Samsung ML-1670 Handleiding

Categorie
Afdrukken
Type
Handleiding
ML-167x Series
Monolaserprinter
Gebruikershandleiding
mogelijkheden die tot de verbeelding spreken
Bedankt voor uw aankoop van dit
Samsung-product.
Copyright_ 2
Copyright
© 2010 Samsung Electronics Co., Ltd. Alle rechten voorbehouden.
Deze gebruikershandleiding dient uitsluitend ter informatie. Alle informatie in deze gebruikershandleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden
gewijzigd.
Samsung Electronics kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade van welke aard dan ook als gevolg van of in verband met het gebruik
van de informatie in deze gebruikershandleiding.
Samsung en het Samsung-logo zijn handelsmerken van Samsung Electronics Co., Ltd.
PCL en PCL 6 zijn handelsmerken van Hewlett-Packard Company.
Microsoft, Internet Explorer, Windows, Windows Vista, Windows 7 en Windows 2008 Server R2 zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van
Microsoft Corporation.
PostScript 3 is een handelsmerk van Adobe Systems, Inc.
UFST
®
en MicroType™ zijn gedeponeerde handelsmerken van Monotype Imaging Inc.
TrueType, Mac en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc. die zijn gedeponeerd in de VS en andere landen.
LaserWriter is een handelsmerk van Apple Inc.
Alle andere merk- of productnamen zijn handelsmerken van hun respectieve bedrijven of organisaties.
Zie het bestand "LICENSE.txt" op de bijgeleverde cd voor informatie over de open source-licentie.
REV. 1.04
Inhoud_ 3
Inhoud
COPYRIGHT
2
INHOUD
3
6 Veiligheidsinformatie
11 Informatie over wettelijke voorschriften
17 Informatie over deze gebruikershandleiding
19 De functies van uw nieuwe laserproduct
INLEIDING
21
21 Apparaatoverzicht
21 Voorkant
22 Achterkant
23 Overzicht van het bedieningspaneel
24 Informatie over de status-LED
24 Handige toetsen
25 Het apparaat inschakelen
AAN DE SLAG
26
26 De hardware installeren
26 Locatie
26 Een configuratiepagina afdrukken
26 Meegeleverde software
27 Systeemvereisten
27 Windows
27 Macintosh
27 Linux
28 Het stuurprogramma installeren voor een USB-apparaat
28 Windows
29 Macintosh
29 Linux
30 Uw printer lokaal delen
30 Windows
31 Macintosh
BASISINSTELLINGEN
32
32 De standaardlade en het papier instellen
32 Vanaf uw computer
32 De energiebesparingsfunctie gebruiken
AFDRUKMEDIA EN LADE
33
33 Afdrukmedia selecteren
33 Richtlijnen voor het selecteren van afdrukmedia
33 Formaten van afdrukmedia die in elke modus worden ondersteund
34 De grootte van de lade aanpassen
35 Papier in de lade plaatsen
35 Lade
35 Handmatige invoer in de lade
36 Afdrukken op speciale media
36 Enveloppen
37 Transparanten
37 Etiketten
37 Kartonpapier/papier van een aangepast formaat
37 Briefhoofd/voorbedrukt papier
38 De papieruitvoersteun gebruiken
Inhoud
Inhoud_ 4
AFDRUKKEN
39
39 Eigenschappen van het printerstuurprogramma
39 Printerstuurprogramma
39 Eenvoudige afdruktaken
40 Een afdruktaak annuleren
40 Voorkeurinstellingen openen
40 Voorkeurinstellingen gebruiken
41 Help gebruiken
41 Speciale kopieerfuncties gebruiken
41 Meerdere pagina’s op één vel papier afdrukken
41 Posters afdrukken
41 Boekjes afdrukken (handmatig)
42 Dubbelzijdig afdrukken (handmatig)
42 Het afdrukpercentage van uw document wijzigen
42 Een document aan een bepaald papierformaat aanpassen
42 Watermerken gebruiken
43 Overlays gebruiken
44 Opties afdrukkwaliteit
44 De standaardafdrukinstellingen wijzigen
44 Uw apparaat als standaardapparaat instellen
45 Afdrukken naar een bestand (PRN)
45 Afdrukken in Macintosh
45 Een document afdrukken
45 Printerinstellingen wijzigen
46 Meerdere pagina’s op één vel papier afdrukken
46 Afdrukken in Linux
46 Afdrukken vanuit een toepassing
47 Bestanden afdrukken
47 Printereigenschappen configureren
BEHEERPROGRAMMA’S
48
48 Introductie van handige beheerprogramma’s
48 Samsung Easy Printer Manager gebruiken (alleen Windows)
48 Samsung Easy Printer Manager
49 Samsung-printerstatus gebruiken (alleen Windows)
49 Samsung-printerstatus - overzicht
50 Het programma Smart Panel gebruiken (alleen Macintosh en Linux)
50 Kennismaken met Smart Panel
50 De instellingen van Smart Panel wijzigen
51 Werken met Unified Linux Driver Configurator
51 Unified Driver Configurator openen
51 Het venster Printers configuration
52 Ports configuration
ONDERHOUD
53
53 Een rapport met apparaatgegevens afdrukken
53 Een apparaat reinigen
53 De buitenkant reinigen
53 De binnenkant reinigen
54 De tonercassette bewaren
54 Instructies voor het hanteren van cassettes
54 Gebruik van tonercassettes van andere merken dan Samsung en
bijgevulde tonercassettes
54 Geschatte gebruiksduur van tonercassette
54 Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat
Inhoud
Inhoud_ 5
PROBLEMEN OPLOSSEN
55
55 Toner herverdelen
55 Tips om papierstoringen te voorkomen
56 Papierstoringen verhelpen
56 In de papierlade
56 Binnen in het apparaat
57 Andere problemen oplossen
57 Stroomproblemen
58 Problemen met papierinvoer
58 Afdrukproblemen
60 Problemen met de afdrukkwaliteit
62 Veelvoorkomende problemen onder Windows
63 Veelvoorkomende problemen onder Linux
63 Veelvoorkomende problemen onder Macintosh
VERBRUIKSARTIKELEN
64
64 Aankoopmogelijkheden
64 Verkrijgbare verbruiksartikelen
64 Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud
65 De tonercassette vervangen
SPECIFICATIES
66
66 Hardwarespecificaties
66 Omgevingsvoorwaarden
67 Elektrische specificaties
68 Specificaties van het afdrukmateriaal
CONTACT SAMSUNG WORLDWIDE
69
VERKLARENDE WOORDENLIJST
71
INDEX
77
Veiligheidsinformatie_ 6
Veiligheidsinformatie
Deze waarschuwingen en voorzorgen moeten eventuele beschadigingen aan uw apparaat en verwondingen aan uzelf of
anderen voorkomen. Lees deze instructies aandachtig voor u het apparaat in gebruik neemt.
Gebruik uw apparaat, net als andere elektrische toestellen, met gezond verstand. Neem alle waarschuwingen en
instructies in acht die op het apparaat en in de bijbehorende documentatie worden vermeld. Bewaar dit document goed
nadat u het gelezen hebt.
Belangrijk veiligheidssymbolen
In dit deel wordt de betekenis van alle pictogrammen en tekens uit de gebruikershandleiding verklaard. Deze veiligheidssymbolen zijn
gerangschikt op de ernst van het risico.
Verklaring van alle pictogrammen en tekens die in de gebruikershandleiding worden gebruikt.
Waarschuwing Gevaren of onveilige praktijken die ernstig letsel of de dood kunnen veroorzaken.
Opgepast Gevaren of onveilige praktijken die klein letsel of eigendomsschade kunnen veroorzaken.
NIET proberen.
NIET demonteren.
NIET aanraken.
Haal de stekker uit het stopcontact.
Zorg dat het apparaat geaard is om elektrische schokken te voorkomen.
Bel het servicecentrum voor hulp.
Volg de instructies nauwgezet op.
Veiligheidsinformatie_ 7
Bedrijfsomgeving
Waarschuwing
Niet gebruiken als de stekker beschadigd is of als het
stopcontact niet geaard is.
Dit kan een elektrische schok of brand
ver
oorzaken.
Buig het netsnoer niet en plaats er geen zware
voorwerpen op.
Op het netsnoer stappen of het door een zwaar
voorwe
rp pletten kan een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Plaats niets op het apparaat (water, kleine metalen of
zware voorwerpen, kaarsen, brandende sigaretten,
enzovoor
t).
Dit kan een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan het
netsnoer te trekken; trek de stekker er niet uit met
natte hand
en.
Dit kan een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Als het apparaat oververhit raakt, komt er rook uit,
maakt het vreemde geluiden of ve
rspreidt het een
vreemde geur. Schakel onmiddellijk de
stroomschakelaar uit en koppel het apparaat los.
Dit kan een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Opgepast
Haal de stekker uit het stopcontact tijdens onweer of
als u het apparaat niet gebruikt.
Dit kan een elektrische schok of brand
ver
oorzaken.
Probeer de stekker niet in het stopcontact te forceren als deze
er moeilijk ingaat.
U riskeert een elektrische schok. Neem contact op met een
elektricie
n om het stopcontact te vervangen.
Opgelet, het papieruitvoergebied is heet.
U kunt brandwonden oplopen.
Voorkom dat huisdieren in het netsnoer, de telefoonkabel of
computerkabels bijten.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken en/of uw
huisdier verwonden.
Als het apparaat is gevallen of als de behuizing beschadigd
lijkt, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in
va
n een gekwalificeerd technicus.
Zo niet, dan kan dit een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Als het apparaat niet goed werkt nadat u deze instructies hebt
uitgevoerd, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de
hul
p in van een gekwalificeerd technicus.
Zo niet, dan kan dit een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Als de prestaties van het apparaat plots opvallend veranderen,
koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van
e
en gekwalificeerd technicus.
Zo niet, dan kan dit een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Veiligheidsinformatie_ 8
Bedieningswijze
Opgepast
Trek het papier niet uit de printer tijdens het
afdrukken.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Bij het afdrukken van grote hoeveelheden kan de
onderzijde van het uitvoergebied heet worden. Houd
kinde
ren uit de buurt.
Zij kunnen brandwonden oplopen.
Houd uw hand niet tussen het apparaat en de
papierlade.
U kunt letsel oplopen.
Gebruik geen tang of scherpe metalen voorwerpen
om vastgelopen papier te verwijderen.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Blokkeer de ventilatieopening niet of duw er geen voorwerpen
in.
Hierdoor kunnen onderdelen warm worden en kan er brand
on
tstaan of kan het apparaat beschadigd raken.
Vermijd het stapelen van te veel papier in de papieruitvoerlade.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Wees voorzichtig wanneer u papier vervangt of vastgelopen
papier verwijdert.
Nieuw papier heeft scherpe randen die snijwonden kunnen
veroorzaken.
Het apparaat wordt gevoed via het netsnoer.
Om de stroom uit te schakelen, trekt u het netsnoer uit het
stop
contact.
Veiligheidsinformatie_ 9
Installatie/verplaatsen
Waarschuwing
Plaats het apparaat niet in een omgeving waar stof,
vocht of waterlekken aanwezig zijn.
Dit kan een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Opgepast
Schakel de stroom uit en maak alle kabels los
voordat u het apparaat verplaatst.
Til vervolgens het apparaat op deze wijze op:
een
apparaat dat minder dan 20 kg weegt, mag door
één persoon worden opgetild;
een apparaat dat 20 - 40 kg weegt, moet door twee
personen worden opgetild;
een
apparaat dat meer dan 40 kg weegt, moet door
vier of meer personen worden opgetild.
Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade
veroorzaken.
Plaats geen deksel op het apparaat of plaats het niet in een
luchtdichte ruimte, zoals een kast.
Als het apparaat niet voldoende wordt geventileerd, kan er
brand ontstaan.
Plaats het apparaat niet op een onstabiel oppervlak.
Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade
veroorzaken.
Steek het netsnoer in een geaard stopcontact.
Zo niet, dan kan dit een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Het apparaat moet aangesloten worden op een spanningsbron
met het energieniveau dat is aangegeven op het label.
Als u niet zeker bent en het energieniveau wilt controleren,
ne
emt u contact op met de elektriciteitsmaatschappij.
Sluit niet te veel apparaten op hetzelfde stopcontact of
verlengsnoer aan.
Dit kan de prestaties verminde
ren en een elektrische schok
of brand veroorzaken.
Gebruik alleen telefoondraad van Nr. 26 AWG
a
a.AWG: American Wire Gauge
of dikker, indien
nodig.
Zo niet, dan kan het apparaat beschadigd raken.
Gebruik voor een veilige bediening het netsnoer dat met uw
apparaat werd meegeleverd. Als u een snoer gebruikt dat
lan
ger is dan 2 meter voor een apparaat van 140 V, moet het
snoer minstens 16 AWG dik zijn.
Zo niet, dan kan het apparaat beschadigd raken en een
ele
ktrische schok of brand veroorzaken.
Veiligheidsinformatie_ 10
Onderhoud/controle
Opgepast
Trek het netsnoer van het apparaat uit het
stopcontact als u de binnenkant van
het apparaat wilt
reinigen. Reinig uw apparaat niet met benzeen,
verdunningsmiddel of alcohol; spuit geen water in het
apparaat.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Houd reinigingsproducten uit de buurt van kinderen.
Kinderen kunnen letsel oplopen.
Gebruik het apparaat niet terwijl u verbruiksartikelen
vervangt of de binnenkant van het app
araat reinigt.
U kunt letsel oplopen.
U mag het apparaat niet zelf demonteren, herstellen
en weer in elkaar zetten.
Dit kan het apparaat beschadigen. Neem contact
op met een gekwalificeerd technicus als het apparaat
moet worden hersteld.
Houd het netsnoer en het contactoppervlak van de stekker stof-
en watervrij.
Zo niet, dan kan dit een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Volg de richtlijnen uit de gebruikershandleiding die met het
apparaat werd meegeleverd om het apparaat te reinigen en te
bed
ienen.
Zo niet, dan kunt u het apparaat beschadigen.
Verwijder geen kleppen of beveiligingselementen die
vastgeschroefd zijn.
Dit apparaat mag alleen worden hersteld door een
med
ewerker van de technische dienst van Samsung.
Gebruik van verbruiksartikelen
Opgepast
Haal de tonercassette niet uit elkaar.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of
o
pname.
Houd kinderen uit de buurt van de plaats waar u
verbruiksartikelen (bijvoorbe
eld tonercassettes)
bewaart.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of
opn
ame.
Verbrand geen verbruiksartikelen zoals een
tonercassette of fixeereenheid.
Dit kan een explosie of onbeheersbare brand
veroorzaken.
Gerecyclede verbruiksartikelen (bijvoorbeeld toner) kunnen het
apparaat beschadigen.
Bij schade als gevolg van het gebruik van gerecyclede
verbruiksartikelen zullen reparatiekosten in rekening worden
gebracht.
Zorg ervoor dat er geen tonerstof op uw lichaam of kleding
terechtkomt bij het vervangen van de tonercassette of het
ve
rwijderen van vastgelopen papier.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.
Als er tonerstof op uw kleding terechtkomt, moet u geen warm
water gebruiken.
Door warm water hecht de toner zich aan de stof. Gebruik
altijd
koud water.
Informatie over wettelijke voorschriften_ 11
Informatie over wettelijke voorschriften
Dit apparaat is ontworpen voor een normale werkomgeving en gecertificeerd conform verschillende
veiligheidsvoorschriften.
Verklaring inzake laserveiligheid
De printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als zijnde in overeenstemming met de vereisten van DHHS 21 CFR, hoofdstuk 1,
subhoofdstuk J voor laserproducten van klasse I(1), en is elders gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat voldoet aan de vereisten
van IEC 60825-1.
Laserproducten van klasse I worden niet als gevaarlijk beschouwd. Het
lasersysteem en de printer zijn zo ontworpen dat bij normaal gebruik,
gebruiksonderhoud of onder de voorgeschreven servicevoorwaarden personen niet worden blootgesteld aan laserstralen hoger dan Klasse I.
Golflengte: 800 nm
S
traalafwijking
- Parallel: 11 graden
- Verticaal: 35 graden
Ma
ximaal uitgaand vermogen: 12 mW
WAARSCHUWING
De printer mag nooit worden gebruikt of nagekeken als de beschermkap van de laser/scanner is verwijderd. De onzichtbare laserstraal kan
naar buiten worden gereflecteerd en uw ogen beschadigen.
Neem bij het gebruik van dit apparaat altijd deze elementaire veiligheidsmaatregelen in acht om het risico op brand, elektrische schokken en
letsels te beperken:
Veiligheid in verband met ozon
Tijdens normale werking produceert dit apparaat ozon. De geproduceerde ozon vormt geen gevaar voor de gebruiker. Wij raden echter aan
het apparaat in een goed geventileerde ruimte te plaatsen.
Als u meer wilt weten over ozon, neemt u best contact
op met de dichtstbijzijnde Samsung-dealer.
Informatie over wettelijke voorschriften_ 12
Energie besparen
Deze printer maakt gebruik van geavanceerde energiebesparende technologie die het stroomverbruik vermindert wanneer het apparaat niet
wordt gebruikt.
Als de printer gedurende enige tijd geen gegevens ontvangt, wordt het stroomverbruik automatisch verlaagd.
ENERGY STAR en het ENERGY STAR-merk zijn gedeponeerde Amerikaanse handelsmerken.
Meer informatie over het ENER
GY STAR-programma vindt u op http://www.energystar.gov.
Recycleren
Recycle de verpakkingsmaterialen van dit product, of gooi ze op een milieuvriendelijke wijze weg.
Alleen China
Correcte verwijdering van dit product (elektrische & elektronische afvalapparatuur)
(Van toepassing in de Europese Unie en andere Europese landen met afzonderlijke inzamelingssystemen
voor batterijen)
Deze aanduiding op het product, op de accessoires of in de documentatie geeft aan dat het product en zijn elektronische accessoires (bijv.
lader, hoofdtelefoon, USB-kabel) aan het eind van hun gebruiksduur niet met ander huishoudelijk afval mogen worden weggegooid. Gelieve
het apparaat van het andere afval te scheiden om eventuele schade aan het milieu of de gezondheid als gevolg van onverantwoord
afvalbeheer te voorkomen. Recycleer het op een verantwoorde manier om een duurzaam hergebruik van materialen aan te moedigen.
Particuliere gebruikers kunnen contact opnemen met de winkel waar ze hun apparaat kochten, of met de gemeente-instanties voor meer
informatie over waar en hoe ze dit product op een ecologisch verantwoorde manier kunnen recyclen.
Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en
de algemene voorwaarden van de koopovereenkomst nalezen. Dit
product mag niet met het andere bedrijfsafval worden weggegooid.
Informatie over wettelijke voorschriften_ 13
Radiofrequentiestraling
FCC-normen (VS)
Dit apparaat is conform Deel 15 van de FCC-voorschriften. Het gebruik van dit apparaat is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden:
Dit
apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken.
Dit
apparaat moet alle ontvangen interferentie aanvaarden, inclusief interferentie die een ongewenste werking kan veroorzaken.
Dit apparaat is getest en voldoet aan de limieten voor digitale app
araten van klasse B, zoals vastgelegd in deel 15 van de FCC-voorschriften.
Deze beperkingen zijn bedoeld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie binnenshuis. Dit apparaat genereert,
gebruikt en straalt mogelijk radiofrequentie-energie uit en kan, indien het niet overeenkomstig de aanwijzingen wordt geïnstalleerd en gebruikt,
schadelijke interferentie voor radiocommunicatie veroorzaken. Er kan echter niet worden gegarandeerd dat bij bepaalde installaties geen
interferentie optreedt. Als dit apparaat schadelijke interferentie voor radio- of tv-ontvangst veroorzaakt, wat u kunt controleren door het
apparaat in en uit te schakelen, wordt de gebruiker aangemoedigd om de interferentie te beperken door de volgende maatregelen te treffen:
Ve
rplaats de ontvangstantenne of draai ze een andere kant op.
Ve
rgroot de afstand tussen de apparatuur en de ontvanger.
Sl
uit de apparatuur aan op een stopcontact van een andere stroomkring dan die waarop de ontvanger is aangesloten.
Raad
pleeg uw printerleverancier of een ervaren radio-/televisiemonteur.
Wijzigingen of modificaties die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de fabrikant (die ervoor moet zorgen dat het apparaat aan de
normen voldoet) kunnen ertoe leiden dat de toestemming van de gebruiker om het apparaat te gebruiken vervalt.
Canadese regelgeving inzake radio-interferentie
Dit digitale apparaat blijft binnen de grenzen (limieten van klasse B) voor stoorsignalen vanuit digitale apparatuur die zijn bepaald in de
standaard voor apparatuur die interferentie zou kunnen veroorzaken, met de titel "Digital Apparatus", ICES-003 van Industry and Science
Canada.
Cet appareil numérique respecte les limites de bruits radioélectri
ques applicables aux appareils numériques de Classe B prescrites dans la
norme sur le matériel brouilleur : « Appareils Numériques », ICES-003 édictée par l’Industrie et Sciences Canada.
Alleen Rusland
Yalnızca Türkiye
Alleen voor Duitsland
Informatie over wettelijke voorschriften_ 14
De stekker van het netsnoer vervangen (alleen voor het VK)
Belangrijk
Het netsnoer van dit apparaat is voorzien van een standaardstekker (BS 1363) van 13 ampère en een zekering van 13 ampère. Als u de
zekering vervangt, moet u het juiste type van 13 ampère gebruiken. Nadat u de zekering hebt gecontroleerd of vervangen, moet u de afdekkap
van de zekering weer sluiten. Als u de afdekkap van de zekering verloren bent, mag u de stekker niet gebruiken totdat u er een nieuwe
afdekkap op hebt gezet.
Neem contact op met de leverancier bi
j wie u het apparaat hebt gekocht.
Stekkers van 13 ampère zijn het meest voorkomende type in het Veren
igd Koninkrijk en kunnen in de meeste gevallen worden gebruikt.
Sommige (vooral oudere) gebouwen hebben echter geen normale stopcontacten van 13 ampère. Als u het apparaat op een ouder stopcontact
wilt aansluiten moet u een geschikt verloopstuk (adapter) kopen. Verwijder nooit de aangegoten stekker van het netsnoer.
Als u de aangegoten stekker afsnijdt of weggooit, kunt u hem er niet meer op bevestigen en riskeert u een elektrische schok als u hem in
het stopcontact steekt.
Belangrijke waarschuwing:
Dit apparaat moet op een geaard stopcontact worden aangesloten.
De aders van het netsnoer hebben de volgende kleurcodering:
G
roen-geel: Aarding
Bla
uw: Neutraal
Brui
n: Fase
Ga als volgt te werk als de kleuren van de aders in het netsnoer niet overeenstemmen met die van de stekker.
Sluit de groen-gele aardedraad aan op de pool die is gemarkeerd me
t de letter "E", het aardesymbool, de kleuren groen-geel of de kleur groen.
Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "N" of zwart is gekleurd.
Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "L" of de kleur zwart.
In de stekker, adapter of verdeelkast moet een zekeri
ng van 13 ampère zijn aangebracht.
Informatie over wettelijke voorschriften_ 15
Verklaring van overeenstemming (Europese landen)
Goedkeuringen en certificeringen
De CE-markering op dit product staat symbool voor de verklaring van overeenstemming van Samsung Electronics Co., Ltd. met de volgende
toepasselijke 93/68/EEG-richtlijnen van de Europese Unie per de aangegeven datums:
Samsung Electronics verklaart dat dit product in overeenstemming is met de
essentiële vereisten en andere relevante bepalingen van:
ML-167x Series: de Laagspanningsrichtlijn (2006/95/EG) e
n EMC-richtlijn (2004/108/EG).
De conformiteitsverklaring vindt u op www.samsung.com/printer. Daar klikt u op Support > Download center en voert u de printernaam in.
01.01.1995: Richtlijn 2006/95/EG van de Raad inzake de harmonisatie van de wetgevingen in de lidstaten betreffende
l
aagspanningsapparatuur.
01.01.1996: Richtlijn 2004/108/EG (92/31/EEG) van de Raad
inzake de harmonisatie van de wetgevingen in de lidstaten betreffende
elektromagnetische compatibiliteit.
09.03.1999: Richtlijn 1999/5/EG van de Raad betreffende ra
dioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse herkenning
van hun conformiteit. Een volledige verklaring waarin de relevante richtlijnen en standaarden waarnaar wordt verwezen zijn opgenomen, kunt
u opvragen bij de lokale vertegenwoordiger van Samsung Electronics Co., Ltd.
EG-certificering
Certificering conform richtlijn 1999/5/EG betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur (fax).
Dit product van Samsung werd door Samsung zelf g
ecertificeerd voor aansluiting met één terminal op het analoge openbaar geschakelde
telefoonnet (PSTN) in heel Europa, in overeenstemming met richtlijn 1999/5/EG. Het product is ontworpen om te werken met de nationale
PSTN’s en compatibele PBX’s van de Europese landen.
Bij problemen adviseren wij u in eerste instantie om contact op te nemen
met het Euro QA Lab van Samsung Electronics Co., Ltd.
Dit product is getest volgens de TBR21-norm. Ter ondersteuning bij he
t gebruik en de toepassing van randapparatuur die aan deze norm
voldoet, heeft het European Telecommunication Standards Institute (ETSI) een adviesrapport opgesteld (EG 201 121) met opmerkingen en
aanvullende eisen om de netwerkcompatibiliteit van TBR21-randapparaten te waarborgen. Het product is ontworpen rekening houdend met
alle relevante adviezen die in dit document zijn beschreven en is daar volledig mee in overeenstemming.
Informatie over wettelijke voorschriften_ 16
Alleen China
Informatie over deze gebruikershandleiding_ 17
Informatie over deze gebruikershandleiding
Deze gebruikershandleiding bevat basisinformatie over het apparaat en biedt tevens gedetailleerde informatie over de
verschillende procedures die doorlopen worden bij het gebruik van het apparaat. Zowel beginnende als professionele
gebruikers kunnen deze handleiding raadplegen voor een correcte installatie en een juist gebruik van het apparaat.
Lees de veiligheidsinformatie voor u het apparaat in gebruik neemt.
Raad
pleeg het hoofdstuk over probleemoplossing als u problemen ondervindt bij gebruik van het apparaat. (Zie "Problemen oplossen" op pagina 55.)
De termen
die in deze gebruikershandleiding worden gebruikt, worden uitgelegd in het hoofdstuk met de woordenlijst. (Zie "Verklarende woordenlijst" op
pagina 71.)
De afbee
ldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat.
De proced
ures in deze gebruikershandleiding zijn hoofdzakelijk gebaseerd op Windows XP.
Conventie
Sommige termen in deze gebruikershandleiding worden afwisselend gebruikt:
Documen
t is synoniem met origineel.
Papie
r is synoniem met materiaal of afdrukmateriaal.
Appara
at verwijst naar printer of multifunctionele printer.
De volgende tabel bevat informatie over de conventies die in
deze handleiding worden gebruikt.
Conventie Beschrijving Voorbeeld
Vet Wordt gebruikt voor teksten op het display of benamingen van knoppen op het
apparaat.
Annuleren
Opmerking Biedt aanvullende informatie of gedetailleerde uitleg over een functie of
voorziening van het apparaat.
De datumnotatie kan verschillen van
land tot land.
Opgepast Bevat informatie om het apparaat te beschermen tegen mogelijke mechanische
schade of defecten.
Raak het oppervlak van de drum in de
tonercassette of de beeldeenheid niet
aan.
Voetnoot Biedt aanvullende informatie over bepaalde woorden of zinnen. a. pagina’s per minuut
("Kruisverwijzing") Verwijst naar meer gedetailleerde informatie. (Zie "Meer informatie" op pagina 18.)
Informatie over deze gebruikershandleiding_ 18
Meer informatie
Meer informatie over de instelling en het gebruik van uw apparaat vindt u in de volgende bronnen. Dat kunnen papieren of digitale documenten zijn.
Materiaalnaam Beschrijving
Beknopte
installatiehandleiding
Deze handleiding bevat informatie over de instelling van het apparaat. Deze handleiding wordt in de doos met de printer
meegeleverd.
Gebruikershandleiding
Deze handleiding bevat stapsgewijze instructies om de functies van uw apparaat maximaal te benutten, voor het onderhoud van uw
apparaat, probleemoplossing en de vervanging van toebehoren.
Hulp bij het
pr
interstuurprogramma
Deze Help biedt ondersteunende informatie over het printerstuurprogramma en instructies voor de instelling van afdrukopties. (Zie
"Help gebruiken" op pagina 41.)
Samsung-website Als u toegang hebt tot het internet, kunt u op de website van Sa
msung (www.samsung.com/printer) terecht voor hulp en
ondersteuning, printerstuurprogramma’s,
handleidingen en bestelinformatie.
Software die kan
worden gedownload
U kunt handige software downloaden van de website van Samsung.
Sams
ung AnyWeb Print: hiermee kunnen persoonlijke gebruikers op een eenvoudige manier schermafbeeldingen van de
website maken in Windows Internet Explorer, Windows Firefox en Macintosh Safari. (http://so
lution.samsungprinter.com/
personal/anywebprint)
De functies van uw nieuwe laserproduct_ 19
De functies van uw nieuwe laserproduct
Uw nieuwe apparaat is uitgerust met een aantal speciale functies die de kwaliteit van de documenten die u afdrukt verbeteren.
Speciale functies
Afdrukken met een hoge snelheid en uitstekende kwaliteit
U kunt afdrukken met een resolutie van maximaal 1200 x
1200 dpi effectieve uitvoer.
Uw ap
paraat kan per minuut tot 16 pagina’s van A4-formaat
en 17 pagina’s van Letter-formaat afdrukken.
Veel verschillende soorten afdrukmateriaal verwerken
De lade voor 150 vellen biedt plaats voor normaal papier van
diverse afmetingen, briefhoofden, enveloppen, etiketten,
aangepaste afdrukmaterialen, briefkaarten en zwaar papier.
Professionele documenten maken
Watermerken afdrukken. U kunt uw documenten voorzien
van een watermerk (bijv. "Vertrouwelijk"). (Zie "Watermerken
gebruiken" op pagina 42.)
Posters afdrukken. De te
kst en afbeeldingen op elke pagina
van uw document worden vergroot en afgedrukt op
afzonderlijke vellen papier die u kunt samenvoegen tot een
poster. (Zie "Posters afdrukken" op pagina 41.)
U kunt geb
ruikmaken van voorbedrukte formulieren en
normaal papier met briefhoofd. (Zie "Overlays gebruiken" op
pagina 43.)
Tijd en geld besparen
U kunt meerdere pagina’s op één vel afdrukken om papier te
besparen. (Zie "Meerdere pagina’s op één vel papier
afdrukken" op pagina 41.)
Di
t apparaat bespaart automatisch stroom door het
stroomverbruik aanzienlijk te beperken wanneer het
apparaat niet wordt gebruikt.
Als u pap
ier wilt besparen, kunt u beide zijden van het vel
bedrukken (handmatige invoer). (Zie "Dubbelzijdig afdrukken
(handmatig)" op pagina 42.)
Afdrukken onder verschillende besturingssystemen
U kunt afdrukken onder de besturingssystemen van
Windows, Linux en Macintosh.
Uw ap
paraat is uitgerust met een USB-interface.
De functies van uw nieuwe laserproduct_ 20
Functies per model
Het apparaat voorziet in alles wat u nodig hebt voor de verwerking van documenten: van afdrukken tot meer geavanceerde netwerkoplossingen voor uw bedrijf.
Functies per model zijn onder andere:
FUNCTIES ML-167x Series
High-speed USB 2.0
Dubbelzijdig afdrukken (handmatig)
(: bi
jgeleverd)
Inleiding_ 21
1.Inleiding
Dit hoodstuk biedt een overzicht van uw apparaat.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
Apparaatoverzicht
Overzicht van het bedieningspaneel
Informatie over de status-LED
Handige toetsen
Apparaatoverzicht
Voorkant
Deze illustratie kan afwijken van uw apparaat afhankelijk van het model.
1
Bedieningspaneel
5
Papierlengtegeleider
2
Bovenklep
6
Papierbreedtegeleiders
3
Tonercassette
7
Papieruitvoersteun
4
Lade
8
Uitvoerlade (voorzijde onder)
Inleiding_ 22
Achterkant
Deze illustratie kan afwijken van uw apparaat afhankelijk van het model.
1
USB-poort
2
Netsnoeraansluiting
Inleiding_ 23
Overzicht van het bedieningspaneel
Dit bedieningspaneel kan afwijken van uw apparaat, afhankelijk van het model.
1
Papierstoring Geeft de status van papierstoringen in uw apparaat weer (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 24).
2
Online/Fout Geeft de status van uw apparaat weer (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 24).
3
Schermafdruk Drukt het weergegeven scherm af. (Zie "Knop (Schermafdruk)" op pagina 24.)
4
Aan/uit Met deze knop kunt u de stroom in- en uitschakelen. (Zie "Aan/uit-knop" op pagina 24.)
Inleiding_ 24
Informatie over de status-LED
De kleur van de LED’s geeft de huidige status van het apparaat aan.
LED Status Beschrijving
Papierst
oring
(
)
Oranje Aan Het papier is vastgelopen. (Zie
"Papierstoringen verhelpen" op
pagina 56).
Online
/Fout
(
)
Uit Het app
araat is offline.
Groen Aan Het apparaat bevindt zich in
energiebesparingsmodus.
Het app
araat is online en kan
gegevens ontvangen van de
computer.
Knipper
en
Als de LED langzaam knippert,
ontvangt het apparaat gegevens
van de computer.
Als de LED snel
knippert, is het
apparaat bezig met afdrukken.
Rood Aan De
klep is geopend. Sluit de klep.
De pa
pierlade is leeg. Plaats
papier in de lade.
Het
apparaat is gestopt als gevolg
van een ersntige fout.
Uw systeem
heeft enkele
problemen. Neem contact op met
een medewerker van de
klantenservice als dit probleem
zich voordoet.
De tone
rcassette heeft de
geschatte levensduur bijna
bereikt.
a
a.De geschatte gebruiksduur van een tonercassette verwijst naar het
gemiddelde aantal resterende afdrukken volgens de ISO/IEC
19752-norm. Het aantal pagina’s kan worden beïnvloed door de
omgevingsvoorwaarden, de tijd tussen afdruktaken en het type en
formaat van het afdrukmateriaal. Er kan wat toner achterblijven in de
cassette, ook als de rode LED brandt en de printer stopt met afdrukken.
. Het verdient aanbeveling
de tonercassette te vervangen.
(Zie "De tonercassette vervangen"
op pagina 65.)
Knipper
en
Er i
s een kleine storing opgetreden
en het apparaat wacht tot het
probleem is verholpen. Wanneer
het probleem is opgelost, wordt
verdergegaan met afdrukken.
De tone
rcassette bevat nog een
kleine hoeveelheid toner. De
geschatte gebruiksduur van de
cassette
a
is bijna bereikt. Houd
een nieuwe cassette klaar ter
vervang
ing van de oude cassette.
U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk
verhogen door de toner te
herverdelen (zie "Toner
herverdelen" op pagina 55).
Het app
araat drukt af in de modus
Handmatige invoer of de modus
Handmatig dubbelzijdig afdrukken.
Er w
ordt een afdruktaak
geannuleerd.
Samsung raadt het gebruik van niet-originele
Samsung-tonercassettes (bijvoorbeeld hervulde of gerecyclede
cassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van niet-originele
Samsung-tonercassettes niet garanderen. Onderhoud en reparaties
die vereist zijn als gevolg van het gebruik van niet-originele
Samsung-tonercassettes vallen niet onder de garantie van het
apparaat.
Alle afdrukfouten worden weergegeven in het programmavenster
Printerstatus (Windows) of Smart Panel (Linux, Mac OS X). Neem
contact op met de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen.
Handige toetsen
Knop (Schermafdruk)
Door te drukken op
, kunt u:
Functie Beschrijving
Het actieve venster
afdrukken
Als u op deze knop drukt, gaat het groene
lampje knipperen. Laat de knop los als het
groene lampje niet meer knippert.
Het hele schermvenster
afdrukken
Als u op deze knop drukt, gaat het groene
lampje knipperen. Laat de knop los terwijl het
lampje nog knippert.
Een configuratiepagina
afdrukken
Houd in de gereedmodus de knop ongeveer
tien seconden ingedrukt totdat de groene
LED langzaam begint te knipperen. (Zie "Een
configuratiepagina afdrukken" op pagina 26
.)
Rapport Info verb.art. Houd in de gereedmodus de knop ongeveer
15 seconden ingedrukt tot de status-LED snel
begint te knipperen.
Handmatig afdrukken Druk op deze knop telkens als u een vel
papier in de lade plaatst, als u in de
softwaretoepassing Handmatige invoer hebt
geselecteerd als Invoer.
Schermafdruk kan alleen worden gebruikt bij de
besturingssystemen van Windows en Macintosh.
Bi
j het maken van een afdruk van het actieve venster/het hele
scherm met de knop Schermafdruk, gebruikt het apparaat mogelijk
meer toner, afhankelijk van wat wordt afgedrukt.
U
kunt deze functie alleen gebruiken als het programma Samsung
Easy Printer Manager of Smart Panel is geïnstalleerd.
Aan/uit-knop
Door te drukken op
kunt u:
Functie Beschrijving
Aan/uit Druk op deze knop om het apparaat in of uit
te schakelen.
De afdruktaak
annuleren
Druk tijdens het afdrukken eenmaal op deze
knop. De afdruktaak wordt uit het apparaat en
uit de computer verwijderd, waarna het
apparaat terugkeert naar de gereedmodus.
Dit kan even duren afhankelijk van de
omvang van de afdruktaak.
Als u deze knop langer dan 2 seconden
ingedrukt houdt, wordt het apparaat
uitgeschakeld.
Inleiding_ 25
Het apparaat inschakelen
1. Het netsnoer aansluiten.
2. Druk op
op het bedieningspaneel.
Als u het apparaat wilt uitschakelen, houdt u deze knop zo’n 2
seconden ingedrukt.
Aan de slag_ 26
2.Aan de slag
In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u het met USB verbonden apparaat en de software instelt.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
De hardware installeren
Een configuratiepagina afdrukken
Meegeleverde software
Systeemvereisten
Het stuurprogramma installeren voor een USB-apparaat
Uw printer lokaal delen
De hardware installeren
Dit deel beschrijft de stappen voor de installatie van de hardware, zoals
toegelicht in de Beknopte installatiehandleiding. Lees de Beknopte
installatiehandleiding en voer de volgende stappen uit.
Locatie
1. Kies een stabiele locatie.
Kies een vlak en stabiel oppervlak met voldoende ruimte voor
luchtcircul
atie rond het apparaat. Voorzie extra ruimte om deksel(s) en
lade(n) te openen.
Plaats het apparaat in een ruimte die
voldoende geventileerd is, maar
niet in direct zonlicht, vlakbij een warmte- of koudebron of op een
vochtige plek. Plaats het apparaat niet te dicht bij de rand van een
bureau of tafel.
U kunt probleemloos afdrukken tot op een hoogte van 1.000 m.
Plaats het apparaat op een vlak en stabiel op
pervlak zodat het niet meer
dan 2 mm overhelt, anders verslechtert de afdrukkwaliteit.
2. Haal het apparaat uit de verpakking en controleer alle bijgeleverde
artikelen.
3. Verwijd
er de tape rond het apparaat.
4. Plaats de to
nercassette.
5. Plaats papi
er. (Zie "Papier in de lade plaatsen" op pagina 35.)
6. C
ontroleer of alle kabels met het apparaat zijn verbonden.
7. Z
et het apparaat aan. (Zie "Het apparaat inschakelen" op pagina 25.)
Dit apparaat werkt niet als de elektriciteit uitvalt.
Een configuratiepagina afdrukken
Druk een configuratiepagina af om te controleren of het apparaat naar
behoren werkt.
Een configuratiepagina afdrukken:
Houd in de gereedmodus de knop
ongeveer 10 seconden ingedrukt
totdat de groene LED langzaam begint te knipperen.
Meegeleverde software
Installeer de printersoftware nadat u de printer hebt geïnstalleerd en op de
computer hebt aangesloten. Als u o
nder Windows of Macintosh werkt,
installeert u de software vanaf de meegeleverde cd. Als u onder Linux
werkt, moet u de software downloaden van de website van Samsung
(www.samsung.com/printer) en installeren.
De apparaatsoftware wordt bij gelegenheid bijgewerkt, bijvoorbeeld bij
de release van een nieuw besturingssysteem. Download indien nodig
de laatste versie van de website van Samsung (www.samsung.com/
printer).
Besturing
ssysteem
Inhoud
Windows Printe
rstuurprogramma: gebruik dit stuurprogramma
om de functies van het apparaat maximaal te benutten.
Easy Printer Manager: met dit programma kunt u
a
pparaatinstellingen, afdrukomgevingen, instellingen/
acties beheren en toepassingen starten. Vanaf deze
centrale locatie kunt u al deze functies van uw
Samsung-apparaat op een gebruiksvriendelijke manier
bedienen.
P
rinterstatus: dit programma bewaakt de status van
het apparaat en houdt u daarvan op de hoogte.
Macintosh Printe
rstuurprogramma: gebruik dit stuurprogramma
om de functies van het apparaat maximaal te benutten.
Smart Panel: met dit programma kunt u de status van
de machine controleren.
Aan de slag_ 27
Systeemvereisten
Het systeem moet aan de volgende vereisten voldoen:
Windows
Het apparaat ondersteunt de volgende Windows-besturingssystemen.
BESTURINGS
SYSTEEM
Vereisten (aanbevolen)
Processor RAM
vrije
HDD-rui
mte
Windows
®
2000 Intel
®
Pentium
®
II 400
MHz (Pentium III 933
MHz)
64 MB
(128 MB)
600 MB
Windows
®
XP Intel
®
Pentium
®
III 933
MHz (Pentium IV 1 GHz)
128 MB
(256 MB)
1,5 GB
Windows
Server
®
2003
Intel
®
Pentium
®
III 933
MHz (Pentium IV 1 GHz)
128 MB
(512 MB)
1,25 GB
tot 2 GB
Windows
Server
®
2008
Intel
®
Pentium
®
IV 1 GHz
(Pentium IV 2 GHz)
512 MB
(2.048 MB)
10 GB
Windows
Vista
®
Intel
®
Pentium
®
IV 3 GHz
512 MB
(1.024 MB)
15 GB
Windows
®
7 Intel
®
Pentium
®
IV 1 GHz
32-bits of 64-bits
processor of hoger
1 GB (2
GB)
16 GB
On
dersteuning voor DirectX
®
9 graphics met 128
MB geheugen (om het Aero-thema in te schakelen).
DVD-R/W-sta
tion
Windows
Server
®
2008
R2
Intel
®
Pentium
®
IV 1 GHz
(x86) of 1,4 GHz (x64)
processoren (2 GHz of
sneller)
512 MB
(2.048 MB)
10 GB
Internet Explorer 5.0 of hoger is minimaal vereist voor alle
Windows-besturingssystemen.
Dit a
pparaat is compatibel met Windows Terminal Services.
Macintosh
BESTURING
SSYSTEEM
Vereisten (aanbevolen)
Processor RAM
vrije
HDD-ruim
te
Mac OS X
10.3-10.4
In
tel
®
-processoren
Po
werPC G4/G5
128 MB
voor
een
PowerPC-gebas
eerde Mac
(512 MB)
512 MB
voor
een Mac op
basis van Intel
(1 GB)
1 GB
Mac OS X
10.5
In
tel
®
-processoren
8
67 MHz of
snellere Power
PC G4/G5
512 MB (1 GB) 1 GB
Mac OS X
10.6
Intel
®
-processoren
1 GB (2 GB) 1 GB
Linux
Item Vereisten
Besturingssyste
em
RedHat Enterprise Linux WS 4, 5
Fedora 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12
SuSE Linux 10.0, 10.1
OpenSuSE 10.2, 10.3, 11.0, 11.1, 11.2
Mandriva 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2009.1
Ubuntu 5.04, 5.10, 6.06, 6.10, 7.04, 7.10, 8.0
4, 8.10,
9.04, 9.10, 10.04
SuSE Linux Enterprise Desktop 10, 11
Debian 4.0, 5.0
Processor Pentium IV 2,4 GHz (Intel Core™2)
RAM 512 MB (1.024 MB)
Vrije HDD-ruimte 1 GB (2 GB)
Linux U
nified Linux Driver: gebruik dit stuurprogramma om
de functies van het apparaat maximaal te benutten.
Smart Panel: dit programma geeft de status van het
apparaat weer en waarschuwt u wanneer er een fout
optreedt tijdens het afdrukken.
Besturing
ssysteem
Inhoud
Aan de slag_ 28
Het stuurprogramma installeren voor een
USB-apparaat
Een lokale printer is een printer die via een USB-kabel rechtstreeks op uw
computer is aangesloten.
Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 m.
Windows
U kunt de printersoftware installeren volgens de standaardmethode of de
aangepaste methode.
De meeste gebruikers die hun printer rechtstreeks aansluiten op hun
co
mputer gaan door met de volgende stappen. Alle onderdelen die
noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
1. Zorg
ervoor dat het apparaat met de computer is verbonden en aan
staat.
Als tijdens de installatieprocedure het venster van de wizard
"Wizard Nieuwe hardware gevonden" verschijnt, klikt u op
Annuleren om het venster te sluiten.
2. Plaats de meege
leverde cd-rom met software in het cd-romstation.
De cd-rom start automatisch op en
er verschijnt een
installatievenster.
Als het
installatievenster niet verschijnt, klikt u op Start en
vervolgens op Uitvoeren... Typ X:\Setup.exe, waarbij u "X" vervangt
door de letter van uw cd-romstation. Klik op OK.
Als u Wind
ows Vista, Windows 7 of Windows 2008 Server R2
gebruikt, klikt u op Start > Alle programma’s >
Bureau-accessoires > Uitvoeren.
Typ X:\Setup.exe, w
aarbij u "X" vervangt door de letter van uw
cd-rom-station, en klik op OK.
Als in Windows Vista, Windows 7 of Windows 2008 Server R2 het
venster Automatisch afspelen verschijnt, klikt u op Uitvoeren
Setup.exe in het veld Programma installeren of uitvoeren en
vervolgens op Doorgaan of op Ja in het venster
Gebruikersaccountbeheer.
3. Selecteer
Nu installeren.
Selecteer de gewenste taal in de vervolgkeuzelijst.
Geavanceerde installatie bevat een optie Aangepaste
installatie. Als u Aangepaste installatie kiest, kunt u de
aansluiting van het apparaat selecteren en kunt u kiezen welke
componenten u wilt installeren. Volg de instructies op het scherm.
4. L
ees de Gebruiksrechtovereenkomst en schakel het selectievakje Ik
aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst in. Klik
vervolgens op Volgende.
De software zoekt het apparaat.
Als het apparaat niet op de computer is aangesloten, verschijnt het
volgende venster.
Nadat u het apparaat hebt verbonden klikt u op Volgende.
Con
troleer of u de software wilt installeren zonder de
printer op het netwerk of lokaal aan te sluiten.
- Schakel
deze optie in om de software te installeren zonder
dat er een apparaat is aangesloten. In dit geval wordt het
venster voor het afdrukken van een testpagina
overgeslagen.
Op
nieuw zoeken
- Druk op de
ze knop om een aangesloten apparaat te
zoeken.
- Wanneer u op deze knop klikt, verschijnt het venster met
de firewall-waarschuwing.
Schakel de firewall uit en klik op Opn
ieuw zoeken. Klik in
Windows op Start > Configuratiescherm > Windows
Firewall en schakel deze optie uit.
Klik vervolgens op Volgende in he
t venster Opmerking in
verband met firewall.
Schakel ook de firewallsoftware van andere leveranciers
uit. Ra
adpleeg de handleiding van de desbetreffende
programma’s.
Aan de slag_ 29
Help
- Met deze Help-knop krijgt u gedetailleerde informatie over
hoe u het apparaat moet aansluiten.
5. De gevonden apparaten worden op het scherm weergegeven. Selecteer
het gewenste apparaat en klik op Volgende.
Als er slechts één apparaat is gevonden, verschijnt het
bevestigingsvenster.
6. Zodra de installatie is voltooid verschijnt er een venster met de vraag of
u een testpagina wilt afdrukken. Als u een testpagina wilt afdrukken, klikt
u op Een testpagina afdrukken.
Klik anders op Volgende en ga naar stap 8.
7. Als de testpagina juist wordt afgedrukt klikt u op Ja.
Zo niet, klikt u op Nee om ze opnieuw af te drukken.
8. Als u uw apparaat wilt registreren op de Samsung-website, klikt u op
Online registratie.
9. Klik op Voltooien.
Als het printerstuurprogramma niet naar behoren werkt, voert u de
onderstaande stappen uit om het stuurprogramma te verwijderen en
opnieuw te installeren.
a) Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en is
ingeschakeld.
b) Selecteer in het menu Start achtereenvolgens Programma’s of
Alle programma’s > Samsung Printers > naam van uw
printerstuurprogramma > Deïnstalleren.
c) Selecteer de gewenste optie en volg de instructies in het venster.
d) Nadat u het printerstuurprogramma hebt verwijderd, moet u het
opnieuw installeren (zie "Het stuurprogramma van een
USB-apparaat installeren" op pagina 23).
Macintosh
De cd-rom die met uw apparaat werd meegeleverd bevat het PPD-bestand
waarmee u het CUPS- of Apple LaserWriter-stuurprogramma kunt
gebruiken (alleen beschikbaar als u een apparaat gebruikt dat een
PostScript-stuurprogramma ondersteunt) om af te drukken vanaf een
Macintosh-computer.
1. Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2. Plaats de meegeleverde cd-rom met software in het cd-romstation.
3. Dubbelklik op het cd-rompictogram op het bureaublad van uw
Macintosh-computer.
4. Dubbelklik op de map MAC_Installer.
5. Dubbelklik op het pictogram Installer OS X.
6. Voer het wachtwoord in en klik op OK.
7. Het venster van het installatieprogramma van Samsung wordt geopend.
Klik op Volgende => Ga door (10.4).
8. Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Ga door.
9. Klik op Akkoord als u de gebruiksrechtovereenkomst aanvaardt.
10. Selecteer Eenvoudige installatie => Standardinstallatie (10.4) en klik
op Installeer. Eenvoudige installatie => Standardinstallatie (10.4)
wordt aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen die
noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
Als u Aangepaste installatie => Maak installatie ongedaan (10.4)
selecteert kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt
installeren.
11. Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat alle
toepassingen worden afgesloten. Klik op Volgende => Ga door (10.4).
12. Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Afsluiten => Sluit af (10.4).
13. Open de map Programma’s > Hulpprogramma’s >
Printerconfiguratie.
Voor Mac OS X 10.5-10.6 opent u de map Programma’s >
Systeemvoorkeuren en klikt u op Afdrukken en faxen.
14. Klik op Voeg toe in de Printerlijst.
Voor Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op het pictogram "+", waarna een
venster verschijnt.
15. In Mac OS X 10.3 selecteert u het tabblad USB.
Klik voor Mac OS X10.4 op Standaardkiezer en zoek de
USB-verbinding.
Voor Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op Standaard en zoekt u de
USB-verbinding.
16. Als automatisch selecteren voor Mac OS X 10.3 niet goed werkt,
selecteert u Samsung in Printermodel en de naam van uw apparaat in
Modelnaam.
Als automatisch selecteren voor Mac OS X 10.4 niet goed werkt,
selecteert u Samsung in Druk af via en de naam van uw apparaat
in Model.
Als de automatische selectiefunctie niet goed werkt in Mac OS X
10.5-10.6, selecteert u Selecteer besturingsbestand... en de naam
van uw printer in Druk af via.
Uw apparaat verschijnt in de Printerlijst en wordt ingesteld als
standaardprinter.
17. Klik op Voeg toe.
Als de printer niet correct werkt maakt u de installatie van het
stuurprogramma ongedaan en installeert u het opnieuw.
Doe het volgende om de installatie van het stuurprogramma voor
Macintosh ongedaan te maken.
a) Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
b) Plaats de meegeleverde cd-rom met software in het cd-romstation.
c) Dubbelklik op het cd-rompictogram op het bureaublad van uw
Macintosh-computer.
d) Dubbelklik op de map MAC_Installer.
e) Dubbelklik op het pictogram Installer OS X.
f) Voer het wachtwoord in en klik op OK.
g) Het venster van het installatieprogramma van Samsung wordt
geopend. Klik op Volgende => Ga door (10.4).
h) Selecteer Installatie ongedaan maken => Maak installatie
ongedaan (10.4) en klik op Installatie ongedaan maken =>
Maak installatie ongedaan (10.4).
i) Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat alle
toepassingen worden afgesloten. Klik op Volgende => Ga door
(10.4).
j) Nadat de installatie ongedaan is gemaakt klikt u op Afsluiten =>
Sluit af (10.4).
Linux
U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website van Samsung
om de printersoftware te installeren.
Volg de onderstaande stappen om de software te installeren.
Het Unified Linux-stuurprogramma installeren
1. Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2. Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u root in
het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in.
Aan de slag_ 30
U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de
apparaatsoftware te installeren. Als u geen supergebruiker
bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
3. Down
load het Unified Linux Driver-pakket van de website van
Samsung naar uw computer.
4. Klik met de rechtermuiskn
op op het Unified Linux Driver-pakket en
pak het uit.
5. Dub
belklik op cdroot > autorun.
6. Klik op Ne
xt als het welkomstvenster verschijnt.
7. Klik op Finish als de installatie is voltooid.
Het installatieprogramma heeft he
t pictogram Unified Driver
Configurator op het bureaublad geplaatst en de groep Unified Driver aan
het systeemmenu toegevoegd. Als u problemen ondervindt, raadpleegt
u de schermhulp. U kunt deze openen via het systeemmenu of vanuit
het stuurprogrammapakket van Windows-toepassingen, zoals Unified
Driver Configurator.
Als de printer niet correct werkt maakt u de installatie van het
stuurprogramma ongedaan en installeert u het opnieuw.
Volg de onderstaande stappen om de installatie van het
stuu
rprogramma voor Linux ongedaan te maken.
a) Zo
rg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten
en ingeschakeld is.
b) Wa
nneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u
"root" in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in.
U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de
install
atie van de printersoftware ongedaan te maken. Als u
geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw
systeembeheerder.
c) Klik op he
t pictogram onderaan op het bureaublad. Als het
terminalvenster verschijnt, typt u het volgende:
[root@localhost root]#cd /opt/Samsung/mfp/uninstall/
[root@localhost uninstall]#./uninstall.sh
d) Klik op Un
install.
e) Klik op Nex
t.
f) Klik op Fi
nish.
SmartPanel installeren
1. Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2. Wa
nneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u root in
het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in.
U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de
apparaatsoftware te installeren. Als u geen supergebruiker
bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
3. Down
load het Smart Panel-pakket van de website van Samsung
naar uw computer.
4. Klik met de rechtermuisknop op het Smart Panel-pakket en pak het
uit.
5. Dubb
elklik op cdroot > Linux > smartpanel > install.sh.
Uw printer lokaal delen
Volg onderstaande stappen om ervoor te zorgen dat de computers uw
apparaat lokaal delen.
Als de hostcomputer via een USB-kabel rechtstreeks op het apparaat is
aa
ngesloten en met de lokale netwerkomgeving is verbonden, kan de
clientcomputer die met het lokale netwerk is verbonden het gedeelde
apparaat gebruiken om af te drukken via de hostcomputer.
1
Hostcomputer Een computer die rechtstreeks met het
apparaat is verbonden via een USB-kabel.
2
Clientcomputers Computers die gebruikmaken van het
apparaat dat gedeeld wordt via de
hostcomputer.
Windows
Instellen als hostcomputer
1. Installeer het printerstuurprogramma (zie "Het stuurprogramma
installeren voor een USB-apparaat" op pagina 28).
2. Klik op het menu Start in Windows.
3. In
Windows 2000 selecteert u Instellingen > Printers.
In
Windows XP/2003 selecteert u Printers en faxapparaten.
In
Windows 2008/Vista selecteert u Configuratiescherm >
Hardware en geluiden > Printers.
In
Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Hardware en
geluiden > Apparaten en printers.
In W
indows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm >
Hardware > Apparaten en printers.
4. Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.
5. In
Windows XP/2003/2008/Vista selecteert u Eigenschappen.
In Windows 7 en Windows Server 2008 R2 selecteert u
Prin
tereigenschappen in het snelmenu.
Als het item Eigenschappen van printer een -markering
bevat, kunt u andere printerstuurprogramma’s selecteren die
met de geselecteerde printer zijn verbonden.
6. Selectee
r het tabblad Delen.
7. Sc
hakel het selectievakje voor Opties voor delen wijzigen in.
8. Sc
hakel het selectievakje voor Deze printer delen in.
9. Vul het veld Sha
renaam in. Klik op OK.
Aan de slag_ 31
Instellen als clientcomputer
1. Installeer het printerstuurprogramma (zie "Het stuurprogramma
installeren voor een USB-apparaat" op pagina 28).
2. Klik op he
t menu Start in Windows.
3. Selecteer Alle p
rogramma’s > Bureau-accessoires > Windows
Verkenner.
4. Voer het IP-adres van de hostcomputer in op de adresbalk en druk
op Enter op uw toetsenbord.
Als de hostcomputer om een Gebruikersnaam en
Wachtwoord vraagt, vult u de gebruikers-id en het
wachtwoord van de hostcomputeraccount in.
5. Klik
met uw rechtermuisknop op de gewenste printer en selecteer
Verbinding maken...
6. Klik op OK
zodra het bericht verschijnt dat de installatie is voltooid.
7. Op
en het bestand dat uw wilt afdrukken en begin met afdrukken.
Macintosh
De volgende stappen gelden voor Mac OS X 10.5-10.6. Raadpleeg de
Help van Mac voor andere OS-versies.
Instellen als hostcomputer
1. Het stuurprogramma van uw printer installeren. (Zie "Macintosh" op
pagina 29.)
2. Op
en de map Programma’s > Systeemvoorkeuren en klik op
Afdrukken en faxen.
3. Selecteer de printer die u wilt delen in de Printerlijst.
4. Selecteer De
el deze printer.
Instellen als clientcomputer
1. Het stuurprogramma van uw printer installeren. (Zie "Macintosh" op
pagina 29.)
2. Op
en de map Programma’s > Systeemvoorkeuren en klik op
Afdrukken en faxen.
3. Klik op het pictogram "+".
Er verschijnt een weergavescherm met de naam van uw gedeelde
prin
ter.
4. Sele
cteer uw apparaat en klik op Voeg toe.
Basisinstellingen_ 32
3.Basisinstellingen
Nadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het apparaat opgeven. Raadpleeg het volgende
hoofdstuk om waarden in te stellen of te wijzigen. In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u het apparaat
instelt.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
De standaardlade en het papier instellen De energiebesparingsfunctie gebruiken
De standaardlade en het papier instellen
U kunt de lade en het papier selecteren die u standaard wilt gebruiken voor
uw afdruktaken.
Vanaf uw computer
Windows
1. Klik op het menu Start in Windows.
2. In Windows 2000 selecteert u Instellingen > Printers.
In Windows XP/2003 selecteert u Printers en faxapparaten.
In Windows 2008/Vista selecteert u Configuratiescherm >
Hardware en geluiden > Printers.
In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Hardware en
geluiden > Apparaten en printers.
In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm >
Hardware > Apparaten en printers.
3. Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.
4. Als u Windows XP/2003/2008/Vista gebruikt, selecteert u
Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
In Windows 7 en Windows Server 2008 R2 selecteert u
Voorkeursinstellingen voor afdrukken in het snelmenu.
Als het item Voorkeursinstellingen voor afdrukken een
-markering bevat, kunt u andere printerstuurprogramma’s
selecteren die met de geselecteerde printer zijn verbonden.
5. Klik op het tabblad Papier.
6. Selecteer een lade en de bijhorende opties, zoals het papierformaat
en de papiersoort.
7. Druk op OK.
Als u een speciaal papierformaat (bijvoorbeeld factuurpapier) wilt
gebruiken, selecteert u Bewerken... op het tabblad Papier in
Voorkeursinstellingen voor afdrukken. (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
Macintosh
Macintosh ondersteunt deze functie niet. Macintosh-gebruikers moeten
de standaardinstelling handmatig wijzigen als ze op basis van andere
instellingen willen afdrukken.
1. Open een Macintosh-toepassing en selecteer het bestand dat u wilt
afdrukken.
2. Open het menu Archief en klik op Druk af.
3. Ga naar het paneel Papierinvoer.
4. Stel de juiste lade in van waaruit u wilt afdrukken.
5. Ga naar het paneel Papier.
6. Stel het papiertype in op basis van het papier dat in de lade werd
geplaatst van waaruit u wilt afdrukken.
7. Klik op Druk af om het afdrukken te starten.
Linux
1. Open Terminal Program.
2. Wanneer het terminalvenster verschijnt, typt u het volgende:
[root@localhost root]# lpr <Bestandsnaam>
3. Selecteer Printer en klik op Properties…
4. Klik op het tabblad Advanced.
5. Selecteer de lade (papierinvoer) en de bijbehorende opties, zoals
papierformaat en papiersoort.
6. Druk op OK.
De energiebesparingsfunctie gebruiken
Gebruik deze functie om energie te besparen als u het apparaat een tijdje
niet zult gebruiken.
1. Installeer het stuurprogramma (zie "Het stuurprogramma installeren
voor een USB-apparaat" op pagina 28).
2. Selecteer Start > Programma’s of Alle programma’s > Samsung
Printers > Samsung Easy Printer Manager > Samsung Easy Printer
Manager.
3. Selecteer Apparaatinstellingen > Apparaat > Energiespaarstand.
4. Selecteer een tijd in de keuzelijst.
5. Klik op Opslaan.
Afdrukmedia en lade_ 33
4.Afdrukmedia en lade
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u afdrukmedia in uw apparaat plaatst.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
Afdrukmedia selecteren
De grootte van de lade aanpassen
Papier in de lade plaatsen
Afdrukken op speciale media
De papieruitvoersteun gebruiken
Afdrukmedia selecteren
U kunt afdrukken op verschillende afdrukmedia, zoals op normaal papier,
enveloppen, etiketten en transparanten. Gebruik altijd afdrukmedia die
voldoen aan de gebruiksrichtlijnen van uw printer, en plaats de media in de
juiste lade.
Richtlijnen voor het selecteren van afdrukmedia
Afdrukmedia die niet aan de richtlijnen uit de gebruikershandleiding voldoen
kunnen de volgende problemen veroorzaken:
Slechte afdrukkwa
liteit.
Me
er papierstoringen.
Versneld
e slijtage van het apparaat.
Blijve
nde schade aan de fixeereenheid, die niet gedekt wordt door de
garantie.
Eigenschappen, zoals gewicht, samenstelling, vezel- en vochtgehalte,
h
ebben een grote invloed op de prestaties van het apparaat en de
afdrukkwaliteit. Houd bij de keuze van afdrukmedia rekening met het
volgende:
Het
type, formaat en gewicht van de afdrukmedia voor uw apparaat
worden beschreven onder Specificaties van afdrukmedia. (Zie
"Specificaties van het afdrukmateriaal" op pagina 68.)
Gew
enst resultaat: het afdrukmateriaal dat u kiest, moet geschikt zijn
voor het doel.
Held
erheid: sommige afdrukmaterialen zijn witter dan andere en leveren
scherpere en levendigere afbeeldingen op.
Gladheid van het oppervlak: de gladheid van het afdrukmateriaal
bepaalt hoe scherp de afdrukken er op papier uitzien.
Het is mogelijk dat bepaalde afdrukmaterialen, hoewel ze voldoen
aan alle hier genoemde richtlijnen toch geen bevredigende
resultaten opleveren. Dit kan het gevolg zijn van bepaalde
kenmerken van het afdrukmateriaal, een onjuiste bediening, een
ongewenst temperatuur- en vochtigheidsniveau of andere
variabele omstandigheden waarover men geen controle heeft.
Controle
er, voor u grote hoeveelheden afdrukmedia aanschaft, of
ze voldoen aan de vereisten die in deze gebruikershandleiding
worden vermeld en aan uw gebruiksvereisten.
Het gebruik van afdrukmaterialen die niet aan deze specificaties
voldoen kan problemen veroorzaken die een herstelling vereisen.
Dergelijke herstellingen zijn niet gedekt door de garantie- of
serviceovereenkomsten.
De hoeveelheid papier die in de lade wordt gelegd kan verschillen
afhanke
lijk van het gebruikte type media. (Zie "Specificaties van
het afdrukmateriaal" op pagina 68.)
Het
gebruik van brandbare afdrukmedia kan leiden tot brand.
Geb
ruik geschikte afdrukmedia. (Zie "Specificaties van het
afdrukmateriaal" op pagina 68.)
Het gebruik van brandbare afdrukmedia of de aanwezigheid in de
printer van materialen die daar niet thuishoren, kan in zeldzame
gevallen leiden tot brand.
Formaten van afdrukmedia die in elke modus
worden ondersteund
Modus Formaat Type Invoer
Enkelzijdig
afdrukken
Zie
"Specificaties
van het
afdrukmateriaal"
op pagina 68
voor informatie
over
pap
ierformaten.
Zie
"Specificaties
van het
afdrukmateriaal"
op pagina 68
voor informatie
over
pa
piersoorten.
Lade
Dubbelzijdig
afdrukken
(handmatig)
a
a.Alleen 75 tot 90 g/m
2
bankpostpapier (zie "Specificaties van het
afdrukmateriaal" op pagina 68).
Letter, A4,
Leg
al, US Folio,
Oficio
Normaal papier,
ge
kleurd papier,
voorbedrukt
papier,
kringlooppapier,
bankpostpapier,
archiefpapier.
Handmatige
i
nvoer in de lade
Afdrukmedia en lade_ 34
De grootte van de lade aanpassen
De lade is standaard ingesteld op het papierformaat Letter of A4, afhankelijk
van het land waar u de printer hebt gekocht. Om het formaat te wijzigen
moet u de papiergeleiders aanpassen.
1 Papierbreedtegeleider
2 Lade
3 Papierlengtegeleider
1. Open de klep aan de voorzijde, druk de papierlengtegeleider samen en
trek deze uit om de lade te vergroten.
Omdat het apparaat erg licht is, kan het verschuiven bij het
openen en sluiten van de lade of het installeren of verwijderen van
de tonercassette. Let erop dat het apparaat niet verschuift als u
deze taken uitvoert.
2. Buig de papierstapel of waaier het papier uit om de pagina’s van elkaar
te scheiden voordat u het papier in de lade plaatst. Plaats het papier in
de papierlade.
3. Plaats het papier met de te bedrukken zijde naar boven. Zorg dat alle
vier de hoeken plat in de papierlade liggen.
Leg niet te veel papier in de papierlade. Anders kan het papier
vastlopen.
4. D
ruk de papierlengtegeleider samen en schuif deze tegen de achterkant
van papier. Druk vervolgens de papierbreedtegeleiders samen en schuif
deze tegen de zijkanten van het papier.
Druk de papierbreedtegeleider niet te hard tegen de rand van
het papier omdat het papier daardoor kan buigen.
Geb
ruik geen papier met een krul van meer dan 6 mm.
Als
u de breedtegeleider niet aanpast kan het papier
vastlopen.
Afdrukmedia en lade_ 35
Papier in de lade plaatsen
Lade
1. Open de klep aan de voorzijde, druk de papierlengtegeleider samen en
trek deze uit om de lade te vergroten. Pas de grootte van de lade aan
het formaat van de geplaatste media aan. (Zie "De grootte van de lade
aanpassen" op pagina 34.)
2. Buig de
papierstapel of waaier het papier uit om de pagina’s van elkaar
te scheiden voor u het papier in het apparaat plaatst.
3. Plaats het papier in de lade met de te bedrukken zijde naar boven.
Stel de papiersoort en het papierformaat voor de lade in om een
document af te drukken.
Voor informatie over het instellen van het papiertype en -formaat op het
bedieningspaneel (zie "De standaardlade en het papier instellen" op
pagina 32).
Als u problemen ondervindt met het laden van papier,
controleer dan of het papier voldoet aan de specificaties voor
de media. Probeer het vervolgens door vel per vel in de lade te
plaatsen (zie "Specificaties van het afdrukmateriaal" op
pagina 68, "Afdrukken op speciale media" op pagina 36).
De in het printerstuurprogramma opgegeven instellingen
krijgen voorrang op de instellingen op het bedieningspaneel.
Handmatige invoer in de lade
U kunt afdrukmateriaal van speciale typen en formaten in de lade plaatsen,
zoals briefkaarten, notitiekaarten en enveloppen. Dit is handig als u maar
één pagina wilt afdrukken op papier met briefhoofd of op gekleurd papier.
Tips voor het gebruik van de handinvoermethode
Als u in het printerstuurprogramma Papier > Invoer > Handmatige
invoer selecteert, moet u telkens als u een pagina afdrukt op
drukken.
Plaats slechts één type, formaat en
gewicht van de afdrukmedia
tegelijk in de lade.
Voeg
tijdens het afdrukken geen afdrukmedia toe. Dit zou
papierstoringen kunnen veroorzaken.
Plaa
ts afdrukmaterialen met de te bedrukken zijde naar boven en de
bovenrand eerst in de lade en zorg ervoor dat het materiaal in het
midden van de lade ligt.
Gebruik alleen het aanbevolen afdrukmateriaal. Zo voorkomt u
papierstoringen en problemen met de afdrukkwaliteit. (Zie
"Specificaties van het afdrukmateriaal" op pagina 68.)
Strij
k omgekrulde briefkaarten, enveloppen en etiketten eerst vlak
voor u ze in de papierlade plaatst.
1. Plaats het
papier in de lade.
Bij het afdrukken op speciale afdrukmedia moet u de
richtlijn voor plaatsing volgen. (Zie "Afdrukken op speciale
media" op pagina 36.)
Als
het papier niet goed wordt doorgevoerd bij het
afdrukken, duwt u het papier voorzichtig met de hand tot
het automatisch wordt doorgevoerd.
2. Knijp
in de papierbreedtegeleiders van de lade en pas ze aan de
papierbreedte aan. Oefen niet te veel druk uit. Het papier kan gaan
plooien, waardoor een papierstoring ontstaat of het papier
scheeftrekt.
3. Ope
n de papieruitvoersteun.
4. Als
u afdrukt vanuit een toepassing, opent u de toepassing en het
afdrukmenu.
5. Open Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
6. Klik op het ta
bblad Papier in Voorkeursinstellingen voor
afdrukken en selecteer het juiste papiertype.
Als u bijvoorbeeld op een etiket wilt afdrukken stelt u het
papiertype in op Etiketten.
7. Selecteer Handmatige invoer bij papierbron en druk vervolgens op
OK.
8. Sta
rt het afdrukken.
Als u meerdere pagina’s afdrukt, laad dan de volgende pagina
nadat de eerste pagina is afgedrukt en druk op
. Herhaal deze
stap voor elke pagina die moet worden afgedrukt.
Afdrukmedia en lade_ 36
Afdrukken op speciale media
In de onderstaande tabel worden de beschikbare speciale afdrukmedia
weergegeven.
Voor het afdrukken op speciale media raden wij u aan om telkens een
vel per keer in te voeren. Controleer hoeveel vellen u maximaal in de
lade mag plaatsen. (Zie "Specificaties van het afdrukmateriaal" op
pagina 68.)
Types Lade
Handmatige invoer
in lade
a
a.Plaats één vel papier tegelijk in de lade.
Normaal papier
Dik papier
Dun papier
Katoen
Kleur
Voorbedrukt
Kringlooppapier
Envelop
Transparanten
Etiketten
Kaarten
Bankpost
Archiefpapier
(: on
dersteund, Blanco: niet ondersteund)
De volgende mediatypen worden weergegeven in Vo
orkeursinstellingen
voor afdrukken. Met de optie papiertype kunt u het papiertype instellen dat
in de lade moet worden geladen. Selecteer het juiste mediatype voor de
beste afdrukkwaliteit. Onjuist afdrukmateriaal kan een slechte
afdrukkwaliteit opleveren.
Normaal papier: gewoon papier. Selecteer dit type als u afdrukt op 60
tot 120 g/m
2
.
Dik papier: dik papier van 90 tot 163 g/m
2
.
Du
n papier: dun papier van 60 tot 70 g/m
2
.
Katoen: katoenpapier van 75 tot 90 g/m
2
.
Kleur: gekleurd papier/papier met een achtergrond van 75 tot 90 g/m
2
.
Voo
rbedrukt: voorbedrukt papier/papier met briefhoofd van 75 tot 90 g/
m
2
.
Kringlooppapier: kringlooppapier van 60 tot 90 g/m
2
.
Bij gebruik van kringlooppapier kunnen de afdrukken gekreukt
raken of kunnen er papierstoringen optreden vanwege overmatig
krullen.
Kaar
ten: kaart van 105 tot 163 g/m
2
.
En
velop: envelop van 75 tot 90 g/m
2
.
T
ransparanten: transparant van 138 tot 146 g/m
2
.
Et
iketten: etiketten van 120 tot 150 g/m
2
.
Bankpost: bankpostpapier van 105 tot 120 g/m
2
.
Archiefp
apier: 70 tot 90 g/m
2
. Selecteer deze optie als u de afdrukken
lang wilt bewaren (bijvoorbeeld in uw archief).
Enveloppen
Of enveloppen goed worden bedrukt is afhankelijk van de kwaliteit van de
enveloppen.
De hoek voor de postzegel moet zich links bevinden en de kant van de
en
velop met de postzegelhoek moet eerst in de printer gaan en moet in het
midden van de handmatige invoer worden geplaatst.
Houd bij de keuze van enveloppen rekening met de volgende factoren:
- G
ewicht: het gewicht van het enveloppenpapier mag niet meer dan
90 g/m
2
bedragen om papierstoringen te vermijden.
- On
twerp: voordat u afdrukt, moeten de enveloppen plat liggen met
een krul van minder dan 6 mm en mogen ze geen lucht bevatten.
- Prob
leem: gebruik geen enveloppen die gekruld, verkreukeld of
beschadigd zijn.
- Tem
peratuur: gebruik enveloppen die bestand zijn tegen de druk
en de hitte die tijdens het afdrukken in het apparaat ontstaan.
Gebruik alleen goed gevormde enveloppen met scherpe vouwen.
Geb
ruik geen afgestempelde enveloppen.
Geb
ruik geen enveloppen met sluithaakjes, knipsluitingen, vensters,
gecoate binnenbekleding, zelfklevende sluitingen of andere
synthetische materialen.
Geb
ruik geen beschadigde enveloppen of enveloppen van slechte
kwaliteit.
Controleer of de naad aan beide uiteinden van de envelop helemaal
doorloopt tot in de hoek.
1 Aanvaardbaar
2 Onaanvaardbaar
Enveloppen met een verwijderbare strip of met meer dan één
zelfklevende vouwbare klep moeten van een kleefmiddel zijn voorzien
dat gedurende 0,1 seconde bestand is tegen de fixeertemperatuur (circa
170 °C) van het apparaat. De extra kleppen en strips kunnen kreuken,
scheuren en papierstoringen veroorzaken en kunnen zelfs de
fixeereenheid beschadigen.
Vo
or een optimale afdrukkwaliteit moeten de marges minstens 15 mm
van de rand van de envelop blijven.
Druk niet af op de plaats waar de naden van de envelop samenkomen.
Afdrukmedia en lade_ 37
Transparanten
Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen gebruikt u uitsluitend
transparanten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters.
De te gebruiken transparanten moeten bestand zijn tegen de
fixeertemperatuur van het apparaat.
Plaats
transparanten op een vlak oppervlak nadat u ze uit het apparaat
hebt gehaald.
Laa
t transparanten niet te lang in de papierlade liggen. Er kan zich dan
stof en vuil op afzetten, wat aanleiding geeft tot vlekken bij het
afdrukken.
Let op dat u geen
vingerafdrukken op de transparanten achterlaat. Dit
veroorzaakt vlekken tijdens het afdrukken.
Bescherm transp
aranten na het afdrukken tegen langdurige blootstelling
aan zonlicht om te voorkomen dat ze gaan vervagen.
Zorg dat de transparanten niet kreukelen, krullen of gescheurde hoeken
hebben.
Geb
ruik geen transparanten die loskomen van de achterzijde.
Om te
vermijden dat de afgedrukte transparanten aan elkaar blijven
kleven, moet u ervoor zorgen dat ze niet op elkaar worden gestapeld
terwijl ze worden afgedrukt.
Etiketten
Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen gebruikt u bij voorkeur
alleen etiketten voor laserprinters.
Bij de keuze van etiketten moet u rekening houden met de volgende
factoren:
- Kleefstoffen: het kleefmiddel moet stabiel blijven bij de
fixeertemperatuur van uw apparaat van ongeveer 170 °C.
- Sc
hikking: gebruik uitsluitend etiketvellen waarvan het rugvel
tussen de etiketten niet blootligt. Bij etiketvellen met ruimte tussen
de etiketten kunnen de etiketten loskomen van het rugvel. Dit kan
ernstige papierstoringen tot gevolg hebben.
- Krullen: Voordat u afdrukt, moeten de etiketten plat liggen met een
krul van maximaal 13 mm in eender welke richting.
- Probleem: gebruik geen etiketten die gekreukt zijn, blaasjes
vertonen of loskomen van het rugvel.
Z
org ervoor dat er tussen de etiketten geen zelfklevend materiaal
blootligt. Blootliggende delen kunnen ervoor zorgen dat etiketten tijdens
het afdrukken loskomen, waardoor het papier kan vastlopen. Ook
kunnen hierdoor onderdelen van het apparaat beschadigd raken.
Pl
aats geen gebruikte etiketvellen in het apparaat. De klevende
achterzijde mag slechts een keer door het apparaat worden gevoerd.
Geb
ruik geen etiketten die loskomen van het rugvel, blaasjes vertonen,
gekreukt of anderszins beschadigd zijn.
Kartonpapier/papier van een aangepast formaat
U kunt met deze printer afdrukken op briefkaarten, kaarten en andere
materialen met aangepaste formaten.
Druk niet af op materialen die smaller zijn dan 76 mm en korter dan 183
mm.
Stel
de marges in de softwaretoepassing in op ten minste 6,4 mm van
de randen van de afdrukmedia.
Briefhoofd/voorbedrukt papier
Eenzijdig Dubbelzijdig
Voorzijde naar boven Voorzijde naar beneden
Briefhoofden/voorbedrukt papier moeten afgedrukt zijn met
hittebestendige inkt die niet smelt, verdampt of schadelijke gassen
uitstoot als hij gedurende 0,1 seconde wordt blootgesteld aan de
fixeertemperatuur (170 °C) van het apparaat.
D
e inkt op het briefhoofd/voorbedrukt papier mag niet ontvlambaar zijn
en mag de printerrollen niet beschadigen.
F
ormulieren en papier met briefhoofd moeten in een vochtbestendige
verpakking worden bewaard om aantasting tijdens de opslagperiode te
voorkomen.
Vo
or u het briefhoofd/voorbedrukt papier in de lade plaatst, controleert u
of de inkt op het papier droog is. Natte inkt kan tijdens het fixeerproces
loskomen van het voorbedrukte papier waardoor de afdrukkwaliteit
vermindert.
Afdrukmedia en lade_ 38
De papieruitvoersteun gebruiken
Als u een groot aantal pagina’s tegelijk afdrukt kan het oppervlak van
de uitvoerlade heet worden. Raak het oppervlak niet aan en houd
kinderen uit de buurt.
De afgedrukte pagina’s worden in de uitvoerlade gestapeld en de
p
apieruitvoersteun zal ervoor zorgen dat de afgedrukte pagina’s worden
uitgelijnd. De afgedrukte pagina’s worden standaard naar de uitvoerlade
gestuurd.
Afdrukken_ 39
5.Afdrukken
In dit hoofdstuk worden de meest gangbare afdruktaken toegelicht.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
Eigenschappen van het printerstuurprogramma
Eenvoudige afdruktaken
Voorkeurinstellingen openen
Help gebruiken
Speciale kopieerfuncties gebruiken
De standaardafdrukinstellingen wijzigen
Uw apparaat als standaardapparaat instellen
Afdrukken naar een bestand (PRN)
Afdrukken in Macintosh
Afdrukken in Linux
De procedures in dit hoofdstuk zijn voornamelijk gebaseerd op
Windows XP.
Eigenschappen van het printerstuurprogramma
Uw printerstuurprogramma’s ondersteunen de volgende standaardfuncties:
Se
lectie van afdrukstand, formaat, bron en type afdrukmedia.
Aantal exemp
laren.
U kunt bovendien verschillende special
e afdrukfuncties gebruiken. De
onderstaande tabel geeft een algemeen overzicht van de functies die door
het printerstuurprogramma worden ondersteund:
Het is mogelijk dat een aantal modellen of besturingssystemen een of
meer functies uit de tabel niet ondersteunen.
Printerstuurprogramma
Functie Windows
Optie afdrukkwaliteit
Poster afdrukken
Meerdere pagina’s per vel
Boekjes afdrukken (handmatig)
Afdruk aan pagina aanpassen
Afdrukken vergroten en verkleinen
Andere lade voor eerste pagina
Watermerk
Overlay
Dubbelzijdig afdrukken (handmatig)
(: on
dersteund)
Eenvoudige afdruktaken
Afdrukken is mogelijk vanuit verschillende toepassingen in Windows,
Macintosh of Linux. De exacte procedure kan verschillen per toepassing.
Het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken in de
gebruikershandleiding verschilt mogelijk van het venster dat u ziet
omdat het afhankelijk is van het gebruikte apparaat. Het venster
Voorkeursinstellingen voor afdrukken bevat echter vrijwel
dezelfde eigenschappen. Controleer welke besturingssystemen
compatibel zijn met uw apparaat. Zie Compatibiliteit met
besturingssystemen onder Printerspecificaties. (Zie
"Systeemvereisten" op pagina 27.)
Als
u in Voorkeursinstellingen voor afdrukken een optie
selecteert, verschijnt er mogelijk een waarschuwingsteken,
of
. Een uitroepteken ( ) wil zeggen dat u deze optie wel kunt
selecteren maar dat dit niet wordt aanbevolen. Het teken wil
zeggen dat u deze optie niet kunt selecteren vanwege de
i
nstellingen of omgeving van het apparaat.
Hieronder beschrijven we de algemene stappen die vereist zijn om af te
drukken vanuit verschillende Windows-toepassingen.
Eenvoudige afdruktaken in Macintosh. (Zie "Afdrukken in
Macintosh" op pagina 45.)
Ee
nvoudige afdruktaken in Linux. (Zie "Afdrukken in Linux" op
pagina 46.)
Het volgende venster Voo
rkeursinstellingen voor afdrukken is voor
Kladblok in Windows XP. Uw venster Voorkeursinstellingen voor
afdrukken kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of de
toepassing die u gebruikt.
1. Ope
n het document dat u wilt afdrukken.
2. Se
lecteer Afdrukken... in het menu Bestand. Het venster Afdrukken...
wordt geopend.
3. Se
lecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.
U kunt de basisafdrukinstellingen, zoals het aantal exemplaren en het
afdrukbereik, selecteren in het venster Afdrukken.
Afdrukken_ 40
Om de printerfuncties van uw printerstuurprogramma te gebruiken
klikt u op Eigenschappen of Voorkeursinstellingen in het
venster Afdrukken... van de toepassing om de afdrukinstellingen
te wijzigen. (Zie "Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
4. Klik in het venster Afdrukken... op OK of Afdrukken... om de
afdruktaak te starten.
Met Samsung AnyWeb Print kunt u tijd besparen bij het maken en
afdrukken van schermopnamen. Klik in Windows op Start > Alle
programma’s > Samsung Printers > Samsung AnyWeb Print om
naar de website te gaan waar u het hulpprogramma kunt downloaden.
Klik op de Macintosh op Toepassing > Samsung > Samsung
AnyWeb Print.
Een afdruktaak annuleren
Als de afdruktaak in de wachtrij of afdrukspooler is opgenomen, kunt u de
afdruktaak als volgt annuleren:
1. Klik op het menu Start in Windows.
2. In
Windows 2000 selecteert u Instellingen > Printers.
In
Windows XP/2003 selecteert u Printers en faxapparaten.
In
Windows 2008/Vista selecteert u Configuratiescherm >
Hardware en geluiden > Printers.
In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Hardware en
geluiden > Apparaten en printers.
In W
indows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm >
Hardware > Apparaten en printers.
3. In
Windows 2000, XP, 2003, 2008 en Vista dubbelklikt u op het
apparaat.
In Windows 7 en Windows Server 2008 R2 klikt u met de
rechtermuisknop op het pictogram van uw printer en selecteert u See
what’s printing in het snelmenu.
Als bij het item Afdruktaken weergeven het teken staat, kunt u
andere printerstuurprogramma’s selecteren voor de geselecteerde
printer.
4. Selecteer
Annuleren in het menu Document.
U kunt ook toegang krijgen tot dit venster door te dubbelklikken op het
pictogram van het apparaat ( ) in de taakbalk van Windows.
U kunt de huidige afdruktaak ook annuleren door te drukken op op
het bedieningspaneel.
Voorkeurinstellingen openen
U kunt de instellingen die u hebt geselecteerd bovenaan rechts in
Voorkeursinstellingen voor afdrukken bekijken.
1. Open het document dat u wilt afdrukken.
2. Kies Afdr
ukken... in het menu Bestand. Het venster Afdrukken... wordt
geopend.
3. Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.
4. Klik op Eig
enschappen of Voorkeursinstellingen.
Voorkeurinstellingen gebruiken
Met behulp van de optie Vooraf ingest. die op ieder tabblad
Voorkeursinstellingen behalve op het tabblad Samsung verschijnt, kunt u
de huidige voorkeursinstellingen opslaan voor toekomstig gebruik.
Zo voegt u een instelling toe aan Voo
raf ingest.:
1. Stel op elk tabblad de gewenste instellingen in.
2. T
yp in het invoervak Vooraf ingest. een naam voor deze instellingen.
3. Klik op Toevoegen. Als u instellingen opslaat onder Vooraf ingest.,
worden alle huidige stuurprogramma-instellingen opgeslagen.
Als u op Toevoegen klikt, verandert de knop Toevoegen in de knop
Wijzigen. Selecteer meer opties en klik op Wijzigen. De instellingen
worden toegevoegd aan de Vooraf ingest..
Om de bewaarde instelling te gebruiken kiest u het in de vervolgkeuzelijst
Vo
oraf ingest.. De printer is nu ingesteld om af te drukken volgens de door
u geselecteerde instellingen.
Om de opgeslagen instelling te verwijderen, selecteert u deze in de
vervol
gkeuzelijst Vooraf ingest. en klikt u op Wissen.
U kunt de standaardinstellingen van he
t printerstuurprogramma ook
herstellen door Vooraf ingest. stand. te selecteren in de vervolgkeuzelijst
Vooraf ingest..
Afdrukken_ 41
Help gebruiken
Klik op het vraagteken in de rechterbovenhoek van het venster en klik op
het onderwerp waarover u meer wilt weten. Er verschijnt een pop-upvenster
met informatie over de functie van die optie waarover het stuurprogramma
beschikt.
Als u informatie wilt zoeken aan de hand van een sleutelwoord, klikt u op
het tabblad Samsung in het venster Voorkeursinstellingen voor
afdrukken en voert u een sleutelwoord in op de invoerregel van de optie
Help. Voor meer informatie over verbruiksartikelen,
stuurprogramma-updates, registratie, enzovoort, klikt u op de
overeenkomstige knoppen.
Speciale kopieerfuncties gebruiken
Speciale afdrukeigenschappen zijn onder meer:
"Meerdere pagina’s op één vel papier afdrukken" op pagina 41
"Posters afdrukken" op pagina 41
"Boekjes afdrukken (handmatig)" op pagina 41
"Dubbelzijdig afdrukken (handmatig)" op pagina 42
"Het afdrukpercentage van uw do
cument wijzigen" op pagina 42
"Een document aan een bepaald papierformaat aanpassen" op
pagina 42
"Watermerken gebruiken" op pagina 42
"Overlays gebruiken" op pagina 43
"Opties afdrukkwaliteit" op pagina 44
Meerdere pagina’s op één vel papier afdrukken
U kunt het aantal pagina’s selecteren dat u op één vel wilt afdrukken. Als u
meer dan één pagina per vel afdrukt worden de pagina’s verkleind en in de
door u opgegeven volgorde gerangschikt. U kunt op één vel tot 16 pagina’s
afdrukken.
1. Als u
de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen,
opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
2. Kl
ik op het tabblad Basis en selecteer Meerdere pagina’s per vel in de
vervolgkeuzelijst Type.
3. Selectee
r in de vervolgkeuzelijst Pagina’s/vel het aantal pagina’s dat u
per vel wilt afdrukken (2, 4, 6, 9 of 16).
4. Selecteer indien nodig de paginavolgorde in de vervolgkeuzelijst
Paginavolgorde.
5. Als
u rond iedere pagina een kader wilt afdrukken selecteert u
Paginakaders afdrukken.
6. Klik op het ta
bblad Papier en selecteer Formaat, Invoer en Type.
7. Klik op OK of Afdr
ukken... tot het venster Afdrukken... wordt
afgesloten.
Posters afdrukken
Met deze functie kunt u een document van één pagina afdrukken over 4, 9
of 16 vellen papier, waarna u deze vellen aan elkaar kunt kleven om er zo
een poster van te maken.
1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen,
opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
2. Kl
ik op het tabblad Basis en selecteer Poster afdrukken in de
vervolgkeuzelijst Type.
3. Se
lecteer de gewenste paginaopmaak.
Beschikbare lay-outs:
Poste
r 2x2: het document wordt vergroot en wordt over 4 pagina’s
verdeeld.
Poste
r 3x3: het document wordt vergroot en wordt over 9 pagina’s
verdeeld.
Poster 4x4: het document wordt vergroot en wordt over 16 pagina’s
verdeeld.
4. Se
lecteer de waarde Posteroverlap. Geef de Posteroverlap op in
millimeters of inches door de radioknop bovenaan rechts in het tabblad
Basis in te schakelen om de vellen gemakkelijker aan elkaar te kunnen
kleven.
5. Klik op het tabblad Papier en selecteer Formaat, Invoer en Type.
6. Klik op OK of Afdru
kken... tot het venster Afdrukken... wordt
afgesloten.
7. U
kunt nu een poster maken door de vellen aan elkaar te kleven.
Boekjes afdrukken (handmatig)
Met deze functie kunt u een document op beide zijden van het papier
afdrukken en worden de pagina’s zo gerangschikt dat u het afgedrukte
papier dubbel kunt vouwen om een boekje te maken.
Als u een boekje wilt maken moet u afdrukken op afdrukmateriaal van
het formaat Letter, Legal, A4, US Folio of Oficio.
8
9
1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen,
opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
2. Kl
ik op het tabblad Basis en selecteer Boekje afdrukken in de
vervolgkeuzelijst Type.
3. Kl
ik op het tabblad Papier en selecteer Formaat, Invoer en Type.
Afdrukken_ 42
De optie Boekje afdrukken is niet beschikbaar voor alle
papierformaten. Om na te gaan welke papierformaten beschikbaar
zijn voor deze functie selecteert u het beschikbare papierformaat
in de optie Formaat van het tabblad Papier.
Als u een onbeschikbaar papierformaat selecteert, wordt deze
optie moge
lijk automatisch geannuleerd. Selecteer alleen
beschikbaar papier (papier zonder
- of -markering).
4. Klik op OK of Afdr
ukken... tot het venster Afdrukken... wordt
afgesloten.
5. Vervolge
ns kunt u de pagina’s vouwen en nieten.
Dubbelzijdig afdrukken (handmatig)
U kunt afdrukken op beide zijden van een vel papier (dubbelzijdig). Voor u
afdrukt moet u de gewenste afdrukstand van het document opgeven. U kunt
deze functie gebruiken met papier van het formaat Letter, Legal, A4, US
Folio of Oficio. (Zie "Specificaties van het afdrukmateriaal" op pagina 68.)
Wij raden aan om niet af te drukken op beide zijden van speciaal
afdrukmateriaal, zoals etiketten, enveloppen of dik papier. Het kan
een papierstoring veroorzaken of het apparaat beschadigen.
1. Als u
de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen,
opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
2. Klik op het ta
bblad Geavanceerd.
3. Selecteer
in de sectie Dubbelzijdig afdrukken (handmatig) de
gewenste bindoptie.
Ge
en
La
nge zijde: deze optie is de conventionele lay-out voor
boekbinden.
Korte zijde: deze optie is de conventionele lay-out voor kalenders.
4. Klik op het tabblad Papier en selecteer Formaat, Invoer en Type.
5. Klik op OK of Afdr
ukken... tot het venster Afdrukken... wordt
afgesloten.
Als uw printer geen eenheid voor dubbelzijdig afdrukken heeft, moet u
de afdruktaak handmatig uitvoeren. De printer drukt eerst elke andere
pagina van het document af. Hierna verschijnt er een bericht op uw
computer. Volg de aanwijzingen op het scherm om de afdruktaak te
voltooien.
Het afdrukpercentage van uw document wijzigen
U kunt de grootte van een document wijzigen zodat het groter of kleiner
wordt afgedrukt. Dat doet u door het gewenste percentage in te voeren.
1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen,
opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
2. Kl
ik op het tabblad Papier.
3. Geef in het invoervak Percentage de schaa
lfactor op.
U kunt ook op de pijl-omlaag/pijl-omhoog te klikken om de schaalfactor
te select
eren.
4. Selecteer Formaat, Invoer en Type in Papieropties.
5. Klik op OK of Afdru
kken... tot het venster Afdrukken... wordt
afgesloten.
Een document aan een bepaald papierformaat
aanpassen
Met deze printerfunctie kunt u uw afdruktaak aanpassen aan elk
geselecteerd papierformaat, ongeacht de grootte van het document. Dit kan
nuttig zijn als u de details van een klein document wilt bekijken.
A
1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen,
opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
2. Kl
ik op het tabblad Papier.
3. Se
lecteer het gewenste papierformaat in Aanpassen aan
papierformaat.
4. Se
lecteer Formaat, Invoer en Type in Papieropties.
5. Klik op OK of Afdru
kken... tot het venster Afdrukken... wordt
afgesloten.
Watermerken gebruiken
Met de optie Watermerk kunt u tekst afdrukken over een bestaand
document. U gebruikt het bijvoorbeeld om in grote grijze letters "CONCEPT"
of "VERTROUWELIJK" diagonaal op de eerste pagina of op alle pagina’s
afdrukken.
Er zijn verschillende vooraf ingestelde watermerken die met uw apparaat
worden meegeleverd. Ze kunnen worden aangepast of u kunt er nieuwe
aan de lijst toevoegen.
Afdrukken_ 43
Een bestaand watermerk gebruiken
1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt
wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
2. Klik op he
t tabblad Geavanceerd en selecteer het gewenste
watermerk in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het geselecteerde
watermerk wordt weergegeven in het afdrukvoorbeeld.
3. Klik op OK of
Afdrukken... tot het venster Afdrukken wordt
afgesloten.
Een watermerk maken
1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt
wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
2. Se
lecteer het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... fin de
keuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt
geopend.
3. Voer tekst in het vak Te
kst watermerk in. U kunt tot 256 tekens
invoeren. De tekst wordt in het voorbeeldvenster weergegeven.
Als u het selectievakje Alleen eerste pagina inschakelt, wordt het
watermerk alleen op de eerste pagina afgedrukt.
4. Wa
termerkopties selecteren.
U kunt de naam, stijl, grootte en
grijswaarde van het lettertype
selecteren in de sectie Tekenstijl en de hoek van het watermerk
instellen in de sectie Hoek watermerk.
5. Klik op T
oevoegen om een nieuw watermerk aan de lijst Huidige
watermerken toe te voegen.
6. Wa
nneer u klaar bent met bewerken klikt u op OK of Afdrukken tot
u het menu Afdrukken verlaat.
Als u geen watermerk meer wilt afdrukken selecteert u Geen in
de
vervolgkeuzelijst Watermerk.
Een watermerk bewerken
1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt
wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
2. Klik op he
t tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de
vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken
wordt geopend.
3. Selecteer in het
vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt
bewerken en wijzig de tekst van het watermerk en de opties.
4. Klik op W
ijzigen als u de wijzigingen op wilt slaan.
5. Klik op OK of
Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt
afgesloten.
Een watermerk verwijderen
1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt
wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
2. Klik op he
t tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de
vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken
wordt geopend.
3. Selecteer in het
vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt
verwijderen en klik op de knop Wissen.
4. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt
afgesloten.
Overlays gebruiken
Een overlay is inhoud die is opgeslagen op de harde schijf en die u
"bovenop" elk afgedrukt document kunt afdrukken. Een overlay wordt vaak
gebruikt in plaats van voorbedrukte formulieren en papier met briefhoofd. In
plaats van een voorbedrukt briefhoofd kunt u een overlay samenstellen die
precies dezelfde informatie bevat. Als u een brief met het briefhoofd van uw
bedrijf wilt afdrukken, hoeft u geen voorbedrukt briefhoofdpapier in het
apparaat te plaatsen, maar drukt u gewoon het briefhoofd als overlay op uw
document af.
Een nieuwe overlay maken
Als u een paginaoverlay wilt gebruiken, moet u een nieuw
paginaoverlaybestand maken met de gewenste inhoud.
1. Maak of open een document met de inhoud die u in de nieuwe
paginaoverlay wilt gebruiken. Plaats de items precies waar u ze
hebben wilt wanneer ze aan het origineel worden toegevoegd.
2. Ga na
ar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken als u het
document als een overlay wilt opslaan. (Zie "Voorkeurinstellingen
openen" op pagina 40.)
3. Klik op het ta
bblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de
vervolgkeuzelijst Tekst. Het venster Overlay bewerken wordt
weergegeven.
4. Klik in het venster Ove
rlay bewerken op Maken.
5. Typ
een naam van maximaal acht tekens in het vak Bestandsnaam
in het venster Opslaan als. Selecteer indien nodig de map waarin u
het overlaybestand wilt opslaan. (De standaardinstelling is
C:\Formover.)
6. Klik op Op
slaan. De naam verschijnt in Overzicht overlays.
7. Klik op OK of Afdr
ukken... tot het venster Afdrukken... wordt
afgesloten.
8. Het bestand wordt niet afgedrukt. Het wordt opgeslagen op de vaste
schijf van uw computer.
De grootte van het overlaydocument moet overeenstemmen met
het document dat u wilt afdrukken. Maak geen overlay met een
watermerk.
Een overlay gebruiken
Nadat u een overlay hebt gemaakt kan deze met uw document worden
afgedrukt. Dit doet u als volgt:
1. Ma
ak of open het document dat u wilt afdrukken.
2. Als u
de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt
wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
3. Klik op het ta
bblad Geavanceerd.
4. Selectee
r de gewenste overlay in de vervolgkeuzelijst Tekst.
Afdrukken_ 44
5. Als het gewenste overlaybestand niet in de vervolgkeuzelijst Tekst
staat, selecteert u Bewerken... in de lijst en klikt u op Laden.
Selecteer het overlaybestand dat u wilt gebruiken.
Als u het gewenste overlaybestand op een externe bron hebt
opgeslagen, kunt u het bestand ook laden vanuit het venster
Openen.
Klik op Openen als u het bestand hebt geladen. Het bestand
verschijnt in het vak Overzicht overlays en kan worden afgedrukt.
Selecteer de overlay in het vak Overzicht overlays.
6. Schakel indien nodig het selectievakje Overlay bevestigen voor
afdrukken in. Als dit selectievakje is ingeschakeld, verschijnt telkens
wanneer u een document afdrukt een berichtvenster waarin u
gevraagd wordt te bevestigen of u een overlay op uw document wilt
afdrukken.
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld en er een overlay is
geselecteerd, wordt de overlay automatisch afgedrukt op uw
document.
7. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt
afgesloten.
De geselecteerde overlay wordt op uw document afgedrukt.
De resolutie van het overlaydocument moet overeenstemmen met
de resolutie van de oorspronkelijke afdruktaak.
Een overlay verwijderen
Paginaoverlays die u niet meer gebruikt kunt u verwijderen.
1. Klik in het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken op het
tabblad Geavanceerd.
2. Selecteer Bewerken... in de vervolgkeuzelijst Overlay.
3. Selecteer in het vak Overzicht overlays de overlay die u wilt
verwijderen.
4. Klik op Wissen.
5. Als het venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt gevraagd,
klikt u op Ja.
6. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt
afgesloten.
Opties afdrukkwaliteit
Met behulp van de volgende grafische instellingen regelt u de
afdrukkwaliteit.
1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen,
opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op pagina 40.)
2. Klik op het tabblad Grafische elementen.
Welke opties u kunt selecteren, hangt af van het printermodel.
Raadpleeg de helpfunctie voor iedere optie in
Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Lettertype/tekst: selecteer Tekst donkerder maken om tekst
donkerder af te drukken dan op een normaal document. Gebruik
Alle tekst zwart om alles in het zwart af te drukken, ongeacht de
kleuren op het scherm.
Grafische controller: met Fijne randen kunt u randen van letters
en fijne lijnen accentueren voor een betere leesbaarheid.
Tonerspaarstand: als u deze optie selecteert, gaat de
tonercassette langer mee en dalen de afdrukkosten per pagina
zonder dat de kwaliteit te zeer achteruit gaat.
- Printerinstelling: als u deze optie selecteert, wordt de functie
bepaald door de instelling van de machine. (Bij sommige
modellen kunt u de instelling van de machine niet wijzigen. In dat
geval is de standaardinstelling Uit.)
- Aan: selecteer deze optie als u wilt dat de printer minder toner
per pagina verbruikt.
- Uit: selecteer deze optie als u niet wilt dat er minder toner wordt
gebruikt bij het afdrukken.
Tonerdichtheid: met deze optie kunt u de tonerdichtheid
aanpassen. De beschikbare opties zijn Normaal, Licht en Donker.
3. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt
afgesloten.
De standaardafdrukinstellingen wijzigen
De meeste Windows-toepassingen zullen de in het
printerstuurprogramma opgegeven instellingen opheffen. Daarom
raden wij u aan eerst alle afdrukinstellingen in uw programma te
wijzigen en alleen de instellingen die u daar niet vindt aan te passen in
het printerstuurprogramma.
1. Klik op het menu Start in Windows.
2. In Windows 2000 selecteert u Instellingen > Printers.
In Windows XP/2003 selecteert u Printers en faxapparaten.
In Windows 2008/Vista selecteert u Configuratiescherm >
Hardware en geluiden > Printers.
In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Hardware en
geluiden > Apparaten en printers.
In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm >
Hardware > Apparaten en printers.
3. Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.
4. Als u Windows XP/2003/2008/Vista gebruikt, selecteert u
Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
In Windows 7 en Windows Server 2008 R2 selecteert u
Voorkeursinstellingen voor afdrukken in het snelmenu.
Als het item Voorkeursinstellingen voor afdrukken het teken
bevat, kunt u andere printerstuurprogramma’s selecteren die met
de geselecteerde printer zijn verbonden.
5. Wijzig de instellingen op elk tabblad.
6. Klik op OK.
In Voorkeursinstellingen voor afdrukken kunt u de instellingen voor
elke afdruktaak wijzigen.
Uw apparaat als standaardapparaat instellen
1. Klik op het menu Start in Windows.
2. In Windows 2000 selecteert u Instellingen > Printers.
In Windows XP/2003 selecteert u Printers en faxapparaten.
In Windows 2008/Vista selecteert u Configuratiescherm >
Hardware en geluiden > Printers.
In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Hardware en
geluiden > Apparaten en printers.
In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm >
Hardware > Apparaten en printers.
3. Selecteer uw apparaat.
4. Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat en selecteer Als
standaardprinter instellen.
In Windows 7 en Windows Server 2008 R2
Als Als standaardprinter instellen het teken bevat, kunt u
andere printerstuurprogramma’s selecteren die met de
geselecteerde printer zijn verbonden.
Afdrukken_ 45
Afdrukken naar een bestand (PRN)
Het kan soms handig zijn om de af te drukken gegevens op te slaan als een
bestand.
Een afdruktaak opslaan als bestand:
1. Sc
hakel het selectievak Naar bestand in het venster Afdrukken... in.
2. Klik op Afdrukken...
3. Voer het doel
pad en de bestandsnaam in en klik vervolgens op OK.
Bijvoorbeeld C:\Temp\bestandsnaam.
Als u alleen de bestandsnaam invoert, wordt het bestand
automatisch opgeslagen in Documents and Settings of
Gebruikers. De opslagmap kan verschillen, afhankelijk van uw
besturingssysteem of de toepassing die u gebruikt.
Afdrukken in Macintosh
In dit hoofdstuk wordt u uitgelegd hoe u moet afdrukken in Macintosh. U
moet de afdrukomgeving instellen voor u gaat afdrukken.
Verbon
den via USB. (Zie "Macintosh" op pagina 29.)
Een document afdrukken
Als u afdrukt met een Macintosh moet u in elke toepassing die u gebruikt de
instelling van het printerstuurprogramma controleren. Volg de onderstaande
stappen om af te drukken vanaf een Macintosh-computer:
1. Ope
n een toepassing en selecteer het bestand dat u wilt afdrukken.
2. Ope
n het menu Archief en klik op Pagina-instelling...
(Documentinstellingen in een aantal toepassingen).
3. Se
lecteer papierformaat, afdrukstand, schaal en andere opties, en zorg
ervoor dat uw apparaat is geselecteerd. Klik op OK.
4. Open het menu Archief en klik op Druk af.
5. Ki
es het gewenste aantal exemplaren en geef aan welke pagina’s u wilt
afdrukken.
6. Klik op Druk a
f.
Printerinstellingen wijzigen
U kunt geavanceerde afdrukfuncties van uw printer gebruiken.
Open een toepassing en selecteer Dr
uk af in het menu Archief. De
apparaatnaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven
is afhankelijk van het gebruikte apparaat. Het printereigenschappenvenster
is afgezien van de naam vergelijkbaar met het volgende venster.
De opties kunnen verschillen afhankelijk van de modellen en de
Mac OS-versies.
De volgende vensters kunnen verschillen, afhankelijk van uw
besturingssysteem of de toepassing die u gebruikt.
Het volgende venster is het eerste venster dat u ziet wanneer u het
pri
ntereigenschappenvenster opent. Selecteer andere geavanceerde
functies in de vervolgkeuzelijst.
Lay-out
In het dialoogvenster Lay-out vindt u opties waarmee u de afdruklay-out
van het document kunt aanpassen. U kunt verschillende pagina’s op
één vel papier afdrukken. Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst
onder Richting om toegang te krijgen tot de volgende functies.
Pa
gina’s per vel: hier kunt u opgeven hoeveel pagina’s op één vel
worden afgedrukt. (Zie "Meerdere pagina’s op één vel papier
afdrukken" op pagina 46.)
Afdrukken_ 46
Lay-outrichting: hier kunt u de afdrukrichting op een pagina
selecteren, vergelijkbaar met de voorbeelden op de
gebruikersinterface.
Ra
nd: hiermee kunt u rond elke pagina op het vel een kader wilt
afdrukken.
Kee
r paginarichting om: hiermee kunt u het papier 180 graden
draaien.
Grafisch
Het dialoogvenster Grafisch bevat opties voor de selectie van de
Resolutie. Selecteer Grafisch in de vervolgkeuzelijst onder Richting
om toegang te krijgen tot de grafische functies.
Resolutie (Kwaliteit): met deze optie stelt u de afdrukresolutie in.
Hoe
hoger de instelling, hoe scherper tekens en afbeeldingen
worden afgedrukt. Als u een hoge instelling selecteert, kan het ook
iets langer duren voordat het document is afgedrukt.
To
nerdichtheid: met deze optie kunt u de helderheid van de
afdrukken verbeteren. De beschikbare opties zijn Normaal, Licht en
Donker.
Printerfuncties
Papier Type: selecteer het papiertype dat geplaatst is in de lade
van waaruit u wilt afdrukken. Zo krijgt u de beste afdrukkwaliteit. Als
u een ander type afdrukmateriaal plaatst, dient u het desbetreffende
papiertype te selecteren.
Printerinstelling
Tonerbesparingsmodus: als u deze optie selecteert, gaat de
tonercassette langer mee en dalen de afdrukkosten per pagina
zonder dat de kwaliteit merkbaar achteruit gaat.
- Printerinstelling: als u deze
optie selecteert, wordt de functie
bepaald door de instelling van het apparaat. (Bij sommige
modellen kunt u de instelling niet wijzigen. In dat geval is de
standaardinstelling Uit.)
- Aa
n: selecteer deze optie als u wilt dat de printer minder toner
per pagina verbruikt.
- Uit: sel
ecteer deze optie als u geen toner wilt besparen bij het
afdrukken van documenten.
Ene
rgiespaarstand: gebruik deze functie om energie te besparen
wanneer u het apparaat niet gebruikt. Selecteer een waarde in de
vervolgkeuzelijst bij Vertraging.
Meerdere pagina’s op één vel papier afdrukken
U kunt meer dan één pagina afdrukken op één vel papier. Dit is een
goedkope manier om conceptpagina’s af te drukken.
1. Ope
n een toepassing en selecteer Druk af uit het menu Archief.
2. Se
lecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Richting. Selecteer in de
vervolgkeuzelijst Pagina’s per vel het aantal pagina’s dat u op één vel
papier wilt afdrukken.
3. Selecteer de andere opties die u wilt gebruiken.
4. Klik op Druk af, wa
arna het apparaat het geselecteerde aantal pagina’s
op een enkel vel papier afdrukt.
Afdrukken in Linux
Afdrukken vanuit een toepassing
Vanuit een groot aantal Linux-toepassingen kunt u afdrukken met CUPS
(Common UNIX Printing System). U kunt afdrukken vanuit elk van deze
toepassingen.
1. Ope
n een toepassing en selecteer Print uit het menu File.
2. Selecteer rechtstreeks Print via
LPR.
3. In he
t venster LPR GUI selecteert u uw model in de lijst met printers en
klikt u op Properties.
Afdrukken_ 47
4. Wijzig de eigenschappen van de afdruktaak met behulp van de
volgende vier tabbladen die bovenaan in het venster verschijnen.
General: met deze optie kunt u papierformaat en -type alsook de
afdrukstand van de documenten wijzigen. U kunt dubbelzijdig
afdrukken, scheidingspagina’s toevoegen aan het begin en op het
einde, en het aantal pagina’s per vel wijzigen.
Te
xt: hier kunt u de paginamarges opgeven en tekstopties instellen,
zoals regelafstand en kolommen.
Gr
aphics: hier kunt u grafische opties instellen voor het afdrukken
van afbeeldingen/bestanden, bijvoorbeeld kleuropties en de grootte
of positie van de afbeelding.
Ad
vanced: met deze optie kunt u de afdrukresolutie, papierinvoer
en speciale afdrukfuncties instellen.
Als een optie grijs is, betekent dit dat de optie niet wordt
ondersteund door uw apparaat.
5. Klik op Apply om de wijzigingen toe te passen en sluit het venster
Properties.
6. Klik op OK i
n het venster LPR GUI om met afdrukken te beginnen.
7. Het ve
nster Printing verschijnt, waarin u de status van de afdruktaak
kunt controleren.
Klik op Cancel als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.
Bestanden afdrukken
U kunt een groot aantal bestandstypen afdrukken op dit apparaat door de
standaard-CUPS-methode toe te passen: direct vanaf de opdrachtregel. U
werkt dan met het CUPS LPR-programma. Het stuurprogrammapakket
vervangt het standaard LPR-programma echter door een veel
gebruikersvriendelijker LPR-programma.
Zo drukt u elk bestand af:
1. Typ lp
r <bestandsnaam> op de commandoregel van de Linux-shell en
druk op Enter. Het venster LPR GUI verschijnt.
Wanneer u enkel lpr typt en op Enter drukt, verschijnt eerst het venster
Select file(s) to print. Selecteer de bestanden die u wilt afdrukken en
klik op Open.
2. In
het venster LPR GUI selecteert u uw printer in de lijst en wijzigt u de
eigenschappen van de afdruktaak.
3. Klik op OK om het afdrukken te starten.
Printereigenschappen configureren
In Printer Properties dat u kunt openen in het venster Printers
configuration kunt u de verschillende eigenschappen van uw printer
wijzigen.
1. Open U
nified Driver Configurator.
Schakel indien nodig over naar Prin
ters configuration.
2. Se
lecteer uw apparaat in de lijst met beschikbare printers en klik op
Properties.
3. He
t venster Printer Properties wordt geopend.
Dit venster bestaat uit de volgende vijf tabbladen:
Gen
eral: hier kunt u de locatie en naam van de printer wijzigen. De
naam die u op dit tabblad invoert wordt weergegeven in de printerlijst
in Printers configuration.
Co
nnection: hiermee kunt u een andere poort bekijken of
selecteren. Als u de printerpoort van USB wijzigt in parallel of
omgekeerd terwijl de printer in gebruik is moet u de printerpoort op
dit tabblad opnieuw configureren.
Driver
: hiermee kunt u een ander printerstuurprogramma bekijken
of selecteren. Klik op Options als u de standaardopties van het
apparaat wilt instellen.
Job
s: hiermee geeft u de lijst met afdruktaken weer. Klik op Cancel
job om de geselecteerde taak te annuleren. Schakel het
selectievakje Show completed jobs in voor een lijst met eerder
opgegeven afdruktaken.
Cla
sses: hier ziet u de klasse waartoe uw apparaat behoort. Klik op
Add to Class om uw apparaat toe te voegen aan een bepaalde
klasse of klik op Remove from Class als u het apparaat wilt
verwijderen uit een geselecteerde klasse.
4. Klik op OK om de wij
zigingen toe te passen en sluit het venster Printer
Properties.
Beheerprogramma’s_ 48
6.Beheerprogramma’s
Dit hoofdstuk introduceert beheerprogramma’s waarmee u de mogelijkheden van uw apparaat maximaal kunt benutten.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
Introductie van handige beheerprogramma’s
Samsung Easy Printer Manager gebruiken (alleen Windows)
Samsung-printerstatus gebruiken (alleen Windows)
Het programma Smart Panel gebruiken (alleen Macintosh en Linux)
Werken met Unified Linux Driver Configurator
Introductie van handige beheerprogramma’s
De onderstaande programma’s helpen u om uw apparaat op een
gebruiksvriendelijke wijze te gebruiken.
"Samsung Easy Printer Manager gebruiken (alleen Windows)" op
pagina 48
"Samsung-printerstatus gebruike
n (alleen Windows)" op pagina 49
"Het programma Smart Panel gebruiken (alleen Macintosh en Linux)" op
pagina 50
"Werken met Unified Linux Driver Configurator" op pagina 51
Samsung Easy Printer Manager gebruiken
(alleen Windows)
Samsung Easy Printer Manager is een Windows-toepassing die het
mogelijk maakt de instellingen van Samsung-apparaat op één locatie te
beheren. Met Samsung Easy Printer Manager kunt u apparaatinstellingen,
afdrukomgevingen, instellingen/acties beheren en toepassingen starten.
Vanaf deze centrale locatie kunt u al deze functies van uw
Samsung-apparaat op een gebruiksvriendelijke manier bedienen.
Voor Samsung Easy Printer Manager is minimaal Internet Explorer
6.0 of hoger vereist.
Samsung Easy Printer Manager
Het programma starten:
Selecteer St
art > Programma’s of Alle programma’s > Samsung
Printers > Samsung Easy Printer Manager > Samsung Easy Printer
Manager.
De interface van Easy Printer Manager bestaat uit diverse secties die in de
vol
gende tabel worden beschreven:
1
Lijst met
printers
In de lijst met printers worden de beschikbare
printers weergegeven als pictogrammen.
2
Printerinfor
matie
Hier ziet u algemene informatie over uw apparaat.
U kunt gegevens zoals de modelnaam, het
IP-adres (of de poortnaam) en de apparaatstatus
controleren.
Knop Gebruikershandleiding: met deze
knop opent u de Probleemoplossingsgids
wanneer er een fout optreedt. U kunt direct
naar het hoofdstuk over probleemoplossing
gaan in de gebruikershandleiding.
3
Toepassings
informatie
Hier vindt u koppelingen waarmee u
geavanceerde instellingen, voorkeuren,
Help-informatie en informatie over het programma
kunt weergeven.
Met de knop kunt u de geavanceerde
gebruikersinterface activeren.
4
Snelkoppeli
ngen
Hier vindt u Snelkoppelingen naar specifieke
apparaatfuncties. Daarnaast vindt u in deze sectie
koppelingen naar toepassingen in de
geavanceerde instellingen.
5
Inhoudsgebi
ed
Hier wordt informatie weergegeven over het
geselecteerde apparaat, het resterende
tonerniveau en het papier. Wat voor informatie
wordt weergegeven, is afhankelijk van het
geselecteerde apparaat. Niet alle apparaten
beschikken over deze functie.
6
Benodigdhe
den
bestellen
Klik op de knop Bestellen in het venster
Verbruiksartikelen bestellen. U kunt online
vervangende tonercassette(s) bestellen.
Beheerprogramma’s_ 49
Klik op de knop Help ( ) rechtsboven in het venster en klik op een
optie waarover u meer wilt weten.
Easy Capture Manager gebruiken
U kunt het programma Easy Capture Manager gebruiken na installatie
van Samsung Easy Printer Manager. Druk op Print Screen op het
toetsenbord. Easy Capture Manager wordt weergegeven. Hiermee kunt
u schermfragmenten verzamelen en deze opnemen op enkele pagina’s.
Zo hoeft u de fragmenten niet op aparte pagina’s af te drukken en kunt u
alleen afdrukken wat u wilt afdrukken en op die manier papier en toner
besparen.
Samsung-printerstatus gebruiken (alleen
Windows)
Het programma Samsung-printerstatus bewaakt de status van de printer en
houdt u daarvan op de hoogte.
Het venster Samsung-printerstatus en de inhoud die in deze
gebruikershandleiding worden getoond, kunnen verschillen
afhankelijk van de gebruikte printer of het gebruikte
besturingssysteem.
Controleer welke besturingssystemen compatibel z
ijn met uw
apparaat (zie de basisinformatie).
Samsung-printerstatus - overzicht
Als er een fout optreedt tijdens het gebruik, kunt u de fout controleren in
Samsung-printerstatus. Samsung-printerstatus wordt automatisch
geïnstalleerd wanneer u de apparaatsoftware installeert.
U kunt Samsung-printerstatus ook h
andmatig starten. Ga naar
Voorkeursinstellingen, klik op de tab Basis > knop Printerstatus.
Op de taakbalk van Windows worden de volgende pictogrammen
we
ergegeven:
Picto
gram
Betekenis Beschrijving
Normaal Het apparaat is gereed voor gebruik en er zijn
geen fouten of waarschuwingen.
Waarschuwing Het apparaat verkeert in een toestand waarin
een fout zou kunnen optreden. Het is
bijvoorbeeld mogelijk dat de status Toner bijna
op is, wat kan leiden tot de status Toner op.
Fout Er is minimaal één fout opgetreden op het
apparaat.
1
Tonerniveau Hier wordt het resterende tonerniveau in de
cassette(s) weergegeven. Het apparaat en het
aantal tonercassette(s) in het bovenstaande
venster kunnen verschillen afhankelijk van de
gebruikte printer. Niet alle apparaten
beschikken over deze functie.
2
Waarschuwingsi
nstellingen
Selecteer de gewenste instellingen in het
venster Opties.
3
Benodigdheden
bestellen
U kunt online vervangende tonercassette(s)
bestellen.
4
Probleemoploss
ing
U kunt direct naar het hoofdstuk over
probleemoplossing gaan in de
gebruikershandleiding.
5
Sluiten Hiermee sluit u het venster.
Beheerprogramma’s_ 50
Het programma Smart Panel gebruiken (alleen
Macintosh en Linux)
Smart Panel is een programma dat de status van de printer controleert en u
daarvan op de hoogte houdt. U kunt de status bekijken en de
stuurprogramma-instellingen van het apparaat aanpassen. Smart Panel
wordt automatisch op de Macintosh geïnstalleerd wanneer u de
apparaatsoftware installeert. Voor Linux kunt u Smart Panel downloaden
van de website van Samsung (zie "SmartPanel installeren" op pagina 30).
Als u dit programma wilt gebruiken, moet uw computer aan de
volgende systeemvereisten voldoen:
Ma
c OS X 10.3 of hoger. Controleer of de CPU, RAM en HDD van
uw computer even groot als of groter dan de specificaties zijn. (Zie
"Systeemvereisten" op pagina 27.)
Linu
x. Controleer of de CPU, RAM en HDD van uw computer even
groot als of groter dan de specificaties zijn. (Zie
"Systeemvereisten" op pagina 27.)
Het exacte nummer van uw printermodel vindt u op de meegeleverde
cd-
rom.
Kennismaken met Smart Panel
Als er zich problemen voordoen tijdens het afdrukken kunt u de fout
controleren vanaf het Smart Panel.
U kunt Smart Panel ook handmatig opstarten. Dubbelklik op het pictogram
Smart
Panel in het systeemvak (in Linux).
Linux
Klik op dit pictogram in Linux.
Als er al meer dan één printer van Samsung is geïnstalleerd,
selecteert u eerst het gewenste printermodel zodat u het
bijbehorende Smart Panel kunt gebruiken.
Klik met de rechtermuisknop (in Li
nux) op het pictogram Smart
Panel en selecteer uw apparaat.
Het ve
nster Smart Panel en de inhoud die in deze
gebruikershandleiding worden getoond kunnen verschillen
afhankelijk van de gebruikte printer of het gebruikte
besturingssysteem.
Voor Mac OS 10.3
1. Klik op "Afd
rukken en faxen" in Systeemvoorkeuren.
2. Klik op "Co
nfigureer printers…".
3. Selectee
r de printer in de lijst en dubbelklik erop.
4. Klik op "Hu
lpprogramma".
Voor Mac OS 10.4
1. Klik op "Afd
rukken en faxen" in Systeemvoorkeuren.
2. Selectee
r de printer in de lijst en klik op "Afdrukwachtrij...".
3. Klik op "Hu
lpprogramma".
Voor Mac OS 10.5
1. Klik op "Afd
rukken en faxen" in Systeemvoorkeuren.
2. Selectee
r de printer in de lijst en klik op "Open afdrukwachtrij…".
3. Klik op "Hu
lpprogramma".
Voor Mac OS 10.6
1. Klik op "Afd
rukken en faxen" in Systeemvoorkeuren.
2. Selectee
r de printer in de lijst en klik op "Open afdrukwachtrij…".
3. Klik op
"Printerconfiguratie".
4. Kl
ik op het tabblad "Hulpprogramma".
5. Klik op
"Open Printerhulpprogramma".
Het programma Smart Panel vermeldt de huidige status van de printer, het
resteren
de tonerniveau in de tonercassette(s) en een boel andere
informatie. U kunt ook de instellingen wijzigen.
1
Tonerniveau Hier wordt het resterende tonerniveau in de
cassette(s) weergegeven. Het apparaat en het
aantal tonercassette(s) in het bovenstaande
venster kunnen verschillen afhankelijk van de
gebruikte printer. Niet alle apparaten beschikken
over deze functie.
2
Nu kopen Reservetonercassette(s) on line bestellen.
3
Gebruikersha
ndleiding
De Gebruikershandleiding weergeven.
Deze knop verandert in
Probleemoplossingsgids als er een fout
optreedt. U kunt rechtstreeks het deel met
de probleemoplossing openen in de
gebruikershandleiding.
De Probleemoplossingsgids openen
In de Probleemoplossingsgids vindt u oplossingen voor problemen.
Klik met de rechtermuisknop (in Linux) op het pictogram Smart Panel en
selecteer Pro
bleemoplossingsgids.
De instellingen van Smart Panel wijzigen
Klik met de rechtermuisknop (in Linux) op het pictogram Smart Panel en
selecteer Opties. Selecteer de gewenste instellingen in het venster Opties.
Beheerprogramma’s_ 51
Werken met Unified Linux Driver Configurator
Unified Linux Driver Configurator is een hulpprogramma dat hoofdzakelijk
bestemd is voor de configuratie van apparaten. U moet Unified Linux Driver
installeren om Unified Driver Configurator te gebruiken (zie "Het Unified
Linux-stuurprogramma installeren" op pagina 29).
Na de installatie van het stuurprogram
ma op uw Linux-systeem wordt
automatisch het pictogram voor Unified Driver Configurator op uw
bureaublad geplaatst.
Unified Driver Configurator openen
1. Dubbelklik op pictogram voor Unified Driver Configurator op het
bureaublad.
U kunt ook op het pictogram St
artup klikken en Samsung Unified
Driver > Unified Driver Configurator selecteren.
2. Druk op de knoppen links om over te schakelen naar het
overeenkomstige configuratievenster.
1 Printers
configuration
2 Ports
configuration
Klik op Help voor schermhulp.
3. Bre
ng de wijzigingen aan in de configuratie en klik op Exit om Unified
Driver Configurator te sluiten.
Het venster Printers configuration
Printers configuration telt twee tabbladen: Printers en Classes.
Tabblad Printers
Klik op het pictogram van het apparaat links in het venster Unified Linux
Configurator voor een overzicht van de printers die voor het systeem zijn
geconfigureerd.
1
Schakelt over naar Printers configuration.
2
Hier worden alle geïnstalleerde apparaten weergegeven.
3
Hiermee worden de status, modelnaam en URI van uw
apparaat weergegeven.
De besturingsknoppen van de printer zijn:
Refre
sh: hiermee vernieuwt u de lijst met beschikbare apparaten.
Add Pr
inter: hiermee voegt u een nieuw apparaat toe.
Remove Printe
r: hiermee verwijdert u het geselecteerde apparaat.
Set as
Default: hiermee stelt u het huidige apparaat in als
standaardapparaat.
St
op/Start: hiermee kunt u het apparaat stoppen/starten.
Tes
t: hiermee kunt u een testpagina afdrukken om te controleren of
de printer goed werkt.
Prop
erties: hiermee kunt u eigenschappen van de printer
weergeven en wijzigen.
Beheerprogramma’s_ 52
Tabblad Classes
Op het tabblad Classes wordt een lijst met beschikbare apparaatklassen
weergegeven.
1
Hiermee geeft u alle apparaatklassen weer.
2
Hiermee geeft u de status van de klasse en het aantal apparaten
in de klasse aan.
Refresh: de lijst met klassen vernieuwen.
Add Class
: hiermee kunt u een nieuwe apparaatklasse toevoegen.
Rem
ove Class: hiermee verwijdert u de geselecteerde
apparaatklasse.
Ports configuration
In dit venster kunt u de lijst met beschikbare poorten weergeven, de status
van elke poort controleren en een poort vrijgeven die bezet wordt door een
afgebroken taak.
1
Schakelt over naar Ports configuration.
2
Hiermee geeft u alle beschikbare poorten weer.
3
Hiermee geeft u poorttype, aangesloten apparaat en status weer.
Refresh: hiermee kunt u de lijst met beschikbare printers vernieuwen.
Release port: hiermee kunt u geselecteerde poort vrijgeven.
Onderhoud_ 53
7.Onderhoud
In dit hoofdstuk vindt u informatie over het onderhoud van het apparaat en de tonercassette.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
Een rapport met apparaatgegevens afdrukken
Een apparaat reinigen
De tonercassette bewaren
Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat
Een rapport met apparaatgegevens afdrukken
U kunt een configuratiepagina afdrukken om de huidige printerinstellingen
te bekijken of problemen met de printer op te lossen.
(Zie "Een configuratiepagina afdrukken" op pagina 26.)
Een apparaat reinigen
Als er zich problemen voordoen met de afdrukkwaliteit of als u uw apparaat
in een stofrijke omgeving gebruikt, moet u uw apparaat regelmatig
schoonmaken om de beste afdrukkwaliteit te blijven garanderen.
Als u de buitenkant van het apparaat reinigt met
reinigingsmiddelen die veel alcohol, oplosmiddel of andere
agressieve substanties bevatten, kan de behuizing verkleuren of
vervormen.
Als e
r toner in het apparaat of in de directe omgeving ervan is
terecht gekomen, raden wij u aan om de toner te verwijderen met
een zachte, met water bevochtigde doek of tissue. Als u een
stofzuiger gebruikt, wordt de toner in de lucht geblazen. Dit kan
schadelijk zijn bij inademing.
De buitenkant reinigen
Maak het apparaat aan de buitenkant schoon met een zachte, pluisvrije
doek. U kunt de doek bevochtigen met een beetje water, maar let erop dat
er geen water op of in het apparaat terechtkomt.
De binnenkant reinigen
Tijdens het afdrukken kunnen zich in het apparaat papierresten, toner en
stofdeeltjes uit de lucht verzamelen. Dit kan op een gegeven moment
problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken, zoals tonervlekken of
vegen. Deze problemen kunnen worden gereduceerd en verholpen door de
binnenkant van het apparaat te reinigen.
1. Sch
akel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wacht
tot het apparaat is afgekoeld.
2. Ope
n de bovenklep en verwijder de tonercassette. Plaats de
tonercassette op een schoon, horizontaal oppervlak.
Stel de tonercassette niet langer dan enkele minuten bloot aan
licht om te vermijden dat ze beschadigd raakt. Dek de cassette
zo nodig af met een stuk papier.
Raak het groen
e oppervlak van de drum aan de voorkant van
de tonercassette of beeldeenheid niet aan. Neem de cassette
vast bij de handgreep zodat u de onderzijde niet hoeft aan te
raken.
3. Ve
rwijder met een droge, niet-pluizende doek eventueel stof en
gemorste toner in en rond de ruimte voor de tonercassette.
Onderhoud_ 54
Zorg dat u bij het reinigen van de binnenkant van het apparaat de
transportrol onder de tonercassette of andere onderdelen binnenin
niet beschadigt. Gebruik geen oplosmiddelen, zoals benzeen of
verdunner, om te reinigen. Dit kan de afdrukkwaliteit negatief
beïnvloeden en het apparaat beschadigen.
4. Plaats de tonercassette terug en sluit de klep.
5. Steek de stekker weer in het stopcontact en zet het apparaat aan.
De tonercassette bewaren
Tonercassettes bevatten componenten die gevoelig zijn voor licht,
temperatuur en vochtigheid. Samsung raadt u aan de onderstaande
aanbevelingen te volgen met het oog op optimale prestaties, de hoogste
kwaliteit en de langste gebruiksduur van uw nieuwe
Samsung-tonercassette.
Bewaar deze cassette op dezelfde plaats als waar de printer wordt gebruikt,
in het ideale geval een kantoor waar de temperatuur en vochtigheid worden
geregeld. Haal de tonercassette pas uit de originele, ongeopende
verpakking op het moment dat u de cassette gaat installeren. Als de
originele verpakking ontbreekt, moet u de bovenste opening van de
cassette bedekken met papier en moet u de cassette in een donkere kast
bewaren.
Als u de verpakking van de cassette opent voordat u de cassette gebruikt,
nemen de gebruiksduur en bewaartijd van de cassette aanzienlijk af.
Bewaar de cassette niet op de grond. Als de tonercassette uit de printer
wordt verwijderd, moet de cassette altijd worden bewaard conform de
volgende richtlijnen:
In de beschermhoes van de originele verpakking.
Bewaar de cassette vlak liggend (niet rechtopstaand) met dezelfde kant
naar boven als in het apparaat.
Bewaar geen verbruiksartikelen onder de volgende omstandigheden:
- in temperaturen boven 40
°C
,
- in een omgeving met een luchtvochtigheid van minder dan 20% of
meer dan 80%,
- in een omgeving met extreme temperatuur- of
vochtigheidsschommelingen,
- in direct zon- of kunstlicht,
- op stoffige plaatsen,
- in een auto gedurende een lange periode,
- in een omgeving met corrosieve dampen,
- in een omgeving met zilte lucht.
Instructies voor het hanteren van cassettes
Raak het oppervlak van de fotogeleidende drum in de cassette niet aan.
Stel de cassette niet bloot aan onnodige trillingen of schokken.
Draai de drum nooit handmatig, vooral niet in de omgekeerde richting,
want hierdoor kan de cassette binnenin worden beschadigd en gaan
lekken.
Gebruik van tonercassettes van andere merken dan
Samsung en bijgevulde tonercassettes
Het gebruik van tonercassettes van een ander merk dan Samsung in uw
printer wordt door Samsung Electronics niet aangeraden noch
goedgekeurd. Hetzelfde geldt voor generieke, bijgevulde of gereviseerde
tonercassettes, alsook tonercassettes van een bepaald winkelmerk.
De printergarantie van Samsung dekt geen schade aan het apparaat
die veroorzaakt is door het gebruik van een bijgevulde of gereviseerde
tonercassette of een tonercassette van een ander merk dan
Samsung.
Geschatte gebruiksduur van tonercassette
De geschatte gebruiksduur van een tonercassette is afhankelijk van de
hoeveelheid toner die nodig is voor uw afdruktaken. De eigenlijke capaciteit
kan variëren afhankelijk van de afdrukdichtheid van de pagina’s waarop u
afdrukt, de omgeving, de tijd tussen de afdruktaken, het type media en het
mediaformaat. Als u bijvoorbeeld veel afbeeldingen afdrukt, ligt het
tonerverbruik hoog en moet u de cassette sneller vervangen.
Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw
apparaat
U mag het apparaat bij het verplaatsen niet ondersteboven of op zijn kant
houden. Er kan immers toner vrijkomen binnenin het apparaat waardoor er
schade aan het apparaat kan ontstaan of de afdrukkwaliteit kan
verslechteren.
Problemen oplossen_ 55
8.Problemen oplossen
In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
Toner herverdelen
Tips om papierstoringen te voorkomen
Papierstoringen verhelpen
Andere problemen oplossen
Toner herverdelen
Als de tonercassette bijna leeg is:
Verschijn
en er witte strepen of lichtere vlekken op de afdruk.
Knippert de
-LED rood.
In dat geval kunt u de afdrukkwaliteit ti
jdelijk verbeteren door de resterende
toner in de tonercassette te herverdelen. Soms blijven die witte strepen of
lichtere gebieden voorkomen, zelfs nadat de toner is herverdeeld.
1. Ope
n de bovenklep.
Zorg dat de uitvoerlade dicht is als u de bovenklep opent.
2. Verwijd
er de tonercassette.
3. Rol de cassette vijf tot zes keer heen en weer om de toner gelijkmatig te
verdelen.
Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met
een droge doek en was de kleding in koud water. Als u warm water
gebruikt, hecht de toner zich aan de stof.
Raak de drum in de tonercassette of beeldeenheid niet aan. Neem
de cassette vast bij de handgreep zodat u de onderzijde niet hoeft
aan te raken.
4. H
oud de tonercassette bij de handgreep vast en plaats de cassette
voorzichtig in de opening van het apparaat.
De nokken aan de zijkanten van de cassette en de corresponderende
g
roeven in het apparaat leiden de cassette in de juiste positie totdat
deze vastklikt.
5. Sluit de bovenklep. Controleer of de klep goed dicht is.
Tips om papierstoringen te voorkomen
U kunt de meeste papierstoringen voorkomen door het juiste type
afdrukmedia te gebruiken. Raadpleeg de volgende richtlijnen als er een
papierstoring optreedt:
Z
org ervoor dat de verstelbare geleiders correct zijn ingesteld. (Zie
"Papier in de lade plaatsen" op pagina 35.)
Pl
aats niet te veel papier in de lade. Zorg dat de papierstapel niet boven
de maximummarkering aan de binnenzijde van de lade uitkomt.
Ve
rwijder geen papier uit de papierlade tijdens het afdrukken.
Bu
ig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voor u
het in de lade plaatst.
Gebruik geen gekreukt, vochtig of sterk gekruld papier.
Pl
aats geen verschillende soorten papier in een lade.
Geb
ruik alleen aanbevolen afdrukmedia.
Z
org dat het afdrukmateriaal in de lade wordt geplaatst met de juiste
zijde naar boven. (Zie "Papier in de lade plaatsen" op pagina 35.)
D
ruk bij dubbelzijdig afdrukken één vel papier tegelijk af met behulp van
. (Zie "Dubbelzijdig afdrukken (handmatig)" op pagina 42.)
Druk bij afdrukken op speciaal papier één vel tegelijk af met behulp van
. (Zie "Handmatige invoer in de lade" op pagina 35.)
Problemen oplossen_ 56
Papierstoringen verhelpen
Als het papier vastloopt, licht de -LED op het bedieningspaneel oranje
op. Zoek en verwijder het vastgelopen papier.
Open bovenklep en sluit deze vervolgens om verder te gaan met afdrukken
nadat het vastlopen papier is verwijderd.
Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam naar buiten om
te voorkomen dat het scheurt. Volg de aanwijzingen in de volgende
hoofdstukken om de papierstoring te verhelpen.
In de papierlade
Klik op deze koppeling om een filmpje te openen over het verwijderen
van vastgelopen papier.
1. Als de uitvoerlade geopend is, sluit u deze eerst.
2. Ope
n en sluit de bovenklep. Het vastgelopen papier wordt automatisch
uitgevoerd. Zorg dat de uitvoerlade open is voordat het papier uit het
apparaat wordt gevoerd.
Als het papier niet uit het apparaat komt, gaat u door met de volgende
stap.
3. Verwijd
er het vastgelopen papier door het voorzichtig in een rechte lijn
naar buiten te trekken.
Als het papier niet beweegt wanneer u eraan trekt, of als u in dat gebied
geen papier ziet, kijkt u binnen in het apparaat. (Zie "Binnen in het
apparaat" op pagina 56.)
Binnen in het apparaat
Klik op deze koppeling om een filmpje te openen over het verwijderen
van vastgelopen papier.
Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Zorg dat u uw vingers niet
verbrandt als u papier verwijdert uit dit gebied.
1. Als de uitvoerlade geopend is, sluit u deze eerst.
2. Ope
n en sluit de bovenklep. Het vastgelopen papier wordt automatisch
uitgevoerd. Zorg dat de uitvoerlade open is voordat het papier uit het
apparaat wordt gevoerd.
Als het papier niet uit het apparaat komt, gaat u door met de volgende
stap.
3. Sluit
de uitvoerlade en open de bovenklep.
4. Ope
n de klep van de fixeereenheid.
.
5. Ve
rwijder het vastgelopen papier door het voorzichtig in een rechte lijn
naar buiten te trekken.
Wanneer u geen vastgelopen papier ziet, gaat u door met de volgende
stap.
6. Ve
rwijder de tonercassette.
Problemen oplossen_ 57
7. Verwijder het vastgelopen papier door het voorzichtig in een rechte lijn
naar buiten te trekken.
8. Plaats de tonercassette terug in het apparaat.
9. Open de klep van de fixeereenheid.
10. Sluit de bove
nklep en open de uitvoerlade. De printer gaat automatisch
door met afdrukken.
Andere problemen oplossen
In het onderstaande overzicht vindt u een aantal mogelijke problemen met
de bijbehorende oplossingen. Voer de stappen uit in de aangegeven
volgorde tot het probleem is verholpen. Neem contact op met de
klantenservice als het probleem zich blijft voordoen.
Overige mogelijke problemen:
Zie
"Stroomproblemen" op pagina 57.
Zie
"Problemen met papierinvoer" op pagina 58.
Zie
"Afdrukproblemen" op pagina 58.
Zie
"Problemen met de afdrukkwaliteit" op pagina 60.
Zie
"Veelvoorkomende problemen onder Windows" op pagina 62.
Zie
"Veelvoorkomende problemen onder Linux" op pagina 63.
Zie
"Veelvoorkomende problemen onder Macintosh" op pagina 63.
Stroomproblemen
Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over het oplossen
van problemen met de voeding.
Probleem Voorgestelde oplossingen
Het apparaat
krijgt geen
stroom,
of de
verb
indingskabel
tussen de
computer en het
apparaat is niet
goed
aangesloten.
Stee
k het netsnoer in en druk op (Aan/
Uit) op het bedieningspaneel.
Maak de kabel van het apparaat los en sluit
hem opnieuw aan.
Problemen oplossen_ 58
Problemen met papierinvoer
Probleem Voorgestelde oplossingen
Papier loopt vast
tijdens het
afdrukken.
Verwijder het vastgelopen papier. (Zie
"Papierstoringen verhelpen" op pagina 56
.)
Papier kleeft aan
elkaar.
Controleer de maximale papiercapaciteit van
de lade. (Zie "Specificaties van het
afdrukmateriaal" op pagina 68.)
Z
org dat u een geschikte papiersoort gebruikt.
(Zie "Specificaties van het afdrukmateriaal" op
pagina 68.)
Ha
al het papier uit de lade en buig het of
waaier het uit.
In vochtige omstandigheden kunnen
bepaalde papiersoorten aan elkaar blijven
kleven.
Invoerprobleem met
een aantal vellen
tegelijk.
Er kan niet meer dan één papiersoort tegelijk in
de lade worden geplaatst. Plaats alleen papier
van dezelfde soort en hetzelfde formaat en
gewicht.
Afdrukpapier wordt
niet ingevoerd.
Verwijder eventuele vastgelopen papier in het
apparaat.
He
t papier werd niet goed in de lade
geplaatst. Verwijder het papier en plaats het
op de juiste manier in de lade.
Er ligt te
veel papier in de lade. Verwijder het
teveel aan papier.
He
t papier is te dik. Gebruik alleen papier dat
aan de specificaties van het apparaat voldoet.
(Zie "Specificaties van het afdrukmateriaal" op
pagina 68
.)
Het papier blijft
vastlopen.
Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het
teveel aan papier. Gebruik de handmatige
invoer als u afdrukt op speciaal materiaal.
U geb
ruikt een verkeerde papiersoort.
Gebruik alleen papier dat aan de specificaties
van het apparaat voldoet. (Zie "Specificaties
van het afdrukmateriaal" op pagina 68.)
Er zitten mogelijk materiaalresten in het
apparaat. Open de bovenklep en verwijder de
resten.
Transparanten
kleven aan elkaar in
de
papieruitvoerlade.
Gebruik alleen transparanten die speciaal voor
laserprinters zijn bedoeld. Verwijder elke
transparant zodra het is uitgevoerd.
Enveloppen trekken
scheef of worden
niet goed ingevoerd.
Zorg dat de papiergeleiders aan beide kanten
van de envelop goed zijn ingesteld (ze moeten
de envelop net raken).
Afdrukproblemen
Probleem
Mogelijke
oorzaak
Voorgestelde oplossingen
Het apparaat
drukt niet af.
Het apparaat krijgt
geen stroom.
Controleer of het netsnoer is
aangesloten.
Het apparaat is
ni
et als
standaardprinter
geselecteerd.
Selecteer uw printer als de
standaardprinter in Windows.
Controleer het volgende:
De bovenklep is niet gesloten. Sluit de bovenklep.
Er is een pa
pierstoring opgetreden. Verwijder het
vastgelopen papier. (Zie "Papierstoringen verhelpen" op
pagina 56.)
De
papierlade is leeg. Plaats papier. (Zie "Papier in de
lade plaatsen" op pagina 35.)
Er
is geen tonercassette geplaatst. Plaats de
tonercassette.
Neem contact op met de klantenservice als er een
systeemfout optreedt.
De
verbi
ndingskabel
tussen de
computer en het
apparaat is niet
goed aangesloten.
Maak de kabel van het apparaat los
e
n sluit hem opnieuw aan.
De
verbi
ndingskabel
tussen de
computer en het
apparaat is
mogelijk defect.
Sluit de kabel indien mogelijk aan op
een andere computer die naar
behoren werkt en druk een document
af. U kunt ook proberen om een
andere kabel voor uw apparaat te
gebruiken.
De poortinstelling
is verkeerd
.
Controleer de printerinstellingen in
Windows om vast te stellen of de
afdruktaak naar de juiste poort wordt
gestuurd. Als uw computer meerdere
poorten heeft controleert u of het
apparaat op de juiste poort is
aangesloten.
Het apparaat is
moge
lijk niet goed
geconfigureerd.
Controleer de Voo
rkeursinstellingen
voor afdrukken om na te gaan of alle
afdrukinstellingen correct zijn. (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op
pagina 40.)
Het
prin
terstuurprogra
mma is mogelijk
niet goed
geïnstalleerd.
Herstel de software van het apparaat
(zie "Het stuurprogramma installeren
voor een USB-apparaat" op
pagina 28).
Het apparaat werkt
ni
et goed.
Controleer of de LED’s op het
bedieningspaneel een systeemfout
aangeven. Als de fout zich blijft
voordoen, neem dan contact op
met de klantenservice.
U kunt een
foutbericht ook
controleren vanuit de Printerstatus
of Smart Panel op uw computer.
Problemen oplossen_ 59
Het apparaat
drukt niet af.
Het document is zo
groot dat er
onvoldoende
ruimte is op de
harde schijf van de
computer om
toegang te krijgen
tot de afdruktaak.
Wijs meer ruimte op de harde schijf
van de computer toe aan spooling en
probeer nogmaals af te drukken.
Het apparaat
haalt papier
uit de
verkeerde
invoerbron.
De papieroptie die
in de
Voorkeursinstelli
ngen voor
afdrukken is
geselecteerd is
mogelijk onjuist.
In veel softwaretoepassingen kan de
lade worden geselecteerd op het
tabblad Papier in de
Voorkeursinstellingen voor
afdrukken Selecteer de juiste
papierbron. Raadpleeg Help bij het
printerstuurprogramma. (Zie
"Voorkeurinstellingen openen" op
pagina 40.)
Een
afdruktaak
wordt uiterst
langzaam
afgedrukt.
De afdruktaak is
mogelijk zeer
complex.
Maak de pagina minder complex of
wijzig de instellingen voor de
afdrukkwaliteit.
De helft van
de pagina is
leeg.
De afdrukstand
werd mogelijk
verkeerd ingesteld.
Wijzig de afdrukstand in het
desbetreffende programma.
Raadpleeg Help bij het
printerstuurprogramma.
Het ingestelde
papierformaat
stemt niet overeen
met het formaat
van het papier in
de lade.
Controleer of het papierformaat dat is
ingesteld in het
printerstuurprogramma overeenstemt
met het papier in de papierlade.
Controleer of het papierformaat dat is
ingesteld in het
printerstuurprogramma overeenstemt
met het papier dat is geselecteerd in
het programma dat u gebruikt.
Het apparaat
drukt wel af,
maar de
tekst is niet
correct,
vervormd of
niet
compleet.
De kabel van het
apparaat zit los of
is defect.
Maak de kabel van het apparaat los
en sluit hem opnieuw aan. Druk een
document af dat u eerder wel correct
hebt kunnen afdrukken. Sluit kabel en
apparaat indien mogelijk aan op een
andere computer en druk een
document af dat u eerder wel correct
hebt kunnen afdrukken. Als dit alles
niet helpt, probeert u een nieuwe
printerkabel.
Het verkeerde
printerstuurprogra
mma is
geselecteerd.
Controleer in het afdrukmenu van de
toepassing of u de juiste printer hebt
geselecteerd.
De
softwaretoepassin
g werkt niet naar
behoren.
Probeer een document af te drukken
vanuit een andere toepassing.
Het
besturingssysteem
werkt niet naar
behoren.
Sluit Windows af en start de computer
opnieuw op. Schakel het apparaat uit
en weer in.
Probleem
Mogelijke
oorzaak
Voorgestelde oplossingen
Er worden
blanco
pagina’s
"afgedrukt".
De tonercassette is
leeg of
beschadigd.
Herverdeel de toner indien nodig.
Vervang indien nodig de
tonercassette.
Het bestand bevat
mogelijk blanco
pagina’s.
Controleer of het bestand blanco
pagina’s bevat.
Er is mogelijk een
onderdeel van het
apparaat defect
(bijvoorbeeld de
controller of het
moederbord).
Neem contact op met een
medewerker van de klantenservice.
Het apparaat
drukt
PDF-bestand
en niet juist
af. Sommige
delen van
afbeeldingen
, tekst of
illustraties
ontbreken.
Incompatibiliteit
tussen het
PDF-bestand en
de
Acrobat-producten.
Het bestand kan worden afgedrukt
door het PDF-bestand af te drukken
als een afbeelding. Schakel Print As
Image uit de afdrukopties van
Acrobat in.
Een PDF-bestand als
afbeelding afdrukken neemt
meer tijd in beslag.
De foto’s
worden niet
goed
afgedrukt. De
afbeeldingen
zijn niet
duidelijk.
De resolutie van de
foto is erg laag.
Maak de foto kleiner. Als u de foto in
de softwaretoepassing vergroot,
vermindert de resolutie.
Er komt voor
het
afdrukken
stoom uit het
apparaat ter
hoogte van
de
uitvoerlade.
Het gebruik van
geperforeerd
papier kan
aanleiding geven
tot de verspreiding
van dampen
tijdens het
afdrukken.
Dit is geen probleem. Ga gewoon
door met afdrukken.
Het apparaat
drukt geen
speciaal
papier zoals
rekeningpapi
er af.
Papierformaat en
papierformaatinstel
ling komen niet
overeen.
Stel het juiste papierformaat in onder
Bewerken... op het tabblad Papier in
Voorkeursinstellingen voor
afdrukken (Zie
"Voorkeurinstellingen
openen" op pagina 40.)
Probleem
Mogelijke
oorzaak
Voorgestelde oplossingen
Problemen oplossen_ 60
Problemen met de afdrukkwaliteit
Vuil aan de binnenkant van het apparaat of verkeerd geplaatst papier kan
leiden tot een verminderde afdrukkwaliteit. Raadpleeg de onderstaande
tabel om het probleem te verhelpen.
Probleem Voorgestelde oplossingen
Lichte of vage
afdrukken
Als u een verticale witte strook of vaag
gedeelte op de afdruk ziet is de toner bijna
op. Door de resterende toner over de
cassette te verdelen kunt u er waarschijnlijk
nog een aantal afdrukken mee maken. (Zie
"Toner herverdelen" op pagina 55.) Als de
afdrukkwaliteit hierdoor niet verb
etert, moet u
een nieuwe tonercassette plaatsen.
Mogelijk voldoet het papier niet aan de
papierspecificaties. Het papier kan
bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn. (Zie
"Specificaties van het afdrukmateriaal" op
pagina 68.)
Als de he
le pagina te licht is, is de
afdrukresolutie te laag ingesteld of staat het
apparaat in de tonerspaarstand. Wijzig de
afdrukresolutie en schakel de
tonerspaarstand uit. Raadpleeg Help bij het
printerstuurprogramma.
Een
combinatie van vage plekken en vegen
kan erop wijzen dat de tonercassette
gereinigd moet worden. (Zie "De binnenkant
reinigen" op pagina 53.)
Tonervlekken
Het papier voldoet mogelijk niet aan de
specificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te
vochtig of te ruw zijn. (Zie "Specificaties van
het afdrukmateriaal" op pagina 68.)
De
transportrol is mogelijk vuil. Reinig de
binnenkant van het apparaat. Neem contact
op met een medewerker van de
klantenservice.
He
t papierpad is mogelijk aan een
reinigingsbeurt toe. Neem contact op met een
medewerker van de klantenservice.
Onregelmatigheden Als op willekeurige plaatsen vage, doorgaans
ronde, plekken verschijnen:
Er zit moge
lijk een slecht vel tussen het
papier. Druk het document opnieuw af.
Het vochtgehalte van het papier is niet op
alle plaatsen gelijk of het papier bevat
vochtplekken. Probeer papier van een ander
merk. (Zie "Specificaties van het
afdrukmateriaal" op pagina 68.)
De
hele partij papier is niet in orde.
Problemen tijdens de productie kunnen ertoe
leiden dat sommige delen toner afstoten.
Probeer een ander soort of merk papier.
Stel de resol
utie van de printer anders in en
probeer het opnieuw. Ga naar
Voorkeursinstellingen voor afdrukken,
klik op het tabblad Papier en stel het type in
op Dik papier. (Zie "Voorkeurinstellingen
openen" op pagina 40.)
Als het probl
eem hiermee niet kan worden
opgelost neemt u contact op met een
medewerker van de klantenservice.
Witte vlekken
Er verschijnen witte vlekken op de pagina:
He
t papier is te ruw en er valt veel vuil vanaf
het papier op de interne onderdelen van het
apparaat waardoor de rol vuil kan zijn.
Reinig de binnenkant van het apparaat. (Zie
"De binnenkant reinigen" op pagina 53.)
He
t papierpad is mogelijk aan een
reinigingsbeurt toe. (Zie "De binnenkant
reinigen" op pagina 53.)
Verticale strepen
G
Als de pagina zwarte verticale strepen vertoont:
Er
zitten mogelijk krassen op het oppervlak
(drumgedeelte) van de tonercassette.
Verwijder de tonercassette en plaats een
nieuwe. (Zie "De tonercassette vervangen"
op pagina 65.)
Als de pagina witte verticale
strepen vertoont:
He
t oppervlak van het LSU-gedeelte in het
apparaat kan vuil zijn. (Zie "De binnenkant
reinigen" op pagina 53.)
Zwarte achtergrond Als er in lichte gedeelten te veel toner wordt
gebruikt (grijze achtergrond):
Gebrui
k papier met een kleiner gewicht. (Zie
"Specificaties van het afdrukmateriaal" op
pagina 68.)
Co
ntroleer de omgevingsvoorwaarden:
bijzonder droge omstandigheden of een
hoge luchtvochtigheid (meer dan 80% RV)
kunnen aanleiding geven tot een grijzere
achtergrond.
Verwi
jder de oude tonercassette en plaats
een nieuwe. (Zie "De tonercassette
vervangen" op pagina 65.)
Probleem Voorgestelde oplossingen
Problemen oplossen_ 61
Tonervegen Als er tonervlakken op de pagina verschijnen:
R
einig de binnenkant van het apparaat. (Zie
"De binnenkant reinigen" op pagina 53.)
C
ontroleer de papiersoort en de kwaliteit van
het papier. (Zie "Specificaties van het
afdrukmateriaal" op pagina 68.)
Ve
rwijder de tonercassette en installeer een
nieuwe. (Zie "De tonercassette vervangen"
op pagina 65.)
Verticaal
teru
gkerende
afwijkingen
Als de bedrukte zijde van de pagina met gelijke
intervallen afwijkingen vertoont:
De
tonercassette is mogelijk defect. Als u
nog steeds dezelfde problemen ondervindt,
verwijdert u de tonercassette en plaatst u
een nieuwe. (Zie "De tonercassette
vervangen" op pagina 65.)
Er zi
t mogelijk toner op sommige onderdelen
van het apparaat. Als de afwijkingen zich op
de achterkant van de pagina bevinden zal
het probleem waarschijnlijk na enkele
pagina’s vanzelf verdwijnen.
D
e fixeereenheid kan beschadigd zijn. Neem
contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Schaduwvlekken
A
Schaduwvlekken worden veroorzaakt door
kleine hoeveelheden toner die willekeurig
verspreid op de afdruk voorkomen.
Misschien is het papier te vochtig. Probeer af
te drukken op een nieuw uitgepakte stapel
papier. Maak een pak papier pas open op
het moment dat u het gaat gebruiken zodat
het papier niet te veel vocht opneemt.
W
ijzig de afdruklay-out als er
schaduwvlekken verschijnen op een envelop
om te voorkomen dat er wordt afgedrukt op
een gebied met overlappende naden aan de
rugzijde. Afdrukken op naden kan problemen
veroorzaken.
Al
s het gehele oppervlak van een afgedrukte
pagina wordt bedekt met schaduwvlekken,
kiest u een andere afdrukkwaliteit in het
softwareprogramma of in de
Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
(Zie "Voorkeurinstellingen openen" op
pagina 40
.)
Probleem Voorgestelde oplossingen
Rond vette tekens of
afbeeldingen
bevinden zich
tonerdeeltjes
Mogelijk hecht de toner niet op de juiste manier
aan dit type papier.
W
ijzig de printeroptie en probeer het
opnieuw.
Ga naar Voorkeursinstellingen voor
afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel
het papiertype in op Kringlooppapier.
Misvormde tekst
Als tekst er vervormd uitziet ('uitgehold' effect)
is het papier mogelijk te glad. Probeer een
ander soort papier. (Zie "Specificaties van het
afdrukmateriaal" op pagina 68.)
Papier schuin
AaBbC
AaBbC
AaBbC
AaBbCc
AaBbCc
Plaats het papier op de juiste manier in de
lade.
Con
troleer de papiersoort en de kwaliteit van
het papier. (Zie "Specificaties van het
afdrukmateriaal" op pagina 68.)
Let erop da
t de geleiders niet te dicht en niet
te ver af staan van de stapel papier.
Gekruld of gegolfd Plaats het papier op de juiste manier in de
lade.
Con
troleer de papiersoort en de kwaliteit van
het papier. Papier kan krullen als de
temperatuur of de vochtigheid te hoog is. (Zie
"Specificaties van het afdrukmateriaal" op
pagina 68.)
Draai
de stapel papier in de lade om. Probeer
ook eens het papier 180° te draaien in de
lade.
Vouwen of kreuken
Plaats het papier op de juiste manier in de
lade.
Controleer de papiersoort en de kwaliteit van
het papier. (Zie "Specificaties van het
afdrukmateriaal" op pagina 68.)
Draai de stapel papier in de lade om. Probeer
ook eens het papier 180° te draaien in de
lade.
Probleem Voorgestelde oplossingen
Problemen oplossen_ 62
Veelvoorkomende problemen onder Windows
Probleem Voorgestelde oplossingen
Tijdens de installatie
verschijnt het
bericht "Bestand in
gebruik".
Sluit alle softwaretoepassingen af. Verwijder alle
software uit de opstartgroep en start vervolgens
Windows weer op. Installeer het
printerstuurprogramma opnieuw.
Het bericht
"Algemene
beschermingsfout",
"OE-uitzondering",
"Spool 32" of
"Ongeldige
bewerking"
verschijnt.
Sluit alle andere toepassingen af, start Windows
opnieuw op en probeer opnieuw af te drukken.
Het bericht "Kan niet
afdrukken" of "Er is
een time-outfout in
de printer
opgetreden"
verschijnt.
Deze berichten kunnen tijdens het afdrukken
verschij
nen. Wacht tot het apparaat klaar is met
afdrukken. Als het bericht verschijnt in
gereedmodus of nadat de afdruk is voltooid,
controleert u de aansluiting en gaat u na of er
een fout is opgetreden.
Raadpleeg de gebruikershandleiding van Microsoft Windows die met
uw computer is meegeleverd voor meer informatie over foutmeldingen
in Windows.
Achterkant van
afdrukken is vuil
Een tonercassette lekt mogelijk. Reinig de
binnenkant van het apparaat. (Zie "De
binnenkant reinigen" op pagina 53.)
Eén vaste kleur of
zwa
rte pagina’s
A
De tonercassette werd mogelijk niet goed
geplaatst. Verwijder de cassette en plaats ze
opnieuw.
De
tonercassette is mogelijk defect. Verwijder
de tonercassette en plaats een nieuwe. (Zie
"De tonercassette vervangen" op pagina 65.)
He
t apparaat moet mogelijk worden
gerepareerd. Neem contact op met een
medewerker van de klantenservice.
Losse toner
Reinig de binnenkant van het apparaat. (Zie
"De binnenkant reinigen" op pagina 53.)
Co
ntroleer de papiersoort en de kwaliteit van
het papier. (Zie "Specificaties van het
afdrukmateriaal" op pagina 68.)
Verwi
jder de tonercassette en installeer een
nieuwe. (Zie "De tonercassette vervangen" op
pagina 65.)
Lo
st dit het probleem niet op, dan moet het
apparaat mogelijk worden hersteld. Neem
contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Openingen in tekens
A
Letters worden onvolledig afgedrukt omdat er
witte plekken verschijnen op plaatsen die zwart
zouden moeten zijn:
Al
s dit probleem optreedt bij transparanten
probeert u een ander soort transparant.
Omwille van de samenstelling van de
transparanten zijn enkele onvolledige tekens
normaal.
Misschien drukt u
af op de verkeerde kant
van het papier. Verwijder het papier en draai
het om.
H
et papier voldoet mogelijk niet aan de
papierspecificaties. (Zie "Specificaties van
het afdrukmateriaal" op pagina 68.)
Probleem Voorgestelde oplossingen
Horizontale strepen
AaBbC
AaBbC
AaBbC
AaBbC
AaBbC
Controleer bij horizontale zwarte strepen of
vegen het volgende:
De
tonercassette werd mogelijk onjuist
geplaatst. Verwijder de cassette en plaats ze
opnieuw.
De
tonercassette is mogelijk defect.
Verwijder de tonercassette en plaats een
nieuwe. (Zie "De tonercassette vervangen"
op pagina 65.)
Lo
st dit het probleem niet op, dan moet het
apparaat mogelijk worden hersteld. Neem
contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Krullen
Als het afgedrukte papier opkrult of als het
papier niet wordt ingevoerd, doet u het
volgende:
Draa
i de stapel papier in de lade om.
Probeer ook eens het papier 180° te draaien
in de lade.
Stel de resol
utie van de printer anders in en
probeer het opnieuw. Ga naar de
Voorkeursinstellingen voor afdrukken,
klik op het tabblad Papier en stel het type in
op Dun papier. (Zie "Voorkeurinstellingen
openen" op pagina 40.)
Probleem Voorgestelde oplossingen
Problemen oplossen_ 63
Veelvoorkomende problemen onder Linux
Probleem Voorgestelde oplossingen
Het apparaat drukt
niet af.
Controleer of het printerstuurprogramma is
geïnstalleerd. Open Unified Driver
Configurator en selecteer het tabblad
Printers in het venster Printers
configuration om de lijst met beschikbare
printers weer te geven. Controleer of het
apparaat in de lijst staat. Als dit niet zo is,
opent u Add new printer wizard om uw
apparaat in te stellen.
Co
ntroleer of het apparaat is ingeschakeld.
Open Printers configuration en selecteer
uw apparaat uit de lijst met printers. Bekijk de
omschrijving in het paneel Selected printer.
Druk op de knop Start als de status de
tekenreeks Stopped bevat. Hierna zou het
apparaat weer normaal moeten werken. De
status "stopped" kan geactiveerd zijn
wanneer er zich problemen voordoen met het
afdrukken.
Controleer of er geen speciale afdrukoptie is
ingesteld voor de toepassing, zoals "-oraw".
Als de parameter "-oraw" is opgegeven in de
opdrachtregel verwijdert u deze om het
afdrukprobleem op te lossen. Voor Gimp
front-end kiest u "print" -> "Setup printer" en
bewerkt u de opdrachtregelparameter.
Het apparaat drukt
geen volledige
pagina’s af. Slechts
de helft van de
pagina wordt
afgedrukt.
Dit is een gekend probleem dat zich voordoet bij
gebruik van een kleurenprinter met versie 8.51
of een oudere versie van Ghostscript, 64-bits
Linux OS. Dit probleem is aan
bugs.ghostscript.com gemeld als Ghostscript
Bug 688252. Het probleem is opgelost in AFPL
Ghostscript versie 8.52 of een hogere versie.
Download de meest recente versie van AFPL
Ghostscript van http://sourceforge.net/projects/
ghostscript/ en installeer deze om dit probleem
op te lossen.
De foutmelding
"Cannot open port
device file"
verschijnt als ik een
document afdruk.
Wijzig nooit de parameters van een afdruktaak
(via
LPR GUI bijvoorbeeld) terwijl er een
afdruktaak wordt uitgevoerd. Diverse versies
van CUPS-server breken de afdruktaak af als de
afdrukopties worden gewijzigd en proberen
vervolgens de taak vanaf het begin opnieuw uit
te voeren. Aangezien Unified Linux Driver de
poort tijdens het afdrukken vergrendelt, blijft
deze vergrendeld door het abrupte afbreken van
de driver zodat de poort niet beschikbaar is voor
volgende afdruktaken. Als deze situatie zich
voordoet, probeert u de poort vrij te geven door
Release port te selecteren in Port
configuration.
Raadpleeg de gebruikershandleiding van Linux die met uw computer
werd meegeleverd voor meer informatie over Linux-foutberichten.
Veelvoorkomende problemen onder Macintosh
Probleem Voorgestelde oplossingen
Het apparaat drukt
PDF-bestanden niet
juist af. Sommige
delen van
afbeeldingen, tekst
of illustraties
ontbreken.
Het bestand kan worden afgedrukt door het
PDF
-bestand af te drukken als een afbeelding.
Schakel Print As Image uit de afdrukopties van
Acrobat in.
Een PDF-bestand als afbeelding
afdrukken neemt meer tijd in beslag.
Het document is
afgedrukt, maar de
afdruktaak is niet
verdwenen uit de
wachtrij in Mac OS X
10.3.2.
Werk uw Mac OS-versie bij tot Mac OS X 10.3.3
of hoger.
Bepaalde letters
worden niet normaal
weergegeven tijdens
het afdrukken van
het voorblad.
Mac OS kan het lettertype niet aanmaken tijdens
het afdrukken van het voorblad. Het
Nederlandse alfabet en Nederlandse cijfers
worden normaal weergegeven op het voorblad.
Als u op een
Macintosh-computer
een document
afdrukt met Acrobat
Reader 6.0 of hoger
worden de kleuren
niet op de juiste
wijze afgedrukt.
Controleer of de resolutie-instelling in uw
prin
terstuurprogramma overeenkomt met de
resolutie-instelling in Acrobat Reader.
Raadpleeg de gebruikershandleiding van Macintosh die met uw
computer is meegeleverd voor meer informatie over
Macintosh-foutmeldingen.
Verbruiksartikelen_ 64
9.Verbruiksartikelen
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u verbruiksartikelen en onderdelen voor het onderhoud van uw apparaat kunt
aanschaffen.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
Aankoopmogelijkheden
Verkrijgbare verbruiksartikelen
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud
De tonercassette vervangen
De beschikbare accessoires kunnen verschillen van land tot land.
Neem contact op met uw verkoper om de lijst met beschikbare
accessoires te ontvangen.
Aankoopmogelijkheden
Als u door Samsung goedgekeurde verbruiksartikelen, accessoires of
reserveonderdelen wilt bestellen, neem dan contact op met de lokale
Samsung-handelaar of verdeler bij wie u de printer hebt gekocht. U kunt ook
surfen naar www.samsung.com/supplies en uw
land/regio selecteren voor
informatie over het aanvragen van technische ondersteuning.
Verkrijgbare verbruiksartikelen
Als de verbruiksartikelen het einde van hun levensduur naderen kunt u de
volgende verbruiksartikelen voor uw apparaat bestellen:
Modelnummer
104 (MLT-D104S): verkrijgbaar in alle regio's behalve de regio's die
worden vermeld onder Regio A en B.
104
2 (MLT-D1042S): Regio A
a
a.Regio A: Albanië, Oostenrijk, België, Bosnië, Bulgarije, Kroatië,
Cyprus, Tsjechische Republiek, Denemarken, Estland, Finland,
Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Italië, Letland, Litouwen,
Macedonië, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Roemenië,
Servië, Slowakije, Slovenië, Spanje, Zweden, Zwitserland, VK.
104
3 (MLT-D1043S): Regio B
b
:
b.Regio B: China, Bangladesh, India, Nepal, Oekraïne, Vietnam.
104
(MLT-D104X): niet in alle regio's verkrijgbaar.
*Raadpleeg uw lokale Samsung-website voor de beschikbaarheid.
Zie "De tonercassette vervangen" op pagina 65 voor het vervangen van de
tonercassette.
De levensduur van de tonercassette kan variëren afhankelijk van de
opties en de taakmodus.
U moet tonercassettes en andere verbruiksartikelen aankopen in het
land waar u het apparaat hebt gekocht. De verbruiksartikelen zijn
mogelijk immers niet compatibel met uw apparaat omdat de
systeemconfiguratie verschilt van land tot land.
Samsung raadt het gebruik van niet-originele
Samsung-tonercassettes (bijv. hervulde of gereviseerde
tonercassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van niet-originele
Samsung-tonercassettes niet garanderen. Onderhoud en reparaties
die vereist zijn als gevolg van het gebruik van niet-originele
Samsung-tonercassettes vallen niet onder de garantie van het
apparaat.
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud
Om kwaliteits- en doorvoerproblemen als gevolg van versleten onderdelen
te vermijden en ervoor te zorgen dat uw printer goed blijft presteren moeten
de volgende onderdelen vervangen worden zodra het opgegeven aantal
afdrukken is bereikt of de levensduur van het desbetreffende onderdeel is
verstreken.
Onderdelen
Gemiddeld aantal
afdrukken
a
a.De afdruksnelheid is afhankelijk van het gebruikte
besturingssysteem, de snelheid van de computer, de gebruikte
toepassing, de verbindingsmethode, het type en formaat van de
afdrukmedia en de complexiteit van de taak.
Transportrol Ongeveer 30.000
pagi
na’s
ROLLER-TRANSF
ER
Fixeereenheid Ongeveer 30.000
pagi
na’s
FUSER
Opneemrol Ongeveer 30.000
pagi
na’s
ROLLER-PICK UP
Neem contact op met de winkel waar u het appa
raat hebt gekocht om
reserveonderdelen te kopen.
Laat onderdelen voor onderhoud alleen vervangen door een erkende
d
ienstverlener of door de leverancier of winkel waar u het apparaat
hebt gekocht. De vervanging van onderdelen waarvan de gemiddelde
gebruiksduur is verstreken, wordt niet gedekt door de garantie.
Naam van het
onderdeel
Verbruiksartikelen_ 65
De tonercassette vervangen
Klik op deze koppeling om een filmpje te openen over het vervangen
van een tonercassette.
De tonercassette heeft de geschatte gebruiksduur bereikt:
het ve
nster van het programma Printerstatus of Smart Panel verschijnt
op het scherm van uw computer en geeft aan dat u de tonercassette
moet vervangen.
Sto
pt het apparaat met afdrukken.
Dit betekent dat de tonercassette moet worden vervangen. Noteer het
modelnummer van de tonercassette in het apparaat. (Zie "Verkrijgbare
verbruiksartikelen" op pagina 64.)
1. Ope
n de bovenklep.
Zorg dat de uitvoerlade dicht is als u de bovenklep opent.
2. Verwijd
er de tonercassette.
3. Neem een nieuwe tonercassette uit de verpakking.
4. Verwijd
er de beschermende kap van de tonercassette.
5. Schud de cassette vijf tot zes keer heen en weer om de toner in de
cassette gelijkmatig te verdelen. Zo zorgt u ervoor dat u het maximum
aantal kopieën per cassette kunt maken.
Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met
een droge doek en was de kleding in koud water. Als u warm water
gebruikt, hecht de toner zich aan de stof.
Raak de drum in de tonercassette of beeldeenheid niet aan. Neem
de cassette vast bij de handgreep zodat u de onderzijde niet hoeft
aan te raken.
6. H
oud de tonercassette bij de handgreep vast en plaats de cassette
voorzichtig in de opening van het apparaat.
De nokken aan de zijkanten van de cassette en de corresponderende
g
roeven in het apparaat leiden de cassette in de juiste positie tot ze
vastklikt.
7. Sluit de bovenklep. Controleer of de klep goed dicht is.
Specificaties_ 66
10.Specificaties
Dit hoofdstuk behandelt de belangrijkste specificaties van het apparaat.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
Hardwarespecificaties
Omgevingsvoorwaarden
Elektrische specificaties
Specificaties van h
et afdrukmateriaal
De lijst hieronder bevat de specificaties. Deze specificaties kunnen zonder zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Ga naar
www.samsung.com/printer voor actuele informatie.
Hardwarespecificaties
Item Beschrijving
Afmetingen Hoogte 184 mm
Diepte 224 mm
Breedte
341 mm
Gewicht excl. beeldcartridge 4,2 kg
Omgevingsvoorwaarden
Item Beschrijving
Geluidsniveau
a
a.Geluidsdrukniveau, ISO 7779. Geteste configuratie: apparaat basisinstallatie, A4-papierformaat, enkelzijdig afdrukken.
Gereedmodus 26 dB (A)
Afdrukmodus
50 dB(A)
Temperatuur Werking
10 tot 32 °C
Opslag (zonder verpakking) 0 tot 40 °C
Relatieve luchtvochtigheid Werking 10 tot 80% RV
Opslag (zonder verpakking) 20 tot 80% RV
Specificaties_ 67
Elektrische specificaties
De stroomvereisten zijn gebaseerd op het land of de regio waar het apparaat wordt verkocht. De bedrijfsspanning mag niet worden gewijzigd. Doet u dit toch,
dan kan het apparaat beschadigd raken en vervalt de productgarantie.
Item Beschrijving
Voeding
a
a.Zie het typeplaatje op het apparaat voor het juiste voltage, de frequentie (hertz) en het type stroom voor uw apparaat.
Model dat op 110 volt werkt AC 110 - 127 V
Model dat op 220 volt werkt
AC 220 - 240 V
Stroomverbruik Gemiddelde bedrijfsmodus Minder dan 270 Watt
Gereedmodus Minder dan 40 Watt
Energiebesparende modus Minder dan 2,8 Watt
Uitgeschakelde toestand Minder dan 0,45 Watt
Specificaties_ 68
Specificaties van het afdrukmateriaal
Type Formaat
Afmetingen
Gewicht van het afdrukmateriaal
ba
a.Plaats het papier vel per vel in de lade als het afdrukmateriaal zwaarder is dan 120 g/m
2
.
/capaciteit
Normaal papier Letter 216 × 279 mm
60 tot 120 g/m
2
(bankpostpapier).
1
50 vellen van 80 g/m
2
(bankpostpapier).
60 tot 163 g/m
2
(bankpostpapier).
1
vel papier voor handmatige
invoer in de lade
Legal 216 × 356 mm
US Folio 216 × 330 mm
A4 210 × 297 mm
Oficio 216 × 343 mm
JIS B5 182 × 257 mm
ISO B5 176 × 250 mm
Executive 184 × 267 mm
A5 148 × 210 mm
Envelop Monarch-env. 98 × 191 mm
75 tot 90 g/m
2
(bankpostpapier).
1
vel papier voor handmatige invoer in de lade
Env. nr.10 105 × 241 mm
Envelop DL 110 × 220 mm
Envelop C5 162 × 229 mm
Dik papier Zie Normaal papier Zie Normaal papier
90 g/m
2
(bankpostpapier).
1
40 vellen
90 tot 163 g/m
2
(bankpostpapier).
1
vel papier voor handmatige
invoer in de lade
Dun papier Zie Normaal papier Zie Normaal papier
60 tot 70 g/m
2
(bankpostpapier).
1
vel papier voor handmatige invoer in de lade
Transparanten Letter, A4 Zie Normaal papier
138 tot 146 g/m
2
(bankpostpapier).
1
vel papier voor handmatige invoer in de lade
Etiketten
c
c. Gladheid: 100 tot 250 (Sheffield).
Letter, Legal, US
Folio, A4, JIS B5, ISO
B5, Exe
cutive, A5
Zie Normaal papier
120 tot 150 g/m
2
(bankpostpapier).
1
vel papier voor handmatige invoer in de lade
Kartonpapier Letter, Legal, US
Folio, A4, JIS B5, ISO
B5, Exe
cutive, A5
Zie Normaal papier
105 tot 163 g/m
2
(bankpostpapier).
1
vel papier voor handmatige invoer in de lade
Minimaal formaat (aangepast) 76 x 183 mm
60 tot 163 g/m
2
(bankpostpapier).
Maximaal formaat (aangepast) 216 × 356 mm
b.De maximumcapaciteit kan verschillen, afhankelijk van de omgevingsvoorwaarden en van het gewicht en de dikte van het afdrukmateriaal.
Lade Handmatige invoer in de lade
Contact SAMSUNG worldwide_ 69
Contact SAMSUNG worldwide
If you have any comments or questions regarding Samsung products, contact the Samsung customer care center.
Country/
Region
Customer Care Center Web Site
ARGENTINE 0800-333-3733 www.samsung.com
ARMENIA 0-800-05-555
AUSTRALIA 1300 362 603 www.samsung.com
AUSTRIA 0810-SAMSUNG (7267864,
€ 0.07/min)
www.samsung.com
AZERBAIJAN 088-55-55-555
BAHRAIN 8000-4726
BELARUS 810-800-500-55-500 www.samsung.ua
www.samsung.com/ua_ru
BELGIUM 02-201-24-18 www.samsung.com/be
(Dutch)
www.samsung.com/be_fr
(French)
BRAZIL 0800-124-421
4004-0000
www.samsung.com
CANADA 1-800-SAMSUNG
(726-7864)
www.samsung.com
CHILE 800-SAMSUNG (726-7864) www.samsung.com
CHINA 400-810-5858
010-6475 1880
www.samsung.com
COLOMBIA 01-8000112112 www.samsung.com
COSTA RICA 0-800-507-7267 www.samsung.com
CZECH
REPUBLIC
800-SAMSUNG
(800-726786)
www.samsung.com
Samsung Zrt., česká organizační složka, Oasis Florenc,
Sokolovská394/17, 180 00, Praha 8
DENMARK 70 70 19 70 www.samsung.com
ECUADOR 1-800-10-7267 www.samsung.com
EGYPT 0800-726786
EIRE 0818 717100 www.samsung.com
EL SALVADOR 800-6225 www.samsung.com
ESTONIA 800-7267 www.samsung.com
KAZAKHSTAN 8-10-800-500-55-500 www.samsung.com/kz_ru
KYRGYZSTAN 00-800-500-55-500
FINLAND 030-6227 515 www.samsung.com
FRANCE 01 48 63 00 00 www.samsung.com
GERMANY 01805 - SAMSUNG
(726-7864 € 0,14/min)
www.samsung.com
GEORGIA 8-800-555-555
GUATEMALA 1-800-299-0013 www.samsung.com
HONDURAS 800-7919267 www.samsung.com
HONG KONG (852) 3698-4698 www.samsung.com/hk
www.samsung.com/hk_en/
HUNGARY 06-80-SAMSUNG
(726-7864)
www.samsung.com
INDIA 3030 8282
1800 110011
1800 3000 8282
1800 266 8282
www.samsung.com
INDONESIA 0800-112-8888
021-5699-7777
www.samsung.com
ITALIA 800-SAMSUNG (726-7864) www.samsung.com
JAMAICA 1-800-234-7267 www.samsung.com
JAPAN 0120-327-527 www.samsung.com
JORDAN 800-22273
KSA 9200-21230 www.samsung.com
LATVIA 8000-7267 www.samsung.com
LITHUANIA 8-800-77777 www.samsung.com
LUXEMBURG 261 03 710 www.samsung.com
MALAYSIA 1800-88-9999 www.samsung.com
MEXICO 01-800-SAMSUNG
(726-7864)
www.samsung.com
MOLDOVA 00-800-500-55-500 www.samsung.ua
www.samsung.com/ua_ru
NETHERLANDS 0900-SAMSUNG
(0900-7267864) (€ 0,10/
min)
www.samsung.com
NEW ZEALAND 0800 SAMSUNG (0800 726
786)
www.samsung.com
NICARAGUA 00-1800-5077267 www.samsung.com
NORWAY 815-56 480 www.samsung.com
PANAMA 800-7267 www.samsung.com
Country/
Region
Customer Care Center Web Site
Contact SAMSUNG worldwide_ 70
PHILIPPINES 1800-10-SAMSUNG
(726-7864)
1-800-3-SAMSUNG
(726-7864)
1-800-8-SAMSUNG
(726-7864)
02-5805777
www.samsung.com
POLAND 0 801 1SAMSUNG
(172678)
022-607-93-33
www.samsung.com
PORTUGAL 80820-SAMSUNG
(726-7864)
www.samsung.com
PUERTO RICO 1-800-682-3180 www.samsung.com
QATAR 800-2255
REP. DOMINICA 1-800-751-2676 www.samsung.com
RUSSIA 8-800-555-55-55 www.samsung.ru
SINGAPORE 1800-SAMSUNG
(726-7864)
www.samsung.com
SLOVAKIA 0800-SAMSUNG
(726-7864)
www.samsung.com
SOUTH AFRICA 0860 SAMSUNG
(726-7864)
www.samsung.com
SPAIN 902-1-SAMSUNG(902 172
678)
www.samsung.com
SWEDEN 0771 726 7864
(SAMSUNG)
www.samsung.com
SWITZERLAND 0848-SAMSUNG (7267864,
CHF 0.08/min)
www.samsung.com
SYRIA 1825-22-73
TADJIKISTAN 8-10-800-500-55-500
TAIWAN 0800-329-999 www.samsung.com
THAILAND 1800-29-3232
02-689-3232
www.samsung.com
TRINIDAD &
TOBAGO
1-800-SAMSUNG
(726-7864)
www.samsung.com
TURKEY 444 77 11 www.samsung.com
U.A.E 800-SAMSUNG (726-7864) www.samsung.com
U.K 0845 SAMSUNG
(726-7864)
www.samsung.com
U.S.A 1-800-SAMSUNG
(726-7864)
www.samsung.com
UKRAINE 8-800-502-000 www.samsung.ua
www.samsung.com/ua_ru
Country/
Region
Customer Care Center Web Site
UZBEKISTAN 8-10-800-500-55-500 www.samsung.com/kz_ru
VENEZUELA 0-800-100-5303 www.samsung.com
VIETNAM 1 800 588 889 www.samsung.com
Country/
Region
Customer Care Center Web Site
Verklarende woordenlijst_ 71
Verklarende woordenlijst
De onderstaande woordenlijst helpt u vertrouwd te raken met het
product en de terminologie die in deze gebruikershandleiding wordt
gebruikt en verband houdt met afdrukken.
802.11
802.11 bevat een reeks standaarden voor
draadloze-netwerkcommunicatie (WLAN) ontwikkeld door het IEEE
LAN/MAN-Standards Committee (IEEE 802).
802.11b/g
802.11b/g kan dezelfde hardware delen over een bandbreedte van 2,4
GHz. 802.11b ondersteunt bandbreedtes tot 11 Mbps; 802.11g tot 54
Mbps. 802.11b/g-apparaten kunnen interferentie ondervinden van
microgolfovens, draadloze telefoons en Bluetooth-apparaten.
Toegangspunt
Een toegangspunt of draadloos toegangspunt (AP of WAP) is een
apparaat dat draadlozecommunicatieapparaten verbindt in een
draadloos netwerk (WLAN) en dienst doet als een centrale zender en
ontvanger van WLAN-radiosignalen.
ADF
De automatische documentinvoer (ADF) is een mechanisme dat
automatisch een origineel vel papier invoert zodat het apparaat een
gedeelte van het papier in één keer kan scannen.
AppleTalk
AppleTalk is een octrooirechtelijk beschermde suite van door Apple Inc
ontwikkelde protocollen voor computernetwerken. Deze suite was
opgenomen in de oorspronkelijke Macintosh (1984) en wordt nu door
Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken.
Bitdiepte
Een grafische computerterm die beschrijft hoeveel bits er nodig zijn om
de kleur van één pixel in een bitmapafbeelding te vertegenwoordigen.
Een hogere kleurdiepte geeft een breder scala van te onderscheiden
kleuren. Naarmate het aantal bits toeneemt, wordt het aantal mogelijke
kleuren te groot voor een kleurtabel. Een 1-bits kleur wordt doorgaans
monochroom of zwart-wit genoemd.
BMP
Een grafische bitmapindeling die intern wordt gebruikt door het grafische
subsysteem van Microsoft Windows (GDI) en algemeen wordt gebruikt
als een eenvoudige grafische bestandsindeling op dat platform.
BOOTP
Bootstrap-protocol. Een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door een
netwerkclient om automatisch het IP-adres op te halen. Dit gebeurt
doorgaans in het bootstrapproces van computers of de daarop
uitgevoerde besturingssystemen. De BOOTP-servers wijzen aan iedere
client een IP-adres toe uit een pool van adressen. Met BOOTP kunnen
computers met een "schijfloos werkstation" een IP-adres ophalen
voordat een geavanceerd besturingssysteem wordt geladen.
CCD
CCD (Charge Coupled Device) is hardware die de scantaak mogelijk
maakt. Het CCD-vergrendelingsmechanisme wordt ook gebruikt om de
CCD-module te blokkeren en schade te voorkomen wanneer u het
apparaat verplaatst.
Sorteren
Sorteren is een proces waarbij een kopieertaak bestaande uit meerdere
exemplaren in sets wordt afgedrukt. Wanneer de optie Sorteren is
ingeschakeld, wordt eerst een volledige set afgedrukt voordat de
overige kopieën worden gemaakt.
Configuratiescherm
Een bedieningspaneel is het platte, doorgaans verticale, gedeelte
waarop de bedienings- of controle-instrumenten worden weergegeven.
Deze bevinden zich doorgaans aan de voorzijde van het apparaat.
Dekkingsgraad
Dit is de afdrukterm die wordt gebruikt om het tonergebruik bij het
afdrukken te meten. Een dekkingsgraad van 5% betekent bijvoorbeeld
dat een vel A4-papier 5% aan afbeeldingen of tekst bevat. Dus als het
papier of origineel ingewikkelde afbeeldingen of veel tekst bevat, is de
dekkingsgraad en daarmee het tonergebruik hoger.
CSV
Kommagescheiden waarden (CSV). CSV is een type bestandsindeling.
CSV wordt gebruikt om gegevens uit te wisselen tussen verschillende
toepassingen. Deze bestandsindeling wordt in Microsoft Excel gebruikt
en is min of meer de norm geworden in de IT-sector, ook op
niet-Microsoftplatformen.
DADF
De dubbelzijdige automatische documentinvoer (DADF) is een
scanmechanisme waarmee een origineel automatisch wordt ingevoerd
en omgedraaid, zodat het apparaat beide zijden van het papier kan
inscannen.
Standaard
De waarde of instelling die van kracht is wanneer de printer uit de
verpakking wordt gehaald, opnieuw wordt ingesteld of wordt
geïnitialiseerd.
DHCP
Een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) is een client/
servernetwerkprotocol. Een DHCP-server stuurt configuratieparameters
naar de DHCP-clienthost die deze gegevens opvraagt om deel te
kunnen uitmaken van een IP-netwerk. DHCP biedt ook een
mechanisme voor de toewijzing van IP-adressen aan clienthosts.
Verklarende woordenlijst_ 72
DIMM
De DIMM (Dual In-line Memory Module) is een kleine printplaat met
geheugen. DIMM slaat alle gegevens in het apparaat op, zoals
afdrukgegevens of ontvangen faxgegevens.
DLNA
DLNA (Digital Living Network Alliance) is een standaard waarmee
apparaten in een thuisnetwerk gegevens met elkaar kunnen uitwisselen
via het netwerk.
DNS
DNS (Domain Name Server) is een systeem dat domeinnaaminformatie
opslaat in een gedistribueerde database op netwerken, zoals het
internet.
Matrixprinter
Een matrixprinter is een printer met een printerkop die heen en weer
loopt over de pagina en afdrukt door middel van aanslagen, waarbij een
van inkt voorzien lint tegen het papier wordt geslagen, zoals bij een
typemachine.
DPI
DPI (Dots Per Inch) is een maateenheid voor resolutie die wordt gebruikt
voor scannen en afdrukken. Over het algemeen leidt een hogere DPI tot
een hogere resolutie, meer zichtbare details in de afbeelding en een
groter bestandsformaat.
DRPD
Distinctieve belpatroondetectie. Distinctieve belpatroondetectie is een
dienst van de telefoonmaatschappij waarmee een gebruiker met een
enkele telefoonlijn oproepen naar verschillende telefoonnummers kan
ontvangen.
Duplex
Een mechanisme dat een vel papier automatisch omkeert zodat het
apparaat beide zijden van het vel kan bedrukken (of scannen). Een
printer met een duplexeenheid kan afdrukken op beide zijden van een
vel papier tijdens één printcyclus.
Afdrukvolume
Het afdrukvolume bestaat uit de hoeveelheid afgedrukte pagina’s per
maand die de printerprestaties niet beïnvloedt. Doorgaans heeft de
printer een beperkte levensduur, zoals een bepaald aantal pagina’s per
jaar. De levensduur duidt de gemiddelde afdrukcapaciteit aan, meestal
binnen de garantieperiode. Als het afdrukvolume bijvoorbeeld 48 000
pagina’s per maand (20 werkdagen) bedraagt, beperkt de printer het
aantal pagina’s tot 2 400 per dag.
ECM
Foutcorrectiemodus (ECM) is een optionele verzendmodus voor
foutcorrectie die is opgenomen in faxapparaten of faxmodems van
Klasse 1. Hiermee worden fouten tijdens de verzending van faxen, die
soms worden veroorzaakt door ruis op de telefoonlijn, automatisch
opgespoord en gecorrigeerd.
Emulatie
Emulatie is een techniek waarbij met één apparaat dezelfde resultaten
worden behaald als met een ander.
Een emulator kopieert de functies van één systeem naar een ander
systeem, zodat het tweede systeem zich als het eerste gedraagt.
Emulatie is gericht op de exacte reproductie van extern gedrag, in
tegenstelling tot simulatie; dit houdt verband met een abstract model van
het systeem dat wordt gesimuleerd, vaak met betrekking tot de interne
staat.
Ethernet
Ethernet is een op frames gebaseerde computernetwerktechnologie
voor LAN’s. Hiermee worden de bedrading en de signalen gedefinieerd
voor de fysieke laag en frameformaten en protocollen voor de MAC/
gegevenskoppelingslaag van het OSI-model. Ethernet wordt meestal
gestandaardiseerd als IEEE 802.3. Het is sedert de jaren ’90 van
afgelopen eeuw de meest gebruikte LAN-technologie.
EtherTalk
Een protocolsuite die Apple Computer ontwikkelde voor
computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de oorspronkelijke
Macintosh (1984) en wordt nu door Apple ingezet voor TCP/
IP-netwerken.
FDI
Interface extern apparaat (FDI) is een kaart die in het apparaat is
geïnstalleerd zodat andere apparaten van derden, bijvoorbeeld een
muntautomaat of een kaartlezer, kunnen worden aangesloten. Met deze
apparaten kunt u laten betalen voor afdrukservices die worden
uitgevoerd met uw apparaat.
FTP
Protocol voor bestandsuitwisseling (FTP) is een algemeen gebruikt
protocol voor de uitwisseling van bestanden via een willekeurig netwerk
dat het TCP/IP-protocol ondersteunt (zoals internet of een intranet).
Fixeereenheid
Het onderdeel van een laserprinter dat de toner op het afdrukmateriaal
fixeert. De eenheid bestaat uit een rol die het papier verwarmt en een rol
die druk uitoefent. Nadat toner op het papier is aangebracht, maakt de
fixeereenheid gebruik van hitte en druk om ervoor te zorgen dat de toner
aan het papier hecht. Dat verklaart ook waarom het papier warm is als
het uit een laserprinter komt.
Gateway
Een verbinding tussen computernetwerken of tussen
computernetwerken en een telefoonlijn. Gateways worden veel gebruikt
omdat het computers of netwerken zijn die toegang bieden tot andere
computers of netwerken.
Grijswaarden
Grijstinten die de lichte en donkere delen van een afbeelding weergeven
worden omgezet in grijswaarden; kleuren worden door verschillende
grijstinten weergegeven.
Verklarende woordenlijst_ 73
Halftoon
Een type afbeelding dat grijswaarden simuleert door het aantal punten
te variëren. Kleurrijke gebieden bestaan uit een groot aantal punten,
terwijl lichtere gebieden uit een kleiner aantal punten bestaan.
HDD
De HDD (Hard Disk Drive), doorgaans een harde of vaste schijf
genoemd, is een niet-vluchtig opslagapparaat dat digitaal gecodeerde
gegevens opslaat op sneldraaiende platen met een magnetisch
oppervlak.
IEEE
Het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers) is een
internationale professionele non-profitorganisatie voor de bevordering
van elektrische technologie.
IEEE 1284
De 1284-norm voor de parallelle poort is ontwikkeld door het IEEE
(Institute of Electrical and Electronics Engineers). De term "1284-B"
verwijst naar een bepaald type connector aan het uiteinde van de
parallelle kabel die kan worden aangesloten op het randapparaat
(bijvoorbeeld een printer).
Intranet
Een besloten netwerk dat gebruikmaakt van internetprotocollen,
netwerkconnectiviteit en eventueel het openbaar
telecommunicatiesysteem om werknemers op een veilige manier
bedrijfsgegevens te laten uitwisselen of verrichtingen te laten uitvoeren.
De term kan nu en dan ook enkel verwijzen naar de meest zichtbare
dienst, de interne website.
IP-adres
Een Internet Protocol-adres (IP-adres) is een uniek nummer dat
apparaten gebruiken om elkaar te identificeren en informatie uit te
wisselen in een netwerk met behulp van de Internet Protocol-standaard.
IPM
IPM (Afbeeldingen per minuut) is een eenheid waarmee de snelheid van
een printer wordt gemeten. Het IPM-cijfer geeft het aantal vellen papier
aan dat een printer binnen één minuut eenzijdig kan bedrukken.
IPP
IPP (Internet Printing Protocol) is een standaardprotocol voor zowel
afdrukken als het beheren van afdruktaken, mediaformaat, resolutie,
enzovoort. IPP kan lokaal of via het internet voor honderden printers
worden gebruikt en ondersteunt tevens toegangsbeheer, verificatie en
codering, waardoor het een veel effectievere en veiligere
afdrukoplossing is dan eerdere oplossingen.
IPX/SPX
IPX/SPX staat voor Internet Packet Exchange/Sequenced Packet
Exchange. Het is een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door de
besturingssystemen van Novell NetWare. IPX en SPX bieden beide
verbindingsservices aan die vergelijkbaar zijn met TCP/IP, waarbij het
IPX-protocol vergelijkbaar is met IP en SPX vergelijkbaar is met TCP.
IPX/SPX was in eerste instantie bedoeld voor LAN’s (lokale netwerken)
en is een bijzonder efficiënt protocol voor dit doel (doorgaans overtreffen
de prestaties die van TCP/IP in een LAN).
ISO
De Internationale organisatie voor standaardisatie (ISO) is een
internationale organisatie die normen vastlegt en samengesteld is uit
vertegenwoordigers van nationale standaardiseringsorganisaties. De
ISO produceert wereldwijd industriële en commerciële normen.
ITU-T
De Internationale Telecommunicatie Unie is een internationale
organisatie die is opgericht voor de standaardisering en regulering van
internationale radio- en telecommunicatie. De belangrijkste taken
omvatten standaardisering, de toewijzing van het radiospectrum en de
organisatie van onderlinge verbindingen tussen verschillende landen
waarmee internationale telefoongesprekken mogelijk worden gemaakt.
De -T in ITU-T duidt op telecommunicatie.
ITU-T No. 1 chart
Gestandaardiseerd testdiagram dat is gepubliceerd door ITU-T voor het
verzenden van faxdocumenten.
JBIG
JBIG (Joint Bi-level Image Experts Group) is een norm voor de
compressie van afbeeldingen zonder verlies van nauwkeurigheid of
kwaliteit, die ontworpen is voor de compressie van binaire afbeeldingen,
in het bijzonder voor faxen, maar ook voor andere afbeeldingen.
JPEG
JPEG (Joint Photographic Experts Group) is de meest gebruikte
standaardcompressiemethode voor foto’s. Deze indeling wordt gebruikt
voor het opslaan en verzenden van foto’s over het internet.
LDAP
LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) is een netwerkprotocol
voor het zoeken in en aanpassen van directoryservices via TCP/IP.
LED
Een LED (Light-Emitting Diode) is een halfgeleider die de status van een
apparaat aangeeft.
MAC-adres
Het MAC-adres (Media Access Control) is een uniek adres dat aan een
netwerkadapter is gekoppeld. Het MAC-adres is een unieke naam van
48 bits die gewoonlijk wordt genoteerd als 12 hexadecimale tekens die
telkens per twee worden gegroepeerd (bijvoorbeeld 00-00-0c-34-11-4e).
Dit adres wordt doorgaans door de fabrikant in een
netwerkinterfacekaart (NIC) geprogrammeerd en gebruikt als een
hulpmiddel aan de hand waarvan routers apparaten kunnen vinden in
grote netwerken.
MFP
Een MFP (Multi Function Peripheral) is een kantoorapparaat dat
verschillende functies in één fysieke behuizing combineert, bijvoorbeeld
een printer, kopieerapparaat, faxapparaat en scanner.
Verklarende woordenlijst_ 74
MH
MH (Modified Huffman) is een compressiemethode voor het beperken
van de hoeveelheid gegevens die tussen faxapparaten worden
verzonden om een afbeelding te versturen. MH wordt aanbevolen door
ITU-T T.4. MH is een op een codeboek gebaseerd
lengtecoderingsschema dat geoptimaliseerd werd om op een
doeltreffende wijze witruimtes te comprimeren. Aangezien de meeste
faxen voornamelijk uit witruimte bestaan, kan hiermee de verzendtijd
van de meeste faxen tot een minimum worden teruggebracht.
MMR
MMR (Modified Modified READ) is een compressiemethode die wordt
aanbevolen door ITU-T T.6.
Modem
Een apparaat dat een draaggolfsignaal moduleert om digitale informatie
te coderen en een dergelijk signaal demoduleert om de verzonden
informatie te decoderen.
MR
MR (Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen
door ITU-T T.4. MR codeert de eerst gescande lijn met behulp van MH.
De volgende regel wordt vergeleken met de eerste, het verschil wordt
vastgesteld en vervolgens worden de verschillen gecodeerd en
verzonden.
NetWare
Een netwerkbesturingssysteem dat is ontwikkeld door Novell, Inc.
Aanvankelijk maakte dit systeem gebruik van coöperatieve multi-tasking
om verschillende services op een pc te kunnen uitvoeren en waren de
netwerkprotocollen gebaseerd op de klassieke Xerox XNS-stack.
Tegenwoordig ondersteunt NetWare zowel TCP/IP als IPX/SPX.
OPC
Organische fotogeleider (OPC) is een mechanisme dat een virtuele
afbeelding maakt om af te drukken met behulp van een laserstraal uit
een laserprinter. Het is meestal groen of grijs en cilindervormig.
Indien een beeldeenheid een drum bevat, wordt het oppervlak van de
drum op den duur aangetast door het gebruik in de printer. De drum
moet dan ook regelmatig worden vervangen, omdat deze slijt door het
contact met de ontwikkelborstel van de cassette, het
reinigingsmechanisme en het papier.
Originelen
Het eerste exemplaar van bijvoorbeeld een document, foto of tekst, dat
wordt gekopieerd, gereproduceerd of omgezet om volgende exemplaren
te verkrijgen, maar dat zelf niet van iets anders is gekopieerd of afgeleid.
OSI
OSI (Open Systems Interconnection) is een communicatiemodel dat is
ontwikkeld door de ISO (International Organization for Standardization).
OSI biedt een standaard modulaire benadering van netwerkontwerp
waarmee de vereiste set complexe functies wordt opgesplitst in
hanteerbare, op zichzelf staande, functionele lagen. De lagen zijn van
boven naar onder: applicatie, presentatie, sessie, transport, netwerk,
gegevenskoppeling en fysiek.
PABX
PABX (Private Automatic Branch Exchange) is een automatisch
telefoonschakelsysteem in een besloten onderneming.
PCL
Printeropdrachttaal (PCL) is een paginabeschrijvingstaal (PDL) die
ontwikkeld is door HP als printerprotocol en inmiddels is uitgegroeid tot
een norm in de branche. PCL werd aanvankelijk ontwikkeld voor de
eerste inkjetprinters en is in verschillende versies verschenen voor
thermische printers, matrix- en laserprinters.
PDF
PDF (Portable Document Format) is een door Adobe Systems
ontwikkelde bestandsindeling voor het weergeven van
tweedimensionale documenten in een apparaat- en
resolutieonafhankelijke indeling.
PostScript
PS (PostScript) is een paginabeschrijvings- en programmeertaal die
voornamelijk gebruikt wordt voor e-publishing en desktop publishing. -
die in een interpreter wordt uitgevoerd om een afbeelding te produceren.
Printerstuurprogramma
Een programma dat wordt gebruikt om opdrachten te verzenden en
gegevens over te brengen van de computer naar de printer.
Afdrukmedia
Het materiaal, zoals papier, enveloppen, etiketten en transparanten, dat
in een printer, scanner, fax of kopieerapparaat kan worden gebruikt.
PPM
Pagina’s per minuut (PPM) is een methode voor het meten van de
snelheid van een printer en verwijst naar het aantal pagina’s dat een
printer in één minuut kan afdrukken.
PRN-bestand
Een interface voor een apparaatstuurprogramma waarlangs software
kan communiceren met het apparaatstuurprogramma via standaard
invoer-/uitvoeraanroepen, waardoor veel taken worden vereenvoudigd.
Protocol
Een conventie of standaard die de verbinding, communicatie en het
gegevensverkeer tussen twee computers inschakelt of controleert.
PS
Zie PostScript.
PSTN
Openbaar telefoonnet (PSTN) is het netwerk van openbare
circuitgeschakelde telefoonnetwerken wereldwijd dat in een
bedrijfsomgeving doorgaans via een schakelbord wordt gerouteerd.
Verklarende woordenlijst_ 75
RADIUS
RADIUS (Remote Authentication Dial In User Service) is een protocol
voor gebruikersidentificatie en accounting op afstand. RADIUS laat toe
om verificatiegegevens zoals gebruikersnamen en wachtwoorden met
behulp van een AAA-concept (authentication, authorization en
accounting) voor het beheer van de netwerktoegang.
Resolutie
De scherpte van een afbeelding, gemeten in dpi (punten per inch). Hoe
hoger de dpi, hoe hoger de resolutie.
SMB
SMB (Server Message Block) is een netwerkprotocol dat hoofdzakelijk
wordt toegepast op gedeelde bestanden, printers, seriële poorten en
diverse verbindingen tussen de knooppunten in een netwerk. Het biedt
tevens een geverifieerd communicatiemechanisme voor processen
onderling.
SMTP
SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) is de standaard voor
e-mailverkeer over het internet. SMTP is een relatief eenvoudig op tekst
gebaseerd protocol waarbij één of meer ontvangers van een bericht
worden aangegeven, waarna de berichttekst wordt verzonden. Het is
een client-serverprotocol, waarbij de client een e-mailbericht verzendt
naar de server.
SSID
SSID (Service Set Identifier) is een benaming van een draadloos
netwerk (WLAN). Alle draadloze apparaten in een draadloos netwerk
gebruiken dezelfde SSID om met elkaar te communiceren. De SSID’s
zijn hoofdlettergevoelig en kunnen tot 32 tekens lang zijn.
Subnetmasker
Het subnetmasker wordt gebruikt in samenhang met het netwerkadres
om te bepalen welk deel van het adres het netwerkadres is en welk deel
het hostadres.
TCP/IP
TCP (Transmission Control Protocol) en IP (Internet Protocol): de set
communicatieprotocollen die de protocolstack implementeren waarop
het internet en de meeste commerciële netwerken draaien.
TCR
Verzendrapport (TCR) geeft de details van elke verzending weer, zoals
de taakstatus, het verzendresultaat en het aantal verzonden pagina’s.
Er kan worden ingesteld dat dit rapport na elke taak of alleen na een
mislukte verzending wordt afgedrukt.
TIFF
TIFF (Tagged Image File Format) is een bestandsindeling voor
bitmapafbeeldingen met een variabele resolutie. TIFF beschrijft de
afbeeldingsgegevens die doorgaans afkomstig zijn van de scanner.
TIFF-afbeeldingen maken gebruik van tags: trefwoorden die de
kenmerken definiëren van de in het bestand opgenomen afbeelding.
Deze flexibele en platformonafhankelijke indeling kan worden gebruikt
voor illustraties die met diverse beeldverwerkingstoepassingen zijn
gemaakt.
Tonercassette
Een soort fles of container die in apparaten zoals printers wordt gebruikt
en die toner bevat. Toner is een poeder dat in laserprinters en
kopieerapparaten wordt gebruikt voor het vormen van tekst en
afbeeldingen op afdrukpapier. Toner wordt gefixeerd door een
combinatie van hitte en druk vanuit de fixeereenheid, waardoor het zich
aan de vezels in het papier gaat hechten.
TWAIN
Een standaard voor scanners en software. Als een TWAIN-compatibele
scanner wordt gebruikt met een TWAIN-compatibel programma, kan
een scan worden gestart vanuit het programma; dit een API voor het
vastleggen van afbeeldingen voor de besturingssystemen van Microsoft
Windows en Apple Macintosh.
UNC-pad
UNC (Uniform Naming Convention) is een standaardmanier om
gedeelde netwerkbronnen te benaderen in Windows NT en andere
Microsoft-producten. De notatie van een UNC-pad is:
\\<servernaam>\<naam_gedeelde_bron>\<aanvullende map>
URL
URL (Uniform Resource Locator) is het internationale adres van
documenten en informatiebronnen op internet. Het eerste deel van het
adres geeft aan welk protocol moet worden gebruikt en het tweede deel
geeft het IP-adres of de domeinnaam aan waar de informatiebron zich
bevindt.
USB
USB (Universal Serial Bus) is een door het USB Implementers Forum,
Inc. ontwikkelde standaard om computers en randapparatuur met elkaar
te verbinden. In tegenstelling tot de parallelle poort is USB ontworpen
om een enkele computer-USB-poort tegelijkertijd met meerdere
randapparaten te verbinden.
Watermerk
Een watermerk is een herkenbare afbeelding of patroon dat helderder
oplicht wanneer het voor een lichtbron wordt gehouden. Watermerken
werden voor het eerst in 1282 in het Italiaanse Bologna gebruikt door
papiermakers om hun product te merken. Ze werden ook toegepast in
postzegels, papiergeld en andere officiële documenten om fraude te
voorkomen.
WEP
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat
gespecificeerd wordt in IEEE 802.11 om eenzelfde beveiligingsniveau
als een bedraad LAN te garanderen. WEP beveiligt gegevens door deze
via radiogolven te coderen, zodat ze veilig van het ene punt naar het
andere kunnen worden verzonden.
WIA
WIA (Windows Imaging Architecture) is een
beeldverwerkingsarchitectuur die oorspronkelijk werd gebruikt in
Windows Me en Windows XP. Een scan kan vanuit deze
Verklarende woordenlijst_ 76
besturingssystemen worden gestart door middel van een
WIA-compatibele scanner.
WPA
WPA (Wi-Fi Protected Access) is een klasse van systemen voor de
beveiliging van draadloze (Wi-Fi) computernetwerken die ontwikkeld
werd voor een betere beveiliging van WEP.
WPA-PSK
WPA-PSK (vooraf gedeelde WPA-sleutel) is een speciale WPA-modus
voor kleine ondernemingen en thuisgebruikers. Een gedeelde sleutel of
een gedeeld wachtwoord wordt geconfigureerd in het draadloze
toegangspunt (WAP) en draadloze laptop- of desktopapparaten.
WPA-PSK genereert een unieke sleutel voor elke sessie tussen een
draadloze client en de daarmee geassocieerde WAP voor een betere
veiligheid.
WPS
WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een standaard voor het tot stand
brengen van een draadloos thuisnetwerk. Als uw draadloze
toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u de draadloze netwerkverbinding
gemakkelijk configureren zonder computer.
XPS
XML-papierspecificatie (XPS) is een specificatie voor een
paginabeschrijvingstaal (PDL) en een nieuw uitwisselbaar
documentformaat dat door Microsoft is ontwikkeld. Dit vectorgebaseerd
apparaatonafhankelijk documentformaat is gebaseerd op XML en op
een nieuw afdrukpad.
Index_ 77
Index
A
aanpassen
ladeformaat 32
achterkant 22
afdrukken
afdrukken naar een bestand 45
de standaardafdrukinstellingen wijzigen
44
dubbelzijdig afdrukken
Windows 42
een document aan een bepaald
papierformaat aanpassen 42
een document afdrukken
Windows 39
Linux 46
Macintosh 45
poster 41
verschillende paginas afdrukken op één
vel papier
Macintosh 46
Windows 41
afdrukmedia
briefhoofdpapier 37
de standaardlade en het papier instellen
op de computer 32
envelop 36
etiketten 37
kartonpapier 37
papieruitvoersteun 68
richtlijnen 33
transparanten 37
voorbedrukt papier 37
afdrukresolutie instellen
Linux 47
Macintosh 46
B
bedieningspaneel 23
boekjes 41
boekjes afdrukken 41
C
conventie 17
D
dubbelzijdig afdrukken handmatig
printerstuurprogramma 42
E
een apparaat reinigen 53
een document afdrukken
Linux 46
Macintosh 45
energiebesparing
energiebesparende modus gebruiken 32
F
functies 19
eigenschappen van afdrukmedia 68
energiebesparingsfunctie 32
functies van het apparaat 66
meegeleverde software 26
printerstuurprogramma 39
H
help gebruiken 41
het afdrukpercentage van uw document
wijzigen
42
het apparaat inschakelen 25
I
Informatie over wettelijke voorschriften 11
instellingen voor favorieten voor afdrukken
40
L
lade
breedte en lengte instellen 34
de grootte van de lade aanpassen 34
papier in de lade voor handmatige invoer
plaatsen 35
Lade voor handmatige invoer
gebruikstips 35
plaatsen 35
speciaal afdrukmateriaal gebruiken 36
LED
informatie over de statusLED 24
Linux
afdrukken 46
meegeleverde software 27
printereigenschappen 47
stuurprogrammainstallatie voor een met
een USBkabel verbonden apparaat 29
systeemvereisten 27
unifled driver configurator 51
veelvoorkomende problemen onder Linux
63
M
Macintosh
afdrukken 45
een apparaat lokaal delen 31
meegeleverde software 26
stuurprogrammainstallatie voor een met
een USBkabel verbonden apparaat 29
systeemvereisten 27
veelvoorkomende problemen onder
Macintosh 63
meerdere paginas op één vel afdrukken
nup
Macintosh 46
Windows 41
O
onderdelen voor onderhoud 64
overlay afdrukken
afdrukken 43
maken 43
verwijderen 44
overlay gebruiken in Windows 43
P
papierstoring
papier verwijderen 56
tips om papierstoringen te voorkomen 55
papieruitvoersteun 38
plaatsen
papier in de lade voor handmatige invoer
35
plaatsen in lade 1 35
speciale media 36
plaatsing van het apparaat 26
afstand 26
poster afdrukken 41
Index_ 78
printereigenschappen
Linux 47
printerstuurprogramma
functies 39
problemen
problemen met de afdrukkwaliteit 60
problemen met papierinvoer 57, 58
R
reinigen
binnenkant 53
buitenkant 53
S
service contact numbers 69
Smart Panel
algemene informatie 50
specificaties
afdrukmedia 68
algemeen 66
T
tonercassette
bewaren 54
de tonercassette vervangen 65
geschatte levensduur 54
instructies voor het hanteren van
cassettes 54
nietoriginele Samsung en hervulde 54
toner herverdelen 55
U
USBkabel
installatie van het stuurprogramma 28
V
veiligheid
informatie 6
symbolen 6
verbruiksartikelen
bestellen 64
geschatte levensduur van tonercassette
54
tonercassette vervangen 65
verkrijgbare verbruiksartikelen 64
verklarende woordenlijst 71
voorkant 21
W
watermerk
afdrukken 43
bewerken 43
maken 43
verwijderen 43
watermerken gebruiken in Windows 42
Windows
afdrukken 39
een apparaat lokaal delen 30
meegeleverde software 26
stuurprogrammainstallatie voor een met
een USBkabel verbonden apparaat 28
systeemvereisten 27
veelvoorkomende problemen onder
Windows 62
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78

Samsung ML-1670 Handleiding

Categorie
Afdrukken
Type
Handleiding