AUMA Multi-turn actuators SA 07.2 Handleiding

Type
Handleiding
Aansturing
parallel
Profibus DP
Profinet
Modbus RTU
Modbus TCP/IP
ethernet/IP
Foundation Fieldbus
HART
Multi-turn aandrijvingen
SA 07.2 – SA 16.2
SAR 07.2 – SAR 16.2
Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
met besturingseenheid voor de aandrijving
AC 01.2 Non-Intrusive
Montage en inbedrijfstellingBedieningsinstructies
Eerst de bedieningsinstructies lezen!
Veiligheidsinstructies in acht nemen.
Deze bedieningsinstructies zijn als onderdeel van het product te beschouwen.
Bedieningsinstructies bewaren tijdens de levensduur van het product.
Bedieningsinstructies aan iedere volgende gebruiker of eigenaar van het product overhandigen.
Doelgroep:
Dit document bevat informatie voor montage-, inbedrijfstellings- en onderhoudspersoneel.
Referentiedocumentatie
Handboek (apparatuurintegratie) besturingseenheid voor de aandrijving AC 01.2 Ethernet/IP
Referentiedocumentatie is verkrijgbaar op het internet op http://www.auma.com.
Inhoudsopgave Pagina
51. Veiligheidsinstructies.............................................................................................................
51.1. Voorwaarden voor de veilige omgang met het product
51.2. Toepassingsgebied
61.3. Waarschuwingen/aanwijzingen
61.4. Aanwijzingen en symbolen
82. Beknopte beschrijving...........................................................................................................
103. Typeplaatje..............................................................................................................................
144. Transport en opslag...............................................................................................................
144.1. Transport
164.2. Opslag
185. Montage...................................................................................................................................
185.1. Montagepositie
185.2. Handwiel monteren
185.3. Aandrijving op afsluiter monteren
195.3.1. Overzicht aandrijfvormen
195.3.2. Aandrijfvorm A
205.3.2.1. Multi-turn aandrijving met aandrijfvorm A monteren
225.3.2.2. Draadbus aandrijfvorm A op maat bewerken
235.3.3. Aandrijfvormen B /C /D en E
245.3.3.1. Multi-turn aandrijving met aandrijfvorm B monteren
255.4. Toebehoren montage
255.4.1. Beschermbuis voor stijgende spindel van de afsluiter
265.5. Montageposities van de lokale bedieningseenheid
265.5.1. Montageposities wijzigen
286. Elektrische aansluiting...........................................................................................................
286.1. Overzicht elektrische AUMA-aansluitingen
286.2. Essentiële aanwijzingen
316.3. Elektrische aansluiting SJ (AUMA rondstekker)
326.3.1. Aansluitruimte (voor netaansluiting) openen
336.3.2. Kabels aansluiten
346.3.3. Aansluitruimte (voor netaansluiting) sluiten
356.3.4. Veldbusaansluitruimte openen
2
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Inhoudsopgave AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
356.3.5. Industrial Ethernet kabel aansluiten
366.3.6. Veldbusaansluitruimte sluiten
376.4. Compacte versie elektrische aansluiting SF voor EtherNet/IP
386.4.1. Aansluitruimte (voor netaansluiting) openen
396.4.2. Kabels aansluiten
406.4.3. Aansluitruimte (voor netaansluiting) sluiten
416.4.4. Industrial Ethernet kabel aansluiten
416.5. Toebehoren voor de elektrische aansluiting
416.5.1. Besturingseenheid voor de aandrijving op wandbeugel
426.5.2. Parkeerstekker
436.5.3. Tussenstuk DS ten behoeve van een dubbele afdichting
436.5.4. Externe aansluiting voor aarding
447. Bediening................................................................................................................................
447.1. Handmatige bediening
447.1.1. Afsluiter in de handmatige modus bedienen
457.2. Motorbedrijf
457.2.1. Lokale bediening van de aandrijving
467.2.2. Het op afstand bedienen van de aandrijving
467.3. Menubediening via de drukknoppen (voor instellingen en weergaven)
477.3.1. Gestructureerde opbouw en navigatie
487.4. Gebruikersniveau, password
497.4.1. Password invoeren
497.4.2. Passwords wijzigen
507.4.3. Blokkeertijd bij verkeerde invoer van het password
507.5. Taal in het display
507.5.1. Taal wijzigen
528. Indicatoren..............................................................................................................................
528.1. Weergaven bij inbedrijfstelling
528.2. Weergaven in het display
538.2.1. Terugmeldingen van aandrijving en afsluiter
558.2.2. Statusweergaven overeenkomstig AUMA-categorie
568.2.3. Statusweergaven overeenkomstig NAMUR-aanbeveling
588.3. Signaallampen van de lokale bedieningseenheid
598.4. Weergaven als optie
598.4.1. Mechanische standaanwijzing via pijlmarkering op deksel (niet zelfinstellend)
598.4.2. Mechanische standaanwijzing (zelfinstellend)
609. Meldingen (uitgangssignalen)...............................................................................................
609.1. Statusmeldingen via signaleringsrelais (digitale uitgangen)
609.1.1. Bezetting van de uitgangen
609.1.2. Codering van de uitgangen
609.2. Analoge meldingen (analoge uitgangen)
6110. Inbedrijfstelling (basisinstellingen)......................................................................................
6110.1. Wijze van uitschakelen instellen
6210.2. Draaimomentmechanisme instellen
6410.3. Wegschakelmechanisme instellen
6610.4. Verbinding tussen EtherNet/IP-module en computer controleren
6610.5. EtherNet/IP-module configureren
6810.6. Proefdraaien
6810.6.1. Draairichting aan standaanwijzing controleren
3
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Inhoudsopgave
7010.6.2. Draairichting aan holle as/spindel controleren
7010.6.3. Wegschakelmechanisme controleren
7211. Inbedrijfstelling (instellingen/opties in de aandrijving)......................................................
7211.1. Schakelruimte openen/sluiten
7311.2. Mechanische standaanwijzing (zelfinstellend)
7311.2.1. Mechanische standaanwijzing instellen
7411.2.2. Overbrengingsverhouding van het tandwielkastje controleren/instellen
7511.3. Mechanische standaanwijzing via pijlmarkering op deksel (niet zelfinstellend)
7511.3.1. Mechanische standaanwijzing instellen
7511.3.2. Overbrengingsverhouding van het tandwielkastje controleren/instellen
7812. Verhelpen van storingen........................................................................................................
7812.1. Fouten bij de inbedrijfstelling
7812.2. Foutmeldingen en waarschuwingen
8212.3. Zekeringen
8212.3.1. Zekeringen in de besturingseenheid van de aandrijving
8312.3.2. Zekeringen vervangen
8312.3.2.1. Zekeringen F1/F2 vervangen
8412.3.2.2. Zekeringen F3/F4 controleren/vervangen
8412.3.3. Motorbeveiliging (thermische bewaking)
8613. Reparatie en onderhoud........................................................................................................
8613.1. Preventieve maatregelen voor het onderhoud en een veilig gebruik
8713.2. Onderhoud
8713.3. Afvoeren en recycling
8814. Technische gegevens.............................................................................................................
8814.1. Technische gegevens multi-turn aandrijving
9014.2. Technische gegevens besturingseenheid voor de aandrijving
9514.3. Aandraaimomenten voor bouten
9715. Reserveonderdelenlijst..........................................................................................................
9715.1. Multi-turn aandrijvingen SA 07.2 – SA 16.2/SAR 07.2 – SAR 16.2
9915.2. Besturingseenheid voor de aandrijving AC 01.2 voorzien van elektrische aansluiting SJ
10115.3. Besturingseenheid voor de aandrijving AC 01.2 SF compact
105Trefwoordenregister...............................................................................................................
4
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Inhoudsopgave AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
1. Veiligheidsinstructies
1.1. Voorwaarden voor de veilige omgang met het product
Normen/richtlijnen De gebruiker van de installatie en de contractor dienen erop te letten, dat met
betrekking tot de montage, elektrische aansluiting, inbedrijfstelling en het gebruik op
de plaats van de installatie alle wettelijke eisen, richtlijnen, voorschriften, nationale
regelgevingen en aanbevelingen in acht worden genomen.
Hiertoe behoren o.a.:
van toepassing zijnde montagerichtlijnen voor netwerktoepassingen.
Veiligheidsinstructies/
waarschuwingen Personen die aan dit toestel werkzaamheden verrichten, dienen volledig op de hoogte
te zijn van alle veiligheidsinstructies en waarschuwingen in deze bedieningsinstructies
en moeten de betreffende instructies strikt naleven. Veiligheidsinstructies en
waarschuwingsstickers of -borden op het product dienen in acht te worden genomen
teneinde persoonlijk letsel en/of materiële schade te voorkomen.
Kwalificatie van
personeel
De montage, elektrische aansluiting, inbedrijfstelling alsmede het bedienen en de
onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend door gekwalificeerd personeel worden
uitgevoerd. Dit personeel dient daartoe door de gebruiker van de installatie of door
de contractor geautoriseerd te zijn.
Voordat met werkzaamheden aan dit product wordt begonnen moet dit personeel
deze bedieningsinstructies gelezen en begrepen hebben, alsmede op de hoogte zijn
van de geldende veiligheidsvoorschriften inzake arbeidsomstandigheden en deze
in acht nemen.
Inbedrijfstelling Vóór de inbedrijfstelling moet voor alle instellingen worden gecontroleerd of zij met
de eisen van de desbetreffende toepassing overeenkomen. Een verkeerde instelling
kan leiden tot gevaren tijdens gebruik, bijv. de beschadiging van de afsluiter of de
installatie. De fabrikant is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende eventuele
schade. Het risico berust volledig bij de gebruiker.
Gebruik en werking Voorwaarden voor een probleemloze en goede werking van de apparatuur:
Een juiste wijze van transport, opslag, montage en installeren, alsook een
zorgvuldige inbedrijfstelling.
De apparatuur uitsluitend in een goede staat, met inachtneming van deze
bedieningsinstructies, gebruiken.
Storingen en beschadigingen dienen direct te worden gemeld en verholpen.
Neem de geldende veiligheidsvoorschriften met betrekking tot de
arbeidsomstandigheden in acht.
Neem de nationale voorschriften in acht.
Tijdens bedrijf wordt de behuizing warm en kunnen oppervlaktetemperaturen
> 60 °C ontstaan. Ter voorkoming van mogelijke brandwonden adviseren wij
om voor aanvang van de werkzaamheden de oppervlaktetemperatuur met een
geschikte thermometer te meten en veiligheidshandschoenen te dragen.
Veiligheidsmaatregelen De gebruiker van de installatie of de contractor is verantwoordelijk voor de op locatie
noodzakelijke veiligheidsmaatregelen, zoals afdekkingen, afsluitingen of persoonlijke
beschermingsmiddelen voor het personeel.
Onderhoud Onderhoudsvoorschriften moeten worden nageleefd, omdat anders de veilige werking
van de apparatuur niet meer is gewaarborgd.
Wijzigingen aan de apparatuur zijn uitsluitend met schriftelijke toestemming van de
fabrikant toegestaan.
1.2. Toepassingsgebied
AUMA multi-turn aandrijvingen SA 07.2 – SA 16.2/SAR 07.2 – SAR 16.2 worden
toegepast voor de bediening van industriële afsluiters zoals kleppen, schuifafsluiters,
vlinderkleppen en kogelkranen.
5
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Veiligheidsinstructies
Andere toepassingen zijn uitsluitend met uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming
van de fabrikant toegestaan.
Niet toegestaan is toepassing voor bijvoorbeeld:
Vloertransportmiddelen volgens EN ISO 3691
Hijs- en hefmateriaal volgens EN 14502
Personenliften volgens DIN 15306 en 15309
Goederenliften volgens EN 81-1/A1
Roltrappen
Continu bedrijf
Onderaardse inbouw
Langdurige onderdompeling in water (beschermingsgraad in acht nemen)
Explosiegevaarlijke omgevingen
Met straling belaste zones binnen nucleaire installaties
De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade, die voortvloeit uit ondeskundig gebruik
van de aandrijvingen en/of gebruik voor andere doeleinden dan waarvoor de
aandrijvingen bestemd zijn.
Tot een juist gebruik van het product behoort ook de inachtneming van deze
bedieningsinstructies.
Informatie Deze bedieningsinstructies gelden voor de standaarduitvoering “rechtsdraaiend
sluiten”. Dit betekent, dat de aangedreven as met de wijzers van de klok mee
(rechtsom) draait om de afsluiter te sluiten.
1.3. Waarschuwingen/aanwijzingen
De hieronder weergegeven aanwijzingen met betrekking tot de veiligheid zijn bedoeld
om de aandacht te vestigen op de in deze bedieningsinstructies opgenomen
veiligheidsprocedures en -aanwijzingen. Elk van deze aanwijzingen wordt aangeduid
met een trefwoord (GEVAAR, WAARSCHUWING, VOORZICHTIG, LET OP), dat
met het doel van de desbetreffende aanwijzing overeenstemt.
Een direct gevaarlijke situatie met zeer hoog risico. Indien de waarschuwing
wordt genegeerd, zijn overlijden of zware gezondheidsschade het gevolg.
Een mogelijk gevaarlijke situatie met middelhoog risico. Indien de
waarschuwing wordt genegeerd, kan overlijden of zwaar lichamelijk letsel het
gevolg zijn.
Een mogelijk gevaarlijke situatie met een klein risico. Indien de waarschuwing
wordt genegeerd, kan licht of middelzwaar letsel het gevolg zijn. Kan ook met
betrekking tot materiële schade worden gebruikt.
Een mogelijk gevaarlijke situatie. Indien de waarschuwing wordt genegeerd,
kan materiële schade het gevolg zijn. Wordt niet bij gevaar voor persoonlijk
letsel gebruikt.
Het veiligheidssymbool waarschuwt voor gevaar voor letsel.
Het signaalwoord (hier GEVAAR) geeft de mate van gevaar aan.
1.4. Aanwijzingen en symbolen
De hieronder vermelde aanwijzingen en symbolen worden in deze
bedieningsinstructies gebruikt:
Informatie Het begrip Informatie vóór de tekst duidt op belangrijke opmerkingen en informatie.
6
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Veiligheidsinstructies AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Symbool voor DICHT (afsluiter gesloten)
Symbool voor OPEN (afsluiter geopend)
Via het menu naar de parameter
Beschrijft het pad in het menu naar de parameter. Met behulp van de drukknoppen
op de lokale bediening kan daarmee de gewenste parameter in de display snel
worden gevonden. Displayteksten worden met een grijze achtergrond weergegeven:
Display.
Resultaat van een handeling
Beschrijft het resultaat van de voorafgaande handeling.
7
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Veiligheidsinstructies
2. Beknopte beschrijving
Multi-turn aandrijving Definitie volgens EN 15714-2/EN ISO 5210:
Een multi-turn aandrijving is een aandrijving die een draaimoment d.m.v. ten minste
één volledige omwenteling op de afsluiter overbrengt.
AUMA multi-turn
aandrijving
Afbeelding 1: AUMA multi-turn aandrijving SA 10.2
[1] Multi-turn aandrijving met motor en handwiel
[2] Besturingseenheid voor de aandrijving
[3] Lokale bedieningseenheid met display, (a) keuzeschakelaar en (b) drukknop
[4] Aansluiting afsluiter, bijv. aandrijfvorm A
AUMA multi-turn aandrijvingen SA 07.2 – SA 16.2/SAR 07.2 – SAR 16.2 worden
door een elektromotor aangedreven. Voor de instelling en noodbediening is een
handwiel aanwezig.
De uitschakeling in de eindstanden kan weg- of draaimomentafhankelijk plaatsvinden.
Voor de aansturing of de verwerking van de aandrijvingssignalen is een
besturingseenheid voor de aandrijving absoluut noodzakelijk.
In uitvoering Intrusive (besturingseenheid: elektromechanisch): worden de weg- en
draaimomentinstelling via schakelaars in de aandrijving uitgevoerd.
In uitvoering Non-Intrusive (besturingseenheid: elektronisch) worden de weg- en
draaimomentinstelling via de besturingseenheid voor de aandrijving uitgevoerd,
behuizingen van aandrijving resp. besturing hoeven daarvoor niet geopend te worden.
Hiervoor is in de aandrijving een MWG (magnetische weg- en draaimomentsensor)
ingebouwd, die tevens een analoge draaimomentmelding/weergave en een analoge
standmelding/weergave op een uitgang van de besturingseenheid voor de aandrijving
ter beschikking kan stellen.
In combinatie met de aandrijfvorm A kan de aansluiting ook stangkrachten absorberen.
Besturingseenheid voor
aandrijvingen
De besturingseenheid voor de aandrijving AC 01.2 kan direct op de aandrijving of
los op een wandbeugel worden gemonteerd.
Via de lokale bedieningseenheid kan de aandrijving door middel van drukknoppen
worden bediend en kunnen tevens instellingen in het menu van de besturingseenheid
voor de aandrijving worden uitgevoerd. Het display toont informatie over de aandrijving
en de menu-instellingen.
De functies van de besturingseenheid voor de aandrijving variëren van de
gebruikelijke OPEN-DICHT aansturing van de afsluiter door middel van positioners,
procesregelingen, het registreren van de bedrijfsgegevens, complete diagnosefuncties
tot en met het aansturen via verschillende interfaces (zoals bijv. veldbus, Ethernet
en HART).
8
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Beknopte beschrijving AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
App en software
Via de software AUMA CDT voor Windows computers (notebook of tablet) en via
de AUMA Assistant App kunnen vanaf de aandrijving gegevens worden in- resp.
uitgelezen en instellingen worden gewijzigd en opgeslagen. De verbinding tussen
computer en AUMA-aandrijving is draadloos via een Bluetooth-interface. Met de
AUMA Cloud bieden wij een interactief platform, waarmee bijv. gedetailleerde
gegevens van alle aandrijvingen in een installatie kunnen worden verzameld en
geëvalueerd.
Afbeelding 2: Communicatie via Bluetooth
AUMA CDT AUMA CDT is een gebruiksvriendelijk instel- en bedieningsprogramma voor AUMA
aandrijvingen.
De software AUMA CDT is via onze website in het internet onder www.auma.com
kosteloos te verkrijgen.
AUMA Cloud
De AUMA Cloud is het hart van de digitale AUMA-wereld. Het vormt het interactieve
platform om de instandhouding van AUMA-aandrijvingen efficiënt en
kostengeoriënteerd te organiseren. In de AUMA Cloud kunnen apparatuurgegevens
van alle aandrijvingen in één installatie verzameld en overzichtelijk weergegeven
worden. Gedetailleerde analyses geven aanwijzingen over eventueel uit te voeren
onderhoud. Extra functies vergemakkelijken het Asset Management.
AUMA Assistant App
Met de AUMA Assistant App is de instelling en diagnose op afstand mogelijk van
AUMA aandrijvingen per Bluetooth met een smartphone of een tablet.
De AUMA Assistant App vindt u in de Play Store (Android) of in de App Store (iOS)
en kan gratis gedownload worden.
Afbeelding 3: Link naar de AUMA Assistant App
9
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Beknopte beschrijving
3. Typeplaatje
Afbeelding 4: Positie van de typeplaatjes
[1] Typeplaatje aandrijving
[2] Typeplaatje besturingseenheid aandrijving
[3] Typeplaatje motor
[4] Extra plaatje, bijv. KKS-plaatje
Typeplaatje aandrijving
Afbeelding 5: Typeplaatje aandrijving (voorbeeld)
(= logo fabrikant); (= CE-markering)
[1] Naam van de fabrikant
[2] Adres van de fabrikant
[3] Typeaanduiding
[4] Ordernummer
[5] Serienummer
[6] Toerental
[7] Draaimomentbereik in de richting DICHT
[8] Draaimomentbereik in de richting OPEN
[9] Soort smeermiddel
[10] Toel. omgevingstemperatuur
[11] Naar keuze door de klant als optie te gebruiken
[12] Beschermingsgraad
[13] DataMatrix-code
10
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Typeplaatje AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Typeplaatje besturingseenheid voor de aandrijving
Afbeelding 6: Typeplaatje besturingseenheid voor de aandrijving (voorbeeld)
[1] Typeaanduiding
[2] Ordernummer
[3] Serienummer
[4] Aansluitschema aandrijving
[5] Schakelschema besturingseenheid voor de aandrijving
[6] Netspanning
[7] AUMA vermogensklasse schakelapparatuur
[8] Toel. omgevingstemperatuur
[9] Beschermingsgraad
[10] Aansturing
[11] DataMatrix-code
Typeplaatje motor
Afbeelding 7: Typeplaatje motor (voorbeeld)
(= logo fabrikant); (= CE-markering)
[1] Motortype
[2] Artikelnummer motor
[3] Serienummer
[4] Stroomsoort, netspanning
[5] Nominaal vermogen
[6] Nominale stroom
[7] Bedrijfsmodus
[8] Beschermingsgraad
[9] Motorbeveiliging (thermische beveiliging)
[10] Isolatieklasse
[11] Toerental
[12] Vermogensfactor cos phi
[13] Netfrequentie
[14] DataMatrix-code
11
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Typeplaatje
Omschrijvingen met betrekking tot de gegevens op het typeplaatje
Typeaanduiding Tabel 1:
Beschrijving typebenaming (bijvoorbeeld SA 07.2-F07)
-F1007.2SA
Type SA = multi-turn aandrijvingen voor open-dicht bedrijf
Type SAR = multi-turn aandrijvingen voor regelbedrijf
SA
Bouwgrootte
Deze handleiding geldt voor de bouwgrootten 07.2, 07.6, 10.2, 14.2, 14.6,
16.2
07.2
FlensafmetingenF10
Tabel 2:
Beschrijving typebenaming besturingseenheid voor de aandrijving (bijvoorbeeld AC 01.2)
01.2AC
Type AC = besturingseenheid voor de aandrijving AUMATICAC
Bouwgrootte 01.201.2
Ordernummer Aan de hand van dit nummer kan het product worden geïdentificeerd en kunnen de
technisch- en orderrelevante gegevens van het toestel worden vastgesteld.
Bij vragen over het product verzoeken wij u vriendelijk dit nummer steeds te
vermelden.
Op internet onder http://www.auma.com > Service & Support > myAUMA bieden
wij een service aan, waarmee een bevoegde gebruiker door het invoeren van het
ordernummer onder meer orderrelevante documenten zoals schakelschema’s en
technische gegevens (in het Duits en het Engels), het keuringsprotocol van de
afname, de bedieningsinstructies en overige informatie met betrekking tot de order
kan downloaden.
Serienummer
aandrijving Tabel 3:
Beschrijving van het serienummer (als voorbeeld 0520MD12345)
MD123452005
positie 1+2: montageweek = kalenderweek 0505
positie 3+4: productiejaar = 202020
Intern nummer voor het volkomen duidelijk identificeren van het productMD12345
Aansluitschema
aandrijving
9e positie na TPA: uitvoering standmelder
I, Q = MWG (magnetische weg- en draaimomentschakelaar)
AUMA vermogensklasse
schakelapparatuur
De in de besturingseenheid voor aandrijvingen toegepaste schakelapparatuur
(magneetschakelaars/thyristors) zijn in AUMA vermogensklassen (bijv. A1, B1, ...)
ingedeeld. De vermogensklasse geeft aan tot welk max. toelaatbaar nominaal
vermogen (van de motor) het schakeltoestel is berekend. Het nominaal vermogen
van de motor van de aandrijving is op het motortypeplaatje in kW aangegeven. De
indeling van de AUMA vermogensklassen in relatie tot de nominale vermogens van
de motortypen kan in separate bladen met elektrische gegevens worden gevonden.
Bij schakelapparatuur die niet in een vermogensklasse is ingedeeld staat op het
typeplaatje van de besturingseenheid voor aandrijvingen niet de vermogensklasse
maar het max. toelaatbaar nominaal vermogen in kW vermeld.
Aansturing Tabel 4:
Voorbeelden aansturing (gegevens op typeplaatje besturingseenheid voor de aandrijving)
BeschrijvingIngangssignaal
Aansturing via EtherNet/IP-interfaceethernet/IP
Aansturing via EtherNet/IP-interface en stuurspanning voor OPEN - DICHT
aansturing via digitale ingangen (OPEN, STOP, DICHT)
EtherNet/IP/24 V DC
12
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Typeplaatje AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
DataMatrix-code Met onze AUMA Assistant App kunt u de DataMatrix-code inscannen en krijgt u
daarmee als geautoriseerde gebruiker direct toegang tot orderrelevante documenten
van het product zonder dat u het order- of serienummer hoeft in te voeren.
Afbeelding 8: Link naar de AUMA Assistant App:
Zie voor meer Service & Support, Software/Apps/... www.auma.com.
13
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Typeplaatje
4. Transport en opslag
4.1. Transport
Aandrijving Transporteer het materiaal in een stevige verpakking naar de plaats van bestemming.
Hangende last!
Overlijden of ernstig lichamelijk letsel.
NIET onder hangende last verblijven.
Bevestig hef- en hijswerktuigen aan de behuizing en NIET aan het handwiel.
Aandrijvingen, die op een afsluiter zijn gemonteerd: bevestig hef- en hijswerktuig
aan de afsluiter en NIET aan de aandrijving.
Aandrijvingen, die met een tandwielkast zijn samengebouwd: bevestig hef- en
hijswerktuig met hijsogen aan de tandwielkast en NIET aan de aandrijving.
Aandrijvingen, die met een besturingseenheid zijn samengebouwd: bevestig
hef- en hijswerktuig aan de aandrijving en NIET aan de besturingseenheid.
Houd rekening met het totale gewicht van de samenstelling (aandrijving,
besturingseenheid voor de aandrijving, tandwielkast/reductorkast, afsluiter).
De last tegen eruit vallen, wegglijden of kantelen beveiligen.
Voer een hijstest op geringe hoogte uit, voorkom voorspelbare gevaren zoals
bijv. kantelen.
Afbeelding 9: Voorbeeld: Hijsen van de aandrijving
Gewichten Tabel 5:
Gewicht besturingseenheid voor de aandrijving AC 01.2
Gewicht ca. [kg]met elektrische aansluiting van het type:
7AUMA-rondstekkers met schroefaansluiting
14
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Transport en opslag AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Tabel 6:
Gewichten multi-turn-aandrijvingen SA 07.2 – SA 16.2/SAR 07.2 – SAR 16.2
met draaistroommotoren
Gewicht2)
Motortype1)
Typebenaming
Aandrijving ca. [kg]
19VD...SA 07.2/
SAR 07.2 20AD...
20VD...SA 07.6/
SAR 07.6 21AD...
22VD...SA 10.2/
SAR 10.2 25AD...
44VD...SA 14.2/
SAR 14.2 48AD...
46VD...SA 14.6/
SAR 14.6 53AD...
67VD...SA 16.2/
SAR 16.2 83AD...
Zie typeplaatje op de motor1)
Vermelde gewicht omvat multi-turn-aandrijving AUMA NORM, met draaistroommotor, elektrische
aansluiting in standaarduitvoering, aandrijfvorm B1 en handwiel. Bij andere aandrijfvormen extra
gewichten in acht nemen.
2)
Tabel 7:
Gewichten multi-turn-aandrijvingen SA 07.2 – SA 16.2/SAR 07.2 – SAR 16.2
met wisselstroommotoren
Gewicht2)
Motortype1)
Typebenaming
Aandrijving ca. [kg]
21VB...SA 07.2/
SAR 07.2 21VE...
28AE...
21VB...SA 07.6/
SAR 07.6 25VE...
28AE...
37AC...
28VE...48-4...SA 10.2/
SAR 10.2 31VE...48-2...
40AC... 56-4...
43AC... 56-2...
59VE...SA 14.2/
SAR 14.2 61VC...
63AC...
63VE...SA 14.6/
SAR 14.6 66VC...
Zie typeplaatje op de motor1)
Vermelde gewicht omvat multi-turn-aandrijving AUMA NORM, met wisselstroommotor, elektrische
aansluiting in standaarduitvoering, aandrijfvorm B1 en handwiel. Bij andere aandrijfvormen extra
gewichten in acht nemen.
2)
15
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Transport en opslag
Tabel 8:
Gewichten multi-turn-aandrijvingen SA 07.2 – SA 16.2/SAR 07.2 – SAR 16.2
met gelijkstroommotoren
Gewicht2)
Motortype1)
Typebenaming
Aandrijving ca. [kg]
29FN... 63-...SA 07.2/
SAR 07.2 32FN... 71-...
30FN... 63-...SA 07.6/
SAR 07.6 44FN... 80-...
33FN... 63-...SA 10.2/
SAR 10.2 36FN... 71-...
56FN... 90-...
68FN... 71-... / FN... 80-...SA 14.2/
SAR 14.2 100FN... 90-...
76FN... 80-... / FN... 90-...SA 14.6/
SAR 14.6 122FN... 112-...
123FN... 100-...SA 16.2/
SAR 16.2
Zie typeplaatje op de motor1)
Vermelde gewicht omvat multi-turn-aandrijving AUMA NORM, met gelijkstroommotor, elektrische
aansluiting in standaarduitvoering, aandrijfvorm B1 en handwiel. Bij andere aandrijfvormen extra
gewichten in acht nemen.
2)
Tabel 9:
Gewichten aandrijfvorm
[kg]FlensafmetingenTypebenaming
1,1F07A 07.2
1,3F10
2,8F10A 10.2
6,8F14A 14.2
11,7F16A 16.2
Tabel 10:
Gewichten aandrijfvorm
[kg]FlensafmetingenTypebenaming
5,2F10AF 07.2
5,2F10AF 07.6
5,5F10AF 10.2
13,7F14AF 14.2
23F16AF 16.2
4.2. Opslag
Corrosiegevaar door verkeerde opslag!
Materiaal opslaan in een goed geventileerde en droge ruimte.
Materiaal beschermen tegen vocht uit de bodem door het in stellingen of op
houten pallets op te slaan.
Materiaal afdekken ter bescherming tegen stof en vuil.
Niet-gespoten oppervlakken met geschikt anti-roestmiddel behandelen.
16
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Transport en opslag AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Mogelijke schade door te lage temperaturen!
De besturingseenheid voor de aandrijving mag uitsluitend tot een temperatuur
van –30 °C langdurig worden opgeslagen.
Op verzoek mag de besturingseenheid voor de aandrijving in speciale gevallen
ook bij temperaturen tot –60 °C gedurende korte tijd worden getransporteerd.
Opslag voor langere tijd In geval van een langdurige opslagperiode (langer dan 6 maanden), de hieronder
vermelde punten in acht nemen:
1. Vóór opslag:
Ongespoten delen, in het bijzonder die van de aandrijfvormen en
montageflenzen, tegen roest beschermen met behulp van een langdurig werkend
anti-roestmiddel.
2. Om de 6 maanden:
Materiaal op roestvorming controleren. Wederom anti-roestmiddel aanbrengen,
zodra de eerste tekenen van corrosie zichtbaar zijn.
17
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Transport en opslag
5. Montage
5.1. Montagepositie
Bij gebruik van vet als smeermiddel kan het hier beschreven product in een
willekeurige montagepositie worden gebruikt.
Bij de gebruikmaking van olie in plaats van vet in de schakelruimte van de aandrijving
is een verticale montagepositie, met de flens naar beneden, verplicht. Het gebruikte
soort smeermiddel is op het typeplaatje van de aandrijving vermeld (afkorting F...=
vet; O...= olie).
5.2. Handwiel monteren
Om transportschade te vermijden worden handwielen in sommige gevallen los
meegeleverd. In dat geval moet het handwiel voor de inbedrijfstelling gemonteerd
worden.
Afbeelding 10: Handwiel
[1] Tussenring
[2] Ingaande as
[3] Handwiel
[4] Circlip
Hoe te werk te gaan 1. Indien noodzakelijk tussenring [1] op ingaande as [2] steken.
2. Handwiel [3] op ingaande as steken.
3. Handwiel [3] met circlip [4] borgen.
Informatie: de circlip [4] bevindt zich bij uitlevering (samen met deze
bedieningsinstructies) in een weerbestendige tas die aan het toestel is bevestigd.
5.3. Aandrijving op afsluiter monteren
Corrosie door beschadiging verflaag en vorming van condenswater!
Na werkzaamheden aan het toestel eventuele lakbeschadigingen herstellen.
Na de montage het toestel direct elektrisch aansluiten zodat het
verwarmingselement de vorming van condenswater kan verminderen.
18
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Montage AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
5.3.1. Overzicht aandrijfvormen
Tabel 11: Overzicht van de aandrijfvormen
MontageBeschrijvingToepassingAandrijfvorm
pagina20,Multi-turn aandrijving
met aandrijfvorm A monteren
pagina19,Aandrijfvorm A
voor stijgende, niet-draaiende spindel
voor de opname van stangkrachten
niet geschikt voor radiale krachten
A
pagina24,Multi-turn aandrijving
met aandrijfvorm B monteren
pagina23,Aandrijfvormen B /C /D en
E
voor draaiende, niet-stijgende spindel
niet geschikt voor stangkrachten
B, B1 – B4
C
D
E
5.3.2. Aandrijfvorm A
Afbeelding 11: Aandrijfvorm A
[1] Aansluitflens
[2] Draadbus
[3] Spindel afsluiter
Beknopte beschrijving De aandrijfvorm A bestaat uit een aansluitflens [1] met een axiaal gelagerde draadbus
[2]. De draadbus draagt het draadbus van de holle as van de aandrijving over op de
spindel van de afsluiter [3]. De aandrijfvorm A kan stangkrachten absorberen.
Voor het aanpassen van aandrijvingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van reeds
op de afsluiters aanwezige aandrijfvormen A met flensgrootten F10 en F14 uit de
bouwjaren 2009 en ouder, is een adapter noodzakelijk. Deze adapter kan bij AUMA
worden besteld.
19
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Montage
5.3.2.1. Multi-turn aandrijving met aandrijfvorm A monteren
1. Indien de aandrijfvorm A reeds op de multi-turn aandrijving is gemonteerd:
bouten [3] met de multi-turn aandrijving losdraaien en aandrijfvorm A [2]
wegnemen.
Afbeelding 12: Multi-turn aandrijving met aandrijfvorm A
[1] Multi-turn aandrijving
[2] Aandrijfvorm A, van links naar rechts:
met kant-en-klare, ongeboorde en voorgeboorde draadbus
[3] Bouten van de multi-turn aandrijving
Informatie Bij een ongeboorde of alleen voorgeboorde draadbus moet de draadbus voor de
opname op de spindel van de afsluiter eerst bewerkt zijn voordat de volgende stap
kan worden uitgevoerd: pagina22,Draadbus aandrijfvorm A op maat bewerken
2. Spindel van de afsluiter licht invetten.
3. Aandrijfvorm A [2] op de spindel van de afsluiter plaatsen en indraaien totdat
zij tegen de flens van de afsluiter [4] ligt.
4. Aandrijfvorm A [2] draaien totdat de bevestigingsgaten in één lijn liggen.
5. Bouten [5] tussen afsluiter en aandrijfvorm [2] indraaien, maar nog niet
vastdraaien.
Afbeelding 13:
20
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Montage AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
6. Multi-turn aandrijving zodanig op de spindel van de afsluiter plaatsen, dat de
uitsparingen van de draadbus op het busje voor de aandrijfvorm passen.
Afbeelding 14:
Bij een juiste plaatsing liggen de flenzen vlak en gelijk op elkaar.
7. Multi-turn aandrijving zodanig draaien totdat de montagegaten in één lijn liggen.
8. Multi-turn aandrijving met bouten [3] bevestigen.
9. De bouten [3] kruisgewijs met draaimoment volgens tabel vastdraaien.
Tabel 12:
Aandraaimomenten voor bouten
Aandraaimoment [Nm]Schroefdraad
Sterkteklasse A2-80/A4–80
24M8
48M10
200M16
392M20
10. Multi-turn aandrijving handmatig in richting OPEN draaien totdat de flens van
de afsluiter [4] en de aandrijfvorm A [2] vast op elkaar liggen.
Afbeelding 15:
11. Bouten [5] tussen afsluiter en aandrijfvorm A met draaimoment volgens tabel
kruisgewijs vastdraaien.
21
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Montage
5.3.2.2. Draadbus aandrijfvorm A op maat bewerken
Deze werkzaamheden zijn alleen noodzakelijk bij een ongeboorde of voorgeboorde
draadbus.
Informatie Exacte uitvoering van het product: zie ordergerelateerd gegevensblad of de AUMA
Assistant App.
Afbeelding 16: Aandrijfvorm A
[1] Draadbus
[2] Axiaalnaaldlager
[2.1] Axiaallagerring
[2.2] Axiaalnaaldkrans
[3] Centreerring
Hoe te werk te gaan 1. Centreerring [3] uit aandrijfvorm draaien.
2. Draadbus [1] samen met axiaalnaaldlagers [2] eruit nemen.
3. Axiaallagerringen [2.1] en axiaalnaaldkransen [2.2] van de draadbus [1]
wegnemen.
4. Draadbus [1] boren, uitdraaien en schroefdraad snijden.
5. Op maat bewerkte draadbus [1] schoonmaken.
6. Axiaallagerkransen [2.2] en axiaallagerringen [2.1] met lithiumzeep EP-
multipurposevet voldoende smeren zodat alle holle ruimtes met vet zijn gevuld.
7. Ingevette axiaallagerkransen [2.2] en axiaallagerringen [2.1] op draadbus [1]
steken.
8. Draadbus [1] met axiaalnaaldlagers [2] weer in de aandrijfvorm plaatsen.
9. Centreerring [3] indraaien en tot aan de aanslag vastdraaien.
22
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Montage AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
5.3.3. Aandrijfvormen B /C /D en E
Afbeelding 17: Montageprincipe
[1] Flens multi-turn aandrijving (bijv. F07)
[2] Holle as
[3] Busje van de aandrijfvorm (afbeeldingsvoorbeelden)
[4] As van de tandwielkast/afsluiter
Beknopte beschrijving Verbinding tussen holle as en afsluiter resp. tandwielkast via busje van de
aandrijfvorm, die met behulp van een borgring in de holle as van de multi-turn
aandrijving is bevestigd.
Door het busje van de aandrijfvorm te vervangen is het op een later tijdstip ombouwen
ten behoeve van een andere aandrijfvorm mogelijk.
Aandrijfvorm B /E:
busje van de aandrijfvorm met boorgat volgens DIN 3210
Aandrijfvormen B1/B3:
busje van de aandrijfvorm met boorgat volgens EN ISO 5210
Aandrijfvormen B2/B4:
busje van de aandrijfvorm met boorgat volgens wens van de klant
B4 ook speciale boorgaten zoals boorgat zonder groef, binnenvierkant,
binnenzeskant, inwendige vertanding
Aandrijfvorm C:
busje van de aandrijfvorm met klauwkoppeling volgens EN ISO 5210 of volgens
DIN 3338
Aandrijfvorm D:
aseinde met spie volgens EN ISO 5210 of volgens DIN 3210
Informatie Let op de centrering en het volledig op elkaar passen van de flenzen.
23
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Montage
5.3.3.1. Multi-turn aandrijving met aandrijfvorm B monteren
Afbeelding 18: Montage aandrijfvormen B
[1] Multi-turn aandrijving
[2] Afsluiter/tandwielkast
[3] As van de afsluiter/tandwielkast
Hoe te werk te gaan 1. Controleer of de flenzen op elkaar passen.
2. Controleer of de aandrijfvorm van de multi-turn aandrijving [1] overeenstemt
met de aandrijfvorm van de afsluiter/tandwielkast resp. as van de
afsluiter/tandwielkast [2/3].
3. As van de afsluiter resp. tandwielkast [3] licht invetten.
4. Multi-turn aandrijving [1] plaatsen, let daarbij op de centrering en zorg ervoor
dat de flenzen volledig passen.
5. Multi-turn aandrijving met bouten volgens tabel monteren.
Informatie: teneinde contactcorrosie te voorkomen adviseren wij de bouten
van vloeibare schroefdraadpakking te voorzien.
6. Bouten met draaimoment volgens tabel kruisgewijs vastdraaien.
Tabel 13:
Aandraaimomenten voor bouten
Aandraaimoment [Nm]Schroefdraad
Sterkteklasse A2-80/A4–80
24M8
48M10
200M16
392M20
24
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Montage AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
5.4. Toebehoren montage
5.4.1. Beschermbuis voor stijgende spindel van de afsluiter
Afbeelding 19: Montage beschermbuis
[1] Beschermkap voor beschermbuis spindel (geplaatst)
[1]* Optie: beschermkap van staal (geschroefd)
[2] Beschermbuis
[3] V-afdichting
Hoe te werk te gaan 1. Alle schroefdraad met hennep, teflontape, vloeibare schroefdraadpakking of
afdichtdraad afdichten.
2. Beschermbuis [2] in schroefdraad draaien en vastdraaien.
Informatie: bij beschermbuizen voor de spindel welke uit twee of meer delen
bestaan dienen alle delen stevig aan elkaar te worden vastgeschroefd.
Afbeelding 20: Beschermbuisdelen met draadsokken (verbindingsstukken) (>900
mm)
[2] Deel van de beschermbuis spindel
[3] V-ring (afdichting)
[4] Draadsok (verbindingsstuk)
3. V-afdichting [3] tot tegen de behuizing naar beneden schuiven.
Informatie: bij de montage van beschermbuisdelen, de V-afdichtingen van de
beschermbuisdelen tot tegen de sokken (verbindingsstukken) naar beneden
schuiven.
25
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Montage
4. Controleer of de beschermkap [1] voor de beschermbuis voor de spindel
aanwezig, onbeschadigd en stevig op de buis is geplaatst resp. vastgeschroefd.
Beschermbuizen die langer zijn dan 2 m, kunnen doorbuigen of gaan slingeren!
Beschadiging van de spindel en/of de beschermbuis mogelijk.
Beschermbuizen die langer zijn dan 2 m, dienen door een degelijke constructie
te worden ondersteund.
5.5. Montageposities van de lokale bedieningseenheid
Afbeelding 21: Montageposities
De montagepositie van de lokale bedieningseenheid wordt conform de bestelling
uitgevoerd. Indien na de montage op de afsluiter of de tandwielkast blijkt dat de
lokale bedieningseenheid ongunstig is gepositioneerd, kan deze positie ook op een
later tijdstip worden gewijzigd. Hiervoor zijn vier steeds 90° gedraaide posities mogelijk
(maximaal 180° in een richting).
5.5.1. Montageposities wijzigen
Elektrische schok door gevaarlijke spanning!
Indien de waarschuwing wordt genegeerd, is overlijden of ernstig lichamelijk letsel
het gevolg.
Vóór het openen spanningsvrij schakelen.
Elektrostatische ontlading ESD (electrostatic discharge)!
Beschadiging van elektronische onderdelen.
Personen en apparatuur aarden.
1. De bouten verwijderen en de lokale bedieningseenheid losnemen.
2. Controleren of de O-ring in goede staat is, O-ring correct plaatsen.
3. De lokale bedieningseenheid in de nieuwe positie draaien en weer plaatsen.
26
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Montage AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Beschadiging van kabels door verdraaien of inklemmen!
Functionele storingen mogelijk.
De lokale bedieningseenheid max. 180° draaien.
De lokale bedieningseenheid voorzichtig monteren ter voorkoming van het
inklemmen van kabels.
4. De bouten gelijkmatig en kruisgewijs vastdraaien.
27
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Montage
6. Elektrische aansluiting
6.1. Overzicht elektrische AUMA-aansluitingen
In de volgende paragraaf ziet u een overzicht van de verschillende elektrische
aansluitingen die in de volgende hoofdstukken beschreven worden.
Tabel 14: Uitvoeringen (varianten van de AUMA-rondstekker
Beschrijving en
montage, zie
hoofdstuk
EigenschappenAfbeeldingElektrische
aansluiting
pagina31,Elektrische
aansluiting SJ
(AUMA
rondstekker)
Stekker met uitgebreide
aansluitruimte
SJ
pagina37,Compacte
versie elektrische
aansluiting SF
voor EtherNet/IP
Stekker met afneembaar deksel en
uitgebreide aansluitruimte voor
EtherNet/IP
Compacte versie
SF
6.2. Essentiële aanwijzingen
Elektrische schok door gevaarlijke spanning!
Indien de waarschuwing in de wind wordt geslagen, kunnen overlijden, zwaar
lichamelijk letsel of materiële schade het gevolg zijn.
De elektrische aansluiting mag uitsluitend door gekwalificeerd personeel worden
uitgevoerd.
Neem vóór het aansluiten de essentiële aanwijzingen in dit hoofdstuk door.
Na het aansluiten, maar vóór het inschakelen van de spanningsvoorziening,
eerst de hoofdstukken <Inbedrijfstelling> en <Proefdraaien> lezen.
Schakelschema /
aansluitschema
Het bijbehorende schakelschema/aansluitschema (in de Duitse en Engelse taal)
wordt bij de uitlevering samen met deze bedieningsinstructies in een weerbestendige
tas aan het toestel bevestigd. Indien het schema niet meer beschikbaar is, kan het
onder vermelding van het ordernummer (zie typeplaatje) worden opgevraagd of
direct van het internet (http://www.auma.com) worden gedownload.
Toegestane netstelsels
(voedingsnetwerken)
De besturingseenheden (aandrijvingen) zijn geschikt voor de toepassing binnen TN-
en TT-netwerken met rechtstreeks geaard sterpunt voor nominale spanningen tot
maximaal 690 V AC. De toepassing binnen een IT-netwerk is toegestaan voor
nominale spanningen tot maximaal 600 V AC. In een IT-netwerk is een geschikte,
goedgekeurde isolatiebewaking, bijvoorbeeld een isolatiebewaking op basis van een
pulscode-meetprocedure (modulatie), noodzakelijk.
Stroomsoort,
netspanning,
netfrequentie
Stroomsoort, netspanning en de netfrequentie moeten met de gegevens op de
typeplaatjes van de besturingseenheid voor de aandrijving en de motor
overeenkomen. Zie tevens hoofdstuk <Identificatie>/<Typeplaatje>.
28
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Elektrische aansluiting AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Afbeelding 22: Voorbeeld typeplaatje van de motor
[1] Stroomsoort
[2] Netspanning
[3] Netfrequentie
Externe voeding van de
elektronica
Bij externe voeding van de elektronica moet de spanningsvoorziening van de
besturingseenheid voor de aandrijving een versterkte isolatie tegen netspanning
conform IEC 61010-1 hebben en tot 150 VA uitgangsvermogen begrensd zijn.
Beveiliging en
ontwerp/berekening
door klant/contractor
Ter beveiliging tegen kortsluiting en voor het vrijschakelen van de aandrijving moet
de klant/contractor zorgen voor zekeringen en lastscheiders.
De stroomwaarden voor het berekenen van de beveiliging resulteren uit het
stroomverbruik van de motor (zie typeplaatje van de motor) plus het stroomverbruik
van de besturingseenheid.
Wij adviseren ontwerp en berekening van de schakelapparaten op basis van de max.
stroom (Imax) en de selectie en instelling van de beveiligingen tegen te hoge
stroomwaarden overeenkomstig de gegevens in het gegevensblad met de elektrische
gegevens uit te voeren.
Tabel 15:
Stroomverbruik besturingseenheid
Max. stroomverbruikNetspanning
±30 %±10 %Toelaatbare fluctuatie van de netspanning
1 200 mA750 mA100 tot 120 V AC
750 mA400 mA208 tot 240 V AC
400 mA250 mA380 tot 500 V AC
400 mA200 mA515 tot 690 V AC
Tabel 16:
Maximaal toelaatbare zekering
Max. zekeringNominaal vermogenVoedingseenheid
(schakeltoestel met vermogensklasse)1)
16 A (gL/gG)tot 1,5 kWMagneetschakelaar A1
32 A (gL/gG)tot 7,5 kWMagneetschakelaar A2
63 A (gL/gG)tot 15 kWMagneetschakelaar A3
16 A (g/R) I²t<1 500A²stot 1,5 kWThyristor B1
32 A (g/R) I²t<1 500A²stot 3 kWThyristor B2
63 A (g/R) I²t<5 000A²stot 5,5 kWThyristor B3
De AUMA vermogensklasse (A1, B1, ...) is op het typeplaatje van de besturingseenheid voor de
aandrijving vermeld
1)
Bij de gebruikmaking van installatieautomaten resp. zekeringautomaten dient rekening
te worden gehouden met de aanloopstroom (IA) van de motor (zie het blad met
elektrische gegevens). Wij adviseren voor installatieautomaten de karakteristiek D
of K voor het in werking stellen conform IEC 60947-2 te gebruiken. Voor de beveiliging
van besturingen met thyristors adviseren wij de gebruikmaking van smeltveiligheden
in plaats van installatieautomaten. Het gebruik van installatieautomaten is in principe
echter toegestaan.
29
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Elektrische aansluiting
Wij adviseren geen aardlekschakelaars (FI) toe te passen. Wordt aan de netzijde
toch een FI toegepast, dan is uitsluitend een aardlekschakelaar (FI) van het type B
toegestaan.
Bij de uitvoering met een verwarmingssysteem in de besturingseenheid voor de
aandrijving en een externe voeding van de elektronica, dient het verwarmingssysteem
door de klant/contractor te worden afgezekerd (zie schakelschema F4 ext.)
Tabel 17:
Afzekering verwarmingssysteem
Aanduiding in het schakelschema = F4 ext.
230 V AC115 V ACexterne spanningsvoorziening
1 A T2 A Tafzekering
Indien de besturingseenheid voor de aandrijving los van de aandrijving wordt
gemonteerd (besturingseenheid voor de aandrijving op wandbeugel): rekening houden
met de lengte en doorsnede van de aansluitkabel bij het bepalen van de beveiliging
(zekering).
Potentiaal van de
aansluitingen door de
klant
Voor de mogelijkheden van gescheiden potentialen, zie technische gegevens.
Veiligheidsstandaards
Veiligheidsmaatregelen en veiligheidsvoorzieningen dienen te voldoen aan de
geldende nationale voorschriften zoals deze van toepassing zijn op de plaats van
opstelling. Alle extern aangesloten apparatuur dient met de desbetreffende
veiligheidsstandaards zoals deze van toepassing zijn op de plaats van opstelling
overeen te komen.
Aansluitkabels,
kabelwartels,
verloopstukken,
blindstoppen
Wij adviseren de aansluitkabels en aansluitklemmen overeenkomstig de
nominale stroom (IN) te berekenen (zie typeplaatje van de motor of het blad
met de elektrische gegevens).
Teneinde de isolatie van de apparatuur te waarborgen geschikte
(spanningsvaste) kabels toepassen. De kabels ten minste voor de hoogst
voorkomende nominale spanning berekenen.
Ter voorkoming van contactcorrosie adviseren wij bij kabelwartels en
blindstoppen van metaal, afdichtmiddelen voor de schroefdraad te gebruiken.
Aansluitkabels met een geschikte nominale minimumtemperatuur toepassen.
Bij aansluitkabels, die aan uv-straling worden blootgesteld (bijv. buiten), uv-
resistente kabels toepassen.
Voor het aansluiten van standmelders dienen afgeschermde kabels te worden
gebruikt.
Kabels installeren met
inachtneming van de
EMC
Netwerkkabels zijn gevoelig voor storingen. Motorkabels kunnen storingen
veroorzaken.
Storingsgevoelige en storing veroorzakende kabels op een zo groot mogelijke
onderlinge afstand van elkaar installeren.
De resistentie tegen storingsinvloeden van netwerkkabels is hoger als de kabels
dicht bij het massapotentiaal worden geïnstalleerd.
Indien mogelijk, lange kabels vermijden of erop letten dat zij in zones worden
geïnstalleerd waar storingsbronnen weinig invloed hebben.
Parallelle trajecten met een geringe onderlinge afstand van storingsgevoelige
en storing veroorzakende kabels voorkomen.
Netwerkkabels Het toestel beschikt over een netwerkpoort.
Tabel 18:
Kabelaanbeveling
Er mogen alleen netwerkkabels worden gebruikt die geschikt zijn voor Industrial Ethernet.
Cat.5e voor vaste aanleg, opbouw 2x2xAWG22Minimumeisen
Cat.6e voor vaste aanleg, opbouw 2x2xAWG22Kabelaanbeveling
30
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Elektrische aansluiting AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Houd vóór de installatie rekening met het volgende:
Installeer netwerkkabels op een afstand van ten minste 20 cm ten opzichte van
andere kabels.
Installeer netwerkkabels, indien mogelijk, in afgescheiden, geleidende en
geaarde kabelgoten.
Let erop dat er geen potentiaalverschillen tussen de afzonderlijke toestellen op
het netwerk aanwezig zijn (potentiaalvereffening installeren).
Gebruik geen netwerk-hubs.
Tabel 19: Overdrachtssnelheid/kabellengte bij ster-structuur of point-to-point bedrading
Maximale kabellengte tussen twee netwerkdeelnemers bij koperen kabelsBaud rate (kBit/s)
100 m10/100 MBits/s
6.3. Elektrische aansluiting SJ (AUMA rondstekker)
Afbeelding 23: Elektrische aansluiting SJ
[1] Aansluitbehuizing (met deksel)
[1A] Kabelingangen netaansluiting (vermogens- en stuursignaalcontacten)
[1B] Kabelingangen veldbuskabels
[2] Rondstekker female met schroefklemmen
Korte omschrijving Plug-in elektrische aansluiting met schroefklemmen voor vermogens- en
signaalcontacten. Signaalcontacten als optie tevens als crimp-aansluiting.
Uitvoering SJ. Ten behoeve van het aansluiten van de vermogens- en
stuursignaalcontacten wordt de AUMA rondstekker losgetrokken en de rondstekker
female uit de aansluitbehuizing weggenomen. Ten behoeve van het aansluiten van
de veldbuskabels hoeft alleen het deksel te worden weggenomen.
Technische gegevens Tabel 20:
Elektrische aansluiting met AUMA rondstekkers
SignaalcontactenVermogenscontacten
50 pins/bussen6 (3 bezet ) + aardingskabel
(PE)
Aantal contacten max.
1 tot 50U1, V1, W1, U2, V2, W2, PEBenamingen
250 V750 VAansluitspanning max.
16 A25 ANominale stroom max.
Schroefaansluiting, krimp (optie)SchroefaansluitingManier van aansluiten op de zijde
van de klant
2,5 mm2
(flexibel of massief)
6 mm2(flexibel)
10 mm2(massief)
Doorsnede aansluiting max.
31
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Elektrische aansluiting
Informatie Bij enige speciale motoren vindt de aansluiting van de vermogensklemmen (U1, V1,
W1, U2, V2, W2) niet via de AUMA rondstekker, echter via een klemmenbord direct
op de motor plaats.
6.3.1. Aansluitruimte (voor netaansluiting) openen
Afbeelding 24: Aansluitruimte voor netaansluiting openen
[1] Aansluitbehuizing
[2] Bouten frame
[3] O-ring
[4] Bouten rondstekker female
[5] Rondstekker female
[6] Kabelingangen netaansluiting (vermogens- en stuursignaalcontacten)
[7] Blindstop
[8] Kabelwartel (niet bij de levering inbegrepen)
Elektrische schok door gevaarlijke spanning!
Indien de waarschuwing wordt genegeerd, is overlijden of ernstig lichamelijk letsel
het gevolg.
Vóór het openen spanningsvrij schakelen.
1. Bouten [2] losdraaien en aansluitbehuizing [1] verwijderen.
2. Bouten [4] losdraaien en rondstekker (female) [5] uit de aansluitbehuizing [1]
nemen.
3. Kabelwartels [8] die geschikt zijn voor de aansluitkabels plaatsen.
De beschermingsgraad IP... die op het typeplaatje is vermeld, is alleen
gegarandeerd als er geschikte kabelwartels worden toegepast.
Afbeelding 25: voorbeeld typeplaatje beschermingsgraad IP68
4. Niet benodigde kabelingangen [6] met geschikte blindpluggen [7] afsluiten.
Informatie De veldbusaansluiting is separaat van de netaansluiting toegankelijk (zie
<Veldbusaansluitruimte openen>).
32
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Elektrische aansluiting AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
6.3.2. Kabels aansluiten
Tabel 21:
Dwarsdoorsneden aansluitkabels en aandraaimomenten klemmen
AandraaimomentenDwarsdoorsneden aansluitkabelsOmschrijving
1,2 – 1,5 Nm1,0 – 6 mm2(flexibel)
1,5 – 10 mm2(massief)
Vermogenscontacten
(U1, V1, W1, U2, V2, W2)
1,2 – 2,2 Nm1,0 – 6 mm2(flexibel) met ringtongen
1,5 – 10 mm2(massief) met ogen
Aardebus (aansluiting) (PE)
0,5 – 0,7 Nm0,25 – 2,5 mm2(flexibel)
0,34 – 2,5 mm2(massief)
Signaalcontacten
(1 tot 50)
1. Kabelmantels verwijderen.
2. De aan te sluiten kabels door de kabelwartels invoeren.
3. Kabelwartels met het voorgeschreven draaimoment vastdraaien, zodat de
desbetreffende beschermingsgraad is gewaarborgd.
4. Aders afstrippen.
Besturing ca. 6 mm, motor ca. 10 mm
5. Bij flexibele kabels: eindhulzen (massakrimp) volgens DIN 46228 gebruiken.
6. Kabels volgens het schakelschema (conform opdracht) aansluiten.
Bij verkeerd aansluiten: gevaarlijke spanning bij NIET aangesloten aardebus!
Elektrische schok mogelijk.
Alle aardingskabels aansluiten.
Aardebus op de externe aardingskabel van de aansluitkabel aansluiten.
Toestel uitsluitend met aangesloten aardingskabel inbedrijfstellen!
7. Aardingskabel met ringtongen (flexibele kabels), of ogen (massieve kabels)
stevig op de aardebus vastschroeven.
Afbeelding 26: Aansluiting aardingskabel
[1] Rondstekker female
[2] Bout
[3] Sluitring
[4] Veerring
[5] Aardingskabel met ringtongen/ogen
[6] Aansluitpunt aardingskabel, symbool:
8. Bij afgeschermde kabels: het einde van de kabelafscherming via de kabelwartel
met de behuizing verbinden (aarden).
33
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Elektrische aansluiting
6.3.3. Aansluitruimte (voor netaansluiting) sluiten
Afbeelding 27: Aansluitruimte voor netaansluiting sluiten
[1] Aansluitbehuizing
[2] Bouten frame
[3] O-ring
[4] Bouten rondstekker female
[5] Rondstekker female
[6] Kabelwartel (niet bij de levering inbegrepen)
[7] Blindstop
Kortsluiting door inklemmen van de kabels!
Elektrische schok en functionele storingen mogelijk.
Rondstekker voorzichtig plaatsen ter voorkoming van het inklemmen van kabels.
1. Rondstekker (female) [5] in het stekkerdeksel [1] plaatsen en met bouten [4]
bevestigen.
2. Pasvlakken op de aansluitbehuizing [1] en de behuizing schoonmaken.
3. Controleren of de O-ring [3] in goede staat is.
4. O-ring met zuurvrij vet (bijv. vaseline) licht invetten en daarna correct plaatsen.
5. Aansluitbehuizing [1] plaatsen en bouten [2] gelijkmatig en kruisgewijs
vastdraaien.
6. Kabelwartels en blindstoppen met het voorgeschreven draaimoment vastdraaien,
zodat de desbetreffende beschermingsgraad is gegarandeerd.
34
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Elektrische aansluiting AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
6.3.4. Veldbusaansluitruimte openen
Afbeelding 28: Deksel van de veldbusaansluitruimte openen
[1] Deksel (veldbusaansluitruimte)
[2] Bouten deksel
[3] O-ring
[4] Kabelingangen veldbuskabels
[5] Blindstop
Voor het aansluiten van de Industrial Ethernet kabel in de AUMA rondstekker wordt
een ter plaatse te voltooien ethernet-stekker gebruikt. De aansluitprintplaat is na het
wegnemen van het deksel [1] goed bereikbaar.
Elektrische schok door gevaarlijke spanning!
Indien de waarschuwing wordt genegeerd, is overlijden of ernstig lichamelijk letsel
het gevolg.
Vóór het openen spanningsvrij schakelen.
Elektrostatische ontlading ESD (electrostatic discharge)!
Beschadiging van elektronische onderdelen.
Personen en apparatuur aarden.
1. Boutjes [2] losdraaien en het deksel [1] verwijderen.
2. Voor de aan te sluiten veldbuskabels geschikte kabelwartels plaatsen.
De beschermingsgraad IP... die op het typeplaatje is vermeld, is slechts dan
gegarandeerd indien geschikte kabelwartels worden toegepast.
Afbeelding 29: Voorbeeld: typeplaatje beschermingsgraad IP68
3. Niet benodigde kabelingangen met daarvoor geschikte blindstoppen afsluiten.
6.3.5. Industrial Ethernet kabel aansluiten
Informatie Deze beschrijving geldt voor de aansluiting via Ethernet-kabels met RJ-45-stekker.
35
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Elektrische aansluiting
Afbeelding 30: EtherNet/IP-module
[1] RJ-45 poort voor het aansluiten van de Industrial Ethernet kabel
[2] Spanningsvoorziening
Kabel aansluiten 1. Kabels op RJ-45 stekkers, in overeenstemming met de gegevens van de
stekkerfabrikant aansluiten.
Bij gebruikmaking van een door AUMA meegeleverde RJ-45 stekker, de
bijgesloten montage-instructies in acht nemen.
2. RJ-45 stekker in de poort voor de ethernet kabel [1] steken.
6.3.6. Veldbusaansluitruimte sluiten
Afbeelding 31: Veldbusaansluitruimte sluiten
[1] Deksel (veldbusaansluitruimte)
[2] Bouten deksel
[3] O-ring
[4] Kabelingangen veldbuskabels
[5] Afdichtstop
1. Pasvlakken van het deksel [1] en de behuizing schoonmaken.
2. Pasvlakken met zuurvrij vet (bijv. vaseline) licht invetten.
3. Controleren of de O-ring [3] in goede staat is, O-ring correct plaatsen.
4. Deksel [1] plaatsen en boutjes [2] gelijkmatig en kruisgewijs vastdraaien.
5. Kabelwartels en blindstoppen met het voorgeschreven aandraaimoment
vastdraaien zodat de desbetreffende beschermingsgraad is gewaarborgd.
36
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Elektrische aansluiting AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
6.4. Compacte versie elektrische aansluiting SF voor EtherNet/IP
Afbeelding 32: Elektrische aansluiting SF
[1] Aansluitbehuizing (met deksel)
[1A] Kabelingangen netaansluiting (vermogens- en signaalcontacten)
[1B] Kabelingangen netwerkkabels
[2] Rondstekker female met schroefklemmen
Beknopte beschrijving Plug-in elektrische aansluiting met schroefklemmen voor vermogens- en
signaalcontacten.
Uitvoering SF. Ten behoeve van het aansluiten van de vermogens- en
signaalcontacten wordt de AUMA rondstekker losgetrokken en de rondstekker female
uit de aansluitbehuizing genomen. Ten behoeve van het aansluiten van de
netwerkkabels hoeft het deksel niet te worden weggenomen.
Technische gegevens Tabel 22:
Elektrische aansluiting met AUMA rondstekkers
SignaalcontactenVermogenscontacten
50 pins/bussen6 (3 bezet ) + aardingskabel
(PE)
Aantal contacten max.
1 tot 50U1, V1, W1, U2, V2, W2, PEBenamingen
250 V750 VAansluitspanning max.
16 A25 ANominale stroom max.
Schroefaansluiting, krimp (optie)SchroefaansluitingManier van aansluiten op de zijde
van de klant
2,5 mm2
(flexibel of massief)
6 mm2(flexibel)
10 mm2(massief)
Doorsnede aansluiting max.
Informatie Bij enige speciale motoren vindt de aansluiting van de vermogensklemmen (U1, V1,
W1, U2, V2, W2) niet via de AUMA rondstekker plaats, maar via een klemmenbord
direct op de motor.
37
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Elektrische aansluiting
6.4.1. Aansluitruimte (voor netaansluiting) openen
Afbeelding 33: Aansluitruimte voor netaansluiting openen
[1] Aansluitbehuizing
[2] Bouten tussenstuk
[3] O-ring
[4] Bouten rondstekker female
[5] Rondstekker female
[6] Kabelingangen netaansluiting (vermogens- en signaalcontacten)
[7] Blindstop
[8] Kabelwartel (niet bij de levering inbegrepen)
Elektrische schok door gevaarlijke spanning!
Indien de waarschuwing wordt genegeerd, is overlijden of ernstig lichamelijk letsel
het gevolg.
Vóór het openen spanningsvrij schakelen.
1. Bouten [2] losdraaien en aansluitbehuizing [1] wegnemen.
2. Bouten [4] losdraaien en rondstekker (female) [5] uit aansluitbehuizing [1]
nemen.
3. Kabelwartels [8] die geschikt zijn voor de aansluitkabels plaatsen.
De beschermingsgraad IP... die op het typeplaatje is vermeld, is alleen
gegarandeerd als er geschikte kabelwartels worden toegepast.
Afbeelding 34: Voorbeeld: typeplaatje beschermingsgraad IP68
4. Niet-benodigde kabelingangen [6] met geschikte blindstoppen [7] afsluiten.
Informatie De veldbusaansluiting is separaat van de netaansluiting toegankelijk (zie
<Veldbusaansluitruimte openen>).
38
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Elektrische aansluiting AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
6.4.2. Kabels aansluiten
Tabel 23:
Dwarsdoorsneden aansluitkabels en aandraaimomenten klemmen
AandraaimomentenDwarsdoorsneden aansluitkabelsOmschrijving
1,2 – 1,5 Nm1,0 – 6 mm2(flexibel)
1,5 – 10 mm2(massief)
Vermogenscontacten
(U1, V1, W1, U2, V2, W2)
1,2 – 2,2 Nm1,0 – 6 mm2(flexibel) met ringtongen
1,5 – 10 mm2(massief) met ogen
Aardebus (aansluiting) (PE)
0,5 – 0,7 Nm0,25 – 2,5 mm2(flexibel)
0,34 – 2,5 mm2(massief)
Signaalcontacten
(1 tot 50)
1. Kabelmantels verwijderen.
2. De aan te sluiten kabels door de kabelwartels invoeren.
3. Kabelwartels met het voorgeschreven draaimoment vastdraaien, zodat de
desbetreffende beschermingsgraad is gewaarborgd.
4. Aders afstrippen.
Besturing ca. 6 mm, motor ca. 10 mm
5. Bij flexibele kabels: adereindhulzen conform DIN 46228 gebruiken.
6. Kabels volgens het schakelschema (conform order) aansluiten.
Bij verkeerd aansluiten: gevaarlijke spanning bij NIET aangesloten aardebus!
Elektrische schok mogelijk.
Alle aardingskabels aansluiten.
Aardebus op de externe aardingskabel van de aansluitkabel aansluiten.
Toestel uitsluitend met aangesloten aardingskabel inbedrijfstellen!
7. Aardingskabel met ringtongen (flexibele kabels), of ogen (massieve kabels)
stevig op het aansluitpunt aardingskabel vastschroeven.
Afbeelding 35: Aansluitpunt aardingskabel
[1] Rondstekker female
[2] Bout
[3] Sluitring
[4] Veerring
[5] Aardingskabel met ringtongen/ogen
[6] Aansluitpunt aardingskabel, symbool:
8. Bij afgeschermde kabels: Het einde van de kabelafscherming via de kabelwartel
met de behuizing verbinden (aarden).
39
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Elektrische aansluiting
6.4.3. Aansluitruimte (voor netaansluiting) sluiten
Afbeelding 36: Aansluitruimte voor netaansluiting sluiten
[1] Aansluitbehuizing
[2] Bouten aansluitbehuizing
[3] O-ring
[4] Bouten rondstekker female
[5] Rondstekker female
[6] Kabelwartel (niet bij de levering inbegrepen)
[7] Blindstop
Kortsluiting door inklemmen van de kabels!
Elektrische schok en functionele storingen mogelijk.
Rondstekker voorzichtig plaatsen ter voorkoming van het inklemmen van kabels.
1. Rondstekker female [5] in aansluitbehuizing [1] plaatsen en met bouten [4]
bevestigen.
2. Afdichtvlakken van aansluitbehuizing [1] en behuizing schoonmaken.
3. Controleer of de O-ring [3] in goede staat is. Indien beschadigd door een nieuw
exemplaar vervangen.
4. O-ring met zuurvrij vet (bijv. vaseline) licht invetten en juist plaatsen.
5. Aansluitbehuizing [1] plaatsen en boutjes [2] gelijkmatig en kruisgewijs
vastdraaien.
6. Kabelwartels en blindstoppen met het voorgeschreven aandraaimoment
vastdraaien zodat de desbetreffende beschermingsgraad is gewaarborgd.
40
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Elektrische aansluiting AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
6.4.4. Industrial Ethernet kabel aansluiten
[1] M12-stekker voor het aansluiten van de Industrial Ethernet kabel
[2] M12-aansluiting
Kabel aansluiten 1. Beschermkap wegnemen.
2. M12-stekker [1] in de M12-aansluiting voor de ethernet kabel [2] steken.
3. Wartelmoer vastdraaien.
6.5. Toebehoren voor de elektrische aansluiting
6.5.1. Besturingseenheid voor de aandrijving op wandbeugel
Montage Afbeelding 37: Montage met wandbeugel (voorbeeld)
[1] Wandbeugel
[2a] Aansluiting/aansturing motor
[2b] Terugmeldingen van de aandrijving
[3] Elektrische aansluiting wandbeugel (XM)
[4] Elektrische aansluiting aandrijving (XA)
[5] Elektrische aansluiting besturingseenheid voor de aandrijving (XK)
41
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Elektrische aansluiting
Toepassing Met de wandbeugel kan de besturingseenheid voor de aandrijving los van de
aandrijving worden gemonteerd.
Bij een moeilijk bereikbare gemonteerde aandrijving.
Indien de aandrijving aan hoge temperaturen wordt blootgesteld.
Indien de afsluiter aan intensieve trillingen onderhevig is.
Informatie over het installeren met wandbeugel
De toegestane kabellengte tussen de besturingseenheid voor de aandrijving
op wandbeugel en de aandrijving bedraagt maximaal 100 m.
Wij adviseren u een originele AUMA kabelset "LSW" te gebruiken.
Indien er geen AUMA kabelset wordt toegepast:
- Geschikte, flexibele en afgeschermde aansluitkabels gebruiken.
- Voor MWG een aparte, CAN-geschikte datakabel met een karakteristieke
impedantie van 120 Ohm toepassen (bijv. UNITRONIC BUS-FD P CAN
UL/CSA - 2 x 2 0,5 mm², fa. Lapp Benelux, Waalre).
- Aansluiten van de datakabel: XM2-XA2 = CAN L, XM3-XA3 = CAN H.
- Spanningsvoorziening MWG: XM6-XA6 = GND, XM7-XA7 = + 24 V DC
(zie schakelschema).
Bij de elektrische aansluiting op de wandbeugel [3] zijn de aansluitingen in
crimptechniek uitgevoerd.
- Voor het crimpen dient een geschikte 4s-crimptang te worden gebruikt.
- Aansluitdoorsneden voor flexibele kabeladers:
- Signaalkabels: max. 0,75 tot 1,5 mm²
- Aansluiting op het net: max. 2,5 tot 4 mm²
Indien aansluitkabels, bijv. van verwarmingselement of schakelaars, aanwezig
zijn, die direct van de aandrijving naar de klantstekker XK zijn doorverbonden
(XA-XM-XK, zie schakelschema), dan moeten deze kabels aan een isolatietest
volgens EN 50178 worden onderworpen. Uitgezonderd zijn verbindingskabels
van standmelders (EWG, RWG, IWG, potentiometer). Deze mogen niet aan
een isolatietest worden onderworpen.
6.5.2. Parkeerstekker
Afbeelding 38: Houderframe, voorbeeld met AUMA-rondstekker en deksel
Toepassing Parkeerstekker voor het veilig ophangen van een losgekoppelde stekker of deksel.
Ter voorkoming van het aanraken van de contacten en ter bescherming tegen
omgevingsinvloeden bij een losgenomen elektrische aansluiting.
42
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Elektrische aansluiting AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
6.5.3. Tussenstuk DS ten behoeve van een dubbele afdichting
Afbeelding 39: Elektrische aansluiting met tussenstuk DS
[1] Elektrische aansluiting
[2] Tussenstuk DS
Toepassing Bij het losnemen van de elektrische aansluiting of door niet goed afsluitende
kabelwartels kunnen stof en vocht in de behuizing binnendringen. Dankzij de montage
van het tussenstuk DS (double sealed) [2] tussen de elektrische aansluiting [1] en
de behuizing van het toestel wordt dit doeltreffend voorkomen. De beschermingsgraad
van het toestel (IP68) is ook bij losgekoppelde elektrische aansluiting [1] gewaarborgd.
6.5.4. Externe aansluiting voor aarding
Afbeelding 40: Aansluitpunt voor aarding multi-turn aandrijving
Toepassing Een extern aangebracht aansluitpunt voor aarding (klembeugel) voor het verbinden
met de potentiaalvereffening.
Tabel 24:
Dwarsdoorsneden aansluitkabels en aandraaimomenten aansluiting voor aarding
AandraaimomentenDwarsdoorsneden aansluitkabelsSoort kabel
3 – 4 Nm2,5 mm² tot 6 mm²enkel- en meerdraads
3 – 4 Nm1,5 mm² tot 4 mm²fijndraads
Bij fijndraadse (flexibele) aders, aansluiting met kabelschoen/ringkabelschoen. Bij het aansluiten van
twee afzonderlijke aders onder de klembeugel dienen deze gelijk qua doorsnede te zijn.
43
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Elektrische aansluiting
7. Bediening
7.1. Handmatige bediening
De aandrijving kan voor de instelling en inbedrijfstelling bij het uitvallen van de motor
of bij stroomuitval in de handmatige bediening bediend worden. Via een ingebouwd
omschakelmechanisme wordt de handmatige bediening ingeschakeld.
De handmatige bediening wordt automatisch ontkoppeld als de motor ingeschakeld
wordt. Tijdens het motorbedrijf staat het handwiel stil.
7.1.1. Afsluiter in de handmatige modus bedienen
Beschadigingen aan de handomschakeling/motorkoppeling door verkeerde
bediening!
Handmatige bediening alleen bij stilstaande motor inschakelen.
Het is NIET toegestaan de omschakelhefboom, omwille van de bediening, te
verlengen.
Hoe te werk te gaan 1. Drukknop indrukken.
2. Handwiel in de gewenste richting draaien.
Afbeelding 41:
De sluitrichting is op het handwiel gemarkeerd:
Tabel 25: Handwielmarkering (voorbeelden)
Om de afsluiter te sluiten, het handwiel in de richting van de pijlpunt draaien.
linksdraaiend sluiten
rechtsdraaiend sluiten
De aan te drijven as (van de afsluiter) draait
tegen de wijzers van de klok in (linksom) in
de richting DICHT.
De aan te drijven as (van de afsluiter) draait
met de wijzers van de klok mee (rechtsom) in
de richting DICHT.
Beveiliging tegen
overbelasting voor de
handmatige bediening
Ter bescherming van de afsluiter is er een beveiliging tegen overbelasting bij
gebruikmaking van de handmatige bediening als optie te verkrijgen. Zodra het
draaimoment op het handwiel een bepaalde waarde overschrijdt (zie het bij de order
behorende blad Technische gegevens), breken de breekpennen af en beschermen
daarmee de afsluiter tegen beschadiging. Het handwiel kan geen draaimoment meer
overbrengen (= handwiel draait door). Een aansturing tijdens motorbedrijf is nog
steeds mogelijk. Bij een breuk van de breekpennen na overbelasting, moet de
veiligheidsnaaf worden vervangen.
44
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Bediening AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Afbeelding 42: Handwiel zonder/met bescherming tegen overbelasting
[1] Handwiel zonder beveiliging tegen overbelasting (standaard)
[2] Handwiel met beveiliging tegen overbelasting/veiligheidsnaaf (optie)
7.2. Motorbedrijf
Beschadigingen van de afsluiter door een verkeerde basisinstelling!
Vóór een elektrische bediening van de aandrijving, de basisinstellingen “Wijze
van uitschakelen” en “Draaimomentmechanisme” instellen.
7.2.1. Lokale bediening van de aandrijving
De aandrijving wordt lokaal bediend via de drukknop op de lokale bedieningseenheid
van de bediening.
Afbeelding 43: Lokale bedieningseenheid
[1] Drukknop voor stuursignaal in de richting OPEN
[2] Drukknop STOP
[3] Drukknop voor stuursignaal in de richting DICHT
[4] Drukknop RESET
[5] Keuzeschakelaar
45
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Bediening
Hete oppervlakken bijv. door hoge omgevingstemperaturen of intensieve
zonnestralen mogelijk!
Verbrandingen mogelijk
Oppervlaktetemperatuur controleren en veiligheidshandschoenen dragen.
Keuzeschakelaar [5] in de stand Local control (LOKAAL) plaatsen.
De aandrijving kan nu met behulp van de drukknoppen [1 – 3] worden bediend:
-Aandrijving in de richting OPEN bewegen: Drukknop [1] indrukken.
- Aandrijving stopzetten: Drukknop [2] STOP indrukken.
-Aandrijving in de richting DICHT bewegen: Drukknop [3] indrukken.
Informatie De instelopdrachten OPEN en DICHT kunnen in de jog-modus of met overneemfunctie
worden aangestuurd. Bij de overneemfunctie wordt de aandrijving na het indrukken
van de knop tot in de desbetreffende eindstand gebracht, voor zover hij niet tevoren
een ander stuursignaal ontvangt. Voor meer informatie over dit thema: zie het
handboek (Bedrijf en instelling).
7.2.2. Het op afstand bedienen van de aandrijving
Aandrijving kan bij het inschakelen direct bewegen!
Persoonlijk letsel of beschadiging van de afsluiter mogelijk.
Als de aandrijving onverwachts in beweging komt: direct keuzeschakelaar in
stand 0(UIT) zetten.
Ingangssignalen en functies controleren.
Keuzeschakelaar in de stand Remote control (AFSTAND) plaatsen.
De aandrijving kan nu op afstand via de veldbus worden aangestuurd.
Informatie Bij aandrijvingen voorzien van een positioner is een omschakeling tussen OPEN -
DICHT aansturing (afstand OPEN-DICHT) en SETPOINT-aansturing (afstand
SETPOINT) mogelijk. Voor meer informatie over dit thema: zie het handboek (Bedrijf
en instelling).
7.3. Menubediening via de drukknoppen (voor instellingen en weergaven)
De menubediening voor de weergave en instelling vindt plaats met behulp van de
drukknoppen [1– 4] van de lokale bedieningseenheid.
Voor de menubediening moet de keuzeschakelaar [5] in de stand 0(OFF) staan.
De onderste regel in het display [6] dient als navigatiehulp en toont welke drukknoppen
[1– 4] voor de menubediening kunnen worden gebruikt.
46
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Bediening AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Afbeelding 44:
[1–4] Drukknoppen resp. navigatiehulp
[5] Keuzeschakelaar
[6] Display
Tabel 26: Belangrijke drukknopfuncties voor de menubediening
FunctiesNavigatiehulp in
het display
Drukknop
Pagina/selectie wisselen
Omhoog▲
[1]
Waarden wijzigen
Cijfers 0 tot 9 invoeren
Pagina/selectie wisselen
Omlaag▼
[2]
Waarden wijzigen
Cijfers 0 tot 9 invoeren
Selectie bevestigen
Ok
[3]
Opslaan
Opslaan
Naar het menu Wijzigen omschakelen
Wijzig
Meer details weergeven
Details
Naar het hoofdmenu omschakelen
Setup
[4] C
Procedure annuleren
Esc
Terug naar de vorige weergave
Achtergrondverlichting Tijdens normaal bedrijf is de verlichting wit. Bij een fout is zij rood.
Zodra een drukknop wordt bediend, wordt het display helderder verlicht. Indien
gedurende 60 seconden geen drukknop wordt bediend, wordt het display weer
donkerder.
7.3.1. Gestructureerde opbouw en navigatie
Groepen De weergaven in het display zijn onderverdeeld in 3 groepen:
Afbeelding 45: Groepen
[1] Startmenu
[2] Statusmenu
[3] Hoofdmenu
ID Statusmenu en hoofdmenu zijn met een ID gekenmerkt.
47
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Bediening
Afbeelding 46: Aanduiding met ID
SID begint met S= statusmenu
MID begint met M= hoofdmenu
Groepen omschakelen Tussen statusmenu Sen hoofdmenu Mkan worden omgeschakeld:
Daartoe, in keuzeschakelaarstand 0(OFF), drukknop Cca. 2 seconden ingedrukt
houden totdat een pagina met de ID M... verschijnt.
Afbeelding 47: Menugroepen omschakelen
De omschakeling terug naar het statusmenu vindt plaats indien:
gedurende 10 minuten geen drukknop op de lokale bedieningseenheid wordt
bediend
drukknop Ckort wordt ingedrukt
Direct oproepen met
behulp van ID
In het hoofdmenu kunnen pagina's door het invoeren van de ID tevens direct (zonder
doorklikken) worden opgeroepen.
Afbeelding 48: Direct oproepen (voorbeeld)
Display toont in de onderste regel: Ga naar
1. Drukknop Ga naar indrukken.
Display toont: Ga naar menu M0000
2. Met drukknop Omhoog▲ Omlaag▼ cijfers 0 t/m 9 selecteren.
3. Met drukknop Ok eerste positie bevestigen.
4. Stappen 2 en 3 voor alle overige posities herhalen.
5. Om de procedure te annuleren/terug te gaan: CEsc indrukken.
7.4. Gebruikersniveau, password
Gebruikersniveau Het gebruikersniveau bepaalt, welke menu-onderdelen resp. parameters aan de
aangemelde gebruiker worden getoond resp. door hem mogen worden gewijzigd.
Er zijn 6 verschillende gebruikers. Het gebruikersniveau wordt in de bovenste regel
weergegeven:
Afbeelding 49: Weergave gebruikersniveau (voorbeeld)
Password Opdat een parameter kan worden gewijzigd, moet een password worden ingevoerd.
In het display verschijnt dan de weergave: Password 0***
48
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Bediening AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Iedere gebruiker heeft een eigen password en is geautoriseerd voor verschillende
handelingen.
Tabel 27:
Gebruikers en bevoegdheden
Bevoegdheden/passwordGebruiker (niveau)
Instellingen controleren
Geen password noodzakelijk
Observator (1)
Instellingen wijzigen
Password (fabrieksinstelling): 0000
Operator (2)
Voor uitbreidingen op een later tijdstip bedoeld
Onderhoud (3)
Apparatuurconfiguratie wijzigen
bijv. wijze van uitschakelen, toewijzing van het signaleringsrelais
Password (fabrieksinstelling): 0000
Specialist (4)
Servicemedewerkers
Configuratie-instellingen wijzigen
AUMA Service (5)
AUMA beheerder
AUMA (6)
Ongeoorloofde toegang wordt vergemakkelijkt door een onbetrouwbaar
password!
Het is dringend aan te bevelen het password bij de eerste inbedrijfstelling te
wijzigen.
7.4.1. Password invoeren
1. Gewenst menu selecteren en drukknop ca. 3 seconden ingedrukt houden.
Display toont het gebruikersniveau, bijv. Observator (1)
2. Met Omhoog▲ hoger gebruikersniveau selecteren, en met Ok bevestigen.
Display toont: Password 0***
3. Met drukknop Omhoog▲ Omlaag▼ cijfers 0 tot 9 selecteren.
4. Met drukknop Ok eerste positie van het password bevestigen.
5. Stappen 1 en 2 voor alle overige posities herhalen.
Nadat de laatste positie met Ok is bevestigd, is bij een juiste invoer van het
password de toegang naar alle parameters binnen het gebruikersniveau
mogelijk.
7.4.2. Passwords wijzigen
Alleen die passwords kunnen worden gewijzigd, die hetzelfde of een lager
gebruikersniveau hebben.
Voorbeeld: de gebruiker is onder Specialist (4) aangemeld, dan kan hij de passwords
van gebruikersniveau (1) t/m (4) wijzigen.
Apparaat configuratie M0053
Servicefuncties M0222
Password wijzigen M0229
Het menu-onderdeel Servicefuncties M0222 is alleen zichtbaar, indien het
gebruikersniveau Specialist (4) of hoger is ingesteld.
Hoofdmenu selecteren 1. Keuzeschakelaar in de stand 0(UIT) plaatsen.
49
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Bediening
2. Druktoets CSetup ca. 3 seconden ingedrukt houden.
Display schakelt om naar het hoofdmenu en toont: ▶ Display...
Passwords wijzigen 3. Parameter Password wijzigen selecteren, ofwel:
via het menu naar de parameter klikken, ofwel
via direct oproepen: indrukken en ID M0229 invoeren
-Display toont: ▶ Password wijzigen
- In de bovenste regel wordt het gebruikersniveau (1 – 6) weergegeven, bijv.:
-Bij gebruikersniveau 1 (alleen weergaven) kan geen password worden gewijzigd.
Teneinde passwords te wijzigen moet naar een hoger gebruikersniveau worden
omgeschakeld. Daartoe moet via een parameter een password worden
ingevoerd.
4. Bij een gebruikersniveau van 2 – 6: drukknop Ok indrukken.
Display toont het hoogste gebruikersniveau, bijv.: voor gebruiker 4
5. Met drukknop Omhoog▲ Omlaag▼ gebruikersniveau selecteren en met
Ok bevestigen.
Display toont: ▶ Password wijzigen Password 0***
6. Actueel password invoeren (Password invoeren).
Display toont: ▶ Password wijzigen Password (nieuw) 0***
7. Nieuw password invoeren (Password invoeren).
Display toont: ▶ Password wijzigen voor gebruiker 4 (voorbeeld)
8. Met drukknop Omhoog▲ Omlaag▼ volgende gebruikersniveau selecteren
of met Esc procedure afbreken.
7.4.3. Blokkeertijd bij verkeerde invoer van het password
De besturingseenheid voor de aandrijving is uitgerust met een blokkeertijd bij
verkeerde invoer van het password. Daardoor wordt onbevoegd gebruik door
systematisch uitproberen verhinderd. De blokkeertijd wordt zowel bij verkeerde invoer
via de lokale bedieningseenheid als bij verkeerde invoer via software tools (AUMA,
CDT, AUMA Assistant App) geactiveerd. Na vijf opeenvolgende mislukte
inlogpogingen wordt verdere invoer gedurende één minuut geblokkeerd. Bij elke
verdere mislukte inlogpoging wordt deze blokkeertijd verdubbeld. Een actieve
blokkering wordt op de display weergegeven. Elk gebruikersniveau heeft een
individuele blokkeertijd. Dat betekent dat bij een geblokkeerd gebruikersniveau 4 er
wel kan worden ingelogd op gebruikersniveau 3.
De teller voor de mislukte inlogpogingen wordt op twee manieren gereset:
1. Door een succesvolle autorisatie met het correcte password.
2. Na afloop van acht uur, sinds de laatste mislukte inlogpoging.
7.5. Taal in het display
De taal in de display kan gewijzigd worden.
7.5.1. Taal wijzigen
Display... M0009
Taal M0049
Hoofdmenu selecteren 1. Keuzeschakelaar in de stand 0(UIT) plaatsen.
50
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Bediening AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
2. Druktoets CSetup ca. 3 seconden ingedrukt houden.
Display schakelt om naar het hoofdmenu en toont: ▶ Display...
Taal wijzigen 3. Ok indrukken.
Display toont: ▶ Taal
4. Ok indrukken.
Display toont de ingestelde taal, bijv.: ▶ Deutsch
5. Onderste regel van het display toont:
Opslaan → verder met stap 10
Wijzig → verder met stap 6
6. Wijzig indrukken.
Display toont: ▶ Observator (1)
7. Met Omhoog▲Omlaag▼ gebruikersniveau selecteren, daarbij betekent:
zwarte driehoek: = actuele instelling
witte driehoek: = selectie (nog niet opgeslagen)
8. Ok indrukken.
Display toont: Password 0***
9. Password invoeren (Password invoeren).
Display toont: ▶ Taal en Opslaan (onderste regel)
Taalselectie 10. Met Omhoog▲ Omlaag▼ nieuwe taal selecteren, daarbij betekent:
zwarte driehoek: = actuele instelling
witte driehoek: = selectie (nog niet opgeslagen)
11. Met Opslaan selectie bevestigen.
Het display schakelt om naar de nieuwe taal. De nieuwe taal is opgeslagen.
51
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Bediening
8. Indicatoren
8.1. Weergaven bij inbedrijfstelling
LED test Nadat de spanningsvoorziening is ingeschakeld moeten alle LED's van de lokale
besturingseenheid gedurende ca. 1 seconde oplichten. Deze optische melding geeft
aan dat de besturing van spanning is voorzien en dat alle LED's functioneren.
Afbeelding 50: LED zelftest
Taalselectie Tijdens de zelftest kan de taalselectie worden geactiveerd, zodat direct na de
startprocedure de weergave in het display in de gewenste taal verschijnt. De
keuzeschakelaar moet daartoe in de stand 0(OFF) staan.
Taalselectie activeren:
1. Weergave toont in de onderste regel: Language selection menu? 'Reset'
2. Drukknop RESET indrukken en ingedrukt houden totdat in de onderste regel
de tekst: Language menu loading, please wait verschijnt.
Afbeelding 51: Zelftest
Het menu voor het selecteren van de taal verschijnt na het startup-menu
Startup-menu Tijdens de startprocedure wordt in het display de actuele firmware-versie
weergegeven.
Afbeelding 52: Startup-menu met firmware-versie: 05.00.00–xxxx
Indien tijdens de zelftest de taalselectie werd geactiveerd, verschijnt nu het menu
voor het selecteren van de displaytaal. Meer informatie over de taalinstelling: zie
hoofdstuk <Taal in het display>.
Afbeelding 53: Taalselectie
Indien gedurende langere tijd (ca. 1 minuut) geen invoer heeft plaatsgevonden,
schakelt het display automatisch om naar de eerste statusweergave.
8.2. Weergaven in het display
Menu’s en functies zijn afhankelijk van de firmware van de besturingseenheid
voor de aandrijving!
Als er menu’s of functies ontbreken, neem dan contact op met de AUMA Service.
52
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Indicatoren AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Statusregel De statusregel (bovenste regel in het display) toont de bedrijfsmodus [1], het eventueel
aanwezig zijn van een storing [2] en het ID-nummer [3] van de actuele weergave.
Afbeelding 54: Informatie in de statusregel (boven)
[1] Bedrijfsmodus
[2] Symbool storing (alleen bij fouten en waarschuwingen)
[3] ID-nummer: S = statuspagina
Navigatiehulp Indien er nadere details of meer informatie m.b.t. de weergave kunnen worden
opgeroepen, dan verschijnen in de navigatiehulp (onderste regel in het display) de
weergaven Details of Meer. Dan kan met behulp van de drukknoppen nadere
informatie worden weergegeven.
Afbeelding 55: Navigatiehulp (onderin)
[1] toont lijst met gedetailleerde meldingen
[2] toont nadere informatie
Na ca. 3 seconden zal de navigatiehulp (onderste regel) uitfaden. Voor het infaden
van de navigatiehulp (in keuzeschakelaarstand 0(OFF)) op een willekeurige drukknop
drukken.
8.2.1. Terugmeldingen van aandrijving en afsluiter
De weergaven in de display zijn afhankelijk van de uitvoering van de aandrijving.
Stand afsluiter (S0001)
De weergave S0001 toont de stand van de afsluiter in % van de stelweg.
Na ca. 3 seconden verschijnt de balkweergave.
Bij een instelopdracht geeft een pijl de richting (OPEN/DICHT) aan.
Afbeelding 56: Stand van de afsluiter en weergave bewegingsrichting
Het bereiken van de ingestelde eindstanden wordt bovendien met de symbolen
(DICHT) en (OPEN) weergegeven.
Afbeelding 57: Eindstand DICHT/OPEN bereikt
0 % Aandrijving is in eindstand DICHT
100 %Aandrijving is in eindstand OPEN
53
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Indicatoren
Draaimoment (S0002)
De weergave S0002 toont het op de as uitgeoefende draaimoment.
Na ca. 3 seconden verschijnt de balkweergave.
Afbeelding 58: Draaimoment
Eenheid wijzigen Met behulp van de drukknop kan de weergegeven eenheid (procent %,
newtonmeter Nm of in "foot-pound" ft-lb) worden gewijzigd.
Afbeelding 59: Draaimoment-eenheden
Weergave in
percentages
Een weergave van 100 % stemt overeen met het maximale draaimoment dat op het
typeplaatje van de aandrijving is aangegeven.
Voorbeeld: draaimomentbereik typeplaatje = 20 - 60 Nm.
100 % komt overeen met 60 Nm van het nominaal moment.
50 % komt overeen met 30 Nm van het nominaal moment.
Instelopdrachten (S0003)
De weergave S0003 toont:
actieve instelopdrachten zoals bijvoorbeeld: Beweeg in richting DICHT of
Beweeg in richting OPEN
de actuele waarde E2 als balkweergave en als waarde tussen 0 en 100 %.
bij setpoint-aansturing (positioner): de setpoint-waarde E1
bij taktmodus of bij tussenstanden met bewegingsprofiel: steunpunten en
bewegingsgedrag van de steunpunten
Na ca. 3 seconden zal de navigatiehulp (onderste regel) uitfaden en de as(sen) voor
het weergeven van de steunpunten wordt/worden zichtbaar.
OPEN - DICHT
aansturing
Actieve instelopdrachten (stuursignalen OPEN, DICHT, ...) zullen boven de
balkweergave infaden. Afbeelding toont stuursignaal in richting DICHT.
Afbeelding 60: Weergave bij OPEN - DICHT aansturing
E2 Actuele waarde stand
Setpoint-aansturing Indien de positioner is vrijgeschakeld en geactiveerd, wordt de balkweergave voor
E1 (nominale waarde positioneren) zichtbaar.
54
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Indicatoren AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
De richting van de instelopdracht (stuursignaal) wordt door middel van een pijl boven
de balkweergave weergegeven. Afbeelding toont stuursignaal in richting DICHT.
Afbeelding 61: Weergave bij setpoint-aansturing (positioner)
E1 Nominale waarde stand
E2 Actuele waarde stand
Steunpunt-as Op de steunpunt-as worden de steunpunten en hun bewegingsgedrag
(bewegingsprofiel) door symbolen weergegeven.
De symbolen worden alleen weergegeven indien ten minste één van de volgende
functies is geactiveerd:
Bewegingsprofiel M0294
Timerfunctie DICHT M0156
Timerfunctie OPEN M0206
Afbeelding 62: Voorbeelden: links steunpunten (tussenstanden); rechts taktmodus
Tabel 28: Symbolen op de steunpunt-as
TaktmodusSteunpunt (tussenstand) met
bewegingsprofiel
Symbool
TakteindeSteunpunt zonder reactie|
Taktbegin in richting DICHTStop bij bewegen in richting DICHT
Taktbegin in richting OPENStop bij bewegen in richting OPEN
Stop bij bewegen in richting OPEN en
DICHT
Pauze bij bewegen in richting DICHT
Pauze bij bewegen in richting OPEN
Pauze bij bewegen in richting OPEN
en DICHT
8.2.2. Statusweergaven overeenkomstig AUMA-categorie
Deze weergaven zijn beschikbaar, indien de parameter Diagnose classificatie M0539
op de waarde AUMA is ingesteld.
Waarschuwingen (S0005)
Indien er een waarschuwing is uitgegeven, toont de weergave S0005:
het aantal uitgegeven waarschuwingen
na ca. 3 seconden een knipperend vraagteken
Afbeelding 63: Waarschuwingen
Voor meer informatie zie tevens <Verhelpen van storingen>.
55
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Indicatoren
Niet gereed AFSTAND (S0006)
De weergave S0006 toont de meldingen van de groep Niet gereed AFSTAND.
Indien er een dergelijke waarschuwing is uitgegeven, toont de weergave S0006:
het aantal uitgegeven meldingen
na ca. 3 seconden een knipperende dwarsbalk
Afbeelding 64: Meldingen Niet gereed AFSTAND
Voor meer informatie zie tevens <Verhelpen van storingen>.
Fouten (S0007)
Indien er een fout is opgetreden toont de weergave S0007:
het aantal opgetreden fouten
na ca. 3 seconden een knipperend uitroepteken
Afbeelding 65: Fouten
Voor meer informatie zie tevens <Verhelpen van storingen>.
8.2.3. Statusweergaven overeenkomstig NAMUR-aanbeveling
Deze weergaven zijn beschikbaar, indien de parameter Diagnose classificatie M0539
op de waarde NAMUR is ingesteld.
Buiten de specificatie (S0008)
De weergave S0008 toont de meldingen buiten de specificatie overeenkomstig de
NAMUR-aanbeveling NE 107.
Indien er een dergelijke melding is uitgegeven, toont de weergave S0008:
het aantal uitgegeven meldingen
na ca. 3 seconden een knipperende driehoek met vraagteken
Afbeelding 66: Buiten de specificatie
Voor meer informatie zie tevens <Verhelpen van storingen>.
Functiecontrole (S0009)
De weergave S0009 toont de meldingen van de functiecontrole overeenkomstig de
NAMUR-aanbeveling NE 107.
Indien via de functiecontrole een melding is uitgegeven, toont de weergave S0009:
het aantal uitgegeven meldingen
na ca. 3 seconden een knipperende driehoek met gereedschapsymbool
56
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Indicatoren AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Afbeelding 67: Functiecontrole
Voor meer informatie zie tevens <Verhelpen van storingen>.
Onderhoud vereist (S0010)
De weergave S0010 toont onderhoudsmeldingen overeenkomstig de
NAMUR-aanbeveling NE 107.
Indien er een dergelijke melding is uitgegeven, toont de weergave S0010:
het aantal uitgegeven meldingen
na ca. 3 seconden een knipperende vierhoek met oliekannetje
Afbeelding 68: Onderhoud vereist
Voor meer informatie zie tevens <Verhelpen van storingen>.
Uitval (S0011)
De weergave S0011 toont de oorzaken van de melding Uitval conform de
NAMUR-aanbeveling NE 107.
Indien er een dergelijke melding is uitgegeven, toont de weergave S0011:
het aantal uitgegeven meldingen
na ca. 3 seconden een knipperende cirkel met kruis
Afbeelding 69: Uitval
Voor meer informatie zie tevens <Verhelpen van storingen>.
57
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Indicatoren
8.3. Signaallampen van de lokale bedieningseenheid
Afbeelding 70: Rangschikking en betekenis van de signaallampen
[1] Opschrift met symbolen (standaard)
[2] Opschrift met cijfers 1 – 6 (optie)
1Eindstand DICHT bereikt, (knippert: beweeg in de richting DICHT)
2 Tc Draaimomentfout DICHT
3Motorbeveiliging in werking gesteld
4 To Draaimomentfout OPEN
5Eindstand OPEN bereikt, (knippert: beweeg in de richting OPEN)
6Bluetooth-verbinding actief
Signaallampen (weergaven) wijzigen
Aan de LED's 1 – 5 kunnen verschillende meldingen worden toegewezen.
Apparaat configuratie M0053
Lokale bediening M0159
Melding LED 1 (links) M0093
Melding LED 2 M0094
Melding LED 3 M0095
Melding LED 4 M0096
Melding LED 5 (rechts) M0097
Signaal tussenstand M0167
Standaardwaarden (Europa):
Melding LED 1 (links) = Eindstand DICHT, puls
Melding LED 2 = Momentstoring DICHT
Melding LED 3 = Thermische storing
Melding LED 4 = Momentstoring OPEN
Melding LED 5 (rechts) = Eindstand OPEN, puls
Signaal tussenstand = OPEN/DICHT = Uit
Overige instelwaarden:
Zie handboek (gebruik en instelling).
58
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Indicatoren AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
8.4. Weergaven als optie
8.4.1. Mechanische standaanwijzing via pijlmarkering op deksel (niet zelfinstellend)
Afbeelding 71: Mechanische standaanwijzing
[1] eindstand OPEN bereikt
[2] eindstand DICHT bereikt
[3] pijlmarkering op het deksel
Eigenschappen is onafhankelijk van de stroomvoorziening
dient als indicatie aandrijving in bedrijf: schijfje mechanische standaanwijzing
draait zich, indien de aandrijving een beweging uitvoert en toont bijgevolg
continu de stand van de afsluiter
(Bij de uitvoering „rechtsom draaiend sluiten“ draaien de symbolen / bij een
beweging in de richting DICHT tegen de wijzers van de klok in)
geeft het bereiken van de eindstanden aan (OPEN/DICHT)
(symbolen (OPEN)/ (DICHT) wijzen daarbij naar pijlmarkering op het
deksel)
8.4.2. Mechanische standaanwijzing (zelfinstellend)
Afbeelding 72: Mechanische standaanwijzing
[1] eindstand OPEN bereikt
[2] eindstand DICHT bereikt
Eigenschappen is onafhankelijk van de stroomvoorziening
dient als indicatie aandrijving in bedrijf: schijfje mechanische standaanwijzing
(met pijl ) draait zich, indien de aandrijving een beweging uitvoert en toont
bijgevolg continu de stand van de afsluiter
(Bij de uitvoering "rechtsdraaiend sluiten" draait de pijl bij een beweging in de
richting DICHT met de wijzers van de klok mee)
geeft het bereiken van de eindstanden aan (OPEN/DICHT)
pijl wijst naar symbool (OPEN) of (DICHT)
zelfinstellend bij inbedrijfstelling (deksel hoeft niet te worden geopend)
59
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Indicatoren
9. Meldingen (uitgangssignalen)
9.1. Statusmeldingen via signaleringsrelais (digitale uitgangen)
Voorwaarden Signaleringsrelais zijn alleen dan beschikbaar indien aanvullend op de
communicatie-interface een parallelle interface aanwezig is.
Eigenschappen Via signaleringsrelais kunnen statusmeldingen (bijv. het bereiken van de eindstanden,
de stand van de keuzeschakelaar, storingen...) als binaire signalen aan het centraal
beheersysteem in de operatorruimte worden gemeld.
Statusmeldingen hebben slechts twee statussen: actief of niet actief. Actief betekent
dat aan de voorwaarden voor de melding is voldaan.
9.1.1. Bezetting van de uitgangen
De signaleringsrelais (uitgangen DOUT 1 – 6) kunnen met verschillende signalen
worden bezet.
Vereist gebruikersniveau: Specialist (4) of hoger.
Apparaat configuratie M0053
I/O interface M0139
Digitale uitgangen M0110
Signaal DOUT 1 M0109
Standaardwaarden:
Signaal DOUT 1 = Storing
Signaal DOUT 2 = Eindstand DICHT
Signaal DOUT 3 = Eindstand OPEN
Signaal DOUT 4 = Keuzesch. AFSTAND
Signaal DOUT 5 = Moment fout DICHT
Signaal DOUT 6 = Moment fout OPEN
9.1.2. Codering van de uitgangen
De uitgangssignalen Codering DOUT 1Codering DOUT 6 kunnen High Active of
Low Active worden geschakeld.
High Active = meldcontact gesloten = signaal actief
Low Active = meldcontact open = signaal actief
Signaal actief betekent dat aan de voorwaarden voor de melding is voldaan.
Vereist gebruikersniveau: Specialist (4) of hoger.
Apparaat configuratie M0053
I/O interface M0139
Digitale uitgangen M0110
Codering DOUT 1 M0102
Standaardwaarden:
Codering DOUT 1 = Low active
Codering DOUT 2Codering DOUT 6 = High active
9.2. Analoge meldingen (analoge uitgangen)
Voorwaarden Analoge meldingen zijn slechts dan ter beschikking indien er extra ingangssignalen
aanwezig zijn.
Stand afsluiter Signaal: E2 = 0/4 – 20 mA (potentiaalgescheiden)
Omschrijving in het schakelschema: AOUT1 (stand)
Draaimomentmelding Signaal: E6 = 0/4 – 20 mA (potentiaalgescheiden)
Omschrijving in het schakelschema: AOUT2 (draaimoment)
Voor meer informatie over dit thema: zie instructies (Bedrijf en instelling).
60
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Meldingen (uitgangssignalen) AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
10. Inbedrijfstelling (basisinstellingen)
1. Keuzeschakelaar in de stand 0(UIT) plaatsen.
Informatie: De keuzeschakelaar is geen netschakelaar. In de stand 0(UIT)
worden geen stuursignalen naar de aandrijving doorgegeven. De besturing zelf
staat nog onder spanning.
2. Spanningsvoorziening inschakelen.
Informatie: Bij temperaturen lager dan -30 °C de voorverwarmingstijd in acht
nemen.
3. Basisinstellingen uitvoeren.
10.1. Wijze van uitschakelen instellen
Beschadigingen aan de afsluiter door een verkeerde instelling!
De instelling van de wijze van uitschakelen (weg- of draaimomentafhankelijk)
moet afgestemd zijn op de afsluiter.
Wijzigingen aan de instelling uitsluitend met toestemming van de
afsluiterfabrikant uitvoeren.
Instellingen M0041
Wijze van uitschakelen M0012
Eindstand DICHT M0086
Eindstand OPEN M0087
Standaardwaarde: Weg
Instelwaarden:
Weg Uitschakeling in de eindstanden via het wegschakelmechanisme.
Draaimoment Uitschakeling in de eindstanden via het draaimomentmechanisme.
Hoofdmenu selecteren 1. Keuzeschakelaar in de stand 0(UIT) plaatsen.
2. Druktoets CSetup ca. 3 seconden ingedrukt houden.
Display schakelt om naar het hoofdmenu en toont: ▶ Display...
Parameter selecteren 3. Parameter selecteren, ofwel:
via het menu naar de parameter klikken, ofwel
via direct oproepen: indrukken en ID M0086 resp. M0087 invoeren
Display toont: Eindstand DICHT
DICHT of OPEN 4. Met Omhoog▲ Omlaag▼ keuze maken:
▶ Eindstand DICHT
▶ Eindstand OPEN
De zwarte driehoek toont de actuele selectie.
5. Ok indrukken.
Display toont de actuele instelling: Weg of Draaimoment
De onderste regel van het display toont ofwel:
-Wijzig → verder met stap 6
-Opslaan → verder met stap 10
61
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Inbedrijfstelling (basisinstellingen)
6. Wijzig indrukken.
Display toont: ▶ Specialist (4)
Gebruiker aanmelden 7. Met Omhoog▲ Omlaag▼ gebruiker selecteren:
Informatie: Vereist gebruikersniveau: Specialist (4) of hoger.
Daarbij betekent:
-zwarte driehoek: = actuele instelling
-witte driehoek: = selectie (nog niet opgeslagen)
8. Ok indrukken.
Display toont: Password 0***
9. Password invoeren (Password invoeren).
Display toont met een zwarte driehoek de ingestelde wijze van uitschakelen
(▶Weg of ▶Draaimoment).
Instelling wijzigen 10. Met Omhoog▲ Omlaag▼ nieuwe instelling selecteren.
Daarbij betekent:
-zwarte driehoek: = actuele instelling
-witte driehoek: = selectie (nog niet opgeslagen)
11. Met Opslaan selectie opslaan.
De wijze van uitschakelen is nu ingesteld.
12. Terug naar stap 4 (DICHT of OPEN): Esc indrukken.
10.2. Draaimomentmechanisme instellen
Het draaimomentmechanisme functioneert als een beveiliging tegen overbelasting
over de gehele stelweg, ook bij wegafhankelijke uitschakeling in de eindstanden.
Informatie Ook tijdens handmatige bediening kan het draaimomentmechanisme worden
aangesproken.
Beschadigingen aan de afsluiter bij een te hoge instelling van het
uitschakelmoment!
Het uitschakelmoment dient op de afsluiter te zijn afgestemd.
Wijzigingen aan de instelling uitsluitend met toestemming van de
afsluiterfabrikant uitvoeren.
Instellingen M0041
Dr.mom.schakelmech. M0013
Uitsch.mom. DICHT M0088
Uitsch.mom. OPEN M0089
Standaardwaarde: conform de opgave bij bestelling
Mogelijke instellingen: draaimomentbereik volgens typeplaatje van de aandrijving
Hoofdmenu selecteren 1. Keuzeschakelaar in de stand 0(UIT) plaatsen.
2. Drukknop CSetup ca. 3 seconden ingedrukt houden.
Display schakelt om naar het hoofdmenu en toont: ▶ Display...
Parameter selecteren 3. Parameter selecteren, ofwel:
via het menu naar de parameter klikken, ofwel
via direct oproepen: indrukken en ID M0088 invoeren
Display toont: Uitsch.mom. DICHT
62
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Inbedrijfstelling (basisinstellingen) AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
DICHT of OPEN 4. Met Omhoog▲ Omlaag▼ keuze maken:
▶ Uitsch.mom. DICHT
▶ Uitsch.mom. OPEN
De zwarte driehoek toont de actuele selectie.
5. Ok indrukken.
Display toont de ingestelde waarde.
De onderste regel toont: Wijzig Esc
6. Wijzig indrukken.
Display toont:
-Specialist (4) → verder met stap 7
-in de onderste regel Omhoog▲ Omlaag▼ Esc → verder met stap 11
Gebruiker aanmelden 7. Met Omhoog▲ Omlaag▼ gebruiker selecteren:
Informatie: Vereist gebruikersniveau: Specialist (4) of hoger
Daarbij betekent:
-zwarte driehoek: = actuele instelling
-witte driehoek: = selectie (nog niet opgeslagen)
8. Ok indrukken.
Display toont: Password 0***
9. Password invoeren (Password invoeren).
Display toont de ingestelde waarde.
De onderste regel toont: Wijzig Esc
10. Wijzig indrukken.
Waarde wijzigen 11. Met Omhoog▲ Omlaag▼ de nieuwe waarde voor het uitschakelmoment
invoeren.
Informatie: Het instelbare draaimomentbereik wordt in ronde haakjes
weergegeven
12. Met Opslaan de nieuwe waarde opslaan.
Het uitschakelmoment is nu ingesteld.
13. Terug naar stap 4 (DICHT of OPEN): Esc indrukken.
Informatie De hieronder vermelde foutmeldingen verschijnen indien het hier ingestelde
draaimoment voor de eindstand wordt bereikt:
In het display van de lokale bedieningseenheid: Statusweergave S0007Storing
=
Moment fout OPEN of Moment fout DICHT
Voordat de aandrijving weer geactiveerd kan worden moet eerst de foutmelding
worden bevestigd. Deze bevestiging kan worden uitgevoerd:
1. door een instelopdracht in de tegengestelde richting.
-Bij Moment fout OPEN: instelopdracht in richting DICHT
-Bij Moment fout DICHT: instelopdracht in richting OPEN
2. of, indien het desbetreffende draaimoment kleiner is dan het ingestelde
uitschakelmoment:
- in de keuzeschakelaarstand Local control (LOKAAL) via de drukknop
RESET.
- in de keuzeschakelaarstand Remote control (AFSTAND):
- via de veldbus, commando Reset, indien de veldbus de actieve
commandobron is.
- via een digitale ingang (I/O interface) met het commando Reset,
indien er een digitale ingang voor het signaal RESET is
geconfigureerd, en dat I/O interface de actieve commandobron is.
63
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Inbedrijfstelling (basisinstellingen)
10.3. Wegschakelmechanisme instellen
Beschadigingen van de afsluiter/tandwielkast door een verkeerde instelling!
Bij instelling tijdens motorbedrijf: beweging tijdig voor de eindaanslag
onderbreken (drukknop STOP indrukken).
Bij wegafhankelijke uitschakeling van mogelijke naloop voor voldoende buffer
tussen eindstand en mechanische eindaanslag zorgen.
Instellingen M0041
Wegschakelmech. M0010
Eind DICHT instellen? M0084
Eind OPEN instellen? M0085
Hoofdmenu selecteren 1. Keuzeschakelaar in de stand 0(UIT) plaatsen.
2. Drukknop Cca. 3 seconden ingedrukt houden.
Display schakelt om naar het hoofdmenu en toont: ▶ Display...
Parameter selecteren 3. Parameter selecteren, ofwel:
via het menu naar de parameter klikken, ofwel
via direct oproepen: indrukken en ID M0084 invoeren
Display toont: Eind DICHT instellen?
DICHT of OPEN 4. Met Omhoog▲ Omlaag▼ keuze maken:
▶ Eind DICHT instellen? M0084
▶ Eind OPEN instellen? M0085
De zwarte driehoek toont de actuele selectie.
5. Ok indrukken.
Display toont ofwel:
-Inst. eindst. DICHT? CMD0009 → verder met stap 9
-Inst. eindst. OPEN? CMD0010 → verder met stap 12
-Specialist (4) → verder met stap 6
Gebruiker aanmelden 6. Met Omhoog▲ Omlaag▼ gebruiker selecteren:
Informatie: Vereist gebruikersniveau: Specialist (4) of hoger.
Daarbij betekent:
-zwarte driehoek: = actuele instelling
-witte driehoek: = selectie (nog niet opgeslagen)
7. Ok indrukken om geselecteerde gebruiker te bevestigen.
Display toont: Password 0***
8. Password invoeren (Password invoeren).
Display toont ofwel:
-Inst. eindst. DICHT? CMD0009 → verder met stap 9
-Inst. eindst. OPEN? CMD0010 → verder met stap 12
64
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Inbedrijfstelling (basisinstellingen) AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Eindstand DICHT
instellen CMD0009
9. Positie eindstand DICHT opnieuw instellen:
9.1 Bij een grote slag: keuzeschakelaar in de stand Local control (LOKAAL)
plaatsen en de aandrijving tijdens motorbedrijf met behulp van de drukknop
(DICHT) in richting eindstand bewegen.
Informatie: Teneinde schade te voorkomen, de beweging tijdig voor de
eindaanslag onderbreken (drukknop STOP indrukken).
9.2 Handmatige bediening inschakelen.
9.3 Aan het handwiel draaien totdat de afsluiter is gesloten.
9.4 Handwiel ca. ½ slag van eindstand (naloop) terugdraaien.
9.5 Keuzeschakelaar in de stand 0(UIT) plaatsen.
Display toont: Inst. eindst. DICHT? Ja Nee
Nieuwe eindstand
bevestigen
10. Ja indrukken teneinde nieuwe positie van de eindstand over te nemen.
Display toont: Eind DICHT ingesteld!
De linker LED brandt (standaarduitvoering) en geeft daarmee aan dat de
eindstand DICHT is ingesteld.
11. Selecteren:
Wijzig → terug naar stap 9: eindstand DICHT “opnieuw” instellen
Esc → terug naar stap 4 en eindstand OPEN instellen of menu verlaten
Eindstand OPEN
instellen CMD0010
12. Positie eindstand OPEN opnieuw instellen:
12.1 Bij een grote slag: keuzeschakelaar in de stand Local control (LOKAAL)
plaatsen en de aandrijving tijdens motorbedrijf met behulp van de drukknop
(OPEN) in richting eindstand bewegen.
Informatie: Teneinde schade te voorkomen, de beweging tijdig voor de
eindaanslag onderbreken (drukknop STOP indrukken).
12.2 Handmatige bediening inschakelen.
12.3 Aan het handwiel draaien totdat de afsluiter open is .
12.4 Handwiel ca. ½ slag van eindstand (naloop) terugdraaien.
12.5 Keuzeschakelaar in de stand 0(UIT) plaatsen.
Display toont: Inst. eindst. OPEN? Ja Nee
Nieuwe eindstand
bevestigen
13. Ja indrukken teneinde nieuwe positie van de eindstand over te nemen.
Display toont: Eind OPEN ingesteld!
De rechter LED brandt (standaarduitvoering) en geeft daarmee aan dat de
eindstand OPEN is ingesteld.
14. Selecteren:
Wijzig → terug naar stap 12: eindstand OPEN “opnieuw” instellen
Esc → terug naar stap 4 en eindstand DICHT instellen of menu verlaten
Informatie Kan een eindstand niet worden ingesteld: type besturingseenheid in de aandrijving
controleren.
65
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Inbedrijfstelling (basisinstellingen)
10.4. Verbinding tussen EtherNet/IP-module en computer controleren
1. Controleren of de spanningsvoorziening uitgeschakeld is.
2. Run/Init-schakelaar op positie „Run“ zetten.
3. EtherNet/IP-module met behulp van de RJ-45 resp. M12-stekker op een
computer in hetzelfde subnetwerk aansluiten en spanningsvoorziening
inschakelen (bootprocedure).
4. Op de computer de Windows Desktop-app „Opdrachtpromptvenster“ (Command
Prompt) starten en het commando ping 192.168.255.1 invoeren.
Als er antwoorden worden gestuurd: verbinding tussen module en
computer is OK.
Als er geen antwoorden worden gestuurd: controleren of module en
computer in hetzelfde subnetwerk zijn aangesloten.
Het IP-adres 192.168.255.1 is de standaard netwerkinstelling. Als de module
al is geconfigureerd, moet het handmatig ingestelde IP-adres worden gebruikt.
Als dit niet meer bekend is, kan de verbinding van de EtherNet/IP-module
tijdelijk via het default IP-adres worden gecontroleerd.
Neem de volgende handelwijze in acht!
4.1 Voor het booten de Run/Init-schakelaar op positie „Init“ zetten
In de Init Mode worden de standaard netwerkinstellingen van de
Ethernet/IP-interface gebruikt:
Static IPAddress Type
192.168.255.1Static IP Address
255.255.0.0Subnet Mask
192.168.0.1Default Gateway
4.2 Stap 4 uitvoeren.
4.3 EtherNet/IP-module van de spanningsvoorziening loskoppelen en vóór
de nieuwe bootprocedure de Run/Init-schakelaar weer op positie „Run“
zetten.
De module kan nu worden geconfigureerd.
10.5. EtherNet/IP-module configureren
De EtherNet/IP-module kan met behulp van de Windows-software „GW-7472 Utility“
worden geconfigureerd. De software kan op de website van AUMA (www.auma.com)
onder „Service & Support / Software“ worden gedownload.
1. Zorg ervoor dat de Run/Init-schakelaar van de module op de positie „Run“ staat.
2. EtherNet/IP-module met behulp van de RJ-45 resp. M12-stekker op een
computer in hetzelfde subnetwerk aansluiten en spanningsvoorziening
inschakelen.
66
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Inbedrijfstelling (basisinstellingen) AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
3. Software „GW-7472 Utility“ starten en op de knop Network Scan klikken.
4. In het volgende venster de netwerkkaart selecteren en met Select bevestigen.
De software zoekt nu naar de EtherNet/IP-module.
Informatie Als de scan niet werkt, moet eventueel de Windows Firewall of het
antivirusprogramma worden gedeactiveerd.
5. Regel met de bijbehorende module selecteren en met één klik op Configure
het configuratievenster openen.
67
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Inbedrijfstelling (basisinstellingen)
6. Gewenste instellingen uitvoeren en met de knop Update Settings and Reboot
opslaan.
Gedeactiveerd gedrag omwille van de veiligheid door ontbrekende instelling.
Ervoor zorgen dat het vinkje bij Modbus Polling With EIP Connection
geactiveerd is.
Eventueel hoeft slechts de IP-interface aan de vereisten van het netwerk te
worden aangepast, alle overige instellingen van de EtherNet/IP-module (in het
bijzonder de Serial Port instellingen) zijn vooraf in de fabriek ingesteld.
7. Reboot met OK bevestigen.
De procedure wordt gestart.
Na afloop van de boot-procedure zijn de instellingen opgeslagen en effectief.
10.6. Proefdraaien
Pas als alle hiervoor beschreven instellingen zijn uitgevoerd mag met proefdraaien
worden begonnen.
Indien er een mechanische standaanwijzing aanwezig is, dan kan de draairichting
aan de standaanwijzing worden gecontroleerd. (Hoofdstuk <Draairichting aan
standaanwijzing controleren>)
Indien er geen mechanische standaanwijzing aanwezig is, dan kan de draairichting
aan de holle as/spindel worden gecontroleerd. (Hoofdstuk <Draairichting aan holle
as/spindel controleren>)
10.6.1. Draairichting aan standaanwijzing controleren
Beschadigingen aan de afsluiter in geval van een verkeerde draairichting!
Bij een verkeerde draairichting direct uitschakelen (STOP indrukken).
De oorzaak wegnemen, bijv. door bij de kabelset (wandbeugel) de fasevolgorde
te corrigeren.
Het proefdraaien herhalen.
68
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Inbedrijfstelling (basisinstellingen) AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Informatie Voor het bereiken van de eindstand uitschakelen.
1. Aandrijving handmatig in de middenstand, resp. op voldoende afstand van de
eindstand bewegen.
2. Aandrijving in de richting DICHT inschakelen en vervolgens de draairichting
aan de mechanische standaanwijzing observeren:
Bij een zelfinstellende mechanische standaanwijzing:
De draairichting is correct indien de aandrijving in de richting DICHT
beweegt en de pijl zich met de wijzers van de klok mee in de richting
DICHT (symbool ) beweegt.
Afbeelding 73: Draairichting (bij de uitvoering "rechtsdraaiend sluiten")
Bij mechanische standaanwijzing via pijlmarkering: (niet zelfinstellend)
De draairichting is correct indien de aandrijving in de richting DICHT
beweegt en de symbolen ( / ) zich tegen de wijzers van de klok in
bewegen:
Afbeelding 74: Draairichting / (bij de uitvoering "rechtsdraaiend sluiten")
69
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Inbedrijfstelling (basisinstellingen)
10.6.2. Draairichting aan holle as/spindel controleren
Afbeelding 75: Draairichting van de holle as/spindel bij beweging in de richting DICHT
(uitvoering „rechtsom draaiend sluiten“)
[1] Beschermdop
[2] O-ring
[3] Holle as
[4] Beschermkap voor beschermbuis
[5] Spindel
[6] Beschermbuis spindel
Beschadigingen aan de afsluiter in geval van een verkeerde draairichting!
Bij een verkeerde draairichting direct uitschakelen (STOP indrukken).
De oorzaak wegnemen, bijv. door bij de kabelset (wandbeugel) de fasevolgorde
te corrigeren.
Het proefdraaien herhalen.
Draairichting
controleren
1. Aandrijving handmatig in de middenstand, resp. op voldoende afstand van de
eindstand bewegen.
2. Al naar gelang van de uitvoering: beschermdop [1] en O-ring [2], beschermkap
[4] of beschermbuis van de spindel [6] compleet eruit draaien.
3. Aandrijving in de richting DICHT inschakelen en vervolgens de draairichting
a.d.h.v. de holle as [3] resp. aan de spindel [5] observeren:
De draairichting is correct, indien de aandrijving in de richting DICHT beweegt
en de holle as met de wijzers van de klok mee (rechtsom) draait, resp. de
spindel zich naar beneden beweegt.
4. Beschermdop [1] en O-ring [2], beschermkap [4] of beschermbuis van de spindel
[6] correct plaatsen/erop schroeven, stevig vastdraaien.
10.6.3. Wegschakelmechanisme controleren
1. Keuzeschakelaar in de stand Local control (LOKAAL) plaatsen.
70
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Inbedrijfstelling (basisinstellingen) AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
2. Aandrijving via de drukknoppen OPEN, STOP, DICHT bedienen.
Het wegschakelmechanisme is juist ingesteld als (standaard-signalering):
- de gele signaallamp/LED1 in de eindstand DICHT brandt
- de groene signaallamp/LED5 in de eindstand OPEN brandt
- de signaallampen na een beweging in de tegengestelde richting weer uitgaan
Het wegschakelmechanisme is verkeerd ingesteld als:
- de aandrijving vóór het bereiken van de eindstand blijft staan
- één van de rode signaallampen/LED's brandt (draaimomentfout)
-de statusweergave S0007 in het display een fout meldt.
3. Indien de eindstanden verkeerd zijn ingesteld: wegschakelmechanisme opnieuw
instellen.
71
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Inbedrijfstelling (basisinstellingen)
11. Inbedrijfstelling (instellingen/opties in de aandrijving)
Bij aandrijvingen in de uitvoering zonder mechanische standaanwijzing (deksel
zonder kijkglas) hoeven er bij de inbedrijfstelling geen instellingen in de aandrijving
te worden uitgevoerd.
Bij de uitvoering met een zelfinstellende mechanische standaanwijzing [A] stelt deze
zich bij de eerste beweging (bijv. van DICHT naar OPEN) zelf in. Deze zelfinstelling
vindt normaliter reeds met het instellen van het wegschakelmechanisme (benaderen
van de eindstanden) plaats. Een handmatige instelling en het bijgevolg openen van
de schakelruimte is om die reden bij de inbedrijfstelling niet nodig.
Indien er een NIET zelfinstellende mechanische standaanwijzing [B] in de aandrijving
is ingebouwd, dan moet bij de inbedrijfstelling de schakelruimte worden geopend en
de standaanwijzing worden ingesteld.
Afbeelding 76: Mechanische standaanwijzingen
[A] Mechanische standaanwijzing (zelfinstellend)
[B] Mechanische standaanwijzing via pijlmarkering op deksel (niet zelfinstellend)
11.1. Schakelruimte openen/sluiten
Afbeelding 77: Schakelruimte openen/sluiten
[A] Mechanische standaanwijzing (zelfinstellend)
[B] Mechanische standaanwijzing via pijlmarkering
Openen 1. Bouten [2] losdraaien en het deksel [1] van de schakelruimte wegnemen.
Sluiten 2. Pasvlakken van het deksel en de behuizing schoonmaken.
3. Controleer of de O-ring [3] in goede staat is. Indien beschadigd door een nieuw
exemplaar vervangen.
4. O-ring met zuurvrij vet (bijv. vaseline) licht invetten en juist plaatsen.
5. Deksel [1] op het huis van de aandrijving plaatsen.
6. Bouten [2] gelijkmatig en kruisgewijs vastdraaien.
72
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Inbedrijfstelling (instellingen/opties in de aandrijving) AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
11.2. Mechanische standaanwijzing (zelfinstellend)
Afbeelding 78: Mechanische standaanwijzing (zelfinstellend)
De zelfinstellende mechanische standaanwijzing toont de stand van de afsluiter door
middel van een pijl . Bij een correcte instelling wijst de pijl in de eindstanden naar
het symbool (OPEN) resp. (DICHT).
Informatie De standaanwijzing bevindt zich in de schakelruimte van de aandrijving. Het ten
behoeve van een handmatige instelling openen van de schakelruimte is alleen nodig
indien de ingestelde overbrengingsverhouding moet worden gewijzigd of indien bij
de inbedrijfstelling de in de fabriek ingestelde eindstand DICHT (of OPEN) wordt
gewijzigd.
11.2.1. Mechanische standaanwijzing instellen
1. Afsluiter in de eindstand DICHT bewegen.
2. De beide onderste schijfjes met de symbolen (OPEN) en (DICHT) naar
elkaar duwen. Daarbij wordt het schijfje met de pijl meegenomen:
Afbeelding 79: Instelpositie in de stand DICHT
3. Aandrijving in de eindstand OPEN bewegen.
De pijl draait zich in de richting OPEN en neemt het schijfje met het symbool
(OPEN) mee totdat de aandrijving in de stand OPEN blijft staan.
Afbeelding 80: Beweegt in OPEN (links) en stand OPEN (rechts)
73
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Inbedrijfstelling (instellingen/opties in de aandrijving)
4. Instelling controleren:
De mechanische standaanwijzing is juist ingesteld indien de hoek tussen de
symbolen (OPEN) en (DICHT) tussen ca. 120° en 280° bedraagt.
Indien alle drie schijfjes samen worden verdraaid, dan kan de standaanwijzing
in stappen van 15° worden versteld. Afzonderlijk is 5° mogelijk.
Indien de standaanwijzing te ver wordt gedraaid (meer dan 280°) of de hoek
te klein is (minder dan 120°), dan moet de ingestelde overbrengingsverhouding
op de omw./slag van de aandrijving worden aangepast. Zie
<Overbrengingsverhouding van de reductor controleren/instellen>.
11.2.2. Overbrengingsverhouding van het tandwielkastje controleren/instellen
Deze controle/instelling is alleen noodzakelijk, indien de mechanische standaanwijzing
niet juist kan worden ingesteld.
1. Aan de hand van tabel controleren of omw./slag met de instelling van de reductor
(trappen 1 – 9) overeenstemt.
Tabel 29:
Omwentelingen van de aandrijving per slag van de afsluiter en de daarbij geschikte instelling
van het tandwielkastje
Tandwielkastje
trap
bij 10 – 5 000 omw./slag
[meer dan – tot]
bij 1 – 500 omw./slag
[meer dan – tot]
110 – 191,0 – 1,9
219 – 371,9 – 3,7
337 – 793,7 – 7,9
479 – 1507,9 – 15,0
5150 – 31515,0 – 31,5
6315 – 60031,5 – 60,0
7600 – 1 26060,0 – 126
81 260 – 2 400126 – 240
92 400 – 5 000240 – 500
2. Ten behoeve van het wijzigen van de instelling, de hefboom op de reductor
lichten en op de geselecteerde trap weer sluiten.
Afbeelding 81: Tandwielkastje instellen
74
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Inbedrijfstelling (instellingen/opties in de aandrijving) AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
11.3. Mechanische standaanwijzing via pijlmarkering op deksel (niet zelfinstellend)
Afbeelding 82: Mechanische standaanwijzing via pijlmarkering
De mechanische standaanwijzing toont de stand van de afsluiter door middel van
twee schijfjes met de symbolen (OPEN) en (DICHT). Bij een correcte instelling
wijzen de symbolen OPEN/DICHT in de eindstanden naar de pijlmarkering op het
deksel.
Instelelementen De standaanwijzing bevindt zich in de schakelruimte van de aandrijving. Voor het
instellen dient de schakelruimte te worden geopend. Zie <Schakelruimte
openen/sluiten>.
11.3.1. Mechanische standaanwijzing instellen
1. Afsluiter in de eindstand DICHT brengen.
2. Onderste schijfje mechanische standaanwijzing verdraaien, totdat het symbool
(DICHT) met de pijlmarkering op het deksel in lijn staat.
3. Aandrijving in de eindstand OPEN brengen.
4. Onderste schijfje van de mechanische standaanwijzing vasthouden en bovenste
schijfje met symbool (OPEN) verdraaien, totdat het symbool met de
pijlmarkering op het deksel in lijn staat.
5. Afsluiter nog eenmaal in de eindstand DICHT brengen.
6. Instelling controleren:
Indien het symbool (DICHT) niet meer met de pijlmarkering op het deksel
in lijn staat:
6.1 Instelling herhalen.
6.2 Overbrengingsverhouding van het tandwielkastje controleren/instellen.
11.3.2. Overbrengingsverhouding van het tandwielkastje controleren/instellen
Deze controle/instelling is alleen nodig indien op een later tijdstip het aantal
omwentelingen/slag van de aandrijving werd gewijzigd. Eventueel moet de meld- en
stuureenheid worden vervangen:
75
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Inbedrijfstelling (instellingen/opties in de aandrijving)
Informatie De mogelijk in te stellen slag staat in het gegevensblad bij de order (bijv. „1 – 500
omw./slag“).
1. Schijfje mechanische standaanwijzing verwijderen. Eventueel een steeksleutel
als hefboom gebruiken.
2. Aan de hand van tabel controleren of omw./slag van de aandrijving met de
instelling van het tandwielkastje (trappen 1 – 9) overeenkomt.
Klopt de instelling niet: verder met 3.
Klopt de instelling: verder met 6.
Tabel 30:
Meld- en stuureenheid MS5.2 (1 tot 500 omwentelingen per slag)
Trap tandwielkastjeomw./slag meer dan – tot
11,0 – 1,9
21,9 – 3,9
33,9 – 7,8
47,8 – 15,6
515,6 – 31,5
631,5 – 62,5
762,5 – 125
8125 – 250
9250 – 500
Tabel 31:
Meld- en stuureenheid MS50.2 (10 tot 5 000 omwentelingen per slag)
Trap tandwielkastjeomw./slag meer dan – tot
110,0 – 19,5
219,5 – 39,0
339,0 – 78,0
478 – 156
5156 – 315
6315 – 625
7625 – 1 250
81 250 – 2 500
92 500 – 5 000
3. Schroef [1] losdraaien.
4. Kroonwiel [2] volgens de tabel op de gewenste trap instellen.
5. Schroef [1] vastdraaien.
6. Schijfje mechanische standaanwijzing op de as plaatsen.
7. Mechanische standaanwijzing instellen.
76
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Inbedrijfstelling (instellingen/opties in de aandrijving) AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Afbeelding 83: Meld- en stuureenheid met tandwielkastje
[1] Schroef
[2] Kroonwiel
77
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Inbedrijfstelling (instellingen/opties in de aandrijving)
12. Verhelpen van storingen
12.1. Fouten bij de inbedrijfstelling
Tabel 32:
Fouten bij de bediening/inbedrijfstelling
OplossingOmschrijving/oorzaakFout
Overbrengingsverhouding van het tandwielkastje
instellen.
Eventueel moet de meld- en stuureenheid worden
vervangen.
De reductor past niet bij de omwentelingen/slag
van de aandrijving.
De mechanische standaanwijzing kan
niet worden ingesteld.
Naloop bepalen: naloop = het traject dat
afgelegd wordt tussen het moment van
uitschakeling en stilstand.
Wegschakelmechanisme opnieuw instellen en
daarbij rekening houden met naloop. (Handwiel
zoveel als de naloop bedraagt terugdraaien)
Bij het instellen van het wegschakelmechanisme
werd geen rekening gehouden met de naloop.
De naloop ontstaat door het doorduwen van het
eigen gewicht van de aandrijving en de afsluiter en
de uitschakelvertraging van de besturingseenheid.
Aandrijving beweegt ondanks
ingesteld wegschakelmechanisme tot
tegen de eindaanslag van de afsluiter
of aandrijving.
Handwiel demonteren. Beveiliging tegen
overbelasting vervangen en handwiel weer
monteren.
Aandrijving in de uitvoering met een beveiliging
tegen overbelasting: breekpennen door een te hoog
draaimoment op het handwiel gebroken.
Handwiel draait op de as verder,
zonder dat er een draaimoment wordt
overgebracht.
12.2. Foutmeldingen en waarschuwingen
Fouten onderbreken resp. verhinderen de elektrische werking van de aandrijving.
Bij een fout brandt de achtergrondverlichting van het display in een rode kleur.
Waarschuwingen hebben geen invloed op de elektrische werking van de aandrijving.
Deze hebben slechts een informatief karakter. Het display blijft wit.
Verzamelmeldingen bevatten meerdere meldingen. Deze kunnen met behulp van
de drukknop Details worden weergegeven. Het display blijft wit.
Tabel 33:
Fouten en waarschuwingen via de statusweergaven in het display
OplossingOmschrijving/oorzaakWeergave in het display
Voor de beschrijving van de statusteksten: zie het
handboek (Gebruik en instelling).
Display toont een statustekst in plaats van de stand
van de afsluiter.
S0001
Bij weergegeven waarde > 0: Drukknop Details
indrukken.
Details: zie tabel <Waarschuwingen en Buiten de
specificatie>.
Verzamelmelding 02:
Toont het aantal actuele waarschuwingen.
S0005
Waarschuwingen
Bij weergegeven waarde > 0: Drukknop Details
indrukken.
Details: zie tabel <Niet gereed AFSTAND en
functiecontrole>.
Verzamelmelding 04:
Toont het aantal actuele meldingen.
S0006
Niet gereed AFSTAND
Bij weergegeven waarde > 0: Drukknop Details
indrukken om de lijst met gedetailleerde meldingen
te zien.
Details: zie tabel <Fouten en Uitval>.
Verzamelmelding 03:
Toont het aantal actuele fouten.
De aandrijving kan niet worden bediend.
S0007
Storing
Bij weergegeven waarde > 0: Drukknop Details
indrukken.
Details: zie tabel <Waarschuwingen en Buiten de
specificatie>.
Verzamelmelding 07:
Melding overeenkomstig NAMUR-aanbeveling NE
107
Aandrijving wordt buiten de normale
bedrijfsvoorwaarden gebruikt.
S0008
Buiten specificatie
78
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Verhelpen van storingen AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Fouten en waarschuwingen via de statusweergaven in het display
OplossingOmschrijving/oorzaakWeergave in het display
Bij weergegeven waarde > 0: Drukknop Details
indrukken.
Details: zie tabel <Niet gereed AFSTAND en
functiecontrole>.
Verzamelmelding 08:
Melding overeenkomstig NAMUR-aanbeveling NE
107
Er wordt aan de aandrijving gewerkt,
uitgangssignalen zijn voorlopig ongeldig.
S0009
Functie controle
Bij weergegeven waarde > 0: Drukknop Details
indrukken om de lijst met gedetailleerde meldingen
te zien.
Verzamelmelding 09:
Melding overeenkomstig NAMUR-aanbeveling NE
107
Onderhoudsadvies.
S0010
Onderhoud vereist
Bij weergegeven waarde > 0: Drukknop Details
indrukken om de lijst met gedetailleerde meldingen
te zien.
Details: zie tabel <Fouten en Uitval>.
Verzamelmelding 10:
Melding overeenkomstig NAMUR-aanbeveling NE
107
Functionele storing in de aandrijving,
uitgangssignalen zijn ongeldig
S0011
Uitval
Tabel 34:
Waarschuwingen en Buiten de specificatie
OplossingOmschrijving/oorzaakWeergave in het display
Drukknop Details indrukken om de afzonderlijke
meldingen te zien.
Voor de beschrijving van de afzonderlijke meldingen:
zie de instructies (Bedrijf en instelling).
Verzamelmelding 06:
Mogelijke oorzaak:
De ingestelde configuratie is niet correct.
Het toestel kan met beperkingen verder worden
gebruikt.
Configuratiewaarsch.
Drukknop Details indrukken om de afzonderlijke
meldingen te zien.
Voor de beschrijving van de afzonderlijke meldingen:
zie de instructies (Bedrijf en instelling).
Verzamelmelding 15:
Apparatuurwaarschuwingen
Het toestel kan met beperkingen verder worden
gebruikt.
Interne waarschuwing
24 V DC spanningsvoorziening controleren.De externe 24 V DC spanningsvoorziening van de
besturingseenheid voor de aandrijving ligt buiten
de voedingsspanningsgrenzen.
24 VDC extern
Regelgedrag van de aandrijving controleren.
Parameter Toelaatb. looptijd/h M0356
controleren, evt. opnieuw instellen.
Waarschuwing inschakelduur (ID) max. looptijd/uur
overschreden.
Wrs bedr.mod. looptijd
Regelgedrag van de aandrijving controleren.
Parameter Toelaatbare starts/h M0357
controleren, evt. opnieuw instellen.
Waarschuwing inschakelduur (ID) max. aantal motor
starts (schakelingen) overschreden.
Wrs bedr.mod. starts
Signalen controleren:
Nominale waarde E1
Werkelijke waarde E2
Proces werkelijke waarde E4
Verbinding met de Master controleren.
De safe mode is actief omdat de vereiste nominale
of werkelijke waarden foutief zijn.
Veiligheidsactie, actief
Bedrading controleren.Waarschuwing: Signaaluitval analoge ingang 1
Wrs Ingang AIN 1
Bedrading controleren.Waarschuwing: Signaaluitval analoge ingang 2
Wrs Ingang AIN 2
Nominale waarde signaal controleren.Waarschuwing: Signaaluitval nominale stand
(setpoint)
Mogelijke oorzaken:
Bij een ingesteld bereik van de setpoint-waarde van
bijv. 4 – 20 mA is het ingangssignaal = 0 (signaal
weggevallen).
Bij een ingesteld bereik van de setpoint-waarde van
bijv. 0 – 20 mA is er geen bewaking mogelijk).
Wrs Setp Std E1
De waarschuwing/melding wordt automatisch gewist
zodra een nieuwe instelopdracht wordt uitgevoerd.
Afsluiter controleren.
Parameter Tlb. looptijd, manueel M0570
controleren.
De ingestelde tijd (parameter Tlb. looptijd, manueel
M0570) is overschreden. De ingestelde insteltijd
wordt bij het afleggen van de complete stelweg
vanuit de eindstand OPEN in de eindstand DICHT
overschreden.
Wrs looptijd
Omgevingstemperatuur meten/verlagen.Temperatuur in de behuizing besturing te hoog.
Wrs temp. besturing
Tijd instellen.De real-timeklok (RTC) is nog niet ingesteld.
Tijd niet ingesteld
79
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Verhelpen van storingen
Waarschuwingen en Buiten de specificatie
OplossingOmschrijving/oorzaakWeergave in het display
Knoopbatterij (cel) vervangen.De spanning van de RTC-knoopbatterij is te gering.
RTC spanning
Aandrijving (PVST-instellingen) controleren.De Partial Valve Stroke Test (PVST) kon niet
succesvol worden uitgevoerd.
PVST fout
RESET uitvoeren of PVST opnieuw starten.De Partial Valve Stroke Test (PVST) werd
afgebroken resp. kon niet worden gestart.
PVST afgebroken
Beweging aan de uitgaande as controleren.
Parameter Reactietijd M0634 controleren.
Geen reactie van de aandrijving op stuursignalen
(instelopdrachten) binnen de ingestelde reactietijd.
Wrs, geen reactie
Parameter Wrs moment OPEN M0768 controleren,
evt. opnieuw instellen.
Grenswaarde voor draaimomentwaarschuwing
OPEN overschreden.
Wrs moment OPEN
Parameter Wrs moment DICHT M0769 controleren,
evt. opnieuw instellen.
Grenswaarde voor draaimomentwaarschuwing
DICHT overschreden.
Wrs moment DICHT
Zie het separate handboek Functionele veiligheid.Er is een fout in de SIL-module opgetreden.
SIL-fout1)
Het is noodzakelijk de PVST (Partial Valve Stroke
Tests) uit te voeren.
PVST vereist
Er is onderhoud noodzakelijk.
Onderhoud vereist
Voor besturingseenheden voor de aandrijving in SIL uitvoering1)
Tabel 35:
Fouten en uitval
OplossingOmschrijving/oorzaakWeergave in het display
Drukknop Details indrukken om de afzonderlijke
meldingen te zien.
Voor de beschrijving van de afzonderlijke meldingen:
zie de instructies (Bedrijf en instelling).
Verzamelmelding 11:
Configuratiefout aanwezig
Configuratiefout
Drukknop Details indrukken om de afzonderlijke
meldingen te zien.
Voor de beschrijving van de afzonderlijke meldingen:
zie de instructies (Bedrijf en instelling).
Verzamelmelding 22:
Configuratiefout AFSTAND aanwezig
Config.fout AFSTAND
AUMA service
Drukknop Details indrukken om de afzonderlijke
meldingen te zien.
Voor de beschrijving van de afzonderlijke meldingen:
zie de instructies (Bedrijf en instelling).
Verzamelmelding 14:
Interne fout aanwezig
Interne fout
Eén van de hieronder vermelde maatregelen treffen:
Instelopdracht (stuursignaal) in richting OPEN
geven.
Keuzeschakelaar in de stand Local control
(LOKAAL) zetten en de foutmelding via de
drukknop RESET resetten.
Reset-commando via de veldbus uitvoeren.
Draaimomentfout in de richting DICHT
Moment fout DICHT
Eén van de hieronder vermelde maatregelen treffen:
Instelopdracht (stuursignaal) in richting DICHT
geven.
Keuzeschakelaar in de stand Local control
(LOKAAL) zetten en de foutmelding via de
drukknop RESET resetten.
Reset-commando via de veldbus uitvoeren.
Draaimomentfout in de richting OPEN
Moment fout OPEN
Fasen controleren/aansluiten.
Bij aansluiting op een draaistroomnet en interne
24 V DC voeding van de elektronica: De fase
2 is uitgevallen.
Bij aansluiting op een draaistroom- of
wisselstroomnet en externe 24 V DC voeding
van de elektronica: Eén van de fasen L1, L2 of
L3 is uitgevallen.
Fasen fout
Volgorde van de fase-aansluitingen L1, L2 en L3
door het verwisselen van twee fasen corrigeren.
De fase-aansluitingen L1, L2 en L3 zijn in de
verkeerde volgorde aangesloten.
Alleen van toepassing bij aansluiting op een
draaistroomnet.
Fasenvolgorde fout
80
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Verhelpen van storingen AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Fouten en uitval
OplossingOmschrijving/oorzaakWeergave in het display
Netspanning controleren.
De toelaatbare fluctuatie van de netspanning
bedraagt bij draai- /wisselstroom ±10 % (als
optie ±30 %) De toelaatbare fluctuatie van de
netfrequentie bedraagt ±5 %
Parameter Aanspreektijd fasebew M0172
controleren, evt. tijdsduur verlengen.
De besturingseenheid voor de aandrijving kan
wegens de slechte netkwaliteit de fasevolgorde
(volgorde van de fasen L1, L2 en L3) binnen de voor
de bewaking ingestelde tijdsduur niet herkennen.
Netvoeding kwaliteit
Afkoelen, afwachten
Als de foutmelding na het afkoelen nog steeds
wordt weergegeven:
-Keuzeschakelaar in de stand Local control
(LOKAAL) zetten en de foutmelding via de
drukknop RESET resetten.
-Reset-commando via de veldbus uitvoeren.
Zekeringen controleren
De motorbeveiliging is aangesproken.
Thermische fout
Beweging aan de uitgaande as controleren.Geen reactie van de aandrijving op stuursignalen
(instelopdrachten) binnen de ingestelde reactietijd.
Fout geen reactie
Configuratie van het toestel controleren:
parameter Low limit Uspan M0832 moet kleiner zijn
dan parameter Span.niv.verschil. poti. M0833.
Potentiometersignaal bevindt zich buiten het
toegestane bereik.
Poti buiten bereik
LPV: Lift Plug Valve functie
De hoofdaandrijving meldt een storing
LPV niet gereed1)
Bedrading controleren.Signaaluitval analoge ingang 1.
Wrs Ingang AIN 1
Bedrading controleren.Signaaluitval analoge ingang 2.
Wrs Ingang AIN 2
Stuursignalen van de instelopdrachten controleren.
Bij een draaistroomnet de fasebewaking (parameter
Wijzig fasenvolgorde M0171) inschakelen.
Instelling van de configuratie van het toestel
(parameter Sluitrichting M0176) controleren.
Teneinde de foutmelding te wissen:
besturingseenheid voor de aandrijving van het net
scheiden en opnieuw starten.
De motor draait tegen de geconfigureerde
draairichting en actieve instelopdracht in d.w.z. in
de verkeerde richting.
Draairichting verkeerd
Parameters DMF uitschmo. OPEN controleren.
Parameters DMF foutniveau controleren.
Het via de draaimoment-meetflens op de uitgaande
as gemeten draaimoment in de bewegingsrichting
OPEN is te groot.
DMF fout OPEN2)
Parameters DMF uitschmo. DICHT controleren.
Parameters DMF foutniveau controleren.
Het via de draaimoment-meetflens op de uitgaande
as gemeten draaimoment in de bewegingsrichting
DICHT is te groot.
DMF fout DICHT2)
Drukknop Details indrukken om de afzonderlijke
meldingen te zien.
Voor de beschrijving van de afzonderlijke meldingen:
zie de instructies (Bedrijf en instelling).
Verzamelmelding 25:
FQM verzamelfout3)
Voor productvariant Lift Plug Valve1)
Voor aandrijvingen met een aangesloten draaimoment-meetflens2)
Voor aandrijvingen met gemonteerde fail-safe eenheid3)
81
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Verhelpen van storingen
Tabel 36:
Niet gereed AFSTAND en functiecontrole (verzamelmelding 04)
OplossingOmschrijving/oorzaakWeergave in het display
Instelopdrachten controleren (alle
instelopdrachten resetten/wissen en slechts één
instelopdracht verzenden).
Parameter Adaptieve regelaar op Functie actief
instellen.
Nominale waarde controleren.
Drukknop Details indrukken om de afzonderlijke
meldingen te zien.
Voor de beschrijving van de afzonderlijke meldingen:
zie de instructies (Bedrijf en instelling).
Verzamelmelding 13:
Mogelijke oorzaken:
meerdere stuursignalen (bijv. tegelijkertijd
instelopdrachten OPEN en DICHT, of
tegelijkertijd OPEN en bewegen SETPOINT)
een actuele nominale waarde en de positioner
is niet actief
Fout stuurcommando
Keuzeschakelaar in de stand AFSTAND zetten.Keuzeschakelaar staat niet in de stand AFSTAND.
Keuze niet-Afstand
Service-software beëindigen.Bedrijf via de service-interface (Bluetooth) en
service-software AUMA CDT.
Service actief
Instelling en status van de functie <Vrijgave van de
lokale bedieningseenheid> controleren.
Aandrijving bevindt zich in de bedrijfsmodus
GEBLOKKEERD.
Geblokkeerd
NOOD UIT schakelaar ("paddenstoel")
ontgrendelen.
NOOD UIT status door reset-commando
resetten.
De NOOD UIT schakelaar is ingedrukt. De
stroomvoorziening van de motorbesturing
(beveiligingen of thyristoren) is onderbroken.
NOOD UIT actief
Oorzaak voor het NOOD-signaal vaststellen.
Veroorzakende bron controleren.
Op de ingang NOOD +24 V aanleggen.
Bedrijfsmodus NOOD is actief (signaal NOOD werd
gezonden).
Op de ingang NOOD staat 0 V.
NOOD actie actief
Ingang I/O interface controleren.De aandrijving wordt via de I/O interface (parallel)
aangestuurd
I/O interface
Motorbedrijf starten.De handmatige bediening is geactiveerd.
Handwiel actief
Configuratie van de Master controleren.De veldbus-verbinding is aanwezig, er vindt echter
geen data-overdacht door de Master plaats.
FailState veldbus
Interlocksignaal controleren.Een interlock is actief.
Interlock OPEN+DICHT
Statussen van hoofd- en bypass-afsluiter
controleren.
De bypass-functie is vergrendeld.
Interlock bypass
Afwachten totdat de PVST-functie is afgesloten.De Partial Valve Stroke Test (PVST) is actief.
PVST actief
De SIL-functie is actief
SIL-functie actief1)
Voor besturingseenheden voor de aandrijving in SIL uitvoering1)
12.3. Zekeringen
12.3.1. Zekeringen in de besturingseenheid van de aandrijving
F1/F2 Tabel 37:
Primaire zekeringen F1/F2 (voor voedingsadapter)
AUMA art.nr.F1/F2G-zekering
6,3 x 32 mmAfmetingen
K002.2771 A T; 500 VMagneetschakelaars
Spanningsvoorziening 500 V
K002.6652 A FF; 690 VMagneetschakelaars
Spanningsvoorziening > 500 V
K002.2771 A T; 500 VThyristors voor een motorvermogen tot 1,5 kW
Thyristors voor een motorvermogen tot 3,0 kW
Thyristors voor een motorvermogen tot 5,5 kW
F3 Interne 24 V DC-voeding
82
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Verhelpen van storingen AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Tabel 38:
Secundaire zekering F3 (interne 24 V DC voeding)
AUMA art.nr.F3G-zekering overeenkomstig IEC 60127-2/III
5 x 20 mmAfmetingen
K006.1062,0 A T; 250 VUitgangsspanning (printplaat netvoeding) = 24 V
K006.1062,0 A T; 250 VUitgangsspanning (printplaat netvoeding) = 115 V
F4 Tabel 39:
Secundaire zekering F4 (interne AC voeding)1)
AUMA art.nr.F4G-zekering overeenkomstig IEC 60127-2/III
5 x 20 mmAfmetingen
K001.1841,25 A T; 250 VUitgangsspanning (printplaat netvoeding) = 24 V
Uitgangsspanning (printplaat netvoeding) = 115 V
Zekering voor: verwarming huis van de aandrijving, aansturing magneetschakelaars, PTC-tripping
device (alleen bij 24 V AC), bij 115 V AC tevens stuursignaalingangen OPEN, STOP, DICHT
1)
F5 Aardlekautomaat als bescherming tegen kortsluiting voor externe 24 V DC-voeding
voor de klant (zie schakelschema)
12.3.2. Zekeringen vervangen
12.3.2.1. Zekeringen F1/F2 vervangen
Elektrische schok door gevaarlijke spanning!
Indien de waarschuwing wordt genegeerd, is overlijden of ernstig lichamelijk letsel
het gevolg.
Vóór het openen spanningsvrij schakelen.
1. Elektrische aansluiting van de besturingseenheid voor de aandrijving losnemen.
Afbeelding 84:
2. Zekeringhouder uit rondstekker trekken, zekeringdeksel openen en oude
zekeringen door nieuwe zekeringen vervangen.
83
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Verhelpen van storingen
12.3.2.2. Zekeringen F3/F4 controleren/vervangen
1. Inbusboutjes [1] losdraaien en deksel [2] op de achterzijde van de
besturingseenheid voor de aandrijving openen.
Afbeelding 85:
Zekeringen controleren 2. Op de printplaat van de voedingsadapter bevinden zich meetpunten
(soldeerpins) waarmee een weerstandsmeting (doorgangscontrole) kan worden
uitgevoerd:
Tabel 40:
meetpuntenControle van
MTP5 – MTP6F3
MTP7 – MTP8F4
3. Ga als volgt te werk om defecte zekeringen te vervangen: boutjes van de
printplaat van de voedingsadapter [3] losdraaien en deze voorzichtig eruit
trekken. (De zekeringen bevinden zich op de ingerichte zijde van de printplaat
van de voedingsadapter).
Beschadiging van kabels door inklemmen!
Functiestoringen mogelijk.
Voedingsadapter voorzichtig inbouwen teneinde geen kabels in te klemmen.
12.3.3. Motorbeveiliging (thermische bewaking)
Ter bescherming tegen oververhitting en ontoelaatbaar hoge oppervlaktetemperaturen
van de aandrijving zijn in de motorwikkelingen PTC-weerstanden of thermoknopen
geïntegreerd. De motorbeveiliging wordt aangesproken zodra de maximaal toegestane
temperatuur van de wikkelingen is bereikt.
De aandrijving wordt gestopt en de volgende foutmeldingen verschijnen:
LED 3 (motorbeveiliging in werking gesteld) op de lokale bedieningseenheid
brandt.
De statusweergave S0007 resp. S0011 Uitval toont een fout.
Onder Details wordt de fout Thermische fout weergegeven.
Voordat de aandrijving weer kan worden geactiveerd moet de motor afkoelen.
Daarna volgt, al naar gelang van de parameterinstelling (handelwijze na in werking
gestelde motorbeveiliging), ofwel een automatische reset van de foutmelding of de
foutmelding moet worden bevestigd.
Deze bevestiging kan worden uitgevoerd:
in de keuzeschakelaarstand Local control (LOKAAL) via de drukknop RESET.
in de stand van de keuzeschakelaar Remote control (AFSTAND) met het
Reset-commando via de veldbus.
Proof-test motorbeveiliging
De goede werking van de motorbeveiliging kan worden gecontroleerd.
84
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Verhelpen van storingen AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Informatie Bij tegen weersinvloeden beschermde besturingseenheden voor de aandrijving die
een explosieveilige aandrijving aansturen, moet de werking van de motorbeveiliging
uiterlijk bij de uitvoering van een onderhoud (zie hoofdstuk <Instandhouding en
onderhoud>) gecontroleerd worden.
De controle vindt plaats door middel van een simulatie van het
motorbeveiligingssignaal via de lokale bedieningseenheid van de besturingseenheid
voor de aandrijving:
Vereist toegangsniveau: Specialist (4) of hoger.
Diagnose M0022
TMS Proof Test M1950
Testverloop: 1. Keuzeschakelaar in de stand 0(UIT) plaatsen.
2. Naar het hoofdmenu wisselen en onder de parameter TMS Proof Test M1950
de simulatiewaarde: Thermo test selecteren.
3. Motorbeveiligingssimulatie activeren: Drukknop Ok indrukken.
De veiligheidsfunctie is correct indien er geen foutmelding volgt.
4. Simulatie resetten: Drukknop Ok indrukken resp. het simulatiemenu verlaten
en de keuzeschakelaar in de oorspronkelijke stand terugplaatsen.
85
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Verhelpen van storingen
13. Reparatie en onderhoud
Beschadigingen door ondeskundig onderhoud!
Reparatie- en onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend door gekwalificeerd
personeel worden uitgevoerd. Dit personeel dient daartoe door de gebruiker
van de installatie of door de installatiebouwer geautoriseerd te zijn. Wij adviseren
u voor dergelijke werkzaamheden contact op te nemen met onze serviceafdeling.
Reparatie- en onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd
als de apparatuur niet in bedrijf is.
AUMA
Service & Support AUMA biedt een uitgebreid servicepakket aan zoals bijv. reparatie en onderhoud,
maar ook scholingen voor het personeel van de klant. Contactadressen vindt u op
internet (www.auma.com).
13.1. Preventieve maatregelen voor het onderhoud en een veilig gebruik
De hieronder vermelde maatregelen zijn noodzakelijk om de veilige werking van het
product tijdens het gebruik te garanderen:
Zes maanden na inbedrijfstelling en vervolgens jaarlijks
Visuele controle uitvoeren:
Kabelingangen, kabelwartels, beschermdoppen, blindstoppen enz. controleren
of ze stevig vastzitten en dicht zijn. Indien nodig de kabelwartels en blindstoppen
met draaimoment volgens de gegevens van de fabrikant vastdraaien.
Tandwielkast op beschadigingen en uittreden van vet of olie controleren.
Bij toepassing in zones waarbij wegens stofvorming explosiegevaar heerst,
dient regelmatig een visuele controle op stof of vuil te worden uitgevoerd. Indien
nodig de apparatuur reinigen.
Montagebouten tussen aandrijving en afsluiter/tandwielkast controleren. Indien
noodzakelijk met de in het hoofdstuk <Montage> aangegeven draaimomenten
voor bouten aandraaien.
Indien de aandrijving zelden wordt gebruikt: proefdraaien.
Bij toestellen voorzien van aandrijfvorm A: Met de vetspuit lithiumzeep EP-
multipurposevet op mineraaloliebasis via de smeernippel indrukken.
Afbeelding 86: Aandrijfvorm A
[1] Aandrijfvorm A
[2] Smeernippel
Het smeren van de spindel van de afsluiter dient apart te worden uitgevoerd.
Uitzondering: bij aandrijfvorm A in de uitvoering met spindelsmering (optie)
wordt de spindel via de aandrijfvorm gesmeerd. Als de fabrikant van de afsluiter
een hogere frequentie voor de smering van de afsluiter aangeeft, gelden de
kortere smeerintervallen van de fabrikant van de afsluiter.
Tabel 41:
Hoeveelheden vet voor lager aandrijfvorm A
A 16.2A 14.2A 10.2A 07.2Aandrijfvorm
10531,5Hoeveelheid [g] 1)
Voor vet met een dichtheid r = 0,9 kg/dm³1)
86
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Reparatie en onderhoud AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
13.2. Onderhoud
Handmatige bediening Bij onderhoud moeten de mechanische onderdelen van de handomschakeling, in
het bijzonder de motorkoppeling en borgveer gecontroleerd worden. Bij zichtbare
slijtage moeten de onderdelen vervangen worden.
Smering Het huis van de aandrijving is in de fabriek met vet gevuld.
Tijdens het gebruik is een extra smering van het huis van de aandrijving niet
nodig.
Het vervangen van vet gebeurt tijdens het onderhoud.
- Bij regelbedrijf normaliter na 4 - 6 jaar.
- Indien regelmatig gebruikt (open-dicht bedrijf) normaliter na 6 – 8 jaar.
- Indien zelden gebruikt (open-dicht bedrijf) normaliter na 10 – 12 jaar.
Wij adviseren dat tijdens het vervangen van vet tevens de afdichtingen worden
vervangen.
13.3. Afvoeren en recycling
AUMA producten zijn producten met een lange levensduur. Maar eens komt het
moment waarop zij moeten worden vervangen. De apparatuur is modulair opgebouwd
en kan daardoor gescheiden en gesorteerd worden naar:
Elektronica-afval
Verschillende soorten metaal
Kunststoffen
Vetten en oliën
In het algemeen geldt:
Vetten en oliën zijn gevaarlijk voor het aquatische milieu. Zij mogen dus niet in
het milieu terechtkomen.
Het gedemonteerde materiaal moet naar afvalstroom worden gescheiden en
vervolgens op de juiste wijze worden afgevoerd.
Nationale milieuvoorschriften in acht nemen.
87
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Reparatie en onderhoud
14. Technische gegevens
Informatie In de hieronder vermelde tabellen zijn, naast de standaarduitvoering, tevens opties
vermeld. De exacte uitvoering staat op het specifieke technische gegevensblad van
de desbetreffende order vermeld. Het specifieke technische gegevensblad van de
desbetreffende order staat op internet onder http://www.auma.com als download
in de Duitse en Engelse taal ter beschikking (vermelding van het ordernummer
noodzakelijk).
14.1. Technische gegevens multi-turn aandrijving
Uitvoering en functies
Kortstondig bedrijf S2 - 15 min, klasse A en B conform EN 15714-2Standaard:Bedrijfsklasse
(multi-turn aandrijvingen voor open-
dicht bedrijf) Met draaistroommotor:
Kortstondig bedrijf S2 - 30 min, klasse A en B conform EN 15714-2
Optie:
Bij een nominale spanning en een omgevingstemperatuur van +40 °C en bij belasting met 35 % van het
max. draaimoment.
Intermitterend bedrijf S4 - 25 %, klasse C conform EN 15714-2Standaard:Bedrijfsklasse
(multi-turn aandrijvingen voor
regelbedrijf) Met draaistroommotor:
Intermitterend bedrijf S4 - 50 %, klasse C conform EN 15714-2
Intermitterend bedrijf S4 - 25 % (isolatiemateriaalklasse H vereist), klasse C conform EN
15714-2
Optie:
Bij een nominale spanning en een omgevingstemperatuur van +40 °C en bij belasting met regelmoment.
asynchroon-draaistroommotor, bouwvorm IM B9 conform IEC 60034-7, koelmethode
IC410 conform IEC 60034-6
Standaard:Motoren
Enkelfasige wisselstroommotor met permanent split-capacitor (PSC), bouwvorm IM B9
volgens IEC 60034-7, koelmethode IC410 conform IEC 60034-6
Enkelfasige wisselstroommotor met aanloopcondensator en aanloopschakelaar (CSIR),
bouwvorm IM B9 volgens IEC 60034-7, koelmethode IC410 conform IEC 60034-6
Gelijkstroom-shuntmotor, bouwvorm IM B14 volgens IEC 60034-7, koelmethode IC410
conform IEC 60034-6
Gelijkstroom-compoundmotor, bouwvorm IM B14 volgens IEC 60034-7, koelmethode
IC410 conform IEC 60034-6
Opties:
Zie typeplaatje motor en besturingseenheid voor de aandrijving
Toelaatbare fluctuatie van de netspanning: ±10 %
Toelaatbare fluctuatie van de netfrequentie: ±5 % (voor draai- en wisselstroom)
Netspanning, frequentie
Categorie III volgens IEC 60364-4-443Overspanningscategorie
F, tropenbestendigStandaard:Isolatieklasse
H, tropenbestendig (met draaistroommotoren)Optie:
Thermoknopen (NC) bij draai- en wisselstroommotoren
Gelijkstroommotoren: zonder
Standaard:Motorbeveiliging
PTC-weerstanden (PTC conform DIN 44082)
Voor de juiste werking van temperatuurvoelers is een extra tripping device in de
besturingseenheid voor de aandrijving noodzakelijk.
Optie:
Zelfremmend: toerentallen tot 90 omw./min. (50 Hz), 108 omw./min. (60 Hz)
NIET zelfremmend: toerentallen vanaf 125 omw./min. (50 Hz), 150 omw./min. (60 Hz)
Multi-turn aandrijvingen zijn zelfremmend als door de draaimomentwerking op de uitgaande as de stand
van de afsluiter vanuit stilstand niet kan worden veranderd.
Zelfremmendheid
110 – 120 V AC, 220 – 240 V AC of 380 – 480 V AC bij draaistroommotorenSpanningen:Motorverwarming (optie)
Vermogen afhankelijk van bouwgrootte 12,5 – 25 W
Handwiel voor het instellen en de noodbediening, staat tijdens elektrisch bedrijf stil.Handmatige bediening
Afsluitbaar handwiel
Handwielspindelverlenging
Noodmaatregel voor de monteur met vierkant 30 mm of 50 mm
Optie:
Melding handmatige bediening actief/ niet actief via enkelvoudige schakelaar (1 wisselcontact)Signalering handmatige bediening
(optie)
88
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Technische gegevens AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Uitvoering en functies
AUMA rondstekkers met schroefaansluiting
Motoraansluiting bij DC motoren voor een deel tevens via afzonderlijk motorklembord
Standaard:Elektrische aansluiting
Klemmen of crimpaansluiting
Vergulde signaalstekkers (bussen en stekkers).
Optie:
Metrische schroefdraadStandaard:Schroefdraad voor kabelingangen
Pg-schroefdraad, NPT-schroefdraad, G(as)-schroefdraadOptie:
Aansluitschema conform ordernummer is bij de levering inbegrepenAansluitschema
B1 volgens EN ISO 5210Standaard:Aansluiten van de afsluiter
A, B2, B3, B4, C, D volgens EN ISO 5210
A, B, D, E volgens DIN 3210
C conform DIN 3338
Optie:
Speciale aandrijfvormen AF, AK, AG, B3D, ED, DD, IB1, IB3
A voorbereid voor permanente smering van de spindel
Elektronische meld- en stuureenheid
Magnetische weg- en draaimomentsensor MWG
Omwentelingen per slag: 1 tot 500 (standaard) of 10 tot 5 000 (optie)
Non-Intrusive instellingen
Via besturingseenheid aandrijvingStandterugmelding
Via besturingseenheid aandrijvingDraaimomentterugmelding
Continue, zelfinstellende weergave met symbolen OPEN en DICHTMechanische standaanwijzing
Knippersignaal via besturingseenheid aandrijvingIndicatie aandrijving in bedrijf
Weerstandsverwarming met 5 W, 24 V ACVerwarming in de schakelruimte
Toepassingsvoorwaarden
Gebruikmaking zowel binnen als buiten toegestaanGebruikmaking
WillekeurigMontagepositie
2 000 m boven N.A.P.
> 2 000 m boven N.A.P., op aanvraag
Opstellingshoogte
Zie typeplaatje op de aandrijvingOmgevingstemperatuur
Tot 100 % relatieve luchtvochtigheid over het totale toelaatbare temperatuurbereikLuchtvochtigheid
IP68 (met AUMA draai-/wissel-/ of gelijkstroommotor)
Bij speciale motoren afwijkende beschermingsgraad mogelijk (zie typeplaatje op de motor)
Standaard:Beschermingsgraad volgens EN
60529
DS aansluitruimte extra tegen de binnenzijde afgedicht (double sealed)Optie:
Beschermingsgraad IP68 voldoet conform de definitie van AUMA aan de volgende eisen:
Onderdompeling in water: maximaal 8 m waterkolom
Duur van de onderdompeling in water: maximaal 96 uur
Tijdens de onderdompeling max. 10 schakelingen
Regelbedrijf is tijdens een onderdompeling niet mogelijk.
Exacte uitvoering: zie typeplaatje op de aandrijving.
Vervuilingsgraad 4 (in een gesloten toestand), vervuilingsgraad 2 (intern)Vervuilingsgraad conform IEC
60664-1
2 g, van 10 tot 200 Hz (voor aandrijvingen in de uitvoering AUMA NORM)
1 g, van 10 tot 200 Hz (voor aandrijving met gemonteerde AUMA besturingseenheid voor de aandrijving)
Bestand tegen schokken en trillingen tijdens de start-up resp. bij storingen van de installatie. Een
ongelimiteerde bestendigheid kan daaruit niet worden afgeleid. De gegevens gelden voor aandrijvingen
met AUMA draaistroommotor en AUMA rondstekker. Zij gelden niet in combinatie met reductiekasten.
Trillingsvastheid conform IEC
60068-2-6
KS: geschikt voor de toepassing binnen zones met een hoge zoutbelasting, vrijwel
constante condensatie en sterke verontreiniging.
Standaard:Corrosiebescherming
KX: geschikt voor de toepassing binnen zones met een extreem hoge zoutbelasting,
constante condensatie en sterke verontreiniging.
Optie:
KX-G: zoals KX, echter uitvoering zonder aluminium (externe onderdelen)
Tweelaags poedercoating
Tweecomponentenverf met ijzeroxidebestanddeel
Coating
89
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Technische gegevens
Toepassingsvoorwaarden
AUMA zilvergrijs (gelijkwaardig aan RAL 7037)Standaard:Kleur
Leverbare kleuren op aanvraagOptie:
AUMA multi-turn aandrijvingen voldoen aan resp. overtreffen de eisen inzake de technische levensduur
van de EN 15714-2. Gedetailleerde informatie is op aanvraag verkrijgbaar.
Levensduur
< 72 dB (A)Geluidsdrukniveau
Overig
Machinerichtlijn 2006/42/EG
Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
EMC-richtlijn 2014/30/EU
RoHS-richtlijn 2011/65/EU
RED-richtlijn 2014/53/EU
EU-richtlijnen
14.2. Technische gegevens besturingseenheid voor de aandrijving
Uitvoering en functies
Zie typeplaatje
Toelaatbare fluctuatie in de netspanning: ±10 %
Toelaatbare fluctuatie van de netspanning: ±30 % (als optie)
Toelaatbare fluctuatie in de frequentie: ±5 %
Spanningsvoorziening
24 V DC: +20 %/-15 %
Stroomverbruik: standaarduitvoering ca. 250 mA, met opties tot 500 mA
Bij externe voeding van de elektronica moet de spanningsvoorziening van de geïntegreerde besturing
een versterkte isolatie tegen netspanning conform IEC 61010-1 hebben en tot 150 VA uitgangsvermogen
begrensd zijn.
Externe voeding van de elektronica
(optie)
Stroomverbruik van de besturingseenheid voor de aandrijving in relatie tot de netspanning:
Bij toelaatbare fluctuatie in de netspanning van ±10 %:
100 tot 120 V AC = max. 740 mA
208 tot 240 V AC = max. 400 mA
380 tot 500 V AC = max. 250 mA
515 V AC = max. 200 mA
Bij toelaatbare fluctuatie in de netspanning van ±30 %:
100 tot 120 V AC = max. 1 200 mA
208 tot 240 V AC = max. 750 mA
380 tot 500 V AC = max. 400 mA
515 tot 690 V AC = max. 400 mA
Stroomverbruik
Categorie III volgens IEC 60364-4-443Overspanningscategorie
De besturingseenheid voor de aandrijving is op het nominaal vermogen van de motor berekend, zie
typeplaatje motor
Nominaal vermogen
Magneetschakelaars (mechanisch en elektrisch vergrendeld) voor AUMA vermogensklasse
A1/A2
Standaard:Voedingseenheid
Magneetschakelaars (mechanisch en elektrisch vergrendeld) voor AUMA vermogensklasse
A3
Opties:
Thyristors voor netspanningen tot 500 V AC (aanbevolen voor regelaandrijvingen) voor
AUMA vermogensklassen B1, B2 en B3
De magneetschakelaars hebben een te verwachten technische levensduur van 2 miljoen schakelingen
Voor toepassingen met een hoge schakelfrequentie adviseren wij het gebruik van thyristors.
Indeling van de AUMA vermogensklassen: zie elektrische gegevens van de aandrijving
Via EtherNet/IP-interfaceAansturing en terugmeldingen
90
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Technische gegevens AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Uitvoering en functies
Ingangen OPEN, STOP, DICHT, NOOD, I/O interface, MODE (via opto-coupler, daarvan OPEN,
STOP, DICHT, MODE met een gemeenschappelijk referentiepotentiaal en NOOD, I/O interface elk
met een separaat referentiepotentiaal)
-Stuuringangen OPEN, STOP, DICHT, NOOD
-I/O-interface: Selectie van de wijze van aansturen (veldbusinterface of extra ingangssignalen)
-MODE: Keuze uit open-dicht bedrijf (OPEN, STOP, DICHT) of regelbedrijf (0/4 – 20 mA setpoint-
waarde stand)
-extra 1 analoge ingang (0/4 – 20 mA) voor setpoint-waarde stand
Ingangen OPEN, STOP, DICHT, NOOD, I/O interface, MODE (via opto-coupler, daarvan OPEN,
STOP, DICHT, MODE met een gemeenschappelijk referentiepotentiaal en NOOD, I/O interface elk
met een separaat referentiepotentiaal)
-Stuuringangen OPEN, STOP, DICHT, NOOD
-I/O interface: Selectie van de wijze van aansturen (Veldbusinterface of extra ingangssignalen)
-MODE: Keuze uit open-dicht bedrijf (OPEN, STOP, DICHT) of regelbedrijf (0/4 – 20 mA setpoint-
waarde stand)
-extra 1 analoge ingang (0/4 – 20 mA) voor setpoint voor de stand en 1 analoge ingang (0/4 –
20 mA) voor de actuele waarde van het proces
EtherNet/IP-interface met extra
ingangssignalen (optie)
24 V DC, stroomverbruik: ca. 10 mA per ingangStandaard:Stuurspanning/stroomverbruik voor
stuursignaalingangen 48 V DC, stroomverbruik: ca. 7 mA per ingang
60 V DC, stroomverbruik: ca. 9 mA per ingang
100 – 125 V DC, stroomverbruik: ca. 15 mA per ingang
100 – 120 V AC, stroomverbruik: ca. 15 mA per ingang
Opties:
Alle ingangssignalen (statusmeldingen) moeten van dezelfde spanningsvoorziening (potentiaal) worden
voorzien.
Via EtherNet/IP-interfaceStatusmeldingen
Extra, binaire/digitale uitgangssignalen (als optie en alleen in combinatie met extra ingangssignalen
beschikbaar)
6 programmeerbare signaleringsrelais:
-5 potentiaalvrije maakcontacten NO met gemeenschappelijk referentiepotentiaal, max. 250 V
AC, 1 A (ohmse belasting)
Standaard programmering: eindstand DICHT, eindstand OPEN, keuzeschakelaar AFSTAND,
draaimomentfout DICHT, draaimomentfout OPEN
-1 potentiaalvrij wisselcontact CO, max. 250 V AC, 5 A (ohmse belasting)
Standaard programmering: verzamelstoringsmelding (draaimomentfout, fasenuitval,
motorbeveiliging aangesproken)
6 programmeerbare signaleringsrelais:
-5 potentiaalvrije wisselcontacten NO met gemeenschappelijk referentiepotentiaal, max. 250 V
AC, 1 A (ohmse belasting)
-1 potentiaalvrij wisselcontact CO, max. 250 V AC, 5 A (ohmse belasting)
6 programmeerbare signaleringsrelais:
-6 potentiaalvrije wisselcontacten CO zonder gemeenschappelijk referentiepotentiaal, max.
250 V AC, 5 A (ohmse belasting)
6 programmeerbare signaleringsrelais:
-4 spanningsuitval-veilige potentiaalvrije maakcontacten NO met gemeenschappelijk
referentiepotentiaal, max. 250 V AC, 1 A (ohmse belasting), 1 potentiaalvrij maakcontact NO,
max. 250 V AC, 1 A (ohmse belasting), 1 potentiaalvrij wisselcontact CO, max. 250 V AC, 5 A
(ohmse belasting)
6 programmeerbare signaleringsrelais:
-4 spanningsuitval-veilige potentiaalvrije maakcontacten NO, max. 250 V AC, 5 A (ohmse
belasting), 2 potentiaalvrije wisselcontacten CO, max. 250 V AC, 5 A (ohmse belasting)
Alle binaire/digitale uitgangssignalen (statusmeldingen) moeten van dezelfde spanningsvoorziening
(potentiaal) worden voorzien.
Analoog uitgangssignaal voor de standmelding
-Potentiaalgescheiden standmelding 0/4 – 20 mA (weerstandsbelasting max. 500 Ω)
EtherNet/IP-interface met extra
uitgangssignalen (optie)
91
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Technische gegevens
Uitvoering en functies
Keuzeschakelaar: Local control - Off - Remote control (LOKAAL - UIT - AFSTAND -
afsluitbaar in alle drie standen)
Drukknoppen OPEN, STOP, DICHT, RESET
-Lokaal STOP
De aandrijving kan, indien de keuzeschakelaar in de stand Remote control
(AFSTAND) staat, met behulp van de drukknop STOP van de lokale
bedieningseenheid worden gestopt. (Bij de fabrieksinstelling is deze functie niet
geactiveerd)
6 signaallampen:
-Eindstand DICHT (geel), draaimomentfout DICHT (rood), motorbeveiliging
aangesproken (rood), draaimomentfout OPEN (rood), eindstand en indicatie
aandrijving in bedrijf OPEN (groen), Bluetooth (blauw)
Grafisch LC-display: verlicht
Standaard:Lokale bedieningseenheid
Speciale kleuren voor de signaallampen:
-Eindstand DICHT (groen), draaimomentfout DICHT (blauw), draaimomentfout
OPEN (geel), motorbeveiliging aangesproken (violet), eindstand OPEN (rood)
Optie:
Bluetooth klasse II chip, versie 2.1 met een bereik van max. 10 m in een industriële omgeving, ondersteunt
het Bluetooth-profiel SPP (Serial Port Profile).
Benodigde toebehoren:
AUMA CDT (tool ten behoeve van de inbedrijfstelling en diagnose voor een op Windows gebaseerde
pc)
AUMA Assistant App (tool ten behoeve van de inbedrijfstelling en diagnose voor Android-toestellen)
Bluetooth
communicatie-interface
Wijze van uitschakelen: instelbaar, weg- of draaimomentafhankelijk voor de eindstand
OPEN en de eindstand DICHT
Draaimomentoverbrugging start-up (actuator start monitor): duur instelbaar (met
instelbare begrenzing van het draaimoment (Peak Torque) tijdens de start-up tijd)
Taktbegin/takteinde/draai- en pauzetijd: instelbaar, 1 tot 1 800 seconden, onafhankelijk
voor de richting OPEN/DICHT
8 willekeurige tussenstanden: instelbaar tussen 0 en 100 %, reactie en meldgedrag
parametreerbaar
Indicaties aandrijving in bedrijf knipperend: instelbaar
Positioner
-Instelwaarde stand via EtherNet/IP-interface
-Parametreerbaar gedrag bij signaaluitval
-Automatische aanpassing van de dode band (adaptief gedrag mogelijk)
-Split-Range-toepassing
-Omschakeling tussen OPEN-DICHT aansturing en setpoint aansturing via de
Veldbusinterface
Standaard:Functionele toepassingen
Procesregelaar PID: met adaptieve positioner, via analoge ingangen 0/4 – 20 mA voor
de setpoint-waarde van het proces en de actuele waarde van het proces
Multiport Valve: max. 16 standen, meldingen (impuls of flank), nauwkeurigheid < 0,2 %
Vrijspoelautomaat: max. 5 pogingen tot beweging, tijd in tegengestelde richting
instelbaar
Statische en dynamische registratie van het draaimoment in beide draairichtingen met
draaimoment-meetflens als toebehoren
Opties:
NOOD beweging: (gedrag is programmeerbaar)
-Via extra ingang (optie, low active) of via de EtherNet/IP
-Reactie kan worden geselecteerd: STOP, beweeg naar de eindstand DICHT,
beweeg naar de eindstand OPEN, beweeg naar tussenstand
-Draaimomentbewaking bij NOOD-beweging kan worden overbrugd
-Thermische motorbeveiliging tijdens NOOD-beweging kan worden overbrugd
(alleen in combinatie met thermoknopen in de aandrijving, niet met PTC-
weerstanden)
Standaard:Veiligheidsfuncties
Vrijgave van de lokale bedieningseenheid via EtherNet/IP. Daarmee kan de bediening
van de aandrijving via de drukknoppen van de lokale bedieningseenheid worden
vrijgegeven of geblokkeerd.
Lokaal STOP
-De aandrijving kan, indien de keuzeschakelaar in de stand Remote control
(AFSTAND) staat, met behulp van de drukknop STOP van de lokale
bedieningseenheid worden gestopt. (Bij de fabrieksinstelling is deze functie niet
geactiveerd.)
PVST (Partial Valve Stroke Test): ter controle van de goede werking van de besturing
en aandrijving, parametreerbaar: richting, slag, (sluit-)tijd, reverse tijd
Als optie:
92
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Technische gegevens AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Uitvoering en functies
Bescherming van de afsluiter tegen overbelasting: instelbaar, leidt tot uitschakeling en genereert
een foutmelding
Bewaking van de motortemperatuur (thermische bewaking): leidt tot uitschakeling en genereert een
foutmelding
Bewaking van het verwarmingselement in de aandrijving: genereert een waarschuwingsmelding
Bewaking van de toelaatbare inschakelduur en het aantal schakelingen: instelbaar, genereert een
waarschuwingsmelding
Insteltijdbewaking: instelbaar, genereert een waarschuwingsmelding
Fasenuitval-bewaking: leidt tot uitschakeling en genereert een foutmelding
Automatische correctie van de draairichting bij verkeerde fasevolgorde (draaistroom)
Bewakingsfuncties
Elektronische apparatuurpas met bestel- en productgegevens
Registratie bedrijfsgegevens: Ieder adres heeft een te resetten teller en een levensduurteller voor:
-bedrijfsuren motor, schakelbewegingen, draaimomentafhankelijke uitschakelingen in eindstand
DICHT, wegafhankelijke uitschakelingen in eindstand DICHT, draaimomentafhankelijke
uitschakelingen in eindstand OPEN, wegafhankelijke uitschakelingen in eindstand OPEN,
draaimomentfouten DICHT, draaimomentfouten OPEN, uitschakelingen door motorbeveiliging
Een met de tijd afgestempeld gebeurtenissen-protocol met instellings-, bedrijfs-, en foutenhistorie
Statussignalen overeenkomstig NAMUR-aanbeveling 107: "Uitval", "Functiecontrole", "Buiten de
specificatie", "Onderhoud vereist"
Draaimomentgrafieken (bij uitvoering met MWG in de aandrijving):
-3 draaimomentgrafieken (draaimoment-stelweg-grafiek) voor de open- en sluitrichting gescheiden
op te slaan.
-De opgeslagen draaimomentgrafieken kunnen op de display worden weergegeven.
Diagnosefuncties
Bewaking van de motortemperatuur in combinatie met thermoknopen in de motor van de
aandrijving
Standaard:Analyse motorbeveiliging
Thermisch overstroomrelais in de besturing in combinatie met thermoknopen in de
aandrijving
PTC-tripping device in combinatie met PTC-weerstanden in de motor van de aandrijving
AUMA rondstekkers met schroefaansluitingStandaard:Elektrische aansluiting
Vergulde signaalstekkers (bussen en stekkers).Optie:
Metrische schroefdraadStandaard:Schroefdraad voor kabelingangen
Pg-schroefdraad, NPT-schroefdraad, G(as)-schroefdraadOpties:
Zie typeplaatjeSchakelschema
Instellingen/programmering van de EtherNet/IP-interface
De instelling wordt uitgevoerd met een Windows Tool of DHCP
Standaardinstellingen van de IP interface:
IP Address Selection
Static IPAddress Type
192.168.255.1Static IP Address
255.255.0.0Subnet Mask
192.168.0.1Default Gateway
Instelling van de EtherNet/IP-
module
Algemene gegevens EtherNet/IP
EtherNet/IP conform IEC 61158 en IEC 61784Communicatieprotocol
Ster-structuur/ point-to-point bedradingNetwerk-topologie
Ethernet IEEE 802.3
2-parige bekabeling conform IEC 61784-5-3, aanbevolen kabel: Cat. 6A
Auto Negotiation en AutoCrossover worden ondersteund.
Aansluiting
1 x RJ-45, aansluiting via veldconfectioneerbare aansluitstekkers,
een RJ-45-stekker voor cat.6 is bij de elektrische aansluiting inbegrepen.
Standaard:EtherNet/IP-aansluiting
M12-aansluitingOptie:
100 Mbits/s (100BASE-TX), full-duplexOverdrachtssnelheid
Max. 100 mKabellengte
93
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Technische gegevens
Algemene gegevens EtherNet/IP
Producer - Consumer ModellVeldbustoegang
Gegevensuitwisseling op basis van generieke I/O-objecten
Aantal cyclische communicatieverbindingen (Implicit Messages): 1
Aantal acyclische verbindingen (Explicit Messages): 6
I/O-verbindingstype: Exclusive-Owner, Cyclic
-Originator to Target Type: POINT2POINT
-Target to Originator Type: POINT2POINT, MULTICAST
Cyclische I/O-communicatie (class1 connection):
-Process image ingang 46 bytes - Input Assembly Instance
-Process image uitgang 14 bytes - Input Assembly Instance
Acyclische aanvraag/antwoord communicatie (UCMM of class 3 connection):
-Statusinformatie - Status Assembly Instance
-Apparatuurconfiguratie - Configuration Instance
-Apparaatidentificatie - Identity Object
-Instellingen netwerkinterface - TCP/IP Object
-Ethernet-informatie – Ethernet Link Object
Ondersteunde EtherNet/IP-functies
0x0C = 12 - Communications AdapterEtherNet/IP type toestel
Generic DeviceCIP Device Profile
ARP (Address Resolution Protocol)
ICMP (Internet Control Message Protocol)
Ondersteunde netwerkdiagnose- en
managementprotocollen
Via ESD bestandApparatuurintegratie
Commando’s en meldingen van de EtherNet/IP-interface
OPEN, STOP, DICHT, setpoint-waarde stand, RESET, NOOD instelopdracht, vrijgave van de lokale
bedieningseenheid, interlock OPEN/DICHT
Process image uitgang
(stuursignalen)
Eindstand OPEN, DICHT
Actuele waarde stand
Actuele waarde draaimoment, magnetische weg- en draaimomentsensor (MWG) in de aandrijving
vereist
Keuzeschakelaar in stand Local control / Remote control (LOKAAL/AFSTAND)
Indicatie aandrijving in bedrijf (afhankelijk van de richting)
Draaimomentschakelaar OPEN, DICHT
Wegschakelaar OPEN, DICHT
Handmatige bediening door handwiel of lokale bedieningseenheid
Analoge (2) en digitale (4) ingangen voor de klant
Process image ingang
(terugmeldingen)
Motorbeveiliging aangesproken
Draaimomentschakelaar aangesproken vóór het bereiken van de eindstand
Uitval van een fase
Uitval van de analoge ingangen voor de klant/contractor
Process image ingang
(foutmeldingen)
De reactie van de aandrijving is parametreerbaar:
bij de actuele stand blijven staan
beweging naar eindstand OPEN of DICHT uitvoeren
beweging naar willekeurige tussenstand uitvoeren
als laatste ontvangen instelopdracht uitvoeren
Verbindingsstatus tussen EtherNet/IP-interface en aandrijflogica in het toestel acyclisch leesbaar
Gedrag bij communicatie-uitval
Toepassingsvoorwaarden
Gebruikmaking zowel binnen als buiten toegestaanGebruikmaking
WillekeurigMontagepositie
2 000 m boven N.A.P.
> 2 000 m boven N.A.P., op aanvraag
Opstellingshoogte
Zie typeplaatje besturingseenheidOmgevingstemperatuur
Tot 100 % relatieve luchtvochtigheid over het totale toelaatbare temperatuurbereikLuchtvochtigheid
94
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Technische gegevens AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Toepassingsvoorwaarden
IP68
M12-aansluiting: IP67
Standaard:Beschermingsgraad conform DIN
EN 60529
Aansluitruimte extra tegen de binnenzijde van de besturing afgedicht (double sealed)Optie:
De beschermingsgraad IP68 voldoet conform de definitie van AUMA aan de volgende eisen:
Waterdiepte: maximaal 8 m waterkolom
Permanent onderdompelen in water: maximaal 96 uur
Tijdens de onderdompeling: max. 10 keer bedienen
Regelbedrijf is tijdens het onderdompelen niet mogelijk.
Exacte uitvoering: zie typeplaatje op de besturingseenheid voor de aandrijving.
Vervuilingsgraad 4 (in een gesloten toestand), vervuilingsgraad 2 (intern)Vervuilingsgraad conform IEC
60664-1
De bestendigheid tegen trillingen resp. vibraties wordt op verzoek medegedeeld.Trillingsvastheid conform IEC
60068-2-6
KS: geschikt voor de toepassing binnen zones met een hoge zoutbelasting, vrijwel
constante condensatie en sterke verontreiniging.
Standaard:Corrosiebescherming
KX: geschikt voor de toepassing binnen zones met een extreem hoge zoutbelasting,
constante condensatie en sterke verontreiniging.
Optie:
Tweelaags poedercoating
Tweecomponentenverf met ijzeroxidebestanddeel
Coating
AUMA zilvergrijs (gelijkwaardig aan RAL 7037)Standaard:Kleur
Leverbare verfkleuren op aanvraagOptie:
Toebehoren
Voor het bevestigen van de besturingseenheid gescheiden van de aandrijving, inclusief stekkerverbinding.
Verbindingskabel op aanvraag.
Aanbevolen bij hoge omgevingstemperaturen, moeilijke bereikbaarheid of als tijdens bedrijf sterke
schokken optreden.
De kabellengte tussen de aandrijving en de besturingseenheid voor de aandrijving bedraagt max. 100 m.
Voor de standterugmelding is in de aandrijving een MWG nodig.
Wandbeugel
AUMA CDT (tool ten behoeve van de inbedrijfstelling en diagnose voor een op Windows gebaseerde
pc)
AUMA Assistant App (tool ten behoeve van de inbedrijfstelling en diagnose voor Android-toestellen)
Parametreerprogramma
Toebehoren voor het meten van het draaimoment voor SA/SAR 07.2 t/m SA/SAR 16.2Draaimoment-meetflens DMF
Overig
ca. 7 kg (met AUMA rondstekkers)Gewicht
Machinerichtlijn 2006/42/EG
Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
EMC-richtlijn 2014/30/EU
RoHS-richtlijn 2011/65/EU
EU-richtlijnen
14.3. Aandraaimomenten voor bouten
Tabel 42:
Aandraaimomenten voor bouten
Aandraaimoment [Nm]Schroefdraad
Sterkteklasse
A2-80/A4-80A2-70/A4-70
107,4M6
2418M8
4836M10
8261M12
200150M16
95
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Technische gegevens
Aandraaimomenten voor bouten
Aandraaimoment [Nm]Schroefdraad
Sterkteklasse
A2-80/A4-80A2-70/A4-70
392294M20
1 0571 015M30
2 1211 769M36
96
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Technische gegevens AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
15. Reserveonderdelenlijst
15.1. Multi-turn aandrijvingen SA 07.2 – SA 16.2/SAR 07.2 – SAR 16.2
97
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Reserveonderdelenlijst
Bij iedere bestelling van onderdelen a.u.b. het type toestel en ons ordernummer vermelden (zie typeplaatje). Er mogen uitsluitend originele
AUMA onderdelen worden gebruikt. Bij toepassing van andere fabricaten vervalt de garantie en is elke vorm van aansprakelijkheid van AUMA
uitgesloten. Het is mogelijk dat de afbeelding van de onderdelen afwijkt van de geleverde onderdelen.
SoortOmschrijvingRef.nr.SoortOmschrijvingRef.nr.
BouwgroepHandwiel met hendel542.0BouwgroepBehuizing001.0
BouwgroepAandrijfvormen B/B1/B2/B3/B4/C/E549.0BouwgroepLagerflens002.0
BouwgroepBusjes van de aandrijfvormen
B/B1/B2/B3/B4/C/E
549.1BouwgroepHolle as003.0
Spie551.1BouwgroepIngaande as005.0
BouwgroepMechanische standaanwijzing553.0Motorkoppeling005.1
BouwgroepRondstekker female motor met kabelboom554.0Tandwiel handmatige bediening005.3
BouwgroepPotentiometer als standmelder556.0Wormwiel006.0
BouwgroepPotentiometer zonder slipkoppeling556.1BouwgroepHandaandrijving009.0
Verwarmingselement557.0BouwgroepDraaimomentvinger017.0
BouwgroepSignaalgever met stiftcontacten (zonder
impulsschijf en isoleerplaat)
558.0Tandwielsegment018.0
BouwgroepElektromechanische meld- en stuureenheid
met schakelaars, incl. meetkoppen voor
draaimomentmechanisme
559.0–1Kroonwiel019.0
BouwgroepElektronische meld- en stuureenheid met
magnetische weg- en draaimomentmelder
(MWG)
559.0–2BouwgroepKoppeling II voor draaimomentmechanisme022.0
BouwgroepPakket schakelaars voor de richting OPEN560.0–1BouwgroepTandwiel wegschakelmechanisme023.0
BouwgroepPakket schakelaars voor de richting DICHT560.0–2BouwgroepTandwiel wegschakelmechanisme024.0
BouwgroepSchakelaar voor weg-/draaimoment560.1BouwgroepBorgplaat025.0
Schakelaarscassette voor de richting
OPEN
560.2–1BouwgroepAardingskabel058.0
Schakelaarscassette voor de richting
DICHT
560.2-2BouwgroepMotor (alleen bij V... motoren incl. ref.nr.
079.0)
070.0
BouwgroepStandmelder RWG566.0BouwgroepPlanetair stelsel motorzijde (alleen bij V...
motoren)
079.0
BouwgroepPotentiometer voor RWG zonder
slipkoppeling
566.1BouwgroepTandwielkastje155.0
BouwgroepPrintplaat voor RWG566.2BouwgroepDeksel500.0
BouwgroepKabelset voor RWG566.3BouwgroepRondstekker female (compl.)501.0
BouwgroepSlipkoppeling voor potentiometer567.1BouwgroepRondstekker male zonder stiften502.0
Beschermbuis voor spindel (zonder
beschermkap)
568.1BouwgroepStekkerbus voor besturing503.0
Beschermkap voor beschermbuis spindel568.2BouwgroepStekkerbus voor motor504.0
V-afdichting568.3BouwgroepStekkerstift voor besturing505.0
Draadsok (verbindingsstuk)568.4BouwgroepStekkerstift voor motor506.0
Draadbus aandrijfvorm A575.1BouwgroepDeksel voor elektrische aansluiting507.0
BouwgroepMotorkoppeling aan de kant van de motor583.0BouwgroepBeschermdop511.0
Stift voor motorkoppeling583.1BouwgroepAandrijfvorm A (zonder draadbus)514.0
BouwgroepBorgveer voor motorkoppeling584.0BouwgroepAxiaalnaaldlager514.1
BouwgroepStandmelder EWG614.0Askeerring uitgaande as A514.2
Deksel MWG 05.3627.0BouwgroepAandrijfvorm D516.0
SetSet O-ringen, kleinS1Uitgaande as D516.1
SetSet O-ringen, grootS2Borgring535.1
BouwgroepSchroefplug539.0
98
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Reserveonderdelenlijst AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
15.2. Besturingseenheid voor de aandrijving AC 01.2 voorzien van elektrische aansluiting SJ
99
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Reserveonderdelenlijst
Bij iedere bestelling van onderdelen a.u.b. het type toestel en ons ordernummer vermelden (zie typeplaatje). Er mogen uitsluitend originele
AUMA onderdelen worden gebruikt. Bij toepassing van andere fabricaten vervalt de garantie en is elke vorm van aansprakelijkheid van AUMA
uitgesloten. Het is mogelijk dat de afbeelding van de onderdelen afwijkt van de geleverde onderdelen.
SoortOmschrijvingRef.nr.
BouwgroepBehuizing001.0
BouwgroepLokale bedieningseenheid002.0
BouwgroepPrintplaat lokale bedieningseenheid002.3
Afschermkap display002.4
BouwgroepPrintplaat netvoeding006.0
Veldbusprintplaat008.1
BouwgroepPrintplaat logica009.0
BouwgroepRelaisprintplaat011.1
Optie-printplaat012.0
BouwgroepRondstekker female (compl.)501.0
BouwgroepRondstekker male zonder stiften502.0
BouwgroepStekkerbus voor besturing503.0
BouwgroepStekkerbus voor motor504.0
BouwgroepStekkerstift voor besturing505.0
BouwgroepStekkerstift voor motor506.0
BouwgroepTussenstuk voor elektrische aansluiting507.1
BouwgroepMotorsturing508.0
BouwgroepHangslot509.1
SetSet zekeringen510.0
BouwgroepKlemmen-tussenstuk (zonder klemmen)528.0
Deksel607.0
Deksel611.0
Modbus TCP/IP Gateway626.0
EtherNet/IP-module668.0
SetSet O-ringenS
100
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Reserveonderdelenlijst AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
15.3. Besturingseenheid voor de aandrijving AC 01.2 SF compact
101
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Reserveonderdelenlijst
Bij iedere bestelling van onderdelen a.u.b. het type toestel en ons ordernummer vermelden (zie typeplaatje). Er mogen uitsluitend originele
AUMA onderdelen worden gebruikt. Bij toepassing van andere fabricaten vervalt de garantie en is elke vorm van aansprakelijkheid van AUMA
uitgesloten. Het is mogelijk dat de afbeelding van de onderdelen afwijkt van de geleverde onderdelen.
SoortBenamingRef.nr.
BouwgroepBehuizing001.0
BouwgroepLokale bedieningseenheid002.0
BouwgroepPrintplaat lokale bedieningseenheid002.3
Afschermkap display002.4
BouwgroepVoedingseenheid006.0
Veldbusprintplaat008.1
BouwgroepPrintplaat logica009.0
BouwgroepRelaisprintplaat011.1
Optionele printplaat012.0
BouwgroepDeksel500.0
BouwgroepRondstekker female (compl.)501.0
BouwgroepRondstekker male zonder stiften502.0
BouwgroepStekkerbus voor besturing503.0
BouwgroepStekkerbus voor motor504.0
BouwgroepStift voor besturing505.0
BouwgroepStift voor motor506.0
BouwgroepElektrische aansluiting voor veldbus zonder aansluitprintplaat (050.1)507.0
BouwgroepTussenstuk voor elektrische aansluiting507.1
BouwgroepVoedingseenheid508.0
BouwgroepHangslot509.1
SetSet zekeringen510.0
BouwgroepDeksel611.0
EtherNet/IP-module668.0
Montagerail ethernetmodule compacte versie669.0
SetSet O-ringenS
102
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Reserveonderdelenlijst AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
103
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
104
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
Trefwoordenregister
A
Aandrijfvorm A 19
Aandrijfvormen 19
Aandrijfvormen B 23
Aansluiten van de afsluiter 89
Aansluiting afsluiter 19
Aansluitkabel 41
Aansluitkabels 30
Aansluitschema 28, 89
Aansluitschema aandrijving 11, 12
Aansturing 11, 12
Aardlekschakelaar (FI) 30
Actuele waarde - weergave
in het display
54
Afmetingen flens 12
Afstandsbediening van de
aandrijving
46
Afvoeren 87
Analoge meldingen 60
Assistant App 13
AUMA Assistant App 9, 13
AUMA Cloud 9
B
Bediening 44
Bedieningseenheid, lokale 45
Bediening van de aandrijving
op afstand
46
Bedrijfsmodus 11, 88
Beschermbuis spindel van de
afsluiter
25
Beschermingsgraad 10, 11, 11, 89, 95
Beveiliging door
klant/contractor
29
Beveiliging tegen kortsluiting 29
Beveiliging tegen
overbelasting
44
Blindstoppen 30
Blokkeertijd 50
Bluetooth 9
Bouwgrootte 12
Buiten de specificatie -
weergave in het display
56
C
CDT 9
Coating 95
Corrosiebescherming 16, 89, 95
D
DataMatrix-code 13
Digitale uitgangen 60
Direct oproepen met behulp
van ID
48
Display (weergaven) 52
Double Sealed 43
Draadbus 22
Draaimomentbereik 10
Draaimomentmechanisme 62
Draaimoment - weergave in
het display
54
Draairichting 68, 70
E
Elektrische aansluiting 28, 89
Elektrische aansluitingen 28
EMC 30
EtherNet/IP-module
configureren
66
Externe aansluiting voor
aarding
43
F
Fout 78
Fouten - weergave in het
display
56
Frequentiebereik 28
Functiecontrole - weergave in
het display
56
G
Gebruik 5
Gebruikersniveau 48
H
Handmatige bediening 44, 88
Handwiel 18
Holle as 70
Hoofdmenu 47
I
Inbedrijfstellen (weergaven in
het display)
52
Inbedrijfstelling 5
Indicatie aandrijving in bedrijf 59, 59
Indicatoren 52
Ingangssignaal 12
Ingangssignalen (input)
potentiaal
30
Ingangsstroom 12
Instelopdrachten - weergave
in het display
54
Intrusive 8
Isolatieklasse 11, 88
J
Jaar van productie 12
Jog-modus 46
105
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Trefwoordenregister
K
Kabelingangen 89
Kabels 30
Kabelset 41
Kabelwartels 30
Keuringsprotocol afname 12
Kleur 95
Kwalificatie van personeel 5
L
LED’s (signaallampen) 58
Levensduur 90
Lokale bedieningseenheid 45
Lokale bediening van de
aandrijving
45, 45
Lokale instelling 46
Luchtvochtigheid 89
M
Mechanische standaanwijzing 59, 59, 73, 75
Mechanische standaanwijzing
(zelfinstellend)
73
Meldingen 60
Meldingen (analoog) 60
Menubediening 46
Montage 18
Montagepositie 94
Motorbedrijf 45
Motorbeveiliging 11, 88
Motoren 88
Motortype 11
Motorverwarming 88
N
Netfrequentie 11, 11, 88
Netspanning 11, 11, 28, 88
Netstelsels 28
Niet gereed AFSTAND -
weergave in het display
56
Nominaal vermogen 11
Nominale stroom 11
Nominale waarde - weergave
in het display
54
Non-Intrusive 8
Normen 5
O
Omgevingstemperatuur 10, 11, 89, 94
Onderhoud 5, 86, 87
Onderhoud vereist -
weergave in het display
57
Opslag 16
Opstellingshoogte 94
Ordernummer 10, 11, 12
Overneemfunctie 46
Overspanningscategorie 88, 90
P
Parkeerstekker 42
Password 48
Password invoeren 49
Password wijzigen 49
Pijlmarkering 59
Positioner - weergave in het
display
54
Productiejaar 12
Proefdraaien 68
R
Recycling 87
Reparatie 86
Reserveonderdelenlijst 97
Richtlijnen 5
S
Schakelschema 12, 28
Schakelschema
besturingseenheid voor de
aandrijving
11
Schijfje mechanische
standaanwijzing
59, 73, 75
Serienummer 10, 11, 12
Service 86
Signaallampen 58
Signaleringsrelais 60
Sluitschroeven 30
Smering 87
Soort smeermiddel 10
Spanningsbereik 28
Spanningsvoorziening
elektronica
29
Spindel 70
Spindel van de afsluiter 25
Standaanwijzing 59, 59, 73, 75
Stand afsluiter - weergave in
het display
53
Standmelder 12
Statusmeldingen 60
Statusmeldingen potentiaal 30
Statusmenu 47
Storing - weergave in het
display
53
Stroomsoort 11, 28
Stroomverbruik 29
Stuursignaalingangen
potentiaal
30
Stuurspanning 12
Support 86
106
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
Trefwoordenregister AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP
T
Taal in het display 50
Tandwielkastje 75
Technische gegevens 88
Temperatuurbeveiliging 11
Toebehoren (elektrische
aansluiting)
41
Toebehoren montage 25
Toepassingsgebied 5, 6
Toerental 10, 11
Transport 14
Trillingsvastheid 95
Tussenstandweergave met
behulp van LED’s
58
Tussenstuk 43
Type 12
Typeaanduiding 10, 11
Typeplaatje 10
U
Uitgangssignalen 60
Uitgangssignalen (output)
potentiaal
30
Uitval - weergave in het
display
57
Uitvoering en functies 93
V
Veiligheidsinstructies 5
Veiligheidsinstructies/
waarschuwingen
5
Veiligheidsmaatregelen 5, 30
Veiligheidsstandaards 30
Verbinding met de module
controleren
66
Verhelpen van storingen 78
Verkeerde invoer 50
Verloopstukken 30
Vermogensfactor 11
Vermogensklasse 11
Vermogensklasse
schakelapparatuur
12
Verwarmingssysteem 30
Voedingsnetwerken 28
W
Waarschuwingen - weergave
in het display
55
Wandbeugel 41
Weergaven in het display 52
Wegschakelmechanisme 70
Z
Zekeringen 82
Zelfremmendheid 88
107
SA 07.2 – SA 16.2 / SAR 07.2 – SAR 16.2 Meld- en stuureenheid: elektronisch (MWG)
AC 01.2 Non-Intrusive ethernet/IP Trefwoordenregister
AUMA Riester GmbH & Co. KG
P.O. Box 1362
DE 79373 Muellheim
Tel +49 7631 809 - 0
Fax +49 7631 809 - 1250
www.auma.com
AUMA BENELUX B.V.
NL 2314 XT Leiden
Tel +31 71 581 40 40
Fax +31 71 581 40 49
www.auma.nl
Y008.932/039/nl/1.21
Gedetailleerde informatie over de AUMA producten vindt u in het internet onder: www.auma.com
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108

AUMA Multi-turn actuators SA 07.2 Handleiding

Type
Handleiding