Pioneer djm 600 zwart 4 kanaals dj mixer de handleiding

Categorie
Audiomixers
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

74
<DRB1317>
Du/Sp
Plaats van gebruik H045 Du
Temperatuur en vochtigheidsgraad op de plaats van gebruik:
+5˚C – +35˚C (+41˚F – +95˚F); minder dan 85 %RH (ventilatie niet
geblokkeerd)
Niet installeren op de volgende plaatsen:
÷ Onder rechtstreekse zonnestraling of onder sterke kunstmatige
belichting
÷ Bij hoge vochtigheidsgraad of op een slecht verluchte plaats
Condiciones de Funcionamiento H045 Sp
Temperatura y humedad ambiental durante el funcionamiento:
+5˚C – +35˚C (+41˚F – +95˚F); menos de 85%RH (aperturas de
aireación no obstruidas)
No instalar en los siguientes lugares:
÷ lugar expuesto a la luz directa del sol o a fuerte luz artificial
÷ lugar expuesto a alta humedad, o lugar poco aireado
VENTILACION: Cuando se instala esta unidad, asegúrese de
dejar espacio alrededor de la unidad para proporcionar
ventilación y mejorar así la radiación del calor (por lo menos 5
cm en la parte trasera y 3 cm de cada lado).
ADVERTENCIA: Las rendijas en el aparato es necesario para la
ventilacíon para permitir el funcionamento del producto y para
proteger este de sobrecalentamiento, para evitar incendio. Las
rendijas no deberían ser nunca cubiertas con objectos, como
periódicos, manteles, tiendas, etc. Tambiém no poner el aparato
sobre alfombra espesa, cama, sofá o construción de pila espesa.
VENTILATIE: Zorg dat u bij het installeren van dit toestel rondom
wat vrije ruimte laat voor de ventilatie (tenminste 5 cm achter en
3 cm aan weerskanten van het toestel).
WAARSCHUWING: Spleten en openingen in het omhulsel
dienen voor ventilatie en een gepast gebruik van het product,
alsook om het te beschutten voor oververhitting. Om het te
beschermen tegen vuur mogen deze openingen nooit afgesloten
of bedekt worden met voorwerpen zoals dagbladen, tafellakens,
gordijnen, enz. Plaats het toestel ook nooit op een dik tapijt, op
een bed, sofa of om het even welk zacht en dik materiaal.
75
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
WAARSCHUWING NETSNOER
Pak het netsnoer beet bij de stekker. Trek de stekker er niet
uit door aan het snoer te trekken en trek nooit aan het netsnoer
met natte handen aangezien dit kortsluiting of een elektrische
schok tot gevolg kan hebben. Plaats geen toestel, meubelstuk
o.i.d. op het netsnoer, en klem het niet vast. Maak er nooit
een knoop in en en verbind het evenmin met andere snoeren.
De netsnoeren dienen zo te worden geleid dat er niet per
ongeluk iemand op gaat staan. Een beschadigd netsnoer kan
brand of een elektrische schok veroorzaken. Kontroleer het
netsnoer af en toe. Wanneer u de indruk krijgt dat het
beschadigd is, dient u bij uw dichtstbijzijnde erkende
PIONEER onderhoudscentrum of uw dealer een nieuw snoer
te kopen.
PRECAUCIONES CONCERNIENTES A LA
MANIPULACIÓN DEL CABLE DE
ALIMENTACIÓN
Tome el cable de alimentación por la clavija. No extraiga la
clavija tirando del cable. Nunca toque el cable de alimentación
cuando sus manos estén mojadas, ya que esto podría causar
cortocircuitos o descargas eléctricas. No coloque la unidad,
algún mueble, etc., sobre el cable de alimentación. Aseúrese
de no hacer nudos en el cable ni de unirlo a otros cables. Los
cables de alimentación deberán ser dispuestos de tal forma
que la prohabilidad de que sean pisados sea mínima. Una
cable de alimentación dañado podrá causar incendios o
descargas eléctricas. Revise el cable de alimentación está
dañado, solicite el reemplazo del mismo al centro de servicio
autorizado PIONEER más cercano, o a su distribuidor.
WAARSCHUWINGEN I.V.M. HET GEBRUIK ...... 76
Installatieplek ............................................................. 76
Condensatie ............................................................... 76
Het toestel schoonmaken .......................................... 76
TOEBEHOREN CONTROLEREN ........................... 76
EIGENSCHAPPEN ................................................ 77
AANSLUITINGEN ................................................. 78
NAMEN EN FUNCTIES VAN ONDERDELEN ....... 81
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN ..... 86
Eigenschappen van de verschillende effectors ........... 86
BPM meten ............................................................... 90
Vertragings-, echo-, auto pan-, auto trans-,
filter en flanger-bewerkingen ..................................... 93
Nagalm en toonhoogtewijziging ................................. 96
De externe effector gebruiken ................................... 98
Sampler-opname........................................................ 99
De weergavefuncties van de sampler gebruiken ...... 101
De EDIT-functie van de sampler gebruiken .............. 102
DE FADERSTARTFUNCTIE GEBRUIKEN ........... 103
Via de kanaalfader starten ........................................ 104
Via de kruisfader starten .......................................... 105
ZELF STORINGEN VERHELPEN ........................ 106
TECHNISCHE GEGEVENS ................................. 108
INHOUDSOPGAVE
ADVERTENCIAS DE FUNCIONAMIENTO ........... 76
Colocación ................................................................. 76
Condensación ............................................................ 76
Limpieza de la unidad ................................................. 76
COMPROBACIÓN DE LOS ACCESORIOS ........... 76
CARACTERÍSTICAS .............................................. 77
CONEXIONES ....................................................... 78
NOMBRES DE PIEZAS Y FUNCIONES ................ 81
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES
DE EFECTO/MUESTREADOR .............................. 86
Características de los distintos generadores
de efectos.................................................................. 86
Medición de BPM ...................................................... 90
Operaciones de retardo, eco, desplazamiento
automático, transferencia automática, filtro y flanger ...... 93
Funcionamiento de la reverberación
y el cambiador de tonos ............................................. 96
Utilización de un generador de efectos externo .......... 98
Utilización de la grabación del muestreador ................ 99
Utilización de las funciones de reproducción
del muestreador ....................................................... 101
Utilización de la función de edición del muestreador ..... 102
UTILIZACIÓN DE LA FUNCIÓN DE INICIO
CON FUNDIDO ................................................... 103
Inicio con el fundido de canales ................................ 104
Inicio con el fundido transversal ............................... 105
SOLUCIÓN DE PROBLEMAS ............................. 107
CARACTERÍSTICAS TÉCNICAS ......................... 109
INDICE
Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Pioneer produkt. Lees de
gebruiksaanwijzing aandachtig door zodat u het apparaat op de
juiste wijze kunt bedienen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor
het geval u deze in de toekomst nogmaals nodig heeft.
Het is mogelijk dat in bepaalde landen of gebieden de uitvoering
van de netstekker en het stopkontakt verschilt van hetgeen in
deze gebuiksaanwijzing is afgebeeld. De aansluitmethode en
bediening zijn in dergelijke gevallen echter precies hetzelfde.
K015 Du
Enhorabuena por la adquisición de este producto Pioneer.
Lea completamente este manual de instrucciones para
aprender a operar correctamente el aparato. Después de haber
terminado la lectura de las instrucciones, guarde el manual en
un lugar seguro para poderlo consultar en el futuro.
En algunos países o regiones, la forma de la clavija de
alimentación y del enchufe de corriente pueden ser diferentes
de la mostrada en las ilustraciones de explicación. Sin embargo,
el método de conexión y operación del aparato es el mismo.
K015 Sp
76
<DRB1317>
Du/Sp
TOEBEHOREN CONTROLEREN
÷ 6 pluggen van het kort circuit-type
Deze worden in de PHONO 1, PHONO 2 en PHONO 3
contactbussen op de achterkant gestoken.
÷ Gebruiksaanwijzing
WAARSCHUWINGEN I.V.M.
HET GEBRUIK
Installatieplek
Installeer het toestel in een goed verluchte ruimte, waar het
niet aan hoge temperaturen of vocht wordt blootgesteld.
÷ Installeer het toestel niet in een ruimte die aan directe
zonnestralen is blootgesteld, of naast kachels of radiators. De
buitenkant en de interne bestanddelen kunnen door te grote
hitte worden beschadigd. De installatie van het toestel in een
vochtige of stoffige omgeving kan ook stoornissen of
ongelukken tot gevolg hebben. (Vermijd plaatsing naast
fornuizen, etc. waar het toestel aan vette dampen, stoom of
hitte zou kunnen worden blootgesteld.)
÷ Wanneer het toestel in een koffer of in een DJ-cabine wordt
gebruikt, moet het van de wanden worden verwijderd om de
warmteuitstraling te bevorderen.
Condensatie
Wanneer het toestel van een koude omgeving naar een warme
kamer wordt overgeplaatst of wanneer de kamertemperatuur
plots stijgt, kan er binnenin condensatie worden gevormd, zodat
het toestel niet meer optimaal functioneert. In dergelijke
gevallen moet u het toestel ongeveer een uur laten staan of de
kamertemperatuur geleidelijk opvoeren.
Het toestel schoonmaken
÷ Gebruik een poetsdoek om het stof en het vuil weg te nemen.
÷ Wanneer de buitenkant erg vuil is, kunt u deze met een in een
neutraal, met vijf à zes keer zoveel water verdund
reinigingsmiddel gedrenkte en goed uitgewrongen zachte
doek schoonmaken en eindigen met een droge doek. Gebruik
geen meubelwas of vlekkenmiddelen.
÷ Gebruik nooit verdunners, benzeen, insecticiden of andere
chemische producten op of in de buurt van dit toestel, want
deze tasten de buitenkant aan.
COMPROBACIÓN DE LOS
ACCESORIOS
÷ 6 Clavijas de patilla de cortocircuito
Están insertadas en los conectores PHONO 1, PHONO 2 y
PHONO 3 de la parte posterior.
÷ Manual de instrucciones
ADVERTENCIAS DE
FUNCIONAMIENTO
Colocación
Instale la unidad en un lugar correctamente ventilado en el
que no vaya a quedar expuesta a elevadas temperaturas ni
a humedad.
÷ No instale la unidad en un lugar expuesto a la radiación solar
directa, ni cerca de radiadores u hornos. El calor excesivo
puede afectar negativamente a la carcasa y a los
componentes internos. La instalación de la unidad en un
entorno húmedo o polvoriento puede provocar fallos de
funcionamiento o accidentes. (Evite la instalación cerca de
fogones, etc., donde pueda producirse una exposición a
humo, vapor o calor de origen aceitoso.)
÷ Cuando se utilice la unidad dentro de una maleta o una cabina
de DJ, separarla de las paredes o de otros equipos para
facilitar la disipación del calor.
Condensación
Al trasladar esta unidad a una sala cálida desde un entorno más
frío, o cuando la temperatura de una sala asciende rápidamente,
puede formarse condensación en el interior, y la unidad puede
presentar fallos de funcionamiento. En casos como éste,
mantenga la unidad sin desplazarla durante cerca de una hora, o
bien, deje que la temperatura de la sala suba gradualmente.
Limpieza de la unidad
÷ Para eliminar el polvo y la suciedad utilice un paño limpiador.
÷ Cuando las superficies estén muy sucias, límpielas con un
paño suave empapado en un limpiador neutro diluido cinco o
seis veces con agua y bien escurrido. Seguidamente, vuelva a
pasar un paño seco. No utilice cera ni limpiadores para
muebles.
÷ No utilice nunca diluyentes, gasolinas, pulverizadores de
insecticidas ni otros productos químicos sobre esta unidad o
cerca de ella, pues pueden provocar corrosión en la superficie.
Min. 3cm.
Min. 3cm.
Min. 3cm.
Min. 3cm.
Min. 3cm.
Min. 3cm.
77
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
EIGENSCHAPPEN
BPM-sampler
Herkent de BPM-waarde van de muziek en neemt het aantal
ingestelde maten op. Hierdoor kan er continu met dezelfde
BPM-waarde worden afgespeeld.
BPM-teller
De automatische BPM-teller maakt het tempo van de muziek
zichtbaar.
Piekniveaumeter
De meegeleverde piekniveaumeter is voorzien van 15-bit-
controlelampjes voor ieder kanaal.
Faderstart/stop
De cd-speler kan worden gestart en gestopt door eenvoudig het
niveau van de kruisfader of de kanaalfader te verhogen of te
verlagen. (Deze functie kan alleen worden gebruikt wanneer
Pioneer cd-spelers uit de serie CDJ-100S, CDJ-700S of CDJ-500
II werden aangesloten.)
De sampler kan ook via de kruisfader worden gestart.
3-bandequalizer en stopzetfunctie
Deze 3-bandequalizer stemt overeen met de kanalen HI, MID en
LOW. Het dempingniveau fungeert ook als stopzetfunctie en
kan het niveau naar –26dB. terugbrengen.
Veelsoortige effecten
Zowel interne als externe effecten kunnen op alle kanalen, op de
microfoon en op het eindgeluid worden toegepast.
Allerlei effecten zijn mogelijk, zoals vertraging, echo, auto pan,
auto trans, filter, flanger, nagalm en toonhoogtewijziging.
Verbeterde ingangen/uitgangen
Naast de 10 ingangen – 2 CD, 3 LINE, 3 PHONO (alleen voor
MM) – en 2 microfoonsystemen, zijn er onafhankelijke
uitgangen voorzien voor 2 systemen, waaronder de pro-
specification XLR uitgang, de cabinemonitoruitgang en de
uitgang voor opnamen. Verder zijn er SEND/ RETURN-
contactbussen voor externe effectors.
CARACTERÍSTICAS
Muestreador de BPM
Reconoce BPM de música y registra el número definido de
batidos, facilitando la reproducción en bucle concordante con el
valor de BPM de la música que se está reproduciendo.
Contador de BPM
El contador automático de BPM suministrado permite la
visualización del tempo de la música.
Medidor de nivel de picos
El medidor de nivel de picos proporcionado está equipado con
indicadores de tipo LED de 15 bits para todos los canales.
Inicio/interruptor de fundido
El reproductor de CD puede iniciarse o detenerse simplemente
aumentando o disminuyendo el nivel del fundido transversal o
fundido de canales. (Esta función sólo puede realizarse si se
tiene conectado el reproductor de CD de Pioneer de las series
CDJ-100S, CDJ-700S o CDJ-500 II.)
El muestreador también puede iniciarse con el fundido
transversal.
Ecualizador y debilitador de 3 bandas
Este ecualizador de tres bandas corresponde a los canales HI,
MID y LOW (alto, medio y bajo). El nivel de fundido puede servir
también como función de debilitación, que puede reducir el nivel
hasta –26 dB.
Variedad de efectos
Es posible aplicar efectos externos e internos a todos los
canales, al micrófono y al máster.
La mezcladora ofrece una variedad de efectos, como el retardo,
el eco, la panorámica automática, la transferencia automática, el
filtro, el flanger, la reverberación y el cambiador de afinación.
Conectores de entrada y salida mejorados
Además de las 10 entradas para los 2 sistemas de CD, 3 de
LINE, 3 de PHONE (sólo para MM) y 2 de micrófono, hay salidas
independientes para 2 sistemas de especificación profesional
de XLR, salida de monitor de cabina y salida de grabación.
Asimismo, se ofrecen terminales SEND/RETURN para los
generadores de efectos externos.
78
<DRB1317>
Du/Sp
L
R
L
R
L
R
MASTER
OUT2
R
MASTER
LEVEL
ATT.
SIGNAL
GND
MASTER
OUT 1
PHONO 3 LINE
CH - 4
PHONO 2 LINE
CH - 3
PHONO 1 CD 2 /LINE LINE CD 1 /LINE
CH - 2 CH - 1
CH - 1CH - 2
PLAYER CONTROL
BOOTH
MONITOR
L
RR
RETURN CH - 4 SUBMICSENDREC OUT
LR
2 COLD
1 GND
3 HOT
L
(MONO)
L
(MONO)
L
R
L
R
*1
R LR LR L R L
R LR LR L R L
Cassettedeck enz.
Platina de casetes, etc.
AANSLUITINGEN
Voordat u toestellen aansluit of de aansluiting wijzigt, moet u
eerst de stroom uitschakelen en het snoer uit het stopcontact
trekken.
1. Aansluiting van toestellen op de ingang
DAT enz.
DAT, etc.
DAT enz.
DAT, etc.
CD 2 CD 1
CDJ-100S/
CDJ-700S/
CDJ-500 II
CDJ-100S/
CDJ-700S/
CDJ-500 II
Stuurkabel
*2
(Kan worden aangesloten op de
CDJ-100S, CDJ-700S en CDJ-500 II)
Cable de control
*2
(Puede conectarse a los equipos
CDJ-100S, CDJ-700S y CDJ-500 II)
DJM-600
Aansluiten op het
stopcontact.
Conectar a una toma de
corriente eléctrica
Platenspeler 3
*3
Reproductor 3
*3
Platenspeler 2
*3
Reproductor 2
*3
Platenspeler 1
*3
Reproductor 1
*3
(PHONO 3 is onbruikbaar wanneer een hulpmicrofoon is
aangesloten.)
CONEXIONES
Al conectar o cambiar las conexiones de las unidades, apague la
alimentación y desconecte el cable de la toma de corriente de la
unidad.
1. Conexión del equipo de entrada
(PHONO 3 no puede usarse si se conecta un submicrófono.)
79
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
MIC LEVEL
LOW
TALK OVER CH-4
HEADPHONES CUE
AUTO BPM COUNTER SELECTOR
CH-3CH-2 EFFECTS/SAMPLERMASTERCH-1
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
MID
EQ EQ EQ EQ
HI
+12dB-12dB
MIXING
MASTER
ONOFF
CUE
LEVEL
CH-1
213
SAMPLERCH-2
CROSS FADER CURVE
FADER START
PHONES
CROSS FADER
ASSIGN A
THRU
14
23
SAM-
PLER
CROSS FADER
ASSIGN B
THRU
14
23
SAM-
PLER
+12dB
-12dB
+12dB
-12dB
TRIM MASTER LEVEL
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
TRIMTRIMTRIM
CH-1
HEADPHONES
MIC
MASTER
BEAT
EFFECTS
BEAT
SAMPLER
CH-4CH-3CH-2
LOW
LR
MID
HI
LOW
MID
HI
LOW
MID
HI
LOW
MID
HI
LINECD1/LINE PHONO 1
PROFESSIONAL
DJ MIXER
DJM-600
CD2/LINE PHONO 2 STEREO
POWER
LINE
SUB MIC
/PHONO 3
LINE MONO
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
+12dB+12dB
-26dB-26dB-26dB-26dB
+12dB+12dB
+12dB
+12dB
+12dB
+12dB
-26dB-26dB-26dB-26dB
+12dB+12dB
-26dB
+12dB
-26dB
+12dB
-26dB-26dB
EQ
1
MASTER
4MIC
%
BPM
mSec
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
STEREOMONO SPLIT
MASTER BALANCE
RL
MAX
MASTER
PARAMETER 1
TIME
PARAMETER 2
LEVEL/
DEPTH
1
CF. B2
CF. A3
MIC
SND/RTN
AUTO BPM
FRANGER
REVERB
FILTER
PITCH
DELAY
TRANS
ECHO
PAN
4
MIN
BOOTH MONITOR
ON/OFF
TAP
CH.
SELECT
ONOFF ONOFF
BA
0dB
0dB
-
-
-
-
-
0dB +9dB+9dB -
+9dB -
+9dB
BEAT SAMPLER
REC
STRETCH
EDIT
LOOP
SINGLE
AANSLUITINGEN
DJM-600
2. Aansluiting op uitgangen, microfoons, enz.
Hoofdmicrofoon
Micrófono principal
Koptelefoon
Auriculares
Als u een analoge speler aansluit, moet u de zes pluggen uit de
PHONO-contactbussen (PHONO 1, PHONO 2 en PHONO 3)
van CH-2, CH-3 en CH-4 trekken.
Door deze pluggen van het korte circuit-type wordt de ruis
onderdrukt en krijgt men een betere geluidskwaliteit wanneer er
geen analoge speler is aangesloten. Berg deze pluggen
zorgvuldig op nadat u ze hebt uitgetrokken. Steek de pluggen
opnieuw in dezelfde contactbussen wanneer u de analoge
speler afkoppelt.
*1 Sluit de kabel aan die met de aarde van de analoge speler
overeenstemt.
Deze contactbus is alleen voor een analoge speler bestemd
en is geen veiligheidsaarde.
*2 Als u dit toestel met de apart verkochte en op de CD-
contactbussen CH-1 of CH-2 aangesloten CDJ-100S, CDJ-
700S of CDJ-500 II gebruikt, kunt u de faderstartfunctie
gebruiken, op voorwaarde dat dit toestel en de cd-speler
door een stuurkabel zijn verbonden.
*3 Omdat de PHONO-ingangen van dit toestel uitsluitend voor
MM zijn bestemd, moet u in de aangesloten analoge speler
cassettes van het MM-type gebruiken.
Aansluiting van de audiokabels
Gebruik de kabels met de rode en witte pluggen.
Sluit de witte plug aan op “L” en de rode plug op “R”. Steek ze
er geheel in.
L
R
Witte plug
Rode plug
Al conectar un reproductor analógico, saque las seis clavijas de
cortocircuito que están insertadas en los terminales PHONO
(PHONO 1, PHONO 2 y PHONO 3) de CH-2, CH-3 y CH-4.
Estas clavijas de cortocircuito sirven para reducir el ruido fino, y
aseguran un rendimiento excelente cuando no se conecta
ningún reproductor analógico. Guarde cuidadosamente las
clavijas después de retirarlas. Cuando desconecte el
reproductor analógico, vuelva a insertar las clavijas en sus
posiciones originales.
*1 Conecte el cable de toma de tierra del reproductor analógico.
Este conector sirve exclusivamente para un reproductor
analógico y no es una toma de seguridad de masa.
*2 Si va a utilizar la unidad con los dispositivos suministrados
por separado CDJ-100S, CDJ-700S o CDJ-500 II, la función
de inicio del fundido puede utilizarse cuando la unidad y el
reproductor de CD están conectados a través de un cable de
control.
*3 Dado que los conectores de entrada PHONE de la unidad
son válidos sólo para MM, utilice cartuchos de tipo MM para
el reproductor de MM que tenga conectado.
Conexión de cables de sonido
Utilice los cables que tienen las clavijas roja y blanca.
Conecte la clavija blanca a “L” y la roja a “R”. Compruebe que
quedan correctamente enchufadas.
L
R
Clavija blanca
Clavija roja
2. Conexión de salidas, micrófonos, etc.
CONEXIONES
80
<DRB1317>
Du/Sp
L
R
L
R
L
R
MASTER
OUT2
R
MASTER
LEVEL
ATT.
SIGNAL
GND
MASTER
OUT 1
PHONO 3 LINE
CH - 4
PHONO 2 LINE
CH - 3
PHONO 1 CD 2 /LINE LINE CD 1 /LINE
CH - 2 CH - 1
CH - 1CH - 2
PLAYER CONTROL
BOOTH
MONITOR
L
RR
RETURN CH - 4 SUBMICSENDREC OUT
LR
1 GND
L
(MONO)
L
(MONO)
L
R
L
R
1
2
3
1
2
3
2 COLD
3 HOT
*4
*5
*6
R L RL
R L
DJM-600
Eindversterker
(Compatibel met RCA-ingang)
Amplificador de potencia
(admite entrada RCA)
Eindversterker
(Voor cabinemonitor)
Amplificador de potencia
(para monitor de cabina)
Hulpmicrofoon
(De PHONO 3 van CH-4 is
onbruikbaar wanneer een
hulpmicrofoon is aangesloten.)
Submicrófono
(PHONO 3 del CH-4 no puede
usarse si se conecta un
submicrófono.)
De polariteit van de XLR-contactbus wordt
in onderstaande figuur aangegeven.
La polaridad del conector XLR se
muestra en el diagrama siguiente.
KOUD (–)
AARDE
WARM
(+)
Eindversterker
(Compatibel met XLR-ingang)
Amplificador de potencia
(Admite entrada XLR)
Cassettedeck enz.
Platina de casetes, etc.
Externe effector
Generador de efectos
externo
*4 MASTER LEVEL ATT.
(Dempknop voor hoofduitgangsniveau)
Met deze knop kan het uitgangsniveau worden verlaagd om
de aangesloten versterkers en luidsprekers tegen een te
hoge ingang te beveiligen.
(Demping: – tot 0 dB)
*5 Sluit deze aan als u een ander apparaat wenst te gebruiken
om de geluidskwaliteit te regelen.
SEND (uitgang):
Sluit deze aan op de ingang van de externe effector.
Als u een effector met mono-ingang gebruikt, moet deze op
de uitgang van kanaal L worden aangesloten. De effector
ontvangt gemengd geluid van L en R.
RETURN (ingang):
Sluit deze aan op de uitgang van de externe effector.
Als u een effector met mono-ingang gebruikt, moet deze op
de uitgang van kanaal L worden aangesloten. De signalen
van de effector worden naar beide kanalen L en R gestuurd.
*6 REC OUT
Stuurt het audiosignaal uit naar dezelfde uitgangsbron als de
hoofduitgang, zonder te worden beïnvloed door het volume,
de balans of de MONO-schakelaars van de hoofduitgang.
AANSLUITINGEN CONEXIONES
FRÍO (–)
TIERRA
CALIENTE
(+)
*4 MASTER LEVEL ATT.
(Mando de atenuación de nivel de salida principal)
Este mando se utiliza para reducir el nivel de salida y
proteger de una entrada excesiva los amplificadores y
altavoces conectados.
(Atenuación: – a 0dB).
*5 Conecte si desea utilizar otro dispositivo para ajustar la
calidad del sonido.
SEND (salida):
Enchufar al conector de entrada del generador de efectos
externo.
Si utiliza un generador de efectos de entrada monofónico,
conéctelo a la salida del canal L. El generador de efectos
recibirá un sonido mezclado LR.
RETURN (entrada):
Enchufar al conector de salida del generador de efectos
externo.
Si utiliza un generador de efectos de salida monofónico,
conéctelo a la salida del canal L. Las señales del generador
de efectos entrarán en los canales L y R.
*6 REC OUT (salida de grabación)
Sale el sonido de la misma fuente de salida que la salida
principal, sin estar influenciado por el volumen principal,
balance principal e interruptor de MONO.
81
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
MIC LEVEL
LOW
TALK OVER CH-4
HEADPHONES CUE
AUTO BPM COUNTER SELECTOR
CH-3CH-2 EFFECTS/SAMPLERMASTERCH-1
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
MID
EQ EQ EQ EQ
HI
-
-
-
0dB
+12dB-12dB
MIXING
MASTERCUE
LEVEL
FADER START
PHONES
CROSS FADER
ASSIGN A
0dB
THRU
14
23
SAM-
PLER
CROSS FADER
ASSIGN B
THRU
14
23
SAM-
PLER
+12dB-12dB
+12dB-12dB
TRIM MASTER LEVELTRIMTRIMTRIM
CH-1
HEADPHONES
MIC
MASTERCH-4CH-3CH-2
LOW
LR
MID
HI
LOW
MID
HI
LOW
MID
HI
LOW
MID
HI
+9dB+9dB -
+9dB -
+9dB
LINECD1/LINE PHONO 1
PROFESSIONAL
DJ MIXER
DJM-600
CD2/LINE PHONO 2 STEREO
POWER
LINE
SUB MIC
/PHONO 3
LINE MONO
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
+12dB+12dB
-26dB-26dB-26dB-26dB
+12dB+12dB
+12dB
+12dB
+12dB
+12dB
-26dB-26dB-26dB-26dB
+12dB+12dB
-26dB
+12dB
-26dB
+12dB
-26dB-26dB
EQ
STEREOMONO SPLIT
-
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC
%
BPM
mSec
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
BEAT
EFFECTS
BEAT
SAMPLER
MASTER BALANCE
RL
MAX
MASTER1
CF. B2
CF. A3
MIC4
MIN
BOOTH MONITOR
ON/OFF
TAP
CH.
SELECT
SND/RTN
AUTO BPM
FRANGER
REVERB
FILTER
PITCH
DELAY
TRANS
ECHO
PAN
PARAMETER 1
TIME
PARAMETER 2
LEVEL/
DEPTH
0dB-
CH-1
213
SAMPLERCH-2
CROSS FADER CURVE
FADER START
ONOFF ONOFF ONOFF
BA
REC
STRETCH
EDIT
LOOP
SINGLE
BEAT SAMPLER
32
8
6
0
7
4
5
1
-
-9
$
%
*
^
#
&
(
@! =~
NAMEN EN FUNCTIES VAN
ONDERDELEN
Bedieningspaneel
1 Ingang voor hoofdmicrofoon en
microfoonstuurknop
Ingang voor hoofdmicrofoon:
Voor aansluiting van microfoon via contactbus van het
kanon-type.
MIC LEVEL (niveau microfoon):
Om het volume van de hoofdmicrofoon te regelen.
(Demping: – tot 0 dB)
HI:
Om de hoge tonen van het microfoongeluid te regelen.
In het midden is het geluid afgevlakt.
Naar rechts draaien om het geluid hoger te zetten (tot +12
dB bij 10 kHz).
Naar links draaien om het geluid lager te zetten (tot –12 dB
bij 10 kHz).
MID:
Om de middentonen van het microfoongeluid te regelen.
In het midden is het geluid afgevlakt.
Naar rechts draaien om het geluid hoger te zetten (tot +12
dB bij 1 kHz).
Naar links draaien om het geluid lager te zetten (tot –12 dB
bij 1 kHz).
LOW:
Om de lage tonen van het microfoongeluid te regelen.
In het midden is het geluid afgevlakt.
Naar rechts draaien om het geluid hoger te zetten (tot +12
dB bij 100 Hz).
Naar links draaien om het geluid lager te zetten (tot –12 dB
bij 100 Hz).
Panel de control
NOMBRES DE PIEZAS Y
FUNCIONES
1 Conector de entrada de micrófono principal y
mando de control de micrófono principal
Conector de entrada de micrófono principal:
Para conectar un micrófono que tenga una clavija de tipo
cañón.
MIC LEVEL (nivel de micrófono):
Ajusta el nivel del micrófono principal.
(Atenuación de: – hasta 0 dB)
HI:
Ajusta el sonido del micrófono de tonos altos.
En la posición central, el sonido es liso.
Girar a la derecha para aumentar el sonido (hasta +12 dB a
10kHz).
Girar a la izquierda para reducir el sonido (hasta –12 dB a
10kHz).
MID:
Ajusta el sonido del micrófono de tonos medios.
En la posición central, el sonido es liso.
Girar a la derecha para aumentar el sonido (hasta +12 dB a
1kHz).
Girar a la izquierda para reducir el sonido (hasta –12 dB a
1kHz).
LOW:
Ajusta el sonido del micrófono de tonos bajos.
En la posición central, el sonido es liso.
Girar a la derecha para aumentar el sonido (hasta +12 dB a
100Hz).
Girar a la izquierda para reducir el sonido (hasta –12 dB a
100Hz).
82
<DRB1317>
Du/Sp
2 Ingangskeuzeschakelaars, stuurknoppen en
piekniveaumeters voor CH-1 tot CH-4
Ingangskeuzeschakelaars:
Met deze schakelaars kan het op ieder kanaal aangesloten
toestel worden gekozen dat als ingang zal worden
gebruikt.
CH-1: Om van CD1/LINE op LINE over te schakelen
CH-2: Om van CD2/LINE op PHONO 1 over te schakelen
CH-3: Om van LINE op PHONO 2 over te schakelen
CH-4:
Om van LINE op SUB MIC/PHONO 3 over te schakelen
TRIM:
Om het niveau van het ingangssignaal te regelen.
Naar rechts draaien om het niveau te verhogen (tot +9 dB).
Naar links draaien om het niveau te verlagen (tot –).
HI:
Om de hoge tonen van het ingangsgeluid te regelen.
In het midden is het geluid afgevlakt.
Naar rechts draaien om het geluid hoger te zetten (tot +12
dB bij 13 kHz).
Naar links draaien om het geluid lager te zetten (tot –26 dB
bij 13 kHz).
MID:
Om de middentonen van het ingangsgeluid te regelen.
In het midden is het geluid afgevlakt.
Naar rechts draaien om het geluid hoger te zetten (tot +12
dB bij 1 kHz).
Naar links draaien om het geluid lager te zetten (tot –26 dB
bij 1 kHz).
LOW:
Om de lage tonen van het ingangsgeluid te regelen.
In het midden is het geluid afgevlakt.
Naar rechts draaien om het geluid hoger te zetten (tot +12
dB bij 70 Hz).
Naar links draaien om het geluid lager te zetten (tot –12 dB
bij 70 Hz).
Piekniveaumeter:
Toont gedurende 2 seconden het piekniveau.
Toont het niveau voor het door de kanaalfader wordt
gewijzigd.
Displaybereik: –24 dB tot +14 dB.
3 MONO/STEREO (Mono/Stereo-keuzeschakelaar
voor hoofduitgang)
Om MONO of STEREO voor de hoofduitgang te kiezen.
4 POWER (Stroomschakelaar)
5 MASTER LEVEL (Hoofdniveaumeter)
Toont gedurende 2 seconden het uitgangsniveau na
regeling van het hoofdvolume.
Displaybereik: –24 dB tot +14 dB.
6 OVERSPREEK-schakelaar
Druk op deze schakelaar om alle volumes behalve dat van de
hoofdmicrofoon te verminderen tot ca 14 dB. Daarbij zal een
rode LED gaan branden. Druk nog eens op de schakelaar om
de originele toestand te herstellen.
Waarschuwing: Door op deze knop te drukken kan het
volume plotseling sterk veranderen.
7 HEADPHONES CUE en AUTO BPM COUNTER
SELECTOR
HEADPHONES CUE:
Om de bron (CH-1 tot CH-4, MASTER of EFFECTS/
SAMPLER) te kiezen waarvan het geluid via de koptelefoon
moet worden gecontroleerd.
Druk opnieuw om uw keuze ongedaan te maken.
Door op meerdere toetsen te drukken, kunt u een
gemengd geluid uit de gekozen bronnen samenstellen.
AUTO BPM COUNTER SELECTOR:
Als AUTO BPM door de effect/sampler-keuzeschakelaar
(^) werd ingesteld, wordt de BPM-waarde van het
gekozen kanaal (CH-1 tot CH-4) op de BPM-display ($)
getoond.
Als u 2 of meer kanalen kiest, is de getoonde BPM-waarde
niet juist.
2 Selectores de entrada, mandos de control y
medidores de picos para los CH-1 a CH-4
Selectores de entrada:
Estos conmutadores seleccionan la fuente de entrada que
se usará, entre las unidades conectadas a cada canal.
CH-1: alterna entre CD1/LINE y LINE
CH-2: alterna entre CD2/LINE y PHONO1
CH-3: alterna entre LINE y PHONO 2
CH-4: alterna entre LINE y SUB MIC/PHONO 3
TRIM:
Ajusta el nivel de la señal de entrada.
Girar a la derecha para aumentar el nivel (hasta +9dB).
Girar a la izquierda para reducir el nivel (hasta –).
HI:
Ajusta los sonidos de entrada de tonos altos.
En la posición central, el sonido es liso.
Girar a la derecha para aumentar el sonido (hasta +12 dB a
13kHz).
Girar a la izquierda para reducir el sonido (hasta –26 dB a
13kHz).
MID:
Ajusta el sonido de entrada de tono medio.
En la posición central, el sonido es liso.
Girar a la derecha para aumentar el sonido (hasta +12 dB a
1kHz).
Girar a la izquierda para reducir el sonido (hasta –26 dB a
1kHz).
LOW:
Ajusta el sonido de entrada de tono bajo.
En la posición central, el sonido es liso.
Girar a la derecha para aumentar el sonido (hasta +12 dB a
70Hz).
Girar a la izquierda para reducir el sonido (hasta –12 dB a
70Hz).
Medidor de nivel de pico
Muestra el nivel de picos, mantenido durante 2 segundos.
Muestra el nivel antes de ser sometido al fundido de canal.
Intervalo de visualización: –24 dB a +14 dB.
3 MONO/STEREO (selector mono/estéreo de salida
principal)
Utilizado para seleccionar salida principal (máster) MONO o
STEREO.
4 POWER (interruptor de alimentación)
5 MASTER LEVEL (medidor de nivel principal)
Muestra el nivel de salida posterior al ajuste del volumen
principal, mantenido durante 2 segundos.
Intervalo de visualización: –24 dB a +14 dB.
6 TALK OVER (Llave de Conferencia)
Pulse este interruptor y el nivel de sonido disminuirá
alrededor de 14dB para todo lo que no sea el micrófono
principal y se encenderá el LED rojo. Para restablecer el
estado original, pulse nuevamente el interruptor.
Precaución: Al pulsarse este interruptor, se producirán
cambios bruscos y notables del volumen.
7 HEADPHONES CUE y AUTO BPM COUNTER
SELECTOR
HEADPHONES CUE:
Se utiliza para seleccionar la fuente (CH-1 a CH-4,
MASTER o EFFECTS/SAMPLER) que se controlará con
los auriculares.
Vuelva a pulsarlo para cancelar la selección.
Al pulsar varios botones puede obtenerse sonido
mezclado desde las fuentes seleccionadas.
AUTO BPM COUNTER SELECTOR:
Si se ha seleccionado AUTO BPM con el selector de
efecto/muestreador (^), se mostrarán los BPM del canal
seleccionado (CH-1 a CH-4) en la pantalla de BPM ($).
El valor de BPM no se mostrará correctamente si se han
seleccionado 2 o más canales.
NAMEN EN FUNCTIES VAN ONDERDELEN NOMBRES DE PIEZAS Y FUNCIONES
83
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
8 Koptelefoonaansluiting en Bedieningspaneel voor
de koptelefoonuitgang
MONO SPLIT/STEREO
(mono/stereo-keuzeschakelaar):
Om te kiezen of het monitorgeluid naar de linker- en
rechterkant van de koptelefoon wordt opsplitst of het in
stereo blijft.
MONO SPLIT regelt de koptelefoonuitgang op mono. Het
geluid van het met HEADPHONES CUE gekozen kanaal
wordt via het linkerkanaal uitgezonden, terwijl het
recherkanaal voor het hoofdgeluid wordt gebruikt. (Dit geldt
alleen als het hoofdgeluid met HEADPHONES CUE werd
gekozen.)
MIXING (mengregelknop):
Om het monitorgeluid van de koptelefoon te regelen.
Draai geheel naar rechts voor het hoofdgeluid. (Dit geldt
alleen als het hoofdgeluid met HEADPHONES CUE werd
gekozen.)
Draai geheel naar links voor het geluid van het met
HEADPHONES CUE gekozen kanaal (geen hoofdgeluid).
In het midden zijn de niveaus van het hoofdgeluid en het met
HEADPHONES CUE gekozen geluid gelijk.
LEVEL (niveauregelknop):
Om het monitorgeluid van de koptelefoon te regelen.
Wanneer CH-1 tot CH-4 werd gekozen, wordt het niveau niet
door het hoofdvolume (0) of de hoofdbalans (@) beïnvloed.
PHONES (koptelefoonaansluiting)
9 Kanaalvolume
Om het volume van de kanalen CH-1 tot CH-4 te regelen.
0 Hoofdvolume
Om het hoofdgeluidsniveau te regelen. Het volume van de
signalen uit de met de ASSIGN-schakelaar gekozen kanalen (-
) wordt met de kanaalfader (9) en de kruisfader (!) geregeld,
terwijl het volume van de signalen uit de andere kanalen met de
kanaalfader wordt ingesteld.
- CROSS FADER ASSIGN A, CROSS FADER ASSIGN B
Om de aan A en B toegewezen signalen te kiezen, wanneer de
kruisfader voor 2 bronnen (A en B) wordt gebruikt.
THRU: Stel hierop in wanneer u de kruisfader niet
gebruikt.
1 tot 4: Om de aan A en B toe te wijzen kanalen (CH-1 tot
CH-4) te kiezen.
Kanalen die niet aan A of B werden toegewezen,
worden weergegeven zonder langs de kruisfader te
worden gestuurd.
SAMPLER: Stel hierop in wanneer u de kruisfader gebruikt om
geluid te produceren dat met de effectfunctie van
dit toestel werd gesampled, op voorwaarde dat de
effect/sampler-keuzeschakelaar (^) op SINGLE
(en niet op STRETCH of LOOP) is ingesteld.
= FADER START (Faderstart-aan-uit-schakelaar)
CH-1 en CH-2:
Als dit toestel op een CDJ-100S, CDJ-700S of gelijkaardige
cd-speler werd aangesloten, moet u deze aan-uit-schakelaar
gebruiken om het automatisch afspelen van de cd-speler via
de kanaalfader of kruisfader te starten.
SAMPLER:
Gebruik deze aan-uit-schakelaar om de in dit toestel
ingebouwde sampler via de kruisfader te starten.
~ CROSS FADER CURVE
(Keuzeschakelaar voor de kruisfaderkromme)
Om een van de 3 kruisfaderstartkrommen te kiezen.
! Kruisfadervolume
Om het volume van het gemengd geluid te regelen dat van de
met de ASSIGN-schakelaar (-) op A of B ingestelde bronnen
afkomstig is.
@ MASTER BALANCE-knop
Om de links-rechts-balans van het hoofdvolume te regelen.
# BOOTH MONITOR-niveauregelaar
Om het niveau van de BOOTH MONITOR-uitgang op het
achterpaneel te regelen.
Dit niveau wordt door het hoofdvolume (0) en de hoofdbalans
(@) niet beïnvloed.
8 Conector para auriculares y panel de control de
salida de auriculares
MONO SPLIT/STEREO
(selector entre mono dividido y estéreo):
Se utiliza para seleccionar si debe dividirse el sonido del
monitor a la derecha y a la izquierda de los auriculares o
mantenerse el formato estereofónico.
MONO SPLIT cambiará la salida de los auriculares a
monofónico. El canal izquierdo será para el sonido
procedente del canal seleccionado en HEADPHONES CUE, y
el derecho para la salida de sonido del principal. (Esto sólo es
válido si se ha seleccionado el principal en HEADPHONES
CUE.)
MIXING (mando de ajuste de la mezcla):
Ajusta el sonido del monitor de los auriculares.
Gire en todo su recorrido a la derecha para obtener el sonido
de salida principal. (Esto sólo es válido si se ha seleccionado
el principal en HEADPHONES CUE.)
Gire en todo su recorrido a la izquierda para obtener el sonido
del canal (distinto del principal) seleccionado en
HEADPHONES CUE.
En la posición central, los niveles de la salida principal y del
sonido seleccionado con HEADPHONES CUE serán
equivalentes.
LEVEL (mando de ajuste del nivel):
Ajusta el sonido del monitor de los auriculares.
Cuando se ha seleccionado CH-1 a CH-4, el nivel no se ve
afectado por el volumen principal (0) ni por el balance
principal (@).
PHONES (conector de auricular)
9 Volumen de fundido de canal
Ajusta el volumen de los canales CH-1 a CH-14.
0 Volumen de fundido principal
Ajusta el nivel de sonido de salida principal. Las señales de los
canales seleccionados con el conmutador (-) se emitirán
utilizando el volumen de fundido de canal (9) y el volumen de
fundido transversal (!), mientras que las señales de otros
canales se emitirán utilizando el volumen de fundido de canal.
- CROSS FADER ASSIGN A, CROSS FADER ASSIGN B
Selecciona las señales asignadas a A y a B cuando se utiliza el
fundido transversal con 2 fuentes (A y B).
THRU: Seleccionar cuando no se usa el fundido
transversal.
1 a 4: Seleccionar qué canales (CH-1 a CH-4) se
asignarán a A y a B.
Los canales no asignados a A o B se emiten sin
pasar por el fundido transversal.
SAMPLER: seleccionar al usar el fundido transversal para el
sonido de salida muestreado con la función de
efectos de esta unidad, si se ha seleccionado
SINGLE (no STRETCH ni LOOP) con el selector de
efecto/muestreador (^).
=
FADER START (interruptor ON/OFF de inicio con fundido)
CH-1 y CH-2:
Cuando la unidad se ha conectado mediante un cable de
control a un reproductor CDJ-100S, CDJ-700S o similar, éste
es el interruptor ON/OFF para que la función inicie
automáticamente la reproducción del CD mediante el fundido
de canales o el transversal.
SAMPLER:
Interruptor ON/OFF para la función que inicia el muestreador
integrado en la unidad utilizando el fundido transversal.
~ CROSS FADER CURVE
(Selector de curva de fundido transversal)
Utilizado para seleccionar una de las 3 curvas de inicio con
fundido transversal.
! Volumen de fundido transversal
Utilizado para ajustar el volumen de la mezcla de sonido de las
fuentes definidas en A o en B con el conmutador ASSIGN (-).
@ Mando MASTER BALANCE
Utilizado para ajustar el equilibrio derecha-izquierda de la salida
principal.
# Mando de nivel BOOTH MONITOR
Utilizado para ajustar el nivel del conector de salida BOOTH
MONITOR del panel posterior.
Este nivel no se ve afectado por el volumen principal (0) ni por
el equilibrio principal (@).
NAMEN EN FUNCTIES VAN ONDERDELEN NOMBRES DE PIEZAS Y FUNCIONES
84
<DRB1317>
Du/Sp
$ BPM-Display (zie pagina 90)
Als AUTO BPM met behulp van de effect/sampler-
keuzeschakelaar (^) werd gekozen, wordt de BPM-waarde
voor het met AUTO BPM COUNTER SELECTOR (7) ingestelde
kanaal (CH-1 tot CH-4) getoond.
1 tot 4:
Toont het kanaal dat de BPM-waarde meet.
AUTO BPM COUNTER:
Toont de BPM-waarden.
Knippert tijdens de meting van de BPM-waarde, of wanneer
deze niet kan worden gemeten.
Display voor het BPM-meetgebied/
BPM-meetgebiedkeuzeschakelaars:
÷ Om uit hetvolgende te kiezen: 70 tot 139, 91 tot 180, 70 tot
180 en handbediening.
Als beide lampjes oplichten, geldt de 70 tot 180 instelling.
Als geen enkel lampje oplicht, geldt de handbedienings-
modus.
Stel de BPM-band op dusdanige wijze in dat hij met de
muziek waarvoor de BPM-waarde wordt gemeten
overeenstemt.
÷ Voor meer details over de handbedieningsmodus, zie “BPM-
waarde meten” op pagina’s 90 tot 92.
Als de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar werd gebruikt om
iets anders dan AUTO BPM in te stellen, wordt de BPM-waarde
van de met de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar (&)
gekozen bron getoond.
%
Effectparameter- en BPM-display (zie pagina 95)
1 tot 4, MIC en MASTER:
Toont de met de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar (&)
ingestelde bron.
Als CF.A or CF.B met behulp van de effect/sampler-
kanaalkeuzeschakelaar werd ingesteld, lichten de met de
ASSIGN-schakelaars (-) gekozen kanalen (1 tot 4) op.
PARAMETER (Parameter/BPM-teller):
De display verschilt naargelang de instelling van de effect/
sampler-keuzeschakelaar (^).
÷ Als AUTO BPM werd gekozen, wordt de BPM-waarde voor
de met de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar ingestelde
bron getoond.
De display knippert tijdens de meting van de BPM-waarde of
wanneer die niet kan worden gemeten.
÷ Als SEND/RETURN werd gekozen, verschijnt er niets op de
display.
÷ Werd er iets anders dan AUTO BPM of SEND/RETURN werd
gekozen, dan wordt de door PARAMETER 1 (*) ingestelde
effectwaarde getoond.
BEAT (Synchrone display van het effect/Ritmedisplay):
De display verschilt naargelang de instelling van de effect/
sampler-keuzeschakelaar (^).
÷ Als er is ingesteld op DELAY, ECHO, PAN of TRANS, wordt
parameter 1 voor de bron BPM weergegeven als een beat.
Als de beat 1/2 of 4/1 is, licht deze op. Als u de (2) effect beat-
keuzeschakelaar indrukt, worden de beats tussen 1/2 en 1/4
gewijzigd, waarmee het display volkomen wordt gewist. Als
u de (3) effect beat-kezuzeschakelaar indrukt, worden de
beats tussen 4/1 en 8/1 gewijzigd, waarmee het display ook
volkomen wordt gewist.
Als er een ongelijkheid is tussen het aantal beats, wordt het
dichtstbijzijnde nummer knipperend in het display
weergegeven.
÷ Als er is ingesteld op FILTER, FLANGER of SAMPLER, wordt
parameter 1 voor de bron BPM weergegeven als een beat.
Het display licht op als de beat overeenkomt met 1 tot 16
beats. Als u de (2) effect beat-keuzeschakelaar indrukt als er
minder dan 1 beat is, wordt de beat gewijzigd in een 1/2,
waarmee het display volkomen wordt gewist. Als u de (3)
effect beat-kezuzeschakelaar indrukt, als er meer dan 16
beats zijn wordt het aantal beats gewijzigd in 32, waarmee
het display ook volkomen wordt gewist.
Als er een ongelijkheid is tussen het aantal beats, wordt het
dichtstbijzijnde nummer knipperend in het display
weergegeven.
÷ Als er is ingesteld op PITCH, wordt de hoeveelheid pitch-
bijstelling weergegeven.
÷ Als er is ingesteld op REVERB, wordt de hoeveelheid
resonantie weergegeven.
÷ Als er is ingesteld op AUTO BPM of SEND/RETURN, wordt er
niets weergegeven.
$ Pantalla de BPM (véase la página 90)
Si se ha seleccionado AUTO BPM mediante el selector de
efecto/muestreador (^), esta pantalla muestra los BPM del
canal (CH-1 a CH-4) seleccionado en AUTO BPM COUNTER
SELECTOR (7).
1 a 4:
Refleja el canal cuyos BPM se están midiendo.
AUTO BPM COUNTER:
Muestra los valores de BPM.
Si no se pueden determinar los BPM, parpadea durante la
medición.
Conmutadores de selección y visualización de
intervalos de medida de BPM:
÷ Se utilizan para seleccionar entre los siguientes intervalos: 70
a 139, 91 a 180, 70 a 180 y modo manual.
Cuando están encendidos los dos LED, se aplica el ajuste 70
a 180.
Si no se enciende ninguno de los LED, se está aplicando el
modo manual.
Ajuste la banda de BPM de forma que concuerde con la
música para la que van a medirse los BPM.
÷ Para obtener más información sobre el modo manual, véase
“Medición de BPM” en la páginas 90 a 92.
Si se ha utilizado el selector de canales de efecto/muestreador
para elegir un valor distinto de AUTO BPM, se mostrarán los
BPM de la fuente seleccionada con el selector de canal de
efecto/muestreador (&).
% Pantalla de parámetros de efectos y BPM (véase la
página 95)
1 a 4, MIC y MASTER:
Muestra la fuente seleccionada con el selector de canales de
efecto/muestreador (&).
Si se ha seleccionado CF. A o CF. B en dicho conmutador, se
encenderán los canales (1 a 4) seleccionados con los
conmutadores ASSIGN (-).
PARAMETER (contador de BPM/parámetro):
La pantalla será diferente en función del ajuste del selector de
efecto/muestreador (^).
÷ Si se ha seleccionado AUTO BPM, se mostrarán los BPM de
la fuente seleccionada con el selector de canales de efecto/
muestreador.
La pantalla parpadeará mientras se miden los BPM o si no es
posible medirlos.
÷ Si se selecciona SEND/RETURN, no se mostrará ningún valor.
÷ Si se ha seleccionado un ajuste distinto de AUTO BPM o
SEND/RETURN, se mostrará el valor del efecto definido con
el parámetro de efecto 1 (*).
BEAT (pantalla de sincronización de efecto/pantalla de batidos):
Esta pantalla diferirá en función del ajuste del selector de
efecto/muestreador (^).
÷ Si se ha seleccionado DELAY, ECHO, PAN o TRANS, se
indicará el valor del parámetro 1 del generador de efectos
para los BPM de la fuente. La pantalla se enciende cuando el
batido es de 1/2 o 4/1. Al pulsar la llave selectora del batido
de efecto (2) cuando esté a menos de 1/2, el batido baja a 1/
4 y se apaga totalmente la indicación de la pantalla. Al pulsar
la llave selectora del batido de efecto (3) cuando esté a más
de 4/1, los batidos se elevarán a 8/1 y se apaga totalmente la
indicación de la pantalla.
÷ Si se ha seleccionado FILTER, FLANGER o SAMPLER, se
indicará el valor del parámetro 1 del generador de efectos
para los BPM de la fuente. La pantalla se enciende al coincidir
con 1 a 16 batidos. Al pulsar la llave selectora del batido de
efecto (2) cuando esté a menos de 1 batido, cambiará el
batido a 1/2 y se apaga totalmente la indicación de la pantalla.
Al pulsar la llave selectora de batido de efecto (3) cuando
esté a más de 16 batidos, cambiará el número de batidos a 32
y se apaga totalmente la indicación de la pantalla.
Cuando haya disparidad de la cantidad de batidos, se indicará
el número más cercano en forma intermitente.
÷ Si se ha seleccionado PITCH, se indicará el alcance del ajuste
de tono.
÷ Si se ha seleccionado REVERB, se indicará el grado de
reverberación.
÷ No habrá indicación cuando se ha seleccionado AUTO BPM o
SEND/RETURN .
NAMEN EN FUNCTIES VAN ONDERDELEN NOMBRES DE PIEZAS Y FUNCIONES
85
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
Keuzeschakelaar voor ritme met effect:
De effect/sampler-parameter 1 (*) neemt dezelfde waarde
aan als de BPM van de bron die met behulp van de effect/
sampler-kanaalkeuzeschakelaar (&) werd ingesteld.
De gekozen waarde verandert naargelang de instelling van
de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar (^).
÷ Als er is ingesteld op DELAY, ECHO, PAN of TRANS,
wordt parameter 1 voor de bron BPM weergegeven als
een beat (1/4 tot 8/1).
÷ Als er is ingesteld op FILTER, FLANGER of SAMPLER,
wordt parameter 1 voor de bron BPM weergegeven als
een aantal beats (1/2 tot 32).
÷ Als er is ingesteld op DELAY of ECHO, kan het aantal
beats voor parameter 1 niet boven de 3500 ms worden
ingesteld.
÷ Als er is ingesteld op SAMPLER, kan het aantal beats voor
parameter 1 niet boven de 8000 ms worden ingesteld.
÷ Als er is ingesteld op PITCH kunnen de instellingen
–100%, –50%, –33%, 0%, 33%, 50% en 100% worden
gemaakt.
÷ Als er is ingesteld op REVERB kunnen de instellingen
10%, 20%, 35%, 50%, 65%, 80% en 90% worden
gemaakt.
÷ Deze schakelaar werkt niet als er is ingesteld op AUTO
BPM of SEND RETURN.
^ Effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar
Om allerlei effecten te kiezen (zie pagina 90).
& CH. SELECT (Effect/Sampler-
kanaalkeuzeschakelaar)
Om de van een effect te voorziene bron te kiezen.
* PARAMETER 1, 2 (Effect/Sampler-parameter 1 en
2 knoppen)
Om de parameterwaarden van de ingebouwde effector en
sampler in te stellen (zie pagina 94).
( ON/OFF, TAP (Effect/Sampler-aan-uit-schakelaar
en aftapschakelaar)
Het effect verschilt naargelang de instelling van de effect/
sampler-keuzeschakelaar (^).
÷ Werkt zoals de effect-aan-uit-schakelaar als DELAY,
ECHO, PAN, TRANS, FILTER, FLANGER, REVERB, PITCH
of SEND/RETURN werd gekozen.
(OFF: Oranje licht. ON: Oranje knipperlicht.)
÷ Als AUTO BPM werd gekozen, werkt deze schakelaar
zoals een aftapschakelaar die in handbedieningsmodus
ook als matenteller kan dienen. (De keuze wordt door een
oranje licht aangegeven.)
Als u de aftapschakelaar gebruikt om de BPM-waarde te
meten, gaan beide lampjes die het BPM-meetgebied
aangeven uit en het toestel gaat over op
handbedieningsmodus (zie pagina 92).
÷ Werkt zoals de aan-uit-schakelaar voor sampleropname,
als SAMPLER REC werd gekozen (zie pagina 99).
(REC OFF: Rood licht. REC ON: Rood knipperlicht.)
÷ Werkt zoals de aan-uit-schakelaar voor samplerweergave,
als SAMPLER PLAY werd gekozen (zie pagina 101).
(PLAY OFF: Groen licht. PLAY ON: Groen knipperlicht.)
Selector de batido de efecto:
El valor de efecto/muestreador parámetro 1 (*) cambiará,
manteniendo los BPM de la fuente seleccionada con el
selector de canales de efecto/muestreador (&).
El valor definido cambiará con el ajuste del selector de
efecto/muestreador (^).
÷ Si se ha seleccionado DELAY, ECHO, PAN o TRANS, el valor
del parámetro 1 del generador de efectos para los BPM de la
fuente se ajustará por unidad de batidos (1/4 a 8/1).
÷ Si se ha seleccionado FILTER, FLANGER o SAMPLER, el
valor del parámetro 1 del generador de efectos para los BPM
de la fuente se ajustará por unidad de batidos (1/2 a 32).
÷ Si se ha seleccionado DELAY o ECHO, no puede ajustarse
el número de batidos del valor del parámetro 1 que exceda
de 3500ms.
÷ Si se ha seleccionado SAMPLER, no puede ajustarse el
número de batidos del valor del parámetro 1 que exceda
de 8000ms.
÷ Si se ha seleccionado PITCH, será posible ajustar a
–100%, –50%, –33%, 0%, 35%, 50% y 100%.
÷ Si se ha seleccionado REVERB, será posible ajustar a
10%, 20%, 35%, 50%, 65%, 80% y 90%.
÷ Esta llave no funciona cuando se ha seleccionado AUTO
BPM o SEND/RETURN.
^ Selector de efecto/muestreador
Utilizado para seleccionar los distintos efectos (véase la
página 90).
&
CH. SELECT (Selector de canales de efecto/muestreador)
Utilizado para seleccionar la fuente a la que van a aplicarse
los efectos.
* PARAMETER 1, 2 (mandos de efecto/muestreador
parámetros 1 y 2)
Utilizado para ajustar los valores de los parámetros del
generador de efectos y el muestreador integrados (véase la
página 94).
( ON/OFF, TAP (interruptor ON/OFF de efecto/
muestreador y conmutador de derivación)
El generador de efectos tendrá un ajuste diferente del
selector de efecto/muestreador (^).
÷ Funciona como el interruptor ON/OFF de los efectos si se
ha seleccionado DELAY, ECHO, PAN, TRANS, FILTER,
FLANGER, REVERB, PITCH o SEND/RETURN.
(OFF: luz naranja. ON: luz naranja parpadeante).
÷ Si se ha seleccionado AUTO BPM, actuará como un
conmutador de derivación, permitiendo su uso como
contador de batidos mediante entrada manual. (Selección
indicada por la luz naranja.)
Al utilizar el conmutador de derivación para medir los
BPM, se apagarán ambos LED de indicación de intervalo
de medida de BPM y entrará en funcionamiento el modo
manual (véase la página 92).
÷ Funciona como interruptor ON/OFF para la grabación del
muestreador cuando se ha seleccionado SAMPLER REC
(véase la página 99).
(REC OFF: luz roja. REC ON: luz roja parpadeante).
÷ Funciona como interruptor ON/OFF para la reproducción
del muestreador cuando se ha seleccionado SAMPLER
PLAY (véase la página 101).
(PLAY OFF: luz verde. PLAY ON: luz verde parpadeante).
NAMEN EN FUNCTIES VAN ONDERDELEN NOMBRES DE PIEZAS Y FUNCIONES
86
<DRB1317>
Du/Sp
DE EFFECT/SAMPLER-
FUNCTIES GEBRUIKEN
De ingebouwde digitale signaalprocessor (DSP) produceert
geluidseffecten en meet de BPM-waarde.
Eigenschappen van de verschillende effectors
Automatische BPM-teller
Meet automatisch de BPM-waarde van de muziek (maten per
minuut; tempo) en toont haar in digitale vorm.
Niet alleen het aantal maten van basgeluiden wordt gemeten,
maar ook de oorspronkelijke BPM-waarde, waarvan DJ’s
gebruik maken, wordt (met behulp van een computer) berekend
en digitaal weergegeven.
De BPM-waarde kan dus niet alleen op het gehoor worden
bepaald, zoals dat tot dusver gebeurde, maar ook visueel, zodat
de muziek vlugger en eenvoudiger met verschillende tempo’s
kan worden gemixt.
Het manueel invoeren van het ritme via de TAP-schakelaar
maakt het mogelijk een BPM-waarde in te stellen van muziek
waarvoor die waarde moeilijk is te meten (a cappelle,
improvisaties, etc.).
Ritme-effector (aan de BPM gebonden effecten)
Verbindt diverse effecten aan de door bovenvermelde
automatische BPM-teller berekende BPM, om een geluid
zonder weerga te produceren.
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES
DE EFECTO/MUESTREADOR
El procesador de señales digitales (DSP) integrado permite
disfrutar de efectos sonoros y medir los BPM.
Características de los distintos generadores
de efectos
Contador automático de BPM
Mide automáticamente los BPM de la música (batidos por
minuto, tempo) y los muestra de forma digital.
No sólo cuenta los batidos de los sonidos graves sino también
calcula (mediante un ordenador) los BPM de la música original
que necesitan los DJ, y los muestra digitalmente.
De esta forma, ahora pueden comprobarse los BPM no sólo de
forma auditiva, como era lo normal, sino también de forma
visual, y se facilita la mezcla más rápida y más sencilla de
músicas con ritmos diferentes.
El uso del conmutador TAP para introducir el batido
manualmente hace posible ajustar los BPM para músicas
difíciles de calcular (a capella, improvisaciones, etc.).
Generador de efectos de batido (efectos vinculados a
los BPM)
Relaciona diversos efectos con los BPM calculados con el citado
contador automático de BPM para facilitar una reproducción de
sonido sin precedentes.
1. DELAY (herhaling van één geluid)
Om vlug en eenvoudig vertraagde geluiden in 1/4, 1/2, 3/4, 1/1,
2/1, 4/1 en 8/1 maat te mixen.
Als er bijvoorbeeld met een vertraagd geluid in 1/2 maat
wordt gemixt, verandert het ritme van 4 in 8.
Als er met een vertraagd geluid in 3/4 maat wordt gemixt,
wordt het ritme dynamischer.
Voorbeeld:
Oorspronkelijk ritme
(4 maten)
1/2 maat vertraagd
(8 maten)
1. DELAY (un sonido repetido)
Mezcla rápida y fácilmente sonidos retardados de 1/4, 1/2,
3/4, 1/1, 2/1, 4/1 y 8/1 batidos.
Al mezclar con un sonido retardado 1/2 de batido, por
ejemplo, el batido cambiará de 4 a 8.
Al mezclar con un sonido retardado 3/4 de batido, el ritmo
se hará más animado.
Ejemplo:
Original
(4 batidos)
Retardo de 1/2
(8 batidos)
87
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
L
R
L
R
2. ECHO (herhaling van geluiden)
Om vlug en eenvoudig echo’s in 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1
en 8/1 maat te mixen.
Als het binnenkomende geluid bijvoorbeeld met een echo
in 1/1 maat wordt gemixt, sterft de muziek uit terwijl
geluiden op dit ritme worden herhaald.
Als een echo in 1/1 maat aan de microfoon wordt opgelegd,
wordt het microfoongeluid continu op dit ritme
weergegeven.
Dynamische effecten (van het circulaire type) kunnen
worden verkregen door een echo in 1/1 maat aan vocale
muziek op te leggen.
Voorbeeld:
1 maat 1 maat
Ritme
Uitsterven
Gemixt met
ingevoerd geluid
3. Auto Pan [PAN (L-R BALANCE)]
Stuurt automatisch geluid naar links en rechts (auto beat
pan) in 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 of 8/1 maat.
U kunt ook een korte auto pan uitvoeren, om geluid in korte
tijd naar links en rechts te sturen, wat handmatig niet
mogelijk is.
Voorbeeld:
Midden
(Stereo)
Auto Beat Pan
1 cyclus = 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 of 8/1 maat
Midden
(Stereo)
Korte auto pan
4. Auto Trans (TRANS)
Onderbreekt automatisch het geluid op het ritme van 1/4,
1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 of 8/1 maat.
Voorbeeld:
Onderbreking Onderbreking
L
R
L
R
2. ECHO (sonidos repetidos)
Mezcla rápida y fácilmente ecos de 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1
y 8/1 batidos. Cuando el sonido de entrada se corta con un
eco de 1/1 batido, por ejemplo, la música se desvanecerá
mientras se repiten sonidos que coincidan con el batido.
Cuando se impone un eco de 1/1 batido al micrófono, el
sonido de éste se reproducirá repetidamente, coincidiendo
con el batido.
Es posible generar efectos de Troll (tipo musical
redondeado) imponiendo un eco de 1/1 a las vocales de las
canciones.
Ejemplo:
1 batido 1 batido
Batido
Desvanecimiento
Corta el sonido de
entrada
3. Panorámica automático [PAN (L-R BALANCE)]
Amplía automáticamente el sonido a la izquierda y a la
derecha (desplazamiento de batido automático) al ritmo de
1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 o 8/1 de batido.
También es posible la panorámica breve automática, para
hacer oscilar el sonido a la derecha o a la izquierda en un
tiempo breve cuyo ajuste manual no sea posible.
Ejemplo:
Centro
(estéreo)
Pan. de batido automática
1 ciclo = 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 o 8/1 de batido
Centro
(estéreo)
Pan. breve automática
4. Trans. automática (TRANS)
Corta el sonido automáticamente al ritmo de 1/4, 1/2, 3/4,
1/1, 2/1, 4/1 o 8/1 de batido.
Ejemplo:
Corte Corte
Tiempo
1 ciclo = 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 o 8/1 de batido
Tijd
1 cyclus = 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 of 8/1 maat
88
<DRB1317>
Du/Sp
5. FILTER
Wijzigt de toonhoogte aanzienlijk door de filterfrequentie
trapsgewijze met 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 en 32 maat te verschuiven./
Voorbeeld:
Frequentie
6. FLANGER
Om vlug en eenvoudig flangereffecten van 1 cyclus in 1/2,
1, 2, 4, 8, 16 of 32 maat tot stand te brengen.
Voorbeeld:
Korte
vertraging
1 cyclus = 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 of 32 maat
7. REVERB
Geeft een nagalmeffect.
8. PITCH (Toonhoogte wijzigen)
Wijzigt het interval (toonhoogte of toonaard) met ongeveer
±1 octaaf.
Aangezien de snelheid van analoge draaitafels en cd-
spelers percentsgewijs verandert, kunnen de intervallen
ook percentsgewijs worden gecorrigeerd.
Als de toonhoogtewijziging op het microfoongeluid wordt
toepast, krijgt men stemveranderingseffecten. Mixen met
het oorspronkelijk geluid geeft een kooreffect.
9. SEND/RETURN (Invoer/uitvoer van extern effect)
Maakt het mogelijk door aansluiting op beschikbare
effectors, samplers, etc. diverse effecten tot stand te
brengen
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
5. FILTER
Cambia el tono significativamente, alternando la frecuencia
del filtro en unidades de 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 y 32 batidos.
Ejemplo:
Frecuencia
6. FLANGER
Genera rápida y fácilmente un efecto de flanger para
batidos de 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 o 32.
Ejemplo:
Retardo
breve
1 ciclo = 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 o 32 de batido
7. REVERB
Produce un efecto de reverberación.
8. PITCH (cambiador de afinación)
Alterna el intervalo (afinación o clave) en un intervalo de ±1
octava.
A medida que cambia el porcentaje de la velocidad de los
giradiscos de grabación analógica o reproductores de CD,
los cambios de intervalo pueden corregirse en una base
porcentual.
Al aplicar el cambiador de afinación al sonido del micrófono,
se generan efectos de cambiador de voz. La mezcla con
sonido original da lugar a un efecto coral.
9. SEND/RETURN (entrada/salida de efecto externo)
Posibilita diversos efectos mediante la conexión a los
generadores de efectos, muestreadores, etc., disponibles.
1 cyclus = 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 of 32 maat 1 ciclo = 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 o 32 de batido
89
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
1
/
2
4
/
1
2
/
1
3
/
4
1
BEAT
1082 4
1
/
1
10. SAMPLER REC
Herkent de BPM-waarde van de muziek en voert een
sampling uit op het ingestelde ritme.
Voorbeeld:
11. SAMPLER PLAY
Continu afspelen met uitrekken/inkrimpen
Weergave met automatische aanpassing van de BPM van
het gesampled geluid aan de BPM van een ander
muziekstuk.
Voorbeeld:
BPM van 135
BPM van 120
4-maatssampling
Uitrekking/inkrimping in de tijd
en continu afspelen
Continu afspelen
Speelt het gesampled geluid af op een ander ritme.
Voorbeeld:
1-maatssampling
Afspelen van gesampled
geluid: 4 maten
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
1
/
2
4
/
1
2
/
1
3
/
4
1
BEAT
1082 4
1
/
1
10. SAMPLER REC
Reconoce las muestras y BPM de música en función del
batido definido.
Ejemplo:
11. SAMPLER PLAY
Bucle de estiramiento
Reproduce mientras acorta y alarga automáticamente los
BPM del sonido muestreado dando lugar a los BPM de una
música diferente.
Ejemplo:
135 BPM
Muestreo de 4 batidos
Estiramiento y bucle de tiempo
Bucle
Reproduce el sonido muestreado a un batido diferente.
Ejemplo:
Muestreo de 1 batido
Reproducción de 4 batidos
120 BPM
90
<DRB1317>
Du/Sp
MIC LEVEL
LOW
TALK OVER CH-4
HEADPHONES CUE
AUTO BPM COUNTER SELECTOR
CH-3CH-2 EFFECTS/SAMPLERMASTERCH-1
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
MID
EQ EQ EQ EQ
HI
+12dB-12dB
MIXING
MASTERCUE
LEVEL
PHONES
CROSS FADER
ASSIGN A
THRU
14
23
SAM-
PLER
CROSS FADER
ASSIGN B
THRU
14
23
SAM-
PLER
+12dB
-12dB
+12dB
-12dB
TRIM MASTER LEVEL
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
TRIMTRIMTRIM
CH-1
HEADPHONES
MIC
MASTERCH-4CH-3CH-2
LOW
LR
MID
HI
LOW
MID
HI
LOW
MID
HI
LOW
MID
HI
LINECD1/LINE PHONO 1
PROFESSIONAL
DJ MIXER
DJM-600
CD2/LINE PHONO 2 STEREO
POWER
LINE
SUB MIC
/PHONO 3
LINE MONO
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
+12dB+12dB
-26dB-26dB-26dB-26dB
+12dB+12dB
+12dB
+12dB
+12dB
+12dB
-26dB-26dB-26dB-26dB
+12dB+12dB
-26dB
+12dB
-26dB
+12dB
-26dB-26dB
EQ
1
MASTER
4MIC
%
BPM
mSec
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
STEREOMONO SPLIT
MAX
MASTER1
CF. B2
CF. A3
MIC4
MIN
ON/OFF
TAP
CH.
SELECT
BEAT
EFFECTS
BEAT
SAMPLER
SND/RTN
AUTO BPM
FRANGER
REVERB
FILTER
PITCH
DELAY
TRANS
ECHO
PAN
PARAMETER 1
TIME
PARAMETER 2
LEVEL/
DEPTH
CH-1
213
SAMPLERCH-2
CROSS FADER CURVE
FADER START
MASTER BALANCE
RL
BOOTH MONITOR
ONOFF ONOFF ONOFF
BA
0dB
0dB
-
-
-
-
-
0dB +9dB+9dB -
+9dB -
+9dB
REC
STRETCH
EDIT
LOOP
SINGLE
BEAT SAMPLER
BPM meten
Dankzij het meten en tonen van de BPM-waarde van kanalen die
met de keuzeschakelaar van de automatische BPM-teller en
met de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar werden
ingesteld, is het niet moeilijk om muziek met verschillende
tempo’s te mixen. (Meetgebied: 70,0 tot 180,0 BPM)
Voorbeeld: Display van de BPM-waarde voor de met de
keuzeschakelaar CH-1 van de automatische BPM-teller en de
met de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar 2 (CH-2) gekozen
muziek.
Keuzeschakelaar van de
automatische BPM-teller
Selector de contador de
BPM automático
BPM-display
Pantalla de BPM
Effectparameter/BPM-display
Pantalla de BPM/parámetros de efecto
Effect/sampler-aan/uit-schakelaar
Selector de efecto/muestreador
Effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar
Selector de canal de efecto/muestreador
Aftapschakelaar
Conmutador de derivación
1 Stel de effect/sampler-keuzeschakelaar in op
AUTO BPM.
2 Druk op de keuzeschakelaar voor het BPM-
meetgebied en kies de BPM-band voor CH-1 en CH-2.
÷ Uit de verschillende opties – 70 tot 139, 91 tot 180 en 70
tot 180 – kiest u de BPM-band die met de BPM-waarde
van de te meten muziek overeenstemt.
Als beide controlelampjes branden, betekent dit dat de
optie 70 tot 180 werd ingesteld.
3 Stel de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar in
op 2.
÷ Het lampje LED “2” op de effectparameter/BPM-display
gaat branden.
÷ De BPM-waarde van de op CH-2 ingevoerde muziek
verschijnt op de teller van de effectparameter/BPM-
display.
* Het lampje knippert wanneer de BPM-waarde meer dan 2
seconden lang niet kan worden gemeten.
* De BPM-waarde van sommige muziekstukken is soms
niet met behulp van de automatische BPM-teller te
meten. In dit geval moet u handmatig instellen (zie pagina
92).
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
Medición de BPM
La medición y visualización de los BPM de los canales
seleccionados con el selector de contador automático de BPM y
de los canales elegidos con el selector de canales de efecto/
muestreador facilita la mezcla de música de tempos diferentes.
(Intervalo de medición: 70,0 a 180,0 BPM)
Ejemplo: visualización de los BPM de música para el selector de
contador automático de BPM CH-1 y selector de canal de
efecto/muestreador 2 (CH-2).
1 Ponga el selector de efecto/muestreador en AUTO
BPM.
2 Pulse el selector de intervalo de medición de BPM
y elija la banda BPM para CH-1 y CH-2.
÷ Entre las opciones 70 a 139, 91 a 180 y 70 a 180, elija la
banda de BPM que concuerde con los BPM de la música
que va a medirse.
Si están encendidos los dos LED, significa que se ha
seleccionado 70 a 180.
3 Ponga el selector de canal de efecto/muestreador
en 2.
÷ Se encenderá el LED “2” de la pantalla parámetros de
efecto/BPM.
÷ Se mostrarán los BPM de la entrada de música en el CH-2
en el contador de la pantalla parámetros de efecto/BPM.
* El LED parpadeará sin no pueden medirse los BPM
durante más de 2 segundos.
* Según la música, el contador automático de BPM puede
ser incapaz de medir los BPM. En este caso, utilice el
modo manual para los ajustes (véase página 92).
91
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC
BPM
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
4 Druk op de keuzeschakelaar CH-1 van de BPM-
teller.
÷ Het lampje LED “1” op de BPM-display gaat branden.
÷ De BPM-waarde van de op CH-1 ingevoerde muziek
verschijnt op de teller van de BPM-display.
* Om de BPM-waarde precies te kunnen meten, mag u
slechts één kanaal (CH-1 tot CH-4) voor de automatische
BPM-teller instellen.
÷ Display wanneer de BPM-waarde van CH-1 en CH-2 (126)
gelijk zijn.
BPM-display
Effectparameter/
BPM-display
LED (Controlelampje)
LED (Controlelampje)
Teller
Teller
Keuzeschakelaar voor
BPM-meetgebied
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
4 Pulse el selector de contador automático de BPM
para el CH-1.
÷ Se encenderá el LED “1” de la pantalla BPM.
÷ Los BPM de la entrada de música por el CH-1 se
mostrarán en el contador de la pantalla de BPM.
* Para medir exactamente los BPM, seleccione únicamente
un canal (CH-1 a CH-4) del contador automático de BPM.
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC
BPM
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
÷ Pantalla cuando coinciden los BPM del CH-1 y del CH-2 (126).
Pantalla de BPM
Pantalla parámetro
de efecto/BPM
LED
LED
Contador
Contador
Selector de intervalo
de medida de BPM
92
<DRB1317>
Du/Sp
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC
BPM
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
BPM handmatig meten
7 Wanneer de BPM-waarde niet automatisch kan worden
gemeten:
Als de BPM-waarde niet automatisch kan worden gemeten,
moet u de aftapschakelaar gebruiken om deze waarde
handmatig in te voeren.
÷ Als de aftapschakelaar op de maat van de muziek wordt
ingedrukt, worden de lampjes in beide BPM-
meetgebieddisplays uitgeschakeld en gaat het toestel
over op handbedieningsmodus.
÷ De via de aftapschakelaar ingevoerde BPM-waarde
verschijnt op de onderste teller van de effector/BPM-
display en de display op de bovenste teller verdwijnt.
÷ Om opnieuw op AUTO BPM-modus over te gaan, moet u
op de keuzeschakelaar voor het BPM-meetgebied
drukken en het meetgebied instellen.
7 Als de BPM-waarde niet kan worden gemeten tijdens
vertragings-, echo-, auto pan-, auto trans-, filter- en
flanger-bewerkingen (paginas 93 tot 95), of tijdens
samplerbewerkingen (paginas 99 tot 102):
Als de BPM-waarde gedurende meer dan 2 seconden niet kan
worden gemeten tijdens effect- of samplerbewerkingen,
knippert de teller van de BPM-display. In dit geval moet u de
effect/sampler-keuzeschakelaar op AUTO BPM instellen en
de aftapschakelaar gebruiken om de waarde handmatig in te
voeren.
÷ Wanneer de door de aftapschakelaar ingevoerde BPM-
waarde op de onderste teller van de effectparameter/
BPM-display is verschenen en de effect/sampler-
keuzeschakelaar op het oorspronkelijk effect is ingesteld,
verschijnt de ingevoerde BPM-waarde op de bovenste
teller van de BPM-display.
De BPM-waarde kan handmatig worden ingevoerd als deze
van tevoren bekend is.
÷ Stel de effect/sampler-keuzeschakelaar in op AUTO BPM
en druk op de keuzeschakelaar voor het BPM-
meetgebied: beide BPM-meetgebieddisplays worden
uitgeschakeld.
÷ Als de effect/sampler parameter 1-knop (TIME) is
ingedrukt, zal de teller in het effect parameter/BPM-
display de BPM weergeven, waarbij bijstelling mogelijk is
vanaf het eerste cijfer.
Als u parameter 1-knop verdraait terwijl u de tab-
schakelaar ingedrukt houdt, kan de BPM vanaf de eerste
decimale plaats worden bijgesteld.
Wanneer de BPM-waarde is gekozen en de effect/
sampler-keuzeschakelaar op het oorspronkelijk effect is
ingesteld, verschijnt de gekozen BPM-waarde op de teller
van de BPM-display.
BPM-display
Effectparameter/
BPM-display
Teller
Teller
Keuzeschakelaar voor
BPM-meetgebied
Display voor het BPM-
meetgebied
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC
BPM
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
Medición de los BPM en modo manual
7 Cuando no es posible medir los BPM en modo
automático:
Si no puede realizarse la medición automática de los BPM,
utilice el conmutador de derivación para realizar la entrada
manual.
÷ Si se pulsa una vez el conmutador de derivación,
sincronizado con el batido de la música, se apagarán las
pantallas de ambos intervalos de medida de BPM y
entrará en funcionamiento el modo manual.
÷ La entrada del valor BPM con el conmutador de derivación
se mostrará en el contador inferior de la pantalla efecto/
BPM, y la pantalla del contador superior se apagará.
÷ Para regresar al modo automático de BPM, pulse el
selector de intervalo de medida y ajuste dicho intervalo.
7 Cuando no es posible medir los BPM durante las
operaciones de retardo, eco, desplazamiento
automático, transferencia automática, filtro y flanger
(páginas 93 a 95), o durante las operaciones de
muestreo (páginas 99 a 102):
Si no es posible medir los BPM durante más de 2 segundos
en las operaciones de efectos o muestreo, el contador de la
pantalla de BPM parpadeará. En este caso, cambie el
selector de efecto/muestreador a AUTO BPM y utilice el
conmutador de derivación para realizar la entrada manual.
÷ Después de mostrarse el valor de BPM procedente del
conmutador de derivación en el contador inferior de la
pantalla parámetro de efecto/BPM y restablecer el
selector de efecto/muestreador en su posición del efecto
original, aparecerá el valor de BPM en el contador superior
de la pantalla de BPM.
El valor de BPM puede introducirse de forma manual si se
conoce de antemano.
÷ Cambie el selector de efecto/muestreador a AUTO BPM y
pulse el selector de intervalo de medición. Se apagarán las
dos pantallas de intervalo de medición de BPM.
÷ Al girar la perilla 1 del parámetro de efecto/muestreador
(TIME), el contador de la pantalla del parámetro de efecto/
BPM indicará el valor de BPM y puede ajustarse desde el
primer dígito.
Al girar la perilla del parámetro 1 manteniendo pulsado el
conmutador de derivación, puede ajustarse el valor de
BPM desde la primera unidad decimal.
Una vez fijado el valor de BPM y restablecido el selector
de efecto/muestreador al efecto original, el valor de BPM
establecido se mostrará en el contador de la pantalla de
BPM.
Pantalla BPM
Pantalla parámetro
de efecto/BPM
Contador
Contador
Selector de intervalo
de medición BPM
Pantalla de intervalo
de medición BPM
93
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
Vertragings-, echo-, auto pan-, auto trans-, filter en flanger-bewerkingen
Ingestelde waarden voor elk effect
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
Effect
DELAY
ECHO
PAN
(Auto Pan)
TRANS
(Auto Trans)
FILTER
FLANGER
Effect/sampler-parameter 1 (TIME)
Vertragingstijd
Instelbare waarden
: 1 tot 3500 ms,
in trappen van 1 ms
Vertragingstijd
Instelbare waarden
: 1 tot 3500 ms,
in trappen van 1 ms
Verdeeltijd (overgangsduur)
Instelbare waarden
:
10 tot 16000 ms,
in trappen van 5 ms voor 10 tot 1000 en
trappen van 10 ms voor 1000 tot 16000
Onderbrekingstijd (overgangsduur)
Instelbare waarden
:
10 tot 16000 ms,
in trappen van 5 ms voor 10 tot 1000 en
trappen van 10 ms voor 1000 tot 16000
Filtertijd (cyclus)
Instelbare waarden
:
10 tot 16000 ms,
in trappen van 5 ms voor 10 tot 1000 en
trappen van 10 ms voor 1000 tot 16000
Oscillatietijd (cyclus)
Instelbare waarden
:
10 tot 16000 ms,
in trappen van 5 ms voor 10 tot 1000 en
trappen van 10 ms voor 1000 tot 16000
Effect/sampler-parameter 2 (LEVEL/DEPTH)
Effect-mix-verhouding
(Evenwicht tussen oorspronkelijke en vertraagde
geluidsniveaus)
Effect-mix-verhouding
(Evenwicht tussen oorspronkelijke en
echogeluidsniveaus)
Effect-mix-verhouding
(Evenwicht tussen oorspronkelijke en gepande
geluidsniveaus)
Effect-mix-verhouding
(Evenwicht tussen oorspronkelijke en gepande
geluidsniveaus)
Nagalm
(Geluidsniveau van de nagalm van de filter)
Reactie
(Niveau van het geluid met flanger-effect)
Operaciones de retardo, eco, desplazamiento automático, transferencia automática, filtro y flanger
Elementos de cada efecto
Efecto
DELAY
ECHO
PAN
(pan.
automática)
TRANS
(trans. autom.)
FILTER
FLANGER
Efecto/muestreador parámetro 1 (TIME)
Tiempo de retardo
Intervalo de ajuste
: 1 a 3500 ms,
en saltos de 1 ms
Tiempo de retardo
Intervalo de ajuste
: 1 a 3500 ms,
en saltos de 1 ms
Tiempo de panorámica (tiempo de cambio)
Intervalo de ajuste
: 1 a 16000 en saltos
de 5 ms entre 10 y 1000,
y de 10 ms entre 1000 y 16000
Tiempo de trans. (tiempo de cambio)
Intervalo de ajuste
: 1 a 16000 en saltos
de 5 ms entre 10 y 1000,
y de 10 ms entre 1000 y 16000
Tiempo de filtro (ciclo)
Intervalo de ajuste
: 1 a 16000 en saltos
de 5 ms entre 10 y 1000,
y de 10 ms entre 1000 y 16000
Tiempo de flanger (ciclo)
Intervalo de ajuste
: 1 a 16000 en saltos
de 5 ms entre 10 y 1000,
y de 10 ms entre 1000 y 16000
Efecto/muestreador parámetro 2 (LEVEL/DEPTH)
Proporción de mezcla de efecto
(Equilibrio entre niveles de sonido original y retardado)
Proporción de mezcla de efecto
(Equilibrio entre niveles de sonido original y con eco)
Proporción de mezcla de efecto
(Equilibrio entre niveles de sonido original y con
panorámica)
Proporción de mezcla de efecto
(Equilibrio entre niveles de sonido original y con
panorámica)
Resonancia
(Nivel sonoro de la resonancia de filtro)
Retroalimentación
(Nivel sonoro de retroalimentación de flanger)
94
<DRB1317>
Du/Sp
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
MIC LEVEL
LOW
TALK OVER CH-4
HEADPHONES CUE
AUTO BPM COUNTER SELECTOR
CH-3CH-2 EFFECTS/SAMPLERMASTERCH-1
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
MID
EQ EQ EQ EQ
HI
+12dB-12dB
MIXING
MASTERCUE
LEVEL
PHONES
CROSS FADER
ASSIGN A
THRU
14
23
SAM-
PLER
CROSS FADER
ASSIGN B
THRU
14
23
SAM-
PLER
+12dB
-12dB
+12dB
-12dB
TRIM MASTER LEVEL
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
TRIMTRIMTRIM
CH-1
HEADPHONES
MIC
MASTERCH-4CH-3CH-2
LOW
LR
MID
HI
LOW
MID
HI
LOW
MID
HI
LOW
MID
HI
LINECD1/LINE PHONO 1
PROFESSIONAL
DJ MIXER
DJM-600
CD2/LINE PHONO 2 STEREO
POWER
LINE
SUB MIC
/PHONO 3
LINE MONO
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
dB
14
-24
-15
-10
-7
-5
-3
-2
-1
0
1
2
4
7
10
+12dB+12dB
-26dB-26dB-26dB-26dB
+12dB+12dB
+12dB
+12dB
+12dB
+12dB
-26dB-26dB-26dB-26dB
+12dB+12dB
-26dB
+12dB
-26dB
+12dB
-26dB-26dB
EQ
1
MASTER
4MIC
%
BPM
mSec
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
STEREOMONO SPLIT
MAX
MASTER1
CF. B2
CF. A3
MIC4
MIN
ON/OFF
TAP
CH.
SELECT
BEAT
EFFECTS
BEAT
SAMPLER
SND/RTN
AUTO BPM
FRANGER
REVERB
FILTER
PITCH
DELAY
TRANS
ECHO
PAN
PARAMETER 1
TIME
PARAMETER 2
LEVEL/
DEPTH
CH-1
213
SAMPLERCH-2
CROSS FADER CURVE
FADER START
MASTER BALANCE
RL
BOOTH MONITOR
ONOFF ONOFF ONOFF
BA
0dB
0dB
-
-
-
-
-
0dB +9dB+9dB -
+9dB -
+9dB
REC
STRETCH
EDIT
LOOP
SINGLE
BEAT SAMPLER
Voorbeeld: Het vertragingseffect op de muziek van kanaal CH-2
toepassen.
BPM-display
Pantalla BPM
Effectparameter/BPM-display
Pantalla parámetro efecto/BPM
Koptelefoonsignaal EFFECTS/SAMPLER
Activación de auriculares EFFECTS/SAMPLER
Effect/sampler-keuzeschakelaar
Selector de efecto/muestreador
Effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar
Selector de canal de efecto/muestreador
Effect/sampler-parameter 1 en 2 knoppen
Mandos de efecto/muestreador parámetros 1 y 2
Effect/sampler-aan-uit-schakelaar
Interruptor ON/OFF de efecto/muestreador
1 Stel de effect/sampler-keuzeschakelaar in op
DELAY.
2 Stel de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar in
op 2.
÷ Het lampje LED “2” op de effectparameter/BPM-display
gaat branden.
÷ De BPM-waarde van de op CH-2 ingevoerde muziek
verschijnt op de teller van de BPM-display.
* De BPM-band die met de muziek op CH-2 overeenstemt
kan door de keuzeschakelaar voor het BPM-meetgebied
worden ingesteld.
* Het lampje knippert wanneer de BPM-waarde meer dan 2
seconden lang niet kan worden gemeten. In dit geval
moet u handmatig instellen (zie pagina 92).
3 Stel de parameterwaarde in.
Door de EFFECTS/SAMPLER-toets voor het
microfoonsignaal in te drukken, kan het geluidseffect via de
uitgang van de koptelefoon worden bevestigd.
De vertragingstijd instellen
÷ Wanneer de vertragingstijd zodanig wordt ingesteld dat hij
overeenstemt met een maat van de BPM-waarde die op
de teller van de BPM-display staat, wordt het aanbrengen
van effecten efficiënter.
÷ Door op de effectritmekeuzeschakelaar te drukken kan
een vertragingstijd van 1/4 tot 8/1 voor een maat van de
gemeten BPM-waarde worden ingesteld.
÷ Preciezere vertragingstijden kunnen door de effect/
sampler-parameter 1 knop (TIME) worden ingesteld.
÷ Aangezien “1/2” op de ritmedisplay oplicht als de
vertragingstijd op de helft van een maat van de BPM-waarde
wordt ingesteld, hoeft u slechts op de ritmedisplay te kijken
om de parameterwaarde in te stellen.
1 Ponga el selector de efecto/muestreador en
DELAY.
2 Ponga el selector de canal de efecto/muestreador
en 2.
÷ Se encenderá el LED “2” de la pantalla parámetro de
efecto/BPM.
÷ El contador de la pantalla de BPM reflejará el valor de BPM
correspondiente a la entrada de música por el CH-2.
* La banda de BPM que coincida con la música del CH-2
puede seleccionarse mediante el selector de intervalo de
medición de BPM.
* El LED parpadeará si no pueden medirse los BPM durante
más de 2 segundos. En este caso, utilice el modo manual
para realizar los ajustes (véase página 92).
3 Fije el valor del parámetro.
Al pulsar la activación de auriculares EFFECTS/SAMPLER, el
sonido del efecto puede confirmarse mediante la salida de
los auriculares.
Ajuste del tiempo de retardo
÷ La aplicación de los efectos mejora si se ajusta el tiempo
de retardo de manera que coincida con un batido de los
BPM mostrados en el contador de la pantalla BPM.
÷ Al pulsar el selector de batidos de efectos, puede fijarse el
tiempo de 1/4 o 8/1 para un batido de los BPM medidos.
÷ Es posible definir tiempos de retardo más precisos con el
mando de efecto/muestreador parámetro 1 (TIME).
÷ Como se encenderá la indicación “1/2” en la pantalla al
definir el tiempo de retardo en 1/2 de un batido de los
BPM, el valor de parámetro puede establecerse utilizando
la pantalla de batido como guía.
Ejemplo: aplicación del efecto de retardo a la música del CH-2.
95
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC
mSec
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
BPM-display
Effectparameter/
BPM-display
÷ Display wanneer een vertraging van een 1/2 maat (250 ms) op
een muziekstuk met een BPM-waarde van 120 (in tijd
uitgedrukt: 500 ms) werd toegepast.
“1/2” licht op
Teller
Teller
Keuzeschakelaar voor
BPM-meetgebied
LED (Controlelampje)
Ritmedisplay
Keuzeschakelaar voor
het effectritme
Evenwicht tussen het oorspronkelijk en het vertraagd
geluidsniveau
÷ Door de effect/sampler-parameter 2 knop (LEVEL/DEPTH)
kan het evenwicht tussen het niveau van het
oorspronkelijk en van het vertraagd geluid worden
ingesteld. Door deze knop naar links te draaien, verlaagt u
het niveau van het vertraagd geluid; door hem naar rechts
te draaien, verhoogt u het.
4 Zet de effect/sampler-aan-uit-schakelaar op ON.
÷ Het oranje lampje van de effect/sampler-aan-uit-
schakelaar knippert en het vertragingseffect wordt op het
hoofdvolume toegepast.
÷ Wordt deze schakelaar opnieuw ingedrukt, dan wordt het
effect uitgeschakeld.
* Als hij bij het begin van een maat wordt ingedrukt, begint
de effectcyclus op hetzelfde ogenblik als de maat.
Echo, auto pan, auto trans, filter en flanger kunnen op dezelfde
manier worden ingesteld.
Opgelet:
÷ Als met de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar op een
ander kanaal werd overgeschakeld (pagina’s 96 tot 97) en
gelijkaardige effecten actief zijn, weerklinken alle bij de vorige
kanalen horende nagalmen.
÷ Gebruik de effect/sampler-keuzeschakelaar alleen wanneer
alle effecten zijn uitgeschakeld (wanneer het oranje lampje
van de effect/sampler-aan-uit-schakelaar oplicht). Gebruikt u
hem met effecten, dan kan dit ruis veroorzaken.
Ajuste del equilibrio entre los niveles de sonido original
y retardado
÷ El equilibrio entre los niveles de sonido original y retardado
se configura con el mando de efecto/muestreador
parámetro 2 (LEVEL/DEPTH). Al girar este mando a la
izquierda se reduce el sonido retardado y al girarlo a la
derecha se aumenta.
4 Encienda el interruptor ON/OFF del efecto/
muestreador.
÷ El interruptor ON/OFF del efecto/muestreador parpadeará
en naranja, y el efecto de retardo se aplicará a la salida
principal.
÷ Si se pulsa una vez más, el efecto quedará desactivado.
* Si se pulsa en sincronía con el batido, el ciclo del efecto se
iniciará con el batido.
Los ajustes de eco, desplazamiento automático, filtro y flanger
se realizan de forma similar.
Precauciones:
÷ Si se ha cambiado el canal mediante el selector de canal de
efecto/muestreador, teniendo activados los efectos de
retardo, eco, reverberación (páginas 96 a 97) y similares, se
emitirá toda la reverberación de los efectos del canal anterior.
÷ Utilice el selector de efecto/muestreador cuando los efectos
estén desactivados (luz naranja encendida del interruptor ON/
OFF del efecto/muestreador). La utilización con los efectos
activados puede provocar ruido.
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC
mSec
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
Pantalla BPM
Pantalla parámetro
de efecto/BPM
÷ Pantalla en la que se ha aplicado un retardo de 1/2 de batido
(250 ms) a música con un valor de BPM de 120 (conversión de
tiempo: 500 milisegundos).
Se encenderá “1/2”
Contador
Contador
Selector de intervalo
de medición BPM
LED
Pantalla de batidos
Selector de batidos de
efecto
96
<DRB1317>
Du/Sp
Nagalm en toonhoogtewijziging
Effectorinstellingen
Effect
REVERB
PITCH
(
Toonhoogtewijziging
)
Effect/sampler-parameter 1 (TIME)
Nagalmtijd (echotijd)
Instelbare waarden
: 1 tot 100%,
in trappen van 1%
Vertragingstijd
Instelbare waarden
: 0 tot ±100%,
in trappen van 1%
Effect/sampler-parameter 2 (LEVEL/DEPTH)
Effect-mix-verhouding
(Evenwicht tussen het niveau van het oorspronkelijke en
het weerkaatste geluid)
Effect-mix-verhouding
(Evenwicht tussen het niveau van het oorspronkelijke
geluid en het geluid waarvan de toonhoogte werd
gewijzigd)
Voorbeeld: Display wanneer de toonhoogte van de muziek op
CH-3 met 90% werd gewijzigd.
1 Stel de effect/sampler- keuzeschakelaar in op PITCH.
2 Stel de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar in
op 3.
÷ Het lampje LED “3” op de effectparameter/BPM-display
gaat branden.
* De hele BPM-display wordt uitgeschakeld.
3 Stel de parameterwaarde in.
Door de EFFECTS/SAMPLER-toets voor het
microfoonsignaal in te drukken, kan het geluidseffect via de
uitgang van de koptelefoon worden bevestigd .
Toonhoogte instellen
÷ Drukt u op de 3 toets van de effectritmekeuzeschakelaar,
dan stijgt de toon met +33% +50% of +100%; drukt u op
2 dan daalt de toon met –33%, –50% of –100%.
÷ Door de effect/sampler-parameter 1 knop (TIME) kan de
toonhoogte preciezer worden ingesteld.
Het evenwicht tussen het niveau van het
oorspronkelijke en het van toonhoogte veranderde
geluid instellen
÷ Door de effect/sampler-parameter 2 knop (LEVEL/DEPTH)
kan het evenwicht tussen het niveau van het
oorspronkelijke en het van toonhoogte veranderde geluid
worden ingesteld. Door deze knop naar links te draaien,
verlaagt u het niveau van het van toonhoogte veranderde
geluid; door hem naar rechts te draaien, verhoogt u het.
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
Funcionamiento de la reverberación y el cambiador de tonos
Ajustes del generador de efectos
Efecto
REVERB
PITCH
(Afinación)
Efecto/muestreador parámetro 1 (TIME)
Tiempo de reverberación (tiempo de eco)
Intervalo de ajuste
: 1 a 100%,
en saltos de 1%
Tiempo de retardo
Intervalo de ajuste
: 0 a ±100%,
en saltos de 1%
Efecto/muestreador parámetro 2 (TIME)
Proporción de mezcla de efecto
(Equilibrio entre niveles de sonido original y reverberado)
Proporción de mezcla de efecto
(Equilibrio entre niveles de sonido original y con
afinación cambiada)
Ejemplo: pantalla cuando se ha alterado la afinación en un 90%.
1 Ponga el selector de efecto/muestreador en
PITCH.
2 Ponga el selector de canal de efecto/muestreador
en 3.
÷ Se encenderá el LED “3” de la pantalla de parámetro de
efecto/BPM.
* Se apagará toda la pantalla de BPM.
3 Fije el valor del parámetro.
Si pulsa EFFECTS/SAMPLER de la activación de auriculares,
el sonido del efecto puede confirmarse mediante la salida de
auriculares.
Ajuste de la afinación
÷ Al pulsar 3 en el selector de batidos de efecto, el ajuste de
afinación cambiará +33% +50% o +100%; si se pulsa 2,
el ajuste de afinación cambiará –33% –50% o –100%.
÷ El mando efecto/muestreador parámetro 1 (TIME)
permite ajustar una afinación más precisa.
Ajuste del equilibrio entre los niveles de sonido original
y con la afinación cambiada
÷ El equilibrio entre los niveles de sonido original y con la
afinación cambiada se configura utilizando el mando
efecto/muestreador parámetro 2 (LEVEL/DEPTH). Al girar
este mando hacia la izquierda, el sonido con la afinación
cambiada se reducirá y, girándolo a la derecha, aumentará.
97
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
14
70-139
BPM
91-180
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC
%
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
BPM-display
Effectparameter/
BPM-display
÷ Display wanneer de toonhoogte van CH-3 met 90% werd
gewijzigd.
LED (Controlelampje)
Teller
Ritmedisplay
Keuzeschakelaar voor
het effectritme
14
70-139
BPM
91-180
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC
%
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
Pantalla BPM
Pantalla parámetro
de efecto/BPM
÷ Pantalla cuando se ha alterado la afinación del CH-3 en un
90%.
LED
Contador
Pantalla de batido
Selector de batido de
efecto
4 Zet de effect/sampler-aan-uit-schakelaar op ON en
daarna op OFF.
÷ Het oranje lampje van de effect/sampler-aan-uit-
schakelaar knippert en het effect (toonhoogtewijziging)
wordt op het hoofdvolume toegepast.
÷ Wordt deze schakelaar nogmaals ingedrukt, dan wordt het
effect uitgeschakeld.
Het nagalmeffect kan op dezelfde manier worden ingesteld.
Opgelet:
÷ Als door de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar op een
ander kanaal werd overgeschakeld terwijl vertraging, echo
(pagina’s 93 tot 95), nagalm en gelijkaardige effecten actief
zijn, weerklinken alle bij de vorige kanalen horende nagalmen.
÷ Gebruik de effect/sampler-keuzeschakelaar alleen wanneer
alle effecten zijn uitgeschakeld (wanneer het oranje lampje
van de effect/sampler-aan-uit-schakelaar oplicht). Gebruikt u
hem met effecten, dan kan dit ruis veroorzaken.
4 Encienda y vuelva a apagar el interruptor ON/OFF
de efecto/muestreador.
÷ El interruptor ON/OFF del efecto/muestreador parpadeará
en naranja y el efecto se aplicará a la salida principal.
÷ Si vuelve a pulsar el interruptor, el efecto quedará
desactivado.
La reverberación puede ajustarse de manera similar.
Precauciones:
÷ Si se ha cambiado el canal con el selector de canal de efecto/
muestreador durante el retardo y se han apagado los efectos
de retardo, eco (páginas 93 a 95), reverberación y similares, se
emitirá toda la reverberación de los efectos del canal anterior.
÷ Utilice el selector de efecto/muestreador sólo cuando los
efectos estén desactivados (cuando el interruptor ON/OFF de
efecto/muestreador esté encendido en naranja). Si lo utiliza
con los efectos activados, puede generarse ruido.
98
<DRB1317>
Du/Sp
14
70-139
BPM
91-180
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
BPM-display
Effectparameter/
BPM-display
LED (Controlelampje)
÷ Display wanneer een extern effect op CH-3 wordt toegepast.
14
70-139
BPM
91-180
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
Pantalla BPM
Pantalla parámetro
de efecto/BPM
LED
÷ Pantalla cuando se ha aplicado un efecto externo a CH-3.
De externe effector gebruiken
Onderstaand voorbeeld toont hoe externe effecten op CH-3
kunnen worden toegepast.
1 Stel de effect/sampler-keuzeschakelaar in op
SEND/RETURN.
2 Stel de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar in
op 3.
÷ Het lampje LED “3” op de effectparameter/BPM-display
gaat branden.
3 Stel de externe effectorparameters, etc. in.
÷ Door een druk op de EFFECTS/SAMPLER-toets voor het
koptelefoongeluid kan het geluidseffect via de
koptelefoonuitgang worden bevestigd.
4 Regel het retourniveau.
÷ Door de effect/sampler-parameter 2 knop kan het
retourniveau van de externe effector worden ingesteld.
* De effect/sampler-parameter 1 knop (TIME) werkt in dit
geval niet.
5 Zet de effect/sampler-aan-uit-schakelaar op ON.
÷ De effect/sampler-aan-uit-schakelaar knippert met een
oranje licht en het extern effect wordt op de muziek van
CH-3 toegepast.
÷ Wordt deze schakelaar opnieuw ingedrukt, dan wordt het
effect uitgeschakeld.
Utilización de un generador de efectos externo
El ejemplo siguiente detalla la aplicación de efectos externos a la
música del CH-3.
1 Ponga el selector de efecto/muestreador en
SEND/RETURN.
2 Ponga el selector de canal de efecto/muestreador
en 3.
÷ Se encenderá el LED “3” de la pantalla de parámetro de
efecto/BPM.
3 Configure los parámetros del generador de efectos
externos, etc.
÷ Al pulsar EFFECTS/SAMPLER del activador de auriculares,
el efecto sonoro puede confirmarse a través de la salida de
los auriculares.
4 Fije el nivel de retorno.
÷ El nivel de retorno del generador de efectos externo
puede ajustarse con el mando efecto/muestreador
parámetro 2.
* El mando efecto/muestreador parámetro 1 (TIME) no
funcionará.
5 Encienda el interruptor ON/OFF de efecto/
muestreador.
÷ El interruptor ON/OFF de efecto/muestreador parpadeará
en naranja, y el efecto externo se aplicará a la música del
CH-3.
÷ Si vuelve a pulsar el interruptor, el efecto quedará
desactivado.
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
99
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
Sampler-opname
De ingebouwde sampler van dit toestel herkent de BPM-
waarde van de op te nemen muziek en neemt alleen het
aangegeven aantal maten (1, 2, 4, 8 of 16) automatisch op. De
maximale opnameduur bedraagt acht seconden.
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
Utilización de la grabación del muestreador
El muestreador integrado en la unidad reconoce los BPM de la
música que va a grabarse y graba automáticamente sólo el
número especificado de batidos (1, 2, 4, 8 o 16). El tiempo
máximo de grabación es ocho segundos.
Voorbeeld: Opname van 8 maten van het muziekstuk op CH-1
(BPM=120).
1 Stel de effect/sampler- keuzeschakelaar in op
SAMPLER REC.
÷ Het rode lampje van de effect/sampler-aan-uit-schakelaar
gaat branden.
2 Stel de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar in
op 1.
÷ Het lampje LED “1“ op de effectparameter/BPM-display
gaat branden.
÷ De BPM-waarde van de op CH-1 ingevoerde muziek
verschijnt op de BPM-display.
* De met de muziek op CH-1 overeenstemmende BPM-
band kan door de keuzeschakelaar voor het BPM-
meetgebied worden ingesteld.
* Het lampje knippert wanneer de BPM-waarde meer dan 2
seconden lang niet kan worden gemeten. In dit geval
moet u handmatig instellen (zie pagina 92).
3 Stel de opnameduur in.
÷ Door een druk op de effectritmekeuzeschakelaar gaat “8”
op de ritmedisplay branden.
* Door de effect/sampler-parameter 1 knop (TIME) kunt u
de opnameduur preciezer instellen. De ingestelde duur
verschijnt op de effectparameter/BPM-display. De
maximale opnameduur bedraagt acht seconden.
* De effect/sampler-parameter 2 knop (LEVEL/DEPTH)
werkt in dit geval niet.
Ejemplo: Al grabar 8 batidos de la pieza en el CH-1 (BPM=120).
1 Ponga el selector de efecto/muestreador en
SAMPLER REC.
÷ El interruptor ON/OFF de efecto/muestreador se
encenderá en rojo.
2 Ponga el selector de efecto/muestreador en 1.
÷ Se encenderá el LED “1” de la pantalla de parámetro de
efecto/BPM.
÷ En la pantalla BPM aparecerán los BPM de la entrada de
música en CH-1.
* La banda de BPM que concuerda con la música de CH-1
puede seleccionarse mediante el selector de intervalo de
BPM.
* El LED parpadeará si no es posible medir los BPM durante
más de 2 segundos. En este caso, utilice el modo manual
para realizar los ajustes (véase la página 92).
3 Fije el tiempo de grabación.
÷ Pulse el selector de batidos de efecto y se encenderá el
“8” en la pantalla de batidos.
* Para configurar más exactamente el tiempo de grabación,
utilice el mando efecto/muestreador parámetro 1 (TIME).
El tiempo fijado se mostrará en la pantalla parámetro de
efecto/BPM. El tiempo máximo de grabación es ocho
segundos.
* El mando efecto/muestreador parámetro 2 (LEVEL/
DEPTH) no funcionará.
100
<DRB1317>
Du/Sp
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC
mSec
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
BPM-display
Effectparameter/
BPM-display
Teller
Teller
Keuzeschakelaar voor
BPM-meetgebied
LED (Controlelampje)
Ritmedisplay
Keuzeschakelaar voor
het effectritme
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC
mSec
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
Pantalla BPM
Pantalla parámetro
de efecto/BPM
Contador
Contador
Selector de intervalo
de medida de BPM
LED
Pantalla de batido
Selector de batido de
efecto
4 Stel de effect/sampler-aan-uit-schakelaar in op ON
op het tijdstip waarop u wenst op te nemen.
÷ De opname wordt automatisch gestart wanneer er
signalen van een speler, etc. werden waargenomen.
÷ Wanneer de opname begint, knippert het rode lampje van
de effect/sampler-aan-uit-schakelaar.
÷ De opname wordt automatisch stopgezet wanneer het
ingestelde aantal maten werd opgenomen.
÷ Wanneer er tijdens de opname op de effect/sampler-aan-
uit-schakelaar wordt gedrukt, wordt de opname
stopgezet.
4 Encienda el interruptor ON/OFF de efecto/
muestreador cuando desee empezar la grabación.
÷ La grabación comienza automáticamente cuando se
detectan señales de sonido de un reproductor, etc.
÷ En cuanto comienza la grabación, el interruptor parpadeará
en rojo.
÷ La grabación terminará automáticamente cuando se haya
grabado el número de batidos definido.
÷ Al pulsar el interruptor ON/OFF durante la grabación, ésta
se interrumpe.
101
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
De weergavefuncties van de sampler gebruiken
Hieronder staan drie methodes om het geluid dat met de ingebouwde sampler is opgenomen weer te geven.
SINGLE PLAY
LOOP PLAY
STRETCH LOOP PLAY
De muziek wordt slechts afgespeeld als op de effect/sampler-aan-uit-schakelaar wordt gedrukt.
Speelt continu het opgenomen geluid af.
Het met het ingestelde aantal maten (1, 2, 4, 8 of 16) opgenomen geluid wordt continu afgespeeld,
waarbij de BPM-waarde van de te mixen muziek als basis wordt genomen. Het opgenomen geluid
wordt zodanig gerokken dat het met het ingestelde aantal maten overeenstemt.
Voorbeeld: opgenomen muziek wordt meerdere keren
“gerokken” afgespeeld, gemixt met muziek op CH-2
(BPM=130).
1 Stel de effect/sampler-keuzeschakelaar in op
STRETCH LOOP PLAY.
÷ Het groene lampje op de effect/sampler-aan-uit-
schakelaar gaat branden.
2 Stel de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar in
op 2.
÷ Het lampje LED “2“ op de effectparameter/BPM-display
gaat branden.
÷ De BPM-waarde van de op CH-2 ingevoerde muziek
verschijnt op de teller van de BPM-display.
* De met de muziek op CH-2 overeenstemmende BPM-
band kan door de keuzeschakelaar voor het BPM-
meetgebied worden ingesteld.
* Het lampje knippert wanneer de BPM-waarde meer dan 2
seconden lang niet kan worden gemeten. In dit geval
moet u handmatig instellen (zie pagina 92).
3 Stel de afspeelduur en het afspeelniveau in.
÷ Door een druk op de effectritmekeuzeschakelaar gaat “8”
op de ritmedisplay branden.
* Om de afspeelduur preciezer in te stellen, kunt u de knop
effect/sampler parameter 1 (TIME) gebruiken. De
ingestelde duur verschijnt op de effect parameter/BPM-
display. Deze duur varieert van 10 tot 16.000 ms.
* Het afspeelniveau wordt door de knop effect/sampler
parameter 2 (LEVEL/DEPTH) ingesteld.
Utilización de las funciones de reproducción del muestreador
A continuación se describen los tres métodos disponibles para reproducir el sonido grabado con el muestreador integrado.
SINGLE PLAY
LOOP PLAY
STRETCH LOOP PLAY
Reproduce sólo cuando se pulsa ON/OFF del efecto/muestreador.
Reproduce de forma repetitiva el sonido grabado.
Según los BPM de la música que va a mezclarse, reproduce de forma repetitiva el sonido grabado
dentro del número definido de batidos (1, 2, 4, 8 o 16). El sonido grabado se reproducirá ‘ampliado’
para que coincida el número de batidos.
Ejemplo: mezcla en reproducción de bucle ampliado de música
grabada con música del CH-2 (BPM=130).
1 Ponga el selector de efecto/muestreador en
STRETCH LOOP PLAY.
÷ El interruptor ON/OFF se encenderá en verde claro.
2 Ponga el selector de canal de efecto/muestreador
en 2.
÷ Se encenderá el LED “2” de la pantalla parámetro de
efecto/BPM.
÷ Los BPM de la entrada de música del CH-2 se mostrarán
en el contador de la pantalla BPM.
* La banda de BPM que concuerde con la música del CH-2
puede seleccionarse mediante el selector de intervalo de
medición de BPM.
* El LED parpadeará si no pueden medirse los BPM durante
más de 2 segundos. En este caso, utilice el modo manual
para los ajustes (véase la página 92).
3 Ajuste el tiempo y el nivel de reproducción.
÷ Pulse el selector de batido de efecto. Se encenderá el “8”
en la pantalla de batidos.
* Para ajustar con más precisión el tiempo de reproducción,
utilice el mando efecto/muestreador parámetro 1 (TIME),
El tiempo establecido se mostrará en la pantalla parámetro
de efecto/BPM. El tiempo de reproducción oscila entre 10
y 16.000 milisegundos.
* El nivel de reproducción se define utilizando el mando
efecto/muestreador parámetro 2 (LEVEL/DEPTH).
102
<DRB1317>
Du/Sp
4 Stel de effect/sampler-aan-uit-schakelaar in op
ON.
÷ Wanneer het afspelen begint, knippert het groene lampje
van de effect/sampler-aan-uit-schakelaar.
4 Active el interruptor ON/OFF de efecto/
muestreador.
÷ Cuando comience la reproducción, parpadeará el
interruptor ON/OFF de efecto/muestreador.
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC
mSec
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
BPM-display
Effectparameter/
BPM-display
Teller
Teller
Keuzeschakelaar voor
BPM-meetgebied
LED (Controlelampje)
Ritmedisplay
Keuzeschakelaar voor
het effectritme
14
70-139
BPM
91-180
BPM
BPM
3
AUTO BPM COUNTER
2
1
MASTER
4MIC
mSec
3
PARAMETER1
2
1
/
2
1
/
1
4
/
1
2
/
1
3
/
4
14
BEAT
1682
Pantalla BPM
Pantalla parámetro
de efecto/BPM
Contador
Contador
Selector de intervalo
de medida de BPM
LED
Pantalla de batido
Selector de batido de
efecto
De EDIT-functie van de sampler gebruiken
Gebruik de ingebouwde sampler van het toestel om het tijdstip
in te stellen waarop het afspelen van het opgenomen geluid
stopt.
1 Zet de effect/sampler-keuzeschakelaar op EDIT.
÷ Het groene lampje van de effect/sampler-aan-uit-
schakelaar gaat branden.
2 Zet de effect/sampler-aan-uit-schakelaar op ON.
÷ Wanneer het afspelen begint, gaat het groene lampje van
de effect/sampler-aan-uit-schakelaar branden.
3 Stel het tijdstip in waarop het afspelen stopt.
÷ Wanneer u het continu afgespeelde geluid op de monitor
volgt, kunt u het tijdstip waarop het afspelen stopt
(eindpunt van de kringloop) met de effect/sampler
parameter 1 knop (TIME) instellen. De ingestelde duur
verschijnt op de effect parameter/BPM-display.
* U kunt geen grotere duur instellen dan de opnameduur.
Utilización de la función de edición del
muestreador
Utilice el muestreador alojado en la unidad para definir la
posición en la que finalizará la reproducción del sonido grabado.
1 Ponga el conmutador de efecto/muestreador en
EDIT.
÷ La luz de este conmutador se encenderá en verde.
2 Ponga el interruptor ON/OFF de efecto/muestreador
en ON (encendido).
÷ Cuando empiece la reproducción, este conmutador ON/
OFF parpadeará en verde.
3 Defina la posición de parada de la reproducción.
÷ Mientras se monitoriza el sonido de reproducción en
bucle, defina la posición de finalización de reproducción
(punto final del bucle) con el mando efecto/muestreador
parámetro 1 (TIME). El tiempo seleccionado se mostrará
en la pantalla de parámetro de efecto/BPM.
* No es posible ajustarlo para más tiempo que el de la
grabación.
DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR
103
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
TALK OVER CH-4
HEADPHONES CUE
AUTO BPM COUNTER SELECTOR
CH-3CH-2 EFFECTS/SAMPLERMASTERCH-1
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
MIXING
MASTERCUE
LEVEL
213
CROSS FADER CURVE
PHONES
CROSS FADER
ASSIGN A
THRU
14
23
SAM-
PLER
CROSS FADER
ASSIGN B
THRU
14
23
SAM-
PLER
HEADPHONES
STEREOMONO SPLIT
MASTER BALANCE
RL
BOOTH MONITOR
MAX
MASTER1
CF. B2
CF. A3
MIC4
MIN
ON/OFF
TAP
CH.
SELECT
SND/RTN
AUTO BPM
FRANGER
REVERB
FILTER
PITCH
DELAY
TRANS
ECHO
PAN
PARAMETER 1
TIME
PARAMETER 2
LEVEL/
DEPTH
CH-1 SAMPLERCH-2
FADER START
ONOFF ONOFF ONOFF
BA
0dB
0dB
-
-
REC
STRETCH
EDIT
LOOP
SINGLE
BEAT SAMPLER
DE FADERSTARTFUNCTIE
GEBRUIKEN
De apart verkochte, op CH-1 of CH-2 aangesloten CDJ-100S,
CDJ-700S en CDJ-500 II spelers kunnen door de volumeknop
van de kanaalfader of de kruisfader worden gestart, op
voorwaarde dat de twee toestellen met stuurkabels zijn
verbonden.
Ook het afspelen van het met de ingebouwde sampler
opgenomen geluid kan door de volumeknop van de kruisfader
worden gestart.
Volumeknop van de kanaalfader
Control de volumen de inicio
con fundido de canal
Faderstart-aan-uit-schakelaar
Interruptor ON/OFF de inicio con
fundido
Effect/sampler-keuzeschakelaar
Selector de efecto/muestreador
CROSS FADER ASSIGN A-schakelaar
Conmutador CROSS FADER ASSIGN A
CROSS FADER CURVE-
keuzeschakelaar
Selector CROSS FADER
CURVE
CROSS FADER ASSIGN B-schakelaar
Conmutador CROSS FADER ASSIGN B
Volumeknop van de kruisfader
Control de volumen de fundido transversal
Afspelen via de fader starten
(een aangesloten cd-speler starten)
Als het toestel met stuurkabels op cd-spelers voor DJs van
het type CDJ-100S, CDJ-700S of CDJ-500 II is aangesloten,
kunnen deze spelers via de fader worden gestart. Met andere
woorden, wanneer de volumeknop van de kanaalfader of de
kruisfader op het mengpaneel in een hogere stand wordt
gezet, wordt de pauzefunctie van de cd-speler uitgeschakeld
en de muziek automatisch en onmiddellijk afgespeeld. Omdat
de cd-speler op het startpunt kan worden teruggezet wanneer
de fader naar de oorspronkelijke stand terugkeert, hoort
afspelen van gesamplede geluiden ook tot de mogelijkheden.
CDJ-100S DJM-600 CDJ-100S
Stuurkabels
Cables de control
AB
Volumeregeling door kanaalfader
Volumen de fundido de canal
Volumeregeling door kruisfader
Volumen de fundido transversal
Si se conectan los reproductores suministrados por separado
CDJ-100S, CDJ-700S o CDJ-500 II a los canales CH-1 o CH-2,
dichos equipos pueden ponerse en marcha utilizando el
volumen de fundido de canales o control de volumen de fundido
transversal, siempre que se hayan conectado con los
correspondientes cables.
Además, el sonido grabado con el muestreador integrado
también puede iniciarse con el control de volumen de fundido
transversal.
UTILIZACIÓN DE LA FUNCIÓN DE
INICIO CON FUNDIDO
Reproducción de inicio con fundido
(para iniciar un reproductor de CD conectado)
El inicio con fundido puede realizarse cuando la unidad se ha
conectado con los cables de control a los reproductores de
CD CDJ-100S, CDJ-700S o CDJ-500 II para DJ. En otras
palabras, cuando están activados los controles de fundido de
canal o de volumen de fundido transversal de la mezcladora,
quedará liberada la función de pausa del reproductor de CD, y
la música se iniciará automática e instantáneamente.
Además, debido a que el reproductor de CD puede
restablecerse a su punto de activación cuando el fundido se
devuelve a su posición original, también es posible la
reproducción de tipo muestreador.
104
<DRB1317>
Du/Sp
Starten via de kruisfader en afspelen vanaf het startpunt
Wanneer “A” in wachtstand op het startpunt staat, kan hij
door de volumeknop van de kruisfader gewoon van rechts
naar links te schuiven worden gestart. Tegelijkertijd wordt
“B” op het startpunt teruggezet.
Bovendien kan “B”, wanneer hij in wachtstand op het
startpunt staat, door de volumeknop van de kruisfader
gewoon van links naar rechts te schuiven worden gestart.
(“A” wordt tegelijkertijd op het startpunt teruggezet.)
Cd-spelers die door de faderstartfunctie kunnen worden
gestart, op voorwaarde dat ze op het toestel zijn aangesloten.
CDJ-100S
CDJ-700S
CDJ-500
II
Reproducción de inicio con fundido transversal y
reproducción de vuelta al punto de entrada
Cuando “A” se encuentra en el punto de entrada durante el
estado de espera, puede iniciarse simplemente moviendo el
control de volumen de fundido transversal desde el lado
derecho hacia el izquierdo. “B” regresará al punto de entrada
simultáneamente.
De la misma forma, si “B” está en el punto de entrada durante
el estado de espera, puede iniciarse simplemente desplazando
el control de volumen de fundido transversal hacia la derecha.
(“A” regresará al punto de entrada al mismo tiempo.)
Los reproductores de CD que ofrecen esta posibilidad de
reproducción de inicio con fundido al conectarlos a esta
unidad son.
CDJ-100S
CDJ-700S
CDJ-500
II
DE FADERSTARTFUNCTIE GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LA FUNCIÓN DE INICIO CON FUNDIDO
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
CH-1
CH-1
ONOFF
Via de kanaalfader starten
1 Druk op de faderstartschakelaar (CH-1 of CH-2) van
het kanaal dat op de te starten cd-speler is
aangesloten.
2 Schuif de volumeknop van de kanaalfader
helemaal naar beneden.
3 Stel het startpunt van de cd-speler in en zet de cd-
speler in wachtstand.
4 Wanneer u de speler wenst te starten, schuift u de
volumeknop van de kanaalfader omhoog; de cd-
speler begint af te spelen.
Opgelet:
÷ Kanalen die met de ASSIGN A en B-schakelaars van de
kruisfader werden ingesteld kunnen niet via de
kanaalfader worden gestart.
Onderstaand voorbeeld toont hoe een op CH-1 aangesloten
cd-speler kan worden gestart.
Voorbeeld:
Faderstartschakelaar
Volumeknop van de kanaalfader
Wanneer het startpunt van tevoren op de CDJ- 100S of de
CDJ-700S werd ingesteld, is het niet nodig de cd-speler in
wachtstand op het startpunt te laten staan.
Als de volumeknop van de kanaalfader in de oorspronkelijke
stand wordt teruggezet nadat het afspelen is begonnen, zal
de cd-speler naar het startpunt terugkeren en in wachtstand
worden gezet.
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
CH-1
CH-1
ONOFF
Inicio con el fundido de canales
1 Active el conmutador de inicio con fundido (CH-1 o
CH-2) del canal conectado al reproductor de CD
que va a controlar.
2 Desplace en todo su recorrido hacia abajo el
control de volumen de fundido de canal.
3 Busque el punto de entrada en el reproductor de CD y
fije en este punto el estado de espera del reproductor.
4 Cuando desee iniciar el reproductor, desplace el
control de volumen de fundido hacia arriba y el
reproductor de CD iniciará la reproducción.
Precaución:
÷ Los canales asignados con los conmutadores ASSIGN A y
B para el fundido transversal no pueden iniciarse con el
fundido de canales.
A continuación se muestra un ejemplo de inicio de un
reproductor de CD conectado a CH-1.
Ejemplo:
Conmutador de inicio
con fundido
Control de volumen
de fundido de canal
Si se han definido previamente los puntos de entrada
mientras se utilizaban los CDJ-100S, CDJ-700S, no será
necesario colocar el reproductor de CD en estado de espera
en el punto de entrada.
Si el volumen de fundido de canales se devuelve a su
posición original después de iniciarse la reproducción, el
reproductor de CD volverá al punto de entrada y quedará en
estado de espera.
105
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español
CROSS FADER
ASSIGN A
THRU
14
23
SAM-
PLER
BA
CROSS FADER
ASSIGN A
THRU
14
23
SAM-
PLER
BA
Via de kruisfader starten
1 Druk op de faderstartschakelaar (CH-1 of CH-2) van
het kanaal dat op de te starten cd-speler of
sampler is aangesloten.
2 Kies met de ASSIGN A en B-schakelaars van de
kruisfader het kanaal (CH-1 of CH-2) waarop de cd-
speler of de sampler is aangesloten.
3 Schuif de volumeknop van de kruisfader helemaal in
de tegenovergestelde richting van de te starten bron.
In het volgend voorbeeld wordt de startprocedure toegepast
op een cd-speler aangesloten op het kanaal CH-1 dat op
ASSIGN A is ingesteld.
4 Om een cd-speler te starten, moet u het startpunt
instellen en de speler op dit punt in wachtstand
zetten.
Om een sampler te starten, moet u met de effect/
sampler-keuzeschakelaar het afspeeltype
(SINGLE, LOOP of STRETCH LOOP) kiezen.
Wanneer het afspeeltype met de effect/sampler-
keuzeschakelaar is gekozen, gaat het groene lampje van de
effect/sampler-aan-uit-schakelaar branden.
5 Kies de startkromme van de kruisfader met behulp
van diens krommekeuzeschakelaar.
6 Wanneer de volumeknop van de kruisfader in de
tegenovergestelde richting wordt geschoven,
zoals in 3, begint de cd-speler of de sampler af
te spelen.
Voorbeeld:
ASSIGN A-schakelaar Volumeknop van de kruisfader
ASSIGN A-schakelaar Volumeknop van de kruisfader
Wanneer het startpunt van tevoren op de CDJ- 100S of de
CDJ-700S werd ingesteld, is het niet nodig de cd-speler in
wachtstand op het startpunt te laten staan.
Als de volumeknop van de kruisfader in de oorspronkelijke
stand wordt teruggezet nadat het afspelen is begonnen, zal
de cd-speler naar het startpunt terugkeren en in wachtstand
worden gezet.
DE FADERSTARTFUNCTIE GEBRUIKEN
UTILIZACIÓN DE LA FUNCIÓN DE INICIO CON FUNDIDO
CROSS FADER
ASSIGN A
THRU
14
23
SAM-
PLER
BA
CROSS FADER
ASSIGN A
THRU
14
23
SAM-
PLER
BA
Inicio con el fundido transversal
1 Active el conmutador de inicio con fundido (CH-1 o
CH-2) del canal conectado al reproductor de CD
que va a controlarse con el muestreador.
2 Con los conmutadores ASSIGN A y B del fundido
transversal, seleccione el muestreador, o bien, el
canal (CH-1 o CH-2) al que está conectado el
reproductor de CD.
3 Deslice en todo su recorrido el volumen de fundido
transversal, hacia el lado contrario de la fuente que
va a iniciar.
En el ejemplo, el arranque se efectúa con el reproductor de
CD conectado al CH-1 definido en ASSIGN A.
4 Para iniciar un reproductor de CD, defina el punto de
entrada y sitúelo en estado de espera en dicho punto.
Para iniciar un muestreador, seleccione el tipo de
reproducción del muestreo (SINGLE, LOOP o
STRETCH LOOP) con el selector de efecto/
muestreador.
Cuando haya seleccionado el tipo de reproducción de
muestra con el selector de efecto/muestreador, el
interruptor de ON/OFF de efecto/muestreador se encenderá
en verde.
5 Utilice el selector de curva de fundido transversal
para seleccionar dicha curva.
6 Cuando el control de volumen de fundido transversal
se desliza en la dirección opuesta a la del paso 3, el
reproductor de CD o el muestreador comenzarán a
funcionar.
Ejemplo:
Conmutador ASSIGN A Control de volumen de fundido transversal
Conmutador ASSIGN A Control de volumen de fundido transversal
Si se han definido previamente los puntos de entrada
mientras se utilizaban los CDJ-100S, CDJ-700S, no será
necesario colocar el reproductor de CD en estado de espera
en el punto de entrada.
Si el volumen de fundido de canales se devuelve a su
posición original después de iniciarse la reproducción, el
reproductor de CD volverá al punto de entrada y quedará en
estado de espera.
106
<DRB1317>
Du/Sp
ZELF STORINGEN VERHELPEN
Onjuist uitgevoerde bewerkingen worden vaak voor defecten of storingen aanzien. Als u denkt dat er werkelijk iets mis is met dit toestel,
moet u eerst onderstaande punten controleren. Soms moet de oorzaak van het probleem bij een ander toestel worden gezocht. U moet
dus alle aangesloten elektrische apparaten controleren.
Indien het probleem, zelfs na controle van onderstaande punten, niet kan worden opgelost, moet u met uw verkoper of dichtsbijzijnde
PIONEER service center contact opnemen.
Probleem Mogelijke Oorzaak Maatregel
Het toestel staat niet onder
spanning.
Er is weinig of geen geluid.
Het geluid is vervormd.
De kruisfader werkt niet.
De cd-speler wordt niet
door de fader gestart.
De effecten zijn niet
hoorbaar.
Het geluid van de externe
effector is vervormd.
De BPM-waarde kan niet
worden gemeten.
De gemeten BPM-waarden
zien er vreemd uit.
De gemeten BPM-waarde
verschilt van de op de cd
aangegeven waarde.
De PHONO 3 ingang van CH-
4 kan niet worden gebruikt.
÷ De stroomkabel is niet aangesloten.
÷ De ingangkeuzeschakelaar staat in de
verkeerde stand.
÷ De aansluitkabel werd onjuist aangesloten of
is losgeraakt.
÷ De contactbus of de plug is niet schoon.
÷ De volumeknop voor het hoofdgeluid
(MASTER LEVEL ATT.) op de achterkant staat
in een te lage stand.
÷ Het volume van het hoofdgeluid staat te
hoog.
÷ Het ingangsniveau is te hoog.
÷ ASSIGN A en B staan niet in de juiste stand.
÷ De faderstartschakelaar staat uit.
÷ De contactbus op de achterkant die de speler
moet besturen werd niet verbonden.
÷ De effect/sampler-keuzeschakelaar staat niet
op de juiste stand.
÷ De effect/sampler-parameter 2 knop staat in
de laagste stand (MIN.).
÷ Het ingangsniveau van de externe effector is
te hoog.
÷ Het ingangsniveau is te hoog of te laag.
÷ Voor sommige muziekstukken kan de BPM-
waarde niet worden gemeten.
÷ Omdat er verschillende methodes bestaan
om de BPM-waarde te meten, kunnen de
resultaten lichtjes verschillen.
÷ Er werd een hulpmicrofoon aangesloten.
÷ Sluit de stroomkabel op het stopcontact aan.
÷ Zet de ingangkeuzeschakelaar op het actieve
toestel.
÷ Sluit hem goed aan.
÷ Maak schoon en sluit opnieuw aan.
÷ Regel de volumeknop voor het hoofdgeluid
(MASTER LEVEL ATT.) op de achterkant.
÷ Regel de volumeknop voor het hoofdgeluid
(MASTER LEVEL ATT.) op de achterkant.
÷ Regel deTRIM-knop zodanig dat het
ingangsniveau op de piekniveaumeter in de
buurt van 0 dB komt te staan.
÷ Stel de ASSIGN-schakelaars in op de juiste
kruisfaderbron.
÷ Zet de faderstartschakelaar op ON.
÷ Sluit het toestel met behulp van de
stuurkabel op de cd-speler aan.
÷ Kies het juiste kanaal waarop de effecten
moeten worden toegepast.
÷ Regel de effect/sampler-parameter 2 knop.
÷ Verlaag het uitgangsniveau van de externe
effector of regel het retourniveau met de
effect/sampler-parameter 2 knop.
÷ Regel deTRIM-knop zodanig dat het
ingangsniveau op de piekniveaumeter in de
buurt van 0 dB komt te staan.
÷ Regel de ingangsniveaus van de andere
kanalen op een waarde dichtbij 0 dB.
÷ Druk op de TAP-schakelaar en stel de BPM-
waarde handmatig in.
÷ Geen maatregelen nodig.
÷ Verwijder de hulpmicrofoon.
Door statische elektriciteit of andere externe invloeden kunnen er storingen in het toestel optreden. Schakel de stroom uit en daarna in om
het toestel weer normaal te kunnen gebruiken.
Du
108
<DRB1317>
Du/Sp
TECHNISCHE GEGEVENS
Audiogedeelte
Ingangen (ingangsniveau/impedantie)
CD/LINE ............................................ –14dBV (200mV)/22k
PHONO .................................................–54dBV (2mV)/47k
MAIN MIC .............................................. –54dBV (2mV)/3k
SUB MIC ................................................ –60dBV (1mV)/3k
RETURN ............................................–14dBV (200mV)/22k
Uitgang (uitgangsniveau/impedantie)
MASTER OUT1 (RCA) ................................... 0dBV (1V)/1k
MASTER OUT2 (XLR) ............................ 4dBm (1,23V)/600
REC OUT (RCA) .......................................... –10dBV (1V)/1k
BOOTH MONITOR ........................................ 0dBV (1V)/1k
SEND .........................................................–14dBV (1V)/1k
PHONES ....................................................... 0dBV (1V)/22
Frequentiekarakteristieken
CD/LINE/PHONO/MIC .................................. 20Hz tot 20kHz
Signaal-ruisverhouding
CD/LINE ............................................87dB (zonder effecten)
PHONO ........................................................................ 77dB
MIC .............................................................................. 69dB
Totale harmonische vervorming
CD/LINE/PHONO .................................... Minder dan 0,02%
Overspraak ...................................................... Meer dan 70dB
Kanaalequalizer
HI ...................................................... +12dB, –26dB (13kHz)
MID ..................................................... +12dB, –26dB (1kHz)
LOW ................................................... +12dB, –26dB (70Hz)
Microfoonequalizer
HI ...................................................... +12dB, –12dB (10kHz)
MID ..................................................... +12dB, –12dB (1kHz)
LOW ................................................. +12dB, –12dB (100Hz)
Effector
DELAY en ECHO ......................................... 1 tot 3500mSec
PAN, TRANS, FILTER en FLANGER ........ 10 tot 16000mSec
REVERB ..............................................................1 tot 100%
PITCH ............................................................... 0 tot ±100%
Elektrisch gedeelte, enz.
Stroomspanning ............ Wisselstroom AC 220-240V, 50/60Hz
Stroomverbruik ................................................................. 34W
Werktemperatuur ............................................. +5˚C tot +35˚C
Werkvochtigheidsgraad ........................................ 5% tot 85%
Uitwendige afmetingen ........... 320 (B) x 372 (D) x 107 (H) mm
Gewicht ...........................................................................6,6kg
Toebehoren
÷ Plug van het kort circuit-type .............................................. 6
÷ Gebruiksaanwijzing ............................................................. 1
De technische gegevens en de uitvoering kunnen wegens
verbeteringen zonder voorafgaande kennisgeving worden
gewijzigd.
Du
Uitgegeven door Pioneer Corporation.
Copyright © 2000 Pioneer Corporation.
Alle rechten voorbehouden.
111
<DRB1317>
Du/Sp
Nederlands
Español

Documenttranscriptie

Plaats van gebruik H045 Du Condiciones de Funcionamiento H045 Sp Temperatuur en vochtigheidsgraad op de plaats van gebruik: +5˚C – +35˚C (+41˚F – +95˚F); minder dan 85 %RH (ventilatie niet geblokkeerd) Niet installeren op de volgende plaatsen: ÷ Onder rechtstreekse zonnestraling of onder sterke kunstmatige belichting ÷ Bij hoge vochtigheidsgraad of op een slecht verluchte plaats Temperatura y humedad ambiental durante el funcionamiento: +5˚C – +35˚C (+41˚F – +95˚F); menos de 85%RH (aperturas de aireación no obstruidas) No instalar en los siguientes lugares: ÷ lugar expuesto a la luz directa del sol o a fuerte luz artificial ÷ lugar expuesto a alta humedad, o lugar poco aireado VENTILATIE: Zorg dat u bij het installeren van dit toestel rondom wat vrije ruimte laat voor de ventilatie (tenminste 5 cm achter en 3 cm aan weerskanten van het toestel). VENTILACION: Cuando se instala esta unidad, asegúrese de WAARSCHUWING: Spleten en openingen in het omhulsel dienen voor ventilatie en een gepast gebruik van het product, alsook om het te beschutten voor oververhitting. Om het te beschermen tegen vuur mogen deze openingen nooit afgesloten of bedekt worden met voorwerpen zoals dagbladen, tafellakens, gordijnen, enz. Plaats het toestel ook nooit op een dik tapijt, op een bed, sofa of om het even welk zacht en dik materiaal. 74 <DRB1317> Du/Sp dejar espacio alrededor de la unidad para proporcionar ventilación y mejorar así la radiación del calor (por lo menos 5 cm en la parte trasera y 3 cm de cada lado). ADVERTENCIA: Las rendijas en el aparato es necesario para la ventilacíon para permitir el funcionamento del producto y para proteger este de sobrecalentamiento, para evitar incendio. Las rendijas no deberían ser nunca cubiertas con objectos, como periódicos, manteles, tiendas, etc. Tambiém no poner el aparato sobre alfombra espesa, cama, sofá o construción de pila espesa. Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Pioneer produkt. Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door zodat u het apparaat op de juiste wijze kunt bedienen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor het geval u deze in de toekomst nogmaals nodig heeft. Het is mogelijk dat in bepaalde landen of gebieden de uitvoering van de netstekker en het stopkontakt verschilt van hetgeen in deze gebuiksaanwijzing is afgebeeld. De aansluitmethode en bediening zijn in dergelijke gevallen echter precies hetzelfde. K015 Du Enhorabuena por la adquisición de este producto Pioneer. Lea completamente este manual de instrucciones para aprender a operar correctamente el aparato. Después de haber terminado la lectura de las instrucciones, guarde el manual en un lugar seguro para poderlo consultar en el futuro. En algunos países o regiones, la forma de la clavija de alimentación y del enchufe de corriente pueden ser diferentes de la mostrada en las ilustraciones de explicación. Sin embargo, el método de conexión y operación del aparato es el mismo. K015 Sp INHOUDSOPGAVE INDICE WAARSCHUWINGEN I.V.M. HET GEBRUIK ...... 76 ADVERTENCIAS DE FUNCIONAMIENTO ........... 76 Installatieplek ............................................................. 76 Condensatie ............................................................... 76 Colocación ................................................................. 76 Condensación ............................................................ 76 Het toestel schoonmaken .......................................... 76 TOEBEHOREN CONTROLEREN ........................... EIGENSCHAPPEN ................................................ AANSLUITINGEN ................................................. NAMEN EN FUNCTIES VAN ONDERDELEN ....... DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN ..... 76 77 78 81 86 Eigenschappen van de verschillende effectors ........... 86 BPM meten ............................................................... 90 Limpieza de la unidad ................................................. 76 COMPROBACIÓN DE LOS ACCESORIOS ........... CARACTERÍSTICAS .............................................. CONEXIONES ....................................................... NOMBRES DE PIEZAS Y FUNCIONES ................ UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR .............................. 76 77 78 81 86 Características de los distintos generadores Vertragings-, echo-, auto pan-, auto trans-, filter en flanger-bewerkingen ..................................... 93 de efectos .................................................................. 86 Medición de BPM ...................................................... 90 Nagalm en toonhoogtewijziging ................................. 96 De externe effector gebruiken ................................... 98 Operaciones de retardo, eco, desplazamiento automático, transferencia automática, filtro y flanger ...... 93 Sampler-opname ........................................................ 99 De weergavefuncties van de sampler gebruiken ...... 101 Funcionamiento de la reverberación y el cambiador de tonos ............................................. 96 De EDIT-functie van de sampler gebruiken .............. 102 DE FADERSTARTFUNCTIE GEBRUIKEN ........... 103 Utilización de un generador de efectos externo .......... 98 Utilización de la grabación del muestreador ................ 99 Via de kanaalfader starten ........................................ 104 Via de kruisfader starten .......................................... 105 Utilización de las funciones de reproducción del muestreador ....................................................... 101 ZELF STORINGEN VERHELPEN ........................ 106 TECHNISCHE GEGEVENS ................................. 108 Utilización de la función de edición del muestreador ..... 102 UTILIZACIÓN DE LA FUNCIÓN DE INICIO CON FUNDIDO ................................................... 103 Inicio con el fundido de canales ................................ 104 Pak het netsnoer beet bij de stekker. Trek de stekker er niet uit door aan het snoer te trekken en trek nooit aan het netsnoer met natte handen aangezien dit kortsluiting of een elektrische schok tot gevolg kan hebben. Plaats geen toestel, meubelstuk o.i.d. op het netsnoer, en klem het niet vast. Maak er nooit een knoop in en en verbind het evenmin met andere snoeren. De netsnoeren dienen zo te worden geleid dat er niet per ongeluk iemand op gaat staan. Een beschadigd netsnoer kan brand of een elektrische schok veroorzaken. Kontroleer het netsnoer af en toe. Wanneer u de indruk krijgt dat het beschadigd is, dient u bij uw dichtstbijzijnde erkende PIONEER onderhoudscentrum of uw dealer een nieuw snoer te kopen. PRECAUCIONES CONCERNIENTES A LA MANIPULACIÓN DEL CABLE DE ALIMENTACIÓN Tome el cable de alimentación por la clavija. No extraiga la clavija tirando del cable. Nunca toque el cable de alimentación cuando sus manos estén mojadas, ya que esto podría causar cortocircuitos o descargas eléctricas. No coloque la unidad, algún mueble, etc., sobre el cable de alimentación. Aseúrese de no hacer nudos en el cable ni de unirlo a otros cables. Los cables de alimentación deberán ser dispuestos de tal forma que la prohabilidad de que sean pisados sea mínima. Una cable de alimentación dañado podrá causar incendios o descargas eléctricas. Revise el cable de alimentación está dañado, solicite el reemplazo del mismo al centro de servicio autorizado PIONEER más cercano, o a su distribuidor. 75 <DRB1317> Du/Sp Español WAARSCHUWING NETSNOER Nederlands Inicio con el fundido transversal ............................... 105 SOLUCIÓN DE PROBLEMAS ............................. 107 CARACTERÍSTICAS TÉCNICAS ......................... 109 WAARSCHUWINGEN I.V.M. HET GEBRUIK ADVERTENCIAS DE FUNCIONAMIENTO Installatieplek Colocación Instale la unidad en un lugar correctamente ventilado en el que no vaya a quedar expuesta a elevadas temperaturas ni a humedad. ÷ No instale la unidad en un lugar expuesto a la radiación solar directa, ni cerca de radiadores u hornos. El calor excesivo puede afectar negativamente a la carcasa y a los componentes internos. La instalación de la unidad en un entorno húmedo o polvoriento puede provocar fallos de funcionamiento o accidentes. (Evite la instalación cerca de fogones, etc., donde pueda producirse una exposición a humo, vapor o calor de origen aceitoso.) ÷ Cuando se utilice la unidad dentro de una maleta o una cabina de DJ, separarla de las paredes o de otros equipos para facilitar la disipación del calor. Min. 3cm. Min. 3cm. Min. 3cm. Installeer het toestel in een goed verluchte ruimte, waar het niet aan hoge temperaturen of vocht wordt blootgesteld. ÷ Installeer het toestel niet in een ruimte die aan directe zonnestralen is blootgesteld, of naast kachels of radiators. De buitenkant en de interne bestanddelen kunnen door te grote hitte worden beschadigd. De installatie van het toestel in een vochtige of stoffige omgeving kan ook stoornissen of ongelukken tot gevolg hebben. (Vermijd plaatsing naast fornuizen, etc. waar het toestel aan vette dampen, stoom of hitte zou kunnen worden blootgesteld.) ÷ Wanneer het toestel in een koffer of in een DJ-cabine wordt gebruikt, moet het van de wanden worden verwijderd om de warmteuitstraling te bevorderen. Min. 3cm. Min. 3cm. Condensatie Wanneer het toestel van een koude omgeving naar een warme kamer wordt overgeplaatst of wanneer de kamertemperatuur plots stijgt, kan er binnenin condensatie worden gevormd, zodat het toestel niet meer optimaal functioneert. In dergelijke gevallen moet u het toestel ongeveer een uur laten staan of de kamertemperatuur geleidelijk opvoeren. Condensación Al trasladar esta unidad a una sala cálida desde un entorno más frío, o cuando la temperatura de una sala asciende rápidamente, puede formarse condensación en el interior, y la unidad puede presentar fallos de funcionamiento. En casos como éste, mantenga la unidad sin desplazarla durante cerca de una hora, o bien, deje que la temperatura de la sala suba gradualmente. Het toestel schoonmaken ÷ Gebruik een poetsdoek om het stof en het vuil weg te nemen. ÷ Wanneer de buitenkant erg vuil is, kunt u deze met een in een neutraal, met vijf à zes keer zoveel water verdund reinigingsmiddel gedrenkte en goed uitgewrongen zachte doek schoonmaken en eindigen met een droge doek. Gebruik geen meubelwas of vlekkenmiddelen. ÷ Gebruik nooit verdunners, benzeen, insecticiden of andere chemische producten op of in de buurt van dit toestel, want deze tasten de buitenkant aan. Limpieza de la unidad ÷ Para eliminar el polvo y la suciedad utilice un paño limpiador. ÷ Cuando las superficies estén muy sucias, límpielas con un paño suave empapado en un limpiador neutro diluido cinco o seis veces con agua y bien escurrido. Seguidamente, vuelva a pasar un paño seco. No utilice cera ni limpiadores para muebles. ÷ No utilice nunca diluyentes, gasolinas, pulverizadores de insecticidas ni otros productos químicos sobre esta unidad o cerca de ella, pues pueden provocar corrosión en la superficie. COMPROBACIÓN DE LOS ACCESORIOS TOEBEHOREN CONTROLEREN ÷ ÷ 6 pluggen van het kort circuit-type Deze worden in de PHONO 1, PHONO 2 en PHONO 3 contactbussen op de achterkant gestoken. Gebruiksaanwijzing 76 <DRB1317> Du/Sp Min. 3cm. ÷ ÷ 6 Clavijas de patilla de cortocircuito Están insertadas en los conectores PHONO 1, PHONO 2 y PHONO 3 de la parte posterior. Manual de instrucciones EIGENSCHAPPEN CARACTERÍSTICAS BPM-sampler Muestreador de BPM Herkent de BPM-waarde van de muziek en neemt het aantal ingestelde maten op. Hierdoor kan er continu met dezelfde BPM-waarde worden afgespeeld. Reconoce BPM de música y registra el número definido de batidos, facilitando la reproducción en bucle concordante con el valor de BPM de la música que se está reproduciendo. BPM-teller Contador de BPM De automatische BPM-teller maakt het tempo van de muziek zichtbaar. El contador automático de BPM suministrado permite la visualización del tempo de la música. Piekniveaumeter Medidor de nivel de picos De meegeleverde piekniveaumeter is voorzien van 15-bitcontrolelampjes voor ieder kanaal. El medidor de nivel de picos proporcionado está equipado con indicadores de tipo LED de 15 bits para todos los canales. Faderstart/stop Inicio/interruptor de fundido De cd-speler kan worden gestart en gestopt door eenvoudig het niveau van de kruisfader of de kanaalfader te verhogen of te verlagen. (Deze functie kan alleen worden gebruikt wanneer Pioneer cd-spelers uit de serie CDJ-100S, CDJ-700S of CDJ-500 II werden aangesloten.) De sampler kan ook via de kruisfader worden gestart. El reproductor de CD puede iniciarse o detenerse simplemente aumentando o disminuyendo el nivel del fundido transversal o fundido de canales. (Esta función sólo puede realizarse si se tiene conectado el reproductor de CD de Pioneer de las series CDJ-100S, CDJ-700S o CDJ-500 II.) El muestreador también puede iniciarse con el fundido transversal. 3-bandequalizer en stopzetfunctie Zowel interne als externe effecten kunnen op alle kanalen, op de microfoon en op het eindgeluid worden toegepast. Allerlei effecten zijn mogelijk, zoals vertraging, echo, auto pan, auto trans, filter, flanger, nagalm en toonhoogtewijziging. Verbeterde ingangen/uitgangen Naast de 10 ingangen – 2 CD, 3 LINE, 3 PHONO (alleen voor MM) – en 2 microfoonsystemen, zijn er onafhankelijke uitgangen voorzien voor 2 systemen, waaronder de prospecification XLR uitgang, de cabinemonitoruitgang en de uitgang voor opnamen. Verder zijn er SEND/ RETURNcontactbussen voor externe effectors. Este ecualizador de tres bandas corresponde a los canales HI, MID y LOW (alto, medio y bajo). El nivel de fundido puede servir también como función de debilitación, que puede reducir el nivel hasta –26 dB. Variedad de efectos Es posible aplicar efectos externos e internos a todos los canales, al micrófono y al máster. La mezcladora ofrece una variedad de efectos, como el retardo, el eco, la panorámica automática, la transferencia automática, el filtro, el flanger, la reverberación y el cambiador de afinación. Conectores de entrada y salida mejorados Además de las 10 entradas para los 2 sistemas de CD, 3 de LINE, 3 de PHONE (sólo para MM) y 2 de micrófono, hay salidas independientes para 2 sistemas de especificación profesional de XLR, salida de monitor de cabina y salida de grabación. Asimismo, se ofrecen terminales SEND/RETURN para los generadores de efectos externos. Nederlands Veelsoortige effecten Ecualizador y debilitador de 3 bandas Español Deze 3-bandequalizer stemt overeen met de kanalen HI, MID en LOW. Het dempingniveau fungeert ook als stopzetfunctie en kan het niveau naar –26dB. terugbrengen. 77 <DRB1317> Du/Sp AANSLUITINGEN CONEXIONES Voordat u toestellen aansluit of de aansluiting wijzigt, moet u eerst de stroom uitschakelen en het snoer uit het stopcontact trekken. Al conectar o cambiar las conexiones de las unidades, apague la alimentación y desconecte el cable de la toma de corriente de la unidad. 1. Aansluiting van toestellen op de ingang 1. Conexión del equipo de entrada CDJ-100S/ CDJ-700S/ CDJ-500 II CD 2 CD 1 CDJ-100S/ CDJ-700S/ CDJ-500 II DAT enz. DAT, etc. Stuurkabel *2 (Kan worden aangesloten op de CDJ-100S, CDJ-700S en CDJ-500 II) DAT enz. Cable de control *2 (Puede conectarse a los equipos CDJ-100S, CDJ-700S y CDJ-500 II) DAT, etc. *1 R MASTER BOOTH OUT 1 MONITOR L R L R CH - 4 PHONO 3 LINE L CH - 3 PHONO 2 LINE L L R R R SIGNAL GND MASTER OUT2 L CH - 2 PHONO 1 CD 2 /LINE L MASTER LEVEL ATT. R R R L LINE CH - 1 CD 1 /LINE L R CH - 2 PLAYER CONTROL CH - 1 2 COLD 3 HOT R LL R 1 GND RREC OUTL L R RSEND L L (MONO) R RRETURNL L (MONO) CH - 4 SUBMIC DJM-600 Aansluiten op het stopcontact. Conectar a una toma de corriente eléctrica Platenspeler 3 *3 Platenspeler 2 *3 Platenspeler 1 *3 Cassettedeck enz. *3 *3 Reproductor 1 *3 Platina de casetes, etc. Reproductor 3 Reproductor 2 (PHONO 3 is onbruikbaar wanneer een hulpmicrofoon is aangesloten.) 78 <DRB1317> Du/Sp (PHONO 3 no puede usarse si se conecta un submicrófono.) AANSLUITINGEN CONEXIONES Als u een analoge speler aansluit, moet u de zes pluggen uit de PHONO-contactbussen (PHONO 1, PHONO 2 en PHONO 3) van CH-2, CH-3 en CH-4 trekken. Door deze pluggen van het korte circuit-type wordt de ruis onderdrukt en krijgt men een betere geluidskwaliteit wanneer er geen analoge speler is aangesloten. Berg deze pluggen zorgvuldig op nadat u ze hebt uitgetrokken. Steek de pluggen opnieuw in dezelfde contactbussen wanneer u de analoge speler afkoppelt. Al conectar un reproductor analógico, saque las seis clavijas de cortocircuito que están insertadas en los terminales PHONO (PHONO 1, PHONO 2 y PHONO 3) de CH-2, CH-3 y CH-4. Estas clavijas de cortocircuito sirven para reducir el ruido fino, y aseguran un rendimiento excelente cuando no se conecta ningún reproductor analógico. Guarde cuidadosamente las clavijas después de retirarlas. Cuando desconecte el reproductor analógico, vuelva a insertar las clavijas en sus posiciones originales. *1 Sluit de kabel aan die met de aarde van de analoge speler overeenstemt. Deze contactbus is alleen voor een analoge speler bestemd en is geen veiligheidsaarde. *2 Als u dit toestel met de apart verkochte en op de CDcontactbussen CH-1 of CH-2 aangesloten CDJ-100S, CDJ700S of CDJ-500 II gebruikt, kunt u de faderstartfunctie gebruiken, op voorwaarde dat dit toestel en de cd-speler door een stuurkabel zijn verbonden. *3 Omdat de PHONO-ingangen van dit toestel uitsluitend voor MM zijn bestemd, moet u in de aangesloten analoge speler cassettes van het MM-type gebruiken. *1 Conecte el cable de toma de tierra del reproductor analógico. Este conector sirve exclusivamente para un reproductor analógico y no es una toma de seguridad de masa. *2 Si va a utilizar la unidad con los dispositivos suministrados por separado CDJ-100S, CDJ-700S o CDJ-500 II, la función de inicio del fundido puede utilizarse cuando la unidad y el reproductor de CD están conectados a través de un cable de control. *3 Dado que los conectores de entrada PHONE de la unidad son válidos sólo para MM, utilice cartuchos de tipo MM para el reproductor de MM que tenga conectado. Conexión de cables de sonido Aansluiting van de audiokabels Utilice los cables que tienen las clavijas roja y blanca. Conecte la clavija blanca a “L” y la roja a “R”. Compruebe que quedan correctamente enchufadas. Gebruik de kabels met de rode en witte pluggen. Sluit de witte plug aan op “L” en de rode plug op “R”. Steek ze er geheel in. Witte plug Clavija blanca L L Rode plug Clavija roja R 2. Aansluiting op uitgangen, microfoons, enz. Nederlands R 2. Conexión de salidas, micrófonos, etc. PROFESSIONAL CH-1 MIC DJ MIXER CH-2 CH-3 DJM-600 DJM-600 CH-4 MASTER POWER CD1/LINE MIC LEVEL Hoofdmicrofoon - ∞ LINE TRIM PHONO 1 LINE TRIM PHONO 2 LINE TRIM dB dB dB 14 14 14 14 10 10 10 10 0dB - 7 ∞ 4 Micrófono principal +9dB ∞ +9dB 4 - 7 HI ∞ +9dB 4 MASTER LEVEL 14 10 ∞ +9dB 4 2 2 2 1 1 1 1 +12dB 0 +12dB 0 -26dB +12dB 0 -26dB -1 MID +12dB 0 -26dB -1 MID -2 3 4 BPM 0 -26dB -1 MID -2 2 AUTO BPM COUNTER 4 2 -2 1 7 HI 1 -1 BEAT BEAT EFFECTS SAMPLER dB - 7 HI STEREO 2 +12dB MID - 7 HI MONO TRIM dB HI -12dB CD2/LINE SUB MIC /PHONO 3 70-139 BPM 91-180 BPM 1 3 -1 MID -2 -2 MASTER -3 EQ -5 4 MIC PARAMETER1 % BPM mSec -10 -15 -15 -24 1/2 3/4 1 2 1/1 2/1 4/1 4 8 16 -24 +12dB +12dB -26dB 2 -7 LOW -10 -24 +12dB -26dB -5 +12dB -7 -26dB LOW -15 -24 +12dB -26dB -3 EQ -5 +12dB -7 -26dB -10 -15 -24 +12dB -3 EQ -5 LOW -10 -15 -12dB -3 +12dB -7 -26dB LOW -10 EQ -5 +12dB -7 -26dB +12dB LOW Español -3 EQ -12dB L -26dB R BEAT HEADPHONES CUE CH-1 TALK OVER CH-2 CH-3 MASTER CH-4 EFFECTS/SAMPLER AUTO BPM COUNTER SELECTOR HEADPHONES MONO SPLIT STEREO MIXING CUE 10 10 10 10 10 10 9 9 9 9 9 9 8 8 8 8 8 8 7 7 7 7 7 7 6 6 6 6 6 6 5 5 5 5 5 5 4 4 4 4 4 4 3 3 3 3 3 3 2 2 2 2 2 2 1 1 1 1 1 1 0 0 0 0 0 0 REVERB FRANGER PITCH FILTER SND/RTN EDIT TRANS PAN SINGLE LOOP STRETCH REC ECHO DELAY AUTO BPM BEAT SAMPLER 4 3 MIC CF. A 2 CF. B 1 MASTER CH. SELECT MASTER LEVEL CH-2 CH-1 SAMPLER PARAMETER 1 Koptelefoon 2 1 - ∞ 0dB THRU OFF 3 ON 4 OFF ON OFF ON 2 1 FADER START SAMPLER THRU TIME MASTER BALANCE 3 4 SAMPLER PARAMETER 2 LEVEL/ DEPTH CROSS FADER CURVE Auriculares PHONES 1 CROSS FADER ASSIGN A A 2 3 CROSS FADER ASSIGN B L R MIN MAX BOOTH MONITOR B - ∞ 0dB ON/OFF TAP 79 <DRB1317> Du/Sp AANSLUITINGEN CONEXIONES Eindversterker (Compatibel met RCA-ingang) Eindversterker (Voor cabinemonitor) Amplificador de potencia (admite entrada RCA) Amplificador de potencia (para monitor de cabina) R L L Submicrófono (PHONO 3 del CH-4 no puede usarse si se conecta un submicrófono.) R CH - 4 PHONO 3 LINE MASTER BOOTH OUT 1 MONITOR L R CH - 3 PHONO 2 LINE CH - 2 PHONO 1 CD 2 /LINE L L L R R R SIGNAL GND MASTER LEVEL ATT. R L 1 GND L CH - 1 CD 1 /LINE L R CH - 2 L R REC OUT R *4 LINE PLAYER CONTROL CH - 1 2 COLD 3 HOT MASTER OUT2 R De polariteit van de XLR-contactbus wordt in onderstaande figuur aangegeven. Hulpmicrofoon (De PHONO 3 van CH-4 is onbruikbaar wanneer een hulpmicrofoon is aangesloten.) SEND L R (MONO) RETURN (MONO) CH - 4 SUBMIC DJM-600 L *5 *6 La polaridad del conector XLR se muestra en el diagrama siguiente. KOUD (–) 2 3 1 FRÍO (–) WARM (+) AARDE 2 3 1 CALIENTE (+) TIERRA Eindversterker (Compatibel met XLR-ingang) Cassettedeck enz. Externe effector Amplificador de potencia (Admite entrada XLR) Platina de casetes, etc. Generador de efectos externo *4 MASTER LEVEL ATT. (Dempknop voor hoofduitgangsniveau) Met deze knop kan het uitgangsniveau worden verlaagd om de aangesloten versterkers en luidsprekers tegen een te hoge ingang te beveiligen. (Demping: –∞ tot 0 dB) *5 Sluit deze aan als u een ander apparaat wenst te gebruiken om de geluidskwaliteit te regelen. SEND (uitgang): Sluit deze aan op de ingang van de externe effector. Als u een effector met mono-ingang gebruikt, moet deze op de uitgang van kanaal L worden aangesloten. De effector ontvangt gemengd geluid van L en R. RETURN (ingang): Sluit deze aan op de uitgang van de externe effector. Als u een effector met mono-ingang gebruikt, moet deze op de uitgang van kanaal L worden aangesloten. De signalen van de effector worden naar beide kanalen L en R gestuurd. *6 REC OUT Stuurt het audiosignaal uit naar dezelfde uitgangsbron als de hoofduitgang, zonder te worden beïnvloed door het volume, de balans of de MONO-schakelaars van de hoofduitgang. 80 <DRB1317> Du/Sp *4 MASTER LEVEL ATT. (Mando de atenuación de nivel de salida principal) Este mando se utiliza para reducir el nivel de salida y proteger de una entrada excesiva los amplificadores y altavoces conectados. (Atenuación: –∞ a 0dB). *5 Conecte si desea utilizar otro dispositivo para ajustar la calidad del sonido. SEND (salida): Enchufar al conector de entrada del generador de efectos externo. Si utiliza un generador de efectos de entrada monofónico, conéctelo a la salida del canal L. El generador de efectos recibirá un sonido mezclado LR. RETURN (entrada): Enchufar al conector de salida del generador de efectos externo. Si utiliza un generador de efectos de salida monofónico, conéctelo a la salida del canal L. Las señales del generador de efectos entrarán en los canales L y R. *6 REC OUT (salida de grabación) Sale el sonido de la misma fuente de salida que la salida principal, sin estar influenciado por el volumen principal, balance principal e interruptor de MONO. NAMEN EN FUNCTIES VAN ONDERDELEN NOMBRES DE PIEZAS Y FUNCIONES Bedieningspaneel Panel de control 1 2 3 PROFESSIONAL CH-1 MIC DJ MIXER CH-2 CH-3 DJM-600 CH-4 MASTER 4 POWER CD1/LINE MIC LEVEL - ∞ LINE CD2/LINE TRIM LINE TRIM PHONO 2 SUB MIC /PHONO 3 LINE TRIM STEREO MONO TRIM MASTER LEVEL dB dB dB dB dB 14 14 14 14 14 10 10 10 10 10 0dB - 7 HI ∞ +9dB ∞ +9dB +12dB -1 -1 MID BEAT BEAT EFFECTS SAMPLER 1 4 2 BPM 1 0 -26dB -1 MID 3 AUTO BPM COUNTER 4 +12dB 0 70-139 BPM 91-180 BPM 1 3 -1 MID -2 -2 -2 2 7 1 -1 MID +9dB HI 2 -26dB -2 ∞ 4 +12dB 0 -26dB - 7 1 +12dB 0 -2 +9dB HI 2 1 -26dB ∞ 4 2 +12dB 0 - 7 HI 4 1 MID - 7 HI 4 2 -12dB PHONO 1 MASTER -3 EQ -5 -12dB -3 EQ -5 +12dB -7 -26dB +12dB LOW -12dB -26dB +12dB +12dB -26dB 5 % BPM mSec 1/2 3/4 1/1 2/1 4/1 1 2 4 8 16 % -24 +12dB -26dB MIC -15 -24 +12dB 4 PARAMETER1 -10 -15 -24 +12dB 2 -7 LOW -10 -15 -24 -24 -5 +12dB -7 -26dB LOW -10 -15 -3 EQ -5 +12dB -7 -26dB LOW -10 -15 -3 EQ -5 +12dB -7 -26dB LOW -10 -3 EQ $ L -26dB R BEAT HEADPHONES CUE 6 CH-1 TALK OVER CH-2 CH-3 MASTER CH-4 EFFECTS/SAMPLER 7 AUTO BPM COUNTER SELECTOR HEADPHONES MONO SPLIT STEREO MIXING CUE 8 10 10 10 10 10 10 9 9 9 9 9 9 8 8 8 8 8 8 7 7 7 7 7 7 6 6 6 6 6 6 5 5 5 5 5 5 4 4 4 4 4 4 3 3 3 3 3 3 2 2 2 2 2 2 1 1 1 1 1 1 0 0 0 0 0 0 REVERB FRANGER PITCH FILTER SND/RTN EDIT TRANS SINGLE PAN LOOP ECHO STRETCH DELAY REC AUTO BPM 0 ^ BEAT SAMPLER 4 3 MIC CF. A 2 CF. B 1 MASTER CH. SELECT MASTER & LEVEL CH-1 CH-2 SAMPLER PARAMETER 1 ∞ 0dB THRU ON 4 OFF ON OFF ON 2 1 FADER START SAMPLER THRU TIME MASTER BALANCE 3 4 SAMPLER 1 CROSS FADER ASSIGN A PHONES 2 A 3 CROSS FADER ASSIGN B L 1 Ingang voor hoofdmicrofoon en microfoonstuurknop Ingang voor hoofdmicrofoon: Voor aansluiting van microfoon via contactbus van het kanon-type. MIC LEVEL (niveau microfoon): Om het volume van de hoofdmicrofoon te regelen. (Demping: –∞ tot 0 dB) HI: Om de hoge tonen van het microfoongeluid te regelen. In het midden is het geluid afgevlakt. Naar rechts draaien om het geluid hoger te zetten (tot +12 dB bij 10 kHz). Naar links draaien om het geluid lager te zetten (tot –12 dB bij 10 kHz). MID: Om de middentonen van het microfoongeluid te regelen. In het midden is het geluid afgevlakt. Naar rechts draaien om het geluid hoger te zetten (tot +12 dB bij 1 kHz). Naar links draaien om het geluid lager te zetten (tot –12 dB bij 1 kHz). LOW: Om de lage tonen van het microfoongeluid te regelen. In het midden is het geluid afgevlakt. Naar rechts draaien om het geluid hoger te zetten (tot +12 dB bij 100 Hz). Naar links draaien om het geluid lager te zetten (tot –12 dB bij 100 Hz). MIN MAX ( B ! R BOOTH MONITOR - 9- ~ * PARAMETER 2 LEVEL/ DEPTH CROSS FADER CURVE ∞ 0dB ON/OFF TAP = - @ # 1 Conector de entrada de micrófono principal y mando de control de micrófono principal Conector de entrada de micrófono principal: Para conectar un micrófono que tenga una clavija de tipo cañón. MIC LEVEL (nivel de micrófono): Ajusta el nivel del micrófono principal. (Atenuación de: –∞ hasta 0 dB) HI: Ajusta el sonido del micrófono de tonos altos. En la posición central, el sonido es liso. Girar a la derecha para aumentar el sonido (hasta +12 dB a 10kHz). Girar a la izquierda para reducir el sonido (hasta –12 dB a 10kHz). MID: Ajusta el sonido del micrófono de tonos medios. En la posición central, el sonido es liso. Girar a la derecha para aumentar el sonido (hasta +12 dB a 1kHz). Girar a la izquierda para reducir el sonido (hasta –12 dB a 1kHz). LOW: Ajusta el sonido del micrófono de tonos bajos. En la posición central, el sonido es liso. Girar a la derecha para aumentar el sonido (hasta +12 dB a 100Hz). Girar a la izquierda para reducir el sonido (hasta –12 dB a 100Hz). 81 <DRB1317> Du/Sp Nederlands - OFF 3 Español 2 1 NAMEN EN FUNCTIES VAN ONDERDELEN NOMBRES DE PIEZAS Y FUNCIONES 2 Ingangskeuzeschakelaars, stuurknoppen en piekniveaumeters voor CH-1 tot CH-4 2 Selectores de entrada, mandos de control y medidores de picos para los CH-1 a CH-4 Ingangskeuzeschakelaars: Met deze schakelaars kan het op ieder kanaal aangesloten toestel worden gekozen dat als ingang zal worden gebruikt. CH-1: Om van CD1/LINE op LINE over te schakelen CH-2: Om van CD2/LINE op PHONO 1 over te schakelen CH-3: Om van LINE op PHONO 2 over te schakelen CH-4: Om van LINE op SUB MIC/PHONO 3 over te schakelen TRIM: Om het niveau van het ingangssignaal te regelen. Naar rechts draaien om het niveau te verhogen (tot +9 dB). Naar links draaien om het niveau te verlagen (tot –∞). HI: Om de hoge tonen van het ingangsgeluid te regelen. In het midden is het geluid afgevlakt. Naar rechts draaien om het geluid hoger te zetten (tot +12 dB bij 13 kHz). Naar links draaien om het geluid lager te zetten (tot –26 dB bij 13 kHz). MID: Om de middentonen van het ingangsgeluid te regelen. In het midden is het geluid afgevlakt. Naar rechts draaien om het geluid hoger te zetten (tot +12 dB bij 1 kHz). Naar links draaien om het geluid lager te zetten (tot –26 dB bij 1 kHz). LOW: Om de lage tonen van het ingangsgeluid te regelen. In het midden is het geluid afgevlakt. Naar rechts draaien om het geluid hoger te zetten (tot +12 dB bij 70 Hz). Naar links draaien om het geluid lager te zetten (tot –12 dB bij 70 Hz). Piekniveaumeter: Toont gedurende 2 seconden het piekniveau. Toont het niveau voor het door de kanaalfader wordt gewijzigd. Displaybereik: –24 dB tot +14 dB. 3 MONO/STEREO (Mono/Stereo-keuzeschakelaar voor hoofduitgang) Om MONO of STEREO voor de hoofduitgang te kiezen. 4 POWER (Stroomschakelaar) 5 MASTER LEVEL (Hoofdniveaumeter) Toont gedurende 2 seconden het uitgangsniveau na regeling van het hoofdvolume. Displaybereik: –24 dB tot +14 dB. 6 “OVERSPREEK”-schakelaar Druk op deze schakelaar om alle volumes behalve dat van de hoofdmicrofoon te verminderen tot ca 14 dB. Daarbij zal een rode LED gaan branden. Druk nog eens op de schakelaar om de originele toestand te herstellen. Waarschuwing: Door op deze knop te drukken kan het volume plotseling sterk veranderen. 7 HEADPHONES CUE en AUTO BPM COUNTER SELECTOR HEADPHONES CUE: Om de bron (CH-1 tot CH-4, MASTER of EFFECTS/ SAMPLER) te kiezen waarvan het geluid via de koptelefoon moet worden gecontroleerd. Druk opnieuw om uw keuze ongedaan te maken. Door op meerdere toetsen te drukken, kunt u een gemengd geluid uit de gekozen bronnen samenstellen. AUTO BPM COUNTER SELECTOR: Als AUTO BPM door de effect/sampler-keuzeschakelaar (^) werd ingesteld, wordt de BPM-waarde van het gekozen kanaal (CH-1 tot CH-4) op de BPM-display ($) getoond. Als u 2 of meer kanalen kiest, is de getoonde BPM-waarde niet juist. 82 <DRB1317> Du/Sp Selectores de entrada: Estos conmutadores seleccionan la fuente de entrada que se usará, entre las unidades conectadas a cada canal. CH-1: alterna entre CD1/LINE y LINE CH-2: alterna entre CD2/LINE y PHONO1 CH-3: alterna entre LINE y PHONO 2 CH-4: alterna entre LINE y SUB MIC/PHONO 3 TRIM: Ajusta el nivel de la señal de entrada. Girar a la derecha para aumentar el nivel (hasta +9dB). Girar a la izquierda para reducir el nivel (hasta –∞). HI: Ajusta los sonidos de entrada de tonos altos. En la posición central, el sonido es liso. Girar a la derecha para aumentar el sonido (hasta +12 dB a 13kHz). Girar a la izquierda para reducir el sonido (hasta –26 dB a 13kHz). MID: Ajusta el sonido de entrada de tono medio. En la posición central, el sonido es liso. Girar a la derecha para aumentar el sonido (hasta +12 dB a 1kHz). Girar a la izquierda para reducir el sonido (hasta –26 dB a 1kHz). LOW: Ajusta el sonido de entrada de tono bajo. En la posición central, el sonido es liso. Girar a la derecha para aumentar el sonido (hasta +12 dB a 70Hz). Girar a la izquierda para reducir el sonido (hasta –12 dB a 70Hz). Medidor de nivel de pico Muestra el nivel de picos, mantenido durante 2 segundos. Muestra el nivel antes de ser sometido al fundido de canal. Intervalo de visualización: –24 dB a +14 dB. 3 MONO/STEREO (selector mono/estéreo de salida principal) Utilizado para seleccionar salida principal (máster) MONO o STEREO. 4 POWER (interruptor de alimentación) 5 MASTER LEVEL (medidor de nivel principal) Muestra el nivel de salida posterior al ajuste del volumen principal, mantenido durante 2 segundos. Intervalo de visualización: –24 dB a +14 dB. 6 TALK OVER (Llave de Conferencia) Pulse este interruptor y el nivel de sonido disminuirá alrededor de 14dB para todo lo que no sea el micrófono principal y se encenderá el LED rojo. Para restablecer el estado original, pulse nuevamente el interruptor. Precaución: Al pulsarse este interruptor, se producirán cambios bruscos y notables del volumen. 7 HEADPHONES CUE y AUTO BPM COUNTER SELECTOR HEADPHONES CUE: Se utiliza para seleccionar la fuente (CH-1 a CH-4, MASTER o EFFECTS/SAMPLER) que se controlará con los auriculares. Vuelva a pulsarlo para cancelar la selección. Al pulsar varios botones puede obtenerse sonido mezclado desde las fuentes seleccionadas. AUTO BPM COUNTER SELECTOR: Si se ha seleccionado AUTO BPM con el selector de efecto/muestreador (^), se mostrarán los BPM del canal seleccionado (CH-1 a CH-4) en la pantalla de BPM ($). El valor de BPM no se mostrará correctamente si se han seleccionado 2 o más canales. NAMEN EN FUNCTIES VAN ONDERDELEN NOMBRES DE PIEZAS Y FUNCIONES 8 Koptelefoonaansluiting en Bedieningspaneel voor de koptelefoonuitgang 8 Conector para auriculares y panel de control de salida de auriculares MIXING (mengregelknop): Om het monitorgeluid van de koptelefoon te regelen. Draai geheel naar rechts voor het hoofdgeluid. (Dit geldt alleen als het hoofdgeluid met HEADPHONES CUE werd gekozen.) Draai geheel naar links voor het geluid van het met HEADPHONES CUE gekozen kanaal (geen hoofdgeluid). In het midden zijn de niveaus van het hoofdgeluid en het met HEADPHONES CUE gekozen geluid gelijk. LEVEL (niveauregelknop): Om het monitorgeluid van de koptelefoon te regelen. Wanneer CH-1 tot CH-4 werd gekozen, wordt het niveau niet door het hoofdvolume (0) of de hoofdbalans (@) beïnvloed. PHONES (koptelefoonaansluiting) 9 Kanaalvolume Om het volume van de kanalen CH-1 tot CH-4 te regelen. 0 Hoofdvolume Om het hoofdgeluidsniveau te regelen. Het volume van de signalen uit de met de ASSIGN-schakelaar gekozen kanalen () wordt met de kanaalfader (9) en de kruisfader (!) geregeld, terwijl het volume van de signalen uit de andere kanalen met de kanaalfader wordt ingesteld. - CROSS FADER ASSIGN A, CROSS FADER ASSIGN B Om de aan A en B toegewezen signalen te kiezen, wanneer de kruisfader voor 2 bronnen (A en B) wordt gebruikt. THRU: Stel hierop in wanneer u de kruisfader niet gebruikt. 1 tot 4: Om de aan A en B toe te wijzen kanalen (CH-1 tot CH-4) te kiezen. Kanalen die niet aan A of B werden toegewezen, worden weergegeven zonder langs de kruisfader te worden gestuurd. SAMPLER: Stel hierop in wanneer u de kruisfader gebruikt om geluid te produceren dat met de effectfunctie van dit toestel werd gesampled, op voorwaarde dat de effect/sampler-keuzeschakelaar (^) op SINGLE (en niet op STRETCH of LOOP) is ingesteld. = FADER START (Faderstart-aan-uit-schakelaar) CH-1 en CH-2: Als dit toestel op een CDJ-100S, CDJ-700S of gelijkaardige cd-speler werd aangesloten, moet u deze aan-uit-schakelaar gebruiken om het automatisch afspelen van de cd-speler via de kanaalfader of kruisfader te starten. SAMPLER: Gebruik deze aan-uit-schakelaar om de in dit toestel ingebouwde sampler via de kruisfader te starten. ~ CROSS FADER CURVE (Keuzeschakelaar voor de kruisfaderkromme) Om een van de 3 kruisfaderstartkrommen te kiezen. ! Kruisfadervolume Om het volume van het gemengd geluid te regelen dat van de met de ASSIGN-schakelaar (-) op A of B ingestelde bronnen afkomstig is. @ MASTER BALANCE-knop Om de links-rechts-balans van het hoofdvolume te regelen. # BOOTH MONITOR-niveauregelaar Om het niveau van de BOOTH MONITOR-uitgang op het achterpaneel te regelen. Dit niveau wordt door het hoofdvolume (0) en de hoofdbalans (@) niet beïnvloed. Se utiliza para seleccionar si debe dividirse el sonido del monitor a la derecha y a la izquierda de los auriculares o mantenerse el formato estereofónico. MONO SPLIT cambiará la salida de los auriculares a monofónico. El canal izquierdo será para el sonido procedente del canal seleccionado en HEADPHONES CUE, y el derecho para la salida de sonido del principal. (Esto sólo es válido si se ha seleccionado el principal en HEADPHONES CUE.) MIXING (mando de ajuste de la mezcla): Ajusta el sonido del monitor de los auriculares. Gire en todo su recorrido a la derecha para obtener el sonido de salida principal. (Esto sólo es válido si se ha seleccionado el principal en HEADPHONES CUE.) Gire en todo su recorrido a la izquierda para obtener el sonido del canal (distinto del principal) seleccionado en HEADPHONES CUE. En la posición central, los niveles de la salida principal y del sonido seleccionado con HEADPHONES CUE serán equivalentes. LEVEL (mando de ajuste del nivel): Ajusta el sonido del monitor de los auriculares. Cuando se ha seleccionado CH-1 a CH-4, el nivel no se ve afectado por el volumen principal (0) ni por el balance principal (@). PHONES (conector de auricular) 9 Volumen de fundido de canal Ajusta el volumen de los canales CH-1 a CH-14. 0 Volumen de fundido principal Ajusta el nivel de sonido de salida principal. Las señales de los canales seleccionados con el conmutador (-) se emitirán utilizando el volumen de fundido de canal (9) y el volumen de fundido transversal (!), mientras que las señales de otros canales se emitirán utilizando el volumen de fundido de canal. - CROSS FADER ASSIGN A, CROSS FADER ASSIGN B Selecciona las señales asignadas a A y a B cuando se utiliza el fundido transversal con 2 fuentes (A y B). THRU: Seleccionar cuando no se usa el fundido transversal. 1 a 4: Seleccionar qué canales (CH-1 a CH-4) se asignarán a A y a B. Los canales no asignados a A o B se emiten sin pasar por el fundido transversal. SAMPLER: seleccionar al usar el fundido transversal para el sonido de salida muestreado con la función de efectos de esta unidad, si se ha seleccionado SINGLE (no STRETCH ni LOOP) con el selector de efecto/muestreador (^). = FADER START (interruptor ON/OFF de inicio con fundido) CH-1 y CH-2: Cuando la unidad se ha conectado mediante un cable de control a un reproductor CDJ-100S, CDJ-700S o similar, éste es el interruptor ON/OFF para que la función inicie automáticamente la reproducción del CD mediante el fundido de canales o el transversal. Nederlands Om te kiezen of het monitorgeluid naar de linker- en rechterkant van de koptelefoon wordt opsplitst of het in stereo blijft. MONO SPLIT regelt de koptelefoonuitgang op mono. Het geluid van het met HEADPHONES CUE gekozen kanaal wordt via het linkerkanaal uitgezonden, terwijl het recherkanaal voor het hoofdgeluid wordt gebruikt. (Dit geldt alleen als het hoofdgeluid met HEADPHONES CUE werd gekozen.) MONO SPLIT/STEREO (selector entre mono dividido y estéreo): SAMPLER: Interruptor ON/OFF para la función que inicia el muestreador integrado en la unidad utilizando el fundido transversal. ~ CROSS FADER CURVE (Selector de curva de fundido transversal) Utilizado para seleccionar una de las 3 curvas de inicio con fundido transversal. ! Volumen de fundido transversal Utilizado para ajustar el volumen de la mezcla de sonido de las fuentes definidas en A o en B con el conmutador ASSIGN (-). @ Mando MASTER BALANCE Utilizado para ajustar el equilibrio derecha-izquierda de la salida principal. # Mando de nivel BOOTH MONITOR Utilizado para ajustar el nivel del conector de salida BOOTH MONITOR del panel posterior. Este nivel no se ve afectado por el volumen principal (0) ni por el equilibrio principal (@). 83 <DRB1317> Du/Sp Español MONO SPLIT/STEREO (mono/stereo-keuzeschakelaar): NAMEN EN FUNCTIES VAN ONDERDELEN NOMBRES DE PIEZAS Y FUNCIONES $ BPM-Display (zie pagina 90) $ Pantalla de BPM (véase la página 90) Als AUTO BPM met behulp van de effect/samplerkeuzeschakelaar (^) werd gekozen, wordt de BPM-waarde voor het met AUTO BPM COUNTER SELECTOR (7) ingestelde kanaal (CH-1 tot CH-4) getoond. 1 tot 4: Toont het kanaal dat de BPM-waarde meet. AUTO BPM COUNTER: Toont de BPM-waarden. Knippert tijdens de meting van de BPM-waarde, of wanneer deze niet kan worden gemeten. Display voor het BPM-meetgebied/ BPM-meetgebiedkeuzeschakelaars: ÷ Om uit hetvolgende te kiezen: 70 tot 139, 91 tot 180, 70 tot 180 en handbediening. Als beide lampjes oplichten, geldt de 70 tot 180 instelling. Als geen enkel lampje oplicht, geldt de handbedieningsmodus. Stel de BPM-band op dusdanige wijze in dat hij met de muziek waarvoor de BPM-waarde wordt gemeten overeenstemt. ÷ Voor meer details over de handbedieningsmodus, zie “BPMwaarde meten” op pagina’s 90 tot 92. Als de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar werd gebruikt om iets anders dan AUTO BPM in te stellen, wordt de BPM-waarde van de met de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar (&) gekozen bron getoond. % Effectparameter- en BPM-display (zie pagina 95) 1 tot 4, MIC en MASTER: Toont de met de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar (&) ingestelde bron. Als CF.A or CF.B met behulp van de effect/samplerkanaalkeuzeschakelaar werd ingesteld, lichten de met de ASSIGN-schakelaars (-) gekozen kanalen (1 tot 4) op. PARAMETER (Parameter/BPM-teller): De display verschilt naargelang de instelling van de effect/ sampler-keuzeschakelaar (^). ÷ Als AUTO BPM werd gekozen, wordt de BPM-waarde voor de met de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar ingestelde bron getoond. De display knippert tijdens de meting van de BPM-waarde of wanneer die niet kan worden gemeten. ÷ Als SEND/RETURN werd gekozen, verschijnt er niets op de display. ÷ Werd er iets anders dan AUTO BPM of SEND/RETURN werd gekozen, dan wordt de door PARAMETER 1 (*) ingestelde effectwaarde getoond. BEAT (Synchrone display van het effect/Ritmedisplay): De display verschilt naargelang de instelling van de effect/ sampler-keuzeschakelaar (^). ÷ Als er is ingesteld op DELAY, ECHO, PAN of TRANS, wordt parameter 1 voor de bron BPM weergegeven als een beat. Als de beat 1/2 of 4/1 is, licht deze op. Als u de (2) effect beatkeuzeschakelaar indrukt, worden de beats tussen 1/2 en 1/4 gewijzigd, waarmee het display volkomen wordt gewist. Als u de (3) effect beat-kezuzeschakelaar indrukt, worden de beats tussen 4/1 en 8/1 gewijzigd, waarmee het display ook volkomen wordt gewist. Als er een ongelijkheid is tussen het aantal beats, wordt het dichtstbijzijnde nummer knipperend in het display weergegeven. ÷ Als er is ingesteld op FILTER, FLANGER of SAMPLER, wordt parameter 1 voor de bron BPM weergegeven als een beat. Het display licht op als de beat overeenkomt met 1 tot 16 beats. Als u de (2) effect beat-keuzeschakelaar indrukt als er minder dan 1 beat is, wordt de beat gewijzigd in een 1/2, waarmee het display volkomen wordt gewist. Als u de (3) effect beat-kezuzeschakelaar indrukt, als er meer dan 16 beats zijn wordt het aantal beats gewijzigd in 32, waarmee het display ook volkomen wordt gewist. Als er een ongelijkheid is tussen het aantal beats, wordt het dichtstbijzijnde nummer knipperend in het display weergegeven. ÷ Als er is ingesteld op PITCH, wordt de hoeveelheid pitchbijstelling weergegeven. ÷ Als er is ingesteld op REVERB, wordt de hoeveelheid resonantie weergegeven. ÷ Als er is ingesteld op AUTO BPM of SEND/RETURN, wordt er niets weergegeven. 84 <DRB1317> Du/Sp Si se ha seleccionado AUTO BPM mediante el selector de efecto/muestreador (^), esta pantalla muestra los BPM del canal (CH-1 a CH-4) seleccionado en AUTO BPM COUNTER SELECTOR (7). 1 a 4: Refleja el canal cuyos BPM se están midiendo. AUTO BPM COUNTER: Muestra los valores de BPM. Si no se pueden determinar los BPM, parpadea durante la medición. Conmutadores de selección y visualización de intervalos de medida de BPM: ÷ Se utilizan para seleccionar entre los siguientes intervalos: 70 a 139, 91 a 180, 70 a 180 y modo manual. Cuando están encendidos los dos LED, se aplica el ajuste 70 a 180. Si no se enciende ninguno de los LED, se está aplicando el modo manual. Ajuste la banda de BPM de forma que concuerde con la música para la que van a medirse los BPM. ÷ Para obtener más información sobre el modo manual, véase “Medición de BPM” en la páginas 90 a 92. Si se ha utilizado el selector de canales de efecto/muestreador para elegir un valor distinto de AUTO BPM, se mostrarán los BPM de la fuente seleccionada con el selector de canal de efecto/muestreador (&). % Pantalla de parámetros de efectos y BPM (véase la página 95) 1 a 4, MIC y MASTER: Muestra la fuente seleccionada con el selector de canales de efecto/muestreador (&). Si se ha seleccionado CF. A o CF. B en dicho conmutador, se encenderán los canales (1 a 4) seleccionados con los conmutadores ASSIGN (-). PARAMETER (contador de BPM/parámetro): La pantalla será diferente en función del ajuste del selector de efecto/muestreador (^). ÷ Si se ha seleccionado AUTO BPM, se mostrarán los BPM de la fuente seleccionada con el selector de canales de efecto/ muestreador. La pantalla parpadeará mientras se miden los BPM o si no es posible medirlos. ÷ Si se selecciona SEND/RETURN, no se mostrará ningún valor. ÷ Si se ha seleccionado un ajuste distinto de AUTO BPM o SEND/RETURN, se mostrará el valor del efecto definido con el parámetro de efecto 1 (*). BEAT (pantalla de sincronización de efecto/pantalla de batidos): Esta pantalla diferirá en función del ajuste del selector de efecto/muestreador (^). ÷ Si se ha seleccionado DELAY, ECHO, PAN o TRANS, se indicará el valor del parámetro 1 del generador de efectos para los BPM de la fuente. La pantalla se enciende cuando el batido es de 1/2 o 4/1. Al pulsar la llave selectora del batido de efecto (2) cuando esté a menos de 1/2, el batido baja a 1/ 4 y se apaga totalmente la indicación de la pantalla. Al pulsar la llave selectora del batido de efecto (3) cuando esté a más de 4/1, los batidos se elevarán a 8/1 y se apaga totalmente la indicación de la pantalla. ÷ Si se ha seleccionado FILTER, FLANGER o SAMPLER, se indicará el valor del parámetro 1 del generador de efectos para los BPM de la fuente. La pantalla se enciende al coincidir con 1 a 16 batidos. Al pulsar la llave selectora del batido de efecto (2) cuando esté a menos de 1 batido, cambiará el batido a 1/2 y se apaga totalmente la indicación de la pantalla. Al pulsar la llave selectora de batido de efecto (3) cuando esté a más de 16 batidos, cambiará el número de batidos a 32 y se apaga totalmente la indicación de la pantalla. Cuando haya disparidad de la cantidad de batidos, se indicará el número más cercano en forma intermitente. ÷ Si se ha seleccionado PITCH, se indicará el alcance del ajuste de tono. ÷ Si se ha seleccionado REVERB, se indicará el grado de reverberación. ÷ No habrá indicación cuando se ha seleccionado AUTO BPM o SEND/RETURN . ^ Effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar Om allerlei effecten te kiezen (zie pagina 90). & CH. SELECT (Effect/Samplerkanaalkeuzeschakelaar) Om de van een effect te voorziene bron te kiezen. * PARAMETER 1, 2 (Effect/Sampler-parameter 1 en 2 knoppen) Om de parameterwaarden van de ingebouwde effector en sampler in te stellen (zie pagina 94). ( ON/OFF, TAP (Effect/Sampler-aan-uit-schakelaar en aftapschakelaar) Het effect verschilt naargelang de instelling van de effect/ sampler-keuzeschakelaar (^). ÷ Werkt zoals de effect-aan-uit-schakelaar als DELAY, ECHO, PAN, TRANS, FILTER, FLANGER, REVERB, PITCH of SEND/RETURN werd gekozen. (OFF: Oranje licht. ON: Oranje knipperlicht.) ÷ Als AUTO BPM werd gekozen, werkt deze schakelaar zoals een aftapschakelaar die in handbedieningsmodus ook als matenteller kan dienen. (De keuze wordt door een oranje licht aangegeven.) Als u de aftapschakelaar gebruikt om de BPM-waarde te meten, gaan beide lampjes die het BPM-meetgebied aangeven uit en het toestel gaat over op handbedieningsmodus (zie pagina 92). ÷ Werkt zoals de aan-uit-schakelaar voor sampleropname, als SAMPLER REC werd gekozen (zie pagina 99). (REC OFF: Rood licht. REC ON: Rood knipperlicht.) ÷ Werkt zoals de aan-uit-schakelaar voor samplerweergave, als SAMPLER PLAY werd gekozen (zie pagina 101). (PLAY OFF: Groen licht. PLAY ON: Groen knipperlicht.) Selector de batido de efecto: El valor de efecto/muestreador parámetro 1 (*) cambiará, manteniendo los BPM de la fuente seleccionada con el selector de canales de efecto/muestreador (&). El valor definido cambiará con el ajuste del selector de efecto/muestreador (^). ÷ Si se ha seleccionado DELAY, ECHO, PAN o TRANS, el valor del parámetro 1 del generador de efectos para los BPM de la fuente se ajustará por unidad de batidos (1/4 a 8/1). ÷ Si se ha seleccionado FILTER, FLANGER o SAMPLER, el valor del parámetro 1 del generador de efectos para los BPM de la fuente se ajustará por unidad de batidos (1/2 a 32). ÷ Si se ha seleccionado DELAY o ECHO, no puede ajustarse el número de batidos del valor del parámetro 1 que exceda de 3500ms. ÷ Si se ha seleccionado SAMPLER, no puede ajustarse el número de batidos del valor del parámetro 1 que exceda de 8000ms. ÷ Si se ha seleccionado PITCH, será posible ajustar a –100%, –50%, –33%, 0%, 35%, 50% y 100%. ÷ Si se ha seleccionado REVERB, será posible ajustar a 10%, 20%, 35%, 50%, 65%, 80% y 90%. ÷ Esta llave no funciona cuando se ha seleccionado AUTO BPM o SEND/RETURN. ^ Selector de efecto/muestreador Utilizado para seleccionar los distintos efectos (véase la página 90). & CH. SELECT (Selector de canales de efecto/muestreador) Utilizado para seleccionar la fuente a la que van a aplicarse los efectos. * PARAMETER 1, 2 (mandos de efecto/muestreador parámetros 1 y 2) Utilizado para ajustar los valores de los parámetros del generador de efectos y el muestreador integrados (véase la página 94). ( ON/OFF, TAP (interruptor ON/OFF de efecto/ muestreador y conmutador de derivación) El generador de efectos tendrá un ajuste diferente del selector de efecto/muestreador (^). ÷ Funciona como el interruptor ON/OFF de los efectos si se ha seleccionado DELAY, ECHO, PAN, TRANS, FILTER, FLANGER, REVERB, PITCH o SEND/RETURN. (OFF: luz naranja. ON: luz naranja parpadeante). ÷ Si se ha seleccionado AUTO BPM, actuará como un conmutador de derivación, permitiendo su uso como contador de batidos mediante entrada manual. (Selección indicada por la luz naranja.) Al utilizar el conmutador de derivación para medir los BPM, se apagarán ambos LED de indicación de intervalo de medida de BPM y entrará en funcionamiento el modo manual (véase la página 92). ÷ Funciona como interruptor ON/OFF para la grabación del muestreador cuando se ha seleccionado SAMPLER REC (véase la página 99). (REC OFF: luz roja. REC ON: luz roja parpadeante). ÷ Funciona como interruptor ON/OFF para la reproducción del muestreador cuando se ha seleccionado SAMPLER PLAY (véase la página 101). (PLAY OFF: luz verde. PLAY ON: luz verde parpadeante). 85 <DRB1317> Du/Sp Nederlands Keuzeschakelaar voor ritme met effect: De effect/sampler-parameter 1 (*) neemt dezelfde waarde aan als de BPM van de bron die met behulp van de effect/ sampler-kanaalkeuzeschakelaar (&) werd ingesteld. De gekozen waarde verandert naargelang de instelling van de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar (^). ÷ Als er is ingesteld op DELAY, ECHO, PAN of TRANS, wordt parameter 1 voor de bron BPM weergegeven als een beat (1/4 tot 8/1). ÷ Als er is ingesteld op FILTER, FLANGER of SAMPLER, wordt parameter 1 voor de bron BPM weergegeven als een aantal beats (1/2 tot 32). ÷ Als er is ingesteld op DELAY of ECHO, kan het aantal beats voor parameter 1 niet boven de 3500 ms worden ingesteld. ÷ Als er is ingesteld op SAMPLER, kan het aantal beats voor parameter 1 niet boven de 8000 ms worden ingesteld. ÷ Als er is ingesteld op PITCH kunnen de instellingen –100%, –50%, –33%, 0%, 33%, 50% en 100% worden gemaakt. ÷ Als er is ingesteld op REVERB kunnen de instellingen 10%, 20%, 35%, 50%, 65%, 80% en 90% worden gemaakt. ÷ Deze schakelaar werkt niet als er is ingesteld op AUTO BPM of SEND RETURN. NOMBRES DE PIEZAS Y FUNCIONES Español NAMEN EN FUNCTIES VAN ONDERDELEN DE EFFECT/SAMPLERFUNCTIES GEBRUIKEN De ingebouwde digitale signaalprocessor (DSP) produceert geluidseffecten en meet de BPM-waarde. Eigenschappen van de verschillende effectors Automatische BPM-teller Meet automatisch de BPM-waarde van de muziek (maten per minuut; tempo) en toont haar in digitale vorm. Niet alleen het aantal maten van basgeluiden wordt gemeten, maar ook de oorspronkelijke BPM-waarde, waarvan DJ’s gebruik maken, wordt (met behulp van een computer) berekend en digitaal weergegeven. De BPM-waarde kan dus niet alleen op het gehoor worden bepaald, zoals dat tot dusver gebeurde, maar ook visueel, zodat de muziek vlugger en eenvoudiger met verschillende tempo’s kan worden gemixt. Het manueel invoeren van het ritme via de TAP-schakelaar maakt het mogelijk een BPM-waarde in te stellen van muziek waarvoor die waarde moeilijk is te meten (a cappelle, improvisaties, etc.). UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR El procesador de señales digitales (DSP) integrado permite disfrutar de efectos sonoros y medir los BPM. Características de los distintos generadores de efectos Contador automático de BPM Mide automáticamente los BPM de la música (batidos por minuto, tempo) y los muestra de forma digital. No sólo cuenta los batidos de los sonidos graves sino también calcula (mediante un ordenador) los BPM de la música original que necesitan los DJ, y los muestra digitalmente. De esta forma, ahora pueden comprobarse los BPM no sólo de forma auditiva, como era lo normal, sino también de forma visual, y se facilita la mezcla más rápida y más sencilla de músicas con ritmos diferentes. El uso del conmutador TAP para introducir el batido manualmente hace posible ajustar los BPM para músicas difíciles de calcular (a capella, improvisaciones, etc.). Ritme-effector (aan de BPM gebonden effecten) Generador de efectos de batido (efectos vinculados a los BPM) Verbindt diverse effecten aan de door bovenvermelde automatische BPM-teller berekende BPM, om een geluid zonder weerga te produceren. Relaciona diversos efectos con los BPM calculados con el citado contador automático de BPM para facilitar una reproducción de sonido sin precedentes. 1. DELAY (herhaling van één geluid) 1. DELAY (un sonido repetido) Om vlug en eenvoudig vertraagde geluiden in 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 en 8/1 maat te mixen. Als er bijvoorbeeld met een vertraagd geluid in 1/2 maat wordt gemixt, verandert het ritme van 4 in 8. Als er met een vertraagd geluid in 3/4 maat wordt gemixt, wordt het ritme dynamischer. Mezcla rápida y fácilmente sonidos retardados de 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 y 8/1 batidos. Al mezclar con un sonido retardado 1/2 de batido, por ejemplo, el batido cambiará de 4 a 8. Al mezclar con un sonido retardado 3/4 de batido, el ritmo se hará más animado. Voorbeeld: Ejemplo: Oorspronkelijk ritme (4 maten) Original (4 batidos) 1/2 maat vertraagd (8 maten) Retardo de 1/2 (8 batidos) 86 <DRB1317> Du/Sp DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR 2. ECHO (herhaling van geluiden) 2. ECHO (sonidos repetidos) Om vlug en eenvoudig echo’s in 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 en 8/1 maat te mixen. Als het binnenkomende geluid bijvoorbeeld met een echo in 1/1 maat wordt gemixt, sterft de muziek uit terwijl geluiden op dit ritme worden herhaald. Als een echo in 1/1 maat aan de microfoon wordt opgelegd, wordt het microfoongeluid continu op dit ritme weergegeven. Dynamische effecten (van het circulaire type) kunnen worden verkregen door een echo in 1/1 maat aan vocale muziek op te leggen. Mezcla rápida y fácilmente ecos de 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 y 8/1 batidos. Cuando el sonido de entrada se corta con un eco de 1/1 batido, por ejemplo, la música se desvanecerá mientras se repiten sonidos que coincidan con el batido. Cuando se impone un eco de 1/1 batido al micrófono, el sonido de éste se reproducirá repetidamente, coincidiendo con el batido. Es posible generar efectos de Troll (tipo musical redondeado) imponiendo un eco de 1/1 a las vocales de las canciones. Ejemplo: Voorbeeld: Ritme 1 maat 1 maat Uitsterven 1 batido 1 batido Batido Desvanecimiento Corta el sonido de entrada Gemixt met ingevoerd geluid 3. Panorámica automático [PAN (L-R BALANCE)] 3. Auto Pan [PAN (L-R BALANCE)] Stuurt automatisch geluid naar links en rechts (auto beat pan) in 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 of 8/1 maat. U kunt ook een korte auto pan uitvoeren, om geluid in korte tijd naar links en rechts te sturen, wat handmatig niet mogelijk is. Amplía automáticamente el sonido a la izquierda y a la derecha (desplazamiento de batido automático) al ritmo de 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 o 8/1 de batido. También es posible la panorámica breve automática, para hacer oscilar el sonido a la derecha o a la izquierda en un tiempo breve cuyo ajuste manual no sea posible. Voorbeeld: Ejemplo: Pan. de batido automática Auto Beat Pan L L R R 1 cyclus = 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 of 8/1 maat 1 ciclo = 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 o 8/1 de batido L L Midden (Stereo) Centro (estéreo) R R Pan. breve automática 4. Auto Trans (TRANS) 4. Trans. automática (TRANS) Onderbreekt automatisch het geluid op het ritme van 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 of 8/1 maat. Corta el sonido automáticamente al ritmo de 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 o 8/1 de batido. Voorbeeld: Ejemplo: Onderbreking Onderbreking Corte Tijd 1 cyclus = 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 of 8/1 maat Corte Tiempo 1 ciclo = 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 o 8/1 de batido 87 <DRB1317> Du/Sp Español Korte auto pan Nederlands Centro (estéreo) Midden (Stereo) DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR 5. FILTER 5. FILTER Wijzigt de toonhoogte aanzienlijk door de filterfrequentie trapsgewijze met 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 en 32 maat te verschuiven./ Cambia el tono significativamente, alternando la frecuencia del filtro en unidades de 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 y 32 batidos. Voorbeeld: Ejemplo: Frequentie 1 cyclus = 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 of 32 maat Frecuencia 1 ciclo = 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 o 32 de batido 6. FLANGER 6. FLANGER Om vlug en eenvoudig flangereffecten van 1 cyclus in 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 of 32 maat tot stand te brengen. Genera rápida y fácilmente un efecto de flanger para batidos de 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 o 32. Voorbeeld: Ejemplo: Korte vertraging 1 cyclus = 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 of 32 maat 7. REVERB Geeft een nagalmeffect. 8. PITCH (Toonhoogte wijzigen) Wijzigt het interval (toonhoogte of toonaard) met ongeveer ±1 octaaf. Aangezien de snelheid van analoge draaitafels en cdspelers percentsgewijs verandert, kunnen de intervallen ook percentsgewijs worden gecorrigeerd. Als de toonhoogtewijziging op het microfoongeluid wordt toepast, krijgt men stemveranderingseffecten. Mixen met het oorspronkelijk geluid geeft een kooreffect. Retardo breve 1 ciclo = 1/2, 1, 2, 4, 8, 16 o 32 de batido 7. REVERB Produce un efecto de reverberación. 8. PITCH (cambiador de afinación) Alterna el intervalo (afinación o clave) en un intervalo de ±1 octava. A medida que cambia el porcentaje de la velocidad de los giradiscos de grabación analógica o reproductores de CD, los cambios de intervalo pueden corregirse en una base porcentual. Al aplicar el cambiador de afinación al sonido del micrófono, se generan efectos de cambiador de voz. La mezcla con sonido original da lugar a un efecto coral. 9. SEND/RETURN (Invoer/uitvoer van extern effect) Maakt het mogelijk door aansluiting op beschikbare effectors, samplers, etc. diverse effecten tot stand te brengen 88 <DRB1317> Du/Sp 9. SEND/RETURN (entrada/salida de efecto externo) Posibilita diversos efectos mediante la conexión a los generadores de efectos, muestreadores, etc., disponibles. DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR 10. SAMPLER REC 10. SAMPLER REC Herkent de BPM-waarde van de muziek en voert een sampling uit op het ingestelde ritme. Reconoce las muestras y BPM de música en función del batido definido. Voorbeeld: Ejemplo: 1/2 3/4 1 2 1/1 2/1 4/1 1/2 3/4 4 8 10 1 2 BEAT 1/1 2/1 4/1 4 8 10 BEAT 11. SAMPLER PLAY 11. SAMPLER PLAY Continu afspelen met uitrekken/inkrimpen Weergave met automatische aanpassing van de BPM van het gesampled geluid aan de BPM van een ander muziekstuk. Bucle de estiramiento Reproduce mientras acorta y alarga automáticamente los BPM del sonido muestreado dando lugar a los BPM de una música diferente. Ejemplo: Voorbeeld: 135 BPM BPM van 135 Muestreo de 4 batidos 4-maatssampling 120 BPM BPM van 120 Estiramiento y bucle de tiempo Continu afspelen Speelt het gesampled geluid af op een ander ritme. Bucle Reproduce el sonido muestreado a un batido diferente. Nederlands Uitrekking/inkrimping in de tijd en continu afspelen Ejemplo: Voorbeeld: Muestreo de 1 batido Español 1-maatssampling Reproducción de 4 batidos Afspelen van gesampled geluid: 4 maten 89 <DRB1317> Du/Sp DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR BPM meten Medición de BPM Dankzij het meten en tonen van de BPM-waarde van kanalen die met de keuzeschakelaar van de automatische BPM-teller en met de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar werden ingesteld, is het niet moeilijk om muziek met verschillende tempo’s te mixen. (Meetgebied: 70,0 tot 180,0 BPM) La medición y visualización de los BPM de los canales seleccionados con el selector de contador automático de BPM y de los canales elegidos con el selector de canales de efecto/ muestreador facilita la mezcla de música de tempos diferentes. (Intervalo de medición: 70,0 a 180,0 BPM) Voorbeeld: Display van de BPM-waarde voor de met de keuzeschakelaar CH-1 van de automatische BPM-teller en de met de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar 2 (CH-2) gekozen muziek. Ejemplo: visualización de los BPM de música para el selector de contador automático de BPM CH-1 y selector de canal de efecto/muestreador 2 (CH-2). PROFESSIONAL CH-1 MIC DJ MIXER CH-2 CH-3 DJM-600 CH-4 MASTER POWER CD1/LINE MIC LEVEL LINE CD2/LINE TRIM TRIM PHONO 2 LINE TRIM dB 14 14 14 10 10 10 dB -∞ 7 HI +9dB HI 4 +9dB +12dB 0 MID MID 1 HI 4 BPM 1 +12dB 0 0 -26dB MID 3 AUTO BPM COUNTER 4 2 -1 70-139 BPM 91-180 BPM 1 3 MID BPM-display Pantalla de BPM -1 -2 -2 -2 2 7 1 +12dB -26dB -1 -2 -2 10 2 0 -26dB -1 BEAT BEAT EFFECTS SAMPLER 14 +9dB 4 1 +12dB 0 -26dB HI MASTER LEVEL dB -∞ 7 2 1 1 -1 +9dB 4 2 +12dB -∞ 7 HI 4 2 MID -∞ 7 STEREO MONO TRIM dB 14 0dB -12dB LINE 10 dB -∞ PHONO 1 SUB MIC /PHONO 3 MASTER -3 EQ -12dB -15 -15 -15 -24 -24 -24 -24 -24 +12dB -26dB +12dB -26dB +12dB -26dB 4 MIC PARAMETER1 % BPM mSec -10 -15 +12dB 2 -7 LOW -10 -15 +12dB -12dB -5 +12dB -7 -26dB LOW -10 -3 EQ -5 +12dB -7 -26dB LOW -10 -3 EQ -5 +12dB -7 -26dB LOW -10 -3 EQ -5 +12dB -7 -26dB +12dB LOW -3 EQ -5 L -26dB R 1/2 3/4 1 2 1/1 2/1 4/1 4 8 16 BEAT Effectparameter/BPM-display Pantalla de BPM/parámetros de efecto HEADPHONES CUE Keuzeschakelaar van de automatische BPM-teller Selector de contador de BPM automático CH-1 TALK OVER CH-2 CH-3 MASTER CH-4 EFFECTS/SAMPLER AUTO BPM COUNTER SELECTOR HEADPHONES MONO SPLIT STEREO MIXING CUE 10 10 10 10 10 10 9 9 9 9 9 9 8 8 8 8 8 8 7 7 7 7 7 7 6 6 6 6 6 6 5 5 5 5 5 5 4 4 4 4 4 4 3 3 3 3 3 3 2 2 2 2 2 2 1 1 1 1 1 1 0 0 0 0 0 0 REVERB FRANGER PITCH SND/RTN FILTER EDIT TRANS SINGLE PAN LOOP ECHO STRETCH DELAY REC AUTO BPM 4 3 MIC CF. A 2 CF. B 1 MASTER CH. SELECT Effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar Selector de canal de efecto/muestreador LEVEL CH-2 Selector de efecto/muestreador BEAT SAMPLER MASTER CH-1 Effect/sampler-aan/uit-schakelaar SAMPLER PARAMETER 1 2 1 -∞ 0dB THRU OFF 3 ON 4 OFF ON OFF ON 2 1 FADER START SAMPLER THRU TIME MASTER BALANCE 3 4 SAMPLER PARAMETER 2 LEVEL/ DEPTH CROSS FADER CURVE PHONES 1 CROSS FADER ASSIGN A 2 3 A CROSS FADER ASSIGN B B L R MIN MAX BOOTH MONITOR Aftapschakelaar -∞ 0dB ON/OFF TAP Conmutador de derivación 1 Stel de effect/sampler-keuzeschakelaar in op AUTO BPM. 1 Ponga el selector de efecto/muestreador en AUTO BPM. 2 Druk op de keuzeschakelaar voor het BPMmeetgebied en kies de BPM-band voor CH-1 en CH-2. 2 Pulse el selector de intervalo de medición de BPM y elija la banda BPM para CH-1 y CH-2. ÷ Uit de verschillende opties – 70 tot 139, 91 tot 180 en 70 tot 180 – kiest u de BPM-band die met de BPM-waarde van de te meten muziek overeenstemt. Als beide controlelampjes branden, betekent dit dat de optie 70 tot 180 werd ingesteld. ÷ Entre las opciones 70 a 139, 91 a 180 y 70 a 180, elija la banda de BPM que concuerde con los BPM de la música que va a medirse. Si están encendidos los dos LED, significa que se ha seleccionado 70 a 180. 3 Stel de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar in op 2. 3 Ponga el selector de canal de efecto/muestreador en 2. ÷ Het lampje LED “2” op de effectparameter/BPM-display gaat branden. ÷ De BPM-waarde van de op CH-2 ingevoerde muziek verschijnt op de teller van de effectparameter/BPMdisplay. * Het lampje knippert wanneer de BPM-waarde meer dan 2 seconden lang niet kan worden gemeten. * De BPM-waarde van sommige muziekstukken is soms niet met behulp van de automatische BPM-teller te meten. In dit geval moet u handmatig instellen (zie pagina 92). ÷ Se encenderá el LED “2” de la pantalla parámetros de efecto/BPM. ÷ Se mostrarán los BPM de la entrada de música en el CH-2 en el contador de la pantalla parámetros de efecto/BPM. * El LED parpadeará sin no pueden medirse los BPM durante más de 2 segundos. * Según la música, el contador automático de BPM puede ser incapaz de medir los BPM. En este caso, utilice el modo manual para los ajustes (véase página 92). 90 <DRB1317> Du/Sp DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR 4 Druk op de keuzeschakelaar CH-1 van de BPMteller. 4 Pulse el selector de contador automático de BPM para el CH-1. ÷ Het lampje LED “1” op de BPM-display gaat branden. ÷ De BPM-waarde van de op CH-1 ingevoerde muziek verschijnt op de teller van de BPM-display. * Om de BPM-waarde precies te kunnen meten, mag u slechts één kanaal (CH-1 tot CH-4) voor de automatische BPM-teller instellen. ÷ Se encenderá el LED “1” de la pantalla BPM. ÷ Los BPM de la entrada de música por el CH-1 se mostrarán en el contador de la pantalla de BPM. * Para medir exactamente los BPM, seleccione únicamente un canal (CH-1 a CH-4) del contador automático de BPM. Pantalla de BPM BPM-display 1 2 3 1 2 3 4 LED 4 AUTO BPM COUNTER LED (Controlelampje) AUTO BPM COUNTER Contador BPM Teller 70-139 BPM BPM 70-139 BPM MASTER 1 Selector de intervalo de medida de BPM 91-180 BPM Keuzeschakelaar voor BPM-meetgebied Effectparameter/ BPM-display 91-180 BPM 2 3 4 Pantalla parámetro de efecto/BPM MASTER 1 2 3 4 MIC LED MIC PARAMETER1 LED (Controlelampje) PARAMETER1 Contador BPM Teller BPM 1/2 3/4 1/1 2/1 4/1 1 2 4 8 16 1/2 3/4 1 2 1/1 2/1 4/1 4 8 16 BEAT BEAT ÷ Pantalla cuando coinciden los BPM del CH-1 y del CH-2 (126). Español Nederlands ÷ Display wanneer de BPM-waarde van CH-1 en CH-2 (126) gelijk zijn. 91 <DRB1317> Du/Sp DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR BPM handmatig meten Medición de los BPM en modo manual 7 Wanneer de BPM-waarde niet automatisch kan worden gemeten: Als de BPM-waarde niet automatisch kan worden gemeten, moet u de aftapschakelaar gebruiken om deze waarde handmatig in te voeren. ÷ Als de aftapschakelaar op de maat van de muziek wordt ingedrukt, worden de lampjes in beide BPMmeetgebieddisplays uitgeschakeld en gaat het toestel over op handbedieningsmodus. ÷ De via de aftapschakelaar ingevoerde BPM-waarde verschijnt op de onderste teller van de effector/BPMdisplay en de display op de bovenste teller verdwijnt. ÷ Om opnieuw op AUTO BPM-modus over te gaan, moet u op de keuzeschakelaar voor het BPM-meetgebied drukken en het meetgebied instellen. 7 Cuando no es posible medir los BPM en modo automático: Si no puede realizarse la medición automática de los BPM, utilice el conmutador de derivación para realizar la entrada manual. ÷ Si se pulsa una vez el conmutador de derivación, sincronizado con el batido de la música, se apagarán las pantallas de ambos intervalos de medida de BPM y entrará en funcionamiento el modo manual. ÷ La entrada del valor BPM con el conmutador de derivación se mostrará en el contador inferior de la pantalla efecto/ BPM, y la pantalla del contador superior se apagará. ÷ Para regresar al modo automático de BPM, pulse el selector de intervalo de medida y ajuste dicho intervalo. 7 Als de BPM-waarde niet kan worden gemeten tijdens vertragings-, echo-, auto pan-, auto trans-, filter- en flanger-bewerkingen (pagina’s 93 tot 95), of tijdens samplerbewerkingen (pagina’s 99 tot 102): Als de BPM-waarde gedurende meer dan 2 seconden niet kan worden gemeten tijdens effect- of samplerbewerkingen, knippert de teller van de BPM-display. In dit geval moet u de effect/sampler-keuzeschakelaar op AUTO BPM instellen en de aftapschakelaar gebruiken om de waarde handmatig in te voeren. ÷ Wanneer de door de aftapschakelaar ingevoerde BPMwaarde op de onderste teller van de effectparameter/ BPM-display is verschenen en de effect/samplerkeuzeschakelaar op het oorspronkelijk effect is ingesteld, verschijnt de ingevoerde BPM-waarde op de bovenste teller van de BPM-display. 7 Cuando no es posible medir los BPM durante las operaciones de retardo, eco, desplazamiento automático, transferencia automática, filtro y flanger (páginas 93 a 95), o durante las operaciones de muestreo (páginas 99 a 102): Si no es posible medir los BPM durante más de 2 segundos en las operaciones de efectos o muestreo, el contador de la pantalla de BPM parpadeará. En este caso, cambie el selector de efecto/muestreador a AUTO BPM y utilice el conmutador de derivación para realizar la entrada manual. ÷ Después de mostrarse el valor de BPM procedente del conmutador de derivación en el contador inferior de la pantalla parámetro de efecto/BPM y restablecer el selector de efecto/muestreador en su posición del efecto original, aparecerá el valor de BPM en el contador superior de la pantalla de BPM. De BPM-waarde kan handmatig worden ingevoerd als deze van tevoren bekend is. ÷ Stel de effect/sampler-keuzeschakelaar in op AUTO BPM en druk op de keuzeschakelaar voor het BPMmeetgebied: beide BPM-meetgebieddisplays worden uitgeschakeld. ÷ Als de effect/sampler parameter 1-knop (TIME) is ingedrukt, zal de teller in het effect parameter/BPMdisplay de BPM weergeven, waarbij bijstelling mogelijk is vanaf het eerste cijfer. Als u parameter 1-knop verdraait terwijl u de tabschakelaar ingedrukt houdt, kan de BPM vanaf de eerste decimale plaats worden bijgesteld. Wanneer de BPM-waarde is gekozen en de effect/ sampler-keuzeschakelaar op het oorspronkelijk effect is ingesteld, verschijnt de gekozen BPM-waarde op de teller van de BPM-display. El valor de BPM puede introducirse de forma manual si se conoce de antemano. ÷ Cambie el selector de efecto/muestreador a AUTO BPM y pulse el selector de intervalo de medición. Se apagarán las dos pantallas de intervalo de medición de BPM. ÷ Al girar la perilla 1 del parámetro de efecto/muestreador (TIME), el contador de la pantalla del parámetro de efecto/ BPM indicará el valor de BPM y puede ajustarse desde el primer dígito. Al girar la perilla del parámetro 1 manteniendo pulsado el conmutador de derivación, puede ajustarse el valor de BPM desde la primera unidad decimal. Una vez fijado el valor de BPM y restablecido el selector de efecto/muestreador al efecto original, el valor de BPM establecido se mostrará en el contador de la pantalla de BPM. Pantalla BPM BPM-display 1 2 3 1 2 3 4 4 Contador Teller AUTO BPM COUNTER AUTO BPM COUNTER BPM BPM 70-139 BPM Effectparameter/ BPM-display 91-180 BPM Keuzeschakelaar voor BPM-meetgebied 3 Display voor het BPMmeetgebied MASTER 1 2 4 MIC Pantalla parámetro de efecto/BPM 70-139 BPM 91-180 BPM 1 3 MASTER 2 4 MIC Selector de intervalo de medición BPM Pantalla de intervalo de medición BPM PARAMETER1 PARAMETER1 Contador Teller BPM BPM 1/2 3/4 1 2 1/1 2/1 4/1 4 8 16 BEAT 92 <DRB1317> Du/Sp 1/2 3/4 1 2 1/1 2/1 4/1 4 8 16 BEAT DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR Vertragings-, echo-, auto pan-, auto trans-, filter en flanger-bewerkingen Ingestelde waarden voor elk effect Effect Effect/sampler-parameter 1 (TIME) Effect/sampler-parameter 2 (LEVEL/DEPTH) DELAY Vertragingstijd Instelbare waarden: 1 tot 3500 ms, in trappen van 1 ms Effect-mix-verhouding (Evenwicht tussen oorspronkelijke en vertraagde geluidsniveaus) ECHO Vertragingstijd Instelbare waarden: 1 tot 3500 ms, in trappen van 1 ms Effect-mix-verhouding (Evenwicht tussen oorspronkelijke en echogeluidsniveaus) PAN (Auto Pan) Verdeeltijd (overgangsduur) Instelbare waarden: 10 tot 16000 ms, in trappen van 5 ms voor 10 tot 1000 en trappen van 10 ms voor 1000 tot 16000 Effect-mix-verhouding (Evenwicht tussen oorspronkelijke en gepande geluidsniveaus) TRANS (Auto Trans) Onderbrekingstijd (overgangsduur) Instelbare waarden: 10 tot 16000 ms, in trappen van 5 ms voor 10 tot 1000 en trappen van 10 ms voor 1000 tot 16000 Effect-mix-verhouding (Evenwicht tussen oorspronkelijke en gepande geluidsniveaus) FILTER Filtertijd (cyclus) Instelbare waarden: 10 tot 16000 ms, in trappen van 5 ms voor 10 tot 1000 en trappen van 10 ms voor 1000 tot 16000 Nagalm (Geluidsniveau van de nagalm van de filter) FLANGER Oscillatietijd (cyclus) Instelbare waarden: 10 tot 16000 ms, in trappen van 5 ms voor 10 tot 1000 en trappen van 10 ms voor 1000 tot 16000 Reactie (Niveau van het geluid met flanger-effect) Operaciones de retardo, eco, desplazamiento automático, transferencia automática, filtro y flanger Elementos de cada efecto Efecto/muestreador parámetro 2 (LEVEL/DEPTH) Proporción de mezcla de efecto (Equilibrio entre niveles de sonido original y retardado) ECHO Tiempo de retardo Intervalo de ajuste: 1 a 3500 ms, en saltos de 1 ms Proporción de mezcla de efecto (Equilibrio entre niveles de sonido original y con eco) PAN (pan. automática) Tiempo de panorámica (tiempo de cambio) Intervalo de ajuste: 1 a 16000 en saltos de 5 ms entre 10 y 1000, y de 10 ms entre 1000 y 16000 Proporción de mezcla de efecto (Equilibrio entre niveles de sonido original y con panorámica) TRANS (trans. autom.) Tiempo de trans. (tiempo de cambio) Intervalo de ajuste: 1 a 16000 en saltos de 5 ms entre 10 y 1000, y de 10 ms entre 1000 y 16000 Proporción de mezcla de efecto (Equilibrio entre niveles de sonido original y con panorámica) FILTER Tiempo de filtro (ciclo) Intervalo de ajuste: 1 a 16000 en saltos de 5 ms entre 10 y 1000, y de 10 ms entre 1000 y 16000 Resonancia (Nivel sonoro de la resonancia de filtro) FLANGER Tiempo de flanger (ciclo) Intervalo de ajuste: 1 a 16000 en saltos de 5 ms entre 10 y 1000, y de 10 ms entre 1000 y 16000 Retroalimentación (Nivel sonoro de retroalimentación de flanger) 93 <DRB1317> Du/Sp Nederlands Efecto/muestreador parámetro 1 (TIME) Tiempo de retardo Intervalo de ajuste: 1 a 3500 ms, en saltos de 1 ms Español Efecto DELAY DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR Voorbeeld: Het vertragingseffect op de muziek van kanaal CH-2 toepassen. Ejemplo: aplicación del efecto de retardo a la música del CH-2. PROFESSIONAL CH-1 MIC DJ MIXER CH-2 CH-3 DJM-600 CH-4 MASTER POWER CD1/LINE MIC LEVEL LINE CD2/LINE TRIM TRIM PHONO 2 LINE TRIM TRIM 14 14 14 10 10 10 -∞ 7 HI +9dB HI 4 +9dB +12dB 0 MID MID HI 3 4 BPM 1 +12dB 0 0 -26dB MID 2 AUTO BPM COUNTER 4 2 -1 70-139 BPM 91-180 BPM 1 3 MID BPM-display Pantalla BPM -1 -2 -2 -2 -2 -2 1 7 1 +12dB -26dB -1 BEAT BEAT EFFECTS SAMPLER 14 10 2 0 -26dB -1 MASTER LEVEL +9dB 4 1 +12dB 0 -26dB STEREO dB -∞ 7 2 1 1 -1 +9dB HI 4 2 +12dB -∞ 7 HI 4 2 MID -∞ 7 MONO dB dB 14 10 0dB -12dB LINE dB dB -∞ PHONO 1 SUB MIC /PHONO 3 MASTER -3 EQ -12dB +12dB +12dB +12dB -12dB MIC Effectparameter/BPM-display % BPM mSec -15 1/2 3/4 1/1 2/1 4/1 1 2 4 8 16 Pantalla parámetro efecto/BPM -24 +12dB -26dB 4 PARAMETER1 -7 +12dB -26dB 2 -10 -24 +12dB -26dB +12dB +12dB LOW -15 -24 -24 -24 -5 -7 -26dB -10 -15 -15 -15 +12dB LOW -10 -3 EQ -5 -7 -26dB LOW -10 -3 EQ -5 -7 -26dB LOW -10 -3 EQ -5 -7 -26dB +12dB LOW -3 EQ -5 L -26dB R BEAT Koptelefoonsignaal EFFECTS/SAMPLER HEADPHONES CUE Activación de auriculares EFFECTS/SAMPLER CH-1 TALK OVER CH-2 CH-3 MASTER CH-4 EFFECTS/SAMPLER AUTO BPM COUNTER SELECTOR HEADPHONES MONO SPLIT STEREO MIXING CUE 10 10 10 10 10 10 9 9 9 9 9 9 8 8 8 8 8 8 7 7 7 7 7 7 6 6 6 6 6 6 5 5 5 5 5 5 4 4 4 4 4 4 3 3 3 3 3 3 2 2 2 2 2 2 1 1 1 1 1 1 0 0 0 0 0 0 REVERB FRANGER PITCH FILTER SND/RTN EDIT TRANS SINGLE PAN LOOP ECHO STRETCH DELAY REC AUTO BPM MIC CF. A 2 CF. B 1 MASTER CH. SELECT LEVEL CH-2 Selector de efecto/muestreador BEAT SAMPLER 4 3 MASTER CH-1 Effect/sampler-keuzeschakelaar SAMPLER Effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar Selector de canal de efecto/muestreador PARAMETER 1 2 1 -∞ 0dB THRU OFF 3 ON 4 OFF ON OFF ON 2 1 FADER START SAMPLER THRU TIME MASTER BALANCE 3 4 SAMPLER PARAMETER 2 LEVEL/ DEPTH CROSS FADER CURVE PHONES 1 CROSS FADER ASSIGN A 2 3 A CROSS FADER ASSIGN B B L R MIN MAX BOOTH MONITOR -∞ 0dB ON/OFF TAP Effect/sampler-parameter 1 en 2 knoppen Mandos de efecto/muestreador parámetros 1 y 2 Effect/sampler-aan-uit-schakelaar Interruptor ON/OFF de efecto/muestreador 1 Stel de effect/sampler-keuzeschakelaar in op DELAY. 1 Ponga el selector de efecto/muestreador en DELAY. 2 Stel de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar in op 2. 2 Ponga el selector de canal de efecto/muestreador en 2. ÷ Het lampje LED “2” op de effectparameter/BPM-display gaat branden. ÷ De BPM-waarde van de op CH-2 ingevoerde muziek verschijnt op de teller van de BPM-display. * De BPM-band die met de muziek op CH-2 overeenstemt kan door de keuzeschakelaar voor het BPM-meetgebied worden ingesteld. * Het lampje knippert wanneer de BPM-waarde meer dan 2 seconden lang niet kan worden gemeten. In dit geval moet u handmatig instellen (zie pagina 92). ÷ Se encenderá el LED “2” de la pantalla parámetro de efecto/BPM. ÷ El contador de la pantalla de BPM reflejará el valor de BPM correspondiente a la entrada de música por el CH-2. * La banda de BPM que coincida con la música del CH-2 puede seleccionarse mediante el selector de intervalo de medición de BPM. * El LED parpadeará si no pueden medirse los BPM durante más de 2 segundos. En este caso, utilice el modo manual para realizar los ajustes (véase página 92). 3 Stel de parameterwaarde in. Door de EFFECTS/SAMPLER-toets voor het microfoonsignaal in te drukken, kan het geluidseffect via de uitgang van de koptelefoon worden bevestigd. De vertragingstijd instellen ÷ Wanneer de vertragingstijd zodanig wordt ingesteld dat hij overeenstemt met een maat van de BPM-waarde die op de teller van de BPM-display staat, wordt het aanbrengen van effecten efficiënter. ÷ Door op de effectritmekeuzeschakelaar te drukken kan een vertragingstijd van 1/4 tot 8/1 voor een maat van de gemeten BPM-waarde worden ingesteld. ÷ Preciezere vertragingstijden kunnen door de effect/ sampler-parameter 1 knop (TIME) worden ingesteld. ÷ Aangezien “1/2” op de ritmedisplay oplicht als de vertragingstijd op de helft van een maat van de BPM-waarde wordt ingesteld, hoeft u slechts op de ritmedisplay te kijken om de parameterwaarde in te stellen. 94 <DRB1317> Du/Sp 3 Fije el valor del parámetro. Al pulsar la activación de auriculares EFFECTS/SAMPLER, el sonido del efecto puede confirmarse mediante la salida de los auriculares. Ajuste del tiempo de retardo ÷ La aplicación de los efectos mejora si se ajusta el tiempo de retardo de manera que coincida con un batido de los BPM mostrados en el contador de la pantalla BPM. ÷ Al pulsar el selector de batidos de efectos, puede fijarse el tiempo de 1/4 o 8/1 para un batido de los BPM medidos. ÷ Es posible definir tiempos de retardo más precisos con el mando de efecto/muestreador parámetro 1 (TIME). ÷ Como se encenderá la indicación “1/2” en la pantalla al definir el tiempo de retardo en 1/2 de un batido de los BPM, el valor de parámetro puede establecerse utilizando la pantalla de batido como guía. DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN Evenwicht tussen het oorspronkelijk en het vertraagd geluidsniveau ÷ Door de effect/sampler-parameter 2 knop (LEVEL/DEPTH) kan het evenwicht tussen het niveau van het oorspronkelijk en van het vertraagd geluid worden ingesteld. Door deze knop naar links te draaien, verlaagt u het niveau van het vertraagd geluid; door hem naar rechts te draaien, verhoogt u het. 4 Zet de effect/sampler-aan-uit-schakelaar op ON. ÷ Het oranje lampje van de effect/sampler-aan-uitschakelaar knippert en het vertragingseffect wordt op het hoofdvolume toegepast. ÷ Wordt deze schakelaar opnieuw ingedrukt, dan wordt het effect uitgeschakeld. * Als hij bij het begin van een maat wordt ingedrukt, begint de effectcyclus op hetzelfde ogenblik als de maat. Echo, auto pan, auto trans, filter en flanger kunnen op dezelfde manier worden ingesteld. Opgelet: ÷ Als met de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar op een ander kanaal werd overgeschakeld (pagina’s 96 tot 97) en gelijkaardige effecten actief zijn, weerklinken alle bij de vorige kanalen horende nagalmen. ÷ Gebruik de effect/sampler-keuzeschakelaar alleen wanneer alle effecten zijn uitgeschakeld (wanneer het oranje lampje van de effect/sampler-aan-uit-schakelaar oplicht). Gebruikt u hem met effecten, dan kan dit ruis veroorzaken. UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR Ajuste del equilibrio entre los niveles de sonido original y retardado ÷ El equilibrio entre los niveles de sonido original y retardado se configura con el mando de efecto/muestreador parámetro 2 (LEVEL/DEPTH). Al girar este mando a la izquierda se reduce el sonido retardado y al girarlo a la derecha se aumenta. 4 Encienda el interruptor ON/OFF del efecto/ muestreador. ÷ El interruptor ON/OFF del efecto/muestreador parpadeará en naranja, y el efecto de retardo se aplicará a la salida principal. ÷ Si se pulsa una vez más, el efecto quedará desactivado. * Si se pulsa en sincronía con el batido, el ciclo del efecto se iniciará con el batido. Los ajustes de eco, desplazamiento automático, filtro y flanger se realizan de forma similar. Precauciones: ÷ Si se ha cambiado el canal mediante el selector de canal de efecto/muestreador, teniendo activados los efectos de retardo, eco, reverberación (páginas 96 a 97) y similares, se emitirá toda la reverberación de los efectos del canal anterior. ÷ Utilice el selector de efecto/muestreador cuando los efectos estén desactivados (luz naranja encendida del interruptor ON/ OFF del efecto/muestreador). La utilización con los efectos activados puede provocar ruido. Pantalla BPM BPM-display 1 2 3 1 2 3 4 4 AUTO BPM COUNTER AUTO BPM COUNTER Contador Teller BPM 70-139 BPM BPM Pantalla parámetro de efecto/BPM MASTER 1 2 3 4 Selector de intervalo de medición BPM MASTER 1 2 3 4 MIC LED MIC PARAMETER1 LED (Controlelampje) PARAMETER1 Contador Teller mSec mSec 1/2 3/4 1/1 2/1 2 4 8 3/4 1/1 2/1 4/1 1 2 4 8 16 BEAT 16 Se encenderá “1/2” BEAT “1/2” licht op 1/2 Pantalla de batidos 4/1 Ritmedisplay 1 Nederlands Effectparameter/ BPM-display 91-180 BPM Keuzeschakelaar voor BPM-meetgebied 91-180 BPM Keuzeschakelaar voor het effectritme ÷ Display wanneer een vertraging van een 1/2 maat (250 ms) op een muziekstuk met een BPM-waarde van 120 (in tijd uitgedrukt: 500 ms) werd toegepast. Selector de batidos de efecto ÷ Pantalla en la que se ha aplicado un retardo de 1/2 de batido (250 ms) a música con un valor de BPM de 120 (conversión de tiempo: 500 milisegundos). 95 <DRB1317> Du/Sp Español 70-139 BPM DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR Nagalm en toonhoogtewijziging Effectorinstellingen Effect Effect/sampler-parameter 1 (TIME) Effect/sampler-parameter 2 (LEVEL/DEPTH) REVERB Nagalmtijd (echotijd) Instelbare waarden: 1 tot 100%, in trappen van 1% Effect-mix-verhouding (Evenwicht tussen het niveau van het oorspronkelijke en het weerkaatste geluid) PITCH (Toonhoogtewijziging) Vertragingstijd Instelbare waarden: 0 tot ±100%, in trappen van 1% Effect-mix-verhouding (Evenwicht tussen het niveau van het oorspronkelijke geluid en het geluid waarvan de toonhoogte werd gewijzigd) Funcionamiento de la reverberación y el cambiador de tonos Ajustes del generador de efectos Efecto Efecto/muestreador parámetro 1 (TIME) Efecto/muestreador parámetro 2 (TIME) REVERB Tiempo de reverberación (tiempo de eco) Intervalo de ajuste: 1 a 100%, en saltos de 1% Proporción de mezcla de efecto (Equilibrio entre niveles de sonido original y reverberado) PITCH (Afinación) Tiempo de retardo Intervalo de ajuste: 0 a ±100%, en saltos de 1% Proporción de mezcla de efecto (Equilibrio entre niveles de sonido original y con afinación cambiada) Voorbeeld: Display wanneer de toonhoogte van de muziek op CH-3 met 90% werd gewijzigd. Ejemplo: pantalla cuando se ha alterado la afinación en un 90%. 1 Stel de effect/sampler- keuzeschakelaar in op PITCH. 1 Ponga el selector de efecto/muestreador en PITCH. 2 Stel de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar in op 3. 2 Ponga el selector de canal de efecto/muestreador en 3. ÷ Het lampje LED “3” op de effectparameter/BPM-display gaat branden. * De hele BPM-display wordt uitgeschakeld. 3 Stel de parameterwaarde in. Door de EFFECTS/SAMPLER-toets voor het microfoonsignaal in te drukken, kan het geluidseffect via de uitgang van de koptelefoon worden bevestigd . Toonhoogte instellen ÷ Drukt u op de 3 toets van de effectritmekeuzeschakelaar, dan stijgt de toon met +33% +50% of +100%; drukt u op 2 dan daalt de toon met –33%, –50% of –100%. ÷ Door de effect/sampler-parameter 1 knop (TIME) kan de toonhoogte preciezer worden ingesteld. Het evenwicht tussen het niveau van het oorspronkelijke en het van toonhoogte veranderde geluid instellen ÷ Door de effect/sampler-parameter 2 knop (LEVEL/DEPTH) kan het evenwicht tussen het niveau van het oorspronkelijke en het van toonhoogte veranderde geluid worden ingesteld. Door deze knop naar links te draaien, verlaagt u het niveau van het van toonhoogte veranderde geluid; door hem naar rechts te draaien, verhoogt u het. 96 <DRB1317> Du/Sp ÷ Se encenderá el LED “3” de la pantalla de parámetro de efecto/BPM. * Se apagará toda la pantalla de BPM. 3 Fije el valor del parámetro. Si pulsa EFFECTS/SAMPLER de la activación de auriculares, el sonido del efecto puede confirmarse mediante la salida de auriculares. Ajuste de la afinación ÷ Al pulsar 3 en el selector de batidos de efecto, el ajuste de afinación cambiará +33% +50% o +100%; si se pulsa 2, el ajuste de afinación cambiará –33% –50% o –100%. ÷ El mando efecto/muestreador parámetro 1 (TIME) permite ajustar una afinación más precisa. Ajuste del equilibrio entre los niveles de sonido original y con la afinación cambiada ÷ El equilibrio entre los niveles de sonido original y con la afinación cambiada se configura utilizando el mando efecto/muestreador parámetro 2 (LEVEL/DEPTH). Al girar este mando hacia la izquierda, el sonido con la afinación cambiada se reducirá y, girándolo a la derecha, aumentará. DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR 4 Zet de effect/sampler-aan-uit-schakelaar op ON en daarna op OFF. 4 Encienda y vuelva a apagar el interruptor ON/OFF de efecto/muestreador. ÷ Het oranje lampje van de effect/sampler-aan-uitschakelaar knippert en het effect (toonhoogtewijziging) wordt op het hoofdvolume toegepast. ÷ Wordt deze schakelaar nogmaals ingedrukt, dan wordt het effect uitgeschakeld. ÷ El interruptor ON/OFF del efecto/muestreador parpadeará en naranja y el efecto se aplicará a la salida principal. ÷ Si vuelve a pulsar el interruptor, el efecto quedará desactivado. La reverberación puede ajustarse de manera similar. Het nagalmeffect kan op dezelfde manier worden ingesteld. Opgelet: ÷ Als door de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar op een ander kanaal werd overgeschakeld terwijl vertraging, echo (pagina’s 93 tot 95), nagalm en gelijkaardige effecten actief zijn, weerklinken alle bij de vorige kanalen horende nagalmen. ÷ Gebruik de effect/sampler-keuzeschakelaar alleen wanneer alle effecten zijn uitgeschakeld (wanneer het oranje lampje van de effect/sampler-aan-uit-schakelaar oplicht). Gebruikt u hem met effecten, dan kan dit ruis veroorzaken. Precauciones: ÷ Si se ha cambiado el canal con el selector de canal de efecto/ muestreador durante el retardo y se han apagado los efectos de retardo, eco (páginas 93 a 95), reverberación y similares, se emitirá toda la reverberación de los efectos del canal anterior. ÷ Utilice el selector de efecto/muestreador sólo cuando los efectos estén desactivados (cuando el interruptor ON/OFF de efecto/muestreador esté encendido en naranja). Si lo utiliza con los efectos activados, puede generarse ruido. Pantalla BPM BPM-display 1 2 3 1 2 3 4 4 AUTO BPM COUNTER AUTO BPM COUNTER 70-139 BPM Effectparameter/ BPM-display Pantalla parámetro de efecto/BPM MASTER 1 70-139 BPM 91-180 BPM 1 3 91-180 BPM 2 3 4 MASTER 2 4 MIC LED MIC PARAMETER1 LED (Controlelampje) PARAMETER1 % Contador % Teller 1/1 2/1 2 4 8 2 2/1 4/1 4 8 16 Pantalla de batido 4/1 Ritmedisplay 1 1 1/1 16 BEAT Keuzeschakelaar voor het effectritme ÷ Display wanneer de toonhoogte van CH-3 met 90% werd gewijzigd. BEAT Selector de batido de efecto ÷ Pantalla cuando se ha alterado la afinación del CH-3 en un 90%. Nederlands 3/4 3/4 Español 1/2 1/2 97 <DRB1317> Du/Sp DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN De externe effector gebruiken UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR Utilización de un generador de efectos externo Onderstaand voorbeeld toont hoe externe effecten op CH-3 kunnen worden toegepast. El ejemplo siguiente detalla la aplicación de efectos externos a la música del CH-3. 1 Stel de effect/sampler-keuzeschakelaar in op SEND/RETURN. 1 Ponga el selector de efecto/muestreador en SEND/RETURN. 2 Stel de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar in op 3. 2 Ponga el selector de canal de efecto/muestreador en 3. ÷ Het lampje LED “3” op de effectparameter/BPM-display gaat branden. ÷ Se encenderá el LED “3” de la pantalla de parámetro de efecto/BPM. 3 Stel de externe effectorparameters, etc. in. ÷ Door een druk op de EFFECTS/SAMPLER-toets voor het koptelefoongeluid kan het geluidseffect via de koptelefoonuitgang worden bevestigd. 3 Configure los parámetros del generador de efectos externos, etc. ÷ Al pulsar EFFECTS/SAMPLER del activador de auriculares, el efecto sonoro puede confirmarse a través de la salida de los auriculares. 4 Regel het retourniveau. ÷ Door de effect/sampler-parameter 2 knop kan het retourniveau van de externe effector worden ingesteld. * De effect/sampler-parameter 1 knop (TIME) werkt in dit geval niet. 5 Zet de effect/sampler-aan-uit-schakelaar op ON. ÷ De effect/sampler-aan-uit-schakelaar knippert met een oranje licht en het extern effect wordt op de muziek van CH-3 toegepast. ÷ Wordt deze schakelaar opnieuw ingedrukt, dan wordt het effect uitgeschakeld. BPM-display 1 2 3 4 4 Fije el nivel de retorno. ÷ El nivel de retorno del generador de efectos externo puede ajustarse con el mando efecto/muestreador parámetro 2. * El mando efecto/muestreador parámetro 1 (TIME) no funcionará. 5 Encienda el interruptor ON/OFF de efecto/ muestreador. ÷ El interruptor ON/OFF de efecto/muestreador parpadeará en naranja, y el efecto externo se aplicará a la música del CH-3. ÷ Si vuelve a pulsar el interruptor, el efecto quedará desactivado. AUTO BPM COUNTER Pantalla BPM Effectparameter/ BPM-display 70-139 BPM 91-180 BPM 1 3 1 2 3 4 AUTO BPM COUNTER MASTER 2 4 MIC 70-139 BPM 91-180 BPM 1 3 LED (Controlelampje) PARAMETER1 Pantalla parámetro de efecto/BPM 1/2 3/4 1 2 1/1 2/1 4/1 4 8 16 MASTER 2 4 MIC LED PARAMETER1 BEAT ÷ Display wanneer een extern effect op CH-3 wordt toegepast. 1/2 3/4 1 2 1/1 2/1 4/1 4 8 16 BEAT ÷ Pantalla cuando se ha aplicado un efecto externo a CH-3. 98 <DRB1317> Du/Sp DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN Sampler-opname UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR Utilización de la grabación del muestreador De ingebouwde sampler van dit toestel herkent de BPMwaarde van de op te nemen muziek en neemt alleen het aangegeven aantal maten (1, 2, 4, 8 of 16) automatisch op. De maximale opnameduur bedraagt acht seconden. El muestreador integrado en la unidad reconoce los BPM de la música que va a grabarse y graba automáticamente sólo el número especificado de batidos (1, 2, 4, 8 o 16). El tiempo máximo de grabación es ocho segundos. Voorbeeld: Opname van 8 maten van het muziekstuk op CH-1 (BPM=120). Ejemplo: Al grabar 8 batidos de la pieza en el CH-1 (BPM=120). 1 Stel de effect/sampler- keuzeschakelaar in op SAMPLER REC. ÷ Het rode lampje van de effect/sampler-aan-uit-schakelaar gaat branden. 1 Ponga el selector de efecto/muestreador en SAMPLER REC. ÷ El interruptor ON/OFF de efecto/muestreador se encenderá en rojo. 2 Ponga el selector de efecto/muestreador en 1. 3 Stel de opnameduur in. ÷ Door een druk op de effectritmekeuzeschakelaar gaat “8” op de ritmedisplay branden. * Door de effect/sampler-parameter 1 knop (TIME) kunt u de opnameduur preciezer instellen. De ingestelde duur verschijnt op de effectparameter/BPM-display. De maximale opnameduur bedraagt acht seconden. * De effect/sampler-parameter 2 knop (LEVEL/DEPTH) werkt in dit geval niet. 3 Fije el tiempo de grabación. ÷ Pulse el selector de batidos de efecto y se encenderá el “8” en la pantalla de batidos. * Para configurar más exactamente el tiempo de grabación, utilice el mando efecto/muestreador parámetro 1 (TIME). El tiempo fijado se mostrará en la pantalla parámetro de efecto/BPM. El tiempo máximo de grabación es ocho segundos. * El mando efecto/muestreador parámetro 2 (LEVEL/ DEPTH) no funcionará. Nederlands ÷ Het lampje LED “1“ op de effectparameter/BPM-display gaat branden. ÷ De BPM-waarde van de op CH-1 ingevoerde muziek verschijnt op de BPM-display. * De met de muziek op CH-1 overeenstemmende BPMband kan door de keuzeschakelaar voor het BPMmeetgebied worden ingesteld. * Het lampje knippert wanneer de BPM-waarde meer dan 2 seconden lang niet kan worden gemeten. In dit geval moet u handmatig instellen (zie pagina 92). ÷ Se encenderá el LED “1” de la pantalla de parámetro de efecto/BPM. ÷ En la pantalla BPM aparecerán los BPM de la entrada de música en CH-1. * La banda de BPM que concuerda con la música de CH-1 puede seleccionarse mediante el selector de intervalo de BPM. * El LED parpadeará si no es posible medir los BPM durante más de 2 segundos. En este caso, utilice el modo manual para realizar los ajustes (véase la página 92). Español 2 Stel de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar in op 1. 99 <DRB1317> Du/Sp DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR 4 Stel de effect/sampler-aan-uit-schakelaar in op ON op het tijdstip waarop u wenst op te nemen. 4 Encienda el interruptor ON/OFF de efecto/ muestreador cuando desee empezar la grabación. ÷ De opname wordt automatisch gestart wanneer er signalen van een speler, etc. werden waargenomen. ÷ Wanneer de opname begint, knippert het rode lampje van de effect/sampler-aan-uit-schakelaar. ÷ De opname wordt automatisch stopgezet wanneer het ingestelde aantal maten werd opgenomen. ÷ Wanneer er tijdens de opname op de effect/sampler-aanuit-schakelaar wordt gedrukt, wordt de opname stopgezet. ÷ La grabación comienza automáticamente cuando se detectan señales de sonido de un reproductor, etc. ÷ En cuanto comienza la grabación, el interruptor parpadeará en rojo. ÷ La grabación terminará automáticamente cuando se haya grabado el número de batidos definido. ÷ Al pulsar el interruptor ON/OFF durante la grabación, ésta se interrumpe. Pantalla BPM BPM-display 1 2 3 1 2 3 4 4 AUTO BPM COUNTER AUTO BPM COUNTER Contador Teller BPM BPM 70-139 BPM 70-139 BPM Keuzeschakelaar voor BPM-meetgebied Effectparameter/ BPM-display MASTER 1 91-180 BPM Selector de intervalo de medida de BPM 91-180 BPM 2 3 4 Pantalla parámetro de efecto/BPM MASTER 1 2 3 4 MIC LED MIC PARAMETER1 LED (Controlelampje) PARAMETER1 Contador Teller mSec 1/2 3/4 1/1 2/1 2 4 8 16 BEAT Keuzeschakelaar voor het effectritme 100 <DRB1317> Du/Sp 1/2 3/4 1 2 1/1 2/1 4/1 4 8 16 Pantalla de batido 4/1 Ritmedisplay 1 mSec BEAT Selector de batido de efecto DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR De weergavefuncties van de sampler gebruiken Hieronder staan drie methodes om het geluid dat met de ingebouwde sampler is opgenomen weer te geven. SINGLE PLAY De muziek wordt slechts afgespeeld als op de effect/sampler-aan-uit-schakelaar wordt gedrukt. LOOP PLAY Speelt continu het opgenomen geluid af. STRETCH LOOP PLAY Het met het ingestelde aantal maten (1, 2, 4, 8 of 16) opgenomen geluid wordt continu afgespeeld, waarbij de BPM-waarde van de te mixen muziek als basis wordt genomen. Het opgenomen geluid wordt zodanig gerokken dat het met het ingestelde aantal maten overeenstemt. Utilización de las funciones de reproducción del muestreador A continuación se describen los tres métodos disponibles para reproducir el sonido grabado con el muestreador integrado. SINGLE PLAY Reproduce sólo cuando se pulsa ON/OFF del efecto/muestreador. LOOP PLAY Reproduce de forma repetitiva el sonido grabado. STRETCH LOOP PLAY Según los BPM de la música que va a mezclarse, reproduce de forma repetitiva el sonido grabado dentro del número definido de batidos (1, 2, 4, 8 o 16). El sonido grabado se reproducirá ‘ampliado’ para que coincida el número de batidos. ÷ Het groene lampje op de effect/sampler-aan-uitschakelaar gaat branden. 2 Stel de effect/sampler-kanaalkeuzeschakelaar in op 2. ÷ Het lampje LED “2“ op de effectparameter/BPM-display gaat branden. ÷ De BPM-waarde van de op CH-2 ingevoerde muziek verschijnt op de teller van de BPM-display. * De met de muziek op CH-2 overeenstemmende BPMband kan door de keuzeschakelaar voor het BPMmeetgebied worden ingesteld. * Het lampje knippert wanneer de BPM-waarde meer dan 2 seconden lang niet kan worden gemeten. In dit geval moet u handmatig instellen (zie pagina 92). 3 Stel de afspeelduur en het afspeelniveau in. ÷ Door een druk op de effectritmekeuzeschakelaar gaat “8” op de ritmedisplay branden. * Om de afspeelduur preciezer in te stellen, kunt u de knop effect/sampler parameter 1 (TIME) gebruiken. De ingestelde duur verschijnt op de effect parameter/BPMdisplay. Deze duur varieert van 10 tot 16.000 ms. * Het afspeelniveau wordt door de knop effect/sampler parameter 2 (LEVEL/DEPTH) ingesteld. 1 Ponga el selector de efecto/muestreador en STRETCH LOOP PLAY. ÷ El interruptor ON/OFF se encenderá en verde claro. 2 Ponga el selector de canal de efecto/muestreador en 2. ÷ Se encenderá el LED “2” de la pantalla parámetro de efecto/BPM. ÷ Los BPM de la entrada de música del CH-2 se mostrarán en el contador de la pantalla BPM. * La banda de BPM que concuerde con la música del CH-2 puede seleccionarse mediante el selector de intervalo de medición de BPM. * El LED parpadeará si no pueden medirse los BPM durante más de 2 segundos. En este caso, utilice el modo manual para los ajustes (véase la página 92). 3 Ajuste el tiempo y el nivel de reproducción. ÷ Pulse el selector de batido de efecto. Se encenderá el “8” en la pantalla de batidos. * Para ajustar con más precisión el tiempo de reproducción, utilice el mando efecto/muestreador parámetro 1 (TIME), El tiempo establecido se mostrará en la pantalla parámetro de efecto/BPM. El tiempo de reproducción oscila entre 10 y 16.000 milisegundos. * El nivel de reproducción se define utilizando el mando efecto/muestreador parámetro 2 (LEVEL/DEPTH). 101 <DRB1317> Du/Sp Nederlands 1 Stel de effect/sampler-keuzeschakelaar in op STRETCH LOOP PLAY. Ejemplo: mezcla en reproducción de bucle ampliado de música grabada con música del CH-2 (BPM=130). Español Voorbeeld: opgenomen muziek wordt meerdere keren “gerokken” afgespeeld, gemixt met muziek op CH-2 (BPM=130). DE EFFECT/SAMPLER-FUNCTIES GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LAS FUNCIONES DE EFECTO/MUESTREADOR 4 Stel de effect/sampler-aan-uit-schakelaar in op ON. 4 Active el interruptor ON/OFF de efecto/ muestreador. ÷ Wanneer het afspelen begint, knippert het groene lampje van de effect/sampler-aan-uit-schakelaar. ÷ Cuando comience la reproducción, parpadeará el interruptor ON/OFF de efecto/muestreador. BPM-display 1 2 3 Pantalla BPM 4 AUTO BPM COUNTER 1 2 3 4 AUTO BPM COUNTER Teller Contador BPM 70-139 BPM BPM 91-180 BPM 70-139 BPM 91-180 BPM Keuzeschakelaar voor BPM-meetgebied Effectparameter/ BPM-display MASTER 1 2 3 4 MIC LED (Controlelampje) Selector de intervalo de medida de BPM Pantalla parámetro de efecto/BPM MASTER 1 2 3 4 MIC LED PARAMETER1 PARAMETER1 Teller Contador mSec 1/2 3/4 1/1 2/1 mSec 4/1 1/2 3/4 1 2 1/1 2/1 4/1 4 8 16 Ritmedisplay 1 2 4 8 16 BEAT Keuzeschakelaar voor het effectritme De EDIT-functie van de sampler gebruiken Gebruik de ingebouwde sampler van het toestel om het tijdstip in te stellen waarop het afspelen van het opgenomen geluid stopt. 1 Zet de effect/sampler-keuzeschakelaar op EDIT. ÷ Het groene lampje van de effect/sampler-aan-uitschakelaar gaat branden. 2 Zet de effect/sampler-aan-uit-schakelaar op ON. ÷ Wanneer het afspelen begint, gaat het groene lampje van de effect/sampler-aan-uit-schakelaar branden. 3 Stel het tijdstip in waarop het afspelen stopt. ÷ Wanneer u het continu afgespeelde geluid op de monitor volgt, kunt u het tijdstip waarop het afspelen stopt (eindpunt van de kringloop) met de effect/sampler parameter 1 knop (TIME) instellen. De ingestelde duur verschijnt op de effect parameter/BPM-display. * U kunt geen grotere duur instellen dan de opnameduur. 102 <DRB1317> Du/Sp Pantalla de batido BEAT Selector de batido de efecto Utilización de la función de edición del muestreador Utilice el muestreador alojado en la unidad para definir la posición en la que finalizará la reproducción del sonido grabado. 1 Ponga el conmutador de efecto/muestreador en EDIT. ÷ La luz de este conmutador se encenderá en verde. 2 Ponga el interruptor ON/OFF de efecto/muestreador en ON (encendido). ÷ Cuando empiece la reproducción, este conmutador ON/ OFF parpadeará en verde. 3 Defina la posición de parada de la reproducción. ÷ Mientras se monitoriza el sonido de reproducción en bucle, defina la posición de finalización de reproducción (punto final del bucle) con el mando efecto/muestreador parámetro 1 (TIME). El tiempo seleccionado se mostrará en la pantalla de parámetro de efecto/BPM. * No es posible ajustarlo para más tiempo que el de la grabación. DE FADERSTARTFUNCTIE GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LA FUNCIÓN DE INICIO CON FUNDIDO De apart verkochte, op CH-1 of CH-2 aangesloten CDJ-100S, CDJ-700S en CDJ-500 II spelers kunnen door de volumeknop van de kanaalfader of de kruisfader worden gestart, op voorwaarde dat de twee toestellen met stuurkabels zijn verbonden. Ook het afspelen van het met de ingebouwde sampler opgenomen geluid kan door de volumeknop van de kruisfader worden gestart. Si se conectan los reproductores suministrados por separado CDJ-100S, CDJ-700S o CDJ-500 II a los canales CH-1 o CH-2, dichos equipos pueden ponerse en marcha utilizando el volumen de fundido de canales o control de volumen de fundido transversal, siempre que se hayan conectado con los correspondientes cables. Además, el sonido grabado con el muestreador integrado también puede iniciarse con el control de volumen de fundido transversal. HEADPHONES CUE TALK OVER CH-1 CH-2 CH-3 CH-4 MASTER EFFECTS/SAMPLER AUTO BPM COUNTER SELECTOR Volumeknop van de kanaalfader Control de volumen de inicio con fundido de canal HEADPHONES MONO SPLIT STEREO MIXING CUE 10 10 10 10 10 10 9 9 9 9 9 9 8 8 8 8 8 8 7 7 7 7 7 7 6 6 6 6 6 6 5 5 5 5 5 5 4 4 4 4 4 4 3 3 3 3 3 3 2 2 2 2 2 2 1 1 1 1 1 1 0 0 0 0 0 0 REVERB FRANGER PITCH FILTER SND/RTN EDIT TRANS SINGLE PAN LOOP ECHO STRETCH DELAY REC AUTO BPM BEAT SAMPLER 4 3 MIC CF. A 2 CF. B 1 MASTER Effect/sampler-keuzeschakelaar Selector de efecto/muestreador CH. SELECT MASTER LEVEL CH-1 Faderstart-aan-uit-schakelaar Interruptor ON/OFF de inicio con fundido CH-2 SAMPLER PARAMETER 1 2 1 -∞ 0dB THRU OFF 3 ON 4 OFF ON OFF Conmutador CROSS FADER ASSIGN A 2 1 THRU TIME MASTER BALANCE 3 4 SAMPLER PARAMETER 2 LEVEL/ DEPTH CROSS FADER CURVE 1 CROSS FADER ASSIGN A PHONES 2 3 CROSS FADER ASSIGN B A CROSS FADER ASSIGN A-schakelaar ON FADER START SAMPLER B CROSS FADER CURVEkeuzeschakelaar Selector CROSS FADER CURVE L R MIN MAX BOOTH MONITOR -∞ 0dB ON/OFF TAP CROSS FADER ASSIGN B-schakelaar Conmutador CROSS FADER ASSIGN B Volumeknop van de kruisfader Afspelen via de fader starten (een aangesloten cd-speler starten) Als het toestel met stuurkabels op cd-spelers voor DJs van het type CDJ-100S, CDJ-700S of CDJ-500 II is aangesloten, kunnen deze spelers via de fader worden gestart. Met andere woorden, wanneer de volumeknop van de kanaalfader of de kruisfader op het mengpaneel in een hogere stand wordt gezet, wordt de pauzefunctie van de cd-speler uitgeschakeld en de muziek automatisch en onmiddellijk afgespeeld. Omdat de cd-speler op het startpunt kan worden teruggezet wanneer de fader naar de oorspronkelijke stand terugkeert, hoort afspelen van gesamplede geluiden ook tot de mogelijkheden. Reproducción de inicio con fundido (para iniciar un reproductor de CD conectado) El inicio con fundido puede realizarse cuando la unidad se ha conectado con los cables de control a los reproductores de CD CDJ-100S, CDJ-700S o CDJ-500 II para DJ. En otras palabras, cuando están activados los controles de fundido de canal o de volumen de fundido transversal de la mezcladora, quedará liberada la función de pausa del reproductor de CD, y la música se iniciará automática e instantáneamente. Además, debido a que el reproductor de CD puede restablecerse a su punto de activación cuando el fundido se devuelve a su posición original, también es posible la reproducción de tipo muestreador. Stuurkabels Cables de control A DJM-600 CDJ-100S Español CDJ-100S B Nederlands Control de volumen de fundido transversal Volumeregeling door kanaalfader Volumeregeling door kruisfader Volumen de fundido de canal Volumen de fundido transversal 103 <DRB1317> Du/Sp DE FADERSTARTFUNCTIE GEBRUIKEN Starten via de kruisfader en afspelen vanaf het startpunt Wanneer “A” in wachtstand op het startpunt staat, kan hij door de volumeknop van de kruisfader gewoon van rechts naar links te schuiven worden gestart. Tegelijkertijd wordt “B” op het startpunt teruggezet. Bovendien kan “B”, wanneer hij in wachtstand op het startpunt staat, door de volumeknop van de kruisfader gewoon van links naar rechts te schuiven worden gestart. (“A” wordt tegelijkertijd op het startpunt teruggezet.) Cd-spelers die door de faderstartfunctie kunnen worden gestart, op voorwaarde dat ze op het toestel zijn aangesloten. CDJ-100S CDJ-700S CDJ-500 II Via de kanaalfader starten UTILIZACIÓN DE LA FUNCIÓN DE INICIO CON FUNDIDO Reproducción de inicio con fundido transversal y reproducción de vuelta al punto de entrada Cuando “A” se encuentra en el punto de entrada durante el estado de espera, puede iniciarse simplemente moviendo el control de volumen de fundido transversal desde el lado derecho hacia el izquierdo. “B” regresará al punto de entrada simultáneamente. De la misma forma, si “B” está en el punto de entrada durante el estado de espera, puede iniciarse simplemente desplazando el control de volumen de fundido transversal hacia la derecha. (“A” regresará al punto de entrada al mismo tiempo.) Los reproductores de CD que ofrecen esta posibilidad de reproducción de inicio con fundido al conectarlos a esta unidad son. CDJ-100S CDJ-700S CDJ-500 II Inicio con el fundido de canales 1 Druk op de faderstartschakelaar (CH-1 of CH-2) van het kanaal dat op de te starten cd-speler is aangesloten. 1 Active el conmutador de inicio con fundido (CH-1 o CH-2) del canal conectado al reproductor de CD que va a controlar. 2 Schuif de volumeknop van de kanaalfader helemaal naar beneden. 2 Desplace en todo su recorrido hacia abajo el control de volumen de fundido de canal. 3 Stel het startpunt van de cd-speler in en zet de cdspeler in wachtstand. 3 Busque el punto de entrada en el reproductor de CD y fije en este punto el estado de espera del reproductor. 4 Wanneer u de speler wenst te starten, schuift u de volumeknop van de kanaalfader omhoog; de cdspeler begint af te spelen. 4 Cuando desee iniciar el reproductor, desplace el control de volumen de fundido hacia arriba y el reproductor de CD iniciará la reproducción. Opgelet: ÷ Kanalen die met de ASSIGN A en B-schakelaars van de kruisfader werden ingesteld kunnen niet via de kanaalfader worden gestart. Precaución: ÷ Los canales asignados con los conmutadores ASSIGN A y B para el fundido transversal no pueden iniciarse con el fundido de canales. Onderstaand voorbeeld toont hoe een op CH-1 aangesloten cd-speler kan worden gestart. A continuación se muestra un ejemplo de inicio de un reproductor de CD conectado a CH-1. CH-1 Voorbeeld: CH-1 Ejemplo: 10 CH-1 9 10 CH-1 9 8 8 7 OFF ON 6 5 7 OFF ON 4 Faderstartschakelaar 3 2 1 0 Volumeknop van de kanaalfader Wanneer het startpunt van tevoren op de CDJ- 100S of de CDJ-700S werd ingesteld, is het niet nodig de cd-speler in wachtstand op het startpunt te laten staan. Als de volumeknop van de kanaalfader in de oorspronkelijke stand wordt teruggezet nadat het afspelen is begonnen, zal de cd-speler naar het startpunt terugkeren en in wachtstand worden gezet. 104 <DRB1317> Du/Sp 6 5 4 Conmutador de inicio con fundido 3 2 1 0 Control de volumen de fundido de canal Si se han definido previamente los puntos de entrada mientras se utilizaban los CDJ-100S, CDJ-700S, no será necesario colocar el reproductor de CD en estado de espera en el punto de entrada. Si el volumen de fundido de canales se devuelve a su posición original después de iniciarse la reproducción, el reproductor de CD volverá al punto de entrada y quedará en estado de espera. DE FADERSTARTFUNCTIE GEBRUIKEN UTILIZACIÓN DE LA FUNCIÓN DE INICIO CON FUNDIDO Via de kruisfader starten Inicio con el fundido transversal 1 Druk op de faderstartschakelaar (CH-1 of CH-2) van het kanaal dat op de te starten cd-speler of sampler is aangesloten. 1 Active el conmutador de inicio con fundido (CH-1 o CH-2) del canal conectado al reproductor de CD que va a controlarse con el muestreador. 2 Kies met de ASSIGN A en B-schakelaars van de kruisfader het kanaal (CH-1 of CH-2) waarop de cdspeler of de sampler is aangesloten. 2 Con los conmutadores ASSIGN A y B del fundido transversal, seleccione el muestreador, o bien, el canal (CH-1 o CH-2) al que está conectado el reproductor de CD. 3 Schuif de volumeknop van de kruisfader helemaal in de tegenovergestelde richting van de te starten bron. In het volgend voorbeeld wordt de startprocedure toegepast op een cd-speler aangesloten op het kanaal CH-1 dat op ASSIGN A is ingesteld. Voorbeeld: 3 En el ejemplo, el arranque se efectúa con el reproductor de CD conectado al CH-1 definido en ASSIGN A. Ejemplo: SAMPLER 2 3 1 A B 4 SAMPLER THRU CROSS FADER ASSIGN A ASSIGN A-schakelaar A Volumeknop van de kruisfader 4 Om een cd-speler te starten, moet u het startpunt instellen en de speler op dit punt in wachtstand zetten. Om een sampler te starten, moet u met de effect/ sampler-keuzeschakelaar het afspeeltype (SINGLE, LOOP of STRETCH LOOP) kiezen. Wanneer het afspeeltype met de effect/samplerkeuzeschakelaar is gekozen, gaat het groene lampje van de effect/sampler-aan-uit-schakelaar branden. 5 Kies de startkromme van de kruisfader met behulp van diens krommekeuzeschakelaar. 6 Wanneer de volumeknop van de kruisfader in de tegenovergestelde richting wordt geschoven, zoals in “3”, begint de cd-speler of de sampler af te spelen. 2 1 THRU 3 4 SAMPLER Conmutador ASSIGN A ASSIGN A-schakelaar Cuando haya seleccionado el tipo de reproducción de muestra con el selector de efecto/muestreador, el interruptor de ON/OFF de efecto/muestreador se encenderá en verde. 5 Utilice el selector de curva de fundido transversal para seleccionar dicha curva. 6 Cuando el control de volumen de fundido transversal se desliza en la dirección opuesta a la del paso “3”, el reproductor de CD o el muestreador comenzarán a funcionar. 1 B THRU Volumeknop van de kruisfader 3 4 SAMPLER A B CROSS FADER ASSIGN A Conmutador ASSIGN A Wanneer het startpunt van tevoren op de CDJ- 100S of de CDJ-700S werd ingesteld, is het niet nodig de cd-speler in wachtstand op het startpunt te laten staan. Als de volumeknop van de kruisfader in de oorspronkelijke stand wordt teruggezet nadat het afspelen is begonnen, zal de cd-speler naar het startpunt terugkeren en in wachtstand worden gezet. Control de volumen de fundido transversal 4 Para iniciar un reproductor de CD, defina el punto de entrada y sitúelo en estado de espera en dicho punto. Para iniciar un muestreador, seleccione el tipo de reproducción del muestreo (SINGLE, LOOP o STRETCH LOOP) con el selector de efecto/ muestreador. 2 A CROSS FADER ASSIGN A B CROSS FADER ASSIGN A Nederlands 4 THRU Control de volumen de fundido transversal Si se han definido previamente los puntos de entrada mientras se utilizaban los CDJ-100S, CDJ-700S, no será necesario colocar el reproductor de CD en estado de espera en el punto de entrada. Si el volumen de fundido de canales se devuelve a su posición original después de iniciarse la reproducción, el reproductor de CD volverá al punto de entrada y quedará en estado de espera. 105 <DRB1317> Du/Sp Español 2 1 3 Deslice en todo su recorrido el volumen de fundido transversal, hacia el lado contrario de la fuente que va a iniciar. ZELF STORINGEN VERHELPEN Onjuist uitgevoerde bewerkingen worden vaak voor defecten of storingen aanzien. Als u denkt dat er werkelijk iets mis is met dit toestel, moet u eerst onderstaande punten controleren. Soms moet de oorzaak van het probleem bij een ander toestel worden gezocht. U moet dus alle aangesloten elektrische apparaten controleren. Indien het probleem, zelfs na controle van onderstaande punten, niet kan worden opgelost, moet u met uw verkoper of dichtsbijzijnde PIONEER service center contact opnemen. Probleem Mogelijke Oorzaak Maatregel Het toestel staat niet onder spanning. ÷ De stroomkabel is niet aangesloten. ÷ Sluit de stroomkabel op het stopcontact aan. Er is weinig of geen geluid. ÷ De ingangkeuzeschakelaar staat in de verkeerde stand. ÷ De aansluitkabel werd onjuist aangesloten of is losgeraakt. ÷ De contactbus of de plug is niet schoon. ÷ De volumeknop voor het hoofdgeluid (MASTER LEVEL ATT.) op de achterkant staat in een te lage stand. ÷ Zet de ingangkeuzeschakelaar op het actieve toestel. ÷ Sluit hem goed aan. Het geluid is vervormd. ÷ Het volume van het hoofdgeluid staat te hoog. ÷ Het ingangsniveau is te hoog. ÷ Regel de volumeknop voor het hoofdgeluid (MASTER LEVEL ATT.) op de achterkant. ÷ Regel deTRIM-knop zodanig dat het ingangsniveau op de piekniveaumeter in de buurt van 0 dB komt te staan. De kruisfader werkt niet. ÷ ASSIGN A en B staan niet in de juiste stand. ÷ Stel de ASSIGN-schakelaars in op de juiste kruisfaderbron. De cd-speler wordt niet door de fader gestart. ÷ De faderstartschakelaar staat uit. ÷ De contactbus op de achterkant die de speler moet besturen werd niet verbonden. ÷ Zet de faderstartschakelaar op ON. ÷ Sluit het toestel met behulp van de stuurkabel op de cd-speler aan. De effecten zijn niet hoorbaar. ÷ De effect/sampler-keuzeschakelaar staat niet op de juiste stand. ÷ De effect/sampler-parameter 2 knop staat in de laagste stand (MIN.). ÷ Kies het juiste kanaal waarop de effecten moeten worden toegepast. ÷ Regel de effect/sampler-parameter 2 knop. Het geluid van de externe effector is vervormd. ÷ Het ingangsniveau van de externe effector is te hoog. ÷ Verlaag het uitgangsniveau van de externe effector of regel het retourniveau met de effect/sampler-parameter 2 knop. De BPM-waarde kan niet worden gemeten. De gemeten BPM-waarden zien er vreemd uit. ÷ Het ingangsniveau is te hoog of te laag. ÷ Regel deTRIM-knop zodanig dat het ingangsniveau op de piekniveaumeter in de buurt van 0 dB komt te staan. ÷ Regel de ingangsniveaus van de andere kanalen op een waarde dichtbij 0 dB. ÷ Druk op de TAP-schakelaar en stel de BPMwaarde handmatig in. ÷ Voor sommige muziekstukken kan de BPMwaarde niet worden gemeten. ÷ Maak schoon en sluit opnieuw aan. ÷ Regel de volumeknop voor het hoofdgeluid (MASTER LEVEL ATT.) op de achterkant. De gemeten BPM-waarde verschilt van de op de cd aangegeven waarde. ÷ Omdat er verschillende methodes bestaan om de BPM-waarde te meten, kunnen de resultaten lichtjes verschillen. ÷ Geen maatregelen nodig. De PHONO 3 ingang van CH4 kan niet worden gebruikt. ÷ Er werd een hulpmicrofoon aangesloten. ÷ Verwijder de hulpmicrofoon. Door statische elektriciteit of andere externe invloeden kunnen er storingen in het toestel optreden. Schakel de stroom uit en daarna in om het toestel weer normaal te kunnen gebruiken. 106 <DRB1317> Du/Sp Du TECHNISCHE GEGEVENS Audiogedeelte Elektrisch gedeelte, enz. Ingangen (ingangsniveau/impedantie) CD/LINE ............................................ –14dBV (200mV)/22kΩ PHONO ................................................. –54dBV (2mV)/47kΩ MAIN MIC .............................................. –54dBV (2mV)/3kΩ SUB MIC ................................................ –60dBV (1mV)/3kΩ RETURN ............................................ –14dBV (200mV)/22kΩ Stroomspanning ............ Wisselstroom AC 220-240V, 50/60Hz Stroomverbruik ................................................................. 34W Werktemperatuur ............................................. +5˚C tot +35˚C Werkvochtigheidsgraad ........................................ 5% tot 85% Uitwendige afmetingen ........... 320 (B) x 372 (D) x 107 (H) mm Gewicht ........................................................................... 6,6kg Uitgang (uitgangsniveau/impedantie) MASTER OUT1 (RCA) ................................... 0dBV (1V)/1kΩ MASTER OUT2 (XLR) ............................ 4dBm (1,23V)/600Ω REC OUT (RCA) .......................................... –10dBV (1V)/1kΩ BOOTH MONITOR ........................................ 0dBV (1V)/1kΩ SEND ......................................................... –14dBV (1V)/1kΩ PHONES ....................................................... 0dBV (1V)/22Ω Frequentiekarakteristieken CD/LINE/PHONO/MIC .................................. 20Hz tot 20kHz Toebehoren ÷ Plug van het kort circuit-type .............................................. 6 ÷ Gebruiksaanwijzing ............................................................. 1 De technische gegevens en de uitvoering kunnen wegens verbeteringen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Signaal-ruisverhouding CD/LINE ............................................ 87dB (zonder effecten) PHONO ........................................................................ 77dB MIC .............................................................................. 69dB Totale harmonische vervorming CD/LINE/PHONO .................................... Minder dan 0,02% Overspraak ...................................................... Meer dan 70dB Kanaalequalizer HI ...................................................... +12dB, –26dB (13kHz) MID ..................................................... +12dB, –26dB (1kHz) LOW ................................................... +12dB, –26dB (70Hz) Microfoonequalizer HI ...................................................... +12dB, –12dB (10kHz) MID ..................................................... +12dB, –12dB (1kHz) LOW ................................................. +12dB, –12dB (100Hz) Effector DELAY en ECHO ......................................... 1 tot 3500mSec PAN, TRANS, FILTER en FLANGER ........ 10 tot 16000mSec REVERB .............................................................. 1 tot 100% PITCH ............................................................... 0 tot ±100% Uitgegeven door Pioneer Corporation. Copyright © 2000 Pioneer Corporation. Alle rechten voorbehouden. 108 <DRB1317> Du Du/Sp Nederlands Español 111 <DRB1317> Du/Sp
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112

Pioneer djm 600 zwart 4 kanaals dj mixer de handleiding

Categorie
Audiomixers
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor