Sony MDS-JA555ES de handleiding

Categorie
Minidisc-spelers
Type
de handleiding
2
NL
Voorzorgsmaatregelen
Veiligheid
Mocht er een voorwerp of vloeistof in
het apparaat terecht komen, verbreek
dan de aansluiting op het stopcontact
en laat het apparaat eerst door een
deskundige controleren alvorens het
weer in gebruik te nemen.
Stroomvoorziening
Controleer, alvorens de MD-recorder
aan te sluiten, of de bedrijfsspanning
ervan overeenkomt met de plaatselijk
netspanning. De bedrijfsspanning van
het apparaat staat vermeld op het
naamplaatje dat zich aan de
achterzijde van het apparaat bevindt.
Het apparaat blijft op de stroombron
(netspanning) aangesloten zolang als
de stekker in het stopcontact zit, zelfs
indien het apparaat is uitgeschakeld.
Trek de stekker uit het stopcontact als
u denkt de MD-recorder geruime tijd
niet te gebruiken. Om de aansluiting
van de stekker op het stopcontact te
verbreken, dient u de stekker vast te
pakken, trek nooit aan het snoer zelf.
Het netsnoer mag alleen vervangen
worden bij het erkende servicebedrijf.
Bediening
Wanneer het apparaat rechtstreeks van
een koude in een warme omgeving
wordt gebracht of in een vochtige
kamer is gezet, kan er op de lenzen
binnenin de MD-recorder vocht uit de
lucht condenseren. In dat geval kan de
MD-recorder niet meer goed werken.
Verwijder in dat geval de MD en wacht
ongeveer een uur, met het apparaat
ingeschakeld, totdat het vocht verdampt
is.
Betreffende de MD
Open het schuifdeksel niet zodat het
gevoelige oppervlak van de MD
vrijkomt.
Voorkom blootstelling van de MD
aan fel zonlicht, hoge temperaturen,
vocht en stof.
WAARSCHUWING
Stel het apparaat niet bloot
aan regen of vocht, om gevaar
van brand of een elektrische
schok te voorkomen.
Open de behuizing niet, om
gevaar van elektrische
schokken te vermijden. Laat
reparaties over aan de erkende
vakman.
De laser in dit apparaat is in staat om
straling uit te zenden die de limiet
van klasse 1 overschrijdt.
Dit apparaat is geclassificeerd als een
KLASSE 1 laserproduct. Het CLASS 1
LASER PRODUCT MARKING LABEL
bevindt zich aan de achterkant van het
apparaat.
Binnenin het apparaat bevindt zich het
volgende waarschuwings label.
Voor de Klanten in Nederland
Bij dit produkt zijn
batterijen geleverd.
Wanneer deze leeg zijn,
moet u ze niet
weggooien maar
inleveren als KCA.
IN GEEN ENKELE SITUATIE KAN
DE VERKOPER AANSPRAKELIJK
WORDEN GESTELD VOOR
DIRECTE SCHADE, SECUNDAIRE
SCHADE OF WAT VOOR SCHADE
DAN OOK, VOORTVLOEIEND UIT
GEBRUIK VAN HET APPARAAT
OF EEN DEFECT HIERIN, NOCH
VOOR HIERMEE SAMEN-
HANGENDE ONKOSTEN OF
VERLIEZEN.
Reinigen
Maak de ombouw, het paneel en de
bedieningsorganen schoon met een
zachte doek, licht bevochtigd met een
oplossing van water met een mild
schoonmaak-middel. Gebruik nooit een
schuursponsje, schuurpoeder, of een
oplosmiddel zoals alcohol of
wasbenzine.
Mocht u vragen of problemen hebben
betreffende uw MD-recorder, aarzel dan
niet contact op te nemen met uw
dichtstbijzijnde Sony handelaar.
Welkom!
Dank u voor het aanschaffen van deze
Sony MD-recorder. Lees, alvorens het
apparaat in gebruik te nemen, deze
gebruiksaanwijzing aandachtig door en
bewaar deze voor eventuele naslag.
Betreffende deze
gebruiksaanwijzing
Afspraken
De aanwijzingen in deze handleiding
beschrijven de toetsen en regelaars op
de MD-recorder; tevens kunt u de
toetsen op de afstandsbediening
gebruiken met dezelfde naam of
hetzelfde symbool; waar de naam
afwijkt, wordt deze in de
aanwijzingen tussen haakjes
genoemd.
De onderstaande symbolen worden in
deze gebruiksaanwijzing gebruikt:
Z
Dit symbool verschijnt bij
bedieningshandelingen
waarvoor u de
afstandsbediening nodig hebt.
z
Dit symbool markeert handige
tips die de bediening
vereenvoudigen.
3
NL
NL
INHOUDSOPGAVE
Voorbereidingen
Uitpakken ............................................................................4
Aansluiten van het systeem .............................................4
Het CONTROL A1
-bedieningssysteem.......................6
Basisfuncties van het CONTROL A1
-
bedieningssysteem .........................................................7
Gelijkzetten van de klok ...................................................7
Opnemen op een MD........................................... 9
Afspelen van een MD ........................................ 12
Opnemen op MD’s
Opmerkingen betreffende het opnemen ..................... 13
Handige tips voor opname ............................................ 14
Instellen van het opnameniveau .................................. 16
Aanbrengen van muziekstuknummers tijdens het
opnemen (Muziekstuk-nummers aanbrengen) ..... 17
Veiligheids-opnamestart met zes seconden muziek
uit het buffergeheugen (Tijdmachine-opname) ..... 18
Synchroon-opname met een gewenste geluidsbron
(Synchroon-muziekopname) ..................................... 19
Synchroon-opname met een Sony CD-speler ............ 19
Fading-in en out van de opname (In/uit-faden) ....... 21
Opnemen op een MD met behulp van een
schakelklok ................................................................... 22
Afspelen van MD’s
Informatie in het display ............................................... 23
Opzoeken van het gewenste muziekstuk ................... 25
Opzoeken van de gewenste muziekpassage .............. 26
Herhaaldelijk afspelen van muziekstukken ............... 26
Afspelen van muziekstukken in willekeurige
volgorde (SHUFFLE weergave) ................................ 27
Afspelen van muziekstukken in een zelf gekozen
volgorde (PROGRAM weergave) ............................. 28
Nuttige tips voor het opnemen van MD’s op
cassette .......................................................................... 29
Fading-in en out van de weergave (In/uit-faden) .... 30
Afspelen van een MD met behulp van een
schakelklok ................................................................... 31
Inslapen met muziek ...................................................... 32
Veranderen van de toonhoogte
(Toonhoogteregelfunctie)........................................... 32
Instellen van de uitgang van de MD-recorder ........... 33
Afspelen met verschillende geluidskenmerken
(digitaal filter) .............................................................. 34
Montage van opgenomen MD’s
Opmerkingen betreffende muziekmontage ............... 35
Wissen van opnamen (ERASE functie) ....................... 35
Wissen van een bepaalde passage
(A-B ERASE functie) ................................................... 37
Onderverdelen van opgenomen muziekstukken
(DIVIDE functie).......................................................... 38
Samenvoegen van opgenomen muziekstukken
(COMBINE functie)..................................................... 39
Verplaatsen van opgenomen muziekstukken
(MOVE functie)............................................................ 40
Naamgeving van MD’s en opgenomen
muziekstukken (TITLE functie) ................................ 41
Ongedaan maken van de laatste wijziging
(UNDO functie) ........................................................... 45
Overige informatie
Foutmeldingen in het display ....................................... 46
Beperkingen van het systeem ....................................... 46
Verhelpen van storingen................................................ 47
Technische gegevens ...................................................... 48
Overzicht van het één-generatie kopieersysteem
(“Serial Copy Management System”) ...................... 49
Index.................................................................................. 50
Overzicht van de instelmenu’s ..................................... 52
Zelfdiagnose-functie ....................................................... 53
Voorbereidingen
4
NL
çç
çç
ç: Signaalstroom
Welke aansluitsnoeren zijn er nodig?
Audio-aansluitsnoeren (bijgeleverd) (2)
Optische aansluitsnoeren (niet bijgeleverd) (3)
Coaxiale digitale aansluitsnoeren (niet bijgeleverd)
(2)
DIGITAL
OPTICAL OUT
DIGITAL
OPTICAL IN
/
ç
ç
REC
OUT
TAPE/MD
IN
ç
ç
ç
ç
DIGITAL
COAXIAL IN
DIGITAL
COAXIAL OUT
OPTICAL
COAXIAL
COAXIAL
OUT
IN
L
R
L
R
DIGITAL OUT
CONTROL
OPT2OPT1
DIGITAL IN
LINE(ANALOG)
A1
Aansluiten van het systeem
Overzicht
In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u de MD-
recorder kunt aansluiten op een versterker of op
andere audio-apparatuur, zoals een CD-speler of een
DAT cassettedeck. Zorg dat u, alvorens de
aansluitingen te maken, alle betrokken apparatuur
uitschakelt.
Wit
(L)
Rood
(R)
Wit
(L)
Rood
(R)
naar een stopcontact
(of naar een schakelklok,
voor schakelklok-opname
of -weergave)
CD-speler, DAT
cassettedeck of
MD-recorder enz.
Versterker
CD-speler of DAT
cassettedeck enz.
Uitpakken
Controleer of u het volgende toebehoren in de
verpakking aantreft:
Audio-aansluitsnoeren (2)
Afstandsbediening RM-D39M (1)
R6 (AA-formaat) batterijen (2)
Plaatsen van de batterijen in de
afstandsbediening
U kunt deze MD-recorder bedienen via de bijgeleverde
afstandsbediening.
Plaats twee R6 (AA-formaat) batterijen in de
afstandsbediening en let hierbij goed op de plaats van
(+) en (–) polen. Richt de afstandsbediening op de
afstandsbedieningssensor g van de MD-recorder.
z Wanneer moeten de batterijen vervangen worden?
Bij normaal gebruik gaan de batterijen ongeveer
6 maanden mee. Als u het apparaat niet langer meer op
afstand kunt bedienen, vervang dan alle batterijen door
nieuwe.
Opmerkingen
Laat de afstandsbediening nooit op een erg warme of
vochtige plaats liggen.
Zorg dat er geen vreemde voorwerpen in de
afstandsbediening terecht komen. Let hier vooral op
tijdens het verwisselen van de batterijen.
Stel de afstandsbediening niet bloot aan direct zonlicht of
andere sterke lichtbronnen. Dit kan de juiste werking
ervan verstoren.
Als u denkt de afstandsbediening geruime tijd niet te
gebruiken, kunt u de batterijen er beter uit verwijderen,
om schade als gevolg van batterijlekkage en corrosie te
vermijden.
Voorbereidingen
5
NL
Voorbereidingen
Ç
Ç
COAXIAL OPT2OPT1
DIGITAL IN
OUT
DIGITAL
COAXIAL
OPTICAL
COAXIAL
DIGITAL OUT
IN
OUTIN
DIGITAL
OPTICAL
ç
Ç
COAXIAL OPT2OPT1
DIGITAL IN
OPTICAL
COAXIAL
DIGITAL OUT
ç
Ç
OUT
LINE(ANALOG)
IN
L
R
L
R
INOUT
L
R
TAPE/MD
Bij gebruik van een coaxiaal digitaal aansluitsnoer
çç
çç
ç: Signaalstroom
z Indien “Din Unlock” en “C71” op het display
verschijnen
Controleer of het optische aansluitsnoer of het coaxiale
digitale aansluitsnoer goed is aangesloten.
z Automatische omzetting van de digitale
bemonsteringsfrequenties tijdens opname
De ingebouwde bemonsteringsfrequentie-omzetter zal
automatisch de bemonsteringsfrequentie van uw
verschillende digitale geluidsbronnen omzetten in de
44,1 kHz bemonsteringsfrequentie van deze MD-
recorder. Dit stelt u in staat digitale opnamen te maken
van 32-kHz of 48-kHz DAT cassettes of satelliet-
uitzendingen, benevens CD’s en andere MD’s.
Opmerking
Als “Din Unlock” en “C71” beurtelings in het display
verschijnen of “Cannot Copy” in het display verschijnt, is
opnemen via de digitale aansluiting niet mogelijk. In dat
geval kunt u de geluidsbron slechts opnemen via de
LINE(ANALOG) IN aansluitingen en dient u de INPUT
schakelaar hiervoor op “ANALOG” te zetten.
Aansluiten van het netsnoer
Steek de stekker van het netsnoer in een stopcontact
of in de netuitgang van een schakelklok.
Aansluitingen
Aansluiten van de MD recorder op een versterker
Sluit de versterker aan op de LINE(ANALOG) IN/
OUT aansluitingen met behulp van de (bijgeleverde)
audio-aansluitsnoeren en zorg dat de rode stekkers
(voor het rechter kanaal) in de rode stekkerbussen
worden gestoken en de witte stekkers (voor het linker
kanaal) in de witte stekkerbussen. Steek de stekkers
stevig en over de volle lengte in de stekkerbussen, om
ruis en brom te vermijden.
çç
çç
ç: Signaalstroom
Aansluiten van de MD-recorder op digitale
apparatuur, zoals een CD-speler, een DAT
cassettedeck, een digitale versterker of een andere
MD-recorder
Sluit de apparatuur aan op de DIGITAL IN/OUT
aansluitingen met behulp van twee (of drie) optische
aansluitsnoeren (niet bijgeleverd) en/of twee coaxiale
digitale aansluitsnoeren (niet bijgeleverd).
Bij gebruik van optische aansluitsnoeren
Verwijder de dopjes van de stekkerbussen en steek dan de
stekkers parallel erin totdat zij goed vastzitten.
Zorg ervoor dat u de optische aansluitsnoeren niet verbuigt
of samenbindt.
U kunt het optische aansluitsnoer
zowel op OPT1 als OPT2 aansluiten.
çç
çç
ç: Signaalstroom
MD-recorder
MD-recorder
MD-recorder
Digitale apparatuur
Versterker
Digitale apparatuur
Voorbereidingen
6
NL
Het CONTROL A1 -
bedieningssysteem
Dit MD-deck is geschikt voor het CONTROL A1 -
bedieningssysteem.
Het CONTROL A1
-bedieningssysteem werd
ontworpen om geluidsinstallaties die uit meerdere
Sony-componenten bestaan, gemakkelijker te kunnen
bedienen. CONTROL A1
-aansluitingen zorgen voor
een route voor de overdracht van bedieningssignalen
die automatische bediening mogelijk maken en
functies bedienen welke doorgaans in verbinding
worden gebracht met geïntegreerde systemen.
Op dit moment maken CONTROL A1
-aansluitingen
tussen een Sony MD-deck, CD-speler, versterker
(ontvanger) en cassettedeck automatische functiekeuze
en synchroon-opname mogelijk.
In de toekomst zal de CONTROL A1
-aansluiting
werken als een multifunctionele bus waarmee u van
elke component meerdere functies kunt bedienen.
Opmerking
Het CONTROL A1 -bedieningssysteem is ontworpen voor
opwaartse compatibiliteit omdat het bedieningssysteem
wordt verbeterd om nieuwe functies te kunnen verwerken.
In dit geval zullen oudere componenten echter niet geschikt
zijn voor de nieuwe functies.
Compatibiliteit van CONTROL A1 en CONTROL
A1
Het CONTROL A1-bedieningssysteem is vernieuwd
en heet nu CONTROL A1
, het standaard systeem
in de SONY 300 disc CD-wisselaar en andere
recentelijk uitgekomen Sony-componenten.
Componenten met CONTROL A1-aansluitbussen
kunnen worden gebruikt in combinatie met
componenten met CONTROL A1
en kunnen op
elkaar worden aangesloten. In beginsel zullen de
meeste functies die beschikbaar zijn met het
CONTROL A1-bedieningssysteem ook beschikbaar
zijn met het CONTROL A1
-bedieningssysteem.
Wanneer u echter aansluitingen maakt tussen
componenten met CONTROL A1-aansluitbussen en
componenten met CONTROL A1
-aansluitbussen,
kan het aantal functies dat u kunt bedienen al naar
gelang de component beperkt zijn. Voor nadere
bijzonderheden dient u de met de betreffende
component(en) meegeleverde gebruiksaanwijzing te
raadplegen.
Aansluiten van het CONTROL A1 -
bedieningssysteem
Sluit mono (2P) ministekkerkabels in serie aan op de
CONTROL A1
-aansluitbussen op de achterkant van
elke component. U kunt maximaal tien CONTROL
A1
-compatibele componenten in elke gewenste
volgorde aansluiten. Van elk type component kunt u er
echter slechts één aansluiten (d.w.z. één CD-speler, één
MD-speler, één tapedeck en één ontvanger).
(Al naar gelang het model kunnen er echter in
bepaalde gevallen meer dan één CD-speler of MD-deck
worden aangesloten. Raadpleeg de met de betreffende
component meegeleverde gebruiksaanwijzing voor
nadere bijzonderheden.)
Voorbeeld
Bij het CONTROL A1
-bedieningssysteem verplaatsen
de bedieningssignalen zich in beide richtingen,
waardoor er geen onderscheid bestaat tussen IN- en
OUT-aansluitbussen. Indien een component beschikt
over meer dan één CONTROL A1
-aansluitbus, kunt u
beide bussen gebruiken of verschillende componenten
aansluiten op één aansluitbus.
Aansluitbussen en voorbeelden van aansluitingen
CONTROL A1-aansluitbussen en aansluitingen
Het is mogelijk om aansluitingen te maken tussen
CONTROL A1- en CONTROL A1 -aansluitbussen. Voor
bijzonderheden over bepaalde aansluitingen of
instelmogelijkheden dient u de met de betreffende
component(en) meegeleverde gebruiksaanwijzing te
raadplegen.
Aansluitkabel
Bij sommige CONTROL A1 -compatibele componenten
wordt als accessoire een aansluitkabel meegeleverd. Gebruik
in dat geval de aansluitkabel om de aansluiting te maken.
Bij gebruikmaking van een in de handel verkrijgbare kabel
dient u een mono (2P) ministekkerkabel te gebruiken met
een lengte van minder dan 2 meter en zonder weerstand
(zoals de Sony RK-G69HG).
Versterker
(Ontvanger)
CD-speler MD-deck Tapedeck Andere
component
CD-speler
MD-deck
7
NL
Voorbereidingen
§
18
W
C
PROGRAM
OPEN/CLOSE
TIME
17
V
B
SHUFFLE PRESENTRECORDED
PLAY MODE
SCROLL
16
U
A
CONTINUE
DISPLAY
MENU/NO
19
X
D
20
Y
E
YES
DATE
3
H
8
M
13
R
2
G
7
L
12
Q
1
F
6
K
11
P
4
I
9
N
14
S
5
J
10
O
15
T
FILTER
DATE
PRESENT
)0
0/)
YES~≠ AMS ±MENU/NO
r
p
P
§
(
Gelijkzetten van de klok
Wanneer u de ingebouwde klok eenmaal op de juiste
tijd hebt ingesteld, zal de MD-recorder de datum en
tijd van alle opnamen automatisch vastleggen. Dan
kunt u bij het afspelen van een opgenomen muziekstuk
de opnamedatum en -tijd ervan in het display laten
verschijnen (zie blz. 24).
De tijd wordt op deze MD-recorder aangegeven
volgens een 24-uurs cyclus.
1 Met de MD-recorder in de stopstand drukt u
tweemaal op MENU/NO zodat “Setup Menu” op
het display verschijnt.
2 Draai AMS om “Setup 16” te kiezen en druk
daarna op AMS of YES.
Nu begint de dag-aanduiding te knipperen.
3 Draai de AMS regelaar om de dag in te voeren en
druk de AMS regelaar vervolgens in.
De dag-indicatie stopt met knipperen en blijft
branden en nu begint de maand-aanduiding te
knipperen.
(Wordt vervolgd)
Basisfuncties van het CONTROL
A1 -bedieningssysteem
Automatische functiekeuze
Wanneer u CONTROL A1 -compatibele Sony-
componenten aansluit door gebruikmaking van control
A1
-kabels (niet bijgeleverd) en u de afspeeltoets van
één van de aangesloten componenten indrukt, schakelt
de functiekiezer op de versterker (of ontvanger)
automatisch over op de juiste ingang.
(Indien u ( (afspeeltoets) op het MD-deck indrukt
terwijl de CD wordt afgespeeld, schakelt de
functiekiezer op de versterker over van CD naar MD.)
Opmerkingen
Deze functie werkt alleen wanneer de componenten zijn
aangesloten op de ingangen van de versterker (of
ontvanger) in overeenstemming met de namen op de
functietoetsen. Bij bepaalde ontvangers kunt u de namen
van de functietoetsen met elkaar verwisselen. Raadpleeg
daarvoor de gebruiksaanwijzing die met de ontvanger is
meegeleverd.
Tijdens het opnemen kunt u alleen naar de opnamebron
luisteren en geen andere componenten afspelen. Hierdoor
zou namelijk de automatische keuzefunctie geactiveerd
worden.
Synchroonopname
Met deze functie kunt u synchroon opnemen van het
MD-deck naar de gekozen broncomponent, en vice
versa.
1 Stel de bronkiezer op de versterker (of ontvanger)
in op de broncomponent.
2 Zet de broncomponent in de pauzestand (de
indicators ( en P moeten beide gaan branden).
3 Zet het deck in de opnamepauzestand.
4 Druk op P op het deck.
De broncomponent schakelt over uit de
pauzestand en even later begint het opnemen.
Wanneer het afspelen van de broncomponent
eindigt, stopt het opnemen.
Opmerkingen
Zet maximaal één component in de pauzestand.
Dit MD-deck is voorzien van een speciale
synchroonopnamefunctie die gebruikmaakt van het
CONTROL A1 -bedieningssysteem (zie “Synchroon-
opnamen van een CD-speler die is aangesloten met een
CONTROL A1 -aansluitsnoer” op blz. 20).
Voorbereidingen
8
NL
4 Herhaal stap 3 om achtereenvolgens de maand,
het jaar, het uur en de juiste minuut in te voeren.
z Nauwkeurige datum- en tijdsaanduiding voor al uw
opnamen
Zet de tijd minstens een keer per week gelijk, als u
precisie wenst.
Opmerking
Als het netsnoer uit het stopcontact is getrokken, zal de
tijdinstelling zijn gewist en zal de indicatie “Initialize” in het
display gaan knipperen wanneer de MD-recorder weer
wordt ingeschakeld. Als dit zich voordoet, dient u de klok
opnieuw gelijk te zetten.
Aangeven van de huidige datum en tijd Z
Druk op DATE PRESENT.
Telkens wanneer u op deze toets drukt, verandert de
indicatie in het display als volgt:
n Huidig display n Datum n Tijd
Veranderen van de klokinstelling(en)
1
Voer de bovenstaande stappen 1 en 2 uit.
2 Druk herhaald op AMS of 0/) totdat de
instelling die u wilt veranderen, begint te
knipperen.
3 Draai AMS om de instelling te veranderen en
druk daarna op AMS of YES.
4 Om de instelling te voltooien, drukt u enkele
malen achtereen op AMS of 0/) tot geen van
de indicaties meer knippert.
9
NL
Basisbediening
Basisbediening
OFFREC PLAY
STANDBY
TIMER
PHONES
PHONE LEVEL
INPUT
PUSH ENTER
CLEAR
MENU/NO
YES
OPEN/CLOSE
REC LEVEL
RL
DIGITAL
OPT1
FILTER
OPT2
COAX
MIN MAX
ANALOG
PLAY MODE
PITCH
CONTROL
FADER
REPEAT
DISPLAY/
CHAR
SCROLL
TIME
ANALOG
1
2
3
+
4
5
6
7
8
9
10
0
REC
AMS
2
3
10
4
11
9
6,7
5,8
±
rpP(§
0)
1
Schakel de versterker in en stel in op de geluidsbron die u wilt
opnemen.
2
Druk op 1/u.
De STANDBY indicator gaat uit.
3
Druk op de § OPEN/CLOSE toets om de disc-lade te openen,
plaats daarin een voor opnemen geschikte MD en druk
nogmaals op de toets om de disc-lade te sluiten.
Als er al opnamen op de MD staan, zal de MD-recorder
automatisch met opnemen beginnen vanaf het
eind van het laatst opgenomen muziekstuk.
4
Zet INPUT in de stand voor de geluidsbron-aansluiting
waarvan u iets wilt opnemen.
Voor opnemen via Zet INPUT op
DIGITAL IN OPT1 OPT1
DIGITAL IN OPT2 OPT2
DIGITAL IN COAXIAL COAX
LINE(ANALOG) IN ANALOG
(Wordt vervolgd)
Opnemen op een MD
Label-kant boven
Basisbediening
Pijl naar binnen wijzend
Basisbediening
10
NL
5
Druk tweemaal op MENU/NO zodat “Setup Menu” in het
uitleesvenster verschijnt.
6
Draai AMS om “Setup 17” te kiezen en druk daarna op AMS.
7
Draai AMS om de functie te kiezen waarin u wilt opnemen en
druk daarna op AMS.
Om op te nemen Kies*
1
Stereo-geluid Stereo Rec
Mono-geluid*
2
Mono Rec
*
1
Tijdens de opname of opnamepauze kunt u niet de functie kiezen.
*
2
Tijdens opnemen in mono kunt u ongeveer tweemaal zo lang opnemen als
tijdens opnemen in stereo.
8
Druk op MENU/NO.
9
Druk op r REC.
De MD-recorder is nu klaar voor opname.
10
Stel het opnameniveau in.
Bij opname via de DIGITAL IN (COAXIAL, OPT1, of OPT2)
aansluiting
Stel de DIGITAL REC LEVEL-regelaar zo in dat de
piekniveaumeter op het display maximaal 0 dB aangeeft.
Voor bijzonderheden, zie blz. 16.
Bij opname via de LINE(ANALOG) IN-aansluitingen
Voor de meeste doeleinden is het voldoende om de
ANALOG REC LEVEL L/R-regelaars op 4 te zetten. Voor
bijzonderheden, zie blz. 16.
11
Druk op ( of P.
Nu begint het opnemen.
12
Start de weergave van de geluidsbron.
11
NL
Basisbediening
Basisbediening
Wispreventienokje
Schuif het nokje in de
richting van de pijl
Achterkant van de disc
Wanneer “TOC Writing” in het
display knippert
De MD-recorder is dan bezig met
bijwerken van de inhouds-opgave
(Table Of Contents). Op dit
moment mag u niet de stekker uit
het stopcontact trekken en niet
tegen de MD-recorder stoten. De
nieuw opgenomen informatie
wordt pas op de MD vastgelegd
wanneer de inhoudsopgave (TOC)
bijwerkt door de MD eruit te
nemen, of door de MD-recorder in
de wachtstand te zetten met de
1/u toets.
Trek nooit onmiddellijk na het opnemen de stekker van de MD-recorder
uit het stopcontact
Als u de stroomaansluiting verbreekt, kan het opgenomen materiaal niet naar
behoren op de MD worden vastgelegd. Na het opnemen mag u wel op de
§ OPEN/CLOSE toets drukken om de MD eruit te nemen, of op de 1/u toets
om het apparaat uit te schakelen. In het display zal dan eerst even “TOC
Writing” gaan knipperen, om aan te geven dat de informatie op de MD wordt
bijgewerkt.
Nadat “TOC Writing” stopt met knipperen en uitgaat, kunt u de stekker uit
het stopcontact trekken.
Voor Drukt u op
Stoppen met opnemen p.
Pauzeren van de opname* P. Druk nogmaals op deze toets of op ( om de
opnemen te hervatten.
Uitnemen van de MD § OPEN/CLOSE, na afloop van het opnemen.
* Telkens wanneer u pauzeert, d.w.z. het opnemen onderbreekt, wordt het
muziekstuknummer met één verhoogd. Als u bijvoorbeeld het opnemen van
muziekstuk nummer 4 onderbreekt, zal de rest van het muziekstuk bij hervatting
het nummer 5 krijgen en als afzonderlijk muziekstuk gaan gelden.
Beveiligen van een MD tegen per ongeluk wissen
Om de opnamen op een MD te beveiligen, schuift u het nokje in de richting
van de pijl, zodat er een opening ontstaat. Om opnemen mogelijk te maken,
schuift u het nokje dicht.
Basisbediening
12
NL
1
Schakel de versterker in en stel met de ingangskeuzeschakelaar
ervan in op MD-recorder.
2
Druk op 1/u.
De STANDBY indicator gaat uit.
3
Plaats een MD en sluit de disc-lade.
4
Druk op (.
Het afspelen van de MD begint. Stel de geluidssterkte naar
wens in op de versterker.
Voor Doet u het volgende:
Stoppen met afspelen Druk op p.
Pauzeren van de Druk op P. Druk nogmaals op deze
weergave toets of op ( om de weergave te hervatten.
Doorgaan naar het Draai AMS naar rechts (of druk op +
volgende muziekstuk van de afstandsbediening).
Teruggaan naar het Draai AMS naar links (of druk op =
begin van het huidige of van de afstandsbediening).
voorafgaande muziekstuk
Uitnemen van de MD Druk op § OPEN/CLOSE nadat het afspelen is
gestopt.
Afspelen van een MD
Pijl naar binnen wijzend
Labelkant boven
z In de stopstand kunt u
gemakkelijk een
muziekstuk kiezen en de
weergave ervan starten
1 Draai AMS (of druk op
= of +) tot het
nummer van het weer te
geven muziekstuk wordt
aangegeven.
2 Druk op AMS of op ( .
z Luisteren via een
hoofdtelefoon
Sluit de hoofdtelefoon aan op
de PHONES stekkerbus. Stel
de geluidssterkte naar wens
in met PHONE LEVEL .
z U kunt de afspeelsnelheid
van de MD veranderen
Zie “Veranderen van de
toonhoogte” op blz. 32.
OFFREC PLAY
STANDBY
TIMER
PHONES
PHONE LEVEL
INPUT
PUSH ENTER
CLEAR
MENU/NO
YES
OPEN/CLOSE
REC LEVEL
RL
DIGITAL
OPT1
FILTER
OPT2
COAX
MIN MAX
ANALOG
PLAY MODE
PITCH
CONTROL
FADER
REPEAT
DISPLAY/
CHAR
SCROLL
TIME
ANALOG
1
2
3
+
4
5
6
7
8
9
10
0
REC
AMS
2
3
4
±
rpP(§
0)
13
NL
Opnemen op MD’s
Bij het opnemen van een geluidsbron die is aan-
gesloten op de LINE(ANALOG) IN aansluitingen,
met de INPUT op “ANALOG”, of bij het opnemen
van een satelliet-uitzending of een DAT cassettedeck
aangesloten op een van de digitale
ingangsaansluitingen, met de INPUT in de
betreffende digitale stand en de “T.Mark Off”
instelling gekozen in het 02 Instelmenu:
Al het opgenomen materiaal zal nu gelden als één
enkel muziekstuk.
Ook bij het opnemen van een analoge geluidsbron of
een digitale zoals een DAT cassette of een satelliet-
uitzending, kunt u wel muziekstuknummers
aanbrengen, “T.Mark LSyn” is gekozen in het 02
Instelmenu (zie “Aanbrengen van muziekstuk-
nummers tijdens het opnemen” op blz. 17).
Bij opnemen vanaf een DAT cassettedeck of satelliet-
uitzending, met de INPUT ingesteld op de juiste
digitale ingang, zal de MD-recorder automatisch een
muziekstuknummer aanbrengen bij elk punt waar de
bemonsteringsfrequentie van het ingangssignaal
verandert, ongeacht de instelling in het 02
Instelmenu.
z Zowel tijdens als na het opnemen kunt u
muziekstuknummers aanbrengen
Zie voor nadere bijzonderheden de beschrijving onder
“Aanbrengen van muziekstuknummers tijdens het
opnemen” (blz. 17), resp. “Onderverdelen van
opgenomen muziekstukken” (blz. 38).
Wanneer “TOC Writing” in het display knippert
De MD-recorder is dan bezig met bijwerken van de
inhoudsopgave (Table Of Contents). Op dit moment
mag u niet de stekker uit het stopcontact trekken en de
MD-recorder niet verplaatsen. De nieuw opgenomen
muziek-informatie wordt pas op de MD vastgelegd
wanneer u de inhoudsopgave (TOC) bijwerkt door de
MD eruit te nemen, of door de MD-recorder in de
wachtstand te zetten met de 1/u toets.
Deze MD-recorder werkt volgens het SCMS één-
generatie kopieersysteem (Serial Copy Management
System, zie blz. 49)
MD’s die zijn opgenomen via een digitale
ingangsaansluiting kunnen niet op digitale wijze, via
de digitale uitgangsaansluiting, worden gekopieerd of
overgespeeld op een andere MD of een DAT cassette.
Bij opnemen en in de opnamepauzestand worden
digitale signalen die binnenkomen via de digitale
ingangsaansluitingen doorgegeven via de digitale
uitgangsaansluiting met dezelfde, oorspronkelijke
bemonsteringsfrequentie.
Om een inkomend digitaal signaal voor het uitsturen
om te zetten naar een andere bemonsteringsfrequentie
(zonder het signaal op een MD op te nemen), gebruikt
u de ingangscontrolefunctie (zie blz. 14).
Opmerkingen betreffende het
opnemen
Indien “Protected” en “C11” beurtelings in het
display verschijnen
De MD is beveiligd tegen opnemen. Schuif het
wispreventienokje om de uitsparing af te dekken (zie
de paragraaf “Beveiligen van een MD tegen per
ongeluk wissen” op bladzijde 11).
Indien ”Din Unlock“ en ”C71“ beurtelings in het
display verschijnen
Dan is de digitale geluidsbron die u wilt opnemen
niet aangesloten op de aansluiting die u met de
INPUT hebt gekozen in stap 4 op blz. 9.
Om nu verder te gaan, sluit u de apparatuur voor
opname aan op de juiste ingangsaansluiting.
De geluidsbron staat niet ingeschakeld.
Schakel de geluidsbron in.
Afhankelijk van de menu-instellingen en de
geluidsbron die wordt opgenomen, zullen
muziekstuknummers als volgt worden aangebracht:
Tijdens opnemen van een CD-speler of MD-recorder
met de INPUT ingesteld op COAX, OPT1 of OPT2 en
de opnamebron aangesloten op de respectieve
digitale aansluiting:
Nu zal de MD-recorder de muziekstuknummers
automatisch aanbrengen in dezelfde volgorde als op
de opnamebron. Als een muziekstuk echter meer-
dere malen wordt afgespeeld (bij voorbeeld door
herhaalde weergave van een enkel muziekstuk) of er
twee of meer muziekstukken zijn met hetzelfde
nummer (dus van verschillende MD’s of CD’s), zal
dit muziekstuk of stel muziekstukken als één
doorlopend nummer worden opgenomen. Overigens
zullen bij opnemen vanaf een CD-speler
muziekstukken met een speelduur korter dan
4 seconden niet van een nummer worden voorzien.
Tijdens opnemen van sommige CD-spelers en multi-
disc-spelers die zijn aangesloten op een van de digi-
tale ingangsaansluitingen, met de INPUT ingesteld
op de overeenkomstige digitale positie:
Het is mogelijk dat de MD-recorder de muziek-
stuknummers niet automatisch zal aanbrengen. In
zo’n geval dient u de muziekstuk-nummers na het
opnemen aan te brengen met behulp van de DIVIDE
functie (zie “Onderverdelen van opgenomen
muziekstukken” op blz. 38).
Opnemen op MD’s
Opnemen op MD’s
14
NL
§ OPEN/CLOSE
AMS ±
r REC
(
p
INPUT DISPLAY/CHAR MENU/NO
TIME
r
p
P
(
§
0)
Handige tips voor opname
Controleren van de resterende opnameduur
op de MD
Druk op TIME.
Telkens wanneer u op TIME drukt als de MD-
recorder in de stopstand staat, geeft het display om
en om de totale opgenomen speelduur en de
resterende opnameduur aan op de MD (zie blz. 23).
Telkens wanneer u tijdens het opnemen op de TIME
toets drukt, verschijnen de opnametijd van het
huidige muziekstuk en de resterende opnameduur
op de MD beurtelings in het display.
Veranderen van het display tijdens het
opnemen
Elke keer wanneer u op DISPLAY/CHAR (of
DISPLAY) drukt terwijl de MD-recorder bezig is met
opnemen, verandert het display als volgt:
Controleren van het ingangssignaal
(ingangscontrole voor opname)
Voor u begint met opnemen, kunt u het gekozen
ingangssignaal controleren via de
uitgangsaansluitingen van de MD-recorder.
1 Druk op § OPEN/CLOSE en verwijder de MD.
2 Stel met INPUT in op de aansluitingen van de
gekozen geluidsbron.
Met INPUT in de “ANALOG” stand
Het analoge signaal dat binnenkomt via de
LINE(ANALOG) IN aansluitingen wordt na
analoog/digitaal omzetting doorgegeven aan de
respectieve DIGITAL OUT aansluiting, en
vervolgens na digitaal/analoog (terug) omzetting
doorgegeven via de LINE(ANALOG) OUT
aansluitingen en de PHONES hoofdtelefoon-
aansluiting.
Met INPUT ingesteld op “OPT1”, “OPT2” of
“COAX”
Het digitale signaal dat binnenkomt via de
respectieve DIGITAL IN aansluiting wordt na
verwerking door de bemonsteringsfrequentie-
omzetter doorgegeven via de respectieve DIGITAL
OUT aansluiting, en vervolgens na digitaal/
analoog omzetting doorgegeven via de
LINE(ANALOG) OUT aansluitingen en de
PHONES hoofdtelefoon-aansluiting.
3 Druk op r REC.
Als INPUT in de “ANALOG” stand staat, zal het
display “AD-DA” aangeven.
Als INPUT op “OPT1”, “OPT2” of “COAX” staat,
zal het display “-DA” aangeven.
Als “Auto Cut” in het display verschijnt
(automatische afslag)
De afslagfunctie is dan in werking getreden, omdat er
al meer dan 30 seconden lang geen ingangssignaal is
waargenomen. De MD-recorder schakelt over naar de
opname-pauzestand en de 30 seconden stilte worden
vervangen door een pauze van 3 seconden.
Als de MD-recorder na het in werking treden van de
“Auto Cut” functie ongeveer 10 minuten in de
pauzestand blijft staan, zal het opnemen automatisch
stoppen.
Let erop dat de “Auto Cut” functie niet geactiveerd zal
worden wanneer het opnemen werd gestart vanaf het
stille gedeelte, zelfs indien er ongeveer 30 seconden
lang geen ingangssignaal werd waargenomen.
z U kunt de automatische afslagfunctie desgewenst
uitschakelen
Zie voor nadere bijzonderheden de onderstaande
paragraaf “Uitschakelen van de “Smart Space” functie
en “Auto Cut” functie” op blz. 15. Overigens zal bij
uitschakelen van de “Auto Cut” functie tevens de
“Smart Space” functie worden uitgeschakeld.
Normale indicatie
Indrukken
Display van opnameniveau
Indrukken
Display van bemonsteringsfrequentie (FS)
Indrukken
Uitleesvenster “DF” (digitaal filter)
Indrukken
15
NL
Opnemen op MD’s
Als “Smart Space” in het display verschijnt
(inkorten van te lange pauzes)
Dan is er tijdens het opnemen een stilte van 4 tot
30 seconden lengte geweest. Deze stilte wordt
vervangen door een standaard-pauze van 3 seconden
en dan gaat het opnemen op de MD verder. Na deze
pauze van 3 seconden kan er wel eens geen nieuw
muziekstuknummer worden aangebracht. Bovendien
zal de “Smart Space” functie niet geactiveerd worden
wanneer het opnemen werd gestart vanaf het stille
gedeelte, zelfs indien er een aangehouden stilte van 4
tot 30 seconden is geweest.
Uitschakelen van de “Smart Space” functie en
“Auto Cut” functie
1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in,
zodat “Setup Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS om “Setup 05” te kiezen en druk dan
AMS in.
3 Draai AMS om in te stellen op “S.Space Off” en
druk dan AMS in.
4 Druk op MENU/NO.
Weer inschakelen van de “Smart Space” functie en
“Auto Cut” functie
1 Volg de aanwijzingen 1 en 2 onder “Uitschakelen
van de “Smart Space” functie en “Auto Cut”
functie” hierboven.
2 Draai AMS om in te stellen op “S.Space On” en
druk dan AMS in.
3 Druk op MENU/NO.
Opmerkingen
Bij uitschakelen van de “Smart Space” functie wordt
tevens de “Auto Cut” functie uitgeschakeld.
Bij aflevering van het apparaat zijn zowel de “Smart
Space” functie als de “Auto Cut” functie ingeschakeld.
Als u de MD-recorder uitschakelt of de stekker uit het
stopcontact trekt, onthoudt het apparaat de laatste
instelling (Aan of Uit) van de “Smart Space” functie en
“Auto Cut” functie, zodat deze weer net zo geldt wanneer
u de MD-recorder weer inschakelt.
Omschakelen van de bitlengte
U kunt de opnamekwaliteit verbeteren door de
bitlengte aan te passen aan de CD-speler, het DAT-
deck of andere digitale apparatuur die is aangesloten
op de digitale ingangsaansluiting.
1 Met de MD-recorder in de stopstand drukt u
tweemaal op MENU/NO zodat “Setup Menu” op
het display verschijnt.
2 Draai AMS om “Setup 12” te kiezen en druk
daarna op AMS.
3 Draai AMS om de gewenste bitlengte te kiezen en
druk daarna op AMS.
4 Druk op MENU/NO.
Opmerkingen
Deze functie werkt alleen voor de digitale signaalingang
via de digitale ingangsaansluiting.
De bitlengte is gewoonlijk ingesteld op 20 bit, maar u kunt
kiezen uit 24, 20 en 16 bit.
Indien u de bitlengte tijdens het opnemen omschakelt, zal
het geluid tijdelijk wegvallen.
Afspelen van zojuist opgenomen
muziekstukken
Voer deze bedieningshandelingen uit als u
muziekstukken die zojuist zijn opgenomen,
onmiddellijk wilt afspelen.
Druk, onmiddellijk nadat het opnemen is stopgezet,
op (.
Het afspelen start nu vanaf het eerste muziekstuk van
het materiaal dat zojuist is opgenomen.
Na opnemen direct het afspelen starten vanaf het
eerste muziekstuk van de MD
1 Druk nadat het opnemen gestopt is, nogmaals op p.
2 Druk op (.
Het afspelen start vanaf het eerste muziekstuk van
de MD.
Opnemen over bestaande muziekstukken
heen
Volg de onderstaande aanwijzingen om een nieuwe
opname te maken over bestaand materiaal heen, net
zoals op een analoge cassetteband.
1 Volg de aanwijzingen 1 t/m 8 onder “Opnemen
op een MD” op blz. 9 en 10.
2 Draai AMS (of druk op = of +) tot in het
display het nummer verschijnt van het
muziekstuk waarover u een nieuw stuk muziek
e.d. wilt opnemen.
3 Om op te nemen vanaf het begin van het
muziekstuk, vervolgt u nu met stap 9 onder
“Opnemen op een MD” op blz. 10.
z Wanneer “Tr” in het display knippert
De MD-recorder is dan bezig op te nemen over een
bestaand muziekstuk, en wanneer het einde van het
bestaande muziekstuk bereikt wordt, stopt de indicatie
met knipperen.
z Voor opnemen vanaf het midden van een bestaand
muziekstuk
1 Druk na de bovenstaande stap 2 op ( om de
weergave te starten.
2 Druk op P bij het punt waar u wilt beginnen met
opnemen.
3 Vervolg nu met stap 9 onder “Opnemen op een MD”
op blz. 10.
Opmerking
Opnemen vanaf het midden van een bestaand muziekstuk is
niet mogelijk wanneer “PROGRAM” of “SHUFFLE” wordt
aangegeven.
Opnemen op MD’s
16
NL
P.HOLD
DIGITAL REC LEVEL
/ANALOG OUT LEVEL +/–
18
W
23
NUM
!
A˜B
17
V
22
CHAR
?
REPEAT
WRITE CLEAR
16
U
21
Z
NAME
/
>
25
19
X
24
.
(
P.HOLD
A.SPACE
+
STANDBY
=
START
P
STOP
T.REC MUSIC SYNC
20
Y
25
,
)
M.SCAN
0
=
·
)
+ r
P p
CD-SYNC
CD PLAYER FADER
DIGITAL REC LEVEL
/ANALOG OUT LEVEL
Instellen van het
opnameniveau
U kunt het opnameniveau instellen alvorens de
opname te starten.
Instellen van het digitale opnameniveau
Gewoonlijk hoeft u het digitale opnameniveau niet in
te stellen. Het niveau wordt meestal ingesteld wanneer
het niveau van de bron te laag is.
1 Volg de aanwijzingen 1 t/m 9 onder “Opnemen
op een MD” op blz. 9 en 10.
2 Speel het gedeelte met de luidste passages (het
krachtigste ingangssignaal) af.
3 Terwijl u meeluistert naar het geluid, draait u de
DIGITAL REC LEVEL (of drukt u op DIGITAL
REC LEVEL/ANALOG OUT LEVEL +/–) om het
opnameniveau zo in te stellen dat de
piekniveaumeters hun hoogste punt bereiken
zonder dat de OVER-indicatie wordt
ingeschakeld. Incidenteel branden van “OVER” is
aanvaardbaar.
Indien het niveau van de digitale signalen van de
bron te laag is, kan het opnameniveau niet altijd
op de hoogste stand worden ingesteld.
OVER indicatie
4 Stop de weergave van de opname-geluidsbron.
5 Om te beginnen met opnemen, volgt u de
aanwijzingen vanaf stap 11 onder “Opnemen op
een MD” op blz. 10.
z Met de piek-vasthoudfunctie kunt u de uitslag van
de niveaumeters bij de hoogste signaalpieken
vasthouden
Om de piek-vasthoudfunctie in te schakelen door
instelling 06 van het Instelmenu
1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in, zodat
“Setup Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS om “Setup 06” te kiezen en druk dan
AMS in.
3 Draai AMS om in te stellen op “P.Hold On” en druk
vervolgens AMS in.
4 Druk op MENU/NO.
Om de piek-vasthoudfunctie in te stellen door
gebruikmaking van de afstandsbediening
Druk op P.HOLD zodat “P.Hold On” op het display
verschijnt.
Om de piek-vasthoudfunctie uit te schakelen, kiest u
“P.Hold Off” in stap 3 hierboven. (Of druk op P.HOLD
op de afstandsbediening zodat “P.Hold Off” op het
display verschijnt.)
Instellen van het analoge opnameniveau
1
Volg de aanwijzingen 1 t/m 9 onder “Opnemen
op een MD” op blz. 9 en 10.
2 Speel het gedeelte met de luidste passages (het
krachtigste ingangssignaal) af.
3 Terwijl u meeluistert naar het geluid, draait u de
ANALOG REC LEVEL L/R om het
opnameniveau in te stellen.
Indien het uitgangsniveau van de aangesloten
component te laag is, kan het niet mogelijk zijn
het opnameniveau op de maximale waarde in te
stellen.
4 Stop de weergave van de opname-geluidsbron.
5 Om te beginnen met opnemen, volgt u de
aanwijzingen vanaf stap 11 onder “Opnemen op
een MD” op blz. 10.
r
p
P
(
§
0)
MENU/NO
AMS ±
DIGITAL REC LEVEL
ANALOG REC LEVEL L/R
17
NL
Opnemen op MD’s
)0
~≠ AMS ±MENU/NO
r
p
P
§
(
r REC
Aanbrengen van
muziekstuknummers tijdens
het opnemen (Muziekstuk-
nummers aanbrengen)
U kunt muziekstuknummers zowel handmatig als
automatisch aanbrengen. Door op specifieke punten
muziekstuknummers aan te brengen, kunt u de
muziekstukken later snel en gemakkelijk terugvinden
met behulp van de AMS functie of de montagefuncties.
Handmatig aanbrengen van muziekstuk-
nummers
U kunt tijdens het opnemen op ieder gewenst tijdstip,
op iedere willekeurige plaats op de MD een
muziekstuknummer aanbrengen.
Druk tijdens het opnemen op r REC bij de plaats waar
u een muziekstuknummer wilt aanbrengen.
Automatisch aanbrengen van
muziekstuknummers
De MD-recorder brengt de muziekstuknummers op
verschillende wijzen aan, als volgt:
Bij het opnemen van CD’s of MD’s, met INPUT
ingesteld op OPT1, OPT2 of COAX:
De MD-recorder brengt muziekstuknummers
automatisch aan.
De functie voor het automatisch aanbrengen van
muziekstuknummers zal echter niet werken wanneer
u opneemt van sommige CD-spelers en multidisc-
spelers.
In alle andere gevallen:
Als “T.Mark LSyn” in Instelmenu 02 is gekozen,
brengt de MD-recorder een nieuw
muziekstuknummer aan telkens wanneer het
opgenomen signaal gedurende ongeveer anderhalve
seconde of langer tot of beneden een bepaald peil
daalt om vervolgens weer tot een bepaald
peil te stijgen.
Om in te stellen op “T.Mark Off” of “T.Mark LSyn” in
Instelmenu 02, volgt u de onderstaande aanwijzingen:
1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in,
zodat “Setup Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS om “Setup 02” te laten verschijnen en
druk AMS dan in.
3 Draai AMS om in te stellen op “T.Mark Off” of
“T.Mark LSyn” en druk AMS weer in.
“L.SYNC” gaat branden als u instelt op
“T.Mark LSyn”.
4 Druk op MENU/NO.
z U kunt het stiltepeil instellen dat nodig is voor het
aanbrengen van een nieuw muziekstuknummer
Bij het automatisch aanbrengen van
muziekstuknummers moet het ingangssignaal
gedurende 1,5 seconde of langer beneden een bepaald
peil blijven, om daarna tot een krachtiger peil aan te
zwellen, vóór de MD-recorder bij dat punt een nieuw
muziekstuknummer aanbrengt.
Ga voor het instellen van het stiltepeil als volgt te werk.
Let erop dat “T.Mark LSyn” in Instelmenu 02 gekozen
moet zijn.
1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in,
zodat “Setup Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS om “Setup 03”te kiezen en druk AMS
dan in.
3 Draai AMS om het stiltepeil in te stellen.
U kunt het stiltepeil instellen van –72 dB tot 0 dB in
stapjes van 2 dB.
4 Druk na het instellen van het stiltepeil weer op AMS.
5 Druk op MENU/NO.
Opmerking
Als u de MD-recorder uitschakelt of de stekker uit het
stopcontact trekt, onthoudt het apparaat de laatste instelling
van de automatische muziekstuknummer-aanbrengfunctie
(“T.Mark LSyn” of “T.Mark Off”), zodat deze weer net zo
geldt wanneer u de MD-recorder weer inschakelt.
Opnemen op MD’s
18
NL
T.REC
NUM
!
A˜B
CHAR
?
REPEAT
WRITE CLEAR
NAME
/
>
25
(
P.HOLD
A.SPACE
+
STANDBY
=
START
P
STOP
T.REC MUSIC SYNC
)
M.SCAN
0
=
·
)
+ r
P p
CD-SYNC
CD PLAYER FADER
DIGITAL REC LEVEL
/ANALOG OUT LEVEL
r
p
P
(
§
0)
AMS ±
Stoppen met de tijdmachine-opname
Druk op p.
Opmerking
De MD-recorder begint met het opslaan van audio-gegevens
wanneer de recorder in de opname-pauzestand staat en en u
de weergave van de geluidsbron start. Wanneer de
geluidsbron nog geen 6 seconden lang aan staat, zijn er dus
nog geen 6 seconden aan audiogegevens in het
buffergeheugen opgeslagen, en dan zal de tijdmachine-
opname beginnen met minder dan 6 seconden aan audio-
gegevens.
Veiligheids-opnamestart met
zes seconden muziek uit het
buffergeheugen (Tijdmachine-
opname)
Bij opnemen van een FM radio-uitzending of een
satelliet-uitzending kunnen de eerste paar seconden
van de uitzending vaak verloren gaan, omdat het even
kan duren voor u tot opnemen besluit en op de
opnametoets drukt. Om dit verlies van het begin van
muziekstukken e.d. tegen te gaan, is dit apparaat
voorzien van de tijdmachine-opnamefunctie, die
voortdurend de laatste 6 seconden aan audio-gegevens
in een buffergeheugen bewaart, zodat bij de
opnamestart eerst deze 6 seconden aan audio-gegevens
worden opgenomen, zoals in onderstaande afbeelding
aangegeven.
1 Volg de aanwijzingen 1 t/m 9 onder “Opnemen
op een MD” op blz. 9 en 10.
De MD-recorder komt dan in de
opnamepauzestand te staan.
2 Start de weergave van de geluidsbron die u wilt
opnemen.
Vanaf dit ogenblik worden nu doorlopend de
laatste 6 seconden aan audiogegevens in een
buffergeheugen opgeslagen.
3 Druk op AMS (of T.REC) om de tijdmachine-
opname te starten.
De opname begint nu met de 6 seconden aan
audiogegevens uit het buffergeheugen.
Begin van het programma
dat u wilt opnemen
Tijd
Indrukken van
AMS in stap 3
Einde van het programma
dat u wilt opnemen
Opgenomen
gedeelte
Audiogegevens in een 6-seconden buffergeheugen
19
NL
Opnemen op MD’s
23
NUM
!
A˜B
22
CHAR
?
REPEAT
WRITE CLEAR
21
Z
NAME
/
>
25
24
.
(
P.HOLD
A.SPACE
+
STANDBY
=
START
P
STOP
T.REC MUSIC SYNC
25
,
)
M.SCAN
0
=
·
)
+ r
P p
CD-SYNC
CD PLAYER FADER
MUSIC SYNC
DIGITAL REC LEVEL
/ANALOG OUT LEVEL
Synchroon-opname met een
gewenste geluidsbron
(Synchroon-muziekopname) Z
Met behulp van de MUSIC SYNC toets kunt u het
opnemen automatisch gelijktijdig laten starten met het
inkomend signaal van de opname-geluidsbron.
Hierbij kan het markeren van muziekstuknummers op
verschillende manieren verlopen, afhankelijk van de
opgenomen geluidsbron en de instelling in Instelmenu
02 (zie de “Opmerkingen betreffende het opnemen” op
blz. 13).
1 Volg de aanwijzingen 1 t/m 8 onder “Opnemen
op een MD” op blz. 9 en 10.
2 Druk op MUSIC SYNC.
De MD-recorder komt dan in de
opnamepauzestand te staan.
3 Start de weergave van de op te nemen
geluidsbron.
De MD-recorder zal nu automatisch met opnemen
beginnen.
Uitschakelen van de synchroon-muziekopname
Druk op p.
Opmerking
Bij de synchroon-muziekopname zullen de “Smart Space”
functie en “Auto Cut” functie automatisch worden
ingeschakeld, ongeacht de door u gekozen instelling (Aan of
Uit) of het soort ingangssignalen (digitaal of analoog).
Synchroon-opname met een
Sony CD-speler Z
Als u deze MD-recorder op een Sony CD-speler of een
hi-fi installatie aansluit, kunt u snel en gemakkelijk
CD’s op MD’s opnemen met behulp van de CD
synchroon-opnametoetsen op de afstands-bediening.
Als uw MD-recorder op een Sony CD-speler is
aangesloten met een digitaal aansluitsnoer, worden er
bovendien muziekstuknummers aangebracht in
dezelfde volgorde als op de CD, ook al is er ingesteld
op “T.Mark Off” in Instelmenu 02. Als de MD-recorder
is aangesloten op een Sony CD-speler met audio-
aansluitsnoeren via de LINE(ANALOG) IN
aansluitingen, dan worden de muziekstuknummers
alleen automatisch aangebracht als u hebt ingesteld op
“T.Mark LSyn” in Instelmenu 02 (zie blz. 17).
Aangezien u met dezelfde afstandsbediening zowel de
MD-recorder als de CD-speler bedient, kan de
bediening wel eens moeilijk zijn als de CD-speler te ver
van de MD-recorder staat. Zet deze apparaten daarom
dicht bij elkaar.
1 Zet de ingangskeuzeschakelaar van de versterker
in de stand voor weergave van CD’s.
2 Volg de aanwijzingen 2 t/m 8 onder “Opnemen
op een MD” op blz. 9 en 10, om de MD-recorder
klaar voor opname te zetten.
3 Plaats een CD in de CD-speler.
4 Kies op de CD-speler de gewenste afspeelfunctie
(SHUFFLE weergave, PROGRAM weergave, etc.).
5 Druk op STANDBY.
De CD-speler komt in de weergave-pauzestand te
staan en de MD-recorder in de opname-
pauzestand.
(Wordt vervolgd)
23
NUM
!
A˜B
22
CHAR
?
REPEAT
WRITE CLEAR
21
Z
NAME
/
>
25
24
.
(
P.HOLD
A.SPACE
+
STANDBY
=
START
P
STOP
T.REC MUSIC SYNC
25
,
)
M.SCAN
0
=
·
)
+ r
P p
CD-SYNC
CD PLAYER FADER
DIGITAL REC LEVEL
/ANALOG OUT LEVEL
STANDBY
STOP
START
CD PLAYER P
Opnemen op MD’s
20
NL
6 Druk op START.
De MD-recorder begint met opnemen en de CD-
speler begint met afspelen.
Het muziekstuknummer en de verstreken
speelduur van het muziekstuk verschijnen in het
display.
Als de weergave van de CD-speler niet start
Bij sommige CD-spelers zal de weergave niet
beginnen als u op START van de afstands-
bediening drukt. In een dergelijk geval dient u in
plaats hiervan P op de afstandsbediening van de
CD-speler zelf in te drukken.
7 Druk op STOP wanneer u de synchroon-opname
wilt stoppen.
Tijdelijk onderbreken van de opname
Druk op STANDBY of op CD PLAYER P.
Om de opname hierna te hervatten, drukt u op START
of nogmaals op CD PLAYER P.
Telkens wanneer u de opname onderbreekt, wordt er
een nieuw muziekstuknummer aangebracht.
Opmerkingen
Wanneer de afstandsbediening van de MD-recorder een
functieschakelaar heeft voor afstandsbediening van de
CD-speler, dient u deze in te stellen op CD1.
De MD-recorder zal mogelijk niet automatisch
muziekstuknummers aanbrengen wanneer u opneemt van
sommige CD-spelers.
z Tijdens synchroon-opname kunt u ook de
afstandsbediening van de CD-speler gebruiken
Bij indrukken van p, stopt de CD-speler en komt de
MD-recorder in de opnamepauzestand te staan.
Bij indrukken van P, pauzeert de CD-speler en komt de
MD-recorder in de opnamepauzestand te staan.
Om de synchroon-opname te hervatten, drukt u op ·.
z U kunt van CD’s wisselen en hierna weer doorgaan
met de CD synchroon-opname
Voer, in plaats van de bovenstaande stap 7, de volgende
bedieningshandelingen uit.
1 Druk op p op de afstandsbediening van de
CD-speler.
De MD-recorder komt in de opnamepauzestand te
staan.
2 Verwissel de CD.
3 Druk op · op de afstandsbediening van de
CD-speler.
De CD synchroon-opname gaat nu weer verder.
z Synchroon-opname is ook mogelijk met een Sony
video-CD speler
Op dezelfde wijze als voor het synchroon opnemen met
een Sony muziek-CD speler, kunt u ook synchroon-
opnamen maken met een Sony video-CD speler.
Om in te stellen op de video-CD speler, dient u echter
voor u begint eerst nummertoets 2 tegelijk met de 1/u
toets van de afstandsbediening in te drukken.
Om de CD-speler weer te kiezen, drukt u nummertoets
1 tegelijk met de 1/u toets in.
De MD-recorder staat bij aflevering ingesteld op
synchroon-opname met een gewone muziek-CD speler.
z U kunt de resterende opnameduur op de MD
controleren
Druk op TIME (zie blz. 23).
z Tijdens synchroon-opname kopieert de MD-recorder
de CD-tekstgegevens (CD-tekst en disc-memo’s)
ongewijzigd naar de MD (disc-memokopieerfunctie)
De disc-memokopieerfunctie werkt wanneer u een
synchroon-opname maakt van een Sony CD-speler die
via een CONTROL A1 -aansluitsnoer is aangesloten op
de MD-recorder.
Opmerkingen
Bij uiterst korte CD-muziekstukken zal de disc-
memokopieerfunctie soms niet werken.
Bij sommige CD’s bestaat de kans dat de tekstgegevens
niet gekopieerd worden.
Synchroon-opnamen van een CD-speler die
is aangesloten met een CONTROL A1
-
aansluitsnoer
U kunt een synchroon-opname maken van een Sony
CD-speler waarvan een CONTROL A1
-aansluiting
via een CONTROL A1
-aansluitsnoer is verbonden
met de MD-recorder.
1 Schakel de versterker in en zet de
bronkeuzeschakelaar op CD.
2 Verricht de stappen 2 t/m 8 van “Opnemen op
een MD” op blz. 9 en 10.
3 Zet de CD-speler in de afspeelstand (bijv. afspelen
in geprogrammeerde of willekeurige volgorde)
die u wilt gebruiken voor de opname op de MD-
recorder.
4 Zet de CD-speler in de pauzestand voor afspelen.
(· en P gaan beide branden.)
5 Druk op r REC op de MD-recorder.
De MD-recorder bevindt zich nu in de stand-by
stand voor opnemen.
6 Druk op P op de MD-recorder.
De pauzestand van de CD-speler wordt
opgeheven en de opname begint. Wanneer het
afspelen van de CD is beëindigd, stopt de
opname.
21
NL
Opnemen op MD’s
23
NUM
!
A˜B
22
CHAR
?
REPEAT
WRITE CLEAR
21
Z
NAME
/
>
25
24
.
(
P.HOLD
A.SPACE
+
STANDBY
=
START
P
STOP
T.REC MUSIC SYNC
25
,
)
M.SCAN
0
=
·
)
+ r
P p
CD-SYNC
CD PLAYER FADER
DIGITAL REC LEVEL
/ANALOG OUT LEVEL
FADER
FADER
Fading-in en out van de
opname (In/uit-faden)
Met de “FADE” functie kunt u het geluid aan het begin
van de opname geleidelijk laten opkomen (In-faden
van de opname) en/of het geluid aan het eind
geleidelijk laten wegsterven (Uit-faden van de
opname).
Deze functie is bijvoorbeeld handig als u het geluid
niet abrupt wilt laten afbreken aan het eind van de
MD.
In-faden van de opname
Druk in de opnamepauzestand op FADER bij het punt
waar u het geluid geleidelijk wilt laten opkomen.
“Fade Z 3.2s” verschijnt in het display waarvan Z
knippert en de MD-recorder neemt het geluid
langzaam opkomend op tot de teller de stand “0.0s”
bereikt.
Uit-faden van de opname
Druk tijdens het opnemen op FADER bij het punt waar
u het geluid geleidelijk wilt laten wegsterven.
“Fade z 3.2s” verschijnt in het display waarvan z
knippert en de MD-recorder laat het geluid wegsterven
tot de teller de stand “0.0s” bereikt.
Na afloop van het uit-faden komt de MD-recorder in
de opnamepauzestand te staan.
z U kunt de tijdsduur voor het in- en uit-faden
afzonderlijk naar wens instellen
1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in,
zodat “Setup Menu” in het display verschijnt.
2 Voor instellen van de tijdsduur voor het in-faden:
Draai AMS om “Setup 08” te kiezen en druk AMS in.
Voor instellen van de tijdsduur voor het uit-faden:
Draai AMS om “Setup 09” te kiezen en druk AMS
dan in.
3 Draai AMS om de gewenste tijdsduur voor het in-,
resp. uit-faden te kiezen.
Voor zowel het in-faden als het uit-faden kunt u de
tijd instellen (in stapjes van 0,1 seconde).
4 Druk na het instellen van de fade-tijdsduur weer op
AMS.
5 Druk op MENU/NO.
Opnemen op MD’s
22
NL
r
p
P
(
§
0)
p
TIMER
Opnemen op een MD met
behulp van een schakelklok
Door het aansluiten van een audio-schakelklok (niet
bijgeleverd) op deze MD-recorder kunt u het opnemen
laten beginnen en eindigen op van tevoren ingestelde
tijdstippen. Zie voor nadere bijzonderheden over het
aansluiten van de schakelklok en het instellen van de
begin- en eindtijden de bijgeleverde
gebruiksaanwijzing van de schakelklok.
1 Volg de aanwijzingen 1 t/m 10 onder “Opnemen
op een MD” op blz. 9 en 10.
2 Als u alleen de begintijd voor het opnemen wilt
instellen, drukt u op p.
Als u alleen de eindtijd voor het opnemen wilt
instellen, volgt u de aanwijzingen 11 en 12 onder
“Opnemen op een MD” op blz. 10.
Als u zowel de begintijd als de eindtijd voor het
opnemen wilt instellen, drukt u op p.
3 Zet TIMER van de MD-recorder op “REC”.
4 Stel de schakelklok in op de gewenste begintijd
en/of eindtijd voor de opname.
Als u op de schakelklok de begintijd voor het
opnemen hebt ingesteld, zal de MD-recorder
automatisch worden uitgeschakeld. Bij het
bereiken van de ingestelde begintijd wordt de
MD-recorder ingeschakeld en begint dan met
opnemen.
Als u alleen de eindtijd voor het opnemen hebt
ingesteld en reeds met opnemen bent begonnen,
gaat de MD-recorder door met opnemen. Bij het
bereiken van de door u ingestelde eindtijd stopt
de MD-recorder en wordt dan uitgeschakeld.
Als u zowel de begintijd als de eindtijd voor het
opnemen hebt ingesteld, wordt de MD-recorder
uitgeschakeld. Bij het bereiken van de begintijd
wordt de MD-recorder ingeschakeld en begint
dan met opnemen. Op de ingestelde eindtijd
stopt de MD-recorder met opnemen en wordt
dan uitgeschakeld.
5 Na afloop van de schakelklok-opname zet u
TIMER van de MD-recorder terug op “OFF”.
Vervolgens zet u de MD-recorder in de stand-by
stand door de netsnoerstekker in het stopcontact
te steken of de audio-schakelklok terug te zetten
in de stand voor normale werking.
Als u TIMER in de “REC” stand laat staan, zal
de MD-recorder bij de eerstvolgende keer dat u
het apparaat inschakelt, automatisch beginnen
met opnemen.
Als u de MD-recorder niet binnen een week na
afloop van de schakelklokopname in de stand-by
stand zet, kunnen de opgenomen gegevens
verloren gaan.
Zorg dat u de MD-recorder in de stand-by stand zet
binnen een week na afloop van de schakelklok-
opname
De inhoudsopgave (TOC) van de MD wordt bijgewerkt
en de opgenomen muziekgegevens worden vastgelegd
wanneer u de MD-recorder inschakelt. Als de opname-
gegevens verloren zijn gegaan, zal de aanduiding
“Initialize” gaan knipperen wanneer u de MD-recorder
weer inschakelt.
Opmerkingen
De opname begint pas ongeveer 30 seconden nadat de
MD-recorder is ingeschakeld. Houd rekening met deze
korte vertraging wanneer u de begintijd voor opnemen
met de schakelklok instelt.
Tijdens schakelklok-opname zal, als de MD reeds
opnamen bevat, het nieuwe materiaal automatisch achter
de bestaande opnamen worden vastgelegd.
Het materiaal van de gemaakte schakelklokopname zal bij
inschakelen van de MD-recorder op de MD worden
vastgelegd. De aanduiding “TOC” zal dan in het display
knipperen. Zorg er voor dat u de MD-recorder niet
beweegt en de stekker van het netsnoer niet uit het
stopcontact trekt zolang deze “TOC” indicatie knippert.
De schakelklok-opname zal worden stopgezet als de MD
vol is.
23
NL
Afspelen van MD’s
§
18
W
23
C
PROGRAM
OPEN/CLOSE
TIME
NUM
!
A˜B
17
V
22
B
SHUFFLE PRESENTRECORDED
PLAY MODE
SCROLL
CHAR
?
REPEAT
WRITE CLEAR
16
U
21
Z
A
CONTINUE
DISPLAY
NAME
/
>
25
MENU/NO
19
X
24
.
D
(
P.HOLD
A.SPACE
STANDBYSTARTSTOP
T.REC MUSIC SYNC
20
Y
25
,
E
)
M.SCAN
YES
0
=
·
)
+ r
P p
DATE
CD-SYNC
3
H
8
M
13
R
2
G
7
L
12
Q
1
F
6
K
11
P
4
I
9
N
14
S
5
J
10
O
15
T
FILTER
=/+
DISPLAY
SCROLL
TIME
DATE
RECORDED
>25
r
p
P
(
§
0)
SCROLL
DISPLAY/CHAR
TIME
Bij het inleggen van een MD zal het display de disc-
titel, totaal aantal muziekstukken, de totale speelduur
van de MD en de muziekkalender aangeven, als volgt:
De muziekkalender toont alle muziekstuknummers
binnen een raster als het een voorbespeelde MD is, en
zonder raster als het een MD voor opname is.
Als het totale aantal muziekstukken de 15 overschrijdt,
verschijnt er een pijltje z rechts van het getal 15 in de
muziekkalender.
Opmerking
Wanneer u een nieuwe MD plaatst of wanneer u de MD-
recorder uitschakelt en weer inschakelt, verschijnt het laatst
aangegeven soort informatie opnieuw.
Controleren van de verstreken speelduur,
de resterende speelduur en het nummer
van het weergegeven muziekstuk
Telkens wanneer u tijdens het afspelen van een MD op
TIME drukt, verandert de informatie in het display als
hieronder aangegeven. Na afspelen van elk
muziekstuk verdwijnt het bijbehorende nummer uit de
muziekkalender.
Nummer en verstreken speelduur van het
weergegeven muziekstuk
Nummer en resterende speelduur van het
weergegeven muziekstuk
Resterende speelduur van alle opgenomen
muziekstukken
(Wordt vervolgd)
Indrukken
Indrukken
Disc-titel
Muziekkalender
Totaal aantal
muziekstukken
Totale speelduur van
de MD
Indrukken
Indrukken
Indrukken
Informatie in het display
In het display kunt u informatie laten verschijnen over
de MD en de muziekstukken, zoals het totaal aantal
muziekstuknummers, de totale speelduur, de
resterende opnameduur op de MD, de titel van de MD
en de opnamedatum en -tijd van het weergegeven
muziekstuk.
Controleren van het totaal aantal
muziekstukken, de totale speelduur en de
resterende opnameduur op de MD
Telkens wanneer u in de stopstand op TIME drukt,
verandert de informatie in het display als volgt:
Totaal aantal muziekstukken en totale speelduur
van alle opgenomen muziekstukken
Resterende opnameduur op de MD (alleen
voor opname-MD’s)
De resterende opnameduur van de disc wordt niet
aangegeven als het een voorbespeelde MD betreft.
Afspelen van MD’s
Cijfertoetsen
Afspelen van MD’s
24
NL
Normale aanduidingen
De inhoud van het muziek-programma
(alleen als “PROGRAM” wordt aangegeven)
Indrukken
Titel (Disc-titel en muziekstuktitel)
Uitgangsniveau (terwijl de MD-recorder zich in de stopstand
bevindt, wordt op het display het opnameniveau aangegeven.)
Indrukken
Indrukken
Indrukken
z De titels van de nummers en de disc-titel worden als
volgt in het display aangegeven:
De disc-titel wordt aangegeven wanneer de MD-
recorder in de stopstand staat, om tijdens het afspelen
plaats te maken voor de titel van het weergegeven
muziekstuk. Als er geen titel is vastgelegd, verschijnt in
plaats daarvan de aanduiding “No Name”.
Zie voor het instellen van titels voor een opname-MD en
de muziekstukken daarop de beschrijving onder
“Naamgeving van MD’s en opgenomen
muziekstukken” op blz. 41.
z Een titel van 12 of meer letters kunt u door het
display laten lopen
Druk op de SCROLL.
Aangezien het display maximaal 11 letters tegelijk kan
aangeven, dient u nogmaals op SCROLL te drukken om
de rest van de titel te zien, als die uit 12 of meer letters
bestaat.
Druk nogmaals op SCROLL om het doorlopen stil te
zetten en opnieuw om het doorlopen weer te laten
vervolgen.
Aangeven van de opname-datum Z
Als de ingebouwde klok op de juiste tijd is ingesteld
zullen bij het opnemen op een MD automatisch ook de
datum en tijd van de opname worden vastgelegd. Bij
het afspelen van een aldus opgenomen MD kunt u dan
de opnamedatum en -tijd van elk muziekstuk in het
display laten verschijnen.
1 Zoek het muziekstuk op waarvan u de
opnamedatum en -tijd wilt controleren.
Als de MD-recorder Drukt u op
in de stopstand staat = of +.
met weergave bezig =, + of de
is of in de weergave- cijfertoetsen.
pauzestand staat
2 Druk op DATE RECORDED.
De indicatie “No Date” verschijnt als de
ingebouwde klok niet is gelijkgezet of als het
muziekstuk op een andere MD-recorder zonder
datum- en tijdregistratie is opgenomen.
Veranderen van de indicaties
Telkens wanneer u tijdens weergave of in de stopstand
op DISPLAY/CHAR (of DISPLAY) drukt, veranderen
de indicaties in het display als volgt:
Indrukken
Indicatie van toonhoogte
Uitleesvenster “DF” (digitaal filter)
Indrukken
25
NL
Afspelen van MD’s
§
18
W
23
C
PROGRAM
OPEN/CLOSE
TIME
NUM
!
A˜B
17
V
22
B
SHUFFLE PRESENTRECORDED
PLAY MODE
SCROLL
CHAR
?
REPEAT
WRITE CLEAR
16
U
21
Z
A
CONTINUE
DISPLAY
NAME
/
>
25
MENU/NO
19
X
24
.
D
(
P.HOLD
A.SPACE
STANDBYSTARTSTOP
T.REC MUSIC SYNC
20
Y
25
,
E
)
M.SCAN
YES
0
=
·
)
+ r
P p
DATE
CD-SYNC
3
H
8
M
13
R
2
G
7
L
12
Q
1
F
6
K
11
P
4
I
9
N
14
S
5
J
10
O
15
T
FILTER
M.SCAN
>25
·
=/+
r
p
P
(
§
0)
(
AMS ±
Opzoeken van het gewenste
muziekstuk
U kunt ieder gewenst muziekstuk snel en gemakkelijk
opzoeken gedurende het afspelen van een MD met
behulp van AMS (Automatische Muziek Sensor), =
en +, de cijfertoetsen of M.SCAN van de
afstandsbediening.
het volgende of een
later muziekstuk
Voor opzoeken van Doet u het volgende:
het weergegeven of
een eerder muziekstuk
een bepaald
muziekstuk Z
een bepaald
muziekstuk met de
AMS zoekfunctie
Cijfer-
toetsen
door elk muziekstuk
de eerste 6 seconden
te scannen (intro-
weergave) Z
z Direkt opzoeken van een muziekstuk met een
nummer boven 25 Z
Druk eerst op de >25 toets en dan op de betreffende
cijfertoetsen.
Druk >25 eenmaal in als u een nummer van twee
getallen wilt invoeren en tweemaal voor het invoeren
van een muziekstuknummer van drie getallen.
Om een nul (“0”) in te voeren, drukt u op de 10 toets.
Voorbeelden: Weergeven van muziekstuknummer 30
Druk eenmaal op >25 en daarna op 3 en
op 10.
Weergeven van muziekstuknummer
100
Druk tweemaal op >25 en daarna op 1,
op 10 en nogmaals 10.
z U kunt de speelduur voor de intro-weergave
verlengen
1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in, zodat
“Setup Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS om “Setup 07”te kiezen, en druk AMS
dan in.
3 Draai AMS om de speelduur te kiezen binnen het
bereik van 6 tot 20 seconden (in stapjes van
1 seconde) en druk AMS dan in.
4 Druk op MENU/NO.
z Pauzeren aan het begin van een muziekstuk
Draai AMS (of druk op = of + ) nadat u de MD-
recorder in de weergave-pauzestand heeft gezet.
z Snel naar het begin van het laatste muziekstuk gaan
Draai AMS linksom (of druk op =) wanneer het
display het totaal aantal muziekstukken, de totale
speelduur of de resterende opnameduur (alleen bij een
opname-MD) of de disc-titel aangeeft (zie blz. 23).
Draai tijdens het afspelen AMS naar
rechts (of druk net zovaak op +)
tot u het gewenste muziekstuk vindt.
Draai tijdens het afspelen AMS naar
links (of druk net zovaak op =) tot
u het gewenste muziekstuk vindt.
Voer het muziekstuknummer in met
de cijfertoetsen.
1 Draai in de stopstand AMS tot het
gewenste muziekstuk wordt
aangegeven (d.w.z. het nummer
knippert).
2 Druk op AMS of op (.
1 Druk op M.SCAN voordat het
afspelen begint.
2 Hoort u het gewenste muziekstuk,
druk dan op ·.
Afspelen van MD’s
26
NL
r
p
P
(
§
0)
REPEAT
Opzoeken van de gewenste
muziekpassage
Tijdens het afspelen of afspeelpauze kunt u ook 0 en
) gebruiken om een bepaalde muziekpassage op te
zoeken.
Voor opzoeken van Drukt u op
een passage
terwijl u luistert
naar het versnelde
afspelen
) (voorwaarts) of 0
(terugwaarts) en houdt u deze
ingedrukt totdat u de gewenste
passage heeft gevonden.
terwijl u het display
in het oog houdt
tijdens afspeel-
pauze
) of 0 en houdt u deze ingedrukt
totdat u de gewenste passage heeft
gevonden. U hoort hierbij geen
geluid.
z Als “—Over—” verschijnt tijdens indrukken van )
in de afspeel-pauzestand
Het einde van de MD is bereikt. Druk op 0 (of =)
of draai AMS linksom om terug te gaan.
Opmerkingen
De MD-recorder stopt als het einde van de MD wordt
bereikt terwijl u ) ingedrukt houdt, bij zoeken aan de
hand van het versnelde afspelen.
Het kan gebeuren dat muziekstukken die slechts enkele
seconden lang zijn tijdens het zoeken worden
overgeslagen. Als u dergelijke muziekstukken wilt
opzoeken, is het beter om de MD op normale snelheid af
te spelen.
Herhaaldelijk afspelen van
muziekstukken
U kunt muziekstukken in iedere gewenste
afspeelfunctie laten herhalen.
Druk op REPEAT.
“REPEAT” verschijnt in het display.
De muziekstukken worden nu op de volgende manier
herhaald:
Bij afspelen van De MD-recorder
de MD met herhaalt
normale weergave (blz. 12) alle muziekstukken.
SHUFFLE weergave (blz. 27) alle muziekstukken in
willekeurige volgorde.
PROGRAM weergave hetzelfde programma
(blz. 28) nogmaals.
Uitschakelen van de herhaalde weergave
Druk herhaaldelijk op REPEAT totdat “REPEAT”
verdwijnt.
De MD-recorder keert nu terug naar de voorgaande
afspeelfunctie.
Herhalen van het afgespeelde muziekstuk
Druk tijdens het afspelen van het gewenste muziekstuk
met normale weergave, SHUFFLE weergave of
PROGRAM weergave, enkele malen op de REPEAT
toets, totdat “REPEAT 1” in het display verschijnt.
Indien u “REPEAT 1” kiest terwijl de MD-recorder zich
in de stopstand bevindt, wordt het eerstvolgende
muziekstuk dat afgespeeld moet worden herhaald.
r
p
P
(
§
0)
0/)
27
NL
Afspelen van MD’s
r
p
P
(
§
0)
(
PLAY MODE
§
18
W
23
C
PROGRAM
OPEN/CLOSE
TIME
NUM
!
A˜B
17
V
22
B
SHUFFLE PRESENTRECORDED
PLAY MODE
SCROLL
CHAR
?
REPEAT
WRITE CLEAR
16
U
21
Z
A
CONTINUE
DISPLAY
NAME
/
>
25
MENU/NO
19
X
24
.
D
(
P.HOLD
A.SPACE
STANDBYSTARTSTOP
T.REC MUSIC SYNC
20
Y
25
,
E
)
M.SCAN
YES
0
=
·
)
+ r
P p
DATE
CD-SYNC
3
H
8
M
13
R
2
G
7
L
12
Q
1
F
6
K
11
P
4
I
9
N
14
S
5
J
10
O
15
T
FILTER
CLEAR
p
REPEAT
A˜B
)
Herhalen van een bepaalde passage
(A-B herhaalfunctie) Z
U kunt een bepaalde passage binnen een muziekstuk
herhaaldelijk afspelen, bijvoorbeeld voor het uit het
hoofd leren van een tekst van een liedje. De passage
die herhaald wordt, dient echter wel in zijn geheel
binnen één muziekstuk te liggen.
1 Druk tijdens weergave op A˜B bij het
beginpunt (punt A) van de te herhalen
muziekpassage.
“REPEAT A-” verschijnt en “B” knippert in het
display.
2 Vervolg de weergave van de betreffende passage
of druk op ) totdat u bij het eindpunt van de
passage (punt B) bent aangekomen en druk hier
nogmaals op A˜B.
“REPEAT A-B” blijft branden in het display. De
MD-recorder zal het gespecificeerde gedeelte nu
herhaaldelijk blijven afspelen.
Uitschakelen van de A-B herhaalfunctie
Druk op REPEAT, CLEAR of p.
Instellen van een nieuw begin- en eindpunt
U kunt de passage onmiddellijk volgend op de passage
die nu gespecificeerde is, laten herhalen, door het
beginpunt en het eindpunt te veranderen.
1 Druk op A˜B terwijl “REPEAT A-B” in het
display verschijnt.
Het bestaande eindpunt B wordt het nieuwe
beginpunt A, “REPEAT A-” gaat aan en “B”
knippert in het display.
2 Vervolg het afspelen van de betreffende passage of
druk op ) totdat u bij het eindpunt van de
nieuwe passage (punt B) bent aangekomen en druk
hier nogmaals op A˜B.
“REPEAT A-B” blijft branden in het display en de
MD-recorder zal het nieuw gespecificeerde gedeelte
weer herhaaldelijk blijven afspelen.
Afspelen van muziekstukken in
willekeurige volgorde
(SHUFFLE weergave)
U kunt de MD-recorder de muziekstukken in
willekeurige volgorde laten afspelen.
1 Druk in de stopstand enkele malen op PLAY
MODE (of eenmaal op SHUFFLE), totdat
“SHUFFLE” in het display verschijint.
2 Druk op ( om de SHUFFLE weergave te starten.
“—Shuffle—” en “J” verschijnen in het display
terwijl de MD-recorder de muziekstukken in
willekeurige volgorde zet.
Uitschakelen van de SHUFFLE weergave
Druk in de stopstand enkele malen op PLAY MODE
(of eenmaal op CONTINUE ), totdat “SHUFFLE” van
het display verdwijnt.
z U kunt tijdens SHUFFLE weergave muziekstukken
specificeren
Om het volgende muziekstuk af te spelen, draait u
AMS rechtsom (of u drukt op +).
Om het afspelen weer vanaf het begin van het
afgespeelde muziekstuk te starten, draait u AMS
linksom (of drukt u op =). U kunt AMS (of =)
niet gebruiken om terug te gaan naar het begin van
muziekstukken die reeds zijn afgespeeld.
Afspelen van MD’s
28
NL
§
18
W
23
C
PROGRAM
OPEN/CLOSE
TIME
NUM
!
A˜B
17
V
22
B
SHUFFLE PRESENTRECORDED
PLAY MODE
SCROLL
CHAR
?
REPEAT
WRITE CLEAR
16
U
21
Z
A
CONTINUE
DISPLAY
NAME
/
>
25
MENU/NO
19
X
24
.
D
(
P.HOLD
A.SPACE
STANDBYSTARTSTOP
T.REC MUSIC SYNC
20
Y
25
,
E
)
M.SCAN
YES
0
=
·
)
+ r
P p
DATE
CD-SYNC
3
H
8
M
13
R
2
G
7
L
12
Q
1
F
6
K
11
P
4
I
9
N
14
S
5
J
10
O
15
T
FILTER
CLEAR
MENU/NO
YES
PROGRAM
>25
DISPLAY
·
0/)
r
p
P
(
§
0)
0/)
DISPLAY/CHAR
(
PLAY MODE
YES~≠ AMS ±MENU/NO
Afspelen van muziekstukken in
een zelf gekozen volgorde
(PROGRAM weergave)
U kunt de afspeelvolgorde van de muziekstukken op
een MD zelf bepalen en zo uw eigen programma
samenstellen van maximaal 25 muziekstukken.
1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in,
zodat “Setup Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS om “Program ?” te laten verschijnen
en druk dan AMS of YES in.
3 Kies voor a) of b):
a) Met de toetsen op de MD-recorder
1 Draai AMS tot het nummer van het gewenste
muziekstuk in het display verschijnt.
2 Druk AMS in.
Bij een vergissing in de keuze van het
nummer
Druk op 0 of ) tot het verkeerde
muziekstuknummer gaat knipperen, draai dan
AMS om het juiste nummer te kiezen en druk
weer op AMS.
Indien “0” knippert, drukt u op 0.
Cijfertoetsen
b) Bij gebruik van de afstandsbediening
Gebruik de cijfertoetsen om de gewenste
muziekstukken in de door u gekozen volgorde
in te voeren.
Om een muziekstuk met een nummer hoger
dan 25 in te voeren, dient u de >25 toets te
gebruiken (zie blz. 25).
Bij een vergissing in de keuze van het
nummer
Druk op 0 of ) tot het verkeerde
muziekstuknummer gaat knipperen en voer
dan het juiste nummer in met de cijfertoetsen.
Indien “0” knippert, drukt u op 0.
4 Herhaal stap 3 voor het invoeren van alle
gewenste muziekstukken.
Het ingevoerde muziekstuk wordt toegevoegd op
de plaats waar de “0” knippert.
Telkens wanneer u een muziekstuk aan het
programma toevoegt, wordt de speelduur hiervan
bij de duur van het programma opgeteld en de
totale speelduur van het programma verschijnt in
het display.
5 Na afloop van het programmeren drukt u op YES.
“Complete!!” verschijnt en hiermee is het
programmeren voltooid.
6 Druk enkele malen op PLAY MODE (of eenmaal
op PROGRAM), totdat “PROGRAM” in het
display aangaat.
7 Druk op ( om de weergave te starten.
Uitschakelen van de PROGRAM weergave
Druk in de stopstand enkele malen op PLAY MODE
(of eenmaal op CONTINUE ) totdat “PROGRAM” van
het display verdwijnt.
z Het programma blijft bestaan, zelfs nadat de
PROGRAM weergave is beëindigd
Door indrukken van ( kunt u hetzelfde programma
nogmaals afspelen.
Opmerkingen
Het display zal in plaats van de totale speelduur
“- -m - -s” aangeven als de totale speelduur van het
programma langer dan 199 minuten is.
“ProgramFull” (“programma vol”) verschijnt wanneer u
meer dan 25 muziekstukken probeert te programmeren.
Wis de onnodige muziekstukken om andere
muziekstukken te kunnen programmeren.
29
NL
Afspelen van MD’s
r
p
P
(
§
0)
~≠ AMS ±MENU/NO
Wissen
Toe-
voegen
van een
muziek-
stuk
Druk op 0 of ) totdat het te
wissen nummer knippert, en druk
dan op CLEAR.
Blijf drukken op CLEAR totdat alle
geprogrammeerde muziekstuk-
nummers zijn verdwenen.
1 Druk op 0 totdat “0” knippert
aan de linkerzijde van het eerste
nummer.
2 Volg de stappen 3 t/m 5 op
blz. 28.
van een
muziekstuk
van het hele
programma
aan het begin
van het
programma
Veranderen van een
muziekstuk in het
programma
in het midden
van het
programma
1 Druk op 0 of ) totdat het
nummer dat voorafgaat aan het
toe te voegen nummer knippert.
2 Druk op AMS zodat “0”
knippert, en volg dan de stappen
3 t/m 5 op blz. 28.
1 Druk op ) totdat “0” knippert
aan de rechterzijde van het
laatste nummer.
2 Volg de stappen 3 t/m 5 op
blz. 28.
aan het einde
van het
programma
1 Druk op 0 of ) totdat het te
veranderen nummer knippert.
2 Volg de stappen 3 t/m 5 op
blz. 28.
Controleren van de volgorde van de
muziekstukken
Druk herhaaldelijk op DISPLAY/CHAR (of op
DISPLAY) terwijl de MD-recorder is gestopt en
“PROGRAM” wordt aangegeven.
De muziekstuknummers verschijnen in de volgorde
waarin ze werden geprogrammeerd, als volgt:
“/3 / 5 / 8 / 1 / 2/”
Controleren van de volgorde van de rest van de
muziekstukken
Draai AMS.
U kunt het display doen rollen om alle
geprogrammeerde muzieknummers te controleren.
Veranderen van de afspeelvolgorde van de
muziekstukken
U kunt de volgorde van de muziekstukken in het
programma veranderen, alvorens het afspelen te
starten.
Voor Doe het volgende na stappen
1 en 2 van “Afspelen van
muziekstukken in een zelf
gekozen volgorde”:
Nuttige tips voor het opnemen
van MD’s op cassette
Inlassen van pauzes tijdens het opnemen op
cassette (automatische pauze-inlasfunctie)
Met de automatische pauze-inlasfunctie kunt u tijdens
het opnemen van MD’s op cassetteband pauzes van
3 seconden tussen alle muziekstukken inlassen. Dit
maakt het mogelijk om later met de AMS functie snel
en gemakkelijk naar het begin van ieder gewenst
muziekstuk te gaan.
1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in,
zodat “Setup Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS om “Setup 04” te kiezen en druk
AMS dan in.
3 Draai AMS om in te stellen op “Auto Space” en
druk AMS weer in.
4 Druk op MENU/NO.
z U kunt de automatische pauze-inlasfunctie ook met
de afstandsbediening inschakelen Z
Druk met de MD-recorder in de stopstand enkele malen
op A.SPACE , totdat “Auto Space” in het display
aangaat.
Uitschakelen van de automatische pauze-
inlasfunctie
Uitschakelen van de automatische pauze-inlasfunctie via
de menu-instelling
1 Volg de aanwijzingen 1 en 2 onder “Inlassen van pauzes
tijdens het opnemen op cassette” op deze bladzijde.
2 Draai AMS om in te stellen op “Auto Off” en druk
AMS in.
3 Druk op MENU/NO.
Uitschakelen van de automatische pauze-inlasfunctie met
de afstandsbediening Z
Druk met de MD-recorder in de stopstand enkele malen op
A.SPACE , totdat “Auto Off” in het display aangaat.
Opmerking
Als de automatische pauze-inlasfunctie is ingeschakeld
tijdens het opnemen van een stuk muziek dat meerdere
muziekstuknummers bevat (zoals een symfonie of een
medley), zullen er in het muziekstuk pauzes worden ingelast
op de plaatsen waar de muziekstuknummers veranderen.
(Wordt vervolgd)
Afspelen van MD’s
30
NL
23
NUM
!
A˜B
22
CHAR
?
REPEAT
WRITE CLEAR
21
Z
NAME
/
>
25
24
.
(
P.HOLD
A.SPACE
+
STANDBY
=
START
P
STOP
T.REC MUSIC SYNC
25
,
)
M.SCAN
0
=
·
)
+ r
P p
CD-SYNC
CD PLAYER FADER
DIGITAL REC LEVEL
/ANALOG OUT LEVEL
FADER
FADER
Pauzeren na elk muziekstuk (automatische
pauzeerfunctie)
Als de automatische pauzeerfunctie ingeschakeld is,
zal de MD-recorder na elk muziekstuk in de
pauzestand komen te staan. Deze automatische
pauzeerfunctie is handig als u slechts één muziekstuk
of verscheidene niet opeenvolgende muziekstukken
wilt opnemen.
Volg de aanwijzingen onder “Inlassen van pauzes
tijdens het opnemen op cassette” op blz. 29, maar kies
in stap 3 “Auto Pause” in plaats van “Auto Space”.
z U kunt de automatische pauzeerfunctie ook met de
afstandsbediening inschakelen Z
Druk met de MD-recorder in de stopstand enkele malen
op A.SPACE, totdat “Auto Pause” in het display
aangaat.
Hervatten van het afspelen na de pauze
Druk op ( of P.
Uitschakelen van de automatische pauzeerfunctie
Uitschakelen van de automatische pauzeerfunctie via de
menu-instelling
Volg de aanwijzingen 1 t/m 3 onder “Uitschakelen van de
automatische pauze-inlasfunctie” op blz. 29.
Uitschakelen van de automatische pauzeerfunctie met de
afstandsbediening Z
Druk met de MD-recorder in de stopstand enkele malen op
A.SPACE, totdat “Auto Off” in het display aangaat.
Opmerking
Als u de MD-recorder uitschakelt en/of de stekker uit het
stopcontact trekt, onthoudt het apparaat de laatste instelling
van de “Auto Space” en “Auto Pause” functies, zodat deze
weer zullen gelden wanneer u de MD-recorder weer
inschakelt.
Fading-in en out van de
weergave (In/uit-faden)
Met de “FADE” functie kunt u het geluidssignaal dat
wordt weergegeven via de LINE(ANALOG) OUT
aansluitingen en de PHONES aansluiting aan het begin
geleidelijk laten opkomen (in-faden van de weergave)
en/of het geluid aan het eind geleidelijk laten
wegsterven (uit-faden van de weergave).
Deze functie is bij voorbeeld handig als u het geluid
niet abrupt midden in een muziekstuk wilt laten
beginnen of eindigen, maar een soepele overgang wilt
horen.
In-faden van de weergave
Druk in de weergavepauzestand op FADER bij het
punt waar u het geluid geleidelijk wilt laten opkomen.
Z in “Fade Z 3.2s” knippert en de MD-recorder geeft
het geluid langzaam opkomend weer tot de teller de
stand “0.0s” bereikt.
Uit-faden van de weergave
Druk tijdens weergave op FADER bij het punt waar u
het geluid geleidelijk wilt laten wegsterven.
z in “Fade z 3.2s” knippert en de MD-recorder geeft
het geluid steeds zwakker weer tot de teller de stand
“0.0s” bereikt.
Na afloop van het uit-faden komt de MD-recorder in
de weergavepauzestand te staan.
Opmerking
Het niveau van de uitgangssignalen naar de digitale
uitgangsaansluiting verandert niet.
z U kunt de tijdsduur voor het in- en uit-faden van de
weergave afzonderlijk naar wens instellen
Volg de aanwijzingen 1 t/m 5 onder “U kunt de
tijdsduur voor het in- en uit-faden afzonderlijk naar
wens instellen” op blz. 21.
31
NL
Afspelen van MD’s
r
p
P
(
§
0)
(
TIMER
PLAY MODE
Afspelen van een MD met
behulp van een schakelklok
Door het aansluiten van een schakelklok (niet
bijgeleverd) op deze MD-recorder kunt u het afspelen
laten beginnen en eindigen op van tevoren ingestelde
tijdstippen. Zie voor nadere bijzonderheden over het
aansluiten van de schakelklok en het instellen van de
begin- en eindtijden de bijgeleverde
gebruiksaanwijzing van de schakelklok.
1 Volg de aanwijzingen 1 t/m 3 onder “Afspelen
van een MD” op blz. 12.
2 Druk enkele malen op PLAY MODE (of eenmaal
op een van de PLAY MODE afstandsbedienings-
toetsen) om in te stellen op de gewenste
afspeelfunctie.
Wilt u slechts bepaalde muziekstukken
weergeven, stel dan een programma samen (zie
blz. 28).
3 Als u alleen de begintijd voor het afspelen wilt
instellen, kunt u doorgaan naar stap 4.
Als u alleen de eindtijd voor het afspelen wilt
instellen, drukt u op ( om het afspelen te
starten en dan gaat u door naar stap 4.
Als u zowel de begintijd als de eindtijd voor het
afspelen wilt instellen, kunt u doorgaan naar
stap 4.
4 Zet TIMER van de MD-recorder op “PLAY”.
5 Stel de schakelklok in zoals verlangd.
Als u op de schakelklok de begintijd voor het
afspelen hebt ingesteld, zal de MD-recorder
automatisch worden uitgeschakeld. Bij het
bereiken van de ingestelde begintijd wordt de
MD-recorder ingeschakeld en begint dan met
afspelen.
Als u alleen de eindtijd voor het afspelen hebt
ingesteld en reeds met afspelen bent begonnen,
gaat de MD-recorder door met afspelen. Bij het
bereiken van de door u ingestelde eindtijd stopt
de MD-recorder en wordt dan uitgeschakeld.
Als u zowel de begintijd als de eindtijd voor het
afspelen hebt ingesteld, wordt de MD-recorder
uitgeschakeld. Bij het bereiken van de begintijd
wordt de MD-recorder ingeschakeld en begint
dan met afspelen. Op de ingestelde eindtijd stopt
de MD-recorder met afspelen en wordt dan
uitgeschakeld.
6 Na afloop van de schakelklok-weergave zet u de
TIMER van de MD-recorder terug op “OFF”.
Opmerking
U kunt in stap 2 ook kiezen voor PROGRAM weergave.
Houd er echter wel rekening mee dat de programma-
instellingen geleidelijk zullen verdwijnen zolang er geen
stroomvoorziening is, zodat een programma dat u kiest voor
een te ver verwijderde datum wel eens gewist kan zijn als de
betreffende dag aanbreekt. In dat geval zal de MD-recorder
wel worden ingeschakeld, maar zal slechts de normale
weergave plaatsvinden, met alle muziekstukken van de MD
in de gewone nummervolgorde.
Afspelen van MD’s
32
NL
r
p
P
(
§
0)
~≠ AMS ±
PITCH CONTROL
r
p
P
(
§
0)
~≠ AMS ±MENU/NO
Inslapen met muziek
U kunt de MD-recorder programmeren om na verloop
van een bepaalde tijd automatisch te worden
uitgeschakeld, zodat u kunt inslapen met muziek.
U kunt de uitschakeltijd instellen in stappen van
30 minuten.
1 Druk MENU/NO tweemaal in zodat “Setup
Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS om “Setup 14” te selecteren, en druk
dan AMS in.
3 Draai AMS om de tijd te selecteren.
De minuten-indicatie verandert als volgt:
30min ˜ 60min ˜ 90min ˜ 120min
4 Druk AMS in.
5 Draai AMS om “Setup 15” te selecteren, en druk
dan AMS in.
6 Draai AMS om “Sleep On” te selecteren, en druk
dan AMS in.
“SLEEP” gaat aan in het display.
7 Druk op MENU/NO.
Om de uitschakeltijd te veranderen
Begin opnieuw vanaf stap 1 hierboven.
Om de inslaapschakelklokfunctie te annuleren
Selecteer “Sleep Off” in stap 6 hierboven, en druk dan
AMS in.
Veranderen van de toonhoogte
(Toonhoogteregelfunctie)
U kunt de afspeelsnelheid (toonhoogte) van de MD
veranderen. De toonhoogte stijgt naarmate de snelheid
wordt verhoogd, en daalt naarmate de snelheid wordt
verlaagd. Wanneer u de toonhoogte op een andere
waarde dan de fabrieksinstelling hebt ingesteld, brandt
de verlichting van de PITCH CONTROL-toets tijdens
het afspelen in geelbruin.
Automatisch stapsgewijs instellen van de
toonhoogte (automatische stapsgewijze
regelfunctie)
U kunt de toonhoogte met maximaal 2 stappen*
verhogen of met maximaal 48 stappen verlagen.
* Eén octaaf komt overeen met 12 stappen.
1 Terwijl het deck bezig is met afspelen, drukt u
herhaald op PITCH CONTROL totdat “Pitch” op
het display verschijnt.
2 Draai AMS totdat de gewenste stapwaarde
verschijnt.
Om terug te keren naar de fabrieksinstelling
Druk op CLEAR terwijl u de waarde instelt.
Opmerkingen
Wanneer u de stap voor het regelen van de toonhoogte
verandert, zal het geluid tijdens het afspelen tijdelijk
wegvallen.
• Wanneer u het deck uitschakelt of de MD verwijdert,
wordt de oorspronkelijke toonhoogtestap “0” weer van
kracht (fabrieksinstelling).
Wanneer er rechts van de toonhoogtestap op het
toonhoogtedisplay een punt (.) verschijnt, betekent dit dat
u de toonhoogte hebt afgeregeld (zie de volgende
bladzijde) en dat de toonhoogte tussen twee stappen ligt.
(De waarden van de stap en de fijnafregeling zijn aan
elkaar gekoppeld.)
33
NL
Afspelen van MD’s
NUM
!
A˜B
CHAR
?
REPEAT
WRITE CLEAR
NAME
/
>
25
(
P.HOLD
A.SPACE
+
STANDBY
=
START
P
STOP
T.REC MUSIC SYNC
)
M.SCAN
0
=
·
)
+ r
P p
CD-SYNC
CD PLAYER FADER
DIGITAL REC LEVEL
/ANALOG OUT LEVEL
DIGITAL REC LEVEL
/ANALOG OUT LEVEL +/–
r
p
P
(
§
0)
~≠ AMS ±MENU/NO
Fijnafregeling van de toonhoogte
(fijnafregelingsfunctie)
U kunt de afspeelsnelheid afregelen in stappen van
0,1% binnen een bereik van –98,5% tot +12,5%.
1 Terwijl het deck bezig is met afspelen, drukt u
herhaald op PITCH CONTROL totdat “Pfine” op
het display verschijnt.
2 Draai AMS totdat de gewenste waarde verschijnt.
Om terug te keren naar de fabrieksinstelling
Druk op CLEAR terwijl u de waarde instelt.
Opmerkingen
• Wanneer u de waarde van de fijnafregeling verandert, zal
het geluid tijdens het afspelen tijdelijk wegvallen.
• Wanneer u het deck uitschakelt of de MD verwijdert,
wordt de oorspronkelijke waarde van de fijnafregeling
“0.0%” weer van kracht (fabrieksinstelling).
De waarden van de stap en de fijnafregeling zijn aan
elkaar gekoppeld. Wanneer u de ene waarde verandert,
zal de andere ook veranderen.
Instellen van de uitgang van
de MD-recorder
Omschakelen van de bitlengte
Om de kwaliteit van het geluid te verbeteren, kunt u
de bitlengte aanpassen aan de MD-recorder, het DAT-
deck of andere digitale apparatuur die is aangesloten
op de digitale uitgangsaansluiting.
1 Met de MD-recorder in de stopstand drukt u
tweemaal op MENU/NO zodat “Setup Menu” op
het display verschijnt.
2 Draai AMS om “Setup 13” te kiezen en druk
daarna op AMS.
3 Draai AMS om de gewenste bitlengte te kiezen en
druk daarna op AMS.
4 Druk op MENU/NO.
Opmerkingen
• Deze functie werkt alleen voor de digitale signaaluitgang
via de digitale uitgangsaansluiting.
U kunt de gewenste bitlengte kiezen uit 24, 20 of 16 bit.
Indien u de bitlengte tijdens het afspelen of opnemen
omschakelt, zal het geluid tijdelijk wegvallen.
Instellen van het afspeelniveau
Z
U kunt het afspeelniveau van de signaaluitgang naar
de LINE(ANALOG) OUT-aansluitingen en de
PHONES-stekkerbus instellen.
Druk tijdens het afspelen op DIGITAL REC LEVEL
/ANALOG OUT LEVEL +/–.
(U kunt het niveau niet hoger dan 0 dB en niet lager
dan –20 dB instellen.)
Opmerking
Wanneer u de MD-recorder uitschakelt of de MD verwijdert,
gaat het afspeelniveau weer terug naar “0 dB”.
Afspelen van MD’s
34
NL
z Wat is een VC (variabele coëfficiënt)-filter?
Een V.C.-filter verandert de geluidskenmerken van een
signaal door het toepassen van bepaalde voorwaarden
voor frequentieafsnijding. Dergelijke filters worden
aangebracht op digitale apparatuur, zoals CD-spelers en
MD-decks, om secundaire ruis te verwijderen.
Opmerking
De door digitale filters teweeggebrachte verandering in de
geluidskenmerken treedt hoofdzakelijk op in het niet-
hoorbare bereik, en niet in het hoorbare bereik zoals bij een
versterker.
Afspelen met verschillende
geluidskenmerken (digitaal
filter)
Dit deck is uitgevoerd met VC (variabele coëfficiënt)-
filters. Hierdoor u de geluidskenmerken afstemmen op
uw geluidsinstallatie, luisteromgeving en de bron die u
aan het afspelen bent. Houd er rekening mee dat de
filters alleen effectief zijn voor de analoge signalen die
via de LINE(ANALOG) OUT-aansluitbussen en de
PHONES-aansluitbus worden uitgevoerd.
1 Druk op FILTER.
Het op dat moment gekozen filter verschijnt op het
display.
2 Druk herhaald op FILTER om het gewenste filter
te kiezen.
Kies Voor het voortbrengen van
FILTER-STD een ruim klinkend geluid met een
(fabrieksinstelling) breed bereik
FILTER-1 een duidelijk gepositioneerd en
vloeiend geluid
FILTER-2 een fris en krachtig geluid
FILTER-3 een vol en warm geluid
Wanneer er op het DF (digitale filter)-display een
andere instelling dan “FILTER-STD” is gekozen,
brandt de verlichting van de FILTER-toets in
groen.
z U kunt de afstandsbediening gebruiken om het filter
te kiezen Z
Druk herhaald op FILTER totdat het gewenste filter op
het display verschijnt.
r
p
P
(
§
0)
FILTER
35
NL
Montage van opgenomen MD’s
r
p
P
(
§
0)
YES~≠ AMS ±MENU/NO
Wissen van opnamen
(ERASE functie)
Volg de onderstaande aanwijzingen voor het wissen
van:
• een enkel muziekstuk
• alle muziekstukken
Wissen van een enkel muziekstuk
U kunt een muziekstuk wissen door eenvoudigweg het
nummer ervan in te voeren. Bij het wissen wordt het
aantal muziekstukken op de MD met één verminderd
en schuiven alle muziekstukken volgend op het
gewiste nummer een plaatsje op. Aangezien dit wissen
plaatsvindt door hernummering van de “TOC”
inhoudsopgave, is het niet nodig de muziek van de
MD te verwijderen of eroverheen op te nemen.
z Om verwarring te voorkomen, dient u bij wissen
van meerdere muziekstukken te beginnen bij het
hoogst genummerde muziekstuk, zodat de andere
muziekstukken die nog gewist moeten worden
niet onnodig hernummerd worden.
Voorbeeld: Wissen van muziekstuk B
1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of
pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat “Edit
Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS tot “Tr Erase ?” in het display wordt
aangegeven.
3 Druk AMS of YES in.
De indicatie voor het wissen van muziekstukken
verschijnt en het afspelen van het aangegeven
muziekstuk begint.
(Wordt vervolgd)
Opmerkingen betreffende
muziekmontage
Na het opnemen op een MD kunt u de muziekstukken
nog aanpassen en monteren met behulp van de
volgende montagefuncties:
Met de “Erase” wisfunctie kunt u ongewenste
muziekstukken eenvoudig van de MD verwijderen
door slechts het muziekstuknummer ervan in te
voeren.
Met de “A-B Erase” wisfunctie kunt u alleen een
bepaalde ongewenste passage uit een muziekstuk
verwijderen.
• Met de “Divide” onderverdeelfunctie kunt u een lang
muziekstuk in stukken opsplitsen, zodat u elk stuk
afzonderlijk kunt terugvinden met de AMS
zoekfunctie.
Met de “Combine” samenvoegfunctie kunt u twee
muziekstukken tot een enkel nummer samenvoegen.
Met de “Move” verplaatsfunctie kunt u de volgorde
van de muziek naar uw eigen inzicht aanpassen door
de muziekstukken elk van een gewenst nummer te
voorzien.
Met de “Title” titelfunctie kunt u alle opgenomen
muziekstukken en ook de gehele MD van
zelfgekozen titels voorzien.
Met de “Undo” correctiefunctie kunt u de laatste
montage-handeling ongedaan maken.
Indien “Protected” en “C11” beurtelings in het
display verschijnen
De muziekmontage is niet mogelijk omdat het
wispreventienokje van de MD ter beveiliging is
opengeschoven. Om te kunnen monteren, dient u het
nokje eerst dicht te schuiven.
Als “TOC” en “TOC Writing” in het display
knipperen
Stoot niet tegen de MD-recorder en trek niet de stekker
uit het stopcontact. Na het monteren van
muziekstukken zal de “TOC” aanduiding blijven
branden, tot u de MD eruitneemt of het apparaat
uitschakelt. “TOC” en “TOC Writing” knipperen
wanneer er veranderingen in de inhoudsopgave
worden aangebracht. Wanneer de MD-recorder het
bijwerken van de inhoudsopgave heeft voltooid, gaat
“TOC” uit.
Montage van opgenomen MD’s
12
3
4
1
2
AB C
D
AC
D
Muziek-
stuk-
nummer
Wissen
B wordt gewist
3
Montage van opgenomen MD’s
36
NL
4 Draai AMS om in te stellen op het
muziekstuknummer dat u wilt wissen.
5 Druk op AMS of YES.
Wanneer het in stap 4 gekozen muziekstuk is
gewist, verschijnt enkele seconden lang de
aanduiding “Complete!!” en verdwijnt er één
nummer uit de muziekkalender.
Het muziekstuk dat volgt na het gewiste
muziekstuk, begint af te spelen. (Als u het laatste
muziekstuk wist, zal het muziekstuk dat
voorafgaat aan het gewiste muziekstuk beginnen
af te spelen.)
6 Herhaal de stappen 1 t/m 5 als u nog andere
muziekstukken wilt wissen.
Uitschakelen van de ERASE functie
Druk op MENU/NO of op p.
Opmerking
Als de “Erase ???” in het display verschijnt, is het
muziekstuk met een andere MD-recorder opgenomen of
gemonteerd en tegen wissen beveiligd. Als deze indicatie
verschijnt, drukt u op AMS of YES om het muziekstuk te
wissen.
Wissen van alle muziekstukken van een MD
Bij het volledig wissen van een opname-MD worden
alle opgenomen muziekstukken, hun titels en ook de
disc-titel in één keer gewist.
1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of
pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat “Edit
Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS tot “All Erase ?” in het display wordt
aangegeven.
3 Druk AMS of YES in.
Nu wordt “All Erase??” aangegeven en gaan alle
muziekstuknummers in de muziekkalender
knipperen.
4 Druk AMS of YES in.
Wanneer alle opgenomen muziekstukken, hun
titels en ook de disc-titel zijn gewist, verschijnt
enkele seconden lang de aanduiding “Complete!!”
en verdwijnt de gehele muziekkalender.
Uitschakelen van de ERASE functie
Druk op MENU/NO of op p, zodat “All Erase ?” of
“All Erase??” uitgaat.
z Het wissen kan nog ongedaan worden gemaakt
Gebruik de UNDO functie (zie blz. 45) onmiddellijk
nadat u het muziekstuk hebt gewist.
37
NL
Montage van opgenomen MD’s
r
p
P
(
§
0)
0/)
YES~≠ AMS ±MENU/NO
Wissen van een bepaalde
passage (A-B ERASE functie)
U kunt op eenvoudige wijze een bepaald gedeelte
binnen een muziekstuk specificeren en dit wissen. Dit
kan bij voorbeeld handig zijn om na het opnemen van
een FM radio-uitzending of een satelliet-uitzending
overbodige delen zoals reclameboodschappen uit de
opname te verwijderen.
Voorbeeld: Wissen van een deel van muziekstuk A
1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of
pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat “Edit
Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS tot “A-B Erase ?” in het display wordt
aangegeven.
3 Druk AMS of YES in.
4 Draai AMS om het nummer van het betreffende
muziekstuk te kiezen en druk AMS of YES dan in.
Nu verschijnen in het display om en om de
aanduidingen “-Rehearsal-” en “Point A ok?”
terwijl het gekozen muziekstuk vanaf het begin
wordt weergegeven.
5 Let aandachtig op het weergegeven geluid en
draai AMS om het beginpunt van de te wissen
passage (punt A) te vinden.
U kunt de eenheid kiezen waarmee het beginpunt
wordt verschoven. Druk op 0 of ) om te
kiezen voor fragment*, seconde of minuut.
Kiest u voor fragment, dan verschijnt het aantal
fragmenten wanneer u AMS draait; kiest u voor
seconde of minuut, dan gaat de “s”, resp. de “m”
in het display knipperen.
* 1 fragment is ongeveer 12 ms.
6 Zolang het punt A nog niet naar wens is, kunt u
stap 5 herhalen tot u het juiste beginpunt voor
wissen hebt bepaald.
7 Druk op AMS of YES als het beginpunt precies
naar wens is.
“Point B set” verschijnt en de weergave begint
opnieuw, nu voor het instellen van het eindpunt
van het te wissen gedeelte (punt B).
8 Laat de weergave doorgaan (of druk op 0 of
)) tot het punt B bereikt is en druk dan op AMS
of YES.
Nu verschijnen om en om de aanduidingen “A-B
Ers” en “Point B ok?” in het display terwijl de MD-
recorder een gedeelte van enkele seconden vóór
punt A en een kort gedeelte na punt B aansluitend
weergeeft.
9 Herhaal stap 5 als het punt B nog niet precies
genoeg is gekozen.
10Druk op AMS of YES als het eindpunt geheel naar
wens is.
“Complete!!” verschijnt enkele seconden lang en
de ongewenste passage tussen punt A en punt B is
nu gewist.
Uitschakelen van de A-B ERASE functie
Druk op MENU/NO of p.
Opmerking
Als “Impossible” (“onmogelijk”) in het display verschijnt,
betekent dit dat:
Punt B is voor punt A ingesteld.
Punt B moet na punt A worden ingesteld.
De gespecificeerde passage niet gewist kan worden.
Dit gebeurt soms wanneer u hetzelfde muziekstuk reeds
herhaaldelijk hebt gemonteerd, en is te wijten aan een
technische beperking van het MD-systeem, en niet aan een
mechanische storing.
Muziek-
stuk-
nummer
Wissen
Punt B
A
#1
A
#2
A
#3
2
B
31
C
1
A (#1+#3)
2
B
3
C
Punt A
Montage van opgenomen MD’s
38
NL
r
p
P
(
§
0)
0/)
YES~≠ AMS ±MENU/NO
Onderverdelen van opgenomen
muziekstukken (DIVIDE functie)
Met de DIVIDE functie kunt u muziekstuknummers
aanbrengen bij ieder muziekstuk of iedere passage die
u later wilt kunnen opzoeken. Zo kunt u
muziekstuknummers aanbrengen op MD’s die zijn
opgenomen vanaf een analoge geluidsbron (dus
zonder nummers) of een te lang muziekstuk
opsplitsen, om elke passage gemakkelijker terug te
vinden. Wanneer een muziekstuk wordt
onderverdeeld, zal het totale aantal nummers op de
MD met één toenemen, en worden de overige
muziekstukken opnieuw genummerd.
Voorbeeld: Splitsen van muziekstuk nummer 2 om een
nieuw muziekstuknummer voor C aan te brengen
Onderverdelen van een muziekstuk dat u te
lang vindt
1
Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of
pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat “Edit
Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS tot “Divide ?” in het display wordt
aangegeven en druk AMS of YES in.
3 Draai AMS om het nummer van het betreffende
muziekstuk te kiezen om onder te verdelen, en
druk AMS of YES dan in.
Nu verschijnt de indicatie “-Rehearsal-” in het
display terwijl het gekozen muziekstuk vanaf het
begin wordt weergegeven.
4 Let aandachtig op het weergegeven geluid en
draai AMS om het punt te bepalen waar u het
muziekstuk wilt onderverdelen.
U kunt de eenheid kiezen waarmee het nieuwe
beginpunt wordt verschoven. Druk op 0 of )
om te kiezen voor fragment, seconde of minuut.
Kiest u voor fragment, dan verschijnt het aantal
fragmenten wanneer u AMS draait; kiest u voor
seconde of minuut, dan gaat de “s”, resp. de “m”
in het display knipperen.
5 Druk op AMS of YES als het nieuwe beginpunt
precies naar wens is.
“Complete!!” verschijnt enkele seconden lang en
het nieuw gecreëerde muziekstuk wordt
afgespeeld. Het nieuwe muziekstuk zal nog geen
titel dragen, ook al had het oorspronkelijke
muziekstuk er wel een. Het totaal aantal
muziekstuknummers in de muziekkalender wordt
met één verhoogd.
Uitschakelen van de DIVIDE functie
Druk op MENU/NO of p.
z Het onderverdelen kan nog ongedaan worden
gemaakt
Gebruik de UNDO functie (zie blz. 45) onmiddellijk
nadat u het muziekstuk hebt onderverdeeld.
z Ook tijdens opnemen kunt u muziekstukken al
onderverdelen
Dit doet u met behulp van de handmatige
markeerfunctie (zie blz. 17).
Onderverdelen van een muziekstuk
wanneer u tijdens afspelen een geschikt
beginpunt tegenkomt
1 Druk tijdens het afspelen van de MD op de AMS
bij het punt waar u een nieuw muziekstuk wilt
laten beginnen.
“—Divide—” en “-Rehearsal-” verschijnen
beurtelings in het display en het afspelen wordt
voortgezet vanaf de door u geselecteerde positie.
2 Als u het beginpunt wat nauwkeuriger wilt
instellen, volgt u de aanwijzingen in stap 4 van
“Onderverdelen van een muziekstuk dat u te lang
vindt”, op deze bladzijde.
3 Druk op YES.
“Complete!!” verschijnt enkele seconden lang en
het nieuw gecreëerde muziekstuk wordt
afgespeeld.
Uitschakelen van de DIVIDE functie
Druk op AMS, MENU/NO of p.
1
Muziek-
stuk-
nummer
1
A
A
23
D
C
24
BC
D
B
3
Onder-
verdelen
Muziekstuk 2 is onderverdeeld en er is
een nieuw nummer voor C aangebracht.
39
NL
Montage van opgenomen MD’s
r
p
P
(
§
0)
YES~≠ AMS ±MENU/NO
Samenvoegen van opgenomen
muziekstukken
(COMBINE functie)
Met de COMBINE functie kunt u twee muziekstukken
op een opgenomen MD tot een enkel nummer
samenvoegen. Dit hoeven geen opeenvolgende
nummers te zijn en u kunt desgewenst ook de
volgorde omkeren. Deze functie is handig voor het
samenstellen van een medley van nummers die goed
samen gaan of het combineren van verschillende
onafhankelijk opgenomen passages tot een enkel
muziekstuk. Door het samenvoegen van twee
muziekstukken wordt het totale aantal nummers op de
MD met één verminderd en alle muziekstukken
volgend op de samengevoegde nummers worden
hernummerd.
Voorbeeld: Samenvoegen van muziekstukken B en D
1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of
pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat
“Edit Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS tot “Combine ?” in het display wordt
aangegeven.
3 Druk AMS of YES in.
4 Draai AMS om het eerste van de twee te
combineren muziekstukken te kiezen en druk
AMS of YES in.
Nu verschijnt het keuzedisplay voor het tweede
muziekstuk en begint de weergave van de
aansluitende passages (d.w.z. het eind van het
eerst gekozen muziekstuk en het begin van het
daarop volgende muziekstuk).
5 Draai AMS om het tweede muziekstuk te kiezen
dat u met het eerste wilt samenvoegen en druk op
AMS of YES.
“Complete!!” verschijnt enkele seconden lang en
het totaal aantal muziekstuknummers in de
muziekkalender wordt met één verminderd.
Als beide gecombineerde muziekstukken al een
titel hadden, komt de titel van het tweede te
vervallen.
Uitschakelen van de COMBINE functie
Druk op MENU/NO of p.
z Het samenvoegen kan nog ongedaan worden
gemaakt
Gebruik de UNDO functie (zie blz. 45) onmiddellijk
nadat u de muziekstukken hebt samengevoegd.
Opmerking
Als “Impossible” in het display wordt aangegeven, kunnen
de gekozen muziekstukken niet worden samengevoegd. Dit
kan zich voordoen als er aan een bepaald muziekstuk al te
veel “gesleuteld” is. Dit hangt samen met de inherente
beperkingen van het MD-opnamesysteem; het wijst niet op
een technische storing.
Samen-
voegen
Muziekstuk-
nummer
123 4
AB C
AB D
D
12
3
C
B en D gaan nu samen
één muziekstuk vormen.
Eerste
muziekstuk
Nieuw muziekstuknummer
na samenvoegen
Aansluitend muziekstuk
Montage van opgenomen MD’s
40
NL
Verplaatsen van opgenomen
muziekstukken (MOVE functie)
Met de MOVE functie kunt u de volgorde van de
nummers aanpassen door een muziekstuk op een
andere plaats te zetten. Na het verplaatsen van een
muziekstuk worden alle muziekstukken tussen de
oude en de nieuwe plaats automatisch hernummerd.
Voorbeeld: Verplaatsen van muziekstuk C naar plaats
nummer 2
1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of
pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat
“Edit Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS tot “Move ?” in het display wordt
aangegeven.
3 Druk AMS of YES in.
4 Draai AMS om het te verplaatsen muziekstuk te
kiezen en druk AMS of YES in.
5 Draai AMS tot het nieuwe nummer voor het
muziekstuk verschijnt.
Muziekstuk C is nu
nummer 2 geworden.
r
p
P
(
§
0)
YES~≠ AMS ±MENU/NO
6 Druk AMS of YES in.
“Complete!!” verschijnt enkele seconden lang en
het verplaatste muziekstuk wordt afgespeeld.
Uitschakelen van de MOVE functie
Druk op MENU/NO of p.
1
23 4
143
A
B
C
D
ACBD
2
Muziek-
stuk-
nummer
Ver-
plaatsen
Nummer van het
muziekstuk dat u
wilt verplaatsen
Nieuw nummer voor het
muziekstuk
41
NL
Montage van opgenomen MD’s
r
p
P
(
§
0)
0/)
DISPLAY/CHAR
YES~≠ AMS ±MENU/NO
CLEAR
Naamgeving van MD’s en
opgenomen muziekstukken
(TITLE functie)
U kunt uw opgenomen MD’s en muziekstukken van
zelf gekozen titels voorzien. Deze titels, die in het
display verschijnen, kunnen bestaan uit hoofdletters,
kleine letters en cijfers of symbolen, tot een maximum
van 1 700 lettertekens per MD. U kunt ook de
afstandsbediening gebruiken voor naamgeving van
MD’s of muziekstukken (zie “Naamgeving van
muziekstukken en MD’s met de afstandsbediening” op
blz. 43).
Ga als volgt te werk om een muziekstuk of een MD
van een titel te voorzien.
Naamgeving is mogelijk tijdens het opnemen,
afspelen en in de pauzestand. Naamgeving moet in
orde zijn voordat het muziekstuk is afgelopen
tijdens opnemen. Als echter het opnemen van het
muziekstuk stopt vóór u de titel volledig hebt
ingevoerd, dan worden de reeds gekozen letters
niet vastgelegd en zal het muziekstuk dus nog geen
titel hebben.
1 Druk op MENU/NO om “Edit Menu” in het
display te laten verschijnen.
2 Draai AMS tot “Name ?” in het display wordt
aangegeven en druk AMS of YES in.
Sla deze stap over tijdens opnemen.
3 Draai AMS tot “Nm In ?” wordt aangegeven en
druk dan AMS of YES in.
4 Stel met AMS in op “Disc” voor naamgeving van
een MD of kies het betreffende muziekstuk.
Tijdens opnemen gaat u direct door naar stap 6.
5 Druk AMS of YES in.
Er verschijnt een knipperende cursor in het
display.
6 Druk op DISPLAY/CHAR om het lettertype als
volgt te kiezen:
Voor het kiezen van Drukt u herhaaldelijk
op DISPLAY/CHAR tot
Hoofdletters “A” wordt aangegeven
Kleine letters “a” wordt aangegeven
Cijfers “0” wordt aangegeven
7 Kies met AMS een letter of cijfer.
Het gekozen letterteken gaat knipperen.
De letters, cijfers en symbolen verschijnen in de
normale volgorde in het display wanneer u AMS
draait.
In uw titels kunt u ook de volgende symbolen
gebruiken:
! ” # $ % & ’ ( ) * + , – . / : ; < = > ? @ _ `
Tijdens stap 7 kunt u op elk gewenst moment op
DISPLAY/CHAR drukken om het lettertype te
veranderen (zie stap 6).
8 Druk op AMS om het gekozen letterteken in te
voeren.
De cursor gaat één plaats naar rechts en wacht op
de invoer van het volgende teken.
(Wordt vervolgd)
Montage van opgenomen MD’s
42
NL
9 Herhaal de stappen 7 en 8 tot de hele titel is
ingevoerd.
Als u een vergissing maakt
Druk op 0 of ) tot het te corrigeren letterteken
gaat knipperen en herhaal de stappen 7 en 8 om
het juiste teken in te voeren.
Wissen van een letterteken
Druk op 0 of ) tot het te wissen letterteken
gaat knipperen en druk op CLEAR.
Invoeren van een spatie
Druk op AMS terwijl de cursor knippert.
10Druk op YES.
De ingevoerde titel verschijnt in het display en het
invoeren van de titel is voltooid.
Uitschakelen van de TITLE functie
Druk op MENU/NO of p.
Opmerking
U kunt geen titel voor een muziekstuk of een MD vastleggen
tijdens het opnemen over een eerder opgenomen
muziekstuk.
Kopiëren van een muziekstuk-titel of een disc-titel
U kunt een bestaande muziekstuk-titel of disc-titel
overnemen en gebruiken voor een (ander) muziekstuk
of disc.
1 Druk op MENU/NO om “Edit Menu” aan te
geven in het display.
2 Draai AMS tot “Name ?” in het display wordt
aangegeven en druk AMS of YES in.
3 Draai AMS tot “Nm Copy ?” wordt aangegeven
in het display.
4 Druk AMS of YES in.
5 Draai AMS om “Disc” te kiezen voor het kopiëren
van de disc-titel, of kies het muziekstuk waarvan
u de titel, wilt overnemen en druk AMS of YES in.
Als “No Name” in het display verschijnt
Dan heeft deze MD of dit muziekstuk nog geen
titel.
6 Draai AMS om “Disc” te kiezen voor naamgeving
van de MD, of kies het muziekstuk waar u de titel
naar toe wilt kopiëren en druk AMS of YES in.
“Complete!!” verschijnt enkele seconden lang om
aan te geven dat het kopiëren voltooid is.
Als “Overwrite?” in het display verschijnt
De MD of het muziekstuk dat in stap 6 hierboven
werd geselecteerd, heeft een titel. Als u wilt
verdergaan met het kopiëren van de titel, druk dan
op AMS of YES.
Uitschakelen van de titelkopieerfunctie
Druk op MENU/NO of p.
43
NL
Montage van opgenomen MD’s
§
18
W
23
C
PROGRAM
OPEN/CLOSE
TIME
NUM
!
A˜B
17
V
22
B
SHUFFLE PRESENTRECORDED
PLAY MODE
SCROLL
CHAR
?
REPEAT
WRITE CLEAR
16
U
21
Z
A
CONTINUE
DISPLAY
NAME
/
>
25
MENU/NO
19
X
24
.
D
(
P.HOLD
A.SPACE
+
STANDBY
=
START
P
STOP
T.REC MUSIC SYNC
20
Y
25
,
E
)
M.SCAN
YES
0
=
·
)
+ r
P p
DATE
CD-SYNC
CD PLAYER FADER
3
H
8
M
13
R
2
G
7
L
12
Q
1
F
6
K
11
P
4
I
9
N
14
S
5
J
10
O
15
T
FILTER
0/)
CHAR
NAME
MENU/NO
CLEAR
NUM
Naamgeving van muziekstukken en MD’s
met de afstandsbediening Z
1
Druk enkele malen op NAME tot in het display
een knipperende cursor verschijnt en ga dan als
volgt te werk:
Voor naamgeving van Zorgt u dat de MD-recorder
een muziekstuk het muziekstuk afspeelt,
opneemt of in de pauzestand
staat, of gestopt is na het
vinden van het muziekstuk.
een MD in de stopstand staat, zonder
het verschijnen van een
muziekstuknummer in het
display.
2 Kies het lettertype als volgt:
Voor keuze van Drukt u enkele malen op
Hoofdletters CHAR tot “Selected AB” wordt
aangegeven in het display.
Kleine letters CHAR tot “Selected ab” wordt
aangegeven in het display.
Cijfers NUM tot “Selected 12” wordt
aangegeven in het display.
3 Druk op een letter/cijfertoets om het gewenste
letterteken in te voeren.
De cursor gaat één plaats naar rechts en wacht op
de invoer van het volgende teken.
Tijdens stap 3 kunt u op elk gewenst moment het
lettertype veranderen (zie stap 2).
4 Herhaal stap 3 tot de hele titel is ingevoerd.
Als u een vergissing maakt
Druk op 0 of ) tot het te corrigeren letterteken
gaat knipperen.
Druk op CLEAR om het onjuiste teken te wissen
en voer dan het juiste teken in.
5 Druk nogmaals op NAME.
De ingevoerde titel verschijnt in het display en het
invoeren van de titel is voltooid.
Uitschakelen van de TITLE functie
Druk op MENU/NO of p.
Wijzigen van een bestaande titel Z
1 Druk op NAME en ga dan als volgt te werk:
Voor wijziging van Zorgt u dat de MD-recorder
een muziekstuk-titel het muziekstuk afspeelt, in de
pauzestand staat, of gestopt is na
het vinden van het muziekstuk.
een MD-titel in de stopstand staat, zonder een
muziekstuknummer in het
display.
2 Houd CLEAR ingedrukt tot de oude titel is
verdwenen.
3 Voer de nieuwe titel in.
Volg de stappen 6 t/m 9 onder “Naamgeving van
MD’s en opgenomen muziekstukken” op blz. 41 en
42 of de stappen 2 t/m 4 onder “Naamgeving van
muziekstukken en MD’s met de afstands-
bediening” op deze bladzijde.
4 Druk op NAME.
(Wordt vervolgd)
Letter/
cijfertoetsen
Montage van opgenomen MD’s
44
NL
Uitschakelen van de titelbestand-wisfunctie
Druk op MENU/NO of p.
z Het wissen van alle titels kan nog ongedaan worden
gemaakt
Zie “Ongedaan maken van de laatste wijziging” op
blz. 45.
z U kunt alle opgenomen muziekstukken en titels
wissen
Zie “Wissen van alle muziekstukken van een MD” op
blz. 36.
Wissen van een titel op een MD
(titel-wisfunctie)
Gebruik deze functie wanneer u een titel van een MD
wilt wissen.
1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of
pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat
“Edit Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS tot “Name ?” in het display wordt
aangegeven en druk AMS of YES in.
3 Draai AMS tot “Nm Erase ?” wordt aangegeven
en druk AMS of YES in.
4 Stel met AMS in op “Disc” voor het wissen van de
disc-titel of kies het muziekstuk waarvan u de
titel wilt wissen en druk AMS of YES in.
“Complete!!” verschijnt enkele seconden lang om
aan te geven dat de gekozen titel gewist is.
Uitschakelen van de titel-wisfunctie
Druk op MENU/NO of p.
Wissen van alle titels op een MD
(titelbestand-wisfunctie)
Gebruik deze functie als u alle titels in één keer van de
MD wilt wissen.
1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of
pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat
“Edit Menu” in het display verschijnt.
2 Draai AMS tot “Name ?” in het dispaly wordt
aangegeven en druk AMS of YES in.
3 Draai AMS tot er “Nm AllErs?” in het display
verschijnt en druk AMS of YES in.
Nu wordt “Nm AllErs??” aangegeven.
4 Druk AMS of YES in.
“Complete!!” verschijnt enkele seconden lang om
aan te geven dat alle titels gewist zijn.
45
NL
Montage van opgenomen MD’s
r
p
P
(
§
0)
YES~≠ AMS ±MENU/NO
Ongedaan maken van de laatste
wijziging (UNDO functie)
Met de “UNDO” correctie-functie kunt u de laatste
montage-handeling ongedaan maken en de MD
terugbrengen in de toestand die bestond vóór u de
laatste wijziging aanbracht. Deze correctie is echter niet
mogelijk als u na het monteren al een van de volgende
handelingen hebt verricht:
Indrukken van r REC op de MD-recorder;
Indrukken van r, MUSIC SYNC of CD SYNC
STANDBY op de afstandsbediening;
Bijwerken van de “TOC” inhoudsopgave door
uitschakelen van de MD-recorder of uitnemen van
de MD;
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact
halen.
1 Met de MD-recorder in de stopstand, zonder een
muziekstuknummer in het display, drukt u op
MENU/NO om “Edit Menu” te laten verschijnen.
2 Draait AMS tot “Undo ?” in het display wordt
aangegeven.
“Undo ?” zal niet verschijnen als er nog geen
wijziging is gemaakt.
3 Druk AMS of YES in.
Een van de volgende mededelingen verschijnt in
het display, afhankelijk van de laatste wijziging die
u ongedaan kunt maken:
Gemaakte wijziging: Mededeling:
Wissen van een enkel muziekstuk
Wissen van alle muziekstukken
van de MD “Erase Undo?”
Wissen van een deel van
een muziekstuk
Onderverdelen van een muziekstuk “DivideUndo?”
Samenvoegen van muziekstukken “CombinUndo?”
Verplaatsen van een muziekstuk “Move Undo?”
Naamgeving van een muziekstuk
of een MD
Wijzigen van een bestaande titel
Wissen van alle titels van een MD
“Name Undo?”
Kopiëren van een titel
4 Druk AMS of YES nogmaals in.
“Complete!!” verschijnt enkele seconden lang om
aan te geven dat de inhoud van de MD is hersteld
in de toestand die bestond vóór de laatste
wijziging.
Uitschakelen van de UNDO functie
Druk op MENU/NO of p.
Overige informatie
46
NL
Beperkingen van het systeem
Het opnamesysteem van uw MD-recorder verschilt
sterk van de opnametechnieken gebruikt in gewone
cassettedecks en DAT cassettedecks, met een aantal
specifieke beperkingen waarvan hieronder een uitleg
volgt. Deze beperkingen zijn echter inherent aan het
ontwerp van het MD-opnamesysteem en wijzen niet
op storing in uw apparatuur.
De “Disc Full” foutmelding verschijnt reeds vóór het
bereiken van de maximale opnameduur
Wanneer er 255 nummers op de MD zijn opgenomen, zal de
“Disc Full” foutmelding verschijnen, ongeacht de feitelijke
opnameduur. Een MD kan niet meer dan 255 muziekstukken
bevatten. Om verder te gaan met opnemen, dient u
muziekstukken te wissen of een andere MD te gebruiken.
De “Disc Full” foutmelding verschijnt reeds vóór het
bereiken van het maximaal aantal muziekstukken
In bepaalde gevallen kunnen de zachtere passages binnen
muziekstukken worden opgevat als pauzes ertussen, zodat
het aantal nummers het feitelijk aantal muziekstukken
overschrijdt. Dan zal de “Disc Full” foutmelding al gauw
verschijnen.
De resterende opnametijd vermeerdert niet, ook niet na
het wissen van diverse korte nummers
Nummers van minder dan twaalf seconden lengte tellen niet
mee, zodat het wissen ervan niet tot meer beschikbare
opnameduur zal leiden.
Bepaalde muziekstukken laten zich niet met andere
samenvoegen
Na montage kunnen bepaalde muziekstukken niet meer met
andere te combineren zijn.
De totale opgenomen speelduur plus de resterende
beschikbare opnameduur op de MD komen in totaal niet
aan de nominale speelduur van de disc
Het opnemen wordt verricht in minimum-eenheden van
2 seconden, ongeacht de lengte van het opgenomen
materiaal. Dit kan leiden tot een geringe afwijking van de
nominale speelduur. Daarnaast kan de speelduur van een
MD beperkt worden door krassen en dergelijke.
Tijdens het doorzoeken van muziekstukken die niet
rechtstreeks zijn opgenomen, maar door montage zijn
samengesteld, kan geluid af en toe wegvallen.
De muziekstuknummers worden niet naar behoren
vastgelegd
Onjuiste muziekstuknummers kunnen resulteren wanneer
de muziekstukken van een CD tijdens digitale opname in
meerdere nummers worden onderverdeeld. Ook kunnen na
opnemen met de automatische muziekstuk-markering
ingeschakeld, de nummers wel eens niet precies
overeenkomen met de oorspronkelijke muziekstuknummers.
Overige informatie
Foutmeldingen in het display
De onderstaande foutmeldingen kunnen in het display
verschijnen als er bij de bediening iets mis gaat.
Bovendien heeft de MD-recorder een Zelfdiagnose-
functie (zie blz. 53).
Foutmelding Betekenis
Blank Disc Er wordt getracht een nieuwe,
(onbespeelde) of gewiste MD af te spelen.
Cannot Copy Er wordt getracht een tweede-generatie
kopie te maken van een digitaal
opgenomen MD (zie blz. 49).
Cannot Edit Er is getracht een MD te monteren tijdens
geprogrammeerde weergave of weergave
in willekeurige volgorde.
Disc Full Er is geen ruimte meer over op de MD
(zie “Beperkingen van het systeem” op
deze blz.).
Impossible De MD-recorder kan de gekozen
montage-handeling niet uitvoeren.
Name Full Het titelgeheugen van de MD is vol (met
ongeveer 1 700 lettertekens).
No Disc Er bevindt zich geen MD in de recorder.
Premastered Er wordt getracht op te nemen op een
voorbespeelde MD.
Initialize Door een te lange tussenperiode zijn de
(knippert) instellingen van de schakelklok
verdwenen zodat deze niet kan worden
ingeschakeld, of de geprogrammeerde
nummers zijn verdwenen zodat de
programma-weergave niet werkt.
No Connect Het CONTROL A1
-snoer is niet goed
aangesloten.
TextProtect De CD-tekst bevat informatie die niet naar
de MD kan worden gekopieerd.
47
NL
Overige informatie
Opnemen op MD’s is niet mogelijk of mislukt.
/ De MD is tegen abusievelijk wissen beveiligd.
(“Protected” en “C11” verschijnen beurtelings in het
display.)
Schuif het wispreventienokje dicht (zie blz. 11).
/ De MD-recorder is niet goed op de geluidsbron
aangesloten. Zorg dat de aansluitingen tussen de
geluidsbron en de MD-recorder naar behoren zijn
gemaakt.
/ Het opnameniveau is niet juist ingesteld. Stel het
opnameniveau juist in (zie blz. 16).
/ Er is een voorbespeelde MD geplaatst. Vervang de disc
door een opname-MD.
/ Er is niet genoeg opnametijd meer over op de MD.
Vervang de MD door een andere opname-MD waarop
geen of minder materiaal is opgenomen, of wis
overbodige opnamen van de MD.
/ Er heeft zich een stroomonderbreking voorgedaan, of
het netsnoer is uit het stopcontact geraakt. Mogelijk is
informatie die op de MD was opgenomen, verloren
gegaan. Maak de opnamen opnieuw.
Het synchroon-opnemen met een CD-speler werkt niet.
/ De MD-recorder staat niet ingesteld op het juiste type
CD-speler (voor muziek-CD’s of video-CD’s).
Stel in op het juiste type CD-speler (zie blz. 20).
Als de gebruikte CD-speler een functiekeuzeschakelaar
heeft, stel deze dan in op CD1.
Storende bijgeluiden in de geluidsweergave.
/ Krachtig magnetisme van een TV-toestel of een ander
apparaat veroorzaakt storingen in de werking van de
MD-recorder. Plaats de MD-recorder verder uit de
buurt van apparatuur die electromagnetische storing
kan veroorzaken.
Een drieletterteken-code verschijnt.
/ De Zelfdiagnose-functie is ingeschakeld.
Raadpleeg de tabel op blz. 53.
Opmerking
Als de MD-recorder nog steeds niet naar behoren werkt,
hoewel bovenstaande aanwijzingen zijn opgevolgd:
Schakel in dit geval de MD-recorder uit, trek de stekker uit
het stopcontact en sluit het apparaat dan weer op het
stopcontact aan.
De aanduiding “TOC Reading” blijft gedurende lange tijd
branden
Als de geplaatste MD gloednieuw is, verschijnt de
aanduiding “TOC Reading” langer in het display dan bij
MD’s die reeds eerder waren gebruikt.
Beperkingen bij opnemen over bestaande (eerder
opgenomen) muziekstukken
Niet in alle gevallen kan de juiste resterende opname-
speelduur worden aangegeven.
Het kan wel eens onmogelijk blijken over een muziekstuk
heen op te nemen als dat muziekstuk reeds enkele malen
eerder was overgespeeld. In dat geval dient u het
ongewenste muziekstuk eerst te wissen met behulp van
de ERASE wisfunctie (zie blz. 35).
De resterende opname-speelduur kan korter worden, in
vergelijking met de totale opnameduur.
Over een bestaand muziekstuk opnemen, alleen om ruis
of bijgeluiden weg te nemen, is niet aanbevolen,
aangezien de speelduur hierdoor verminderd kan
worden.
Bij opnemen over een bestaand muziekstuk heen, kan het
wel eens onmogelijk blijken om het muziekstuk van een
titel te voorzien.
Tijdens het afspelen van MD’s met mono
geluidsopnamen kan niet altijd de juiste opname- of
weergave-speelduur worden aangegeven.
Verhelpen van storingen
Als er tijdens gebruik van uw MD-recorder iets mis
gaat, loopt u dan deze controlelijst even door. Als het
probleem aan de hand van de volgende aanwijzingen
niet te verhelpen is, neem dan contact op met de
dichtstbijzijnde Sony onderhoudsdienst.
De MD-recorder werkt niet of niet naar behoren.
/ Wellicht is de MD beschadigd (de aanduiding “Disc
Error” verschijnt).
Neem de disc uit de houder en plaats deze opnieuw.
Als de “Disc Error” aanduiding weer verschijnt,
vervangt u de disc door een andere.
Afspelen van MD’s is niet mogelijk.
/ Er is vocht binnenin de recorder gecondenseerd.
Verwijder de MD en laat de MD-recorder enkele uren
in een warme omgeving liggen tot het condensvocht
verdampt is.
/ Het apparaat is niet ingeschakeld. Druk op de 1/u
schakelaar om het apparaat in te schakelen.
/ De MD is verkeerd-om in de houder geplaatst.
Schuif de MD met de labelkant naar boven en met de
pijl naar de opening wijzend in de disc-gleuf.
/ De MD bevat geen opnamen (de muziekkalender
verschijnt niet). Vervang de MD door een andere
waarop opnamen staan.
Overige informatie
48
NL
Technische gegevens
Afspeelsysteem Minidisc digitaal audiosysteem
Disc Minidisc
Laser Halfgeleider laser (λ = 780 nm)
Emissieduur: continu
Laser-uitgangsvermogen Minder dan 44,6 µW*
* Deze waarde is gemeten op een
afstand van ca. 200 mm van het
lensoppervlak van het optisch blok,
met een diafragma van 7 mm.
Eigenschappen laserdiode Materiaal: GaAlAs
Toerental (CLV) 400 tpm tot 900 tpm
Foutcorrectie ACIRC (Advanced Cross Interleave
Reed Solomon Code)
Bemonsteringsfrequentie 44,1 kHz
Codering ATRAC (Adaptive TRansform Acoustic
Coding) digitale audio-compressie
Modulatiesysteem EFM (Eight-to-Fourteen Modulation),
8 – 14 modulatie
Aantal kanalen 2 stereo-kanalen
Frequentiebereik 5 – 20 000 Hz ±0,3 dB
Signaal/ruisverhouding Meer dan 105 dB tijdens afspelen
Snelheidsfluctuaties Beneden meetbare limiet
Algemeen
Voedingsspanning 220 – 230 V wisselspanning, 50/60 Hz
Stroomverbruik 24 watt
Afmetingen (bij benadering) (b/h/d) inclusief uitstekende onderdelen
en bedieningsorganen 430 × 125,5 × 375,5 mm
Gewicht ca. 15,3 kg
Bijgeleverd toebehoren
Zie bladzijde 4.
Amerikaanse en buitenlandse octrooien onder licentie van
Dolby Laboratories Licensing Corporation.
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens
voorbehouden, zonder kennisgeving.
Ingangen
Nominaal
ingangs-
vermogen
Minimaal
ingangs-
vermogen
Ingangs-
impedantie
Type
stekkerbus
500 mV rms 125 mV rms
47 kOhm
RCA-aan-
sluitingen
LINE(ANALOG)
IN
Uitgangen
Type
stekkerbus
Belastings-
impedantie
Nominaal
uitgangs-
vermogen
DIGITAL OUT
OPTICAL
LINE(ANALOG)
OUT
PHONES
Stereo-
telefoon-
stekker
RCA-aan-
sluitingen
Vierkante
optische
aansluiting
32 ohm
Optische
golflengte:
660 nm
28 mW
2 Vrms
(bij 50 kOhm)
–18 dBm
Meer dan
10 kOhm
DIGITAL IN
OPT1
Vierkante
optische
aansluiting
Optische
golflengte
:
660 nm
DIGITAL IN
COAXIAL
RCA-
aansluiting
75 ohm 0,5 Vp-p,
±20%
DIGITAL IN
OPT2
Vierkante
optische
aansluiting
Optische
golflengte
:
660 nm
DIGITAL OUT
COAXIAL
RCA-
aansluiting
0,5 Vp-p
(bij 75 ohm)
75 ohm
49
NL
Overige informatie
2 U kunt het digitale inkomende signaal van een digitale
satelliet-uitzending op een DAT cassette of opname-MD
opnemen via de digitale ingangsaansluiting van een DAT
cassettedeck of MD-recorder die geschikt is voor het
verwerken van een bemonsteringsfrequentie van 32 kHz
of 48 kHz. Vervolgens kunt u van die rechtstreeks opge-
nomen (eerste-generatie) DAT cassette of MD een digitale
kopie maken op een andere DAT cassette of opname-MD,
via de digitale ingangsaansluiting van een DAT cassette-
deck of MD-recorder, zodat u een kopie verkrijgt. Verder
kopiëren van die tweede-generatie kopie op een andere
opname-MD of DAT cassette is alleen mogelijk via de
analoge ingangsaansluiting op het DAT of MD-recorder,
en met sommige satelliet-ontvangers is het maken van een
tweede-generatie digitale kopie ook al niet mogelijk.
Overzicht van het één-generatie
kopieersysteem (“Serial Copy
Management System”)
Aangezien deze MD-recorder volgens het zgn. “Serial
Copy Management System” werkt, kunnen MD’s die
via de digitale ingangsaansluiting zijn opgenomen, niet
naar andere MD’s worden gekopieerd via de digitale
uitgangsaansluiting. Het volgende schema geeft een
overzicht voor het maken van kopieën via de digitale
of analoge aansluitingen.
1 U kunt digitale opnamen maken van digitale
geluidsbronnen (CD’s, DAT cassettes of voorbespeelde
MD’s) op een DAT cassette of opname-MD, via de digitale
ingangsaansluiting van het DAT cassettedeck of de
MD-recorder.
Het is echter niet mogelijk kopieën te maken van een
dergelijke MD of DAT cassette op andere opname-MD’s of
DAT cassettes via de digitale ingangsaansluiting.
MD-recorderDAT cassettedeck
CD-speler
Digitale
uitgangsaansluiting
Digitale
ingangsaansluiting
DAT cassettedeck
of MD-recorder
Eerste-generatie
DAT cassette of
MD opgenomen
via de digitale
aansluitingen
Digitale
uitgangsaansluiting
Lijnuitgangsaansluitingen
(analoog)
Weergave
Weergave
Opname
Optisch
aansluitsnoer of
coaxiaal digitaal
aansluitsnoer
Audio-
aansluitsnoer
Optisch
aansluitsnoer of
coaxiaal digitaal
aansluitsnoer
DAT cassettedeck
of MD-recorder
Digitale
ingangsaansluiting
Lijningangsaansluitingen
(analoog)
Opname
DAT cassettedeck
of MD-recorder
DAT cassette
of MD
Weergave
Opname
DAT cassettedeck
of MD-recorder
Eerste-generatie
DAT cassette of
MD opgenomen
via de digitale
aansluitingen
Weergave
Opname
DAT cassettedeck
of MD-recorder
Digitale
ingangsaansluiting
Digitale
uitgangsaansluiting
Tweede-
generatie DAT
cassette of MD
opgenomen via
de digitale
aansluitingen
Weergave
DAT cassettedeck
of MD-recorder
DAT cassettedeck
of MD-recorder
Audio-
aansluitsnoer
DAT cassettedeck
of MD-recorder
DAT cassette
of MD
Satelliet-tuner
Opname
Digitale
ingangsaansluiting
Lijningangsaansluitingen
(analoog)
Digitale
uitgangsaansluiting
Optisch
aansluitsnoer of
coaxiaal digitaal
aansluitsnoer
Optisch
aansluitsnoer of
coaxiaal digitaal
aansluitsnoer
Digitale
ingangsaansluiting
DAT cassette
of MD
Digitale
uitgangsaansluiting
Lijnuitgangsaansluitingen
(analoog)
Optisch
aansluitsnoer of
coaxiaal digitaal
aansluitsnoer
(Wordt vervolgd)
Overige informatie
50
NL
3 U kunt een DAT cassette of opname-MD met materiaal
opgenomen via de analoge ingangsaansluitingen wel
digitaal overspelen naar een andere DAT cassette of
opname-MD, via de digitale uitgangsaansluitingen van
het DAT cassettedeck of de MD-recorder. Het is echter
niet mogelijk van dergelijke digitale kopieën weer tweede-
generatie digitale kopieën te maken op andere opname-
MD’s of DAT cassettes via de digitale uitgangs-aansluiting
van het DAT cassettedeck of MD-recorder.
Index
A
Aanbrengen van muziekstuknummers
automatisch 17
handmatig 17
Aansluiten
analoge component 5
digitale component 5
A-B herhaalfunctie 27
A-B wisfunctie 37
Accessoires, meegeleverd 4
Afspelen
afspelen in zelf gekozen volgorde 28
afspelen in willekeurige volgorde 27
fijnafstellen van de toonhoogte 32
herhaald afspelen 26
normaal afspelen 12
zojuist opgenomen muziekstukken 15
Afstandsbediening 4
AMS (Automatische Muziek Sensor) 26
Audio-aansluitsnoer 4, 5, 49, 50
Automatische afslagfunctie (Auto Cut) 14
Automatische pauzeerfunctie (Auto Pause) 30
Automatische pauze-inkortfunctie
(Smart Space) 15
Automatische pauze-inlasfunctie
(Auto Space) 29
B
Bemonsteringsfrequentie 5, 49
Bemonsteringsfrequentieomvormer 5
Beperkingen van het systeem 46
C
CD synchroon-opnamen 19
Coaxiaal digitaal aansluitsnoer 4, 5, 49, 50
CONTROL A1
aansluiten 6
basisfuncties 7
bedieningssysteem CONTROL A1
6
synchroon-opnamen op een MD 7, 20
Controleren
muziekstuknummer 23
resterende speelduur 14, 23
speelduur 23
totaal aantal muziekstukken 23
volgorde geprogrammeerde
muziekstukken 29
D, E
Digitaal filter 34
F, G, H
Foutmeldingen in het display 46
I
In-faden
tijdens afspelen 30
tijdens opnemen 21
Ingangscontrole 14
MD-recorder
CD-speler
Tuner
Platenspeler
Cassettedeck
DAT cassettedeck
Audio-aansluitsnoer
Opname
Weergave
Opname
Weergave
Digitale
ingangsaansluiting
Digitale
uitgangsaansluiting
DAT cassettedeck
of MD-recorder
DAT cassettedeck
of MD-recorder
Opname
DAT cassettedeck
of MD-recorder
DAT cassettedeck
of MD-recorder
Microfoon-
versterker
Optisch
aansluitsnoer of
coaxiaal digitaal
aansluitsnoer
DAT cassette
of MD
Lijnuitgangsaansluitingen
(analoog)
Lijningangsaansluitingen
(analoog)
Digitale
ingangsaansluiting
Audio-
aansluitsnoer
Optisch
aansluitsnoer of
coaxiaal digitaal
aansluitsnoer
Weergave
Lijnuitgangs-
aansluitingen (analoog)
Lijningangs-
aansluitingen (analoog)
Digitale
uitgangsaansluiting
DAT cassette of
MD opgenomen
via de analoge
naar digitale
aansluitingen
DAT cassette
of MD
Eerste-generatie
DAT cassette of
MD opgenomen
via de digitale
aansluitingen
DAT cassettedeck
of MD-recorder
51
NL
Overige informatie
Instellen
analoge opnameniveau 16
digitale opnameniveau 16
Instelmenu 52
K, L
Klok instellen 7
M
MD
plaatsen 9, 12
verwijderen 11, 12
voorbespeelde 23
voor opname geschikte 9, 23
Muziek
snelzoekfunctie 25
synchroon-opnamen 19
N
Naamgeving
MD 41
met de afstandsbediening 43
muziekstuk 41
titel kopiëren 42
O
Onderverdelen
na het kiezen van een
geschikt punt 38
na het kiezen van het
muziekstuk 38
Ongedaan maken van laatste
wijziging 45
Opnamedatum 24
Opnemen
normaal opnemen 9
over bestaande
muziekstukken 15
tijdmachine-opname 18
Optisch aansluitsnoer 4, 5, 49,
50
Opzoeken
gewenst muziekstuk 25
passage in een muziekstuk
26
P
Pauzeren
afspelen 12
opname 11
R
Reinigen 2
S
Samenvoegen 39
Schakelklok
afspelen 31
inslapen 32
opnemen 22
SCMS (één-generatie
kopieersysteem) 13, 49
Storingen verhelpen 47
T
Technische gegevens 48
Toonhoogte-fijnafstelling 32
U
Uit-faden
tijdens afspelen 30
tijdens opnemen 20
V
Verplaatsen 40
W
Wijzigen
bestaande titel 43
display 24
volgorde geprogrammeerde
muziekstukken 29
Wispreventienokje 11
Wissen
alle muziekstukken 36
alle titels 44
enkel muziekstuk 35
enkele titel 44
passage in een muziekstuk
47
Z
Zelfdiagnose-functie 53
Namen van de
bedieningsorganen
Aansluitingen
DIGITAL IN/OUT 5, 9
Indicators
FILTER 34
PITCH CONTROL 32
STANDBY 7, 9, 12
Regelaars
AMS ± 7, 10, 12, 14,
16 – 18, 25, 28, 29, 32, 33, 35,
37 – 41, 45
ANALOG REC LEVEL L/R
10, 16
DIGITAL REC LEVEL 10, 16
INPUT 9, 13, 14
PHONE LEVEL 12
Schakelaars
TIMER 22, 31
1/u aan/uit schakelaar 9, 12
Stekkerbussen
CONTROL A1 6
LINE(ANALOG) IN/OUT
5, 9, 13, 30, 33
PHONES 12, 30
Toetsen
A˜B27
A.SPACE 29
CD PLAYER P 19
CD PLAYER =/+
CHAR 43
CLEAR 27, 28, 41, 43
CONTINUE 27, 28
DATE PRESENT 7
DATE RECORDED 23
DIGITAL REC LEVEL
/ANALOG OUT LEVEL +/–
16, 33
DISPLAY 23, 28
DISPLAY/CHAR 14, 23, 28,
41
FADER 21, 30
FILTER 34
Letter/cijfertoetsen 23, 25, 28,
43
MENU/NO 10, 14, 17, 28, 29,
32, 33, 35, 37 – 41, 43, 45
M.SCAN 25
MUSIC SYNC 19
NAME 43
NUM 43
§ OPEN/CLOSE 9, 12, 14
P.HOLD 16
PITCH CONTROL 32
PLAY MODE 27, 28, 31
PROGRAM 28
r REC opnametoets 10, 14, 17,
45
REPEAT 26, 27
SCROLL 23
SHUFFLE 27
STANDBY 19
START 19
STOP 19
TIME 14, 23
T.REC 18
YES 28, 35, 37 – 41, 45
( weergavetoets 10, 12, 14,
25, 27, 28, 31
· weergavetoets 25, 28
P pauzetoets 10 – 12
p stoptoets 11, 12, 14, 22, 27
r opnametoets 45
0/) hand-zoektoetsen
26 – 28, 37, 38, 41, 43
=/+ AMS*-zoektoetsen
12, 23, 25
>25 23, 25, 28
* Automatische Muziek Sensor
Overige
Display 14, 23, 24
Muziekkalender 23
“TOC Writing”
inhoudsregistratie 11, 13,
21, 34, 35
g Afstandsbedieningssensor 4
Overige informatie
52
NL
Overzicht van de instelmenu’s
U kunt diverse functies van deze MD-recorder naar wens instellen via de onderstaande instelmenu’s. De
bedieningsfuncties behorend bij elk menu staan beschreven in de voorgaande hoofdstukken. Het volgend overzicht
geeft kort de functie van elk menu met de bijbehorende parameters en oorspronkelijke instellingen.
Opmerking
De menu’s die u in de stopstand, tijdens het afspelen of tijdens het opnemen kunt gebruiken, zijn verschillend.
Om het Instelmenu te openen
Terwijl de MD-recorder in de stopstand staat, druk MENU/NO tweemaal in zodat “Setup Menu” in het display
verschijnt,
of
druk op MENU/NO zodat “Edit Menu” verschijnt en draai dan AMS
tot “Setup ?” verschijnt in het display, en druk dan AMS in.
Menunummer Functie Parameters Oorspronkelijke instelling Zie
01 Samenstellen van een programma. blz. 28
——
02 Instellen van de nummer-markering.
T.Mark Off, T.Mark LSyn
T.Mark LSyn
blz. 17
03 Instellen van het “stiltepeil” na
keuze van “T.Mark LSyn” in
instelmenu 02.
LS(T) –72 tot –0dB
LS(T) –50dB blz. 17
04 In/uitschakelen van de
automatische pauzeerfunctie
en de pauze-inlasfunctie.
Auto Off, Auto Space,
Auto Pause
Auto Off
05 S.Space Off, S.Space On S.Space On blz. 15
06 In/uitschakelen van de piekniveau-
vasthoudfunctie.
P.Hold On, P.Hold Off P.Hold Off blz. 16
07 Instellen van de speelduur voor de
intro-weergave.
M.Scan 6 tot 20s
M.Scan 6s blz. 25
08
Keuze van de in-fade tijd voor
opname en weergave.
F.in 1.0 tot 15.0s
F.in 5.0s
blz. 21
09 Keuze van de uit-fade tijd na
opname en weergave.
F.out 1.0 tot 15.0s
F.out 5.0s blz. 21
10 Functie voor het automatisch
stapsgewijs veranderen van de
afspeelsnelheid.
Pitch –48 tot +2
Pitch 0 blz. 32
11 Functie voor het fijnafstellen van de
afspeelsnelheid.
Pfine –98.5% tot +12.5%
Pfine 0.0% blz. 33
12
Functie voor het veranderen van de
bitlengte van het digitale ingangssignaal.
Din 24bit/20bit/16bit Din 20bit blz. 15
13
Dout 24bit/20bit/16bit
Dout 20bit blz. 33
14
Instellen van de afspeeltijd voor de
inslaapschakelklok.
Sleep 30 tot 120min Sleep 60min
blz. 32
15 In- en uitschakelen van de
inslaapschakelklokfunctie.
Sleep On, Sleep Off Sleep Off blz. 32
In/uitschakelen van de functies
“Smart Space” en “Auto Cut”.
Functie voor het veranderen van de
bitlengte van het digitale uitgangssignaal.
blz. 29
en 30
Om de oorspronkelijke instellingen weer te activeren
Druk op CLEAR.
16 Gelijkzetten van de klok blz. 7
17 Instellen van de opnamefunctie Stereo Rec/Mono Rec Stereo Rec blz. 10
53
NL
Overige informatie
C11
Protected
Zelfdiagnose-display
Zelfdiagnose-functie
De MD-recorder heeft een zelfdiagnose-display. Een code van drie lettertekens (een combinatie van één letter en
twee cijfers) en de overeenkomstige mededeling verschijnen beurtelings op dit display, zodat u de staat van de MD-
recorder kunt controleren.
Mocht een dergelijke code aangegeven worden, controleer dan de volgende tabel om het probleem op te lossen.
Als het probleem aan de hand van de volgende aanwijzingen niet te verhelpen is, neem dan contact op met de
dichtstbijzijnde Sony onderhoudsdienst.
Drieletterteken-code/Mededeling Oorzaak/Maatregel
C11/Protected De in het apparaat geplaatste MD is beveiligd tegen wissen.
/ Neem de MD eruit en schuif het wispreventienokje dicht (blz. 11).
C13/REC Error De opname werd niet juist uitgevoerd.
/ Zet het apparaat op een stabiele plaats en neem opnieuw op.
De in het apparaat geplaatste MD is vuil (vlekken, vingerafdrukken enz.), heeft
krassen erop, of beantwoordt niet aan de standaarden.
/ Gebruik een andere MD en neem dan opnieuw op.
C13/Disc Error De MD-recorder kon de TOC van de MD niet juist lezen.
/ Neem de MD eruit en plaats deze weer erin.
C14/Disc Error De MD-recorder kon de TOC van de MD niet juist lezen.
/ Plaats een andere MD erin.
/ Indien mogelijk, wis alle muziekstukken van de MD door middel van de
“All Erase” wisfunctie (blz. 36).
C71/Din Unlock Een momentane onderbreking wordt veroorzaakt door de signalen van het digitale
programma dat wordt opgenomen.
Dit heeft geen invloed op het opgenomen materiaal.
Tijdens opnemen van een digitale component aangesloten op de digitale
ingangsaansluiting, werd de digitale aansluitkabel losgekoppeld of werd de digitale
component uitgeschakeld.
/ Sluit het snoer aan of schakel de digitale component weer in.

Documenttranscriptie

WAARSCHUWING Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht, om gevaar van brand of een elektrische schok te voorkomen. Open de behuizing niet, om gevaar van elektrische schokken te vermijden. Laat reparaties over aan de erkende vakman. De laser in dit apparaat is in staat om straling uit te zenden die de limiet van klasse 1 overschrijdt. Dit apparaat is geclassificeerd als een KLASSE 1 laserproduct. Het CLASS 1 LASER PRODUCT MARKING LABEL bevindt zich aan de achterkant van het apparaat. Reinigen Voorzorgsmaatregelen Veiligheid Mocht er een voorwerp of vloeistof in het apparaat terecht komen, verbreek dan de aansluiting op het stopcontact en laat het apparaat eerst door een deskundige controleren alvorens het weer in gebruik te nemen. Stroomvoorziening • Controleer, alvorens de MD-recorder aan te sluiten, of de bedrijfsspanning ervan overeenkomt met de plaatselijk netspanning. De bedrijfsspanning van het apparaat staat vermeld op het naamplaatje dat zich aan de achterzijde van het apparaat bevindt. • Het apparaat blijft op de stroombron (netspanning) aangesloten zolang als de stekker in het stopcontact zit, zelfs indien het apparaat is uitgeschakeld. • Trek de stekker uit het stopcontact als u denkt de MD-recorder geruime tijd niet te gebruiken. Om de aansluiting van de stekker op het stopcontact te verbreken, dient u de stekker vast te pakken, trek nooit aan het snoer zelf. • Het netsnoer mag alleen vervangen worden bij het erkende servicebedrijf. Binnenin het apparaat bevindt zich het volgende waarschuwings label. Bij dit produkt zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA. IN GEEN ENKELE SITUATIE KAN DE VERKOPER AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR DIRECTE SCHADE, SECUNDAIRE SCHADE OF WAT VOOR SCHADE DAN OOK, VOORTVLOEIEND UIT GEBRUIK VAN HET APPARAAT OF EEN DEFECT HIERIN, NOCH VOOR HIERMEE SAMENHANGENDE ONKOSTEN OF VERLIEZEN. 2NL Mocht u vragen of problemen hebben betreffende uw MD-recorder, aarzel dan niet contact op te nemen met uw dichtstbijzijnde Sony handelaar. Welkom! Dank u voor het aanschaffen van deze Sony MD-recorder. Lees, alvorens het apparaat in gebruik te nemen, deze gebruiksaanwijzing aandachtig door en bewaar deze voor eventuele naslag. Betreffende deze gebruiksaanwijzing Afspraken Bediening Voor de Klanten in Nederland Maak de ombouw, het paneel en de bedieningsorganen schoon met een zachte doek, licht bevochtigd met een oplossing van water met een mild schoonmaak-middel. Gebruik nooit een schuursponsje, schuurpoeder, of een oplosmiddel zoals alcohol of wasbenzine. Wanneer het apparaat rechtstreeks van een koude in een warme omgeving wordt gebracht of in een vochtige kamer is gezet, kan er op de lenzen binnenin de MD-recorder vocht uit de lucht condenseren. In dat geval kan de MD-recorder niet meer goed werken. Verwijder in dat geval de MD en wacht ongeveer een uur, met het apparaat ingeschakeld, totdat het vocht verdampt is. Betreffende de MD • Open het schuifdeksel niet zodat het gevoelige oppervlak van de MD vrijkomt. • Voorkom blootstelling van de MD aan fel zonlicht, hoge temperaturen, vocht en stof. • De aanwijzingen in deze handleiding beschrijven de toetsen en regelaars op de MD-recorder; tevens kunt u de toetsen op de afstandsbediening gebruiken met dezelfde naam of hetzelfde symbool; waar de naam afwijkt, wordt deze in de aanwijzingen tussen haakjes genoemd. • De onderstaande symbolen worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt: Z z Dit symbool verschijnt bij bedieningshandelingen waarvoor u de afstandsbediening nodig hebt. Dit symbool markeert handige tips die de bediening vereenvoudigen. INHOUDSOPGAVE Voorbereidingen Montage van opgenomen MD’s Uitpakken ............................................................................ 4 Aansluiten van het systeem ............................................. 4 Het CONTROL A1 -bedieningssysteem ....................... 6 Basisfuncties van het CONTROL A1 bedieningssysteem ......................................................... 7 Gelijkzetten van de klok ................................................... 7 Opmerkingen betreffende muziekmontage ............... 35 Wissen van opnamen (ERASE functie) ....................... 35 Wissen van een bepaalde passage (A-B ERASE functie) ................................................... 37 Onderverdelen van opgenomen muziekstukken (DIVIDE functie) .......................................................... 38 Samenvoegen van opgenomen muziekstukken (COMBINE functie) ..................................................... 39 Verplaatsen van opgenomen muziekstukken (MOVE functie) ............................................................ 40 Naamgeving van MD’s en opgenomen muziekstukken (TITLE functie) ................................ 41 Ongedaan maken van de laatste wijziging (UNDO functie) ........................................................... 45 Opnemen op een MD ........................................... 9 Afspelen van een MD ........................................ 12 Opnemen op MD’s Opmerkingen betreffende het opnemen ..................... Handige tips voor opname ............................................ Instellen van het opnameniveau .................................. Aanbrengen van muziekstuknummers tijdens het opnemen (Muziekstuk-nummers aanbrengen) ..... Veiligheids-opnamestart met zes seconden muziek uit het buffergeheugen (Tijdmachine-opname) ..... Synchroon-opname met een gewenste geluidsbron (Synchroon-muziekopname) ..................................... Synchroon-opname met een Sony CD-speler ............ Fading-in en out van de opname (In/uit-faden) ....... Opnemen op een MD met behulp van een schakelklok ................................................................... 13 14 16 17 18 19 19 21 22 NL Overige informatie Foutmeldingen in het display ....................................... 46 Beperkingen van het systeem ....................................... 46 Verhelpen van storingen ................................................ 47 Technische gegevens ...................................................... 48 Overzicht van het één-generatie kopieersysteem (“Serial Copy Management System”) ...................... 49 Index .................................................................................. 50 Overzicht van de instelmenu’s ..................................... 52 Zelfdiagnose-functie ....................................................... 53 Afspelen van MD’s Informatie in het display ............................................... Opzoeken van het gewenste muziekstuk ................... Opzoeken van de gewenste muziekpassage .............. Herhaaldelijk afspelen van muziekstukken ............... Afspelen van muziekstukken in willekeurige volgorde (SHUFFLE weergave) ................................ Afspelen van muziekstukken in een zelf gekozen volgorde (PROGRAM weergave) ............................. Nuttige tips voor het opnemen van MD’s op cassette .......................................................................... Fading-in en out van de weergave (In/uit-faden) .... Afspelen van een MD met behulp van een schakelklok ................................................................... Inslapen met muziek ...................................................... Veranderen van de toonhoogte (Toonhoogteregelfunctie) ........................................... Instellen van de uitgang van de MD-recorder ........... Afspelen met verschillende geluidskenmerken (digitaal filter) .............................................................. 23 25 26 26 27 28 29 30 31 32 32 33 34 3NL Voorbereidingen Plaatsen van de batterijen in de afstandsbediening Overzicht In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u de MDrecorder kunt aansluiten op een versterker of op andere audio-apparatuur, zoals een CD-speler of een DAT cassettedeck. Zorg dat u, alvorens de aansluitingen te maken, alle betrokken apparatuur uitschakelt. LINE(ANALOG) IN COAXIAL R R ç ç ç L REC OUT DIGITAL OUT DIGITAL IN OUT L OPT1 OPT2 CONTROL A1 COAXIAL OPTICAL ç U kunt deze MD-recorder bedienen via de bijgeleverde afstandsbediening. Plaats twee R6 (AA-formaat) batterijen in de afstandsbediening en let hierbij goed op de plaats van (+) en (–) polen. Richt de afstandsbediening op de afstandsbedieningssensor g van de MD-recorder. ç Controleer of u het volgende toebehoren in de verpakking aantreft: • Audio-aansluitsnoeren (2) • Afstandsbediening RM-D39M (1) • R6 (AA-formaat) batterijen (2) Aansluiten van het systeem ç Uitpakken TAPE/MD IN / naar een stopcontact (of naar een schakelklok, voor schakelklok-opname of -weergave) Versterker DIGITAL COAXIAL IN DIGITAL COAXIAL OUT CD-speler of DAT cassettedeck enz. z DIGITAL OPTICAL OUT Wanneer moeten de batterijen vervangen worden? Bij normaal gebruik gaan de batterijen ongeveer 6 maanden mee. Als u het apparaat niet langer meer op afstand kunt bedienen, vervang dan alle batterijen door nieuwe. Opmerkingen • Laat de afstandsbediening nooit op een erg warme of vochtige plaats liggen. • Zorg dat er geen vreemde voorwerpen in de afstandsbediening terecht komen. Let hier vooral op tijdens het verwisselen van de batterijen. • Stel de afstandsbediening niet bloot aan direct zonlicht of andere sterke lichtbronnen. Dit kan de juiste werking ervan verstoren. • Als u denkt de afstandsbediening geruime tijd niet te gebruiken, kunt u de batterijen er beter uit verwijderen, om schade als gevolg van batterijlekkage en corrosie te vermijden. DIGITAL OPTICAL IN CD-speler, DAT cassettedeck of MD-recorder enz. ç: Signaalstroom Welke aansluitsnoeren zijn er nodig? • Audio-aansluitsnoeren (bijgeleverd) (2) Wit (L) Wit (L) Rood (R) Rood (R) • Optische aansluitsnoeren (niet bijgeleverd) (3) • Coaxiale digitale aansluitsnoeren (niet bijgeleverd) (2) 4NL Voorbereidingen Aansluitingen Bij gebruik van een coaxiaal digitaal aansluitsnoer Aansluiten van de MD recorder op een versterker MD-recorder Sluit de versterker aan op de LINE(ANALOG) IN/ OUT aansluitingen met behulp van de (bijgeleverde) audio-aansluitsnoeren en zorg dat de rode stekkers (voor het rechter kanaal) in de rode stekkerbussen worden gestoken en de witte stekkers (voor het linker kanaal) in de witte stekkerbussen. Steek de stekkers stevig en over de volle lengte in de stekkerbussen, om ruis en brom te vermijden. COAXIAL OPT1 OPT2 Digitale apparatuur DIGITAL OUT DIGITAL COAXIAL OPTICAL COAXIAL DIGITAL IN IN OUT Ç Ç ç: Signaalstroom MD-recorder Versterker ç LINE(ANALOG) IN OUT L L R R z TAPE/MD OUT IN L Ç Controleer of het optische aansluitsnoer of het coaxiale digitale aansluitsnoer goed is aangesloten. R z ç: Signaalstroom Aansluiten van de MD-recorder op digitale apparatuur, zoals een CD-speler, een DAT cassettedeck, een digitale versterker of een andere MD-recorder Sluit de apparatuur aan op de DIGITAL IN/OUT aansluitingen met behulp van twee (of drie) optische aansluitsnoeren (niet bijgeleverd) en/of twee coaxiale digitale aansluitsnoeren (niet bijgeleverd). Bij gebruik van optische aansluitsnoeren Verwijder de dopjes van de stekkerbussen en steek dan de stekkers parallel erin totdat zij goed vastzitten. Zorg ervoor dat u de optische aansluitsnoeren niet verbuigt of samenbindt. MD-recorder DIGITAL IN COAXIAL OPT1 OPT2 Digitale apparatuur DIGITAL OUT DIGITAL COAXIAL OPTICAL OPTICAL IN OUT Indien “Din Unlock” en “C71” op het display verschijnen Automatische omzetting van de digitale bemonsteringsfrequenties tijdens opname De ingebouwde bemonsteringsfrequentie-omzetter zal automatisch de bemonsteringsfrequentie van uw verschillende digitale geluidsbronnen omzetten in de 44,1 kHz bemonsteringsfrequentie van deze MDrecorder. Dit stelt u in staat digitale opnamen te maken van 32-kHz of 48-kHz DAT cassettes of satellietuitzendingen, benevens CD’s en andere MD’s. Opmerking Als “Din Unlock” en “C71” beurtelings in het display verschijnen of “Cannot Copy” in het display verschijnt, is opnemen via de digitale aansluiting niet mogelijk. In dat geval kunt u de geluidsbron slechts opnemen via de LINE(ANALOG) IN aansluitingen en dient u de INPUT schakelaar hiervoor op “ANALOG” te zetten. Aansluiten van het netsnoer Steek de stekker van het netsnoer in een stopcontact of in de netuitgang van een schakelklok. ç Ç U kunt het optische aansluitsnoer zowel op OPT1 als OPT2 aansluiten. ç: Signaalstroom 5NL Voorbereidingen Aansluiten van het CONTROL A1 bedieningssysteem Het CONTROL A1 bedieningssysteem Dit MD-deck is geschikt voor het CONTROL A1 bedieningssysteem. Het CONTROL A1 -bedieningssysteem werd ontworpen om geluidsinstallaties die uit meerdere Sony-componenten bestaan, gemakkelijker te kunnen bedienen. CONTROL A1 -aansluitingen zorgen voor een route voor de overdracht van bedieningssignalen die automatische bediening mogelijk maken en functies bedienen welke doorgaans in verbinding worden gebracht met geïntegreerde systemen. Op dit moment maken CONTROL A1 -aansluitingen tussen een Sony MD-deck, CD-speler, versterker (ontvanger) en cassettedeck automatische functiekeuze en synchroon-opname mogelijk. In de toekomst zal de CONTROL A1 -aansluiting werken als een multifunctionele bus waarmee u van elke component meerdere functies kunt bedienen. Opmerking Het CONTROL A1 -bedieningssysteem is ontworpen voor opwaartse compatibiliteit omdat het bedieningssysteem wordt verbeterd om nieuwe functies te kunnen verwerken. In dit geval zullen oudere componenten echter niet geschikt zijn voor de nieuwe functies. Compatibiliteit van CONTROL A1 A1 en CONTROL Het CONTROL A1-bedieningssysteem is vernieuwd en heet nu CONTROL A1 , het standaard systeem in de SONY 300 disc CD-wisselaar en andere recentelijk uitgekomen Sony-componenten. Componenten met CONTROL A1-aansluitbussen kunnen worden gebruikt in combinatie met componenten met CONTROL A1 en kunnen op elkaar worden aangesloten. In beginsel zullen de meeste functies die beschikbaar zijn met het CONTROL A1-bedieningssysteem ook beschikbaar zijn met het CONTROL A1 -bedieningssysteem. Wanneer u echter aansluitingen maakt tussen componenten met CONTROL A1-aansluitbussen en componenten met CONTROL A1 -aansluitbussen, kan het aantal functies dat u kunt bedienen al naar gelang de component beperkt zijn. Voor nadere bijzonderheden dient u de met de betreffende component(en) meegeleverde gebruiksaanwijzing te raadplegen. 6NL Sluit mono (2P) ministekkerkabels in serie aan op de CONTROL A1 -aansluitbussen op de achterkant van elke component. U kunt maximaal tien CONTROL A1 -compatibele componenten in elke gewenste volgorde aansluiten. Van elk type component kunt u er echter slechts één aansluiten (d.w.z. één CD-speler, één MD-speler, één tapedeck en één ontvanger). (Al naar gelang het model kunnen er echter in bepaalde gevallen meer dan één CD-speler of MD-deck worden aangesloten. Raadpleeg de met de betreffende component meegeleverde gebruiksaanwijzing voor nadere bijzonderheden.) Voorbeeld Versterker CD-speler MD-deck (Ontvanger) Tapedeck Andere component Bij het CONTROL A1 -bedieningssysteem verplaatsen de bedieningssignalen zich in beide richtingen, waardoor er geen onderscheid bestaat tussen IN- en OUT-aansluitbussen. Indien een component beschikt over meer dan één CONTROL A1 -aansluitbus, kunt u beide bussen gebruiken of verschillende componenten aansluiten op één aansluitbus. Aansluitbussen en voorbeelden van aansluitingen CD-speler MD-deck CONTROL A1-aansluitbussen en aansluitingen Het is mogelijk om aansluitingen te maken tussen CONTROL A1- en CONTROL A1 -aansluitbussen. Voor bijzonderheden over bepaalde aansluitingen of instelmogelijkheden dient u de met de betreffende component(en) meegeleverde gebruiksaanwijzing te raadplegen. Aansluitkabel Bij sommige CONTROL A1 -compatibele componenten wordt als accessoire een aansluitkabel meegeleverd. Gebruik in dat geval de aansluitkabel om de aansluiting te maken. Bij gebruikmaking van een in de handel verkrijgbare kabel dient u een mono (2P) ministekkerkabel te gebruiken met een lengte van minder dan 2 meter en zonder weerstand (zoals de Sony RK-G69HG). Voorbereidingen Basisfuncties van het CONTROL A1 -bedieningssysteem Automatische functiekeuze Wanneer u CONTROL A1 -compatibele Sonycomponenten aansluit door gebruikmaking van control A1 -kabels (niet bijgeleverd) en u de afspeeltoets van één van de aangesloten componenten indrukt, schakelt de functiekiezer op de versterker (of ontvanger) automatisch over op de juiste ingang. (Indien u ( (afspeeltoets) op het MD-deck indrukt terwijl de CD wordt afgespeeld, schakelt de functiekiezer op de versterker over van CD naar MD.) Gelijkzetten van de klok Wanneer u de ingebouwde klok eenmaal op de juiste tijd hebt ingesteld, zal de MD-recorder de datum en tijd van alle opnamen automatisch vastleggen. Dan kunt u bij het afspelen van een opgenomen muziekstuk de opnamedatum en -tijd ervan in het display laten verschijnen (zie blz. 24). De tijd wordt op deze MD-recorder aangegeven volgens een 24-uurs cyclus. ~ ≠ AMS ± MENU/NO YES 0 ) Opmerkingen § • Deze functie werkt alleen wanneer de componenten zijn aangesloten op de ingangen van de versterker (of ontvanger) in overeenstemming met de namen op de functietoetsen. Bij bepaalde ontvangers kunt u de namen van de functietoetsen met elkaar verwisselen. Raadpleeg daarvoor de gebruiksaanwijzing die met de ontvanger is meegeleverd. • Tijdens het opnemen kunt u alleen naar de opnamebron luisteren en geen andere componenten afspelen. Hierdoor zou namelijk de automatische keuzefunctie geactiveerd worden. Synchroonopname Met deze functie kunt u synchroon opnemen van het MD-deck naar de gekozen broncomponent, en vice versa. 1 Stel de bronkiezer op de versterker (of ontvanger) in op de broncomponent. 2 Zet de broncomponent in de pauzestand (de indicators ( en P moeten beide gaan branden). 3 Zet het deck in de opnamepauzestand. 4 Druk op P op het deck. De broncomponent schakelt over uit de pauzestand en even later begint het opnemen. Wanneer het afspelen van de broncomponent eindigt, stopt het opnemen. Opmerkingen • Zet maximaal één component in de pauzestand. • Dit MD-deck is voorzien van een speciale synchroonopnamefunctie die gebruikmaakt van het CONTROL A1 -bedieningssysteem (zie “Synchroonopnamen van een CD-speler die is aangesloten met een CONTROL A1 -aansluitsnoer” op blz. 20). ( P p r 0/) OPEN/CLOSE § MENU/NO DISPLAY SCROLL YES TIME FILTER PLAY MODE DATE CONTINUE SHUFFLE PROGRAM RECORDED PRESENT A F B 1 G C 2 H D 3 I E 4 J 5 10 K 6 L 7 M 8 N 9 O P 11 Q 12 R 13 S 14 T 15 U 16 V 17 W 18 X 19 Y 20 DATE PRESENT 1 Met de MD-recorder in de stopstand drukt u tweemaal op MENU/NO zodat “Setup Menu” op het display verschijnt. 2 Draai AMS om “Setup 16” te kiezen en druk daarna op AMS of YES. Nu begint de dag-aanduiding te knipperen. 3 Draai de AMS regelaar om de dag in te voeren en druk de AMS regelaar vervolgens in. De dag-indicatie stopt met knipperen en blijft branden en nu begint de maand-aanduiding te knipperen. (Wordt vervolgd) 7NL Voorbereidingen 4 z Herhaal stap 3 om achtereenvolgens de maand, het jaar, het uur en de juiste minuut in te voeren. Nauwkeurige datum- en tijdsaanduiding voor al uw opnamen Zet de tijd minstens een keer per week gelijk, als u precisie wenst. Opmerking Als het netsnoer uit het stopcontact is getrokken, zal de tijdinstelling zijn gewist en zal de indicatie “Initialize” in het display gaan knipperen wanneer de MD-recorder weer wordt ingeschakeld. Als dit zich voordoet, dient u de klok opnieuw gelijk te zetten. Aangeven van de huidige datum en tijd Z Druk op DATE PRESENT. Telkens wanneer u op deze toets drukt, verandert de indicatie in het display als volgt: n Huidig display n Datum n Tijd 8NL Veranderen van de klokinstelling(en) 1 Voer de bovenstaande stappen 1 en 2 uit. 2 Druk herhaald op AMS of 0/) totdat de instelling die u wilt veranderen, begint te knipperen. 3 Draai AMS om de instelling te veranderen en druk daarna op AMS of YES. 4 Om de instelling te voltooien, drukt u enkele malen achtereen op AMS of 0/) tot geen van de indicaties meer knippert. Basisbediening Basisbediening Opnemen op een MD 2 5,8 6,7 10 ≠ AMS ± MENU/NO PUSH ENTER DIGITAL YES ANALOG REC LEVEL 5 4 STANDBY – + 6 3 7 1 9 8 2 CLEAR 0 ) 0 L R 10 TIMER REC OFF PLAY PHONES PITCH CONTROL SCROLL INPUT PHONE LEVEL OPT2 • REC OPEN/CLOSE DISPLAY/ CHAR REPEAT PLAY MODE TIME OPT1 COAX • • ANALOG § ( P p r • FILTER MIN FADER MAX 4 11 9 3 Schakel de versterker in en stel in op de geluidsbron die u wilt opnemen. Basisbediening 1 2 3 Druk op 1/u. De STANDBY indicator gaat uit. Druk op de § OPEN/CLOSE toets om de disc-lade te openen, plaats daarin een voor opnemen geschikte MD en druk nogmaals op de toets om de disc-lade te sluiten. Pijl naar binnen wijzend Label-kant boven Als er al opnamen op de MD staan, zal de MD-recorder automatisch met opnemen beginnen vanaf het eind van het laatst opgenomen muziekstuk. 4 Zet INPUT in de stand voor de geluidsbron-aansluiting waarvan u iets wilt opnemen. Voor opnemen via DIGITAL IN OPT1 DIGITAL IN OPT2 DIGITAL IN COAXIAL LINE(ANALOG) IN Zet INPUT op OPT1 OPT2 COAX ANALOG (Wordt vervolgd) 9NL Basisbediening 5 6 Druk tweemaal op MENU/NO zodat “Setup Menu” in het uitleesvenster verschijnt. 7 Draai AMS om de functie te kiezen waarin u wilt opnemen en druk daarna op AMS. Draai AMS om “Setup 17” te kiezen en druk daarna op AMS. Om op te nemen Stereo-geluid Mono-geluid*2 Kies*1 Stereo Rec Mono Rec *1 Tijdens de opname of opnamepauze kunt u niet de functie kiezen. *2 Tijdens opnemen in mono kunt u ongeveer tweemaal zo lang opnemen als tijdens opnemen in stereo. 8 Druk op MENU/NO. 9 Druk op r REC. De MD-recorder is nu klaar voor opname. 10 Stel het opnameniveau in. Bij opname via de DIGITAL IN (COAXIAL, OPT1, of OPT2) aansluiting Stel de DIGITAL REC LEVEL-regelaar zo in dat de piekniveaumeter op het display maximaal 0 dB aangeeft. Voor bijzonderheden, zie blz. 16. Bij opname via de LINE(ANALOG) IN-aansluitingen Voor de meeste doeleinden is het voldoende om de ANALOG REC LEVEL L/R-regelaars op 4 te zetten. Voor bijzonderheden, zie blz. 16. 10NL 11 Druk op ( of P. Nu begint het opnemen. 12 Start de weergave van de geluidsbron. Basisbediening Wanneer “TOC Writing” in het display knippert Trek nooit onmiddellijk na het opnemen de stekker van de MD-recorder uit het stopcontact De MD-recorder is dan bezig met bijwerken van de inhouds-opgave (Table Of Contents). Op dit moment mag u niet de stekker uit het stopcontact trekken en niet tegen de MD-recorder stoten. De nieuw opgenomen informatie wordt pas op de MD vastgelegd wanneer de inhoudsopgave (TOC) bijwerkt door de MD eruit te nemen, of door de MD-recorder in de wachtstand te zetten met de 1/u toets. Als u de stroomaansluiting verbreekt, kan het opgenomen materiaal niet naar behoren op de MD worden vastgelegd. Na het opnemen mag u wel op de § OPEN/CLOSE toets drukken om de MD eruit te nemen, of op de 1/u toets om het apparaat uit te schakelen. In het display zal dan eerst even “TOC Writing” gaan knipperen, om aan te geven dat de informatie op de MD wordt bijgewerkt. Nadat “TOC Writing” stopt met knipperen en uitgaat, kunt u de stekker uit het stopcontact trekken. Voor Drukt u op Stoppen met opnemen p. Pauzeren van de opname* P. Druk nogmaals op deze toets of op ( om de opnemen te hervatten. Uitnemen van de MD § OPEN/CLOSE, na afloop van het opnemen. * Telkens wanneer u pauzeert, d.w.z. het opnemen onderbreekt, wordt het muziekstuknummer met één verhoogd. Als u bijvoorbeeld het opnemen van muziekstuk nummer 4 onderbreekt, zal de rest van het muziekstuk bij hervatting het nummer 5 krijgen en als afzonderlijk muziekstuk gaan gelden. Basisbediening Beveiligen van een MD tegen per ongeluk wissen Om de opnamen op een MD te beveiligen, schuift u het nokje in de richting van de pijl, zodat er een opening ontstaat. Om opnemen mogelijk te maken, schuift u het nokje dicht. Wispreventienokje Achterkant van de disc Schuif het nokje in de richting van de pijl 11NL Basisbediening Afspelen van een MD 2 ≠ AMS ± MENU/NO PUSH ENTER DIGITAL YES ANALOG REC LEVEL 5 4 STANDBY – + 6 3 7 1 9 8 2 CLEAR 0 ) 0 L R 10 TIMER REC OFF PLAY PHONES PITCH CONTROL SCROLL INPUT PHONE LEVEL OPT2 • REC OPEN/CLOSE DISPLAY/ CHAR REPEAT PLAY MODE TIME OPT1 COAX • • ANALOG § ( P p r • FILTER MIN FADER MAX 4 3 z In de stopstand kunt u gemakkelijk een muziekstuk kiezen en de weergave ervan starten 1 Draai AMS (of druk op = of +) tot het nummer van het weer te geven muziekstuk wordt aangegeven. 2 Druk op AMS of op ( . z Luisteren via een hoofdtelefoon Sluit de hoofdtelefoon aan op de PHONES stekkerbus. Stel de geluidssterkte naar wens in met PHONE LEVEL . z U kunt de afspeelsnelheid van de MD veranderen Zie “Veranderen van de toonhoogte” op blz. 32. 12NL 1 2 Schakel de versterker in en stel met de ingangskeuzeschakelaar ervan in op MD-recorder. 3 Plaats een MD en sluit de disc-lade. Druk op 1/u. De STANDBY indicator gaat uit. Pijl naar binnen wijzend 4 Labelkant boven Druk op (. Het afspelen van de MD begint. Stel de geluidssterkte naar wens in op de versterker. Voor Doet u het volgende: Stoppen met afspelen Druk op p. Pauzeren van de weergave Druk op P. Druk nogmaals op deze toets of op ( om de weergave te hervatten. Doorgaan naar het volgende muziekstuk Draai AMS naar rechts (of druk op + van de afstandsbediening). Teruggaan naar het begin van het huidige of voorafgaande muziekstuk Draai AMS naar links (of druk op = van de afstandsbediening). Uitnemen van de MD Druk op § OPEN/CLOSE nadat het afspelen is gestopt. Opnemen op MD’s Opmerkingen betreffende het opnemen Indien “Protected” en “C11” beurtelings in het display verschijnen De MD is beveiligd tegen opnemen. Schuif het wispreventienokje om de uitsparing af te dekken (zie de paragraaf “Beveiligen van een MD tegen per ongeluk wissen” op bladzijde 11). Indien ”Din Unlock“ en ”C71“ beurtelings in het display verschijnen • Dan is de digitale geluidsbron die u wilt opnemen niet aangesloten op de aansluiting die u met de INPUT hebt gekozen in stap 4 op blz. 9. Om nu verder te gaan, sluit u de apparatuur voor opname aan op de juiste ingangsaansluiting. • De geluidsbron staat niet ingeschakeld. Schakel de geluidsbron in. Afhankelijk van de menu-instellingen en de geluidsbron die wordt opgenomen, zullen muziekstuknummers als volgt worden aangebracht: • Tijdens opnemen van een CD-speler of MD-recorder met de INPUT ingesteld op COAX, OPT1 of OPT2 en de opnamebron aangesloten op de respectieve digitale aansluiting: Nu zal de MD-recorder de muziekstuknummers automatisch aanbrengen in dezelfde volgorde als op de opnamebron. Als een muziekstuk echter meerdere malen wordt afgespeeld (bij voorbeeld door herhaalde weergave van een enkel muziekstuk) of er twee of meer muziekstukken zijn met hetzelfde nummer (dus van verschillende MD’s of CD’s), zal dit muziekstuk of stel muziekstukken als één doorlopend nummer worden opgenomen. Overigens zullen bij opnemen vanaf een CD-speler muziekstukken met een speelduur korter dan 4 seconden niet van een nummer worden voorzien. • Tijdens opnemen van sommige CD-spelers en multidisc-spelers die zijn aangesloten op een van de digitale ingangsaansluitingen, met de INPUT ingesteld op de overeenkomstige digitale positie: Het is mogelijk dat de MD-recorder de muziekstuknummers niet automatisch zal aanbrengen. In zo’n geval dient u de muziekstuk-nummers na het opnemen aan te brengen met behulp van de DIVIDE functie (zie “Onderverdelen van opgenomen muziekstukken” op blz. 38). Opnemen op MD’s • Bij het opnemen van een geluidsbron die is aangesloten op de LINE(ANALOG) IN aansluitingen, met de INPUT op “ANALOG”, of bij het opnemen van een satelliet-uitzending of een DAT cassettedeck aangesloten op een van de digitale ingangsaansluitingen, met de INPUT in de betreffende digitale stand en de “T.Mark Off” instelling gekozen in het 02 Instelmenu: Al het opgenomen materiaal zal nu gelden als één enkel muziekstuk. • Ook bij het opnemen van een analoge geluidsbron of een digitale zoals een DAT cassette of een satellietuitzending, kunt u wel muziekstuknummers aanbrengen, “T.Mark LSyn” is gekozen in het 02 Instelmenu (zie “Aanbrengen van muziekstuknummers tijdens het opnemen” op blz. 17). • Bij opnemen vanaf een DAT cassettedeck of satellietuitzending, met de INPUT ingesteld op de juiste digitale ingang, zal de MD-recorder automatisch een muziekstuknummer aanbrengen bij elk punt waar de bemonsteringsfrequentie van het ingangssignaal verandert, ongeacht de instelling in het 02 Instelmenu. z Zowel tijdens als na het opnemen kunt u muziekstuknummers aanbrengen Zie voor nadere bijzonderheden de beschrijving onder “Aanbrengen van muziekstuknummers tijdens het opnemen” (blz. 17), resp. “Onderverdelen van opgenomen muziekstukken” (blz. 38). Wanneer “TOC Writing” in het display knippert De MD-recorder is dan bezig met bijwerken van de inhoudsopgave (Table Of Contents). Op dit moment mag u niet de stekker uit het stopcontact trekken en de MD-recorder niet verplaatsen. De nieuw opgenomen muziek-informatie wordt pas op de MD vastgelegd wanneer u de inhoudsopgave (TOC) bijwerkt door de MD eruit te nemen, of door de MD-recorder in de wachtstand te zetten met de 1/u toets. Deze MD-recorder werkt volgens het SCMS ééngeneratie kopieersysteem (Serial Copy Management System, zie blz. 49) MD’s die zijn opgenomen via een digitale ingangsaansluiting kunnen niet op digitale wijze, via de digitale uitgangsaansluiting, worden gekopieerd of overgespeeld op een andere MD of een DAT cassette. Bij opnemen en in de opnamepauzestand worden digitale signalen die binnenkomen via de digitale ingangsaansluitingen doorgegeven via de digitale uitgangsaansluiting met dezelfde, oorspronkelijke bemonsteringsfrequentie. Om een inkomend digitaal signaal voor het uitsturen om te zetten naar een andere bemonsteringsfrequentie (zonder het signaal op een MD op te nemen), gebruikt u de ingangscontrolefunctie (zie blz. 14). 13NL Opnemen op MD’s Controleren van het ingangssignaal (ingangscontrole voor opname) Handige tips voor opname INPUT DISPLAY/CHAR MENU/NO ≠ AMS ± Voor u begint met opnemen, kunt u het gekozen ingangssignaal controleren via de uitgangsaansluitingen van de MD-recorder. 1 Druk op § OPEN/CLOSE en verwijder de MD. 2 Stel met INPUT in op de aansluitingen van de gekozen geluidsbron. 0 ) § ( P p r Met INPUT in de “ANALOG” stand TIME § OPEN/CLOSE ( p r REC Het analoge signaal dat binnenkomt via de LINE(ANALOG) IN aansluitingen wordt na analoog/digitaal omzetting doorgegeven aan de respectieve DIGITAL OUT aansluiting, en vervolgens na digitaal/analoog (terug) omzetting doorgegeven via de LINE(ANALOG) OUT aansluitingen en de PHONES hoofdtelefoonaansluiting. Controleren van de resterende opnameduur op de MD Druk op TIME. • Telkens wanneer u op TIME drukt als de MDrecorder in de stopstand staat, geeft het display om en om de totale opgenomen speelduur en de resterende opnameduur aan op de MD (zie blz. 23). • Telkens wanneer u tijdens het opnemen op de TIME toets drukt, verschijnen de opnametijd van het huidige muziekstuk en de resterende opnameduur op de MD beurtelings in het display. Met INPUT ingesteld op “OPT1”, “OPT2” of “COAX” Het digitale signaal dat binnenkomt via de respectieve DIGITAL IN aansluiting wordt na verwerking door de bemonsteringsfrequentieomzetter doorgegeven via de respectieve DIGITAL OUT aansluiting, en vervolgens na digitaal/ analoog omzetting doorgegeven via de LINE(ANALOG) OUT aansluitingen en de PHONES hoofdtelefoon-aansluiting. Veranderen van het display tijdens het opnemen Elke keer wanneer u op DISPLAY/CHAR (of DISPLAY) drukt terwijl de MD-recorder bezig is met opnemen, verandert het display als volgt: 3 Normale indicatie Indrukken Display van opnameniveau Indrukken Display van bemonsteringsfrequentie (FS) Indrukken Uitleesvenster “DF” (digitaal filter) Indrukken 14NL Druk op r REC. Als INPUT in de “ANALOG” stand staat, zal het display “AD-DA” aangeven. Als INPUT op “OPT1”, “OPT2” of “COAX” staat, zal het display “-DA” aangeven. Als “Auto Cut” in het display verschijnt (automatische afslag) De afslagfunctie is dan in werking getreden, omdat er al meer dan 30 seconden lang geen ingangssignaal is waargenomen. De MD-recorder schakelt over naar de opname-pauzestand en de 30 seconden stilte worden vervangen door een pauze van 3 seconden. Als de MD-recorder na het in werking treden van de “Auto Cut” functie ongeveer 10 minuten in de pauzestand blijft staan, zal het opnemen automatisch stoppen. Let erop dat de “Auto Cut” functie niet geactiveerd zal worden wanneer het opnemen werd gestart vanaf het stille gedeelte, zelfs indien er ongeveer 30 seconden lang geen ingangssignaal werd waargenomen. z U kunt de automatische afslagfunctie desgewenst uitschakelen Zie voor nadere bijzonderheden de onderstaande paragraaf “Uitschakelen van de “Smart Space” functie en “Auto Cut” functie” op blz. 15. Overigens zal bij uitschakelen van de “Auto Cut” functie tevens de “Smart Space” functie worden uitgeschakeld. Opnemen op MD’s Als “Smart Space” in het display verschijnt (inkorten van te lange pauzes) Dan is er tijdens het opnemen een stilte van 4 tot 30 seconden lengte geweest. Deze stilte wordt vervangen door een standaard-pauze van 3 seconden en dan gaat het opnemen op de MD verder. Na deze pauze van 3 seconden kan er wel eens geen nieuw muziekstuknummer worden aangebracht. Bovendien zal de “Smart Space” functie niet geactiveerd worden wanneer het opnemen werd gestart vanaf het stille gedeelte, zelfs indien er een aangehouden stilte van 4 tot 30 seconden is geweest. Uitschakelen van de “Smart Space” functie en “Auto Cut” functie 1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in, zodat “Setup Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS om “Setup 05” te kiezen en druk dan AMS in. 3 Draai AMS om in te stellen op “S.Space Off” en druk dan AMS in. 4 Druk op MENU/NO. Weer inschakelen van de “Smart Space” functie en “Auto Cut” functie 1 Volg de aanwijzingen 1 en 2 onder “Uitschakelen van de “Smart Space” functie en “Auto Cut” functie” hierboven. 2 Draai AMS om in te stellen op “S.Space On” en druk dan AMS in. 3 Druk op MENU/NO. Opmerkingen • Deze functie werkt alleen voor de digitale signaalingang via de digitale ingangsaansluiting. • De bitlengte is gewoonlijk ingesteld op 20 bit, maar u kunt kiezen uit 24, 20 en 16 bit. • Indien u de bitlengte tijdens het opnemen omschakelt, zal het geluid tijdelijk wegvallen. Afspelen van zojuist opgenomen muziekstukken Voer deze bedieningshandelingen uit als u muziekstukken die zojuist zijn opgenomen, onmiddellijk wilt afspelen. Druk, onmiddellijk nadat het opnemen is stopgezet, op (. Het afspelen start nu vanaf het eerste muziekstuk van het materiaal dat zojuist is opgenomen. Na opnemen direct het afspelen starten vanaf het eerste muziekstuk van de MD 1 Druk nadat het opnemen gestopt is, nogmaals op p. 2 Druk op (. Het afspelen start vanaf het eerste muziekstuk van de MD. Opnemen over bestaande muziekstukken heen Volg de onderstaande aanwijzingen om een nieuwe opname te maken over bestaand materiaal heen, net zoals op een analoge cassetteband. 1 Volg de aanwijzingen 1 t/m 8 onder “Opnemen op een MD” op blz. 9 en 10. 2 Draai AMS (of druk op = of +) tot in het display het nummer verschijnt van het muziekstuk waarover u een nieuw stuk muziek e.d. wilt opnemen. 3 Om op te nemen vanaf het begin van het muziekstuk, vervolgt u nu met stap 9 onder “Opnemen op een MD” op blz. 10. Opmerkingen • Bij uitschakelen van de “Smart Space” functie wordt tevens de “Auto Cut” functie uitgeschakeld. • Bij aflevering van het apparaat zijn zowel de “Smart Space” functie als de “Auto Cut” functie ingeschakeld. • Als u de MD-recorder uitschakelt of de stekker uit het stopcontact trekt, onthoudt het apparaat de laatste instelling (Aan of Uit) van de “Smart Space” functie en “Auto Cut” functie, zodat deze weer net zo geldt wanneer u de MD-recorder weer inschakelt. Omschakelen van de bitlengte U kunt de opnamekwaliteit verbeteren door de bitlengte aan te passen aan de CD-speler, het DATdeck of andere digitale apparatuur die is aangesloten op de digitale ingangsaansluiting. 1 Met de MD-recorder in de stopstand drukt u tweemaal op MENU/NO zodat “Setup Menu” op het display verschijnt. 2 Draai AMS om “Setup 12” te kiezen en druk daarna op AMS. 3 Draai AMS om de gewenste bitlengte te kiezen en druk daarna op AMS. 4 Druk op MENU/NO. z Wanneer “Tr” in het display knippert De MD-recorder is dan bezig op te nemen over een bestaand muziekstuk, en wanneer het einde van het bestaande muziekstuk bereikt wordt, stopt de indicatie met knipperen. z Voor opnemen vanaf het midden van een bestaand muziekstuk 1 Druk na de bovenstaande stap 2 op ( om de weergave te starten. 2 Druk op Pbij het punt waar u wilt beginnen met opnemen. 3 Vervolg nu met stap 9 onder “Opnemen op een MD” op blz. 10. Opmerking Opnemen vanaf het midden van een bestaand muziekstuk is niet mogelijk wanneer “PROGRAM” of “SHUFFLE” wordt aangegeven. 15NL Opnemen op MD’s Instellen van het opnameniveau U kunt het opnameniveau instellen alvorens de opname te starten. MENU/NO 4 Stop de weergave van de opname-geluidsbron. 5 Om te beginnen met opnemen, volgt u de aanwijzingen vanaf stap 11 onder “Opnemen op een MD” op blz. 10. z Met de piek-vasthoudfunctie kunt u de uitslag van de niveaumeters bij de hoogste signaalpieken vasthouden DIGITAL REC LEVEL Om de piek-vasthoudfunctie in te schakelen door instelling 06 van het Instelmenu 1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in, zodat “Setup Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS om “Setup 06” te kiezen en druk dan AMS in. 3 Draai AMS om in te stellen op “P.Hold On” en druk vervolgens AMS in. 4 Druk op MENU/NO. 0 ) § ≠ AMS ± U 16 V Z 21 – / >25 NAME 18 X 19 Y 22 23 . 24 , REPEAT 17 A˜B ? W A.SPACE ! WRITE CHAR ( P + r ANALOG REC LEVEL L/R 20 25 P.HOLD Om de piek-vasthoudfunctie in te stellen door gebruikmaking van de afstandsbediening Druk op P.HOLD zodat “P.Hold On” op het display verschijnt. P.HOLD p r MUSIC SYNC ) CD-SYNC START STANDBY CD PLAYER P p M.SCAN NUM T.REC 0 STOP P ) CLEAR · = ( = FADER + DIGITAL REC LEVEL /ANALOG OUT LEVEL DIGITAL REC LEVEL /ANALOG OUT LEVEL +/– Om de piek-vasthoudfunctie uit te schakelen, kiest u “P.Hold Off” in stap 3 hierboven. (Of druk op P.HOLD op de afstandsbediening zodat “P.Hold Off” op het display verschijnt.) Instellen van het digitale opnameniveau Gewoonlijk hoeft u het digitale opnameniveau niet in te stellen. Het niveau wordt meestal ingesteld wanneer het niveau van de bron te laag is. op een MD” op blz. 9 en 10. 1 Volg de aanwijzingen 1 t/m 9 onder “Opnemen op een MD” op blz. 9 en 10. 2 Speel het gedeelte met de luidste passages (het krachtigste ingangssignaal) af. 2 Speel het gedeelte met de luidste passages (het krachtigste ingangssignaal) af. 3 3 Terwijl u meeluistert naar het geluid, draait u de DIGITAL REC LEVEL (of drukt u op DIGITAL REC LEVEL/ANALOG OUT LEVEL +/–) om het opnameniveau zo in te stellen dat de piekniveaumeters hun hoogste punt bereiken zonder dat de OVER-indicatie wordt ingeschakeld. Incidenteel branden van “OVER” is aanvaardbaar. Terwijl u meeluistert naar het geluid, draait u de ANALOG REC LEVEL L/R om het opnameniveau in te stellen. Indien het uitgangsniveau van de aangesloten component te laag is, kan het niet mogelijk zijn het opnameniveau op de maximale waarde in te stellen. 4 Stop de weergave van de opname-geluidsbron. 5 Om te beginnen met opnemen, volgt u de aanwijzingen vanaf stap 11 onder “Opnemen op een MD” op blz. 10. OVER indicatie Indien het niveau van de digitale signalen van de bron te laag is, kan het opnameniveau niet altijd op de hoogste stand worden ingesteld. 16NL Instellen van het analoge opnameniveau 1 Volg de aanwijzingen 1 t/m 9 onder “Opnemen Opnemen op MD’s Aanbrengen van muziekstuknummers tijdens het opnemen (Muziekstuknummers aanbrengen) U kunt muziekstuknummers zowel handmatig als automatisch aanbrengen. Door op specifieke punten muziekstuknummers aan te brengen, kunt u de muziekstukken later snel en gemakkelijk terugvinden met behulp van de AMS functie of de montagefuncties. MENU/NO Om in te stellen op “T.Mark Off” of “T.Mark LSyn” in Instelmenu 02, volgt u de onderstaande aanwijzingen: 1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in, zodat “Setup Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS om “Setup 02” te laten verschijnen en druk AMS dan in. 3 Draai AMS om in te stellen op “T.Mark Off” of “T.Mark LSyn” en druk AMS weer in. “L.SYNC” gaat branden als u instelt op “T.Mark LSyn”. 4 Druk op MENU/NO. ~ ≠ AMS ± 0 ) § ( P p r r REC Handmatig aanbrengen van muziekstuknummers U kunt tijdens het opnemen op ieder gewenst tijdstip, op iedere willekeurige plaats op de MD een muziekstuknummer aanbrengen. Druk tijdens het opnemen op r REC bij de plaats waar u een muziekstuknummer wilt aanbrengen. Automatisch aanbrengen van muziekstuknummers De MD-recorder brengt de muziekstuknummers op verschillende wijzen aan, als volgt: • Bij het opnemen van CD’s of MD’s, met INPUT ingesteld op OPT1, OPT2 of COAX: De MD-recorder brengt muziekstuknummers automatisch aan. De functie voor het automatisch aanbrengen van muziekstuknummers zal echter niet werken wanneer u opneemt van sommige CD-spelers en multidiscspelers. • In alle andere gevallen: Als “T.Mark LSyn” in Instelmenu 02 is gekozen, brengt de MD-recorder een nieuw muziekstuknummer aan telkens wanneer het opgenomen signaal gedurende ongeveer anderhalve seconde of langer tot of beneden een bepaald peil daalt om vervolgens weer tot een bepaald peil te stijgen. z U kunt het stiltepeil instellen dat nodig is voor het aanbrengen van een nieuw muziekstuknummer Bij het automatisch aanbrengen van muziekstuknummers moet het ingangssignaal gedurende 1,5 seconde of langer beneden een bepaald peil blijven, om daarna tot een krachtiger peil aan te zwellen, vóór de MD-recorder bij dat punt een nieuw muziekstuknummer aanbrengt. Ga voor het instellen van het stiltepeil als volgt te werk. Let erop dat “T.Mark LSyn” in Instelmenu 02 gekozen moet zijn. 1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in, zodat “Setup Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS om “Setup 03”te kiezen en druk AMS dan in. 3 Draai AMS om het stiltepeil in te stellen. U kunt het stiltepeil instellen van –72 dB tot 0 dB in stapjes van 2 dB. 4 Druk na het instellen van het stiltepeil weer op AMS. 5 Druk op MENU/NO. Opmerking Als u de MD-recorder uitschakelt of de stekker uit het stopcontact trekt, onthoudt het apparaat de laatste instelling van de automatische muziekstuknummer-aanbrengfunctie (“T.Mark LSyn” of “T.Mark Off”), zodat deze weer net zo geldt wanneer u de MD-recorder weer inschakelt. 17NL Opnemen op MD’s Veiligheids-opnamestart met zes seconden muziek uit het buffergeheugen (Tijdmachineopname) Bij opnemen van een FM radio-uitzending of een satelliet-uitzending kunnen de eerste paar seconden van de uitzending vaak verloren gaan, omdat het even kan duren voor u tot opnemen besluit en op de opnametoets drukt. Om dit verlies van het begin van muziekstukken e.d. tegen te gaan, is dit apparaat voorzien van de tijdmachine-opnamefunctie, die voortdurend de laatste 6 seconden aan audio-gegevens in een buffergeheugen bewaart, zodat bij de opnamestart eerst deze 6 seconden aan audio-gegevens worden opgenomen, zoals in onderstaande afbeelding aangegeven. Indrukken van AMS in stap 3 Einde van het programma dat u wilt opnemen Tijd Audiogegevens in een 6-seconden buffergeheugen Opgenomen gedeelte Begin van het programma dat u wilt opnemen REPEAT / ≠ AMS ± >25 NAME ? A˜B A.SPACE ! WRITE CHAR ( · = P + p § 18NL ( MUSIC SYNC ) T.REC CD-SYNC START STANDBY CD PLAYER P 0 ) P.HOLD r T.REC 0 STOP M.SCAN ) CLEAR NUM = FADER + DIGITAL REC LEVEL /ANALOG OUT LEVEL P p r 1 Volg de aanwijzingen 1 t/m 9 onder “Opnemen op een MD” op blz. 9 en 10. De MD-recorder komt dan in de opnamepauzestand te staan. 2 Start de weergave van de geluidsbron die u wilt opnemen. Vanaf dit ogenblik worden nu doorlopend de laatste 6 seconden aan audiogegevens in een buffergeheugen opgeslagen. 3 Druk op AMS (of T.REC) om de tijdmachineopname te starten. De opname begint nu met de 6 seconden aan audiogegevens uit het buffergeheugen. Stoppen met de tijdmachine-opname Druk op p. Opmerking De MD-recorder begint met het opslaan van audio-gegevens wanneer de recorder in de opname-pauzestand staat en en u de weergave van de geluidsbron start. Wanneer de geluidsbron nog geen 6 seconden lang aan staat, zijn er dus nog geen 6 seconden aan audiogegevens in het buffergeheugen opgeslagen, en dan zal de tijdmachineopname beginnen met minder dan 6 seconden aan audiogegevens. Opnemen op MD’s Synchroon-opname met een gewenste geluidsbron (Synchroon-muziekopname) Z Met behulp van de MUSIC SYNC toets kunt u het opnemen automatisch gelijktijdig laten starten met het inkomend signaal van de opname-geluidsbron. Hierbij kan het markeren van muziekstuknummers op verschillende manieren verlopen, afhankelijk van de opgenomen geluidsbron en de instelling in Instelmenu 02 (zie de “Opmerkingen betreffende het opnemen” op blz. 13). Z 21 – / >25 ? 22 23 REPEAT NAME WRITE CHAR 0 CLEAR P.HOLD NUM P + p r MUSIC SYNC ) CD-SYNC START STANDBY CD PLAYER P 25 M.SCAN ) T.REC STOP , A.SPACE ( · = 24 . A˜B ! = MUSIC SYNC FADER + DIGITAL REC LEVEL /ANALOG OUT LEVEL 1 Synchroon-opname met een Sony CD-speler Z Als u deze MD-recorder op een Sony CD-speler of een hi-fi installatie aansluit, kunt u snel en gemakkelijk CD’s op MD’s opnemen met behulp van de CD synchroon-opnametoetsen op de afstands-bediening. Als uw MD-recorder op een Sony CD-speler is aangesloten met een digitaal aansluitsnoer, worden er bovendien muziekstuknummers aangebracht in dezelfde volgorde als op de CD, ook al is er ingesteld op “T.Mark Off” in Instelmenu 02. Als de MD-recorder is aangesloten op een Sony CD-speler met audioaansluitsnoeren via de LINE(ANALOG) IN aansluitingen, dan worden de muziekstuknummers alleen automatisch aangebracht als u hebt ingesteld op “T.Mark LSyn” in Instelmenu 02 (zie blz. 17). Aangezien u met dezelfde afstandsbediening zowel de MD-recorder als de CD-speler bedient, kan de bediening wel eens moeilijk zijn als de CD-speler te ver van de MD-recorder staat. Zet deze apparaten daarom dicht bij elkaar. Volg de aanwijzingen 1 t/m 8 onder “Opnemen op een MD” op blz. 9 en 10. Z 21 – / >25 ? 22 23 REPEAT NAME WRITE CHAR 2 3 Druk op MUSIC SYNC. De MD-recorder komt dan in de opnamepauzestand te staan. Start de weergave van de op te nemen geluidsbron. De MD-recorder zal nu automatisch met opnemen beginnen. Uitschakelen van de synchroon-muziekopname Druk op p. START STOP CD PLAYER P CLEAR P.HOLD NUM P + p r STANDBY MUSIC SYNC ) CD-SYNC START STANDBY CD PLAYER P 25 M.SCAN ) T.REC 0 STOP , A.SPACE ( · = 24 . A˜B ! = FADER + DIGITAL REC LEVEL /ANALOG OUT LEVEL 1 Zet de ingangskeuzeschakelaar van de versterker in de stand voor weergave van CD’s. 2 Volg de aanwijzingen 2 t/m 8 onder “Opnemen op een MD” op blz. 9 en 10, om de MD-recorder klaar voor opname te zetten. 3 Plaats een CD in de CD-speler. 4 Kies op de CD-speler de gewenste afspeelfunctie (SHUFFLE weergave, PROGRAM weergave, etc.). 5 Druk op STANDBY. De CD-speler komt in de weergave-pauzestand te staan en de MD-recorder in de opnamepauzestand. Opmerking Bij de synchroon-muziekopname zullen de “Smart Space” functie en “Auto Cut” functie automatisch worden ingeschakeld, ongeacht de door u gekozen instelling (Aan of Uit) of het soort ingangssignalen (digitaal of analoog). (Wordt vervolgd) 19NL Opnemen op MD’s 6 Druk op START. De MD-recorder begint met opnemen en de CDspeler begint met afspelen. Het muziekstuknummer en de verstreken speelduur van het muziekstuk verschijnen in het display. z Op dezelfde wijze als voor het synchroon opnemen met een Sony muziek-CD speler, kunt u ook synchroonopnamen maken met een Sony video-CD speler. Om in te stellen op de video-CD speler, dient u echter voor u begint eerst nummertoets 2 tegelijk met de 1/u toets van de afstandsbediening in te drukken. Om de CD-speler weer te kiezen, drukt u nummertoets 1 tegelijk met de 1/u toets in. De MD-recorder staat bij aflevering ingesteld op synchroon-opname met een gewone muziek-CD speler. Als de weergave van de CD-speler niet start Bij sommige CD-spelers zal de weergave niet beginnen als u op START van de afstandsbediening drukt. In een dergelijk geval dient u in plaats hiervan P op de afstandsbediening van de CD-speler zelf in te drukken. 7 Druk op STOP wanneer u de synchroon-opname wilt stoppen. z Opmerkingen • Wanneer de afstandsbediening van de MD-recorder een functieschakelaar heeft voor afstandsbediening van de CD-speler, dient u deze in te stellen op CD1. • De MD-recorder zal mogelijk niet automatisch muziekstuknummers aanbrengen wanneer u opneemt van sommige CD-spelers. z Tijdens synchroon-opname kunt u ook de afstandsbediening van de CD-speler gebruiken Bij indrukken van p, stopt de CD-speler en komt de MD-recorder in de opnamepauzestand te staan. Bij indrukken van P, pauzeert de CD-speler en komt de MD-recorder in de opnamepauzestand te staan. Om de synchroon-opname te hervatten, drukt u op · . z U kunt van CD’s wisselen en hierna weer doorgaan met de CD synchroon-opname Voer, in plaats van de bovenstaande stap 7, de volgende bedieningshandelingen uit. 1 Druk op p op de afstandsbediening van de CD-speler. De MD-recorder komt in de opnamepauzestand te staan. 2 Verwissel de CD. 3 Druk op · op de afstandsbediening van de CD-speler. De CD synchroon-opname gaat nu weer verder. 20NL U kunt de resterende opnameduur op de MD controleren Druk op TIME (zie blz. 23). z Tijdelijk onderbreken van de opname Druk op STANDBY of op CD PLAYER P. Om de opname hierna te hervatten, drukt u op START of nogmaals op CD PLAYER P. Telkens wanneer u de opname onderbreekt, wordt er een nieuw muziekstuknummer aangebracht. Synchroon-opname is ook mogelijk met een Sony video-CD speler Tijdens synchroon-opname kopieert de MD-recorder de CD-tekstgegevens (CD-tekst en disc-memo’s) ongewijzigd naar de MD (disc-memokopieerfunctie) De disc-memokopieerfunctie werkt wanneer u een synchroon-opname maakt van een Sony CD-speler die via een CONTROL A1 -aansluitsnoer is aangesloten op de MD-recorder. Opmerkingen • Bij uiterst korte CD-muziekstukken zal de discmemokopieerfunctie soms niet werken. • Bij sommige CD’s bestaat de kans dat de tekstgegevens niet gekopieerd worden. Synchroon-opnamen van een CD-speler die is aangesloten met een CONTROL A1 aansluitsnoer U kunt een synchroon-opname maken van een Sony CD-speler waarvan een CONTROL A1 -aansluiting via een CONTROL A1 -aansluitsnoer is verbonden met de MD-recorder. 1 Schakel de versterker in en zet de bronkeuzeschakelaar op CD. 2 Verricht de stappen 2 t/m 8 van “Opnemen op een MD” op blz. 9 en 10. 3 Zet de CD-speler in de afspeelstand (bijv. afspelen in geprogrammeerde of willekeurige volgorde) die u wilt gebruiken voor de opname op de MDrecorder. 4 Zet de CD-speler in de pauzestand voor afspelen. (· en P gaan beide branden.) 5 Druk op r REC op de MD-recorder. De MD-recorder bevindt zich nu in de stand-by stand voor opnemen. 6 Druk op P op de MD-recorder. De pauzestand van de CD-speler wordt opgeheven en de opname begint. Wanneer het afspelen van de CD is beëindigd, stopt de opname. Opnemen op MD’s z Fading-in en out van de opname (In/uit-faden) Met de “FADE” functie kunt u het geluid aan het begin van de opname geleidelijk laten opkomen (In-faden van de opname) en/of het geluid aan het eind geleidelijk laten wegsterven (Uit-faden van de opname). Deze functie is bijvoorbeeld handig als u het geluid niet abrupt wilt laten afbreken aan het eind van de MD. Z 21 – / >25 ? 22 23 REPEAT NAME WRITE CHAR CLEAR P.HOLD NUM P + 1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in, zodat “Setup Menu” in het display verschijnt. 2 Voor instellen van de tijdsduur voor het in-faden: Draai AMS om “Setup 08” te kiezen en druk AMS in. Voor instellen van de tijdsduur voor het uit-faden: Draai AMS om “Setup 09” te kiezen en druk AMS dan in. 3 Draai AMS om de gewenste tijdsduur voor het in-, resp. uit-faden te kiezen. Voor zowel het in-faden als het uit-faden kunt u de tijd instellen (in stapjes van 0,1 seconde). 4 Druk na het instellen van de fade-tijdsduur weer op AMS. 5 Druk op MENU/NO. p r MUSIC SYNC ) CD-SYNC START STANDBY CD PLAYER P 25 M.SCAN ) T.REC 0 STOP , A.SPACE ( · = 24 . A˜B ! U kunt de tijdsduur voor het in- en uit-faden afzonderlijk naar wens instellen = FADER + DIGITAL REC LEVEL /ANALOG OUT LEVEL FADER FADER In-faden van de opname Druk in de opnamepauzestand op FADER bij het punt waar u het geluid geleidelijk wilt laten opkomen. “Fade Z 3.2s” verschijnt in het display waarvan Z knippert en de MD-recorder neemt het geluid langzaam opkomend op tot de teller de stand “0.0s” bereikt. Uit-faden van de opname Druk tijdens het opnemen op FADER bij het punt waar u het geluid geleidelijk wilt laten wegsterven. “Fade z 3.2s” verschijnt in het display waarvan z knippert en de MD-recorder laat het geluid wegsterven tot de teller de stand “0.0s” bereikt. Na afloop van het uit-faden komt de MD-recorder in de opnamepauzestand te staan. 21NL Opnemen op MD’s 5 Opnemen op een MD met behulp van een schakelklok Door het aansluiten van een audio-schakelklok (niet bijgeleverd) op deze MD-recorder kunt u het opnemen laten beginnen en eindigen op van tevoren ingestelde tijdstippen. Zie voor nadere bijzonderheden over het aansluiten van de schakelklok en het instellen van de begin- en eindtijden de bijgeleverde gebruiksaanwijzing van de schakelklok. Na afloop van de schakelklok-opname zet u TIMER van de MD-recorder terug op “OFF”. Vervolgens zet u de MD-recorder in de stand-by stand door de netsnoerstekker in het stopcontact te steken of de audio-schakelklok terug te zetten in de stand voor normale werking. • Als u TIMER in de “REC” stand laat staan, zal de MD-recorder bij de eerstvolgende keer dat u het apparaat inschakelt, automatisch beginnen met opnemen. • Als u de MD-recorder niet binnen een week na afloop van de schakelklokopname in de stand-by stand zet, kunnen de opgenomen gegevens verloren gaan. 0 ) § TIMER 22NL ( P p r p 1 Volg de aanwijzingen 1 t/m 10 onder “Opnemen op een MD” op blz. 9 en 10. 2 • Als u alleen de begintijd voor het opnemen wilt instellen, drukt u op p. • Als u alleen de eindtijd voor het opnemen wilt instellen, volgt u de aanwijzingen 11 en 12 onder “Opnemen op een MD” op blz. 10. • Als u zowel de begintijd als de eindtijd voor het opnemen wilt instellen, drukt u op p. 3 Zet TIMER van de MD-recorder op “REC”. 4 Stel de schakelklok in op de gewenste begintijd en/of eindtijd voor de opname. • Als u op de schakelklok de begintijd voor het opnemen hebt ingesteld, zal de MD-recorder automatisch worden uitgeschakeld. Bij het bereiken van de ingestelde begintijd wordt de MD-recorder ingeschakeld en begint dan met opnemen. • Als u alleen de eindtijd voor het opnemen hebt ingesteld en reeds met opnemen bent begonnen, gaat de MD-recorder door met opnemen. Bij het bereiken van de door u ingestelde eindtijd stopt de MD-recorder en wordt dan uitgeschakeld. • Als u zowel de begintijd als de eindtijd voor het opnemen hebt ingesteld, wordt de MD-recorder uitgeschakeld. Bij het bereiken van de begintijd wordt de MD-recorder ingeschakeld en begint dan met opnemen. Op de ingestelde eindtijd stopt de MD-recorder met opnemen en wordt dan uitgeschakeld. Zorg dat u de MD-recorder in de stand-by stand zet binnen een week na afloop van de schakelklokopname De inhoudsopgave (TOC) van de MD wordt bijgewerkt en de opgenomen muziekgegevens worden vastgelegd wanneer u de MD-recorder inschakelt. Als de opnamegegevens verloren zijn gegaan, zal de aanduiding “Initialize” gaan knipperen wanneer u de MD-recorder weer inschakelt. Opmerkingen • De opname begint pas ongeveer 30 seconden nadat de MD-recorder is ingeschakeld. Houd rekening met deze korte vertraging wanneer u de begintijd voor opnemen met de schakelklok instelt. • Tijdens schakelklok-opname zal, als de MD reeds opnamen bevat, het nieuwe materiaal automatisch achter de bestaande opnamen worden vastgelegd. • Het materiaal van de gemaakte schakelklokopname zal bij inschakelen van de MD-recorder op de MD worden vastgelegd. De aanduiding “TOC” zal dan in het display knipperen. Zorg er voor dat u de MD-recorder niet beweegt en de stekker van het netsnoer niet uit het stopcontact trekt zolang deze “TOC” indicatie knippert. • De schakelklok-opname zal worden stopgezet als de MD vol is. Afspelen van MD’s Afspelen van MD’s Bij het inleggen van een MD zal het display de disctitel, totaal aantal muziekstukken, de totale speelduur van de MD en de muziekkalender aangeven, als volgt: Informatie in het display In het display kunt u informatie laten verschijnen over de MD en de muziekstukken, zoals het totaal aantal muziekstuknummers, de totale speelduur, de resterende opnameduur op de MD, de titel van de MD en de opnamedatum en -tijd van het weergegeven muziekstuk. SCROLL Muziekkalender Disc-titel Totaal aantal muziekstukken Totale speelduur van de MD DISPLAY/CHAR 0 ) § ( P p r TIME SCROLL Opmerking TIME OPEN/CLOSE § MENU/NO DISPLAY DISPLAY CONTINUE SCROLL B TIME FILTER C D E F 1 G 2 H 3 I 4 J 5 K 6 L 7 M 8 N 9 O 10 P 11 Q 12 R 13 S 14 T 15 U 16 V 17 W 18 X 19 Y 20 Z 21 – 22 23 . 24 , REPEAT A˜B / >25 NAME ? A.SPACE ! WRITE CHAR ( = STOP Cijfertoetsen 25 M.SCAN ) CLEAR P + P.HOLD p r T.REC 0 DATE RECORDED NUM · =/+ YES PLAY MODE DATE SHUFFLE PROGRAM RECORDED PRESENT A >25 De muziekkalender toont alle muziekstuknummers binnen een raster als het een voorbespeelde MD is, en zonder raster als het een MD voor opname is. Als het totale aantal muziekstukken de 15 overschrijdt, verschijnt er een pijltje z rechts van het getal 15 in de muziekkalender. MUSIC SYNC ) CD-SYNC START STANDBY Controleren van het totaal aantal muziekstukken, de totale speelduur en de resterende opnameduur op de MD Telkens wanneer u in de stopstand op TIME drukt, verandert de informatie in het display als volgt: Totaal aantal muziekstukken en totale speelduur van alle opgenomen muziekstukken Wanneer u een nieuwe MD plaatst of wanneer u de MDrecorder uitschakelt en weer inschakelt, verschijnt het laatst aangegeven soort informatie opnieuw. Controleren van de verstreken speelduur, de resterende speelduur en het nummer van het weergegeven muziekstuk Telkens wanneer u tijdens het afspelen van een MD op TIME drukt, verandert de informatie in het display als hieronder aangegeven. Na afspelen van elk muziekstuk verdwijnt het bijbehorende nummer uit de muziekkalender. Nummer en verstreken speelduur van het weergegeven muziekstuk Indrukken Nummer en resterende speelduur van het weergegeven muziekstuk Indrukken Resterende opnameduur op de MD (alleen voor opname-MD’s) Indrukken Resterende speelduur van alle opgenomen muziekstukken De resterende opnameduur van de disc wordt niet aangegeven als het een voorbespeelde MD betreft. Indrukken Indrukken (Wordt vervolgd) 23NL Afspelen van MD’s z De titels van de nummers en de disc-titel worden als volgt in het display aangegeven: De disc-titel wordt aangegeven wanneer de MDrecorder in de stopstand staat, om tijdens het afspelen plaats te maken voor de titel van het weergegeven muziekstuk. Als er geen titel is vastgelegd, verschijnt in plaats daarvan de aanduiding “No Name”. Zie voor het instellen van titels voor een opname-MD en de muziekstukken daarop de beschrijving onder “Naamgeving van MD’s en opgenomen muziekstukken” op blz. 41. z Veranderen van de indicaties Telkens wanneer u tijdens weergave of in de stopstand op DISPLAY/CHAR (of DISPLAY) drukt, veranderen de indicaties in het display als volgt: Normale aanduidingen Indrukken Een titel van 12 of meer letters kunt u door het display laten lopen Druk op de SCROLL. Aangezien het display maximaal 11 letters tegelijk kan aangeven, dient u nogmaals op SCROLL te drukken om de rest van de titel te zien, als die uit 12 of meer letters bestaat. Druk nogmaals op SCROLL om het doorlopen stil te zetten en opnieuw om het doorlopen weer te laten vervolgen. De inhoud van het muziek-programma (alleen als “PROGRAM” wordt aangegeven) Indrukken Titel (Disc-titel en muziekstuktitel) Aangeven van de opname-datum Z Als de ingebouwde klok op de juiste tijd is ingesteld zullen bij het opnemen op een MD automatisch ook de datum en tijd van de opname worden vastgelegd. Bij het afspelen van een aldus opgenomen MD kunt u dan de opnamedatum en -tijd van elk muziekstuk in het display laten verschijnen. 1 2 24NL Zoek het muziekstuk op waarvan u de opnamedatum en -tijd wilt controleren. Als de MD-recorder Drukt u op in de stopstand staat = of +. met weergave bezig is of in de weergavepauzestand staat =, + of de cijfertoetsen. Druk op DATE RECORDED. De indicatie “No Date” verschijnt als de ingebouwde klok niet is gelijkgezet of als het muziekstuk op een andere MD-recorder zonder datum- en tijdregistratie is opgenomen. Indrukken Uitgangsniveau (terwijl de MD-recorder zich in de stopstand bevindt, wordt op het display het opnameniveau aangegeven.) Indrukken Indicatie van toonhoogte Indrukken Uitleesvenster “DF” (digitaal filter) Indrukken Afspelen van MD’s z Opzoeken van het gewenste muziekstuk 1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in, zodat “Setup Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS om “Setup 07”te kiezen, en druk AMS dan in. 3 Draai AMS om de speelduur te kiezen binnen het bereik van 6 tot 20 seconden (in stapjes van 1 seconde) en druk AMS dan in. 4 Druk op MENU/NO. U kunt ieder gewenst muziekstuk snel en gemakkelijk opzoeken gedurende het afspelen van een MD met behulp van AMS (Automatische Muziek Sensor), = en +, de cijfertoetsen of M.SCAN van de afstandsbediening. z ≠ AMS ± OPEN/CLOSE DISPLAY CONTINUE SCROLL § ( P p B C D E F 1 G 2 H 3 I 4 J 5 K 6 L 7 M 8 N 9 O 10 P 11 Q 12 R 13 S 14 T 15 U 16 V 17 W 18 X 19 Y 20 Z 21 – 22 23 . 24 , REPEAT A˜B r >25 ( FILTER PLAY MODE DATE SHUFFLE PROGRAM RECORDED PRESENT A 0 ) YES TIME / >25 NAME · =/+ ? A.SPACE ! WRITE CHAR ( P + 0 M.SCAN P.HOLD p z Snel naar het begin van het laatste muziekstuk gaan Draai AMS linksom (of druk op =) wanneer het display het totaal aantal muziekstukken, de totale speelduur of de resterende opnameduur (alleen bij een opname-MD) of de disc-titel aangeeft (zie blz. 23). r T.REC STOP 25 M.SCAN ) CLEAR Cijfertoetsen NUM · = Pauzeren aan het begin van een muziekstuk Draai AMS (of druk op= of + ) nadat u de MDrecorder in de weergave-pauzestand heeft gezet. § MENU/NO U kunt de speelduur voor de intro-weergave verlengen MUSIC SYNC ) CD-SYNC START STANDBY Voor opzoeken van Doet u het volgende: het volgende of een later muziekstuk Draai tijdens het afspelen AMS naar rechts (of druk net zovaak op +) tot u het gewenste muziekstuk vindt. het weergegeven of Draai tijdens het afspelen AMS naar een eerder muziekstuk links (of druk net zovaak op =) tot u het gewenste muziekstuk vindt. een bepaald muziekstuk Z Voer het muziekstuknummer in met de cijfertoetsen. een bepaald muziekstuk met de AMS zoekfunctie 1 Draai in de stopstand AMS tot het gewenste muziekstuk wordt aangegeven (d.w.z. het nummer knippert). 2 Druk op AMS of op (. door elk muziekstuk de eerste 6 seconden te scannen (introweergave) Z 1 Druk op M.SCAN voordat het afspelen begint. 2 Hoort u het gewenste muziekstuk, druk dan op ·. z Direkt opzoeken van een muziekstuk met een nummer boven 25 Z Druk eerst op de >25 toets en dan op de betreffende cijfertoetsen. Druk >25 eenmaal in als u een nummer van twee getallen wilt invoeren en tweemaal voor het invoeren van een muziekstuknummer van drie getallen. Om een nul (“0”) in te voeren, drukt u op de 10 toets. Voorbeelden: • Weergeven van muziekstuknummer 30 Druk eenmaal op >25 en daarna op 3 en op 10. • Weergeven van muziekstuknummer 100 Druk tweemaal op >25 en daarna op 1, op 10 en nogmaals 10. 25NL Afspelen van MD’s Opzoeken van de gewenste muziekpassage Herhaaldelijk afspelen van muziekstukken Tijdens het afspelen of afspeelpauze kunt u ook 0 en ) gebruiken om een bepaalde muziekpassage op te zoeken. U kunt muziekstukken in iedere gewenste afspeelfunctie laten herhalen. REPEAT 0/) 0 ) 0 ) § § ( P p Voor opzoeken van een passage Drukt u op terwijl u luistert naar het versnelde afspelen ) (voorwaarts) of 0 (terugwaarts) en houdt u deze ingedrukt totdat u de gewenste passage heeft gevonden. terwijl u het display in het oog houdt tijdens afspeelpauze ) of 0 en houdt u deze ingedrukt totdat u de gewenste passage heeft gevonden. U hoort hierbij geen geluid. z Als “—Over—” verschijnt tijdens indrukken van ) in de afspeel-pauzestand Het einde van de MD is bereikt. Druk op 0 (of =) of draai AMS linksom om terug te gaan. Opmerkingen • De MD-recorder stopt als het einde van de MD wordt bereikt terwijl u ) ingedrukt houdt, bij zoeken aan de hand van het versnelde afspelen. • Het kan gebeuren dat muziekstukken die slechts enkele seconden lang zijn tijdens het zoeken worden overgeslagen. Als u dergelijke muziekstukken wilt opzoeken, is het beter om de MD op normale snelheid af te spelen. 26NL ( P p r r Druk op REPEAT. “REPEAT” verschijnt in het display. De muziekstukken worden nu op de volgende manier herhaald: Bij afspelen van de MD met De MD-recorder herhaalt normale weergave (blz. 12) alle muziekstukken. SHUFFLE weergave (blz. 27) alle muziekstukken in willekeurige volgorde. PROGRAM weergave (blz. 28) hetzelfde programma nogmaals. Uitschakelen van de herhaalde weergave Druk herhaaldelijk op REPEAT totdat “REPEAT” verdwijnt. De MD-recorder keert nu terug naar de voorgaande afspeelfunctie. Herhalen van het afgespeelde muziekstuk Druk tijdens het afspelen van het gewenste muziekstuk met normale weergave, SHUFFLE weergave of PROGRAM weergave, enkele malen op de REPEAT toets, totdat “REPEAT 1” in het display verschijnt. Indien u “REPEAT 1” kiest terwijl de MD-recorder zich in de stopstand bevindt, wordt het eerstvolgende muziekstuk dat afgespeeld moet worden herhaald. Afspelen van MD’s Herhalen van een bepaalde passage (A-B herhaalfunctie) Z U kunt een bepaalde passage binnen een muziekstuk herhaaldelijk afspelen, bijvoorbeeld voor het uit het hoofd leren van een tekst van een liedje. De passage die herhaald wordt, dient echter wel in zijn geheel binnen één muziekstuk te liggen. Afspelen van muziekstukken in willekeurige volgorde (SHUFFLE weergave) U kunt de MD-recorder de muziekstukken in willekeurige volgorde laten afspelen. OPEN/CLOSE § MENU/NO DISPLAY CONTINUE SCROLL YES TIME FILTER 0 ) PLAY MODE DATE SHUFFLE PROGRAM RECORDED PRESENT A B C D E § REPEAT F 1 G 2 H 3 I 4 J 5 K 6 L 7 M 8 N 9 O 10 P 11 Q 12 R 13 S 14 T 15 U 16 V 17 W 18 X 19 Y 20 Z 21 – . 24 / >25 ? NAME A˜B ) 2 23 A˜B WRITE CHAR = ( CLEAR P.HOLD NUM P + PLAY MODE 25 P p r ( M.SCAN ) p CLEAR p 1 Druk in de stopstand enkele malen op PLAY MODE (of eenmaal op SHUFFLE), totdat “SHUFFLE” in het display verschijint. 2 Druk op ( om de SHUFFLE weergave te starten. “—Shuffle—” en “J” verschijnen in het display terwijl de MD-recorder de muziekstukken in willekeurige volgorde zet. r T.REC 0 , A.SPACE ! · STOP 1 22 REPEAT ( MUSIC SYNC ) CD-SYNC START STANDBY Druk tijdens weergave op A˜B bij het beginpunt (punt A) van de te herhalen muziekpassage. “REPEAT A-” verschijnt en “B” knippert in het display. Vervolg de weergave van de betreffende passage of druk op ) totdat u bij het eindpunt van de passage (punt B) bent aangekomen en druk hier nogmaals op A˜B. “REPEAT A-B” blijft branden in het display. De MD-recorder zal het gespecificeerde gedeelte nu herhaaldelijk blijven afspelen. Uitschakelen van de A-B herhaalfunctie Druk op REPEAT, CLEAR of p. Instellen van een nieuw begin- en eindpunt Uitschakelen van de SHUFFLE weergave Druk in de stopstand enkele malen op PLAY MODE (of eenmaal op CONTINUE ), totdat “SHUFFLE” van het display verdwijnt. z U kunt tijdens SHUFFLE weergave muziekstukken specificeren • Om het volgende muziekstuk af te spelen, draait u AMS rechtsom (of u drukt op +). • Om het afspelen weer vanaf het begin van het afgespeelde muziekstuk te starten, draait u AMS linksom (of drukt u op =). U kunt AMS (of =) niet gebruiken om terug te gaan naar het begin van muziekstukken die reeds zijn afgespeeld. U kunt de passage onmiddellijk volgend op de passage die nu gespecificeerde is, laten herhalen, door het beginpunt en het eindpunt te veranderen. 1 Druk op A˜B terwijl “REPEAT A-B” in het display verschijnt. Het bestaande eindpunt B wordt het nieuwe beginpunt A, “REPEAT A-” gaat aan en “B” knippert in het display. 2 Vervolg het afspelen van de betreffende passage of druk op ) totdat u bij het eindpunt van de nieuwe passage (punt B) bent aangekomen en druk hier nogmaals op A˜B. “REPEAT A-B” blijft branden in het display en de MD-recorder zal het nieuw gespecificeerde gedeelte weer herhaaldelijk blijven afspelen. 27NL Afspelen van MD’s b) Bij gebruik van de afstandsbediening Afspelen van muziekstukken in een zelf gekozen volgorde (PROGRAM weergave) Gebruik de cijfertoetsen om de gewenste muziekstukken in de door u gekozen volgorde in te voeren. Om een muziekstuk met een nummer hoger dan 25 in te voeren, dient u de >25 toets te gebruiken (zie blz. 25). U kunt de afspeelvolgorde van de muziekstukken op een MD zelf bepalen en zo uw eigen programma samenstellen van maximaal 25 muziekstukken. ~ ≠ AMS ± DISPLAY/CHAR MENU/NO Bij een vergissing in de keuze van het nummer YES Druk op 0 of ) tot het verkeerde muziekstuknummer gaat knipperen en voer dan het juiste nummer in met de cijfertoetsen. Indien “0” knippert, drukt u op 0. 0 ) § OPEN/CLOSE § MENU/NO DISPLAY CONTINUE SCROLL B G 2 H 3 I 4 J 5 6 L 7 M 8 N 9 O 10 P 11 Q 12 R 13 S 14 T 15 U 16 V 17 W 18 X 19 Y 20 Z 21 – / >25 ? 22 23 REPEAT 24 . A˜B ( r 4 Herhaal stap 3 voor het invoeren van alle gewenste muziekstukken. Het ingevoerde muziekstuk wordt toegevoegd op de plaats waar de “0” knippert. Telkens wanneer u een muziekstuk aan het programma toevoegt, wordt de speelduur hiervan bij de duur van het programma opgeteld en de totale speelduur van het programma verschijnt in het display. 5 Na afloop van het programmeren drukt u op YES. “Complete!!” verschijnt en hiermee is het programmeren voltooid. 6 Druk enkele malen op PLAY MODE (of eenmaal op PROGRAM), totdat “PROGRAM” in het display aangaat. 7 Druk op ( om de weergave te starten. Cijfertoetsen 25 M.SCAN P.HOLD NUM P + MENU/NO YES PROGRAM ) CLEAR p CLEAR r T.REC 0 , A.SPACE ! WRITE CHAR · STOP 3 p E 1 = 2 FILTER D F · 1 TIME C K NAME 0/) YES PLAY MODE DATE SHUFFLE PROGRAM RECORDED PRESENT A >25 P 0/) ( PLAY MODE DISPLAY ( MUSIC SYNC ) CD-SYNC START STANDBY Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in, zodat “Setup Menu” in het display verschijnt. Draai AMS om “Program ?” te laten verschijnen en druk dan AMS of YES in. Kies voor a) of b): a) Met de toetsen op de MD-recorder 1 Draai AMS tot het nummer van het gewenste muziekstuk in het display verschijnt. 2 Druk AMS in. Uitschakelen van de PROGRAM weergave Druk in de stopstand enkele malen op PLAY MODE (of eenmaal op CONTINUE ) totdat “PROGRAM” van het display verdwijnt. z Door indrukken van ( kunt u hetzelfde programma nogmaals afspelen. Bij een vergissing in de keuze van het nummer Druk op 0 of ) tot het verkeerde muziekstuknummer gaat knipperen, draai dan AMS om het juiste nummer te kiezen en druk weer op AMS. Indien “0” knippert, drukt u op 0. 28NL Het programma blijft bestaan, zelfs nadat de PROGRAM weergave is beëindigd Opmerkingen • • Het display zal in plaats van de totale speelduur “- -m - -s” aangeven als de totale speelduur van het programma langer dan 199 minuten is. “ProgramFull” (“programma vol”) verschijnt wanneer u meer dan 25 muziekstukken probeert te programmeren. Wis de onnodige muziekstukken om andere muziekstukken te kunnen programmeren. Afspelen van MD’s Controleren van de volgorde van de muziekstukken Druk herhaaldelijk op DISPLAY/CHAR (of op DISPLAY) terwijl de MD-recorder is gestopt en “PROGRAM” wordt aangegeven. De muziekstuknummers verschijnen in de volgorde waarin ze werden geprogrammeerd, als volgt: “/3 / 5 / 8 / 1 / 2/” Nuttige tips voor het opnemen van MD’s op cassette MENU/NO ~ ≠ AMS ± 0 ) § Controleren van de volgorde van de rest van de muziekstukken ( P p r Draai AMS. U kunt het display doen rollen om alle geprogrammeerde muzieknummers te controleren. Inlassen van pauzes tijdens het opnemen op cassette (automatische pauze-inlasfunctie) Veranderen van de afspeelvolgorde van de muziekstukken Met de automatische pauze-inlasfunctie kunt u tijdens het opnemen van MD’s op cassetteband pauzes van 3 seconden tussen alle muziekstukken inlassen. Dit maakt het mogelijk om later met de AMS functie snel en gemakkelijk naar het begin van ieder gewenst muziekstuk te gaan. U kunt de volgorde van de muziekstukken in het programma veranderen, alvorens het afspelen te starten. Voor Wissen Doe het volgende na stappen 1 en 2 van “Afspelen van muziekstukken in een zelf gekozen volgorde”: van een muziekstuk Druk op 0 of ) totdat het te wissen nummer knippert, en druk dan op CLEAR. van het hele programma Blijf drukken op CLEAR totdat alle geprogrammeerde muziekstuknummers zijn verdwenen. aan het begin Toevoegen van het van een programma muziekstuk 1 Druk op 0 totdat “0” knippert aan de linkerzijde van het eerste nummer. 2 Volg de stappen 3 t/m 5 op blz. 28. in het midden van het programma 1 Druk op 0 of ) totdat het nummer dat voorafgaat aan het toe te voegen nummer knippert. 2 Druk op AMS zodat “0” knippert, en volg dan de stappen 3 t/m 5 op blz. 28. aan het einde van het programma 1 Druk op ) totdat “0” knippert aan de rechterzijde van het laatste nummer. 2 Volg de stappen 3 t/m 5 op blz. 28. Veranderen van een muziekstuk in het programma 1 Druk op 0 of ) totdat het te veranderen nummer knippert. 2 Volg de stappen 3 t/m 5 op blz. 28. 1 Druk in de stopstand MENU/NO tweemaal in, zodat “Setup Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS om “Setup 04” te kiezen en druk AMS dan in. 3 Draai AMS om in te stellen op “Auto Space” en druk AMS weer in. 4 Druk op MENU/NO. z U kunt de automatische pauze-inlasfunctie ook met de afstandsbediening inschakelen Z Druk met de MD-recorder in de stopstand enkele malen op A.SPACE , totdat “Auto Space” in het display aangaat. Uitschakelen van de automatische pauzeinlasfunctie Uitschakelen van de automatische pauze-inlasfunctie via de menu-instelling 1 Volg de aanwijzingen 1 en 2 onder “Inlassen van pauzes tijdens het opnemen op cassette” op deze bladzijde. 2 Draai AMS om in te stellen op “Auto Off” en druk AMS in. 3 Druk op MENU/NO. Uitschakelen van de automatische pauze-inlasfunctie met de afstandsbediening Z Druk met de MD-recorder in de stopstand enkele malen op A.SPACE , totdat “Auto Off” in het display aangaat. Opmerking Als de automatische pauze-inlasfunctie is ingeschakeld tijdens het opnemen van een stuk muziek dat meerdere muziekstuknummers bevat (zoals een symfonie of een medley), zullen er in het muziekstuk pauzes worden ingelast op de plaatsen waar de muziekstuknummers veranderen. (Wordt vervolgd) 29NL Afspelen van MD’s Pauzeren na elk muziekstuk (automatische pauzeerfunctie) Als de automatische pauzeerfunctie ingeschakeld is, zal de MD-recorder na elk muziekstuk in de pauzestand komen te staan. Deze automatische pauzeerfunctie is handig als u slechts één muziekstuk of verscheidene niet opeenvolgende muziekstukken wilt opnemen. Volg de aanwijzingen onder “Inlassen van pauzes tijdens het opnemen op cassette” op blz. 29, maar kies in stap 3 “Auto Pause” in plaats van “Auto Space”. z U kunt de automatische pauzeerfunctie ook met de afstandsbediening inschakelen Z Fading-in en out van de weergave (In/uit-faden) Met de “FADE” functie kunt u het geluidssignaal dat wordt weergegeven via de LINE(ANALOG) OUT aansluitingen en de PHONES aansluiting aan het begin geleidelijk laten opkomen (in-faden van de weergave) en/of het geluid aan het eind geleidelijk laten wegsterven (uit-faden van de weergave). Deze functie is bij voorbeeld handig als u het geluid niet abrupt midden in een muziekstuk wilt laten beginnen of eindigen, maar een soepele overgang wilt horen. Druk met de MD-recorder in de stopstand enkele malen op A.SPACE, totdat “Auto Pause” in het display aangaat. Z 21 – / >25 ? 22 23 REPEAT NAME WRITE CHAR CLEAR Druk op ( of P. P p r = FADER Uitschakelen van de automatische pauzeerfunctie MUSIC SYNC ) CD-SYNC START STANDBY CD PLAYER P P.HOLD NUM + 0 STOP 25 M.SCAN ) T.REC Hervatten van het afspelen na de pauze , A.SPACE ( · = 24 . A˜B ! FADER + DIGITAL REC LEVEL /ANALOG OUT LEVEL FADER Uitschakelen van de automatische pauzeerfunctie via de menu-instelling Volg de aanwijzingen 1 t/m 3 onder “Uitschakelen van de automatische pauze-inlasfunctie” op blz. 29. Uitschakelen van de automatische pauzeerfunctie met de afstandsbediening Z Druk met de MD-recorder in de stopstand enkele malen op A.SPACE, totdat “Auto Off” in het display aangaat. In-faden van de weergave Druk in de weergavepauzestand op FADER bij het punt waar u het geluid geleidelijk wilt laten opkomen. Z in “Fade Z 3.2s” knippert en de MD-recorder geeft het geluid langzaam opkomend weer tot de teller de stand “0.0s” bereikt. Opmerking Als u de MD-recorder uitschakelt en/of de stekker uit het stopcontact trekt, onthoudt het apparaat de laatste instelling van de “Auto Space” en “Auto Pause” functies, zodat deze weer zullen gelden wanneer u de MD-recorder weer inschakelt. Uit-faden van de weergave Druk tijdens weergave op FADER bij het punt waar u het geluid geleidelijk wilt laten wegsterven. z in “Fade z 3.2s” knippert en de MD-recorder geeft het geluid steeds zwakker weer tot de teller de stand “0.0s” bereikt. Na afloop van het uit-faden komt de MD-recorder in de weergavepauzestand te staan. Opmerking Het niveau van de uitgangssignalen naar de digitale uitgangsaansluiting verandert niet. z U kunt de tijdsduur voor het in- en uit-faden van de weergave afzonderlijk naar wens instellen Volg de aanwijzingen 1 t/m 5 onder “U kunt de tijdsduur voor het in- en uit-faden afzonderlijk naar wens instellen” op blz. 21. 30NL Afspelen van MD’s • Als u zowel de begintijd als de eindtijd voor het afspelen hebt ingesteld, wordt de MD-recorder uitgeschakeld. Bij het bereiken van de begintijd wordt de MD-recorder ingeschakeld en begint dan met afspelen. Op de ingestelde eindtijd stopt de MD-recorder met afspelen en wordt dan uitgeschakeld. Afspelen van een MD met behulp van een schakelklok Door het aansluiten van een schakelklok (niet bijgeleverd) op deze MD-recorder kunt u het afspelen laten beginnen en eindigen op van tevoren ingestelde tijdstippen. Zie voor nadere bijzonderheden over het aansluiten van de schakelklok en het instellen van de begin- en eindtijden de bijgeleverde gebruiksaanwijzing van de schakelklok. 6 Na afloop van de schakelklok-weergave zet u de TIMER van de MD-recorder terug op “OFF”. Opmerking 0 ) § TIMER PLAY MODE ( P p r ( 1 Volg de aanwijzingen 1 t/m 3 onder “Afspelen van een MD” op blz. 12. 2 Druk enkele malen op PLAY MODE (of eenmaal op een van de PLAY MODE afstandsbedieningstoetsen) om in te stellen op de gewenste afspeelfunctie. Wilt u slechts bepaalde muziekstukken weergeven, stel dan een programma samen (zie blz. 28). 3 • Als u alleen de begintijd voor het afspelen wilt instellen, kunt u doorgaan naar stap 4. • Als u alleen de eindtijd voor het afspelen wilt instellen, drukt u op ( om het afspelen te starten en dan gaat u door naar stap 4. • Als u zowel de begintijd als de eindtijd voor het afspelen wilt instellen, kunt u doorgaan naar stap 4. 4 Zet TIMER van de MD-recorder op “PLAY”. 5 Stel de schakelklok in zoals verlangd. • Als u op de schakelklok de begintijd voor het afspelen hebt ingesteld, zal de MD-recorder automatisch worden uitgeschakeld. Bij het bereiken van de ingestelde begintijd wordt de MD-recorder ingeschakeld en begint dan met afspelen. • Als u alleen de eindtijd voor het afspelen hebt ingesteld en reeds met afspelen bent begonnen, gaat de MD-recorder door met afspelen. Bij het bereiken van de door u ingestelde eindtijd stopt de MD-recorder en wordt dan uitgeschakeld. U kunt in stap 2 ook kiezen voor PROGRAM weergave. Houd er echter wel rekening mee dat de programmainstellingen geleidelijk zullen verdwijnen zolang er geen stroomvoorziening is, zodat een programma dat u kiest voor een te ver verwijderde datum wel eens gewist kan zijn als de betreffende dag aanbreekt. In dat geval zal de MD-recorder wel worden ingeschakeld, maar zal slechts de normale weergave plaatsvinden, met alle muziekstukken van de MD in de gewone nummervolgorde. 31NL Afspelen van MD’s Inslapen met muziek U kunt de MD-recorder programmeren om na verloop van een bepaalde tijd automatisch te worden uitgeschakeld, zodat u kunt inslapen met muziek. U kunt de uitschakeltijd instellen in stappen van 30 minuten. MENU/NO ~ ≠ AMS ± Veranderen van de toonhoogte (Toonhoogteregelfunctie) U kunt de afspeelsnelheid (toonhoogte) van de MD veranderen. De toonhoogte stijgt naarmate de snelheid wordt verhoogd, en daalt naarmate de snelheid wordt verlaagd. Wanneer u de toonhoogte op een andere waarde dan de fabrieksinstelling hebt ingesteld, brandt de verlichting van de PITCH CONTROL-toets tijdens het afspelen in geelbruin. PITCH CONTROL 0 ) § ( P p ~ ≠ AMS ± r 0 ) 1 Druk MENU/NO tweemaal in zodat “Setup Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS om “Setup 14” te selecteren, en druk dan AMS in. 3 Draai AMS om de tijd te selecteren. De minuten-indicatie verandert als volgt: 30min ˜ 60min ˜ 90min ˜ 120min § Druk AMS in. 5 Draai AMS om “Setup 15” te selecteren, en druk dan AMS in. 6 Draai AMS om “Sleep On” te selecteren, en druk dan AMS in. “SLEEP” gaat aan in het display. P p r Automatisch stapsgewijs instellen van de toonhoogte (automatische stapsgewijze regelfunctie) U kunt de toonhoogte met maximaal 2 stappen* verhogen of met maximaal 48 stappen verlagen. * 4 ( Eén octaaf komt overeen met 12 stappen. 1 Terwijl het deck bezig is met afspelen, drukt u herhaald op PITCH CONTROL totdat “Pitch” op het display verschijnt. 2 Draai AMS totdat de gewenste stapwaarde verschijnt. Om terug te keren naar de fabrieksinstelling 7 Druk op MENU/NO. Om de uitschakeltijd te veranderen Begin opnieuw vanaf stap 1 hierboven. Om de inslaapschakelklokfunctie te annuleren Selecteer “Sleep Off” in stap 6 hierboven, en druk dan AMS in. 32NL Druk op CLEAR terwijl u de waarde instelt. Opmerkingen • Wanneer u de stap voor het regelen van de toonhoogte verandert, zal het geluid tijdens het afspelen tijdelijk wegvallen. • Wanneer u het deck uitschakelt of de MD verwijdert, wordt de oorspronkelijke toonhoogtestap “0” weer van kracht (fabrieksinstelling). • Wanneer er rechts van de toonhoogtestap op het toonhoogtedisplay een punt (.) verschijnt, betekent dit dat u de toonhoogte hebt afgeregeld (zie de volgende bladzijde) en dat de toonhoogte tussen twee stappen ligt. (De waarden van de stap en de fijnafregeling zijn aan elkaar gekoppeld.) Afspelen van MD’s Fijnafregeling van de toonhoogte (fijnafregelingsfunctie) 3 Draai AMS om de gewenste bitlengte te kiezen en druk daarna op AMS. U kunt de afspeelsnelheid afregelen in stappen van 0,1% binnen een bereik van –98,5% tot +12,5%. 4 Druk op MENU/NO. 1 Terwijl het deck bezig is met afspelen, drukt u herhaald op PITCH CONTROL totdat “Pfine” op het display verschijnt. Opmerkingen 2 Draai AMS totdat de gewenste waarde verschijnt. • Deze functie werkt alleen voor de digitale signaaluitgang via de digitale uitgangsaansluiting. • U kunt de gewenste bitlengte kiezen uit 24, 20 of 16 bit. • Indien u de bitlengte tijdens het afspelen of opnemen omschakelt, zal het geluid tijdelijk wegvallen. Om terug te keren naar de fabrieksinstelling Druk op CLEAR terwijl u de waarde instelt. Instellen van het afspeelniveau Z Opmerkingen U kunt het afspeelniveau van de signaaluitgang naar de LINE(ANALOG) OUT-aansluitingen en de PHONES-stekkerbus instellen. • Wanneer u de waarde van de fijnafregeling verandert, zal het geluid tijdens het afspelen tijdelijk wegvallen. • Wanneer u het deck uitschakelt of de MD verwijdert, wordt de oorspronkelijke waarde van de fijnafregeling “0.0%” weer van kracht (fabrieksinstelling). • De waarden van de stap en de fijnafregeling zijn aan elkaar gekoppeld. Wanneer u de ene waarde verandert, zal de andere ook veranderen. REPEAT / >25 NAME ? A˜B A.SPACE ! WRITE CHAR ( · = P + p MUSIC SYNC ) CD-SYNC START STANDBY CD PLAYER P P.HOLD r T.REC 0 STOP M.SCAN ) CLEAR NUM = FADER + DIGITAL REC LEVEL /ANALOG OUT LEVEL Instellen van de uitgang van de MD-recorder Omschakelen van de bitlengte Om de kwaliteit van het geluid te verbeteren, kunt u de bitlengte aanpassen aan de MD-recorder, het DATdeck of andere digitale apparatuur die is aangesloten op de digitale uitgangsaansluiting. MENU/NO DIGITAL REC LEVEL /ANALOG OUT LEVEL +/– Druk tijdens het afspelen op DIGITAL REC LEVEL /ANALOG OUT LEVEL +/–. (U kunt het niveau niet hoger dan 0 dB en niet lager dan –20 dB instellen.) Opmerking Wanneer u de MD-recorder uitschakelt of de MD verwijdert, gaat het afspeelniveau weer terug naar “0 dB”. ~ ≠ AMS ± 0 ) § ( P p r 1 Met de MD-recorder in de stopstand drukt u tweemaal op MENU/NO zodat “Setup Menu” op het display verschijnt. 2 Draai AMS om “Setup 13” te kiezen en druk daarna op AMS. 33NL Afspelen van MD’s z Afspelen met verschillende geluidskenmerken (digitaal filter) Een V.C.-filter verandert de geluidskenmerken van een signaal door het toepassen van bepaalde voorwaarden voor frequentieafsnijding. Dergelijke filters worden aangebracht op digitale apparatuur, zoals CD-spelers en MD-decks, om secundaire ruis te verwijderen. Dit deck is uitgevoerd met VC (variabele coëfficiënt)filters. Hierdoor u de geluidskenmerken afstemmen op uw geluidsinstallatie, luisteromgeving en de bron die u aan het afspelen bent. Houd er rekening mee dat de filters alleen effectief zijn voor de analoge signalen die via de LINE(ANALOG) OUT-aansluitbussen en de PHONES-aansluitbus worden uitgevoerd. 0 ) § ( P p r FILTER 1 Druk op FILTER. Het op dat moment gekozen filter verschijnt op het display. 2 Druk herhaald op FILTER om het gewenste filter te kiezen. Kies Voor het voortbrengen van FILTER-STD (fabrieksinstelling) een ruim klinkend geluid met een breed bereik FILTER-1 een duidelijk gepositioneerd en vloeiend geluid FILTER-2 een fris en krachtig geluid FILTER-3 een vol en warm geluid Wanneer er op het DF (digitale filter)-display een andere instelling dan “FILTER-STD” is gekozen, brandt de verlichting van de FILTER-toets in groen. z U kunt de afstandsbediening gebruiken om het filter te kiezen Z Druk herhaald op FILTER totdat het gewenste filter op het display verschijnt. 34NL Wat is een VC (variabele coëfficiënt)-filter? Opmerking De door digitale filters teweeggebrachte verandering in de geluidskenmerken treedt hoofdzakelijk op in het niethoorbare bereik, en niet in het hoorbare bereik zoals bij een versterker. Montage van opgenomen MD’s Montage van opgenomen MD’s Opmerkingen betreffende muziekmontage Wissen van opnamen (ERASE functie) Na het opnemen op een MD kunt u de muziekstukken nog aanpassen en monteren met behulp van de volgende montagefuncties: • Met de “Erase” wisfunctie kunt u ongewenste muziekstukken eenvoudig van de MD verwijderen door slechts het muziekstuknummer ervan in te voeren. • Met de “A-B Erase” wisfunctie kunt u alleen een bepaalde ongewenste passage uit een muziekstuk verwijderen. • Met de “Divide” onderverdeelfunctie kunt u een lang muziekstuk in stukken opsplitsen, zodat u elk stuk afzonderlijk kunt terugvinden met de AMS zoekfunctie. • Met de “Combine” samenvoegfunctie kunt u twee muziekstukken tot een enkel nummer samenvoegen. • Met de “Move” verplaatsfunctie kunt u de volgorde van de muziek naar uw eigen inzicht aanpassen door de muziekstukken elk van een gewenst nummer te voorzien. • Met de “Title” titelfunctie kunt u alle opgenomen muziekstukken en ook de gehele MD van zelfgekozen titels voorzien. • Met de “Undo” correctiefunctie kunt u de laatste montage-handeling ongedaan maken. Volg de onderstaande aanwijzingen voor het wissen van: • een enkel muziekstuk • alle muziekstukken MENU/NO Als “TOC” en “TOC Writing” in het display knipperen Stoot niet tegen de MD-recorder en trek niet de stekker uit het stopcontact. Na het monteren van muziekstukken zal de “TOC” aanduiding blijven branden, tot u de MD eruitneemt of het apparaat uitschakelt. “TOC” en “TOC Writing” knipperen wanneer er veranderingen in de inhoudsopgave worden aangebracht. Wanneer de MD-recorder het bijwerken van de inhoudsopgave heeft voltooid, gaat “TOC” uit. YES 0 ) § ( P p r Wissen van een enkel muziekstuk U kunt een muziekstuk wissen door eenvoudigweg het nummer ervan in te voeren. Bij het wissen wordt het aantal muziekstukken op de MD met één verminderd en schuiven alle muziekstukken volgend op het gewiste nummer een plaatsje op. Aangezien dit wissen plaatsvindt door hernummering van de “TOC” inhoudsopgave, is het niet nodig de muziek van de MD te verwijderen of eroverheen op te nemen. z Indien “Protected” en “C11” beurtelings in het display verschijnen De muziekmontage is niet mogelijk omdat het wispreventienokje van de MD ter beveiliging is opengeschoven. Om te kunnen monteren, dient u het nokje eerst dicht te schuiven. ~ ≠ AMS ± Om verwarring te voorkomen, dient u bij wissen van meerdere muziekstukken te beginnen bij het hoogst genummerde muziekstuk, zodat de andere muziekstukken die nog gewist moeten worden niet onnodig hernummerd worden. Voorbeeld: Wissen van muziekstuk B Muziekstuknummer 1 A B C 2 B wordt gewist 3 Wissen 1 A 4 3 2 C D D 1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat “Edit Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS tot “Tr Erase ?” in het display wordt aangegeven. 3 Druk AMS of YES in. De indicatie voor het wissen van muziekstukken verschijnt en het afspelen van het aangegeven muziekstuk begint. (Wordt vervolgd) 35NL Montage van opgenomen MD’s 4 5 6 Draai AMS om in te stellen op het muziekstuknummer dat u wilt wissen. Druk op AMS of YES. Wanneer het in stap 4 gekozen muziekstuk is gewist, verschijnt enkele seconden lang de aanduiding “Complete!!” en verdwijnt er één nummer uit de muziekkalender. Het muziekstuk dat volgt na het gewiste muziekstuk, begint af te spelen. (Als u het laatste muziekstuk wist, zal het muziekstuk dat voorafgaat aan het gewiste muziekstuk beginnen af te spelen.) Wissen van alle muziekstukken van een MD Bij het volledig wissen van een opname-MD worden alle opgenomen muziekstukken, hun titels en ook de disc-titel in één keer gewist. 1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat “Edit Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS tot “All Erase ?” in het display wordt aangegeven. 3 Druk AMS of YES in. Nu wordt “All Erase??” aangegeven en gaan alle muziekstuknummers in de muziekkalender knipperen. 4 Druk AMS of YES in. Wanneer alle opgenomen muziekstukken, hun titels en ook de disc-titel zijn gewist, verschijnt enkele seconden lang de aanduiding “Complete!!” en verdwijnt de gehele muziekkalender. Herhaal de stappen 1 t/m 5 als u nog andere muziekstukken wilt wissen. Uitschakelen van de ERASE functie Druk op MENU/NO of op p. Opmerking Als de “Erase ???” in het display verschijnt, is het muziekstuk met een andere MD-recorder opgenomen of gemonteerd en tegen wissen beveiligd. Als deze indicatie verschijnt, drukt u op AMS of YES om het muziekstuk te wissen. Uitschakelen van de ERASE functie Druk op MENU/NO of op p, zodat “All Erase ?” of “All Erase??” uitgaat. z Het wissen kan nog ongedaan worden gemaakt Gebruik de UNDO functie (zie blz. 45) onmiddellijk nadat u het muziekstuk hebt gewist. 36NL Montage van opgenomen MD’s Wissen van een bepaalde passage (A-B ERASE functie) 5 U kunt op eenvoudige wijze een bepaald gedeelte binnen een muziekstuk specificeren en dit wissen. Dit kan bij voorbeeld handig zijn om na het opnemen van een FM radio-uitzending of een satelliet-uitzending overbodige delen zoals reclameboodschappen uit de opname te verwijderen. Voorbeeld: Wissen van een deel van muziekstuk A 1 2 A #1 * 1 fragment is ongeveer 12 ms. 6 Zolang het punt A nog niet naar wens is, kunt u stap 5 herhalen tot u het juiste beginpunt voor wissen hebt bepaald. C 7 Druk op AMS of YES als het beginpunt precies naar wens is. “Point B set” verschijnt en de weergave begint opnieuw, nu voor het instellen van het eindpunt van het te wissen gedeelte (punt B). YES 8 Laat de weergave doorgaan (of druk op 0 of )) tot het punt B bereikt is en druk dan op AMS of YES. Nu verschijnen om en om de aanduidingen “A-B Ers” en “Point B ok?” in het display terwijl de MDrecorder een gedeelte van enkele seconden vóór punt A en een kort gedeelte na punt B aansluitend weergeeft. 9 Herhaal stap 5 als het punt B nog niet precies genoeg is gekozen. Punt B Punt A Muziekstuknummer A #2 A #3 3 B Wissen 1 2 A (#1+#3) MENU/NO 3 B C ~ ≠ AMS ± 0 ) § ( P p r 0/) 1 Let aandachtig op het weergegeven geluid en draai AMS om het beginpunt van de te wissen passage (punt A) te vinden. U kunt de eenheid kiezen waarmee het beginpunt wordt verschoven. Druk op 0 of ) om te kiezen voor fragment*, seconde of minuut. Kiest u voor fragment, dan verschijnt het aantal fragmenten wanneer u AMS draait; kiest u voor seconde of minuut, dan gaat de “s”, resp. de “m” in het display knipperen. Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat “Edit Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS tot “A-B Erase ?” in het display wordt aangegeven. 3 Druk AMS of YES in. 4 Draai AMS om het nummer van het betreffende muziekstuk te kiezen en druk AMS of YES dan in. Nu verschijnen in het display om en om de aanduidingen “-Rehearsal-” en “Point A ok?” terwijl het gekozen muziekstuk vanaf het begin wordt weergegeven. 10 Druk op AMS of YES als het eindpunt geheel naar wens is. “Complete!!” verschijnt enkele seconden lang en de ongewenste passage tussen punt A en punt B is nu gewist. Uitschakelen van de A-B ERASE functie Druk op MENU/NO of p. Opmerking Als “Impossible” (“onmogelijk”) in het display verschijnt, betekent dit dat: – Punt B is voor punt A ingesteld. Punt B moet na punt A worden ingesteld. – De gespecificeerde passage niet gewist kan worden. Dit gebeurt soms wanneer u hetzelfde muziekstuk reeds herhaaldelijk hebt gemonteerd, en is te wijten aan een technische beperking van het MD-systeem, en niet aan een mechanische storing. 37NL Montage van opgenomen MD’s Onderverdelen van opgenomen muziekstukken (DIVIDE functie) Met de DIVIDE functie kunt u muziekstuknummers aanbrengen bij ieder muziekstuk of iedere passage die u later wilt kunnen opzoeken. Zo kunt u muziekstuknummers aanbrengen op MD’s die zijn opgenomen vanaf een analoge geluidsbron (dus zonder nummers) of een te lang muziekstuk opsplitsen, om elke passage gemakkelijker terug te vinden. Wanneer een muziekstuk wordt onderverdeeld, zal het totale aantal nummers op de MD met één toenemen, en worden de overige muziekstukken opnieuw genummerd. 4 Let aandachtig op het weergegeven geluid en draai AMS om het punt te bepalen waar u het muziekstuk wilt onderverdelen. U kunt de eenheid kiezen waarmee het nieuwe beginpunt wordt verschoven. Druk op 0 of ) om te kiezen voor fragment, seconde of minuut. Kiest u voor fragment, dan verschijnt het aantal fragmenten wanneer u AMS draait; kiest u voor seconde of minuut, dan gaat de “s”, resp. de “m” in het display knipperen. 5 Druk op AMS of YES als het nieuwe beginpunt precies naar wens is. “Complete!!” verschijnt enkele seconden lang en het nieuw gecreëerde muziekstuk wordt afgespeeld. Het nieuwe muziekstuk zal nog geen titel dragen, ook al had het oorspronkelijke muziekstuk er wel een. Het totaal aantal muziekstuknummers in de muziekkalender wordt met één verhoogd. Voorbeeld: Splitsen van muziekstuk nummer 2 om een nieuw muziekstuknummer voor C aan te brengen Muziekstuknummer 1 2 A Onderverdelen 1 3 B D C Uitschakelen van de DIVIDE functie Muziekstuk 2 is onderverdeeld en er is een nieuw nummer voor C aangebracht. 3 2 4 A B MENU/NO D C ~ ≠ AMS ± Druk op MENU/NO of p. z Gebruik de UNDO functie (zie blz. 45) onmiddellijk nadat u het muziekstuk hebt onderverdeeld. YES z 0 ) § ( P p Onderverdelen van een muziekstuk dat u te lang vindt 1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of Onderverdelen van een muziekstuk wanneer u tijdens afspelen een geschikt beginpunt tegenkomt 1 Druk tijdens het afspelen van de MD op de AMS bij het punt waar u een nieuw muziekstuk wilt laten beginnen. “—Divide—” en “-Rehearsal-” verschijnen beurtelings in het display en het afspelen wordt voortgezet vanaf de door u geselecteerde positie. pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat “Edit Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS tot “Divide ?” in het display wordt aangegeven en druk AMS of YES in. 3 Draai AMS om het nummer van het betreffende muziekstuk te kiezen om onder te verdelen, en druk AMS of YES dan in. Nu verschijnt de indicatie “-Rehearsal-” in het display terwijl het gekozen muziekstuk vanaf het begin wordt weergegeven. Ook tijdens opnemen kunt u muziekstukken al onderverdelen Dit doet u met behulp van de handmatige markeerfunctie (zie blz. 17). r 0/) Het onderverdelen kan nog ongedaan worden gemaakt 2 Als u het beginpunt wat nauwkeuriger wilt instellen, volgt u de aanwijzingen in stap 4 van “Onderverdelen van een muziekstuk dat u te lang vindt”, op deze bladzijde. 3 Druk op YES. “Complete!!” verschijnt enkele seconden lang en het nieuw gecreëerde muziekstuk wordt afgespeeld. Uitschakelen van de DIVIDE functie Druk op AMS, MENU/NO of p. 38 NL Montage van opgenomen MD’s Samenvoegen van opgenomen muziekstukken (COMBINE functie) Met de COMBINE functie kunt u twee muziekstukken op een opgenomen MD tot een enkel nummer samenvoegen. Dit hoeven geen opeenvolgende nummers te zijn en u kunt desgewenst ook de volgorde omkeren. Deze functie is handig voor het samenstellen van een medley van nummers die goed samen gaan of het combineren van verschillende onafhankelijk opgenomen passages tot een enkel muziekstuk. Door het samenvoegen van twee muziekstukken wordt het totale aantal nummers op de MD met één verminderd en alle muziekstukken volgend op de samengevoegde nummers worden hernummerd. 4 Aansluitend muziekstuk Eerste Nieuw muziekstuknummer muziekstuk na samenvoegen 5 Voorbeeld: Samenvoegen van muziekstukken B en D Muziekstuknummer 1 2 A Samenvoegen 3 B 4 C D B en D gaan nu samen één muziekstuk vormen. 3 2 1 A B MENU/NO C D ~ ≠ AMS ± ( Draai AMS om het tweede muziekstuk te kiezen dat u met het eerste wilt samenvoegen en druk op AMS of YES. “Complete!!” verschijnt enkele seconden lang en het totaal aantal muziekstuknummers in de muziekkalender wordt met één verminderd. Als beide gecombineerde muziekstukken al een titel hadden, komt de titel van het tweede te vervallen. Uitschakelen van de COMBINE functie Druk op MENU/NO of p. YES z Het samenvoegen kan nog ongedaan worden gemaakt Gebruik de UNDO functie (zie blz. 45) onmiddellijk nadat u de muziekstukken hebt samengevoegd. 0 ) § Draai AMS om het eerste van de twee te combineren muziekstukken te kiezen en druk AMS of YES in. Nu verschijnt het keuzedisplay voor het tweede muziekstuk en begint de weergave van de aansluitende passages (d.w.z. het eind van het eerst gekozen muziekstuk en het begin van het daarop volgende muziekstuk). P p r Opmerking 1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat “Edit Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS tot “Combine ?” in het display wordt aangegeven. 3 Druk AMS of YES in. Als “Impossible” in het display wordt aangegeven, kunnen de gekozen muziekstukken niet worden samengevoegd. Dit kan zich voordoen als er aan een bepaald muziekstuk al te veel “gesleuteld” is. Dit hangt samen met de inherente beperkingen van het MD-opnamesysteem; het wijst niet op een technische storing. 39NL Montage van opgenomen MD’s Verplaatsen van opgenomen muziekstukken (MOVE functie) Met de MOVE functie kunt u de volgorde van de nummers aanpassen door een muziekstuk op een andere plaats te zetten. Na het verplaatsen van een muziekstuk worden alle muziekstukken tussen de oude en de nieuwe plaats automatisch hernummerd. Voorbeeld: Verplaatsen van muziekstuk C naar plaats nummer 2 Muziekstuknummer 1 2 A 3 C B Verplaatsen 1 D Muziekstuk C is nu nummer 2 geworden. 3 4 2 A 4 C MENU/NO B D ~ ≠ AMS ± YES 0 ) § P p r 1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat “Edit Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS tot “Move ?” in het display wordt aangegeven. 3 Druk AMS of YES in. 4 Draai AMS om het te verplaatsen muziekstuk te kiezen en druk AMS of YES in. 5 Draai AMS tot het nieuwe nummer voor het muziekstuk verschijnt. Nummer van het muziekstuk dat u wilt verplaatsen 40NL ( Nieuw nummer voor het muziekstuk 6 Druk AMS of YES in. “Complete!!” verschijnt enkele seconden lang en het verplaatste muziekstuk wordt afgespeeld. Uitschakelen van de MOVE functie Druk op MENU/NO of p. Montage van opgenomen MD’s Naamgeving van MD’s en opgenomen muziekstukken (TITLE functie) U kunt uw opgenomen MD’s en muziekstukken van zelf gekozen titels voorzien. Deze titels, die in het display verschijnen, kunnen bestaan uit hoofdletters, kleine letters en cijfers of symbolen, tot een maximum van 1 700 lettertekens per MD. U kunt ook de afstandsbediening gebruiken voor naamgeving van MD’s of muziekstukken (zie “Naamgeving van muziekstukken en MD’s met de afstandsbediening” op blz. 43). MENU/NO ~ ≠ AMS ± 6 7 YES 0 ) § ( P p r Druk op DISPLAY/CHAR om het lettertype als volgt te kiezen: Voor het kiezen van Drukt u herhaaldelijk op DISPLAY/CHAR tot Hoofdletters “A” wordt aangegeven Kleine letters “a” wordt aangegeven Cijfers “0” wordt aangegeven Kies met AMS een letter of cijfer. Het gekozen letterteken gaat knipperen. De letters, cijfers en symbolen verschijnen in de normale volgorde in het display wanneer u AMS draait. In uw titels kunt u ook de volgende symbolen gebruiken: ! ”#$%&’()*+,–./: ;<=>?@_` DISPLAY/CHAR CLEAR 0/) Ga als volgt te werk om een muziekstuk of een MD van een titel te voorzien. Naamgeving is mogelijk tijdens het opnemen, afspelen en in de pauzestand. Naamgeving moet in orde zijn voordat het muziekstuk is afgelopen tijdens opnemen. Als echter het opnemen van het muziekstuk stopt vóór u de titel volledig hebt ingevoerd, dan worden de reeds gekozen letters niet vastgelegd en zal het muziekstuk dus nog geen titel hebben. 1 Druk op MENU/NO om “Edit Menu” in het display te laten verschijnen. 2 Draai AMS tot “Name ?” in het display wordt aangegeven en druk AMS of YES in. Sla deze stap over tijdens opnemen. Tijdens stap 7 kunt u op elk gewenst moment op DISPLAY/CHAR drukken om het lettertype te veranderen (zie stap 6). 8 Druk op AMS om het gekozen letterteken in te voeren. De cursor gaat één plaats naar rechts en wacht op de invoer van het volgende teken. (Wordt vervolgd) 3 Draai AMS tot “Nm In ?” wordt aangegeven en druk dan AMS of YES in. 4 Stel met AMS in op “Disc” voor naamgeving van een MD of kies het betreffende muziekstuk. Tijdens opnemen gaat u direct door naar stap 6. 5 Druk AMS of YES in. Er verschijnt een knipperende cursor in het display. 41NL Montage van opgenomen MD’s 9 Herhaal de stappen 7 en 8 tot de hele titel is ingevoerd. Als u een vergissing maakt Druk op 0 of ) tot het te corrigeren letterteken gaat knipperen en herhaal de stappen 7 en 8 om het juiste teken in te voeren. Kopiëren van een muziekstuk-titel of een disc-titel U kunt een bestaande muziekstuk-titel of disc-titel overnemen en gebruiken voor een (ander) muziekstuk of disc. 1 Druk op MENU/NO om “Edit Menu” aan te geven in het display. Druk op 0 of ) tot het te wissen letterteken gaat knipperen en druk op CLEAR. 2 Draai AMS tot “Name ?” in het display wordt aangegeven en druk AMS of YES in. Invoeren van een spatie 3 Draai AMS tot “Nm Copy ?” wordt aangegeven in het display. 4 Druk AMS of YES in. 5 Draai AMS om “Disc” te kiezen voor het kopiëren van de disc-titel, of kies het muziekstuk waarvan u de titel, wilt overnemen en druk AMS of YES in. Wissen van een letterteken Druk op AMS terwijl de cursor knippert. 10 Druk op YES. De ingevoerde titel verschijnt in het display en het invoeren van de titel is voltooid. Uitschakelen van de TITLE functie Druk op MENU/NO of p. Als “No Name” in het display verschijnt Opmerking Dan heeft deze MD of dit muziekstuk nog geen titel. U kunt geen titel voor een muziekstuk of een MD vastleggen tijdens het opnemen over een eerder opgenomen muziekstuk. 6 Draai AMS om “Disc” te kiezen voor naamgeving van de MD, of kies het muziekstuk waar u de titel naar toe wilt kopiëren en druk AMS of YES in. “Complete!!” verschijnt enkele seconden lang om aan te geven dat het kopiëren voltooid is. Als “Overwrite?” in het display verschijnt De MD of het muziekstuk dat in stap 6 hierboven werd geselecteerd, heeft een titel. Als u wilt verdergaan met het kopiëren van de titel, druk dan op AMS of YES. Uitschakelen van de titelkopieerfunctie Druk op MENU/NO of p. 42NL Montage van opgenomen MD’s Naamgeving van muziekstukken en MD’s met de afstandsbediening Z 4 Herhaal stap 3 tot de hele titel is ingevoerd. Als u een vergissing maakt Druk op 0 of ) tot het te corrigeren letterteken gaat knipperen. Druk op CLEAR om het onjuiste teken te wissen en voer dan het juiste teken in. OPEN/CLOSE § MENU/NO DISPLAY CONTINUE SCROLL 0/) B D 1 G 2 H 3 I 4 J 5 6 L 7 M 8 N 9 O 10 P 11 Q 12 R 13 S 14 T 15 U 16 V 17 W 18 X 19 Y 20 Z 21 – 22 23 . 24 , REPEAT A˜B >25 NAME ? A.SPACE ! WRITE CHAR ( = P P.HOLD p r T.REC CLEAR NUM MUSIC SYNC = Uitschakelen van de TITLE functie FADER + Druk enkele malen op NAME tot in het display een knipperende cursor verschijnt en ga dan als volgt te werk: Wijzigen van een bestaande titel Z 1 Voor naamgeving van Zorgt u dat de MD-recorder 2 3 Druk nogmaals op NAME. De ingevoerde titel verschijnt in het display en het invoeren van de titel is voltooid. Druk op MENU/NO of p. ) CD-SYNC START STANDBY CD PLAYER P 5 25 ) CLEAR + Letter/ cijfertoetsen M.SCAN NUM · 0 MENU/NO E F STOP 1 FILTER C K / CHAR TIME PLAY MODE DATE SHUFFLE PROGRAM RECORDED PRESENT A NAME YES een muziekstuk het muziekstuk afspeelt, opneemt of in de pauzestand staat, of gestopt is na het vinden van het muziekstuk. een MD in de stopstand staat, zonder het verschijnen van een muziekstuknummer in het display. Drukt u enkele malen op Hoofdletters CHAR tot “Selected AB” wordt aangegeven in het display. Kleine letters CHAR tot “Selected ab” wordt aangegeven in het display. Cijfers NUM tot “Selected 12” wordt aangegeven in het display. Druk op een letter/cijfertoets om het gewenste letterteken in te voeren. De cursor gaat één plaats naar rechts en wacht op de invoer van het volgende teken. Tijdens stap 3 kunt u op elk gewenst moment het lettertype veranderen (zie stap 2). Voor wijziging van Zorgt u dat de MD-recorder een muziekstuk-titel het muziekstuk afspeelt, in de pauzestand staat, of gestopt is na het vinden van het muziekstuk. een MD-titel in de stopstand staat, zonder een muziekstuknummer in het display. 2 Houd CLEAR ingedrukt tot de oude titel is verdwenen. 3 Voer de nieuwe titel in. Volg de stappen 6 t/m 9 onder “Naamgeving van MD’s en opgenomen muziekstukken” op blz. 41 en 42 of de stappen 2 t/m 4 onder “Naamgeving van muziekstukken en MD’s met de afstandsbediening” op deze bladzijde. 4 Druk op NAME. Kies het lettertype als volgt: Voor keuze van Druk op NAME en ga dan als volgt te werk: (Wordt vervolgd) 43NL Montage van opgenomen MD’s Wissen van een titel op een MD (titel-wisfunctie) Gebruik deze functie wanneer u een titel van een MD wilt wissen. 1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat “Edit Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS tot “Name ?” in het display wordt aangegeven en druk AMS of YES in. 3 Draai AMS tot “Nm Erase ?” wordt aangegeven en druk AMS of YES in. 4 Stel met AMS in op “Disc” voor het wissen van de disc-titel of kies het muziekstuk waarvan u de titel wilt wissen en druk AMS of YES in. “Complete!!” verschijnt enkele seconden lang om aan te geven dat de gekozen titel gewist is. Uitschakelen van de titel-wisfunctie Druk op MENU/NO of p. Wissen van alle titels op een MD (titelbestand-wisfunctie) Gebruik deze functie als u alle titels in één keer van de MD wilt wissen. 44NL 1 Terwijl de MD-recorder is gestopt, afspeelt of pauzeert, drukt u op MENU/NO zodat “Edit Menu” in het display verschijnt. 2 Draai AMS tot “Name ?” in het dispaly wordt aangegeven en druk AMS of YES in. 3 Draai AMS tot er “Nm AllErs?” in het display verschijnt en druk AMS of YES in. Nu wordt “Nm AllErs??” aangegeven. 4 Druk AMS of YES in. “Complete!!” verschijnt enkele seconden lang om aan te geven dat alle titels gewist zijn. Uitschakelen van de titelbestand-wisfunctie Druk op MENU/NO of p. z Het wissen van alle titels kan nog ongedaan worden gemaakt Zie “Ongedaan maken van de laatste wijziging” op blz. 45. z U kunt alle opgenomen muziekstukken en titels wissen Zie “Wissen van alle muziekstukken van een MD” op blz. 36. Montage van opgenomen MD’s Ongedaan maken van de laatste wijziging (UNDO functie) 3 Met de “UNDO” correctie-functie kunt u de laatste montage-handeling ongedaan maken en de MD terugbrengen in de toestand die bestond vóór u de laatste wijziging aanbracht. Deze correctie is echter niet mogelijk als u na het monteren al een van de volgende handelingen hebt verricht: • Indrukken van r REC op de MD-recorder; • Indrukken van r, MUSIC SYNC of CD SYNC STANDBY op de afstandsbediening; • Bijwerken van de “TOC” inhoudsopgave door uitschakelen van de MD-recorder of uitnemen van de MD; • De stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Druk AMS of YES in. Een van de volgende mededelingen verschijnt in het display, afhankelijk van de laatste wijziging die u ongedaan kunt maken: Gemaakte wijziging: Wissen van een enkel muziekstuk Wissen van alle muziekstukken van de MD ~ ≠ AMS ± “Erase Undo?” Wissen van een deel van een muziekstuk Onderverdelen van een muziekstuk “DivideUndo?” Samenvoegen van muziekstukken “CombinUndo?” Verplaatsen van een muziekstuk “Move Undo?” Naamgeving van een muziekstuk of een MD Wijzigen van een bestaande titel MENU/NO Mededeling: YES “Name Undo?” Wissen van alle titels van een MD Kopiëren van een titel 4 0 ) § 1 2 ( P p r Met de MD-recorder in de stopstand, zonder een muziekstuknummer in het display, drukt u op MENU/NO om “Edit Menu” te laten verschijnen. Druk AMS of YES nogmaals in. “Complete!!” verschijnt enkele seconden lang om aan te geven dat de inhoud van de MD is hersteld in de toestand die bestond vóór de laatste wijziging. Uitschakelen van de UNDO functie Druk op MENU/NO of p. Draait AMS tot “Undo ?” in het display wordt aangegeven. “Undo ?” zal niet verschijnen als er nog geen wijziging is gemaakt. 45NL Overige informatie Foutmeldingen in het display Beperkingen van het systeem De onderstaande foutmeldingen kunnen in het display verschijnen als er bij de bediening iets mis gaat. Bovendien heeft de MD-recorder een Zelfdiagnosefunctie (zie blz. 53). Het opnamesysteem van uw MD-recorder verschilt sterk van de opnametechnieken gebruikt in gewone cassettedecks en DAT cassettedecks, met een aantal specifieke beperkingen waarvan hieronder een uitleg volgt. Deze beperkingen zijn echter inherent aan het ontwerp van het MD-opnamesysteem en wijzen niet op storing in uw apparatuur. Foutmelding Betekenis Blank Disc Er wordt getracht een nieuwe, (onbespeelde) of gewiste MD af te spelen. Cannot Copy Er wordt getracht een tweede-generatie kopie te maken van een digitaal opgenomen MD (zie blz. 49). Cannot Edit Er is getracht een MD te monteren tijdens geprogrammeerde weergave of weergave in willekeurige volgorde. Disc Full Er is geen ruimte meer over op de MD (zie “Beperkingen van het systeem” op deze blz.). Impossible De MD-recorder kan de gekozen montage-handeling niet uitvoeren. Name Full Het titelgeheugen van de MD is vol (met ongeveer 1 700 lettertekens). No Disc Er bevindt zich geen MD in de recorder. Premastered Er wordt getracht op te nemen op een voorbespeelde MD. Initialize (knippert) Door een te lange tussenperiode zijn de instellingen van de schakelklok verdwenen zodat deze niet kan worden ingeschakeld, of de geprogrammeerde nummers zijn verdwenen zodat de programma-weergave niet werkt. No Connect Het CONTROL A1 -snoer is niet goed aangesloten. TextProtect De CD-tekst bevat informatie die niet naar de MD kan worden gekopieerd. De “Disc Full” foutmelding verschijnt reeds vóór het bereiken van de maximale opnameduur Wanneer er 255 nummers op de MD zijn opgenomen, zal de “Disc Full” foutmelding verschijnen, ongeacht de feitelijke opnameduur. Een MD kan niet meer dan 255 muziekstukken bevatten. Om verder te gaan met opnemen, dient u muziekstukken te wissen of een andere MD te gebruiken. De “Disc Full” foutmelding verschijnt reeds vóór het bereiken van het maximaal aantal muziekstukken In bepaalde gevallen kunnen de zachtere passages binnen muziekstukken worden opgevat als pauzes ertussen, zodat het aantal nummers het feitelijk aantal muziekstukken overschrijdt. Dan zal de “Disc Full” foutmelding al gauw verschijnen. De resterende opnametijd vermeerdert niet, ook niet na het wissen van diverse korte nummers Nummers van minder dan twaalf seconden lengte tellen niet mee, zodat het wissen ervan niet tot meer beschikbare opnameduur zal leiden. Bepaalde muziekstukken laten zich niet met andere samenvoegen Na montage kunnen bepaalde muziekstukken niet meer met andere te combineren zijn. De totale opgenomen speelduur plus de resterende beschikbare opnameduur op de MD komen in totaal niet aan de nominale speelduur van de disc Het opnemen wordt verricht in minimum-eenheden van 2 seconden, ongeacht de lengte van het opgenomen materiaal. Dit kan leiden tot een geringe afwijking van de nominale speelduur. Daarnaast kan de speelduur van een MD beperkt worden door krassen en dergelijke. Tijdens het doorzoeken van muziekstukken die niet rechtstreeks zijn opgenomen, maar door montage zijn samengesteld, kan geluid af en toe wegvallen. De muziekstuknummers worden niet naar behoren vastgelegd Onjuiste muziekstuknummers kunnen resulteren wanneer de muziekstukken van een CD tijdens digitale opname in meerdere nummers worden onderverdeeld. Ook kunnen na opnemen met de automatische muziekstuk-markering ingeschakeld, de nummers wel eens niet precies overeenkomen met de oorspronkelijke muziekstuknummers. 46NL Overige informatie De aanduiding “TOC Reading” blijft gedurende lange tijd branden Als de geplaatste MD gloednieuw is, verschijnt de aanduiding “TOC Reading” langer in het display dan bij MD’s die reeds eerder waren gebruikt. Beperkingen bij opnemen over bestaande (eerder opgenomen) muziekstukken • Niet in alle gevallen kan de juiste resterende opnamespeelduur worden aangegeven. • Het kan wel eens onmogelijk blijken over een muziekstuk heen op te nemen als dat muziekstuk reeds enkele malen eerder was overgespeeld. In dat geval dient u het ongewenste muziekstuk eerst te wissen met behulp van de ERASE wisfunctie (zie blz. 35). • De resterende opname-speelduur kan korter worden, in vergelijking met de totale opnameduur. • Over een bestaand muziekstuk opnemen, alleen om ruis of bijgeluiden weg te nemen, is niet aanbevolen, aangezien de speelduur hierdoor verminderd kan worden. • Bij opnemen over een bestaand muziekstuk heen, kan het wel eens onmogelijk blijken om het muziekstuk van een titel te voorzien. Tijdens het afspelen van MD’s met mono geluidsopnamen kan niet altijd de juiste opname- of weergave-speelduur worden aangegeven. Opnemen op MD’s is niet mogelijk of mislukt. / De MD is tegen abusievelijk wissen beveiligd. (“Protected” en “C11” verschijnen beurtelings in het display.) Schuif het wispreventienokje dicht (zie blz. 11). / De MD-recorder is niet goed op de geluidsbron aangesloten. Zorg dat de aansluitingen tussen de geluidsbron en de MD-recorder naar behoren zijn gemaakt. / Het opnameniveau is niet juist ingesteld. Stel het opnameniveau juist in (zie blz. 16). / Er is een voorbespeelde MD geplaatst. Vervang de disc door een opname-MD. / Er is niet genoeg opnametijd meer over op de MD. Vervang de MD door een andere opname-MD waarop geen of minder materiaal is opgenomen, of wis overbodige opnamen van de MD. / Er heeft zich een stroomonderbreking voorgedaan, of het netsnoer is uit het stopcontact geraakt. Mogelijk is informatie die op de MD was opgenomen, verloren gegaan. Maak de opnamen opnieuw. Het synchroon-opnemen met een CD-speler werkt niet. / De MD-recorder staat niet ingesteld op het juiste type CD-speler (voor muziek-CD’s of video-CD’s). Stel in op het juiste type CD-speler (zie blz. 20). Als de gebruikte CD-speler een functiekeuzeschakelaar heeft, stel deze dan in op CD1. Storende bijgeluiden in de geluidsweergave. Verhelpen van storingen Als er tijdens gebruik van uw MD-recorder iets mis gaat, loopt u dan deze controlelijst even door. Als het probleem aan de hand van de volgende aanwijzingen niet te verhelpen is, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde Sony onderhoudsdienst. / Krachtig magnetisme van een TV-toestel of een ander apparaat veroorzaakt storingen in de werking van de MD-recorder. Plaats de MD-recorder verder uit de buurt van apparatuur die electromagnetische storing kan veroorzaken. Een drieletterteken-code verschijnt. / De Zelfdiagnose-functie is ingeschakeld. Raadpleeg de tabel op blz. 53. De MD-recorder werkt niet of niet naar behoren. / Wellicht is de MD beschadigd (de aanduiding “Disc Error” verschijnt). Neem de disc uit de houder en plaats deze opnieuw. Als de “Disc Error” aanduiding weer verschijnt, vervangt u de disc door een andere. Opmerking Als de MD-recorder nog steeds niet naar behoren werkt, hoewel bovenstaande aanwijzingen zijn opgevolgd: Schakel in dit geval de MD-recorder uit, trek de stekker uit het stopcontact en sluit het apparaat dan weer op het stopcontact aan. Afspelen van MD’s is niet mogelijk. / Er is vocht binnenin de recorder gecondenseerd. Verwijder de MD en laat de MD-recorder enkele uren in een warme omgeving liggen tot het condensvocht verdampt is. / Het apparaat is niet ingeschakeld. Druk op de 1/u schakelaar om het apparaat in te schakelen. / De MD is verkeerd-om in de houder geplaatst. Schuif de MD met de labelkant naar boven en met de pijl naar de opening wijzend in de disc-gleuf. / De MD bevat geen opnamen (de muziekkalender verschijnt niet). Vervang de MD door een andere waarop opnamen staan. 47NL Overige informatie Algemeen Technische gegevens 220 – 230 V wisselspanning, 50/60 Hz Stroomverbruik 24 watt Afspeelsysteem Minidisc digitaal audiosysteem Disc Minidisc Laser Halfgeleider laser (λ = 780 nm) Emissieduur: continu Gewicht Minder dan 44,6 µW* Bijgeleverd toebehoren Laser-uitgangsvermogen Afmetingen (bij benadering) (b/h/d) inclusief uitstekende onderdelen en bedieningsorganen 430 × 125,5 × 375,5 mm * Deze waarde is gemeten op een afstand van ca. 200 mm van het lensoppervlak van het optisch blok, met een diafragma van 7 mm. Eigenschappen laserdiode Materiaal: GaAlAs Toerental (CLV) 400 tpm tot 900 tpm Foutcorrectie ACIRC (Advanced Cross Interleave Reed Solomon Code) Bemonsteringsfrequentie 44,1 kHz Codering ATRAC (Adaptive TRansform Acoustic Coding) digitale audio-compressie Modulatiesysteem EFM (Eight-to-Fourteen Modulation), 8 – 14 modulatie Aantal kanalen 2 stereo-kanalen Frequentiebereik 5 – 20 000 Hz ±0,3 dB Signaal/ruisverhouding Meer dan 105 dB tijdens afspelen Snelheidsfluctuaties Beneden meetbare limiet Ingangen Type stekkerbus LINE(ANALOG) RCA-aanIN sluitingen Ingangsimpedantie Nominaal ingangsvermogen 47 kOhm 500 mV rms 125 mV rms Minimaal ingangsvermogen DIGITAL IN OPT1 Vierkante Optische golflengte: optische aansluiting 660 nm — — DIGITAL IN OPT2 Vierkante Optische golflengte: optische aansluiting 660 nm — — DIGITAL IN COAXIAL RCA75 ohm aansluiting 0,5 Vp-p, ±20% — Uitgangen 48NL Voedingsspanning Type stekkerbus Nominaal uitgangsvermogen Belastingsimpedantie PHONES Stereotelefoonstekker 28 mW 32 ohm LINE(ANALOG) OUT RCA-aansluitingen 2 Vrms (bij 50 kOhm) Meer dan 10 kOhm DIGITAL OUT OPTICAL Vierkante optische aansluiting –18 dBm Optische golflengte: 660 nm DIGITAL OUT COAXIAL RCAaansluiting 0,5 Vp-p (bij 75 ohm) 75 ohm ca. 15,3 kg Zie bladzijde 4. Amerikaanse en buitenlandse octrooien onder licentie van Dolby Laboratories Licensing Corporation. Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens voorbehouden, zonder kennisgeving. Overige informatie Overzicht van het één-generatie kopieersysteem (“Serial Copy Management System”) Aangezien deze MD-recorder volgens het zgn. “Serial Copy Management System” werkt, kunnen MD’s die via de digitale ingangsaansluiting zijn opgenomen, niet naar andere MD’s worden gekopieerd via de digitale uitgangsaansluiting. Het volgende schema geeft een overzicht voor het maken van kopieën via de digitale of analoge aansluitingen. 1 U kunt digitale opnamen maken van digitale geluidsbronnen (CD’s, DAT cassettes of voorbespeelde MD’s) op een DAT cassette of opname-MD, via de digitale ingangsaansluiting van het DAT cassettedeck of de MD-recorder. Het is echter niet mogelijk kopieën te maken van een dergelijke MD of DAT cassette op andere opname-MD’s of DAT cassettes via de digitale ingangsaansluiting. 2 U kunt het digitale inkomende signaal van een digitale satelliet-uitzending op een DAT cassette of opname-MD opnemen via de digitale ingangsaansluiting van een DAT cassettedeck of MD-recorder die geschikt is voor het verwerken van een bemonsteringsfrequentie van 32 kHz of 48 kHz. Vervolgens kunt u van die rechtstreeks opgenomen (eerste-generatie) DAT cassette of MD een digitale kopie maken op een andere DAT cassette of opname-MD, via de digitale ingangsaansluiting van een DAT cassettedeck of MD-recorder, zodat u een kopie verkrijgt. Verder kopiëren van die tweede-generatie kopie op een andere opname-MD of DAT cassette is alleen mogelijk via de analoge ingangsaansluiting op het DAT of MD-recorder, en met sommige satelliet-ontvangers is het maken van een tweede-generatie digitale kopie ook al niet mogelijk. Satelliet-tuner Weergave Digitale uitgangsaansluiting Optisch aansluitsnoer of coaxiaal digitaal aansluitsnoer Opname Digitale ingangsaansluiting DAT cassettedeck of MD-recorder CD-speler DAT cassettedeck MD-recorder Weergave Digitale ingangsaansluiting DAT cassettedeck of MD-recorder Eerste-generatie DAT cassette of MD opgenomen via de digitale aansluitingen DAT cassette of MD Weergave Digitale uitgangsaansluiting Optisch aansluitsnoer of coaxiaal digitaal aansluitsnoer Opname Digitale ingangsaansluiting DAT cassettedeck of MD-recorder Tweedegeneratie DAT cassette of MD opgenomen via de digitale aansluitingen Lijnuitgangsaansluitingen (analoog) Optisch aansluitsnoer of coaxiaal digitaal aansluitsnoer Audioaansluitsnoer Digitale ingangsaansluiting DAT cassettedeck of MD-recorder Weergave DAT cassette of MD DAT cassettedeck of MD-recorder Digitale uitgangsaansluiting Opname DAT cassette of MD Digitale uitgangsaansluiting Optisch aansluitsnoer of coaxiaal digitaal aansluitsnoer Opname Eerste-generatie DAT cassette of MD opgenomen via de digitale aansluitingen Lijningangsaansluitingen (analoog) DAT cassettedeck of MD-recorder Weergave DAT cassettedeck of MD-recorder Digitale uitgangsaansluiting Lijnuitgangsaansluitingen (analoog) Optisch aansluitsnoer of coaxiaal digitaal aansluitsnoer Audioaansluitsnoer Digitale ingangsaansluiting Opname Lijningangsaansluitingen (analoog) DAT cassettedeck of MD-recorder (Wordt vervolgd) 49NL Overige informatie 3 U kunt een DAT cassette of opname-MD met materiaal opgenomen via de analoge ingangsaansluitingen wel digitaal overspelen naar een andere DAT cassette of opname-MD, via de digitale uitgangsaansluitingen van het DAT cassettedeck of de MD-recorder. Het is echter niet mogelijk van dergelijke digitale kopieën weer tweedegeneratie digitale kopieën te maken op andere opnameMD’s of DAT cassettes via de digitale uitgangs-aansluiting van het DAT cassettedeck of MD-recorder. Index A Aanbrengen van muziekstuknummers automatisch 17 handmatig 17 Aansluiten analoge component 5 digitale component 5 A-B herhaalfunctie 27 A-B wisfunctie 37 Accessoires, meegeleverd 4 Afspelen afspelen in zelf gekozen volgorde 28 afspelen in willekeurige volgorde 27 fijnafstellen van de toonhoogte 32 herhaald afspelen 26 normaal afspelen 12 zojuist opgenomen muziekstukken 15 Afstandsbediening 4 AMS (Automatische Muziek Sensor) 26 Audio-aansluitsnoer 4, 5, 49, 50 Automatische afslagfunctie (Auto Cut) 14 Automatische pauzeerfunctie (Auto Pause) 30 Automatische pauze-inkortfunctie (Smart Space) 15 Automatische pauze-inlasfunctie (Auto Space) 29 Platenspeler Tuner CD-speler Cassettedeck DAT cassettedeck Microfoonversterker MD-recorder Lijnuitgangsaansluitingen (analoog) Weergave Audio-aansluitsnoer Lijningangsaansluitingen (analoog) Opname DAT cassettedeck of MD-recorder DAT cassette of MD opgenomen via de analoge naar digitale aansluitingen DAT cassette of MD B Bemonsteringsfrequentie 5, 49 Bemonsteringsfrequentieomvormer Beperkingen van het systeem 46 5 C Weergave DAT cassettedeck of MD-recorder Optisch aansluitsnoer of coaxiaal digitaal aansluitsnoer Opname CD synchroon-opnamen 19 Coaxiaal digitaal aansluitsnoer 4, 5, 49, 50 CONTROL A1 aansluiten 6 basisfuncties 7 bedieningssysteem CONTROL A1 6 synchroon-opnamen op een MD 7, 20 Controleren muziekstuknummer 23 resterende speelduur 14, 23 speelduur 23 totaal aantal muziekstukken 23 volgorde geprogrammeerde muziekstukken 29 Digitale uitgangsaansluiting Digitale ingangsaansluiting DAT cassettedeck of MD-recorder Eerste-generatie DAT cassette of MD opgenomen via de digitale aansluitingen DAT cassette of MD D, E Digitaal filter Weergave DAT cassettedeck of MD-recorder Digitale uitgangsaansluiting Foutmeldingen in het display I Audioaansluitsnoer Digitale ingangsaansluiting Opname F, G, H Lijnuitgangsaansluitingen (analoog) Optisch aansluitsnoer of coaxiaal digitaal aansluitsnoer 50NL 34 Lijningangsaansluitingen (analoog) DAT cassettedeck of MD-recorder In-faden tijdens afspelen 30 tijdens opnemen 21 Ingangscontrole 14 46 Overige informatie Instellen analoge opnameniveau 16 digitale opnameniveau 16 Instelmenu 52 T U K, L Uit-faden tijdens afspelen 30 tijdens opnemen 20 Klok instellen 7 M MD plaatsen 9, 12 verwijderen 11, 12 voorbespeelde 23 voor opname geschikte 9, 23 Muziek snelzoekfunctie 25 synchroon-opnamen 19 V Verplaatsen Wijzigen bestaande titel 43 display 24 volgorde geprogrammeerde muziekstukken 29 Wispreventienokje 11 Wissen alle muziekstukken 36 alle titels 44 enkel muziekstuk 35 enkele titel 44 passage in een muziekstuk 47 Naamgeving MD 41 met de afstandsbediening 43 muziekstuk 41 titel kopiëren 42 O Onderverdelen na het kiezen van een geschikt punt 38 na het kiezen van het muziekstuk 38 Ongedaan maken van laatste wijziging 45 Opnamedatum 24 Opnemen normaal opnemen 9 over bestaande muziekstukken 15 tijdmachine-opname 18 Optisch aansluitsnoer 4, 5, 49, 50 Opzoeken gewenst muziekstuk 25 passage in een muziekstuk 26 P Pauzeren afspelen 12 opname 11 R 2 S 40 W N Reinigen Toetsen Technische gegevens 48 Toonhoogte-fijnafstelling 32 Z Zelfdiagnose-functie 53 Namen van de bedieningsorganen Aansluitingen DIGITAL IN/OUT 5, 9 Indicators FILTER 34 PITCH CONTROL 32 STANDBY 7, 9, 12 Regelaars ≠ AMS ± 7, 10, 12, 14, 16 – 18, 25, 28, 29, 32, 33, 35, 37 – 41, 45 ANALOG REC LEVEL L/R 10, 16 DIGITAL REC LEVEL 10, 16 INPUT 9, 13, 14 PHONE LEVEL 12 Schakelaars Samenvoegen 39 Schakelklok afspelen 31 inslapen 32 opnemen 22 SCMS (één-generatie kopieersysteem) 13, 49 Storingen verhelpen 47 TIMER 22, 31 1/u aan/uit schakelaar 9, 12 Stekkerbussen CONTROL A1 6 LINE(ANALOG) IN/OUT 5, 9, 13, 30, 33 PHONES 12, 30 A˜B 27 A.SPACE 29 CD PLAYER P 19 CD PLAYER =/+ CHAR 43 CLEAR 27, 28, 41, 43 CONTINUE 27, 28 DATE PRESENT 7 DATE RECORDED 23 DIGITAL REC LEVEL /ANALOG OUT LEVEL +/– 16, 33 DISPLAY 23, 28 DISPLAY/CHAR 14, 23, 28, 41 FADER 21, 30 FILTER 34 Letter/cijfertoetsen 23, 25, 28, 43 MENU/NO 10, 14, 17, 28, 29, 32, 33, 35, 37 – 41, 43, 45 M.SCAN 25 MUSIC SYNC 19 NAME 43 NUM 43 § OPEN/CLOSE 9, 12, 14 P.HOLD 16 PITCH CONTROL 32 PLAY MODE 27, 28, 31 PROGRAM 28 r REC opnametoets 10, 14, 17, 45 REPEAT 26, 27 SCROLL 23 SHUFFLE 27 STANDBY 19 START 19 STOP 19 TIME 14, 23 T.REC 18 YES 28, 35, 37 – 41, 45 ( weergavetoets 10, 12, 14, 25, 27, 28, 31 · weergavetoets 25, 28 P pauzetoets 10 – 12 p stoptoets 11, 12, 14, 22, 27 r opnametoets 45 0/) hand-zoektoetsen 26 – 28, 37, 38, 41, 43 =/+ AMS*-zoektoetsen 12, 23, 25 >25 23, 25, 28 * Automatische Muziek Sensor Overige Display 14, 23, 24 Muziekkalender 23 “TOC Writing” inhoudsregistratie 11, 13, 21, 34, 35 g Afstandsbedieningssensor 4 51NL Overige informatie Overzicht van de instelmenu’s U kunt diverse functies van deze MD-recorder naar wens instellen via de onderstaande instelmenu’s. De bedieningsfuncties behorend bij elk menu staan beschreven in de voorgaande hoofdstukken. Het volgend overzicht geeft kort de functie van elk menu met de bijbehorende parameters en oorspronkelijke instellingen. Opmerking De menu’s die u in de stopstand, tijdens het afspelen of tijdens het opnemen kunt gebruiken, zijn verschillend. Om het Instelmenu te openen Terwijl de MD-recorder in de stopstand staat, druk MENU/NO tweemaal in zodat “Setup Menu” in het display verschijnt, of druk op MENU/NO zodat “Edit Menu” verschijnt en draai dan AMS tot “Setup ?” verschijnt in het display, en druk dan AMS in. Menunummer Functie Parameters Oorspronkelijke instelling Zie 01 Samenstellen van een programma. — — blz. 28 02 Instellen van de nummer-markering. T.Mark LSyn blz. 17 03 Instellen van het “stiltepeil” na keuze van “T.Mark LSyn” in instelmenu 02. LS(T) –72 tot –0dB LS(T) –50dB blz. 17 04 In/uitschakelen van de automatische pauzeerfunctie en de pauze-inlasfunctie. Auto Off, Auto Space, Auto Pause Auto Off blz. 29 en 30 05 In/uitschakelen van de functies “Smart Space” en “Auto Cut”. S.Space Off, S.Space On S.Space On blz. 15 06 In/uitschakelen van de piekniveauvasthoudfunctie. P.Hold On, P.Hold Off P.Hold Off blz. 16 07 Instellen van de speelduur voor de intro-weergave. M.Scan 6 tot 20s M.Scan 6s blz. 25 08 Keuze van de in-fade tijd voor opname en weergave. F.in 1.0 tot 15.0s F.in 5.0s blz. 21 09 Keuze van de uit-fade tijd na opname en weergave. F.out 1.0 tot 15.0s F.out 5.0s blz. 21 10 Functie voor het automatisch stapsgewijs veranderen van de afspeelsnelheid. Pitch –48 tot +2 Pitch 0 blz. 32 11 Functie voor het fijnafstellen van de afspeelsnelheid. Pfine –98.5% tot +12.5% Pfine 0.0% blz. 33 12 Functie voor het veranderen van de Din 24bit/20bit/16bit bitlengte van het digitale ingangssignaal. Din 20bit blz. 15 13 Dout 24bit/20bit/16bit Functie voor het veranderen van de bitlengte van het digitale uitgangssignaal. Dout 20bit blz. 33 14 Instellen van de afspeeltijd voor de inslaapschakelklok. Sleep 30 tot 120min Sleep 60min blz. 32 15 In- en uitschakelen van de inslaapschakelklokfunctie. Sleep On, Sleep Off Sleep Off blz. 32 16 Gelijkzetten van de klok — — blz. 7 17 Instellen van de opnamefunctie Stereo Rec/Mono Rec Stereo Rec blz. 10 T.Mark Off, T.Mark LSyn Om de oorspronkelijke instellingen weer te activeren 52NL Druk op CLEAR. Overige informatie Zelfdiagnose-functie De MD-recorder heeft een zelfdiagnose-display. Een code van drie lettertekens (een combinatie van één letter en twee cijfers) en de overeenkomstige mededeling verschijnen beurtelings op dit display, zodat u de staat van de MDrecorder kunt controleren. Mocht een dergelijke code aangegeven worden, controleer dan de volgende tabel om het probleem op te lossen. Als het probleem aan de hand van de volgende aanwijzingen niet te verhelpen is, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde Sony onderhoudsdienst. Zelfdiagnose-display C11 Protected Drieletterteken-code/Mededeling Oorzaak/Maatregel C11/Protected De in het apparaat geplaatste MD is beveiligd tegen wissen. / Neem de MD eruit en schuif het wispreventienokje dicht (blz. 11). C13/REC Error De opname werd niet juist uitgevoerd. / Zet het apparaat op een stabiele plaats en neem opnieuw op. De in het apparaat geplaatste MD is vuil (vlekken, vingerafdrukken enz.), heeft krassen erop, of beantwoordt niet aan de standaarden. / Gebruik een andere MD en neem dan opnieuw op. C13/Disc Error De MD-recorder kon de TOC van de MD niet juist lezen. / Neem de MD eruit en plaats deze weer erin. C14/Disc Error De MD-recorder kon de TOC van de MD niet juist lezen. / Plaats een andere MD erin. / Indien mogelijk, wis alle muziekstukken van de MD door middel van de “All Erase” wisfunctie (blz. 36). C71/Din Unlock Een momentane onderbreking wordt veroorzaakt door de signalen van het digitale programma dat wordt opgenomen. Dit heeft geen invloed op het opgenomen materiaal. Tijdens opnemen van een digitale component aangesloten op de digitale ingangsaansluiting, werd de digitale aansluitkabel losgekoppeld of werd de digitale component uitgeschakeld. / Sluit het snoer aan of schakel de digitale component weer in. 53NL
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160

Sony MDS-JA555ES de handleiding

Categorie
Minidisc-spelers
Type
de handleiding