Makita sp 6000 ksp1 Handleiding

Categorie
Cirkelzagen
Type
Handleiding
GB Plunge Cut Circular Saw Instruction manual
F Scie circulaire plongeante Manuel d’instructions
D Tauchsäge Betriebsanleitung
I Sega circolare ad immersione Istruzioni per l’uso
NL Invalcirkelzaag Gebruiksaanwijzing
E Sierra de incisión Manual de instrucciones
P Serra Circular de Corte a Fundo Manual de instruções
DK Rundsav til indstikssnit Brugsanvisning
GR
Δισκοπρίονο βαθ ιάς κοπής Οδηγίες χρήσης
SP6000
30
NEDERLANDS
Verklaring van algemene gegevens
TECHNISCHE GEGEVENS
Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, kunnen de technische gegevens van dit
gereedschap zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
Toepassingsmogelijkheden
ENE067-1
Dit gereedschap is speciaal bedoeld voor blindzagen.
Bovendien kunt u in hout overlangs en overdwars recht
zagen en verstekzagen waarbij de zaag stevig contact
houdt met het werkstuk.
Als het gereedschap is uitgerust met het speciale
zaagblad voor aluminium, kan het gereedschap worden
gebruikt om aluminium te zagen.
Voeding
ENF002-1
De cirkelzaag mag uitsluitend worden aangesloten op een
stopcontact met dezelfde spanning als aangegeven op
het identificatieplaatje en het werkt alleen op enkelfasige
wisselstroom. De cirkelzaag is dubbel geïsoleerd volgens
de Europese norm en mag derhalve ook op een niet-
geaard stopcontact worden aangesloten.
SPECIFIEKE
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
GEB031-1
Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van
gemak en bekendheid met het gereedschap (na
veelvuldig gebruik) en neem alle
veiligheidsvoorschriften voor de cirkelzaag altijd
strikt in acht. Bij onveilig of verkeerd gebruik van de
cirkelzaag bestaat de kans op ernstig persoonlijk
letsel.
Gevaar:
1. Houd uw handen uit de buurt van het zaaggebied
en het zaagblad. Houd met uw andere hand de
voorhandgreep of het motorhuis vast. Als u de
cirkelzaag met beide handen vasthoudt, kunt u nooit
in uw handen zagen.
2. Reik met uw handen nooit onder het werkstuk of
de zoolplaat van de zaag. De beschermkap kan u
onder het werkstuk niet tegen het zaagblad
beschermen. Probeer niet afgezaagd materiaal te
verwijderen terwijl het zaagblad nog draait.
LET OP: Het zaagblad draait nog na nadat het
gereedschap is uitgeschakeld. Wacht totdat het
zaagblad volledig tot stilstand is gekomen voordat u
het afgezaagde materiaal vastpakt.
1. Klembout
2. Zaagdieptebegrenzer
3. Snelstopknop
4. Klemschroeven
5. Zoolplaat
6. Positieve stop
7. Hendel
8. Verstelhendel verstekhoek
9. Zool
10. Zaaglijn
11. Uit-vergrendelknop
12. Aan/uit-schakelaar
13. Snelheidsregelaar
14. Inbussleutel
15. Vergrendelhendel
16. Asvergrendeling
17. Zeskantbout
18. Buitenflens
19. Zaagblad
20. Binnenflens
21. Stofzuiger
22. Stofmond
23. Stelschroeven
24. Schuifhendel
25. Breedtegeleider (liniaal)
26. Achterrand van zoolplaat
27. Vergrendelde stand
28. Stelschroef voor 90°
29. Stelschroef voor 45°
30. Slijtgrensmarkering
31. Schroevendraaier
32. Koolborsteldop
Model SP6000
Diameter zaagblad 165 mm
Max. zaagdiepte
bij 90° 56 mm
bij 45° 40 mm
bij 48° 38 mm
Nullasttoerental (min
-1
) 2.000 - 5.200
Totale lengte 341 mm
Netto gewicht 4,1 kg
Veiligheidsklasse /II
31
3. Pas de zaagdiepte bij de dikte van het werkstuk
aan. Minder dan een volledige tandhoogte dient onder
het werkstuk uit te komen.
4. Houd het werkstuk waarin wordt gezaagd nooit
met uw handen of benen vast. Zet het werkstuk op
een stevige ondergrond vast. Het is belangrijk het
werkstuk goed te ondersteunen om uw lichaam te
beschermen en om te voorkomen dat het zaagblad
vastloopt of dat u de controle over het gereedschap
verliest.
Karakteristieke afbeelding met de juiste stand van
de handen, de ondersteuning van het werkstuk en
de geleiding van de netstroomkabel (indien van
toepassing). (zie afb. 1)
5. Houd elektrisch gereedschap vast bij het
geïsoleerde oppervlak van de handgrepen
wanneer u werkt op plaatsen waar het
zaaggereedschap in aanraking kan komen met
verborgen bedrading of zijn eigen netkabel. Door
contact met stroomdraden komen ook de blote
metalen delen van het elektrisch gereedschap onder
spanning te staan waardoor de gebruiker een schok
kan krijgen.
6. Gebruik bij het schulpen altijd een breedtegeleider
of langsgeleider. Hierdoor zaagt u nauwkeuriger en
wordt de kans op vastlopen van het zaagblad kleiner.
7. Gebruik altijd zaagbladen met doorngaten van de
juiste afmetingen en vorm (diamant versus rond).
Zaagbladen die niet exact op de bevestigingspunten
van de cirkelzaag passen, gaan excentrisch draaien
waardoor u de controle over het gereedschap verliest.
8. Gebruik nooit beschadigde of verkeerde bouten
en ringen om het zaagblad te bevestigen. De
bouten en ringen voor de bevestiging van het
zaagblad zijn speciaal voor uw cirkelzaag gemaakt,
voor optimale prestaties en veilig gebruik.
9. Oorzaken van terugslag en wat u als gebruiker
hieraan kunt doen:
- terugslag is een plotselinge reactie op een
bekneld, vastgelopen of niet-uitgelijnd zaagblad
waardoor de oncontroleerbare cirkelzaag omhoog
uit het werkstuk springt en in de richting van de
gebruiker gaat.
- wanneer het zaagblad in een taps toelopende
zaagsnede bekneld raakt of vastloopt, kan de
machine door de reactie de motor in de richting
van de gebruiker klappen;
- als het zaagblad in de zaagsnede verbogen of
ontzet raakt, kunnen de tanden aan de achterrand
van het zaagblad zich boven in het werkstuk
vreten waardoor het zaagblad uit de zaagsnede
klimt en terugslaat in de richting van de gebruiker.
Terugslag is het gevolg van verkeerd gebruik van de
cirkelzaag en/of onjuiste gebruiksprocedures of -
omstandigheden en kan worden voorkomen door
goede voorzorgsmaatregelen te treffen zoals
hieronder aangegeven.
Houd de cirkelzaag met beide handen stevig
vast en houd uw armen zó dat u een terugslag
kunt opvangen. Plaats uw lichaam schuin
achter het zaagblad en niet in een rechte lijn
erachter. Door terugslag kan de cirkelzaag naar
achter springen maar met de juiste
voorzorgsmaatregelen kunt u de kracht van de
terugslag opvangen.
Wanneer het zaagblad vastloopt of wanneer u
om een of andere reden het zagen onderbreekt,
laat de aan/uit-schakelaar dan los en houd de
cirkelzaag stil in het materiaal totdat het
zaagblad volledig stil staat. Probeer nooit het
zaagblad uit het werkstuk te halen of de
cirkelzaag naar achteren te trekken terwijl het
zaagblad nog draait omdat hierdoor een
terugslag kan optreden. Onderzoek waarom het
zaagblad is vastgelopen en tref maatregelen om de
oorzaak van het vastlopen te voorkomen.
Wanneer u de cirkelzaag weer inschakelt terwijl
het zaagblad in het werkstuk zit, plaats dan het
zaagblad in het midden van de zaagsnede en
controleer of de tanden niet in het materiaal
grijpen. Als het zaagblad is vastgelopen kan het bij
inschakeling van de cirkelzaag uit het werkstuk
omhoog komen of terugslaan.
Ondersteun grote platen om de kans te
verkleinen dat het zaagblad bekneld raakt of
terugslaat. Grote platen neigen ertoe onder hun
eigen gewicht door te zakken. Ondersteun de plaat
aan beide zijden en wel bij de zaaglijn en bij de
rand van de plaat
om te kans te verkleinen dat het zaagblad vastloopt of
terugslaat. Wanneer de zaagbewerking het nodig
maakt de cirkelzaag op het werkstuk te laten rusten,
moet de zaag op het breedste deel rusten terwijl het
smalste deel wordt afgezaagd.
Ondersteun de plank of plaat vlakbij de zaaglijn
om terugslag te voorkomen. (zie afb. 2)
Ondersteun de plank of plaat niet op afstand van
de zaaglijn. (zie afb. 3)
Gebruik geen botte of beschadigde zaagbladen.
Niet-geslepen of verkeerd gezette tanden maken
een smalle zaagsnede wat leidt tot grote wrijving,
vastlopen en terugslag. Houd zaagbladen scherp
en schoon. Gom of hars die zich op het zaagblad
hebben vastgezet, remmen de zaag en verhogen
de kans op terugslag. Houd de zaagbladen schoon
door ze te demonteren en vervolgens te reinigen
met een gom- of harsoplossend middel, warm
water of petroleum. Gebruik nooit benzine.
De borghendels voor zaagbladdiepte- en
verstekhoekinstelling moeten gesloten zijn
voordat u begint te zagen. Als de
zaagbladinstelling tijdens het zagen verandert, kan
dit vastlopen of terugslag veroorzaken.
Wees extra voorzichtig bij blind zagen in
bestaande wanden of op andere plaatsen.
Wanneer het zaagblad door het materiaal heen
breekt, kan het objecten raken die een terugslag
veroorzaken.
Houd de zaag ALTIJD stevig met beide handen
vast. Plaats NOOIT een hand, been of een ander
lichaamsdeel onder zoolplaat of achter de zaag,
speciaal bij het afkorten. Bij een terugslag kan
32
het zaagblad gemakkelijk achteruit en over uw
hand springen waardoor u ernstig letsel riskeert.
(zie afb. 4)
U mag de cirkelzaag nooit forceren. Het
forceren van het zaagblad kan een
onregelmatige zaagsnede, verminderde
nauwkeurigheid en zelfs terugslag veroorzaken.
Duw de cirkelzaag vooruit met een snelheid waarbij
het zaagblad zonder vertraging zaagt.
10. Controleer altijd vóór het gebruik of de
beschermkap goed sluit. Gebruik de zaag niet als
de beschermkap niet vrij kan bewegen en het
zaagblad niet volledig omsluit. Klem of bind de
beschermkap nooit vast als het zaagblad bloot
ligt. Als u de cirkelzaag per ongeluk laat vallen, kan
de beschermkap verbogen raken. Controleer of de
beschermkap vrij kan bewegen en bij geen enkele
zaaghoek en zaagdiepte in aanraking komt met
andere onderdelen.
11. Controleer de goede werking en de conditie van
de trekveer van de beschermkap. Als de
beschermkap en de veer niet goed werken, moet u
deze laten repareren voordat u de cirkelzaag
gebruikt. De beschermkap kan trager werken door
beschadigde onderdelen, gom- of harsafzetting of
opeenhoping van vuil.
12. Zorg ervoor dat de geleideplaat van de zaag bij
blind zagen niet verschuift als de verstekhoek van
het zaagblad niet op 90° is afgesteld. Zijwaarts
verschuiven van het zaagblad veroorzaakt vastlopen
en waarschijnlijk terugslag.
13. Let er altijd op dat de beschermkap het zaagblad
bedekt voordat u de cirkelzaag op een werkbank
of vloer plaatst. Door een onbeschermd, nadraaiend
zaagblad kan de cirkelzaag achteruit kruipen waarbij
alles op zijn weg wordt gezaagd. Na het uitschakelen
van de cirkelzaag heeft het zaagblad een bepaalde
uitlooptijd tot stilstand nodig.
14. Wees extra voorzichtig bij het zagen in vochtig
hout, drukbehandeld timmerhout en hout met
noesten. Pas de snelheid van het zagen aan zodat de
cirkelzaag soepel vooruit blijft gaan zonder dat de
snelheid van het zaagblad terugloopt.
15. Voorkom dat u door spijkers zaagt. Inspecteer het
hout op spijkers en verwijder ze voordat u begint
te zagen.
16. Plaats het brede deel van de zool van de
cirkelzaag op het deel van het werkstuk dat stevig
is ondersteund en niet op het deel dat na het
doorzagen omlaag valt. Als voorbeeld laat
afbeelding 5 zien hoe u het uiteinde van een plank
GOED afzaagt en afbeelding 6 hoe het NIET moet.
Als het werkstuk kort of smal is, klemt u het vast.
PROBEER NOOIT EEN KORT WERKSTUK MET DE
HAND VAST TE HOUDEN!
17. Probeer nooit te zagen terwijl de cirkelzaag
ondersteboven in een bankschroef is geklemd. Dit
is hoogst gevaarlijk en kan ernstig persoonlijk
letsel veroorzaken. (zie afb. 7)
18. Sommige materialen bevatten chemische stoffen
die giftig kunnen zijn. Neem
voorzorgsmaatregelen tegen het inademen van
stof en contact met de huid. Volg de
veiligheidsinstructies van de leverancier van het
materiaal op.
19. Breng het zaagblad niet tot stilstand door
zijdelings op het zaagblad te drukken.
20. Gebruik altijd zaagbladen die in deze handleiding
worden aanbevolen. Gebruik geen slijpschijven.
21. Draag een stofmasker en gehoorbescherming
wanneer u het gereedschap gebruikt.
BEWAAR DEZE HANDLEIDING.
WAARSCHUWING:
Een VERKEERD GEBRUIK van het gereedschap of
het veronachtzamen van de veiligheidsinstructies in
deze handleiding kan tot ernstig persoonlijk letsel
leiden.
BESCHRIJVING VAN DE
FUNCTIES
LET OP:
Zorg er altijd voor dat het gereedschap is
uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is
getrokken voordat u de werking of de afstelling van het
gereedschap controleert.
Zaagdiepte instellen (zie afb. 8)
LET OP:
Zet de klemschroef altijd stevig vast nadat u de
zaagdiepte hebt ingesteld.
Draai de klemschroef op de dieptegeleider los en plaats
de zaagdieptebegrenzer op de gewenste positie op de
instelschaal. Draai de klemschroef op de gewenste
zaagdiepte stevig vast.
Voor een schone veilige zaagsnede stelt u de zaagdiepte
zó in dat maximaal één tandhoogte onder het werkstuk
uitsteekt. Door de zaagdiepte goed in te stellen verkleint u
de kans op een gevaarlijke TERUGSLAG met het risico
van persoonlijk letsel.
OPMERKING:
U stelt de zaagdiepte ruw in door de
zaagdieptebegrenzer op de gewenste diepte op de
instelschaal in te stellen.
Voor een nauwkeurige instelling van de zaagdiepte
moet u het werkelijke uitsteeklengte van het zaagblad
onder de zoolplaat meten.
Snelstopknop voor 2 tot 3 mm zaagdiepte
bij gebruikmaking van een geleiderail
(optie) (zie afb. 9 en 10)
Bij dit gereedschap zit de snelstopknop voor 2 tot 3 mm
zaagdiepte op het tandwielhuis naast de achterhandgreep
bij gebruikmaking van een geleiderail. Deze wordt
gebruikt om splinters op het werkstuk in de zaagsnede te
voorkomen. Zaag de eerste gang van 2 tot 3 mm diepte
en vervolgens een gang op de gebruikelijke diepte.
33
Om de 2 tot 3 mm zaagdiepte in te stellen drukt u de
stopknop in de richting van het zaagblad in. Hierdoor
voorkomt u dat zaagsplinters op het werkstuk vallen.
Trek de knop terug om de zaagdiepte vanuit deze stand
naar de vrije zaagdiepte terug te zetten.
Verstekzagen (zie afb. 11)
Naar rechts kantelen (zie afb. 12 en 13)
Draai de positieve stop zodat de pijl daarop een van twee
standen aanwijst (verticaal voor 22,5°, horizontaal voor
45°). Draai de klemschroeven aan de voor- en achterzijde
los. Kantel vervolgens de zool van het gereedschap totdat
deze stopt en zet de zool met de klemschroeven vast.
Om een verstekhoek van 48° in te stellen, beweegt u de
keuzehendel zo ver mogelijk naar de 48°-markering.
Draai de positieve stop zodat de pijl erop de horizontale
stand aanwijst. Kantel vervolgens de zool van het
gereedschap totdat deze stopt en zet de zool met de
klemschroeven vast.
Naar links kantelen (zie afb. 14)
Het gereedschap kan naar de linker 1°-verstekhoek
worden gekanteld. Om de linker verstekhoek van 1° in te
stellen, draait u de klemschroeven aan de voor- en de
achterzijde los, kantelt u de handgreep iets naar rechts en
duwt u de twee verstelhendels voor de verstekhoek
tegelijkertijd in de richting van de pijl waarop een
markering van -1 is aangebracht. Kantel vervolgens de
handgreep naar links terwijl u tegelijkertijd tegen deze
twee hendels duwt. Zet de zool met de klemschroeven
vast.
OPMERKING:
Bij het terugzetten het zaagblad naar haakse stand
keert de verstelhendel vanzelf naar 0° terug.
Zichtlijn (zie afb. 15)
Bij gebruik van de cirkelzaag zonder geleiderail
(optie)
Voor recht zagen lijnt u de stand A op de voorkant van de
zool uit met de zaaglijn. Voor verstekzagen onder een
hoek van 45°, gebruikt u hiervoor stand B.
Bij gebruik van de cirkelzaag met geleiderail (optie)
Voor recht en verstekzagen onder een hoek van 45° moet
u de stand A op de voorkant van de zool altijd uitlijnen met
de zaaglijn.
Aan/uit-schakelaar (zie afb. 16)
LET OP:
Controleer altijd voordat u de stekker in het stopcontact
steekt of de aan/uit-schakelaar van de cirkelzaag goed
werkt en terugkeert naar de uit-stand als u hem loslaat.
Om te voorkomen dat de aan/uit-schakelaar per ongeluk
wordt bediend, is een uit-vergrendelknop aangebracht.
Om de cirkelzaag te starten, drukt u de vergrendelknop in
en haalt u de aan/uit-schakelaar aan.
Laat de aan/uit-schakelaar los om de cirkelzaag te
stoppen
Snelheidsregelaar (zie afb. 17)
Door de snelheidsregelaar te verdraaien kunt u de
snelheid van de cirkelzaag traploos instellen tussen 2.000
en 5.200 omwentelingen per minuut. Als u de
snelheidsregelaar in de richting van stand 6 draait, wordt
de snelheid van het gereedschap hoger. Als u hem in de
richting van stand 1 draait, wordt de snelheid lager.
Zie de tabel om de juiste snelheid te kiezen voor het
werkstuk dat u wilt zagen. De juiste snelheid is echter ook
afhankelijk van de soort en de dikte van het werkstuk. In
het algemeen kunt u werkstukken met hogere snelheden
sneller zagen maar loopt de levensduur van het zaagblad
terug.
LET OP:
U kunt de snelheidsregelaar alleen tot aan het cijfer 6
draaien en terug naar 1. Forceer de schijf niet voorbij
de 6 of de 1 omdat de snelheidsregeling daardoor
onklaar raakt.
De snelheidsregelaar is niet geschikt voor het gebruik
van lagesnelheidszaagbladen maar voor het instellen
van een snelheid die geschikt is voor het materiaal van
het werkstuk. Gebruik uitsluitend zaagbladen die
bedoeld zijn voor snelheden van ten minste
5.200 min
-1
.
De gereedschappen met elektronische aansturing zijn
dankzij de volgende eigenschappen gemakkelijk te
bedienen.
Overbelastingsbeveiliging
Als de cirkelzaag overbelast raakt en de stroomsterkte
een bepaald niveau overschrijdt, stopt de cirkelzaag
automatisch om de motor te beveiligen.
Constante-snelheidsregeling
Elektronische snelheidsregeling waardoor een constante
snelheid wordt verkregen. Maakt een onberispelijke
afwerking mogelijk omdat de draaisnelheid zelfs onder
belasting constant blijft.
Zachte-startfunctie
Maakt een zachte start mogelijk door onderdrukking van
de startschok.
ONDERDELEN AANBRENGEN/
VERWIJDEREN
LET OP:
Controleer altijd of de cirkelzaag is uitgeschakeld en de
stekker uit het stopcontact is getrokken voordat u
werkzaamheden aan de cirkelzaag uitvoert.
Nummer min
-1
12.000
22.200
33.100
44.000
54.900
65.200
34
Bergplaats voor inbussleutel (zie afb. 18)
Een inbussleutel wordt op de cirkelzaag bewaard. U kunt
de inbussleutel voor gebruik eenvoudig naar buiten
trekken.
Om de inbussleutel terug te plaatsen, zet u hem op de
handgreep en drukt u hem zover mogelijk naar binnen.
Het zaagblad aanbrengen en verwijderen
LET OP:
Gebruik geen zaagbladen die niet aan de in deze
handleiding aangegeven vereisten voldoen.
Gebruik uitsluitend zaagbladen die bedoeld zijn voor
snelheden van ten minste 5.200 min
-1
.
Let erop dat het zaagblad zó is gemonteerd dat de
tanden aan de voorkant van het cirkelzaag omhoog
wijzen.
Gebruik uitsluitend de Makita inbussleutel voor het
aanbrengen en verwijderen van het zaagblad.
Om het zaagblad te verwijderen, drukt u de
vergrendelknop in om de bovenste zaagdieptebegrenzer
te ontgrendelen.
(zie afb. 19)
Draai aan de vergrendelhendel om de zaagkop voor het
vervangen van het zaagblad te vergrendelen.
(zie
afb. 20)
Terwijl de uit-vergrendelknop is ingedrukt en de
vergendelhendel is ingeschakeld, drukt u de hendel zover
naar beneden dat de sluitpen in de groef past die door de
vergrendelhendel en de dieptegeleider met instelschaal
wordt gevormd. Controleer of de sluitpen in de groef past.
Druk de asvergrendeling volledig in zodat het zaagblad
niet kan draaien en draai de inbusbout met de
inbussleutel tegen de klok in los. Verwijder tenslotte de
inbusbout, de buitenflens en het zaagblad. (zie afb. 21)
Om het zaagblad te monteren, volgt u de bovenstaande
procedure in omgekeerde volgorde. ZORG ERVOOR
DAT U DE INBUSBOUT RECHTSOM STEVIG
VASTDRAAIT.
(zie afb. 22)
Een stofzuiger aansluiten (zie afb. 23)
Wanneer u bij het zagen schoon wilt werken, sluit u een
Makita stofzuiger op uw cirkelzaag aan. Verbind een
zuigslang van de stofzuiger met de stofmond, zoals de
bovenstaande afbeelding aangeeft.
BEDIENING
Afzagen (gewoon zagen) (zie afb. 24)
LET OP:
Duw de cirkelzaag voorzichtig in een rechte lijn naar
voren. Als u de cirkelzaag forceert of verdraait, raakt de
motor oververhit en riskeert u terugslag waardoor u
ernstig letsel kunt oplopen.
Kom tijdens afzagen en zeker niet bij starten nooit met
uw handen of andere lichaamsdelen onder de
zoolplaat. Daardoor kunt u ernstig gewond raken. Het
zaagblad steekt onder de zoolplaat uit.
Houd de cirkelzaag stevig vast. De cirkelzaag is zowel
van een voorhandgreep als van een achterhandgreep
voorzien. Gebruik beide handgrepen om de cirkelzaag zo
goed mogelijk vast te houden. Als u de cirkelzaag met
beide handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handen
zagen. Plaats eerst de voorkant van de zool op het
werkstuk dat u wilt zagen, zonder dat het zaagblad het
werkstuk raakt. Vervolgens drukt u de uit-vergrendelknop
in en schakelt u de cirkelzaag in waarbij u even wacht tot
het zaagblad op volle snelheid komt. Nu drukt u de
zaagkop langzaam tot de vooraf ingestelde zaagdiepte
naar beneden en beweegt u de cirkelzaag ontspannen
over het oppervlak van het werkstuk vooruit, waarbij u de
zaag plat houdt en rustig vooruit beweegt totdat het zagen
is voltooid.
Zorg voor een schone zaagsnede voor een rechte
zaaglijn en een constante voortgaande snelheid. Als de
zaagsnede niet volgens de voorgenomen zaaglijn loopt,
probeer dan niet de zaag te draaien of geforceerd naar de
zaaglijn terug te gaan. Hierdoor kan het zaagblad
vastlopen en een gevaarlijke terugslag optreden met
mogelijk ernstig persoonlijk letsel tot gevolg. Laat de aan/
uit-schakelaar los, wacht tot het zaagblad tot stilstand is
gekomen en trek vervolgens de cirkelzaag terug. Lijn de
cirkelzaag op een nieuwe zaaglijn opnieuw uit en begin
weer te zagen. Probeer te voorkomen dat u door de stand
van de cirkelzaag wordt blootgesteld aan spaanders en
zaagsel die tijdens het zagen worden uitgeworpen.
Gebruik oogbescherming om oogletsel te voorkomen.
Gebruiken met geleiderail (optie) (zie
afb. 25 en 26)
Plaats de cirkelzaag op de achterkant van de geleiderail.
Draai aan de twee stelschroeven op de cirkelzaag zodat
het cirkelzaag soepel zonder gerammel kan glijden. Houd
de cirkelzaag stevig vast. De cirkelzaag is zowel van een
voorhandgreep als van een achterhandgreep voorzien.
Gebruik beide handgrepen om de cirkelzaag zo goed
mogelijk vast te houden. Schakel de cirkelzaag in, druk de
cirkelzaag tot de vooraf ingestelde zaagdiepte in en zaag
de splinterbescherming in één keer over de volle lengte
af. De rand van de splinterbescherming correspondeert
met de punt van de messen.
Bij verstekzagen met de geleiderail moet u de
schuifhendel op de zoolplaat zo verschuiven dat de
cirkelzaag niet opzij valt.
Beweeg de schuifhendel op de zoolplaat in de richting van
de pijl zodat hij in de ondersnijdingsgroef in de geleiderail
valt.
Breedtegeleider (liniaal) (optie) (zie
afb. 27)
Met de handige breedtegeleider kunt u extra nauwkeurig
recht zagen. Schuif de breedtegeleider eenvoudig strak
tegen de zijkant van het werkstuk en zet deze op zijn
plaats vast met de schroeven op de voorkant en de
achterkant van de zoolplaat. Zo kunt u meerdere
werkstukken van gelijke breedte zagen.
Door de breedtegeleider (liniaal) om te draaien kunt u
deze als onderzool voor de cirkelzaag gebruiken.
35
Insteekzagen (uitzagen) (zie afb. 28)
WAARSCHUWING:
Houd u aan de volgende aanwijzingen om terugslaan
te voorkomen.
De cirkelzaag zonder geleiderail gebruiken
Plaats de cirkelzaag op het werkstuk met de achterrand
van de zool tegen een vaste stop of iets dergelijks dat
door een operator is ontworpen.
De cirkelzaag met geleiderail gebruiken
Plaats de cirkelzaag op de geleiderail met de achterrand
van de zool tegen een vaste stop of iets dergelijks die op
de geleiderail is geklemd.
Houd de cirkelzaag stevig vast met één hand op de
voorhandgreep en de andere op de achterhandgreep.
Vervolgens drukt u de uit-vergrendelknop in en schakelt u
de cirkelzaag in waarbij u even wacht tot het zaagblad op
volle snelheid komt. Druk nu de zaagkop langzaam tot de
vooraf ingestelde zaagdiepte in en beweeg de cirkelzaag
eenvoudig vooruit naar de gewenste insteekpositie.
OPMERKING:
De markeringen op de zijkant van de beschermkap
geven nauwkeurig de inzaagpunten aan de voorzijde
en de achterzijde van het zaagblad aan (A voor
diameter 160 mm en B voor diameter 165 mm) bij de
maximum zaagdiepte en met gebruikmaking van de
geleiderail.
(zie afb. 29)
Geleideapparaat (toebehoren)
Gebruik van de verstekaanslag (toebehoren) maakt
nauwkeurig onder verstek zagen met hoeken en
passingen mogelijk.
Door het gebruiken van de klem (toebehoren) wordt het
werkstuk stevig op de tafel bevestigd.
ONDERHOUD
LET OP:
Zorg er altijd voor dat de machine is uitgeschakeld en
de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat u
een inspectie of onderhoud uitvoert.
De nauwkeurigheid van de zaaghoeken
90° (verticaal) en 45° (verstek) instellen
(zie afb. 30 en 31)
Deze instelling is al in de fabriek aangebracht. Maar als
deze niet meer juist is, richt u de instelbouten met een
inbussleutel terwijl u de zaaghoek van 90° of 45° tussen
het zaagblad en de zool van het gereedschap met behulp
van een winkelhaak, geodriehoek enzovoort controleert .
OPMERKING:
Het is niet mogelijk de nauwkeurigheid van de hoeken
22,5°, 48° en -1° in te stellen.
Koolborstels vervangen (zie afb. 32 en 33)
Verwijder en inspecteer de koolborstels regelmatig.
Vervang ze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering zijn
afgesleten. Houd de koolborstels schoon en zorg ervoor
dat ze vrij in de houders kunnen bewegen.
De beide koolborstels moeten tegelijkertijd worden
vervangen. Gebruik alleen identieke koolborstels.
Draai de koolborsteldoppen met een schroevendraaier
los.
Haal de versleten koolborstels eruit, plaats de nieuwe erin
en draai de koolborsteldoppen vast.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van de
cirkelzaag te handhaven, moeten reparaties, onderhoud
en afstellingen worden uitgevoerd door een erkend
Makita-servicecentrum en altijd met gebruikmaking van
originele Makita remplaceonderdelen.
ACCESSOIRES
LET OP:
Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen
voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze
handleiding wordt beschreven. Het gebruik van andere
accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijk
letsel opleveren. Gebruik de accessoires of
hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven
gebruiksdoeleinden.
Voor meer informatie over deze accessoires kunt u
contact opnemen met het plaatselijke Makita
servicecentrum.
Zaagbladen
Geleiderail
Breedtegeleider (liniaal)
Verstekaanslag
•Klem
Inbussleutel
Vellenset voor geleiderail
Rubbervellenset voor geleiderail
Positievellenset voor geleiderail
60
Tomoyasu Kato CE 2006
Director Amministratore
Directeur Directeur
Direktor Director
Responsible manufacturer: Produttore responsabile:
Fabricant responsable : Verantwoordelijke fabrikant:
Verantwortlicher Hersteller: Fabricante responsable:
Makita Corporation
3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, JAPAN
Authorized Respresentative in Europe: Rappresentanti autorizzati in Europa:
Représentant agréé en Europe : Erkende vertegenwoordiger in Europa:
Autorisierte Vertretung in Europa: Representante autorizado en Europa:
Makita International Europe Ltd.
Michigan Drive, Tongwell, Milton Keynes,
Bucks MK15 8JD, ENGLAND
EC-DECLARATION OF CONFORMITY
We declare under our sole responsibility that this product is in
compliance with the following standards of standardized
documents;
EN60745, EN55014, EN61000 in accordance with Council
Directives, 2004/108/EC, 98/37/EC.
DÉCLARATION DE CONFORMITÉ CE
Nous déclarons, sous notre entière responsabilité, que ce
produit répond aux normes suivantes de documents
normalisés :
EN60745, EN55014, EN61000 conformément aux Directives
du Conseil, 2004/108/EC, 98/37/EC.
EG-KONFORMITÄTSERKLÄRUNG
Wir erklären unter unserer alleinigen Verantwortlichkeit, dass
sich dieses Produkt in Übereinstimmung mit den folgenden
Normen der Normdokumente
EN60745, EN55014, EN61000 befindet sowie in
Übereinstimmung mit den Ratsverordnungen 2004/108/EC,
98/37/EC.
DICHIARAZIONE DI CONFORMITÀ CE
Dichiariamo sotto nostra esclusiva responsabilità che il
presente prodotto è conforme alle seguenti norme o
documenti normativi:
EN60745, EN55014, EN61000 secondo le disposizioni delle
direttive del Consiglio, 2004/108/CE, 98/37/CE.
EU-VERKLARING VAN CONFORMITEIT
Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product
voldoet aan de normen in de volgende genormaliseerde
documenten:
EN60745, EN55014, EN61000 in overeenstemming met de
richtlijnen van de Raad, 2004/108/EC, 98/37/EC.
DECLARACIÓN DE CONFORMIDAD DE LA CE
Declaramos bajo nuestra exclusiva responsabilidad que este
producto cumple con los siguientes estándares de
documentos estandarizados;
EN60745, EN55014, EN61000 de acuerdo con las directivas
del Consejo, 2004/108/EC, 98/37/EC.
ENGLISH
FRANÇAIS
DEUTSCH
ITALIANO
NEDERLANDS
ESPAÑOL
62
Tomoyasu Kato CE 2006
Director Amministratore
Directeur Directeur
Direktor Director
Responsible manufacturer: Produttore responsabile:
Fabricant responsable : Verantwoordelijke fabrikant:
Verantwortlicher Hersteller: Fabricante responsable:
Makita Corporation
3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, JAPAN
Authorized Respresentative in Europe: Rappresentanti autorizzati in Europa:
Représentant agréé en Europe : Erkende vertegenwoordiger in Europa:
Autorisierte Vertretung in Europa: Representante autorizado en Europa:
Makita International Europe Ltd.
Michigan Drive, Tongwell, Milton Keynes,
Bucks MK15 8JD, ENGLAND
For European countries only
Noise and Vibration
The typical A-weighted noise levels are
sound pressure level: 89 dB (A)
sound power level: 100 dB (A)
Uncertainty: 3 dB (A)
- Wear ear protection. -
The typical weighted root mean square acceleration value is
not more than 2.5 m/s
2
.
These values have been obtained according to EN60745.
Pour l'Europe uniquement
Bruit et vibrations
Les niveaux de bruit pondéré A typiques sont les suivants :
niveau de pression sonore = 89 dB (A)
niveau de puissance sonore = 100 dB (A)
Incertitude : 3 dB (A)
- Portez des protections auditives. -
La valeur d’accélération quadratique pondérée typique ne
dépasse pas 2,5 m/s
2
.
Ces valeurs ont été obtenues selon l’EN60745.
Nur für europäische Länder
Geräusche und Vibrationen
Die typischen effektiven Geräuschpegel betragen für
Schalldruck: 89 dB (A)
Schallleistungspegel: 100 dB (A)
Die Abweichung beträgt 3 dB (A)
- Tragen Sie Gehörschutz. -
Der typische effektive Beschleunigungswert beträgt höchstens
2,5 m/s
2
.
Diese Werte wurden entsprechend der Norm EN60745
gewonnen.
Solo per i paesi europei
Rumore e vibrazione
I tipici livelli di rumore ponderati "A" sono
livello di pressione sonora: 89 dB (A)
livello di potenza sonora: 100 dB (A)
Variazione: 3 dB (A)
- Indossare una protezione acustica. -
In genere, il valore efficace ponderato dell'accelerazione non
supera i 2,5 m/s
2
.
Questi valori sono stati ottenuti in conformità con la norma
EN60745.
Alleen voor Europese landen
Geluid en trillingen
De typischa, A-gewogen geluidsniveaus zijn
geluidsdrukniveau: 89 dB (A)
geluidsvermogenniveau: 100 dB (A)
Afwijking: 3 dB (A)
- Draag gehoorbescherming. -
De typisch, gewogen, kwadratisch-gemiddelde
versnellingswaarde is niet hoger dan 2,5 m/s
2
.
Deze waarden zijn verkregen volgens EN60745.
Sólo para los países europeos
Ruido y vibración
Los niveles típicos de ruido ponderado A son
nivel de presión sonora: 89 dB (A)
nivel de potencia sonora: 100 dB (A)
Incertidumbre: 3 dB (A)
- Utilice protección para los oídos. -
El valor ponderado de aceleración no es superior a 2,5 m/s
2
.
Estos valores se han obtenido conforme a EN60745.
ENGLISH
FRANÇAIS
DEUTSCH
ITALIANO
NEDERLANDS
ESPAÑOL

Documenttranscriptie

GB Plunge Cut Circular Saw Instruction manual F Scie circulaire plongeante Manuel d’instructions D Tauchsäge Betriebsanleitung I Sega circolare ad immersione Istruzioni per l’uso NL Invalcirkelzaag Gebruiksaanwijzing E Sierra de incisión Manual de instrucciones P Serra Circular de Corte a Fundo Manual de instruções DK Rundsav til indstikssnit Brugsanvisning GR Δισκοπρίονο βαθιάς κοπής Οδηγίες χρήσης SP6000 NEDERLANDS Verklaring van algemene gegevens 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. Klembout Zaagdieptebegrenzer Snelstopknop Klemschroeven Zoolplaat Positieve stop Hendel Verstelhendel verstekhoek Zool Zaaglijn Uit-vergrendelknop 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. Aan/uit-schakelaar Snelheidsregelaar Inbussleutel Vergrendelhendel Asvergrendeling Zeskantbout Buitenflens Zaagblad Binnenflens Stofzuiger Stofmond 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. Stelschroeven Schuifhendel Breedtegeleider (liniaal) Achterrand van zoolplaat Vergrendelde stand Stelschroef voor 90° Stelschroef voor 45° Slijtgrensmarkering Schroevendraaier Koolborsteldop TECHNISCHE GEGEVENS Model SP6000 Diameter zaagblad 165 mm Max. zaagdiepte bij 90° 56 mm bij 45° 40 mm bij 48° 38 mm Nullasttoerental (min-1) 2.000 - 5.200 Totale lengte 341 mm Netto gewicht 4,1 kg Veiligheidsklasse /II • Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, kunnen de technische gegevens van dit gereedschap zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. • Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. ENE067-1 Toepassingsmogelijkheden Dit gereedschap is speciaal bedoeld voor blindzagen. Bovendien kunt u in hout overlangs en overdwars recht zagen en verstekzagen waarbij de zaag stevig contact houdt met het werkstuk. Als het gereedschap is uitgerust met het speciale zaagblad voor aluminium, kan het gereedschap worden gebruikt om aluminium te zagen. Voeding ENF002-1 De cirkelzaag mag uitsluitend worden aangesloten op een stopcontact met dezelfde spanning als aangegeven op het identificatieplaatje en het werkt alleen op enkelfasige wisselstroom. De cirkelzaag is dubbel geïsoleerd volgens de Europese norm en mag derhalve ook op een nietgeaard stopcontact worden aangesloten. 30 SPECIFIEKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN GEB031-1 Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van gemak en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften voor de cirkelzaag altijd strikt in acht. Bij onveilig of verkeerd gebruik van de cirkelzaag bestaat de kans op ernstig persoonlijk letsel. Gevaar: 1. Houd uw handen uit de buurt van het zaaggebied en het zaagblad. Houd met uw andere hand de voorhandgreep of het motorhuis vast. Als u de cirkelzaag met beide handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handen zagen. 2. Reik met uw handen nooit onder het werkstuk of de zoolplaat van de zaag. De beschermkap kan u onder het werkstuk niet tegen het zaagblad beschermen. Probeer niet afgezaagd materiaal te verwijderen terwijl het zaagblad nog draait. LET OP: Het zaagblad draait nog na nadat het gereedschap is uitgeschakeld. Wacht totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het afgezaagde materiaal vastpakt. 3. Pas de zaagdiepte bij de dikte van het werkstuk aan. Minder dan een volledige tandhoogte dient onder het werkstuk uit te komen. 4. Houd het werkstuk waarin wordt gezaagd nooit met uw handen of benen vast. Zet het werkstuk op een stevige ondergrond vast. Het is belangrijk het werkstuk goed te ondersteunen om uw lichaam te beschermen en om te voorkomen dat het zaagblad vastloopt of dat u de controle over het gereedschap verliest. Karakteristieke afbeelding met de juiste stand van de handen, de ondersteuning van het werkstuk en de geleiding van de netstroomkabel (indien van toepassing). (zie afb. 1) 5. Houd elektrisch gereedschap vast bij het geïsoleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het zaaggereedschap in aanraking kan komen met verborgen bedrading of zijn eigen netkabel. Door contact met stroomdraden komen ook de blote metalen delen van het elektrisch gereedschap onder spanning te staan waardoor de gebruiker een schok kan krijgen. 6. Gebruik bij het schulpen altijd een breedtegeleider of langsgeleider. Hierdoor zaagt u nauwkeuriger en wordt de kans op vastlopen van het zaagblad kleiner. 7. Gebruik altijd zaagbladen met doorngaten van de juiste afmetingen en vorm (diamant versus rond). Zaagbladen die niet exact op de bevestigingspunten van de cirkelzaag passen, gaan excentrisch draaien waardoor u de controle over het gereedschap verliest. 8. Gebruik nooit beschadigde of verkeerde bouten en ringen om het zaagblad te bevestigen. De bouten en ringen voor de bevestiging van het zaagblad zijn speciaal voor uw cirkelzaag gemaakt, voor optimale prestaties en veilig gebruik. 9. Oorzaken van terugslag en wat u als gebruiker hieraan kunt doen: - terugslag is een plotselinge reactie op een bekneld, vastgelopen of niet-uitgelijnd zaagblad waardoor de oncontroleerbare cirkelzaag omhoog uit het werkstuk springt en in de richting van de gebruiker gaat. - wanneer het zaagblad in een taps toelopende zaagsnede bekneld raakt of vastloopt, kan de machine door de reactie de motor in de richting van de gebruiker klappen; - als het zaagblad in de zaagsnede verbogen of ontzet raakt, kunnen de tanden aan de achterrand van het zaagblad zich boven in het werkstuk vreten waardoor het zaagblad uit de zaagsnede klimt en terugslaat in de richting van de gebruiker. Terugslag is het gevolg van verkeerd gebruik van de cirkelzaag en/of onjuiste gebruiksprocedures of omstandigheden en kan worden voorkomen door goede voorzorgsmaatregelen te treffen zoals hieronder aangegeven. • Houd de cirkelzaag met beide handen stevig vast en houd uw armen zó dat u een terugslag kunt opvangen. Plaats uw lichaam schuin achter het zaagblad en niet in een rechte lijn erachter. Door terugslag kan de cirkelzaag naar achter springen maar met de juiste voorzorgsmaatregelen kunt u de kracht van de terugslag opvangen. • Wanneer het zaagblad vastloopt of wanneer u om een of andere reden het zagen onderbreekt, laat de aan/uit-schakelaar dan los en houd de cirkelzaag stil in het materiaal totdat het zaagblad volledig stil staat. Probeer nooit het zaagblad uit het werkstuk te halen of de cirkelzaag naar achteren te trekken terwijl het zaagblad nog draait omdat hierdoor een terugslag kan optreden. Onderzoek waarom het zaagblad is vastgelopen en tref maatregelen om de oorzaak van het vastlopen te voorkomen. • Wanneer u de cirkelzaag weer inschakelt terwijl het zaagblad in het werkstuk zit, plaats dan het zaagblad in het midden van de zaagsnede en controleer of de tanden niet in het materiaal grijpen. Als het zaagblad is vastgelopen kan het bij inschakeling van de cirkelzaag uit het werkstuk omhoog komen of terugslaan. • Ondersteun grote platen om de kans te verkleinen dat het zaagblad bekneld raakt of terugslaat. Grote platen neigen ertoe onder hun eigen gewicht door te zakken. Ondersteun de plaat aan beide zijden en wel bij de zaaglijn en bij de rand van de plaat om te kans te verkleinen dat het zaagblad vastloopt of terugslaat. Wanneer de zaagbewerking het nodig maakt de cirkelzaag op het werkstuk te laten rusten, moet de zaag op het breedste deel rusten terwijl het smalste deel wordt afgezaagd. Ondersteun de plank of plaat vlakbij de zaaglijn om terugslag te voorkomen. (zie afb. 2) Ondersteun de plank of plaat niet op afstand van de zaaglijn. (zie afb. 3) • Gebruik geen botte of beschadigde zaagbladen. Niet-geslepen of verkeerd gezette tanden maken een smalle zaagsnede wat leidt tot grote wrijving, vastlopen en terugslag. Houd zaagbladen scherp en schoon. Gom of hars die zich op het zaagblad hebben vastgezet, remmen de zaag en verhogen de kans op terugslag. Houd de zaagbladen schoon door ze te demonteren en vervolgens te reinigen met een gom- of harsoplossend middel, warm water of petroleum. Gebruik nooit benzine. • De borghendels voor zaagbladdiepte- en verstekhoekinstelling moeten gesloten zijn voordat u begint te zagen. Als de zaagbladinstelling tijdens het zagen verandert, kan dit vastlopen of terugslag veroorzaken. • Wees extra voorzichtig bij blind zagen in bestaande wanden of op andere plaatsen. Wanneer het zaagblad door het materiaal heen breekt, kan het objecten raken die een terugslag veroorzaken. • Houd de zaag ALTIJD stevig met beide handen vast. Plaats NOOIT een hand, been of een ander lichaamsdeel onder zoolplaat of achter de zaag, speciaal bij het afkorten. Bij een terugslag kan 31 het zaagblad gemakkelijk achteruit en over uw hand springen waardoor u ernstig letsel riskeert. (zie afb. 4) • U mag de cirkelzaag nooit forceren. Het forceren van het zaagblad kan een onregelmatige zaagsnede, verminderde nauwkeurigheid en zelfs terugslag veroorzaken. Duw de cirkelzaag vooruit met een snelheid waarbij het zaagblad zonder vertraging zaagt. 10. Controleer altijd vóór het gebruik of de beschermkap goed sluit. Gebruik de zaag niet als de beschermkap niet vrij kan bewegen en het zaagblad niet volledig omsluit. Klem of bind de beschermkap nooit vast als het zaagblad bloot ligt. Als u de cirkelzaag per ongeluk laat vallen, kan de beschermkap verbogen raken. Controleer of de beschermkap vrij kan bewegen en bij geen enkele zaaghoek en zaagdiepte in aanraking komt met andere onderdelen. 11. Controleer de goede werking en de conditie van de trekveer van de beschermkap. Als de beschermkap en de veer niet goed werken, moet u deze laten repareren voordat u de cirkelzaag gebruikt. De beschermkap kan trager werken door beschadigde onderdelen, gom- of harsafzetting of opeenhoping van vuil. 12. Zorg ervoor dat de geleideplaat van de zaag bij blind zagen niet verschuift als de verstekhoek van het zaagblad niet op 90° is afgesteld. Zijwaarts verschuiven van het zaagblad veroorzaakt vastlopen en waarschijnlijk terugslag. 13. Let er altijd op dat de beschermkap het zaagblad bedekt voordat u de cirkelzaag op een werkbank of vloer plaatst. Door een onbeschermd, nadraaiend zaagblad kan de cirkelzaag achteruit kruipen waarbij alles op zijn weg wordt gezaagd. Na het uitschakelen van de cirkelzaag heeft het zaagblad een bepaalde uitlooptijd tot stilstand nodig. 14. Wees extra voorzichtig bij het zagen in vochtig hout, drukbehandeld timmerhout en hout met noesten. Pas de snelheid van het zagen aan zodat de cirkelzaag soepel vooruit blijft gaan zonder dat de snelheid van het zaagblad terugloopt. 15. Voorkom dat u door spijkers zaagt. Inspecteer het hout op spijkers en verwijder ze voordat u begint te zagen. 16. Plaats het brede deel van de zool van de cirkelzaag op het deel van het werkstuk dat stevig is ondersteund en niet op het deel dat na het doorzagen omlaag valt. Als voorbeeld laat afbeelding 5 zien hoe u het uiteinde van een plank GOED afzaagt en afbeelding 6 hoe het NIET moet. Als het werkstuk kort of smal is, klemt u het vast. PROBEER NOOIT EEN KORT WERKSTUK MET DE HAND VAST TE HOUDEN! 17. Probeer nooit te zagen terwijl de cirkelzaag ondersteboven in een bankschroef is geklemd. Dit is hoogst gevaarlijk en kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken. (zie afb. 7) 18. Sommige materialen bevatten chemische stoffen die giftig kunnen zijn. Neem 32 voorzorgsmaatregelen tegen het inademen van stof en contact met de huid. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op. 19. Breng het zaagblad niet tot stilstand door zijdelings op het zaagblad te drukken. 20. Gebruik altijd zaagbladen die in deze handleiding worden aanbevolen. Gebruik geen slijpschijven. 21. Draag een stofmasker en gehoorbescherming wanneer u het gereedschap gebruikt. BEWAAR DEZE HANDLEIDING. WAARSCHUWING: Een VERKEERD GEBRUIK van het gereedschap of het veronachtzamen van de veiligheidsinstructies in deze handleiding kan tot ernstig persoonlijk letsel leiden. BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES LET OP: • Zorg er altijd voor dat het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken voordat u de werking of de afstelling van het gereedschap controleert. Zaagdiepte instellen (zie afb. 8) LET OP: • Zet de klemschroef altijd stevig vast nadat u de zaagdiepte hebt ingesteld. Draai de klemschroef op de dieptegeleider los en plaats de zaagdieptebegrenzer op de gewenste positie op de instelschaal. Draai de klemschroef op de gewenste zaagdiepte stevig vast. Voor een schone veilige zaagsnede stelt u de zaagdiepte zó in dat maximaal één tandhoogte onder het werkstuk uitsteekt. Door de zaagdiepte goed in te stellen verkleint u de kans op een gevaarlijke TERUGSLAG met het risico van persoonlijk letsel. OPMERKING: • U stelt de zaagdiepte ruw in door de zaagdieptebegrenzer op de gewenste diepte op de instelschaal in te stellen. Voor een nauwkeurige instelling van de zaagdiepte moet u het werkelijke uitsteeklengte van het zaagblad onder de zoolplaat meten. Snelstopknop voor 2 tot 3 mm zaagdiepte bij gebruikmaking van een geleiderail (optie) (zie afb. 9 en 10) Bij dit gereedschap zit de snelstopknop voor 2 tot 3 mm zaagdiepte op het tandwielhuis naast de achterhandgreep bij gebruikmaking van een geleiderail. Deze wordt gebruikt om splinters op het werkstuk in de zaagsnede te voorkomen. Zaag de eerste gang van 2 tot 3 mm diepte en vervolgens een gang op de gebruikelijke diepte. Om de 2 tot 3 mm zaagdiepte in te stellen drukt u de stopknop in de richting van het zaagblad in. Hierdoor voorkomt u dat zaagsplinters op het werkstuk vallen. Snelheidsregelaar (zie afb. 17) Verstekzagen (zie afb. 11) Door de snelheidsregelaar te verdraaien kunt u de snelheid van de cirkelzaag traploos instellen tussen 2.000 en 5.200 omwentelingen per minuut. Als u de snelheidsregelaar in de richting van stand 6 draait, wordt de snelheid van het gereedschap hoger. Als u hem in de richting van stand 1 draait, wordt de snelheid lager. Naar rechts kantelen (zie afb. 12 en 13) Draai de positieve stop zodat de pijl daarop een van twee standen aanwijst (verticaal voor 22,5°, horizontaal voor 45°). Draai de klemschroeven aan de voor- en achterzijde los. Kantel vervolgens de zool van het gereedschap totdat deze stopt en zet de zool met de klemschroeven vast. Zie de tabel om de juiste snelheid te kiezen voor het werkstuk dat u wilt zagen. De juiste snelheid is echter ook afhankelijk van de soort en de dikte van het werkstuk. In het algemeen kunt u werkstukken met hogere snelheden sneller zagen maar loopt de levensduur van het zaagblad terug. Trek de knop terug om de zaagdiepte vanuit deze stand naar de vrije zaagdiepte terug te zetten. Om een verstekhoek van 48° in te stellen, beweegt u de keuzehendel zo ver mogelijk naar de 48°-markering. Draai de positieve stop zodat de pijl erop de horizontale stand aanwijst. Kantel vervolgens de zool van het gereedschap totdat deze stopt en zet de zool met de klemschroeven vast. Naar links kantelen (zie afb. 14) Het gereedschap kan naar de linker 1°-verstekhoek worden gekanteld. Om de linker verstekhoek van 1° in te stellen, draait u de klemschroeven aan de voor- en de achterzijde los, kantelt u de handgreep iets naar rechts en duwt u de twee verstelhendels voor de verstekhoek tegelijkertijd in de richting van de pijl waarop een markering van -1 is aangebracht. Kantel vervolgens de handgreep naar links terwijl u tegelijkertijd tegen deze twee hendels duwt. Zet de zool met de klemschroeven vast. OPMERKING: • Bij het terugzetten het zaagblad naar haakse stand keert de verstelhendel vanzelf naar 0° terug. Zichtlijn (zie afb. 15) Bij gebruik van de cirkelzaag zonder geleiderail (optie) Voor recht zagen lijnt u de stand A op de voorkant van de zool uit met de zaaglijn. Voor verstekzagen onder een hoek van 45°, gebruikt u hiervoor stand B. Bij gebruik van de cirkelzaag met geleiderail (optie) Voor recht en verstekzagen onder een hoek van 45° moet u de stand A op de voorkant van de zool altijd uitlijnen met de zaaglijn. Aan/uit-schakelaar (zie afb. 16) LET OP: • Controleer altijd voordat u de stekker in het stopcontact steekt of de aan/uit-schakelaar van de cirkelzaag goed werkt en terugkeert naar de uit-stand als u hem loslaat. Om te voorkomen dat de aan/uit-schakelaar per ongeluk wordt bediend, is een uit-vergrendelknop aangebracht. Om de cirkelzaag te starten, drukt u de vergrendelknop in en haalt u de aan/uit-schakelaar aan. Laat de aan/uit-schakelaar los om de cirkelzaag te stoppen Nummer min-1 1 2.000 2 2.200 3 3.100 4 4.000 5 4.900 6 5.200 LET OP: • U kunt de snelheidsregelaar alleen tot aan het cijfer 6 draaien en terug naar 1. Forceer de schijf niet voorbij de 6 of de 1 omdat de snelheidsregeling daardoor onklaar raakt. • De snelheidsregelaar is niet geschikt voor het gebruik van lagesnelheidszaagbladen maar voor het instellen van een snelheid die geschikt is voor het materiaal van het werkstuk. Gebruik uitsluitend zaagbladen die bedoeld zijn voor snelheden van ten minste 5.200 min-1. De gereedschappen met elektronische aansturing zijn dankzij de volgende eigenschappen gemakkelijk te bedienen. Overbelastingsbeveiliging Als de cirkelzaag overbelast raakt en de stroomsterkte een bepaald niveau overschrijdt, stopt de cirkelzaag automatisch om de motor te beveiligen. Constante-snelheidsregeling Elektronische snelheidsregeling waardoor een constante snelheid wordt verkregen. Maakt een onberispelijke afwerking mogelijk omdat de draaisnelheid zelfs onder belasting constant blijft. Zachte-startfunctie Maakt een zachte start mogelijk door onderdrukking van de startschok. ONDERDELEN AANBRENGEN/ VERWIJDEREN LET OP: • Controleer altijd of de cirkelzaag is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken voordat u werkzaamheden aan de cirkelzaag uitvoert. 33 Bergplaats voor inbussleutel (zie afb. 18) Een inbussleutel wordt op de cirkelzaag bewaard. U kunt de inbussleutel voor gebruik eenvoudig naar buiten trekken. Om de inbussleutel terug te plaatsen, zet u hem op de handgreep en drukt u hem zover mogelijk naar binnen. Het zaagblad aanbrengen en verwijderen LET OP: • Gebruik geen zaagbladen die niet aan de in deze handleiding aangegeven vereisten voldoen. • Gebruik uitsluitend zaagbladen die bedoeld zijn voor snelheden van ten minste 5.200 min-1. • Let erop dat het zaagblad zó is gemonteerd dat de tanden aan de voorkant van het cirkelzaag omhoog wijzen. • Gebruik uitsluitend de Makita inbussleutel voor het aanbrengen en verwijderen van het zaagblad. Om het zaagblad te verwijderen, drukt u de vergrendelknop in om de bovenste zaagdieptebegrenzer te ontgrendelen. (zie afb. 19) Draai aan de vergrendelhendel om de zaagkop voor het vervangen van het zaagblad te vergrendelen. (zie afb. 20) Terwijl de uit-vergrendelknop is ingedrukt en de vergendelhendel is ingeschakeld, drukt u de hendel zover naar beneden dat de sluitpen in de groef past die door de vergrendelhendel en de dieptegeleider met instelschaal wordt gevormd. Controleer of de sluitpen in de groef past. Druk de asvergrendeling volledig in zodat het zaagblad niet kan draaien en draai de inbusbout met de inbussleutel tegen de klok in los. Verwijder tenslotte de inbusbout, de buitenflens en het zaagblad. (zie afb. 21) Om het zaagblad te monteren, volgt u de bovenstaande procedure in omgekeerde volgorde. ZORG ERVOOR DAT U DE INBUSBOUT RECHTSOM STEVIG VASTDRAAIT. (zie afb. 22) Een stofzuiger aansluiten (zie afb. 23) Wanneer u bij het zagen schoon wilt werken, sluit u een Makita stofzuiger op uw cirkelzaag aan. Verbind een zuigslang van de stofzuiger met de stofmond, zoals de bovenstaande afbeelding aangeeft. BEDIENING Afzagen (gewoon zagen) (zie afb. 24) LET OP: • Duw de cirkelzaag voorzichtig in een rechte lijn naar voren. Als u de cirkelzaag forceert of verdraait, raakt de motor oververhit en riskeert u terugslag waardoor u ernstig letsel kunt oplopen. • Kom tijdens afzagen en zeker niet bij starten nooit met uw handen of andere lichaamsdelen onder de zoolplaat. Daardoor kunt u ernstig gewond raken. Het zaagblad steekt onder de zoolplaat uit. Houd de cirkelzaag stevig vast. De cirkelzaag is zowel van een voorhandgreep als van een achterhandgreep voorzien. Gebruik beide handgrepen om de cirkelzaag zo 34 goed mogelijk vast te houden. Als u de cirkelzaag met beide handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handen zagen. Plaats eerst de voorkant van de zool op het werkstuk dat u wilt zagen, zonder dat het zaagblad het werkstuk raakt. Vervolgens drukt u de uit-vergrendelknop in en schakelt u de cirkelzaag in waarbij u even wacht tot het zaagblad op volle snelheid komt. Nu drukt u de zaagkop langzaam tot de vooraf ingestelde zaagdiepte naar beneden en beweegt u de cirkelzaag ontspannen over het oppervlak van het werkstuk vooruit, waarbij u de zaag plat houdt en rustig vooruit beweegt totdat het zagen is voltooid. Zorg voor een schone zaagsnede voor een rechte zaaglijn en een constante voortgaande snelheid. Als de zaagsnede niet volgens de voorgenomen zaaglijn loopt, probeer dan niet de zaag te draaien of geforceerd naar de zaaglijn terug te gaan. Hierdoor kan het zaagblad vastlopen en een gevaarlijke terugslag optreden met mogelijk ernstig persoonlijk letsel tot gevolg. Laat de aan/ uit-schakelaar los, wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen en trek vervolgens de cirkelzaag terug. Lijn de cirkelzaag op een nieuwe zaaglijn opnieuw uit en begin weer te zagen. Probeer te voorkomen dat u door de stand van de cirkelzaag wordt blootgesteld aan spaanders en zaagsel die tijdens het zagen worden uitgeworpen. Gebruik oogbescherming om oogletsel te voorkomen. Gebruiken met geleiderail (optie) (zie afb. 25 en 26) Plaats de cirkelzaag op de achterkant van de geleiderail. Draai aan de twee stelschroeven op de cirkelzaag zodat het cirkelzaag soepel zonder gerammel kan glijden. Houd de cirkelzaag stevig vast. De cirkelzaag is zowel van een voorhandgreep als van een achterhandgreep voorzien. Gebruik beide handgrepen om de cirkelzaag zo goed mogelijk vast te houden. Schakel de cirkelzaag in, druk de cirkelzaag tot de vooraf ingestelde zaagdiepte in en zaag de splinterbescherming in één keer over de volle lengte af. De rand van de splinterbescherming correspondeert met de punt van de messen. Bij verstekzagen met de geleiderail moet u de schuifhendel op de zoolplaat zo verschuiven dat de cirkelzaag niet opzij valt. Beweeg de schuifhendel op de zoolplaat in de richting van de pijl zodat hij in de ondersnijdingsgroef in de geleiderail valt. Breedtegeleider (liniaal) (optie) (zie afb. 27) Met de handige breedtegeleider kunt u extra nauwkeurig recht zagen. Schuif de breedtegeleider eenvoudig strak tegen de zijkant van het werkstuk en zet deze op zijn plaats vast met de schroeven op de voorkant en de achterkant van de zoolplaat. Zo kunt u meerdere werkstukken van gelijke breedte zagen. Door de breedtegeleider (liniaal) om te draaien kunt u deze als onderzool voor de cirkelzaag gebruiken. Insteekzagen (uitzagen) (zie afb. 28) WAARSCHUWING: • Houd u aan de volgende aanwijzingen om terugslaan te voorkomen. De cirkelzaag zonder geleiderail gebruiken Plaats de cirkelzaag op het werkstuk met de achterrand van de zool tegen een vaste stop of iets dergelijks dat door een operator is ontworpen. De cirkelzaag met geleiderail gebruiken Plaats de cirkelzaag op de geleiderail met de achterrand van de zool tegen een vaste stop of iets dergelijks die op de geleiderail is geklemd. Houd de cirkelzaag stevig vast met één hand op de voorhandgreep en de andere op de achterhandgreep. Vervolgens drukt u de uit-vergrendelknop in en schakelt u de cirkelzaag in waarbij u even wacht tot het zaagblad op volle snelheid komt. Druk nu de zaagkop langzaam tot de vooraf ingestelde zaagdiepte in en beweeg de cirkelzaag eenvoudig vooruit naar de gewenste insteekpositie. OPMERKING: • De markeringen op de zijkant van de beschermkap geven nauwkeurig de inzaagpunten aan de voorzijde en de achterzijde van het zaagblad aan (A voor diameter 160 mm en B voor diameter 165 mm) bij de maximum zaagdiepte en met gebruikmaking van de geleiderail. (zie afb. 29) Geleideapparaat (toebehoren) Gebruik van de verstekaanslag (toebehoren) maakt nauwkeurig onder verstek zagen met hoeken en passingen mogelijk. Door het gebruiken van de klem (toebehoren) wordt het werkstuk stevig op de tafel bevestigd. vervangen. Gebruik alleen identieke koolborstels. Draai de koolborsteldoppen met een schroevendraaier los. Haal de versleten koolborstels eruit, plaats de nieuwe erin en draai de koolborsteldoppen vast. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van de cirkelzaag te handhaven, moeten reparaties, onderhoud en afstellingen worden uitgevoerd door een erkend Makita-servicecentrum en altijd met gebruikmaking van originele Makita remplaceonderdelen. ACCESSOIRES LET OP: • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze handleiding wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijk letsel opleveren. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven gebruiksdoeleinden. Voor meer informatie over deze accessoires kunt u contact opnemen met het plaatselijke Makita servicecentrum. • • • • • • • • • Zaagbladen Geleiderail Breedtegeleider (liniaal) Verstekaanslag Klem Inbussleutel Vellenset voor geleiderail Rubbervellenset voor geleiderail Positievellenset voor geleiderail ONDERHOUD LET OP: • Zorg er altijd voor dat de machine is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat u een inspectie of onderhoud uitvoert. De nauwkeurigheid van de zaaghoeken 90° (verticaal) en 45° (verstek) instellen (zie afb. 30 en 31) Deze instelling is al in de fabriek aangebracht. Maar als deze niet meer juist is, richt u de instelbouten met een inbussleutel terwijl u de zaaghoek van 90° of 45° tussen het zaagblad en de zool van het gereedschap met behulp van een winkelhaak, geodriehoek enzovoort controleert . OPMERKING: • Het is niet mogelijk de nauwkeurigheid van de hoeken 22,5°, 48° en -1° in te stellen. Koolborstels vervangen (zie afb. 32 en 33) Verwijder en inspecteer de koolborstels regelmatig. Vervang ze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering zijn afgesleten. Houd de koolborstels schoon en zorg ervoor dat ze vrij in de houders kunnen bewegen. De beide koolborstels moeten tegelijkertijd worden 35 ENGLISH ITALIANO EC-DECLARATION OF CONFORMITY DICHIARAZIONE DI CONFORMITÀ CE We declare under our sole responsibility that this product is in compliance with the following standards of standardized documents; EN60745, EN55014, EN61000 in accordance with Council Directives, 2004/108/EC, 98/37/EC. Dichiariamo sotto nostra esclusiva responsabilità che il presente prodotto è conforme alle seguenti norme o documenti normativi: EN60745, EN55014, EN61000 secondo le disposizioni delle direttive del Consiglio, 2004/108/CE, 98/37/CE. FRANÇAIS NEDERLANDS DÉCLARATION DE CONFORMITÉ CE Nous déclarons, sous notre entière responsabilité, que ce produit répond aux normes suivantes de documents normalisés : EN60745, EN55014, EN61000 conformément aux Directives du Conseil, 2004/108/EC, 98/37/EC. EU-VERKLARING VAN CONFORMITEIT Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product voldoet aan de normen in de volgende genormaliseerde documenten: EN60745, EN55014, EN61000 in overeenstemming met de richtlijnen van de Raad, 2004/108/EC, 98/37/EC. DEUTSCH ESPAÑOL EG-KONFORMITÄTSERKLÄRUNG DECLARACIÓN DE CONFORMIDAD DE LA CE Wir erklären unter unserer alleinigen Verantwortlichkeit, dass sich dieses Produkt in Übereinstimmung mit den folgenden Normen der Normdokumente EN60745, EN55014, EN61000 befindet sowie in Übereinstimmung mit den Ratsverordnungen 2004/108/EC, 98/37/EC. Declaramos bajo nuestra exclusiva responsabilidad que este producto cumple con los siguientes estándares de documentos estandarizados; EN60745, EN55014, EN61000 de acuerdo con las directivas del Consejo, 2004/108/EC, 98/37/EC. Tomoyasu Kato CE 2006 Director Directeur Direktor Responsible manufacturer: Fabricant responsable : Verantwortlicher Hersteller: Amministratore Directeur Director Produttore responsabile: Verantwoordelijke fabrikant: Fabricante responsable: Makita Corporation 3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, JAPAN Authorized Respresentative in Europe: Représentant agréé en Europe : Autorisierte Vertretung in Europa: Rappresentanti autorizzati in Europa: Erkende vertegenwoordiger in Europa: Representante autorizado en Europa: Makita International Europe Ltd. Michigan Drive, Tongwell, Milton Keynes, Bucks MK15 8JD, ENGLAND 60 ENGLISH ITALIANO For European countries only Noise and Vibration Solo per i paesi europei Rumore e vibrazione The typical A-weighted noise levels are sound pressure level: 89 dB (A) sound power level: 100 dB (A) Uncertainty: 3 dB (A) - Wear ear protection. The typical weighted root mean square acceleration value is not more than 2.5 m/s2. These values have been obtained according to EN60745. I tipici livelli di rumore ponderati "A" sono livello di pressione sonora: 89 dB (A) livello di potenza sonora: 100 dB (A) Variazione: 3 dB (A) - Indossare una protezione acustica. In genere, il valore efficace ponderato dell'accelerazione non supera i 2,5 m/s2. Questi valori sono stati ottenuti in conformità con la norma EN60745. NEDERLANDS FRANÇAIS Pour l'Europe uniquement Bruit et vibrations Alleen voor Europese landen Geluid en trillingen Les niveaux de bruit pondéré A typiques sont les suivants : niveau de pression sonore = 89 dB (A) niveau de puissance sonore = 100 dB (A) Incertitude : 3 dB (A) - Portez des protections auditives. La valeur d’accélération quadratique pondérée typique ne dépasse pas 2,5 m/s2. Ces valeurs ont été obtenues selon l’EN60745. De typischa, A-gewogen geluidsniveaus zijn geluidsdrukniveau: 89 dB (A) geluidsvermogenniveau: 100 dB (A) Afwijking: 3 dB (A) - Draag gehoorbescherming. De typisch, gewogen, kwadratisch-gemiddelde versnellingswaarde is niet hoger dan 2,5 m/s2. Deze waarden zijn verkregen volgens EN60745. ESPAÑOL DEUTSCH Sólo para los países europeos Ruido y vibración Nur für europäische Länder Geräusche und Vibrationen Die typischen effektiven Geräuschpegel betragen für Schalldruck: 89 dB (A) Schallleistungspegel: 100 dB (A) Die Abweichung beträgt 3 dB (A) - Tragen Sie Gehörschutz. Der typische effektive Beschleunigungswert beträgt höchstens 2,5 m/s2. Los niveles típicos de ruido ponderado A son nivel de presión sonora: 89 dB (A) nivel de potencia sonora: 100 dB (A) Incertidumbre: 3 dB (A) - Utilice protección para los oídos. El valor ponderado de aceleración no es superior a 2,5 m/s2. Estos valores se han obtenido conforme a EN60745. Diese Werte wurden entsprechend der Norm EN60745 gewonnen. Tomoyasu Kato CE 2006 Director Directeur Direktor Responsible manufacturer: Fabricant responsable : Verantwortlicher Hersteller: Amministratore Directeur Director Produttore responsabile: Verantwoordelijke fabrikant: Fabricante responsable: Makita Corporation 3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, JAPAN Authorized Respresentative in Europe: Représentant agréé en Europe : Autorisierte Vertretung in Europa: Rappresentanti autorizzati in Europa: Erkende vertegenwoordiger in Europa: Representante autorizado en Europa: Makita International Europe Ltd. Michigan Drive, Tongwell, Milton Keynes, Bucks MK15 8JD, ENGLAND 62
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64

Makita sp 6000 ksp1 Handleiding

Categorie
Cirkelzagen
Type
Handleiding