Toro Lawnmower Handleiding

Type
Handleiding
FORM NO. 3317-212 DU
The Toro Company-1995
Alle rechten voorbehouden
TPS
MODEL NR. 26630BC  5900001 & HOGER
MODEL NR. 26635BC  5900001 & HOGER
BEDIENINGS
HANDLEIDING
53 CM REAR BAGGER
Maaier
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
VOORBEREIDING
1. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u
de maaimachine gaat gebruiken. Let op de plaats en
de functie van de bedieningsorganen en hoe u de
machine moet gebruiken.
2. U dient erop toe te zien dat de machine niet door
kinderen wordt bediend of door volwassenen die niet
van de instructies op de hoogte zijn.
3. Houd iedereen weg uit het gebied waarin u de
machine gebruikt, met name kinderen en huisdieren.
4. Onthoud dat de gebruiker verantwoordelijk is voor
ongevallen of schade aan andere personen of hun
eigendommen.
VOOR INGEBRUIKNAME
1. Draag tijdens het maaien altijd een lange broek en
stevige schoenen. Draag geen schoenen met open
tenen en loop niet op blote voeten.
2. Inspecteer het terrein waarop u de maaier gaat
gebruiken grondig en verwijder eventuele
voorwerpen die door de maaier kunnen worden
uitgeworpen.
3. WAARSCHUWING  Benzine is licht ontvlambaar.
Bewaar brandstof uitsluitend in tanks of
blikken die daar speciaal voor bedoeld zijn.
Vul de brandstoftank nooit binnenshuis;
tijdens het bijvullen niet roken.
Vul zo nodig brandstof bij voordat u de motor
aanzet. Verwijder nooit de dop van de
brandstoftank en vul nooit brandstof bij
wanneer de motor loopt of voordat de motor
na gebruik een aantal minuten is afgekoeld.
Als er brandstof gemorst is de motor niet
aanzetten, maar eerst de maaier verplaatsen.
Zorg ervoor dat er geen ontstekingsbronnen
in de buurt van de gemorste brandstof komen
totdat alle benzinedampen verdwenen zijn.
Zorg voor een goede bevestiging van
afsluitdoppen van brandstoftanks en blikken.
4. Vervang geluiddempers die gebreken vertonen.
5. Controleer de messen, bevestigingsbouten en het
maaimechanisme altijd op sporen van slijtage of
beschadiging voor het gebruik. Vervang versleten of
beschadigde messen en bouten altijd als complete
set om een goede balans te behouden.
6. Let op dat bij machines met meer maaimessen
andere messen kunnen gaan draaien doordat u een
mes draait.
GEBRUIK
1. Laat de motor niet in een afgesloten ruimte lopen,
omdat zich giftige koolmonoxydedampen kunnen
ontwikkelen.
2. Maai alleen bij daglicht of een goede verlichting.
3. Gebruik de maaier bij voorkeur niet op nat gras.
4. Zorg dat u op hellingen altijd stevig staat.
5. Loop altijd in een normaal tempo; ga niet rennen.
6. Maai altijd dwars over de zijde van een helling,
nooit naar boven en beneden.
7. Ga zeer zorgvuldig te werk wanneer u van richting
verandert op een helling.
8. Maai niet op al te steile hellingen.
9. Ga zeer zorgvuldig te werk als u de maaier
achteruit beweegt of naar u toe trekt.
10. Zet de motor af wanneer u de maaier moet
kantelen om een grindpad, weg of trottoir over te
steken en voor het vervoer naar en van het te maaien
terrein.
11. Gebruik de maaier niet als schermen, schilden of
andere beveiligingsmiddelen, zoals zijafvoerkokers
op grasopvangzakken, gebreken vertonen of
ontbreken.
12. Verander de instellingen van de motor niet en
voorkom overbelasting van de motor.
13. Ontkoppel het zelfaandrijvingsmechanisme of de
aandrijfkoppeling voordat u de motor start.
14. Houd u bij het starten of aanzetten van de motor
zorgvuldig aan de voorschriften en houd uw voeten
uit de buurt van de maaimessen.
15. Bij het starten of aanzetten van de motor de
maaier niet kantelen, tenzij dat noodzakelijk is. Kantel
de maaier in dat geval niet meer dan absoluut nodig
is en til alleen het gedeelte op dat zich niet aan de
kant van de gebruiker bevindt.
DU2
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
16. Zorg ervoor dat u niet voor de afvoeropening
staat als u de motor start.
17. Houd handen en voeten uit de buurt van
draaiende delen. Blijf altijd uit de buurt van de
afvoeropening.
18. De maaier mag nooit met draaiende motor
worden opgetild of gedragen.
19. Zet de motor af en verwijder de bougiekabel:
voordat u verstoppingen verwijdert of de
afvoertunnel ontstopt.
voordat u de maaier gaat controleren,
schoonmaken of andere werkzaamheden
gaat uitvoeren.
als u een vreemd voorwerp raakt. Controleer
de machine op beschadigingen en voer alle
benodigde reparaties uit alvorens hem weer
te gebruiken.
als de maaier abnormaal trilt (direct
controleren).
20. Zet de motor af:
als u de maaier onbeheerd achterlaat.
voordat u de brandstoftank bijvult.
21. Zet de gashendel terug voordat u de motor afzet.
Als de machine met een brandstofafsluitklep is
uitgerust, draai deze dan dicht als het maaiwerk
voltooid is.
22. Rijd niet te snel als u een aan de achterzijde
bevestigde zitting gebruikt.
ONDERHOUD EN OPSLAG
1. Draai alle moeren, bouten en schroeven
regelmatig strak aan, zodat de machine steeds veilig
in gebruik is.
2. Als er zich brandstof in de tank bevindt de maaier
niet opbergen in een afgesloten ruimte waar
benzinedampen in contact met open vuur of vonken
kunnen komen.
3. Laat de motor afkoelen voordat u de
maaimachine in een afgesloten ruimte opbergt.
4. Om brandgevaar te beperken dienen motor,
geluiddemper, accucompartiment en de omgeving
van de brandstoftank steeds te worden vrijgemaakt
van een overmaat aan vet, gras, bladeren en
opgehoopt vuil.
5. Controleer de grasopvangzak regelmatig op
slijtage en beschadigingen.
6. Vervang versleten of beschadigde onderdelen ten
behoeve van een veilig gebruik.
7. Als de brandstoftank moet worden leeggemaakt,
dient dit buiten plaats te vinden.
GELUIDSNIVEAU
Deze machine produceert een maximum
geluidsniveau, gebaseerd op metingen van identieke
machines, van:
TRILLINGSNIVEAU
MODEL 26630BC
Deze machine produceert een maximum
trillingsniveau van 4.65 m/s, gebaseerd op metingen
van identieke machines.
MODEL 26635BC
Deze machine produceert een maximum
trillingsniveau van 1.73 m/s, gebaseerd op metingen
van identieke machines.
DU3
OVERZICHT VAN VEILIGHEIDSSYMBOLEN
Veiligheidsalarm
symbool in de driehoek
geeft gevaar aan
Veiligheidsalarm
Lees de bedienings
handleiding
Raadpleeg technische
handleiding voor juiste
onderhoudsprocedures
Blijf op veilige afstand
van de machine
Blijf altijd op veilige
afstand van de maaier
Uitgeworpen voorwerpen
gevaar voor alle
lichaamsdelen
Uitgeworpen voorwerpen
Maaier met zijafvoer. Zorg
dat het veiligheidsscherm
altijd aangebracht is.
Zet motor stil alvorens
bedieningspositie te
verlaten
Veiligheidsschermen niet
openen of verwijderen
terwijl de motor loopt
Roterend mes, kan tenen of
vingers afsnijden. Houd han
den en voeten uit de buurt van
het draaiende mes zolang de
motor loopt.
Om beschadiging van mes
bij fijnmaken te voorkomen
versneller gebruiken, als
maaier is uitgerust met een
fijnmaakhulpstuk
Overbrenging
Olie
Aan/Lopen
In werking stellen
Buiten werking stellen
Laadtoestand
van de accu
DU4
OVERZICHT VAN VEILIGHEIDSSYMBOLEN
Choke
Bedrijfsurenteller
Snel
Langzaam
Afname/toename
Smeerpunt
Motor starten
Motor afzetten
Hulpstarter
Hulpstartknop driemaal
indrukken
Brandstof
Neutraal
Eerste versnelling
Tweede versnelling
Derde versnelling
Maaimes
basissymbool
Maaimes
afstelling maaihoogte
Koord uittrekken
Wiel
Tractieaandrijving
DU5
OVERZICHT VAN VEILIGHEIDSSYMBOLEN
Accu's op verantwoorde
wijze afvoeren
Steek sleutel
in contactslot
Draai sleutel om
in contactslot
Hendel bewegen
Hendel naar voren
bewegen
Hendel naar
achteren bewegen
Bedieningsstang
omlaag brengen
Bedieningsstang
omhoog brengen
Bedieningsstang omhoog/
omlaag brengen
Bedieningsstang omhoog/
omlaag brengen
Bedieningsstang
omhoog brengen
Bedieningsstang
omlaag brengen
Bedieningsstang
omhoog brengen
DU6
INHOUDSOPGAVE
Blz. Blz.
Montageaanwijzingen 6. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Voor ingebruikname 8. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Aanwijzingen voor gebruik 9. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Onderhoud 12. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Onderhoud van het luchtfilter 12. . . . . . . . . . . . . . .
Vervangen van de bougie 13. . . . . . . . . . . . . . . . . .
Aftappen van benzine 13. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Vervangen van de carterolie 13. . . . . . . . . . . . . . . .
Afstellen van de gasklep 13. . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Afstellen van de wielaandrijving 14. . . . . . . . . . . . .
Controleren/verwijderen/slijpen van het mes 14. .
Smeren 15. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Accu opladen 16. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Het vervangen van de zekering 16. . . . . . . . . . . . .
Schoonmaken van de maaikast 16. . . . . . . . . . . . .
Maaier gereedmaken voor opslag 17. . . . . . . . . . .
Extra onderdelen 18. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Identificatie produkt 18. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Serviceondersteuning van Toro 18. . . . . . . . . . . . . . . .
Garantie voor het opstarten van de Toro 19. . . . . . . .
Onderhoudsschema voor de garantie
voor het opstarten 20. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
MONTAGEAANWIJZINGEN
PLAATSEN VAN DE HANDGREEP
1. PLAATSEN VAN DE HANDGREEPknoppen op
de bevestigingsbeugels losdraaien (fig. 1).
2. Zet de bevestigingsbeugels verticaal, zodat de
gaten zich aan de bovenkant bevinden.
3. Schuif de uiteinden van de handgreep helemaal in
de gaten op de bevestigingsbeugels (fig. 1). Zorg
ervoor dat de gasklepkabel, elektrische startkabel
(elektrisch startmodel) en de kabel van de aandrijving
zich boven op de linker bevestigingsbeugel bevinden
(fig. 2).
Figuur 1
1. Handgreep
2. Bevestigingsbeugel
3. Knoppen
4. Maaikastsleuf
792
1
4
2
3
4. Draai handgreep en bevestigingsbeugels naar
achteren totdat de uiteinden van de handgreep goed
in de maaikastuitsparingen zitten (fig. 2).
1. Kabel gasklep
2. Kabel aandrijving
* 3. Elektrische startkabel
* Elektrisch startmodel
Figuur 2
793
1
2
3
5. Draai de knoppen vast totdat de randen van de
sleuven boven op de bevestigingsbeugels elkaar
raken.
6. Bevestig met een kabelbandje de kabel(s) aan de
onderzijde van de linker buis (fig. 3). Het kabelbandje
moet 25 mm van de buiging in de handgreep
bevestigd worden. Zie figuur 3 voor de juiste
plaatsing van de kabels.
N.B.: zorg dat de kabel(s) het openen of sluiten van
de kokerdeur niet belemmeren.
DU7
MONTAGEAANWIJZINGEN
Figuur 3
1. Kabelbandje
791
1
7. De overtollige lengte van het kabelbandje op de
onderkant van de linker buis afsnijden.
8. Bevestig de bedieningshefboom op de
bedieningsstang d.m.v. een kopschroef en moer
(fig. 4).
Figuur 4
1620
INSTALLATIE VAN HET STARTKOORD
1. Trek het startkoord door de koordgeleider op de
handgreep (fig. 5). Om gemakkelijker lussen te
vormen, drukt u de bedieningsstang tegen de
handgreep zodat de bladrem wordt ontspannen.
1. Koordgeleider 2. Startkoord
1
2
1600
Figuur 5
INSTALLEREN VAN DE GRASZAK
1. Open kokerdeur, schuif de trechter aan de zak in
de afvoeropening en haak het zakframe aan het
ronde gedeelte van de bevestigingsbeugels (fig. 6).
1. Zakdeur
2. Zaktrechter
3. Afvoerdeur
4. Zakhendel
5. Bevestigingsbeugel
6. Zakframehaak
Figuur 6
775
1
4
3
5
2
6
N.B.: zorg dat de graszakdeur volledig tegen de
graszak gesloten is voordat u de zak op de maaier
installeert.
2. Laat de kokerdeur op de zak rusten (fig. 7).
DU8
MONTAGEAANWIJZINGEN
Figuur 7
795
INSTALLEREN VAN DE ACCU
(Elektrisch start model)
1. Zie Accu opladen op blz. 11.Schuif de accu, met
plaatje naar boven, tussen de gleuven aan de
achterkant van het bedieningspaneel (fig. 8).
2. Sluit de kabels aan.
Figuur 8
1. Accu 2. Accuhouders
1
137
2
VOOR INGEBRUIKNAME
CARTER MET OLIE VULLEN
Het carter vullen met SAE 30 olie totdat het oliepeil
op de peilstok de markering FULL (vol) bereikt
(fig. 9). De maximumcapaciteit van het carter is 0,75
liter olie. U kunt elke detergente olie van goede
kwaliteit gebruiken die van het American Petroleum
Institute (API) de "service classification" SE, SF of SG
heeft gekregen.
Controleer steeds voor gebruik of het oliepeil tussen
de markeringen FULL (vol) en ADD (bijvullen) op de
peilstok (fig. 9) staat. Vul olie bij als het peil te laag is.
1. Plaats de maaier op een horizontale ondergrond
en maak de omgeving van de peilstok schoon.
2. Verwijder de peilstok door de dop 1/4 slag naar
links te draaien.
Figuur 9
1. Vul
opening
4. "FULL"
markering
3. "ADD"
markering
2. Oliepeil
stok
1
2
3
4
284
3. Veeg de peilstok af en plaats hem in de
vulopening. Draai de dop 1/4 slag rechtsom.
Verwijder de peilstok dan en controleer het oliepeil
(fig. 9). Als het peil te laag is, vult u juist zoveel olie bij
dat het peil tot aan de FULLmarkering op de peilstok
komt. VUL NIET MEER OLIE BIJ DAN TOT DE
FULLMARKERING, OMDAT DE MOTOR
HIERDOOR KAN BESCHADIGEN BIJ HET
AANZETTEN. GIET DE OLIE LANGZAAM BIJ.
N.B.: controleer het oliepeil elke keer wanneer u de
maaier gaat gebruiken en telkens na 5 bedrijfsuren.
Bij eerste gebruik vervangt u de olie na 2
bedrijfsuren; daarna vervangt u de olie telkens na 25
bedrijfsuren. Wanneer er veel stof of vuil aanwezig is,
moet de olie vaker worden vervangen.
4. Plaats de peilstok in de vulopening en draai de
dop 1/4 slag naar links om hem te vergrendelen.
DU9
VOOR INGEBRUIKNAME
VULLEN VAN DE BRANDSTOFTANK MET
BENZINE
GEVAAR: benzine is onder bepaalde omstan
digheden uitermate brandbaar en explosief.
Rook niet wanneer u met benzine bezig bent
en houd de brandstof weg van open vlammen
of vonken. Koop nooit meer benzine dan u in
30 dagen kunt gebruiken. Bewaar het in een
goedgekeurde tank. Houd benzine buiten ber
eik van kinderen.
Vul brandstof alleen in de open lucht bij en al
tijd bij koude motor. Vul de tank niet helemaal,
maar slechts tot 613 mm vanaf de bovenrand
van de tank. De vulopening mag zelf niet vols
taan, omdat deze ruimte nodig is voor het uit
zetten van de brandstof. Gebruik een trechter
of tuit om morsen te voorkomen. Veeg ge
morste benzine direct op.
WAARSCHUWING
N.B.: Toro raadt u ten sterkste aan om in haar met
benzine aangedreven machines verse, schone
LOODVRIJE benzine met normaal octaangehalte te
gebruiken. Loodvrije benzine brandt schoner,
verlengt de levensduur van uw machine en zorgt voor
goed starten doordat er minder afzetting in de
verbrandingskamer plaatsvindt. Als er geen loodvrije
benzine verkrijgbaar is, kunt u ook gelode benzine
gebruiken.
1. Maak de omgeving van de brandstoftankdop
schoon en verwijder de dop van de tank (fig. 10).
Wanneer u loodvrije benzine gebruikt, dient u de tank
te vullen tot op 6  13 mm vanaf de bovenrand van de
tank, en niet tot in de vulopening. Vul de tank niet
helemaal.
Figuur 10
1. Brandstoftankdop
1
285
2. Plaats de dop weer op de brandstoftank en veeg
gemorste benzine op.
Toro raadt u aan in haar met benzine aangedreven
machines regelmatig een brandstofstabilisator te
gebruiken tijdens gebruik en opslag. Een stabilisator
houdt tijdens het gebruik de motor schoon en zorgt
ervoor dat er tijdens de opslag geen rubberachtige
harsresten in de motor worden afgezet.
BELANGRIJK: meng nooit olie door de benzine.
Gebruik nooit methanol, benzine die methanol
bevat, gasohol die meer dan 10% ethanol bevat, of
witte benzine omdat het brandstofsysteem van de
motor hierdoor beschadigd kan raken.
Gebruik tijdens de opslag geen andere
brandstoftoevoegingen dan produkten die
speciaal voor brandstofstabilisatie tijdens de
opslag zijn vervaardigd. Toro adviseert u geen
stabilisatoren op alcoholbasis, zoals ethanol,
methanol of isopropyl, te gebruiken.
Stabilisatoren mogen niet worden gebruikt om het
vermogen of de prestatie van de motor te
verbeteren.
AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK
TIPS VOOR GEBRUIK
1. CONTROLEER HET OLIEPEILZorg ervoor dat
het oliepeil zich bevindt tussen de ADD en
FULLmarkering op de peilstok (fig. 9).
2. VOORAFGAAND AAN HET MAAIENZorg ervoor
dat de zelfaandrijving en de functies van de
bedieningsstang goed werken. Wanneer de stang
wordt losgelaten, moet de zelfaandrijving stoppen.
3. MAAIEN EN GRAS OPVANGENDe beste
resultaten worden bereikt wanneer de motor op
maximale snelheid draait en ongeveer 1/3 van de
lengte van het gras wordt afgemaaid. Als er lang gras
gemaaid moet worden, stel de maaier dan tijdens de
eerste maaironde in op de hoogste maaistand. Maai
het gras daarna nog eens op de normale
maaihoogteinstelling. Maait u te lang gras, dan kan
de maaier verstopt raken en de motor afslaan.
Bij maaien onder droge en stoffige omstandigheden
kunt u de gashendel in een lagere stand zetten,
zodat de maaier minder stof doet opwaaien.
4. MES SLIJPENBegin elk maaiseizoen met een
scherp mes. Vijl regelmatig de onregelmatigheden
bij.
STARTEN, STOPPEN EN ZELFAANDRIJVING
BEDIENINGHet contact (model met elektrische
startmotor), de gasregelknop, grondsnelheidsknop,
bedieningsstang en repeteerstarter bevinden zich op
de bovenste handgreep (fig. 11).
1. Druk de bougiekabel op de bougie.
2. Zet de grondsnelheidsknop in de stand en
zet de gasregelknop op CHOKE .
DU10
AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK
Figuur 11
1. Grondsnelheidsknop
2. Gasregelknop
3. Bedieningsstang
voor zelfaandrijving
* 4. Contactslot met
sleutel
5. Repeteerstarter
* Elektrische start
modellen
1
2
3
4
972
5
3. ELEKTRISCH STARTENDraai de sleutel op
START en laat los, wanneer de motor aanslaat.
Als de motor gestart is, zet u de gasknop uit de
chokestand en regelt u de motor naar wens.
Wanneer de accuspanning te laag is om de motor te
starten, de repeteerstarter gebruiken (fig. 11).
4. HANDMATIG STARTENTrek de repeteerstarter
uit totdat u weerstand voelt; trek daarna stevig om de
motor te starten. Als de motor gestart is, zet u de
gasknop uit de chokestand en regelt u de motor
naar wens.
N.B.: als de accu leeg is, kunt u de motor starten met
de repeteerstarter.
5. GRONDSNELHEIDZet de grondsnelheidsknop
in de gewenste stand en trek de bedieningsstang
tegen de handgreep om te rijden. De grondsnelheid
verandert evenredig met de afstand tussen de
bedieningsstang en de handgreep (fig. 12). Breng
de bedieningsstang omlaag om een bocht te maken,
te manoeuvreren of als de maaier te snel loopt. Laat
u de bedieningsstang te ver zakken, dan stopt de
zelfaandrijving van de maaier. Trek de
bedieningsstang dichter tegen de handgreep voor
een hogere grondsnelheid. Als u de bedieningsstang
helemaal tegen de handgreep aantrekt, werkt de
zelfaandrijving op de hoogste grondsnelheid. U hoeft
de bedieningsstang echter niet helemaal strak tegen
de handgreep aan te trekken. Wanneer u de maaier
gebruikt voor het bijwerken van de kanten of hem
even laat staan, zet u de knop in de stand .
Figuur 12
147
SNELHEID
VERAN
DEREN
N.B.: de aandrijfwielen zijn uitgerust met vrijlopende
koppelingen, waardoor het gemakkelijker is de
maaimachine naar achteren te trekken wanneer de
wielaandrijving ontkoppeld is. Om de koppelingen vrij
te maken, moet de maaier tenminste 2,5 cm naar
voren worden geduwd nadat de wielaandrijving is
gestopt.
6. STOPPENOm de motor af te zetten, laat u de
bedieningsstang los. Verwijder de sleutel uit het
contact of trek de bougiekabel van de bougie als de
maaier zonder toezicht blijft of niet wordt gebruikt.
GEBRUIK VAN DE GRASZAK
1. Zet de motor af en wacht tot alle draaiende delen
stilstaan.
2. PLAATSEN VAN DE ZAKOpen de kokerdeur,
schuif de trechter van de zak in de afvoeropening en
haak het zakframe aan de bevestigingsbeugel
(fig. 13). Laat de kokerdeur op de zak rusten (fig. 14).
N.B.: zorg dat de graszakdeur volledig tegen de
graszak gesloten is voordat u de zak op de maaier
installeert.
DU11
AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK
1. Zakdeur
2. Zaktrechter
3. Afvoeropening
4. Zakhendel
5. Bevestigingsbeugel
6. Zakframehaak
775
Figuur 13
1
4
3
5
2
6
795
Figuur 14
3. VERWIJDEREN VAN DE ZAKZet de motor af
en wacht tot alle delen stilstaan. Houd handen en
voeten altijd uit de buurt van het maaierhuis als de
motor loopt. Open de kokerdeur, pak de zak bij de
hendel vast en til hem op. Sluit de kokerdeur.
N.B.: bij het verwijderen van de graszak wordt los
gras dat zich in de afvoeropening bevindt door de
zaktrechter opgeschept. Als de afvoeropening
verstopt blijft, de bougiekabel van de bougie trekken
en alle maaisel van de maaier verwijderen.
4. ZAK LEGENPak de zakbeugel en de onderkant
van de zak vast. Klap de zakdeur omhoog en kiep de
zak langzaam naar voren om hem te legen.
Afgemaaid gras en ander afval kunnen met
kracht uit de afvoertunnel worden gewor
pen.
Deze voorwerpen kunnen de bestuurder en
omstanders ernstig verwonden of zelfs do
den.
Doe het deurtje op de afvoertunnel nooit
open wanneer de motor draait, tenzij er een
graszak op de tunnel is geplaatst
PAS OP!
Door een beschadigde graszak kunnen
steentjes en andere soortgelijke voorwer
pen naar de bestuurder of omstanders wor
den geworpen.
Deze voorwerpen kunnen de bestuurder en
omstanders ernstig verwonden of zelfs do
den.
Controleer de graszak regelmatig. Indien hij
beschadigd is, dient hij door een nieuwe
originele TOROzak te worden vervangen.
PAS OP!
INSTELLEN VAN DE MAAIHOOGTE
Op het huis zijn drie cijfers aangebracht voor de
verschillende maaihoogten. De ruitjes tussen de
cijfers betekenen elk ca. 12 mm graslengte meer.
1. Zet de motor af en trek de bougiekabel van de
bougie. Bij elektrische startmodellen de sleutel uit het
contactslot nemen.
Bij het verstellen van de maaistandhendels
kunnen uw handen in aanraking komen
met het draaiende mes.
Bij aanraking van het mes kunt u ernstig
verwond raken.
Verstel de maaihoogte niet als de motor
loopt en het mes draait.
Steek uw vingers niet onder de maaikast
bij het optillen van de maaier om de maais
tandhendels te verstellen.
PAS OP!
DU12
AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK
2. Licht het maaierhuis op, zodat het wiel van de
grond komt en u de maaihoogte gemakkelijker kunt
afstellen. Niet de handen onder de maaikast steken
om het maaierhuis op te tillen. Druk de
afstellingshefboom naar het wiel toe en zet hem op
de gewenste stand (fig. 15). Zorg ervoor dat de pen
op de hefboom in een uitsparing op het maaierhuis
valt. Stel alle wielen op dezelfde hoogte in.
N.B.: de voorwielen kunnen tot op 12 mm worden
versteld. Trek de hefboom voorbij het cijfer 1 en laat
de pen in de uitsparing in het huis vallen.
3. Wanneer maximaal vermogen vereist is of
wanneer de bodem sponzig is en de achterwielen
dreigen weg te zakken, zet u de achterwielen één
stand hoger. Zodra u weer onder normale
omstandigheden werkt, moet u de voor en
achterwielen weer op gelijke hoogte instellen om het
beste maairesultaat te bereiken.
Figuur 15
146
ONDERHOUD
De motor kan onbedoeld aanslaan.
Onbedoeld starten van de motor kan
ernstige verwondingen toebrengen aan
de bestuurder of de omstanders.
Trek de bougiekabel van de bougie
voordat u onderhouds of afstelwerk
zaamheden uitvoert.
VOORZICHTIG
ONDERHOUD VAN HET LUCHTFILTER
Normaliter dient het luchtfilter telkens na 25
bedrijfsuren te worden schoongemaakt. Wanneer de
maaimachine in stoffige of vuile omstandigheden
wordt gebruikt, moet het vaker worden
schoongemaakt.
1. Zet de motor af en trek de bougiekabel van de
bougie. Verwijder de sleutel uit het contact bij
elektrische startmodellen.
2. Draai aan de knop waarmee het deksel van het
luchtfilter op de motor is bevestigd totdat het deksel
kan worden verwijderd. Filter grondig schoonmaken
(fig. 16).
3. Verwijder het schuimfilter indien het vuil is uit de
houder (fig. 16). Grondig schoonmaken.
A. Schuimfilter WASSEN in warm water met vloeibare
zeep. Knijpen om het vuil los te maken, maar niet
wringen, omdat het schuim dan kan scheuren.
Goed uitspoelen in schoon water.
B. Filter DROGEN door het in een schone doek te
wikkelen. Knijp in doek en filter om het filter te
drogen.
C. Filter DOORDRENKEN met 150 ml SAE 30
motorolie. Knijp in het filter om een teveel aan olie
te verwijderen en de olie goed te verdelen. Een
vochtig filter is het beste.
Figuur 16
288
1. Schuimfilter 2. Deksel 3. Knop
3
2
1
4. Schuimfilter en luchtfilterdeksel terugzetten.
BELANGRIJK: de motor mag nooit draaien zonder
luchtfilterelement. Hierdoor kan namelijk
overmatige slijtage en beschadiging van de motor
ontstaan.
DU13
ONDERHOUD
VERVANGEN VAN DE BOUGIE
Gebruik een Champion RC12YC of gelijkwaardige
bougie. De elektrodenafstand moet 0,76 mm groot
zijn. Verwijder de bougie telkens na 25 bedrijfsuren
ter controle.
1. Zet de motor af, laat hem afkoelen en trek de
bougiekabel van de bougie. Bij elektrische
startmodellen de sleutel uit het contact nemen.
2. Maak de omgeving van de bougie schoon en
verwijder hem uit de cilinderkop.
BELANGRIJK: vervang gescheurde, verstopte of
vervuilde bougies. De elektroden mogen niet
worden geschuurd, afgeschraapt of anderszins
schoongemaakt omdat er motorschade kan
ontstaan wanneer er gruis in de cilinder komt.
3. Stel de elektrodenafstand in op 0,76 mm (fig. 17).
Plaats de bougie met de juist afgestelde afstand en
de pakkingsluiting. Draai de bougie goed vast tot
19 Nm.
Figuur 17
0,76 mm
AFTAPPEN VAN BENZINE
1. Zet de motor af en wacht tot hij afgekoeld is. Trek
de bougiekabel van de bougie af. Verwijder de sleutel
uit het contact bij elektrische startmodellen.
N.B.: benzine mag alleen worden afgetapt van een
koude motor.
2. Verwijder de dop van de brandstoftank en gebruik
een pomphevel om de brandstof in een schoon
benzineblik te laten lopen.
N.B.: het aftappen van brandstof mag alleen op deze
manier gebeuren.
VERVANGEN VAN DE CARTEROLIE
Vervang de olie na de eerste 2 bedrijfsuren en
vervolgens telkens na 25 uur. Omdat warme olie
gemakkelijker afgetapt kan worden en meer
verontreinigingen meevoert dan koude olie, is het
aan te bevelen de motor enkele minuten te laten
lopen alvorens de olie af te tappen.
1. Zet de motor af en trek de bougiekabel van de
bougie. Verwijder de sleutel uit het contact bij
elektrische startmodellen.
2. Open de kokerdeur en verwijder de graszak. Tap
de benzine uit de brandstoftank af, zie: Aftappen van
benzine, blz. 8.
3. Verwijder de peilstok uit de vulopening en zet links
van de maaier een opvangbak.
4. Zet de maaimachine op zijn linkerzijkant en laat de
olie in de bak lopen (fig. 18).
5. Na het aftappen de maaier weer rechtop zetten en
de motor met verse olie vullen. Zie: Carter met olie
vullen, blz. 8.
Figuur 18
287
1. Olievulopening
1
AFSTELLEN VAN DE GASKLEP
Als de motor niet start of stopt, is het misschien
nodig de gasklepregeling opnieuw af te stellen. Dit
moet eveneens gebeuren wanneer een nieuwe
gasklepregelingskabel is geïnstalleerd.
1. Zet de motor af en trek de bougiekabel van de
bougie. Verwijder de sleutel uit het contact bij
elektrische startmodellen.
2. Zet de gasregelknop naar voren in de stand SNEL
.
3. Maak de schroef van de kabelklem los totdat u de
gasklepkabel kunt wegschuiven (fig. 19).
286
1. Kabelklemschroef
2. Gasklepbeugel
3. Gasklepkabel
4. Gashendel
5. Gaatjes op één
lijn
1
3
2
5
4
Figuur 19
DU14
ONDERHOUD
4. Beweeg de gaskabel naar links of naar rechts tot
de gaatjes in de gashendel en de gasklepbeugel op
één lijn liggen (fig. 19).
5. Trek de gaskabel voorzichtig strak en draai de
kabelklemschroef aan om het geheel op deze manier
vast te zetten.
AFSTELLEN VAN DE WIELAANDRIJVING
Als de maaier niet uit zichzelf rijdt, of de neiging
vertoont vooruit te rijden wanneer de aandrijving niet
ingeschakeld is, moet de kabel van de
wielaandrijving worden afgesteld.
1. Zet de motor af en trek de bougiekabel van de
bougie
2. Draai de moer op het steunblok los (fig. 20).
Figuur 20
1. Moer
2. Steunblok
3. Bovenste stelmoer
4. Onderste stelmoer
5. Kabel van wiel
aandrijving
362
1
2
3
4
5
3. Draai de onderste stelmoer van de kabel los
(fig. 20).
Figuur 21
149
11/2"
4. Trek de bedieningsstang omhoog totdat u enige
weerstand voelt. Bij een juiste afstelling komt de
stang tot op ongeveer 3,5 cm van de handgreep
(fig. 21).
5. Draai de bovenste stelmoer omhoog om de
afstand tussen de bedieningsstang en de handgreep
te vergroten. Draai de bovenste stelmoer omlaag om
de afstand tussen de bedieningsstang en de
handgreep te verkleinen.
6. Herhaal stap 4 en 5 totdat de afstand naar wens
is.
7. Draai de onderste stelmoer vast om de
kabelafstelling vast te zetten.
8. De bovenste stelmoer moet tegen het steunblok
aan komen als de afstelling voltooid is (fig. 20).
9. Draai de moer op het steunblok vast.
AFSTELLEN VAN DE REMKABEL (fig. 22)
Wanneer een nieuwe bladremkabel wordt
geïnstalleerd, is afstelling noodzakelijk.
1. Zet de motor af. Trek de bougiekabel van de
bougie. Verwijder de sleutel uit het contact bij
elektrische startmodellen.
2. CONTROLE VAN DE AFSTELLINGDruk de
bedieningsstang tegen de handgreep tot de speling
in de kabel is opgeheven. De ruimte tussen
remhefboom en handgreep moet tussen
2,4 mm4,8 mm zijn. Zie stap 3 voor de afstelling.
3. CONTROLE VAN DE KABELMANTELDraai de
moer op de kabelklem los. Steek een voorwerp met
een afmeting van 2,4 mm4,8 mm tussen
remhefboom en handgreep. Trek de kabelmantel
omlaag tot alle speling in de kabel is opgeheven.
Draai de moer weer vast.
Figuur 22
1. Remhefboom
2. Handgreep
777
3. Moer
4. Kabelmantel
2
1
3
4
2,4-4,8 mm
(/"-/")
CONTROLEREN/VERWIJDEREN/SLIJPEN VAN
HET MES
1. Trek de bougiekabel van de bougie. Verwijder de
sleutel uit het contact bij elektrische startmodellen.
2. Tap de benzine uit de brandstoftank af, zie:
Aftappen van benzine, blz. 13.
DU15
ONDERHOUD
3. Plaats de maaier op zijn linkerzijkant. Zorg ervoor
dat het mes niet draait, omdat hierdoor
startproblemen kunnen ontstaan.
4. CONTROLEREN VAN HET MESControleer het
mes zorgvuldig op scherpte en slijtage, met name op
het raakvlak van vlakke en gebogen delen (fig. 23A).
Het metaal dat deze delen verbindt kan door zand en
schurend materiaal afslijten. De maaier moet daarom
voor gebruik worden gecontroleerd. Als u gleuven of
slijtage constateert (fig. 23B en C), dient het mes
door een nieuw TOROmes te worden vervangen. Zie
hiervoor stap 5.
N.B.: u bereikt het beste resultaat, wanneer u voor
het begin van het maaiseizoen een nieuw TOROmes
plaatst. In de loop van het jaar kunt u dan kleine
onregelmatigheden wegvijlen om de snijrand scherp
te houden.
Figuur 23
151
VLAKKE DEEL
VAN MES
WIEK
SLITAGE
GLEUF
ONTSTAAN
WIEK
WIEK
Een versleten of beschadigd mes kan
breken en in een dergelijk geval kan
een stuk van het mes worden uitgewor
pen naar bestuurder of omstanders.
Een uitgeworpen stukje mes kan
bestuurder of omstanders ernstig ver
wonden of zelfs doden.
Controleer het mes daarom regelmatig
op slijtage of beschadigingen.
Vervang versleten of beschadigde mes
sen.
PAS OP!
5. VERWIJDEREN VAN HET MESPak het uiteinde
van het mes vast met behulp van een oude lap of
dikke gewatteerde handschoen. Verwijder de
mesbout, de veerring en het mes (fig. 24).
Figuur 24
1. Mes 3. Mesbout
1833
2. Veerring
1
3
2
6. SLIJPEN VAN HET MESMet behulp van een vijl
kunt u de bovenkant van het mes slijpen, waarbij u
de oorspronkelijke snijhoek in stand houdt (fig. 25).
Als u aan beide snijranden evenveel materiaal
verwijdert, blijft het mes in evenwicht.
153
Figuur 25
SLIJP ALLEEN
OP DEZE HOEK
BELANGRIJK: controleer de balans van het mes
door het op een mesbalans te leggen. In de
ijzerwinkel kunt u een goedkope balans kopen.
Wanneer een mes in evenwicht is, blijft het
horizontaal liggen. Is het mes niet in balans, dan
helt het over naar de zwaardere kant. In dit geval
moet nog wat metaal van de snijrand aan deze
kant worden afgevijld.
7. Breng het scherpe, gebalanceerde mes, de
veerring en de mesbout weer aan. Het wiekdeel van
het mes moet naar de bovenkant van de maaikast
wijzen. Draai de bout op het mes aan tot 68 Nm.
SMEREN
De voor en achterwielen moeten telkens na 25
bedrijfsuren en aan het eind van het seizoen worden
gesmeerd.
1. Breng 2 à 3 druppels lichte olie aan op de
binnenkant bij de voorwielen en aan de buitenkant
van alle wielbouten. Laat de wielen draaien om de
olie in de naafbussen te brengen. Veeg het teveel
aan olie weg.
2. Zet de maaihoogtehendels van de achterwielen in
stand "2". Veeg de smeernippels af met een schone
doek (fig. 26). Zet een vetspuit op de smeernippels
en pomp voorzichtig 2 à 3 maal. Gebruik hiervoor nr.
2 universeelvet op lithiumbasis.
DU16
ONDERHOUD
1. Smeernippel
Figuur 26
1
ACCU OPLADEN (Elektrisch start model)
Ofschoon een nieuwe accu niet volledig is
opgeladen, levert een gedeeltelijke oplading van
4 uur voldoende energie om de motor verschillende
keren te starten. Een nieuwe accu moet echter 72 uur
achter elkaar worden opgeladen om zeker te zijn van
een volle accu. Laad de accu eveneens gedurende
72 uur op, wanneer de maaier een tijd heeft gestaan
en in het voorjaar. Bij een normale bediening zorgt de
dynamo ervoor dat de accu geladen blijft.
1. Zet de motor af en maak de ontstekingsdraad los
van de accupool (fig. 27).
137
1
3
Figuur 27
1. Accu 3. Houder
2. Ontstekingsdraad
2
2. De accu kan, indien gewenst, uit de houders
verwijderd worden. De accu hoeft echter niet
verwijderd te worden als de maaier dichtbij een
stopcontact geplaatst kan worden.
3. Verbind de TORO elektrische lader met de accu
en steek de stekker in een 220V stopcontact. Nadat
de accu de benodigde tijd is opgeladen, de
acculader uitschakelen en de accu loskoppelen.
4. Verbind de ontstekingsdraad aan de poolklem van
de accu.
BELANGRIJK: het is raadzaam uitsluitend een TORO
elektrische acculader te gebruiken, omdat andere
laders de accu kunnen beschadigen. Gebruik de
lader altijd binnenshuis en laad de accu zo mogelijk
op bij kamertemperatuur (22 C of +70F ). Laad de
accu niet langer dan 72 uur, omdat dit tot
beschadiging kan leiden.
HET VERVANGEN VAN DE ZEKERING
De laadkring van het elektrische systeem wordt
beveiligd door een zekering. Als de accu niet
opgeladen blijft, kan de zekering doorslaan. Gebruik
een AGC-5 zekering van 5 ampère.
1. Druk de twee delen van de zekeringhouder
samen. Draai de dop van de zekeringhouder om de
zekeringhouder te openen (afb. 28).
2
Figuur 28
1. Sikringsholderhætte
2. Sikringsholderbund
3. Sikring
4. Tap (2)
4
1752
1
3
2. Tag sikringen ud og kassér den.
3. Sæt en ny sikring i.
4. Tapperne på sikringsholderhætten ligestilles med
sikringsholderbunden og de to dele trykkes sammen.
Drej hætten så sikringsholderen lukkes.
SCHOONMAKEN VAN DE MAAIKAST
De maaier werkt het best als de onderzijde van de
maaikast en de binnenkant van de afvoer schoon
zijn.
1. Zet de motor af. Trek de bougiekabel van de
bougie. Verwijder de sleutel uit het contact bij
elektrische startmodellen.
2. Tap de benzine uit de brandstoftank af, zie:
Aftappen van benzine, blz. 13.
3. Leg de maaier op zijn linkerzijkant (fig. 29). Zorg
dat het mes niet draait, want dat kan tot
startproblemen leiden.
4. Verwijder vuil en maaisel van de maaikast door
deze met een tuinslang af te spuiten. Schraap het
resterende vuil weg met een houten schraper.
Vermijd naden en scherpe hoeken.
DU17
ONDERHOUD
5. Verwijder gras en vuil dat de werking van de deur
kan belemmeren van de afvoeropening en de
scharnieren.
Figuur 29
490
MAAIER GEREEDMAKEN VOOR OPSLAG
1. Wanneer de maaier voor langere tijd niet gebruikt
wordt, dient u de benzine uit de brandstoftank af te
tappen of een brandstofadditief aan de benzine toe te
voegen. Zie voor het aftappen van de benzine de
desbetreffende paragraaf op blz. 13. Nadat de
brandstof is afgetapt, zet u de motor aan en laat u
hem draaien totdat alle brandstof is verbruikt en de
motor afslaat. Als de benzine niet wordt afgetapt en
er geen stabilisator wordt toegevoegd, ontstaan er
rubberachtige harsresten die de werking van de
motor belemmeren en zelfs tot startproblemen
kunnen leiden.
Benzine mag alleen maar in de tank blijven zitten als
een toevoeging, zoals TORO Stabilizer/Conditioner
vóór opslag aan de benzine toegevoegd wordt.
TORO Stabilizer/Conditioner is een
conserveringsmiddel op petroleumdestillaatbasis.
TORO raadt het gebruik van toevoegingen op
alcoholbasis af, zoals ethanol, methanol of isopropyl.
Brandstoftoevoeging in de op de verpakking
aangegeven hoeveelheden gebruiken.
Onder normale omstandigheden behouden deze
brandstoftoevoegingen 68 maanden hun werking.
2. Nadat de olie is afgetapt, vult u het carter niet met
olie voordat u de hierna volgende stappen 3 tot en
met 10 hebt uitgevoerd.
3. Verwijder de bougie en giet 30 ml (2 eetlepels)
SAE 30olie in het gat van de cilinder. Trek langzaam
aan het startkoord zodat de olie zich in de cilinder
verspreidt. Breng de bougie weer aan en draai hem
vast tot 20 Nm. PLAATS DE BOUGIEKABEL NIET
OP DE BOUGIE.
4. Maak de maaikast schoon: zie hiervoor
Schoonmaken van de maaikast, blz. 16.
5. Controleer de toestand van het mes: zie hiervoor
Controleren/verwijderen/slijpen van het mes, blz. 14.
6. Draai alle moeren, bouten en schroeven goed
aan.
7. Verwijder vuil en kaf, maaisel en afval van de
buitenkant van de motor, dekplaat en bovenkant van
de maaikast.
8. Maak het luchtfilter schoon: zie hiervoor
Onderhoud van het luchtfilter, blz. 12.
9. Smeer de wielen: zie hiervoor Smeren, blz. 15.
10. Werk alle geroeste of afgeschilferde geverfde
oppervlakken bij. Bij de erkende TORO Service
dealer kunt u hiervoor Toro ReKote verf kopen.
11. Vul het carter met olie; zie hiervoor de
desbetreffende paragraaf op blz. 8.
12. Accu opladen gedurende 72 uur (elektrische
startmodellen); zie Accu opladen op blz. 16.
13. Zet de maaier op een schone, droge plaats. Dek
hem af zodat hij schoon blijft en beschermd wordt.
DU18
EXTRA ONDERDELEN
Voor bijzondere omstandigheden kunt u de volgende
accessoires bij uw erkende TORO Service dealer
aanschaffen.
1. Verticuteermechanisme, modelnr. 59131 In
enkele minuten geïnstalleerd. Zit aan de voorkant
voor gemakkelijk manoeuvreren. De verende
harktanden verticuteren oude grasresten zodat ze
gemakkelijk in de vangzak gezogen worden (fig. 30)
en zo worden verwijderd.
Figuur 30
141
1. Verticuteermechanisme
1
2. Bladversnipperaar, modelnr. 59180Wordt aan
de onderzijde van de maaier gemonteerd zonder dat
het mes verwijderd hoeft te worden. Versnippert
bladeren zodat ze gemakkelijk in de graszak kunnen
worden opgezogen en verwijderd (fig. 31).
Figuur 31
1834
1
1. Bladversnipperaar
3. Vonkenvanger, onderdeelnr. 398067Als u
vanwege plaatselijke of landelijke verordeningen
verplicht bent een vonkenvanger te installeren, kunt u
deze bij een erkende Toro Service dealer
aanschaffen. Als de maaier in Californië wordt
gebruikt op land dat met bos, struikgewas of gras is
begroeid zonder naar behoren werkende
vonkenvanger, overtreedt de gebruiker hiermee de
wet van deze staat. Paragraaf 4442 Public Resources
Code.
IDENTIFICATIE PRODUKT
Aan de onderkant van het bedieningspaneel is een plaatje met het model en serienummer bevestigd. Wanneer
u ons schrijft of reserveonderdelen bestelt, dient u deze specifieke nummers altijd te vermelden.
SERVICEONDERSTEUNING VAN TORO
Als u ondersteuning nodig hebt  met betrekking tot veiligheid, installatie, bedrijf, onderhoud of defecten  kunt u
contact opnemen met de plaatselijke erkende TORO Servicedealer of distributeur. Deze kunt u in de Gouden
Gids vinden. De dealer en distributeur hebben naast bevoegde onderhoudstechnici ook door de fabrikant
goedgekeurde accessoires en reserveonderdelen. Zorg ervoor dat uw Toro volledig TORO blijft, door alleen
echte TORO onderdelen en accessoires te kopen.
DU19
GARANTIE VOOR HET OPSTARTEN VAN DE TORO
Beperkte garantie van vijf jaar
op de TORO GTS 150 OHV motor
Wat valt er onder de garantie?
Voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van aankoop garandeert Toro dat de uw TORO GTS 150 motor bij
de eerste of tweede maal trekken zal starten, op voorwaarde dat u voor het vereiste routineonderhoud zorgt. De
kosten voor onderdelen en arbeid zijn inbegrepen maar de verzendkosten zijn voor uw rekening. Deze garantie
geldt voor TORO GTS 150 motoren die na 1 september 1991 zijn gekocht.
Hoe blijft de garantie geldig?
U moet uw TORO GTS 150 motor onderhouden door het onderhoudsplan in de Bedieningshandleiding te volgen
en dit op eigen kosten. U moet het onderhoudswerk in de speciale onderhoudstabel invullen en de
ontvangstbewijzen bijhouden. Uw TORO GTS 150 motor moet ook een jaarlijkse onderhoudsbeurt krijgen door
een erkende TORO service dealer.
Hoe kunt u van de gegarandeerde diensten gebruik maken?
Als het startvermogen van uw TORO GTS 150 motor vermindert tot op het punt waar hij niet start na een of
tweemaal trekken door een gezonde volwassene, moet u deze stappen volgen:
1. Neem contact op met een erkende TORO service dealer of een TORO distributeur.
2. Deze zal u vragen de machine naar hem op te sturen of te brengen of een andere erkende TORO dienst
aanbevelen die geschikter is.
3. Breng de machine, uw onderhoudspapieren en ontvangstbewijzen naar de Service dealer.
Als u om de een of andere reden niet tevreden bent met de diagnose van de dealer inzake het startvermogen
van de motor, of met de verstrekte hulp, neem a.u.b. contact op met uw TORO distributeur.
Wat valt er niet onder de garantie?
De volgende punten vallen niet onder de garantie:
1. Reparaties van machines die voor commerciële doeleinden worden gebruikt.
2. Normaal onderhoud, inclusief vervanging van bougies, luchtfilter, brandstoffilter, afstelling van de carburator.
3. Olieverversing en smering.
4. Reparaties of afstelling ten gevolge van:
a. het niet uitvoeren van het vereiste onderhoud,
b. het stoten van het draaimes tegen een voorwerp,
c. bevuiling van het brandstofsysteem,
d. verkeerde brandstof of brandstofmengsel (ingeval van twijfel, raadpleeg de bedieningshandleiding)
e. het niet nemen van de vereiste maatregelen voor het opbergen zoals in de bedieningshandleiding
beschreven staat,
f. verkeerd gebruik, verwaarlozing of ongevallen,
g. reparaties of pogingen tot reparatie door iemand die geen erkend TORO service dealer is.
5. Bijzondere omstandigheden waarbij men bij het starten meer dan tweemaal moet trekken, inclusief:
a. gebruik na langdurige periode van niet gebruikt zijn, of na de seizoensgebonden opslag,
b. bij het opstarten bij lagere temperatuur zoals in de vroege lente of de late herfst moet men
eventueel meer dan tweemaal trekken (alleen van toepassing op roterende produkten),
c. verkeerde handelwijze bij het starten. Indien u moeilijkheden hebt bij het starten, raadpleeg de
bedieningshandleiding om u ervan te verzekeren dat u op de juiste wijze start. Hierdoor kunt u
een onnodig bezoek aan de service dealer voorkomen.
Alle terugbetaalbare reparaties die onder deze garantie vallen moeten uitgevoerd worden door een erkende
TORO Service dealer en enkel met erkende TORO onderdelen.
Het enig verhaal waarop de koper zich kan beroepen is de reparatie door een erkende TORO service dealer te
laten uitvoeren zoals hierboven beschreven.
DU20
ONDERHOUDSSCHEMA VOOR DE GARANTIE
VOOR HET OPSTARTEN
Om de garantie voor het opstarten te doen gelden, moet u de hieronder beschreven onderhoudsbeurten uitvoeren
na elke 25 uur van gebruik, vaker als de maaier aan veel stof of vuil wordt blootgesteld. Volg de werkwijzen
beschreven in deze Bedieningshandleiding en noteer de gegevens in deze tabel.
Datum
Uren
gebruikt
Vervangen van olie
Niet van toepassing
op tweetaktmotoren
Onderhoud van
luchtfilter
Smeren
van wielen
Controleren
van
bougie
Opbergen
van maaier
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20

Toro Lawnmower Handleiding

Type
Handleiding

in andere talen