STIEBEL ELTRON EAC 5 Quick Guide - Operation Instruction

Type
Operation Instruction
INSTALLATION: ANSCHLUSS
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 7
DEUTSCH
Klemmenbelegung EAC 5
Anschlussübersicht EAC 5
NOTIZEN
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 23
DEUTSCH
INSTALLATION: WIRING
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 7
ENGLISH
Terminal assignment EAC 5
Connection diagram EAC 5
INSTALLATION : RACCORDEMENT
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 7
FRANÇAIS
Affectation des bornes EAC 5
ordement EAC 5
MEEGELEVERDE ONDERDELEN
2
Inhoudsopgave
Overzicht ..............................................................3
Installatie ..............................................................4
Montage .................................................................. 4
Aansluiting .............................................................. 5
Inbedrijfstelling ........................................................ 8
Technische gegevens ....................................... 14
Veiligheids- en installatie-instructies ................. 18
Veiligheidsinstructies
Bij de installatie en bij alle werkzaamheden aan het apparaat
moeten altijd de in de bijlage genoemde
veiligheidsinstructies worden opgevolgd!
Meegeleverde onderdelen
Oplaadbesturing EAC 5
Korte installatie-instructie EAC 5
(voor de installateur)
Gebruiksaanwijzing
(voor de gebruiker)
Potlood (de achterkant met de vlakgom kan
worden gebruikt voor de bediening van het
aanraakscherm)
OVERZICHT
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 3
NEDERLANDS
Overzicht
De oplaadbesturing EAC 5 is ontworpen voor gebruik in
verwarmingsinstallaties met elektrische accumulatie-
radiatoren.
De EAC 5 beschikt in de basisuitvoering over de in DIN EN
50350 bijpassende omschreven basisfuncties van een
centraal stuurapparaat:
berekening van de verwarmingsbehoefte uitgaande van
de buitentemperatuur,
verwerking van laadvrijgavesignalen van de
distributienetbeheerder (met/zonder tijdfunctie),
uitvoer van de laadvrijgave en de streeflaadgraad aan de
accumulatieradiatoren.
Vergeleken met een gestandaardiseerd centraal
stuurapparaat bevat de EAC 5 extra comfortfuncties voor
individuele gebruikerswensen. Hiertoe behoren bijv.
oplading, een programma voor vakantieperiodes en de
mogelijkheid van een online verbinding met een server op
het internet, zie onderstaand hoofdstuk.
Het type weersensor kan worden ingesteld op een voor
elektrische accumulatieverwarmingen gangbaar type. Voor
het besturingssignaal is een AC/ED-uitgang beschikbaar.
De oplaadbesturing EAC 5 beschikt over meerdere bij de
installatie beschikbare toepassingen waarmee het
oplaadmodel (Klassiek, Zelfaanpassend, Beperkt) wordt
ingesteld.
Aanvullende apparatuur
Door de TGN-busaansluiting is de oplaadbesturing EAC 5
accumulatorverwarming van de firma tekmar Regelsysteme
GmbH. Meer informatie over de beschikbare apparatuur kunt
u vinden op www.tekmar.de.
Aanvullende documentatie
Gebruiks- en montage-instructie EAC 5
(hoofddocument, als pdf-bestand online beschikbaar op:
www.stiebel-eltron.com)
INSTALLATIE: MONTAGE
4 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com
Installatie
Montage
Montage en aansluiting mogen uitsluitend worden
uitgevoerd door elektromonteurs die zijn geautoriseerd door
de netbeheerder en die over voldoende deskundigheid
beschikken m.b.t. het product. Bij de installatie moeten altijd
de veiligheidsinstructies worden opgevolgd!
Demontage van afgedankte apparaten
De schakelkast moet spanningsvrij worden geschakeld.
Markeer de oude kabels overeenkomstig de bestaande
klemmenbezetting.
(Dit vergemakkelijkt de latere herinstallatie.)
Maak de kabels los en demonteer de behuizing.
Montage van het stuurapparaat
De contactbescherming volgens beschermingsklasse II is
gewaarborgd door de volgende maatregelen:
inbouw in kleine installatieverdeler volgens DIN
57603/VDE 0603 (bijv. verdeler van het N-systeem) of
inbouw in installatieverdeler volgens DIN 57659/VDE 0659
De voorschriften volgens VDE 0100 moeten worden
nageleefd.
Volgens DIN EN 50350 moet een stuurapparaat met ED-
systeem worden geplaatst op de koudste plaats, d.w.z. in de
onderste montagerij van de verdeler. Aan beide kanten moet
een afstand van minstens één delingseenheid worden
vrijgehouden.
Montage van de weersensor
Een eventuele nieuwe weersensor moet ten minste 2 meter
boven de grond aan het externe metselwerk worden
geïnstalleerd. Het is belangrijk dat er geen warmtebronnen
(bijv. ventilatieschachten, gekantelde ramen of direct
invallend zonlicht) zijn die de sensor beïnvloeden.
Bedrading van SELV-signalen
Bij het leggen van de bedrading in de schakelkast en in
lege buizen moet er beslist aan worden gedacht dat de
onderstaande verbindingen SELV-signalen zijn, die op
voldoende afstand moeten blijven van netwerkkabels:
Weersensor
TGN-bus
INSTALLATIE: AANSLUITING
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 5
NEDERLANDS
Aansluiting
Na de montage van het apparaat wordt het bedraad volgens
de onderstaande klemmenbezettingsinstructie. Daarbij moet
beslist rekening worden gehouden met de onderstaande
aanwijzingen en het bij het apparaattype behorende
aansluitschema:
De aansluitingen op de klemmen L en N mogen niet
worden verwisseld.
De klemmen LF, LZ en indien van toepassing LX (bij
gebruik van de ingang als loopwerkstart LL) moeten
volgens de voorschriften van de plaatselijke netbeheerder
worden aangesloten op potentiaalvrije contacten bijv.
van een toonfrequentontvanger of tariefschakelklok.
De stuurfasen op de klemmen LF, LZ en LX moeten
dezelfde zijn als die van de netspanning op klem L.
De door de plaatselijke netbeheerder voorgeschreven
schakeling kan afwijken van de hier getoonde schakeling.
De actueel geldige schakeling wordt doorgaans vermeld
in de bijlage van de technische aansluitvoorwaarden
(TAB) van de netbeheerder.
Bij een apparaat met AC-stuuruitgang mag het maximale
stuurvermogen van het stuurapparaat niet worden
overschreden.
Het is aan te raden de stroomvoorziening van de gehele
verwarmingsregeling onafhankelijk van de
verwarmingsstroom zelf af te zekeren met een aparte
veiligheidsschakelaar.
INSTALLATIE: AANSLUITING
6 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com
Bovenste aansluitlijst (veiligheidslaagspanning)
Klem
Functie
TGN-bus
Aarde
+12V
(gereserveerd*)
D
(gereserveerd*)
Aarde
C
(gereserveerd*)
FS
Ingang vorstbeveiliging
Aarde
WF
Ingang weersensor **
* Gereserveerde klemmen mogen niet worden gebruikt als
steunklem!
** Attentie: Bij de inbedrijfstelling moet beslist het juiste type van
de aangesloten sensor worden ingesteld!
Onderste aansluitlijst (laagspanning)
Klem
Functie
L
Voedingsspanning
N
Voedingsspanning
A2
Stuursignaaluitgangen naar de
accumulatieradiatoren
A1
TGN230
(gereserveerd*)
LF
Laadvrijgave door netbeheerder
LX
Multifunctionele ingang, kan via de
software worden gebruikt voor
verschillende functies
LZ
Extra vrijgave door netbeheerder
SH
Schakeluitgang voor aansturing
hoofdrelais
INSTALLATIE: AANSLUITING
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 7
NEDERLANDS
Klemmenbezetting EAC 5
Aansluitschema EAC 5
INSTALLATIE: INBEDRIJFSTELLING
8 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com
Inbedrijfstelling
NB:
Bij de eerste inbedrijfstelling moeten de menuopties
onder
Menu
>
Installateur
>
Inbedrijfstelling
éénmaal volledig worden ingesteld resp. bevestigd.
De onderstaande instellingen zijn doorgaans voldoende voor
het goed functioneren van een standaardinstallatie. Als er
speciale installatiefuncties nodig zijn, kunnen er aanvullende
instellingen in het menuniveau
Installateur
>
Detailinstelling
worden uitgevoerd.
Onder het menuniveau
Informatie
>
Wachtwoorden instellen
kan een maximaal 3-traps individueel wachtwoordsysteem
worden ingericht, zie
Wachtwoordsysteem
in het
hoofddocument. Alle ingestelde wachtwoorden kunnen
worden verwijderd door het superwachtwoord 37603 in te
voeren.
Voor aanwijzingen over de bedieningsinterface zie
Gebruikersinterface
in het hoofddocument.
Niet alle menuopties zijn bij elke toepassing relevant en
zichtbaar. De zichtbaarheid is in de kolommen voor de
toepassing aangegeven met .
De kolom
Optie
bevat extra optiekenmerken, deze
betekenen:
G alleen bij geactiveerde gateway
De afzonderlijke menuopties worden aansluitend aan de
menustructuur gedetailleerd toegelicht, zie hiervoor de
verwijzingen in de kolom
Pagina
.
Zie voor aanvullende informatie het desbetreffende
hoofdstuk in het hoofddocument.
INSTALLATIE: INBEDRIJFSTELLING
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 9
NEDERLANDS
Menuniveau: Installateur > Inbedrijfstelling
Niveau 2
Niveau 3
Niveau 4
Klassiek
Zelfaan-
passend
Beperkt
Optie
Pagina
Inbedrijfstelling
Toepassingsgebied en oplading
10
Type sensor
10
Besturingsmodel oplading
-
-
10
Looptijd
-
-
11
ED-systeem
11
Internet-gateway
11
Server
Verbindingsstatus
G
12
Gateway-ID
12
Registratie-TAN
12
Regio
13
Datum/tijd
Datum/tijd
13
Type zomertijd
13
INSTALLATIE: INBEDRIJFSTELLING
10 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com
Toepassingsgebied en oplading
Installateur > Inbedrijfstelling
Oplaadmodel instellen.
Klassiek: oplaadmodel volgens DIN EN 50350 als vooruit- of achteruitbesturing
Zelfaanpassend: zelflerend oplaadmodel dat bruikbaar is voor vrijwel alle vrijgavemodellen en de oplading via een
prognoseberekening aanpast
Beperkt: even Zelfaanpassend, maar voor vrijgavemodellen met een beperkte afnamecapaciteit en fasevolgorderegeling
Fabrieksinstelling: Zelfaanpassend, instelbereik Klassiek | Zelfaanpassend | Beperkt
Type sensor
Installateur > Inbedrijfstelling
Instelling van het sensortype voor de weersensor. Voor een grove oriëntatie worden bovendien drie temperaturen (20, 0 en
temperatuur 20°C bij de Stiebel-Eltron DIN-sensor) weergegeven.
Fabrieksinstelling: Stiebel Eltron DIN
Instelmogelijkheden: beschikbare sensortypen zie
Technische gegevens
, p. 14
Besturingsmodel oplading
Installateur > Inbedrijfstelling (alleen toepassing Klassiek)
Instelling van het oplaadmodel voor de klassieke methoden volgens DIN EN 50350: Vooruitbesturing (met of zonder tijdgedrag)
of achteruitbesturing.
Fabrieksinstelling: achteruit, instelmogelijkheden: Vooruit z. tijdgedrag | Vooruit m. tijdgedrag | Achteruit
INSTALLATIE: INBEDRIJFSTELLING
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 11
NEDERLANDS
Looptijd
Installateur > Inbedrijfstelling (alleen toepassing Klassiek)
Instelling van de looptijd in uren na het begin van de hoofdvrijgave om de klassieke oplaadmodellen na een langdurige
stroomuitval sneller te kunnen starten. Hier moet het aantal uren worden ingevoerd dat is verstreken sinds de laatste start van
de nachtvrijgave. Voorb 13 uren.
Fabrieksinstelling: <vindt automatisch plaats door middel van het signaal "Laadvrijgave">, instelbereik: 0 h .. 23 h
ED-systeem
Installateur > Inbedrijfstelling
Met deze menuoptie worden meerdere parameters tegelijkertijd ingesteld op een van de karakteristieke systeemconfiguraties
van de elektrische accumulatieverwarming. De instelling bevat het thermostaattype in de accumulatieradiator
(thermomechanisch, elektronisch) en het type besturingssignaal. instellingen kunnen onder de menuoptie
Installateur
>
Detailinstelling
ook afzonderlijk worden uitgevoerd en gewijzigd.
Fabrieksinstelling: Accumulatietoestellen elektron. ED-systeem 80%,
Instelmogelijkheden:
Accumulatietoestellen thermomech. ED-systeem 80%
Accumulatietoestellen elektron. ED-systeem 80%
Accumulatietoestellen thermomech. ED-systeem 72%
Accumulatietoestellen elektron. ED-systeem 72%
Accumulatietoestellen thermomech. ED-systeem 37%
Accumulatietoestellen elektron. ED-systeem 37%
Internet-gateway
Installateur > Inbedrijfstelling
Activering resp. uitschakeling van alle gateway-functies voor het geval internetgateway ontbreekt. Dit heeft tevens een
verandering van het inactieve scherm en de weergegeven menustructuur tot gevolg.
INSTALLATIE: INBEDRIJFSTELLING
12 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com
Voor gedetailleerde informatie zie
Montage- en gebruiksaanwijzing internet-gateway.
Fabrieksinstelling: Nee, instelbereik: Nee | Ja
Verbindingsstatus
Installateur > Inbedrijfstelling > Server (alleen bij geactiveerde gateway)
Weergave van de verbindingsstatus tussen internet-gateway en tekmar TAV-server.
Voor een gedetailleerde beschrijving zie
Montage- en gebruiksaanwijzing internet-gateway
.
Weergavemogelijkheden: initialisatie, log-in is bezig, verbonden, inlogfout, uitwisseling van gegevens, fout LAN,
storingsmelding router, fout DNS, fout server, fout NTP, fout TLS, update, interne fout, fout label; ~~~ = geen verbinding van
stuurapparaat naar gateway mogelijk of gateway ontbreekt
Gateway-ID
Installateur > Inbedrijfstelling > Server (alleen bij geactiveerde gateway)
Unieke identificatie (ID) van de internet-gateway en daarmee ook van de installatie bij de tekmar-TAV-server. Deze ID is nodig
voor de registratie van de installatie op de TAV-server.
Zie ook
Montage- en gebruiksaanwijzing internet-gateway.
Registratie-TAN
Installateur > Inbedrijfstelling > Server (alleen bij geactiveerde gateway)
Transactienummer voor de bevestiging van de gateway-ID bij het inloggen op de tekmar-TAV-server (extra beveiliging tegen
misbruik van de gateway-ID).
Zie ook
Montage- en gebruiksaanwijzing internet-gateway.
INSTALLATIE: INBEDRIJFSTELLING
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 13
NEDERLANDS
Regio
Installateur > Inbedrijfstelling > Server (alleen bij geactiveerde gateway)
Instelling van de regionale locatie van de installatie voor het ontvangen van regionale weergegevens (alleen noodzakelijk als
het systeem niet onmiddellijk bij het installeren online wordt geregistreerd). Bij de online registratie kunnen de geo-
coördinaten van de installatie worden aangegeven, zodat een weersvoorspelling voor die exacte locatie kan worden
ontvangen.
Zie ook
Montage- en gebruiksaanwijzing internet-gateway.
Fabrieksinstelling: 7°W / 51°N (Essen/NRW), instelmogelijkheden: °Oost/West, °Noord (Europa)
Datum/tijd
Installateur > Inbedrijfstelling
Instelling van de huidige datum en tijd.
Type zomertijd
Installateur > Inbedrijfstelling
Instelling van de automatische zomertijdomschakeling.
Fabrieksinstelling: Europa, instelmogelijkheden: UIT | Europa
TECHNISCHE GEGEVENS
14 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com
Technische gegevens
Nominale bedrijfsspanning:
AC 230V, 50Hz
Toegestaan spanningsbereik:
AC 207V tot 253V
Opgenomen vermogen:
ca. 2 VA
Ingangen:
weersensor (optioneel bij gebruik van een gateway)
laadvrijgave LF, extra vrijgave LZ, multifunctie LX
vorstbeveiligingsomschakeling FS
Uitgangen:
AC-besturingssignaal (A1, A2)
Relais laadvrijgave (SH)
Communicatie:
TGN-bus voor de communicatie met andere apparatuur
Mini-USB voor laptop/pc
Ondersteunde typen weersensoren:
tekmar serie 31
(normsensor DIN EN 50350)
tekmar serie 30
ACEC weersensor
AEG normsensor DIN
Bauknecht PTC
Birka/Sabi 981
Birka/Sabi 983 DIN
DEVI 25-15k
DEVI normsensor DIN
Dohrenbusch DRT 25-470
Dohrenbusch DRT 25-2k DIN
Grässlin/Frensch WF-R2/WF-E55
Grässlin/Frensch RF-N1 DIN
MALAG weersensor
Ritter (DRT) 20-500
Schlüter/Deltadore UNI
Schlüter/Deltadore RF
Schlüter/Deltadore NF DIN
Siemens weersensor
Siemens 2 weersensor
Stiebel Eltron normsensor DIN
Witte weersensor
Ondersteunde ED-systemen:
30-100%, thermomechanische en elektronische laadregelaars
TECHNISCHE GEGEVENS
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 15
NEDERLANDS
Belastbaarheid van het ED-signaal
1A = 230W nominaal @ AC 230V
nominaal schakelvermogen SH-relais:
1,1 kW
Behuizing:
Serie-inbouwbehuizing 3 TE (volgens DIN 43880)
Bevestiging:
Draagrail TH-35 (volgens DIN EN 60715)
Aansluitklemmen:
beschermingsgraad, beschermingsklasse:
IP 20 (volgens EN 60529), II bij overeenkomstige inbouw
Bedrijfs-/opslagtemperatuur:
15°C tot +40°C / 20°C tot +70°C, condensatie niet toegestaan
Gewicht:
ca. 0,25 kg
TECHNISCHE GEGEVENS
16 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com
Afmetingen
Richtlijnen
Het product voldoet aan de volgende richtlijnen en
voorschriften:
EMV-richtsnoer
Laagspanningsrichtlijn
RoHS-richtlijn
GARANTIE | MILIEU EN RECYCLING
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 17
NEDERLANDS
Garantie, milieu en recycling
Garantie
Voor toestellen die buiten Duitsland zijn gekocht, gelden de
garantievoorwaarden van onze Duitse ondernemingen niet.
Bovendien kan in landen waar één van onze
dochtermaatschappijen verantwoordelijk is voor de verkoop
van onze producten, alleen garantie worden verleend door
deze dochtermaatschappij. Een dergelijk garantie wordt
alleen verstrekt, wanneer de dochtermaatschappij eigen
garantievoorwaarden heeft gepubliceerd. In andere situaties
wordt er geen garantie verleend.
Voor toestellen die in landen worden gekocht waar wij geen
dochtermaatschappijen hebben die onze producten
verkopen, verlenen wij geen garantie. Een eventueel door de
importeur verzekerde garantie blijft onverminderd van
kracht.
Milieu en recycling
Wij verzoeken u ons te helpen ons milieu te beschermen. Doe
de materialen na het gebruik weg overeenkomstig de
nationale voorschriften.
VEILIGHEIDS- EN INSTALLATIE-INSTRUCTIES
18 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com
Veiligheids- en installatie-instructies
Veiligheidsinstructies
De montage mag uitsluitend worden uitgevoerd door
een elektromonteur die door de EVU is erkend.
De desbetreffende veiligheidsbepalingen (bijv. VDE 0100)
en de technische aansluitvoorwaarden (TAB) van de EVU
moeten worden opgevolgd.
Bij veel producten wordt de beschermingsklasse II pas
bereikt door een overeenkomstige inbouw (bijv. als
gevolg van segmentering).
Alvorens aansluitwerkzaamheden aan de apparatuur te
verrichten, moet de stroomvoorziening worden
onderbroken en de spanningsvrijheid met geschikte
meetapparatuur worden gecontroleerd; dit geldt ook bij
de vervanging van afzonderlijke apparaten of
systeemcomponenten.
Aan veiligheidslaagspanning voerende klemmen mogen
slechts onderdelen worden aangesloten die zelf voldoen
aan de aan veiligheidslaagspanningscircuits gestelde
eisen.
Bij apparatuur met meerdere aansluitingen voor
buitengeleiders moeten
alle
buitengeleider-
aansluitingen worden verbonden met dezelfde netfase.
Apparatuur en onderdelen mogen pas in bedrijf worden
gesteld als de gehele installatie voldoet aan de
desbetreffende voorschriften. Na de installatie moeten
allereerst bij alle schroefaansluitingen worden
gecontroleerd of de leidingen stevig vast zitten, met
name meervoudig aangesloten klemmen, voordat de
spanning wordt ingeschakeld.
Installatie-instructies
Bij transport of montage beschadigde producten mogen
niet in bedrijf worden gesteld.
De apparaten zijn slechts geschikt voor gebruik in droge
ruimten en bij normale vervuiling. Condensatie is noch
tijdens de opslag noch tijdens bedrijf toegestaan.
Eventueel afwijkende gebruiksomstandigheden voor
onderdelen moeten in de technische gegevens worden
vermeld.
De producten bevatten geen onderdelen die kunnen
worden vervangen op de gebruikslocatie. In geval van
een storing moeten de volledige, ongedemonteerde
VEILIGHEIDS- EN INSTALLATIE-INSTRUCTIES
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 19
NEDERLANDS
producten naar de fabrieksklantenservice worden
gestuurd.
Laagspanning voerende leidingen moeten van
veiligheidslaagspanning voerende leidingen ruimtelijk
gescheiden worden gelegd.
Sensor- en besturingssignalen mogen in geen geval
samen met netvoedings- of belastingsaansluitingen in
dezelfde kabel worden gevoerd; aparte sensor- of
signaalkabels mogen niet over grotere afstanden parallel
met laagspanningskabels worden gelegd.
Flexibele geleiders moeten door afdoende maatregelen
(bijv. adereindhulzen met kunststof kragen) worden
beveiligd tegen het afsplijten van afzonderlijke aders.
Bij de aansluiting van inductieve belastingen (bijv. relais)
moeten evt. extra noodzakelijke EMV-
ontstoringsmaatregelen aan de installatie worden
uitgevoerd.
Producten die een processor bevatten, moeten bij storing
allereerst (via de veiligheidsschakelaar) spanningsvrij
worden geschakeld en vervolgens na ongeveer een
minuut wachten weer worden ingeschakeld; vaak is de
storing daarna verholpen. Mocht dit niet het geval zijn,
neem dan a.u.b. contact op met de klantenservice van
onze fabriek:
Alle tekmar sensoren ontvangen hun hulpenergie uit het
aangesloten stuurapparaat. De directe aansluiting van
een sensor op een spanningsbron brengt onherstelbare
schade toe aan het sensorelement en kan personen in
gevaar brengen.
Temperatuursensoren kunnen met een elektronische
ohmmeter worden gecontroleerd, maar ze mogen tijdens
die test niet zijn aangesloten op het stuurapparaat. Zie de
technische gegevens resp. de montagehandleiding voor
de weerstands- en temperatuurwaarden m.b.t. de test.
20 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com
OPMERKINGEN
OPMERKINGEN
www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 21
NEDERLANDS

Documenttranscriptie

INSTALLATION: ANSCHLUSS www.stiebel-eltron.com Anschlussübersicht EAC 5 DEUTSCH Klemmenbelegung EAC 5 EAC 5 | 7 DEUTSCH NOTIZEN www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 23 INSTALLATION: WIRING Connection diagram EAC 5 ENGLISH Terminal assignment EAC 5 www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 7 INSTALLATION : RACCORDEMENT ordement EAC 5 FRANÇAIS Affectation des bornes EAC 5 www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 7 MEEGELEVERDE ONDERDELEN Inhoudsopgave Overzicht ..............................................................3 Meegeleverde onderdelen Oplaadbesturing EAC 5 Installatie ..............................................................4 Montage .................................................................. 4 Aansluiting .............................................................. 5 Inbedrijfstelling ........................................................ 8 Technische gegevens ....................................... 14 Veiligheids- en installatie-instructies ................. 18 Korte installatie-instructie EAC 5 (voor de installateur) Gebruiksaanwijzing (voor de gebruiker) Veiligheidsinstructies Bij de installatie en bij alle werkzaamheden aan het apparaat moeten altijd de in de bijlage genoemde veiligheidsinstructies worden opgevolgd! 2 Potlood (de achterkant met de vlakgom kan worden gebruikt voor de bediening van het aanraakscherm) OVERZICHT Overzicht De oplaadbesturing EAC 5 is ontworpen voor gebruik in verwarmingsinstallaties met elektrische accumulatieradiatoren. De EAC 5 beschikt in de basisuitvoering over de in DIN EN 50350 bijpassende omschreven basisfuncties van een centraal stuurapparaat:  berekening van de verwarmingsbehoefte uitgaande van de buitentemperatuur,  verwerking van laadvrijgavesignalen van de distributienetbeheerder (met/zonder tijdfunctie),  uitvoer van de laadvrijgave en de streeflaadgraad aan de accumulatieradiatoren. Vergeleken met een gestandaardiseerd centraal stuurapparaat bevat de EAC 5 extra comfortfuncties voor individuele gebruikerswensen. Hiertoe behoren bijv. De oplaadbesturing EAC 5 beschikt over meerdere bij de installatie beschikbare toepassingen waarmee het oplaadmodel (Klassiek, Zelfaanpassend, Beperkt) wordt ingesteld. Aanvullende apparatuur Door de TGN-busaansluiting is de oplaadbesturing EAC 5 accumulatorverwarming van de firma tekmar Regelsysteme GmbH. Meer informatie over de beschikbare apparatuur kunt u vinden op www.tekmar.de. Aanvullende documentatie • Gebruiks- en montage-instructie EAC 5 (hoofddocument, als pdf-bestand online beschikbaar op: www.stiebel-eltron.com) NEDERLANDS oplading, een programma voor vakantieperiodes en de mogelijkheid van een online verbinding met een server op het internet, zie onderstaand hoofdstuk. Het type weersensor kan worden ingesteld op een voor elektrische accumulatieverwarmingen gangbaar type. Voor het besturingssignaal is een AC/ED-uitgang beschikbaar. www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 3 INSTALLATIE: MONTAGE Installatie Montage Montage en aansluiting mogen uitsluitend worden uitgevoerd door elektromonteurs die zijn geautoriseerd door de netbeheerder en die over voldoende deskundigheid beschikken m.b.t. het product. Bij de installatie moeten altijd de veiligheidsinstructies worden opgevolgd! Demontage van afgedankte apparaten De schakelkast moet spanningsvrij worden geschakeld.  Markeer de oude kabels overeenkomstig de bestaande klemmenbezetting. (Dit vergemakkelijkt de latere herinstallatie.)  Maak de kabels los en demonteer de behuizing. Montage van het stuurapparaat De contactbescherming volgens beschermingsklasse II is gewaarborgd door de volgende maatregelen:  inbouw in kleine installatieverdeler volgens DIN 57603/VDE 0603 (bijv. verdeler van het N-systeem) of  inbouw in installatieverdeler volgens DIN 57659/VDE 0659 Volgens DIN EN 50350 moet een stuurapparaat met EDsysteem worden geplaatst op de koudste plaats, d.w.z. in de onderste montagerij van de verdeler. Aan beide kanten moet een afstand van minstens één delingseenheid worden vrijgehouden. Montage van de weersensor Een eventuele nieuwe weersensor moet ten minste 2 meter boven de grond aan het externe metselwerk worden geïnstalleerd. Het is belangrijk dat er geen warmtebronnen (bijv. ventilatieschachten, gekantelde ramen of direct invallend zonlicht) zijn die de sensor beïnvloeden. Bedrading van SELV-signalen Bij het leggen van de bedrading in de schakelkast en in lege buizen moet er beslist aan worden gedacht dat de onderstaande verbindingen SELV-signalen zijn, die op voldoende afstand moeten blijven van netwerkkabels:  Weersensor  TGN-bus De voorschriften volgens VDE 0100 moeten worden nageleefd. 4 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com INSTALLATIE: AANSLUITING Na de montage van het apparaat wordt het bedraad volgens de onderstaande klemmenbezettingsinstructie. Daarbij moet beslist rekening worden gehouden met de onderstaande aanwijzingen en het bij het apparaattype behorende aansluitschema:  De aansluitingen op de klemmen L en N mogen niet worden verwisseld.  De klemmen LF, LZ en indien van toepassing LX (bij gebruik van de ingang als loopwerkstart LL) moeten volgens de voorschriften van de plaatselijke netbeheerder worden aangesloten op potentiaalvrije contacten bijv. van een toonfrequentontvanger of tariefschakelklok.  De stuurfasen op de klemmen LF, LZ en LX moeten dezelfde zijn als die van de netspanning op klem L.  De door de plaatselijke netbeheerder voorgeschreven schakeling kan afwijken van de hier getoonde schakeling. De actueel geldige schakeling wordt doorgaans vermeld in de bijlage van de technische aansluitvoorwaarden (TAB) van de netbeheerder.  Bij een apparaat met AC-stuuruitgang mag het maximale stuurvermogen van het stuurapparaat niet worden overschreden. www.stiebel-eltron.com Het is aan te raden de stroomvoorziening van de gehele verwarmingsregeling onafhankelijk van de verwarmingsstroom zelf af te zekeren met een aparte veiligheidsschakelaar. NEDERLANDS Aansluiting EAC 5 | 5 INSTALLATIE: AANSLUITING Bovenste aansluitlijst (veiligheidslaagspanning) Onderste aansluitlijst (laagspanning) Klem Functie L Voedingsspanning N Voedingsspanning A2 A1 Stuursignaaluitgangen naar de accumulatieradiatoren Aarde TGN230 (gereserveerd*) C (gereserveerd*) LF Laadvrijgave door netbeheerder FS Ingang vorstbeveiliging LX Multifunctionele ingang, kan via de software worden gebruikt voor verschillende functies LZ Extra vrijgave door netbeheerder SH Schakeluitgang voor aansturing hoofdrelais Klem Functie TGN-bus Aarde +12V D (gereserveerd*) (gereserveerd*) Aarde WF Ingang weersensor ** * Gereserveerde klemmen mogen niet worden gebruikt als steunklem! ** Attentie: Bij de inbedrijfstelling moet beslist het juiste type van de aangesloten sensor worden ingesteld! 6 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com INSTALLATIE: AANSLUITING Aansluitschema EAC 5 NEDERLANDS Klemmenbezetting EAC 5 www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 7 INSTALLATIE: INBEDRIJFSTELLING Inbedrijfstelling worden verwijderd door het superwachtwoord 37603 in te voeren. Voor aanwijzingen over de bedieningsinterface zie Gebruikersinterface in het hoofddocument. NB: Bij de eerste inbedrijfstelling moeten de menuopties onder Menu > Installateur > Inbedrijfstelling éénmaal volledig worden ingesteld resp. bevestigd. Niet alle menuopties zijn bij elke toepassing relevant en zichtbaar. De zichtbaarheid is in de kolommen voor de toepassing aangegeven met ●. De kolom Optie bevat extra optiekenmerken, deze betekenen:  G alleen bij geactiveerde gateway De afzonderlijke menuopties worden aansluitend aan de menustructuur gedetailleerd toegelicht, zie hiervoor de verwijzingen in de kolom Pagina. Zie voor aanvullende informatie het desbetreffende hoofdstuk in het hoofddocument. De onderstaande instellingen zijn doorgaans voldoende voor het goed functioneren van een standaardinstallatie. Als er speciale installatiefuncties nodig zijn, kunnen er aanvullende instellingen in het menuniveau Installateur > Detailinstelling worden uitgevoerd. Onder het menuniveau Informatie > Wachtwoorden instellen kan een maximaal 3-traps individueel wachtwoordsysteem worden ingericht, zie Wachtwoordsysteem in het hoofddocument. Alle ingestelde wachtwoorden kunnen 8 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com INSTALLATIE: INBEDRIJFSTELLING Menuniveau: Installateur > Inbedrijfstelling Niveau 2 Niveau 3 Inbedrijfstelling Toepassingsgebied en oplading Type sensor Besturingsmodel oplading Looptijd ED-systeem Internet-gateway Server Verbindingsstatus Gateway-ID Registratie-TAN Regio Datum/tijd Type zomertijd Klassiek Beperkt ● ● ● ● ● ● ● Zelfaanpassend ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● Optie G Pagina 10 10 10 11 11 11 12 12 12 13 13 13 NEDERLANDS Datum/tijd Niveau 4 www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 9 INSTALLATIE: INBEDRIJFSTELLING Toepassingsgebied en oplading Installateur > Inbedrijfstelling Oplaadmodel instellen.  Klassiek: oplaadmodel volgens DIN EN 50350 als vooruit- of achteruitbesturing  Zelfaanpassend: zelflerend oplaadmodel dat bruikbaar is voor vrijwel alle vrijgavemodellen en de oplading via een prognoseberekening aanpast  Beperkt: even Zelfaanpassend, maar voor vrijgavemodellen met een beperkte afnamecapaciteit en fasevolgorderegeling Fabrieksinstelling: Zelfaanpassend, instelbereik Klassiek | Zelfaanpassend | Beperkt Type sensor Installateur > Inbedrijfstelling Instelling van het sensortype voor de weersensor. Voor een grove oriëntatie worden bovendien drie temperaturen (20, 0 en temperatuur 20°C bij de Stiebel-Eltron DIN-sensor) weergegeven. Fabrieksinstelling: Stiebel Eltron DIN Instelmogelijkheden: beschikbare sensortypen zie Technische gegevens, p. 14 Besturingsmodel oplading Installateur > Inbedrijfstelling (alleen toepassing Klassiek) Instelling van het oplaadmodel voor de klassieke methoden volgens DIN EN 50350: Vooruitbesturing (met of zonder tijdgedrag) of achteruitbesturing. Fabrieksinstelling: achteruit, instelmogelijkheden: Vooruit z. tijdgedrag | Vooruit m. tijdgedrag | Achteruit 10 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com INSTALLATIE: INBEDRIJFSTELLING Looptijd Installateur > Inbedrijfstelling (alleen toepassing Klassiek) Instelling van de looptijd in uren na het begin van de hoofdvrijgave om de klassieke oplaadmodellen na een langdurige stroomuitval sneller te kunnen starten. Hier moet het aantal uren worden ingevoerd dat is verstreken sinds de laatste start van de nachtvrijgave. Voorb 13 uren. Fabrieksinstelling: <vindt automatisch plaats door middel van het signaal "Laadvrijgave">, instelbereik: 0 h .. 23 h ED-systeem Installateur > Inbedrijfstelling Met deze menuoptie worden meerdere parameters tegelijkertijd ingesteld op een van de karakteristieke systeemconfiguraties van de elektrische accumulatieverwarming. De instelling bevat het thermostaattype in de accumulatieradiator (thermomechanisch, elektronisch) en het type besturingssignaal. instellingen kunnen onder de menuoptie Installateur > Detailinstelling ook afzonderlijk worden uitgevoerd en gewijzigd. Fabrieksinstelling: Accumulatietoestellen elektron. ED-systeem 80%,  Accumulatietoestellen thermomech. ED-systeem 80%  Accumulatietoestellen thermomech. ED-systeem 72%  Accumulatietoestellen thermomech. ED-systeem 37%  Accumulatietoestellen elektron. ED-systeem 80%  Accumulatietoestellen elektron. ED-systeem 72%  Accumulatietoestellen elektron. ED-systeem 37% Internet-gateway Installateur > Inbedrijfstelling Activering resp. uitschakeling van alle gateway-functies voor het geval internetgateway ontbreekt. Dit heeft tevens een verandering van het inactieve scherm en de weergegeven menustructuur tot gevolg. www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 11 NEDERLANDS Instelmogelijkheden: INSTALLATIE: INBEDRIJFSTELLING Voor gedetailleerde informatie zie Montage- en gebruiksaanwijzing internet-gateway. Fabrieksinstelling: Nee, instelbereik: Nee | Ja Verbindingsstatus Installateur > Inbedrijfstelling > Server (alleen bij geactiveerde gateway) Weergave van de verbindingsstatus tussen internet-gateway en tekmar TAV-server. Voor een gedetailleerde beschrijving zie Montage- en gebruiksaanwijzing internet-gateway. Weergavemogelijkheden: initialisatie, log-in is bezig, verbonden, inlogfout, uitwisseling van gegevens, fout LAN, storingsmelding router, fout DNS, fout server, fout NTP, fout TLS, update, interne fout, fout label; ~~~ = geen verbinding van stuurapparaat naar gateway mogelijk of gateway ontbreekt Gateway-ID Installateur > Inbedrijfstelling > Server (alleen bij geactiveerde gateway) Unieke identificatie (ID) van de internet-gateway en daarmee ook van de installatie bij de tekmar-TAV-server. Deze ID is nodig voor de registratie van de installatie op de TAV-server. Zie ook Montage- en gebruiksaanwijzing internet-gateway. Registratie-TAN Installateur > Inbedrijfstelling > Server (alleen bij geactiveerde gateway) Transactienummer voor de bevestiging van de gateway-ID bij het inloggen op de tekmar-TAV-server (extra beveiliging tegen misbruik van de gateway-ID). Zie ook Montage- en gebruiksaanwijzing internet-gateway. 12 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com INSTALLATIE: INBEDRIJFSTELLING Regio Installateur > Inbedrijfstelling > Server (alleen bij geactiveerde gateway) Instelling van de regionale locatie van de installatie voor het ontvangen van regionale weergegevens (alleen noodzakelijk als het systeem niet onmiddellijk bij het installeren online wordt geregistreerd). Bij de online registratie kunnen de geocoördinaten van de installatie worden aangegeven, zodat een weersvoorspelling voor die exacte locatie kan worden ontvangen. Zie ook Montage- en gebruiksaanwijzing internet-gateway. Fabrieksinstelling: 7°W / 51°N (Essen/NRW), instelmogelijkheden: °Oost/West, °Noord (Europa) Datum/tijd Installateur > Inbedrijfstelling Instelling van de huidige datum en tijd. Type zomertijd Installateur > Inbedrijfstelling Instelling van de automatische zomertijdomschakeling. NEDERLANDS Fabrieksinstelling: Europa, instelmogelijkheden: UIT | Europa www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 13 TECHNISCHE GEGEVENS Technische gegevens Nominale bedrijfsspanning: AC 230V, 50Hz Toegestaan spanningsbereik: AC 207V tot 253V Opgenomen vermogen: ca. 2 VA Ingangen:  weersensor (optioneel bij gebruik van een gateway)  laadvrijgave LF, extra vrijgave LZ, multifunctie LX  vorstbeveiligingsomschakeling FS Uitgangen:  AC-besturingssignaal (A1, A2)  Relais laadvrijgave (SH) Communicatie:  TGN-bus voor de communicatie met andere apparatuur  Mini-USB voor laptop/pc Ondersteunde typen weersensoren:  tekmar serie 31 (normsensor DIN EN 50350)  tekmar serie 30  ACEC weersensor  AEG normsensor DIN  Bauknecht PTC  Birka/Sabi 981  Birka/Sabi 983 DIN  DEVI 25-15k  DEVI normsensor DIN  Dohrenbusch DRT 25-470  Dohrenbusch DRT 25-2k DIN Ondersteunde ED-systemen: 14 | EAC 5            Grässlin/Frensch WF-R2/WF-E55 Grässlin/Frensch RF-N1 DIN MALAG weersensor Ritter (DRT) 20-500 Schlüter/Deltadore UNI Schlüter/Deltadore RF Schlüter/Deltadore NF DIN Siemens weersensor Siemens 2 weersensor Stiebel Eltron normsensor DIN Witte weersensor 30-100%, thermomechanische en elektronische laadregelaars www.stiebel-eltron.com TECHNISCHE GEGEVENS Belastbaarheid van het ED-signaal 1A = 230W nominaal @ AC 230V nominaal schakelvermogen SH-relais: 1,1 kW Behuizing: Serie-inbouwbehuizing 3 TE (volgens DIN 43880) Bevestiging: Draagrail TH-35 (volgens DIN EN 60715) Aansluitklemmen: beschermingsgraad, beschermingsklasse: Bedrijfs-/opslagtemperatuur: 15°C tot +40°C / 20°C tot +70°C, condensatie niet toegestaan ca. 0,25 kg NEDERLANDS Gewicht: IP 20 (volgens EN 60529), II bij overeenkomstige inbouw www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 15 TECHNISCHE GEGEVENS Afmetingen 16 | EAC 5 Richtlijnen Het product voldoet aan de volgende richtlijnen en voorschriften:  EMV-richtsnoer  Laagspanningsrichtlijn  RoHS-richtlijn www.stiebel-eltron.com GARANTIE | MILIEU EN RECYCLING Garantie, milieu en recycling Garantie Voor toestellen die buiten Duitsland zijn gekocht, gelden de garantievoorwaarden van onze Duitse ondernemingen niet. Bovendien kan in landen waar één van onze dochtermaatschappijen verantwoordelijk is voor de verkoop van onze producten, alleen garantie worden verleend door deze dochtermaatschappij. Een dergelijk garantie wordt alleen verstrekt, wanneer de dochtermaatschappij eigen garantievoorwaarden heeft gepubliceerd. In andere situaties wordt er geen garantie verleend. Voor toestellen die in landen worden gekocht waar wij geen dochtermaatschappijen hebben die onze producten verkopen, verlenen wij geen garantie. Een eventueel door de importeur verzekerde garantie blijft onverminderd van kracht. NEDERLANDS Milieu en recycling Wij verzoeken u ons te helpen ons milieu te beschermen. Doe de materialen na het gebruik weg overeenkomstig de nationale voorschriften. www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 17 VEILIGHEIDS- EN INSTALLATIE-INSTRUCTIES Veiligheids- en installatie-instructies Veiligheidsinstructies  De montage mag uitsluitend worden uitgevoerd door een elektromonteur die door de EVU is erkend.  De desbetreffende veiligheidsbepalingen (bijv. VDE 0100) en de technische aansluitvoorwaarden (TAB) van de EVU moeten worden opgevolgd.  Bij veel producten wordt de beschermingsklasse II pas bereikt door een overeenkomstige inbouw (bijv. als gevolg van segmentering).  Alvorens aansluitwerkzaamheden aan de apparatuur te verrichten, moet de stroomvoorziening worden onderbroken en de spanningsvrijheid met geschikte meetapparatuur worden gecontroleerd; dit geldt ook bij de vervanging van afzonderlijke apparaten of systeemcomponenten.  Aan veiligheidslaagspanning voerende klemmen mogen slechts onderdelen worden aangesloten die zelf voldoen aan de aan veiligheidslaagspanningscircuits gestelde eisen. 18 | EAC 5  Bij apparatuur met meerdere aansluitingen voor buitengeleiders moeten alle buitengeleideraansluitingen worden verbonden met dezelfde netfase.  Apparatuur en onderdelen mogen pas in bedrijf worden gesteld als de gehele installatie voldoet aan de desbetreffende voorschriften. Na de installatie moeten allereerst bij alle schroefaansluitingen worden gecontroleerd of de leidingen stevig vast zitten, met name meervoudig aangesloten klemmen, voordat de spanning wordt ingeschakeld. Installatie-instructies  Bij transport of montage beschadigde producten mogen niet in bedrijf worden gesteld.  De apparaten zijn slechts geschikt voor gebruik in droge ruimten en bij normale vervuiling. Condensatie is noch tijdens de opslag noch tijdens bedrijf toegestaan. Eventueel afwijkende gebruiksomstandigheden voor onderdelen moeten in de technische gegevens worden vermeld.  De producten bevatten geen onderdelen die kunnen worden vervangen op de gebruikslocatie. In geval van een storing moeten de volledige, ongedemonteerde www.stiebel-eltron.com VEILIGHEIDS- EN INSTALLATIE-INSTRUCTIES     www.stiebel-eltron.com  Alle tekmar sensoren ontvangen hun hulpenergie uit het aangesloten stuurapparaat. De directe aansluiting van een sensor op een spanningsbron brengt onherstelbare schade toe aan het sensorelement en kan personen in gevaar brengen.  Temperatuursensoren kunnen met een elektronische ohmmeter worden gecontroleerd, maar ze mogen tijdens die test niet zijn aangesloten op het stuurapparaat. Zie de technische gegevens resp. de montagehandleiding voor de weerstands- en temperatuurwaarden m.b.t. de test. NEDERLANDS  producten naar de fabrieksklantenservice worden gestuurd. Laagspanning voerende leidingen moeten van veiligheidslaagspanning voerende leidingen ruimtelijk gescheiden worden gelegd. Sensor- en besturingssignalen mogen in geen geval samen met netvoedings- of belastingsaansluitingen in dezelfde kabel worden gevoerd; aparte sensor- of signaalkabels mogen niet over grotere afstanden parallel met laagspanningskabels worden gelegd. Flexibele geleiders moeten door afdoende maatregelen (bijv. adereindhulzen met kunststof kragen) worden beveiligd tegen het afsplijten van afzonderlijke aders. Bij de aansluiting van inductieve belastingen (bijv. relais) moeten evt. extra noodzakelijke EMVontstoringsmaatregelen aan de installatie worden uitgevoerd. Producten die een processor bevatten, moeten bij storing allereerst (via de veiligheidsschakelaar) spanningsvrij worden geschakeld en vervolgens na ongeveer een minuut wachten weer worden ingeschakeld; vaak is de storing daarna verholpen. Mocht dit niet het geval zijn, neem dan a.u.b. contact op met de klantenservice van onze fabriek: EAC 5 | 19 OPMERKINGEN 20 | EAC 5 www.stiebel-eltron.com NEDERLANDS OPMERKINGEN www.stiebel-eltron.com EAC 5 | 21
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80

STIEBEL ELTRON EAC 5 Quick Guide - Operation Instruction

Type
Operation Instruction