Sony TA-FA1200ES de handleiding

Type
de handleiding
2
NL
Stel het apparaat niet bloot aan regen
of vocht, om gevaar voor brand of een
elektrische schok te voorkomen.
Om oververhitting en brandgevaar te vermijden,
mag u de ventilatie-openingen van het apparaat niet
afdekken met kranten, een tafelkleed, gordijnen e.d.
Plaats nooit een brandende kaars bovenop het
apparaat.
Om gevaar voor brand of een elektrische schok te
voorkomen, mag u geen voorwerpen als vazen op
het apparaat zetten.
Plaats het apparaat niet in een gesloten ruimte, zoals
een boekenrek of ingebouwde kast.
Installeer het systeem zodat de stekker bij
problemen onmiddellijk uit het stopcontact kan
worden getrokken.
Gooi de batterij niet weg maar
lever deze in als klein chemisch
afval (KCA).
Voor klanten in Europa
Verwijdering van Oude Elektrische en
Elektronische Apparaten (Toepasbaar
in de Europese Unie en andere
Europese landen met gescheiden
ophaalsystemen)
WAARSCHUWING
Het symbool op het product of op de
verpakking wijst erop dat dit product
niet als huishoudelijk afval mag
worden behandeld. Het moet echter
naar een plaats worden gebracht waar
elektrische en elektronische
apparatuur wordt gerecycled. Als u
ervoor zorgt dat dit product op de
correcte manier wordt verwijderd,
voorkomt u voor mens en milieu
negatieve gevolgen die zich zouden
kunnen voordoen in geval van
verkeerde afvalbehandeling. De
recycling van materialen draagt bij tot
het vrijwaren van natuurlijke bronnen.
Voor meer details in verband met het
recyclen van dit product, neemt u
contact op met de gemeentelijke
instanties, het bedrijf of de dienst
belast met de verwijdering van
huishoudafval of de winkel waar u het
product hebt gekocht.
3
NL
Over deze handleiding
• De instructies in deze handleiding zijn voor het
model TA-FA1200ES. U vindt het modelnummer
in de rechteronderhoek van het voorpaneel.
• In deze gebruiksaanwijzing staan de
bedieningselementen op de meegeleverde
afstandsbediening beschreven. Ook de
bedieningselementen op de versterker kunnen
worden gebruikt indien ze dezelfde of soortgelijke
namen hebben als die op de afstandsbediening.
Deze receiver beschikt over Dolby* Digital en
DTS**.
* Gefabriceerd onder licentie van Dolby
Laboratories.
"Dolby" en het symbool doubel-D zijn
handelsmerken van Dolby Laboratories.
** "DTS" en "DTS 2.0" zijn handelsmerken van
Digital Theater Systems, Inc.
Inhoudspgave
Aan de slag
Uitpakken .....................................................4
Luidsprekers aansluiten ................................4
Een tweedraadsverbinding gebruiken ...........6
Componenten met analoge audio-ingangen/
uitgangen aansluiten ................................7
Componenten met digitale audio-ingangen/
uitgangen aansluiten ................................8
Het netsnoer aansluiten ................................9
Batterijen in de afstandsbediening
plaatsen ....................................................9
Onderdelen en bediening
Voorpaneel ..................................................10
Achterpaneel ...............................................11
Afstandsbediening ......................................12
Configuratie
De juiste instellingen automatisch kalibreren
(AUTO CALIBRATION) ......................13
Instellingen voor de versterker ...................17
Het geheugen van de versterker wissen ......18
Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen ................................19
Problemen oplossen ....................................20
Technische gegevens ..................................22
Index ...........................................................23
NL
4
NL
Uitpakken
Controleer of u de volgende items hebt
ontvangen:
• Gebruiksaanwijzing (deze handleiding)
• Optimalisatiemicrofoon ECM-AC1 (1)
• Netsnoer (1)
• Afstandsbediening RM-AAU010 (1)
• R6 (AA)-batterijen (2)
Als er een item ontbreekt, neem dan contact op
met uw dichtstbijzijnde Sony-dealer.
Audio-aansluitkabels, digitale aansluitkabels
en luidsprekerkabels zijn niet meegeleverd bij
deze versterker. U kunt deze apart aankopen.
Opmerkingen over
aansluitingen
• Schakel eerst alle componenten uit voordat u
aansluitingen maakt.
• Sluit het netsnoer pas aan nadat alle
aansluitingen zijn voltooid.
• Sluit de stekkers stevig aan om gebrom en
ruis te voorkomen.
Luidsprekers aansluiten
Sluit de luidsprekers aan op de versterker.
Gebruik een luidsprekerkabel (niet
meegeleverd) om een aansluiting te maken op
de luidsprekeraansluitingen.
Luidsprekerkabel (niet meegeleverd)
Opmerkingen over
luidsprekeraansluitingen
Sluit de linkerluidspreker aan op de
SPEAKERS L-aansluiting en de
rechterluidspreker op de SPEAKERS
R-aansluiting.
Zorg ervoor dat u de luidsprekerkabels
aansluit tussen de luidsprekers en de versterker
met dezelfde polariteit (plus (+) met plus (+),
min (–) met min (–)).
Als u let op de kleur of op de markering van de
luidsprekerkabel die moet worden aangesloten
op de plus (+) of min (–) aansluiting, kunt u er
altijd zeker van zijn dat u de kabel correct
aansluit, zonder plus of min te verwisselen.
Aan de slag
5
NL
Aan de slag
De luidsprekerimpedantie
instellen
• Schakel het toestel uit voordat u de
IMPEDANCE SELECTOR instelt.
• Wanneer u alle luidsprekers aansluit met een
nominale impedantie van 8 ohm, stel dan de
IMPEDANCE SELECTOR in op "8Ω".
Wanneer u andere soorten luidsprekers
aansluit, stel hem dan in op "4Ω".
• Wanneer u luidsprekers aansluit op zowel de
SPEAKERS A- als B-aansluitingen, sluit
dan de luidsprekers aan met een nominale
impedantie van 8 ohm of meer.
– Wanneer u luidsprekers aansluit met een
impedantie van 16 ohm of meer met zowel
"A"- als "B"-configuratie:
Stel IMPEDANCE SELECTOR in op
"8Ω".
– Voor andere soorten luidsprekers met een
andere configuratie:
Stel IMPEDANCE SELECTOR in op
"4Ω".
• Als u twijfelt aan de impedanties van de
luidsprekers, raadpleeg dan de
gebruiksaanwijzing van de luidsprekers.
(Deze informatie staat vaak op de achterkant
van de luidspreker.)
* Als u een extra luidsprekersysteem hebt, sluit het
dan aan op de SPEAKERS B-aansluitingen. U
kunt het luidsprekersysteem kiezen dat u wilt
gebruiken met de SPEAKERS (OFF/A/B/A+B)
op het voorpaneel (pagina 11).
SPEAKERS B-aansluitingen*
IMPEDANCE SELECTOR
Luidspreker A
(L)
Luidspreker A
(R)
6
NL
Een
tweedraadsverbinding
gebruiken
U kunt een tweedraadsverbinding maken door
de SPEAKERS A-aansluitingen en de
SPEAKERS B-aansluitingen tegelijkertijd aan
te sluiten. In geval van een
tweedraadsverbinding stelt u SPEAKERS
(OFF/A/B/A+B) in op A+B (pagina 11).
Luidsprekers aansluiten
Sluit de aansluitingen op de Lo (of Hi)-kant
van de luidsprekers aan op de SPEAKERS
A-aansluitingen en sluit de aansluitingen op de
Hi (of Lo)-kant van de luidsprekers aan op de
SPEAKERS B-aansluitingen. Zorg ervoor dat
de metalen fittings van Hi/Lo die aangesloten
zijn op de luidsprekers, verwijderd zijn. Indien
dit niet het geval is, kan de werking van de
versterker worden verstoord.
Opmerking
Als u de autokalibratiefunctie gebruikt, stel dan de
instellingen van de tweedraadsverbinding in voordat
u de autokalibratie uitvoert.
Luidspreker
(L)
Luidspreker
(R)
Hi
Lo
Hi
Lo
7
NL
Aan de slag
Componenten met analoge audio-ingangen/uitgangen
aansluiten
U kunt op deze versterker een component
aansluiten met analoge audio-ingangen, zoals
een Super Audio CD-speler of CD-speler, enz.
Gebruik een audiokabel (niet meegeleverd)
om een component aan te sluiten op de analoge
audio-aansluitingen.
Verbind de witte stekker met de L-aansluiting
en de rode stekker met de R-aansluiting.
Audiokabel (niet meegeleverd)
Opmerking
Als uw platenspeler een aarding heeft, sluit hem dan
aan op de (U) SIGNAL GND-aansluiting.
Platenspeler
Super Audio
CD-speler,
CD-speler,
videorecorder
Cassettedeck
8
NL
Componenten met digitale audio-ingangen/uitgangen
aansluiten
U kunt een component met coaxiale digitale
uitgangen aansluiten op deze versterker.
Gebruik een coaxiale digitale kabel (niet
meegeleverd) om een component op de
coaxiale aansluitingen aan te sluiten
(DIGITAL 1 tot 3).
Coaxiale digitale kabel (niet
meegeleverd)
U kunt een component met optisch digitale
uitgangen aansluiten op deze versterker.
Gebruik een optisch digitale kabel (niet
meegeleverd) om een component op de optische
aansluitingen aan te sluiten (DIGITAL 4).
Bij het aansluiten van optisch digitale kabels, moet
u de stekkers stevig vastzetten tot ze klikken.
Optische digitale kabel (niet
meegeleverd)
Opmerking
Wanneer DIGITAL 1, 2 of 3 is geselecteerd, wordt
het geselecteerde invoersignaal uitgevoerd via de
DIGITAL 4 OUT-aansluiting. Wanneer de
DIGITAL 4-ingang of een analoge ingang is
geselecteerd, wordt geen signaal uitgevoerd via de
DIGITAL 4 OUT-aansluiting.
Tip
Alle digitale audio-aansluitingen zijn compatibel
met bemonsteringsfrequenties van 32 kHz, 44,1
kHz, 48 kHz en 96 kHz.
Aansluiten op de COAXIAL-
aansluiting
Aansluiten op de OPTICAL-
aansluiting
MD-deck,
DAT-deck,
satelliettuner
(alleen voor de IN-aansluiting)
Super Audio CD-speler,
CD-speler,
DVD-speler,
DVD-recorder
9
NL
Aan de slag
Het netsnoer aansluiten
Sluit het meegeleverde netsnoer aan op de AC
IN-aansluiting op de versterker en sluit het
netsnoer vervolgens aan op een stopcontact.
U kunt het netsnoer van uw component
aansluiten op de AC OUTLET(s) van de
versterker.
* De configuratie, de vorm en het aantal AC-
stopcontacten kan verschillen afhankelijk van het
gebied.
** Er blijft tussen de stekker en het achterpaneel een
beetje ruimte vrij, ook al is de stekker stevig in
het apparaat gestoken. Het is de bedoeling dat de
aansluitkabel op deze manier aangesloten wordt.
Dit is geen defect.
Opmerkingen
• De AC OUTLET(s) op de achterkant van de
versterker is een geschakelde uitgang, die alleen
stroom levert aan de aangesloten component als de
versterker is ingeschakeld.
• Het totale stroomverbruik van de component(en)
aangesloten op de AC OUTLET(s) van de
versterker mag het wattage aangeduid op het
achterpaneel niet overschrijden. Sluit geen
huishoudtoestellen met een hoog wattage, zoals
elektrische strijkijzers, ventilatoren of tv's, aan op
dit stopcontact. Dit kan een storing veroorzaken.
Batterijen in de
afstandsbediening
plaatsen
Plaats twee R6 (AA)-batterijen in de
RM-AAU010-afstandsbediening.
Houd daarbij rekening met de juiste polariteit.
Opmerkingen
• Laat de afstandsbediening niet achter op een zeer
warme of vochtige plaats.
• Gebruik geen nieuwe batterij samen met oude
batterijen.
• Gebruik geen mangaanbatterijen samen met andere
soorten batterijen.
• Stel de afstandsbedieningssensor niet bloot aan
directe zonnestraling of fel licht. Hierdoor kan de
werking worden verstoord.
• Gaat u de afstandsbediening langere tijd niet
gebruiken, verwijder dan de batterijen om te
voorkomen dat ze gaan lekken of dat er
corrosievorming optreedt.
Tip
Als u de versterker niet meer kan bedienen met de
afstandsbediening, vervang dan de batterijen.
AC OUTLET*
AC IN-aansluiting
Naar het
stopcontact
Netsnoer
(meegeleverd)
**
RM-AAU010
10
NL
Voorpaneel
Onderdelen en bediening
Naam Functie
A POWER Druk hierop om de
versterker in of uit te
schakelen.
B AUTO CAL
MIC-
aansluiting
Sluit aan op de
meegeleverde
optimalisatiemicrofoon
voor de Auto
Calibration-functie
(autokalibratiefunctie)
(pagina 13).
C TONE
BASS/TREBLE
Draai hieraan om de
BASS- en TREBLE-
niveaus in te stellen.
Het niveau kan worden
aangepast van –10 dB
tot +10 dB.
D
Afstandsbe-
dieningssensor
Ontvangt signalen van
de afstandsbediening.
E Uitleesvenster De huidige status van
de geselecteerde
component of van een
lijst items die u kunt
selecteren verschijnt
hier.
F DIRECT Druk hierop om de
TONE-functie in te
stellen voor betere
geluidskwaliteit.
Opmerking
Wanneer u een disc afspeelt in
DTS 96/24-formaat, stel dan
de DIRECT-functie in op ON.
Als de DIRECT-functie op
OFF staat, wordt het DTS-
signaal afgespeeld met 48 kHz.
G MUTING Druk hierop om de
geluidsonderdrukking
te activeren.
H PHONES-
aansluiting
Sluit aan op de
hoofdtelefoon.
Opmerking
Als u een hoofdtelefoon
aansluit, wordt het DTS
96/24-signaal afgespeeld met
DTS 48 kHz.
Naam Functie
11
NL
Onderdelen en bediening
Achterpaneel
I SPEAKERS
(OFF/A/B/A+B)
Draai hiermee om OFF,
A, B, A+B van de
luidsprekers te
selecteren.
J INPUT
SELECTOR
Draai hiermee om de
ingangsbron die u wilt
afspelen, te selecteren.
Naam Functie
K VOLUME Draai hiermee om het
volume van de
luidsprekers aan te
passen.
Het niveau kan worden
aangepast van –∞ dB
tot +23 dB.
Naam Functie
A AUDIO INPUT/OUTPUT-gedeelte
AUDIO IN/
OUT-
aansluitingen
Sluit aan op een
Super Audio
CD-speler,
cassettedeck,
MD-deck of
DAT-speler, enz.
(pagina 7).
B DIGITAL INPUT/OUTPUT-gedeelte
COAXIAL IN-
aansluitingen
Sluit aan op een
DVD-speler, Super
Audio CD-speler,
enz. De COAXIAL-
aansluitingen zorgen
voor betere
geluidskwaliteit
(pagina 8).
OPTICAL
IN/OUT-
aansluiting
L
R
C SPEAKERS-gedeelte
Sluit aan op de
luidsprekers
(pagina 4).
D IMPEDANCE SELECTOR
Stel de geschikte luidsprekerimpedantie in voor de
luidsprekers die u gebruikt (pagina 5).
12
NL
Afstandsbediening
RM-AAU010
Naam Functie
A ?/1
(aan/stand-by)
Druk hierop om de versterker
in of uit te schakelen.
B U/u/I/i
ENTER
Druk op MENU (9) en
vervolgens op U/u, I of i
om de instellingen te kiezen.
Druk vervolgens op ENTER
om de keuze in te voeren
(pagina 17).
C Invoertoetsen Druk op een van de toetsen
om de component te kiezen
die u wilt gebruiken. Als u op
een van de invoertoetsen
drukt, wordt de versterker
ingeschakeld.
D BALANCE L/R Druk hierop om de balans
tussen linker- en
rechterluidsprekers te
regelen. Zowel de linker- als
rechterbalans kan worden
aangepast van 0 dB tot
+20 dB. De oorspronkelijke
instelling is 0 dB (midden).
E BASS/
TREBLE +/–
Druk hierop om de BASS- en
TREBLE-niveaus aan te
passen. Het niveau kan
worden aangepast van
–10 dB tot +10 dB.
F DIMMER Druk hierop om de
helderheid van het
uitleesvenster aan te passen.
G VOLUME +/– Druk hierop om het volume
van de luidsprekers aan te
passen.
Het volume kan worden
aangepast van –∞ dB tot
+23 dB.
H SLEEP Druk hierop om de functie
Sleep Timer en het moment
waarop de versterker
automatisch uitschakelt te
activeren.
De Sleep Timer kan worden
ingesteld op 30, 60, 90 of
120 minuten.
I MENU Druk hierop om het menu
voor de versterker weer te
geven (pagina 17).
J DIRECT Druk hierop om de TONE-
functie in te stellen voor
betere geluidskwaliteit.
Opmerking
Wanneer u een disc afspeelt in
DTS 96/24-formaat, stel dan de
DIRECT-functie in op ON.
Als de DIRECT-functie op OFF
staat, wordt het DTS-signaal
afgespeeld met 48 kHz.
K MUTING Druk hierop om de
geluidsonderdrukking te
activeren.
Naam Functie
13
NL
Configuratie
De juiste instellingen
automatisch kalibreren
(AUTO CALIBRATION)
De autokalibratiefunctie staat u toe het
volgende te meten:
• Of de luidsprekers zijn aangesloten
• Polariteit van de luidsprekers
• De afstand tussen elke luidspreker en de
luisterpositie
• Luidsprekerhoek
• Luidsprekerniveau
• Frequentiekenmerken
Nadat u het meetresultaat hebt opgeslagen,
kunt u het luidsprekerniveau bevestigen door
op BALANCE L/R (page 12) te drukken. De
andere meetresultaten worden niet
weergegeven maar worden automatisch
ingesteld op de juiste instellingen.
Voordat u autokalibratie uitvoert, stelt u de
luidsprekers op en sluit u hen aan (pagina 4).
• De AUTO CAL MIC-aansluiting wordt
alleen gebruikt voor de meegeleverde
optimalisatiemicrofoon. Sluit geen andere
microfoons aan op deze aansluiting.
Hierdoor kunnen de versterker en de
microfoon worden beschadigd.
• Tijdens de kalibratie komt er een luid geluid
uit de luidsprekers. Het volume kan niet
worden aangepast. Houd rekening met de
aanwezigheid van kinderen en met het effect
op uw buren.
• Voer de autokalibratie uit in een stille
omgeving om geluidsoverlast te vermijden
en om een meer accurate meting te
verkrijgen.
• Als er zich hindernissen tussen de
optimalisatiemicrofoon en de luidsprekers
bevinden, kan de kalibratie niet correct
worden uitgevoerd. Verwijder alle obstakels
uit het meetgebied om een foutieve meting te
vermijden.
Opmerkingen
• De autokalibratiefunctie werkt niet als er een
hoofdtelefoon op de versterker is aangesloten.
• Annuleer MUTING als dit is ingeschakeld.
1 Sluit de meegeleverde
optimalisatiemicrofoon aan op
de AUTO CAL MIC-aansluiting
op het voorpaneel.
2 Installeer de
optimalisatiemicrofoon.
Plaats de optimalisatiemicrofoon op uw
luisterpositie. Gebruik een krukje of
drievoet zodat de optimalisatiemicrofoon
zich op uw oorhoogte bevindt. Richt de L-
zijde van de optimalisatiemicrofoon naar
de voorste linkerluidspreker en de R-zijde
van de optimalisatiemicrofoon naar de
voorste rechterluidspreker.
1 Schakel de versterker in.
2 Druk op MENU.
Configuratie
Alvorens autokalibratie uit te
voeren
Autokalibratie uitvoeren
Optimalisatiemicrofoon
(meegeleverd)
wordt vervolgd
14
NL
3 Druk op u om "<2-Auto
Calibration>" weer te geven en
druk op ENTER om het menu te
openen.
4 Druk op u om "CAL TYPE",
weer te geven en druk op
ENTER om de parameter in te
voeren.
5 Druk op U/u om de parameter te
selecteren en druk op ENTER
om uw selectie in te voeren.
6 Druk op U om "AUTO CAL
START?" weer te geven en druk
op ENTER om de meting te
starten.
De meting start over vijf seconden. Het
aftellen wordt weergegeven in het
uitleesvenster.
Om een foutieve meting te vermijden,
moet u uit de buurt blijven van de
meetzone terwijl de tijd aan het aftellen
is.
7 De meting wordt gestart.
Het meetproces zal ongeveer 10 seconden
duren. Wacht tot het meetproces is
voltooid.
Tip
Wanneer u speciale luidsprekers gebruikt, zoals
tweepolige luidsprekers, wordt de meting mogelijk
niet correct uitgevoerd of wordt de autokalibratie
mogelijk niet uitgevoerd.
Autokalibratie annuleren
Autokalibratie wordt geannuleerd wanneer u
het volume, de ingangsbron of de
luidsprekerselectie wijzigt, of als u op
MUTING drukt of een hoofdtelefoon aansluit.
1 Bevestig het meetresultaat.
Wanneer de meting stopt, hoort u een
pieptoon en de meetresultaten
verschijnen in het uitleesvenster.
2 Druk herhaaldelijk op U/u om
het item te selecteren en druk
op ENTER.
Kalibratietype Verklaring
ENGINEER Stelt de
frequentiekenmerken in op
een set die overeenkomt met
die van de Sony-
luisterruimtestandaard.
FULL FLAT Neemt de meting op van de
frequentie van elk
luidsprekeroppervlak.
De meetresultaten bevestigen/
opslaan
Meetresultaat Uitleesvenster Verklaring
Als het
meetproces
correct is
voltooid
COMPLETE
Ga verder
met stap 2.
Als het
meetproces is
mislukt
ERROR
CODE XX
Zie
"Wanneer
een
foutcode
verschijnt"
(pagina 15).
Item Verklaring
RETRY Voert de autokalibratie
opnieuw uit.
SAVE EXIT Slaat de meetresultaten op
en verlaat het instelproces.
WRN CHECK Geeft een waarschuwing
weer over de
meetresultaten. Zie
"Wanneer u "WRN
CHECK" selecteert"
(pagina 15).
EXIT Verlaat het instellingsproces
zonder de meetresultaten op
te slaan.
15
NL
Configuratie
Wanneer een foutcode
verschijnt
Probeer de oplossingen en voer de
autokalibratie opnieuw uit.
•CODE 31
1
Draai aan SPEAKERS (OFF/A/B/A+B) om
A of B te selecteren en volg de
instructies in stap 2 van "Autokalibratie
uitvoeren".
In geval van een tweedraadsverbinding stelt u
SPEAKERS (OFF/A/B/A+B) in op A+B.
•CODE 32, 33, 34
1
Los de fout op.
2 Druk op ENTER.
"RETRY?" verschijnt.
3 Druk op U /u om "YES" te selecteren en
druk op ENTER.
De autokalibratie wordt opnieuw gestart vanaf
stap 7 van "Autokalibratie uitvoeren".
Wanneer u "WRN CHECK"
selecteert
Als er een waarschuwing over een
meetresultaat is, wordt er gedetailleerde
informatie weergegeven.
Druk op ENTER om terug te keren
naar stap 1 van "De meetresultaten
bevestigen/opslaan".
De oorspronkelijke instelling is onderstreept.
x AUTO CAL START?
(Start autokalibratie)
• MEASUREMENT COUNTDOWN
In het uitleesvenster telt de tijd af van vijf
seconden tot een seconde.
• MEASURING TONE
Verschijnt terwijl TONE wordt gemeten.
Foutcode Oorzaak en oplossingen
CODE 31 SPEAKERS (OFF/A/B/A+B) is
ingesteld op OFF. Selecteer A of
B en voer de autokalibratie
opnieuw uit. In geval van een
tweedraadsverbinding stelt u
SPEAKERS (OFF/A/B/A+B) in
op A+B.
CODE 32 Geen enkele luidspreker werd
gevonden. Zorg ervoor dat de
optimalisatiemicrofoon goed is
aangesloten en voer de
autokalibratie opnieuw uit.
Als de optimalisatiemicrofoon
correct wordt aangesloten maar er
verschijnt een foutcode, is de
kabel van de
optimalisatiemicrofoon mogelijk
beschadigd of verkeerd
aangesloten.
CODE 33 Geen enkele luidspreker is
aangesloten.
CODE 34 De luidsprekers staan niet in de
juiste positie. De luidsprekers of
een optimalisatiemicrofoon
rechts of links kan verkeerd zijn
geplaatst. Controleer de
luidsprekerpositie.
Waarschuwings-
code
Verklaring
WARNING 40 Probeer de autokalibratie uit te
voeren in een stille omgeving.
De autokalibratie is voltooid.
Toch is er veel ruis. De
autokalibratie wordt mogelijk
goed worden uitgevoerd als u het
opnieuw probeert, ook al kan de
meting niet worden uitgevoerd in
elke omgeving.
WARNING 41 Probeer de autokalibratie uit te
voeren als de omgeving stil
genoeg is voor een goede meting.
De geluidsinvoer van de
optimalisatiemicrofoon bevindt
zich buiten het aanvaardbare
bereik. Het is luider dan het
luidste geluid dat kan worden
gemeten.
WARNING 42 Probeer de autokalibratie uit te
voeren als de omgeving stil
genoeg is voor een goede meting.
Het volume van de versterker
bevindt zich buiten het
aanvaardbare bereik.
NO WARNING Er is geen
waarschuwingsinformatie.
Auto Calibration
menuparameters
wordt vervolgd
16
NL
• MEASURING T.S.P.
Verschijnt terwijl TSP* wordt gemeten.
• COMPLETE
Verschijnt wanneer het meetproces is
voltooid. Voor details over elk bericht, zie
"De meetresultaten bevestigen/opslaan"
(pagina 14).
• WARNING CODE [ :4x]
Verschijnt als er een waarschuwing over het
meetresultaat is. Voor details over elk
bericht, zie "De meetresultaten bevestigen/
opslaan" (pagina 14).
• NO WARNING
Er is geen waarschuwingsinformatie.
• ERROR CODE [ :3x]
Verschijnt wanneer de meting mislukt. Voor
details over elk bericht, zie "De
meetresultaten bevestigen/opslaan"
(pagina 14).
•RETRY?
Verschijnt om u te vragen om de meting
opnieuw uit te voeren of om af te sluiten
zonder opnieuw te meten wanneer de meting
mislukt.
• CANCEL
Verschijnt wanneer u autokalibratie
annuleert tijdens de meting.
* TSP (Time Stretched Pulse)
Een TSP-signaal is een uiterst precies meetsignaal
dat impulsenergie gebruikt en dat in een korte
periode een brede band meet, van laag tot hoog.
De hoeveelheid energie die wordt gebruikt om
signalen te meten is belangrijk om zeker te zijn van
een accurate meting in een normale
binnenomgeving. Het gebruik van TSP-signalen
maakt het mogelijk om signalen effectief te meten.
x CAL TYPE
(parametertype)
• ENGINEER
Stelt de frequentie in op een die
overeenkomt met die van de Sony-
luisterruimtestandaard.
•FULL FLAT
Neemt de meting op van de frequentie van
elk luidsprekeroppervlak.
x EQ CURVE EFFECT
(Activeert/deactiveert de
EQ-curvemeting)
•OFF
Deactiveert de EQ-curvemeting.
•ON
Activeert de EQ-curvemeting.
Nadat de meting is voltooid, wordt deze
instelling automatisch op ON gezet.
Opmerkingen
• DTS 96/24-signalen worden afgespeeld als
signalen van 48 kHz wanneer EQ CURVE
EFFECT is ingesteld op "ON". Wanneer u DTS 96/
24-signalen weergeeft, stelt u dit item in op "OFF"
en stelt u de functie DIRECT in op "ON"
(pagina 10, 12).
• U kunt deze instelling niet selecteren voordat u de
meetresultaten heeft opgeslagen
(standaardinstelling).
17
NL
Configuratie
Instellingen voor de
versterker
Door de System Settings-menu's te gebruiken,
kunt u de versterker aanpassen aan uw
persoonlijke wensen.
1 Druk op MENU.
2 Druk op U om "<1-System
Settings>" weer te geven en
druk op ENTER om het menu te
openen.
3 Druk herhaaldelijk op U/u om
de parameter weer te geven die
u wilt aanpassen.
4 Druk op ENTER om de
parameter in te voeren.
5 Druk herhaaldelijk op U/u om
de instelling te selecteren die u
wilt aanpassen.
6 Druk op ENTER om in te
voeren.
7 Herhaal stap 3 tot 6 als u andere
instellingen wilt maken.
Terugkeren naar een hoger
niveau in het menu
Druk op I.
Het menu verlaten
Druk op MENU.
Opmerking
Bepaalde parameters en instellingen kunnen gedimd
in het uitleesvenster verschijnen. Dit betekent dat ze
onbeschikbaar of vast en onveranderlijk zijn.
De oorspronkelijke instelling is onderstreept.
x DEC. PRIORITY
(decodeerprioriteit digitale
audio-invoer)
Hiermee kunt u de invoermodus voor de
digitale signaalinvoer naar de DIGITAL IN-
aansluitingen specificeren.
•AUTO
Schakelt de invoermodus automatisch om
tussen DTS, Dolby Digital of PCM.
•PCM
PCM-signalen krijgen prioriteit (om
onderbreking te voorkomen wanneer de
weergave start).
Opmerking
Wanneer u "AUTO" instelt en het geluid van de
digitale audio-aansluitingen (voor een CD, enz.)
wordt onderbroken wanneer de weergave start, stel
dan in op "PCM".
x DUAL MONO
(tweetalige audioselectie)
Voor een tweetalige uitzending kunt u de taal
kiezen waarnaar u wilt luisteren. Deze functie
werkt alleen voor Dolby Digital-bronnen.
• MAIN/SUB
Geluid van de hoofdtaal wordt door de
linkerluidspreker uitgevoerd, terwijl geluid
van de subtaal tegelijkertijd door de
rechterluidspreker wordt uitgevoerd.
•MAIN
Geluid van de hoofdtaal wordt uitgevoerd.
•SUB
Geluid van de subtaal wordt uitgevoerd.
• MAIN+SUB
Geluid van zowel de hoofd- als subtaal
wordt gemengd uitgevoerd.
System Settings
menuparameters
wordt vervolgd
18
NL
x D.RANGE COMP.
(compressor dynamisch bereik)
Staat u toe het dynamische bereik van het
geluidsspoor te comprimeren. Dit is handig
om 's nachts films te bekijken met laag
volume. Het dynamische bereik comprimeren
is alleen mogelijk met Dolby Digital-bronnen.
•OFF
Het dynamische bereik werd niet
gecomprimeerd.
•STD
Het dynamische bereik wordt
gecomprimeerd zoals bedoeld door de
recording engineer.
•MAX
Het dynamische bereik wordt sterk
gecomprimeerd.
Tip
Met de compressor voor het dynamische bereik kunt
u het dynamische bereik van het geluidsspoor
comprimeren op basis van de informatie over het
dynamische bereik in het Dolby Digital-signaal.
"STD" is de standaardinstelling maar staat alleen
lichte compressie toe. Daarom raden we aan de
"MAX"-instelling te gebruiken. Dit comprimeert het
dynamische bereik sterk en u kan er 's nachts films
mee bekijken met laag volume. In tegenstelling tot
analoge beperkers zijn de niveaus vooraf bepaald en
zorgen ze voor een erg natuurlijke comprimering.
x DC PHASE L.
(DC faselinearisator)
Hiermee benadert u de kenmerken van een
fase met lage frequentie van een traditionele
analoge versterker.
•OFF
Fasecorrectie wordt niet uitgevoerd.
• LOW-A, STD-A, HIGH-A, LOW-B,
STD-B, HIGH-B
Het bandbreedtebereik van de fasecorrectie
stijgt in de volgorde "LOW", "STD",
"HIGH".
"B"-parameter fasecorrectie zorgt voor
verbeterde bass-kenmerken.
Het geheugen van de
versterker wissen
1
Druk op POWER om de
versterker uit te schakelen.
2 Houd POWER ingedrukt terwijl
u op DIRECT en MUTING drukt
om de versterker in te
schakelen.
Nadat "MEMORY CLEARING..." even
in het display wordt weergegeven,
verschijnt "MEMORY CLEARED!".
De volgende items worden hersteld naar
hun oorspronkelijke instellingen.
• Alle instellingen in de menu's System
Settings en Auto Calibration.
1,2 2
19
NL
Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen
Veiligheid
In het geval er een voorwerp of vloeistof in de
behuizing terechtkomt, moet u de versterker
uit het stopcontact trekken en het toestel eerst
door een deskundige laten nakijken, alvorens
het weer in gebruik te nemen.
Spanningsbronnen
• Voordat u de versterker gebruikt, moet u
controleren of het bedieningsvoltage gelijk
is aan dat van uw plaatselijke
stroomleverancier.
Het bedieningsvoltage wordt aangeduid op
het naamplaatje op de achterkant van de
versterker.
• Het toestel blijft onder (net)spanning staan
zolang de stekker in het stopcontact zit, ook
al is het toestel zelf uitgeschakeld.
• Trek de stekker uit het stopcontact als u
denkt de versterker geruime tijd niet te
gebruiken. Om het netsnoer uit te trekken,
neemt u alleen de stekker vast. Trek nooit
aan het snoer zelf.
• Het netsnoer mag alleen door bevoegd
vakkundig personeel worden vervangen.
Oververhitting
De versterker warmt op tijdens de bediening.
Dit duidt niet op een storing. Als u de
versterker langdurig gebruikt met hoog
volume, stijgt de temperatuur aan de
bovenkant, onderkant en zijkanten van de
behuizing aanzienlijk. Raak de behuizing niet
aan om te voorkomen dat u zich verbrandt.
Plaatsing
• Plaats de versterker op een goed
geventileerde plaats om te voorkomen dat hij
oververhit raakt en om de levensduur van de
versterker te verlengen.
• Plaats de versterker niet in de buurt van
warmtebronnen of op een plaats waar hij is
blootgesteld aan directe zonnestraling,
overmatig stof of mechanische schokken.
• Blokkeer de ventilatiegaten niet door iets
bovenop de behuizing te plaatsen. Hierdoor
kan een storing optreden.
• Plaats de versterker niet in de buurt van
apparatuur zoals een televisie, videorecorder
of cassettedeck. (Als de versterker wordt
gebruikt samen met een televisie,
videorecorder of cassettedeck en te dicht bij
het apparaat is geplaatst, kan er ruis optreden
en kan de beeldkwaliteit verminderen. Dit
kan vooral gebeuren wanneer u een
binnenantenne gebruikt. Daarom raden we
aan een buitenantenne te gebruiken.)
Bediening
Schakel de versterker uit en trek de stekker uit
het stopcontact alvorens andere componenten
aan te sluiten.
Reinigen
Reinig de behuizing, het paneel en de
bedieningselementen met een zachte doek die
lichtjes is bevochtigd met een mild zeepsopje.
Gebruik geen schuursponsje, schuurpoeder of
oplosmiddelen, zoals alcohol of benzine.
Met alle vragen over of eventuele problemen
met uw versterker kunt u steeds terecht bij uw
dichtstbijzijnde Sony-dealer.
Aanvullende informatie
20
NL
Problemen oplossen
Indien u een van de volgende problemen
ondervindt bij het gebruik van de versterker,
probeer die dan eerst zelf op te lossen aan de
hand van de onderstaande lijst. Als het
probleem daarmee niet is opgelost, raadpleeg
dan uw dichtstbijzijnde Sony-dealer.
Audio
Er is geen geluid, welke component er
ook is geselecteerd, of er is alleen een
heel zacht geluid hoorbaar.
• Controleer of de luidsprekers en
componenten goed zijn aangesloten.
• Contoleer of alle luidsprekerkabels correct
zijn aangesloten.
• Controleer of zowel de versterker als alle
componenten zijn ingeschakeld.
• Controleer of de VOLUME-bediening niet
is ingesteld op –∞ dB.
• Controleer of SPEAKERS (OFF/A/B/
A+B) niet is ingesteld op "OFF"
(pagina 11).
• Druk op MUTING om de
geluidsonderdrukking te annuleren.
• Controleer of u de juiste component hebt
gekozen met INPUT SELECTOR.
• Controleer of er geen hoofdtelefoon is
aangesloten.
• Het beschermingsapparaat op de
versterker werd geactiveerd. Schakel de
versterker uit, los het
kortsluitingsprobleem op en schakel het
toestel weer in.
Er komt geen geluid uit een bepaalde
component.
• Controleer of de component juist is
aangesloten op de audio-ingangen voor die
component.
• Controleer of de kabel(s) gebruikt voor de
aansluiting volledig in de aansluitingen
zit(ten) op zowel de versterker als de
component.
Er komt geen geluid uit een van de
luidsprekers.
• Sluit een hoofdtelefoon aan op de
PHONES-aansluiting om na te gaan of er
geluid wordt uitgevoerd via de
hoofdtelefoon. Als slechts één kanaal
wordt uitgevoerd via de hoofdtelefoon, is
de component mogelijk niet juist
aangesloten op de versterker. Controleer
of alle kabels volledig in de aansluitingen
zitten op zowel de versterker als de
component. Als beide kanalen worden
uitgevoerd via de hoofdtelefoon, is de
component mogelijk niet juist aangesloten
op de versterker. Controleer de aansluiting
van de luidspreker die geen geluid
uitvoert.
• Zorg ervoor dat u zowel de L- als
R-aansluiting hebt aangesloten op een
analoge component en niet alleen op de
L- of R-aansluiting. Gebruik een mono-
stereo kabel (niet meegeleverd).
De linker-en rechtergeluiden zijn niet in
balans of omgewisseld.
• Controleer of de luidsprekers en
componenten correct en stevig zijn
aangesloten.
• Pas de balansparameters aan door op
BALANCE te drukken op de
afstandsbediening.
Sterke brom of ruis is hoorbaar.
• Controleer of de luidsprekers en
componenten goed zijn aangesloten.
• Let erop dat de aansluitkabels zich niet in
de buurt van een transformator of motor
bevinden, en minstens 3 meter verwijderd
zijn van een tv-toestel of
fluorescentieverlichting.
• Plaats de tv verder van de
audiocomponenten af.
• Zorg ervoor dat u de U SIGNAL GND-
aansluiting hebt geaard (alleen wanneer
een platenspeler is aangesloten).
• De stekkers en aansluitingen zijn vuil.
Maak ze schoon met een doek die lichtjes
is bevochtigd met alcohol.
21
NL
Aanvullende informatie
Opname kan niet worden uitgevoerd.
• Controleer of alle componenten goed zijn
aangesloten (pagina 7, 8).
• Selecteer de broncomponent met INPUT
SELECTOR (pagina 11, 12).
Afstandsbediening
De afstandsbediening werkt niet.
• Richt de afstandsbediening naar de
afstandsbedieningssensor op de versterker.
• Verwijder alle obstakels tussen de
afstandsbediening en de versterker.
• Vervang alle batterijen in de
afstandsbediening, als deze bijna leeg zijn.
• Zorg ervoor dat u de juiste ingang
selecteert op de afstandsbediening.
Foutmeldingen
Als er zich een storing voordoet, toont het
uitleesvenster een code van twee cijfers. Aan
de hand van de meldingen kunt u de toestand
van het systeem controleren. Raadpleeg de
volgende tabel om het probleem op te lossen.
Als het probleem daarmee niet is opgelost,
raadpleeg dan uw dichtstbijzijnde Sony-
dealer.
CHECK CODE 11
Onregelmatige stroom wordt uitgevoerd via
de luidsprekers. Schakel de versterker uit,
zorg ervoor dat de kern van een
luidsprekerkabel de versterker of andere
luidsprekers niet aanraakt en schakel de
versterker opnieuw in. In geval van een
tweedraadsverbinding controleert u of de
metalen fittings die aangesloten zijn op de
luidsprekers en gebruikt worden om de Hi/
Lo-aansluitingen te verkorten, verwijderd
zijn.
CHECK CODE 12
Het versterkersgedeelte is oververhit. Zorg
ervoor dat de ventilatie-opening niet is
bedekt. Schakel de versterker uit, laat de
versterker een tijdje staan en schakel het
toestel weer in. In geval van een
tweedraadsverbinding controleert u of de
metalen fittings die aangesloten zijn op de
luidsprekers en gebruikt worden om de Hi/
Lo-aansluitingen te verkorten, verwijderd
zijn.
CHECK CODE 13
Het voedingsgedeelte is oververhit. Zorg
ervoor dat de ventilatie-opening niet is
bedekt. Schakel de versterker uit, laat de
versterker een tijdje staan en schakel het
toestel weer in. In geval van een
tweedraadsverbinding controleert u of de
metalen fittings die aangesloten zijn op de
luidsprekers en gebruikt worden om de Hi/
Lo-aansluitingen te verkorten, verwijderd
zijn.
CHECK CODE 14
Schakel de versterker uit, zorg ervoor dat de
kern van een luidsprekerkabel de versterker
of andere luidsprekers niet aanraakt.
CHECK CODE 21
Schakel de versterker uit en controleer of de
luidsprekerkabels juist zijn aangesloten.
Schakel het toestel opnieuw in. In geval van
een tweedraadsverbinding controleert u of
de metalen fittings die aangesloten zijn op
de luidsprekers en gebruikt worden om de
Hi/Lo-aansluitingen te verkorten,
verwijderd zijn.
22
NL
Technische gegevens
Versterkergedeelte
POWER OUTPUT
Nominale stroomuitvoer*
8 ohm 1 kHz, THD 0,7 %:
110 W + 110 W
4 ohm 1 kHz, THD 0,7 %:
120 W + 120 W
Voeding 230 V AC, 50/60 Hz
* Gemeten onder de volgende omstandigheden:
Voeding: 230 V AC, 50/60 Hz
(in landen/gebieden in Europa,
uitgezonderd Verenigd Koninkrijk)
240 V AC, 50/60 Hz
(in Verenigd Koninkrijk en algemeen
gebied)
Frequentiebereik
Ingangen (analoog)
Uitgangen (analoog)
Ingangen (digitaal)
Uitgangen (digitaal)
TONE
Algemeen
Voeding 230 V AC, 50/60 Hz
(in landen/gebieden in
Europa, uitgezonderd
Verenigd Koninkrijk)
240 V AC, 50/60 Hz
(in Verenigd Koninkrijk en
algemeen gebied)
Stroomverbruik 100 W
Stroomverbruik (in stand-bymodus)
0,5 W
Stopcontacten 1 geschakeld, 100 W/0,4 A
MAX (in landen/gebieden
in Europa, uitgezonderd
Verenigd Koninkrijk)
Afmetingen 430 × 173 × 428 mm
incl. uitstekende delen en
bedieningselementen
Gewicht (ong.) 14,0 kg
Meegeleverde accessoires
Gebruiksaanwijzing (deze handleiding)
Optimalisatiemicrofoon ECM-AC1 (1)
Netsnoer (1)
Afstandsbediening RM-AAU010 (1)
R6 (AA)-batterijen (2)
Ontwerp en specificaties kunnen zonder
voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
PHONO RIAA equalizercurve
± 0,5 dB
TUNER, SA-CD/CD,
TAP E
10 Hz – 40 kHz
± 3 dB (8 ohm)
PHONO Gevoeligheid: 2,5 mV
Impedantie: 50 kohm
S/N: 86 dB (A, 20 kHz
LPF)
TUNER, SA-CD/CD,
TAP E
Gevoeligheid: 150 mV
Impedantie: 50 kohm
S/N: 96 dB (A, 20 kHz
LPF)
TAPE Voltage: 150 mV
Impedantie: 1 kohm
DIGITAL 1/2/3 Impedantie: 75 ohm
S/N: 96 dB (A, 20 kHz
LPF)
DIGITAL 4 S/N: 96 dB
(A, 20 kHz LPF)
DIGITAL 4 S/N: 96 dB
(A, 20 kHz LPF)
TREBLE ±10 dB, in stappen van
1 dB
BASS ±10 dB, in stappen van
1 dB

Documenttranscriptie

WAARSCHUWING Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht, om gevaar voor brand of een elektrische schok te voorkomen. Om oververhitting en brandgevaar te vermijden, mag u de ventilatie-openingen van het apparaat niet afdekken met kranten, een tafelkleed, gordijnen e.d. Plaats nooit een brandende kaars bovenop het apparaat. Om gevaar voor brand of een elektrische schok te voorkomen, mag u geen voorwerpen als vazen op het apparaat zetten. Plaats het apparaat niet in een gesloten ruimte, zoals een boekenrek of ingebouwde kast. Installeer het systeem zodat de stekker bij problemen onmiddellijk uit het stopcontact kan worden getrokken. Gooi de batterij niet weg maar lever deze in als klein chemisch afval (KCA). 2NL Voor klanten in Europa Verwijdering van Oude Elektrische en Elektronische Apparaten (Toepasbaar in de Europese Unie en andere Europese landen met gescheiden ophaalsystemen) Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. De recycling van materialen draagt bij tot het vrijwaren van natuurlijke bronnen. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht. Over deze handleiding • De instructies in deze handleiding zijn voor het model TA-FA1200ES. U vindt het modelnummer in de rechteronderhoek van het voorpaneel. • In deze gebruiksaanwijzing staan de bedieningselementen op de meegeleverde afstandsbediening beschreven. Ook de bedieningselementen op de versterker kunnen worden gebruikt indien ze dezelfde of soortgelijke namen hebben als die op de afstandsbediening. Deze receiver beschikt over Dolby* Digital en DTS**. * Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories. "Dolby" en het symbool doubel-D zijn handelsmerken van Dolby Laboratories. ** "DTS" en "DTS 2.0" zijn handelsmerken van Digital Theater Systems, Inc. Inhoudspgave Aan de slag Uitpakken .....................................................4 Luidsprekers aansluiten ................................4 Een tweedraadsverbinding gebruiken ...........6 Componenten met analoge audio-ingangen/ uitgangen aansluiten ................................7 Componenten met digitale audio-ingangen/ uitgangen aansluiten ................................8 Het netsnoer aansluiten ................................9 Batterijen in de afstandsbediening plaatsen ....................................................9 Onderdelen en bediening Voorpaneel ..................................................10 Achterpaneel ...............................................11 Afstandsbediening ......................................12 Configuratie De juiste instellingen automatisch kalibreren (AUTO CALIBRATION) ......................13 Instellingen voor de versterker ...................17 Het geheugen van de versterker wissen ......18 Aanvullende informatie Voorzorgsmaatregelen ................................19 Problemen oplossen ....................................20 Technische gegevens ..................................22 Index ...........................................................23 3NL NL Aan de slag Uitpakken Controleer of u de volgende items hebt ontvangen: • • • • • Gebruiksaanwijzing (deze handleiding) Optimalisatiemicrofoon ECM-AC1 (1) Netsnoer (1) Afstandsbediening RM-AAU010 (1) R6 (AA)-batterijen (2) Als er een item ontbreekt, neem dan contact op met uw dichtstbijzijnde Sony-dealer. Audio-aansluitkabels, digitale aansluitkabels en luidsprekerkabels zijn niet meegeleverd bij deze versterker. U kunt deze apart aankopen. Opmerkingen over aansluitingen • Schakel eerst alle componenten uit voordat u aansluitingen maakt. • Sluit het netsnoer pas aan nadat alle aansluitingen zijn voltooid. • Sluit de stekkers stevig aan om gebrom en ruis te voorkomen. 4NL Luidsprekers aansluiten Sluit de luidsprekers aan op de versterker. Gebruik een luidsprekerkabel (niet meegeleverd) om een aansluiting te maken op de luidsprekeraansluitingen. Luidsprekerkabel (niet meegeleverd) Opmerkingen over luidsprekeraansluitingen Sluit de linkerluidspreker aan op de SPEAKERS L-aansluiting en de rechterluidspreker op de SPEAKERS R-aansluiting. Zorg ervoor dat u de luidsprekerkabels aansluit tussen de luidsprekers en de versterker met dezelfde polariteit (plus (+) met plus (+), min (–) met min (–)). Als u let op de kleur of op de markering van de luidsprekerkabel die moet worden aangesloten op de plus (+) of min (–) aansluiting, kunt u er altijd zeker van zijn dat u de kabel correct aansluit, zonder plus of min te verwisselen. De luidsprekerimpedantie instellen SPEAKERS B-aansluitingen* IMPEDANCE SELECTOR Luidspreker A (R) Luidspreker A (L) * Als u een extra luidsprekersysteem hebt, sluit het dan aan op de SPEAKERS B-aansluitingen. U kunt het luidsprekersysteem kiezen dat u wilt gebruiken met de SPEAKERS (OFF/A/B/A+B) op het voorpaneel (pagina 11). 5NL Aan de slag • Schakel het toestel uit voordat u de IMPEDANCE SELECTOR instelt. • Wanneer u alle luidsprekers aansluit met een nominale impedantie van 8 ohm, stel dan de IMPEDANCE SELECTOR in op "8Ω". Wanneer u andere soorten luidsprekers aansluit, stel hem dan in op "4Ω". • Wanneer u luidsprekers aansluit op zowel de SPEAKERS A- als B-aansluitingen, sluit dan de luidsprekers aan met een nominale impedantie van 8 ohm of meer. – Wanneer u luidsprekers aansluit met een impedantie van 16 ohm of meer met zowel "A"- als "B"-configuratie: Stel IMPEDANCE SELECTOR in op "8Ω". – Voor andere soorten luidsprekers met een andere configuratie: Stel IMPEDANCE SELECTOR in op "4Ω". • Als u twijfelt aan de impedanties van de luidsprekers, raadpleeg dan de gebruiksaanwijzing van de luidsprekers. (Deze informatie staat vaak op de achterkant van de luidspreker.) Een tweedraadsverbinding gebruiken U kunt een tweedraadsverbinding maken door de SPEAKERS A-aansluitingen en de SPEAKERS B-aansluitingen tegelijkertijd aan te sluiten. In geval van een tweedraadsverbinding stelt u SPEAKERS (OFF/A/B/A+B) in op A+B (pagina 11). Luidsprekers aansluiten Luidspreker (R) Luidspreker (L) Hi Hi Lo Lo Sluit de aansluitingen op de Lo (of Hi)-kant van de luidsprekers aan op de SPEAKERS A-aansluitingen en sluit de aansluitingen op de Hi (of Lo)-kant van de luidsprekers aan op de SPEAKERS B-aansluitingen. Zorg ervoor dat de metalen fittings van Hi/Lo die aangesloten zijn op de luidsprekers, verwijderd zijn. Indien dit niet het geval is, kan de werking van de versterker worden verstoord. Opmerking Als u de autokalibratiefunctie gebruikt, stel dan de instellingen van de tweedraadsverbinding in voordat u de autokalibratie uitvoert. 6NL U kunt op deze versterker een component aansluiten met analoge audio-ingangen, zoals een Super Audio CD-speler of CD-speler, enz. Gebruik een audiokabel (niet meegeleverd) om een component aan te sluiten op de analoge audio-aansluitingen. Verbind de witte stekker met de L-aansluiting en de rode stekker met de R-aansluiting. Audiokabel (niet meegeleverd) Platenspeler Super Audio CD-speler, CD-speler, videorecorder Cassettedeck Opmerking Als uw platenspeler een aarding heeft, sluit hem dan aan op de (U) SIGNAL GND-aansluiting. 7NL Aan de slag Componenten met analoge audio-ingangen/uitgangen aansluiten Componenten met digitale audio-ingangen/uitgangen aansluiten Aansluiten op de COAXIALaansluiting Aansluiten op de OPTICALaansluiting U kunt een component met coaxiale digitale uitgangen aansluiten op deze versterker. Gebruik een coaxiale digitale kabel (niet meegeleverd) om een component op de coaxiale aansluitingen aan te sluiten (DIGITAL 1 tot 3). U kunt een component met optisch digitale uitgangen aansluiten op deze versterker. Gebruik een optisch digitale kabel (niet meegeleverd) om een component op de optische aansluitingen aan te sluiten (DIGITAL 4). Bij het aansluiten van optisch digitale kabels, moet u de stekkers stevig vastzetten tot ze klikken. Coaxiale digitale kabel (niet meegeleverd) Optische digitale kabel (niet meegeleverd) MD-deck, DAT-deck, satelliettuner (alleen voor de IN-aansluiting) Super Audio CD-speler, CD-speler, DVD-speler, DVD-recorder Opmerking Tip Wanneer DIGITAL 1, 2 of 3 is geselecteerd, wordt het geselecteerde invoersignaal uitgevoerd via de DIGITAL 4 OUT-aansluiting. Wanneer de DIGITAL 4-ingang of een analoge ingang is geselecteerd, wordt geen signaal uitgevoerd via de DIGITAL 4 OUT-aansluiting. Alle digitale audio-aansluitingen zijn compatibel met bemonsteringsfrequenties van 32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz en 96 kHz. 8NL Het netsnoer aansluiten AC IN-aansluiting Plaats twee R6 (AA)-batterijen in de RM-AAU010-afstandsbediening. Houd daarbij rekening met de juiste polariteit. AC OUTLET* RM-AAU010 Naar het stopcontact * De configuratie, de vorm en het aantal ACstopcontacten kan verschillen afhankelijk van het gebied. Netsnoer (meegeleverd) ** ** Er blijft tussen de stekker en het achterpaneel een beetje ruimte vrij, ook al is de stekker stevig in het apparaat gestoken. Het is de bedoeling dat de aansluitkabel op deze manier aangesloten wordt. Dit is geen defect. Opmerkingen • Laat de afstandsbediening niet achter op een zeer warme of vochtige plaats. • Gebruik geen nieuwe batterij samen met oude batterijen. • Gebruik geen mangaanbatterijen samen met andere soorten batterijen. • Stel de afstandsbedieningssensor niet bloot aan directe zonnestraling of fel licht. Hierdoor kan de werking worden verstoord. • Gaat u de afstandsbediening langere tijd niet gebruiken, verwijder dan de batterijen om te voorkomen dat ze gaan lekken of dat er corrosievorming optreedt. Tip Als u de versterker niet meer kan bedienen met de afstandsbediening, vervang dan de batterijen. Opmerkingen • De AC OUTLET(s) op de achterkant van de versterker is een geschakelde uitgang, die alleen stroom levert aan de aangesloten component als de versterker is ingeschakeld. • Het totale stroomverbruik van de component(en) aangesloten op de AC OUTLET(s) van de versterker mag het wattage aangeduid op het achterpaneel niet overschrijden. Sluit geen huishoudtoestellen met een hoog wattage, zoals elektrische strijkijzers, ventilatoren of tv's, aan op dit stopcontact. Dit kan een storing veroorzaken. 9NL Aan de slag Sluit het meegeleverde netsnoer aan op de AC IN-aansluiting op de versterker en sluit het netsnoer vervolgens aan op een stopcontact. U kunt het netsnoer van uw component aansluiten op de AC OUTLET(s) van de versterker. Batterijen in de afstandsbediening plaatsen Onderdelen en bediening Voorpaneel Naam Functie Naam Functie A POWER Druk hierop om de versterker in of uit te schakelen. F DIRECT B AUTO CAL MICaansluiting Sluit aan op de meegeleverde optimalisatiemicrofoon voor de Auto Calibration-functie (autokalibratiefunctie) (pagina 13). Druk hierop om de TONE-functie in te stellen voor betere geluidskwaliteit. C TONE Draai hieraan om de BASS/TREBLE BASS- en TREBLEniveaus in te stellen. Het niveau kan worden aangepast van –10 dB tot +10 dB. D AfstandsbeOntvangt signalen van dieningssensor de afstandsbediening. E Uitleesvenster De huidige status van de geselecteerde component of van een lijst items die u kunt selecteren verschijnt hier. 10NL Opmerking Wanneer u een disc afspeelt in DTS 96/24-formaat, stel dan de DIRECT-functie in op ON. Als de DIRECT-functie op OFF staat, wordt het DTSsignaal afgespeeld met 48 kHz. G MUTING Druk hierop om de geluidsonderdrukking te activeren. H PHONESaansluiting Sluit aan op de hoofdtelefoon. Opmerking Als u een hoofdtelefoon aansluit, wordt het DTS 96/24-signaal afgespeeld met DTS 48 kHz. Naam Functie I SPEAKERS Draai hiermee om OFF, (OFF/A/B/A+B) A, B, A+B van de luidsprekers te selecteren. Draai hiermee om de ingangsbron die u wilt afspelen, te selecteren. Functie Draai hiermee om het volume van de luidsprekers aan te passen. Het niveau kan worden aangepast van –∞ dB tot +23 dB. Achterpaneel A AUDIO INPUT/OUTPUT-gedeelte L R AUDIO IN/ OUTaansluitingen Sluit aan op een Super Audio CD-speler, cassettedeck, MD-deck of DAT-speler, enz. (pagina 7). B DIGITAL INPUT/OUTPUT-gedeelte COAXIAL IN- Sluit aan op een aansluitingen DVD-speler, Super Audio CD-speler, enz. De COAXIALOPTICAL aansluitingen zorgen IN/OUTvoor betere aansluiting geluidskwaliteit (pagina 8). C SPEAKERS-gedeelte Sluit aan op de luidsprekers (pagina 4). D IMPEDANCE SELECTOR Stel de geschikte luidsprekerimpedantie in voor de luidsprekers die u gebruikt (pagina 5). 11NL Onderdelen en bediening J INPUT SELECTOR Naam K VOLUME Afstandsbediening Naam Functie C Invoertoetsen Druk op een van de toetsen om de component te kiezen die u wilt gebruiken. Als u op een van de invoertoetsen drukt, wordt de versterker ingeschakeld. RM-AAU010 D BALANCE L/R Druk hierop om de balans tussen linker- en rechterluidsprekers te regelen. Zowel de linker- als rechterbalans kan worden aangepast van 0 dB tot +20 dB. De oorspronkelijke instelling is 0 dB (midden). Naam Functie A ?/1 Druk hierop om de versterker (aan/stand-by) in of uit te schakelen. B U/u/I/i ENTER E BASS/ TREBLE +/– Druk hierop om de BASS- en TREBLE-niveaus aan te passen. Het niveau kan worden aangepast van –10 dB tot +10 dB. F DIMMER Druk hierop om de helderheid van het uitleesvenster aan te passen. G VOLUME +/– Druk hierop om het volume van de luidsprekers aan te passen. Het volume kan worden aangepast van –∞ dB tot +23 dB. H SLEEP Druk hierop om de functie Sleep Timer en het moment waarop de versterker automatisch uitschakelt te activeren. De Sleep Timer kan worden ingesteld op 30, 60, 90 of 120 minuten. I MENU Druk hierop om het menu voor de versterker weer te geven (pagina 17). J DIRECT Druk hierop om de TONEfunctie in te stellen voor betere geluidskwaliteit. Opmerking Druk op MENU (9) en vervolgens op U/u, I of i om de instellingen te kiezen. Druk vervolgens op ENTER om de keuze in te voeren (pagina 17). Wanneer u een disc afspeelt in DTS 96/24-formaat, stel dan de DIRECT-functie in op ON. Als de DIRECT-functie op OFF staat, wordt het DTS-signaal afgespeeld met 48 kHz. K MUTING 12NL Druk hierop om de geluidsonderdrukking te activeren. Configuratie De juiste instellingen automatisch kalibreren (AUTO CALIBRATION) Alvorens autokalibratie uit te voeren Voordat u autokalibratie uitvoert, stelt u de luidsprekers op en sluit u hen aan (pagina 4). • De AUTO CAL MIC-aansluiting wordt alleen gebruikt voor de meegeleverde optimalisatiemicrofoon. Sluit geen andere microfoons aan op deze aansluiting. Hierdoor kunnen de versterker en de microfoon worden beschadigd. • Tijdens de kalibratie komt er een luid geluid uit de luidsprekers. Het volume kan niet worden aangepast. Houd rekening met de aanwezigheid van kinderen en met het effect op uw buren. • Voer de autokalibratie uit in een stille omgeving om geluidsoverlast te vermijden en om een meer accurate meting te verkrijgen. Opmerkingen • De autokalibratiefunctie werkt niet als er een hoofdtelefoon op de versterker is aangesloten. • Annuleer MUTING als dit is ingeschakeld. Optimalisatiemicrofoon (meegeleverd) 1 Sluit de meegeleverde optimalisatiemicrofoon aan op de AUTO CAL MIC-aansluiting op het voorpaneel. 2 Installeer de optimalisatiemicrofoon. Plaats de optimalisatiemicrofoon op uw luisterpositie. Gebruik een krukje of drievoet zodat de optimalisatiemicrofoon zich op uw oorhoogte bevindt. Richt de Lzijde van de optimalisatiemicrofoon naar de voorste linkerluidspreker en de R-zijde van de optimalisatiemicrofoon naar de voorste rechterluidspreker. Autokalibratie uitvoeren 1 2 Schakel de versterker in. Druk op MENU. wordt vervolgd 13NL Configuratie De autokalibratiefunctie staat u toe het volgende te meten: • Of de luidsprekers zijn aangesloten • Polariteit van de luidsprekers • De afstand tussen elke luidspreker en de luisterpositie • Luidsprekerhoek • Luidsprekerniveau • Frequentiekenmerken Nadat u het meetresultaat hebt opgeslagen, kunt u het luidsprekerniveau bevestigen door op BALANCE L/R (page 12) te drukken. De andere meetresultaten worden niet weergegeven maar worden automatisch ingesteld op de juiste instellingen. • Als er zich hindernissen tussen de optimalisatiemicrofoon en de luidsprekers bevinden, kan de kalibratie niet correct worden uitgevoerd. Verwijder alle obstakels uit het meetgebied om een foutieve meting te vermijden. 3 4 5 Druk op u om "<2-Auto Calibration>" weer te geven en druk op ENTER om het menu te openen. Druk op u om "CAL TYPE", weer te geven en druk op ENTER om de parameter in te voeren. Druk op U/u om de parameter te selecteren en druk op ENTER om uw selectie in te voeren. Autokalibratie annuleren Autokalibratie wordt geannuleerd wanneer u het volume, de ingangsbron of de luidsprekerselectie wijzigt, of als u op MUTING drukt of een hoofdtelefoon aansluit. De meetresultaten bevestigen/ opslaan 1 Wanneer de meting stopt, hoort u een pieptoon en de meetresultaten verschijnen in het uitleesvenster. Kalibratietype Verklaring 6 Meetresultaat Uitleesvenster Verklaring ENGINEER Stelt de frequentiekenmerken in op een set die overeenkomt met die van de Sonyluisterruimtestandaard. Als het meetproces correct is voltooid COMPLETE Ga verder met stap 2. FULL FLAT Neemt de meting op van de frequentie van elk luidsprekeroppervlak. Als het meetproces is mislukt ERROR CODE XX Zie "Wanneer een foutcode verschijnt" (pagina 15). Druk op U om "AUTO CAL START?" weer te geven en druk op ENTER om de meting te starten. De meting start over vijf seconden. Het aftellen wordt weergegeven in het uitleesvenster. Om een foutieve meting te vermijden, moet u uit de buurt blijven van de meetzone terwijl de tijd aan het aftellen is. 7 Bevestig het meetresultaat. De meting wordt gestart. 2 Druk herhaaldelijk op U/u om het item te selecteren en druk op ENTER. Item Verklaring RETRY Voert de autokalibratie opnieuw uit. SAVE EXIT Slaat de meetresultaten op en verlaat het instelproces. WRN CHECK Geeft een waarschuwing weer over de meetresultaten. Zie "Wanneer u "WRN CHECK" selecteert" (pagina 15). EXIT Verlaat het instellingsproces zonder de meetresultaten op te slaan. Het meetproces zal ongeveer 10 seconden duren. Wacht tot het meetproces is voltooid. Tip Wanneer u speciale luidsprekers gebruikt, zoals tweepolige luidsprekers, wordt de meting mogelijk niet correct uitgevoerd of wordt de autokalibratie mogelijk niet uitgevoerd. 14NL Wanneer een foutcode verschijnt Wanneer u "WRN CHECK" selecteert Probeer de oplossingen en voer de autokalibratie opnieuw uit. Als er een waarschuwing over een meetresultaat is, wordt er gedetailleerde informatie weergegeven. Oorzaak en oplossingen CODE 31 SPEAKERS (OFF/A/B/A+B) is ingesteld op OFF. Selecteer A of B en voer de autokalibratie opnieuw uit. In geval van een tweedraadsverbinding stelt u SPEAKERS (OFF/A/B/A+B) in op A+B. CODE 32 Geen enkele luidspreker werd gevonden. Zorg ervoor dat de optimalisatiemicrofoon goed is aangesloten en voer de autokalibratie opnieuw uit. Als de optimalisatiemicrofoon correct wordt aangesloten maar er verschijnt een foutcode, is de kabel van de optimalisatiemicrofoon mogelijk beschadigd of verkeerd aangesloten. CODE 33 Geen enkele luidspreker is aangesloten. CODE 34 De luidsprekers staan niet in de juiste positie. De luidsprekers of een optimalisatiemicrofoon rechts of links kan verkeerd zijn geplaatst. Controleer de luidsprekerpositie. •CODE 31 1 Draai aan SPEAKERS (OFF/A/B/A+B) om A of B te selecteren en volg de instructies in stap 2 van "Autokalibratie uitvoeren". In geval van een tweedraadsverbinding stelt u SPEAKERS (OFF/A/B/A+B) in op A+B. •CODE 32, 33, 34 1 Los de fout op. 2 Druk op ENTER. 3 "RETRY?" verschijnt. Druk op U/u om "YES" te selecteren en druk op ENTER. De autokalibratie wordt opnieuw gestart vanaf stap 7 van "Autokalibratie uitvoeren". Druk op ENTER om terug te keren naar stap 1 van "De meetresultaten bevestigen/opslaan". Waarschuwings- Verklaring code WARNING 40 Probeer de autokalibratie uit te voeren in een stille omgeving. De autokalibratie is voltooid. Toch is er veel ruis. De autokalibratie wordt mogelijk goed worden uitgevoerd als u het opnieuw probeert, ook al kan de meting niet worden uitgevoerd in elke omgeving. WARNING 41 Probeer de autokalibratie uit te voeren als de omgeving stil genoeg is voor een goede meting. De geluidsinvoer van de optimalisatiemicrofoon bevindt zich buiten het aanvaardbare bereik. Het is luider dan het luidste geluid dat kan worden gemeten. WARNING 42 Probeer de autokalibratie uit te voeren als de omgeving stil genoeg is voor een goede meting. Het volume van de versterker bevindt zich buiten het aanvaardbare bereik. NO WARNING Er is geen waarschuwingsinformatie. Auto Calibration menuparameters De oorspronkelijke instelling is onderstreept. x AUTO CAL START? (Start autokalibratie) • MEASUREMENT COUNTDOWN In het uitleesvenster telt de tijd af van vijf seconden tot een seconde. • MEASURING TONE Verschijnt terwijl TONE wordt gemeten. wordt vervolgd 15NL Configuratie Foutcode • MEASURING T.S.P. Verschijnt terwijl TSP* wordt gemeten. • COMPLETE Verschijnt wanneer het meetproces is voltooid. Voor details over elk bericht, zie "De meetresultaten bevestigen/opslaan" (pagina 14). • WARNING CODE [ :4x] Verschijnt als er een waarschuwing over het meetresultaat is. Voor details over elk bericht, zie "De meetresultaten bevestigen/ opslaan" (pagina 14). • NO WARNING Er is geen waarschuwingsinformatie. • ERROR CODE [ :3x] Verschijnt wanneer de meting mislukt. Voor details over elk bericht, zie "De meetresultaten bevestigen/opslaan" (pagina 14). • RETRY? Verschijnt om u te vragen om de meting opnieuw uit te voeren of om af te sluiten zonder opnieuw te meten wanneer de meting mislukt. • CANCEL Verschijnt wanneer u autokalibratie annuleert tijdens de meting. * TSP (Time Stretched Pulse) Een TSP-signaal is een uiterst precies meetsignaal dat impulsenergie gebruikt en dat in een korte periode een brede band meet, van laag tot hoog. De hoeveelheid energie die wordt gebruikt om signalen te meten is belangrijk om zeker te zijn van een accurate meting in een normale binnenomgeving. Het gebruik van TSP-signalen maakt het mogelijk om signalen effectief te meten. x CAL TYPE (parametertype) • ENGINEER Stelt de frequentie in op een die overeenkomt met die van de Sonyluisterruimtestandaard. • FULL FLAT Neemt de meting op van de frequentie van elk luidsprekeroppervlak. 16NL x EQ CURVE EFFECT (Activeert/deactiveert de EQ-curvemeting) • OFF Deactiveert de EQ-curvemeting. • ON Activeert de EQ-curvemeting. Nadat de meting is voltooid, wordt deze instelling automatisch op ON gezet. Opmerkingen • DTS 96/24-signalen worden afgespeeld als signalen van 48 kHz wanneer EQ CURVE EFFECT is ingesteld op "ON". Wanneer u DTS 96/ 24-signalen weergeeft, stelt u dit item in op "OFF" en stelt u de functie DIRECT in op "ON" (pagina 10, 12). • U kunt deze instelling niet selecteren voordat u de meetresultaten heeft opgeslagen (standaardinstelling). System Settings menuparameters De oorspronkelijke instelling is onderstreept. Door de System Settings-menu's te gebruiken, kunt u de versterker aanpassen aan uw persoonlijke wensen. x DEC. PRIORITY (decodeerprioriteit digitale audio-invoer) 1 2 Druk op MENU. 3 Druk herhaaldelijk op U/u om de parameter weer te geven die u wilt aanpassen. Hiermee kunt u de invoermodus voor de digitale signaalinvoer naar de DIGITAL INaansluitingen specificeren. • AUTO Schakelt de invoermodus automatisch om tussen DTS, Dolby Digital of PCM. • PCM PCM-signalen krijgen prioriteit (om onderbreking te voorkomen wanneer de weergave start). 4 Druk op ENTER om de parameter in te voeren. 5 Druk herhaaldelijk op U/u om de instelling te selecteren die u wilt aanpassen. Druk op U om "<1-System Settings>" weer te geven en druk op ENTER om het menu te openen. Opmerking 6 Druk op ENTER om in te voeren. 7 Herhaal stap 3 tot 6 als u andere instellingen wilt maken. Terugkeren naar een hoger niveau in het menu Druk op I. Het menu verlaten Druk op MENU. Opmerking Wanneer u "AUTO" instelt en het geluid van de digitale audio-aansluitingen (voor een CD, enz.) wordt onderbroken wanneer de weergave start, stel dan in op "PCM". x DUAL MONO (tweetalige audioselectie) Voor een tweetalige uitzending kunt u de taal kiezen waarnaar u wilt luisteren. Deze functie werkt alleen voor Dolby Digital-bronnen. • MAIN/SUB Geluid van de hoofdtaal wordt door de linkerluidspreker uitgevoerd, terwijl geluid van de subtaal tegelijkertijd door de rechterluidspreker wordt uitgevoerd. • MAIN Geluid van de hoofdtaal wordt uitgevoerd. • SUB Geluid van de subtaal wordt uitgevoerd. • MAIN+SUB Geluid van zowel de hoofd- als subtaal wordt gemengd uitgevoerd. Bepaalde parameters en instellingen kunnen gedimd in het uitleesvenster verschijnen. Dit betekent dat ze onbeschikbaar of vast en onveranderlijk zijn. wordt vervolgd 17NL Configuratie Instellingen voor de versterker x D.RANGE COMP. (compressor dynamisch bereik) Staat u toe het dynamische bereik van het geluidsspoor te comprimeren. Dit is handig om 's nachts films te bekijken met laag volume. Het dynamische bereik comprimeren is alleen mogelijk met Dolby Digital-bronnen. • OFF Het dynamische bereik werd niet gecomprimeerd. • STD Het dynamische bereik wordt gecomprimeerd zoals bedoeld door de recording engineer. • MAX Het dynamische bereik wordt sterk gecomprimeerd. Tip Met de compressor voor het dynamische bereik kunt u het dynamische bereik van het geluidsspoor comprimeren op basis van de informatie over het dynamische bereik in het Dolby Digital-signaal. "STD" is de standaardinstelling maar staat alleen lichte compressie toe. Daarom raden we aan de "MAX"-instelling te gebruiken. Dit comprimeert het dynamische bereik sterk en u kan er 's nachts films mee bekijken met laag volume. In tegenstelling tot analoge beperkers zijn de niveaus vooraf bepaald en zorgen ze voor een erg natuurlijke comprimering. x DC PHASE L. (DC faselinearisator) Hiermee benadert u de kenmerken van een fase met lage frequentie van een traditionele analoge versterker. • OFF Fasecorrectie wordt niet uitgevoerd. • LOW-A, STD-A, HIGH-A, LOW-B, STD-B, HIGH-B Het bandbreedtebereik van de fasecorrectie stijgt in de volgorde "LOW", "STD", "HIGH". "B"-parameter fasecorrectie zorgt voor verbeterde bass-kenmerken. 18NL Het geheugen van de versterker wissen 1,2 2 1 Druk op POWER om de versterker uit te schakelen. 2 Houd POWER ingedrukt terwijl u op DIRECT en MUTING drukt om de versterker in te schakelen. Nadat "MEMORY CLEARING..." even in het display wordt weergegeven, verschijnt "MEMORY CLEARED!". De volgende items worden hersteld naar hun oorspronkelijke instellingen. • Alle instellingen in de menu's System Settings en Auto Calibration. Plaatsing Aanvullende informatie Voorzorgsmaatregelen Veiligheid In het geval er een voorwerp of vloeistof in de behuizing terechtkomt, moet u de versterker uit het stopcontact trekken en het toestel eerst door een deskundige laten nakijken, alvorens het weer in gebruik te nemen. • Voordat u de versterker gebruikt, moet u controleren of het bedieningsvoltage gelijk is aan dat van uw plaatselijke stroomleverancier. Het bedieningsvoltage wordt aangeduid op het naamplaatje op de achterkant van de versterker. • Het toestel blijft onder (net)spanning staan zolang de stekker in het stopcontact zit, ook al is het toestel zelf uitgeschakeld. • Trek de stekker uit het stopcontact als u denkt de versterker geruime tijd niet te gebruiken. Om het netsnoer uit te trekken, neemt u alleen de stekker vast. Trek nooit aan het snoer zelf. • Het netsnoer mag alleen door bevoegd vakkundig personeel worden vervangen. Oververhitting De versterker warmt op tijdens de bediening. Dit duidt niet op een storing. Als u de versterker langdurig gebruikt met hoog volume, stijgt de temperatuur aan de bovenkant, onderkant en zijkanten van de behuizing aanzienlijk. Raak de behuizing niet aan om te voorkomen dat u zich verbrandt. Bediening Schakel de versterker uit en trek de stekker uit het stopcontact alvorens andere componenten aan te sluiten. Reinigen Reinig de behuizing, het paneel en de bedieningselementen met een zachte doek die lichtjes is bevochtigd met een mild zeepsopje. Gebruik geen schuursponsje, schuurpoeder of oplosmiddelen, zoals alcohol of benzine. Met alle vragen over of eventuele problemen met uw versterker kunt u steeds terecht bij uw dichtstbijzijnde Sony-dealer. 19NL Aanvullende informatie Spanningsbronnen • Plaats de versterker op een goed geventileerde plaats om te voorkomen dat hij oververhit raakt en om de levensduur van de versterker te verlengen. • Plaats de versterker niet in de buurt van warmtebronnen of op een plaats waar hij is blootgesteld aan directe zonnestraling, overmatig stof of mechanische schokken. • Blokkeer de ventilatiegaten niet door iets bovenop de behuizing te plaatsen. Hierdoor kan een storing optreden. • Plaats de versterker niet in de buurt van apparatuur zoals een televisie, videorecorder of cassettedeck. (Als de versterker wordt gebruikt samen met een televisie, videorecorder of cassettedeck en te dicht bij het apparaat is geplaatst, kan er ruis optreden en kan de beeldkwaliteit verminderen. Dit kan vooral gebeuren wanneer u een binnenantenne gebruikt. Daarom raden we aan een buitenantenne te gebruiken.) Problemen oplossen Indien u een van de volgende problemen ondervindt bij het gebruik van de versterker, probeer die dan eerst zelf op te lossen aan de hand van de onderstaande lijst. Als het probleem daarmee niet is opgelost, raadpleeg dan uw dichtstbijzijnde Sony-dealer. Audio Er is geen geluid, welke component er ook is geselecteerd, of er is alleen een heel zacht geluid hoorbaar. • Controleer of de luidsprekers en componenten goed zijn aangesloten. • Contoleer of alle luidsprekerkabels correct zijn aangesloten. • Controleer of zowel de versterker als alle componenten zijn ingeschakeld. • Controleer of de VOLUME-bediening niet is ingesteld op –∞ dB. • Controleer of SPEAKERS (OFF/A/B/ A+B) niet is ingesteld op "OFF" (pagina 11). • Druk op MUTING om de geluidsonderdrukking te annuleren. • Controleer of u de juiste component hebt gekozen met INPUT SELECTOR. • Controleer of er geen hoofdtelefoon is aangesloten. • Het beschermingsapparaat op de versterker werd geactiveerd. Schakel de versterker uit, los het kortsluitingsprobleem op en schakel het toestel weer in. Er komt geen geluid uit een bepaalde component. • Controleer of de component juist is aangesloten op de audio-ingangen voor die component. • Controleer of de kabel(s) gebruikt voor de aansluiting volledig in de aansluitingen zit(ten) op zowel de versterker als de component. 20NL Er komt geen geluid uit een van de luidsprekers. • Sluit een hoofdtelefoon aan op de PHONES-aansluiting om na te gaan of er geluid wordt uitgevoerd via de hoofdtelefoon. Als slechts één kanaal wordt uitgevoerd via de hoofdtelefoon, is de component mogelijk niet juist aangesloten op de versterker. Controleer of alle kabels volledig in de aansluitingen zitten op zowel de versterker als de component. Als beide kanalen worden uitgevoerd via de hoofdtelefoon, is de component mogelijk niet juist aangesloten op de versterker. Controleer de aansluiting van de luidspreker die geen geluid uitvoert. • Zorg ervoor dat u zowel de L- als R-aansluiting hebt aangesloten op een analoge component en niet alleen op de L- of R-aansluiting. Gebruik een monostereo kabel (niet meegeleverd). De linker-en rechtergeluiden zijn niet in balans of omgewisseld. • Controleer of de luidsprekers en componenten correct en stevig zijn aangesloten. • Pas de balansparameters aan door op BALANCE te drukken op de afstandsbediening. Sterke brom of ruis is hoorbaar. • Controleer of de luidsprekers en componenten goed zijn aangesloten. • Let erop dat de aansluitkabels zich niet in de buurt van een transformator of motor bevinden, en minstens 3 meter verwijderd zijn van een tv-toestel of fluorescentieverlichting. • Plaats de tv verder van de audiocomponenten af. • Zorg ervoor dat u de U SIGNAL GNDaansluiting hebt geaard (alleen wanneer een platenspeler is aangesloten). • De stekkers en aansluitingen zijn vuil. Maak ze schoon met een doek die lichtjes is bevochtigd met alcohol. Opname kan niet worden uitgevoerd. • Controleer of alle componenten goed zijn aangesloten (pagina 7, 8). • Selecteer de broncomponent met INPUT SELECTOR (pagina 11, 12). Afstandsbediening Foutmeldingen Als er zich een storing voordoet, toont het uitleesvenster een code van twee cijfers. Aan de hand van de meldingen kunt u de toestand van het systeem controleren. Raadpleeg de volgende tabel om het probleem op te lossen. Als het probleem daarmee niet is opgelost, raadpleeg dan uw dichtstbijzijnde Sonydealer. CHECK CODE 11 Onregelmatige stroom wordt uitgevoerd via de luidsprekers. Schakel de versterker uit, zorg ervoor dat de kern van een luidsprekerkabel de versterker of andere luidsprekers niet aanraakt en schakel de versterker opnieuw in. In geval van een tweedraadsverbinding controleert u of de metalen fittings die aangesloten zijn op de luidsprekers en gebruikt worden om de Hi/ Lo-aansluitingen te verkorten, verwijderd zijn. CHECK CODE 13 Het voedingsgedeelte is oververhit. Zorg ervoor dat de ventilatie-opening niet is bedekt. Schakel de versterker uit, laat de versterker een tijdje staan en schakel het toestel weer in. In geval van een tweedraadsverbinding controleert u of de metalen fittings die aangesloten zijn op de luidsprekers en gebruikt worden om de Hi/ Lo-aansluitingen te verkorten, verwijderd zijn. CHECK CODE 14 Schakel de versterker uit, zorg ervoor dat de kern van een luidsprekerkabel de versterker of andere luidsprekers niet aanraakt. CHECK CODE 21 Schakel de versterker uit en controleer of de luidsprekerkabels juist zijn aangesloten. Schakel het toestel opnieuw in. In geval van een tweedraadsverbinding controleert u of de metalen fittings die aangesloten zijn op de luidsprekers en gebruikt worden om de Hi/Lo-aansluitingen te verkorten, verwijderd zijn. 21NL Aanvullende informatie De afstandsbediening werkt niet. • Richt de afstandsbediening naar de afstandsbedieningssensor op de versterker. • Verwijder alle obstakels tussen de afstandsbediening en de versterker. • Vervang alle batterijen in de afstandsbediening, als deze bijna leeg zijn. • Zorg ervoor dat u de juiste ingang selecteert op de afstandsbediening. CHECK CODE 12 Het versterkersgedeelte is oververhit. Zorg ervoor dat de ventilatie-opening niet is bedekt. Schakel de versterker uit, laat de versterker een tijdje staan en schakel het toestel weer in. In geval van een tweedraadsverbinding controleert u of de metalen fittings die aangesloten zijn op de luidsprekers en gebruikt worden om de Hi/ Lo-aansluitingen te verkorten, verwijderd zijn. Uitgangen (digitaal) Technische gegevens DIGITAL 4 S/N: 96 dB (A, 20 kHz LPF) Versterkergedeelte POWER OUTPUT Nominale stroomuitvoer* 8 ohm 1 kHz, THD 0,7 %: 110 W + 110 W 4 ohm 1 kHz, THD 0,7 %: 120 W + 120 W Voeding 230 V AC, 50/60 Hz * Gemeten onder de volgende omstandigheden: Voeding: 230 V AC, 50/60 Hz (in landen/gebieden in Europa, uitgezonderd Verenigd Koninkrijk) 240 V AC, 50/60 Hz (in Verenigd Koninkrijk en algemeen gebied) Frequentiebereik PHONO RIAA equalizercurve ± 0,5 dB TUNER, SA-CD/CD, TAPE 10 Hz – 40 kHz ± 3 dB (8 ohm) Ingangen (analoog) PHONO TUNER, SA-CD/CD, TAPE Gevoeligheid: 2,5 mV Impedantie: 50 kohm S/N: 86 dB (A, 20 kHz LPF) Gevoeligheid: 150 mV Impedantie: 50 kohm S/N: 96 dB (A, 20 kHz LPF) TONE TREBLE ±10 dB, in stappen van 1 dB BASS ±10 dB, in stappen van 1 dB Algemeen Voeding 230 V AC, 50/60 Hz (in landen/gebieden in Europa, uitgezonderd Verenigd Koninkrijk) 240 V AC, 50/60 Hz (in Verenigd Koninkrijk en algemeen gebied) Stroomverbruik 100 W Stroomverbruik (in stand-bymodus) 0,5 W Stopcontacten 1 geschakeld, 100 W/0,4 A MAX (in landen/gebieden in Europa, uitgezonderd Verenigd Koninkrijk) Afmetingen 430 × 173 × 428 mm incl. uitstekende delen en bedieningselementen Gewicht (ong.) 14,0 kg Meegeleverde accessoires Gebruiksaanwijzing (deze handleiding) Optimalisatiemicrofoon ECM-AC1 (1) Netsnoer (1) Afstandsbediening RM-AAU010 (1) R6 (AA)-batterijen (2) Uitgangen (analoog) TAPE Voltage: 150 mV Impedantie: 1 kohm Ingangen (digitaal) DIGITAL 1/2/3 Impedantie: 75 ohm S/N: 96 dB (A, 20 kHz LPF) DIGITAL 4 S/N: 96 dB (A, 20 kHz LPF) 22NL Ontwerp en specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95

Sony TA-FA1200ES de handleiding

Type
de handleiding