Haba 4150 Het sneeuwpopspel de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

15
Habermaass-spel Nr. 4150
Het sneeuwpopspel
Een wedstrijd "op eikaars rug" voor 2 - 4 kinderen vanaf 4 jaar met
een spelvariant voor kinderen vanaf 6 jaar.
Spelidee: Nicol Schöpe
Illustraties: Petra Probst
Speelduur: ca. 15 - 20 minuten
Hoera, het sneeuwt! Laten
we een sneeuwpop maken:
van drie sneeuwballen worden
snel het onderstuk, buik en hoofd
gemaakt. Een hoed erop, ogen en
neus erin en klaar is onze sneeuwpop.
Spelinhoud
1 speelbord
4 grote sneeuwballen (onderstukken voor de sneeuwpop)
4 middelgrote sneeuwballen (sneeuwpoppenbuiken)
4 kleine sneeuwballen (sneeuwpoppenhoofden met ogen, neus, hoed)
1 dobbelsteen (met ogen van 1-3)
Doel van het spel
Wie slaagt er als eerste in om de drie onderdelen van de sneeuwpop
naar het eindpunt te brengen en hiermee een sneeuwpop in
elkaar te zetten?
Spelvoorbereiding
Elk kind kiest een kleur uit en legt de drie bijbehorende sneeuwballen
(onderstuk, buik en hoofd) op zijn startveld. Doen er maar 2 of 3
kinderen mee, dan blijven de overgebleven delen in de doos.
De dobbelsteen wordt klaargelegd.
Samenvatting:
vanaf 4 jaar
onderstuk, buik,
hoofd aan de start
NEDERLANDS
16
Spelverloop
Wie weet, wanneer het voor het laatst gesneeuwd heeft, mag beginnen.
Is iedereen het vergeten? Dan begint de jongste.
Er wordt kloksgewijs om de beurt gespeeld. Degene die aan de beurt is,
gooit één keer en loopt het gegooide aantal ogen, te beginnen op het
gekleurde veld (eerste veld van het parcours).
Er geldt:
Als eerste wordt de grote sneeuwbal gespeeld, net zolang tot deze een
van de gekleurde vakken vóór het eindpunt (aanloop) heeft bereikt. Dan
is het de beurt aan de middelgrote (buik) en tenslotte het hoofd.
Pas wanneer een sneeuwbal op één van de gekleurde velden staat, mag
met de volgende gestart worden.
Als er zodoende verschillende onderdelen tegelijk in het spel zijn (één
of meerdere op de gekleurde velden en één op het parcours), mag er
worden gekozen welke naar voren wordt gezet.
Opgelet:
•Komt een sneeuwbal op een zonnenveld terecht, dan moet deze naar
het eerste lege veld worden teruggezet (want anders smelt hij).
•Komt een sneeuwbal terecht op een veld dat al is bezet, dan mag hij
vooruitlopen naar het eerstvolgende vrije veld. uitzondering: is het
eerstvolgende vrije veld een zonneveld, dan moet hij naar het eerste
vrije veld teruglopen.
Over andere sneeuwballen heenspringen is toegestaan.
Is het laatste veld vóór de aanloop naar het eindpunt (gekleurde
velden) bezet, dan mag direct naar het eerste gekleurde veld worden
doorgegaan.
1 x gooien
volgorderegel:
1. onderstuk, 2.
buik, 3. hoofd,
afzonderlijk naar
het eindpunt
zonnenveld:
terug
bezet veld: verder
lopen
springen
eindpunt
aanloop naar
het eindpunt,
vakken 1, 2, 3
startvelden zonnenveld
1
e
veld op
het parcours
17
•Wanneer de al in het spel aanwezige sneeuwballen niet kunnen
worden verzet, noch een nieuwe in het spel worden gebracht, dan
gaat de beurt voorbij. De volgende speler/ster is aan de beurt.
In de aanloop naar het eindpunt mogen eigen sneeuwballen niet
worden gepasseerd, maar wel "op eikaars rug" worden genomen om
gezamenlijk naar het eindpunt verder te gaan (sneeuwpoppenbuiken
op onderstukken, sneuwpoppenhoofden op sneeuwpoppenbuiken).
Het eindpunt moet precies met het juiste aantal ogen worden bereikt.
Einde van het spel
Wie als eerste zijn sneeuwpop bij het eindpunt heeft opgebouwd of
in z'n geheel daarnaartoe heeft gebracht, wint het spel. De andere
kinderen kunnen nog verder spelen tot ook de tweede en de derde
sneeuwpop bij het eindpunt zijn aangekomen.
Op eikaars rug
Spelvariant voor 2 - 4 kinderen vanaf 6 jaar.
Doel van het spel
Wie brengt als eerste een complete sneeuwpop naar het eindpunt?
Spelvoorbereiding
Iedereen neemt drie sneeuwballen van eenzelfde kleur en zet ze
klaar op het bijbehorende startveld. De dobbelsteen wordt klaargelegd.
Spelverloop
Net als bij het basis-spel wordt om de beurt één keer met de
dobbelsteen gegooid en het gegooide aantal ogen vooruitgezet.
De onderdelen van de sneeuwpop hoeven echter niet de één
na de de ander te vertrekken, maar mogen ook "op eikaars rug"
gezamenlijk verder gaan (maar wel op de volgorde van onderstuk,
buik en hoofd letten). De looprichting is kloksgewijs.
geen zet mogelijk
op elkaars rug
eindpunt precies
bereiken
complete
sneeuwpop op
het eindpunt?
vanaf 6 jaar
onderstuk, buik,
hoofd aan de
start
1 x gooien en
verzetten
op elkaars rug
start: 1. onderstuk,
NEDERLANDS
18
Als eerstewordt begonnen met de grootste sneeuwbal (onderstuk),
vervolgens op een willekeurig moment met de buik en tenslotte met
het hoofd. Degene die aan de beurt is, bepaalt met welk deel hij speelt
- maar zolang er een mogelijkheid is, moet hij spelen!
Opgelet:
Eigen sneeuwballen mogen niet worden gepasseerd, maar wel alle
andere.
•Komt een sneeuwbal op een zonnenveld terecht, dan moet hij naar
het eerste lege veld worden teruggezet. Als twee of drie delen op
eikaars rug op een zonnenveld terecht komen, dan gaat alleen het
bovenste deel terug. Het zonnenveld moet echter bij de volgende
beurt meteen weer worden verlaten!
•Wanneer één of meerdere sneeuwballen op een al bezet veld
terechtkomen, dan mogen ze naar het eerstvolgende lege veld
verdergaan. Is dat echter een zonnenveld, dan moet de bovenste
sneeuwbal terug.
Kan er geen enkele sneeuwbal verzet worden (b.v. tegen het eind),
dan vervalt de beurt en is de volgende speler/ster aan de beurt.
Is het laatste veld voor de eigen aanloop naar het eindpunt
(= gekleurde velden) bezet, dan mag meteen naar het eerste
gekleurde veld worden doorgegaan.
Een sneeuwbal of de complete sneeuwpop kan het eindpunt alleen
bereiken, als het exacte aantal ogen wordt gegooid.
Einde van het spel
Degene die als eerste zijn sneeuwpop naar het eindpunt heeft
gebracht, heeft gewonnen. Er kan nog worden verdergespeeld tot
ook de tweede en derde plaatsen zijn bepaald.
2. buik,
3. hoofd
eigen delen niet
passeren
zonnenveld:
bovenste deel
terug
bezet veld: verder
geen zet mogelijk?
eindpunt: exacte
aantal ogen
complete
sneeuwpop op het
eindpunt? gewonnen
26
Attenzione:
E’ proibito superare le proprie palline di neve ma è permesso
saltare sopra quelle degli altri giocatori.
Se una pallina di neve arriva sulla casella sole, verrà retrocessa alla
prima casella libera dietro la casella sole. Se due o tre palline montate
a cavalcioni arrivano alla casella sole, la pallina più alta dovrà essere
retrocessa. Il giocatore dovrà in ogni caso lasciare la casella sole al
prossimo turno.
Se una o più palline di neve arrivano su una casella occupata, esse
possono avanzare alla casella libera successiva. Se questa casella
libera è una casella sole, la pallina più alta dovrà venire retrocessa.
Se nessuna pallina di neve può essere mossa, (per esempio verso la
fine del gioco), il giocatore passa il turno.
Se l’ultima casella prima di quella d’arrivo (=casella di colore) è
occupata, il giocatore ha diritto di avanzare direttamente alla prima
casella del suo colore.
La pallina di neve o il pupazzo di neve devono arrivare direttamente
alla fine ottenendo con il dado il numero esatto di punti.
Fine del gioco
Vince la partita colui che porta per primo il proprio pupazzo di neve
all’arrivo. Si può continuare il gioco per sapere chi sarà il secondo e il
terzo.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24

Haba 4150 Het sneeuwpopspel de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor