergegeven met een pictogram. Tijdens de opnamen
kunt u het effect op het donkerder of lichter wordende LCD-
scherm bekijken.
Aanwijzingen:
Als u een belichtingsreeks instelt, wordt deze op het LCD-
scherm weergegeven met een
. Tijdens de opnamen kunt u
het effect op het donkerder of lichter wordende LCD-scherm
bekijken.
Afhankelijk van het belichtingsprogramma worden de gradaties
gegenereerd door het wijzigen van de sluitertijd (
P/A/M) of het
diafragma (
T).
De volgorde van de opnamen is: correcte belichting/onderbe-
lichting/overbelichting.
Afhankelijk van de beschikbare combinatie sluitertijd/diafragma
kan het werkgebied van de automatische belichtingsreeks
beperkt zijn.
Een ingestelde belichtingscompensatie blijft actief - ook na een
aantal opnamen en zelfs als de camera wordt uitgezet - totdat hij
weer op ±
0 (= midden van de schaal) wordt ingesteld.
NL
160
Opnamemodus
VIDEO-OPNAMEN
Met de Leica TL kunt u ook video-opnamen maken.
Aanwijzingen:
Aangezien slechts een deel van het sensoroppervlak wordt gebruikt,
zal de effectieve brandpuntsafstand wordt vergroot, d.w.z. dat een
beelduitsnede ook dienovereenkomstig kleiner zal zijn.
Ononderbroken video-opnamen zijn tot een maximale lengte van
29 minuten mogelijk.
De volgende opties zijn hiervoor beschikbaar:
Resolutie:
In
de gewenste instelling selecteren
ISO-gevoeligheid:
Alle menu-instellingen beschikbaar
Afstandsinstelling:
Alle op de pagina's 144-149 beschreven opties.
Belichtingsmeetmethoden:
Alle varianten die op de pagina 150 staan beschreven
Belichtingsregeling
Dit is volledig onafhankelijk van het voor foto's ingestelde belich-
tingsprogramma of de respectieve sluitertijd- en diafragma-instel-
lingen.
Sluitertijd: Afhankelijk van de geselecteerde VIDEO RESOLUTION
1⁄50s of 1⁄60s
Diafragma: Automatisch
Als de correcte belichting, zelfs met de grootste diafragma-in-
stelling niet mogelijk is, wordt de ISO-gevoeligheid automatisch
verhoogd - ongeacht de handmatige instelling.
Aanwijzing:
De automatische belichtingsregeling houdt rekening met alle
schommelingen in de helderheid. Als dit niet gewenst is, bijv. bij
landschapsfotografie en panorama's, moet u de sluitertijd handma-
tig in te stellen.
Film-voorkeuze-instellingen, contrast, scherpte, kleurverza-
diging:
Alle op de pagina's 142-143 eschreven varianten, maar in dit
geval alleen de witbalans-, contrast-, verzadigings- en scherpte-in-
stellingen gewijzigd (zie tabel op pag.206).
Stabilisatie:
In
de gewenste instelling selecteren
Aanwijzing:
Bij gebruik van de video-stabilisatie wordt de beelduitsnede iets
verkleind t.o.v. van opnamen zonder stabilisatie.
NL
161
Opnamemodus
Starten / stoppen van de opname
Starten:
Druk op de video-opnameknop
Een lopende video-opname wordt aangegeven door een
knipperende rode stip. Bovendien wordt de resterende opna-
metijd weergegeven.
Afsluiten:
Druk opnieuw op de video-opnameknop
Geluidsopname
Het geluid wordt in stereo opgenomen d.m.v. de ingebouwde
microfoons.
Ter vermindering van mogelijk windruis, veroorzaakt tijdens geluids-
opname, is er een dempingsoptie beschikbaar:
In
de gewenste instelling selecteren
Aanwijzing:
Zowel de automatische afstandsinstelling (autofocus), alsook de
aanpassing van de brandpuntsafstand van zoomobjectieven produ-
ceren geluiden die eveneens worden opgenomen.
Dit kan worden voorkomen als u tijdens het opnemen beide niet
uitvoert / de afstand handmatig instelt, of de brandpuntsafstand
niet wijzigt.
NL
162
Opnamemodus
FLITSFOTOGRAFIE
MET HET INGEBOUWDE FLITSAPPARAAT
Afb. 51
De Leica TL heeft een ingebouwde flitser. In de ruststand is deze
verzonken in de camera en uitgeschakeld. Voor opnamen met flits
moet hij zijn uitgeklapt:
Hoofdschakelaar tot de aanslag naar rechts draaien, d.w.z. tot
over de weerstand heen
Afb. 51
De flitser klapt vervolgens automatisch in zijn functionele stand
omhoog en is daardoor ook ingeschakeld.
De indicatie voor het ingestelde flitsprogramma licht op in het
wit. Als de flitser nog niet volledig geladen is en om die reden
nog niet paraat is, zal hij kort rood knipperen.
Als u zonder flits wilt fotograferen, dient u altijd de flitser in zijn
ruststand te laten, of hem voorzichtig omlaag te drukken tot hij
vastklikt.
Aanwijzingen:
Om de flitsbelichting te bepalen, flitst er kort voor de opname
- en de eigenlijke flits - een meetflits.
Seriebeeldopnamen en automatische verlichtingsreeksen met
flits zijn niet mogelijk. In dat geval verschijnt er geen flitsindica-
tie en de flitser flitst niet, ook al is de flitser omhoog geklapt.
NL
163
Opnamemodus
FLITSMODI
Programma selecteren:
Flitser omhoog klappen
selecteren
In het submenu de gewenste instelling selecteren
De indicatie van het flitsprogramma wordt aangepast.
Als aan het linker instelwiel de functie
wordt toegekend, kunt
u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren.
De geselecteerde modus wordt weergegeven op het LCD-
scherm.
Automatische flitsinschakeling
Dit is een standaard modus. De flits wordt altijd dan automatisch
ingeschakeld, wanneer bij slechte lichtomstandigheden langere
belichtingstijden tot onscherpe opnamen zouden kunnen leiden.
Automatische flits- en voorflitsinschakeling
Voor vermindering van het "rode-ogen"-effect bij het fotograferen
met flits van mensen. Het is aan te bevelen dat mensen niet direct
in de lens kijken. Omdat het effect intensiever is naarmate bij
weinig licht de pupillen zich verwijden, dient u bijv. bij binnenopna-
men zoveel mogelijk licht aan te doen, zodat de pupillen zich
vernauwen. Door de voorflits, die bij indrukken van de ontspanner
kort voor de opname opflitst, vernauwen zich de pupillen van de
mensen die naar de camera kijken, zodat het “rode-ogen-effect”
wordt gereduceerd.
Handmatige flitsinschakeling
Voor tegenlichtopnamen waarbij het hoofdonderwerp het frame
niet vult en zich in de schaduw bevindt, of in gevallen waarin u
hoge contrasten (bijv. in direct zonlicht) wilt reduceren (invulflit-
sen). Zolang dit programma geactiveerd is, wordt het flitsapparaat,
onafhankelijk van de heersende lichtomstandigheden, voor elke
opname ingeschakeld. Het flitsvermogen wordt afhankelijk van de
gemeten helderheid geregeld: bij slecht licht net als in de automati-
sche modus en bij toenemende helderheid met een steeds lager
vermogen. De flitser werkt dan als invullend licht, bijvoorbeeld om
donkere schaduwen op de voorgrond of onderwerpen in tegenlicht
te verlichten en om in het geheel een evenwichtigere belichting te
creëren.
Handmatige flits- en voorflitsinschakeling
Voor een combinatie van de bovenstaande situaties en/of opties.
NL
164
Opnamemodus
Automatische flitsinschakeling met voorflits en langere
sluitertijden
Voor gelijktijdig aangepaste d.w.z. lichtere weergave van vooral een
donkere achtergrond en flitsinvulling van de voorgrond. Om het
risico van bewegingen te verminderen, wordt de sluitertijd bij de
andere modi met flitsinschakeling met niet meer dan 1⁄30s ver-
lengd. Daarom wordt bij opnamen met flits de achtergrond vaak
sterk onderbelicht.
Voor een goede balans t.o.v. het bestaande omgevingslicht worden
de in een dergelijke situatie nodige langere belichtingstijden (t/m
30 s) daarom in deze gevallen getolereerd.
Aanwijzingen:
Afhankelijk van de AUTO ISO SETTINGS kan het zijn dat de
camera langere sluitertijden niet ondersteunt, omdat in derge-
lijke gevallen de verhoging van de ISO-gevoeligheid voorrang
heeft.
De langste sluitertijd kan worden ingesteld met Slowest Speed
.
Automatische flits- en voorflitsinschakeling met langere
sluitertijden
Voor een combinatie van de laatstgenoemde situaties en/of
opties.
Aanwijzing:
Om bewogen opnamen bij de langere sluitertijden in de program-
ma's
en te vermijden, moet u de camera goed stilhou-
den, d.w.z. ergens op steunen of een statief gebruiken. U kunt ook
kiezen voor een hogere gevoeligheid.
Flitsbereik
Het nuttige flitsbereik is afhankelijk van de handmatig ingestelde
ofwel door de camera geregelde diafragma- en gevoeligheidswaar-
den. Voor voldoende verlichting met flitslicht is het van belang dat
het onderwerp zich binnen het bereik van de flitser bevindt.
NL
165
Opnamemodus
Synchronisatietijdstip
Bij flitsopnamen bestaat de verlichting uit twee lichtbronnen: het
aanwezige licht en het flitslicht. De flitstiming bepaalt in de regel
waar alle of de meeste van de door de flits verlichte delen van het
onderwerp in het beeldveld worden afgebeeld.
Bij de gebruikelijke flitstiming, aan het begin van de belichting, kan
dit leiden tot schijnbare tegenstellingen, zoals een voertuig dat is
door zijn eigen lichtsporen lijkt te worden "ingehaald".
De Leica TL stelt u in staat tussen dit gebruikelijke flitsontstekings-
tijdstip en het einde van de belichting te kiezen:
In
de gewenste instelling selecteren
In het tweede geval zullen in het bovenstaande voorbeeld de
lichtsporen van de auto, zoals verwacht, het voertuig lijken te
volgen. Deze flitstechniek verleent de foto een natuurlijkere impres-
sie van beweging en dynamiek.
Aanwijzing:
Bij het flitsen met kortere sluitertijden is er, behalve bij zeer snelle
bewegingen, nauwelijks verschil tussen de beide flitstijdstippen.
Flits-belichtingscorrecties
Met deze optie kan de flitsbelichting onafhankelijk van de belich-
ting door het aanwezige licht gericht afgezwakt of versterkt wor-
den, bijv. om bij een buitenopname 's avonds het gezicht van een
persoon op de voorgrond lichter te maken, terwijl de lichtsfeer
behouden blijft.
In
selecteren
Instellen in het submenu op de schaal d.m.v. of met het
rechter duimwiel
Om te bevestigen
SET aanraken
Als u een belichtingscompensatie instelt, wordt deze op het
LCD-scherm weergegeven met een .
Aanwijzingen:
Flits-belichtingscompensatie verandert het bereik van de flitser.
Een ingestelde compensatie blijft actief - ook na een aantal
opnamen en zelfs als de camera wordt uitgezet - totdat hij weer
op ±
0 (= midden van de schaal) wordt ingesteld.
NL
166
Opnamemodus
Met externe flitsers
Afb. 52
Dankzij de ISO-flitsschoen van de Leica TL kunt u ook sterkere,
externe flitsers gebruiken. Wij raden u aan de Leica flitsers te
gebruiken.
Afb. 52
Flitser plaatsen
Camera en flitser uitschakelen
Trek het kapje dat de flitsschoen en de aansluiting beschermt als
ze niet worden gebruikt, naar achteren
Bij het plaatsen moet u erop letten, dat u de voet volledig in de
flitsschoen schuift en, indien aanwezig, met de klemmoer tegen
ongewild loskomen en vallen beschermt. Dit is belangrijk omdat
veranderingen in de positie in de flitsschoen de contacten
kunnen onderbreken en dus storingen kunnen veroorzaken.
Zodra u een externe flitser hebt gemonteerd, worden de vaste
flitsprogramma's met voorflits (
/ / ) op de verder gelijke
programma's zonder voorflits ( / / ) omgezet en ook zo weer-
gegeven. Als u de flitser verwijdert, schakelt de camera echter
weer terug naar het ingestelde programma.
NL
167
Opnamemodus
Aanwijzingen:
Voor het gebruik van externe flitsers moet de ingebouwde flitser
zijn ingeklapt.
Wanneer er een externe flitser is bevestigd, moet hij ook worden
ingeschakeld, d.w.z. paraat zijn, omdat dit anders verkeerde
belichting en foutmeldingen van de camera tot gevolg heeft.
Gelijktijdig gebruik van de elektronische zoeker Leica Visoflex is
niet mogelijk.
NL
168
Opnamemodus
OVERIGE FUNCTIES
BEELDSTABILISATIE
Vooral bij slecht licht kan de vereiste sluitertijd te lang zijn om
scherpe opnamen te maken, zelfs als de
AUTO ISO-optie aanstaat.
De Leica TL komt met een functie die zelfs bij zeer lange sluitertij-
den vaak nog scherpe opnamen doet slagen:
In
de gewenste instelling selecteren
Aanwijzingen:
Met deze functie maakt de camera zelfstandig twee opnamen na
elkaar (het ontspannergeluid is tweemaal te horen). Daarna com-
bineert de functie de opnamen met digitale beeldverwerking tot
één opname.
Houd de camera stil tot na de tweede opname.
Aangezien de camera twee opnamen maakt, kan de optie alleen
worden gebruikt voor statische onderwerpen.
Beeldstabilisatie is alleen mogelijk met sluitertijden die variëren
van 1⁄4s t/m 1⁄30s en gevoeligheden tot maximaal ISO 800. Hij
is niet beschikbaar bij serieopnamen, automatische belichtings-
reeksen en in combinatie met de zelfontspanner, flitsen en het
DNG-bestandsformaat.
Bij gebruik van een SL-objectief met beeldstabilisatie op de
Leica TL wordt de beeldstabilisatie door middel van deze functie
in- of uitgeschakeld.
Zelfontspanner
Met de zelfontspanner kunt u een opname met een vertraging van
naar wens 12 of 2 seconden maken. Dit is bijv. bij groepsopnamen
heel handig, waarbij u zelf ook in beeld wilt verschijnen of wanneer
u bewegingsonscherpte bij het afdrukken wilt vermijden. In zulke
gevallen is het raadzaam de camera op een statief te bevestigen.
Instellen:
In
de gewenste instelling selecteren
Als aan het linker instelwiel de functie wordt toegekend, kunt
u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren.
Wanneer de zelfontspanner wordt gebruikt, verschijnt er of .
Bediening:
Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken
De voorlooptijd wordt aangegeven door het knipperende lampje
van de zelfontspanner:
12s voorlooptijd: eerst langzaam, dan sneller tijdens de
laatste 2s
2s voorlooptijd: net als hiervoor tijdens de laatste 2s
Op het LCD-scherm telt de resterende tijd af.
Aanwijzingen:
Een reeds lopende voorlooptijd kan op elk gewenst moment
opnieuw worden gestart door de ontspanner in te drukken.
U kunt de voorlooptijd alleen annuleren door de camera uit te
schakelen.
Als de zelfontspanner geactiveerd is, zijn er altijd slechts afzon-
derlijke opnamen mogelijk, d.w.z. serieopnamen evenals auto-
matische belichtingsreeksen kunnen niet met de zelfontspan-
ner-modus worden gecombineerd.
Tijdens zelfontspanning vindt instelling van scherpte en belich-
ting niet plaats bij het drukpunt van de ontspanner, maar pas
direct voor de opname.
NL
169
REGISTRATIE VAN OPNAMELOCATIE MET GPS
De optionele externe zoeker Leica Visoflex (Typ 020) bevat een
GPS-ontvanger (GPS = Global Positioning System). Als de zoeker is
geplaatst, kan de camera de locatie-coördinaten aan de opname-
gegevens toevoegen.
Instellen van de functie
In
de gewenste instelling selecteren
Het pictogram "satelliet" op het LCD-scherm geeft de huidige
status weer:
GPS is uitgeschakeld: geen indicatie
GPS ingeschakeld, geen receptie:
GPS ingeschakeld en receptie:
Opmerkingen bij deze functie:
Voorwaarde voor de GPS-positiebepaling is een "vrij zicht" naar
minstens 3 GPS-satellieten (van de in totaal 24 satellieten zijn er
op elke plek ter wereld 9 beschikbaar).
Let erop dat de zoeker niet door uw hand of door andere voor-
werpen (vooral geen metalen) wordt bedekt.
Een foutloze ontvangst van signalen van GPS-satellieten is
bijvoorbeeld op de volgende plaatsen of situaties eventueel niet
mogelijk. In dergelijke gevallen zal er geen of slechts een gebrek-
kige positiebepaling mogelijk zijn.
in gesloten ruimtes
onderaards
onder bomen
in een bewegend voertuig
in de buurt van hoge gebouwen of in nauwe dalen
in de buurt van de hoogspanningsleidingen
in tunnels
in de buurt van de 1,5 Ghz mobiele telefoons
Aanwijzing voor veilige toepassing:
Denkt u er aan bijv. aan boord van een vliegtuig voor het starten of
landen, in ziekenhuizen en op plaatsen waar radioverkeer aan
beperkingen onderworpen is, altijd de GPS-functie uit te schakelen.
Belangrijk (juridische gebaseerde gebruiksbeperkingen):
In bepaalde landen of regio's is het gebruik van GPS en daarmee
samenhangende technologieën zo mogelijk beperkt. Voor reizen
naar het buitenland dient u zich in elk geval bij de ambassade van
het betreffende land, resp. uw reisorganisatie hierover te informe-
ren.
Opnamemodus
NL
170
Weergavemodus
WEERGAVEMODUS
Tussen opnamen maken en bekijken wisselen
Afb. 53a/b
INFO
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
Opnamemodus
Weergavemodus
Afb. 53a Afb. 53b
Aanwijzingen:
Vanuit de weergavemodus kunt u op elk moment overschakelen
naar opnamemodus door de ontspanner maar aan te tippen.
Vanuit de menubediening moet u eerst de opnamemodus star-
ten voordat u naar de weergavemodus kunt gaan.
In het weergavemenu kunt u kiezen of u de opnamen van de
kaart of die van het interne geheugen wilt bekijken.
Als er geen beeldbestand op de geheugenkaart of in het interne
geheugen is, verschijnt
No valid image to play.
Wanneer u met de serieopname-optie of de automatische belich-
tingsreeks fotografeert, zal vooralsnog de laatste foto van de
serie, resp. de laatste op de geheugenkaart opgeslagen foto van
de serie, worden getoond – mits op dat moment nog niet alle
opnamen van de serie door het interne buffergeheugen van de
camera naar de kaart zijn overschreven.
Bestanden die niet zijn opgenomen met deze camera kunnen er
eventueel niet mee worden weergegeven.
In sommige gevallen zal de weergave op het LCD-scherm niet de
gebruikelijke kwaliteit hebben, of het scherm blijft zwart en geeft
alleen de bestandsnaam weer.
Automatische weergave
U kunt elke opname automatisch onmiddellijk erna laten weerge-
ven:
selecteren
In het DURATION-submenu de gewenste functie en/of tijdsduur
kiezen
In het HISTOGRAM-submenu de gewenste instelling selecteren
Aanwijzing:
Met
AUTO REVIEW weergegeven opnamen in portretformaat ver-
schijnen eerst ongeroteerd, ook al is de
AUTO ROTATE-functie
ingeschakeld. Met
kunt u de foto roteren.
NL
171
Weergavemodus
OPNAMEN STAAND WEERGEVEN
Wanneer de camera tijdens de opname horizontaal wordt gehou-
den, zal de opname meestal ook op deze manier worden weergege-
ven. Bij opnamen in staand formaat, d.w.z. met de camera verti-
caal, kan het bij het bekijken van de opnamen, terwijl u de camera
horizontaal vasthoudt, onpraktisch zijn dat het beeld niet als een
staand beeld wordt weergegeven.
De oplossing:
selecteren
In het submenu de gewenste instelling selecteren
Als u
On selecteert, worden portretopnamen automatisch staand
weergegeven.
Aanwijzingen:
Verticale opnamen die staand worden weergegeven, zijn noodza-
kelijkerwijs veel kleiner.
Deze optie is in de automatische weergave niet beschikbaar.
OPNAMEN SELECTEREN
Met gebarenbesturing
Afb. 54a/b
Afb. 54a
Afb. 54b
Met het linker instelwiel
Afb. 55a/b
Afb. 55a Afb. 55b
Door naar rechts te vegen, ofwel het instelwiel naar rechts te
draaien, gaat u naar de opnamen met de hogere nummers - door
naar links te vegen of het instelwiel naar links te draaien naar de
lagere nummers. De opnamen worden weergegeven in een einde-
loze lus. Als de meest recente opname bereikt is, verschijnt de
eerste weer.
NL
172
Weergavemodus
OPNAMEN VERGROTEN/VERKLEINEN
Met de vergrote weergave kunt u de scherpte nauwkeuriger beoor-
delen. Vergroten en verkleinen doet u met
/ -gebaren
Afb.
56a/b
of met het rechter instelwiel
Afb. 57a/b
. Met het -gebaar
bereikt u in twee stappen de maximale vergroting
Afb. 58a-c
.
Afb. 56b
Afb. 57b
INFO
INFO
Afb. 56a
Afb. 57a
Afb. 58b
Afb. 58c
INFO
Afb. 58a
Aanwijzing:
Door het aanraken van het scherm op het gewenste punt, kunt u
opgeven, welk deel van de opname moet worden vergroot.
Gelijktijdige weergave van 9 opnamen
De weergave van 9 verkleinde opnamen geeft u een overzicht en/
of een bepaalde opname is sneller terug te vinden
Afb. 59a/b / Afb.
60a/b.
Afb. 59b
Afb. 60b
INFO
INFO
Afb. 59a
Afb. 60a
Aanwijzingen:
Video's kunnen niet worden vergroot.
Tijdens de vergrote/9-voudige weergave kunt u de bijkomende
informatie niet bekijken.
Hoe sterker de opname wordt vergroot, hoe minder – door de
naar verhouding kleinere resolutie – de weergavekwaliteit wordt.
Met andere typen camera's gemaakte opnamen kunnen eventu-
eel niet worden vergroot.
NL
173
Weergavemodus
Opname in 9-voudige overzicht selecteren
Afb. 61a/b
Afb. 61a Afb. 61b
9-voudig overzicht verlaten
Afb. 62a/b / 63a/b
INFO
Afb. 62a
Afb. 62b
Afb. 63a
1/80002.8F 12500ISO EV
A
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
Afb. 63b
INFO
BEELDUITSNEDE SELECTEREN
Afb. 64a/b
In een vergrote opname kunt u de vergrote uitsnede vanuit het
midden verplaatsen, om bijv. details nauwkeuriger te bekijken die
niet in het midden liggen.
Afb. 64a
Afb. 64b
De positie waar de uitsnede zich binnen de opname ongeveer
bevindt, wordt aangeduid.
NL
174
Weergavemodus
WEERGAVEMENU
Het weergavemenu bevat een aantal functies die in submenu's
moeten worden ingesteld.
Weergavemenu oproepen
Afb. 65a/b
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 65b
INFO
Afb. 65a
Behalve met de hier en op de volgende pagina's beschreven reine
gebarenbesturing kunt u verscheidene bedieningsstappen ook met
één van de instelwielen uitvoeren
Afb. 66a/b / Afb. 67a/b
.
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 66a Afb. 66b
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 67a
Afb. 67b
Diashow
U kunt de Leica TL dusdanig instellen dat de opnamen automatisch
in successie worden getoond. Binnen deze functie kan worden
bepaald of alle opnamen, of alleen uw favorieten moeten worden
getoond of alleen foto's, of alleen video's. U kunt ook kiezen voor
hoe lang de opnamen moeten worden weergegeven, en of de
diashow moet worden herhaald totdat u hem stopt. Het submenu
Diavoorstelling verschijnt al als u het weergavemenu opent.
De andere handelingen voert u uit in de betreffende submenu's:
Instellingen in
DURATION
REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
en
DURATION
REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Starten met
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
,
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLY
PICTURES ONLY
,
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLY
PICTURES ONLY
of
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Aanwijzing:
Uw instellingen in DURATION en REPEAT blijven behouden, ook na
het in- en uitschakelen van de camera.
Diavoorstelling afsluiten
Afb. 68a/b
Afb. 68a
INFO
Afb. 68b
NL
175
Weergavemodus
Opnamen als favorieten markeren / markering opheffen
U kunt een opname als favoriet markeren, bijvoorbeeld om hem
snel terug te vinden.
Opnamen beveiligen / wisbeveiliging opheffen
Opnamen die u tegen per ongeluk wissen wilt beveiligen, kunt u als
zulks markeren.
De bedieningsmethode voor markeren en beveiligen is dezelfde, ze
verschillen alleen in de manier waarop u de submenu's start:
voor favorieten, voor beveiliging. Hier worden ze, als voor-
beeld, voor favorieten beschreven.
Individueel markeren
Afb. 69a-c
MULTISINGLE
FAVORITE
SET
Afb. 69b
Afb. 69c
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 69a
In de 3e stap kunt u markeren door aan te raken of de SET-in-
dicatie.
NL
176
Weergavemodus
Meerdere markeren
Afb. 70a-c
MULTISINGLE
Afb. 70b
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 70a
FAVORITE
Afb. 70c
Markeringen verwijderen
Markeringen kunnen in de 3e stap weer worden verwijderd door
of aan te raken.
Aanwijzingen:
Als u probeert beveiligde beelden te wissen, zullen er waarschu-
wingen verschijnen. Wilt u deze opnamen toch wissen, dan
verwijdert u de beveiliging zoals hierboven beschreven.
Ook beveiligde opnamen worden gewist bij het formatteren.
Opnamen wissen
Opnamen op de geheugenkaart en in het interne geheugen kunt u
altijd wissen - individueel of allemaal tegelijk.
Wismenu oproepen
Afb. 71a/b
INFO
Afb. 71a
Delete
Single
Multi
All
Afb. 71b
Individuele opnamen wissen
Afb. 72a / b
1/80002.8F 12500ISO EV
-3 2 1 0 21 3+
823412MP
INFO
Afb. 72b
Delete
Single
Multi
All
Afb. 72a
NL
177
Weergavemodus
Meerdere opnamen verwijderen
Afb. 73a-e
SET
Afb. 73b
Afb. 73c
Delete
Single
Multi
All
Do you really want
to delete all
marked images?
NO
YES
SET
Afb. 73a
Afb. 73d
Afb. 73e
Alle opnamen wissen
Afb. 74a / b
Do you really want to
delete all images?
NO
YES
Afb. 74b
Delete
Single
Multi
All
Afb. 74a
Aanwijzingen:
Alleen bij SINGLE:
Na het wissen verschijnt de volgende opname. Als de opname
beveiligd is, zal hij nog steeds zichtbaar zijn en er verschijnt een
melding
This image is protected op het scherm.
Alleen bij MULTI:
Opnamen die al voor beveiliging zijn gemarkeerd, kunnen niet
worden gemarkeerd voor wissen. Als dit toch wordt geprobeerd,
verschijnt er kort een melding.
Alleen bij ALL:
Na succesvol wissen, verschijnt de melding
No valid image to
play. Als het wissen niet is gelukt, verschijnt de originele
opname weer.
Wanneer u meerdere of alle opnamen wist, kan er, vanwege de
tijd die nodig is voor de verwerking van de gegevens, tijdelijk
een melding op het scherm verschijnen.
Als sommige opnamen wisbeveiliging hadden, zal kort Protec-
ted images were not deleted verschijnen. Vervolgens wordt de
eerste van deze beveiligde opnamen getoond.
Bij beveiligde opnamen moet de wisbescherming eerst worden
opgeheven, voordat ze kunnen worden gewist.
De wis- en beveiligingsfuncties hebben altijd uitsluitend betrek-
king op de opnamen op de bron (geheugenkaart/intern geheu-
gen) die u hebt geselecteerd in het weergavemenu.
Belangrijk:
Na het wissen van de opnamen, kunt u ze niet meer bekijken.
NL
178
Weergavemodus
Weergavebron selecteren
Afb. 75a-c
Aanwijzing:
Deze functie staat niet ter beschikking als er een geheugenkaart is
geplaatst.
SD CARD
INTERNAL MEMORY
Afb. 75b
Afb. 75c
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 75a
Het selecteren van de bron bepaalt niet alleen welke opnamen
zullen worden weergegeven, maar ook op welke opnamen de
functies
, , en betrekking hebben.
Opnamegegevens van intern geheugen naar geplaatste
geheugenkaart of andersom kopiëren
Wanneer de kaart is geplaatst, zal de Leica TL de gegevens weg-
schrijven naar de kaart. Als er geen kaart is, naar het interne
geheugen. U kunt de beeldgegevens altijd van hun oorspronkelijke
opslaglocatie naar de andere kopiëren - binnen de beperkingen van
de voorhanden opslagcapaciteit. De kopieerrichting wordt bepaald
door de geselecteerde weergavebron: is het interne geheugen
geselecteerd, worden de gegevens van daar naar de geheugenkaart
gekopieerd en vice versa.
Alle opnamen / als favorieten gemarkeerde opnamen
Afb. 76a / b
De bediening is hetzelfde voor beide functies. Het enigste verschil
is uw keuze: zoals in het voorbeeld
FAVORITES ONLY, of ALL.
#
MULTI ALL FAVORITES ONLY
Afb. 76b
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 76a
Na ca. 3 seconden begint de gegevensverwerking.
Vanwege de tijd die hiervoor nodig is, volgt er een melding over.
Na afloop van het succesvolle kopiëren verschijnt er een bevesti-
gingsmelding.
NL
179
Weergavemodus
Meerdere opnamen kopiëren
Afb. 77a-e
MULTI ALL FAVORITES ONLY
Afb. 77b
DURATION REPEAT
PLAY ALL
FAVORITE ONLY
VIDEOS ONLYPICTURES ONLY
Afb. 77a
Afb. 77d
Afb. 77e
COPY MULTI
INTERNAL SD CARD
SET
COPY MULTI
INTERNAL SD CARD
SET
COPY MULTI
INTERNAL SD CARD
SET
Afb. 77c
Na ca. 3 seconden begint de gegevensverwerking.
Vanwege de tijd die hiervoor nodig is, volgt er een melding over.
Na afloop van het succesvolle kopiëren verschijnt er een bevesti-
gingsmelding.
Vanaf
Afb. 77 C
kunt u de gewenste opnamen in plaats van met
gebarenbesturing ook met de instelwielen selecteren.
De SET-indicatie wordt dan vervangen door .
Ca. 2 sec. na uw laatste markering verandert de indicatie weer en
u kunt nu doorgaan met
Afb. 77e
.
NL
180
Weergavemodus
Videoweergave
Als er een video-opname is geselecteerd, verschijnt er
PLAY > op
het LCD-scherm.
Afspelen starten
Afb. 78
INFO
Afb. 78
Video- en audio-bedieningspictogrammen oproepen
Afb. 79a / b
16:12
16:12
1
5 6 7
2 4
3
Afb. 79a Afb. 79b
1 Verstreken tijd
2 Voortgangsbalk met touchscreen
3 Pauze
4 Volume
5 Video's inkorten
6 Twee video's verbinden
7 Terug naar begin video
Aanwijzing:
De controle-symbolen gaan uit na 3s.
NL
181
Weergavemodus
Afspelen vanaf een gewenst punt voortzetten
Afb. 80a/b
16:12
Afb. 80a
18:26
Afb. 80b
Afspelen pauzeren
Afb. 81a/b
16:12
Afb. 81a
16:12
Afb. 81b
Afspelen afsluiten
Afb. 82a/b
16:12
Afb. 82a
INFO
Afb. 82b
Volume instellen
Afb. 83a/b
16:12
Afb. 83a
16:12
Afb. 83b
Aanwijzing:
In de onderste positie van de balk is de geluidsweergave uitgescha-
keld, het volumesymbool wisselt naar
.
NL
182
Weergavemodus
Video-opnamen knippen en plakken
De Leica TL biedt twee verschillende manieren om een opgenomen
video te knippen.
Begin- en eindstukken wegknippen
Afb. 84a-e
16:12
Afb. 84a
Afb. 84d
Afb. 84c
Afb. 84e
16:12
SAVE
16:12
SAVE
11:30
SAVE
SAVE AS NEW
OVERWRITE
REVIEW CLIP
12:36
1
2 3
Afb. 84b
Voortzetting van de bediening, zie volgende pagina, rechter
kolom.
Knippen van een bepaalde scène
Afb. 85a-f
16:12
Afb. 85a
Afb. 85d
Afb. 85f Afb. 85e
Afb. 85c
Afb. 85b
SAVE
SAVE AS NEW
OVERWRITE
REVIEW CLIP
12:36
SAVE
SAVE
SAVE
Tijdens het proces worden de tijd (1) en de beelden van start- en
eindpunt weergegeven (
2/3)
Voortzetting van de bediening, zie volgende pagina, rechter
kolom.
Aanwijzing:
Knippen is in 1-seconde-stappen mogelijk, dus moet de resulte-
rende video een lengte van ten minste 3 sec. hebben.
NL
183
Weergavemodus
Twee video-opnamen met elkaar verbinden
Afb. 86
SET
Afb. 86b
2 1
SET
Afb. 86cAfb. 86d
16:12
Afb. 86a
1
SAVE AS NEW
OVERWRITE
REVIEW CLIP
Voortzetting van de procedure: zie rechter kolom.
Aanwijzing:
Per verbindingsprocedure kunt u 2 video's selecteren. De volgorde
is aangegeven met
1
en
2
.
Zowel bij het knippen als bij het verbinden van de video's verloopt
de procedure door selectie van een van de drie punten in het
submenu
Afb. 84e, 85f, 86d
op dezelfde manier:
SAVE AS NEW selecteren
De nieuwe video wordt extra opgeslagen, het origineel blijft behou-
den.
OVERWRITE selecteren
De nieuwe video wordt opgeslagen, maar het origineel wordt
gewist.
REVIEW CLIP selecteren
De nieuwe video wordt weergegeven. Hij wordt niet opgeslagen en
het origineel wordt ook niet gewist.
In alle drie gevallen verschijnt er, vanwege de tijd die nodig is
voor de verwerking van de gegevens, eerst een overeenkomstige
melding op het scherm en vervolgens de openingsscène van de
nieuwe video.
NL
184
Overige zaken
OVERIGE ZAKEN
GEBRUIKERSPROFIELEN
In de Leica TL kunt u naar wens combinaties van alle menu-instel-
lingen permanent opslaan, bijv. om ze wanneer u maar wilt bij
terugkerende situaties/onderwerpen snel en eenvoudig te kunnen
oproepen. Voor zulke combinaties staan er in totaal drie geheugen-
plaatsen ter beschikking. Natuurlijk kunt u alle menu-opties ook
weer op de fabrieksinstellingen terugzetten:
Profielen aanmaken
Stel de gewenste opties in het menu in,
selecteren
In het 1e submenu SAVE AS PROFILE selecteren
In het 2e submenu de gewenste profiel-geheugenplaats selecte-
ren
Profielen toepassen
selecteren
In het submenu het gewenste USER PROFILE (1-3) selecteren
Alle menu-instellingen naar de fabrieksinstellingen terugzet-
ten
selecteren
In het submenu DEFAULT PROFILE selecteren
Aanwijzing:
In tegenstelling tot de
-functie worden uw instellingen van tijd,
datum en taal evenals de instellingen, die in de profielen 1-3
werden opgeslagen, met
DEFAULT PROFILE niet teruggezet.
Terugzetten van alle individuele instellingen
Met deze optie kunnen alle eigen instellingen in het menu in één
keer op de fabrieksinstellingen worden teruggezet.
selecteren
Er verschijnt een scherm met een vraag
Bevestigen - YES of verwerpen - NO
Aanwijzing:
Dit herstel geldt voor alle instellingen, dus niet alleen de d.m.v.
SAVE AS PROFILE opgeslagen profielen, maar ook die in Date/Time
en
Language. Vóór het resetten kunt u echter selecteren of de
netwerkinstellingen en de gebruikersprofielen moeten worden
behouden. Als de camera dan voor het eerst wordt ingeschakeld,
begint weer de welkomstvideo. De rest van deze procedure staat
beschreven in de secties "Hoofdschakelaar", "Menutaal" en
"Datum/tijd".
NL
185
Overige zaken
Nummering van opnamebestanden terugzetten
De Leica TL slaat de opnamebestanden op met nummers in oplo-
pende volgorde, die op hun beurt worden opgeslagen in mappen
die automatisch worden aangemaakt. Daarom bestaat de naam
van de opgenomen bestanden altijd uit acht tekens, "
L" voor de
(Leica) camera, drie cijfers voor de map en vier cijfers voor de
opname, bijvoorbeeld „
L1001234“. U kunt dit nummersysteem
resetten wanneer u maar wilt:
selecteren
Er verschijnt een scherm met een vraag
Bevestigen - YES of verwerpen - NO
Als u de nummering reset, ofwel de actuele map het nummer 9999
bevat, zal er automatisch een nieuwe map worden aangemaakt en
de nummering zal weer van voren beginnen. Voorbeeld: Laatste
opname voor het resetten "
L1009999", volgende opname
"
L1010001". U kunt hier bijvoorbeeld gebruik van maken om de
opgenomen bestanden overzichtelijker te laten sorteren.
Als mapnummer wordt in principe altijd het betreffende volgende
nummer gebruikt; er zijn maximaal 999 mappen mogelijk.
Als de nummercapaciteit bij „
L9999999“ vol is, verschijnt er op
het LCD-scherm een betreffende waarschuwing en de nummering
moet worden gereset.
Aanwijzingen:
Als er een geheugenkaart is geplaatst, zal alleen de nummering
op de kaart worden gereset; als er geen kaart is, wordt het
interne geheugen gereset.
Als er zich op de geheugenkaart al een opnamebestand met een
hoger nummer bevindt dan het laatst door de camera toegewe-
zen nummer, wordt er volgens de nummering op de kaart verder
geteld.
Om het mapnummer opnieuw op 100 te resetten, formatteert u
de geheugenkaart of het interne geheugen en dan meteen
daarna reset u het fotonummer. Daardoor wordt het fotonummer
(op 0001) teruggezet.
NL
186
Overige zaken
INSTELLEN EN GEBRUIKEN VAN DE WIFI-FUNCTIE
De WiFi-functie van de camera activeren
Afb. 87a/b
selecteren
Selecteer WLAN ON in het submenu
Afb. 87b
Afb. 87a
Er zijn diverse mogelijkheden om via WiFi met de Leica TL te
communiceren.
DIRECT als er geen draadloos netwerk beschikbaar is
of Router om de Leica TL met een beschikbaar draadloos
netwerk te verbinden.
Om toegang tot uw Leica TL te krijgen, kunt u tussen de platfor-
monafhankelijk verbinding
Web Gallery en de
APP Connection kiezen.
Met de functie
Web Gallery hebt u via een webbrowser heel een-
voudig toegang tot uw camera. Een omvattende functionaliteit
maakt
APP Connection mogelijk.
Aanwijzing:
De Leica App TL is verkrijgbaar in de Apple™ App Store™/Google
Play Store™ .
DIRECT
ROUTER
NL
187
Overige zaken
Netwerk selecteren
Afb. 88a/b
Kies nu uit de lijst op het LCD-scherm het netwerk dat u wilt
gebruiken door het eenvoudig aan te raken. Als het netwerk niet
meteen in de lijst verschijnt, kunt u de
SCAN-indicatie aanraken en
naar beschikbare netwerken laten zoeken.
Afb. 88b
Afb. 88c
Afb. 88a
Als u de ADD-indicatie aanraakt, kunt u „onzichtbare“ netwerken
toevoegen door de netwerknaam in te voeren
Afb. 89a/b
. Gebruik
hiervoor het toetsenbord op het scherm.
Afb. 89a Afb. 89b
Toegangsgegevens invoeren
Door aanraken van de
IP Settings-indicatie komt u in het betref-
fende submenu terecht. Hier kunt u, indien nodig, door aanraken
van de
MANUAL-indicatie een vast IP-adres en subnet mask voor
de camera invoeren. Deze twee instellingen worden echter meestal
automatisch door het draadloze netwerk geleverd. Voer nu in het
veld
Password het betreffende wachtwoord in om toegang te
krijgen tot het gewenste netwerk. Als er geen wachtwoord is
vastgelegd voor het netwerk, kunt u dit veld leeg laten.
Toegang met een webbrowser (
Web Gallery)
Afb. 90a-d
Typ in de adresbalk van de webbrowsers het (IP) adres in dat op de
monitor wordt weergegeven. U kunt nu de opnamen die op de
camera zitten bekijken en downloaden.
Afb. 90a Afb. 90b
Afb. 90cAfb. 90d
NL
188
Overige zaken
Toegang met de Leica TL App (APP Connection)
Selecteer eerst in het cameramenu de gewenste verbindingsme-
thode.
Voor een rechtstreekse verbinding met de smartphone of tablet:
DIRECT selecteren
Vervolgens
APP Connection
Op de monitor van de camera worden de netwerknaam (SSID)
en het wachtwoord weergegeven.
Selecteer de gewenste Leica TL in de netwerklijst op uw
smartphone of tablet.
Voor de verbinding via een beschikbaar draadloos netwerk:
ROUTER selecteren
Vervolgens
APP Connection
Selecteer in de geopende lijst met beschikbare draadloze
netwerken het gewenste netwerk
Toegangsgegevens invoeren (gebruiker/wachtwoord).
De nieuwe verbinding wordt automatisch tot stand gebracht. Als u
de app met een andere Leica TL wilt verbinden, selecteert u
DIS-
CONNECT en gaat dan door met het maken van een nieuwe verbin-
ding, zoals hierboven beschreven.
Netwerken beheren
Afb. 91a-c
De instellingen van verschillende netwerken kunt u in het WiFi-
menu onder het punt
MANAGE NETWORKS wissen. Dit wordt
aanbevolen voor draadloze netwerken die zelden of maar een keer
worden gebruikt.
Netwerken met verbinding zijn gemarkeerd met een pictogram (
).
selecteren
Selecteer in het submenu
MANAGE NETWORKS selecteren
Afb. 91a Afb. 91b
Afb. 91c
NL
189
Overige zaken
Netwerknaam van de Leica TL wijzigen
Afb. 92a-d
U kunt voor uw Leica TL een eigen netwerknaam (af fabriek:Lei-
ca-TL-
Serienummer van de camera
) aanmaken. Raakt u hiervoor
in het WiFi-menu van de camera het pictogram
DEVICE-indicatie
aan.
selecteren
Selecteer in het submenu
Device selecteren
Aanwijzing:
De tekens „
AZ“, „az“, „09“, „-„ staan hiervoor ter beschik-
king. Spaties mogen niet worden gebruikt.
Afb. 92c
Afb. 92d
Afb. 92b
Afb. 92c
Aanwijzingen:
Bij toegang via WiFi worden de afbeeldingen maar met 2 MP
resolutie overgedragen. Voor de originele bestanden moet u de
camera via een USB-kabel of de SD-kaart met behulp van een
SD-kaartlezer uitlezen.
Maak altijd alleen verbinding met beveiligde netwerken om
ongewenste toegang tot uw gegevens en uw camera te voorko-
men.
We raden u daarom aan de functie uit te schakelen wanneer
deze niet wordt gebruikt.
Als er een USB-verbinding tussen de camera en een computer
actief is, wordt de WiFi-functie om technische redenen uitge-
schakeld.
Bij deze verbindingsmethode Web Gallery is er geen toe-
gangscontrole. Let er daarom op dat u zich in een beveiligd
draadloos netwerk bevindt.
NL
190
Overige zaken
GEGEVENSOVERDRACHT NAAR EEN COMPUTER VIA EEN
USB-KABELVERBINDING
De Leica TL is compatibel met de volgende besturingssystemen:
Microsoft
®
: Vista
®
/ 7
®
/ 8
®
Apple
®
Macintosh
®
: Mac
®
OS X (10.6) en hoger
Om de gegevens te kunnen overdragen, is de camera uitgerust met
een USB 2.0 high speed-aansluiting.
Met de camera als extern station
Met Windows-besturingssystemen:
De camera wordt door het besturingssysteem herkend als een
extern station en krijgt een stationsletter toegewezen. Draag de
beeldgegevens met behulp van Windows Verkenner over op uw
computer, en sla ze daar op.
Met Mac-besturingssystemen:
De camera verschijnt als opslagapparaat op het bureaublad. Draag
de beeldgegevens met behulp van de Finder over op uw computer,
en sla ze daar op.
Belangrijk:
Gebruik uitsluitend het meegeleverde USB-kabel.
Terwijl de gegevens worden overgedragen, moet de USB-kabel-
verbinding niet worden onderbroken, anders kunnen de compu-
ter en/of camera "crashen". Eventueel kan de geheugenkaart
onherstelbaar beschadigd raken.
Zolang gegevens worden overgedragen, mag de camera niet
worden uitgeschakeld of zichzelf door onvoldoende batterijspan-
ning uitschakelen, omdat de computer anders kan "crashen".
Om dezelfde reden mag de batterij bij geactiveerde verbinding in
geen geval worden verwijderd. Als de capaciteit van de batterij
tijdens de overdracht van gegevens laag wordt, verschijnt de
afbeelding INFO met een knipperende weergave van de batterij-
capaciteit. Beëindig in dat geval de gegevensoverdracht, schakel
de camera uit en laadt de batterij op.
Gegevensoverdracht naar een computer m.b.v. kaartlezers
Beeldgegevens kunnen ook met kaartlezers voor SD-/SDHC/
SDXC-geheugenkaarten worden overgedragen. Voor computers
met een USB–poort zijn er passende externe kaartlezers verkrijg-
baar.
Aanwijzing:
De Leica TL is uitgerust met een geïntegreerde sensor die de
positie van de camera – horizontaal of verticaal (beide richtingen)
– bij elke opname herkent. M.b.v. van deze informatie kunnen
opnamen met de betreffende programma’s op een computer
steeds automatisch staand worden weergegeven.
NL
191
Overige zaken
Formatteren
Met de Leica TL kunt u gegevens in het interne geheugen of op een
geplaatste geheugenkaart afzonderlijk wissen.
In het geval van geheugenkaarten is het normaal gesproken niet
nodig ze nogmaals te formatteren. Wanneer echter een ongefor-
matteerde kaart voor het eerst wordt geplaatst, moet deze worden
geformatteerd. In dergelijke gevallen verschijnt automatisch het
betreffende scherm.
Het is echter raadzaam zowel het interne geheugen alsook de
geheugenkaart regelmatig te formatteren omdat bepaalde restbe-
standen (opname-begeleidende informatie) geheugencapaciteit
kunnen opeisen.
selecteren
Het gewenste submenu oproepen
Er verschijnt een scherm met een vraag
Bevestigen - YES of verwerpen - NO
Aanwijzingen:
Als u de geheugenkaart formatteert, gaan de gegevens verloren.
Maak er daarom een gewoonte van al uw opnamen altijd zo snel
mogelijk op een veilig geheugenmedium, bijv. de harde schijf van
uw computer, op te slaan.
Schakel de camera tijdens dit proces niet uit.
Als de geheugenkaart in een ander apparaat, bijv. een computer
is geformatteerd, moet u deze in de camera opnieuw formatte-
ren.
Als de geheugenkaart niet kan worden geformatteerd, vraag dan
uw dealer of de Leica Product Support (adres: zie pag. 208) om
advies.
Het formatteren wordt niet gestopt vanwege wisbeveiligde
opnamen die nog in het geheugen zitten.
NL
192
Overige zaken
Met onbewerkte gegevens DNG werken
Als u de DNG-indeling wilt bewerken, hebt u de juiste software
nodig, zoals de professionele raw-converter Adobe
®
Photoshop
®
Lightroom
®
. Hiermee kunt u opgeslagen raw data met maximale
kwaliteit omzetten, en bovendien biedt het programma geoptimali-
seerde algoritmen voor digitale kleurverwerking, die zowel lage ruis
als verbazingwekkende beeldresolutie mogelijk maken.
Tijdens de bewerking hebt u de mogelijkheid achteraf verscheidene
parameters, zoals gradatie, scherpte enz. in te stellen en op deze
wijze de maximale beeldkwaliteit te realiseren.
Installeren van firmware-updates
Leica werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling en optimali-
sering van zijn producten. Omdat bij digitale camera’s zeer veel
functies uitsluitend zuiver elektronisch worden gestuurd, kunnen
enkele van deze verbeteringen en uitbreidingen van functies nader-
hand in de camera worden geïnstalleerd.
Hiervoor biedt Leica op onregelmatige tijden zogenoemde firmwa-
re-updates aan, die u van onze homepage kunt downloaden.
Als u uw camera geregistreerd hebt, houdt Leica u op de hoogte
van alle nieuwe updates.
Als u wilt weten welke firmware-versie er is geïnstalleerd:
selecteren
In de eerste regel van het submenu wordt de huidige versie-
nummer van de camera weergegeven.
De tweede regel van het submenu biedt toegang tot een lijst met
verschillende land-specifieke goedkeuringstekens of -nummers.
selecteren
in het submenu Regulatory Information selecteren.
De twee-pagina weergave verschijnt.
NL
193
Vervangende onderdelen
ACCESSOIRES
Details over het omvangrijke assortiment aan toebehoren voor uw
Leica TL vindt u op de startpagina van Leica Camera AG:
www.leica-camera.com
Vervangende onderdelen Bestelnr.
Behuizingsdeksel
470-701.001-022
Accessoireschoen-kapje
470-701.801-007
Draagoogafdekking
470-701.001-020
Draagriem-ontgrendelingspen
470-701.001-029
Silicone draagriem
439-612.100-000
Lithium-ionbatterij BP-DC 13, zilver
18 772
Lithium-ionbatterij BP-DC 13, zwart
18 773
Batterij-oplaadapparaat Leica BP-DC13
470-701.022-000
Set netstekkers
470-701.801-005
Micro-USB-kabel
470-701.001-035
NL
194
Vervangende onderdelen
Oplaadapparaat-adapterstekker
Stekker Land
1 US/Japan USA
Canada
Japan
Singapore
Thailand
Taiwan
2 EU EU
Turkije
Rusland
3 UK UK
Katar
UAE
Hong Kong
Maleisië
Zuid-Afrika
Malta
4 China China
5 Australien Australië
Nieuw-Zeeland
6 Korea Korea
1
3
5
2
4
6
NL
195
Voorzorgsmaatregelen en onderhoud
VOORZORGSMAATREGELEN EN ONDERHOUD
ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN
Gebruik uw camera niet in de onmiddellijke nabijheid van appara-
tuur met sterke magneetvelden en elektrostatische of elektromag-
netische velden (zoals inductie-ovens, magnetrons, monitoren van
tv of computer, videogame-consoles, mobiele telefoons, zendappa-
ratuur).
Wanneer u de camera op een televisie plaatst, of in de onmiddel-
lijke nabijheid gebruikt, kan het magneetveld ervan de beeldre-
gistratie verstoren.
Hetzelfde geldt voor het gebruik in de buurt van mobiele tele-
foons.
Sterke magneetvelden, bijv. die van luidsprekers of grote elektro-
motoren kunnen de opgeslagen gegevens beschadigen, resp. de
opnamen verstoren.
Als de camera door het effect van elektromagnetische velden
niet goed functioneert, deze uitschakelen, de batterij verwijde-
ren en daarna de batterij weer plaatsen en de camera weer
inschakelen. Gebruik de camera niet in de onmiddellijke nabij-
heid van radiozenders of hoogspanningsleidingen.
Hun elektromagnetische velden kunnen de beeldregistraties
eveneens verstoren.
Bescherm de camera tegen contact met insectenspray en
andere agressieve chemicaliën. Testbenzine (wasbenzine),
verdunner en alcohol mogen niet voor de reiniging worden
gebruikt. Bepaalde chemicaliën en vloeistoffen kunnen de
behuizing van de camera, resp. het oppervlak beschadigen.
Omdat rubber en kunststof soms agressieve chemicaliën
afscheiden, mogen ze niet voor lange tijd met de camera in
contact blijven.
Zorg ervoor, dat zand of stof niet in de camera kan binnendrin-
gen, bijv. aan het strand. Zand en stof kunnen de camera en de
geheugenkaart beschadigen. Let hier vooral op bij het plaatsen
en verwijderen van de kaart.
Zorg ervoor, dat er geen water in de camera kan binnendringen,
bijv. bij sneeuw, regen of aan het strand. Vocht kan tot verkeerde
functies leiden en zelfs onherstelbare schade aan uw camera en
geheugenkaart veroorzaken.
Als er spetters zout water op uw camera zijn gekomen, bevoch-
tigt u een zachte doek eerst met leidingwater, wringt deze stevig
uit en wist hiermee de camera af. Daarna met een droge doek
goed nawrijven.
Belangrijk:
Er mogen uitsluitend accessoires worden gebruikt van het type dat
in deze handleiding of door Leica Camera AG worden genoemd en
beschreven.
LCD-scherm
Wanneer de camera aan grote temperatuurschommelingen
wordt blootgesteld, kan zich condens op de monitor vormen. Wis
deze voorzichtig met een zachte, droge doek af.
Als de camera bij het inschakelen zeer koud is, is het monitor-
beeld eerst iets donkerder dan normaal. Zodra de monitor
warmer wordt, bereikt het weer zijn normale helderheid.
De productie van het LCD-scherm is een zeer nauwkeurig proces.
Zo is verzekerd dat van de in totaal meer dan 920.000 pixels meer
dan 99,995% correct werkt en slechts 0,005% donker blijft of altijd
helder is. Dit is echter geen storing en beïnvloedt de beeldweer-
gave niet nadelig.
NL
196
Voorzorgsmaatregelen en onderhoud
Opnamesensor
Hoogtestraling (bijv. bij vluchten) kan pixeldefecten veroorzaken.
Condensatievocht
Als er zich condens op of in de camera heeft gevormd, moet u hem
uitschakelen en ongeveer 1 uur bij kamertemperatuur laten liggen.
Als kamer- en cameratemperatuur gelijk zijn, verdwijnt de condens
vanzelf.
Onderhoud
Omdat elke vervuiling tevens een voedingsbodem voor micro-or-
ganismen vormt, moet de uitrusting zorgvuldig worden schoon-
gehouden.
Voor de camera
Reinig de camera uitsluitend met een zachte, droge doek. Hard-
nekkig vuil moet eerst met een sterk verdund afwasmiddel
worden bevochtigd, en vervolgens met een droge doek worden
weggeveegd.
Om vlekken en vingerafdrukken op de lens te verwijderen wordt
de camera met een schone, pluisvrije doek afgeveegd. Grovere
verontreiniging in moeilijk toegankelijke hoeken van de camera-
body kunnen met een kleine kwast worden verwijderd.
Alle mechanisch bewegende lagers en glijvlakken van uw camera
zijn gesmeerd. Denk eraan als u de camera langere tijd niet
gebruikt: De camera ongeveer elke drie maanden meerdere
keren ontspannen om verharsen van de smeerpunten te vermij-
den. Het is ook aanbevolen dat u herhaaldelijk de instelwielen
verstelt en gebruikt.
Voor objectieven
Op de buitenlens van het objectief volstaat het normaal gespro-
ken het stof met een zacht haarpenseel te verwijderen. Bij
sterkere vervuiling kunnen deze met een zeer schone, gegaran-
deerd smetvrije, zachte doek in cirkelvormige bewegingen van
binnen naar buiten voorzichtig worden gereinigd. Wij adviseren
microvezeldoekjes (verkrijgbaar in de foto- en optiekzaak) die in
een beschermende verpakking worden bewaard en bij tempera-
turen tot 40°C wasbaar zijn (geen wasverzachter, nooit strij-
ken!). Reinigingsdoekjes voor brillen die met chemische midde-
len zijn geïmpregneerd, mogen niet worden gebruikt omdat ze
het objectiefglas kunnen beschadigen.
De meegeleverde objectiefdop beschermt het objectief even-
eens tegen ongewenste vingerafdrukken en regen.
NL
197
Voorzorgsmaatregelen en onderhoud
Voor de batterij
De oplaadbare lithium-ion-batterijen genereren stroom door interne
chemische reacties. Deze reacties worden ook door de buitentem-
peratuur en luchtvochtigheid beïnvloed. Zeer hoge en lage tempe-
raturen verkorten de standtijd en levensduur van de batterijen.
Neem de batterij altijd uit de camera als u hem een tijd lang niet
gebruikt. Anders zou hij na enkele weken diep ontladen, d.w.z.
dat de spanning aanzienlijk zou dalen.
Lithium-ion batterijen dienen gedeeltelijk opgeladen te worden
opgeborgen, dwz. niet volledig ontladen of volledig opgeladen.
Bij zeer langdurige opslag moet de accu ongeveer tweemaal per
jaar gedurende ca. 15 minuten worden opgeladen om diepe
ontlading te vermijden.
Houd de batterijcontacten steeds schoon en vrij. Lithium-ionen
batterijen zijn weliswaar tegen kortsluiting beveiligd, maar
bescherm toch de contacten tegen metalen voorwerpen zoals
paperclips of sieraden. Een kortgesloten batterij kan zeer heet
worden en ernstige brandwonden veroorzaken.
De batterij kan alleen worden geladen als hij een temperatuur
tussen 0°C en 35°C heeft (anders schakelt het oplaadapparaat
niet in, ofwel het schakelt weer uit).
Als er een batterij op de grond valt, dient u daarna de behuizing
en contacten op eventuele schade te controleren. Het plaatsen
van een beschadigde batterij kan ook de camera beschadigen.
Batterijen hebben slechts een beperkte levensduur.
Voer beschadigde batterijen af naar een verzamelpunt waar ze
correct worden gerecycled.
Werp batterijen nooit in vuur, omdat ze anders kunnen explode-
ren.
Voor het oplaadapparaat
Wanneer het oplaadapparaat in de buurt van radio-ontvangers
wordt gebruikt, kan de ontvangst worden verstoord; zorg voor
een afstand van minimaal 1 m tussen de apparaten.
Het oplaadapparaat kan bij gebruik geluid (“zoemen“) veroorza-
ken – dit is normaal en geen storing.
Trek de netstekker van het oplaadapparaat eruit als dit niet
wordt gebruikt, omdat het ook zonder batterij (zeer weinig)
stroom verbruikt.
Houd de contacten van het oplaadapparaat steeds schoon en
maak nooit kortsluiting.
NL
198
Voorzorgsmaatregelen en onderhoud
Voor geheugenkaarten
Zolang een opname wordt opgeslagen of de geheugenkaart
wordt uitgelezen, mag deze niet worden verwijderd; de camera
mag ook niet worden uitgeschakeld en niet aan trillingen worden
blootgesteld.
Geheugenkaarten moeten als bescherming in principe uitslui-
tend in het meegeleverde antistatische foedraal worden
bewaard.
Bewaar geheugenkaarten niet op plaatsen waar ze aan hoge
temperaturen, direct zonlicht, magneetvelden of statische
ontlading worden blootgesteld.
Laat geheugenkaarten niet vallen en buig ze niet, omdat deze
anders beschadigd kunnen worden en de opgeslagen gegevens
verloren kunnen gaan.
Verwijder de geheugenkaart in principe als u de camera langere
tijd niet gebruikt.
Raak de aansluitingen aan de achterzijde van de geheugenkaart
niet aan en houd ze vrij van vuil, stof en vocht.
Het is raadzaam de geheugenkaart af en toe te formatteren,
omdat door het wissen fragmentatie optreedt, die een deel van
de geheugencapaciteit blokkeren kan.
Opbergen
Wanneer u de camera een tijd lang niet gebruikt, is het raad-
zaam:
hem uit te schakelen,
b. de geheugenkaart eruit te halen en
c. de batterij eruit te halen.
Een objectief werkt als een brandglas, in het bijzonder als het
volle zonlicht frontaal op de camera staat. De camera mag
daarom in geen geval zonder objectiefdop worden weggelegd.
Het plaatsen van een objectiefkap en het opbergen van de
camera in de schaduw (of gelijk in de tas) kan ertoe bijdragen
interne schade aan de camera te voorkomen.
Bewaar de camera bij voorkeur in een gesloten en gestoffeerd
foedraal, zodat er niets tegenaan kan schuren en stof op afstand
wordt gehouden.
Bewaar de camera op een droge, voldoende geventileerde
plaats, die bescherming biedt tegen hoge temperatuur en voch-
tigheid. De camera moet bij gebruik in een vochtige omgeving
voor de opslag beslist vrij zijn van ieder vocht.
Fototassen die bij gebruik nat zijn geworden, moeten worden
leeggemaakt om beschadiging van uw uitrusting door vocht en
eventueel vrijkomende restanten leerlooimiddel uit te sluiten.
Ter bescherming tegen schimmelvorming (fungus) bij gebruik in
een vochtig en warm tropisch klimaat moet de camera-uitrusting
zo veel mogelijk aan de zon en lucht worden blootgesteld. Het
bewaren in luchtdicht afgesloten koffers of tassen is slechts aan
te bevelen als er bovendien een droogmiddel, bijv. silicagel,
wordt gebruikt.
Bewaar de camera ter vermijding van schimmelvorming niet voor
lange tijd in de leren tas.
Noteer het serienummer van uw Leica TL, omdat het nummer in
geval van verlies buitengewoon belangrijk is.
NL
199
87 9
1210 11
13
16
14 15
17 18
1
4
2 3
5 6
MENUPUNTEN
Menupunt Pagina
1
ISO-filmgevoeligheid 142
2
Witbalans 140
3
Belichtingscorrectie 158
4
Opnamefrequentie 144
5
Methode belichtingsmeting 150
6
Zelfontspanner 168
7
Compressiegraad/bestandsformaat (voor foto's) 140
8
Scherpte-instellingsmodus 144
9
Flitsprogramma 163
10
JPEG-resolutie 140
11
Autofocus-modus 146
12
Flitsbelichtingscorrectie 165
13
Video-bestandsformaat/-resolutie 160
14
Automatische belichtingsreeks 159
15
Flitstijdstip 165
16
Kleurweergave 142
17
Automatische ISO-instellingen 142
18
WiFi-verbinding 186
Menupunten
NL
200
33
3634 35
2019 21
2422 23
28
25 26 27
29
32
30
31
37 38 39
40 41
19
Monitorhelderheid 138
20
Histogramweergave 126/151
21
GPS-instellingen* 169/165
22
Kleurreproductie LCD-scherm 138
23
Scherpstelhulp (vergrote weergave) 139
24
Beeldstabilisatie voor foto's 168
25
Helderheid zoeker* 138
26
Automatische weergave 170
27
Beeldstabilisatie voor video's 160
28
Kleurweergave zoeker* 138
29
Automatische uitlijning bij de weergave 171
30
Windgeruisdemping 161
31
Automatische uitschakeling van de monitor 139
32
Gebruikersprofielen beheren 184
33
Akoestische meldsignalen 138
34
Automatische uitschakeling van de camera 137
35
Menutalen 136
36
Camerainstellingen herstellen 184
37
AF-hulplicht 145
38
Datum / tijd 136
39
Technische camera-informatie 193
40
Opnamenummering herstellen 185
41
Formatteren 191
* Alleen beschikbaar met gemonteerde Leica Visoflex (Typ 020)
Menupunten
NL
201
MENU OPNAMEMODI
1 32
54
2
1
4 5
3
5c5a 5b
5d
5g
5k
5e 5f
5 h 5j
Menupunt Pagina
1
Programma-automaat 152
2
Tijdautomaat 154
3
Diafragma-automaat 155
4
Handmatige instelling 156
5
Scèneprogramma's 157/206
5a
Uitgebreide programma-automaat 157/206
5b
Sportprogramma 157/206
5c
Portretprogramma 157/206
5d
Landschapsprogramma 157/206
5e
Portretprogramma voor donkere omgevingen 157/206
5f
Programma voor zeer heldere onderwerpen 157/206
5g
Programma voor vuurwerk 157/206
5i
Programma voor zeer donkere omgevingen 157/206
5j
Programma voor zonsonder- en -opgangen 157/206
5k
Programma voor digiscoping 157/206
Menupunten
NL
202
Technische gegevens
TECHNISCHE GEGEVENS
Cameratype LEICA TL Digitale APS-C systeemcamera
Typenummer 8854
Bestelnr. 18 147 (zilver), 18 146 (swart), 18 112 (titanium gekleurde)
Objectiefkoppeling Leica L-bajonet met contactstrip voor com-
municatie tussen objectief en camera
Objectiefsysteem Objectieven voor Leica TL, Leica SL, Leica
M-objectieven m.b.v. Leica M-Adapter L, Leica R-objectieven m.b.v.
Leica R-Adapter L
Sensor CMOS-sensor, afmetingen APS-C (23,6 x 15,7mm) met
16,5/16,3 miljoen pixels (totaal/effectief), formaat-beeldverhou-
ding 3:2
Resolutie JPEG: 4928 x 3264 pixels (16 megapixels), 4272 x 2856
pixels (12,2 megapixels), 3264 x 2160 pixels (7 megapixels), 2144
x 1424 pixels (3 megapixels), 1632 x 1080 pixels (1,8 megapixels),
DNG: 4944 x 3278 pixels
Foto-opnameformaat verkiesbaar: JPG Superfine, JPG Fine, DNG
+ JPG Superf., DNG + JPG Fine
Video-opnameformaat MP4
Video-resolutie/beeldserie snelheden verkiesbaar: 1920 x
1080p, 30B/s of 1280 x 720p, 30B/s
Video-opnameduur Ononderbroken video-opnamen met een
maximale lengte van 29 minuten zijn mogelijk.
Intern geheugen 32GB
OpslagmediaSD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten
ISO-gevoeligheid Automatisch, ISO 100 tot ISO 12500
Witbalans Automatisch, voorinstellingen voor daglicht, bewolkt,
halogeenverlichting, schaduw, elektronische flits, twee handmatige
instellingen, handmatige instelling van de kleurtemperatuur
Autofocussysteem Contrast-gebaseerd
Autofocus meetmethoden Enkelpunt, Multi-veld, Spot, Gezichts-
detectie, Touch-AF
Belichtingsprogramma's Programma-automaat, Diafragma-auto-
maat, Tijdautomaat, Handmatige instelling, Scène-belichtingspro-
gramma's: Volautomatisch, Sport, Portret, Landschap, Nachtpor-
tret, Sneeuw/Strand, Vuurwerk, Kaarslicht, Zonsondergang
Belichtingsmeting Multi-veld, Centrum-georiënteerd, Spot
Belichtingscompensatie ±3EV in 1⁄3EV-stappen
Automatische belichtingsreeksen drie opnamen in gradaties
t/m ±3EV, in te stellen in 1⁄3EV-stappen
Sluitertijden van30 s t/m 1⁄4000s
Serie-opnamen ca. 5 b/s, 12 opnamen met een constante fre-
quentie, daarna afhankelijk van de specificaties van de geheugen-
kaart
Flitsprogramma's Automatisch, Automatisch/Rode ogen reduce-
ren, Altijd aan, Altijd aan/Rode ogen reduceren, Flitssynchronisa-
tie, Flitssynchronisatie/Rode ogen reduceren
Belichtingscompensatie ±3EV in 1⁄3EV-stappen
Flits-synchronisatie Sync.-tijd: 1⁄180s
Richtgetal van de ingebouwde flitser voor ISO 100: 4,5
Flits-tussentijd van het ingebouwde flitsapparaat ca. 5s met
opgeladen batterij
NL
203
Technische gegevens
LCD-scherm 3,7"TFT LCD, 1,3 miljoen pixels,
854x480 per kleurkanaal
Zelfontspanner Voorlooptijd naar keuze 2 of 12s
WLAN Voldoet aan standaard IEEE 802.11b/g/n (standaard
WLAN-protocol); kanaal 1-11; encryptie-methode: WiFi-compatibele
WPA™ / WPA2™, access methode: Infrastructuurwerking
Voeding Lithium-Ion batterij Leica BP-DC13, nom. spanning 7,2V,
capaciteit 985mAh; (volgens CIPA-standaard): ca. 400 opnamen,
laadtijd (na diepe ontlading): ca. 160 min. Fabrikant: Shenzen Eng
Electronics Co., Ltd., Made in China
Aansluitingen Micro-USB-poort (2.0 High-Speed), Leica flit-
ser-aansluiting met geïntegreerde connector voor optioneel toebe-
horen, batterij opladen via USB-poort mogelijk met max. 1A
Oplaadapparaat Leica BC-DC13, ingang: Wisselspanning 100-
240V, 50/60 Hz, 0,145A(100V)-0,08A(240V), automatisch om-
schakelend, Ausgang: Gleichspannung 8,4V 0,65A, Gewicht: ca.
90g, Abmaße: 96x68x28mm (Toleranz +/- 0,5mm), Fabrikant:
Panasonic Energy (Wuxi) Co, Ltd.
Body Leica unibody design van aluminium, twee verwijderbare
afdekkingen voor draagriem en andere accessoires, ISO-flitsschoen
met midden- en regelcontacten voor het aansluiten van externe,
krachtigere flitsers, ofwel voor het aansluiten van de elektronische
zoeker Leica Visoflex
Statiefschroefdraad A 1⁄4 DIN 4503 (1⁄4“)
Afmetingen (BxHxD) 134 x 69 x 33mm
Gewicht ca. 384g / 339g (zonder / met batterij)
Meegeleverd Camerabody, draagriem, 2 ontgrendelingspennen
om de riem mee te verwijderen, batterij (Leica BP-DC13), oplaadap-
paraat (Leica BC-DC13) met 6 adapterstekkers, USB-kabel
Software Leica App (afstandsbediening en beeldoverdracht, gratis
download in de Apple
®
App-Store
®
/Google
®
Play Store
®
)
Wijziging in constructie en uitvoering voorbehouden.
NL
204
Trefwoordenregister
TREFWOORDENREGISTER
Aan-/uitschakelen; zie Hoofdschakelaar
Afstandsinstelling
....................................................................144
AF hulplicht
..........................................................................145
Autofocus
.............................................................................144
Handmatige instelling
...........................................................149
Instellen door aanraken
........................................................148
Meetmethoden
.....................................................................146
Scherpstelhulp
.....................................................................149
Batterij, plaatsen en verwijderen
.............................................113
Beeldfrequentie
.......................................................................144
Bekijken van opnamen; zie Weergavemodus
Belichtingsregeling
Belichtingscorrecties
............................................................158
Belichtingsserie, automatische..............................................159
Diafragma-automaat
.............................................................155
Handmatige instelling
...........................................................156
Meetmethoden
.....................................................................150
Opslaan van de meetwaarde
.................................................158
Programma-automaat
...........................................................152
Scèneprogramma‘s
..................................................... 157/206
Shiften
.................................................................................153
Tijdautomaat
........................................................................154
Bestandsformaat
.....................................................................140
Bewaren
.................................................................................198
Bron (voor weergave) selecteren
.............................................178
Clipping
......................................................................... 126/151
Compressiegraad
....................................................................140
Contrast
.................................................................................143
Diashow
..................................................................................174
DNG
.............................................................................. 140/192
Draagriem bevestigen
.............................................................112
Elektronische zoeker
...................................................... 138/169
Favorieten, opnamen markeren als
..........................................175
Firmware-downloads
...............................................................192
Flitsapparaten
.........................................................................166
Flitsmodus
..............................................................................162
Formatteren
............................................................................191
Gegevensoverdracht naar een computer
.................................190
Geheugenkaart, plaatsen en verwijderen
.................................118
Geluiden (toetstonen)
..............................................................138
Geluidsopname
.......................................................................161
Geluidsvolume
........................................................................138
GPS
........................................................................................169
NL
205
Trefwoordenregister
Histogram ...................................................................... 106/151
Hoofdschakelaar
.....................................................................122
Infodienst, Leica Product Support
............................................208
Instelwielen
.............................................................................122
ISO-gevoeligheid
.....................................................................142
Klantenservice / Leica Customer Care
....................................208
Kleurverzadiging
......................................................................143
Kleurweergave
........................................................................142
Kopiëren van opnamegegevens
...............................................178
Leveringsomvang
....................................................................106
Menutaal
................................................................................136
Monitor
.......................................................................... 138/138
Onbewerkte gegevens
.................................................... 104/192
Onderdelen, benaming van de
............................................U2/U4
Ontspanner, zie ook Technische gegevens
...............................123
Opnamefrequentie
..................................................................144
Opnamen beschermen/wisbescherming opheffen
...................175
Opnamen vergroten bij de weergave
.......................................172
Opnamen wissen
....................................................................176
Profielen
.................................................................................184
Reparaties / Leica Customer Care
..........................................208
Resolutie
................................................................................140
Scherpstellen
..........................................................................144
Scèneprogramma‘s
........................................................ 157/206
Serieopnamen.........................................................................144
Software
.................................................................................192
Stabilisering
................................................................... 168/160
Terugzetten van alle individuele menu-instellingen
...................184
Tijd en datum
..........................................................................136
Touchscreen-bediening
...........................................................124
Uitschakelen van de camera, automatisch
..............................137
Uitsnede, kiezen van, zie weergavemodus
USB-verbinding
.......................................................................190
Video-opnamen
.......................................................................160
Video’s knippen
......................................................................182
Video’s verbinden
...................................................................183
Voorzorgsmaatregelen
............................................................195
Weergavemenu
.......................................................................174
Weergavemodus
.....................................................................170
WiFi
........................................................................................186
Witbalans
................................................................................140
Zelfontspanner
........................................................................168
Zoeker
....................................................................................138
NL
206
Instellingen onderwerpprogramma's
INSTELLINGEN ONDERWERPPROGRAMMA'S
1
Volautomatisch Sport Portret
Landschap Nacht Portret Sneeuw/strand Vuurwerk Kaarslicht Zonsondergang Digiscoping
Autofocus-
instellingen
1
Meetmethode Gezichtsherkenning Multi-veld Gezichtsherkenning Multi-veld Gezichtsherkenning Multi-veld - Multi-veld Multi-veld
2
Werkbereik Normaal 2m - ∞ Normaal 2m - ∞ Normaal Normaal Normaal 2m-∞ Normaal
Instelling indien AF niet
mogelijk
1,8m 1,8m - 1,8m -
Belichtings-
instellingen
1
Meetmethode Multi-veld Multi-veld Multi-veld Multi-veld Multi-veld Multi-veld - Multi-veld Multi-veld Multi-veld
Sluitertijd
Werkbereik op 1⁄2f
1⁄2000 s begrensd,
geregeld in stappen van
1⁄3EV, ten minste 1⁄8s
1⁄2000 s Werkbereik op 1⁄2f
1⁄2000 s begrensd,
geregeld in stappen van
1⁄3EV, ten minste 1⁄30s
Werkbereik op 1⁄2f
1⁄2000 s begrensd,
geregeld in stappen van
1⁄3EV, ten minste 1⁄30s
Werkbereik op 1⁄2f
1⁄2000 s begrensd,
geregeld in stappen van
1⁄3EV, ten minste 1⁄30s
Werkbereik op 1⁄2f
1⁄2000 s begrensd,
geregeld in stappen van
1⁄3EV, ten minste 1⁄30s
Ca. 4s
Werkbereik op
1⁄2f
1⁄2000 s begrensd,
geregeld in stappen van
1⁄3EV, ten minste 1⁄30s
Werkbereik op 1⁄2fs
begrensd
Werkbereik op 1⁄250s
1⁄2000 s begrensd
Diafragma In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen
geregeld
Maximale (minimale
waarde)
In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen gere-
geld
In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen
geregeld
In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen gere-
geld
In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen
geregeld
Ca. f/8 In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen
geregeld
In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen
geregeld
-
ISO-instelling
3
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 6400
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
100 Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
Regeling garandeert
sluitertijd van min.
1⁄250s, max. ISO 3200
Belichtingscorrectie - - - - - +0,3EV - - -0,3EV -
Witbalans
1
Auto Auto Auto Sunny Sunny Sunny Sunny Sunny Sunny Auto
Beeldeigenschappen
1
Scherpte Standard Standard Iets lager Midden-hoog Midden-laag Midden-hoog Midden-laag Midden-laag Standard Midden-hoog
Verzadiging Standard Standard Standard Midden-hoog Standard Midden-hoog Midden-hoog Midden-laag Midden-hoog Midden-hoog
Contrast Standard Standard Standard Hoog Laag Standard Hoog Laag Standard Midden-hoog
Flitsmodus
4
Auto Auto
Auto /
red-eye reduction
ON
Slow sync /
red-eye reduction
Auto OFF Slow sync ON OFF
1
Menu-instellingen van de genoemde functies zijn niet beschikbaar.
2
Uitsluitend handmatige afstandsinstelling.
3
De automatische instellingen kunnen beperkt zijn, afhankelijk van handmatige instellingen in de menu-items Max ISO en Slowest Shutter Speed .
4
Bij de opgegeven instellingen is ervan uitgegaan dat de ingebouwde flitser in de werkstand staat, of dat de externe flitser ingeschakeld is. Anders wordt de foto zonder flits genomen.
NL
207
Instellingen onderwerpprogramma's
INSTELLINGEN ONDERWERPPROGRAMMA'S
1
Volautomatisch Sport Portret
Landschap Nacht Portret Sneeuw/strand Vuurwerk Kaarslicht Zonsondergang Digiscoping
Autofocus-
instellingen
1
Meetmethode Gezichtsherkenning Multi-veld Gezichtsherkenning Multi-veld Gezichtsherkenning Multi-veld - Multi-veld Multi-veld
2
Werkbereik Normaal 2m - ∞ Normaal 2m - ∞ Normaal Normaal Normaal 2m-∞ Normaal
Instelling indien AF niet
mogelijk
1,8m 1,8m - 1,8m -
Belichtings-
instellingen
1
Meetmethode Multi-veld Multi-veld Multi-veld Multi-veld Multi-veld Multi-veld - Multi-veld Multi-veld Multi-veld
Sluitertijd
Werkbereik op 1⁄2f
1⁄2000 s begrensd,
geregeld in stappen van
1⁄3EV, ten minste 1⁄8s
1⁄2000 s Werkbereik op 1⁄2f
1⁄2000 s begrensd,
geregeld in stappen van
1⁄3EV, ten minste 1⁄30s
Werkbereik op 1⁄2f
1⁄2000 s begrensd,
geregeld in stappen van
1⁄3EV, ten minste 1⁄30s
Werkbereik op 1⁄2f
1⁄2000 s begrensd,
geregeld in stappen van
1⁄3EV, ten minste 1⁄30s
Werkbereik op 1⁄2f
1⁄2000 s begrensd,
geregeld in stappen van
1⁄3EV, ten minste 1⁄30s
Ca. 4s
Werkbereik op
1⁄2f
1⁄2000 s begrensd,
geregeld in stappen van
1⁄3EV, ten minste 1⁄30s
Werkbereik op 1⁄2fs
begrensd
Werkbereik op 1⁄250s
1⁄2000 s begrensd
Diafragma In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen
geregeld
Maximale (minimale
waarde)
In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen gere-
geld
In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen
geregeld
In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen gere-
geld
In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen
geregeld
Ca. f/8 In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen
geregeld
In het gehele werkbereik
afhankelijk van sluiter-
tijd-/ISO-instellingen
geregeld
-
ISO-instelling
3
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 6400
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
100 Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
Regeling garandeert
sluitertijd van min. 1⁄2f,
max. ISO 1600
Regeling garandeert
sluitertijd van min.
1⁄250s, max. ISO 3200
Belichtingscorrectie - - - - - +0,3EV - - -0,3EV -
Witbalans
1
Auto Auto Auto Sunny Sunny Sunny Sunny Sunny Sunny Auto
Beeldeigenschappen
1
Scherpte Standard Standard Iets lager Midden-hoog Midden-laag Midden-hoog Midden-laag Midden-laag Standard Midden-hoog
Verzadiging Standard Standard Standard Midden-hoog Standard Midden-hoog Midden-hoog Midden-laag Midden-hoog Midden-hoog
Contrast Standard Standard Standard Hoog Laag Standard Hoog Laag Standard Midden-hoog
Flitsmodus
4
Auto Auto
Auto /
red-eye reduction
ON
Slow sync /
red-eye reduction
Auto OFF Slow sync ON OFF
1
Menu-instellingen van de genoemde functies zijn niet beschikbaar.
2
Uitsluitend handmatige afstandsinstelling.
3
De automatische instellingen kunnen beperkt zijn, afhankelijk van handmatige instellingen in de menu-items Max ISO en Slowest Shutter Speed .
4
Bij de opgegeven instellingen is ervan uitgegaan dat de ingebouwde flitser in de werkstand staat, of dat de externe flitser ingeschakeld is. Anders wordt de foto zonder flits genomen.
NL
208
LEICA PRODUCT SUPPORT
Technische vragen over toepassingen met Leica-producten, ook
over de meegeleverde software, worden schriftelijk, telefonisch of
per e-mail beantwoord door de Product Support-afdeling van de
Leica Camera AG. Ook voor koopadvies en het bestellen van hand-
leidingen is dit uw contactadres. U kunt uw vragen eveneens via het
contactformulier op de website van Leica Camera AG aan ons
richten.
Leica Camera AG
Productsupport / Softwaresupport
Am Leitz-Park 5
35578 Wetzlar, Germany
Telefoon: +49(0)6441-2080-111 /-108
Fax: +49(0)6441-2080-490
LEICA CUSTOMER CARE
Voor het onderhoud van uw Leica-uitrusting en in geval van schade
kunt u gebruik maken van de Customer Care van Leica Camera AG
of de reparatieservice van een Leica-vertegenwoordiging in uw land
(voor adressenlijst zie garantiebewijs).
Leica Camera AG
Customer Care
Am Leitz-Park 5
35578 Wetzlar, Germany
Telefoon: +49(0)6441 2080-189
Fax: +49(0)6441 2080-339
customer.care@leica-camera.com

Documenttranscriptie

LEICA TL Notice d’utilisation | Gebruiksaanwijzing DESCRIPTION DES PIECES AANDUIDING VAN DE ONDERDELEN (Suite dans l‘enveloppe arrière) (Vervolg op achterste omslag) APPAREIL PHOTO CAMERA Vue frontale Vooraanzicht 1 2 3 4 5 6 Bouton de déverrouillage de l‘objectif Œillets pour la courroie de port (rétractés) Réglette de contacts DEL du retardateur/lampe d‘appoint AF Haut-parleur Baïonnette Vue du dessus 7 8 9 10 11 12 13 14 Microphone Raccord pour accessoires Flash Interrupteur principal/levier de déverrouillage de flash Déclencheur Déclencheur vidéo Molette de réglage Molette de réglage Vue arrière 15 16 17 18 19 Capteur de luminosité Ecran Volet de protection DEL d‘état DEL d‘état de charge 1 2 3 4 5 6 Objectief-ontgrendelingsknop Ogen voor de draagriem (verzonken) Contactstrip Zelfontspanner-LED / AF-hulplicht Luidspreker Bajonet Bovenaanzicht 7 8 9 10 11 12 13 14 Microfoons Accessoireschoen Flitser Hoofdschakelaar/flitserontgrendeling Ontspanner Video-ontspanner Instelwiel Instelwiel Achteraanzicht 15 16 17 18 19 Helderheidssensor LCD-scherm Afdekklep Status-LED Batterijstand-LED DESCRIPTION DES PIECES AANDUIDING VAN DE ONDERDELEN Vue de droite (volet de protection ouvert) Beeld van rechts (klepje geopend) 20 Logement pour cartes mémoire 21 Prise USB 20 Geheugenkaartsleuf 21 USB-aansluiting Vue de dessous Onderaanzicht 22 Filetage pour trépied A ¼, DIN 4503 (¼“) 24 Accumulateur 23 Levier de verrouillage d‘accumulateur 22 Statiefschroefdraad A ¼, DIN 4503 (¼“) 24 Batterij 23 Batterijvergrendelingsknop OBJEKTIV OBJECTIEF 25 Parasoleil 25 Zonnekap 26 26 Voorste vatting 27 28 29 30 31 a. Points d‘index Monture frontale a. Baïonnette extérieure pour parasoleil b. Point d‘index pour parasoleil c. Filetage intérieur pour filtre Bague de mise au point Bague de réglage de la focale Index pour focale Bague fixe a. Bouton d‘index rouge pour le changement d‘objectif Réglette de contacts a. Indexpunten 27 28 29 30 31 a. Extern bajonet voor zonnekap b. Indexpunt voor de zonnekap c. Interne schroefdraad voor filters Afstandsinstelring Instelring brandpuntafstand Index voor brandpuntafstand Vaststaande ring a. Rode indexknop voor objectiefwissel Contactstrip Voorwoord / leveringsomvang NL VOORWOORD LEVERINGSOMVANG Geachte klant, wij wensen u veel plezier en succes bij het fotograferen met uw nieuwe Leica TL. Om het volledige prestatievermogen van uw Leica TL goed te kunnen benutten, raden wij u aan deze handleiding door te lezen. Voor een snelle start met uw nieuwe Leica is er de Quick Start Guide. Voordat u uw Leica TL in gebruik neemt, controleert u de meegeleverde accessoires op volledigheid. a. Batterij Leica BP-DC13 b. Oplaadapparaat BC-DC13 (incl. uitwisselbare stekker) c. Micro-USB-kabel d. Draagoogafdekking (bij levering aangebracht) e. Draagriem f. Draagriem-ontgrendelingspen g. Bajonetdop behuizing h. Accessoireschoen-kapje i. Registratiekaart Let op: Berg kleine onderdelen (zoals bijv. de draagriem-ontgrendelingspen) in principe als volgt: –– buiten bereik van kinderen; –– op een veilige plek, bijv. in de juiste vakken van de cameradoos. Wijziging in constructie en uitvoering voorbehouden. 106 Juridische opmerkingen NL 108 Let op: • Moderne elektronische elementen reageren gevoelig op elektrostatische ontlading. Omdat mensen, bijv. bij het lopen over synthetisch tapijt, al snel meer dan 10.000 Volt kunnen opbouwen, kan het bij aanraking van uw camera tot een ontlading komen, vooral als deze op een geleidende ondergrond ligt. Wanneer het alleen de camerabehuizing betreft, is deze ontlading voor de elektronica absoluut ongevaarlijk. De elektronica is weliswaar extra beveiligd, maar raak toch vooral de naar buiten lopende contacten, zoals die in de flitsschoen, zo min mogelijk aan. • Gebruik voor het schoonmaken van de contacten geen optiek-microvezeldoek (synthetisch), maar een katoenen of linnen doek! Wanneer u van tevoren bewust een verwarmingsbuis of waterleiding (geleidend, met „aarde“ verbonden materiaal) aanraakt, wordt daardoor een eventueel aanwezige elektrostatische lading veilig ontladen. Vermijd vervuiling en oxidatie van de contacten, ook door uw camera altijd met de dop het objectief en het kapje op de flitsschoen/zoekeraansluiting droog op te bergen. • Gebruik uitsluitend aanbevolen accessoires om storing, kortsluiting of een elektrische schok te vermijden. • Probeer nooit onderdelen van de body (afdekkingen) te verwijderen; vakkundige reparaties kunnen alleen door een erkend servicepunt worden uitgevoerd. Juridische mededeling: • Neem zorgvuldig het auteursrecht in acht. Het kopiëren en publiceren van zelf opgenomen media, zoals banden, cd's, of door anderen uitgegeven of gepubliceerd materiaal kan het auteursrecht schenden. • Dit geldt ook voor alle meegeleverde software. • M.b.t. het gebruik van video's die met deze camera zijn opgenomen: Dit product is gemachtigd onder de AVC-octrooimachtiging voor persoonlijk gebruik en andere gebruiksdoeleinden, waarvoor de consument geen vergoeding om (i) video-opnamen te coderen in overeenstemming met de AVC-normen (“AVC Video”) en/of (ii) AVC video-opnamen te decoderen die gecodeerd werden door een consument voor persoonlijke doeleinden en/of verkregen werden van een leverancier die gemachtigd is tot levering van AVC-video's. Voor alle andere toepassingen worden geen machtigingen verleend, expliciet noch impliciet. Meer informatie is verkrijgbaar van MPEG LA, L.L.C. op http://www. mpgegla.com. Alle andere toepassingen, in het bijzonder het aanbieden van AVC video's tegen vergoeding, kunnen een afzonderlijke licentieovereenkomst met MPEG LA , L.I.C. vereisen. Meer informatie is verkrijgbaar van MPEG LA, L.L.C. op http://www.mpgegla.com. • De SD-, en USB-logo's zijn gedeponeerde merken. • Overige namen, firma- en productnamen die in deze handleiding worden genoemd, zijn handelsmerk, resp. gedeponeerd handelsmerk van de betreffende ondernemingen. MILIEUVRIENDELIJK AFVOEREN ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATUUR Dit toestel bevat elektrische en/of elektronische onderdelen en mag daarom niet met het normale huisvuil worden meegegeven! In plaats daarvan moet het voor recycling op door de gemeenten beschikbaar gestelde inzamelpunten worden afgegeven. Dit is voor u gratis. Als het toestel zelf verwisselbare batterijen of accu’s bevat, moeten deze vooraf worden verwijderd en evt. volgens de voorschriften milieuvriendelijk worden afgevoerd. Meer informatie over dit onderwerp ontvangt u bij uw gemeentelijke instantie, uw afvalverwerkingsbedrijf of de zaak waar u het toestel hebt gekocht. Aanwijzing: Extra informatie Belangrijk: Niet-opvolgen kan schade aan de camera, de accessoires, ofwel de opnamen veroorzaken Let op: Niet-opvolgen kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben! NL Juridische opmerkingen (geldt voor de EU en overige Europese landen met gescheiden inzameling) Verklaring van de verschillende aanwijzingscategorieën in de handleiding De productiedatum van uw camera vindt u op de stickers in de garantiekaart ofwel op de verpakking. De schrijfwijze is: Jaar/ maand/dag. In het menu van de camera vindt u de specifieke vergunning van dit apparaat. ► selecteren ► in het submenu Regulatory Information selecteren 109 Inhoudsopgave NL INHOUDSOPGAVE Aanduiding van de onderdelen.............................................................U2/U4 Voorwoord...................................................................................................106 Leveringsomvang........................................................................................106 Voorbereidingen Draagriem bevestigen............................................................................... 112 Vervangen van de batterij......................................................................... 113 Batterij laden............................................................................................. 114 De geheugenkaart uitwisselen................................................................. 118 Objectieven plaatsen / verwijderen......................................................... 120 Objectieven voor de Leica TL................................................................... 120 Camerabediening Hoofdschakelaar....................................................................................... 122 Instelwielen............................................................................................... 122 De ontspanners......................................................................................... 123 Gebarenbesturing...................................................................................... 124 Rechter werkbalk vergrendelen / ontgrendelen........................................125 INFO-weergave........................................................................................126 Belichtingsprogramma's-/Scene-menu....................................................127 MyCamera-menu oproepen .....................................................................127 Hoofdmenu starten .................................................................................127 Navigatie in het hoofdmenu en het MyCamera-menu................................128 Menutegels.............................................................................................129 MyCamera-menu aanpassen....................................................................132 Instelwiel-menu.......................................................................................134 Instelwiel vergrendelen............................................................................134 110 Camera-basisinstellingen Menutaal.................................................................................................... 136 Datum / tijd............................................................................................... 136 Automatische uitschakeling van de camera............................................ 137 Akoestische signalen................................................................................ 138 LCD-scherm- / zoekerinstellingen........................................................... 138 Automatische uitschakeling van de monitor........................................... 139 Opname-basisinstellingen Bestandsformaat / compressiegraad...................................................... 140 Witbalans................................................................................................... 140 ISO-filmgevoeligheid................................................................................. 142 Kleurweergave (FILM MODE) / beeldeigenschappen............................. 142 Opnamemodus Beeldsequentie.......................................................................................... 144 Afstandsinstelling...................................................................................... 144 Autofocus................................................................................................144 AF-hulplicht..........................................................................................145 Autofocus-meetmethoden/modussen...................................................146 Spot-/enkelvoudige meting..................................................................146 Touch AF/Touch AF + afdrukken..........................................................148 Multi-veld-meting..................................................................................148 Gezichtsherkenning..............................................................................148 Handmatige afstandsinstelling.................................................................149 Hulpfunctie voor handmatige afstandsinstelling.....................................149 Scherpte instellen.................................................................................149 Belichtingsmeting en -regeling Belichtingsmeetmethoden.......................................................................150 Histogram................................................................................................151 Belichtingsregeling...................................................................................152 Programma-automaat - P......................................................................152 Tijdautomaat - A...................................................................................154 Diafragma-automaat - T........................................................................155 Handmatige instelling - M.....................................................................156 Scèneprogramma's..............................................................................157 Opslaan van de meetwaarde.................................................................158 Belichtingscorrecties............................................................................158 Automatische belichtingsreeksen..........................................................159 Video-opnamen......................................................................................... 160 Stabilisatie...............................................................................................160 Geluidsopname........................................................................................161 Overige functies Beeldstabilisatie........................................................................................ 168 Zelfontspanner.......................................................................................... 168 Registratie van opnamelocatie met GPS.................................................. 169 Weergavemodus Omschakelen tussen opname en weergave............................................ 170 Automatische weergave........................................................................... 170 Opnamen staand weergeven.................................................................... 171 Opnamen selecteren................................................................................. 171 Opnamen vergroten/verkleinen............................................................... 172 Gelijktijdige weergave van 9 opnamen.....................................................172 Uitsnede selecteren....................................................................................173 Weergavemenu...........................................................................................174 Diashow..................................................................................................174 Opnamen als favorieten markeren / markering opheffen..........................175 Opnamen beveiligen / wisbeveiliging opheffen.........................................175 Opnamen wissen....................................................................................... 176 Videoweergave.......................................................................................... 180 Video-opnamen knippen en plakken........................................................ 182 NL Inhoudsopgave Flitsfotografie Met het ingebouwde flitsapparaat........................................................... 162 Flitsmodi.................................................................................................... 163 Flitsbereik.................................................................................................. 164 Synchronisatietijdstip............................................................................... 165 Flits-belichtingscorrecties........................................................................ 165 Met externe flitsers................................................................................... 166 Overige zaken Gebruikersprofielen.................................................................................. 184 Terugzetten van alle individuele instellingen........................................... 184 Nummering van opnamebestanden terugzetten..................................... 185 Instellen en gebruiken van de WiFi-functie.............................................. 186 Gegevensoverdracht naar een computer................................................. 190 Formatteren............................................................................................... 191 Met onbewerkte gegevens DNG werken.................................................. 192 Installeren van firmware-updates............................................................. 192 Vervangende onderdelen...........................................................................193 Voorzorgsmaatregelen en onderhoud.......................................................195 Bijlage Menupunten.............................................................................................. 199 Menu Opnamemodi................................................................................... 201 Instellingen onderwerpprogramma's....................................................... 206 Technische gegevens.................................................................................202 Trefwoordenregister...................................................................................204 Leica serviceadressen................................................................................208 111 VERVANGEN VAN DE BATTERIJ Voorbereidingen Camera uit zetten NL Afb. 2a Batterij plaatsen Afb. 2b Batterij verwijderen Afb. 2c Afb. 2a Aanwijzingen: • De batterij is voorgeladen af fabriek - de camera kan daarom onmiddellijk worden gebruikt. • De vergrendeling is voorzien van een beveiliging om te voorkomen dat de batterij niet uit het vak kan vallen als de camera rechtop wordt gehouden. Belangrijk: Als de batterij wordt verwijderd terwijl de camera aanstaat, kan dit leiden tot het verlies van uw instellingen in de menu's en van de opnamegegevens en tot beschadiging van de geheugenkaart. Afb. 2b Afb. 2c 113 Voorbereidingen NL 114 BATTERIJ LADEN De Leica TL wordt door een lithium-ion batterij van de benodigde energie voorzien. Hij kan zowel in de camera worden opgeladen via de meegeleverde USB-kabel, alsook buiten de camera met het meegeleverde oplaadapparaat. Let op: • Er mogen uitsluitendbatterijen worden gebruikt van het type dat in deze handleiding of door Leica Camera AG worden genoemd en beschreven. • Deze batterij mag uitsluitendmet het hiervoor bestemde apparaat en alleen zoals beschreven worden opgeladen. • Als deze batterijen niet volgens de voorschriften worden gebruikt of als er batterijen worden gebruikt die niet voor deze camera zijn bestemd, kan dit eventueel een explosie tot gevolg hebben. • De batterijen mogen niet voor lange tijd aan zonlicht, warmte, hoge luchtvochtigheid of condens worden blootgesteld. Om het risico voor brand of explosie te vermeiden, mogen batterijen ook nooit in een magnetron worden gelegd of onder hoge druk worden gezet. • Werp batterijen nooit in vuur; ze kunnen anders exploderen! • Vochtige of natte batterijen mogen nooit worden geladen of in de camera worden gebruikt. • Houd de batterijcontacten steeds schoon en vrij. • Lithium-ionen batterijen zijn weliswaar tegen kortsluiting beveiligd, maar bescherm toch de contacten tegen metalen voorwerpen zoals paperclips of sieraden. Een kortgesloten batterij kan zeer heet worden en ernstige brandwonden veroorzaken. • Als er een batterij op de grond valt, dient u daarna de behuizing en contacten op eventuele schade te controleren. Het aatsen van een beschadigde batterij kan ook de camera beschadigen. • Als de batterij geluid maakt, verkleurt, vervormd, oververhit of als er vloeistof uitloopt, moet hij meteen uit de camera of uit het oplaadapparaat worden genomen en worden vervangen. Verder gebruik van deze batterij kan oververhitting met het risico van brand en/of explosie tot gevolg hebben. • Als er vloeistof lekt of een brandreuk ontstaat, houd dan de batterij verwijderd van hittebronnen. De lekkende vloeistof kan gaan branden. • Er mag/mogen uitsluitendhet in deze handleiding genoemde en beschreven type batterijlader, resp. de door Leica Camera AG genoemde en beschreven typen laders worden gebruikt. Het gebruik van andere, niet door Leica Camera AG vrijgegeven oplaadapparaten kan schade aan de batterijen en in extreme gevallen ernstig of zelfs levensgevaarlijk letsel veroorzaken. • Het meegeleverde oplaadapparaat mag uitsluitendvoor het opladen van dit batterijtype worden gebruikt. Probeer het niet voor andere doeleinden te gebruiken. • Zorg ervoor dat het gebruikte stopcontact vrij toegankelijk is. • Bij het opladen ontstaat warmte. Het opladen mag daarom niet in kleine, gesloten, d.w.z. niet-geventileerde ruimten gebeuren. • Batterij en lader mogen niet worden geopend. Reparaties mogen alleen door erkende werkplaatsen worden uitgevoerd. • Zorg ervoor dat batterijen voor kinderen ontoegankelijk zijn. Het inslikken van batterijen kan verstikking tot gevolg hebben. Gooi gebruikte batterijen weg in overeenstemming met de betreffende informatie in deze handleiding. Eerste hulp: Aanwijzingen: • Af fabriek is de oplaadbare batterij weliswaar gedeeltelijk opgeladen, maar voor langer gebruik moet hij worden opgeladen. • De batterij kan alleen worden geladen als hij een temperatuur tussen 0°C (32°F) en 35°C (95°F) heeft (anders schakelt het oplaadapparaat niet in, ofwel het schakelt weer uit). • Lithium-ion batterijen kunnen op elk moment worden opgeladen, ongeacht de momentele batterijconditie. Als een batterij maar ten dele is ontladen voordat hij weer wordt opgeladen, zal de volledige oplading sneller worden bereikt. • Lithium-ion batterijen dienen gedeeltelijk opgeladen te worden opgeborgen, dwz. niet volledig ontladen of volledig opgeladen. Bij zeer langdurige opslag dient u de batterij ongeveer tweemaal per jaar gedurende ca. 15 minuten op te laden om diepe ontlading te vermijden. • Tijdens het laadproces worden de batterijen warm. Dit is normaal en geen storing. • Een nieuwe batterij bereikt zijn volledige capaciteit pas na 2-3 keer volledig opladen en - door gebruik in de camera - weer ontladen. Dit ontladingsproces dient telkens na ca. 25 cycli worden herhaald. NL Voorbereidingen • Als batterijvloeistof in contact komt met uw ogen kan blindheid het gevolg zijn. Spoel de ogen onmiddellijk grondig uit met schoon water. Niet in de ogen wrijven. Ga meteen naar de dokter. • Lekkende vloeistof op huid of kleding kan letsel veroorzaken. Was de in aanraking gekomen huid met schoon water. • De oplaadbare lithium-ion-batterijen genereren stroom door interne chemische reacties. Deze reacties worden ook door de buitentemperatuur en luchtvochtigheid beïnvloed. De maximale levensduur van de batterij kan alleen worden bereikt, als hem niet te lang aan extreem hoge of lage temperaturen (bijv. 's zomers ofwel 's winters in een geparkeerde auto) blootstelt. • De levensduur van elke batterij is begrensd – zelfs bij optimaal gebruik! Na enkele honderden keren opladen wordt dit duidelijk door de korter wordende ontladingstijden. • Voer defecte batterijen in overeenstemming met de relevante regelgeving (zie pag. 109) af naar een geschikt inzamelpunt voor recycling. • De vervangbare batterij voorziet een andere, permanent geïnstalleerde bufferbatterij in de camera van stroom. Deze bufferbatterij zorgt ervoor dat de ingevoerde datum en tijd t/m 2 dagen lang opgeslagen blijven. Als de bufferbatterij uitgeput is, moet deze door het plaatsen van een geladen hoofdbatterij weer worden opgeladen. De volledige capaciteit van de bufferbatterij is – met een geplaatste, opgeladen batterij – na ca. 60 uur weer bereikt. De camera hoeft hiervoor niet ingeschakeld te blijven. Datum en tijd moeten in dat geval echter opnieuw worden ingevoerd. • Verwijder de batterij als u de camera een tijd lang niet gebruikt. Schakel hiervoor van tevoren de camera met de hoofdschakelaar uit. Anders kan de batterij na enkele weken diep ontladen, d.w.z. de spanning daalt sterk, omdat de camera, zelfs wanneer hij is uitgeschakeld, een geringe ruststroom (voor de opslag van uw instellingen) verbruikt. 115 BATTERIJ LADEN NL Voorbereidingen MET USB-KABEL Afb. 3 Computer /USBoplaadapparaat Afb. 3 2. 1. Aanwijzingen: • De camera mag alleen worden aangesloten op een computer of op een standaard USB-oplaadapparaat (met een maximale laadstroom van 500mA resp. 1A) en niet op een monitor, een toetsenbord, een printer of een USB-hub. • Opladen via USB zal alleen starten als de camera uitgeschakeld is. • Als de computer tijdens het opladen in de slaapstand omschakelt, zal het laadproces worden gestopt. MET OPLAADAPPARAAT Netstekker van het oplaadapparaat uitwisselen „click“ Plaatsen Afb. 4a/b Verwijderen Afb. 4a Afb. 4b 1. 2. „click“ 116 Afb. 5a Afb. 5b Afb. 5a/b NL Batterij in de oplader stoppen Afb. 6 2. Aanwijzingen: • Het oplaadapparaat moet met de passende stekker voor de lokale stopcontacten zijn uitgerust. • Het oplaadapparaat past zich automatisch aan de betreffende netspanning aan. „click“ 1. Afb. 6 Afb. 7 Afb. 8 Afb. 9 Voorbereidingen Batterij uit de oplader nemen Afb. 7 Statusindicator oplaadapparaat Het laadproces wordt aangeduid met LED's. Via de USB-kabel (door de LED op de camera) Afb. 8 –– Brandt rood: laadproces actief –– Brandt groen: batterij volledig opgeladen. Met het oplaadapparaat (door de LED op de lader Afb. 9) –– Rood knipperend: fout - laadproces niet actief –– Brandt rood: laadproces actief –– Brandt groen: batterij volledig opgeladen. Indicaties batterijconditie Afb. 10 De batterijconditie wordt weergegeven op de het LCD-scherm. De indicator knippert als de batterij nog maar stroom voor een paar opnamen heeft. Nu is het hoogste tijd de batterij te vervangen of op te laden. Afb. 10 117 DE GEHEUGENKAART UITWISSELEN NL Voorbereidingen In de Leica TL kunt u SD-, SDHC-, of SDXC-geheugenkaarten gebruiken. Dankzij een ingebouwd 32 GB geheugen kunt u ook zonder geheugenkaart foto's maken. Camera uitzetten Afb. 11a Afb. 11a Geheugenkaart in de gleuf stoppen Afb. 11b Geheugenkaart verwijderen Afb. 11c Afb. 11b 2. 1. 118 Afb. 11c • Het aanbod van SD/SDHC/SDXC-kaarten is zo groot dat Leica Camera AG alle verkrijgbare typen niet volledig op compatibiliteit en kwaliteit kan controleren. Bij gebruik van andere kaarttypen is beschadiging van camera of kaart weliswaar niet te verwachten, maar omdat vooral zogenoemde „No-Name“-kaarten ten dele niet aan de normen voor SD-/SDHC/SDXC-geheugenkaarten voldoen, kan Leica Camera AG geen garantie bieden dat zij goed zullen functioneren. • Omdat elektromagnetische velden, elektrostatische lading evenals defecten aan de camera of de kaart tot beschadiging of verlies van gegevens op de geheugenkaart kunnen leiden, is het raadzaam de gegevens regelmatig op een computer op te slaan. NL Voorbereidingen Aanwijzingen: • Open het vak niet, en neem de geheugenkaart of de batterij niet uit het vak wanneer de LED nog brandt, omdat de camera dan nog naar het geheugen aan het wegschrijven is. Anders kunnen de gegevens op de kaart worden beschadigd en er kunnen fouten bij de camera optreden. • SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten hebben een schakelaar voor schrijfbeveiliging waarmee de bestanden tegen onopzettelijk opslaan en/of wissen kunnen worden beschermd. Deze schakelaar is een schuifje op de niet afgeschuinde kant van de kaart; in de onderste stand, die met LOCK is gemarkeerd, zijn de gegevens beveiligd. • Als de geheugenkaart niet kan worden geplaatst, controleer dan of u hem goed om hebt. • Als er een geheugenkaart in de camera zit, worden de beelden alleen op de kaart opgeslagen. Als er geen kaart in de camera zit, slaat hij de beeldgegevens in het interne geheugen op. 119 Voorbereidingen NL OBJECTIEF PLAATSEN Afb. 12 OBJECTIEF VERWIJDEREN Afb. 13 1. 3. Afb. 12 2. 2. 3. 1. Afb. 13 Aanwijzingen: • Ter bescherming tegen het binnendringen van stof moet u altijd een objectief of de cameradop op de camera laten zitten. • Om dezelfde reden moet het verwisselen van een objectief vlot en indien mogelijk in een stofvrije ruimte gebeuren. • Camera- of objectiefkappen moeten niet in een broekzak worden bewaard, omdat ze daar stof aantrekken dat bij het plaatsen van het objectief in de camera terecht kan komen. OBJECTIEVEN VOOR DE LEICA TL Alle objectieven voor de Leica TL hebben in principe dezelfde externe constructie: er is aan de voorzijde een externe bajonet voor de zonnekap en een inwendige schroefdraad voor filters, dan een instelring voor de afstand, een vaste ring met een rode indexknop voor het verwisselen van het objectief en een contactstrip voor de overdracht van informatie en stuursignalen. Vario-objectieven voor de Leica TL hebben bovendien een extra instelring voor de brandpuntsafstand, evenals een bijbehorende index. Aanwijzing: Illustratie op de binnenkant van de achterflap. 120 Scherptediepte NL Zonnekap Opnamestand Belichtingsmeting en -regeling met Vario-objectieven voor de Leica TL Vario-objectieven voor de Leica TL hebben een variabele lichtsterkte, d.w.z. dat de eigenlijke diafragma-opening afhankelijk is van de ingestelde brandpuntsafstand. Om onjuiste belichting te voorkomen, moet de gewenste brandpuntafstand daarom worden bepaald alvorens de meetwaarde is geregistreerd of de tijd/ diafragma-combinatie is aangepast. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de secties onder "Belichtingsmeting en -regeling" vanaf pag. 150. Bij gebruik van extra, niet-systeem-compatibele flitsers moet de diafragma-instelling op de flitser altijd de werkelijke diafragmawaarde zijn. Transportstand Voorbereidingen De objectieven voor de Leica TL hebben geen diafragmaring en er is dus ook geen scherptediepteschaal beschikbaar. De overeenkomstige waarden vind u in de tabellen op de homepage van de Leica Camera AG. Objectieven voor de Leica TL worden geleverd met optimale afgestemde zonnekappen. Zij kunnen dankzij zijn symmetrische bajonet snel en gemakkelijk worden geplaatst - om ruimte te besparen ook omgekeerd. Zonnekappen reduceren strooilicht en reflecties alsmede schade en vervuiling van de frontlens. Filters Aan objectieven voor de Leica TL kunnen filters met schroefdraad worden gebruikt. De juiste diameters vindt u in de specificaties van de betreffende objectiefhandleiding. 121 CAMERABEDIENING HOOFDSCHAKELAAR Afb. 14 De Leica TL wordt met de hoofdschakelaar in- en uitgeschakeld: –– OFF = uitgeschakeld –– ON = ingeschakeld Camerabediening NL OFF ON Afb. 14 OFF ON Daarnaast kunt u er de ingebouwde flitser mee ontgrendelen: –– = Flitser schiet naar boven • Als u de camera inschakelt, licht het LCD-scherm op. Aanwijzing: Als u hem voor het eerst inschakelt, of wanneer hij voor het eerst wordt ingeschakeld na het resetten van alle instellingen, verschijnt rechtsboven PLAY ▸ op het LCD-scherm. Door het scherm aan te raken, start u een welkomstvideo. De video kan worden gestopt door het aanraken van SKIP ▸. Vervolgens verschijnt het LANGUAGE -submenu, als u dat hebt ingesteld het DATE/TIME -submenu en als u dat ook hebt ingesteld uiteindelijk het schermbeeld. INSTELWIELEN Afb. 15 Met de beide instelwielen van de Leica TL bedient u in de opname-, weergave- en menuprogramma's verschillende functies. Afb. 15 122 NL DE ONTSPANNERS OFF De ontspanner werkt in twee stappen. Door hem licht in te drukken worden zowel de automatische afstandsinstelling, alsook de belichtingsmeting en -regeling geactiveerd en worden de instellingen en de gemeten waarde geregistreerd. Als de camera van tevoren in de stand-by modus stond, wordt hij daardoor weer geactiveerd en het beeld op het scherm verschijnt weer. Als de ontspanner helemaal wordt ingedrukt, vindt opname plaats. ON Camerabediening Voor foto's Afb. 16 Afb. 16 Voor video's Afb. 17 Met deze button start en stopt u de video-opname. OFF ON Afb. 17 123 Camerabediening NL GEBARENREGELING De bediening van de Leica TL doet u grotendeels met de links weergegeven gebaren op het touchscreen. Aanwijzing: Licht aantippen is voldoende - niet drukken. kort aanraken dubbel aanraken vegen knijpen 124 spreiden lang aanraken, slepen en loslaten Rechter werkbalk Afb. 18a/b F2.8 NL Weergavemodus 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/8000 ISO 12500 EV 999-9000 A INFO -3 Blokkeren Afb. 19a/b Deblokkeren Afb. 20a/b 2 1 0 1 2 3+ 12MP INFO 8234 22:45PM 22.02.2012 8234/9999 Afb. 18b Afb. 18a F2.8 12MP 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/8000 ISO 12500 EV A A INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 INFO -3 Afb. 19a F2.8 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 19b 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/8000 ISO 12500 EV A A INFO -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 20a Camerabediening De pictogrammen aan de rechter rand van het scherm zijn de toegang tot de bediening van de Leica TL. Om onbedoelde acties te voorkomen, kunt u deze pictogrammen uitschakelen. Opnamemodus 12MP 8234 INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 20b 125 Camerabediening NL F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/60 AWB A A Door herhaaldelijk INFO -weergave aan te tippen kunt u de indicaties op het scherm in stappen uitbreiden. INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP F2.8 1/60 INFO 8234 16MP Afb. 21a SD 8234 Afb. 21b F2.8 1/60 AWB AWB A A INFO 16MP SD F2.8 16MP SD 8234 F2.8 1/60 ISO 100 AWB 999-9000 999-9000 INFO 22:45PM 22.02.2012 12MP F2.8 1/60 ISO 100 INFO 8234/9999 16MP Afb. 22a SD 8234 Afb. 22b F2.8 1/60 AWB ISO 100 AWB 999-9000 999-9000 INFO 16MP Afb. 22d SD 1x = statusindicaties 2x = raster 3x = histogram 4x = zonder extra informatie In de weergavemodus Afb. 22a-d Afb. 21c 1/8000 ISO 12500 EV In de opnamestand Afb. 21a-d INFO 8234 Afb. 21d 126 INFO-weergave INFO 8234 16MP Afb. 22c SD 8234 1x = statusindicaties 2x = histogram 3x = clipping Aanwijzingen: • Het histogram en de clipping-indicaties staan niet ter beschikking voor het afspelen van video. • Bovendien verschijnt er bij handmatige afstandsinstelling een afstandsschaal. Belichtingsprogramma's- / Scène-menu oproepen Afb. 23a/b F2.8 1/8000 ISO 12500 EV A A INFO -3 MyCamera-menu oproepen Afb. 24a/b Door het -pictogram aan te raken start u het MyCamera-menu. Dit menu kan individueel worden samengesteld met de functies uit het hoofdmenu. Daardoor hebt u sneller toegang tot de functies die voor u het belangrijkst zijn. Hoofdmenu starten Afb. 25a-c Door het -pictogram in het menu MyCamera aan te raken, gaat u naar het hoofdmenu. Het hoofdmenu bevat alle menufuncties van de camera. 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 23b Afb. 23a F2.8 1/8000 ISO 12500 EV A NL Camerabediening Door het pictogram in de rechterbovenhoek van de werkbalk aan te raken, start u het Belichtingsprogramma- / Scène-menu. INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 24a F2.8 Afb. 24b 1/8000 ISO 12500 EV A = terug naar het vorige menu-niveau of de vorige instelling INFO -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 25a 12MP 8234 Afb. 25b Afb. 25c 127 Camerabediening NL Navigatie in het hoofdmenu en het MyCamera-menu Afb. 26a Afb. 26b Loopbalk Afb. 26c 128 Afb. 27a Afb. 27b Afb. 27d Afb. 27c De camera biedt 2 verschillende mogelijkheden om in de menu's te navigeren. –– door middel van gebaren Afb. 26a-c –– met de instelwielen (beide hebben in dit geval dezelfde functie) en gebaren Afb. 27a-d • De voortgangsbalk aan de linkerkant is een oriëntatiehulp voor de actuele positie in het menu. Aanwijzing: Menufuncties die, bijvoorbeeld als gevolg van andere instellingen, niet ter beschikking staan, worden grijs weergegeven Afb. 28a en worden overgeslagen. Menutegels De menu-items verschijnen in de vorm van tegels. b. b. c. c. Afb. 28a Afhankelijk van de omvang van de menufunctie biedt de tegel: –– de directe instelling van de opties of –– toegang tot een submenu Afb. 28c Afb. 28b b. b. c. c. Camerabediening Gegevens op de tegels Afb.28a Weergave van een tegel waarmee een directe instelling van de opties mogelijk is (max. 5). Afb. 28a-d Pictogram of numerieke waarde Afb. 28a-d  Aanduiding van het menu-item ofwel de ingestelde menufunctie. NL a. Afb. 28d Direct instellen van de opties van een functie Bij direct aanpasbare menutegels kunt u de volgende optie eenvoudig door aanraken starten Afb. 29a-c. Afb. 29a Afb. 28b Afb. 29c 129 Camerabediening NL Instellen van de opties in submenu's Menu-items waarvan uitsluitend de indicaties b. en c. te zien zijn, worden in submenu's ingesteld. De structuur verschilt, afhankelijk van de functie. Afb. 30a Instellingen in submenu's met gebarenbesturing Afb. 30a-f D.m.v. vegen kunt u de submenulijst regel voor regel doorbladeren. Afb. 30b Afb. 30c Afb. 30d Afb. 30e Afb. 30f 130 Aanwijzing: De menu-items en submenu-items kunnen selectief worden aangepast door het aanraken van het gemarkeerde menu-item zelf, of de in dit geval in de werkbalk zichtbare SET-indicatie Algemene opmerkingen over de menubediening • Instellingen in de menupunten die verschillen van de vorige verklaringen of extra stappen bevatten, zijn beschreven in het kader van de betreffende menupunten. • Sommige menupunten zijn mogelijk niet beschikbaar, bijvoorbeeld omdat de respectieve functies in de scèneprogramma's vaste instellingen zijn, of omdat zij betrekking hebben op de als toebehoren verkrijgbare, in dit geval niet geplaatste, externe zoeker. Deze menupunten hebben in dat geval een grijs functie-pictogram (in plaats van wit) en kunnen niet worden geselecteerd. • Normaal gesproken opent het menu met de laatst gekozen optie open. NL SET Afb. 31a Afb. 31b SET Afb. 31d Afb. 31c Afb. 31e Afb. 31f Afb. 31h Afb. 31g Camerabediening Instellingen in submenu's met de instelwielen en gebarenbesturing Afb. 31a-h Met de instelwielen - beide hebben in dit geval dezelfde functie - kunnen individuele submenu-items worden geselecteerd. Bij verdere rotatie voorbij aan het eerste ofwel laatste submenu-item van een pagina "springt" de submenulijst een pagina verder, d.w.z. er verschijnen de volgende, resp. vorige regels. Dit geldt ook voor het begin en het eind van de submenulijst (=> "eindeloze lus"). 131 NL MyCamera-menu aanpassen Camerabediening Bij aflevering zijn de volgende functies voorgedefinieerd. Afb. 32a Afb. 32b Aan het MyCamera-menu kunt u elke functie van het hoofdmenu toevoegen, verwijderen of van positie wijzigen. Deze vrije menu-inrichting maakt de individuele aanpassing aan uw persoonlijke voorkeuren mogelijk en biedt snelle toegang tot de functies die u het meest gebruikt. Menupunten toevoegen Afb. 32a-d Afb. 32d 132 Afb. 32c Menu-items voegt u toe met het gebaar . NL Menupunten wissen Afb. 34a-c Alle functies kunnen weer uit het MyCamera-menu worden verwijderd door ze op te slepen. Afb. 33a Afb. 33d Afb. 33b Camerabediening Volgorde menupunten wijzigen Afb. 33a-d De menupunten worden aanvankelijk weergegeven in volgorde van selectie. De volgorde kan willekeurig worden gewijzigd. Afb. 33c Afb. 34a Afb. 34b Afb. 34c 133 NL F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 ISO Camerabediening F INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Instelwiel-menu 1/8000 ISO 12500 EV A A INFO -3 Afb. 35a 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 35b F2.8 1/8000 ISO 12500 EV ISO F A INFO -3 2 Het rechter instelwiel is in sluitertijd voorkeuze, diafragma voorkeuze en geprogrammeerd automatisch toegewezen aan de functies van diafragma, sluitertijd, en programma shift. Aan het linker instelwiel kunnen in deze modi de zes in Afb. 35c getoonde functies worden toegewezen. Af fabriek is ISO gespecificeerd. 1 0 1 2 3+ Afb. 35c 12MP 8234 Instelwielmenu starten Afb. 35a-c De functie-indicaties worden weergegeven als u een van de duimwielen een klik verder draait. Door het aanraken van de linker functie-indicatie verschijnen de 6 functies om uit te kiezen. Instelwiel-vergrendelen Door de functie-indicaties lang aan te raken, kan de functie van het instelwiel worden vergrendeld. Dit is mogelijk met beide instelwielen. 134 Gewenste optie aan instelwiel toekennen F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 ISO F 1/8000 ISO 12500 EV WB A F A INFO -3 2 0 1 2 3+ 12MP 8234 F2.8 INFO -3 Afb. 36a Met het linker instelwiel en gebarenbesturing Afb. 37a-f Aanwijzing: Ongeacht welke van de functies in de menulijst is geactiveerd (rood omcirkeld), kan elke optie altijd worden geselecteerd door aanraking. 1 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 36b F2.8 1/8000 ISO 12500 EV ISO F 1/8000 ISO 12500 EV ISO A F INFO INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 -3 Afb. 37a F2.8 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 37b 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 ISO F 1/8000 ISO 12500 EV ISO SET A F INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 37c F2.8 1/8000 ISO 12500 EV WB F 1/8000 ISO 12500 EV ISO A F 2 1 0 1 2 3+ Afb. 37f 12MP 8234 A INFO INFO -3 SET A INFO -3 Afb. 37d F2.8 SET A Camerabediening Met gebarenbesturing Afb. 36a/b NL -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 37e 135 NL CAMERA-BASISINSTELLINGEN Camera-basisinstellingen MENUTAAL Tijdzone selecteren Afb. 39a-c Elke aanraking of elk slepen resulteert in het verdergaan naar de volgende tijdzone. ► selecteren ► In het submenu de gewenste taal selecteren Afb. 42a DATUM / TIJD ► Afb. 39a Afb. 39b selecteren Datum / tijd instellen Afb. 38 Deze waarden worden in vijf "kolommen" op dezelfde manier ingesteld. Afb. 39c ►B  evestigen door SET aan te raken Tijdsindeling selecteren Afb. 40 Afb. 38 ►B  evestigen door SET aan te raken Afb. 40 ►B  evestigen door SET aan te raken 136 Zomertijd/wintertijd instellen Afb. 41a-b Automatische uitschakeling van de camera ► In Afb. 41a Afb. 41b ► Bevestigen door SET aan te raken Aanwijzing: Zelfs als er geen batterij is geplaatst, of als deze leeg is, blijft de instelling van datum en tijd dankzij een ingebouwde bufferbatterij gedurende circa 2 dagen behouden. Daarna moet hij dan wel weer worden ingesteld. de gewenste instelling selecteren Aanwijzingen: • Ook als de camera zich in de stand-by-modus bevindt, kan hij altijd door indrukken van de ontspanner of door uit- en inschakelen met de hoofdschakelaar weer worden geactiveerd. NL Camera-basisinstellingen Wanneer deze optie is ingeschakeld, schakelt de camera na afloop van de geselecteerde tijd (1/2/5/10/20min) in de energiebesparende stand-by-modus. 137 Camera-basisinstellingen NL Akoestische signalen Met de Leica TL kunt u instellen of bedieningsprocessen, bijv. een volle geheugenkaart, moeten worden gemeld met geluiden, of dat de werking van de camera en het fotograferen zelf grotendeels geruisloos moeten zijn. ► selecteren ► In de submenu's Volume , Click , SD card full , AF Confirmation de gewenste instellingen selecteren (OFF, LOW, HIGH ) LCD-scherm- / zoekerinstellingen Voor optimale waarneming en voor aanpassing aan verschillende lichtomstandigheden kunt u de helderheid en kleurweergave wijzigen. Aanwijzingen: • De hieronder met behulp van instellingen op het LCD-scherm beschreven bediening geldt in gelijke mate voor de zoekerinstellingen, d.w.z. ook voor de twee menupunten EVF BRIGHTNESS en EVF COLOR ADJUSTMENT. • Indien de als accessoire beschikbare, externe elektronische zoeker Leica Visoflex niet is bevestigd, kunnen deze menupunten niet worden gekozen en zijn de betreffende pictogrammen dan ook grijs. • De zoeker wordt automatisch ingeschakeld - en het LCD-scherm gaat uit - zodra de sensor in het oculair van de zoeker detecteert dat u erdoorheen kijkt. Als de menubediening actief is, gebeurt dit echter pas nadat u op de sluiterknop drukt. 138 Helderheidsinstellingen ► selecteren ► In het submenu AUTO selecteren (voor automatische, door het omgevingslicht gestuurde instelling) of ► In het submenu de gewenste instelling op de schaal met + instellen Kleurinstellingen Afb. 42 ► selecteren 1.Cursor voor het momentele instelling 2.Kleur-richtingen (Y = yellow, 2. 2. 2. 1. 2. Afb. 42 3. G = green/groen, B =blue/blauw, M = magenta) 3. Pictogram voor reset naar neutrale (middelste) positie ► De aanvankelijk in het midden liggende cursor met , of met de instelwielen - verticaal met het linker, horizontaal met het rechter - naar de positie verplaatsen die de gewenste kleurweergave op het LCD-scherm oplevert, d.w.z. in richting van de betreffende kleurgegevens aan de randen • De kleurweergave van het LCD-scherm zal volgens uw instellingen worden aangepast. Automatische uitschakeling van het monitor ► In de gewenste instelling selecteren NL Camera-basisinstellingen Met deze functie kunt u selecteren na hoeveel tijd de monitor wordt uitgeschakeld, ofwel of hij ingeschakeld moet blijven. Automatisch uitschakelen bespaart niet alleen stroom, maar zorgt er ook voor dat de camera sneller weer klaar is voor gebruik. 139 NL OPNAME-BASISINSTELLINGEN Opname-basisinstellingen Bestandsformaat / compressiegraad Er zijn twee verschillende JPEG-compressiegraden beschikbaar: JPG fine en JPG super fine. Beide kunnen gelijktijdig in combinatie met het formaat DNG worden opgeslagen. DNG (digital negative) is een gestandaardiseerd 'raw-data'-formaat. ► In de gewenste instelling selecteren Aanwijzing: Het aantal resterende opnamen, of de resterende opnametijd, is slechts een benadering, aangezien de bestandsgrootte van gecomprimeerde foto's, afhankelijk van het gefotografeerde object, sterk kan variëren. JPEG-resolutie Als u een van de JPG-formaten hebt geselecteerd, kunt u nog uit 5 verschillende opnameresoluties (aantal pixels) kiezen. Beschikbaar: 1,8M, 3M, 7M, 12M en 16M (M = megapixels). U kunt deze aanpassen aan het gebruiksdoel van de opnamen, resp. de capaciteit van de geplaatste geheugenkaart. ► In de gewenste instelling selecteren Aanwijzing: De opslag van ruwe data (DNG) is altijd me de hoogste resolutie, onafhankelijk van de instellingen voor JPEG-foto's. 140 Witbalans In de digitale fotografie zorgt de witbalans voor een neutrale, d.w.z. natuurgetrouwe kleurweergave bij elk licht. De kleur die als wit moet worden weergegeven, wordt vooraf in de camera ingesteld. U kunt kiezen uit automatische witbalans, verschillende voorinstellingen, twee vaste, op specifieke metingen gebaseerde instellingen en de directe instelling van de kleurtemperatuur. 1. Automatic (automatische instellingen) 2. Daylight (voor buitenopnamen in de zon) 3. Cloudy (voor buitenopnamen bij bewolkte hemel) 4. Shadow (voor buitenopnamen met het belangrijkste onderwerp in de schaduw) 5. Tungsten (voor verlichting met gloeilampen) 6. Flash (voor verlichting door een elektronische flitser) 7. Grey card 1 (geheugenruimte voor eigen meetresultaten) 8. Grey card 2 (geheugenruimte voor eigen meetresultaten) 9. Color temperature (ruimte voor vaste waarde) Direct instellen van de kleurtemperatuur ► selecteren ► In het 1e submenu gewenste instelling selecteren ► Handmatig instellen door meting ► selecteren ► In het 1e submenu selecteren naast Grey card1 of Grey card2 • In het midden van het LCD-scherm verschijnt een geel frame met een instructie eronder. selecteren ► In het 1e submenu naast Color temperature selecteren ► In het 2e submenu gewenste waarde selecteren Witbalans-opties met het linker instelwiel selecteren. Als aan het linker instelwiel de functie WB wordt toegekend, kunt u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren. NL Opname-basisinstellingen Vaste voorinstellingen ► Richt het frame op een uniform wit of grijs object waarmee het volledig wordt gevuld ► Bevestigen door SET aan te raken De camera maakt een opname en voert meting en opslag door. Deze instellingen kunt u vervolgens met Grey card1 of weer oproepen. Grey card2 141 Opname-basisinstellingen NL ISO-filmgevoeligheid Kleurweergave (FILM MODE) / beeldeigenschappen De ISO-instelling bepaalt de mogelijke combinaties van sluitertijd en diafragma bij een bepaalde helderheid. Hogere gevoeligheden laten snellere sluitertijden en/of kleinere diafragmawaarden toe (om bijv. snelle actie te "bevriezen" of de scherptediepte te vergroten), maar dit kan wel meer ruis in de foto tot gevolg hebben. Een van de vele voordelen van digitale fotografie is de zeer eenvoudige wijziging van elementaire beeldeigenschappen. De Leica TL kunt u daarom kleurweergave en contrast, scherpte en kleurverzadiging reeds voor de opname beïnvloeden. ► selecteren ► In het submenu de gewenste instelling selecteren (d.w.z. AUTO ISO voor de automatische instelling, of een van de acht voorgeprogrammeerde instellingen) Als aan het linker instelwiel de functie ISO wordt toegekend, kunt u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren. In de variant AUTO ISO is het mogelijk om het te gebruiken gevoeligheidsbereik te beperken (bijv. de beeldruis te controleren), bovendien kan de langste te gebruiken sluitertijd worden vastgelegd (om bijv. onscherpe opnamen van bewegende objecten te vermijden): ► selecteren ► Max. exposure time en/of Maximum ISO submenu selecteren ► In Max. exposure time en/of Maximum ISO submenu's de gewenste instellingen selecteren 142 Aanwijzing: De in de volgende sectie beschreven functies en instellingen hebben alleen betrekking op opnamen in een van de beide JPEG-formaten. Als het DNG-bestandsformaat is vastgelegd, dan hebben deze instellingen geen effect, omdat de beeldgegevens in dit geval altijd in de oorspronkelijke vorm worden opgeslagen. Kleurweergave Voor kleurweergave kunt u kiezen uit Standard , Vivid – voor sterk verzadigde kleuren – enNatural – voor iets zwakker verzadigde kleuren en een iets zachter contrast. Er zijn ook nog twee zwart-wit-instellingen B&W Natural (natuurlijk) en B&W High Contrast (hoog contrast). ► selecteren ► In het submenu de gewenste instelling selecteren ► NL selecteren ► In het 1e submenu de gewenste kleurweergave aanraken ► In het 2e submenu afb. 43 bij gewenste beeldeigenschap met , of rechter instelwiel instellen Opname-basisinstellingen Contrast, scherpte, verzadiging Van elke kleurweergave-instelling kunt u bovendien deze 3 beeldeigenschappen wijzigen. –– Het contrast, d.w.z. het verschil tussen lichte en donkere partijen, bepaalt of een beeld meer „mat“ of meer „briljant“ overkomt. Daarom kan het contrast door vergroten of verkleinen van dit verschil, d.w.z. door de heldere weergave van lichte en donkere partijen worden beïnvloed. –– Een scherpe afbeelding door de juiste afstandsinstelling – tenminste van het onderwerp – is een voorwaarde voor een gelukte opname. De indruk van scherpte van een opname wordt weer sterk bepaald door de scherpte aan de randen, d.w.z. hoe klein het overgangsgebied van licht naar donker aan de randen van de opname is. Door het vergroten of verkleinen van dit gebied kan dus ook de indruk van scherpte worden gewijzigd. –– De verzadiging bepaalt bij kleurenfoto's of de kleuren op het beeld wat „fletser“ en pastelkleurig of meer„knallend“ en intensief overkomen. Afb. 43 ► Bevestigen door SET aan te raken • Als dit dusdanig is ingesteld, zal de betreffende kleurweergave-optie in het 1e submenu door een extra sterretje, bijvoorbeeld Standard*, gekenmerkt zijn. 143 NL OPNAMEMODUS Afstandsinstelling Opnamemodus Beeldsequentie Met de Leica TL kan de afstandsinstelling zowel automatisch als ook handmatig gebeuren. Autofocus AF(Automatische afstandsinstelling) 144 Met de Leica TL zijn zowel individuele als serie-opnamen mogelijk. ► In de gewenste instelling selecteren Aanwijzingen: • Serieopnamen met een frequentie van 5 b/s zijn mogelijk, zolang de sluitertijd 1⁄60s en korter is. • Serie-opnamen met flits zijn niet mogelijk. Als de flitsfunctie toch is geactiveerd, wordt er slechts één opname gemaakt. • Als serieopnamen zijn ingesteld en u de zelfontspanner gebruikt, wordt er slechts één opname gemaakt. • Na een reeks van maximaal 12 opnamen wordt de opnamefrequentie iets langzamer. Dit ligt aan de tijd die vereist is voor de overdracht van gegevens uit het tijdelijke geheugen van de kaart, ofwel het interne geheugen. • Hoeveel foto's er ook in een serie zijn genomen, u krijgt altijd de laatste opname het eerst te zien. ► In AFc AFs (enkelvoudige autofocus) of (continue autofocus) Als aan het linker instelwiel de functie AF wordt toegekend, kunt u daarmee de gewenste optie - AFs / AFc of MF - rechtstreeks selecteren. • De geselecteerde functie wordt weergegeven op het LCDscherm. De AFs -modus moet gebruikt worden, als men objecten wenst op te nemen die helemaal niet of slechts weinig bewegen. Men focust door een lichte druk op de ontspanner (eerst drukpunt) op het bereik dat scherper moet worden gesteld. Als het object zich tussen het eerste drukpunt en de opname heeft bewogen, ligt de scherpte waarschijnlijk niet meer in het gewenste bereik. De AFc -modus daarentegen moet worden gebruikt, wanneer men bewegende objecten wenst op te nemen. Hier wordt eveneens op een gewenst bereik gefocust via een eerste drukpunt van de ontspanner. Terwijl deze tot het eerste drukpunt wordt vastgehouden, stelt de camera het vooraf gefocuste bereik tot aan de opname permanent scherp. • De succesvolle AF-instelling wordt als volgt weergegeven: –– de rechthoek wordt groen –– bij een multi-veld-meting ziet u t/m 9 rechthoekjes –– een akoestisch signaal wordt gegenereerd (indien geactiveerd). AF-hulplicht Het ingebouwde AF-hulplicht verbetert het bereik van het AF-systeem in omstandigheden met weinig licht. Als de functie geactiveerd is en deze omstandigheden optreden, gaat dit licht aan wanneer u op de ontspanner drukt. ► In de gewenste instelling selecteren Aanwijzing: Het AF-hulplicht heeft een bereik van ongeveer 4m. Daarom werkt de AF-modus in omstandigheden met weinig licht op een langere afstand niet. NL Opnamemodus Aanwijzingen: • Als u de sluiter half ingedrukt houdt en ook bij het scherpstellen door aanraken is het in de autofocus-modus altijd mogelijk de automatisch ingestelde afstand met de afstands-instelring handmatig aan te passen. • De gegevens worden samen met de belichtingsinstelling opgeslagen. • In bepaalde situaties kan het AF-systeem de afstand niet correct instellen, bijv.: –– de afstand tot het onderwerp ligt buiten het beschikbare instellingsbereik van het objectief op de camera en/of –– het motief is niet voldoende belicht, (z. volgende paragraaf). Dergelijke situaties en onderwerpen worden aangeduid met: –– de rechthoek wordt rood; –– met de multi-veld-meting: de indicatie verandert in een enkele rode rechthoek • Bij gebruik van Leica M-objectieven met de optionele verkrijgbare Leica M-adapter L is uitsluitend handmatige afstandsinstelling mogelijk. • Afhankelijk van het gebruikte Leica TL-objectief wordt FOCUS MODE met de meetmethoden AFs Macro en AFc Macro vervolledigd. Belangrijk: De ontspanner is niet vergrendeld, ongeacht of de afstandsinstelling voor het betreffende onderwerp correct is of niet. 145 Opnamemodus NL Autofocus-meetmethoden/modussen Om het AF-systeem aan verschillende onderwerpen, situaties en uw eigen compositie-ideeën aan te passen, kunt u met de Leica TL uit vijf AF-meetmethoden kiezen: ► In de gewenste instelling selecteren ► In het submenu de gewenste instelling selecteren De AF-functie kan ook worden gebruikt voor opnamereeksen waarbij het deel van het onderwerp dat scherp moet zijn zich steeds op dezelfde, niet-centrale positie in beeld bevindt. Bij beide meetmethoden kunt u het normaal in het midden van het schermbeeld geplaatste AF-kader naar een andere plaats verschuiven Dit kunt u via het menu of direct instellen. Directe bediening Afb. 44a/c F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 Beide meetmethoden detecteren alleen delen van het onderwerp in het betreffende AF-kader. • De betreffende meetsegmenten zijn gemarkeerd met een klein AF-kader. Dankzij het extreem kleine meetbereik van de spotmeting kan het op zeer kleine details in het onderwerp worden gericht. Het iets grotere meetbereik van de 1-segment-meting is minder gevoelig bij het richten, dus gemakkelijker te hanteren, maar zorgt nog steeds voor een selectieve meting. 1/8000 ISO 12500 EV SET Spot-/enkelvoudige meting -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 SET -3 Afb. 44a 2 1 0 1 2 3+ F2.8 8234 1/8000 ISO 12500 EV SET -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 44c 146 12MP Afb. 44b 12MP 8234 Menubediening na selectie van de functie via menu Afb. 45a-c / 46 a / b Het kader kan vóór deze bevestiging weer direct naar zijn middelste stand terug worden gebracht Afb. 47a-b. F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 F2.8 1/8000 ISO 12500 EV SET -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 47a 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 -3 Afb. 45a 2 1 0 1 2 3+ 12MP SET 12MP 8234 -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 47b Aanwijzing: In beide gevallen blijven de meetvelden, ook bij gewijzigde meetmethode en na het uitschakelen van de camera, op hun eerder bepaalde posities. 8234 Afb. 45b F2.8 1/8000 ISO 12500 EV 1/8000 ISO 12500 EV SET -3 F2.8 SET Opnamemodus ► In het -submenu bij de gewenste meetmethode aanraken Vervolgens kunt u het meetveld op twee manieren verplaatsen. NL 1/8000 ISO 12500 EV SET -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 45b F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/8000 ISO 12500 EV SET -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 46a 12MP 8234 SET -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 46b 147 Opnamemodus NL Touch AF / Touch AF + afdrukken Multi-veld-meting Met deze modus kan het de AF-kader voor elke opname, zonder extra menu-instellingen, worden verplaatst. Meetkarakteristieken en grootte van het meetveld komen overeen met de enkelvoudige meting. Deze meetmethode meet het onderwerp in 11 segmenten. De scherpstelling richt zich automatisch naar de delen van het onderwerp die het dichtstbij zijn om maximale zekerheid te bieden voor snapshots. De gebruikte segmenten worden door AF-kaders aangeduid. Normaal gesproken worden 9 van 11 segmenten, die zodanig zijn ingedeeld dat ze een groot deel van het beeldcentrum dekken. ► selecteren ► In het submenu Touch AF of Touch AF + Release selecteren Meetsegment verplaatsen Afb. 48a/b ►R  aak het LCD-scherm op de gewenste positie in het beeldveld aan F2.8 1/8000 ISO 12500 EV F2.8 1/8000 ISO 12500 EV A A INFO -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 48a 12MP 8234 INFO -3 2 1 0 1 2 3+ 12MP Gezichtsherkenning In deze modus herkent de Leica TL automatisch gezichten in het beeld en stelt scherp op de gezichten op de kortste afstand. Als er geen gezichten worden gedetecteerd, wordt de multi-segment-meting toegepast. 8234 Afb. 48b • Het AF-kader springt naar de geselecteerde positie Opnamen Het scherpstelproces start in dit geval niet pas als de ontspanner licht wordt ingedrukt, maar meteen als het scherm wordt aangeraakt. Bovendien kunt u met de functie Touch AF + Release door slechts eenmaal het scherm aan te raken focussen en automatisch een opname maken. Aanwijzing: Het meetveld blijft op zijn laatste vastgelegde positie - ook nadat de camera is uitgeschakeld 148 ► selecteren ► In het submenu Multi Point selecteren ► selecteren ► In het submenu Face Detection selecteren Scherpte instellen Afb. 49 Bij bepaalde onderwerpen en situaties kan het nuttig zijn de afstand zelf in te stellen in plaats van met autofocus te werken. Bijvoorbeeld, als u dezelfde instelling gebruikt voor meerdere opnamen en het gebruik van meetwaarden lastiger zou zijn, of als voor landschappen de instelling op oneindig wilt laten staan, of als door slechte, d.w.z. zeer donkere lichtomstandigheden de AF niet of nauwelijks functioneert. ► Beeldfragment bepalen, ► selecteren ► In het submenu MF selecteren De handmatige afstandsinstelling doet u met de bijbehorende ring op het objectief. De optimale instelling is bereikt, als het LCD-scherm het essentiële deel (of delen) van uw onderwerp zoals gewenst weergeeft. ►D  raai de afstandsinstelring van het objectief totdat de gewenste delen van het onderwerp optimaal scherp zijn F2.8 1/8000 ISO 12500 EV A x3 x6 1 0,3 -3 2 1 1 1 0 1 2 12MP6 3 2 3+ 2 ► In ON selecteren INFO ∞ m 8234 ∞ ft Afb. 49 1 x3-/x6-veld voor aanpassing van de vergroting 2 Afstandsschaal - de balk duidt de momentele instelling aan (verschijnt samen met de statusindicaties, zie "De INFO-indicatie"). Beide indicaties gaan uit na ca. 5 sec. vanaf de laatste afstandinstelling F 0.0 1/100 ISOAUTO MF AWB ISO Hulpfunctie voor handmatige afstandsinstelling Om het instellen te vergemakkelijken, of de instelnauwkeurigheid te verhogen, biedt de Leica TL u een hulpmiddel - de vergrote weergave. Achtergrond: Hoe groter de details van het motief op de monitor worden afgebeeld, des te beter kan hun scherpte worden beoordeeld en hoe nauwkeuriger de afstand kan worden ingesteld. NL Opnamemodus Handmatige afstandsinstelling A INFO 16MP SD 8234 Aanwijzingen: • Bij gebruik van de Leica M-adapter L wijzigt de toewijzing van het linker instelwiel in FOCUS AID 3x , 6x of Off! • Ook als u de sluiter half ingedrukt houdt, is het in de autofocus-modus altijd mogelijk de automatisch ingestelde afstand met de afstands-instelring handmatig aan te passen. 149 NL BELICHTINGSMETING EN -REGELING Opnamemodus Belichtingsmeetmethoden Voor de aanpassing aan de heersende lichtomstandigheden, aan de situatie resp. uw werkwijze en uw creatieve ideeën zijn er met de Leica TL drie belichtingsmeetmethoden beschikbaar: ► In de gewenste instelling selecteren Multi-veld-meting Bij deze meetmethode analyseert de camera automatisch de helderheidsverschillen in het onderwerp en analyseert op basis van een vergelijking met geprogrammeerde helderheid-verdelingspatronen de vermoedelijk positie van het onderwerp en de beste belichting ervoor. Deze methode is daarom bijzonder geschikt voor spontane, ongecompliceerde maar toch betrouwbare fotografie, ook onder moeilijke omstandigheden en daarom dus voor gebruik in samenhang met de programma-automaat. 150 Centrum-georiënteerde meting Deze meetmethode houdt voornamelijk rekening met het midden van het beeldveld, maar registreert ook alle andere gedeelten. Hiermee is het mogelijk – met name in combinatie met de meetwaardenopslag – de belichting gericht op bepaalde delen van het onderwerp af te stemmen, terwijl tegelijk rekening wordt gehouden met het totale beeldveld. Spotmeting Deze meetmethode is uitsluitend geconcentreerd op een klein gebied in het midden van het beeld. Hiermee kunt u vooral kleine en kleinste details zeer nauwkeurig belichten - bij voorkeur in combinatie met handmatige instelling. Bij tegenlichtopnamen, bijvoorbeeld, moet meestal worden voorkomen dat de heldere omgeving een onderbelicht hoofdonderwerp veroorzaakt. Met het veel kleinere meetveld van de spotmeting kunt u zulke onderwerpdetails gericht inschatten. Histogram Voor de opnamemodus zie pag. 24 afb. 21d ► INFO 3x Voor de weergavemodus zie pag. 24 afb. 22c ► INFO 2x Kies de instelling met Clipping, als de te heldere gedeelten van de opnamen dienen te worden gemarkeerd. zie pag. 24 afb. 22d ► INFO 3x Behalve het zwart-wit-histogram kunt u in de weergavestand ook een RGB-histogram instellen, dat de helderheidswaarden van de drie kleuren rood, groen en blauw afzonderlijk weergeeft: ► In NL F2.8 1/60 F2.8 1/60 AWB AWB A A INFO 16MP Afb. 50a SD INFO 8234 16MP SD 8234 Afb. 50b Opnamemodus Het histogram geeft de helderheidsverdeling van de opname weer. Daarbij komt de horizontale as overeen met de helderheidswaarden die van zwart (links) via grijs naar wit (rechts) verlopen. De verticale as komt overeen met het aantal pixels in de betreffende helderheid. Deze grafische weergave helpt – naast de beeldindruk zelf – bij een extra snelle en eenvoudige beoordeling van de belichtingsinstelling. Het histogram staat ter beschikking in de opnamealsook in de weergavemodus. Het histogram kan ook naar de rechter benedenhoek van het LCD-scherm worden verplaatst Afb. 50 a/b. Aanwijzingen: • Bij flitsopnamen kan het opnamehistogram de uiteindelijke belichting niet weergeven, omdat de flitser pas na de weergave van het histogram flitst. • In de opnamemodus moet het histogram worden begrepen als "trend-indicator" en niet als een weergave van het exacte aantal pixels. • Het weergave-histogram staat bij gelijktijdige weergave van meerdere verkleinde, resp. vergrote opnamen niet ter beschikking. • De histogrammen bij het weergeven en opnemen van een afbeelding kunnen enigszins van elkaar verschillen. de gewenste instelling selecteren 151 Opnamemodus NL Belichtingsregeling Programma-automaat - P Voor de optimale aanpassing aan het betreffende motief of uw favoriete werkwijze beschikt de Leica TL over vier belichtingsmodi. Voor snel, volautomatisch fotograferen. De belichting wordt geregeld door automatische aanpassing van de sluitertijd en het diafragma. Aanwijzingen: • Afhankelijk van de heersende lichtomstandigheden kan de helderheid van het monitorbeeld van de werkelijke opnamen afwijken. Met name bij langdurige belichtingen van donkere motieven lijkt het motiefbeeld duidelijk donkerder dan de - correct belichte - opname. • Bij het gebruik van Leica M-objectieven m.b.v. de optionele Leica M adapter L zijn alleen de tijdautomaat en handmatige instelling beschikbaar, dat wil zeggen dat u de programma-automaat (P), de tijdautomaat (T) en de onderwerpprogramma's niet kunt gebruiken. Als u op een van deze modi hebt ingesteld, zal de camera bij het plaatsen van de adapter automatisch naar Tijdautomaat omschakelen. Dienovereenkomstig wisselt het LCD-scherm ook naar de modus A . Als diafragmawaarde verschijnt F0.0. Bedrijfsmodus instellen ► selecteren Een opname maken ► Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt • Sluitertijd en diafragma worden wit weergegeven. Als zelfs het volledig geopende of gesloten diafragma in combinatie met de langste, resp. kortste sluitertijd onder- of overbelichting veroorzaakt, zullen beide waarden in rood worden weergegeven. Als het automatisch ingestelde stel waarden voor de gewenste beeldvorming passend lijkt: ► Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken 152 ► Daar is het rechter instelwiel. Als u bijvoorbeeld bij sportfotografie met korte tijden wilt werken, draait u het naar links. Als u daarentegen, bijvoorbeeld voor landschappen, meer nadruk op grote scherptediepte wilt leggen en de daardoor vereiste langere sluitertijden kunt accepteren, draait u hem naar rechts. NL Opnamemodus De vastgelegde sluitertijd/diafragma-combinaties wijzigen (Shift) Het wijzigen van de vastgelegde waarden m.b.v. de shift-optie combineert de betrouwbaarheid en snelheid van de volautomatische belichtingsregeling met de mogelijkheid te allen tijde de door de camera gekozen tijd/diafragma-combinatie naar eigen wens te kunnen variëren. De totale belichting, d.w.z. de helderheid van het beeld, blijft daarbij ongewijzigd. Om een correcte belichting te verzekeren is het aanpassingsbereik beperkt. • Waardeparen die met shift zijn aangepast worden aangeduid met een + naast de sluitertijd. Om onbedoeld gebruik van deze waarden te voorkomen, zullen ze na elke opname terugspringen naar de door de camera vastgelegde waarden - en ook als de belichtingsmeting na 12s automatisch uitschakelt. 153 Opnamemodus NL Tijdautomaat - A De tijdautomaat stuurt de belichting automatisch, aangepast aan de handmatige ingestelde sluitertijd. Deze is daarom bijzonder geschikt voor opnamen waarbij de scherptediepte het beslissende element voor de beeldvormgeving is. Met een navenant kleine diafragmawaarde kunt u de scherptediepte verminderen, bijvoorbeeld om in een portret het scherp afgebeelde gezicht voor een onbelangrijke of afleidende achtergrond te accentueren, of vice versa met een overeenkomstig grotere diafragmawaarde de scherptediepte verhogen om in een landschapsfoto alles, inclusief voorgrond en achtergrond, scherp weer te geven. Bedrijfsmodus instellen ► selecteren Een opname maken ► Selecteer de gewenste diafragmawaarde met het rechter instelwiel; ► Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt • Zowel de ingestelde diafragmawaarde alsook de automatisch geregelde sluitertijd worden wit weergegeven. Als de langste, resp. kortste sluitertijd in combinatie met het ingestelde diafragma onder- of overbelichting veroorzaakt, zullen beide waarden in rood worden weergegeven. 154 Als de automatisch ingestelde sluitertijd voor de gewenste beeldvorming passend lijkt: ► Ontspanner volledig indrukken om de opname te maken Diafragma-automaat - T ► Ontspanner volledig indrukken om de opname te maken NL Opnamemodus De diafragma-automaat regelt de belichting automatisch in overeenstemming met de handmatig vooraf ingestelde sluitertijd. Deze is daarom bijzonder geschikt voor opnamen van bewegende motieven, waarbij de scherpte van de afgebeelde beweging het beslissende beeldvormgevingselement is. Met een desbetreffende korte sluitertijd kunt u bijv. ongewenste bewegingsonscherpte vermijden, d.w.z. uw motief "bevriezen", of, omgekeerd, met een overeenkomstige langere sluitertijd de dynamiek van de beweging door gerichte "veegeffecten" tot uiting brengen. Als de automatisch ingestelde diafragmawaarde voor de beoogde beeldvorming geschikt lijkt: Bedrijfsmodus instellen ► selecteren Een opname maken ► Selecteer de gewenste sluitertijd met het rechter instelwiel; ► Druk de ontspanner in tot het eerste drukpunt • Zowel de ingestelde sluitertijd alsook de automatisch geregelde diafragmawaarde worden wit weergegeven. Als zelfs de kleinste, resp. grootste diafragmawaarde in combinatie met de ingestelde sluitertijd onder- of overbelichting veroorzaakt, zullen beide waarden in rood worden weergegeven. 155 Opnamemodus NL Handmatige instelling - M Als u bijv. gericht een speciaal beeldeffect wilt verkrijgen die alleen door een heel bepaalde belichting te bereiken is, of bij meerdere opnamen met verschillende beeldfragmenten wilt zorgen voor absoluut identieke belichting, biedt zich de handmatige instelling van sluitertijd en diafragma aan. Bedrijfsmodus instellen ► selecteren Een opname maken ► Selecteer de gewenste diafragmawaarde met het linker instelwiel; ► Selecteer met het rechter instelwiel ► Ontspanner tot het drukpunt indrukken • De sluitertijd en het diafragma worden in het wit weergegeven. Bovendien verschijnt de schaal van de lichtbalans. Deze omvat een bereik van ±3 EV (belichtingswaarde) in 1⁄3EV-stappen. Instellingen binnen ± 3 EV worden aangegeven met witte schaalstreepjes en daarbuiten door rode. ►P  as de instellingen voor een correcte belichting dusdanig aan dat alleen de markering in het midden wit wordt 156 Wanneer de ingestelde waarden en/of de belichting voor de beoogde beeldvorming geschikt lijken: ► Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken Aanwijzing: Het LiveView-beeld geeft bij handmatige instelling een belichtingssimulatie weer. NL Scèneprogramma's Bedrijfsmodus instellen ► Automatisch Sport Portret Landschap Nachtportret Sneeuw/strand Vuurwerk Kaarslicht Zonsondergang Opnamemodus Voor bijzonder eenvoudige en betrouwbare fotografie biedt de Leica TL negen "uitbreidingen" van de programma-automaat. De variant - is een "snapshot"-automaat voor algemene toepassingen. De andere acht (zie rechts) zijn aangepast aan de bijzondere vereisten van veel voorkomende onderwerpen. In al deze gevallen wordt behalve sluitertijd en diafragma ook een aantal andere functies worden automatisch geregeld. Meer details staan in de tabel op pag. 206. selecteren ► Selecteer het gewenste onderwerpprogramma Een opname maken Zoals met de programma-automaat Aanwijzingen: • De programma-shift-functie is niet beschikbaar. • De beide instelwielen zijn zonder functie. Digiscoping 157 NL Opslaan van de meetwaarde Belichtingscorrecties Opnamemodus Om reden van beeldvorming kan het gunstig zijn het hoofdmotief niet in het midden van het beeld te plaatsen. In dergelijke gevallen is het mogelijk, m.b.v. de meetwaarde-registratie in de belichtingsstanden P, T en A evenals de AF-programma's 1-segment- en spotmeting alsook scherpstellen door aanraking, eerst het hoofdonderwerp te meten en de betreffende instellingen vast te houden tot u definitief de compositie hebt bepaald en de foto wilt maken. Sommige motieven bestaan ​voornamelijk uit meer dan gemiddeld donkere of lichte gebieden, zoals grote sneeuwvlakten, of, andersom, een beeldvullende zwarte stoomlocomotief. Met de belichtingsprogramma's P, T en A kan het in dergelijke gevallen beter zijn met een aangepaste belichtingscompensatie te werken in plaats van met de meetwaarde-registratie. Hetzelfde geldt in het geval dat u meerdere foto's met een identieke belichting wilt maken. De ter beschikking staande waarden zijn +3 t/m -3EV in 1⁄3EV-stappen. Een ​​opname in deze modus maken: ►R  icht met het actieve AF-kader op het deel van uw onderwerp waar scherpstelling en belichting op moeten worden afgestemd ►S  tel scherpte en belichting in en sla deze waarden op door de ontspanner tot het eerste drukpunt in te drukken ►H  oud de ontspanner verder halverwege ingedrukt en bepaal het uiteindelijke beeld door de camera te bewegen ► Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken ► selecteren ► Instellen in het submenu op de schaal d.m.v. rechter duimwiel ► Om te bevestigen Set aanraken of met het Als aan het linker instelwiel de functie EV wordt toegekend, kunt u daarmee de gewenste correctiewaarde rechtstreeks selecteren. • Als er een correctiewaarde is ingesteld, verschijnt deze op het LCD-scherm zo EV+3 . Tijdens het instellen kunt u het effect op het donkerder of lichter wordende LCD-scherm bekijken. 158 Automatische belichtingsreeksen Onderwerpen met veel contrast die zowel zeer heldere als zeer donkere gebieden omvatten, kunnen - afhankelijk van de belichting - zeer verschillende resultaten opleveren. Met de automatische belichtingsreeks kunt u een reeks van drie opnamen met verschillende belichtingsniveaus maken. Daarna kunt u de meest gelukte foto voor verder gebruik uitkiezen. ► Aanwijzingen: • Als u een belichtingsreeks instelt, wordt deze op het LCDscherm weergegeven met een . Tijdens de opnamen kunt u het effect op het donkerder of lichter wordende LCD-scherm bekijken. • Afhankelijk van het belichtingsprogramma worden de gradaties gegenereerd door het wijzigen van de sluitertijd (P/A/M ) of het diafragma (T ). • De volgorde van de opnamen is: correcte belichting/onderbelichting/overbelichting. • Afhankelijk van de beschikbare combinatie sluitertijd/diafragma kan het werkgebied van de automatische belichtingsreeks beperkt zijn. • Een ingestelde belichtingscompensatie blijft actief - ook na een aantal opnamen en zelfs als de camera wordt uitgezet - totdat hij weer op ±0 (= midden van de schaal) wordt ingesteld. NL Opnamemodus Aanwijzingen: • Als u de belichting handmatig instelt, is belichtingscompensatie alleen mogelijk via de menubediening. • Een ingestelde belichtingscompensatie blijft actief - ook na een aantal opnamen en zelfs als de camera wordt uitgezet - totdat hij weer op ±0 (= midden van de schaal) wordt ingesteld. selecteren ► Instellen in het submenu op de schaal d.m.v. of met het rechter duimwiel ► Om te bevestigen Set aanraken • Als u een belichtingsreeks instelt, wordt deze op het LCDscherm weergegeven met een pictogram. Tijdens de opnamen kunt u het effect op het donkerder of lichter wordende LCDscherm bekijken. 159 Opnamemodus NL VIDEO-OPNAMEN Belichtingsregeling Met de Leica TL kunt u ook video-opnamen maken. Dit is volledig onafhankelijk van het voor foto's ingestelde belichtingsprogramma of de respectieve sluitertijd- en diafragma-instellingen. –– Sluitertijd: Afhankelijk van de geselecteerde VIDEO RESOLUTION 1⁄50s of 1⁄60s –– Diafragma: Automatisch –– Als de correcte belichting, zelfs met de grootste diafragma-instelling niet mogelijk is, wordt de ISO-gevoeligheid automatisch verhoogd - ongeacht de handmatige instelling. Aanwijzingen: • Aangezien slechts een deel van het sensoroppervlak wordt gebruikt, zal de effectieve brandpuntsafstand wordt vergroot, d.w.z. dat een beelduitsnede ook dienovereenkomstig kleiner zal zijn. • Ononderbroken video-opnamen zijn tot een maximale lengte van 29 minuten mogelijk. De volgende opties zijn hiervoor beschikbaar: Resolutie: ► In de gewenste instelling selecteren ISO-gevoeligheid: Alle menu-instellingen beschikbaar Afstandsinstelling: Alle op de pagina's 144-149 beschreven opties. Belichtingsmeetmethoden: Alle varianten die op de pagina 150 staan beschreven 160 Aanwijzing: De automatische belichtingsregeling houdt rekening met alle schommelingen in de helderheid. Als dit niet gewenst is, bijv. bij landschapsfotografie en panorama's, moet u de sluitertijd handmatig in te stellen. Film-voorkeuze-instellingen, contrast, scherpte, kleurverzadiging: Alle op de pagina's 142-143 eschreven varianten, maar in dit geval alleen de witbalans-, contrast-, verzadigings- en scherpte-instellingen gewijzigd (zie tabel op pag.206). Stabilisatie: ► In de gewenste instelling selecteren Aanwijzing: Bij gebruik van de video-stabilisatie wordt de beelduitsnede iets verkleind t.o.v. van opnamen zonder stabilisatie. Aanwijzing: Starten: Zowel de automatische afstandsinstelling (autofocus), alsook de aanpassing van de brandpuntsafstand van zoomobjectieven produceren geluiden die eveneens worden opgenomen. Dit kan worden voorkomen als u tijdens het opnemen beide niet uitvoert / de afstand handmatig instelt, of de brandpuntsafstand niet wijzigt. ► Druk op de video-opnameknop • Een lopende video-opname wordt aangegeven door een knipperende rode stip. Bovendien wordt de resterende opnametijd weergegeven. Afsluiten: NL Opnamemodus Starten / stoppen van de opname ► Druk opnieuw op de video-opnameknop Geluidsopname Het geluid wordt in stereo opgenomen d.m.v. de ingebouwde microfoons. Ter vermindering van mogelijk windruis, veroorzaakt tijdens geluidsopname, is er een dempingsoptie beschikbaar: ► In de gewenste instelling selecteren 161 Opnamemodus NL FLITSFOTOGRAFIE Aanwijzingen: MET HET INGEBOUWDE FLITSAPPARAAT Afb. 51 • Om de flitsbelichting te bepalen, flitst er kort voor de opname - en de eigenlijke flits - een meetflits. • Seriebeeldopnamen en automatische verlichtingsreeksen met flits zijn niet mogelijk. In dat geval verschijnt er geen flitsindicatie en de flitser flitst niet, ook al is de flitser omhoog geklapt. De Leica TL heeft een ingebouwde flitser. In de ruststand is deze verzonken in de camera en uitgeschakeld. Voor opnamen met flits moet hij zijn uitgeklapt: ►H  oofdschakelaar tot de aanslag naar rechts draaien, d.w.z. tot over de weerstand heen Afb. 51 De flitser klapt vervolgens automatisch in zijn functionele stand omhoog en is daardoor ook ingeschakeld. • De indicatie voor het ingestelde flitsprogramma licht op in het wit. Als de flitser nog niet volledig geladen is en om die reden nog niet paraat is, zal hij kort rood knipperen. Als u zonder flits wilt fotograferen, dient u altijd de flitser in zijn ruststand te laten, of hem voorzichtig omlaag te drukken tot hij vastklikt. 162 FLITSMODI ► Flitser omhoog klappen selecteren ► ► In het submenu de gewenste instelling selecteren • De indicatie van het flitsprogramma wordt aangepast. Als aan het linker instelwiel de functie wordt toegekend, kunt u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren. • De geselecteerde modus wordt weergegeven op het LCDscherm. Automatische flitsinschakeling Dit is een standaard modus. De flits wordt altijd dan automatisch ingeschakeld, wanneer bij slechte lichtomstandigheden langere belichtingstijden tot onscherpe opnamen zouden kunnen leiden. Voor tegenlichtopnamen waarbij het hoofdonderwerp het frame niet vult en zich in de schaduw bevindt, of in gevallen waarin u hoge contrasten (bijv. in direct zonlicht) wilt reduceren (invulflitsen). Zolang dit programma geactiveerd is, wordt het flitsapparaat, onafhankelijk van de heersende lichtomstandigheden, voor elke opname ingeschakeld. Het flitsvermogen wordt afhankelijk van de gemeten helderheid geregeld: bij slecht licht net als in de automatische modus en bij toenemende helderheid met een steeds lager vermogen. De flitser werkt dan als invullend licht, bijvoorbeeld om donkere schaduwen op de voorgrond of onderwerpen in tegenlicht te verlichten en om in het geheel een evenwichtigere belichting te creëren. NL Opnamemodus Programma selecteren: Handmatige flitsinschakeling Handmatige flits- en voorflitsinschakeling Voor een combinatie van de bovenstaande situaties en/of opties. Automatische flits- en voorflitsinschakeling Voor vermindering van het "rode-ogen"-effect bij het fotograferen met flits van mensen. Het is aan te bevelen dat mensen niet direct in de lens kijken. Omdat het effect intensiever is naarmate bij weinig licht de pupillen zich verwijden, dient u bijv. bij binnenopnamen zoveel mogelijk licht aan te doen, zodat de pupillen zich vernauwen. Door de voorflits, die bij indrukken van de ontspanner kort voor de opname opflitst, vernauwen zich de pupillen van de mensen die naar de camera kijken, zodat het “rode-ogen-effect” wordt gereduceerd. 163 NL Automatische flitsinschakeling met voorflits en langere sluitertijden Automatische flits- en voorflitsinschakeling met langere sluitertijden Opnamemodus Voor gelijktijdig aangepaste d.w.z. lichtere weergave van vooral een donkere achtergrond en flitsinvulling van de voorgrond. Om het risico van bewegingen te verminderen, wordt de sluitertijd bij de andere modi met flitsinschakeling met niet meer dan 1⁄30s verlengd. Daarom wordt bij opnamen met flits de achtergrond vaak sterk onderbelicht. Voor een goede balans t.o.v. het bestaande omgevingslicht worden de in een dergelijke situatie nodige langere belichtingstijden (t/m 30 s) daarom in deze gevallen getolereerd. Voor een combinatie van de laatstgenoemde situaties en/of opties. 164 Aanwijzing: Om bewogen opnamen bij de langere sluitertijden in de programma's en te vermijden, moet u de camera goed stilhouden, d.w.z. ergens op steunen of een statief gebruiken. U kunt ook kiezen voor een hogere gevoeligheid. Aanwijzingen: Flitsbereik • Afhankelijk van de AUTO ISO SETTINGS kan het zijn dat de camera langere sluitertijden niet ondersteunt, omdat in dergelijke gevallen de verhoging van de ISO-gevoeligheid voorrang heeft. • De langste sluitertijd kan worden ingesteld met Slowest Speed . Het nuttige flitsbereik is afhankelijk van de handmatig ingestelde ofwel door de camera geregelde diafragma- en gevoeligheidswaarden. Voor voldoende verlichting met flitslicht is het van belang dat het onderwerp zich binnen het bereik van de flitser bevindt. Flits-belichtingscorrecties Bij flitsopnamen bestaat de verlichting uit twee lichtbronnen: het aanwezige licht en het flitslicht. De flitstiming bepaalt in de regel waar alle of de meeste van de door de flits verlichte delen van het onderwerp in het beeldveld worden afgebeeld. Bij de gebruikelijke flitstiming, aan het begin van de belichting, kan dit leiden tot schijnbare tegenstellingen, zoals een voertuig dat is door zijn eigen lichtsporen lijkt te worden "ingehaald". De Leica TL stelt u in staat tussen dit gebruikelijke flitsontstekingstijdstip en het einde van de belichting te kiezen: Met deze optie kan de flitsbelichting onafhankelijk van de belichting door het aanwezige licht gericht afgezwakt of versterkt worden, bijv. om bij een buitenopname 's avonds het gezicht van een persoon op de voorgrond lichter te maken, terwijl de lichtsfeer behouden blijft. ► In de gewenste instelling selecteren In het tweede geval zullen in het bovenstaande voorbeeld de lichtsporen van de auto, zoals verwacht, het voertuig lijken te volgen. Deze flitstechniek verleent de foto een natuurlijkere impressie van beweging en dynamiek. Aanwijzing: Bij het flitsen met kortere sluitertijden is er, behalve bij zeer snelle bewegingen, nauwelijks verschil tussen de beide flitstijdstippen. ► In NL Opnamemodus Synchronisatietijdstip selecteren ► Instellen in het submenu op de schaal d.m.v. of met het rechter duimwiel ► Om te bevestigen SET aanraken • Als u een belichtingscompensatie instelt, wordt deze op het LCD-scherm weergegeven met een . Aanwijzingen: • Flits-belichtingscompensatie verandert het bereik van de flitser. • Een ingestelde compensatie blijft actief - ook na een aantal opnamen en zelfs als de camera wordt uitgezet - totdat hij weer op ±0 (= midden van de schaal) wordt ingesteld. 165 Opnamemodus NL Met externe flitsers Afb. 52 Dankzij de ISO-flitsschoen van de Leica TL kunt u ook sterkere, externe flitsers gebruiken. Wij raden u aan de Leica flitsers te gebruiken. Flitser plaatsen ►Camera en flitser uitschakelen ► T rek het kapje dat de flitsschoen en de aansluiting beschermt als ze niet worden gebruikt, naar achteren ►B  ij het plaatsen moet u erop letten, dat u de voet volledig in de flitsschoen schuift en, indien aanwezig, met de klemmoer tegen ongewild loskomen en vallen beschermt. Dit is belangrijk omdat veranderingen in de positie in de flitsschoen de contacten kunnen onderbreken en dus storingen kunnen veroorzaken. Zodra u een externe flitser hebt gemonteerd, worden de vaste flitsprogramma's met voorflits ( / / ) op de verder gelijke programma's zonder voorflits ( / / ) omgezet en ook zo weergegeven. Als u de flitser verwijdert, schakelt de camera echter weer terug naar het ingestelde programma. Afb. 52 166 Aanwijzingen: NL Opnamemodus • Voor het gebruik van externe flitsers moet de ingebouwde flitser zijn ingeklapt. • Wanneer er een externe flitser is bevestigd, moet hij ook worden ingeschakeld, d.w.z. paraat zijn, omdat dit anders verkeerde belichting en foutmeldingen van de camera tot gevolg heeft. • Gelijktijdig gebruik van de elektronische zoeker Leica Visoflex is niet mogelijk. 167 Opnamemodus NL OVERIGE FUNCTIES Instellen: BEELDSTABILISATIE ► In Vooral bij slecht licht kan de vereiste sluitertijd te lang zijn om scherpe opnamen te maken, zelfs als de AUTO ISO -optie aanstaat. De Leica TL komt met een functie die zelfs bij zeer lange sluitertijden vaak nog scherpe opnamen doet slagen: ► In de gewenste instelling selecteren Aanwijzingen: • Met deze functie maakt de camera zelfstandig twee opnamen na elkaar (het ontspannergeluid is tweemaal te horen). Daarna combineert de functie de opnamen met digitale beeldverwerking tot één opname. • Houd de camera stil tot na de tweede opname. • Aangezien de camera twee opnamen maakt, kan de optie alleen worden gebruikt voor statische onderwerpen. • Beeldstabilisatie is alleen mogelijk met sluitertijden die variëren van 1⁄4s t/m 1⁄30s en gevoeligheden tot maximaal ISO 800. Hij is niet beschikbaar bij serieopnamen, automatische belichtingsreeksen en in combinatie met de zelfontspanner, flitsen en het DNG-bestandsformaat. • Bij gebruik van een SL-objectief met beeldstabilisatie op de Leica TL wordt de beeldstabilisatie door middel van deze functie in- of uitgeschakeld. Zelfontspanner 168 Met de zelfontspanner kunt u een opname met een vertraging van naar wens 12 of 2 seconden maken. Dit is bijv. bij groepsopnamen heel handig, waarbij u zelf ook in beeld wilt verschijnen of wanneer u bewegingsonscherpte bij het afdrukken wilt vermijden. In zulke gevallen is het raadzaam de camera op een statief te bevestigen. de gewenste instelling selecteren Als aan het linker instelwiel de functie wordt toegekend, kunt u daarmee de gewenste optie rechtstreeks selecteren. • Wanneer de zelfontspanner wordt gebruikt, verschijnt er of . Bediening: ► Druk de ontspanner volledig in om de opname te maken • De voorlooptijd wordt aangegeven door het knipperende lampje van de zelfontspanner: –– 12s voorlooptijd: eerst langzaam, dan sneller tijdens de laatste 2s –– 2s voorlooptijd: net als hiervoor tijdens de laatste 2s • Op het LCD-scherm telt de resterende tijd af. Aanwijzingen: • Een reeds lopende voorlooptijd kan op elk gewenst moment opnieuw worden gestart door de ontspanner in te drukken. • U kunt de voorlooptijd alleen annuleren door de camera uit te schakelen. • Als de zelfontspanner geactiveerd is, zijn er altijd slechts afzonderlijke opnamen mogelijk, d.w.z. serieopnamen evenals automatische belichtingsreeksen kunnen niet met de zelfontspanner-modus worden gecombineerd. • Tijdens zelfontspanning vindt instelling van scherpte en belichting niet plaats bij het drukpunt van de ontspanner, maar pas direct voor de opname. REGISTRATIE VAN OPNAMELOCATIE MET GPS Instellen van de functie de gewenste instelling selecteren ► In • Het pictogram "satelliet" op het LCD-scherm geeft de huidige status weer: –– GPS is uitgeschakeld: geen indicatie –– GPS ingeschakeld, geen receptie: –– GPS ingeschakeld en receptie: Opmerkingen bij deze functie: • Voorwaarde voor de GPS-positiebepaling is een "vrij zicht" naar minstens 3 GPS-satellieten (van de in totaal 24 satellieten zijn er op elke plek ter wereld 9 beschikbaar). • Let erop dat de zoeker niet door uw hand of door andere voorwerpen (vooral geen metalen) wordt bedekt. NL Opnamemodus De optionele externe zoeker Leica Visoflex (Typ 020) bevat een GPS-ontvanger (GPS = Global Positioning System). Als de zoeker is geplaatst, kan de camera de locatie-coördinaten aan de opnamegegevens toevoegen. • Een foutloze ontvangst van signalen van GPS-satellieten is bijvoorbeeld op de volgende plaatsen of situaties eventueel niet mogelijk. In dergelijke gevallen zal er geen of slechts een gebrekkige positiebepaling mogelijk zijn. –– in gesloten ruimtes –– onderaards –– onder bomen –– in een bewegend voertuig –– in de buurt van hoge gebouwen of in nauwe dalen –– in de buurt van de hoogspanningsleidingen –– in tunnels –– in de buurt van de 1,5 Ghz mobiele telefoons Aanwijzing voor veilige toepassing: Denkt u er aan bijv. aan boord van een vliegtuig voor het starten of landen, in ziekenhuizen en op plaatsen waar radioverkeer aan beperkingen onderworpen is, altijd de GPS-functie uit te schakelen. Belangrijk (juridische gebaseerde gebruiksbeperkingen): In bepaalde landen of regio's is het gebruik van GPS en daarmee samenhangende technologieën zo mogelijk beperkt. Voor reizen naar het buitenland dient u zich in elk geval bij de ambassade van het betreffende land, resp. uw reisorganisatie hierover te informeren. 169 Weergavemodus NL WEERGAVEMODUS Tussen opnamen maken en bekijken wisselen Afb. 53a/b Weergavemodus Opnamemodus F2.8 ► selecteren ► In het DURATION -submenu de gewenste functie en/of tijdsduur kiezen ► In het HISTOGRAM -submenu de gewenste instelling selecteren 1/8000 ISO 12500 EV A INFO -3 2 1 0 1 2 3+ Afb. 53a 12MP 8234 Afb. 53b Aanwijzingen: • Vanuit de weergavemodus kunt u op elk moment overschakelen naar opnamemodus door de ontspanner maar aan te tippen. • Vanuit de menubediening moet u eerst de opnamemodus starten voordat u naar de weergavemodus kunt gaan. • In het weergavemenu kunt u kiezen of u de opnamen van de kaart of die van het interne geheugen wilt bekijken. • Als er geen beeldbestand op de geheugenkaart of in het interne geheugen is, verschijnt No valid image to play. • Wanneer u met de serieopname-optie of de automatische belichtingsreeks fotografeert, zal vooralsnog de laatste foto van de serie, resp. de laatste op de geheugenkaart opgeslagen foto van de serie, worden getoond – mits op dat moment nog niet alle opnamen van de serie door het interne buffergeheugen van de camera naar de kaart zijn overschreven. • Bestanden die niet zijn opgenomen met deze camera kunnen er eventueel niet mee worden weergegeven. • In sommige gevallen zal de weergave op het LCD-scherm niet de gebruikelijke kwaliteit hebben, of het scherm blijft zwart en geeft alleen de bestandsnaam weer. 170 Automatische weergave U kunt elke opname automatisch onmiddellijk erna laten weergeven: Aanwijzing: Met AUTO REVIEW weergegeven opnamen in portretformaat verschijnen eerst ongeroteerd, ook al is de AUTO ROTATE -functie ingeschakeld. Met kunt u de foto roteren. OPNAMEN STAAND WEERGEVEN De oplossing: ► selecteren ► In het submenu de gewenste instelling selecteren Als u On selecteert, worden portretopnamen automatisch staand weergegeven. Aanwijzingen: • Verticale opnamen die staand worden weergegeven, zijn noodzakelijkerwijs veel kleiner. • Deze optie is in de automatische weergave niet beschikbaar. NL Met gebarenbesturing Afb. 54a/b Afb. 54a Weergavemodus Wanneer de camera tijdens de opname horizontaal wordt gehouden, zal de opname meestal ook op deze manier worden weergegeven. Bij opnamen in staand formaat, d.w.z. met de camera verticaal, kan het bij het bekijken van de opnamen, terwijl u de camera horizontaal vasthoudt, onpraktisch zijn dat het beeld niet als een staand beeld wordt weergegeven. OPNAMEN SELECTEREN Afb. 54b Met het linker instelwiel Afb. 55a/b Afb. 55a Afb. 55b Door naar rechts te vegen, ofwel het instelwiel naar rechts te draaien, gaat u naar de opnamen met de hogere nummers - door naar links te vegen of het instelwiel naar links te draaien naar de lagere nummers. De opnamen worden weergegeven in een eindeloze lus. Als de meest recente opname bereikt is, verschijnt de eerste weer. 171 Weergavemodus NL OPNAMEN VERGROTEN/VERKLEINEN Aanwijzing: Met de vergrote weergave kunt u de scherpte nauwkeuriger beoordelen. Vergroten en verkleinen doet u met / -gebaren Afb. 56a/b of met het rechter instelwiel Afb. 57a/b. Met het -gebaar bereikt u in twee stappen de maximale vergroting Afb. 58a-c. Door het aanraken van het scherm op het gewenste punt, kunt u opgeven, welk deel van de opname moet worden vergroot. Gelijktijdige weergave van 9 opnamen De weergave van 9 verkleinde opnamen geeft u een overzicht en/ of een bepaalde opname is sneller terug te vinden Afb. 59a/b / Afb. 60a/b. INFO Afb. 56b Afb. 56a INFO Afb. 59b Afb. 59a INFO Afb. 57b Afb. 57a INFO Afb. 60a INFO Afb. 58a 172 Afb. 58b Afb. 58c Afb. 60b Aanwijzingen: • Video's kunnen niet worden vergroot. • Tijdens de vergrote/9-voudige weergave kunt u de bijkomende informatie niet bekijken. • Hoe sterker de opname wordt vergroot, hoe minder – door de naar verhouding kleinere resolutie – de weergavekwaliteit wordt. • Met andere typen camera's gemaakte opnamen kunnen eventueel niet worden vergroot. Opname in 9-voudige overzicht selecteren Afb. 61a/b BEELDUITSNEDE SELECTEREN Afb. 64a/b Afb. 61a Afb. 61b Afb. 64a 9-voudig overzicht verlaten Afb. 62a/b / 63a/b NL Weergavemodus In een vergrote opname kunt u de vergrote uitsnede vanuit het midden verplaatsen, om bijv. details nauwkeuriger te bekijken die niet in het midden liggen. Afb. 64b • De positie waar de uitsnede zich binnen de opname ongeveer bevindt, wordt aangeduid. INFO Afb. 62b Afb. 62a F2.8 1/8000 ISO 12500 EV A INFO INFO -3 Afb. 63a 2 1 0 1 2 3+ 12MP 8234 Afb. 63b 173 Weergavemodus NL WEERGAVEMENU Diashow Het weergavemenu bevat een aantal functies die in submenu's moeten worden ingesteld. U kunt de Leica TL dusdanig instellen dat de opnamen automatisch in successie worden getoond. Binnen deze functie kan worden bepaald of alle opnamen, of alleen uw favorieten moeten worden getoond of alleen foto's, of alleen video's. U kunt ook kiezen voor hoe lang de opnamen moeten worden weergegeven, en of de diashow moet worden herhaald totdat u hem stopt. Het submenu Diavoorstelling verschijnt al als u het weergavemenu opent. Weergavemenu oproepen Afb. 65a/b PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT ► De andere handelingen voert u uit in de betreffende submenu's: PLAY ALL PLAY ALL PICTURES ONLYPICTURES ONLY VIDEOS ONLY VIDEOS ONLY INFO Afb. 65a –– Instellingen in Afb. 65b DURATION Behalve met de hier en op de volgende pagina's beschreven reine gebarenbesturing kunt u verscheidene bedieningsstappen ook met één van de instelwielen uitvoeren Afb. 66a/b / Afb. 67a/b. PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT DURATION FAVORITE ONLY REPEAT Afb. 66a –– Starten met en DURATION FAVORITE ONLYFAVORITE ONLYREPEAT PLAY PLAY PLAY ALLALLALL , PICTURES PICTURES PICTURES ONLY ONLY ONLY , REPEAT PLAY ALL DURATION VIDEOS VIDEOS VIDEOS ONLY ONLY ONLY of PICTURES ONLY VIDEOS ONLY FAVORITE ONLY REPEAT Aanwijzing: Uw instellingen in DURATION en REPEAT blijven behouden, ook na het in- en uitschakelen van de camera. DURATION DURATION DURATION FAVORITE FAVORITE FAVORITE ONLY ONLY ONLY REPEAT REPEAT REPEAT Diavoorstelling afsluiten Afb. 68a/b Afb. 66b INFO PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT DURATION FAVORITE ONLY REPEAT Afb. 67a 174 Afb. 67b Afb. 68a Afb. 68b Opnamen als favorieten markeren / markering opheffen NL Individueel markeren Afb. 69a-c Opnamen beveiligen / wisbeveiliging opheffen Opnamen die u tegen per ongeluk wissen wilt beveiligen, kunt u als zulks markeren. PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT Afb. 69a SINGLE Weergavemodus U kunt een opname als favoriet markeren, bijvoorbeeld om hem snel terug te vinden. MULTI Afb. 69b FAVORITE SET De bedieningsmethode voor markeren en beveiligen is dezelfde, ze verschillen alleen in de manier waarop u de submenu's start: voor favorieten, voor beveiliging. Hier worden ze, als voorbeeld, voor favorieten beschreven. Afb. 69c In de 3e stap kunt u markeren door dicatie. aan te raken of de SET-in- 175 Weergavemodus NL Meerdere markeren Afb. 70a-c Opnamen wissen Opnamen op de geheugenkaart en in het interne geheugen kunt u altijd wissen - individueel of allemaal tegelijk. PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT SINGLE MULTI Wismenu oproepen Afb. 71a/b Delete Afb. 70a Afb. 70b Single Multi FAVORITE All INFO Afb. 71a Afb. 70c Individuele opnamen wissen Afb. 72a / b F2.8 Markeringen verwijderen Markeringen kunnen in de 3e stap weer worden verwijderd door of aan te raken. Aanwijzingen: • Als u probeert beveiligde beelden te wissen, zullen er waarschuwingen verschijnen. Wilt u deze opnamen toch wissen, dan verwijdert u de beveiliging zoals hierboven beschreven. • Ook beveiligde opnamen worden gewist bij het formatteren. 176 Afb. 71b 1/8000 ISO 12500 EV Delete Single Multi All INFO -3 Afb. 72a 2 1 0 1 2 3+ Afb. 72b 12MP 8234 Meerdere opnamen verwijderen Afb. 73a-e Delete Multi All Afb. 73a Afb. 73b SET SET Do you really want to delete all marked images? NO YES Afb. 73d Afb. 73c Afb. 73e Alle opnamen wissen Afb. 74a / b Delete Do you really want to delete all images? Single NO Multi YES All Afb. 74a NL Weergavemodus Single Aanwijzingen: • Alleen bij SINGLE : Na het wissen verschijnt de volgende opname. Als de opname beveiligd is, zal hij nog steeds zichtbaar zijn en er verschijnt een melding This image is protected op het scherm. • Alleen bij MULTI : Opnamen die al voor beveiliging zijn gemarkeerd, kunnen niet worden gemarkeerd voor wissen. Als dit toch wordt geprobeerd, verschijnt er kort een melding. • Alleen bij ALL : Na succesvol wissen, verschijnt de melding No valid image to play. Als het wissen niet is gelukt, verschijnt de originele opname weer. • Wanneer u meerdere of alle opnamen wist, kan er, vanwege de tijd die nodig is voor de verwerking van de gegevens, tijdelijk een melding op het scherm verschijnen. • Als sommige opnamen wisbeveiliging hadden, zal kort Protected images were not deleted verschijnen. Vervolgens wordt de eerste van deze beveiligde opnamen getoond. Bij beveiligde opnamen moet de wisbescherming eerst worden opgeheven, voordat ze kunnen worden gewist. • De wis- en beveiligingsfuncties hebben altijd uitsluitend betrekking op de opnamen op de bron (geheugenkaart/intern geheugen) die u hebt geselecteerd in het weergavemenu. Belangrijk: Na het wissen van de opnamen, kunt u ze niet meer bekijken. Afb. 74b 177 NL Weergavebron selecteren Afb. 75a-c Opnamegegevens van intern geheugen naar geplaatste geheugenkaart of andersom kopiëren Weergavemodus Aanwijzing: Deze functie staat niet ter beschikking als er een geheugenkaart is geplaatst. Wanneer de kaart is geplaatst, zal de Leica TL de gegevens wegschrijven naar de kaart. Als er geen kaart is, naar het interne geheugen. U kunt de beeldgegevens altijd van hun oorspronkelijke opslaglocatie naar de andere kopiëren - binnen de beperkingen van de voorhanden opslagcapaciteit. De kopieerrichting wordt bepaald door de geselecteerde weergavebron: is het interne geheugen geselecteerd, worden de gegevens van daar naar de geheugenkaart gekopieerd en vice versa. PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT Afb. 75a SD CARD Afb. 75b Alle opnamen / als favorieten gemarkeerde opnamen Afb. 76a / b De bediening is hetzelfde voor beide functies. Het enigste verschil is uw keuze: zoals in het voorbeeld FAVORITES ONLY, of ALL . INTERNAL MEMORY Afb. 75c Het selecteren van de bron bepaalt niet alleen welke opnamen zullen worden weergegeven, maar ook op welke opnamen de functies , , en betrekking hebben. 178 # PLAY ALL PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT Afb. 76a MULTI ALL FAVORITES ONLY Afb. 76b Na ca. 3 seconden begint de gegevensverwerking. • Vanwege de tijd die hiervoor nodig is, volgt er een melding over. Na afloop van het succesvolle kopiëren verschijnt er een bevestigingsmelding. Meerdere opnamen kopiëren Afb. 77a-e PICTURES ONLY VIDEOS ONLY DURATION FAVORITE ONLY REPEAT MULTI ALL FAVORITES ONLY Ca. 2 sec. na uw laatste markering verandert de indicatie weer en u kunt nu doorgaan met Afb. 77e . Afb. 77b Afb. 77a COPY MULTI INTERNAL SD CARD NL Weergavemodus PLAY ALL Vanaf Afb. 77 C kunt u de gewenste opnamen in plaats van met gebarenbesturing ook met de instelwielen selecteren. • De SET-indicatie wordt dan vervangen door . COPY MULTI INTERNAL SD CARD SET Afb. 77d SET Afb. 77c COPY MULTI INTERNAL SD CARD SET Afb. 77e Na ca. 3 seconden begint de gegevensverwerking. • Vanwege de tijd die hiervoor nodig is, volgt er een melding over. Na afloop van het succesvolle kopiëren verschijnt er een bevestigingsmelding. 179 NL Videoweergave Weergavemodus Als er een video-opname is geselecteerd, verschijnt er PLAY > op het LCD-scherm. Video- en audio-bedieningspictogrammen oproepen Afb. 79a / b 5 16:12 Afb. 79a INFO Afb. 78 16:12 Afb. 79b 1 Verstreken tijd 2 Voortgangsbalk met touchscreen 3 Pauze 4 Volume 5 Video's inkorten 6 Twee video's verbinden 7 Terug naar begin video Aanwijzing: De controle-symbolen gaan uit na 3s. 180 7 3 1 Afspelen starten Afb. 78 6 2 4 Afspelen vanaf een gewenst punt voortzetten Afb. 80a/b Afb. 80a 18:26 16:12 Afb. 80b Afb. 83a Afspelen pauzeren Afb. 81a/b 16:12 Afb. 81a 16:12 Afb. 83b Aanwijzing: In de onderste positie van de balk is de geluidsweergave uitgeschakeld, het volumesymbool wisselt naar . Weergavemodus 16:12 NL Volume instellen Afb. 83a/b 16:12 Afb. 81b Afspelen afsluiten Afb. 82a/b INFO 16:12 Afb. 82a Afb. 82b 181 Weergavemodus NL Video-opnamen knippen en plakken De Leica TL biedt twee verschillende manieren om een ​​opgenomen video te knippen. Knippen van een bepaalde scène Afb. 85a-f SAVE Begin- en eindstukken wegknippen Afb. 84a-e SAVE 16:12 Afb. 85a Afb. 85b SAVE SAVE 16:12 16:12 Afb. 84a Afb. 84b SAVE SAVE Afb. 85d 2 3 SAVE 11:30 16:12 1 Afb. 85c Afb. 84d SAVE AS NEW Afb. 84c OVERWRITE REVIEW CLIP 12:36 SAVE AS NEW OVERWRITE REVIEW CLIP Afb. 85f Afb. 85e • Tijdens het proces worden de tijd (1) en de beelden van start- en eindpunt weergegeven (2/3) 12:36 Afb. 84e ►V  oortzetting van de bediening, zie volgende pagina, rechter kolom. 182 ►V  oortzetting van de bediening, zie volgende pagina, rechter kolom. Aanwijzing: Knippen is in 1-seconde-stappen mogelijk, dus moet de resulterende video een lengte van ten minste 3 sec. hebben. Twee video-opnamen met elkaar verbinden Afb. 86 ► SAVE AS NEW selecteren De nieuwe video wordt extra opgeslagen, het origineel blijft behouden. 16:12 Afb. 86b Afb. 86a SET SAVE AS NEW 1 2 1 OVERWRITE REVIEW CLIP Afb. 86d ► OVERWRITE selecteren De nieuwe video wordt opgeslagen, maar het origineel wordt gewist. NL Weergavemodus SET Zowel bij het knippen als bij het verbinden van de video's verloopt de procedure door selectie van een van de drie punten in het submenu Afb. 84e, 85f, 86d op dezelfde manier: Afb. 86c ►V  oortzetting van de procedure: zie rechter kolom. Aanwijzing: Per verbindingsprocedure kunt u 2 video's selecteren. De volgorde is aangegeven met 1 en 2 . ► REVIEW CLIP selecteren De nieuwe video wordt weergegeven. Hij wordt niet opgeslagen en het origineel wordt ook niet gewist. • In alle drie gevallen verschijnt er, vanwege de tijd die nodig is voor de verwerking van de gegevens, eerst een overeenkomstige melding op het scherm en vervolgens de openingsscène van de nieuwe video. 183 NL OVERIGE ZAKEN Overige zaken GEBRUIKERSPROFIELEN In de Leica TL kunt u naar wens combinaties van alle menu-instellingen permanent opslaan, bijv. om ze wanneer u maar wilt bij terugkerende situaties/onderwerpen snel en eenvoudig te kunnen oproepen. Voor zulke combinaties staan er in totaal drie geheugenplaatsen ter beschikking. Natuurlijk kunt u alle menu-opties ook weer op de fabrieksinstellingen terugzetten: Profielen aanmaken ► Stel de gewenste opties in het menu in, ► selecteren ► In het 1e submenu SAVE AS PROFILE selecteren ► In het 2e submenu de gewenste profiel-geheugenplaats selecteren Profielen toepassen ► selecteren ► In het submenu het gewenste USER PROFILE (1-3) selecteren Alle menu-instellingen naar de fabrieksinstellingen terugzetten ► selecteren ► In het submenu DEFAULT PROFILE selecteren 184 Aanwijzing: In tegenstelling tot de -functie worden uw instellingen van tijd, datum en taal evenals de instellingen, die in de profielen 1-3 werden opgeslagen, met DEFAULT PROFILE niet teruggezet. Terugzetten van alle individuele instellingen Met deze optie kunnen alle eigen instellingen in het menu in één keer op de fabrieksinstellingen worden teruggezet. ► selecteren • Er verschijnt een scherm met een vraag ► Bevestigen - YES of verwerpen - NO Aanwijzing: Dit herstel geldt voor alle instellingen, dus niet alleen de d.m.v. SAVE AS PROFILE opgeslagen profielen, maar ook die in Date/Time en Language. Vóór het resetten kunt u echter selecteren of de netwerkinstellingen en de gebruikersprofielen moeten worden behouden. Als de camera dan voor het eerst wordt ingeschakeld, begint weer de welkomstvideo. De rest van deze procedure staat beschreven in de secties "Hoofdschakelaar", "Menutaal" en "Datum/tijd". Nummering van opnamebestanden terugzetten ► selecteren • Er verschijnt een scherm met een vraag NL Overige zaken De Leica TL slaat de opnamebestanden op met nummers in oplopende volgorde, die op hun beurt worden opgeslagen in mappen die automatisch worden aangemaakt. Daarom bestaat de naam van de opgenomen bestanden altijd uit acht tekens, "L" voor de (Leica) camera, drie cijfers voor de map en vier cijfers voor de opname, bijvoorbeeld „L1001234“. U kunt dit nummersysteem resetten wanneer u maar wilt: Aanwijzingen: • Als er een geheugenkaart is geplaatst, zal alleen de nummering op de kaart worden gereset; als er geen kaart is, wordt het interne geheugen gereset. • Als er zich op de geheugenkaart al een opnamebestand met een hoger nummer bevindt dan het laatst door de camera toegewezen nummer, wordt er volgens de nummering op de kaart verder geteld. • Om het mapnummer opnieuw op 100 te resetten, formatteert u de geheugenkaart of het interne geheugen en dan meteen daarna reset u het fotonummer. Daardoor wordt het fotonummer (op 0001) teruggezet. ► Bevestigen - YES of verwerpen - NO Als u de nummering reset, ofwel de actuele map het nummer 9999 bevat, zal er automatisch een nieuwe map worden aangemaakt en de nummering zal weer van voren beginnen. Voorbeeld: Laatste opname voor het resetten "L1009999 ", volgende opname "L1010001". U kunt hier bijvoorbeeld gebruik van maken om de opgenomen bestanden overzichtelijker te laten sorteren. Als mapnummer wordt in principe altijd het betreffende volgende nummer gebruikt; er zijn maximaal 999 mappen mogelijk. Als de nummercapaciteit bij „L9999999 “ vol is, verschijnt er op het LCD-scherm een betreffende waarschuwing en de nummering moet worden gereset. 185 NL INSTELLEN EN GEBRUIKEN VAN DE WIFI-FUNCTIE Overige zaken De WiFi-functie van de camera activeren Afb. 87a/b ► selecteren ► Selecteer WLAN ON in het submenu Afb. 87a Afb. 87b Er zijn diverse mogelijkheden om via WiFi met de Leica TL te communiceren. –– DIRECT als er geen draadloos netwerk beschikbaar is –– of Router om de Leica TL met een beschikbaar draadloos netwerk te verbinden. Om toegang tot uw Leica TL te krijgen, kunt u tussen de platformonafhankelijk verbinding –– Web Gallery en de –– APP Connection kiezen. Met de functie Web Gallery hebt u via een webbrowser heel eenvoudig toegang tot uw camera. Een omvattende functionaliteit maakt APP Connection mogelijk. Aanwijzing: De Leica App TL is verkrijgbaar in de Apple™ App Store™/Google Play Store™ . 186 DIRECT ROUTER NL Toegangsgegevens invoeren Kies nu uit de lijst op het LCD-scherm het netwerk dat u wilt gebruiken door het eenvoudig aan te raken. Als het netwerk niet meteen in de lijst verschijnt, kunt u de SCAN -indicatie aanraken en naar beschikbare netwerken laten zoeken. Door aanraken van de IP Settings -indicatie komt u in het betreffende submenu terecht. Hier kunt u, indien nodig, door aanraken van de MANUAL -indicatie een vast IP-adres en subnet mask voor de camera invoeren. Deze twee instellingen worden echter meestal automatisch door het draadloze netwerk geleverd. Voer nu in het veld Password het betreffende wachtwoord in om toegang te krijgen tot het gewenste netwerk. Als er geen wachtwoord is vastgelegd voor het netwerk, kunt u dit veld leeg laten. Overige zaken Netwerk selecteren Afb. 88a/b Toegang met een webbrowser (Web Gallery) Afb. 90a-d Afb. 88b Afb. 88a Typ in de adresbalk van de webbrowsers het (IP) adres in dat op de monitor wordt weergegeven. U kunt nu de opnamen die op de camera zitten bekijken en downloaden. Afb. 88c Als u de ADD -indicatie aanraakt, kunt u „onzichtbare“ netwerken toevoegen door de netwerknaam in te voeren Afb. 89a/b. Gebruik hiervoor het toetsenbord op het scherm. Afb. 89a Afb. 90a Afb. 90b Afb. 90d Afb. 90c Afb. 89b 187 Overige zaken NL Toegang met de Leica TL App (APP Connection) Netwerken beheren Afb. 91a-c Selecteer eerst in het cameramenu de gewenste verbindingsmethode. –– Voor een rechtstreekse verbinding met de smartphone of tablet: ► DIRECT selecteren ► Vervolgens APP Connection ► Op de monitor van de camera worden de netwerknaam (SSID) en het wachtwoord weergegeven. ► Selecteer de gewenste Leica TL in de netwerklijst op uw smartphone of tablet. De instellingen van verschillende netwerken kunt u in het WiFimenu onder het punt MANAGE NETWORKS wissen. Dit wordt aanbevolen voor draadloze netwerken die zelden of maar een keer worden gebruikt. Netwerken met verbinding zijn gemarkeerd met een pictogram ( ). ► selecteren ► Selecteer in het submenu ► MANAGE NETWORKS selecteren –– Voor de verbinding via een beschikbaar draadloos netwerk: ► ROUTER selecteren ► Vervolgens APP Connection ► Selecteer in de geopende lijst met beschikbare draadloze netwerken het gewenste netwerk ► Toegangsgegevens invoeren (gebruiker/wachtwoord). De nieuwe verbinding wordt automatisch tot stand gebracht. Als u de app met een andere Leica TL wilt verbinden, selecteert u DISCONNECT en gaat dan door met het maken van een nieuwe verbinding, zoals hierboven beschreven. Afb. 91a Afb. 91b Afb. 91c 188 Netwerknaam van de Leica TL wijzigen Afb. 92a-d ► selecteren ► Selecteer in het submenu ► Device selecteren Aanwijzing: De tekens „A …Z “, „a…z“, „0…9 “, „-„ staan hiervoor ter beschikking. Spaties mogen niet worden gebruikt. Afb. 92c Afb. 92b Afb. 92d Afb. 92c NL Overige zaken U kunt voor uw Leica TL een eigen netwerknaam (af fabriek:Leica-TL-Serienummer van de camera) aanmaken. Raakt u hiervoor in het WiFi-menu van de camera het pictogram DEVICE -indicatie aan. Aanwijzingen: • Bij toegang via WiFi worden de afbeeldingen maar met 2 MP resolutie overgedragen. Voor de originele bestanden moet u de camera via een USB-kabel of de SD-kaart met behulp van een SD-kaartlezer uitlezen. • Maak altijd alleen verbinding met beveiligde netwerken om ongewenste toegang tot uw gegevens en uw camera te voorkomen. • We raden u daarom aan de functie uit te schakelen wanneer deze niet wordt gebruikt. • Als er een USB-verbinding tussen de camera en een computer actief is, wordt de WiFi-functie om technische redenen uitgeschakeld. • Bij deze verbindingsmethode Web Gallery is er geen toegangscontrole. Let er daarom op dat u zich in een beveiligd draadloos netwerk bevindt. 189 NL GEGEVENSOVERDRACHT NAAR EEN COMPUTER VIA EEN USB-KABELVERBINDING Overige zaken De Leica TL is compatibel met de volgende besturingssystemen: Microsoft®: Vista® / 7® / 8® Apple® Macintosh®: Mac® OS X (10.6) en hoger Om de gegevens te kunnen overdragen, is de camera uitgerust met een USB 2.0 high speed-aansluiting. Met de camera als extern station Met Windows-besturingssystemen: De camera wordt door het besturingssysteem herkend als een extern station en krijgt een stationsletter toegewezen. Draag de beeldgegevens met behulp van Windows Verkenner over op uw computer, en sla ze daar op. Met Mac-besturingssystemen: De camera verschijnt als opslagapparaat op het bureaublad. Draag de beeldgegevens met behulp van de Finder over op uw computer, en sla ze daar op. Belangrijk: • Gebruik uitsluitend het meegeleverde USB-kabel. • Terwijl de gegevens worden overgedragen, moet de USB-kabelverbinding niet worden onderbroken, anders kunnen de computer en/of camera "crashen". Eventueel kan de geheugenkaart onherstelbaar beschadigd raken. • Zolang gegevens worden overgedragen, mag de camera niet worden uitgeschakeld of zichzelf door onvoldoende batterijspanning uitschakelen, omdat de computer anders kan "crashen". • Om dezelfde reden mag de batterij bij geactiveerde verbinding in geen geval worden verwijderd. Als de capaciteit van de batterij tijdens de overdracht van gegevens laag wordt, verschijnt de afbeelding INFO met een knipperende weergave van de batterijcapaciteit. Beëindig in dat geval de gegevensoverdracht, schakel de camera uit en laadt de batterij op. Gegevensoverdracht naar een computer m.b.v. kaartlezers Beeldgegevens kunnen ook met kaartlezers voor SD-/SDHC/ SDXC-geheugenkaarten worden overgedragen. Voor computers met een USB–poort zijn er passende externe kaartlezers verkrijgbaar. Aanwijzing: De Leica TL is uitgerust met een geïntegreerde sensor die de positie van de camera – horizontaal of verticaal (beide richtingen) – bij elke opname herkent. M.b.v. van deze informatie kunnen opnamen met de betreffende programma’s op een computer steeds automatisch staand worden weergegeven. 190 Formatteren ► selecteren ► Het gewenste submenu oproepen • Er verschijnt een scherm met een vraag NL Overige zaken Met de Leica TL kunt u gegevens in het interne geheugen of op een geplaatste geheugenkaart afzonderlijk wissen. In het geval van geheugenkaarten is het normaal gesproken niet nodig ze nogmaals te formatteren. Wanneer echter een ongeformatteerde kaart voor het eerst wordt geplaatst, moet deze worden geformatteerd. In dergelijke gevallen verschijnt automatisch het betreffende scherm. Het is echter raadzaam zowel het interne geheugen alsook de geheugenkaart regelmatig te formatteren omdat bepaalde restbestanden (opname-begeleidende informatie) geheugencapaciteit kunnen opeisen. Aanwijzingen: • Als u de geheugenkaart formatteert, gaan de gegevens verloren. • Maak er daarom een gewoonte van al uw opnamen altijd zo snel mogelijk op een veilig geheugenmedium, bijv. de harde schijf van uw computer, op te slaan. • Schakel de camera tijdens dit proces niet uit. • Als de geheugenkaart in een ander apparaat, bijv. een computer is geformatteerd, moet u deze in de camera opnieuw formatteren. • Als de geheugenkaart niet kan worden geformatteerd, vraag dan uw dealer of de Leica Product Support (adres: zie pag. 208) om advies. • Het formatteren wordt niet gestopt vanwege wisbeveiligde opnamen die nog in het geheugen zitten. ► Bevestigen - YES of verwerpen - NO 191 Overige zaken NL Met onbewerkte gegevens DNG werken Installeren van firmware-updates Als u de DNG-indeling wilt bewerken, hebt u de juiste software nodig, zoals de professionele raw-converter Adobe® Photoshop® Lightroom®. Hiermee kunt u opgeslagen raw data met maximale kwaliteit omzetten, en bovendien biedt het programma geoptimaliseerde algoritmen voor digitale kleurverwerking, die zowel lage ruis als verbazingwekkende beeldresolutie mogelijk maken. Tijdens de bewerking hebt u de mogelijkheid achteraf verscheidene parameters, zoals gradatie, scherpte enz. in te stellen en op deze wijze de maximale beeldkwaliteit te realiseren. Leica werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling en optimalisering van zijn producten. Omdat bij digitale camera’s zeer veel functies uitsluitend zuiver elektronisch worden gestuurd, kunnen enkele van deze verbeteringen en uitbreidingen van functies naderhand in de camera worden geïnstalleerd. Hiervoor biedt Leica op onregelmatige tijden zogenoemde firmware-updates aan, die u van onze homepage kunt downloaden. Als u uw camera geregistreerd hebt, houdt Leica u op de hoogte van alle nieuwe updates. Als u wilt weten welke firmware-versie er is geïnstalleerd: ► selecteren • In de eerste regel van het submenu wordt de huidige versienummer van de camera weergegeven. De tweede regel van het submenu biedt toegang tot een lijst met verschillende land-specifieke goedkeuringstekens of -nummers. ► selecteren ► in het submenu Regulatory Information selecteren. • De twee-pagina weergave verschijnt. 192 ACCESSOIRES www.leica-camera.com Bestelnr. Behuizingsdeksel 470-701.001-022 Accessoireschoen-kapje 470-701.801-007 Draagoogafdekking 470-701.001-020 Draagriem-ontgrendelingspen 470-701.001-029 Silicone draagriem 439-612.100-000 Lithium-ionbatterij BP-DC 13, zilver 18 772 Lithium-ionbatterij BP-DC 13, zwart 18 773 Batterij-oplaadapparaat Leica BP-DC13 470-701.022-000 Set netstekkers 470-701.801-005 Micro-USB-kabel 470-701.001-035 NL Vervangende onderdelen Details over het omvangrijke assortiment aan toebehoren voor uw Leica TL vindt u op de startpagina van Leica Camera AG: Vervangende onderdelen 193 Vervangende onderdelen NL 194 Oplaadapparaat-adapterstekker Stekker Land 1 US/Japan USA Canada Japan Singapore Thailand Taiwan 2 EU EU Turkije Rusland 3 UK UK Katar UAE Hong Kong Maleisië Zuid-Afrika Malta 4 China China 5 Australien Australië Nieuw-Zeeland 6 Korea Korea 1 2 3 4 5 6 VOORZORGSMAATREGELEN EN ONDERHOUD Gebruik uw camera niet in de onmiddellijke nabijheid van apparatuur met sterke magneetvelden en elektrostatische of elektromagnetische velden (zoals inductie-ovens, magnetrons, monitoren van tv of computer, videogame-consoles, mobiele telefoons, zendapparatuur). • Wanneer u de camera op een televisie plaatst, of in de onmiddellijke nabijheid gebruikt, kan het magneetveld ervan de beeldregistratie verstoren. • Hetzelfde geldt voor het gebruik in de buurt van mobiele telefoons. • Sterke magneetvelden, bijv. die van luidsprekers of grote elektromotoren kunnen de opgeslagen gegevens beschadigen, resp. de opnamen verstoren. • Als de camera door het effect van elektromagnetische velden niet goed functioneert, deze uitschakelen, de batterij verwijderen en daarna de batterij weer plaatsen en de camera weer inschakelen. Gebruik de camera niet in de onmiddellijke nabijheid van radiozenders of hoogspanningsleidingen. Hun elektromagnetische velden kunnen de beeldregistraties eveneens verstoren. • Bescherm de camera tegen contact met insectenspray en andere agressieve chemicaliën. Testbenzine (wasbenzine), verdunner en alcohol mogen niet voor de reiniging worden gebruikt. Bepaalde chemicaliën en vloeistoffen kunnen de behuizing van de camera, resp. het oppervlak beschadigen. • Omdat rubber en kunststof soms agressieve chemicaliën afscheiden, mogen ze niet voor lange tijd met de camera in contact blijven. Belangrijk: Er mogen uitsluitend accessoires worden gebruikt van het type dat in deze handleiding of door Leica Camera AG worden genoemd en beschreven. NL Voorzorgsmaatregelen en onderhoud ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN • Zorg ervoor, dat zand of stof niet in de camera kan binnendringen, bijv. aan het strand. Zand en stof kunnen de camera en de geheugenkaart beschadigen. Let hier vooral op bij het plaatsen en verwijderen van de kaart. • Zorg ervoor, dat er geen water in de camera kan binnendringen, bijv. bij sneeuw, regen of aan het strand. Vocht kan tot verkeerde functies leiden en zelfs onherstelbare schade aan uw camera en geheugenkaart veroorzaken. • Als er spetters zout water op uw camera zijn gekomen, bevochtigt u een zachte doek eerst met leidingwater, wringt deze stevig uit en wist hiermee de camera af. Daarna met een droge doek goed nawrijven. LCD-scherm • Wanneer de camera aan grote temperatuurschommelingen wordt blootgesteld, kan zich condens op de monitor vormen. Wis deze voorzichtig met een zachte, droge doek af. • Als de camera bij het inschakelen zeer koud is, is het monitorbeeld eerst iets donkerder dan normaal. Zodra de monitor warmer wordt, bereikt het weer zijn normale helderheid. De productie van het LCD-scherm is een zeer nauwkeurig proces. Zo is verzekerd dat van de in totaal meer dan 920.000 pixels meer dan 99,995% correct werkt en slechts 0,005% donker blijft of altijd helder is. Dit is echter geen storing en beïnvloedt de beeldweergave niet nadelig. 195 Voorzorgsmaatregelen en onderhoud NL 196 Opnamesensor Voor objectieven • Hoogtestraling (bijv. bij vluchten) kan pixeldefecten veroorzaken. • Op de buitenlens van het objectief volstaat het normaal gesproken het stof met een zacht haarpenseel te verwijderen. Bij sterkere vervuiling kunnen deze met een zeer schone, gegarandeerd smetvrije, zachte doek in cirkelvormige bewegingen van binnen naar buiten voorzichtig worden gereinigd. Wij adviseren microvezeldoekjes (verkrijgbaar in de foto- en optiekzaak) die in een beschermende verpakking worden bewaard en bij temperaturen tot 40°C wasbaar zijn (geen wasverzachter, nooit strijken!). Reinigingsdoekjes voor brillen die met chemische middelen zijn geïmpregneerd, mogen niet worden gebruikt omdat ze het objectiefglas kunnen beschadigen. • De meegeleverde objectiefdop beschermt het objectief eveneens tegen ongewenste vingerafdrukken en regen. Condensatievocht Als er zich condens op of in de camera heeft gevormd, moet u hem uitschakelen en ongeveer 1 uur bij kamertemperatuur laten liggen. Als kamer- en cameratemperatuur gelijk zijn, verdwijnt de condens vanzelf. Onderhoud • Omdat elke vervuiling tevens een voedingsbodem voor micro-organismen vormt, moet de uitrusting zorgvuldig worden schoongehouden. Voor de camera • Reinig de camera uitsluitend met een zachte, droge doek. Hardnekkig vuil moet eerst met een sterk verdund afwasmiddel worden bevochtigd, en vervolgens met een droge doek worden weggeveegd. • Om vlekken en vingerafdrukken op de lens te verwijderen wordt de camera met een schone, pluisvrije doek afgeveegd. Grovere verontreiniging in moeilijk toegankelijke hoeken van de camerabody kunnen met een kleine kwast worden verwijderd. • Alle mechanisch bewegende lagers en glijvlakken van uw camera zijn gesmeerd. Denk eraan als u de camera langere tijd niet gebruikt: De camera ongeveer elke drie maanden meerdere keren ontspannen om verharsen van de smeerpunten te vermijden. Het is ook aanbevolen dat u herhaaldelijk de instelwielen verstelt en gebruikt. Voor het oplaadapparaat De oplaadbare lithium-ion-batterijen genereren stroom door interne chemische reacties. Deze reacties worden ook door de buitentemperatuur en luchtvochtigheid beïnvloed. Zeer hoge en lage temperaturen verkorten de standtijd en levensduur van de batterijen. • Neem de batterij altijd uit de camera als u hem een tijd lang niet gebruikt. Anders zou hij na enkele weken diep ontladen, d.w.z. dat de spanning aanzienlijk zou dalen. • Lithium-ion batterijen dienen gedeeltelijk opgeladen te worden opgeborgen, dwz. niet volledig ontladen of volledig opgeladen. Bij zeer langdurige opslag moet de accu ongeveer tweemaal per jaar gedurende ca. 15 minuten worden opgeladen om diepe ontlading te vermijden. • Houd de batterijcontacten steeds schoon en vrij. Lithium-ionen batterijen zijn weliswaar tegen kortsluiting beveiligd, maar bescherm toch de contacten tegen metalen voorwerpen zoals paperclips of sieraden. Een kortgesloten batterij kan zeer heet worden en ernstige brandwonden veroorzaken. • De batterij kan alleen worden geladen als hij een temperatuur tussen 0°C en 35°C heeft (anders schakelt het oplaadapparaat niet in, ofwel het schakelt weer uit). • Als er een batterij op de grond valt, dient u daarna de behuizing en contacten op eventuele schade te controleren. Het plaatsen van een beschadigde batterij kan ook de camera beschadigen. • Batterijen hebben slechts een beperkte levensduur. • Voer beschadigde batterijen af naar een verzamelpunt waar ze correct worden gerecycled. • Werp batterijen nooit in vuur, omdat ze anders kunnen exploderen. • Wanneer het oplaadapparaat in de buurt van radio-ontvangers wordt gebruikt, kan de ontvangst worden verstoord; zorg voor een afstand van minimaal 1 m tussen de apparaten. • Het oplaadapparaat kan bij gebruik geluid (“zoemen“) veroorzaken – dit is normaal en geen storing. • Trek de netstekker van het oplaadapparaat eruit als dit niet wordt gebruikt, omdat het ook zonder batterij (zeer weinig) stroom verbruikt. • Houd de contacten van het oplaadapparaat steeds schoon en maak nooit kortsluiting. NL Voorzorgsmaatregelen en onderhoud Voor de batterij 197 Voorzorgsmaatregelen en onderhoud NL Voor geheugenkaarten • Zolang een opname wordt opgeslagen of de geheugenkaart wordt uitgelezen, mag deze niet worden verwijderd; de camera mag ook niet worden uitgeschakeld en niet aan trillingen worden blootgesteld. • Geheugenkaarten moeten als bescherming in principe uitsluitend in het meegeleverde antistatische foedraal worden bewaard. • Bewaar geheugenkaarten niet op plaatsen waar ze aan hoge temperaturen, direct zonlicht, magneetvelden of statische ontlading worden blootgesteld. • Laat geheugenkaarten niet vallen en buig ze niet, omdat deze anders beschadigd kunnen worden en de opgeslagen gegevens verloren kunnen gaan. • Verwijder de geheugenkaart in principe als u de camera langere tijd niet gebruikt. • Raak de aansluitingen aan de achterzijde van de geheugenkaart niet aan en houd ze vrij van vuil, stof en vocht. • Het is raadzaam de geheugenkaart af en toe te formatteren, omdat door het wissen fragmentatie optreedt, die een deel van de geheugencapaciteit blokkeren kan. Opbergen • Wanneer u de camera een tijd lang niet gebruikt, is het raadzaam: hem uit te schakelen, b. de geheugenkaart eruit te halen en c. de batterij eruit te halen. 198 • Een objectief werkt als een brandglas, in het bijzonder als het volle zonlicht frontaal op de camera staat. De camera mag daarom in geen geval zonder objectiefdop worden weggelegd. Het plaatsen van een objectiefkap en het opbergen van de camera in de schaduw (of gelijk in de tas) kan ertoe bijdragen interne schade aan de camera te voorkomen. • Bewaar de camera bij voorkeur in een gesloten en gestoffeerd foedraal, zodat er niets tegenaan kan schuren en stof op afstand wordt gehouden. • Bewaar de camera op een droge, voldoende geventileerde plaats, die bescherming biedt tegen hoge temperatuur en vochtigheid. De camera moet bij gebruik in een vochtige omgeving voor de opslag beslist vrij zijn van ieder vocht. • Fototassen die bij gebruik nat zijn geworden, moeten worden leeggemaakt om beschadiging van uw uitrusting door vocht en eventueel vrijkomende restanten leerlooimiddel uit te sluiten. • Ter bescherming tegen schimmelvorming (fungus) bij gebruik in een vochtig en warm tropisch klimaat moet de camera-uitrusting zo veel mogelijk aan de zon en lucht worden blootgesteld. Het bewaren in luchtdicht afgesloten koffers of tassen is slechts aan te bevelen als er bovendien een droogmiddel, bijv. silicagel, wordt gebruikt. • Bewaar de camera ter vermijding van schimmelvorming niet voor lange tijd in de leren tas. • Noteer het serienummer van uw Leica TL, omdat het nummer in geval van verlies buitengewoon belangrijk is. • MENUPUNTEN Menupunt 1 ISO-filmgevoeligheid 2 3 2 Witbalans 3 Belichtingscorrectie 4 Opnamefrequentie 4 5 6 5 Methode belichtingsmeting 6 Zelfontspanner 7 Compressiegraad/bestandsformaat (voor foto's) 7 8 9 8 Scherpte-instellingsmodus 9 Flitsprogramma 10 JPEG-resolutie 11 Autofocus-modus 12 Flitsbelichtingscorrectie 10 11 12 13 Video-bestandsformaat/-resolutie 14 Automatische belichtingsreeks 15 Flitstijdstip 13 14 15 16 Kleurweergave 17 Automatische ISO-instellingen 18 WiFi-verbinding 16 17 NL Menupunten 1 Pagina 142 140 158 144 150 168 140 144 163 140 146 165 160 159 165 142 142 186 18 199 NL 19 20 21 19 Monitorhelderheid Menupunten 20 Histogramweergave 22 23 24 21 GPS-instellingen* 22 Kleurreproductie LCD-scherm 23 Scherpstelhulp (vergrote weergave) 24 Beeldstabilisatie voor foto's 25 26 27 25 Helderheid zoeker* 26 Automatische weergave 27 Beeldstabilisatie voor video's 28 Kleurweergave zoeker* 28 29 30 29 Automatische uitlijning bij de weergave 30 Windgeruisdemping 31 Automatische uitschakeling van de monitor 31 32 33 32 Gebruikersprofielen beheren 33 Akoestische meldsignalen 34 Automatische uitschakeling van de camera 34 35 36 35 Menutalen 36 Camerainstellingen herstellen 37 AF-hulplicht 38 Datum / tijd 37 38 39 39 Technische camera-informatie 40 Opnamenummering herstellen 41 Formatteren 40 200 41 * Alleen beschikbaar met gemonteerde Leica Visoflex (Typ 020) 138 126/151 169/165 138 139 168 138 170 160 138 171 161 139 184 138 137 136 184 145 136 193 185 191 MENU OPNAMEMODI 2 3 2 Tijdautomaat 3 Diafragma-automaat 4 4 Handmatige instelling 5 5 Scèneprogramma's 5a Uitgebreide programma-automaat 5b Sportprogramma 5a 5b 5c 5c Portretprogramma 5d Landschapsprogramma 5e Portretprogramma voor donkere omgevingen 5d 5e 5f 5f Programma voor zeer heldere onderwerpen 5g Programma voor vuurwerk 5i Programma voor zeer donkere omgevingen 5j Programma voor zonsonder- en -opgangen 5g 5h 5j 5k Programma voor digiscoping Pagina 152 154 155 156 157/206 NL Menupunten 1 Menupunt 1 Programma-automaat 157/206 157/206 157/206 157/206 157/206 157/206 157/206 157/206 157/206 157/206 5k 201 Technische gegevens NL 202 TECHNISCHE GEGEVENS Cameratype LEICA TL Digitale APS-C systeemcamera Typenummer 8854 Bestelnr. 18 147 (zilver), 18 146 (swart), 18 112 (titanium gekleurde) Objectiefkoppeling Leica L-bajonet met contactstrip voor communicatie tussen objectief en camera Objectiefsysteem Objectieven voor Leica TL, Leica SL, Leica M-objectieven m.b.v. Leica M-Adapter L, Leica R-objectieven m.b.v. Leica R-Adapter L Sensor CMOS-sensor, afmetingen APS-C (23,6 x 15,7mm) met 16,5/16,3 miljoen pixels (totaal/effectief), formaat-beeldverhouding 3:2 Resolutie JPEG: 4928 x 3264 pixels (16 megapixels), 4272 x 2856 pixels (12,2 megapixels), 3264 x 2160 pixels (7 megapixels), 2144 x 1424 pixels (3 megapixels), 1632 x 1080 pixels (1,8 megapixels), DNG: 4944 x 3278 pixels Foto-opnameformaat verkiesbaar: JPG Superfine, JPG Fine, DNG + JPG Superf., DNG + JPG Fine Video-opnameformaat MP4 Video-resolutie/beeldserie snelheden verkiesbaar: 1920 x 1080p, 30B/s of 1280 x 720p, 30B/s Video-opnameduur Ononderbroken video-opnamen met een maximale lengte van 29 minuten zijn mogelijk. Intern geheugen 32GB OpslagmediaSD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten ISO-gevoeligheid Automatisch, ISO 100 tot ISO 12500 Witbalans Automatisch, voorinstellingen voor daglicht, bewolkt, halogeenverlichting, schaduw, elektronische flits, twee handmatige instellingen, handmatige instelling van de kleurtemperatuur Autofocussysteem Contrast-gebaseerd Autofocus meetmethoden Enkelpunt, Multi-veld, Spot, Gezichtsdetectie, Touch-AF Belichtingsprogramma's Programma-automaat, Diafragma-automaat, Tijdautomaat, Handmatige instelling, Scène-belichtingsprogramma's: Volautomatisch, Sport, Portret, Landschap, Nachtportret, Sneeuw/Strand, Vuurwerk, Kaarslicht, Zonsondergang Belichtingsmeting Multi-veld, Centrum-georiënteerd, Spot Belichtingscompensatie ±3EV in 1⁄3EV-stappen Automatische belichtingsreeksen drie opnamen in gradaties t/m ±3EV, in te stellen in 1⁄3EV-stappen Sluitertijden van30 s t/m 1⁄4000s Serie-opnamen ca. 5 b/s, 12 opnamen met een constante frequentie, daarna afhankelijk van de specificaties van de geheugenkaart Flitsprogramma's Automatisch, Automatisch/Rode ogen reduceren, Altijd aan, Altijd aan/Rode ogen reduceren, Flitssynchronisatie, Flitssynchronisatie/Rode ogen reduceren Belichtingscompensatie ±3EV in 1⁄3EV-stappen Flits-synchronisatie Sync.-tijd: 1⁄180s Richtgetal van de ingebouwde flitser voor ISO 100: 4,5 Flits-tussentijd van het ingebouwde flitsapparaat ca. 5s met opgeladen batterij Statiefschroefdraad A 1⁄4 DIN 4503 (1⁄4“) Afmetingen (BxHxD) 134 x 69 x 33mm Gewicht ca. 384g / 339g (zonder / met batterij) Meegeleverd Camerabody, draagriem, 2 ontgrendelingspennen om de riem mee te verwijderen, batterij (Leica BP-DC13), oplaadapparaat (Leica BC-DC13) met 6 adapterstekkers, USB-kabel Software Leica App (afstandsbediening en beeldoverdracht, gratis download in de Apple® App-Store®/Google® Play Store®) NL Technische gegevens LCD-scherm 3,7"TFT LCD, 1,3 miljoen pixels, 854x480 per kleurkanaal Zelfontspanner Voorlooptijd naar keuze 2 of 12s WLAN Voldoet aan standaard IEEE 802.11b/g/n (standaard WLAN-protocol); kanaal 1-11; encryptie-methode: WiFi-compatibele WPA™ / WPA2™, access methode: Infrastructuurwerking Voeding Lithium-Ion batterij Leica BP-DC13, nom. spanning 7,2V, capaciteit 985mAh; (volgens CIPA-standaard): ca. 400 opnamen, laadtijd (na diepe ontlading): ca. 160 min. Fabrikant: Shenzen Eng Electronics Co., Ltd., Made in China Aansluitingen Micro-USB-poort (2.0 High-Speed), Leica flitser-aansluiting met geïntegreerde connector voor optioneel toebehoren, batterij opladen via USB-poort mogelijk met max. 1A Oplaadapparaat Leica BC-DC13, ingang: Wisselspanning 100240V, 50/60 Hz, 0,145A(100V)-0,08A(240V), automatisch omschakelend, Ausgang: Gleichspannung 8,4V 0,65A, Gewicht: ca. 90g, Abmaße: 96x68x28mm (Toleranz +/- 0,5mm), Fabrikant: Panasonic Energy (Wuxi) Co, Ltd. Body Leica unibody design van aluminium, twee verwijderbare afdekkingen voor draagriem en andere accessoires, ISO-flitsschoen met midden- en regelcontacten voor het aansluiten van externe, krachtigere flitsers, ofwel voor het aansluiten van de elektronische zoeker Leica Visoflex Wijziging in constructie en uitvoering voorbehouden. 203 Trefwoordenregister NL 204 TREFWOORDENREGISTER Aan-/uitschakelen; zie Hoofdschakelaar Afstandsinstelling.....................................................................144 AF hulplicht...........................................................................145 Autofocus..............................................................................144 Handmatige instelling............................................................149 Instellen door aanraken.........................................................148 Meetmethoden......................................................................146 Scherpstelhulp......................................................................149 Batterij, plaatsen en verwijderen..............................................113 Beeldfrequentie........................................................................144 Bekijken van opnamen; zie Weergavemodus Belichtingsregeling Belichtingscorrecties.............................................................158 Belichtingsserie, automatische..............................................159 Diafragma-automaat..............................................................155 Handmatige instelling............................................................156 Meetmethoden......................................................................150 Opslaan van de meetwaarde..................................................158 Programma-automaat............................................................152 Scèneprogramma‘s...................................................... 157/206 Shiften..................................................................................153 Tijdautomaat.........................................................................154 Bestandsformaat......................................................................140 Bewaren..................................................................................198 Bron (voor weergave) selecteren..............................................178 Clipping.......................................................................... 126/151 Compressiegraad.....................................................................140 Contrast..................................................................................143 Diashow...................................................................................174 DNG............................................................................... 140/192 Draagriem bevestigen..............................................................112 Elektronische zoeker....................................................... 138/169 Favorieten, opnamen markeren als...........................................175 Firmware-downloads................................................................192 Flitsapparaten..........................................................................166 Flitsmodus...............................................................................162 Formatteren.............................................................................191 Gegevensoverdracht naar een computer..................................190 Geheugenkaart, plaatsen en verwijderen..................................118 Geluiden (toetstonen)...............................................................138 Geluidsopname........................................................................161 Geluidsvolume.........................................................................138 GPS.........................................................................................169 Profielen..................................................................................184 Reparaties / Leica Customer Care...........................................208 Resolutie.................................................................................140 Scherpstellen...........................................................................144 Scèneprogramma‘s......................................................... 157/206 Serieopnamen.........................................................................144 Software..................................................................................192 Stabilisering.................................................................... 168/160 Terugzetten van alle individuele menu-instellingen....................184 Tijd en datum...........................................................................136 Touchscreen-bediening............................................................124 Uitschakelen van de camera, automatisch ...............................137 Uitsnede, kiezen van, zie weergavemodus USB-verbinding........................................................................190 Video-opnamen........................................................................160 Video’s knippen.......................................................................182 Video’s verbinden....................................................................183 Voorzorgsmaatregelen.............................................................195 Weergavemenu........................................................................174 Weergavemodus......................................................................170 WiFi.........................................................................................186 Witbalans.................................................................................140 Zelfontspanner.........................................................................168 Zoeker.....................................................................................138 NL Trefwoordenregister Histogram....................................................................... 106/151 Hoofdschakelaar......................................................................122 Infodienst, Leica Product Support.............................................208 Instelwielen..............................................................................122 ISO-gevoeligheid......................................................................142 Klantenservice / Leica Customer Care.....................................208 Kleurverzadiging.......................................................................143 Kleurweergave.........................................................................142 Kopiëren van opnamegegevens................................................178 Leveringsomvang.....................................................................106 Menutaal.................................................................................136 Monitor........................................................................... 138/138 Onbewerkte gegevens..................................................... 104/192 Onderdelen, benaming van de.............................................U2/U4 Ontspanner, zie ook Technische gegevens................................123 Opnamefrequentie...................................................................144 Opnamen beschermen/wisbescherming opheffen....................175 Opnamen vergroten bij de weergave........................................172 Opnamen wissen.....................................................................176 205 INSTELLINGEN ONDERWERPPROGRAMMA'S1 Autofocusinstellingen1 Instellingen onderwerpprogramma's NL Belichtingsinstellingen1 Beeldeigenschappen Flitsmodus4 Portret Landschap Multi-veld Gezichtsherkenning Multi-veld Werkbereik Normaal 2m - ∞ Normaal 2m - ∞ Instelling indien AF niet mogelijk ∞ ∞ 1,8m ∞ Meetmethode Multi-veld Multi-veld Multi-veld Multi-veld Sluitertijd Werkbereik op 1⁄2f – 1⁄2000 s begrensd, geregeld in stappen van 1⁄3EV, ten minste 1⁄8s 1⁄2000 s Werkbereik op 1⁄2f – 1⁄2000 s begrensd, geregeld in stappen van 1⁄3EV, ten minste 1⁄30s Werkbereik op 1⁄2f – 1⁄2000 s begrensd, geregeld in stappen van 1⁄3EV, ten minste 1⁄30s Diafragma In het gehele werkbereik afhankelijk van sluitertijd-/ISO-instellingen geregeld Maximale (minimale waarde) In het gehele werkbereik afhankelijk van sluitertijd-/ISO-instellingen geregeld In het gehele werkbereik afhankelijk van sluitertijd-/ISO-instellingen geregeld ISO-instelling3 Regeling garandeert sluitertijd van min. 1⁄2f, max. ISO 1600 Regeling garandeert sluitertijd van min. 1⁄2f, max. ISO 6400 Regeling garandeert sluitertijd van min. 1⁄2f, max. ISO 1600 Regeling garandeert sluitertijd van min. 1⁄2f, max. ISO 1600 Belichtingscorrectie - - - - Auto Auto Auto Sunny Scherpte Standard Standard Iets lager Midden-hoog Verzadiging Standard Standard Standard Midden-hoog Contrast Standard Standard Standard Hoog Auto Auto / red-eye reduction ON Auto Menu-instellingen van de genoemde functies zijn niet beschikbaar. Uitsluitend handmatige afstandsinstelling. De automatische instellingen kunnen beperkt zijn, afhankelijk van handmatige instellingen in de menu-items Max ISO en Slowest Shutter Speed . 4 Bij de opgegeven instellingen is ervan uitgegaan dat de ingebouwde flitser in de werkstand staat, of dat de externe flitser ingeschakeld is. Anders wordt de foto zonder flits genomen. 1 2 206 Sport Gezichtsherkenning Witbalans1 1 Volautomatisch Meetmethode 3 Nacht Portret Sneeuw/strand Vuurwerk Kaarslicht Zonsondergang Digiscoping Multi-veld - Multi-veld Multi-veld 2 Normaal Normaal ∞ Normaal 2m-∞ Normaal 1,8m ∞ - 1,8m ∞ - Multi-veld Multi-veld - Multi-veld Multi-veld Multi-veld Werkbereik op 1⁄2f – 1⁄2000 s begrensd, geregeld in stappen van 1⁄3EV, ten minste 1⁄30s Werkbereik op 1⁄2f – 1⁄2000 s begrensd, geregeld in stappen van 1⁄3EV, ten minste 1⁄30s Ca. 4s Werkbereik op 1⁄2f – 1⁄2000 s begrensd, geregeld in stappen van 1⁄3EV, ten minste 1⁄30s Werkbereik op 1⁄2fs Werkbereik op 1⁄250s – 1⁄2000 s begrensd In het gehele werkbereik afhankelijk van sluitertijd-/ISO-instellingen geregeld In het gehele werkbereik afhankelijk van sluitertijd-/ISO-instellingen geregeld Ca. f/8 In het gehele werkbereik afhankelijk van sluitertijd-/ISO-instellingen geregeld In het gehele werkbereik afhankelijk van sluitertijd-/ISO-instellingen geregeld - Regeling garandeert sluitertijd van min. 1⁄2f, max. ISO 1600 Regeling garandeert sluitertijd van min. 1⁄2f, max. ISO 1600 100 Regeling garandeert sluitertijd van min. 1⁄2f, max. ISO 1600 Regeling garandeert sluitertijd van min. 1⁄2f, max. ISO 1600 Regeling garandeert sluitertijd van min. 1⁄250s, max. ISO 3200 - +0,3EV - - -0,3EV - Sunny Sunny Sunny Sunny Sunny Auto Midden-laag Midden-hoog Midden-laag Midden-laag Standard Midden-hoog Standard Midden-hoog Midden-hoog Midden-laag Midden-hoog Midden-hoog Laag Standard Hoog Laag Standard Midden-hoog Slow sync / red-eye reduction Auto OFF Slow sync ON OFF begrensd Instellingen onderwerpprogramma's Gezichtsherkenning NL 207 NL LEICA PRODUCT SUPPORT LEICA CUSTOMER CARE Technische vragen over toepassingen met Leica-producten, ook over de meegeleverde software, worden schriftelijk, telefonisch of per e-mail beantwoord door de Product Support-afdeling van de Leica Camera AG. Ook voor koopadvies en het bestellen van handleidingen is dit uw contactadres. U kunt uw vragen eveneens via het contactformulier op de website van Leica Camera AG aan ons richten. Voor het onderhoud van uw Leica-uitrusting en in geval van schade kunt u gebruik maken van de Customer Care van Leica Camera AG of de reparatieservice van een Leica-vertegenwoordiging in uw land (voor adressenlijst zie garantiebewijs). Leica Camera AG Productsupport / Softwaresupport Am Leitz-Park 5 35578 Wetzlar, Germany Telefoon: +49(0)6441-2080-111 /-108 Fax: +49(0)6441-2080-490 [email protected] / [email protected] 208 Leica Camera AG Customer Care Am Leitz-Park 5 35578 Wetzlar, Germany Telefoon: +49(0)6441 2080-189 Fax: +49(0)6441 2080-339 [email protected]
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215

Leica TL Handleiding

Type
Handleiding

in andere talen