Pioneer DEH-2700RB Handleiding

Categorie
Auto media-ontvangers
Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Hartelijk dank voor het aanschaffen van dit Pioneer-
product.
Lees deze bedieningsaanwijzingen door zodat u weet hoe uw model werkt. Als u de
aanwijzingen heeft gelezen, kunt u deze handleiding het best op een veilige plaats op-
bergen zodat u hem altijd bij de hand heeft voor later.
Voor u begint
Over dit toestel 98
Uw toestel tegen diefstal beveiligen 98
Voorpaneel verwijderen 98
Voorpaneel bevestigen 99
Wat is wat
Hoofdtoestel 100
Stroom aan/uit
Toestel aanzetten en signaalbron
selecteren 101
Toestel uitschakelen 101
Tuner
Naar de radio luisteren 102
Frequenties van zenders opslaan en
oproepen 102
Op sterke signalen afstemmen 103
Frequenties van de sterkste zenders
opslaan 103
RDS
Inleiding RDS-bediening 104
Weergave RDS-display wijzigen 104
PTY-nooduitzendingen ontvangen 104
Alternatieve frequenties kiezen 105
PI-zoeken gebruiken 105
PI-zoeken voor voorkeuzezenders
gebruiken 105
Alleen zenders met regionale
programmering zoeken 105
Verkeersberichten ontvangen 106
PTY-lijst 106
Ingebouwde CD-speler
Afspelen van een CD 107
Herhaald afspelen 107
Het afspelen van een CD onderbreken 107
Audio-instellingen
Inleiding audio-instellingen 108
Balansinstelling gebruiken 108
Equalizer gebruiken 108
Equalizercurven oproepen 108
Equalizercurven aanpassen 109
Fijnafstelling van de
equalizercurve 109
Loudness-functie aanpassen 110
Front image enhancer (F.I.E.) 110
Niveau van de signaalbron aanpassen 110
Begininstellingen
Begininstellingen aanpassen 111
FM-afstemstap instellen 111
Aan/uit zetten van de automatische PI-
zoekfunctie 111
Energieverbruik van de accu
verminderen 111
Aanvullende informatie
Uitleg van foutmeldingen voor ingebouwde
CD-speler 113
Geluid uitschakelen 113
Zorg voor uw CD-speler 113
CD-R/CD-RW-discs 114
Technische gegevens 115
Nl
97
Nederlands
Inhoud
Over dit toestel
De frequenties waarop de tuner van dit toestel
kan afstemmen, zijn in gebruik in Europa,
Azië, het Midden-Oosten, Afrika en Oceanië.
Gebruik van het toestel in andere gebieden
kan een slechte ontvangst ten gevolge heb-
ben. De RDS-functie (radiodatasysteem) werkt
alleen in gebieden waar de FM-zenders RDS-
signalen uitzenden.
WAARSCHUWING
! Zorg ervoor dat dit apparaat niet met vloeistof
in aanraking komt. Een elektrische schok kan
daarvan het gevolg zijn. Bovendien kan het lei-
den tot rookvorming en oververhitting waar-
door het apparaat beschadigt.
! Aan de onderkant van dit toestel bevindt zich
een CLASS 1 LASER PRODUCT-label.
CLASS 1
LASER PRODUCT
! De Pioneer CarStereo-Pass wordt alleen in
Duitsland gebruikt.
! Houd deze handleiding bij de hand om bedie-
ningsprocedures en te nemen voorzorgsmaat-
regelen in op te zoeken.
! Houd het volume te allen tijde zo laag dat u
geluiden van buiten de auto kunt blijven
horen.
! Bescherm dit toestel tegen vocht.
! Als de accu losgekoppeld wordt of leeg raakt,
zal het voorkeuzegeheugen worden gewist en
zult u het toestel opnieuw moeten program-
meren.
! Als dit product niet naar behoren functioneert,
kunt u uw leverancier of het dichtstbijzijnde
erkende Pioneer Service-station raad-
plegen.
Uw toestel tegen diefstal
beveiligen
Het voorpaneel kan om diefstal te voorkomen
van het hoofdtoestel worden verwijderd en
worden bewaard in het meegeleverde bescher-
mende foedraal.
Belangrijk
! Bij het verwijderen en aanbrengen van het
voorpaneel mag u in geen geval kracht zetten
of het display en de toetsen vastgrijpen.
! Stel het voorpaneel niet bloot aan te grote
schokken.
! Houd het voorpaneel uit de buurt van direct
zonlicht en hoge temperaturen.
Voorpaneel verwijderen
1 Druk op DETACH om het voorpaneel los
te maken.
Druk op DETACH om de rechterkant van het
voorpaneel los te laten komen van het hoofd-
toestel.
2 Pak het voorpaneel vast en verwijder
het.
Pak het voorpaneel aan de rechterkant vast en
trek het naar links. Hierdoor komt het voorpa-
neel los van het hoofdtoestel.
3 Doe het voorpaneel in het meegele-
verde beschermende foedraal om het veilig
te bewaren.
Voor u begint
Nl
98
Hoofdstuk
01
Voorpaneel bevestigen
1 Houd het voorpaneel plat tegen het
hoofdtoestel.
2 Druk het voorpaneel tegen de voorkant
van het hoofdtoestel tot het stevig vast
blijft zitten.
Voor u begint
Nl
99
Hoofdstuk
Nederlands
01
Hoofdtoestel
1 TA-toets
Druk op deze toets om de TA-functie in of uit
te schakelen. Houd deze toets ingedrukt om
de AF-functie in of uit te schakelen.
2 Laadsleuf voor de disc
Doe een disc in de speler.
3 EJECT-toets
Druk hierop om de CD te laten uitwerpen uit
de ingebouwde CD-speler.
4 AUDIO-toets
Druk hierop om te kiezen uit de diverse
toonregelingsfuncties.
5 PAUSE-toets
Druk hierop om pauze in of uit te schakelen.
6 a/b/c/d toetsen
Druk op deze toetsen voor het handmatig af-
stemmen, vooruit en achteruit spoelen, en
het zoeken naar een fragment. Worden ook
gebruikt om functies te bedienen.
7 LOUDNESS-toets
Druk op deze toets om de loudness-functie
in of uit te schakelen.
8 DETACH-toets
Druk op deze toets om het voorpaneel van
het hoofdtoestel te verwijderen.
9 BAND-toets
Druk hierop om te kiezen uit een van de
twee FM of MW/LW (MG/LG) banden en om
de instelling van een bepaalde functie te an-
nuleren.
a LOCAL/BSM-toets
Druk op deze toets om de lokale functie aan
of uit te zetten.
Houd de toets ingedrukt om de BSM-functie
aan of uit te zetten.
b 16-toetsen
Druk op deze toetsen om voorkeuzezenders
in te stellen.
c SOURCE-toets
Dit toestel wordt ingeschakeld zodra u een
signaalbron selecteert. Druk op deze toets
om alle signaalbronnen af te gaan.
d VOLUME
Draai deze knop om het volume te verhogen
of te verlagen.
e EQ-toets
Druk op deze toets om de verschillende
equalizercurven te selecteren.
1
1
1
3
8
8
8
9
9
9
a
a
a
b
b
b
c
c
c
4
6
6
2
5
5
5
7
7
7
d
d
d
e
e
e
Wat is wat
Nl
100
Hoofdstuk
02
Toestel aanzetten en
signaalbron selecteren
U kunt een signaalbron selecteren om naar te
luisteren. Om de ingebouwde CD-speler te ge-
bruiken hoeft u alleen een CD in het toestel te
plaatsen (raadpleeg bladzijde 107).
% Druk op SOURCE om een signaalbron te
kiezen.
Druk meerdere keren op SOURCE om te scha-
kelen tussen de volgende signaalbronnen:
Ingebouwde CD-spelerTuner
Wanneer u een signaalbron kiest, zal het toe-
stel worden ingeschakeld.
Opmerkingen
! Als er geen CD in het apparaat zit, kunt u de
ingebouwde CD-speler niet activeren.
! Wanneer de blauw/witte draad van dit toestel
is aangesloten op de bedieningsaansluiting
van de automatische antenne van uw auto, zal
de antenne uitschuiven wanneer de signaal-
bron van dit toestel wordt ingeschakeld. Als u
de bron uitschakelt, wordt de antenne weer in-
geschoven.
Toestel uitschakelen
% Houd SOURCE ingedrukt tot het toestel
uit gaat.
Stroom aan/uit
Nl
101
Hoofdstuk
Nederlands
03
Naar de radio luisteren
1 2 4 53
De AF-functie van dit toestel (zoeken naar al-
ternatieve frequenties) kan worden in- en uit-
geschakeld. Bij normale bediening van de
tuner moet de AF uit staan (raadpleeg blad-
zijde 105).
1 Frequentiebandindicator
Deze toont op welke frequentieband de
radio is afgestemd: MW, LW of FM.
2 Frequentie-indicator
Deze toont de frequentie waarop u heeft af-
gestemd.
3 LOC-indicator
Deze toont of automatisch afstemmen op lo-
kale zenders is ingeschakeld.
4 Stereo (5) indicator
Deze toont of de frequentie waarop u heeft
afgestemd in stereo uitzendt.
5 Voorkeuzenummerindicator
Deze geeft aan welke voorkeuzezender is ge-
selecteerd.
1 Druk op SOURCE om de tuner te kie-
zen.
2 Gebruik VOLUME om de geluidssterkte
te regelen.
3 Druk op BAND en kies een frequentie-
band.
Druk op BAND totdat u de gewenste frequen-
tieband op het display ziet verschijnen, F1, F2
voor FM of MW/LW (MG/LG).
4 Druk kort op c of d om handmatig af
te stemmen.
5 Om automatisch afstemmen te gebrui-
ken houdt u c of d ongeveer een seconde
ingedrukt.
De tuner zal nu zelf de frequenties in de aan-
gegeven richting afzoeken tot er een uitzen-
ding gevonden wordt die sterk genoeg is voor
een goede ontvangst.
# U kunt het automatisch afstemmen annuleren
door kort op c of d te drukken.
# Als u op c of d drukt en deze ingedrukt
houdt, kunt u zenders overslaan. Automatisch af-
stemmen begint als u de toets weer loslaat.
Frequenties van zenders
opslaan en oproepen
Als u op een van de voorkeuzetoetsen 16
drukt, kunt u heel eenvoudig maximaal zes
zenderfrequenties opslaan zodat u deze later
met één druk op de toets weer kunt oproepen.
% Wanneer u heeft afgestemd op een fre-
quentie die u in het geheugen wilt op-
slaan, houdt u een van de
voorkeuzetoetsen 16 ingedrukt tot het
voorkeuzenummer stopt met knipperen.
Het nummer dat u heeft ingedrukt, gaat knip-
peren in de voorkeuzenummerindicator en
blijft daarna branden. De frequentie van de ge-
selecteerde radiozender is in het geheugen op-
geslagen.
Wanneer u hierna op dezelfde voorkeuzetoets
drukt, zal de opgeslagen frequentie uit het ge-
heugen worden opgeroepen.
Tuner
Nl
102
Hoofdstuk
04
Opmerkingen
! Er kunnen maximaal 12 FM-zenders, 6 voor elk
van de twee FM-frequentiebanden, en 6 MW/
LW (MG/LG)-zenders in het geheugen worden
opgeslagen.
! U kunt ook a en b gebruiken om onder de
voorkeuzetoetsen 16 opgeslagen frequenties
van radiozenders weer op te roepen.
Op sterke signalen afstemmen
Met de functie voor automatisch afstemmen
op lokale zenders kunt u het toestel uitsluitend
laten afstemmen op zenders met een signaal
dat sterk genoeg is voor een goede ontvangst.
% Druk meerdere keren op LOCAL/BSM
om het automatisch afstemmen op lokale
zenders in of uit te schakelen.
Als automatisch afstemmen op lokale zenders
is ingeschakeld, verschijnt LOC in het dis-
play.
Frequenties van de sterkste
zenders opslaan
Met de functie BSM (Best Stations Memory)
kunt u automatisch de zes sterkste zenders
laten opslaan onder de voorkeuzetoetsen 16
zodat u later met een druk op de juiste toets
kunt afstemmen op een van de opgeslagen
frequenties.
! Het is mogelijk dat de via de BSM-functie
opgeslagen zenders de eerder door uzelf
onder de toetsen 16 opgeslagen zenders
vervangen.
% Houd LOCAL/BSM ingedrukt tot de
BSM aan gaat.
BSM begint te knipperen. Als BSM knippert,
worden de zes sterkste zenderfrequenties op-
geslagen onder voorkeuzetoetsen 16 in de
volgorde van de sterkte van het signaal. Als dit
is gebeurd, stopt BSM met knipperen.
# Druk op LOCAL/BSM om het opslaan te
annuleren.
Tuner
Nl
103
Hoofdstuk
Nederlands
04
Inleiding RDS-bediening
1 2 43
RDS (radiodatasysteem) is een systeem voor
het leveren van informatie tijdens FM-uitzen-
dingen. Deze onhoorbare informatie maakt
functies zoals programmaservicenaam, pro-
grammatype, verkeersberichten stand-by en
automatisch afstemmen mogelijk. Zo wordt
het radioluisteraars gemakkelijker gemaakt de
gewenste zender te vinden.
1 Programmaservicenaam
Toont de naam van het programma.
2 AF-indicator
Geeft aan of de AF functie (zoeken naar al-
ternatieve frequenties) is ingeschakeld.
3 TA-indicator
Geeft aan of de TA-functie (stand-by voor
verkeersberichten) is ingeschakeld.
4 TP-indicator
Geeft aan of er is afgestemd op een TP-zen-
der.
Opmerkingen
! Het is mogelijk dat niet alle zenders RDS-dien-
sten leveren.
! RDS-functies zoals AF en TA werken alleen
wanneer u heeft afgestemd op een RDS-
zender.
Weergave RDS-display
wijzigen
Als u afstemt op een RDS-zender, wordt de
programmaservicenaam weergegeven. U kunt
desgewenst ook de frequentie laten weerge-
ven.
% Houd EQ ingedrukt tot de informatie in
het display verandert.
Druk meerdere keren op EQ en houd de toets
ingedrukt om tussen de volgende instellingen
te schakelen:
ProgrammaservicenaamPTY-informatie
Frequentie
Meer over PTY-informatie (ID-code program-
matype) kunt u vinden op bladzijde 106.
# PTY-informatie en de frequentie van de huidi-
ge zender zullen acht seconden lang op het dis-
play worden getoond.
PTY-nooduitzendingen
ontvangen
PTY-alarm is een speciale PTY-code voor het
aankondigen van noodgevallen, zoals natuur-
rampen. Als de tuner de radioalarmcode ont-
vangt, verschijnt ALARM op het display en
gaat het volume naar het TA-volume. Als de
uitzending van het noodbericht van de zender
is afgelopen, gaat het systeem terug naar de
oorspronkelijke signaalbron.
! Een noodbericht kunt u annuleren door op
TA te drukken.
! U kunt een noodbericht ook annuleren
door op SOURCE, BAND, a, b, c of d te
drukken.
RDS
Nl
104
Hoofdstuk
05
Alternatieve frequenties
kiezen
Als u naar een uitzending aan het luisteren
bent en de ontvangst wordt zwakker of er doen
zich andere problemen voor, dan zal het toe-
stel automatisch op zoek gaan naar een an-
dere zender in hetzelfde netwerk die een
betere ontvangst oplevert.
! De AF-functie is standaard ingeschakeld.
% Druk meerdere keren op TA om de AF-
functie in of uit te schakelen.
Als de AF-functie is ingeschakeld, verschijnt
AF in het display.
Opmerkingen
! Bij automatisch afstemmen of gebruik van de
BSM-functie wordt er alleen afgestemd op
RDS-zenders als AF is ingeschakeld.
! Als u een voorkeuzezender oproept, kan de
tuner de voorkeuzezender bijwerken met een
nieuwe frequentie van de AF-lijst van de zen-
der. (Dit is alleen mogelijk als u voorkeuzezen-
ders op de F1 frequentieband gebruikt.) Er
verschijnen geen voorkeuzenummers op het
display als de RDS-gegevens van de ontvan-
gen zender afwijken van de oorspronkelijk op-
geslagen zender.
! Het is mogelijk dat de geluidsweergave tijde-
lijk wordt onderbroken door een ander pro-
gramma terwijl de AF-functie aan het zoeken
is.
! Wanneer de tuner is afgestemd op een zender
zonder RDS zal de AF indicator knipperen.
! De AF-functie kan voor elke FM-frequentie-
band afzonderlijk worden in- of uitgeschakeld.
PI-zoeken gebruiken
Als het toestel geen geschikte alternatieve fre-
quentie kan vinden of als u naar een uitzen-
ding luistert en de ontvangst wordt slecht, dan
zoekt het toestel automatisch een andere zen-
der met dezelfde programmering. Tijdens het
zoeken wordt PI SEEK weergegeven en wordt
het volume gedempt. Het dempen wordt on-
derbroken nadat PI-zoeken is voltooid. Het
maakt daarbij niet uit of er een andere zender
is gevonden of niet.
PI-zoeken voor
voorkeuzezenders gebruiken
Wanneer een voorkeuzezender niet kan wor-
den opgeroepen, bijvoorbeeld wanneer u een
grote afstand heeft afgelegd, kan het toestel
zo worden ingesteld dat ook bij het oproepen
van een voorkeuzezender de PI-zoekfunctie zal
worden uitgevoerd.
! De automatische PI-zoekfunctie is stan-
daard uitgeschakeld. Zie Aan/uit zetten van
de automatische PI-zoekfunctie op bladzijde
111.
Alleen zenders met regionale
programmering zoeken
Wanneer u de AF-functie gebruikt om automa-
tisch alternatieve frequenties te zoeken, kunt u
met de regionale functie het zoeken beperken
tot zenders die regionale programmas uitzen-
den.
% Houd BAND ingedrukt totdat de regio-
nale functie aan of uit gaat.
Opmerkingen
! Regionale programmering en regionale net-
werken kunnen per land anders georgani-
seerd zijn (er kunnen bijv. veranderingen
optreden afhankelijk van de tijd, de staat of
het ontvangstgebied).
! Het voorkeuzenummer kan verdwijnen van het
display als de tuner afstemt op een regionale
zender die verschilt van de oorspronkelijk ge-
kozen zender.
! De regionale functie kan voor elk van de FM-
frequentiebanden afzonderlijk worden in- of
uitgeschakeld.
RDS
Nl
105
Hoofdstuk
Nederlands
05
Verkeersberichten ontvangen
Met TA (stand-by voor verkeersberichten) kunt
u automatisch verkeersberichten ontvangen,
ongeacht de signaalbron waarnaar u aan het
luisteren bent. TA kan voor zowel een TP-zen-
der (een zender die verkeersberichten uit-
zendt) als een uitgebreide TP-zender van een
ander netwerk (een zender met informatie die
verwijst naar andere TP-zenders) worden geac-
tiveerd.
1 Stem af op een TP of de TP-zender van
een ander, verbeterd netwerk.
Wanneer u heeft afgestemd op een TP of de
TP-zender van een ander, verbeterd netwerk,
zal de TP-indicator gaan branden.
2 Druk op TA om stand-by voor verkeers-
berichten in te schakelen.
TA zal op het display verschijnen. De tuner
staat stand-by voor verkeersberichten.
# Druk nogmaals op TA om stand-by voor ver-
keersberichten weer uit te schakelen.
3 Regel het TA-volume met VOLUME
wanneer er een verkeersbericht begint.
Het ingestelde volume zal worden opgeslagen
in het geheugen en opnieuw worden gebruikt
bij de volgende verkeersberichten.
4 Druk op TA terwijl er een verkeersbe-
richt wordt ontvangen om het bericht te
annuleren.
De tuner zal terugkeren naar de oorspronkelijk
ingestelde signaalbron maar blijft in de stand-
by-functie tot er nog een keer op TA wordt ge-
drukt.
# U kunt het bericht ook annuleren door op
SOURCE, BAND, a, b, c of d te drukken terwijl
er een verkeersbericht wordt ontvangen.
Opmerkingen
! Het systeem zal terugkeren naar de oorspron-
kelijke signaalbron wanneer het verkeersbe-
richt is afgelopen.
! Bij automatisch afstemmen of gebruik van de
BSM-functie zal er alleen worden afgestemd
op TP en de TP-zenders van een ander, verbe-
terd netwerk wanneer TA is ingeschakeld.
PTY-lijst
Specifiek Programmatype
NEWS Nieuws
AFFAIRS Actualiteiten
INFO Algemene informatie en adviezen
SPORT Sport
WEATHER Weerberichten/meteorologische infor-
matie
FINANCE Beursberichten, handel, zakelijk
nieuws enz.
POP MUS Populaire muziek
ROCK MUS Eigentijdse moderne muziek
EASY MUS Easy-listening muziek
OTH MUS Overige muziek
JAZZ Jazz
COUNTRY Country muziek
NAT MUS Nationale muziek
OLDIES Gouwe Ouwe
FOLK MUS Folk muziek
L.CLASS Lichte klassieke muziek
CLASSIC Serieuze klassieke muziek
EDUCATE Educatieve programmas
DRAMA Hoorspelen en series
CULTURE Nationale of regionale cultuur
SCIENCE Natuur, wetenschap en techniek
VARIED Licht amusement
CHILDREN Kinderprogrammas
SOCIAL Praatprogrammas
RELIGION Religieuze aangelegenheden of dien-
sten
PHONE IN Inbelprogrammas
TOURING Reisprogrammas, niet voor berichten
omtrent verkeersproblemen
LEISURE Hobbys en recreatie
DOCUMENT Documentaires
RDS
Nl
106
Hoofdstuk
05
Afspelen van een CD
1 2 3
1 RPT-indicator
Deze geeft aan of de herhaalde weergave is
ingeschakeld.
2 Nummerindicator fragment
Deze toont welk fragment er op het moment
afgespeeld wordt.
3 Weergavetijdindicator
Deze geeft de verstreken speeltijd van het
spelende fragment aan.
1 Doe een CD in de CD-laadsleuf.
Het afspelen zal automatisch beginnen.
# Plaats de disc zodanig dat de bedrukte
kant de bovenkant is.
# Nadat u de CD in het toestel heeft gedaan,
dient u op SOURCE te drukken om de inge-
bouwde CD-speler als signaalbron te kiezen.
# U kunt de CD laten uitwerpen door op EJECT
te drukken.
2 Gebruik VOLUME om de geluidssterkte
te regelen.
3 Houd c of d ingedrukt om snel terug
of vooruit te spoelen.
4 Druk op c of d om naar het vorige of
volgende fragment te gaan.
Als u op d drukt, gaat u naar het begin van
het volgende fragment. Als u één keer op c
drukt, gaat u naar het begin van het huidige
fragment. Als u nog een keer op deze toets
drukt, gaat u naar het vorige fragment.
Opmerkingen
! De ingebouwde CD-speler kan een standaard-
CD van 12 cm of 8 cm (CD-single) afspelen.
Gebruik geen adapter als u CDs van 8 cm af-
speelt.
! Plaats geen andere dingen dan een CD in de
CD-laadsleuf.
! Als er een foutmelding zoals ERROR-11 wordt
weergegeven, raadpleeg Uitleg van foutmel-
dingen voor ingebouwde CD-speler op blad-
zijde 113.
Herhaald afspelen
Met herhaald afspelen kunt u hetzelfde frag-
ment laten herhalen.
% Druk op 5 om herhaald afspelen in of
uit te schakelen.
Als herhaald afspelen is ingeschakeld, ver-
schijnt RPT in het display.
# Als u een fragment op gaat zoeken of snel
vooruit of terug spoelt, zal het herhaald afspelen
automatisch worden geannuleerd.
Het afspelen van een CD
onderbreken
Met de pauzefunctie kunt u het afspelen van
de CD tijdelijk onderbreken.
% Druk op PAUSE om de pauzefunctie in
of uit te schakelen.
Als de pauzefunctie is ingeschakeld, ver-
schijnt PAUSE in het display.
Ingebouwde CD-speler
Nl
107
Hoofdstuk
Nederlands
06
Inleiding audio-instellingen
1 2 3
1 CUSTOM-indicator
Deze laat zien of er op het moment een door
de gebruiker aangepaste equalizercurve is
geselecteerd.
2 Audiodisplay
Laat de status van de audio-instellingen
zien.
3 LOUD-indicator
Deze verschijnt in het display als de loud-
ness is ingeschakeld.
% Druk op AUDIO om de namen van de
audiofuncties in het display te laten ver-
schijnen.
Druk meerdere keren op AUDIO om te schake-
len tussen de volgende audiofuncties:
FAD (balansinstelling)EQ (equalizer)
LOUD (loudness)FIE (front image enhan-
cer)SLA (afstelling bronniveau)
# Wanneer u de FM-tuner als signaalbron ge-
bruikt, kunt u niet overschakelen naar SLA.
# Als u niet binnen ongeveer 30 seconden een
functiehandeling uitvoert, wordt er automatisch
teruggekeerd naar het bij de signaalbron beho-
rende display.
# Druk op BAND om terug te keren naar het bij
de signaalbron behorende display.
Balansinstelling gebruiken
U kunt de fader/balans instellen voor een opti-
male geluidsweergave voor alle plaatsen in het
voertuig.
1 Druk op AUDIO en selecteer FAD.
# Als de balansinstelling eerder is aangepast,
verschijnt BAL op het display.
2 Druk op a of b om de balans tussen de
voor-/achterluidsprekers in te stellen.
FAD F15 FAD R15 wordt weergegeven als de
balans van de voor- en achterluidsprekers van
voren naar achteren wordt verplaatst.
# FAD 0 is de juiste instelling wanneer u slechts
twee luidsprekers gebruikt.
3 Druk op c of d om de balans tussen de
luidsprekers links en rechts in te stellen.
BAL L 9 BAL R 9 wordt weergegeven als de
balans tussen de linker- en rechterluidspre-
kers van links naar rechts schuift.
Equalizer gebruiken
Met de equalizer kunt u de geluidsweergave
naar wens aanpassen aan de akoestische ei-
genschappen van het interieur van uw auto.
Equalizercurven oproepen
Er zijn zes opgeslagen equalizercurven die u
op elk moment kunt opvragen. Hier volgt een
lijst met de equalizercurven:
Display Equalizercurve
SPR-BASS Superbass
POWERFUL Krachtig
NATURAL Natuurlijk
VOCAL Vocaal
CUSTOM Aangepast
EQ FLAT Vlak
! CUSTOM is een aangepaste equalizercurve
die u zelf maakt.
Audio-instellingen
Nl
108
Hoofdstuk
07
! Als EQ FLAT is geselecteerd, wordt er geen
aanvulling of correctie op het geluid uitge-
voerd. Het is handig het effect van de equa-
lizercurven te controleren door te
schakelen tussen EQ FLAT en een inge-
stelde equalizercurve.
% Druk op EQ om de equalizer te kiezen.
Druk herhaaldelijk op EQ om tussen de vol-
gende equalizers om te schakelen:
SPR-BASSPOWERFULNATURAL
VOCALCUSTOMEQ FLAT
Equalizercurven aanpassen
U kunt de momenteel geselecteerde equalizer-
curve naar wens instellen. De aangepaste in-
stellingen van de equalizercurve worden
opgeslagen in CUSTOM.
! Als u aanpassingen maakt als er een an-
dere curve dan CUSTOM is geselecteerd,
zal de zojuist aangepaste curve de vorige
curve vervangen. Dan verschijnt er een
nieuwe curve met CUSTOM op het display
terwijl u de equalizercurve selecteert.
1 Druk op AUDIO en selecteer EQ.
2 Druk op c of d en selecteer de fre-
quentieband van de equalizer die u wilt
aanpassen.
EQ-L (laag)EQ-M (midden)EQ-H (hoog)
3 Druk op a of b om het niveau van de
frequentieband van de equalizer aan te
passen.
+6 6 wordt op het display weergegeven ter-
wijl het niveau wordt verhoogd of verlaagd.
# U kunt vervolgens een andere frequentieband
kiezen om het niveau daarvan aan te passen.
Fijnafstelling van de
equalizercurve
U kunt de middenfrequentie en de Q-factor
(curvenkenmerken) van elke geselecteerde
curveband aanpassen (EQ-L/EQ-M/EQ-H).
Niveau (dB)
Middenfrequentie
Q=2N
Q=2W
Frequentie (Hz)
! Als u aanpassingen maakt als er een an-
dere curve dan CUSTOM is geselecteerd,
zal de zojuist aangepaste curve de vorige
curve vervangen. Dan verschijnt er een
nieuwe curve met CUSTOM op het display
terwijl u de equalizercurve selecteert.
1 Druk op AUDIO en houd de toets inge-
drukt totdat de frequentie en de Q-factor
(bijv., F- 80 Q 1W) op het display verschij-
nen.
2 Druk op AUDIO om de band te selecte-
ren die u wilt instellen.
LaagMiddenHoog
3 Druk op c of d en selecteer de gewen-
ste frequentie.
Laag: 4080100160 (Hz)
Midden: 2005001k2k (Hz)
Hoog: 3k8k10k12k (Hz)
4 Druk op a of b en selecteer de gewen-
ste Q-factor.
2N1N1W2W
Audio-instellingen
Nl
109
Hoofdstuk
Nederlands
07
Loudness-functie aanpassen
De loudness-functie compenseert tekortko-
mingen in de weergave van de hoge en lage
tonen bij lage volume-instellingen.
1 Druk op AUDIO en selecteer LOUD.
2 Druk op a om de loudness-functie in te
schakelen.
De LOUD-indicator wordt weergegeven.
# Als u de loudness functie uit wilt zetten, drukt
uopb.
# U kunt de loudness-functie ook aan of uit zet-
ten door op LOUDNESS te drukken.
3 Druk op c of d en selecteer het gewen-
ste niveau.
LOW (laag)MID (midden)HI (hoog)
Front image enhancer (F.I.E.)
De functie F.I.E. (Front Image Enhancer) is een
eenvoudige methode waarmee front imaging
kan worden verbeterd door de midden- en
hoge bereiken van de frequentie-uitvoer uit de
achterste luidsprekers uit te schakelen, waar-
door de output alleen bij lage frequenties hoor-
baar is. U kunt de frequentie die u wilt
uitschakelen selecteren.
Voorzorgsmaatregelen
Als de functie F.I.E. is gedeactiveerd, geeft de ach-
terluidspreker het geluid op alle frequenties, niet
alleen de lage tonen. Verlaag het volume voordat
u F.I.E. uitschakelt om te voorkomen dat het vol-
ume ineens sterk toeneemt.
1 Druk op AUDIO en selecteer FIE.
2 Druk op a om F.I.E. aan te zetten.
# Om de F.I.E. uit te zetten drukt u op b.
3 Druk op c of d om de gewenste fre-
quentie te selecteren.
100160250 (Hz)
Opmerkingen
! Als u de F.I.E.-functie aan heeft gezet, kunt u
de balansinstelling (raadpleeg bladzijde 108)
gebruiken om het geluidsniveau van de voor-
ste en achterste luidsprekers af te stellen tot-
dat het geluid goed verdeeld is.
! Zet de F.I.E.-functie uit als u een systeem met
twee luidsprekers gebruikt.
Niveau van de signaalbron
aanpassen
Met SLA (Source Level Adjustment) kunt u het
volumeniveau van de diverse signaalbronnen
apart instellen om te voorkomen dat het vol-
ume plotseling verandert wanneer u naar een
andere signaalbron overschakelt.
! De instellingen zijn gebaseerd op het vol-
umeniveau van de FM-tuner, dat dus onver-
anderd zal blijven.
! Het volumeniveau van de MW/LW-tuner
kan wel met SLA worden aangepast.
1 Vergelijk het volumeniveau van de FM-
tuner met dat van de signaalbron die u
wilt aanpassen.
2 Druk op AUDIO en selecteer SLA.
3 Druk op a of b om het bronvolume
aan te passen.
SLA +4 SLA 4 verschijnt in het display ter-
wijl het volume van de signaalbron wordt ver-
hoogd of verlaagd.
Audio-instellingen
Nl
110
Hoofdstuk
07
Begininstellingen aanpassen
1
Via de begininstellingen kunt u de diverse be-
gininstellingen van dit toestel aanpassen.
1 Functiedisplay
Hierop is de status van de ingestelde functie
af te lezen.
1 Houd SOURCE ingedrukt tot het toestel
uit gaat.
2 Druk op SOURCE en houd de toets inge-
drukt totdat FM op het display verschijnt.
3 Druk op AUDIO om de namen van de
functies op het display weer te geven.
Druk meerdere keren op AUDIO om te schake-
len tussen de volgende instellingen:
FM (FM afstemstap)A-PI (Automatische PI
zoekfunctie)SAVE (Energiebesparing)
Gebruik de volgende instructies voor het aan-
passen van de diverse instellingen.
# Druk op BAND om de begininstellingen te an-
nuleren.
# U kunt de begininstellingen ook annuleren
door SOURCE ingedrukt te houden tot het appa-
raat uit gaat.
FM-afstemstap instellen
Normaal gesproken wordt er een FM-afstem-
stap van 50 kHz gebruikt bij het automatisch
afstemmen. Als AF of TA is ingeschakeld, wij-
zigt de afstemstap automatisch naar 100 kHz.
Het kan beter zijn de afstemstap in te stellen
op 50 kHz als AF is ingeschakeld.
! Bij handmatig afstemmen blijft de afstem-
stap op 50 kHz staan.
1 Druk op AUDIO en selecteer FM.
2 Druk op c of d en selecteert de FM-af-
stemstap.
Druk op c om 50 (50 kHz) te selecteren. Druk
op d om 100 (100 kHz) te selecteren.
Aan/uit zetten van de
automatische PI-zoekfunctie
Het toestel kan automatisch zoeken naar een
andere zender met hetzelfde programma, zelfs
bij het oproepen van een voorkeuzezender.
1 Druk op AUDIO en selecteer A-PI.
2 Druk op a of b om de automatische PI-
zoekfunctie in of uit te schakelen.
Energieverbruik van de
accu verminderen
Door het toestel uit te zetten kunt u het ener-
gieverbruik van de accu verminderen. Eén mi-
nuut nadat u het toestel hebt uitgezet,
schakelt het over op de energiezuinige modus.
! U kunt geen disc in het toestel plaatsen of
een disc uit het toestel verwijderen als het
in de energiezuinige modus staat.
! U kunt alleen SOURCE gebruiken als het
toestel in de energiezuinige modus staat.
Begininstellingen
Nl
111
Hoofdstuk
Nederlands
08
Belangrijk
Als u een accu heeft losgekoppeld om die te ver-
vangen, is deze modus uitgeschakeld. Als u dit
toetsel in een voertuig inbouwt met een contact-
schakelaar zonder stand voor accessoires, kan
het voorkomen dat de accu bij een bepaalde aan-
sluitmethode leegloopt. Nadat u de aansluitme-
thode heeft gecontroleerd, kunt u deze modus
desgewenst aanzetten.
1 Druk op AUDIO en selecteer SAVE.
2 Druk op a of b om de energiezuinige
modus in of uit te schakelen.
Begininstellingen
Nl
112
Hoofdstuk
08
Uitleg van foutmeldingen
voor ingebouwde CD-
speler
Als u contact opneemt met uw leverancier of
het dichtstbijzijnde Pioneer Service-centrum,
zorg er dan voor dat u de foutmelding op-
schrijft.
Melding Oorzaak Maatregel
ERROR-11, 12,
17, 30
Vuile disc Maak de disc
schoon.
ERROR-11, 12,
17, 30
Bekraste disc Vervang de disc.
ERROR-10, 11,
12, 17, 30, A0
Elektrisch of me-
chanisch pro-
bleem
Zet het contact af
en dan weer aan,
of schakel over
naar een andere
signaalbron en dan
weer terug naar de
CD-speler.
ERROR-44 Alle fragmenten
worden overge-
slagen
Vervang de disc.
Geluid uitschakelen
Het geluid van dit toestel wordt in de volgende
gevallen automatisch uitgeschakeld:
! Er wordt gebeld met een mobiele telefoon
die op dit toestel is aangesloten.
! Er is een navigatie-eenheid met spraakbe-
geleiding van Pioneer op dit toestel aange-
sloten.
Het geluid wordt uitgeschakeld en MUTE ver-
schijnt op het display. Het volume kan nog
worden aangepast, maar alle andere instellin-
gen niet. De bediening keert weer terug naar
normaal als het telefoongesprek of de spraak-
begeleiding is afgelopen.
Zorg voor uw CD-speler
! Gebruik alleen CDs met het onderstaande
Compact Disc Digital Audio-logo.
! Gebruik alleen normale, ronde CDs. An-
dere, niet-ronde CDs kunnen vast komen
te zitten, of worden niet naar behoren afge-
speeld.
! Controleer alle CDs op barsten, krassen of
vervormingen voordat u ze afspeelt. CDs
met barsten, krassen of vervormingen kun-
nen niet goed worden afgespeeld. Gebruik
zulke CDs daarom niet.
! Probeer het opnameoppervlak (de kant
waar niets op gedrukt is) niet aan te raken
wanneer u de disc vasthoudt.
! Bewaar disc in het disc-doosje wanneer u
ze niet gebruikt.
! Houd discs uit direct zonlicht en stel ze
niet bloot aan hoge temperaturen.
! Plak geen labels op discs, schrijf er niet op
en behandel het oppervlak niet met chemi-
sche middelen.
! Om een CD te reinigen veegt u de disc van
het midden naar de buitenkant met een
zachte doek schoon.
Aanvullende informatie
Nl
113
Aanhangsel
Nederlands
! Als de verwarming bij lage temperaturen
wordt gebruikt, kan er vocht op de onderde-
len in de CD-speler ontstaan. Condensvor-
ming kan er de oorzaak van zijn dat de CD-
speler niet goed functioneert . Als u denkt
dat er sprake is van condensvorming, zet u
de CD-speler ongeveer een uur uit zodat hij
kan drogen. Veeg eventueel vochtige CDs
af met een zachte doek om het vocht te ver-
wijderen.
! Schokken tijdens het rijden kunnen de CD
laten overslaan.
CD-R/CD-RW-discs
! CD-R/CD-RW-discs kunnen alleen worden
afgespeeld als ze voltooid zijn.
! De mogelijkheid bestaat dat u bepaalde
CD-R/CD-RW-discs niet kunt afspelen die
zijn opgenomen op een audio CD-recorder
of een computer. Dat kan ook worden ver-
oorzaakt door bepaalde eigenschappenen
van de CD, krassen of vuil op de disc, of
door vuil, condens, en dergelijke op de lens
van dit toestel.
! Het afspelen van disc die op een computer
zijn opgenomen is soms niet mogelijk. Dit
is afhankelijk van de instellingen en de om-
geving van de toepassing. Neem op in het
juiste formaat. (Neem voor meer informatie
contact op met de fabrikant van de toepas-
sing.)
! Mogelijk kunt u geen CD-R/CD-RW-discs
afspelen, omdat deze zijn blootgesteld aan
direct zonlicht of hoge temperaturen, of
vanwege de omstandigheden waaronder
de discs in de auto zijn bewaard.
! Dit toestel is geschikt voor de functie voor
het overslaan van fragmenten op CD-R/CD-
RW-discs. De fragmenten waarop deze
functie betrekking heeft zullen automatisch
worden overgeslagen.
! Als u een CD-RW-disc in dit toestel plaatst,
zal het langer duren voordat het afspelen
begint dan bij een conventionele CD of CD-
R.
! Lees de voor CD-R/CD-RW-discs geldende
voorzorgsmaatregelen voor u ze gaat ge-
bruiken.
Aanvullende informatie
Nl
114
Aanhangsel
Technische gegevens
Algemeen
Spanningsbron ......................... 14,4 V gelijkstroom (10,8
15,1 V toelaatbaar)
Aarding ......................................... Negatief
Max. stroomverbruik .............. 10,0 A
Afmetingen (B × H × D):
DIN
Chassis ..................... 178 × 50 × 157 mm
Voorpaneel .............. 188 × 58 × 19 mm
D
Chassis ..................... 178 × 50 × 162 mm
Voorpaneel .............. 170 × 48 × 14 mm
Gewicht ........................................ 1,3 kg
Audio
Maximaal uitgangsvermogen
..................................................... 50 W × 4
Doorlopend uitgangsvermogen
..................................................... 27 W × 4 (DIN 45324, +B =
14,4 V)
Belastingsimpedantie ........... 4 W (4 8 W toegestaan)
Preout maximaal uitgangsniveau/uitgangsimpedantie
..................................................... 2,2 V/1 kW
Equalizer (3-bands parametrische equalizer):
Laag
Frequentie ............... 40/80/100/160 Hz
Q-factor .................... 0,35/0,59/0,95/1,15 (+6 dB
wanneer versterkt)
Gain ............................ ±12 dB
Midden
Frequentie ............... 200/500/1k/2k Hz
Q-factor .................... 0,35/0,59/0,95/1,15 (+6 dB
wanneer versterkt)
Gain ............................ ±12 dB
Hoog
Frequentie ............... 3,15k/8k/10k/12,5k Hz
Q-factor .................... 0,35/0,59/0,95/1,15 (+6 dB
wanneer versterkt)
Gain ............................ ±12 dB
Loudness contouren
Laag ..................................... +3,5 dB (100 Hz), +3 dB (10
kHz)
Midden ............................... +10 dB (100 Hz), +6,5 dB
(10 kHz)
Hoog .................................... +11 dB (100 Hz), +11 dB
(10 kHz)
(volume: 30 dB)
CD-speler
Systeem ....................................... Compact Disc Audio
Bruikbare CDs ......................... Compact Discs
Signaalformaat:
Schakelfrequentie ......... 44,1 kHz
Aantal quantisatiebits
........................................... 16; lineair
Frequentiekarakteristieken
..................................................... 5 20.000 Hz (±1 dB)
Signaal-tot-ruis verhouding
..................................................... 94 dB (1 kHz) (IEC-A net-
werk)
Dynamisch bereik ................... 92 dB (1 kHz)
Aantal kanalen .......................... 2 (stereo)
FM-tuner
Frequentiebereik ...................... 87,5 108,0 MHz
Bruikbare gevoeligheid ......... 8 dBf (0,7 µV/75 W, mono,
S/N: 30 dB)
Gevoeligheid bij 50 dB demping
..................................................... 10 dBf (0,9 µV/75 W, mono)
Signaal-tot-ruis verhouding
..................................................... 75 dB (IEC-A netwerk)
Vervorming ................................. 0,3 % (bij 65 dBf, 1 kHz, ste-
reo)
0,1 % (bij 65 dBf, 1 kHz,
mono)
Frequentierespons .................. 30 15.000 Hz (±3 dB)
Stereoscheiding ....................... 45 dB (bij 65 dBf, 1 kHz)
Selectiviteit ................................. 80 dB (±200 kHz)
MW-tuner
Frequentiebereik ...................... 531 1.602 kHz (9 kHz)
Bruikbare gevoeligheid ......... 18 µV (S/N: 20 dB)
Signaal-tot-ruis verhouding
..................................................... 65 dB (IEC-A netwerk)
LW-tuner
Frequentiebereik ...................... 153 281 kHz
Bruikbare gevoeligheid ......... 30 µV (S/N: 20 dB)
Signaal-tot-ruis verhouding
..................................................... 65 dB (IEC-A netwerk)
Opmerking
Technische gegevens en ontwerp kunnen ter pro-
ductverbetering zonder voorafgaande kennisge-
ving worden gewijzigd.
Aanvullende informatie
Nl
115
Aanhangsel
Nederlands

Documenttranscriptie

Inhoud Hartelijk dank voor het aanschaffen van dit Pioneerproduct. Lees deze bedieningsaanwijzingen door zodat u weet hoe uw model werkt. Als u de aanwijzingen heeft gelezen, kunt u deze handleiding het best op een veilige plaats opbergen zodat u hem altijd bij de hand heeft voor later. Voor u begint Over dit toestel 98 Uw toestel tegen diefstal beveiligen 98  Voorpaneel verwijderen 98  Voorpaneel bevestigen 99 Wat is wat Hoofdtoestel 100 Stroom aan/uit Toestel aanzetten en signaalbron selecteren 101 Toestel uitschakelen 101 Tuner Naar de radio luisteren 102 Frequenties van zenders opslaan en oproepen 102 Op sterke signalen afstemmen 103 Frequenties van de sterkste zenders opslaan 103 RDS Inleiding RDS-bediening 104 Weergave RDS-display wijzigen 104 PTY-nooduitzendingen ontvangen 104 Alternatieve frequenties kiezen 105  PI-zoeken gebruiken 105  PI-zoeken voor voorkeuzezenders gebruiken 105  Alleen zenders met regionale programmering zoeken 105 Verkeersberichten ontvangen 106 PTY-lijst 106 Equalizer gebruiken 108  Equalizercurven oproepen 108  Equalizercurven aanpassen 109  Fijnafstelling van de equalizercurve 109 Loudness-functie aanpassen 110 Front image enhancer (F.I.E.) 110 Niveau van de signaalbron aanpassen 110 Begininstellingen Begininstellingen aanpassen 111 FM-afstemstap instellen 111 Aan/uit zetten van de automatische PIzoekfunctie 111 Energieverbruik van de accu verminderen 111 Aanvullende informatie Uitleg van foutmeldingen voor ingebouwde CD-speler 113 Geluid uitschakelen 113 Zorg voor uw CD-speler 113 CD-R/CD-RW-discs 114 Technische gegevens 115 Nederlands Ingebouwde CD-speler Afspelen van een CD 107 Herhaald afspelen 107 Het afspelen van een CD onderbreken 107 Audio-instellingen Inleiding audio-instellingen 108 Balansinstelling gebruiken 108 Nl 97 Hoofdstuk 01 Voor u begint Over dit toestel De frequenties waarop de tuner van dit toestel kan afstemmen, zijn in gebruik in Europa, Azië, het Midden-Oosten, Afrika en Oceanië. Gebruik van het toestel in andere gebieden kan een slechte ontvangst ten gevolge hebben. De RDS-functie (radiodatasysteem) werkt alleen in gebieden waar de FM-zenders RDSsignalen uitzenden. WAARSCHUWING ! Zorg ervoor dat dit apparaat niet met vloeistof in aanraking komt. Een elektrische schok kan daarvan het gevolg zijn. Bovendien kan het leiden tot rookvorming en oververhitting waardoor het apparaat beschadigt. ! Aan de onderkant van dit toestel bevindt zich een CLASS 1 LASER PRODUCT-label. CLASS 1 LASER PRODUCT ! De Pioneer CarStereo-Pass wordt alleen in Duitsland gebruikt. ! Houd deze handleiding bij de hand om bedieningsprocedures en te nemen voorzorgsmaatregelen in op te zoeken. ! Houd het volume te allen tijde zo laag dat u geluiden van buiten de auto kunt blijven horen. ! Bescherm dit toestel tegen vocht. ! Als de accu losgekoppeld wordt of leeg raakt, zal het voorkeuzegeheugen worden gewist en zult u het toestel opnieuw moeten programmeren. ! Als dit product niet naar behoren functioneert, kunt u uw leverancier of het dichtstbijzijnde erkende Pioneer Service-station raadplegen. 98 Nl Uw toestel tegen diefstal beveiligen Het voorpaneel kan om diefstal te voorkomen van het hoofdtoestel worden verwijderd en worden bewaard in het meegeleverde beschermende foedraal. Belangrijk ! Bij het verwijderen en aanbrengen van het voorpaneel mag u in geen geval kracht zetten of het display en de toetsen vastgrijpen. ! Stel het voorpaneel niet bloot aan te grote schokken. ! Houd het voorpaneel uit de buurt van direct zonlicht en hoge temperaturen. Voorpaneel verwijderen 1 Druk op DETACH om het voorpaneel los te maken. Druk op DETACH om de rechterkant van het voorpaneel los te laten komen van het hoofdtoestel. 2 Pak het voorpaneel vast en verwijder het. Pak het voorpaneel aan de rechterkant vast en trek het naar links. Hierdoor komt het voorpaneel los van het hoofdtoestel. 3 Doe het voorpaneel in het meegeleverde beschermende foedraal om het veilig te bewaren. Hoofdstuk 01 Voor u begint Voorpaneel bevestigen 1 Houd het voorpaneel plat tegen het hoofdtoestel. 2 Druk het voorpaneel tegen de voorkant van het hoofdtoestel tot het stevig vast blijft zitten. Nederlands Nl 99 Hoofdstuk 02 Wat is wat 1 3 4 5 2 6 e d c b Hoofdtoestel 1 TA-toets Druk op deze toets om de TA-functie in of uit te schakelen. Houd deze toets ingedrukt om de AF-functie in of uit te schakelen. 2 Laadsleuf voor de disc Doe een disc in de speler. 3 EJECT-toets Druk hierop om de CD te laten uitwerpen uit de ingebouwde CD-speler. 4 AUDIO-toets Druk hierop om te kiezen uit de diverse toonregelingsfuncties. 5 PAUSE-toets Druk hierop om pauze in of uit te schakelen. 6 a/b/c/d toetsen Druk op deze toetsen voor het handmatig afstemmen, vooruit en achteruit spoelen, en het zoeken naar een fragment. Worden ook gebruikt om functies te bedienen. 7 LOUDNESS-toets Druk op deze toets om de loudness-functie in of uit te schakelen. 100 Nl a 9 8 7 8 DETACH-toets Druk op deze toets om het voorpaneel van het hoofdtoestel te verwijderen. 9 BAND-toets Druk hierop om te kiezen uit een van de twee FM of MW/LW (MG/LG) banden en om de instelling van een bepaalde functie te annuleren. a LOCAL/BSM-toets Druk op deze toets om de lokale functie aan of uit te zetten. Houd de toets ingedrukt om de BSM-functie aan of uit te zetten. b 16-toetsen Druk op deze toetsen om voorkeuzezenders in te stellen. c SOURCE-toets Dit toestel wordt ingeschakeld zodra u een signaalbron selecteert. Druk op deze toets om alle signaalbronnen af te gaan. d VOLUME Draai deze knop om het volume te verhogen of te verlagen. e EQ-toets Druk op deze toets om de verschillende equalizercurven te selecteren. Hoofdstuk 03 Stroom aan/uit Toestel aanzetten en signaalbron selecteren U kunt een signaalbron selecteren om naar te luisteren. Om de ingebouwde CD-speler te gebruiken hoeft u alleen een CD in het toestel te plaatsen (raadpleeg bladzijde 107). % Druk op SOURCE om een signaalbron te kiezen. Druk meerdere keren op SOURCE om te schakelen tussen de volgende signaalbronnen: Ingebouwde CD-spelerTuner Wanneer u een signaalbron kiest, zal het toestel worden ingeschakeld. Opmerkingen ! Als er geen CD in het apparaat zit, kunt u de ingebouwde CD-speler niet activeren. ! Wanneer de blauw/witte draad van dit toestel is aangesloten op de bedieningsaansluiting van de automatische antenne van uw auto, zal de antenne uitschuiven wanneer de signaalbron van dit toestel wordt ingeschakeld. Als u de bron uitschakelt, wordt de antenne weer ingeschoven. Toestel uitschakelen % Houd SOURCE ingedrukt tot het toestel uit gaat. Nederlands Nl 101 Hoofdstuk 04 Tuner Naar de radio luisteren 1 23 4 5 De AF-functie van dit toestel (zoeken naar alternatieve frequenties) kan worden in- en uitgeschakeld. Bij normale bediening van de tuner moet de AF uit staan (raadpleeg bladzijde 105). 1 Frequentiebandindicator Deze toont op welke frequentieband de radio is afgestemd: MW, LW of FM. 5 Om automatisch afstemmen te gebruiken houdt u c of d ongeveer een seconde ingedrukt. De tuner zal nu zelf de frequenties in de aangegeven richting afzoeken tot er een uitzending gevonden wordt die sterk genoeg is voor een goede ontvangst. # U kunt het automatisch afstemmen annuleren door kort op c of d te drukken. # Als u op c of d drukt en deze ingedrukt houdt, kunt u zenders overslaan. Automatisch afstemmen begint als u de toets weer loslaat. 2 Frequentie-indicator Deze toont de frequentie waarop u heeft afgestemd. Frequenties van zenders opslaan en oproepen 3 LOC-indicator Deze toont of automatisch afstemmen op lokale zenders is ingeschakeld. Als u op een van de voorkeuzetoetsen 16 drukt, kunt u heel eenvoudig maximaal zes zenderfrequenties opslaan zodat u deze later met één druk op de toets weer kunt oproepen. 4 Stereo (5) indicator Deze toont of de frequentie waarop u heeft afgestemd in stereo uitzendt. 5 Voorkeuzenummerindicator Deze geeft aan welke voorkeuzezender is geselecteerd. 1 Druk op SOURCE om de tuner te kiezen. 2 Gebruik VOLUME om de geluidssterkte te regelen. 3 Druk op BAND en kies een frequentieband. Druk op BAND totdat u de gewenste frequentieband op het display ziet verschijnen, F1, F2 voor FM of MW/LW (MG/LG). 102 4 Druk kort op c of d om handmatig af te stemmen. Nl % Wanneer u heeft afgestemd op een frequentie die u in het geheugen wilt opslaan, houdt u een van de voorkeuzetoetsen 16 ingedrukt tot het voorkeuzenummer stopt met knipperen. Het nummer dat u heeft ingedrukt, gaat knipperen in de voorkeuzenummerindicator en blijft daarna branden. De frequentie van de geselecteerde radiozender is in het geheugen opgeslagen. Wanneer u hierna op dezelfde voorkeuzetoets drukt, zal de opgeslagen frequentie uit het geheugen worden opgeroepen. Hoofdstuk 04 Tuner Opmerkingen ! Er kunnen maximaal 12 FM-zenders, 6 voor elk van de twee FM-frequentiebanden, en 6 MW/ LW (MG/LG)-zenders in het geheugen worden opgeslagen. ! U kunt ook a en b gebruiken om onder de voorkeuzetoetsen 16 opgeslagen frequenties van radiozenders weer op te roepen. % Houd LOCAL/BSM ingedrukt tot de BSM aan gaat. BSM begint te knipperen. Als BSM knippert, worden de zes sterkste zenderfrequenties opgeslagen onder voorkeuzetoetsen 16 in de volgorde van de sterkte van het signaal. Als dit is gebeurd, stopt BSM met knipperen. # Druk op LOCAL/BSM om het opslaan te annuleren. Op sterke signalen afstemmen Met de functie voor automatisch afstemmen op lokale zenders kunt u het toestel uitsluitend laten afstemmen op zenders met een signaal dat sterk genoeg is voor een goede ontvangst. % Druk meerdere keren op LOCAL/BSM om het automatisch afstemmen op lokale zenders in of uit te schakelen. Als automatisch afstemmen op lokale zenders is ingeschakeld, verschijnt LOC in het display. Frequenties van de sterkste zenders opslaan Nederlands Met de functie BSM (Best Stations Memory) kunt u automatisch de zes sterkste zenders laten opslaan onder de voorkeuzetoetsen 16 zodat u later met een druk op de juiste toets kunt afstemmen op een van de opgeslagen frequenties. ! Het is mogelijk dat de via de BSM-functie opgeslagen zenders de eerder door uzelf onder de toetsen 16 opgeslagen zenders vervangen. Nl 103 Hoofdstuk 05 RDS Inleiding RDS-bediening 1 2 3 4 RDS (radiodatasysteem) is een systeem voor het leveren van informatie tijdens FM-uitzendingen. Deze onhoorbare informatie maakt functies zoals programmaservicenaam, programmatype, verkeersberichten stand-by en automatisch afstemmen mogelijk. Zo wordt het radioluisteraars gemakkelijker gemaakt de gewenste zender te vinden. 1 Programmaservicenaam Toont de naam van het programma. 2 AF-indicator Geeft aan of de AF functie (zoeken naar alternatieve frequenties) is ingeschakeld. 3 TA-indicator Geeft aan of de TA-functie (stand-by voor verkeersberichten) is ingeschakeld. 4 TP-indicator Geeft aan of er is afgestemd op een TP-zender. Opmerkingen ! Het is mogelijk dat niet alle zenders RDS-diensten leveren. ! RDS-functies zoals AF en TA werken alleen wanneer u heeft afgestemd op een RDSzender. 104 Nl Weergave RDS-display wijzigen Als u afstemt op een RDS-zender, wordt de programmaservicenaam weergegeven. U kunt desgewenst ook de frequentie laten weergeven. % Houd EQ ingedrukt tot de informatie in het display verandert. Druk meerdere keren op EQ en houd de toets ingedrukt om tussen de volgende instellingen te schakelen: ProgrammaservicenaamPTY-informatie Frequentie Meer over PTY-informatie (ID-code programmatype) kunt u vinden op bladzijde 106. # PTY-informatie en de frequentie van de huidige zender zullen acht seconden lang op het display worden getoond. PTY-nooduitzendingen ontvangen PTY-alarm is een speciale PTY-code voor het aankondigen van noodgevallen, zoals natuurrampen. Als de tuner de radioalarmcode ontvangt, verschijnt ALARM op het display en gaat het volume naar het TA-volume. Als de uitzending van het noodbericht van de zender is afgelopen, gaat het systeem terug naar de oorspronkelijke signaalbron. ! Een noodbericht kunt u annuleren door op TA te drukken. ! U kunt een noodbericht ook annuleren door op SOURCE, BAND, a, b, c of d te drukken. Hoofdstuk 05 RDS Alternatieve frequenties kiezen Als u naar een uitzending aan het luisteren bent en de ontvangst wordt zwakker of er doen zich andere problemen voor, dan zal het toestel automatisch op zoek gaan naar een andere zender in hetzelfde netwerk die een betere ontvangst oplevert. ! De AF-functie is standaard ingeschakeld. % Druk meerdere keren op TA om de AFfunctie in of uit te schakelen. Als de AF-functie is ingeschakeld, verschijnt AF in het display. Opmerkingen ! Bij automatisch afstemmen of gebruik van de BSM-functie wordt er alleen afgestemd op RDS-zenders als AF is ingeschakeld. ! Als u een voorkeuzezender oproept, kan de tuner de voorkeuzezender bijwerken met een nieuwe frequentie van de AF-lijst van de zender. (Dit is alleen mogelijk als u voorkeuzezenders op de F1 frequentieband gebruikt.) Er verschijnen geen voorkeuzenummers op het display als de RDS-gegevens van de ontvangen zender afwijken van de oorspronkelijk opgeslagen zender. ! Het is mogelijk dat de geluidsweergave tijdelijk wordt onderbroken door een ander programma terwijl de AF-functie aan het zoeken is. ! Wanneer de tuner is afgestemd op een zender zonder RDS zal de AF indicator knipperen. ! De AF-functie kan voor elke FM-frequentieband afzonderlijk worden in- of uitgeschakeld. Als het toestel geen geschikte alternatieve frequentie kan vinden of als u naar een uitzending luistert en de ontvangst wordt slecht, dan zoekt het toestel automatisch een andere zender met dezelfde programmering. Tijdens het zoeken wordt PI SEEK weergegeven en wordt PI-zoeken voor voorkeuzezenders gebruiken Wanneer een voorkeuzezender niet kan worden opgeroepen, bijvoorbeeld wanneer u een grote afstand heeft afgelegd, kan het toestel zo worden ingesteld dat ook bij het oproepen van een voorkeuzezender de PI-zoekfunctie zal worden uitgevoerd. ! De automatische PI-zoekfunctie is standaard uitgeschakeld. Zie Aan/uit zetten van de automatische PI-zoekfunctie op bladzijde 111. Alleen zenders met regionale programmering zoeken Wanneer u de AF-functie gebruikt om automatisch alternatieve frequenties te zoeken, kunt u met de regionale functie het zoeken beperken tot zenders die regionale programmas uitzenden. % Houd BAND ingedrukt totdat de regionale functie aan of uit gaat. Opmerkingen ! Regionale programmering en regionale netwerken kunnen per land anders georganiseerd zijn (er kunnen bijv. veranderingen optreden afhankelijk van de tijd, de staat of het ontvangstgebied). ! Het voorkeuzenummer kan verdwijnen van het display als de tuner afstemt op een regionale zender die verschilt van de oorspronkelijk gekozen zender. ! De regionale functie kan voor elk van de FMfrequentiebanden afzonderlijk worden in- of uitgeschakeld. Nl Nederlands PI-zoeken gebruiken het volume gedempt. Het dempen wordt onderbroken nadat PI-zoeken is voltooid. Het maakt daarbij niet uit of er een andere zender is gevonden of niet. 105 Hoofdstuk 05 RDS Verkeersberichten ontvangen Opmerkingen Met TA (stand-by voor verkeersberichten) kunt u automatisch verkeersberichten ontvangen, ongeacht de signaalbron waarnaar u aan het luisteren bent. TA kan voor zowel een TP-zender (een zender die verkeersberichten uitzendt) als een uitgebreide TP-zender van een ander netwerk (een zender met informatie die verwijst naar andere TP-zenders) worden geactiveerd. ! Het systeem zal terugkeren naar de oorspronkelijke signaalbron wanneer het verkeersbericht is afgelopen. ! Bij automatisch afstemmen of gebruik van de BSM-functie zal er alleen worden afgestemd op TP en de TP-zenders van een ander, verbeterd netwerk wanneer TA is ingeschakeld. 1 Stem af op een TP of de TP-zender van een ander, verbeterd netwerk. Wanneer u heeft afgestemd op een TP of de TP-zender van een ander, verbeterd netwerk, zal de TP-indicator gaan branden. PTY-lijst 2 Druk op TA om stand-by voor verkeersberichten in te schakelen. TA zal op het display verschijnen. De tuner staat stand-by voor verkeersberichten. # Druk nogmaals op TA om stand-by voor verkeersberichten weer uit te schakelen. 3 Regel het TA-volume met VOLUME wanneer er een verkeersbericht begint. Het ingestelde volume zal worden opgeslagen in het geheugen en opnieuw worden gebruikt bij de volgende verkeersberichten. 4 Druk op TA terwijl er een verkeersbericht wordt ontvangen om het bericht te annuleren. De tuner zal terugkeren naar de oorspronkelijk ingestelde signaalbron maar blijft in de standby-functie tot er nog een keer op TA wordt gedrukt. # U kunt het bericht ook annuleren door op SOURCE, BAND, a, b, c of d te drukken terwijl er een verkeersbericht wordt ontvangen. Specifiek NEWS AFFAIRS INFO SPORT WEATHER FINANCE POP MUS ROCK MUS EASY MUS OTH MUS JAZZ COUNTRY NAT MUS OLDIES FOLK MUS L.CLASS CLASSIC EDUCATE DRAMA CULTURE SCIENCE VARIED CHILDREN SOCIAL RELIGION PHONE IN TOURING LEISURE DOCUMENT 106 Nl Programmatype Nieuws Actualiteiten Algemene informatie en adviezen Sport Weerberichten/meteorologische informatie Beursberichten, handel, zakelijk nieuws enz. Populaire muziek Eigentijdse moderne muziek Easy-listening muziek Overige muziek Jazz Country muziek Nationale muziek Gouwe Ouwe Folk muziek Lichte klassieke muziek Serieuze klassieke muziek Educatieve programmas Hoorspelen en series Nationale of regionale cultuur Natuur, wetenschap en techniek Licht amusement Kinderprogrammas Praatprogrammas Religieuze aangelegenheden of diensten Inbelprogrammas Reisprogrammas, niet voor berichten omtrent verkeersproblemen Hobbys en recreatie Documentaires Hoofdstuk 06 Ingebouwde CD-speler Afspelen van een CD 1 2 3 1 RPT-indicator Deze geeft aan of de herhaalde weergave is ingeschakeld. 2 Nummerindicator fragment Deze toont welk fragment er op het moment afgespeeld wordt. 3 Weergavetijdindicator Deze geeft de verstreken speeltijd van het spelende fragment aan. 1 Doe een CD in de CD-laadsleuf. Het afspelen zal automatisch beginnen. # Plaats de disc zodanig dat de bedrukte kant de bovenkant is. # Nadat u de CD in het toestel heeft gedaan, dient u op SOURCE te drukken om de ingebouwde CD-speler als signaalbron te kiezen. # U kunt de CD laten uitwerpen door op EJECT te drukken. Opmerkingen ! De ingebouwde CD-speler kan een standaardCD van 12 cm of 8 cm (CD-single) afspelen. Gebruik geen adapter als u CDs van 8 cm afspeelt. ! Plaats geen andere dingen dan een CD in de CD-laadsleuf. ! Als er een foutmelding zoals ERROR-11 wordt weergegeven, raadpleeg Uitleg van foutmeldingen voor ingebouwde CD-speler op bladzijde 113. Herhaald afspelen Met herhaald afspelen kunt u hetzelfde fragment laten herhalen. % Druk op 5 om herhaald afspelen in of uit te schakelen. Als herhaald afspelen is ingeschakeld, verschijnt RPT in het display. # Als u een fragment op gaat zoeken of snel vooruit of terug spoelt, zal het herhaald afspelen automatisch worden geannuleerd. Het afspelen van een CD onderbreken 3 Houd c of d ingedrukt om snel terug of vooruit te spoelen. Met de pauzefunctie kunt u het afspelen van de CD tijdelijk onderbreken. 4 Druk op c of d om naar het vorige of volgende fragment te gaan. Als u op d drukt, gaat u naar het begin van het volgende fragment. Als u één keer op c drukt, gaat u naar het begin van het huidige fragment. Als u nog een keer op deze toets drukt, gaat u naar het vorige fragment. % Druk op PAUSE om de pauzefunctie in of uit te schakelen. Als de pauzefunctie is ingeschakeld, verschijnt PAUSE in het display. Nl Nederlands 2 Gebruik VOLUME om de geluidssterkte te regelen. 107 Hoofdstuk 07 Audio-instellingen Inleiding audio-instellingen 1 2 3 1 CUSTOM-indicator Deze laat zien of er op het moment een door de gebruiker aangepaste equalizercurve is geselecteerd. 2 Audiodisplay Laat de status van de audio-instellingen zien. 3 LOUD-indicator Deze verschijnt in het display als de loudness is ingeschakeld. % Druk op AUDIO om de namen van de audiofuncties in het display te laten verschijnen. Druk meerdere keren op AUDIO om te schakelen tussen de volgende audiofuncties: FAD (balansinstelling)EQ (equalizer) LOUD (loudness)FIE (front image enhancer)SLA (afstelling bronniveau) # Wanneer u de FM-tuner als signaalbron gebruikt, kunt u niet overschakelen naar SLA. # Als u niet binnen ongeveer 30 seconden een functiehandeling uitvoert, wordt er automatisch teruggekeerd naar het bij de signaalbron behorende display. # Druk op BAND om terug te keren naar het bij de signaalbron behorende display. Balansinstelling gebruiken U kunt de fader/balans instellen voor een optimale geluidsweergave voor alle plaatsen in het voertuig. 108 Nl 1 Druk op AUDIO en selecteer FAD. # Als de balansinstelling eerder is aangepast, verschijnt BAL op het display. 2 Druk op a of b om de balans tussen de voor-/achterluidsprekers in te stellen. FAD F15  FAD R15 wordt weergegeven als de balans van de voor- en achterluidsprekers van voren naar achteren wordt verplaatst. # FAD 0 is de juiste instelling wanneer u slechts twee luidsprekers gebruikt. 3 Druk op c of d om de balans tussen de luidsprekers links en rechts in te stellen. BAL L 9  BAL R 9 wordt weergegeven als de balans tussen de linker- en rechterluidsprekers van links naar rechts schuift. Equalizer gebruiken Met de equalizer kunt u de geluidsweergave naar wens aanpassen aan de akoestische eigenschappen van het interieur van uw auto. Equalizercurven oproepen Er zijn zes opgeslagen equalizercurven die u op elk moment kunt opvragen. Hier volgt een lijst met de equalizercurven: Display Equalizercurve SPR-BASS Superbass POWERFUL Krachtig NATURAL Natuurlijk VOCAL Vocaal CUSTOM Aangepast EQ FLAT Vlak ! CUSTOM is een aangepaste equalizercurve die u zelf maakt. Hoofdstuk 07 Audio-instellingen ! Als EQ FLAT is geselecteerd, wordt er geen aanvulling of correctie op het geluid uitgevoerd. Het is handig het effect van de equalizercurven te controleren door te schakelen tussen EQ FLAT en een ingestelde equalizercurve. % Druk op EQ om de equalizer te kiezen. Druk herhaaldelijk op EQ om tussen de volgende equalizers om te schakelen: SPR-BASSPOWERFULNATURAL VOCALCUSTOMEQ FLAT Equalizercurven aanpassen U kunt de momenteel geselecteerde equalizercurve naar wens instellen. De aangepaste instellingen van de equalizercurve worden opgeslagen in CUSTOM. ! Als u aanpassingen maakt als er een andere curve dan CUSTOM is geselecteerd, zal de zojuist aangepaste curve de vorige curve vervangen. Dan verschijnt er een nieuwe curve met CUSTOM op het display terwijl u de equalizercurve selecteert. 1 Druk op AUDIO en selecteer EQ. 2 Druk op c of d en selecteer de frequentieband van de equalizer die u wilt aanpassen. EQ-L (laag)EQ-M (midden)EQ-H (hoog) # U kunt vervolgens een andere frequentieband kiezen om het niveau daarvan aan te passen. U kunt de middenfrequentie en de Q-factor (curvenkenmerken) van elke geselecteerde curveband aanpassen (EQ-L/EQ-M/EQ-H). Niveau (dB) Q=2N Q=2W Middenfrequentie Frequentie (Hz) ! Als u aanpassingen maakt als er een andere curve dan CUSTOM is geselecteerd, zal de zojuist aangepaste curve de vorige curve vervangen. Dan verschijnt er een nieuwe curve met CUSTOM op het display terwijl u de equalizercurve selecteert. 1 Druk op AUDIO en houd de toets ingedrukt totdat de frequentie en de Q-factor (bijv., F- 80 Q 1W) op het display verschijnen. 2 Druk op AUDIO om de band te selecteren die u wilt instellen. LaagMiddenHoog 3 Druk op c of d en selecteer de gewenste frequentie. Laag: 4080100160 (Hz) Midden: 2005001k2k (Hz) Hoog: 3k8k10k12k (Hz) 4 Druk op a of b en selecteer de gewenste Q-factor. 2N1N1W2W Nl Nederlands 3 Druk op a of b om het niveau van de frequentieband van de equalizer aan te passen. +6  6 wordt op het display weergegeven terwijl het niveau wordt verhoogd of verlaagd. Fijnafstelling van de equalizercurve 109 Hoofdstuk 07 Audio-instellingen Loudness-functie aanpassen De loudness-functie compenseert tekortkomingen in de weergave van de hoge en lage tonen bij lage volume-instellingen. 1 Druk op AUDIO en selecteer LOUD. Opmerkingen 2 Druk op a om de loudness-functie in te schakelen. De LOUD-indicator wordt weergegeven. ! Als u de F.I.E.-functie aan heeft gezet, kunt u de balansinstelling (raadpleeg bladzijde 108) gebruiken om het geluidsniveau van de voorste en achterste luidsprekers af te stellen totdat het geluid goed verdeeld is. ! Zet de F.I.E.-functie uit als u een systeem met twee luidsprekers gebruikt. 3 Druk op c of d en selecteer het gewenste niveau. LOW (laag)MID (midden)HI (hoog) Niveau van de signaalbron aanpassen # Als u de loudness functie uit wilt zetten, drukt u op b. # U kunt de loudness-functie ook aan of uit zetten door op LOUDNESS te drukken. Front image enhancer (F.I.E.) De functie F.I.E. (Front Image Enhancer) is een eenvoudige methode waarmee front imaging kan worden verbeterd door de midden- en hoge bereiken van de frequentie-uitvoer uit de achterste luidsprekers uit te schakelen, waardoor de output alleen bij lage frequenties hoorbaar is. U kunt de frequentie die u wilt uitschakelen selecteren. Voorzorgsmaatregelen Als de functie F.I.E. is gedeactiveerd, geeft de achterluidspreker het geluid op alle frequenties, niet alleen de lage tonen. Verlaag het volume voordat u F.I.E. uitschakelt om te voorkomen dat het volume ineens sterk toeneemt. 1 Druk op AUDIO en selecteer FIE. 2 Druk op a om F.I.E. aan te zetten. # Om de F.I.E. uit te zetten drukt u op b. 110 3 Druk op c of d om de gewenste frequentie te selecteren. 100160250 (Hz) Nl Met SLA (Source Level Adjustment) kunt u het volumeniveau van de diverse signaalbronnen apart instellen om te voorkomen dat het volume plotseling verandert wanneer u naar een andere signaalbron overschakelt. ! De instellingen zijn gebaseerd op het volumeniveau van de FM-tuner, dat dus onveranderd zal blijven. ! Het volumeniveau van de MW/LW-tuner kan wel met SLA worden aangepast. 1 Vergelijk het volumeniveau van de FMtuner met dat van de signaalbron die u wilt aanpassen. 2 Druk op AUDIO en selecteer SLA. 3 Druk op a of b om het bronvolume aan te passen. SLA +4  SLA 4 verschijnt in het display terwijl het volume van de signaalbron wordt verhoogd of verlaagd. Hoofdstuk 08 Begininstellingen Begininstellingen aanpassen ! Bij handmatig afstemmen blijft de afstemstap op 50 kHz staan. 1 1 Via de begininstellingen kunt u de diverse begininstellingen van dit toestel aanpassen. 1 Functiedisplay Hierop is de status van de ingestelde functie af te lezen. 1 Houd SOURCE ingedrukt tot het toestel uit gaat. 2 Druk op SOURCE en houd de toets ingedrukt totdat FM op het display verschijnt. 3 Druk op AUDIO om de namen van de functies op het display weer te geven. Druk meerdere keren op AUDIO om te schakelen tussen de volgende instellingen: FM (FM afstemstap)A-PI (Automatische PI zoekfunctie)SAVE (Energiebesparing) Gebruik de volgende instructies voor het aanpassen van de diverse instellingen. # Druk op BAND om de begininstellingen te annuleren. # U kunt de begininstellingen ook annuleren door SOURCE ingedrukt te houden tot het apparaat uit gaat. FM-afstemstap instellen Druk op AUDIO en selecteer FM. 2 Druk op c of d en selecteert de FM-afstemstap. Druk op c om 50 (50 kHz) te selecteren. Druk op d om 100 (100 kHz) te selecteren. Aan/uit zetten van de automatische PI-zoekfunctie Het toestel kan automatisch zoeken naar een andere zender met hetzelfde programma, zelfs bij het oproepen van een voorkeuzezender. 1 Druk op AUDIO en selecteer A-PI. 2 Druk op a of b om de automatische PIzoekfunctie in of uit te schakelen. Energieverbruik van de accu verminderen Door het toestel uit te zetten kunt u het energieverbruik van de accu verminderen. Eén minuut nadat u het toestel hebt uitgezet, schakelt het over op de energiezuinige modus. ! U kunt geen disc in het toestel plaatsen of een disc uit het toestel verwijderen als het in de energiezuinige modus staat. ! U kunt alleen SOURCE gebruiken als het toestel in de energiezuinige modus staat. Nederlands Normaal gesproken wordt er een FM-afstemstap van 50 kHz gebruikt bij het automatisch afstemmen. Als AF of TA is ingeschakeld, wijzigt de afstemstap automatisch naar 100 kHz. Het kan beter zijn de afstemstap in te stellen op 50 kHz als AF is ingeschakeld. Nl 111 Hoofdstuk 08 Begininstellingen Belangrijk Als u een accu heeft losgekoppeld om die te vervangen, is deze modus uitgeschakeld. Als u dit toetsel in een voertuig inbouwt met een contactschakelaar zonder stand voor accessoires, kan het voorkomen dat de accu bij een bepaalde aansluitmethode leegloopt. Nadat u de aansluitmethode heeft gecontroleerd, kunt u deze modus desgewenst aanzetten. 1 Druk op AUDIO en selecteer SAVE. 2 Druk op a of b om de energiezuinige modus in of uit te schakelen. 112 Nl Aanhangsel Aanvullende informatie Uitleg van foutmeldingen voor ingebouwde CDspeler Als u contact opneemt met uw leverancier of het dichtstbijzijnde Pioneer Service-centrum, zorg er dan voor dat u de foutmelding opschrijft. Melding Oorzaak Maatregel ERROR-11, 12, Vuile disc 17, 30 Maak de disc schoon. ERROR-11, 12, Bekraste disc 17, 30 Vervang de disc. ERROR-10, 11, Elektrisch of me- Zet het contact af 12, 17, 30, A0 chanisch proen dan weer aan, bleem of schakel over naar een andere signaalbron en dan weer terug naar de CD-speler. ERROR-44 Alle fragmenten worden overgeslagen Vervang de disc. Geluid uitschakelen ! Gebruik alleen CDs met het onderstaande Compact Disc Digital Audio-logo. ! Gebruik alleen normale, ronde CDs. Andere, niet-ronde CDs kunnen vast komen te zitten, of worden niet naar behoren afgespeeld. ! Controleer alle CDs op barsten, krassen of vervormingen voordat u ze afspeelt. CDs met barsten, krassen of vervormingen kunnen niet goed worden afgespeeld. Gebruik zulke CDs daarom niet. ! Probeer het opnameoppervlak (de kant waar niets op gedrukt is) niet aan te raken wanneer u de disc vasthoudt. ! Bewaar disc in het disc-doosje wanneer u ze niet gebruikt. ! Houd discs uit direct zonlicht en stel ze niet bloot aan hoge temperaturen. ! Plak geen labels op discs, schrijf er niet op en behandel het oppervlak niet met chemische middelen. ! Om een CD te reinigen veegt u de disc van het midden naar de buitenkant met een zachte doek schoon. Nederlands Het geluid van dit toestel wordt in de volgende gevallen automatisch uitgeschakeld: ! Er wordt gebeld met een mobiele telefoon die op dit toestel is aangesloten. ! Er is een navigatie-eenheid met spraakbegeleiding van Pioneer op dit toestel aangesloten. Het geluid wordt uitgeschakeld en MUTE verschijnt op het display. Het volume kan nog worden aangepast, maar alle andere instellingen niet. De bediening keert weer terug naar normaal als het telefoongesprek of de spraakbegeleiding is afgelopen. Zorg voor uw CD-speler Nl 113 Aanhangsel Aanvullende informatie ! Als de verwarming bij lage temperaturen wordt gebruikt, kan er vocht op de onderdelen in de CD-speler ontstaan. Condensvorming kan er de oorzaak van zijn dat de CDspeler niet goed functioneert . Als u denkt dat er sprake is van condensvorming, zet u de CD-speler ongeveer een uur uit zodat hij kan drogen. Veeg eventueel vochtige CDs af met een zachte doek om het vocht te verwijderen. ! Schokken tijdens het rijden kunnen de CD laten overslaan. CD-R/CD-RW-discs ! CD-R/CD-RW-discs kunnen alleen worden afgespeeld als ze voltooid zijn. ! De mogelijkheid bestaat dat u bepaalde CD-R/CD-RW-discs niet kunt afspelen die zijn opgenomen op een audio CD-recorder of een computer. Dat kan ook worden veroorzaakt door bepaalde eigenschappenen van de CD, krassen of vuil op de disc, of door vuil, condens, en dergelijke op de lens van dit toestel. ! Het afspelen van disc die op een computer zijn opgenomen is soms niet mogelijk. Dit is afhankelijk van de instellingen en de omgeving van de toepassing. Neem op in het juiste formaat. (Neem voor meer informatie contact op met de fabrikant van de toepassing.) ! Mogelijk kunt u geen CD-R/CD-RW-discs afspelen, omdat deze zijn blootgesteld aan direct zonlicht of hoge temperaturen, of vanwege de omstandigheden waaronder de discs in de auto zijn bewaard. ! Dit toestel is geschikt voor de functie voor het overslaan van fragmenten op CD-R/CDRW-discs. De fragmenten waarop deze functie betrekking heeft zullen automatisch worden overgeslagen. 114 Nl ! Als u een CD-RW-disc in dit toestel plaatst, zal het langer duren voordat het afspelen begint dan bij een conventionele CD of CDR. ! Lees de voor CD-R/CD-RW-discs geldende voorzorgsmaatregelen voor u ze gaat gebruiken. Aanhangsel Aanvullende informatie Technische gegevens Algemeen Spanningsbron ......................... 14,4 V gelijkstroom (10,8  15,1 V toelaatbaar) Aarding ......................................... Negatief Max. stroomverbruik .............. 10,0 A Afmetingen (B × H × D): DIN Chassis ..................... 178 × 50 × 157 mm Voorpaneel .............. 188 × 58 × 19 mm D Chassis ..................... 178 × 50 × 162 mm Voorpaneel .............. 170 × 48 × 14 mm Gewicht ........................................ 1,3 kg Audio Systeem ....................................... Compact Disc Audio Bruikbare CDs ......................... Compact Discs Signaalformaat: Schakelfrequentie ......... 44,1 kHz Aantal quantisatiebits ........................................... 16; lineair Frequentiekarakteristieken ..................................................... 5  20.000 Hz (±1 dB) Signaal-tot-ruis verhouding ..................................................... 94 dB (1 kHz) (IEC-A netwerk) Dynamisch bereik ................... 92 dB (1 kHz) Aantal kanalen .......................... 2 (stereo) FM-tuner Frequentiebereik ...................... 87,5  108,0 MHz Bruikbare gevoeligheid ......... 8 dBf (0,7 µV/75 W, mono, S/N: 30 dB) Gevoeligheid bij 50 dB demping ..................................................... 10 dBf (0,9 µV/75 W, mono) Signaal-tot-ruis verhouding ..................................................... 75 dB (IEC-A netwerk) Vervorming ................................. 0,3 % (bij 65 dBf, 1 kHz, stereo) 0,1 % (bij 65 dBf, 1 kHz, mono) Frequentierespons .................. 30  15.000 Hz (±3 dB) Stereoscheiding ....................... 45 dB (bij 65 dBf, 1 kHz) Selectiviteit ................................. 80 dB (±200 kHz) MW-tuner Frequentiebereik ...................... 531  1.602 kHz (9 kHz) Bruikbare gevoeligheid ......... 18 µV (S/N: 20 dB) Signaal-tot-ruis verhouding ..................................................... 65 dB (IEC-A netwerk) LW-tuner Frequentiebereik ...................... 153  281 kHz Bruikbare gevoeligheid ......... 30 µV (S/N: 20 dB) Signaal-tot-ruis verhouding ..................................................... 65 dB (IEC-A netwerk) Opmerking Technische gegevens en ontwerp kunnen ter productverbetering zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Nl Nederlands Maximaal uitgangsvermogen ..................................................... 50 W × 4 Doorlopend uitgangsvermogen ..................................................... 27 W × 4 (DIN 45324, +B = 14,4 V) Belastingsimpedantie ........... 4 W (4  8 W toegestaan) Preout maximaal uitgangsniveau/uitgangsimpedantie ..................................................... 2,2 V/1 kW Equalizer (3-bands parametrische equalizer): Laag Frequentie ............... 40/80/100/160 Hz Q-factor .................... 0,35/0,59/0,95/1,15 (+6 dB wanneer versterkt) Gain ............................ ±12 dB Midden Frequentie ............... 200/500/1k/2k Hz Q-factor .................... 0,35/0,59/0,95/1,15 (+6 dB wanneer versterkt) Gain ............................ ±12 dB Hoog Frequentie ............... 3,15k/8k/10k/12,5k Hz Q-factor .................... 0,35/0,59/0,95/1,15 (+6 dB wanneer versterkt) Gain ............................ ±12 dB Loudness contouren Laag ..................................... +3,5 dB (100 Hz), +3 dB (10 kHz) Midden ............................... +10 dB (100 Hz), +6,5 dB (10 kHz) Hoog .................................... +11 dB (100 Hz), +11 dB (10 kHz) (volume: 30 dB) CD-speler 115
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116

Pioneer DEH-2700RB Handleiding

Categorie
Auto media-ontvangers
Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor