Mase IS 9001-9501 Usage Manual

Type
Usage Manual

Deze handleiding is ook geschikt voor

IS 9000 - 9500
51
mase
INHOUDSOPGAVE
IN GEVAL DE SPECIFICATIES UIT DEZE
GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSHANDLEIDING
VERONACHTZAAMD WORDEN, KOMT DE
GARANTIE OP HET PRODUKT TE VERVALLEN
Afbeeldingen........................................................... 2
Schakelschema....................................................... 5
1 Algemene informatie ...................................52
1.1 Doel van de handleiding ................................52
1.2 Bijgevoegde documentatie ............................ 53
1.3 Veiligheidsvoorschriften ................................. 53
2. Beschrijving van de generator ...................53
2.1 Algemeen ...................................................... 53
2.2 Onderdelen.................................................... 53
2.3 Koelsysteem ..................................................53
2.4 Paneel voor afstandsbediening .....................53
3 Gebruik van de generator ...........................54
3.1 Controles vooraf ............................................ 54
3.2 Ontluchting van de installatie ......................... 54
3.3 Starten ........................................................... 54
3.4 Stoppen ......................................................... 54
4. Beschermingen ........................................... 54
4.1 Lage oliedruk .................................................55
4.2 Hoge watertemperatuur .................................55
4.3 Overtemperatuur/overbelasting
wisselstroomgenerator ................................. 55
5. Onderhoud ................................................... 55
5.1 Gewoon onderhoud van de motor ................. 56
5.2 Verversing motorolie en oliefilter....................56
5.3 Reiniging luchtfilter ........................................ 56
5.4 Vervanging brandstoffilter .............................. 56
5.5 Controle koelvloeistof .................................... 56
5.6 Controle spanning V-snaar ............................ 56
5.7 Leging koelsysteem ....................................... 57
5.8 Vervanging zinken anoden ............................57
5.9 Onderhoud van de wisselstroomgenerator .... 57
5.10 Onderhoud van de batterij .............................57
5.11 Periode waarin het apparaat niet gebruikt wordt .. 58
5.12 Tabel geprogrammeerde ingrepen ................ 58
5.13 Storingen ....................................................... 58
6. Technische eigenschappen........................ 59
Referenties voor het schakelschema.................. 59
NL
IS 9000 - 9500
52
mase
1 ALGEMENE INFORMATIE
Raadpleeg deze handleiding zorgvuldig, alvorens willekeurige ingrepen op de machine te gaan plegen.
1.1 Doel van de handleiding
Wij bedanken u voor uw keuze van een mase-produkt.
Deze handleiding is opgesteld door de fabrikant en vormt een onderdeel van de uitrusting van de
stroomopwekkingsgroep.
De informatie is gericht aan de gebruikers en aan de personen die belast zijn met het onderhoud van het apparaat.
De handleiding definieert het doel waarmee de machine gebouwd is, en bevat alle informatie die nodig is om veilig
en correct gebruik te waarborgen.
Het voortdurend in acht nemen van de aanwijzingen uit de handleiding garandeert de veiligheid voor de mens en de
machine, een zuinig gebruik en een langere levensduur van de machine zelf.
Om de raadpleging te vereenvoudigen is de handleiding onderverdeeld in hoofdstukken, die de voornaamste
begrippen identificeren; voor een snelle raadpleging van de onderwerpen kan de beschrijvende inhoudsopgave
worden geraadpleegd.
De teksten waar niet overheen gelezen mag worden zijn vetgedrukt en worden voorafgegaan door symbolen die hier
geïllustreerd en gedefinieerd worden.
Geeft aan dat er met aandacht gewerkt moet worden, om geen ernstige gevolgen te ondervinden
die tot de dood of persoonlijk letsel zouden kunnen leiden.
Situatie die zich zou kunnen voordoen tijdens de levensduur van een produkt, systeem of
installatie, en die persoonlijk letsel zou kunnen veroorzaken of goederen en het milieu zouden kunnen schaden of
verliezen zouden kunnen opleveren.
Geeft aan dat er met aandacht gewerkt moet worden om geen ernstige gevolgen te ondervinden
die goederen, zoals hulpmiddelen of het produkt, zouden kunnen beschadigen.
Buitengewoon belangrijke aanwijzingen.
De tekeningen zijn als voorbeeld bedoeld. Ook als de machine die U in uw bezit heeft behoorlijk afwijkt van de
illustraties uit deze handleiding, worden de veiligheid en de informatie erover toch gewaarborgd.
De fabrikant heeft zich tot doel gesteld het produkt voortdurend te ontwikkelen en bij te werken; het kan daarom zijn
dat hij besluit wijzigingen aan te brengen, zonder dit vooraf mee te delen.
NL
GEVAAR
LET OP
VOORZICHTIG
INFORMATIE
IS 9000 - 9500
53
mase
1.2 Bijgevoegde documentatie
Aanvullend onderdeel van deze handleiding wordt
gevormd door de volgende documentatie:
- EC - verklaring van overeenstemming;
- Gebruiks- en onderhoudshandleiding van de motor;
- Installatiehandleiding;
- Service-boekje;
- Garantiecertificaat;
- Garantiekaart.
1.3 Veiligheidsvoorschriften
- Lees alle informatie uit dit boekje en uit de
installatiehandleiding zorgvuldig door; deze is van
fundamenteel belang voor een correcte installatie en
gebruik van de groep, en stelt u in staat onmiddellijk in
te grijpen wanneer dat nodig is.
- Sta het onbevoegden of personen zonder geschikte
opleiding niet toe de groep te gebruiken.
- Houd kinderen en dieren uit de buurt van de
stroomopwekkingsgroep wanneer deze in bedrijf is.
- Kom niet aan de generator of het bedieningspaneel met
natte handen, want de generator is een mogelijk bron
van elektrische schokken als hij verkeerd gebruikt wordt.
- Bij het uitvoeren van eventuele controles op de
stroomopwekkingsgroep moet de motor uitgeschakeld
zijn. Deze controles mogen uitsluitend worden verricht
door gespecialiseerd personeel.
- Zuig de verbrandingsgassen niet af, want zij bevatten
stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid.
Ingeval er sprake is van olie- of brandstoflekken,
moet worden gezorgd voor een nauwkeurige
reiniging, om geen brandgevaar te doen ontstaan.
Gebruik in geval van brand geen water voor het
blussen, maar brandblusapparaten.
2 BESCHRIJVING VAN DE GENERATOR
2.1 Algemeen
De stroomopwekkingsgroep. IS 9000-9500 is ontworpen
met het doel hem gemakkelijk te kunnen installeren aan
boord van schepen.
De structuur die geluidsdicht gemaakt is met isolerende
panelen van scheepsaluminium, biedt gemakkelijk
toegang tot de motor en de wisselstroomgenerator voor
het plegen van onderhoud en het verrichten van controles,
en beperkt tegelijkertijd het geluidsniveau aanzienlijk.
De viertakt-dieselmotor met directe injectie, gebouwd
door Yanmar, is uiterst betrouwbaar en stevig. De syn-
chrone wisselstroomgenerator beschikt over een elek-
tronische spanningsregelaar (AVR), die de stabiliteit op
± 5% van de nominale waarde waarborgt. Het grote
lostrekvermogen van de wisselstroomgenerator maakt
de stroomopwekkingsgroep bijzonder geschikt voor
voeding van elektromotoren, zoals die van air-
conditioners, ontziltingsinstallaties, compressoren, enz.
De groep beschikt over een bedieningspaneel met ver-
bindingskabel, die op de stuurbrug geïnstalleerd kan worden.
Een microprocessor beheert de start- en stopfuncties en
de controle over de beschermingen.
2.2 Samenstelling van de generator
De generator bestaat uit:
- een geluidsdicht gemaakte structuur [afb. 1, pos. 1]
- een motorgroep [afb. 1, pos. 2]
- een wisselstroomgeneratorgroep [afb. 1, pos. 3]
- een water-water uitwisselaar [afb. 1, pos. 4]
- een lucht-water uitwisselaar [afb. 1, pos. 5]
- een verbindings-schakelpaneel [afb. 1, pos. 6]
2.3 Koelsysteem
De motor van de stroomverwekkingsgroep wordt gekoeld
door een systeem met gesloten circuit met een warmte-
uitwisselaar, die gebruik maakt van zeewater. De
uitwisselaar van kopernikkel is speciaal door mase
ontworpen voor het scheepswaardig maken van de motor.
Bij de installatie van de groep wordt een toevoercircuit
van het koelwater gereed gemaakt (een direct
opnamesysteem wordt aanbevolen), alsook het
afvoercircuit voor het mengsel van afgewerkt water en
uitlaatgassen.
2.4 Paneel voor afstandsbediening
Van bijzonder geringe afmetingen (86 x 124 mm),
voorzien van een afgeschermde verbindingskabel van
10 m lang. Het paneel is vervaardigd volgens de mo-
dernste technologieën, en maakt inwendig gebruik van
een microprocessor en SMD (miniatuur)-componenten.
Het toetsenbord van stootvast polyester met
beschermingsklasse IP54 omsluit de elektronische
urenteller [afb. 2, pos. 1], de commando’s ON/START/
OFF [afb. 2, pos. 2-4], de waarschuwingslampjes [afb. 2,
pos. 5-6] en bescherming [afb. 2, pos. 7-9] voor lage
oliedruk, overtemperatuur van de motor en overbelasting
van de wisselstroomgenerator (zie hfdst. 4).
Het bedieningspaneel [afb. 2] bestaat uit:
1 - Urenteller
2 - OFF-knop
3 - START-knop
4 - ON-knop
5 - LED paneel ON (groen)
6 - LED uitgang generator (groen)
7 - LED oliedruk (rood)
8 - LED motortemperatuur (rood)
9 - LED wisselstroomgenerator temperatuur (rood)
NL
GEVAAR
GEVAAR
IS 9000 - 9500
54
mase
3 GEBRUIK VAN DE GENERATOR
3.1 Controles vooraf
Wanneer de groep voor het eerst gestart wordt, of na
willekeurige onderhoudsingrepen, is het een goed gebruik
zich er telkens van te overtuigen:
- of de olie op het juiste peil is via de peilstok [afb. 3, pos.
1], zie de tabel "A" met aanbevolen olie, pag. 2;
- of alle verankeringspunten van de groep voldoende
gespannen zijn.
- of alle elektrische gebruiksapparaten uitgeschakeld
zijn, om de groep niet belast te laten starten.
- of de water- en brandstofleidingen correct zijn
aangesloten.
- of alle elektrische verbindingen op juiste wijze aangelegd
zijn en of er geen aansluitingen in slechte toestand zijn.
- of de waterkraan [afb. 4, pos. 2] opengedraaid is.
- of het deel van het watercircuit van de pomp tot de klep
met de hand gevuld is, in geval er een eenrichtingsklep
gemonteerd is op de toevoeropening van het zeewater
(zoals aanbevolen) [afb. 4, pos. 1].
3.2 Ontluchting van de voedingsinstallatie
Als er luchtbellen in de voedingsinstallatie aanwezig
zijn, kan dat onregelmatig motorbedrijf tot gevolg hebben,
of kan het onmogelijk maken het nominale toerental te
bereiken. De lucht kan in het voedingscircuit binnen-
dringen door een niet perfect afgedichte verbinding
(leidingen, filters, tank) of wanneer de brandstof op het
minimumniveau is in de tank. De luchtbellen kunnen uit
het voedingscircuit worden verwijderd door ten eerste
de oorzaak op te heffen waardoor de lucht heeft kunnen
binnendringen en vervolgens de volgende handelingen
te verrichten:
1. Haal de ontluchtingsschroeven op het brandstoffilter
en de injectiepomp los [afb. 5, pos. 1-2] (zie het
gebruiks- en onderhoudsboekje van de motor).
2. Bedien de hendel van de brandstofpomp AC [afb. 5,
pos. 3] met de hand, totdat alle lucht door de
ontluchtingsschroeven uit de voedingsinstallatie naar
buiten gekomen is.
3. Span de ontluchtingsschroeven weer en start de motor.
4. Herhaal bovenstaande werkzaamheden als de motor
nog steeds niet regelmatig functioneert.
3.3 Start
Wees er zeker van dat de controles vooraf, die
beschreven zijn in paragraaf 3.1, uitgevoerd zijn, voordat
de groep gestart wordt.
Start de groep door op de toets “ON” op het bedienings-
paneel [afb. 2, pos. 4] te drukken; u zult zien dat alle LED’s
ongeveer 5 s. zullen branden als zelfcontrole. Vervolgens
blijven alleen het LED van “paneel gevoed” [afb. 2, pos. 5]
en het waarschuwingslampje “GLOW PLUG” branden,
hetgeen erop wijst dat de voorverwarmingsfase van de
gloeibougies, die ongeveer 10 s. duurt, begonnen is.
Het is niet mogelijk de groep te starten tijdens de
voorverwarmingsfase van de gloeibougies.
Start de groep vervolgens door op de “START”-toets
[afb. 2, pos. 3] te drukken en laat hem pas weer los als de
groep gestart is. Let erop dat elke poging niet langer dan
10 s. mag duren. Als de groep correct functioneert, wordt
dit gesignaleerd doordat het LED van het controlelampje
van de generator gaat branden [afb. 2, pos. 6]. Met
bovenstaande handelingen worden automatisch de
beschermingen van de groep geactiveerd (zie Hfdst. 4).
Herhaalde startpogingen met negatief resultaat
kunnen een te grote hoeveelheid water in de
afvoerinstallatie tot gevolg hebben, met mogelijk
ernstige gevolgen voor de motor.
Mocht het problematisch zijn de motor te starten,
dan mogen de startpogingen niet te lang volgehouden
worden zonder de kraan van het zeewater te sluiten.
3.4 Stoppen van de groep.
De groep wordt gestopt door op de “OFF”-knop op het
bedieningspaneel [afb. 2, pos. 2] te drukken.
Voordat de stoomopwekkingsgroep gestopt wordt,
wordt geadviseerd hem enkele minuten te laten
functioneren zonder stroom af te nemen. Dit om
koeling van de motor en de wisselstroomgenerator
mogelijk te maken.
4 BESCHERMINGEN
De IS 9000-9500 is uitgerust met een serie
beschermingen tegen een onjuist gebruik en tegen
storingen in de werking.
Wanneer de groep gestopt wordt wegens een ingreep
van een bescherming, verdwijnt de aanduiding van het
aantal bedrijfsuren van het display, en verschijnt een
code die de oorzaak van de stilstand van de
stroomopwekkingegroep aangeeft. In de tabel worden
alle codes en hun betekenis weergegeven:
TABEL ALARMCODES
CODE OORZAAK INGREEP BESCHERMING
E - 80 Spanning op de groep ontbreekt
E - 81 Lage oliedruk
E - 82 Hoge temperatuur motor
E - 83 Hoge temperatuur wisselstroomgenerator
E - 85 Overbelasting stroomopwekkingsgroep
E - 87 30 s. na de start bereikt de groep niet
80% van de nominale spanning.
batt Lage batterjispanning
NL
VOORZICHTIG
VOORZICHTIG
INFORMATIE
IS 9000 - 9500
55
mase
Code E-80: deze code geeft aan dat de groep gestopt
is omdat de spanning volledig ontbreekt (V = 0). Deze
code betekent:
- dat het bedieningspaneel niet in staat is de spanning
van de wisselstroomgenerator te lezen wegens een
onderbreking in de elektrische aansluiting;
- de wisselstroomgenerator beschadigd is.
Code E-81: deze code geeft aan dat de groep gestopt
is, omdat de druk in de smeerinstallatie van de motor te
laag is.
Code E-82: deze code geeft aan dat de groep gestopt
is omdat de motor een te hoge temperatuur bereikt heeft.
Code E83: deze code geeft aan dat de groep gestopt is
omdat de motor een te hoge temperatuur bereikt heeft.
Code E-85: deze code geeft aan dat de groep gestopt
is omdat de spanning onder 70% van de nominale
waarde gedaald is gedurende meer dan 15 s.
Code E87: deze code geeft aan dat de groep gestopt is
omdat de spanning van de stroomopwekkingsgroep 30
s. na de start nog niet 80% van de nominale waarde
bereikt heeft. Deze storing kan zijn veroorzaakt door een
te laag toerental of door een defect in de
wisselstroomgenerator.
Code batt.: deze code geeft aan dat de batterijspanning
te laag is. Door het verschijnen van deze code wordt de
stroomopwekkingsgroep niet stilgezet.
4.1 Bescherming lage oliedruk
De bescherming grijpt in door de groep stil te zetten
wanneer de druk van de motorolie te laag is; de ingreep
wordt gesignaleerd doordat het LED [afb. 2, pos. 7] gaat
branden en de code E-81 verschijnt op het display van
het bedieningspaneel.
Over het algemeen is het voldoende de hoeveelheid olie
aan te vullen om de groep weer te kunnen starten.
De bescherming “lage oliedruk” is niet
noodzakelijkerwijze een aanduiding van het oliepeil.
Een dagelijks controle van dit peil is dus
onontbeerlijk.
De motor functioneert correct als hij niet langer dan
3 minuten 30° gekanteld wordt, of 25° zonder
tijdslimiet, zowel over de lengte- als de breedte-as.
Mocht de motor in een meer gekantelde toestand
moeten functioneren, dan loopt men het risico dat
de motor onvoldoende gesmeerd wordt of dat de
afzuiging door het lucht- of smeeroliefilter
onvoldoende is.
4.2 Bescherming hoge watertemperatuur.
Deze bescherming grijpt in door de
stroomopwekkingsgroep uit te schakelen als de
motortemperatuur te hoog is.
De ingreep wordt gesignaleerd doordat het LED [afb. 2,
pos. 8] gaat branden en de code E-82 op het display van
het bedieningspaneel verschijnt.
De groep mag pas weer worden gestart nadat de oorzaak
van de ingreep is opgespoord en opgeheven.
4.3 Bescherming overtemperatuur / overbelasting
wisselstroomgenerator.
Deze bescherming grijpt in door de
stroomopwekkingsgroep uit te schakelen wanneer er
zich een thermische of elektrische overbelasting van de
wisselstroomgenerator voordoet; de ingreep wordt
gesignaleerd doordat het LED [afb. 2, pos. 9] gaat
branden en de bijbehorende code verschijnt op het
display van het bedieningspaneel. De groep kan na
enkele minuten weer gestart worden, wanneer de
temperatuur van de wikkelingen van de
wisselstroomgenerator terug gebracht is op normale
waarden. Het wordt hoe dan ook geadviseerd de
oorzaken, die de ingreep tot gevolg hebben gehad, op te
zoeken en op te heffen.
In geval er één van bovenstaande beschermingen
ingrijpt, moet, nadat de oorzaak van de ingreep is
opgespoord en opgeheven, op de “OFF”-knop wor-
den gedrukt om het bedieningspaneel te resetten
(anders zou het signaal in het geheugen blijven
opgeslagen).
Mocht er één van de twee zekeringen [afb. 6, pos.1]
doorbranden, dan grijpt er een bescherming in
waardoor de groep niet kan worden gestart.
5 ONDERHOUD
Bij alle willekeurige onderhoudswerkzaamheden op
de stroomopwekkingsgroep moet de motor
uitgeschakeld en voldoende afgekoeld zijn. De
werkzaamheden mogen uitsluitend worden verricht
door geautoriseerd personeel.
Koppel een pool van de startbatterij los voordat u
zich toegang verschaft tot de stroomopwekkings-
groep, om te vermijden dat iemand onverwachts de
groep zelf aanzet.
NL
INFORMATIE
LET OP
GEVAAR
GEVAAR
LET OP
VOORZICHTIG
IS 9000 - 9500
56
mase
5.1 Gewoon onderhoud van de motor
De periodieke ingrepen die op de motor moeten worden
gepleegd, worden in de tabel vermeld.
Voor meer gedetailleerde informatie dient u de door de
fabrikant van de motor geleverde handleiding te
raadplegen, waarvan elke groep vergezeld gaat.
Controleer het oliepeil met behulp van het peilstokje
met schaalverdeling [afb. 3, pos. 1]. Het oliepeil
moet altijd tussen de merktekens MAX en MIN op het
stokje zelf liggen.
5.2 Verversing van de motorolie
De inhoud van de oliepan van de motor bedraagt 3,8 l.
Het bijvullen en verversen moet gebeuren via de opening
[afb. 5, pos. 4].
Om de olie in de oliepan van de motor te verversen moet
de peilstok van het olieniveau [afb. 3, pos. 2] worden
verwijderd en de betreffende extractiepomp [afb. 5, pos.
8] worden bediend, nadat de schroef, die als dop fungeert
[afb. 5, pos. 5], is weggehaald.
Het wordt geadviseerd de olie te verwijderen wanneer
ze nog voldoende warm is, om haar gemakkelijker weg
te kunnen laten stromen.
Zie de tabel "A" (pag. 2) voor de aanbevolen olie.
De eerste olieverversing van de motor moet
plaatsvinden na 60 bedrijfsuren van de groep; voor
de tweede en volgende keren is verversing om de
180 uur voldoende.
Voor meer gedetailleerde informatie over de smering
van de motor dient u de gebruiks- en onderhouds-
handleiding van de motor te raadplegen, die bij de
stroomopwekkingsgroep geleverd wordt.
Laat de verbruikte olie niet in het milieu achter, want
dit is een vervuilend produkt.
Breng verbruikte olie naar de speciale Verzamel-
centra, die belast zijn met de verwerking ervan.
Om het element van het oliefilter te vervangen moet hij
van zijn steun geschroefd worden met behulp van
gereedschap dat gewoon in de handel verkrijgbaar is.
Plaats het nieuwe element, en zorg ervoor dat de rubberen
ringpakking gesmeerd wordt.
5.3 Reiniging van het luchtfilter.
De IS9000-9500 heeft een netfilter voor de lucht, dat
ervoor zorgt dat er geen vreemde voorwerpen in de
verbrandingskamer terecht kunnen komen. Als
onderhoud is het voldoende het filtermateriaal eenmaal
per jaar schoon te maken, om onzuiverheden te
verwijderen.
5.4 Reiniging van het brandstoffilter.
Om een lange levensduur en de correcte werking van de
motor te garanderen, is het van groot belang dat het
element van het brandstoffilter regelmatig verwisseld
wordt, volgens het schema dat door de fabrikant van de
motor wordt aangegeven in de tabel van paragraaf 5.11.
Deze operatie moet als volgt worden uitgevoerd:
- sluit de brandstofkraan [afb. 5, pos. 6]
- schroef de steunschijfmoer [afb. 5, pos. 7] helemaal los.
- verwijder het oude element en plaats het nieuwe.
- herhaal voor de hermonteren de handelingen in
omgekeerde volgorde.
Nadat het brandstofelement vervangen is, moet de
voedingsinstallatie worden ontlucht door alle luchtbellen
te laten ontsnappen die zich in het circuit gevormd
hebben (zie paragraaf. 3.2).
5.5 Controle van de koelvloeistof
Het is nodig regelmatig het niveau van de koelvloeistof
in het gesloten koelcircuit te controleren. De
referentietekens voor de controle van het niveau zijn op
het expansievat gestanst. Mocht het niveau te laag zijn,
dan moet er koelvloeistof worden aangevuld in het
expansievat, erop lettend dat het maximum niveau niet
wordt overschreden.
Open de afsluitdop van het expansievat [afb. 7, pos.
1] en van de uitwisselaar [afb. 7, pos. 2] nooit
wanneer de motor warm is, om gevaren door het
naar buiten spuiten van de koelvloeistof te vermijden.
5.6 Controle van de spanning van de V-snaar
Er wordt een V-snaar gebruikt om de roterende beweging
van de riemschijf van de motoras over te brengen op de
circulatiepomp van de koelvloeistof en van de
zeewaterpomp.
Als de riem te zeer gespannen is, wordt de slijtage ervan
versneld, terwijl een te geringe spanning de riemschijven
onbelast laat draaien en het water en de koelvloeistof
niet voldoende laat circuleren.
Regel de spanning van de riem als volgt:
haal de stelschroef [afb. 8, pos. 1] los en verplaats de
zeewaterpomp maar buiten om de spanning te verhogen,
of naar binnen om haar te verlagen.
Om te vermijden dat de riem onbelast draait, mag de
olie niet vervuild worden. Maak de riem schoon met
benzine als de olie bij een controle vuil blijkt te zijn.
NL
LET OP
INFORMATIE
INFORMATIE
GEVAAR
VOORZICHTIG
LET OP
IS 9000 - 9500
57
mase
De spanning van de riem is juist, wanneer de riem
ongeveer 1 cm ingedrukt kan worden bij een druk van 5
kg [afb. 8, pos. 2].
Kom niet met uw handen in de buurt van de V-snaar
of van de riemschijven, wanneer de motor
ingeschakeld is.
5.7 Leging van de koelinstallatie
Om onderhoud te kunnen plegen op de water-lucht
uitwisselaar of op de koelinstallatie, moet het zuigcircuit
van het zeewater geleegd worden.
Dit wordt als volgt gedaan:
- sluit de zeewaterkraan [afb. 4, pos. 2]
- open de afvoerkraan [afb. 4, pos. 3] om het water
volledig weg te laten stromen;
- sluit de afvoerkraan.
Open de zeewaterkraan alvorens de
stroomopwekkingsgroep weer te starten.
5.8 Vervanging van de zinken anoden.
Ter bescherming van de water-lucht uitwisselaar tegen
galvanische stromen zijn er binnenin twee anoden van
zink aangebracht. De slijtagetoestand ervan moet
regelmatig worden gecontroleerd, en indien nodig moeten
ze vervangen worden om te voorkomen dat galvanische
stromen de uitwisselaar onherstelbaar corroderen.
Het wordt aangeraden het zink minstens eenmaal per
maand te controleren, wanneer de groep nieuw is, om de
slijtagesnelheid na te gaan, en vervolgens met op grond
daarvan vastgestelde tussenpozen.
Het is hoe dan ook wenselijk de zinken anoden minstens
eenmaal per jaar worden vervangen.
5.9 Onderhoud van de wisselstroomgenerator.
De wisselstroomgenerator die in dit model generator is
toegepast is van het synchrone, zelfprikkelende type
met elektronische spanningsregeling. De controles en
het periodieke onderhoud heeft betrekking op: de
borstels, de collector en de Viton-bus, die in de
lagerbehuizing zit.
- Koolborstels: controleer om de 500 uur of ze intact en
nog niet versleten zijn. De borstels worden toegankelijk
nadat het deksel aan de zijde van de
wisselstroomgenerator van de kast [afb. 1, pos. 3] en de
plastic luchtafvoer [afb. 9, pos. 1], die op het deksel aan
de zijde van de lager van de wisselstroomgenerator
bevestigd is, zijn verwijderd.
Koppel de rode en zwarte draden die verbonden zijn met
de borstelhouders [afb. 9, pos. 2] los en haal de twee
schroeven waarmee de borstelhouder aan het deksel
vastzit, los.
Als de borstels bij de controle versleten of afgesplinterd
blijken te zijn, moeten ze vervangen worden.
- Collector: controleer de collector alvorens de
stroomopwekkingsgroep te starten, nadat deze lange
tijd buiten gebruik geweest is.
Deze controle is noodzakelijk om de slijtagetoestand na
te gaan en eventuele roestvorming te elimineren, die
passage van de stroom via de borstels zou beletten.
Eventuele roestvorming in de collector wordt verwijderd
door het weg te schuren met fijn schuurpapier.
Als er diepe groeven op de collector zitten, die veroorzaakt
zijn door het wrijven van de borstels, moeten deze
worden verwijderd met behulp van een draaioperatie.
U krijgt toegang tot de collector door de werkzaamheden
te verrichten die voorheen beschreven zijn voor de
controle van de borstels.
- Viton-bus: moet om de 1000 bedrijfsuren of om de 2
jaar worden vervangen. De Viton-bus [afb. 9, pos. 3], die
binnenin het lagerhuis is geplaatst, wordt bereikt nadat
het deksel van de wisselstroomgenerator verwijderd is
[afb. 9, pos. 4].
De hierboven beschreven handelingen moeten door
bekwaam personeel of door een mase service-
centrum worden uitgevoerd.
Let erg goed op bij het hermonteren van het deksel
van de wisselstroomgenerator, en zorg ervoor dat
de vier moeren van de trekstangen gelijkmatig
gespannen worden.
5.10 Onderhoud van de batterij.
Het wordt geadviseerd om voor het starten van de
stroomopwekkingsgroep IS 9000 - 9500 een batterij van
55 A/h te gebruiken bij omgevingstemperaturen van
hoger dan 0°C en van 70 A/h bij lagere temperaturen. De
nieuwe batterij moet volledig geladen zijn, voordat hij
geïnstalleerd wordt.
Controleer minstens eenmaal per maand het niveau van
het elektrolyt en vul eventueel gedistilleerd water bij.
Als de groep lange tijd niet gebruikt is, is het raadzaam
de batterij af te koppelen en op een droge plaats bij een
temperatuur van meer dan 10°C te bewaren, en hem
eenmaal per maand op te laden.
Als de batterij lange tijd volledig leeg blijft, loopt u
het risico dat hij onherstelbaar beschadigd wordt.
De positieve klem van de batterij moet beslist met
vaselinevet beschermd worden, om corrosie en
roestvorming te voorkomen.
NL
GEVAAR
VOORZICHTIG
LET OP
INFORMATIE
VOORZICHTIG
IS 9000 - 9500
58
mase
5.11 Periode waarin de groep niet gebruikt wordt
Als de groep lange tijd ongebruikt zal blijven, moeten de
volgende handelingen worden verricht:
- Vervang de oliepan.
- Vervang het oliefilter
- Vervang het brandstoffilter
- Vervang de zinkblokjes (zie par. 5.8)
- Laat bij temperaturen van lager of omstreeks 0°C
antivriesmiddel opzuigen door de zeewaterslang.
Dit middel heeft tot taak de uitwisselaars te beschermen
tegen lage temperaturen en de rotor van de
zeewaterpomp te smeren.
- Smeer de rotor van de waterpomp
- Koppel de startbatterij af en zet hem op een droge
plaats (zie par. 5.10)
- Maak het zeewaterfilter schoon
- Sluit de zeewaterkraan
- Verwijder het zeewater uit de klankdemper
- Maak de antisifon-klep (siphon break) schoon en
smeer hem
5.12 Samenvattingstabel van de geprogrammeerde
ingrepen
WERKZAAMHEDEN UREN
Controle oliepeil 10
Controle koelvloeistofpeil 10
Regeling spanning V-snaar 100
Controle batterijlading 100
Olieverversing 150
Vervanging brandstoffilter 300
Vervanging oliefilter 300
Reiniging injecteurs 300
Regeling speling toe-/afvoerklep 300
Controle borstels wisselstroomgenerator 500
Afstelling injecteurs 500
Controle collector wisselstroomgenerator 1000
Vervsnging Viton-bus 1000
Controle elektrolytnveau batterij maand.
Reiniging luchtfilter jaarlijks
Totale verversing koelvloeistof jaarlijks
Vervarging zinken anoden jaarlijks
5.13 Storingen
De startmotor draait maar de hoofdmotor start niet.
- Controleer of er brandstof in de tank zit (tanken).
- Controleer of de stop-elektromagneet in trekkende
stand staat (Raadpleeg de Service-dienst).
- Verwijder de luchtbellen uit het voedingscircuit (zie par.
3.2).
Het bedieningspaneel wordt niet ingeschakeld
wanneer op de ON-knop gedrukt wordt.
- Controleer of de beschermingszekeringen intact zijn
(vervang hen).
- Controleer of de verbindingskabel en de elektrische
aansluitingen in orde zijn (weer aansluiten).
- Controleer of de batterij intact is (opnieuw laden of
vervangen).
De groep gaat uit tijdens het bedrijf.
- Controleer of er een bescherming heeft ingegrepen en
of het bijbehorende lampje brandt (de oorzaak
opheffen en opnieuw proberen te starten).
- Controleer of er brandstof in de tank zit (aanvullen).
De motor geeft veel rook af met de uitlaatgassen.
- Controleer of het olieniveau in de pan het teken MAX
niet te boven gaat (het niveau herstellen)
- Controleer of de groep niet overbelast is.
- Controleer of de injecteurs goed afgesteld zijn
(raadpleeg het Servicecentrum).
De motor functioneert onregelmatig
- Controleer de brandstoffilters (vervangen)
- Verwijder de luchtbellen uit het voedingscircuit (zie par.
3.2).
De spanning van de wisselstroomgenerator is te
laag
- Corrigeer de spanning door met de elektronische
regelaar AVR te werken.
- Controleer het toerental van de motor (3120 rpm
zonder belasting).
- Spanningsregelaar defect (vervangen).
Startbatterij leeg
- Controleer het peil van het elektrolyt in de batterij
(herstel het juiste niveau).
- Controleer of het laadapparaat goed functioneert
(vervangen).
- Controleer of de batterij intact is.
NL
IS 9000 - 9500
59
mase
6 TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN
Cilinderinhoud cm
3
Boring voor slag mm
Verbruik g/Hp/h
Voeding
Startsysteem
Olie-inhoud l
Maximum kanteling
Continu vermogen W
Vermogensfactor (cos φ)
Isolatieklasse
Frequentie Hz
3-cilinder explosiemotor — viertakt
diesel — watergekoeld
Model
658
3000 3600
66 x 64.2
13
15
elektrisch, 12 V
30°
3.785
Diesel
180
185
Toeren r.p.m.
Vermogen Hp
Model
7600
8500
1
F
50 60
synchroon — monofase — zelfgeprikkeld
tweepolig — elektronische regelaar
MOTOR
Yanmar 3TN66
WISSELSTROOMGENERATOR
IS 9000 IS 9500
Referenties voor het schakelschema (pag. 5)
1 Paneel voor afstandsbediening
2 Stator
3 Rotor
4 Thermostaat wisselstroomgenerator
5 Regelaar batterijlading (C.B.)
6 Stop-magneetklep
7 Startmotor
8 Gloeibougies voor voorverwarming
9 Zekeringen
10 Batterij
11 Relaiskaart
12 Olie-drukschakelaar
13 Water- en motorthermostaat
14 Elektronische spanningsregelaar (AVR)
15 Vermogensklemmenbord
NL

Documenttranscriptie

mase NL INHOUDSOPGAVE IN GEVAL DE SPECIFICATIES UIT DEZE GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSHANDLEIDING VERONACHTZAAMD WORDEN, KOMT DE GARANTIE OP HET PRODUKT TE VERVALLEN Afbeeldingen ........................................................... 2 Schakelschema ....................................................... 5 1 1.1 1.2 1.3 Algemene informatie ................................... 52 Doel van de handleiding ................................ 52 Bijgevoegde documentatie ............................ 53 Veiligheidsvoorschriften ................................. 53 2. 2.1 2.2 2.3 2.4 Beschrijving van de generator ................... 53 Algemeen ...................................................... 53 Onderdelen .................................................... 53 Koelsysteem .................................................. 53 Paneel voor afstandsbediening ..................... 53 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Gebruik van de generator ........................... 54 Controles vooraf ............................................ 54 Ontluchting van de installatie ......................... 54 Starten ........................................................... 54 Stoppen ......................................................... 54 4. 4.1 4.2 4.3 Beschermingen ........................................... 54 Lage oliedruk ................................................. 55 Hoge watertemperatuur ................................. 55 Overtemperatuur/overbelasting wisselstroomgenerator ................................. 55 5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 Onderhoud ................................................... 55 Gewoon onderhoud van de motor ................. 56 Verversing motorolie en oliefilter .................... 56 Reiniging luchtfilter ........................................ 56 Vervanging brandstoffilter .............................. 56 Controle koelvloeistof .................................... 56 Controle spanning V-snaar ............................ 56 Leging koelsysteem ....................................... 57 Vervanging zinken anoden ............................ 57 Onderhoud van de wisselstroomgenerator .... 57 Onderhoud van de batterij ............................. 57 Periode waarin het apparaat niet gebruikt wordt .. 58 Tabel geprogrammeerde ingrepen ................ 58 Storingen ....................................................... 58 6. Technische eigenschappen ........................ 59 Referenties voor het schakelschema .................. 59 51 IS 9000 - 9500 mase NL IS 9000 - 9500 1 ALGEMENE INFORMATIE Raadpleeg deze handleiding zorgvuldig, alvorens willekeurige ingrepen op de machine te gaan plegen. 1.1 Doel van de handleiding Wij bedanken u voor uw keuze van een mase-produkt. Deze handleiding is opgesteld door de fabrikant en vormt een onderdeel van de uitrusting van de stroomopwekkingsgroep. De informatie is gericht aan de gebruikers en aan de personen die belast zijn met het onderhoud van het apparaat. De handleiding definieert het doel waarmee de machine gebouwd is, en bevat alle informatie die nodig is om veilig en correct gebruik te waarborgen. Het voortdurend in acht nemen van de aanwijzingen uit de handleiding garandeert de veiligheid voor de mens en de machine, een zuinig gebruik en een langere levensduur van de machine zelf. Om de raadpleging te vereenvoudigen is de handleiding onderverdeeld in hoofdstukken, die de voornaamste begrippen identificeren; voor een snelle raadpleging van de onderwerpen kan de beschrijvende inhoudsopgave worden geraadpleegd. De teksten waar niet overheen gelezen mag worden zijn vetgedrukt en worden voorafgegaan door symbolen die hier geïllustreerd en gedefinieerd worden. Geeft aan dat er met aandacht gewerkt moet worden, om geen ernstige gevolgen te ondervinden GEVAAR die tot de dood of persoonlijk letsel zouden kunnen leiden. LET OP Situatie die zich zou kunnen voordoen tijdens de levensduur van een produkt, systeem of installatie, en die persoonlijk letsel zou kunnen veroorzaken of goederen en het milieu zouden kunnen schaden of verliezen zouden kunnen opleveren. VOORZICHTIG Geeft aan dat er met aandacht gewerkt moet worden om geen ernstige gevolgen te ondervinden die goederen, zoals hulpmiddelen of het produkt, zouden kunnen beschadigen. INFORMATIE Buitengewoon belangrijke aanwijzingen. De tekeningen zijn als voorbeeld bedoeld. Ook als de machine die U in uw bezit heeft behoorlijk afwijkt van de illustraties uit deze handleiding, worden de veiligheid en de informatie erover toch gewaarborgd. De fabrikant heeft zich tot doel gesteld het produkt voortdurend te ontwikkelen en bij te werken; het kan daarom zijn dat hij besluit wijzigingen aan te brengen, zonder dit vooraf mee te delen. 52 mase IS 9000 - 9500 NL 1.2 Bijgevoegde documentatie tronische spanningsregelaar (AVR), die de stabiliteit op ± 5% van de nominale waarde waarborgt. Het grote lostrekvermogen van de wisselstroomgenerator maakt de stroomopwekkingsgroep bijzonder geschikt voor voeding van elektromotoren, zoals die van airconditioners, ontziltingsinstallaties, compressoren, enz. Aanvullend onderdeel van deze handleiding wordt gevormd door de volgende documentatie: - EC - verklaring van overeenstemming; - Gebruiks- en onderhoudshandleiding van de motor; - Installatiehandleiding; - Service-boekje; - Garantiecertificaat; - Garantiekaart. De groep beschikt over een bedieningspaneel met verbindingskabel, die op de stuurbrug geïnstalleerd kan worden. Een microprocessor beheert de start- en stopfuncties en de controle over de beschermingen. 1.3 Veiligheidsvoorschriften 2.2 Samenstelling van de generator - Lees alle informatie uit dit boekje en uit de installatiehandleiding zorgvuldig door; deze is van fundamenteel belang voor een correcte installatie en gebruik van de groep, en stelt u in staat onmiddellijk in te grijpen wanneer dat nodig is. - Sta het onbevoegden of personen zonder geschikte opleiding niet toe de groep te gebruiken. - Houd kinderen en dieren uit de buurt van de stroomopwekkingsgroep wanneer deze in bedrijf is. - Kom niet aan de generator of het bedieningspaneel met natte handen, want de generator is een mogelijk bron van elektrische schokken als hij verkeerd gebruikt wordt. - Bij het uitvoeren van eventuele controles op de stroomopwekkingsgroep moet de motor uitgeschakeld zijn. Deze controles mogen uitsluitend worden verricht door gespecialiseerd personeel. - Zuig de verbrandingsgassen niet af, want zij bevatten stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. De generator bestaat uit: - een geluidsdicht gemaakte structuur [afb. 1, pos. 1] - een motorgroep [afb. 1, pos. 2] - een wisselstroomgeneratorgroep [afb. 1, pos. 3] - een water-water uitwisselaar [afb. 1, pos. 4] - een lucht-water uitwisselaar [afb. 1, pos. 5] - een verbindings-schakelpaneel [afb. 1, pos. 6] 2.3 Koelsysteem De motor van de stroomverwekkingsgroep wordt gekoeld door een systeem met gesloten circuit met een warmteuitwisselaar, die gebruik maakt van zeewater. De uitwisselaar van kopernikkel is speciaal door mase ontworpen voor het scheepswaardig maken van de motor. Bij de installatie van de groep wordt een toevoercircuit van het koelwater gereed gemaakt (een direct opnamesysteem wordt aanbevolen), alsook het afvoercircuit voor het mengsel van afgewerkt water en uitlaatgassen. GEVAAR Ingeval er sprake is van olie- of brandstoflekken, moet worden gezorgd voor een nauwkeurige reiniging, om geen brandgevaar te doen ontstaan. 2.4 Paneel voor afstandsbediening GEVAAR Van bijzonder geringe afmetingen (86 x 124 mm), voorzien van een afgeschermde verbindingskabel van 10 m lang. Het paneel is vervaardigd volgens de modernste technologieën, en maakt inwendig gebruik van een microprocessor en SMD (miniatuur)-componenten. Het toetsenbord van stootvast polyester met beschermingsklasse IP54 omsluit de elektronische urenteller [afb. 2, pos. 1], de commando’s ON/START/ OFF [afb. 2, pos. 2-4], de waarschuwingslampjes [afb. 2, pos. 5-6] en bescherming [afb. 2, pos. 7-9] voor lage oliedruk, overtemperatuur van de motor en overbelasting van de wisselstroomgenerator (zie hfdst. 4). Het bedieningspaneel [afb. 2] bestaat uit: 1 - Urenteller 2 - OFF-knop 3 - START-knop 4 - ON-knop 5 - LED paneel ON (groen) 6 - LED uitgang generator (groen) 7 - LED oliedruk (rood) 8 - LED motortemperatuur (rood) 9 - LED wisselstroomgenerator temperatuur (rood) Gebruik in geval van brand geen water voor het blussen, maar brandblusapparaten. 2 BESCHRIJVING VAN DE GENERATOR 2.1 Algemeen De stroomopwekkingsgroep. IS 9000-9500 is ontworpen met het doel hem gemakkelijk te kunnen installeren aan boord van schepen. De structuur die geluidsdicht gemaakt is met isolerende panelen van scheepsaluminium, biedt gemakkelijk toegang tot de motor en de wisselstroomgenerator voor het plegen van onderhoud en het verrichten van controles, en beperkt tegelijkertijd het geluidsniveau aanzienlijk. De viertakt-dieselmotor met directe injectie, gebouwd door Yanmar, is uiterst betrouwbaar en stevig. De synchrone wisselstroomgenerator beschikt over een elek53 mase IS 9000 - 9500 NL INFORMATIE 3 GEBRUIK VAN DE GENERATOR Het is niet mogelijk de groep te starten tijdens de voorverwarmingsfase van de gloeibougies. 3.1 Controles vooraf Wanneer de groep voor het eerst gestart wordt, of na willekeurige onderhoudsingrepen, is het een goed gebruik zich er telkens van te overtuigen: - of de olie op het juiste peil is via de peilstok [afb. 3, pos. 1], zie de tabel "A" met aanbevolen olie, pag. 2; - of alle verankeringspunten van de groep voldoende gespannen zijn. - of alle elektrische gebruiksapparaten uitgeschakeld zijn, om de groep niet belast te laten starten. - of de water- en brandstofleidingen correct zijn aangesloten. - of alle elektrische verbindingen op juiste wijze aangelegd zijn en of er geen aansluitingen in slechte toestand zijn. - of de waterkraan [afb. 4, pos. 2] opengedraaid is. - of het deel van het watercircuit van de pomp tot de klep met de hand gevuld is, in geval er een eenrichtingsklep gemonteerd is op de toevoeropening van het zeewater (zoals aanbevolen) [afb. 4, pos. 1]. Start de groep vervolgens door op de “START”-toets [afb. 2, pos. 3] te drukken en laat hem pas weer los als de groep gestart is. Let erop dat elke poging niet langer dan 10 s. mag duren. Als de groep correct functioneert, wordt dit gesignaleerd doordat het LED van het controlelampje van de generator gaat branden [afb. 2, pos. 6]. Met bovenstaande handelingen worden automatisch de beschermingen van de groep geactiveerd (zie Hfdst. 4). VOORZICHTIG Herhaalde startpogingen met negatief resultaat kunnen een te grote hoeveelheid water in de afvoerinstallatie tot gevolg hebben, met mogelijk ernstige gevolgen voor de motor. Mocht het problematisch zijn de motor te starten, dan mogen de startpogingen niet te lang volgehouden worden zonder de kraan van het zeewater te sluiten. 3.4 3.2 De groep wordt gestopt door op de “OFF”-knop op het bedieningspaneel [afb. 2, pos. 2] te drukken. Als er luchtbellen in de voedingsinstallatie aanwezig zijn, kan dat onregelmatig motorbedrijf tot gevolg hebben, of kan het onmogelijk maken het nominale toerental te bereiken. De lucht kan in het voedingscircuit binnendringen door een niet perfect afgedichte verbinding (leidingen, filters, tank) of wanneer de brandstof op het minimumniveau is in de tank. De luchtbellen kunnen uit het voedingscircuit worden verwijderd door ten eerste de oorzaak op te heffen waardoor de lucht heeft kunnen binnendringen en vervolgens de volgende handelingen te verrichten: 1. Haal de ontluchtingsschroeven op het brandstoffilter en de injectiepomp los [afb. 5, pos. 1-2] (zie het gebruiks- en onderhoudsboekje van de motor). 2. Bedien de hendel van de brandstofpomp AC [afb. 5, pos. 3] met de hand, totdat alle lucht door de ontluchtingsschroeven uit de voedingsinstallatie naar buiten gekomen is. 3. Span de ontluchtingsschroeven weer en start de motor. 4. Herhaal bovenstaande werkzaamheden als de motor nog steeds niet regelmatig functioneert. 3.3 Stoppen van de groep. Ontluchting van de voedingsinstallatie VOORZICHTIG Voordat de stoomopwekkingsgroep gestopt wordt, wordt geadviseerd hem enkele minuten te laten functioneren zonder stroom af te nemen. Dit om koeling van de motor en de wisselstroomgenerator mogelijk te maken. 4 BESCHERMINGEN De IS 9000-9500 is uitgerust met een serie beschermingen tegen een onjuist gebruik en tegen storingen in de werking. Wanneer de groep gestopt wordt wegens een ingreep van een bescherming, verdwijnt de aanduiding van het aantal bedrijfsuren van het display, en verschijnt een code die de oorzaak van de stilstand van de stroomopwekkingegroep aangeeft. In de tabel worden alle codes en hun betekenis weergegeven: Start TABEL ALARMCODES Wees er zeker van dat de controles vooraf, die beschreven zijn in paragraaf 3.1, uitgevoerd zijn, voordat de groep gestart wordt. Start de groep door op de toets “ON” op het bedieningspaneel [afb. 2, pos. 4] te drukken; u zult zien dat alle LED’s ongeveer 5 s. zullen branden als zelfcontrole. Vervolgens blijven alleen het LED van “paneel gevoed” [afb. 2, pos. 5] en het waarschuwingslampje “GLOW PLUG” branden, hetgeen erop wijst dat de voorverwarmingsfase van de gloeibougies, die ongeveer 10 s. duurt, begonnen is. CODE OORZAAK INGREEP BESCHERMING E - 80 E - 81 E - 82 E - 83 E - 85 E - 87 Spanning op de groep ontbreekt Lage oliedruk Hoge temperatuur motor Hoge temperatuur wisselstroomgenerator Overbelasting stroomopwekkingsgroep 30 s. na de start bereikt de groep niet 80% van de nominale spanning. Lage batterjispanning batt 54 mase IS 9000 - 9500 NL Code E-80: deze code geeft aan dat de groep gestopt is omdat de spanning volledig ontbreekt (V = 0). Deze code betekent: - dat het bedieningspaneel niet in staat is de spanning van de wisselstroomgenerator te lezen wegens een onderbreking in de elektrische aansluiting; - de wisselstroomgenerator beschadigd is. 4.2 Bescherming hoge watertemperatuur. Deze bescherming grijpt in door de stroomopwekkingsgroep uit te schakelen als de motortemperatuur te hoog is. De ingreep wordt gesignaleerd doordat het LED [afb. 2, pos. 8] gaat branden en de code E-82 op het display van het bedieningspaneel verschijnt. De groep mag pas weer worden gestart nadat de oorzaak van de ingreep is opgespoord en opgeheven. Code E-81: deze code geeft aan dat de groep gestopt is, omdat de druk in de smeerinstallatie van de motor te laag is. 4.3 Bescherming overtemperatuur / overbelasting wisselstroomgenerator. Code E-82: deze code geeft aan dat de groep gestopt is omdat de motor een te hoge temperatuur bereikt heeft. Deze bescherming grijpt in door de stroomopwekkingsgroep uit te schakelen wanneer er zich een thermische of elektrische overbelasting van de wisselstroomgenerator voordoet; de ingreep wordt gesignaleerd doordat het LED [afb. 2, pos. 9] gaat branden en de bijbehorende code verschijnt op het display van het bedieningspaneel. De groep kan na enkele minuten weer gestart worden, wanneer de temperatuur van de wikkelingen van de wisselstroomgenerator terug gebracht is op normale waarden. Het wordt hoe dan ook geadviseerd de oorzaken, die de ingreep tot gevolg hebben gehad, op te zoeken en op te heffen. Code E83: deze code geeft aan dat de groep gestopt is omdat de motor een te hoge temperatuur bereikt heeft. Code E-85: deze code geeft aan dat de groep gestopt is omdat de spanning onder 70% van de nominale waarde gedaald is gedurende meer dan 15 s. Code E87: deze code geeft aan dat de groep gestopt is omdat de spanning van de stroomopwekkingsgroep 30 s. na de start nog niet 80% van de nominale waarde bereikt heeft. Deze storing kan zijn veroorzaakt door een te laag toerental of door een defect in de wisselstroomgenerator. INFORMATIE Code batt.: deze code geeft aan dat de batterijspanning te laag is. Door het verschijnen van deze code wordt de stroomopwekkingsgroep niet stilgezet. In geval er één van bovenstaande beschermingen ingrijpt, moet, nadat de oorzaak van de ingreep is opgespoord en opgeheven, op de “OFF”-knop worden gedrukt om het bedieningspaneel te resetten (anders zou het signaal in het geheugen blijven opgeslagen). 4.1 Bescherming lage oliedruk De bescherming grijpt in door de groep stil te zetten wanneer de druk van de motorolie te laag is; de ingreep wordt gesignaleerd doordat het LED [afb. 2, pos. 7] gaat branden en de code E-81 verschijnt op het display van het bedieningspaneel. Over het algemeen is het voldoende de hoeveelheid olie aan te vullen om de groep weer te kunnen starten. LET OP Mocht er één van de twee zekeringen [afb. 6, pos.1] doorbranden, dan grijpt er een bescherming in waardoor de groep niet kan worden gestart. 5 ONDERHOUD LET OP De bescherming “lage oliedruk” is niet noodzakelijkerwijze een aanduiding van het oliepeil. Een dagelijks controle van dit peil is dus onontbeerlijk. GEVAAR Bij alle willekeurige onderhoudswerkzaamheden op de stroomopwekkingsgroep moet de motor uitgeschakeld en voldoende afgekoeld zijn. De werkzaamheden mogen uitsluitend worden verricht door geautoriseerd personeel. VOORZICHTIG De motor functioneert correct als hij niet langer dan 3 minuten 30° gekanteld wordt, of 25° zonder tijdslimiet, zowel over de lengte- als de breedte-as. Mocht de motor in een meer gekantelde toestand moeten functioneren, dan loopt men het risico dat de motor onvoldoende gesmeerd wordt of dat de afzuiging door het lucht- of smeeroliefilter onvoldoende is. GEVAAR Koppel een pool van de startbatterij los voordat u zich toegang verschaft tot de stroomopwekkingsgroep, om te vermijden dat iemand onverwachts de groep zelf aanzet. 55 mase NL 5.1 Gewoon onderhoud van de motor IS 9000 - 9500 per jaar schoon te maken, om onzuiverheden te verwijderen. De periodieke ingrepen die op de motor moeten worden gepleegd, worden in de tabel vermeld. Voor meer gedetailleerde informatie dient u de door de fabrikant van de motor geleverde handleiding te raadplegen, waarvan elke groep vergezeld gaat. 5.4 Reiniging van het brandstoffilter. Om een lange levensduur en de correcte werking van de motor te garanderen, is het van groot belang dat het element van het brandstoffilter regelmatig verwisseld wordt, volgens het schema dat door de fabrikant van de motor wordt aangegeven in de tabel van paragraaf 5.11. Deze operatie moet als volgt worden uitgevoerd: - sluit de brandstofkraan [afb. 5, pos. 6] - schroef de steunschijfmoer [afb. 5, pos. 7] helemaal los. - verwijder het oude element en plaats het nieuwe. - herhaal voor de hermonteren de handelingen in omgekeerde volgorde. LET OP Controleer het oliepeil met behulp van het peilstokje met schaalverdeling [afb. 3, pos. 1]. Het oliepeil moet altijd tussen de merktekens MAX en MIN op het stokje zelf liggen. 5.2 Verversing van de motorolie De inhoud van de oliepan van de motor bedraagt 3,8 l. Het bijvullen en verversen moet gebeuren via de opening [afb. 5, pos. 4]. Om de olie in de oliepan van de motor te verversen moet de peilstok van het olieniveau [afb. 3, pos. 2] worden verwijderd en de betreffende extractiepomp [afb. 5, pos. 8] worden bediend, nadat de schroef, die als dop fungeert [afb. 5, pos. 5], is weggehaald. Het wordt geadviseerd de olie te verwijderen wanneer ze nog voldoende warm is, om haar gemakkelijker weg te kunnen laten stromen. Zie de tabel "A" (pag. 2) voor de aanbevolen olie. Nadat het brandstofelement vervangen is, moet de voedingsinstallatie worden ontlucht door alle luchtbellen te laten ontsnappen die zich in het circuit gevormd hebben (zie paragraaf. 3.2). 5.5 Controle van de koelvloeistof Het is nodig regelmatig het niveau van de koelvloeistof in het gesloten koelcircuit te controleren. De referentietekens voor de controle van het niveau zijn op het expansievat gestanst. Mocht het niveau te laag zijn, dan moet er koelvloeistof worden aangevuld in het expansievat, erop lettend dat het maximum niveau niet wordt overschreden. LET OP De eerste olieverversing van de motor moet plaatsvinden na 60 bedrijfsuren van de groep; voor de tweede en volgende keren is verversing om de 180 uur voldoende. GEVAAR Open de afsluitdop van het expansievat [afb. 7, pos. 1] en van de uitwisselaar [afb. 7, pos. 2] nooit wanneer de motor warm is, om gevaren door het naar buiten spuiten van de koelvloeistof te vermijden. INFORMATIE Voor meer gedetailleerde informatie over de smering van de motor dient u de gebruiks- en onderhoudshandleiding van de motor te raadplegen, die bij de stroomopwekkingsgroep geleverd wordt. 5.6 Controle van de spanning van de V-snaar Er wordt een V-snaar gebruikt om de roterende beweging van de riemschijf van de motoras over te brengen op de circulatiepomp van de koelvloeistof en van de zeewaterpomp. Als de riem te zeer gespannen is, wordt de slijtage ervan versneld, terwijl een te geringe spanning de riemschijven onbelast laat draaien en het water en de koelvloeistof niet voldoende laat circuleren. Regel de spanning van de riem als volgt: haal de stelschroef [afb. 8, pos. 1] los en verplaats de zeewaterpomp maar buiten om de spanning te verhogen, of naar binnen om haar te verlagen. INFORMATIE Laat de verbruikte olie niet in het milieu achter, want dit is een vervuilend produkt. Breng verbruikte olie naar de speciale Verzamelcentra, die belast zijn met de verwerking ervan. Om het element van het oliefilter te vervangen moet hij van zijn steun geschroefd worden met behulp van gereedschap dat gewoon in de handel verkrijgbaar is. Plaats het nieuwe element, en zorg ervoor dat de rubberen ringpakking gesmeerd wordt. VOORZICHTIG 5.3 Reiniging van het luchtfilter. Om te vermijden dat de riem onbelast draait, mag de olie niet vervuild worden. Maak de riem schoon met benzine als de olie bij een controle vuil blijkt te zijn. De IS9000-9500 heeft een netfilter voor de lucht, dat ervoor zorgt dat er geen vreemde voorwerpen in de verbrandingskamer terecht kunnen komen. Als onderhoud is het voldoende het filtermateriaal eenmaal 56 mase De spanning van de riem is juist, wanneer de riem ongeveer 1 cm ingedrukt kan worden bij een druk van 5 kg [afb. 8, pos. 2]. Als de borstels bij de controle versleten of afgesplinterd blijken te zijn, moeten ze vervangen worden. - Collector: controleer de collector alvorens de stroomopwekkingsgroep te starten, nadat deze lange tijd buiten gebruik geweest is. Deze controle is noodzakelijk om de slijtagetoestand na te gaan en eventuele roestvorming te elimineren, die passage van de stroom via de borstels zou beletten. Eventuele roestvorming in de collector wordt verwijderd door het weg te schuren met fijn schuurpapier. Als er diepe groeven op de collector zitten, die veroorzaakt zijn door het wrijven van de borstels, moeten deze worden verwijderd met behulp van een draaioperatie. U krijgt toegang tot de collector door de werkzaamheden te verrichten die voorheen beschreven zijn voor de controle van de borstels. GEVAAR Kom niet met uw handen in de buurt van de V-snaar of van de riemschijven, wanneer de motor ingeschakeld is. 5.7 Leging van de koelinstallatie Om onderhoud te kunnen plegen op de water-lucht uitwisselaar of op de koelinstallatie, moet het zuigcircuit van het zeewater geleegd worden. Dit wordt als volgt gedaan: - sluit de zeewaterkraan [afb. 4, pos. 2] - open de afvoerkraan [afb. 4, pos. 3] om het water volledig weg te laten stromen; - sluit de afvoerkraan. - Viton-bus: moet om de 1000 bedrijfsuren of om de 2 jaar worden vervangen. De Viton-bus [afb. 9, pos. 3], die binnenin het lagerhuis is geplaatst, wordt bereikt nadat het deksel van de wisselstroomgenerator verwijderd is [afb. 9, pos. 4]. VOORZICHTIG Open de zeewaterkraan alvorens stroomopwekkingsgroep weer te starten. IS 9000 - 9500 NL de VOORZICHTIG 5.8 Vervanging van de zinken anoden. De hierboven beschreven handelingen moeten door bekwaam personeel of door een mase servicecentrum worden uitgevoerd. Ter bescherming van de water-lucht uitwisselaar tegen galvanische stromen zijn er binnenin twee anoden van zink aangebracht. De slijtagetoestand ervan moet regelmatig worden gecontroleerd, en indien nodig moeten ze vervangen worden om te voorkomen dat galvanische stromen de uitwisselaar onherstelbaar corroderen. Het wordt aangeraden het zink minstens eenmaal per maand te controleren, wanneer de groep nieuw is, om de slijtagesnelheid na te gaan, en vervolgens met op grond daarvan vastgestelde tussenpozen. Het is hoe dan ook wenselijk de zinken anoden minstens eenmaal per jaar worden vervangen. LET OP Let erg goed op bij het hermonteren van het deksel van de wisselstroomgenerator, en zorg ervoor dat de vier moeren van de trekstangen gelijkmatig gespannen worden. 5.10 Onderhoud van de batterij. Het wordt geadviseerd om voor het starten van de stroomopwekkingsgroep IS 9000 - 9500 een batterij van 55 A/h te gebruiken bij omgevingstemperaturen van hoger dan 0°C en van 70 A/h bij lagere temperaturen. De nieuwe batterij moet volledig geladen zijn, voordat hij geïnstalleerd wordt. Controleer minstens eenmaal per maand het niveau van het elektrolyt en vul eventueel gedistilleerd water bij. Als de groep lange tijd niet gebruikt is, is het raadzaam de batterij af te koppelen en op een droge plaats bij een temperatuur van meer dan 10°C te bewaren, en hem eenmaal per maand op te laden. 5.9 Onderhoud van de wisselstroomgenerator. De wisselstroomgenerator die in dit model generator is toegepast is van het synchrone, zelfprikkelende type met elektronische spanningsregeling. De controles en het periodieke onderhoud heeft betrekking op: de borstels, de collector en de Viton-bus, die in de lagerbehuizing zit. - Koolborstels: controleer om de 500 uur of ze intact en nog niet versleten zijn. De borstels worden toegankelijk nadat het deksel aan de zijde van de wisselstroomgenerator van de kast [afb. 1, pos. 3] en de plastic luchtafvoer [afb. 9, pos. 1], die op het deksel aan de zijde van de lager van de wisselstroomgenerator bevestigd is, zijn verwijderd. Koppel de rode en zwarte draden die verbonden zijn met de borstelhouders [afb. 9, pos. 2] los en haal de twee schroeven waarmee de borstelhouder aan het deksel vastzit, los. INFORMATIE Als de batterij lange tijd volledig leeg blijft, loopt u het risico dat hij onherstelbaar beschadigd wordt. De positieve klem van de batterij moet beslist met vaselinevet beschermd worden, om corrosie en roestvorming te voorkomen. 57 mase NL 5.11 Periode waarin de groep niet gebruikt wordt Het bedieningspaneel wordt niet ingeschakeld wanneer op de ON-knop gedrukt wordt. - Controleer of de beschermingszekeringen intact zijn (vervang hen). - Controleer of de verbindingskabel en de elektrische aansluitingen in orde zijn (weer aansluiten). - Controleer of de batterij intact is (opnieuw laden of vervangen). Als de groep lange tijd ongebruikt zal blijven, moeten de volgende handelingen worden verricht: - Vervang de oliepan. - Vervang het oliefilter - Vervang het brandstoffilter - Vervang de zinkblokjes (zie par. 5.8) - Laat bij temperaturen van lager of omstreeks 0°C antivriesmiddel opzuigen door de zeewaterslang. Dit middel heeft tot taak de uitwisselaars te beschermen tegen lage temperaturen en de rotor van de zeewaterpomp te smeren. - Smeer de rotor van de waterpomp - Koppel de startbatterij af en zet hem op een droge plaats (zie par. 5.10) - Maak het zeewaterfilter schoon - Sluit de zeewaterkraan - Verwijder het zeewater uit de klankdemper - Maak de antisifon-klep (siphon break) schoon en smeer hem De groep gaat uit tijdens het bedrijf. - Controleer of er een bescherming heeft ingegrepen en of het bijbehorende lampje brandt (de oorzaak opheffen en opnieuw proberen te starten). - Controleer of er brandstof in de tank zit (aanvullen). De motor geeft veel rook af met de uitlaatgassen. - Controleer of het olieniveau in de pan het teken MAX niet te boven gaat (het niveau herstellen) - Controleer of de groep niet overbelast is. - Controleer of de injecteurs goed afgesteld zijn (raadpleeg het Servicecentrum). 5.12 Samenvattingstabel van de geprogrammeerde ingrepen WERKZAAMHEDEN Controle oliepeil Controle koelvloeistofpeil Regeling spanning V-snaar Controle batterijlading Olieverversing Vervanging brandstoffilter Vervanging oliefilter Reiniging injecteurs Regeling speling toe-/afvoerklep Controle borstels wisselstroomgenerator Afstelling injecteurs Controle collector wisselstroomgenerator Vervsnging Viton-bus Controle elektrolytnveau batterij Reiniging luchtfilter Totale verversing koelvloeistof Vervarging zinken anoden IS 9000 - 9500 De motor functioneert onregelmatig - Controleer de brandstoffilters (vervangen) - Verwijder de luchtbellen uit het voedingscircuit (zie par. 3.2). UREN 10 10 100 100 150 300 300 300 300 500 500 1000 1000 maand. jaarlijks jaarlijks jaarlijks De spanning van de wisselstroomgenerator is te laag - Corrigeer de spanning door met de elektronische regelaar AVR te werken. - Controleer het toerental van de motor (3120 rpm zonder belasting). - Spanningsregelaar defect (vervangen). Startbatterij leeg - Controleer het peil van het elektrolyt in de batterij (herstel het juiste niveau). - Controleer of het laadapparaat goed functioneert (vervangen). - Controleer of de batterij intact is. 5.13 Storingen De startmotor draait maar de hoofdmotor start niet. - Controleer of er brandstof in de tank zit (tanken). - Controleer of de stop-elektromagneet in trekkende stand staat (Raadpleeg de Service-dienst). - Verwijder de luchtbellen uit het voedingscircuit (zie par. 3.2). 58 mase IS 9000 - 9500 NL 6 TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN IS 9000 Yanmar 3TN66 MOTOR 3-cilinder explosiemotor — viertakt diesel — watergekoeld Model Cilinderinhoud Toeren Boring voor slag Vermogen Verbruik Voeding Startsysteem Olie-inhoud Maximum kanteling IS 9500 658 cm3 r.p.m. mm Hp g/Hp/h 3000 3600 66 x 64.2 15 185 13 180 Diesel elektrisch, 12 V 3.785 30° l WISSELSTROOMGENERATOR Model Continu vermogen Vermogensfactor Isolatieklasse Frequentie W (cos φ) Hz synchroon — monofase — zelfgeprikkeld tweepolig — elektronische regelaar 8500 7600 1 F 50 60 Referenties voor het schakelschema (pag. 5) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Paneel voor afstandsbediening Stator Rotor Thermostaat wisselstroomgenerator Regelaar batterijlading (C.B.) Stop-magneetklep Startmotor Gloeibougies voor voorverwarming Zekeringen Batterij Relaiskaart Olie-drukschakelaar Water- en motorthermostaat Elektronische spanningsregelaar (AVR) Vermogensklemmenbord 59
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73

Mase IS 9001-9501 Usage Manual

Type
Usage Manual
Deze handleiding is ook geschikt voor

in andere talen