Samsung ML-5015 Handleiding

Categorie
Notitieboekjes
Type
Handleiding
ML-451x Series
ML-501x Series
Gebruikershandleiding
Basis
imagine the possibilities
Deze handleiding geeft informatie met betrekking tot de installatie, normaal gebruik en het
oplossen van problemen in Windows.
2
Inhoud

1. Inleiding
5 Belangrijkste voordelen
7 Functies per model
8 Nuttig om te weten
9 Informatie over deze gebruikershandleiding
10 Veiligheidsinformatie
16 Apparaatoverzicht
19 Overzicht van het bedieningspaneel
21 Het apparaat inschakelen
22 Lokaal installeren van het stuurprogramma
24 Het stuurprogramma opnieuw installeren

2. Menuoverzicht en
basisinstellingen
26 Menuoverzicht
32 Een testpagina afdrukken
33 De taal op het display wijzigen
34 Afdrukmateriaal en lade
46 Eenvoudige afdruktaken
51 Een USB-geheugenapparaat gebruiken
3. Onderhoud
55 Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen
56 Beschikbare verbruiksartikelen
57 Beschikbare accessoires
59 Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud
60 Toner herverdelen
62 De tonercassette vervangen
64 De beeldeenheid vervangen
66 Een geheugenmodule upgraden
67 Een massaopslagapparaat installeren
68 De nietjescassette vervangen
69 De gebruiksduur van de verbruiksartikelen
controleren
70 Instellen van de waarschuwing "Toner bijna
op"
71 Het apparaat reinigen
4. Problemen oplossen
76 Tips om papierstoringen te voorkomen
77 Papierstoringen verhelpen
93 Informatie over de status-LED
95 Informatie over displaymeldingen
Inhoud
3
5. Bijlage
111 Specificaties
121 Informatie over wettelijke voorschriften
130 Copyright
1. Inleiding
In dit hoofdstuk staat informatie die u nodig heeft om het apparaat te
gebruiken.
Belangrijkste voordelen 5
Functies per model 7
Nuttig om te weten 8
Informatie over deze gebruikershandleiding 9
Veiligheidsinformatie 10
Apparaatoverzicht 16
Overzicht van het bedieningspaneel 19
Het apparaat inschakelen 21
Lokaal installeren van het stuurprogramma 22
Het stuurprogramma opnieuw installeren 24
Belangrijkste voordelen
Milieuvriendelijk
Dit apparaat beschikt over een Eco-functie waarmee u toner en
papier kunt sparen.
U kunt meerdere pagina’s op één vel afdrukken om papier te
besparen (zie handleiding Geavanceerd).
Om papier te besparen kunt u op beide zijden van het papier
afdrukken (dubbelzijdig afdrukken) (zie handleiding
Geavanceerd).
Dit apparaat bespaart automatisch elektriciteit door het
stroomverbruik aanzienlijk te beperken wanneer het apparaat
niet wordt gebruikt.
Afdrukken met hoge snelheid en uitstekende
kwaliteit
U kunt afdrukken met een resolutie tot 1.200 x 1.200 dpi
effectieve uitvoer.
Snel on-demand afdrukken.
Voor de ML-451x Series:
- Voor enkelzijdig afdrukken, 43 ppm (A4) of 45 ppm (Letter).
- Voor dubbelzijdig afdrukken, 27 ipm (A4) of 28 ipm (Letter).
Voor de ML-501x Series:
- Voor enkelzijdig afdrukken, 48 ppm (A4) of 50 ppm (Letter).
- Voor dubbelzijdig afdrukken, 31 ipm (A4) of 32 ipm (Letter).
Belangrijkste voordelen
Gemak
Samsung Easy Printer Manager en Samsung-printerstatus (of Smart Panel) zijn programma´s die de status van het apparaat
controleren en u deze doorgeven, en waarmee u de instellingen van het apparaat kunt aanpassen (zie handleiding Geavanceerd).
Met AnyWeb Print kunt u van een scherm in Windows Internet Explorer een schermopname of afdrukvoorbeeld maken en afdrukken
op een veel eenvoudigere manier dan in het gebruikelijke programma (zie handleiding Geavanceerd).
Grote functionaliteit en brede ondersteuning van toepassingen.
Ondersteuning voor verschillende papierformaten (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 113).
Watermerken afdrukken: U kunt uw documenten voorzien van een watermerk zoals "Vertrouwelijk" (zie handleiding Geavanceerd).
Posters afdrukken: De tekst en afbeeldingen op elke pagina van uw document worden vergroot en afgedrukt over verschillende vellen
papier die u kunt samenvoegen tot een poster (zie handleiding Geavanceerd).
U kunt in verschillende besturingssystemen afdrukken (zie "Systeemvereisten" op pagina 117).
Het apparaat is uitgerust met een USB- en/of een netwerkinterface.
De capaciteit van uw apparaat uitbreiden
Dit apparaat heeft een extra geheugensleuf om het geheugen uit te breiden (zie "Beschikbare accessoires" op pagina 57).
Functies per model
Sommige functies en optionele accessoires zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land. Zie de
onderstaande tabel.
( : inclusief, : optioneel, leeg: niet beschikbaar)
functies ML-451x Series ML-501x Series
Hi-Speed USB 2.0
IEEE 1284 parallelstekker
a
a.Als u de parallelle poort gebruikt, kunt u geen gebruikmaken van de USB-kabel.
Netwerkinterface Ethernet 10/100/1000 Base TX bedraad LAN
Eco-afdrukken
Dubbelzijdig afdrukken
USB-geheugeninterface
Geheugenmodule (512 MB)
Optionele lade
Massaopslagapparaat
Multbin-postvak
Afwerkingseenheid (stapelaar en nieter)
Korte standaard
Nuttig om te weten
Het apparaat drukt niet af.
Open de afdruklijst en verwijder het document uit de
lijst (zie "Een afdruktaak annuleren" op pagina 46).
Verwijder het stuurprogramma en installeer deze
opnieuw (zie "Lokaal installeren van het
stuurprogramma" op pagina 22).
Selecteer uw printer als de standaardprinter in uw
besturingssysteem.
Waar kan ik accessoires of verbruiksartikelen
kopen?
Vraag na bij een Samsung-distributeur of
detailhandelaar.
Kijk op www.samsung.com/supplies. Kies uw land of
regio voor productinformatie.
De status-LED knippert of blijft branden.
Schakel het apparaat uit en weer in.
Zoek de betekenis van de LED-indicatorlampjes in
deze handleiding en los het probleem op (zie
"Informatie over de status-LED" op pagina 93).
Er is papier vastgelopen.
Open de klep aan de voorzijde en sluit ze weer.
Zoek de instructies voor het verwijderen van
vastgelopen papier in deze handleiding en los het
probleem op (zie "Papierstoringen verhelpen" op
pagina 77).
De afdrukken zijn vaag.
Het toner is mogelijk op of ongelijk verdeeld. Schud de
tonercassette om resterende de toner in de cartridge
opnieuw te verdelen.
Probeer een andere instelling voor de resolutie.
Vervang de tonercassette.
Waar kan ik het stuurprogramma van de printer
downloaden?
Kijk op www.samsung.com/printer voor de laaste
versie van het stuurprogramma van de printer en
installeer deze op uw systeem.
9
1. Inleiding
Informatie over deze gebruikershandleiding
Deze gebruikershandleiding bevat basisinformatie over het
apparaat en biedt tevens gedetailleerde informatie over de
verschillende procedures die doorlopen moeten worden bij het
gebruik van het apparaat.
Lees de veiligheidsinformatie voor u het apparaat in gebruik
neemt.
Raadpleeg het hoofdstuk over probleemoplossing als u
problemen ondervindt bij gebruik van het apparaat.
De termen die in deze gebruikershandleiding worden
gebruikt, worden uitgelegd in het hoofdstuk met de
woordenlijst.
De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn
afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk
niet helemaal overeen met het door u gekochte apparaat.
De schermafbeeldingen in deze gebruikershandleiding
kunnen afwijken van de schermweergave van uw apparaat
afhankelijk van de firmware-/stuurprogrammaversie.
De procedures in deze gebruikershandleiding zijn
voornamelijk gebaseerd op Windows 7.

1
Afspraken
Sommige in deze gebruikershandleiding gebruikte termen zijn
verwisselbaar:
Document is synoniem met origineel.
Papier is synoniem met materiaal of afdrukmateriaal.
Apparaat verwijst naar printer of multifunctionele printer.

2
Algemene pictogrammen
Pictogram Tekst Omschrijving
Opgepast
Biedt gebruikers informatie om het
apparaat te beschermen tegen
mogelijke mechanische schade of
defecten.
Opmerking
Biedt aanvullende informatie of
gedetailleerde uitleg over een functie
of voorziening van het apparaat.
10
1. Inleiding
Veiligheidsinformatie
Deze waarschuwingen en voorzorgen moeten eventuele
beschadigingen aan uw apparaat en verwondingen aan uzelf of
anderen voorkomen. Lees deze instructies aandachtig voor u
het apparaat in gebruik neemt. Bewaar dit document goed nadat
u het hebt gelezen.

3
Belangrijke veiligheidssymbolen
Verklaring van alle pictogrammen en symbolen in
dit hoofdstuk

4
Bedrijfsomgeving
Waarschuwing
Waarschuwing
Gevaren of onveilige praktijken die
ernstig letsel of de dood kunnen
veroorzaken.
Opgepast
Gevaren of onveilige praktijken die
een klein letsel of eigendomsschade
kunnen veroorzaken.
NIET proberen.
Niet gebruiken als de stekker beschadigd is of als het
stopcontact niet geaard is.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Plaats niets op het apparaat (water, kleine metalen of
zware voorwerpen, kaarsen, brandende sigaretten,
enzovoort).
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Als het apparaat oververhit raakt, komt er rook uit,
maakt het vreemde geluiden of verspreidt het
vreemde geuren. Schakel onmiddellijk de
stroomschakelaar uit en koppel het apparaat los.
De gebruiker moet bij het stopcontact kunnen om in
geval van nood de stekker uit het stopcontact te
kunnen trekken.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Veiligheidsinformatie
11
1. Inleiding
Opgepast
Buig het netsnoer niet en plaats er geen zware
voorwerpen op.
Het trappen op of beknellen van het netsnoer door
een zwaar voorwerp kan een elektrische schok of
brand veroorzaken.
Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan het
netsnoer te trekken; trek de stekker er niet uit met
natte handen.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Haal de stekker uit het stopcontact tijdens onweer of
als u het apparaat niet gebruikt.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Opgelet, het papieruitvoergebied is heet.
U kunt brandwonden oplopen.
Als het apparaat is gevallen of als de behuizing
beschadigd lijkt, koppelt u het apparaat volledig los
en roept u de hulp in van een gekwalificeerd
technicus.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Probeer de stekker niet in het stopcontact te forceren
als hij er moeilijk ingaat.
U riskeert een elektrische schok. Neem contact op
met een elektricien om het stopcontact te vervangen.
Voorkom dat huisdieren op het netsnoer, de
telefoonkabel of de kabel naar de computer bijten.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken
en/of uw huisdier verwonden.
Als het apparaat niet goed werkt nadat u deze
instructies hebt uitgevoerd, koppelt u het apparaat
volledig los en roept u de hulp in van een
gekwalificeerd technicus.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Veiligheidsinformatie
12
1. Inleiding

5
Bedieningswijze
Opgepast

6
Installatie/verplaatsen
Waarschuwing
Trek het papier niet uit de printer tijdens het
afdrukken.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Houd uw hand niet tussen het apparaat en de
papierlade.
U kunt letsel oplopen.
Blokkeer de ventilatieopening niet of duw er geen
voorwerpen in.
Hierdoor kunnen onderdelen warm worden en kan er
brand ontstaan of kan het apparaat beschadigd
raken.
Wees voorzichtig wanneer u papier vervangt of
vastgelopen papier verwijdert.
Nieuw papier heeft scherpe randen die snijwonden
kunnen veroorzaken.
Bij het afdrukken van grote hoeveelheden kan de
onderzijde van het uitvoergebied heet worden. Houd
kinderen uit de buurt.
Zij kunnen brandwonden oplopen.
Gebruik geen tang of scherpe metalen voorwerpen
om vastgelopen papier te verwijderen.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Vermijd het stapelen van te veel papier in de
papieruitvoerlade.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Het apparaat wordt gevoed via het netsnoer.
Om de stroom uit te schakelen, trekt u het netsnoer uit
het stopcontact.
Plaats het apparaat niet in een stoffige of vochtige
ruimte of op een plek waar water lekt.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Veiligheidsinformatie
13
1. Inleiding
Opgepast
Schakel de stroom uit en maak alle kabels los
voordat u het apparaat verplaatst.
Til vervolgens het apparaat op deze wijze op:
Een apparaat dat minder dan 20 kg weegt, mag
door één persoon worden opgetild.
een apparaat dat 20 - 40 kg weegt, moet door twee
personen worden opgetild.
een apparaat dat meer dan 40 kg weegt, moet
door vier of meer personen worden opgetild.
Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of
schade veroorzaken.
Plaats het apparaat niet op een onstabiel of schuin
oppervlak.
Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of
schade veroorzaken.
Het apparaat moet aangesloten worden op een
spanningsbron met hetzelfde energieniveau als op
het label.
Als u niet zeker bent en het spanningsniveau wilt
controleren, neemt u contact op met de
elektriciteitsmaatschappij.
Gebruik alleen telefoondraad van Nr. 26 AWG
a
of,
indien nodig, een grotere telefoondraad.
Zo niet kan het apparaat beschadigd raken.
Dek het apparaat niet af en plaats het niet in een
slecht geventileerde ruimte, zoals een kast.
Als het apparaat niet voldoende wordt geventileerd,
kan er brand ontstaan.
Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Sluit niet te veel apparaten op hetzelfde stopcontact
of verlengsnoer aan.
Dit kan de prestaties verminderen en een elektrische
schok of brand veroorzaken.
Gebruik voor een veilige bediening het netsnoer dat
met uw apparaat werd meegeleverd. Als u een snoer
gebruikt dat langer is dan 2 meter voor een apparaat
van 110 V, moet het snoer minstens 16 AWG dik zijn.
Zo niet kan het apparaat beschadigd raken en een
elektrische schok of brand veroorzaken.
a.AWG: American Wire Gauge
Veiligheidsinformatie
14
1. Inleiding

7
Onderhoud/controle
Opgepast
Trek het netsnoer van het apparaat uit het
stopcontact als u de binnenkant van het apparaat
wilt reinigen. Reinig uw apparaat niet met benzeen,
verdunningsmiddel of alcohol, en spuit geen water
in het apparaat.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Zorg ervoor dat het apparaat niet werkt als u
verbruiksartikelen in het apparaat vervangt of de
binnenkant schoonmaakt.
U kunt letsel oplopen.
Houd het netsnoer en het contactoppervlak van de
stekker stof- en watervrij.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Verwijder geen kleppen of beveiligingselementen
die vastgeschroefd zijn.
Fixeereenheden mogen alleen worden hersteld
door een gekwalificeerde servicemedewerker.
Reparatie door niet-gekwalificeerde technici kan
brand of elektrische schokken veroorzaken.
Dit apparaat mag alleen worden hersteld door een
medewerker van de technische dienst van
Samsung.
Houd reinigingsproducten uit de buurt van kinderen.
Kinderen kunnen letsel oplopen.
U mag het apparaat niet zelf demonteren, herstellen
of weer in elkaar steken.
Dit kan het apparaat beschadigen. Neem contact op
met een professioneel technicus als het apparaat
gerepareerd moet worden.
Volg de richtlijnen uit de gebruikershandleiding die
met het apparaat werd meegeleverd om het
apparaat te reinigen en te bedienen.
Zo niet, dan kunt u het apparaat beschadigen.
Veiligheidsinformatie
15
1. Inleiding

8
Gebruik van verbruiksartikelen
Opgepast
Haal de tonercassette niet uit elkaar.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of
opname.
Verbrand geen verbruiksartikelen zoals een
tonercassette of fixeereenheid.
Dit kan een explosie of onbeheersbare brand
veroorzaken.
Zorg ervoor dat er geen tonerstof op uw lichaam of
kledij terechtkomt bij het vervangen van de
tonercassette of het verwijderen van vastgelopen
papier.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of
opname.
Houd kinderen uit de buurt van de plaats waar u
verbruiksartikelen (bijvoorbeeld tonercassettes)
bewaart.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of
opname.
Het gebruik van gerecycleerde verbruiksartikelen,
zoals toner, kan het apparaat beschadigen.
Bij schade als gevolg van het gebruik van
gerecyclede verbruiksartikelen zullen
reparatiekosten in rekening worden gebracht.
Als er tonerstof op uw kleding terechtkomt, moet u
geen warm water gebruiken.
Door warm water hecht de toner zich aan de stof.
Gebruik altijd koud water.
16
1. Inleiding
Apparaatoverzicht

9
Toebehoren
Netsnoer Tonercassette Beeldeenheid
Software-cd
a
a.De software-cd bevat het stuurprogramma van de printer en programma´s.
Beknopte installatiehandleiding
Div. accessoires
b
b.Diverse, bij uw printer geleverde accessoires kunnen verschillen per land van aankoop en specifiek model.
Apparaatoverzicht
17
1. Inleiding

10
Voorkant
Deze afbeelding kan afhankelijk van het model
afwijken van uw apparaat.
Sommige functies en optionele onderdelen zijn
mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of
land.
1
2
6
7
8
13
14
3
5
4
9
10
11
12
16
15
17
18
1 Afwerkingseenheid
(stapelaar en nieter)
10
Klep van multifunctionele lade
2
Postvak 11 USB-geheugenpoort
3
Klep van nieter 12 Voorklep
4
Optionele draadloze
klep
13
Bedieningspaneel
5
Klep moederbord 14 Uitvoerlade
6
Korte standaard 15 Tonercassette
7 Indicator papierniveau 16 Beeldeenheid
8
Optionele lade
17
Papiergeleiders voor
multifunctionele lade
9
Lade 1
18
Extensie voor multifunctionele
lade
Apparaatoverzicht
18
1. Inleiding

11
Achterkant
Deze afbeelding kan afhankelijk van het model
afwijken van uw apparaat.
Sommige functies en optionele onderdelen zijn
mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of
land.
3
4
5
1
2
6
7
8
9
1 Klep afwerkingseenheid
(stapelaar en nieter)
6
IEEE 1284 parallelstekker
2
Achterklep 7 USB-poort
3
Postklep 8 USB-geheugenpoort
4
Aansluiting netsnoer 9 Netwerkpoort
5 Stroomschakelaar
19
1. Inleiding
Overzicht van het bedieningspaneel
Dit bedieningspaneel kan afhankelijk van het model
afwijken van uw apparaat. Er zijn verschillende types
bedieningspanelen.

12
Type A
1
Weergave
Toont de huidige status en geeft
meldingen weer tijdens het
gebruik.
1
2
4
5
10
9
8
7
6
3
2
(Achterkant)
Hiermee keert u terug naar het
bovenliggende menu.
3
OK
Hiermee bevestigt u het op het
display geselecteerde item.
4
(Annuleren)
Stopt de huidige bewerking.
5
(aan/uit)
Met deze knop kunt u de stroom in-
en uitschakelen. Of het apparaat
weer inschakelen vanuit de
energiebesparingsmodus.
6
(Status-
LED)
Toont de status van uw printer (zie
"Informatie over de status-LED" op
pagina 93).
7
Numeric keypad
U kunt cijfers en tekens invoeren
met behulp van het toetsenblok.
8
Eco
Gaat naar de eco-modus voor het
besparen van toner en papier (zie
"Eco-opties" op pagina 50).
9
Pijltoetsen
Door beschikbare waarden
bladeren door naar vorige of
volgende opties te gaan.
10
(Menu)
Hiermee opent u de menumodus
en bladert u door de beschikbare
menu’s.
Overzicht van het bedieningspaneel
20
1. Inleiding

13
Type B
1
Weergave
Toont de huidige status en geeft
meldingen weer tijdens het gebruik.
2
(Annuleren)
Stopt de huidige bewerking. Op het
scherm wordt een pop-upbericht
weergegeven waarin wordt vermeld
dat de gebruiker kan stoppen of
hervatten.
3
(aan/uit)
Met deze knop kunt u de stroom in-
en uitschakelen. Of het apparaat
weer inschakelen vanuit de
energiebesparingsmodus.
4
(Status-LED)
Toont de status van uw printer (zie
"Informatie over de status-LED" op
pagina 93).
21
1. Inleiding
Het apparaat inschakelen
1
Sluit de printer eerst op de netvoeding aan.
2
Zet de aan/uit-schakelaar aan.
22
1. Inleiding
Lokaal installeren van het stuurprogramma
Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op
uw computer is aangesloten. Als uw apparaat met een netwerk
is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u
naar het deel over de installatie van het stuurprogramma voor
een apparaat dat met een netwerk is verbonden (zie handleiding
Geavanceerd).
Zie de handleiding Geavanceerd als u een Macintosh,
Linux of Unix OS-gebruiker bent.
Het installatievenster in deze Gebruikershandleiding
kan verschillen afhankelijk van het apparaat en de
gebruikte interface.
Door Geavanceerde installatie > Aangepaste
installatie te selecteren kunt u kiezen welke
programma’s u wilt installeren.
Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3
meter.

14
Windows
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
Als tijdens de installatie het venster "Wizard Nieuwe
hardware gevonden" verschijnt, klikt u op Annuleren
om het venster te sluiten.
2
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
De cd-rom start automatisch op en er verschijnt een
installatievenster.
3
Selecteer Nu installeren.
Lokaal installeren van het stuurprogramma
23
1. Inleiding
4
Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en schakel het
selectievakje Ik aanvaard de bepalingen van de
gebruiksrechtovereenkomst in. Klik daarna op
Volgende.
5
Volg de instructies in het installatievenster.
24
1. Inleiding
Het stuurprogramma opnieuw installeren
Als het printerstuurprogramma niet naar behoren werkt, volg dan
de onderstaande stappen om het stuurprogramma opnieuw te
installeren.

15
Windows
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Selecteer in het menu Start achtereenvolgens
Programma’s of Alle programma’s > Samsung Printers
> naam van uw printerstuurprogramma >
Deïnstalleren.
3
Volg de instructies in het installatievenster.
4
Plaats de software-cd in uw cd-rom-station en probeer
opnieuw het stuurprogramma te installeren (zie "Lokaal
installeren van het stuurprogramma" op pagina 22).
2. Menuoverzicht en
basisinstellingen
Nadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het
apparaat opgeven. Raadpleeg het volgende hoofdstuk om waarden in
te stellen of te wijzigen. Dit hoofdstuk levert informatie over de
algemene menustructuur en de opties voor de basisinstellingen.
Menuoverzicht 26
Een testpagina afdrukken 32
De taal op het display wijzigen 33
Afdrukmateriaal en lade 34
Eenvoudige afdruktaken 46
Een USB-geheugenapparaat gebruiken 51
26
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Menuoverzicht
Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu’s
voor de instelling van het apparaat en het gebruik van de functies
van het apparaat.

1
ML-451x Series/ ML-501x Series
Druk op de knop (Menu) om toegang te krijgen tot
deze menu’s. Druk op de pijlen tot het gewenste
menuonderdeel verschijnt en druk op OK.
Naast het gekozen menu verschijnt een sterretje (*).
Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige
menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit
het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw
apparaat.
Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-
onderdelen op uw apparaat een andere naam hebben.
Items Opties
Informatie
Menuoverzicht
Configuratie
Info verb.art.
Demopagina
PCL-lettertype
PS-lettertype
EPSON-lettertype
Opgeslagen taken
Voltooide taken
Gebruiksteller
Account
Lay-out
Afdrukstand
Algemene marge
MP-lade
<Lade X>
Emulatiemarge
Dubbelzijdig
Nietpositie bij afdrukstand Liggend
Menuoverzicht
27
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Papier
Exempl.
MF-lade/ [Lade <x>]
Papierinvoer
Aut. Ladekeuze
Lade bevestigen
Grafisch
Resolutie
Tekst wissen
Tonersterkte
Items Opties
Systeeminste
llingen
Datum en tijd
Klokmodus
Menu Formulier
Form. select.
In wachtrij plaatsen
Taal
Standaardpapierformaat
Energiebesp.
Ontwaakgebeurtenis
Autom. doorgaan
Luchtdrukcorrectie
Autom. Regelomslag
Time-out voor taak
Meerdere vakken
Inst. import.
Inst. export.
Eco-instellingen
Inst. wissen
Emulatie
Type emulatie
Instellen
Items Opties
Menuoverzicht
28
2. Menuoverzicht en basisinstellingen

2
ML-5015 Series/ML-5017 Series
U kunt menu's eenvoudig instellen met behulp van het
aanraakscherm.
•Het Hoofdscherm wordt weergegeven op het
aanraakscherm op het bedieningspaneel.
Afhankelijk van het model kunnen sommige menu's
uitgegrijsd worden weergegeven.
Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-
onderdelen op uw apparaat een andere naam hebben.
Netwerk
Ethernet-snel.
802.1x
TCP/IP (IPv4)
TCP/IP (IPv6)
Inst. wissen
Netwerkconfiguratie
Net. activeren
Http activeren
Directe USB
Taakbeheer
Actieve taak
Opgeslagen taak
Bestandsbeleid
Time-out voor wachtrij
Afb. overs.
Beheerinstelli
ngen
Wacht bescherming
Wachtw. wijzigen
Onderhoud
Items Opties
Items Opties
Informatie
Helplijst
Configuratie
Info verb.art.
Demopagina
Lettertypelijst
Taakrapporten
Eco
Eco - aan
Instellingen
Voorbeeldsimulator
Menuoverzicht
29
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Directe USB
Afdrukken vanaf
Bestandsbeheer
Ruimte tonen
Items Opties
Instellen
Systeem Datum en tijd
Klokmodus
Menu Formulier
In wachtrij plaatsen
Taal
Onderhoud
Standaardpapierformaat
Energiebesp.
Autom. doorgaan
Luchtdrukcorrectie
Autom. Regelomslag
Time-out voor taak
Bestandsbeleid
Time-out voor wachtrij
Afb. overs.
Meerdere vakken
Inst. import.
Inst. export.
Ontwaakgebeurtenis
Inst. wissen
Items Opties
Menuoverzicht
30
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Instellen
(doorgaan)
Netwerk Ethernet-snel.
TCP/IP (IPv4)
TCP/IP (IPv6)
802.1x
Netwerkconfiguratie
Ethernet activeren
Http activeren
Inst. wissen
Lay-out Afdrukstand
Algemene marge
MP-lade
Lade 1
Lade 2-5
Emulatiemarge
Dubbelzijdig
Nietpositie bij
afdrukstand Liggend
Items Opties
Instellen
(doorgaan)
Papier Exempl.
Lade 1
Lade 2-5
MP-lade
Papierinvoer
Aut. Ladekeuze
Lade bevestigen
Grafisch Resolutie
Tekst wissen
Tonersterkte
Emulatie Type emulatie
Instellen
Taakstatus
Huidige taak
Veilige taak
Opgeslagen taak
Voltooide taak
Teller
Items Opties
Menuoverzicht
31
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Introductie van het Startscherm
Aanraakscherm
(Informatie): Hier vindt u gedetailleerde informatie over
het apparaat.
(Eco): U kunt de eco-instellingen bekijken.
(Directe USB): Hiermee gaat u naar het USB-menu als
een USB-opslagapparaat op de USB-poort van uw printer is
aangesloten.
(Instellen): U kunt door de huidige apparaatinstellingen
bladeren of deze veranderen.
(Taakstatus): De taakstatus toont de taken die
momenteel worden uitgevoerd en in de wachtrij staan.
(Teller): Hiermee kunt u controleren hoeveel pagina's
worden afgedrukt.
(Help): Hier vindt u gedetailleerde informatie over het
apparaat, rapporten en een probleemoplossingsgids.
: Toont de tonerstatus.
: Selecteert de helderheid, taal en diagnosefunctie van
het LCD-display.
: Blader door de beschikbare opties.
Help
Basisstroom taken
Onderhoud
Problemen oplossen
Items Opties
32
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Een testpagina afdrukken
Om te controleren of het apparaat juist werkt, kunt u een
testpagina afdrukken.

3
ML-451x Series/ ML-501x Series
1
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Informatie > OK > Demopagina > OK.
3
Druk op Afdrukken? > Ja > OK.
Er wordt een testpagina afgedrukt.

4
ML-5015 Series/ ML-5017 Series
1
Druk op Informatie in het Hoofdscherm.
2
Druk op Demopagina > Afdruk.
Er wordt een testpagina afgedrukt.
33
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
De taal op het display wijzigen
Volg onderstaande stappen om de taal op het bedieningspaneel
te wijzigen:

5
ML-451x Series/ ML-501x Series
1
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Systeeminstellingen > OK > Taal > OK.
3
Kies de gewenste optie en druk op OK.

6
ML-5015 Series/ ML-5017 Series
1
Druk op Instellen in het Hoofdscherm.
2
Druk op Systeem > Volg. > Taal.
3
Selecteer de gewenste taal.
4
Druk op het startpictogram ( ) om terug te keren naar de
Stand-bymodus.
34
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Afdrukmateriaal en lade
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u afdrukmedia in uw
apparaat plaatst.
Wanneer u afdrukmateriaal gebruikt dat niet voldoet
aan deze specificaties, kan dit problemen veroorzaken
waarvoor reparatie vereist is. Zulke reparaties worden
niet gedekt door de garantie of serviceovereenkomst
van Samsung.
Gebruik uitsluitend xerografisch papier in dit apparaat.
Gebruik geen inkjet-fotopapier, aangezien dit het
apparaat kan beschadigen.
Gebruik van ontvlambaar afdrukmateriaal kan brand
veroorzaken.
Gebruik voor uw apparaat uitsluitend het type, de
grootte en het gewicht van het afdrukmateriaal die
worden beschreven in de specificaties van het
afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de
afdrukmedia" op pagina 113).
Het gebruik van ontvlambaar materiaal of het
achterblijven van vreemde materialen in de printen kan
oververhitting veroorzaken en in zeldzame gevallen
brand.

7
Lade overzicht
Om het formaat te wijzigen, moet u de papiergeleiders
aanpassen.
1 Papierlengtegeleide
r
2 Papierbreedtegelei
der
Afdrukmateriaal en lade
35
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
De papierniveau-indicator geeft aan hoeveel papier er in
de lade ligt.
1 Vol
2 Leeg

8
Plaats papier in de lade/optionele lade
1
Open de papierlade (zie "Lade overzicht" op pagina 34).
2
Buig de papierstapel om of waaier het papier uit om de
pagina’s van elkaar te scheiden voordat u het papier in de
lade plaatst.
Afdrukmateriaal en lade
36
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
3
Houd om het formaat te wijzigen de breedtegeleider en
lengtegeleider ingedrukt om ze in de sleuf te plaatsen met
het papierformaat dat onderaan de lade wordt
aangegeven.
4
Leg het papier met de zijde die u wilt bedrukken naar
onder.
5
Verschuif de lengtegeleider tot deze lichtjes de stapel
papier raakt.
6
Houd de breedtegeleider ingedrukt en schuif deze zonder
deze te buigen tegen de stapel papier.
Afdrukmateriaal en lade
37
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Druk de papierbreedtegeleider niet te hard tegen de
rand van het papier, aangezien het papier hierdoor kan
buigen.
Als u de breedtegeleider niet aanpast, kan het papier
vastlopen.
Gebruik geen papier waarvan de voorste rand
opgekruld is. Hierdoor kan het papier vastlopen of
kreukelen.
7
Plaats de lade terug in het apparaat.
8
Stel de papiersoort en het -formaat in voor lade 1 (zie
"Papierformaat en -type instellen" op pagina 45).
De instellingen die via het apparaatstuurprogramma zijn
opgegeven krijgen voorrang op de instellingen die via het
bedieningspaneel werden opgegeven.
a Als u afdrukt vanuit een toepassing, opent u de
toepassing en het afdrukmenu.
b Open Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 47).
c Klik op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen
voor afdrukken en selecteer een passend papiertype.

9
Papier in de multifunctionele lade plaatsen
De multifunctionele lade kan speciale types en formaten van
afdrukmedia bevatten, zoals postkaarten, notitiekaarten en
enveloppen.
Tips voor het gebruik van de multifunctionele lade
Voeg geen papier toe als er nog papier in de
multifunctionele lade ligt. Dit kan papierstoringen
veroorzaken.
Afdrukmedia moeten met de voorzijde naar boven en
de bovenkant eerst in het midden van de
multifunctionele lade worden geplaatst.
Afdrukmateriaal en lade
38
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Let voor optimale adrukkwaliteit en ter voorkoming van
vastlopend papier (zie "Specificaties van de
afdrukmedia" op pagina 113) op de volgende
aanwijzingen.
Maak gekrulde briefkaarten, enveloppen en etiketten
eerst vlak voor u ze in de multifunctionele lade plaatst.
Volg bij het afdrukken op speciaal afdrukmedia de
richtlijnen voor het plaatsen van afdrukmateriaal (zie
"Afdrukken op speciale afdrukmedia" op pagina 39).
Als vellen overlappen bij het afdrukken via de
multifunctionele lade, opent u lade 1, verwijdert u de
overlappende vellen en probeert u opnieuw af te
drukken.
Als het papier niet goed wordt doorgevoerd bij het
afdrukken, duwt u het papier met de hand tot het
automatisch wordt doorgevoerd.
1
Open de multifunctionele lade en trek het verlengstuk van
de multifunctionele lade uit zoals afgebeeld.
2
Pas de multifunctionele lade met de papiergeleiders aan
op de breedte van het papier.
Afdrukmateriaal en lade
39
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
3
Buig de papierstapel of waaier het papier uit om de
pagina’s van elkaar te scheiden voordat u het papier in de
lade plaatst.
4
Plaats het papier in de lade. Druk de
papierbreedtegeleiders van de multifunctionele lade in en
stel ze in op de breedte van het papier.
5
Stel de papiersoort en het -formaat in op het
bedieningspaneel (zie "Papierformaat en -type instellen"
op pagina 45).
De instellingen die via het stuurprogramma zijn
opgegeven krijgen voorrang op de instellingen via het
bedieningspaneel.
a Als u afdrukt vanuit een toepassing, opent u de
toepassing en het afdrukmenu.
b Open Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 47).
c Klik op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen
voor afdrukken en selecteer het juiste papiertype.
Als u bijvoorbeeld op een etiket wilt afdrukken, stelt u
het papiertype in op Etiketten.
d Selecteer Multifunctionele lade bij papierbron en
druk vervolgens op OK.
e Start het afdrukken vanuit de toepassing.

10
Afdrukken op speciale afdrukmedia
De onderstaande tabel toont de te gebruiken speciale
afdrukmedia in elke lade.
De mediatypes worden getoond in de Voorkeursinstellingen
voor afdrukken. Kies het correcte mediatype voor de beste
afdrukkwaliteit.
Afdrukmateriaal en lade
40
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Voor het gebruik van speciale afdrukmedia raden wij u
aan om telkens een vel per keer in te voeren (zie
"Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 113).
Zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 113 voor
papiergewicht per vel.
( : beschikbaar. Leeg: niet beschikbaar)
Types Lade 1
Optionele
lade
Multifunctionele
lade
Normaal papier ●●
Dik papier ●●
Dikker
Dun papier ●●
Bankpost ●●
Kleur ●●
Kartonpapier ●●
Etiketten ●●
Transparanten ●●
Envelop
a
Voorbedrukt ●●
Katoen ●●
Kringlooppapier
b
●●
Archiefpapier ●●
Birefhoofd ●●
Geperforeerd ●●
a.Alleen voor optionele lade2
b.Als u kringlooppapier gebruikt, kan de afdruk kreuken en kan het
apparaat vastlopen als het papier erg gekruld is.
Types Lade 1
Optionele
lade
Multifunctionele
lade
Afdrukmateriaal en lade
41
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Enveloppen
Of enveloppen goed worden bedrukt, is afhankelijk van de
kwaliteit.
Plaats een envelop op de volgende manier om deze te
bedrukken.
Houd bij de keuze van enveloppen rekening met de volgende
factoren:
- Gewicht: niet zwaarder dan 90 g/m
2
, anders kunnen de
enveloppen vastlopen.
- Samenstelling: plat liggend met minder dan 6 mm
opkrullende rand, zonder lucht.
- Toestand: geen gekrulde, verkreukelde of beschadigde
enveloppen.
- Temperatuur: dienen tegen de warmte en druk van het
apparaat in werking te kunnen.
Gebruik alleen goed gevormde enveloppen met scherpe
vouwen.
Gebruik geen afgestempelde enveloppen.
Gebruik geen enveloppen met sluithaakjes, knipsluitingen,
vensters, gecoate binnenbekleding, zelfklevende sluitingen
of andere synthetische materialen.
Gebruik geen beschadigde enveloppen of enveloppen van
slechte kwaliteit.
Controleer of de naad aan beide uiteinden van de envelop
helemaal doorloopt tot in de hoek.
1 Aanvaardbaar
2 Onaanvaardbaar
Enveloppen met een verwijderbare strip of met meer dan één
zelfklevende vouwbare klep moeten van een kleefmiddel zijn
voorzien dat gedurende 0,1 seconde bestand is tegen de
fixeertemperatuur van het apparaat (ongeveer 170 C). De
extra kleppen en strips kunnen kreuken, scheuren en
papierstoringen veroorzaken, en kunnen zelfs de
fixeereenheid beschadigen.
1
2
Afdrukmateriaal en lade
42
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Voor de beste afdrukkwaliteit plaatst u de marges best niet
dichter dan 15 mm van de rand van de envelop.
Druk niet af op de plaats waar de naden van de envelop
samenkomen.
Transparanten
Als u transparanten in kleur afdrukt, zal de beeldkwaliteit
minder zijn wanneer de afdrukken op de
overheadprojector worden gebruikt, dan wanneer u ze in
zwart-wit afdrukt.
Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen mag u
uitsluitend transparanten gebruiken die speciaal zijn ontworpen
voor laserprinters.
Bestand tegen de fixeertemperatuur in het apparaat.
Plaats transparanten op een vlak oppervlak nadat u ze uit het
apparaat hebt gehaald.
Laat transparanten niet te lang in de papierlade liggen. Er kan
zich dan stof en vuil op afzetten, wat leidt tot vlekken bij het
afdrukken.
Let op dat u geen vingerafdrukken op de transparanten
maakt. Dit veroorzaakt vlekken tijdens het afdrukken.
Bescherm transparanten na het afdrukken tegen langdurige
blootstelling aan zonlicht om te voorkomen dat ze gaan
vervagen.
Zorg dat de transparanten niet kreukelen, krullen of
gescheurde hoeken hebben.
Gebruik geen transparanten die loskomen van de
achterzijde.
Om te vermijden dat afgedrukte transparanten aan elkaar
gaan kleven, mag u ze tijdens het afdrukken niet laten
opstapelen in de uitvoerlade.
Aanbevolen afdrukmedia: transparanten voor een
kleurenlaserprinter van Xerox, zoals 3R 91331 (A4) en 3R
2780 (Letter).
Afdrukmateriaal en lade
43
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Etiketten
Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen, gebruikt u
uitsluitend etiketten die speciaal zijn ontworpen voor
laserprinters.
Bij de keuze van etiketten dient u rekening te houden met de
volgende factoren:
- Kleefstoffen: Bestand tegen de fixeertemperatuur van
het apparaat. Controleer de specificaties van uw apparaat
voor informatie over de fixeertemperatuur (ongeveer
170 °C).
- Schikking: gebruik uitsluitend etiketvellen waarvan het
rugvel tussen de etiketten niet blootligt. Bij etiketvellen
met ruimte tussen de etiketten kunnen de etiketten
loskomen van het rugvel. Dit kan ernstige papierstoringen
tot gevolg hebben.
- Krullen: Moet plat liggen en in geen enkele richting meer
dan 13 mm omkrullen.
- Toestand: gebruik geen etiketten die gekreukt zijn,
blaasjes vertonen of loskomen van het rugvel.
Let op dat er tussen de etiketten geen zelfklevend materiaal
blootligt. Blootliggende delen kunnen ervoor zorgen dat
etiketten tijdens het afdrukken loskomen, waardoor het
papier kan vastlopen. Ook kunnen hierdoor onderdelen van
het apparaat beschadigd raken.
Plaats geen gebruikte etiketvellen in het apparaat. De
klevende achterzijde mag slechts een keer door het apparaat
worden gevoerd.
Gebruik geen etiketten die loskomen van het rugvel, blaasjes
vertonen, gekreukt of anderszins beschadigd zijn.
Afdrukmateriaal en lade
44
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Kartonpapier/papier van een aangepast formaat
Stel de marges in de softwaretoepassing in op ten minste
6,4 mm van de zijkanten van het afdrukmedia.
Briefhoofd/Voorbedrukt papier
Bij het plaatsen van voorbedrukt papier moet de bedrukte zijde
bovenaan liggen en mag de voorzijde niet gekruld zijn. Bij
invoerproblemen draait u het papier om. Er zijn geen garanties
wat de afdrukkwaliteit betreft.
Briefhoofden moeten afgedrukt worden met hittebestendige
inkt die niet smelt, verdampt of schadelijke gassen uitstoot als
ze gedurende 0,1 seconde worden blootgesteld aan de
fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C) van het apparaat.
De inkt op het briefhoofd mag niet ontvlambaar zijn en mag
de printerrollen niet beschadigen.
Voor u voorbedrukt papier in de lade plaatst, controleert u of
de inkt op het papier droog is. Natte inkt kan tijdens het
fixeerproces loskomen van het voorbedrukt papier, waardoor
de afdrukkwaliteit afneemt.
Afdrukmateriaal en lade
45
2. Menuoverzicht en basisinstellingen

11
Papierformaat en -type instellen
Nadat u het papier in de lade hebt geplaatst moet u het
papierformaat en -type instellen met behulp van de knoppen op
het bedieningspaneel.
De instellingen die via het stuurprogramma zijn
opgegeven krijgen voorrang op de instellingen via het
bedieningspaneel.
Als u een speciaal papierformaat wilt gebruiken, zoals
factuurpapier, selecteert u Aangepast op het tabblad
Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 47).
ML-451x Series/ML-501x Series
1
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Papier > OK > Kies de gewenste lade > OK.
3
Druk op Papierformaat > OK > Kies de gewenste optie >
OK.
4
Druk op Papiertype > OK > Kies de gewenste optie > OK.
5
Druk op (Annuleren) om terug te keren naar stand-
bymodus.
ML-5015 Series/ ML-5017 Series
1
Druk op Instellen in het Hoofdscherm.
2
Druk op Systeem > Papier > Volg..
3
Druk op de gewenste lade.
4
Druk op Papierformaat > Kies de gewenste optie.
5
Druk op de knop .
6
Druk op Papiertype > Kies de gewenste optie.
7
Druk op het startpictogram ( ) om terug te keren naar
de Stand-bymodus.
46
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Eenvoudige afdruktaken

12
Tijdens het afdrukken
Zie de handleiding Geavanceerd als u een Macintosh,
Linux of Unix OS-gebruiker bent.
Het volgende venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken
is voor Notepad in Windows 7.
1
Open het document dat u wilt afdrukken.
2
Selecteer Afdrukken in het menu Bestand.
3
Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.
4
De basisafdrukinstellingen, inclusief het aantal kopieën en
het afdrukbereik, worden geselecteerd in het venster
Afdrukken.
Klik op Eigenschappen of Voorkeursinstellingen in het
venster Afdrukken om gebruik te maken van de
geavanceerde afdrukopties. (zie "Voorkeursinstellingen
openen" op pagina 47).
5
Klik in het venster Afdrukken op OK of Afdrukken om de
afdruktaak te starten.

13
Een afdruktaak annuleren
Een afdruktaak die in een afdrukrij of afdrukspooler wacht om
afgedrukt te worden, annuleert u op de volgende manier:
U kunt toegang krijgen tot dit venster door te dubbelklikken op
het pictogram van het apparaat ( ) in de taakbalk van
Windows.
U kunt de huidige taak ook annuleren door te drukken op
(Annuleren) op het bedieningspaneel.
Eenvoudige afdruktaken
47
2. Menuoverzicht en basisinstellingen

14
Voorkeursinstellingen openen
Het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken
in deze gebruikshandleiding verschilt mogelijk van het
venster dat u ziet omdat dit afhankelijk is van de
gebruikte printer. Het venster Voorkeursinstellingen
voor afdrukken bevat echter vrijwel dezelfde
eigenschappen.
Als u een optie selecteert in Voorkeursinstellingen
voor afdrukken verschijnt er mogelijk een
waarschuwingsteken, of . Een uitroepteken ( )
wil zeggen dat u deze optie wel kunt selecteren maar
dat dit niet wordt aanbevolen. Het teken wil zeggen
dat u deze optie niet kunt selecteren vanwege de
instellingen of omgeving van het apparaat.
1
Open het document dat u wilt afdrukken.
2
Kies Afdrukken in het menu Bestand.
3
Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.
4
Klik op Eigenschappen of op Voorkeuren.
U kunt de huidige status van het apparaat controleren
met de knop printerstatus (zie handleiding
Geavanceerd).
Eenvoudige afdruktaken
48
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Voorkeursinstellingen gebruiken
Met de optie Vooraf ingest. die op elk tabblad maar niet op het
tabblad Samsung verschijnt kunt u de huidige
voorkeurinstellingen opslaan voor toekomstig gebruik.
Volg deze stappen om een Vooraf ingest.-item op te slaan.
1
Stel op elk tabblad de gewenste instellingen in.
2
Typ in het invoervak Vooraf ingest. een naam voor deze
instellingen.
3
Klik op (Toevoegen). Als u instellingen opslaat onder
Vooraf ingest. worden alle huidige stuurprogramma-
instellingen opgeslagen.
Selecteer meer opties en klik op (Wijzigen). De
instellingen worden toegevoegd aan de voorinstellingen
die u hebt opgegeven. Om de bewaarde instelling te
gebruiken kiest u deze in de vervolgkeuzelijst Vooraf
ingest.. Het apparaat is nu ingesteld om afdrukken te
maken met de geselecteerde instellingen. U kunt de
opgeslagen instellingen verwijderen door deze te
selecteren in de vervolgkeuzelijst Vooraf ingest. en te
klikken op (Wissen).
U kunt de standaardinstellingen van het
printerstuurprogramma ook herstellen door Vooraf
ingest. stand. te selecteren in de vervolgkeuzelijst
Vooraf ingest.

15
Help gebruiken
Klik op de optie waarover u meer wilt weten op het venster
Voorkeursinstellingen voor afdrukken en druk op F1 op uw
toetsenbord.
Eenvoudige afdruktaken
49
2. Menuoverzicht en basisinstellingen

16
Eco-afdruk
Met de functie Eco spaart u toner en papier uit. De functie Eco
spaart natuurlijke hulpbronnen en helpt u milieuvriendelijke
afdrukken te maken.
Als u op het bedieningspaneel op de knop Eco drukt, staat deze
modus aan. De standaardinstelling in de eco-modus is
dubbelzijdig afdrukken (lange zijde), 2 op 1 veel, blanco pagina´s
overslaan en tonerbesparing.
Instellen van eco-modus op het
bedieningspaneel.
De instellingen die via het stuurprogramma zijn
opgegeven krijgen voorrang op de instellingen via het
bedieningspaneel.
Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder
displayscherm op het bedieningspaneel.
ML-451x Series/ ML-501x Series
1
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Systeeminstellingen > OK > Eco-instellingen
> OK.
3
Druk op de toetsen OK om de gewenste modus te
selecteren.
Standaardmodus: In deze modus is de eco-modus
uitgeschakeld. (Dubbelzijdig (lange zijde)/
tonerbesparing/2 op 1 vel/blanco pagina´s overslaan)
- Uit: Zet de eco-modus uit.
- Aan: Zet de eco-modus aan.
Als u de eco-modus instelt met een wachtwoord via de
SyncThru™ Web Service (tabblad Settings > Machine
Settings > System > Eco > Settings), de melding
Gedwongen verschijnt. U moet het wachtwoord invoeren
om de eco-modus uit te schakelen.
Sjabloon wijzigen.: Kies het eco-sjabloon.
- Standaard-Eco: De standaardinstelling in de eco-
modus is dubbelzijdig afdrukken, 2 op 1 veel, blanco
pagina´s overslaan en tonerbesparing.
Eenvoudige afdruktaken
50
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
- Aangepaste Eco: Volg de instellingen van de
Syncthru™ Web Service. Voordat u dit onderdeel
selecteert, moet u de eco-functie instellen de
SyncThru™ Web Service> tabblad Settings >
Machine Settings > System > Eco > Settings.
ML-5015 Series/ ML-5017 Series
1
Druk op Eco in het Hoofdscherm.
2
Druk op de gewenste optie.
U kunt de huidige optiebeschrijving bekijken.
3
Druk op het startpictogram ( ) om terug te keren naar
de Stand-bymodus.
Eco-modus in het stuurprogramma instellen
Open het tabblad Eco om de eco-modus in te stellen. Als u de
eco-afbeelding ziet ( ), betekent dit dat de eco-modus
momenteel is ingeschakeld.
Eco-opties
Standaardinstelling printer: Volg de instellingen op het
bedieningspaneel van de printer.
Geen: Schakelt eco-modus uit.
Eco-afdruk: Schakelt eco-modus in. Activeert de
verschillende te gebruiken eco-onderdelen.
Wachtwoord: Als de eco-modus door de beheerder
standaard is ingeschakeld, moet u een wachtwoord invoeren
om deze modus uit te schakelen.
Resultaatsimulator
De Resultaatsimulator toont de resultaten van verlaagde
kooldioxide-emissies, elektriciteitsverbruik en de hoeveelheid
uitgespaard papier, naargelang de door u gekozen instellingen.
De resultaten worden berekend op basis van een totaal
aantal van honderd pagina´s zonder blanco pagina, als de
eco-modus is uitgeschakeld.
Zie voor de berekeningscoëfficient met betrekking tot CO2,
energie en papier het IEA, het kengetal van het Japanse
ministerie van Binnenlandse Zaken en Communicatie, en
www.remanufacturing.org.uk. Elk model gebruikt een ander
kengetal.
Het elektriciteitsverbruik in afdrukmodus betreft bij dit
apparaat het gemiddelde elektriciteitsverbruik bij afdrukken.
De werkelijke bespaarde of verlaagde hoeveelheden kan
verschillen naargelang het gebruikte besturingssysteem,
computerkracht, programma´s, aansluitmethode, mediatype,
mediaformaat, complexiteit van de afdruktaak, enz.
51
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Een USB-geheugenapparaat gebruiken

17
Informatie over USB-geheugenapparaat
Er bestaan USB-geheugenapparaten met verschillende
geheugencapaciteiten die meer ruimte bieden voor de opslag
van documenten, presentaties, muziek en video’s,
hogeresolutieafbeeldingen en alle andere bestanden die u wilt
opslaan of verplaatsen.
Uw apparaat ondersteunt USB-geheugenapparaten met FAT16/
FAT32 en sectoren van 512 bytes.
Controleer het bestandssysteem van het USB-
geheugenapparaat van uw leverancier.
Gebruik alleen USB-geheugenapparaten met een USB-
connector van het type A.
Gebruik alleen een USB-geheugenapparaat met een
afgeschermde metalen aansluiting.
Gebruik alleen een USB-geheugenapparaat dat compatibel is,
anders wordt het mogelijk niet herkend.
Verwijder het USB-geheugenapparaat niet als het in
gebruik is. Schade veroorzaakt door onjuist gebruik
valt niet onder de garantie.
Als uw USB-geheugenapparaat bepaalde functies
heeft, zoals beveiligings- en wachtwoordinstellingen,
kan uw apparaat het mogelijk niet automatisch
detecteren. Raadpleeg de Gebruikershandleiding van
het USB-geheugenapparaat voor meer informatie over
deze functies.
A B
Een USB-geheugenapparaat gebruiken
52
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
18
Afdrukken vanaf een USB-
geheugenapparaat
U kunt bestanden die opgeslagen zijn op een USB-
geheugenapparaat rechtstreeks afdrukken.
Bestandstypen die worden ondersteund door de optie Direct
afdrukken:
PRN: Alleen bestanden die zijn gemaakt met het bijgeleverde
stuurprogramma zijn compatibel.
Als u PRN-bestanden afdrukt die op een ander apparaat
zijn gemaakt, zal de afdruk verschillen.
BMP: BMP niet-gecomprimeerd
TIFF: TIFF 6.0 Baseline
JPEG: JPEG Baseline
PDF: PDF 1.4 en lager
XPS
Om een document af te drukken vanaf een USB-
geheugenapparaat, kunt u de functies van het menu Directe
USB > Afdrukken via USB of Afdrukken vanaf gebruiken (zie
"Menuoverzicht" op pagina 26).
Als [+] of [D] voor de naam van een map staat, staat er
een of meer bestanden of mappen in de geselecteerde
map.

19
De USB-geheugenstatus weergeven
U kunt controleren hoeveel geheugenruimte er nog beschikbaar
is voor het opslaan van documenten.
U kunt de functies van het menu Directe USB > Ruimte tonen
gebruiken (zie "Menuoverzicht" op pagina 26).

20
Back-up van gegevens maken
Gegevens in het geheugen van het apparaat kunnen per
ongeluk gewist worden als gevolg van een stroomonderbreking
of een fout tijdens het opslaan.
U kunt de functies van het menu Systeeminstellingen (of
Instellen > Systeem) > Inst. export. en Inst. import. gebruiken
(zie "Menuoverzicht" op pagina 26).
Een USB-geheugenapparaat gebruiken
53
2. Menuoverzicht en basisinstellingen

21
USB-geheugen beheren
U kunt afbeeldingsbestanden op een USB-geheugenapparaat
een voor een of allemaal tegelijk verwijderen door het apparaat
opnieuw te formatteren.
U kunt de functies van het menu Directe USB >
Bestandsbeheer gebruiken (zie "Menuoverzicht" op pagina 26).
Als u een + voor de naam van een map staat, staat er een
of meer bestanden of mappen in de geselecteerde map.
Bestanden kunnen niet meer worden teruggezet nadat u
ze hebt verwijderd of nadat u het USB-
geheugenapparaat opnieuw hebt geformatteerd. Voordat
u ze verwijdert, moet u dan ook nagaan of u ze niet meer
nodig hebt.
3. Onderhoud
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u verbruiksartikelen,
accessoires en onderdelen voor het onderhoud van uw apparaat kunt
aankopen.
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 55
Beschikbare verbruiksartikelen 56
Beschikbare accessoires 57
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 59
Toner herverdelen 60
De tonercassette vervangen 62
De beeldeenheid vervangen 64
Een geheugenmodule upgraden 66
Een massaopslagapparaat installeren 67
De nietjescassette vervangen 68
De gebruiksduur van de verbruiksartikelen
controleren 69
Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op" 70
Het apparaat reinigen 71
55
3. Onderhoud
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen
De verkrijgbare accessoires kunnen verschillen van land tot land. Neem contact op met uw verkoper voor de lijst met
beschikbare verbruiksartikelen en onderdelen.
Als u door Samsung goedgekeurde verbruiksartikelen, accessoires of reserveonderdelen wilt bestellen, neemt u contact op met de
lokale Samsung-dealer of de winkel waar u het apparaat hebt gekocht. Of ga naar www.samsung.com/supplies en selecteer uw
land/regio voor de contactgegevens van de klantenservice.
56
3. Onderhoud
Beschikbare verbruiksartikelen
Als de verbruiksartikelen het einde van hun gebruiksduur
naderen, kunt u de volgende verbruiksartikelen voor uw
apparaat bestellen:
De gebruiksduur van de tonercassette kan variëren
afhankelijk van het model of land.
Als u nieuwe tonercassettes of verbruiksartikelen
aanschaft, doet u dit best in het land waar u het apparaat
hebt gekocht. Nieuwe tonercassettes of andere
verbruiksartikelen zijn mogelijk niet compatibel met het
apparaat omdat de configuratie van tonercassettes en
andere verbruiksartikelen per land kunnen verschillen.
Samsung raadt gebruik van niet-originele Samsung-
tonercassettes (bijv. hervulde of gereviseerde
tonercassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van niet-
originele Samsung-tonercassettes niet garanderen.
Onderhoud en herstellingen die vereist zijn als gevolg
van het gebruik van andere tonercassettes dan die van
Samsung vallen niet onder de garantie van het apparaat.
Type
Gemiddeld aantal
afdrukken
a
a.Opgegeven gebruiksduur overeenkomstig ISO/IEC 19752. Het aantal
pagina's kan worden beïnvloed door de gebruiksomstandigheden, de tijd
tussen afdruktaken, afbeeldingen en het type en formaat van het
afdrukmateriaal.
Benaming van
onderdeel
Standaardrendem
ent tonercassette
Ong. 7.000 pagina’s MLT-D307S
Tonercassette met
hoge capaciteit
Ong. 15.000 pagina’s MLT-D307L
Tonercassette met
extrahoge
capaciteit
b
b.De extra tonercassette is alleen voor de ML-501x Series verkrijgbaar.
Ong. 20.000 pagina’s MLT-D307E
Beeldeenheid Ong. 60.000 pagina’s MLT-R307
57
3. Onderhoud
Beschikbare accessoires
U kunt accessoires aanschaffen en installeren om de prestaties en capaciteit van uw apparaat te verbeteren.
Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model"
op pagina 7).
Optie Functie Benaming van onderdeel
Geheugenmodule Hiermee breidt u de geheugencapaciteit van uw apparaat uit. ML-MEM170: 512 MB
Optionele lade
Als u regelmatig papiertoevoerproblemen ondervindt, kunt u een
extra papierlade plaatsen.
ML-451x Series/ ML-501x Series:
ML-S5010A
ML-4512 Series/ ML-5012 Series:
ML-S5012A
IEEE 1284
parallelstekker
Maakt het gebruik van verschillende interfaces mogelijk.
Als het printerstuurprogramma met een IEEE1284-
parallelstekker geïnstalleerd wordt, kan het apparaat
mogelijk niet gevonden worden en zijn na installatie van
het stuurprogramma alleen de basisfuncties voor het
afdrukken beschikbaar.
Als u de status van het apparaat wilt controleren of de
instellingen wijzigen, moet u de machine met een USB-
kabel of een netwerk op een computer aansluiten.
Als u de IEEE1284-parallelstekker gebruikt, kunt u niet
tegelijkertijd een USB-kabel aansluiten.
ML-PAR100
Beschikbare accessoires
58
3. Onderhoud
Massaopslagapparaat
Hiermee kunt u de capaciteit van het apparaat uitbreiden en
afdrukken op diverse manieren.
ML-HDK470
Afwerkingseenheid
(stapelaar en nieter)
Hiermee kunt u afdrukken sorteren en nieten.
Er moet een massaopslagapparaat zijn geïnstalleerd om
bepaalde opties voor de afwerkingseenheid in het
printerstuurprogramma te gebruiken.
ML-OCT65
Korte standaard
Hiermee kunt u het apparaat eenvoudig verplaatsen met behulp van
deze standaard op wielen.
ML-DSK65S
Multbin-postvak Hiermee kunt u afdrukken stapelen via 4 verschillende stapelaars. ML-MBT65
Nietcassette Hiermee kunt u de afdrukken nieten. SCX-STP000
Optie Functie Benaming van onderdeel
59
3. Onderhoud
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud
Neem contact op met de winkel waar u het apparaat hebt gekocht om reserveonderdelen te bestellen. Laat onderhoudsonderdelen
alleen vervangen door een erkende servicemedewerker, de leverancier of personeel van de winkel waar u het apparaat hebt gekocht.
De vervanging van onderdelen waarvan de gemiddelde levensduur is verstreken, valt niet onder de garantie.
Onderhoudsonderdelen worden op gezette tijdstippen vervangen om te verhinderen dat de afdrukkwaliteit verslechtert en er
papierinvoerstoringen optreden als gevolg van versleten onderdelen (zie onderstaande tabel). Uw apparaat moet op elk moment
perfect functioneren. De te vervangen onderdelen moeten worden vervangen wanneer de levensduur van het desbetreffende
onderdeel is verstreken.
Onderdelen
Gemiddeld aantal afdrukken
a
a.De afdruksnelheid is afhankelijk van het gebruikte besturingssysteem, de snelheid van de computer, de gebruikte toepassing,
de verbindingsmethode, het type en formaat van de afdrukmedia en de complexiteit van de taak.
Transportrol Ong. 100.000 pagina’s
fixeereenheid Ong. 100.000 pagina’s
Opneemrol/voorwaartse rol Ong. 100.000 pagina’s
Vertragingsrol Ong. 100.000 pagina’s
60
3. Onderhoud
Toner herverdelen
Als de tonercassette bijna leeg is:
Witte strepen, onduidelijke afdruk en/of verschillende
dichtheid aan beide kanten.
knippert de Status-LED rood.
In dat geval kunt u de afdrukkwaliteit tijdelijk verbeteren door de
resterende toner in de tonercassette opnieuw te verdelen. Soms
blijven die witte strepen of lichtere gebieden voorkomen, ook
nadat de toner opnieuw is verdeeld.
1
Open de klep aan de voorkant en verwijder de
tonercassette.
2
Schud de cassette vijf tot zes keer heen en weer om de
toner in de cassette gelijkmatig te verdelen.
Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner
dan af met een droge doek en was de kleding in koud
water. Met warm water hecht de toner zich aan de stof.
Toner herverdelen
61
3. Onderhoud
3
Houd de tonercassette bij de handgreep vast en plaats de
cassette voorzichtig in de opening van het apparaat.
4
Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht is.
62
3. Onderhoud
De tonercassette vervangen
Als een tonercassette het einde van de levensduur bereikt heeft,
stopt de printer met afdrukken (zie "Beschikbare
verbruiksartikelen" op pagina 56).
1
Open de klep aan de voorkant en verwijder de
tonercassette.
2
Haal de nieuwe tonercassette uit de verpakking.
3
Schud de cassette vijf tot zes keer heen en weer om de
toner in de cassette gelijkmatig te verdelen.
Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner
dan af met een droge doek en was de kleding in koud
water. Met warm water hecht de toner zich aan de stof.
De tonercassette vervangen
63
3. Onderhoud
4
Houd de tonercassette bij de handgreep vast en plaats de
cassette voorzichtig in de opening van het apparaat.
5
Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht is.
64
3. Onderhoud
De beeldeenheid vervangen
Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over
hoe u de beeldeenheid kunt vervangen.
Als een beeldeenheid het einde van de levensduur bereikt heeft,
stopt de printer met afdrukken (zie "Beschikbare
verbruiksartikelen" op pagina 56).
1
Open de klep aan de voorkant en verwijder de
tonercassette.
2
Trek de beeldeenheid naar buiten.
3
Haal de nieuwe beeldeenheid uit de verpakking.
Gebruik geen scherpe objecten zoals een mes of een
schaar om de verpakking van de tonercassette te
openen. Scherpe voorwerpen veroorzaken mogelijk
krassen op het oppervlak van de cassette.
Om schade aan de beeldeenheid te voorkomen, moet
u ervoor zorgen dat deze niet langer dan enkele
minuten wordt blootgesteld aan licht. Dek de cassette
zo nodig af met een stuk papier.
De beeldeenheid vervangen
65
3. Onderhoud
4
Schud de beeldeenheid 5 tot 6 keer krachtig heen en weer
om de toner evenredig te verspreiden binnen de
beeldeenheid.
5
Verwijder de beschermlaag en verzegeling.
6
Houd de beeldeenheid bij de handgreep vast en plaats de
nieuwe beeldeenheid voorzichtig in de opening van het
apparaat.
Met behulp van de lipjes aan de zijkanten van de eenheid
en de sleuven binnenin het apparaat kunt u de
beeldeenheid automatisch op de juiste plek schuiven
totdat deze vastklikt.
Raak het groene oppervlak van de beeldeenheid niet
aan.
Om schade aan de beeldeenheid te voorkomen, moet
u ervoor zorgen dat deze niet langer dan enkele
minuten wordt blootgesteld aan licht. Dek de cassette
zo nodig af met een stuk papier.
7
Plaats de tonercassette weer terug.
8
Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht is.
66
3. Onderhoud
Een geheugenmodule upgraden
Voor het bestellen van optionele accessoires zijn bestelgegevens beschikbaar (zie "Beschikbare accessoires" op pagina 57.)
67
3. Onderhoud
Een massaopslagapparaat installeren
Voor dit apparaat zijn geen schroeven van type A nodig.
Voor het bestellen van optionele accessoires zijn bestelgegevens beschikbaar (zie "Beschikbare accessoires" op pagina 57.)
68
3. Onderhoud
De nietjescassette vervangen
Voor het bestellen van optionele accessoires zijn bestelgegevens beschikbaar (zie "Beschikbare accessoires" op pagina 57.)
69
3. Onderhoud
De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren
1
ML-451x Series/ ML-501x Series
1
Druk op (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Systeeminstellingen > OK > Onderhoud > OK.
3
Druk op Info verb.art. > OK.
4
Druk op de toetsen OK om de gewenste optie te
selecteren.
2
ML-5015 Series/ ML-5017 Series
1
Druk op Instellen in het Hoofdscherm.
2
Druk op Systeem > Volg. > Onderhoud > Biedt
informatie.
3
Druk op de gewenste optie.
4
Druk op het startpictogram ( ) om terug te keren naar
de Stand-bymodus.
70
3. Onderhoud
Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op"
Als de tonercassette bijna leeg is, verschijnt een bericht of gaat
er een LED branden die aangeeft dat u de tonercassette moet
vervangen. U kunt instellen of u wenst dat dit bericht of deze LED
verschijnt of niet.
3
ML-451x Series/ ML-501x Series
1
Druk op (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Systeeminstellingen > OK > Onderhoud > OK.
3
Klik op Toner bijna op > OK.
4
Kies de gewenste optie en druk op OK.
4
ML-5015 Series/ ML-5017 Series
1
Druk op Instellen in het Hoofdscherm.
2
Druk op Systeem > Volg. > Onderhoud.
3
Druk op Waarschuwing tonerstatus.
4
Druk op de gewenste optie.
5
Druk op het startpictogram ( ) om terug te keren naar
de Stand-bymodus.
71
3. Onderhoud
Het apparaat reinigen
Als er zich problemen voordoen met de afdrukkwaliteit of als u uw apparaat in een stofrijke omgeving gebruikt, moet u uw apparaat
regelmatig schoonmaken om de beste afdrukkwaliteit te blijven garanderen en de gebruiksduur van uw apparaat te verlengen.
Als u de behuizing van het apparaat reinigt met reinigingsmiddelen die veel alcohol, oplosmiddelen of andere agressieve
substanties bevatten, kan de behuizing verkleuren of vervormen.
Als er toner in het apparaat of in de directe omgeving ervan is terecht gekomen, raden wij u aan om de toner te verwijderen
met een zachte, met water bevochtigde doek of tissue. Als u een stofzuiger gebruikt, wordt de toner in de lucht geblazen. Dit
kan schadelijk voor u zijn.
5
De buitenkant reinigen
Maak het apparaat aan de buitenkant schoon met een zachte, pluisvrije doek. U kunt de doek enigszins bevochtigen met water, maar
let erop dat er geen water op of in het apparaat terechtkomt.
Het apparaat reinigen
72
3. Onderhoud
6
De binnenkant reinigen
Tijdens het afdrukken kunnen zich in het apparaat papierresten, toner en stof verzamelen. Dit kan op een gegeven moment
problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken, zoals tonervlekken of vegen. Deze problemen kunnen worden gereduceerd en
verholpen door de binnenkant van het apparaat te reinigen.
Gebruik een droge pluisvrije doek voor het reinigen van de binnenkant van het apparaat. Let op dat u de transportrol of andere
onderdelen niet beschadigt. Gebruik geen oplosmiddelen, zoals benzeen of verdunner. Er kunnen zich problemen voordoen met
de afdrukkwaliteit en het apparaat kan worden beschadigd.
Het apparaat reinigen
73
3. Onderhoud
Het apparaat reinigen
74
3. Onderhoud
7
Reinigen van de opneemrol
4. Problemen oplossen
In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er
een probleem optreedt.
Tips om papierstoringen te voorkomen 76
Papierstoringen verhelpen 77
Informatie over de status-LED 93
Informatie over displaymeldingen 95
Dit hoofdstuk biedt nuttige informatie voor als u een
foutmelding opmerkt. Als uw apparaat beschikt over een
displayscherm, controleert u eerst het bericht op het
displayscherm om te fout op te lossen. Als u in dit hoofdstuk
geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, raadpleegt u
het hoofdstuk Problemen oplossen in de
Gebruikershandleiding Geavanceerd. Als u geen oplossing
kunt vinden in de Gebruikershandleiding of als het probleem
blijft optreden, kunt u contact opnemen met de klantenservice.
76
4. Problemen oplossen
Tips om papierstoringen te voorkomen
U kunt de meeste papierstoringen voorkomen door het juiste type afdrukmedia te gebruiken. Zie de volgende tips om storingen met
vastzittend papier te voorkomen:
Zorg ervoor dat de verstelbare geleiders correct zijn ingesteld (zie "Lade overzicht" op pagina 34).
Plaats niet te veel papier in de lade. Zorg dat de papierstapel niet boven de maximummarkering aan de binnenzijde van de lade
uitkomt.
Verwijder geen papier uit de papierlade tijdens het afdrukken.
Buig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voordat u het in de lade plaatst.
Gebruik geen gekreukt, vochtig of sterk gekruld papier.
Plaats geen verschillende soorten papier in een lade.
Gebruik alleen aanbevolen afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 113).
77
4. Problemen oplossen
Papierstoringen verhelpen
Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam naar buiten om te voorkomen dat het scheurt.

1
In lade 1
Papierstoringen verhelpen
78
4. Problemen oplossen

2
In optionele lade
Papierstoringen verhelpen
79
4. Problemen oplossen

3
In de multifunctionele lade
Papierstoringen verhelpen
80
4. Problemen oplossen

4
Binnenin het apparaat
Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert.
Raak het groene oppervlak van de beeldeenheid niet aan.
Om schade aan de beeldeenheid te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze niet langer dan enkele minuten wordt
blootgesteld aan licht. Dek de deze zo nodig af met een stuk papier.
Papierstoringen verhelpen
81
4. Problemen oplossen
Papierstoringen verhelpen
82
4. Problemen oplossen
Ga naar de volgende stap als u geen papier ziet in dit gebied:
2
Papierstoringen verhelpen
83
4. Problemen oplossen

5
In het uitvoergebied
Het gebied rond de fixeereenheid is extreem heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert, zodat u zich
niet verbrand.
Papierstoringen verhelpen
84
4. Problemen oplossen

6
Rond de duplexeenheid
Het gebied rond de fixeereenheid is extreem heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert, zodat u zich
niet verbrand.
Papierstoringen verhelpen
85
4. Problemen oplossen
Papierstoringen verhelpen
86
4. Problemen oplossen
Ga naar de volgende stap als u geen papier ziet in dit gebied:
Papierstoringen verhelpen
87
4. Problemen oplossen

7
In de optionele afwerkingseenheid (stapelaar en nieteenheid)
Het papier is vastgelopen aan de voorkant van de afwerkingseenheid
Papierstoringen verhelpen
88
4. Problemen oplossen
Het papier is vastgelopen in de afwerkingseenheid
Papierstoringen verhelpen
89
4. Problemen oplossen
Het papier is vastgelopen bij de uitgang van de afwerkingseenheid
Papierstoringen verhelpen
90
4. Problemen oplossen

8
In het optionele postvak met meerdere vakken
Het papier is vastgelopen aan de voorkant van het optionele postvak met meerdere vakken
Papierstoringen verhelpen
91
4. Problemen oplossen
Het papier is vastgelopen in het optionele postvak met meerdere vakken
Papierstoringen verhelpen
92
4. Problemen oplossen
Het papier is vastgelopen bij de uitgang van het optionele postvak met meerdere vakken
93
4. Problemen oplossen
Informatie over de status-LED
De kleur van de LED geeft de huidige status van het apparaat aan.
Afhankelijk van het model of land zijn enkele LED´s mogelijk niet beschikbaar.
Zie de foutmelding en de bijbehorende instructies om de fout op te lossen.
U kunt de fout ook oplossen met de tips in het programmavenster Samsung-printerstatus of Smart Panel.
Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen.
Informatie over de status-LED
94
4. Problemen oplossen
LED Status Omschrijving
Off Het apparaat is offline.
Groen
Knippert
Als het lampje langzaam knippert, ontvangt het apparaat gegevens van de computer.
Als het lampje snel knippert, is het apparaat bezig met afdrukken.
Aan Het apparaat is online en klaar voor gebruik.
Rood
Knippert
Er is een kleine storing opgetreden en het apparaat wacht tot het probleem is verholpen. Bekijk het
bericht op het display. Als het probleem is opgelost, gaat de printer door met afdrukken. Deze functie
is niet van toepassing op enkele modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel.
De tonercassette is bijna leeg. Geschatte levensduur van een cassette
a
van de cassette is bijna
bereikt. Bereid een nieuwe cassette voor ter vervanging van de oude. U kunt de afdrukkwaliteit
tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 60).
a.De geschatte levensduur verwijst naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een tonercassette. Het geeft aan hoeveel afdrukken er gemiddeld
kunnen worden gemaakt met de cassette volgens ISO/IEC 19752. Het aantal pagina’s kan worden beïnvloed door de omgevingsomstandigheden, de
tijd tussen afdruktaken en het type en formaat van het afdrukmateriaal. Er kan wat toner achterblijven in de cassette, ook als de rode LED brandt en de
printer stopt met afdrukken.
Aan
De tonercassette heeft de geschatte levensduur
a
bijna bereikt. Het verdient aanbeveling de
tonercassette te vervangen (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 62).
De klep is geopend. Sluit de klep.
De papierlade is leeg. Plaats papier in de lade.
Het apparaat is gestopt als gevolg van een ernstige fout. Bekijk de melding op het display (zie
"Informatie over displaymeldingen" op pagina 95).
Er is een papierstoring opgetreden (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 77).
95
4. Problemen oplossen
Informatie over displaymeldingen
Er verschijnen berichten op het display van het
bedieningspaneel om de status van het apparaat of fouten te
melden. Raadpleeg de onderstaande tabellen voor de betekenis
van de berichten en verhelp indien nodig het probleem.
9
Berichten op het display controleren
Als het bericht niet in de tabel voorkomt, schakelt u het
apparaat uit en weer in en probeert u de afdruktaak
opnieuw uit te voeren.
Als u contact opneemt met de klantenservice, is het
nuttig dat u het bericht op het display doorgeeft aan
een medewerker van de klantenservice.
Afhankelijk van de opties of het model verschijnen
sommige meldingen mogelijk niet op het display.
[foutnummer] geeft het foutnummer aan.
Foutmeldingen gerelateerd aan vastgelopen
papier
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Vastgelopen
papier in postvak
[aantal]
Vastgelopen
papier in postvak
[aantal]. Verw.
vastgel. papier
Er is papier
vastgelopen in het
postvak-gebied.
Verwijder het
vastgelopen
papier (zie "In het
optionele
postvak met
meerdere
vakken" op
pagina 90).
Papierst. ond.
duplex
Er is papier
vastgelopen in het
duplex-gebied.
Verwijder het
vastgelopen
papier (zie "Rond
de
duplexeenheid"
op pagina 84).
Informatie over displaymeldingen
96
4. Problemen oplossen
St.
uitv.gb.afw.eenh
Papierstoring
uitvoergebied
afwerkeenh
Er is papier
vastgelopen in het
gebied van de
afwerkingseenheid.
Verwijder het
vastgelopen
papier (zie "Het
papier is
vastgelopen bij
de uitgang van
de
afwerkingseenhe
id" op pagina 89).
Pap stor vr
postvak
Er is papier
vastgelopen in de
voorkant van de
postvak. Verw.
vastgel. papier
Papierst. voork.
van vak [aantal]
Papierst. voork.
van vak [aantal]
Verw. vastgel.
papier
Er is papier
vastgelopen in het
postvak-gebied.
Verwijder het
vastgelopen
papier (zie "Het
papier is
vastgelopen aan
de voorkant van
het optionele
postvak met
meerdere
vakken" op
pagina 90).
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
St. vóór afw.eenh
Papierstoring
vóór de
afwerkeenheid
Er is papier
vastgelopen in het
gebied van de
afwerkingseenheid.
Verwijder het
vastgelopen
papier (zie "Het
papier is
vastgelopen aan
de voorkant van
de
afwerkingseenhe
id" op pagina 87).
Papierst. in uitv. geb
Er is papier
vastgelopen bij de
uitgang.
Verwijder het
vastgelopen
papier (zie "In het
uitvoergebied"
op pagina 83).
Pap.rst. in
afw.eenh
Papierstoring in
afwerkeenheid
Er is papier
vastgelopen in het
gebied van de
afwerkingseenheid.
Verwijder het
vastgelopen
papier (zie "Het
papier is
vastgelopen in
de
afwerkingseenhe
id" op pagina 88).
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Informatie over displaymeldingen
97
4. Problemen oplossen
Papierst. in apparaat
Er is papier
vastgelopen in het
apparaat.
Verwijder het
vastgelopen
papier (zie
"Binnenin het
apparaat" op
pagina 80).
Pap stor in
postvak
Het papier is
vastgelopen in het
postvak. Verw.
vastgel. papier
Er is papier
vastgelopen in het
postvak-gebied.
Verwijder het
vastgelopen
papier (zie "Het
papier is
vastgelopen in
het optionele
postvak met
meerdere
vakken" op
pagina 91).
Papierst. in
[ladetype]
Er is papier
vastgelopen in het
gebied van de lade.
Verwijder het
vastgelopen
papier.
zie "In lade 1"
op pagina 77.
•zie "In
optionele lade"
op pagina 78.
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Pap stor in MF-lade
Er is papier
vastgelopen in het
gebied van de
multifunctionele lade.
Verwijder het
vastgelopen
papier (zie "In de
multifunctionele
lade" op pagina
79).
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Informatie over displaymeldingen
98
4. Problemen oplossen
Meldingen over de tonercassette
Melding Betekenis Voorgestelde oplossing
BE is niet compatibel
Beeldeenheid is niet compatibel.
Zie handl.
De beeldeenheid die u hebt geplaatst, is
niet geschikt voor uw apparaat.
Plaats beeldeenheden van Samsung die speciaal
bedoeld zijn voor uw apparaat.
BE Niet geïnstalleerd
Beeldeenheid is niet geplaatst.
Plaats de eenheid.
De beeldeenheid is niet geplaatst of de
CRUM in de beeldeenheid is niet goed
aangesloten.
Plaats de beeldeenheid twee of drie keer opnieuw.
Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan
contact op met een servicecentrum.
Geen toner toegev.
Onvoldoende toner toegevoerd.
Pla. TC terug in app.
Het apparaat kan geen toner leveren. Schud de cassette vijf tot zes keer heen en weer om
de toner in de cassette gelijkmatig te verdelen.
Breid beeldeenheid voor
Bereid nieuwe beeldeenheid voor
Het einde van de geschatte levensduur
van de eenheid is bijna bereikt.
Bereid een nieuwe beeldeenheid voor ter
vervanging van de oude.
Informatie over displaymeldingen
99
4. Problemen oplossen
Vervang beeldeenheid
Plaats een nieuwe beeldeenheid
De aangegeven beeldeenheid is bijna aan
het einde van de geschatte levensduur.
De geschatte levensduur
verwijst naar de verwachte of
geschatte gebruiksduur van een
beeldeenheid. Het geeft aan
hoeveel afdrukken er gemiddeld
kunnen worden gemaakt met de
beeldeenheid volgens ISO/
IEC 19752. Het aantal pagina’s
kan worden beïnvloed door het
percentage afbeeldingen, de
gebruiksomstandigheden, de
tijd tussen afdruktaken en het
formaat van het
afdrukmateriaal. Er kan wat
toner achterblijven in de
cassette, ook als de rode LED
gaat branden en de printer stopt
met afdrukken.
U kunt kiezen tussen
Stop
of
Doorgaan
, zoals
weergegeven op het bedieningspaneel. Als u
Stop
selecteert, stopt de printer met afdrukken en kunt u
niet meer afdrukken zolang u de beeldeenheid niet
hebt vervangen. Als u
Doorgaan
kiest, gaat de
printer door met afdrukken maar kan de
afdrukkwaliteit niet worden gegarandeerd.
Als u van een optimale afdrukkwaliteit wilt blijven
genieten, dient u de beeldeenheid te vervangen
wanneer dit bericht verschijnt. Als u een
beeldeenheid verder blijft gebruiken, kunnen er
problemen optreden met de afdrukkwaliteit (zie
"De beeldeenheid vervangen" op pagina 64).
Samsung raadt gebruik van niet-originele
Samsung-beeldeenheden (bijv. hervulde
of gereviseerde beeldeenheden) af.
Samsung kan de kwaliteit van niet-
originele Samsung-tonercassettes niet
garanderen. Onderhoud en herstellingen
die vereist zijn als gevolg van het gebruik
van andere beeldeenheden dan die van
Samsung worden niet gedekt door de
garantie van het apparaat.
Als het apparaat stopt met afdrukken, vervangt u
de beeldeenheid (zie "De beeldeenheid
vervangen" op pagina 64).
Melding Betekenis Voorgestelde oplossing
Informatie over displaymeldingen
100
4. Problemen oplossen
Vervang beeldeenheid
Einde van gebruiksduur. Plaats
een nieuwe beeldeenheid
De aangegeven beeldeenheid is aan het
einde van de geschatte levensduur. Het
apparaat stopt mogelijk met afdrukken.
De geschatte levensduur
verwijst naar de verwachte of
geschatte gebruiksduur van een
beeldeenheid. Het geeft aan
hoeveel afdrukken er gemiddeld
kunnen worden gemaakt met de
beeldeenheid volgens ISO/
IEC 19752. Het aantal pagina’s
kan worden beïnvloed door het
percentage afbeeldingen, de
gebruiksomstandigheden, de
tijd tussen afdruktaken en het
formaat van het
afdrukmateriaal. Er kan wat
toner achterblijven in de
cassette, ook als de rode LED
gaat branden en de printer stopt
met afdrukken.
Vervang de beeldcassette (zie "De beeldeenheid
vervangen" op pagina 64).
Melding Betekenis Voorgestelde oplossing
Informatie over displaymeldingen
101
4. Problemen oplossen
Bereid nw. TC voor
Bereid nieuwe tonercassette
voor
De tonercassette is bijna leeg. Het einde
van de geschatte levensduur van de
cassette is bijna bereikt.
Bereid een nieuwe cassette voor ter vervanging van
de oude. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen
door de toner te herverdelen (zie "Toner
herverdelen" op pagina 60).
Melding Betekenis Voorgestelde oplossing
Informatie over displaymeldingen
102
4. Problemen oplossen
Plaats nieuwe cas.
Plaats nieuwe tonercassette
De aangegeven tonercassette is bijna aan
het einde van haar geschatte levensduur.
De geschatte levensduur
verwijst naar de verwachte of
geschatte gebruiksduur van een
cassette. Het geeft aan hoeveel
afdrukken er gemiddeld kunnen
worden gemaakt met de
beeldeenheid volgens ISO/
IEC 19752. Het aantal pagina’s
kan worden beïnvloed door het
percentage afbeeldingen, de
omgevingsomstandigheden, de
tijd tussen afdruktaken en het
formaat van het
afdrukmateriaal. Er kan wat
toner achterblijven in de
cassette, ook als de rode LED
gaat branden en de printer stopt
met afdrukken.
U kunt kiezen tussen Stop of Doorgaan, zoals
weergegeven op het bedieningspaneel. Als u
Stop selecteert, stopt de printer met afdrukken en
kunt u niet meer afdrukken zolang u de cassette
niet hebt vervangen. Als u Doorgaan kiest, gaat
de printer door met afdrukken maar kan de
afdrukkwaliteit niet worden gegarandeerd.
Als u van een optimale afdrukkwaliteit wilt blijven
genieten, dient u de tonercassette te vervangen
wanneer dit bericht verschijnt. Als u de cassette
verder blijft gebruiken kunnen er problemen
optreden met de afdrukkwaliteit (zie "De
tonercassette vervangen" op pagina 62).
Samsung raadt gebruik van niet-originele
Samsung-tonercassettes (bijv. hervulde
of gereviseerde tonercassettes) af.
Samsung kan de kwaliteit van niet-
originele Samsung-tonercassettes niet
garanderen. Onderhoud en herstellingen
die vereist zijn als gevolg van het gebruik
van andere tonercassettes dan die van
Samsung worden niet gedekt door de
garantie van het apparaat.
Als het apparaat stopt met afdrukken, vervangt u
de tonercassette (zie "De tonercassette
vervangen" op pagina 62).
Melding Betekenis Voorgestelde oplossing
Informatie over displaymeldingen
103
4. Problemen oplossen
Plaats nieuwe cas.
Einde levensduur. Plaats nieuwe
tonercassette
De aangegeven tonercassette is aan het
einde van de geschatte levensduur. Het
apparaat stopt mogelijk met afdrukken.
De geschatte levensduur
verwijst naar de verwachte of
geschatte gebruiksduur van een
cassette. Het geeft aan hoeveel
afdrukken er gemiddeld kunnen
worden gemaakt met de
beeldeenheid volgens ISO/
IEC 19752. Het aantal pagina’s
kan worden beïnvloed door het
percentage afbeeldingen, de
omgevingsomstandigheden, de
tijd tussen afdruktaken en het
formaat van het
afdrukmateriaal. Er kan wat
toner achterblijven in de
cassette, ook als de rode LED
gaat branden en de printer stopt
met afdrukken.
Vervang de tonercassette (zie "De tonercassette
vervangen" op pagina 62).
Melding Betekenis Voorgestelde oplossing
Informatie over displaymeldingen
104
4. Problemen oplossen
Schud tonercassette
Schud en installeer de
tonercassette.
De toner is niet gelijkmatig verdeeld. Herverdeel de toner (zie "Toner herverdelen" op
pagina 60).
TC is niet compatibel
Tonercassette niet compatibel.
Zie handl.
De tonercassette die u hebt geplaatst, is
niet geschikt voor uw apparaat.
Plaats tonercassettes van Samsung die speciaal
bedoeld zijn voor uw apparaat.
Er is geen tonercassette
geplaatst
Tonercassette is niet geplaatst.
Plaats er een.
De tonercassette is niet geplaatst of de
CRUM (Consumer Replaceable Unit
Monitor) in de cassettes is niet goed
aangesloten.
Plaats de tonercassette twee of drie keer opnieuw.
Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan
contact op met een servicecentrum.
Melding Betekenis Voorgestelde oplossing
Informatie over displaymeldingen
105
4. Problemen oplossen
Meldingen over de papierlade
Meldingen over het netwerk
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Uitvoerlade vol
Teveel papier
in uitvoervak
[vaknummer].
Verwijder
afgedrukt
papier
Teveel papier in de
uitvoerlade.
Verwijder het
afgedrukte papier.
Papier op in
[ladetype]
Papier is op in
[ladetype]. Vul
papier bij.
De papierlade is
leeg.
Plaats papier in de
lade (zie "Plaats
papier in de lade/
optionele lade" op
pagina 35).
[Ladetype] niet
geplaatst
[Ladetype] is
niet geplaatst.
Plaats de lade.
De lade is niet
geplaatst.
Plaats de lade (zie
"Plaats papier in de
lade/optionele lade"
op pagina 35).
[Ladetype]
geopend
[Ladetype] is
geopend.
Plaats deze op
de juiste
manier.
De lade is niet goed
geplaatst.
Sluit de lade.
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
IP-conflict
Er is een conflict
tussen dit IP-
adres en dat van
een ander
systeem.
Controleer het.
Het door u
ingestelde IP-adres
wordt al door
iemand anders
gebruikt.
Controleer het IP-
adres en stel het
zonodig opnieuw in
(zie handleiding
Geavanceerd).
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Informatie over displaymeldingen
106
4. Problemen oplossen
Meldingen over fouten
802.1x
netwerkfout
802.1x
netwerkfout.
Contact
beheerder.
Verificatie mislukt. Controleer het
netwerkverificatiepr
otocol. Neem
contact op met uw
netwerkbeheerder
als dit probleem zich
blijft voordoen.
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Fout:
#H1-1230
#H1-1253
#H1-1330
#H1-1353
#H1-1430
#H1-1453
#H1-1530
#H1-1553
Het apparaat kan
niet met de optionele
lade communiceren.
Plaats de optionele
lade(n) opnieuw. Als
het probleem zich blijft
voordoen, neem dan
contact op met een
servicecentrum.
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Fout:
#C1-1311
#C1-1330
De toner is niet
gelijkmatig verdeeld.
Herverdeel de toner en
plaats de tonercassette
opnieuw (zie "Toner
herverdelen" op pagina
60).
Fout:
#C3-1312
#C3-1315
#C3-1320
#C3-1330
Beeldeenheid is niet
geplaatst.
Plaats de beeldeenheid
opnieuw.
Fout:
#A1-1110
#A1-2110 (T)
Er is een probleem
met de motor.
Zet uit en weer aan Als
het probleem zich blijft
voordoen, neem dan
contact op met een
servicecentrum.
Fout:
#A2-1210
#A2-2110
#A2-2410
Er is een probleem
met een ventilator.
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Informatie over displaymeldingen
107
4. Problemen oplossen
Fout:
#A3-3211
#A3-3212
#A3-3311
#A3-3312
#A3-3411
#A3-3412
Er is een probleem
met een sensor.
Zet uit en weer aan Als
het probleem zich blijft
voordoen, neem dan
contact op met een
servicecentrum.
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Fout:
#H2-1710
#H2-1711
#H2-1720
#H2-1721
#H2-1730
#H2-1731
#H2-1750
#H2-1751
#H2-1752
#H2-1753
#H2-1760
#H2-1761
#H2-1800
•#H2-1A50
•#H2-1A52
•#H2-1A70
•#H2-1A80
Er is een probleem
met de
afwerkingseenheid.
Zet uit en weer aan Als
het probleem zich blijft
voordoen, neem dan
contact op met een
servicecentrum.
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Informatie over displaymeldingen
108
4. Problemen oplossen
Niet-gerelateerde meldingen
Fout:
#H2-4700
#H2-4701
#H2-4710
#H2-4711
•#H2-4A50
Er is een probleem in
het postvak.
Zet uit en weer aan Als
het probleem zich blijft
voordoen, neem dan
contact op met een
servicecentrum.
Fout:
#U1-2115
#U1-2116
#U1-2117
#U1-2320
#U1-2327
#U1-2330
#U1-2340
Er is een probleem
met fixeereenheid.
Fout:
#U2-1111
#U2-1113
Er is een probleem
met de LSU.
Fout:
#S2-1320
Er is een probleem in
de motor.
Fout:
#M1-1411
Er is een probleem in
het hoofdsysteem.
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Kl. afwerkeenh.
open
De klep van de
afwerkingseenhe
id is open. Sluit
de klep
De klep van de
afwerkingseenheid
is open.
Sluit de klep van de
afwerkingseenheid.
Stap. afw.eenh.
vol
Te veel papier in
stapelaar
afwerkeenh.
Teveel papier in de
stapelaar van de
afwerkingseenheid
Verwijder het
afgedrukte papier.
Plaats
fixeereenheid
Fixeereenheid is
niet geplaatst.
Plaats de
eenheid.
Fixeereenheid is
niet geplaatst.
Plaats de
fixeereenheid.
Informatie over displaymeldingen
109
4. Problemen oplossen
Div. meldingen
Postvak
[nummer] vol
Te veel papier in
lade [nummer].
Verw. afgedr.
pag.
Teveel papier in de
stapelaar van het
postvak
Verwijder het
afgedrukte papier.
Klep postvak
open
De klep van het
postvak is open.
Sluit de klep.
De klep van het
postvak is open.
Sluit de
klep van het postvak.
Nietjes op
Nietcassette is
leeg. Vervang de
cassette.
De nietcassette is
leeg.
Vervang de
nietcassette (zie "De
nietjescassette
vervangen" op
pagina 68).
Nietjes bijna op
Nietcassette is
bijna leeg.
Vervang de
cassette.
De nietcassette is
bijna leeg.
Bereid een nieuwe
nietcassette voor.
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
De voorklep is
open. Sluit de
klep
De voorklep is
open. Sluit de
klep.
De voorklep is
open.
Sluit de voorklep.
De achterklep
open
De achterklep is
open. Sluit de
klep.
De achterklep is
open.
Sluit de achterklep.
5. Bijlage
In dit hoofdstuk staan productspecificaties en informatie met
betrekking tot toepasbare regelgeving.
Specificaties 111
Informatie over wettelijke voorschriften 121
Copyright 130
111
5. Bijlage
Specificaties
1
Algemene specificaties
De specificaties hieronder kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. zie www.samsung.com/printer voor
mogelijke wijzigingen.
Items Omschrijving
Afmetingen
Breedte x Lengte x
Hoogte
418 x 435 x 358 mm zonder optionele papierlade
Gewicht
Apparaat inclusief
verbruiksartikelen
22,96 kg
Geluidsniveau
a
Stand-bymodus 30 dB (A)
Afdrukmodus 54 dB (A)
Temperatuur
Gebruik 10 tot 30°C
Opslag (in verpakking) -20 tot 40°C
Relatieve
luchtvochtigheid
Gebruik 10 tot 85% RV
Opslag (in verpakking) 10 tot 90% RV
Nominaal vermogen
b
Modellen op 110 volt AC 110 – 127 V
Modellen op 220 volt AC 220 – 240 V
Specificaties
112
5. Bijlage
Stroomverbruik
Gemiddeld vermogen
ML-451x Series: minder dan 850 W
ML-501x Series: minder dan 900 W
Stand-bymodus
ML-451x Series: minder dan 12 W
ML-501x Series: minder dan 15 W
Energiebesparende
modus
minder dan 4.5 W
Uitgeschakelde toestand minder dan 0.5 W
a.Geluidsdrukniveau, ISO 7779. Geteste configuratie: basisinstallatie apparaat, A4-papierformaat, enkelzijdig afdrukken.
b.Zie het typeplaatje op het apparaat voor het juiste voltage (V), de frequentie (Hertz) en de stroomsterkte (A) voor uw apparaat.
Items Omschrijving
Specificaties
113
5. Bijlage
2
Specificaties van de afdrukmedia
Type Formaat Afmetingen
Gewicht afdrukmedia
ab
/capaciteit
c
Lade 1/Optionele lade Multifunctionele lade
Normaal papier
Letter 216 x 279 mm
70 tot 90 g/m
2
(bankpostpapier)
520 vellen (80 g/m
2
)
70 tot 90 g/m
2
(bankpostpapier)
100 vellen
Legal 216 x 356 mm
US Folio 216 x 330 mm
A4 210 x 297 mm
Oficio 216 x 343 mm
JIS B5 182 x 257 mm
ISO B5 176 x 250 mm
Executive 184 x 267 mm
Bepaling 140 x 216 mm
A5 148 x 210 mm
A6
105 x 148 mm
70 tot 90 g/m
2
(bankpostpapier)
250 vellen voor lade1.
Niet beschikbaar in optionele
laden.
Specificaties
114
5. Bijlage
Enveloppen
Envelop Nr. 9 98 x 225 mm
75 tot 90 g/m
2
(bankpostpapier)
50 vellen alleen voor lade1 en
voor optionele lade2.
75 tot 90 g/m
2
(bankpostpapier)
10 vellen
Envelop Nr. 10 105 x 241 mm
Envelop DL 110 x 220 mm
Envelop C5 162 x 229 mm
Envelop C6 114 x 162 mm
Monarch-envelop 98 x 191 mm
Dik papier
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
90 tot 120 g/m
2
(bankpostpapier)
250 vellen
90 tot 120 g/m
2
(bankpostpapier)
40 vellen
Dikker papier
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier Niet beschikbaar in lade1/optionele
lade.
163 tot 216 g/m
2
(bankpostpapier)
10 vellen
Dun papier
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
60 tot 70 g/m
2
(bankpostpapier)
520 vellen
60 tot 70 g/m
2
(bankpostpapier)
100 vellen
Transparanten
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier Niet beschikbaar in de optionele
lade.
50 vellen
138 tot 146 g/m
2
(bankpostpapier)
10 vellen
Type Formaat Afmetingen
Gewicht afdrukmedia
ab
/capaciteit
c
Lade 1/Optionele lade Multifunctionele lade
Specificaties
115
5. Bijlage
Etiketten
d
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
120 tot 150 g/m
2
(bankpostpapier)
50 vellen
120 tot 150 g/m
2
(bankpostpapier)
10 vellen
Kartonpapier
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
120 tot 163 g/m
2
(bankpostpapier)
50 vellen
120 tot 163 g/m
2
(bankpostpapier)
10 vellen
Bankpost
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
106 tot 120 g/m
2
(bankpostpapier)
50 vellen
106 tot 120 g/m
2
(bankpostpapier)
10 vellen
Voorbedrukt,
Gekleurd,
Katoen-,
Gerecycled,
Briefhoofd-,
Geperforeerd
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
Postkaart
Zie Normaal
papier
Postkaart 4 x 6 mm
Postkaart 100 x 148 mm
Indexkaart
Type Formaat Afmetingen
Gewicht afdrukmedia
ab
/capaciteit
c
Lade 1/Optionele lade Multifunctionele lade
Specificaties
116
5. Bijlage
Minimaal formaat (aangepast)
e
76 x 127 mm Multifunctionele lade
98,6 x 148,5 mm Multifunctionele lade, Lade1
98,6 x 210 mm Multifunctionele lade, Lade1, Optionele lade
Maximaal formaat (aangepast) 216 x 356 mm
a.Als het gewicht van de afdrukmedia meer is dan 105 g/m
2
(bankpostpapier), laadt u de vellen papier één voor één in de multifunctionele lade.
b.De afwerkingseenheid ondersteunt geen papier van 60 g/m
2
(bankpostpapier).
c. De maximumcapaciteit kan verschillen en is afhankelijk van het gewicht en de dikte van afdrukmedia en de omgevingsomstandigheden.
d.De zachtheid van de voor dit apparaat gebruikte etiketten moet tussen 100 tot 250 (sheffield) bedragen. Deze getallen verwijzen naar het
gladheidsniveau.
e.Het minimale gewicht van het minimale formaat is 105 g/m
2
(bankpostpapier)
Type Formaat Afmetingen
Gewicht afdrukmedia
ab
/capaciteit
c
Lade 1/Optionele lade Multifunctionele lade
Specificaties
117
5. Bijlage
3
Systeemvereisten
Microsoft
®
Windows
®
Besturingssysteem
Vereisten (aanbevolen)
Processor RAM
Vrije
schijfruimte
Windows
®
2000 Intel
®
Pentium
®
II 400 MHz (Pentium III 933 MHz)
64 MB (128 MB) 600 MB
Windows
®
XP Intel
®
Pentium
®
III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz)
128 MB (256 MB) 1,5 GB
Windows Server
®
2003 Intel
®
Pentium
®
III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz)
128 MB (512 MB) 1,25 GB tot 2 GB
Windows Server
®
2008 Intel
®
Pentium
®
IV 1 GHz (Pentium IV 2 GHz)
512 MB (2 GB) 10 GB
Windows Vista
®
Intel
®
Pentium
®
IV 3 GHz
512 MB (1 GB) 15 GB
Windows
®
7
Intel
®
Pentium
®
IV 1 GHz 32-bit of 64-bit-processor of hoger
1 GB (2 GB) 16 GB
Ondersteuning voor DirectX
®
9 graphics met 128 MB geheugen (om het Aero-thema in te schakelen).
DVD-R/W-station
Windows Server
®
2008
R2
Intel
®
Pentium
®
IV 1 GHz- (x86) of 1,4 GHz- (x64) processoren (2
GHz of sneller)
512 MB (2 GB) 10 GB
Specificaties
118
5. Bijlage
Internet Explorer 6.0 of hoger is minimum vereist voor alle Windows-besturingssystemen.
Gebruikers kunnen de software installeren als ze beheerdersrechten hebben.
Windows Terminal Services is compatibel met uw apparaat.
Voor Windows 2000 is Services Pack 4 of hoger vereist.
Macintosh
Besturingssysteem
Vereisten (aanbevolen)
Processor RAM Vrije schijfruimte
Mac OS X 10.3 ~ 10.4
Intel
®
-processoren
PowerPC G4/G5
128 MB voor Mac met PowerPC
(512 MB)
512 MB voor een Mac op basis van Intel
(1 GB)
1 GB
Mac OS X 10.5
Intel
®
-processoren
867 MHz of sneller Power PC G4/
G5
512 MB (1 GB) 1 GB
Mac OS X 10.6
Intel
®
-processoren
1 GB (2 GB) 1 GB
Specificaties
119
5. Bijlage
Linux
Unix
Items Vereisten
Besturingssysteem
Redhat
®
Enterprise Linux WS 4, 5 (32/64 bit)
Fedora 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 (32/ 64 bit)
SuSE Linux 10.1 (32 bit)
OpenSuSE
®
10.2, 10.3, 11.0, 11.1, 11.2 (32/64 bit)
Mandriva 2007, 2008, 2009, 2009.1, 2010 (32/64 bit)
Ubuntu 6.06, 6.10, 7.04, 7.10, 8.04, 8.10, 9.04, 9.10, 10.04 (32/64 bit)
SuSE Linux Enterprise Desktop 10, 11 (32/64 bits)
Debian 4.0, 5.0 (32/64 bits)
Processor Pentium IV 2,4GHz (Intel Core™2)
RAM 512 MB (1 GB)
Vrije schijfruimte 1 GB (2 GB)
Items Vereisten
Besturingssysteem
Sun Solaris 9, 10 (x86, SPARC)
HP-UX 11.0, 11i v1, 11i v2, 11i v3 (PA-RISC, Itanium)
IBM AIX 5.1, 5.2, 5.3, 5.4
Vrije schijfruimte Tot 100 MB
Specificaties
120
5. Bijlage
4
Netwerkomgeving
Alleen voor draadloos model (zie "Functies per model" op pagina 7).
U moet de netwerkprotocollen installeren op het apparaat om het als netwerkprinter te kunnen gebruiken. In de volgende tabel
worden de netwerkomgevingen vermeld die door het apparaat worden ondersteund.
Items Specificaties
Netwerkinterface Ethernet 10/100/1000 Base-TX
Netwerkbesturingssys-
teem
Windows 2000/Server 2003/Server 2008/XP/Vista/7/Server 2008 R2
Diverse Linux-besturingssystemen
Mac OS X 10.3 ~ 10.6
•Unix
Netwerkprotocollen
•TCP/IPv4
DHCP, BOOTP
DNS, WINS, Bonjour, SLP, UPnP
Standard TCP/IP Printing(RAW), LPR, IPP, WSD
SNMPv 1/2/3, HTTP(S), IPSec
TCP/IPv6 (DHCP, DNS, RAW, LPR, SNMPv 1/2/3, HTTP(S), IPSec)
121
5. Bijlage
Informatie over wettelijke voorschriften
Dit apparaat is ontworpen voor een normale werkomgeving en is
gecertificeerd conform verschillende veiligheidsvoorschriften.
5
Verklaring inzake laserveiligheid
De printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als zijnde in
overeenstemming met de vereisten van DHHS 21 CFR,
hoofdstuk 1, subhoofdstuk J voor laserproducten van klasse I(1),
en is elders gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat
voldoet aan de vereisten van IEC 60825-1: 2007.
Laserproducten van klasse I worden niet als gevaarlijk
beschouwd. Het lasersysteem en de printer zijn zo ontworpen
dat bij normaal gebruik, gebruiksonderhoud of onder de
voorgeschreven servicevoorwaarden personen niet worden
blootgesteld aan laserstralen hoger dan Klasse I.
Golflengte: 800 nm
Bundeldivergentie
- Parallel: 12 graden
- Verticaal: 35 graden
Maximum vermogen of energie-output: 15 mW
Waarschuwing
De printer mag nooit worden gebruikt of nagekeken als de
beschermkap van de laser/scanner is verwijderd. Hoewel ze
onzichtbaar is, kan de gereflecteerde laserstraal uw ogen
beschadigen.
Neem bij het gebruik van dit apparaat altijd deze elementaire
veiligheidsmaatregelen in acht om het risico op brand,
elektrische schokken en letsels te beperken.
Informatie over wettelijke voorschriften
122
5. Bijlage
6
Alleen voor Taiwan
7
Veiligheid in verband met ozon
8
Energiebesparingsmodus
9
Recycleren
De ozonemissie van dit apparaat ligt onder 0,1
ppm. Ozon is zwaarder dan lucht. Zet dit apparaat
dus op een plaats met goede ventilatie.
Deze printer is uitgerust met een geavanceerde
energiebesparende technologie die het
stroomverbruik vermindert wanneer het apparaat
niet wordt gebruikt.
Als de printer gedurende enige tijd geen gegevens
ontvangt, wordt het stroomverbruik automatisch
verlaagd.
ENERGY STAR en het ENERGY STAR-merk zijn
gedeponeerde Amerikaanse handelsmerken.
Meer informatie over het ENERGY STAR-
programma vindt u op http://www.energystar.gov
Recycle de verpakkingsmaterialen van dit product, of
verwijder ze op een milieuvriendelijke wijze.
Informatie over wettelijke voorschriften
123
5. Bijlage
10
Alleen voor China
11
Correcte verwijdering van dit product (afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur)
(Van toepassing in de Europese Unie en andere
Europese landen met gescheiden
inzamelingssystemen voor batterijen)
Alleen voor de Verenigde Staten
Verwijder elektronica door deze naar een goedgekeurd
recyclingbedrijf te brengen. Vind recyclingbedrijven bij u in de
buurt op onze website:www.samsung.com/recyclingdirect Of bel
(877) 278 - 0799
Deze aanduiding op het product, op de accessoires of in
de documentatie geeft aan dat het product en zijn
elektronische accessoires (bijv. lader, hoofdtelefoon,
USB-kabel) aan het eind van hun levensduur niet met
ander huishoudelijk afval mogen worden weggegooid.
Gelieve deze items te scheiden van andere soorten afval
en ze op een verantwoorde wijze te recyclen met het oog
op een duurzaam hergebruik van materialen en ter
voorkoming van eventuele schade aan het milieu of de
gezondheid als gevolg van een ongecontroleerde
afvalverwijdering.
Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met
de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de
gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe
ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen.
Zakelijke gebruikers dienen contact op te nemen met hun
leverancier en dienen de voorwaarden en bepalingen van
de verkoopovereenkomst te controleren. Dit product en
zijn elektronische accessoires mogen niet met ander
bedrijfsafval voor verwijdering worden gemengd.
Informatie over wettelijke voorschriften
124
5. Bijlage
12
Correcte verwerking van de in dit product
gebruikte batterijen
(Van toepassing op de Europese Unie en andere
Europese landen met afzonderlijke
inzamelingssystemen voor batterijen)
13
Radiofrequentiestraling
FCC-normen (VS)
Dit apparaat is conform Deel 15 van de FCC-voorschriften. Het
gebruik van dit apparaat is onderworpen aan de volgende twee
voorwaarden:
dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken
en moet alle ontvangen interferentie aanvaarden, inclusief
interferentie die een ongewenste werking kan veroorzaken.
Dit apparaat is getest en voldoet aan de limieten voor Klasse A
digitale producten zoals vastgelegd in Deel 15 van de FCC-
regels. Deze beperkingen zijn bedoeld om een redelijke
bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie
binnenshuis. Dit apparaat genereert, gebruikt en straalt mogelijk
radiofrequentie-energie uit en kan, indien het niet volgens de
richtlijnen wordt geïnstalleerd en gebruikt, schadelijke
interferentie voor radiocommunicatie veroorzaken. Er kan echter
niet worden gegarandeerd dat bij een bepaalde installatie geen
interferentie optreedt. Als dit apparaat schadelijke interferentie
voor radio- of tv-ontvangst veroorzaakt, wat u kunt controleren
door het apparaat in en uit te schakelen, raden wij de gebruiker
aan de interferentie te beperken door de volgende maatregelen
te treffen:
Deze aanduiding op de batterij, handleiding of
verpakking geeft aan dat de batterijen in dit product
aan het eind van hun levensduur niet samen met
ander huishoudelijk afval mogen worden
weggegooid. Een markering met de chemische
symbolen Hg, Cd of Pb geeft aan dat de batterij een
dosis kwik, cadmium of lood bevat die hoger is dan
de referentieniveaus uit EG-Richtlijn 2006/66. Als
de batterijen niet op de juiste manier worden
weggeworpen, kunnen deze stoffen schade
berokkenen aan mens en milieu. Om het milieu te
beschermen en het hergebruiken van materialen
aan te moedigen, verzoeken wij u afgedankte
accu’s en batterijen te scheiden van andere soorten
afval en voor recycling aan te bieden bij het gratis
inzamelpunt voor accu’s en batterijen in uw
omgeving.
Informatie over wettelijke voorschriften
125
5. Bijlage
Verplaats de ontvangstantenne of draai ze een andere kant
op.
Vergroot de afstand tussen de apparatuur en de ontvanger.
Sluit de apparatuur aan op een stopcontact van een andere
stroomkring dan die waarop de ontvanger is aangesloten.
raadpleeg uw verdeler of een ervaren radio-/
televisiemonteur.
Wijzigingen of modificaties die niet uitdrukkelijk zijn
goedgekeurd door de fabrikant (die ervoor moet zorgen
dat het apparaat aan de normen voldoet) kunnen ertoe
leiden dat de toestemming aan de gebruiker om het
apparaat te gebruiken vervalt.
Canadese regelgeving inzake radio-interferentie
Dit digitale apparaat blijft binnen de grenzen van klasse A voor
stoorsignalen uit digitale apparatuur, zoals bepaald in de norm
voor interferentieveroorzakende apparatuur, "Digital Apparatus",
ICES-003 van Industry and Science Canada.
Cet appareil numérique respecte les limites de bruits
radioélectriques applicables aux appareils numériques de
Classe A prescrites dans la norme sur le matériel brouilleur:
« Appareils Numériques », ICES-003 édictée par l’Industrie et
Sciences Canada.
14
Alleen voor Taiwan
Informatie over wettelijke voorschriften
126
5. Bijlage
15
Alleen voor Rusland
16
Alleen Duitsland
17
Alleen voor Turkije
18
De stekker van het netsnoer vervangen
(alleen voor het VK)
Belangrijk
Het netsnoer van dit apparaat is voorzien van een
standaardstekker (BS 1363) van 13 ampère en een zekering
van 13 ampère. Als u de zekering vervangt, moet u het juiste
type van 13 ampère gebruiken. Nadat u de zekering hebt
gecontroleerd of vervangen, moet u de afdekkap van de
zekering weer sluiten. Als u de afdekkap van de zekering
verloren bent, mag u de stekker niet gebruiken totdat u er een
nieuwe afdekkap hebt op gezet.
Neem contact op met de leverancier bij wie u het apparaat hebt
gekocht.
Stekkers van 13 ampère zijn het meest voorkomende type in het
Verenigd Koninkrijk en kunnen in de meeste gevallen worden
gebruikt. Sommige (vooral oudere) gebouwen hebben echter
geen normale stopcontacten van 13 ampère. U moet een
geschikt verloopstuk (adapter) kopen. Verwijder nooit de
aangegoten stekker van het netsnoer.
Informatie over wettelijke voorschriften
127
5. Bijlage
Als u de aangegoten stekker afsnijdt, gooi deze dan
meteen weg. U kunt de stekker niet meer aan het snoer
bevestigen en u riskeert een elektrische schok als u hem
in het stopcontact steekt.
Belangrijke waarschuwing:
Ga als volgt te werk als de kleuren van de aders in het netsnoer
niet overeenstemmen met die van de stekker.
Sluit de geel-groene aardedraad aan op de pool die gemarkeerd
is met de letter "E", het aardingssymbool, en geel-groen of groen
is gekleurd.
Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de
letter "N" of zwart is gekleurd.
Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de
letter "L" of de kleur zwart.
In de stekker, adapter of verdeelkast moet een zekering van
13 ampère zijn aangebracht.
19
Verklaring van overeenstemming
(Europese landen)
Goedkeuringen en certificeringen
1 januari 1995: Richtlijn 2006/95/EG van het Europees
Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing
van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch
materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde
spanningsgrenzen.
Dit apparaat moet op een geaard stopcontact worden
aangesloten.
De aders van het netsnoer hebben de volgende
kleurcodering:
Groen/geel: aarding
Blauw: neutraal
Bruin: fase
Samsung Electronics verklaart hierbij dat deze [ML-
451x Series/ML-501x Series] voldoen aan de
essentiële vereisten en andere regelgeving van de
laagspanningsrichtlijn (2006/95/EG) en de EMC-
richtlijn (2004/108/EG)
De conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd
op www.samsung.com/printer. Ga naar Support >
Download center en voer de naam van uw printer
(MFP) in om te bladeren door de EuDoC.
Informatie over wettelijke voorschriften
128
5. Bijlage
1 januari 1996: Richtlijn 2004/108/EG van de Raad inzake de
harmonisatie van de wetgevingen in de lidstaten betreffende
elektromagnetische compatibiliteit.
9 maart 1999: Richtlijn 1999/5/EG van de Raad inzake
radioapparatuur en eindapparatuur voor telecommunicatie en de
onderlinge herkenning van hun conformiteit. U kunt bij uw
vertegenwoordiger van Samsung Electronics Co., Ltd. een
volledige verklaring krijgen waarin de relevante richtlijnen en de
normen waarnaar wordt verwezen, zijn gedefinieerd.
EC-certificering
Certificering voor Richtlijn 1999/5/EC inzake radioapparatuur en
eindapparatuur voor telecommunicatie (FAX)
Dit product van Samsung is gecertificeerd door Samsung zelf
voor enkele-terminalverbindingen in heel Europa met het
openbare telefoonnet (PSTN), in overeenstemming met richtlijn
1999/5/EC. Het product is ontworpen voor gebruik met de
nationale openbare telefoonnetten en compatibele PBX-en van
de Europese landen:
Indien er problemen optreden, moet u in eerste instantie contact
opnemen met het Euro QA Lab van Samsung Electronics Co.,
Ltd.
Het product is getest op TBR21. Het European
Telecommunication Standards Institute (ETSI) heeft voor
gebruik en toepassing in overeenstemming met deze norm een
adviesdocument gepubliceerd (EG 201 121), waarin
opmerkingen en extra voorwaarden staan voor
netwerkcompatibiliteit van TBR21-terminals. Het product is
getest op, en voldoet aan, alle relevante adviezen in dit
document.
Informatie over wettelijke voorschriften
129
5. Bijlage
20
Alleen voor China
130
5. Bijlage
Copyright
© 2011 Samsung Electronics Co., Ltd. Alle rechten voorbehouden.
Deze gebruikershandleiding dient uitsluitend ter informatie. Alle informatie in deze gebruikershandleiding kan zonder voorafgaande
kennisgeving worden gewijzigd.
Samsung Electronics kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van of in verband met het
gebruik van deze gebruikershandleiding.
Samsung en het Samsung-logo zijn handelsmerken van Samsung Electronics Co., Ltd.
Microsoft, Windows, Windows Vista, Windows 7 en Windows Server 2008 R2 zijn gedeponeerde handelsmerken of
handelsmerken van Microsoft Corporation.
TrueType, LaserWriter en Macintosh zijn handelsmerken van Apple Computer, Inc.
Alle andere merk- of productnamen zijn handelsmerken van hun respectievelijke bedrijven of organisaties.
Raadpleeg het bestand "LICENSE.txt" op de meegeleverde cd-rom voor open-sourcelicentiegegevens.
REV. 1.00
131
Index
A
aanuitknop 19
accessoires
bestellen 57
achterkant 18
afdrukken
een document afdrukken
Windows
46
afdrukmedia
envelop 41
etiketten
43
het papierformaat instellen
45
het papiertype instellen
45
kartonpapier
44
speciale media
39
transparanten
42
uitvoersteun gebruiken
113
voorbedrukt papier
44
algemene pictogrammen 9
B
bedieningspaneel 19
aanraakscherm
31
beeldeenheid
de beeldeenheid vervangen 64
C
conventie 9
E
ecoafdruk 49
ecoknop 19
Een backup maken van uw gegevens 52
F
foutmelding 95
functies 5
eigenschappen van afdrukmateriaal
113
G
geheugen
geheugen uitbreiden 66
H
help gebruiken 48
I
informatie over de statusLED 93
informatie over wettelijke voorschriften
121
installeren
massaopslagapparaat 67
nietjescassette
68
instellingen voor favorieten voor
afdrukken
48
L
lade
breedte en lengte instellen 34
de grootte van de lade aanpassen
34
een optionele lade bestellen
57
papier in de multifunctionele lade plaatsen
37
papierformaat en type instellen
45
Lokaal
stuurprogramma opnieuw installeren 24
stuurprogrammainstallatie
22
M
Macintosh
systeemvereisten 118
menuoverzicht 26
Multifunctionele lade
gebruikstips 37
plaatsen
37
speciale afdrukmedia gebruiken
39
Index
132
N
netwerk
installatieomgeving 120
numeriek toetsenblok 19
O
onderdelen voor onderhoud 59
optionele lade 57
bestellen
57
papier plaatsen
35
P
papierstoring
papier verwijderen 77
tips om papierstoringen te voorkomen
76
Parallel
bestellen 57
pijltoetsen 19
plaatsen
papier in de multifunctionele lade plaatsen
37
plaatsen in lade 1
35
speciale media
39
R
reinigen
binnenkant 72
buitenkant
71
opneemrol
74
S
specificaties 111
afdrukmedia
113
standaardinstellingen
instellingen voor lade 45
T
Tijdens 46
tonercassette
de cassette vervangen 62
toner herverdelen
60
U
Unix
systeemvereisten 119
USB 53
USBgeheugen
Beheren 53
Een backup maken
52
USBgeheugen beheren 53
USBgeheugenapparaat
afdrukken 52
uw apparaat reinigen 71
V
veiligheid
info 10
symbolen
10
verbruiksartikelen
beschikbare verbruiksartikelen 56
bestellen
56
de gebruiksduur van de verbruiksartikelen
controleren
69
tonercassette vervangen
62
vervangen beeldeenheid
64
voorkant 17
W
Windows
stuurprogramma van een met een
USBkabel verbonden apparaat installeren
22, 24
systeemvereisten
117
ML-451x Series
ML-501x Series
Gebruikershandleiding
Geavanceerd
imagine the possibilities
Deze handleiding geeft informatie over de installatie, geavanceerde instelling, gebruik en het
oplossen van problemen in verschillende besturingssystemen.
Afhankelijk van het model of land zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar.
2
Inhoud
1. Installatie van de software
5 Installatie voor de Macintosh
7 Opnieuw installeren voor Macintosh
8 Installatie voor Linux
10 Opnieuw installeren voor Linux
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
12 Nuttige netwerkprogramma’s
13 Instelling bekabeld netwerk
17 Installeren van een stuurprogramma over
het netwerk
30 IPv6-configuratie
33 Draadloos netwerk instellen
3. Menu´s met nuttige instellingen
62 Informatie
63 Lay-out
64 Papier
65 Grafisch
66 Systeeminstallatie
69 Emulatie
70 Netwerk
71 Beheerinstellingen
72 Eco
73 Taakstatus
4. Speciale functies
75 Aanpassing aan luchtdruk of hoogte
76 De lettertype-instelling wijzigen
77 De standaardafdrukinstellingen wijzigen
78 Uw apparaat instellen als standaardprinter
79 Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
88 Gebruiken van Hulpprogramma Direct
afdrukken (alleen voor Windows).
90 Functies van het
geheugen/massaopslagapparaat gebruiken
91 Afdrukken in Macintosh
93 Afdrukken in Linux
96 Afdrukken in Unix
Inhoud
3
5. Onderhoud
99 De tonercassette (of beeldeenheid) bewaren
101 Tips voor het verplaatsen en opbergen van
uw apparaat
102 Nuttige beheerprogramma´s
6. Problemen oplossen
115 Problemen met papierinvoer
116 Problemen met de voeding en het netsnoer
117 Afdrukproblemen
121 Problemen met de afdrukkwaliteit
129 Problemen met het besturingssysteem
Contact SAMSUNG worldwide
Verklarende woordenlijst
1. Installatie van de software
Dit hoofdstuk levert instructies voor het installeren van essentiële en nuttige
software voor gebruik in een opstelling waarbij het apparaat via een kabel
aangesloten is. Een lokale printer is een printer die via een kabel
rechtstreeks op uw computer is aangesloten. Als uw apparaat op een
netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u
verder met de installatie van het stuurprogramma voor een
netwerkapparaat (zie Installeren van een stuurprogramma over het
netwerk17).
Installatie voor de Macintosh 5
Opnieuw installeren voor Macintosh 7
Installatie voor Linux 8
Opnieuw installeren voor Linux 10
Als u gebruik maakt van het besturingsysteem Windows, kijkt u
in de basishandleiding voor installatie van het stuurprogramma.
Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 meter.
5
1. Installatie van de software
Installatie voor de Macintosh
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3
Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op
het bureaublad van uw Macintosh-computer.
4
Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram
Installer OS X.
5
Voer het wachtwoord in en klik op OK.
6
Klik op Volgende.
7
Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende.
8
Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de
gebruiksrechtovereenkomst.
9
Selecteer Eenvoudige installatie en klik op Installeer.
Eenvoudige installatie wordt aanbevolen voor de meeste
gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor
apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
Als u Aangepaste installatie selecteert, kunt u aangeven
welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
10
Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat
alle toepassingen worden afgesloten. Klik op Volgende.
11
Selecteer Typische installatie voor een lokale printer
en klik vervolgens op OK.
12
Klik op Volgende in het venster Leesmij.
13
Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Afsluiten.
14
Open de map Programma’s > Hulpprogramma’s >
Printerconfiguratie.
Voor Mac OS X 10.5-10.6 opent u de map
Programma’s > Systeemvoorkeuren en klikt u op
Afdrukken en faxen.
15
Klik op Voeg toe op de Printerlijst.
Voor Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op het pictogram +,
waarna een venster verschijnt.
16
In Mac OS X 10.3 selecteert u het tabblad USB.
In Mac OS X10.4 klikt u op Standaardkiezer en zoekt
u de USB-verbinding.
In Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op Standaard en zoekt u
de USB-verbinding.
Installatie voor de Macintosh
6
1. Installatie van de software
17
Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.3 niet goed
werkt, selecteert u Samsung in Printermodel en de naam
van uw apparaat in Modelnaam.
Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.4 niet goed
werkt, selecteert u Samsung in Druk af via en de
naam van uw apparaat in Model.
Voor Mac OS X 10.5-10.6: als Automatisch selecteren
niet goed werkt, selecteert u Selecteer
besturingsbestand… en de naam van uw apparaat in
Druk af via.
Uw apparaat verschijnt in Printerlijst en wordt ingesteld
als standaardapparaat.
18
Klik op Voeg toe.
7
1. Installatie van de software
Opnieuw installeren voor Macintosh
Als het printerbesturingsbestand niet correct werkt, maakt u de
installatie van het besturingsbestand ongedaan en installeert u
het opnieuw.
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3
Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op
het bureaublad van uw Macintosh-computer.
4
Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram
Installer OS X.
5
Voer het wachtwoord in en klik op OK.
6
Klik op Volgende.
7
Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende.
8
Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de
gebruiksrechtovereenkomst.
9
Selecteer Installatie ongedaan maken en klik op
Installatie ongedaan maken.
10
Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat
alle programma´s worden afgesloten. Klik op Volgende.
11
Nadat de installatie ongedaan is gemaakt, klikt u op
Afsluiten.
Als een apparaat al is toegevoegd, kunt u het verwijderen
via Printerconfiguratie of Afdrukken en faxen.
8
1. Installatie van de software
Installatie voor Linux
U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website
van Samsung om de printersoftware te installeren (http://
www.samsung.com/printer).
1
Het Unified Linux-stuurprogramma installeren
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt
u "root" in het veld Login en voert u het
systeemwachtwoord in.
U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de
printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker
bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
3
Download het Unified Linux Driver-pakket van de website
van Samsung.
4
Klik met de rechtermuisknop op het Unified Linux Driver-
pakket en pak het uit.
5
Dubbelklik op cdroot > autorun.
6
Klik op Next zodra het welkomstscherm verschijnt.
7
Zodra de installatie is voltooid, klikt u op Finish.
Het installatieprogramma heeft het pictogram Unified Driver
Configurator op het bureaublad geplaatst en de groep Unified
Driver aan het systeemmenu toegevoegd. Als u problemen
ondervindt, raadpleegt u de schermhulp die u kunt openen via
het systeemmenu of vanuit het stuurprogrammapakket van
toepassingen, zoals Unified Driver Configurator of Image
Manager.
2
Smart Panel installeren
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt
u root in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord
in.
U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de
printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker
bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
Installatie voor Linux
9
1. Installatie van de software
3
Download het Smart Panel-pakket van de website van
Samsung en plaats het op uw computer.
4
Klik met uw rechtermuisknop op het Smart Panel-pakket
en pak het uit.
5
Dubbelklik op cdroot > Linux > smartpanel > install.sh.
3
Printer Settings Utility installeren
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt
u "root" in het veld Login en voert u het
systeemwachtwoord in.
U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de
printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker
bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
3
Download het pakket Printer Settings Utility vanaf de
website van Samsung.
4
Klik met de rechtermuisknop op het pakket Printer
Settings Utility en decomprimeer het.
5
Dubbelklik op cdroot > Linux > psu > install.sh.
10
1. Installatie van de software
Opnieuw installeren voor Linux
Als het printerstuurprogramma niet correct werkt, maakt u de
installatie van het stuurprogramma ongedaan en installeert u het
opnieuw.
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt
u "root" in het veld Login en voert u het
systeemwachtwoord in.
U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de
installatie van het printerstuurprogramma ongedaan te
maken. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact
op met uw systeembeheerder.
3
Klik op het pictogram onderaan op het bureaublad.
Wanneer het venster Terminal verschijnt, typt u het
volgende:
[root@localhost root]#cd /opt/Samsung/mfp/uninstall/
[root@localhost uninstall]#./uninstall.sh
4
Klik op Uninstall.
5
Klik op Next.
6
Klik op Finish.
2. Een via een netwerk
aangesloten apparaat
gebruiken
In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u een apparaat instelt
dat via het netwerk aangesloten is en hoe u de software instelt.
Nuttige netwerkprogramma’s 12
Instelling bekabeld netwerk 13
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 17
IPv6-configuratie 30
Draadloos netwerk instellen 33
De ondersteunde opties en functies kunnen van model tot model
verschillen.
12
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Nuttige netwerkprogramma’s
Er zijn verschillende programma’s voorhanden om in een
netwerkomgeving de netwerkinstellingen op een eenvoudige
manier in te voeren. Zo kan de netwerkbeheerder diverse
apparaten in het netwerk beheren.
Voordat u onderstaande programma’s gaat gebruiken
moet u het IP-adres instellen.

1
SyncThru™ Web Service
Met de in de netwerkapparaat geïntegreerde webserver kunt u
het volgende doen (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op
pagina 32):
Informatie over en status van verbruiksartikelen opvragen.
Apparaatinstellingen aanpassen.
E-mail-meldingsopties instellen. Als u deze optie instelt,
wordt de apparaatstatus (als de tonercassette leeg is of als er
een foutmelding is) automatisch naar het e-mailadres van
een bepaalde persoon gestuurd.
De noodzakelijke netwerkparameters voor het apparaat
instellen, zodat u een verbinding kunt maken met diverse
netwerkomgevingen.

2
SyncThru™ Web Admin Service
Een webgebaseerd apparaatbeheersysteem voor
netwerkbeheerders. Met SyncThru™ Web Admin Service kunt u
netwerkapparatuur op een efficiënte manier beheren en op
afstand controleren. U kunt bovendien problemen oplossen
vanaf iedere plek waar u via het internet toegang hebt tot het
bedrijfsnetwerk. U kunt dit programma downloaden via http://
solution.samsungprinter.com.

3
SetIP
Met dit hulpprogramma kunt u een netwerkinterface selecteren
en handmatig IP-adressen configureren voor gebruik met het
TCP/IP-protocol.
zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Windows)"
op pagina 14.
zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Macintosh)"
op pagina 15.
zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Linux)" op
pagina 16.
TCP/IPv6 wordt door dit programma niet ondersteund.
13
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Instelling bekabeld netwerk
U moet de netwerkprotocollen op uw apparaat instellen om het
apparaat in uw netwerk te kunnen gebruiken.
U kunt het netwerk gebruiken nadat u een netwerkkabel hebt
aangesloten op de desbetreffende poort op uw computer.
Gebruik het programma SyncThru™ Web Service of SetIP bij
modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel.
- zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 102.
- zie "Het IP-adres instellen" op pagina 14.
Voor modellen met het displayscherm op het
bedieningspaneel, configureert u de netwerkinstelling door
op het menu Netwerk te drukken (zie "Netwerk" op pagina
70).

4
Een netwerkconfiguratierapport afdrukken
U kunt een netwerkconfiguratierapport afdrukken vanaf het
bedieningspaneel van het apparaat, waarin de huidige
netwerkinstellingen van uw apparaat worden weergegeven. Dit
zal u helpen bij de installatie van een netwerk.
De machine heeft een displayscherm: Druk op de knop
(Menu) op het bedieningpaneel en kies Netwerk >
Netwerkinst. (Netwerkconfiguratie)> Ja.
De machine heeft een aanraakscherm: Druk op Instellen
vanuit het Hoofdscherm > Netwerk > Volg. >
Netwerkconfiguratie.
De printer heeft geen display: Houd de knop
(Annuleren of Stoppen/Wissen) op het bedieningspaneel
langer dan vijf seconden ingedrukt.
In dit netwerkconfiguratierapport kunt u het MAC-adres en IP-
adres van uw apparaat vinden.
Voorbeeld:
MAC-adres: 00:15:99:41:A2:78
IP-adres: 192.0.0.192
Instelling bekabeld netwerk
14
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken

5
Het IP-adres instellen
Eerst moet u een IP-adres instellen voor het beheren van en
afdrukken via het netwerk. In de meeste gevallen wordt een IP-
adres automatisch toegewezen via een DHCP-server (Dynamic
Host Configuration Protocol Server) die zich in het netwerk
bevindt.
IPv4-configuratie met het programma SetIP
(Windows)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van
de computer uitschakelen via Configuratiescherm >
Beveiligingscentrum > Windows Firewall.
1
Installeer dit programma vanaf de meegeleverde cd-rom
door te dubbelklikken op Application > SetIP >
Setup.exe.
2
Volg de instructies in het installatievenster.
3
Sluit het apparaat op het netwerk aan met een
netwerkkabel.
4
Schakel het apparaat in.
5
In het menu Start van Windows selecteert u Alle
programma’s > Samsung Printers > SetIP > SetIP.
6
Klik op het pictogram (derde van links) in het scherm
SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen.
7
Voer als volgt de nieuwe apparaatgegevens in in het
configuratievenster. In een bedrijfsintranet moeten deze
gegevens mogelijk worden toegewezen door een
netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.
Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport
en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13).
Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus
0015992951A8.
Instelling bekabeld netwerk
15
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
8
Klik op Apply en vervolgens op OK. Het
Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het
apparaat afgedrukt. Bevestig dat alle instellingen juist zijn.
IPv4-configuratie met het programma SetIP
(Macintosh)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van
de computer uitschakelen via Systeemvoorkeuren >
Beveiliging > Firewall.
De volgende instructies kunnen verschillen per model.
1
Sluit het apparaat op het netwerk aan met een
netwerkkabel.
2
Plaats de installatie-cd en open het schijfvenster.
Selecteer vervolgens MAC_Installer > MAC_Printer >
SetIP > SetIPapplet.html.
3
Dubbelklik op het bestand en Safari zal automatisch
worden geopend. Selecteer vervolgens Vertrouw. De
pagina SetIPapplet.html wordt geopend in de browser.
Hier vindt u de naam en het IP-adres van de printer.
4
Klik op het pictogram (derde van links) in het scherm
SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen.
5
Voer de nieuwe apparaatgegevens in het
configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze
gegevens mogelijk worden toegewezen door een
netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.
Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport
en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13).
Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus
0015992951A8.
6
Selecteer Apply, OK en opnieuw OK.
7
Sluit Safari af.
Instelling bekabeld netwerk
16
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
IPv4-configuratie met het programma SetIP
(Linux)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van
de computer uitschakelen via System Preferences or
Administrator.
De volgende instructies kunnen verschillen per model of
besturingssysteem.
1
Open /opt/Samsung/mfp/share/utils/.
2
Dubbelklik op het bestand SetIPApplet.html.
3
Klik hier om het venster TCP/IP Configuration te openen.
4
Voer de nieuwe apparaatgegevens in het
configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze
gegevens mogelijk worden toegewezen door een
netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.
Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport
en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13).
Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus
0015992951A8.
5
Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op
het apparaat afgedrukt.
17
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk

6
Windows
1
Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden
en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet
reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina
14).
Als tijdens de installatie het venster "Wizard Nieuwe
hardware gevonden" verschijnt, klikt u op Annuleren
om het venster te sluiten.
2
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
De cd-rom start automatisch op en er verschijnt een
installatievenster.
3
Selecteer Nu installeren.
Als u op Geavanceerde installatie klikt, kunt u gebruik
maken van de optie Aangepaste installatie.
Aangepaste installatie laat u toe om de verbinding van
het apparaat te selecteren en aan te geven welke
individuele onderdelen u wilt installeren. Volg de
aanwijzingen op het scherm.
4
Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en vink het
selectievakje Ik aanvaard de bepalingen van de
gebruiksrechtovereenkomst aan. Klik daarna op
Volgende.
Het programma zoekt het apparaat.
Als het apparaat niet in het netwerk of lokaal wordt
gevonden, verschijnt er een foutbericht.
Schakel deze optie in als u de software wilt
installeren zonder de printer aan te sluiten.
- Schakel deze optie in als u dit programma wilt
installeren zonder dat er een apparaat is
aangesloten. In dit geval wordt het venster voor het
afdrukken van een testpagina overgeslagen en
wordt de installatie voltooid.
Opnieuw zoeken
Wanneer u op deze knop klikt, verschijnt er een
venster met een firewall-waarschuwing.
- Schakel de firewall uit en klik op Opnieuw zoeken.
In Windows klikt u op Start > Configuratiescherm
> Windows Firewall en schakelt u deze optie uit.
- Schakel naast de firewall van het besturingssysteem
ook die van andere programma’s uit. Raadpleeg de
handleiding van de desbetreffende programma’s.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
18
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Directe invoer
Directe invoer laat u toe om een specifiek apparaat te
zoeken op het netwerk.
- Zoeken op IP-adres: voer hier het IP-adres of de
hostnaam in. Klik vervolgens op Volgende.
Druk een netwerkconfiguratierapport af om het IP-
adres van uw apparaat te controleren (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina
13).
- Zoeken op netwerkpad: U kunt een gedeelde
printer (UNC-pad) opgeven door de gedeelde naam
handmatig in te voeren of door te klikken op
Bladeren en de gedeelde printer te zoeken. Klik
vervolgens op Volgende.
Help
Als uw printer niet op de computer of het netwerk is
aangesloten kunt u met deze Help-knop gedetailleerde
informatie over de aansluiting van het apparaat
weergeven.
SNMP-community-naam
Als uw systeembeheerder de nieuwe SNMP-
community-naam op het apparaat heeft ingesteld,
vindt u het apparaat terug in het netwerk. Neem
contact op met uw systeembeheerder voor de nieuwe
SNMP-community-naam.
5
De gevonden apparaten worden op het scherm
weergegeven. Selecteer het gewenste apparaat en klik op
OK.
Als er slechts één apparaat is gevonden, verschijnt het
bevestigingsvenster.
6
Volg de instructies in het installatievenster.
De modus installatie op de achtergrond
De modus installatie op de achtergrond is een installatiemethode
die geen tussenkomst van de gebruiker vereist. Zodra u met de
installatie start, worden het stuurprogramma van het apparaat en
de software automatisch op uw computer geïnstalleerd. U kunt
de installatie op de achtergrond ook starten door /s of /S in het
opdrachtvenster te typen.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
19
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Opdrachtregelparameters
De volgende tabel geeft opdrachten weer die kunnen worden
gebruikt in het opdrachtvenster.
De volgende opdrachtregels zijn effectief en worden
gehanteerd wanneer de opdracht gebruikt wordt met /s of
/S. /h, /H of /? zijn uitzonderlijke opdrachten die alleen
gebruikt kunnen worden.
Opdrachtregel Definitie Omschrijving
/s of /S Start installatie op de
achtergrond.
Hiermee worden
apparaatstuurprogra
mma's geïnstalleerd
zonder UI's op te
roepen en zonder
tussenkomst van de
gebruiker.
/p"<poortnaam>"
of /
P"<poortnaam>"
Specificeert de
printerpoort.
Er wordt een
netwerkpoor
t gemaakt
aan de hand
van de
standaard
TCP/IP-
poortmonitor
. Voor een
lokale poort
moet deze
poort op het
systeem
bestaan
voor deze
door een
opdracht
wordt
gespecificee
rd.
De printerpoortnaam
kan worden
opgegeven als IP-
adres, hostnaam,
lokale USB-
poortnaam of
IEEE1284-
poortnaam.
Voorbeeld:
/p"xxx.xxx.xxx.xxx"
waarin
"xxx.xxx.xxx.xxx"
staat voor het IP-
adres van de
netwerkprinter. /
p"USB001", /
P"LPT1:", /
p"hostnaam".
Voer Setup.exe /s /
L"0x0012” of
Setup.exe /s /
L"18” . in als u het
stuurprogramma in
het Koreaans op de
achtergrond
installeert.
Opdrachtregel Definitie Omschrijving
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
20
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
/a"<dest_path>"
of /
A"<dest_path>"
Specificeert het
doelpad voor de
installatie.
Het doelpad
moet een
volledig
gekwalificee
rd pad zijn.
Aangezien
apparaatstuurprogra
mma's geïnstalleerd
moeten worden op
een voor het
besturingssysteem
specifiek pad, is deze
opdracht alleen van
toepassing op
toepassingssoftware.
Opdrachtregel Definitie Omschrijving
/
i"<scriptbestand
snaam>" of /
I"<scriptbestand
snaam>"
Specificeert het
aangepaste
installatiescriptbestan
d voor aangepaste
installatie.
De
scriptbestan
dsnaam
moet een
volledig
gekwalificee
rde
bestandsna
am zijn.
Het aangepaste
scriptbestand kan
worden toegewezen
voor een aangepaste
installatie op de
achtergrond. Dit
scriptbestand kan
door het
hulpprogramma voor
aangepaste installatie
of door de teksteditor
worden gemaakt of
gewijzigd.
dit
aangepaste
scriptbestand
heeft
voorrang op
de standaard
installatie-
instelling in
het
installatiepakk
et, maar heeft
geen
voorrang op
opdrachtregel
parameters.
Opdrachtregel Definitie Omschrijving
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
21
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
/
n"<Printernaam
>" of /
N"<Printernaam
>"
Specificeert de
printernaam. De
printerinstantie zal
worden gemaakt
conform de
opgegeven
printernaam.
Met deze parameter
kunt u naar wens
printerinstanties
toevoegen.
Opdrachtregel Definitie Omschrijving
/nd of /ND Geeft de opdracht het
geïnstalleerde
stuurprogramma niet
in te stellen als
standaard
apparaatstuurprogra
mma.
Het geeft aan dat het
geïnstalleerde
apparaatstuurprogra
mma niet het
standaard
apparaatstuurprogra
mma op uw systeem
zal zijn als er meer
dan een
printerstuurprogramm
a is geïnstalleerd. Als
er geen
apparaatstuurprogra
mma op uw systeem
is geïnstalleerd, is
deze optie niet van
toepassing omdat het
Windows-
besturingssysteem
het geïnstalleerde
printerstuurprogramm
a als
standaardstuurprogra
mma zal instellen.
Opdrachtregel Definitie Omschrijving
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
22
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
/x of /X Maakt gebruik van
bestaande
apparaatstuurprogra
mmabestanden om de
printerinstantie te
maken als deze al is
geïnstalleerd.
Deze opdracht biedt
een mogelijkheid om
een printerinstantie te
installeren die
gebruikmaakt van
geïnstalleerde
printerstuurprogramm
abestanden zonder
een bijkomend
stuurprogramma te
installeren.
/
up"<printernaa
m>" of /
UP"<printernaa
m>"
Verwijdert alleen de
opgegeven
printerinstantie en niet
de
stuurprogrammabesta
nden.
Deze opdracht biedt
een mogelijkheid om
alleen de opgegeven
printerinstantie van
uw systeem te
verwijderen zonder
effect op andere
printerstuurprogramm
a's. Hiermee zullen de
printerstuurprogramm
a's niet van uw
systeem worden
verwijderd.
Opdrachtregel Definitie Omschrijving
/d of /D Verwijdert alle
apparaatstuurprogra
mma's en
toepassingen van uw
systeem.
Deze opdracht
verwijdert alle
geïnstalleerde
apparaatstuurprogra
mma's en
toepassingssoftware
van uw systeem.
/v"<share
name>" of /
V"<share
name>"
Deelt het
geïnstalleerde
apparaat en voegt
andere
platformstuurprogram
ma's toe voor Point &
Print.
Alle ondersteunde
apparaatstuurprogra
mma's van het
Windows-
besturingssysteem
worden geïnstalleerd
en gedeeld met de
opgegeven <share
name> voor Point &
Print.
/o of /O Opent de map
Printers en
faxapparaten na
installatie.
Deze opdracht opent
de map Printers en
faxapparaten na
installatie op de
achtergrond.
Opdrachtregel Definitie Omschrijving
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
23
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Taalcode
/f"<naam van
logboekbestand>"
of /F"<naam van
logboekbestand>"
Specificeert de naam
van het
logboekbestand.
Indien niet
gespecificeerd, wordt
het standaard
logboekbestand
gemaakt in de
tijdelijke map op het
systeem.
Er wordt een
logboekbestand
gemaakt in een
opgegeven map.
/h, /H of /? Toont het gebruik van
de opdrachtregel.
Code Taal
0X0009 Engels
0X0012 Koreaans
0X0804 Vereenvoudigd Chinees
0X0404 Traditioneel Chinees
0x040c Frans
0X0007 Duits
Opdrachtregel Definitie Omschrijving
0X0010 Italiaans
0X000a Spaans
0X0013 Nederlands
0X001D Zweeds
0X0006 Deens
0X000b Fins
0X0014 Noors
0X0019 Russisch
0X0005 Tsjechisch
0X000e Hongaars
0X0008 Grieks
0X0816 Standaard Portugees
0X0416 Braziliaans Portugees
0X0015 Pools
0X001F Turks
0X0001 Arabisch
0X000D Hebreeuws
0x0424 Sloveens
Code Taal
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
24
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken

7
Macintosh
1
Controleer of het apparaat met uw netwerk is verbonden
en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet
reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina
14).
2
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3
Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op
het bureaublad van uw Macintosh-computer.
4
Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram
Installer OS X.
5
Voer het wachtwoord in en klik op OK.
6
Klik op Volgende.
7
Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende.
8
Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de
gebruiksrechtovereenkomst.
9
Selecteer Eenvoudige installatie en klik op Installeer.
Eenvoudige installatie wordt aanbevolen voor de meeste
gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor
apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
Als u Aangepaste installatie selecteert, kunt u aangeven
welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
10
Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat
alle programma´s worden afgesloten. Klik op Volgende.
11
Selecteer Typische installatie voor een netwerkprinter
en klik op OK.
0X0418 Roemeens
0X0402 Bulgaars
0X041A Kroatisch
0X081A Servisch
0X0422 Oekraïens
0X041B Slowaaks
0X0421 Indonesisch
0x041E Thais
0X0429 Farsi
Code Taal
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
25
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
12
Het programma SetIP wordt automatisch uitgevoerd.
13
Klik op OK om door te gaan met de installatie.
14
Klik op Volgende in het venster Leesmij.
15
Nadat de installatie is voltooid klikt u op OK.
16
Open de map Programma’s > Hulpprogramma’s >
Printerconfiguratie.
Voor Mac OS X 10.5-10.6 opent u de map
Programma’s > Systeemvoorkeuren en klikt u op
Afdrukken en faxen.
17
Klik op Voeg toe op de Printerlijst.
In Mac OS X 10.5 -10,6 klikt u op het pictogram "+". Er
verschijnt een weergavevenster.
18
In Mac OS X 10.3 selecteert u het tabblad Afdrukken via
IP.
In Mac OS X 10.4 klikt u op IP-printer.
In Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op IP.
19
Selecteer HP Jetdirect /Socket in Protocol.
Als u een document van vele pagina’s afdrukt, kunt u de
prestaties van de printer verbeteren door Socket te
kiezen in de opties bij Printertype.
20
Typ het IP-adres van uw printer in het invoerveld Adres.
21
Typ de wachtrijnaam in het invoerveld Wachtrij. Als u de
wachtrijnaam voor uw apparaatserver niet kunt bepalen,
probeert u eerst de standaardwachtrij.
22
Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.3 niet goed
werkt, selecteert u Samsung in Printermodel en de naam
van uw apparaat in Modelnaam.
Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.4 niet goed
werkt, selecteert u Samsung in Druk af via en de
naam van uw apparaat in Model.
Als bij Mac OS X 10.5-10.6 Automatisch selecteren niet
goed werkt, kiest u Printersoftware selecteren en de
naam van uw apparaat in Druk af via.
23
Klik op Voeg toe.
Uw printer verschijnt op de Printerlijst en wordt ingesteld
als standaardprinter.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
26
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken

8
Linux
U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website
van Samsung om de printersoftware te installeren (http://
www.samsung.com/printer).
Om andere software te installeren:
zie "Smart Panel installeren" op pagina 8.
zie "Printer Settings Utility installeren" op pagina 9.
Het Linux-stuurprogramma installeren en een
netwerkprinter toevoegen
1
Controleer of het apparaat met uw netwerk is verbonden
en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet
bovendien zijn ingesteld.
2
Download het Unified Linux Driver-pakket van de website
van Samsung.
3
Extraheer het bestand UnifiedLinuxDriver.tar.gz en open
de nieuwe map.
4
Dubbelklik op de map Linux > het pictogram install.sh.
5
Het venster Samsung Installer wordt geopend. Klik op
Continue.
6
Het venster "Add printer wizard" gaat open. Klik op Next.
7
Selecteer Netwerkprinter en klik op de knop Search.
8
Het IP-adres en het model van de printer verschijnen in de
lijst.
9
Selecteer uw apparaat en klik op Next.
10
Voer de beschrijving van de printer in en klik op Next.
11
Nadat de software is toegevoegd klikt u op Finish.
12
Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Finish.
Een netwerkprinter toevoegen
1
Dubbelklik op Unified Driver Configurator.
2
Klik op Add Printer.
3
Het venster Add printer wizard wordt geopend. Klik op
Next.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
27
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
4
Selecteer Network printer en klik op de knop Search.
5
Het IP-adres en de modelnaam van de printer worden in
de lijst weergegeven.
6
Selecteer uw apparaat en klik op Next.
7
Voer de beschrijving van de printer in en klik op Next.
8
Nadat de software is toegevoegd klikt u op Finish.

9
UNIX
Controleer of uw printer het besturingssysteem UNIX
ondersteunt, voordat u het UNIX-stuurprogramma
installeert (zie basishandleiding).
Om het UNIX-printerstuurprogramma te gebruiken moet u eerst
het UNIX-printerstuurprogrammapakket installeren en
vervolgens de printer instellen. U kunt het UNIX-
printerstuurprogrammapakket downloaden van de website van
Samsung.
Het UNIX-printerstuurprogrammapakket
installeren
De installatieprocedure is identiek voor alle varianten van het
bovengenoemde UNIX-besturingssysteem.
1
Download het UNIX-stuurprogrammapakket van de
website van Samsung en pak het uit op uw computer.
2
Zorg dat u machtigingen voor de hoofdmap heeft.
su -
3
Kopieer het juiste stuurprogrammabestand naar de UNIX-
computer.
Raadpleeg de handleiding van uw UNIX-
besturingssysteem voor meer informatie.
4
Pak het UNIX-printerstuurprogrammabestand uit.
Op IBM AIX gebruikt u bijvoorbeeld de volgende
opdrachten (zonder "):
gzip -d < "package name" | tar xf -
De map "binaries" bevat de bestanden en mappen binz,
install, share.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
28
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
5
Schakel over naar de map "binaries" van het
stuurprogramma.
Bijvoorbeeld op IBM AIX,
cd aix_power/binaries
6
Voer het installatiescript uit.
./install
install is het installatiescriptbestand dat wordt gebruikt om
het UNIX-printerstuurprogrammapakket te installeren/
deïnstalleren.
Gebruik de opdracht "chmod 755 install" om de
uitvoering van het installatiescript te machtigen.
7
Voer de opdracht ". /install –c" uit om de resultaten van de
installatie te controleren.
8
Voer "installprinter" uit vanaf de opdrachtregel. Hiermee
wordt het venster van de wizard Add Printer Wizard
geopend. Stel in dit venster de printer op de volgende
manier in:
In sommige UNIX-besturingssystemen, zoals Solaris 10,
zijn zojuist toegevoegde printers mogelijk niet
ingeschakeld en/of kunnen geen taken ontvangen. In dat
geval moet u de volgende twee opdrachten uitvoeren in
de root-terminal:
accept <printer_name>
enable <printer_name>
De installatie van het
printerstuurprogrammapakket ongedaan maken
Het hulpprogramma moet gebruikt worden om de
geïnstalleerde printer uit het systeem te verwijderen.
a
Voer de opdracht "
uninstallprinter
" uit vanaf de terminal.
Hierdoor wordt Uninstall Printer Wizard geopend.
De geïnstalleerde printers verschijnen in de
vervolgkeuzelijst.
b Selecteer de printer die u wilt verwijderen.
c Klik op Delete om de printer uit het systeem te
verwijderen.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
29
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
d Voer de opdracht ". /install –d" uit om de installatie van
het volledige pakket ongedaan te maken.
e Voer de opdracht ". /install –c" uit om de resultaten
van de deïnstallatie te controleren.
Gebruik de opdracht ". /install" om de binaire gegevens opnieuw
te installeren.
De printer instellen
Voer "installprinter" uit vanaf de opdrachtregel om de printer toe
te voegen aan uw UNIX-systeem. Hiermee wordt het venster
van de wizard Printer toevoegen geopend. Stel in dit venster de
printer op de volgende manier in:
1
Typ de naam van de printer.
2
Selecteer het juiste printermodel uit de lijst van modellen.
3
Voer een beschrijving in voor het type van uw printer in het
veld Type. Dit is optioneel.
4
Geef in het veld Description een beschrijving van de
printer op. Dit is optioneel.
5
Geef in het veld Location een beschrijving van de printer
op.
6
Typ het IP-adres of de DNS-naam van de printer in het
tekstvak Device voor netwerkprinters. Op IBM AIX met
jetdirect kunt u alleen Queue type invoeren. U kunt geen
numeriek IP-adres invoeren.
7
Queue type toont de verbinding als lpd of jetdirect in de
overeenkomstige keuzelijst. Op Sun Solaris OS is
bovendien een usb type beschikbaar.
8
Selecteer Copies om het aantal exemplaren in te stellen.
9
Schakel de optie Collate in om exemplaren gesorteerd af
te drukken.
10
Schakel de optie Reverse Order in om exemplaren in
omgekeerde volgorde af te drukken.
11
Schakel de optie Make Default in om deze printer in te
stellen als standaardprinter.
12
Klik op OK om de printer toe te voegen.
30
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
IPv6-configuratie
IPv6 wordt alleen juist ondersteund in Windows Vista of
latere versies.

10
IPv6 activeren
1
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Netwerk > TCP/IP (IPv6) > IPv6 activeren.
3
Selecteer Aan en druk op OK.
4
Zet het apparaat uit en weer aan.
5
Installeer het printerstuurprogramma opnieuw.
Bij modellen met het aanraakscherm op het
bedieningspaneel, volgt u de volgende procedure:
a Druk op Instellen in het Hoofdscherm.
b Druk op Netwerk > Volg. > TCP/IP (IPv6).
c Selecteer Aan.
d Druk op het startpictogram ( ) om terug te keren
naar de Stand-bymodus.

11
IPv6 gebruiken
Volg in een IPv6-netwerkomgeving de volgende procedure om
het IPv6-adres te gebruiken.
1
Sluit het apparaat op het netwerk aan met een
netwerkkabel.
2
Schakel het apparaat in.
3
Druk een netwerkconfiguratierappor af om de IPv6-
adressen te controleren (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13).
4
Selecteer Start > Configuratiescherm > Printers en
faxapparaten.
5
Klik op Een printer toevoegen in het linkerdeelvenster
van Printers en faxapparaten.
6
Klik op Netwerkprinter, draadloze printer of Bluetooth-
printer toevoegen op het venster Printer toevoegen.
7
Volg de instructies in het venster.
Als het apparaat niet in een netwerkomgeving wordt
gebruikt, activeert u IPv6.
IPv6-configuratie
31
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken

12
IPv6-adressen instellen
Het apparaat ondersteunt de volgende IPv6-adressen voor het
afdrukken vanaf het netwerk en voor netwerkbeheer.
Link-local Address: zelfgeconfigureerde lokale IPv6-
adressen (adres begint met FE80).
Stateless Address: automatisch door een netwerkrouter
geconfigureerd IPv6-adres.
Stateful Address: Door een DHCPv6-server geconfigureerd
IPv6-adres.
Manual Address: Door de gebruiker handmatig
geconfigureerd IPv6-adres.
DHCPv6-adresconfiguratie (Stateful)
Als uw netwerk gebruikmaakt van een DHCPv6-server kunt u
een van de volgende opties instellen voor standaard
dynamische host-configuratie.
1
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Netwerk > TCP/IP (IPv6) > DHCPv6
configureren.
3
Druk op de toets OK om de gewenste waarde te
selecteren.
DHCPv6 Addr: gebruik DHCPv6 altijd, ook als de
router er niet om vraagt.
DHCPv6 uit: gebruik DHCPv6 nooit, ook niet als een
router erom vraagt.
Router: Gebruik DHCPv6 alleen als een router erom
vraagt.
Bij modellen met het aanraakscherm op het
bedieningspaneel, volgt u de volgende procedure:
a Druk op Instellen in het Hoofdscherm.
b Druk op Netwerk > Volg. > TCP/IP (IPv6)> DHCPv6
configureren.
c Selecteer de gewenste vereiste waarde.
d Druk op het startpictogram ( ) om terug te keren
naar de Stand-bymodus.
IPv6-configuratie
32
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Handmatige adresconfiguratie
1
Start een webbrowser zoals Internet Explorer die IPv6-
adressering als URL ondersteunt.
2
Wanneer het venster SyncThru™ Web Service wordt
geopend, plaatst u de muisaanwijzer op Settings
bovenaan in de menublak en klikt u op Network Settings.
3
Klik op TCP/IPv6 in het linkerdeelvenster van de website.
4
Schakel het selectievakje voor Manual Address in.
Vervolgens wordt het tekstvak Address/Prefix
geactiveerd.
5
Geef het IPv6-adres op en een prefix-lengte (bijv.:
3FFE:10:88:194::AAAA/64).
6
Klik op de knop Apply.

13
SyncThru™ Web Service gebruiken
1
Start een webbrowser zoals Internet Explorer die IPv6-
adressering als URL ondersteunt.
2
Selecteer een van de IPv6-adressen (Link-local
Address, Stateless Address, Stateful Address, Manual
Address) uit het netwerkconfiguratierapport (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13).
3
Voer de IPv6-adressen in (bijv. http://
[FE80::215:99FF:FE66:7701]).
De adressen moeten tussen vierkante haakjes ("[
]")worden geplaatst.
33
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Draadloos netwerk instellen
Controleer of uw apparaat een draadloos netwerk
ondersteunt. Afhankelijk van het model is een draadloos
netwerk mogelijk niet beschikbaar.

14
Aan de slag
Uitleg over het type netwerk
Normaal is er tussen uw computer en het apparaat maar één
verbinding tegelijk mogelijk.
Naam van draadloos netwerk en netwerksleutel
Draadloze netwerken vereisen een hoger beveiligingsniveau.
Als u voor het eerst een toegangspunt installeert, worden een
netwerknaam (SSID), een beveiligings-id en een netwerksleutel
voor het netwerk gegenereerd. Zoek deze gegevens op voordat
u verder gaat met de installatie van de printer.

15
Kiezen van het installatietype
U kunt een draadloos netwerk installeren via het
bedieningspaneel van het apparaat of via de computer.
Via het bedieningspaneel
U kunt draadloze parameters configureren via het
bedieningspaneel.
zie "WPS gebruiken" op pagina 34.
zie "WLAN gebruiken" op pagina 39.
Infrastructuurmodus
Deze modus wordt doorgaans gebruikt in
woningen, kleine kantoren en thuiskantoren. In
deze modus verloopt de communicatie met het
draadloze apparaat via een toegangspunt.
Ad-hocmodus
In deze modus wordt geen toegangspunt
gebruikt. De draadloze computer en het
draadloze apparaat communiceren rechtstreeks
met elkaar.
Draadloos netwerk instellen
34
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Via de computer
Wij raden aan een USB-kabel te gebruiken met het
programma dat op de meegeleverde cd met software staat.
zie "Instellen met Windows" op pagina 40.
Met een USB-kabel: U kunt een draadloos netwerk instellen
met behulp van het programma op de bijgeleverde cd met
software. Alleen de besturingssystemen Windows en
Macintosh worden ondersteund (zie "Instellen met Windows"
op pagina 40 of "Instellen met Macintosh" op pagina 48).
U kunt ook een draadloos netwerk installeren in
Samsung Easy Printer Manager (Apparaatinstellingen)
of Hulpprogramma Printerinstellingen met een USB-
kabel na het installeren van het stuurprogramma
(besturingssystemen van Windows en Macintosh worden
ondersteund).
Met een netwerkkabel: U kunt een draadloos netwerk
instellen met behulp van het programma SyncThru™ Web
Service (zie "Een netwerkkabel gebruiken" op pagina 54).

16
WPS gebruiken
Sommige modellen ondersteunen deze functie niet.
Als uw printer en een toegangspunt (of draadloze router) Wi-Fi
Protected Setup™ (WPS) ondersteunen, kunt u de instellingen
voor het draadloze netwerk eenvoudig op het bedieningspaneel,
zonder computer, configureren.
Als u het draadloze netwerk wilt gebruiken in de
infrastructuurmodus, koppelt u de netwerkkabel los van
het apparaat. Of u de knop WPS (PBC) gebruikt of het
PIN-nummer invoert om verbinding te maken met het
toegangspunt, hangt af van het toegangspunt (of de
draadloze router) die u gebruikt. Raadpleeg de
gebruikershandleiding bij het toegangspunt (of de
draadloze router) dat u gebruikt voor meer informatie.
Draadloos netwerk instellen
35
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Wat u nodig hebt
Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) Wi-Fi
Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
Controleer of uw apparaat Wi-Fi Protected Setup™ (WPS)
ondersteunt.
Netwerkcomputer (alleen in de PIN-modus)
Uw type kiezen
Met de Push Button Configuration (PBC)-methode kunt u het
apparaat een verbinding laten maken met een draadloos
netwerk door te drukken op het menu WPS op het
bedieningspaneel van uw apparaat en op de WPS-knop (of
PBC-knop) op een toegangspunt dat (of draadloze router die)
Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
Bij de PIN (Personal Identification Number)-methode kunt u
uw apparaat verbinding laten maken met een draadloos netwerk
door de meegeleverde PIN-gegevens in te voeren op een
toegangspunt (of draadloze router) dat WPS (Wi-Fi Protected
Setup™) ondersteunt.
Druk op (Menu) > Netwerk > Draadloos > WPS-
instellingen om de WPS-modus te wijzigen.
Bij modellen met het aanraakscherm op het
bedieningspaneel, volgt u de volgende procedure:
a Druk op Instellen in het Hoofdscherm.
b Druk op Netwerk > Volg. > Draadloos > WPS-
instellingen.
c Selecteer de gewenste installatiemethode.
Apparaten met een display (of aanraakscherm)
Aansluiten in PBC-modus (aangeraden)
1
Druk op (Menu) > Netwerk > Draadloos > WPS-
instellingen.
Bij modellen met een aanraakscherm op het
bedieningspaneel drukt u op Instellen > Netwerk > Volg.
> Draadloos > WPS-instellingen.
2
Druk op PBC (of Aansluiten via PBC).
Draadloos netwerk instellen
36
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
3
Druk op OK wanneer het bevestigingsscherm wordt
weergegeven.
Informatievenster wordt weergegeven waarin een
verwerkingstijd voor verbinden wordt aangegeven van 2
minuten.
4
Druk op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de
draadloze router).
De berichten worden in de onderstaande volgorde op het
LCD-display weergegeven:
a Verbinden: Het apparaat is bezig verbinding te maken
met het toegangspunt (of de draadloze router).
b Verbonden: Als het apparaat verbonden is met het
draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden.
c AP-SSID: nadat er een verbinding is gemaakt met het
draadloos netwerk, verschijnt de SSID van het
toegangspunt op het display.
Verbinding maken in PIN-modus
1
Druk op (Menu) > Netwerk > Draadloos > WPS-
instellingen.
Bij modellen met een aanraakscherm op het
bedieningspaneel drukt u op Instellen > Netwerk > Volg.
> Draadloos > WPS-instellingen.
2
Druk op PIN (of Aansluiten via PIN).
3
Druk op OK wanneer het bevestigingsscherm wordt
weergegeven.
4
De achtcijferige PIN-code verschijnt op het display.
U moet binnen twee minuten de achtcijferige PIN-code
invoeren om verbinding te maken met de computer die is
aangesloten op het toegangspunt (of de draadloze router).
De berichten worden in de onderstaande volgorde op het
LCD-display weergegeven:
a Verbinden: het apparaat maakt een verbinding met het
draadloos netwerk.
b Verbonden: Als het apparaat verbonden is met het
draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden.
c AP-SSID: Nadat de verbinding met het draadloze
netwerk is gemaakt, worden de SSID-gegevens van
het toegangspunt weergegeven op het LCD-display.
Draadloos netwerk instellen
37
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Apparaten zonder een display
Aansluiten in PBC-modus (aangeraden)
1
Houd de knop (WPS) op het bedieningspaneel
ingedrukt totdat de status-LED snel begint te knipperen
(na ongeveer 2 - 4 seconden).
Er wordt verbinding gemaakt met het draadloze netwerk.
De LED knippert maximaal twee minuten langzaam tot u
op de PBC-knop op een toegangspunt (of draadloze
router) drukt.
2
Druk op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de
draadloze router).
a Het lampje van de WPS-LED knippert snel. Het
apparaat is bezig verbinding te maken met het
toegangspunt (of de draadloze router).
b Als het apparaat verbonden is met het draadloze
netwerk, blijft de WPS-LED branden.
Verbinding maken in PIN-modus
1
Het netwerkconfiguratierapport met het PIN-nummer moet
worden afgedrukt.
Houd in de stand-bymodus de knop (Annuleren of
Stoppen/Wissen) op het bedieningspaneel ca. 5
seconden ingedrukt. Het PIN-nummer van uw apparaat
wordt weergegeven.
2
Houd de knop (WPS) op het bedieningspaneel
ingedrukt totdat de status-LED snel gaat branden (na 4
seconden).
Het apparaat maakt verbinding met het toegangspunt (of
draadloze router).
3
U moet binnen twee minuten de achtcijferige PIN-code
invoeren om verbinding te maken met de computer die is
aangesloten op het toegangspunt (of de draadloze router).
De LED knippert maximaal twee minuten langzaam tot u
de achtcijferige PIN-code invoert.
De WPS-LED begint op de volgende manier te knipperen:
a Het lampje van de WPS-LED knippert snel. Het
apparaat is bezig verbinding te maken met het
toegangspunt (of de draadloze router).
b Als het apparaat verbonden is met het draadloze
netwerk, blijft de WPS-LED branden.
Draadloos netwerk instellen
38
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Opnieuw verbinding maken met een netwerk
Wanneer de draadloze netwerkfunctie is uitgeschakeld, wordt
automatisch opnieuw geprobeerd een verbinding tot stand te
brengen met het toegangspunt (of de draadloze router) met
behulp van de eerder gebruikte instellingen voor de draadloze
verbinding en het adres.
In de volgende gevallen wordt automatisch een nieuwe
verbinding met het draadloze netwerk tot stand gebracht:
Het apparaat wordt uit- en weer aangezet.
Het toegangspunt (of de draadloze router) wordt uit- en
weer ingeschakeld.
Annuleren van het maken van een verbinding
Als u het verbinden met een draadloos netwerk wilt annuleren
terwijl dit proces wordt uitgevoerd, drukt u op de knop
(Annuleren of Stoppen/Wissen) op het bedieningspaneel en
laat u deze weer los. Wacht 2 minuten voordat u opnieuw
verbinding met het draadloze netwerk probeert te maken.
Verbinding met een netwerk verbreken
Om de verbinding met het draadloze netwerk ongedaan te
maken, drukt u minimaal 2 seconden op de knop (WPS) of
(Annuleren of Stoppen/Wissen) op het bedieningspaneel.
Als het Wi-Fi-netwerk zich in de niet-actieve modus
bevindt: De verbinding tussen het apparaat en het draadloze
netwerk wordt onmiddellijk verbroken.
Wanneer het Wi-Fi-netwerk in gebruik is: Zolang het
apparaat wacht tot de huidige taak is afgerond, knippert het
lampje van de WPS-LED snel. Vervolgens wordt de
verbinding met het draadloze netwerkverbinding automatisch
verbroken.
Draadloos netwerk instellen
39
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken

17
WLAN gebruiken
Sommige modellen ondersteunen deze functie niet.
Voor u begint moet u de netwerknaam (SSID) van uw draadloos
netwerk kennen, evenals de netwerksleutel als deze is
gecodeerd. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt
(of de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw
netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze
omgeving waarin u werkt.
Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is
gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma
installeren om vanuit een toepassing te kunnen
afdrukken (zie "Installeren van een stuurprogramma over
het netwerk" op pagina 17).
1
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Netwerk > Draadloos > WLAN-instellingen.
3
Druk op OK om de gewenste installatiemethode te
selecteren.
Wizard (aangeraden): In deze modus wordt de
installatie automatisch uitgevoerd. Het apparaat geeft
een lijst met beschikbare netwerken. Nadat een
netwerk is geselecteerd, vraagt de printer naar de
bijbehorende beveiligingscode.
Aangepast: In deze modus kunnen gebruikers hun
eigen SSID geven of bewerken, de beveiliging
handmatig selecteren en de instellingen toepassen.
Bij modellen met het aanraakscherm op het
bedieningspaneel, volgt u de volgende procedure:
a Druk op Instellen in het Hoofdscherm.
b Druk op Netwerk > Volg. > Draadloos > WLAN-
instellingen.
c Selecteer de gewenste installatiemethode.
Als uw computer is verbonden met het netwerk, kunt u
de WLAN instellen via SyncThru™ Web Service.
Draadloos netwerk instellen
40
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken

18
Instellen met Windows
Snelkoppeling naar programma Draadloze
verbindingen instellen zonder CD: All u het
printerstuurprogramma eenmaal heeft geïnstalleerd,
heeft u zonder CD toegang tot het programma Draadloze
verbindingen instellen. Selecteer in het Startmenu
achtereenvolgens Programma’s of Alle programma’s >
Samsung Printers > naam van uw
printerstuurprogramma > Programma voor het
instellen van draadloze verbindingen.
Toegangspunt via USB-kabel
Wat u nodig hebt
Toegangspunt
Netwerkcomputer
Software-cd die bij het apparaat is geleverd
Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-
netwerkinterface
USB-kabel
Opzetten van de netwerkinfrastructuur
1
Controleer of de USB-kabel op het apparaat is
aangesloten.
2
Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan.
3
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
4
Selecteer de optie Draadloze verbindingen instellen en
installeren.
Nu installeren: Als u al een draadloos netwerk hebt
ingesteld, klikt u op deze knop om het
printerstuurprogramma te installeren, zodat u de
draadloze netwerkprinter kunt gebruiken. Als u nog
geen draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op de
knop Draadloze verbindingen instellen en
installeren om een draadloos netwerk in te stellen. Klik
daarna op de knop Nu installeren.
Draadloos netwerk instellen
41
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Draadloze verbindingen instellen en installeren:
Configureer de draadloze netwerkinstellingen van uw
apparaat en installeer vervolgens het
printerstuurprogramma met behulp van de USB-kabel.
Deze procedure is uitsluitend bedoeld voor gebruikers
die nog nooit een draadloze netwerkverbinding hebben
ingesteld.
5
Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en kies Ik
aanvaard de bepalingen van de
gebruiksrechtovereenkomst Klik daarna op Volgende.
6
De software zoekt het draadloos netwerk.
Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden,
controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de
printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het
venster.
7
Na de zoekactie toont het venster de draadloze
netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het
toegangspunt dat u gebruikt en klik op Volgende.
Als u de netwerknaam van uw keuze niet kunt vinden of
als u de draadloze configuratie handmatig wilt instellen,
klikt u op Geavanceerde instelling.
Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de
SSID van het gewenste toegangspunt (de SSID is
hoofdlettergevoelig).
Werkingsmodus: Selecteer Infrastructuur.
Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en
codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging
vereist is.
Ged. sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat
met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het
netwerk.
WPA Privé of WPA2 Privé: selecteer deze optie als u
wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op basis van
een vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij wordt een
gedeelde geheime sleutel gebruikt (de zogenaamde
vooraf gedeelde wachtwoordzin), die handmatig wordt
geconfigureerd op het toegangspunt en elk van de
bijbehorende clients.
Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64,
WEP128, TKIP, AES, TKIP AES).
Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de
netwerkcodering in.
Draadloos netwerk instellen
42
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de
sleutelwaarde van de netwerkcodering.
WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt,
selecteert u de juiste WEP-sleutelindex.
Als het toegangspunt is beveiligd, verschijnt het
beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk.
Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk
verschijnt. Het venster kan verschillen naargelang de
beveiligingsmodus: WEP of WPA.
WEP
Selecteer Open syst. of Ged. sleutel voor de
verificatie en typ de WEP-beveiligingssleutel. Klik op
Volgende.
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een
beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden
geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk.
Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat
via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-
bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd.
WPA
Voer de gedeelde WPA-sleutel in en klik op Volgende.
WPA machtigt en identificeert gebruikers op basis van
een geheime sleutel die op gezette tijden automatisch
wordt gewijzigd. Bij WPA worden tevens TKIP
(Temporal Key Integrity Protocol) en AES (Advanced
Encryption Standard) voor gegevenscodering gebruikt.
8
Het venster bevat de instellingen voor het draadloze
netwerk en controleert of deze instellingen juist zijn. Klik op
Volgende.
Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is,
controleert u of DHCP in het venster wordt vermeld.
Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP
wijzigen om de toewijzingsmethode in DHCP te
wijzigen.
Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch
is, controleert u of Statisch in het venster wordt
vermeld. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop
TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere
netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voordat
u het IP-adres van de printer invoert, moet u de
netwerkinstellingen van de computer weten. Als de
computer is ingesteld op DHCP, neemt u contact op
met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn de netwerkgegevens van de printer als volgt:
- IP-adres: 169.254.133.43
Draadloos netwerk instellen
43
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het
subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
9
Als de instelling van het draadloos netwerk is voltooid,
koppelt u de USB-kabel tussen de computer en het
apparaat los. Klik op Volgende.
10
Het venster Instelling van draadloos netwerk voltooid
wordt geopend.
Kies Ja als u de huidige instellingen aanvaardt en u wilt
doorgaan.
Kies Nee als u naar het beginvenster wilt terugkeren.
Klik daarna op Volgende.
11
Klik op Next wanneer het venster Printeraansluiting
bevestigen verschijnt.
12
Selecteer de onderdelen die u wilt installeren. Klik op
Volgende.
13
Wanneer u de onderdelen hebt geselecteerd, kunt u ook
de printernaam wijzigen, de printer instellen voor gedeeld
gebruik in het netwerk, de printer instellen als
standaardprinter en de poortnaam van elk apparaat
wijzigen. Klik op Volgende.
14
Wanneer de installatie is voltooid, verschijnt er een venster
met de vraag of u een testpagina wilt afdrukken. Als u een
testpagina wilt afdrukken klikt u op Een testpagina
afdrukken.
In het andere geval klikt u op Volgende en gaat u door met
stap 16.
15
Als de testpagina op de juiste manier wordt afgedrukt, klikt
u op Ja.
Zo niet, dan klikt u op Nee om deze opnieuw af te drukken.
16
Als u zich wilt registreren als gebruiker van het apparaat
zodat u informatie kunt ontvangen van Samsung, klikt u op
Online registratie.
17
Klik op Voltooien.
Draadloos netwerk instellen
44
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Ad-hoc via USB-kabel
Als u geen toegangspunt hebt, kunt u de printer alsnog
draadloos met uw computer verbinden door een draadloos ad-
hocnetwerk in te stellen. Volg hiervoor de volgende eenvoudige
stappen.
Wat u nodig hebt
Netwerkcomputer
Software-cd die bij het apparaat is geleverd
Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-
netwerkinterface
USB-kabel
Ad-hocnetwerken in Windows instellen
1
Controleer of de USB-kabel op het apparaat is
aangesloten.
2
Zet de computer en het draadloos-netwerkapparaat aan.
3
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
4
Selecteer de optie Draadloze verbindingen instellen en
installeren.
Nu installeren: Als u een draadloos netwerk hebt
ingesteld, klikt u op deze knop om het
printerstuurprogramma te installeren, zodat u de
draadloze netwerkprinter kunt gebruiken. Als u nog
geen draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op de
knop Draadloze verbindingen instellen en
installeren om een draadloos netwerk in te stellen.
Pas daarna klikt u op de knop Nu installeren.
Draadloze verbindingen instellen en installeren:
Configureer de draadloze netwerkinstellingen van uw
apparaat en installeer vervolgens het
printerstuurprogramma met behulp van de USB-kabel.
Deze procedure geldt uitsluitend voor gebruikers die
nog nooit een draadloze netwerkverbinding hebben
ingesteld.
Draadloos netwerk instellen
45
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
5
Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en kies Ik
aanvaard de bepalingen van de
gebruiksrechtovereenkomst Klik daarna op Volgende.
6
De software zoekt het draadloos netwerk.
Als het netwerk niet kan worden gevonden, controleert u
of de USB-kabel tussen de computer en de printer op de
juiste manier is aangesloten. Volg verder de instructies in
het venster.
7
Er verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het
apparaat heeft gevonden.
Als u de standaardinstelling voor ad-hocnetwerken van
Samsung wilt gebruiken, selecteert u het laatste draadloze
netwerk in de lijst met de Netwerknaam (SSID). Deze is
portthru en het Signaal is Printernetwerk.
Klik daarna op Volgende.
Als u andere ad-hocinstellingen wilt gebruiken, kiest u een
ander draadloos netwerk in de lijst.
Als u ad-hocinstellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop
Geavanceerde instelling.
Voer de naam van het draadloze netwerk in: Voer
de SSID in (de SSID is hoofdlettergevoelig).
Werkingsmodus: Selecteer Ad-hoc.
Kanaal: selecteer het kanaal. (Auto-inst. of 2.412 tot
2.467 MHz.)
Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en
codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging
vereist is.
Ged. sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat
met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het
netwerk.
Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of
WEP128).
Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de
netwerkcodering in.
Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de
sleutelwaarde van de netwerkcodering.
WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt,
selecteert u de juiste WEP-sleutelindex.
Draadloos netwerk instellen
46
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Het beveiligingsvenster voor het draadloze netwerk
verschijnt als het ad-hocnetwerk een
beveiligingsinstelling heeft.
Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk
verschijnt. Selecteer Open syst. of Ged. sleutel voor de
verificatie en klik op Volgende.
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een
beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden
geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze
netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk
pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden
met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel
gecodeerd.
8
Er verschijnt een venster met de instellingen van het
draadloze netwerk. Controleer de instellingen en klik op
Volgende.
Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de
netwerkinstellingen van de computer weten. Als de
netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op
DHCP, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook
DHCP zijn. Als de netwerkconfiguratie van de computer
is ingesteld op Statisch, moet de instelling voor het
draadloze netwerk ook Statisch zijn.
Als de computer is ingesteld op DHCP en u voor het
draadloze netwerk de instelling Statisch wilt gebruiken,
neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het
statische IP-adres.
Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is,
controleert u of DHCP wordt vermeld in het venster
Bevestiging van instelling van draadloos netwerk.
Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP
wijzigen om de toewijzingsmethode te wijzigen in IP-
adres automatisch ontvangen (DHCP).
Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch
is, controleert u of Statisch wordt vermeld in het
venster Bevestiging van instelling van draadloos
netwerk. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop
TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere
netwerkinstellingen van de printer in te voeren.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat:
- IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het
subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
Draadloos netwerk instellen
47
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
9
Als de instellingen van het draadloze netwerk voltooid zijn,
koppelt u de USB-kabel tussen de computer en de printer
los. Klik op Volgende.
Als het venster Computernetwerkinstelling wijzigen
verschijnt, volgt u de stappen op het venster.
Klik op Volgende als u klaar bent met de instellingen voor
het draadloze netwerk van de computer.
Als het draadloze netwerk van de computer is ingesteld
op DHCP, duurt het enkele minuten om het IP-adres te
ontvangen.
10
Het venster Instelling van draadloos netwerk voltooid
wordt geopend.
Kies Ja als u de huidige instellingen aanvaardt en u wilt
doorgaan.
Kies Nee als u naar het beginvenster wilt terugkeren.
Klik daarna op Volgende.
11
Klik op Volgende wanneer het venster Printeraansluiting
bevestigen verschijnt.
12
Selecteer de onderdelen die u wilt installeren. Klik op
Volgende.
13
Nadat u de onderdelen hebt geselecteerd, kunt u ook de
naam van het apparaat wijzigen, het apparaat instellen om
in het netwerk te worden gedeeld, het apparaat instellen
als standaardapparaat en de poortnaam van elk apparaat
wijzigen. Klik op Volgende.
14
Wanneer de installatie is voltooid, verschijnt er een venster
met de vraag of u een testpagina wilt afdrukken. Als u een
testpagina wilt afdrukken klikt u op Een testpagina
afdrukken.
In het andere geval klikt u op Volgende en gaat u door met
stap 16.
15
Als de testpagina op de juiste manier wordt afgedrukt, klikt
u op Ja.
Zo niet, dan klikt u op Nee om deze opnieuw af te drukken.
16
Als u zich wilt registreren als gebruiker van het apparaat
om informatie te ontvangen van Samsung, klikt u op
Online registratie.
17
Klik op Voltooien.
Draadloos netwerk instellen
48
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken

19
Instellen met Macintosh
Wat u nodig hebt
Toegangspunt
Netwerkcomputer
Software-cd die bij het apparaat is geleverd
Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-
netwerkinterface
USB-kabel
Toegangspunt via USB-kabel
1
Controleer of de USB-kabel op het apparaat is
aangesloten.
2
Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan.
3
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
4
Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op
het bureaublad van uw Macintosh-computer.
5
Dubbelklik op de map MAC_Installer.
6
Dubbelklik op het pictogram Installer OS X.
7
Voer het wachtwoord in en klik op OK.
8
Klik op Volgende.
9
Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende.
10
Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de
gebruiksrechtovereenkomst.
11
Klik op Volgende.
12
Selecteer Eenvoudige installatie en klik op Installeer.
Eenvoudige installatie wordt aanbevolen voor de meeste
gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor
apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
Als u Aangepaste installatie selecteert, kunt u aangeven
welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
13
Selecteer de optie Draadloze verbindingen instellen en
installeren.
Draadloos netwerk instellen
49
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
14
De software zoekt het draadloos netwerk.
Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden,
controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de
printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het
venster.
15
Na de zoekactie toont het venster de draadloze
netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het
toegangspunt dat u gebruikt en klik op Next.
Als u de draadloze configuratie handmatig instelt, klikt u
op Geavanceerde instelling.
Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de
SSID van het gewenste toegangspunt (de SSID is
hoofdlettergevoelig).
Werkingsmodus: selecteer Infrastruct.
Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en
codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging
vereist is.
Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat
met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het
netwerk.
WPA Privé of WPA2 Privé: selecteer deze optie als u
wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op basis van
een vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij wordt een
gedeelde geheime sleutel gebruikt (de zogenaamde
vooraf gedeelde wachtwoordzin), die handmatig wordt
geconfigureerd op het toegangspunt en elk van de
bijbehorende clients.
Codering: selecteer de codering. (Geen, WEP64,
WEP128, TKIP, AES, TKIP, AES.)
Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de
netwerkcodering in.
Netwerksleutel bevestigen: bevestig de
sleutelwaarde van de netwerkcodering.
WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt,
selecteert u de juiste WEP-sleutelindex.
Draadloos netwerk instellen
50
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Als het toegangspunt is beveiligd, verschijnt het
beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk.
Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk
verschijnt. Het venster kan verschillen naargelang de
beveiligingsmodus: WEP of WPA.
WEP
Selecteer Open syst. of Ged. Sleutel voor de
verificatie en typ de WEP-beveiligingssleutel. Klik op
Next.
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een
beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden
geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze
netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk
pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden
met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel
gecodeerd.
WPA
Voer de gedeelde WPA-sleutel in en klik op Next.
WPA machtigt en identificeert gebruikers op basis van
een geheime sleutel die op gezette tijden automatisch
wordt gewijzigd. Bij WPA worden tevens TKIP
(Temporal Key Integrity Protocol) en AES (Advanced
Encryption Standard) voor gegevenscodering gebruikt.
16
Het venster bevat de instellingen voor het draadloze
netwerk en controleert of deze instellingen juist zijn. Klik op
Next.
Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is,
controleert u of DHCP in het venster wordt vermeld.
Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP
wijzigen om de toewijzingsmethode in DHCP te
wijzigen.
Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch
is, controleert u of Statisch in het venster wordt
vermeld. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop
TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere
netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voordat
u het IP-adres van de printer invoert, moet u de
netwerkinstellingen van de computer weten. Als de
computer is ingesteld op DHCP, neemt u contact op
met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn de netwerkgegevens van de printer als volgt:
- IP-adres: 169.254.133.43
Draadloos netwerk instellen
51
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het
subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
17
Er wordt verbinding met het draadloze netwerk gemaakt
volgens de netwerkconfiguratie.
18
Als de instellingen van het draadloze netwerk voltooid zijn,
koppelt u de USB-kabel tussen de computer en de printer
los.
19
Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te
voltooien. Wanneer de installatie is voltooid, klikt u op
Afsluiten of Start opnieuw.
Ad-hoc via USB-kabel
Als u geen toegangspunt hebt, kunt u de printer alsnog
draadloos verbinden met uw computer door een draadloos ad-
hocnetwerk in te stellen. Volg hiervoor de volgende eenvoudige
stappen.
Wat u nodig hebt
Netwerkcomputer
Cd met software die bij uw apparaat is geleverd
Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-
netwerkinterface
USB-kabel.
Een ad-hocnetwerk instellen in Macintosh
1
Controleer of de USB-kabel op het apparaat is
aangesloten.
2
Schakel de computer en de printer in.
3
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
4
Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op
het bureaublad van uw Macintosh-computer.
5
Dubbelklik op de map MAC_Installer.
6
Dubbelklik op het pictogram Installer OS X.
7
Voer het wachtwoord in en klik op OK.
Draadloos netwerk instellen
52
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
8
Klik op Volgende.
9
Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende.
10
Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de
gebruiksrechtovereenkomst.
11
Selecteer Eenvoudige installatie en klik op Installeer.
Eenvoudige installatie wordt aanbevolen voor de meeste
gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor
apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
Als u Aangepaste installatie selecteert, kunt u aangeven
welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
12
Klik op Draadloze verbindingen instellen en
installeren.
13
De software zoekt naar draadloze netwerkapparaten.
Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden,
controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de
printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het
venster.
14
Er verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het
apparaat heeft gevonden.
Als u de standaardinstelling voor ad-hocnetwerken van
Samsung wilt gebruiken, selecteert u het laatste draadloze
netwerk in de lijst met de Netwerknaam (SSID). Deze is
portthru en het Signaal isPrinternetwerk.
Klik daarna op Next.
Als u andere ad-hocinstellingen wilt gebruiken, kiest u een
ander draadloos netwerk in de lijst.
Als u ad-hocinstellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop
Geavanceerde instelling.
Voer de naam van het draadloze netwerk in: Voer
de SSID in (de SSID is hoofdlettergevoelig).
Werkingsmodus: Selecteer Ad-hoc.
Kanaal: Selecteer het kanaal (Auto-inst. of 2412 MHz
tot 2467 MHz).
Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en
codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging
vereist is.
Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat
met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het
netwerk.
Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of
WEP128).
Draadloos netwerk instellen
53
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de
netwerkcodering in.
Netwerksleutel bevestigen: bevestig de
sleutelwaarde van de netwerkcodering.
WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt,
selecteert u de juiste WEP-sleutelindex.
Het beveiligingsvenster voor het draadloze netwerk
verschijnt als het ad-hocnetwerk een
beveiligingsinstelling heeft.
Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk
verschijnt. Selecteer Open syst. of Ged. Sleutel voor de
verificatie en klik op Next.
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een
beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden
geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze
netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk
pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden
met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel
gecodeerd.
15
Er verschijnt een venster met de instellingen van het
draadloze netwerk. Controleer de instellingen en klik op
Next.
Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de
netwerkinstellingen van de computer weten. Als de
netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op
DHCP, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook
DHCP zijn. Als de netwerkconfiguratie van de computer
is ingesteld op Statisch, moet de instelling voor het
draadloze netwerk ook Statisch zijn.
Als de computer is ingesteld op DHCP en u voor het
draadloos netwerk de instelling Statisch wilt gebruiken,
neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het
statische IP-adres.
Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is,
controleert u of DHCP wordt vermeld in het venster
Bevestiging van instelling van draadloos netwerk.
Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP
wijzigen om de toewijzingsmethode te wijzigen in IP-
adres automatisch ontvangen (DHCP).
Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch
is, controleert u of Statisch wordt vermeld in het
venster Bevestiging van instelling van draadloos
netwerk. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop
TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere
netwerkinstellingen van de printer in te voeren.
Voorbeeld:
Draadloos netwerk instellen
54
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt
zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat:
- IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het
subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
16
Er wordt verbinding met het draadloze netwerk gemaakt
volgens de netwerkconfiguratie.
17
Als de instelling van het draadloos netwerk is voltooid,
koppelt u de USB-kabel tussen de computer en het
apparaat los.
18
Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te
voltooien. Wanneer de installatie is voltooid, klikt u op
Afsluiten of Start opnieuw.

20
Een netwerkkabel gebruiken
Uw apparaat is netwerkcompatibel. Om uw apparaat
netwerkcompatibel te maken, moet u enkele
configuratieprocedures doorlopen.
Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is
gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma
installeren om vanuit een toepassing te kunnen
afdrukken (zie "Installeren van een stuurprogramma
over het netwerk" op pagina 17).
Neem contact op met uw netwerkbeheerder of de
persoon die uw draadloos netwerk heeft ingesteld voor
informatie over uw netwerkconfiguratie.
Wat u nodig hebt
Toegangspunt
Netwerkcomputer
Software-cd die bij het apparaat is geleverd
Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-
netwerkinterface
Netwerkkabel
Draadloos netwerk instellen
55
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Een netwerkconfiguratierapport afdrukken
U kunt bepalen welke netwerkinstellingen voor uw apparaat
worden gebruikt door een netwerkconfiguratierapport af te
drukken.
zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13.
IP-adres instellen via het programma SetIP
(Windows)
Dit programma wordt gebruikt om het IP-adres van uw apparaat
handmatig in te stellen met behulp van het MAC-adres, om te
communiceren met het apparaat. Het MAC-adres is een
hardwareserienummer van de netwerkinterface dat u terugvindt
in het netwerkconfiguratierapport terugvindt.
zie "Het IP-adres instellen" op pagina 14.
Het draadloze netwerk van het apparaat
configureren
Voordat u begint, moet u de netwerknaam (SSID) van uw
draadloze netwerk en de netwerksleutel (als deze is gecodeerd)
weten. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt (of
de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw
netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze
omgeving waarin u werkt.
Om parameters van het draadloos netwerk te configureren, kunt
u SyncThru™ Web Service gebruiken.
SyncThru™ Web Service gebruiken
Controleer de status van de kabelverbinding voor u begint met
de configuratie van de parameters voor het draadloze netwerk.
1
Controleer of de netwerkkabel op de printer is
aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een
standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten.
2
Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of
Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres
van uw apparaat in.
Voorbeeld:
3
Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de
SyncThru™ Web Service-website.
4
Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik
vervolgens op Login.
ID: admin
Password: sec00000
Draadloos netwerk instellen
56
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
5
Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend,
klikt u op Network Settings.
6
Klik op Wireless > Wizard.
De Wizard zal u door de configuratie van het draadloos
netwerk loodsen. Als u het draadloos netwerk echter
rechtstreeks wilt instellen, selecteert u Custom.
7
Selecteer de Network Name(SSID) in de lijst.
SSID: SSID (Service Set Identifier) is een naam die een
draadloos netwerk aanduidt. Toegangspunten en
draadloze apparaten die een verbinding proberen te
maken met een bepaald draadloos netwerk, moeten
dezelfde SSID gebruiken. De SSID is
hoofdlettergevoelig.
Operation Mode: Operation Mode verwijst naar het
type draadloze verbinding (zie "Naam van draadloos
netwerk en netwerksleutel" op pagina 33).
- Ad-hoc: In deze modus kunnen draadloze
apparaten rechtstreeks met elkaar communiceren
in een peer-to-peer-omgeving.
- Infrastructure: in deze modus kunnen draadloze
apparaten via een toegangspunt met elkaar te
communiceren.
Als de Operation Mode van uw netwerk ingesteld is op
Infrastructure selecteert u de SSID van het
toegangspunt. Als Operation Mode ingesteld is op Ad-
hoc selecteert u de SSID van het apparaat. Houd er
rekening mee dat "portthru" de standaard SSID van uw
apparaat is.
8
Klik op Next.
Als het venster met beveiligingsinstellingen voor
draadloze netwerken verschijnt, voert u het geregistreerde
wachtwoord (netwerksleutel) in en klikt u op Next.
9
Het bevestigingsvenster verschijnt. Controleer de
instellingen van het draadloze netwerk. Als de instellingen
juist zijn, klikt u op Apply.
Ontkoppel de netwerkkabel (standaard of netwerk). Als
het goed is, communiceert uw apparaat nu draadloos met
het netwerk. In de ad-hocmodus kunt u tegelijkertijd een
draadloos LAN en een bekabeld LAN gebruiken.
Draadloos netwerk instellen
57
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken

21
Het Wi-Fi-netwerk in- of uitschakelen
1
Controleer of de netwerkkabel op het apparaat is
aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een
standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten.
2
Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of
Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres
van uw apparaat in.
Voorbeeld:
3
Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de
SyncThru™ Web Service-website.
4
Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik
vervolgens op Login.
ID: admin
Password: sec00000
5
Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend,
klikt u op Network Settings.
6
Klik op Wireless > Custom.
U kunt het Wi-Fi-netwerk ook in- of uitschakelen.

22
Problemen oplossen
Problemen tijdens het instellen of de installatie
van het stuurprogramma
Printers niet gevonden
Mogelijk staat uw printer niet aan. Zet de computer en printer
aan.
De USB-kabel tussen de computer en het apparaat is niet
aangesloten. Verbind de printer met de computer door middel
van de USB-kabel.
Het apparaat ondersteunt geen draadloze netwerken.
Raadpleeg de gebruikershandleiding van de printer op de
software-cd die bij het apparaat is geleverd en zorg dat u
beschikt over een draadloze netwerkprinter.
Draadloos netwerk instellen
58
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Verbindingsprobleem - SSID niet gevonden
De geselecteerde of opgegeven netwerknaam (SSID) kan
niet worden gevonden. Controleer de netwerknaam (SSID)
op uw toegangspunt en probeer opnieuw verbinding te
maken.
Uw toegangspunt is uitgeschakeld. Zet het toegangspunt
aan.
Verbindingsprobleem - Ongeldige beveiliging
De beveiliging is niet goed geconfigureerd. Controleer de
beveiliging die op het toegangspunt en de printer is
geconfigureerd.
Verbindingsprobleem - Algemene verbindingsfout
Uw computer ontvangt geen signaal van uw apparaat.
Controleer de USB-kabel en de stroomtoevoer van de printer.
Verbindingsprobleem - Verbonden bedraad netwerk
De printer is verbonden met een netwerkkabel. Koppel de
netwerkkabel los van uw apparaat.
Fout bij verbinding met pc
Het geconfigureerde netwerkadres kan geen verbinding
maken tussen uw computer en het apparaat.
- Voor een DHCP-netwerkomgeving
De printer ontvangt automatisch het IP-adres (DHCP) als
de toewijzingsmethode voor het IP-adres is ingesteld op
DHCP.
- Voor een statische netwerkomgeving
De printer gebruikt het statische adres als de
toewijzingsmethode voor het IP-adres op de computer is
ingesteld op Statisch.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
IP-adres: 169.254.133.42
Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat:
IP-adres: 169.254.133.43
Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het
subnetmasker van de computer).
Gateway: 169.254.133.1
Draadloos netwerk instellen
59
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Andere problemen
Als zich tijdens het gebruik van de printer in een netwerk
problemen voordoen, controleert u de volgende punten:
Raadpleeg de gebruikershandleiding bij het
toegangspunt (of de draadloze router) voor specifieke
informatie.
Mogelijk is uw computer, het toegangspunt (of de draadloze
router) of de printer niet ingeschakeld.
Controleer de draadloze ontvangst van het signaal rond het
apparaat. Als de router ver van de printer staat of als er
obstakels (zoals een muur) in de weg staan, kan dat de
ontvangst van het signaal bemoeilijken.
Schakel het toegangspunt (of de draadloze router), de printer
en de computer uit en weer aan. Soms kan dat helpen om de
communicatie met het netwerk te herstellen.
Controleer of firewallsoftware (V3, Norton en/of andere
antivirussoftware) de communicatie blokkeert.
Als de computer en de printer op hetzelfde netwerk zijn
aangesloten maar niet kunnen worden gevonden, blokkeert
de firewall-software mogelijk de communicatie. Raadpleeg
de gebruikershandleiding bij de firewall-software voor
informatie over het uitschakelen van de firewall. Probeer
vervolgens nogmaals of de printer kan worden gevonden.
Controleer of het IP-adres van het apparaat juist is
toegewezen. U kunt het IP-adres controleren door het
netwerkconfiguratierapport af te drukken.
Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) met
een wachtwoord beveiligd is. Als er een wachtwoord is
ingesteld, neemt u contact op met de beheerder van het
toegangspunt (of de draadloze router).
Controleer het IP-adres van de printer. Installeer het
printerstuurprogramma opnieuw en wijzig de instellingen om
een verbinding te maken met het apparaat op het netwerk. Bij
DHCP is het mogelijk dat het toegewezen IP-adres verandert
als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt of als het
toegangspunt opnieuw is ingesteld.
Controleer de draadloze omgeving. Mogelijk kunt u geen
verbinding maken met het netwerk in de
infrastructuuromgeving waar u gebruikersgegevens moet
invoeren voordat u een verbinding hebt gemaakt met een
toegangspunt (of draadloze router).
Draadloos netwerk instellen
60
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Dit apparaat ondersteunt alleen IEEE 802.11b/g/n en Wi-Fi.
Andere draadloze communicatietypes (b.v. Bluetooth)
worden niet ondersteund.
In de ad-hocmodus onder besturingssystemen zoals
Windows Vista is het mogelijk dat u de draadloze verbinding
bij elk gebruik van de draadloze printer opnieuw moet
instellen.
Bij draadloze netwerkprinters van Samsung kunnen de
infrastructuurmodus en de ad-hocmodus niet tegelijkertijd
worden gebruikt.
Het apparaat moet zich binnen het bereik van het draadloos
netwerk bevinden.
De printer mag niet in de buurt staan van obstakels die het
draadloze signaal kunnen blokkeren.
Verwijder grote metalen voorwerpen die zich tussen het
toegangspunt (of de draadloze router) en het apparaat
bevinden.
Controleer of er geen palen, muren of steunpilaren van
metaal of beton tussen de printer en het draadloze
toegangspunt (of de draadloze router) staan.
De printer mag niet in de buurt staan van andere
elektronische apparaten die het draadloze signaal kunnen
verstoren.
Er zijn veel apparaten die het draadloze signaal kunnen
verstoren, waaronder magnetrons en bepaalde Bluetooth-
apparaten.
3. Menu´s met nuttige instellingen
In dit hoofdstuk leest u hoe u de huidige status van het apparaat controleert
en hoe u geavanceerde apparaatinstellingen instelt.
Informatie 62
Lay-out 63
•Papier 64
Grafisch 65
Systeeminstallatie 66
•Emulatie 69
Netwerk 70
Beheerinstellingen 71
•Eco 72
Taakstatus 73
Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu’s voor
de instelling van het apparaat en het gebruik van de functies van het
apparaat.
Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s
mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn
deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder
displayscherm op het bedieningspaneel.
Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-onderdelen op
uw apparaat een andere naam hebben.
62
3. Menu´s met nuttige instellingen
Informatie
Item Omschrijving
Menuoverzicht(Hel
plijst)
Drukt het menuoverzicht met de lay-out
en de huidige instellingen van dit apparaat
af.
Configuratie
Drukt een overzicht van de globale
instellingen van het apparaat af.
Info verb.art.
Drukt een pagina met gegevens over
verbruiksartikelen af.
Demopagina
Druk de demopagina af om te controleren
of uw apparaat goed werkt.
PCL-lettertype De lijst met PCL-lettertypen afdrukken.
PS-lettertype De lijst met PS-lettertypen afdrukken.
EPSON-lettertype
De lijst met EPSON-lettertypen
afdrukken.
KSC5843-lettertype De lijst met KS-lettertypen afdrukken.
KSC5895
De lijst met KS5895-lettertypen
afdrukken.
KSSM-lettertype De lijst met KSSM-lettertypen afdrukken.
Opgeslagen taak
Drukt de momenteel in het geheugen of
op een massaopslagapparaat
opgeslagen afdruktaken af.
Gebruiksteller
Drukt een verbruikspagina af. De pagina
met informatie over het verbruik bevat het
totaal aantal afgedrukte pagina’s.
Voltooide taak Drukt de lijst met voltooide afdruktaken af.
Accountingrapport
Deze functie is alleen beschikbaar als Job
Accounting is ingeschakeld in het
programma SyncThru™ Web Admin
Service. Voor elke gebruiker kunt u een
rapport met aantal afdrukken printen.
Lettertypelijst Hiermee wordt de lettertypelijst afgedrukt.
Taakrapporten
Hiermee worden de taakrapporten
afgedrukt.
Item Omschrijving
63
3. Menu´s met nuttige instellingen
Lay-out
Item Omschrijving
Afdrukstand
Selecteert de richting waarin informatie wordt
afgedrukt op een pagina.
Algemene
marge
Enkelzijdig: Stelt de marge voor
enkelzijdig afdrukken in.
Dubbelzijdig: Stelt de marge voor
dubbelzijdig afdrukken in.
Binding: Bij het afdrukken op beide zijden
van het papier is de marge op kant A het
dichtst bij de bindrand evengroot als de
smalste marge op zijde B. De marges aan
de andere kant van de bindrind zijn in beide
gevallen ook hetzelfde.
MP-lade
Stelt de papiermarge in de multifunctionele
lade in.
Enkelzijdig: Stelt de marge voor
enkelzijdig afdrukken in.
Dubbelzijdig: Stelt de marges voor
dubbelzijdig afdrukken in.
Lade X
Stelt de papiermarges in de laden in.
Enkelzijdig: Stelt de marge voor
enkelzijdig afdrukken in.
Dubbelzijdig: Stelt de marges voor
dubbelzijdig afdrukken in.
Emulatiemarge
Stelt de papiermarge voor de emulatie-
afdrukpagina in.
Bovenmarge: Stelt de bovenmarge in, van
0,0 tot 250 mm.
Linkermarge: Stelt de linkermarge in, van
0,0 tot 164 mm.
Dubbelzijdig
Als u op beide zijden van het papier wilt
afdrukken kiest u de bindrand.
Uit: Hiermee schakelt u deze optie uit.
Lange zijde: Deze bindrand is de
conventionele lay-out voor boekbinden.
Korte zijde: Deze bindrand is de
conventionele lay-out voor kalenders.
Nietpositie bij
afdrukstand
Liggend
Stelt de plaats van de nietjes in.
Item Omschrijving
64
3. Menu´s met nuttige instellingen
Papier
Item Omschrijving
Exempl. Hiermee kunt u het aantal kopieën selecteren.
MF-lade / [Lade
<x>]
Papierformaat: Selecteert het standaard
papierformaat.
Papiertype: Selecteert het type papier dat
zich momenteel in de lade bevindt.
Papierinvoer
Hiermee wordt bepaald welke papier
papierlade standaard wordt gebruikt.
Aut. Ladekeuze
Als u onder Papierinvoer een andere waarde
dan Auto kiest en de geselecteerde lade is
leeg, kunt u instellen dat het apparaat
automatisch vanuit een andere lade afdrukt,
mits het papier overeenstemt.
Als u bij Papierinvoer de optie Auto
kies, zal deze melding niet getoond
worden.
Lade
bevestigen
Activeert de melding ter bevestiging van de
lade. Als u een lade opent en sluit, wordt een
venster geopend met de vraag om het
papierformaat en -type van de zojuist
geopende lade in te stellen.
65
3. Menu´s met nuttige instellingen
Grafisch
Item Omschrijving
Resolutie
Specificeert het aantal afgedrukte punten per
inch (dpi - dots per inch). Hoe hoger de
instelling, hoe scherper de tekens en
afbeeldingen worden afgedrukt.
Tekst wissen
Drukt de tekst donkerder af dan op een
normaal document.
Tonersterkte
Maakt de afdrukk op de pagina helderder of
donkerder. De instelling Normaal levert
doorgaans het beste resultaat. Gebruik de
instelling Licht om toner te besparen.
66
3. Menu´s met nuttige instellingen
Systeeminstallatie
Item Omschrijving
Datum en tijd Stelt de datum en tijd in.
Klokmodus
Stelt de indeling voor het weergeven van de
tijd in, 12-uur of 24-uur.
Menu Formulier
Uit: hiermee kunt u afdrukken in modus
Normaal.
Enkel form.: Hiermee worden alle pagina’s
afgedrukt met het eerste formulier.
Dubbel form.: hiermee wordt het voorblad
afgedrukt met het eerste formulier, en de
achterpagina met het tweede formulier.
Form. select.
Formulier-overlay zijn afbeeldingen die op
een massaopslagapparaat van de printer zijn
opgeslagen in een speciale bestandsindeling
en die in een willekeurig document in lagen
kunnen worden afgedrukt.
In wachtrij
plaatsen
Als deze optie Aan is, wordt een partitie van
het station gebruikt om afdrukopdrachten van
het massaopslagapparaat in de wachtrij te
plaatsen.
Taal Stelt de taal van de tekst op het display in.
Standaardpapie
rformaat
Hiermee kunt u het standaard papierformaat
selecteren.
Energiebesp.
Stel in na welke wachttijd de printer
overschakelt naar de energiebesparende
modus.
Wanneer het apparaat gedurende langere tijd
geen gegevens ontvangt wordt het
energiegebruik automatisch verlaagd.
Ontwaakgebeur
tenis
U kunt instellen in welke situaties de printer
moet ontwaken uit sluimerstand. Zet het
onderdeel aan.
Druk op knpo: Als u op een willekeurige
knop drukt, uitgezonderd de aan/uitknop,
wordt het apparaat wakker uit sluimerstand.
Printer: Als u de papierlade opent of sluit,
ontwaakt het apparaat uit de sluimerstand.
Item Omschrijving
Systeeminstallatie
67
3. Menu´s met nuttige instellingen
Autom.
doorgaan
Bepaalt of de printer door moet gaan met
afdrukken als waargenomen wordt dat het
gebruikte papier niet overeenkomt met de
instellingen.
Uit: Als het type of formaat papier niet
overeenkomt, wacht het apparaat tot u de
juiste papiersoort invoert.
Aan: Als er een papierstoring optreedt,
wordt er een foutbericht getoond. De printer
zal ongeveer 30 seconden wachten, het
bericht automatisch wissen en doorgaan
met afdrukken.
Luchtdrukcorre
ctie
Afdrukkwaliteit optimaliseren naargelang de
hoogte boven zeeniveau.
Autom.
Regelomslag
Met deze optie kunt u een harde return
plaatsen aan het einde van een regel, zeer
handig voor Unix- of DOS-gebruikers.
Time-out voor
taak
Als er gedurende een bepaalde periode geen
gegevens worden ontvangen, wordt een taak
afgesloten. U kunt instellen hoe lang het apparaat
moet wachten voordat de taak wordt afgesloten.
Meerdere
vakken
Modus: Selecteert de te gebruiken modus
met meerdere vakken.
Standaardlade: Selecteert de te gebruiken
lade als standaardlade.
Item Omschrijving
Onderhoud
Drum reinigen:
Reinigt de OPC-drum van de
cassette door middel van het afdrukken van
een vel.
Fixeereenheid reinigen:
Reinigt de
fixeereenheid door middel van het afdrukken
van een vel.
Toner Op wissen:
Deze optie verschijnt
alleen als de tonercassette leeg is.
Info verb.art. (Informatie
verbruiksartikelen
)
:
Via dit menu-item kunt u
zien hoeveel afdrukken er zijn gemaakt en
hoeveel toner er nog in de cassette zit.
Ws tr bijna op:
Als er geen toner meer in de
tonercassette zit, verschijnt een bericht
waarin de gebruiker wordt gevraagd om de
tonercassette te vervangen. U kunt de
weergave van dit bericht in- en uitschakelen.
Papierstapeling:
Als u het apparaat in een
vochtige omgeving gebruikt of
afdrukmaterialen gebruikt die vochtig zijn als
gevolg van een hoge luchtvochtigheid,
kunnen de afgedrukte vellen krullen vertonen
en worden ze mogelijk niet goed gestapeld. In
dit geval kunt u het apparaat instellen om de
functie te gebruiken waarmee de afdrukken
goed gestapeld worden. Deze functie zal de
afdruksnelheid echter verlagen.
Item Omschrijving
Systeeminstallatie
68
3. Menu´s met nuttige instellingen
Inst. import.
Importeert gegevens opgeslagen op een
USB-geheugenstick naar het apparaat.
Inst. export.
Exporteert de op het apparaat opgeslagen
instellingen naar een geheugenstick.
Tonerbesparing
Als u deze modus activeert, gaat uw
tonercassette langer mee en zijn de kosten
per pagina lager dan wanneer u in de normale
modus afdrukt. Dit gaat echter wel ten koste
van de afdrukkwaliteit.
Stille modus
Met dit menu kan de hoeveelheid lawaai
tijdens het afdrukken verminderd worden. De
snelheid en de kwaliteit van de afdruk kan
echter lager worden.
Item Omschrijving
Eco-
instellingen
Met deze optie kunt u hulpbronnen besparen
en milieuvriendelijke afdrukken maken.
Standaardmodus: Selecteert of de Eco-
modus in- of uitgeschakeld wordt.
Gedwongen: Schakelt de Eco-
modus in. Als een gebruiker de Eco-
modus wil uitschakelen, moet deze
het wachtwoord invoeren.
Sjabloon wijzigen: Kiest het ingetelde
eco-sjabloon via de SyncThru™ Web
Service.
Instell. wissen
Herstelt de standaardinstellingen vanuit de
fabriek.
Item Omschrijving
69
3. Menu´s met nuttige instellingen
Emulatie
Item Omschrijving
Type emulatie
De apparaattaal definieert hoe de computer
met het apparaat communiceert.
Instellen
Stelt de gedetailleerde instelllingen voor het
geselecteerde emulatietype in.
70
3. Menu´s met nuttige instellingen
Netwerk
Optie Omschrijving
TCP/IP (IPv4)
Selecteer het passende protocol en de
configuratieparameters voor gebruik in de
netwerkomgeving.
Er moeten heel wat parameters
ingesteld worden. Als u niet zeker
bent, laat u ze ongemoeid of
raadpleeg u de netwerkbeheerder.
TCP/IP (IPv6)
Selecteer deze optie om gebruik te maken
van een IPv6-netwerkomgeving (zie "IPv6-
configuratie" op pagina 30).
Ethernet-snel.
Hiermee kunt u de transmissiesnelheid van
het netwerk configureren.
802.1x
U kunt de gebruikersverificatie voor
netwerkcommunicatie instellen. Raadpleeg
uw netwerkbeheerder voor details.
Draadloos
Selecteer deze optie om gebruik te maken
van een draadloos netwerk.
Instell. wissen
Hiermee zet u de standaard
netwerkinstellingen terug.
Netwerkconfigu
ratie
Deze lijst toont informatie over de
netwerkverbinding en -configuratie van uw
apparaat.
Net. activeren
U kunt instellen of u Ethernet aan of uit wilt
zetten.
Http activeren
U kunt selecteren of u al dan niet gebruik wilt
maken van de functie SyncThru™ Web
Service.
Optie Omschrijving
71
3. Menu´s met nuttige instellingen
Beheerinstellingen
Item Omschrijving
Wacht
bescherming
Stelt het wachtwoord in voor toegang tot het
menu Beheerinstellingen. Kies Aan om gebruik
te maken van deze optie en om het wachtwoord
in te voeren.
Wachtw.
wijzigen
Wijzigt het wachtwoord voor toegang tot de
Beheerinstellingen van het apparaat.
Onderhoud
Fixeereenheid reinigen:
Reinigt de fixeereenheid door
middel van het afdrukken van een vel. Het afgedrukte vel
bevat tonerresten.
Toner Op wissen:
Voorkomt dat het bericht
Ws tr bijna
op
op het display wordt weergegeven.
Info verb.art.:
Via dit menu-item kunt u zien hoeveel
afdrukken er zijn gemaakt en hoeveel toner er nog in de
cassette zit.
Ws tr bijna op:
Als er geen toner meer in de
tonercassette zit, verschijnt een bericht waarin de
gebruiker wordt gevraagd om de tonercassette te
vervangen. U kunt de weergave van dit bericht in- en
uitschakelen.
Ramschijf:
Schakelt de Ramschijf in of uit voor het
beheren van afdruktaken. Afhankelijk van de grootte van
het geïnstalleerde optionele geheugen, kunt u de grootte
van de Ramschijf instellen tussen 32 en 64 MB. Deze
optie wordt niet weergegeven als u een
massaopslagapparaat hebt geïnstalleerd.
Dichtheidkalibratie:
U kunt de tonerdichtheid van het
apparaat handmatig kalibreren voor de best mogelijke
afdrukkwaliteit.
Detectie van dichtheid:
Hiermee worden automatisch
versleten of verminderde verbruiksartikelen zoals toner
of apparaatonderdelen geregistreerd en deze informatie
wordt gebruikt om de dichtheid aan te passen.
Dichtheidbeheer:
Het apparaat kalibreert de
tonerdichtheid van het apparaat automatisch voor de
best mogelijk afdrukkwaliteit. Als u Uit selecteert, wordt
het apparaat gekalibreerd op de fabrieksinstellingen van
de tonerdichtheid.
Item Omschrijving
72
3. Menu´s met nuttige instellingen
Eco
Item Omschrijving
Eco - aan U kunt de optie in-/uitschakelen.
Instellingen
Huidige Eco-gerelateerde instellingen
weergeven en standaardinstellingen
wijzigen.
Voorbeeldsimulator
Geeft een geschat overzicht weer
wanneer u huidige eco-instellingen
gebruikt.
73
3. Menu´s met nuttige instellingen
Taakstatus
Item Omschrijving
Huidige taak
Geeft een lijst met taken weer die worden
uitgevoerd of in de wachtrij staan.
Veilige taak Geeft de takenlijst met veilige taken weer.
Opgeslagen
taak
Geeft de takenlijst met opgeslagen taken weer.
Voltooide taak Geeft de lijst met voltooide afdruktaken weer.
4. Speciale functies
In dit hoofdstuk worden speciale afdrukfuncties verklaard.
Aanpassing aan luchtdruk of hoogte 75
De lettertype-instelling wijzigen 76
De standaardafdrukinstellingen wijzigen 77
Uw apparaat instellen als standaardprinter 78
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken 79
Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken
(alleen voor Windows). 88
Functies van het geheugen/massaopslagapparaat
gebruiken 90
Afdrukken in Macintosh 91
Afdrukken in Linux 93
Afdrukken in Unix 96
De procedures in dit hoofdstuk zijn voornamelijk gebaseerd op
Windows 7.
75
4. Speciale functies
Aanpassing aan luchtdruk of hoogte
De afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door de atmosferische druk,
die wordt bepaald door de hoogte boven zeeniveau waar het
apparaat staat. De volgende informatie zal u helpen bij de
instelling van uw apparaat voor de beste afdrukkwaliteit.
Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste luchtdruk
in.
Zie "Apparaatinstellingen" op pagina 107 als u Windows
gebruikt.
Zie "Gebruiken van Smart Panel (alleen voor Macintosh en
Linux)" op pagina 109 als u Macintosh, Linux of UNIX OS
gebruikt.
Als uw computer is verbonden met internet, kunt u de
hoogte instellen via SyncThru™ Web Service.
U kunt de hoogte ook instellen via de optie
Systeeminstellingen (of Systeem) op het display van
het apparaat.
1 Hoog 3
2 Hoog 2
3 Hoog 1
4 Normaal
0
4,000 m
(13,123 ft)
3,000 m
(9,842 ft)
2,000 m
(6,561 ft)
1,000 m
(3,280 ft)
4
3
2
1
76
4. Speciale functies
De lettertype-instelling wijzigen
Het apparaat is standaard ingesteld op het lettertype dat in uw
regio of land wordt gebruikt.
Als u het lettertype wilt wijzigen of een lettertype wilt instellen
voor een speciale omgeving (bijvoorbeeld DOS), kunt u de
lettertype-instelling wijzigen in het gedeelte
Apparaatinstellingen of Emulatie.
Zie "Apparaatinstellingen" op pagina 107 als u Windows
gebruikt.
Zie "Gebruiken van Smart Panel (alleen voor Macintosh en
Linux)" op pagina 109 als u Macintosh, Linux of UNIX OS
gebruikt.
Als uw computer is verbonden met internet is
verbonden, kunt u de lettertypen instellen via
SyncThru™ Web Service.
U kunt het lettertype ook wijzigen via de optie Emulatie
op het display van het apparaat.
Hieronder vindt u de lijst met lettertypen voor de
overeenkomstige talen.
- Russisch: CP866, ISO 8859/5 Latin Cyrillic
- Hebreeuws: Hebrew 15Q, Hebrew-8, Hebrew-7
(alleen voor Israël)
- Grieks: ISO 8859/7 Latin Greek, PC-8 Latin/Greek
- Arabisch & Farsi: HP Arabic-8, Windows Arabic,
Code Page 864, Farsi, ISO 8859/6 Latin Arabic
- OCR: OCR-A, OCR-B
77
4. Speciale functies
De standaardafdrukinstellingen wijzigen
1
Klik op het menu Start van Windows.
2
In Windows Server 2000 selecteert u Instellingen >
Printers.
Als u Windows XP/Server 2003 gebruikt, selecteert u
Printers en faxapparaten.
Als u Windows Server 2008/Vista gebruikt, selecteert u
Configuratiescherm > Hardware en geluiden >
Printers.
In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm >
Apparaten en printers.
In Windows Server 2008 R2 selecteert u
Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en
printers.
3
Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.
4
In Windows XP/Server 2003/Server 2008/Vista kiest u
Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
In Windows 7 en Windows Server 2008 R2 selecteert u
Voorkeursinstellingen voor afdrukken in de
contextmenu’s.
Als bij het item Voorkeursinstellingen het teken
staat, kunt u andere printerstuurprogramma’s voor de
geselecteerde printer selecteren.
5
Wijzig de instellingen op elk tabblad.
6
Klik op OK.
In Voorkeursinstellingen voor afdrukken kunt u de
instellingen voor elke afdruktaak wijzigen.
78
4. Speciale functies
Uw apparaat instellen als standaardprinter
1
Klik op het menu Start van Windows.
2
In Windows Server 2000 selecteert u Instellingen >
Printers.
Als u Windows XP/Server 2003 gebruikt, selecteert u
Printers en faxapparaten.
Als u Windows Server 2008/Vista gebruikt, selecteert u
Configuratiescherm > Hardware en geluiden >
Printers.
In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm >
Apparaten en printers.
In Windows Server 2008 R2 selecteert u
Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en
printers.
3
Selecteer uw apparaat.
4
Klik met uw rechtermuisknop op uw apparaat en selecteer
Als standaard instellen.
Als bij het item Als standaardprinter instellen voor
Windows 7 of Windows Server 2008 R2 het teken
staat, kunt u andere printerstuurprogramma’s selecteren
die met de geselecteerde printer verbonden zijn.
79
4. Speciale functies
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
XPS-printerstuurprogramma: wordt gebruikt om af te
drukken in een XPS-bestandsindeling
Het XPS-printerstuurprogramma kan alleen
geïnstalleerd worden op Windows Vista OS of een
recentere versie.
U kunt het XPS-stuurprogramma installeren wanneer u
de software-cd in het cd-rom-station plaatst. Wanneer
het installatiescherm wordt weergegeven, selecteert u
Geavanceerde installatie > Aangepaste installatie.
U kunt het XPS-printerstuurprogramma selecteren in
het scherm Selecteer de te installeren software en
hulpprogramma's.
Installeer extra geheugen wanneer een XPS-taak niet
wordt afgedrukt omdat de printer onvoldoende
geheugen heeft.
1
Afdrukken naar een bestand (PRN)
Het kan soms handig zijn om de af te drukken gegevens op te
slaan als een bestand.
1
Kruis het selectievak Naar bestand in het venster
Afdrukken aan.
2
Klik op Druk af.
3
Voer het doelpad en de bestandsnaam in en klik
vervolgens op OK.
Bijvoorbeeld c:\Temp\bestandsnaam.
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
80
4. Speciale functies
Als u enkel de bestandsnaam invoert wordt het bestand automatisch opgeslagen in Mijn documenten, Documents and
Settings of Gebruikers. De opslagmap kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of het gebruikte programma.
2
Speciale afdrukfuncties verklaard
U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer.
Om de printerfuncties van uw printerstuurprogramma te gebruiken, klikt u op Eigenschappen of Voorkeuren in het venster
Afdrukken van de toepassing om de afdrukinstellingen te wijzigen. De apparaatnaam die in het printereigenschappenvenster wordt
weergegeven is afhankelijk van het gebruikte apparaat.
Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn
deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
Item Omschrijving
Meerdere pagina's per
zijde
U kunt het aantal pagina’s selecteren dat u op één vel wilt afdrukken. Als u meer dan één pagina per vel afdrukt
worden de pagina’s verkleind en in de door u opgegeven volgorde gerangschikt. U kunt op één vel tot 16
pagina’s afdrukken.
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
81
4. Speciale functies
Poster afdrukken
U kunt een document van één enkele pagina op 4 (poster van 2x2), 9 (poster van 3x3) of 16 vellen (poster van
4x4) papier drukken om ze aan elkaar te plakken en er een poster van te maken.
Selecteer de waarde Posteroverlap. Geef de Posteroverlap op in millimeters of inches door het keuzerondje
bovenaan rechts op het tabblad Basis te selecteren om de vellen gemakkelijker aan elkaar te kunnen plakken.
Boekje afdrukken
Met deze functie kunt u een document op beide zijden van het papier afdrukken en worden de pagina’s zo
gerangschikt dat u het afgedrukte papier dubbel kunt vouwen om een boekje te maken.
Als u een boekje wilt maken, moet u afdrukken op afdrukmateriaal van het formaat Letter, Legal, A4, US Folio
of Oficio.
De optie Boekje afdrukken is niet beschikbaar voor alle papierformaten. Kies de Formaat-optie
onder het tabblad Papier om te kijken welke papierformaten beschikbaar zijn.
Als u een onbeschikbaar papierformaat selecteert, wordt deze optie mogelijk automatisch
geannuleerd. Selecteer alleen beschikbaar papier (papier waarbij geen of staat).
Item Omschrijving
8
9
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
82
4. Speciale functies
Dubbelzijdig
afdrukken
U kunt op beide zijden van een vel papier afdrukken (dubbelzijdig). Voor u afdrukt, moet u de gewenste
afdrukstand van het document opgeven.
U kunt deze functie gebruiken met papier van het formaat Letter, Legal, A4, US Folio of Oficio.
Als uw printer geen duplexeenheid heeft, moet u de afdruktaak handmatig uitvoeren. De printer
drukt eerst elke andere pagina van het document af. Hierna verschijnt er een bericht op uw
computer.
De functie Blanco pagina's overslaan werkt niet als u de dubbelzijdige optie heeft ingeschakeld.
Dubbelzijdig
afdrukken
(Optie)
Standaardinstelling printer: Als u deze optie selecteert, wordt deze functie bepaald door de instelling die
u hebt opgegeven op het bedieningspaneel van de printer. Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van
het PCL/XPS-printerstuurprogramma.
Geen: Hiermee schakelt u deze functie uit.
Lange zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die bij boekbinden wordt gebruikt.
Korte zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die voor kalenders wordt gebruikt.
Omgekeerd dubbelzijdig afdrukken: Schakel deze optie in om de afdrukvolgorde om te keren bij het
dubbelzijdig afdrukken.
Item Omschrijving
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
83
4. Speciale functies
Papieropties Wijzigt de afmetingen van een document zodat deze kleiner of groter op het vel afgedrukt wordt, door een
percentage in te voeren waarmee het document vergroot of verkleind wordt.
Watermerk Met de optie Watermerk kunt u tekst afdrukken over een bestaand document, U gebruikt het bijvoorbeeld om
in grote grijze letters DRAFT of CONFIDENTIAL diagonaal op de eerste pagina of op alle pagina’s afdrukken.
Watermerk
(Een watermerk maken)
a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor
afdrukken.
b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster
Watermerken bewerken wordt geopend.
c Voer een tekst in het vak Tekst watermerk in.
U kunt maximaal 256 tekens invoeren. De tekst wordt in het voorbeeldvenster weergegeven.
Watermerk
(Een watermerk
bewerken)
a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor
afdrukken
b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster
Watermerken bewerken wordt geopend.
c Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt bewerken en wijzig de tekst van het
watermerk en de opties.
d Klik op Wijzigen als u de wijzigingen wilt opslaan.
e Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdruk wordt afgesloten.
Item Omschrijving
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
84
4. Speciale functies
Watermerk
(Een watermerk
verwijderen)
a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor
afdrukken.
b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster
Watermerken bewerken wordt geopend.
c Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt verwijderen en klik op de knop Wissen.
d Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdruk wordt afgesloten.
Overlay
Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van het PCL-stuurprogramma.
Een overlay is tekst en/of een afbeelding die op de harde schijf van de computer is opgeslagen in een speciale
bestandsindeling en die in een willekeurig document kan worden afgedrukt. Overlays worden vaak gebruikt in
plaats van voorgedrukte formulieren en papier met een briefhoofd. In plaats van een voorgedrukt briefhoofd
kunt u een overlay samenstellen die precies dezelfde informatie bevat. Als u een brief met het briefhoofd van
uw bedrijf wilt afdrukken, hoeft u geen voorbedrukt briefhoofdpapier in het apparaat te plaatsen. U drukt het
briefhoofd gewoon als overlay op uw document af.
Als u een paginaoverlay wilt gebruiken, moet u een nieuwe paginaoverlay maken met uw logo of afbeelding.
Het formaat van het overlaydocument moet hetzelfde zijn als dat van de documenten die u met de
overlay afdrukt. Maak geen overlay met een watermerk.
De resolutie van het overlaydocument moet dezelfde zijn als die van het document waarop u de
overlay wilt afdrukken.
Item Omschrijving
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
85
4. Speciale functies
Overlay
(Een nieuwe
paginaoverlay maken)
a Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken als u het document als een overlay wilt opslaan.
b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst. Het venster
Overlay bewerken verschijnt.
c Klik in het venster Overlay bewerken op Maken.
d Typ een naam van maximaal acht tekens in het vak Opslaan als in het venster Taaknaam. Selecteer indien
nodig de map waarin u het overlaybestand wilt opslaan. Standaard is dit de map C:\Formover.
e Klik op opslaan. De naam verschijnt in Overzicht overlays.
f Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdruk wordt afgesloten.
Het bestand wordt niet afgedrukt. Het wordt opgeslagen op de harde schijf van uw computer.
Overlay
(Een paginaoverlay
gebruiken)
a Klik op het tabblad Geavanceerd.
b Selecteer de gewenste overlay in de vervolgkeuzelijst Tekst.
c Als het overlaybestand dat u zoekt niet in de vervolgkeuzelijst Tekst voorkomt, selecteert u Bewerken... in
de lijst en klikt u op Laden. Selecteer het overlaybestand dat u wilt gebruiken.
Als u het gewenste overlaybestand op een externe bron hebt opgeslagen, kunt u het bestand ook laden
vanuit het venster Openen.
Klik op Openen als u het bestand hebt geladen. Het bestand verschijnt in het vak Overzicht overlays en
kan worden afgedrukt. Selecteer de overlay in de vervolgkeuzelijst Overzicht overlays.
d Schakel indien nodig het selectievakje Overlay bevestigen voor afdrukken in. Als dit selectievakje is
ingeschakeld, verschijnt telkens als u een document naar de printer verzendt een berichtvenster waarin u
gevraagd wordt om te bevestigen of u een overlay op uw document wilt afdrukken.
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld en er een overlay is geselecteerd, wordt de overlay automatisch
op uw document afgedrukt.
e Klik op
OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten.
Item Omschrijving
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
86
4. Speciale functies
Overlay
(Een paginaoverlay
verwijderen)
a Klik in het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken op het tabblad Geavanceerd.
b Selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst.
c Selecteer in het vak Overzicht overlays de overlay die u wilt verwijderen.
d Klik op Wissen.
e Als er een venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt gevraagd, klikt u op Ja.
f Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdruk wordt afgesloten. Paginaoverlays die u niet meer gebruikt,
kunt u verwijderen.
Item Omschrijving
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
87
4. Speciale functies
Afdrukmodus
Deze functie is alleen beschikbaar als u het optionele massaopslagapparaat hebt geïnstalleerd of
het RAM-station hebt ingesteld. Om de Ramschijf in te stellen moet u deze inschakelen via
SyncThru™ Web Service > Settings > Machine Settings > Ram Disk.
Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display
verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
U kunt de lijst met afdrukopdrachten weergeven die u hebt ingesteld met de Afdrukmodus in het
menu Taakbeheer van het printerstuurprogramma (zie "Via het bedieningspaneel" op pagina 90).
Afdrukmodus: de standaard Afdrukmodus is Normaal, en is bedoeld om af te drukken zonder het
afdrukbestand op te slaan in het geheugen.
- Normaal: in deze modus wordt uw document afgedrukt zonder het op te slaan in het optioneel geheugen.
- Proefafdruk: deze modus is handig als u meer dan een exemplaar wilt afdrukken. U kunt eerst een
exemplaar afdrukken om te controleren en daarna de andere exemplaren afdrukken.
- Vertrouwelijk: deze modus wordt gebruikt voor het afdrukken van vertrouwelijke documenten. U moet
een wachtwoord invoeren om af te drukken.
- Opslaan: Selecteer deze instelling om een document op het massaopslagapparaat op te slaan zonder
het af te drukken.
- Opslaan en afdrukken: Deze modus wordt gebruikt wanneer een document tegelijkertijd wordt
opgeslagen en afgedrukt.
- Wachtrij: deze optie is handig om een grote hoeveelheid gegevens te verwerken. Als u deze instelling
selecteert, wordt het document op het massaopslagapparaat in een afdrukwachtrij geplaatst en
vervolgens van daaruit afgedrukt. Op die manier wordt de belasting van de computer lager.
- Afdrukschema: selecteer deze instelling om het document op een opgegeven tijdstip af te drukken.
Gebruikersnaam:
deze optie wordt gebruikt als u een opgeslagen bestand wilt vinden via het bedieningspaneel.
Taaknaam: deze optie wordt gebruikt als u een opgeslagen bestand wilt vinden via het bedieningspaneel.
Item Omschrijving
88
4. Speciale functies
Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken (alleen voor Windows).
3
Wat is Hulpprogramma Direct afdrukken?
Hulpprogramma Direct afdrukken is een programma dat PDF-
bestanden rechtstreeks naar uw printer stuurt om ze af te
drukken zonder dat u deze bestanden hoeft te openen.
Als u dit programma wilt installeren, selecteert u Geavanceerde
installatie > Aangepaste installatie en schakelt u het
selectievakje voor het programma in tijdens de installatie van het
printerstuurprogramma.
Bij sommige modellen moet er een
massaopslagapparaat zijn geïnstalleerd of geheugen
zijn geplaatst om hulpprogramma's goed te kunnen
uitvoeren. Indien dit niet het geval is, moeten deze
worden geïnstalleerd.
U kunt geen PDF-bestanden afdrukken waarvoor een
afdrukbeperking geldt. Schakel de functie voor de
afdrukbeperking uit en probeer opnieuw af te drukken.
U kunt geen PDF-bestanden afdrukken die met een
wachtwoord worden beschermd. Schakel de
wachtwoordfunctie uit en probeer opnieuw af te
drukken.
Of een PDF-bestand al dan niet afgedrukt kan worden
met het Hulpprogramma Direct afdrukken is afhankelijk
van de manier waarop het PDF-bestand is gemaakt.
Het programma Hulpprogramma Direct afdrukken
ondersteunt PDF versie 1,7 en lager. Bestanden van
latere versies moet u openen om te kunnen afdrukken.
4
Afdrukken
Er zijn verschillende manieren waarop u kunt afdrukken met het
Hulpprogramma Direct afdrukken.
1
Selecteer in het menu Start Programma’s of Alle
programma’s > Samsung Printers > Hulpprogramma
Direct afdrukken > Hulpprogramma Direct afdrukken.
Het venster Hulpprogramma Direct afdrukken wordt
geopend.
2
Selecteer uw printer uit de vervolgkeuzelijst Printer
selecteren en klik op Bladeren.
3
Selecteer het bestand dat u wilt afdrukken en klik op
Openen.
Het bestand wordt nu toegevoegd aan de sectie
Bestanden selecteren.
Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken (alleen voor Windows).
89
4. Speciale functies
4
Pas de printerinstellingen naar wens aan.
5
Klik op Afdruk. Het geselecteerde PDF-bestand wordt
naar de printer verzonden.
5
Via het contextmenu
1
Klik met de rechtermuisknop op het PDF-bestand dat u wilt
afdrukken en kies Direct afdrukken.
Het venster Hulpprogramma Direct afdrukken wordt
geopend. Het PDF-bestand is hierin al toegevoegd.
2
Kies het te gebruiken apparaat.
3
De apparaatinstellingen aanpassen.
4
Klik op Afdruk. Het geselecteerde PDF-bestand wordt
naar de printer verzonden.
90
4. Speciale functies
Functies van het geheugen/massaopslagapparaat gebruiken
Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige
menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit
het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw
apparaat.
6
vanuit het stuurprogramma van de printer
Als het optionele geheugen is geïnstalleerd, kunt u
gebruikmaken van geavanceerde afdrukfuncties, zoals een
afdruktaak opslaan of in de wachtrij op de harde schijf plaatsen,
een afdruktaak controleren en een persoonlijke afdruktaak
specificeren in het venster Afdrukken. Kies Eigenschappen of
Voorkeur en stel de afdrukmodus in.
7
Via het bedieningspaneel
Als uw apparaat optioneel geheugen of een optioneel
massaopslagapparaat heeft, kunt u deze functies van het menu
Taakbeheer gebruiken.
Actieve taak: Alle afdruktaken die nog niet zijn afgedrukt
bevinden zich in de actieve wachtrij in de volgorde waarin u
ze naar de printer hebt gestuurd. U kunt een afdruktaak
verwijderen uit de wachtrij voordat deze wordt afgedrukt of
een afdruktaak sneller laten afdrukken.
Bestandsbeleid: U kunt het bestandsbeleid kiezen voor het
genereren van een bestandsnaam voor u doorgaat met een
afdruktaak vanaf het optioneel geheugen. Als de naam reeds
in het optioneel geheugen is opgeslagen, wijzigt u de naam
of overschrijft u de bestaande naam.
Opgeslagen taak: Hiermee kunt u een opgeslagen
afdruktaak afdrukken of verwijderen.
Time-out voor wachtrij: Het apparaat kan een opgeslagen
taak automatisch verwijderen na een zekere periode. U kunt
instellen hoe lang het apparaat moet wachten voordat de
opgeslagen taak wordt verwijderd.
Afb. overs.: Afb. overs. is een beveiligingsmaatregel voor
klanten die zich zorgen maken over ongeautoriseerde
toegang en duplicatie van vertrouwelijke of privédocumenten.
Na het installeren van het massaopslagapparaat kunt u
ook de vooraf gedefinieerde documentsjablonen
afdrukken via Menu Formulier.
91
4. Speciale functies
Afdrukken in Macintosh
8
Een document afdrukken
Als u afdrukt met een Macintosh-computer moet u in elke
toepassing die u gebruikt de instellingen van het
printerstuurprogramma controleren. Volg de onderstaande
stappen om af te drukken vanaf een Macintosh-computer:
1
Open het af te drukken document.
2
Open het menu Bestand en klik op Pagina-instelling
(Documentinstellingen in enkele toepassingen).
3
Selecteer papierformaat, -oriëntatie, -schaal en andere
opties, en zorg ervoor dat uw apparaat is geselecteerd.
Klik op OK.
4
Open het menu Bestand en klik op Druk af.
5
Kies het aantal exemplaren en geef aan welke pagina’s u
wilt afdrukken.
6
Klik op Druk af.
9
Printerinstellingen wijzigen
U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer.
Open een toepassing en selecteer Druk af in het menu
Bestand. De printernaam die in het
printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk
van de gebruikte printer. Het printereigenschappenvenster is
afgezien van de naam vergelijkbaar met het onderstaande
venster.
10
Meerdere pagina's per vel afdrukken
U kunt meer dan één pagina afdrukken op één vel papier. Dit is
een goedkope manier om conceptpagina’s af te drukken.
1
Open een toepassing en selecteer Druk af uit het menu
Bestand.
2
Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Richting.
Selecteer in de vervolgkeuzelijst Pagina´s per vel het
aantal pagina’s dat u op één vel papier wilt afdrukken.
3
Kies de andere te gebruiken opties.
Afdrukken in Macintosh
92
4. Speciale functies
4
Klik op Druk af.
Het apparaat drukt het gekozen aantal pagina´s op één vel
papier af.
11
Dubbelzijdig afdrukken
Voordat u dubbelzijdig afdrukt, moet u aangeven langs welke
rand u de pagina’s wilt inbinden. De bindopties zijn:
Lange kant binden: dit is de klassieke opmaak die bij het
boekbinden wordt gebruikt.
Korte kant binden: deze optie wordt vaak gebruikt voor
kalenders.
1
Selecteer Druk af in het menu Bestand van uw
Macintosh-toepassing.
2
Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Richting.
3
Selecteer een bindrichting in de optie Dubblezijdig.
4
Kies de andere te gebruiken opties.
5
Als u op Druk af klikt, drukt de printer op beide zijden van
het papier af.
Als u meer dan 2 kopieën afdrukt, kunnen de eerste en
de tweede kopie op hetzelfde vel papier worden
afgedrukt. Vermijd op beide zijden van het papier af te
drukken als u meer dan 1 kopie afdrukt.
12
Help gebruiken
Klik op het vraagteken in de linkeronderhoek van het venster en
klik op het onderwerp waarover u meer wilt weten. Er verschijnt
een pop-upvenster met informatie over de functie van die optie
waarover het stuurprogramma beschikt.
93
4. Speciale functies
Afdrukken in Linux
13
Afdrukken vanuit een toepassing
Vanuit een groot aantal Linux-toepassingen kunt u afdrukken
met Common UNIX Printing System (CUPS). U kunt vanuit al
deze toepassingen met uw printer afdrukken.
1
Open een toepassing en selecteer Print in het menu File.
2
Selecteer rechtstreeks Print via lpr.
3
Selecteer uw model uit de lijst met printers in het venster
LPR GUI en klik op Properties.
4
Wijzig de eigenschappen van de afdruktaak met behulp
van de volgende vier tabbladen die bovenaan in het
venster worden weergegeven.
General: Wijzigt het papierformaat, papiertype en de
afdrukstand van de documenten. Hiermee kunt u de
functie dubbelzijdig afdrukken inschakelen, start- en
eindvaandels toevoegen en het aantal pagina’s per vel
wijzigen.
Text: Stelt de paginamarges en tekstopties, zoals
regelafstand en kolommen in.
Graphics: Op dit tabblad kunt u afbeeldingsopties
instellen voor het afdrukken van
afbeeldingsbestanden, zoals kleuropties en grootte of
positie van de afbeelding.
Advanced: Afdrukresolutie, papierbron en
bestemming instellen.
5
Klik op Apply om de wijzigingen toe te passen en sluit het
venster Properties.
6
Klik op OK in het venster LPR GUI om met afdrukken te
beginnen.
7
Het venster Printing verschijnt. Hierin kunt u de status van
de afdruktaak controleren.
Klik op Cancel als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.
Afdrukken in Linux
94
4. Speciale functies
14
Bestanden afdrukken
U kunt een groot aantal bestandstypen afdrukken op dit
apparaat door de standaard-CUPS-methode direct vanaf de
opdrachtregel toe te passen. Met het CUPS-lpr-hulpgramma
kunt u dat doen, maar het programma uit het besturingsbestand
vervang het standaard lpr-hulpprogramma door een veel
gebruiksvriendelijker LPR GUI-programma.
Zo drukt u elk bestand af:
1
Typ lpr <bestandsnaam> op de commandoregel van de
Linux-shell en druk op Enter. Het venster LPR GUI wordt
geopend.
Wanneer u enkel lpr typt en op Enter drukt, verschijnt
eerst het venster Select file(s) to print. Selecteer de
bestanden die u wilt afdrukken en klik op Open.
2
In het venster LPR GUI selecteert u uw apparaat uit de lijst
en wijzigt u de eigenschappen van de afdruktaak.
3
Klik op OK om met afdrukken te beginnen.
15
Printereigenschappen configureren
In Printer Properties dat u kunt openen in het venster Printers
configuration kunt u de verschillende eigenschappen van uw
printer wijzigen.
1
Open Unified Driver Configurator.
Schakel indien nodig over naar Printers configuration.
2
Selecteer uw apparaat in de lijst met beschikbare printers
en klik op Properties.
3
Het venster Printer Properties wordt geopend.
Dit venster bestaat uit de volgende vijf tabbladen:
General: locatie en naam van de printer wijzigen. De
naam die u op dit tabblad invoert, wordt weergegeven
in de printerlijst in Printers configuration.
Connection: een andere poort bekijken of selecteren.
Als u de poort van het apparaat van USB wijzigt in
parallel of omgekeerd terwijl de printer in gebruik is,
moet u de poort van het apparaat op dit tabblad
opnieuw configureren.
Afdrukken in Linux
95
4. Speciale functies
Driver: Hiermee kunt u een ander
printerstuurprogramma bekijken of selecteren. Klik op
Options als u de standaardopties van het apparaat wilt
instellen.
Jobs: de lijst met afdruktaken weergeven. Klik op
Cancel job om de geselecteerde taak te annuleren.
Schakel het selectievakje Show completed jobs in om
een lijst met vorige afdruktaken weer te geven.
Classes: Hier ziet u de klasse waartoe uw apparaat
behoort. Klik op Add to Class om uw apparaat toe te
voegen aan een bepaalde klasse of klik op Remove
from Class als u het apparaat wilt verwijderen uit een
geselecteerde klasse.
4
Klik op OK om de wijzigingen toe te passen en sluit het
venster Printer Properties.
96
4. Speciale functies
Afdrukken in Unix
16
Doorgaan met de afdruktaak
Kies na de installatie van de printer een afbeelding, tekst, PS- of
HPGL-bestand om af te drukken.
1
Voer de opdracht "printui <file_name_to_print>" uit.
U wilt bijvoorbeeld "document1" afdrukken.
printui document1
Hiermee wordt Print Job Manager van het UNIX-
printerstuurprogramma geopend waarin de gebruiker
verschillende afdrukopties kan instellen.
2
Selecteer een printer die reeds is toegevoegd.
3
Selecteer de afdrukopties uit het venster, zoals Page
Selection.
4
Selecteer in Number of Copies hoeveel exemplaren u
nodig hebt.
Druk op Properties om gebruik te maken van de
printerfuncties die uw printerstuurprogramma biedt (zie
"Printerinstellingen wijzigen" op pagina 91).
5
Druk op OK om te beginnen met de afdruktaak.
17
Printerinstellingen wijzigen
Het UNIX-printerstuurprogramma Print Job Manager waarin de
gebruiker verschillende afdrukopties kan selecteren in printer
Properties.
De volgende sneltoetsen kunnen worden gebruikt: "H" voor
Help, "O" voor OK, "A" voor Apply en "C" voor Cancel.
Het tabblad General
Paper Size: Hiermee kunt u naar eigen keuze het
papierformaat instellen op A4, Letter of andere
papierformaten.
Paper Type: hiermee kiest u het type papier. Beschikbare
opties uit de keuzelijst zijn: Printer Default, Plain en Thick.
Paper Source: Kiest uit welke lade het papier gehaald moet
worden. De standaardinstelling is Auto Selection.
Orientation: hiermee selecteert u de richting waarin
informatie wordt afgedrukt op een pagina.
Duplex: hiermee worden beide zijden van het papier bedrukt
om papier te besparen.
Afdrukken in Unix
97
4. Speciale functies
Multiple pages: Hiermee worden meerdere pagina’s
afgedrukt op één vel papier.
Page Border: Hiermee kunt een van de randstijlen kiezen
(bv.: Single-line hairline, Double-line hairline).
Het tabblad Image
Op dit tabblad kunt u de helderheid, resolutie of de positie van
een afbeelding op uw document wijzigen.
Het tabblad Text
Stel de tekenafstand, regelafstand of de kolommen op de afdruk
in.
Het tabblad HPGL/2
Use only black pen: Hiermee worden alle grafische
elementen in zwart/wit afgedrukt.
Fit plot to page: Hiermee wordt de volledige afbeelding
aangepast zodat ze op een enkele pagina past.
Pen Width: Hiermee kunt u de waarde voor de pendikte
wijzigen. De standaardwaarde is 1.000.
Het tabblad Margins
Use Margins: Hiermee stelt u de marges van het document
in. De marges zijn standaard uitgeschakeld. De gebruiker kan
de marges instellen door de waarde in de respectieve velden
aan te passen. Standaard worden deze waarden bepaald
door het geselecteerde papierformaat.
Unit: Hiermee kunt u de eenheden wijzigen in points, inches
of centimeters.
Het tabblad Printer-Specific Settings
Selecteer verschillende opties in de JCL en General frames om
verschillende instellingen aan te passen. Deze opties zijn
specifiek voor de printer en afhankelijk van het PPD-bestand.
5. Onderhoud
Dit hoofdstuk introduceert beheerprogramma’s waarmee u de
mogelijkheden van uw apparaat maximaal kunt benutten. Er wordt ook
informatie gegeven over het onderhoud van de tonercassette.
De tonercassette (of beeldeenheid) bewaren 99
Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw
apparaat 101
Nuttige beheerprogramma´s 102
99
5. Onderhoud
De tonercassette (of beeldeenheid) bewaren
Tonercassettes (of beeldeenheden) bevatten componenten die
gevoelig zijn voor licht, temperatuur en vochtigheid. Samsung
raadt u aan deze aanbevelingen te volgen met het oog op
optimale prestaties, de hoogste kwaliteit en de langste
gebruiksduur van uw nieuwe Samsung-tonercassette.
Bewaar deze cassette op de plaats waar de printer wordt
gebruikt; idealiter in een omgeving met gecontroleerde
temperatuur en vochtigheid. Haal de tonercassette (of
beeldeenheid) pas uit de originele, ongeopende verpakking op
het moment dat u deze gaat installeren. Als de originele
verpakking ontbreekt, moet u de bovenste opening van de
cassette bedekken met papier en moet u de cassette in een
donkere kast bewaren.
Door de verpakking van de cassette te openen voor u de
cassette in gebruik neemt, zal de levensduur en bewaartijd van
de cassette aanzienlijk verkorten. Plaats ze niet op de vloer. Als
de tonercassette (of beeldeenheid) uit de printer wordt
verwijderd, volgt u de onderstaande instructies om de
tonercassette (of beeldeenheid) op de juiste manier te bewaren.
Bewaar de cassette in de beschermhoes van de originele
verpakking.
Bewaar de tonercassette liggend (niet staand) met dezelfde
kant boven als bij de installatie.
Bewaar geen verbruiksartikelen onder de volgende
omstandigheden:
- bij temperaturen boven 40 °C.
- in een omgeving met een luchtvochtigheid lager dan 20%
of hoger dan 80%.
- in een omgeving met extreme temperatuur- of
vochtigheidsschommelingen.
- in direct zon- of kunstlicht.
- op stoffige plaatsen.
- in een auto gedurende een lange periode.
- in een omgeving met corrosieve gassen.
- in een omgeving met zilte lucht.
1
Behandelingsrichtlijnen
Raak het oppervlak van de fotogeleidende drum in de
cassette niet aan.
Stel de cassette niet nodeloos bloot aan schokken of
trillingen.
Roteer de drum niet handmatig, vooral in de tegengestelde
richting. Dit kan interne schade en een tonerlek veroorzaken.
De tonercassette (of beeldeenheid) bewaren
100
5. Onderhoud
2
Gebruik van de tonercassette (of
beeldeenheid)
Samsung Electronics raadt het gebruik van tonercassettes (of
beeldeenheden) van andere merken dan Samsung af, met
inbegrip van generieke, hervulde of gerecycleerde
tonercassettes (of beeldeenheden) of tonercassettes van witte
producten.
De printergarantie van Samsung dekt geen schade aan
het apparaat die ontstaan is door het gebruik van een
bijgevulde cassette, gerecyclede cassette of een
tonercassette van een ander merk dan Samsung.
3
Geschatte levensduur van cassette
De geschatte levensduur van een cassette (of de beeldeenheid)
is afhankelijk van de hoeveelheid toner die afdruktaken vereisen.
Het werkelijk aantal pagina’s kan variëren afhankelijk van de
afdrukdichtheid van de pagina’s waarop u afdrukt, het
besturingssysteem, de tijd tussen de afdruktaken, het type
media en het mediaformaat. Als u bijvoorbeeld veel
afbeeldingen afdrukt, wordt er meer toner verbruikt en moet de
cassette waarschijnlijk vaker worden vervangen.
101
5. Onderhoud
Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat
U mag het apparaat bij het verplaatsen niet ondersteboven of
op zijn kant houden. Er kan hierbij toner vrijkomen in het
apparaat waardoor er schade aan het apparaat kan ontstaan
of de afdrukkwaliteit kan verslechteren.
Als u het apparaat verplaatst, moet u ervoor zorgen dat ten
minste twee mensen het apparaat goed vasthouden.
102
5. Onderhoud
Nuttige beheerprogramma´s
4
Samsung AnyWeb Print
Met dit hulpprogramma kunt u van schermen in Windows
Internet Explorer een schermopname of afdrukvoorbeeld maken
en afdrukken, op een veel eenvoudigere manier dan in het
gebruikelijke programma. Klik op Start > Alle programma’s >
Samsung Printers > Samsung AnyWeb Print > Download
the latest version om naar de website te gaan waar u het
hulpprogramma kunt downloaden.
5
SyncThru™ Web Service gebruiken
Voor SyncThru™ Web Service is minimaal Internet
Explorer 6.0 of hoger vereist.
De uitleg over SyncThru™ Web Service in deze
gebruikershandleiding kan afhankelijk zijn van de
opties en het model, en komt mogelijk niet helemaal
overeen met uw apparaat.
Alleen voor netwerkmodel.
SyncThru™ Web Service weergeven
1
Open een webbrowser in Windows, zoals Internet
Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx)
in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga
naar.
2
De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
Aanmelden bij SyncThru™ Web Service
Voor u de opties in SyncThru™ Web Service kunt instellen, moet
u zich aanmelden als beheerder. U kunt SyncThru™ Web
Service nog altijd gebruiken zonder u aan te melden, maar u zult
geen toegang hebben tot het tabblad Settings en het tabblad
Security.
1
Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de
SyncThru™ Web Service-website.
2
Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik
vervolgens op Login.
ID: admin
Password: sec00000
Nuttige beheerprogramma´s
103
5. Onderhoud
SyncThru™ Web Service overzicht
Afhankelijk van uw model zullen sommige menu’s
mogelijk niet verschijnen.
Het tabblad Information
Op dit tabblad wordt algemene informatie over het apparaat
weergegeven. U kunt diverse gegevens controleren, waaronder
de resterende hoeveelheid toner. U kunt ook rapporten
afdrukken, zoals een foutenrapport.
Active Alerts: Toont de waarschuwingen die in het apparaat
zijn gegenereerd en hun ernst.
Supplies: Toont hoeveel pagina´s zijn afgedrukt en hoeveel
toner er nog in de cassette zit.
Usage Counters: Toont het tellers van het aantal vellen per
type afdruk: enkelzijdig en dubbelzijdig.
Current Settings: Toont informatie of het apparaat en het
netwerk.
Print information: Drukt rapporten af zoals
systeemgerelateerde rapporten en lettertyperapporten.
Het tabblad Settings
Op dit tabblad kunt u de configuratie van uw apparaat en netwerk
instellen. U moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad
weer te geven.
Het tabblad Machine Settings: Stelt de door uw machine
geleverde opties in.
Het tabblad Network Settings: Toont opties voor de
netwerkomgeving. Stelt opties in zoals TCP/IP en
netwerkprotocollen.
Het tabblad Security
Op dit tabblad kunt u de beveiligingsgegevens van uw systeem
en van het netwerk instellen. U moet zich aanmelden als
beheerder om dit tabblad weer te geven.
System Security: Stelt de gegevens van de
systeembeheerder in en schakelt tevens de apparaatfuncties
in- of uit.
Network Security: Stelt instellingen voor HTTPs, IPSec,
IPv4/IPv6 filtering en 802.1x in.
Nuttige beheerprogramma´s
104
5. Onderhoud
Het tabblad Maintenance
Op dit tabblad kunt u uw apparaat onderhouden door de
firmware te upgraden en contactgegevens voor het versturen
van e-mails in te stellen. U kunt ook verbinding maken met de
website van Samsung of stuurprogramma's downloaden door
het menu Link te selecteren.
Firmware Upgrade: Bijwerken van de firmware van uw
apparaat.
Contact Information: Contactgegevens tonen.
Link: Toont koppelingen naar nuttige sites waar u informatie
kunt downloaden of lezen.
License Management: U kunt licenties toevoegen of
verwijderen. Als u een toepassing toevoegt, moet u de
licentie activeren van de geïnstalleerde toepassing. Deze
functie is ook beschikbaar vanaf de apparaat
E-mailmelding instellen
U kunt e-mails ontvangen over de status van uw apparaat door
deze optie in te stellen. Door gegevens, zoals IP-adressen,
hostnaam, e-mailadressen en SMTP-servergegevens in te
stellen zal de apparaatstatus (tonercassette leeg of
machinefout) automatisch naar het e-mailadres van een bepaald
persoon worden verzonden. Deze optie wordt mogelijk vaker
gebruikt door een apparaatbeheerder.
1
Open een webbrowser in Windows, zoals Internet
Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx)
in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga
naar.
2
De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
3
Selecteer Machine Settings > E-mail Notification op het
tabblad Settings.
Als u de server voor uitgaande e-mail nog niet hebt
geconfigureerd, gaat u naar Settings > Network
Settings > Outgoing Mail Server(SMTP) om de
netwerkomgeving te configureren voor u e-mailmelding
instelt.
4
Schakel het selectievakje voor Enable in om E-mail
Notification te gebruiken.
5
Klik op de knop Add om een gebruiker van e-mailmelding
in te stellen.
Stel de naam van de ontvanger in en het (de) e-
mailadres(sen) met meldingsitems waarvoor u een
waarschuwing wilt ontvangen.
Nuttige beheerprogramma´s
105
5. Onderhoud
6
Klik op Apply.
Als de firewall is ingeschakeld, zal de e-mail mogelijk niet
verzonden kunnen worden. Neem in dat geval contact op
met de netwerkbeheerder.
Informatie over de systeembeheerder instellen
Deze instelling is nodig om gebruik te kunnen maken van de
optie e-mailmelding.
1
Open een webbrowser in Windows, zoals Internet
Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx)
in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga
naar.
2
De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
3
Selecteer op het tabblad Security System Security >
System Administrator.
4
Voer de naam, het telefoonnummer, locatie en e-
mailadres van de beheerder in.
5
Klik op Apply.
6
Gebruiken van Samsung Easy Printer
Manager (alleen voor Windows)
Samsung Easy Printer Manager is een Windows-programma
waarbinnen alle printerinstellingen van Samsung op een enkele
plaats samengebracht zijn. Samsung Easy Printer Manager
combineert printerinstellingen met omgevingsfactoren,
instellingen/taakopties en startopties. Met al deze functies heeft
overzichtelijk toegang tot alle functies van uw Samsung-printer.
Samsung Easy Printer Manager biedt twee verschillende
interfaces waaruit de gebruiker kan kiezen: een basisinterface
en een interface voor gevorderde gebruikers. Overschakelen
tussen de twee interfaces is eenvoudig: klik gewoon op een
knop.
Voor Samsung Easy Printer Manager is minimaal
Internet Explorer 6.0 of hoger vereist.
Nuttige beheerprogramma´s
106
5. Onderhoud
Informatie over Samsung Easy Printer Manager
Openen van het programma:
Kies Start > Programma´s or Alle Programma´s > Samsung
Printers > Samsung Easy Printer Manager > Samsung Easy
Printer Manager.
De Samsung Easy Printer Manager-interface bestaat uit
verschillende kaders die in de onderstaande tabel worden
beschreven:
1
Printerlijst In de printerlijst worden pictogrammen
weergegeven van de printers die op uw
computer zijn geïnstalleerd.
2
Printerinfor
matie
In dit kader staat algemene informatie over uw
apparaat. U kunt deze informatie controleren,
zoals de naam van het printermodel, het IP-
adres (of poortnummer) en de printerstatus.
Knop Handleiding: Deze knop
verandert in
Probleemoplossingsgids als er
een fout optreedt. U kunt direct naar
het desbetreffende deel in de
gebruikershandleiding gaan.
3
Programma
-informatie
Bevat koppelingen voor overschakelen naar
geavanceerde instellingen,
voorkeursinstellingen, hulp en informatie over
het programma.
Met de knop kunt u de interface
wijzigen in de interface voor
gevorderde gebruikers.
Nuttige beheerprogramma´s
107
5. Onderhoud
Klik achtereenvolgens op de knop Help ( ) in de
rechterbovenhoek van het venster en de optie waarover
u meer wilt weten.
Overzicht interface instellingen voor gevorderde
gebruikers
De interface voor gevorderde gebruikers is bedoeld voor de
beheerder van het netwerk en de printers.
Apparaatinstellingen
U kunt verschillende apparaatinstellingen zoals papier, indeling,
emulatie, netwerk en afdrukinformatie instellen.
Waarschuwingsinstellingen
Dit menu bevat instellingen gerelateerd aan de waarschuwingen
over fouten en storingen.
Printerwaarschuwing: Levert instellingen met betrekking tot
wanneer waarschuwingen ontvangen worden.
E-mailwaarschuwing: Levert opties met betrekking tot het
ontvangen van waarschuwingen via e-mail.
Overzicht van waarschuwingen : Levert een geschiedenis
met betrekking tot waarschuwingen gerelateerd aan het
apparaat en de toner.
Taakaccountbeheer
Levert een overzicht van informatie over de verdeling van
afdruktaken per specifieke gebruiker. Deze verdeling kan
aangemaakt en toegepast worden op op apparaten via
taakaccountancysoftware zoals SyncThru™ of de CounThru™
administratiesoftware.
4
Snelkoppeli
ngen
Toont Snelkoppelingen naar
printerspecifieke functies. Dit gedeelte bevat
ook koppelingen naar toepassingen in de
geavanceerde instellingen.
5
Inhoud Toont informatie over de geselecteede printer,
het niveau van de toner en het papier. De
informatie wijzigt naargelang de gekozen
printer. Niet alle apparaten beschikken over
deze functie.
6
Benodighe
den
bestellen
Klik op de knop Bestellen in het deelvenster
om verbruiksartikelen te bestellen. U kunt
online reservetonercassette(s) bestellen.
Nuttige beheerprogramma´s
108
5. Onderhoud
7
Gebruiken van Samsung-printerstatus
(alleen voor Windows)
Samsung-printerstatus is een programma dat de status van de
printer controleert en u daarvan op de hoogte houdt.
Het venster Samsung-printerstatus en de inhoud die in
deze gebruikershandleiding worden getoond, kunnen
verschillen afhankelijk van de gebruikte printer of het
gebruikte besturingssysteem.
Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn
met uw apparaat (zie basishandleiding).
Overzicht Samsung-printerstatus
Als er een fout optreedt tijdens het gebruik van het apparaat,
kunt u de fout controleren in Samsung-printerstatus. Samsung-
printerstatus wordt automatisch geïnstalleerd wanneer u de
apparaatsoftware installeert.
U kunt Samsung-printerstatus ook handmatig opstarten. Ga
naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het
tabblad Basis > de knop Printerstatus.
Deze pictogrammen verschijnen op de Windows-taakbalk:
Pictogram betekent Omschrijving
Normaal Het apparaat staat klaar voor gebruik
en er zijn geen fouten of
waarschuwingen.
Waarschu
wing
Het apparaat is in een toestand waarin
er in de toekomst een fout kan
optreden. Dit is bijvoorbeeld als het
niveau van de toner laag is, wat kan
leiden tot de toner-leegstatus.
Fout Er is minstens één fout in het apparaat.
Nuttige beheerprogramma´s
109
5. Onderhoud
8
Gebruiken van Smart Panel (alleen voor
Macintosh en Linux)
Smart Panel is een programma waarmee de status van het
apparaat wordt bewaakt. U kunt de status bekijken en de
apparaatinstellingen aanpassen. Bij Macintosh wordt Smart
Panel automatisch geïnstalleerd op het moment dat u de
apparaatsoftware installeert. Voor Linux kunt u Smart Panel
downloaden van de website van Samsung (zie "Smart Panel
installeren" op pagina 8).
Het venster Smart Panel en de inhoud die in deze
gebruikershandleiding worden getoond, kunnen
verschillen afhankelijk van de gebruikte printer of het
gebruikte besturingssysteem.
Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn
met uw apparaat (zie basishandleiding).
1
Tonerniveau Hier wordt het resterende tonerniveau in
de cassette(s) weergegeven. Het
apparaat en het aantal tonercassette(s) in
het bovenstaande venster kunnen
verschillen afhankelijk van de gebruikte
printer. Niet alle apparaten beschikken
over deze functie.
2
Waarschuw.inst
elling
Selecteer de gewenste instellingen in het
venster Opties.
3
Benod.
bestellen
U kunt reservetonercassette(s) online
bestellen.
4
Problemen
oplossen
U kunt direct naar het deel met de
probleemoplossing gaan in de
gebruikershandleiding.
5 Sluiten Sluit het venster.
Nuttige beheerprogramma´s
110
5. Onderhoud
Overzicht Smart Panel
Als er een fout optreedt tijdens het gebruik, kunt u de fout
controleren in Smart Panel. U kunt Smart Panel ook handmatig
starten.
Macintosh
Klik op het Smart Panel-pictogram op de
menubalk.
Linux
Dubbelklik op het Smart Panel-pictogram in
het berichtenkader.
1
Tonerniveau Hier wordt het resterende tonerniveau in de
cassette(s) weergegeven. Het apparaat en
het aantal tonercassette(s) in het
bovenstaande venster kunnen verschillen
afhankelijk van de gebruikte printer. Niet
alle apparaten beschikken over deze
functie.
2
Nu kopen U kunt online reservetonercassette(s)
bestellen.
3
Gebruikershan
dleiding
U kunt de Gebruikershandleiding bekijken.
Deze knop verandert in
Probleemoplossingsgids als er
een fout optreedt. U kunt direct
naar het deel met de
probleemoplossing gaan in de
gebruikershandleiding.
4
Instelling
printer
U kunt diverse apparaatinstellingen
configureren in het venster Hulpprogramma
Printerinstellingen. Niet alle apparaten
beschikken over deze functie.
Als u uw apparaat op een netwerk
aansluit, verschijnt het venster
SyncThru™ Web Service in
plaats van Hulpprogramma
Printerinstellingen.
Nuttige beheerprogramma´s
111
5. Onderhoud
Wijzigen van de instellingen van Smart Panel
Klik met de rechtermuisknop in Linux of Mac OS X op het
pictogram voor Smart Panel en selecteer Opties. Selecteer de
gewenste instellingen in het venster Opties.
9
De Linux Unified Driver Configurator
gebruiken
Unified Linux Driver Configurator is een hulpprogramma dat
hoofdzakelijk bestemd is voor de configuratie van apparaten. U
moet Unified Linux Driver installeren om Unified Driver
Configurator te kunnen gebruiken (zie "Installatie voor Linux" op
pagina 8).
Na de installatie van het stuurprogramma op uw Linux-systeem
wordt automatisch het pictogram voor Unified Driver
Configurator op uw bureaublad geplaatst.
Unified Driver Configurator openen
1
Dubbelklik op Unified Driver Configurator op het
bureaublad.
U kunt ook op pictogram van het menu Startup klikken en
Samsung Unified Driver > Unified Driver Configurator
selecteren.
2
Klik op de knoppen links om het overeenkomstige
configuratievenster te openen.
Klik op Help voor schermhulp.
1 Printer Configuration
2 Port Configuration
Nuttige beheerprogramma´s
112
5. Onderhoud
3
Breng de wijzigingen aan in de configuratie en klik op Exit
om Unified Driver Configurator te sluiten.
Printers configuration
Printers configuration bevat twee tabbladen: Printers en
Classes.
Het tabblad Printers
Klik op het pictogram van het apparaat links in het venster
Unified Driver Configurator om de printerconfiguratie van het
huidige systeem weer te geven.
De bedieningsknoppen van de printer zijn:
Refresh: hiermee vernieuwt u de lijst met beschikbare
apparaten.
Add Printer: hiermee voegt u een nieuw apparaat toe.
Remove Printer: hiermee verwijdert u het geselecteerde
apparaat.
Set as Default: hiermee stelt u het geselecteerde apparaat
in als standaardapparaat.
Stop/Start: hiermee kunt u het apparaat stoppen/starten.
Test: hiermee kunt u een testpagina afdrukken om te
controleren of de printer goed werkt.
Properties: Hiermee kunt u de eigenschappen van de printer
weergeven en wijzigen.
1 Schakelt naar Printers configuration.
2 Hier worden alle geïnstalleerde apparaten weergegeven.
3
Hiermee worden de status, modelnaam en URI van uw
apparaat weergegeven.
Nuttige beheerprogramma´s
113
5. Onderhoud
Het tabblad Classes
Op het tabblad Classes wordt een lijst met beschikbare
apparaatklassen weergegeven.
Refresh: vernieuwt de lijst met klassen.
Add Class: hiermee kunt u een nieuwe apparaatklasse
toevoegen.
Remove Class: hiermee verwijdert u de geselecteerde
apparaatklasse.
Ports configuration
In dit venster kunt u de lijst met beschikbare poorten weergeven,
de status van elke poort controleren en een poort vrijgeven die
bezet wordt door een afgebroken taak.
Refresh: hiermee vernieuwt u de lijst met beschikbare
poorten.
Release port: hiermee kunt u de geselecteerde poort
vrijgeven.
1 Hiermee geeft u alle apparaatklassen weer.
2
Hiermee geeft u de status van de klasse en het aantal
apparaten in de klasse aan.
1 Schakelt naar Ports configuration.
2 Alle beschikbare poorten.
3
Hiermee geeft u het poorttype, het op de poort aangesloten
apparaat en de status weer.
6. Problemen oplossen
In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een
probleem optreedt.
Problemen met papierinvoer 115
Problemen met de voeding en het netsnoer 116
Afdrukproblemen 117
Problemen met de afdrukkwaliteit 121
Problemen met het besturingssysteem 129
115
6. Problemen oplossen
Problemen met papierinvoer
Toestand Voorgestelde oplossing
Het papier loopt vast tijdens het
afdrukken.
Verwijder het vastgelopen papier.
Papier kleeft aan elkaar. Controleer de maximale papiercapaciteit van de lade.
Zorg dat u een geschikte papiersoort gebruikt.
Haal het papier uit de lade en buig het of waaier het uit.
In vochtige omstandigheden kunnen bepaalde papiersoorten aan elkaar blijven kleven.
Invoerprobleem met een aantal
vellen tegelijk.
Er kan niet meer dan één papiersoort tegelijk in de lade worden geplaatst. Plaats alleen papier
van hetzelfde soort en hetzelfde formaat en gewicht.
Afdrukpapier wordt niet
ingevoerd.
Verwijder vastgelopen papier in het apparaat.
Het papier werd niet goed in de lade gelegd. Verwijder het papier en plaats het op de juiste
manier in de lade.
Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier.
Het papier is te dik. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties van het apparaat.
Het papier blijft vastlopen. Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier. Gebruik de multifunctionele
lade (of de handmatige papierinvoer) om af te drukken op speciale materialen.
U gebruikt een verkeerde papiersoort. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties
van het apparaat.
Misschien zitten er materiaalresten in het apparaat. Open de voorklep en verwijder de resten.
Transparanten plakken aan elkaar
in de papieruitvoerlade.
Gebruik alleen transparanten die speciaal zijn bedoeld voor laserprinters. Verwijder elk
transparant zodra het is uitgevoerd.
Enveloppen trekken scheef of
worden niet goed ingevoerd.
Zorg dat de papiergeleiders aan beide kanten van de envelop goed zijn ingesteld (ze moeten de
envelop net raken).
116
6. Problemen oplossen
Problemen met de voeding en het netsnoer
Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over het oplossen van problemen met de netvoeding.
Toestand Voorgestelde oplossing
Het apparaat krijgt geen stroom,
of de verbindingskabel tussen de
computer en het apparaat is niet
goed aangesloten.
Sluit de printer eerst op de netvoeding aan. Als het apparaat een knop (Stroom) heeft op
het bedieningspaneel, drukt u deze in totdat het apparaat wordt ingeschakeld.
Maak de kabel van het apparaat los en sluit deze opnieuw aan.
117
6. Problemen oplossen
Afdrukproblemen
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Het apparaat drukt
niet af.
Het apparaat krijgt geen stroom. Sluit de printer eerst op de netvoeding aan. Als het apparaat een knop
(Stroom) heeft op het bedieningspaneel, drukt u deze in totdat het
apparaat wordt ingeschakeld.
Het apparaat is niet als
standaardprinter geselecteerd.
Selecteer uw printer als standaardprinter in Windows.
Controleer het volgende:
De klep aan de voorzijde is niet gesloten. Sluit de voorklep.
Er is een papierstoring opgetreden. Verwijder het vastgelopen papier.
De papierlade is leeg. Vul papier bij.
Er is geen tonercassette geplaatst. Plaats een tonercassette.
Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als er een systeemfout optreedt.
De verbindingskabel tussen de
computer en het apparaat is niet goed
aangesloten.
Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan.
De verbindingskabel tussen de
computer en het apparaat is mogelijk
defect.
Sluit de kabel indien mogelijk aan op een andere computer die naar
behoren werkt en druk een document af. U kunt ook proberen om een
andere kabel voor uw apparaat te gebruiken.
De poortinstelling is niet juist. Controleer de printerinstellingen in Windows om vast te stellen of de
afdruktaak naar de juiste poort wordt gestuurd. Als uw computer
meerdere poorten heeft, controleert u of het apparaat op de juiste poort
is aangesloten.
Het apparaat is mogelijk niet goed
geconfigureerd.
Controleer de Voorkeursinstellingen voor afdrukken om na te gaan
of alle afdrukinstellingen correct zijn.
Afdrukproblemen
118
6. Problemen oplossen
Het apparaat drukt
niet af.
Mogelijk is het printerstuurprogramma
niet goed geïnstalleerd.
Deïnstalleer het stuurprogramma van uw printer en installeer het
programma opnieuw.
Het apparaat werkt niet goed. Kijk of het display van het bedieningspaneel een systeemfout
aangeeft. Neem contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Het document is zo groot dat er niet
voldoende ruimte op de harde schijf van
de computer is om toegang te krijgen
tot de afdruktaak.
Maak extra ruimte op de harde schijf vrij en druk het document
opnieuw af.
De uitvoerlade is vol. Wanneer het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat het apparaat
door met afdrukken.
Het apparaat haalt
papier uit de
verkeerde invoer.
De papieroptie die in
Voorkeursinstellingen voor
afdrukken is geselecteerd is mogelijk
onjuist.
In veel softwaretoepassingen kunt u de papierbron instellen op het
tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken. Selecteer
de juiste papierbron. Raadpleeg de help bij het
printerstuurprogramma.
Een afdruktaak
wordt uiterst
langzaam afgedrukt.
Mogelijk is de afdruktaak zeer complex. Maak de pagina minder complex of wijzig de instellingen voor de
afdrukkwaliteit.
De helft van de
pagina is blanco.
Mogelijk is de afdrukstand verkeerd
ingesteld.
Wijzig de afdrukstand in het desbetreffende programma. Raadpleeg
de help bij het printerstuurprogramma.
Het ingestelde papierformaat stemt niet
overeen met het formaat van het papier
in de lade.
Controleer of het papierformaat in de printerinstellingen overeenstemt
met het papier in de lade of met de papierselectie in de instellingen van
de softwaretoepassing die u gebruikt.
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Afdrukproblemen
119
6. Problemen oplossen
Het apparaat drukt
wel af, maar de tekst
is niet correct,
vervormd of niet
volledig.
De kabel van het apparaat zit los of is
defect.
Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan. Druk
een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Sluit
de kabel en het apparaat indien mogelijk aan op een andere computer
en druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen
afdrukken. Als dit alles niet helpt, probeert u een nieuwe printerkabel.
Het verkeerde printerstuurprogramma
is geselecteerd.
Controleer in het afdrukmenu van de toepassing of u de juiste printer
hebt geselecteerd.
De softwaretoepassing werkt niet naar
behoren.
Probeer een document af te drukken vanuit een andere toepassing.
Het besturingssysteem werkt niet naar
behoren.
Sluit Windows af en start de computer opnieuw op. Schakel het
apparaat uit en weer in.
Als u in een DOS-omgeving werkt, is
het mogelijk dat het lettertype voor uw
apparaat verkeerd is ingesteld.
zie "De lettertype-instelling wijzigen" op pagina 76.
Er worden blanco
pagina’s afgedrukt.
De tonercassette is leeg of beschadigd. Herverdeel indien nodig het tonerpoeder. Vervang indien nodig de
tonercassette.
Mogelijk bevat het bestand blanco
pagina’s.
Controleer of het bestand blanco pagina’s bevat.
Mogelijk is een onderdeel van het
apparaat defect (bijvoorbeeld de
controller of het moederbord).
Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Afdrukproblemen
120
6. Problemen oplossen
Het apparaat drukt
het PDF-bestand
niet juist af.
Sommige delen van
afbeeldingen, tekst
of illustraties
ontbreken.
Incompatibiliteit tussen het PDF-
bestand en de Acrobat-producten.
Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken
als een afbeelding. Schakel Afdrukken als afbeelding uit de
afdrukopties van Acrobat in.
Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd
in beslag.
De afdrukkwaliteit van
foto’s is niet goed. De
afbeeldingen zijn niet
duidelijk.
De resolutie van de foto is zeer laag. Verklein de afmetingen van de foto. Als u de afmetingen van de foto in
het programma vergroot, wordt de resolutie verlaagd.
Er komt voor het
afdrukken ter
hoogte van de
uitvoerlade stoom
uit het apparaat.
Het gebruik van geperforeerd papier
kan damp veroorzaken tijdens het
afdrukken.
Dit is geen probleem. Blijf afdrukken en/of vervang het papier.
Het apparaat drukt
geen speciaal papier
zoals
rekeningpapier af.
Het papierformaat en de
papierformaatinstelling komen niet
overeen.
Stel het juiste papierformaat in onder Aangepast in het tabblad Papier
in Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Het afgedrukte
papier krult op.
De instelling voor de papiersoort klopt
niet.
Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar de
Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier
en stel het type in op Dik papier.
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
121
6. Problemen oplossen
Problemen met de afdrukkwaliteit
Vuil aan de binnenkant van het apparaat of verkeerd geplaatst papier kan leiden tot een verminderde afdrukkwaliteit. Raadpleeg de
onderstaande tabel om het probleem te verhelpen.
Toestand Voorgestelde oplossing
Lichte of vage afdrukken Als u een verticale witte strook of vaag gedeelte op de afdruk ziet, is de toner bijna op. Plaats een nieuwe
tonercassette.
Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te
ruw zijn.
Als de hele pagina te licht is, is de afdrukresolutie te laag ingesteld of bevindt het apparaat zich in
energiebesparende modus. Wijzig de afdrukresolutie en schakel de energiebesparende modus uit.
Raadpleeg de Help bij het printerstuurprogramma.
Een combinatie van vage plekken en vegen kan erop wijzen dat de tonercassette moet worden gereinigd.
Reinig de binnenkant van het apparaat.
Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat.
Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de
klantenservice.
De bovenste helft van het
papier is lichter bedrukt
dan de rest van het
papier.
De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype.
Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor
afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het papiertype in op Kringlooppapier.
Problemen met de afdrukkwaliteit
122
6. Problemen oplossen
Tonervlekken Mogelijk voldoet het papier niet aan de specificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn.
Mogelijk is de transportrol vuil. Reinig de binnenkant van het apparaat.
Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Neem contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Onregelmatigheden Als op willekeurige plaatsen vage, doorgaans ronde, plekken verschijnen:
Er zit mogelijk een slecht vel tussen het papier. Druk het document opnieuw af.
Het vochtgehalte van het papier is niet op alle plaatsen gelijk of het papier bevat vochtplekken. Probeer
papier van een ander merk.
Een hele partij papier is niet in orde. Problemen tijdens de productie kunnen ertoe leiden dat sommige
delen toner afstoten. Probeer een ander soort of merk papier.
Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor
afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het type in op Dik papier of Dikker (zie de Basishandleiding
voor papiergewicht per vel).
Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Witte vlekken Er verschijnen witte vlekken op de pagina:
Het papier is te ruw en er valt veel papierstof op de interne onderdelen van het apparaat, wat erop wijst
dat de rol vuil kan zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat.
Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Reinig de binnenkant van het apparaat.
Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Toestand Voorgestelde oplossing
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
AaBbC
AaBbC
AaBbC
AaBbC
AaBbC
Problemen met de afdrukkwaliteit
123
6. Problemen oplossen
Verticale strepen Als de pagina zwarte, verticale strepen vertoont:
Er zitten mogelijk krassen op het oppervlak (drumgedeelte) van de beeldeenheid in het apparaat.
Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe.
Als de pagina witte verticale strepen vertoont:
Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat.
Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Zwarte achtergrond Als er in lichte gedeelten te veel toner wordt gebruikt (grijze achtergrond):
Gebruik papier met een lager gewicht.
Controleer de omgevingsvoorwaarden: bijzonder droge omstandigheden of een hoge luchtvochtigheid
(meer dan 80% RV) kunnen aanleiding geven tot een grijzere achtergrond.
Verwijder de oude beeldeenheid en plaats een nieuwe.
Tonervegen Reinig de binnenkant van het apparaat.
Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
Verwijder de beeldeenheid en plaats een nieuwe.
Toestand Voorgestelde oplossing
Problemen met de afdrukkwaliteit
124
6. Problemen oplossen
Verticaal terugkerende
afwijkingen
Als de bedrukte zijde van de pagina met gelijke intervallen afwijkingen vertoont:
De beeldeenheid is mogelijk beschadigd. Als u nog steeds dezelfde problemen ondervindt, verwijdert u
de beeldeenheid en plaatst u een nieuwe.
Er zit mogelijk toner op sommige onderdelen van het apparaat. Als de afwijkingen zich op de achterkant
van de pagina bevinden zal het probleem waarschijnlijk na enkele pagina’s vanzelf verdwijnen.
De fixeereenheid is mogelijk beschadigd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.
Schaduwvlekken Schaduwvlekken worden veroorzaakt door kleine hoeveelheden toner die willekeurig verspreid op de
afdruk voorkomen.
Misschien is het papier te vochtig. Probeer af te drukken op papier van een andere partij. Maak een pak
papier pas open op het moment dat u het gaat gebruiken zodat het papier niet te veel vocht opneemt.
Wijzig de afdruklay-out als er schaduwvlekken verschijnen op een envelop om te voorkomen dat wordt
afgedrukt op een gebied met overlappende naden aan de rugzijde. Afdrukken op naden kan problemen
veroorzaken.
Als het gehele oppervlak van een afgedrukte pagina wordt bedekt met schaduwvlekken kiest u een
andere afdrukresolutie in het softwareprogramma of in de Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd,
maar als er momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkt en dit
probleem tot gevolg hebben.
Toestand Voorgestelde oplossing
A
Problemen met de afdrukkwaliteit
125
6. Problemen oplossen
Er blijven tonerdeeltjes
hangen rond vetgedrukte
tekens of donkere foto’s.
De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype.
Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor
afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het papiertype in op Kringlooppapier. Controleer of u het
juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd, maar als er
momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkt en dit probleem tot gevolg
hebben.
Misvormde tekst Als tekst er vervormd uitziet ("uitgehold" effect) is het papier mogelijk te glad. Probeer een ander soort
papier.
Papier schuin Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
Let erop dat de geleiders niet te dicht en niet te ver af staan van de stapel papier.
Toestand Voorgestelde oplossing
Problemen met de afdrukkwaliteit
126
6. Problemen oplossen
Gekruld of gegolfd Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Papier kan krullen als de temperatuur of de
vochtigheid te hoog is.
Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook het papier in de lade 180° te draaien en/of het papier
te vervangen.
Vouwen of kreuken Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook het papier in de lade 180° te draaien en/of het papier
te vervangen.
Achterkant van
afdrukken is vuil
Mogelijk lekt een tonercassette. Reinig de binnenkant van het apparaat.
Toestand Voorgestelde oplossing
Problemen met de afdrukkwaliteit
127
6. Problemen oplossen
Volledig gekleurde of
zwarte pagina’s
Mogelijk is de beeldeenheid niet goed geplaatst. Verwijder de beeldeenheid en plaats deze opnieuw.
De beeldeenheid is mogelijk defect. Verwijder de beeldeenheid en plaats een nieuwe.
Het apparaat moet mogelijk worden gerepareerd. Neem contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Losse toner Reinig de binnenkant van het apparaat.
Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
Verwijder de beeldeenheid en plaats vervolgens een nieuwe.
Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat mogelijk worden hersteld. Neem contact op met een
medewerker van de klantenservice.
Openingen in tekens Letters worden onvolledig afgedrukt omdat er witte plekken verschijnen op plaatsen die zwart zouden
moeten zijn:
Als dit probleem optreedt bij transparanten, probeert u een ander soort transparant. Als gevolg van de
samenstelling van de transparanten kunnen onvolledige tekens voorkomen.
Misschien drukt u af op de verkeerde kant van het papier. Verwijder het papier en draai het om.
Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties.
Toestand Voorgestelde oplossing
A
Problemen met de afdrukkwaliteit
128
6. Problemen oplossen
Horizontale strepen Controleer bij horizontale zwarte strepen of vegen het volgende:
Mogelijk is de beeldeenheid niet goed geplaatst. Verwijder de beeldeenheid en plaats deze opnieuw.
De beeldeenheid is mogelijk defect. Verwijder de beeldeenheid en plaats een nieuwe.
Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat waarschijnlijk worden hersteld. Neem contact op met
een medewerker van de klantenservice.
Krullen Als het afgedrukte papier opkrult of als het papier niet wordt ingevoerd, doet u het volgende:
Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook het papier in de lade 180° te draaien en/of het papier
te vervangen.
Wijzig de papierinstelling op de printer en probeer het opnieuw. Ga naar de Voorkeursinstellingen voor
afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het type in op Dun papier.
Op enkele vellen
verschijnt
herhaaldelijk een
onbekende afbeelding.
Losse toner
Vage afdruk of
vervuiling
Uw apparaat wordt mogelijk gebruikt op een hoogte van 1.000 m of hoger. Een dergelijke hoogte kan de
afdrukkwaliteit beïnvloeden (bijv. losse toner of een vage afdruk). Stel uw apparaat in op de juiste hoogte
(zie "Aanpassing aan luchtdruk of hoogte" op pagina 75).
Toestand Voorgestelde oplossing
129
6. Problemen oplossen
Problemen met het besturingssysteem
1
Algemene Windows-problemen
Raadpleeg de gebruikershandleiding van het besturingssysteem van Microsoft Windows dat met uw computer is meegeleverd
voor meer informatie over foutmeldingen in Windows.
Toestand Voorgestelde oplossing
Tijdens de installatie
verschijnt het bericht
"Bestand in gebruik".
Sluit alle softwaretoepassingen af. Verwijder alle software uit de opstartgroep en start vervolgens Windows
weer op. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw.
Het bericht "Algemene
beschermingsfout",
"OE-uitzondering",
"Spool 32" of "Ongeldige
bewerking" verschijnt.
Sluit alle andere toepassingen af, start Windows opnieuw op en probeer opnieuw af te drukken.
De berichten "Kan niet
afdrukken" of "Er is een
time-outfout in de printer
opgetreden"
verschijnen.
Deze meldingen kunnen tijdens het afdrukken verschijnen. Wacht gewoon even tot het apparaat klaar is
met afdrukken. Als het bericht verschijnt als de printer klaar staat voor gebruik of nadat de afdruk is voltooid,
controleert u de aansluiting en gaat u na of er een fout is opgetreden.
Problemen met het besturingssysteem
130
6. Problemen oplossen
2
Algemene Macintosh-problemen
Toestand Voorgestelde oplossing
Het apparaat drukt het PDF-
bestand niet juist af. Sommige
delen van afbeeldingen, tekst of
illustraties ontbreken.
Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel
Afdrukken als afbeelding uit de afdrukopties van Acrobat in.
Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag.
Het document is afgedrukt, maar
de afdruktaak blijft in de wachtrij
van Mac OS X 10.3.2 staan.
Werk uw Mac OS-versie bij tot MAC OS X 10.3.3. of hoger.
Bepaalde letters worden niet
normaal weergegeven tijdens
het afdrukken van het voorblad.
Mac OS kan bij het afdrukken van het voorblad het gebruikte lettertype niet maken . Normale letters
en cijfers worden normaal weergegeven op het voorblad.
Als u op een Macintosh-
computer een document afdrukt
met Acrobat Reader 6.0 of hoger
worden de kleuren niet op de
juiste wijze afgedrukt.
Controleer of de resolutie-instelling in uw printerstuurprogramma overeenkomt met de resolutie-
instelling in Acrobat Reader.
Problemen met het besturingssysteem
131
6. Problemen oplossen
Raadpleeg de gebruikershandleiding van Macintosh die met uw computer is meegeleverd voor meer informatie over Macintosh-
foutmeldingen.
3
Algemene Linux-problemen
Toestand Voorgestelde oplossing
Het apparaat drukt niet
af.
Controleer of het printerstuurprogramma is geïnstalleerd. Open Unified Driver Configurator en selecteer
het tabblad Printers in Printers configuration om de lijst met beschikbare printers weer te geven.
Controleer of uw apparaat in de lijst staat. Als dit niet zo is, opent u Add new printer wizard om uw
apparaat in te stellen.
Controleer of het apparaat is ingeschakeld. Open Printers configuration en selecteer uw apparaat uit
de lijst met printers. Bekijk de omschrijving in het deelvenster Selected printer. Druk op de knop Start
als tussen de status de tekenreeks Stopped voorkomt. Hierna zou de printer weer normaal moeten
werken. De status "stopped" is mogelijk geactiveerd wanneer zich problemen met het afdrukken
voordoen.
Controleer of er speciale afdrukopties zijn ingesteld voor de toepassing, zoals "-oraw". Als de parameter
"-oraw" is opgegeven in de opdrachtregel verwijdert u deze om het afdrukprobleem op te lossen. Voor
Gimp front-end kiest u “print” -> “Setup printer” en bewerkt u de opdrachtregelparameter in de
menuoptie.
Problemen met het besturingssysteem
132
6. Problemen oplossen
Raadpleeg de gebruikershandleiding van Linux die bij uw computer werd geleverd voor meer informatie over Linux-
foutberichten.
Het apparaat drukt geen
volledige pagina’s af.
Slechts de helft van de
pagina wordt afgedrukt.
Dit is een bekend probleem dat zich voordoet bij gebruik van een kleurenprinter met versie 8.51 of een
oudere versie van Ghostscript, 64-bits Linux OS. Dit probleem is bij bugs.ghostscript.com gemeld als
Ghostscript Bug 688252. Het probleem is opgelost in AFPL Ghostscript versie 8.52 en hoger. Download
de meest recente versie van AFPL Ghostscript van http://sourceforge.net/projects/ghostscript/ en
installeer deze om dit probleem op te lossen.
Tijdens het afdrukken
van een document wordt
de foutmelding "Cannot
open port device file"
getoond.
Wijzig nooit de parameters van een afdruktaak (bijvoorbeeld met LPR GUI) terwijl er een afdruktaak wordt
uitgevoerd. Diverse versies van CUPS-server breken de afdruktaak af als de afdrukopties worden
gewijzigd en proberen vervolgens de taak vanaf het begin opnieuw uit te voeren. Aangezien Unified Linux
Driver de poort tijdens het afdrukken wordt vergrendelt, blijft deze vergrendeld door het abrupte afbreken
van het stuurprogramma zodat de poort niet beschikbaar is voor volgende afdruktaken. Als deze situatie
zich voordoet, probeert u de poort vrij te geven door Release port te selecteren in Port configuration.
Toestand Voorgestelde oplossing
Problemen met het besturingssysteem
133
6. Problemen oplossen
4
Veelvoorkomende PostScript-problemen
De volgende problemen hebben specifiek betrekking op de PS-taal en kunnen optreden als er meerdere printertalen worden gebruikt.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Het PostScript-bestand
kan niet worden
afgedrukt.
Mogelijk is het PostScript-
stuurprogramma niet correct
geïnstalleerd.
Installeer het PostScript-stuurprogramma (zie "Installatie van
de software" op pagina 4).
Druk een configuratiepagina af en controleer of u kunt
afdrukken in PS.
Neem contact op met de klantenservice als het probleem zich
blijft voordoen.
Het rapport Fout
limietcontrole wordt
afgedrukt.
De afdruktaak is te complex. Maak de pagina minder complex of breid het geheugen uit.
Er wordt een PostScript-
foutenpagina afgedrukt.
De afdruktaak is mogelijk geen
PostScript-taak.
Controleer of de afdruktaak een PostScript-taak is. Controleer of
de softwaretoepassing verwacht dat er een installatiebestand of
PostScript-headerbestand naar het apparaat wordt gestuurd.
De optionele lade is niet
geselecteerd in het
stuurprogramma.
Het printerstuurprogramma is niet
geconfigureerd om de optionele lade te
herkennen.
Open de eigenschappen van het PostScript-stuurprogramma,
selecteer het tabblad Apparaatopties en stel de ladeoptie in.
134
Contact SAMSUNG worldwide
If you have any comments or questions regarding Samsung
products, contact the Samsung customer care center.
Country/Region Customer Care Center
Web Site
ALBANIA 42 27 5755
ARGENTINE 0800-333-3733
www.samsung.com
ARMENIA 0-800-05-555
AUSTRALIA 1300 362 603
www.samsung.com
AUSTRIA
0810-SAMSUNG
(7267864, € 0.07/min)
www.samsung.com
AZERBAIJAN 088-55-55-555
BAHRAIN 8000-4726
www.samsung.com
BELARUS 810-800-500-55-500
BELGIUM
02-201-24-18
www.samsung.com
/be (Dutch)
www.samsung.com
/be_fr (French)
BOSNIA 05 133 1999
BRAZIL
0800-124-421
4004-0000
www.samsung.com
BULGARIA 07001 33 11
www.samsung.com
CANADA
1-800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
CHILE
800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
CHINA 400-810-5858
www.samsung.com
COLOMBIA 01-8000112112
www.samsung.com
COSTA RICA 0-800-507-7267
www.samsung.com
CROATIA
062 SAMSUNG (062 726
7864)
www.samsung.com
CZECH
REPUBLIC
800-SAMSUNG (800-
726786)
www.samsung.com
Samsung Zrt., česká organizační složka,
Oasis Florenc, Sokolovská394/17, 180 00,
Praha 8
DENMARK 70 70 19 70
www.samsung.com
DOMINICA 1-800-751-2676
www.samsung.com
ECUADOR 1-800-10-7267
www.samsung.com
EGYPT 0800-726786
www.samsung.com
EIRE 0818 717100
www.samsung.com
EL SALVADOR 800-6225
www.samsung.com
Country/Region Customer Care Center
Web Site
Contact SAMSUNG worldwide
135
ESTONIA 800-7267
www.samsung.com
FINLAND 030-6227 515
www.samsung.com
FRANCE 01 48 63 00 00
www.samsung.com
GERMANY
01805 - SAMSUNG (726-
7864 € 0,14/min)
www.samsung.com
GEORGIA 8-800-555-555
GREECE
IT and Mobile : 80111-
SAMSUNG (80111
7267864) from land line,
local charge/ from
mobile, 210 6897691
Cameras, Camcorders,
Televisions and
Household
AppliancesFrom mobile
and fixed 2106293100
www.samsung.com
GUATEMALA 1-800-299-0013
www.samsung.com
HONDURAS 800-27919267
www.samsung.com
HONG KONG
(852) 3698-4698
www.samsung.com
/hk
www.samsung.com
/hk_en/
Country/Region Customer Care Center
Web Site
HUNGARY
06-80-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
INDIA
3030 8282
1800 3000 8282
www.samsung.com
INDONESIA
0800-112-8888
021-5699-7777
www.samsung.com
IRAN 021-8255
www.samsung.com
ITALY
800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
JAMAICA 1-800-234-7267
www.samsung.com
JAPAN 0120-327-527
www.samsung.com
JORDAN 800-22273
www.samsung.com
KAZAKHSTAN
8-10-800-500-55-500
(GSM:7799)
www.samsung.com
KOSOVO +381 0113216899
KUWAIT 183-2255
www.samsung.com
KYRGYZSTAN 00-800-500-55-500
www.samsung.com
LATVIA 8000-7267
www.samsung.com
LITHUANIA 8-800-77777
www.samsung.com
Country/Region Customer Care Center
Web Site
Contact SAMSUNG worldwide
136
LUXEMBURG 261 03 710
www.samsung.com
MALAYSIA 1800-88-9999
www.samsung.com
MACEDONIA 023 207 777
MEXICO
01-800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
MOLDOVA 00-800-500-55-500
MONTENEGRO 020 405 888
MOROCCO 080 100 2255
www.samsung.com
NIGERIA
080-SAMSUNG(726-
7864)
www.samsung.com
NETHERLANDS
0900-SAMSUNG (0900-
7267864) (€ 0,10/min)
www.samsung.com
NEW ZEALAND
0800 SAMSUNG (0800
726 786)
www.samsung.com
NICARAGUA 00-1800-5077267
www.samsung.com
NORWAY 815-56 480
www.samsung.com
OMAN
800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
PANAMA 800-7267
www.samsung.com
Country/Region Customer Care Center
Web Site
PERU 0-800-777-08
www.samsung.com
PHILIPPINES
1800-10-SAMSUNG
(726-7864)
1-800-3-SAMSUNG
(726-7864)
1-800-8-SAMSUNG
(726-7864)
02-5805777
www.samsung.com
POLAND
0 801 1SAMSUNG
(172678)
022-607-93-33
www.samsung.com
PORTUGAL
80820-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
PUERTO RICO 1-800-682-3180
www.samsung.com
RUMANIA
08010 SAMSUNG
(08010 726 7864) only
from landline, local
network Romtelecom -
local tariff /021 206 01 10
for landline and mobile,
normal tariff.
www.samsung.com
RUSSIA 8-800-555-55-55
www.samsung.com
Country/Region Customer Care Center
Web Site
Contact SAMSUNG worldwide
137
SAUDI ARABIA 9200-21230
www.samsung.com
SERBIA
0700 SAMSUNG (0700
726 7864)
www.samsung.com
SINGAPORE
1800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
SLOVAKIA
0800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
SOUTH AFRICA
0860 SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
SPAIN
902-1-SAMSUNG(902
172 678)
www.samsung.com
SWEDEN
0771 726 7864
(SAMSUNG)
www.samsung.com
SWITZERLAND
0848-SAMSUNG
(7267864, CHF 0.08/
min)
www.samsung.com
/ch
www.samsung.com
/ch_fr/
TADJIKISTAN 8-10-800-500-55-500
www.samsung.com
TAIWAN 0800-329-999
www.samsung.com
THAILAND
1800-29-3232
02-689-3232
www.samsung.com
Country/Region Customer Care Center
Web Site
TRINIDAD &
TOBAGO
1-800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
TURKEY 444 77 11
www.samsung.com
U.A.E
800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
U.K
0330 SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
U.S.A
1-800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
UKRAINE
0-800-502-000
www.samsung.ua
www.samsung.com
/ua_ru
UZBEKISTAN 8-10-800-500-55-500
www.samsung.com
VENEZUELA 0-800-100-5303
www.samsung.com
VIETNAM 1 800 588 889
www.samsung.com
Country/Region Customer Care Center
Web Site
138
Verklarende woordenlijst
De onderstaande woordenlijst helpt u vertrouwd te raken
met het product en de terminologie die in deze
gebruikershandleiding wordt gebruikt en verband houdt
met afdrukken.
802.11
802.11 bevat een reeks standaarden voor draadloze-
netwerkcommunicatie (WLAN) ontwikkeld door het IEEE LAN/
MAN-Standards Committee (IEEE 802).
802.11b/g/n
802.11b/g/n kan dezelfde hardware delen over een bandbreedte
van 2,4 GHz. 802.11b ondersteunt een bandbreedte tot
maximaal 11 Mbps, 802.11n ondersteunt een bandbreedte tot
150 Mbps. 802.11b/g/n-apparaten kunnen interferentie
ondervinden van magnetrons, draadloze telefoons en Bluetooth-
apparaten.
Toegangspunt
Een toegangspunt of draadloos toegangspunt (AP of WAP) is
een apparaat dat draadlozecommunicatieapparaten verbindt in
een draadloos netwerk (WLAN) en dienst doet als een centrale
zender en ontvanger van WLAN-radiosignalen.
ADF
De automatische documentinvoer (ADF) is een mechanisme dat
automatisch een origineel vel papier invoert zodat het apparaat
een gedeelte van het papier in één keer kan scannen.
AppleTalk
AppleTalk is een octrooirechtelijk beschermde suite van door
Apple Inc ontwikkelde protocollen voor computernetwerken.
Deze suite was opgenomen in de oorspronkelijke Macintosh
(1984) en wordt nu door Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken.
Verklarende woordenlijst
139
Bitdiepte
Een grafische computerterm die beschrijft hoeveel bits er nodig
zijn om de kleur van één pixel in een bitmapafbeelding te
vertegenwoordigen. Een hogere kleurdiepte geeft een breder
scala van te onderscheiden kleuren. Naarmate het aantal bits
toeneemt, wordt het aantal mogelijke kleuren te groot voor een
kleurtabel. Een 1-bits kleur wordt doorgaans monochroom of
zwart-wit genoemd.
BMP
Een grafische bitmapindeling die intern wordt gebruikt door het
grafische subsysteem van Microsoft Windows (GDI) en
algemeen wordt gebruikt als een eenvoudige grafische
bestandsindeling op dat platform.
BOOTP
Bootstrap-protocol. Een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door
een netwerkclient om automatisch het IP-adres op te halen. Dit
gebeurt doorgaans in het bootstrapproces van computers of de
daarop uitgevoerde besturingssystemen. De BOOTP-servers
wijzen aan iedere client een IP-adres toe uit een pool van
adressen. Met BOOTP kunnen computers met een "schijfloos
werkstation" een IP-adres ophalen voordat een geavanceerd
besturingssysteem wordt geladen.
CCD
CCD (Charge Coupled Device) is hardware die de scantaak
mogelijk maakt. Het CCD-vergrendelingsmechanisme wordt ook
gebruikt om de CCD-module te blokkeren en schade te
voorkomen wanneer u het apparaat verplaatst.
Sorteren
Sorteren is een proces waarbij een kopieertaak bestaande uit
meerdere exemplaren in sets wordt afgedrukt. Wanneer de optie
Sorteren is ingeschakeld, wordt eerst een volledige set afgedrukt
voordat de overige kopieën worden gemaakt.
Configuratiescherm
Een bedieningspaneel is het platte, doorgaans verticale,
gedeelte waarop de bedienings- of controle-instrumenten
worden weergegeven. Deze bevinden zich doorgaans aan de
voorzijde van het apparaat.
Verklarende woordenlijst
140
Dekkingsgraad
Dit is de afdrukterm die wordt gebruikt om het tonergebruik bij
het afdrukken te meten. Een dekkingsgraad van 5% betekent
bijvoorbeeld dat een vel A4-papier 5% aan afbeeldingen of tekst
bevat. Dus als het papier of origineel ingewikkelde afbeeldingen
of veel tekst bevat, is de dekkingsgraad en daarmee het
tonergebruik hoger.
CSV
Kommagescheiden waarden (CSV). CSV is een type
bestandsindeling. CSV wordt gebruikt om gegevens uit te
wisselen tussen verschillende toepassingen. Deze
bestandsindeling wordt in Microsoft Excel gebruikt en is min of
meer de norm geworden in de IT-sector, ook op niet-
Microsoftplatformen.
DADF
De dubbelzijdige automatische documentinvoer (DADF) is een
scanmechanisme waarmee een origineel automatisch wordt
ingevoerd en omgedraaid, zodat het apparaat beide zijden van
het papier kan inscannen.
Standaard
De waarde of instelling die van kracht is wanneer de printer uit
de verpakking wordt gehaald, opnieuw wordt ingesteld of wordt
geïnitialiseerd.
DHCP
Een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) is een client/
servernetwerkprotocol. Een DHCP-server stuurt
configuratieparameters naar de DHCP-clienthost die deze
gegevens opvraagt om deel te kunnen uitmaken van een IP-
netwerk. DHCP biedt ook een mechanisme voor de toewijzing
van IP-adressen aan clienthosts.
DIMM
De DIMM (Dual In-line Memory Module) is een kleine printplaat
met geheugen. DIMM slaat alle gegevens in het apparaat op,
zoals afdrukgegevens of ontvangen faxgegevens.
DLNA
DLNA (Digital Living Network Alliance) is een standaard
waarmee apparaten in een thuisnetwerk gegevens met elkaar
kunnen uitwisselen via het netwerk.
Verklarende woordenlijst
141
DNS
DNS (Domain Name Server) is een systeem dat
domeinnaaminformatie opslaat in een gedistribueerde database
op netwerken, zoals het internet.
Matrixprinter
Een matrixprinter is een printer met een printerkop die heen en
weer loopt over de pagina en afdrukt door middel van aanslagen,
waarbij een van inkt voorzien lint tegen het papier wordt
geslagen, zoals bij een typemachine.
DPI
DPI (Dots Per Inch) is een maateenheid voor resolutie die wordt
gebruikt voor scannen en afdrukken. Over het algemeen leidt
een hogere DPI tot een hogere resolutie, meer zichtbare details
in de afbeelding en een groter bestandsformaat.
DRPD
Distinctieve belpatroondetectie. Distinctieve belpatroondetectie
is een dienst van de telefoonmaatschappij waarmee een
gebruiker met een enkele telefoonlijn oproepen naar
verschillende telefoonnummers kan ontvangen.
Duplex
Een mechanisme dat een vel papier automatisch omkeert zodat
het apparaat beide zijden van het vel kan bedrukken (of
scannen). Een printer met een duplexeenheid kan afdrukken op
beide zijden van een vel papier tijdens één printcyclus.
Afdrukvolume
Het afdrukvolume bestaat uit de hoeveelheid afgedrukte
pagina’s per maand die de printerprestaties niet beïnvloedt.
Doorgaans heeft de printer een beperkte levensduur, zoals een
bepaald aantal pagina’s per jaar. De levensduur duidt de
gemiddelde afdrukcapaciteit aan, meestal binnen de
garantieperiode. Als het afdrukvolume bijvoorbeeld 48 000
pagina’s per maand (20 werkdagen) bedraagt, beperkt de printer
het aantal pagina’s tot 2 400 per dag.
ECM
Foutcorrectiemodus (ECM) is een optionele verzendmodus voor
foutcorrectie die is opgenomen in faxapparaten of faxmodems
van Klasse 1. Hiermee worden fouten tijdens de verzending van
faxen, die soms worden veroorzaakt door ruis op de telefoonlijn,
automatisch opgespoord en gecorrigeerd.
Verklarende woordenlijst
142
Emulatie
Emulatie is een techniek waarbij met één apparaat dezelfde
resultaten worden behaald als met een ander.
Een emulator kopieert de functies van één systeem naar een
ander systeem, zodat het tweede systeem zich als het eerste
gedraagt. Emulatie is gericht op de exacte reproductie van
extern gedrag, in tegenstelling tot simulatie; dit houdt verband
met een abstract model van het systeem dat wordt gesimuleerd,
vaak met betrekking tot de interne staat.
Ethernet
Ethernet is een op frames gebaseerde
computernetwerktechnologie voor LAN’s. Hiermee worden de
bedrading en de signalen gedefinieerd voor de fysieke laag en
frameformaten en protocollen voor de MAC/
gegevenskoppelingslaag van het OSI-model. Ethernet wordt
meestal gestandaardiseerd als IEEE 802.3. Het is sedert de
jaren ’90 van afgelopen eeuw de meest gebruikte LAN-
technologie.
EtherTalk
Een protocolsuite die Apple Computer ontwikkelde voor
computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de
oorspronkelijke Macintosh (1984) en wordt nu door Apple
ingezet voor TCP/IP-netwerken.
FDI
Interface extern apparaat (FDI) is een kaart die in het apparaat
is geïnstalleerd zodat andere apparaten van derden,
bijvoorbeeld een muntautomaat of een kaartlezer, kunnen
worden aangesloten. Met deze apparaten kunt u laten betalen
voor afdrukservices die worden uitgevoerd met uw apparaat.
FTP
Protocol voor bestandsuitwisseling (FTP) is een algemeen
gebruikt protocol voor de uitwisseling van bestanden via een
willekeurig netwerk dat het TCP/IP-protocol ondersteunt (zoals
internet of een intranet).
Verklarende woordenlijst
143
Fixeereenheid
Het onderdeel van een laserprinter dat de toner op het
afdrukmateriaal fixeert. De eenheid bestaat uit een rol die het
papier verwarmt en een rol die druk uitoefent. Nadat toner op het
papier is aangebracht, maakt de fixeereenheid gebruik van hitte
en druk om ervoor te zorgen dat de toner aan het papier hecht.
Dat verklaart ook waarom het papier warm is als het uit een
laserprinter komt.
Gateway
Een verbinding tussen computernetwerken of tussen
computernetwerken en een telefoonlijn. Gateways worden veel
gebruikt omdat het computers of netwerken zijn die toegang
bieden tot andere computers of netwerken.
Grijswaarden
Grijstinten die de lichte en donkere delen van een afbeelding
weergeven worden omgezet in grijswaarden; kleuren worden
door verschillende grijstinten weergegeven.
Halftoon
Een type afbeelding dat grijswaarden simuleert door het aantal
punten te variëren. Kleurrijke gebieden bestaan uit een groot
aantal punten, terwijl lichtere gebieden uit een kleiner aantal
punten bestaan.
Massaopslagapparaat
Een massaopslagapparaat, doorgaans een harde of vaste schijf
genoemd, is een niet-vluchtig opslagapparaat dat digitaal
gecodeerde gegevens opslaat op snel draaiende platen met een
magnetisch oppervlak.
IEEE
Het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers) is
een internationale professionele non-profitorganisatie voor de
bevordering van elektrische technologie.
IEEE 1284
De 1284-norm voor de parallelle poort is ontwikkeld door het
IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers). De term
"1284-B" verwijst naar een bepaald type connector aan het
uiteinde van de parallelle kabel die kan worden aangesloten op
het randapparaat (bijvoorbeeld een printer).
Verklarende woordenlijst
144
Intranet
Een besloten netwerk dat gebruikmaakt van internetprotocollen,
netwerkconnectiviteit en eventueel het openbaar
telecommunicatiesysteem om werknemers op een veilige
manier bedrijfsgegevens te laten uitwisselen of verrichtingen te
laten uitvoeren. De term kan nu en dan ook enkel verwijzen naar
de meest zichtbare dienst, de interne website.
IP-adres
Een Internet Protocol-adres (IP-adres) is een uniek nummer dat
apparaten gebruiken om elkaar te identificeren en informatie uit
te wisselen in een netwerk met behulp van de Internet Protocol-
standaard.
IPM
IPM (Afbeeldingen per minuut) is een eenheid waarmee de
snelheid van een printer wordt gemeten. Het IPM-cijfer geeft het
aantal vellen papier aan dat een printer binnen één minuut
eenzijdig kan bedrukken.
IPP
IPP (Internet Printing Protocol) is een standaardprotocol voor
zowel afdrukken als het beheren van afdruktaken,
mediaformaat, resolutie, enzovoort. IPP kan lokaal of via het
internet voor honderden printers worden gebruikt en ondersteunt
tevens toegangsbeheer, verificatie en codering, waardoor het
een veel effectievere en veiligere afdrukoplossing is dan eerdere
oplossingen.
IPX/SPX
IPX/SPX staat voor Internet Packet Exchange/Sequenced
Packet Exchange. Het is een netwerkprotocol dat wordt gebruikt
door de besturingssystemen van Novell NetWare. IPX en SPX
bieden beide verbindingsservices aan die vergelijkbaar zijn met
TCP/IP, waarbij het IPX-protocol vergelijkbaar is met IP en SPX
vergelijkbaar is met TCP. IPX/SPX was in eerste instantie
bedoeld voor LAN’s (lokale netwerken) en is een bijzonder
efficiënt protocol voor dit doel (doorgaans overtreffen de
prestaties die van TCP/IP in een LAN).
Verklarende woordenlijst
145
ISO
De Internationale organisatie voor standaardisatie (ISO) is een
internationale organisatie die normen vastlegt en samengesteld
is uit vertegenwoordigers van nationale
standaardiseringsorganisaties. De ISO produceert wereldwijd
industriële en commerciële normen.
ITU-T
De Internationale Telecommunicatie Unie is een internationale
organisatie die is opgericht voor de standaardisering en
regulering van internationale radio- en telecommunicatie. De
belangrijkste taken omvatten standaardisering, de toewijzing
van het radiospectrum en de organisatie van onderlinge
verbindingen tussen verschillende landen waarmee
internationale telefoongesprekken mogelijk worden gemaakt. De
-T in ITU-T duidt op telecommunicatie.
ITU-T No. 1 chart
Gestandaardiseerd testdiagram dat is gepubliceerd door ITU-T
voor het verzenden van faxdocumenten.
JBIG
JBIG (Joint Bi-level Image Experts Group) is een norm voor de
compressie van afbeeldingen zonder verlies van
nauwkeurigheid of kwaliteit, die ontworpen is voor de
compressie van binaire afbeeldingen, in het bijzonder voor
faxen, maar ook voor andere afbeeldingen.
JPEG
JPEG (Joint Photographic Experts Group) is de meest gebruikte
standaardcompressiemethode voor foto’s. Deze indeling wordt
gebruikt voor het opslaan en verzenden van foto’s over het
internet.
LDAP
LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) is een
netwerkprotocol voor het zoeken in en aanpassen van
directoryservices via TCP/IP.
LED
Een LED (Light-Emitting Diode) is een halfgeleider die de status
van een apparaat aangeeft.
Verklarende woordenlijst
146
LSU
Een LSU is een laserscaneenheid die met elektrisch potentiaal
beelden vormt op de OPC-drum door een laserstraal te richten
vanaf de draaiende polygoonspiegel door de lens.
MAC-adres
Het MAC-adres (Media Access Control) is een uniek adres dat
aan een netwerkadapter is gekoppeld. Het MAC-adres is een
unieke naam van 48 bits die gewoonlijk wordt genoteerd als 12
hexadecimale tekens die telkens per twee worden gegroepeerd
(bijvoorbeeld 00-00-0c-34-11-4e). Dit adres wordt doorgaans
door de fabrikant in een netwerkinterfacekaart (NIC)
geprogrammeerd en gebruikt als een hulpmiddel aan de hand
waarvan routers apparaten kunnen vinden in grote netwerken.
MFP
Een MFP (Multi Function Peripheral) is een kantoorapparaat dat
verschillende functies in één fysieke behuizing combineert,
bijvoorbeeld een printer, kopieerapparaat, faxapparaat en
scanner.
MH
MH (Modified Huffman) is een compressiemethode voor het
beperken van de hoeveelheid gegevens die tussen
faxapparaten worden verzonden om een afbeelding te
versturen. MH wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MH is een op
een codeboek gebaseerd lengtecoderingsschema dat
geoptimaliseerd werd om op een doeltreffende wijze witruimtes
te comprimeren. Aangezien de meeste faxen voornamelijk uit
witruimte bestaan, kan hiermee de verzendtijd van de meeste
faxen tot een minimum worden teruggebracht.
MMR
MMR (Modified Modified READ) is een compressiemethode die
wordt aanbevolen door ITU-T T.6.
Modem
Een apparaat dat een draaggolfsignaal moduleert om digitale
informatie te coderen en een dergelijk signaal demoduleert om
de verzonden informatie te decoderen.
Verklarende woordenlijst
147
MR
MR (Modified READ) is een compressiemethode die wordt
aanbevolen door ITU-T T.4. MR codeert de eerst gescande lijn
met behulp van MH. De volgende regel wordt vergeleken met de
eerste, het verschil wordt vastgesteld en vervolgens worden de
verschillen gecodeerd en verzonden.
NetWare
Een netwerkbesturingssysteem dat is ontwikkeld door Novell,
Inc. Aanvankelijk maakte dit systeem gebruik van coöperatieve
multi-tasking om verschillende services op een pc te kunnen
uitvoeren en waren de netwerkprotocollen gebaseerd op de
klassieke Xerox XNS-stack. Tegenwoordig ondersteunt
NetWare zowel TCP/IP als IPX/SPX.
OPC
Organische fotogeleider (OPC) is een mechanisme dat een
virtuele afbeelding maakt om af te drukken met behulp van een
laserstraal uit een laserprinter. Het is meestal groen of grijs en
cilindervormig.
Indien een beeldeenheid een drum bevat, wordt het oppervlak
van de drum op den duur aangetast door het gebruik in de
printer. De drum moet dan ook regelmatig worden vervangen,
omdat deze slijt door het contact met de ontwikkelborstel van de
cassette, het reinigingsmechanisme en het papier.
Originelen
Het eerste exemplaar van bijvoorbeeld een document, foto of
tekst, dat wordt gekopieerd, gereproduceerd of omgezet om
volgende exemplaren te verkrijgen, maar dat zelf niet van iets
anders is gekopieerd of afgeleid.
OSI
OSI (Open Systems Interconnection) is een communicatiemodel
dat is ontwikkeld door de ISO (International Organization for
Standardization). OSI biedt een standaard modulaire
benadering van netwerkontwerp waarmee de vereiste set
complexe functies wordt opgesplitst in hanteerbare, op zichzelf
staande, functionele lagen. De lagen zijn van boven naar onder:
applicatie, presentatie, sessie, transport, netwerk,
gegevenskoppeling en fysiek.
Verklarende woordenlijst
148
PABX
PABX (Private Automatic Branch Exchange) is een automatisch
telefoonschakelsysteem in een besloten onderneming.
PCL
Printeropdrachttaal (PCL) is een paginabeschrijvingstaal (PDL)
die ontwikkeld is door HP als printerprotocol en inmiddels is
uitgegroeid tot een norm in de branche. PCL werd aanvankelijk
ontwikkeld voor de eerste inkjetprinters en is in verschillende
versies verschenen voor thermische printers, matrix- en
laserprinters.
PDF
PDF (Portable Document Format) is een door Adobe Systems
ontwikkelde bestandsindeling voor het weergeven van
tweedimensionale documenten in een apparaat- en
resolutieonafhankelijke indeling.
PostScript
PS (PostScript) is een paginabeschrijvings- en programmeertaal
die voornamelijk gebruikt wordt voor e-publishing en desktop
publishing. - die in een interpreter wordt uitgevoerd om een
afbeelding te produceren.
Printerstuurprogramma
Een programma dat wordt gebruikt om opdrachten te verzenden
en gegevens over te brengen van de computer naar de printer.
Afdrukmedia
Het materiaal, zoals papier, enveloppen, etiketten en
transparanten, dat in een printer, scanner, fax of
kopieerapparaat kan worden gebruikt.
PPM
Pagina’s per minuut (PPM) is een methode voor het meten van
de snelheid van een printer en verwijst naar het aantal pagina’s
dat een printer in één minuut kan afdrukken.
PRN-bestand
Een interface voor een apparaatstuurprogramma waarlangs
software kan communiceren met het apparaatstuurprogramma
via standaard invoer-/uitvoeraanroepen, waardoor veel taken
worden vereenvoudigd.
Verklarende woordenlijst
149
Protocol
Een conventie of standaard die de verbinding, communicatie en
het gegevensverkeer tussen twee computers inschakelt of
controleert.
PS
Zie PostScript.
PSTN
Openbaar telefoonnet (PSTN) is het netwerk van openbare
circuitgeschakelde telefoonnetwerken wereldwijd dat in een
bedrijfsomgeving doorgaans via een schakelbord wordt
gerouteerd.
RADIUS
RADIUS (Remote Authentication Dial In User Service) is een
protocol voor gebruikersidentificatie en accounting op afstand.
RADIUS laat toe om verificatiegegevens zoals gebruikersnamen
en wachtwoorden met behulp van een AAA-concept
(authentication, authorization en accounting) voor het beheer
van de netwerktoegang.
Resolutie
De scherpte van een afbeelding, gemeten in dpi (punten per
inch). Hoe hoger de dpi, hoe hoger de resolutie.
SMB
SMB (Server Message Block) is een netwerkprotocol dat
hoofdzakelijk wordt toegepast op gedeelde bestanden, printers,
seriële poorten en diverse verbindingen tussen de knooppunten
in een netwerk. Het biedt tevens een geverifieerd
communicatiemechanisme voor processen onderling.
SMTP
SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) is de standaard voor e-
mailverkeer over het internet. SMTP is een relatief eenvoudig op
tekst gebaseerd protocol waarbij één of meer ontvangers van
een bericht worden aangegeven, waarna de berichttekst wordt
verzonden. Het is een client-serverprotocol, waarbij de client een
e-mailbericht verzendt naar de server.
Verklarende woordenlijst
150
SSID
SSID (Service Set Identifier) is een benaming van een draadloos
netwerk (WLAN). Alle draadloze apparaten in een draadloos
netwerk gebruiken dezelfde SSID om met elkaar te
communiceren. De SSID’s zijn hoofdlettergevoelig en kunnen tot
32 tekens lang zijn.
Subnetmasker
Het subnetmasker wordt gebruikt in samenhang met het
netwerkadres om te bepalen welk deel van het adres het
netwerkadres is en welk deel het hostadres.
TCP/IP
TCP (Transmission Control Protocol) en IP (Internet Protocol):
de set communicatieprotocollen die de protocolstack
implementeren waarop het internet en de meeste commerciële
netwerken draaien.
TCR
Verzendrapport (TCR) geeft de details van elke verzending
weer, zoals de taakstatus, het verzendresultaat en het aantal
verzonden pagina’s. Er kan worden ingesteld dat dit rapport na
elke taak of alleen na een mislukte verzending wordt afgedrukt.
TIFF
TIFF (Tagged Image File Format) is een bestandsindeling voor
bitmapafbeeldingen met een variabele resolutie. TIFF beschrijft
de afbeeldingsgegevens die doorgaans afkomstig zijn van de
scanner. TIFF-afbeeldingen maken gebruik van tags:
trefwoorden die de kenmerken definiëren van de in het bestand
opgenomen afbeelding. Deze flexibele en
platformonafhankelijke indeling kan worden gebruikt voor
illustraties die met diverse beeldverwerkingstoepassingen zijn
gemaakt.
Tonercassette
Een soort fles of container die in apparaten zoals printers wordt
gebruikt en die toner bevat. Toner is een poeder dat in
laserprinters en kopieerapparaten wordt gebruikt voor het
vormen van tekst en afbeeldingen op afdrukpapier. Toner wordt
gefixeerd door een combinatie van hitte en druk vanuit de
fixeereenheid, waardoor het zich aan de vezels in het papier
gaat hechten.
Verklarende woordenlijst
151
TWAIN
Een standaard voor scanners en software. Als een TWAIN-
compatibele scanner wordt gebruikt met een TWAIN-compatibel
programma, kan een scan worden gestart vanuit het
programma; dit een API voor het vastleggen van afbeeldingen
voor de besturingssystemen van Microsoft Windows en Apple
Macintosh.
UNC-pad
UNC (Uniform Naming Convention) is een standaardmanier om
gedeelde netwerkbronnen te benaderen in Windows NT en
andere Microsoft-producten. De notatie van een UNC-pad is:
\\<servernaam>\<naam_gedeelde_bron>\<aanvullende map>
URL
URL (Uniform Resource Locator) is het internationale adres van
documenten en informatiebronnen op internet. Het eerste deel
van het adres geeft aan welk protocol moet worden gebruikt en
het tweede deel geeft het IP-adres of de domeinnaam aan waar
de informatiebron zich bevindt.
USB
USB (Universal Serial Bus) is een door het USB Implementers
Forum, Inc. ontwikkelde standaard om computers en
randapparatuur met elkaar te verbinden. In tegenstelling tot de
parallelle poort is USB ontworpen om een enkele computer-
USB-poort tegelijkertijd met meerdere randapparaten te
verbinden.
Watermerk
Een watermerk is een herkenbare afbeelding of patroon dat
helderder oplicht wanneer het voor een lichtbron wordt
gehouden. Watermerken werden voor het eerst in 1282 in het
Italiaanse Bologna gebruikt door papiermakers om hun product
te merken. Ze werden ook toegepast in postzegels, papiergeld
en andere officiële documenten om fraude te voorkomen.
WEP
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat
gespecificeerd wordt in IEEE 802.11 om eenzelfde
beveiligingsniveau als een bedraad LAN te garanderen. WEP
beveiligt gegevens door deze via radiogolven te coderen, zodat
ze veilig van het ene punt naar het andere kunnen worden
verzonden.
Verklarende woordenlijst
152
WIA
WIA (Windows Imaging Architecture) is een
beeldverwerkingsarchitectuur die oorspronkelijk werd gebruikt in
Windows Me en Windows XP. Een scan kan vanuit deze
besturingssystemen worden gestart door middel van een WIA-
compatibele scanner.
WPA
WPA (Wi-Fi Protected Access) is een klasse van systemen voor
de beveiliging van draadloze (Wi-Fi) computernetwerken die
ontwikkeld werd voor een betere beveiliging van WEP.
WPA-PSK
WPA-PSK (vooraf gedeelde WPA-sleutel) is een speciale WPA-
modus voor kleine ondernemingen en thuisgebruikers. Een
gedeelde sleutel of een gedeeld wachtwoord wordt
geconfigureerd in het draadloze toegangspunt (WAP) en
draadloze laptop- of desktopapparaten. WPA-PSK genereert
een unieke sleutel voor elke sessie tussen een draadloze client
en de daarmee geassocieerde WAP voor een betere veiligheid.
WPS
WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een standaard voor het tot stand
brengen van een draadloos thuisnetwerk. Als uw draadloze
toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u de draadloze
netwerkverbinding gemakkelijk configureren zonder computer.
XPS
XML-papierspecificatie (XPS) is een specificatie voor een
paginabeschrijvingstaal (PDL) en een nieuw uitwisselbaar
documentformaat dat door Microsoft is ontwikkeld. Dit
vectorgebaseerd apparaatonafhankelijk documentformaat is
gebaseerd op XML en op een nieuw afdrukpad.
153
Index
A
afdrukken
afdrukken naar een bestand 79
de standaardafdrukinstellingen wijzigen
77
dubbelzijdig afdrukken
Macintosh
92
het hulpprogramma Direct afdrukken
gebruiken
88
Linux
93
Macintosh
91
meerdere paginas afdrukken op één vel
papier
Macintosh
91
UNIX
96
afdrukresolutie instellen
Linux 93
apparaatgegevens 62
B
benodigdheden
geschatte gebruiksduur van
tonercassette
100
D
De 76
draadloos
adhocmodus 33
bedieningspaneel
33
computer
34
Infrastructuurmodus
33
installatie
33
USBkabel
40
WPS
verbinding verbreken
35, 36
WPS De printer heeft geen display
PBC
37
PIN
37
draadloos netwerk
netwerkkabel 54
E
een document afdrukken
Linux 93
Macintosh
91
UNIX
96
F
functies
functies van het apparaat 61
G
general settings 66
H
het programma SetIP 14, 55
hulpprogramma Direct afdrukken 88
I
info
apparaatstatus 62
L
layout 63
lettertypeinstellingen 76
Linux
afdrukken 93
algemene Linuxproblemen
131
besturingsbestand opnieuw installeren
voor een via een USBkabel verbonden
apparaat
10
installatie van het stuurprogramma voor
het verbonden netwerk
26
printereigenschappen
94
SetIP gebruiken
16
stuurprogramma van een met een
USBkabel verbonden apparaat installeren
Index
154
8
unified driver configurator
111
M
Macintosh
afdrukken 91
besturingsbestand opnieuw installeren
voor een via een USBkabel verbonden
apparaat
7
help gebruiken
92
installatie van het stuurprogramma voor
het verbonden netwerk
24
SetIP gebruiken
15
stuurprogramma van een met een
USBkabel verbonden apparaat installeren
5
veelvoorkomende problemen onder
Macintosh
130
Meerdere paginas op één vel afdrukken
nup
Macintosh 91
menuoverzicht 62
N
netwerk
algemene instelling 70
het programma SetIP
14, 15, 16, 55
introductie van netwerkprogrammas
12
IPv6configuratie
30
stuurprogrammainstallatie
Linux
26
Macintosh
24
UNIX
27
Windows
17
O
overlay afdrukken
afdrukken 85
maken
85
verwijderen
86
P
papier 64
plaatsing van het apparaat
aanpassing aan de hoogte 75
PostScriptstuurprogramma
problemen oplossen 133
Printerstatus
algemene informatie 108, 109
printervoorkeursinstellingen
Linux 94
problemen
afdrukproblemen 117
problemen met betrekking tot netvoeding
116
problemen met de afdrukkwaliteit
121
problemen met papierinvoer
115
S
service contact numbers 134
speciale afdrukfuncties 74
stuurprogrammainstallatie
Unix 27
SyncThru Web Service
algemene informatie 102
T
tonercassette
geschatte gebruiksduur 100
instructies voor het hanteren van
cassettes
99
nietoriginele Samsung en bijgevulde
cassettes
100
opslaan
99
U
UNIX
afdrukken 96
installatie van het stuurprogramma voor
Index
155
het verbonden netwerk 27
USBkabel
besturingsbestand opnieuw installeren 7,
10
stuurprogrammainstallatie
5, 8
V
verbruiksartikelen
apparaatgegevens 62
verklarende woordenlijst 138
W
watermerk
bewerken 83
maken
83
verwijderen
84
Windows
installatie van het stuurprogramma voor
het verbonden netwerk
17
SetIP gebruiken
14, 55
veelvoorkomende problemen onder
Windows
129

Documenttranscriptie

ML-451x Series ML-501x Series Gebruikershandleiding Basis imagine the possibilities Deze handleiding geeft informatie met betrekking tot de installatie, normaal gebruik en het oplossen van problemen in Windows. Inhoud    1. Inleiding 2 3. Onderhoud 5 Belangrijkste voordelen 55 Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 7 Functies per model 56 Beschikbare verbruiksartikelen 8 Nuttig om te weten 57 Beschikbare accessoires 9 Informatie over deze gebruikershandleiding 59 Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 10 Veiligheidsinformatie 60 Toner herverdelen 16 Apparaatoverzicht 62 De tonercassette vervangen 19 Overzicht van het bedieningspaneel 64 De beeldeenheid vervangen 21 Het apparaat inschakelen 66 Een geheugenmodule upgraden 22 Lokaal installeren van het stuurprogramma 67 Een massaopslagapparaat installeren 24 Het stuurprogramma opnieuw installeren 68 De nietjescassette vervangen  2. Menuoverzicht en basisinstellingen 26 Menuoverzicht 32 Een testpagina afdrukken 33 De taal op het display wijzigen 34 Afdrukmateriaal en lade 46 Eenvoudige afdruktaken 51 Een USB-geheugenapparaat gebruiken 69 De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 70 Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op" 71 Het apparaat reinigen 4. Problemen oplossen 76 Tips om papierstoringen te voorkomen 77 Papierstoringen verhelpen 93 Informatie over de status-LED 95 Informatie over displaymeldingen Inhoud 5. Bijlage 111 Specificaties 121 Informatie over wettelijke voorschriften 130 Copyright 3 1. Inleiding In dit hoofdstuk staat informatie die u nodig heeft om het apparaat te gebruiken. • Belangrijkste voordelen 5 • Functies per model 7 • Nuttig om te weten 8 • Informatie over deze gebruikershandleiding 9 • Veiligheidsinformatie 10 • Apparaatoverzicht 16 • Overzicht van het bedieningspaneel 19 • Het apparaat inschakelen 21 • Lokaal installeren van het stuurprogramma 22 • Het stuurprogramma opnieuw installeren 24 Belangrijkste voordelen Milieuvriendelijk • Dit apparaat beschikt over een Eco-functie waarmee u toner en papier kunt sparen. • U kunt meerdere pagina’s op één vel afdrukken om papier te besparen (zie handleiding Geavanceerd). • Om papier te besparen kunt u op beide zijden van het papier afdrukken (dubbelzijdig afdrukken) (zie handleiding Geavanceerd). • Dit apparaat bespaart automatisch elektriciteit door het stroomverbruik aanzienlijk te beperken wanneer het apparaat niet wordt gebruikt.  Afdrukken met hoge snelheid en uitstekende kwaliteit • U kunt afdrukken met een resolutie tot 1.200 x 1.200 dpi effectieve uitvoer. • Snel on-demand afdrukken. Voor de ML-451x Series: - Voor enkelzijdig afdrukken, 43 ppm (A4) of 45 ppm (Letter). - Voor dubbelzijdig afdrukken, 27 ipm (A4) of 28 ipm (Letter). Voor de ML-501x Series: - Voor enkelzijdig afdrukken, 48 ppm (A4) of 50 ppm (Letter).  - Voor dubbelzijdig afdrukken, 31 ipm (A4) of 32 ipm (Letter). Belangrijkste voordelen Gemak • Samsung Easy Printer Manager en Samsung-printerstatus (of Smart Panel) zijn programma´s die de status van het apparaat controleren en u deze doorgeven, en waarmee u de instellingen van het apparaat kunt aanpassen (zie handleiding Geavanceerd). • Met AnyWeb Print kunt u van een scherm in Windows Internet Explorer een schermopname of afdrukvoorbeeld maken en afdrukken op een veel eenvoudigere manier dan in het gebruikelijke programma (zie handleiding Geavanceerd). Grote functionaliteit en brede ondersteuning van toepassingen.  • Ondersteuning voor verschillende papierformaten (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 113).  • Watermerken afdrukken: U kunt uw documenten voorzien van een watermerk zoals "Vertrouwelijk" (zie handleiding Geavanceerd). • Posters afdrukken: De tekst en afbeeldingen op elke pagina van uw document worden vergroot en afgedrukt over verschillende vellen papier die u kunt samenvoegen tot een poster (zie handleiding Geavanceerd). • U kunt in verschillende besturingssystemen afdrukken (zie "Systeemvereisten" op pagina 117). • Het apparaat is uitgerust met een USB- en/of een netwerkinterface. De capaciteit van uw apparaat uitbreiden • Dit apparaat heeft een extra geheugensleuf om het geheugen uit te breiden (zie "Beschikbare accessoires" op pagina 57). Functies per model Sommige functies en optionele accessoires zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land. Zie de onderstaande tabel. functies ML-451x Series ML-501x Series Hi-Speed USB 2.0 ● ● IEEE 1284 parallelstekkera ○ ○ Netwerkinterface Ethernet 10/100/1000 Base TX bedraad LAN ● ● Eco-afdrukken ● ● Dubbelzijdig afdrukken ● ● USB-geheugeninterface ● Geheugenmodule (512 MB) ○ Optionele lade ○ ○  ○ Massaopslagapparaat ○ Multbin-postvak  ○ Afwerkingseenheid (stapelaar en nieter) ○ Korte standaard ○ a. Als u de parallelle poort gebruikt, kunt u geen gebruikmaken van de USB-kabel. ( ●: inclusief, ○: optioneel, leeg: niet beschikbaar) Nuttig om te weten Het apparaat drukt niet af. Er is papier vastgelopen. • Open de afdruklijst en verwijder het document uit de lijst (zie "Een afdruktaak annuleren" op pagina 46). • Open de klep aan de voorzijde en sluit ze weer. • Verwijder het stuurprogramma en installeer deze opnieuw (zie "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 22). • Selecteer uw printer als de standaardprinter in uw besturingssysteem. Waar kan ik accessoires of verbruiksartikelen kopen? • Vraag na bij een Samsung-distributeur of detailhandelaar. • Kijk op www.samsung.com/supplies. Kies uw land of regio voor productinformatie. De status-LED knippert of blijft branden. • Schakel het apparaat uit en weer in. • Zoek de betekenis van de LED-indicatorlampjes in deze handleiding en los het probleem op (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 93). • Zoek de instructies voor het verwijderen van vastgelopen papier in deze handleiding en los het probleem op (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 77). De afdrukken zijn vaag. • Het toner is mogelijk op of ongelijk verdeeld. Schud de tonercassette om resterende de toner in de cartridge opnieuw te verdelen. • Probeer een andere instelling voor de resolutie. • Vervang de tonercassette. Waar kan ik het stuurprogramma van de printer downloaden? • Kijk op www.samsung.com/printer voor de laaste versie van het stuurprogramma van de printer en installeer deze op uw systeem. Informatie over deze gebruikershandleiding Deze gebruikershandleiding bevat basisinformatie over het apparaat en biedt tevens gedetailleerde informatie over de verschillende procedures die doorlopen moeten worden bij het gebruik van het apparaat. • Lees de veiligheidsinformatie voor u het apparaat in gebruik neemt. • Raadpleeg het hoofdstuk over probleemoplossing als u problemen ondervindt bij gebruik van het apparaat. • De termen die in deze gebruikershandleiding worden gebruikt, worden uitgelegd in het hoofdstuk met de woordenlijst. • De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met het door u gekochte apparaat. • De schermafbeeldingen in deze gebruikershandleiding kunnen afwijken van de schermweergave van uw apparaat afhankelijk van de firmware-/stuurprogrammaversie. • De procedures in deze gebruikershandleiding zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7. 1. Inleiding 9 1   Afspraken Sommige in deze gebruikershandleiding gebruikte termen zijn verwisselbaar: • Document is synoniem met origineel. • Papier is synoniem met materiaal of afdrukmateriaal. • Apparaat verwijst naar printer of multifunctionele printer. 2   Algemene pictogrammen Pictogram Tekst Opgepast Omschrijving Biedt gebruikers informatie om het apparaat te beschermen tegen mogelijke mechanische schade of defecten. Biedt aanvullende informatie of Opmerking gedetailleerde uitleg over een functie of voorziening van het apparaat. Veiligheidsinformatie Deze waarschuwingen en voorzorgen moeten eventuele beschadigingen aan uw apparaat en verwondingen aan uzelf of anderen voorkomen. Lees deze instructies aandachtig voor u het apparaat in gebruik neemt. Bewaar dit document goed nadat u het hebt gelezen. 1. Inleiding 10 4   Bedrijfsomgeving Waarschuwing 3   Belangrijke veiligheidssymbolen Verklaring van alle pictogrammen en symbolen in dit hoofdstuk Gevaren of onveilige praktijken die Waarschuwing ernstig letsel of de dood kunnen veroorzaken. Opgepast NIET proberen. Gevaren of onveilige praktijken die een klein letsel of eigendomsschade kunnen veroorzaken. Niet gebruiken als de stekker beschadigd is of als het stopcontact niet geaard is. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Plaats niets op het apparaat (water, kleine metalen of zware voorwerpen, kaarsen, brandende sigaretten, enzovoort). Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. • Als het apparaat oververhit raakt, komt er rook uit, maakt het vreemde geluiden of verspreidt het vreemde geuren. Schakel onmiddellijk de stroomschakelaar uit en koppel het apparaat los. • De gebruiker moet bij het stopcontact kunnen om in geval van nood de stekker uit het stopcontact te kunnen trekken. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Veiligheidsinformatie 1. Inleiding 11 Buig het netsnoer niet en plaats er geen zware voorwerpen op. Probeer de stekker niet in het stopcontact te forceren als hij er moeilijk ingaat. Het trappen op of beknellen van het netsnoer door een zwaar voorwerp kan een elektrische schok of brand veroorzaken. U riskeert een elektrische schok. Neem contact op met een elektricien om het stopcontact te vervangen. Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan het netsnoer te trekken; trek de stekker er niet uit met natte handen. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Opgepast Haal de stekker uit het stopcontact tijdens onweer of als u het apparaat niet gebruikt. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Opgelet, het papieruitvoergebied is heet. U kunt brandwonden oplopen. Als het apparaat is gevallen of als de behuizing beschadigd lijkt, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus. Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. Voorkom dat huisdieren op het netsnoer, de telefoonkabel of de kabel naar de computer bijten. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken en/of uw huisdier verwonden. Als het apparaat niet goed werkt nadat u deze instructies hebt uitgevoerd, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus. Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. Veiligheidsinformatie 1. Inleiding 12 5  Bij het afdrukken van grote hoeveelheden kan de onderzijde van het uitvoergebied heet worden. Houd kinderen uit de buurt.  Bedieningswijze Zij kunnen brandwonden oplopen. Opgepast Gebruik geen tang of scherpe metalen voorwerpen om vastgelopen papier te verwijderen. Trek het papier niet uit de printer tijdens het afdrukken. Dit kan het apparaat beschadigen. Vermijd het stapelen van te veel papier in de papieruitvoerlade. Dit kan het apparaat beschadigen. Houd uw hand niet tussen het apparaat en de papierlade. Dit kan het apparaat beschadigen. Het apparaat wordt gevoed via het netsnoer. U kunt letsel oplopen. Om de stroom uit te schakelen, trekt u het netsnoer uit het stopcontact. Blokkeer de ventilatieopening niet of duw er geen voorwerpen in. Hierdoor kunnen onderdelen warm worden en kan er brand ontstaan of kan het apparaat beschadigd raken. Wees voorzichtig wanneer u papier vervangt of vastgelopen papier verwijdert. 6   Installatie/verplaatsen Waarschuwing Nieuw papier heeft scherpe randen die snijwonden kunnen veroorzaken. Plaats het apparaat niet in een stoffige of vochtige ruimte of op een plek waar water lekt. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Veiligheidsinformatie Opgepast Schakel de stroom uit en maak alle kabels los voordat u het apparaat verplaatst. 1. Inleiding 13 Gebruik alleen telefoondraad van Nr. 26 AWGa of, indien nodig, een grotere telefoondraad. Zo niet kan het apparaat beschadigd raken. Til vervolgens het apparaat op deze wijze op: Dek het apparaat niet af en plaats het niet in een slecht geventileerde ruimte, zoals een kast. • Een apparaat dat minder dan 20 kg weegt, mag door één persoon worden opgetild. Als het apparaat niet voldoende wordt geventileerd, kan er brand ontstaan. • een apparaat dat 20 - 40 kg weegt, moet door twee personen worden opgetild. Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact. • een apparaat dat meer dan 40 kg weegt, moet door vier of meer personen worden opgetild. Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken. Plaats het apparaat niet op een onstabiel of schuin oppervlak. Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken. Het apparaat moet aangesloten worden op een spanningsbron met hetzelfde energieniveau als op het label. Als u niet zeker bent en het spanningsniveau wilt controleren, neemt u contact op met de elektriciteitsmaatschappij. Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. Sluit niet te veel apparaten op hetzelfde stopcontact of verlengsnoer aan. Dit kan de prestaties verminderen en een elektrische schok of brand veroorzaken. Gebruik voor een veilige bediening het netsnoer dat met uw apparaat werd meegeleverd. Als u een snoer gebruikt dat langer is dan 2 meter voor een apparaat van 110 V, moet het snoer minstens 16 AWG dik zijn. Zo niet kan het apparaat beschadigd raken en een elektrische schok of brand veroorzaken. a. AWG: American Wire Gauge Veiligheidsinformatie 1. Inleiding 14 7   Onderhoud/controle Opgepast Trek het netsnoer van het apparaat uit het stopcontact als u de binnenkant van het apparaat wilt reinigen. Reinig uw apparaat niet met benzeen, verdunningsmiddel of alcohol, en spuit geen water in het apparaat. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Zorg ervoor dat het apparaat niet werkt als u verbruiksartikelen in het apparaat vervangt of de binnenkant schoonmaakt. U kunt letsel oplopen. Houd het netsnoer en het contactoppervlak van de stekker stof- en watervrij. Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. • Verwijder geen kleppen of beveiligingselementen die vastgeschroefd zijn. • Fixeereenheden mogen alleen worden hersteld door een gekwalificeerde servicemedewerker. Reparatie door niet-gekwalificeerde technici kan brand of elektrische schokken veroorzaken. Dit apparaat mag alleen worden hersteld door een medewerker van de technische dienst van Samsung. Houd reinigingsproducten uit de buurt van kinderen. Kinderen kunnen letsel oplopen. U mag het apparaat niet zelf demonteren, herstellen of weer in elkaar steken. Dit kan het apparaat beschadigen. Neem contact op met een professioneel technicus als het apparaat gerepareerd moet worden. Volg de richtlijnen uit de gebruikershandleiding die met het apparaat werd meegeleverd om het apparaat te reinigen en te bedienen. Zo niet, dan kunt u het apparaat beschadigen. Veiligheidsinformatie 1. Inleiding 15 8   Gebruik van verbruiksartikelen Opgepast Het gebruik van gerecycleerde verbruiksartikelen, zoals toner, kan het apparaat beschadigen. Bij schade als gevolg van het gebruik van gerecyclede verbruiksartikelen zullen reparatiekosten in rekening worden gebracht. Haal de tonercassette niet uit elkaar. Als er tonerstof op uw kleding terechtkomt, moet u geen warm water gebruiken. Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. Door warm water hecht de toner zich aan de stof. Gebruik altijd koud water. Verbrand geen verbruiksartikelen zoals een tonercassette of fixeereenheid. Dit kan een explosie of onbeheersbare brand veroorzaken. Zorg ervoor dat er geen tonerstof op uw lichaam of kledij terechtkomt bij het vervangen van de tonercassette of het verwijderen van vastgelopen papier. Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. Houd kinderen uit de buurt van de plaats waar u verbruiksartikelen (bijvoorbeeld tonercassettes) bewaart. Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. Apparaatoverzicht 1. Inleiding 9   Toebehoren Netsnoer Tonercassette Beeldeenheid Software-cda Beknopte installatiehandleiding Div. accessoiresb a. De software-cd bevat het stuurprogramma van de printer en programma´s. b. Diverse, bij uw printer geleverde accessoires kunnen verschillen per land van aankoop en specifiek model. 16 Apparaatoverzicht 1. Inleiding 17 10   Voorkant • Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. • Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land. 1 10 2 Postvak 11 USB-geheugenpoort 3 Klep van nieter 12 Voorklep 4 Optionele draadloze klep 13 5 Klep moederbord 14 Uitvoerlade 6 Korte standaard 15 Tonercassette 7 Indicator papierniveau 16 Beeldeenheid 8 Optionele lade 17 Papiergeleiders voor multifunctionele lade Lade 1 18 Extensie voor multifunctionele lade 2 14 13 12 11 10 1 Afwerkingseenheid (stapelaar en nieter) 9 3 4 5 15 16 9 8 17 7 6 18 Klep van multifunctionele lade Bedieningspaneel Apparaatoverzicht 1. Inleiding 18 11  Achterkant  • Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. • Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land. 9 8 1 7 6 2 3 5 4 1 Klep afwerkingseenheid (stapelaar en nieter) 6 2 Achterklep 7 USB-poort 3 Postklep 8 USB-geheugenpoort 4 Aansluiting netsnoer 9 Netwerkpoort 5 Stroomschakelaar IEEE 1284 parallelstekker Overzicht van het bedieningspaneel Dit bedieningspaneel kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. Er zijn verschillende types bedieningspanelen. 1. Inleiding 2 3 (Achterkant) Hiermee bevestigt u het op het display geselecteerde item. OK 4 (Annuleren) 12   Type A 5 (aan/uit) 6 1 10 2 9 3 (StatusLED) 7 4 1 Weergave Toont de huidige status en geeft meldingen weer tijdens het gebruik. 10 Toont de status van uw printer (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 93). Eco Gaat naar de eco-modus voor het besparen van toner en papier (zie "Eco-opties" op pagina 50). Pijltoetsen Door beschikbare waarden bladeren door naar vorige of volgende opties te gaan. 9 6 Met deze knop kunt u de stroom inen uitschakelen. Of het apparaat weer inschakelen vanuit de energiebesparingsmodus. U kunt cijfers en tekens invoeren met behulp van het toetsenblok. 7 5 Stopt de huidige bewerking. Numeric keypad 8 8 Hiermee keert u terug naar het bovenliggende menu. (Menu) Hiermee opent u de menumodus en bladert u door de beschikbare menu’s. 19 Overzicht van het bedieningspaneel 1. Inleiding 20 13  3  Type B (aan/uit) 4 1 Weergave 2 (Annuleren) Toont de huidige status en geeft meldingen weer tijdens het gebruik. Stopt de huidige bewerking. Op het scherm wordt een pop-upbericht weergegeven waarin wordt vermeld dat de gebruiker kan stoppen of hervatten. Met deze knop kunt u de stroom inen uitschakelen. Of het apparaat weer inschakelen vanuit de energiebesparingsmodus. Toont de status van uw printer (zie (Status-LED) "Informatie over de status-LED" op pagina 93). Het apparaat inschakelen 1 Sluit de printer eerst op de netvoeding aan. 2 Zet de aan/uit-schakelaar aan. 1. Inleiding 21 Lokaal installeren van het stuurprogramma Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op uw computer is aangesloten. Als uw apparaat met een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u naar het deel over de installatie van het stuurprogramma voor een apparaat dat met een netwerk is verbonden (zie handleiding Geavanceerd). • Door Geavanceerde installatie > Aangepaste installatie te selecteren kunt u kiezen welke programma’s u wilt installeren. • Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 meter. 22 14  1  Windows Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. Als tijdens de installatie het venster "Wizard Nieuwe hardware gevonden" verschijnt, klikt u op Annuleren om het venster te sluiten. • Zie de handleiding Geavanceerd als u een Macintosh, Linux of Unix OS-gebruiker bent. • Het installatievenster in deze Gebruikershandleiding kan verschillen afhankelijk van het apparaat en de gebruikte interface. 1. Inleiding 2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. 3 Selecteer Nu installeren. De cd-rom start automatisch op en er verschijnt een installatievenster. Lokaal installeren van het stuurprogramma 4 Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en schakel het selectievakje Ik aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst in. Klik daarna op Volgende. 5 Volg de instructies in het installatievenster. 1. Inleiding 23 Het stuurprogramma opnieuw installeren Als het printerstuurprogramma niet naar behoren werkt, volg dan de onderstaande stappen om het stuurprogramma opnieuw te installeren. 15   Windows 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. 2 Selecteer in het menu Start achtereenvolgens Programma’s of Alle programma’s > Samsung Printers > naam van uw printerstuurprogramma > Deïnstalleren. 3 4 Volg de instructies in het installatievenster. Plaats de software-cd in uw cd-rom-station en probeer opnieuw het stuurprogramma te installeren (zie "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 22). 1. Inleiding 24 2. Menuoverzicht en basisinstellingen Nadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het apparaat opgeven. Raadpleeg het volgende hoofdstuk om waarden in te stellen of te wijzigen. Dit hoofdstuk levert informatie over de algemene menustructuur en de opties voor de basisinstellingen. • Menuoverzicht 26 • Een testpagina afdrukken 32 • De taal op het display wijzigen 33 • Afdrukmateriaal en lade 34 • Eenvoudige afdruktaken 46 • Een USB-geheugenapparaat gebruiken 51 Menuoverzicht Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu’s voor de instelling van het apparaat en het gebruik van de functies van het apparaat. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen Items Opties Menuoverzicht Configuratie 1  Info verb.art.  ML-451x Series/ ML-501x Series Demopagina PCL-lettertype • Druk op de knop (Menu) om toegang te krijgen tot deze menu’s. Druk op de pijlen tot het gewenste menuonderdeel verschijnt en druk op OK. Informatie PS-lettertype EPSON-lettertype Opgeslagen taken • Naast het gekozen menu verschijnt een sterretje (*). Voltooide taken • Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat. Gebruiksteller • Afhankelijk van het model kunnen sommige menuonderdelen op uw apparaat een andere naam hebben. Algemene marge Account Afdrukstand MP-lade Lay-out <Lade X> Emulatiemarge Dubbelzijdig Nietpositie bij afdrukstand Liggend 26 Menuoverzicht Items Papier Grafisch 2. Menuoverzicht en basisinstellingen Opties Items Opties Exempl. Datum en tijd MF-lade/ [Lade <x>] Klokmodus Papierinvoer Menu Formulier Aut. Ladekeuze Form. select. Lade bevestigen In wachtrij plaatsen Resolutie Taal Tekst wissen Standaardpapierformaat Tonersterkte Energiebesp. Systeeminste Ontwaakgebeurtenis llingen Autom. doorgaan Luchtdrukcorrectie Autom. Regelomslag Time-out voor taak Meerdere vakken Inst. import. Inst. export. Eco-instellingen Inst. wissen Emulatie Type emulatie Instellen 27 Menuoverzicht 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 28 2 Items Opties Ethernet-snel. 802.1x TCP/IP (IPv4) Netwerk  ML-5015 Series/ML-5017 Series  U kunt menu's eenvoudig instellen met behulp van het aanraakscherm. TCP/IP (IPv6) • Het Hoofdscherm wordt weergegeven op het aanraakscherm op het bedieningspaneel. Inst. wissen Netwerkconfiguratie • Afhankelijk van het model kunnen sommige menu's uitgegrijsd worden weergegeven. Net. activeren Http activeren • Afhankelijk van het model kunnen sommige menuonderdelen op uw apparaat een andere naam hebben. Directe USB Actieve taak Opgeslagen taak Taakbeheer Items Bestandsbeleid Time-out voor wachtrij Afb. overs. Opties Helplijst Informatie Configuratie Info verb.art. Demopagina Wacht bescherming Beheerinstelli Wachtw. wijzigen ngen Onderhoud Lettertypelijst Taakrapporten Eco Eco - aan Instellingen Voorbeeldsimulator Menuoverzicht Items 2. Menuoverzicht en basisinstellingen Opties Items Opties Systeem Directe USB Afdrukken vanaf 29 Datum en tijd Bestandsbeheer Klokmodus Ruimte tonen Menu Formulier In wachtrij plaatsen Taal Onderhoud Standaardpapierformaat Energiebesp. Autom. doorgaan Instellen Luchtdrukcorrectie Autom. Regelomslag Time-out voor taak Bestandsbeleid Time-out voor wachtrij Afb. overs. Meerdere vakken Inst. import. Inst. export. Ontwaakgebeurtenis Inst. wissen Menuoverzicht Items 2. Menuoverzicht en basisinstellingen Opties Netwerk Ethernet-snel. Papier Exempl. Lade 1 TCP/IP (IPv6) Lade 2-5 802.1x MP-lade Netwerkconfiguratie Papierinvoer Http activeren Aut. Ladekeuze Instellen (doorgaan) Inst. wissen Lay-out Opties TCP/IP (IPv4) Ethernet activeren Instellen (doorgaan) Items Lade bevestigen Grafisch Resolutie Afdrukstand Tekst wissen Algemene marge Tonersterkte MP-lade Emulatie Lade 1 Instellen Lade 2-5 Emulatiemarge Type emulatie Huidige taak Taakstatus Dubbelzijdig Veilige taak Opgeslagen taak Nietpositie bij afdrukstand Liggend Voltooide taak Teller 30 Menuoverzicht Items Help 2. Menuoverzicht en basisinstellingen Opties • (Directe USB): Hiermee gaat u naar het USB-menu als een USB-opslagapparaat op de USB-poort van uw printer is aangesloten. • (Instellen): U kunt door de huidige apparaatinstellingen bladeren of deze veranderen. • (Taakstatus): De taakstatus toont de taken die momenteel worden uitgevoerd en in de wachtrij staan. Basisstroom taken Onderhoud Problemen oplossen Introductie van het Startscherm ► Aanraakscherm 31 • (Teller): Hiermee kunt u controleren hoeveel pagina's worden afgedrukt. • • • • • (Informatie): Hier vindt u gedetailleerde informatie over het apparaat. (Eco): U kunt de eco-instellingen bekijken. • (Help): Hier vindt u gedetailleerde informatie over het apparaat, rapporten en een probleemoplossingsgids. : Toont de tonerstatus. : Selecteert de helderheid, taal en diagnosefunctie van het LCD-display. : Blader door de beschikbare opties. Een testpagina afdrukken Om te controleren of het apparaat juist werkt, kunt u een testpagina afdrukken. 3  1 2 3  ML-451x Series/ ML-501x Series Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Informatie > OK > Demopagina > OK. Druk op Afdrukken? > Ja > OK. Er wordt een testpagina afgedrukt. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 4   ML-5015 Series/ ML-5017 Series 1 2 Druk op Informatie in het Hoofdscherm. Druk op Demopagina > Afdruk. Er wordt een testpagina afgedrukt. 32 De taal op het display wijzigen Volg onderstaande stappen om de taal op het bedieningspaneel te wijzigen: 5  1 2 3  ML-451x Series/ ML-501x Series Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Systeeminstellingen > OK > Taal > OK. Kies de gewenste optie en druk op OK. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 33 6  1 2 3 4  ML-5015 Series/ ML-5017 Series Druk op Instellen in het Hoofdscherm. Druk op Systeem > Volg. > Taal. Selecteer de gewenste taal. Druk op het startpictogram ( Stand-bymodus. ) om terug te keren naar de Afdrukmateriaal en lade In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u afdrukmedia in uw apparaat plaatst. • Wanneer u afdrukmateriaal gebruikt dat niet voldoet aan deze specificaties, kan dit problemen veroorzaken waarvoor reparatie vereist is. Zulke reparaties worden niet gedekt door de garantie of serviceovereenkomst van Samsung. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 34 7   Lade overzicht Om het formaat te wijzigen, moet u de papiergeleiders aanpassen. • Gebruik uitsluitend xerografisch papier in dit apparaat. Gebruik geen inkjet-fotopapier, aangezien dit het apparaat kan beschadigen. • Gebruik van ontvlambaar afdrukmateriaal kan brand veroorzaken. • Gebruik voor uw apparaat uitsluitend het type, de grootte en het gewicht van het afdrukmateriaal die worden beschreven in de specificaties van het afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 113). Het gebruik van ontvlambaar materiaal of het achterblijven van vreemde materialen in de printen kan oververhitting veroorzaken en in zeldzame gevallen brand. 1 Papierlengtegeleide r 2 Papierbreedtegelei der Afdrukmateriaal en lade 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 35 8 De papierniveau-indicator geeft aan hoeveel papier er in de lade ligt.  1 2 1 Vol 2 Leeg  Plaats papier in de lade/optionele lade Open de papierlade (zie "Lade overzicht" op pagina 34). Buig de papierstapel om of waaier het papier uit om de pagina’s van elkaar te scheiden voordat u het papier in de lade plaatst. Afdrukmateriaal en lade 3 4 Houd om het formaat te wijzigen de breedtegeleider en lengtegeleider ingedrukt om ze in de sleuf te plaatsen met het papierformaat dat onderaan de lade wordt aangegeven. Leg het papier met de zijde die u wilt bedrukken naar onder. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 36 5 Verschuif de lengtegeleider tot deze lichtjes de stapel papier raakt. 6 Houd de breedtegeleider ingedrukt en schuif deze zonder deze te buigen tegen de stapel papier. Afdrukmateriaal en lade 2. Menuoverzicht en basisinstellingen • Druk de papierbreedtegeleider niet te hard tegen de rand van het papier, aangezien het papier hierdoor kan buigen. De instellingen die via het apparaatstuurprogramma zijn opgegeven krijgen voorrang op de instellingen die via het bedieningspaneel werden opgegeven. a Als u afdrukt vanuit een toepassing, opent u de toepassing en het afdrukmenu. b Open Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 47). c Klik op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken en selecteer een passend papiertype. • Als u de breedtegeleider niet aanpast, kan het papier vastlopen. • Gebruik geen papier waarvan de voorste rand opgekruld is. Hierdoor kan het papier vastlopen of kreukelen. 37 9   Papier in de multifunctionele lade plaatsen De multifunctionele lade kan speciale types en formaten van afdrukmedia bevatten, zoals postkaarten, notitiekaarten en enveloppen. 7 8 Plaats de lade terug in het apparaat. Tips voor het gebruik van de multifunctionele lade Stel de papiersoort en het -formaat in voor lade 1 (zie "Papierformaat en -type instellen" op pagina 45). • Voeg geen papier toe als er nog papier in de multifunctionele lade ligt. Dit kan papierstoringen veroorzaken. • Afdrukmedia moeten met de voorzijde naar boven en de bovenkant eerst in het midden van de multifunctionele lade worden geplaatst. Afdrukmateriaal en lade • Let voor optimale adrukkwaliteit en ter voorkoming van vastlopend papier (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 113) op de volgende aanwijzingen. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 38 1 Open de multifunctionele lade en trek het verlengstuk van de multifunctionele lade uit zoals afgebeeld. 2 Pas de multifunctionele lade met de papiergeleiders aan op de breedte van het papier. • Maak gekrulde briefkaarten, enveloppen en etiketten eerst vlak voor u ze in de multifunctionele lade plaatst. • Volg bij het afdrukken op speciaal afdrukmedia de richtlijnen voor het plaatsen van afdrukmateriaal (zie "Afdrukken op speciale afdrukmedia" op pagina 39). • Als vellen overlappen bij het afdrukken via de multifunctionele lade, opent u lade 1, verwijdert u de overlappende vellen en probeert u opnieuw af te drukken. • Als het papier niet goed wordt doorgevoerd bij het afdrukken, duwt u het papier met de hand tot het automatisch wordt doorgevoerd. Afdrukmateriaal en lade 3 Buig de papierstapel of waaier het papier uit om de pagina’s van elkaar te scheiden voordat u het papier in de lade plaatst. 4 Plaats het papier in de lade. Druk de papierbreedtegeleiders van de multifunctionele lade in en stel ze in op de breedte van het papier. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 39 De instellingen die via het stuurprogramma zijn opgegeven krijgen voorrang op de instellingen via het bedieningspaneel. a Als u afdrukt vanuit een toepassing, opent u de toepassing en het afdrukmenu. b Open Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 47). c Klik op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken en selecteer het juiste papiertype. Als u bijvoorbeeld op een etiket wilt afdrukken, stelt u het papiertype in op Etiketten. d Selecteer Multifunctionele lade bij papierbron en druk vervolgens op OK. e Start het afdrukken vanuit de toepassing. 10   Afdrukken op speciale afdrukmedia De onderstaande tabel toont de te gebruiken speciale afdrukmedia in elke lade. 5 Stel de papiersoort en het -formaat in op het bedieningspaneel (zie "Papierformaat en -type instellen" op pagina 45). De mediatypes worden getoond in de Voorkeursinstellingen voor afdrukken. Kies het correcte mediatype voor de beste afdrukkwaliteit. Afdrukmateriaal en lade Voor het gebruik van speciale afdrukmedia raden wij u aan om telkens een vel per keer in te voeren (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 113). Zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 113 voor papiergewicht per vel. Types Lade 1 Optionele lade Multifunctionele lade Normaal papier ● ● ● Dik papier ● ● ● Dikker ● Dun papier ● ● ● Bankpost ● ● ● Kleur ● ● ● Kartonpapier ● ● ● Etiketten ● ● ● Transparanten ● Envelop ● ●a ● Voorbedrukt ● ● ● ● 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 40 Lade 1 Optionele lade Multifunctionele lade Katoen ● ● ● Kringlooppapierb ● ● ● Archiefpapier ● ● ● Birefhoofd ● ● ● Geperforeerd ● ● ● Types a. Alleen voor optionele lade2 b. Als u kringlooppapier gebruikt, kan de afdruk kreuken en kan het apparaat vastlopen als het papier erg gekruld is. ( ●: beschikbaar. Leeg: niet beschikbaar) Afdrukmateriaal en lade 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 41 Enveloppen • Gebruik alleen goed gevormde enveloppen met scherpe vouwen. Of enveloppen goed worden bedrukt, is afhankelijk van de kwaliteit. • Gebruik geen afgestempelde enveloppen. • Gebruik geen enveloppen met sluithaakjes, knipsluitingen, vensters, gecoate binnenbekleding, zelfklevende sluitingen of andere synthetische materialen. • Gebruik geen beschadigde enveloppen of enveloppen van slechte kwaliteit. • Controleer of de naad aan beide uiteinden van de envelop helemaal doorloopt tot in de hoek. Plaats een envelop op de volgende manier om deze te bedrukken. 1 • 1 Aanvaardbaar 2 Onaanvaardbaar Houd bij de keuze van enveloppen rekening met de volgende factoren: - Gewicht: niet zwaarder dan 90 g/m2, anders kunnen de enveloppen vastlopen. - Samenstelling: plat liggend met minder dan 6 mm opkrullende rand, zonder lucht. - Toestand: geen gekrulde, verkreukelde of beschadigde enveloppen. - Temperatuur: dienen tegen de warmte en druk van het apparaat in werking te kunnen. 2 • Enveloppen met een verwijderbare strip of met meer dan één zelfklevende vouwbare klep moeten van een kleefmiddel zijn voorzien dat gedurende 0,1 seconde bestand is tegen de fixeertemperatuur van het apparaat (ongeveer 170 C). De extra kleppen en strips kunnen kreuken, scheuren en papierstoringen veroorzaken, en kunnen zelfs de fixeereenheid beschadigen. Afdrukmateriaal en lade • • Voor de beste afdrukkwaliteit plaatst u de marges best niet dichter dan 15 mm van de rand van de envelop. Druk niet af op de plaats waar de naden van de envelop samenkomen. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen • Bestand tegen de fixeertemperatuur in het apparaat. • Plaats transparanten op een vlak oppervlak nadat u ze uit het apparaat hebt gehaald. • Laat transparanten niet te lang in de papierlade liggen. Er kan zich dan stof en vuil op afzetten, wat leidt tot vlekken bij het afdrukken. • Let op dat u geen vingerafdrukken op de transparanten maakt. Dit veroorzaakt vlekken tijdens het afdrukken. • Bescherm transparanten na het afdrukken tegen langdurige blootstelling aan zonlicht om te voorkomen dat ze gaan vervagen. • Zorg dat de transparanten niet kreukelen, krullen of gescheurde hoeken hebben. • Gebruik geen transparanten die loskomen van de achterzijde. • Om te vermijden dat afgedrukte transparanten aan elkaar gaan kleven, mag u ze tijdens het afdrukken niet laten opstapelen in de uitvoerlade. • Aanbevolen afdrukmedia: transparanten voor een kleurenlaserprinter van Xerox, zoals 3R 91331 (A4) en 3R 2780 (Letter). Transparanten Als u transparanten in kleur afdrukt, zal de beeldkwaliteit minder zijn wanneer de afdrukken op de overheadprojector worden gebruikt, dan wanneer u ze in zwart-wit afdrukt. Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen mag u uitsluitend transparanten gebruiken die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. 42 Afdrukmateriaal en lade 2. Menuoverzicht en basisinstellingen Etiketten - Schikking: gebruik uitsluitend etiketvellen waarvan het rugvel tussen de etiketten niet blootligt. Bij etiketvellen met ruimte tussen de etiketten kunnen de etiketten loskomen van het rugvel. Dit kan ernstige papierstoringen tot gevolg hebben. - Krullen: Moet plat liggen en in geen enkele richting meer dan 13 mm omkrullen. - Toestand: gebruik geen etiketten die gekreukt zijn, blaasjes vertonen of loskomen van het rugvel. Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen, gebruikt u uitsluitend etiketten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. • Bij de keuze van etiketten dient u rekening te houden met de volgende factoren: - Kleefstoffen: Bestand tegen de fixeertemperatuur van het apparaat. Controleer de specificaties van uw apparaat voor informatie over de fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C). 43 • Let op dat er tussen de etiketten geen zelfklevend materiaal blootligt. Blootliggende delen kunnen ervoor zorgen dat etiketten tijdens het afdrukken loskomen, waardoor het papier kan vastlopen. Ook kunnen hierdoor onderdelen van het apparaat beschadigd raken. • Plaats geen gebruikte etiketvellen in het apparaat. De klevende achterzijde mag slechts een keer door het apparaat worden gevoerd. • Gebruik geen etiketten die loskomen van het rugvel, blaasjes vertonen, gekreukt of anderszins beschadigd zijn. Afdrukmateriaal en lade 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 44 Kartonpapier/papier van een aangepast formaat • • Briefhoofden moeten afgedrukt worden met hittebestendige inkt die niet smelt, verdampt of schadelijke gassen uitstoot als ze gedurende 0,1 seconde worden blootgesteld aan de fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C) van het apparaat. • De inkt op het briefhoofd mag niet ontvlambaar zijn en mag de printerrollen niet beschadigen. • Voor u voorbedrukt papier in de lade plaatst, controleert u of de inkt op het papier droog is. Natte inkt kan tijdens het fixeerproces loskomen van het voorbedrukt papier, waardoor de afdrukkwaliteit afneemt. Stel de marges in de softwaretoepassing in op ten minste 6,4 mm van de zijkanten van het afdrukmedia. Briefhoofd/Voorbedrukt papier Bij het plaatsen van voorbedrukt papier moet de bedrukte zijde bovenaan liggen en mag de voorzijde niet gekruld zijn. Bij invoerproblemen draait u het papier om. Er zijn geen garanties wat de afdrukkwaliteit betreft. Afdrukmateriaal en lade 11   Papierformaat en -type instellen Nadat u het papier in de lade hebt geplaatst moet u het papierformaat en -type instellen met behulp van de knoppen op het bedieningspaneel. • De instellingen die via het stuurprogramma zijn opgegeven krijgen voorrang op de instellingen via het bedieningspaneel. • Als u een speciaal papierformaat wilt gebruiken, zoals factuurpapier, selecteert u Aangepast op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 47). ML-451x Series/ML-501x Series 1 2 3 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Papier > OK > Kies de gewenste lade > OK. Druk op Papierformaat > OK > Kies de gewenste optie > OK. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 4 5 45 Druk op Papiertype > OK > Kies de gewenste optie > OK. Druk op bymodus. (Annuleren) om terug te keren naar stand- ML-5015 Series/ ML-5017 Series 1 2 3 4 5 6 7 Druk op Instellen in het Hoofdscherm. Druk op Systeem > Papier > Volg.. Druk op de gewenste lade. Druk op Papierformaat > Kies de gewenste optie. Druk op de knop . Druk op Papiertype > Kies de gewenste optie. Druk op het startpictogram ( de Stand-bymodus. ) om terug te keren naar Eenvoudige afdruktaken 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 4 12   Tijdens het afdrukken Zie de handleiding Geavanceerd als u een Macintosh, Linux of Unix OS-gebruiker bent. 46 De basisafdrukinstellingen, inclusief het aantal kopieën en het afdrukbereik, worden geselecteerd in het venster Afdrukken. Klik op Eigenschappen of Voorkeursinstellingen in het venster Afdrukken om gebruik te maken van de geavanceerde afdrukopties. (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 47). Het volgende venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken is voor Notepad in Windows 7. 1 2 3 5 Open het document dat u wilt afdrukken. Selecteer Afdrukken in het menu Bestand. Klik in het venster Afdrukken op OK of Afdrukken om de afdruktaak te starten. 13  Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.  Een afdruktaak annuleren Een afdruktaak die in een afdrukrij of afdrukspooler wacht om afgedrukt te worden, annuleert u op de volgende manier: • U kunt toegang krijgen tot dit venster door te dubbelklikken op het pictogram van het apparaat ( Windows. • ) in de taakbalk van U kunt de huidige taak ook annuleren door te drukken op (Annuleren) op het bedieningspaneel. Eenvoudige afdruktaken 14   Voorkeursinstellingen openen 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 4 47 Klik op Eigenschappen of op Voorkeuren. • Het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken in deze gebruikshandleiding verschilt mogelijk van het venster dat u ziet omdat dit afhankelijk is van de gebruikte printer. Het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken bevat echter vrijwel dezelfde eigenschappen. • Als u een optie selecteert in Voorkeursinstellingen voor afdrukken verschijnt er mogelijk een waarschuwingsteken, of . Een uitroepteken ( ) wil zeggen dat u deze optie wel kunt selecteren maar dat dit niet wordt aanbevolen. Het teken wil zeggen dat u deze optie niet kunt selecteren vanwege de instellingen of omgeving van het apparaat. 1 2 3 Open het document dat u wilt afdrukken. Kies Afdrukken in het menu Bestand. Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren. U kunt de huidige status van het apparaat controleren met de knop printerstatus (zie handleiding Geavanceerd). Eenvoudige afdruktaken 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 48 Voorkeursinstellingen gebruiken Selecteer meer opties en klik op (Wijzigen). De instellingen worden toegevoegd aan de voorinstellingen die u hebt opgegeven. Om de bewaarde instelling te gebruiken kiest u deze in de vervolgkeuzelijst Vooraf ingest.. Het apparaat is nu ingesteld om afdrukken te maken met de geselecteerde instellingen. U kunt de opgeslagen instellingen verwijderen door deze te selecteren in de vervolgkeuzelijst Vooraf ingest. en te Met de optie Vooraf ingest. die op elk tabblad maar niet op het tabblad Samsung verschijnt kunt u de huidige voorkeurinstellingen opslaan voor toekomstig gebruik. Volg deze stappen om een Vooraf ingest.-item op te slaan. 1 2 Stel op elk tabblad de gewenste instellingen in. klikken op Typ in het invoervak Vooraf ingest. een naam voor deze instellingen. (Wissen). U kunt de standaardinstellingen van het printerstuurprogramma ook herstellen door Vooraf ingest. stand. te selecteren in de vervolgkeuzelijst Vooraf ingest. 15  3 Klik op (Toevoegen). Als u instellingen opslaat onder Vooraf ingest. worden alle huidige stuurprogrammainstellingen opgeslagen.  Help gebruiken Klik op de optie waarover u meer wilt weten op het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken en druk op F1 op uw toetsenbord. Eenvoudige afdruktaken 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 49 ► ML-451x Series/ ML-501x Series 16   Eco-afdruk Met de functie Eco spaart u toner en papier uit. De functie Eco spaart natuurlijke hulpbronnen en helpt u milieuvriendelijke afdrukken te maken. Als u op het bedieningspaneel op de knop Eco drukt, staat deze modus aan. De standaardinstelling in de eco-modus is dubbelzijdig afdrukken (lange zijde), 2 op 1 veel, blanco pagina´s overslaan en tonerbesparing. 1 2 Druk op Systeeminstellingen > OK > Eco-instellingen > OK. 3 Druk op de toetsen OK om de gewenste modus te selecteren. Druk op • Instellen van eco-modus op het bedieningspaneel. • De instellingen die via het stuurprogramma zijn opgegeven krijgen voorrang op de instellingen via het bedieningspaneel. de knop (Menu) op het bedieningspaneel. Standaardmodus: In deze modus is de eco-modus uitgeschakeld. (Dubbelzijdig (lange zijde)/ tonerbesparing/2 op 1 vel/blanco pagina´s overslaan) - Uit: Zet de eco-modus uit. - Aan: Zet de eco-modus aan. Als u de eco-modus instelt met een wachtwoord via de SyncThru™ Web Service (tabblad Settings > Machine Settings > System > Eco > Settings), de melding Gedwongen verschijnt. U moet het wachtwoord invoeren om de eco-modus uit te schakelen. • Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel. • Sjabloon wijzigen.: Kies het eco-sjabloon. - Standaard-Eco: De standaardinstelling in de ecomodus is dubbelzijdig afdrukken, 2 op 1 veel, blanco pagina´s overslaan en tonerbesparing. Eenvoudige afdruktaken - Aangepaste Eco: Volg de instellingen van de Syncthru™ Web Service. Voordat u dit onderdeel selecteert, moet u de eco-functie instellen de SyncThru™ Web Service> tabblad Settings > Machine Settings > System > Eco > Settings. ► ML-5015 Series/ ML-5017 Series 1 2 Druk op Eco in het Hoofdscherm. 3 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 50 • Eco-afdruk: Schakelt eco-modus in. Activeert de verschillende te gebruiken eco-onderdelen. • Wachtwoord: Als de eco-modus door de beheerder standaard is ingeschakeld, moet u een wachtwoord invoeren om deze modus uit te schakelen. ► Resultaatsimulator Druk op de gewenste optie. De Resultaatsimulator toont de resultaten van verlaagde kooldioxide-emissies, elektriciteitsverbruik en de hoeveelheid uitgespaard papier, naargelang de door u gekozen instellingen. U kunt de huidige optiebeschrijving bekijken. • Druk op het startpictogram ( de Stand-bymodus. De resultaten worden berekend op basis van een totaal aantal van honderd pagina´s zonder blanco pagina, als de eco-modus is uitgeschakeld. • Zie voor de berekeningscoëfficient met betrekking tot CO2, energie en papier het IEA, het kengetal van het Japanse ministerie van Binnenlandse Zaken en Communicatie, en www.remanufacturing.org.uk. Elk model gebruikt een ander kengetal. • Het elektriciteitsverbruik in afdrukmodus betreft bij dit apparaat het gemiddelde elektriciteitsverbruik bij afdrukken. • De werkelijke bespaarde of verlaagde hoeveelheden kan verschillen naargelang het gebruikte besturingssysteem, computerkracht, programma´s, aansluitmethode, mediatype, mediaformaat, complexiteit van de afdruktaak, enz. ) om terug te keren naar Eco-modus in het stuurprogramma instellen Open het tabblad Eco om de eco-modus in te stellen. Als u de eco-afbeelding ziet ( ), betekent dit dat de eco-modus momenteel is ingeschakeld. ► Eco-opties • Standaardinstelling printer: Volg de instellingen op het bedieningspaneel van de printer. • Geen: Schakelt eco-modus uit. Een USB-geheugenapparaat gebruiken 17   Informatie over USB-geheugenapparaat Er bestaan USB-geheugenapparaten met verschillende geheugencapaciteiten die meer ruimte bieden voor de opslag van documenten, presentaties, muziek en video’s, hogeresolutieafbeeldingen en alle andere bestanden die u wilt opslaan of verplaatsen. Uw apparaat ondersteunt USB-geheugenapparaten met FAT16/ FAT32 en sectoren van 512 bytes. Controleer het bestandssysteem van het USBgeheugenapparaat van uw leverancier. Gebruik alleen USB-geheugenapparaten met een USBconnector van het type A. A B Gebruik alleen een USB-geheugenapparaat met een afgeschermde metalen aansluiting. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 51 Gebruik alleen een USB-geheugenapparaat dat compatibel is, anders wordt het mogelijk niet herkend. • Verwijder het USB-geheugenapparaat niet als het in gebruik is. Schade veroorzaakt door onjuist gebruik valt niet onder de garantie. • Als uw USB-geheugenapparaat bepaalde functies heeft, zoals beveiligings- en wachtwoordinstellingen, kan uw apparaat het mogelijk niet automatisch detecteren. Raadpleeg de Gebruikershandleiding van het USB-geheugenapparaat voor meer informatie over deze functies. Een USB-geheugenapparaat gebruiken 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 52 18 Afdrukken vanaf een USBgeheugenapparaat U kunt bestanden die opgeslagen zijn op een USBgeheugenapparaat rechtstreeks afdrukken. Als [+] of [D] voor de naam van een map staat, staat er een of meer bestanden of mappen in de geselecteerde map. 19 Bestandstypen die worden ondersteund door de optie Direct afdrukken: • PRN: Alleen bestanden die zijn gemaakt met het bijgeleverde stuurprogramma zijn compatibel. Als u PRN-bestanden afdrukt die op een ander apparaat zijn gemaakt, zal de afdruk verschillen.   De USB-geheugenstatus weergeven U kunt controleren hoeveel geheugenruimte er nog beschikbaar is voor het opslaan van documenten. U kunt de functies van het menu Directe USB > Ruimte tonen gebruiken (zie "Menuoverzicht" op pagina 26). 20 • BMP: BMP niet-gecomprimeerd • TIFF: TIFF 6.0 Baseline • JPEG: JPEG Baseline • PDF: PDF 1.4 en lager • XPS Om een document af te drukken vanaf een USBgeheugenapparaat, kunt u de functies van het menu Directe USB > Afdrukken via USB of Afdrukken vanaf gebruiken (zie "Menuoverzicht" op pagina 26).   Back-up van gegevens maken Gegevens in het geheugen van het apparaat kunnen per ongeluk gewist worden als gevolg van een stroomonderbreking of een fout tijdens het opslaan. U kunt de functies van het menu Systeeminstellingen (of Instellen > Systeem) > Inst. export. en Inst. import. gebruiken (zie "Menuoverzicht" op pagina 26). Een USB-geheugenapparaat gebruiken 21   USB-geheugen beheren U kunt afbeeldingsbestanden op een USB-geheugenapparaat een voor een of allemaal tegelijk verwijderen door het apparaat opnieuw te formatteren. U kunt de functies van het menu Directe USB > Bestandsbeheer gebruiken (zie "Menuoverzicht" op pagina 26). Als u een + voor de naam van een map staat, staat er een of meer bestanden of mappen in de geselecteerde map. Bestanden kunnen niet meer worden teruggezet nadat u ze hebt verwijderd of nadat u het USBgeheugenapparaat opnieuw hebt geformatteerd. Voordat u ze verwijdert, moet u dan ook nagaan of u ze niet meer nodig hebt. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 53 3. Onderhoud In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u verbruiksartikelen, accessoires en onderdelen voor het onderhoud van uw apparaat kunt aankopen. • Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 55 • Beschikbare verbruiksartikelen 56 • Beschikbare accessoires 57 • Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 59 • Toner herverdelen 60 • De tonercassette vervangen 62 • De beeldeenheid vervangen 64 • Een geheugenmodule upgraden 66 • Een massaopslagapparaat installeren 67 • De nietjescassette vervangen 68 • De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 69 • Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op" 70 • Het apparaat reinigen 71 Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 3. Onderhoud 55 De verkrijgbare accessoires kunnen verschillen van land tot land. Neem contact op met uw verkoper voor de lijst met beschikbare verbruiksartikelen en onderdelen. Als u door Samsung goedgekeurde verbruiksartikelen, accessoires of reserveonderdelen wilt bestellen, neemt u contact op met de lokale Samsung-dealer of de winkel waar u het apparaat hebt gekocht. Of ga naar www.samsung.com/supplies en selecteer uw land/regio voor de contactgegevens van de klantenservice. Beschikbare verbruiksartikelen Als de verbruiksartikelen het einde van hun gebruiksduur naderen, kunt u de volgende verbruiksartikelen voor uw apparaat bestellen: Type Standaardrendem ent tonercassette Gemiddeld aantal afdrukkena Ong. 7.000 pagina’s Benaming van onderdeel 56 Als u nieuwe tonercassettes of verbruiksartikelen aanschaft, doet u dit best in het land waar u het apparaat hebt gekocht. Nieuwe tonercassettes of andere verbruiksartikelen zijn mogelijk niet compatibel met het apparaat omdat de configuratie van tonercassettes en andere verbruiksartikelen per land kunnen verschillen. MLT-D307S Tonercassette met Ong. 15.000 pagina’s MLT-D307L hoge capaciteit Tonercassette met Ong. 20.000 pagina’s MLT-D307E extrahoge capaciteitb Beeldeenheid 3. Onderhoud Ong. 60.000 pagina’s MLT-R307 a. Opgegeven gebruiksduur overeenkomstig ISO/IEC 19752. Het aantal pagina's kan worden beïnvloed door de gebruiksomstandigheden, de tijd tussen afdruktaken, afbeeldingen en het type en formaat van het afdrukmateriaal. b. De extra tonercassette is alleen voor de ML-501x Series verkrijgbaar. De gebruiksduur van de tonercassette kan variëren afhankelijk van het model of land. Samsung raadt gebruik van niet-originele Samsungtonercassettes (bijv. hervulde of gereviseerde tonercassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van nietoriginele Samsung-tonercassettes niet garanderen. Onderhoud en herstellingen die vereist zijn als gevolg van het gebruik van andere tonercassettes dan die van Samsung vallen niet onder de garantie van het apparaat. Beschikbare accessoires 3. Onderhoud 57 U kunt accessoires aanschaffen en installeren om de prestaties en capaciteit van uw apparaat te verbeteren. Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7). Optie Geheugenmodule Optionele lade Functie Hiermee breidt u de geheugencapaciteit van uw apparaat uit. ML-MEM170: 512 MB Als u regelmatig papiertoevoerproblemen ondervindt, kunt u een extra papierlade plaatsen. • ML-451x Series/ ML-501x Series: ML-S5010A • ML-4512 Series/ ML-5012 Series: ML-S5012A Maakt het gebruik van verschillende interfaces mogelijk. IEEE 1284 parallelstekker Benaming van onderdeel • Als het printerstuurprogramma met een IEEE1284parallelstekker geïnstalleerd wordt, kan het apparaat mogelijk niet gevonden worden en zijn na installatie van het stuurprogramma alleen de basisfuncties voor het afdrukken beschikbaar. • Als u de status van het apparaat wilt controleren of de instellingen wijzigen, moet u de machine met een USBkabel of een netwerk op een computer aansluiten. • Als u de IEEE1284-parallelstekker gebruikt, kunt u niet tegelijkertijd een USB-kabel aansluiten. ML-PAR100 Beschikbare accessoires Optie Massaopslagapparaat Afwerkingseenheid (stapelaar en nieter) 3. Onderhoud Functie Benaming van onderdeel Hiermee kunt u de capaciteit van het apparaat uitbreiden en afdrukken op diverse manieren. ML-HDK470 Hiermee kunt u afdrukken sorteren en nieten. ML-OCT65 Er moet een massaopslagapparaat zijn geïnstalleerd om bepaalde opties voor de afwerkingseenheid in het printerstuurprogramma te gebruiken. Korte standaard Hiermee kunt u het apparaat eenvoudig verplaatsen met behulp van deze standaard op wielen. ML-DSK65S Multbin-postvak Hiermee kunt u afdrukken stapelen via 4 verschillende stapelaars. ML-MBT65 Nietcassette Hiermee kunt u de afdrukken nieten. SCX-STP000 58 Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 3. Onderhoud 59 Neem contact op met de winkel waar u het apparaat hebt gekocht om reserveonderdelen te bestellen. Laat onderhoudsonderdelen alleen vervangen door een erkende servicemedewerker, de leverancier of personeel van de winkel waar u het apparaat hebt gekocht. De vervanging van onderdelen waarvan de gemiddelde levensduur is verstreken, valt niet onder de garantie. Onderhoudsonderdelen worden op gezette tijdstippen vervangen om te verhinderen dat de afdrukkwaliteit verslechtert en er papierinvoerstoringen optreden als gevolg van versleten onderdelen (zie onderstaande tabel). Uw apparaat moet op elk moment perfect functioneren. De te vervangen onderdelen moeten worden vervangen wanneer de levensduur van het desbetreffende onderdeel is verstreken. Onderdelen Gemiddeld aantal afdrukkena Transportrol Ong. 100.000 pagina’s fixeereenheid Ong. 100.000 pagina’s Opneemrol/voorwaartse rol Ong. 100.000 pagina’s Vertragingsrol Ong. 100.000 pagina’s a. De afdruksnelheid is afhankelijk van het gebruikte besturingssysteem, de snelheid van de computer, de gebruikte toepassing, de verbindingsmethode, het type en formaat van de afdrukmedia en de complexiteit van de taak. Toner herverdelen Als de tonercassette bijna leeg is: • Witte strepen, onduidelijke afdruk en/of verschillende dichtheid aan beide kanten. • knippert de Status-LED rood. 3. Onderhoud 2 60 Schud de cassette vijf tot zes keer heen en weer om de toner in de cassette gelijkmatig te verdelen. In dat geval kunt u de afdrukkwaliteit tijdelijk verbeteren door de resterende toner in de tonercassette opnieuw te verdelen. Soms blijven die witte strepen of lichtere gebieden voorkomen, ook nadat de toner opnieuw is verdeeld. 1 Open de klep aan de voorkant en verwijder de tonercassette. Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en was de kleding in koud water. Met warm water hecht de toner zich aan de stof. Toner herverdelen 3 Houd de tonercassette bij de handgreep vast en plaats de cassette voorzichtig in de opening van het apparaat. 4 Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht is. 3. Onderhoud 61 De tonercassette vervangen Als een tonercassette het einde van de levensduur bereikt heeft, stopt de printer met afdrukken (zie "Beschikbare verbruiksartikelen" op pagina 56). 1 3. Onderhoud 3 62 Schud de cassette vijf tot zes keer heen en weer om de toner in de cassette gelijkmatig te verdelen. Open de klep aan de voorkant en verwijder de tonercassette. Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en was de kleding in koud water. Met warm water hecht de toner zich aan de stof. 2 Haal de nieuwe tonercassette uit de verpakking. De tonercassette vervangen 4 Houd de tonercassette bij de handgreep vast en plaats de cassette voorzichtig in de opening van het apparaat. 5 Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht is. 3. Onderhoud 63 De beeldeenheid vervangen Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over hoe u de beeldeenheid kunt vervangen. 3. Onderhoud 2 Trek de beeldeenheid naar buiten. 3 Haal de nieuwe beeldeenheid uit de verpakking. 64 Als een beeldeenheid het einde van de levensduur bereikt heeft, stopt de printer met afdrukken (zie "Beschikbare verbruiksartikelen" op pagina 56). 1 Open de klep aan de voorkant en verwijder de tonercassette. • Gebruik geen scherpe objecten zoals een mes of een schaar om de verpakking van de tonercassette te openen. Scherpe voorwerpen veroorzaken mogelijk krassen op het oppervlak van de cassette. • Om schade aan de beeldeenheid te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze niet langer dan enkele minuten wordt blootgesteld aan licht. Dek de cassette zo nodig af met een stuk papier. De beeldeenheid vervangen 4 Schud de beeldeenheid 5 tot 6 keer krachtig heen en weer om de toner evenredig te verspreiden binnen de beeldeenheid. 5 Verwijder de beschermlaag en verzegeling. 3. Onderhoud 65 • Raak het groene oppervlak van de beeldeenheid niet aan. 6 • Om schade aan de beeldeenheid te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze niet langer dan enkele minuten wordt blootgesteld aan licht. Dek de cassette zo nodig af met een stuk papier. Houd de beeldeenheid bij de handgreep vast en plaats de nieuwe beeldeenheid voorzichtig in de opening van het apparaat. Met behulp van de lipjes aan de zijkanten van de eenheid en de sleuven binnenin het apparaat kunt u de beeldeenheid automatisch op de juiste plek schuiven totdat deze vastklikt. 7 8 Plaats de tonercassette weer terug. Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht is. Een geheugenmodule upgraden 3. Onderhoud Voor het bestellen van optionele accessoires zijn bestelgegevens beschikbaar (zie "Beschikbare accessoires" op pagina 57.) 66 Een massaopslagapparaat installeren 3. Onderhoud Voor dit apparaat zijn geen schroeven van type A nodig. Voor het bestellen van optionele accessoires zijn bestelgegevens beschikbaar (zie "Beschikbare accessoires" op pagina 57.) 67 De nietjescassette vervangen 3. Onderhoud Voor het bestellen van optionele accessoires zijn bestelgegevens beschikbaar (zie "Beschikbare accessoires" op pagina 57.) 68 De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 1 3. Onderhoud 69 2 ML-451x Series/ ML-501x Series 1 2 3 4 Druk op (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Systeeminstellingen > OK > Onderhoud > OK. Druk op Info verb.art. > OK. Druk op de toetsen OK om de gewenste optie te selecteren. ML-5015 Series/ ML-5017 Series 1 2 3 4 Druk op Instellen in het Hoofdscherm. Druk op Systeem > Volg. > Onderhoud > Biedt informatie. Druk op de gewenste optie. Druk op het startpictogram ( de Stand-bymodus. ) om terug te keren naar Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op" Als de tonercassette bijna leeg is, verschijnt een bericht of gaat er een LED branden die aangeeft dat u de tonercassette moet vervangen. U kunt instellen of u wenst dat dit bericht of deze LED verschijnt of niet. 3 ML-451x Series/ ML-501x Series 1 2 3 4 Druk op (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Systeeminstellingen > OK > Onderhoud > OK. Klik op Toner bijna op > OK. Kies de gewenste optie en druk op OK. 3. Onderhoud 70 4 ML-5015 Series/ ML-5017 Series 1 2 3 4 5 Druk op Instellen in het Hoofdscherm. Druk op Systeem > Volg. > Onderhoud. Druk op Waarschuwing tonerstatus. Druk op de gewenste optie. Druk op het startpictogram ( de Stand-bymodus. ) om terug te keren naar Het apparaat reinigen 3. Onderhoud 71 Als er zich problemen voordoen met de afdrukkwaliteit of als u uw apparaat in een stofrijke omgeving gebruikt, moet u uw apparaat regelmatig schoonmaken om de beste afdrukkwaliteit te blijven garanderen en de gebruiksduur van uw apparaat te verlengen. • Als u de behuizing van het apparaat reinigt met reinigingsmiddelen die veel alcohol, oplosmiddelen of andere agressieve substanties bevatten, kan de behuizing verkleuren of vervormen. • Als er toner in het apparaat of in de directe omgeving ervan is terecht gekomen, raden wij u aan om de toner te verwijderen met een zachte, met water bevochtigde doek of tissue. Als u een stofzuiger gebruikt, wordt de toner in de lucht geblazen. Dit kan schadelijk voor u zijn. 5 De buitenkant reinigen Maak het apparaat aan de buitenkant schoon met een zachte, pluisvrije doek. U kunt de doek enigszins bevochtigen met water, maar let erop dat er geen water op of in het apparaat terechtkomt. Het apparaat reinigen 3. Onderhoud 72 6 De binnenkant reinigen Tijdens het afdrukken kunnen zich in het apparaat papierresten, toner en stof verzamelen. Dit kan op een gegeven moment problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken, zoals tonervlekken of vegen. Deze problemen kunnen worden gereduceerd en verholpen door de binnenkant van het apparaat te reinigen. Gebruik een droge pluisvrije doek voor het reinigen van de binnenkant van het apparaat. Let op dat u de transportrol of andere onderdelen niet beschadigt. Gebruik geen oplosmiddelen, zoals benzeen of verdunner. Er kunnen zich problemen voordoen met de afdrukkwaliteit en het apparaat kan worden beschadigd. Het apparaat reinigen 3. Onderhoud 73 Het apparaat reinigen 7 Reinigen van de opneemrol 3. Onderhoud 74 4. Problemen oplossen In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt. • Tips om papierstoringen te voorkomen 76 • Papierstoringen verhelpen 77 • Informatie over de status-LED 93 • Informatie over displaymeldingen 95 † Dit hoofdstuk biedt nuttige informatie voor als u een foutmelding opmerkt. Als uw apparaat beschikt over een displayscherm, controleert u eerst het bericht op het displayscherm om te fout op te lossen. Als u in dit hoofdstuk geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, raadpleegt u het hoofdstuk Problemen oplossen in de Gebruikershandleiding Geavanceerd. Als u geen oplossing kunt vinden in de Gebruikershandleiding of als het probleem blijft optreden, kunt u contact opnemen met de klantenservice. Tips om papierstoringen te voorkomen 4. Problemen oplossen 76 U kunt de meeste papierstoringen voorkomen door het juiste type afdrukmedia te gebruiken. Zie de volgende tips om storingen met vastzittend papier te voorkomen: • Zorg ervoor dat de verstelbare geleiders correct zijn ingesteld (zie "Lade overzicht" op pagina 34). • Plaats niet te veel papier in de lade. Zorg dat de papierstapel niet boven de maximummarkering aan de binnenzijde van de lade uitkomt. • Verwijder geen papier uit de papierlade tijdens het afdrukken. • Buig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voordat u het in de lade plaatst. • Gebruik geen gekreukt, vochtig of sterk gekruld papier. • Plaats geen verschillende soorten papier in een lade. • Gebruik alleen aanbevolen afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 113). Papierstoringen verhelpen 4. Problemen oplossen Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam naar buiten om te voorkomen dat het scheurt. 1   In lade 1 77 Papierstoringen verhelpen 2   In optionele lade 4. Problemen oplossen 78 Papierstoringen verhelpen 3   In de multifunctionele lade 4. Problemen oplossen 79 Papierstoringen verhelpen 4. Problemen oplossen 4   Binnenin het apparaat • Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert. • Raak het groene oppervlak van de beeldeenheid niet aan. • Om schade aan de beeldeenheid te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze niet langer dan enkele minuten wordt blootgesteld aan licht. Dek de deze zo nodig af met een stuk papier. 80 Papierstoringen verhelpen 4. Problemen oplossen 81 Papierstoringen verhelpen Ga naar de volgende stap als u geen papier ziet in dit gebied: 2 4. Problemen oplossen 82 Papierstoringen verhelpen 4. Problemen oplossen 83 5   In het uitvoergebied • Het gebied rond de fixeereenheid is extreem heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert, zodat u zich niet verbrand. Papierstoringen verhelpen 4. Problemen oplossen 84 6   Rond de duplexeenheid • Het gebied rond de fixeereenheid is extreem heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert, zodat u zich niet verbrand. Papierstoringen verhelpen 4. Problemen oplossen 85 Papierstoringen verhelpen Ga naar de volgende stap als u geen papier ziet in dit gebied: 4. Problemen oplossen 86 Papierstoringen verhelpen 7   In de optionele afwerkingseenheid (stapelaar en nieteenheid) Het papier is vastgelopen aan de voorkant van de afwerkingseenheid 4. Problemen oplossen 87 Papierstoringen verhelpen Het papier is vastgelopen in de afwerkingseenheid 4. Problemen oplossen 88 Papierstoringen verhelpen Het papier is vastgelopen bij de uitgang van de afwerkingseenheid 4. Problemen oplossen 89 Papierstoringen verhelpen 4. Problemen oplossen 8   In het optionele postvak met meerdere vakken Het papier is vastgelopen aan de voorkant van het optionele postvak met meerdere vakken 90 Papierstoringen verhelpen Het papier is vastgelopen in het optionele postvak met meerdere vakken 4. Problemen oplossen 91 Papierstoringen verhelpen 4. Problemen oplossen Het papier is vastgelopen bij de uitgang van het optionele postvak met meerdere vakken 92 Informatie over de status-LED 4. Problemen oplossen De kleur van de LED geeft de huidige status van het apparaat aan. • Afhankelijk van het model of land zijn enkele LED´s mogelijk niet beschikbaar. • Zie de foutmelding en de bijbehorende instructies om de fout op te lossen. • U kunt de fout ook oplossen met de tips in het programmavenster Samsung-printerstatus of Smart Panel. • Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen. 93 Informatie over de status-LED LED Status Off Groen 4. Problemen oplossen 94 Omschrijving Het apparaat is offline. Knippert Aan Knippert • Als het lampje langzaam knippert, ontvangt het apparaat gegevens van de computer. • Als het lampje snel knippert, is het apparaat bezig met afdrukken. • Het apparaat is online en klaar voor gebruik. • Er is een kleine storing opgetreden en het apparaat wacht tot het probleem is verholpen. Bekijk het bericht op het display. Als het probleem is opgelost, gaat de printer door met afdrukken. Deze functie is niet van toepassing op enkele modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel. • De tonercassette is bijna leeg. Geschatte levensduur van een cassettea van de cassette is bijna bereikt. Bereid een nieuwe cassette voor ter vervanging van de oude. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 60). • De tonercassette heeft de geschatte levensduur a bijna bereikt. Het verdient aanbeveling de tonercassette te vervangen (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 62). Rood • De klep is geopend. Sluit de klep. Aan • De papierlade is leeg. Plaats papier in de lade. • Het apparaat is gestopt als gevolg van een ernstige fout. Bekijk de melding op het display (zie "Informatie over displaymeldingen" op pagina 95). • Er is een papierstoring opgetreden (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 77). a. De geschatte levensduur verwijst naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een tonercassette. Het geeft aan hoeveel afdrukken er gemiddeld kunnen worden gemaakt met de cassette volgens ISO/IEC 19752. Het aantal pagina’s kan worden beïnvloed door de omgevingsomstandigheden, de tijd tussen afdruktaken en het type en formaat van het afdrukmateriaal. Er kan wat toner achterblijven in de cassette, ook als de rode LED brandt en de printer stopt met afdrukken. Informatie over displaymeldingen Er verschijnen berichten op het display van het bedieningspaneel om de status van het apparaat of fouten te melden. Raadpleeg de onderstaande tabellen voor de betekenis van de berichten en verhelp indien nodig het probleem. 4. Problemen oplossen Foutmeldingen gerelateerd aan vastgelopen papier Melding Betekenis 9 Berichten op het display controleren • Als het bericht niet in de tabel voorkomt, schakelt u het apparaat uit en weer in en probeert u de afdruktaak opnieuw uit te voeren. • Als u contact opneemt met de klantenservice, is het nuttig dat u het bericht op het display doorgeeft aan een medewerker van de klantenservice. • Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige meldingen mogelijk niet op het display. • [foutnummer] geeft het foutnummer aan. 95 • Vastgelopen papier in postvak [aantal] Er is papier vastgelopen in het postvak-gebied. Verwijder het vastgelopen papier (zie "In het optionele postvak met meerdere vakken" op pagina 90). Er is papier vastgelopen in het duplex-gebied. Verwijder het vastgelopen papier (zie "Rond de duplexeenheid" op pagina 84). • Vastgelopen papier in postvak [aantal]. Verw. vastgel. papier Papierst. ond. duplex Voorgestelde oplossing Informatie over displaymeldingen Melding • St. uitv.gb.afw.eenh • Papierstoring uitvoergebied afwerkeenh • Pap stor vr postvak • Er is papier vastgelopen in de voorkant van de postvak. Verw. vastgel. papier • Papierst. voork. van vak [aantal] • Papierst. voork. van vak [aantal] Verw. vastgel. papier Betekenis Voorgestelde oplossing Melding 4. Problemen oplossen Betekenis Er is papier vastgelopen in het gebied van de afwerkingseenheid. Verwijder het vastgelopen papier (zie "Het papier is vastgelopen bij de uitgang van de afwerkingseenhe id" op pagina 89). • St. vóór afw.eenh Er is papier vastgelopen in het postvak-gebied. Verwijder het vastgelopen papier (zie "Het papier is vastgelopen aan de voorkant van het optionele postvak met meerdere vakken" op pagina 90). Er is papier vastgelopen bij de Papierst. in uitv. geb uitgang. • Papierstoring vóór de afwerkeenheid • Pap.rst. in afw.eenh • Papierstoring in afwerkeenheid Er is papier vastgelopen in het gebied van de afwerkingseenheid. Er is papier vastgelopen in het gebied van de afwerkingseenheid. 96 Voorgestelde oplossing Verwijder het vastgelopen papier (zie "Het papier is vastgelopen aan de voorkant van de afwerkingseenhe id" op pagina 87). Verwijder het vastgelopen papier (zie "In het uitvoergebied" op pagina 83). Verwijder het vastgelopen papier (zie "Het papier is vastgelopen in de afwerkingseenhe id" op pagina 88). Informatie over displaymeldingen Melding Papierst. in apparaat • Pap stor in postvak • Het papier is vastgelopen in het postvak. Verw. vastgel. papier Papierst. in [ladetype] Betekenis Voorgestelde oplossing Er is papier vastgelopen in het apparaat. Verwijder het vastgelopen papier (zie "Binnenin het apparaat" op pagina 80). Er is papier vastgelopen in het postvak-gebied. Verwijder het vastgelopen papier (zie "Het papier is vastgelopen in het optionele postvak met meerdere vakken" op pagina 91). Er is papier vastgelopen in het gebied van de lade. Verwijder het vastgelopen papier. • zie "In lade 1" op pagina 77. • zie "In optionele lade" op pagina 78. Melding Pap stor in MF-lade 4. Problemen oplossen Betekenis Er is papier vastgelopen in het gebied van de multifunctionele lade. 97 Voorgestelde oplossing Verwijder het vastgelopen papier (zie "In de multifunctionele lade" op pagina 79). Informatie over displaymeldingen 4. Problemen oplossen 98 Meldingen over de tonercassette Melding • BE is niet compatibel Betekenis Voorgestelde oplossing De beeldeenheid die u hebt geplaatst, is niet geschikt voor uw apparaat. Plaats beeldeenheden van Samsung die speciaal bedoeld zijn voor uw apparaat. • Beeldeenheid is niet geplaatst. Plaats de eenheid. De beeldeenheid is niet geplaatst of de CRUM in de beeldeenheid is niet goed aangesloten. Plaats de beeldeenheid twee of drie keer opnieuw. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. • Geen toner toegev. Het apparaat kan geen toner leveren. Schud de cassette vijf tot zes keer heen en weer om de toner in de cassette gelijkmatig te verdelen. • Beeldeenheid is niet compatibel. Zie handl. • BE Niet geïnstalleerd • Onvoldoende toner toegevoerd. Pla. TC terug in app. • Breid beeldeenheid voor Het einde van de geschatte levensduur • Bereid nieuwe beeldeenheid voor van de eenheid is bijna bereikt. Bereid een nieuwe beeldeenheid voor ter vervanging van de oude. Informatie over displaymeldingen Melding • Vervang beeldeenheid • Plaats een nieuwe beeldeenheid Betekenis 4. Problemen oplossen 99 Voorgestelde oplossing De aangegeven beeldeenheid is bijna aan • U kunt kiezen tussen Stop of Doorgaan, zoals weergegeven op het bedieningspaneel. Als u Stop het einde van de geschatte levensduur. selecteert, stopt de printer met afdrukken en kunt u niet meer afdrukken zolang u de beeldeenheid niet hebt vervangen. Als u Doorgaan kiest, gaat de De geschatte levensduur printer door met afdrukken maar kan de verwijst naar de verwachte of afdrukkwaliteit niet worden gegarandeerd. geschatte gebruiksduur van een Als u van een optimale afdrukkwaliteit wilt blijven beeldeenheid. Het geeft aan genieten, dient u de beeldeenheid te vervangen hoeveel afdrukken er gemiddeld wanneer dit bericht verschijnt. Als u een kunnen worden gemaakt met de beeldeenheid verder blijft gebruiken, kunnen er beeldeenheid volgens ISO/ problemen optreden met de afdrukkwaliteit (zie IEC 19752. Het aantal pagina’s "De beeldeenheid vervangen" op pagina 64). kan worden beïnvloed door het percentage afbeeldingen, de Samsung raadt gebruik van niet-originele gebruiksomstandigheden, de Samsung-beeldeenheden (bijv. hervulde tijd tussen afdruktaken en het of gereviseerde beeldeenheden) af. formaat van het Samsung kan de kwaliteit van nietafdrukmateriaal. Er kan wat originele Samsung-tonercassettes niet toner achterblijven in de garanderen. Onderhoud en herstellingen die vereist zijn als gevolg van het gebruik cassette, ook als de rode LED van andere beeldeenheden dan die van gaat branden en de printer stopt Samsung worden niet gedekt door de met afdrukken. garantie van het apparaat. • Als het apparaat stopt met afdrukken, vervangt u de beeldeenheid (zie "De beeldeenheid vervangen" op pagina 64). Informatie over displaymeldingen Melding • Vervang beeldeenheid • Einde van gebruiksduur. Plaats een nieuwe beeldeenheid Betekenis De aangegeven beeldeenheid is aan het einde van de geschatte levensduur. Het apparaat stopt mogelijk met afdrukken. De geschatte levensduur verwijst naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een beeldeenheid. Het geeft aan hoeveel afdrukken er gemiddeld kunnen worden gemaakt met de beeldeenheid volgens ISO/ IEC 19752. Het aantal pagina’s kan worden beïnvloed door het percentage afbeeldingen, de gebruiksomstandigheden, de tijd tussen afdruktaken en het formaat van het afdrukmateriaal. Er kan wat toner achterblijven in de cassette, ook als de rode LED gaat branden en de printer stopt met afdrukken. 4. Problemen oplossen 100 Voorgestelde oplossing Vervang de beeldcassette (zie "De beeldeenheid vervangen" op pagina 64). Informatie over displaymeldingen Melding • Bereid nw. TC voor • Bereid nieuwe tonercassette voor 4. Problemen oplossen 101 Betekenis Voorgestelde oplossing De tonercassette is bijna leeg. Het einde van de geschatte levensduur van de cassette is bijna bereikt. Bereid een nieuwe cassette voor ter vervanging van de oude. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 60). Informatie over displaymeldingen Melding • Plaats nieuwe cas. • Plaats nieuwe tonercassette Betekenis 4. Problemen oplossen 102 Voorgestelde oplossing De aangegeven tonercassette is bijna aan • U kunt kiezen tussen Stop of Doorgaan, zoals weergegeven op het bedieningspaneel. Als u het einde van haar geschatte levensduur. Stop selecteert, stopt de printer met afdrukken en kunt u niet meer afdrukken zolang u de cassette niet hebt vervangen. Als u Doorgaan kiest, gaat De geschatte levensduur de printer door met afdrukken maar kan de verwijst naar de verwachte of afdrukkwaliteit niet worden gegarandeerd. geschatte gebruiksduur van een Als u van een optimale afdrukkwaliteit wilt blijven cassette. Het geeft aan hoeveel genieten, dient u de tonercassette te vervangen afdrukken er gemiddeld kunnen wanneer dit bericht verschijnt. Als u de cassette worden gemaakt met de verder blijft gebruiken kunnen er problemen beeldeenheid volgens ISO/ optreden met de afdrukkwaliteit (zie "De IEC 19752. Het aantal pagina’s tonercassette vervangen" op pagina 62). kan worden beïnvloed door het percentage afbeeldingen, de Samsung raadt gebruik van niet-originele omgevingsomstandigheden, de Samsung-tonercassettes (bijv. hervulde tijd tussen afdruktaken en het of gereviseerde tonercassettes) af. formaat van het Samsung kan de kwaliteit van nietafdrukmateriaal. Er kan wat originele Samsung-tonercassettes niet toner achterblijven in de garanderen. Onderhoud en herstellingen cassette, ook als de rode LED die vereist zijn als gevolg van het gebruik van andere tonercassettes dan die van gaat branden en de printer stopt Samsung worden niet gedekt door de met afdrukken. garantie van het apparaat. • Als het apparaat stopt met afdrukken, vervangt u de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 62). Informatie over displaymeldingen Melding • Plaats nieuwe cas. • Einde levensduur. Plaats nieuwe tonercassette Betekenis De aangegeven tonercassette is aan het einde van de geschatte levensduur. Het apparaat stopt mogelijk met afdrukken. De geschatte levensduur verwijst naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een cassette. Het geeft aan hoeveel afdrukken er gemiddeld kunnen worden gemaakt met de beeldeenheid volgens ISO/ IEC 19752. Het aantal pagina’s kan worden beïnvloed door het percentage afbeeldingen, de omgevingsomstandigheden, de tijd tussen afdruktaken en het formaat van het afdrukmateriaal. Er kan wat toner achterblijven in de cassette, ook als de rode LED gaat branden en de printer stopt met afdrukken. 4. Problemen oplossen Voorgestelde oplossing Vervang de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 62). 103 Informatie over displaymeldingen Melding • Schud tonercassette Betekenis • Tonercassette niet compatibel. Zie handl. • Er is geen tonercassette geplaatst • Tonercassette is niet geplaatst. Plaats er een. 104 Voorgestelde oplossing De toner is niet gelijkmatig verdeeld. Herverdeel de toner (zie "Toner herverdelen" op pagina 60). De tonercassette die u hebt geplaatst, is niet geschikt voor uw apparaat. Plaats tonercassettes van Samsung die speciaal bedoeld zijn voor uw apparaat. De tonercassette is niet geplaatst of de CRUM (Consumer Replaceable Unit Monitor) in de cassettes is niet goed aangesloten. Plaats de tonercassette twee of drie keer opnieuw. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. • Schud en installeer de tonercassette. • TC is niet compatibel 4. Problemen oplossen Informatie over displaymeldingen Meldingen over de papierlade Melding Betekenis • Uitvoerlade vol Teveel papier in de uitvoerlade. • Teveel papier Melding Voorgestelde oplossing Verwijder het afgedrukte papier. in uitvoervak [vaknummer]. Verwijder afgedrukt papier • Papier op in [ladetype] Betekenis De lade is niet goed geplaatst. 105 Voorgestelde oplossing Sluit de lade. • [Ladetype] is geopend. Plaats deze op de juiste manier. Meldingen over het netwerk De papierlade is leeg. • Papier is op in [ladetype]. Vul papier bij. • [Ladetype] niet De lade is niet geplaatst geplaatst. • [Ladetype] is niet geplaatst. Plaats de lade. • [Ladetype] geopend 4. Problemen oplossen Plaats papier in de lade (zie "Plaats papier in de lade/ optionele lade" op pagina 35). Plaats de lade (zie "Plaats papier in de lade/optionele lade" op pagina 35). Melding Betekenis Het door u • Er is een conflict ingestelde IP-adres wordt al door tussen dit IPadres en dat van iemand anders gebruikt. een ander systeem. Controleer het. • IP-conflict Voorgestelde oplossing Controleer het IPadres en stel het zonodig opnieuw in (zie handleiding Geavanceerd). Informatie over displaymeldingen Melding • 802.1x netwerkfout Betekenis Verificatie mislukt. • 802.1x netwerkfout. Contact beheerder. Voorgestelde oplossing Controleer het netwerkverificatiepr otocol. Neem contact op met uw netwerkbeheerder als dit probleem zich blijft voordoen. Melding Fout: • #C1-1311 • #C1-1330 Fout: • #C3-1312 4. Problemen oplossen Betekenis 106 Voorgestelde oplossing De toner is niet Herverdeel de toner en gelijkmatig verdeeld. plaats de tonercassette opnieuw (zie "Toner herverdelen" op pagina 60). Beeldeenheid is niet Plaats de beeldeenheid geplaatst. opnieuw. • #C3-1315 Meldingen over fouten • #C3-1320 • #C3-1330 Melding Fout: • #H1-1230 • #H1-1253 • #H1-1330 • #H1-1353 • #H1-1430 • #H1-1453 • #H1-1530 • #H1-1553 Betekenis Voorgestelde oplossing Het apparaat kan Plaats de optionele niet met de optionele lade(n) opnieuw. Als lade communiceren. het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. Fout: • #A1-1110 Er is een probleem met de motor. • #A1-2110 (T) Fout: • #A2-1210 • #A2-2110 • #A2-2410 Er is een probleem met een ventilator. Zet uit en weer aan Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. Informatie over displaymeldingen Melding Fout: • #A3-3211 • #A3-3212 • #A3-3311 Betekenis Er is een probleem met een sensor. Voorgestelde oplossing Zet uit en weer aan Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. Melding Fout: • #H2-1710 • #H2-1711 • #H2-1720 • #A3-3312 • #H2-1721 • #A3-3411 • #H2-1730 • #A3-3412 • #H2-1731 • #H2-1750 • #H2-1751 • #H2-1752 • #H2-1753 • #H2-1760 • #H2-1761 • #H2-1800 • #H2-1A50 • #H2-1A52 • #H2-1A70 • #H2-1A80 4. Problemen oplossen Betekenis Er is een probleem met de afwerkingseenheid. 107 Voorgestelde oplossing Zet uit en weer aan Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. Informatie over displaymeldingen Melding Fout: • • • • • #H2-4700 #H2-4701 #H2-4710 #H2-4711 #H2-4A50 Betekenis Er is een probleem in Zet uit en weer aan Als het postvak. het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. Fout: • #U1-2115 • #U1-2116 • #U1-2117 • #U1-2320 • #U1-2327 • #U1-2330 • #U1-2340 Er is een probleem met fixeereenheid. Fout: Er is een probleem met de LSU. • #U2-1111 • #U2-1113 Fout: • #S2-1320 Fout: • #M1-1411 Voorgestelde oplossing Melding • Kl. afwerkeenh. open • De klep van de afwerkingseenhe id is open. Sluit de klep • Stap. afw.eenh. vol • Plaats fixeereenheid Er is een probleem in het hoofdsysteem. 108 Niet-gerelateerde meldingen • Te veel papier in stapelaar afwerkeenh. Er is een probleem in de motor. 4. Problemen oplossen • Fixeereenheid is niet geplaatst. Plaats de eenheid. Betekenis Voorgestelde oplossing De klep van de Sluit de klep van de afwerkingseenheid afwerkingseenheid. is open. Teveel papier in de Verwijder het stapelaar van de afgedrukte papier. afwerkingseenheid Fixeereenheid is niet geplaatst. Plaats de fixeereenheid. Informatie over displaymeldingen Melding • Postvak [nummer] vol • Te veel papier in lade [nummer]. Verw. afgedr. pag. • Klep postvak open Betekenis Voorgestelde oplossing Teveel papier in de Verwijder het stapelaar van het afgedrukte papier. postvak De klep van het postvak is open. Sluit de klep van het postvak. • De klep van het postvak is open. Sluit de klep. • Nietjes op • Nietcassette is leeg. Vervang de cassette. • Nietjes bijna op • Nietcassette is bijna leeg. Vervang de cassette. Vervang de nietcassette (zie "De nietjescassette vervangen" op pagina 68). De nietcassette is bijna leeg. Bereid een nieuwe nietcassette voor. 109 Div. meldingen Melding • De voorklep is open. Sluit de klep Betekenis Voorgestelde oplossing De voorklep is open. Sluit de voorklep. De achterklep is open. Sluit de achterklep. • De voorklep is open. Sluit de klep. • De achterklep open De nietcassette is leeg. 4. Problemen oplossen • De achterklep is open. Sluit de klep. 5. Bijlage In dit hoofdstuk staan productspecificaties en informatie met betrekking tot toepasbare regelgeving. • Specificaties 111 • Informatie over wettelijke voorschriften 121 • Copyright 130 Specificaties 5. Bijlage 111 1 Algemene specificaties De specificaties hieronder kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. zie www.samsung.com/printer voor mogelijke wijzigingen. Items Omschrijving Afmetingen Breedte x Lengte x Hoogte 418 x 435 x 358 mm zonder optionele papierlade Gewicht Apparaat inclusief verbruiksartikelen 22,96 kg Stand-bymodus 30 dB (A) Afdrukmodus 54 dB (A) Gebruik 10 tot 30°C Opslag (in verpakking) -20 tot 40°C Gebruik 10 tot 85% RV Opslag (in verpakking) 10 tot 90% RV Modellen op 110 volt AC 110 – 127 V Modellen op 220 volt AC 220 – 240 V Geluidsniveaua Temperatuur Relatieve luchtvochtigheid Nominaal vermogenb Specificaties 5. Bijlage Items Gemiddeld vermogen Stroomverbruik Stand-bymodus Omschrijving • ML-451x Series: minder dan 850 W • ML-501x Series: minder dan 900 W • ML-451x Series: minder dan 12 W • ML-501x Series: minder dan 15 W Energiebesparende modus minder dan 4.5 W Uitgeschakelde toestand minder dan 0.5 W a. Geluidsdrukniveau, ISO 7779. Geteste configuratie: basisinstallatie apparaat, A4-papierformaat, enkelzijdig afdrukken. b. Zie het typeplaatje op het apparaat voor het juiste voltage (V), de frequentie (Hertz) en de stroomsterkte (A) voor uw apparaat. 112 Specificaties 5. Bijlage 2 Specificaties van de afdrukmedia Type Formaat Afmetingen Gewicht afdrukmediaab/capaciteitc Lade 1/Optionele lade Letter 216 x 279 mm 70 tot 90 g/m2 (bankpostpapier) Legal 216 x 356 mm • 520 vellen (80 g/m2) US Folio 216 x 330 mm A4 210 x 297 mm Oficio 216 x 343 mm JIS B5 182 x 257 mm Normaal papier ISO B5 176 x 250 mm Executive 184 x 267 mm Bepaling 140 x 216 mm A5 148 x 210 mm 105 x 148 mm A6 70 tot 90 g/m2 (bankpostpapier) • 250 vellen voor lade1. • Niet beschikbaar in optionele laden. Multifunctionele lade 70 tot 90 g/m2 (bankpostpapier) • 100 vellen 113 Specificaties Type Enveloppen Formaat 5. Bijlage Afmetingen Gewicht afdrukmediaab/capaciteitc Lade 1/Optionele lade Envelop Nr. 9 98 x 225 mm 75 tot 90 g/m2 (bankpostpapier) Envelop Nr. 10 105 x 241 mm Envelop DL 110 x 220 mm • 50 vellen alleen voor lade1 en voor optionele lade2. Envelop C5 162 x 229 mm Envelop C6 114 x 162 mm Multifunctionele lade 75 tot 90 g/m2 (bankpostpapier) • 10 vellen Monarch-envelop 98 x 191 mm Dik papier Dikker papier Dun papier Transparanten Zie Normaal papier Zie Normaal papier Zie Normaal papier Zie Normaal papier Zie Normaal papier 90 tot 120 g/m2 (bankpostpapier) • 250 vellen 90 tot 120 g/m2 (bankpostpapier) • 40 vellen Zie Normaal papier Niet beschikbaar in lade1/optionele lade. 163 tot 216 g/m2 (bankpostpapier) • 10 vellen Zie Normaal papier 60 tot 70 g/m2 (bankpostpapier) • 520 vellen 60 tot 70 g/m2 (bankpostpapier) • 100 vellen Zie Normaal papier Niet beschikbaar in de optionele lade. 138 tot 146 g/m2 (bankpostpapier) • 50 vellen • 10 vellen 114 Specificaties Type Etikettend Kartonpapier Bankpost Formaat Zie Normaal papier Zie Normaal papier Zie Normaal papier Voorbedrukt, Gekleurd, Katoen-, Gerecycled, Briefhoofd-, Geperforeerd Zie Normaal papier Postkaart Zie Normaal papier 5. Bijlage Afmetingen Zie Normaal papier Gewicht afdrukmediaab/capaciteitc Lade 1/Optionele lade 120 tot 150 g/m2 (bankpostpapier) • 50 vellen Multifunctionele lade 120 tot 150 g/m2 (bankpostpapier) • 10 vellen Zie Normaal papier 120 tot 163 g/m2 (bankpostpapier) • 50 vellen 120 tot 163 g/m2 (bankpostpapier) • 10 vellen Zie Normaal papier 106 tot 120 g/m2 (bankpostpapier) • 50 vellen 106 tot 120 g/m2 (bankpostpapier) • 10 vellen Zie Normaal papier • Postkaart 4 x 6 mm • Postkaart 100 x 148 mm • Indexkaart 115 Specificaties Type Formaat 5. Bijlage Afmetingen Gewicht afdrukmediaab/capaciteitc Lade 1/Optionele lade Multifunctionele lade • 76 x 127 mm Multifunctionele lade Minimaal formaat (aangepast)e • 98,6 x 148,5 mm Multifunctionele lade, Lade1 • 98,6 x 210 mm Multifunctionele lade, Lade1, Optionele lade Maximaal formaat (aangepast) 216 x 356 mm a. Als het gewicht van de afdrukmedia meer is dan 105 g/m2 (bankpostpapier), laadt u de vellen papier één voor één in de multifunctionele lade. b. De afwerkingseenheid ondersteunt geen papier van 60 g/m2 (bankpostpapier). c. De maximumcapaciteit kan verschillen en is afhankelijk van het gewicht en de dikte van afdrukmedia en de omgevingsomstandigheden. d. De zachtheid van de voor dit apparaat gebruikte etiketten moet tussen 100 tot 250 (sheffield) bedragen. Deze getallen verwijzen naar het gladheidsniveau. e. Het minimale gewicht van het minimale formaat is 105 g/m2 (bankpostpapier) 116 Specificaties 5. Bijlage 117 3 Systeemvereisten Microsoft® Windows® Vereisten (aanbevolen) Besturingssysteem Processor RAM Vrije schijfruimte Windows® 2000 Intel® Pentium® II 400 MHz (Pentium III 933 MHz) 64 MB (128 MB) Windows® XP Intel® Pentium® III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz) 128 MB (256 MB) 1,5 GB Windows Server® 2003 Intel® Pentium® III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz) 128 MB (512 MB) 1,25 GB tot 2 GB Windows Server® 2008 Intel® Pentium® IV 1 GHz (Pentium IV 2 GHz) 512 MB (2 GB) 10 GB Windows Vista® Intel® Pentium® IV 3 GHz 512 MB (1 GB) 15 GB Intel® Pentium® IV 1 GHz 32-bit of 64-bit-processor of hoger 1 GB (2 GB) 16 GB Windows® 7 600 MB • Ondersteuning voor DirectX® 9 graphics met 128 MB geheugen (om het Aero-thema in te schakelen). • DVD-R/W-station Windows Server® 2008 R2 Intel® Pentium® IV 1 GHz- (x86) of 1,4 GHz- (x64) processoren (2 GHz of sneller) 512 MB (2 GB) 10 GB Specificaties 5. Bijlage 118 • Internet Explorer 6.0 of hoger is minimum vereist voor alle Windows-besturingssystemen. • Gebruikers kunnen de software installeren als ze beheerdersrechten hebben. • Windows Terminal Services is compatibel met uw apparaat. • Voor Windows 2000 is Services Pack 4 of hoger vereist. Macintosh Besturingssysteem Vereisten (aanbevolen) Processor • Intel®-processoren Mac OS X 10.3 ~ 10.4 • PowerPC G4/G5 • Intel®-processoren Mac OS X 10.5 • 867 MHz of sneller Power PC G4/ G5 Mac OS X 10.6 • Intel®-processoren RAM • 128 MB voor Mac met PowerPC (512 MB) Vrije schijfruimte 1 GB • 512 MB voor een Mac op basis van Intel (1 GB) 512 MB (1 GB) 1 GB 1 GB (2 GB) 1 GB Specificaties 5. Bijlage Linux Items Vereisten Redhat® Enterprise Linux WS 4, 5 (32/64 bit) Fedora 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 (32/ 64 bit) SuSE Linux 10.1 (32 bit) Besturingssysteem OpenSuSE® 10.2, 10.3, 11.0, 11.1, 11.2 (32/64 bit) Mandriva 2007, 2008, 2009, 2009.1, 2010 (32/64 bit) Ubuntu 6.06, 6.10, 7.04, 7.10, 8.04, 8.10, 9.04, 9.10, 10.04 (32/64 bit) SuSE Linux Enterprise Desktop 10, 11 (32/64 bits) Debian 4.0, 5.0 (32/64 bits) Processor Pentium IV 2,4GHz (Intel Core™2) RAM 512 MB (1 GB) Vrije schijfruimte 1 GB (2 GB) Unix Items Vereisten Besturingssysteem Sun Solaris 9, 10 (x86, SPARC) HP-UX 11.0, 11i v1, 11i v2, 11i v3 (PA-RISC, Itanium) IBM AIX 5.1, 5.2, 5.3, 5.4 Vrije schijfruimte Tot 100 MB 119 Specificaties 5. Bijlage 4 Netwerkomgeving Alleen voor draadloos model (zie "Functies per model" op pagina 7). U moet de netwerkprotocollen installeren op het apparaat om het als netwerkprinter te kunnen gebruiken. In de volgende tabel worden de netwerkomgevingen vermeld die door het apparaat worden ondersteund. Items Netwerkinterface Specificaties • Ethernet 10/100/1000 Base-TX • Windows 2000/Server 2003/Server 2008/XP/Vista/7/Server 2008 R2 Netwerkbesturingssysteem • Diverse Linux-besturingssystemen • Mac OS X 10.3 ~ 10.6 • Unix • TCP/IPv4 • DHCP, BOOTP Netwerkprotocollen • DNS, WINS, Bonjour, SLP, UPnP • Standard TCP/IP Printing(RAW), LPR, IPP, WSD • SNMPv 1/2/3, HTTP(S), IPSec • TCP/IPv6 (DHCP, DNS, RAW, LPR, SNMPv 1/2/3, HTTP(S), IPSec) 120 Informatie over wettelijke voorschriften Dit apparaat is ontworpen voor een normale werkomgeving en is gecertificeerd conform verschillende veiligheidsvoorschriften. 5 Verklaring inzake laserveiligheid De printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als zijnde in overeenstemming met de vereisten van DHHS 21 CFR, hoofdstuk 1, subhoofdstuk J voor laserproducten van klasse I(1), en is elders gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat voldoet aan de vereisten van IEC 60825-1: 2007. Laserproducten van klasse I worden niet als gevaarlijk beschouwd. Het lasersysteem en de printer zijn zo ontworpen dat bij normaal gebruik, gebruiksonderhoud of onder de voorgeschreven servicevoorwaarden personen niet worden blootgesteld aan laserstralen hoger dan Klasse I. • Golflengte: 800 nm • Bundeldivergentie • - Parallel: 12 graden - Verticaal: 35 graden Maximum vermogen of energie-output: 15 mW 5. Bijlage 121 Waarschuwing De printer mag nooit worden gebruikt of nagekeken als de beschermkap van de laser/scanner is verwijderd. Hoewel ze onzichtbaar is, kan de gereflecteerde laserstraal uw ogen beschadigen. Neem bij het gebruik van dit apparaat altijd deze elementaire veiligheidsmaatregelen in acht om het risico op brand, elektrische schokken en letsels te beperken. Informatie over wettelijke voorschriften 6 5. Bijlage 122 8 Alleen voor Taiwan Energiebesparingsmodus Deze printer is uitgerust met een geavanceerde energiebesparende technologie die het stroomverbruik vermindert wanneer het apparaat niet wordt gebruikt. 7 Als de printer gedurende enige tijd geen gegevens ontvangt, wordt het stroomverbruik automatisch verlaagd. Veiligheid in verband met ozon ENERGY STAR en het ENERGY STAR-merk zijn gedeponeerde Amerikaanse handelsmerken. De ozonemissie van dit apparaat ligt onder 0,1 ppm. Ozon is zwaarder dan lucht. Zet dit apparaat dus op een plaats met goede ventilatie. Meer informatie over het ENERGY STARprogramma vindt u op http://www.energystar.gov 9 Recycleren Recycle de verpakkingsmaterialen van dit product, of verwijder ze op een milieuvriendelijke wijze. Informatie over wettelijke voorschriften 5. Bijlage 123 10 Alleen voor China 11 Correcte verwijdering van dit product (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) (Van toepassing in de Europese Unie en andere Europese landen met gescheiden inzamelingssystemen voor batterijen) Deze aanduiding op het product, op de accessoires of in de documentatie geeft aan dat het product en zijn elektronische accessoires (bijv. lader, hoofdtelefoon, USB-kabel) aan het eind van hun levensduur niet met ander huishoudelijk afval mogen worden weggegooid. Gelieve deze items te scheiden van andere soorten afval en ze op een verantwoorde wijze te recyclen met het oog op een duurzaam hergebruik van materialen en ter voorkoming van eventuele schade aan het milieu of de gezondheid als gevolg van een ongecontroleerde afvalverwijdering. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers dienen contact op te nemen met hun leverancier en dienen de voorwaarden en bepalingen van de verkoopovereenkomst te controleren. Dit product en zijn elektronische accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering worden gemengd. Alleen voor de Verenigde Staten Verwijder elektronica door deze naar een goedgekeurd recyclingbedrijf te brengen. Vind recyclingbedrijven bij u in de buurt op onze website:www.samsung.com/recyclingdirect Of bel (877) 278 - 0799 Informatie over wettelijke voorschriften 12 5. Bijlage 124 13 Correcte verwerking van de in dit product gebruikte batterijen (Van toepassing op de Europese Unie en andere Europese landen met afzonderlijke inzamelingssystemen voor batterijen) Deze aanduiding op de batterij, handleiding of verpakking geeft aan dat de batterijen in dit product aan het eind van hun levensduur niet samen met ander huishoudelijk afval mogen worden weggegooid. Een markering met de chemische symbolen Hg, Cd of Pb geeft aan dat de batterij een dosis kwik, cadmium of lood bevat die hoger is dan de referentieniveaus uit EG-Richtlijn 2006/66. Als de batterijen niet op de juiste manier worden weggeworpen, kunnen deze stoffen schade berokkenen aan mens en milieu. Om het milieu te beschermen en het hergebruiken van materialen aan te moedigen, verzoeken wij u afgedankte accu’s en batterijen te scheiden van andere soorten afval en voor recycling aan te bieden bij het gratis inzamelpunt voor accu’s en batterijen in uw omgeving. Radiofrequentiestraling FCC-normen (VS) Dit apparaat is conform Deel 15 van de FCC-voorschriften. Het gebruik van dit apparaat is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden: • dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken • en moet alle ontvangen interferentie aanvaarden, inclusief interferentie die een ongewenste werking kan veroorzaken. Dit apparaat is getest en voldoet aan de limieten voor Klasse A digitale producten zoals vastgelegd in Deel 15 van de FCCregels. Deze beperkingen zijn bedoeld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie binnenshuis. Dit apparaat genereert, gebruikt en straalt mogelijk radiofrequentie-energie uit en kan, indien het niet volgens de richtlijnen wordt geïnstalleerd en gebruikt, schadelijke interferentie voor radiocommunicatie veroorzaken. Er kan echter niet worden gegarandeerd dat bij een bepaalde installatie geen interferentie optreedt. Als dit apparaat schadelijke interferentie voor radio- of tv-ontvangst veroorzaakt, wat u kunt controleren door het apparaat in en uit te schakelen, raden wij de gebruiker aan de interferentie te beperken door de volgende maatregelen te treffen: Informatie over wettelijke voorschriften 5. Bijlage 125 • Verplaats de ontvangstantenne of draai ze een andere kant op. Canadese regelgeving inzake radio-interferentie • Vergroot de afstand tussen de apparatuur en de ontvanger. • Sluit de apparatuur aan op een stopcontact van een andere stroomkring dan die waarop de ontvanger is aangesloten. Dit digitale apparaat blijft binnen de grenzen van klasse A voor stoorsignalen uit digitale apparatuur, zoals bepaald in de norm voor interferentieveroorzakende apparatuur, "Digital Apparatus", ICES-003 van Industry and Science Canada. • raadpleeg uw verdeler of een ervaren radio-/ televisiemonteur. Wijzigingen of modificaties die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de fabrikant (die ervoor moet zorgen dat het apparaat aan de normen voldoet) kunnen ertoe leiden dat de toestemming aan de gebruiker om het apparaat te gebruiken vervalt. Cet appareil numérique respecte les limites de bruits radioélectriques applicables aux appareils numériques de Classe A prescrites dans la norme sur le matériel brouilleur: « Appareils Numériques », ICES-003 édictée par l’Industrie et Sciences Canada. 14 Alleen voor Taiwan Informatie over wettelijke voorschriften 15 5. Bijlage 126 18 Alleen voor Rusland De stekker van het netsnoer vervangen (alleen voor het VK) Belangrijk 16 Alleen Duitsland 17 Alleen voor Turkije Het netsnoer van dit apparaat is voorzien van een standaardstekker (BS 1363) van 13 ampère en een zekering van 13 ampère. Als u de zekering vervangt, moet u het juiste type van 13 ampère gebruiken. Nadat u de zekering hebt gecontroleerd of vervangen, moet u de afdekkap van de zekering weer sluiten. Als u de afdekkap van de zekering verloren bent, mag u de stekker niet gebruiken totdat u er een nieuwe afdekkap hebt op gezet. Neem contact op met de leverancier bij wie u het apparaat hebt gekocht. Stekkers van 13 ampère zijn het meest voorkomende type in het Verenigd Koninkrijk en kunnen in de meeste gevallen worden gebruikt. Sommige (vooral oudere) gebouwen hebben echter geen normale stopcontacten van 13 ampère. U moet een geschikt verloopstuk (adapter) kopen. Verwijder nooit de aangegoten stekker van het netsnoer. Informatie over wettelijke voorschriften Als u de aangegoten stekker afsnijdt, gooi deze dan meteen weg. U kunt de stekker niet meer aan het snoer bevestigen en u riskeert een elektrische schok als u hem in het stopcontact steekt. 5. Bijlage 127 Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "L" of de kleur zwart. In de stekker, adapter of verdeelkast moet een zekering van 13 ampère zijn aangebracht. 19 Belangrijke waarschuwing: Dit apparaat moet op een geaard stopcontact worden aangesloten. De aders van het netsnoer hebben de volgende kleurcodering: • Groen/geel: aarding • Blauw: neutraal • Bruin: fase Ga als volgt te werk als de kleuren van de aders in het netsnoer niet overeenstemmen met die van de stekker. Sluit de geel-groene aardedraad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "E", het aardingssymbool, en geel-groen of groen is gekleurd. Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "N" of zwart is gekleurd. Verklaring van overeenstemming (Europese landen) Goedkeuringen en certificeringen Samsung Electronics verklaart hierbij dat deze [ML451x Series/ML-501x Series] voldoen aan de essentiële vereisten en andere regelgeving van de laagspanningsrichtlijn (2006/95/EG) en de EMCrichtlijn (2004/108/EG) De conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op www.samsung.com/printer. Ga naar Support > Download center en voer de naam van uw printer (MFP) in om te bladeren door de EuDoC. 1 januari 1995: Richtlijn 2006/95/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen. Informatie over wettelijke voorschriften 1 januari 1996: Richtlijn 2004/108/EG van de Raad inzake de harmonisatie van de wetgevingen in de lidstaten betreffende elektromagnetische compatibiliteit. 9 maart 1999: Richtlijn 1999/5/EG van de Raad inzake radioapparatuur en eindapparatuur voor telecommunicatie en de onderlinge herkenning van hun conformiteit. U kunt bij uw vertegenwoordiger van Samsung Electronics Co., Ltd. een volledige verklaring krijgen waarin de relevante richtlijnen en de normen waarnaar wordt verwezen, zijn gedefinieerd. ► EC-certificering Certificering voor Richtlijn 1999/5/EC inzake radioapparatuur en eindapparatuur voor telecommunicatie (FAX) Dit product van Samsung is gecertificeerd door Samsung zelf voor enkele-terminalverbindingen in heel Europa met het openbare telefoonnet (PSTN), in overeenstemming met richtlijn 1999/5/EC. Het product is ontworpen voor gebruik met de nationale openbare telefoonnetten en compatibele PBX-en van de Europese landen: Indien er problemen optreden, moet u in eerste instantie contact opnemen met het Euro QA Lab van Samsung Electronics Co., Ltd. 5. Bijlage 128 Het product is getest op TBR21. Het European Telecommunication Standards Institute (ETSI) heeft voor gebruik en toepassing in overeenstemming met deze norm een adviesdocument gepubliceerd (EG 201 121), waarin opmerkingen en extra voorwaarden staan voor netwerkcompatibiliteit van TBR21-terminals. Het product is getest op, en voldoet aan, alle relevante adviezen in dit document. Informatie over wettelijke voorschriften 20 Alleen voor China 5. Bijlage 129 Copyright 5. Bijlage 130 © 2011 Samsung Electronics Co., Ltd. Alle rechten voorbehouden. Deze gebruikershandleiding dient uitsluitend ter informatie. Alle informatie in deze gebruikershandleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Samsung Electronics kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van of in verband met het gebruik van deze gebruikershandleiding. • Samsung en het Samsung-logo zijn handelsmerken van Samsung Electronics Co., Ltd. • Microsoft, Windows, Windows Vista, Windows 7 en Windows Server 2008 R2 zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation. • TrueType, LaserWriter en Macintosh zijn handelsmerken van Apple Computer, Inc. • Alle andere merk- of productnamen zijn handelsmerken van hun respectievelijke bedrijven of organisaties. Raadpleeg het bestand "LICENSE.txt" op de meegeleverde cd-rom voor open-sourcelicentiegegevens. REV. 1.00 Index 131 A C aanuitknop 19 accessoires bestellen 57 achterkant 18 afdrukken een document afdrukken Windows conventie E ecoafdruk 49 ecoknop 19 Een backup maken van uw gegevens 52 46 afdrukmedia 41 etiketten 43 functies het papierformaat instellen 45 het papiertype instellen 45 kartonpapier 44 speciale media 39 transparanten 42 uitvoersteun gebruiken voorbedrukt papier algemene pictogrammen 113 44 9 breedte en lengte instellen 34 de grootte van de lade aanpassen 34 een optionele lade bestellen 57 papierformaat en type instellen 45 Lokaal G stuurprogramma opnieuw installeren 24 geheugen geheugen uitbreiden stuurprogrammainstallatie 66 H help gebruiken 48 31 informatie over wettelijke voorschriften installeren M systeemvereisten menuoverzicht 19 121 22 Macintosh bedieningspaneel 64 48 papier in de multifunctionele lade plaatsen 37 eigenschappen van afdrukmateriaal 113 informatie over de statusLED de beeldeenheid vervangen 68 lade 5 I beeldeenheid nietjescassette L 95 B aanraakscherm 67 instellingen voor favorieten voor afdrukken F foutmelding envelop 9 massaopslagapparaat 93 118 26 Multifunctionele lade gebruikstips 37 plaatsen 37 speciale afdrukmedia gebruiken 39 Index 132 N R USBgeheugen beheren netwerk reinigen USBgeheugenapparaat installatieomgeving numeriek toetsenblok binnenkant 72 19 buitenkant 71 uw apparaat reinigen opneemrol 74 V O onderdelen voor onderhoud 59 optionele lade 57 bestellen 57 papier plaatsen 35 S specificaties afdrukmedia 77 tips om papierstoringen te voorkomen 76 Tijdens pijltoetsen 10 113 symbolen 10 verbruiksartikelen 45 57 19 plaatsen 46 de cassette vervangen 62 toner herverdelen 60 beschikbare verbruiksartikelen 56 bestellen 56 de gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 69 tonercassette Parallel bestellen info T papierstoring 71 111 standaardinstellingen P 52 veiligheid instellingen voor lade papier verwijderen afdrukken 120 53 tonercassette vervangen 62 vervangen beeldeenheid 64 voorkant 17 W U papier in de multifunctionele lade plaatsen 37 Unix plaatsen in lade 1 35 USB speciale media 39 USBgeheugen systeemvereisten Windows 119 53 stuurprogramma van een met een USBkabel verbonden apparaat installeren 22, 24 systeemvereisten Beheren 53 Een backup maken 52 117 ML-451x Series ML-501x Series Gebruikershandleiding Geavanceerd imagine the possibilities Deze handleiding geeft informatie over de installatie, geavanceerde instelling, gebruik en het oplossen van problemen in verschillende besturingssystemen. Afhankelijk van het model of land zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar. Inhoud 2 66 Systeeminstallatie 1. Installatie van de software 5 Installatie voor de Macintosh 7 Opnieuw installeren voor Macintosh 8 Installatie voor Linux 10 Opnieuw installeren voor Linux 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 69 Emulatie 70 Netwerk 71 Beheerinstellingen 72 Eco 73 Taakstatus 4. Speciale functies 75 Aanpassing aan luchtdruk of hoogte 76 De lettertype-instelling wijzigen 12 Nuttige netwerkprogramma’s 77 De standaardafdrukinstellingen wijzigen 13 Instelling bekabeld netwerk 78 Uw apparaat instellen als standaardprinter 17 Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 79 Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken 30 IPv6-configuratie 88 Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken (alleen voor Windows). 33 Draadloos netwerk instellen 90 Functies van het geheugen/massaopslagapparaat gebruiken 3. Menu´s met nuttige instellingen 91 Afdrukken in Macintosh 62 Informatie 96 Afdrukken in Unix 63 Lay-out 64 Papier 65 Grafisch 93 Afdrukken in Linux Inhoud 5. Onderhoud 99 De tonercassette (of beeldeenheid) bewaren 101 Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat 102 Nuttige beheerprogramma´s 6. Problemen oplossen 115 Problemen met papierinvoer 116 Problemen met de voeding en het netsnoer 117 Afdrukproblemen 121 Problemen met de afdrukkwaliteit 129 Problemen met het besturingssysteem Contact SAMSUNG worldwide Verklarende woordenlijst 3 1. Installatie van de software Dit hoofdstuk levert instructies voor het installeren van essentiële en nuttige software voor gebruik in een opstelling waarbij het apparaat via een kabel aangesloten is. Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op uw computer is aangesloten. Als uw apparaat op een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u verder met de installatie van het stuurprogramma voor een netwerkapparaat (zie Installeren van een stuurprogramma over het netwerk17). • Installatie voor de Macintosh 5 • Opnieuw installeren voor Macintosh 7 • Installatie voor Linux 8 • Opnieuw installeren voor Linux † 10 • Als u gebruik maakt van het besturingsysteem Windows, kijkt u in de basishandleiding voor installatie van het stuurprogramma. • Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 meter. Installatie voor de Macintosh 1. Installatie van de software 5 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat 10 Op alle toepassingen worden afgesloten. Klik op Volgende. 2 3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. Selecteer Typische installatie voor een lokale printer 11 en klik vervolgens op OK. 4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X. 5 6 7 8 Voer het wachtwoord in en klik op OK. 9 Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer. Klik op Volgende. 12 Klik op Volgende in het venster Leesmij. 13 Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Afsluiten. Open de map Programma’s > Hulpprogramma’s > 14 Printerconfiguratie. • Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende. Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst. Selecteer Eenvoudige installatie en klik op Installeer. Eenvoudige installatie wordt aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd. Als u Aangepaste installatie selecteert, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren. Voor Mac OS X 10.5-10.6 opent u de map Programma’s > Systeemvoorkeuren en klikt u op Afdrukken en faxen. 15 Klik op Voeg toe op de Printerlijst. • Voor Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op het pictogram +, waarna een venster verschijnt. 16 In Mac OS X 10.3 selecteert u het tabblad USB. • In Mac OS X10.4 klikt u op Standaardkiezer en zoekt u de USB-verbinding. • In Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op Standaard en zoekt u de USB-verbinding. Installatie voor de Macintosh automatisch selecteren in Mac OS X 10.3 niet goed 17 Als werkt, selecteert u Samsung in Printermodel en de naam van uw apparaat in Modelnaam. • Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.4 niet goed werkt, selecteert u Samsung in Druk af via en de naam van uw apparaat in Model. • Voor Mac OS X 10.5-10.6: als Automatisch selecteren niet goed werkt, selecteert u Selecteer besturingsbestand… en de naam van uw apparaat in Druk af via. Uw apparaat verschijnt in Printerlijst en wordt ingesteld als standaardapparaat. 18 Klik op Voeg toe. 1. Installatie van de software 6 Opnieuw installeren voor Macintosh Als het printerbesturingsbestand niet correct werkt, maakt u de installatie van het besturingsbestand ongedaan en installeert u het opnieuw. 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. 2 3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. 4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X. 5 6 7 8 Voer het wachtwoord in en klik op OK. Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst. 9 Selecteer Installatie ongedaan maken en klik op Installatie ongedaan maken. Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer. Klik op Volgende. Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende. 1. Installatie van de software 7 het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat 10 Op alle programma´s worden afgesloten. Klik op Volgende. de installatie ongedaan is gemaakt, klikt u op 11 Nadat Afsluiten. Als een apparaat al is toegevoegd, kunt u het verwijderen via Printerconfiguratie of Afdrukken en faxen. Installatie voor Linux 1. Installatie van de software 6 7 U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website van Samsung om de printersoftware te installeren (http:// www.samsung.com/printer). 1 Het Unified Linux-stuurprogramma installeren 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. 2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u "root" in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in. U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder. 3 Download het Unified Linux Driver-pakket van de website van Samsung. 4 Klik met de rechtermuisknop op het Unified Linux Driverpakket en pak het uit. 5 Dubbelklik op cdroot > autorun. 8 Klik op Next zodra het welkomstscherm verschijnt. Zodra de installatie is voltooid, klikt u op Finish. Het installatieprogramma heeft het pictogram Unified Driver Configurator op het bureaublad geplaatst en de groep Unified Driver aan het systeemmenu toegevoegd. Als u problemen ondervindt, raadpleegt u de schermhulp die u kunt openen via het systeemmenu of vanuit het stuurprogrammapakket van toepassingen, zoals Unified Driver Configurator of Image Manager. 2 Smart Panel installeren 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. 2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u root in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in. U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder. Installatie voor Linux 1. Installatie van de software 3 Download het Smart Panel-pakket van de website van Samsung en plaats het op uw computer. 4 Klik met de rechtermuisknop op het pakket Printer Settings Utility en decomprimeer het. 4 Klik met uw rechtermuisknop op het Smart Panel-pakket en pak het uit. 5 Dubbelklik op cdroot > Linux > psu > install.sh. 5 Dubbelklik op cdroot > Linux > smartpanel > install.sh. 3 Printer Settings Utility installeren 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. 2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u "root" in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in. U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder. 3 Download het pakket Printer Settings Utility vanaf de website van Samsung. 9 Opnieuw installeren voor Linux Als het printerstuurprogramma niet correct werkt, maakt u de installatie van het stuurprogramma ongedaan en installeert u het opnieuw. 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. 2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u "root" in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in. U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de installatie van het printerstuurprogramma ongedaan te maken. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder. 3 Klik op het pictogram onderaan op het bureaublad. Wanneer het venster Terminal verschijnt, typt u het volgende: [root@localhost root]#cd /opt/Samsung/mfp/uninstall/ [root@localhost uninstall]#./uninstall.sh 4 5 6 Klik op Uninstall. Klik op Next. Klik op Finish. 1. Installatie van de software 10 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u een apparaat instelt dat via het netwerk aangesloten is en hoe u de software instelt. • Nuttige netwerkprogramma’s 12 • Instelling bekabeld netwerk 13 • Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 17 • IPv6-configuratie 30 • Draadloos netwerk instellen 33 † De ondersteunde opties en functies kunnen van model tot model verschillen. Nuttige netwerkprogramma’s Er zijn verschillende programma’s voorhanden om in een netwerkomgeving de netwerkinstellingen op een eenvoudige manier in te voeren. Zo kan de netwerkbeheerder diverse apparaten in het netwerk beheren. Voordat u onderstaande programma’s gaat gebruiken moet u het IP-adres instellen. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 12 2   SyncThru™ Web Admin Service Een webgebaseerd apparaatbeheersysteem voor netwerkbeheerders. Met SyncThru™ Web Admin Service kunt u netwerkapparatuur op een efficiënte manier beheren en op afstand controleren. U kunt bovendien problemen oplossen vanaf iedere plek waar u via het internet toegang hebt tot het bedrijfsnetwerk. U kunt dit programma downloaden via http:// solution.samsungprinter.com. 1   SyncThru™ Web Service Met de in de netwerkapparaat geïntegreerde webserver kunt u het volgende doen (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 32): • Informatie over en status van verbruiksartikelen opvragen. • Apparaatinstellingen aanpassen. • E-mail-meldingsopties instellen. Als u deze optie instelt, wordt de apparaatstatus (als de tonercassette leeg is of als er een foutmelding is) automatisch naar het e-mailadres van een bepaalde persoon gestuurd. • De noodzakelijke netwerkparameters voor het apparaat instellen, zodat u een verbinding kunt maken met diverse netwerkomgevingen. 3   SetIP Met dit hulpprogramma kunt u een netwerkinterface selecteren en handmatig IP-adressen configureren voor gebruik met het TCP/IP-protocol. • zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Windows)" op pagina 14. • zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Macintosh)" op pagina 15. • zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Linux)" op pagina 16. TCP/IPv6 wordt door dit programma niet ondersteund. Instelling bekabeld netwerk U moet de netwerkprotocollen op uw apparaat instellen om het apparaat in uw netwerk te kunnen gebruiken. U kunt het netwerk gebruiken nadat u een netwerkkabel hebt aangesloten op de desbetreffende poort op uw computer. • • Gebruik het programma SyncThru™ Web Service of SetIP bij modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel. - zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 102. - zie "Het IP-adres instellen" op pagina 14. Voor modellen met het displayscherm op het bedieningspaneel, configureert u de netwerkinstelling door op het menu Netwerk te drukken (zie "Netwerk" op pagina 70). 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 13 4   Een netwerkconfiguratierapport afdrukken U kunt een netwerkconfiguratierapport afdrukken vanaf het bedieningspaneel van het apparaat, waarin de huidige netwerkinstellingen van uw apparaat worden weergegeven. Dit zal u helpen bij de installatie van een netwerk. • De machine heeft een displayscherm: Druk op de knop (Menu) op het bedieningpaneel en kies Netwerk > Netwerkinst. (Netwerkconfiguratie)> Ja. • De machine heeft een aanraakscherm: Druk op Instellen vanuit het Hoofdscherm > Netwerk > Volg. > Netwerkconfiguratie. • De printer heeft geen display: Houd de knop (Annuleren of Stoppen/Wissen) op het bedieningspaneel langer dan vijf seconden ingedrukt. In dit netwerkconfiguratierapport kunt u het MAC-adres en IPadres van uw apparaat vinden. Voorbeeld: • MAC-adres: 00:15:99:41:A2:78 • IP-adres: 192.0.0.192 Instelling bekabeld netwerk 5   Het IP-adres instellen Eerst moet u een IP-adres instellen voor het beheren van en afdrukken via het netwerk. In de meeste gevallen wordt een IPadres automatisch toegewezen via een DHCP-server (Dynamic Host Configuration Protocol Server) die zich in het netwerk bevindt. IPv4-configuratie met het programma SetIP (Windows) 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 14 5 In het menu Start van Windows selecteert u Alle programma’s > Samsung Printers > SetIP > SetIP. 6 Klik op het pictogram (derde van links) in het scherm SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen. 7 Voer als volgt de nieuwe apparaatgegevens in in het configuratievenster. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan. Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via Configuratiescherm > Beveiligingscentrum > Windows Firewall. 1 Installeer dit programma vanaf de meegeleverde cd-rom door te dubbelklikken op Application > SetIP > Setup.exe. 2 3 Volg de instructies in het installatievenster. 4 Schakel het apparaat in. Sluit het apparaat op het netwerk aan met een netwerkkabel. Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8. Instelling bekabeld netwerk 8 Klik op Apply en vervolgens op OK. Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het apparaat afgedrukt. Bevestig dat alle instellingen juist zijn. IPv4-configuratie met het programma SetIP (Macintosh) 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 4 Klik op het pictogram (derde van links) in het scherm SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen. 5 Voer de nieuwe apparaatgegevens in het configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan. Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via Systeemvoorkeuren > Beveiliging > Firewall. Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8. De volgende instructies kunnen verschillen per model. 1 Sluit het apparaat op het netwerk aan met een netwerkkabel. 2 Plaats de installatie-cd en open het schijfvenster. Selecteer vervolgens MAC_Installer > MAC_Printer > SetIP > SetIPapplet.html. 3 Dubbelklik op het bestand en Safari zal automatisch worden geopend. Selecteer vervolgens Vertrouw. De pagina SetIPapplet.html wordt geopend in de browser. Hier vindt u de naam en het IP-adres van de printer. 15 6 7 Selecteer Apply, OK en opnieuw OK. Sluit Safari af. Instelling bekabeld netwerk 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken IPv4-configuratie met het programma SetIP (Linux) Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8. Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via System Preferences or Administrator. De volgende instructies kunnen verschillen per model of besturingssysteem. 1 2 3 4 Open /opt/Samsung/mfp/share/utils/. Dubbelklik op het bestand SetIPApplet.html. Klik hier om het venster TCP/IP Configuration te openen. Voer de nieuwe apparaatgegevens in het configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan. 16 5 Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het apparaat afgedrukt. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 6  1  Windows Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina 14). Als tijdens de installatie het venster "Wizard Nieuwe hardware gevonden" verschijnt, klikt u op Annuleren om het venster te sluiten. 2 3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. De cd-rom start automatisch op en er verschijnt een installatievenster. Selecteer Nu installeren. Als u op Geavanceerde installatie klikt, kunt u gebruik maken van de optie Aangepaste installatie. Aangepaste installatie laat u toe om de verbinding van het apparaat te selecteren en aan te geven welke individuele onderdelen u wilt installeren. Volg de aanwijzingen op het scherm. 4 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 17 Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en vink het selectievakje Ik aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst aan. Klik daarna op Volgende. Het programma zoekt het apparaat. Als het apparaat niet in het netwerk of lokaal wordt gevonden, verschijnt er een foutbericht. • Schakel deze optie in als u de software wilt installeren zonder de printer aan te sluiten. - Schakel deze optie in als u dit programma wilt installeren zonder dat er een apparaat is aangesloten. In dit geval wordt het venster voor het afdrukken van een testpagina overgeslagen en wordt de installatie voltooid. • Opnieuw zoeken Wanneer u op deze knop klikt, verschijnt er een venster met een firewall-waarschuwing. - Schakel de firewall uit en klik op Opnieuw zoeken. In Windows klikt u op Start > Configuratiescherm > Windows Firewall en schakelt u deze optie uit. - Schakel naast de firewall van het besturingssysteem ook die van andere programma’s uit. Raadpleeg de handleiding van de desbetreffende programma’s. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk • Directe invoer Directe invoer laat u toe om een specifiek apparaat te zoeken op het netwerk. - Zoeken op IP-adres: voer hier het IP-adres of de hostnaam in. Klik vervolgens op Volgende. Druk een netwerkconfiguratierapport af om het IPadres van uw apparaat te controleren (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13). - Zoeken op netwerkpad: U kunt een gedeelde printer (UNC-pad) opgeven door de gedeelde naam handmatig in te voeren of door te klikken op Bladeren en de gedeelde printer te zoeken. Klik vervolgens op Volgende. • Help Als uw printer niet op de computer of het netwerk is aangesloten kunt u met deze Help-knop gedetailleerde informatie over de aansluiting van het apparaat weergeven. • SNMP-community-naam Als uw systeembeheerder de nieuwe SNMPcommunity-naam op het apparaat heeft ingesteld, vindt u het apparaat terug in het netwerk. Neem contact op met uw systeembeheerder voor de nieuwe SNMP-community-naam. 5 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 18 De gevonden apparaten worden op het scherm weergegeven. Selecteer het gewenste apparaat en klik op OK. Als er slechts één apparaat is gevonden, verschijnt het bevestigingsvenster. 6 Volg de instructies in het installatievenster. De modus installatie op de achtergrond De modus installatie op de achtergrond is een installatiemethode die geen tussenkomst van de gebruiker vereist. Zodra u met de installatie start, worden het stuurprogramma van het apparaat en de software automatisch op uw computer geïnstalleerd. U kunt de installatie op de achtergrond ook starten door /s of /S in het opdrachtvenster te typen. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk ► Opdrachtregelparameters Opdrachtregel De volgende tabel geeft opdrachten weer die kunnen worden gebruikt in het opdrachtvenster. De volgende opdrachtregels zijn effectief en worden gehanteerd wanneer de opdracht gebruikt wordt met /s of /S. /h, /H of /? zijn uitzonderlijke opdrachten die alleen gebruikt kunnen worden. Opdrachtregel /s of /S Definitie Start installatie op de achtergrond. Omschrijving Hiermee worden apparaatstuurprogra mma's geïnstalleerd zonder UI's op te roepen en zonder tussenkomst van de gebruiker. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken Definitie 19 Omschrijving /p"<poortnaam>" Specificeert de of / printerpoort. P"<poortnaam>" De printerpoortnaam kan worden opgegeven als IPadres, hostnaam, Er wordt een lokale USBnetwerkpoor poortnaam of t gemaakt IEEE1284aan de hand poortnaam. van de Voorbeeld: standaard • /p"xxx.xxx.xxx.xxx" TCP/IPwaarin poortmonitor "xxx.xxx.xxx.xxx" . Voor een staat voor het IPlokale poort adres van de moet deze netwerkprinter. / poort op het p"USB001", / systeem P"LPT1:", / bestaan p"hostnaam". voor deze • Voer Setup.exe /s / door een L"0x0012” of opdracht Setup.exe /s / wordt L"18” . in als u het gespecificee stuurprogramma in rd. het Koreaans op de achtergrond installeert. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk Opdrachtregel Definitie /a"<dest_path>" Specificeert het of / doelpad voor de A"<dest_path>" installatie. Omschrijving Aangezien apparaatstuurprogra mma's geïnstalleerd moeten worden op een voor het Het doelpad besturingssysteem moet een specifiek pad, is deze volledig opdracht alleen van gekwalificee toepassing op rd pad zijn. toepassingssoftware. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 20 Opdrachtregel Definitie Omschrijving / i"<scriptbestand snaam>" of / I"<scriptbestand snaam>" Specificeert het aangepaste installatiescriptbestan d voor aangepaste installatie. Het aangepaste scriptbestand kan worden toegewezen voor een aangepaste installatie op de achtergrond. Dit scriptbestand kan door het hulpprogramma voor aangepaste installatie of door de teksteditor worden gemaakt of gewijzigd. De scriptbestan dsnaam moet een volledig gekwalificee rde bestandsna am zijn. dit aangepaste scriptbestand heeft voorrang op de standaard installatieinstelling in het installatiepakk et, maar heeft geen voorrang op opdrachtregel parameters. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk Opdrachtregel / n"<Printernaam >" of / N"<Printernaam >" Definitie Specificeert de printernaam. De printerinstantie zal worden gemaakt conform de opgegeven printernaam. Omschrijving Met deze parameter kunt u naar wens printerinstanties toevoegen. Opdrachtregel /nd of /ND 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 21 Definitie Omschrijving Geeft de opdracht het geïnstalleerde stuurprogramma niet in te stellen als standaard apparaatstuurprogra mma. Het geeft aan dat het geïnstalleerde apparaatstuurprogra mma niet het standaard apparaatstuurprogra mma op uw systeem zal zijn als er meer dan een printerstuurprogramm a is geïnstalleerd. Als er geen apparaatstuurprogra mma op uw systeem is geïnstalleerd, is deze optie niet van toepassing omdat het Windowsbesturingssysteem het geïnstalleerde printerstuurprogramm a als standaardstuurprogra mma zal instellen. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk Opdrachtregel /x of /X / up"<printernaa m>" of / UP"<printernaa m>" Definitie Omschrijving Maakt gebruik van bestaande apparaatstuurprogra mmabestanden om de printerinstantie te maken als deze al is geïnstalleerd. Deze opdracht biedt een mogelijkheid om een printerinstantie te installeren die gebruikmaakt van geïnstalleerde printerstuurprogramm abestanden zonder een bijkomend stuurprogramma te installeren. Verwijdert alleen de opgegeven printerinstantie en niet de stuurprogrammabesta nden. Deze opdracht biedt een mogelijkheid om alleen de opgegeven printerinstantie van uw systeem te verwijderen zonder effect op andere printerstuurprogramm a's. Hiermee zullen de printerstuurprogramm a's niet van uw systeem worden verwijderd. Opdrachtregel 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken Definitie 22 Omschrijving /d of /D Verwijdert alle apparaatstuurprogra mma's en toepassingen van uw systeem. Deze opdracht verwijdert alle geïnstalleerde apparaatstuurprogra mma's en toepassingssoftware van uw systeem. /v"<share name>" of / V"<share name>" Deelt het geïnstalleerde apparaat en voegt andere platformstuurprogram ma's toe voor Point & Print. Alle ondersteunde apparaatstuurprogra mma's van het Windowsbesturingssysteem worden geïnstalleerd en gedeeld met de opgegeven <share name> voor Point & Print. /o of /O Opent de map Printers en faxapparaten na installatie. Deze opdracht opent de map Printers en faxapparaten na installatie op de achtergrond. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk Opdrachtregel Definitie /f"<naam van logboekbestand>" of /F"<naam van logboekbestand>" Specificeert de naam van het logboekbestand. Indien niet gespecificeerd, wordt het standaard logboekbestand gemaakt in de tijdelijke map op het systeem. /h, /H of /? Toont het gebruik van de opdrachtregel. ► Taalcode Code Taal 0X0009 Engels 0X0012 Koreaans 0X0804 Vereenvoudigd Chinees 0X0404 Traditioneel Chinees 0x040c Frans 0X0007 Duits Omschrijving Er wordt een logboekbestand gemaakt in een opgegeven map. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken Code Taal 0X0010 Italiaans 0X000a Spaans 0X0013 Nederlands 0X001D Zweeds 0X0006 Deens 0X000b Fins 0X0014 Noors 0X0019 Russisch 0X0005 Tsjechisch 0X000e Hongaars 0X0008 Grieks 0X0816 Standaard Portugees 0X0416 Braziliaans Portugees 0X0015 Pools 0X001F Turks 0X0001 Arabisch 0X000D Hebreeuws 0x0424 Sloveens 23 Installeren van een stuurprogramma over het netwerk Code Taal 0X0418 Roemeens 0X0402 Bulgaars 0X041A Kroatisch 0X081A Servisch 0X0422 Oekraïens 0X041B Slowaaks 0X0421 Indonesisch 0x041E Thais 0X0429 Farsi 7  1 2  Macintosh Controleer of het apparaat met uw netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina 14). Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 24 3 Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer. 4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X. 5 6 7 8 Voer het wachtwoord in en klik op OK. 9 Selecteer Eenvoudige installatie en klik op Installeer. Eenvoudige installatie wordt aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd. Klik op Volgende. Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende. Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst. Als u Aangepaste installatie selecteert, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren. het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat 10 Op alle programma´s worden afgesloten. Klik op Volgende. Typische installatie voor een netwerkprinter 11 Selecteer en klik op OK. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 12 Het programma SetIP wordt automatisch uitgevoerd. 13 Klik op OK om door te gaan met de installatie. 14 Klik op Volgende in het venster Leesmij. 15 Nadat de installatie is voltooid klikt u op OK. Open de map Programma’s > Hulpprogramma’s > 16 Printerconfiguratie. • Voor Mac OS X 10.5-10.6 opent u de map Programma’s > Systeemvoorkeuren en klikt u op Afdrukken en faxen. 17 Klik op Voeg toe op de Printerlijst. • 18 • In Mac OS X 10.4 klikt u op IP-printer. • In Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op IP. 19 Selecteer HP Jetdirect /Socket in Protocol. 25 Als u een document van vele pagina’s afdrukt, kunt u de prestaties van de printer verbeteren door Socket te kiezen in de opties bij Printertype. 20 Typ het IP-adres van uw printer in het invoerveld Adres. de wachtrijnaam in het invoerveld Wachtrij. Als u de 21 Typ wachtrijnaam voor uw apparaatserver niet kunt bepalen, probeert u eerst de standaardwachtrij. automatisch selecteren in Mac OS X 10.3 niet goed 22 Als werkt, selecteert u Samsung in Printermodel en de naam van uw apparaat in Modelnaam. • Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.4 niet goed werkt, selecteert u Samsung in Druk af via en de naam van uw apparaat in Model. • Als bij Mac OS X 10.5-10.6 Automatisch selecteren niet goed werkt, kiest u Printersoftware selecteren en de naam van uw apparaat in Druk af via. In Mac OS X 10.5 -10,6 klikt u op het pictogram "+". Er verschijnt een weergavevenster. In Mac OS X 10.3 selecteert u het tabblad Afdrukken via IP. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 23 Klik op Voeg toe. Uw printer verschijnt op de Printerlijst en wordt ingesteld als standaardprinter. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 8   Linux U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website van Samsung om de printersoftware te installeren (http:// www.samsung.com/printer). Om andere software te installeren: 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 26 5 Het venster Samsung Installer wordt geopend. Klik op Continue. 6 7 8 Het venster "Add printer wizard" gaat open. Klik op Next. Selecteer Netwerkprinter en klik op de knop Search. Het IP-adres en het model van de printer verschijnen in de lijst. • zie "Smart Panel installeren" op pagina 8. • zie "Printer Settings Utility installeren" op pagina 9. Het Linux-stuurprogramma installeren en een netwerkprinter toevoegen 1 Controleer of het apparaat met uw netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet bovendien zijn ingesteld. 2 Download het Unified Linux Driver-pakket van de website van Samsung. 3 Extraheer het bestand UnifiedLinuxDriver.tar.gz en open de nieuwe map. 4 Dubbelklik op de map Linux > het pictogram install.sh. 9 Selecteer uw apparaat en klik op Next. 10 Voer de beschrijving van de printer in en klik op Next. 11 Nadat de software is toegevoegd klikt u op Finish. 12 Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Finish. Een netwerkprinter toevoegen 1 2 3 Dubbelklik op Unified Driver Configurator. Klik op Add Printer. Het venster Add printer wizard wordt geopend. Klik op Next. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 4 5 Selecteer Network printer en klik op de knop Search. 6 7 8 Selecteer uw apparaat en klik op Next. Het IP-adres en de modelnaam van de printer worden in de lijst weergegeven. Voer de beschrijving van de printer in en klik op Next. Nadat de software is toegevoegd klikt u op Finish. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 27 Het UNIX-printerstuurprogrammapakket installeren De installatieprocedure is identiek voor alle varianten van het bovengenoemde UNIX-besturingssysteem. 1 Download het UNIX-stuurprogrammapakket van de website van Samsung en pak het uit op uw computer. 2 Zorg dat u machtigingen voor de hoofdmap heeft. 3 Kopieer het juiste stuurprogrammabestand naar de UNIXcomputer. su - 9   UNIX Controleer of uw printer het besturingssysteem UNIX ondersteunt, voordat u het UNIX-stuurprogramma installeert (zie basishandleiding). Om het UNIX-printerstuurprogramma te gebruiken moet u eerst het UNIX-printerstuurprogrammapakket installeren en vervolgens de printer instellen. U kunt het UNIXprinterstuurprogrammapakket downloaden van de website van Samsung. Raadpleeg de handleiding van uw UNIXbesturingssysteem voor meer informatie. 4 Pak het UNIX-printerstuurprogrammabestand uit. Op IBM AIX gebruikt u bijvoorbeeld de volgende opdrachten (zonder "): gzip -d < "package name" | tar xf De map "binaries" bevat de bestanden en mappen binz, install, share. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 5 Schakel over naar de map "binaries" van het stuurprogramma. Bijvoorbeeld op IBM AIX, cd aix_power/binaries 6 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken In sommige UNIX-besturingssystemen, zoals Solaris 10, zijn zojuist toegevoegde printers mogelijk niet ingeschakeld en/of kunnen geen taken ontvangen. In dat geval moet u de volgende twee opdrachten uitvoeren in de root-terminal: Voer het installatiescript uit. accept <printer_name> ./install enable <printer_name> install is het installatiescriptbestand dat wordt gebruikt om het UNIX-printerstuurprogrammapakket te installeren/ deïnstalleren. Gebruik de opdracht "chmod 755 install" om de uitvoering van het installatiescript te machtigen. 7 Voer de opdracht ". /install –c" uit om de resultaten van de installatie te controleren. 8 Voer "installprinter" uit vanaf de opdrachtregel. Hiermee wordt het venster van de wizard Add Printer Wizard geopend. Stel in dit venster de printer op de volgende manier in: 28 De installatie van het printerstuurprogrammapakket ongedaan maken Het hulpprogramma moet gebruikt worden om de geïnstalleerde printer uit het systeem te verwijderen. a Voer de opdracht "uninstallprinter" uit vanaf de terminal. Hierdoor wordt Uninstall Printer Wizard geopend. De geïnstalleerde printers verschijnen in de vervolgkeuzelijst. b Selecteer de printer die u wilt verwijderen. c Klik op Delete om de printer uit het systeem te verwijderen. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk d Voer de opdracht ". /install –d" uit om de installatie van het volledige pakket ongedaan te maken. e Voer de opdracht ". /install –c" uit om de resultaten van de deïnstallatie te controleren. Gebruik de opdracht ". /install" om de binaire gegevens opnieuw te installeren. De printer instellen Voer "installprinter" uit vanaf de opdrachtregel om de printer toe te voegen aan uw UNIX-systeem. Hiermee wordt het venster van de wizard Printer toevoegen geopend. Stel in dit venster de printer op de volgende manier in: 1 2 3 Typ de naam van de printer. 4 Geef in het veld Description een beschrijving van de printer op. Dit is optioneel. 5 Geef in het veld Location een beschrijving van de printer op. Selecteer het juiste printermodel uit de lijst van modellen. Voer een beschrijving in voor het type van uw printer in het veld Type. Dit is optioneel. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 29 6 Typ het IP-adres of de DNS-naam van de printer in het tekstvak Device voor netwerkprinters. Op IBM AIX met jetdirect kunt u alleen Queue type invoeren. U kunt geen numeriek IP-adres invoeren. 7 Queue type toont de verbinding als lpd of jetdirect in de overeenkomstige keuzelijst. Op Sun Solaris OS is bovendien een usb type beschikbaar. 8 9 Selecteer Copies om het aantal exemplaren in te stellen. Schakel de optie Collate in om exemplaren gesorteerd af te drukken. de optie Reverse Order in om exemplaren in 10 Schakel omgekeerde volgorde af te drukken. de optie Make Default in om deze printer in te 11 Schakel stellen als standaardprinter. 12 Klik op OK om de printer toe te voegen. IPv6-configuratie 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 30 11 IPv6 wordt alleen juist ondersteund in Windows Vista of latere versies.   IPv6 gebruiken Volg in een IPv6-netwerkomgeving de volgende procedure om het IPv6-adres te gebruiken. 10  1 2 3 4 5  IPv6 activeren Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Netwerk > TCP/IP (IPv6) > IPv6 activeren. 1 Sluit het apparaat op het netwerk aan met een netwerkkabel. 2 3 Schakel het apparaat in. Selecteer Aan en druk op OK. Zet het apparaat uit en weer aan. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw. Bij modellen met het aanraakscherm op het bedieningspaneel, volgt u de volgende procedure: a Druk op Instellen in het Hoofdscherm. b Druk op Netwerk > Volg. > TCP/IP (IPv6). c Selecteer Aan. d Druk op het startpictogram ( naar de Stand-bymodus. ) om terug te keren Druk een netwerkconfiguratierappor af om de IPv6adressen te controleren (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13). 4 Selecteer Start > Configuratiescherm > Printers en faxapparaten. 5 Klik op Een printer toevoegen in het linkerdeelvenster van Printers en faxapparaten. 6 Klik op Netwerkprinter, draadloze printer of Bluetoothprinter toevoegen op het venster Printer toevoegen. 7 Volg de instructies in het venster. Als het apparaat niet in een netwerkomgeving wordt gebruikt, activeert u IPv6. IPv6-configuratie 12   IPv6-adressen instellen Het apparaat ondersteunt de volgende IPv6-adressen voor het afdrukken vanaf het netwerk en voor netwerkbeheer. • Link-local Address: zelfgeconfigureerde lokale IPv6adressen (adres begint met FE80). • Stateless Address: automatisch door een netwerkrouter geconfigureerd IPv6-adres. • Stateful Address: Door een DHCPv6-server geconfigureerd IPv6-adres. • Manual Address: Door de gebruiker handmatig geconfigureerd IPv6-adres. DHCPv6-adresconfiguratie (Stateful) Als uw netwerk gebruikmaakt van een DHCPv6-server kunt u een van de volgende opties instellen voor standaard dynamische host-configuratie. 1 2 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Netwerk > TCP/IP (IPv6) > DHCPv6 configureren. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 3 31 Druk op de toets OK om de gewenste waarde te selecteren. • DHCPv6 Addr: gebruik DHCPv6 altijd, ook als de router er niet om vraagt. • DHCPv6 uit: gebruik DHCPv6 nooit, ook niet als een router erom vraagt. • Router: Gebruik DHCPv6 alleen als een router erom vraagt. Bij modellen met het aanraakscherm op het bedieningspaneel, volgt u de volgende procedure: a Druk op Instellen in het Hoofdscherm. b Druk op Netwerk > Volg. > TCP/IP (IPv6)> DHCPv6 configureren. c Selecteer de gewenste vereiste waarde. d Druk op het startpictogram ( naar de Stand-bymodus. ) om terug te keren IPv6-configuratie Handmatige adresconfiguratie 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 13  1 Start een webbrowser zoals Internet Explorer die IPv6adressering als URL ondersteunt. 2 Wanneer het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, plaatst u de muisaanwijzer op Settings bovenaan in de menublak en klikt u op Network Settings. 3 4 Klik op TCP/IPv6 in het linkerdeelvenster van de website. Schakel het selectievakje voor Manual Address in. Vervolgens wordt het tekstvak Address/Prefix geactiveerd. 5 Geef het IPv6-adres op en een prefix-lengte (bijv.: 3FFE:10:88:194::AAAA/64). 6 Klik op de knop Apply. 32  SyncThru™ Web Service gebruiken 1 Start een webbrowser zoals Internet Explorer die IPv6adressering als URL ondersteunt. 2 Selecteer een van de IPv6-adressen (Link-local Address, Stateless Address, Stateful Address, Manual Address) uit het netwerkconfiguratierapport (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13). 3 Voer de IPv6-adressen in (bijv. http:// [FE80::215:99FF:FE66:7701]). De adressen moeten tussen vierkante haakjes ("[ ]")worden geplaatst. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 33 Naam van draadloos netwerk en netwerksleutel Controleer of uw apparaat een draadloos netwerk ondersteunt. Afhankelijk van het model is een draadloos netwerk mogelijk niet beschikbaar. 14  Draadloze netwerken vereisen een hoger beveiligingsniveau. Als u voor het eerst een toegangspunt installeert, worden een netwerknaam (SSID), een beveiligings-id en een netwerksleutel voor het netwerk gegenereerd. Zoek deze gegevens op voordat u verder gaat met de installatie van de printer.  Aan de slag 15  Uitleg over het type netwerk Normaal is er tussen uw computer en het apparaat maar één verbinding tegelijk mogelijk. Infrastructuurmodus Deze modus wordt doorgaans gebruikt in woningen, kleine kantoren en thuiskantoren. In deze modus verloopt de communicatie met het draadloze apparaat via een toegangspunt. Ad-hocmodus In deze modus wordt geen toegangspunt gebruikt. De draadloze computer en het draadloze apparaat communiceren rechtstreeks met elkaar.  Kiezen van het installatietype U kunt een draadloos netwerk installeren via het bedieningspaneel van het apparaat of via de computer. Via het bedieningspaneel U kunt draadloze parameters configureren via het bedieningspaneel. • zie "WPS gebruiken" op pagina 34. • zie "WLAN gebruiken" op pagina 39. Draadloos netwerk instellen Via de computer 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 34 16   WPS gebruiken Wij raden aan een USB-kabel te gebruiken met het programma dat op de meegeleverde cd met software staat. zie "Instellen met Windows" op pagina 40. • Met een USB-kabel: U kunt een draadloos netwerk instellen met behulp van het programma op de bijgeleverde cd met software. Alleen de besturingssystemen Windows en Macintosh worden ondersteund (zie "Instellen met Windows" op pagina 40 of "Instellen met Macintosh" op pagina 48). U kunt ook een draadloos netwerk installeren in Samsung Easy Printer Manager (Apparaatinstellingen) of Hulpprogramma Printerinstellingen met een USBkabel na het installeren van het stuurprogramma (besturingssystemen van Windows en Macintosh worden ondersteund). • Met een netwerkkabel: U kunt een draadloos netwerk instellen met behulp van het programma SyncThru™ Web Service (zie "Een netwerkkabel gebruiken" op pagina 54). Sommige modellen ondersteunen deze functie niet. Als uw printer en een toegangspunt (of draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunen, kunt u de instellingen voor het draadloze netwerk eenvoudig op het bedieningspaneel, zonder computer, configureren. Als u het draadloze netwerk wilt gebruiken in de infrastructuurmodus, koppelt u de netwerkkabel los van het apparaat. Of u de knop WPS (PBC) gebruikt of het PIN-nummer invoert om verbinding te maken met het toegangspunt, hangt af van het toegangspunt (of de draadloze router) die u gebruikt. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij het toegangspunt (of de draadloze router) dat u gebruikt voor meer informatie. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 35 Wat u nodig hebt • Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt. • Controleer of uw apparaat Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt. • Netwerkcomputer (alleen in de PIN-modus) Druk op instellingen om de WPS-modus te wijzigen. Bij modellen met het aanraakscherm op het bedieningspaneel, volgt u de volgende procedure: a Druk op Instellen in het Hoofdscherm. b Druk op Netwerk > Volg. > Draadloos > WPSinstellingen. c Selecteer de gewenste installatiemethode. Uw type kiezen Met de Push Button Configuration (PBC)-methode kunt u het apparaat een verbinding laten maken met een draadloos netwerk door te drukken op het menu WPS op het bedieningspaneel van uw apparaat en op de WPS-knop (of PBC-knop) op een toegangspunt dat (of draadloze router die) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt. Bij de PIN (Personal Identification Number)-methode kunt u uw apparaat verbinding laten maken met een draadloos netwerk door de meegeleverde PIN-gegevens in te voeren op een toegangspunt (of draadloze router) dat WPS (Wi-Fi Protected Setup™) ondersteunt. (Menu) > Netwerk > Draadloos > WPS- Apparaten met een display (of aanraakscherm) ► Aansluiten in PBC-modus (aangeraden) 1 Druk op (Menu) > Netwerk > Draadloos > WPSinstellingen. Bij modellen met een aanraakscherm op het bedieningspaneel drukt u op Instellen > Netwerk > Volg. > Draadloos > WPS-instellingen. 2 Druk op PBC (of Aansluiten via PBC). Draadloos netwerk instellen 3 Druk op OK wanneer het bevestigingsscherm wordt weergegeven. Informatievenster wordt weergegeven waarin een verwerkingstijd voor verbinden wordt aangegeven van 2 minuten. 4 Druk op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router). De berichten worden in de onderstaande volgorde op het LCD-display weergegeven: a Verbinden: Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router). b Verbonden: Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden. c AP-SSID: nadat er een verbinding is gemaakt met het draadloos netwerk, verschijnt de SSID van het toegangspunt op het display. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 36 ► Verbinding maken in PIN-modus 1 Druk op (Menu) > Netwerk > Draadloos > WPSinstellingen. Bij modellen met een aanraakscherm op het bedieningspaneel drukt u op Instellen > Netwerk > Volg. > Draadloos > WPS-instellingen. 2 3 4 Druk op PIN (of Aansluiten via PIN). Druk op OK wanneer het bevestigingsscherm wordt weergegeven. De achtcijferige PIN-code verschijnt op het display. U moet binnen twee minuten de achtcijferige PIN-code invoeren om verbinding te maken met de computer die is aangesloten op het toegangspunt (of de draadloze router). De berichten worden in de onderstaande volgorde op het LCD-display weergegeven: a Verbinden: het apparaat maakt een verbinding met het draadloos netwerk. b Verbonden: Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden. c AP-SSID: Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is gemaakt, worden de SSID-gegevens van het toegangspunt weergegeven op het LCD-display. Draadloos netwerk instellen Apparaten zonder een display ► Aansluiten in PBC-modus (aangeraden) 1 1 b Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden. Het netwerkconfiguratierapport met het PIN-nummer moet worden afgedrukt. Houd in de stand-bymodus de knop (Annuleren of Stoppen/Wissen) op het bedieningspaneel ca. 5 seconden ingedrukt. Het PIN-nummer van uw apparaat wordt weergegeven. 2 Houd de knop (WPS) op het bedieningspaneel ingedrukt totdat de status-LED snel gaat branden (na 4 seconden). Het apparaat maakt verbinding met het toegangspunt (of draadloze router). Druk op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router). a Het lampje van de WPS-LED knippert snel. Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router). 37 ► Verbinding maken in PIN-modus Houd de knop (WPS) op het bedieningspaneel ingedrukt totdat de status-LED snel begint te knipperen (na ongeveer 2 - 4 seconden). Er wordt verbinding gemaakt met het draadloze netwerk. De LED knippert maximaal twee minuten langzaam tot u op de PBC-knop op een toegangspunt (of draadloze router) drukt. 2 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 3 U moet binnen twee minuten de achtcijferige PIN-code invoeren om verbinding te maken met de computer die is aangesloten op het toegangspunt (of de draadloze router). De LED knippert maximaal twee minuten langzaam tot u de achtcijferige PIN-code invoert. De WPS-LED begint op de volgende manier te knipperen: a Het lampje van de WPS-LED knippert snel. Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router). b Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken Opnieuw verbinding maken met een netwerk Verbinding met een netwerk verbreken Wanneer de draadloze netwerkfunctie is uitgeschakeld, wordt automatisch opnieuw geprobeerd een verbinding tot stand te brengen met het toegangspunt (of de draadloze router) met behulp van de eerder gebruikte instellingen voor de draadloze verbinding en het adres. Om de verbinding met het draadloze netwerk ongedaan te maken, drukt u minimaal 2 seconden op de knop (WPS) of (Annuleren of Stoppen/Wissen) op het bedieningspaneel. In de volgende gevallen wordt automatisch een nieuwe verbinding met het draadloze netwerk tot stand gebracht: • Het apparaat wordt uit- en weer aangezet. • Het toegangspunt (of de draadloze router) wordt uit- en weer ingeschakeld. Annuleren van het maken van een verbinding Als u het verbinden met een draadloos netwerk wilt annuleren terwijl dit proces wordt uitgevoerd, drukt u op de knop (Annuleren of Stoppen/Wissen) op het bedieningspaneel en laat u deze weer los. Wacht 2 minuten voordat u opnieuw verbinding met het draadloze netwerk probeert te maken. 38 • Als het Wi-Fi-netwerk zich in de niet-actieve modus bevindt: De verbinding tussen het apparaat en het draadloze netwerk wordt onmiddellijk verbroken. • Wanneer het Wi-Fi-netwerk in gebruik is: Zolang het apparaat wacht tot de huidige taak is afgerond, knippert het lampje van de WPS-LED snel. Vervolgens wordt de verbinding met het draadloze netwerkverbinding automatisch verbroken. Draadloos netwerk instellen 17   WLAN gebruiken 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 3 Druk op OK om de gewenste installatiemethode te selecteren. • Wizard (aangeraden): In deze modus wordt de installatie automatisch uitgevoerd. Het apparaat geeft een lijst met beschikbare netwerken. Nadat een netwerk is geselecteerd, vraagt de printer naar de bijbehorende beveiligingscode. • Aangepast: In deze modus kunnen gebruikers hun eigen SSID geven of bewerken, de beveiliging handmatig selecteren en de instellingen toepassen. Sommige modellen ondersteunen deze functie niet. Voor u begint moet u de netwerknaam (SSID) van uw draadloos netwerk kennen, evenals de netwerksleutel als deze is gecodeerd. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt (of de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze omgeving waarin u werkt. Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma installeren om vanuit een toepassing te kunnen afdrukken (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 17). 1 2 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Netwerk > Draadloos > WLAN-instellingen. 39 • Bij modellen met het aanraakscherm op het bedieningspaneel, volgt u de volgende procedure: a Druk op Instellen in het Hoofdscherm. b Druk op Netwerk > Volg. > Draadloos > WLANinstellingen. c Selecteer de gewenste installatiemethode. • Als uw computer is verbonden met het netwerk, kunt u de WLAN instellen via SyncThru™ Web Service. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 40 ► Opzetten van de netwerkinfrastructuur 18   Instellen met Windows Snelkoppeling naar programma Draadloze verbindingen instellen zonder CD: All u het printerstuurprogramma eenmaal heeft geïnstalleerd, heeft u zonder CD toegang tot het programma Draadloze verbindingen instellen. Selecteer in het Startmenu achtereenvolgens Programma’s of Alle programma’s > Samsung Printers > naam van uw printerstuurprogramma > Programma voor het instellen van draadloze verbindingen. 1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten. 2 3 4 Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan. Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. Selecteer de optie Draadloze verbindingen instellen en installeren. Toegangspunt via USB-kabel ► Wat u nodig hebt • Toegangspunt • Netwerkcomputer • Software-cd die bij het apparaat is geleverd • Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloosnetwerkinterface • USB-kabel • Nu installeren: Als u al een draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op deze knop om het printerstuurprogramma te installeren, zodat u de draadloze netwerkprinter kunt gebruiken. Als u nog geen draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op de knop Draadloze verbindingen instellen en installeren om een draadloos netwerk in te stellen. Klik daarna op de knop Nu installeren. Draadloos netwerk instellen • Draadloze verbindingen instellen en installeren: Configureer de draadloze netwerkinstellingen van uw apparaat en installeer vervolgens het printerstuurprogramma met behulp van de USB-kabel. Deze procedure is uitsluitend bedoeld voor gebruikers die nog nooit een draadloze netwerkverbinding hebben ingesteld. 41 Als u de netwerknaam van uw keuze niet kunt vinden of als u de draadloze configuratie handmatig wilt instellen, klikt u op Geavanceerde instelling. • Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de SSID van het gewenste toegangspunt (de SSID is hoofdlettergevoelig). • Werkingsmodus: Selecteer Infrastructuur. 5 Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en kies Ik aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst Klik daarna op Volgende. 6 De software zoekt het draadloos netwerk. Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden, controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het venster. 7 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken Na de zoekactie toont het venster de draadloze netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het toegangspunt dat u gebruikt en klik op Volgende. • Verificatie: selecteer een verificatietype. Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is. Ged. sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk. WPA Privé of WPA2 Privé: selecteer deze optie als u wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op basis van een vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (de zogenaamde vooraf gedeelde wachtwoordzin), die handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt en elk van de bijbehorende clients. • Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64, WEP128, TKIP, AES, TKIP AES). • Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in. Draadloos netwerk instellen • Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering. • WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 8 Het venster bevat de instellingen voor het draadloze netwerk en controleert of deze instellingen juist zijn. Klik op Volgende. • Voor de methode DHCP Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP in het venster wordt vermeld. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode in DHCP te wijzigen. Als het toegangspunt is beveiligd, verschijnt het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk. Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk verschijnt. Het venster kan verschillen naargelang de beveiligingsmodus: WEP of WPA. 42 • Voor de methode Statisch • WEP Selecteer Open syst. of Ged. sleutel voor de verificatie en typ de WEP-beveiligingssleutel. Klik op Volgende. WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd. Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch in het venster wordt vermeld. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de computer is ingesteld op DHCP, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres. • WPA Voer de gedeelde WPA-sleutel in en klik op Volgende. WPA machtigt en identificeert gebruikers op basis van een geheime sleutel die op gezette tijden automatisch wordt gewijzigd. Bij WPA worden tevens TKIP (Temporal Key Integrity Protocol) en AES (Advanced Encryption Standard) voor gegevenscodering gebruikt. Voorbeeld: Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn: - IP-adres: 169.254.133.42 - Subnetmasker: 255.255.0.0 Dan zijn de netwerkgegevens van de printer als volgt: - IP-adres: 169.254.133.43 Draadloos netwerk instellen 9 - Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer). - Gateway: 169.254.133.1 Als de instelling van het draadloos netwerk is voltooid, koppelt u de USB-kabel tussen de computer en het apparaat los. Klik op Volgende. venster Instelling van draadloos netwerk voltooid 10 Het wordt geopend. Kies Ja als u de huidige instellingen aanvaardt en u wilt doorgaan. Kies Nee als u naar het beginvenster wilt terugkeren. Klik daarna op Volgende. 11 Klik op Next wanneer het venster Printeraansluiting bevestigen verschijnt. de onderdelen die u wilt installeren. Klik op 12 Selecteer Volgende. Wanneer u de onderdelen hebt geselecteerd, kunt u ook 13 de printernaam wijzigen, de printer instellen voor gedeeld gebruik in het netwerk, de printer instellen als standaardprinter en de poortnaam van elk apparaat wijzigen. Klik op Volgende. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 43 de installatie is voltooid, verschijnt er een venster 14 Wanneer met de vraag of u een testpagina wilt afdrukken. Als u een testpagina wilt afdrukken klikt u op Een testpagina afdrukken. In het andere geval klikt u op Volgende en gaat u door met stap 16. de testpagina op de juiste manier wordt afgedrukt, klikt 15 Als u op Ja. Zo niet, dan klikt u op Nee om deze opnieuw af te drukken. u zich wilt registreren als gebruiker van het apparaat 16 Als zodat u informatie kunt ontvangen van Samsung, klikt u op Online registratie. 17 Klik op Voltooien. Draadloos netwerk instellen Ad-hoc via USB-kabel 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 4 44 Selecteer de optie Draadloze verbindingen instellen en installeren. Als u geen toegangspunt hebt, kunt u de printer alsnog draadloos met uw computer verbinden door een draadloos adhocnetwerk in te stellen. Volg hiervoor de volgende eenvoudige stappen. ► Wat u nodig hebt • Netwerkcomputer • Software-cd die bij het apparaat is geleverd • Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloosnetwerkinterface • USB-kabel • Nu installeren: Als u een draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op deze knop om het printerstuurprogramma te installeren, zodat u de draadloze netwerkprinter kunt gebruiken. Als u nog geen draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op de knop Draadloze verbindingen instellen en installeren om een draadloos netwerk in te stellen. Pas daarna klikt u op de knop Nu installeren. • Draadloze verbindingen instellen en installeren: Configureer de draadloze netwerkinstellingen van uw apparaat en installeer vervolgens het printerstuurprogramma met behulp van de USB-kabel. Deze procedure geldt uitsluitend voor gebruikers die nog nooit een draadloze netwerkverbinding hebben ingesteld. ► Ad-hocnetwerken in Windows instellen 1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten. 2 3 Zet de computer en het draadloos-netwerkapparaat aan. Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. Draadloos netwerk instellen 5 6 45 Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en kies Ik aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst Klik daarna op Volgende. Als u ad-hocinstellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop Geavanceerde instelling. De software zoekt het draadloos netwerk. • Voer de naam van het draadloze netwerk in: Voer de SSID in (de SSID is hoofdlettergevoelig). • Werkingsmodus: Selecteer Ad-hoc. Als het netwerk niet kan worden gevonden, controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de printer op de juiste manier is aangesloten. Volg verder de instructies in het venster. 7 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken Er verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het apparaat heeft gevonden. Als u de standaardinstelling voor ad-hocnetwerken van Samsung wilt gebruiken, selecteert u het laatste draadloze netwerk in de lijst met de Netwerknaam (SSID). Deze is portthru en het Signaal is Printernetwerk. Klik daarna op Volgende. Als u andere ad-hocinstellingen wilt gebruiken, kiest u een ander draadloos netwerk in de lijst. • Kanaal: selecteer het kanaal. (Auto-inst. of 2.412 tot 2.467 MHz.) • Verificatie: selecteer een verificatietype. Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is. Ged. sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk. • Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of WEP128). • Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in. • Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering. • WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex. Draadloos netwerk instellen Het beveiligingsvenster voor het draadloze netwerk verschijnt als het ad-hocnetwerk een beveiligingsinstelling heeft. Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk verschijnt. Selecteer Open syst. of Ged. sleutel voor de verificatie en klik op Volgende. • WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd. 8 Er verschijnt een venster met de instellingen van het draadloze netwerk. Controleer de instellingen en klik op Volgende. Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op DHCP, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook DHCP zijn. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op Statisch, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook Statisch zijn. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 46 Als de computer is ingesteld op DHCP en u voor het draadloze netwerk de instelling Statisch wilt gebruiken, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres. • Voor de methode DHCP Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode te wijzigen in IPadres automatisch ontvangen (DHCP). • Voor de methode Statisch Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voorbeeld: Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn: - IP-adres: 169.254.133.42 - Subnetmasker: 255.255.0.0 Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat: - IP-adres: 169.254.133.43 - Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer). - Gateway: 169.254.133.1 Draadloos netwerk instellen 9 Als de instellingen van het draadloze netwerk voltooid zijn, koppelt u de USB-kabel tussen de computer en de printer los. Klik op Volgende. Als het venster Computernetwerkinstelling wijzigen verschijnt, volgt u de stappen op het venster. Klik op Volgende als u klaar bent met de instellingen voor het draadloze netwerk van de computer. Als het draadloze netwerk van de computer is ingesteld op DHCP, duurt het enkele minuten om het IP-adres te ontvangen. 10 Het venster Instelling van draadloos netwerk voltooid wordt geopend. Kies Ja als u de huidige instellingen aanvaardt en u wilt doorgaan. Kies Nee als u naar het beginvenster wilt terugkeren. Klik daarna op Volgende. 11 Klik op Volgende wanneer het venster Printeraansluiting bevestigen verschijnt. de onderdelen die u wilt installeren. Klik op 12 Selecteer Volgende. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 47 u de onderdelen hebt geselecteerd, kunt u ook de 13 Nadat naam van het apparaat wijzigen, het apparaat instellen om in het netwerk te worden gedeeld, het apparaat instellen als standaardapparaat en de poortnaam van elk apparaat wijzigen. Klik op Volgende. de installatie is voltooid, verschijnt er een venster 14 Wanneer met de vraag of u een testpagina wilt afdrukken. Als u een testpagina wilt afdrukken klikt u op Een testpagina afdrukken. In het andere geval klikt u op Volgende en gaat u door met stap 16. de testpagina op de juiste manier wordt afgedrukt, klikt 15 Als u op Ja. Zo niet, dan klikt u op Nee om deze opnieuw af te drukken. u zich wilt registreren als gebruiker van het apparaat 16 Als om informatie te ontvangen van Samsung, klikt u op Online registratie. 17 Klik op Voltooien. Draadloos netwerk instellen 19   Instellen met Macintosh Wat u nodig hebt • Toegangspunt • Netwerkcomputer • Software-cd die bij het apparaat is geleverd • Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloosnetwerkinterface • USB-kabel Toegangspunt via USB-kabel 1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten. 2 3 4 Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 48 5 Dubbelklik op de map MAC_Installer. 6 Dubbelklik op het pictogram Installer OS X. 7 Voer het wachtwoord in en klik op OK. 8 Klik op Volgende. 9 Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende. op Akkoord als u akkoord gaat met de 10 Klik gebruiksrechtovereenkomst. 11 Klik op Volgende. Selecteer Eenvoudige installatie en klik op Installeer. 12 Eenvoudige installatie wordt aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd. Als u Aangepaste installatie selecteert, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren. Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer. de optie Draadloze verbindingen instellen en 13 Selecteer installeren. Draadloos netwerk instellen 14 De software zoekt het draadloos netwerk. Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden, controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het venster. de zoekactie toont het venster de draadloze 15 Na netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het toegangspunt dat u gebruikt en klik op Next. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken • Verificatie: selecteer een verificatietype. Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is. Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk. WPA Privé of WPA2 Privé: selecteer deze optie als u wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op basis van een vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (de zogenaamde vooraf gedeelde wachtwoordzin), die handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt en elk van de bijbehorende clients. Als u de draadloze configuratie handmatig instelt, klikt u op Geavanceerde instelling. • Codering: selecteer de codering. (Geen, WEP64, WEP128, TKIP, AES, TKIP, AES.) • Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de SSID van het gewenste toegangspunt (de SSID is hoofdlettergevoelig). • Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in. • Werkingsmodus: selecteer Infrastruct. 49 • Netwerksleutel bevestigen: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering. • WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex. Draadloos netwerk instellen Als het toegangspunt is beveiligd, verschijnt het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk. Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk verschijnt. Het venster kan verschillen naargelang de beveiligingsmodus: WEP of WPA. • WEP Selecteer Open syst. of Ged. Sleutel voor de verificatie en typ de WEP-beveiligingssleutel. Klik op Next. WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd. • WPA Voer de gedeelde WPA-sleutel in en klik op Next. WPA machtigt en identificeert gebruikers op basis van een geheime sleutel die op gezette tijden automatisch wordt gewijzigd. Bij WPA worden tevens TKIP (Temporal Key Integrity Protocol) en AES (Advanced Encryption Standard) voor gegevenscodering gebruikt. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 50 venster bevat de instellingen voor het draadloze 16 Het netwerk en controleert of deze instellingen juist zijn. Klik op Next. • Voor de methode DHCP Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP in het venster wordt vermeld. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode in DHCP te wijzigen. • Voor de methode Statisch Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch in het venster wordt vermeld. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de computer is ingesteld op DHCP, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres. Voorbeeld: Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn: - IP-adres: 169.254.133.42 - Subnetmasker: 255.255.0.0 Dan zijn de netwerkgegevens van de printer als volgt: - IP-adres: 169.254.133.43 Draadloos netwerk instellen - Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer). Gateway: 169.254.133.1 wordt verbinding met het draadloze netwerk gemaakt 17 Ervolgens de netwerkconfiguratie. 18 Als de instellingen van het draadloze netwerk voltooid zijn, koppelt u de USB-kabel tussen de computer en de printer los. de aanwijzingen op het scherm om de installatie te 19 Volg voltooien. Wanneer de installatie is voltooid, klikt u op Afsluiten of Start opnieuw. Ad-hoc via USB-kabel Als u geen toegangspunt hebt, kunt u de printer alsnog draadloos verbinden met uw computer door een draadloos adhocnetwerk in te stellen. Volg hiervoor de volgende eenvoudige stappen. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 51 ► Wat u nodig hebt • Netwerkcomputer • Cd met software die bij uw apparaat is geleverd • Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloosnetwerkinterface • USB-kabel. ► Een ad-hocnetwerk instellen in Macintosh 1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten. 2 3 4 Schakel de computer en de printer in. 5 6 7 Dubbelklik op de map MAC_Installer. Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer. Dubbelklik op het pictogram Installer OS X. Voer het wachtwoord in en klik op OK. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 52 verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het 8 Klik op Volgende. 14 Erapparaat heeft gevonden. Als u de standaardinstelling voor ad-hocnetwerken van 9 Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende. Samsung wilt gebruiken, selecteert u het laatste draadloze Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de netwerk in de lijst met de Netwerknaam (SSID). Deze is 10 gebruiksrechtovereenkomst. portthru en het Signaal isPrinternetwerk. 11 Selecteer Eenvoudige installatie en klik op Installeer. Eenvoudige installatie wordt aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd. Als u Aangepaste installatie selecteert, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren. Klik daarna op Next. Als u andere ad-hocinstellingen wilt gebruiken, kiest u een ander draadloos netwerk in de lijst. Als u ad-hocinstellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop Geavanceerde instelling. • Voer de naam van het draadloze netwerk in: Voer de SSID in (de SSID is hoofdlettergevoelig). 12 Klik op Draadloze verbindingen instellen en installeren. • Werkingsmodus: Selecteer Ad-hoc. 13 De software zoekt naar draadloze netwerkapparaten. • Kanaal: Selecteer het kanaal (Auto-inst. of 2412 MHz tot 2467 MHz). Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden, controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het venster. • Verificatie: selecteer een verificatietype. Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is. Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk. • Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of WEP128). Draadloos netwerk instellen • Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in. • Netwerksleutel bevestigen: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering. • WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex. Het beveiligingsvenster voor het draadloze netwerk verschijnt als het ad-hocnetwerk een beveiligingsinstelling heeft. Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk verschijnt. Selecteer Open syst. of Ged. Sleutel voor de verificatie en klik op Next. • WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd. verschijnt een venster met de instellingen van het 15 Erdraadloze netwerk. Controleer de instellingen en klik op Next. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 53 Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op DHCP, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook DHCP zijn. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op Statisch, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook Statisch zijn. Als de computer is ingesteld op DHCP en u voor het draadloos netwerk de instelling Statisch wilt gebruiken, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres. • Voor de methode DHCP Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode te wijzigen in IPadres automatisch ontvangen (DHCP). • Voor de methode Statisch Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voorbeeld: Draadloos netwerk instellen Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn: - IP-adres: 169.254.133.42 - Subnetmasker: 255.255.0.0 Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat: - IP-adres: 169.254.133.43 - Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer). - Gateway: 169.254.133.1 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 20   Een netwerkkabel gebruiken Uw apparaat is netwerkcompatibel. Om uw apparaat netwerkcompatibel te maken, moet u enkele configuratieprocedures doorlopen. • Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma installeren om vanuit een toepassing te kunnen afdrukken (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 17). wordt verbinding met het draadloze netwerk gemaakt 16 Ervolgens de netwerkconfiguratie. • Neem contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon die uw draadloos netwerk heeft ingesteld voor informatie over uw netwerkconfiguratie. de instelling van het draadloos netwerk is voltooid, 17 Als koppelt u de USB-kabel tussen de computer en het apparaat los. 18 Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien. Wanneer de installatie is voltooid, klikt u op Afsluiten of Start opnieuw. 54 Wat u nodig hebt • Toegangspunt • Netwerkcomputer • Software-cd die bij het apparaat is geleverd • Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloosnetwerkinterface • Netwerkkabel Draadloos netwerk instellen Een netwerkconfiguratierapport afdrukken 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 55 Om parameters van het draadloos netwerk te configureren, kunt u SyncThru™ Web Service gebruiken. U kunt bepalen welke netwerkinstellingen voor uw apparaat worden gebruikt door een netwerkconfiguratierapport af te drukken. SyncThru™ Web Service gebruiken zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13. Controleer de status van de kabelverbinding voor u begint met de configuratie van de parameters voor het draadloze netwerk. IP-adres instellen via het programma SetIP (Windows) Dit programma wordt gebruikt om het IP-adres van uw apparaat handmatig in te stellen met behulp van het MAC-adres, om te communiceren met het apparaat. Het MAC-adres is een hardwareserienummer van de netwerkinterface dat u terugvindt in het netwerkconfiguratierapport terugvindt. 1 Controleer of de netwerkkabel op de printer is aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten. 2 Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres van uw apparaat in. Voorbeeld: zie "Het IP-adres instellen" op pagina 14. Het draadloze netwerk van het apparaat configureren Voordat u begint, moet u de netwerknaam (SSID) van uw draadloze netwerk en de netwerksleutel (als deze is gecodeerd) weten. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt (of de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze omgeving waarin u werkt. 3 Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de SyncThru™ Web Service-website. 4 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login. • ID: admin • Password: sec00000 Draadloos netwerk instellen 5 Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Network Settings. 6 Klik op Wireless > Wizard. De Wizard zal u door de configuratie van het draadloos netwerk loodsen. Als u het draadloos netwerk echter rechtstreeks wilt instellen, selecteert u Custom. 7 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken Als de Operation Mode van uw netwerk ingesteld is op Infrastructure selecteert u de SSID van het toegangspunt. Als Operation Mode ingesteld is op Adhoc selecteert u de SSID van het apparaat. Houd er rekening mee dat "portthru" de standaard SSID van uw apparaat is. 8 Klik op Next. 9 Het bevestigingsvenster verschijnt. Controleer de instellingen van het draadloze netwerk. Als de instellingen juist zijn, klikt u op Apply. Selecteer de Network Name(SSID) in de lijst. • • SSID: SSID (Service Set Identifier) is een naam die een draadloos netwerk aanduidt. Toegangspunten en draadloze apparaten die een verbinding proberen te maken met een bepaald draadloos netwerk, moeten dezelfde SSID gebruiken. De SSID is hoofdlettergevoelig. Operation Mode: Operation Mode verwijst naar het type draadloze verbinding (zie "Naam van draadloos netwerk en netwerksleutel" op pagina 33). - Ad-hoc: In deze modus kunnen draadloze apparaten rechtstreeks met elkaar communiceren in een peer-to-peer-omgeving. - Infrastructure: in deze modus kunnen draadloze apparaten via een toegangspunt met elkaar te communiceren. 56 Als het venster met beveiligingsinstellingen voor draadloze netwerken verschijnt, voert u het geregistreerde wachtwoord (netwerksleutel) in en klikt u op Next. Ontkoppel de netwerkkabel (standaard of netwerk). Als het goed is, communiceert uw apparaat nu draadloos met het netwerk. In de ad-hocmodus kunt u tegelijkertijd een draadloos LAN en een bekabeld LAN gebruiken. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 21  Het Wi-Fi-netwerk in- of uitschakelen  1 Controleer of de netwerkkabel op het apparaat is aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten. 2 Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres van uw apparaat in. Voorbeeld: 3 Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de SyncThru™ Web Service-website. 4 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login. 5 • ID: admin • Password: sec00000 Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Network Settings. 6 Klik op Wireless > Custom.   Problemen oplossen 57 U kunt het Wi-Fi-netwerk ook in- of uitschakelen. 22 Problemen tijdens het instellen of de installatie van het stuurprogramma ► Printers niet gevonden • Mogelijk staat uw printer niet aan. Zet de computer en printer aan. • De USB-kabel tussen de computer en het apparaat is niet aangesloten. Verbind de printer met de computer door middel van de USB-kabel. • Het apparaat ondersteunt geen draadloze netwerken. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de printer op de software-cd die bij het apparaat is geleverd en zorg dat u beschikt over een draadloze netwerkprinter. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken ► Verbindingsprobleem - SSID niet gevonden ► Fout bij verbinding met pc • • • De geselecteerde of opgegeven netwerknaam (SSID) kan niet worden gevonden. Controleer de netwerknaam (SSID) op uw toegangspunt en probeer opnieuw verbinding te maken. • De beveiliging is niet goed geconfigureerd. Controleer de beveiliging die op het toegangspunt en de printer is geconfigureerd. ► Verbindingsprobleem - Algemene verbindingsfout • Het geconfigureerde netwerkadres kan geen verbinding maken tussen uw computer en het apparaat. - Uw computer ontvangt geen signaal van uw apparaat. Controleer de USB-kabel en de stroomtoevoer van de printer. Voor een DHCP-netwerkomgeving De printer ontvangt automatisch het IP-adres (DHCP) als de toewijzingsmethode voor het IP-adres is ingesteld op DHCP. Uw toegangspunt is uitgeschakeld. Zet het toegangspunt aan. ► Verbindingsprobleem - Ongeldige beveiliging - Voor een statische netwerkomgeving De printer gebruikt het statische adres als de toewijzingsmethode voor het IP-adres op de computer is ingesteld op Statisch. Voorbeeld: Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn: ▪ IP-adres: 169.254.133.42 ▪ Subnetmasker: 255.255.0.0 Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat: ► Verbindingsprobleem - Verbonden bedraad netwerk ▪ IP-adres: 169.254.133.43 • ▪ Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer). ▪ Gateway: 169.254.133.1 De printer is verbonden met een netwerkkabel. Koppel de netwerkkabel los van uw apparaat. 58 Draadloos netwerk instellen Andere problemen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken • Als zich tijdens het gebruik van de printer in een netwerk problemen voordoen, controleert u de volgende punten: 59 Controleer of firewallsoftware (V3, Norton en/of andere antivirussoftware) de communicatie blokkeert. Als de computer en de printer op hetzelfde netwerk zijn aangesloten maar niet kunnen worden gevonden, blokkeert de firewall-software mogelijk de communicatie. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij de firewall-software voor informatie over het uitschakelen van de firewall. Probeer vervolgens nogmaals of de printer kan worden gevonden. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij het toegangspunt (of de draadloze router) voor specifieke informatie. • Controleer of het IP-adres van het apparaat juist is toegewezen. U kunt het IP-adres controleren door het netwerkconfiguratierapport af te drukken. • Mogelijk is uw computer, het toegangspunt (of de draadloze router) of de printer niet ingeschakeld. • Controleer de draadloze ontvangst van het signaal rond het apparaat. Als de router ver van de printer staat of als er obstakels (zoals een muur) in de weg staan, kan dat de ontvangst van het signaal bemoeilijken. • Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) met een wachtwoord beveiligd is. Als er een wachtwoord is ingesteld, neemt u contact op met de beheerder van het toegangspunt (of de draadloze router). • Schakel het toegangspunt (of de draadloze router), de printer en de computer uit en weer aan. Soms kan dat helpen om de communicatie met het netwerk te herstellen. • Controleer het IP-adres van de printer. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw en wijzig de instellingen om een verbinding te maken met het apparaat op het netwerk. Bij DHCP is het mogelijk dat het toegewezen IP-adres verandert als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt of als het toegangspunt opnieuw is ingesteld. • Controleer de draadloze omgeving. Mogelijk kunt u geen verbinding maken met het netwerk in de infrastructuuromgeving waar u gebruikersgegevens moet invoeren voordat u een verbinding hebt gemaakt met een toegangspunt (of draadloze router). Draadloos netwerk instellen • Dit apparaat ondersteunt alleen IEEE 802.11b/g/n en Wi-Fi. Andere draadloze communicatietypes (b.v. Bluetooth) worden niet ondersteund. • In de ad-hocmodus onder besturingssystemen zoals Windows Vista is het mogelijk dat u de draadloze verbinding bij elk gebruik van de draadloze printer opnieuw moet instellen. • Bij draadloze netwerkprinters van Samsung kunnen de infrastructuurmodus en de ad-hocmodus niet tegelijkertijd worden gebruikt. • Het apparaat moet zich binnen het bereik van het draadloos netwerk bevinden. • De printer mag niet in de buurt staan van obstakels die het draadloze signaal kunnen blokkeren. Verwijder grote metalen voorwerpen die zich tussen het toegangspunt (of de draadloze router) en het apparaat bevinden. Controleer of er geen palen, muren of steunpilaren van metaal of beton tussen de printer en het draadloze toegangspunt (of de draadloze router) staan. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken • 60 De printer mag niet in de buurt staan van andere elektronische apparaten die het draadloze signaal kunnen verstoren. Er zijn veel apparaten die het draadloze signaal kunnen verstoren, waaronder magnetrons en bepaalde Bluetoothapparaten. 3. Menu´s met nuttige instellingen In dit hoofdstuk leest u hoe u de huidige status van het apparaat controleert en hoe u geavanceerde apparaatinstellingen instelt. • Informatie 62 • Lay-out 63 • Papier 64 • Grafisch 65 • Systeeminstallatie 66 • Emulatie 69 • Netwerk 70 • Beheerinstellingen 71 • Eco 72 • Taakstatus 73 † Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu’s voor de instelling van het apparaat en het gebruik van de functies van het apparaat. • Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat. • Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel. • Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-onderdelen op uw apparaat een andere naam hebben. Informatie 3. Menu´s met nuttige instellingen Item Omschrijving Menuoverzicht(Hel plijst) Drukt het menuoverzicht met de lay-out en de huidige instellingen van dit apparaat af. Configuratie Drukt een overzicht van de globale instellingen van het apparaat af. Info verb.art. Drukt een pagina met gegevens over verbruiksartikelen af. Demopagina Druk de demopagina af om te controleren of uw apparaat goed werkt. PCL-lettertype Item De lijst met PS-lettertypen afdrukken. EPSON-lettertype De lijst met EPSON-lettertypen afdrukken. KSC5843-lettertype De lijst met KS-lettertypen afdrukken. KSC5895 De lijst met KS5895-lettertypen afdrukken. KSSM-lettertype De lijst met KSSM-lettertypen afdrukken. Opgeslagen taak Drukt de momenteel in het geheugen of op een massaopslagapparaat opgeslagen afdruktaken af. Omschrijving Gebruiksteller Drukt een verbruikspagina af. De pagina met informatie over het verbruik bevat het totaal aantal afgedrukte pagina’s. Voltooide taak Drukt de lijst met voltooide afdruktaken af. Deze functie is alleen beschikbaar als Job Accounting is ingeschakeld in het Accountingrapport programma SyncThru™ Web Admin Service. Voor elke gebruiker kunt u een rapport met aantal afdrukken printen. Lettertypelijst Hiermee wordt de lettertypelijst afgedrukt. Taakrapporten Hiermee worden de taakrapporten afgedrukt. De lijst met PCL-lettertypen afdrukken. PS-lettertype 62 Lay-out Item Afdrukstand 3. Menu´s met nuttige instellingen Omschrijving Item Emulatiemarge MP-lade Als u op beide zijden van het papier wilt afdrukken kiest u de bindrand. • Binding: Bij het afdrukken op beide zijden van het papier is de marge op kant A het dichtst bij de bindrand evengroot als de smalste marge op zijde B. De marges aan de andere kant van de bindrind zijn in beide gevallen ook hetzelfde. Stelt de papiermarge in de multifunctionele lade in. • Bovenmarge: Stelt de bovenmarge in, van 0,0 tot 250 mm. • Linkermarge: Stelt de linkermarge in, van 0,0 tot 164 mm. • Dubbelzijdig: Stelt de marge voor dubbelzijdig afdrukken in. Algemene marge Omschrijving Stelt de papiermarge voor de emulatieafdrukpagina in. Selecteert de richting waarin informatie wordt afgedrukt op een pagina. • Enkelzijdig: Stelt de marge voor enkelzijdig afdrukken in. • Uit: Hiermee schakelt u deze optie uit. • Lange zijde: Deze bindrand is de conventionele lay-out voor boekbinden. Dubbelzijdig • Enkelzijdig: Stelt de marge voor enkelzijdig afdrukken in. • Korte zijde: Deze bindrand is de conventionele lay-out voor kalenders. • Dubbelzijdig: Stelt de marges voor dubbelzijdig afdrukken in. Stelt de papiermarges in de laden in. Lade X • Enkelzijdig: Stelt de marge voor enkelzijdig afdrukken in. • Dubbelzijdig: Stelt de marges voor dubbelzijdig afdrukken in. 63 Nietpositie bij afdrukstand Liggend Stelt de plaats van de nietjes in. Papier Item Exempl. MF-lade / [Lade <x>] Papierinvoer 3. Menu´s met nuttige instellingen Omschrijving Hiermee kunt u het aantal kopieën selecteren. • Papierformaat: Selecteert het standaard papierformaat. • Papiertype: Selecteert het type papier dat zich momenteel in de lade bevindt. Hiermee wordt bepaald welke papier papierlade standaard wordt gebruikt. Als u onder Papierinvoer een andere waarde dan Auto kiest en de geselecteerde lade is leeg, kunt u instellen dat het apparaat automatisch vanuit een andere lade afdrukt, mits het papier overeenstemt. Aut. Ladekeuze Als u bij Papierinvoer de optie Auto kies, zal deze melding niet getoond worden. Lade bevestigen Activeert de melding ter bevestiging van de lade. Als u een lade opent en sluit, wordt een venster geopend met de vraag om het papierformaat en -type van de zojuist geopende lade in te stellen. 64 Grafisch Item 3. Menu´s met nuttige instellingen Omschrijving Resolutie Specificeert het aantal afgedrukte punten per inch (dpi - dots per inch). Hoe hoger de instelling, hoe scherper de tekens en afbeeldingen worden afgedrukt. Tekst wissen Drukt de tekst donkerder af dan op een normaal document. Tonersterkte Maakt de afdrukk op de pagina helderder of donkerder. De instelling Normaal levert doorgaans het beste resultaat. Gebruik de instelling Licht om toner te besparen. 65 Systeeminstallatie Item Omschrijving Datum en tijd Stelt de datum en tijd in. Klokmodus Stelt de indeling voor het weergeven van de tijd in, 12-uur of 24-uur. • Uit: hiermee kunt u afdrukken in modus Normaal. • Enkel form.: Hiermee worden alle pagina’s afgedrukt met het eerste formulier. Menu Formulier • Dubbel form.: hiermee wordt het voorblad afgedrukt met het eerste formulier, en de achterpagina met het tweede formulier. Form. select. Formulier-overlay zijn afbeeldingen die op een massaopslagapparaat van de printer zijn opgeslagen in een speciale bestandsindeling en die in een willekeurig document in lagen kunnen worden afgedrukt. In wachtrij plaatsen Als deze optie Aan is, wordt een partitie van het station gebruikt om afdrukopdrachten van het massaopslagapparaat in de wachtrij te plaatsen. Taal Stelt de taal van de tekst op het display in. Standaardpapie Hiermee kunt u het standaard papierformaat rformaat selecteren. 3. Menu´s met nuttige instellingen Item Energiebesp. 66 Omschrijving Stel in na welke wachttijd de printer overschakelt naar de energiebesparende modus. Wanneer het apparaat gedurende langere tijd geen gegevens ontvangt wordt het energiegebruik automatisch verlaagd. U kunt instellen in welke situaties de printer moet ontwaken uit sluimerstand. Zet het onderdeel aan. Ontwaakgebeur • Druk op knpo: Als u op een willekeurige tenis knop drukt, uitgezonderd de aan/uitknop, wordt het apparaat wakker uit sluimerstand. • Printer: Als u de papierlade opent of sluit, ontwaakt het apparaat uit de sluimerstand. Systeeminstallatie Item Omschrijving 3. Menu´s met nuttige instellingen Item Afdrukkwaliteit optimaliseren naargelang de hoogte boven zeeniveau. Autom. Regelomslag Met deze optie kunt u een harde return plaatsen aan het einde van een regel, zeer handig voor Unix- of DOS-gebruikers. Time-out voor taak Als er gedurende een bepaalde periode geen gegevens worden ontvangen, wordt een taak afgesloten. U kunt instellen hoe lang het apparaat moet wachten voordat de taak wordt afgesloten. Meerdere vakken • Fixeereenheid reinigen: Reinigt de fixeereenheid door middel van het afdrukken van een vel. • Uit: Als het type of formaat papier niet overeenkomt, wacht het apparaat tot u de juiste papiersoort invoert. • Aan: Als er een papierstoring optreedt, wordt er een foutbericht getoond. De printer zal ongeveer 30 seconden wachten, het bericht automatisch wissen en doorgaan met afdrukken. Luchtdrukcorre ctie • Modus: Selecteert de te gebruiken modus met meerdere vakken. • Standaardlade: Selecteert de te gebruiken lade als standaardlade. Omschrijving • Drum reinigen: Reinigt de OPC-drum van de cassette door middel van het afdrukken van een vel. Bepaalt of de printer door moet gaan met afdrukken als waargenomen wordt dat het gebruikte papier niet overeenkomt met de instellingen. Autom. doorgaan 67 • Toner Op wissen: Deze optie verschijnt alleen als de tonercassette leeg is. • Info verb.art. (Informatie verbruiksartikelen): Via dit menu-item kunt u zien hoeveel afdrukken er zijn gemaakt en hoeveel toner er nog in de cassette zit. Onderhoud • Ws tr bijna op: Als er geen toner meer in de tonercassette zit, verschijnt een bericht waarin de gebruiker wordt gevraagd om de tonercassette te vervangen. U kunt de weergave van dit bericht in- en uitschakelen. • Papierstapeling: Als u het apparaat in een vochtige omgeving gebruikt of afdrukmaterialen gebruikt die vochtig zijn als gevolg van een hoge luchtvochtigheid, kunnen de afgedrukte vellen krullen vertonen en worden ze mogelijk niet goed gestapeld. In dit geval kunt u het apparaat instellen om de functie te gebruiken waarmee de afdrukken goed gestapeld worden. Deze functie zal de afdruksnelheid echter verlagen. Systeeminstallatie Item Omschrijving 3. Menu´s met nuttige instellingen Item 68 Omschrijving Inst. import. Importeert gegevens opgeslagen op een USB-geheugenstick naar het apparaat. Met deze optie kunt u hulpbronnen besparen en milieuvriendelijke afdrukken maken. Inst. export. Exporteert de op het apparaat opgeslagen instellingen naar een geheugenstick. • Standaardmodus: Selecteert of de Ecomodus in- of uitgeschakeld wordt. Als u deze modus activeert, gaat uw tonercassette langer mee en zijn de kosten Tonerbesparing per pagina lager dan wanneer u in de normale modus afdrukt. Dit gaat echter wel ten koste van de afdrukkwaliteit. Stille modus Ecoinstellingen Met dit menu kan de hoeveelheid lawaai tijdens het afdrukken verminderd worden. De snelheid en de kwaliteit van de afdruk kan echter lager worden. Gedwongen: Schakelt de Ecomodus in. Als een gebruiker de Ecomodus wil uitschakelen, moet deze het wachtwoord invoeren. • Sjabloon wijzigen: Kiest het ingetelde eco-sjabloon via de SyncThru™ Web Service. Instell. wissen Herstelt de standaardinstellingen vanuit de fabriek. Emulatie Item 3. Menu´s met nuttige instellingen Omschrijving Type emulatie De apparaattaal definieert hoe de computer met het apparaat communiceert. Instellen Stelt de gedetailleerde instelllingen voor het geselecteerde emulatietype in. 69 Netwerk Optie 3. Menu´s met nuttige instellingen Omschrijving Selecteer het passende protocol en de configuratieparameters voor gebruik in de netwerkomgeving. TCP/IP (IPv4) Er moeten heel wat parameters ingesteld worden. Als u niet zeker bent, laat u ze ongemoeid of raadpleeg u de netwerkbeheerder. TCP/IP (IPv6) Selecteer deze optie om gebruik te maken van een IPv6-netwerkomgeving (zie "IPv6configuratie" op pagina 30). Ethernet-snel. Hiermee kunt u de transmissiesnelheid van het netwerk configureren. 802.1x U kunt de gebruikersverificatie voor netwerkcommunicatie instellen. Raadpleeg uw netwerkbeheerder voor details. Draadloos Selecteer deze optie om gebruik te maken van een draadloos netwerk. Instell. wissen Hiermee zet u de standaard netwerkinstellingen terug. Optie 70 Omschrijving Deze lijst toont informatie over de Netwerkconfigu netwerkverbinding en -configuratie van uw ratie apparaat. Net. activeren U kunt instellen of u Ethernet aan of uit wilt zetten. Http activeren U kunt selecteren of u al dan niet gebruik wilt maken van de functie SyncThru™ Web Service. Beheerinstellingen Item Omschrijving 3. Menu´s met nuttige instellingen Item Stelt het wachtwoord in voor toegang tot het Wacht menu Beheerinstellingen. Kies Aan om gebruik bescherming te maken van deze optie en om het wachtwoord in te voeren. Wachtw. wijzigen Wijzigt het wachtwoord voor toegang tot de Beheerinstellingen van het apparaat. Onderhoud 71 Omschrijving • Fixeereenheid reinigen: Reinigt de fixeereenheid door middel van het afdrukken van een vel. Het afgedrukte vel bevat tonerresten. • Toner Op wissen: Voorkomt dat het bericht Ws tr bijna op op het display wordt weergegeven. • Info verb.art.: Via dit menu-item kunt u zien hoeveel afdrukken er zijn gemaakt en hoeveel toner er nog in de cassette zit. • Ws tr bijna op: Als er geen toner meer in de tonercassette zit, verschijnt een bericht waarin de gebruiker wordt gevraagd om de tonercassette te vervangen. U kunt de weergave van dit bericht in- en uitschakelen. • Ramschijf: Schakelt de Ramschijf in of uit voor het beheren van afdruktaken. Afhankelijk van de grootte van het geïnstalleerde optionele geheugen, kunt u de grootte van de Ramschijf instellen tussen 32 en 64 MB. Deze optie wordt niet weergegeven als u een massaopslagapparaat hebt geïnstalleerd. • Dichtheidkalibratie: U kunt de tonerdichtheid van het apparaat handmatig kalibreren voor de best mogelijke afdrukkwaliteit. • Detectie van dichtheid: Hiermee worden automatisch versleten of verminderde verbruiksartikelen zoals toner of apparaatonderdelen geregistreerd en deze informatie wordt gebruikt om de dichtheid aan te passen. • Dichtheidbeheer: Het apparaat kalibreert de tonerdichtheid van het apparaat automatisch voor de best mogelijk afdrukkwaliteit. Als u Uit selecteert, wordt het apparaat gekalibreerd op de fabrieksinstellingen van de tonerdichtheid. Eco 3. Menu´s met nuttige instellingen Item Omschrijving Eco - aan U kunt de optie in-/uitschakelen. Instellingen Huidige Eco-gerelateerde instellingen weergeven en standaardinstellingen wijzigen. Voorbeeldsimulator Geeft een geschat overzicht weer wanneer u huidige eco-instellingen gebruikt. 72 Taakstatus Item 3. Menu´s met nuttige instellingen Omschrijving Huidige taak Geeft een lijst met taken weer die worden uitgevoerd of in de wachtrij staan. Veilige taak Geeft de takenlijst met veilige taken weer. Opgeslagen taak Geeft de takenlijst met opgeslagen taken weer. Voltooide taak Geeft de lijst met voltooide afdruktaken weer. 73 4. Speciale functies In dit hoofdstuk worden speciale afdrukfuncties verklaard. • Aanpassing aan luchtdruk of hoogte 75 • De lettertype-instelling wijzigen 76 • De standaardafdrukinstellingen wijzigen 77 • Uw apparaat instellen als standaardprinter 78 • Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken 79 • Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken (alleen voor Windows). 88 • Functies van het geheugen/massaopslagapparaat gebruiken 90 • Afdrukken in Macintosh 91 • Afdrukken in Linux 93 • Afdrukken in Unix 96 † De procedures in dit hoofdstuk zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7. Aanpassing aan luchtdruk of hoogte De afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door de atmosferische druk, die wordt bepaald door de hoogte boven zeeniveau waar het apparaat staat. De volgende informatie zal u helpen bij de instelling van uw apparaat voor de beste afdrukkwaliteit. Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste luchtdruk in. 4,000 m (13,123 ft) 1 3,000 m (9,842 ft) 2 2,000 m (6,561 ft) 3 1,000 m (3,280 ft) 4 0 1 2 3 4 Hoog 3 Hoog 2 Hoog 1 Normaal • Zie "Apparaatinstellingen" op pagina 107 als u Windows gebruikt. • Zie "Gebruiken van Smart Panel (alleen voor Macintosh en Linux)" op pagina 109 als u Macintosh, Linux of UNIX OS gebruikt. 4. Speciale functies 75 • Als uw computer is verbonden met internet, kunt u de hoogte instellen via SyncThru™ Web Service. • U kunt de hoogte ook instellen via de optie Systeeminstellingen (of Systeem) op het display van het apparaat. De lettertype-instelling wijzigen Het apparaat is standaard ingesteld op het lettertype dat in uw regio of land wordt gebruikt. Als u het lettertype wilt wijzigen of een lettertype wilt instellen voor een speciale omgeving (bijvoorbeeld DOS), kunt u de lettertype-instelling wijzigen in het gedeelte Apparaatinstellingen of Emulatie. • Zie "Apparaatinstellingen" op pagina 107 als u Windows gebruikt. • Zie "Gebruiken van Smart Panel (alleen voor Macintosh en Linux)" op pagina 109 als u Macintosh, Linux of UNIX OS gebruikt. • Als uw computer is verbonden met internet is verbonden, kunt u de lettertypen instellen via SyncThru™ Web Service. • U kunt het lettertype ook wijzigen via de optie Emulatie op het display van het apparaat. • Hieronder vindt u de lijst met lettertypen voor de overeenkomstige talen. - Russisch: CP866, ISO 8859/5 Latin Cyrillic - Hebreeuws: Hebrew 15Q, Hebrew-8, Hebrew-7 (alleen voor Israël) - Grieks: ISO 8859/7 Latin Greek, PC-8 Latin/Greek 4. Speciale functies 76 - Arabisch & Farsi: HP Arabic-8, Windows Arabic, Code Page 864, Farsi, ISO 8859/6 Latin Arabic - OCR: OCR-A, OCR-B De standaardafdrukinstellingen wijzigen 1 2 Klik op het menu Start van Windows. Als bij het item Voorkeursinstellingen het teken ► staat, kunt u andere printerstuurprogramma’s voor de geselecteerde printer selecteren. In Windows Server 2000 selecteert u Instellingen > Printers. • • 3 4 4. Speciale functies Als u Windows XP/Server 2003 gebruikt, selecteert u Printers en faxapparaten. Als u Windows Server 2008/Vista gebruikt, selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers. • In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Apparaten en printers. • In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en printers. Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat. In Windows XP/Server 2003/Server 2008/Vista kiest u Voorkeursinstellingen voor afdrukken. In Windows 7 en Windows Server 2008 R2 selecteert u Voorkeursinstellingen voor afdrukken in de contextmenu’s. 5 6 Wijzig de instellingen op elk tabblad. Klik op OK. In Voorkeursinstellingen voor afdrukken kunt u de instellingen voor elke afdruktaak wijzigen. 77 Uw apparaat instellen als standaardprinter 1 2 3 4 Klik op het menu Start van Windows. In Windows Server 2000 selecteert u Instellingen > Printers. • Als u Windows XP/Server 2003 gebruikt, selecteert u Printers en faxapparaten. • Als u Windows Server 2008/Vista gebruikt, selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers. • In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Apparaten en printers. • In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en printers. Selecteer uw apparaat. Klik met uw rechtermuisknop op uw apparaat en selecteer Als standaard instellen. Als bij het item Als standaardprinter instellen voor Windows 7 of Windows Server 2008 R2 het teken ► staat, kunt u andere printerstuurprogramma’s selecteren die met de geselecteerde printer verbonden zijn. 4. Speciale functies 78 Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken 4. Speciale functies 79 1 Afdrukken naar een bestand (PRN) XPS-printerstuurprogramma: wordt gebruikt om af te drukken in een XPS-bestandsindeling • Het XPS-printerstuurprogramma kan alleen geïnstalleerd worden op Windows Vista OS of een recentere versie. • U kunt het XPS-stuurprogramma installeren wanneer u de software-cd in het cd-rom-station plaatst. Wanneer het installatiescherm wordt weergegeven, selecteert u Geavanceerde installatie > Aangepaste installatie. U kunt het XPS-printerstuurprogramma selecteren in het scherm Selecteer de te installeren software en hulpprogramma's. Het kan soms handig zijn om de af te drukken gegevens op te slaan als een bestand. 1 Kruis het selectievak Naar bestand in het venster Afdrukken aan. 2 3 Klik op Druk af. • Installeer extra geheugen wanneer een XPS-taak niet wordt afgedrukt omdat de printer onvoldoende geheugen heeft. Voer het doelpad en de bestandsnaam in en klik vervolgens op OK. Bijvoorbeeld c:\Temp\bestandsnaam. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken 4. Speciale functies 80 Als u enkel de bestandsnaam invoert wordt het bestand automatisch opgeslagen in Mijn documenten, Documents and Settings of Gebruikers. De opslagmap kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of het gebruikte programma. 2 Speciale afdrukfuncties verklaard U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer. Om de printerfuncties van uw printerstuurprogramma te gebruiken, klikt u op Eigenschappen of Voorkeuren in het venster Afdrukken van de toepassing om de afdrukinstellingen te wijzigen. De apparaatnaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk van het gebruikte apparaat. Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat. Item Omschrijving Meerdere pagina's per U kunt het aantal pagina’s selecteren dat u op één vel wilt afdrukken. Als u meer dan één pagina per vel afdrukt zijde worden de pagina’s verkleind en in de door u opgegeven volgorde gerangschikt. U kunt op één vel tot 16 pagina’s afdrukken. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item Poster afdrukken 4. Speciale functies 81 Omschrijving U kunt een document van één enkele pagina op 4 (poster van 2x2), 9 (poster van 3x3) of 16 vellen (poster van 4x4) papier drukken om ze aan elkaar te plakken en er een poster van te maken. Selecteer de waarde Posteroverlap. Geef de Posteroverlap op in millimeters of inches door het keuzerondje bovenaan rechts op het tabblad Basis te selecteren om de vellen gemakkelijker aan elkaar te kunnen plakken. Met deze functie kunt u een document op beide zijden van het papier afdrukken en worden de pagina’s zo gerangschikt dat u het afgedrukte papier dubbel kunt vouwen om een boekje te maken. Boekje afdrukken 8 9 Als u een boekje wilt maken, moet u afdrukken op afdrukmateriaal van het formaat Letter, Legal, A4, US Folio of Oficio. De optie Boekje afdrukken is niet beschikbaar voor alle papierformaten. Kies de Formaat-optie onder het tabblad Papier om te kijken welke papierformaten beschikbaar zijn. Als u een onbeschikbaar papierformaat selecteert, wordt deze optie mogelijk automatisch geannuleerd. Selecteer alleen beschikbaar papier (papier waarbij geen of staat). Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item 4. Speciale functies 82 Omschrijving U kunt op beide zijden van een vel papier afdrukken (dubbelzijdig). Voor u afdrukt, moet u de gewenste afdrukstand van het document opgeven. Dubbelzijdig afdrukken • U kunt deze functie gebruiken met papier van het formaat Letter, Legal, A4, US Folio of Oficio. • Als uw printer geen duplexeenheid heeft, moet u de afdruktaak handmatig uitvoeren. De printer drukt eerst elke andere pagina van het document af. Hierna verschijnt er een bericht op uw computer. • De functie Blanco pagina's overslaan werkt niet als u de dubbelzijdige optie heeft ingeschakeld. • Standaardinstelling printer: Als u deze optie selecteert, wordt deze functie bepaald door de instelling die u hebt opgegeven op het bedieningspaneel van de printer. Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van het PCL/XPS-printerstuurprogramma. • Geen: Hiermee schakelt u deze functie uit. • Lange zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die bij boekbinden wordt gebruikt. Dubbelzijdig afdrukken (Optie) • Korte zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die voor kalenders wordt gebruikt. • Omgekeerd dubbelzijdig afdrukken: Schakel deze optie in om de afdrukvolgorde om te keren bij het dubbelzijdig afdrukken. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item 4. Speciale functies 83 Omschrijving Papieropties Wijzigt de afmetingen van een document zodat deze kleiner of groter op het vel afgedrukt wordt, door een percentage in te voeren waarmee het document vergroot of verkleind wordt. Watermerk Met de optie Watermerk kunt u tekst afdrukken over een bestaand document, U gebruikt het bijvoorbeeld om in grote grijze letters DRAFT of CONFIDENTIAL diagonaal op de eerste pagina of op alle pagina’s afdrukken. Watermerk a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken. (Een watermerk maken) b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend. c Voer een tekst in het vak Tekst watermerk in. U kunt maximaal 256 tekens invoeren. De tekst wordt in het voorbeeldvenster weergegeven. Watermerk (Een watermerk bewerken) a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend. c Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt bewerken en wijzig de tekst van het watermerk en de opties. d Klik op Wijzigen als u de wijzigingen wilt opslaan. e Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdruk wordt afgesloten. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item Watermerk (Een watermerk verwijderen) 4. Speciale functies 84 Omschrijving a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken. b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend. c Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt verwijderen en klik op de knop Wissen. d Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdruk wordt afgesloten. Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van het PCL-stuurprogramma. Overlay Een overlay is tekst en/of een afbeelding die op de harde schijf van de computer is opgeslagen in een speciale bestandsindeling en die in een willekeurig document kan worden afgedrukt. Overlays worden vaak gebruikt in plaats van voorgedrukte formulieren en papier met een briefhoofd. In plaats van een voorgedrukt briefhoofd kunt u een overlay samenstellen die precies dezelfde informatie bevat. Als u een brief met het briefhoofd van uw bedrijf wilt afdrukken, hoeft u geen voorbedrukt briefhoofdpapier in het apparaat te plaatsen. U drukt het briefhoofd gewoon als overlay op uw document af. Als u een paginaoverlay wilt gebruiken, moet u een nieuwe paginaoverlay maken met uw logo of afbeelding. • Het formaat van het overlaydocument moet hetzelfde zijn als dat van de documenten die u met de overlay afdrukt. Maak geen overlay met een watermerk. • De resolutie van het overlaydocument moet dezelfde zijn als die van het document waarop u de overlay wilt afdrukken. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item Overlay (Een nieuwe paginaoverlay maken) Overlay (Een paginaoverlay gebruiken) 4. Speciale functies 85 Omschrijving a Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken als u het document als een overlay wilt opslaan. b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst. Het venster Overlay bewerken verschijnt. c Klik in het venster Overlay bewerken op Maken. d Typ een naam van maximaal acht tekens in het vak Opslaan als in het venster Taaknaam. Selecteer indien nodig de map waarin u het overlaybestand wilt opslaan. Standaard is dit de map C:\Formover. e Klik op opslaan. De naam verschijnt in Overzicht overlays. f Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdruk wordt afgesloten. Het bestand wordt niet afgedrukt. Het wordt opgeslagen op de harde schijf van uw computer. a Klik op het tabblad Geavanceerd. b Selecteer de gewenste overlay in de vervolgkeuzelijst Tekst. c Als het overlaybestand dat u zoekt niet in de vervolgkeuzelijst Tekst voorkomt, selecteert u Bewerken... in de lijst en klikt u op Laden. Selecteer het overlaybestand dat u wilt gebruiken. Als u het gewenste overlaybestand op een externe bron hebt opgeslagen, kunt u het bestand ook laden vanuit het venster Openen. Klik op Openen als u het bestand hebt geladen. Het bestand verschijnt in het vak Overzicht overlays en kan worden afgedrukt. Selecteer de overlay in de vervolgkeuzelijst Overzicht overlays. d Schakel indien nodig het selectievakje Overlay bevestigen voor afdrukken in. Als dit selectievakje is ingeschakeld, verschijnt telkens als u een document naar de printer verzendt een berichtvenster waarin u gevraagd wordt om te bevestigen of u een overlay op uw document wilt afdrukken. Als dit selectievakje niet is ingeschakeld en er een overlay is geselecteerd, wordt de overlay automatisch op uw document afgedrukt. e Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item Overlay (Een paginaoverlay verwijderen) 4. Speciale functies 86 Omschrijving a b c d e f Klik in het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken op het tabblad Geavanceerd. Selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst. Selecteer in het vak Overzicht overlays de overlay die u wilt verwijderen. Klik op Wissen. Als er een venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt gevraagd, klikt u op Ja. Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdruk wordt afgesloten. Paginaoverlays die u niet meer gebruikt, kunt u verwijderen. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item 4. Speciale functies 87 Omschrijving • Deze functie is alleen beschikbaar als u het optionele massaopslagapparaat hebt geïnstalleerd of het RAM-station hebt ingesteld. Om de Ramschijf in te stellen moet u deze inschakelen via SyncThru™ Web Service > Settings > Machine Settings > Ram Disk. • Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat. • U kunt de lijst met afdrukopdrachten weergeven die u hebt ingesteld met de Afdrukmodus in het menu Taakbeheer van het printerstuurprogramma (zie "Via het bedieningspaneel" op pagina 90). Afdrukmodus • Afdrukmodus: de standaard Afdrukmodus is Normaal, en is bedoeld om af te drukken zonder het afdrukbestand op te slaan in het geheugen. - Normaal: in deze modus wordt uw document afgedrukt zonder het op te slaan in het optioneel geheugen. - Proefafdruk: deze modus is handig als u meer dan een exemplaar wilt afdrukken. U kunt eerst een exemplaar afdrukken om te controleren en daarna de andere exemplaren afdrukken. - Vertrouwelijk: deze modus wordt gebruikt voor het afdrukken van vertrouwelijke documenten. U moet een wachtwoord invoeren om af te drukken. - Opslaan: Selecteer deze instelling om een document op het massaopslagapparaat op te slaan zonder het af te drukken. - Opslaan en afdrukken: Deze modus wordt gebruikt wanneer een document tegelijkertijd wordt opgeslagen en afgedrukt. - Wachtrij: deze optie is handig om een grote hoeveelheid gegevens te verwerken. Als u deze instelling selecteert, wordt het document op het massaopslagapparaat in een afdrukwachtrij geplaatst en vervolgens van daaruit afgedrukt. Op die manier wordt de belasting van de computer lager. - Afdrukschema: selecteer deze instelling om het document op een opgegeven tijdstip af te drukken. • Gebruikersnaam: deze optie wordt gebruikt als u een opgeslagen bestand wilt vinden via het bedieningspaneel. • Taaknaam: deze optie wordt gebruikt als u een opgeslagen bestand wilt vinden via het bedieningspaneel. Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken (alleen voor Windows). Wat is Hulpprogramma Direct afdrukken? • Het programma Hulpprogramma Direct afdrukken ondersteunt PDF versie 1,7 en lager. Bestanden van latere versies moet u openen om te kunnen afdrukken. Hulpprogramma Direct afdrukken is een programma dat PDFbestanden rechtstreeks naar uw printer stuurt om ze af te drukken zonder dat u deze bestanden hoeft te openen. • Bij sommige modellen moet er een massaopslagapparaat zijn geïnstalleerd of geheugen zijn geplaatst om hulpprogramma's goed te kunnen uitvoeren. Indien dit niet het geval is, moeten deze worden geïnstalleerd. 4 Afdrukken Er zijn verschillende manieren waarop u kunt afdrukken met het Hulpprogramma Direct afdrukken. 1 • U kunt geen PDF-bestanden afdrukken waarvoor een afdrukbeperking geldt. Schakel de functie voor de afdrukbeperking uit en probeer opnieuw af te drukken. • U kunt geen PDF-bestanden afdrukken die met een wachtwoord worden beschermd. Schakel de wachtwoordfunctie uit en probeer opnieuw af te drukken. 88 • Of een PDF-bestand al dan niet afgedrukt kan worden met het Hulpprogramma Direct afdrukken is afhankelijk van de manier waarop het PDF-bestand is gemaakt. 3 Als u dit programma wilt installeren, selecteert u Geavanceerde installatie > Aangepaste installatie en schakelt u het selectievakje voor het programma in tijdens de installatie van het printerstuurprogramma. 4. Speciale functies Selecteer in het menu Start Programma’s of Alle programma’s > Samsung Printers > Hulpprogramma Direct afdrukken > Hulpprogramma Direct afdrukken. Het venster Hulpprogramma Direct afdrukken wordt geopend. 2 Selecteer uw printer uit de vervolgkeuzelijst Printer selecteren en klik op Bladeren. 3 Selecteer het bestand dat u wilt afdrukken en klik op Openen. Het bestand wordt nu toegevoegd aan de sectie Bestanden selecteren. Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken (alleen voor Windows). 4 5 Pas de printerinstellingen naar wens aan. Klik op Afdruk. Het geselecteerde PDF-bestand wordt naar de printer verzonden. 5 Via het contextmenu 1 Klik met de rechtermuisknop op het PDF-bestand dat u wilt afdrukken en kies Direct afdrukken. Het venster Hulpprogramma Direct afdrukken wordt geopend. Het PDF-bestand is hierin al toegevoegd. 2 3 4 Kies het te gebruiken apparaat. De apparaatinstellingen aanpassen. Klik op Afdruk. Het geselecteerde PDF-bestand wordt naar de printer verzonden. 4. Speciale functies 89 Functies van het geheugen/massaopslagapparaat gebruiken Bestandsbeleid: U kunt het bestandsbeleid kiezen voor het genereren van een bestandsnaam voor u doorgaat met een afdruktaak vanaf het optioneel geheugen. Als de naam reeds in het optioneel geheugen is opgeslagen, wijzigt u de naam of overschrijft u de bestaande naam. • Opgeslagen taak: Hiermee kunt u een opgeslagen afdruktaak afdrukken of verwijderen. • Time-out voor wachtrij: Het apparaat kan een opgeslagen taak automatisch verwijderen na een zekere periode. U kunt instellen hoe lang het apparaat moet wachten voordat de opgeslagen taak wordt verwijderd. • Afb. overs.: Afb. overs. is een beveiligingsmaatregel voor klanten die zich zorgen maken over ongeautoriseerde toegang en duplicatie van vertrouwelijke of privédocumenten. 6 Als het optionele geheugen is geïnstalleerd, kunt u gebruikmaken van geavanceerde afdrukfuncties, zoals een afdruktaak opslaan of in de wachtrij op de harde schijf plaatsen, een afdruktaak controleren en een persoonlijke afdruktaak specificeren in het venster Afdrukken. Kies Eigenschappen of Voorkeur en stel de afdrukmodus in. 90 • Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat. vanuit het stuurprogramma van de printer 4. Speciale functies 7 Via het bedieningspaneel Als uw apparaat optioneel geheugen of een optioneel massaopslagapparaat heeft, kunt u deze functies van het menu Taakbeheer gebruiken. • Actieve taak: Alle afdruktaken die nog niet zijn afgedrukt bevinden zich in de actieve wachtrij in de volgorde waarin u ze naar de printer hebt gestuurd. U kunt een afdruktaak verwijderen uit de wachtrij voordat deze wordt afgedrukt of een afdruktaak sneller laten afdrukken. Na het installeren van het massaopslagapparaat kunt u ook de vooraf gedefinieerde documentsjablonen afdrukken via Menu Formulier. Afdrukken in Macintosh 8 4. Speciale functies 91 9 Een document afdrukken Als u afdrukt met een Macintosh-computer moet u in elke toepassing die u gebruikt de instellingen van het printerstuurprogramma controleren. Volg de onderstaande stappen om af te drukken vanaf een Macintosh-computer: 1 2 3 4 5 6 Open het af te drukken document. Open het menu Bestand en klik op Pagina-instelling (Documentinstellingen in enkele toepassingen). Selecteer papierformaat, -oriëntatie, -schaal en andere opties, en zorg ervoor dat uw apparaat is geselecteerd. Klik op OK. Open het menu Bestand en klik op Druk af. Kies het aantal exemplaren en geef aan welke pagina’s u wilt afdrukken. Klik op Druk af. Printerinstellingen wijzigen U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer. Open een toepassing en selecteer Druk af in het menu Bestand. De printernaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk van de gebruikte printer. Het printereigenschappenvenster is afgezien van de naam vergelijkbaar met het onderstaande venster. 10 Meerdere pagina's per vel afdrukken U kunt meer dan één pagina afdrukken op één vel papier. Dit is een goedkope manier om conceptpagina’s af te drukken. 1 Open een toepassing en selecteer Druk af uit het menu Bestand. 2 Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Richting. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Pagina´s per vel het aantal pagina’s dat u op één vel papier wilt afdrukken. 3 Kies de andere te gebruiken opties. Afdrukken in Macintosh 4 4. Speciale functies 92 Klik op Druk af. Als u meer dan 2 kopieën afdrukt, kunnen de eerste en de tweede kopie op hetzelfde vel papier worden afgedrukt. Vermijd op beide zijden van het papier af te drukken als u meer dan 1 kopie afdrukt. Het apparaat drukt het gekozen aantal pagina´s op één vel papier af. 11 Dubbelzijdig afdrukken 12 Voordat u dubbelzijdig afdrukt, moet u aangeven langs welke rand u de pagina’s wilt inbinden. De bindopties zijn: • Lange kant binden: dit is de klassieke opmaak die bij het boekbinden wordt gebruikt. • Korte kant binden: deze optie wordt vaak gebruikt voor kalenders. 1 Selecteer Druk af in het menu Bestand van uw Macintosh-toepassing. 2 3 4 5 Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Richting. Selecteer een bindrichting in de optie Dubblezijdig. Kies de andere te gebruiken opties. Als u op Druk af klikt, drukt de printer op beide zijden van het papier af. Help gebruiken Klik op het vraagteken in de linkeronderhoek van het venster en klik op het onderwerp waarover u meer wilt weten. Er verschijnt een pop-upvenster met informatie over de functie van die optie waarover het stuurprogramma beschikt. Afdrukken in Linux 4. Speciale functies 13 • Graphics: Op dit tabblad kunt u afbeeldingsopties instellen voor het afdrukken van afbeeldingsbestanden, zoals kleuropties en grootte of positie van de afbeelding. • Advanced: Afdrukresolutie, papierbron en bestemming instellen. Afdrukken vanuit een toepassing Vanuit een groot aantal Linux-toepassingen kunt u afdrukken met Common UNIX Printing System (CUPS). U kunt vanuit al deze toepassingen met uw printer afdrukken. 1 2 3 4 Open een toepassing en selecteer Print in het menu File. Selecteer rechtstreeks Print via lpr. Selecteer uw model uit de lijst met printers in het venster LPR GUI en klik op Properties. Wijzig de eigenschappen van de afdruktaak met behulp van de volgende vier tabbladen die bovenaan in het venster worden weergegeven. • General: Wijzigt het papierformaat, papiertype en de afdrukstand van de documenten. Hiermee kunt u de functie dubbelzijdig afdrukken inschakelen, start- en eindvaandels toevoegen en het aantal pagina’s per vel wijzigen. • Text: Stelt de paginamarges en tekstopties, zoals regelafstand en kolommen in. 93 5 Klik op Apply om de wijzigingen toe te passen en sluit het venster Properties. 6 Klik op OK in het venster LPR GUI om met afdrukken te beginnen. 7 Het venster Printing verschijnt. Hierin kunt u de status van de afdruktaak controleren. Klik op Cancel als u de huidige afdruktaak wilt annuleren. Afdrukken in Linux 14 4. Speciale functies 94 15 Bestanden afdrukken U kunt een groot aantal bestandstypen afdrukken op dit apparaat door de standaard-CUPS-methode direct vanaf de opdrachtregel toe te passen. Met het CUPS-lpr-hulpgramma kunt u dat doen, maar het programma uit het besturingsbestand vervang het standaard lpr-hulpprogramma door een veel gebruiksvriendelijker LPR GUI-programma. Printereigenschappen configureren In Printer Properties dat u kunt openen in het venster Printers configuration kunt u de verschillende eigenschappen van uw printer wijzigen. 1 Open Unified Driver Configurator. 2 Selecteer uw apparaat in de lijst met beschikbare printers en klik op Properties. 3 Het venster Printer Properties wordt geopend. Zo drukt u elk bestand af: 1 Typ lpr <bestandsnaam> op de commandoregel van de Linux-shell en druk op Enter. Het venster LPR GUI wordt geopend. Wanneer u enkel lpr typt en op Enter drukt, verschijnt eerst het venster Select file(s) to print. Selecteer de bestanden die u wilt afdrukken en klik op Open. 2 In het venster LPR GUI selecteert u uw apparaat uit de lijst en wijzigt u de eigenschappen van de afdruktaak. 3 Klik op OK om met afdrukken te beginnen. Schakel indien nodig over naar Printers configuration. Dit venster bestaat uit de volgende vijf tabbladen: • General: locatie en naam van de printer wijzigen. De naam die u op dit tabblad invoert, wordt weergegeven in de printerlijst in Printers configuration. • Connection: een andere poort bekijken of selecteren. Als u de poort van het apparaat van USB wijzigt in parallel of omgekeerd terwijl de printer in gebruik is, moet u de poort van het apparaat op dit tabblad opnieuw configureren. Afdrukken in Linux 4 • Driver: Hiermee kunt u een ander printerstuurprogramma bekijken of selecteren. Klik op Options als u de standaardopties van het apparaat wilt instellen. • Jobs: de lijst met afdruktaken weergeven. Klik op Cancel job om de geselecteerde taak te annuleren. Schakel het selectievakje Show completed jobs in om een lijst met vorige afdruktaken weer te geven. • Classes: Hier ziet u de klasse waartoe uw apparaat behoort. Klik op Add to Class om uw apparaat toe te voegen aan een bepaalde klasse of klik op Remove from Class als u het apparaat wilt verwijderen uit een geselecteerde klasse. Klik op OK om de wijzigingen toe te passen en sluit het venster Printer Properties. 4. Speciale functies 95 Afdrukken in Unix 4. Speciale functies 5 16 Doorgaan met de afdruktaak 96 Druk op OK om te beginnen met de afdruktaak. 17 Printerinstellingen wijzigen Kies na de installatie van de printer een afbeelding, tekst, PS- of HPGL-bestand om af te drukken. 1 Voer de opdracht "printui <file_name_to_print>" uit. U wilt bijvoorbeeld "document1" afdrukken. printui document1 Het UNIX-printerstuurprogramma Print Job Manager waarin de gebruiker verschillende afdrukopties kan selecteren in printer Properties. De volgende sneltoetsen kunnen worden gebruikt: "H" voor Help, "O" voor OK, "A" voor Apply en "C" voor Cancel. Hiermee wordt Print Job Manager van het UNIXprinterstuurprogramma geopend waarin de gebruiker verschillende afdrukopties kan instellen. Het tabblad General 2 3 Selecteer een printer die reeds is toegevoegd. • Selecteer de afdrukopties uit het venster, zoals Page Selection. Paper Size: Hiermee kunt u naar eigen keuze het papierformaat instellen op A4, Letter of andere papierformaten. • 4 Paper Type: hiermee kiest u het type papier. Beschikbare opties uit de keuzelijst zijn: Printer Default, Plain en Thick. Selecteer in Number of Copies hoeveel exemplaren u nodig hebt. • Paper Source: Kiest uit welke lade het papier gehaald moet worden. De standaardinstelling is Auto Selection. • Orientation: hiermee selecteert u de richting waarin informatie wordt afgedrukt op een pagina. • Duplex: hiermee worden beide zijden van het papier bedrukt om papier te besparen. Druk op Properties om gebruik te maken van de printerfuncties die uw printerstuurprogramma biedt (zie "Printerinstellingen wijzigen" op pagina 91). Afdrukken in Unix 4. Speciale functies 97 • Multiple pages: Hiermee worden meerdere pagina’s afgedrukt op één vel papier. Het tabblad Margins • Page Border: Hiermee kunt een van de randstijlen kiezen (bv.: Single-line hairline, Double-line hairline). • Use Margins: Hiermee stelt u de marges van het document in. De marges zijn standaard uitgeschakeld. De gebruiker kan de marges instellen door de waarde in de respectieve velden aan te passen. Standaard worden deze waarden bepaald door het geselecteerde papierformaat. Op dit tabblad kunt u de helderheid, resolutie of de positie van een afbeelding op uw document wijzigen. • Unit: Hiermee kunt u de eenheden wijzigen in points, inches of centimeters. Het tabblad Text Het tabblad Printer-Specific Settings Stel de tekenafstand, regelafstand of de kolommen op de afdruk in. Selecteer verschillende opties in de JCL en General frames om verschillende instellingen aan te passen. Deze opties zijn specifiek voor de printer en afhankelijk van het PPD-bestand. Het tabblad Image Het tabblad HPGL/2 • Use only black pen: Hiermee worden alle grafische elementen in zwart/wit afgedrukt. • Fit plot to page: Hiermee wordt de volledige afbeelding aangepast zodat ze op een enkele pagina past. • Pen Width: Hiermee kunt u de waarde voor de pendikte wijzigen. De standaardwaarde is 1.000. 5. Onderhoud Dit hoofdstuk introduceert beheerprogramma’s waarmee u de mogelijkheden van uw apparaat maximaal kunt benutten. Er wordt ook informatie gegeven over het onderhoud van de tonercassette. • De tonercassette (of beeldeenheid) bewaren 99 • Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat 101 • Nuttige beheerprogramma´s 102 De tonercassette (of beeldeenheid) bewaren Tonercassettes (of beeldeenheden) bevatten componenten die gevoelig zijn voor licht, temperatuur en vochtigheid. Samsung raadt u aan deze aanbevelingen te volgen met het oog op optimale prestaties, de hoogste kwaliteit en de langste gebruiksduur van uw nieuwe Samsung-tonercassette. • Bewaar deze cassette op de plaats waar de printer wordt gebruikt; idealiter in een omgeving met gecontroleerde temperatuur en vochtigheid. Haal de tonercassette (of beeldeenheid) pas uit de originele, ongeopende verpakking op het moment dat u deze gaat installeren. Als de originele verpakking ontbreekt, moet u de bovenste opening van de cassette bedekken met papier en moet u de cassette in een donkere kast bewaren. Door de verpakking van de cassette te openen voor u de cassette in gebruik neemt, zal de levensduur en bewaartijd van de cassette aanzienlijk verkorten. Plaats ze niet op de vloer. Als de tonercassette (of beeldeenheid) uit de printer wordt verwijderd, volgt u de onderstaande instructies om de tonercassette (of beeldeenheid) op de juiste manier te bewaren. • • Bewaar de cassette in de beschermhoes van de originele verpakking. Bewaar de tonercassette liggend (niet staand) met dezelfde kant boven als bij de installatie. 5. Onderhoud 99 Bewaar geen verbruiksartikelen onder de volgende omstandigheden: - bij temperaturen boven 40 °C. - in een omgeving met een luchtvochtigheid lager dan 20% of hoger dan 80%. - in een omgeving met extreme temperatuur- of vochtigheidsschommelingen. - in direct zon- of kunstlicht. - op stoffige plaatsen. - in een auto gedurende een lange periode. - in een omgeving met corrosieve gassen. - in een omgeving met zilte lucht. 1 Behandelingsrichtlijnen • Raak het oppervlak van de fotogeleidende drum in de cassette niet aan. • Stel de cassette niet nodeloos bloot aan schokken of trillingen. • Roteer de drum niet handmatig, vooral in de tegengestelde richting. Dit kan interne schade en een tonerlek veroorzaken. De tonercassette (of beeldeenheid) bewaren 2 5. Onderhoud 100 3 Gebruik van de tonercassette (of beeldeenheid) Samsung Electronics raadt het gebruik van tonercassettes (of beeldeenheden) van andere merken dan Samsung af, met inbegrip van generieke, hervulde of gerecycleerde tonercassettes (of beeldeenheden) of tonercassettes van witte producten. De printergarantie van Samsung dekt geen schade aan het apparaat die ontstaan is door het gebruik van een bijgevulde cassette, gerecyclede cassette of een tonercassette van een ander merk dan Samsung. Geschatte levensduur van cassette De geschatte levensduur van een cassette (of de beeldeenheid) is afhankelijk van de hoeveelheid toner die afdruktaken vereisen. Het werkelijk aantal pagina’s kan variëren afhankelijk van de afdrukdichtheid van de pagina’s waarop u afdrukt, het besturingssysteem, de tijd tussen de afdruktaken, het type media en het mediaformaat. Als u bijvoorbeeld veel afbeeldingen afdrukt, wordt er meer toner verbruikt en moet de cassette waarschijnlijk vaker worden vervangen. Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat • U mag het apparaat bij het verplaatsen niet ondersteboven of op zijn kant houden. Er kan hierbij toner vrijkomen in het apparaat waardoor er schade aan het apparaat kan ontstaan of de afdrukkwaliteit kan verslechteren. • Als u het apparaat verplaatst, moet u ervoor zorgen dat ten minste twee mensen het apparaat goed vasthouden. 5. Onderhoud 101 Nuttige beheerprogramma´s 4 Samsung AnyWeb Print Met dit hulpprogramma kunt u van schermen in Windows Internet Explorer een schermopname of afdrukvoorbeeld maken en afdrukken, op een veel eenvoudigere manier dan in het gebruikelijke programma. Klik op Start > Alle programma’s > Samsung Printers > Samsung AnyWeb Print > Download the latest version om naar de website te gaan waar u het hulpprogramma kunt downloaden. 5. Onderhoud 102 SyncThru™ Web Service weergeven 1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer. Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar. 2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend. ► Aanmelden bij SyncThru™ Web Service 5 SyncThru™ Web Service gebruiken • Voor SyncThru™ Web Service is minimaal Internet Explorer 6.0 of hoger vereist. • De uitleg over SyncThru™ Web Service in deze gebruikershandleiding kan afhankelijk zijn van de opties en het model, en komt mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. • Alleen voor netwerkmodel. Voor u de opties in SyncThru™ Web Service kunt instellen, moet u zich aanmelden als beheerder. U kunt SyncThru™ Web Service nog altijd gebruiken zonder u aan te melden, maar u zult geen toegang hebben tot het tabblad Settings en het tabblad Security. 1 Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de SyncThru™ Web Service-website. 2 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login. • ID: admin • Password: sec00000 Nuttige beheerprogramma´s SyncThru™ Web Service overzicht 5. Onderhoud 103 ► Het tabblad Settings Op dit tabblad kunt u de configuratie van uw apparaat en netwerk instellen. U moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven. Afhankelijk van uw model zullen sommige menu’s mogelijk niet verschijnen. • Het tabblad Machine Settings: Stelt de door uw machine geleverde opties in. • Het tabblad Network Settings: Toont opties voor de netwerkomgeving. Stelt opties in zoals TCP/IP en netwerkprotocollen. ► Het tabblad Information Op dit tabblad wordt algemene informatie over het apparaat weergegeven. U kunt diverse gegevens controleren, waaronder de resterende hoeveelheid toner. U kunt ook rapporten afdrukken, zoals een foutenrapport. • Active Alerts: Toont de waarschuwingen die in het apparaat zijn gegenereerd en hun ernst. • Supplies: Toont hoeveel pagina´s zijn afgedrukt en hoeveel toner er nog in de cassette zit. • Usage Counters: Toont het tellers van het aantal vellen per type afdruk: enkelzijdig en dubbelzijdig. • Current Settings: Toont informatie of het apparaat en het netwerk. • Print information: Drukt rapporten af zoals systeemgerelateerde rapporten en lettertyperapporten. ► Het tabblad Security Op dit tabblad kunt u de beveiligingsgegevens van uw systeem en van het netwerk instellen. U moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven. • System Security: Stelt de gegevens van de systeembeheerder in en schakelt tevens de apparaatfuncties in- of uit. • Network Security: Stelt instellingen voor HTTPs, IPSec, IPv4/IPv6 filtering en 802.1x in. Nuttige beheerprogramma´s ► Het tabblad Maintenance Op dit tabblad kunt u uw apparaat onderhouden door de firmware te upgraden en contactgegevens voor het versturen van e-mails in te stellen. U kunt ook verbinding maken met de website van Samsung of stuurprogramma's downloaden door het menu Link te selecteren. • Firmware Upgrade: Bijwerken van de firmware van uw apparaat. • Contact Information: Contactgegevens tonen. • Link: Toont koppelingen naar nuttige sites waar u informatie kunt downloaden of lezen. • 5. Onderhoud 1 U kunt e-mails ontvangen over de status van uw apparaat door deze optie in te stellen. Door gegevens, zoals IP-adressen, hostnaam, e-mailadressen en SMTP-servergegevens in te stellen zal de apparaatstatus (tonercassette leeg of machinefout) automatisch naar het e-mailadres van een bepaald persoon worden verzonden. Deze optie wordt mogelijk vaker gebruikt door een apparaatbeheerder. Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer. Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar. 2 3 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend. Selecteer Machine Settings > E-mail Notification op het tabblad Settings. Als u de server voor uitgaande e-mail nog niet hebt geconfigureerd, gaat u naar Settings > Network Settings > Outgoing Mail Server(SMTP) om de netwerkomgeving te configureren voor u e-mailmelding instelt. License Management: U kunt licenties toevoegen of verwijderen. Als u een toepassing toevoegt, moet u de licentie activeren van de geïnstalleerde toepassing. Deze functie is ook beschikbaar vanaf de apparaat E-mailmelding instellen 104 4 Schakel het selectievakje voor Enable in om E-mail Notification te gebruiken. 5 Klik op de knop Add om een gebruiker van e-mailmelding in te stellen. Stel de naam van de ontvanger in en het (de) emailadres(sen) met meldingsitems waarvoor u een waarschuwing wilt ontvangen. Nuttige beheerprogramma´s 6 5. Onderhoud Klik op Apply. Als de firewall is ingeschakeld, zal de e-mail mogelijk niet verzonden kunnen worden. Neem in dat geval contact op met de netwerkbeheerder. 4 Voer de naam, het telefoonnummer, locatie en emailadres van de beheerder in. 5 Klik op Apply. 105 6 Informatie over de systeembeheerder instellen Deze instelling is nodig om gebruik te kunnen maken van de optie e-mailmelding. 1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer. Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar. 2 3 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend. Selecteer op het tabblad Security System Security > System Administrator. Gebruiken van Samsung Easy Printer Manager (alleen voor Windows) Samsung Easy Printer Manager is een Windows-programma waarbinnen alle printerinstellingen van Samsung op een enkele plaats samengebracht zijn. Samsung Easy Printer Manager combineert printerinstellingen met omgevingsfactoren, instellingen/taakopties en startopties. Met al deze functies heeft overzichtelijk toegang tot alle functies van uw Samsung-printer. Samsung Easy Printer Manager biedt twee verschillende interfaces waaruit de gebruiker kan kiezen: een basisinterface en een interface voor gevorderde gebruikers. Overschakelen tussen de twee interfaces is eenvoudig: klik gewoon op een knop. Voor Samsung Easy Printer Manager is minimaal Internet Explorer 6.0 of hoger vereist. Nuttige beheerprogramma´s 5. Onderhoud Informatie over Samsung Easy Printer Manager Openen van het programma: Printerlijst 1 Kies Start > Programma´s or Alle Programma´s > Samsung Printers > Samsung Easy Printer Manager > Samsung Easy Printer Manager. 106 In de printerlijst worden pictogrammen weergegeven van de printers die op uw computer zijn geïnstalleerd. Printerinfor In dit kader staat algemene informatie over uw matie apparaat. U kunt deze informatie controleren, zoals de naam van het printermodel, het IPadres (of poortnummer) en de printerstatus. De Samsung Easy Printer Manager-interface bestaat uit verschillende kaders die in de onderstaande tabel worden beschreven: 2 Knop Handleiding: Deze knop verandert in Probleemoplossingsgids als er een fout optreedt. U kunt direct naar het desbetreffende deel in de gebruikershandleiding gaan. Programma Bevat koppelingen voor overschakelen naar -informatie geavanceerde instellingen, voorkeursinstellingen, hulp en informatie over het programma. 3 Met de knop kunt u de interface wijzigen in de interface voor gevorderde gebruikers. Nuttige beheerprogramma´s Snelkoppeli Toont Snelkoppelingen naar ngen printerspecifieke functies. Dit gedeelte bevat 4 ook koppelingen naar toepassingen in de geavanceerde instellingen. Inhoud 5 Benodighe 6 den bestellen Toont informatie over de geselecteede printer, het niveau van de toner en het papier. De informatie wijzigt naargelang de gekozen printer. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. Klik op de knop Bestellen in het deelvenster om verbruiksartikelen te bestellen. U kunt online reservetonercassette(s) bestellen. Klik achtereenvolgens op de knop Help ( ) in de rechterbovenhoek van het venster en de optie waarover u meer wilt weten. Overzicht interface instellingen voor gevorderde gebruikers De interface voor gevorderde gebruikers is bedoeld voor de beheerder van het netwerk en de printers. 5. Onderhoud 107 ► Apparaatinstellingen U kunt verschillende apparaatinstellingen zoals papier, indeling, emulatie, netwerk en afdrukinformatie instellen. ► Waarschuwingsinstellingen Dit menu bevat instellingen gerelateerd aan de waarschuwingen over fouten en storingen. • Printerwaarschuwing: Levert instellingen met betrekking tot wanneer waarschuwingen ontvangen worden. • E-mailwaarschuwing: Levert opties met betrekking tot het ontvangen van waarschuwingen via e-mail. • Overzicht van waarschuwingen : Levert een geschiedenis met betrekking tot waarschuwingen gerelateerd aan het apparaat en de toner. ► Taakaccountbeheer Levert een overzicht van informatie over de verdeling van afdruktaken per specifieke gebruiker. Deze verdeling kan aangemaakt en toegepast worden op op apparaten via taakaccountancysoftware zoals SyncThru™ of de CounThru™ administratiesoftware. Nuttige beheerprogramma´s 5. Onderhoud 108 7 Gebruiken van Samsung-printerstatus (alleen voor Windows) Samsung-printerstatus is een programma dat de status van de printer controleert en u daarvan op de hoogte houdt. • Het venster Samsung-printerstatus en de inhoud die in deze gebruikershandleiding worden getoond, kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer of het gebruikte besturingssysteem. • Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn met uw apparaat (zie basishandleiding). Overzicht Samsung-printerstatus Als er een fout optreedt tijdens het gebruik van het apparaat, kunt u de fout controleren in Samsung-printerstatus. Samsungprinterstatus wordt automatisch geïnstalleerd wanneer u de apparaatsoftware installeert. U kunt Samsung-printerstatus ook handmatig opstarten. Ga naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Basis > de knop Printerstatus. Deze pictogrammen verschijnen op de Windows-taakbalk: Pictogram betekent Normaal Omschrijving Het apparaat staat klaar voor gebruik en er zijn geen fouten of waarschuwingen. Waarschu Het apparaat is in een toestand waarin wing er in de toekomst een fout kan optreden. Dit is bijvoorbeeld als het niveau van de toner laag is, wat kan leiden tot de toner-leegstatus. Fout Er is minstens één fout in het apparaat. Nuttige beheerprogramma´s 5. Onderhoud 109 8 Tonerniveau 1 Hier wordt het resterende tonerniveau in de cassette(s) weergegeven. Het apparaat en het aantal tonercassette(s) in het bovenstaande venster kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. 2 Waarschuw.inst Selecteer de gewenste instellingen in het elling venster Opties. 3 Benod. bestellen U kunt reservetonercassette(s) online bestellen. Problemen 4 oplossen U kunt direct naar het deel met de probleemoplossing gaan in de gebruikershandleiding. 5 Sluiten Sluit het venster. Gebruiken van Smart Panel (alleen voor Macintosh en Linux) Smart Panel is een programma waarmee de status van het apparaat wordt bewaakt. U kunt de status bekijken en de apparaatinstellingen aanpassen. Bij Macintosh wordt Smart Panel automatisch geïnstalleerd op het moment dat u de apparaatsoftware installeert. Voor Linux kunt u Smart Panel downloaden van de website van Samsung (zie "Smart Panel installeren" op pagina 8). • Het venster Smart Panel en de inhoud die in deze gebruikershandleiding worden getoond, kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer of het gebruikte besturingssysteem. • Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn met uw apparaat (zie basishandleiding). Nuttige beheerprogramma´s Overzicht Smart Panel 5. Onderhoud 2 Als er een fout optreedt tijdens het gebruik, kunt u de fout controleren in Smart Panel. U kunt Smart Panel ook handmatig starten. Macintosh Klik op het Smart Panel-pictogram op de menubalk. Linux Dubbelklik op het Smart Panel-pictogram in het berichtenkader. Nu kopen Deze knop verandert in Probleemoplossingsgids als er een fout optreedt. U kunt direct naar het deel met de probleemoplossing gaan in de gebruikershandleiding. 3 4 1 Hier wordt het resterende tonerniveau in de cassette(s) weergegeven. Het apparaat en het aantal tonercassette(s) in het bovenstaande venster kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. U kunt online reservetonercassette(s) bestellen. Gebruikershan U kunt de Gebruikershandleiding bekijken. dleiding Instelling printer Tonerniveau 110 U kunt diverse apparaatinstellingen configureren in het venster Hulpprogramma Printerinstellingen. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. Als u uw apparaat op een netwerk aansluit, verschijnt het venster SyncThru™ Web Service in plaats van Hulpprogramma Printerinstellingen. Nuttige beheerprogramma´s Wijzigen van de instellingen van Smart Panel Klik met de rechtermuisknop in Linux of Mac OS X op het pictogram voor Smart Panel en selecteer Opties. Selecteer de gewenste instellingen in het venster Opties. 5. Onderhoud Unified Driver Configurator openen 1 Dubbelklik op Unified Driver Configurator op het bureaublad. U kunt ook op pictogram van het menu Startup klikken en Samsung Unified Driver > Unified Driver Configurator selecteren. 9 De Linux Unified Driver Configurator gebruiken 111 2 Klik op de knoppen links om het overeenkomstige configuratievenster te openen. Unified Linux Driver Configurator is een hulpprogramma dat hoofdzakelijk bestemd is voor de configuratie van apparaten. U moet Unified Linux Driver installeren om Unified Driver Configurator te kunnen gebruiken (zie "Installatie voor Linux" op pagina 8). Na de installatie van het stuurprogramma op uw Linux-systeem wordt automatisch het pictogram voor Unified Driver Configurator op uw bureaublad geplaatst. 1 Printer Configuration 2 Port Configuration Klik op Help voor schermhulp. Nuttige beheerprogramma´s 3 5. Onderhoud Breng de wijzigingen aan in de configuratie en klik op Exit om Unified Driver Configurator te sluiten. Printers configuration Printers configuration bevat twee tabbladen: Printers en Classes. ► Het tabblad Printers Klik op het pictogram van het apparaat links in het venster Unified Driver Configurator om de printerconfiguratie van het huidige systeem weer te geven. 112 1 Schakelt naar Printers configuration. 2 Hier worden alle geïnstalleerde apparaten weergegeven. 3 Hiermee worden de status, modelnaam en URI van uw apparaat weergegeven. De bedieningsknoppen van de printer zijn: • Refresh: hiermee vernieuwt u de lijst met beschikbare apparaten. • Add Printer: hiermee voegt u een nieuw apparaat toe. • Remove Printer: hiermee verwijdert u het geselecteerde apparaat. • Set as Default: hiermee stelt u het geselecteerde apparaat in als standaardapparaat. • Stop/Start: hiermee kunt u het apparaat stoppen/starten. • Test: hiermee kunt u een testpagina afdrukken om te controleren of de printer goed werkt. • Properties: Hiermee kunt u de eigenschappen van de printer weergeven en wijzigen. Nuttige beheerprogramma´s ► Het tabblad Classes Op het tabblad Classes wordt een lijst met beschikbare apparaatklassen weergegeven. 1 Hiermee geeft u alle apparaatklassen weer. 2 Hiermee geeft u de status van de klasse en het aantal apparaten in de klasse aan. • Refresh: vernieuwt de lijst met klassen. • Add Class: hiermee kunt u een nieuwe apparaatklasse toevoegen. • Remove Class: hiermee verwijdert u de geselecteerde apparaatklasse. 5. Onderhoud 113 Ports configuration In dit venster kunt u de lijst met beschikbare poorten weergeven, de status van elke poort controleren en een poort vrijgeven die bezet wordt door een afgebroken taak. 1 Schakelt naar Ports configuration. 2 Alle beschikbare poorten. 3 Hiermee geeft u het poorttype, het op de poort aangesloten apparaat en de status weer. • Refresh: hiermee vernieuwt u de lijst met beschikbare poorten. • Release port: hiermee kunt u de geselecteerde poort vrijgeven. 6. Problemen oplossen In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt. • Problemen met papierinvoer 115 • Problemen met de voeding en het netsnoer 116 • Afdrukproblemen 117 • Problemen met de afdrukkwaliteit 121 • Problemen met het besturingssysteem 129 Problemen met papierinvoer Toestand 6. Problemen oplossen 115 Voorgestelde oplossing Het papier loopt vast tijdens het afdrukken. Verwijder het vastgelopen papier. Papier kleeft aan elkaar. • • • • Invoerprobleem met een aantal vellen tegelijk. Er kan niet meer dan één papiersoort tegelijk in de lade worden geplaatst. Plaats alleen papier van hetzelfde soort en hetzelfde formaat en gewicht. Afdrukpapier wordt niet ingevoerd. • Verwijder vastgelopen papier in het apparaat. • Het papier werd niet goed in de lade gelegd. Verwijder het papier en plaats het op de juiste manier in de lade. • Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier. • Het papier is te dik. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties van het apparaat. Het papier blijft vastlopen. • Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier. Gebruik de multifunctionele lade (of de handmatige papierinvoer) om af te drukken op speciale materialen. • U gebruikt een verkeerde papiersoort. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties van het apparaat. • Misschien zitten er materiaalresten in het apparaat. Open de voorklep en verwijder de resten. Controleer de maximale papiercapaciteit van de lade. Zorg dat u een geschikte papiersoort gebruikt. Haal het papier uit de lade en buig het of waaier het uit. In vochtige omstandigheden kunnen bepaalde papiersoorten aan elkaar blijven kleven. Transparanten plakken aan elkaar Gebruik alleen transparanten die speciaal zijn bedoeld voor laserprinters. Verwijder elk in de papieruitvoerlade. transparant zodra het is uitgevoerd. Enveloppen trekken scheef of worden niet goed ingevoerd. Zorg dat de papiergeleiders aan beide kanten van de envelop goed zijn ingesteld (ze moeten de envelop net raken). Problemen met de voeding en het netsnoer 6. Problemen oplossen 116 Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over het oplossen van problemen met de netvoeding. Toestand Het apparaat krijgt geen stroom, of de verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is niet goed aangesloten. Voorgestelde oplossing • Sluit de printer eerst op de netvoeding aan. Als het apparaat een knop (Stroom) heeft op het bedieningspaneel, drukt u deze in totdat het apparaat wordt ingeschakeld. • Maak de kabel van het apparaat los en sluit deze opnieuw aan. Afdrukproblemen Toestand Het apparaat drukt niet af. Mogelijke oorzaak Het apparaat krijgt geen stroom. 6. Problemen oplossen 117 Voorgestelde oplossing Sluit de printer eerst op de netvoeding aan. Als het apparaat een knop (Stroom) heeft op het bedieningspaneel, drukt u deze in totdat het apparaat wordt ingeschakeld. Het apparaat is niet als standaardprinter geselecteerd. Selecteer uw printer als standaardprinter in Windows. Controleer het volgende: • De klep aan de voorzijde is niet gesloten. Sluit de voorklep. • Er is een papierstoring opgetreden. Verwijder het vastgelopen papier. • De papierlade is leeg. Vul papier bij. • Er is geen tonercassette geplaatst. Plaats een tonercassette. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als er een systeemfout optreedt. De verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is niet goed aangesloten. Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan. De verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is mogelijk defect. Sluit de kabel indien mogelijk aan op een andere computer die naar behoren werkt en druk een document af. U kunt ook proberen om een andere kabel voor uw apparaat te gebruiken. De poortinstelling is niet juist. Controleer de printerinstellingen in Windows om vast te stellen of de afdruktaak naar de juiste poort wordt gestuurd. Als uw computer meerdere poorten heeft, controleert u of het apparaat op de juiste poort is aangesloten. Het apparaat is mogelijk niet goed geconfigureerd. Controleer de Voorkeursinstellingen voor afdrukken om na te gaan of alle afdrukinstellingen correct zijn. Afdrukproblemen Toestand Het apparaat drukt niet af. Mogelijke oorzaak 6. Problemen oplossen 118 Voorgestelde oplossing Mogelijk is het printerstuurprogramma niet goed geïnstalleerd. Deïnstalleer het stuurprogramma van uw printer en installeer het programma opnieuw. Het apparaat werkt niet goed. Kijk of het display van het bedieningspaneel een systeemfout aangeeft. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. Het document is zo groot dat er niet Maak extra ruimte op de harde schijf vrij en druk het document voldoende ruimte op de harde schijf van opnieuw af. de computer is om toegang te krijgen tot de afdruktaak. Het apparaat haalt papier uit de verkeerde invoer. De uitvoerlade is vol. Wanneer het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat het apparaat door met afdrukken. De papieroptie die in Voorkeursinstellingen voor afdrukken is geselecteerd is mogelijk onjuist. In veel softwaretoepassingen kunt u de papierbron instellen op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken. Selecteer de juiste papierbron. Raadpleeg de help bij het printerstuurprogramma. Een afdruktaak Mogelijk is de afdruktaak zeer complex. Maak de pagina minder complex of wijzig de instellingen voor de wordt uiterst afdrukkwaliteit. langzaam afgedrukt. De helft van de pagina is blanco. Mogelijk is de afdrukstand verkeerd ingesteld. Wijzig de afdrukstand in het desbetreffende programma. Raadpleeg de help bij het printerstuurprogramma. Het ingestelde papierformaat stemt niet Controleer of het papierformaat in de printerinstellingen overeenstemt overeen met het formaat van het papier met het papier in de lade of met de papierselectie in de instellingen van in de lade. de softwaretoepassing die u gebruikt. Afdrukproblemen Toestand Mogelijke oorzaak 6. Problemen oplossen 119 Voorgestelde oplossing Het apparaat drukt De kabel van het apparaat zit los of is wel af, maar de tekst defect. is niet correct, vervormd of niet volledig. Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan. Druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Sluit de kabel en het apparaat indien mogelijk aan op een andere computer en druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Als dit alles niet helpt, probeert u een nieuwe printerkabel. Het verkeerde printerstuurprogramma is geselecteerd. Controleer in het afdrukmenu van de toepassing of u de juiste printer hebt geselecteerd. De softwaretoepassing werkt niet naar behoren. Probeer een document af te drukken vanuit een andere toepassing. Het besturingssysteem werkt niet naar behoren. Sluit Windows af en start de computer opnieuw op. Schakel het apparaat uit en weer in. Als u in een DOS-omgeving werkt, is het mogelijk dat het lettertype voor uw apparaat verkeerd is ingesteld. zie "De lettertype-instelling wijzigen" op pagina 76. Er worden blanco pagina’s afgedrukt. De tonercassette is leeg of beschadigd. Herverdeel indien nodig het tonerpoeder. Vervang indien nodig de tonercassette. Mogelijk bevat het bestand blanco pagina’s. Controleer of het bestand blanco pagina’s bevat. Mogelijk is een onderdeel van het apparaat defect (bijvoorbeeld de controller of het moederbord). Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. Afdrukproblemen Toestand Het apparaat drukt het PDF-bestand niet juist af. Sommige delen van afbeeldingen, tekst of illustraties ontbreken. Mogelijke oorzaak Incompatibiliteit tussen het PDFbestand en de Acrobat-producten. 6. Problemen oplossen 120 Voorgestelde oplossing Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel Afdrukken als afbeelding uit de afdrukopties van Acrobat in. Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag. De afdrukkwaliteit van De resolutie van de foto is zeer laag. foto’s is niet goed. De afbeeldingen zijn niet duidelijk. Verklein de afmetingen van de foto. Als u de afmetingen van de foto in het programma vergroot, wordt de resolutie verlaagd. Er komt voor het afdrukken ter hoogte van de uitvoerlade stoom uit het apparaat. Dit is geen probleem. Blijf afdrukken en/of vervang het papier. Het gebruik van geperforeerd papier kan damp veroorzaken tijdens het afdrukken. Het apparaat drukt Het papierformaat en de geen speciaal papier papierformaatinstelling komen niet overeen. zoals rekeningpapier af. Stel het juiste papierformaat in onder Aangepast in het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken. Het afgedrukte papier krult op. Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het type in op Dik papier. De instelling voor de papiersoort klopt niet. Problemen met de afdrukkwaliteit 6. Problemen oplossen 121 Vuil aan de binnenkant van het apparaat of verkeerd geplaatst papier kan leiden tot een verminderde afdrukkwaliteit. Raadpleeg de onderstaande tabel om het probleem te verhelpen. Toestand Voorgestelde oplossing Lichte of vage afdrukken • Als u een verticale witte strook of vaag gedeelte op de afdruk ziet, is de toner bijna op. Plaats een nieuwe tonercassette. • Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn. • Als de hele pagina te licht is, is de afdrukresolutie te laag ingesteld of bevindt het apparaat zich in energiebesparende modus. Wijzig de afdrukresolutie en schakel de energiebesparende modus uit. Raadpleeg de Help bij het printerstuurprogramma. • Een combinatie van vage plekken en vegen kan erop wijzen dat de tonercassette moet worden gereinigd. Reinig de binnenkant van het apparaat. • Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat. Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. De bovenste helft van het De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype. papier is lichter bedrukt • Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor dan de rest van het afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het papiertype in op Kringlooppapier. papier. Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand Tonervlekken A aB bC c A aB bC c A aB bC c A aB bC c A aB bC c Onregelmatigheden A aBb C A aBb C A aBb C A aBb C A aBb C 6. Problemen oplossen 122 Voorgestelde oplossing • Mogelijk voldoet het papier niet aan de specificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn. • Mogelijk is de transportrol vuil. Reinig de binnenkant van het apparaat. • Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. Als op willekeurige plaatsen vage, doorgaans ronde, plekken verschijnen: • Er zit mogelijk een slecht vel tussen het papier. Druk het document opnieuw af. • Het vochtgehalte van het papier is niet op alle plaatsen gelijk of het papier bevat vochtplekken. Probeer papier van een ander merk. • Een hele partij papier is niet in orde. Problemen tijdens de productie kunnen ertoe leiden dat sommige delen toner afstoten. Probeer een ander soort of merk papier. • Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het type in op Dik papier of Dikker (zie de Basishandleiding voor papiergewicht per vel). Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. Witte vlekken Er verschijnen witte vlekken op de pagina: • Het papier is te ruw en er valt veel papierstof op de interne onderdelen van het apparaat, wat erop wijst dat de rol vuil kan zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat. • Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Reinig de binnenkant van het apparaat. Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand Verticale strepen 6. Problemen oplossen 123 Voorgestelde oplossing Als de pagina zwarte, verticale strepen vertoont: • Er zitten mogelijk krassen op het oppervlak (drumgedeelte) van de beeldeenheid in het apparaat. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe. Als de pagina witte verticale strepen vertoont: • Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat. Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. Zwarte achtergrond Als er in lichte gedeelten te veel toner wordt gebruikt (grijze achtergrond): • Gebruik papier met een lager gewicht. • Controleer de omgevingsvoorwaarden: bijzonder droge omstandigheden of een hoge luchtvochtigheid (meer dan 80% RV) kunnen aanleiding geven tot een grijzere achtergrond. • Verwijder de oude beeldeenheid en plaats een nieuwe. Tonervegen • Reinig de binnenkant van het apparaat. • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. • Verwijder de beeldeenheid en plaats een nieuwe. Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand Verticaal terugkerende afwijkingen 6. Problemen oplossen 124 Voorgestelde oplossing Als de bedrukte zijde van de pagina met gelijke intervallen afwijkingen vertoont: • De beeldeenheid is mogelijk beschadigd. Als u nog steeds dezelfde problemen ondervindt, verwijdert u de beeldeenheid en plaatst u een nieuwe. • Er zit mogelijk toner op sommige onderdelen van het apparaat. Als de afwijkingen zich op de achterkant van de pagina bevinden zal het probleem waarschijnlijk na enkele pagina’s vanzelf verdwijnen. • De fixeereenheid is mogelijk beschadigd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. Schaduwvlekken A Schaduwvlekken worden veroorzaakt door kleine hoeveelheden toner die willekeurig verspreid op de afdruk voorkomen. • Misschien is het papier te vochtig. Probeer af te drukken op papier van een andere partij. Maak een pak papier pas open op het moment dat u het gaat gebruiken zodat het papier niet te veel vocht opneemt. • Wijzig de afdruklay-out als er schaduwvlekken verschijnen op een envelop om te voorkomen dat wordt afgedrukt op een gebied met overlappende naden aan de rugzijde. Afdrukken op naden kan problemen veroorzaken. • Als het gehele oppervlak van een afgedrukte pagina wordt bedekt met schaduwvlekken kiest u een andere afdrukresolutie in het softwareprogramma of in de Voorkeursinstellingen voor afdrukken. Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd, maar als er momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkt en dit probleem tot gevolg hebben. Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand 6. Problemen oplossen 125 Voorgestelde oplossing Er blijven tonerdeeltjes De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype. hangen rond vetgedrukte • Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor tekens of donkere foto’s. afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het papiertype in op Kringlooppapier. Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd, maar als er momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkt en dit probleem tot gevolg hebben. Misvormde tekst • Als tekst er vervormd uitziet ("uitgehold" effect) is het papier mogelijk te glad. Probeer een ander soort papier. Papier schuin • Plaats het papier op de juiste manier in de lade. • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. • Let erop dat de geleiders niet te dicht en niet te ver af staan van de stapel papier. Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand Gekruld of gegolfd 6. Problemen oplossen 126 Voorgestelde oplossing • Plaats het papier op de juiste manier in de lade. • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Papier kan krullen als de temperatuur of de vochtigheid te hoog is. • Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook het papier in de lade 180° te draaien en/of het papier te vervangen. Vouwen of kreuken • Plaats het papier op de juiste manier in de lade. • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. • Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook het papier in de lade 180° te draaien en/of het papier te vervangen. Achterkant van afdrukken is vuil • Mogelijk lekt een tonercassette. Reinig de binnenkant van het apparaat. Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand Volledig gekleurde of zwarte pagina’s A Losse toner 6. Problemen oplossen 127 Voorgestelde oplossing • Mogelijk is de beeldeenheid niet goed geplaatst. Verwijder de beeldeenheid en plaats deze opnieuw. • De beeldeenheid is mogelijk defect. Verwijder de beeldeenheid en plaats een nieuwe. • Het apparaat moet mogelijk worden gerepareerd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. • Reinig de binnenkant van het apparaat. • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. • Verwijder de beeldeenheid en plaats vervolgens een nieuwe. Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat mogelijk worden hersteld. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. Openingen in tekens A Letters worden onvolledig afgedrukt omdat er witte plekken verschijnen op plaatsen die zwart zouden moeten zijn: • Als dit probleem optreedt bij transparanten, probeert u een ander soort transparant. Als gevolg van de samenstelling van de transparanten kunnen onvolledige tekens voorkomen. • Misschien drukt u af op de verkeerde kant van het papier. Verwijder het papier en draai het om. • Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand Horizontale strepen 6. Problemen oplossen 128 Voorgestelde oplossing Controleer bij horizontale zwarte strepen of vegen het volgende: • Mogelijk is de beeldeenheid niet goed geplaatst. Verwijder de beeldeenheid en plaats deze opnieuw. • De beeldeenheid is mogelijk defect. Verwijder de beeldeenheid en plaats een nieuwe. Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat waarschijnlijk worden hersteld. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. Krullen Als het afgedrukte papier opkrult of als het papier niet wordt ingevoerd, doet u het volgende: • Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook het papier in de lade 180° te draaien en/of het papier te vervangen. • Wijzig de papierinstelling op de printer en probeer het opnieuw. Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het type in op Dun papier. Uw apparaat wordt mogelijk gebruikt op een hoogte van 1.000 m of hoger. Een dergelijke hoogte kan de • Op enkele vellen verschijnt afdrukkwaliteit beïnvloeden (bijv. losse toner of een vage afdruk). Stel uw apparaat in op de juiste hoogte herhaaldelijk een (zie "Aanpassing aan luchtdruk of hoogte" op pagina 75). onbekende afbeelding. • Losse toner • Vage afdruk of vervuiling Problemen met het besturingssysteem 6. Problemen oplossen 129 1 Algemene Windows-problemen Toestand Tijdens de installatie verschijnt het bericht "Bestand in gebruik". Voorgestelde oplossing Sluit alle softwaretoepassingen af. Verwijder alle software uit de opstartgroep en start vervolgens Windows weer op. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw. Het bericht "Algemene Sluit alle andere toepassingen af, start Windows opnieuw op en probeer opnieuw af te drukken. beschermingsfout", "OE-uitzondering", "Spool 32" of "Ongeldige bewerking" verschijnt. De berichten "Kan niet Deze meldingen kunnen tijdens het afdrukken verschijnen. Wacht gewoon even tot het apparaat klaar is afdrukken" of "Er is een met afdrukken. Als het bericht verschijnt als de printer klaar staat voor gebruik of nadat de afdruk is voltooid, time-outfout in de printer controleert u de aansluiting en gaat u na of er een fout is opgetreden. opgetreden" verschijnen. Raadpleeg de gebruikershandleiding van het besturingssysteem van Microsoft Windows dat met uw computer is meegeleverd voor meer informatie over foutmeldingen in Windows. Problemen met het besturingssysteem 6. Problemen oplossen 130 2 Algemene Macintosh-problemen Toestand Voorgestelde oplossing Het apparaat drukt het PDFHet bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel bestand niet juist af. Sommige Afdrukken als afbeelding uit de afdrukopties van Acrobat in. delen van afbeeldingen, tekst of illustraties ontbreken. Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag. Het document is afgedrukt, maar Werk uw Mac OS-versie bij tot MAC OS X 10.3.3. of hoger. de afdruktaak blijft in de wachtrij van Mac OS X 10.3.2 staan. Bepaalde letters worden niet Mac OS kan bij het afdrukken van het voorblad het gebruikte lettertype niet maken . Normale letters normaal weergegeven tijdens en cijfers worden normaal weergegeven op het voorblad. het afdrukken van het voorblad. Als u op een MacintoshControleer of de resolutie-instelling in uw printerstuurprogramma overeenkomt met de resolutiecomputer een document afdrukt instelling in Acrobat Reader. met Acrobat Reader 6.0 of hoger worden de kleuren niet op de juiste wijze afgedrukt. Problemen met het besturingssysteem 6. Problemen oplossen 131 Raadpleeg de gebruikershandleiding van Macintosh die met uw computer is meegeleverd voor meer informatie over Macintoshfoutmeldingen. 3 Algemene Linux-problemen Toestand Het apparaat drukt niet af. Voorgestelde oplossing • Controleer of het printerstuurprogramma is geïnstalleerd. Open Unified Driver Configurator en selecteer het tabblad Printers in Printers configuration om de lijst met beschikbare printers weer te geven. Controleer of uw apparaat in de lijst staat. Als dit niet zo is, opent u Add new printer wizard om uw apparaat in te stellen. • Controleer of het apparaat is ingeschakeld. Open Printers configuration en selecteer uw apparaat uit de lijst met printers. Bekijk de omschrijving in het deelvenster Selected printer. Druk op de knop Start als tussen de status de tekenreeks Stopped voorkomt. Hierna zou de printer weer normaal moeten werken. De status "stopped" is mogelijk geactiveerd wanneer zich problemen met het afdrukken voordoen. • Controleer of er speciale afdrukopties zijn ingesteld voor de toepassing, zoals "-oraw". Als de parameter "-oraw" is opgegeven in de opdrachtregel verwijdert u deze om het afdrukprobleem op te lossen. Voor Gimp front-end kiest u “print” -> “Setup printer” en bewerkt u de opdrachtregelparameter in de menuoptie. Problemen met het besturingssysteem 6. Problemen oplossen 132 Toestand Voorgestelde oplossing Het apparaat drukt geen volledige pagina’s af. Slechts de helft van de pagina wordt afgedrukt. Dit is een bekend probleem dat zich voordoet bij gebruik van een kleurenprinter met versie 8.51 of een oudere versie van Ghostscript, 64-bits Linux OS. Dit probleem is bij bugs.ghostscript.com gemeld als Ghostscript Bug 688252. Het probleem is opgelost in AFPL Ghostscript versie 8.52 en hoger. Download de meest recente versie van AFPL Ghostscript van http://sourceforge.net/projects/ghostscript/ en installeer deze om dit probleem op te lossen. Tijdens het afdrukken van een document wordt de foutmelding "Cannot open port device file" getoond. Wijzig nooit de parameters van een afdruktaak (bijvoorbeeld met LPR GUI) terwijl er een afdruktaak wordt uitgevoerd. Diverse versies van CUPS-server breken de afdruktaak af als de afdrukopties worden gewijzigd en proberen vervolgens de taak vanaf het begin opnieuw uit te voeren. Aangezien Unified Linux Driver de poort tijdens het afdrukken wordt vergrendelt, blijft deze vergrendeld door het abrupte afbreken van het stuurprogramma zodat de poort niet beschikbaar is voor volgende afdruktaken. Als deze situatie zich voordoet, probeert u de poort vrij te geven door Release port te selecteren in Port configuration. Raadpleeg de gebruikershandleiding van Linux die bij uw computer werd geleverd voor meer informatie over Linuxfoutberichten. Problemen met het besturingssysteem 6. Problemen oplossen 133 4 Veelvoorkomende PostScript-problemen De volgende problemen hebben specifiek betrekking op de PS-taal en kunnen optreden als er meerdere printertalen worden gebruikt. Probleem Het PostScript-bestand kan niet worden afgedrukt. Mogelijke oorzaak Mogelijk is het PostScriptstuurprogramma niet correct geïnstalleerd. Oplossing • Installeer het PostScript-stuurprogramma (zie "Installatie van de software" op pagina 4). • Druk een configuratiepagina af en controleer of u kunt afdrukken in PS. • Neem contact op met de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen. Het rapport Fout limietcontrole wordt afgedrukt. De afdruktaak is te complex. Er wordt een PostScript- De afdruktaak is mogelijk geen foutenpagina afgedrukt. PostScript-taak. De optionele lade is niet geselecteerd in het stuurprogramma. Maak de pagina minder complex of breid het geheugen uit. Controleer of de afdruktaak een PostScript-taak is. Controleer of de softwaretoepassing verwacht dat er een installatiebestand of PostScript-headerbestand naar het apparaat wordt gestuurd. Het printerstuurprogramma is niet Open de eigenschappen van het PostScript-stuurprogramma, geconfigureerd om de optionele lade te selecteer het tabblad Apparaatopties en stel de ladeoptie in. herkennen. Contact SAMSUNG worldwide If you have any comments or questions regarding Samsung products, contact the Samsung customer care center. Country/Region Customer Care Center ALBANIA 42 27 5755 ARGENTINE 0800-333-3733 ARMENIA 0-800-05-555 AUSTRALIA 1300 362 603 www.samsung.com AUSTRIA 0810-SAMSUNG (7267864, € 0.07/min) www.samsung.com AZERBAIJAN 088-55-55-555 BAHRAIN 8000-4726 BELARUS 810-800-500-55-500 02-201-24-18 BELGIUM BOSNIA BRAZIL BULGARIA www.samsung.com 05 133 1999 www.samsung.com 4004-0000 07001 33 11 Customer Care Center Web Site CANADA 1-800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com CHILE 800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com CHINA 400-810-5858 www.samsung.com COLOMBIA 01-8000112112 www.samsung.com COSTA RICA 0-800-507-7267 www.samsung.com CROATIA 062 SAMSUNG (062 726 www.samsung.com 7864) CZECH REPUBLIC www.samsung.com /be (Dutch) www.samsung.com /be_fr (French) 0800-124-421 Country/Region Web Site www.samsung.com www.samsung.com 134 800-SAMSUNG (800726786) www.samsung.com Samsung Zrt., česká organizační složka, Oasis Florenc, Sokolovská394/17, 180 00, Praha 8 DENMARK 70 70 19 70 www.samsung.com DOMINICA 1-800-751-2676 www.samsung.com ECUADOR 1-800-10-7267 www.samsung.com EGYPT 0800-726786 www.samsung.com EIRE 0818 717100 www.samsung.com EL SALVADOR 800-6225 www.samsung.com Contact SAMSUNG worldwide Country/Region Customer Care Center Web Site ESTONIA 800-7267 www.samsung.com FINLAND 030-6227 515 www.samsung.com FRANCE 01 48 63 00 00 www.samsung.com GERMANY 01805 - SAMSUNG (726- www.samsung.com 7864 € 0,14/min) GEORGIA 8-800-555-555 www.samsung.com GREECE IT and Mobile : 80111SAMSUNG (80111 7267864) from land line, local charge/ from mobile, 210 6897691 Cameras, Camcorders, Televisions and Household AppliancesFrom mobile and fixed 2106293100 GUATEMALA 1-800-299-0013 HONDURAS HONG KONG 135 Country/Region Customer Care Center Web Site HUNGARY 06-80-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com 3030 8282 www.samsung.com INDIA INDONESIA 1800 3000 8282 0800-112-8888 www.samsung.com 021-5699-7777 IRAN 021-8255 www.samsung.com ITALY 800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com JAMAICA 1-800-234-7267 www.samsung.com JAPAN 0120-327-527 www.samsung.com JORDAN 800-22273 www.samsung.com KAZAKHSTAN 8-10-800-500-55-500 (GSM:7799) www.samsung.com www.samsung.com KOSOVO +381 0113216899 800-27919267 www.samsung.com KUWAIT 183-2255 www.samsung.com (852) 3698-4698 www.samsung.com /hk KYRGYZSTAN 00-800-500-55-500 www.samsung.com LATVIA 8000-7267 www.samsung.com LITHUANIA 8-800-77777 www.samsung.com www.samsung.com /hk_en/ Contact SAMSUNG worldwide Country/Region Customer Care Center Web Site LUXEMBURG 261 03 710 www.samsung.com MALAYSIA 1800-88-9999 www.samsung.com MACEDONIA 023 207 777 MEXICO 01-800-SAMSUNG (726- www.samsung.com 7864) 136 Country/Region Customer Care Center PERU 0-800-777-08 www.samsung.com 1800-10-SAMSUNG (726-7864) www.samsung.com PHILIPPINES 1-800-3-SAMSUNG (726-7864) MOLDOVA 00-800-500-55-500 1-800-8-SAMSUNG (726-7864) MONTENEGRO 020 405 888 02-5805777 MOROCCO 080 100 2255 www.samsung.com NIGERIA 080-SAMSUNG(7267864) www.samsung.com 0900-SAMSUNG (0900NETHERLANDS 7267864) (€ 0,10/min) www.samsung.com 0800 SAMSUNG (0800 NEW ZEALAND 726 786) www.samsung.com NICARAGUA 00-1800-5077267 www.samsung.com NORWAY 815-56 480 www.samsung.com OMAN 800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com PANAMA 800-7267 www.samsung.com POLAND Web Site 0 801 1SAMSUNG (172678) www.samsung.com 022-607-93-33 PORTUGAL 80820-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com PUERTO RICO 1-800-682-3180 www.samsung.com RUMANIA 08010 SAMSUNG www.samsung.com (08010 726 7864) only from landline, local network Romtelecom local tariff /021 206 01 10 for landline and mobile, normal tariff. RUSSIA 8-800-555-55-55 www.samsung.com Contact SAMSUNG worldwide Country/Region Customer Care Center SAUDI ARABIA 9200-21230 www.samsung.com SERBIA 0700 SAMSUNG (0700 726 7864) www.samsung.com SINGAPORE 1800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com SLOVAKIA 0800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com SOUTH AFRICA 0860 SAMSUNG (7267864) www.samsung.com SPAIN 902-1-SAMSUNG(902 172 678) www.samsung.com SWEDEN 0771 726 7864 (SAMSUNG) www.samsung.com SWITZERLAND 0848-SAMSUNG (7267864, CHF 0.08/ min) www.samsung.com /ch TADJIKISTAN 8-10-800-500-55-500 www.samsung.com TAIWAN 0800-329-999 www.samsung.com 1800-29-3232 www.samsung.com THAILAND 02-689-3232 Web Site 137 Country/Region Customer Care Center Web Site TRINIDAD & TOBAGO 1-800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com TURKEY 444 77 11 www.samsung.com U.A.E 800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com U.K 0330 SAMSUNG (7267864) www.samsung.com U.S.A 1-800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com 0-800-502-000 www.samsung.ua UKRAINE www.samsung.com /ch_fr/ www.samsung.com /ua_ru UZBEKISTAN 8-10-800-500-55-500 www.samsung.com VENEZUELA 0-800-100-5303 www.samsung.com VIETNAM 1 800 588 889 www.samsung.com Verklarende woordenlijst 138 Toegangspunt De onderstaande woordenlijst helpt u vertrouwd te raken met het product en de terminologie die in deze gebruikershandleiding wordt gebruikt en verband houdt met afdrukken. Een toegangspunt of draadloos toegangspunt (AP of WAP) is een apparaat dat draadlozecommunicatieapparaten verbindt in een draadloos netwerk (WLAN) en dienst doet als een centrale zender en ontvanger van WLAN-radiosignalen. 802.11 ADF 802.11 bevat een reeks standaarden voor draadlozenetwerkcommunicatie (WLAN) ontwikkeld door het IEEE LAN/ MAN-Standards Committee (IEEE 802). De automatische documentinvoer (ADF) is een mechanisme dat automatisch een origineel vel papier invoert zodat het apparaat een gedeelte van het papier in één keer kan scannen. 802.11b/g/n AppleTalk 802.11b/g/n kan dezelfde hardware delen over een bandbreedte van 2,4 GHz. 802.11b ondersteunt een bandbreedte tot maximaal 11 Mbps, 802.11n ondersteunt een bandbreedte tot 150 Mbps. 802.11b/g/n-apparaten kunnen interferentie ondervinden van magnetrons, draadloze telefoons en Bluetoothapparaten. AppleTalk is een octrooirechtelijk beschermde suite van door Apple Inc ontwikkelde protocollen voor computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de oorspronkelijke Macintosh (1984) en wordt nu door Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken. Verklarende woordenlijst 139 Bitdiepte CCD Een grafische computerterm die beschrijft hoeveel bits er nodig zijn om de kleur van één pixel in een bitmapafbeelding te vertegenwoordigen. Een hogere kleurdiepte geeft een breder scala van te onderscheiden kleuren. Naarmate het aantal bits toeneemt, wordt het aantal mogelijke kleuren te groot voor een kleurtabel. Een 1-bits kleur wordt doorgaans monochroom of zwart-wit genoemd. CCD (Charge Coupled Device) is hardware die de scantaak mogelijk maakt. Het CCD-vergrendelingsmechanisme wordt ook gebruikt om de CCD-module te blokkeren en schade te voorkomen wanneer u het apparaat verplaatst. BMP Een grafische bitmapindeling die intern wordt gebruikt door het grafische subsysteem van Microsoft Windows (GDI) en algemeen wordt gebruikt als een eenvoudige grafische bestandsindeling op dat platform. BOOTP Bootstrap-protocol. Een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door een netwerkclient om automatisch het IP-adres op te halen. Dit gebeurt doorgaans in het bootstrapproces van computers of de daarop uitgevoerde besturingssystemen. De BOOTP-servers wijzen aan iedere client een IP-adres toe uit een pool van adressen. Met BOOTP kunnen computers met een "schijfloos werkstation" een IP-adres ophalen voordat een geavanceerd besturingssysteem wordt geladen. Sorteren Sorteren is een proces waarbij een kopieertaak bestaande uit meerdere exemplaren in sets wordt afgedrukt. Wanneer de optie Sorteren is ingeschakeld, wordt eerst een volledige set afgedrukt voordat de overige kopieën worden gemaakt. Configuratiescherm Een bedieningspaneel is het platte, doorgaans verticale, gedeelte waarop de bedienings- of controle-instrumenten worden weergegeven. Deze bevinden zich doorgaans aan de voorzijde van het apparaat. Verklarende woordenlijst 140 Dekkingsgraad Standaard Dit is de afdrukterm die wordt gebruikt om het tonergebruik bij het afdrukken te meten. Een dekkingsgraad van 5% betekent bijvoorbeeld dat een vel A4-papier 5% aan afbeeldingen of tekst bevat. Dus als het papier of origineel ingewikkelde afbeeldingen of veel tekst bevat, is de dekkingsgraad en daarmee het tonergebruik hoger. De waarde of instelling die van kracht is wanneer de printer uit de verpakking wordt gehaald, opnieuw wordt ingesteld of wordt geïnitialiseerd. CSV Kommagescheiden waarden (CSV). CSV is een type bestandsindeling. CSV wordt gebruikt om gegevens uit te wisselen tussen verschillende toepassingen. Deze bestandsindeling wordt in Microsoft Excel gebruikt en is min of meer de norm geworden in de IT-sector, ook op nietMicrosoftplatformen. DHCP Een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) is een client/ servernetwerkprotocol. Een DHCP-server stuurt configuratieparameters naar de DHCP-clienthost die deze gegevens opvraagt om deel te kunnen uitmaken van een IPnetwerk. DHCP biedt ook een mechanisme voor de toewijzing van IP-adressen aan clienthosts. DIMM DADF De DIMM (Dual In-line Memory Module) is een kleine printplaat met geheugen. DIMM slaat alle gegevens in het apparaat op, zoals afdrukgegevens of ontvangen faxgegevens. De dubbelzijdige automatische documentinvoer (DADF) is een scanmechanisme waarmee een origineel automatisch wordt ingevoerd en omgedraaid, zodat het apparaat beide zijden van het papier kan inscannen. DLNA DLNA (Digital Living Network Alliance) is een standaard waarmee apparaten in een thuisnetwerk gegevens met elkaar kunnen uitwisselen via het netwerk. Verklarende woordenlijst 141 DNS Duplex DNS (Domain Name Server) is een systeem dat domeinnaaminformatie opslaat in een gedistribueerde database op netwerken, zoals het internet. Een mechanisme dat een vel papier automatisch omkeert zodat het apparaat beide zijden van het vel kan bedrukken (of scannen). Een printer met een duplexeenheid kan afdrukken op beide zijden van een vel papier tijdens één printcyclus. Matrixprinter Een matrixprinter is een printer met een printerkop die heen en weer loopt over de pagina en afdrukt door middel van aanslagen, waarbij een van inkt voorzien lint tegen het papier wordt geslagen, zoals bij een typemachine. DPI DPI (Dots Per Inch) is een maateenheid voor resolutie die wordt gebruikt voor scannen en afdrukken. Over het algemeen leidt een hogere DPI tot een hogere resolutie, meer zichtbare details in de afbeelding en een groter bestandsformaat. DRPD Distinctieve belpatroondetectie. Distinctieve belpatroondetectie is een dienst van de telefoonmaatschappij waarmee een gebruiker met een enkele telefoonlijn oproepen naar verschillende telefoonnummers kan ontvangen. Afdrukvolume Het afdrukvolume bestaat uit de hoeveelheid afgedrukte pagina’s per maand die de printerprestaties niet beïnvloedt. Doorgaans heeft de printer een beperkte levensduur, zoals een bepaald aantal pagina’s per jaar. De levensduur duidt de gemiddelde afdrukcapaciteit aan, meestal binnen de garantieperiode. Als het afdrukvolume bijvoorbeeld 48 000 pagina’s per maand (20 werkdagen) bedraagt, beperkt de printer het aantal pagina’s tot 2 400 per dag. ECM Foutcorrectiemodus (ECM) is een optionele verzendmodus voor foutcorrectie die is opgenomen in faxapparaten of faxmodems van Klasse 1. Hiermee worden fouten tijdens de verzending van faxen, die soms worden veroorzaakt door ruis op de telefoonlijn, automatisch opgespoord en gecorrigeerd. Verklarende woordenlijst 142 Emulatie EtherTalk Emulatie is een techniek waarbij met één apparaat dezelfde resultaten worden behaald als met een ander. Een protocolsuite die Apple Computer ontwikkelde voor computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de oorspronkelijke Macintosh (1984) en wordt nu door Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken. Een emulator kopieert de functies van één systeem naar een ander systeem, zodat het tweede systeem zich als het eerste gedraagt. Emulatie is gericht op de exacte reproductie van extern gedrag, in tegenstelling tot simulatie; dit houdt verband met een abstract model van het systeem dat wordt gesimuleerd, vaak met betrekking tot de interne staat. Ethernet Ethernet is een op frames gebaseerde computernetwerktechnologie voor LAN’s. Hiermee worden de bedrading en de signalen gedefinieerd voor de fysieke laag en frameformaten en protocollen voor de MAC/ gegevenskoppelingslaag van het OSI-model. Ethernet wordt meestal gestandaardiseerd als IEEE 802.3. Het is sedert de jaren ’90 van afgelopen eeuw de meest gebruikte LANtechnologie. FDI Interface extern apparaat (FDI) is een kaart die in het apparaat is geïnstalleerd zodat andere apparaten van derden, bijvoorbeeld een muntautomaat of een kaartlezer, kunnen worden aangesloten. Met deze apparaten kunt u laten betalen voor afdrukservices die worden uitgevoerd met uw apparaat. FTP Protocol voor bestandsuitwisseling (FTP) is een algemeen gebruikt protocol voor de uitwisseling van bestanden via een willekeurig netwerk dat het TCP/IP-protocol ondersteunt (zoals internet of een intranet). Verklarende woordenlijst 143 Fixeereenheid Halftoon Het onderdeel van een laserprinter dat de toner op het afdrukmateriaal fixeert. De eenheid bestaat uit een rol die het papier verwarmt en een rol die druk uitoefent. Nadat toner op het papier is aangebracht, maakt de fixeereenheid gebruik van hitte en druk om ervoor te zorgen dat de toner aan het papier hecht. Dat verklaart ook waarom het papier warm is als het uit een laserprinter komt. Een type afbeelding dat grijswaarden simuleert door het aantal punten te variëren. Kleurrijke gebieden bestaan uit een groot aantal punten, terwijl lichtere gebieden uit een kleiner aantal punten bestaan. Gateway Een verbinding tussen computernetwerken of tussen computernetwerken en een telefoonlijn. Gateways worden veel gebruikt omdat het computers of netwerken zijn die toegang bieden tot andere computers of netwerken. Massaopslagapparaat Een massaopslagapparaat, doorgaans een harde of vaste schijf genoemd, is een niet-vluchtig opslagapparaat dat digitaal gecodeerde gegevens opslaat op snel draaiende platen met een magnetisch oppervlak. IEEE Grijswaarden Het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers) is een internationale professionele non-profitorganisatie voor de bevordering van elektrische technologie. Grijstinten die de lichte en donkere delen van een afbeelding weergeven worden omgezet in grijswaarden; kleuren worden door verschillende grijstinten weergegeven. IEEE 1284 De 1284-norm voor de parallelle poort is ontwikkeld door het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers). De term "1284-B" verwijst naar een bepaald type connector aan het uiteinde van de parallelle kabel die kan worden aangesloten op het randapparaat (bijvoorbeeld een printer). Verklarende woordenlijst 144 Intranet IPP Een besloten netwerk dat gebruikmaakt van internetprotocollen, netwerkconnectiviteit en eventueel het openbaar telecommunicatiesysteem om werknemers op een veilige manier bedrijfsgegevens te laten uitwisselen of verrichtingen te laten uitvoeren. De term kan nu en dan ook enkel verwijzen naar de meest zichtbare dienst, de interne website. IPP (Internet Printing Protocol) is een standaardprotocol voor zowel afdrukken als het beheren van afdruktaken, mediaformaat, resolutie, enzovoort. IPP kan lokaal of via het internet voor honderden printers worden gebruikt en ondersteunt tevens toegangsbeheer, verificatie en codering, waardoor het een veel effectievere en veiligere afdrukoplossing is dan eerdere oplossingen. IP-adres Een Internet Protocol-adres (IP-adres) is een uniek nummer dat apparaten gebruiken om elkaar te identificeren en informatie uit te wisselen in een netwerk met behulp van de Internet Protocolstandaard. IPM IPM (Afbeeldingen per minuut) is een eenheid waarmee de snelheid van een printer wordt gemeten. Het IPM-cijfer geeft het aantal vellen papier aan dat een printer binnen één minuut eenzijdig kan bedrukken. IPX/SPX IPX/SPX staat voor Internet Packet Exchange/Sequenced Packet Exchange. Het is een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door de besturingssystemen van Novell NetWare. IPX en SPX bieden beide verbindingsservices aan die vergelijkbaar zijn met TCP/IP, waarbij het IPX-protocol vergelijkbaar is met IP en SPX vergelijkbaar is met TCP. IPX/SPX was in eerste instantie bedoeld voor LAN’s (lokale netwerken) en is een bijzonder efficiënt protocol voor dit doel (doorgaans overtreffen de prestaties die van TCP/IP in een LAN). Verklarende woordenlijst 145 ISO JBIG De Internationale organisatie voor standaardisatie (ISO) is een internationale organisatie die normen vastlegt en samengesteld is uit vertegenwoordigers van nationale standaardiseringsorganisaties. De ISO produceert wereldwijd industriële en commerciële normen. JBIG (Joint Bi-level Image Experts Group) is een norm voor de compressie van afbeeldingen zonder verlies van nauwkeurigheid of kwaliteit, die ontworpen is voor de compressie van binaire afbeeldingen, in het bijzonder voor faxen, maar ook voor andere afbeeldingen. ITU-T JPEG De Internationale Telecommunicatie Unie is een internationale organisatie die is opgericht voor de standaardisering en regulering van internationale radio- en telecommunicatie. De belangrijkste taken omvatten standaardisering, de toewijzing van het radiospectrum en de organisatie van onderlinge verbindingen tussen verschillende landen waarmee internationale telefoongesprekken mogelijk worden gemaakt. De -T in ITU-T duidt op telecommunicatie. JPEG (Joint Photographic Experts Group) is de meest gebruikte standaardcompressiemethode voor foto’s. Deze indeling wordt gebruikt voor het opslaan en verzenden van foto’s over het internet. ITU-T No. 1 chart Gestandaardiseerd testdiagram dat is gepubliceerd door ITU-T voor het verzenden van faxdocumenten. LDAP LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) is een netwerkprotocol voor het zoeken in en aanpassen van directoryservices via TCP/IP. LED Een LED (Light-Emitting Diode) is een halfgeleider die de status van een apparaat aangeeft. Verklarende woordenlijst 146 LSU MH Een LSU is een laserscaneenheid die met elektrisch potentiaal beelden vormt op de OPC-drum door een laserstraal te richten vanaf de draaiende polygoonspiegel door de lens. MH (Modified Huffman) is een compressiemethode voor het beperken van de hoeveelheid gegevens die tussen faxapparaten worden verzonden om een afbeelding te versturen. MH wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MH is een op een codeboek gebaseerd lengtecoderingsschema dat geoptimaliseerd werd om op een doeltreffende wijze witruimtes te comprimeren. Aangezien de meeste faxen voornamelijk uit witruimte bestaan, kan hiermee de verzendtijd van de meeste faxen tot een minimum worden teruggebracht. MAC-adres Het MAC-adres (Media Access Control) is een uniek adres dat aan een netwerkadapter is gekoppeld. Het MAC-adres is een unieke naam van 48 bits die gewoonlijk wordt genoteerd als 12 hexadecimale tekens die telkens per twee worden gegroepeerd (bijvoorbeeld 00-00-0c-34-11-4e). Dit adres wordt doorgaans door de fabrikant in een netwerkinterfacekaart (NIC) geprogrammeerd en gebruikt als een hulpmiddel aan de hand waarvan routers apparaten kunnen vinden in grote netwerken. MMR MMR (Modified Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.6. MFP Modem Een MFP (Multi Function Peripheral) is een kantoorapparaat dat verschillende functies in één fysieke behuizing combineert, bijvoorbeeld een printer, kopieerapparaat, faxapparaat en scanner. Een apparaat dat een draaggolfsignaal moduleert om digitale informatie te coderen en een dergelijk signaal demoduleert om de verzonden informatie te decoderen. Verklarende woordenlijst MR MR (Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MR codeert de eerst gescande lijn met behulp van MH. De volgende regel wordt vergeleken met de eerste, het verschil wordt vastgesteld en vervolgens worden de verschillen gecodeerd en verzonden. NetWare Een netwerkbesturingssysteem dat is ontwikkeld door Novell, Inc. Aanvankelijk maakte dit systeem gebruik van coöperatieve multi-tasking om verschillende services op een pc te kunnen uitvoeren en waren de netwerkprotocollen gebaseerd op de klassieke Xerox XNS-stack. Tegenwoordig ondersteunt NetWare zowel TCP/IP als IPX/SPX. OPC Organische fotogeleider (OPC) is een mechanisme dat een virtuele afbeelding maakt om af te drukken met behulp van een laserstraal uit een laserprinter. Het is meestal groen of grijs en cilindervormig. 147 Indien een beeldeenheid een drum bevat, wordt het oppervlak van de drum op den duur aangetast door het gebruik in de printer. De drum moet dan ook regelmatig worden vervangen, omdat deze slijt door het contact met de ontwikkelborstel van de cassette, het reinigingsmechanisme en het papier. Originelen Het eerste exemplaar van bijvoorbeeld een document, foto of tekst, dat wordt gekopieerd, gereproduceerd of omgezet om volgende exemplaren te verkrijgen, maar dat zelf niet van iets anders is gekopieerd of afgeleid. OSI OSI (Open Systems Interconnection) is een communicatiemodel dat is ontwikkeld door de ISO (International Organization for Standardization). OSI biedt een standaard modulaire benadering van netwerkontwerp waarmee de vereiste set complexe functies wordt opgesplitst in hanteerbare, op zichzelf staande, functionele lagen. De lagen zijn van boven naar onder: applicatie, presentatie, sessie, transport, netwerk, gegevenskoppeling en fysiek. Verklarende woordenlijst 148 PABX Printerstuurprogramma PABX (Private Automatic Branch Exchange) is een automatisch telefoonschakelsysteem in een besloten onderneming. Een programma dat wordt gebruikt om opdrachten te verzenden en gegevens over te brengen van de computer naar de printer. PCL Afdrukmedia Printeropdrachttaal (PCL) is een paginabeschrijvingstaal (PDL) die ontwikkeld is door HP als printerprotocol en inmiddels is uitgegroeid tot een norm in de branche. PCL werd aanvankelijk ontwikkeld voor de eerste inkjetprinters en is in verschillende versies verschenen voor thermische printers, matrix- en laserprinters. Het materiaal, zoals papier, enveloppen, etiketten en transparanten, dat in een printer, scanner, fax of kopieerapparaat kan worden gebruikt. PPM PDF Pagina’s per minuut (PPM) is een methode voor het meten van de snelheid van een printer en verwijst naar het aantal pagina’s dat een printer in één minuut kan afdrukken. PDF (Portable Document Format) is een door Adobe Systems ontwikkelde bestandsindeling voor het weergeven van tweedimensionale documenten in een apparaat- en resolutieonafhankelijke indeling. PRN-bestand PostScript PS (PostScript) is een paginabeschrijvings- en programmeertaal die voornamelijk gebruikt wordt voor e-publishing en desktop publishing. - die in een interpreter wordt uitgevoerd om een afbeelding te produceren. Een interface voor een apparaatstuurprogramma waarlangs software kan communiceren met het apparaatstuurprogramma via standaard invoer-/uitvoeraanroepen, waardoor veel taken worden vereenvoudigd. Verklarende woordenlijst 149 Protocol Resolutie Een conventie of standaard die de verbinding, communicatie en het gegevensverkeer tussen twee computers inschakelt of controleert. De scherpte van een afbeelding, gemeten in dpi (punten per inch). Hoe hoger de dpi, hoe hoger de resolutie. PS Zie PostScript. PSTN Openbaar telefoonnet (PSTN) is het netwerk van openbare circuitgeschakelde telefoonnetwerken wereldwijd dat in een bedrijfsomgeving doorgaans via een schakelbord wordt gerouteerd. RADIUS RADIUS (Remote Authentication Dial In User Service) is een protocol voor gebruikersidentificatie en accounting op afstand. RADIUS laat toe om verificatiegegevens zoals gebruikersnamen en wachtwoorden met behulp van een AAA-concept (authentication, authorization en accounting) voor het beheer van de netwerktoegang. SMB SMB (Server Message Block) is een netwerkprotocol dat hoofdzakelijk wordt toegepast op gedeelde bestanden, printers, seriële poorten en diverse verbindingen tussen de knooppunten in een netwerk. Het biedt tevens een geverifieerd communicatiemechanisme voor processen onderling. SMTP SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) is de standaard voor emailverkeer over het internet. SMTP is een relatief eenvoudig op tekst gebaseerd protocol waarbij één of meer ontvangers van een bericht worden aangegeven, waarna de berichttekst wordt verzonden. Het is een client-serverprotocol, waarbij de client een e-mailbericht verzendt naar de server. Verklarende woordenlijst 150 SSID TIFF SSID (Service Set Identifier) is een benaming van een draadloos netwerk (WLAN). Alle draadloze apparaten in een draadloos netwerk gebruiken dezelfde SSID om met elkaar te communiceren. De SSID’s zijn hoofdlettergevoelig en kunnen tot 32 tekens lang zijn. TIFF (Tagged Image File Format) is een bestandsindeling voor bitmapafbeeldingen met een variabele resolutie. TIFF beschrijft de afbeeldingsgegevens die doorgaans afkomstig zijn van de scanner. TIFF-afbeeldingen maken gebruik van tags: trefwoorden die de kenmerken definiëren van de in het bestand opgenomen afbeelding. Deze flexibele en platformonafhankelijke indeling kan worden gebruikt voor illustraties die met diverse beeldverwerkingstoepassingen zijn gemaakt. Subnetmasker Het subnetmasker wordt gebruikt in samenhang met het netwerkadres om te bepalen welk deel van het adres het netwerkadres is en welk deel het hostadres. TCP/IP TCP (Transmission Control Protocol) en IP (Internet Protocol): de set communicatieprotocollen die de protocolstack implementeren waarop het internet en de meeste commerciële netwerken draaien. TCR Verzendrapport (TCR) geeft de details van elke verzending weer, zoals de taakstatus, het verzendresultaat en het aantal verzonden pagina’s. Er kan worden ingesteld dat dit rapport na elke taak of alleen na een mislukte verzending wordt afgedrukt. Tonercassette Een soort fles of container die in apparaten zoals printers wordt gebruikt en die toner bevat. Toner is een poeder dat in laserprinters en kopieerapparaten wordt gebruikt voor het vormen van tekst en afbeeldingen op afdrukpapier. Toner wordt gefixeerd door een combinatie van hitte en druk vanuit de fixeereenheid, waardoor het zich aan de vezels in het papier gaat hechten. Verklarende woordenlijst 151 TWAIN USB Een standaard voor scanners en software. Als een TWAINcompatibele scanner wordt gebruikt met een TWAIN-compatibel programma, kan een scan worden gestart vanuit het programma; dit een API voor het vastleggen van afbeeldingen voor de besturingssystemen van Microsoft Windows en Apple Macintosh. USB (Universal Serial Bus) is een door het USB Implementers Forum, Inc. ontwikkelde standaard om computers en randapparatuur met elkaar te verbinden. In tegenstelling tot de parallelle poort is USB ontworpen om een enkele computerUSB-poort tegelijkertijd met meerdere randapparaten te verbinden. UNC-pad Watermerk UNC (Uniform Naming Convention) is een standaardmanier om gedeelde netwerkbronnen te benaderen in Windows NT en andere Microsoft-producten. De notatie van een UNC-pad is: \\<servernaam>\<naam_gedeelde_bron>\<aanvullende map> Een watermerk is een herkenbare afbeelding of patroon dat helderder oplicht wanneer het voor een lichtbron wordt gehouden. Watermerken werden voor het eerst in 1282 in het Italiaanse Bologna gebruikt door papiermakers om hun product te merken. Ze werden ook toegepast in postzegels, papiergeld en andere officiële documenten om fraude te voorkomen. URL URL (Uniform Resource Locator) is het internationale adres van documenten en informatiebronnen op internet. Het eerste deel van het adres geeft aan welk protocol moet worden gebruikt en het tweede deel geeft het IP-adres of de domeinnaam aan waar de informatiebron zich bevindt. WEP WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat gespecificeerd wordt in IEEE 802.11 om eenzelfde beveiligingsniveau als een bedraad LAN te garanderen. WEP beveiligt gegevens door deze via radiogolven te coderen, zodat ze veilig van het ene punt naar het andere kunnen worden verzonden. Verklarende woordenlijst 152 WIA WPS WIA (Windows Imaging Architecture) is een beeldverwerkingsarchitectuur die oorspronkelijk werd gebruikt in Windows Me en Windows XP. Een scan kan vanuit deze besturingssystemen worden gestart door middel van een WIAcompatibele scanner. WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een standaard voor het tot stand brengen van een draadloos thuisnetwerk. Als uw draadloze toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u de draadloze netwerkverbinding gemakkelijk configureren zonder computer. WPA WPA (Wi-Fi Protected Access) is een klasse van systemen voor de beveiliging van draadloze (Wi-Fi) computernetwerken die ontwikkeld werd voor een betere beveiliging van WEP. WPA-PSK WPA-PSK (vooraf gedeelde WPA-sleutel) is een speciale WPAmodus voor kleine ondernemingen en thuisgebruikers. Een gedeelde sleutel of een gedeeld wachtwoord wordt geconfigureerd in het draadloze toegangspunt (WAP) en draadloze laptop- of desktopapparaten. WPA-PSK genereert een unieke sleutel voor elke sessie tussen een draadloze client en de daarmee geassocieerde WAP voor een betere veiligheid. XPS XML-papierspecificatie (XPS) is een specificatie voor een paginabeschrijvingstaal (PDL) en een nieuw uitwisselbaar documentformaat dat door Microsoft is ontwikkeld. Dit vectorgebaseerd apparaatonafhankelijk documentformaat is gebaseerd op XML en op een nieuw afdrukpad. Index 153 A G draadloos afdrukken afdrukken naar een bestand 79 de standaardafdrukinstellingen wijzigen 77 dubbelzijdig afdrukken Macintosh 92 adhocmodus 33 bedieningspaneel 33 computer 34 Infrastructuurmodus 33 installatie 33 USBkabel 40 het hulpprogramma Direct afdrukken gebruiken 88 WPS verbinding verbreken Linux 93 Macintosh 91 WPS De printer heeft geen display PBC PIN meerdere paginas afdrukken op één vel papier Macintosh 91 UNIX 96 afdrukresolutie instellen Linux apparaatgegevens 93 geschatte gebruiksduur van tonercassette 100 De 76 H het programma SetIP hulpprogramma Direct afdrukken 14, 55 88 54 info apparaatstatus 62 L layout 63 lettertypeinstellingen 76 Linux afdrukken Linux 93 Macintosh 91 UNIX 96 algemene Linuxproblemen 93 131 besturingsbestand opnieuw installeren voor een via een USBkabel verbonden apparaat 10 F installatie van het stuurprogramma voor het verbonden netwerk 26 functies printereigenschappen 94 SetIP gebruiken 16 functies van het apparaat D 37 37 een document afdrukken B benodigdheden 35, 36 E 62 66 I draadloos netwerk netwerkkabel general settings 61 stuurprogramma van een met een USBkabel verbonden apparaat installeren Index 154 8 unified driver configurator introductie van netwerkprogrammas 12 IPv6configuratie 111 stuurprogrammainstallatie Linux Macintosh UNIX Windows M Macintosh afdrukken 91 besturingsbestand opnieuw installeren voor een via een USBkabel verbonden apparaat 7 O help gebruiken overlay afdrukken 92 installatie van het stuurprogramma voor het verbonden netwerk 24 SetIP gebruiken 15 stuurprogramma van een met een USBkabel verbonden apparaat installeren 5 veelvoorkomende problemen onder Macintosh 130 Meerdere paginas op één vel afdrukken nup Macintosh 91 menuoverzicht 62 het programma SetIP 26 24 27 17 14, 15, 16, 55 121 problemen met papierinvoer 115 S service contact numbers Unix afdrukken 85 maken 85 verwijderen 86 P 134 74 27 SyncThru Web Service algemene informatie 102 T tonercassette papier 64 geschatte gebruiksduur 75 instructies voor het hanteren van cassettes plaatsing van het apparaat aanpassing aan de hoogte problemen oplossen 133 opslaan Printerstatus 108, 109 94 problemen afdrukproblemen 117 100 99 nietoriginele Samsung en bijgevulde cassettes 100 PostScriptstuurprogramma Linux 70 problemen met de afdrukkwaliteit stuurprogrammainstallatie printervoorkeursinstellingen netwerk algemene instelling 30 speciale afdrukfuncties algemene informatie N problemen met betrekking tot netvoeding 116 99 U UNIX afdrukken 96 installatie van het stuurprogramma voor Index het verbonden netwerk 155 27 USBkabel besturingsbestand opnieuw installeren 7, 10 stuurprogrammainstallatie 5, 8 V verbruiksartikelen apparaatgegevens verklarende woordenlijst 62 138 W watermerk bewerken 83 maken 83 verwijderen 84 Windows installatie van het stuurprogramma voor 17 het verbonden netwerk SetIP gebruiken 14, 55 veelvoorkomende problemen onder 129 Windows
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255
  • Page 256 256
  • Page 257 257
  • Page 258 258
  • Page 259 259
  • Page 260 260
  • Page 261 261
  • Page 262 262
  • Page 263 263
  • Page 264 264
  • Page 265 265
  • Page 266 266
  • Page 267 267
  • Page 268 268
  • Page 269 269
  • Page 270 270
  • Page 271 271
  • Page 272 272
  • Page 273 273
  • Page 274 274
  • Page 275 275
  • Page 276 276
  • Page 277 277
  • Page 278 278
  • Page 279 279
  • Page 280 280
  • Page 281 281
  • Page 282 282
  • Page 283 283
  • Page 284 284
  • Page 285 285
  • Page 286 286
  • Page 287 287

Samsung ML-5015 Handleiding

Categorie
Notitieboekjes
Type
Handleiding