Agria 6600 de handleiding

Type
de handleiding
Lees voordat u de machine in gebruik neemt eerst de handleiding.
Volg veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen nauwkeurig op!
WW
WW
W
erktuigdragererktuigdrager
erktuigdragererktuigdrager
erktuigdrager
6600 agria-VENTRAC6600 agria-VENTRAC
6600 agria-VENTRAC6600 agria-VENTRAC
6600 agria-VENTRAC
Handleiding nr. 998 892 12.08
&
HandleidingHandleiding
HandleidingHandleiding
Handleiding
2
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Symbolen, typeplaatje
Symbolen
Waarschuwingsteken. Vindt u bij passages
die betrekking hebben op uw veiligheid.
individuele gehoorbeschermingen worden
gedragen
veiligheidshandschoenen gebruiken
Oogbescherming dragen
Opgelet
belangrijke informatie
Hier invullen:
Machine art. nr.: ...........................................
Identificatie/machine nr.: ..............................
Motor type: ...................................................
Motor nr.:......................................................
Datum aankoop:...........................................
Typeplaatjes
- Machine: zie blz. 10 afb.
- Motor: zie handleiding motor
Bij bestelling van reserveonderdelen deze gege-
vens vermelden om fouten bij levering te vermij-
den.
Alleen originele agria-reserveonderdelen
gebruiken!
De technische gegevens, afbeeldingen en maten
in deze handleiding zijn niet bindend. De fabrikant
kan niet aansprakelijk worden gesteld. Wij behou-
den ons het recht voor veranderingen aan te
brengen, zonder deze handleiding te wijzigen.
Levering:
ll
ll
l
handleiding voor:
- Werktuigdrager (Machine)
- Motor
choke
motor
motor-start
draaiende motor, AAN (werking)
motor-stop
motortoerental
motoroliepeil
brandstof
brandstoffilter
ç vooruit
è achteruit
schnell
langzaam
machine-aandrijving aan (I)
machine-aandrijving uit (0)
blokkeerrem (parkeerrem)
gesloten (vergrendeld)
geopend (ontgrendeld)
bandenspanning
traploos lineair
hijspunt, bevestigingspunt voor het
opbergen, vastsjorren, afslepen
opbokpunt of steunpunt
zie motor-handleidung
èagria-Serviceç
= Laat dit uitvoeren door een agria-vakgarage!
3
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Inhoudsopgave
Symbolen, typeplaatje .......................2
Aanwijzingen voor montage..............4
Stuurwiel..........................................................4
Bestuurdersstoel .............................................4
Aanbevelingen....................................5
Onderhoud en reparatie ..................................5
Brandstof.........................................................5
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen 6
Gebruik conform de bestemming ....................6
Algemene veiligheidsvoorschriften..................6
Arbeids- en gevarenbereik ..............................7
Beschrijving van de waarschuwingssymbolen11
2. Technische gegevens ..................13
Machine.........................................................13
Benzinemotor ................................................14
Dieselmotor ...................................................15
3. Machine- en bedieningselementen 16
Bedieningspaneel benzinemotor ...................16
Bedieningspaneel dieselmotor ......................16
Stuurkolom ....................................................17
Schakelpaneel...............................................18
Bedieningselementen linker kant ..................20
Bedieningselementen rechter kant................21
Opbok- en steunpunten.................................22
Bevestigingspunten.......................................22
Brandstofkraan..............................................22
4. Ingebruikname en bediening....... 23
Ingebruikname...............................................23
Starten van de benzinemotor ........................24
Starten van de dieselmotor............................25
De machine stoppen .....................................26
Rijden ............................................................26
Aanbouwinrichting vooraan .....................27
Uitbalancering .........................................27
Werktuig-drijfriem (PTO) .........................28
Voorste hydraulische hulpkoppelingen....28
12 Volt Hulpstekkerdozen..............................29
Aanhangen van aanbouwwerktuigen ............29
Afkoppelen van aanbouwwerktuigen ............30
Bediening van aanbouwwerktuigen ..............30
Werken op hellingen .....................................31
Personen vervoeren......................................31
De werktuigdrager wegslepen of voortduwen32
5. Onderhoud smering .....................33
5. Onderhoud motor.........................34
Het motortoerental aflezen (u/min) ................34
Motoroliepeil controleren...............................34
Vervangen van motorolie en -filter.................35
Reinigen van het luchtaanzuigsysteem.........36
Reinigen van de motor-ventilatorfilter............36
Onderhoud van de ventilatoronderdelen.......37
Vervangen van de luchtfilterelement .............37
Onderhoud van het koelingssysteem (diesel)38
Het koelmiddelpeil controleren (diesel) .........38
Reiniging van het motorkoelsysteem (diesel) 39
Het koelsysteem leegmaken (diesel).............39
Het koelsysteem spoelen (diesel) .................40
Onderhoud brandstofsysteem.......................41
Controleren / afstellen van de generatorriem 42
Spanning van de generatorriem instellen......42
5. Onderhoud elektriciteit................ 43
Veilig onderhoud van de accu .......................43
De accu verwijderen en installeren ...............43
De accu en de aansluitingen reinigen ...........44
Starthulp van buitenaf ...................................44
De gloeilampen van de koplampen vervangen 45
De achterlichten vervangen...........................45
Zekeringen ....................................................46
5. Onderhoud aandrijfriemen .......... 47
De aandrijfriemen controleren .......................47
De motor-aandrijfriem afstellen (diesel).........48
Vervanging van de motor-aandrijfriem...........49
Vervanging van de werktuig-aandrijfriem ......50
Vervanging van de transmissieriem ..............51
5. Onderhoud hydraulisch systeem 52
Het peil van de hydraulische olie controleren52
Vervanging van de hydraulische olie en filter 52
Hydrostaat ventilator .....................................52
5. Onderhoud algemeen .................. 53
Wielen ...........................................................53
Parkeerrem....................................................53
Reinigen ........................................................53
5. Onderhoud elektrisch
schakelschema benzinemotor ........54
5. Onderhoud elektrisch
schakelschema dieselmotor ...........55
5. Onderhoud hydraulisch schema 56
5. Onderhoud slijtageonderdelen ... 57
6. Storingen opsporen en verhelpen.60
Onderhouds- en inspectietabel....... 62
Conformiteitsverklaring...................63
4
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Montage van het
stuurwiel
Het stuurwiel (3) op de stuuras
zetten.
De zeskantmoer (2) erop schroeven
en met 32 - 35 Nm vastdraaien.
De dop van de stuuras (1) erop
steken.
Montage van de
standaard
bestuurdersstoel
(reeds voorhanden bij 6600 111)
De twee binnenveren (18) met be-
hulp van de bevestigingsschroeven
(16, 17, 20) vastschroeven.
De twee doppen (15) op de binnen-
veren zetten.
De kabel voor de stoelschakelaar
door de opening van de zitklep
halen en de bestuurdersstoel met
de vier bevestigingsschroeven
aan de zitklep bevestigen. De moer
met 27 Nm vastdraaien.
De kabel voor de stoelschakelaar
met de stekker aan de kabel-
boom verbinden.
Aanwijzingen voor montage
De juiste werking van de stoelscha-
kelaar controleren.
Montage van de comfort-
bestuurdersstoel
(reeds voorhanden bij 6600 521)
De kabel voor de stoelschakelaar
door de opening van de zitklep
halen en met de stekker aan de
stoelschakelaar verbinden.
De bestuurdersstoel met de kunst-
stofschijf (tussen stoel en zit-
klep) en de vier bevestigings-
schroeven en -moeren aan de
zitklep bevestigen. De moeren met
27 Nm vastdraaien.
De juiste werking van de stoelscha-
kelaar controleren.
Juiste werking van de stoelschakelaar
De draaiende motor moet uitschakelen wanneer de bestuurder zijn
stoel verlaat en:
- de regelhendel (pagina 21) in positie neutraal - of tempo-
assistent staat
- of de aftakasschakelaar (pagina19) ingeschakeld is.
W
Alle montage- und af-
stelwerkzaamheden
uitvoeren wanneer de
motor uit staat, de contact-
sleutel verwijderd werd en de
handrem aangetrokken is!
5
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Onderhoud en reparatie
Bij de agria-dealer werken ge-
kwalificeerde monteurs die de
machine vakkundig onderhou-
den en repareren.
Voer grotere onderhouds- en re-
paratiewerkzaamheden alleen
zelf uit wanneer u beschikt over
het juiste gereedschap en de
vereiste technische kennis van
machines en verbrandingsmo-
toren.
Klop nooit met harde voorwer-
pen of metalen gereedschap-
pen tegen het vliegwiel. Het kan
scheuren en tijdens gebruik ui-
teen springen, zodat verwondin-
gen of materiële schade veroor-
zaakt wordt. Demonteer het
vliegwiel uitsluitend met passend
gereedschap.
Aanbevelingen
Brandstof
Benzinemotor
Deze motor loopt zowel op lood-
vrije normale en superbenzine
als op gelode superbenzine.
Voeg aan de benzine geen olie
toe.
Bijmenging tot 10% ethanol is
toegestaan.
Wanneer om milieutechnische
redenen loodvrije benzine ge-
bruikt wordt, dient u bij motoren
die langer dan 30 dagen niet
gebruikt worden de brandstof af
te tappen, om afzetting van
harsresidu’s in de carburateur,
het brandstoffilter en de brand-
stoftank te vermijden. U kunt de
brandstof ook vermengen met
een brandstofstabilisator.
Zie ook hoofdstuk ‘Motor in con-
ditie houden’.
Dieselmotor
Deze dieselmotor loopt ook op
gewone dieselbrandstof met een
cetaangetal van minimaal 45.
Gebruik geen vervangende
brandstoffen, deze kunnen scha-
de aan de brandstofinstallatie
veroorzaken. De brandstof mag
geen water bevatten en moet
schoon zijn.
Gebruik in de winter:
Gebruik in de winter speciale
‘winterbrandstof’, zodat de be-
drijfsveiligheid van de dieselmo-
tor tijdens de koude periode ge-
garandeerd is. Deze brandstof
is verkrijgbaar bij de tankstations.
Bij buitentemperaturen bene-
den -15 °C dienen extra maatre-
gelen genomen te worden:
normaal verdunningsmiddel toe-
voegen,
of
door het toevoegen van petrole-
um kan het stollingspunt van de
dieselbrandstof eveneens ver-
laagd worden:
Petroleum: winter- zomer-
diesel: diesel:
stollingspunt:
50% ca. -31°C ca. -25°C
30% ca. -26°C ca. -15°C
10% ca. -20°C ca. -9°C
In geval van nood kan tot 30%
normale benzine worden toege-
voegd om paraffineafzetting te
vermijden. Deze maatregel heeft
echter invloed op het verbruik en
rijgedrag.
6
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Lees deze handleiding aandachtig door voordat u
de machine in gebruik neemt en volg de instruc-
ties nauwkeurig op.
Waarschuwingsteken
Dit symbool treft u aan bij alle passages die
betrekking hebben op uw veiligheid. Breng ook
andere gebruikers op de hoogte van deze veilig-
heidsaanwijzingen.
Gebruik conform de bestemming
De agria/VENTRAC-werktuigdrager is bestemd
voor een gebruik in de land- en bosbouw en voor
het onderhoud van groenvoorzieningen en terrei-
nen (gebruik conform de bestemming).
Rijden op openbare wegen is alleen toegestaan
wanneer de agria/VENTRAC-werktuigdrager uit-
gerust is met de StVZO-kit.
JIedere andere toepassing geldt als niet in overeen-
stemming zijnde met het doel waarvoor de werk-
tuigdrager gebouwd is. Voor schade die door
ondoelmatig gebruik veroorzaakt wordt, kan de
fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. Dit
risico is geheel en al voor de gebruiker.
De door de fabrikant voorgeschreven gebruiks-
voorschriften, alsmede de voorschriften met bet-
rekking tot controle, onderhoud en reparatie die-
nen in acht te worden genomen.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden ge-
steld voor schade die ontstaat door eigenhandige
wijzigingen aan de machine.
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen
Algemene veiligheidsvoorschriften
Basisprincipe:
De gebruiker dient zich te houden aan alle voor-
schriften ter voorkoming van ongevallen, alsmede
aan de algemeen geldende regels wat betreft
veiligheid, arbeidsgeneeskunde en wegverkeer.
Bij gebruik van openbare wegen dienen de geld-
ende verkeersbepalingen in acht te worden geno-
men.
Controleer voor ingebruikname van de werktuig-
drager altijd eerst de verkeers- en bedrijfsveilig-
heid.
De werktuigdrager mag slechts gebruikt, onder-
houden en gerepareerd worden door personen
die over de nodige kennis beschikken en van de
risico’s op de hoogte zijn.
Personen beneden de 16 jaar mogen de machine
niet bedienen!
Werk alleen bij goed zicht en voldoende licht.
De bestuurder moet goed aansluitende werkkle-
ding dragen. Wijde kledingstukken dienen verme-
den te worden. Draag altijd stevige schoenen!
De waarschuwings- en instructiebordjes op de
machine geven belangrijke aanwijzingen voor veilig
gebruik. Volg deze aanwijzingen nauwkeurig op,
in het belang van uw eigen veiligheid!
Zet de motor af wanneer u de machine transpor-
teert van en naar de werkplek.
Voorzichtig met draaiende werktuigen - Veilig-
heidsafstand!
De draaiende werktuigen kunnen door hun eigen
gewicht nalopen. Blijf op een veilige afstand van
de machine. Wacht tot het maaimes tot stilstand is
gekomenen verwijder de contactsleutel, voordat
met werkzaamheden aan de machine wordt be-
gonnen.
Bij werkzaamheden met extern aangedreven
machineonderdelen bestaat de kans op beknel-
lingen en andere verwondingen!
Het is niet toegestaan tijdens de werkzaamheden
mee te rijden op de werktuigdrager.
Pas uw werksnelheid aan aan de omstandighe-
den.
Instelling van het motortoerental niet veranderen.
Een verhoogd toerental vergroot de kans op on-
gelukken.
7
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Arbeids- en gevarenbereik
De gebruiker is op de werkplek tegenover derden
verantwoordelijk.
Blijf buiten het gevarenbereik van de werktuigdra-
ger.
Wanneer zich personen of dieren binnen dit bereik
ophouden, moet de machine direct worden uitge-
schakeld. De machine mag niet eerder weer worden
gestart voordat het bereik vrij is.
Controleer voor het starten en wegrijden de omge-
ving van de werktuigdrager. Let vooral op kinde-
ren en dieren!
Voordat met de werkzaamheden begonnen wordt,
dienen obstakels uit de weg te worden geruimd.
Let ook tijdens de werkzaamheden op obstakels
en haal ze tijdig weg.
Bij werkzaamheden op omheinde plaatsen dient
de veiligheidsafstand tot de omheining in acht
genomen te worden, zodat de machine niet be-
schadigd wordt.
Let op dat de draaiende werktuigen tijdens de
werkzaamheden geen hindernissen zoals grens-
stenen, wegranden, wortelen enz. meesleuren.
Tijdens de werkzaamheden
Tijdens de werkzaamheden mag de bestuurders-
plaats nooit worden losgelaten.
Het laten meerijden van personen is verboden.
Wanneer de werktuigdrager vast zit moet de mo-
tor worden afgezet en de contactsleutel worden
verwijderd, en dient de machine met passend
gereed-schap te worden schoongemaakt.
Indien de werktuigdrager beschadigd is, moet de
machine onmiddellijk worden gestopt en de motor
worden afgezet. Laat de schade direct herstellen!
Indien de machine ongebruikelijk heftig begint te
trilen, dient ze onmiddellijk te worden gecontrole-
erd!
Bij een defect aan de stuurinrchting de werktuig-
drager meteen stoppen en de motor afzetten. Laat
het defect direct repareren!
De rijsnelheid moet steeds aangepast worden
aan de omgevingstoestand. Vermijd scherpe bo-
chten tijdens het rijden op bergen, in dallen of
dwars op de helling.
Werk indien mogelijk dwars op de helling!
Opgelet op hellingen, dalingen en bij andere niet
zichtbare gevaren.
Stop het snijwerktuig vooraleer andere zones als
gras over te steken.
Nooit machines gebruiken met beschadigde vei-
ligheidsinrichtingen of waarvan deze niet gemon-
teerd zijn.
Beëindigen van de werkzaamheden
Laat de werktuigdrager nooit onbeheerd achter
als de motor nog loopt.
Zet de motor af voordat u de werktuigdrager
verlaat. Sluit daarna de brandstofkranen en blok-
keren tegen wegrollen.
Bij het verlaten van de werktuigdrager, de snijbalk
volledig neerlaten.
Tref de nodige voorzorgsmaatregelen om gebruik
door onbevoegden te verhinderen. Haal de con-
tactsleutel uit het contact.
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen
8
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen
Klepelinrichting
Bij verkeerd gebruik vormen de scher-pe kanten
van de messen een aanzienlijk blessurerisico!
Draag veilig-heidshandschoenen tijdens het wer-
ken aan de messen.
Als de messen vervangen wor-den, erop letten
dat de schroefbewe-ging van de snijkanten weg-
leidt.
Draag bij het slijpen van de messen een veilig-
heidsbril en handschoenen.
Onderhoud
Pleeg geen onderhouds- en reinigingswerkzaam-
heden aan de machine met lopende motor.
Na het uitschakelen van de aandrijving kan de
werktuigdrager door zijn vliegwielmassa nog na-
lopen. In deze tijd niet te dicht bij de werktuigdra-
ger komen. Pas wanneer hij volledig stilstaat, mag
eraan gewerkt worden!
Bij werkzaamheden aan de motor dient de con-
tactsleutel altijd te worden verwijderd.
Zijn bepaalde beschermingsinrichtingen of werk-
tuigen aan slijtage onderhevig, dan moeten deze
regelmatig gecontroleerd en eventueel vervan-
gen worden!
Beschadigde snijwerktuigen moeten vervangen
worden!
Inspectie-interval voor snijwerktuigen aanhouden.
Gebruik bij het vervangen van de messen pas-
send gereedschap en veiligheidshandschoenen.
Reparatiewerken zoals lassen, slijpen, boren enz.
mogen niet uitgevoerd worden aan dragende,
veiligheidstechnische delen!
Moeren en schroeven regelmatig controleren of
ze vast zitten en eventueel aandraaien.
Na de onderhouds- en reinigingswerkzaamheden
dienen de beschermingsinrichtingen weer te wor-
den aangebracht en in oorspronkelijke positie te
worden teruggebracht.
Altijd originele agria-reserveonderdelen gebrui-
ken. Andere reserveonderdelen moeten kwalita-
tief gelijkwaardig zijn en overeenkomen met de
door de firma agria vastgelegde technische eisen.
Na gebruik wegzetten
Het parkeren van de werktuigdrager in ruimtes
met open kachels is verboden.
Parkeer de werktuigdrager niet in gesloten ruim-
tes wanneer zich nog brandstof in de brand-
stoftank bevindt. Benzinedampen zijn gevaarlijk.
Motor, brandstof en olie
Laat de motor niet in een gesloten ruimte lopen
vanwege verhoogde kans op vergiftiging! Ver-
vang defecte uitlaatpijpen daarom ook altijd di-
rect.
Wees voorzichtig met brandstof vanwege het
brandgevaar. Vermijd open vuur, vonken en hete
motoronderdelen tijdens het bijvullen van brand-
stof. Vul geen brandstof bij in gesloten ruimtes.
Niet roken tijdens het tanken!
Tank alleen met uitgeschakelde en afgekoelde
motor.
Zorg ervoor dat u geen brandstof morst, gebruik
een passende trechter.
Mocht er toch brandstof zijn gemorst, schuif dan
de werktuigdrager aan de kant voordat u de motor
start.
Gebruik alleen brandstof van voorgeschreven
kwaliteit.
Bewaar de brandstof alleen in daarvoor bestemde
blikken.
Vloeistoffen die onder hoge druk ontsnappen zo-
als bijv. brandstof, kunnen de huid binnendringen
en ernstige verwondingen veroorzaken. Waar-
schuw direct een arts!
Houd anticorrosiemiddelen en stabilisatoren altijd
buiten het bereik van kinderen. Bij misselijkheid
en braakneigingen direct een arts waarschuwen.
In geval van contact met de ogen meteen met veel
water uitspoelen. Vermijd het inademen van de
dampen.
Lees de aanwijzingen op de verpakking!
Maak gebruikte spuitbussen (starthulpmengsel
e.d.) helemaal leeg op een vonk- en vlamvrije
plaats voordat u deze weggooit, eventueel als
klein chemisch afval behandelen.
9
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Voorzichtig bij het aftappen van hete olie, er
bestaat verbrandingsgevaar.
Gebruik altijd olie van voorgeschreven kwaliteit.
Bewaar de olie alleen in daarvoor bestemde kan-
netjes.
Olie, brandstof, vet en filters gescheiden en volgens
de voorschriften verwerken.
Hydraulische installatie
De hydraulische installatie staat onder hoge druk.
Let erop dat de hydraulische slangen bij het aans-
luiten van hydraulische motoren op de voorge-
schreven manier worden aangesloten.
Hydraulische olie die onder hoge druk vrijkomt,
kan de huid binnendringen en ernstige verwon-
dingen veroorzaken.
Bij verwondingen dient direct een arts te worden
geraadpleegd – infectiegevaar.
Voordat met werkzaamheden aan de hydrauli-
sche installatie wordt begonnen, dient het sys-
teem drukloos te worden gemaakt, en moet de
motor worden afgezet (vakgarage).
Maak bij het opsporen van lekkage gebruik van
passende hulpmiddelen, vanwege
gezondheidsrisico’s (vakgarage).
Controleer de hydraulische slangen regelmatig op
beschadigingen en slijtage, en vervang ze tijdig.
Gebruik alleen originele hydraulische slangen van
agria.
Banden en bandenspanning
Bij werkzaamheden aan de wielen dient u ervoor
te zorgen dat de werktuigdrager veilig geparkeerd
is en tegen wegrollen beveiligd is.
Reparaties aan de wielen mogen alleen door
vakkundig personeel met passend gereedschap
worden uitgevoerd.
Controleer de bandenspanning regelmatig. Bij
een te hoge luchtdruk bestaat explosiegevaar.
Schroeven en moeren van de wielen dienen bij
servicewerkzaamheden te worden aangedraaid.
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen
Elektrische installatie
Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie
moet altijd de accu (minpool) worden losgemaakt.
Let op de juiste volgorde bij het aansluiten – eerst
de pluspool en dan de minpool! Het losmaken van
de accu gebeurd in omgekeerde volgorde.
Voorzichtig met accugassen – explosiegevaar!
Vermijd vonken en open vuur in de buurt van de
accu.
Verwijder de kunststof bekleding (indien voorhan-
den) voor het laden van de accu, zodat concentra-
tie van explosieve gassen vermeden wordt.
Voorzichtig met accuzuur – agressief!
Gebruik alleen voorgeschreven zekeringen. Bij
het gebruik van te zware zekeringen raakt de
elektrische installatie defect – brandgevaar!
Pluspool altijd voorzien van beschermkapje.
Dragers van een pacemaker mogen de stroom-
voerende onderdelen van het ontstekingssysteem
niet aanraken bij lopende motor!
10
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Typeplaatjes: VENTRAC en agria
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen
zoals bijvoorbeeld:
uitv.: benzinemotor
uitv.: dieselmotor
11
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
1 2 3 4 5 6 7 8
9
10
11
12
uitv. benzinemotor = op
batterijhouder
uitv. dieselmotor = in de
motorkap
12 Opgelet voor gevaren veroorzaakt door de
accu’s
Opgelet voor accuzuur
Waarschuwingssignaal explosie
De handleiding zorgvuldig lezen
Veiligheidsbril gebruiken
Veiligheidshandschoenen gebruiken
Recycling
Geen open vuur
Kinderen op afstand houden
Niet bij het huisvuil, loodhoudend
agria-onderdeelnr.:
= 799 41
= 799 42
= 799 43
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen
1 Voor reinigings-, onderhouds- en repara-
tiewerkzaamheden motor afzetten en contacts-
leutel eruit trekken.
2 Terwijl de motor draait, de veiligheidsvoorzie-
ningen nooit openen of verwijderen.
3 Hellingen vermijden waarvan de werktuigdrager
zou kunnen afschuiven of omkantelen - Niet op
hellingen van meer dan 20° rijden.
4 Opgelet brandgevaar - Enkel bijtanken wanneer
de motor afgezet en afgekoeld is.
- Geen open vuur.
5 De uitlaatgassen van de motor bevatten adem-
halingsvergift - Afstand houden.
6 Opgelet met eruit lopende vloeistof onder hoge
druk - voldoende afstand houden.
7 Bij werkzaamheden met de machine moeten
individuele gehoorbeschermingen worden ge-
dragen.
8 Motoroliepeil controleren
9 Op een veilige afstand blijven t.o.v. het draai-
bereik van de werktuigdrager.
10 Op een veilige afstand blijven t.o.v. knel- en
snijpunten.
11 Terwijl de motor draait, de veiligheidsvoorzie-
ningen nooit openen of verwijderen.
Beschrijving van de waarschuwingssymbolen
12
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
13
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
2. Technische gegevens
Machine
Aandrijfas:...................2 x hydrostaat-transmissie
.........................permanente vierwielaandrijving
Rijsnelheden traploos:.......................................
voorwaarts.................................... 0 - 14,0 km/h
achterwaarts................................... 0 - 7,0 km/h
Olie voor hydrostaat, Hydraulische bestu-
ring en hefhydraulica (hydraulische hoofdin-
stallatie):
Hydraulische olie:. Ventrac Hydro Torg XL Syn-
thetic................................SAE 5W-30 Synthetic
(of hoger)...................................... Hoeveelheid:
Hydraulische hoofdinstallatie (Vooras met Hy-
draulische besturing en hefhydraulica)........5,2 l
Achteras ......................................................2,8 l
Hydraulische oliefilter .....Schroeffilter 10 Micron
Besturing: .............. hydraulische knikbesturing
Draaicirkel ................................................71 cm
Hefhydraulica installatie:
Hydraulische druk 45 - 59 bar Hefkracht aan
de hefarmen vooraan 136 kg
bij 66 cm van de hefarmkoppelingen
Banden: .........................18x10.5-10 grasprofiel
.........................................4 PR Titan Multi Trac
optioneel:......................18x11-10 noppenprofiel
............................................. 4 PR Knobby Fast
Bandenspanning: ........................... 0,6 - 1,0 bar
Verlichtingsinstallatie:
Schijnwerpers............Halogeen H1 12 V 55 W
Achterlichten .............................................. 12 V
Gebruik op hellingen:
Helling op/af max. 25° (47%)
Ligging op een helling (haaks) max. 20° (36%)
Afmetingen:
Lengte: ...................................................183 cm
Breedte:..................................................103 cm
Hoogte:...................................................120 cm
Wielbasis: 96,5 cm
Gewicht:
leeg (met volle brandstoftank):
6600 111 uitv. Benzine............................386 kg
6600 521 uitv. Diesel...............................476 kg
Toelaatbaar totaal gewicht: ...................1000 kg
Toegestane asbelasting vooraan: ...........550 kg
Toegestane asbelasting achteraan: ........550 kg
14
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
2. Technische gegevens
Benzinemotor
Motorenfabrikant:................. Briggs & Stratton
Type:............................Vanguard OHV, V-Twin
.................................................. 385 777 - 0126
Boring:.................................................75,5 mm
Slag: .......................................................70 mm
Cilinderinhoud:...................................627 ccm
Vermogen:......................15,7 kW (21 SAE-PS)
.................................................... bij 3600 min
-1
Koppel maximaal:...............................42,5 Nm
..................................................... bij 2600 min
-1
Bouwwijze:..................................... geforceerd-
luchtgekoelde Otto-Motor met ventielen boven-
aan, dubbele cylinder in V-orde en horizontale
krukas
Bougie:..................... BOSCH FR8DC (706 09)
........................................ CHAMPION RC12YC
elektrodenafstand 0,76 mm
Ontsteking:
elektronische magneetontsteking,
..................................................zonder contact,
radio-ontstoord .....................volgens VDE 0879
Klepspeling (bij koude motor):
inlaatklep ................................... 0,10 - 0,15 mm
uitlaatklep .................................. 0,10 - 0,15 mm
Elektrotechniek:
Elektro-Startinrichting.................................12 V
Accu .................................................12 V 450 A
Generator ...........................................12 V 50 A
Brandstof: ........................................................
.........................................benzine (tankstation),
octaangetal minstens. 97 ROZ
.............................. tot 10% ethanol toegestaan
......................................... (zie brandstofadvies)
Inhoud brandstoftank: .................... ca. 22 Ltr.
Brandstofverbruik: ......................... 312 g/kWh
...........................................................ca. 3,8 l/h
Brandstoffilter: .......................................In-line
Luchtfilter:...........................droog filterelement
.......................................... met cyclon-voorfilter
............................................ (Donaldson FBG2)
Carburateur:.................................... horizontale
vlottercarburateur
Nominaal toerental:........................3200 min
-1
Max. toerental onbelast: ................3250 min
-1
Stationair toerental: .......................1400 min
-1
Werktoerental: 1500 - 3200 min
-1
Smering:
.................... druksmering ,hoofdstroomoliefilter
Oliefilter... .............. ............Filterschroefpatroon
Motorolie: ...................... hoeveelheid ca. 1,6 l
(bij verversing met filter)
universeelolie
bij temperaturen -15° bis +45°C:
SAE 5W-30 API-SF, SG, SH, SJ (of hoger)
Gebruik op hellingen:
De motor is geschikt voor werkzaamheden op
hellingen (bij motoroliepeil “max” = bovenste
vulmarkering):
Haaks .......................................... tot 20° (36%)
Helling op/af ................................. tot 25° (47%)
Geluidsniveau:
geluidsniveau
waargenomen door de bestuurder: .. L
pA
= 90 dB
conform EN 836 Anhang B en EN ISO 3744
geluidsvermogen:...........................L
WA
= 105 dB
conform EN 836 en EN ISO 11201
Trillingsniveau:
Hand-Arm-trilling
aan het stuurwiel: .........................a
hw
= 1,6 m/s
2
volgens EN 836/A2 en DIN EN ISO 20643
Lichaamstrilling:.............................a
hw
= 0,7 m/s²
volgens EN 836/A2 en EN 1032
15
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
2. Technische gegevens
Dieselmotor
Motorenfabrikant:.. Briggs & Stratton Daihatsu
Type:................................................ DM 850 D
Model: ....................................... 522 447 - 0405
Boring:....................................................68 mm
Slag: .......................................................78 mm
Cilinderinhoud:...................................850 ccm
Vermogen:...................17,6 kW (23,6 SAE-PS)
.................................................... bij 3600 min
-1
Koppel maximaal:..................................47 Nm
..................................................... bij 2400 min
-1
Bouwwijze:............watergekoelde dieselmotor,
...................................................directinspuiting,
...... driecilinder in rangorde en horizontale krukas
Klepspeling (bij koude motor):
inlaatklep ................................................0,2 mm
uitlaatklep ...............................................0,2 mm
Elektrotechniek:
Elektro-Startinrichting.................................12 V
Accu .................................................12 V 450 A
Generator ...........................................12 V 40 A
Brandstof: gewone dieselbrandstof cetaangetal
min. 40
(zie brandstofadvies)
Inhoud brandstoftank: .........................ca. 22 l
Brandstofverbruik: ......................... 305 g/kWh
Brandstoffilter: ..................filterschroefpatroon
Luchtfilter:...........................droog filterelement
.......................................... met cyclon-voorfilter
............................................ (Donaldson FBG2)
Koelvloeistof: water Hoeveelheid:3,8 l
Anti-vriesmiddel bijmengsel: max 50%
Nominaal toerental:........................3200 min
-1
Max. toerental onbelast: ................3250 min
-1
Stationair toerental: .......................1400 min
-1
Werktoerental: 1500 - 3200 min
-1
Smering:
.................... druksmering ,hoofdstroomoliefilter
Oliefilter... .............. ............Filterschroefpatroon
Motorolie: ................................... universeelolie
Hoeveelheid zonder vervanging van de filter ca.
3,1 l .. Hoeveelheid met vervanging van de filter
ca. ...............................................................3,3 l
bij temperaturen -15° bis +45°C:
SAE 5W-30 API CF, CF-4 (of hoger)
Gebruik op hellingen:
De motor is geschikt voor werkzaamheden op
hellingen (bij motoroliepeil “max” = bovenste
vulmarkering):
Haaks ........................................... tot 25° (47%)
Helling op/af ................................. tot 25° (47%)
Geluidsniveau:
geluidsniveau
waargenomen door de bestuurder: .. L
pA
= 89 dB
conform EN 836 Anhang B en EN ISO 3744
geluidsvermogen:...........................L
WA
= 104 dB
conform EN 836 en EN ISO 11201
Trillingsniveau:
Hand-Arm-trilling
aan het stuurwiel: .........................a
hw
= 1,6 m/s
2
volgens EN 836/A2 en DIN EN ISO 20643 (3/2005)
Lichaamstrilling:.............................a
hw
= 0,3 m/s²
volgens EN 836 en EN 1032
16
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Bedieningspaneel benzinemotor
Volt indicatie
Geeft het aantal volt van de acculader weer.
Bedrijfsurenteller
Waarschuwingslampje motoroliedruk
Geeft te hoge of te lage motoroliedruk weer.
Bedieningspaneel dieselmotor
Volt indicatie
Geeft het aantal volt van de acculader weer.
Temperatuuraanwijzing motorkoeling
Diesel
Geeft de temperatuur weer van het motorkoelsysteem.
Waarschuwingslampje motoroliedruk
Geeft te hoge of te lage motoroliedruk weer.
Waarschuwingslampje water in motorbrandstof
Geeft weer dat er zich in de brandstof een grotere hoeveelheid
water bevindt. (zie handleiding van de motor)
Controlelampje gloeispiraal
Geeft de activering van de gloeispiralen weer, ter opwarming
van de motor. De gloeispiralen worden geactiveerd, wanneer de
sleutel op stand « AAN » gedraaid wordt. Zodra het contro-
lelampje van de gloeispiralen uitgaat, is de motor klaar om te
starten.
3. Machine- en bedieningselementen
17
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
3
1
2
3. Machine- en bedieningselementen
Stuurkolom
Rusthendel voor draaibare stuurkolom*
Om de stuurkolom naar voren of naar achteren te bewegen,
dient de hendel naar beneden te worden geduwd. Terwijl de
hendel onderaan wordt vastgehouden, dient de stuurkolom in
de gewenste positie te worden bewogen waarna de hendel
wordt losgelaten.
* Toebehoren facultatief bij uitv. benzinemotor
Contactschakelaar
1 - UIT- of stop-positie
- Motor uit
- het volledige vermogen van 12 Volt is uitgeschakeld.
2 - AAN
- De motor draait. Bedrijfspositie na het starten van de motor
- 12 Volt vermogen is ingeschakeld.
3 - Startpositie
- zodra de contactsleutel op de startpositie gedraaid wordt,
wordt de starter geactiveerd. Wanneer de contactsleutel wordt
losgelaten, draait deze automatisch weer terug in de positie
AAN. Opgelet, de contactschakelaar heeft geen startblokkering
tegen herhaald starten. Vooraleer opnieuw te starten, wachten
tot de motor stilstaat!
Waarschuwingspieper hoge temperatuur,
slechts uitv. dieselmotor
Wanneer de motor oververhit is, luidt een alarmsignaal.
Gelieve het hoofdstuk Foutenopsporing te raadplegen.
18
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
3. Machine- en bedieningselementen
Schakelpaneel
en S.D.L.A.-hendel
(Schakelhendel voor rijsnelheid, rijrichting, hef-
hydraulica en hulphydraulica)
De S.D.L.A.-hendel is het voornaamste bedieningsme-
chanisme van de werktuigdrager en bestaat uit twee
delen : De eerste hendel stuurt de rijsnelheid, de
rijrichting van de machine en het optillen van de hefar-
men van de aanbouwinrichting. De tweede hendel
stuurt de extra hydraulische kringloop van de machine.
S - (Speed) Rijsnelheid:
De grondsnelheid van de machine hangt af van de mate
waarop de hendel naar voren en naar achteren bewo-
gen wordt.
D - (Direction) Rijrichting:
De voorwaartse of achterwaartse beweging van deze
hendel stuurt de richting van de machine.
L - (Lift ) Optillen:
De heffunctie van de eerste hendel heeft vier
standen: OP, HOUDEN, AF en HANGEN. „HOU-
DEN“ is de vastgelegde stand. Ze houdt de hefarmen
in een positie waarin ze niet naar omhoog of naar
beneden bewegen.
De hendel naar links duwen om de hefarmen van de
aanbouwinricthing op te tillen. De hendel naar rechts
duwen om de hefarmen van de aanbouwinricthing te
laten zakken. De hangpositie wordt bekomen door de
hendel naar rechts te duwen tot de hangblokkering
vastklikt
A - (Auxiliary) Hulpfuncties:
De links- of rechtsbeweging van de tweede hendel
stuurt de functies van de aanbouwtoestellen, die
een extra hydraulische kringloop nodig hebben en
die aangesloten zijn via de hydraulische stopcontac-
ten.
Schakelpaneel uitv. benzinemotor
Schakelpaneel uitv. dieselmotor
Eerste S.D.L.A.- schakelhendel
Tweede S.D.L.A.- schakelhendel
(hulphydraulica)
Chokehendel
(enkel bij uitv. benzinemotor)
Bedrijfsurenteller en motortoerentalmeter
(enkel bij uitv. dieselmotor)
Toerentalregelaar
Lichtschakelaar
Schakelaar voor machine-aandrijving
(aftakasschakelaar )
* 12-Volt - schakelaar Aan/Uit/Aan
* 12-Volt - schakelaar Aan/Uit
* Toebehoren facultatief
19
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Chokehendel
(enkel bij uitv. benzinemotor)
De voorwaartse beweging van de hendel stelt de chokeklep
op koudstarten. Het terugbewegen stelt de chokeklep op
bedrijfspositie.
Bedrijfsurenteller en motortoerentalmeter
(enkel bij uitv. dieselmotor)
Wanneer de motor niet draait, geeft de bedrijfsurenteller de
bedrijfsduur van de motor weer in aantal uren. Wanneer de
motor draait, wordt het motortoerental weergegeven.
Toerentalregelaar
De voorwaartse beweging van de hendel verhoogt het mo-
tortoerental per minuut (u/min.) Het terugbewegen smoort de
motor tot in vrijloop.
Lichtschakelaar
Wanneer geduwd wordt op het voorste deel van deze schakela-
ar, worden het schijnwerperlicht, het achterlicht en de instru-
mentenverlichting aangezet. Wanneer geduwd wordt op het
achterste deel van deze schakelaar, worden de lichten uitge-
schakeld. De verlichting werkt alleen wanneer de contactscha-
kelaar op stand AAN (bedrijfspositie) of in de startpositie staat.
Schakelaar voor machine-aandrijving
(aftakasschakelaar)
Het omhoog trekken van de knop activeert de elektrische
koppeling voor het aandrijven van de voorste aanbouwwerktu-
igen. Het omlaagdrukken van de knop schakelt de koppeling uit
en activeert de koppelingsrem om de werking stop te zetten.
Opmerking: De aftakasschakelaar schakelt automatisch uit
zodra de bestuurder zijn stoel verlaat. De aftakas kan opnieuw
gestart worden door de aftakasschakelaar uit en dan weer aan
te zetten..
en 12-Volt-schakelaar
Optioneel toebehoren.
Deze schakelaars schakelen de toebehooronderdelen van 12
volt, nodig voor sommige aanbouwwerktuigen, aan en uit.
3. Machine- en bedieningselementen
Schakelpaneel uitv. dieselmotor
Schakelpaneel uitv.
benzinemotor
20
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
3. Machine- en bedieningselementen
Bedieningselementen linker kant
Palhefboom voor de aansluiting van werktuigen
De palhefboom voor de aansluiting van werktuigen activeert het
slot van de aanbouwinrichting voor het aanbrengen of verwijde-
ren van agria-ventrac-aanbouwwerktuigen.
Regelhendel voor uitbalancering
De uitbalanceerinrichting brengt het gewicht van het aanbouw-
werktuig vooraan over op de voorwielen van de werktuigdrager.
De bestuurder kan de verschillende waarden selecteren door
één van de vier standen te kiezen.
I
De voorste aanbouwinrichting moet volledig geledigd
zijn om de hendel te kunnen instellen.
Rusthendel voor verschuiving van de stoel
De hendel naar buiten bewegen om de blokkering los te maken.
De stoel in de gewenste positie brengen en de hendel loslaten.
21
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Bedieningselementen rechter kant
Regelhendel/stoprem
1 - Parkeren: In deze stand wordt de stoprem geactiveerd. Om
de motor te starten moet de hendel in deze stand staan.
Wanneer de bestuurder zijn stoel verlaat terwijl de motor draait,
moet de hendel in deze stand staan, of de machine schakelt
automatisch uit. De bediening van de voetpedaal en de
S.D.L.A.-schakelhendel is in deze stand geblokkeerd.
2 - Neutraal Assistent: De stoprem, de voetpedaal en de
schakelhendel zijn in deze stand vrij en de werktuigdrager kan
bediend worden. In deze stand worden de voetpedaal en de
S.D.L.A.-schakelhendel automatisch in de neutrale stand terug-
gesteld, wanneer u uw voet van de pedaal of uw hand van de
schakelhendel wegneemt: de neutrale stand is ingesteld. Deze
neutrale stand is gemakkelijk te vinden en te handhaven. Het
wordt aanbevolen deze stand te gebruiken wanneer geleerd
wordt de agria-Ventrac te bedienen, alsook tijdens het afladen,
aanbrengen en verwijderen van aanbouwwerktuigen en telkens
wanneer de bestuurder in smalle zones werkt, en in zones
waarin de afhandeling van het werk niet veilig lijkt.
3 - Tempo Assistent: Deze stand wordt aanbevolen voor het
gebruik van de werktuigdrager in open zones waar de rijsnelheid
en –richting relatief constant zijn en waar een veilige bediening
mogelijk is. De „Tempo Assistent“ vermindert de vermoeidheid
van de arm wanneer de werktuigdrager gedurende een langere
tijdsduur wordt gebruikt.
I
Indien de bestuurder de werktuigdrager in deze stand wil
houden, dient hij de S.D.L.A.-hendel of de voetpedaal
terug in de neutrale stand te zetten. Voor een
noodstop dient de regelhendel in de “Parkeer”-stand
te worden gebracht!
Voetpedaal
De voetpedaal werkt in verbinding met de S.D.L.A.-hendel en
kan ervoor gebruikt worden de rijrichting en de rijsnelheid te
controleren, wanneer de bestuurder zijn hand van de
S.D.L.A.-hendel verwijdert.
Aanvullende hydraulische snelkoppeling
De twee koppelingen maken deel uit van de extra hydraulische
kringloop en worden bij een aanbouwwerktuig gebruikt dat het
hydraulische systeem nodig heeft (bv. richten van een bulldozer
of draaien van een sneeuwfrees).
3. Machine- en bedieningselementen
1
2
3
22
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Opbok- en steunpunten
(bv. voor autokrik)
Voor het opbokken met blok-
ken aan de tegenoverliggen-
de as, de machine beveiligen
tegen onopzettellijk wegrol-
len
De hiernaast afgebeelde opbokpunten vooraan en ach-
teraan aan de chassis dienen te worden gebruikt indien nodig.
Bevestigingspunten
Voor het afslepen, opbergen en vastsjorren voor een veilig
transport, dienen de hiernaast afgebeelde bevestigingspunten
aan de dwarsbalk van de chassis vooraan en aan de
aanhanginrichting achteraan te worden gebruikt.
Brandstofkraan
In de brandstofleiding onder de brandstoftank bevindt zich een
brandstofkraan. Deze dient enkel te worden gesloten tijdens
onderhoudswerkzaamheden of reparaties in geval van storin-
gen in de brandstoftoevoer. Tijdens de normale werking blijft de
brandstofkraan open.
3. Machine- en bedieningselementen
23
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Ingebruikname
De levensduur en de bedrijfsveiligheid van de motor hangt grotendeels af van het
rijgedrag tijdens de inrijperiode. Laat een koude motor altijd eerst een paar minuten
warm draaien en belast de motor niet direct tot het maximum.
Laat de motor tijdens de eerste 20 bedrijfsuren (inrijperiode) nooit op volle toeren
draaien.
Let erop dat het filter altijd goed wordt onderhouden en zorg voor schone
brandstof. Gebruik alleen merkbenzine/-diesel.
Gebruik uitsluitend verse en schone brandstof (niet ouder dan 3 maanden), de
brandstof mag alleen worden bewaard in goedgekeurde brandstofjerrycans, die in
de vakhandel verkrijgbaar zijn. Verroeste stalen en niet benzinebestendige kunst-
stof jerrycans zijn niet toegestaan.
Om startproblemen te voorkomen, moet de brandstoftank van de machine bij de eerste
ingebruikname of na een periode van langere stilstand helemaal worden gevuld.
Wees voorzichtig met brandstof.
Benzine is makkelijk ontvlambaar en onder bepaalde omstandigheden explosief!
l
Tank nooit in afgesloten ruimtes.
l
Alleen tanken met afgezette motor.
l
Tank nooit in de omgeving van open vuur, vonken of hete motoronderdelen.
l
Niet roken tijdens het tanken!
l
Mors geen brandstof, gebruik een passende trechter.
De brandstoftank mag niet helemaal tot de rand toe worden volgetankt. Laat altijd
ca. 5 mm onder de rand vrij, zodat de brandstof kan uitzetten.
l
Niveau van de hydraulische olie controleren
Let op: om transportredenen is de motor bij levering niet helemaal met motorolie
gevuld! Voor de eerste ingebruikname moet motorolie worden bijgevuld,
niet boven het max. vullen
Ga alleen met de machine aan het werk wanneer alle beschermingsmaatre-
gelen zijn getroffen en in de juiste positie zijn gebracht.
Wees voorzichtig met het starten van de motor in gesloten ruimtes!
Zorg voor goede ventilatie en een snelle afvoer van de uitlaatgassen. De
uitlaatgassen bevatten koolmonoxyde, dit is zeer giftig wanneer het ingea-
demd wordt.
Vermijd het aanraken van de warme motor – kans op brandwonden!
Uitv. benzinemotor: Raak bij lopende motor de ontste-kingsleiding en de
bougiekap niet aan. Deze ook niet verwijderen.
4. Ingebruikname en bediening
52
34
24
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
1/4
4. Ingebruikname en bediening
Starten van de benzinemotor
Voor uw veiligheid is de agria/VENTRAC 6600 uitgerust met een
veiligheidsstroomkring. De machine wordt als volgt gestart:
1. Voor de veiligheidsstroomkring, moet de “regelhendel” "
in de parkeerstand staan, de S.D.L.A.-hendel in de nulstand
en de PTO-schakelaar moet uitgeschakeld zijn.
2. De toerentalregelaar dient ongev. ¼ naar voren te
worden geduwd.
3. Wanneer de motor koud staat dient de chokehendel naar
voren te worden bewogen. Na het starten van de motor dient de
chokehendel in de bedrijfspositie terug te worden gezet. Zodra
de motor de bedrijfstemperatuur bereikt heeft, dient de CHOKE
niet meer te worden geactiveerd om te starten.
4. De contactsleutel dient in de richting van de wijzers van
de klok op stand AAN te worden gedraaid.
5. De contactsleutel dient in de startpositie te worden
gedraaid en gehouden om de E-starter te activeren. De sleutel
moet worden losgelaten wanneer de motor start. De E-starter
slechts heel kort activeren, max. 20 seconden. Indien de E-
starter te lang geactiveerd wordt, kan deze beschadigd worden.
I
Indien de motor niet aanslaat, zie hoofdstuk
Foutenopsporing.
6. De chokehendel terugzetten in de bedrijfspositie
7. De hydraulische en motorolie dient voor de inwerkingstelling
op de bedrijfstemperatuur te worden opgewarmd. De machine
warmt op bij een gemiddeld motortoerental.
Vooraleer de machine in werking te zetten moet tijd voorzien
worden, zodat de hydraulische olie kan circuleren. Het
hydraulische systeem kan ernstig beschadigd worden,
indien het niet correct opwarmt. De opwarmtijd duurt
langer bij lage temperaturen.
25
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
4. Ingebruikname en bediening
Starten van de dieselmotor
Voor uw veiligheid is de agria/VENTRAC 6600 uitgerust met een
veiligheidsstroomkring. De machine wordt als volgt gestart:
1. Voor de veiligheidsstroomkring, moet de “regelhendel” "
in de parkeerstand staan, de S.D.L.A.-hendel in de nulstand
en de PTO-schakelaar moet uitgeschakeld zijn.
2. De toerentalregelaar dient ongev. ¼ naar voren te
worden geduwd.
3. De contactsleutel dient in de richting van de wijzers van
de klok op stand AAN te worden gedraaid. De motor gebruikt de
gloeibougies van de verbrandingskamer om op te warmen.
Het blauwe gloeibougie-controlelampje duidt aan dat de
gloeibougies opwarmen. Wanneer het gloeibougie-
controlelampje uitgaat, is de motor startklaar en moet hij binnen
enkele seconden gestart worden, anders moet de gloeibougie-
opwarmcyclus worden herhaald. Indien de motor de
bedrijfstemperatuur heeft bereikt, is geen opwarmen vereist.
4. De contactsleutel dient in de startpositie te worden
gedraaid en gehouden om de E-starter te activeren. De sleutel
moet worden losgelaten wanneer de motor start. De E-starter
slechts heel kort activeren, max. 30 seconden. Indien de E-
starter te lang geactiveerd wordt, kan deze beschadigd worden.
I
Indien de motor niet aanslaat, zie hoofdstuk
Foutenopsporing.
5. De hydraulische en motorolie dient voor de inwerkingstelling
op de bedrijfstemperatuur te worden opgewarmd. De machine
warmt op bij een gemiddeld motortoerental.
Vooraleer de machine in werking te zetten moet tijd voorzien
worden, zodat de hydraulische olie kan circuleren. Het
hydraulische systeem kan ernstig beschadigd worden,
indien het niet correct opwarmt. De opwarmtijd duurt
langer bij lage temperaturen.
1/4
26
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
4. Ingebruikname en bediening
Rijden
W
Tijdens het starten en de werkzaamheden mogen
zich geen personen binnen de gevarenzone bevinden
(behalve op de bestuursplaats).
Wanneer zich personen of dieren binnen dit bereik
ophouden, moet de machine direct worden uitge-schakeld.
De machine mag niet eerder weer worden gestart voordat
het bereik vrij is.
De gebruiker is op de werkplek tegenover derden verant-
woordelijk.
Lichamelijke letsels vermijden!
Individuele gehoorbeschermingen worden gedragen
1. Men dient zich ervan te verzekeren dat de beoogde weg veilig
en zonder hindernissen is. Indien een veilig vooruitkomen
gegarandeerd is, kunt u beginnen door ofwel de regelhendel
in de neutrale stand of in de eenvoudige schakelmodus te
plaatsen.
2. De bewegingsrichting van de machine wordt gestuurd door
de S.D.L.A.-hendel of de voetpedaal in de gewenste
rijrichting te bewegen.
De S.D.L.A. - hendel naar voren duwen of de voetpedaal
vooraan naar beneden duwen, om de machine naar voren te
rijden of de S.D.L.A.-hendel naar achteren trekken of de voetpe-
daal achteraan naar beneden duwen, zodat de machine achter-
uit rijdt.
Door verandering van de hendelbeweging of pedaalbeweging
verandert onmiddellijk de rijsnelheid van de machine.
Een beweging tot in de helft, komt ongeveer overeen met de helft
van de maximale rijsnelheid. De beweging van de hendel tot het
einde komt overeen met de maximale rijsnelheid.
0 Neutral
De machine stoppen
Om de snelheid van de machine te verminderen of om ze te doen stop-
pen, dient de S.D.L.A.-hendel of de voetpedaal in de tegenover-
gestelde richting, als die waarin gereden wordt, te worden bewogen.
Om volledig te stoppen, dient de S.D.L.A.-hendel of de voetpedaal terug
in de neutrale stand te worden gebracht. Een rempedaal is niet nodig,
aangezien de S.D.L.A.-hendel gebruikt wordt om de werktuigdrager te
stoppen.
Indien de werktuigdrager in geval van nood niet met de S.D.L.A.-hendel
kan worden gestopt, dient de regelhendel in de parkeerstand te
worden gebracht om de machine te doen stoppen.
Indien in geval van nood aan de regelhendel wordt
getrokken, stopt de werktuigdrager ogenblikkelijk.
27
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Aanbouwinrichting vooraan
De voorste aanbouwinrichting wordt gebruikt om het
aanbouwwerktuig aan de machine te koppelen en om het
aanbouwwerktuig op te heffen en te laten zakken.
De voorste aanbouwinrichting wordt m.b.v. de eerste S.D.L.A.-
hendel gestuurd. De hendel in de richting van de
bestuurdersstoel trekken om het aanbouwwerktuig op te heffen
en de S.D.L.A.-hendel van de bestuurdersstoel afwenden
om het aanbouwwerktuig te laten zakken .
De eerste S.D.L.A.-hendel is uitgerust met een „hangpositie”
" . De S.D.L.A.-hendel in de verst verwijderde rechter stand
brengen tot de hangblokkering vastklikt en gehandhaafd wordt,
zodat in de hangpositie kan worden gewerkt.
Uitbalancering
Het uitbalanceringssysteem maakt het de bestuurder mogelijk
het gewicht te kiezen dat van het vooraan gemonteerde aan-
bouwwerktuig op de voorste drijfwielen van de machine wordt
overgebracht.
De gewichtsoverbrenging van het aanbouwwerktuig op de werk-
tuigdrager verbetert de trekkracht en de stabiliteit op hellingen,
ondersteunt de heffuncties, vermindert de krachtinspanning
tijdens het sturen en vermindert de weerstand van het aange-
bouwde stuk met betrekking tot het contact met de grond.
I
Het uitbalanceringssysteem is alleen actief wanneer de
eerste S.D.L.A.-hendel in de „hangpositie
staat.
1 - Uit. In deze stand wordt van het aangebouwde stuk op de
werktuigdrager geen gewicht overgebracht.
2 - Laag. Brengt meer gewicht over dan in stand 1, maar minder
dan in stand 3.
3 - Midden. Brengt meer gewicht over dan in stand 2, maar
minder dan in stand 4.
4 - Hoog. Brengt het maximale gewicht over dat door de veren
van de uitbalanceerinrichting kan worden gedragen.
De selectie van de verschillende standen is enkel mogelijk
wanneer de voorste aanbouwinrichting tot op de maximale
hoogte wordt gehoffen.
4. Ingebruikname en bediening
I
De keuze van de gepaste waarde voor het uitbalanceringssysteem hangt af van de aanbouw-
werktuigen, de bodemgesteldheid en de mening van de bestuurder.
Voor een licht aanbouwwerktuig (bv. cirkelmaaier) is de volledige uitbalancering niet geschikt. Bij een
volledige uitbalancering en maaien in de hangpositie kan de maaier niet snel genoeg worden
neergelaten wanneer men door depressies rijdt. De uitbalancering of de snelheid moet verminderd
worden.
28
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Werktuig-drijfriem (PTO)
Indien voor het aanbouwwerktuig een drijfriem vereist is, dient
de spanning van de drijf- en lusriem van het aanbouwwerktuig
rond de aandrijfschijf op de hiernaast afgebeelde plaats te
worden losgemaakt. Indien de riem zich rond de bodem-
aandrijfschijf bevindt, dient te riem van het aanbouwwerktuig te
worden opgespannen.
De machine-aandrijving dient te worden geactiveerd door aan
de aftakasschakelaar op het instrumentenpaneel te trekken.
Opmerking: De aftakas enkel activeren wanneer de bestuurder
op de bestuurdersstoel zit.
Voorste hydraulische hulpkoppelingen
Indien het aanbouwwerktuig een hydraulisch hulpsysteem no-
dig heeft, dienen de buizen van het aanbouwwerktuig met de
voorste hulpkoppelingen te worden verbonden.
Daartoe wordt de band van de koppeling naar achteren
geschoven en het uiteinde van de buis van het aanbouwwerktuig
in de koppeling gestoken en de band vervolgens losgemaakt.
Indien de band niet automatisch naar voren dichtklikt, dient hij
handmatig naar voren te worden getrokken.
I
Vuil en andere verontreinigingen in het hydraulisch
systeem kunnen zware schade aan de machine veroor-
zaken. De verbindingspunten van de koppeling dienen
vóór het koppelen te worden schoongemaakt. De koppelingen
van de werktuigdrager dienen voor alle veiligheid met een
rubberen stop te worden afgesloten indien ze niet gebruikt
worden.
De koppelingen waarmee de buizen verbonden zijn, beïnvloe-
den de wijze waarop de tweede S.D.L.A.- hendel bediend wordt
om de functie van het aanbouwwerktuig te sturen.
Indien de buizen verbonden worden en de machine niet werkt
zoals gewenst, dienen de buizen, waarmee de koppelingen
verbonden zijn, te worden vervangen.
Er worden extra kleppen geactiveerd door de tweede S.D.L.A.-
hendel naar links of naar rechts te bewegen.
4. Ingebruikname en bediening
I
In de buis van het aanbouwwerktuig en in de machinekoppelingen kan druk worden ontwikkeld,
die een moeilijke installatie van de buizen kan veroorzaken. Indien de buizen niet gemakkelijk
kunnen worden geïnstalleerd, dient één of beide van de volgende maatregelen te worden
genomen:
1) Om de druk in de machinekoppelingen te verlagen, dient de motor te worden uitgeschakeld en de
tweede S.D.L.A.- hendel naar links en rechts te worden bewogen om de druk in de machinehy-
draulica te verminderen.
2) Om de druk in de buis van het aanbouwwerktuig te verlagen, dient het uiteinde van de buis te worden
losgemaakt en opnieuw te worden vastgemaakt zodra de druk eruit is.
29
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
4. Ingebruikname en bediening
12 Volt Hulpstekkerdozen
(Optionele uitrusting: artikel 6679 021)
Sommige aanbouwwerktuigen vereisen een 12 volt hulpstek-
kerdoos.
De 12 volt stroomsnoer van het aanbouwwerktuig dient in de 12
volt stekkerdoos aan de voorzijde van het hoofd-
instrumentenpannel te worden gestoken.
Er worden twee schakelaars gebruikt om de werking van de 12
volt uitrusting te sturen.
Een aan/uit/aan-schakelaar wordt gebruikt om de beweging
voor korte tijd te sturen. De aan/uit-schakelaar wordt gebruikt om
de uitrusting te bedienen of om verschillende functies te kiezen..
Aanhangen van aanbouwwerktuigen
1. De palhefboom openen ter aansluiting van het apparaat
.
2. De werktuigdrager langzaam naar voren in de aanbouwinrich-
ting van het aanbouwwerktuig rijden. De hefarmen van de
werktuigdrager doen overeenkomen met de aanbouwinrichting
van het aanbouwwerktuig door de hefarmen te heffen en te laten
zakken zodat ze in elkaar kunnen sluiten.
3. Zodra de delen ineengesloten zijn, dient het slot van de
werktuigaansluiting met de palhefboom te worden afgeslo-
ten .
4. Inschakelen van de stoprem en afzetten van de motor.
5. De aandrijfriem van het werktuig dient op de onderste groef
van de werktuig-aandrijfschijf , die zich op de werktuigdrager
bevindt, te worden aangebracht. De riem moet correct in elke
schijf aangebracht zijn. *
6. De drijfriemspanner van het aanbouwwerktuig bedienen.*
7. Reinigen van de hydraulische snelkoppelingen en verbin-
den met de hulphydraulica.*
*Alleen geldig indien het aanbouwwerktuig daarmee uitgerust is.
30
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Afkoppelen van aanbouwwerktuigen
1. De werktuigdrager op een effen vlakte parkeren en de
regelhendel in parkeerstand zetten.
2. Het aanbouwwerktuig volledig opheffen en de
uitbalanceerinrichting in stand brengen.
3. Het aanbouwwerktuig op de grond plaatsen.
4. De motor afzetten.
5. De drijfriemspanner losmaken.*
6. De aandrijfriem van het aanbouwwerktuig van de aandrijfpoelie
van de werktuigdrager afnemen.*
7. De S.D.L.A.- hendel naar links en rechts bewegen om de
druk uit de hydraulische hulpkringloop te halen en om de
hydraulische snelkoppelingen van de werktuigdrager los te
maken.*
8. De palhefboom openen ter aansluiting van het apparaat .
9. De werktuigdrager opnieuw starten en langzaam van het
aanbouwwerktuig wegrijden.
*Alleen geldig indien het aanbouwwerktuig daarmee is
uitgerust.
Bediening van aanbouwwerktuigen
Zie de handleiding voor aanbouwwerktuigen wat betreft de
juiste bediening van de speciale aanbouwwerktuigen die kun-
nen gebruikt worden.
4. Ingebruikname en bediening
31
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Werken op hellingen
W
Het werken op hellingen vermindert de stabiliteit van
de machine en versterkt potentiële, onverwachte
moeilijkheden. Enkel ervaren bestuurders mogen de
machine op een sterk hellend terrein bedienen. Men dient
bijzonder goed op te letten.
ll
ll
l Oneffen of natte oppervlakken met losse bodem dienen te
worden vermeden.
ll
ll
l Men dient bijzonder op te letten voor hopen afval, gaten,
kuilen, stenen of voorwerpen die een plotselinge en/of
onverwachte krachtinspanning voor de machine betekenen.
ll
ll
l Het starten, stoppen en draaien met de machine dienen
langzaam en voorzichtig te gebeuren.
ll
ll
l Zoals blijkt uit de afbeelding hiernaast, is de maximale
hellingsgraad 20/25 graden.
ll
ll
l Draai indien mogelijk bergafwaarts en/of verminder de
draaigraad.
Indien de hierboven vermelde punten tijdens het
werken op hellingen niet in acht worden genomen en
indien het gezonde mensenverstand niet wordt
gebruikt, kan men zich blesseren of zelfs sterven. Op
hellingen steeds uiterst voorzichtig werken.
1. Men dient ervoor te zorgen dat er steeds voldoende brandstof
in de tank zit, om een onophoudelijke werking te garanderen.
2. De werkzaamheden moeten onderbroken worden wanneer
de stabiliteit van de machine onzeker is of wanneer de bestuurder
eraan twijfelt veilig te kunnen verderwerken.
3. Aanbouwwerktuigen kunnen de veiligheid van de machine
verminderen. Elk aanbouwwerktuig heeft een andere uitwerking
op de machine.
4. De uitbalancering van het aanbouwwerktuig m.b.t. de
werktuigdrager dient tijdens het werken op een sterk hellend
terrein te worden verhoogd.
Zie hoofdstuk Gewichtsverplaatsing.
5. Een roll-over beveiliging en een veiligheidsgordel zijn
aanbevolen voor werken op een sterk hellend terrein.
6. Men moet steeds voorzichtig werken en op een manier die
geen afbreuk doet aan de veiligheid.
Personen vervoeren
W
Tijdens de werkzaamheden en de transportrit mogen
er geen personen meerijden op de machine of op het
aanbouwwerktuig!
4. Ingebruikname en bediening
max. 20°
max. 25°
32
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
rechter transmissiezijde
De werktuigdrager wegslepen of voortduwen
Wanneer de machine weggesleept of voortgeduwd wordt, moet
de transmissie ontkoppeld worden. De transmissies zijn uitgerust
met hendels voor het losmaken van hydrostatische pompen
voor een langzaam en gelijkmatig wegslepen over een korte
afstand (enkel binnen de rijbaan!).
Beide hendels en bevinden zich in het middelste asbereik
van de werktuigdrager.
Om te ontkoppelen dienen beide hendels er respectievelijk te
worden uitgetrokken tot ze in de blokkeersleuf beveiligd zijn.
Steeds beide hendels inkoppelen wanneer het wegslepen
voltooid is!
W
Wanneer men vergeet één of beide hendels te
koppelen, kan door de vrijlopende wielen een ongeval
veroorzaakt worden.
De stoprem is in de vrijloopmodus nog bedrijfsklaar, moet echter
voor het wegslepen losgemaakt worden.
I
Het is mogelijk dat tijdens het wegslepen de
stuurinrichting niet werkt.
Voor het wegslepen dient de bovenstaande informatie te wor-
den en gelezen en begrepen. Wanneer de hierboven beschre-
ven maatregelen onjuist worden uitgevoerd, kan schade worden
veroorzaakt.
4. Ingebruikname en bediening
ingekoppeld ontkoppeld
linker transmissiezijde
33
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
I
Behalve het opvolgen van de
bedieningsvoorschriften is het
bovendien van groot belang dat
u aandacht besteed aan de volgende
aanwijzingen omtrent onderhoud en re-
paratie.
Let op:
W
Voer onderhouds- en reparatie-
werkzaamheden alleen uit met
een afgezette motor en wanneer
de contactsleutel verwijderd is!
Bij werkzaamheden aan de
messen en aan onderdelen met scher-
pe kanten moeten veiligheidshand-
schoenen gedragen worden!
Tijdens het reinigen en het ge-
bruik van lucht of water onder druk
dient een geschikte oogbescherming
te worden gedragen.
Smering
Op de volgende plaatsen moet smeer-
middel aangebracht worden. De onder-
houdsintervallen staan beschreven in
de onderhoudsoverzichten.
Voor het invetten van de lagers dient
enkel een handvetpers te worden
gebruikt.
smeervet
spuitolie
Siliconenspray
S
5. Onderhoud smering
1) Hefcilinder
vooraan
2) Stuurcilinder
vooraan
daarvoor de tunnelaf-
dekking eraf nemen
3) S.D.L.A.-lagers
links en rechts
4) Hefcilinder
vooraan
daarvoor bestuur-
dersstoel omhoog-
klappen
5) Stuurcilinder ach-
teraan
S
S
8) Rails bestuurders-
stoel
7) Knikscharnier ach-
teraan
6) Knikscharnier
vooraan
34
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Het motortoerental aflezen (u/min)
Het motortoerental kan gecontroleerd worden wanneer de motor
warm en niet onder spanning staat.
• Langzaam, vrijloop (geen last) - 1500 /-50
• Snel, bovenste nullast (geen last) - 3250 /-50
Indien het motortoerental niet juist is, gelieve contact op te
nemen met uw dichtstbijzijnde
è
agria-Serviceç.
Motoroliepeil controleren
Motorschade vermijden!
Indien het oliepeil niet regelmatig wordt
gecontroleerd, kan de motor zwaar beschadigd wor-
den wanneer deze werkt met een onjuist oliepeil.
• Vóór de inwerkingstelling, de eenheid op een effen vlakte
stellen en de motorolie controleren.
• Het oliepeil controleren wanneer de motor koud staat en
niet draait
• Het oliepeil moet zich tussen het max. en min. bevinden.
• Vóór het bijvullen, de motor afzetten.
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen.
4. De motorkap openen om toegang te krijgen tot de motorruimte.
5. De oliepeilstok , die zich achteraan links van de motor
bevindt, dient eruit te worden genomen en met een schone doek
te worden gereinigd.
6. De oliepeilstok opnieuw in de motor steken en er opnieuw
uittrekken.
7. Het oliepeil controleren. Het oliepeil moet zich tussen het
min. en het max. op de oliepeilstok bevinden.
I
Indien het oliepeil laag staat, dient een kleine hoe-
veelheid olie te worden toegevoegd, zodat het oliepeil
het max. niveau op de oliepeilstok niet overschrijdt.
Indien het oliepeil het max. niveau overschrijdt, dient olie te
worden afgelaten tot het juiste niveau bereikt is.
W
Milieugevaar!
Olie tast het milieu aan. De olie in een daartoe voor-
ziene bak doen en naar een geschikt recyclage-
centrum brengen.
8. De oliepeilstok opnieuw op zijn plaats steken.
9. De motorkap sluiten.
5. Onderhoud motor
max.
min.
Uitv. benzinemotor
Uitv. dieselmotor
35
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
5. Onderhoud motor
Vervangen van motorolie en -filter
1. De motor 5 minuten laten draaien zodat de olie kan opwarmen.
2. De machine op een effen vlakte parkeren.
3. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
4. De contactsleutel eraf nemen.
5. De motorkap openen om toegang te krijgen tot de olie en de
oliefilter.
6. Een opvangbak onder de olieaflaat plaatsen aan de achterste
chassis van de machine.
7. De dop van de olieaflaat, aan de achterste chassis onder
de motor, eraf nemen.
8. De oliefilter aan de linker zijde achteraan van de motor
verwijderen. De filter tegen de wijzers van de klok in draaien om
hem te verwijderen.
9. Het montagevlak van de filter met een schone doek reinigen.
10. Een dun laagje schone motorolie op de afdichtingsring van
de oliefilter aanbrengen.
11. De nieuwe filter plaatsen.
OPMERKING: De filter in de richting van de wijzers van de klok
draaien tot de afdichtingsring van de filter in contact komt met de
montagevlakte. Na het contact met de afdichtingsring met ½ - ¾
draaiing bevestigen.
12. De dop monteren. NIET te sterk aantrekken.
13. De olievuldop eraf nemen.
14. Olie in de motor doen,
geschikte olie en tankinhoud
15. De olievuldop erop zetten.
16. De Motor starten en in langzame vrijloop ongeveer 2 minuten
laten draaien.
17. De motor afzetten.
18. De contactsleutel eraf nemen.
19. De olie controleren nadat de motor ong. 2 minuten heeft
afgekoeld.
20. De juiste handelwijze voor het controleren van de olie
staat beschreven in het hoofdstuk “Het motoroliepeil
controleren”.
Uitv. benzinemotor
Uitv. dieselmotor
36
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Reinigen van het luchtaanzuigsysteem
W
Lichamelijke letsels vermijden!
Tijdens het reinigen en het gebruik van lucht of water
onder druk dient een geschikte oogbescherming te
worden gedragen.
Motorschade vermijden!
De luchtaanzuigfilters moeten schoon zijn, zodat de
motor niet oververhit geraakt en een correcte lucht-
toevoer gegarandeerd is.
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen.
4. De motor laten afkoelen.
5. De motorafdekking openen om toegang te krijgen tot de
motorruimte.
6. Het vuil van de buitenste filters rondom de kap
verwijderen met een borstel, lucht of water onder druk.
Bij uitv. dieselmotor:
Schade aan de motorkoeling vermijden!
Ga tijdens het reinigen van de koelribben met een hogedru-
kreiniger heel voorzichtig te werk! De motorkoeling kan
beschadigd worden..
7. Het vuil van de koelfilter en de koelribben met een borstel,
lucht of water onder druk verwijderen. De koelfilter kan er langs
boven worden uitgetrokken om te worden schoongemaakt.
Reinigen van de motor-ventilatorfilter
Uitv. benzinemotor
Motorschade vermijden!
De luchtaanzuigfilters moeten schoon zijn, zodat de
motor niet oververhit geraakt en een correcte lucht-
toevoer gegarandeerd is.
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen.
4. De motor laten afkoelen.
5. De motorafdekking openen om toegang te krijgen tot de
motorruimte.
6. Het vuil van de motor-ventilatorfilter met een borstel of lucht/
water onder druk verwijderen.
5. Onderhoud motor
Uitv. benzinemotor
Uitv. dieselmotor
Uitv. benzinemotor
I
Erop letten dat van binnen
naar buiten gewerkt wordt.
37
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
5. Onderhoud motor
Onderhoud van de ventilatoronderdelen
Motorschade vermijden!
De motor-luchtfilter is heel belangrijk voor de werking van
de machine. Wanneer de luchtreiniger niet regelmatig wordt
onderhouden, kan dit zware motorschade tot gevolg heb-
ben.
• Wanneer deze machine gebruikt wordt bij hitte, stof of
andere moeilijke omstandigheden, dient de luchtreiniger
dagelijks te worden gecontroleerd..
• De machine mag nooit gebruikt worden wanneer de
luchtfilters niet geïnstalleerd zijn.
• De papieren onderdelen mogen niet gewassen worden.
• Niet proberen de papieren onderdelen te reinigen.
Vervangen van de luchtfilterelement
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen.
4. De motor laten afkoelen.
5. De motorkap openen om toegang te krijgen tot de motor.
6. De beide klepveren op de behuizing losmaken en de
kleppen van de behuizing verwijderen.
7. Het luchtfilterdeksel eraf nemen .
8. Het filterelement eraf nemen en aan de kant leggen.
9. Het nieuwe filterelement plaatsen.
10. Het deksel van de behuizing erop zetten en erop letten dat
het woord “TOP” zich aan de bovenkant bevindt.
11. De motorkap sluiten.
Motorschade vermijden!
Wanneer het luchtfilter element verwijderd wordt, ontstaat
een directe opening tot de onderdelen binnen in de motor.
Tijdens het vervangen van dit element dient men bijzonder
voorzichtig te zijn.
Let erop dat er geen voorwerpen in de behuizing kunnen
vallen, die tot de motor kunnen doordringen. Het nieuwe
filterelement moet inbouwklaar zijn, zodra het oude element
verwijderd wordt.
Uitv. benzinemotor
Uitv. dieselmotor
38
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Onderhoud van het koelingssysteem
Uitv. dieselmotor
W
Lichamelijke letsels vermijden!
Wanneer de machine in werking is, is de motorkoeling
heet en kunnen brandwonden veroorzaakt worden!
Wanneer het deksel van het motorkoelsysteem verwijderd
wordt, kan een drukopbouw in het motorkoelsysteem een
explosieve ontlading van het koelmiddel veroorzaken:
• De motor afzetten en laten afkoelen
• Het deksel er niet afnemen wanneer de motor en het
motorkoelsysteem niet met blote handen kunnen worden
aangeraakt.
• Het deksel langzaam tot aan de eerste stop losdraaien om
de druk eraf te laten alvorens het deksel volledig te
verwijderen.
• Om zich te beschermen tegen de druk in
het motorkoelsysteem, dient persoonlijke
beschermkledij te worden gedragen, zodat
de ogen en de huid niet gekwetst worden.
Motorschade vermijden!
Onjuiste koelmiddelmengsels en/of –types kunnen schade
veroorzaken. De gepaste koelmiddeltypes staan beschreven
in de handleiding van de motor.
• De motor nooit doen draaien zonder koelmiddel.
• Geen zuiver water gebruiken.
• Het koelmiddel niet in het motorkoelsysteem doen wanneer
de motor heet is.
• Om een oververhitting van de motor te vermijden, mag
het koelsysteem niet meer dan 50% anti-vriesmiddel
bevatten.
Het koelmiddelpeil controleren
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen.
4. De motor laten afkoelen.
5. De motorkap openen om toegang te krijgen tot het
motorkoelsysteem.
6. Het peil controleren in het expansievat van het koelmiddel.
I
In koude toestand moet het peil zich tussen de min. en
max. markeringen op de tank bevinden.
7. Indien het peil laag staat, koelmiddel bijvullen.
8. Wanneer het koelmiddel-expansievat leeg is, het
koelerdeksel langzaam tot aan de eerste stop openen om
de volledig druk eruit te laten.
5. Onderhoud motor
min.
max.
39
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
5. Onderhoud motor
Het koelerdeksel naar beneden drukken en verder
draaien tegen de richting van de wijzers van de
klok in. Vervolgens het deksel van het
motorkoelsysteem nemen. Controleer of het
koelmiddelpeil tot aan de bodem van de tankinlaat
reikt.
9. Indien het peil laag staat, koelmiddel bijvullen.
10. Het koelerdeksel erop draaien.
11. De staat van de koelwaterslangen en –klem-
men controleren. Vervangen indien nodig.
12. Motorafdekking sluiten.
W
Milieugevaar!
Antivriesmiddel is gevaarlijk voor het
milieu. Gooi het antivriesmiddel in een
daarvoor voorziene container of breng het
naar een recyclagecentrum.
Motorschade vermijden!
• Indien de motor niet voldoende afgekoeld is,
kan hij beschadigd geraken wanneer de hete
motor in contact komt met koud water.
• Indien gereinigd wordt met lucht of water
onder druk, moet een minimumafstand tot
de koelribben gehouden worden van 15 cm .
Enkel werken vanaf de kant van de ventilator
van het motorkoelsysteem.
Reiniging van het motorkoelsysteem
1. D
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen.
4. De motorkap openen, om toegang te krijgen tot
de bekleding van het motorkoelsysteem. De
bekleding eraf nemen.
5. Het vuil op de bekleding met een borstel, lucht
of water onder druk verwijderen.
6. Het vuil van het koelsysteem verwijderen met
lucht of water onder druk. Enkel reinigen vanaf de
kant van de ventilator van het motorkoelsysteem.
7. Controleren of de koelribben geen schade
vertonen.
8. De koelfilter er opnieuw inplaatsen.
9. De motorkap sluiten.
Het koelsysteem leegmaken
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen.
4. De motor laten afkoelen.
5. De motorkap openen om toegang te krijgen tot
de koeler.
6. Open het deksel van het koelsysteem tot aan de
eerste insnijding, om de druk te laten ontsnappen.
7. Open de koelmiddelafvoer die zich in de onder-
ste achterhoek van de koeler bevindt (geen af-
beelding). Laat het koelmiddel in een kuip lopen.
Motorschade vermijden!
• Het koelsysteem nooit leegmaken wanneer
de motor heet staat.
• De motor niet laten draaien zonder koelmiddel.
8. De koelmiddelafvoer sluiten nadat al het
koelmiddel uit de koeler gelopen is.
9. Het koelsysteem spoelen.
40
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Het koelsysteem spoelen
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen.
4. Het systeem leegmaken. Een jerrycan koeler-
spoeling toevoegen (in elke autospeciaalzaak
verkrijgbaar), zuiver water bijvullen en de aanwij-
zingen op de jerrycan opvolgen.
5. Het koelerdeksel erop draaien.
6. De motor starten en laten draaien tot hij de
bedrijfstemperatuur bereikt heeft (160 - 180 °).
7. De motor afzetten
8. De contactsleutel eraf nemen.
9. De afvoerklep van het motorkoelsysteem ope-
nen en het koelsysteem onmiddellijk leegmaken
alvorens er roest en vuil kan worden afgezet.
10. De motor laten afkoelen.
11. Het motorkoelsysteem met zuiver water vullen
en spoelen tot het water zuiver wordt.
12. Zodra al het water uit de motorkoeler werd
afgelaten, dient de afvoerklep te worden gesloten
en met geschikt koelmiddel te worden gevuld. Het
geschikte koelmiddel staat vermeld in de handlei-
ding van de motor.
5. Onderhoud motor
W
Lichamelijke letsels vermijden!
Wanneer de motor in werking is, is de
motorkoeling heet en kunnen brand-
wonden veroorzaakt worden! Wanneer het
deksel van het motorkoelsysteem verwijderd
wordt, kan een drukopbouw in het
motorkoelsysteem een explosieve ontlading
van het koelmiddel veroorzaken.
Schade aan de koeler vermijden!
Een verkeerd koelmiddelmengsel kan schade
aan de koeler veroorzaken.
• Gebruik geen zuiver koelmiddel of meer dan
50% koelmiddel bij de koeling.
Geen hulpstoffen met koelmiddel mengen of
in het koelsysteem doen.
I
Sommige geografische gebieden verei-
sen een bescherming tegen lage tempe-
raturen.
Het etiket op de verpakking van het anti-
vriesmiddel lezen of aan uw
è
agria-
Serviceç de juiste informatie vragen be-
treffende uw zone.
41
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
5. Onderhoud motor
Onderhoud brandstofsysteem
W
Vermijd blessures en/of dood van personen
tengevolge van dampen, vuur of ontploffing
tijdens het werken met onderdelen in contact
met brandstof:
• Niet roken in de nabijheid van de machine.
• De machine beschermen tegen vlammen en vonken.
• Werken in goed verluchte ruimtes.
• Gemorste brandstof onmiddellijk verwijderen.
W
Lichamelijke letsels vermijden!
Geschikte persoonlijke beschermkledij dragen om de ogen
en de handen te beschermen tijdens het werken met het
brandstofsysteem.
• De brandstof in een geschikte, niet metalen bak aflaten.
• Vóór het onderhoud dient de machine te worden afgekoeld.
• De negatieve accukabel afklemmen alvorens aan het
brandstofsytsteem te werken.
De brandstoffilter vervangen
Het vervangen van de brandstoffilter staat beschreven in de
handleiding van de motor..
uitv. benzinemotor
De brandstoffilter bevindt zich aan de linker achterzijde van de
machine, zie afb.
uitv. dieselmotor
De brandstoffilter bevindt zich aan de rechter achterzijde
van de machine.
Water in de brandstof (uitv. dieselmotor)
Deze machine is uitgerust met een water-/brandstofafscheider.
Indien op het instrumentenpaneel een geel licht brandt, wordt
weergegeven dat er water in de filter van de water-/brandstofaf-
scheider zit.
Wanneer dit licht brandt, dient het water uit de brandstoffilter
te worden verwijderd. De juiste informatie daarover staat
beschreven in de handleiding van de motor.
Uitv. benzinemotor
Uitv. dieselmotor
42
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
5. Onderhoud motor
9 N
6 - 13 mm
Controleren / afstellen van de generatorriem
uitv. dieselmotor
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen.
4. De motor laten afkoelen.
5. De motorkap openen om toegang te krijgen tot de generator.
6. Controleren of de riem niet overbelast, gescheurd of beschadigd
is.
7. De juiste spanning controleren. Tussen de generator en de
waterpomp dient een druk van 9 N op de riem te worden
aangewend, bij een indrukking van 6 tot 13 mm.
Regelen indien te vast of te los.
Spanning van de generatorriem instellen
W
Lichamelijke letsels vermijden!
Pas op voor vingers of losse kledij, die in de draaiende
delen kunnen geraken.
Vóór het inwerkingstellen van de machine, de motor stop-
pen, de contactsleutel eraf nemen en wachten, tot alle
bewegende delen stil staan.
1. De stelschroef losdraaien.
2. De onderste bevestigingsschroef van de generator
losdraaien.
3. Voorwaartse druk uitoefenen op de behuizing van de generator.
4. De stelschroef vastdraaien.
5. De bevestigingsschroef van de generator vastdraaien.
6. De juiste spanning controleren. De riem tussen de
generator en de waterpomp heeft een druk van 9 N bij 6 tot
13 mm. Indien nodig, opnieuw instellen.
43
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
5. Onderhoud elektriciteit
Veilig onderhoud van de accu
Lichamelijke letsels vermijden!
Elektrolyten bevatten zwavelzuur. Dit is giftig en kan zware
brandwonden veroorzaken:
• Oogbescherming en handschoenen dragen
• De huid bedekken
• Indien elektrolyten werden ingeslikt, onmiddellijk de dokter
raadplegen
• Indien elektrolyten in de ogen terechtkomen, onmiddellijk 15-
30 minuten met water spoelen en de dokter raadplegen
• Indien elektrolyten in contact komen met de huid, onmiddellijk
met water spoelen en indien nodig de dokter raadplegen.
De accu produceert een ontvlambaar en ontplofbaar gas.
De accu zou kunnen ontploffen.
• Niet roken in de nabijheid van de accu
Oogbescherming en handschoenen dragen
• Er mag geen metaal onmiddellijk in contact komen met de
accuzone
• Voor het scheiden eerst de minkabel afklemmen
• Bij het aansluiten het laatst de minkabel monteren
De accu verwijderen en installeren
Verwijderen:
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen.
4. De kap openen.
5. De min-accukabel afklemmen.
6. De plus-accukabel afklemmen.
7. De bevestiging losmaken en de accuklem eraf nemen.
8. De accu verwijderen.
Installatie:
1. De accu in het batterijvak plaatsen.
2. Eerst de plus-kabel met de positieve accuaansluiting verbin-
den, vervolgens de min-kabel met de negatieve accuaansluiting
verbinden.
3. Niet-geleidend smeermiddel op de aansluitingen aanbrengen
om roestvorming te voorkomen.
4. De beschermingskap over de accuaansluitingen schuiven.
5. De accuklem over de accu installeren en bevestigen. Niet te
vast aanhalen.
6. De kap sluiten.
Uitv. benzinemotor
Uitv. dieselmotor
44
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
5. Onderhoud elektriciteit
De accu en de aansluitingen reinigen
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen.
4. De accu afklemmen en verwijderen.
5. De accu met een oplossing van vier eetlepels natron op vier
liter water wassen. In de cel mag geen natronoplossing geraken.
6. De accu met zuiver water spoelen en drogen.
7. De aansluitingen en de accukabel met een staalborstel
reinigen tot ze blinken.
8. Niet-geleidend smeermiddel op de aansluitingen aanbrengen
om roestvorming te voorkomen.
Starthulp van buitenaf
Lichamelijke letsels vermijden!
De accu produceert een ontvlambaar en ontplofbaar gas.
De accu zou kunnen ontploffen.
• Niet roken in de nabijheid van de accu
Oogbescherming en handschoenen dragen
• Voor starthulp of voor accuvervanging geen koude of bevroren
accu gebruiken. Eerst opwarmen.
• De min-kabel niet aan de min-aansluiting van de ontladen accu
aansluiten. De aansluiting moet gebeuren op een geschikte
plaats van de machine, verwijderd van de ontladen accu.
I
Indien voor het opladen van de accu een voertuig
wordt gebruikt, moet het opladende voertuig
uitgeschakeld zijn. De accu van het andere voertuig
moet eveneens een 12 volt spanning hebben!
1. De plus-kabel van de startkabel van buitenaf met de pluspool
van de opladende accu verbinden .
2. Het andere uiteinde van de starthulpkabel aan de pluspool
van de ontladen accu aansluiten.
3. De min-kabel van de starthulpkabel met de minpool van de
opladende accu verbinden .
4. Het andere uiteinde van de min-kabel van de starthulpkabel
met een metalen deel van het motorblok van de ontladen
machine verbinden, op een plaats die van de accu verwijderd is.
5. De motor van het ontladen voertuig starten en enkele minuten
laten draaien.
6. De startkabel van buitenaf voorzichtig in omgekeerde volgorde
afklemmen: eerst de min-kabel en pas dan de plus-kabel.
- ontladen accu
- opladende accu
45
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
De gloeilampen van de koplampen vervangen
Lichamelijke letsels vermijden!
Onder druk, worden in de gloeilampen van de koplampen
gassen gevormd. De gloeilamp kan versplinteren
wanneer er een scheur in het glas zit, of wanneer het valt.
Het is noodzakelijk een oogbescherming te dragen en
voorzichtig met de gloeilamp te werk te gaan.
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en de contactsleutel eraf nemen.
3. De twee schroeven van de koplampunit openschroeven
en de unit eraf nemen.
4. De min-kabel en de plus-kabel van de defecte
gloeilamp eraf trekken.
5. De defecte gloeilamp van de lichtunit verwijderen door de
schroefklem samen te drukken.
6. De nieuwe gloeilamp erin plaatsen en met de schroefklem
beveiligen.
7. De plus- en min-draad volgens de oorspronkelijke staat
vastklemmen.
8. De koplampunit er opnieuw opzetten en met de schroeven
bevestigen.
De achterlichten vervangen
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen.
4. De stekker van de achterzijde van de achterlichten trekken.
5. Het defecte achterlicht eruit trekken en bij het juiste afval
afvoeren.
6. Het nieuwe achterlicht plaatsen.
7. De stekker er opnieuw insteken zoals hieronder afgebeeld.
5. Onderhoud elektriciteit
46
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Zekeringen
Hoofdzekering
De hoofdzekering bevindt zich bij de accu direct
achter de plus-accuaansluiting.
- bij uitv. benzinemotor: 30 A
- bij uitv. dieselmotor: 40 A
Verbruikerzekering
De verbruikerzekeringen bevinden zich onder de
motorkap rechts naast de motor (zie de afbeelding
hiernaast).
De zekeringen vervangen
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen.
4. De defecte zekering vinden en uit de houder
trekken.
5. De nieuwe zekering in de fitting plaatsen. Zich
ervan verzekeren dat de grootte van de zekering
correct is, om schade aan de machine te vermijden.
Denk tijdig aan vervangzekeringen!
5. Onderhoud elektriciteit
Ref. Kringloop Grootte zekering
A Start/PTO 15
B PTO-schakelaar 5
C Motorrelais #1 5
D 12 Volt (optioneel) 15
E Motorrelais #2 15
F Opwarmen en Generator 5
G Instrumentenpaneel 5
H Lichtschakelaar 15
47
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
5. Onderhoud aandrijfriemen
De aandrijfriemen controleren
Indien de riemen van de agria-Ventrac 6600 regelmatig worden
gecontroleerd, kan een een plotselinge uitval van de machine
worden voorkomen.
De problemen kunnen geconstateerd worden vóór de riem
scheurt. Het wordt aanbevolen de riemen om de 50 bedrijfsuren
te controleren of wanneer een probleem vermoed wordt.
Indien een piepend of knetterend geluid wordt waargenomen of
de geur van een ontgleden riem, zou de riem een probleem
kunnen vertonen.
Typische slijtageverschijnselen kunnen eruit zien zoals hiernaast
afgebeeld.
Indien zich één van deze omstandigheden voordoet, moet de
riem vervangen worden. In het hoofdstuk Vervangen van de
riemen staat beschreven hoe de riemen op een juiste manier
worden vervangen.
De riemen controleren:
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen en de motor laten afkoelen.
4. De motorkap openen en de afdekkingen , , en ,
eraf nemen, zoals weergegeven op de twee afbeeldingen
hiernaast.
Voor de machine werden vier (benzinemotor) of vijf
(dieselmotor) riemen gebruikt, zoals hiernaast afgebeeld. De
motoraandrijfriem , de achterste transmissieriem ,, de
voorste transmissieriem , de werktuig-aandrijfriem en
de generatorriem (enkel uitv. dieselmotor).
Versleten
riem
Scheuren
De riem
splitst
Gestreepte
zijdelen
Rekscheur
Ausf. Diesel-Motor
48
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
De motor-aandrijfriem afstellen uitv.
dieselmotor
Aangezien het heel belangrijk is dat deze riem correct zit,
werd deze machine met een kijkgat uitgerust om snel te
herkennen of de motor-aandrijfriem moet afgesteld worden.
Controleer om de 50 bedrijfsuren of de motor-
aandrijfriem juist zit.
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen en de motor laten afkoelen.
4. Kijk dit na langs het kijkgat in de afdekking van de motor-
aandrijfriem zoals hiernaast afgebeeld .
5. Het draadeind aan de spanrolarm moet overeenstemmen
met de zwarte metalen aanduiding in het venster , best
zonder afdekking.
6. Indien het draadeind en de aanduiding niet
overeenstemmen, dient de positie van de motordrager te
worden aangepast. Om de positie van de motordrager
aan te passen, dienen de vier schroeven van de
motordrager op de hiernaast afgebeelde plaatsen te
worden losgedraaid.
W
Lichamelijke letsels vermijden!
De veren kunnen onder hoge druk staan. Voor-
zichtig de veren losmaken, anders zou men
kunnen vastgeklemd geraken.
7. Zodra de schroeven losgedraaid zijn, de motordrager
aanpassen, door de lange schroef in de linker achterhoek
van de achterste chassis te gebruiken.
Nu overeenkomstig afstellen tot de aanduiding en het
draadeind overeenkomen ..
8. Zodra de juiste positie bereikt wordt, de vier schroeven
van de motordrager met 27Nm vastdraaien.
5. Onderhoud aandrijfriemen
49
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Vervanging van de motor-aandrijfriem
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen en de motor laten afkoelen.
4. De afdekkingen en eraf nemen zoals beschreven
in het hoofdstuk De riemen controleren
5. Onderhoud aandrijfriemen
Uitv. benzinemotor:
5. De veerspanning van de motor-aandrijfriem lossen door
de trekveer voorzichtig van de bout onder de motorplaat uit
te hangen.
6. Zodra de spanning van de veer werd genomen, de riem
eerst van de tussenas-riemschijf en dan van de motor-
riemschijf afnemen.
I
Om de riem van de middelste as te verwijderen, is het
mogelijk dat de riem moet gedraaid worden, zodat hij
tussen de schijf en de chassis door past.
7. De nieuwe riem volgens de demontagevoorwaarden in
omgekeerde volgorde installeren.
Uitv. dieselmotor:
5. Met een schroefsleutel van 9/16" en een dop (voor ratel)
van 9/16" dient de oogbout, die de veer voor de aandrijfriem-
spanrol vasthoudt, te worden losgemaakt.
6. Wanneer de spanning van de veer werd genomen, dient
de riem van de motor-riemschijf, van de spanrol en van de
middelste as te worden genomen.
I
Om de riem van de middelste as te verwijderen, is het
mogelijk dat de riem moet gedraaid worden, zodat hij
tussen de schijf en de chassis door past.
7. De nieuwe riem dient volgens de demontagevoorwaar-
den in omgekeerde volgorde te worden geïnstalleerd (zie de
afbeelding hiernaast).
8. Voor de plaatsing van een nieuwe riem dient de positie van de
riemspanrol te worden gecontroleerd, zoals beschreven in de
handleiding onder het hoofdstuk De aandrijfriem afstellen.
I
Wanneer de riem juist is opgespannen, heeft de veer
tussen elke kromming een afstand van ong. 1 mm.
.
W
Lichamelijke letsels ver-
mijden!
De veren kunnen onder
hoge druk staan. Voorzichtig de
veren losmaken, anders zou men
kunnen vastgeklemd geraken.
Veiligheidshandschoenen
gebruiken!
ca. 1 mm
Ausf. Diesel-Motor
50
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
5. Onderhoud aandrijfriemen
Vervanging van de werktuig-aandrijfriem
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen en de motor laten afkoelen.
4. De afdekkingen en eraf nemen zoals beschreven
in het hoofdstuk De riemen controleren. Ook de afdekking
verwijderen die hiernaast afgebeeld staat.
5. De koppelingskabel afklemmen.
6. De vaste hendel verwijderen.
7. De druk van de werktuig-aandrijfriem nemen door de twee
verlengingshefbomen van de draaiveer, die een deel van de
riemspanrol is, te ontgrendelen. Deze bevindt zich achter de
voorste rechter band (zie afbeelding hieronder).
W
Lichamelijke letsels vermijden!
De veren kunnen onder hoge druk staan. Voorzichtig
de veren losmaken, anders zou men kunnen vast-
geklemd geraken.
Veiligheidshandschoenen gebruiken!
8. De riem eerst van de voorste dubbele spanrol en dan van de
werktuigkoppeling nemen.
9. De nieuwe riem plaatsen in omgekeerde volgorde, volgens
de volgende demontagebeschrijving. Zich ervan verzekeren
dat de vaste hendel veilig aan de chassis geschroefd is
en dat het juiste bevestigingsgat van de koppeling werd
gebruikt.
51
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Vervanging van de transmissieriem
I
Het is aanbevolen beide transmissieriemen (vooraan en
achteraan) tegelijkertijd te vervangen.
Beide transmissieriemen ondervinden dezelfde slijtage
en vele stappen gelden voor beide riemen.
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen en de motor laten afkoelen.
4. De afdekkingen und eraf nemen zoals
beschreven in het hoofdstuk De riemen controleren.
5. De transmissieriem van de koppeling afnemen. Het is niet
nodig de werktuig-aandrijfriem volledig van de werktuigdrager te
nemen. Het volstaat de riem van de koppeling te nemen.
In het hoofdstuk Vervanging van de werktuig-aandrijfriem
staat beschreven hoe de riem van de werktuigkoppeling
wordt genomen.
W
Lichamelijke letsels vermijden!
De veren kunnen onder hoge druk staan. Voorzichtig
de veren losmaken, anders zou men kunnen vast-
geklemd geraken.
Veiligheidshandschoenen gebruiken!
6. De veerspanning lossen van de twee transmissie-riemspan-
ners. Om de transmissie-riemspanners te vinden, dient naar de
hendel van de riemspanrol te worden gezocht, die de transmis-
sieriem vasthoudt.
Om de veerspanning te lossen dient het armverlengstuk van
de hendel van de riemspanrol voorzichtig te worden
losgedraaid.
7. Beide transmissieriemen van de werktuigdrager nemen.
8. De nieuwe riem in omgekeerde volgorde plaatsen, volgens de
volgende demontagebeschrijving.
I
De aandrijfriem van de achterste transmissie dient eerst
te worden geplaatst, aangezien deze zich op de centrale
as bevindt.
5. Onderhoud aandrijfriemen
52
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
5. Onderhoud hydraulisch systeem
Het peil van de hydraulische olie controleren
1. De machine op een effen vlakte parkeren.
2. De motor afzetten en aan de stoprem trekken.
3. De contactsleutel eraf nemen en de motor laten afkoelen.
4. De motorkap openen om toegang te krijgen tot de motor.
5. Het reservoir van de hydraulische olie zoals afgebeeld
lokaliseren.
6. Kijken of het peil van de hydraulische olie zich tussen de
onderste en de bovenste niveau-aanduiding van het reservoir
bevindt.
I
Indien nodig, dient ter vaststelling van het oliepeil een
zaklamp te worden gebruikt.
7. Indien het peil van de hydraulische olie laag staat, dient de dop
van het hydraulisch reservoir te worden geschroefd en dient
hydraulische olie te worden bijgevuld, tot het niveau zich tussen
de onderste en bovenste markering op het reservoir bevindt.
Vervanging van de hydraulische olie en filter
De hydraulische olie en filter dienen om de 2000 bedrijfsuren
te worden vervangen. De hydraulische olie en filter mogen enkel
door een geautoriseerde èagria-Serviceç vervangen
worden.
Hydrostaat ventilator
De ventilators bevinden zich respectievelijk boven de hydrosta-
tische transmissies van de voor- en achteras.
l
Minstens één keer per jaar de goede werking van de
ventilatoren controleren en het vuil van de koelribben
verwijderen.
èagria-Serviceç
53
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Wielen
l
Bij de eerste ingebruikname en bij iedere
wisseling van de wielen moeten de wielbouten
na de eerste 2 bedrijfsuren met 100 Nm worden
nagetrokken of controleren. Verder bij alle ser-
vicewerkzaamheden.
l
De bandenspanning van de banden moeten
regelmatig gecontroleerd worden. Let erop dat de
spanning in beide banden gelijk is zodat pro-
bleemloos rijden gewaarborgd is.
Parkeerrem
Remwerking controleren vóór iedere ingebruikna-
me .
l
De parkeerrem moet de machine tegenhouden
op hellingen van 20°, eventueel
èagria-Serviceç
Algemeen
l
Letten op het verliezen van brandstof en olie,
vooral aan de motor, de hydrostaat-transmissie
en haakse overbrenging, eventueel de oorzaak
wegnemen. èagria-Serviceç
l
Schroeven en moeren regelmatig controleren,
eventueel natrekken.
l
Alle glijdende of beweeglijke onderdelen met
biologisch-afbreekbaar vet of olie vet houden.
Reinigen
Na ieder gebruik moet de machine direct grondig
met water worden gereinigd. Alle glijdende onder-
delen moeten vervolgens met bio-smeerolie of
met bio-smeervet worden ingevet.
Na reiniging met een hogedrukreiniger moeten de
smeerplaatsen aan de machine direct worden
gesmeerd, en moet de machine korte tijd in ge-
bruik worden genomen, zodat het binnengedron-
gen water eruit geslingerd wordt.
De lagers moeten zijn voorzien van een vetkraag
die de lagers beschermt tegen het binnendringen
van vuil, plantensappen en water.
Reinig de motor alleen met een doekje. Vermijd
het spuiten met een sterke waterstraal; er zou
water in het ontstekingsmechanisme of in het
brandstofsysteem kunnen komen, dit kan leiden
tot mankementen.
5. Onderhoud Algemeen
54
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
5. Onderhoud elektrisch schakelschema benzinemotor
1 Batterie
2 Generator
3 Elektrische starter
4 Hoofdzekering
5 Contactslot
6 Zekeringskast
8 Relais, Start
9 Relais, PTO
10 Relais, Motor
11 Elektromagnetische koppeling
12 Schakelaar, stoel
13 Schakelaar, PTO
14 Schakelaar, NEUTRAAL
16 Schakelaar, Licht
17 Achterlicht rechts
18 Achterlicht links
19 Schijnwerper
22 Verklikkerlicht, oliedruk
23 Detector, oliedruk
27 Voltmeter
32 Schakelaar,
Brandstofstop (carburator)
33 Schakelaar, Motorstopp
41 Stekkerdoos 12 V 2-pol.
42 Schakelaar, AAN-UIT-AAN
43 Schakelaar, AAN-UIT
44 Stekkerdoos 12V 4-pol.
55
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
5. Onderhoud elektrisch schakelschema dieselmotor
1 Batterie
2 Generator
3 Elektrische starter
4 Hoofdzekering
5 Contactslot
6 Zekeringskast
7 Relais, opwarmen
8 Relais, Start
9 Relais, aftakas
10 Relais, Motor
11 Elektromagnetische koppeling
12 Schakelaar, stoel
13 Schakelaar, aftakas
14 Schakelaar, NEUTRAL
15 Schakelaar gloeitijd
16 Schakelaar, Licht
17 Achterlicht rechts
18 Achterlicht links
19 Schijnwerper
20 Generator
21 Inspuitpomp
22 Verklikkerlicht, oliedruk
23 Detector, oliedruk
24 Verklikkerlicht, opwarmen
25 Verklikkerlicht,
brandstof/water
26 Detector, brandstof/water
27 Voltmeter
28 Aanduiding, koelwatertemp.
29 Detector, temperatuur
30 Waarschuwingspieper
31 Detector, temp/waarschuwingspieper
41 Stekkerdoos 12 V 2-pol.
42 Schakelaar, AAN-UIT-AAN
43 Schakelaar, AAN-UIT
44 Stekkerdoos 12V 4-pol.
56
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
5. Onderhoud hydraulisch schema
21 Hydrostatische vooras
22 Expansievat
23 Hydraulische oliefilter
24 Stuurventiel
25 Hefcilinder
26 Stuurunit
27 Stuurcilinder
28 Hydrostatische stekkerdoos bovenaan
29 Hydrostatische stekkerdoos onderaan
X Inlaatdrukleiding
Y Terugloop
Z Toevoerleiding reservoir
* = De aansluiting aan de stuurunit heeft een
kogelventiel. De aansluitnippel niet verwijderen.
57
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
agria-bestelnr.
Brandstofstabilisator benzinemotor:
799 09 brandstofstabilisator zak 5 g
Lak:
181 03 spuitlak berkengroen spuitbus 400 ml
712 98 spuitlak rood, RAL 2002 spuitbus 400 ml
509 68 spuitlak zwart spuitbus 400 ml
Bandenpechbescherming:
713 13 banden afdichtgel Terra-Sfles 1 l
Slijtageonderdelen:
- benzinemotor:
492 015 brandstoffilter
410 236 motorolie-filterpatroon
706 09 bougie, Bosch FR8DC; Champion RC12YC
- dieselmotor:
492 016 brandstof-filterpatroon
410 237 motorolie-filterpatroon
492 129 Dop voor motorolie
492 109 Koelfilter
492 106 Koelslang
492 124 Thermostaat + dichting
492 104 Dop voor koeler
- machine:
100 102 luchtfilterinzet P82-2686
100 103 luchtfilter-veiligheidspatroon(optioneel) P53-5396
100 104 Stofafvoerventiel voor luchtfilter
492 017 Hydraulische oliefilter 10 Micron
492 018 Brandstoftankdop
492 076 Dop voor reservoir van hydraulische olie
492 037 contactsleutel
760 15 platte zekering 5A
759 28 platte zekering 15A
760 12 platte zekering 30A
760 13 platte zekering 40A
492 038 Schijnwerper
768 94 Gloeilamp H3 12V55W
492 039 Achterlicht 12V rot
492 053 accu 12 V
492 005 V-riem A41 Transmissieriem
492 008 V-riem A89 Machine-aandrijving (aftakas)
492 013 V-riem B62 Motoraandrijving (dieselmotor)
492 014 V-riem B65 Motoraandrijving (benzinemotor)
492 080 V-riem Generator/ventilator (dieselmotor)
5. Onderhoud slijtageonderdelen
58
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
59
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
60
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
6. Storingen opsporen en verhelpen
D = uitv. dieselmotor
G = uitv. benzinemotor
FOUT MOGELIJKE OORZAAK
Motor:
De motor start niet
De regelhendel bevindt zich niet in de parkeerstand
De aftakasschakelaar is geactiveerd
De neutrale startschakelaar is versteld
De accu is leeg
De CHOKE is niet geactiveerd (G)
Doorbrande zekering in het startcircuit
Defect relais in het startcircuit
Elektrisch probleem in het startcircuit
De motor draait door, maar
start niet
Niet genoeg brandstof
Inspuitsproeier defect (D)
De gloeibougies werken niet (D)
Verstopte brandstoffilter
Koud weer de gloeibougies nog eens laten warm gloeien (D)
De brandstof-startspoel werkt niet
Bougie defect (G)
Bougiekabel los (G)
De motor loopt onregelmatig Verstopte of gedeeltelijk verstopte brandstoffilter
Verstopte of gedeeltelijk verstopte luchtfilter
Tankdop ventilatie is verstopt of vuil
Te oude of vuile brandstof, te weinig brandstof
Vuile of defecte inspuitsproeiers (D)
Inspuitpomp defect (D)
Niet voldoende motorvermogen
Vuile, verstopte carburator (G)
Verstopte of gedeeltelijk verstopte brandstoffilter (meestal)
Verstopte of gedeeltelijk verstopte luchtfilter. Weinig
cilinderdruk
Vuile of defecte inspuitsproeiers (D)
Onjuiste carburator afstelling (G)
Motor-oververhittingen
Vuile koelfilter (D) of –ventilatorfilter (G)
Laag koelmiddelpeil (D)
Vuil in de motorruimte
Deksel van motorkoelsysteem defect (D)
Thermostaat defect (D)
Losse generatorriem (D)
De oliedrukcontrole brandt
tijdens de werking
Weinig olie
Vuile oliefilter
Olieverdeler defect.
Oliepomp defect
Motor heeft te veel olie nodig Controleren op lekken
Verkeerde motorolie
Verstopte luchtaanzuigfilter
61
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
FOUT MOGELIJKE OORZAAK
Er komt wit rookgas uit de motor
Lage motortemperatuur. De motor laten warmlopen
Doorbrande cilinderkoppakking
Er komt zwart of grijs rookgas uit de
motor
Verstopt luchtaanzuigsysteem
Brandende olie in de motor
Vuile of defecte injectoren
Overmatig brandstofverbruik
Verstopt luchtaanzuigsysteem
Vuile of defecte injectoren
Elektrisch systeem:
De accu laadt niet op Losse of gecorrodeerde aansluitingen
Draadbreuk in het oplaadsysteem
Accu defect
Losse generatorriem
Generator defect
Spanningsregelaar defect
Losse draden in de generator
De verlichting werkt niet
Doorbrande zekering
Doorbrande gloeilamp
Draad/koppeldraad gescheurd
Lichtschakelaar defect
De gloeibougies werken niet
Doorbrande zekering
Relais defect
Gloeibougies defect
Elektrisch probleem
Aftakas niet geactiveerd
Stoelschakelaar defect, OPMERKING: De bestuurder
moet zich op de stoel bevinden
Aftakasschakelaar defect
De koppeling moet afgesteld worden
Koppeling defect
Elektrisch probleem
Hydraulisch systeem:
Voorste hulpdeel kan niet worden
opgehoffen
Weinig hydraulische olie
Te veel last op de aanbouwinrichting
Hydraulische cilinder defect
Stuurwiel geblokkeerd Weinig hydraulische olie.
Hydraulische cilinder defect
Hard geluid in de hydraulische motor Weinig hydraulische olie.
Koude temperaturen. De trekker moet warmlopen.
Machine:
De motor draait, maar de machine
beweegt niet.
Regelhendel niet in de juiste stand
Remmen niet in orde
Weinig hydraulische olie
De pompbediening is defect
De transmissie-palhefbomen zijn voor het wegslepen
uitgetrokken
6. Storingen opsporen en verhelpen
62
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Onderhouds- en inspectietabel
50 100 300
Motoroliepeil controleren x 34
Luchtfilter-element controleren x 37
Niveau van de hydraulische olie
controleren
x 52
Motorkoeler, moteur en motorvak
reinigen
** x x 38
Stoprem-spanning controleren x 53
Bandenspanning controleren x 53
S.D.L.A.-lagers smeren x x x 33
Hefcilinder smeren x x x 33
Stuurcilinder smeren x x x 33
Rails bestuurdersstoel smeren x x x 33
Onderste knikscharnieren smeren x x x 33
Bouten en moeren controleren:
los of ontbreken
x
Bouten controleren: versleten of
gescheurd
x
Wielmoeren controleren x 53
Luchtfilter vervangen ** x 37
Accu-aansluitingen controleren
en reinigen
x x 43
Brandstoftank: Water en
afzettingen aflaten
D x x 41
Hydraulische olie en oliefilter
vervangen
x 52
Brandstoffilter vervangen x 41
Koplampen vervangen x 45
Motorolie en –filter vervangen BM
Koelsysteem onderhouden D
39
+
BM
Bougie controleren evt.
vervangen
B BM
indien nodig
page
jaarl.
na 5 jaar of
2000
bedrijfsuren
Steeds na
bedrijfsuren
dagelijks
C
C = na iedere reinigingsbeurt, vooral met een hogedrukreiniger
B = uitv. benzinemotor
D = uitv. dieselmotor
BM = handleiding motor
* = In geval van zware lasten, hoge temperatuur of stof zijn de onderhoudsvoorwaarden niet
gespecificeerd. Het wordt aanbevolen de standaard – intervallen te halveren.
** = Indien onder moeilijke omstandigheden gewerkt wordt, zijn regelmatigere onderhoudsintervallen
nodig.
63
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
Conformiteitsverklaring
64
agria/
VENTRAC
Werktuigdrager 6600
agria-Werke GmbH
Bittelbronner Straße 42
D-74219 Möckmühl
Tel. +49/ (0)6298 /39-0
Fax +49/ (0)6298/39-111
Internet: www.agria.de
Uw agria dealer bij u in de omgeving:
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64

Agria 6600 de handleiding

Type
de handleiding