HP Laser 103a de handleiding

Categorie
Kopieerapparaten
Type
de handleiding
Inhoudsopgave
Gebruikershandleiding
HP Laser 103 series
HP Laser 107 series
HP Laser 108 series
www.hp.com/support/laser100
Auteursrecht en licentie | 2
Auteursrecht en licentie
© Copyright 2019 HP Development Company, L. P.
Reproductie, aanpassing of vertaling zonder voorafgaande schriftelijke toestemming is verboden, behalve
zoals toegestaan onder de wetten op het auteursrecht.
De informatie in dit document is onderhevig aan verandering zonder kennisgeving.
De enige garanties voor HP-producten en -diensten zijn vastgelegd in de garantieverklaringen bij de
betreffende producten en diensten. Niets hierin mag worden opgevat als een aanvullende garantie. HP is niet
aansprakelijk voor technische of redactionele fouten of weglatingen in dit document.
• Adobe
®
, Adobe Photoshop
®
, Acrobat
®
en PostScript
®
zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.
• Apple en het Apple-logo zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen.
• OS X is een handelsmerk van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen.
• AirPrint is een handelsmerk van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen.
• de iPad is een handelsmerk van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen.
iPad, iPhone, iPod touch, Mac en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S en andere
landen.
• Microsoft
®
en Windows
®
zijn in de V.S. geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
• Alle andere merk- of productnamen zijn handelsmerken van hun respectievelijke bedrijven of organisaties.
REV. 1.00
3
Inleiding
Belangrijkste voordelen 6
Functies per model 7
Nuttig om te weten 9
Informatie over deze gebruikershandleiding 10
Veiligheidsinformatie 11
Apparaatoverzicht 17
Overzicht van het bedieningspaneel 20
Het apparaat inschakelen 21
De software installeren 22
De basisfuncties leren
kennen
De standaardinstellingen van het apparaat 24
Afdrukmateriaal en lade 25
Een via een netwerk
aangesloten apparaat
gebruiken
Netwerkinstallatie 34
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
36
Draadloos netwerk instellen 37
HP Embedded Web Server gebruiken 42
HP Smart app 45
Afdrukken
Standaard afdruk 48
Een afdruktaak annuleren 49
Voorkeursinstellingen openen 50
Voorkeursinstellingen gebruiken 51
Help gebruiken 52
Afdrukfuncties 53
HP Easy Printer Manger gebruiken 59
Printerstatus-programma's gebruiken 62
Onderhoud
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 65
Beschikbare verbruiksartikelen 66
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 67
De tonercassette bewaren 68
Inhoudsopgave
4
Toner herverdelen 70
De tonercassette vervangen 71
Het apparaat reinigen 72
Problemen oplossen
Tips om papierstoringen te voorkomen 76
Papierstoringen verhelpen 77
Informatie over de LED's 79
Een bericht "Low Toner" of "Very Low Toner" wordt
weergegeven in het rapport informatie over
benodigheden. 81
Problemen met papierinvoer 82
Problemen met de voeding en het netsnoer 83
Andere problemen oplossen 84
Oplossen van problemen met het draadloze netwerk
95
Bijlage
Algemene specificaties 99
Specificaties van de afdrukmedia 100
Systeemvereisten 102
Inleiding
In dit hoofdstuk staat informatie die u nodig heeft om het apparaat te gebruiken.
• Belangrijkste voordelen 6
• Functies per model 7
• Nuttig om te weten 9
• Informatie over deze gebruikershandleiding 10
• Veiligheidsinformatie 11
• Apparaatoverzicht 17
• Overzicht van het bedieningspaneel 20
• Het apparaat inschakelen 21
• De software installeren 22
Belangrijkste voordelen | 6
Belangrijkste voordelen
Milieuvriendelijk
• Om papier te besparen kunt u meerdere pagina's printen op een enkel vel papier.
• Dit apparaat bespaart automatisch elektriciteit door het stroomverbruik aanzienlijk te
beperken wanneer het apparaat niet wordt gebruikt.
• We raden aan kringlooppapier te gebruiken om energie te besparen.
Gemak
Als u toegang hebt tot internet, kunt u hulp, ondersteuningsapplicatie, besturingsprogramma's
van de printer, handleidingen, en informatie bestellen van de HP website,
www.hp.com/support/laser100.
Grote functionaliteit en brede ondersteuning van toepassingen.
• Ondersteunt verschillende papiermaten.
• Watermerken afdrukken: U kunt uw documenten voorzien van een watermerk (bijv.
"Vertrouwelijk").
• Posters afdrukken: De tekst en afbeeldingen op alle pagina's van uw document worden
vergroot en afgedrukt over meerdere vellen papier, en deze kunnen vervolgens worden
samengevoegd tot een poster.
Ondersteund verschillende instellingsmethoden voor draadloze
netwerken.
Afhankelijk van het model is een draadloos netwerk mogelijk niet beschikbaar.
• De (Draadloos) gebruiken
- U kunt gemakkelijk verbinding maken met een draadloos netwerk met behulp van de
(Draadloos) knop op het apparaat en het toegangspunt (draadloze router).
• De USB-kabel gebruiken
- U kunt verbinding maken en verschillende instellingen voor het draadloze netwerk
configureren met behulp van een USB-kabel.
• Wi-Fi Direct gebruiken
- U kunt eenvoudig vanaf uw mobiele apparaat afdrukken met Wi-Fi of Wi-Fi Direct.
Functies per model | 7
Functies per model
Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van
model of land.
Besturingssysteem
(: Ondersteund, leeg: niet ondersteund)
Software
(: Ondersteund, leeg: niet ondersteund)
Model/productnummer
HP Laser 107a
HP Laser 107r
HP Laser 108a
HP Laser 103a
HP Laser 107w
HP Laser 108w
Windows ●●
Mac
Linux
Model/productnummer
HP Laser 107a
HP Laser 107r
HP Laser 108a
HP Laser 103a
HP Laser 107w
HP Laser 108w
Printerstuurprogramma ●●
HP Easy Printer Manager ●●
Printerstatus ●●
HP Embedded Web Server
Functies per model | 8
Verschillende functies
(: Ondersteund, leeg: niet ondersteund)
Model/productnummer
HP Laser 107a
HP Laser 107r
HP Laser 108a
HP Laser 103a
HP Laser 107w
HP Laser 108w
Hi-Speed USB 2.0 ●●
Netwerkinterface Ethernet 10/100
Base TX bedraad LAN
Netwerkinterface 802.11b/g/n
draadloos LAN
WPS (Wi-Fi Protected Setup™)
Nuttig om te weten | 9
Nuttig om te weten
Waar kan ik het stuurprogramma van de printer downloaden?
• Bezoek
www.hp.com/support/laser100 om de nieuwste stuurprogramma's van de printer te
downloaden en te installeren op uw systeem.
Waar kan ik accessoires of verbruiksartikelen kopen?
• Informeer bij een HP-distributeur of uw winkelier.
• Bezoek de website van HP (
https://store.hp.com/). U kunt de productservice-informatie
bekijken.
De meldings-LED knippert of blijft branden.
• Schakel het apparaat uit en weer in.
• Zoek de betekenis van de LED-indicatorlampjes in deze handleiding en los het probleem op
(zie "Informatie over de LED's" op pagina 79).
Er is papier vastgelopen.
• Open en sluit de bovenklep (zie "Voorkant" op pagina 18).
• Zoek de instructies voor het verwijderen van vastgelopen papier in deze handleiding en los
het probleem op (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 77).
De afdrukken zijn vaag.
• Het toner is mogelijk op of ongelijk verdeeld. Schud de tonercassette heen en weer.
• Probeer een andere instelling voor de resolutie.
• Vervang de tonercassette.
Het apparaat drukt niet af.
Open de afdruklijst en verwijder het document uit de lijst (zie "Een afdruktaak annuleren" op
pagina 49).
• Verwijder het stuurprogramma en installeer deze opnieuw (zie "De software installeren" op
pagina 22).
• Selecteer uw printer als de standaardprinter in Windows.
Informatie over deze gebruikershandleiding | 10
Informatie over deze gebruikershandleiding
Deze gebruikershandleiding bevat basisinformatie over het apparaat en biedt tevens
gedetailleerde informatie over de verschillende procedures die doorlopen moeten worden bij het
gebruik van het apparaat.
• Gooi deze handleiding niet weg, maar bewaar deze ter referentie.
• Lees de veiligheidsinformatie voor u het apparaat in gebruik neemt.
• Raadpleeg het hoofdstuk over probleemoplossing als u problemen ondervindt bij gebruik van
het apparaat.
• De termen die in deze gebruikershandleiding worden gebruikt, worden uitgelegd in het
hoofdstuk met de woordenlijst.
De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en
komen mogelijk niet helemaal overeen met het door u gekochte apparaat.
• De schermafbeeldingen in deze gebruikershandleiding kunnen afwijken van de
schermweergave van uw apparaat afhankelijk van de firmware-/stuurprogrammaversie.
• De procedures in deze gebruikershandleiding zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7.
Afspraken
Sommige in deze gebruikershandleiding gebruikte termen zijn verwisselbaar:
• Document is synoniem met origineel.
• Papier is synoniem met materiaal of afdrukmateriaal.
• Apparaat verwijst naar printer of multifunctionele printer.
Algemene pictogrammen
Pictogram Tekst Omschrijving
Waarschuw
ing
Gebruikt om gebruikers te waarschuwen voor de mogelijkheid op
persoonlijk letsel.
Opgepast
Biedt gebruikers informatie om het apparaat te beschermen
tegen mogelijke mechanische schade of defecten.
Opmerking
Biedt aanvullende informatie of gedetailleerde uitleg over een
functie of voorziening van het apparaat.
Veiligheidsinformatie | 11
Veiligheidsinformatie
Deze waarschuwingen en voorzorgen moeten eventuele beschadigingen aan uw apparaat en
verwondingen aan uzelf of anderen voorkomen. Lees deze instructies aandachtig voor u het
apparaat in gebruik neemt. Bewaar dit document goed nadat u het hebt gelezen.
Belangrijke veiligheidssymbolen
Verklaring van alle pictogrammen en symbolen in dit hoofdstuk
Bedrijfsomgeving
Waarschuwing
Waarschu
wing
Gevaren of onveilige praktijken die ernstig letsel of de dood kunnen
veroorzaken.
Opgepast
Gevaren of onveilige praktijken die een klein letsel of
eigendomsschade kunnen veroorzaken.
Niet gebruiken als de stekker beschadigd is of als het stopcontact niet geaard is.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Plaats niets op het apparaat (water, kleine metalen of zware voorwerpen,
kaarsen, brandende sigaretten, enzovoort).
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
• Als het apparaat oververhit raakt, komt er rook uit, maakt het vreemde
geluiden of verspreidt het vreemde geuren. Schakel onmiddellijk de
stroomschakelaar uit en koppel het apparaat los.
De gebruiker moet bij het stopcontact kunnen om in geval van nood de stekker
uit het stopcontact te kunnen trekken.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Buig het netsnoer niet en plaats er geen zware voorwerpen op.
Het trappen op of beknellen van het netsnoer door een zwaar voorwerp kan een
elektrische schok of brand veroorzaken.
Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan het netsnoer te trekken; trek de
stekker er niet uit met natte handen.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Veiligheidsinformatie | 12
Opgepast
Bedieningswijze
Opgepast
Haal de stekker uit het stopcontact tijdens onweer of als u het apparaat niet
gebruikt.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Opgelet, het papieruitvoergebied is heet.
U kunt brandwonden oplopen.
Als het apparaat is gevallen of als de behuizing beschadigd lijkt, koppelt u het
apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.
Als het apparaat niet goed werkt nadat u deze instructies hebt uitgevoerd,
koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd
technicus.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.
Probeer de stekker niet in het stopcontact te forceren als hij er moeilijk ingaat.
U riskeert een elektrische schok. Neem contact op met een elektricien om het
stopcontact te vervangen.
Voorkom dat huisdieren op het netsnoer, de telefoonkabel of de kabel naar de
computer bijten.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken en/of uw huisdier
verwonden.
Trek het papier niet uit de printer tijdens het afdrukken.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Houd uw hand niet tussen het apparaat en de papierlade.
U kunt letsel oplopen.
Wees voorzichtig wanneer u papier vervangt of vastgelopen papier verwijdert.
Nieuw papier heeft scherpe randen die snijwonden kunnen veroorzaken.
Veiligheidsinformatie | 13
Installatie/verplaatsen
Waarschuwing
Bij het afdrukken van grote hoeveelheden kan de onderzijde van het
uitvoergebied heet worden. Houd kinderen uit de buurt.
Zij kunnen brandwonden oplopen.
Gebruik geen tang of scherpe metalen voorwerpen om vastgelopen papier te
verwijderen.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Vermijd het stapelen van te veel papier in de papieruitvoerlade.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Blokkeer de ventilatieopening niet of duw er geen voorwerpen in.
Hierdoor kunnen onderdelen warm worden en kan er brand ontstaan of kan het
apparaat beschadigd raken.
Het gebruik van sturingen of instellingen of het uitvoeren van procedures die
afwijken van deze hier vermeld kan resulteren in gevaarlijke blootstelling aan
straling.
Het apparaat wordt gevoed via het netsnoer.
Om de stroom uit te schakelen, trekt u het netsnoer uit het stopcontact.
Plaats het apparaat niet in een stoffige of vochtige ruimte of op een plek waar
water lekt.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Plaats de machine in een omgeving die voldoet aan de gestelde specificaties
voor werkingstemperatuur en vochtigheid.
Gebruik het apparaat niet bij vriestemperaturen of nadat het pas vanuit een
plaats met vriestemperaturen werd verplaatst. Dit kan het apparaat
beschadigen. Gebruik het apparaat alleen wanneer de interne
apparaattemperatuur zich binnen de bedrijfstemperatuur- en
vochtigheidsspecificaties bevindt.
Dit kan de afdrukkwaliteit negatief beïnvloeden en het apparaat beschadigen.
Zie "Algemene specificaties" op pagina 99.
Veiligheidsinformatie | 14
Opgepast
Schakel de stroom uit en maak alle kabels los voordat u het apparaat
verplaatst. De onderstaande informatie bevat slechts aanbevelingen
gebaseerd op het apparaatgewicht. Wanneer u vanwege uw medische conditie
niet kunt tillen, til het apparaat dan niet op. Voor veilig tillen moet u anderen
vragen om u te helpen en het apparaat altijd met het juiste aantal personen
optillen.
Til vervolgens het apparaat op deze wijze op:
• Een apparaat dat minder dan 20 kg weegt, mag door één persoon worden
opgetild.
• een apparaat dat 20 - 40 kg weegt, moet door twee personen worden
opgetild.
• een apparaat dat meer dan 40 kg weegt, moet door vier of meer personen
worden opgetild.
Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken.
Kies een locatie met een vlakke ondergrond en voldoende ventilatie voor het
apparaat. Houd ook rekening met een ruimte die nodig is voor het deksel en de
laden.
De ruimte moet goed geventileerd zijn en het apparaat mag niet worden
blootgesteld aan direct zonlicht, hitte en vocht.
Wanneer u het apparaat langdurig gebruikt of een groot aantal pagina's in een
niet-geventileerde ruimte afdrukt, kan de lucht vervuild raken en schadelijk
worden voor uw gezondheid. Plaats het apparaat in een goed geventileerde
ruimte of open regelmatig een raam om schonen lucht binnen te laten.
Plaats het apparaat niet op een onstabiel of schuin oppervlak.
Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken.
Gebruik alleen telefoondraad van Nr. 26 AWG
a
of, indien nodig, een grotere
telefoondraad.
Zo niet kan het apparaat beschadigd raken.
Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.
Gebruik voor een veilige bediening het netsnoer dat met uw apparaat werd
meegeleverd. Als u een snoer gebruikt dat langer is dan 2 meter voor een
apparaat van 110 V, moet het snoer minstens 16 AWG dik zijn.
Zo niet kan het apparaat beschadigd raken en een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Dek het apparaat niet af en plaats het niet in een slecht geventileerde ruimte,
zoals een kast.
Als het apparaat niet voldoende wordt geventileerd, kan er brand ontstaan.
Veiligheidsinformatie | 15
Onderhoud/controle
Opgepast
Sluit niet te veel apparaten op hetzelfde stopcontact of verlengsnoer aan.
Dit kan de prestaties verminderen en een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Het apparaat moet aangesloten worden op een spanningsbron met hetzelfde
energieniveau als op het label.
Als u niet zeker bent en het spanningsniveau wilt controleren, neemt u contact
op met de elektriciteitsmaatschappij.
a.AWG: American Wire Gauge
Trek het netsnoer van het apparaat uit het stopcontact als u de binnenkant
van het apparaat wilt reinigen. Reinig uw apparaat niet met benzeen,
verdunningsmiddel of alcohol, en spuit geen water in het apparaat.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Zorg ervoor dat het apparaat niet werkt als u verbruiksartikelen in het
apparaat vervangt of de binnenkant schoonmaakt.
U kunt letsel oplopen.
Houd reinigingsproducten uit de buurt van kinderen.
Kinderen kunnen letsel oplopen.
U mag het apparaat niet zelf demonteren, herstellen of weer in elkaar steken.
Dit kan het apparaat beschadigen. Neem contact op met een professioneel
technicus als het apparaat gerepareerd moet worden.
Volg de richtlijnen uit de gebruikershandleiding die met het apparaat werd
meegeleverd om het apparaat te reinigen en te bedienen.
Zo niet, dan kunt u het apparaat beschadigen.
Houd het netsnoer en het contactoppervlak van de stekker stof- en watervrij.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.
• Verwijder geen kleppen of beveiligingselementen die vastgeschroefd zijn.
• Fixeereenheden mogen alleen worden hersteld door een gekwalificeerde
servicemedewerker. Reparatie door niet-gekwalificeerde technici kan
brand of elektrische schokken veroorzaken.
Het apparaat mag alleen worden hersteld door een HP-servicemedewerker.
Veiligheidsinformatie | 16
Gebruik van verbruiksartikelen
Opgepast
Haal de tonercassette niet uit elkaar.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.
Verbrand geen verbruiksartikelen zoals een tonercassette of fixeereenheid.
Dit kan een explosie of onbeheersbare brand veroorzaken.
Houd kinderen uit de buurt van de plaats waar u verbruiksartikelen
(bijvoorbeeld tonercassettes) bewaart.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.
Het gebruik van gerecycleerde verbruiksartikelen, zoals toner, kan het
apparaat beschadigen.
Bij schade als gevolg van het gebruik van gerecyclede verbruiksartikelen
zullen reparatiekosten in rekening worden gebracht.
Volg de onderstaande instructies voor verbruiksartikelen die tonerstof
bevatten (tonercartridge, cassette voor gebruikte toner, beeldeenheid,
enzovoort).
• Volg de instructies voor verwijdering wanneer u de verbruiksartikelen
weggooit. Raadpleeg de plaatselijke verkoper voor
verwijderingsinstructies.
• De verbruiksartikelen mogen niet gewassen worden.
• Gebruik de cassette voor gebruikte toner niet opnieuw nadat u deze hebt
geleegd.
Als u de bovenstaande instructies niet opvolgt, kan dit resulterende defecten
in het apparaat of verontreiniging van het milieu. De garantie dekt geen
kosten die zijn veroorzaakt door nalatigheid van de gebruiker.
Als er tonerstof op uw kleding terechtkomt, moet u geen warm water
gebruiken.
Door warm water hecht de toner zich aan de stof. Gebruik altijd koud water.
Zorg ervoor dat er geen tonerstof op uw lichaam of kledij terechtkomt bij het
vervangen van de tonercassette of het verwijderen van vastgelopen papier.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.
Apparaatoverzicht | 17
Apparaatoverzicht
Onderdelen
Het werkelijke onderdeel kan verschillen van de onderstaande illustratie. Sommige onderdelen
kunnen afhankelijk van de omstandigheden afwijken.
Apparaat
a
a.Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. Er zijn verschillende
apparaattypes.
Installatiehandleiding en naslaghandleiding
Netsnoer
Div. accessoires
b
b.Diverse, bij uw printer geleverde accessoires kunnen verschillen per land van aankoop en specifiek
model.
Apparaatoverzicht | 18
Voorkant
• Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat.
• Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk
van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).
1 Uitvoerlade
2 Bedieningspaneel
3 Lade
4 Papieruitvoersteun
5 Bovenklep
6 Tonercassette
7 Papierbreedtegeleider
1
2
7
6
5
3
4
Apparaatoverzicht | 19
Achterkant
• Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat.
• Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk
van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).
1 USB-poort
2 Aansluiting netsnoer
1
2
Overzicht van het bedieningspaneel | 20
Overzicht van het bedieningspaneel
Dit bedieningspaneel kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. Er zijn
verschillende types bedieningspanelen.
1Toner-LED
Toont de status van de toner (zie "Toner-LED/ Draadloze LED/
Aan/Uit-LED" op pagina 79).
2 Draadloos
Hiermee kunt u de draadloze netwerkverbinding gemakkelijk
configureren zonder computer (zie "Draadloos netwerk
instellen" op pagina 37).
3
Hervatten/A
nnuleren
Configuratiepagina en netwerkconfiguratiepagina
- Houd deze knop ongeveer 10 seconden ingedrukt totdat het
Aan/uit- LED langzaam knippert en laat los.
Drukt een informatierapport/foutrapport af met gegevens
over de verbruiksartikelen
- Houd deze knop ongeveer 15 seconden ingedrukt totdat het
Aan-uit LED snel knippert en laat los.
Afdrukken annuleren
- Druk op deze knop tijdens het afdrukken.
Handmatig afdrukken
- Druk op deze knop om de andere kant van alle paginas af te
drukken als u Dubbelzijdig afdrukken (handmatig) in uw
stuurprogramma hebt geselecteerd.
4Aan/uit
• U kunt de stroom in- of uitschakelen.
• U kunt apparaat wakker maken uit de slaapstand.
5
Meldings-LE
D
Toont de status van uw printer (zie "Meldings-LED" op pagina 79).
1
2
3
4
5
Het apparaat inschakelen | 21
Het apparaat inschakelen
1 Sluit de printer eerst op de netvoeding aan.
2 Druk op (aan/uit) op het bedieningspaneel.
Als u de stroom wilt uitschakelen, drukt u op (aan/uit) op het bedieningspaneel.
2
1
De software installeren | 22
De software installeren
Installeer de printersoftware nadat u de printer hebt geïnstalleerd en op uw computer hebt
aangesloten. U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de
printersoftware te installeren.
Vóór de installatie, controleer of uw computers besturingssysteem de software ondersteunt (zie
"Besturingssysteem" op pagina 7).
Ga naar
www.hp.com/support/laser100 voor HP's allesomvattende hulp.
Vindt de volgende ondersteuning:
• Installeren en configureren
• Leren en gebruiken
• Problemen oplossen
• Download software- en firmware-updates
• Meld u aan bij ondersteuningsfora
• Vindt informatie met betrekking tot garantie en regelgeving
Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op uw computer is
aangesloten. Als uw apparaat met een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande
stappen over en gaat u verder met de installatie van het stuurprogramma voor een
netwerkapparaat (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina
36).
Gebruik alleen een USB-kabel die niet langer is dan 3 meter (118 inch).
De basisfuncties
leren kennen
Nadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het apparaat opgeven.
Raadpleeg het volgende hoofdstuk om waarden in te stellen of te wijzigen.
• De standaardinstellingen van het apparaat 24
• Afdrukmateriaal en lade 25
De standaardinstellingen van het apparaat | 24
De standaardinstellingen van het apparaat
Nadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het apparaat opgeven.
Standaardinstellingen apparaat
U kunt de in het apparaat ingestelde apparaatinstellingen wijzigen vanaf HP Easy Printer of HP
Embedded Web Server.
Als uw apparaat op het netwerk is aangesloten, kunt u de apparaatinstellingen instellen vanaf
HP Easy Printer Manager > Geavanceerde instellingen > Apparaatinstellingen (zie "HP Easy
Printer Manger gebruiken" op pagina 59).
Als uw apparaat op het netwerk is aangesloten, kunt u de apparaatinstellingen instellen vanaf
HP Embedded Web Server > tabblad Settings > Machine Settings (zie "HP Embedded Web
Server gebruiken" op pagina 42).
Aanpassing aan luchtdruk of hoogte
De afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door de atmosferische druk, die wordt bepaald door de
hoogte boven zeeniveau waar het apparaat staat. De volgende informatie zal u helpen bij de
instelling van uw apparaat voor de beste afdrukkwaliteit.
Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste luchtdruk in.
Normaal: 0 ~ 1.000 m
Hoog 1: 1.000 m ~ 2.000 m
Hoog 2: 2.000 m ~ 3.000 m
Hoog 3: 3.000 m ~ 4.000 m
Hoog 4: 4.000 m ~ 5.000 m
U kunt de hoogtewaarde instellen van HP Easy Printer Manager of HP Embedded Web
Server.
Als uw apparaat op het netwerk is aangesloten, kunt u de apparaatinstellingen instellen
vanaf HP Easy Printer Manager > Geavanceerde instellingen > Apparaatinstellingen
(zie "HP Easy Printer Manger gebruiken" op pagina 59).
Als uw apparaat op het netwerk is aangesloten, kunt u de apparaatinstellingen instellen
vanaf HP Embedded Web Server > tabblad Settings > Machine Settings (zie "HP
Embedded Web Server gebruiken" op pagina 42).
Afdrukmateriaal en lade | 25
Afdrukmateriaal en lade
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u afdrukmedia in uw apparaat plaatst.
Afdrukmateriaal selecteren
U kunt afdrukken op verschillende afdrukmedia, zoals op gewoon papier, enveloppen, etiketten
en transparanten. Gebruik altijd afdrukmedia die voldoen aan de richtlijnen voor gebruik met uw
machine.
Richtlijnen om afdrukmedia te selecteren
Afdrukmedia die niet aan de richtlijnen uit de gebruikershandleiding voldoen kunnen de
volgende problemen veroorzaken:
• Slechte afdrukkwaliteit.
• Meer papierstoringen
• Versnelde slijtage van het apparaat.
De eigenschappen van het papier, zoals gewicht, samenstelling, vezel- en vochtgehalte, zijn van
grote invloed op de prestaties van het apparaat en de afdrukkwaliteit. Houd bij de keuze van
afdrukmedia rekening met het volgende:
Het type, formaat en gewicht van het afdrukmateriaal voor uw apparaat worden beschreven in
de specificaties van afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 100).
• Gewenst resultaat: de afdrukmedia die u kiest moeten geschikt zijn voor het doel.
• Helderheid: sommige afdrukmaterialen zijn witter dan andere en leveren scherpere,
helderdere en levendigere afbeeldingen op.
Gladheid van het oppervlak: de gladheid van de afdrukmedia bepaalt hoe scherp de afdrukken
er uitzien op papier.
• Het is mogelijk dat bepaalde afdrukmedia aan alle richtlijnen van deze
gebruikershandleiding voldoen en toch geen bevredigende resultaten opleveren. Dit
kan het gevolg zijn van eigenschappen van de vellen, een onjuiste bediening, een
ongewenst temperatuur- en vochtigheidsniveau of andere variabele omstandigheden
waarover men geen controle heeft.
• Voordat u grote hoeveelheden afdrukmedia koopt, controleert u of het papier voldoet
aan de vereisten in deze handleiding.
Afdrukmateriaal en lade | 26
• Wanneer u afdrukmateriaal gebruikt dat niet voldoet aan deze specificaties, kan dit
problemen veroorzaken waarvoor reparatie vereist is. Deregelijke reparaties worden
niet gedekt door HP's garantie of de service-overeenkomsten.
• Hoeveel papier u in de lade kunt plaatsen is afhankelijk van het gebruikte
afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 100).
• Zorg ervoor dat u geen fotopapier voor inkjetprinters gebruikt. Dit kan uw apparaat
beschadigen.
• Gebruik van ontvlambaar afdrukmateriaal kan brand veroorzaken.
Gebruik aangegeven afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina
100).
Het gebruik van ontvlambaar materiaal of het achterblijven van vreemde materialen in de
printer kan oververhitting veroorzaken en in zeldzame gevallen brand.
Hoeveel papier u in de lade kunt plaatsen is afhankelijk van het gebruikte afdrukmateriaal (zie
"Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 100).
Lade overzicht
Om het formaat te wijzigen, moet u de papiergeleiders aanpassen.
Als u de geleiders niet aanpast, kan dit tot gevolg hebben dat de afdruk scheef of op de
verkeerde plaats afgedrukt wordt, of dat het papier vastloopt.
1. Papierbreedtegeleider
2. Lade
2
1
Afdrukmateriaal en lade | 27
Papier in de lade plaatsen
1 Open de lade.
2 Buig de papierstapel of waaier het papier uit, om de pagina's van elkaar te scheiden voor u
het papier in het apparaat plaatst.
3 Stel het formaat van de lade in op het formaat van de te plaatsen afdrukmaterialen (zie
"Lade overzicht" op pagina 26). Plaats het papier in de lade met de te bedrukken zijde naar
boven en open de uitvoerlade.
4 Houd de breedtegeleider ingedrukt en schuif deze tegen de stapel papier, zonder het papier
te buigen.
2
1
3
4
Afdrukmateriaal en lade | 28
Als u de geleiders niet aanpast, kan dit tot gevolg hebben dat de afdruk scheef of op
de verkeerde plaats afgedrukt wordt, of dat het papier vastloopt.
Druk de papierbreedtegeleider niet te hard tegen de rand van het papier, omdat het
papier daardoor kan buigen.
• Als u de breedtegeleider niet aanpast, kan het papier vastlopen.
Gebruik geen papier waarvan de voorste rand opgekruld is. Hierdoor kan het papier
vastlopen of kreukelen.
5 Stel het papiertype en -formaat voor de lade in als u een document wilt afdrukken (zie
"Papierformaat en papiertype instellen" op pagina 32).
Afdrukken op speciale afdrukmedia
De onderstaande tabel toont de te gebruiken speciale afdrukmedia voor elke lade.
Om de ingestelde papierinstelling in de machine te wijzigen, selecteert u in
Voorkeursinstellingen voor afdrukken > het tabblad Papier > de optie Type (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 50).
Voor het gebruik van speciale afdrukmedia raden wij u aan om telkens een vel per keer in
te voeren (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 100).
Zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 100voor papiergewicht per vel.
Types Lade
Normaal papier
Afdrukmateriaal en lade | 29
(: ondersteund)
Envelop
Of enveloppen goed worden bedrukt, is afhankelijk van de kwaliteit.
Plaats een envelop op de volgende manier om deze te bedrukken.
Als u Envelop selecteert in het venster Afdrukvoorkeuren, maar de afgedrukte afbeeldingen
worden gemakkelijk gewist, selecteer de grootte van de enveloppe en probeer opnieuw af te
drukken. Dit kan echter lawaai veroorzaken bij het afdrukken.
• Houd bij de keuze van enveloppen rekening met de volgende factoren:
- Gewicht: niet zwaarder dan 90g/m
2
, anders kunnen de enveloppen vastlopen.
- Samenstelling: plat liggend met minder dan 6 mm opkrullende rand, zonder lucht.
- Toestand: geen gekrulde, verkreukelde of beschadigde enveloppen.
- Temperatuur: dienen tegen de warmte en druk van het apparaat in werking te kunnen.
• Gebruik alleen goed gevormde enveloppen met scherpe vouwen.
• Gebruik geen afgestempelde enveloppen.
Gebruik geen enveloppen met sluithaakjes, knipsluitingen, vensters, gecoate binnenbekleding,
zelfklevende sluitingen of andere synthetische materialen.
• Gebruik geen beschadigde enveloppen of enveloppen van slechte kwaliteit.
• Controleer of de naad aan beide uiteinden van de envelop helemaal doorloopt tot in de hoek.
Zwaar 90-120 g
Licht 60-69 g
Bankpost
Kleur
Extra zwaar 121-163 g
Etiketten
Enveloppen
Voorbedrukt
Kringlooppapier
Types Lade
Afdrukmateriaal en lade | 30
• Enveloppen met een verwijderbare strip of met meer dan één zelfklevende vouwbare klep
moeten van een kleefmiddel zijn voorzien dat gedurende 0,1 seconde bestand is tegen de
fixeertemperatuur van het apparaat (ongeveer 170C). De extra kleppen en strips kunnen
kreuken, scheuren en papierstoringen veroorzaken, en kunnen zelfs de fixeereenheid
beschadigen.
Voor de beste afdrukkwaliteit plaatst u de marges best niet dichter dan 15mm van de rand van
de envelop.
• Druk niet af op de plaats waar de naden van de envelop samenkomen.
Etiketten
Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen, gebruikt u uitsluitend etiketten die speciaal
zijn ontworpen voor laserprinters.
• Bij de keuze van etiketten dient u rekening te houden met de volgende factoren:
- Kleefstoffen: Bestand tegen de fixeertemperatuur van het apparaat. Controleer de
specificaties van uw apparaat voor informatie over de fixeertemperatuur (ongeveer 170°C).
- Schikking: gebruik uitsluitend etiketvellen waarvan het rugvel tussen de etiketten niet
blootligt. Bij etiketvellen met ruimte tussen de etiketten kunnen de etiketten loskomen van
het rugvel. Dit kan ernstige papierstoringen tot gevolg hebben.
- Krullen: Moet plat liggen en in geen enkele richting meer dan 13 mm omkrullen.
- Toestand: gebruik geen etiketten die gekreukt zijn, blaasjes vertonen of loskomen van het
rugvel.
• Let op dat er tussen de etiketten geen zelfklevend materiaal blootligt. Blootliggende delen
kunnen ervoor zorgen dat etiketten tijdens het afdrukken loskomen, waardoor het papier kan
vastlopen. Ook kunnen hierdoor onderdelen van het apparaat beschadigd raken.
• Plaats geen gebruikte etiketvellen in het apparaat. De klevende achterzijde mag slechts een
keer door het apparaat worden gevoerd.
Gebruik geen etiketten die loskomen van het rugvel, blaasjes vertonen, gekreukt of anderszins
beschadigd zijn.
Afdrukmateriaal en lade | 31
Kartonpapier/papier van een aangepast formaat
• Stel de marges in de softwaretoepassing in op ten minste 6,4mm van de zijkanten van de
afdrukmedia.
Voorbedrukt papier
Bij het plaatsen van voorbedrukt papier moet de bedrukte zijde bovenaan liggen en mag de
voorzijde niet gekruld zijn. Bij invoerproblemen draait u het papier om. Er zijn geen garanties wat
de afdrukkwaliteit betreft.
• Briefhoofden moeten afgedrukt worden met hittebestendige inkt die niet smelt, verdampt of
schadelijke gassen uitstoot als ze gedurende 0,1 seconde worden blootgesteld aan de
fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C) van het apparaat.
• De inkt op het voorbedrukt papier mag niet ontvlambaar zijn en mag de printerrollen niet
beschadigen.
• Voor u voorbedrukt papier in de lade plaatst, controleert u of de inkt op het papier droog is.
Natte inkt kan tijdens het fixeerproces loskomen van het voorbedrukt papier, waardoor de
afdrukkwaliteit afneemt.
Afdrukmateriaal en lade | 32
Papierformaat en papiertype instellen
Nadat u papier in de papierlade hebt geplaatst, stelt u het papierformaat en de papiersoort in.
Om de ingestelde papierinstelling in de machine te wijzigen, selecteert u in
Voorkeursinstellingen voor afdrukken > het tabblad Papier > de optie Type (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 50).
Als u een speciaal papierformaat wilt gebruiken, zoals factuurpapier, selecteert u
Aangepast op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 50).
Een via een netwerk
aangesloten apparaat
gebruiken
In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u een apparaat instelt dat via het netwerk
aangesloten is en hoe u de software instelt.
• Netwerkinstallatie 34
• Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 36
• Draadloos netwerk instellen 37
• HP Embedded Web Server gebruiken 42
• HP Smart app 45
De ondersteunde optionele apparaten en functies kunnen van model tot model verschillen (zie
"Functies per model" op pagina 7).
Netwerkinstallatie | 34
Netwerkinstallatie
Een netwerkconfiguratierapport afdrukken
U kunt een netwerkconfiguratierapport afdrukken vanaf het bedieningspaneel van het apparaat,
waarin de huidige netwerkinstellingen van uw apparaat worden weergegeven. Dit zal u helpen
bij de installatie van een netwerk.
Druk ongeveer 10 seconden op de knop (Hervatten/Annuleer) op het bedieningspaneel.
In dit netwerkconfiguratierapport kunt u het MAC-adres en IP-adres van uw apparaat vinden.
Voorbeeld:
• MAC-adres: 00:15:99:41:A2:78
• IP-adres: 169.254.192.192
Het IP-adres instellen
Eerst moet u een IP-adres instellen voor het beheren van en afdrukken via het netwerk. In de
meeste gevallen wordt een IP-adres automatisch toegewezen via een DHCP-server (Dynamic
Host Configuration Protocol Server) die zich in het netwerk bevindt.
IPv4-configuratie
Ook kunt u de TCP/IPv4 vanaf Embedded Web Server instellen. Wanneer het venster Embedded
Web Server wordt geopend, verplaatst u de muiscursor over de Settings van de bovenste
menubalk, en klik vervolgens op Network Settings ("Het tabblad Settings" op pagina 43).
IPv6-configuratie
IPv6 wordt alleen juist ondersteund in Windows Vista of latere versies.
Het apparaat ondersteunt de volgende IPv6-adressen voor het afdrukken vanaf het netwerk en
voor netwerkbeheer.
Link-local Address: zelfgeconfigureerde lokale IPv6-adressen (adres begint met FE80).
Stateless Address: automatisch door een netwerkrouter geconfigureerd IPv6-adres.
Stateful Address: Door een DHCPv6-server geconfigureerd IPv6-adres.
Manual Address: Door de gebruiker handmatig geconfigureerd IPv6-adres.
Volg in een IPv6-netwerkomgeving de volgende procedure om het IPv6-adres te gebruiken.
Netwerkinstallatie | 35
IPv6 activeren
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer. Typ het IP-adres van het
apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga
naar.
2 Als u voor de eerste keer inlogt op HP Embedded Web Server, moet u zich aanmelden als
beheerder. Typ de standaard ID (admin) in. Wij raden u aan om het standaard wachtwoord
in te stellen vanwege veiligheidsredenen.
3 Wanneer het venster Embedded Web Server wordt geopend, verplaatst u de muiscursor
over de Settings van de bovenste menubalk, en klik vervolgens op Network Settings.
4 Klik op TCP/IPv6 in het linkerdeelvenster van de website.
5 Schakel het selectievakje IPv6 Protocol in om IPv6 te activeren.
6 Klik op de knop Apply.
7 Zet het apparaat uit en weer aan.
• U kunt ook DHCPv6 instellen.
• Ga als volgt te werk om het IPv6-adres handmatig in te stellen:
Schakel het selectievakje Manual Address in. Vervolgens wordt het tekstvak
Address/Prefix geactiveerd. Voer de rest van het adres in (bijv.
3FFE:10:88:194::AAAA. "A" is de hexadecimaal 0 tot 9, A tot F).
IPv6-adresconfiguratie
1 Start een webbrowser zoals Internet Explorer die IPv6-adressering als URL ondersteunt.
2 Selecteer een van de IPv6-adressen (Link-local Address, Stateless Address, Stateful
Address, Manual Address) uit het netwerkconfiguratierapport (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 34).
3 Voer de IPv6-adressen in (bijv. http://[FE80::215:99FF:FE66:7701]).
De adressen moeten tussen vierkante haakjes ("[ ]")worden geplaatst.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk | 36
Installeren van een stuurprogramma over het
netwerk
• Vóór de installatie, controleer of uw computers besturingssysteem de software
ondersteunt (zie "Besturingssysteem" op pagina 7).
• Wanneer het apparaat de netwerkinterface niet ondersteunt, kunt u deze functie niet
gebruiken (zie "Achterkant" op pagina 19).
• U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de
printersoftware te installeren. Ga naar
www.hp.com/support/laser100 voor HP's
allesomvattende hulp.
Windows
De firewallsoftware blokkeert mogelijk de netwerkcommunicatie. Voordat u het apparaat
aansluit op het netwerk, schakel de firewall van de computer uit.
1 Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres
van uw apparaat moet reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina 34).
2 Download het printerstuurprogramma van de HP website
(
www.hp.com/support/laser100).
3 Schakel het apparaat in.
4 Pak het stuurprogrammapakket uit en voer de installatie van het stuurprogramma uit.
5 Volg de instructies in het installatievenster.
Draadloos netwerk instellen | 37
Draadloos netwerk instellen
Afhankelijk van het model is een draadloos netwerk mogelijk niet beschikbaar (zie
"Functies per model" op pagina 7).
Draadloze netwerken vereisen een hoger beveiligingsniveau. Als u voor het eerst een
toegangspunt installeert, worden een netwerknaam (SSID), een beveiligings-id en een
Netwerkwachtwoord voor het netwerk gegenereerd. Vraag uw netwerkbeheerder om deze
informatie voordat u verder gaat met de installatie van het apparaat.
Methoden voor het instellen van een draadloos netwerk
U kunt de instellingen van uw draadloze netwerk configureren vanaf het apparaat of de
computer. Kies de instellingsmethode uit de onderstaande tabel.
• Sommige installatiemethoden voor het draadloze netwerk zijn mogelijk niet
beschikbaar afhankelijk van het model of land.
• Het wordt ten strengste aangeraden dat u het wachtwoord instelt op toegangspunten.
Als u het wachtwoord niet instelt op toegangspunten kunnen onbekende apparaten,
waaronder pc's, smartphones en printers, mogelijk illegaal toegang krijgen. Raadpleeg
de gebruikershandleiding toegangspunten voor de wachtwoordinstellingen.
Installatiemethod
e
Verbindingsmethode Beschrijving & Referentie
Met
toegangspunt
Via de computer
Zie "Instellen via USB-kabel" op pagina 38voor
Windows.
Zie "Toegangspunt zonder USB-kabel" op pagina
39voor Windows.
Vanaf het
bedieningspaneel
van het apparaat
Zie "De WPS-instellingen gebruiken" op pagina
38.
Van de HP Smart-app
Zie "Verbinden met gebruik van de HP
Smart-app" op pagina 45.
Wi-Fi Direct instellen
Zie "Wi-Fi Direct voor mobiel printen instellen" op
pagina 40.
Draadloos netwerk instellen | 38
Herstellen van de instellingen van het draadloze netwerk
U kunt de standaard netwerkinstellingen terugzetten.
Druk op en houd de knop (Draadloos) op het bedieningspaneel gedurende ongeveer 20
seconden ingedrukt. Als de (Meldings)-LED en de (Aan/Uit)-LED samen beginnen te
knipperen, laat de knop (Draadloos) los.
De WPS-instellingen gebruiken
Als uw apparaat en toegangspunt (of draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS)
ondersteunen, dan kunt u de instellingen van het draadloze netwerk eenvoudig configureren via
de menuknop (Draadloos) zonder dat u een computer nodig heeft.
Wat u nodig hebt
• Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS)
ondersteunt.
• Controleer of uw apparaat Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
1 Druk de knop (Draadloos) op het bedieningspaneel gedurende ten minste 3 seconden in
en laat de knop los.
Er wordt verbinding gemaakt met het draadloze netwerk.
2 Druk binnen 2 minuten op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router).
a. Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router).
b. Wanneer het apparaat succesvol s verbonden met het draadloze netwerk, blijft het
LED-lampje branden.
3 Ga door met het installeren van de software.
Instellen met Windows
Instellen via USB-kabel
Wat u nodig hebt
• Toegangspunt
• Netwerkcomputer
• U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de printersoftware te
installeren. Ga naar
www.hp.com/support/laser100 voor HP's allesomvattende hulp.
• Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
• USB-kabel
Draadloos netwerk instellen | 39
Opzetten van de netwerkinfrastructuur
1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten.
2 Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan.
3 Download het printerstuurprogramma van de HP website
(
www.hp.com/support/laser100).
4 Pak het stuurprogrammapakket uit en voer de installatie van het stuurprogramma uit.
5 Controleer en accepteer de installatie-overeenkomst in het installatievenster. Klik daarna
op Volgende.
6 Selecteer Draadloos in het scherm Type printerverbinding. Klik daarna op Volgende.
7 Selecteer in het scherm Stelt u uw printer voor de eerste keer in? de optie Ja, ik wil het
draadloze netwerk voor mijn printer instellen. Klik daarna op Volgende.
Als uw printer al is verbonden met het netwerk, selecteert u Nee, mijn printer is al
verbonden met mijn netwerk.
8 Selecteer Een USB-kabel gebruiken op het scherm Selecteer de installatiemethode voor
een draadloze verbinding. Klik daarna op Volgende.
9 Na de zoekactie toont het venster de draadloze netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID)
van het toegangspunt dat u wilt gebruiken en klik op Volgende.
10Als het instellen van het draadloze netwerk is voltooid, verwijder dan de USB-kabel tussen
de computer en de printer. Klik op Volgende.
11 Selecteer de onderdelen die u wilt installeren.
12 Volg de instructies in het installatievenster.
Toegangspunt zonder USB-kabel
Wat u nodig hebt
• PC met WiFi en Windows 7 of hoger en een toegangspunt (router)
• U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de printersoftware te
installeren. Ga naar
www.hp.com/support/laser100 voor HP's allesomvattende hulp.
• Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
Draadloos netwerk instellen | 40
Wanneer het draadloze netwerk wordt ingesteld, gebruikt het apparaat het draadloze
LAN van de pc. U kunt mogelijk geen verbinding maken met internet.
Opzetten van de netwerkinfrastructuur
1 Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan.
2 Download het printerstuurprogramma van de HP website
(
www.hp.com/support/laser100).
3 Pak het stuurprogrammapakket uit en voer de installatie van het stuurprogramma uit.
4 Controleer en accepteer de installatie-overeenkomst in het installatievenster. Klik daarna
op Volgende.
5 Selecteer Draadloos in het scherm Type printerverbinding. Klik daarna op Volgende.
6 Selecteer in het scherm Stelt u uw printer voor de eerste keer in? de optie Ja, ik wil het
draadloze netwerk voor mijn printer instellen. Klik vervolgens op Volgende.
Als uw printer al is verbonden met het netwerk, selecteert u Nee, mijn printer is al
verbonden met mijn netwerk.
7 Selecteer Een directe, draadloze verbinding gebruikenin het scherm Selecteer de
installatiemethode voor een draadloze verbinding. Klik daarna op Volgende.
8 Wanneer het instellen van het draadloze netwerk voltooid is, klikt u op Volgende.
9 Volg de instructies in het installatievenster.
Wi-Fi Direct voor mobiel printen instellen
Wi-Fi Direct biedt een veilige en gebruiksvriendelijke peer-to-peerverbinding tussen een Wi-Fi
Direct-printer en mobiel apparaat.
Met Wi-Fi Direct kunt u uw printer aansluiten op een Wi-Fi Direct-netwerk, terwijl deze ook
verbonden is met een toegangspunt. U kunt ook tegelijkertijd gebruik maken van een bekabeld
netwerk en een Wi-Fi Direct-netwerk, zodat meerdere gebruikers documenten kunnen openen
en afdrukken via Wi-Fi Direct en het bekabelde netwerk.
Draadloos netwerk instellen | 41
• U kunt geen verbinding maken met het internet via Wi-Fi Direct op uw printer.
• De lijst met ondersteunde protocollen kan verschillen per model. Wi-Fi
Direct-netwerken ondersteunen NIET IPv6-, netwerkfilterings-, IPSec-, WINS- en
SLP-diensten.
• Er kunnen maximaal 4 apparaten via Wi-Fi Direct worden aangesloten.
Wi-Fi Direct installeren
Als uw printer een draadloos toegangspunt gebruikt, kunt u Wi-Fi Direct inschakelen en
configureren via HP Embedded Web Server.
1 Open HP Embedded Web Server en selecteer Settings > Network Settings > Wi-Fi > Wi-Fi
Direct™.
2 Schakel Wi-Fi Direct™ in en stel andere opties in.
Het mobiele apparaat instellen
• Raadpleeg de gebruikershandleiding voor het mobiele apparaat na het instellen van Wi-Fi
Direct op uw printer om Wi-Fi Direct in te stellen op het mobiele apparaat.
Na het inschakelen van Wi-Fi Direct moet u de toepassing voor mobiel afdrukken downloaden
(bijvoorbeeld: HP Smart) om vanaf uw smartphone af te drukken.
• Wanneer u de printer heeft gevonden waar u verbinding mee wilt leggen vanaf uw
mobiele apparaat, selecteert u de printer en gaat het LED-lampje op de printer branden.
Druk op de knop Draadloos op de printer en het wordt verbonden met uw mobiele
apparaat. Als u geen knop Draadloos heeft, druk op de optie die u wilt wanneer het
scherm Wi-Fi-verbinding bevestigd verschijnt op het display en het wordt verbonden
met op uw mobiele apparaat.
• Als uw mobiele apparaat geen ondersteuning voor Wi-Fi Direct biedt, moet u de
"Netwerksleutel" van een printer invoeren in plaats van het indrukken van de knop
Draadloos.
HP Embedded Web Server gebruiken | 42
HP Embedded Web Server gebruiken
Er zijn verschillende programma’s voorhanden om in een netwerkomgeving de
netwerkinstellingen op een eenvoudige manier in te voeren. Zo kan de netwerkbeheerder
diverse apparaten in het netwerk beheren.
• Internet Explorer 8.0 of hoger is de minimale eis voor HP Embedded Web Server.
• Voordat u onderstaande programma’s gaat gebruiken moet u het IP-adres instellen.
• Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk
van model of land (zie "Verschillende functies" op pagina 8).
HP Embedded Web Server
De embedded web server op uw netwerkapparaat stelt u in staat de volgende taken uit te voeren:
• Informatie over en status van verbruiksartikelen opvragen.
• Apparaatinstellingen aanpassen.
De noodzakelijke netwerkparameters voor het apparaat instellen, zodat u een verbinding kunt
maken met diverse netwerkomgevingen.
Totegang tot HP Embedded Web Server
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de
Enter-toets of klik op Ga naar.
2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
Inloggen op HP Embedded Web Server
Voor het configureren van de opties in HP Embedded Web Server dient u in te loggen als
beheerder. U kunt nog steeds gebruik maken van HP Embedded Web Server zonder in te loggen,
maar heeft u geen toegang tot het tabblad Settings en het tabblad Security.
1 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de HP Embedded Web Server-website.
2 Als u voor de eerste keer inlogt op HP Embedded Web Server, moet u zich aanmelden als
beheerder. Typ de standaard ID (admin) in. Wij raden u aan om het standaard wachtwoord
in te stellen vanwege veiligheidsredenen.
HP Embedded Web Server gebruiken | 43
Overzicht HP Embedded Web Server
Afhankelijk van uw model zullen sommige menu's mogelijk niet verschijnen.
Het tabblad Information
Op dit tabblad wordt algemene informatie over het apparaat weergegeven. U kunt diverse
gegevens controleren, waaronder de resterende hoeveelheid toner. U kunt ook rapporten
afdrukken, zoals een foutenrapport.
Active Alerts: Toont de waarschuwingen die in het apparaat zijn gegenereerd en hun ernst.
Supplies: Toont hoeveel pagina´s zijn afgedrukt en hoeveel toner er nog in de cassette zit.
Usage Counters: Toont de gebruiksteller van het aantal vellen per type afdruk: enkelzijdig en
dubbelzijdig.
Current Settings: Toont informatie of het apparaat en het netwerk.
Print information: Drukt rapporten af zoals systeemgerelateerde rapporten, e-mailadressen
en lettertyperapporten.
Security information: Geeft de beveiligingsinformatie van het apparaat weer
Het tabblad Settings
Op dit tabblad kunt u de configuratie van uw apparaat en netwerk instellen. U moet zich
aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven.
Het tabblad Machine Settings: Stelt de door uw machine geleverde opties in.
Het tabblad Network Settings: Toont opties voor de netwerkomgeving. Stelt opties in zoals
TCP/IP en netwerkprotocollen.
Het tabblad Security
Op dit tabblad kunt u de beveiligingsgegevens van uw systeem en van het netwerk instellen. U
moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven.
System Security: Stelt de gegevens van de systeembeheerder in en schakelt tevens de
apparaatfuncties in- of uit.
Network Security: Hiermee kunt u instellen opgeven voor IPv4-/IPv6-filtering.
Het tabblad Maintenance
Op dit tabblad kunt u uw apparaat onderhouden door de firmware te upgraden en
contactgegevens voor het versturen van e-mails in te stellen. U kunt ook een verbinding maken
met de website van HP of stuurprogramma's downloaden het Link-menu te selecteren.
Firmware Upgrade: Bijwerken van de firmware van uw apparaat.
Contact Information: Contactgegevens tonen.
Link: Toont koppelingen naar nuttige sites waar u informatie kunt downloaden of lezen.
HP Embedded Web Server gebruiken | 44
Informatie over de systeembeheerder instellen
Deze instelling is nodig om gebruik te kunnen maken van de optie e-mailmelding.
Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het
display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw
apparaat.
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de
Enter-toets of klik op Ga naar.
2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
3 Selecteer op het tabblad Security System Security > System Administrator
4 Voer de naam, het telefoonnummer, locatie en e-mailadres van de beheerder in.
5 Klik op Apply.
HP Smart app | 45
HP Smart app
HP Smart helpt u bij het instellen, scannen, afdrukken, delen en beheren van uw HP-printer. U
kunt documenten en afbeeldingen delen via e-mail, sms-berichten en populaire cloud-en social
media-diensten (zoals iCloud, Google Drive, Dropbox en Facebook). U kunt ook nieuwe
HP-printers en monitoren instellen alsmede artikelen bestellen.
De HP Smart-app is mogelijk niet beschikbaar in alle talen. Sommige functies zijn mogelijk
niet beschikbaar op alle printermodellen.
Het installeren van de HP Smart-app: Om de app op uw apparaat te installeren, ga naar
123.hp.com en volg de instructies op het scherm om toegang te krijgen tot de app store van uw
apparaat.
Aansluiten op een printer: Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en is aangesloten op
hetzelfde netwerk als uw apparaat. Vervolgens detecteert HP Smart automatisch de printer.
Voor meer informatie over de HP Smart-app:
- Zie "Afdrukken met behulp van de HP Smart-app" op pagina 46.
- Zie "Hulp krijgen van de HP Smart-app" op pagina 46.
Voor meer informatie over het gebruik van de HP Smart voor afdrukken, scannen, het openen
van functies van de printer en het oplossen van problemen, ga naar:
- iOS/Android: www.hp.com/go/hpsmart-help
Verbinden met gebruik van de HP Smart-app
U kunt gebruik maken van de HP Smart app voor het instellen van de printer op uw draadloze
netwerk.
1 Zorg ervoor dat uw computer of mobiele apparaat is verbonden met uw draadloze netwerk
en u het wachtwoord van uw draadloze netwerk weet.
2 Controleer of de printer is in de installatiemodus Auto Wireless Connect (AWC).
Als dit de eerste keer is dat u de printer hebt ingesteld, is de printer gereed voor installatie
nadat de printer is ingeschakeld. Het blijft zoeken naar de HP Smart-app om verbinding te
maken binnen 2 uur, en stopt vervolgens met zoeken.
Om het bedieningspaneel op de installatiemodus Auto Wireless Connect (AWC) te zetten,
druk de knop (Draadloos) in en houdt deze ten minste 20 seconden vast totdat de
(Meldings) en de (Aan/Uit)-LED samen beginnen te knipperen.
3 Open de HP Smart app en voer een van de volgende handelingen uit:
HP Smart app | 46
iOS/Android: Op het startscherm, tik op het Plus-pictogram en selecteer vervolgens de
printer. Als de printer niet in de lijst staat, tikt u op Een nieuwe printer toevoegen. Volg de
instructies op het scherm om de printer toe te voegen aan uw netwerk.
Wijzig de standaard printer me het instellen van de HP
Smart-app
U kunt de printer instellen vanaf HP Smart app.
1 Open de HP Smart-app.
2 Tik op het Plus-pictogram als u een andere printer moet wijzigen of een nieuwe printer moet
toevoegen.
3 Tik op Printerinstellingen.
4 Selecteer de optie die u wilt, en wijzig vervolgens de instelling.
Afdrukken met behulp van de HP Smart-app
Afdrukken vanaf een Android- of iOS-apparaat
1 Open de HP Smart-app.
2 Tik op het Plus-pictogram als u een andere printer moet wijzigen of een nieuwe printer moet
toevoegen.
3 Tik op een afdrukoptie.
4 Selecteer de foto of het document dat u wilt afdrukken.
5 Tik op Afdrukken.
Hulp krijgen van de HP Smart-app
De HP Smart-app geeft waarschuwingen voor printerproblemen (storingen en andere
problemen), koppelingen naar help-onderwerpen, en opties om contact op te nemen met support
voor meer hulp.
Afdrukken
In dit hoofdstuk staat informatie over de algemene afdrukopties. Dit onderdeel is vooral gebaseerd
op Windows 7.
• Standaard afdruk 48
• Een afdruktaak annuleren 49
• Voorkeursinstellingen openen 50
• Voorkeursinstellingen gebruiken 51
• Help gebruiken 52
• Afdrukfuncties 53
• HP Easy Printer Manger gebruiken 59
• Printerstatus-programma's gebruiken 62
U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de printersoftware te installeren.
Ga naar
www.hp.com/support/laser100 voor HP's allesomvattende hulp.
Standaard afdruk | 48
Standaard afdruk
Vóór het afdrukken, controleer of uw computers besturingssysteem de software
ondersteunt (zie "Besturingssysteem" op pagina 7).
Het volgende scherm met Voorkeursinstellingen voor afdrukken is voor Notepad in Windows 7.
Uw scherm met Voorkeursinstellingen voor afdrukken kan hiervan afwijken, afhankelijk van het
besturingssysteem of van het programma dat u gebruikt.
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Selecteer Afdrukken in het menu Bestand.
3 Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.
4 De basisafdrukinstellingen, inclusief het aantal kopieën en het afdrukbereik, worden
geselecteerd in het venster Afdrukken.
Klik op Eigenschappen of Voorkeuren in het venster Afdrukken om gebruik te maken
van de geavanceerde afdrukopties. (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina
50).
5 Klik in het venster Afdrukken op OK of Afdrukken om de afdruktaak te starten.
Een afdruktaak annuleren | 49
Een afdruktaak annuleren
Een afdruktaak die in een afdrukrij of afdrukspooler wacht om afgedrukt te worden, annuleert u
op de volgende manier:
U kunt toegang krijgen tot dit venster door te dubbelklikken op het pictogram van het apparaat
( ) in de taakbalk van Windows.
U kunt de huidige taak ook annuleren door te drukken op (Hervatten/Annuleren) op het
bedieningspaneel.
Voorkeursinstellingen openen | 50
Voorkeursinstellingen openen
• Het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken in deze gebruikshandleiding
verschilt mogelijk van het venster dat u ziet omdat dit afhankelijk is van de gebruikte
printer.
• Als u een optie selecteert in Voorkeursinstellingen voor afdrukken verschijnt er
mogelijk een waarschuwingsteken, of . Een uitroepteken ( ) wil zeggen dat u
deze optie wel kunt selecteren maar dat dit niet wordt aanbevolen. Het teken wil
zeggen dat u deze optie niet kunt selecteren vanwege de instellingen of omgeving van
het apparaat.
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Kies Afdrukken in het menu Bestand. Het venster Afdrukken wordt weergegeven.
3 Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.
4 Klik op Eigenschappen of op Voorkeursinstellingen. Klik of tik op de tabbladen in de
printerdriver om de beschikbare opties te configureren.
• In Windows 10, 8.1, en 8, hebben deze toepassingen een verschillende lay-out met
verschillende functies uit wat hieronder beschreven is voor desktoptoepassingen.
Om toegang te krijgen tot de afdrukfunctie vanaf een Startscherm van de app, voer
de volgende stappen uit:
- Windows 10: Selecteer Afdrukken op en selecteer de printer.
- Windows 8.1 of 8: Selecteer Apparaten, selecteer Afdrukken en selecteer de
printer.
• U kunt de huidige status van het apparaat controleren door op de knop
Printerstatus te drukken (zie "Printerstatus-programma's gebruiken" op pagina 62).
Voorkeursinstellingen gebruiken | 51
Voorkeursinstellingen gebruiken
De optie Favorieten, die u terugvindt op elk tabblad voorkeuren behalve voor het HP-tabblad,
kunt u opslaan in de huidige voorkeuren voor toekomstig gebruik.
Volg de volgende stappen om een Favorieten onderdeel te bewaren:
1 Stel op elk tabblad de gewenste instellingen in.
2 Vul de naam van het onderdeel in in het vak in Favorieten.
3 Klik op Opslaan.
4 Vul de naam en beschrijving in en selecteer daarna het gewenste symbool.
5 Klik op OK. Als u Favorieten opslaat, worden alle huidige driverinstellingen bewaard.
Om een opgeslagen instelling te gebruiken moet u ze selecteren in de Favorieten tab. De
printer is nu ingesteld om af te drukken volgens de door u geselecteerde instellingen. Om
een opgeslagen instelling te verwijderen, selecteert u deze uit de vervolgkeuzelijst
Favorieten en klikt u op Wissen.
Help gebruiken | 52
Help gebruiken
Klik op de optie waarover u meer wilt weten op het venster Voorkeursinstellingen voor
afdrukken en druk op F1 op uw toetsenbord.
Afdrukfuncties | 53
Afdrukfuncties
• Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele
onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
• U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de
printersoftware te installeren. Ga naar
www.hp.com/support/laser100 voor HP's
allesomvattende hulp.
Speciale afdrukfuncties verklaard
U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer.
Om de printerfuncties van uw printerstuurprogramma te gebruiken, klikt u op Eigenschappen of
Voorkeuren in het venster Afdrukken van de toepassing om de afdrukinstellingen te wijzigen. De
apparaatnaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk van het
gebruikte apparaat.
• Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het
display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw
apparaat.
• Selecteer het menu Help, of klik op de knop uit het venster, of druk op F1 op uw
toetsenbord, en klik op de optie waar u meer over wilt weten (zie "Help gebruiken" op
pagina 52).
Item Omschrijving
Meerdere pagina’s per
vel
U kunt het aantal pagina’s selecteren dat u op één vel wilt
afdrukken. Als u meer dan één pagina per vel afdrukt worden de
pagina’s verkleind en in de door u opgegeven volgorde
gerangschikt. U kunt op één vel tot 16 pagina’s afdrukken.
Afdrukfuncties | 54
Poster afdrukken
U kunt een document van één enkele pagina op 4 (poster van 2x2),
9 (poster van 3x3) of 16 vellen (poster van 4x4) papier drukken om
ze aan elkaar te plakken en er een poster van te maken.
Selecteer de waarde Posteroverlap. Geef de Posteroverlap op in
millimeters of inches door het keuzerondje bovenaan rechts op het
tabblad Basis te selecteren om de vellen gemakkelijker aan elkaar
te kunnen plakken.
Boekje afdrukken
Met deze functie kunt u een document op beide zijden van het
papier afdrukken en worden de pagina’s zo gerangschikt dat u het
afgedrukte papier dubbel kunt vouwen om een boekje te maken.
• De optie Boekje afdrukken is niet beschikbaar voor alle
papierformaten. Kies de Formaat-optie onder het tabblad
Papier om te kijken welke papierformaten beschikbaar
zijn.
• Als u een onbeschikbaar papierformaat selecteert, wordt
deze optie mogelijk automatisch geannuleerd. Selecteer
alleen beschikbaar papier (papier waarbij geen of
staat).
Item Omschrijving
Afdrukfuncties | 55
Dubbelzijdig afdrukken
(handmatig)
U kunt op beide zijden van een vel papier afdrukken (dubbelzijdig).
Voor u afdrukt, moet u de gewenste afdrukstand van het document
opgeven.
De functie Blanco pagina's overslaan werkt niet als u de
dubbelzijdige optie heeft ingeschakeld.
Geen: Hiermee schakelt u deze functie uit.
Lange zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die bij
boekbinden wordt gebruikt.
Korte zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die voor
kalenders wordt gebruikt.
Papieropties
Wijzigt de afmetingen van een document zodat deze kleiner of
groter op het vel afgedrukt wordt, door een percentage in te voeren
waarmee het document vergroot of verkleind wordt.
Watermerk
Met de optie Watermerk kunt u tekst afdrukken over een bestaand
document. U gebruikt de optie bijvoorbeeld om in grote grijze
letters "DRAFT" of "CONFIDENTIAL" diagonaal op de eerste pagina
of op alle pagina’s van een document af te drukken.
Item Omschrijving
CONFIDENTIAL
Afdrukfuncties | 56
Watermerk
(Een watermerk maken)
a. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt
wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 50).
b. Op het tabblad Geavanceerd selecteert u Bewerken... in de
keuzelijst Watermerk.
c. Voer een tekst in het vak Tekst watermerk in. U kunt maximaal
256 tekens invoeren.
Als u het selectievakje Alleen eerste pagina inschakelt, wordt het
watermerk alleen op de eerste pagina afgedrukt.
d. Watermerkopties selecteren.
U kunt de naam, stijl, kleur, grootte en grijswaarde van het
lettertype selecteren in het gedeelte Tekenstijl, en de hoek van
het watermerk instellen in het gedeelte Uitlijning en hoek van
watermerk.
e. Klik op Toevoegen om het nieuwe watermerk aan de lijst Huidige
watermerken toe te voegen.
f. Wanneer u klaar bent met bewerken klikt u op OK of Afdrukken
tot u het menu Afdrukken verlaat.
Watermerk
(Een watermerk
bewerken)
a. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt
wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 50).
b. Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de
vervolgkeuzelijst Watermerk.
c. Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u
wilt bewerken en wijzig de tekst van het watermerk en de opties.
d. Klik op Wijzigen als u de wijzigingen wilt opslaan.
e. Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt
afgesloten.
Watermerk
(Een watermerk
verwijderen)
a. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt
wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
b. Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de
vervolgkeuzelijst Watermerk.
c. Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u
wilt verwijderen en klik op de knop Verwijderen.
d. Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt
afgesloten.
Item Omschrijving
Afdrukfuncties | 57
Overlay
Een overlay is tekst en/of een afbeelding die op de harde schijf van
de computer is opgeslagen in een speciale bestandsindeling en die
in een willekeurig document kan worden afgedrukt. Overlays
worden vaak gebruikt in plaats van voorgedrukte formulieren en
papier met een briefhoofd. In plaats van een voorgedrukt
briefhoofd kunt u een overlay samenstellen die precies dezelfde
informatie bevat. Als u een brief met het briefhoofd van uw bedrijf
wilt afdrukken, hoeft u geen voorbedrukt briefhoofdpapier in het
apparaat te plaatsen. U drukt het briefhoofd gewoon als overlay op
uw document af.
Als u een paginaoverlay wilt gebruiken, moet u een nieuwe
paginaoverlay maken met uw logo of afbeelding.
Het formaat van het overlaydocument moet hetzelfde zijn
als dat van de documenten die u met de overlay afdrukt.
Maak geen overlay met een watermerk.
• De resolutie van het overlaydocument moet dezelfde zijn
als die van het document waarop u de overlay wilt
afdrukken.
Overlay
(Het creëren van een
overlay)
a. Maak of open een document met de tekst of afbeelding die u voor
de overlay wilt gebruiken. Zorg ervoor dat de tekst of afbeelding
precies op de plaats staat waar deze als overlay moet worden
afgedrukt.
b. Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken als u het
document als een overlay wilt opslaan.
c. Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Maken in de
vervolgkeuzelijst Overlay.
d. Typ een naam van maximaal acht tekens in het vak Opslaan als
in het venster Bestandsnaam. Selecteer indien nodig de map
waarin u het overlaybestand wilt opslaan. Standaard is dit de map
C:\Formover.
e. Klik op Opslaan.
f. Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt
afgesloten.
Als er een venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt
gevraagd, klikt u op Ja.
g. Het bestand wordt niet afgedrukt. Het wordt opgeslagen op de
harde schijf van uw computer.
Item Omschrijving
Afdrukfuncties | 58
Overlay
(Een paginaoverlay
gebruiken)
a. Maak of open het document dat u wilt afdrukken.
b. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt
wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
c. Klik op het tabblad Geavanceerd.
d. Selecteer Overlay afdrukken van de vervolgkeuzelijst Overlay.
e. Als u het gewenste overlaybestand op een externe bron hebt
opgeslagen, kunt u het bestand ook laden vanuit het venster
Laden.
Klik op Openen als u het bestand hebt geladen. Het bestand
verschijnt in het vak Overzicht overlays en kan worden
afgedrukt. Selecteer de overlay in de vervolgkeuzelijst Overzicht
overlays.
f. Schakel indien nodig het selectievakje Overlay bevestigen voor
afdrukken in. Als dit selectievakje is ingeschakeld, verschijnt
telkens als u een document naar de printer verzendt een
berichtvenster waarin u gevraagd wordt om te bevestigen of u
een overlay op uw document wilt afdrukken.
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld en er een overlay is
geselecteerd, wordt de overlay automatisch op uw document
afgedrukt.
g. Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt
afgesloten.
De geselecteerde overlay wordt op uw document afgedrukt.
Overlay
(Een paginaoverlay
verwijderen)
a. Klik in het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken op het
tabblad Geavanceerd.
b. Selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst.
c. Selecteer in het vak Overzicht overlays de overlay die u wilt
verwijderen.
d. Klik op Verwijderen.
e. Als er een venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt
gevraagd, klikt u op Ja.
f. Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt
afgesloten. Paginaoverlays die u niet meer gebruikt, kunt u
verwijderen.
Item Omschrijving
HP Easy Printer Manger gebruiken | 59
HP Easy Printer Manger gebruiken
Voor Windows is Internet Explorer 6.0 of hoger de minimale eis voor HP Easy Printer
Manager.
HP Easy Printer Manager is een applicatie die HP apparaatinstellingen combineert in één locatie.
HP Easy Printer Manager combineert apparaatinstellingen en printomgevingen,
-instellingen/-acties en starten. Al deze functies bieden een gateway om handig gebruik te
maken van uw HP apparaat. HP Easy Printer Manager biedt twee verschillende
gebruikersinterfaces voor de gebruiker om uit te kiezen: een basisinterface en een interface voor
gevorderde gebruikers. Overschakelen tussen de twee interfaces is eenvoudig: klik gewoon op
een knop.
HP Easy Printer Manager begrijpen
Openen van het programma:
Voor Windows:
Kies Start > Programma's of Alle programma's > HP Printers > HP Easy Printer Manager.
• Voor Windows 8
Vanaf de Charms, kies Zoeken > Apps > HP Printers > HP Printer Manager.
• Voor Windows 10/Windows Server 2016
Vanaf de taakbalk, type in HP Printers in het invoervakZoeken. Druk op de entertoest en kies
vervolgens HP Printer Manager.
OF
Vanaf hetStart( )-pictogram, kies Alle apps > HP Printers > HP Printer Manager.
De schermafbeelding kan verschillen, afhankelijk van het besturingssysteem, het model
of de opties.
HP Easy Printer Manger gebruiken | 60
1 Printerlijst
De printerlijst toont de op uw computer geïnstalleerde printers en door
netwerkontdekking toegevoegde netwerkprinters.
2
Geavanceerd
e instelling
De interface voor gevorderde gebruikers is bedoeld voor de beheerder
van het netwerk en de printers.
Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s
mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn
deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
Apparaatinstellingen: U kunt verschillende apparaatinstellingen
zoals papier, indeling, emulatie, netwerk en afdrukinformatie
instellen.
Als u uw aooaraat verbindt met een netwerk, wordt het
pictogram HP Embedded Web Server geactiveerd.
Waarschuw.instelling: Dit menu bevat instellingen gerelateerd aan de
waarschuwingen over fouten en storingen.
- Printerwaarschuwing: Levert instellingen met betrekking tot
wanneer waarschuwingen ontvangen worden.
- E-mailwaarschuwing: Levert opties met betrekking tot het
ontvangen van waarschuwingen via e-mail.
- Overzicht van waarschuwingen: Levert een geschiedenis met
betrekking tot waarschuwingen gerelateerd aan het apparaat en de
toner.
3
Programma-i
nformatie
Bevat koppelingen voor overschakelen naar vernieuwen,
voorkeursinstelling, hulp en informatie over het programma.
HP Easy Printer Manger gebruiken | 61
Selecteer het menu Help in het venster en klik op de optie waar u meer over wilt weten.
4
Printerinfor
matie
In dit kader staat algemene informatie over uw apparaat. U kunt deze
informatie controleren, zoals de naam van het printermodel, het
IP-adres (of poortnummer) en de printerstatus.
5
Snelkoppelin
gen
Toont Snelkoppelingen naar printerspecifieke functies. Dit gedeelte
bevat ook koppelingen naar toepassingen in de geavanceerde
instellingen.
6Inhoud
Toont informatie over de geselecteerde printer, het niveau van de toner
en het papier. De informatie wijzigt naargelang de gekozen printer. Niet
alle apparaten beschikken over deze functie.
7
Benodigdhed
en bestellen
Klik op de knop Bestellen in het deelvenster om verbruiksartikelen te
bestellen. U kunt online reservetonercassette(s) bestellen.
Printerstatus-programma's gebruiken | 62
Printerstatus-programma's gebruiken
Printerstatus is een programma dat controleert en u informeert over de status van het apparaat.
• Het Printerstatus-venster en de inhoud ervan zoals weergegeven in deze handleiding
kunnen verschillen, afhankelijk van het apparaat of gebruikte besturingssysteem.
• Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn met uw apparaat (zie
"Systeemvereisten" op pagina 102).
• Alleen beschikbaar voor gebruikers met Windows-besturingssystemen.
Overzicht Printerstatus
Als er een fout optreedt tijdens het gebruik, kunt u de fout controleren vanuit de Printerstatus.
Printerstatus wordt automatisch geïnstalleerd tijdens de installatie van de apparaatsoftware.
U kunt Printerstatusook handmatig opstarten. Ga naar de Voorkeursinstellingen voor
afdrukken, klik op het tabblad behalve voor het HP-tabblad > knop Printerstatus. De optie
Favorieten, die u terugvindt op elk tabblad voorkeuren behalve voor het HP-tabblad.
Deze pictogrammen verschijnen op de Windows-taakbalk:
Pictogr
am
betekent Omschrijving
Normaal
Het apparaat staat klaar voor gebruik en er zijn geen fouten
of waarschuwingen.
Waarschuwing
Het apparaat is in een toestand waarin er in de toekomst
een fout kan optreden. Dit is bijvoorbeeld als het niveau van
de toner laag is, wat kan leiden tot de toner-leegstatus.
Fout Er is minstens één fout in het apparaat.
Printerstatus-programma's gebruiken | 63
1
Apparaatinformatie
In deze omgeving kunt u de apparaatstatus, de modelnaam van
de huidige printer en de naam van de verbonden poort zien.
2
Gebruikershandleidi
ng
Gebruikershandleiding is uitgeschakeld. U kunt de
gebruikershandleiding downloaden
op
www.hp.com/support/laser100.
3
informatie over
benodigdheden
U kunt het percentage resterende toner in de cassette(s)
weergeven. Het apparaat en het aantal tonercassette(s) in het
bovenstaande venster kunnen verschillen afhankelijk van de
gebruikte printer. Niet alle apparaten beschikken over deze
functie.
4
Optie
U kunt instellingen voor waarschuwingen gerelateerd aan
afdruktaken opgeven.
5
Bestellen
Verbruiksartikelen
U kunt online reservetonercassette(s) bestellen.
6
Afdrukken annuleren
of
Sluiten
Afdrukken annuleren: Als er een afdruktaak in de
afdrukwachtrij of printer staat, annuleert u alle printtaken van
de gebruiker die in de afdrukwachtrij of printer staan.
Sluiten: Afhankelijk van de status van het apparaat of de
ondersteunde functies kan de knop Sluiten mogelijk
verschijnen om het statusscherm te sluiten.
7
Informatie
toner/papier
Dit knoppengebied voor informatie over toner en papier zijn
afhankelijk van het apparaat beschikbaar.
Onderhoud
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u verbruiksartikelen, accessoires en onderdelen voor het
onderhoud van uw apparaat kunt aankopen.
• Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 65
• Beschikbare verbruiksartikelen 66
• Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 67
• De tonercassette bewaren 68
• Toner herverdelen 70
• De tonercassette vervangen 71
• Het apparaat reinigen 72
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen | 65
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen
De verkrijgbare accessoires kunnen verschillen van land tot land. Neem contact op met
uw verkoper voor de lijst met beschikbare verbruiksartikelen en onderdelen.
Om door HP geautoriseerde verbruiksartikelen, accessoires en onderdelen voor onderhoud te
bestellen, neemt u contact op met uw lokale HP-dealer of de winkel waar u het apparaat heeft
gekocht. U kunt ook een bezoek brengen aan
https://store.hp.com/, en selecteert vervolgens uw
land/regio voor het verkrijgen van de contactgegevens vor service.
Beschikbare verbruiksartikelen | 66
Beschikbare verbruiksartikelen
Als de verbruiksartikelen het einde van hun gebruiksduur naderen, kunt u de volgende
verbruiksartikelen voor uw apparaat bestellen:
De levensduur van de tonercassette kan variëren afhankelijk van de opties, het
percentage afbeeldingen en de taakmodus.
HP raadt het gebruik van een niet originele HP-tonercassettes, zoals opnieuw gevuld of
gereviseerd, af. HP kan de kwaliteit van een niet-originele HP-tonercassette niet
garanderen. Service of reparaties die nodig zijn als gevolg van het gebruik van
niet-originele HP- tonercassettes zijn niet gedekt onder de garantie van het apparaat.
Item Productnaam
Cassette
nummer
Product
nummer
Regio
a
a.Als u nieuwe tonercassettes of verbruiksartikelen aanschaft, doet u dit best in het land waar u het
apparaat hebt gekocht. Nieuwe tonercassettes of andere verbruiksartikelen zijn mogelijk niet compatibel
met het apparaat omdat de configuratie van tonercassettes en andere verbruiksartikelen per land kunnen
verschillen.
Tonercas
sette
Originle zwarte HP 105A
lasertonercassette
105A W1105A
Alleen voor gebruik in
Latijns-Amerika.
Originele zwarte HP 106A
lasertonercassette
106A W1106A
Alleen voor gebruik in Europa,
Rusland, het GOS, het
Midden-Oosten en Afrika
Originele zwarte HP 107A
lasertonercassette
107A W1107A
Alleen voor gebruik in
Azië-Pacific met uitzondering
van China en India
Originle zwarte HP 110A
lasertonercassette
110A
W1110A Alleen voor gebruik in China
W1112A Alleen voor gebruik in India
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud | 67
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud
U dient de onderhoudsgevoelige onderdelen regelmatig te vervangen om de machine in goede
conditie te houden, en problemen met de afdrukkwaliteit en aanvoerstoringen als gevolg van
versleten onderdelen te voorkomen. Onderhoudsgevoelige onderdelen zijn voornamelijk rollen,
riemen en rubbermatten. De vervangingsperiode en betreffende onderdelen kunnen per model
verschillen. Laat onderhoudsonderdelen alleen vervangen door een erkende
servicemedewerker, de leverancier of personeel van de winkel waar u het apparaat hebt gekocht.
Neem contact op met de oorspronkelijke leverancier van de machine voor aankoop van
onderhoudsonderdelen. De vervangingsperiode voor de onderdelen voor het onderhoud worden
bepaald door het "HP Printerstatus"-programma. Het kan ook op de gebruikersinterface worden
aangegeven als uw apparaat een weergavescherm heeft. De vervangingsperiode kan afhangen
van het gebruikte besturingssysteem, rekenprestaties, toepassingssoftware,
verbindingsmethode, papiertype, papierformaat, en complexiteit van de taak.
De tonercassette bewaren | 68
De tonercassette bewaren
Tonercassettes bevatten componenten die gevoelig zijn voor licht, temperatuur en vochtigheid.
HP raadt gebruikt aan deze aanbevelingen op te volgen om te zorgen voor optimale prestaties,
de hoogste kwaliteit en de langste levensduur van uw nieuwe HP-tonercassette.
Bewaar deze cassette op de plaats waar de printer wordt gebruikt. Idealiter in een omgeving met
gecontroleerde temperatuur en vochtigheid. Haal de tonercassette pas uit haar originele,
ongeopende verpakking op het moment dat u de cassette gaat installeren. Als de originele
verpakking ontbreekt, moet u de bovenste opening van de cassette bedekken met papier en
moet u de cassette in een donkere kast bewaren.
Door de verpakking van de cassette te openen voor u de cassette in gebruik neemt, zal de
levensduur en bewaartijd van de cassette aanzienlijk verkorten. Bewaar tonercassetten niet op
de grond. Volg de onderstaande procedures om een tonercassette die u uit de printer hebt
verwijderd, te bewaren.
• Bewaar de cassette in de beschermhoes van de originele verpakking.
• Bewaar de tonercassette liggend (niet staand) met dezelfde kant boven als bij de installatie.
• Bewaar geen verbruiksartikelen onder de volgende omstandigheden:
- Temperaturen boven 40°C (104°F).
- Luchtvochtigheid van minder dan 20% of meer dan 80%
- In een omgeving met extreme temperatuur- of vochtigheidsschommelingen.
- In direct zon- of kunstlicht.
- Op stoffige plaatsen.
- In een auto gedurende een lange periode.
- In een omgeving met corrosieve dampen.
- In een omgeving met zilte lucht.
Behandelingsinstructies
• Raak het oppervlak van de fotogeleidende drum in de cassette niet aan.
• Stel de cassette niet bloot aan onnodige trillingen of schokken.
Roteer de drum niet handmatig, vooral in de tegengestelde richting. Dit kan interne schade en
een tonerlek veroorzaken.
Gebruik tonercassette
HP beveelt het gebruik van niet-merk HP-tonercassettes in uw printer niet aan, met inbegrip van
generieke, winkelmerken, bijgevulde of gereviseerde tonercassettes.
HP's printergarantie dekt geen schade aan het apparaat veroorzaakt door het gebruik van
een hervulde, gereviseerde, of niet-merk HP-tonercassettes.
De tonercassette bewaren | 69
Geschatte levensduur van tonercassette
De geschatte levensduur van een cassette (of de beeldeenheid) is afhankelijk van de hoeveelheid
toner die afdruktaken vereisen. De eigenlijke capaciteit kan variëren afhankelijk van de
afdrukdichtheid van de pagina’s waarop u afdrukt, de omgeving, percentage afbeeldingen, de tijd
tussen de afdruktaken, het type media en het mediaformaat. Als u bijvoorbeeld veel
afbeeldingen afdrukt, wordt er meer toner verbruikt en moet de cassette waarschijnlijk vaker
worden vervangen.
Toner herverdelen | 70
Toner herverdelen
U kunt tijdelijk de afdrukkwaliteit verbeteren door de resterende toner in de cassette te
herverdelen. Soms blijven die witte strepen of lichtere gebieden voorkomen, ook nadat de toner
opnieuw is verdeeld.
Voordat u de bovenklep opent, moet u eerst de uitvoersteun sluiten.
• Om schade aan de tonercassette te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze niet
langer dan enkele minuten wordt blootgesteld aan licht. Dek de cassette zo nodig af
met een stuk papier.
• Raak het groene gedeelte van de tonercassette niet aan. Neem de cassette vast bij de
handgreep om te vermijden dat u de onderkant aanraakt.
• Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en
was de kleding in koud water. Door warm water hecht de toner zich aan de stof.
3
1
2
De tonercassette vervangen | 71
De tonercassette vervangen
Wanneer de tonercartridge moet worden vervangen, controleert u het type van de
tonercartridge voor uw machine (zie "Beschikbare verbruiksartikelen" op pagina 66).
• Voordat u de bovenklep opent, moet u eerst de uitvoersteun sluiten.
• Schud de tonercassette grondig. Dit verhoogt de afdrukkwaliteit in het begin.
• Om schade aan de tonercassette te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze niet
langer dan enkele minuten wordt blootgesteld aan licht. Dek de cassette zo nodig af
met een stuk papier.
• Raak het groene gedeelte van de tonercassette niet aan. Neem de cassette vast bij de
handgreep om te vermijden dat u de onderkant aanraakt.
Gebruik geen scherpe voorwerpen, zoals een mes of een schaar, om de verpakking van
de tonercassette te openen. Scherpe voorwerpen veroorzaken mogelijk krassen op het
oppervlak van de cassette.
• Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en
was de kleding in koud water. Door warm water hecht de toner zich aan de stof.
1
2
Het apparaat reinigen | 72
Het apparaat reinigen
Als er zich problemen voordoen met de afdrukkwaliteit of als u uw apparaat in een stofrijke
omgeving gebruikt, moet u uw apparaat regelmatig schoonmaken om de beste afdrukkwaliteit
te blijven garanderen en de gebruiksduur van uw apparaat te verlengen.
• Als u de behuizing van het apparaat reinigt met reinigingsmiddelen die veel alcohol,
oplosmiddelen of andere agressieve substanties bevatten, kan de behuizing verkleuren
of vervormen.
• Als er toner in het apparaat of in de directe omgeving ervan is terecht gekomen, raden
wij u aan om de toner te verwijderen met een zachte, met water bevochtigde doek of
tissue. Als u een stofzuiger gebruikt, wordt de toner in de lucht geblazen. Dit kan
schadelijk voor u zijn.
• Tijdens het afdrukken kunnen zich in het apparaat papierresten, toner en stof
verzamelen. Dit kan op een gegeven moment problemen met de afdrukkwaliteit
veroorzaken, zoals tonervlekken of vegen. Deze problemen kunnen worden
gereduceerd en verholpen door de binnenkant van het apparaat te reinigen.
De buitenkant of het schermpje reinigen
Maak het apparaat aan de buitenkant en het schermpje van het display schoon met een zachte,
pluisvrije doek. U kunt de doek enigszins bevochtigen met water, maar let erop dat er geen water
op of in het apparaat terechtkomt.
De binnenkant reinigen
Tijdens het afdrukken kunnen zich in het apparaat papierresten, toner en stof verzamelen. Dit kan
op een gegeven moment problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken, zoals tonervlekken of
vegen. Deze problemen kunnen worden gereduceerd en verholpen door de binnenkant van het
apparaat te reinigen.
• Gebruik een niet-pluizende doek om het apparaat te reinigen.
• Als uw apparaat een aan/uit-schakelaar heeft, zet u de aan/uit-schakelaar uit voordat
u het apparaat reinigt.
• Voordat u de bovenklep opent, moet u eerst de uitvoersteun sluiten.
Het apparaat reinigen | 73
Het apparaat reinigen | 74
Reinigen van de opneemrol
• Gebruik een niet-pluizende doek om het apparaat te reinigen.
• Als uw apparaat een aan/uit-schakelaar heeft, zet u de aan/uit-schakelaar uit voordat
u het apparaat reinigt.
2
2
1
2
2
1
2
Problemen oplossen
In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt.
• Tips om papierstoringen te voorkomen 76
• Papierstoringen verhelpen 77
• Informatie over de LED's 79
Een bericht "Low Toner" of "Very Low Toner" wordt
weergegeven in het rapport informatie over benodigheden.81
• Problemen met papierinvoer 82
• Problemen met de voeding en het netsnoer 83
• Andere problemen oplossen 84
• Oplossen van problemen met het draadloze netwerk 95
Dit hoofdstuk biedt nuttige informatie voor als u een foutmelding opmerkt. Als uw apparaat beschikt
over een displayscherm, controleert u eerst het bericht op het displayscherm om te fout op te lossen.
Tips om papierstoringen te voorkomen | 76
Tips om papierstoringen te voorkomen
U kunt de meeste papierstoringen voorkomen door het juiste type afdrukmedia te gebruiken. Zie
de volgende tips om storingen met vastzittend papier te voorkomen:
• Zorg ervoor dat de verstelbare geleiders correct zijn ingesteld (zie "Lade overzicht" op pagina
26).
• Plaats niet te veel papier in de lade. Zorg dat de papierstapel niet boven de
maximummarkering aan de binnenzijde van de lade uitkomt.
• Verwijder geen papier uit de papierlade tijdens het afdrukken.
Buig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voordat u het in de lade plaatst.
• Gebruik geen gekreukt, vochtig of sterk gekruld papier.
• Plaats geen verschillende soorten papier in een lade.
• Gebruik alleen aanbevolen afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina
100).
Papierstoringen verhelpen | 77
Papierstoringen verhelpen
Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam naar buiten om te voorkomen dat
het scheurt.
In de papierlade
Binnenin het apparaat
• Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het
apparaat verwijdert.
• Voordat u de bovenklep opent, moet u eerst de uitvoersteun sluiten.
1
1
2
1
1
Papierstoringen verhelpen | 78
Ga naar de volgende stap als u geen papier ziet in dit gebied:
1
2
1
2
1
2
Informatie over de LED's | 79
Informatie over de LED's
De kleur van de LED geeft het huidige gedrag van het apparaat aan.
• Afhankelijk van het model of land zijn enkele LED´s mogelijk niet beschikbaar.
• U kunt de storing oplossen met de richtlijn uit het programmavenster Printerstatus
• Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich
blijft voordoen.
Meldings-LED
Toner-LED/ Draadloze LED/ Aan/Uit-LED
Status Omschrijving
(Meldings-
LED)
Uit Het apparaat is offline of in normale status.
Oranje
Aan
Het apparaat is gestopt als gevolg van een ernstige
fout.
Knippert
Het apparaat heeft gebruikers aandacht nodig:
• Er is een papierstoring opgetreden (zie
"Papierstoringen verhelpen" op pagina 77).
• De klep is geopend. Sluit de klep.
• De papierlade is leeg tijdens het ontvangen of
afdrukken van gegevens. Plaats papier in de lade
("Papier in de lade plaatsen" op pagina 27).
Status Omschrijving
(Toner-LE
D)
Oranje
Uit Alle tonercassettes hebben een normale capaciteit.
Op
a
De tonercassette heeft de geschatte levensduur
b
Het
verdient aanbeveling de tonercassette te vervangen (zie
"De tonercassette vervangen" op pagina 71).
Knippert
• De tonercassette is niet geïnstalleerd of de verkeerde
tonercassette is geïnstalleerd.
• De tonercassette is bijna leeg. De tonercassette heeft
de geschatte levensduur bijna bereikt. Bereid een
nieuwe cassette voor ter vervanging van de oude. U
kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de
toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op
pagina 70).
Informatie over de LED's | 80
(Draadloze
LED)
c
Blauw
Uit
De verbinding tussen het apparaat en het draadloze
netwerk is verbroken.
Aan
Het apparaat maakt verbinding met een draadloos
netwerk (zie "Draadloos netwerk instellen" op pagina 37).
Knippert
Het apparaat maakt verbinding met een draadloos
netwerk.
(Aan/Uit-L
ED)
Wit
Uit Het apparaat is uitgeschakeld.
Aan De voeding van het apparaat is ingeschakeld.
Knippert
• Wanneer het apparaat in de energiebesparingsmodus
staat knipper de Aan/Uit-LED langzaam.
• Wanneer het apparaat gegevens afdrukt knippert de
Aan/Uit-LED.
• Het configuratieblad apparaatafdrukken en
configuratieblad netwerk.
- Druk op en houd de knop
(Hervatten/Annuleren) ongeveer 10 seconden
ingedrukt totdat de Aan/Uit-LED langzaam knippert
en laat de knop los.
• Het apparaat drukt het
informatierapport/storingenrapport af.
- Druk op en houd de knopd
(Hervatten/Annuleren) ongeveer 15 seconden
ingedrukt totdat de Aan/Uit-LED snel knippert en
laat de knop los.
a.De toner-LED knippert ongveveer 10 seconden en vervolgens gaat de toner-LED branden.
b.bijna bereikt.
Geschatte levensduur van de cartridge betekent de verwachte of geschatte gebruiksduur van de
tonercartridge, die de gemiddelde capaciteit van afdrukken aangeeft en is ontworpen overeenkomstig
ISO/IEC 19752. Het aantal pagina's kan worden beïnvloed door de werkomgeving, het afdrukinterval,
afbeeldingen, mediatype en media grootte. Er kan wat toner achterblijven in de cassette, ook als de rode
LED brandt en de printer stopt met afdrukken.
c.Alleen voor draadloos model (zie "Functies per model" op pagina 7).
Status Omschrijving
Een bericht "Low Toner" of "Very Low Toner" wordt weergegeven in het rapport informatie over benodigheden.
Een bericht "Low Toner" of "Very Low Toner"
wordt weergegeven in het rapport informatie
over benodigheden.
Low Toner: De printer geeft aan wanneer een tonercartridge bijna leeg is. Werkelijke resterende
levensduur van en cartridge kan variëren. Overweeg een vervangend exemplaat te plaatsen als
de afdrukkwaliteit niet meer aanvaardbaar is. De cartridge hoeft niet nu vervangen te worden.
Very Low Toner: De printer geeft aan wanneer een tonercartridge zeer laag is. Werkelijke
resterende levensduur van en cartridge kan variëren. Overweeg een vervangend exemplaat te
plaatsen als de afdrukkwaliteit niet meer aanvaardbaar is. De cartridge hoeft niet te worden
vervangen nu, tenzij de afdrukkwaliteit niet meer aanvaardbaar is.
Zodra een HP tonercassette Very Low Toner heeft bereikt, is de HP’s Premium Protection
garantie op die tonercassette beëindigd.
Naar het rapport informatie over benodigdheden:
Houd deze > (Hervatten / Annuleer) knop ongeveer 15 seconden ingedrukt totdat het
Aan/Uit- LED snel knippert en laat los. Het apparaat begint met afdrukken.
Problemen met papierinvoer | 82
Problemen met papierinvoer
Toestand Voorgestelde oplossing
Het papier loopt vast tijdens
het afdrukken.
Verwijder het vastgelopen papier.
Papier kleeft aan elkaar.
• Controleer de maximale papiercapaciteit van de lade.
• Zorg dat u een geschikte papiersoort gebruikt.
• Haal het papier uit de lade en buig het of waaier het uit.
In vochtige omstandigheden kunnen bepaalde papiersoorten aan elkaar
blijven kleven.
Invoerprobleem met een
aantal vellen tegelijk.
Er kan niet meer dan één papiersoort tegelijk in de lade worden geplaatst.
Plaats alleen papier van hetzelfde soort en hetzelfde formaat en gewicht.
Afdrukpapier wordt niet
ingevoerd.
• Verwijder vastgelopen papier in het apparaat.
• Het papier werd niet goed in de lade gelegd. Verwijder het papier en
plaats het op de juiste manier in de lade.
• Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier.
• Het papier is te dik. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de
specificaties van het apparaat.
Het papier blijft vastlopen.
Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier. Als u op
speciaal materiaal wilt afdrukken, moet u deze handmatig invoeren in
de lade.
U gebruikt een verkeerde papiersoort. Gebruik alleen papier dat voldoet
aan de specificaties van het apparaat.
• Misschien zitten er materiaalresten in het apparaat. Open de voorklep
en verwijder de resten.
Enveloppen trekken scheef of
worden niet goed ingevoerd.
Zorg dat de papiergeleiders aan beide kanten van de envelop goed zijn
ingesteld (ze moeten de envelop net raken).
Problemen met de voeding en het netsnoer | 83
Problemen met de voeding en het netsnoer
Voeding en netsnoer
Toestand Voorgestelde oplossing
Het apparaat krijgt geen
stroom,
of de verbindingskabel
tussen de computer en
het apparaat is niet
goed aangesloten.
• Sluit de machine eerst aan op het stopcontact en druk op de
knop (aan/uit) op het bedieningspaneel.
• Maak de kabel van het apparaat los en sluit deze opnieuw aan.
Andere problemen oplossen | 84
Andere problemen oplossen
Afdrukproblemen
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Het apparaat
drukt niet af.
Het apparaat krijgt geen
stroom.
Controleer of het netsnoer is aangesloten.
Controleer de aan/uit-schakelaar en het
stopcontact.
Het apparaat is niet als
standaardprinter
geselecteerd.
Selecteer uw printer als standaardprinter in
Windows.
Controleer het volgende:
• De bovenklep is niet gesloten. Sluit de bovenklep.
• Er is een papierstoring opgetreden. Verwijder het vastgelopen papier (zie
"Papierstoringen verhelpen" op pagina 77).
• De papierlade is leeg. Plaats papier (zie "Papier in de lade plaatsen" op
pagina 27).
• Er is geen tonercassette geplaatst. Vervang de tonercassette (zie "De
tonercassette vervangen" op pagina 71).
Zorg dat het beschermingsmateriaal is verwijderd van de tonercassette (zie
"De tonercassette vervangen" op pagina 71).
Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als er een
systeemfout optreedt.
De verbindingskabel tussen
de computer en het apparaat
is niet goed aangesloten.
Maak de kabel van het apparaat los en sluit
hem opnieuw aan (zie "Achterkant" op pagina
19).
De verbindingskabel tussen
de computer en het apparaat
is mogelijk defect.
Sluit de kabel indien mogelijk aan op een
andere computer die naar behoren werkt en
druk een document af. U kunt ook proberen
om een andere kabel voor uw apparaat te
gebruiken.
De poortinstelling is niet juist.
Controleer de printerinstellingen in Windows
om vast te stellen of de afdruktaak naar de
juiste poort wordt gestuurd. Als uw
computer meerdere poorten heeft,
controleert u of het apparaat op de juiste
poort is aangesloten.
Het apparaat is mogelijk niet
goed geconfigureerd.
Controleer de Voorkeursinstellingen voor
afdrukken om na te gaan of alle
afdrukinstellingen correct zijn.
Andere problemen oplossen | 85
Het apparaat
drukt niet af.
Mogelijk is het
printerstuurprogramma niet
goed geïnstalleerd.
Deïnstalleer het stuurprogramma van uw
printer en installeer het programma
opnieuw.
Het apparaat werkt niet goed.
Kijk of het display van het bedieningspaneel
een systeemfout aangeeft. Neem contact op
met een medewerker van de klantenservice.
Het document is zo groot dat
er niet voldoende ruimte op
de harde schijf van de
computer is om toegang te
krijgen tot de afdruktaak.
Maak extra ruimte op de harde schijf vrij en
druk het document opnieuw af.
De uitvoerlade is vol.
Wanneer het papier uit de uitvoerlade is
verwijderd, gaat het apparaat door met
afdrukken.
Het apparaat
haalt papier
uit de
verkeerde
invoer.
De papieroptie die in
Voorkeursinstellingen voor
afdrukken is geselecteerd is
mogelijk onjuist.
In veel softwaretoepassingen kunt u de
papierbron instellen op het tabblad Papier in
Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina
50). Selecteer de juiste papierbron.
Raadpleeg Help bij het
printerstuurprogramma (zie "Help
gebruiken" op pagina 52).
Een
afdruktaak
wordt uiterst
langzaam
afgedrukt.
Mogelijk is de afdruktaak zeer
complex.
Maak de pagina minder complex of wijzig de
instellingen voor de afdrukkwaliteit.
De helft van
de pagina is
blanco.
Mogelijk is de afdrukstand
verkeerd ingesteld.
Wijzig de afdrukstand in het desbetreffende
programma (zie "Voorkeursinstellingen
openen" op pagina 50). Raadpleeg Help bij
het printerstuurprogramma (zie "Help
gebruiken" op pagina 52).
Het ingestelde papierformaat
stemt niet overeen met het
formaat van het papier in de
lade.
Controleer of het papierformaat dat is
ingesteld in het printerstuurprogramma
overeenstemt met het papier in de
papierlade. Controleer of het papierformaat
dat is ingesteld in het
printerstuurprogramma overeenstemt met
het papier dat is geselecteerd in het
programma dat u gebruikt (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina
50).
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 86
Het apparaat
drukt wel af,
maar de tekst
is niet
correct,
vervormd of
niet volledig.
De kabel van het apparaat zit
los of is defect.
Maak de kabel van het apparaat los en sluit
hem opnieuw aan. Druk een document af dat
u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken.
Sluit de kabel en het apparaat indien
mogelijk aan op een andere computer en
druk een document af dat u eerder wel
correct hebt kunnen afdrukken. Als dit alles
niet helpt, probeert u een nieuwe
printerkabel.
Het verkeerde
printControleer de
papiersoort en de kwaliteit
van het
papier.erstuurprogramma is
geselecteerd.
Controleer in het afdrukmenu van de
toepassing of u de juiste printer hebt
geselecteerd.
De softwaretoepassing werkt
niet naar behoren.
Probeer een document af te drukken vanuit
een andere toepassing.
Het besturingssysteem werkt
niet naar behoren.
Sluit Windows af en start de computer
opnieuw op. Schakel het apparaat uit en
weer in.
Er worden
blanco
pagina’s
afgedrukt.
De tonercassette is leeg of
beschadigd.
Herverdeel indien nodig het tonerpoeder.
Vervang indien nodig de tonercassette.
• Zie "Toner herverdelen" op pagina 70.
• Zie "De tonercassette vervangen" op
pagina 71.
Mogelijk bevat het bestand
blanco pagina’s.
Controleer of het bestand blanco pagina’s
bevat.
Mogelijk is een onderdeel van
het apparaat defect
(bijvoorbeeld de controller of
het moederbord).
Neem contact op met een medewerker van
de klantenservice.
Het apparaat
drukt het
PDF-bestand
niet juist af.
Sommige
delen van
afbeeldingen
, tekst of
illustraties
ontbreken.
Incompatibiliteit tussen het
PDF-bestand en de
Acrobat-producten.
Het bestand kan worden afgedrukt door het
PDF-bestand af te drukken als een
afbeelding. Schakel Afdrukken als
afbeelding uit de afdrukopties van Acrobat
in.
Een PDF-bestand als afbeelding
afdrukken neemt meer tijd in beslag.
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 87
De
afdrukkwalit
eit van foto’s
is niet goed.
De
afbeeldingen
zijn niet
duidelijk.
De resolutie van de foto is
zeer laag.
Verklein de afmetingen van de foto. Als u de
afmetingen van de foto in het programma
vergroot, wordt de resolutie verlaagd.
Er komt voor
het
afdrukken ter
hoogte van
de
uitvoerlade
stoom uit het
apparaat.
Het gebruik van nat of vochtig
papier kan damp veroorzaken
tijdens het afdrukken.
Dit is geen probleem. U kunt gewoon
doorgaan met afdrukken. Als u last hebt van
de damp, kunt u het papier vervangen door
nieuw papier uit een ongeopend pak.
Het apparaat
drukt geen
speciaal
papier zoals
rekeningpapi
er af.
Het papierformaat en de
papierformaatinstelling
komen niet overeen.
Stel het juist papierformaat in bij Aangepast
op het tabblad Papier in
Voorkeursinstellingen voor afdrukken
(zie"Voorkeursinstellingen openen" op
pagina 50).
Het
afgedrukte
papier krult
op.
De instelling voor de
papiersoort klopt niet.
Wijzig de instelling van de printer en probeer
het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen
voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en
stel het type in op Zwaar 90-120 g (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina
50).
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 88
Problemen met de afdrukkwaliteit
Vuil aan de binnenkant van het apparaat of verkeerd geplaatst papier kan leiden tot een
verminderde afdrukkwaliteit. Raadpleeg de onderstaande tabel om het probleem te verhelpen.
Toestand Voorgestelde oplossing
Lichte of vage
afdrukken
Als u een verticale witte strook of vaag gedeelte op de afdruk ziet, is
de toner bijna op. Plaats een nieuwe tonercassette (zie "De
tonercassette vervangen" op pagina 71).
• Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. Het
papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn.
Als de hele pagina te licht is, is de afdrukresolutie te laag ingesteld of
is de tonerbespaarstand ingeschakeld. Wijzig de afdrukresolutie en
schakel de energiebesparende modus uit. Raadpleeg de Help bij het
printerstuurprogramma.
• Een combinatie van vage plekken en vegen kan erop wijzen dat de
tonercassette moet worden gereinigd. Reinig de binnenkant van het
apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 72).
• Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn.
Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen"
op pagina 72). Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost,
neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice.
De bovenste helft
van het papier is
lichter bedrukt dan
de rest van het
papier.
De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype.
• Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar
Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en
stel het papiertype in op Kringlooppapier (zie "Voorkeursinstellingen
openen" op pagina 50).
Tonervlekken • Mogelijk voldoet het papier niet aan de specificaties. Het papier kan
bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn.
• Mogelijk is de transportrol vuil. Reinig de binnenkant van het
apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 72).
Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Neem contact
op met een medewerker van de klantenservice (zie "Het apparaat
reinigen" op pagina 72).
Andere problemen oplossen | 89
Onregelmatigheden
Als op willekeurige plaatsen vage, doorgaans ronde, plekken
verschijnen:
• Er zit mogelijk een slecht vel tussen het papier. Druk het document
opnieuw af.
• Het vochtgehalte van het papier is niet op alle plaatsen gelijk of het
papier bevat vochtplekken. Probeer papier van een ander merk.
• Een hele partij papier is niet in orde. Problemen tijdens de productie
kunnen ertoe leiden dat sommige delen toner afstoten. Probeer een
ander soort of merk papier.
• Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar
Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en
stel het papiertype in op Zwaar 90-120 g (zie "Voorkeursinstellingen
openen" op pagina 50).
Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact
op met een medewerker van de klantenservice.
Witte vlekken
Er verschijnen witte vlekken op de pagina:
• Het papier is te ruw en er valt veel papierstof op de interne
onderdelen van het apparaat, wat erop wijst dat de rol vuil kan zijn.
Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen"
op pagina 72).
• Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Reinig de
binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina
72).
Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact
op met een medewerker van de klantenservice.
Verticale strepen
Als de pagina zwarte, verticale strepen vertoont:
• Er zitten mogelijk krassen op het oppervlak (drumgedeelte) van de
tonercassette in het apparaat. Verwijder de tonercassette en plaats
een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 71).
Als de pagina witte verticale strepen vertoont:
• Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn.
Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen"
op pagina 72). Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost,
neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice.
Zwarte achtergrond
Als er in lichte gedeelten te veel toner wordt gebruikt (grijze
achtergrond):
• Gebruik papier met een lager gewicht.
• Controleer de omgevingsvoorwaarden: bijzonder droge
omstandigheden of een hoge luchtvochtigheid (meer dan 80% RV)
kunnen aanleiding geven tot een grijzere achtergrond.
• Verwijder de oude tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De
tonercassette vervangen" op pagina 71).
• Herverdeel de toner grondig (zie "Toner herverdelen" op pagina 70).
Toestand Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 90
Tonervegen • Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "De tonercassette
vervangen" op pagina 71).
• Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
• Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De
tonercassette vervangen" op pagina 71).
Verticaal
terugkerende
afwijkingen
Als de bedrukte zijde van de pagina met gelijke intervallen afwijkingen
vertoont:
• De tonercassette is mogelijk beschadigd. Als de problemen zich na
het afdrukken blijven voordoen, vervangt u de oude tonercassette
door een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 71).
• Er zit mogelijk toner op sommige onderdelen van het apparaat. Als
de afwijkingen zich op de achterkant van de pagina bevinden zal het
probleem waarschijnlijk na enkele pagina’s vanzelf verdwijnen.
• De fixeereenheid is mogelijk beschadigd. Neem contact op met een
medewerker van de klantenservice.
Schaduwvlekken
Schaduwvlekken worden veroorzaakt door kleine hoeveelheden toner
die willekeurig verspreid op de afdruk voorkomen.
• Misschien is het papier te vochtig. Probeer af te drukken op papier
van een andere partij. Maak een pak papier pas open op het moment
dat u het gaat gebruiken zodat het papier niet te veel vocht opneemt.
• Wijzig de afdruklay-out als er schaduwvlekken verschijnen op een
envelop om te voorkomen dat wordt afgedrukt op een gebied met
overlappende naden aan de rugzijde. Afdrukken op naden kan
problemen veroorzaken.
Of kies evenelopafmeting vanaf het venster Afrukvoorkeuren (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 50).
• Als het gehele oppervlak van een afgedrukte pagina wordt bedekt
met schaduwvlekken, kiest u een andere afdrukresolutie in het
softwareprogramma of in de Voorkeursinstellingen voor afdrukken
(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 50). Controleer of u
het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Zwaar
90-120 g wordt geselecteerd, maar Normaal daadwerkelijk wordt
gebruikt, kan een overbelasting optreden waardoor dit
kwaliteitsprobleem met kopiëren ontstaan.
• Als u een nieuwe tonercassette gebruikt, moet u de toner eerst
herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 70).
Toestand Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 91
Er blijven
tonerdeeltjes
hangen rond
vetgedrukte tekens
of donkere foto’s.
De toner hecht mogelijk niet goed aan dit papiertype.
• Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar
Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en
stel het papiertype in op Kringlooppapier (zie "Voorkeursinstellingen
openen" op pagina 50).
• Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld:
Als Zwaar 90-120 g wordt geselecteerd, maar Normaal
daadwerkelijk wordt gebruikt, kan een overbelasting optreden
waardoor dit kwaliteitsprobleem met kopiëren ontstaan.
Misvormde tekst • Als tekst er vervormd uitziet ("uitgehold" effect) is het papier
mogelijk te glad. Probeer een ander soort papier.
Papier schuin • Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
• Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
• Let erop dat de geleiders niet te dicht en niet te ver af staan van de
stapel papier.
Gekruld of gegolfd • Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
• Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Papier kan
krullen als de temperatuur of de vochtigheid te hoog is.
Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier
180° te draaien in de lade.
Toestand Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 92
Vouwen of kreuken • Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
• Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier
180° te draaien in de lade.
Achterkant van
afdrukken is vuil
• Mogelijk lekt een tonercassette. Reinig de binnenkant van het
apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 72).
Volledig gekleurde
of zwarte pagina’s
• Mogelijk is de tonercassette niet goed geplaatst. Verwijder de
cassette en plaats deze opnieuw.
• Mogelijk is de tonercassette defect. Verwijder de tonercassette en
plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 71).
• Het apparaat moet mogelijk worden gerepareerd. Neem contact op
met een medewerker van de klantenservice.
Losse toner • Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen"
op pagina 72).
• Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
• Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De
tonercassette vervangen" op pagina 71).
Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat mogelijk worden
hersteld. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.
Toestand Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 93
Openingen in
tekens
Letters worden onvolledig afgedrukt omdat er witte plekken
verschijnen op plaatsen die zwart zouden moeten zijn:
• Misschien drukt u af op de verkeerde kant van het papier. Verwijder
het papier en draai het om.
• Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties.
Horizontale strepen
Controleer bij horizontale zwarte strepen of vegen het volgende:
• De tonercassette is mogelijk verkeerd geplaatst. Verwijder de
cassette en plaats deze opnieuw.
• Mogelijk is de tonercassette defect. Verwijder de tonercassette en
plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 71).
Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat waarschijnlijk
worden hersteld. Neem contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Krullen
Als het afgedrukte papier opkrult of als het papier niet wordt
ingevoerd, doet u het volgende:
Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier
180° te draaien in de lade.
• Wijzig de papierinstelling op de printer en probeer het opnieuw. Ga
naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad
Papier en stel het type in op Licht 60-69 g (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 50).
Op enkele vellen
verschijnt
herhaaldelijk een
onbekende
afbeelding.
Losse toner
Vage afdruk of
vervuiling
Uw apparaat wordt mogelijk gebruikt op een hoogte van 1.000 m of
hoger. Een dergelijke hoogte kan de afdrukkwaliteit beïnvloeden (bijv.
losse toner of een vage afdruk). Stel uw apparaat in op de juiste hoogte
(zie "Aanpassing aan luchtdruk of hoogte" op pagina 24).
Toestand Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 94
Problemen met het besturingssysteem
Algemene Windows-problemen
Raadpleeg de gebruikershandleiding van Microsoft Windows die met uw computer is
meegeleverd voor meer informatie over foutmeldingen in Windows.
Toestand Voorgestelde oplossing
Tijdens de installatie
verschijnt het bericht
"Bestand in gebruik".
Sluit alle softwaretoepassingen af. Verwijder alle software
uit de opstartgroep en start vervolgens Windows weer op.
Installeer het printerstuurprogramma opnieuw.
Het bericht "Algemene
beschermingsfout",
"OE-uitzondering", "Spool 32"
of "Ongeldige bewerking"
verschijnt.
Sluit alle andere toepassingen af, start Windows opnieuw op
en probeer opnieuw af te drukken.
De berichten "Kan niet
afdrukken" of "Er is een
time-outfout in de printer
opgetreden" verschijnen.
Deze meldingen kunnen tijdens het afdrukken verschijnen.
Wacht gewoon even tot het apparaat klaar is met afdrukken.
Als het bericht verschijnt als de printer klaar staat voor
gebruik of nadat de afdruk is voltooid, controleert u de
aansluiting en gaat u na of er een fout is opgetreden.
Apparaatgegevens worden
niet weergegeven wanneer u
op het apparaat in Apparaten
en printers klikt.
Schakel het selectievakje Eigenschappen van printer in. Klik
op de tab Poorten.
(Configuratiescherm > Apparaten en printers > Klik met de
rechtermuisknop op het pictogram van uw printer en
selecteer Eigenschappen van printer)
Als de poort is ingesteld op Bestand of LPT, verwijdert u de
selectiemarkering en selecteert u TCP/IP, USB of WSD.
Oplossen van problemen met het draadloze netwerk | 95
Oplossen van problemen met het draadloze
netwerk
Gebruik de informatie voor het oplossen van problemen om problemen op te lossen.
Om te bepalen of afdrukken via Wi-Fi Direct is ingeschakeld op de printer, drukt u een
pagina af met de configuratie van het bedieningspaneel van de printer.
Cheklist draadloze connectiviteit
• Controleer of de printer en de draadloze router zijn ingeschakeld en van stroom zijn voorzien.
Zorg er ook voor dat de draadloze radio in de printer is ingeschakeld.
Controleer of de SSID (service set identifier) correct is. Druk een configuratiepagina af de SSID
te bepalen (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 34).
• Met een beveiligd netwerk, controleert u of de beveiliging van informatie correct is. Als de
beveiliging van de informatie is onjuist, voer de draadloze installatie nogmaals uit.
Als het draadloze netwerk correct werkt, probeert toegang te krijgen tot andere computers op
het draadloze netwerk. Als het netwerk een internetverbinding heeft, probeert u verbinding te
maken met internet via een draadloze verbinding.
Controleer of de versleuteling (AES of TKIP) hetzelfde is voor de printer als voor het draadloze
toegangspunt (op netwerken met WPA-beveiliging).
• Controleer of de printer zich binnen het bereik bevindt van het draadloze netwerk. Voor de
meeste netwerken moeten de printer zich binnen 30 m (100 ft) van het draadloze
toegangspunt (draadloze router) bevinden.
• Controleer of obstakels het draadloze signaal niet blokkeren. Verwijder grote metalen
objecten tussen het toegangspunt en de printer. Zorg ervoor dat palen, muren of steunpilaren
met metal of beton de printe niet scheiden van het draadloze toegangspunt.
• Controleer of de printer buiten het bereik is van elektronische apparaten die kunnen
interfereren met het draadloze signaal. Veel apparaten kunnen interfereren met het draadloze
signaal waaronder motoren, draadloze telefoons, beveiligingscamera's, andere draadloze
netwerken en een aantal Bluetooth-apparaten. Controleer of het printerstuurprogramma is
geïnstalleerd op de computer.
• Controleer of u de juiste printerpoort geselecteerd heeft.
• Controleer of de computer en de printer verbinding maken met hetzelfde draadloze netwerk.
• Voor OS X, controleer of de draadloze router Bonjour ondersteunt.
De printer drukt niet af nadat de draadloze configuratie is
voltooid
1. Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en gereed is.
2. Schakel firewalls van derden op uw computer uit.
3. Zorg ervoor dat het draadloze netwerk correct werkt.
Oplossen van problemen met het draadloze netwerk | 96
4. Controleer of uw computer correct werkt. Indien nodig, start de computer opnieuw op.
5. Controleer of u de printer HP Embedded Web Server vanaf een computer op het netwerk kunt
openen.
De printer drukt niet af en op de computer is een firewall van
derden geïnstalleerd
1. Werk de firewall bij met de meest recente update van de fabrikant die beschikbaar is.
2. Als programma's toegang vragen aan de firewall wanneer u de printer installeert of wanneer
wilt afdrukken, moet u ervoor zorgen dat de programma's te draaien.
3. Schakel de firewall tijdelijk uit en installeer de draadloze printer op uw computer. Schakel de
firewall weer in wanneer de draadloze installatie is voltooid.
De draadloze verbinding werkt niet na het bewegen van de
draadloze router of printer
1. Zorg ervoor dat de router of de printer is aangesloten op hetzelfde netwerk als waarmee uw
computer een verbinding maakt.
2. Het afdrukken van een configuratiepagina.
3. Vergelijk de SSID (service set identifier) op de configuratiepagina met de SSID in de
configuratie van de printer voor de computer.
4. Als de service set identifier (SSID) niet hetzelfde is, maken de apparaten geen verbinding met
hetzelfde netwerk. Configureer de draadloze instellingen voor de printer opnieuw.
Kan niet meer computers verbindenn met de draadloze printer
1. Zorg ervoor dat de andere computers zich in het draadloze bereik bevinden en dat er geen
obstakels het signaal blokkeren. Voor de meeste netwerken is het draadloze bereik tot 30 m
(100 ft) vanaf het draadloze toegangspunt.
2. Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en gereed is.
3. Zorg ervoor dat er niet meer dan 5 gelijktijdige Wi-Fi Direct-gebruikers zijn.
4. Schakel firewalls van derden op uw computer uit.
5. Zorg ervoor dat het draadloze netwerk correct werkt.
6. Controleer of uw computer correct werkt. Indien nodig, start de computer opnieuw op.
De draadloze printer verliest communicatie wanneer deze
verbonden is met een VPN
• Meestal kunt u op hetzelfde moment geen verbinding maken met een VPN en andere
netwerken.
Oplossen van problemen met het draadloze netwerk | 97
Het netwerk niet wordt weergegeven in de lijst met draadloze
netwerken
• Zorg ervoor dat de draadloze router is ingeschakeld en van stroom is voorzien.
• Het netwerk is mogelijk verborgen. U kunt echter nog steeds verbinding maken met een
verborgen netwerk.
Het draadloze netwerk werkt niet
1. Om te controleren of het netwerk geen verbinding heeft, probeer andere apparaten aan te
sluiten op het netwerk.
2. Test netwerkcommunicatie door het pingen van het netwerk.
a. Open een commandoregel op uw computer.
• Voor Windows, klik op Start, klik op Uitvoeren, typ cmd, en druk vervolgens op Enter.
• Voor OS X, ga naar Toepassingen, Hulpprogramma's en open Terminal.
b. Typ ping gevolgd door het IP-adres van de router.
c. Als u in het venster round-trip-tijden weergeeft werkt het netwerk.
3. Zorg ervoor dat de router of de printer is aangesloten op hetzelfde netwerk als waarmee de
computer een verbinding maakt.
a. Druk een configuratiepagina af (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina
34).
b. Vergelijk de SSID (service set identifier) op het configuratierapport met het SSID in de
configuratie van de printer voor de computer.
c. Wanneer de getallen niet gelijk zijn maken de apparaten geen verbinding met hetzelfde
netwerk. Configureer de draadloze instellingen voor de printer opnieuw.
Voer een diagnostische test uit van een draadloos netwerk
U kunt vanaf het bedieningspaneel van de printer een diagnostische test uitvoeren die u
informatie geeft informatie over de instellingen voor het draadloze netwerk (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 34).
Bijlage
In dit hoofdstuk staan productspecificaties en informatie met betrekking tot toepasbare
regelgeving.
• Algemene specificaties 99
• Specificaties van de afdrukmedia 100
• Systeemvereisten 102
Algemene specificaties | 99
Algemene specificaties
De specificaties hieronder kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Zie
www.hp.com/support/laser100 voor eventuele wijzigingen in de informatie.
Items Omschrijving
Afmetingen
a
(Breedte x Lengte x Hoogte)
a.De afmetingen en het gewicht zijn gebaseerd op een apparaat zonder handset of andere accessoires.
331 x 215 x 178 mm
Gewicht
a
(Apparaat met verbruiksartikelen)
HP Laser 103a, 107a, 107w, 107r: 4,16 kg (9,17
lbs)
HP Laser 108a, 108w: 4,18 kg (9,22 lbs)
Temperatuur
Gebruik 10 tot 32 °C
Opslag (in verpakking) -20 tot 40 °C
Relatieve
luchtvochtighe
id
Gebruik 20 tot 80% RV
Opslag (in verpakking) 10 tot 90% RV
Nominaal
vermogen
b
b.Zie het typeplaatje op het apparaat voor het juiste voltage (V), de frequentie (Hertz) en de stroomsterkte
(A) voor uw apparaat.
Modellen op 110 volt AC 110 – 127 V
Modellen op 220 volt AC 220 – 240 V
Specificaties van de afdrukmedia | 100
Specificaties van de afdrukmedia
Type Formaat Afmetingen
Gewicht/capaciteit
afdrukmedia
a
Lade
Normaal papier
Letter 216 x 279 mm
70 tot 89 g/m
2
• 150 vellen van 80 g/m
2
Legal 216 x 356mm
Oficio
216x340 mm
216 x 343 mm
Oficio 8,5 x 13 216 x 330mm
A4 210 x 297 mm
B5 (JIS) 182 x 257 mm
Executive 184 x 267 mm
A5 148 x 210mm
A5 LEF 210 x 148 mm
Envelop
Envelop
Monarch
98 x 191 mm
75 tot 90 g/m
2
• 10 vel
Envelop # 10 105 x 241 mm
Envelop DL 110 x 220 mm
Envelop C5 162 x 229 mm
Zwaar 90-120 g
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
90 tot 120 g/m
2
• 50 vellen van 120 g/m
2
Licht 60-69 g
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
60 tot 69 g/m
2
• 160 vellen van 60 g/m
2
Gekleurd
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
75 tot 90 g/m
2
• 150 vellen van 80 g/m
2
Voorbedrukt
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
75 tot 90 g/m
2
• 150 vellen van 80 g/m
2
Kringlooppapier
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
60 tot 90 g/m
2
• 150 vellen van 80 g/m
2
Etiketten
b
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
120 tot 150 g/m
2
• 10 vel
Specificaties van de afdrukmedia | 101
Extra zwaar
121-163 g
Zie Normaal
papier,
4x6
Zie Normaal papier
121 tot 163 g/m
2
• 10 vellen
Bankpost
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
105 tot 120 g/m
2
• 10 vel
Minimaal formaat (aangepast) 76 x 127 mm
60 tot 163 g/m
2
Maximaal formaat (aangepast) 216 x 356mm
a.De maximumcapaciteit kan verschillen en is afhankelijk van het gewicht en de dikte van afdrukmedia en de
omgevingsomstandigheden.
b.De zachtheid van de voor dit apparaat gebruikte etiketten moet tussen 100 tot 250 (sheffield) bedragen. Deze
getallen verwijzen naar het gladheidsniveau.
Type Formaat Afmetingen
Gewicht/capaciteit
afdrukmedia
a
Lade
Systeemvereisten | 102
Systeemvereisten
Printersoftware wordt af en toe bijgewerkt vanwege de release van een nieuw
besturingssysteem en dergelijke. Download indien nodig de nieuwste versie van de
website van HP (
www.hp.com/support/laser100).
Microsoft
®
Windows
®
Windows 7, 32-bit
en 64-bit
De printerspecifieke printerdriver van
HP is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Windows 8, 32-bit
en 64-bit
De printerspecifieke printerdriver van
HP is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Windows 8,1,
32-bit en 64-bit
De printerspecifieke printerdriver van
HP V4 is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Windows 10, 32-bit
en 64-bit
De printerspecifieke printerdriver van
HP V4 is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Windows Server
2008 R2, 64-bit
Het HP PCLm.S-printerspecifieke
printerstuurprogramma kan worden
gedownload van de website voor
printerondersteuning. Download het
stuurprogramma en gebruik
vervolgens het hulpprogramma
Microsoft Printer toevoegen om het te
installeren.
Microsoft heeft
mainstream-ondersteuning
voor Windows Server 2008 in
januari 2015 stopgezet. HP blijft
ondersteuning bieden voor de
best effort voor het beëindigde
Server
2008-besturingssysteem.
Windows Server
2008 R2, SP1,
64-bit
De printerspecifieke printerdriver van
HP is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Windows Server
2012
De printerspecifieke printerdriver van
HP is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Systeemvereisten | 103
Mac OS
Rechtstreeks afdrukken via Apple AirPrint is beschikbaar voor iOS-en Mac-computers met OS X
10.7 Lion en nieuwer. Gebruik AirPrint om rechtstreeks at de drukken op de printer vanaf een
iPad, iPhone (3GS of hoger) of iPod touch (derde generatie of hoger) in de mobiele toepassingen
(Mail, foto's, Safari, iBooks, sommige toepassingen van derden)
De USB-alleen modellen zonder bedrade of Wi-Fi-netwerkfunctionaliteit ondersteunen
geen Mac OS.
• Als u AirPrint wilt gebruiken, moet de printer zijn aangesloten op hetzelfde netwerk
(sub-net als het Apple-apparaat.
• Voordat u AirPrint met een USB-aansluiting gebruikt, controleer het versienummer.
AirPrint versie 1.3 en eerdere versies ondersteunen geen USB-aansluitingen.
Windows Server
2012 R2
De printerspecifieke printerdriver van
HP is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Windows Server
2016, 64-bit
De printerspecifieke printerdriver van
HP is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Verklarende woordenlijst | 104
Verklarende woordenlijst
De onderstaande woordenlijst helpt u vertrouwd te raken met het product en de terminologie die in
deze gebruikershandleiding wordt gebruikt en verband houdt met afdrukken.
802,11
802.11 bevat een reeks standaarden voor draadloze-netwerkcommunicatie (WLAN) ontwikkeld door het IEEE
LAN/MAN-Standards Committee (IEEE 802).
802.11b/g/n
802.11b/g/n kan dezelfde hardware delen over een bandbreedte van 2.4 GHz. 802.11b ondersteunt een
bandbreedte tot maximaal 11 Mbps, 802.11n ondersteunt een bandbreedte tot 150 Mbps.
802.11b/g/n-apparaten kunnen interferentie ondervinden van magnetrons, draadloze telefoons en
Bluetooth-apparaten.
Toegangspunt
Een toegangspunt of draadloos toegangspunt (AP of WAP) is een apparaat dat
draadlozecommunicatieapparaten verbindt in een draadloos netwerk (WLAN) en dienst doet als een centrale
zender en ontvanger van WLAN-radiosignalen.
ADF
De automatische documentinvoer (ADF) is een mechanisme dat automatisch een origineel vel papier invoert
zodat het apparaat een gedeelte van het papier in één keer kan scannen.
AppleTalk
AppleTalk is een octrooirechtelijk beschermde suite van door Apple Inc ontwikkelde protocollen voor
computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de oorspronkelijke Macintosh (1984) en wordt nu door
Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken.
Bitdiepte
Een grafische computerterm die beschrijft hoeveel bits er nodig zijn om de kleur van één pixel in een
bitmapafbeelding te vertegenwoordigen. Een hogere kleurdiepte geeft een breder scala van te onderscheiden
kleuren. Naarmate het aantal bits toeneemt, wordt het aantal mogelijke kleuren te groot voor een kleurtabel.
Een 1-bits kleur wordt doorgaans monochroom of zwart-wit genoemd.
BMP
Een grafische bitmapindeling die intern wordt gebruikt door het grafische subsysteem van Microsoft Windows
(GDI) en algemeen wordt gebruikt als een eenvoudige grafische bestandsindeling op dat platform.
Verklarende woordenlijst | 105
BOOTP
Bootstrap-protocol. Een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door een netwerkclient om automatisch het
IP-adres op te halen. Dit gebeurt doorgaans in het bootstrapproces van computers of de daarop uitgevoerde
besturingssystemen. De BOOTP-servers wijzen aan iedere client een IP-adres toe uit een pool van adressen.
Met BOOTP kunnen computers met een "schijfloos werkstation" een IP-adres ophalen voordat een
geavanceerd besturingssysteem wordt geladen.
CCD
CCD (Charge Coupled Device) is hardware die de scantaak mogelijk maakt. Het
CCD-vergrendelingsmechanisme wordt ook gebruikt om de CCD-module te blokkeren en schade te voorkomen
wanneer u het apparaat verplaatst.
Sorteren
Sorteren is een proces waarbij een kopieertaak bestaande uit meerdere exemplaren in sets wordt afgedrukt.
Wanneer de optie Sorteren is ingeschakeld, wordt eerst een volledige set afgedrukt voordat de overige kopieën
worden gemaakt.
Configuratiescherm
Een bedieningspaneel is het platte, doorgaans verticale, gedeelte waarop de bedienings- of
controle-instrumenten worden weergegeven. Deze bevinden zich doorgaans aan de voorzijde van het
apparaat.
Dekkingsgraad
Dit is de afdrukterm die wordt gebruikt om het tonergebruik bij het afdrukken te meten. Een dekkingsgraad
van 5% betekent bijvoorbeeld dat een vel A4-papier 5% aan afbeeldingen of tekst bevat. Dus als het papier of
origineel ingewikkelde afbeeldingen of veel tekst bevat, is de dekkingsgraad en daarmee het tonergebruik
hoger.
CSV
Kommagescheiden waarden (CSV). CSV is een type bestandsindeling. CSV wordt gebruikt om gegevens uit te
wisselen tussen verschillende toepassingen. Deze bestandsindeling wordt in Microsoft Excel gebruikt en is min
of meer de norm geworden in de IT-sector, ook op niet-Microsoftplatformen.
DADF
De dubbelzijdige automatische documentinvoer (DADF) is een scanmechanisme waarmee een origineel
automatisch wordt ingevoerd en omgedraaid, zodat het apparaat beide zijden van het papier kan inscannen.
Standaard
De waarde of instelling die van kracht is wanneer de printer uit de verpakking wordt gehaald, opnieuw wordt
ingesteld of wordt geïnitialiseerd.
Verklarende woordenlijst | 106
DHCP
Een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) is een client/servernetwerkprotocol. Een DHCP-server stuurt
configuratieparameters naar de DHCP-clienthost die deze gegevens opvraagt om deel te kunnen uitmaken van
een IP-netwerk. DHCP biedt ook een mechanisme voor de toewijzing van IP-adressen aan clienthosts.
DIMM
De DIMM (Dual In-line Memory Module) is een kleine printplaat met geheugen. DIMM slaat alle gegevens in het
apparaat op, zoals afdrukgegevens of ontvangen faxgegevens.
DLNA
DLNA (Digital Living Network Alliance) is een standaard waarmee apparaten in een thuisnetwerk gegevens
met elkaar kunnen uitwisselen via het netwerk.
DNS
DNS (Domain Name Server) is een systeem dat domeinnaaminformatie opslaat in een gedistribueerde
database op netwerken, zoals het internet.
Matrixprinter
Een matrixprinter is een printer met een printerkop die heen en weer loopt over de pagina en afdrukt door
middel van aanslagen, waarbij een van inkt voorzien lint tegen het papier wordt geslagen, zoals bij een
typemachine.
DPI
DPI (Dots Per Inch) is een maateenheid voor resolutie die wordt gebruikt voor scannen en afdrukken. Over het
algemeen leidt een hogere DPI tot een hogere resolutie, meer zichtbare details in de afbeelding en een groter
bestandsformaat.
DRPD
Distinctieve belpatroondetectie. Distinctieve belpatroondetectie is een dienst van de telefoonmaatschappij
waarmee een gebruiker met een enkele telefoonlijn oproepen naar verschillende telefoonnummers kan
ontvangen.
Duplex
Een mechanisme dat een vel papier omdraait zodat de machine aan beide zijden van het papier kan afdrukken
(of scannen). Een printer met een duplexeenheid kan afdrukken op beide zijden van een vel papier tijdens één
printcyclus.
Afdrukvolume
Het afdrukvolume bestaat uit de hoeveelheid afgedrukte pagina’s per maand die de printerprestaties niet
beïnvloedt. Doorgaans heeft de printer een beperkte levensduur, zoals een bepaald aantal pagina’s per jaar. De
levensduur duidt de gemiddelde afdrukcapaciteit aan, meestal binnen de garantieperiode. Als het
afdrukvolume bijvoorbeeld 48 000 pagina’s per maand (20 werkdagen) bedraagt, beperkt de printer het aantal
pagina’s tot 2 400 per dag.
Verklarende woordenlijst | 107
ECM
Foutcorrectiemodus (ECM) is een optionele verzendmodus voor foutcorrectie die is opgenomen in
faxapparaten of faxmodems van Klasse 1. Hiermee worden fouten tijdens de verzending van faxen, die soms
worden veroorzaakt door ruis op de telefoonlijn, automatisch opgespoord en gecorrigeerd.
Emulatie
Emulatie is een techniek waarbij met één apparaat dezelfde resultaten worden behaald als met een ander.
Een emulator kopieert de functies van één systeem naar een ander systeem, zodat het tweede systeem zich als
het eerste gedraagt. Emulatie is gericht op de exacte reproductie van extern gedrag, in tegenstelling tot
simulatie; dit houdt verband met een abstract model van het systeem dat wordt gesimuleerd, vaak met
betrekking tot de interne staat.
Ethernet
Ethernet is een op frames gebaseerde computernetwerktechnologie voor LAN’s. Hiermee worden de
bedrading en de signalen gedefinieerd voor de fysieke laag en frameformaten en protocollen voor de
MAC/gegevenskoppelingslaag van het OSI-model. Ethernet wordt meestal gestandaardiseerd als IEEE 802.3.
Het is sedert de jaren ’90 van afgelopen eeuw de meest gebruikte LAN-technologie.
EtherTalk
Een protocolsuite die Apple Computer ontwikkelde voor computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de
oorspronkelijke Macintosh (1984) en wordt nu door Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken.
FDI
Interface extern apparaat (FDI) is een kaart die in het apparaat is geïnstalleerd zodat andere apparaten van
derden, bijvoorbeeld een muntautomaat of een kaartlezer, kunnen worden aangesloten. Met deze apparaten
kunt u laten betalen voor afdrukservices die worden uitgevoerd met uw apparaat.
FTP
Protocol voor bestandsuitwisseling (FTP) is een algemeen gebruikt protocol voor de uitwisseling van
bestanden via een willekeurig netwerk dat het TCP/IP-protocol ondersteunt (zoals internet of een intranet).
Fixeereenheid
Het onderdeel van een laserprinter dat de toner op het afdrukmateriaal fixeert. De eenheid bestaat uit een rol
die het papier verwarmt en een rol die druk uitoefent. Nadat toner op het papier is aangebracht, maakt de
fixeereenheid gebruik van hitte en druk om ervoor te zorgen dat de toner aan het papier hecht. Dat verklaart
ook waarom het papier warm is als het uit een laserprinter komt.
Gateway
Een verbinding tussen computernetwerken of tussen computernetwerken en een telefoonlijn. Gateways
worden veel gebruikt omdat het computers of netwerken zijn die toegang bieden tot andere computers of
netwerken.
Verklarende woordenlijst | 108
Grijswaarden
Grijstinten die de lichte en donkere delen van een afbeelding weergeven worden omgezet in grijswaarden;
kleuren worden door verschillende grijstinten weergegeven.
Halftoon
Een type afbeelding dat grijswaarden simuleert door het aantal punten te variëren. Kleurrijke gebieden
bestaan uit een groot aantal punten, terwijl lichtere gebieden uit een kleiner aantal punten bestaan.
HDD
De HDD (Hard Disk Drive), doorgaans een harde of vaste schijf genoemd, is een niet-vluchtig opslagapparaat
dat digitaal gecodeerde gegevens opslaat op sneldraaiende platen met een magnetisch oppervlak.
IEEE
Het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers) is een internationale professionele
non-profitorganisatie voor de bevordering van elektrische technologie.
IEEE 1284
De 1284-norm voor de parallelle poort is ontwikkeld door het IEEE (Institute of Electrical and Electronics
Engineers). De term "1284-B" verwijst naar een bepaald type connector aan het uiteinde van de parallelle kabel
die kan worden aangesloten op het randapparaat (bijvoorbeeld een printer).
Intranet
Een besloten netwerk dat gebruikmaakt van internetprotocollen, netwerkconnectiviteit en eventueel het
openbaar telecommunicatiesysteem om werknemers op een veilige manier bedrijfsgegevens te laten
uitwisselen of verrichtingen te laten uitvoeren. De term kan nu en dan ook enkel verwijzen naar de meest
zichtbare dienst, de interne website.
IP-adres
Een Internet Protocol-adres (IP-adres) is een uniek nummer dat apparaten gebruiken om elkaar te identificeren
en informatie uit te wisselen in een netwerk met behulp van de Internet Protocol-standaard.
IPM
IPM (Afbeeldingen per minuut) is een eenheid waarmee de snelheid van een printer wordt gemeten. Het
IPM-cijfer geeft het aantal vellen papier aan dat een printer binnen één minuut eenzijdig kan bedrukken.
IPP
IPP (Internet Printing Protocol) is een standaardprotocol voor zowel afdrukken als het beheren van
afdruktaken, mediaformaat, resolutie, enzovoort. IPP kan lokaal of via het internet voor honderden printers
worden gebruikt en ondersteunt tevens toegangsbeheer, verificatie en codering, waardoor het een veel
effectievere en veiligere afdrukoplossing is dan eerdere oplossingen.
Verklarende woordenlijst | 109
IPX/SPX
IPX/SPX staat voor Internet Packet Exchange/Sequenced Packet Exchange. Het is een netwerkprotocol dat
wordt gebruikt door de besturingssystemen van Novell NetWare. IPX en SPX bieden beide verbindingsservices
aan die vergelijkbaar zijn met TCP/IP, waarbij het IPX-protocol vergelijkbaar is met IP en SPX vergelijkbaar is
met TCP. IPX/SPX was in eerste instantie bedoeld voor LAN’s (lokale netwerken) en is een bijzonder efficiënt
protocol voor dit doel (doorgaans overtreffen de prestaties die van TCP/IP in een LAN).
ISO
De Internationale organisatie voor standaardisatie (ISO) is een internationale organisatie die normen vastlegt
en samengesteld is uit vertegenwoordigers van nationale standaardiseringsorganisaties. De ISO produceert
wereldwijd industriële en commerciële normen.
ITU-T
De Internationale Telecommunicatie Unie is een internationale organisatie die is opgericht voor de
standaardisering en regulering van internationale radio- en telecommunicatie. De belangrijkste taken
omvatten standaardisering, de toewijzing van het radiospectrum en de organisatie van onderlinge
verbindingen tussen verschillende landen waarmee internationale telefoongesprekken mogelijk worden
gemaakt. De -T in ITU-T duidt op telecommunicatie.
ITU-T No. 1 chart
Gestandaardiseerd testdiagram dat is gepubliceerd door ITU-T voor het verzenden van faxdocumenten.
JBIG
JBIG (Joint Bi-level Image Experts Group) is een norm voor de compressie van afbeeldingen zonder verlies van
nauwkeurigheid of kwaliteit, die ontworpen is voor de compressie van binaire afbeeldingen, in het bijzonder
voor faxen, maar ook voor andere afbeeldingen.
JPEG
JPEG (Joint Photographic Experts Group) is de meest gebruikte standaardcompressiemethode voor foto’s. Deze
indeling wordt gebruikt voor het opslaan en verzenden van foto’s over het internet.
LDAP
LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) is een netwerkprotocol voor het zoeken in en aanpassen van
directoryservices via TCP/IP.
LED
Een LED (Light-Emitting Diode) is een halfgeleider die de status van een apparaat aangeeft.
MAC-adres
Het MAC-adres (Media Access Control) is een uniek adres dat aan een netwerkadapter is gekoppeld. Het
MAC-adres is een unieke naam van 48 bits die gewoonlijk wordt genoteerd als 12 hexadecimale tekens die
telkens per twee worden gegroepeerd (bijvoorbeeld 00-00-0c-34-11-4e). Dit adres wordt doorgaans door de
fabrikant in een netwerkinterfacekaart (NIC) geprogrammeerd en gebruikt als een hulpmiddel aan de hand
waarvan routers apparaten kunnen vinden in grote netwerken.
Verklarende woordenlijst | 110
MFP
Een MFP (Multi Function Peripheral) is een kantoorapparaat dat verschillende functies in één fysieke behuizing
combineert, bijvoorbeeld een printer, kopieerapparaat, faxapparaat en scanner.
MH
MH (Modified Huffman) is een compressiemethode voor het beperken van de hoeveelheid gegevens die tussen
faxapparaten worden verzonden om een afbeelding te versturen. MH wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MH is
een op een codeboek gebaseerd lengtecoderingsschema dat geoptimaliseerd werd om op een doeltreffende
wijze witruimtes te comprimeren. Aangezien de meeste faxen voornamelijk uit witruimte bestaan, kan hiermee
de verzendtijd van de meeste faxen tot een minimum worden teruggebracht.
MMR
MMR (Modified Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.6.
Modem
Een apparaat dat een draaggolfsignaal moduleert om digitale informatie te coderen en een dergelijk signaal
demoduleert om de verzonden informatie te decoderen.
MR
MR (Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MR codeert de eerst
gescande lijn met behulp van MH. De volgende regel wordt vergeleken met de eerste, het verschil wordt
vastgesteld en vervolgens worden de verschillen gecodeerd en verzonden.
NetWare
Een netwerkbesturingssysteem dat is ontwikkeld door Novell, Inc. Aanvankelijk maakte dit systeem gebruik
van coöperatieve multi-tasking om verschillende services op een pc te kunnen uitvoeren en waren de
netwerkprotocollen gebaseerd op de klassieke Xerox XNS-stack. Tegenwoordig ondersteunt NetWare zowel
TCP/IP als IPX/SPX.
OPC
Organische fotogeleider (OPC) is een mechanisme dat een virtuele afbeelding maakt om af te drukken met
behulp van een laserstraal uit een laserprinter. Het is meestal groen of grijs en cilindervormig.
Indien een beeldeenheid een drum bevat, wordt het oppervlak van de drum op den duur aangetast door het
gebruik in de printer. De drum moet dan ook regelmatig worden vervangen, omdat deze slijt door het contact
met de ontwikkelborstel van de cassette, het reinigingsmechanisme en het papier.
Originelen
Het eerste exemplaar van bijvoorbeeld een document, foto of tekst, dat wordt gekopieerd, gereproduceerd of
omgezet om volgende exemplaren te verkrijgen, maar dat zelf niet van iets anders is gekopieerd of afgeleid.
OSI
OSI (Open Systems Interconnection) is een communicatiemodel dat is ontwikkeld door de ISO (International
Organization for Standardization). OSI biedt een standaard modulaire benadering van netwerkontwerp
waarmee de vereiste set complexe functies wordt opgesplitst in hanteerbare, op zichzelf staande, functionele
Verklarende woordenlijst | 111
lagen. De lagen zijn van boven naar onder: applicatie, presentatie, sessie, transport, netwerk,
gegevenskoppeling en fysiek.
PABX
PABX (Private Automatic Branch Exchange) is een automatisch telefoonschakelsysteem in een besloten
onderneming.
PCL
Printeropdrachttaal (PCL) is een paginabeschrijvingstaal (PDL) die ontwikkeld is door HP als printerprotocol en
inmiddels is uitgegroeid tot een norm in de branche. PCL werd aanvankelijk ontwikkeld voor de eerste
inkjetprinters en is in verschillende versies verschenen voor thermische printers, matrix- en laserprinters.
PDF
PDF (Portable Document Format) is een door Adobe Systems ontwikkelde bestandsindeling voor het
weergeven van tweedimensionale documenten in een apparaat- en resolutieonafhankelijke indeling.
PostScript
PS (PostScript) is een paginabeschrijvings- en programmeertaal die voornamelijk gebruikt wordt voor
e-publishing en desktop publishing. - die in een interpreter wordt uitgevoerd om een afbeelding te produceren.
Printerstuurprogramma
Een programma dat wordt gebruikt om opdrachten te verzenden en gegevens over te brengen van de
computer naar de printer.
Afdrukmedia
Het materiaal, zoals papier, enveloppen, etiketten en transparanten, dat in een printer, scanner, fax of
kopieerapparaat kan worden gebruikt.
PPM
Pagina’s per minuut (PPM) is een methode voor het meten van de snelheid van een printer en verwijst naar het
aantal pagina’s dat een printer in één minuut kan afdrukken.
PRN-bestand
Een interface voor een apparaatstuurprogramma waarlangs software kan communiceren met het
apparaatstuurprogramma via standaard invoer-/uitvoeraanroepen, waardoor veel taken worden
vereenvoudigd.
Protocol
Een conventie of standaard die de verbinding, communicatie en het gegevensverkeer tussen twee computers
inschakelt of controleert.
PS
Zie PostScript.
Verklarende woordenlijst | 112
PSTN
Openbaar telefoonnet (PSTN) is het netwerk van openbare circuitgeschakelde telefoonnetwerken wereldwijd
dat in een bedrijfsomgeving doorgaans via een schakelbord wordt gerouteerd.
RADIUS
RADIUS (Remote Authentication Dial In User Service) is een protocol voor gebruikersidentificatie en accounting
op afstand. RADIUS laat toe om verificatiegegevens zoals gebruikersnamen en wachtwoorden met behulp van
een AAA-concept (authentication, authorization en accounting) voor het beheer van de netwerktoegang.
Resolutie
De scherpte van een afbeelding, gemeten in dpi (punten per inch). Hoe hoger de dpi, hoe hoger de resolutie.
SMB
SMB (Server Message Block) is een netwerkprotocol dat hoofdzakelijk wordt toegepast op gedeelde
bestanden, printers, seriële poorten en diverse verbindingen tussen de knooppunten in een netwerk. Het biedt
tevens een geverifieerd communicatiemechanisme voor processen onderling.
SMTP
SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) is de standaard voor e-mailverkeer over het internet. SMTP is een relatief
eenvoudig op tekst gebaseerd protocol waarbij één of meer ontvangers van een bericht worden aangegeven,
waarna de berichttekst wordt verzonden. Het is een client-serverprotocol, waarbij de client een e-mailbericht
verzendt naar de server.
SSID
SSID (Service Set Identifier) is een benaming van een draadloos netwerk (WLAN). Alle draadloze apparaten in
een draadloos netwerk gebruiken dezelfde SSID om met elkaar te communiceren. De SSID’s zijn
hoofdlettergevoelig en kunnen tot 32 tekens lang zijn.
Subnetmasker
Het subnetmasker wordt gebruikt in samenhang met het netwerkadres om te bepalen welk deel van het adres
het netwerkadres is en welk deel het hostadres.
TCP/IP
TCP (Transmission Control Protocol) en IP (Internet Protocol): de set communicatieprotocollen die de
protocolstack implementeren waarop het internet en de meeste commerciële netwerken draaien.
TCR
Verzendrapport (TCR) geeft de details van elke verzending weer, zoals de taakstatus, het verzendresultaat en
het aantal verzonden pagina’s. Er kan worden ingesteld dat dit rapport na elke taak of alleen na een mislukte
verzending wordt afgedrukt.
Verklarende woordenlijst | 113
TIFF
TIFF (Tagged Image File Format) is een bestandsindeling voor bitmapafbeeldingen met een variabele resolutie.
TIFF beschrijft de afbeeldingsgegevens die doorgaans afkomstig zijn van de scanner. TIFF-afbeeldingen maken
gebruik van tags: trefwoorden die de kenmerken definiëren van de in het bestand opgenomen afbeelding. Deze
flexibele en platformonafhankelijke indeling kan worden gebruikt voor illustraties die met diverse
beeldverwerkingstoepassingen zijn gemaakt.
Tonercassette
Een soort fles of container die in apparaten zoals printers wordt gebruikt en die toner bevat. Toner is een
poeder dat in laserprinters en kopieerapparaten wordt gebruikt voor het vormen van tekst en afbeeldingen op
afdrukpapier. Toner wordt gefixeerd door een combinatie van hitte en druk vanuit de fixeereenheid, waardoor
het zich aan de vezels in het papier gaat hechten.
TWAIN
Een standaard voor scanners en software. Als een TWAIN-compatibele scanner wordt gebruikt met een
TWAIN-compatibel programma, kan een scan worden gestart vanuit het programma; Dit een API voor het
vastleggen van afbeeldingen voor de besturingssystemen van Microsoft Windows en Apple Macintosh.
UNC-pad
UNC (Uniform Naming Convention) is een standaardmanier om gedeelde netwerkbronnen te benaderen in
Windows NT en andere Microsoft-producten. De notatie van een UNC-pad is:
\\<servernaam>\<naam_gedeelde_bron>\<aanvullende map>
URL
URL (Uniform Resource Locator) is het internationale adres van documenten en informatiebronnen op internet.
Het eerste deel van het adres geeft aan welk protocol moet worden gebruikt en het tweede deel geeft het
IP-adres of de domeinnaam aan waar de informatiebron zich bevindt.
USB
USB (Universal Serial Bus) is een door het USB Implementers Forum, Inc. ontwikkelde standaard om computers
en randapparatuur met elkaar te verbinden. In tegenstelling tot de parallelle poort is USB ontworpen om een
enkele computer-USB-poort tegelijkertijd met meerdere randapparaten te verbinden.
Watermerk
Een watermerk is een herkenbare afbeelding of patroon dat helderder oplicht wanneer het voor een lichtbron
wordt gehouden. Watermerken werden voor het eerst in 1282 in het Italiaanse Bologna gebruikt door
papiermakers om hun product te merken. Ze werden ook toegepast in postzegels, papiergeld en andere
officiële documenten om fraude te voorkomen.
WEP
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat gespecificeerd wordt in IEEE 802.11 om
eenzelfde beveiligingsniveau als een bedraad LAN te garanderen. WEP beveiligt gegevens door deze via
radiogolven te coderen, zodat ze veilig van het ene punt naar het andere kunnen worden verzonden.
Verklarende woordenlijst | 114
WIA
WIA (Windows Imaging Architecture) is een beeldverwerkingsarchitectuur die oorspronkelijk werd gebruikt in
Windows Me en Windows XP. Een scan kan vanuit deze besturingssystemen worden gestart door middel van
een WIA-compatibele scanner.
WPA
WPA (Wi-Fi Protected Access) is een klasse van systemen voor de beveiliging van draadloze (Wi-Fi)
computernetwerken die ontwikkeld werd voor een betere beveiliging van WEP.
WPA-PSK
WPA-PSK (vooraf gedeelde WPA-sleutel) is een speciale WPA-modus voor kleine ondernemingen en
thuisgebruikers. Een gedeelde sleutel of een gedeeld wachtwoord wordt geconfigureerd in het draadloze
toegangspunt (WAP) en draadloze laptop- of desktopapparaten. WPA-PSK genereert een unieke sleutel voor
elke sessie tussen een draadloze client en de daarmee geassocieerde WAP voor een betere veiligheid.
WPS
WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een standaard voor het tot stand brengen van een draadloos thuisnetwerk. Als
uw draadloze toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u de draadloze netwerkverbinding gemakkelijk
configureren zonder computer.
XPS
XML-papierspecificatie (XPS) is een specificatie voor een paginabeschrijvingstaal (PDL) en een nieuw
uitwisselbaar documentformaat dat door Microsoft is ontwikkeld. Dit vectorgebaseerd apparaatonafhankelijk
documentformaat is gebaseerd op XML en op een nieuw afdrukpad.
Index | 115
Index
A
achterkant 19
afdrukfunctie 53
afdrukken
een document afdrukken
Windows 48
HP Smartapp 45
informatie over benodigdheden 81
speciale afdrukfuncties 53
afdrukmateriaal
speciale media 28
afdrukmedia
envelop 29
etiketten 30
kartonpapier 31
richtlijnen 25
uitvoersteun gebruiken 100
voorbedrukt papier 31
algemene pictogrammen 10
B
bedieningspaneel 20
C
conventie 10
D
draadloos
USBkabel 39
F
functies 6
eigenschappen van afdrukmateriaal 100
H
help gebruiken 52
HP Embedded Web Server 42
algemene informatie 42
I
info
HP Smartapp 45
informatie over benodigdheden 81
Informatie over de meldingsLED 79
installatie
HP Smartapp 45
instellingen voor favorieten voor afdrukken 51
L
lade
breedte en lengte instellen 26
de grootte van de lade aanpassen 26
speciale afdrukmedia gebruiken 28
N
netwerk
installatie van draadloos netwerk 37
instelling bekabeld netwerk 34
Index | 116
IPv6configuratie 34
stuurprogrammainstallatie
Windows 36
O
overlay afdrukken
afdrukken 58
maken 57
verwijderen 58
P
papierstoring
papier verwijderen 77
tips om papierstoringen te voorkomen 76
plaatsen
plaatsen in lade 1 27
speciale media 28
plaatsing van het apparaat
aanpassing aan de hoogte 24
Printerstatus 62
printerstatus
algemene informatie 62
problemen
afdrukproblemen 84
problemen met betrekking tot netvoeding 83
problemen met de afdrukkwaliteit 88
problemen met papierinvoer 82
problemen oplossen
draadloos 95
R
reinigen
binnenkant 72
buitenkant 72
opneemrol 74
S
Slimme app 45
Smart app 45
specificaties
afdrukmedia 100
stoptoets 20
stuurprogrammainstallatie 22
T
tonercassette
behandelingsinstructies 68
de cassette vervangen 71
geschatte levensduur 69
nietHP en opnieuw gevuld 68
opslaan 68
toner herverdelen 70
U
uw apparaat reinigen 72
V
veiligheid
info 11
symbolen 11
verbruiksartikelen
beschikbare verbruiksartikelen 66
bestellen 66
geschatte levensduur van tonercassette 69
tonercassette vervangen 71
verklarende woordenlijst 104
voorkant 18
Index | 117
W
watermerk
bewerken 56
maken 56
verwijderen 56
Windows
installatie van het stuurprogramma voor het
verbonden netwerk 36
stuurprogrammainstallatie 22
systeemvereisten 102
veelvoorkomende problemen onder Windows
94
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117

HP Laser 103a de handleiding

Categorie
Kopieerapparaten
Type
de handleiding