AEG 35146GT-WN Handleiding

Type
Handleiding
NL Gebruiksaanwijzing
Fornuis
35146GT-WN
INHOUDSOPGAVE
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE.............................................................................................3
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN.................................................................................... 4
3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT........................................................................... 8
4. VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT......................... 9
5. KOOKPLAAT - DAGELIJKS GEBRUIK........................................................................... 9
6. KOOKPLAAT - AANWIJZINGEN EN TIPS.................................................................. 10
7. KOOKPLAAT - ONDERHOUD EN REINIGING.......................................................... 11
8. OVEN - DAGELIJKS GEBRUIK .................................................................................... 12
9. OVEN - KLOKFUNCTIES.............................................................................................. 15
10. OVEN - GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES.............................................................. 15
11. OVEN - AANWIJZINGEN EN TIPS............................................................................16
12. OVEN - ONDERHOUD EN REINIGING.................................................................... 20
13. PROBLEEMOPLOSSING............................................................................................ 23
14. MONTAGE ................................................................................................................. 25
15. ENERGIEZUINIGHEID................................................................................................ 32
VOOR PERFECTE RESULTATEN
Bedankt dat u voor dit AEG-product heeft gekozen. Dit apparaat is ontworpen om
vele jaren uitstekend te presteren, met innovatieve technologieën die het leven
gemakkelijker helpen maken met functies die gewone apparaten wellicht niet
hebben. Neem een paar minuten de tijd om het door te lezen zodat u er optimaal
van kunt profiteren.
Ga naar onze website voor:
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen en
onderhoudsinformatie:
www.aeg.com/webselfservice
Registreer uw product voor een betere service:
www.registeraeg.com
Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor uw
apparaat:
www.aeg.com/shop
KLANTENSERVICE
Gebruik altijd originele onderdelen.
Als u contact opneemt met de klantenservice zorg dat u de volgende gegevens bij
de hand hebt: model, productnummer, serienummer.
Deze informatie wordt vermeld op het typeplaatje.
Waarschuwing / Belangrijke veiligheidsinformatie
Algemene informatie en tips
Milieu-informatie
Wijzigingen voorbehouden.
www.aeg.com
2
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor
installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is
niet verantwoordelijk voor letsel en schade veroorzaakt
door een foutieve installatie. Bewaar de instructies van
het apparaat voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare mensen
WAARSCHUWING!
Gevaar voor verstikking, letsel of permanente
invaliditeit.
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8
jaar en ouder en door mensen met beperkte
lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens
of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder
toezicht staan of instructies hebben gekregen over het
veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de
eventuele gevaren begrijpen.
Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
Houd alle verpakkingsmaterialen uit de buurt van
kinderen.
Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het
apparaat als het in werking is of afkoelt. Het apparaat
is heet.
Reiniging en onderhoud mag niet worden uitgevoerd
door kinderen zonder toezicht.
1.2
Algemene veiligheid
Alleen een erkende installatietechnicus mag het
apparaat installeren en de kabel vervangen.
Bedien het apparaat niet met een externe timer of
een apart afstandbedieningssysteem.
Zonder toezicht koken op een kookplaat met vet of
olie kan gevaarlijk zijn en brandgevaar opleveren.
Probeer brand nooit met water te blussen, maar
schakel in plaats daarvan het apparaat uit en bedek
de vlam, d.w.z. met een deksel of blusdeken.
NEDERLANDS
3
Bewaar geen voorwerpen op de kookplaten.
Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon
te maken.
Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en
deksels mogen niet op de kookplaat worden
geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.
Verwijder spillage van het deksel voordat u het opent.
Laat de kookplaat afkoelen voordat u het deksel sluit.
Van binnen wordt het apparaat heet als het in werking
is. Raak de verwarmingselementen in het apparaat
niet aan. Gebruik altijd ovenhandschoenen om
accessoires of kookgerei te plaatsen of verwijderen.
Zet de stroomtoevoer uit alvorens onderhoud te
plegen.
Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld voordat
u de lamp vervangt om elektrische schokken te
voorkomen.
Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of
scherpe metalen schrapers om de glazen deur schoon
te maken, deze kunnen krassen veroorzaken op het
oppervlak, waardoor het glas zou kunnen breken.
Als de voedingskabel beschadigd is, moet de
fabrikant, een erkende serviceverlener of een
gekwalificeerd persoon deze vervangen teneinde
gevaarlijke situaties te voorkomen.
Wees voorzichtig als u de opslaglade aanraakt. Deze
kan heet worden.
Om de inschuifrailen te verwijderen trekt u eerst de
voorkant van de inschuifrail en dan de achterkant uit
de zijwanden. Installeer de inschuifrails in
omgekeerde volgorde.
2.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Dit apparaat is geschikt voor de
volgende markten: BE LU
2.1 Montage
WAARSCHUWING!
Alleen een erkende
installatietechnicus mag het
apparaat installeren.
www.aeg.com4
Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
Installeer en gebruik geen
beschadigd apparaat.
Volg de installatie-instructies op die
zijn meegeleverd met het apparaat.
Wees voorzichtig met het verplaatsen
van het apparaat, het is zwaar. Draag
altijd veiligheidshandschoenen.
Trek het apparaat nooit aan de
handgreep van zijn plaats.
De afmetingen van de keukenkast en
de uitsparing moeten kloppen.
Houd de minimumafstand naar
andere apparaten en units in acht.
Zorg ervoor dat het apparaat onder
en naast veilige installaties wordt
geïnstalleerd.
Delen van het apparaat staan onder
stroom. Sluit het apparaat met
meubel om te voorkomen dat de
gevaarlijke delen worden aangeraakt.
De zijkanten van het apparaat moeten
naast apparaten of units staan van
dezelfde hoogte.
Installeer het apparaat niet op een
platform.
Installeer het apparaat niet naast een
deur of onder een raam. Dit voorkomt
dat heet kookgerei van het apparaat
valt als de deur of het raam wordt
geopend.
Installeer een stabilisator om te
voorkomen dat het apparaat kantelt.
Raadpleeg de installatiegids.
2.2 Aansluiting aan het
elektriciteitsnet
WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en
elektrische schokken.
Alle elektrische aansluitingen moeten
door een gediplomeerd
elektromonteur worden gemaakt.
Dit apparaat moet worden
aangesloten op een geaard
stopcontact.
Controleer of de elektrische
informatie op het typeplaatje
overeenkomt met de
stroomvoorziening. Zo niet, neem dan
contact op met een elektromonteur.
Gebruik altijd een correct
geïnstalleerd, schokbestendig
stopcontact.
Gebruik geen meerwegstekkers en
verlengsnoeren.
Laat de stroomkabel niet in aanraking
komen met de deur van het apparaat,
met name niet als deze heet is.
De schokbescherming van delen
onder stroom en geïsoleerde delen
moet op zo'n manier worden
bevestigd dat het niet zonder
gereedschap kan worden verplaatst.
Steek de stekker pas in het
stopcontact als de installatie is
voltooid. Zorg ervoor dat het
netsnoer na installatie bereikbaar is.
Sluit de stroomstekker niet aan op
een losse stroomaansluiting.
Trek niet aan het netsnoer om het
apparaat los te koppelen. Trek altijd
aan de stekker.
Gebruik alleen de juiste isolatie-
apparaten: stroomonderbrekers,
zekeringen (schroefzekeringen
moeten uit de houder worden
verwijderd), aardlekschakelaars en
contactgevers.
De elektrische installatie moet een
isolatieapparaat bevatten waardoor
het apparaat volledig van het lichtnet
afgesloten kan worden. Het
isolatieapparaat moet een
contactopening hebben met een
minimale breedte van 3 mm.
Sluit de deur van het apparaat
volledig voordat u de stekker in het
stopcontact steekt.
2.3 Gasaansluiting
Alle gasaansluitingen moeten door
een gediplomeerd elektromonteur
worden gemaakt.
Controleer vóór de installatie of de
plaatselijke
distributieomstandigheden (gassoort
en -druk) en de afstelling van het
apparaat met elkaar te combineren
zijn.
Zorg ervoor dat er koude
luchtcirculatie in het apparaat
aanwezig is.
Op het typeplaatje staat informatie
over de gastoevoer.
Dit apparaat mag niet aangesloten
worden op een inrichting dat
producten afvoert voor verbranding.
Sluit het apparaat aan volgens de
NEDERLANDS
5
geldende installatieregels. Let op de
vereisten voor voldoende ventilatie.
2.4 Gebruik
WAARSCHUWING!
Risico op letsel en
brandwonden.
Gevaar voor elektrische
schokken!
Gebruik dit apparaat uitsluitend in
een huishoudelijke omgeving.
De specificatie van het apparaat mag
niet worden veranderd.
Zorg ervoor dat de
ventilatieopeningen niet geblokkeerd
zijn.
Laat het apparaat tijdens het gebruik
niet onbeheerd achter.
Schakel het apparaat telkens na
gebruik uit.
Wees voorzichtig met het openen van
de deur van het apparaat als het
apparaat aan staat. Er kan hete lucht
ontsnappen.
Bedien het apparaat niet met natte
handen of als het contact maakt met
water.
Het apparaat mag niet worden
gebruikt als werkblad of aanrecht.
WAARSCHUWING!
Risico op brand en explosie
Verhitte vetten en olie kunnen
ontvlambare damp afgeven. Houd
vlammen of verwarmde voorwerpen
uit de buurt van vet en olie als u er
mee kookt.
De dampen die hete olie afgeeft
kunnen spontane ontbranding
veroorzaken.
Gebruikte olie die voedselresten
bevat kan brand veroorzaken bij een
lagere temperatuur dan olie die voor
de eerste keer wordt gebruikt.
Plaats geen ontvlambare producten
of items die vochtig zijn door
ontvlambare producten in, bij of op
het apparaat.
Houd vonken of open vlammen uit de
buurt van het apparaat bij het openen
van de deur.
Open de deur van het apparaat
voorzichtig. Als u alcoholische
toevoegingen gebruikt, kan er
alcohol-luchtmengsel ontstaan.
WAARSCHUWING!
Risico op schade aan het
apparaat.
Om schade of verkleuring van het
emaille te voorkomen:
zet geen kookgerei of andere
voorwerpen direct op de bodem
van het apparaat.
Plaats geen water direct in het
hete apparaat.
haal vochthoudende schotels en
eten uit het apparaat als u klaar
bent met koken.
Wees voorzichtig bij het
verwijderen of bevestigen van
accessoires.
Verkleuring van het email heeft geen
ongewenst effect op de werking van
het apparaat. Dit is geen defect dat
geldt voor het recht op garantie.
Gebruik een diepe braadpan voor
vochtige taarten. Fruitsappen kunnen
permanente vlekken maken.
Zet geen heet kookgerei op het
bedieningspaneel.
Laat kookgerei niet droogkoken.
Laat geen voorwerpen of kookgerei
op het apparaat vallen. Het oppervlak
kan beschadigen.
Activeer de kookzones niet met lege
pannen of zonder pannen erop.
Leg geen aluminiumfolie op het
apparaat of direct op de bodem van
het apparaat.
Pannen van gietijzer, aluminium of
met beschadigde bodems kunnen
krassen veroorzaken. Til deze
voorwerpen altijd op als u ze moet
verplaatsen op het kookoppervlak.
Zorg voor een goede ventilatie in de
ruimte waar het apparaat is
geïnstalleerd.
Gebruik alleen stabiel kookgerei met
de juiste vorm en een diameter groter
dan de afmetingen van de branders.
Zorg dat de vlam niet uit gaat als u de
knop snel van de maximale stand naar
de minimale stand draait.
Gebruik alleen de accessoires die zijn
meegeleverd met het apparaat.
Plaats geen vlamverdeler op de
brander.
www.aeg.com
6
Dit apparaat is uitsluitend bestemd
om mee te koken. Het mag niet
worden gebruikt voor andere
doeleinden, zoals het verwarmen van
een kamer.
2.5 Reiniging en onderhoud
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brand en
schade aan het apparaat.
Zet het apparaat uit voordat er
onderhoud op wordt uitgevoerd.
Trek de stekker uit het stopcontact.
Zorg dat het apparaat is afgekoeld. Er
bestaat een risico dat de glasplaten
kunnen breken.
Vervang direct de glazen deurpanelen
als deze beschadigd zijn. Neem
contact op met de erkende
servicedienst.
Wees voorzichtig als u de deur van
het apparaat verwijdert. De deur is
zwaar!
Resterend vet of voedsel in het
apparaat kan brand veroorzaken.
Reinig het apparaat regelmatig om te
voorkomen dat het materiaal van het
oppervlak achteruitgaat.
Maak het apparaat schoon met een
vochtige, zachte doek. Gebruik alleen
neutrale schoonmaakmiddelen.
Gebruik geen schuurmiddelen,
schuursponsjes, oplosmiddelen of
metalen voorwerpen.
Raadpleeg als u een ovenspray
gebruikt eerst de aanwijzingen op de
verpakking.
Reinig niet het katalytisch email
(indien van toepassing) met een
schoonmaakmiddel.
De branders niet in de afwasautomaat
reinigen.
2.6 Deksel
De specificatie van de deksel mag
niet worden veranderd.
Maak de deksel regelmatig schoon.
Open de deksel niet als er is
geknoeid op het oppervlak.
Schakel alle branders uit voordat u de
deksel sluit.
Sluit het deksel niet tot de kookplaat
en de oven volledig zijn afgekoeld.
Glazen deksels kunnen breken als ze
warm worden (indien van toepassing).
2.7 Binnenverlichting
De gloeilampen of halogeenlampen
in dit apparaat zijn uitsluitend
bedoeld voor gebruik in
huishoudelijke apparaten. Gebruik
deze niet voor andere doeleinden.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische
schokken!
Voordat u het lampje vervangt, dient
u de stekker van het apparaat uit het
stopcontact te halen.
Gebruik alleen lampjes met dezelfde
specificaties.
2.8 Verwijdering
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of
verstikking.
Neem contact met uw plaatselijke
overheid voor informatie m.b.t.
correcte afvalverwerking van het
apparaat.
Haal de stekker uit het stopcontact.
Snij het netsnoer van het apparaat af
en gooi dit weg.
Verwijder de deurgreep om te
voorkomen dat kinderen en
huisdieren opgesloten raken in het
apparaat.
Maak de externe gasleidingen plat.
2.9 Servicedienst
Neem contact op met een erkende
servicedienst voor reparatie van het
apparaat.
Gebruik uitsluitend originele
reserveonderdelen.
NEDERLANDS
7
3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
3.1 Algemeen overzicht
1 3 42
7
8
9
10
5 6
11
2
3
4
1
1
Knop voor de ventilator
2
Toetsen voor de kookplaat
3
Elektronische tijdschakelklok
4
Grillaanduiding
5
Knop voor de ovenfuncties
6
Knop voor de lamp
7
Grillen
8
Lampje
9
Ventilator
10
Verwijderbare inschuifrail
11
Roosterhoogtes
3.2 Indeling kookplaat
1 32
5
4
1
Normale brander
2
Stoomuitlaat - aantal en positie
afhankelijk van het model
3
Normale brander
4
Sudderbrander
5
Driekronenbrander
3.3 Accessoires
Bakrooster
Voor kookgerei, bak- en
braadvormen.
Bakplaat
Voor gebak en koekjes.
Aluminium bakplaat
Voor gebak en koekjes.
Grill-/braadpan
Voor braden en roosteren of als
schaal om vet op te vangen.
Optionele telescopische geleiders
Voor roosters en bakplaten Ze zijn
apart te bestellen.
Bewaarlade
Onder de ovenruimte bevindt zich
een bewaarlade.
www.aeg.com8
4. VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE
KEER GEBRUIKT
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
4.1 Eerste reiniging
Verwijder alle accessoires en
verwijderbare inschuifrails uit het
apparaat.
Zie het hoofdstuk
'Onderhoud en reiniging'.
Reinig het apparaat voor het eerste
gebruik.
Zet de accessoires en verwijderbare
inschuifrails terug in de beginstand.
4.2 Tijd instellen
U moet de tijd instellen voordat u de
oven bedient.
Na aansluiting van het apparaat op het
stopcontact en na een stroomstoring,
toont het display 0:00.
1. Druk tegelijkertijd op de knoppen
en .
Houd de knoppen ingedrukt tot 0:00 op
het display knippert.
2. Druk op de knop
of om de tijd
in te stellen.
Na ongeveer vijf seconden stopt het
knipperen en geeft de klok de ingestelde
tijd weer.
4.3 Voorverwarmen
Verwarm het apparaat voor om het
resterende vet weg te branden.
1. Stel de maximale temperatuur in.
2. Laat het apparaat ongeveer een uur
werken.
3. Stel de functie en de
maximumtemperatuur in. Maximale
temperatuur voor deze functie is 210
°C.
4. Laat het apparaat 15 minuten
werken.
WAARSCHUWING!
Accessoires kunnen heter
worden dan normaal.
Het apparaat kan een vreemde geur en
rook afgeven. Dit is normaal. Zorg dat er
voldoende luchtcirculatie is.
Laat de oven afkoelen. Maak een doek
vochtig met warm water en wat mild
reinigingsmiddel en reinig daarmee de
binnenkant van de oven.
5.
KOOKPLAAT - DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
5.1 Ontsteking van de
fornuisbrander
Ontvlam de brander altijd
vóór u het kookgerei erop
plaatst.
WAARSCHUWING!
Ga voorzichtig te werk bij
het gebruik van branders
(open vuur) in de keuken. De
fabrikant kan niet
aansprakelijk gesteld
worden in geval van onjuist
gebruik van de vlam.
1. Draai de knop voor de kookplaat
linksom naar de maximale gasstand
en druk de knop in om de
brander aan te steken.
2. Houd de knop voor de kookplaat
ingedrukt gedurende 10 seconden of
NEDERLANDS
9
minder om het thermokoppel voor te
verwarmen. Als u dat niet doet,
wordt de gastoevoer onderbroken.
3. Stel de vlam af zodra deze
regelmatig brandt.
WAARSCHUWING!
Houd de knop niet langer
dan 15 seconden ingedrukt.
Als de brander na 15
seconden nog niet brandt,
de knop loslaten en
minstens 1 minuut wachten
voordat u opnieuw probeert
de vlam te ontsteken.
Als de brander na enkele
pogingen niet aan gaat,
controleer dan of de kroon
en het branderdeksel goed
op hun plaats zitten.
Als er geen elektriciteit is
kunt u de brander zonder de
elektrische voorziening
aansteken. Breng een vlam
dichtbij de brander, druk de
bijbehorende knop in en
draai de knop naar de
maximale stand. Houd de
controleknop ingedrukt
gedurende 10 seconden of
minder om het
thermokoppel voor te
verwarmen.
Draai als de brander per
ongeluk uit gaat de knop
naar de uit stand en probeer
na minimaal 1 minuut de
brander weer aan te steken.
De vonkontsteking kan
automatisch starten wanneer
u de stekker in het
stopcontact steekt, na de
installatie of na een
stroomonderbreking. Dat is
normaal.
5.2 Branderoverzicht
A
B
D
C
A) Branderdeksel
B) Branderkroon
C) Ontstekingsbougie
D) Thermokoppeling
5.3 De brander uitschakelen
Om de vlam te doven, de knop naar de
off-positie draaien .
WAARSCHUWING!
Draai de vlam altijd lager of
schakel hem uit voordat u de
pan van de brander haalt
6. KOOKPLAAT - AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
6.1 Kookgerei
WAARSCHUWING!
Zet één pan niet op twee
branders.
WAARSCHUWING!
Zet geen instabiele of
beschadigde pannen op de
brander om morsen en letsel
te voorkomen.
www.aeg.com10
LET OP!
Zorg dat de handvaten van
de pot niet boven de
voorste rand van het
werkblad komen.
LET OP!
Zorg dat de potten zich in
het midden van de brander
bevinden, voor een
maximum aan stabiliteit en
lager gasverbruik.
6.2 Diameter van de pannen
WAARSCHUWING!
Gebruiken alleen kookgerei
met een bodemdiameter die
geschikt is voor de afmeting
van de plaat.
Brander Diameter van de
pannen (mm)
Snelle brander 160 - 260
Normale brander 140 - 240
Sudderbrander 120 - 180
7. KOOKPLAAT - ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
7.1 Algemene informatie
Reinig de kookplaat na elk gebruik.
Gebruik altijd pannen met een schone
bodem.
Krassen of donkere vlekken op de
oppervlakte hebben geen invloed op
de werking van de kookplaat.
Gebruik een specifiek
schoonmaakmiddel voor het
oppervlak van de kookplaat.
Was de onderdelen van roestvrij staal
af met water en droog ze vervolgens
met een zachte doek.
7.2 De kookplaat
schoonmaken
Verwijder direct: gesmolten plastic,
gesmolten folie en suikerhoudende
gerechten. Anders kan het vuil de
kookplaat beschadigen.
Verwijder nadat de kookplaat
voldoende is afgekoeld: kalk- en
waterkringen, vetspatten en
metaalachtig glanzende
verkleuringen. Reinig de kookplaat
met een vochtige doek en een beetje
niet-schurend reinigingsmiddel.
Droog de kookplaat na reiniging af
met een zachte doek.
Was de geëmailleerde delen, deksel
en kroon met een warm sopje en laat
ze goed drogen alvorens ze terug te
plaatsen.
7.3 Reinigen van de
ontstekingsknop
Dit onderdeel is uitgerust met een
keramische ontstekingsbougie met een
metalen elektrode. Reinig deze
onderdelen altijd grondig, om
moeilijkheden bij het aansteken te
voorkomen, en controleer of de
branderkroonopeningen niet verstopt
zijn.
7.4 Pannendragers
De pansteunen zijn niet
bestand tegen afwassen in
een afwasautomaat. Ze
moeten met de hand
worden afgewassen.
1. U kunt de pansteunen verwijderen
voor een gemakkelijke reiniging van
het kookplaat.
NEDERLANDS
11
Ga zeer voorzichtig te
werk bij het vervangen
van de pannendrager,
dit om schade aan het
oppervlak van de
kookplaat te vermijden.
2. De emaillelaag kan scherpe randen
hebben, dus wees voorzichtig tijdens
het met de hand afwassen en
afdrogen. Verwijder hardnekkige
vlekken zo nodig met een
pastareiniger.
3. Zorg er na het reinigen van de
pansteunen voor dat u ze in de juiste
stand terugplaatst.
4. Om ervoor te zorgen dat de brander
goed werkt, moeten de armen van
de pannendrager in het midden van
de brander worden geplaatst.
7.5 Periodiek onderhoud
Raadpleeg regelmatig uw lokale
serviceafdeling, om de staat van de
gastoevoerleiding en de drukregelaar
(indien gemonteerd) te controleren.
8. OVEN - DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
8.1 Ovenfuncties
Ovenfunctie Applicatie
Uit-stand Het apparaat staat uit.
1 - 8
1)
Verwarmingsstanden Reeks van aanpassingen van temperatuurniveaus
voor de oven.
Grill Voor het grillen van vlakke levensmiddelen in het
midden van het rooster. Voor het maken van
toast.
Maximale temperatuur voor deze
functie is 210 °C.
We raden aan om de elektrische
grill niet tegelijkertijd met de gas-
grill te gebruiken.
Ovenlampje De binnenkant van de oven verlichten.
Om deze functie te gebruiken, druk op de oven-
lampknop.
Ovenventilator Voor het ontdooien van diepvriesvoedsel.
Draai om deze functie te gebruiken de knop naar
de uitstand en druk vervolgens op de knop voor
de ventilator.
Om de ventilator te gebruiken in combinatie met
de gasoverbrander, steekt u de gasoven aan en
drukt u op de knop voor de ventilator.
www.aeg.com12
Ovenfunctie Applicatie
1 - 8
2)
Gas Multifunctie Verschillende gerechten tegelijkertijd koken. Om
zelfgemaakte vruchten in siroop te bereiden en
champignons of fruit te drogen.
Stel om deze functie te gebruiken de oveninstel-
lingen in en druk op de ventilatorknop.
Circulatiegrill Het grillelement en de ventilator van de oven
werken samen, zodat de hetelucht rondom de
gerechten circuleert. Voor het bakken van grote
stukken vlees.
Draai om deze functie te gebruiken de knop voor
de ovenfuncties naar de grillstand en druk op de
ventilatorknop.
1)
1 - 140°C, 2 - 155°C, 3 - 170°C, 4 - 185°C, 5 - 205°C, 6 - 220°C, 7 - 235°C, 8 - 250°C
2)
1 - 130°C, 2 - 145°C, 3 - 150°C, 4 - 165°C, 5 - 180°C, 6 - 195°C, 7 - 210°C, 8 - 230°C
8.2 De ovengasbrander
ontsteken
LET OP!
Bij aanzetten van de
ovenbrander moet de
ovendeur worden geopend.
LET OP!
Zorg ervoor dat de deksel is
geopend. Bij gebruik van de
oven moet het deksel
geopend worden om
oververhitting te voorkomen.
Veiligheidsinrichting oven:
De gasoven beschikt over
een thermokoppel. Deze
stopt de gastoevoer als de
vlam dooft.
1. Open de ovendeur.
2. Draai de knop voor de ovenfuncties
linksom naar de maximale
warmteinstellingen en druk deze naar
beneden om de brander te
ontsteken.
3. Houd de knop voor de ovenfuncties
ingedrukt gedurende maximaal 15
seconden om het thermokoppel voor
te verwarmen. Als u dat niet doet,
wordt de gastoevoer onderbroken.
8.3 Handmatige ontsteking
van de ovengasbrander
Als er geen elektriciteit is kunt u de
ovenbrander ontsteken zonder de
elektrische voorziening.
1. Open de ovendeur.
2. Houd een vlam in de buurt van de
opening in de bodem van de oven.
3. Druk tegelijkertijd op de knop voor
de ovenfuncties en draai de knop
linksom naar de maximale gasstand.
4. Houd als het vlammetje gaat
branden de knop voor de
ovenfuncties maximaal 15 seconden
ingedrukt bij de maximale gasstand
of laat het thermokoppel opwarmen.
NEDERLANDS
13
Houd de knop voor de
ovenfuncties niet langer dan
15 seconden ingedrukt. Als
de ovenbrander na 15
seconden nog niet brandt,
de bedieningsknop loslaten,
naar de uitstand draaien, de
ovendeur openen en
minstens 1 minuut wachten
voordat u opnieuw probeert
de brander te ontsteken.
8.4 Na het ontsteken van de
gasbrander van de oven
1. Laat de knop voor de ovenfuncties
los.
2. Sluit u de ovendeur.
3. Draai de knop voor de ovenfuncties
om de gewenste stand in te stellen.
Houd een vlam in de buurt van de
opening in de bodem van de oven.
8.5 De ovenbrander
uitschakelen
Om de vlam te doven, de knop naar de
off-positie draaien .
8.6 Veiligheidsthermostaat
Een onjuiste bediening van het apparaat
of defecte componenten kunnen
gevaarlijke oververhitting veroorzaken.
Om dit te voorkomen is de oven
voorzien van een veiligheidsthermostaat
die de stroomtoevoer onderbreekt.
Zodra de temperatuur is gedaald, wordt
de oven automatisch weer ingeschakeld.
8.7 Grill
WAARSCHUWING!
Alle bereidingen moeten
worden uitgevoerd met
gesloten deur.
We raden aan om de
elektrische grill niet
tegelijkertijd met de
gasoven te gebruiken.
1. Draai de knop voor de ovenfuncties
rechtsom naar .
2. Stel de plaatpositie af voor
verschilldende voedseldiktes.
Plaats het voedsel dicht bij het
bovenste verwarmingselement als u
het snel wilt bereiden en iets verder
weg voor een behoedzamer
bereiding
De meeste gerechten kunnen het
beste op het rooster in de grillpan
worden geplaatst. Hierdoor wordt
een maximale luchtcirculatie
gerealiseerd en bevindt het voedsel
zich niet in maar boven het vet en de
vleessappen Indien gewenst kunnen
gerechten zoals vis, lever en niertjes
direct op de grillpan worden
geplaatst.
Droog het voedsel vóór het grillen
goed af, zodat het niet gaat spatten
Strijk mager vlees en vis licht in met
een beetje olie of gesmolten boter,
zodat de gerechten tijdens de
bereiding mals blijven.
Overige ingrediënten, zoals tomaten
en champignons, kunnen tijdens het
grillen van vlees onder de grill worden
geplaatst
Voor het roosteren van brood raden
wij u aan het bovenste inzetniveau te
gebruiken.
Indien nodig moet het voedsel tijdens
de bereiding worden omgedraaid.
Draai de knop naar de uit-stand om de
functie uit te schakelen.
8.8 Grillaanduiding
Het indicatielampje voor de grill gaat
alleen branden als u de grillfunctie
instelt. Het gaat uit als de oven de juiste
temperatuur heeft bereikt Het gaat
vervolgens aan en uit om aan te geven
dat de temperatuur wordt aangepast
www.aeg.com
14
9. OVEN - KLOKFUNCTIES
9.1 Kookwekker
Gebruik de kookwekker voor het
instellen van een afteltijd. De maximale
tijdsduur die u in kunt stellen bedraagt
99 minuten 50 seconden.
Deze functie heeft geen
invloed op de werking van
het apparaat.
Druk op de knop om de afteltijd voor
de kookwekker in te stellen.
Als deze tijd is verstreken, knippert het
indicatielampje en hoort u een
geluidssignaal. Druk op een willekeurige
toets om het signaal uit te zetten.
10. OVEN - GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
10.1 De accessoires plaatsen
Bakrooster:
Schuif het rooster tussen de
geleidestangen van het ovenniveau. De
dubbele randen moeten aan de
achterkant van de oven omhoog wijzen.
Plaat:
Duw de bakplaat niet
helemaal tot de achterwand
van de oven. Dit zal
voorkomen dat de warmte
rondom de bakplaat kan
circuleren. Het gerecht kan
verbranden, vooral aan de
achterzijde van de bakplaat.
Plaats het blik of de diepe plaat tussen
de geleidestangen van de inschuifrail.
Zorg ervoor dat het de achterwand van
de oven niet raakt.
Bakrooster en braadpan samen:
Plaats de braadpan tussen de geleiders
van de inschuifrails en het bakrooster op
de geleiders erboven.
NEDERLANDS
15
11. OVEN - AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
De temperaturen en
baktijden in de tabellen zijn
slechts als richtlijn bedoeld.
Deze zijn afhankelijk van de
recepten en de kwaliteit en
de hoeveelheid van de
gebruikte ingrediënten.
11.1 Algemene informatie
Het apparaat heeft vier inzetniveaus.
Tel de inzetniveaus vanaf de bodem
van het apparaat.
Het apparaat heeft een speciaal
systeem dat de lucht circuleert en
voor doorlopende recycling van
stoom zorgt. Dankzij dit systeem is
het mogelijk om voedsel te bereiden
in een atmosfeer met stoom en
worden de gerechten zacht van
binnen en knapperig van buiten.
Bovendien worden de bereidingstijd
en het energieverbruik tot een
minimum beperkt.
Vocht kan in het apparaat of op de
glazen deurpanelen condenseren. Dit
is normaal. Ga altijd iets terug staan
van het apparaat als u de deur van het
apparaat tijdens de werking opent.
Om de condens te verminderen,
dient u het apparaat 10 minuten te
laten voorverwarmen.
Veeg na elk gebruik het vocht van het
apparaat.
Plaats geen voorwerpen direct op de
bodem van het apparaat en bedek de
bodem tijdens de bereiding niet met
aluminiumfolie. Dit kan de
bakresultaten veranderen en de
emaillelaag beschadigen.
11.2 Bakken
Uw nieuwe oven kan een andere bak-/
braadverhouding hebben dan het
apparaat dat u tot nu toe gebruikt
heeft. Pas uw normale instellingen
(temperatuur, gaartijden) en de
ovenniveaus aan de tabelwaarden
aan.
De fabrikant raadt u aan de eerste
keer een lagere temperatuur in te
stellen.
Als u geen concrete aanwijzingen
kunt vinden voor een speciaal recept,
kijkt u bij een soortgelijk product.
Bij het bereiden van cake op
meerdere niveaus kan de baktijd ca.
10 - 15 minuten langer zijn.
Als de cake niet overal even hoog is,
wordt de cake in het begin van het
bakproces niet overal even bruin.
Verander in dit geval de
temperatuurinstelling niet. De
verschillen verminderen tijdens het
bakproces.
Bij langere baktijden kunt u de oven
ca. 10 minuten voor het einde van de
baktijd uitschakelen en profiteren van
de restwarmte.
Wanneer u bevroren gerechten gebruikt,
kunnen de bakplaten in de oven tijdens
het bakken vervormen. Wanneer de
bakplaten afkoelen, verdwijnt de
vervorming.
11.3 Voor de bereiding van
gebak
De ovendeur mag pas worden
geopend als driekwart van de baktijd
is verstreken.
Als u twee bakplaten tegelijkertijd
gebruikt, dient u één niveau ertussen
leeg te laten.
11.4 Voor de bereiding van
vlees en vis
Gebruik een diepe bak voor erg vet
voedsel om te oven te behoeden
voor blijvende vetvlekken.
Laat het vlees ongeveer 15 minuten
rusten voordat u het aansnijdt, zodat
het vleessap er niet uit stroomt.
Om te veel rook tijdens het braden in
de oven te vermijden, kunt u een
beetje water in de lekbak gieten. Om
rook te vermijden, voegt u water toe
wanneer het is opgedroogd.
www.aeg.com
16
11.5 Bereidingstijden
De bereidingsduur is afhankelijk van het
soort voedsel, de samenstelling en het
volume.
Houd in eerste instantie het
bereidingsproces in de gaten. Zoek bij
het gebruik van dit apparaat de beste
instellingen (temperatuur,
bereidingsduur, etc.) voor uw kookgerei,
recepten en hoeveelheden.
11.6 Bereidingstabel
Gerecht Hoeveelheid
(g)
Thermo-
staat-
stand
Tijd (min) Roos-
ter-
hoogt
e
Accessoires
Deegreepjes
1)
250 2 25 - 30 3 aluminium bakplaat
Deegreepjes
1)
250 2 20 - 25 3 bakblik
Platte cake
1)
1000 2 - 3 35 - 45 3 aluminium bakplaat
Platte cake
1)
1000 2 35 - 40 3 bakblik
Koffiebroodjes
met appel
1)
2000 5 50 - 60 3 aluminium bakplaat
Appeltaart
1)
1200 + 1200 6 55 - 65 3 2 ronde aluminium
bakplaat (diameter: 20
cm)
Kleine ca-
kejes
1)
500 2 - 3 25 - 30 3 aluminium bakplaat
bakblik
Biscuittaart
zonder vet
1)
350 3 30 - 35 3 1 ronde aluminium
bakplaat (diameter: 26
cm)
Pannenkoek 1500 2 - 3
45 - 55
2)
3 aluminium bakplaat
Pannenkoek 1500 2 - 3
40 - 50
3)
3 bakblik
Hele kip 1400 8 50 - 60 3 rooster
3 bakblik
Broodtaart
4)
800 7 - 8 15 - 20 3 aluminium bakplaat
Broodtaart
4)
800 6 - 7 15 - 20 3 bakblik
Gevulde gist-
cake
5)
1200 4 - 5 40 - 50 3 aluminium bakplaat
bakblik
Pizza
1)
1000 5 - 6 25 - 35 3 aluminium bakplaat
NEDERLANDS 17
Gerecht Hoeveelheid
(g)
Thermo-
staat-
stand
Tijd (min) Roos-
ter-
hoogt
e
Accessoires
Pizza
1)
1000 5 - 6 25 - 30 3 bakblik
Kwarktaart 2600 3 80 - 90 3 aluminium bakplaat
Kwarktaart 2600 3 70 - 80 3 bakblik
Zwitserse ap-
pelflan
5)
1900 6 - 7 50 - 60 3 aluminium bakplaat
Zwitserse ap-
pelflan
5)
1900 6 - 7 40 - 50 3 bakblik
Kerstcake
6)
2400 3 - 4
60
7)
3 aluminium bakplaat
Kerstcake
6)
2400 3 - 4
60
3)
3 bakblik
Quiche Lor-
raine
5)
1000 5 - 6 50 - 60 3 1 ronde aluminium
bakplaat (diameter: 26
cm)
Boerenbrood
6)
750 + 750 4 - 5 50 - 60 3 2 ronde aluminium
bakplaat (diameter: 20
cm)
Roemeense
biscuittaart
1)
600 + 600 2 - 3 50 - 60 3 2 ronde aluminium
bakplaten (diameter:
25 cm)
Roemeense
biscuittaart -
traditioneel
1)
600 + 600 2 - 3 40 - 50 3 2 ronde aluminium
bakplaten (diameter:
25 cm)
Opgerolde
cake met jam
1)
500 2 - 3 20 - 30 3 aluminium bakplaat
Opgerolde
cake met jam
1)
500 2 - 3 20 - 25 3 bakblik
Schuimpjes 400 1 - 2 40 - 50 3 aluminium bakplaat
Schuimpjes 400 1 40 - 50 3 bakblik
Soesjes
1)
500 3 - 4 35 - 40 3 aluminium bakplaat
Soesjes
1)
500 2 - 3 30 - 35 3 bakblik
Kruimeltaart
5)
1500 5 - 6 30 - 40 3 aluminium bakplaat
Kruimeltaart
5)
1500 5 - 6 30 - 35 3 bakblik
www.aeg.com18
Gerecht Hoeveelheid
(g)
Thermo-
staat-
stand
Tijd (min) Roos-
ter-
hoogt
e
Accessoires
Biscuitgebak
1)
600 2 35 - 40 3 aluminium bakplaat
Biscuitgebak
1)
600 2 30 - 35 3 bakblik
Botertaart
5)
600 2 - 3 25 - 30 3 aluminium bakplaat
Botertaart
5)
600 3 20 - 25 3 bakblik
1)
Verwarm de oven 10 minuten voor.
2)
Nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld, laat u de cake nog 7 minuten in de oven.
3)
Nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld, laat u de cake nog 5 minuten in de oven.
4)
Verwarm de oven 20 minuten voor.
5)
Verwarm de oven 15 minuten voor.
6)
Verwarm de oven 15 minuten voor met de thermostaat op stand 8.
7)
Nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld, laat u de cake nog 10 minuten in de oven.
11.7 De grill samen met de gasovenbrander gebruiken
Gerecht Hoeveel-
heid (g)
Thermo-
staatstand
Tijd
(min)
Elektri-
sche grill
(min.)
Rooster-
hoogte
Accessoires
Hele kip 1000 6 60 60 - braadspit
1 bakblik
11.8 Grill
Gerecht Hoeveelheid
(g)
Tijd (min) Rooster-
hoogte
Accessoires
Toast
1)
500 4 - 6 3 rooster
Biefstuk
1)
1000 20 + 20 2 rooster
1 bakblik
Halve kip 1200 30 + 35 2 rooster
1 bakblik
Gebraden varkensko-
telet
500 30 + 30 2 rooster
1 bakblik
1)
Verwarm de oven 10 minuten voor.
NEDERLANDS 19
12. OVEN - ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
12.1 Opmerkingen over
schoonmaken
Maak de voorkant van het apparaat
schoon met een zachte doek en een
warm sopje.
Gebruik voor metalen oppervlakken
een universeel reinigingsmiddel.
Reinig de binnenkant van het
apparaat na elk gebruik.
Opeenhopingen van vetten of andere
voedselresten kunnen brand
veroorzaken. Het risico is hoger voor
de grillpan.
Verwijder hardnekkig vuil met een
speciale ovenreiniger.
Reinig alle accessoires na elk gebruik
en laat ze drogen. Gebruik een zachte
doek en een warm sopje en een
reinigingsmiddel.
Toebehoren met antiaanbaklaag
mogen niet worden schoongemaakt
met een agressief reinigingsmiddel,
voorwerpen met scherpe randen of
een afwasautomaat. Dit kan de
antiaanbaklaag beschadigen.
12.2 Apparaten van roestvrij
staal of aluminium:
Maak de ovendeur alleen
schoon met een natte spons.
Droog maken met een
zachte doek.
Vermijd het gebruik van
staalwol, zure of schurende
producten, deze kunnen de
oppervlakken van de oven
beschadigen. Maak het
bedieningspaneel van de
oven net zo voorzichtig
schoon
12.3 Verwijderbare
inschuifrails
Als u de binnenkant van de oven wilt
reinigen, verwijdert u de inschuifrails.
1. Trek de inschuifrail bij de voorkant uit
de zijwand.
2. Trek de geleider bij de achterkant uit
de zijwand en verwijder deze.
2
1
Installeer de inschuifrails in de
omgekeerde volgorde.
12.4 Katalytische reiniging
LET OP!
Probeer niet om het
katalytisch oppervlak te
reinigen met ovenspray,
schuurmiddel, zeep of
andere
schoonmaakmiddelen.
Hierdoor raakt het
katalytische oppervlak
beschadigd.
Verkleuring van het
katalytische oppervlak heeft
geen invloed op de
katalytische eigenschappen.
www.aeg.com20
WAARSCHUWING!
Houd kinderen uit de buurt
wanneer u de oven bij hoge
temperaturen reinigt. Het
ovenoppervlak wordt zeer
heet en er bestaat gevaar
voor brandwonden.
Verwijder voor het activeren
van de katalytische reiniging
eerst alle accessoires uit de
oven.
De wanden met een katalytische laag zijn
zelfreinigend. Ze absorberen op de wand
opgehoopt vet tijdens de werking van
het apparaat.
Om deze zelfreinigende procedure te
ondersteunen moet u de lege oven
regelmatig verwarmen.
1. Reinig de de bodem van de oven
met water en afwasmiddel en droog
het af.
2. Stel de oventemperatuur in op 250°C
en laat de oven 1 uur werken.
3. Wanneer het apparaat is afgekoeld,
maak het schoon met een zachte en
vochtige spons.
12.5 De ovendeur reinigen
De ovendeur heeft twee glazen ruitjes. U
kunt de ovendeur en het glazen
binnenruitje verwijderen om schoon te
maken.
De ovendeur kan dichtslaan
als u de interne glasplaat
probeert te verwijderen als
de deur nog gemonteerd is.
LET OP!
Gebruik de oven nooit
zonder glazen binnenruitje.
1. Open de deur volledig en houd de
twee deurscharnieren vast.
2. Til de hendels op de twee
scharnieren omhoog en draai ze.
3. Sluit de ovendeur halverwege tot de
eerste openingsstand. Trek hem
daarna naar voren en haal de deur uit
zijn zitting.
4. Leg de deur op een zachte doek op
een stabiele ondergrond.
NEDERLANDS
21
5. Maak het vergrendelingssysteem
open om het glazen binnenruitje te
verwijderen.
6. Draai de twee bevestigingen 90° en
verwijder ze uit hun houders.
90°
7. De glasplaat voorzichtig optillen en
verwijderen.
1
2
8. Reinig de glasplaat met een sopje.
Droog de glasplaat voorzichtig af.
Als u het glazen paneel en de ovendeur
heeft schoongemaakt, plaatst u ze terug.
Voer bovenstaande stappen uit in de
omgekeerde volgorde.
De bedrukte zijde moet naar de
binnenkant van de deur gericht zijn. Zorg
ervoor dat na de installatie het oppervlak
van de glazen paneelrand niet ruw
aanvoelt als u het aanraakt.
Zorg ervoor dat u het binnenruitje
correct in de uitsparingen plaatst.
12.6 De lade verwijderen
WAARSCHUWING!
Bewaar geen ontvlambare
dingen in de lade (bijv.
schoonmaakmiddelen,
plastic zakken,
ovenhandschoenen, papier,
reinigingssprays, enz). Als u
de oven gebruikt, kan de
lade heet worden. Er kan
brand ontstaan.
De lade onder de oven kan worden
verwijderd om gemakkelijker te worden
schoongemaakt.
1. Trek de lade volledig naar buiten, tot
deze niet verder kan.
www.aeg.com
22
2. Til de lade langzaam op.
3. Trek de lade volledig uit.
Voer de bovenstaande stappen in
omgekeerde volgorde uit om de lade te
installeren.
12.7 Het lampje vervangen
Leg een doek op de bodem van de
binnenkant van het apparaat. Dit
voorkomt schade aan het afdekglas en
de ovenruimte.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrocutie!
Maak de zekering los
voordat u de lamp vervangt.
De lamp en het afdekglas
kunnen heet zijn.
1. Schakel het apparaat uit.
2. Verwijder de zekeringen in de
zekeringenkast, of schakel de
stroomonderbreker uit.
Het achterste lampje
1. Draai het afdekglas van de lamp naar
rechts en verwijder het.
2. Reinig het afdekglas.
3. Vervang de lamp door een geschikte
hittebestendige lamp voor 300 °C.
4. Plaats het afdekglas terug.
13. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
13.1 Wat moet u doen als…
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Er is geen vonk als de von-
kontsteking wordt geacti-
veerd.
De kookplaat is niet aan-
gesloten op een stopcontact
of is niet goed geïnstalleerd.
Controleer of de kookplaat
goed is aangesloten op het
lichtnet. Raadpleeg het
aansluitdiagram.
Er is geen vonk als de von-
kontsteking wordt geacti-
veerd.
De zekering is uitgescha-
keld.
Controleer of de zekering de
oorzaak van de storing is. Als
de zekeringen keer op keer
doorslaan, neemt u contact
op met een erkende elektri-
cien.
Er is geen vonk als de von-
kontsteking wordt geacti-
veerd.
De branderdeksel en kroon
zitten niet goed op hun
plaats.
Plaats de branderdeksel en
de kroon op juiste wijze.
De vlam gaat meteen na de
ontsteking uit.
Het thermokoppel is niet
voldoende opgewarmd.
Na het ontsteken van de
vlam, de vlamontsteking cir-
ca 10 sec. ingedrukt houden.
NEDERLANDS 23
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
De vlamring is ongelijk. De branderkroon is verstopt
met etensresten.
Controleer of de hoofdins-
puiter niet verstopt is en of
de branderkroon schoon is.
De branders werken niet. Er is geen gastoevoer. Controleer de gasaansluit-
ing.
Het apparaat maakt lawaai. Sommige metalen onderde-
len van het apparaat zetten
uit en krimpen als ze opwar-
men of afkoelen. De gelui-
den zijn normaal.
Het vlamkleur is oranje of
geel.
De vlam kan er op sommige
plekken van de brander or-
anje of geel uitzien. Dit is
normaal.
De oven wordt niet warm. De oven is uitgeschakeld. Schakel de oven in.
Het lampje brandt niet. Het lampje is stuk. Vervang het lampje.
Stoom en condens slaan
neer op de gerechten en in
de ovenruimte.
Het gerecht heeft te lang in
de oven gestaan.
Laat gerechten na het berei-
den niet langer dan 15 - 20
minuten in de oven staan.
De oven wordt niet warm. De klok is niet ingesteld. Stel de klok in.
De oven wordt niet warm. De benodigde kookstanden
zijn niet ingesteld.
Zorg ervoor dat de instellin-
gen correct zijn.
De bereiding van de ger-
echten duurt te lang of de
gerechten worden te snel
gaar.
De temperatuur is te laag of
te hoog.
Pas indien nodig de temper-
atuur aan. Volg het advies in
de handleiding op.
Het display toont een fout-
code die niet in deze lijst
voorkomt.
Er is een elektrische fout. Schakel de oven uit via de
huiszekering of de veiligh-
eidsschakelaar in de zeker-
ingkast en schakel deze
weer in.
Neem contact op met de
klantenservice wanneer de
foutcode opnieuw wordt
weergegeven.
13.2 Onderhoudgegevens
Als u niet zelf het probleem kunt
verhelpen, neem dan contact op met uw
verkoper of de serviceafdeling.
De contactgegevens van het
servicecentrum staan op het typeplaatje.
Het typeplaatje bevindt zich voor aan de
binnenkant van het apparaat. Verwijder
het typeplaatje niet uit de ovenruimte.
www.aeg.com24
Wij adviseren u om de gegevens hier te noteren:
Model (MOD.) .........................................
Productnummer (PNC) .........................................
Serienummer (S.N.) .........................................
14. MONTAGE
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
14.1 Locatie van het apparaat
U kunt uw vrijstaand apparaat met kasten
aan een of twee zijden en in de hoek
plaatsen.
Houd een afstand van
ongeveer 1 cm tussen het
apparaat en de achterwand
zodat de deksel open kan.
Zie voor minimale afstanden de tabel.
A
C
D
D
B
Minimum afstanden
Afmetingen mm
A 400
B 650
C 150
D 20
14.2 Technische gegevens
Spanning 230 V
Frequentie 50 Hz
Apparaatklasse 1
Afmetingen mm
In hoogte 855
Breedte 600
Diepte 600
14.3 Overige technische gegevens
Categorie apparaat: II2E+3+
Gas origineel: G20/G25 (2E+) 20/25 mbar
Gas vervanging: G30 (3+) 28-30 mbar
G31 (3+) 37 mbar
NEDERLANDS 25
14.4 Bypassdiameters
BRANDER
Ø BYPASS
1)
1/100 mm
Sudderbrander 29 / 30
Normale brander 32
Snelle brander 42
Oven 44
1)
Type bypass is afhankelijk van het model.
14.5 Gasbranders voor AARDGAS G20 20 mbar
BRANDER NORMAAL VERM-
OGEN kW
1)
BEPERKT VERMOGEN
kW
1)
INSPUITERMAR-
KERING 1/100 mm
Snelle brander 3.0 0.72 / 0.75 119
Normale brander 2.0 / 1.9 0.43 / 0.45 96
Sudderbrander 1.0 0.35 70
Oven 2.7 0.90 120
1)
Type bypass is afhankelijk van het model.
14.6 Gasbranders voor AARDGAS G25 25 mbar
BRANDER NORMAAL VERM-
OGEN kW
1)
BEPERKT VERMOGEN
kW
1)
INSPUITERMAR-
KERING 1/100 mm
Normale brander 1.85 0.43 100
Sudderbrander 0.95 0.35 70
Oven 2.5 0.9 120
1)
Type bypass is afhankelijk van het model.
14.7 Gasbranders voor LPG G30 28-30 mbar
BRANDER NORMAAL
VERMOGEN
kW
BEPERKT
VERMOGEN
kW
INSPUITERMAR-
KERING 1/100
mm
NOMINALE GAS-
STROMING g/h
Snelle brand-
er
3.0 0.72 88 218
Normale
brander
2.0 0.43 71 145
Sud-
derbrander
1.0 0.35 50 73
www.aeg.com26
BRANDER NORMAAL
VERMOGEN
kW
BEPERKT
VERMOGEN
kW
INSPUITERMAR-
KERING 1/100
mm
NOMINALE GAS-
STROMING g/h
Oven 2.7 0.90 80 196
14.8 Gasbranders voor LPG G31 37 mbar
BRANDER NORMAAL
VERMOGEN
kW
1)
BEPERKT VERMO-
GEN kW
1)
INSPUITER-
MARKERING
1/100 mm
NOMINALE GAS-
STROMING g/h
Snelle brand-
er
3.0 0.72 88 214
Normale
brander
2.0 0.43 71 143
Sud-
derbrander
1.0 0.35 50 71
Oven 2.7 0.9 80 193
1)
Type bypass is afhankelijk van het model.
14.9 Gasaansluiting
WAARSCHUWING!
De volgende instructies over
de installatie en het
onderhoud moeten
opgevolgd worden door
vakkundig personeel in
overeenstemming met de
geldende voorschriften.
Gebruik vaste aansluitingen of een
flexibele leiding van roestvrij staal, in
overeenstemming met de voorschriften
die van kracht zijn. Als u flexibele
metalen leidingen gebruikt, moet u
opletten dat deze niet in aanraking
komen met bewegende onderdelen, of
dat ze niet vastgeklemd worden.
De verbinding moet worden aangelegd
in overeenstemming met NEN 1078.
Controleer of de
gastoevoerdruk van het
apparaat voldoet aan de
aanbevolen waarden. De
verstelbare aansluiting wordt
op de uitbreidingsbrug
bevestigd met behulp van
een schroefdraadmoer G
1/2" (NEN 3258). Schroef de
onderdelen vast zonder
kracht, stel de verbinding in
de nodige richting af en
draai alles vast.
WAARSCHUWING!
De gasleiding mag het deel
van het apparaat niet raken
zoals getoond in de
afbeelding.
NEDERLANDS 27
14.10 Aansluiting van flexibele
niet-metalen leidingen
Als u eenvoudig toegang heeft tot de
aansluiting, dan kunt u een flexibele
leiding gebruiken. De flexibele leiding
moet goed worden aangespannen door
klemmen.
Gebruik bij montage altijd de
leidinghouder en de pakking. De
flexibele pijp is correct als:
ze niet meer kan worden opgewarmd
dan kamertemperatuur, hoger dan 30
°C;
niet langer is dan 1.500 mm;
nergens nauw is;
niet gedraaid is;
niet in aanraking komt met scherpe
randen of hoeken;
de staat eenvoudig kan worden
gecontroleerd.
Zorg er bij het controleren van de
flexibele pijp voor dat:
de leiding geen barsten, sneden,
vlekken of brandsporen vertoont op
de twee uiteinden en over de
volledige lengte;
het materiaal niet gehard is, maar de
juiste elasticiteit vertoont;
de bevestigingsklemmen niet verroest
zijn;
de vervaldatum niet is verstreken.
Als er één of meerdere defecten
waarneembaar zijn, mag de leiding niet
worden gerepareerd, maar moet deze
worden vervangen.
WAARSCHUWING!
Controleer waneer de
installatie is voltooid of elke
leidingfitting goed is
afgedicht. Gebruik een
zeepoplossing, geen vlam.
De gastoevoer bevindt zich aan de
achterkant van het bedieningspaneel.
WAARSCHUWING!
Trek voordat u het gas
aansluit eerst de stekker uit
het stopcontact of schakel
de zekering uit.Sluit de
primaire klep van de
gastoevoer.
14.11 Aanpassing aan
verschillende types gas
Alleen bevoegde personen
mogen de afstelling aan
verschillende types gas
uitvoeren.
Als het apparaat is ingesteld
voor aardgas, dan kunt u dit
met de geschikte injectors
wijzigen naar vloeibaar gas.
De hoeveelheid gas wordt
aangepast.
WAARSCHUWING!
Voordat u de injectors
vervangt, moet u ervoor
zorgen dat de gasknoppen
zich in de UIT-stand
bevinden. Trek de stekker uit
het stopcontact. Laat het
apparaat afkoelen. U kunt
letsel oplopen.
Het apparaat is ingesteld op
standaardgas. Om de
instelling te wijzigen moet u
altijd de afdichtpakking
gebruiken.
A B C
A) Uiteinde van as met moer
B) Pakking
C) Elleboog (indien nodig)
www.aeg.com
28
14.12 Vervangen van
kookplaatinjectors
Vervang de injectors wanneer u het
gastype wijzigt.
1. Verwijder de pannendrager.
2. Verwijder de branderkappen en -
kronen.
3. Maak de injectors los met een sleutel
van 7 mm en verwijder deze.
4. Vervang ze door de injectors die
nodig zijn voor het type gas dat u
gebruikt.
5. Vervang het typeplaatje (naast de
gastoevoerleiding) door het plaatje
voor het nieuwe type gastoevoer.
U kunt het plaatje vinden
in de zak die bij het
apparaat geleverd is.
Als de druk van de gastoevoer niet
constant is of verschilt van de vereiste
druk, moet u een geschikte drukregelaar
op de gastoevoerleiding monteren.
14.13 Aanpassen van de
minimale gasstand op de
fornuisbrander
1. Haal de stekker uit het stopcontact.
2. Verwijder de knop voor de
kookplaat. Demonteer als de bypass-
schroef niet toegankelijk is eerst het
bedieningspaneel voor de afstelling.
3. Stel de stand van de bypass-schroef
A af met een dunne en platte
schroevendraaier.
Het model bepaalt de positie van de
bypass-schroef A.
A
A
Omzetten van aardgas naar
vloeibaar gas
1. Draai de bypass-schroef volledig
vast.
2. Doe de knop terug.
Omzetten van vloeibaar gas
naar aardgas
1. Draai de stand van de bypass-schroef
A één draai los.
2. Plaats de knop voor de kookplaat
terug.
3. Sluit het apparaat aan op het
stopcontact.
WAARSCHUWING!
Steek de stekker pas in
het stopcontact wanneer
alle onderdelen terug op
hun oorspronkelijke
plaats zitten. U kunt
letsel oplopen.
4. Steek de brander aan.
Raadpleeg het hoofdstuk 'Kookplaat
- Dagelijks gebruik'.
5. Draai de knop voor de kookplaat
naar een laagste stand.
6. Verwijder de knop voor de kookplaat
weer.
7. Draai de bypass-schroef langzaam
vast tot de vlam klein en stabiel
wordt.
8. Plaats de knop voor de kookplaat
weer terug.
14.14 Vervangen van
ovenspuitmonden
1. Verwijder de onderste plaat in de
binnenkant van de oven A om
toegang te krijgen tot de
ovenbrander B.
NEDERLANDS
29
AB
2. Maak schroef C los die de brander
op zijn plaats houdt.
C
3. Verplaats voorzichtig de brander van
de injectorsteun D.
D
E
F
4. Schuif deze naar de linkerzijde. Zorg
ervoor dat de brandermof op het
mondstuk van de brander blijft.
Oefen geen kracht uit op de draad
van de vonkplugconnector F en de
thermokoppelgeleider E.
5. Maak de branderinjector D los met
een sleutel van 7 mm en vervangen
door een nieuwe.
Monteer de brander door de stappen in
omgekeerde volgorde te volgen.
Vervang het label dat het type gas
vermeldt - in de buurt van de gastoevoer
- door een label dat het nieuwe type gas
vermeldt.
14.15 Aanpassen van de
minimale gasstand op de
ovenbrander
1. Haal de stekker uit het stopcontact.
2. Verwijder de bedieningsknop voor
de ovenfuncties. Demonteer als de
bypass-schroef niet toegankelijk is
eerst het bedieningspaneel voor de
afstelling.
3. Stel de stand van de bypass-schroef
A af met een dunne en platte
schroevendraaier.
Het model bepaalt de positie van de
bypass-schroef A.
A
Omzetten van aardgas naar
vloeibaar gas
1. Draai de bypass-schroef volledig
vast.
2. Doe de knop terug.
3. Sluit het apparaat aan op het
stopcontact.
www.aeg.com
30
Omzetten van vloeibaar gas
naar aardgas
1. Draai de stand van de bypass-schroef
A één draai los.
2. Plaats de knop voor de ovenfuncties
terug.
3. Sluit het apparaat aan op het
stopcontact.
WAARSCHUWING!
Steek de stekker pas in
het stopcontact wanneer
alle onderdelen terug op
hun oorspronkelijke
plaats zitten. U kunt
letsel oplopen.
4. Steek de brander aan.
Raadpleeg het hoofdstuk 'Oven -
Dagelijks gebruik'.
5. Draai de knop voor de ovenfuncties
naar een laagste stand.
6. Verwijder de bedieningsknop voor
de ovenfuncties weer.
7. Draai de bypass-schroef langzaam
vast tot de vlam klein en stabiel
wordt.
8. Plaats de knop voor de ovenfuncties
terug.
9. Stel de maximale gasstand in van de
knop van de ovenfuncties en laat de
oven tenminste 10 minuten
opwarmen.
10. Draai de knop voor de ovenfuncties
snel van maximum naar minimum.
De vlam regelen. Zorg dat de vlam niet
uit gaat als u de knop snel van de
maximale stand naar de minimale stand
draait. Er moet een kleine, regelmatige
vlam zijn op de branderkroon zijn. Stel
de ovenbrander opnieuw in als de vlam
dooft.
14.16 Het apparaat waterpas
zetten
Gebruik kleine pootjes aan de onderkant
van het apparaat om het kookoppervlak
aan de bovenkant waterpas met andere
oppervlakken te brengen.
14.17 Anti-kantelbescherming
Stel de correcte hoogte in en bepaal
waar op het apparaat u de anti-
kantelbescherming gaat plaatsen.
LET OP!
Zorg dat u de anti-
kantelbescherming op de
correcte hoogte installeert.
Zorg ervoor dat het
oppervlak achter het
apparaat glad is.
U moet de anti-kantelbescherming
installeren. Als u dat niet doet, kan het
apparaat kantelen.
Uw apparaat is voorzien van het symbool
weergegeven in de afbeelding (indien
van toepassing) om u te herinneren aan
de montage van de anti-
kantelbescherming.
1. Installeer de anti-kantelbescherming
232-237 mm onder het bovenvlak van
het apparaat en 110-115 mm van de
zijkant van het apparaat in de ronde
NEDERLANDS
31
opening op een steun. Schroef de
beveiliging stevig in solide materiaal
of gebruik geschikte versteviging
(muur).
2. U vindt het gat aan de
linkerachterkant van het apparaat. Til
de voorkant van het apparaat op en
plaats dit in het midden van de
ruimte tussen de kastjes. Als de
afstand tussen de aanrechtkastjes
groter is dan de breedte van het
apparaat, moet u de zijmaten
aanpassen als u het apparaat wilt
centreren.
Als u de afmetingen van het
fornuis hebt gewijzigd, dan
moet u de anti-
kantelbescherming correct
uitlijnen.
LET OP!
Als de afstand tussen de
aanrechtkastjes groter is dan
de breedte van het
apparaat, moet u de
zijmaten aanpassen als u het
apparaat wilt centreren.
14.18 Elektrische installatie
WAARSCHUWING!
De fabrikant is niet
verantwoordelijk indien u
deze veiligheidsmaatregelen
uit hoofdstuk
'Veiligheidsinformatie' niet
opvolgt.
Dit apparaat wordt geleverd met stekker
en netsnoer.
WAARSCHUWING!
De stroomkabel mag het
onderdeel van het apparaat
dat getoond wordt in de
illustratie niet raken.
15. ENERGIEZUINIGHEID
15.1 Productinformatie voor kookplaat volgens EU-richtlijn
66/2014
Modelidentifi-
catie
35146GT-WN
Type kooktoes-
tel
Kookplaat in vrijstaand fornuis
Aantal
gasbranders
4
www.aeg.com32
Energiezuinig-
heid per
gasbrander (EE
gas burner)
Linksachter - Normale brander 55.0%
Rechtsachter - Normale brander 55.0%
Rechtsvoor - Sudderbrander niet van toepassing
Linksvoor - Driekronenbrander 52.5%
Energie-efficiëntie voor de gaskookplaat (EE gas hob) 54.2%
EN 30-2-1: Huishoudelijke kooktoestellen
op gas - Deel 2-1 : Energieverbruik -
Algemeen
15.2 Kookplaat -
Energiebesparing
U kunt elke dag energie besparen tijdens
het koken door de onderstaande tips te
volgen.
Warm alleen de hoeveelheid water op
die u nodig heeft.
Doe indien mogelijk altijd een deksel
op het kookgerei.
Zorg er voor gebruik voor dat de
branders en pannendragers goed
worden geplaatst.
De bodem van het kookgerei moet
de juiste diameter hebben voor de
brandermaat.
Zet het kookgerei meteen op de
brander en in het midden.
Wanneer de vloeistof begint te koken,
draait u de vlam omlaag, totdat de
vloeistof zachtjes pruttelt.
Gebruik indien mogelijk een
hogedrukpan. Zie de
gebruikshandleiding van de
hogedrukpan.
15.3 Productkaart en informatie voor ovens volgens EU
65-66/2014
Naam leverancier AEG
Modelidentificatie 35146GT-WN
Energie-efficiëntie Index 95.9
Energie-efficiëntieklasse A
Energieverbruik bij een standaardbelasting, stand
boven + onderwarmte
1.61 kWh/cyclus
5.90 MJ/cyclus
Energieverbruik bij een standaardbelasting, stand
hetelucht
1.91 kWh/cyclus
6.88 MJ/cyclus
Aantal ruimten 1
Warmtebron Gas
Volume 57 l
Soort oven Oven in vrijstaand fornuis
Massa 39.0 kg
EN 15181 Meetmethode van het
energieverbruik van gasgestookte ovens.
NEDERLANDS 33
15.4 Oven - Energiebesparing
Dit apparaat bevat functies die u helpen
energie te besparen tijdens het dagelijks
koken.
Algemene tips
Zorg ervoor dat de ovendeur
goed is gesloten als het apparaat
werkt en houd de deur tijdens de
bereiding zo veel mogelijk
gesloten.
Gebruik metalen schalen om
meer energie te besparen.
Zet indien mogelijk het eten in de
oven zonder voor te verwarmen.
Verlaag bij een bereidingsduur
langer dan 30 minuten de
oventemperatuur met minimaal 3
- 10 minuten, afhankelijk van de
bereidingsduur voordat de
kooktijd verstrijkt. De restwarmte
in de oven zorgt ervoor dat het
gerecht wordt voltooid.
U kunt de restwarmte gebruiken
om ander eten op te warmen.
Bereiding met hete lucht - gebruik
indien mogelijk de bereidingsfuncties
met hete lucht om energie te
besparen.
Eeten warm houden - kies de laagste
temperatuur als u de restwarmte wilt
gebruiken om eten warm te houden.
16. MILIEUBESCHERMING
Recycle de materialen met het symbool
. Gooi de verpakking in een geschikte
verzamelcontainer om het te recyclen.
Help om het milieu en de
volksgezondheid te beschermen en
recycle het afval van elektrische en
elektronische apparaten. Gooi apparaten
gemarkeerd met het symbool niet weg
met het huishoudelijk afval. Breng het
product naar het milieustation bij u in de
buurt of neem contact op met de
gemeente.
*
www.aeg.com
34
NEDERLANDS 35
www.aeg.com/shop
867313771-A-282015
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36

AEG 35146GT-WN Handleiding

Type
Handleiding