Sulzer Flow Booster Type ABS SB / XSB Handleiding

Type
Handleiding
www.sulzer.com
SB 900 - 2500
XSB 900 - 2750
SB 900 - 2500
XSB 900 - 2750
XSB 900 - 2750
SB 900 - 2750
0580-0002
Voortstuwer type ABS SB 900 tot 2500 / XSB 900 tot 2750
6006572-01 (09.2023)
Onderhoudshandleiding
nl
Wijzigingen m.b.t. technische verdere ontwikkelingen voorbehouden!
26006572-01
Onderhoudshandleiding (Vertaling van originele instructies)
voor voortstuwer type ABS SB:
SB 931 SB 1221 SB 1621 SB 1821 SB 2021 SB 2221 SB 2521
SB 932 SB 1222 SB 1622 SB 1822 SB 2022 SB 2222 SB 2522
SB 933 SB 1223 SB 1623 SB 1823 SB 2023 SB 2223 SB 2523
SB 934 SB 1624 SB 1824 SB 2024 SB 2224 SB 2524
SB 1625 SB 1825 SB 2025 SB 2225 SB 2525
SB 2026 SB 2226
voor voortstuwer type ABS XSB:
XSB 931 M XSB 1621 M XSB 1821 M XSB 2021 M XSB 2221 M XSB 2521 M
XSB 932 M XSB 1622 M XSB 1822 M XSB 2022 M XSB 2222 M XSB 2522 M
XSB 933 M XSB 1623 M XSB 1823 M XSB 2023 M XSB 2223 M XSB 2523 M
XSB 934 M XSB 1624 M XSB 1824 M XSB 2024 M XSB 2224 M XSB 2524 M
XSB 1625 M XSB 1825 M XSB 2025 M XSB 2525 M
XSB 1431 LX XSB 2231 LX XSB 2531 LX XSB 2731 LX
XSB 2232 LX XSB 2532 LX XSB 2732 LX
XSB 2233 LX XSB 2533 LX XSB 2733 LX
3
6006572-01
Inhoudsopgave
1 Algemeen ............................................................................................................................................... 4
1.1 Inleiding ................................................................................................................................................... 4
2 Veiligheid ...............................................................................................................................................5
3 Onderhoud ............................................................................................................................................. 5
3.1 Demontage .............................................................................................................................................. 5
3.1.1 Demontage SB/XSB met vergrendelbaar koppelingssysteem ................................................................ 5
3.1.2 Demontage SB met zelfremmend koppelingssysteem (oud systeem) .................................................... 5
4 Bedrijfsstoringen .................................................................................................................................. 7
5 Controle van het koppelingssysteem ................................................................................................. 7
6 Inspectie- en onderhoudsintervallen SB/XSB .................................................................................... 8
7 Inspecties ............................................................................................................................................. 10
7.1 Eerste controle ...................................................................................................................................... 10
7.2 Check .................................................................................................................................................... 11
7.3 Jaarlijkse inspectie ................................................................................................................................ 12
7.4 Grote onderhoudsbeurt ......................................................................................................................... 13
8 Onderhoud ........................................................................................................................................... 14
8.1 Tandwielolie controleren/verversen (alle uitvoeringen) ......................................................................... 14
8.2 Propellermontage/-demontage .............................................................................................................. 15
8.2.1 Propellermontage/-demontage SB 900 - 2500 ...................................................................................... 15
8.2.2 Propellermontage/-demontage XSB 900; XSB 2750 ............................................................................ 16
8.2.3 Propellermontage/-demontage XSB 2750 ............................................................................................ 17
8.3 Glijringafdichtingsmontage/-demontage ................................................................................................ 18
8.3.1 Glijringafdichtingsmontage/-demontage SB 900-2500; XSB 900-XSB 2500 ........................................ 18
8.3.2 Glijringafdichtingsmontage/-demontage XSB 2750 .............................................................................. 19
8.4 Olievulling en olieverversing (oudere SB-uitvoeringen) ........................................................................ 22
8.5 Olievulling en olieverversing ................................................................................................................. 23
8.5.1 Olievulling en olieverversing (model 2006 met grote oliekamer) .......................................................... 23
8.5.2 Olievulling en olieverversing XSB ......................................................................................................... 23
8.6 Montage/demontagevandeSD-ring(Solids-Deection-ring) ............................................................... 24
46006572-01
1 Algemeen
1.1 Inleiding
Regelmatige inspectie en preventief onderhoud garanderen een betrouwbaar gebruik. Daarom moet het volledi-
ge aggregaat regelmatig volgens het inspectieschema grondig gereinigd, onderhoud en geïnspecteerd worden.
Hierbij moet op een goede toestand en op de bedrijfsveiligheid van alle delen van het aggregaat gelet worden.
Het revisie-interval wordt naargelang de belasting van het toestel vastgelegd.
UwSulzer-servicedienstgeeftugraaghetnodigeadviesbijspecieketoepassingen.
De exploitant moet ervoor zorgen dat alle onderhouds-, inspectie- en montagewerkzaamheden door gemach-
tigd en geschoold personeel wordt uitgevoerd dat de bedieningshandleiding zorgvuldig heeft bestudeerd.
Werkzaamheden aan het aggregaat mogen uitsluitend bij stilstand worden uitgevoerd. De in de onderhouds-
handleiding omschreven werkwijze voor het stilzetten van het aggregaat moeten in elk geval nageleefd worden.
Aggregatendiestoentransporterendiegevaarlijkzijnvoordegezondheid,moetengedecontamineerdworden.
Onmiddellijk na de werkzaamheden moeten alle veiligheids- en beschermingsinrichtingen weer worden aange-
bracht resp. in werking worden gezet.
Voor de ingebruikneming moeten de in het hoofdstuk "Ingebruikneming" van de inbouw- en gebruiksvoorschrif-
ten vermelde punten in acht genomen worden.
Deze onderhoudshandleiding bevat principiële aanwijzingen die tijdens de opstelling en de montage acht
moeten worden genomen. Daarom is het noodzakelijk dat deze onderhoudshandleiding vóór de montage en
inbedrijfstelling zowel door de monteur als het verantwoordelijke vakpersoneel/exploitant wordt gelezen. Deze
handleiding dient altijd binnen handbereik van het aggregaat/de installatie te worden gehouden.
De veiligheidsvoorschriften die bij niet-naleving gevaar voor personen kunnen veroorzaken, zijn met
een algemeen gevarensymbool aangeduid.
Met dit symbool wordt voor elektrische spanning gewaarschuwd.
Met dit symbool wordt voor explosiegevaar gewaarschuwd.
ATTENTIE Wordt bij veiligheidsvoorschriften aangegeven waarbij bij niet-inachtneming gevaar
voor het aggregaat en de functies kan optreden.
AANWIJZING Wordt voor belangrijke informatie gebruikt.
Afbeeldingsaanwijzingen, b.v. (3/2) geven met het eerste cijfer het afbeeldingsnummer, met het tweede cijfer de
positienummers in dezelfde afbeelding aan.
5
6006572-01
2 Veiligheid
Dealgemeneenspeciekeveiligheids-engezondheidsvoorschriftenzijnindeafzonderlijkebrochure
Veiligheidsinstructies voor Sulzer producten van het type ABS gedetailleerd beschreven.
Neem bij onduidelijkheden of vragen m.b.t. de veiligheid in elk geval contact op met de fabrikant Sulzer.
3 Onderhoud
AANWIJZING Sulzer verleent in het kader van de levercondities alleen garantie als reparaties door
een erkende Sulzer-servicepartner werden uitgevoerd en deze kunnen aantonen dat
originele ABS-reserveonderdelen werden gebruikt.
3.1 Demontage
Totaal gewicht van de aggregaten in acht nemen!De hijsinrichtingen, zoals b.v. kraan en kettingen,
moeten voldoende groot zijn. Neem de voorschriften voor ongevallenpreventie en de algemeen gel-
dende regels m.b.t. de techniek in acht!
Verricht geen werkzaamheden en houd u nooit op binnen het zwenkbereik van een opgehesen last!
De hoogte van de lasthaak moet geschikt zijn voor de totale hoogte van de aggregaten en de lengte
van de aanslagketting!
ATTENTIE Als een mechanisch bediend hijswerktuig (b.v. autokraan) of een hijswerktuig met ho-
gere nominale last gebruikt wordt, moet met uiterste omzichtigheid gewerkt worden.
Er moet voor gezorgd worden dat bij het vastklemmen van de SB/XSB aan de geleide-
buis geen hogere hijskrachten dan 3000 N ontstaan!
3.1.1 Demontage SB/XSB met vergrendelbaar koppelingssysteem
Bij de SB/XSB-uitvoeringen met het vergrendelbare koppelingssysteem (zie afbeelding 2) moet de vergrende-
ling van het koppelingssysteem vooraf gelost worden (zie afbeeldingen 3 en 4). SB/XSB (na ontgrendeling van
hetkoppelingssysteem)metbehulpvaneenhijswerktuiguithetreservoirtillenenopeenvaste,eenonder-
grond bewaren.
3.1.2 Demontage SB met zelfremmend koppelingssysteem (oud systeem)
De SB-modellen met het zelfremmende koppelingssysteem (zie afbeelding 1) met behulp van een hijswerktuig
uithetreservoirtillenenopeenvaste,eenondergrondbewaren.
66006572-01
0579-0001
0579-0002
Afbeelding 1 SB met zelfremmend koppelingssysteem Afbeelding 2 SB/XSB met vergrendelbaar koppelingssy-
steem
XX
X
X
0579-0003
1
22
1
0579-0004
Afbeelding 3 Lossen/vergrendelen koppelingssysteem
vaste installatie (variant A)
Afbeelding 4 Lossen/vergrendelen vrijstaande installatie
(variant B)
7
6006572-01
4 Bedrijfsstoringen
Veiligheidsvoorschriften van de vorige paragrafen in acht nemen!
Onafhankelijk van de beschreven onderhouds- en inspectie-intervallen is een controle van het aggregaat of van
de installatie dringend nodig als zich tijdens het gebruik b.v. sterkte trillingen vormen of een onrustig stromings-
verloop vastgesteld wordt.
Mogelijke oorzaken van de storingen:
Te geringe minimale overdekking van de propeller.
Luchtinvoer in het bereik van de propeller.
Draairichting van de propeller klopt niet.
Slierten in de zone van de propeller of de kabel.
Propeller is beschadigd.
SB/XSB is niet correct ingekoppeld en vergrendeld.
Delen van de installatie of delen van het koppelingssysteem zijn defect of zijn losgekomen.
In deze gevallen moet het aggregaat onmiddellijk uitgeschakeld en geïnspecteerd worden. Wordt er geen oor-
zaak vastgesteld of als de storing na het verhelpen van de vermoedelijke oorzaak opnieuw optreedt, dan moet
het aggregaat onmiddellijk uitgeschakeld worden. Dit geldt in het bijzonder bij het meermaals uitschakelen door
de motorveiligheidsschakelaar in het regelsysteem, bij het aanspreken van de afdichtingsbewaking (D) of van
de temperatuurmeter. In elk geval dient u contact op te nemen met de bevoegde Sulzer-service.
5 Controle van het koppelingssysteem
Veiligheidsvoorschriften van de vorige paragrafen in acht nemen!
Het vast vergrendelbare koppelingssysteem van de SB/XSB kan onder normale omstandigheden niet losko-
men, omdat het hier om een vormgesloten vergrendeling gaat. Om veiligheidsredenen moet echter telkens
na het neerlaten of inkoppelen van de SB/XSB de goede werking van het koppelingssysteem gecontroleerd
worden. Daarna moet kort proefgedraaid worden.
Machine uitschakelen en tegen het opnieuw inschakelen beveiligen.
Bij variant "A" buisklemschroef tot aan de aanslag naar links resp. bij variant "B" naar rechts draaien (zie
afbeelding 3 resp. 4).
SB/XSB met hijswerktuig uit het bekken tillen.
ATTENTIE De draagkabel moet exact verticaal gespannen zijn!
SB/XSB en motoraansluitkabel reinigen (zie volgende onderhoudsvoorschriften).
SB/XSB aan de leibuis neerlaten tot hij in het koppelingsstuk vastkoppelt. SB/XSB nog eens ca. 20 cm optil-
len en opnieuw inkoppelen.
Variant "A"
Buisklemschroef naar rechts draaien (zie afbeelding 3) tot de indicatiepen zich in het groene bereik van de
markering bevindt. Als de indicatiepen van de veerspanningsindicatie zich niet in het groene bereik bevindt, is
het toestel niet correct ingekoppeld!
Variant "B"
Buisklemschroef naar links draaien (zie afbeelding 4) en met 80 Nm aandraaien en cilinderschroef ter beveili-
ging inschroeven. Als het aanhaalmoment van 80 Nm niet bereikt wordt, dan is het toestel niet correct inge-
koppeld!
86006572-01
Variant "A en B"
Mogelijke oorzaken:
Het hijswerktuig is verkeerd ingesteld; de draagkabel hangt niet verticaal.
Maatregel: arm van het hijswerktuig of kraan goed richten.
Andere aggregaten zorgen voor een ongelijkmatige aanstroming van de SB/XSB en verhinderen het correct
inkoppelen.
Maatregel: andere toestellen uitschakelen.
Het koppelingsstuk sterk vervuild (met slierten), vooral na langere stilstand.
Maatregel: reinigen met een sterke waterstraal.
Inkoppelen herhalen tot het toestel zich correct laat inkoppelen en vergrendelen.
Variant "A"
Buisklemschroef naar rechts draaien tot de indicatiepen van de veerspanningsindicatie zich in het groene
bereik van de markering bevindt.
Variant "B"
Buisklemschroef met 80 Nm spannen en borgen.
Variant "A en B"
Proefdraaien conform inbouw- en gebruiksvoorschriften, hoofdstuk 6 "Ingebruikneming" uitvoeren.
ATTENTIE Bij schommelend stroomverbruik, onrustig stromingsgedrag, windhoosvorming of
trilling van de installatie mag de SB/XSB niet gebruikt worden!
Neem hiervoor contact op met uw bevoegde Sulzer-servicedienst.
6 Inspectie- en onderhoudsintervallen SB/XSB
Veiligheidsvoorschriften van de vorige paragrafen in acht nemen!
De inspectie-intervallen zijn afhankelijk van de heersende bedrijfsomstandigheden. De onderverdeling gebeurt
in operationele klassen van 1 tot 4.
De bedrijfsomstandigheden moeten al bij de projectering aan de hand van de gekende algemene omstandigheden en
parameters ingeschat worden. Daarna kan de voorlopige indeling van de operationele klasse plaatsvinden.
Bij de ingebruikneming moeten de werkelijke bedrijfsomstandigheden vastgelegd worden. Die moeten nog eens
bij de eerste inspectie (na 500 resp. 100 bedrijfsuren) gecontroleerd en eventueel moet de operationele klasse
gecorrigeerd worden.
Er is sprake van zwaardere bedrijfsomstandigheden bij:
eenhoogaandeelaanvezelstoeninhetmedium.
turbulente stroming, veroorzaakt door het gelijktijdig gebruiken van ventilatoren, grote waterdiepte, ongunsti-
ge bekkengeometrie of storende bekkeninbouwelementen.
sterk corroderend medium.
Nadebeoordelingvandeheersendebedrijfsomstandighedenvolgteenindelingindebetreendeoperationele
klasse. Als één of meerdere verzwaarde bedrijfsomstandigheden voorhanden zijn, dan moet klasse 3 of
4 gekozen worden. Naargelang de operationele klassen moeten dan de voorgeschreven inspectie-intervallen
in acht genomen worden. Neem in geval van twijfel contact op met uw bevoegde Sulzer-servicedienst.
9
6006572-01
Operationele klasse Inschatting
1Gunstige bedrijfsomstandigheden
2Normale bedrijfsomstandigheden
3Verzwaarde bedrijfsomstandigheden
4Kritieke bedrijfsomstandigheden
Voorgeschreven inspectie- en onderhoudsintervallen SB/XSB
Operationele klasse 1 en 2 Operationele klasse 3 en 4
Na 500 bedrijfsuren
"1" inspectie"
X-1 tot X-8
"Controle van de bedrijfsomstandigheden"
X-9
Na 100 bedrijfsuren
"1" inspectie"
X-1 tot X-8
"Controle van de bedrijfsomstandigheden"
X-9
Na 3 maanden
"Check"
X-3 tot X-8
Na 6 maanden
"Check"
X-3 tot X-8
Na 9 maanden
"Check"
X-3 tot X-8
Na 12 maanden
"Jaarlijkse inspectie"
X-1 tot X-8; Y-1 tot Y-5
Na 12 maanden
"Grote onderhoudsbeurt"
X-1 tot X-8; Y-1 tot Y-5; Z-1 tot Z-3
Na 15 maanden
"Check"
X-3 tot X-8
Na 18 maanden
"Check"
X-3 tot X-8
Na 21 maanden
"Check"
X-3 tot X-8
Na 24 maanden
"Jaarlijkse inspectie"
X-1 tot X-8; Y-1 tot Y-5
Na 24 maanden
"Grote onderhoudsbeurt"
X-1 tot X-8; Y-1 tot Y-5; Z-1 tot Z-3
Na 27 maanden
"Check"
X-3 tot X-8
Na 30 maanden
"Check"
X-3 tot X-8
Na 33 maanden
"Check"
X-3 tot X-8
Na 36 maanden
"Grote onderhoudsbeurt"
X-1 tot X-8; Y-1 tot Y-5; Z-1 tot Z-3
Na 36 maanden
"Grote onderhoudsbeurt"
X-1 tot X-8; Y-1 tot Y-5; Z-1 tot Z-3
10 6006572-01
7 Inspecties
Veiligheidsvoorschriften van de vorige paragrafen in acht nemen!
7.1 Eerste controle
Na 500 resp. 100 uur bedrijfstijd en naargelang de operationele klasse moet de SB/XSB aan een grondige
eerste controle (X) onderworpen worden. Daarna moeten de hierna gedetailleerd beschreven controlewerk-
zaamheden met zorg uitgevoerd worden.
X-1 Stroomverbruik aan de ampèremeter controleren.
X-2 Functiecontrole van de bewakingsinrichtingen.
X-3 Toestel loskoppelen, optillen en reinigen.
X-4 Visuele controle van de lastogen alsook van alle elementen van de hijsinrichtingen.
X-5 Propeller en SD-ring controleren.
X-6 Trekontlasting van de motoraansluitkabel controleren.
X-7 Motoraansluitkabel op eventuele schade controleren.
X-8 Functie van het koppelingssysteem controleren (variant "B" buisklemschroef met 80 Nm
aandraaien!).
X-9 Beoordeling van de bedrijfsomstandigheden.
Bij normaal gebruik is het stroomverbruik constant, eventuele stroomschommelingen ontstaan door de kwaliteit
van het roer- of transportmedium).
X-1 Stroomverbruik aan de ampèremeter controleren
Maatregel: wordt een constant verhoogd stroomverbruik gemeten, neem dan contact op met uw be-
voegde Sulzer-servicedienst.
X-2 Functiecontrole van de bewakingsinrichtingen
Bij de eerste controle moeten functiecontroles aan alle bewakingsinrichtingen uitgevoerd worden. Voor deze
functiecontroles moet het aggregaat tot op omgevingstemperatuur afgekoeld zijn. De elektrische aansluitleiding
van de bewakingsinrichting moet in de schakelkast afgeklemd worden. De metingen moeten met een weer-
standsmeettoestel(ohmmeter)aandebetreendekabeleindenuitgevoerdworden.
Maatregel: na het vaststellen van defecten dient u contact op te nemen met uw bevoegde Sulzer-ser-
vicedienst.
X-3 Toestel loskoppelen, optillen en reinigen
Aggregaat van het stroomnet scheiden, tegen het opnieuw inschakelen beveiligen, loskoppelen (buisklemschro-
ef naar links tot aan de aanslag draaien) en SB/XSB uit het bekken tillen en schoonmaken.
Maatregel: defecte of versleten delen moeten vervangen worden. Neem indien nodig contact op met uw
bevoegde Sulzer-servicedienst.
X-4 Visuele controle van de lastogen alsook van alle elementen van de hijsinrichtingen
De lastogen en alle elementen van de hijsinrichtingen moeten op eventuele slijtage of schade gecontroleerd
worden.
Maatregel: defecte of versleten delen moeten vervangen worden. Neem indien nodig contact op met uw
bevoegde Sulzer-servicedienst.
11
6006572-01
X-5 Propeller en SD-ring controleren
Propeller en SD-ring moeten nauwgezet gecontroleerd worden. De propeller kan breukschade vertonen en
door sterk abrasief of agressief roer- of transportmedium verslijten. Hierdoor wordt de stromingsvorming beïnv-
loed. Dit maakt een propellerwissel nodig. Hetzelfde geldt voor de SD-ring. Als er sterkere slijtage vastgesteld
wordt, dan moet de SD-ring vervangen worden.
Maatregel: defecte of versleten delen moeten vervangen worden. Maatregel: neem indien nodig contact
op met uw bevoegde Sulzer-servicedienst.
X-6 Trekontlasting van de motoraansluitkabel controleren
De spanning van de kabel voor de trekontlasting van de motoraansluitkabel moet gecontroleerd worden. Hij
moet licht strak gespannen zijn. Als de spanning verminderd is, dan kan de motoraansluitkabel slingeren en
schade oplopen!
Maatregel: losse kabel van de trekontlasting van de motoraansluitkabels indien nodig naspannen (zie
inbouw- en gebruiksvoorschriften, hoofdstuk 5, afbeelding 15). Hiervoor bovenste kabelklem
lossen, nieuwe lus vormen en kabelklem vastschroeven. De kabel licht gespannen met lus
in de kabelhaak hangen.
X-7 Motoraansluitkabel op eventuele schade controleren
Naargelang de bedrijfsomstandigheden (b.v. bij sterke belasting van het roer- of transportmedium met vezel- of
vastestoen),moetendemotoraansluitkabelsregelmatiggeïnspecteerdenmoetenevt.vastplakkendevezel-
stoen(afzettingen,slierten)verwijderdworden.Daarnaastmoetendemotoraansluitkabelsopschadeaande
kabelisolatie, zoals krassen, scheuren, bellen of ingedrukte plaatsen gecontroleerd worden.
ATTENTIE
Beschadigde motoraansluit- en besturingskabels moeten in elk geval vervangen worden!
Maatregel: neem indien nodig contact op met uw bevoegde Sulzer-servicedienst.
X-8 Werking van het koppelingssysteem controleren
De vastheid van de houder en de perfecte werking van het koppelingssysteem moeten gecontroleerd worden.
Bij de variant "A" moet de indicatiepen van de veerspanningsindicatie zich in het groene bereik van de mar-
kering bevinden. Bij de variant "B" moet vooral het voorgeschreven aanhaalmoment voor de buisklemschroef
van 80 Nm gecontroleerd worden! (gedetailleerde aanwijzingen - zie hoofdstuk 5 "Controle van het koppelings-
systeem")
Maatregel: als delen losgekomen zijn of de werking ervan verminderd is, gelieve dan met de voor uw
bevoegde Sulzer-servicedienst contact op te nemen.
7.2 Check
De check die voor de operationele klassen 3 en 4 voorgeschreven is, moet om de 3 maanden uitgevo-
erd worden!
X-3 Toestel loskoppelen, optillen en reinigen.
X-4 Visuele controle van de lastogen alsook van alle elementen van de hijsinrichtingen.
X-5 Propeller en SD-ring controleren.
X-6 Trekontlasting van de motoraansluitkabel controleren.
X-7 Motoraansluitkabel op eventuele schade controleren.
X-8 Functie van het koppelingssysteem controleren (variant "B" buisklemschroef met 80 Nm
aandraaien!).
12 6006572-01
7.3 Jaarlijkse inspectie
X-1 Stroomverbruik aan de ampèremeter controleren.
X-2 Functiecontrole van de bewakingsinrichtingen.
X-3 Toestel loskoppelen, optillen en reinigen.
X-4 Visuele controle van de lastogen alsook van alle elementen van de hijsinrichtingen.
X-5 Propeller en SD-ring controleren.
X-6 Trekontlasting van de motoraansluitkabel controleren.
X-7 Motoraansluitkabel op eventuele schade controleren.
X-8 Functie van het koppelingssysteem controleren (variant "B" buisklemschroef met 80 Nm aandraaien!).
Aanvullend op de jaarlijkse inspectie moeten de volgende inspectiewerkzaamheden uitgevoerd worden:
Y-1 Isolatieweerstandscontrole.
Y-2 Controle van de tandwielolie.
Y-3 Glijolie conform paragraaf 8.5 (alleen model 2006) controleren.
Y- 4 Schroeven en moeren op het voorgeschreven aanhaalmoment controleren.
Y-5 Herstellen van lakschade.
Y-1 Isolatieweerstandscontrole
Eén keer per jaar moet de isolatieweerstand van de motorwikkeling gemeten worden. Wordt de isolatieweer-
stand niet bereikt, dan kan het zijn dat er vocht in de motor gedrongen is.
Maatregel: neem indien nodig contact op met uw bevoegde Sulzer-servicedienst. Het aggregaat mag
niet opnieuw ingeschakeld worden!
Y-2 Controle van de tandwielolie
Eén keer per jaar moet de tandwielolie (zie 8.1 Tandwielolie controleren/verversen) gecontroleerd worden. Hier-
bij dient gecontroleerd te worden of er zich een olie-watermengsel gevormd heeft.
ATTENTIE De sluitplug positie 6/2 moet voor alle SB 900 -2500 na een verversing van de trans-
missieolie door een sluitplug met magneet (art.nr.: 1156 0082) worden vervangen.
De olievuldoppen en olieaftappluggen aan het drijfwerk moeten, nadat ze opnieuw
gesloten werden, ontvet en zorgvuldig herlakt worden!
Maatregel: als er water in de tandwielolie vastgesteld wordt, moet de olievulling in elk geval vervangen
worden. In dergelijke gevallen dient u absoluut met uw bevoegde Sulzer-service contact op
te nemen, omdat waarschijnlijk een lek aan het drijfwerk de oorzaak is. Het aggregaat mag
niet opnieuw ingeschakeld worden!
Y-3 Controle van de glijolie (alleen bij model 2006 met grote oliekamer)
Eén keer per jaar moet bij de toestellen van de nieuwe generatie vanaf 01.2006 de glijolie (zie hoofdstuk 8.5)
gecontroleerd worden. Hierbij dient gecontroleerd te worden of er zich een olie-watermengsel gevormd heeft.
ATTENTIE De olievuldoppen en olieaftappluggen moeten, nadat ze opnieuw gesloten werden,
ontvet en zorgvuldig herlakt worden!
Maatregel: als er water in de glijolie vastgesteld wordt, moet in elk geval de glijringafdichting (zie paragraaf
8.3) vervangen worden. In dergelijke gevallen dient u absoluut met de voor u bevoegde Sulzer-
servicedienst contact op te nemen. Het aggregaat mag niet opnieuw ingeschakeld worden!
Y- 4 Schroeven en moeren op het voorgeschreven aanhaalmoment controleren
Eén keer per jaar of om de 8.000 bedrijfsuren wordt om veiligheidsredenen aanbevolen om de schroefverbin-
dingen van de koppelingshouder en de propellerbevestiging op vastheid te controleren.
13
6006572-01
ATTENTIE Inbouwpositie en correct aanhaalmoment van de Nord-Lock®-borgringen conform
afbeelding 5 en tabel foor de aanhaalmomenten in acht nemen!
Buitenkant van 2 borgringen
Binnenkant van 2 borgringen
0562-0009
Afbeelding 5 Inbouwpositie van de Nord-Lock® borgschijven
Aanhaalmomenten in Nm voor:
ABS edelstaalschroeven
M6 M8 M10 M12 M16 M20 M24
6,9 17 33 56 136 267 460
Buisklemschroef: 80 Nm bij variant "B"
Maatregel: schroeven losdraaien en daarna met de voorgeschreven aanhaalmomenten aandraaien.
Y-5 Herstellen van lakschade
Eén keer per jaar moet het aggregaat grondig gereinigd en op lakschade onderzocht worden. Lakschade moet
zorgvuldig hersteld worden.
7.4 Grote onderhoudsbeurt
X-1 Stroomverbruik aan de ampèremeter controleren.
X-2 Functiecontrole van de bewakingsinrichtingen.
X-3 Toestel loskoppelen, optillen en reinigen.
X-4 Visuele controle van de lastogen alsook van alle elementen van de hijsinrichtingen.
X-5 Propeller en SD-ring controleren.
X-6 Trekontlasting van de motoraansluitkabel controleren.
X-7 Motoraansluitkabel op eventuele schade controleren.
X-8 Functie van het koppelingssysteem controleren (variant "B" buisklemschroef met 80 Nm aandraaien!).
Y-1 Isolatieweerstandscontrole.
Y-2 Controle van de tandwielolie.
Y-3 Glijolie conform paragraaf 8.5 (alleen model 2006) controleren.
Y- 4 Schroeven en moeren op het voorgeschreven aanhaalmoment controleren.
Y-5 Herstellen van lakschade.
Aanvullend op het jaarlijkse onderhoud moeten de volgende onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd worden:
Z-1 Verversen van de tandwielolie.
Z-2 Vervangen van de motoraansluitkabels.
Z-3 Vervangen van de glijringafdichting en de glijolie.
Z-1 Verversen van de tandwielolie
Het verversen van de tandwielolie is in hoofdstuk 8.1 "Tandwielolie controleren/verversen" beschreven.
Maatregel: naargelang de constructie is voor het verversen van de tandwielolie speciale vakkennis
vereist. Neem in geval van twijfel contact op met uw bevoegde Sulzer-servicedienst!
14 6006572-01
Z-2 Vervangen van de motoraansluitkabels
Er wordt dringend aangeraden om de motoraansluitkabels en de afdichtingen van de kabelinvoeren te vervangen.
Maatregel: naargelang de constructie is voor het vervangen van de motoraansluitkabels speciale vak-
kennis vereist. Neem in geval van twijfel contact op met uw bevoegde Sulzer-servicedienst!
Z-3 Vervangen van de glijringafdichting en de glijolie
Er wordt dringend aangeraden om de glijrichtingafdichting en de glijolie te vervangen.
Maatregel: naargelang de constructie is voor het vervangen van de glijringafdichting speciale vakkennis
vereist. Neem in geval van twijfel contact op met uw bevoegde Sulzer-servicedienst!
8 Onderhoud
Veiligheidsvoorschriften van de vorige paragrafen in acht nemen!
8.1 Tandwielolie controleren/verversen (alle uitvoeringen)
1
2
OIL
0579-0005
Vulhoeveelheid tandwielolie: SB 900 - 2500
2,4 l +/- 0,1 l
Vrijgegeven tandwielolie:
Klüber Klübersynth GH 6- 220
Castrol Optigear Synthetic 800/220
Shell Omala S4 WE 220
Mobil Glygoyle 220
Fuchs Renolin PG 220
Total Carter SY 220
1
OIL
2
0584-0006
Vulhoeveelheid tandwielolie: XSB 900 - 2750:
3,4 l +/- 0,1 l
Vrijgegeven tandwielolie:
Klüber Klübersynth GH 6- 220
Mobil Glygoyle 220
Fuchs Renolin PG 220
Total Carter SY 220
Afbeelding 6 Tandwielolie controleren/verversen
Aaten van de tandwielolie:
Bij het verversen van de olie moeten de voorschriften voor het omgaan met olie in acht genomen
worden. De olie moet volgens de voorschriften afgevoerd worden.
15
6006572-01
Door eventuele overdruk in het drijfwerk moet bij het uitdraaien van de vuldoppen en aftappluggen
voorzichtig te werk gegaan worden. Die moeten bij het lossen met een doek afgedekt worden.
Olievuldop (6/1) voorzichtig lossen en druk laten ontsnappen.
Olieaftapplug(6/2)uitdraaienenolieaaten.
Vullen van de tandwielolie:
ATTENTIE De opgegeven vulhoeveelheid moet precies in acht genomen worden. Anders kan het
tot schade aan het drijfwerk komen!
De olievuldoppen en olieaftappluggen aan het drijfwerk moeten, nadat ze opnieuw gesloten werden, ontvet en
zorgvuldig herlakt worden!
8.2 Propellermontage/-demontage
8.2.1 Propellermontage/-demontage SB 900 - 2500
141108
107 106 110
101
99 100
19
140
0579-0006
Afbeelding 7 Propellermontage/-demontage SB
Propellerdemontage:
AANWIJZING De klemmenband (7/99) voor de SD-ring (7/101) en de SD-ring zelf hoeven niet gede-
monteerd te worden als de propeller vervangen of gedemonteerd moet worden!
Propellerbevestigingsschroef (7/107) losdraaien en propeller aftrekken (7/108).
AANWIJZING Aan de omvang van de propellernaaf, in de zone van de overlapping van de SD-ring,
kunnen door de werking ervan inloopgroeven ontstaan. Dit beïnvloedt echter niet de
werking, ook niet bij het vervangen van de SD-ring.
ATTENTIE Opslagvoorschriften (voor de propeller) in hoofdstuk 3.3 van de inbouw- en gebruiks-
voorschriften in acht nemen!
16 6006572-01
Propellermontage:
Propellernaaf en aseinde lichtjes invetten. Afstelveer (7/19) op slijtage of beschadiging controleren en indien
nodig vervangen.
Nieuwe afdichtingsring (7/141) op de propellernaaf schuiven en in de groef van de stelring (7/140) plaatsen.
Eventueel nieuwe SD-ring (7/101) conform hoofdstuk 8.6 plaatsen en met nieuwe klemmenband (7/99) en
nieuwe bandklem (7/100) bevestigen.
Voorzichtig de propeller (7/108) erop schuiven en nieuwe afdichtingsring (7/110) inzetten.
De borgschijven (7/106) in correcte inbouwpositie (zie afbeelding 5) erop schuiven.
Propellerbevestigingsschroef (7/107) met een aanhaalmoment van 56 Nm aandraaien.
8.2.2 Propellermontage/-demontage XSB 900; XSB 2750
1
508
3
6
7
9
8
507
2
509
508
507
1
3
6
7
9
8
4
5
2
509
XSB 900 M
XSB 2500 M
0584-0008
Afbeelding 8 Propellermontage/-demontage XSB 900; XSB 2500
Propellerdemontage:
AANWIJZING De klemmenband (8/508) voor de SD-ring (8/507) en de SD-ring zelf hoeven niet gede-
monteerd te worden als de propeller vervangen of gedemonteerd moet worden!
Propellerbevestigingsschroef (8/1) losdraaien en propeller aftrekken (8/6).
17
6006572-01
AANWIJZING Aan de omvang van de propellernaaf, in de zone van de overlapping van de SD-ring,
kunnen door de werking ervan inloopgroeven ontstaan. Dit beïnvloedt echter niet de
werking, ook niet bij het vervangen van de SD-ring.
ATTENTIE Opslagvoorschriften (voor de propeller) in hoofdstuk 3.3 van de inbouw- en gebruiks-
voorschriften in acht nemen!
Propellermontage:
Propellernaaf en aseinde lichtjes invetten. Afstelveer (8/9) op slijtage of beschadiging controleren en indien
nodig vervangen.
O-ring (8/7) lichtjes invetten en in de groef van de stelring (8/8) inzetten.
Eventueel nieuwe SD-ring (8/507) conform hoofdstuk 8.6 plaatsen en met nieuwe klemmenband (8/508) en
nieuwe bandklem (8/509) bevestigen.
Propeller (8/6) gelijk liggend met de afstelveergroef tegen de afstelveer (8/9) zetten en erop schuiven.
Eerst Nord-Lock®-borgschijven (8/2) in correcte inbouwpositie (zie afbeelding 5) erop schuiven., dan O-ring
(8/3) op cilinderkopschroef (8/1) steken.
Propellerbevestigingsschroef (8/1) inschroeven en met een aanhaalmoment van 56 Nm aandraaien.
8.2.3 Propellermontage/-demontage XSB 2750
2
1
0584-0009
Afbeelding 9 Propellermontage/-demontage XSB 2750
Propellerdemontage:
AANWIJZING De klemmenband (12/508) voor de SD-ring (12/507) en de SD-ring zelf hoeven niet
gedemonteerd te worden als de propeller vervangen of gedemonteerd moet worden!
Propellerbevestigingsschroef (9/1) losdraaien en propellerblad aftrekken (9/2).
18 6006572-01
AANWIJZING De randbeveiliging op de propellerbladpunt pas kort voor het inzetten van het appa-
raat verwijderen.
LET OP Inbouwstand van de propellerbladen in acht nemen.
Propellerblad (9/2) positioneren.
Cilinderbouten (9/1) handvast aandraaien.
Cilinderbout (9/1) met een aandraaimoment van 150 Nm aandraaien.
8.3 Glijringafdichtingsmontage/-demontage
8.3.1 Glijringafdichtingsmontage/-demontage SB 900-2500; XSB 900-XSB 2500
ATTENTIE Naargelang de constructie kan bij de oudere versies van de SB de glijolie pas na de
gedeeltelijke montage van de glijringafdichting (roterend deel 10+11/60.1) afgelaten
worden! (zie hoofdstuk 8.4)
141
140
142
60.1
19
60.2
0584-0010a
140
142
19
60.2
60.1
141
0584-0010b
Afbeelding 10 Glijringafdichtingsmontage/-demontage
SB
Afbeelding 11 Glijringafdichtingsmontage/-demontage
XSB 900 - 2500
Demontage van de glijringafdichting:
Afstelveer uit de kerf drukken (10+11/19).
Afdichtingsring (10+11/141) van de as trekken.
Schroef (10+11/142) aan de stelring (10+11/140) losdraaien en stelring van de as trekken.
AANWIJZING De SB/XSB moet verticaal staan, (zie afbeelding 16) zodat de olie bij het aftrekken van
het roterende deel van de glijringafdichting niet ongecontroleerd kan weglopen.
SB/XSB 900-2500 verticaal zetten (zoals voor het vullen op afbeelding 16 weergegeven) en tegen het kante-
len beveiligen.
Opvangbak (min. 0,5 l) klaarzetten.
Het roterende deel van de glijringafdichting (10+11/60.1) voorzichtig met een licht draaiende beweging van de as
trekken. Hierbij met een doek vastnemen of afdekken en eventuele overdruk in de oliekamer laten ontsnappen.
19
6006572-01
ATTENTIE Het verversen van de glijolie gebeurt indien nodig conform hoofdstuk 8.4/8.5.
AANWIJZING Als alleen de glijolie gecontroleerd of ververst moet worden, dan moet de stationaire
glijring (10+11/60.2) in het afdichtingsdeksel niet gedemonteerd worden!
Destationairetegenring(10+11/60.2)vandeglijringafdichtingismeteenproelafdichtinginhetafdichtings-
deksel van het drijfwerk geplaatst. De tegenring kan indien nodig, als b.v; de glijringafdichting vervangen moet
worden, voorzichtig als volgt gedemonteerd worden:
Tegenring (10+11/60.2) voorzichtig tegelijk met twee kleinere schroevendraaiers uitdrukken.
ATTENTIE Na een demontage van de tegenring moet (ook zonder zichtbare schade) om veilig-
heidsredenen de complete glijringafdichtingseenheid vervangen worden!
8.3.2 Glijringafdichtingsmontage/-demontage XSB 2750
508
507
246
66
244
509
392
139
138
140
60.2
0 58 4 - 0 011
Afbeelding 12 Glijringafdichtingsmontage/-demontage XSB 2750
Demontage van de glijringafdichting:
Afdekkap (12/246) verwijderen, boutjes klemring (12/66) losdraaien en deze tezamen met de propellernaaf
(12/244) van de as trekken.
Afdichtingsring (12/392) van de as trekken.
Schroef (12/140) aan de stelring (12/139) losdraaien en stelring van de as trekken.
AANWIJZING De XSB moet verticaal staan, (zie afbeelding 16) zodat de olie bij het aftrekken van het
roterende deel van de glijringafdichting niet ongecontroleerd kan weglopen.
XSB verticaal zetten (zoals voor het vullen op afbeelding 16 weergegeven) en tegen het kantelen beveiligen.
Opvangbak (min. 0,5 l) klaarzetten.
Het roterende deel van de glijringafdichting (12/138) voorzichtig met een licht draaiende beweging van de as trek-
ken. Hierbij met een doek vastnemen of afdekken en eventuele overdruk in de oliekamer laten ontsnappen.
20 6006572-01
ATTENTIE Het verversen van de glijolie gebeurt indien nodig conform hoofdstuk 8.4/8.5.
AANWIJZING Als alleen de glijolie gecontroleerd of ververst moet worden, dan moet de stationaire
glijring (12/60.2) in het afdichtingsdeksel niet gedemonteerd worden!
Destationairetegenring(12/60.2)vandeglijringafdichtingismeteenproelafdichtinginhetafdichtingsdeksel
van het drijfwerk geplaatst. De tegenring kan indien nodig, als b.v; de glijringafdichting vervangen moet worden,
voorzichtig als volgt gedemonteerd worden:
Tegenring (12/60.2) voorzichtig tegelijk met twee kleinere schroevendraaiers uitdrukken.
ATTENTIE Na een demontage van de tegenring moet (ook zonder zichtbare schade) om veilig-
heidsredenen de complete glijringafdichtingseenheid vervangen worden!
Montage van de glijringafdichting:
ATTENTIE Bij de montage van de glijringafdichting moet met uiterste omzichtigheid en op een
propere manier te werk gegaan worden om schade bij de montage en gevolgschade
te vermijden.
Vooral bij het inzetten en indrukken van de tegenring moet erop gelet worden dat de tegenring niet kantelt. Bij
het indrukken over het afdichtingsvlak van de tegenring moet een passende kunststof buis met plat kopvlak (zie
afbeelding 13), dat van de binnendiameter rechter over de asstomp glijdt, gebruikt worden. Dit verhindert het
kantelen en het beschadigen van het glijvlak!
D2 = d1 + 0,1 - 0,2 mm
0579-0008
Afbeelding 13 Inzetten van de tegenring
AANWIJZING Integenstellingtotdeweergaveopafbeelding13isinderegeldeproelafdichtingal
op de tegenring getrokken.
Afdichting en glijvlak van de tegenring lichtjes met een beetje glijolie insmeren.
Tegenringmetrubberenproelafdichtingoverdeasstompschuivenenmetpassendekunststofbuisinde
centreerzitting van het afdichtingsdeksel tot aan de aanslag indrukken.
21
6006572-01
141
140
142
60.1
19
60.2
0584-0013a
Afbeelding 14 Montage van de glijringafdichting SB, XSB900, XSB 2500
392
139
138
140
0584-0013b
Afbeelding 15 Montage van de glijringafdichting XSB 2750
ATTENTIE De oliekamer moet voor de montage van het roterende deel van de glijringafdichting
(14/60.1, 15/138) altijd met nieuwe glijolie gevuld worden. Het vullen is gedetailleerd in
hoofdstuk 8.4/8.5 beschreven.
Glijvlak en rubberen balg (binnen) van het roterende glijringafdichtingsdeel (14/60.1, 15/138) met glijolie nat
maken.
ATTENTIE Om schade aan de rubberen balg van de glijringafdichting te vermijden, moeten de
afschuining aan het aseinde alsook aan de diametertrap voor de glijringafdichtings-
zitting en ook de afstelveergroef op evt. voorhanden graten gecontroleerd worden.
Die moeten voor de demontage van de afdichting verwijderd worden!
Het roterende glijringafdichtingsdeel (14/60.1, 15/138) voorzichtig over het aseinde en de asdiametertrap
schuiven tot beide glijvlakken contact hebben.
22 6006572-01
De stelring (14/140, 15/139) op de as schuiven en tot op de aanslag tegen de veerbalgdichting drukken. Stel-
ring in deze positie met een schroef (14/142, 15/140) bevestigen.
Push In XTB 2750 de schroef naaf (12/244) op de as einde. Natte vastklemmen segment (12/66) in met
olie en plaats deze in de schroef naaf (12/244). Draai de klemschroeven lichtjes en breng de schroef naaf
(12/244). De schroeven gelijkmatig en kruisgewijs met draaimoment van 41 Nm in meerdere lagen. Dicht het
gat in de schroef naaf (12/244) met een nieuwe kap (12/246).
ATTENTIE Inbouwpositie van de stelring in acht nemen! De groef voor de O-ring (14/141, 15/392)
moet in de richting van het aseinde wijzen.
8.4 Olievulling en olieverversing (oudere SB-uitvoeringen)
Bij het verversen van de olie moeten de voorschriften voor het omgaan met olie in acht genomen
worden. De olie moet volgens de voorschriften afgevoerd worden.
0579-0010
Afbeelding 16 Olievulling en olieverversing
Door eventuele overdruk in de oliekamer is bij de demontage van het roterende deel van de glijringaf-
dichting voorzichtigheid geboden. Dit bereik moet hierbij met een doek afgedekt worden!
ATTENTIE Door de constructie kan de glijolie pas na een gedeeltelijke montage van de glij-
ringafdichting (roterend deel) afgelaten worden! (zie hoofdstuk 8.3)
Glijolie aaten:
Olie door de asspleet conform afbeelding 16 ineengeschikteopvangbak(min.0,5liter)aaten.Hierbijde
motorendedrijfwerkeenheidlichtjeskantelenomdeglijolievolledigtekunnenaaten.
Glijolie ingieten:
Voor het ingieten van de nieuwe glijolie moet het toestel verticaal met de asstomp naar boven wijzend op de
houder gezet en tegen het kantelen beveiligd worden.
Hetvullengebeurtopdezelfdemanier,zoalsvoordienhetaaten,doordeasspleet(tussentegenringenas)
conform afbeelding 16.
Glijolievulhoeveelheid: 0,05 liter = 50 cm³ (+/- 10%)
Glijoliespecicatie: ISO VG klasse 32 (DIN 51519)
23
6006572-01
Glijringafdichting volgens hoofdstuk 8.3 monteren om de glijoliekamer goed af te sluiten.
8.5 Olievulling en olieverversing
8.5.1 Olievulling en olieverversing (model 2006 met grote oliekamer)
AANWIJZING Bij nieuwere SB-uitvoeringen met grote oliekamer moet voor het controleren of ver-
versen van de glijolie de glijringafdichting niet gedemonteerd worden!
1
2
0579-0011
Afbeelding 17 Olievulling en olieverversing SB
8.5.2 Olievulling en olieverversing XSB
2
1
0584-0015b
Afbeelding 18 Olievulling en olieverversing XSB
Propeller volgens hoofdstuk 8.2 demonteren.
Olievuldop (17+18/1) voorzichtig lossen en druk laten ontsnappen.
Olieaftapplug(17+18/2)uitdraaienenolieaaten.
Glijolievulhoeveelheid: 0,4 liter = 400 cm³ (+/- 10%)
24 6006572-01
Glijoliespecicatie: ISO VG klasse 32 (DIN 51519)
8.6 Montage/demontage van de SD-ring (Solids-Deection-ring)
AANWIJZING Op afbeelding 19 wordt het vervangen van de SD-ring bij een RW-motor weergege-
ven. Bij de SB/XSB is de inbouwsituatie gelijk.
Demontage:
Door de gebruiksslijtage kan het nodig worden om de SD-ring (19/1) na controle te vervangen.
Bandklem (19/4) doorsnijden en klemmenband (19/3) demonteren.
SD-ring (19/1) voorzichtig uit de groef van het motordeksel (19/2) trekken en afnemen.
Montage:
Bij de montage van de SD-ring (19/1) moet de ring zoals op afbeelding 16 met de hand omlopend omgesla-
gen worden en in de groef van het motordeksel (19/2) gedrukt worden.
Klemmenband (19/3) met nieuwe bandklem (19/4) met speciaal gereedschap (BAND-IT spanwerktuig) art.-nr.
96990340 monteren.
34
1
2
2
1
0579-0012
Afbeelding 19 Montage/demontage van de Solids-Deection-ring
25
6006572-01
Inspectiebewijs voor inspectie- en onderhoudsintervallen
voor toestellen van de operationele klassen 1 en 2
Fabrikant: Sulzer Pump Solutions Ireland Ltd.
Clonard Road,
Wexford, Ireland
Productiejaar: Ingebruikneming op:
Serienr.: Operationele klasse:
Aggregaattype: Vastgesteld en gecontroleerd door:
Voorgeschreven inspec-
tie of onderhoud
Onderhoudsin-
tervallen, na het
verstrijken van x
bedrijfsuren of x
maanden vanaf 1e
ingebruikneming!
Uit te voeren
onderhouds- of
inspectiestappen
Opmerkingen Uitgevoerd op: Handtekening/
stempel
1e inspectie Na 500 uur X-1 tot X-8
Jaarlijkse inspectie Na 12 maanden X-1 tot X-8;
Y-1 tot Y-5
Jaarlijkse inspectie Na 24 maanden X-1 tot X-8;
Y-1 tot Y-5
Grote onderhoudsbeurt Na 36 maanden X-1 tot X-8; Y-1
tot Y-5; Z-1 tot Z-3
Jaarlijkse inspectie Na 48 maanden X-1 tot X-8;
Y-1 tot Y-5
Jaarlijkse inspectie Na 60 maanden X-1 tot X-8;
Y-1 tot Y-5
Grote onderhoudsbeurt Na 72 maanden X-1 tot X-8; Y-1
tot Y-5; Z-1 tot Z-3
Jaarlijkse inspectie Na 84 maanden X-1 tot X-8;
Y-1 tot Y-5
Jaarlijkse inspectie Na 96 maanden X-1 tot X-8;
Y-1 tot Y-5
Grote onderhoudsbeurt Na 108 maanden X1 tot X-8; Y-1
tot Y-5; Z-1 tot Z-3
Jaarlijkse inspectie Na 120 maanden X-1 tot X-8;
Y-1 tot Y-5
26 6006572-01
Inspectiebewijs voor inspectie- en onderhoudsintervallen voor
toestellen van de operationele klassen 3 en 4
Fabrikant: Sulzer Pump Solutions Ireland Ltd.
Clonard Road,
Wexford, Ireland
Productiejaar: Ingebruikneming op:
Serienr.: Operationele klasse:
Aggregaattype: Vastgesteld en gecontroleerd door:
Voorgeschreven
inspectie of onder-
houd
Onderhoudsin-
tervallen, na het
verstrijken van x
bedrijfsuren of x
maanden vanaf 1e
ingebruikneming!
Uit te voeren
onderhouds- of
inspectiestappen
Opmerkingen Uitgevoerd op: Handtekening/
stempel
1e inspectie Na 100 uur X-1 tot X-8
Check Na 3 maanden X-1 tot X-8
Check Na 6 maanden X-1 tot X-8
Check Na 9 maanden X-1 tot X-8
Grote onderhouds-
beurt Na 12 maanden X1 tot X-8; Y-1
tot Y-5; Z-1 tot Z-3
Check Na 15 maanden X-1 tot X-8
Check Na 18 maanden X-1 tot X-8
Check Na 21 maanden X-1 tot X-8
Grote onderhouds-
beurt Na 24 maanden X1 tot X-8; Y-1
tot Y-5; Z-1 tot Z-3
Check Na 27 maanden X-1 tot X-8
Check Na 30 maanden X-1 tot X-8
Check Na 33 maanden X-1 tot X-8
Grote onderhouds-
beurt Na 36 maanden X1 tot X-8; Y-1
tot Y-5; Z-1 tot Z-3
Check Na 39 maanden X-1 tot X-8
Check Na 42 maanden X-1 tot X-8
Check Na 45 maanden X-1 tot X-8
Grote onderhouds-
beurt Na 48 maanden X1 tot X-8; Y-1
tot Y-5; Z-1 tot Z-3
Check Na 51 maanden X-1 tot X-8
Check Na 54 maanden X-1 tot X-8
Check Na 57 maanden X-1 tot X-8
Grote onderhouds-
beurt Na 60 maanden X1 tot X-8; Y-1
tot Y-5; Z-1 tot Z-3
Check Na 63 maanden X-1 tot X-8
Check Na 66 maanden X-1 tot X-8
Check Na 69 maanden X-1 tot X-8
Grote onderhouds-
beurt Na 72 maanden X1 tot X-8; Y-1
tot Y-5; Z-1 tot Z-3
27
6006572-01
Sulzer Pump Solutions Ireland Ltd. Clonard Road, Wexford, Ireland
Tel. +353 53 91 63 200. www.sulzer.com
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28

Sulzer Flow Booster Type ABS SB / XSB Handleiding

Type
Handleiding