HP ML 3310 Handleiding

Categorie
Kopieerapparaten
Type
Handleiding
ML-331x Series
ML-371x Series
Gebruikershandleiding
Basis
imagine the possibilities
Deze handleiding geeft informatie met betrekking tot de installatie, normaal gebruik en het
oplossen van problemen in Windows.
2
Inhoud

1. Inleiding
5 Belangrijkste voordelen
7 Functies per model
8 Nuttig om te weten
9 Informatie over deze gebruikershandleiding
10 Veiligheidsinformatie
16 Apparaatoverzicht
19 Overzicht van het bedieningspaneel
22 Het apparaat inschakelen
23 Lokaal installeren van het stuurprogramma
24 Het stuurprogramma opnieuw installeren

2. Menuoverzicht en
basisinstellingen
26 Menuoverzicht
28 Een testpagina afdrukken
29 De taal op het display wijzigen
30 Afdrukmateriaal en lade
42 Eenvoudige afdruktaken
3. Onderhoud
49 Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen
50 Beschikbare verbruiksartikelen
51 Beschikbare accessoires
52 Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud
53 Toner herverdelen
55 De tonercassette vervangen
57 Een geheugenmodule upgraden
59 De gebruiksduur van de verbruiksartikelen
controleren
60 Instellen van de waarschuwing "Toner bijna
op"
61 Het apparaat reinigen
4. Problemen oplossen
65 Tips om papierstoringen te voorkomen
66 Papierstoringen verhelpen
73 Informatie over de status-LED
76 Informatie over displaymeldingen
Inhoud
3
5. Bijlage
83 Specificaties
93 Informatie over wettelijke voorschriften
105 Copyright
1. Inleiding
In dit hoofdstuk staat informatie die u nodig heeft om het apparaat te
gebruiken.
Belangrijkste voordelen 5
Functies per model 7
Nuttig om te weten 8
Informatie over deze gebruikershandleiding 9
Veiligheidsinformatie 10
Apparaatoverzicht 16
Overzicht van het bedieningspaneel 19
Het apparaat inschakelen 22
Lokaal installeren van het stuurprogramma 23
Het stuurprogramma opnieuw installeren 24
Belangrijkste voordelen
Milieuvriendelijk
Dit apparaat beschikt over een Eco-functie waarmee u toner en
papier kunt sparen.
U kunt meerdere pagina’s op één vel afdrukken om papier te
besparen (zie handleiding Geavanceerd).
Om papier te besparen kunt u op beide zijden van het papier
afdrukken (dubbelzijdig afdrukken) (zie handleiding
Geavanceerd).
Dit apparaat bespaart automatisch elektriciteit door het
stroomverbruik aanzienlijk te beperken wanneer het apparaat
niet wordt gebruikt.
Afdrukken met hoge snelheid en uitstekende
kwaliteit
U kunt afdrukken met een resolutie tot 1.200 x 1.200 dpi
effectieve uitvoer.
Snel on-demand afdrukken.
ML-331xD of ML-331xND:
- Voor enkelzijdig afdrukken, 31 ppm (A4) of 33 ppm (Letter).
- Voor dubbelzijdig afdrukken, 15 ppm (A4) of 16 ppm (Letter).
ML-371xD, ML-371xND of ML-371xDW:
- Voor enkelzijdig afdrukken, 35 ppm (A4) of 37 ppm (Letter).
- Voor dubbelzijdig afdrukken, 17 ppm (A4) of 18 ppm (Letter).
Belangrijkste voordelen
Gemak
Samsung Easy Printer Manager en Samsung Printer Status (of Smart Panel) zijn programma´s die de status van het apparaat
controleren en u deze doorgeven, en waarmee u de instellingen van het apparaat kunt aanpassen (zie handleiding Geavanceerd).
Met AnyWeb Print kunt u van een scherm in Windows Internet Explorer een schermopname of afdrukvoorbeeld maken en afdrukken
op een veel eenvoudigere manier dan in het gebruikelijke programma (zie handleiding Geavanceerd).
Grote functionaliteit en brede ondersteuning van toepassingen.
Ondersteuning voor verschillende papierformaten (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 85).
Watermerken afdrukken: U kunt uw documenten voorzien van een watermerk zoals "Vertrouwelijk" (zie handleiding Geavanceerd).
Posters afdrukken: De tekst en afbeeldingen op elke pagina van uw document worden vergroot en afgedrukt over verschillende vellen
papier die u kunt samenvoegen tot een poster (zie handleiding Geavanceerd).
U kunt in verschillende besturingssystemen afdrukken (zie "Systeemvereisten" op pagina 88).
Het apparaat is uitgerust met een USB- en/of een netwerkinterface.
De capaciteit van uw apparaat uitbreiden
Dit apparaat heeft een extra geheugensleuf om het geheugen uit te breiden (zie "Beschikbare accessoires" op pagina 51).
Zoran IPS Emulation, compatibel met PostScript 3 (PS) maakt PS-afdrukken mogelijk.L
Functies per model
Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land.
( : inclusief, : optioneel, leeg: niet beschikbaar)
functies ML-331xD ML-331xND ML-371xD ML-371xND ML-371xDW
Hi-Speed USB 2.0
IEEE 1284 parallelstekker
Netwerkinterface Ethernet 10/100 Base TX
bedraad LAN
Netwerkinterface Ethernet 10/100/1000
Base TX bedraad LAN
Netwerkinterface 802.11b/g/n draadloos
LAN
IPv6
Eco-afdrukken
Wi-Fi Protected Setup™ (WPS)
Dubbelzijdig afdrukken
Samsung Easy Printer Driver Manager
Geheugen
lade 2 (520 vellen)
SyncThru™ Web Service
Nuttig om te weten
Het apparaat drukt niet af.
Open de afdruklijst en verwijder het document uit de
lijst (zie "Een afdruktaak annuleren" op pagina 42).
Verwijder het stuurprogramma en installeer deze
opnieuw (zie "Lokaal installeren van het
stuurprogramma" op pagina 23).
Selecteer uw printer als de standaardprinter in
Windows.
Waar kan ik accessoires of verbruiksartikelen
kopen?
Vraag na bij een Samsung-distributeur of uw
detailhandelaar.
Kijk op www.samsung.com/supplies. Kies uw land of
regio voor productinformatie.
De status-LED knippert of blijft branden.
Schakel het apparaat uit en weer in.
Zoek de betekenis van de LED-indicatorlampjes in
deze handleiding en los het probleem op (zie
"Informatie over de status-LED" op pagina 73).
Er is papier vastgelopen.
Open de klep aan de voorzijde en sluit ze weer.
Zoek de instructies voor het verwijderen van
vastgelopen papier in deze handleiding en los het
probleem op (zie "Papierstoringen verhelpen" op
pagina 66).
De afdrukken zijn vaag.
Het toner is mogelijk op of ongelijk verdeeld. Schud de
tonercassette heen en weer.
Probeer een andere instelling voor de resolutie.
Vervang de tonercassette.
Waar kan ik het stuurprogramma van de printer
downloaden?
Kijk op www.samsung.com/printer voor de laaste
versie van het stuurprogramma van de printer en
installeer deze op uw systeem.
9
1. Inleiding
Informatie over deze gebruikershandleiding
Deze gebruikershandleiding bevat basisinformatie over het
apparaat en biedt tevens gedetailleerde informatie over de
verschillende procedures die doorlopen moeten worden bij het
gebruik van het apparaat.
Lees de veiligheidsinformatie voor u het apparaat in gebruik
neemt.
Raadpleeg het hoofdstuk over probleemoplossing als u
problemen ondervindt bij gebruik van het apparaat.
De termen die in deze gebruikershandleiding worden
gebruikt, worden uitgelegd in het hoofdstuk met de
woordenlijst.
De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn
afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk
niet helemaal overeen met het door u gekochte apparaat.
De procedures in deze gebruikershandleiding zijn
voornamelijk gebaseerd op Windows 7.

1
Afspraken
Sommige in deze gebruikershandleiding gebruikte termen zijn
verwisselbaar:
Document is synoniem met origineel.
Papier is synoniem met materiaal of afdrukmateriaal.
Apparaat verwijst naar printer of multifunctionele printer.

2
Algemene pictogrammen
Pictogra
m
Tekst Omschrijving
Opgepast
Biedt gebruikers informatie om het
apparaat te beschermen tegen
mogelijke mechanische schade of
defecten.
Opmerking
Biedt aanvullende informatie of
gedetailleerde uitleg over een functie of
voorziening van het apparaat.
10
1. Inleiding
Veiligheidsinformatie
Deze waarschuwingen en voorzorgen moeten eventuele
beschadigingen aan uw apparaat en verwondingen aan uzelf of
anderen voorkomen. Lees deze instructies aandachtig voor u
het apparaat in gebruik neemt. Bewaar dit document goed nadat
u het hebt gelezen.

3
Belangrijke veiligheidssymbolen
Verklaring van alle pictogrammen en symbolen in
dit hoofdstuk

4
Bedrijfsomgeving
Waarschuwing
Waarsch
uwing
Gevaren of onveilige praktijken die ernstig
letsel of de dood kunnen veroorzaken.
Opgepast
Gevaren of onveilige praktijken die een
klein letsel of eigendomsschade kunnen
veroorzaken.
NIET proberen.
Niet gebruiken als de stekker beschadigd is of als het
stopcontact niet geaard is.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Plaats niets op het apparaat (water, kleine metalen of
zware voorwerpen, kaarsen, brandende sigaretten,
enzovoort).
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Als het apparaat oververhit raakt, komt er rook uit,
maakt het vreemde geluiden of verspreidt het
vreemde geuren. Schakel onmiddellijk de
stroomschakelaar uit en koppel het apparaat los.
De gebruiker moet bij het stopcontact kunnen om in
geval van nood de stekker uit het stopcontact te
kunnen trekken.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Veiligheidsinformatie
11
1. Inleiding
Opgepast
Buig het netsnoer niet en plaats er geen zware
voorwerpen op.
Het trappen op of beknellen van het netsnoer door
een zwaar voorwerp kan een elektrische schok of
brand veroorzaken.
Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan het
netsnoer te trekken; trek de stekker er niet uit met
natte handen.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Haal de stekker uit het stopcontact tijdens onweer of
als u het apparaat niet gebruikt.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Opgelet, het papieruitvoergebied is heet.
U kunt brandwonden oplopen.
Als het apparaat is gevallen of als de behuizing
beschadigd lijkt, koppelt u het apparaat volledig los
en roept u de hulp in van een gekwalificeerd
technicus.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Probeer de stekker niet in het stopcontact te forceren
als hij er moeilijk ingaat.
U riskeert een elektrische schok. Neem contact op
met een elektricien om het stopcontact te vervangen.
Voorkom dat huisdieren op het netsnoer, de
telefoonkabel of de kabel naar de computer bijten.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken
en/of uw huisdier verwonden.
Als het apparaat niet goed werkt nadat u deze
instructies hebt uitgevoerd, koppelt u het apparaat
volledig los en roept u de hulp in van een
gekwalificeerd technicus.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Veiligheidsinformatie
12
1. Inleiding

5
Bedieningswijze
Opgepast

6
Installatie/verplaatsen
Waarschuwing
Trek het papier niet uit de printer tijdens het
afdrukken.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Houd uw hand niet tussen het apparaat en de
papierlade.
U kunt letsel oplopen.
Blokkeer de ventilatieopening niet of duw er geen
voorwerpen in.
Hierdoor kunnen onderdelen warm worden en kan er
brand ontstaan of kan het apparaat beschadigd
raken.
Wees voorzichtig wanneer u papier vervangt of
vastgelopen papier verwijdert.
Nieuw papier heeft scherpe randen die snijwonden
kunnen veroorzaken.
Bij het afdrukken van grote hoeveelheden kan de
onderzijde van het uitvoergebied heet worden. Houd
kinderen uit de buurt.
Zij kunnen brandwonden oplopen.
Gebruik geen tang of scherpe metalen voorwerpen
om vastgelopen papier te verwijderen.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Vermijd het stapelen van te veel papier in de
papieruitvoerlade.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Het apparaat wordt gevoed via het netsnoer.
Om de stroom uit te schakelen, trekt u het netsnoer uit
het stopcontact.
Plaats het apparaat niet in een stoffige of vochtige
ruimte of op een plek waar water lekt.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Veiligheidsinformatie
13
1. Inleiding
Opgepast
Schakel de stroom uit en maak alle kabels los
voordat u het apparaat verplaatst.
Til vervolgens het apparaat op deze wijze op:
Een apparaat dat minder dan 20 kg weegt, mag
door één persoon worden opgetild.
een apparaat dat 20 - 40 kg weegt, moet door twee
personen worden opgetild.
een apparaat dat meer dan 40 kg weegt, moet
door vier of meer personen worden opgetild.
Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of
schade veroorzaken.
Plaats het apparaat niet op een onstabiel of schuin
oppervlak.
Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of
schade veroorzaken.
Het apparaat moet aangesloten worden op een
spanningsbron met hetzelfde energieniveau als op
het label.
Als u niet zeker bent en het spanningsniveau wilt
controleren, neemt u contact op met de
elektriciteitsmaatschappij.
Gebruik alleen telefoondraad van Nr. 26 AWG
a
of,
indien nodig, een grotere telefoondraad.
Zo niet kan het apparaat beschadigd raken.
Dek het apparaat niet af en plaats het niet in een
slecht geventileerde ruimte, zoals een kast.
Als het apparaat niet voldoende wordt geventileerd,
kan er brand ontstaan.
Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Sluit niet te veel apparaten op hetzelfde stopcontact
of verlengsnoer aan.
Dit kan de prestaties verminderen en een elektrische
schok of brand veroorzaken.
Gebruik voor een veilige bediening het netsnoer dat
met uw apparaat werd meegeleverd. Als u een snoer
gebruikt dat langer is dan 2 meter voor een apparaat
van 110 V, moet het snoer minstens 16 AWG dik zijn.
Zo niet kan het apparaat beschadigd raken en een
elektrische schok of brand veroorzaken.
a.AWG: American Wire Gauge
Veiligheidsinformatie
14
1. Inleiding

7
Onderhoud/controle
Opgepast

8
Gebruik van verbruiksartikelen
Opgepast
Trek het netsnoer van het apparaat uit het
stopcontact als u de binnenkant van het apparaat
wilt reinigen. Reinig uw apparaat niet met benzeen,
verdunningsmiddel of alcohol, en spuit geen water
in het apparaat.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Zorg ervoor dat het apparaat niet werkt als u
verbruiksartikelen in het apparaat vervangt of de
binnenkant schoonmaakt.
U kunt letsel oplopen.
Houd het netsnoer en het contactoppervlak van de
stekker stof- en watervrij.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Verwijder geen kleppen of beveiligingselementen
die vastgeschroefd zijn.
Dit apparaat mag alleen worden hersteld door een
medewerker van de technische dienst van
Samsung.
Houd reinigingsproducten uit de buurt van kinderen.
Kinderen kunnen letsel oplopen.
U mag het apparaat niet zelf demonteren, herstellen
of weer in elkaar steken.
Dit kan het apparaat beschadigen. Neem contact op
met een professioneel technicus als het apparaat
gerepareerd moet worden.
Volg de richtlijnen uit de gebruikershandleiding die
met het apparaat werd meegeleverd om het
apparaat te reinigen en te bedienen.
Zo niet, dan kunt u het apparaat beschadigen.
Haal de tonercassette niet uit elkaar.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of
opname.
Veiligheidsinformatie
15
1. Inleiding
Verbrand geen verbruiksartikelen zoals een
tonercassette of fixeereenheid.
Dit kan een explosie of onbeheersbare brand
veroorzaken.
Zorg ervoor dat er geen tonerstof op uw lichaam of
kledij terechtkomt bij het vervangen van de
tonercassette of het verwijderen van vastgelopen
papier.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of
opname.
Houd kinderen uit de buurt van de plaats waar u
verbruiksartikelen (bijvoorbeeld tonercassettes)
bewaart.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of
opname.
Het gebruik van gerecycleerde verbruiksartikelen,
zoals toner, kan het apparaat beschadigen.
Bij schade als gevolg van het gebruik van
gerecyclede verbruiksartikelen zullen
reparatiekosten in rekening worden gebracht.
Als er tonerstof op uw kleding terechtkomt, moet u
geen warm water gebruiken.
Door warm water hecht de toner zich aan de stof.
Gebruik altijd koud water.
16
1. Inleiding
Apparaatoverzicht

9
Toebehoren
Netsnoer Beknopte installatiehandleiding
Software-cd
a
a.De software-cd bevat het stuurprogramma van de printer en programma´s.
Div. accessoires
b
b.Diverse, bij uw printer geleverde accessoires kunnen verschillen per land van aankoop en
specifiek model.
Apparaatoverzicht
17
1. Inleiding

10
Voorkant
Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat.
Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land.
1
Uitvoerlade
4
Voorklep
7
Lade 1
10
Papierbreedtegeleiders op de
multifunctionele lade
2
Bedieningspaneel
5
Indicator
papierniveau
8
Multifunctionele lade
11
Papieruitvoersteun
3
Klep moederbord
6
Lade 2
9
Extensie voor
multifunctionele lade
1
8
7
6
3
4
5
2
9
10
11
Apparaatoverzicht
18
1. Inleiding

11
Achterkant
Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat.
Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land.
1
Netwerkpoort
3
IEEE 1284 parallelstekker
5
Aansluiting
netsnoer
7
Achterklep
2
USB-poort 4 Stroomschakelaar 6 Duplex-eenheid 8 Achterklep lade
1
7
6
3
4
5
2
8
19
1. Inleiding
Overzicht van het bedieningspaneel
Dit bedieningspaneel kan afhankelijk van het model
afwijken van uw apparaat. Er zijn verschillende types
bedieningspanelen.

12
Type A
1
Eco
Gaat naar de eco-modus voor het
besparen van toner en papier (zie "Eco-
opties" op pagina 46).
1
2
3
4
5
2
(Annuleren)
Stopt een handeling op ieder moment.
Heeft nog meerdere functies.
Annuleert de huidige taak.
Testpagina afdrukken: Houd deze
knop ongeveer vijf seconden ingedrukt
tot de groene LED begint te knipperen.
Configuratierapporten afdrukken:
Houd deze knop ongeveer drie
seconden ingedrukt tot de groene LED
begint te knipperen.
3
(Power)
Met deze knop kunt u de stroom in- en
uitschakelen.
4
(Status-LED)
Toont de status van uw printer (zie "Status
LED" op pagina 74).
5
(Papierstoring
LED)
Toont de status van uw apparaat (zie
"Papierstoringen verhelpen" op pagina
66).
Overzicht van het bedieningspaneel
20
1. Inleiding

13
Type B
1
Display
Toont de huidige status en geeft
meldingen weer tijdens het
gebruik.
2
(Menu)
Hiermee opent u de menumodus
en bladert u door de beschikbare
menu’s.
1
2
3
4
5
8
7
6
9
3
OK
Hiermee bevestigt u het op het
display geselecteerde item.
4
(Achterkant)
Hiermee keert u terug naar het
bovenliggende menu.
5
Eco
Gaat naar de eco-modus voor het
besparen van toner en papier (zie
"Eco-opties" op pagina 46).
6
(Annuleren)
Hiermee kunt u op elk moment een
taak onderbreken.
7
(Power)
Met deze knop kunt u de stroom in-
en uitschakelen.
8
(Status-
LED)
Toont de status van uw printer (zie
"Status LED" op pagina 74).
9
Pijltoetsen
Door beschikbare waarden
bladeren door naar vorige of
volgende opties te gaan.
Overzicht van het bedieningspaneel
21
1. Inleiding

14
Type C
1
Display
Toont de huidige status en geeft
meldingen weer tijdens het gebruik.
2
(Menu)
Hiermee opent u de menumodus en
bladert u door de beschikbare
menu’s.
3
OK
Hiermee bevestigt u het op het
display geselecteerde item.
1
2
3
4
5
8
7
6
9
10
4
(Achterkant)
Hiermee keert u terug naar het
bovenliggende menu.
5
Eco
Gaat naar de eco-modus voor het
besparen van toner en papier (zie
"Eco-opties" op pagina 46).
6
(Annuleren)
Hiermee kunt u op elk moment een
taak onderbreken.
7
(Power)
Met deze knop kunt u de stroom in-
en uitschakelen.
8
(Status-
LED)
Toont de status van uw printer (zie
"Status LED" op pagina 74).
9
(WPS)
Als uw draadloze toegangspunt Wi-
Fi Protected Setup™ (WPS)
ondersteunt, kunt u het apparaat
eenvoudig configureren zonder
computer (zie handleiding
Geavanceerd).
10
Pijltoetsen
Door beschikbare waarden bladeren
door naar vorige of volgende opties
te gaan.
22
1. Inleiding
Het apparaat inschakelen
1
Sluit de printer eerst op de netvoeding aan.
Als het apparaat een aa/uit-schakelaar heeft, zet deze dan aan.
2
Druk op (Power-knop).
23
1. Inleiding
Lokaal installeren van het stuurprogramma
Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op
uw computer is aangesloten. Als uw apparaat met een netwerk
is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u
naar het deel over de installatie van het stuurprogramma voor
een apparaat dat met een netwerk is verbonden (zie handleiding
Geavanceerd).
Zie de handleiding Geavanceerd als u een Macintosh,
Linux of Unix OS-gebruiker bent.
Het installatievenster in deze gebruikershandleiding
kan verschillen afhankelijk van het apparaat en de
gebruikte interface.
Door Geavanceerde Installatie > Aangepaste
installatie te selecteren kunt u kiezen welke
programma’s u wilt installeren.
Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3
meter.

15
Windows
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
Als tijdens de installatie het venster "Wizard Nieuwe
hardware gevonden" verschijnt, klikt u op Annuleren
om het venster te sluiten.
2
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
De cd-rom start automatisch op en er verschijnt een
installatievenster.
3
Selecteer Nu installeren.
4
Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en schakel het
selectievakje Ik aanvaard de bepalingen van de
gebruiksrechtovereenkomst in. Klik daarna op
Volgende.
5
Volg de instructies in het installatievenster.
24
1. Inleiding
Het stuurprogramma opnieuw installeren
Als het printerstuurprogramma niet naar behoren werkt, volg dan
de onderstaande stappen om het stuurprogramma opnieuw te
installeren.

16
Windows
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Selecteer in het menu Start achtereenvolgens
Programma’s of Alle programma’s > Samsung Printers
> naam van uw printerstuurprogramma >
Deïnstalleren.
3
Volg de instructies in het installatievenster.
4
Plaats de software-cd in uw cd-rom-station in installeer het
stuurprogramma opnieuw (zie "Lokaal installeren van het
stuurprogramma" op pagina 23).
2. Menuoverzicht en
basisinstellingen
Nadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het
apparaat opgeven. Raadpleeg het volgende hoofdstuk om waarden in
te stellen of te wijzigen. Dit hoofdstuk levert informatie over de
algemene menustructuur en de opties voor de basisinstellingen.
Menuoverzicht 26
Een testpagina afdrukken 28
De taal op het display wijzigen 29
Afdrukmateriaal en lade 30
Eenvoudige afdruktaken 42
26
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Menuoverzicht
Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu’s
voor de instelling van het apparaat en het gebruik van de functies
van het apparaat.
Druk op de knop (Menu) om toegang te krijgen tot
deze menu’s. Druk op de pijl-links/rechts tot het
gewenste menuonderdeel verschijnt en druk op OK.
Naast het gekozen menu verschijnt een sterretje (*).
Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige
menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit
het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw
apparaat.
Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder
displayscherm op het bedieningspaneel.
Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-
onderdelen op uw apparaat een andere naam hebben.
Items Opties
Informatie
Menuoverzicht
Configuratie
Info verb.art.
Demopagina
PCL-lettertype
PS-lettertype
EPSON-lettert.
Gebruiksteller
Accountrapport
Lay-out
Afdrukstand
Algemene marge
MF-lade
Lade X
Emulatiemarge
Dubbelzijdig
Papier
Exemplaren
MF-lade/ [Lade <x>]
Papierinvoer
Ladekoppeling
Menuoverzicht
27
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Grafisch
Resolutie
Tkst dnk. mk.
Systeeminst.
Taal
Energ.spaarst.
Ontw.gebeurt.
Luchtdrukcorr.
Auto CR
Time-out taak
Onderhoud
Tonerbesparing
Eco-inst.
Instel. wissen
Emulatie
Type emulatie
Instellingen
Items Opties
Netwerk
TCP/IP (IPv4)
TCP/IP(IPv6)
Ethernet-snel.
802.1x
Draadloos
Instell. wissen
Netwerkconf.
Net. activeren
Http activeren
Aangepast
a
Taakbeheer
Actieve taak
Taak opslaan
Best.beleid
a.U kunt de toepassingsprogramma´s starten. U moet het
toepassingsprogramma registreren via SyncThru™ Web Service voordat
u het programma start.
Items Opties
28
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Een testpagina afdrukken
Om te controleren of het apparaat juist werkt, kunt u een
testpagina afdrukken.
1
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Informatie > OK > Demopagina > OK.
3
Druk op Afdrukken? > Ja > OK.
Er wordt een testpagina afgedrukt.
Als uw apparaat niet beschikt over een displayscherm,
houd u de knop (Annuleren) ongeveer 5 seconden
ingedrukt, tot de status-LED knippert.
29
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
De taal op het display wijzigen
Volg onderstaande stappen om de taal op het bedieningspaneel
te wijzigen:
Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder
displayscherm op het bedieningspaneel.
1
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Systeeminst. > OK > Taal > OK.
3
Druk op de toets OK om de gewenste taal te selecteren.
30
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Afdrukmateriaal en lade
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u afdrukmedia in uw
apparaat plaatst.

1
Lade overzicht
Om het formaat te wijzigen, moet u de papiergeleiders
aanpassen.
De duplexeenheid is standaard ingesteld op het papierformaat
Letter/LGL of A4, afhankelijk van het land waar u de printer hebt
gekocht. Stel de papiergeleider als volgt in om het papierformaat
te wijzigen.
Als u de geleiders niet aanpast, kan dit tot gevolg hebben
dat de afdruk scheef of op de verkeerde plaats afgedrukt
wordt, of dat het papier vastloopt.
1
Papierlengtegeleider
2 Papierbreedtegelei
der
1
2
A4
Afdrukmateriaal en lade
31
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
De papierniveau-indicator geeft aan hoeveel papier er in
de lade ligt.
1 Vol
2 Leeg

2
Plaats papier in de lade/optionele lade
1
Open de papierlade (zie "Lade overzicht" op pagina 30).
2
Buig de papierstapel om of waaier het papier uit om de
pagina’s van elkaar te scheiden voordat u het papier in de
lade plaatst.
3
Leg het papier met de zijde die u wilt bedrukken naar
onder.
1
2
Afdrukmateriaal en lade
32
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
4
Verschuif de lengtegeleider tot deze lichtjes de stapel
papier raakt.
5
Houd de breedtegeleider ingedrukt en schuif deze zonder
deze te buigen tegen de stapel papier.
Druk de papierbreedtegeleider niet te hard tegen de
rand van het papier, aangezien het papier hierdoor kan
buigen.
Als u de breedtegeleider niet aanpast, kan het papier
vastlopen.
Gebruik geen papier waarvan de voorste rand
opgekruld is. Hierdoor kan het papier vastlopen of
kreukelen.
6
Plaats de lade terug in het apparaat.
7
Stel de papiersoort en het -formaat in voor lade 1 (zie
"Papierformaat en -type instellen" op pagina 41).
Afdrukmateriaal en lade
33
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
De instellingen die via het apparaatstuurprogramma zijn
opgegeven krijgen voorrang op de instellingen die via het
bedieningspaneel werden opgegeven.
a Als u afdrukt vanuit een toepassing, opent u de
toepassing en het afdrukmenu.
b Open Voorkeursinstellingen (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 43).
c Klik op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen
en selecteer een passend papiertype.

3
Papier vullen multifunctionele lade
De multifunctionele lade kan speciale types en formaten van
afdrukmedia bevatten, zoals postkaarten, notitiekaarten en
enveloppen.
De printer heeft geen displayscherm: 1 vellen van 80 g/m
2
(bankpostpapier).
De machine heeft een displayscherm: 50 vellen van 80 g/
m
2
(bankpostpapier).
Tips voor het gebruik van de multifunctionele lade
Voeg geen papier toe als er nog papier in de
multifunctionele lade ligt. Dit kan papierstoringen
veroorzaken.
Afdrukmedia moeten met de voorzijde naar boven en
de bovenkant eerst in het midden van de
multifunctionele lade worden geplaatst.
Let voor optimale adrukkwaliteit en ter voorkoming van
vastlopend papier (zie "Specificaties van de
afdrukmedia" op pagina 85) op de volgende
aanwijzingen.
Maak gekrulde briefkaarten, enveloppen en etiketten
eerst vlak voor u ze in de multifunctionele lade plaatst.
Volg bij het afdrukken op speciaal afdrukmedia de
richtlijnen voor het plaatsen van afdrukmateriaal (zie
"Afdrukken op speciale afdrukmedia" op pagina 35).
Als vellen overlappen bij het afdrukken via de
multifunctionele lade, opent u lade 1, verwijdert u de
overlappende vellen en probeert u opnieuw af te
drukken.
Als het papier niet goed wordt doorgevoerd bij het
afdrukken, duwt u het papier met de hand tot het
automatisch wordt doorgevoerd.
Afdrukmateriaal en lade
34
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
1
Open de multifunctionele lade en trek het verlengstuk van
de multifunctionele lade uit zoals afgebeeld.
2
Pas de multifunctionele lade met de papiergeleiders aan
op de breedte van het papier.
3
Buig de papierstapel of waaier het papier uit om de
pagina’s van elkaar te scheiden voordat u het papier in de
lade plaatst.
4
Plaats het papier in de lade. Druk de
papierbreedtegeleiders van de multifunctionele lade in en
stel ze in op de breedte van het papier.
5
Stel de papiersoort en het -formaat in op het
bedieningspaneel (zie "Papierformaat en -type instellen"
op pagina 41).
1
2
Afdrukmateriaal en lade
35
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
De instellingen die via het stuurprogramma zijn
opgegeven krijgen voorrang op de instellingen via het
bedieningspaneel.
a Als u afdrukt vanuit een toepassing, opent u de
toepassing en het afdrukmenu.
b Open Voorkeursinstellingen (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 43).
c Klik op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen
en selecteer het juiste papiertype.
Als u bijvoorbeeld op een etiket wilt afdrukken, stelt u
het papiertype in op Etiketten.
d Selecteer MF-lade bij papierbron en druk vervolgens
op OK.
e Start het afdrukken vanuit de toepassing.

4
Afdrukken op speciale afdrukmedia
De onderstaande tabel toont de te gebruiken speciale
afdrukmedia in elke lade.
De mediatypes worden getoond in de Voorkeursinstellingen.
Kies het correcte mediatype voor de beste afdrukkwaliteit.
Voor het gebruik van speciale afdrukmedia raden wij u
aan om telkens een vel per keer in te voeren (zie
"Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 85).
Afdrukken op speciale media (voorzijde naar
boven)
Als speciale media afdrukt worden met vouwen,
kreuken of dikke zwarte lijnen, moet u de achterklep
openen en het afdrukken nogmaals proberen. Houd de
achterklep tijdens het afdrukken geopend.
Zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 85 voor
papiergewicht per vel.
Afdrukmateriaal en lade
36
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
( : beschikbaar. Leeg: niet beschikbaar)
Enveloppen
Of enveloppen goed worden bedrukt, is afhankelijk van de
kwaliteit.
Plaats een envelop op de volgende manier om deze te
bedrukken.
Als de afgedrukte enveloppen kreuken, vouwen of dikke zwarte
lijnen vertonen, opent u de achterklep, verschuift u de achterste
geleider aan de rechterkant ongeveer 90° graden en probeert u
opnieuw af te drukken. Houd de achterklep tijdens het afdrukken
geopend.
Types Lade 1
Optionele
lade
Multifunctionele
lade
Normaal
papier
●●
Dik papier ●●
Dikker
Dun papier ●●
Bankpost ●●
Kleur
Kartonpapier
●●
Etiketten
Transparant
en
Envelop
Voorbedrukt
Katoen
Kringlooppa
pier
●●
Archiefpapier
●●
Afdrukmateriaal en lade
37
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Houd bij de keuze van enveloppen rekening met de volgende
factoren:
- Gewicht: niet zwaarder dan 90 g/m
2
, anders kunnen de
enveloppen vastlopen.
- Samenstelling: plat liggend met minder dan 6 mm
opkrullende rand, zonder lucht.
- Toestand: geen gekrulde, verkreukelde of beschadigde
enveloppen.
- Temperatuur: dienen tegen de warmte en druk van het
apparaat in werking te kunnen.
Gebruik alleen goed gevormde enveloppen met scherpe
vouwen.
Gebruik geen afgestempelde enveloppen.
Gebruik geen enveloppen met sluithaakjes, knipsluitingen,
vensters, gecoate binnenbekleding, zelfklevende sluitingen
of andere synthetische materialen.
Gebruik geen beschadigde enveloppen of enveloppen van
slechte kwaliteit.
Controleer of de naad aan beide uiteinden van de envelop
helemaal doorloopt tot in de hoek.
1 Aanvaardbaar
2 Onaanvaardbaar
Enveloppen met een verwijderbare strip of met meer dan één
zelfklevende vouwbare klep moeten van een kleefmiddel zijn
voorzien dat gedurende 0,1 seconde bestand is tegen de
fixeertemperatuur van het apparaat (ongeveer 170 °C). De
extra kleppen en strips kunnen kreuken, scheuren en
papierstoringen veroorzaken, en kunnen zelfs de
fixeereenheid beschadigen.
Voor de beste afdrukkwaliteit plaatst u de marges best niet
dichter dan 15 mm van de rand van de envelop.
Druk niet af op de plaats waar de naden van de envelop
samenkomen.
1 Hendel
1
1
2
Afdrukmateriaal en lade
38
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Transparanten
Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen mag u
uitsluitend transparanten gebruiken die speciaal zijn ontworpen
voor laserprinters.
Bestand tegen de fixeertemperatuur in het apparaat.
Plaats transparanten op een vlak oppervlak nadat u ze uit het
apparaat hebt gehaald.
Laat transparanten niet te lang in de papierlade liggen. Er kan
zich dan stof en vuil op afzetten, wat leidt tot vlekken bij het
afdrukken.
Let op dat u geen vingerafdrukken op de transparanten
maakt. Dit veroorzaakt vlekken tijdens het afdrukken.
Bescherm transparanten na het afdrukken tegen langdurige
blootstelling aan zonlicht om te voorkomen dat ze gaan
vervagen.
Zorg dat de transparanten niet kreukelen, krullen of
gescheurde hoeken hebben.
Gebruik geen transparanten die loskomen van de
achterzijde.
Om te vermijden dat afgedrukte transparanten aan elkaar
gaan kleven, mag u ze tijdens het afdrukken niet laten
opstapelen in de uitvoerlade.
Aanbevolen afdrukmedia: transparanten voor een
kleurenlaserprinter van Xerox, zoals 3R 91331 (A4) en 3R
2780 (Letter)
Afdrukmateriaal en lade
39
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Etiketten
Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen, gebruikt u
uitsluitend etiketten die speciaal zijn ontworpen voor
laserprinters.
Bij de keuze van etiketten dient u rekening te houden met de
volgende factoren:
- Kleefstoffen: Bestand tegen de fixeertemperatuur van
het apparaat. Controleer de specificaties van uw apparaat
voor informatie over de fixeertemperatuur (ongeveer
170 °C).
- Schikking: gebruik uitsluitend etiketvellen waarvan het
rugvel tussen de etiketten niet blootligt. Bij etiketvellen
met ruimte tussen de etiketten kunnen de etiketten
loskomen van het rugvel. Dit kan ernstige papierstoringen
tot gevolg hebben.
- Krullen: Moet plat liggen en in geen enkele richting meer
dan 13 mm omkrullen.
- Toestand: gebruik geen etiketten die gekreukt zijn,
blaasjes vertonen of loskomen van het rugvel.
Let op dat er tussen de etiketten geen zelfklevend materiaal
blootligt. Blootliggende delen kunnen ervoor zorgen dat
etiketten tijdens het afdrukken loskomen, waardoor het
papier kan vastlopen. Ook kunnen hierdoor onderdelen van
het apparaat beschadigd raken.
Plaats geen gebruikte etiketvellen in het apparaat. De
klevende achterzijde mag slechts een keer door het apparaat
worden gevoerd.
Gebruik geen etiketten die loskomen van het rugvel, blaasjes
vertonen, gekreukt of anderszins beschadigd zijn.
Afdrukmateriaal en lade
40
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Kartonpapier/papier van een aangepast formaat
Stel de marges in de softwaretoepassing in op ten minste
6,4 mm van de zijkanten van het afdrukmedia.
Voorbedrukt papier
Bij het plaatsen van voorbedrukt papier moet de bedrukte zijde
bovenaan liggen en mag de voorzijde niet gekruld zijn. Bij
invoerproblemen draait u het papier om. Er zijn geen garanties
wat de afdrukkwaliteit betreft.
Briefhoofden moeten afgedrukt worden met hittebestendige
inkt die niet smelt, verdampt of schadelijke gassen uitstoot als
ze gedurende 0,1 seconde worden blootgesteld aan de
fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C) van het apparaat.
De inkt op het briefhoofd mag niet ontvlambaar zijn en mag
de printerrollen niet beschadigen.
Voor u voorbedrukt papier in de lade plaatst, controleert u of
de inkt op het papier droog is. Natte inkt kan tijdens het
fixeerproces loskomen van het voorbedrukt papier, waardoor
de afdrukkwaliteit afneemt.
Afdrukmateriaal en lade
41
2. Menuoverzicht en basisinstellingen

5
Papierformaat en -type instellen
Nadat u het papier in de lade hebt geplaatst moet u het
papierformaat en -type instellen met behulp van de knoppen op
het bedieningspaneel.
De instellingen die via het stuurprogramma zijn
opgegeven krijgen voorrang op de instellingen via het
bedieningspaneel.
Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder
displayscherm op het bedieningspaneel.
1
Druk op (Menu) de knop op het bedieningspaneel.
2
Druk op Papier > OK > Kies de gewenste lade > OK.
3
Druk op Papierformaat > OK > Kies de gewenste optie >
OK.
4
Druk op Papiertype > OK > Kies de gewenste optie > OK.
5
Druk op (Annuleren) om terug te keren naar stand-
bymodus.
Als u een speciaal papierformaat wilt gebruiken, zoals
factuurpapier, selecteert u Aangepast op het tabblad
Papier in Voorkeursinstellingen (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 43).
42
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Eenvoudige afdruktaken

6
Tijdens het afdrukken
Zie de handleiding Geavanceerd als u een Macintosh,
Linux of Unix OS-gebruiker bent.
Het volgende venster Voorkeursinstellingen is voor Notepad in
Windows 7.
1
Open het document dat u wilt afdrukken.
2
Selecteer Afdrukken in het menu Bestand.
3
Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.
4
De basisafdrukinstellingen, inclusief het aantal kopieën en
het afdrukbereik, worden geselecteerd in het venster
Afdrukken.
Klik op Eigenschappen of Voorkeursinstellingen in het
venster Afdrukken om gebruik te maken van de
geavanceerde afdrukopties. (zie "Voorkeursinstellingen
openen" op pagina 43).
5
Klik in het venster Afdrukken op OK of Afdrukken om de
afdruktaak te starten.

7
Een afdruktaak annuleren
Een afdruktaak die in een afdrukrij of afdrukspooler wacht om
afgedrukt te worden, annuleert u op de volgende manier:
U kunt toegang krijgen tot dit venster door te dubbelklikken op
het pictogram van het apparaat ( ) in de taakbalk van
Windows.
U kunt de huidige taak ook annuleren door te drukken op
(Annuleren) op het bedieningspaneel.
Eenvoudige afdruktaken
43
2. Menuoverzicht en basisinstellingen

8
Voorkeursinstellingen openen
Het venster Voorkeursinstellingen in deze
gebruikshandleiding verschilt mogelijk van het venster
dat u ziet omdat dit afhankelijk is van de gebruikte
printer. Het venster Voorkeursinstellingen voor
afdrukken bevat echter vrijwel dezelfde
eigenschappen.
Als u een optie selecteert in Voorkeursinstellingen
voor afdrukken verschijnt er mogelijk een
waarschuwingsteken, of . Een uitroepteken ( )
wil zeggen dat u deze optie wel kunt selecteren maar
dat dit niet wordt aanbevolen. Het teken wil zeggen
dat u deze optie niet kunt selecteren vanwege de
instellingen of omgeving van het apparaat.
1
Open het document dat u wilt afdrukken.
2
Kies Afdrukken in het menu Bestand.
3
Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.
4
Klik op Eigenschap of op Voorkeuren.
U kunt de huidige status van het apparaat controleren
met de knop Printer Status (zie handleiding
Geavanceerd).
Eenvoudige afdruktaken
44
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Voorkeursinstellingen gebruiken
Met de optie Vooraf ingest. die op elk tabblad maar niet op het
tabblad Samsung verschijnt kunt u de huidige
voorkeurinstellingen opslaan voor toekomstig gebruik.
Volg deze stappen om een Vooraf ingest.-item op te slaan.
1
Stel op elk tabblad de gewenste instellingen in.
2
Typ in het invoervak Vooraf ingest. een naam voor deze
instellingen.
3
Klik op (Toevoegen). Als u instellingen opslaat onder
Vooraf ingest. worden alle huidige stuurprogramma-
instellingen opgeslagen.
Kies meer opties en klik op (Wijzigen). De instellingen
worden toegevoegd aan de voorkeuzeinstellingen. Kies
een van deze instellingen met de Vooraf ingest.
vervolgkeuzelijst. Het apparaat is nu ingesteld om
afdrukken te maken met de gekozen instellingen. Om de
opgeslagen instellingen te wissen kiest u deze uit de
vervolgkeuzelijst Vooraf ingest. en klikt u op
(Wissen).
U kunt de standaardinstellingen van het
printerstuurprogramma ook herstellen door Vooraf
ingest. stand. te selecteren in de vervolgkeuzelijst
Vooraf ingest.
Eenvoudige afdruktaken
45
2. Menuoverzicht en basisinstellingen

9
Help gebruiken
Klik op de optie waarover u meer wilt weten op het venster
Afdrukvoorkeur en druk op F1 op uw toetsenbord.

10
Eco-afdruk
Met de functie Eco spaart u toner en papier uit. De functie Eco
spaart natuurlijke hulpbronnen en helpt u milieuvriendelijke
afdrukken te maken.
Als u op het bedieningspaneel op de knop Eco drukt, staat deze
modus aan. De standaardinstelling in de eco-modus is
dubbelzijdig afdrukken (lange zijde), 2 op 1 veel, blanco pagina´s
overslaan en tonerbesparing.
Instellen van eco-modus op het
bedieningspaneel.
De instellingen die via het stuurprogramma zijn
opgegeven krijgen voorrang op de instellingen via het
bedieningspaneel.
Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder
displayscherm op het bedieningspaneel.
1
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Systeeminst. > OK > Eco-instellingen > OK.
3
Druk op de toetsen OK om de gewenste modus te
selecteren.
Standaardmodus: In deze modus is de eco-modus
uitgeschakeld. (Dubbelzijdig (lange zijde)/
tonerbesparing/2 op 1 vel/blanco pagina´s overslaan)
- Uit: Zet de eco-modus uit.
- Aan: Zet de eco-modus aan.
Eenvoudige afdruktaken
46
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Als u de eco-modus instelt met een wachtwoord via de
SyncThru™ Web Service (tabblad Settings > Machine
Settings > System > Eco > Settings), de melding Altijd
aan verschijnt. U moet het wachtwoord invoeren om de
eco-modus te wijzigen.
Sjabloon wijzigen.: Kies het eco-sjabloon.
- Standaard Eco: De standaardinstelling in de eco-
modus is dubbelzijdig afdrukken, 2 op 1 veel, blanco
pagina´s overslaan en tonerbesparing.
- Aang Eco: Volg de instellingen van de Syncthru™
Web Service. Voordat u dit onderdeel selecteert,
moet u de eco-functie instellen de SyncThru™ Web
Service> tabblad Settings > Machine Settings >
System > Eco > Settings.
Eco-modus in het stuurprogramma instellen
Open het tabblad Eco om de eco-modus in te stellen. Als u de
eco-afbeelding ziet ( ), betekent dit dat de eco-modus
momenteel is ingeschakeld.
Eco-opties
Standaardinstelling printer: Volg de instellingen op het
bedieningspaneel van de printer.
Geen: Schakelt eco-modus uit.
Eco-afdruk: Schakelt eco-modus in. Activeert de
verschillende te gebruiken eco-onderdelen.
Wachtwoord: Als de beheerder heeft vastgesteld de eco-
modus te gebruiken, moet u een wachtwoord invoeren om de
status te wijzigen.
Eenvoudige afdruktaken
47
2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Resultaatsimulator
De Resultaatsimulator toont de resultaten van verlaagde
kooldioxide-emissies, elektriciteitsverbruik en de hoeveelheid
uitgespaard papier, naargelang de door u gekozen instellingen.
De resultaten worden berekend op basis van een totaal
aantal van honderd pagina´s zonder blanco pagina, als de
eco-modus is uitgeschakeld.
Zie voor de berekeningscoëfficient met betrkking tot CO2,
energie en papier het IEA, het kengetal van het Japanse
ministerie van Binnenlandse Zaken en Communicatie, en
www.remanufacturing.org.uk. Elk model gebruikt een ander
kengetal.
Het elektriciteitsverbruik in afdrukmodus betreft bij dit
apparaat het gemiddelde elektriciteitsverbruik bij afdrukken.
De werkelijke bespaarde of verlaagde hoeveelheden kan
verschillen naargelang het gebruikte besturingssysteem,
computerkracht, programma´s, aansluitmethode, mediatype,
mediaformaat, complexiteit van de afdruktaak, enz.
3. Onderhoud
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u verbruiksartikelen,
accessoires en onderdelen voor het onderhoud van uw apparaat kunt
aankopen.
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 49
Beschikbare verbruiksartikelen 50
Beschikbare accessoires 51
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 52
Toner herverdelen 53
De tonercassette vervangen 55
Een geheugenmodule upgraden 57
De gebruiksduur van de verbruiksartikelen
controleren 59
Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op" 60
Het apparaat reinigen 61
49
3. Onderhoud
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen
De verkrijgbare accessoires kunnen verschillen van land tot land. Neem contact op met uw verkoper voor de lijst met
beschikbare verbruiksartikelen en onderdelen.
Als u door Samsung goedgekeurde verbruiksartikelen, accessoires of reserveonderdelen wilt bestellen, neemt u contact op met de
lokale Samsung-dealer of de winkel waar u het apparaat hebt gekocht. Of ga naar www.samsung.com/supplies en selecteer uw
land/regio voor de contactgegevens van de klantenservice.
50
3. Onderhoud
Beschikbare verbruiksartikelen
Als de verbruiksartikelen het einde van hun gebruiksduur
naderen, kunt u de volgende verbruiksartikelen voor uw
apparaat bestellen:
De gebruiksduur van de tonercassette kan variëren
afhankelijk van de opties en de taakmodus.
Als u nieuwe tonercassettes of verbruiksartikelen
aanschaft, doet u dit best in het land waar u het apparaat
hebt gekocht. Nieuwe tonercassettes of andere
verbruiksartikelen zijn mogelijk niet compatibel met het
apparaat omdat de configuratie van tonercassettes en
andere verbruiksartikelen per land kunnen verschillen.
Samsung raadt gebruik van niet-originele Samsung-
tonercassettes (bijv. hervulde of gereviseerde
tonercassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van niet-
originele Samsung-tonercassettes niet garanderen.
Onderhoud en herstellingen die vereist zijn als gevolg
van het gebruik van andere tonercassettes dan die van
Samsung vallen niet onder de garantie van het apparaat.
Type
Gemiddeld aantal
afdrukken
a
a.Opgegeven gebruiksduur overeenkomstig ISO/IEC 19752.
Benaming van
onderdeel
Standaardrendem
ent tonercassette
Ong. 2.000 pagina’s MLT-D205S
Tonercassette met
hoge capaciteit
Ong. 5.000 pagina’s MLT-D205L
Tonercassette met
extrahoge
capaciteit
b
b.De tonercassette is alleen voor de ML-371x-serie verkrijgbaar.
Ong. 10.000 pagina’s MLT-D205E
51
3. Onderhoud
Beschikbare accessoires
U kunt accessoires aanschaffen en installeren om de prestaties en capaciteit van uw apparaat te verbeteren.
Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model"
op pagina 7).
Optie Functie Benaming van onderdeel
Geheugenmodule
Hiermee breidt u de geheugencapaciteit van uw apparaat uit. CLP-MEM201: 128 MB
CLP-MEM202: 256 MB
Lade 2
Als u regelmatig papiertoevoerproblemen ondervindt, kunt u een extra
papierlade plaatsen.
ML-S3710A
IEEE 1284
parallelstekker
Maakt het gebruik van verschillende interfaces mogelijk.
Als het printerstuurprogramma met een IEEE1284-
parallelstekker geïnstalleerd wordt, kan het apparaat mogelijk
niet gevonden worden en zijn na installatie van het
stuurprogramma alleen de basisfuncties voor het afdrukken
beschikbaar.
Als u de status van het apparaat wilt controleren of de
instellingen wijzigen, moet u de machine met een USB-kabel
of een netwerk op een computer aansluiten.
Als u de IEEE1284-parallelstekker gebruikt, kunt u niet
tegelijkertijd een USB-kabel aansluiten.
ML-PAR100
52
3. Onderhoud
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud
Neem contact op met de winkel waar u het apparaat hebt gekocht om reserveonderdelen te bestellen. Laat onderhoudsonderdelen
alleen vervangen door een erkende servicemedewerker, de leverancier of personeel van de winkel waar u het apparaat hebt gekocht.
De vervanging van onderdelen waarvan de gemiddelde levensduur is verstreken, valt niet onder de garantie.
Onderhoudsonderdelen worden op gezette tijdstippen vervangen om te verhinderen dat de afdrukkwaliteit verslechtert en er
papierinvoerstoringen optreden als gevolg van versleten onderdelen (zie onderstaande tabel). Uw apparaat moet op elk moment
perfect functioneren. De te vervangen onderdelen moeten worden vervangen wanneer de levensduur van het desbetreffende
onderdeel is verstreken.
Onderdelen
Gemiddeld aantal afdrukken
a
a.De afdruksnelheid is afhankelijk van het gebruikte besturingssysteem, de snelheid van de computer, de gebruikte
toepassing, de verbindingsmethode, het type en formaat van de afdrukmedia en de complexiteit van de taak.
Transportrol Ong. 100.000 pagina’s
fixeereenheid Ong. 90.000 pagina’s
Opneemrol Ong. 90.000 pagina’s
Vertragingsrol Ong. 60.000 pagina’s
53
3. Onderhoud
Toner herverdelen
Als de tonercassette bijna leeg is:
Witte strepen, onduidelijke afdruk en/of verschillende
dichtheid aan beide kanten.
knippert de Status-LED rood.
In dat geval kunt u de afdrukkwaliteit tijdelijk verbeteren door de
resterende toner in de tonercassette opnieuw te verdelen. Soms
blijven die witte strepen of lichtere gebieden voorkomen, ook
nadat de toner opnieuw is verdeeld.
1
Open de klep aan de voorkant en verwijder de
tonercassette.
2
Schud de cassette vijf tot zes keer heen en weer om de
toner in de cassette gelijkmatig te verdelen.
Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner
dan af met een droge doek en was de kleding in koud
water. Met warm water hecht de toner zich aan de stof.
Raak de groene onderzijde van de tonercassette niet
aan. Neem de cassette vast bij de handgreep om te
vermijden dat u de onderkant aanraakt.
3
Toner herverdelen
54
3. Onderhoud
3
Houd de tonercassette bij de handgreep vast en plaats de
cassette voorzichtig in de opening van het apparaat.
4
Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht is.
55
3. Onderhoud
De tonercassette vervangen
Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over
hoe u vastgelopen papier kunt verwijderen.
Als een tonercassette het eind van de levensduur bereikt heeft,
stopt de printer met afdrukken.
1
Open de klep aan de voorkant en verwijder de
tonercassette.
2
Haal de nieuwe tonercassette uit de verpakking.
3
Verwijder het etiket van de tonercassette, zoals hieronder
getoond.
4
Schud de cassette vijf tot zes keer heen en weer om de
toner in de cassette gelijkmatig te verdelen.
Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner
dan af met een droge doek en was de kleding in koud
water. Met warm water hecht de toner zich aan de stof.
3
De tonercassette vervangen
56
3. Onderhoud
Raak de groene onderzijde van de tonercassette niet
aan. Neem de cassette vast bij de handgreep om te
vermijden dat u de onderkant aanraakt.
5
Houd de tonercassette bij de handgreep vast en plaats de
cassette voorzichtig in de opening van het apparaat.
6
Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht is.
57
3. Onderhoud
Een geheugenmodule upgraden
Uw apparaat beschikt over een "dual in-line"-geheugenmodule
(DIMM). Gebruik deze geheugenmodule om extra geheugen te
installeren.
Raadpleeg de bestelgegevens voor een bijkomende
geheugenmodule. (zie "Beschikbare accessoires" op pagina
51).
1
Een geheugenmodule installeren
1
Schakel het apparaat uit en koppel alle kabels van het
apparaat los.
2
Verwijder de klep van het moederbord.
3
Haal de nieuwe geheugenmodule uit de verpakking.
4
Houd de geheugenmodule vast bij de rand en breng de
geheugenmodule op één lijn met de sleuf in een hoek van
ongeveer 30 graden. Zorg dat de inkepingen van de
module en de openingen van de sleuf in elkaar passen.
De hierboven getoonde inkepingen en openingen kunnen
afwijken van de geplaatste geheugenmodule en de sleuf.
5
Druk de geheugenmodule voorzichtig in de sleuf tot u een
klikgeluid hoort.
Duw de geheugenmodule niet met te veel kracht in de
sleuf om te vermijden dat u ze beschadigt. Als de module
niet goed in de sleuf lijkt te passen, voert u de procedure
nogmaals voorzichtig uit.
Een geheugenmodule upgraden
58
3. Onderhoud
6
Plaats het toegangspaneel van het moederbord terug.
7
Sluit het netsnoer en de apparaatkabel opnieuw aan en zet
het apparaat aan.
59
3. Onderhoud
De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren
Volg de onderstaande stappen om de indicatoren van de levensduur van de verbruiksartikelen weer te geven.
1
Druk op (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Systeeminst > OK > Onderhoud > OK.
3
Druk op Info verb.art > OK.
4
Druk op de toetsen OK om de gewenste optie te selecteren.
Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel.
60
3. Onderhoud
Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op"
Als de tonercassette bijna leeg is, verschijnt een bericht of gaat er een LED branden die aangeeft dat u de tonercassette moet
vervangen. U kunt instellen of u wenst dat dit bericht of deze LED verschijnt of niet.
1
Druk op (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Systeeminst > OK > Onderhoud > OK.
3
Klik op Toner bijna op > OK.
4
Kies de gewenste optie en druk op OK.
Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel.
61
3. Onderhoud
Het apparaat reinigen
Als er zich problemen voordoen met de afdrukkwaliteit of als u
uw apparaat in een stofrijke omgeving gebruikt, moet u uw
apparaat regelmatig schoonmaken om de beste afdrukkwaliteit
te blijven garanderen en de gebruiksduur van uw apparaat te
verlengen.
Als u de behuizing van het apparaat reinigt met
reinigingsmiddelen die veel alcohol, oplosmiddelen of
andere agressieve substanties bevatten, kan de
behuizing verkleuren of vervormen.
Als er toner in het apparaat of in de directe omgeving
ervan is terecht gekomen, raden wij u aan om de toner
te verwijderen met een zachte, met water bevochtigde
doek of tissue. Als u een stofzuiger gebruikt, wordt de
toner in de lucht geblazen. Dit kan schadelijk voor u
zijn.
2
De buitenkant reinigen
Maak het apparaat aan de buitenkant schoon met een zachte,
pluisvrije doek. U kunt de doek enigszins bevochtigen met water,
maar let erop dat er geen water op of in het apparaat
terechtkomt.
3
De binnenkant reinigen
Tijdens het afdrukken kunnen zich in het apparaat papierresten,
toner en stof verzamelen. Dit kan op een gegeven moment
problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken, zoals
tonervlekken of vegen. Deze problemen kunnen worden
gereduceerd en verholpen door de binnenkant van het apparaat
te reinigen.
1
Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het
stopcontact. Wacht totdat het apparaat is afgekoeld.
2
Open de klep aan de voorkant en verwijder de
tonercassette. Plaats de tonercassette op een schoon,
horizontaal oppervlak.
3
Het apparaat reinigen
62
3. Onderhoud
Om schade aan de tonercassette te voorkomen, moet
u ervoor zorgen dat deze niet langer dan enkele
minuten wordt blootgesteld aan licht. Dek de cassette
zo nodig af met een stuk papier.
Raak de groene onderkant van de tonercassette niet
aan. Neem de cassette vast bij de handgreep om te
vermijden dat u de onderkant aanraakt.
3
Verwijder met een droge, niet-pluizende doek eventueel
stof en gemorste toner in en rond de ruimte voor de
tonercassette.
Zorg dat u bij het reinigen van de binnenkant van het
apparaat de transportrol of andere onderdelen niet
beschadigt. Gebruik geen oplosmiddelen, zoals benzeen
of verdunner. Er kunnen zich problemen voordoen met
de afdrukkwaliteit en het apparaat kan worden
beschadigd.
4
Steek de tonercassette er opnieuw in en sluit de voorklep.
Het apparaat reinigen
63
3. Onderhoud
4
Reinigen van de opneemrol
1
Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het
stopcontact. Wacht totdat het apparaat is afgekoeld.
2
Open lade 1.
3
Maak de opneemrol schoon met een zachte, pluisvrije
doek.
4
Plaats de lade terug in het apparaat.
4. Problemen oplossen
In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er
een probleem optreedt.
Tips om papierstoringen te voorkomen 65
Papierstoringen verhelpen 66
Informatie over de status-LED 73
Informatie over displaymeldingen 76
Dit hoofdstuk levert nuttige informatie voor als u een
foutmelding opmerkt. Als uw apparaat beschikt over een
displayscherm, moet u eerst hierop kijken om de fout op te
lossen. Als u in dit hoofdstuk geen oplossing voor uw probleem
kunt vinden, kijkt u in het hoofdstuk Problemen oplossen in
de gebruikshandleiding Geavanceerd. Als u hierin geen
oplossing kunt vinden of als het probleem blijft optreden kunt u
naar de klantenservice bellen.
65
4. Problemen oplossen
Tips om papierstoringen te voorkomen
U kunt de meeste papierstoringen voorkomen door het juiste type afdrukmedia te gebruiken. Zie de volgende tips om storingen met
vastzittend papier te voorkomen:
Zorg ervoor dat de verstelbare geleiders correct zijn ingesteld (zie "Lade overzicht" op pagina 30).
Plaats niet te veel papier in de lade. Zorg dat de papierstapel niet boven de maximummarkering aan de binnenzijde van de lade
uitkomt.
Verwijder geen papier uit de papierlade tijdens het afdrukken.
Buig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voordat u het in de lade plaatst.
Gebruik geen gekreukt, vochtig of sterk gekruld papier.
Plaats geen verschillende soorten papier in een lade.
Gebruik alleen aanbevolen afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 85).
66
4. Problemen oplossen
Papierstoringen verhelpen
Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam
naar buiten om te voorkomen dat het scheurt.
1
In lade 1
Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over
hoe u vastgelopen papier moet verwijderen.
1
Open de klep aan de voorzijde en sluit deze weer. Het
vastgelopen papier wordt automatisch uitgevoerd.
Ga naar de volgende stap als het papier niet wordt
uitgeworpen.
2
Open lade 1.
Papierstoringen verhelpen
67
4. Problemen oplossen
3
Verwijder het vastgelopen papier door het voorzichtig in
een rechte lijn naar buiten te trekken.
Als het papier niet beweegt als u eraan trekt, of als er geen
papier te zien is in dit deel van de printer, controleert u de
fixeereenheid rond de tonercassette (zie "Binnenin het
apparaat" op pagina 69).
4
Schuif lade 1 terug in het apparaat tot ze vastklikt. De
printer gaat automatisch door met afdrukken.
2
In de optionele lade 2
Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over
hoe u vastgelopen papier moet verwijderen.
1
Trek de optionele lade 2 naar buiten.
2
Verwijder het vastgelopen papier uit het apparaat.
Papierstoringen verhelpen
68
4. Problemen oplossen
Stop als het papier niet beweegt als u eraan trekt of als u
het papier niet kunt zien in dit deel van de printer, en ga
door met de volgende stap.
3
Trek lade 1 half uit de printer.
4
rek het papier recht naar boven en verwijder het.
5
Plaats de laden weer in het apparaat. De printer gaat
automatisch door met afdrukken.
3
In de multifunctionele lade
Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over
hoe u vastgelopen papier moet verwijderen.
1
Als het papier niet op de juiste wijze werd ingevoerd, trekt
u het uit het apparaat.
2
Open en sluit de klep aan de voorzijde om door te gaan
met afdrukken.
Papierstoringen verhelpen
69
4. Problemen oplossen
4
Binnenin het apparaat
Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over
hoe u vastgelopen papier moet verwijderen.
Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees
voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert.
1
Open de klep aan de voorkant en verwijder de
tonercassette.
2
Verwijder het vastgelopen papier door het voorzichtig in
een rechte lijn naar buiten te trekken.
3
Plaats de tonercassette terug en sluit de klep aan de
voorzijde. De printer gaat automatisch door met afdrukken.
5
In het uitvoergebied
Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over
hoe u vastgelopen papier moet verwijderen.
3
Papierstoringen verhelpen
70
4. Problemen oplossen
1
Open de klep aan de voorzijde en sluit deze weer. Het
vastgelopen papier wordt automatisch uitgevoerd.
Wanneer u geen vastgelopen papier ziet, gaat u door met
de volgende stap.
2
Trek het papier voorzichtig uit de uitvoerlade.
Stop als u het vastgelopen papier niet kunt zien of als u
weerstand ervaart als u eraan trekt en ga door met de
volgende stap.
3
Open de achterklep.
4
Verwijder het vastgelopen papier zoals op de volgende
afbeelding wordt getoond.
5
Sluit de achterklep. De printer gaat automatisch door met
afdrukken.
3
1
1
3
2
Papierstoringen verhelpen
71
4. Problemen oplossen
6
Rond de duplexeenheid
Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over
hoe u vastgelopen papier moet verwijderen.
1
Haal de duplex-eenheid uit het apparaat.
2
Verwijder het vastgelopen papier uit de duplexeenheid.
Als het papier er niet samen met de duplex-eenheid
uitkomt, verwijdert u het papier onderaan in het apparaat.
Ga door met de volgende stap als u het papier niet kunt
zien.
Papierstoringen verhelpen
72
4. Problemen oplossen
3
Schuif de duplexeenheid in het apparaat.
4
Open de achterklep.
5
Verwijder het vastgelopen papier zoals op de volgende
afbeelding wordt getoond.
6
Plaats de klep van de fixeereenheid en de hendels terug in
hun oorspronkelijke positie.
7
Sluit de achterklep. De printer gaat automatisch door met
afdrukken.
3
1
1
3
2
73
4. Problemen oplossen
Informatie over de status-LED
De kleur van de LED geeft de huidige status van het apparaat aan.
Afhankelijk van het model of land zijn enkele LED´s mogelijk niet beschikbaar.
Zie de foutmelding en de bijbehorende instructies om de fout op te lossen.
U kunt de fout ook oplossen met de tips in het programmavenster Samsung-printerstatus of Smart Panel.
Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen.
Informatie over de status-LED
74
4. Problemen oplossen

7
Status LED
Status Omschrijving
(Status-
LED)
Off Het apparaat is offline.
Groen
Knippert
Als het lampje langzaam knippert, ontvangt het apparaat gegevens van de computer.
Als het lampje snel knippert, is het apparaat bezig met afdrukken.
Aan Het apparaat is online en klaar voor gebruik.
Rood
Knippert
Er is een kleine storing opgetreden en het apparaat wacht tot het probleem is verholpen. Bekijk het
bericht op het display. Als het probleem is opgelost, gaat de printer door met afdrukken. Deze functie
is niet van toepassing op enkele modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel.
De tonercassette is bijna leeg. Het einde van de geschatte levensduur van de cassette is
bijna bereikt. Bereid een nieuwe cassette voor ter vervanging van de oude. U kunt de
afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op
pagina 53).
Aan
De tonercassette heeft de geschatte levensduur
a
Het verdient aanbeveling de tonercassette
te vervangen (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 55).
De klep is geopend. Sluit de klep.
De papierlade is leeg. Plaats papier in de lade.
Het apparaat is gestopt als gevolg van een ernstige fout. Bekijk de melding op het display
(zie "Informatie over displaymeldingen" op pagina 76).
a. bijna bereikt.
De geschatte levensduur verwijst naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een tonercassette. Het geeft aan hoeveel afdrukken er gemiddeld kunnen worden
gemaakt met de cassette volgens ISO/IEC 19752. Het aantal pagina’s kan worden beïnvloed door de omgevingsomstandigheden, de tijd tussen afdruktaken en het type
en formaat van het afdrukmateriaal. Er kan wat toner achterblijven in de cassette, ook als de rode LED brandt en de printer stopt met afdrukken.
Informatie over de status-LED
75
4. Problemen oplossen

8
Papierstoring LED / WPS-LED
Status Omschrijving
(Papierstoring
LED)
Oranje Aan
Er is een papierstoring opgetreden (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 66).
(WPS-LED)
Blauw Aan
Als het apparaat met een draadloos netwerk is verbonden, licht de WPS-LED blauw
op (zie handleiding Geavanceerd).
76
4. Problemen oplossen
Informatie over displaymeldingen
Er verschijnen berichten op het display van het
bedieningspaneel om de status van het apparaat of fouten te
melden. Raadpleeg de onderstaande tabellen voor de betekenis
van de berichten en verhelp indien nodig het probleem.
9
Berichten op het display controleren
Als het bericht niet in de tabel voorkomt, schakelt u het
apparaat uit en weer in en probeert u de afdruktaak
opnieuw uit te voeren. Neem contact op met een
medewerker van de klantenservice als het probleem
zich blijft voordoen.
Als u contact opneemt met de klantenservice, is het
nuttig dat u het bericht op het display doorgeeft aan
een medewerker van de klantenservice.
Afhankelijk van de opties of het model verschijnen
sommige meldingen mogelijk niet op het display.
[foutnummer] geeft het foutnummer aan.
Informatie over displaymeldingen
77
4. Problemen oplossen
Foutmeldingen gerelateerd aan vastgelopen papier
Bericht Betekenis Voorgestelde oplossing
Pap.st.
in lade 1
Er is papier vastgelopen bij de papierinvoer. Verwijder het vastgelopen papier (zie "In lade 1"
op pagina 66).
Pap.st.
in lade 2
Er is papier vastgelopen in de optionele lade. Verwijder het vastgelopen papier (zie "In de
optionele lade 2" op pagina 67).
Pap.st.
in MF-lade
Er is papier vastgelopen in de multifunctionele lade. Verwijder het vastgelopen papier (zie "In de
multifunctionele lade" op pagina 68).
Pap.st.
in app.
Er is papier vastgelopen in het apparaat. Verwijder het vastgelopen papier (zie "Binnenin
het apparaat" op pagina 69).
Pap.st.
in uitv.gebied
Er is papier vastgelopen in het papieruitvoergebied. Verwijder het vastgelopen papier (zie "In het
uitvoergebied" op pagina 69).
Pap.st.
onderk. DE
Er is papier vastgelopen in het duplex-gebied. Verwijder het vastgelopen papier (zie "Rond de
duplexeenheid" op pagina 71).
Informatie over displaymeldingen
78
4. Problemen oplossen
Meldingen over de tonercassette
Melding Betekenis Voorgestelde oplossing
Plaats
tonercas.
Er is geen tonercassette geplaatst. Plaats een tonercassette.
TC niet
comp.
De tonercassette die u hebt geplaatst, is niet geschikt voor
uw apparaat.
Installeer tonercassettes van Samsung die speciaal
bedoeld zijn voor uw apparaat.
Informatie over displaymeldingen
79
4. Problemen oplossen
Plaats
nieuwe cass.
De aangegeven tonercassette is bijna aan het einde van
haar geschatte levensduur. Het apparaat stopt mogelijk met
afdrukken.
De geschatte gebruiksduur van een cassette
verwijst naar de verwachte of geschatte
gebruiksduur van een tonercassette. Het geeft aan
hoeveel afdrukken er met de cassette gemiddeld
kunnen worden gemaakt conform ISO/IEC 19752
(zie "Beschikbare verbruiksartikelen" op pagina
50). Het aantal pagina’s kan afhankelijk zijn van de
omgevingsvoorwaarden, de tijd tussen de
afdruktaken, het type media, het percentage
afbeeldingen en het mediaformaat. Het is mogelijk
dat de cassette nog wat toner bevat wanneer de
desbetreffende melding verschijnt en de printer
stopt met afdrukken.
U kunt kiezen tussen
Stop
of
Doorgaan
, zoals weergegeven
op het bedieningspaneel. Als u
Stop
selecteert, stopt de
printer met afdrukken en kunt u niet meer afdrukken zolang u
de cassette niet hebt vervangen. Als u
Doorgaan
kiest, gaat
de printer door met afdrukken maar kan de afdrukkwaliteit
niet worden gegarandeerd.
Als u van een optimale afdrukkwaliteit wilt blijven genieten,
dient u de tonercassette te vervangen wanneer dit bericht
verschijnt. Als u de cassette verder blijft gebruiken kunnen er
problemen optreden met de afdrukkwaliteit (zie "De
tonercassette vervangen" op pagina 55).
Samsung raadt gebruik van niet-originele Samsung-
tonercassettes (bijv. hervulde of gereviseerde
tonercassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van
niet-originele Samsung-tonercassettes niet
garanderen. Onderhoud en herstellingen die vereist
zijn als gevolg van het gebruik van andere
tonercassettes dan die van Samsung worden niet
gedekt door de garantie van het apparaat.
Als het apparaat stopt met afdrukken, vervangt u de
tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina
55).
Melding Betekenis Voorgestelde oplossing
Informatie over displaymeldingen
80
4. Problemen oplossen
Meldingen over de papierlade
Bereid
nieuwe cass.
Voor
De tonercassette bevat nog een kleine hoeveelheid toner.
Het einde van de geschatte levensduur van de cassette is
bijna bereikt.
Houd een nieuwe cassette gereed om de oude cassette
te vervangen. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen
door de toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op
pagina 53).
Melding Betekenis Voorgestelde oplossing
Lade 1
leeg
Er zit geen papier in lade 1. Plaats papier in lade 1 (zie "Plaats papier in de lade/optionele lade" op pagina 31).
Lade 2
leeg
Er zit geen papier in lade 2. Plaats papier in lade 2 (zie "Plaats papier in de lade/optionele lade" op pagina 31).
MF-lade
leeg
Er is geen papier in de
multifunctionele lade.
Plaats papier in de multifunctionele lade (zie "Papier vullen multifunctionele lade"
op pagina 33).
Uitvoerlade vol
Verw. pap.
De uitvoerlade is vol. Zodra het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat de printer door met
afdrukken.
Melding Betekenis Voorgestelde oplossing
Informatie over displaymeldingen
81
4. Problemen oplossen
Meldingen over het netwerk Div. meldingen
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Netwerkprobl.
IP-conflict
Het door u ingestelde
IP-adres wordt al
door iemand anders
gebruikt.
Controleer het IP-
adres en stel het
zonodig opnieuw in
(zie handleiding
Geavanceerd).
802.1x
Netwerkfout
Verificatie mislukt. Controleer het
netwerkverificatieproto
col. Neem contact op
met uw
netwerkbeheerder als
dit probleem zich blijft
voordoen.
Melding Betekenis
Voorgestelde
oplossing
Klep open
Sluit klep.
De voor- of
achterklep is niet
goed gesloten.
Sluit de klep goed.
Deze moet
vastklikken.
Fout
[foutnummer]
Cont. klantend.
Er is een
systeemfout
opgetreden.
Start het apparaat
opnieuw op en probeer
nogmaals af te
drukken. Als het
probleem zich blijft
voordoen, neem dan
contact op met een
servicecentrum.
Fout
[foutnummer]
Zet uit en aan
Het apparaat kan niet
bestuurd worden.
Start het apparaat
opnieuw op en probeer
nogmaals af te
drukken. Als het
probleem zich blijft
voordoen, neem dan
contact op met een
servicecentrum.
5. Bijlage
In dit hoofdstuk staan productspecificaties en informatie met
betrekking tot toepasbare regelgeving.
Specificaties 83
Informatie over wettelijke voorschriften 93
Copyright 105
83
5. Bijlage
Specificaties
1
Algemene specificaties
De specificaties hieronder kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. zie www.samsung.com/printer voor
mogelijke wijzigingen.
Items Omschrijving
Afmetingen
Breedte x Lengte x
Hoogte
ML-331xD: 366 x 368 x 240,6 mm (14,40 x 14,48 x 9,47 inches) zonder
optionele papierlade
ML-331xND/ML-371xD/ML-371xND/ML-371xDW: 366 x 368 x 252.9 mm
(14,40 x 14,48 x 9.96 inches) zonder optionele papierlade
Gewicht
Apparaat inclusief
verbruiksartikelen
ML-331x Series: 9,74 kg
ML-371x Series: 9,95 kg
Geluidsniveau
a
Stand-bymodus 26 dB (A)
Afdrukmodus
ML-331x Series: 51 dB (A)
ML-371x Series: 52 dB (A)
Temperatuur
Gebruik 10 tot 32 °C
Opslag (in verpakking) -20 tot 40 °C
Relatieve
luchtvochtigheid
Gebruik 20 tot 80% RV
Opslag (in verpakking)
10 tot 90% RV
Specificaties
84
5. Bijlage
Nominaal vermogen
b
Modellen op 110 volt AC 110 – 127 V
Modellen op 220 volt AC 220 – 240 V
Stroomverbruik
Gemiddeld vermogen Minder dan 550 Watt
Stand-bymodus Minder dan 60 Watt
Energiebesparende
modus
Minder dan 3,5 Watt
Uitgeschakelde toestand
Minder dan 0,4 Watt (0,1 Watt
c
)
Draadloos
d
Module
U98Z058
a.Geluidsdrukniveau, ISO 7779. Geteste configuratie: basisinstallatie apparaat, A4-papierformaat, enkelzijdig afdrukken.
b.Zie het typeplaatje op het apparaat voor het juiste voltage (V), de frequentie (Hertz) en de stroomsterkte (A) voor uw apparaat.
c. Printer met aan/uit-schakelaar.
d.Alleen voor draadloos model (zie "Functies per model" op pagina 7).
Items Omschrijving
Specificaties
85
5. Bijlage
2
Specificaties van de afdrukmedia
Type Formaat Afmetingen
Gewicht/capaciteit afdrukmedia
a
Lade 1/Optionele lade
Multifunctionele lade
b
Normaal
papier
Letter 216 x 279 mm
70 tot 90 g/m
2
(bankpostpapier)
250 vellen van 80 g/m
2
(bankpostpapier) voor lade1
520 vellen van 80 g/m
2
(bankpostpapier) voor de
optionele lade.
70 tot 90 g/m
2
(bankpostpapier)
De printer heeft geen
displayscherm: 1 vellen
van 80 g/m
2
(bankpostpapier)
De machine heeft een
displayscherm: 50
vellen van 80 g/m
2
Legal 216 x 356 mm
US Folio 216 x 330 mm
A4 210 x 297 mm
Oficio 216 x 343 mm
JIS B5 182 x 257 mm
ISO B5 176 x 250 mm
Executive 184 x 267 mm
A5 148 x 210 mm
A6
105 x 148 mm
150 vellen van 75 g/m
2
(bankpostpapier).
Specificaties
86
5. Bijlage
Enveloppen
Monarch-envelop 98 x 191 mm Niet beschikbaar in lade1/
optionele lade.
75 tot 90 g/m
2
(bankpostpapier).
Envelop Nr. 10 105 x 241 mm
Envelop DL 110 x 220 mm
Envelop C5 162 x 229 mm
Envelop C6 114 x 162 mm
Dik papier
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
91 tot 105 g/m
2
(bankpostpapier).
91 tot 105 g/m
2
(bankpostpapier).
Dikker papier
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier Niet beschikbaar in lade1/
optionele lade.
164 tot 220 g/m
2
(bankpostpapier).
Dun papier
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
60 tot 70 g/m
2
(bankpostpapier).
60 tot 70 g/m
2
(bankpostpapier).
Transparanten
Letter, A4
Zie Normaal papier Niet beschikbaar in lade1/
optionele lade.
138 tot 146 g/m
2
(bankpostpapier).
Etiketten
c
Letter, Legal, US
Folio, A4, JIS B5,
ISO B5,
Executive, A5
Zie Normaal papier Niet beschikbaar in lade1/
optionele lade.
120 tot 150 g/m
2
(bankpostpapier).
Type Formaat Afmetingen
Gewicht/capaciteit afdrukmedia
a
Lade 1/Optionele lade
Multifunctionele lade
b
Specificaties
87
5. Bijlage
Kartonpapier
Letter, Legal, US
Folio, A4, JIS B5,
ISO B5,
Executive, A5
Zie Normaal papier
121 tot 163 g/m
2
(bankpostpapier).
121 tot 163 g/m
2
(bankpostpapier).
bankpost;
Zie Normaal
papier
Zie Normaal papier
106 tot 120 g/m
2
(bankpostpapier).
106 tot 120 g/m
2
(bankpostpapier).
Minimaal formaat (aangepast)
Multifunctionele lade: 76 x 127
mm
Lade 1: 105 x 148,5 mm
60 tot 163 g/m
2
(bankpostpapier)
d
,
e
Niet beschikbaar in de optionele lade.
Maximaal formaat (aangepast) 216 x 356 mm
a.De maximumcapaciteit kan verschillen en is afhankelijk van het gewicht en de dikte van afdrukmedia en de omgevingsomstandigheden.
b.De printer heeft geen displayscherm: 1 vel voor de multifunctionele lade.
c. De zachtheid van de voor dit apparaat gebruikte etiketten moet tussen 100 tot 250 (sheffield) bedragen. Deze getallen verwijzen naar het
gladheidsniveau.
d.De beschikbare papiersoorten in de multifunctionele lade: Normaal, Dik, Dikker, Dun, Katoen-, Gekleurd, Voorbedrukt, Kringloop-, Envelop, Transparant,
Etiketten, Karton, Bankpost-, Archief-
e.De beschikbare papiersoorten in lade 1: Normaal, Dik, Dun, Kringloop-, Karton, Bankpost-, Archief-
Type Formaat Afmetingen
Gewicht/capaciteit afdrukmedia
a
Lade 1/Optionele lade
Multifunctionele lade
b
Specificaties
88
5. Bijlage
3
Systeemvereisten
Microsoft
®
Windows
®
Besturingssysteem
Vereisten (aanbevolen)
Processor RAM
Vrije
schijfruimte
Windows
®
2000 Intel
®
Pentium
®
II 400 MHz (Pentium III 933 MHz)
64 MB (128 MB) 600 MB
Windows
®
XP Intel
®
Pentium
®
III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz)
128 MB (256 MB) 1,5 GB
Windows Server
®
2003 Intel
®
Pentium
®
III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz)
128 MB (512 MB) 1,25 GB tot 2 GB
Windows Server
®
2008 Intel
®
Pentium
®
IV 1 GHz (Pentium IV 2 GHz)
512 MB (2 GB) 10 GB
Windows Vista
®
Intel
®
Pentium
®
IV 3 GHz
512 MB (1 GB) 15 GB
Windows
®
7
Intel
®
Pentium
®
IV 1 GHz 32-bit of 64-bit-processor of hoger
1 GB (2 GB) 16 GB
Ondersteuning voor DirectX
®
9 graphics met 128 MB geheugen (om het Aero-thema in te schakelen).
DVD-R/W-station
Windows Server
®
2008
R2
Intel
®
Pentium
®
IV 1 GHz- (x86) of 1,4 GHz- (x64) processoren (2
GHz of sneller)
512 MB (2 GB) 10 GB
Specificaties
89
5. Bijlage
Internet Explorer 6.0 of hoger is minimum vereist voor alle Windows-besturingssystemen.
Gebruikers kunnen de software installeren als ze beheerdersrechten hebben.
Windows Terminal Services is compatibel met uw apparaat.
Macintosh
Besturingssysteem
Vereisten (aanbevolen)
Processor RAM Vrije schijfruimte
Mac OS X 10.3 ~ 10.4
Intel
®
-processoren
PowerPC G4/G5
128 MB voor Mac met
PowerPC (512 MB)
512 MB voor een Mac op
basis van Intel (1 GB)
1 GB
Mac OS X 10.5
Intel
®
-processoren
867 MHz of sneller
Power PC G4/G5
512 MB (1 GB) 1 GB
Mac OS X 10.6
Intel
®
-processoren
1 GB (2 GB) 1 GB
Specificaties
90
5. Bijlage
Linux
Items Vereisten
Besturingssysteem
Fedora 4 ~ 12 (32/ 64 bit)
OpenSuSE
®
10.2, 10.3, 11.0, 11.1, 11.2 (32/64 bit)
SuSE 10.0, 10.1 (32 bit)
Ubuntu 5.04, 5.10, 6.04, 6.10, 7.04, 7.10, 8.04, 8.10, 9.04, 9.10 (32/64 bit)
Mandriva 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2009.1 (32/64 bits)
Debian 4.0, 5.0 (32/64 bits)
Redhat
®
Enterprise Linux WS 4, 5 (32/64 bit)
SuSE Linux Enterprise Desktop 10, 11 (32/64 bits)
Processor Pentium IV 2,4GHz (Intel Core™2)
RAM 512 MB (1 GB)
Vrije schijfruimte 1 GB (2 GB)
Specificaties
91
5. Bijlage
Unix
Items Vereisten
Besturingssysteem
Sun Solaris 9, 10 (x86, SPARC)
HP-UX 11.0, 11i v1, 11i v2, 11i v3 (PA-RISC,
Itanium)
IBM AIX 5.1, 5.2, 5,3, 5.4
Vrije schijfruimte Tot 100 MB
Specificaties
92
5. Bijlage
4
Netwerkomgeving
Alleen voor netwerk en draadloos model (zie "Functies per model" op pagina 7).
U moet de netwerkprotocollen installeren op het apparaat om het als netwerkprinter te kunnen gebruiken. In de volgende tabel
worden de netwerkomgevingen vermeld die door het apparaat worden ondersteund.
Items Specificaties
Netwerkinterface
Ethernet 10/100/1000 Base-TX
802.11 b/g/n draadloos LAN
Netwerkbesturingssysteem
Windows 2000/Server 2003/Server 2008/XP/Vista/7/Server 2008 R2
Diverse Linux-besturingssystemen
Mac OS X 10.3 ~ 10.6
•Unix
Netwerkprotocollen
•TCP/IPv4
DHCP, BOOTP
DNS, WINS, Bonjour, SLP, UPnP
Standard TCP/IP Printing(RAW), LPR, IPP, WSD
SNMPv 1/2/3, HTTP(S), IPSec
TCP/IPv6 (DHCP, DNS, RAW, LPR, SNMPv 1/2/3, HTTP(S), IPSec)
Draadloze
netwerkbeveiliging
Verificatie: OSA, gedeelde sleutel, WPA Personal, WPA2 Personal (PSK), WPA Enterprise, WPA2 Enterprise
Codering: WEP64, WEP128, TKIP, AES
93
5. Bijlage
Informatie over wettelijke voorschriften
Dit apparaat is ontworpen voor een normale werkomgeving en is
gecertificeerd conform verschillende veiligheidsvoorschriften.
5
Verklaring inzake laserveiligheid
De printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als zijnde in
overeenstemming met de vereisten van DHHS 21 CFR,
hoofdstuk 1, subhoofdstuk J voor laserproducten van klasse I(1),
en is elders gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat
voldoet aan de vereisten van IEC 60825-1: 2007.
Laserproducten van klasse I worden niet als gevaarlijk
beschouwd. Het lasersysteem en de printer zijn zo ontworpen
dat bij normaal gebruik, gebruiksonderhoud of onder de
voorgeschreven servicevoorwaarden personen niet worden
blootgesteld aan laserstralen hoger dan Klasse I.
Golflengte: 800 nm
Bundeldivergentie
- Parallel: 12 graden
- Verticaal: 35 graden
Maximum vermogen of energie-output: 15 mW
Waarschuwing
De printer mag nooit worden gebruikt of nagekeken als de
beschermkap van de laser/scanner is verwijderd. Hoewel ze
onzichtbaar is, kan de gereflecteerde laserstraal uw ogen
beschadigen.
Neem bij het gebruik van dit apparaat altijd deze elementaire
veiligheidsmaatregelen in acht om het risico op brand,
elektrische schokken en letsels te beperken.
Informatie over wettelijke voorschriften
94
5. Bijlage
6
Alleen voor Taiwan
7
Veiligheid in verband met ozon
8
Energiebesparingsmodus
9
Recycleren
De ozonemissie van dit apparaat ligt onder 0,1
ppm. Ozon is zwaarder dan lucht. Zet dit apparaat
dus op een plaats met goede ventilatie.
Deze printer is uitgerust met een geavanceerde
energiebesparende technologie die het
stroomverbruik vermindert wanneer het apparaat
niet wordt gebruikt.
Als de printer gedurende enige tijd geen gegevens
ontvangt, wordt het stroomverbruik automatisch
verlaagd.
ENERGY STAR en het ENERGY STAR-merk zijn
gedeponeerde Amerikaanse handelsmerken.
Meer informatie over het ENERGY STAR-
programma vindt u op http://www.energystar.gov
Recycle de verpakkingsmaterialen van dit product, of
verwijder ze op een milieuvriendelijke wijze.
Informatie over wettelijke voorschriften
95
5. Bijlage
10
Alleen voor China
11
Correcte verwijdering van dit product (afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur)
(Van toepassing in de Europese Unie en andere
Europese landen met gescheiden
inzamelingssystemen voor batterijen)
Deze aanduiding op het product, op de accessoires of in
de documentatie geeft aan dat het product en zijn
elektronische accessoires (bijv. lader, hoofdtelefoon,
USB-kabel) aan het eind van hun levensduur niet met
ander huishoudelijk afval mogen worden weggegooid.
Gelieve deze items te scheiden van andere soorten afval
en ze op een verantwoorde wijze te recyclen met het oog
op een duurzaam hergebruik van materialen en ter
voorkoming van eventuele schade aan het milieu of de
gezondheid als gevolg van een ongecontroleerde
afvalverwijdering.
Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met
de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de
gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe
ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen.
Zakelijke gebruikers dienen contact op te nemen met hun
leverancier en dienen de voorwaarden en bepalingen van
de verkoopovereenkomst te controleren. Dit product en
zijn elektronische accessoires mogen niet met ander
bedrijfsafval voor verwijdering worden gemengd.
Informatie over wettelijke voorschriften
96
5. Bijlage
12
Radiofrequentiestraling
FCC-normen (VS)
Dit apparaat is conform Deel 15 van de FCC-voorschriften. Het
gebruik van dit apparaat is onderworpen aan de volgende twee
voorwaarden:
dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken
en moet alle ontvangen interferentie aanvaarden, inclusief
interferentie die een ongewenste werking kan veroorzaken.
Dit apparaat is getest en voldoet aan de limieten voor Klasse B
digitale producten zoals vastgelegd in Deel 15 van de FCC-
regels. Deze beperkingen zijn bedoeld om een redelijke
bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie
binnenshuis. Dit apparaat genereert, gebruikt en straalt mogelijk
radiofrequentie-energie uit en kan, indien het niet volgens de
richtlijnen wordt geïnstalleerd en gebruikt, schadelijke
interferentie voor radiocommunicatie veroorzaken. Er kan echter
niet worden gegarandeerd dat bij een bepaalde installatie geen
interferentie optreedt. Als dit apparaat schadelijke interferentie
voor radio- of tv-ontvangst veroorzaakt, wat u kunt controleren
door het apparaat in en uit te schakelen, raden wij de gebruiker
aan de interferentie te beperken door de volgende maatregelen
te treffen:
Verplaats de ontvangstantenne of draai ze een andere kant op.
Vergroot de afstand tussen de apparatuur en de ontvanger.
Sluit de apparatuur aan op een stopcontact van een andere
stroomkring dan die waarop de ontvanger is aangesloten.
raadpleeg uw verdeler of een ervaren radio-/
televisiemonteur.
Wijzigingen of modificaties die niet uitdrukkelijk zijn
goedgekeurd door de fabrikant (die ervoor moet zorgen
dat het apparaat aan de normen voldoet) kunnen ertoe
leiden dat de toestemming aan de gebruiker om het
apparaat te gebruiken vervalt.
Canadese regelgeving inzake radio-interferentie
Dit digitale apparaat blijft binnen de grenzen van klasse B voor
stoorsignalen uit digitale apparatuur, zoals bepaald in de norm
voor interferentieveroorzakende apparatuur, "Digital Apparatus",
ICES-003 van Industry and Science Canada.
Cet appareil numérique respecte les limites de bruits
radioélectriques applicables aux appareils numériques de
Classe B prescrites dans la norme sur le matériel brouilleur:
« Appareils Numériques », ICES-003 édictée par l’Industrie et
Sciences Canada.
Informatie over wettelijke voorschriften
97
5. Bijlage
13
Verenigde Staten
Federal Communications Commission (FCC)
Intentional emitter overeenkomstig FCC Deel 15
Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag
vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze
communicatie) die werken in de 2,4 GHz/5 GHz-band. Deze
sectie is alleen van toepassing als deze apparaten aanwezig
zijn. Controleer het systeemlabel om na te gaan of er draadloze
apparaten aanwezig zijn.
Eventuele draadloze apparaten in uw systeem zijn enkel
gekwalificeerd voor gebruik in de Verenigde Staten van Amerika
als er een FCC ID-nummer op het systeemlabel staat.
De FCC heeft een algemene richtlijn uitgevaardigd waarin wordt
aangegeven dat de afstand tussen een draadloos apparaat en
het lichaam minstens 20 cm moet bedragen, bij gebruik van het
apparaat nabij het lichaam (uitstekende delen niet
meegerekend). Dit apparaat moet op meer dan 20 cm van het
lichaam worden gehouden wanneer de draadloze apparatuur is
ingeschakeld. Het afgegeven vermogen van het draadloze
apparaat of de draadloze apparaten die mogelijk in uw printer
zijn ingebouwd, ligt ruimschoots onder de RF-
blootstellingsgrenzen die de FCC heeft bepaald.
Deze zender mag niet samen met een andere antenne of zender
worden opgesteld of bediend.
Het gebruik van dit apparaat is onderworpen aan de volgende
twee voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen schadelijke
interferentie veroorzaken en (2) dit apparaat moet alle
ontvangen interferentie accepteren, inclusief interferentie die
een ongewenste werking van het apparaat kan veroorzaken.
Draadloze apparaten mogen niet door de gebruiker zelf
worden hersteld. Ze mogen onder geen enkel beding
gewijzigd worden. Wanneer u wijzigingen aanbrengt aan
een draadloos apparaat, vervalt de gebruikerslicentie.
Neem voor ondersteuning contact op met de fabrikant.
FCC-bepaling voor het gebruik in draadloze
LAN’s
Tijdens de installatie en het gebruik van een combinatie
van deze zender en antenne kan dicht bij de
geïnstalleerde antenne de RF-blootstellingsgrens van 1
mW/cm2 worden overschreden. Daarom moet de
gebruiker altijd minstens 20 cm afstand houden van de
antenne. Dit apparaat kan niet worden geïnstalleerd met
een andere zender en verzendantenne.
Informatie over wettelijke voorschriften
98
5. Bijlage
14
Alleen voor Taiwan
15
Alleen voor Rusland
16
Alleen Duitsland
17
Alleen voor Turkije
18
De stekker van het netsnoer vervangen
(alleen voor het VK)
Belangrijk
Het netsnoer van dit apparaat is voorzien van een
standaardstekker (BS 1363) van 13 ampère en een zekering
van 13 ampère. Als u de zekering vervangt, moet u het juiste
type van 13 ampère gebruiken. Nadat u de zekering hebt
gecontroleerd of vervangen, moet u de afdekkap van de
zekering weer sluiten. Als u de afdekkap van de zekering
verloren bent, mag u de stekker niet gebruiken totdat u er een
nieuwe afdekkap hebt op gezet.
Neem contact op met de leverancier bij wie u het apparaat hebt
gekocht.
Informatie over wettelijke voorschriften
99
5. Bijlage
Stekkers van 13 ampère zijn het meest voorkomende type in het
Verenigd Koninkrijk en kunnen in de meeste gevallen worden
gebruikt. Sommige (vooral oudere) gebouwen hebben echter
geen normale stopcontacten van 13 ampère. U moet een
geschikt verloopstuk (adapter) kopen. Verwijder nooit de
aangegoten stekker van het netsnoer.
Als u de aangegoten stekker afsnijdt of weggooit, kunt u
hem er niet meer op bevestigen en riskeert u een
elektrische schok te krijgen als u hem in het stopcontact
steekt.
Belangrijke waarschuwing:
Ga als volgt te werk als de kleuren van de aders in het netsnoer
niet overeenstemmen met die van de stekker.
Sluit de geel-groene aardedraad aan op de pool die gemarkeerd
is met de letter "E", het aardingssymbool, en geel-groen of groen
is gekleurd.
Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de
letter "N" of zwart is gekleurd.
Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de
letter "L" of de kleur zwart.
In de stekker, adapter of verdeelkast moet een zekering van
13 ampère zijn aangebracht.
19
Verklaring van overeenstemming
(Europese landen)
Goedkeuringen en certificeringen
Dit apparaat moet op een geaard stopcontact worden
aangesloten.
De aders van het netsnoer hebben de volgende
kleurcodering:
Groen/geel: aarding
Blauw: neutraal
Bruin: fase
De CE-markering op dit product verwijst naar de
conformiteitsverklaring van Samsung Electronics Co.,
Ltd. ten aanzien van richtlijnen 93/68/EEC van de
Europese Unie vanaf volgende data:
Informatie over wettelijke voorschriften
100
5. Bijlage
Samsung Electronics verklaart dat dit product in
overeenstemming is met de essentiële vereisten en andere
relevante bepalingen van:
ML-331x Series, ML-371x Series: De laagspanningsrichtlijn
(2006/95/EG) en de EMC-richtlijn (2004/108/EG)
ML-371xDW: R&TTE-richtlijn (1999/5/EG).
De conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op
www.samsung.com/printer. Ga naar Support > Download
center en voer de naam van uw printer (MFP) in om te bladeren
door de EuDoC.
1 januari 1995: Richtlijn 2006/95/EG van het Europees
Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing
van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch
materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde
spanningsgrenzen.
1 januari 1996: Richtlijn 2004/108/EG (92/31/EEG) van de Raad
inzake de harmonisatie van de wetgevingen in de lidstaten
betreffende elektromagnetische compatibiliteit.
9 maart 1999: Richtlijn 1999/5/EG van de Raad inzake
radioapparatuur en eindapparatuur voor telecommunicatie en de
onderlinge herkenning van hun conformiteit. U kunt bij uw
vertegenwoordiger van Samsung Electronics Co., Ltd. een
volledige verklaring krijgen waarin de relevante richtlijnen en de
normen waarnaar wordt verwezen, zijn gedefinieerd.
Europese radiogoedkeuringsinformatie (voor
producten uitgerust met door de EU
goedgekeurde radioapparaten)
Deze printer is bestemd voor gebruik thuis of op kantoor.
Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag
vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze
communicatie) die werken in de 2,4/5 GHz-band. Deze sectie is
alleen van toepassing als deze apparaten aanwezig zijn.
Controleer het systeemlabel om na te gaan of er draadloze
apparaten aanwezig zijn.
Draadloze apparaten die mogelijk in uw systeem aanwezig zijn
mogen in de Europese Unie of daarmee verbonden regio’s
alleen worden gebruikt als een EG-conformiteitsmerkteken
met een registratienummer van een aangemelde instantie en het
waarschuwingssymbool op het systeemlabel staan.
Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de
draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd,
ligt ruimschoots onder de RF-blootstellingsgrenzen die de
Europese Commissie in de R&TTE-richtlijn heeft vastgelegd.
Krachtens de goedkeuring van draadloze apparaten
gekwalificeerde Europese lidstaten:
EU
Informatie over wettelijke voorschriften
101
5. Bijlage
België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland,
Frankrijk (met frequentiebeperkingen), Griekenland, Hongarije,
Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland,
Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje,
Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.
EEA/EFTA-landen
Ijsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland
Europese landen met gebruiksbeperkingen:
EU
In Frankrijk is het frequentiebereik beperkt tot 2446,5-2483,5
MHz voor apparaten met een zendvermogen van meer dan 10
mW, zoals draadloze apparaten
EEA/EFTA-landen
Geen beperkingen op dit ogenblik.
20
Mededelingen aangaande normen
Draadloze geleiding
Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag
vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze
communicatie) die werken in de 2,4 GHz/5 GHz-band. De
volgende sectie geeft een algemeen overzicht van
beschouwingen die betrekking hebben op het gebruik van een
draadloos apparaat.
Bijkomende beperkingen, waarschuwingen en overwegingen
voor specifieke landen zijn opgenomen in de specifieke
landensecties (of landengroepensecties). De draadloze
apparaten in uw systeem zijn uitsluitend gekwalificeerd voor
gebruik in de landen die geïdentificeerd kunnen worden aan de
hand van de markering "Radio gekeurd" op het
systeemclassificatielabel. Als het land waar u het draadloos
apparaat wilt gebruiken niet in de lijst is opgenomen, neemt u
contact op met het plaatselijke instantie voor radiogoedkeuring
voor meer informatie over de vereisten. Draadloze apparaten
zijn streng gereguleerd en mogen niet worden gebruikt.
Informatie over wettelijke voorschriften
102
5. Bijlage
Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de
draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd,
ligt ruimschoots onder de tot dusver bekende RF-
blootstellingsgrenzen. Omdat de draadlozen apparaten (die
mogelijk in uw printer zijn ingebouwd) minder energie afgeven
dan conform de veiligheidsnormen en aanbevelingen inzake
radiofrequentie is toegestaan, is de producent ervan overtuigd
dat deze apparaten veilig zijn in het gebruik. Ongeacht het
vermogensniveau moet menselijk contact tijdens de normale
werking zoveel mogelijk worden vermeden.
De FCC heeft een algemene richtlijn uitgevaardigd waarin wordt
aangegeven dat de afstand tussen het draadloze apparaat en
het lichaam, voor gebruik van een draadloos apparaat nabij het
lichaam (zonder uitstekende delen), minstens 20 cm moet
bedragen. Dit apparaat moet op meer dan 20 cm van het lichaam
worden gehouden, wanneer de draadloze apparatuur is
ingeschakeld en bezig is met zenden.
Deze zender mag niet samen met een andere antenne of zender
worden opgesteld of bediend.
Sommige omstandigheden leggen beperkingen op aan
draadloze apparaten. Hieronder zijn voorbeelden van
gebruikelijke beperkingen opgenomen.
Draadloze RF-communicatie kan interferentie
veroorzaken met apparatuur aan boord van
burgerluchtvaarttoestellen. De huidige
luchtvaartreglementeringen eisen dat draadloze
toestellen aan boord van een vliegtuig worden
uitgeschakeld tijdens de vlucht. IEEE 802.11- (beter
bekend als draadloos Ethernet) en Bluetooth-
communicatieapparaten zijn voorbeelden van draadloze
communicatieapparaten.
In omgevingen waar het risico op interferentie met andere
apparaten of diensten schadelijk is of als dusdanig wordt
beschouwd, kan gebruik van een draadloos apparaat
beperkt of verboden worden. Luchthavens, ziekenhuizen
en ruimtes gevuld met zuurstof en ontvlambare gassen
zijn enkele voorbeelden van omgevingen waar het gebruik
van draadloze apparaten beperkt of verboden kan zijn. Als
u zich in een omgeving bevindt waarvan u niet zeker weet
of het gebruik van draadloze apparaten gesanctioneerd is,
vraagt u de plaatselijke autoriteiten om toelating voor u het
draadloze apparaat inschakelt of in gebruik neemt.
Elk land voorziet verschillende beperkingen voor het
gebruik van draadloze apparaten. Aangezien uw systeem
uitgerust is met een draadloos apparaat, moet u, als u van
het ene land naar het andere reist, voorafgaand aan uw
vertrek bij de plaatselijke radiogoedkeuringsinstanties
informeren of er beperkingen gelden voor het gebruik van
draadloze apparaten in het land van bestemming.
Informatie over wettelijke voorschriften
103
5. Bijlage
Als uw systeem uitgerust is met een ingebouwd draadloos
apparaat, mag u het draadloos apparaat niet gebruiken
tenzij alle kleppen en schermen op hun plaats zitten en het
systeem compleet is.
Draadloze apparaten mogen niet door de gebruiker zelf
worden hersteld. Ze mogen onder geen enkel beding
gewijzigd worden. Wanneer u wijzigingen aanbrengt aan
een draadloos apparaat, vervalt de gebruikerslicentie.
Neem voor ondersteuning contact op met de fabrikant.
Gebruik alleen stuurprogramma’s die goedgekeurd zijn
voor het land waar het apparaat gebruikt zal worden.
Raadpleeg de systeemherstelkit van de fabrikant of neem
contact op met de technische dienst van de fabrikant voor
meer informatie.
Informatie over wettelijke voorschriften
104
5. Bijlage
21
Alleen voor China
105
5. Bijlage
Copyright
© 2010 Samsung Electronics Co., Ltd. Alle rechten voorbehouden.
Deze gebruikershandleiding dient uitsluitend ter informatie. Alle informatie in deze gebruikershandleiding kan zonder voorafgaande
kennisgeving worden gewijzigd.
Samsung Electronics kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van of in verband met het
gebruik van deze gebruikershandleiding.
Samsung en het Samsung-logo zijn handelsmerken van Samsung Electronics Co., Ltd.
Microsoft, Windows, Windows Vista, Windows 7 en Windows Server 2008 R2 zijn gedeponeerde handelsmerken of
handelsmerken van Microsoft Corporation.
TrueType, LaserWriter en Macintosh zijn handelsmerken van Apple Computer, Inc.
Alle andere merk- of productnamen zijn handelsmerken van hun respectievelijke bedrijven of organisaties.
Raadpleeg het bestand "LICENSE.txt" op de meegeleverde cd-rom voor open-sourcelicentiegegevens.
REV. 1.02
106
Index
A
accessoires
bestellen 51
achterkant 18
afdrukken
een document afdrukken
Windows
42
afdrukmedia
envelop 36
etiketten
39
het papierformaat instellen
41
het papiertype instellen
41
kartonpapier
40
speciale media
35
transparanten
38
uitvoersteun gebruiken
85
voorbedrukt papier
40
algemene pictogrammen 9
B
bedieningspaneel 19
C
conventie 9
E
ecoafdruk 45
ecoknop 19, 20, 21
F
foutmelding 76
functies 5
eigenschappen van afdrukmateriaal
85
G
geheugen
geheugen uitbreiden 57
geheugenmodule installeren
57
H
help gebruiken 45
I
informatie over de statusLED 73
informatie over wettelijke voorschriften
93
instellingen voor favorieten voor
afdrukken
44
L
lade
breedte en lengte instellen 30
de grootte van de lade aanpassen
30
een optionele lade bestellen
51
papier in de multifunctionele lade plaatsen
33
papierformaat en type instellen
41
Linux
systeemvereisten 91
Lokaal
stuurprogramma opnieuw installeren 24
stuurprogrammainstallatie
23
M
Macintosh
systeemvereisten 89
menuoverzicht 26
Multifunctionele lade
gebruikstips 33
plaatsen
33
speciale afdrukmedia gebruiken
35
N
netwerk
Index
107
installatieomgeving 92
O
onderdelen voor onderhoud 52
optionele lade 51
bestellen
51
papier plaatsen
31
P
papierstoring
papier verwijderen 66
tips om papierstoringen te voorkomen
65
Parallel
bestellen 51
plaatsen
papier in de multifunctionele lade plaatsen
33
plaatsen in lade 1
31
speciale media
35
R
reinigen
binnenkant 61
buitenkant
61
opneemrol
63
S
specificaties 83
afdrukmedia
85
standaardinstellingen
instellingen voor lade 41
stoptoets 19, 20, 21
T
Tijdens 42
tonercassette
de cassette vervangen 55
toner herverdelen
53
U
Unix
systeemvereisten 90
uw apparaat reinigen 61
V
veiligheid
info 10
symbolen
10
verbruiksartikelen
beschikbare verbruiksartikelen 50
bestellen
50
de gebruiksduur van de verbruiksartikelen
controleren
59
tonercassette vervangen
55
voorkant 17
W
weergavescherm 20, 21
Windows
stuurprogramma van een met een
USBkabel verbonden apparaat installeren
23, 24
systeemvereisten
88
ML-331x Series
ML-371x Series
Gebruikershandleiding
Geavanceerd
imagine the possibilities
Deze handleiding geeft informatie over de installatie, geavanceerde instelling, gebruik en het
oplossen van problemen in verschillende besturingssystemen.
Afhankelijk van het model of land zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar.
2
Inhoud
1. Installatie van de software
5 Installatie voor de Macintosh
7 Opnieuw installeren voor Macintosh
8 Installatie voor Linux
10 Opnieuw installeren voor Linux
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
12 Nuttige netwerkprogramma’s
13 Instelling bekabeld netwerk
17 Installeren van een stuurprogramma over
het netwerk
25 IPv6-configuratie
28 Draadloos netwerk instellen
3. Menu´s met nuttige instellingen
58 Informatie
59 Lay-out
60 Papier
61 Grafisch
62 Systeeminstallatie
66 Emulatie
67 Netwerk
68 Beheerinstellingen
4. Speciale functies
70 Aanpassing aan luchtdruk of hoogte
71 De lettertype-instelling wijzigen
72 De standaardafdrukinstellingen wijzigen
73 Uw apparaat instellen als standaardprinter
74 Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
82 Gebruiken van Hulpprogramma Direct
afdrukken (alleen voor Windows).
84 Gebruik van geheugen-/harde schijffuncties
85 Afdrukken in Macintosh
87 Afdrukken in Linux
89 Afdrukken in Unix
Inhoud
3
5. Onderhoud
92 De tonercassette bewaren
94 Tips voor het verplaatsen en opbergen van
uw apparaat
95 Nuttige beheerprogramma´s
6. Problemen oplossen
108 Problemen met papierinvoer
109 Problemen met de voeding en het netsnoer
110 Afdrukproblemen
114 Problemen met de afdrukkwaliteit
122 Problemen met het besturingssysteem
Contact SAMSUNG worldwide
Verklarende woordenlijst
1. Installatie van de software
Dit hoofdstuk levert instructies voor het installeren van essentiële en nuttige
software voor gebruik in een opstelling waarbij het apparaat via een kabel
aangesloten is. Een lokale printer is een printer die via een kabel
rechtstreeks op uw computer is aangesloten. Als uw apparaat op een
netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u
verder met de installatie van het stuurprogramma voor een
netwerkapparaat (zie Installeren van een stuurprogramma over het
netwerk17).
Installatie voor de Macintosh 5
Opnieuw installeren voor Macintosh 7
Installatie voor Linux 8
Opnieuw installeren voor Linux 10
Als u gebruik maakt van het besturingsysteem Windows, kijkt u
in de basishandleiding voor installatie van het stuurprogramma.
Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 meter.
5
1. Installatie van de software
Installatie voor de Macintosh
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3
Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op
het bureaublad van uw Macintosh-computer.
4
Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram
Installer OS X.
5
Voer het wachtwoord in en klik op OK.
6
Klik op Volgende/Ga door (10.4).
7
Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende/
Ga door (10.4).
8
Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de
gebruiksrechtovereenkomst.
9
Selecteer Eenvoudige installatie/Standaardinstallatie
(10.4) en klik op Installeer. Eenvoudige installatie wordt
aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen
die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden
geïnstalleerd.
Als u Aangepaste installatie / Maak installatie
ongedaan (10.4) selecteert, kunt u aangeven welke
afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
10
Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat
alle toepassingen worden afgesloten. Klik op Volgende /
Ga door (10.4).
11
Selecteer Typische installatie voor een lokale printer
en klik vervolgens op OK.
12
Klik op Volgende / Ga door(10.4) in het venster Leesmij.
13
Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Afsluiten => Sluit
af (10.4).
Installatie voor de Macintosh
6
1. Installatie van de software
14
Open de map Programma’s > Hulpprogramma’s >
Printerconfiguratie.
Voor Mac OS X 10.5-10.6 opent u de map
Programma’s > Systeemvoorkeuren en klikt u op
Afdrukken en faxen.
15
Klik op Voeg toe op de Printerlijst.
Voor Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op het pictogram +,
waarna een venster verschijnt.
16
In Mac OS X 10.3 selecteert u het tabblad USB.
In Mac OS X10.4 klikt u op Standaardkiezer en zoekt
u de USB-verbinding.
In Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op Standaard en zoekt u
de USB-verbinding.
17
Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.3 niet goed
werkt, selecteert u Samsung in Printermodel en de naam
van uw apparaat in Modelnaam.
Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.4 niet goed
werkt, selecteert u Samsung in Druk af via en de
naam van uw apparaat in Model.
Voor Mac OS X 10.5-10.6: als Automatisch selecteren
niet goed werkt, selecteert u Selecteer
besturingsbestand… en de naam van uw apparaat in
Druk af via.
Uw apparaat verschijnt in Printerlijst en wordt ingesteld
als standaardapparaat.
18
Klik op Voeg toe.
7
1. Installatie van de software
Opnieuw installeren voor Macintosh
Als het printerbesturingsbestand niet correct werkt, maakt u de
installatie van het besturingsbestand ongedaan en installeert u
het opnieuw.
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3
Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op
het bureaublad van uw Macintosh-computer.
4
Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram
Installer OS X.
5
Voer het wachtwoord in en klik op OK.
6
Klik op Volgende / Ga door (10.4).
7
Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende
/ Ga door (10.4).
8
Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de
gebruiksrechtovereenkomst.
9
Selecteer Installatie ongedaan maken / Maak installatie
ongedaan (10.4) en klik op Installatie ongedaan maken
/ Maak installatie ongedaan (10.4).
10
Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat
alle programma´s worden afgesloten. Klik op Volgende /
Ga door (10.4).
11
Nadat de installatie ongedaan is gemaakt, klikt u op
Afsluiten / Sluit af (10.4).
Als een apparaat al is toegevoegd, kunt u het verwijderen
via Printerconfiguratie of Afdrukken en faxen.
8
1. Installatie van de software
Installatie voor Linux
U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website
van Samsung om de printersoftware te installeren (http://
www.samsung.com/printer).
1
Het Unified Linux-stuurprogramma
installeren
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt
u "root" in het veld Login en voert u het
systeemwachtwoord in.
U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de
printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker
bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
3
Download het Unified Linux Driver-pakket van de website
van Samsung.
4
Klik met de rechtermuisknop op het Unified Linux Driver-
pakket en pak het uit.
5
Dubbelklik op cdroot > autorun.
6
Klik op Next zodra het welkomstscherm verschijnt.
7
Zodra de installatie is voltooid, klikt u op Finish.
Het installatieprogramma heeft het pictogram Unified Driver
Configurator op het bureaublad geplaatst en de groep Unified
Driver aan het systeemmenu toegevoegd. Als u problemen
ondervindt, raadpleegt u de schermhulp die u kunt openen via
het systeemmenu of vanuit het stuurprogrammapakket van
Windows-toepassingen, zoals Unified Driver Configurator of
Image Manager.
2
Smart Panel installeren
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt
u root in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord
in.
Installatie voor Linux
9
1. Installatie van de software
U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de
printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker
bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
3
Download het Smart Panel-pakket van de website van
Samsung en plaats het op uw computer.
4
Klik met uw rechtermuisknop op het Smart Panel-pakket
en pak het uit.
5
Dubbelklik op cdroot > Linux > smartpanel > install.sh.
3
Printer Settings Utility installeren
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt
u "root" in het veld Login en voert u het
systeemwachtwoord in.
U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de
printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker
bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
3
Download het pakket Printer Settings Utility vanaf de
website van Samsung.
4
Klik met de rechtermuisknop op het pakket Printer
Settings Utility en decomprimeer het.
5
Dubbelklik op cdroot > Linux > psu > install.sh.
10
1. Installatie van de software
Opnieuw installeren voor Linux
Als het printerstuurprogramma niet correct werkt, maakt u de
installatie van het stuurprogramma ongedaan en installeert u het
opnieuw.
1
Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en
ingeschakeld is.
2
Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt
u "root" in het veld Login en voert u het
systeemwachtwoord in.
U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de
installatie van het printerstuurprogramma ongedaan te
maken. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact
op met uw systeembeheerder.
3
Klik op het pictogram onderaan op het bureaublad.
Wanneer het venster Terminal verschijnt, typt u het
volgende:
[root@localhost root]#cd /opt/Samsung/mfp/uninstall/
[root@localhost uninstall]#./uninstall.sh
4
Klik op Uninstall.
5
Klik op Next.
6
Klik op Finish.
2. Een via een netwerk
aangesloten apparaat
gebruiken
In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u een apparaat instelt
dat via het netwerk aangesloten is en hoe u de software instelt.
Nuttige netwerkprogramma’s 12
Instelling bekabeld netwerk 13
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 17
IPv6-configuratie 25
Draadloos netwerk instellen 28
12
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Nuttige netwerkprogramma’s
Er zijn verschillende programma’s voorhanden om in een
netwerkomgeving de netwerkinstellingen op een eenvoudige
manier in te voeren. Zo kan de netwerkbeheerder diverse
apparaten in het netwerk beheren.
Voordat u onderstaande programma’s gaat gebruiken
moet u het IP-adres instellen.

1
SyncThru™ Web Service
Met de in de netwerkapparaat geïntegreerde webserver kunt u
het volgende doen (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op
pagina 27):
Informatie over en status van verbruiksartikelen opvragen.
Apparaatinstellingen aanpassen.
E-mail-meldingsopties instellen. Als u deze optie instelt,
wordt de apparaatstatus (als de tonercassette leeg is of als er
een foutmelding is) automatisch naar het e-mailadres van
een bepaalde persoon gestuurd.
De noodzakelijke netwerkparameters voor het apparaat
instellen, zodat u een verbinding kunt maken met diverse
netwerkomgevingen.

2
SyncThru™ Web Admin Service
Een webgebaseerd apparaatbeheersysteem voor
netwerkbeheerders. Met SyncThru™ Web Admin Service kunt u
netwerkapparatuur op een efficiënte manier beheren en op
afstand controleren. U kunt bovendien problemen oplossen
vanaf iedere plek waar u via het internet toegang hebt tot het
bedrijfsnetwerk. U kunt dit programma downloaden via http://
solution.samsungprinter.com.

3
SetIP
Met dit hulpprogramma kunt u een netwerkinterface selecteren
en handmatig IP-adressen configureren voor gebruik met het
TCP/IP-protocol.
zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Windows)"
op pagina 14.
zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Macintosh)"
op pagina 15.
zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Linux)" op
pagina 16.
TCP/IPv6 wordt door dit programma niet ondersteund.
13
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Instelling bekabeld netwerk
U moet de netwerkprotocollen op uw apparaat instellen om het
apparaat in uw netwerk te kunnen gebruiken.
U kunt het netwerk gebruiken nadat u een netwerkkabel hebt
aangesloten op de desbetreffende poort op uw computer.
Gebruik de programma´s SyncThru™ Web Service of SetIP
bij modellen zonder display op het bedieningspaneel.
- zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 95.
- zie "Het IP-adres instellen" op pagina 14.
Modellen met een display op het bedieningspaneel moeten
de netwerkinstellingen ingesteld worden door op het
bedieningspaneel op de knop (Menu) > Netwerk te
drukken (zie "Netwerk" op pagina 67).

4
Een netwerkconfiguratierapport afdrukken
U kunt een netwerkconfiguratierapport afdrukken vanaf het
bedieningspaneel van het apparaat, waarin de huidige
netwerkinstellingen van uw apparaat worden weergegeven. Dit
zal u helpen bij de installatie van een netwerk.
De machine heeft een displayscherm: Druk op de knop
(Menu) op het bedieningpaneel en kies Netwerk >
Netwerkinst. (Netwerkinstellingen)> Ja.
De printer heeft geen display: Houd de knop
(Annuleren of Stop/Clear) op het bedieningspaneel langer
dan vijf seconden ingedrukt.
In dit netwerkconfiguratierapport kunt u het MAC-adres en IP-
adres van uw apparaat vinden.
Voorbeeld:
MAC-adres: 00:15:99:41:A2:78
IP-adres: 192.0.0.192
Instelling bekabeld netwerk
14
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken

5
Het IP-adres instellen
Eerst moet u een IP-adres instellen voor het beheren van en
afdrukken via het netwerk. In de meeste gevallen wordt een IP-
adres automatisch toegewezen via een DHCP-server (Dynamic
Host Configuration Protocol Server) die zich in het netwerk
bevindt.
IPv4-configuratie met het programma SetIP
(Windows)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van
de computer uitschakelen via Configuratiescherm > Systeem
en beveiliging > Windows Firewall.
1
Installeer dit programma vanaf de meegeleverde cd-rom
door te dubbelklikken op Application > SetIP >
Setup.exe.
2
Volg de instructies in het installatievenster.
3
Sluit het apparaat op het netwerk aan met een
netwerkkabel.
4
Schakel het apparaat in.
5
In het menu Start van Windows selecteert u Alle
programma’s > Samsung Printers > SetIP > SetIP.
6
Klik op het pictogram (derde van links) in het scherm
SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen.
7
Voer als volgt de nieuwe apparaatgegevens in in het
configuratievenster. In een bedrijfsintranet moeten deze
gegevens mogelijk worden toegewezen door een
netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.
Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport
en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13).
Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus
0015992951A8.
Instelling bekabeld netwerk
15
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
8
Klik op Apply en vervolgens op OK. Het
Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het
apparaat afgedrukt. Bevestig dat alle instellingen juist zijn.
IPv4-configuratie met het programma SetIP
(Macintosh)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van
de computer uitschakelen via Systeemvoorkeuren >
Beveiliging > Firewall.
De volgende instructies kunnen verschillen per model.
1
Sluit het apparaat op het netwerk aan met een
netwerkkabel.
2
Plaats de installatie-cd en open het schijfvenster.
Selecteer vervolgens MAC_Installer > MAC_Printer >
SetIP > SetIPapplet.html.
3
Dubbelklik op het bestand en Safari zal automatisch
worden geopend. Selecteer vervolgens Vertrouw. De
pagina SetIPApplet.html wordt geopend in de browser.
Hier vindt u de naam en het IP-adres van de printer.
4
Klik op het pictogram (derde van links) in het scherm
SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen.
5
Voer de nieuwe apparaatgegevens in het
configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze
gegevens mogelijk worden toegewezen door een
netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.
Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport
en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13).
Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus
0015992951A8.
6
Selecteer Apply, OK en opnieuw OK.
7
Sluit Safari af.
Instelling bekabeld netwerk
16
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
IPv4-configuratie met het programma SetIP
(Linux)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van
de computer uitschakelen via System Preferences or
Administrator.
De volgende instructies kunnen verschillen per model of
besturingssysteem.
1
Open /opt/Samsung/mfp/share/utils/.
2
Dubbelklik op het bestand SetIPApplet.html.
3
Klik hier om het venster TCP/IP Configuration te openen.
4
Voer de nieuwe apparaatgegevens in het
configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze
gegevens mogelijk worden toegewezen door een
netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.
Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport
en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13).
Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus
0015992951A8.
5
Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op
het apparaat afgedrukt.
17
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk

6
Windows
1
Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden
en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet
reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina
14).
Als tijdens de installatie het venster "Wizard Nieuwe
hardware gevonden" verschijnt, klikt u op Annuleren
om het venster te sluiten.
2
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
De cd-rom start automatisch op en er verschijnt een
installatievenster.
3
Selecteer Nu installeren.
Als u op Geavanceerde instellingen klikt, kunt u gebruik
maken van de optie Aangepaste installatie.
Aangepaste installatie laat u toe om de verbinding van
het apparaat te selecteren en aan te geven welke
individuele onderdelen u wilt installeren. Volg de
aanwijzingen op het scherm.
4
Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en vink het
selectievakje Ik aanvaard de bepalingen van de
gebruiksrechtovereenkomst aan. Klik daarna op
Volgende.
Het programma zoekt het apparaat.
Als het apparaat niet in het netwerk of lokaal wordt
gevonden, verschijnt er een foutbericht.
Schakel deze optie in als u de software wilt
installeren zonder de printer aan te sluiten.
- Schakel deze optie in als u dit programma wilt
installeren zonder dat er een apparaat is
aangesloten. In dit geval wordt het venster voor het
afdrukken van een testpagina overgeslagen en
wordt de installatie voltooid.
Opnieuw zoeken
Wanneer u op deze knop klikt, verschijnt er een
venster met een firewall-waarschuwing.
- Schakel de firewall uit en klik op Opnieuw zoeken.
In Windows klikt u op Start > Configuratiescherm
> Windows Firewall en schakelt u deze optie uit.
- Schakel naast de firewall van het besturingssysteem
ook die van andere programma’s uit. Raadpleeg de
handleiding van de desbetreffende programma’s.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
18
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Directe invoer
Directe invoer laat u toe om een specifiek apparaat te
zoeken op het netwerk.
- Zoeken op IP-adres: voer hier het IP-adres of de
hostnaam in. Klik vervolgens op Volgende.
Druk een netwerkconfiguratierapport af om het IP-
adres van uw apparaat te controleren (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina
13).
- Zoeken op netwerkpad: U kunt een gedeelde
printer (UNC-pad) opgeven door de gedeelde naam
handmatig in te voeren of door te klikken op
Bladeren en de gedeelde printer te zoeken. Klik
vervolgens op Volgende.
Help
Als uw printer niet op de computer of het netwerk is
aangesloten kunt u met deze Help-knop gedetailleerde
informatie over de aansluiting van het apparaat
weergeven.
SNMP-community-naam
Als uw systeembeheerder de nieuwe SNMP-
community-naam op het apparaat heeft ingesteld,
vindt u het apparaat terug in het netwerk. Neem
contact op met uw systeembeheerder voor de nieuwe
SNMP-community-naam.
5
De gevonden apparaten worden op het scherm
weergegeven. Selecteer het gewenste apparaat en klik op
OK.
Als er slechts één apparaat is gevonden, verschijnt het
bevestigingsvenster.
6
Volg de instructies in het installatievenster.

7
Macintosh
1
Controleer of het apparaat met uw netwerk is verbonden
en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet
reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina
14).
2
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3
Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op
het bureaublad van uw Macintosh-computer.
4
Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram
Installer OS X.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
19
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
5
Voer het wachtwoord in en klik op OK.
6
Klik op Volgende / Ga door (10.4).
7
Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende
/ Ga door (10.4).
8
Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de
gebruiksrechtovereenkomst.
9
Selecteer Eenvoudige installatie / Standaardinstallatie
(10.4) en klik op Installeer. Standaardinstallatie wordt
aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen
die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden
geïnstalleerd.
Als u Aangepaste installatie / Maak installatie
ongedaan (10.4) selecteert, kunt u aangeven welke
afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
10
Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat
alle programma´s worden afgesloten. Klik op Volgende /
Ga door (10.4).
11
Selecteer Typische installatie voor een netwerkprinter
en klik op OK.
12
Het programma SetIP wordt automatisch uitgevoerd.
13
Klik op OK om door te gaan met de installatie.
14
Klik op Volgende (voor Mac OS X 10.4 Ga door) in het
venster Leesmij.
15
Nadat de installatie is voltooid klikt u op OK.
16
Open de map Programma’s > Hulpprogramma’s >
Printerconfiguratie.
Voor Mac OS X 10.5-10.6 opent u de map
Programma’s > Systeemvoorkeuren en klikt u op
Afdrukken en faxen.
17
Klik op Voeg toe op de Printerlijst.
In Mac OS X 10.5 -10,6 klikt u op het pictogram "+". Er
verschijnt een weergavevenster.
18
In Mac OS X 10.3 selecteert u het tabblad Afdrukken via
IP.
In Mac OS X 10.4 klikt u op IP-printer.
In Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op IP.
19
Selecteer HP Jetdirect - Socket in Protocol.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
20
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Als u een document van vele pagina’s afdrukt, kunt u de
prestaties van de printer verbeteren door Socket te
kiezen in de opties bij Printertype (voor Mac OS X 10.4,
10.5 Protocol).
20
Typ het IP-adres van uw printer in het invoerveld Adres.
21
Typ de wachtrijnaam in het invoerveld Wachtrij. Als u de
wachtrijnaam voor uw apparaatserver niet kunt bepalen,
probeert u eerst de standaardwachtrij.
22
Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.3 niet goed
werkt, selecteert u Samsung in Printermodel en de naam
van uw apparaat in Modelnaam.
Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.4 niet goed
werkt, selecteert u Samsung in Druk af via en de
naam van uw apparaat in Model.
Als bij Mac OS X 10.5-10.6 Automatisch selecteren niet
goed werkt, kiest u Printersoftware selecteren en de
naam van uw apparaat in Druk af via.
23
Klik op Toevoegen.
Uw printer verschijnt op de Printerlijst en wordt ingesteld
als standaardprinter.

8
Linux
U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website
van Samsung om de printersoftware te installeren (http://
www.samsung.com/printer).
Om andere software te installeren:
zie "Smart Panel installeren" op pagina 8.
zie "Printer Settings Utility installeren" op pagina 9.
Het Linux-stuurprogramma installeren en een
netwerkprinter toevoegen
1
Controleer of het apparaat met uw netwerk is verbonden
en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet
bovendien zijn ingesteld.
2
Download het Unified Linux Driver-pakket van de website
van Samsung.
3
Extraheer het bestand UnifiedLinuxDriver.tar.gz en open
de nieuwe map.
4
Dubbelklik op de map Linux > het pictogram install.sh.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
21
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
5
Het venster Samsung Installer wordt geopend. Klik op
Continue.
6
Het venster "Add printer wizard" gaat open. Klik op Next.
7
Selecteer Netwerkprinter en klik op de knop Search.
8
Het IP-adres en het model van de printer verschijnen in de
lijst.
9
Selecteer uw apparaat en klik op Next.
10
Voer de beschrijving van de printer in en klik op Next.
11
Nadat de software is toegevoegd klikt u op Finish.
12
Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Finish.
Een netwerkprinter toevoegen
1
Dubbelklik op Unified Driver Configurator.
2
Klik op Add Printer.
3
Het venster Add printer wizard wordt geopend. Klik op
Next.
4
Selecteer Network printer en klik op de knop Search.
5
Het IP-adres en de modelnaam van de printer worden in
de lijst weergegeven.
6
Selecteer uw apparaat en klik op Next.
7
Voer de beschrijving van de printer in en klik op Next.
8
Nadat de software is toegevoegd klikt u op Finish.

9
UNIX
Controleer of uw printer het besturingssysteem UNIX
ondersteunt, voordat u het UNIX-stuurprogramma
installeert (zie basishandleiding).
Om het UNIX-printerstuurprogramma te gebruiken moet u eerst
het UNIX-printerstuurprogrammapakket installeren en
vervolgens de printer instellen. U kunt het UNIX-
printerstuurprogrammapakket downloaden van de website van
Samsung.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
22
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Het UNIX-printerstuurprogrammapakket
installeren
De installatieprocedure is identiek voor alle varianten van het
bovengenoemde UNIX-besturingssysteem.
1
Download het UNIX-stuurprogrammapakket van de
website van Samsung en pak het uit op uw computer.
2
Zorg dat u machtigingen voor de hoofdmap heeft.
su -
3
Kopieer het juiste stuurprogrammabestand naar de UNIX-
computer.
Raadpleeg de handleiding van uw UNIX-
besturingssysteem voor meer informatie.
4
Pak het UNIX-printerstuurprogrammabestand uit.
Op de IBM AIX gebruikt u bijvoorbeeld de volgende
commando’s:
cd /tmp
gzip –dc /cdrom/unix/packages/aix_power/
aix_power.tar.gz | tar –xvf –
De map "binaries" bevat de bestanden en mappen binz,
install, share.
5
Kopieer de map "binaries" naar een plaatselijke map.
6
Schakel over naar de map "binaries" van het
stuurprogramma.
cd aix_power/binaries
7
Voer het installatiescript uit.
./install
install is het installatiescriptbestand dat wordt gebruikt om
het UNIX-printerstuurprogrammapakket te installeren/
deïnstalleren.
Gebruik de opdracht "chmod 755 install" om de
uitvoering van het installatiescript te machtigen.
8
Voer de opdracht ". /install –c" uit om de resultaten van de
installatie te controleren.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
23
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
9
Voer "installprinter" uit vanaf de opdrachtregel. Hiermee
wordt het venster van de wizard Add Printer Wizard
geopend. Stel in dit venster de printer op de volgende
manier in:
In sommige UNIX-besturingssystemen, zoals Solaris 10,
zijn zojuist toegevoegde printers mogelijk niet
ingeschakeld en/of kunnen geen taken ontvangen. In dat
geval moet u de volgende twee opdrachten uitvoeren in
de root-terminal:
accept <printer_name>
enable <printer_name>
De installatie van het
printerstuurprogrammapakket ongedaan maken
Het hulpprogramma moet gebruikt worden om de
geïnstalleerde printer uit het systeem te verwijderen.
a Voer de opdracht "uninstallprinter" uit vanaf de
terminal.
Hierdoor wordt Uninstall Printer Wizard geopend.
De geïnstalleerde printers verschijnen in de
vervolgkeuzelijst.
b Selecteer de printer die u wilt verwijderen.
c Klik op Delete om de printer uit het systeem te
verwijderen.
d Voer de opdracht ". /install –d" uit om de installatie van
het volledige pakket ongedaan te maken.
e Voer de opdracht ". /install –c" uit om de resultaten
van de deïnstallatie te controleren.
Gebruik de opdracht ". /install" om de binaire gegevens opnieuw
te installeren.
De printer instellen
Voer "installprinter" uit vanaf de opdrachtregel om de printer toe
te voegen aan uw UNIX-systeem. Hiermee wordt het venster
van de wizard Printer toevoegen geopend. Stel in dit venster de
printer op de volgende manier in:
1
Typ de naam van de printer.
2
Selecteer het juiste printermodel uit de lijst van modellen.
3
Voer een beschrijving in voor het type van uw printer in het
veld Type. Dit is optioneel.
4
Geef in het veld Description een beschrijving van de
printer op. Dit is optioneel.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
24
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
5
Geef in het veld Location een beschrijving van de printer
op.
6
Typ het IP-adres of de DNS-naam van de printer in het
tekstvak Device voor netwerkprinters. Op IBM AIX met
jetdirect kunt u alleen Queue type invoeren. U kunt geen
numeriek IP-adres invoeren.
7
Queue type toont de verbinding als lpd of jetdirect in de
overeenkomstige keuzelijst. Op Sun Solaris OS is
bovendien een usb type beschikbaar.
8
Selecteer Copies om het aantal exemplaren in te stellen.
9
Schakel de optie Collate in om exemplaren gesorteerd af
te drukken.
10
Schakel de optie Reverse Order in om exemplaren in
omgekeerde volgorde af te drukken.
11
Schakel de optie Make Default in om deze printer in te
stellen als standaardprinter.
12
Klik op OK om de printer toe te voegen.
25
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
IPv6-configuratie
IPv6 wordt alleen juist ondersteund in Windows Vista of
latere versies.
Als het IPv6-netwerk niet lijkt te werken, zet u alle
netwerkinstellingen terug naar de fabrieksinstellingen en
probeert u het opnieuw met behulp van Instel. wissen
(zie "Netwerk" op pagina 67).
Volg in een IPv6-netwerkomgeving de volgende procedure om
het IPv6-adres te gebruiken.
1
Sluit het apparaat op het netwerk aan met een
netwerkkabel.
2
Schakel het apparaat in.
3
Druk een netwerkconfiguratierappor af om de IPv6-
adressen te controleren (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13).
4
Selecteer Start > Configuratiescherm > Printers en
faxapparaten.
5
Klik op Een printer toevoegen in het linkerdeelvenster
van Printers en faxapparaten.
6
Kies Een lokale printer toevoegen op het venster Printer
toevoegen.
7
Het venster Wizard Printer toevoegen wordt geopend.
Volg de instructies in het venster.
Als het apparaat niet in een netwerkomgeving wordt
gebruikt, activeert u IPv6. Raadpleeg de volgende sectie.

10
IPv6 activeren
1
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Netwerk > TCP/IP (IPv6) > IPv6 activeren.
3
Selecteer Aan en druk op OK.
4
Zet het apparaat uit en weer aan.
5
Installeer het printerstuurprogramma opnieuw.
IPv6-configuratie
26
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken

11
IPv6-adressen instellen
Het apparaat ondersteunt de volgende IPv6-adressen voor het
afdrukken vanaf het netwerk en voor netwerkbeheer.
Link-local Address: zelfgeconfigureerde lokale IPv6-
adressen (adres begint met FE80).
Stateless Address: automatisch door een netwerkrouter
geconfigureerd IPv6-adres.
Stateful Address: Door een DHCPv6-server geconfigureerd
IPv6-adres.
Manual Address: Door de gebruiker handmatig
geconfigureerd IPv6-adres.
DHCPv6-adresconfiguratie (Stateful)
Als uw netwerk gebruikmaakt van een DHCPv6-server kunt u
een van de volgende opties instellen voor standaard
dynamische host-configuratie.
1
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Klik op Netwerk > OK > TCP/IP (IPv6) > OK > DHCPv6
config.
3
Druk op de toets OK om de gewenste waarde te
selecteren.
DHCPv6 Addr: gebruik DHCPv6 altijd, ook als de
router er niet om vraagt.
DHCPv6 uit: gebruik DHCPv6 nooit, ook niet als een
router erom vraagt.
Router: Gebruik DHCPv6 alleen als een router erom
vraagt.
Handmatige adresconfiguratie
1
Start een webbrowser zoals Internet Explorer die IPv6-
adressering als URL ondersteunt.
2
Wanneer het venster SyncThru™ Web Service wordt
geopend, plaatst u de muisaanwijzer op Settings
bovenaan in de menublak en klikt u op Network Settings.
3
Klik op TCP/IPv6 in het linkerdeelvenster van de website.
4
Schakel het selectievakje voor Manual Address in.
Vervolgens wordt het tekstvak Address/Prefix
geactiveerd.
IPv6-configuratie
27
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
5
Voer de rest van het adres in (bijv.
3FFE:10:88:194::AAAA. "A" is de hexadecimaal 0 tot 9, A
tot F).
6
Klik op de knop Apply.

12
SyncThru™ Web Service gebruiken
1
Start een webbrowser zoals Internet Explorer die IPv6-
adressering als URL ondersteunt.
2
Selecteer een van de IPv6-adressen (Link-local
Address, Stateless Address, Stateful Address, Manual
Address) uit het netwerkconfiguratierapport (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13).
3
Voer de IPv6-adressen in (bijv. http://
[FE80::215:99FF:FE66:7701]).
De adressen moeten tussen vierkante haakjes ("[
]")worden geplaatst.
28
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Draadloos netwerk instellen
Controleer of uw apparaat een draadloos netwerk
ondersteunt. Afhankelijk van het model is een draadloos
netwerk mogelijk niet beschikbaar.

13
Aan de slag
Uitleg over het type netwerk
Normaal is er tussen uw computer en het apparaat maar één
verbinding tegelijk mogelijk.
Naam van draadloos netwerk en netwerksleutel
Draadloze netwerken vereisen een hoger beveiligingsniveau.
Als u voor het eerst een toegangspunt installeert, worden een
netwerknaam (SSID), een beveiligings-id en een netwerksleutel
voor het netwerk gegenereerd. Zoek deze gegevens op voordat
u verder gaat met de installatie van de printer.

14
Kiezen van het installatietype
U kunt een draadloos netwerk installeren via het
bedieningspaneel van het apparaat of via de computer.
Infrastructuurmodus
Deze modus wordt doorgaans gebruikt in
woningen, kleine kantoren en thuiskantoren. In
deze modus verloopt de communicatie met het
draadloze apparaat via een toegangspunt.
Ad-hocmodus
In deze modus wordt geen toegangspunt
gebruikt. De draadloze computer en het
draadloze apparaat communiceren rechtstreeks
met elkaar.
Draadloos netwerk instellen
29
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Via het bedieningspaneel
De meeste gebruikers raden wij aan de knop (WPS) te
gebruiken voor het configureren van de instellingen voor
het draadloze netwerk.
• (WPS): Als uw apparaat en een toegangspunt (of
draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS)
ondersteunen, kunt u de draadloze netwerkinstellingen
configureren door te drukken op de knop (WPS) op het
bedieningspaneel (zie "De knop WPS gebruiken" op pagina
30).
Bedieningspaneel: U kunt draadloze parameters
configureren via het bedieningspaneel (zie "Gebruik van de
Menu-knop" op pagina 33).
Via de computer
Wij raden aan een USB-kabel te gebruiken met het
programma dat op de meegeleverde cd met software staat.
zie "Instellen met Windows" op pagina 36.
Met een USB-kabel: U kunt een draadloos netwerk instellen
met behulp van het programma op de bijgeleverde cd met
software. Alleen de besturingssystemen Windows en
Macintosh worden ondersteund (zie "Instellen met Windows"
op pagina 36 of "Instellen met Macintosh" op pagina 44).
U kunt een draadloos netwerk ook met behulp van een
USB-kabel installeren via Hulpprogramma
Printerinstellingen nadat u het stuurprogramma hebt
geïnstalleerd (dit werkt onder Windows en Macintosh).
Met een netwerkkabel: U kunt een draadloos netwerk
instellen met behulp van het programma SyncThru™ Web
Service (zie "Een netwerkkabel gebruiken" op pagina 50).
Draadloos netwerk instellen
30
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken

15
De knop WPS gebruiken
Als uw printer en een toegangspunt (of draadloze router) Wi-Fi
Protected Setup™ (WPS) ondersteunen, kunt u de instellingen
voor het draadloze netwerk eenvoudig en zonder computer
configureren door op het bedieningspaneel op de knop
(WPS) te drukken.
Als u het draadloze netwerk wilt gebruiken in de
infrastructuurmodus, koppelt u de netwerkkabel los van
het apparaat. Of u de knop WPS (PBC) gebruikt of het
PIN-nummer invoert om verbinding te maken met het
toegangspunt, hangt af van het toegangspunt (of de
draadloze router) die u gebruikt. Raadpleeg de
gebruikershandleiding bij het toegangspunt (of de
draadloze router) dat u gebruikt voor meer informatie.
Wat u nodig hebt
Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) Wi-Fi
Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
Controleer of uw apparaat Wi-Fi Protected Setup™ (WPS)
ondersteunt.
Netwerkcomputer (alleen in de PIN-modus)
Uw type kiezen
Met behulp van de knop (WPS) op het bedieningspaneel kunt
u op twee manieren een verbinding met een draadloos netwerk
tot stand brengen voor uw apparaat.
Met de Push Button Configuration (PBC)-methode kunt u het
apparaat een verbinding laten maken met een draadloos
netwerk door te drukken op de knop (WPS) op het
bedieningspaneel van uw apparaat en op de WPS-knop (of
PBC-knop) op een toegangspunt dat (of draadloze router die)
Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
Bij de PIN (Personal Identification Number)-methode kunt u
uw apparaat verbinding laten maken met een draadloos netwerk
door de meegeleverde PIN-gegevens in te voeren op een
toegangspunt (of draadloze router) dat WPS (Wi-Fi Protected
Setup™) ondersteunt.
De fabrieksinstelling voor uw apparaat is de modus PBC. Deze
wordt aanbevolen voor een gewone draadloze
netwerkomgeving.
Druk op (Menu) > Draadloos > OK > WPS-inst. om
de WPS-modus te wijzigen.
Draadloos netwerk instellen
31
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Apparaten met een display
Aansluiten in PBC-modus
1
Druk meer dan twee seconden op de knop (WPS) op
het bedieningspaneel.
De machine wacht maximaal twee minuten tot u op de
knop WPS (of PBC) op het toegangspunt (of de draadloze
router) hebt gedrukt.
2
Druk op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de
draadloze router).
De berichten worden in de onderstaande volgorde op het
LCD-display weergegeven:
a Verbinden: Het apparaat is bezig verbinding te maken
met het toegangspunt (of de draadloze router).
b Verbonden: Als het apparaat verbonden is met het
draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden.
c AP SSID: nadat er een verbinding is gemaakt met het
draadloos netwerk, verschijnt de SSID van het
toegangspunt op het display.
Verbinding maken in PIN-modus
1
Druk meer dan twee seconden op de knop (WPS) op
het bedieningspaneel.
2
De achtcijferige PIN-code verschijnt op het display.
U moet binnen twee minuten de achtcijferige PIN-code
invoeren op de computer die is aangesloten op het
toegangspunt (of de draadloze router).
De berichten worden in de onderstaande volgorde op het
LCD-display weergegeven:
a Verbinden: het apparaat maakt een verbinding met het
draadloos netwerk.
b Verbonden: Als het apparaat verbonden is met het
draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden.
c AP SSID: Nadat de verbinding met het draadloze
netwerk is gemaakt, worden de SSID-gegevens van
het toegangspunt weergegeven op het LCD-display.
Draadloos netwerk instellen
32
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Apparaten zonder een display
Aansluiten in PBC-modus
1
Houd de knop (WPS) op het bedieningspaneel
ingedrukt totdat de status-LED snel begint te knipperen
(na ongeveer 2 - 4 seconden).
Er wordt verbinding gemaakt met het draadloze netwerk.
De LED knippert maximaal twee minuten langzaam tot u
op de PBC-knop op een toegangspunt (of draadloze
router) drukt.
2
Druk op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de
draadloze router).
a Het lampje van de WPS-LED knippert snel. Het
apparaat is bezig verbinding te maken met het
toegangspunt (of de draadloze router).
b Als het apparaat verbonden is met het draadloze
netwerk, blijft de WPS-LED branden.
Verbinding maken in PIN-modus
1
Het netwerkconfiguratierapport met het PIN-nummer moet
worden afgedrukt.
Houd in de stand-bymodus de knop (Annuleren of
Stop/Clear) op het bedieningspaneel ca. 5 seconden
ingedrukt. Het PIN-nummer van uw apparaat wordt
weergegeven.
2
Houd de knop (WPS) op het bedieningspaneel
ingedrukt totdat de status-LED snel gaat branden (na 4
seconden).
Het apparaat maakt verbinding met het toegangspunt (of
draadloze router).
3
U moet binnen twee minuten de achtcijferige PIN-code
invoeren op de computer die is aangesloten op het
toegangspunt (of de draadloze router).
De LED knippert maximaal twee minuten langzaam tot u
de achtcijferige PIN-code invoert.
De WPS-LED begint op de volgende manier te knipperen:
a Het lampje van de WPS-LED knippert snel. Het
apparaat is bezig verbinding te maken met het
toegangspunt (of de draadloze router).
b Als het apparaat verbonden is met het draadloze
netwerk, blijft de WPS-LED branden.
Draadloos netwerk instellen
33
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Opnieuw verbinding maken met een netwerk
Wanneer de draadloze netwerkfunctie is uitgeschakeld, wordt
automatisch opnieuw geprobeerd een verbinding tot stand te
brengen met het toegangspunt (of de draadloze router) met
behulp van de eerder gebruikte instellingen voor de draadloze
verbinding en het adres.
In de volgende gevallen wordt automatisch een nieuwe
verbinding met het draadloze netwerk tot stand gebracht:
Het apparaat wordt uit- en weer aangezet.
Het toegangspunt (of de draadloze router) wordt uit- en
weer ingeschakeld.
Annuleren van het maken van een verbinding
Als u het verbinden met een draadloos netwerk wilt annuleren
terwijl dit proces wordt uitgevoerd, drukt u op de knop
(Annuleren of Stop/Clear) op het bedieningspaneel en laat u
deze weer los. Wacht 2 minuten voordat u opnieuw
verbinding met het draadloze netwerk probeert te maken.
Verbinding met een netwerk verbreken
U kunt de draadloze netwerkverbinding verbreken door langer
dan twee seconden op de knop (WPS) op het
bedieningspaneel te drukken.
Als het Wi-Fi-netwerk zich in de niet-actieve modus
bevindt: De verbinding tussen het apparaat en het draadloze
netwerk wordt onmiddellijk verbroken en de WPS-LED is uit.
Wanneer het Wi-Fi-netwerk in gebruik is: Zolang het
apparaat wacht tot de huidige taak is afgerond, knippert het
lampje van de WPS-LED snel. Vervolgens wordt de
verbinding met het draadloze netwerkverbinding automatisch
verbroken. De WPS-LED gaat uit.

16
Gebruik van de Menu-knop
Voor u begint moet u de netwerknaam (SSID) van uw draadloos
netwerk kennen, evenals de netwerksleutel als deze is
gecodeerd. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt
(of de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw
netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze
omgeving waarin u werkt.
Draadloos netwerk instellen
34
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is
gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma
installeren om vanuit een toepassing te kunnen
afdrukken (zie "Installeren van een stuurprogramma over
het netwerk" op pagina 17).
1
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2
Druk op Netwerk > OK > Draadloos > OK > WLAN-
instellingen > OK.
3
Druk op OK om de gewenste installatiemethode te
selecteren.
Wizard: De interfacekaart voor het draadloos netwerk
van het apparaat zoekt naar draadloze netwerken in de
omgeving, waarna de resultaten worden weergegeven.
Aangepast: U kunt de instellingen voor het draadloos
netwerk naar wens configureren.
Wizard-modus
1
De interfacekaart voor het draadloze netwerk van het
apparaat zoekt naar draadloze netwerken in de omgeving
en toont de resultaten.
2
Druk op Zoeklijst > OK > kies een netwerk > OK.
U kunt een netwerk selecteren met SSID.
3
Druk op WLAN Beveilig. > OK > Geen > OK.
Ga door met de volgende stap als u een ander bericht ziet.
4
Afhankelijk van het netwerk dat u selecteert zal de WLAN-
beveiligingscodering WEP of WPA zijn.
In geval van WEP drukt u op Open systeem of Ged.
sleutel.
- Open syst.: Verificatie wordt niet gebruikt, en
Codering kan wel of niet worden gebruikt,
afhankelijk van de behoefte aan
gegevensbeveiliging. Voer de WEP-sleutel in nadat
u Open syst. hebt geselecteerd.
- Ged. sleutel: Verificatie wordt gebruikt. Een
apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang
tot het netwerk. Voer de WEP-sleutel in na selectie
van Ged. sleutel.
Draadloos netwerk instellen
35
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Bij WPA voert u de WPA Key in. De sleutel mag 8 tot
63 tekens lang zijn.
5
Druk op OK.
Aangepaste modus
1
Voer de SSID in als SSID bewerken op de bovenste regel
van het display verschijnt. Dit is de naam van een
draadloos netwerk. De SSID is hoofdlettergevoelig, dus let
op tijdens het invoeren. Druk op OK.
2
Selecteer het type draadloze verbinding.
3
Druk op OK om de Werkingsmodus te selecteren.
Ad-hoc: In deze modus kunnen draadloze apparaten
rechtstreeks met elkaar communiceren in een peer-to-
peer-omgeving. Ga naar stap 4.
Infrastruct.: in deze modus kunnen draadloze
apparaten via een toegangspunt met elkaar te
communiceren. Ga naar stap 5.
4
Druk op OK om de Kanaalkeuze te selecteren.
Als u Auto selecteert, worden de kanalen automatisch
ingesteld met de draadloze-netwerkinterfacekaart in uw
apparaat.
5
Druk op OK om de WLAN-beveliging te selecteren.
Geen: Dit wordt gebruikt wanneer de validatie van de
identiteit van een draadloos apparaat en
gegevenscodering niet vereist zijn voor uw netwerk.
Open systeem wordt gebruikt voor IEEE 802.11-
verificatie.
Statisch WEP: Maakt gebruik van het WEP-algoritme
(Wired Equivalent Privacy) dat door de IEEE 802.11-
standaard wordt voorgesteld voor
beveiligingsdoeleinden. De beveiligingsmodus Statisch
WEP vereist een WEP-sleutel voor gegevenscodering,
decodering en IEEE 802.11-verificatie. Druk op OK om
de instelmethode in Verificatie te selecteren.
- Open syst.: Verificatie wordt niet gebruikt en
codering wordt eventueel gebruikt, naargelang de
behoefte aan gegevensbeveiliging. Voer de WEP-
sleutel in.
- Ged. sleutel: Verificatie wordt gebruikt. Voer de
WEP-sleutel in na selectie van Ged. sleutel.
Draadloos netwerk instellen
36
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
WPA-PSK of WPA2-PSK: U kunt WPA-PSK of
WPA2-PSK selecteren om op basis van een vooraf
gedeelde WPA-sleutel de afdrukserver te verifiëren.
Hierbij wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt
(doorgaans vooraf gedeelde wachtwoordzin genoemd)
die handmatig wordt geconfigureerd op het
toegangspunt en elk van zijn clients.
a Druk op OK als WPA-PSK of WPA2-PSK op het
display verschijnt.
b Druk op OK om TKIP te selecteren of AES in
Codering. Als u WPA2-PSK selecteert, drukt u op
OK om in Codering AES of TKIP + AES te
selecteren.
c Voer de WPA Key in.
6
Druk op OK.
Koppel de netwerkkabel los (standaard of crossover). Als
het goed is, communiceert uw apparaat nu draadloos met
het netwerk. In de ad-hocmodus kunt u tegelijkertijd een
draadloos LAN en een bekabeld LAN gebruiken.

17
Instellen met Windows
Snelkoppeling naar programma Draadloze
verbindingen instellen zonder CD: All u het
printerstuurprogramma eenmaal heeft geïnstalleerd,
heeft u zonder CD toegang tot het programma Draadloze
verbindingen instellen. Selecteer in het Startmenu
achtereenvolgens Programma’s of Alle programma’s >
Samsung Printers > naam van uw
printerstuurprogramma > Programma voor het
instellen van draadloze verbindingen.
Toegangspunt via USB-kabel
Wat u nodig hebt
Toegangspunt
Netwerkcomputer
Software-cd die bij het apparaat is geleverd
Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-
netwerkinterface
USB-kabel
Draadloos netwerk instellen
37
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Opzetten van de netwerkinfrastructuur
1
Controleer of de USB-kabel op het apparaat is
aangesloten.
2
Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan.
3
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
4
Selecteer de optie Draadloze verbindingen instellen en
installeren.
Nu installeren: Als u al een draadloos netwerk hebt
ingesteld, klikt u op deze knop om het
printerstuurprogramma te installeren, zodat u de
draadloze netwerkprinter kunt gebruiken. Als u nog
geen draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op de
knop Draadloze verbindingen instellen en
installeren om een draadloos netwerk in te stellen. Klik
daarna op de knop Nu installeren.
Draadloze verbindingen instellen en installeren:
Configureer de draadloze netwerkinstellingen van uw
apparaat en installeer vervolgens het
printerstuurprogramma met behulp van de USB-kabel.
Deze procedure is uitsluitend bedoeld voor gebruikers
die nog nooit een draadloze netwerkverbinding hebben
ingesteld.
5
Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en kies Ik
aanvaard de bepalingen van de
gebruiksrechtovereenkomst. Klik daarna op Volgende.
6
De software zoekt het draadloos netwerk.
Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden,
controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de
printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het
venster.
7
Na de zoekactie toont het venster de draadloze
netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het
toegangspunt dat u gebruikt en klik op Volgende.
Draadloos netwerk instellen
38
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Als u de netwerknaam van uw keuze niet kunt vinden of
als u de draadloze configuratie handmatig wilt instellen,
klikt u op Geavanceerde instelling.
Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de
SSID van het gewenste toegangspunt (de SSID is
hoofdlettergevoelig).
Werkingsmodus: Selecteer Infrastructuur.
Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en
codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging
vereist is.
Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat
met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het
netwerk.
WPA Privé of WPA2 Personal: selecteer deze optie
als u wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op
basis van een vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij
wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (de
zogenaamde vooraf gedeelde wachtwoordzin), die
handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt
en elk van de bijbehorende clients.
Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64,
WEP128, TKIP, AES, TKIP AES).
Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de
netwerkcodering in.
Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de
sleutelwaarde van de netwerkcodering.
WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt,
selecteert u de juiste WEP-sleutelindex.
Als het toegangspunt is beveiligd, verschijnt het
beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk.
Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk
verschijnt. Het venster kan verschillen naargelang de
beveiligingsmodus: WEP of WPA.
WEP
Selecteer Open syst. of Ged. sleutel voor de
verificatie en typ de WEP-beveiligingssleutel. Klik op
Volgende.
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een
beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden
geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze
netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk
pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden
met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel
gecodeerd.
WPA
Voer de gedeelde WPA-sleutel in en klik op Volgende.
WPA machtigt en identificeert gebruikers op basis van
een geheime sleutel die op gezette tijden automatisch
wordt gewijzigd. Bij WPA worden tevens TKIP
(Temporal Key Integrity Protocol) en AES (Advanced
Encryption Standard) voor gegevenscodering gebruikt.
Draadloos netwerk instellen
39
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
8
Het venster bevat de instellingen voor het draadloze
netwerk en controleert of deze instellingen juist zijn. Klik op
Volgende.
Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is,
controleert u of DHCP in het venster wordt vermeld.
Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP
wijzigen om de toewijzingsmethode in DHCP te
wijzigen.
Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch
is, controleert u of Statisch in het venster wordt
vermeld. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop
TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere
netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voordat
u het IP-adres van de printer invoert, moet u de
netwerkinstellingen van de computer weten. Als de
computer is ingesteld op DHCP, neemt u contact op
met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn de netwerkgegevens van de printer als volgt:
- IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het
subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
9
Als de instelling van het draadloos netwerk is voltooid,
koppelt u de USB-kabel tussen de computer en het
apparaat los. Klik op Volgende.
10
Het venster Instelling van draadloos netwerk voltooid
wordt geopend.
Kies Ja als u de huidige instellingen aanvaardt en u wilt
doorgaan.
Kies Nee als u naar het beginvenster wilt terugkeren.
Klik daarna op Volgende.
11
Klik op Volgende wanneer het venster Printeraansluiting
bevestigen verschijnt.
12
Selecteer de onderdelen die u wilt installeren. Klik op
Volgende.
13
Wanneer u de onderdelen hebt geselecteerd, kunt u ook
de printernaam wijzigen, de printer instellen voor gedeeld
gebruik in het netwerk, de printer instellen als
standaardprinter en de poortnaam van elk apparaat
wijzigen. Klik op Volgende.
Draadloos netwerk instellen
40
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
14
Wanneer de installatie is voltooid, verschijnt er een venster
met de vraag of u een testpagina wilt afdrukken. Als u een
testpagina wilt afdrukken klikt u op Een testpagina
afdrukken.
In het andere geval klikt u op Volgende en gaat u door met
stap 16.
15
Als de testpagina op de juiste manier wordt afgedrukt, klikt
u op Ja.
Zo niet, dan klikt u op Nee om deze opnieuw af te drukken.
16
Als u zich wilt registreren als gebruiker van het apparaat
zodat u informatie kunt ontvangen van Samsung, klikt u op
Online registratie.
17
Klik op Voltooien.
Ad-hoc via USB-kabel
Als u geen toegangspunt hebt, kunt u de printer alsnog
draadloos met uw computer verbinden door een draadloos ad-
hocnetwerk in te stellen. Volg hiervoor de volgende eenvoudige
stappen.
Wat u nodig hebt
Netwerkcomputer
Software-cd die bij het apparaat is geleverd
Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-
netwerkinterface
USB-kabel
Ad-hocnetwerken in Windows instellen
1
Controleer of de USB-kabel op het apparaat is
aangesloten.
2
Zet de computer en het draadloos-netwerkapparaat aan.
3
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
Draadloos netwerk instellen
41
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
4
Selecteer de optie Draadloze verbindingen instellen en
installeren.
Nu installeren: Als u een draadloos netwerk hebt
ingesteld, klikt u op deze knop om het
printerstuurprogramma te installeren, zodat u de
draadloze netwerkprinter kunt gebruiken. Als u nog
geen draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op de
knop Draadloze verbindingen instellen en
installeren om een draadloos netwerk in te stellen.
Pas daarna klikt u op de knop Nu installeren.
Draadloze verbindingen instellen en installeren:
Configureer de draadloze netwerkinstellingen van uw
apparaat en installeer vervolgens het
printerstuurprogramma met behulp van de USB-kabel.
Deze procedure geldt uitsluitend voor gebruikers die
nog nooit een draadloze netwerkverbinding hebben
ingesteld.
5
Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en kies Ik
aanvaard de bepalingen van de
gebruiksrechtovereenkomst. Klik daarna op Volgende.
6
De software zoekt het draadloos netwerk.
Als het netwerk niet kan worden gevonden, controleert u
of de USB-kabel tussen de computer en de printer op de
juiste manier is aangesloten. Volg verder de instructies in
het venster.
7
Er verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het
apparaat heeft gevonden.
Als u de standaardinstelling voor ad-hocnetwerken van
Samsung wilt gebruiken, selecteert u het laatste draadloze
netwerk in de lijst met de Netwerknaam (SSID). Deze is
portthru en het Signaal is Printernetwerk.
Klik daarna op Volgende.
Als u andere ad-hocinstellingen wilt gebruiken, kiest u een
ander draadloos netwerk in de lijst.
Draadloos netwerk instellen
42
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Als u ad-hocinstellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop
Geavanceerde instelling.
Voer de naam van het draadloze netwerk in: Voer
de SSID in (de SSID is hoofdlettergevoelig).
Werkingsmodus: Selecteer Ad-hoc.
Kanaal: selecteer het kanaal. (Auto-inst. of 2.412 tot
2.467 MHz.)
Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en
codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging
vereist is.
Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat
met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het
netwerk.
Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of
WEP128).
Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de
netwerkcodering in.
Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de
sleutelwaarde van de netwerkcodering.
WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt,
selecteert u de juiste WEP-sleutelindex.
Het beveiligingsvenster voor het draadloze netwerk
verschijnt als het ad-hocnetwerk een
beveiligingsinstelling heeft.
Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk
verschijnt. Selecteer Open syst. of Ged. Sleutel voor de
verificatie en klik op Volgende.
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een
beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden
geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze
netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk
pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden
met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel
gecodeerd.
8
Er verschijnt een venster met de instellingen van het
draadloze netwerk. Controleer de instellingen en klik op
Volgende.
Draadloos netwerk instellen
43
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de
netwerkinstellingen van de computer weten. Als de
netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op
DHCP, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook
DHCP zijn. Als de netwerkconfiguratie van de computer
is ingesteld op Statisch, moet de instelling voor het
draadloze netwerk ook Statisch zijn.
Als de computer is ingesteld op DHCP en u voor het
draadloze netwerk de instelling Statisch wilt gebruiken,
neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het
statische IP-adres.
Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is,
controleert u of DHCP wordt vermeld in het venster
Bevestiging van instelling van draadloos netwerk.
Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP
wijzigen om de toewijzingsmethode te wijzigen in IP-
adres automatisch ontvangen (DHCP).
Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch
is, controleert u of Statisch wordt vermeld in het
venster Bevestiging van instelling van draadloos
netwerk. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop
TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere
netwerkinstellingen van de printer in te voeren.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt
zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat:
- IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het
subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
9
Als de instellingen van het draadloze netwerk voltooid zijn,
koppelt u de USB-kabel tussen de computer en de printer
los. Klik op Volgende.
Als het venster Computernetwerkinstelling wijzigen
verschijnt, volgt u de stappen op het venster.
Klik op Volgende als u klaar bent met de instellingen voor
het draadloze netwerk van de computer.
Als het draadloze netwerk van de computer is ingesteld
op DHCP, duurt het enkele minuten om het IP-adres te
ontvangen.
Draadloos netwerk instellen
44
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
10
Het venster Instelling van draadloos netwerk voltooid
wordt geopend.
Kies Ja als u de huidige instellingen aanvaardt en u wilt
doorgaan.
Kies Nee als u naar het beginvenster wilt terugkeren.
Klik daarna op Volgende.
11
Klik op Volgende wanneer het venster Printeraansluiting
bevestigen verschijnt.
12
Selecteer de onderdelen die u wilt installeren. Klik op
Volgende.
Nadat u de onderdelen hebt geselecteerd, kunt u ook de
naam van het apparaat wijzigen, het apparaat instellen om
in het netwerk te worden gedeeld, het apparaat instellen
als standaardapparaat en de poortnaam van elk apparaat
wijzigen. Klik op Volgende.
13
Wanneer de installatie is voltooid, verschijnt er een venster
met de vraag of u een testpagina wilt afdrukken. Als u een
testpagina wilt afdrukken klikt u op Een testpagina
afdrukken.
In het andere geval klikt u op Volgende en gaat u door met
stap 15.
14
Als de testpagina op de juiste manier wordt afgedrukt, klikt
u op Ja.
Zo niet, dan klikt u op Nee om deze opnieuw af te drukken.
15
Als u zich wilt registreren als gebruiker van het apparaat
om informatie te ontvangen van Samsung, klikt u op
Online registratie.
16
Klik op Voltooien.

18
Instellen met Macintosh
Wat u nodig hebt
Toegangspunt
Netwerkcomputer
Software-cd die bij het apparaat is geleverd
Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-
netwerkinterface
USB-kabel
Draadloos netwerk instellen
45
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Toegangspunt via USB-kabel
1
Controleer of de USB-kabel op het apparaat is
aangesloten.
2
Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan.
3
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
4
Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op
het bureaublad van uw Macintosh-computer.
5
Dubbelklik op de map MAC_Installer.
6
Dubbelklik op het pictogram Installer OS X.
7
Voer het wachtwoord in en klik op OK.
8
Klik op Volgende / Ga door (10.4).
9
Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende
/ Ga door (10.4).
10
Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de
gebruiksrechtovereenkomst.
11
Klik op Volgende / Ga door (10.4).
12
Selecteer Eenvoudige installatie / Standaardinstallatie
(10.4) en klik op Installeer. Standaardinstallatie wordt
aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen
die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden
geïnstalleerd.
Als u Maak installatie ongedaan selecteert, kunt u
aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt
installeren.
13
Selecteer de optie Draadloze verbindingen instellen en
installeren.
14
De software zoekt het draadloos netwerk.
Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden,
controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de
printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het
venster.
15
Na de zoekactie toont het venster de draadloze
netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het
toegangspunt dat u gebruikt en klik op Volgende.
Draadloos netwerk instellen
46
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Als u de draadloze configuratie handmatig instelt, klikt u
op Geavanceerde instelling.
Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de
SSID van het gewenste toegangspunt (de SSID is
hoofdlettergevoelig).
Werkingsmodus: selecteer Infrastructuur.
Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en
codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging
vereist is.
Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat
met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het
netwerk.
WPA Privé of WPA2 Personal: selecteer deze optie
als u wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op
basis van een vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij
wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (de
zogenaamde vooraf gedeelde wachtwoordzin), die
handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt
en elk van de bijbehorende clients.
Codering: selecteer de codering. (Geen, WEP64,
WEP128, TKIP, AES, TKIP, AES.)
Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de
netwerkcodering in.
Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de
sleutelwaarde van de netwerkcodering.
WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt,
selecteert u de juiste WEP-sleutelindex.
Als het toegangspunt is beveiligd, verschijnt het
beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk.
Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk
verschijnt. Het venster kan verschillen naargelang de
beveiligingsmodus: WEP of WPA.
WEP
Selecteer Open syst. of Ged. sleutel voor de
verificatie en typ de WEP-beveiligingssleutel. Klik op
Volgende.
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een
beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden
geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze
netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk
pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden
met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel
gecodeerd.
WPA
Voer de gedeelde WPA-sleutel in en klik op Volgende.
WPA machtigt en identificeert gebruikers op basis van
een geheime sleutel die op gezette tijden automatisch
wordt gewijzigd. Bij WPA worden tevens TKIP
(Temporal Key Integrity Protocol) en AES (Advanced
Encryption Standard) voor gegevenscodering gebruikt.
Draadloos netwerk instellen
47
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
16
Het venster bevat de instellingen voor het draadloze
netwerk en controleert of deze instellingen juist zijn. Klik op
Volgende.
Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is,
controleert u of DHCP in het venster wordt vermeld.
Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP
wijzigen om de toewijzingsmethode in DHCP te
wijzigen.
Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch
is, controleert u of Statisch in het venster wordt
vermeld. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop
TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere
netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voordat
u het IP-adres van de printer invoert, moet u de
netwerkinstellingen van de computer weten. Als de
computer is ingesteld op DHCP, neemt u contact op
met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn de netwerkgegevens van de printer als volgt:
- IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het
subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
17
Er wordt verbinding met het draadloze netwerk gemaakt
volgens de netwerkconfiguratie.
18
Als de instellingen van het draadloze netwerk voltooid zijn,
koppelt u de USB-kabel tussen de computer en de printer
los.
19
Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te
voltooien. Wanneer de installatie is voltooid, klikt u op Sluit
af of Start opnieuw.
Ad-hoc via USB-kabel
Als u geen toegangspunt hebt, kunt u de printer alsnog
draadloos verbinden met uw computer door een draadloos ad-
hocnetwerk in te stellen. Volg hiervoor de volgende eenvoudige
stappen.
Wat u nodig hebt
Netwerkcomputer
Cd met software die bij uw apparaat is geleverd
Draadloos netwerk instellen
48
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-
netwerkinterface
USB-kabel.
Een ad-hocnetwerk instellen in Macintosh
1
Controleer of de USB-kabel op het apparaat is
aangesloten.
2
Schakel de computer en de printer in.
3
Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
4
Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op
het bureaublad van uw Macintosh-computer.
5
Dubbelklik op de map MAC_Installer.
6
Dubbelklik op het pictogram Installer OS X.
7
Voer het wachtwoord in en klik op OK.
8
Klik op Volgende / Ga door (10.4).
9
Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende
/ Ga door (10.4).
10
Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de
gebruiksrechtovereenkomst.
11
Selecteer Eenvoudige installatie / Standaardinstallatie
(10.4) en klik op Installeer. Standaardinstallatie wordt
aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen
die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden
geïnstalleerd.
Als u Aangepaste installatie (voor Mac OS X 10.4 Maak
installatie ongedaan) selecteert, kunt u aangeven welke
afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
12
Klik op Draadloze verbindingen instellen en
installeren.
13
De software zoekt naar draadloze netwerkapparaten.
Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden,
controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de
printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het
venster.
Draadloos netwerk instellen
49
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
14
Er verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het
apparaat heeft gevonden.
Als u de standaardinstelling voor ad-hocnetwerken van
Samsung wilt gebruiken, selecteert u het laatste draadloze
netwerk in de lijst met de Netwerknaam (SSID). Deze is
portthru en het Signaal isPrinternetwerk.
Klik daarna op Volgende.
Als u andere ad-hocinstellingen wilt gebruiken, kiest u een
ander draadloos netwerk in de lijst.
Als u ad-hocinstellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop
Geavanceerde instelling.
Voer de naam van het draadloze netwerk in: Voer
de SSID in (de SSID is hoofdlettergevoelig).
Werkingsmodus: Selecteer Ad-hoc.
Kanaal: Selecteer het kanaal (Auto-inst. of 2412 MHz
tot 2467 MHz).
Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en
codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging
vereist is.
Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat
met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het
netwerk.
Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of
WEP128).
Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de
netwerkcodering in.
Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de
sleutelwaarde van de netwerkcodering.
WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt,
selecteert u de juiste WEP-sleutelindex.
Het beveiligingsvenster voor het draadloze netwerk
verschijnt als het ad-hocnetwerk een
beveiligingsinstelling heeft.
Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk
verschijnt. Selecteer Open syst. of Ged. Sleutel voor de
verificatie en klik op Volgende.
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een
beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden
geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze
netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk
pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden
met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel
gecodeerd.
15
Er verschijnt een venster met de instellingen van het
draadloze netwerk. Controleer de instellingen en klik op
Volgende.
Draadloos netwerk instellen
50
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de
netwerkinstellingen van de computer weten. Als de
netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op
DHCP, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook
DHCP zijn. Als de netwerkconfiguratie van de computer
is ingesteld op Statisch, moet de instelling voor het
draadloze netwerk ook Statisch zijn.
Als de computer is ingesteld op DHCP en u voor het
draadloos netwerk de instelling Statisch wilt gebruiken,
neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het
statische IP-adres.
Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is,
controleert u of DHCP wordt vermeld in het venster
Bevestiging van instelling van draadloos netwerk.
Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP
wijzigen om de toewijzingsmethode te wijzigen in IP-
adres automatisch ontvangen (DHCP).
Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch
is, controleert u of Statisch wordt vermeld in het
venster Bevestiging van instelling van draadloos
netwerk. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop
TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere
netwerkinstellingen van de printer in te voeren.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt
zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat:
- IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het
subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
16
Er wordt verbinding met het draadloze netwerk gemaakt
volgens de netwerkconfiguratie.
17
Als de instelling van het draadloos netwerk is voltooid,
koppelt u de USB-kabel tussen de computer en het
apparaat los.
18
Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te
voltooien. Wanneer de installatie is voltooid, klikt u op Sluit
af of Start opnieuw.

19
Een netwerkkabel gebruiken
Uw apparaat is netwerkcompatibel. Om uw apparaat
netwerkcompatibel te maken, moet u enkele
configuratieprocedures doorlopen.
Draadloos netwerk instellen
51
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is
gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma
installeren om vanuit een toepassing te kunnen
afdrukken (zie "Installeren van een stuurprogramma
over het netwerk" op pagina 17).
Neem contact op met uw netwerkbeheerder of de
persoon die uw draadloos netwerk heeft ingesteld voor
informatie over uw netwerkconfiguratie.
Wat u nodig hebt
Toegangspunt
Netwerkcomputer
Software-cd die bij het apparaat is geleverd
Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-
netwerkinterface
Netwerkkabel
Een netwerkconfiguratierapport afdrukken
U kunt bepalen welke netwerkinstellingen voor uw apparaat
worden gebruikt door een netwerkconfiguratierapport af te
drukken.
zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13.
IP-adres instellen via het programma SetIP
(Windows)
Dit programma wordt gebruikt om het IP-adres van uw apparaat
handmatig in te stellen met behulp van het MAC-adres, om te
communiceren met het apparaat. Het MAC-adres is een
hardwareserienummer van de netwerkinterface dat u terugvindt
in het netwerkconfiguratierapport terugvindt.
zie "Het IP-adres instellen" op pagina 14.
Het draadloze netwerk van het apparaat
configureren
Voordat u begint, moet u de netwerknaam (SSID) van uw
draadloze netwerk en de netwerksleutel (als deze is gecodeerd)
weten. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt (of
de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw
netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze
omgeving waarin u werkt.
Om parameters van het draadloos netwerk te configureren, kunt
u SyncThru™ Web Service gebruiken.
Draadloos netwerk instellen
52
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
SyncThru™ Web Service gebruiken
Controleer de status van de kabelverbinding voor u begint met
de configuratie van de parameters voor het draadloze netwerk.
1
Controleer of de netwerkkabel op de printer is
aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een
standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten.
2
Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of
Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres
van uw apparaat in.
Voorbeeld:
3
Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de
SyncThru™ Web Service-website.
4
Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik
vervolgens op Login.
ID: admin
Password: sec00000
5
Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend,
klikt u op Network Settings.
6
Klik op Wireless > Wizard.
De Wizard zal u door de configuratie van het draadloos
netwerk loodsen. Als u het draadloos netwerk echter
rechtstreeks wilt instellen, selecteert u Custom.
7
Selecteer de Network Name(SSID) in de lijst.
SSID: SSID (Service Set Identifier) is een naam die een
draadloos netwerk aanduidt. Toegangspunten en
draadloze apparaten die een verbinding proberen te
maken met een bepaald draadloos netwerk, moeten
dezelfde SSID gebruiken. De SSID is
hoofdlettergevoelig.
Operation Mode: Operation Mode verwijst naar het
type draadloze verbinding (zie "Naam van draadloos
netwerk en netwerksleutel" op pagina 28).
- Ad-hoc: In deze modus kunnen draadloze
apparaten rechtstreeks met elkaar communiceren
in een peer-to-peer-omgeving.
- Infrastructure: in deze modus kunnen draadloze
apparaten via een toegangspunt met elkaar te
communiceren.
Draadloos netwerk instellen
53
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Als de Operation Mode van uw netwerk ingesteld is op
Infrastructure selecteert u de SSID van het
toegangspunt. Als Operation Mode ingesteld is op Ad-
hoc selecteert u de SSID van het apparaat. Houd er
rekening mee dat "portthru" de standaard SSID van uw
apparaat is.
8
Klik op Next.
Als het venster met beveiligingsinstellingen voor
draadloze netwerken verschijnt, voert u het geregistreerde
wachtwoord (netwerksleutel) in en klikt u op Next.
9
Het bevestigingsvenster verschijnt. Controleer de
instellingen van het draadloze netwerk. Als de instellingen
juist zijn, klikt u op Apply.
Ontkoppel de netwerkkabel (standaard of netwerk). Als
het goed is, communiceert uw apparaat nu draadloos met
het netwerk. In de ad-hocmodus kunt u tegelijkertijd een
draadloos LAN en een bekabeld LAN gebruiken.

20
Het Wi-Fi-netwerk in- of uitschakelen
1
Controleer of de netwerkkabel op het apparaat is
aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een
standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten.
2
Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of
Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres
van uw apparaat in.
Voorbeeld:
3
Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de
SyncThru™ Web Service-website.
4
Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik
vervolgens op Login.
ID: admin
Password: sec00000
5
Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend,
klikt u op Network Settings.
6
Klik op Wireless > Custom.
U kunt het Wi-Fi-netwerk ook in- of uitschakelen.
Draadloos netwerk instellen
54
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken

21
Problemen oplossen
Problemen tijdens het instellen of de installatie
van het stuurprogramma
Printers niet gevonden
Mogelijk staat uw printer niet aan. Zet de computer en printer
aan.
De USB-kabel tussen de computer en het apparaat is niet
aangesloten. Verbind de printer met de computer door middel
van de USB-kabel.
Het apparaat ondersteunt geen draadloze netwerken.
Raadpleeg de gebruikershandleiding van de printer op de
software-cd die bij het apparaat is geleverd en zorg dat u
beschikt over een draadloze netwerkprinter.
Verbindingsprobleem - SSID niet gevonden
De geselecteerde of opgegeven netwerknaam (SSID) kan
niet worden gevonden. Controleer de netwerknaam (SSID)
op uw toegangspunt en probeer opnieuw verbinding te
maken.
Uw toegangspunt is uitgeschakeld. Zet het toegangspunt
aan.
Verbindingsprobleem - Ongeldige beveiliging
De beveiliging is niet goed geconfigureerd. Controleer de
beveiliging die op het toegangspunt en de printer is
geconfigureerd.
Verbindingsprobleem - Algemene verbindingsfout
Uw computer ontvangt geen signaal van uw apparaat.
Controleer de USB-kabel en de stroomtoevoer van de printer.
Verbindingsprobleem - Verbonden bedraad netwerk
De printer is verbonden met een netwerkkabel. Koppel de
netwerkkabel los van uw apparaat.
Fout bij verbinding met pc
Het geconfigureerde netwerkadres kan geen verbinding
maken tussen uw computer en het apparaat.
- Voor een DHCP-netwerkomgeving
De printer ontvangt automatisch het IP-adres (DHCP) als
de toewijzingsmethode voor het IP-adres is ingesteld op
DHCP.
- Voor een statische netwerkomgeving
De printer gebruikt het statische adres als de
toewijzingsmethode voor het IP-adres op de computer is
ingesteld op Statisch.
Draadloos netwerk instellen
55
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
IP-adres: 169.254.133.42
Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat:
IP-adres: 169.254.133.43
Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het
subnetmasker van de computer).
Gateway: 169.254.133.1
Andere problemen
Als zich tijdens het gebruik van de printer in een netwerk
problemen voordoen, controleert u de volgende punten:
Raadpleeg de gebruikershandleiding bij het
toegangspunt (of de draadloze router) voor specifieke
informatie.
Mogelijk is uw computer, het toegangspunt (of de draadloze
router) of de printer niet ingeschakeld.
Controleer de draadloze ontvangst van het signaal rond het
apparaat. Als de router ver van de printer staat of als er een
obstakel in de weg staat, kan dat de ontvangst van het
signaal bemoeilijken.
Schakel het toegangspunt (of de draadloze router), de printer
en de computer uit en weer aan. Soms kan dat helpen om de
communicatie met het netwerk te herstellen.
Controleer of firewallsoftware (V3 of Norton) de
communicatie blokkeert.
Als de computer en de printer op hetzelfde netwerk zijn
aangesloten maar niet kunnen worden gevonden, blokkeert
de firewall-software mogelijk de communicatie. Raadpleeg
de gebruikershandleiding bij de firewall-software voor
informatie over het uitschakelen van de firewall. Probeer
vervolgens nogmaals of de printer kan worden gevonden.
Controleer of het IP-adres van het apparaat juist is
toegewezen. U kunt het IP-adres controleren door het
netwerkconfiguratierapport af te drukken.
Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) met
een wachtwoord beveiligd is. Als er een wachtwoord is
ingesteld, neemt u contact op met de beheerder van het
toegangspunt (of de draadloze router).
Controleer het IP-adres van de printer. Installeer het
printerstuurprogramma opnieuw en wijzig de instellingen om
een verbinding te maken met het apparaat op het netwerk. Bij
DHCP is het mogelijk dat het toegewezen IP-adres verandert
als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt of als het
toegangspunt opnieuw is ingesteld.
Draadloos netwerk instellen
56
2. Een via een netwerk aangesloten
apparaat gebruiken
Controleer de draadloze omgeving. Mogelijk kunt u geen
verbinding maken met het netwerk in de
infrastructuuromgeving waar u gebruikersgegevens moet
invoeren voordat u een verbinding hebt gemaakt met een
toegangspunt (of draadloze router).
Dit apparaat ondersteunt alleen IEEE 802.11b/g/n en Wi-Fi.
Andere draadloze communicatietypes (b.v. Bluetooth)
worden niet ondersteund.
In de ad-hocmodus onder besturingssystemen zoals
Windows Vista is het mogelijk dat u de draadloze verbinding
bij elk gebruik van de draadloze printer opnieuw moet
instellen.
Bij draadloze netwerkprinters van Samsung kunnen de
infrastructuurmodus en de ad-hocmodus niet tegelijkertijd
worden gebruikt.
Het apparaat moet zich binnen het bereik van het draadloos
netwerk bevinden.
De printer mag niet in de buurt staan van obstakels die het
draadloze signaal kunnen blokkeren.
Verwijder grote metalen voorwerpen die zich tussen het
toegangspunt (of de draadloze router) en het apparaat
bevinden.
Controleer of er geen palen, muren of steunpilaren van
metaal of beton tussen de printer en het draadloze
toegangspunt (of de draadloze router) staan.
De printer mag niet in de buurt staan van andere
elektronische apparaten die het draadloze signaal kunnen
verstoren.
Er zijn veel apparaten die het draadloze signaal kunnen
verstoren, waaronder magnetrons en bepaalde Bluetooth-
apparaten.
3. Menu´s met nuttige
instellingen
In dit hoofdstuk leest u hoe u de huidige status van het apparaat controleert
en hoe u geavanceerde apparaatinstellingen instelt.
Informatie 58
Lay-out 59
•Papier 60
Grafisch 61
Systeeminstallatie 62
•Emulatie 66
Netwerk 67
Beheerinstellingen 68
Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu’s voor de
instelling van het apparaat en het gebruik van de functies van het apparaat.
Druk op (
Menu
) om toegang te krijgen tot deze menu’s.
Naast het gekozen menu verschijnt een sterretje (*).
Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk
niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet
van toepassing op uw apparaat.
Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm
op het bedieningspaneel.
Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-onderdelen op uw
apparaat een andere naam hebben.
58
3. Menu´s met nuttige instellingen
Informatie
Item Omschrijving
Menuoverzicht
Drukt het menuoverzicht met de lay-out en
de huidige instellingen van dit apparaat af.
Configuratie
Drukt een overzicht van de globale
instellingen van het apparaat af.
Info verb.art.
Drukt een pagina met gegevens over
verbruiksartikelen af.
Demopagina
Druk de demopagina af om te controleren of
uw apparaat goed werkt.
PCL-lettertype
(PCL-lettert.)
De lijst met PCL-lettertypen afdrukken.
PS-lettertype
(Lijst met PS-
lettert.)
De lijst met PS-lettertypen afdrukken.
EPSON-lettert.
(Lijst met
EPSON-lettert.)
De lijst met EPSON-lettertypen afdrukken.
KSC5843-
letteryp.
De lijst met KS-lettertypen afdrukken.
KSC5895-
lettertyp.
De lijst met KS5895-lettertypen afdrukken.
KSSM-lettertyp. De lijst met KSSM-lettertypen afdrukken.
Opgeslagen
taken
Drukt de momenteel in het geheugen of op
een harde schijf (HDD) opgeslagen
afdruktaken af.
Gebruiksteller
Drukt een verbruikspagina af. De pagina met
informatie over het verbruik bevat het totaal
aantal afgedrukte pagina’s.
Voltooide taak Drukt de lijst met voltooide afdruktaken af.
Accountrapport
Deze functie is alleen beschikbaar als Job
Accounting is ingeschakeld in het
programma SyncThru™ Web Admin
Service. Voor elke gebruiker kunt u een
rapport met aantal afdrukken printen.
Item Omschrijving
59
3. Menu´s met nuttige instellingen
Lay-out
Item Omschrijving
Afdrukstand
Selecteert de richting waarin informatie wordt
afgedrukt op een pagina.
Algemene
marge
Marge enkelz.: Stelt de marge voor
enkelzijdig afdrukken in.
Dubbelzijdig: Stelt de marge voor
dubbelzijdig afdrukken in.
Binding: Bij het afdrukken op beide zijden
van het papier is de marge op kant A het
dichtst bij de bindrand evengroot als de
smalste marge op zijde B. De marges aan
de andere kant van de bindrind zijn in beide
gevallen ook hetzelfde.
MF-lade
Stelt de papiermarge in de multifunctionele
lade in.
Enkelzijdig: Stelt de marge voor
enkelzijdig afdrukken in.
Dubbelzijdig: Stelt de marges voor
dubbelzijdig afdrukken in.
Lade X
Stelt de papiermarges in de laden in.
Enkelzijdig: Stelt de marge voor
enkelzijdig afdrukken in.
Dubbelzijdig: Stelt de marges voor
dubbelzijdig afdrukken in.
Emulatiemarge
(Emulatiemarge)
Stelt de papiermarge voor de emulatie-
afdrukpagina in.
Bovenmarge: Stelt de bovenmarge in, van
0,0 tot 250 mm.
Linkermarge: Stelt de linkermarge in, van
0,0 tot 164 mm.
Dubbelzijdig
Als u op beide zijden van het papier wilt
afdrukken kiest u de bindrand.
Uit: Hiermee schakelt u deze optie uit.
Lange zijde: Deze bindrand is de
conventionele lay-out voor boekbinden.
Korte zijde: Deze bindrand is de
conventionele lay-out voor kalenders.
Nietpositie bij
afdrukstand
Liggend
Stelt de plaats van de nietjes in.
Item Omschrijving
60
3. Menu´s met nuttige instellingen
Papier
Item Omschrijving
Exemplaren Hiermee kunt u het aantal kopieën selecteren.
MF-lade / [Lade
<x>]
Papierformaat: Selecteert het standaard
papierformaat.
Type papier: Selecteert het type papier dat
zich momenteel in de lade bevindt.
Papierinvoer
Stelt in uit welke lade papier gebruikt moet
worden.
Ladekoppeling
(Aut.
Ladekeuze)
Als u onder Auto een andere waarde dan
Papierinvoer kiest en de geselecteerde lade
is leeg, kunt u instellen dat het apparaat
automatisch vanuit een andere lade afdrukt.
Als u bij Papierinvoer de optie Auto
kies, zal deze melding niet getoond
worden.
Lade
bevestigen
Activeert de melding ter bevestiging van de
lade. Als u een lade opent en sluit, wordt een
venster geopend met de vraag om het
papierformaat en -type van de zojuist
geopende lade in te stellen.
61
3. Menu´s met nuttige instellingen
Grafisch
Item Omschrijving
Resolutie
Specificeert het aantal afgedrukte punten per
inch (dpi - dots per inch). Hoe hoger de
instelling, hoe scherper de tekens en
afbeeldingen worden afgedrukt.
Tkst dnk. mk.
(Tkst. lcht. mk.)
Drukt de tekst donkerder af dan op een
normaal document.
Tonersterkte
Maakt de afdrukk op de pagina helderder of
donkerder. De instelling Normaal levert
doorgaans het beste resultaat. Gebruik de
instelling Licht om toner te besparen.
62
3. Menu´s met nuttige instellingen
Systeeminstallatie
Item Omschrijving
Datum & Tijd Stelt de datum en tijd in.
Klokmodus Stelt de indeling voor het weergeven van de tijd in, 12-uur of 24-uur.
Menu Formulier
Uit: hiermee kunt u afdrukken in modus Normaal.
Single Form: Hiermee worden alle pagina’s afgedrukt met het eerste formulier.
Double Form: hiermee wordt het voorblad afgedrukt met het eerste formulier, en de achterpagina met het tweede
formulier.
Form. select
Formulier-overlay zijn afbeeldingen die op de harde schijf van de printer zijn opgeslagen in een speciale
bestandsindeling en die in een willekeurig document in lagen kunnen worden afgedrukt.
In wachtrij
plaatsen op
vaste schijf
Als deze optie Aan staat, worden documenten op de harde schijf opgeslagen voor afdrukken op het netwerk.
Taal Stelt de taal van de tekst op het display in.
Standaardpapie
rformaat
Hiermee kunt u het standaard papierformaat selecteren.
Energie
besparen
Stel in na welke wachttijd de printer overschakelt naar de energiebesparende modus.
Wanneer het apparaat gedurende langere tijd geen gegevens ontvangt wordt het energiegebruik automatisch
verlaagd.
Ontw.gebeurt.
U kunt instellen in welke situaties de printer moet ontwaken uit sluimerstand. Zet het onderdeel aan.
Druk op knop: Als u op een willekeurige knop drukt, uitgezonderd de aan/uitknop, wordt het apparaat wakker uit
sluimerstand.
Printer: Als u de papierlade opent of sluit, ontwaakt het apparaat uit de sluimerstand.
Systeeminstallatie
63
3. Menu´s met nuttige instellingen
Aut. doorgaan
Bepaalt of de printer door moet gaan met afdrukken als waargenomen wordt dat het gebruikte papier niet
overeenkomt met de instellingen.
Uit: Als het type of formaat papier niet overeenkomt, wacht het apparaat tot u de juiste papiersoort invoert.
Aan: Als er een papierstoring optreedt, wordt er een foutbericht getoond. De printer zal ongeveer 30 seconden
wachten, het bericht automatisch wissen en doorgaan met afdrukken.
Luchtdrukcorre
ctie
Afdrukkwaliteit optimaliseren naargelang de hoogte boven zeeniveau.
Auto CR
Met deze optie kunt u een harde return plaatsen aan het einde van een regel, zeer handig voor Unix- of DOS-
gebruikers.
Time-out taak
Als er gedurende een bepaalde periode geen gegevens worden ontvangen, wordt een taak afgesloten. U kunt
instellen hoe lang het apparaat moet wachten voordat de taak wordt afgesloten.
Meerdere
vakken
Modus: Selecteert de te gebruiken modus met meerdere vakken.
Standaardlade: Selecteert de te gebruiken lade als standaardlade.
Item Omschrijving
Systeeminstallatie
64
3. Menu´s met nuttige instellingen
Onderhoud
Drum reinigen: Reinigt de OPC-drum van de cassette door middel van het afdrukken van een vel.
Fixeereenheid reinigen: Reinigt de fixeereenheid door middel van het afdrukken van een vel.
Toner Op wis.: Deze optie verschijnt alleen als de tonercassette leeg is.
Info verb.art.: Via dit menu-item kunt u zien hoeveel afdrukken er zijn gemaakt en hoeveel toner er nog in de
cassette zit.
Toner bijna op: Als er geen toner meer in de tonercassette zit, verschijnt een bericht waarin de gebruiker wordt
gevraagd om de tonercassette te vervangen. U kunt de weergave van dit bericht in- en uitschakelen.
Papier stapel.: Als u het apparaat in een vochtige omgeving gebruikt of afdrukmaterialen gebruikt die vochtig zijn
als gevolg van een hoge luchtvochtigheid, kunnen de afgedrukte vellen krullen vertonen en worden ze mogelijk niet
goed gestapeld. In dit geval kunt u het apparaat instellen om de functie te gebruiken waarmee de afdrukken goed
gestapeld worden. Deze functie zal de afdruksnelheid echter verlagen.
Inst. import Importeert gegevens opgeslagen op een USB-geheugenstick naar het apparaat.
Inst. export Exporteert de op het apparaat opgeslagen instellingen naar een geheugenstick.
Tonerbesparing
Als u deze modus activeert, gaat uw tonercassette langer mee en zijn de kosten per pagina lager dan wanneer u in
de normale modus afdrukt. Dit gaat echter wel ten koste van de afdrukkwaliteit.
Stille modus
Met dit menu kan de hoeveelheid lawaai tijdens het afdrukken verminderd worden. De snelheid en de kwaliteit van
de afdruk kan echter lager worden.
Item Omschrijving
Systeeminstallatie
65
3. Menu´s met nuttige instellingen
Eco-
instellingen
Met deze optie kunt u hulpbronnen besparen en milieuvriendelijke afdrukken maken.
Standaardmodus: Selecteert of de Eco-modus in- of uitgeschakeld wordt.
Altijd aan: Schakelt de Eco-modus in en beveiligt de instelling met een wachtwoord. Als een gebruiker de
Eco-modus wil wijzigen, moet deze het wachtwoord invoeren.
Sjabloon wijzigen: Kiest het ingetelde eco-sjabloon via de SyncThru™ Web Service.
Instell. wissen Herstelt de standaardinstellingen vanuit de fabriek.
Item Omschrijving
66
3. Menu´s met nuttige instellingen
Emulatie
Item Omschrijving
Type emulatie
De apparaattaal definieert hoe de computer
met het apparaat communiceert.
Instelling
Stelt de gedetailleerde instelllingen voor het
geselecteerde emulatietype in.
67
3. Menu´s met nuttige instellingen
Netwerk
Optie Omschrijving
TCP/IP (IPv4)
Selecteer het passende protocol en de
configuratieparameters voor gebruik in de
netwerkomgeving.
Er moeten heel wat parameters
ingesteld worden. Als u niet zeker
bent, laat u ze ongemoeid of
raadpleeg u de netwerkbeheerder.
TCP/IP(IPv6)
Selecteer deze optie om gebruik te maken
van een IPv6-netwerkomgeving (zie "IPv6-
configuratie" op pagina 25).
Ethernet-snel
Hiermee kunt u de transmissiesnelheid van
het netwerk configureren.
802.1x
U kunt de gebruikersverificatie voor
netwerkcommunicatie instellen. Raadpleeg
uw netwerkbeheerder voor details.
Draadloos
Selecteer deze optie om gebruik te maken
van een draadloos netwerk.
Instell. wissen
Hiermee zet u de standaard
netwerkinstellingen terug.
Netwerkconf.
(Netwerkconfig
uratie)
Deze lijst toont informatie over de
netwerkverbinding en -configuratie van uw
apparaat.
Net. activeren
U kunt instellen of u Ethernet aan of uit wilt
zetten.
Http activeren
U kunt selecteren of u al dan niet gebruik wilt
maken van de functie SyncThru™ Web
Service.
Optie Omschrijving
68
3. Menu´s met nuttige instellingen
Beheerinstellingen
Item Omschrijving
Wacht
bescherming
Stelt het wachtwoord in voor toegang tot het
menu Beheerinstellingen. Kies Aan om
gebruik te maken van deze optie en om het
wachtwoord in te voeren.
Wachtw.
wijzigen
Wijzigt het wachtwoord voor toegang tot de
Beheerinstellingen van het apparaat.
Onderhoud
Fixeereenheid reinigen: Reinigt de
fixeereenheid door middel van het afdrukken
van een vel. Het afgedrukte vel bevat
tonerresten.
Toner Op wis.: Voorkomt dat het bericht
Toner bijna op op het display wordt
weergegeven.
Info verb.art.: Via dit menu-item kunt u zien
hoeveel afdrukken er zijn gemaakt en hoeveel
toner er nog in de cassette zit.
Ws tr bijna op: Als er geen toner meer in de
tonercassette zit, verschijnt een bericht
waarin de gebruiker wordt gevraagd om de
tonercassette te vervangen. U kunt de
weergave van dit bericht in- en uitschakelen.
Ramschijf: Schakelt de Ramschijf in of uit
voor het beheren van afdruktaken. Afhankelijk
van de grootte van het geïnstalleerde
optionele geheugen, kunt u de grootte van de
Ramschijf instellen tussen 32 en 64 MB. Deze
optie verschijnt niet als u een harde schijf
geïnstalleerd heeft.
Item Omschrijving
4. Speciale functies
In dit hoofdstuk worden speciale afdrukfuncties verklaard.
Aanpassing aan luchtdruk of hoogte 70
De lettertype-instelling wijzigen 71
De standaardafdrukinstellingen wijzigen 72
Uw apparaat instellen als standaardprinter 73
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken 74
Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken
(alleen voor Windows). 82
Gebruik van geheugen-/harde schijffuncties 84
Afdrukken in Macintosh 85
Afdrukken in Linux 87
Afdrukken in Unix 89
De procedures in dit hoofdstuk zijn voornamelijk gebaseerd op
Windows 7.
70
4. Speciale functies
Aanpassing aan luchtdruk of hoogte
De afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door de atmosferische druk,
die wordt bepaald door de hoogte boven zeeniveau waar het
apparaat staat. De volgende informatie zal u helpen bij de
instelling van uw apparaat voor de beste afdrukkwaliteit.
Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste luchtdruk
in.
In de sectie Instelling of Apparaat van het hulpprogramma
Printerinstelling kunt u de waarde van de hoogte instellen.
Zie "Apparaatinstellingen" op pagina 100 als u Windows
gebruikt.
Zie "Gebruiken van Smart Panel (alleen voor Macintosh en
Linux)" op pagina 102 als u Macintosh, Linux of UNIX OS
gebruikt.
Als uw computer met het internet is verbonden, kunt u
de hoogte instellen via SyncThru™ Web Service.
U kunt de hoogte ook instellen via de optie
Systeeminst. op het display van het apparaat.
1 Hoog 3
2 Hoog 2
3 Hoog 1
4 Normaal
0
4,000 m
(13,123 ft)
3,000 m
(9,842 ft)
2,000 m
(6,561 ft)
1,000 m
(3,280 ft)
4
3
2
1
71
4. Speciale functies
De lettertype-instelling wijzigen
Het apparaat is standaard ingesteld op het lettertype dat in uw
regio of land wordt gebruikt.
Als u het lettertype wilt wijzigen of als u het lettertype wilt
instellen in een speciale omgeving (bijvoorbeeld DOS), kunt u de
lettertype-instelling wijzigen met de sectie Emulatie in het
hulpprogramma Printerinstelling.
Zie "Apparaatinstellingen" op pagina 100 als u Windows
gebruikt.
Zie "Gebruiken van Smart Panel (alleen voor Macintosh en
Linux)" op pagina 102 als u Macintosh, Linux of UNIX OS
gebruikt.
Als uw computer met het internet is verbonden, kunt u
de lettertypes instellen via SyncThru™ Web Service.
U kunt het lettertype ook wijzigen via de optie Emulatie
op het display van het apparaat.
Hieronder vindt u de lijst met lettertypen voor de
overeenkomstige talen.
- Russisch: CP866, ISO 8859/5 Latin Cyrillic
- Hebreeuws: Hebrew 15Q, Hebrew-8, Hebrew-7
(alleen voor Israël)
- Grieks: ISO 8859/7 Latin Greek, PC-8 Latin/Greek
- Arabisch & Farsi: HP Arabic-8, Windows Arabic,
Code Page 864, Farsi, ISO 8859/6 Latin Arabic
- OCR: OCR-A, OCR-B
72
4. Speciale functies
De standaardafdrukinstellingen wijzigen
1
Klik op het menu Start van Windows.
2
In Windows Server 2000 selecteert u Instellingen >
Printers.
Als u Windows XP/Server 2003 gebruikt, selecteert u
Printers en faxapparaten.
Als u Windows Server 2008/Vista gebruikt, selecteert u
Configuratiescherm > Hardware en geluiden >
Printers.
In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm >
Apparaten en Printers.
In Windows Server 2008 R2 selecteert u
Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en
printers.
3
Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.
4
In Windows XP/Server 2003/Server 2008/Vista kiest u
Voorkeursinstellingen.
In Windows 7 en Windows Server 2008 R2 selecteert u
Voorkeursinstellingen voor afdrukken in de
contextmenu’s.
Als bij het item Voorkeursinstellingen het teken
staat, kunt u andere printerstuurprogramma’s voor de
geselecteerde printer selecteren.
5
Wijzig de instellingen op elk tabblad.
6
Klik op OK.
In Voorkeursinstellingen kunt u de instellingen voor
elke afdruktaak wijzigen.
73
4. Speciale functies
Uw apparaat instellen als standaardprinter
1
Klik op het menu Start van Windows.
2
In Windows Server 2000 selecteert u Instellingen >
Printers.
Als u Windows XP/Server 2003 gebruikt, selecteert u
Printers en faxapparaten.
Als u Windows Server 2008/Vista gebruikt, selecteert u
Configuratiescherm > Hardware en geluiden >
Printers.
In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm >
Apparaten en Printers.
In Windows Server 2008 R2 selecteert u
Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en
printers.
3
Selecteer uw apparaat.
4
Klik met uw rechtermuisknop op uw apparaat en selecteer
Als standaardprinter instellen.
Als bij het item Als standaardprinter instellen voor
Windows 7 of Windows Server 2008 R2 het teken
staat, kunt u andere printerstuurprogramma’s selecteren
die met de geselecteerde printer verbonden zijn.
74
4. Speciale functies
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
1
Afdrukken naar een bestand (PRN)
Het kan soms handig zijn om de af te drukken gegevens op te
slaan als een bestand.
1
Kruis het selectievak Afdrukken naar bestand in het
venster Afdrukken aan.
2
Klik op Afdrukken.
3
Voer het doelpad en de bestandsnaam in en klik
vervolgens op OK.
Bijvoorbeeld c:\Temp\bestandsnaam.
Als u enkel de bestandsnaam invoert wordt het bestand
automatisch opgeslagen in Mijn documenten,
Documenten of Gebruikers. De opslagmap kan
verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of het
gebruikte programma.
2
Speciale afdrukfuncties verklaard
U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer.
Om de printerfuncties van uw printerstuurprogramma te
gebruiken, klikt u op Eigenschappen of Voorkeursinstellingen
in het venster Afdrukken van de toepassing om de
afdrukinstellingen te wijzigen. De apparaatnaam die in het
printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk
van het gebruikte apparaat.
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
75
4. Speciale functies
Item Omschrijving
Meerdere pagina's per
zijde
U kunt het aantal pagina’s selecteren dat u op één vel wilt afdrukken. Als u meer dan één pagina per vel afdrukt
worden de pagina’s verkleind en in de door u opgegeven volgorde gerangschikt. U kunt op één vel tot 16
pagina’s afdrukken.
Poster afdrukken
U kunt een document van één enkele pagina op 4 (poster van 2x2), 9 (poster van 3x3) of 16 vellen (poster van
4x4) papier drukken om ze aan elkaar te plakken en er een poster van te maken.
Selecteer de waarde Posteroverlap. Geef de Posteroverlap op in millimeters of inches door het keuzerondje
bovenaan rechts op het tabblad Basis te selecteren om de vellen gemakkelijker aan elkaar te kunnen plakken.
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
76
4. Speciale functies
Boekje afdrukken
Met deze functie kunt u een document op beide zijden van het papier afdrukken en worden de pagina’s zo
gerangschikt dat u het afgedrukte papier dubbel kunt vouwen om een boekje te maken.
Als u een boekje wilt maken, moet u afdrukken op afdrukmateriaal van het formaat Letter, Legal, A4, US Folio
of Oficio.
De optie Boekje afdrukken is niet beschikbaar voor alle papierformaten. Kies de Papierformaat-
optie onder het tabblad Papier om te kijken welke papierformaten beschikbaar zijn.
Als u een onbeschikbaar papierformaat selecteert, wordt deze optie mogelijk automatisch
geannuleerd. Selecteer alleen beschikbaar papier (papier waarbij geen of staat).
Dubbelzijdig
afdrukken
U kunt op beide zijden van een vel papier afdrukken (dubbelzijdig). Voor u afdrukt, moet u de gewenste
afdrukstand van het document opgeven.
U kunt deze functie gebruiken met papier van het formaat Letter, Legal, A4, US Folio of Oficio.
Als uw printer geen duplexeenheid heeft, moet u de afdruktaak handmatig uitvoeren. De printer
drukt eerst elke andere pagina van het document af. Hierna verschijnt er een bericht op uw
computer.
De functie Blanco pagina´s overslaan werkt niet als u de dubbelzijdige optie heeft ingeschakeld.
Item Omschrijving
8
9
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
77
4. Speciale functies
Dubbelzijdig
afdrukken
(Optie)
Standaardinstelling printer: Als u deze optie selecteert, wordt deze functie bepaald door de instelling die
u hebt opgegeven op het bedieningspaneel van de printer. Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van
het PCL-stuurprogramma.
Geen: Hiermee schakelt u deze functie uit.
Lange zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die bij boekbinden wordt gebruikt.
Korte zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die voor kalenders wordt gebruikt.
Omgekeerd dubbelzijdig afdrukken: Schakel deze optie in om de afdrukvolgorde om te keren bij het
dubbelzijdig afdrukken.
Papieropties Wijzigt de afmetingen van een document zodat deze kleiner of groter op het vel afgedrukt wordt, door een
percentage in te voeren waarmee het document vergroot of verkleind wordt.
Watermerk Met de optie Watermerk kunt u tekst afdrukken over een bestaand document, U gebruikt het bijvoorbeeld om
in grote grijze letters "CONCEPT" of "VERTROUWELIJK" diagonaal op de eerste pagina of op alle pagina’s
afdrukken.
Item Omschrijving
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
78
4. Speciale functies
Watermerk
(Een watermerk
maken)
a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor
afdrukken.
b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster
Watermerken bewerken wordt geopend.
c Voer een tekst in het vak Tekst watermerk in.
U kunt maximaal 256 tekens invoeren. De tekst wordt in het voorbeeldvenster weergegeven.
Watermerk
(Een watermerk
bewerken)
a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor
afdrukken
b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster
Watermerken bewerken wordt geopend.
c Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt bewerken en wijzig de tekst van het
watermerk en de opties.
d Klik op Wijzigen als u de wijzigingen wilt opslaan.
e Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten.
Watermerk
(Een watermerk
verwijderen)
a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor
afdrukken.
b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster
Watermerken bewerken wordt geopend.
c Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt verwijderen en klik op de knop Wissen.
d Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten.
Item Omschrijving
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
79
4. Speciale functies
Overlay
Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van het PCL-stuurprogramma.
Een overlay is tekst en/of een afbeelding die op de harde schijf van de computer is opgeslagen in een speciale
bestandsindeling en die in een willekeurig document kan worden afgedrukt. Overlays worden vaak gebruikt in
plaats van voorgedrukte formulieren en papier met een briefhoofd. In plaats van een voorgedrukt briefhoofd
kunt u een overlay samenstellen die precies dezelfde informatie bevat. Als u een brief met het briefhoofd van
uw bedrijf wilt afdrukken, hoeft u geen voorbedrukt briefhoofdpapier in het apparaat te plaatsen. U drukt het
briefhoofd gewoon als overlay op uw document af.
Als u een paginaoverlay wilt gebruiken, moet u een nieuwe paginaoverlay maken met uw logo of afbeelding.
Het formaat van het overlaydocument moet hetzelfde zijn als dat van de documenten die u met de
overlay afdrukt. Maak geen overlay met een watermerk.
De resolutie van het overlaydocument moet dezelfde zijn als die van het document waarop u de
overlay wilt afdrukken.
Overlay
(Een nieuwe
paginaoverlay maken)
a Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken... als u het document als een overlay wilt opslaan.
b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de vervolgkeuzelijst Tekst. Het venster
Overlay bewerken verschijnt.
c Klik in het venster Overlay bewerken op Maken.
d Typ een naam van maximaal acht tekens in het vak Bestandsnaam in het venster Opslaan als. Selecteer
indien nodig de map waarin u het overlaybestand wilt opslaan. Standaard is dit de map C:\Formover.
e Klik op Opslaan. De naam verschijnt in Overzicht overlays.
f Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten.
Het bestand wordt niet afgedrukt. Het wordt opgeslagen op de harde schijf van uw computer.
Item Omschrijving
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
80
4. Speciale functies
Overlay
(Een paginaoverlay
gebruiken)
a Klik op het tabblad Geavanceerd.
b Selecteer de gewenste overlay in de vervolgkeuzelijst Tekst.
c Als het overlaybestand dat u zoekt niet in de vervolgkeuzelijst Tekst voorkomt, selecteert u Bewerken... in
de lijst en klikt u op Laden. Selecteer het overlaybestand dat u wilt gebruiken.
Als u het gewenste overlaybestand op een externe bron hebt opgeslagen, kunt u het bestand ook laden
vanuit het venster Openen.
Klik op Openen als u het bestand hebt geladen. Het bestand verschijnt in het vak Overzicht overlays en
kan worden afgedrukt. Selecteer de overlay in de vervolgkeuzelijst Overzicht overlays.
d Schakel indien nodig het selectievakje Overlay bevestigen voor afdrukken in. Als dit selectievakje is
ingeschakeld, verschijnt telkens als u een document naar de printer verzendt een berichtvenster waarin u
gevraagd wordt om te bevestigen of u een overlay op uw document wilt afdrukken.
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld en er een overlay is geselecteerd, wordt de overlay automatisch
op uw document afgedrukt.
e Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten.
Overlay
(Een paginaoverlay
verwijderen)
a Klik in het venster Voorkeursinstellingen op het tabblad Geavanceerd.
b Selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst.
c Selecteer in het vak Overzicht overlays de overlay die u wilt verwijderen.
d Klik op Wissen.
e Als er een venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt gevraagd, klikt u op Ja.
f Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. Paginaoverlays die u niet meer
gebruikt, kunt u verwijderen.
Item Omschrijving
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken
81
4. Speciale functies
Afdrukmodus
Deze functie is alleen beschikbaar als u het optionele geheugen of de harde schijf heeft
geïnstalleerd.
Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display
verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
Afdrukmodus: de standaard Afdrukmodus is Normaal, en is bedoeld om af te drukken zonder het
afdrukbestand op te slaan in het geheugen.
- Normaal: in deze modus wordt uw document afgedrukt zonder het op te slaan in het optioneel geheugen.
- Proefafdruk: deze modus is handig als u meer dan een exemplaar wilt afdrukken. U kunt eerst een
exemplaar afdrukken om te controleren en daarna de andere exemplaren afdrukken.
- Vertrouwelijk: deze modus wordt gebruikt voor het afdrukken van vertrouwelijke documenten. U moet
een wachtwoord invoeren om af te drukken.
- Opslaan: selecteer deze instelling om een document op de harde schijf op te slaan zonder het af te
drukken.
- Wachtrij: deze optie is handig om een grote hoeveelheid gegevens te verwerken. Als u deze instelling
selecteert, wordt het document op de harde schijf in een afdrukwachtrij geplaatst en vervolgens van
daaruit afgedrukt. Op die manier wordt de belasting van de computer lager.
- Afdrukschema: selecteer deze instelling om het document op een opgegeven tijdstip af te drukken.
Gebruikersnaam: deze optie wordt gebruikt als u een opgeslagen bestand wilt vinden via het
bedieningspaneel.
Taaknaam: deze optie wordt gebruikt als u een opgeslagen bestand wilt vinden via het bedieningspaneel.
Item Omschrijving
82
4. Speciale functies
Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken (alleen voor Windows).
3
Wat is het Hulpprogramma Direct
afdrukken?
Hulpprogramma Direct afdrukken is een programma dat PRN,
TXT, TIFF, XPS en PDF-bestanden rechtstreeks naar uw printer
stuurt om ze af te drukken zonder dat u deze bestanden hoeft te
openen.
Als u dit programma wilt installeren, selecteert u Geavanceerde
installatie > Aangepaste installatie en schakelt u het
selectievakje voor het programma in tijdens de installatie van het
printerstuurprogramma.
Uw apparaat moet beschikken over een harde schijf
om met dit programma deze bestanden af te drukken.
U kunt geen PDF-bestanden afdrukken waarvoor een
afdrukbeperking geldt. Schakel de functie voor de
afdrukbeperking uit en probeer opnieuw af te drukken.
U kunt geen PDF-bestanden afdrukken die met een
wachtwoord worden beschermd. Schakel de
wachtwoordfunctie uit en probeer opnieuw af te
drukken.
Of een PDF-bestand al dan niet afgedrukt kan worden
met behulp van het hulpprogramma Direct afdrukken
hangt af van de manier waarop het PDF-bestand werd
gemaakt.
Het programma Hulpprogramma Direct afdrukken
ondersteunt PDF versie 1,7 en lager. Bestanden van
latere versies moet u openen om te kunnen afdrukken.
4
Afdrukken
Er zijn verschillende manieren waarop u kunt afdrukken met het
Hulpprogramma Direct afdrukken.
1
Selecteer in het menu Start Programma’s of Alle
programma’s > Samsung Printers > Hulpprogramma
Direct afdrukken > Hulpprogramma Direct afdrukken.
Of dubbelklik op het snelkoppelingspictogram
Hulpprogramma Direct afdrukken op uw bureaublad.
Het venster Hulpprogramma Direct afdrukken wordt
geopend.
2
Selecteer uw printer uit de vervolgkeuzelijst Printer
selecteren en klik op Bladeren.
Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken (alleen voor Windows).
83
4. Speciale functies
3
Selecteer het bestand dat u wilt afdrukken en klik op
Openen.
Het bestand wordt nu toegevoegd aan de sectie
Bestanden selecteren.
4
Pas de printerinstellingen naar wens aan.
5
Klik op Afdrukken. Het geselecteerde PDF-bestand wordt
naar de printer verzonden.
5
Via het snelkoppelingspictogram
1
Selecteer het PDF-bestand dat u wilt afdrukken en sleep
het naar de snelkoppeling van het Hulpprogramma Direct
afdrukken op uw bureaublad.
Als het standaardapparaat Hulpprogramma Direct
afdrukken niet ondersteunt, wordt er een berichtvenster
geopend waarin u wordt gevraagd om de juiste printer te
selecteren. Selecteer het juiste apparaat in de sectie
Printer selecteren.
2
De apparaatinstellingen aanpassen.
3
Klik op Afdrukken. Het geselecteerde PDF-bestand wordt
naar de printer verzonden.
6
Via het contextmenu
1
Klik met de rechtermuisknop op het PDF-bestand dat u wilt
afdrukken en kies Hulpprogramma Direct afdrukken.
Het venster Hulpprogramma Direct afdrukken wordt
geopend. Het PDF-bestand is hierin al toegevoegd.
2
Kies het te gebruiken apparaat.
3
De apparaatinstellingen aanpassen.
4
Klik op Afdrukken. Het geselecteerde PDF-bestand wordt
naar de printer verzonden.
84
4. Speciale functies
Gebruik van geheugen-/harde schijffuncties
Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige
menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit
het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw
apparaat.
7
vanuit het stuurprogramma van de printer
Als het optionele geheugen is geïnstalleerd, kunt u
gebruikmaken van geavanceerde afdrukfuncties, zoals een
afdruktaak opslaan of in de wachtrij op de harde schijf plaatsen,
een afdruktaak controleren en een persoonlijke afdruktaak
specificeren in het venster Afdrukken. Kies Eigenschappen of
Voorkeuren en stel de afdrukmodus in.
8
Via het bedieningspaneel
Als uw apparaat beschikt over een optioneel geheugen of een
optionele harde schijf, dan kunt u deze functies gebruiken via de
knop (Menu) > Systeeminst. > Taakmanagement.
Actieve taak: Alle afdruktaken die nog niet zijn afgedrukt
bevinden zich in de actieve wachtrij in de volgorde waarin u
ze naar de printer hebt gestuurd. U kunt een afdruktaak
verwijderen uit de wachtrij voordat deze wordt afgedrukt of
een afdruktaak sneller laten afdrukken.
Best.beleid: U kunt het bestandsbeleid kiezen voor het
genereren van een bestandsnaam voor u doorgaat met een
afdruktaak vanaf het optioneel geheugen. Als de naam reeds
in het optioneel geheugen is opgeslagen, wijzigt u de naam
of overschrijft u de bestaande naam.
Opgesl. taak: Hiermee kunt u een opgeslagen afdruktaak
afdrukken of verwijderen.
Na het installeren van de harde schijf kunt u ook de
vooraf gedefinieerde documentsjablonen afdrukken via
de knop (Menu) > Systeeminst. > Menu Formulier.
85
4. Speciale functies
Afdrukken in Macintosh
9
Een document afdrukken
Als u afdrukt met een Macintosh-computer moet u in elke
toepassing die u gebruikt de instellingen van het
printerstuurprogramma controleren. Volg de onderstaande
stappen om af te drukken vanaf een Macintosh-computer:
1
Open het af te drukken document.
2
Open het menu Archief en klik op Pagina-instelling
(Documentinstellingen in enkele toepassingen).
3
Selecteer papierformaat, -oriëntatie, -schaal en andere
opties, en zorg ervoor dat uw apparaat is geselecteerd.
Klik op OK.
4
Open het menu Bestand/Archief (10.4) en klik op Print.
5
Kies het aantal exemplaren en geef aan welke pagina’s u
wilt afdrukken.
6
Klik op Afdrukken.
10
Printerinstellingen wijzigen
U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer.
Open een toepassing en selecteer
Druk af
in het menu
Archief/
Bestand (10.4)
. De printernaam die in het
printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk van de
gebruikte printer. Het printereigenschappenvenster is afgezien van de
naam vergelijkbaar met het onderstaande venster.
11
Afdrukken meerdere pagina's op één blad
U kunt meer dan één pagina afdrukken op één vel papier. Dit is
een goedkope manier om conceptpagina’s af te drukken.
1
Open een toepassing en selecteer Druk af uit het menu
Archief/Bestand (10.4).
2
Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Richting.
Selecteer in de vervolgkeuzelijst Pagina´s per vel het
aantal pagina’s dat u op één vel papier wilt afdrukken.
3
Kies de andere te gebruiken opties.
4
Klik op
Afdrukken
.
Het apparaat drukt het gekozen aantal pagina´s op één vel
papier af.
Afdrukken in Macintosh
86
4. Speciale functies
12
Dubbelzijdig afdrukken
Voordat u dubbelzijdig afdrukt, moet u aangeven langs welke
rand u de pagina’s wilt inbinden. De bindopties zijn:
Lange kant binden: dit is de klassieke opmaak die bij het
boekbinden wordt gebruikt.
Korte kant binden: deze optie wordt vaak gebruikt voor
kalenders.
1
Selecteer Druk af in het menu Archief/Bestand (10.4)
van uw Macintosh-toepassing.
2
Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Richting.
3
Selecteer een bindrichting in de optie Dubbelzijdig
afdrukken/Dubbelzijdig (10.4).
4
Kies de andere te gebruiken opties.
5
Als u op Druk af klikt, drukt de printer op beide zijden van
het papier af.
Als u meer dan 2 kopieën afdrukt, kunnen de eerste en
de tweede kopie op hetzelfde vel papier worden
afgedrukt. Vermijd op beide zijden van het papier af te
drukken als u meer dan 1 kopie afdrukt.
13
Help gebruiken
Klik op het vraagteken in de linkeronderhoek van het venster en
klik op het onderwerp waarover u meer wilt weten. Er verschijnt
een pop-upvenster met informatie over de functie van die optie
waarover het stuurprogramma beschikt.
87
4. Speciale functies
Afdrukken in Linux
14
Afdrukken vanuit een toepassing
Vanuit een groot aantal Linux-toepassingen kunt u afdrukken
met Common UNIX Printing System (CUPS). U kunt vanuit al
deze toepassingen met uw printer afdrukken.
1
Open een toepassing en selecteer Print in het menu File.
2
Selecteer rechtstreeks Print via lpr.
3
Selecteer uw model uit de lijst met printers in het venster
LPR GUI en klik op Properties.
4
Wijzig de eigenschappen van de afdruktaak met behulp
van de volgende vier tabbladen die bovenaan in het
venster worden weergegeven.
General: Wijzigt het papierformaat, papiertype en de
afdrukstand van de documenten. Hiermee kunt u de
functie dubbelzijdig afdrukken inschakelen, start- en
eindvaandels toevoegen en het aantal pagina’s per vel
wijzigen.
Text: Stelt de paginamarges en tekstopties, zoals
regelafstand en kolommen in.
Graphics: Op dit tabblad kunt u afbeeldingsopties
instellen voor het afdrukken van
afbeeldingsbestanden, zoals kleuropties en grootte of
positie van de afbeelding.
•Advanced: Afdrukresolutie, papierbron en bestemming
instellen.
5
Klik op Apply om de wijzigingen toe te passen en sluit het
venster Properties.
6
Klik op OK in het venster LPR GUI om met afdrukken te
beginnen.
7
Het venster Printing verschijnt. Hierin kunt u de status van
de afdruktaak controleren.
Klik op Cancel als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.
15
Bestanden afdrukken
U kunt een groot aantal bestandstypen afdrukken op dit
apparaat door de standaard-CUPS-methode direct vanaf de
opdrachtregel toe te passen. Met het CUPS-lpr-hulpgramma
kunt u dat doen, maar het programma uit het besturingsbestand
vervang het standaard lpr-hulpprogramma door een veel
gebruiksvriendelijker LPR GUI-programma.
Afdrukken in Linux
88
4. Speciale functies
Zo drukt u elk bestand af:
1
Typ lpr <bestandsnaam> op de commandoregel van de
Linux-shell en druk op Enter. Het venster LPR GUI wordt
geopend.
Wanneer u enkel lpr typt en op Enter drukt, verschijnt
eerst het venster Select file(s) to print. Selecteer de
bestanden die u wilt afdrukken en klik op Open.
2
In het venster LPR GUI selecteert u uw apparaat uit de lijst
en wijzigt u de eigenschappen van de afdruktaak.
3
Klik op OK om met afdrukken te beginnen.
16
Printereigenschappen configureren
In Printer Properties dat u kunt openen in het venster Printers
configuration kunt u de verschillende eigenschappen van uw
printer wijzigen.
1
Open Unified Driver Configurator.
Schakel indien nodig over naar Printers configuration.
2
Selecteer uw apparaat in de lijst met beschikbare printers
en klik op Properties.
3
Het venster Printer Properties wordt geopend.
Dit venster bestaat uit de volgende vijf tabbladen:
General: locatie en naam van de printer wijzigen. De
naam die u op dit tabblad invoert, wordt weergegeven
in de printerlijst in Printers configuration.
Connection: een andere poort bekijken of selecteren.
Als u de poort van het apparaat van USB wijzigt in
parallel of omgekeerd terwijl de printer in gebruik is,
moet u de poort van het apparaat op dit tabblad
opnieuw configureren.
Driver: Hiermee kunt u een ander
printerstuurprogramma bekijken of selecteren. Klik op
Options als u de standaardopties van het apparaat wilt
instellen.
Jobs: de lijst met afdruktaken weergeven. Klik op
Cancel job om de geselecteerde taak te annuleren.
Schakel het selectievakje Show completed jobs in om
een lijst met vorige afdruktaken weer te geven.
Classes: Hier ziet u de klasse waartoe uw apparaat
behoort. Klik op Add to Class om uw apparaat toe te
voegen aan een bepaalde klasse of klik op Remove
from Class als u het apparaat wilt verwijderen uit een
geselecteerde klasse.
4
Klik op OK om de wijzigingen toe te passen en sluit het
venster Printer Properties.
89
4. Speciale functies
Afdrukken in Unix
17
Doorgaan met de afdruktaak
Kies na de installatie van de printer een afbeelding, tekst, PS- of
HPGL-bestand om af te drukken.
1
Voer de opdracht "printui <file_name_to_print>" uit.
U wilt bijvoorbeeld "document1" afdrukken.
printui document1
Hiermee wordt Print Job Manager van het UNIX-
printerstuurprogramma geopend waarin de gebruiker
verschillende afdrukopties kan instellen.
2
Selecteer een printer die reeds is toegevoegd.
3
Selecteer de afdrukopties uit het venster, zoals Page
Selection.
4
Selecteer in Number of Copies hoeveel exemplaren u
nodig hebt.
Druk op Properties om gebruik te maken van de
printerfuncties die uw printerstuurprogramma biedt (zie
"Printerinstellingen wijzigen" op pagina 85).
5
Druk op OK om te beginnen met de afdruktaak.
18
Printerinstellingen wijzigen
Het UNIX-printerstuurprogramma Print Job Manager waarin de
gebruiker verschillende afdrukopties kan selecteren in printer
Properties.
De volgende sneltoetsen kunnen worden gebruikt: "H" voor
Help, "O" voor OK, "A" voor Apply en "C" voor Cancel.
Het tabblad General
Paper Size: Hiermee kunt u naar eigen keuze het
papierformaat instellen op A4, Letter of andere
papierformaten.
Paper Type: hiermee kiest u het type papier. Beschikbare
opties uit de keuzelijst zijn: Printer Default, Plain en Thick.
Paper Source: Kiest uit welke lade het papier gehaald moet
worden. De standaardinstelling is Auto Selection.
Orientation: hiermee selecteert u de richting waarin
informatie wordt afgedrukt op een pagina.
Duplex: hiermee worden beide zijden van het papier bedrukt
om papier te besparen.
Multiple pages: Hiermee worden meerdere pagina’s
afgedrukt op één vel papier.
Page Border: Hiermee kunt een van de randstijlen kiezen
(bv.: Single-line hairline, Double-line hairline).
Afdrukken in Unix
90
4. Speciale functies
Het tabblad Image
Op dit tabblad kunt u de helderheid, resolutie of de positie van
een afbeelding op uw document wijzigen.
Het tabblad Text
Stel de tekenafstand, regelafstand of de kolommen op de afdruk
in.
Het tabblad HPGL/2
Use only black pen: Hiermee worden alle grafische
elementen in zwart/wit afgedrukt.
Fit plot to page: Hiermee wordt de volledige afbeelding
aangepast zodat ze op een enkele pagina past.
Pen Width: Hiermee kunt u de waarde voor de pendikte
wijzigen. De standaardwaarde is 1.000.
Het tabblad Margins
Use Margins: Hiermee stelt u de marges van het document
in. De marges zijn standaard uitgeschakeld. De gebruiker kan
de marges instellen door de waarde in de respectieve velden
aan te passen. Standaard worden deze waarden bepaald
door het geselecteerde papierformaat.
Unit: Hiermee kunt u de eenheden wijzigen in points, inches
of centimeters.
Het tabblad Printer-Specific Settings
Selecteer verschillende opties in de JCL en General frames om
verschillende instellingen aan te passen. Deze opties zijn
specifiek voor de printer en afhankelijk van het PPD-bestand.
5. Onderhoud
Dit hoofdstuk introduceert beheerprogramma’s waarmee u de
mogelijkheden van uw apparaat maximaal kunt benutten. Er wordt ook
informatie gegeven over het onderhoud van de tonercassette.
De tonercassette bewaren 92
Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw
apparaat 94
Nuttige beheerprogramma´s 95
92
5. Onderhoud
De tonercassette bewaren
Tonercassettes bevatten componenten die gevoelig zijn voor
licht, temperatuur en vochtigheid. Samsung raadt u aan deze
aanbevelingen te volgen met het oog op optimale prestaties, de
hoogste kwaliteit en de langste gebruiksduur van uw nieuwe
Samsung-tonercassette.
Bewaar deze cassette op de plaats waar de printer wordt
gebruikt; idealiter in een omgeving met gecontroleerde
temperatuur en vochtigheid. Haal de tonercassette pas uit haar
originele, ongeopende verpakking op het moment dat u de
cassette gaat installeren. Als de originele verpakking ontbreekt,
moet u de bovenste opening van de cassette bedekken met
papier en moet u de cassette in een donkere kast bewaren.
Door de verpakking van de cassette te openen voor u de
cassette in gebruik neemt, zal de levensduur en bewaartijd van
de cassette aanzienlijk verkorten. Plaats ze niet op de vloer. Volg
de onderstaande procedures om een tonercassette die u uit de
printer hebt verwijderd te bewaren.
Bewaar de cassette in de beschermhoes van de originele
verpakking.
Bewaar de tonercassette liggend (niet staand) met dezelfde
kant boven als bij de installatie.
Bewaar geen verbruiksartikelen onder de volgende
omstandigheden:
- bij temperaturen boven 40 °C.
- in een omgeving met een luchtvochtigheid lager dan 20%
of hoger dan 80%.
- in een omgeving met extreme temperatuur- of
vochtigheidsschommelingen.
- in direct zon- of kunstlicht.
- op stoffige plaatsen.
- in een auto gedurende een lange periode.
- in een omgeving met corrosieve gassen.
- in een omgeving met zilte lucht.
1
Behandelingsrichtlijnen
Raak het oppervlak van de fotogeleidende drum in de
cassette niet aan.
Stel de cassette niet nodeloos bloot aan schokken of
trillingen.
Roteer de drum niet handmatig, vooral in de tegengestelde
richting. Dit kan interne schade en een tonerlek veroorzaken.
De tonercassette bewaren
93
5. Onderhoud
2
Gebruik tonercassette
Samsung Electronics raadt het gebruik van tonercassettes van
andere merken dan Samsung af, met inbegrip van generische,
hervulde of gerecycleerde tonercassettes of tonercassettes van
witte producten.
De printergarantie van Samsung dekt geen schade aan
het apparaat die ontstaan is door het gebruik van een
bijgevulde cassette, gerecyclede cassette of een
tonercassette van een ander merk dan Samsung.
3
Geschatte levensduur van cassette
De geschatte levensduur van een cassette is afhankelijk van de
hoeveelheid toner die afdruktaken vereisen. Het werkelijk aantal
pagina’s kan variëren afhankelijk van de afdrukdichtheid van de
pagina’s waarop u afdrukt, het besturingssysteem, de tijd tussen
de afdruktaken, het type media en het mediaformaat. Als u
bijvoorbeeld veel afbeeldingen afdrukt, wordt er meer toner
verbruikt en moet de cassette waarschijnlijk vaker worden
vervangen.
94
5. Onderhoud
Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat
U mag het apparaat bij het verplaatsen niet ondersteboven of
op zijn kant houden. Er kan hierbij toner vrijkomen in het
apparaat waardoor er schade aan het apparaat kan ontstaan
of de afdrukkwaliteit kan verslechteren.
Als u het apparaat verplaatst, moet u ervoor zorgen dat ten
minste twee mensen het apparaat goed vasthouden.
95
5. Onderhoud
Nuttige beheerprogramma´s
4
Samsung AnyWeb Print
Met dit hulpprogramma kunt u van schermen in Windows
Internet Explorer een schermopname of afdrukvoorbeeld maken
en afdrukken, op een veel eenvoudigere manier dan in het
gebruikelijke programma. Klik op Start > Alle programma’s >
Samsung Printers > Samsung AnyWeb Print > Download
the latest version om naar de website te gaan waar u het
hulpprogramma kunt downloaden.
5
SyncThru™ Web Service gebruiken
Voor SyncThru™ Web Service is minimaal Internet
Explorer 6.0 of hoger vereist.
De uitleg over SyncThru™ Web Service in deze
gebruikershandleiding kan afhankelijk zijn van de
opties en het model, en komt mogelijk niet helemaal
overeen met uw apparaat.
Alleen voor netwerkmodel.
SyncThru™ Web Service weergeven
1
Open een webbrowser in Windows, zoals Internet
Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx)
in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga
naar.
2
De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
Aanmelden bij SyncThru™ Web Service
Voor u de opties in SyncThru™ Web Service kunt instellen, moet
u zich aanmelden als beheerder. U kunt SyncThru™ Web
Service nog altijd gebruiken zonder u aan te melden, maar u zult
geen toegang hebben tot het tabblad Settings en het tabblad
Security.
1
Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de
SyncThru™ Web Service-website.
2
Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik
vervolgens op Login.
ID: admin
Password: sec00000
Nuttige beheerprogramma´s
96
5. Onderhoud
SyncThru™ Web Service overzicht
Afhankelijk van uw model zullen sommige menu’s
mogelijk niet verschijnen.
Het tabblad Information
Op dit tabblad wordt algemene informatie over het apparaat
weergegeven. U kunt diverse gegevens controleren, waaronder
de resterende hoeveelheid toner. U kunt ook rapporten
afdrukken, zoals een foutenrapport.
Active Alerts: Toont de waarschuwingen die in het apparaat
zijn gegenereerd en hun ernst.
Supplies: Toont hoeveel pagina´s zijn afgedrukt en hoeveel
toner er nog in de cassette zit.
Usage Counters: Toont het tellers van het aantal vellen per
type afdruk: enkelzijdig en dubbelzijdig.
Current Settings: Toont informatie of het apparaat en het
netwerk.
Print information: Drukt rapporten af zoals
systeemgerelateerde rapporten, e-mailadressen en
lettertyperapporten.
Het tabblad Settings
Op dit tabblad kunt u de configuratie van uw apparaat en netwerk
instellen. U moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad
weer te geven.
Het tabblad Machine Settings: Stelt de door uw machine
geleverde opties in.
Het tabblad Network Settings: Toont opties voor de
netwerkomgeving. Stelt opties in zoals TCP/IP en
netwerkprotocollen.
Het tabblad Security
Op dit tabblad kunt u de beveiligingsgegevens van uw systeem
en van het netwerk instellen. U moet zich aanmelden als
beheerder om dit tabblad weer te geven.
System Security: Stelt de gegevens van de
systeembeheerder in en schakelt tevens de apparaatfuncties
in- of uit.
Network Security: Stelt instellingen voor HTTPs, IPSec,
IPv4/IPv6 filtering, 802.1x en verificatieservers in.
Nuttige beheerprogramma´s
97
5. Onderhoud
Het tabblad Maintenance
Op dit tabblad kunt u uw apparaat onderhouden door de
firmware te upgraden en contactgegevens voor het versturen
van e-mails in te stellen. U kunt ook verbinding maken met de
website van Samsung of stuurprogramma's downloaden door
het menu Link te selecteren.
Firmware Upgrade: Bijwerken van de firmware van uw
apparaat.
Contact Information: Contactgegevens tonen.
Link: Toont koppelingen naar nuttige sites waar u informatie
kunt downloaden of lezen.
E-mailmelding instellen
U kunt e-mails ontvangen over de status van uw apparaat door
deze optie in te stellen. Door gegevens, zoals IP-adressen,
hostnaam, e-mailadressen en SMTP-servergegevens in te
stellen zal de apparaatstatus (tonercassette leeg of
machinefout) automatisch naar het e-mailadres van een bepaald
persoon worden verzonden. Deze optie wordt mogelijk vaker
gebruikt door een apparaatbeheerder.
1
Open een webbrowser in Windows, zoals Internet
Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx)
in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga
naar.
2
De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
3
Selecteer Machine Settings > E-mail Notification op het
tabblad Settings.
Als u de server voor uitgaande e-mail nog niet hebt
geconfigureerd, gaat u naar Settings > Network
Settings > Outgoing Mail Server(SMTP) om de
netwerkomgeving te configureren voor u e-mailmelding
instelt.
4
Schakel het selectievakje voor Enable in om E-mail
Notification te gebruiken.
5
Klik op de knop Add om een gebruiker van e-mailmelding
in te stellen.
Stel de naam van de ontvanger in en het (de) e-
mailadres(sen) met meldingsitems waarvoor u een
waarschuwing wilt ontvangen.
Nuttige beheerprogramma´s
98
5. Onderhoud
6
Klik op Apply.
Als de firewall is ingeschakeld, zal de e-mail mogelijk niet
verzonden kunnen worden. Neem in dat geval contact op
met de netwerkbeheerder.
Informatie over de systeembeheerder instellen
Deze instelling is nodig om gebruik te kunnen maken van de
optie e-mailmelding.
1
Open een webbrowser in Windows, zoals Internet
Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx)
in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga
naar.
2
De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
3
Selecteer op het tabblad Security System Security >
System Administrator.
4
Voer de naam, het telefoonnummer, locatie en e-
mailadres van de beheerder in.
5
Klik op Apply.
6
Gebruiken van Samsung Easy Printer
Manager (alleen voor Windows)
Samsung Easy Printer Manager is een Windows-programma
waarbinnen alle printerinstellingen van Samsung op een enkele
plaats samengebracht zijn. Samsung Easy Printer Manager
combineert printerinstellingen met omgevingsfactoren,
instellingen/taakopties en startopties. Met al deze functies heeft
overzichtelijk toegang tot alle functies van uw Samsung-printer.
Easy Printer Manager biedt twee verschillende interfaces
waaruit de gebruiker kan kiezen: een basisinterface en een
interface voor gevorderde gebruikers. Overschakelen tussen de
twee interfaces is eenvoudig: klik gewoon op een knop.
Voor Samsung Easy Printer Manager is minimaal
Internet Explorer 6.0 of hoger vereist.
Nuttige beheerprogramma´s
99
5. Onderhoud
Informatie over Samsung Easy Printer Manager
Openen van het programma:
Kies Start > Programma´s or Alle Programma´s > Samsung
Printers > Samsung Easy Printer Manager > Samsung Easy
Printer Manager.
De Easy Printer Manager-interface bestaat uit verschillende
kaders die in de onderstaande tabel worden beschreven:
1
Printerlijst De printerlijst toont pictogrammen die
corresponderen met de foutstatus van
aangetroffen netwerk- en lokale printers.
2
Printerinfor
matie
In dit kader staat algemene informatie over uw
apparaat. U kunt deze informatie controleren,
zoals de naam van het printermodel, het IP-
adres (of poortnummer) en de printerstatus.
Knop Gebruikershandleiding:
Deze knop verandert in
Probleemoplossingsgids als er een
fout optreedt. U kunt direct naar het
desbetreffende deel in de
gebruikershandleiding gaan.
3
Programma
-informatie
Bevat koppelingen voor overschakelen naar
geavanceerde instellingen,
voorkeursinstellingen, hulp en informatie over
het programma.
Met de knop kunt u de interface
wijzigen in de interface voor
gevorderde gebruikers.
4
Snelkoppeli
ngen
Toont Snelkoppelingen naar printerspecifieke
functies. Dit gedeelte bevat ook koppelingen
naar toepassingen in de geavanceerde
instellingen.
Nuttige beheerprogramma´s
100
5. Onderhoud
Klik achtereenvolgens op de knop Help ( ) rechtsboven
in het venster en de optie waarover u meer wilt weten.
Overzicht interface instellingen voor gevorderde
gebruikers
De interface voor gevorderde gebruikers is bedoeld voor de
beheerder van het netwerk en de printers.
Apparaatinstellingen
U kunt verschillende apparaatinstellingen zoals papier, indeling,
emulatie, netwerk en afdrukinformatie instellen.
Advarselsindstilling
Dit menu bevat instellingen gerelateerd aan de waarschuwingen
over fouten en storingen.
Printerwaarschuwing: Levert instellingen met betrekking tot
wanneer waarschuwingen ontvangen worden.
E-mailwaarschuwing: Levert opties met betrekking tot het
ontvangen van waarschuwingen via e-mail.
Geschiedenis waarschuwingen: Levert een geschiedenis
met betrekking tot waarschuwingen gerelateerd aan het
apparaat en de toner.
Taakaccountbeheer
Levert een overzicht van informatie over de verdeling van
afdruktaken per specifieke gebruiker. Deze verdeling kan
aangemaakt en toegepast worden op op apparaten via
taakaccountancysoftware zoals SyncThru™ of de CounThru™
administratiesoftware.
5
Inhoud Toont informatie over de geselecteede printer,
het niveau van de toner en het papier. De
informatie wijzigt naargelang de gekozen
printer. Niet alle apparaten beschikken over
deze functie.
6
Benodighe
den
bestellen
Klik op de knop Bestellen in het deelvenster
om verbruiksartikelen te bestellen. U kunt
online reservetonercassette(s) bestellen.
Nuttige beheerprogramma´s
101
5. Onderhoud
7
Gebruiken van Samsung-printerstatus
(alleen voor Windows)
Samsung-printerstatus is een programma dat de status van de
printer controleert en u daarvan op de hoogte houdt.
Het venster Samsung-printerstatus en de inhoud die in
deze gebruikershandleiding worden getoond, kunnen
verschillen afhankelijk van de gebruikte printer of het
gebruikte besturingssysteem.
Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn
met uw apparaat (zie basishandleiding).
Overzicht Samsung-printerstatus
Als er een fout optreedt tijdens het gebruik van het apparaat,
kunt u de fout controleren in Samsung-printerstatus. Samsung-
printerstatus wordt automatisch geïnstalleerd wanneer u de
apparaatsoftware installeert.
U kunt Samsung-printerstatus ook handmatig opstarten. Ga
naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het
tabblad Basis > de knop Printerstatus.
Deze pictogrammen verschijnen op de Windows-taakbalk:
Picto
gram
betekent Omschrijving
Normaal Het apparaat staat klaar voor gebruik en er
zijn geen fouten of waarschuwingen.
Waarschu
wing
Het apparaat is in een toestand waarin er in
de toekomst een fout kan optreden. Dit is
bijvoorbeeld als het niveau van de toner laag
is, wat kan leiden tot de toner-leegstatus.
Fout Er is minstens één fout in het apparaat.
Nuttige beheerprogramma´s
102
5. Onderhoud
8
Gebruiken van Smart Panel (alleen voor
Macintosh en Linux)
Smart Panel is een programma waarmee de status van het
apparaat wordt bewaakt. U kunt de status bekijken en de
apparaatinstellingen aanpassen. Bij Macintosh wordt Smart
Panel automatisch geïnstalleerd op het moment dat u de
apparaatsoftware installeert. Voor Linux kunt u Smart Panel
downloaden van de website van Samsung (zie "Smart Panel
installeren" op pagina 8).
Het venster Smart Panel en de inhoud die in deze
gebruikershandleiding worden getoond, kunnen
verschillen afhankelijk van de gebruikte printer of het
gebruikte besturingssysteem.
Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn
met uw apparaat (zie basishandleiding).
Overzicht Smart Panel
Als er een fout optreedt tijdens het gebruik, kunt u de fout
controleren in Smart Panel. U kunt Smart Panel ook handmatig
starten.
1
Tonerniveau Hier wordt het resterende tonerniveau in de
cassette(s) weergegeven. Het apparaat en
het aantal tonercassette(s) in het
bovenstaande venster kunnen verschillen
afhankelijk van de gebruikte printer. Niet
alle apparaten beschikken over deze
functie.
2
Waarschuw.inst
ellingen
Selecteer de gewenste instellingen in het
venster Opties.
3
Benod.
bestellen
U kunt reservetonercassette(s) online
bestellen.
4
Problemen
oplossen
U kunt direct naar het deel met de
probleemoplossing gaan in de
gebruikershandleiding.
5 Sluiten Sluit het venster.
Nuttige beheerprogramma´s
103
5. Onderhoud
Macintosh
Klik op het Smart Panel-pictogram op de
menubalk.
Linux
Dubbelklik op het Smart Panel-pictogram in
het berichtenkader.
1
Tonerniveau Hier wordt het resterende tonerniveau in de
cassette(s) weergegeven. Het apparaat en
het aantal tonercassette(s) in het
bovenstaande venster kunnen verschillen
afhankelijk van de gebruikte printer. Niet
alle apparaten beschikken over deze
functie.
2
Nu kopen U kunt online reservetonercassette(s)
bestellen.
3
Gebruikershan
dleiding
U kunt de Onlinegebruikershandleiding
bekijken.
Deze knop verandert in
Probleemoplossingsgids als er
een fout optreedt. U kunt direct
naar het deel met de
probleemoplossing gaan in de
gebruikershandleiding.
4
Instelling
printer
U kunt diverse apparaatinstellingen
configureren in het venster Hulpprogramma
Printerinstellingen. Niet alle apparaten
beschikken over deze functie.
Als u uw apparaat op een netwerk
aansluit, verschijnt het venster
SyncThru™ Web Service in
plaats van Hulpprogramma
Printerinstellingen.
Nuttige beheerprogramma´s
104
5. Onderhoud
Wijzigen van de instellingen van Smart Panel
Klik met de rechtermuisknop in Linux of Mac OS X op het
pictogram voor Smart Panel en selecteer Opties. Selecteer de
gewenste instellingen in het venster Opties.
9
De Linux Unified Driver Configurator
gebruiken
Unified Linux Driver Configurator is een hulpprogramma dat
hoofdzakelijk bestemd is voor de configuratie van apparaten. U
moet Unified Linux Driver installeren om Unified Driver
Configurator te kunnen gebruiken (zie "Installatie voor Linux" op
pagina 8).
Na de installatie van het stuurprogramma op uw Linux-systeem
wordt automatisch het pictogram voor Unified Driver
Configurator op uw bureaublad geplaatst.
Unified Driver Configurator openen
1
Dubbelklik op Unified Driver Configurator op het
bureaublad.
U kunt ook op pictogram van het menu Startup klikken en
Samsung Unified Driver > Unified Driver Configurator
selecteren.
2
Klik op de knoppen links om het overeenkomstige
configuratievenster te openen.
Klik op Help voor schermhulp.
1 Printer Configuration
2 Port Configuration
Nuttige beheerprogramma´s
105
5. Onderhoud
3
Breng de wijzigingen aan in de configuratie en klik op Exit
om Unified Driver Configurator te sluiten.
Printers configuration
Printers configuration bevat twee tabbladen: Printers en
Classes.
Het tabblad Printers
Klik op het pictogram van het apparaat links in het venster
Unified Driver Configurator om de printerconfiguratie van het
huidige systeem weer te geven.
De bedieningsknoppen van de printer zijn:
Refresh: hiermee vernieuwt u de lijst met beschikbare
apparaten.
Add Printer: hiermee voegt u een nieuw apparaat toe.
Remove Printer: hiermee verwijdert u het geselecteerde
apparaat.
Set as Default: hiermee stelt u het geselecteerde apparaat
in als standaardapparaat.
Stop/Start: hiermee kunt u het apparaat stoppen/starten.
Test: hiermee kunt u een testpagina afdrukken om te
controleren of de printer goed werkt.
Properties: Hiermee kunt u de eigenschappen van de printer
weergeven en wijzigen.
1 Schakelt naar Printers configuration.
2 Hier worden alle geïnstalleerde apparaten weergegeven.
3
Hiermee worden de status, modelnaam en URI van uw
apparaat weergegeven.
Nuttige beheerprogramma´s
106
5. Onderhoud
Het tabblad Classes
Op het tabblad Classes wordt een lijst met beschikbare
apparaatklassen weergegeven.
Refresh: vernieuwt de lijst met klassen.
Add Class: hiermee kunt u een nieuwe apparaatklasse
toevoegen.
Remove Class: hiermee verwijdert u de geselecteerde
apparaatklasse.
Ports configuration
In dit venster kunt u de lijst met beschikbare poorten weergeven,
de status van elke poort controleren en een poort vrijgeven die
bezet wordt door een afgebroken taak.
Refresh: hiermee vernieuwt u de lijst met beschikbare
poorten.
Release port: hiermee kunt u de geselecteerde poort
vrijgeven.
1 Hiermee geeft u alle apparaatklassen weer.
2
Hiermee geeft u de status van de klasse en het aantal
apparaten in de klasse aan.
1
2
1 Schakelt naar Ports configuration.
2 Alle beschikbare poorten.
3
Hiermee geeft u het poorttype, het op de poort aangesloten
apparaat en de status weer.
6. Problemen oplossen
In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een
probleem optreedt.
Problemen met papierinvoer 108
Problemen met de voeding en het netsnoer 109
Afdrukproblemen 110
Problemen met de afdrukkwaliteit 114
Problemen met het besturingssysteem 122
108
6. Problemen oplossen
Problemen met papierinvoer
Toestand Voorgestelde oplossing
Het papier loopt vast tijdens het
afdrukken.
Verwijder het vastgelopen papier.
Papier kleeft aan elkaar.
Controleer de maximale papiercapaciteit van de lade.
Zorg dat u een geschikte papiersoort gebruikt.
Haal het papier uit de lade en buig het of waaier het uit.
In vochtige omstandigheden kunnen bepaalde papiersoorten aan elkaar blijven kleven.
Invoerprobleem met een aantal
vellen tegelijk.
Er kan niet meer dan één papiersoort tegelijk in de lade worden geplaatst. Plaats alleen papier van hetzelfde
soort en hetzelfde formaat en gewicht.
Afdrukpapier wordt niet
ingevoerd.
Verwijder vastgelopen papier in het apparaat.
Het papier werd niet goed in de lade gelegd. Verwijder het papier en plaats het op de juiste manier in de
lade.
Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier.
Het papier is te dik. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties van het apparaat.
Het papier blijft vastlopen.
Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier. Gebruik de multifunctionele lade (of de
handmatige papierinvoer) om af te drukken op speciale materialen.
U gebruikt een verkeerde papiersoort. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties van het
apparaat.
Misschien zitten er materiaalresten in het apparaat. Open de voorklep en verwijder de resten.
Transparanten plakken aan elkaar
in de papieruitvoerlade.
Gebruik alleen transparanten die speciaal zijn bedoeld voor laserprinters. Verwijder elk transparant zodra het
is uitgevoerd.
Enveloppen trekken scheef of
worden niet goed ingevoerd.
Zorg dat de papiergeleiders aan beide kanten van de envelop goed zijn ingesteld (ze moeten de
envelop net raken).
109
6. Problemen oplossen
Problemen met de voeding en het netsnoer
Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over het oplossen van problemen met de netvoeding.
Toestand Voorgestelde oplossing
Het apparaat krijgt geen stroom,
of de verbindingskabel tussen de
computer en het apparaat is niet
goed aangesloten.
Sluit de machine eerst aan op het stopcontact en druk op de knop (Power) op het
bedieningspaneel.
Maak de kabel van het apparaat los en sluit deze opnieuw aan.
110
6. Problemen oplossen
Afdrukproblemen
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Het apparaat drukt
niet af.
Het apparaat krijgt geen stroom. Controleer of het netsnoer is aangesloten. Controleer de aan/uit-
schakelaar en het stopcontact.
Het apparaat is niet als
standaardprinter geselecteerd.
Selecteer uw printer als standaardprinter in Windows.
Controleer het volgende:
De klep aan de voorzijde is niet gesloten. Sluit de voorklep.
Er is een papierstoring opgetreden. Verwijder het vastgelopen papier.
De papierlade is leeg. Vul papier bij.
Er is geen tonercassette geplaatst. Plaats een tonercassette.
Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als er een systeemfout optreedt.
De verbindingskabel tussen de
computer en het apparaat is niet goed
aangesloten.
Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan.
De verbindingskabel tussen de
computer en het apparaat is mogelijk
defect.
Sluit de kabel indien mogelijk aan op een andere computer die naar
behoren werkt en druk een document af. U kunt ook proberen om een
andere kabel voor uw apparaat te gebruiken.
De poortinstelling is niet juist. Controleer de printerinstellingen in Windows om vast te stellen of de
afdruktaak naar de juiste poort wordt gestuurd. Als uw computer
meerdere poorten heeft, controleert u of het apparaat op de juiste poort
is aangesloten.
Het apparaat is mogelijk niet goed
geconfigureerd.
Controleer de Voorkeursinstellingen voor afdrukken om na te gaan
of alle afdrukinstellingen correct zijn.
Afdrukproblemen
111
6. Problemen oplossen
Het apparaat drukt
niet af.
Mogelijk is het printerstuurprogramma
niet goed geïnstalleerd.
Deïnstalleer het stuurprogramma van uw printer en installeer het
programma opnieuw.
Het apparaat werkt niet goed. Kijk of het display van het bedieningspaneel een systeemfout
aangeeft. Neem contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Het document is zo groot dat er niet
voldoende ruimte op de harde schijf van
de computer is om toegang te krijgen
tot de afdruktaak.
Maak extra ruimte op de harde schijf vrij en druk het document
opnieuw af.
De uitvoerlade is vol. Wanneer het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat het apparaat
door met afdrukken.
Het apparaat haalt
papier uit de
verkeerde invoer.
De papieroptie die in
Voorkeursinstellingen voor
afdrukken is geselecteerd is mogelijk
onjuist.
In veel softwaretoepassingen kunt u de papierbron instellen op het
tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken. Selecteer
de juiste papierbron. Raadpleeg de help bij het
printerstuurprogramma.
Een afdruktaak
wordt uiterst
langzaam afgedrukt.
Mogelijk is de afdruktaak zeer complex. Maak de pagina minder complex of wijzig de instellingen voor de
afdrukkwaliteit.
De helft van de
pagina is blanco.
Mogelijk is de afdrukstand verkeerd
ingesteld.
Wijzig de afdrukstand in het desbetreffende programma. Raadpleeg
de help bij het printerstuurprogramma.
Het ingestelde papierformaat stemt niet
overeen met het formaat van het papier
in de lade.
Controleer of het papierformaat in de printerinstellingen overeenstemt
met het papier in de lade of met de papierselectie in de instellingen van
de softwaretoepassing die u gebruikt.
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Afdrukproblemen
112
6. Problemen oplossen
Het apparaat drukt
wel af, maar de tekst
is niet correct,
vervormd of niet
volledig.
De kabel van het apparaat zit los of is
defect.
Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan. Druk
een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Sluit
de kabel en het apparaat indien mogelijk aan op een andere computer
en druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen
afdrukken. Als dit alles niet helpt, probeert u een nieuwe printerkabel.
Het verkeerde printerstuurprogramma
is geselecteerd.
Controleer in het afdrukmenu van de toepassing of u de juiste printer
hebt geselecteerd.
De softwaretoepassing werkt niet naar
behoren.
Probeer een document af te drukken vanuit een andere toepassing.
Het besturingssysteem werkt niet naar
behoren.
Sluit Windows af en start de computer opnieuw op. Schakel het
apparaat uit en weer in.
Als u in een DOS-omgeving werkt, is
het mogelijk dat het lettertype voor uw
apparaat verkeerd is ingesteld.
zie "De lettertype-instelling wijzigen" op pagina 71.
Er worden blanco
pagina’s afgedrukt.
De tonercassette is leeg of beschadigd. Herverdeel indien nodig het tonerpoeder. Vervang indien nodig de
tonercassette.
Mogelijk bevat het bestand blanco
pagina’s.
Controleer of het bestand blanco pagina’s bevat.
Mogelijk is een onderdeel van het
apparaat defect (bijvoorbeeld de
controller of het moederbord).
Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Afdrukproblemen
113
6. Problemen oplossen
Het apparaat drukt het
PDF-bestand niet juist
af. Sommige delen van
afbeeldingen, tekst of
illustraties ontbreken.
Incompatibiliteit tussen het PDF-
bestand en de Acrobat-producten.
Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken
als een afbeelding. Schakel Print As Image uit de afdrukopties van
Acrobat in.
Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd
in beslag.
De afdrukkwaliteit van
foto’s is niet goed. De
afbeeldingen zijn niet
duidelijk.
De resolutie van de foto is zeer laag. Verklein de afmetingen van de foto. Als u de afmetingen van de foto in
het programma vergroot, wordt de resolutie verlaagd.
Er komt voor het
afdrukken ter hoogte
van de uitvoerlade
stoom uit het apparaat.
Het gebruik van geperforeerd papier
kan damp veroorzaken tijdens het
afdrukken.
Dit is geen probleem. Ga gewoon door met afdrukken.
Het apparaat drukt
geen speciaal papier
zoals rekeningpapier
af.
Het papierformaat en de
papierformaatinstelling komen niet
overeen.
Stel het juiste papierformaat in onder Aangepast in het tabblad Papier
in Voorkeursinstellingen.
Het afgedrukte
papier krult op.
De instelling voor de papiersoort klopt
niet.
Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar de
Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier
en stel het type in op Dik papier.
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
114
6. Problemen oplossen
Problemen met de afdrukkwaliteit
Vuil aan de binnenkant van het apparaat of verkeerd geplaatst papier kan leiden tot een verminderde afdrukkwaliteit. Raadpleeg de
onderstaande tabel om het probleem te verhelpen.
Toestand Voorgestelde oplossing
Lichte of vage afdrukken Als u een verticale witte strook of vaag gedeelte op de afdruk ziet, is de toner bijna op. Plaats een nieuwe
tonercassette.
Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te
ruw zijn.
Als de hele pagina te licht is, is de afdrukresolutie te laag ingesteld of bevindt het apparaat zich in
energiebesparende modus. Wijzig de afdrukresolutie en schakel de energiebesparende modus uit.
Raadpleeg de Help bij het printerstuurprogramma.
Een combinatie van vage plekken en vegen kan erop wijzen dat de tonercassette moet worden gereinigd.
Reinig de binnenkant van het apparaat.
Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat.
Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de
klantenservice.
De bovenste helft van het
papier is lichter bedrukt
dan de rest van het
papier.
De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype.
Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor
afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het papiertype in op Kringlooppapier.
Problemen met de afdrukkwaliteit
115
6. Problemen oplossen
Tonervlekken Mogelijk voldoet het papier niet aan de specificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn.
Mogelijk is de transportrol vuil. Reinig de binnenkant van het apparaat.
Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Neem contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Onregelmatigheden Als op willekeurige plaatsen vage, doorgaans ronde, plekken verschijnen:
Er zit mogelijk een slecht vel tussen het papier. Druk het document opnieuw af.
Het vochtgehalte van het papier is niet op alle plaatsen gelijk of het papier bevat vochtplekken. Probeer
papier van een ander merk.
Een hele partij papier is niet in orde. Problemen tijdens de productie kunnen ertoe leiden dat sommige
delen toner afstoten. Probeer een ander soort of merk papier.
Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor
afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het type in op Dik of Dikker (zie de Basishandleiding voor
papiergewicht per vel).
Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Witte vlekken Er verschijnen witte vlekken op de pagina:
Het papier is te ruw en er valt veel papierstof op de interne onderdelen van het apparaat, wat erop wijst
dat de rol vuil kan zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat.
Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Reinig de binnenkant van het apparaat.
Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Toestand Voorgestelde oplossing
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
AaBbCc
AaBbC
AaBbC
AaBbC
AaBbC
AaBbC
Problemen met de afdrukkwaliteit
116
6. Problemen oplossen
Verticale strepen Als de pagina zwarte, verticale strepen vertoont:
Er zitten mogelijk krassen op het oppervlak (drumgedeelte) van de tonercassette in het apparaat.
Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe.
Als de pagina witte verticale strepen vertoont:
Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat.
Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Zwarte achtergrond Als er in lichte gedeelten te veel toner wordt gebruikt (grijze achtergrond):
Gebruik papier met een lager gewicht.
Controleer de omgevingsvoorwaarden: bijzonder droge omstandigheden of een hoge luchtvochtigheid
(meer dan 80% RV) kunnen aanleiding geven tot een grijzere achtergrond.
Verwijder de oude tonercassette en plaats een nieuwe.
Tonervegen Reinig de binnenkant van het apparaat.
Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe.
Toestand Voorgestelde oplossing
Problemen met de afdrukkwaliteit
117
6. Problemen oplossen
Verticaal terugkerende
afwijkingen
Als de bedrukte zijde van de pagina met gelijke intervallen afwijkingen vertoont:
De tonercassette is mogelijk beschadigd. Als u nog steeds dezelfde problemen ondervindt, verwijdert u
de tonercassette en plaatst u een nieuwe.
Er zit mogelijk toner op sommige onderdelen van het apparaat. Als de afwijkingen zich op de achterkant
van de pagina bevinden zal het probleem waarschijnlijk na enkele pagina’s vanzelf verdwijnen.
De fixeereenheid is mogelijk beschadigd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.
Schaduwvlekken Schaduwvlekken worden veroorzaakt door kleine hoeveelheden toner die willekeurig verspreid op de
afdruk voorkomen.
Misschien is het papier te vochtig. Probeer af te drukken op papier van een andere partij. Maak een pak
papier pas open op het moment dat u het gaat gebruiken zodat het papier niet te veel vocht opneemt.
Wijzig de afdruklay-out als er schaduwvlekken verschijnen op een envelop om te voorkomen dat wordt
afgedrukt op een gebied met overlappende naden aan de rugzijde. Afdrukken op naden kan problemen
veroorzaken.
Als het gehele oppervlak van een afgedrukte pagina wordt bedekt met schaduwvlekken kiest u een
andere afdrukresolutie in het softwareprogramma of in de Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd,
maar als er momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkt en dit
probleem tot gevolg hebben.
Toestand Voorgestelde oplossing
A
Problemen met de afdrukkwaliteit
118
6. Problemen oplossen
Er blijven tonerdeeltjes
hangen rond vetgedrukte
tekens of donkere foto’s.
De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype.
Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor
afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het papiertype in op Kringlooppapier. Controleer of u het
juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd, maar als er
momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkt en dit probleem tot gevolg
hebben.
Misvormde tekst Als tekst er vervormd uitziet ("uitgehold" effect) is het papier mogelijk te glad. Probeer een ander soort
papier.
Papier schuin Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
Let erop dat de geleiders niet te dicht en niet te ver af staan van de stapel papier.
Toestand Voorgestelde oplossing
Problemen met de afdrukkwaliteit
119
6. Problemen oplossen
Gekruld of gegolfd Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Papier kan krullen als de temperatuur of de
vochtigheid te hoog is.
Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180° te draaien in de lade.
Vouwen of kreuken Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180° te draaien in de lade.
Achterkant van
afdrukken is vuil
Mogelijk lekt een tonercassette. Reinig de binnenkant van het apparaat.
Toestand Voorgestelde oplossing
Problemen met de afdrukkwaliteit
120
6. Problemen oplossen
Volledig gekleurde of
zwarte pagina’s
Mogelijk is de tonercassette niet goed geplaatst. Verwijder de cassette en plaats deze opnieuw.
Mogelijk is de tonercassette defect. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe.
Het apparaat moet mogelijk worden gerepareerd. Neem contact op met een medewerker van de
klantenservice.
Losse toner Reinig de binnenkant van het apparaat.
Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
Verwijder de tonercassette en installeer een nieuwe.
Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat mogelijk worden hersteld. Neem contact op met een
medewerker van de klantenservice.
Openingen in tekens Letters worden onvolledig afgedrukt omdat er witte plekken verschijnen op plaatsen die zwart zouden
moeten zijn:
Als dit probleem optreedt bij transparanten, probeert u een ander soort transparant. Als gevolg van de
samenstelling van de transparanten kunnen onvolledige tekens voorkomen.
Misschien drukt u af op de verkeerde kant van het papier. Verwijder het papier en draai het om.
Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties.
Toestand Voorgestelde oplossing
A
A
Problemen met de afdrukkwaliteit
121
6. Problemen oplossen
Horizontale strepen Controleer bij horizontale zwarte strepen of vegen het volgende:
De tonercassette is mogelijk verkeerd geplaatst. Verwijder de cassette en plaats deze opnieuw.
Mogelijk is de tonercassette defect. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe.
Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat waarschijnlijk worden hersteld. Neem contact op met
een medewerker van de klantenservice.
Krullen Als het afgedrukte papier opkrult of als het papier niet wordt ingevoerd, doet u het volgende:
Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180° te draaien in de lade.
Wijzig de papierinstelling op de printer en probeer het opnieuw. Ga naar de Voorkeursinstellingen voor
afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het type in op Dun papier.
Op enkele vellen
verschijnt
herhaaldelijk een
onbekende afbeelding.
Losse toner
Vage afdruk of
vervuiling
Uw apparaat wordt mogelijk gebruikt op een hoogte van 1.000 m of hoger. Een dergelijke hoogte kan de
afdrukkwaliteit beïnvloeden (bijv. losse toner of een vage afdruk). Stel uw apparaat in op de juiste hoogte
(zie "Aanpassing aan luchtdruk of hoogte" op pagina 70).
Toestand Voorgestelde oplossing
122
6. Problemen oplossen
Problemen met het besturingssysteem
1
Algemene Windows-problemen
Raadpleeg de gebruikershandleiding van Microsoft Windows 2000/XP/2003/Vista die met uw pc werd meegeleverd voor meer
informatie over foutmeldingen in Windows.
Toestand Voorgestelde oplossing
Tijdens de installatie
verschijnt het bericht
"Bestand in gebruik".
Sluit alle softwaretoepassingen af. Verwijder alle software uit de opstartgroep en start vervolgens Windows
weer op. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw.
Het bericht "Algemene
beschermingsfout",
"OE-uitzondering",
"Spool 32" of "Ongeldige
bewerking" verschijnt.
Sluit alle andere toepassingen af, start Windows opnieuw op en probeer opnieuw af te drukken.
De berichten "Kan niet
afdrukken" of "Er is een
time-outfout in de printer
opgetreden"
verschijnen.
Deze meldingen kunnen tijdens het afdrukken verschijnen. Wacht gewoon even tot het apparaat klaar is
met afdrukken. Als het bericht verschijnt als de printer klaar staat voor gebruik of nadat de afdruk is voltooid,
controleert u de aansluiting en gaat u na of er een fout is opgetreden.
Problemen met het besturingssysteem
123
6. Problemen oplossen
2
Algemene Macintosh-problemen
Raadpleeg de gebruikershandleiding van Macintosh die met uw computer is meegeleverd voor meer informatie over Macintosh-foutmeldingen.
Toestand Voorgestelde oplossing
Het apparaat drukt het PDF-bestand
niet juist af. Sommige delen van
afbeeldingen, tekst of illustraties
ontbreken.
Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel
Print As Image uit de afdrukopties van Acrobat in.
Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag.
Het document is afgedrukt, maar de
afdruktaak blijft in de wachtrij van
Mac OS X 10.3.2 staan.
Werk uw Mac OS-versie bij tot MAC OS X 10.3.3. of hoger.
Bepaalde letters worden niet
normaal weergegeven tijdens het
afdrukken van het voorblad.
Mac OS kan bij het afdrukken van het voorblad het gebruikte lettertype niet maken . Normale letters
en cijfers worden normaal weergegeven op het voorblad.
Als u op een Macintosh-computer
een document afdrukt met Acrobat
Reader 6.0 of hoger worden de
kleuren niet op de juiste wijze
afgedrukt.
Controleer of de resolutie-instelling in uw printerstuurprogramma overeenkomt met de resolutie-
instelling in Acrobat Reader.
Problemen met het besturingssysteem
124
6. Problemen oplossen
3
Algemene Linux-problemen
Toestand Voorgestelde oplossing
Het apparaat drukt niet af.
Controleer of het printerstuurprogramma is geïnstalleerd. Open Unified Driver Configurator en selecteer
het tabblad Printers in Printers configuration om de lijst met beschikbare printers weer te geven.
Controleer of uw apparaat in de lijst staat. Als dit niet zo is, opent u Add new printer wizard om uw
apparaat in te stellen.
Controleer of het apparaat is ingeschakeld. Open Printers configuration en selecteer uw apparaat uit
de lijst met printers. Bekijk de omschrijving in het deelvenster Selected printer. Druk op de knop Start
als tussen de status de tekenreeks Stopped voorkomt. Hierna zou de printer weer normaal moeten
werken. De status "stopped" is mogelijk geactiveerd wanneer zich problemen met het afdrukken
voordoen.
Controleer of er speciale afdrukopties zijn ingesteld voor de toepassing, zoals "-oraw". Als de parameter
"-oraw" is opgegeven in de opdrachtregel verwijdert u deze om het afdrukprobleem op te lossen. Voor
Gimp front-end kiest u “print” -> “Setup printer” en bewerkt u de opdrachtregelparameter in de
menuoptie.
Het apparaat drukt geen
volledige pagina’s af.
Slechts de helft van de
pagina wordt afgedrukt.
Dit is een bekend probleem dat zich voordoet bij gebruik van een kleurenprinter met versie 8.51 of een
oudere versie van Ghostscript, 64-bits Linux OS. Dit probleem is bij bugs.ghostscript.com gemeld als
Ghostscript Bug 688252. Het probleem is opgelost in AFPL Ghostscript versie 8.52 en hoger. Download
de meest recente versie van AFPL Ghostscript van http://sourceforge.net/projects/ghostscript/ en
installeer deze om dit probleem op te lossen.
Problemen met het besturingssysteem
125
6. Problemen oplossen
Raadpleeg de gebruikershandleiding van Linux die bij uw computer werd geleverd voor meer informatie over Linux-
foutberichten.
Tijdens het afdrukken
van een document wordt
de foutmelding "Cannot
open port device file"
getoond.
Wijzig nooit de parameters van een afdruktaak (bijvoorbeeld met LPR GUI) terwijl er een afdruktaak wordt
uitgevoerd. Diverse versies van CUPS-server breken de afdruktaak af als de afdrukopties worden
gewijzigd en proberen vervolgens de taak vanaf het begin opnieuw uit te voeren. Aangezien Unified Linux
Driver de poort tijdens het afdrukken wordt vergrendelt, blijft deze vergrendeld door het abrupte afbreken
van het stuurprogramma zodat de poort niet beschikbaar is voor volgende afdruktaken. Als deze situatie
zich voordoet, probeert u de poort vrij te geven door Release port te selecteren in Port configuration.
Toestand Voorgestelde oplossing
Problemen met het besturingssysteem
126
6. Problemen oplossen
4
Veelvoorkomende PostScript-problemen
De volgende problemen hebben specifiek betrekking op de PS-taal en kunnen optreden als er meerdere printertalen worden gebruikt.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Het PostScript-bestand
kan niet worden
afgedrukt.
Mogelijk is het PostScript-
stuurprogramma niet correct
geïnstalleerd.
Installeer het PostScript-stuurprogramma (zie "Installatie van
de software" op pagina 4).
Druk een configuratiepagina af en controleer of u kunt
afdrukken in PS.
Neem contact op met de klantenservice als het probleem zich
blijft voordoen.
Het rapport Fout
limietcontrole wordt
afgedrukt.
De afdruktaak is te complex. Maak de pagina minder complex of breid het geheugen uit.
Er wordt een PostScript-
foutenpagina afgedrukt.
De afdruktaak is mogelijk geen
PostScript-taak.
Controleer of de afdruktaak een PostScript-taak is. Controleer of
de softwaretoepassing verwacht dat er een installatiebestand of
PostScript-headerbestand naar het apparaat wordt gestuurd.
De optionele lade is niet
geselecteerd in het
stuurprogramma.
Het printerstuurprogramma is niet
geconfigureerd om de optionele lade te
herkennen.
Open de eigenschappen van het PostScript-stuurprogramma,
selecteer het tabblad Apparaatopties en stel de ladeoptie in.
127
Contact SAMSUNG worldwide
If you have any comments or questions regarding Samsung
products, contact the Samsung customer care center.
Country/
Region
Customer Care Center
Web Site
ALBANIA 42 27 5755
ARGENTINE 0800-333-3733
www.samsung.com
ARMENIA 0-800-05-555
AUSTRALIA 1300 362 603
www.samsung.com
AUSTRIA
0810-SAMSUNG
(7267864, € 0.07/min)
www.samsung.com
AZERBAIJAN 088-55-55-555
BAHRAIN 8000-4726
www.samsung.com
BELARUS 810-800-500-55-500
BELGIUM
02-201-24-18
www.samsung.com
/be (Dutch)
www.samsung.com
/be_fr (French)
BOSNIA 05 133 1999
BRAZIL
0800-124-421
4004-0000
www.samsung.com
BULGARIA 07001 33 11
www.samsung.com
CANADA
1-800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
CHILE
800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
CHINA
400-810-5858
010-6475 1880
www.samsung.com
COLOMBIA 01-8000112112
www.samsung.com
COSTA RICA 0-800-507-7267
www.samsung.com
CROATIA
062 SAMSUNG (062 726
7864)
www.samsung.com
CZECH
REPUBLIC
800-SAMSUNG (800-
726786)
www.samsung.com
Samsung Zrt., česká organizační složka, Oasis
Florenc, Sokolovská394/17, 180 00, Praha 8
DENMARK 70 70 19 70
www.samsung.com
DOMINICA 1-800-751-2676
www.samsung.com
ECUADOR 1-800-10-7267
www.samsung.com
EGYPT 0800-726786
www.samsung.com
Country/
Region
Customer Care Center
Web Site
Contact SAMSUNG worldwide
128
EIRE 0818 717100
www.samsung.com
EL SALVADOR 800-6225
www.samsung.com
ESTONIA 800-7267
www.samsung.com
FINLAND 030-6227 515
www.samsung.com
FRANCE 01 48 63 00 00
www.samsung.com
GERMANY
01805 - SAMSUNG (726-
7864 € 0,14/min)
www.samsung.com
GEORGIA 8-800-555-555
GREECE
8011-SAMSUNG (80111
7267864) from land line,
local charge/210 6897691
from mobile
www.samsung.com
GUATEMALA 1-800-299-0013
www.samsung.com
HONDURAS 800-7919267
www.samsung.com
HONG KONG
(852) 3698-4698
www.samsung.com
/hk
www.samsung.com
/hk_en/
HUNGARY
06-80-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
Country/
Region
Customer Care Center
Web Site
INDIA
3030 8282
1800 110011
1800 3000 8282
1800 266 8282
www.samsung.com
INDONESIA
0800-112-8888
021-5699-7777
www.samsung.com
ITALY
800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
JAMAICA 1-800-234-7267
www.samsung.com
JAPAN 0120-327-527
www.samsung.com
JORDAN 800-22273
www.samsung.com
KAZAKHSTAN
8-10-800-500-55-500
(GSM:7799)
www.samsung.com
KOSOVO +381 0113216899
KYRGYZSTAN 00-800-500-55-500
www.samsung.com
LATVIA 8000-7267
www.samsung.com
LITHUANIA 8-800-77777
www.samsung.com
LUXEMBURG 261 03 710
www.samsung.com
Country/
Region
Customer Care Center
Web Site
Contact SAMSUNG worldwide
129
MALAYSIA 1800-88-9999
www.samsung.com
MACEDONIA 023 207 777
MEXICO
01-800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
MOLDOVA 00-800-500-55-500
MONTENEGRO
020 405 888
MOROCCO 080 100 2255
www.samsung.com
NIGERIA
080-SAMSUNG(726-
7864)
www.samsung.com
NETHERLANDS
0900-SAMSUNG (0900-
7267864) (€ 0,10/min)
www.samsung.com
NEW
ZEALAND
0800 SAMSUNG (0800
726 786)
www.samsung.com
NICARAGUA 00-1800-5077267
www.samsung.com
NORWAY 815-56 480
www.samsung.com
OMAN
800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
PANAMA 800-7267
www.samsung.com
PERU 0-800-777-08
www.samsung.com
Country/
Region
Customer Care Center
Web Site
PHILIPPINES
1800-10-SAMSUNG (726-
7864)
1-800-3-SAMSUNG (726-
7864)
1-800-8-SAMSUNG (726-
7864)
02-5805777
www.samsung.com
POLAND
0 801 1SAMSUNG
(172678)
022-607-93-33
www.samsung.com
PORTUGAL
80820-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
PUERTO RICO 1-800-682-3180
www.samsung.com
RUMANIA
08010 SAMSUNG (08010
726 7864) only from
landline, local network
Romtelecom - local tariff /
021 206 01 10 for landline
and mobile, normal tariff.
www.samsung.com
RUSSIA 8-800-555-55-55
www.samsung.com
SAUDI ARABIA 9200-21230
www.samsung.com
Country/
Region
Customer Care Center
Web Site
Contact SAMSUNG worldwide
130
SERBIA
0700 SAMSUNG (0700
726 7864)
www.samsung.com
SINGAPORE
1800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
SLOVAKIA
0800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
SOUTH
AFRICA
0860 SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
SPAIN
902-1-SAMSUNG(902
172 678)
www.samsung.com
SWEDEN
0771 726 7864
(SAMSUNG)
www.samsung.com
SWITZERLAND
0848-SAMSUNG
(7267864, CHF 0.08/min)
www.samsung.com
/ch
www.samsung.com
/ch_fr/
TADJIKISTAN 8-10-800-500-55-500
www.samsung.com
TAIWAN 0800-329-999
www.samsung.com
THAILAND
1800-29-3232
02-689-3232
www.samsung.com
Country/
Region
Customer Care Center
Web Site
TRINIDAD &
TOBAGO
1-800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
TURKEY 444 77 11
www.samsung.com
U.A.E
800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
U.K
0330 SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
U.S.A
1-800-SAMSUNG (726-
7864)
www.samsung.com
UKRAINE
0-800-502-000
www.samsung.ua
www.samsung.com
/ua_ru
UZBEKISTAN 8-10-800-500-55-500
www.samsung.com
VENEZUELA 0-800-100-5303
www.samsung.com
VIETNAM 1 800 588 889
www.samsung.com
Country/
Region
Customer Care Center
Web Site
131
Verklarende woordenlijst
De onderstaande woordenlijst helpt u vertrouwd te raken
met het product en de terminologie die in deze
gebruikershandleiding wordt gebruikt en verband houdt
met afdrukken.
802.11
802.11 bevat een reeks standaarden voor draadloze-
netwerkcommunicatie (WLAN) ontwikkeld door het IEEE LAN/
MAN-Standards Committee (IEEE 802).
802.11b/g/n
802.11b/g/n kan dezelfde hardware delen over een bandbreedte
van 2,4 GHz. 802.11b ondersteunt een bandbreedte tot
maximaal 11 Mbps, 802.11n ondersteunt een bandbreedte tot
150 Mbps. 802.11b/g/n-apparaten kunnen interferentie
ondervinden van magnetrons, draadloze telefoons en Bluetooth-
apparaten.
Toegangspunt
Een toegangspunt of draadloos toegangspunt (AP of WAP) is
een apparaat dat draadlozecommunicatieapparaten verbindt in
een draadloos netwerk (WLAN) en dienst doet als een centrale
zender en ontvanger van WLAN-radiosignalen.
ADF
De automatische documentinvoer (ADF) is een mechanisme dat
automatisch een origineel vel papier invoert zodat het apparaat
een gedeelte van het papier in één keer kan scannen.
AppleTalk
AppleTalk is een octrooirechtelijk beschermde suite van door
Apple Inc ontwikkelde protocollen voor computernetwerken.
Deze suite was opgenomen in de oorspronkelijke Macintosh
(1984) en wordt nu door Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken.
Verklarende woordenlijst
132
Bitdiepte
Een grafische computerterm die beschrijft hoeveel bits er nodig
zijn om de kleur van één pixel in een bitmapafbeelding te
vertegenwoordigen. Een hogere kleurdiepte geeft een breder
scala van te onderscheiden kleuren. Naarmate het aantal bits
toeneemt, wordt het aantal mogelijke kleuren te groot voor een
kleurtabel. Een 1-bits kleur wordt doorgaans monochroom of
zwart-wit genoemd.
BMP
Een grafische bitmapindeling die intern wordt gebruikt door het
grafische subsysteem van Microsoft Windows (GDI) en
algemeen wordt gebruikt als een eenvoudige grafische
bestandsindeling op dat platform.
BOOTP
Bootstrap-protocol. Een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door
een netwerkclient om automatisch het IP-adres op te halen. Dit
gebeurt doorgaans in het bootstrapproces van computers of de
daarop uitgevoerde besturingssystemen. De BOOTP-servers
wijzen aan iedere client een IP-adres toe uit een pool van
adressen. Met BOOTP kunnen computers met een "schijfloos
werkstation" een IP-adres ophalen voordat een geavanceerd
besturingssysteem wordt geladen.
CCD
CCD (Charge Coupled Device) is hardware die de scantaak
mogelijk maakt. Het CCD-vergrendelingsmechanisme wordt ook
gebruikt om de CCD-module te blokkeren en schade te
voorkomen wanneer u het apparaat verplaatst.
Sorteren
Sorteren is een proces waarbij een kopieertaak bestaande uit
meerdere exemplaren in sets wordt afgedrukt. Wanneer de optie
Sorteren is ingeschakeld, wordt eerst een volledige set afgedrukt
voordat de overige kopieën worden gemaakt.
Configuratiescherm
Een bedieningspaneel is het platte, doorgaans verticale,
gedeelte waarop de bedienings- of controle-instrumenten
worden weergegeven. Deze bevinden zich doorgaans aan de
voorzijde van het apparaat.
Verklarende woordenlijst
133
Dekkingsgraad
Dit is de afdrukterm die wordt gebruikt om het tonergebruik bij
het afdrukken te meten. Een dekkingsgraad van 5% betekent
bijvoorbeeld dat een vel A4-papier 5% aan afbeeldingen of tekst
bevat. Dus als het papier of origineel ingewikkelde afbeeldingen
of veel tekst bevat, is de dekkingsgraad en daarmee het
tonergebruik hoger.
CSV
Kommagescheiden waarden (CSV). CSV is een type
bestandsindeling. CSV wordt gebruikt om gegevens uit te
wisselen tussen verschillende toepassingen. Deze
bestandsindeling wordt in Microsoft Excel gebruikt en is min of
meer de norm geworden in de IT-sector, ook op niet-
Microsoftplatformen.
DADF
De dubbelzijdige automatische documentinvoer (DADF) is een
scanmechanisme waarmee een origineel automatisch wordt
ingevoerd en omgedraaid, zodat het apparaat beide zijden van
het papier kan inscannen.
Standaard
De waarde of instelling die van kracht is wanneer de printer uit
de verpakking wordt gehaald, opnieuw wordt ingesteld of wordt
geïnitialiseerd.
DHCP
Een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) is een client/
servernetwerkprotocol. Een DHCP-server stuurt
configuratieparameters naar de DHCP-clienthost die deze
gegevens opvraagt om deel te kunnen uitmaken van een IP-
netwerk. DHCP biedt ook een mechanisme voor de toewijzing
van IP-adressen aan clienthosts.
DIMM
De DIMM (Dual In-line Memory Module) is een kleine printplaat
met geheugen. DIMM slaat alle gegevens in het apparaat op,
zoals afdrukgegevens of ontvangen faxgegevens.
DLNA
DLNA (Digital Living Network Alliance) is een standaard
waarmee apparaten in een thuisnetwerk gegevens met elkaar
kunnen uitwisselen via het netwerk.
Verklarende woordenlijst
134
DNS
DNS (Domain Name Server) is een systeem dat
domeinnaaminformatie opslaat in een gedistribueerde database
op netwerken, zoals het internet.
Matrixprinter
Een matrixprinter is een printer met een printerkop die heen en
weer loopt over de pagina en afdrukt door middel van aanslagen,
waarbij een van inkt voorzien lint tegen het papier wordt
geslagen, zoals bij een typemachine.
DPI
DPI (Dots Per Inch) is een maateenheid voor resolutie die wordt
gebruikt voor scannen en afdrukken. Over het algemeen leidt
een hogere DPI tot een hogere resolutie, meer zichtbare details
in de afbeelding en een groter bestandsformaat.
DRPD
Distinctieve belpatroondetectie. Distinctieve belpatroondetectie
is een dienst van de telefoonmaatschappij waarmee een
gebruiker met een enkele telefoonlijn oproepen naar
verschillende telefoonnummers kan ontvangen.
Duplex
Een mechanisme dat een vel papier automatisch omkeert zodat
het apparaat beide zijden van het vel kan bedrukken (of
scannen). Een printer met een duplexeenheid kan afdrukken op
beide zijden van een vel papier tijdens één printcyclus.
Afdrukvolume
Het afdrukvolume bestaat uit de hoeveelheid afgedrukte
pagina’s per maand die de printerprestaties niet beïnvloedt.
Doorgaans heeft de printer een beperkte levensduur, zoals een
bepaald aantal pagina’s per jaar. De levensduur duidt de
gemiddelde afdrukcapaciteit aan, meestal binnen de
garantieperiode. Als het afdrukvolume bijvoorbeeld 48 000
pagina’s per maand (20 werkdagen) bedraagt, beperkt de printer
het aantal pagina’s tot 2 400 per dag.
ECM
Foutcorrectiemodus (ECM) is een optionele verzendmodus voor
foutcorrectie die is opgenomen in faxapparaten of faxmodems
van Klasse 1. Hiermee worden fouten tijdens de verzending van
faxen, die soms worden veroorzaakt door ruis op de telefoonlijn,
automatisch opgespoord en gecorrigeerd.
Verklarende woordenlijst
135
Emulatie
Emulatie is een techniek waarbij met één apparaat dezelfde
resultaten worden behaald als met een ander.
Een emulator kopieert de functies van één systeem naar een
ander systeem, zodat het tweede systeem zich als het eerste
gedraagt. Emulatie is gericht op de exacte reproductie van
extern gedrag, in tegenstelling tot simulatie; dit houdt verband
met een abstract model van het systeem dat wordt gesimuleerd,
vaak met betrekking tot de interne staat.
Ethernet
Ethernet is een op frames gebaseerde
computernetwerktechnologie voor LAN’s. Hiermee worden de
bedrading en de signalen gedefinieerd voor de fysieke laag en
frameformaten en protocollen voor de MAC/
gegevenskoppelingslaag van het OSI-model. Ethernet wordt
meestal gestandaardiseerd als IEEE 802.3. Het is sedert de
jaren ’90 van afgelopen eeuw de meest gebruikte LAN-
technologie.
EtherTalk
Een protocolsuite die Apple Computer ontwikkelde voor
computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de
oorspronkelijke Macintosh (1984) en wordt nu door Apple
ingezet voor TCP/IP-netwerken.
FDI
Interface extern apparaat (FDI) is een kaart die in het apparaat
is geïnstalleerd zodat andere apparaten van derden,
bijvoorbeeld een muntautomaat of een kaartlezer, kunnen
worden aangesloten. Met deze apparaten kunt u laten betalen
voor afdrukservices die worden uitgevoerd met uw apparaat.
FTP
Protocol voor bestandsuitwisseling (FTP) is een algemeen
gebruikt protocol voor de uitwisseling van bestanden via een
willekeurig netwerk dat het TCP/IP-protocol ondersteunt (zoals
internet of een intranet).
Verklarende woordenlijst
136
Fixeereenheid
Het onderdeel van een laserprinter dat de toner op het
afdrukmateriaal fixeert. De eenheid bestaat uit een rol die het
papier verwarmt en een rol die druk uitoefent. Nadat toner op het
papier is aangebracht, maakt de fixeereenheid gebruik van hitte
en druk om ervoor te zorgen dat de toner aan het papier hecht.
Dat verklaart ook waarom het papier warm is als het uit een
laserprinter komt.
Gateway
Een verbinding tussen computernetwerken of tussen
computernetwerken en een telefoonlijn. Gateways worden veel
gebruikt omdat het computers of netwerken zijn die toegang
bieden tot andere computers of netwerken.
Grijswaarden
Grijstinten die de lichte en donkere delen van een afbeelding
weergeven worden omgezet in grijswaarden; kleuren worden
door verschillende grijstinten weergegeven.
Halftoon
Een type afbeelding dat grijswaarden simuleert door het aantal
punten te variëren. Kleurrijke gebieden bestaan uit een groot
aantal punten, terwijl lichtere gebieden uit een kleiner aantal
punten bestaan.
HDD
De HDD (Hard Disk Drive), doorgaans een harde of vaste schijf
genoemd, is een niet-vluchtig opslagapparaat dat digitaal
gecodeerde gegevens opslaat op sneldraaiende platen met een
magnetisch oppervlak.
IEEE
Het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers) is
een internationale professionele non-profitorganisatie voor de
bevordering van elektrische technologie.
IEEE 1284
De 1284-norm voor de parallelle poort is ontwikkeld door het
IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers). De term
"1284-B" verwijst naar een bepaald type connector aan het
uiteinde van de parallelle kabel die kan worden aangesloten op
het randapparaat (bijvoorbeeld een printer).
Verklarende woordenlijst
137
Intranet
Een besloten netwerk dat gebruikmaakt van internetprotocollen,
netwerkconnectiviteit en eventueel het openbaar
telecommunicatiesysteem om werknemers op een veilige
manier bedrijfsgegevens te laten uitwisselen of verrichtingen te
laten uitvoeren. De term kan nu en dan ook enkel verwijzen naar
de meest zichtbare dienst, de interne website.
IP-adres
Een Internet Protocol-adres (IP-adres) is een uniek nummer dat
apparaten gebruiken om elkaar te identificeren en informatie uit
te wisselen in een netwerk met behulp van de Internet Protocol-
standaard.
IPM
IPM (Afbeeldingen per minuut) is een eenheid waarmee de
snelheid van een printer wordt gemeten. Het IPM-cijfer geeft het
aantal vellen papier aan dat een printer binnen één minuut
eenzijdig kan bedrukken.
IPP
IPP (Internet Printing Protocol) is een standaardprotocol voor
zowel afdrukken als het beheren van afdruktaken,
mediaformaat, resolutie, enzovoort. IPP kan lokaal of via het
internet voor honderden printers worden gebruikt en ondersteunt
tevens toegangsbeheer, verificatie en codering, waardoor het
een veel effectievere en veiligere afdrukoplossing is dan eerdere
oplossingen.
IPX/SPX
IPX/SPX staat voor Internet Packet Exchange/Sequenced
Packet Exchange. Het is een netwerkprotocol dat wordt gebruikt
door de besturingssystemen van Novell NetWare. IPX en SPX
bieden beide verbindingsservices aan die vergelijkbaar zijn met
TCP/IP, waarbij het IPX-protocol vergelijkbaar is met IP en SPX
vergelijkbaar is met TCP. IPX/SPX was in eerste instantie
bedoeld voor LAN’s (lokale netwerken) en is een bijzonder
efficiënt protocol voor dit doel (doorgaans overtreffen de
prestaties die van TCP/IP in een LAN).
Verklarende woordenlijst
138
ISO
De Internationale organisatie voor standaardisatie (ISO) is een
internationale organisatie die normen vastlegt en samengesteld
is uit vertegenwoordigers van nationale
standaardiseringsorganisaties. De ISO produceert wereldwijd
industriële en commerciële normen.
ITU-T
De Internationale Telecommunicatie Unie is een internationale
organisatie die is opgericht voor de standaardisering en
regulering van internationale radio- en telecommunicatie. De
belangrijkste taken omvatten standaardisering, de toewijzing
van het radiospectrum en de organisatie van onderlinge
verbindingen tussen verschillende landen waarmee
internationale telefoongesprekken mogelijk worden gemaakt. De
-T in ITU-T duidt op telecommunicatie.
ITU-T No. 1 chart
Gestandaardiseerd testdiagram dat is gepubliceerd door ITU-T
voor het verzenden van faxdocumenten.
JBIG
JBIG (Joint Bi-level Image Experts Group) is een norm voor de
compressie van afbeeldingen zonder verlies van
nauwkeurigheid of kwaliteit, die ontworpen is voor de
compressie van binaire afbeeldingen, in het bijzonder voor
faxen, maar ook voor andere afbeeldingen.
JPEG
JPEG (Joint Photographic Experts Group) is de meest gebruikte
standaardcompressiemethode voor foto’s. Deze indeling wordt
gebruikt voor het opslaan en verzenden van foto’s over het
internet.
LDAP
LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) is een
netwerkprotocol voor het zoeken in en aanpassen van
directoryservices via TCP/IP.
LED
Een LED (Light-Emitting Diode) is een halfgeleider die de status
van een apparaat aangeeft.
Verklarende woordenlijst
139
MAC-adres
Het MAC-adres (Media Access Control) is een uniek adres dat
aan een netwerkadapter is gekoppeld. Het MAC-adres is een
unieke naam van 48 bits die gewoonlijk wordt genoteerd als 12
hexadecimale tekens die telkens per twee worden gegroepeerd
(bijvoorbeeld 00-00-0c-34-11-4e). Dit adres wordt doorgaans
door de fabrikant in een netwerkinterfacekaart (NIC)
geprogrammeerd en gebruikt als een hulpmiddel aan de hand
waarvan routers apparaten kunnen vinden in grote netwerken.
MFP
Een MFP (Multi Function Peripheral) is een kantoorapparaat dat
verschillende functies in één fysieke behuizing combineert,
bijvoorbeeld een printer, kopieerapparaat, faxapparaat en
scanner.
MH
MH (Modified Huffman) is een compressiemethode voor het
beperken van de hoeveelheid gegevens die tussen
faxapparaten worden verzonden om een afbeelding te
versturen. MH wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MH is een op
een codeboek gebaseerd lengtecoderingsschema dat
geoptimaliseerd werd om op een doeltreffende wijze witruimtes
te comprimeren. Aangezien de meeste faxen voornamelijk uit
witruimte bestaan, kan hiermee de verzendtijd van de meeste
faxen tot een minimum worden teruggebracht.
MMR
MMR (Modified Modified READ) is een compressiemethode die
wordt aanbevolen door ITU-T T.6.
Modem
Een apparaat dat een draaggolfsignaal moduleert om digitale
informatie te coderen en een dergelijk signaal demoduleert om
de verzonden informatie te decoderen.
Verklarende woordenlijst
140
MR
MR (Modified READ) is een compressiemethode die wordt
aanbevolen door ITU-T T.4. MR codeert de eerst gescande lijn
met behulp van MH. De volgende regel wordt vergeleken met de
eerste, het verschil wordt vastgesteld en vervolgens worden de
verschillen gecodeerd en verzonden.
NetWare
Een netwerkbesturingssysteem dat is ontwikkeld door Novell,
Inc. Aanvankelijk maakte dit systeem gebruik van coöperatieve
multi-tasking om verschillende services op een pc te kunnen
uitvoeren en waren de netwerkprotocollen gebaseerd op de
klassieke Xerox XNS-stack. Tegenwoordig ondersteunt
NetWare zowel TCP/IP als IPX/SPX.
OPC
Organische fotogeleider (OPC) is een mechanisme dat een
virtuele afbeelding maakt om af te drukken met behulp van een
laserstraal uit een laserprinter. Het is meestal groen of grijs en
cilindervormig.
Indien een beeldeenheid een drum bevat, wordt het oppervlak
van de drum op den duur aangetast door het gebruik in de
printer. De drum moet dan ook regelmatig worden vervangen,
omdat deze slijt door het contact met de ontwikkelborstel van de
cassette, het reinigingsmechanisme en het papier.
Originelen
Het eerste exemplaar van bijvoorbeeld een document, foto of
tekst, dat wordt gekopieerd, gereproduceerd of omgezet om
volgende exemplaren te verkrijgen, maar dat zelf niet van iets
anders is gekopieerd of afgeleid.
OSI
OSI (Open Systems Interconnection) is een communicatiemodel
dat is ontwikkeld door de ISO (International Organization for
Standardization). OSI biedt een standaard modulaire
benadering van netwerkontwerp waarmee de vereiste set
complexe functies wordt opgesplitst in hanteerbare, op zichzelf
staande, functionele lagen. De lagen zijn van boven naar onder:
applicatie, presentatie, sessie, transport, netwerk,
gegevenskoppeling en fysiek.
Verklarende woordenlijst
141
PABX
PABX (Private Automatic Branch Exchange) is een automatisch
telefoonschakelsysteem in een besloten onderneming.
PCL
Printeropdrachttaal (PCL) is een paginabeschrijvingstaal (PDL)
die ontwikkeld is door HP als printerprotocol en inmiddels is
uitgegroeid tot een norm in de branche. PCL werd aanvankelijk
ontwikkeld voor de eerste inkjetprinters en is in verschillende
versies verschenen voor thermische printers, matrix- en
laserprinters.
PDF
PDF (Portable Document Format) is een door Adobe Systems
ontwikkelde bestandsindeling voor het weergeven van
tweedimensionale documenten in een apparaat- en
resolutieonafhankelijke indeling.
PostScript
PS (PostScript) is een paginabeschrijvings- en programmeertaal
die voornamelijk gebruikt wordt voor e-publishing en desktop
publishing. - die in een interpreter wordt uitgevoerd om een
afbeelding te produceren.
Printerstuurprogramma
Een programma dat wordt gebruikt om opdrachten te verzenden
en gegevens over te brengen van de computer naar de printer.
Afdrukmedia
Het materiaal, zoals papier, enveloppen, etiketten en
transparanten, dat in een printer, scanner, fax of
kopieerapparaat kan worden gebruikt.
PPM
Pagina’s per minuut (PPM) is een methode voor het meten van
de snelheid van een printer en verwijst naar het aantal pagina’s
dat een printer in één minuut kan afdrukken.
PRN-bestand
Een interface voor een apparaatstuurprogramma waarlangs
software kan communiceren met het apparaatstuurprogramma
via standaard invoer-/uitvoeraanroepen, waardoor veel taken
worden vereenvoudigd.
Verklarende woordenlijst
142
Protocol
Een conventie of standaard die de verbinding, communicatie en
het gegevensverkeer tussen twee computers inschakelt of
controleert.
PS
Zie PostScript.
PSTN
Openbaar telefoonnet (PSTN) is het netwerk van openbare
circuitgeschakelde telefoonnetwerken wereldwijd dat in een
bedrijfsomgeving doorgaans via een schakelbord wordt
gerouteerd.
RADIUS
RADIUS (Remote Authentication Dial In User Service) is een
protocol voor gebruikersidentificatie en accounting op afstand.
RADIUS laat toe om verificatiegegevens zoals gebruikersnamen
en wachtwoorden met behulp van een AAA-concept
(authentication, authorization en accounting) voor het beheer
van de netwerktoegang.
Resolutie
De scherpte van een afbeelding, gemeten in dpi (punten per
inch). Hoe hoger de dpi, hoe hoger de resolutie.
SMB
SMB (Server Message Block) is een netwerkprotocol dat
hoofdzakelijk wordt toegepast op gedeelde bestanden, printers,
seriële poorten en diverse verbindingen tussen de knooppunten
in een netwerk. Het biedt tevens een geverifieerd
communicatiemechanisme voor processen onderling.
SMTP
SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) is de standaard voor e-
mailverkeer over het internet. SMTP is een relatief eenvoudig op
tekst gebaseerd protocol waarbij één of meer ontvangers van
een bericht worden aangegeven, waarna de berichttekst wordt
verzonden. Het is een client-serverprotocol, waarbij de client een
e-mailbericht verzendt naar de server.
Verklarende woordenlijst
143
SSID
SSID (Service Set Identifier) is een benaming van een draadloos
netwerk (WLAN). Alle draadloze apparaten in een draadloos
netwerk gebruiken dezelfde SSID om met elkaar te
communiceren. De SSID’s zijn hoofdlettergevoelig en kunnen tot
32 tekens lang zijn.
Subnetmasker
Het subnetmasker wordt gebruikt in samenhang met het
netwerkadres om te bepalen welk deel van het adres het
netwerkadres is en welk deel het hostadres.
TCP/IP
TCP (Transmission Control Protocol) en IP (Internet Protocol):
de set communicatieprotocollen die de protocolstack
implementeren waarop het internet en de meeste commerciële
netwerken draaien.
TCR
Verzendrapport (TCR) geeft de details van elke verzending
weer, zoals de taakstatus, het verzendresultaat en het aantal
verzonden pagina’s. Er kan worden ingesteld dat dit rapport na
elke taak of alleen na een mislukte verzending wordt afgedrukt.
TIFF
TIFF (Tagged Image File Format) is een bestandsindeling voor
bitmapafbeeldingen met een variabele resolutie. TIFF beschrijft
de afbeeldingsgegevens die doorgaans afkomstig zijn van de
scanner. TIFF-afbeeldingen maken gebruik van tags:
trefwoorden die de kenmerken definiëren van de in het bestand
opgenomen afbeelding. Deze flexibele en
platformonafhankelijke indeling kan worden gebruikt voor
illustraties die met diverse beeldverwerkingstoepassingen zijn
gemaakt.
Tonercassette
Een soort fles of container die in apparaten zoals printers wordt
gebruikt en die toner bevat. Toner is een poeder dat in
laserprinters en kopieerapparaten wordt gebruikt voor het
vormen van tekst en afbeeldingen op afdrukpapier. Toner wordt
gefixeerd door een combinatie van hitte en druk vanuit de
fixeereenheid, waardoor het zich aan de vezels in het papier
gaat hechten.
Verklarende woordenlijst
144
TWAIN
Een standaard voor scanners en software. Als een TWAIN-
compatibele scanner wordt gebruikt met een TWAIN-compatibel
programma, kan een scan worden gestart vanuit het
programma; dit een API voor het vastleggen van afbeeldingen
voor de besturingssystemen van Microsoft Windows en Apple
Macintosh.
UNC-pad
UNC (Uniform Naming Convention) is een standaardmanier om
gedeelde netwerkbronnen te benaderen in Windows NT en
andere Microsoft-producten. De notatie van een UNC-pad is:
\\<servernaam>\<naam_gedeelde_bron>\<aanvullende map>
URL
URL (Uniform Resource Locator) is het internationale adres van
documenten en informatiebronnen op internet. Het eerste deel
van het adres geeft aan welk protocol moet worden gebruikt en
het tweede deel geeft het IP-adres of de domeinnaam aan waar
de informatiebron zich bevindt.
USB
USB (Universal Serial Bus) is een door het USB Implementers
Forum, Inc. ontwikkelde standaard om computers en
randapparatuur met elkaar te verbinden. In tegenstelling tot de
parallelle poort is USB ontworpen om een enkele computer-
USB-poort tegelijkertijd met meerdere randapparaten te
verbinden.
Watermerk
Een watermerk is een herkenbare afbeelding of patroon dat
helderder oplicht wanneer het voor een lichtbron wordt
gehouden. Watermerken werden voor het eerst in 1282 in het
Italiaanse Bologna gebruikt door papiermakers om hun product
te merken. Ze werden ook toegepast in postzegels, papiergeld
en andere officiële documenten om fraude te voorkomen.
WEP
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat
gespecificeerd wordt in IEEE 802.11 om eenzelfde
beveiligingsniveau als een bedraad LAN te garanderen. WEP
beveiligt gegevens door deze via radiogolven te coderen, zodat
ze veilig van het ene punt naar het andere kunnen worden
verzonden.
Verklarende woordenlijst
145
WIA
WIA (Windows Imaging Architecture) is een
beeldverwerkingsarchitectuur die oorspronkelijk werd gebruikt in
Windows Me en Windows XP. Een scan kan vanuit deze
besturingssystemen worden gestart door middel van een WIA-
compatibele scanner.
WPA
WPA (Wi-Fi Protected Access) is een klasse van systemen voor
de beveiliging van draadloze (Wi-Fi) computernetwerken die
ontwikkeld werd voor een betere beveiliging van WEP.
WPA-PSK
WPA-PSK (vooraf gedeelde WPA-sleutel) is een speciale WPA-
modus voor kleine ondernemingen en thuisgebruikers. Een
gedeelde sleutel of een gedeeld wachtwoord wordt
geconfigureerd in het draadloze toegangspunt (WAP) en
draadloze laptop- of desktopapparaten. WPA-PSK genereert
een unieke sleutel voor elke sessie tussen een draadloze client
en de daarmee geassocieerde WAP voor een betere veiligheid.
WPS
WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een standaard voor het tot stand
brengen van een draadloos thuisnetwerk. Als uw draadloze
toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u de draadloze
netwerkverbinding gemakkelijk configureren zonder computer.
XPS
XML-papierspecificatie (XPS) is een specificatie voor een
paginabeschrijvingstaal (PDL) en een nieuw uitwisselbaar
documentformaat dat door Microsoft is ontwikkeld. Dit
vectorgebaseerd apparaatonafhankelijk documentformaat is
gebaseerd op XML en op een nieuw afdrukpad.
146
Index
A
afdrukken
afdrukken naar een bestand 74
de standaardafdrukinstellingen wijzigen
72
dubbelzijdig afdrukken
Macintosh
86
het hulpprogramma Direct afdrukken
gebruiken
82
Linux
87
Macintosh
85
meerdere paginas afdrukken op één vel
papier
Macintosh
85
UNIX
89
afdrukresolutie instellen
Linux 87
algemene instellingen 59, 60, 61, 66
apparaat instellen
apparaatstatus 58
apparaatgegevens 58
B
benodigdheden
geschatte gebruiksduur van
tonercassette
93
D
De 71
draadloos
adhocmodus 28
bedieningspaneel
29
computer
29
Infrastructuurmodus
28
installatie
28
USBkabel
36
WPS
verbinding verbreken
31
WPS De printer heeft geen display
PBC
32
PIN
32
draadloos netwerk
netwerkkabel 50
E
een document afdrukken
Linux 87
Macintosh
85
UNIX
89
F
functies
functies van het apparaat 57
G
general settings 62
H
help gebruiken 86
het programma SetIP 14, 51
hulpprogramma Direct afdrukken 82
L
LCDdisplay
de status van het apparaat controleren
58
lettertypeinstellingen 71
Linux
afdrukken 87
algemene Linuxproblemen
124
besturingsbestand opnieuw installeren
voor een via een USBkabel verbonden
apparaat
10
installatie van het stuurprogramma voor
het verbonden netwerk
20
printereigenschappen
88
SetIP gebruiken
16
stuurprogramma van een met een
USBkabel verbonden apparaat installeren
Index
147
8
unified driver configurator
104
M
Macintosh
afdrukken 85
besturingsbestand opnieuw installeren
voor een via een USBkabel verbonden
apparaat
7
installatie van het stuurprogramma voor
het verbonden netwerk
18
SetIP gebruiken
15
stuurprogramma van een met een
USBkabel verbonden apparaat installeren
5
veelvoorkomende problemen onder
Macintosh
123
Meerdere paginas op één vel afdrukken
nup
Macintosh 85
N
netwerk
algemene instelling 67
het programma SetIP
14, 15, 16, 51
introductie van netwerkprogrammas
12
IPv6configuratie
25
stuurprogrammainstallatie
Linux
20
Macintosh
18
UNIX
21
Windows
17
O
overlay afdrukken
afdrukken 80
maken
79
verwijderen
80
P
plaatsing van het apparaat
aanpassing aan de hoogte 70
PostScriptstuurprogramma
problemen oplossen 126
Printerstatus
algemene informatie 101, 102
printervoorkeursinstellingen
Linux 88
problemen
afdrukproblemen 110
problemen met betrekking tot netvoeding
109
problemen met de afdrukkwaliteit
114
problemen met papierinvoer
108
R
rapporten
apparaatgegevens 58, 62
S
service contact numbers 127
speciale afdrukfuncties 69
stuurprogrammainstallatie
Unix 21
SyncThru Web Service
algemene informatie 95
T
tonercassette
geschatte gebruiksduur 93
instructies voor het hanteren van
cassettes
92
nietoriginele Samsung en bijgevulde
cassettes
93
opslaan
92
U
UNIX
afdrukken 89
Index
148
installatie van het stuurprogramma voor
het verbonden netwerk
21
USBkabel
besturingsbestand opnieuw installeren 7,
10
stuurprogrammainstallatie
5, 8
V
verklarende woordenlijst 131
W
watermerk
bewerken 78
maken
78
verwijderen
78
Windows
installatie van het stuurprogramma voor
het verbonden netwerk
17
SetIP gebruiken
14, 51
veelvoorkomende problemen onder
Windows
122

Documenttranscriptie

ML-331x Series ML-371x Series Gebruikershandleiding Basis imagine the possibilities Deze handleiding geeft informatie met betrekking tot de installatie, normaal gebruik en het oplossen van problemen in Windows. Inhoud   1. Inleiding 3. Onderhoud 5 Belangrijkste voordelen 49 Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 7 Functies per model 50 Beschikbare verbruiksartikelen 8 Nuttig om te weten 51 Beschikbare accessoires 9 Informatie over deze gebruikershandleiding 52 Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 10 Veiligheidsinformatie 53 Toner herverdelen 16 Apparaatoverzicht 55 De tonercassette vervangen 19 Overzicht van het bedieningspaneel 57 Een geheugenmodule upgraden 22 Het apparaat inschakelen 59 De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 23 Lokaal installeren van het stuurprogramma 24 Het stuurprogramma opnieuw installeren  2  2. Menuoverzicht en basisinstellingen 26 Menuoverzicht 28 Een testpagina afdrukken 29 De taal op het display wijzigen 30 Afdrukmateriaal en lade 42 Eenvoudige afdruktaken 60 Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op" 61 Het apparaat reinigen 4. Problemen oplossen 65 Tips om papierstoringen te voorkomen 66 Papierstoringen verhelpen 73 Informatie over de status-LED 76 Informatie over displaymeldingen Inhoud 5. Bijlage 83 Specificaties 93 Informatie over wettelijke voorschriften 105 Copyright 3 1. Inleiding In dit hoofdstuk staat informatie die u nodig heeft om het apparaat te gebruiken. • Belangrijkste voordelen 5 • Functies per model 7 • Nuttig om te weten 8 • Informatie over deze gebruikershandleiding 9 • Veiligheidsinformatie 10 • Apparaatoverzicht 16 • Overzicht van het bedieningspaneel 19 • Het apparaat inschakelen 22 • Lokaal installeren van het stuurprogramma 23 • Het stuurprogramma opnieuw installeren 24 Belangrijkste voordelen Milieuvriendelijk • Dit apparaat beschikt over een Eco-functie waarmee u toner en papier kunt sparen. • U kunt meerdere pagina’s op één vel afdrukken om papier te besparen (zie handleiding Geavanceerd). • Om papier te besparen kunt u op beide zijden van het papier afdrukken (dubbelzijdig afdrukken) (zie handleiding Geavanceerd). • Dit apparaat bespaart automatisch elektriciteit door het stroomverbruik aanzienlijk te beperken wanneer het apparaat niet wordt gebruikt.  Afdrukken met hoge snelheid en uitstekende kwaliteit • U kunt afdrukken met een resolutie tot 1.200 x 1.200 dpi effectieve uitvoer. • Snel on-demand afdrukken. ML-331xD of ML-331xND: - Voor enkelzijdig afdrukken, 31 ppm (A4) of 33 ppm (Letter). - Voor dubbelzijdig afdrukken, 15 ppm (A4) of 16 ppm (Letter). ML-371xD, ML-371xND of ML-371xDW: - Voor enkelzijdig afdrukken, 35 ppm (A4) of 37 ppm (Letter).  - Voor dubbelzijdig afdrukken, 17 ppm (A4) of 18 ppm (Letter). Belangrijkste voordelen Gemak • Samsung Easy Printer Manager en Samsung Printer Status (of Smart Panel) zijn programma´s die de status van het apparaat controleren en u deze doorgeven, en waarmee u de instellingen van het apparaat kunt aanpassen (zie handleiding Geavanceerd). • Met AnyWeb Print kunt u van een scherm in Windows Internet Explorer een schermopname of afdrukvoorbeeld maken en afdrukken op een veel eenvoudigere manier dan in het gebruikelijke programma (zie handleiding Geavanceerd). Grote functionaliteit en brede ondersteuning van toepassingen. • • • • •  Ondersteuning voor verschillende papierformaten (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 85). Watermerken afdrukken: U kunt uw documenten voorzien van een watermerk zoals "Vertrouwelijk" (zie handleiding Geavanceerd).  Posters afdrukken: De tekst en afbeeldingen op elke pagina van uw document worden vergroot en afgedrukt over verschillende vellen papier die u kunt samenvoegen tot een poster (zie handleiding Geavanceerd). U kunt in verschillende besturingssystemen afdrukken (zie "Systeemvereisten" op pagina 88). Het apparaat is uitgerust met een USB- en/of een netwerkinterface. De capaciteit van uw apparaat uitbreiden • Dit apparaat heeft een extra geheugensleuf om het geheugen uit te breiden (zie "Beschikbare accessoires" op pagina 51). • Zoran IPS Emulation, compatibel met PostScript 3 (PS) maakt PS-afdrukken mogelijk.L Functies per model Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land. functies ML-331xD ML-331xND ML-371xD ML-371xND ML-371xDW Hi-Speed USB 2.0 ● ● ● ● ● IEEE 1284 parallelstekker ○ ○ ○ ○ ○ ● ● Netwerkinterface Ethernet 10/100 Base TX bedraad LAN ● Netwerkinterface Ethernet 10/100/1000 Base TX bedraad LAN Netwerkinterface 802.11b/g/n draadloos LAN ● IPv6 Eco-afdrukken ● ● ● ● ● ● ● ● Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ●  Dubbelzijdig afdrukken ● ● ● ● ● Samsung Easy Printer Driver Manager ● ● ● ● ● ○ ○ ○ ○ ○ ○ ● ● Geheugen lade 2 (520 vellen) ○ SyncThru™ Web Service ● ( ●: inclusief, ○: optioneel, leeg: niet beschikbaar) Nuttig om te weten Het apparaat drukt niet af. Er is papier vastgelopen. • Open de afdruklijst en verwijder het document uit de lijst (zie "Een afdruktaak annuleren" op pagina 42). • Open de klep aan de voorzijde en sluit ze weer. • Verwijder het stuurprogramma en installeer deze opnieuw (zie "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 23). • Selecteer uw printer als de standaardprinter in Windows. • Zoek de instructies voor het verwijderen van vastgelopen papier in deze handleiding en los het probleem op (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 66). De afdrukken zijn vaag. Waar kan ik accessoires of verbruiksartikelen kopen? • Het toner is mogelijk op of ongelijk verdeeld. Schud de tonercassette heen en weer. • Vraag na bij een Samsung-distributeur of uw detailhandelaar. • Probeer een andere instelling voor de resolutie. • Kijk op www.samsung.com/supplies. Kies uw land of regio voor productinformatie. De status-LED knippert of blijft branden. • Schakel het apparaat uit en weer in. • Zoek de betekenis van de LED-indicatorlampjes in deze handleiding en los het probleem op (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 73). • Vervang de tonercassette. Waar kan ik het stuurprogramma van de printer downloaden? • Kijk op www.samsung.com/printer voor de laaste versie van het stuurprogramma van de printer en installeer deze op uw systeem. Informatie over deze gebruikershandleiding Deze gebruikershandleiding bevat basisinformatie over het apparaat en biedt tevens gedetailleerde informatie over de verschillende procedures die doorlopen moeten worden bij het gebruik van het apparaat. • Lees de veiligheidsinformatie voor u het apparaat in gebruik neemt. • Raadpleeg het hoofdstuk over probleemoplossing als u problemen ondervindt bij gebruik van het apparaat. • De termen die in deze gebruikershandleiding worden gebruikt, worden uitgelegd in het hoofdstuk met de woordenlijst. • De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met het door u gekochte apparaat. • De procedures in deze gebruikershandleiding zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7. 1   Afspraken Sommige in deze gebruikershandleiding gebruikte termen zijn verwisselbaar: • Document is synoniem met origineel. • Papier is synoniem met materiaal of afdrukmateriaal. • 1. Inleiding 9 Apparaat verwijst naar printer of multifunctionele printer. 2   Algemene pictogrammen Pictogra m Tekst Opgepast Omschrijving Biedt gebruikers informatie om het apparaat te beschermen tegen mogelijke mechanische schade of defecten. Biedt aanvullende informatie of Opmerking gedetailleerde uitleg over een functie of voorziening van het apparaat. Veiligheidsinformatie Deze waarschuwingen en voorzorgen moeten eventuele beschadigingen aan uw apparaat en verwondingen aan uzelf of anderen voorkomen. Lees deze instructies aandachtig voor u het apparaat in gebruik neemt. Bewaar dit document goed nadat u het hebt gelezen. 1. Inleiding 10 4   Bedrijfsomgeving Waarschuwing 3   Belangrijke veiligheidssymbolen Verklaring van alle pictogrammen en symbolen in dit hoofdstuk Waarsch Gevaren of onveilige praktijken die ernstig uwing letsel of de dood kunnen veroorzaken. Gevaren of onveilige praktijken die een Opgepast klein letsel of eigendomsschade kunnen veroorzaken. NIET proberen. Niet gebruiken als de stekker beschadigd is of als het stopcontact niet geaard is. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Plaats niets op het apparaat (water, kleine metalen of zware voorwerpen, kaarsen, brandende sigaretten, enzovoort). Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. • Als het apparaat oververhit raakt, komt er rook uit, maakt het vreemde geluiden of verspreidt het vreemde geuren. Schakel onmiddellijk de stroomschakelaar uit en koppel het apparaat los. • De gebruiker moet bij het stopcontact kunnen om in geval van nood de stekker uit het stopcontact te kunnen trekken. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Veiligheidsinformatie 1. Inleiding 11 Buig het netsnoer niet en plaats er geen zware voorwerpen op. Probeer de stekker niet in het stopcontact te forceren als hij er moeilijk ingaat. Het trappen op of beknellen van het netsnoer door een zwaar voorwerp kan een elektrische schok of brand veroorzaken. U riskeert een elektrische schok. Neem contact op met een elektricien om het stopcontact te vervangen. Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan het netsnoer te trekken; trek de stekker er niet uit met natte handen. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Opgepast Haal de stekker uit het stopcontact tijdens onweer of als u het apparaat niet gebruikt. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Opgelet, het papieruitvoergebied is heet. U kunt brandwonden oplopen. Als het apparaat is gevallen of als de behuizing beschadigd lijkt, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus. Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. Voorkom dat huisdieren op het netsnoer, de telefoonkabel of de kabel naar de computer bijten. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken en/of uw huisdier verwonden. Als het apparaat niet goed werkt nadat u deze instructies hebt uitgevoerd, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus. Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. Veiligheidsinformatie 1. Inleiding 12 5  Bij het afdrukken van grote hoeveelheden kan de onderzijde van het uitvoergebied heet worden. Houd kinderen uit de buurt.  Bedieningswijze Zij kunnen brandwonden oplopen. Opgepast Gebruik geen tang of scherpe metalen voorwerpen om vastgelopen papier te verwijderen. Trek het papier niet uit de printer tijdens het afdrukken. Dit kan het apparaat beschadigen. Vermijd het stapelen van te veel papier in de papieruitvoerlade. Dit kan het apparaat beschadigen. Houd uw hand niet tussen het apparaat en de papierlade. Dit kan het apparaat beschadigen. Het apparaat wordt gevoed via het netsnoer. U kunt letsel oplopen. Om de stroom uit te schakelen, trekt u het netsnoer uit het stopcontact. Blokkeer de ventilatieopening niet of duw er geen voorwerpen in. Hierdoor kunnen onderdelen warm worden en kan er brand ontstaan of kan het apparaat beschadigd raken. Wees voorzichtig wanneer u papier vervangt of vastgelopen papier verwijdert. 6   Installatie/verplaatsen Waarschuwing Nieuw papier heeft scherpe randen die snijwonden kunnen veroorzaken. Plaats het apparaat niet in een stoffige of vochtige ruimte of op een plek waar water lekt. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Veiligheidsinformatie Opgepast Schakel de stroom uit en maak alle kabels los voordat u het apparaat verplaatst. 1. Inleiding 13 Gebruik alleen telefoondraad van Nr. 26 AWGa of, indien nodig, een grotere telefoondraad. Zo niet kan het apparaat beschadigd raken. Til vervolgens het apparaat op deze wijze op: Dek het apparaat niet af en plaats het niet in een slecht geventileerde ruimte, zoals een kast. • Een apparaat dat minder dan 20 kg weegt, mag door één persoon worden opgetild. Als het apparaat niet voldoende wordt geventileerd, kan er brand ontstaan. • een apparaat dat 20 - 40 kg weegt, moet door twee personen worden opgetild. Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact. • een apparaat dat meer dan 40 kg weegt, moet door vier of meer personen worden opgetild. Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken. Plaats het apparaat niet op een onstabiel of schuin oppervlak. Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken. Het apparaat moet aangesloten worden op een spanningsbron met hetzelfde energieniveau als op het label. Als u niet zeker bent en het spanningsniveau wilt controleren, neemt u contact op met de elektriciteitsmaatschappij. Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. Sluit niet te veel apparaten op hetzelfde stopcontact of verlengsnoer aan. Dit kan de prestaties verminderen en een elektrische schok of brand veroorzaken. Gebruik voor een veilige bediening het netsnoer dat met uw apparaat werd meegeleverd. Als u een snoer gebruikt dat langer is dan 2 meter voor een apparaat van 110 V, moet het snoer minstens 16 AWG dik zijn. Zo niet kan het apparaat beschadigd raken en een elektrische schok of brand veroorzaken. a. AWG: American Wire Gauge Veiligheidsinformatie 1. Inleiding 14 7  Houd reinigingsproducten uit de buurt van kinderen.  Onderhoud/controle Kinderen kunnen letsel oplopen. U mag het apparaat niet zelf demonteren, herstellen of weer in elkaar steken. Opgepast Dit kan het apparaat beschadigen. Neem contact op met een professioneel technicus als het apparaat gerepareerd moet worden. Trek het netsnoer van het apparaat uit het stopcontact als u de binnenkant van het apparaat wilt reinigen. Reinig uw apparaat niet met benzeen, verdunningsmiddel of alcohol, en spuit geen water in het apparaat. Volg de richtlijnen uit de gebruikershandleiding die met het apparaat werd meegeleverd om het apparaat te reinigen en te bedienen. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Zorg ervoor dat het apparaat niet werkt als u verbruiksartikelen in het apparaat vervangt of de binnenkant schoonmaakt. U kunt letsel oplopen. Houd het netsnoer en het contactoppervlak van de stekker stof- en watervrij. Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. Verwijder geen kleppen of beveiligingselementen die vastgeschroefd zijn. Dit apparaat mag alleen worden hersteld door een medewerker van de technische dienst van Samsung. Zo niet, dan kunt u het apparaat beschadigen. 8   Gebruik van verbruiksartikelen Opgepast Haal de tonercassette niet uit elkaar. Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. Veiligheidsinformatie Verbrand geen verbruiksartikelen zoals een tonercassette of fixeereenheid. Dit kan een explosie of onbeheersbare brand veroorzaken. Zorg ervoor dat er geen tonerstof op uw lichaam of kledij terechtkomt bij het vervangen van de tonercassette of het verwijderen van vastgelopen papier. Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. Houd kinderen uit de buurt van de plaats waar u verbruiksartikelen (bijvoorbeeld tonercassettes) bewaart. Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. Het gebruik van gerecycleerde verbruiksartikelen, zoals toner, kan het apparaat beschadigen. Bij schade als gevolg van het gebruik van gerecyclede verbruiksartikelen zullen reparatiekosten in rekening worden gebracht. Als er tonerstof op uw kleding terechtkomt, moet u geen warm water gebruiken. Door warm water hecht de toner zich aan de stof. Gebruik altijd koud water. 1. Inleiding 15 Apparaatoverzicht 1. Inleiding 9   Toebehoren Netsnoer Beknopte installatiehandleiding Software-cda Div. accessoiresb a. De software-cd bevat het stuurprogramma van de printer en programma´s. b. Diverse, bij uw printer geleverde accessoires kunnen verschillen per land van aankoop en specifiek model. 16 Apparaatoverzicht 1. Inleiding 10   Voorkant • Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. • Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land. 1 9 2 10 8 3 7 4 11 6 5 1 2 3 Uitvoerlade Bedieningspaneel Klep moederbord 4 Voorklep 7 5 Indicator papierniveau 8 6 9 Lade 2 Lade 1 Multifunctionele lade Extensie voor multifunctionele lade 10 11 Papierbreedtegeleiders op de multifunctionele lade Papieruitvoersteun 17 Apparaatoverzicht 1. Inleiding 11   Achterkant • Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. • Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land. 1 2 3 8 4 5 6 1 Netwerkpoort 2 USB-poort 3 IEEE 1284 parallelstekker 4 Stroomschakelaar 7 5 Aansluiting netsnoer 7 6 Duplex-eenheid 8 Achterklep Achterklep lade 18 Overzicht van het bedieningspaneel Dit bedieningspaneel kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. Er zijn verschillende types bedieningspanelen. 1. Inleiding 2 Stopt een handeling op ieder moment. Heeft nog meerdere functies. • Annuleert de huidige taak. (Annuleren) 12  • Configuratierapporten afdrukken: Houd deze knop ongeveer drie seconden ingedrukt tot de groene LED begint te knipperen.  Type A 1 3 2 (Power) 4 (Status-LED) 3 4 5 1 Eco • Testpagina afdrukken: Houd deze knop ongeveer vijf seconden ingedrukt tot de groene LED begint te knipperen. Gaat naar de eco-modus voor het besparen van toner en papier (zie "Ecoopties" op pagina 46). 5 Met deze knop kunt u de stroom in- en uitschakelen. Toont de status van uw printer (zie "Status LED" op pagina 74). Toont de status van uw apparaat (zie (Papierstoring "Papierstoringen verhelpen" op pagina 66). LED) 19 Overzicht van het bedieningspaneel 1. Inleiding 13  3  Type B Hiermee bevestigt u het op het display geselecteerde item. OK 4 1 5 9 6 4 5 6 7 (Annuleren) (Power) 8 (StatusLED) 7 8 1 Display 2 (Menu) Toont de huidige status en geeft meldingen weer tijdens het gebruik. Hiermee opent u de menumodus en bladert u door de beschikbare menu’s. Hiermee keert u terug naar het bovenliggende menu. Gaat naar de eco-modus voor het besparen van toner en papier (zie "Eco-opties" op pagina 46). Eco 2 3 (Achterkant) 9 Pijltoetsen Hiermee kunt u op elk moment een taak onderbreken. Met deze knop kunt u de stroom inen uitschakelen. Toont de status van uw printer (zie "Status LED" op pagina 74). Door beschikbare waarden bladeren door naar vorige of volgende opties te gaan. 20 Overzicht van het bedieningspaneel 1. Inleiding 21 14  4  Type C (Achterkant) 5 Gaat naar de eco-modus voor het besparen van toner en papier (zie "Eco-opties" op pagina 46). Eco 1 2 3 10 4 9 5 6 7 (Annuleren) (Power) 8 (StatusLED) 6 9 1 Display 2 3 (Menu) OK Toont de huidige status en geeft meldingen weer tijdens het gebruik. Hiermee opent u de menumodus en bladert u door de beschikbare menu’s. Hiermee bevestigt u het op het display geselecteerde item. Hiermee kunt u op elk moment een taak onderbreken. Met deze knop kunt u de stroom inen uitschakelen. Toont de status van uw printer (zie "Status LED" op pagina 74). (WPS) Als uw draadloze toegangspunt WiFi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt, kunt u het apparaat eenvoudig configureren zonder computer (zie handleiding Geavanceerd). Pijltoetsen Door beschikbare waarden bladeren door naar vorige of volgende opties te gaan. 7 8 Hiermee keert u terug naar het bovenliggende menu. 10 Het apparaat inschakelen 1 Sluit de printer eerst op de netvoeding aan. 2 Druk op Als het apparaat een aa/uit-schakelaar heeft, zet deze dan aan. (Power-knop). 1. Inleiding 22 Lokaal installeren van het stuurprogramma Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op uw computer is aangesloten. Als uw apparaat met een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u naar het deel over de installatie van het stuurprogramma voor een apparaat dat met een netwerk is verbonden (zie handleiding Geavanceerd). 2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. 3 Selecteer Nu installeren. 4 Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en schakel het selectievakje Ik aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst in. Klik daarna op Volgende. 5 Volg de instructies in het installatievenster. De cd-rom start automatisch op en er verschijnt een installatievenster. • Door Geavanceerde Installatie > Aangepaste installatie te selecteren kunt u kiezen welke programma’s u wilt installeren. • Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 meter. 15  1  Windows 23 Als tijdens de installatie het venster "Wizard Nieuwe hardware gevonden" verschijnt, klikt u op Annuleren om het venster te sluiten. • Zie de handleiding Geavanceerd als u een Macintosh, Linux of Unix OS-gebruiker bent. • Het installatievenster in deze gebruikershandleiding kan verschillen afhankelijk van het apparaat en de gebruikte interface. 1. Inleiding Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. Het stuurprogramma opnieuw installeren Als het printerstuurprogramma niet naar behoren werkt, volg dan de onderstaande stappen om het stuurprogramma opnieuw te installeren. 16   Windows 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. 2 Selecteer in het menu Start achtereenvolgens Programma’s of Alle programma’s > Samsung Printers > naam van uw printerstuurprogramma > Deïnstalleren. 3 4 Volg de instructies in het installatievenster. Plaats de software-cd in uw cd-rom-station in installeer het stuurprogramma opnieuw (zie "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 23). 1. Inleiding 24 2. Menuoverzicht en basisinstellingen Nadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het apparaat opgeven. Raadpleeg het volgende hoofdstuk om waarden in te stellen of te wijzigen. Dit hoofdstuk levert informatie over de algemene menustructuur en de opties voor de basisinstellingen. • Menuoverzicht 26 • Een testpagina afdrukken 28 • De taal op het display wijzigen 29 • Afdrukmateriaal en lade 30 • Eenvoudige afdruktaken 42 Menuoverzicht Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu’s voor de instelling van het apparaat en het gebruik van de functies van het apparaat. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen Items Opties Menuoverzicht Configuratie • Druk op de knop (Menu) om toegang te krijgen tot deze menu’s. Druk op de pijl-links/rechts tot het gewenste menuonderdeel verschijnt en druk op OK. • Naast het gekozen menu verschijnt een sterretje (*). Info verb.art. Demopagina Informatie PS-lettertype • Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat. EPSON-lettert. Gebruiksteller Accountrapport • Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel. • Afhankelijk van het model kunnen sommige menuonderdelen op uw apparaat een andere naam hebben. PCL-lettertype Afdrukstand Algemene marge Lay-out MF-lade Lade X Emulatiemarge Dubbelzijdig Exemplaren Papier MF-lade/ [Lade <x>] Papierinvoer Ladekoppeling 26 Menuoverzicht Items Grafisch Opties Items TCP/IP (IPv4) Tkst dnk. mk. TCP/IP(IPv6) Taal Ethernet-snel. Energ.spaarst. 802.1x Netwerk Instell. wissen Auto CR Netwerkconf. Time-out taak Net. activeren Onderhoud Http activeren Aangepasta Eco-inst. Instel. wissen Emulatie Draadloos Luchtdrukcorr. Tonerbesparing Type emulatie Instellingen 27 Opties Resolutie Ontw.gebeurt. Systeeminst. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen Actieve taak Taakbeheer Taak opslaan Best.beleid a. U kunt de toepassingsprogramma´s starten. U moet het toepassingsprogramma registreren via SyncThru™ Web Service voordat u het programma start. Een testpagina afdrukken Om te controleren of het apparaat juist werkt, kunt u een testpagina afdrukken. 1 2 3 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Informatie > OK > Demopagina > OK. Druk op Afdrukken? > Ja > OK. Er wordt een testpagina afgedrukt. Als uw apparaat niet beschikt over een displayscherm, houd u de knop (Annuleren) ongeveer 5 seconden ingedrukt, tot de status-LED knippert. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 28 De taal op het display wijzigen Volg onderstaande stappen om de taal op het bedieningspaneel te wijzigen: Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel. 1 2 3 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Systeeminst. > OK > Taal > OK. Druk op de toets OK om de gewenste taal te selecteren. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 29 Afdrukmateriaal en lade In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u afdrukmedia in uw apparaat plaatst. 1  2. Menuoverzicht en basisinstellingen Als u de geleiders niet aanpast, kan dit tot gevolg hebben dat de afdruk scheef of op de verkeerde plaats afgedrukt wordt, of dat het papier vastloopt.  Lade overzicht Om het formaat te wijzigen, moet u de papiergeleiders aanpassen. 2 1 1 Papierlengtegeleider 2 Papierbreedtegelei der 4 A De duplexeenheid is standaard ingesteld op het papierformaat Letter/LGL of A4, afhankelijk van het land waar u de printer hebt gekocht. Stel de papiergeleider als volgt in om het papierformaat te wijzigen. 30 Afdrukmateriaal en lade 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 31 2 De papierniveau-indicator geeft aan hoeveel papier er in de lade ligt. 1 1 Vol 2 Leeg   Plaats papier in de lade/optionele lade 1 2 Open de papierlade (zie "Lade overzicht" op pagina 30). 3 Leg het papier met de zijde die u wilt bedrukken naar onder. Buig de papierstapel om of waaier het papier uit om de pagina’s van elkaar te scheiden voordat u het papier in de lade plaatst. 2 Afdrukmateriaal en lade 4 2. Menuoverzicht en basisinstellingen Verschuif de lengtegeleider tot deze lichtjes de stapel papier raakt. 32 • Druk de papierbreedtegeleider niet te hard tegen de rand van het papier, aangezien het papier hierdoor kan buigen. • Als u de breedtegeleider niet aanpast, kan het papier vastlopen. • Gebruik geen papier waarvan de voorste rand opgekruld is. Hierdoor kan het papier vastlopen of kreukelen. 5 Houd de breedtegeleider ingedrukt en schuif deze zonder deze te buigen tegen de stapel papier. 6 7 Plaats de lade terug in het apparaat. Stel de papiersoort en het -formaat in voor lade 1 (zie "Papierformaat en -type instellen" op pagina 41). Afdrukmateriaal en lade De instellingen die via het apparaatstuurprogramma zijn opgegeven krijgen voorrang op de instellingen die via het bedieningspaneel werden opgegeven. a Als u afdrukt vanuit een toepassing, opent u de toepassing en het afdrukmenu. b Open Voorkeursinstellingen (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 43). c Klik op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen en selecteer een passend papiertype. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 33 Tips voor het gebruik van de multifunctionele lade • Voeg geen papier toe als er nog papier in de multifunctionele lade ligt. Dit kan papierstoringen veroorzaken. • Afdrukmedia moeten met de voorzijde naar boven en de bovenkant eerst in het midden van de multifunctionele lade worden geplaatst. • Let voor optimale adrukkwaliteit en ter voorkoming van vastlopend papier (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 85) op de volgende aanwijzingen. 3   Papier vullen multifunctionele lade De multifunctionele lade kan speciale types en formaten van afdrukmedia bevatten, zoals postkaarten, notitiekaarten en enveloppen. • De printer heeft geen displayscherm: 1 vellen van 80 g/m2 (bankpostpapier). • De machine heeft een displayscherm: 50 vellen van 80 g/ m2 (bankpostpapier). • Maak gekrulde briefkaarten, enveloppen en etiketten eerst vlak voor u ze in de multifunctionele lade plaatst. • Volg bij het afdrukken op speciaal afdrukmedia de richtlijnen voor het plaatsen van afdrukmateriaal (zie "Afdrukken op speciale afdrukmedia" op pagina 35). • Als vellen overlappen bij het afdrukken via de multifunctionele lade, opent u lade 1, verwijdert u de overlappende vellen en probeert u opnieuw af te drukken. • Als het papier niet goed wordt doorgevoerd bij het afdrukken, duwt u het papier met de hand tot het automatisch wordt doorgevoerd. Afdrukmateriaal en lade 1 Open de multifunctionele lade en trek het verlengstuk van de multifunctionele lade uit zoals afgebeeld. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 34 3 Buig de papierstapel of waaier het papier uit om de pagina’s van elkaar te scheiden voordat u het papier in de lade plaatst. 4 Plaats het papier in de lade. Druk de papierbreedtegeleiders van de multifunctionele lade in en stel ze in op de breedte van het papier. 5 Stel de papiersoort en het -formaat in op het bedieningspaneel (zie "Papierformaat en -type instellen" op pagina 41). 2 1 2 Pas de multifunctionele lade met de papiergeleiders aan op de breedte van het papier. Afdrukmateriaal en lade De instellingen die via het stuurprogramma zijn opgegeven krijgen voorrang op de instellingen via het bedieningspaneel. a Als u afdrukt vanuit een toepassing, opent u de toepassing en het afdrukmenu. b Open Voorkeursinstellingen (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 43). c Klik op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen en selecteer het juiste papiertype. Als u bijvoorbeeld op een etiket wilt afdrukken, stelt u het papiertype in op Etiketten. d Selecteer MF-lade bij papierbron en druk vervolgens op OK. e Start het afdrukken vanuit de toepassing. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen • Voor het gebruik van speciale afdrukmedia raden wij u aan om telkens een vel per keer in te voeren (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 85). • Afdrukken op speciale media (voorzijde naar boven) Als speciale media afdrukt worden met vouwen, kreuken of dikke zwarte lijnen, moet u de achterklep openen en het afdrukken nogmaals proberen. Houd de achterklep tijdens het afdrukken geopend. 4   Afdrukken op speciale afdrukmedia De onderstaande tabel toont de te gebruiken speciale afdrukmedia in elke lade. De mediatypes worden getoond in de Voorkeursinstellingen. Kies het correcte mediatype voor de beste afdrukkwaliteit. 35 Zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 85 voor papiergewicht per vel. Afdrukmateriaal en lade 2. Menuoverzicht en basisinstellingen Enveloppen Lade 1 Optionele lade Multifunctionele lade Normaal papier ● ● ● Of enveloppen goed worden bedrukt, is afhankelijk van de kwaliteit. Dik papier ● ● Plaats een envelop op de volgende manier om deze te bedrukken. Types ● Dikker ● Dun papier ● ● ● Bankpost ● ● ● Kleur Kartonpapier 36 ● ● ● ● Etiketten ● Transparant en ● Envelop ● Voorbedrukt ● Katoen ● Kringlooppa pier ● ● ● Archiefpapier ● ● ● ( ●: beschikbaar. Leeg: niet beschikbaar) Als de afgedrukte enveloppen kreuken, vouwen of dikke zwarte lijnen vertonen, opent u de achterklep, verschuift u de achterste geleider aan de rechterkant ongeveer 90° graden en probeert u opnieuw af te drukken. Houd de achterklep tijdens het afdrukken geopend. Afdrukmateriaal en lade 1 • 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 37 • Gebruik geen enveloppen met sluithaakjes, knipsluitingen, vensters, gecoate binnenbekleding, zelfklevende sluitingen of andere synthetische materialen. • Gebruik geen beschadigde enveloppen of enveloppen van slechte kwaliteit. • Controleer of de naad aan beide uiteinden van de envelop helemaal doorloopt tot in de hoek. 1 Hendel 1 2 Houd bij de keuze van enveloppen rekening met de volgende factoren: - Gewicht: niet zwaarder dan 90 g/m2, anders kunnen de enveloppen vastlopen. - Samenstelling: plat liggend met minder dan 6 mm opkrullende rand, zonder lucht. - Toestand: geen gekrulde, verkreukelde of beschadigde enveloppen. - Temperatuur: dienen tegen de warmte en druk van het apparaat in werking te kunnen. 1 Aanvaardbaar 2 Onaanvaardbaar • Enveloppen met een verwijderbare strip of met meer dan één zelfklevende vouwbare klep moeten van een kleefmiddel zijn voorzien dat gedurende 0,1 seconde bestand is tegen de fixeertemperatuur van het apparaat (ongeveer 170 °C). De extra kleppen en strips kunnen kreuken, scheuren en papierstoringen veroorzaken, en kunnen zelfs de fixeereenheid beschadigen. • Gebruik alleen goed gevormde enveloppen met scherpe vouwen. • Voor de beste afdrukkwaliteit plaatst u de marges best niet dichter dan 15 mm van de rand van de envelop. • Gebruik geen afgestempelde enveloppen. • Druk niet af op de plaats waar de naden van de envelop samenkomen. Afdrukmateriaal en lade 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 38 Transparanten • Zorg dat de transparanten niet kreukelen, krullen of gescheurde hoeken hebben. Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen mag u uitsluitend transparanten gebruiken die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. • Gebruik geen transparanten die loskomen van de achterzijde. • Om te vermijden dat afgedrukte transparanten aan elkaar gaan kleven, mag u ze tijdens het afdrukken niet laten opstapelen in de uitvoerlade. • Aanbevolen afdrukmedia: transparanten voor een kleurenlaserprinter van Xerox, zoals 3R 91331 (A4) en 3R 2780 (Letter) • Bestand tegen de fixeertemperatuur in het apparaat. • Plaats transparanten op een vlak oppervlak nadat u ze uit het apparaat hebt gehaald. • Laat transparanten niet te lang in de papierlade liggen. Er kan zich dan stof en vuil op afzetten, wat leidt tot vlekken bij het afdrukken. • Let op dat u geen vingerafdrukken op de transparanten maakt. Dit veroorzaakt vlekken tijdens het afdrukken. • Bescherm transparanten na het afdrukken tegen langdurige blootstelling aan zonlicht om te voorkomen dat ze gaan vervagen. Afdrukmateriaal en lade 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 39 Etiketten - Krullen: Moet plat liggen en in geen enkele richting meer dan 13 mm omkrullen. Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen, gebruikt u uitsluitend etiketten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. - Toestand: gebruik geen etiketten die gekreukt zijn, blaasjes vertonen of loskomen van het rugvel. • Bij de keuze van etiketten dient u rekening te houden met de volgende factoren: - Kleefstoffen: Bestand tegen de fixeertemperatuur van het apparaat. Controleer de specificaties van uw apparaat voor informatie over de fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C). - Schikking: gebruik uitsluitend etiketvellen waarvan het rugvel tussen de etiketten niet blootligt. Bij etiketvellen met ruimte tussen de etiketten kunnen de etiketten loskomen van het rugvel. Dit kan ernstige papierstoringen tot gevolg hebben. • Let op dat er tussen de etiketten geen zelfklevend materiaal blootligt. Blootliggende delen kunnen ervoor zorgen dat etiketten tijdens het afdrukken loskomen, waardoor het papier kan vastlopen. Ook kunnen hierdoor onderdelen van het apparaat beschadigd raken. • Plaats geen gebruikte etiketvellen in het apparaat. De klevende achterzijde mag slechts een keer door het apparaat worden gevoerd. • Gebruik geen etiketten die loskomen van het rugvel, blaasjes vertonen, gekreukt of anderszins beschadigd zijn. Afdrukmateriaal en lade Kartonpapier/papier van een aangepast formaat 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 40 Voorbedrukt papier Bij het plaatsen van voorbedrukt papier moet de bedrukte zijde bovenaan liggen en mag de voorzijde niet gekruld zijn. Bij invoerproblemen draait u het papier om. Er zijn geen garanties wat de afdrukkwaliteit betreft. • Stel de marges in de softwaretoepassing in op ten minste 6,4 mm van de zijkanten van het afdrukmedia. • Briefhoofden moeten afgedrukt worden met hittebestendige inkt die niet smelt, verdampt of schadelijke gassen uitstoot als ze gedurende 0,1 seconde worden blootgesteld aan de fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C) van het apparaat. • De inkt op het briefhoofd mag niet ontvlambaar zijn en mag de printerrollen niet beschadigen. • Voor u voorbedrukt papier in de lade plaatst, controleert u of de inkt op het papier droog is. Natte inkt kan tijdens het fixeerproces loskomen van het voorbedrukt papier, waardoor de afdrukkwaliteit afneemt. Afdrukmateriaal en lade 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 41 5   Papierformaat en -type instellen Nadat u het papier in de lade hebt geplaatst moet u het papierformaat en -type instellen met behulp van de knoppen op het bedieningspaneel. • De instellingen die via het stuurprogramma zijn opgegeven krijgen voorrang op de instellingen via het bedieningspaneel. • Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel. 1 2 3 4 5 Druk op (Menu) de knop op het bedieningspaneel. Druk op Papier > OK > Kies de gewenste lade > OK. Druk op Papierformaat > OK > Kies de gewenste optie > OK. Druk op Papiertype > OK > Kies de gewenste optie > OK. Druk op bymodus. (Annuleren) om terug te keren naar stand- Als u een speciaal papierformaat wilt gebruiken, zoals factuurpapier, selecteert u Aangepast op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 43). Eenvoudige afdruktaken 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 4 6   Tijdens het afdrukken De basisafdrukinstellingen, inclusief het aantal kopieën en het afdrukbereik, worden geselecteerd in het venster Afdrukken. Klik op Eigenschappen of Voorkeursinstellingen in het venster Afdrukken om gebruik te maken van de geavanceerde afdrukopties. (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 43). Zie de handleiding Geavanceerd als u een Macintosh, Linux of Unix OS-gebruiker bent. Het volgende venster Voorkeursinstellingen is voor Notepad in Windows 7. 1 2 3 42 5 Open het document dat u wilt afdrukken. Klik in het venster Afdrukken op OK of Afdrukken om de afdruktaak te starten. 7 Selecteer Afdrukken in het menu Bestand.   Een afdruktaak annuleren Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren. Een afdruktaak die in een afdrukrij of afdrukspooler wacht om afgedrukt te worden, annuleert u op de volgende manier: • U kunt toegang krijgen tot dit venster door te dubbelklikken op het pictogram van het apparaat ( Windows. • ) in de taakbalk van U kunt de huidige taak ook annuleren door te drukken op (Annuleren) op het bedieningspaneel. Eenvoudige afdruktaken 8   Voorkeursinstellingen openen 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 4 43 Klik op Eigenschap of op Voorkeuren. • Het venster Voorkeursinstellingen in deze gebruikshandleiding verschilt mogelijk van het venster dat u ziet omdat dit afhankelijk is van de gebruikte printer. Het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken bevat echter vrijwel dezelfde eigenschappen. • Als u een optie selecteert in Voorkeursinstellingen voor afdrukken verschijnt er mogelijk een waarschuwingsteken, of . Een uitroepteken ( ) wil zeggen dat u deze optie wel kunt selecteren maar dat dit niet wordt aanbevolen. Het teken wil zeggen dat u deze optie niet kunt selecteren vanwege de instellingen of omgeving van het apparaat. 1 2 3 Open het document dat u wilt afdrukken. Kies Afdrukken in het menu Bestand. Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren. U kunt de huidige status van het apparaat controleren met de knop Printer Status (zie handleiding Geavanceerd). Eenvoudige afdruktaken 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 44 Voorkeursinstellingen gebruiken Met de optie Vooraf ingest. die op elk tabblad maar niet op het tabblad Samsung verschijnt kunt u de huidige voorkeurinstellingen opslaan voor toekomstig gebruik. Volg deze stappen om een Vooraf ingest.-item op te slaan. 1 2 3 Kies meer opties en klik op (Wijzigen). De instellingen worden toegevoegd aan de voorkeuzeinstellingen. Kies een van deze instellingen met de Vooraf ingest. vervolgkeuzelijst. Het apparaat is nu ingesteld om afdrukken te maken met de gekozen instellingen. Om de opgeslagen instellingen te wissen kiest u deze uit de Stel op elk tabblad de gewenste instellingen in. vervolgkeuzelijst Vooraf ingest. en klikt u op (Wissen). Typ in het invoervak Vooraf ingest. een naam voor deze instellingen. U kunt de standaardinstellingen van het printerstuurprogramma ook herstellen door Vooraf ingest. stand. te selecteren in de vervolgkeuzelijst Vooraf ingest. Klik op (Toevoegen). Als u instellingen opslaat onder Vooraf ingest. worden alle huidige stuurprogrammainstellingen opgeslagen. Eenvoudige afdruktaken 9   Help gebruiken 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 45 Instellen van eco-modus op het bedieningspaneel. Klik op de optie waarover u meer wilt weten op het venster Afdrukvoorkeur en druk op F1 op uw toetsenbord. • De instellingen die via het stuurprogramma zijn opgegeven krijgen voorrang op de instellingen via het bedieningspaneel. 10  • Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel.  Eco-afdruk Met de functie Eco spaart u toner en papier uit. De functie Eco spaart natuurlijke hulpbronnen en helpt u milieuvriendelijke afdrukken te maken. Als u op het bedieningspaneel op de knop Eco drukt, staat deze modus aan. De standaardinstelling in de eco-modus is dubbelzijdig afdrukken (lange zijde), 2 op 1 veel, blanco pagina´s overslaan en tonerbesparing. 1 2 3 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Systeeminst. > OK > Eco-instellingen > OK. Druk op de toetsen OK om de gewenste modus te selecteren. • Standaardmodus: In deze modus is de eco-modus uitgeschakeld. (Dubbelzijdig (lange zijde)/ tonerbesparing/2 op 1 vel/blanco pagina´s overslaan) - Uit: Zet de eco-modus uit. - Aan: Zet de eco-modus aan. Eenvoudige afdruktaken 2. Menuoverzicht en basisinstellingen 46 Eco-modus in het stuurprogramma instellen Als u de eco-modus instelt met een wachtwoord via de SyncThru™ Web Service (tabblad Settings > Machine Settings > System > Eco > Settings), de melding Altijd aan verschijnt. U moet het wachtwoord invoeren om de eco-modus te wijzigen. • Sjabloon wijzigen.: Kies het eco-sjabloon. - - Standaard Eco: De standaardinstelling in de ecomodus is dubbelzijdig afdrukken, 2 op 1 veel, blanco pagina´s overslaan en tonerbesparing. Aang Eco: Volg de instellingen van de Syncthru™ Web Service. Voordat u dit onderdeel selecteert, moet u de eco-functie instellen de SyncThru™ Web Service> tabblad Settings > Machine Settings > System > Eco > Settings. Open het tabblad Eco om de eco-modus in te stellen. Als u de eco-afbeelding ziet ( ), betekent dit dat de eco-modus momenteel is ingeschakeld. ► Eco-opties • Standaardinstelling printer: Volg de instellingen op het bedieningspaneel van de printer. • Geen: Schakelt eco-modus uit. • Eco-afdruk: Schakelt eco-modus in. Activeert de verschillende te gebruiken eco-onderdelen. • Wachtwoord: Als de beheerder heeft vastgesteld de ecomodus te gebruiken, moet u een wachtwoord invoeren om de status te wijzigen. Eenvoudige afdruktaken ► Resultaatsimulator De Resultaatsimulator toont de resultaten van verlaagde kooldioxide-emissies, elektriciteitsverbruik en de hoeveelheid uitgespaard papier, naargelang de door u gekozen instellingen. • De resultaten worden berekend op basis van een totaal aantal van honderd pagina´s zonder blanco pagina, als de eco-modus is uitgeschakeld. • Zie voor de berekeningscoëfficient met betrkking tot CO2, energie en papier het IEA, het kengetal van het Japanse ministerie van Binnenlandse Zaken en Communicatie, en www.remanufacturing.org.uk. Elk model gebruikt een ander kengetal. • Het elektriciteitsverbruik in afdrukmodus betreft bij dit apparaat het gemiddelde elektriciteitsverbruik bij afdrukken. 2. Menuoverzicht en basisinstellingen • 47 De werkelijke bespaarde of verlaagde hoeveelheden kan verschillen naargelang het gebruikte besturingssysteem, computerkracht, programma´s, aansluitmethode, mediatype, mediaformaat, complexiteit van de afdruktaak, enz. 3. Onderhoud In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u verbruiksartikelen, accessoires en onderdelen voor het onderhoud van uw apparaat kunt aankopen. • Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 49 • Beschikbare verbruiksartikelen 50 • Beschikbare accessoires 51 • Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 52 • Toner herverdelen 53 • De tonercassette vervangen 55 • Een geheugenmodule upgraden 57 • De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 59 • Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op" 60 • Het apparaat reinigen 61 Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 3. Onderhoud 49 De verkrijgbare accessoires kunnen verschillen van land tot land. Neem contact op met uw verkoper voor de lijst met beschikbare verbruiksartikelen en onderdelen. Als u door Samsung goedgekeurde verbruiksartikelen, accessoires of reserveonderdelen wilt bestellen, neemt u contact op met de lokale Samsung-dealer of de winkel waar u het apparaat hebt gekocht. Of ga naar www.samsung.com/supplies en selecteer uw land/regio voor de contactgegevens van de klantenservice. Beschikbare verbruiksartikelen Als de verbruiksartikelen het einde van hun gebruiksduur naderen, kunt u de volgende verbruiksartikelen voor uw apparaat bestellen: Type Standaardrendem ent tonercassette Gemiddeld aantal afdrukkena Benaming van onderdeel Ong. 2.000 pagina’s MLT-D205S Tonercassette met Ong. 5.000 pagina’s hoge capaciteit MLT-D205L Tonercassette met Ong. 10.000 pagina’s MLT-D205E extrahoge capaciteitb a. Opgegeven gebruiksduur overeenkomstig ISO/IEC 19752. b. De tonercassette is alleen voor de ML-371x-serie verkrijgbaar. De gebruiksduur van de tonercassette kan variëren afhankelijk van de opties en de taakmodus. 3. Onderhoud 50 Als u nieuwe tonercassettes of verbruiksartikelen aanschaft, doet u dit best in het land waar u het apparaat hebt gekocht. Nieuwe tonercassettes of andere verbruiksartikelen zijn mogelijk niet compatibel met het apparaat omdat de configuratie van tonercassettes en andere verbruiksartikelen per land kunnen verschillen. Samsung raadt gebruik van niet-originele Samsungtonercassettes (bijv. hervulde of gereviseerde tonercassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van nietoriginele Samsung-tonercassettes niet garanderen. Onderhoud en herstellingen die vereist zijn als gevolg van het gebruik van andere tonercassettes dan die van Samsung vallen niet onder de garantie van het apparaat. Beschikbare accessoires 3. Onderhoud 51 U kunt accessoires aanschaffen en installeren om de prestaties en capaciteit van uw apparaat te verbeteren. Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7). Optie Geheugenmodule Lade 2 IEEE 1284 parallelstekker Functie Hiermee breidt u de geheugencapaciteit van uw apparaat uit. Benaming van onderdeel • CLP-MEM201: 128 MB • CLP-MEM202: 256 MB Als u regelmatig papiertoevoerproblemen ondervindt, kunt u een extra papierlade plaatsen. ML-S3710A Maakt het gebruik van verschillende interfaces mogelijk. ML-PAR100 • Als het printerstuurprogramma met een IEEE1284parallelstekker geïnstalleerd wordt, kan het apparaat mogelijk niet gevonden worden en zijn na installatie van het stuurprogramma alleen de basisfuncties voor het afdrukken beschikbaar. • Als u de status van het apparaat wilt controleren of de instellingen wijzigen, moet u de machine met een USB-kabel of een netwerk op een computer aansluiten. • Als u de IEEE1284-parallelstekker gebruikt, kunt u niet tegelijkertijd een USB-kabel aansluiten. Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 3. Onderhoud 52 Neem contact op met de winkel waar u het apparaat hebt gekocht om reserveonderdelen te bestellen. Laat onderhoudsonderdelen alleen vervangen door een erkende servicemedewerker, de leverancier of personeel van de winkel waar u het apparaat hebt gekocht. De vervanging van onderdelen waarvan de gemiddelde levensduur is verstreken, valt niet onder de garantie. Onderhoudsonderdelen worden op gezette tijdstippen vervangen om te verhinderen dat de afdrukkwaliteit verslechtert en er papierinvoerstoringen optreden als gevolg van versleten onderdelen (zie onderstaande tabel). Uw apparaat moet op elk moment perfect functioneren. De te vervangen onderdelen moeten worden vervangen wanneer de levensduur van het desbetreffende onderdeel is verstreken. Onderdelen Gemiddeld aantal afdrukkena Transportrol Ong. 100.000 pagina’s fixeereenheid Ong. 90.000 pagina’s Opneemrol Ong. 90.000 pagina’s Vertragingsrol Ong. 60.000 pagina’s a. De afdruksnelheid is afhankelijk van het gebruikte besturingssysteem, de snelheid van de computer, de gebruikte toepassing, de verbindingsmethode, het type en formaat van de afdrukmedia en de complexiteit van de taak. Toner herverdelen Als de tonercassette bijna leeg is: • Witte strepen, onduidelijke afdruk en/of verschillende dichtheid aan beide kanten. • knippert de Status-LED rood. 3. Onderhoud 2 53 Schud de cassette vijf tot zes keer heen en weer om de toner in de cassette gelijkmatig te verdelen. In dat geval kunt u de afdrukkwaliteit tijdelijk verbeteren door de resterende toner in de tonercassette opnieuw te verdelen. Soms blijven die witte strepen of lichtere gebieden voorkomen, ook nadat de toner opnieuw is verdeeld. 1 Open de klep aan de voorkant en verwijder de tonercassette. Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en was de kleding in koud water. Met warm water hecht de toner zich aan de stof. Raak de groene onderzijde van de tonercassette niet aan. Neem de cassette vast bij de handgreep om te vermijden dat u de onderkant aanraakt. 3 Toner herverdelen 3 Houd de tonercassette bij de handgreep vast en plaats de cassette voorzichtig in de opening van het apparaat. 4 Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht is. 3. Onderhoud 54 De tonercassette vervangen Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over hoe u vastgelopen papier kunt verwijderen. 3. Onderhoud 55 3 Verwijder het etiket van de tonercassette, zoals hieronder getoond. 4 Schud de cassette vijf tot zes keer heen en weer om de toner in de cassette gelijkmatig te verdelen. Als een tonercassette het eind van de levensduur bereikt heeft, stopt de printer met afdrukken. 1 Open de klep aan de voorkant en verwijder de tonercassette. 3 2 Haal de nieuwe tonercassette uit de verpakking. Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en was de kleding in koud water. Met warm water hecht de toner zich aan de stof. De tonercassette vervangen Raak de groene onderzijde van de tonercassette niet aan. Neem de cassette vast bij de handgreep om te vermijden dat u de onderkant aanraakt. 5 Houd de tonercassette bij de handgreep vast en plaats de cassette voorzichtig in de opening van het apparaat. 6 Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht is. 3. Onderhoud 56 Een geheugenmodule upgraden Uw apparaat beschikt over een "dual in-line"-geheugenmodule (DIMM). Gebruik deze geheugenmodule om extra geheugen te installeren. 3. Onderhoud 4 Raadpleeg de bestelgegevens voor een bijkomende geheugenmodule. (zie "Beschikbare accessoires" op pagina 51). 57 Houd de geheugenmodule vast bij de rand en breng de geheugenmodule op één lijn met de sleuf in een hoek van ongeveer 30 graden. Zorg dat de inkepingen van de module en de openingen van de sleuf in elkaar passen. 1 Een geheugenmodule installeren 1 Schakel het apparaat uit en koppel alle kabels van het apparaat los. 2 Verwijder de klep van het moederbord. 3 De hierboven getoonde inkepingen en openingen kunnen afwijken van de geplaatste geheugenmodule en de sleuf. 5 Haal de nieuwe geheugenmodule uit de verpakking. Druk de geheugenmodule voorzichtig in de sleuf tot u een klikgeluid hoort. Duw de geheugenmodule niet met te veel kracht in de sleuf om te vermijden dat u ze beschadigt. Als de module niet goed in de sleuf lijkt te passen, voert u de procedure nogmaals voorzichtig uit. Een geheugenmodule upgraden 6 7 Plaats het toegangspaneel van het moederbord terug. Sluit het netsnoer en de apparaatkabel opnieuw aan en zet het apparaat aan. 3. Onderhoud 58 De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren Volg de onderstaande stappen om de indicatoren van de levensduur van de verbruiksartikelen weer te geven. 1 2 3 4 Druk op (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Systeeminst > OK > Onderhoud > OK. Druk op Info verb.art > OK. Druk op de toetsen OK om de gewenste optie te selecteren. Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel. 3. Onderhoud 59 Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op" 3. Onderhoud Als de tonercassette bijna leeg is, verschijnt een bericht of gaat er een LED branden die aangeeft dat u de tonercassette moet vervangen. U kunt instellen of u wenst dat dit bericht of deze LED verschijnt of niet. 1 2 3 4 Druk op (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Systeeminst > OK > Onderhoud > OK. Klik op Toner bijna op > OK. Kies de gewenste optie en druk op OK. Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel. 60 Het apparaat reinigen Als er zich problemen voordoen met de afdrukkwaliteit of als u uw apparaat in een stofrijke omgeving gebruikt, moet u uw apparaat regelmatig schoonmaken om de beste afdrukkwaliteit te blijven garanderen en de gebruiksduur van uw apparaat te verlengen. • Als u de behuizing van het apparaat reinigt met reinigingsmiddelen die veel alcohol, oplosmiddelen of andere agressieve substanties bevatten, kan de behuizing verkleuren of vervormen. • Als er toner in het apparaat of in de directe omgeving ervan is terecht gekomen, raden wij u aan om de toner te verwijderen met een zachte, met water bevochtigde doek of tissue. Als u een stofzuiger gebruikt, wordt de toner in de lucht geblazen. Dit kan schadelijk voor u zijn. 3. Onderhoud 3 De binnenkant reinigen Tijdens het afdrukken kunnen zich in het apparaat papierresten, toner en stof verzamelen. Dit kan op een gegeven moment problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken, zoals tonervlekken of vegen. Deze problemen kunnen worden gereduceerd en verholpen door de binnenkant van het apparaat te reinigen. 1 Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wacht totdat het apparaat is afgekoeld. 2 Open de klep aan de voorkant en verwijder de tonercassette. Plaats de tonercassette op een schoon, horizontaal oppervlak. 2 De buitenkant reinigen Maak het apparaat aan de buitenkant schoon met een zachte, pluisvrije doek. U kunt de doek enigszins bevochtigen met water, maar let erop dat er geen water op of in het apparaat terechtkomt. 61 3 Het apparaat reinigen 3. Onderhoud • Om schade aan de tonercassette te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze niet langer dan enkele minuten wordt blootgesteld aan licht. Dek de cassette zo nodig af met een stuk papier. Zorg dat u bij het reinigen van de binnenkant van het apparaat de transportrol of andere onderdelen niet beschadigt. Gebruik geen oplosmiddelen, zoals benzeen of verdunner. Er kunnen zich problemen voordoen met de afdrukkwaliteit en het apparaat kan worden beschadigd. • Raak de groene onderkant van de tonercassette niet aan. Neem de cassette vast bij de handgreep om te vermijden dat u de onderkant aanraakt. 3 Verwijder met een droge, niet-pluizende doek eventueel stof en gemorste toner in en rond de ruimte voor de tonercassette. 62 4 Steek de tonercassette er opnieuw in en sluit de voorklep. Het apparaat reinigen 4 Reinigen van de opneemrol 1 Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wacht totdat het apparaat is afgekoeld. 2 Open lade 1. 3. Onderhoud 3 Maak de opneemrol schoon met een zachte, pluisvrije doek. 4 Plaats de lade terug in het apparaat. 63 4. Problemen oplossen In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt. • Tips om papierstoringen te voorkomen 65 • Papierstoringen verhelpen 66 • Informatie over de status-LED 73 • Informatie over displaymeldingen 76 † Dit hoofdstuk levert nuttige informatie voor als u een foutmelding opmerkt. Als uw apparaat beschikt over een displayscherm, moet u eerst hierop kijken om de fout op te lossen. Als u in dit hoofdstuk geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, kijkt u in het hoofdstuk Problemen oplossen in de gebruikshandleiding Geavanceerd. Als u hierin geen oplossing kunt vinden of als het probleem blijft optreden kunt u naar de klantenservice bellen. Tips om papierstoringen te voorkomen 4. Problemen oplossen 65 U kunt de meeste papierstoringen voorkomen door het juiste type afdrukmedia te gebruiken. Zie de volgende tips om storingen met vastzittend papier te voorkomen: • Zorg ervoor dat de verstelbare geleiders correct zijn ingesteld (zie "Lade overzicht" op pagina 30). • Plaats niet te veel papier in de lade. Zorg dat de papierstapel niet boven de maximummarkering aan de binnenzijde van de lade uitkomt. • Verwijder geen papier uit de papierlade tijdens het afdrukken. • Buig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voordat u het in de lade plaatst. • Gebruik geen gekreukt, vochtig of sterk gekruld papier. • Plaats geen verschillende soorten papier in een lade. • Gebruik alleen aanbevolen afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 85). Papierstoringen verhelpen Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam naar buiten om te voorkomen dat het scheurt. 1 In lade 1 Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over hoe u vastgelopen papier moet verwijderen. 4. Problemen oplossen 1 Open de klep aan de voorzijde en sluit deze weer. Het vastgelopen papier wordt automatisch uitgevoerd. Ga naar de volgende stap als het papier niet wordt uitgeworpen. 2 Open lade 1. 66 Papierstoringen verhelpen 3 Verwijder het vastgelopen papier door het voorzichtig in een rechte lijn naar buiten te trekken. 4. Problemen oplossen 67 2 In de optionele lade 2 Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over hoe u vastgelopen papier moet verwijderen. 1 2 Als het papier niet beweegt als u eraan trekt, of als er geen papier te zien is in dit deel van de printer, controleert u de fixeereenheid rond de tonercassette (zie "Binnenin het apparaat" op pagina 69). 4 Schuif lade 1 terug in het apparaat tot ze vastklikt. De printer gaat automatisch door met afdrukken. Trek de optionele lade 2 naar buiten. Verwijder het vastgelopen papier uit het apparaat. Papierstoringen verhelpen Stop als het papier niet beweegt als u eraan trekt of als u het papier niet kunt zien in dit deel van de printer, en ga door met de volgende stap. 3 4 5 4. Problemen oplossen 3 In de multifunctionele lade Trek lade 1 half uit de printer. Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over hoe u vastgelopen papier moet verwijderen. rek het papier recht naar boven en verwijder het. Plaats de laden weer in het apparaat. De printer gaat automatisch door met afdrukken. 68 1 Als het papier niet op de juiste wijze werd ingevoerd, trekt u het uit het apparaat. 2 Open en sluit de klep aan de voorzijde om door te gaan met afdrukken. Papierstoringen verhelpen 4. Problemen oplossen 4 Binnenin het apparaat 69 2 Verwijder het vastgelopen papier door het voorzichtig in een rechte lijn naar buiten te trekken. 3 Plaats de tonercassette terug en sluit de klep aan de voorzijde. De printer gaat automatisch door met afdrukken. Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over hoe u vastgelopen papier moet verwijderen. Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert. 1 Open de klep aan de voorkant en verwijder de tonercassette. 5 In het uitvoergebied 3 Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over hoe u vastgelopen papier moet verwijderen. Papierstoringen verhelpen 1 Open de klep aan de voorzijde en sluit deze weer. Het vastgelopen papier wordt automatisch uitgevoerd. 4. Problemen oplossen 4 70 Verwijder het vastgelopen papier zoals op de volgende afbeelding wordt getoond. Wanneer u geen vastgelopen papier ziet, gaat u door met de volgende stap. 2 2 Trek het papier voorzichtig uit de uitvoerlade. 1 1 3 3 5 Stop als u het vastgelopen papier niet kunt zien of als u weerstand ervaart als u eraan trekt en ga door met de volgende stap. 3 Open de achterklep. Sluit de achterklep. De printer gaat automatisch door met afdrukken. Papierstoringen verhelpen 6 Rond de duplexeenheid 4. Problemen oplossen 2 71 Verwijder het vastgelopen papier uit de duplexeenheid. Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over hoe u vastgelopen papier moet verwijderen. 1 Haal de duplex-eenheid uit het apparaat. Als het papier er niet samen met de duplex-eenheid uitkomt, verwijdert u het papier onderaan in het apparaat. Ga door met de volgende stap als u het papier niet kunt zien. Papierstoringen verhelpen 3 4 5 Schuif de duplexeenheid in het apparaat. Open de achterklep. Verwijder het vastgelopen papier zoals op de volgende afbeelding wordt getoond. 2 1 1 3 3 4. Problemen oplossen 72 6 Plaats de klep van de fixeereenheid en de hendels terug in hun oorspronkelijke positie. 7 Sluit de achterklep. De printer gaat automatisch door met afdrukken. Informatie over de status-LED 4. Problemen oplossen De kleur van de LED geeft de huidige status van het apparaat aan. • Afhankelijk van het model of land zijn enkele LED´s mogelijk niet beschikbaar. • Zie de foutmelding en de bijbehorende instructies om de fout op te lossen. • U kunt de fout ook oplossen met de tips in het programmavenster Samsung-printerstatus of Smart Panel. • Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen. 73 Informatie over de status-LED 4. Problemen oplossen 74 7   Status LED Status Omschrijving Off Groen (StatusLED) Het apparaat is offline. Knippert • Als het lampje langzaam knippert, ontvangt het apparaat gegevens van de computer. • Als het lampje snel knippert, is het apparaat bezig met afdrukken. Aan • Het apparaat is online en klaar voor gebruik. Knippert • Er is een kleine storing opgetreden en het apparaat wacht tot het probleem is verholpen. Bekijk het bericht op het display. Als het probleem is opgelost, gaat de printer door met afdrukken. Deze functie is niet van toepassing op enkele modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel. • De tonercassette is bijna leeg. Het einde van de geschatte levensduur van de cassette is bijna bereikt. Bereid een nieuwe cassette voor ter vervanging van de oude. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 53). Aan • De tonercassette heeft de geschatte levensduur aHet verdient aanbeveling de tonercassette te vervangen (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 55). • De klep is geopend. Sluit de klep. • De papierlade is leeg. Plaats papier in de lade. • Het apparaat is gestopt als gevolg van een ernstige fout. Bekijk de melding op het display (zie "Informatie over displaymeldingen" op pagina 76). Rood a. bijna bereikt. De geschatte levensduur verwijst naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een tonercassette. Het geeft aan hoeveel afdrukken er gemiddeld kunnen worden gemaakt met de cassette volgens ISO/IEC 19752. Het aantal pagina’s kan worden beïnvloed door de omgevingsomstandigheden, de tijd tussen afdruktaken en het type en formaat van het afdrukmateriaal. Er kan wat toner achterblijven in de cassette, ook als de rode LED brandt en de printer stopt met afdrukken. Informatie over de status-LED 4. Problemen oplossen 8   Papierstoring LED / WPS-LED Status (Papierstoring LED) (WPS-LED) Omschrijving Oranje Aan Blauw Aan Er is een papierstoring opgetreden (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 66). Als het apparaat met een draadloos netwerk is verbonden, licht de WPS-LED blauw op (zie handleiding Geavanceerd). 75 Informatie over displaymeldingen Er verschijnen berichten op het display van het bedieningspaneel om de status van het apparaat of fouten te melden. Raadpleeg de onderstaande tabellen voor de betekenis van de berichten en verhelp indien nodig het probleem. 9 Berichten op het display controleren • Als het bericht niet in de tabel voorkomt, schakelt u het apparaat uit en weer in en probeert u de afdruktaak opnieuw uit te voeren. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen. • Als u contact opneemt met de klantenservice, is het nuttig dat u het bericht op het display doorgeeft aan een medewerker van de klantenservice. • Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige meldingen mogelijk niet op het display. • [foutnummer] geeft het foutnummer aan. 4. Problemen oplossen 76 Informatie over displaymeldingen 4. Problemen oplossen 77 Foutmeldingen gerelateerd aan vastgelopen papier Bericht Pap.st. Betekenis Er is papier vastgelopen bij de papierinvoer. Verwijder het vastgelopen papier (zie "In lade 1" op pagina 66). Er is papier vastgelopen in de optionele lade. Verwijder het vastgelopen papier (zie "In de optionele lade 2" op pagina 67). Er is papier vastgelopen in de multifunctionele lade. Verwijder het vastgelopen papier (zie "In de multifunctionele lade" op pagina 68). Er is papier vastgelopen in het apparaat. Verwijder het vastgelopen papier (zie "Binnenin het apparaat" op pagina 69). Er is papier vastgelopen in het papieruitvoergebied. Verwijder het vastgelopen papier (zie "In het uitvoergebied" op pagina 69). Er is papier vastgelopen in het duplex-gebied. Verwijder het vastgelopen papier (zie "Rond de duplexeenheid" op pagina 71). in lade 1 Pap.st. in lade 2 Pap.st. in MF-lade Pap.st. in app. Pap.st. in uitv.gebied Pap.st. onderk. DE Voorgestelde oplossing Informatie over displaymeldingen 4. Problemen oplossen Meldingen over de tonercassette Melding Betekenis Voorgestelde oplossing Plaats tonercas. Er is geen tonercassette geplaatst. Plaats een tonercassette. TC niet De tonercassette die u hebt geplaatst, is niet geschikt voor uw apparaat. Installeer tonercassettes van Samsung die speciaal bedoeld zijn voor uw apparaat. comp. 78 Informatie over displaymeldingen Melding Betekenis 4. Problemen oplossen 79 Voorgestelde oplossing • U kunt kiezen tussen Stop of Doorgaan, zoals weergegeven De aangegeven tonercassette is bijna aan het einde van op het bedieningspaneel. Als u Stop selecteert, stopt de haar geschatte levensduur. Het apparaat stopt mogelijk met printer met afdrukken en kunt u niet meer afdrukken zolang u afdrukken. de cassette niet hebt vervangen. Als u Doorgaan kiest, gaat de printer door met afdrukken maar kan de afdrukkwaliteit niet worden gegarandeerd. De geschatte gebruiksduur van een cassette verwijst naar de verwachte of geschatte • Als u van een optimale afdrukkwaliteit wilt blijven genieten, gebruiksduur van een tonercassette. Het geeft aan dient u de tonercassette te vervangen wanneer dit bericht hoeveel afdrukken er met de cassette gemiddeld verschijnt. Als u de cassette verder blijft gebruiken kunnen er kunnen worden gemaakt conform ISO/IEC 19752 problemen optreden met de afdrukkwaliteit (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 55). (zie "Beschikbare verbruiksartikelen" op pagina 50). Het aantal pagina’s kan afhankelijk zijn van de Plaats omgevingsvoorwaarden, de tijd tussen de nieuwe cass. Samsung raadt gebruik van niet-originele Samsungafdruktaken, het type media, het percentage tonercassettes (bijv. hervulde of gereviseerde afbeeldingen en het mediaformaat. Het is mogelijk tonercassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van dat de cassette nog wat toner bevat wanneer de niet-originele Samsung-tonercassettes niet desbetreffende melding verschijnt en de printer garanderen. Onderhoud en herstellingen die vereist stopt met afdrukken. zijn als gevolg van het gebruik van andere tonercassettes dan die van Samsung worden niet gedekt door de garantie van het apparaat. • Als het apparaat stopt met afdrukken, vervangt u de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 55). Informatie over displaymeldingen Melding Betekenis 4. Problemen oplossen 80 Voorgestelde oplossing De tonercassette bevat nog een kleine hoeveelheid toner. Bereid Het einde van de geschatte levensduur van de cassette is nieuwe cass. bijna bereikt. Voor Houd een nieuwe cassette gereed om de oude cassette te vervangen. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 53). Meldingen over de papierlade Melding Lade 1 Betekenis Voorgestelde oplossing Er zit geen papier in lade 1. Plaats papier in lade 1 (zie "Plaats papier in de lade/optionele lade" op pagina 31). Er zit geen papier in lade 2. Plaats papier in lade 2 (zie "Plaats papier in de lade/optionele lade" op pagina 31). Er is geen papier in de multifunctionele lade. Plaats papier in de multifunctionele lade (zie "Papier vullen multifunctionele lade" op pagina 33). leeg Lade 2 leeg MF-lade leeg Uitvoerlade vol De uitvoerlade is vol. Verw. pap. Zodra het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat de printer door met afdrukken. Informatie over displaymeldingen Meldingen over het netwerk Voorgestelde oplossing Betekenis Controleer het IPadres en stel het zonodig opnieuw in (zie handleiding Geavanceerd). Klep open Netwerkprobl. Het door u ingestelde IP-adres wordt al door iemand anders gebruikt. Verificatie mislukt. Controleer het netwerkverificatieproto col. Neem contact op met uw netwerkbeheerder als dit probleem zich blijft voordoen. Fout [foutnummer] 802.1x Netwerkfout 81 Div. meldingen Melding IP-conflict 4. Problemen oplossen Melding Sluit klep. Cont. klantend. Fout [foutnummer] Zet uit en aan Betekenis Voorgestelde oplossing De voor- of achterklep is niet goed gesloten. Sluit de klep goed. Deze moet vastklikken. Er is een systeemfout opgetreden. Start het apparaat opnieuw op en probeer nogmaals af te drukken. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. Het apparaat kan niet Start het apparaat bestuurd worden. opnieuw op en probeer nogmaals af te drukken. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. 5. Bijlage In dit hoofdstuk staan productspecificaties en informatie met betrekking tot toepasbare regelgeving. • Specificaties 83 • Informatie over wettelijke voorschriften 93 • Copyright 105 Specificaties 5. Bijlage 83 1 Algemene specificaties De specificaties hieronder kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. zie www.samsung.com/printer voor mogelijke wijzigingen. Items Omschrijving • ML-331xD: 366 x 368 x 240,6 mm (14,40 x 14,48 x 9,47 inches) zonder optionele papierlade Afmetingen Breedte x Lengte x Hoogte Gewicht Apparaat inclusief verbruiksartikelen • ML-331x Series: 9,74 kg Stand-bymodus 26 dB (A) Geluidsniveaua Temperatuur Relatieve luchtvochtigheid Afdrukmodus • ML-331xND/ML-371xD/ML-371xND/ML-371xDW: 366 x 368 x 252.9 mm (14,40 x 14,48 x 9.96 inches) zonder optionele papierlade • ML-371x Series: 9,95 kg • ML-331x Series: 51 dB (A) • ML-371x Series: 52 dB (A) Gebruik 10 tot 32 °C Opslag (in verpakking) -20 tot 40 °C Gebruik 20 tot 80% RV Opslag (in verpakking) 10 tot 90% RV Specificaties 5. Bijlage Items Nominaal vermogenb Stroomverbruik Draadloosd Omschrijving Modellen op 110 volt AC 110 – 127 V Modellen op 220 volt AC 220 – 240 V Gemiddeld vermogen Minder dan 550 Watt Stand-bymodus Minder dan 60 Watt Energiebesparende modus Minder dan 3,5 Watt Uitgeschakelde toestand Minder dan 0,4 Watt (0,1 Wattc) Module U98Z058 a. Geluidsdrukniveau, ISO 7779. Geteste configuratie: basisinstallatie apparaat, A4-papierformaat, enkelzijdig afdrukken. b. Zie het typeplaatje op het apparaat voor het juiste voltage (V), de frequentie (Hertz) en de stroomsterkte (A) voor uw apparaat. c. Printer met aan/uit-schakelaar. d. Alleen voor draadloos model (zie "Functies per model" op pagina 7). 84 Specificaties 5. Bijlage 85 2 Specificaties van de afdrukmedia Type Normaal papier Formaat Afmetingen Letter 216 x 279 mm Legal 216 x 356 mm US Folio 216 x 330 mm A4 210 x 297 mm Oficio 216 x 343 mm JIS B5 182 x 257 mm ISO B5 176 x 250 mm Executive 184 x 267 mm A5 148 x 210 mm A6 105 x 148 mm Gewicht/capaciteit afdrukmediaa Lade 1/Optionele lade 70 tot 90 g/m2 (bankpostpapier) Multifunctionele ladeb 70 tot 90 g/m2 (bankpostpapier) • De printer heeft geen • 250 vellen van 80 g/m2 displayscherm: 1 vellen (bankpostpapier) voor lade1 van 80 g/m2 2 • 520 vellen van 80 g/m (bankpostpapier) (bankpostpapier) voor de • De machine heeft een optionele lade. displayscherm: 50 vellen van 80 g/m2 • 150 vellen van 75 g/m2 (bankpostpapier). Specificaties Type Formaat 5. Bijlage Afmetingen Monarch-envelop 98 x 191 mm Gewicht/capaciteit afdrukmediaa Lade 1/Optionele lade Multifunctionele ladeb Niet beschikbaar in lade1/ optionele lade. 75 tot 90 g/m2 (bankpostpapier). Envelop Nr. 10 105 x 241 mm Envelop DL 110 x 220 mm Envelop C5 162 x 229 mm Envelop C6 114 x 162 mm Dik papier Zie Normaal papier Zie Normaal papier 91 tot 105 g/m2 (bankpostpapier). 91 tot 105 g/m2 (bankpostpapier). Dikker papier Zie Normaal papier Zie Normaal papier Niet beschikbaar in lade1/ optionele lade. 164 tot 220 g/m2 (bankpostpapier). Dun papier Zie Normaal papier Zie Normaal papier 60 tot 70 g/m2 (bankpostpapier). 60 tot 70 g/m2 (bankpostpapier). Transparanten Letter, A4 Zie Normaal papier Niet beschikbaar in lade1/ optionele lade. 138 tot 146 g/m2 (bankpostpapier). Zie Normaal papier Etikettenc Letter, Legal, US Folio, A4, JIS B5, ISO B5, Executive, A5 Niet beschikbaar in lade1/ optionele lade. 120 tot 150 g/m2 (bankpostpapier). Enveloppen 86 Specificaties 5. Bijlage Gewicht/capaciteit afdrukmediaa Type Formaat Zie Normaal papier Kartonpapier Letter, Legal, US Folio, A4, JIS B5, ISO B5, Executive, A5 121 tot 163 g/m2 (bankpostpapier). 121 tot 163 g/m2 (bankpostpapier). bankpost; Zie Normaal papier Zie Normaal papier 106 tot 120 g/m2 (bankpostpapier). 106 tot 120 g/m2 (bankpostpapier). • Multifunctionele lade: 76 x 127 mm 60 tot 163 g/m2 (bankpostpapier)d, e Minimaal formaat (aangepast) Afmetingen • Lade 1: 105 x 148,5 mm Maximaal formaat (aangepast) 87 Lade 1/Optionele lade Multifunctionele ladeb Niet beschikbaar in de optionele lade. 216 x 356 mm a. De maximumcapaciteit kan verschillen en is afhankelijk van het gewicht en de dikte van afdrukmedia en de omgevingsomstandigheden. b. De printer heeft geen displayscherm: 1 vel voor de multifunctionele lade. c. De zachtheid van de voor dit apparaat gebruikte etiketten moet tussen 100 tot 250 (sheffield) bedragen. Deze getallen verwijzen naar het gladheidsniveau. d. De beschikbare papiersoorten in de multifunctionele lade: Normaal, Dik, Dikker, Dun, Katoen-, Gekleurd, Voorbedrukt, Kringloop-, Envelop, Transparant, Etiketten, Karton, Bankpost-, Archiefe. De beschikbare papiersoorten in lade 1: Normaal, Dik, Dun, Kringloop-, Karton, Bankpost-, Archief- Specificaties 5. Bijlage 88 3 Systeemvereisten Microsoft® Windows® Vereisten (aanbevolen) Besturingssysteem Processor RAM Vrije schijfruimte Windows® 2000 Intel® Pentium® II 400 MHz (Pentium III 933 MHz) 64 MB (128 MB) Windows® XP Intel® Pentium® III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz) 128 MB (256 MB) 1,5 GB Windows Server® 2003 Intel® Pentium® III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz) 128 MB (512 MB) 1,25 GB tot 2 GB Windows Server® 2008 Intel® Pentium® IV 1 GHz (Pentium IV 2 GHz) 512 MB (2 GB) 10 GB Windows Vista® Intel® Pentium® IV 3 GHz 512 MB (1 GB) 15 GB Intel® Pentium® IV 1 GHz 32-bit of 64-bit-processor of hoger 1 GB (2 GB) 16 GB Windows® 7 600 MB • Ondersteuning voor DirectX® 9 graphics met 128 MB geheugen (om het Aero-thema in te schakelen). • DVD-R/W-station Windows Server® 2008 R2 Intel® Pentium® IV 1 GHz- (x86) of 1,4 GHz- (x64) processoren (2 GHz of sneller) 512 MB (2 GB) 10 GB Specificaties 5. Bijlage • Internet Explorer 6.0 of hoger is minimum vereist voor alle Windows-besturingssystemen. • Gebruikers kunnen de software installeren als ze beheerdersrechten hebben. • Windows Terminal Services is compatibel met uw apparaat. Macintosh Besturingssysteem Vereisten (aanbevolen) Processor • Intel®-processoren Mac OS X 10.3 ~ 10.4 • PowerPC G4/G5 • Intel®-processoren Mac OS X 10.5 • 867 MHz of sneller Power PC G4/G5 Mac OS X 10.6 • Intel®-processoren RAM • 128 MB voor Mac met PowerPC (512 MB) Vrije schijfruimte 1 GB • 512 MB voor een Mac op basis van Intel (1 GB) 512 MB (1 GB) 1 GB 1 GB (2 GB) 1 GB 89 Specificaties 5. Bijlage Linux Items Vereisten Fedora 4 ~ 12 (32/ 64 bit) OpenSuSE® 10.2, 10.3, 11.0, 11.1, 11.2 (32/64 bit) SuSE 10.0, 10.1 (32 bit) Besturingssysteem Ubuntu 5.04, 5.10, 6.04, 6.10, 7.04, 7.10, 8.04, 8.10, 9.04, 9.10 (32/64 bit) Mandriva 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2009.1 (32/64 bits) Debian 4.0, 5.0 (32/64 bits) Redhat® Enterprise Linux WS 4, 5 (32/64 bit) SuSE Linux Enterprise Desktop 10, 11 (32/64 bits) Processor Pentium IV 2,4GHz (Intel Core™2) RAM 512 MB (1 GB) Vrije schijfruimte 1 GB (2 GB) 90 Specificaties 5. Bijlage Unix Items Vereisten Sun Solaris 9, 10 (x86, SPARC) Besturingssysteem HP-UX 11.0, 11i v1, 11i v2, 11i v3 (PA-RISC, Itanium) IBM AIX 5.1, 5.2, 5,3, 5.4 Vrije schijfruimte Tot 100 MB 91 Specificaties 5. Bijlage 4 Netwerkomgeving Alleen voor netwerk en draadloos model (zie "Functies per model" op pagina 7). U moet de netwerkprotocollen installeren op het apparaat om het als netwerkprinter te kunnen gebruiken. In de volgende tabel worden de netwerkomgevingen vermeld die door het apparaat worden ondersteund. Items Netwerkinterface Specificaties • Ethernet 10/100/1000 Base-TX • 802.11 b/g/n draadloos LAN • • Netwerkbesturingssysteem • • Windows 2000/Server 2003/Server 2008/XP/Vista/7/Server 2008 R2 Diverse Linux-besturingssystemen Mac OS X 10.3 ~ 10.6 Unix Netwerkprotocollen • • • • • • TCP/IPv4 DHCP, BOOTP DNS, WINS, Bonjour, SLP, UPnP Standard TCP/IP Printing(RAW), LPR, IPP, WSD SNMPv 1/2/3, HTTP(S), IPSec TCP/IPv6 (DHCP, DNS, RAW, LPR, SNMPv 1/2/3, HTTP(S), IPSec) Draadloze netwerkbeveiliging • Verificatie: OSA, gedeelde sleutel, WPA Personal, WPA2 Personal (PSK), WPA Enterprise, WPA2 Enterprise • Codering: WEP64, WEP128, TKIP, AES 92 Informatie over wettelijke voorschriften Dit apparaat is ontworpen voor een normale werkomgeving en is gecertificeerd conform verschillende veiligheidsvoorschriften. 5 Verklaring inzake laserveiligheid De printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als zijnde in overeenstemming met de vereisten van DHHS 21 CFR, hoofdstuk 1, subhoofdstuk J voor laserproducten van klasse I(1), en is elders gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat voldoet aan de vereisten van IEC 60825-1: 2007. Laserproducten van klasse I worden niet als gevaarlijk beschouwd. Het lasersysteem en de printer zijn zo ontworpen dat bij normaal gebruik, gebruiksonderhoud of onder de voorgeschreven servicevoorwaarden personen niet worden blootgesteld aan laserstralen hoger dan Klasse I. • Golflengte: 800 nm • Bundeldivergentie • - Parallel: 12 graden - Verticaal: 35 graden Maximum vermogen of energie-output: 15 mW 5. Bijlage Waarschuwing De printer mag nooit worden gebruikt of nagekeken als de beschermkap van de laser/scanner is verwijderd. Hoewel ze onzichtbaar is, kan de gereflecteerde laserstraal uw ogen beschadigen. Neem bij het gebruik van dit apparaat altijd deze elementaire veiligheidsmaatregelen in acht om het risico op brand, elektrische schokken en letsels te beperken. 93 Informatie over wettelijke voorschriften 6 5. Bijlage 94 8 Alleen voor Taiwan Energiebesparingsmodus Deze printer is uitgerust met een geavanceerde energiebesparende technologie die het stroomverbruik vermindert wanneer het apparaat niet wordt gebruikt. 7 Veiligheid in verband met ozon Als de printer gedurende enige tijd geen gegevens ontvangt, wordt het stroomverbruik automatisch verlaagd. De ozonemissie van dit apparaat ligt onder 0,1 ppm. Ozon is zwaarder dan lucht. Zet dit apparaat dus op een plaats met goede ventilatie. ENERGY STAR en het ENERGY STAR-merk zijn gedeponeerde Amerikaanse handelsmerken. Meer informatie over het ENERGY STARprogramma vindt u op http://www.energystar.gov 9 Recycleren Recycle de verpakkingsmaterialen van dit product, of verwijder ze op een milieuvriendelijke wijze. Informatie over wettelijke voorschriften 10 5. Bijlage 95 11 Alleen voor China Correcte verwijdering van dit product (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) (Van toepassing in de Europese Unie en andere Europese landen met gescheiden inzamelingssystemen voor batterijen) Deze aanduiding op het product, op de accessoires of in de documentatie geeft aan dat het product en zijn elektronische accessoires (bijv. lader, hoofdtelefoon, USB-kabel) aan het eind van hun levensduur niet met ander huishoudelijk afval mogen worden weggegooid. Gelieve deze items te scheiden van andere soorten afval en ze op een verantwoorde wijze te recyclen met het oog op een duurzaam hergebruik van materialen en ter voorkoming van eventuele schade aan het milieu of de gezondheid als gevolg van een ongecontroleerde afvalverwijdering. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers dienen contact op te nemen met hun leverancier en dienen de voorwaarden en bepalingen van de verkoopovereenkomst te controleren. Dit product en zijn elektronische accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering worden gemengd. Informatie over wettelijke voorschriften 12 Radiofrequentiestraling FCC-normen (VS) Dit apparaat is conform Deel 15 van de FCC-voorschriften. Het gebruik van dit apparaat is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden: • dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken • en moet alle ontvangen interferentie aanvaarden, inclusief interferentie die een ongewenste werking kan veroorzaken. Dit apparaat is getest en voldoet aan de limieten voor Klasse B digitale producten zoals vastgelegd in Deel 15 van de FCCregels. Deze beperkingen zijn bedoeld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie binnenshuis. Dit apparaat genereert, gebruikt en straalt mogelijk radiofrequentie-energie uit en kan, indien het niet volgens de richtlijnen wordt geïnstalleerd en gebruikt, schadelijke interferentie voor radiocommunicatie veroorzaken. Er kan echter niet worden gegarandeerd dat bij een bepaalde installatie geen interferentie optreedt. Als dit apparaat schadelijke interferentie voor radio- of tv-ontvangst veroorzaakt, wat u kunt controleren door het apparaat in en uit te schakelen, raden wij de gebruiker aan de interferentie te beperken door de volgende maatregelen te treffen: • Verplaats de ontvangstantenne of draai ze een andere kant op. 5. Bijlage 96 • Vergroot de afstand tussen de apparatuur en de ontvanger. • Sluit de apparatuur aan op een stopcontact van een andere stroomkring dan die waarop de ontvanger is aangesloten. • raadpleeg uw verdeler of een ervaren radio-/ televisiemonteur. Wijzigingen of modificaties die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de fabrikant (die ervoor moet zorgen dat het apparaat aan de normen voldoet) kunnen ertoe leiden dat de toestemming aan de gebruiker om het apparaat te gebruiken vervalt. Canadese regelgeving inzake radio-interferentie Dit digitale apparaat blijft binnen de grenzen van klasse B voor stoorsignalen uit digitale apparatuur, zoals bepaald in de norm voor interferentieveroorzakende apparatuur, "Digital Apparatus", ICES-003 van Industry and Science Canada. Cet appareil numérique respecte les limites de bruits radioélectriques applicables aux appareils numériques de Classe B prescrites dans la norme sur le matériel brouilleur: « Appareils Numériques », ICES-003 édictée par l’Industrie et Sciences Canada. Informatie over wettelijke voorschriften 13 Verenigde Staten Federal Communications Commission (FCC) ► Intentional emitter overeenkomstig FCC Deel 15 Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4 GHz/5 GHz-band. Deze sectie is alleen van toepassing als deze apparaten aanwezig zijn. Controleer het systeemlabel om na te gaan of er draadloze apparaten aanwezig zijn. Eventuele draadloze apparaten in uw systeem zijn enkel gekwalificeerd voor gebruik in de Verenigde Staten van Amerika als er een FCC ID-nummer op het systeemlabel staat. De FCC heeft een algemene richtlijn uitgevaardigd waarin wordt aangegeven dat de afstand tussen een draadloos apparaat en het lichaam minstens 20 cm moet bedragen, bij gebruik van het apparaat nabij het lichaam (uitstekende delen niet meegerekend). Dit apparaat moet op meer dan 20 cm van het lichaam worden gehouden wanneer de draadloze apparatuur is ingeschakeld. Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd, ligt ruimschoots onder de RFblootstellingsgrenzen die de FCC heeft bepaald. 5. Bijlage 97 Deze zender mag niet samen met een andere antenne of zender worden opgesteld of bediend. Het gebruik van dit apparaat is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken en (2) dit apparaat moet alle ontvangen interferentie accepteren, inclusief interferentie die een ongewenste werking van het apparaat kan veroorzaken. Draadloze apparaten mogen niet door de gebruiker zelf worden hersteld. Ze mogen onder geen enkel beding gewijzigd worden. Wanneer u wijzigingen aanbrengt aan een draadloos apparaat, vervalt de gebruikerslicentie. Neem voor ondersteuning contact op met de fabrikant. FCC-bepaling voor het gebruik in draadloze LAN’s Tijdens de installatie en het gebruik van een combinatie van deze zender en antenne kan dicht bij de geïnstalleerde antenne de RF-blootstellingsgrens van 1 mW/cm2 worden overschreden. Daarom moet de gebruiker altijd minstens 20 cm afstand houden van de antenne. Dit apparaat kan niet worden geïnstalleerd met een andere zender en verzendantenne. Informatie over wettelijke voorschriften 14 5. Bijlage 98 17 Alleen voor Taiwan Alleen voor Turkije 18 De stekker van het netsnoer vervangen (alleen voor het VK) Belangrijk 15 Alleen voor Rusland 16 Alleen Duitsland Het netsnoer van dit apparaat is voorzien van een standaardstekker (BS 1363) van 13 ampère en een zekering van 13 ampère. Als u de zekering vervangt, moet u het juiste type van 13 ampère gebruiken. Nadat u de zekering hebt gecontroleerd of vervangen, moet u de afdekkap van de zekering weer sluiten. Als u de afdekkap van de zekering verloren bent, mag u de stekker niet gebruiken totdat u er een nieuwe afdekkap hebt op gezet. Neem contact op met de leverancier bij wie u het apparaat hebt gekocht. Informatie over wettelijke voorschriften Stekkers van 13 ampère zijn het meest voorkomende type in het Verenigd Koninkrijk en kunnen in de meeste gevallen worden gebruikt. Sommige (vooral oudere) gebouwen hebben echter geen normale stopcontacten van 13 ampère. U moet een geschikt verloopstuk (adapter) kopen. Verwijder nooit de aangegoten stekker van het netsnoer. 5. Bijlage 99 Sluit de geel-groene aardedraad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "E", het aardingssymbool, en geel-groen of groen is gekleurd. Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "N" of zwart is gekleurd. Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "L" of de kleur zwart. Als u de aangegoten stekker afsnijdt of weggooit, kunt u hem er niet meer op bevestigen en riskeert u een elektrische schok te krijgen als u hem in het stopcontact steekt. In de stekker, adapter of verdeelkast moet een zekering van 13 ampère zijn aangebracht. 19 Belangrijke waarschuwing: Dit apparaat moet op een geaard stopcontact worden aangesloten. De aders van het netsnoer hebben de volgende kleurcodering: • Groen/geel: aarding • Blauw: neutraal • Bruin: fase Ga als volgt te werk als de kleuren van de aders in het netsnoer niet overeenstemmen met die van de stekker. Verklaring van overeenstemming (Europese landen) Goedkeuringen en certificeringen De CE-markering op dit product verwijst naar de conformiteitsverklaring van Samsung Electronics Co., Ltd. ten aanzien van richtlijnen 93/68/EEC van de Europese Unie vanaf volgende data: Informatie over wettelijke voorschriften Samsung Electronics verklaart dat dit product in overeenstemming is met de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen van: • ML-331x Series, ML-371x Series: De laagspanningsrichtlijn (2006/95/EG) en de EMC-richtlijn (2004/108/EG) 5. Bijlage 100 Europese radiogoedkeuringsinformatie (voor producten uitgerust met door de EU goedgekeurde radioapparaten) De conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op www.samsung.com/printer. Ga naar Support > Download center en voer de naam van uw printer (MFP) in om te bladeren door de EuDoC. Deze printer is bestemd voor gebruik thuis of op kantoor. Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4/5 GHz-band. Deze sectie is alleen van toepassing als deze apparaten aanwezig zijn. Controleer het systeemlabel om na te gaan of er draadloze apparaten aanwezig zijn. 1 januari 1995: Richtlijn 2006/95/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen. Draadloze apparaten die mogelijk in uw systeem aanwezig zijn mogen in de Europese Unie of daarmee verbonden regio’s alleen worden gebruikt als een EG-conformiteitsmerkteken met een registratienummer van een aangemelde instantie en het waarschuwingssymbool op het systeemlabel staan. 1 januari 1996: Richtlijn 2004/108/EG (92/31/EEG) van de Raad inzake de harmonisatie van de wetgevingen in de lidstaten betreffende elektromagnetische compatibiliteit. Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd, ligt ruimschoots onder de RF-blootstellingsgrenzen die de Europese Commissie in de R&TTE-richtlijn heeft vastgelegd. • ML-371xDW: R&TTE-richtlijn (1999/5/EG). 9 maart 1999: Richtlijn 1999/5/EG van de Raad inzake radioapparatuur en eindapparatuur voor telecommunicatie en de onderlinge herkenning van hun conformiteit. U kunt bij uw vertegenwoordiger van Samsung Electronics Co., Ltd. een volledige verklaring krijgen waarin de relevante richtlijnen en de normen waarnaar wordt verwezen, zijn gedefinieerd. ► Krachtens de goedkeuring van draadloze apparaten gekwalificeerde Europese lidstaten: EU Informatie over wettelijke voorschriften België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk (met frequentiebeperkingen), Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. EEA/EFTA-landen Ijsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland ► Europese landen met gebruiksbeperkingen: EU In Frankrijk is het frequentiebereik beperkt tot 2446,5-2483,5 MHz voor apparaten met een zendvermogen van meer dan 10 mW, zoals draadloze apparaten EEA/EFTA-landen Geen beperkingen op dit ogenblik. 5. Bijlage 101 20 Mededelingen aangaande normen Draadloze geleiding Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4 GHz/5 GHz-band. De volgende sectie geeft een algemeen overzicht van beschouwingen die betrekking hebben op het gebruik van een draadloos apparaat. Bijkomende beperkingen, waarschuwingen en overwegingen voor specifieke landen zijn opgenomen in de specifieke landensecties (of landengroepensecties). De draadloze apparaten in uw systeem zijn uitsluitend gekwalificeerd voor gebruik in de landen die geïdentificeerd kunnen worden aan de hand van de markering "Radio gekeurd" op het systeemclassificatielabel. Als het land waar u het draadloos apparaat wilt gebruiken niet in de lijst is opgenomen, neemt u contact op met het plaatselijke instantie voor radiogoedkeuring voor meer informatie over de vereisten. Draadloze apparaten zijn streng gereguleerd en mogen niet worden gebruikt. Informatie over wettelijke voorschriften Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd, ligt ruimschoots onder de tot dusver bekende RFblootstellingsgrenzen. Omdat de draadlozen apparaten (die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd) minder energie afgeven dan conform de veiligheidsnormen en aanbevelingen inzake radiofrequentie is toegestaan, is de producent ervan overtuigd dat deze apparaten veilig zijn in het gebruik. Ongeacht het vermogensniveau moet menselijk contact tijdens de normale werking zoveel mogelijk worden vermeden. De FCC heeft een algemene richtlijn uitgevaardigd waarin wordt aangegeven dat de afstand tussen het draadloze apparaat en het lichaam, voor gebruik van een draadloos apparaat nabij het lichaam (zonder uitstekende delen), minstens 20 cm moet bedragen. Dit apparaat moet op meer dan 20 cm van het lichaam worden gehouden, wanneer de draadloze apparatuur is ingeschakeld en bezig is met zenden. Deze zender mag niet samen met een andere antenne of zender worden opgesteld of bediend. Sommige omstandigheden leggen beperkingen op aan draadloze apparaten. Hieronder zijn voorbeelden van gebruikelijke beperkingen opgenomen. 5. Bijlage 102 Draadloze RF-communicatie kan interferentie veroorzaken met apparatuur aan boord van burgerluchtvaarttoestellen. De huidige luchtvaartreglementeringen eisen dat draadloze toestellen aan boord van een vliegtuig worden uitgeschakeld tijdens de vlucht. IEEE 802.11- (beter bekend als draadloos Ethernet) en Bluetoothcommunicatieapparaten zijn voorbeelden van draadloze communicatieapparaten. In omgevingen waar het risico op interferentie met andere apparaten of diensten schadelijk is of als dusdanig wordt beschouwd, kan gebruik van een draadloos apparaat beperkt of verboden worden. Luchthavens, ziekenhuizen en ruimtes gevuld met zuurstof en ontvlambare gassen zijn enkele voorbeelden van omgevingen waar het gebruik van draadloze apparaten beperkt of verboden kan zijn. Als u zich in een omgeving bevindt waarvan u niet zeker weet of het gebruik van draadloze apparaten gesanctioneerd is, vraagt u de plaatselijke autoriteiten om toelating voor u het draadloze apparaat inschakelt of in gebruik neemt. Elk land voorziet verschillende beperkingen voor het gebruik van draadloze apparaten. Aangezien uw systeem uitgerust is met een draadloos apparaat, moet u, als u van het ene land naar het andere reist, voorafgaand aan uw vertrek bij de plaatselijke radiogoedkeuringsinstanties informeren of er beperkingen gelden voor het gebruik van draadloze apparaten in het land van bestemming. Informatie over wettelijke voorschriften Als uw systeem uitgerust is met een ingebouwd draadloos apparaat, mag u het draadloos apparaat niet gebruiken tenzij alle kleppen en schermen op hun plaats zitten en het systeem compleet is. Draadloze apparaten mogen niet door de gebruiker zelf worden hersteld. Ze mogen onder geen enkel beding gewijzigd worden. Wanneer u wijzigingen aanbrengt aan een draadloos apparaat, vervalt de gebruikerslicentie. Neem voor ondersteuning contact op met de fabrikant. Gebruik alleen stuurprogramma’s die goedgekeurd zijn voor het land waar het apparaat gebruikt zal worden. Raadpleeg de systeemherstelkit van de fabrikant of neem contact op met de technische dienst van de fabrikant voor meer informatie. 5. Bijlage 103 Informatie over wettelijke voorschriften 21 Alleen voor China 5. Bijlage 104 Copyright 5. Bijlage 105 © 2010 Samsung Electronics Co., Ltd. Alle rechten voorbehouden. Deze gebruikershandleiding dient uitsluitend ter informatie. Alle informatie in deze gebruikershandleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Samsung Electronics kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van of in verband met het gebruik van deze gebruikershandleiding. • Samsung en het Samsung-logo zijn handelsmerken van Samsung Electronics Co., Ltd. • Microsoft, Windows, Windows Vista, Windows 7 en Windows Server 2008 R2 zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation. • TrueType, LaserWriter en Macintosh zijn handelsmerken van Apple Computer, Inc. • Alle andere merk- of productnamen zijn handelsmerken van hun respectievelijke bedrijven of organisaties. Raadpleeg het bestand "LICENSE.txt" op de meegeleverde cd-rom voor open-sourcelicentiegegevens. REV. 1.02 Index 106 A E accessoires ecoafdruk bestellen 51 achterkant 18 afdrukken een document afdrukken Windows L ecoknop 45 19, 20, 21 F foutmelding 42 lade afdrukmedia 5 eigenschappen van afdrukmateriaal 85 30 de grootte van de lade aanpassen 30 een optionele lade bestellen 51 papier in de multifunctionele lade plaatsen 33 76 functies breedte en lengte instellen papierformaat en type instellen 41 Linux envelop 36 etiketten 39 het papierformaat instellen 41 het papiertype instellen 41 geheugen uitbreiden 57 stuurprogramma opnieuw installeren 24 kartonpapier 40 geheugenmodule installeren 57 stuurprogrammainstallatie speciale media 35 transparanten 38 uitvoersteun gebruiken 85 voorbedrukt papier 40 algemene pictogrammen 9 19 C conventie systeemvereisten 9 23 M H help gebruiken 91 Lokaal geheugen 45 Macintosh systeemvereisten I informatie over de statusLED B bedieningspaneel G menuoverzicht 73 89 26 Multifunctionele lade informatie over wettelijke voorschriften gebruikstips 33 93 plaatsen 33 instellingen voor favorieten voor afdrukken speciale afdrukmedia gebruiken 35 44 N netwerk Index installatieomgeving 107 92 S specificaties O onderdelen voor onderhoud 52 optionele lade 51 bestellen 51 papier plaatsen 31 83 85 afdrukmedia standaardinstellingen instellingen voor lade stoptoets 41 19, 20, 21 papier verwijderen 66 Parallel bestellen 51 plaatsen papier in de multifunctionele lade plaatsen 33 toner herverdelen 53 U Unix systeemvereisten 90 61 speciale media 35 V veiligheid 61 buitenkant 61 opneemrol 63 20, 21 systeemvereisten uw apparaat reinigen binnenkant weergavescherm 55 31 reinigen W de cassette vervangen plaatsen in lade 1 R 17 stuurprogramma van een met een USBkabel verbonden apparaat installeren 23, 24 tonercassette tips om papierstoringen te voorkomen 65 voorkant 55 42 Tijdens papierstoring tonercassette vervangen Windows T P de gebruiksduur van de verbruiksartikelen 59 controleren info 10 symbolen 10 verbruiksartikelen beschikbare verbruiksartikelen 50 bestellen 50 88 ML-331x Series ML-371x Series Gebruikershandleiding Geavanceerd imagine the possibilities Deze handleiding geeft informatie over de installatie, geavanceerde instelling, gebruik en het oplossen van problemen in verschillende besturingssystemen. Afhankelijk van het model of land zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar. Inhoud 2 62 Systeeminstallatie 1. Installatie van de software 5 Installatie voor de Macintosh 7 Opnieuw installeren voor Macintosh 8 Installatie voor Linux 10 Opnieuw installeren voor Linux 66 Emulatie 67 Netwerk 68 Beheerinstellingen 4. Speciale functies 70 Aanpassing aan luchtdruk of hoogte 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 71 De lettertype-instelling wijzigen 72 De standaardafdrukinstellingen wijzigen 73 Uw apparaat instellen als standaardprinter 12 Nuttige netwerkprogramma’s 74 Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken 13 Instelling bekabeld netwerk 82 Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken (alleen voor Windows). 17 Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 84 Gebruik van geheugen-/harde schijffuncties 25 IPv6-configuratie 85 Afdrukken in Macintosh 28 Draadloos netwerk instellen 87 Afdrukken in Linux 89 Afdrukken in Unix 3. Menu´s met nuttige instellingen 58 Informatie 59 Lay-out 60 Papier 61 Grafisch Inhoud 5. Onderhoud 92 De tonercassette bewaren 94 Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat 95 Nuttige beheerprogramma´s 6. Problemen oplossen 108 Problemen met papierinvoer 109 Problemen met de voeding en het netsnoer 110 Afdrukproblemen 114 Problemen met de afdrukkwaliteit 122 Problemen met het besturingssysteem Contact SAMSUNG worldwide Verklarende woordenlijst 3 1. Installatie van de software Dit hoofdstuk levert instructies voor het installeren van essentiële en nuttige software voor gebruik in een opstelling waarbij het apparaat via een kabel aangesloten is. Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op uw computer is aangesloten. Als uw apparaat op een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u verder met de installatie van het stuurprogramma voor een netwerkapparaat (zie Installeren van een stuurprogramma over het netwerk17). • Installatie voor de Macintosh 5 • Opnieuw installeren voor Macintosh 7 • Installatie voor Linux 8 • Opnieuw installeren voor Linux † 10 • Als u gebruik maakt van het besturingsysteem Windows, kijkt u in de basishandleiding voor installatie van het stuurprogramma. • Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 meter. Installatie voor de Macintosh 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. 2 3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. 4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X. 5 6 7 Voer het wachtwoord in en klik op OK. 8 Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst. Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer. Klik op Volgende/Ga door (10.4). Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende/ Ga door (10.4). 1. Installatie van de software 9 5 Selecteer Eenvoudige installatie/Standaardinstallatie (10.4) en klik op Installeer. Eenvoudige installatie wordt aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd. Als u Aangepaste installatie / Maak installatie ongedaan (10.4) selecteert, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren. het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat 10 Op alle toepassingen worden afgesloten. Klik op Volgende / Ga door (10.4). Selecteer Typische installatie voor een lokale printer 11 en klik vervolgens op OK. 12 Klik op Volgende / Ga door(10.4) in het venster Leesmij. de installatie is voltooid, klikt u op Afsluiten => Sluit 13 Nadat af (10.4). Installatie voor de Macintosh Open de map Programma’s > Hulpprogramma’s > 14 Printerconfiguratie. • Voor Mac OS X 10.5-10.6 opent u de map Programma’s > Systeemvoorkeuren en klikt u op Afdrukken en faxen. 15 Klik op Voeg toe op de Printerlijst. • Voor Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op het pictogram +, waarna een venster verschijnt. 16 In Mac OS X 10.3 selecteert u het tabblad USB. • In Mac OS X10.4 klikt u op Standaardkiezer en zoekt u de USB-verbinding. • In Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op Standaard en zoekt u de USB-verbinding. 1. Installatie van de software 6 automatisch selecteren in Mac OS X 10.3 niet goed 17 Als werkt, selecteert u Samsung in Printermodel en de naam van uw apparaat in Modelnaam. • Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.4 niet goed werkt, selecteert u Samsung in Druk af via en de naam van uw apparaat in Model. • Voor Mac OS X 10.5-10.6: als Automatisch selecteren niet goed werkt, selecteert u Selecteer besturingsbestand… en de naam van uw apparaat in Druk af via. Uw apparaat verschijnt in Printerlijst en wordt ingesteld als standaardapparaat. 18 Klik op Voeg toe. Opnieuw installeren voor Macintosh Als het printerbesturingsbestand niet correct werkt, maakt u de installatie van het besturingsbestand ongedaan en installeert u het opnieuw. 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. 9 1. Installatie van de software 7 Selecteer Installatie ongedaan maken / Maak installatie ongedaan (10.4) en klik op Installatie ongedaan maken / Maak installatie ongedaan (10.4). het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat 10 Op alle programma´s worden afgesloten. Klik op Volgende / Ga door (10.4). 2 3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. 4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X. 5 6 7 Voer het wachtwoord in en klik op OK. 8 Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst. Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer. Klik op Volgende / Ga door (10.4). Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende / Ga door (10.4). de installatie ongedaan is gemaakt, klikt u op 11 Nadat Afsluiten / Sluit af (10.4). Als een apparaat al is toegevoegd, kunt u het verwijderen via Printerconfiguratie of Afdrukken en faxen. Installatie voor Linux 1. Installatie van de software 5 6 7 U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website van Samsung om de printersoftware te installeren (http:// www.samsung.com/printer). 1 Het Unified Linux-stuurprogramma installeren 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. 2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u "root" in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in. 8 Dubbelklik op cdroot > autorun. Klik op Next zodra het welkomstscherm verschijnt. Zodra de installatie is voltooid, klikt u op Finish. Het installatieprogramma heeft het pictogram Unified Driver Configurator op het bureaublad geplaatst en de groep Unified Driver aan het systeemmenu toegevoegd. Als u problemen ondervindt, raadpleegt u de schermhulp die u kunt openen via het systeemmenu of vanuit het stuurprogrammapakket van Windows-toepassingen, zoals Unified Driver Configurator of Image Manager. 2 Smart Panel installeren U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder. 3 Download het Unified Linux Driver-pakket van de website van Samsung. 4 Klik met de rechtermuisknop op het Unified Linux Driverpakket en pak het uit. 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. 2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u root in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in. Installatie voor Linux 1. Installatie van de software U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder. U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder. 3 Download het Smart Panel-pakket van de website van Samsung en plaats het op uw computer. 3 Download het pakket Printer Settings Utility vanaf de website van Samsung. 4 Klik met uw rechtermuisknop op het Smart Panel-pakket en pak het uit. 4 Klik met de rechtermuisknop op het pakket Printer Settings Utility en decomprimeer het. 5 Dubbelklik op cdroot > Linux > smartpanel > install.sh. 5 Dubbelklik op cdroot > Linux > psu > install.sh. 3 Printer Settings Utility installeren 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. 2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u "root" in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in. 9 Opnieuw installeren voor Linux Als het printerstuurprogramma niet correct werkt, maakt u de installatie van het stuurprogramma ongedaan en installeert u het opnieuw. 1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is. 2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u "root" in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in. U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de installatie van het printerstuurprogramma ongedaan te maken. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder. 3 Klik op het pictogram onderaan op het bureaublad. Wanneer het venster Terminal verschijnt, typt u het volgende: [root@localhost root]#cd /opt/Samsung/mfp/uninstall/ [root@localhost uninstall]#./uninstall.sh 4 5 6 Klik op Uninstall. Klik op Next. Klik op Finish. 1. Installatie van de software 10 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u een apparaat instelt dat via het netwerk aangesloten is en hoe u de software instelt. • Nuttige netwerkprogramma’s 12 • Instelling bekabeld netwerk 13 • Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 17 • IPv6-configuratie 25 • Draadloos netwerk instellen 28 Nuttige netwerkprogramma’s Er zijn verschillende programma’s voorhanden om in een netwerkomgeving de netwerkinstellingen op een eenvoudige manier in te voeren. Zo kan de netwerkbeheerder diverse apparaten in het netwerk beheren. Voordat u onderstaande programma’s gaat gebruiken moet u het IP-adres instellen. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 12 2   SyncThru™ Web Admin Service Een webgebaseerd apparaatbeheersysteem voor netwerkbeheerders. Met SyncThru™ Web Admin Service kunt u netwerkapparatuur op een efficiënte manier beheren en op afstand controleren. U kunt bovendien problemen oplossen vanaf iedere plek waar u via het internet toegang hebt tot het bedrijfsnetwerk. U kunt dit programma downloaden via http:// solution.samsungprinter.com. 1 3   SyncThru™ Web Service   SetIP Met de in de netwerkapparaat geïntegreerde webserver kunt u het volgende doen (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 27): Met dit hulpprogramma kunt u een netwerkinterface selecteren en handmatig IP-adressen configureren voor gebruik met het TCP/IP-protocol. • Informatie over en status van verbruiksartikelen opvragen. • • Apparaatinstellingen aanpassen. zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Windows)" op pagina 14. • E-mail-meldingsopties instellen. Als u deze optie instelt, wordt de apparaatstatus (als de tonercassette leeg is of als er een foutmelding is) automatisch naar het e-mailadres van een bepaalde persoon gestuurd. • zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Macintosh)" op pagina 15. • zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Linux)" op pagina 16. • De noodzakelijke netwerkparameters voor het apparaat instellen, zodat u een verbinding kunt maken met diverse netwerkomgevingen. TCP/IPv6 wordt door dit programma niet ondersteund. Instelling bekabeld netwerk U moet de netwerkprotocollen op uw apparaat instellen om het apparaat in uw netwerk te kunnen gebruiken. U kunt het netwerk gebruiken nadat u een netwerkkabel hebt aangesloten op de desbetreffende poort op uw computer. • • Gebruik de programma´s SyncThru™ Web Service of SetIP bij modellen zonder display op het bedieningspaneel. - zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 95. - zie "Het IP-adres instellen" op pagina 14. Modellen met een display op het bedieningspaneel moeten de netwerkinstellingen ingesteld worden door op het bedieningspaneel op de knop (Menu) > Netwerk te 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 13 4   Een netwerkconfiguratierapport afdrukken U kunt een netwerkconfiguratierapport afdrukken vanaf het bedieningspaneel van het apparaat, waarin de huidige netwerkinstellingen van uw apparaat worden weergegeven. Dit zal u helpen bij de installatie van een netwerk. • De machine heeft een displayscherm: Druk op de knop (Menu) op het bedieningpaneel en kies Netwerk > Netwerkinst. (Netwerkinstellingen)> Ja. • De printer heeft geen display: Houd de knop (Annuleren of Stop/Clear) op het bedieningspaneel langer dan vijf seconden ingedrukt. drukken (zie "Netwerk" op pagina 67). In dit netwerkconfiguratierapport kunt u het MAC-adres en IPadres van uw apparaat vinden. Voorbeeld: • MAC-adres: 00:15:99:41:A2:78 • IP-adres: 192.0.0.192 Instelling bekabeld netwerk 5   Het IP-adres instellen Eerst moet u een IP-adres instellen voor het beheren van en afdrukken via het netwerk. In de meeste gevallen wordt een IPadres automatisch toegewezen via een DHCP-server (Dynamic Host Configuration Protocol Server) die zich in het netwerk bevindt. IPv4-configuratie met het programma SetIP (Windows) 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 14 5 In het menu Start van Windows selecteert u Alle programma’s > Samsung Printers > SetIP > SetIP. 6 Klik op het pictogram (derde van links) in het scherm SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen. 7 Voer als volgt de nieuwe apparaatgegevens in in het configuratievenster. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan. Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via Configuratiescherm > Systeem en beveiliging > Windows Firewall. 1 Installeer dit programma vanaf de meegeleverde cd-rom door te dubbelklikken op Application > SetIP > Setup.exe. 2 3 Volg de instructies in het installatievenster. 4 Schakel het apparaat in. Sluit het apparaat op het netwerk aan met een netwerkkabel. Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8. Instelling bekabeld netwerk 8 Klik op Apply en vervolgens op OK. Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het apparaat afgedrukt. Bevestig dat alle instellingen juist zijn. IPv4-configuratie met het programma SetIP (Macintosh) 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 4 Klik op het pictogram (derde van links) in het scherm SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen. 5 Voer de nieuwe apparaatgegevens in het configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan. Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via Systeemvoorkeuren > Beveiliging > Firewall. Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8. De volgende instructies kunnen verschillen per model. 1 Sluit het apparaat op het netwerk aan met een netwerkkabel. 2 Plaats de installatie-cd en open het schijfvenster. Selecteer vervolgens MAC_Installer > MAC_Printer > SetIP > SetIPapplet.html. 3 Dubbelklik op het bestand en Safari zal automatisch worden geopend. Selecteer vervolgens Vertrouw. De pagina SetIPApplet.html wordt geopend in de browser. Hier vindt u de naam en het IP-adres van de printer. 15 6 7 Selecteer Apply, OK en opnieuw OK. Sluit Safari af. Instelling bekabeld netwerk 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken IPv4-configuratie met het programma SetIP (Linux) Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8. Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via System Preferences or Administrator. De volgende instructies kunnen verschillen per model of besturingssysteem. 1 2 3 4 Open /opt/Samsung/mfp/share/utils/. Dubbelklik op het bestand SetIPApplet.html. Klik hier om het venster TCP/IP Configuration te openen. Voer de nieuwe apparaatgegevens in het configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan. 16 5 Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het apparaat afgedrukt. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 6  1  Windows Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina 14). Als tijdens de installatie het venster "Wizard Nieuwe hardware gevonden" verschijnt, klikt u op Annuleren om het venster te sluiten. 2 3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. De cd-rom start automatisch op en er verschijnt een installatievenster. Selecteer Nu installeren. Als u op Geavanceerde instellingen klikt, kunt u gebruik maken van de optie Aangepaste installatie. Aangepaste installatie laat u toe om de verbinding van het apparaat te selecteren en aan te geven welke individuele onderdelen u wilt installeren. Volg de aanwijzingen op het scherm. 4 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 17 Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en vink het selectievakje Ik aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst aan. Klik daarna op Volgende. Het programma zoekt het apparaat. Als het apparaat niet in het netwerk of lokaal wordt gevonden, verschijnt er een foutbericht. • Schakel deze optie in als u de software wilt installeren zonder de printer aan te sluiten. - Schakel deze optie in als u dit programma wilt installeren zonder dat er een apparaat is aangesloten. In dit geval wordt het venster voor het afdrukken van een testpagina overgeslagen en wordt de installatie voltooid. • Opnieuw zoeken Wanneer u op deze knop klikt, verschijnt er een venster met een firewall-waarschuwing. - Schakel de firewall uit en klik op Opnieuw zoeken. In Windows klikt u op Start > Configuratiescherm > Windows Firewall en schakelt u deze optie uit. - Schakel naast de firewall van het besturingssysteem ook die van andere programma’s uit. Raadpleeg de handleiding van de desbetreffende programma’s. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk • Directe invoer Directe invoer laat u toe om een specifiek apparaat te zoeken op het netwerk. - Zoeken op IP-adres: voer hier het IP-adres of de hostnaam in. Klik vervolgens op Volgende. Druk een netwerkconfiguratierapport af om het IPadres van uw apparaat te controleren (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13). - Zoeken op netwerkpad: U kunt een gedeelde printer (UNC-pad) opgeven door de gedeelde naam handmatig in te voeren of door te klikken op Bladeren en de gedeelde printer te zoeken. Klik vervolgens op Volgende. • Help Als uw printer niet op de computer of het netwerk is aangesloten kunt u met deze Help-knop gedetailleerde informatie over de aansluiting van het apparaat weergeven. • SNMP-community-naam Als uw systeembeheerder de nieuwe SNMPcommunity-naam op het apparaat heeft ingesteld, vindt u het apparaat terug in het netwerk. Neem contact op met uw systeembeheerder voor de nieuwe SNMP-community-naam. 5 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 18 De gevonden apparaten worden op het scherm weergegeven. Selecteer het gewenste apparaat en klik op OK. Als er slechts één apparaat is gevonden, verschijnt het bevestigingsvenster. 6 Volg de instructies in het installatievenster. 7   Macintosh 1 Controleer of het apparaat met uw netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina 14). 2 3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. 4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X. Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 5 6 7 Voer het wachtwoord in en klik op OK. 8 Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst. 9 Selecteer Eenvoudige installatie / Standaardinstallatie (10.4) en klik op Installeer. Standaardinstallatie wordt aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd. Klik op Volgende / Ga door (10.4). Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende / Ga door (10.4). Als u Aangepaste installatie / Maak installatie ongedaan (10.4) selecteert, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren. het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat 10 Op alle programma´s worden afgesloten. Klik op Volgende / Ga door (10.4). 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 13 Klik op OK om door te gaan met de installatie. op Volgende (voor Mac OS X 10.4 Ga door) in het 14 Klik venster Leesmij. 15 Nadat de installatie is voltooid klikt u op OK. Open de map Programma’s > Hulpprogramma’s > 16 Printerconfiguratie. • Voor Mac OS X 10.5-10.6 opent u de map Programma’s > Systeemvoorkeuren en klikt u op Afdrukken en faxen. 17 Klik op Voeg toe op de Printerlijst. • In Mac OS X 10.5 -10,6 klikt u op het pictogram "+". Er verschijnt een weergavevenster. 18 InIP.Mac OS X 10.3 selecteert u het tabblad Afdrukken via • In Mac OS X 10.4 klikt u op IP-printer. • In Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op IP. Typische installatie voor een netwerkprinter 11 Selecteer 19 Selecteer HP Jetdirect - Socket in Protocol. en klik op OK. 12 Het programma SetIP wordt automatisch uitgevoerd. 19 Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 20 8 Als u een document van vele pagina’s afdrukt, kunt u de prestaties van de printer verbeteren door Socket te kiezen in de opties bij Printertype (voor Mac OS X 10.4, 10.5 Protocol).  U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website van Samsung om de printersoftware te installeren (http:// www.samsung.com/printer). 20 Typ het IP-adres van uw printer in het invoerveld Adres. de wachtrijnaam in het invoerveld Wachtrij. Als u de 21 Typ wachtrijnaam voor uw apparaatserver niet kunt bepalen, Om andere software te installeren: • zie "Smart Panel installeren" op pagina 8. • zie "Printer Settings Utility installeren" op pagina 9. probeert u eerst de standaardwachtrij. automatisch selecteren in Mac OS X 10.3 niet goed 22 Als werkt, selecteert u Samsung in Printermodel en de naam van uw apparaat in Modelnaam.  Linux Het Linux-stuurprogramma installeren en een netwerkprinter toevoegen • Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.4 niet goed werkt, selecteert u Samsung in Druk af via en de naam van uw apparaat in Model. 1 Controleer of het apparaat met uw netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet bovendien zijn ingesteld. • Als bij Mac OS X 10.5-10.6 Automatisch selecteren niet goed werkt, kiest u Printersoftware selecteren en de naam van uw apparaat in Druk af via. 2 Download het Unified Linux Driver-pakket van de website van Samsung. 3 Extraheer het bestand UnifiedLinuxDriver.tar.gz en open de nieuwe map. 4 Dubbelklik op de map Linux > het pictogram install.sh. 23 Klik op Toevoegen. Uw printer verschijnt op de Printerlijst en wordt ingesteld als standaardprinter. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 5 6 7 8 Het venster Samsung Installer wordt geopend. Klik op Continue. Het venster "Add printer wizard" gaat open. Klik op Next. Selecteer Netwerkprinter en klik op de knop Search. Het IP-adres en het model van de printer verschijnen in de lijst. 9 Selecteer uw apparaat en klik op Next. 10 Voer de beschrijving van de printer in en klik op Next. 11 Nadat de software is toegevoegd klikt u op Finish. 12 Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Finish. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 4 5 Selecteer Network printer en klik op de knop Search. 6 7 8 Selecteer uw apparaat en klik op Next. 21 Het IP-adres en de modelnaam van de printer worden in de lijst weergegeven. Voer de beschrijving van de printer in en klik op Next. Nadat de software is toegevoegd klikt u op Finish. 9   UNIX Controleer of uw printer het besturingssysteem UNIX ondersteunt, voordat u het UNIX-stuurprogramma installeert (zie basishandleiding). Een netwerkprinter toevoegen 1 2 3 Dubbelklik op Unified Driver Configurator. Klik op Add Printer. Het venster Add printer wizard wordt geopend. Klik op Next. Om het UNIX-printerstuurprogramma te gebruiken moet u eerst het UNIX-printerstuurprogrammapakket installeren en vervolgens de printer instellen. U kunt het UNIXprinterstuurprogrammapakket downloaden van de website van Samsung. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk Het UNIX-printerstuurprogrammapakket installeren 4 De installatieprocedure is identiek voor alle varianten van het bovengenoemde UNIX-besturingssysteem. 1 Download het UNIX-stuurprogrammapakket van de website van Samsung en pak het uit op uw computer. 2 Zorg dat u machtigingen voor de hoofdmap heeft. 3 Kopieer het juiste stuurprogrammabestand naar de UNIXcomputer. su - 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 22 Pak het UNIX-printerstuurprogrammabestand uit. Op de IBM AIX gebruikt u bijvoorbeeld de volgende commando’s: cd /tmp gzip –dc /cdrom/unix/packages/aix_power/ aix_power.tar.gz | tar –xvf – De map "binaries" bevat de bestanden en mappen binz, install, share. 5 6 Kopieer de map "binaries" naar een plaatselijke map. Schakel over naar de map "binaries" van het stuurprogramma. cd aix_power/binaries Raadpleeg de handleiding van uw UNIXbesturingssysteem voor meer informatie. 7 Voer het installatiescript uit. ./install install is het installatiescriptbestand dat wordt gebruikt om het UNIX-printerstuurprogrammapakket te installeren/ deïnstalleren. Gebruik de opdracht "chmod 755 install" om de uitvoering van het installatiescript te machtigen. 8 Voer de opdracht ". /install –c" uit om de resultaten van de installatie te controleren. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 9 Voer "installprinter" uit vanaf de opdrachtregel. Hiermee wordt het venster van de wizard Add Printer Wizard geopend. Stel in dit venster de printer op de volgende manier in: 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 23 c Klik op Delete om de printer uit het systeem te verwijderen. d Voer de opdracht ". /install –d" uit om de installatie van het volledige pakket ongedaan te maken. e Voer de opdracht ". /install –c" uit om de resultaten van de deïnstallatie te controleren. In sommige UNIX-besturingssystemen, zoals Solaris 10, zijn zojuist toegevoegde printers mogelijk niet ingeschakeld en/of kunnen geen taken ontvangen. In dat geval moet u de volgende twee opdrachten uitvoeren in de root-terminal: Gebruik de opdracht ". /install" om de binaire gegevens opnieuw te installeren. accept <printer_name> De printer instellen enable <printer_name> De installatie van het printerstuurprogrammapakket ongedaan maken Het hulpprogramma moet gebruikt worden om de geïnstalleerde printer uit het systeem te verwijderen. a Voer de opdracht "uninstallprinter" uit vanaf de terminal. Hierdoor wordt Uninstall Printer Wizard geopend. De geïnstalleerde printers verschijnen in de vervolgkeuzelijst. b Selecteer de printer die u wilt verwijderen. Voer "installprinter" uit vanaf de opdrachtregel om de printer toe te voegen aan uw UNIX-systeem. Hiermee wordt het venster van de wizard Printer toevoegen geopend. Stel in dit venster de printer op de volgende manier in: 1 2 3 Typ de naam van de printer. 4 Geef in het veld Description een beschrijving van de printer op. Dit is optioneel. Selecteer het juiste printermodel uit de lijst van modellen. Voer een beschrijving in voor het type van uw printer in het veld Type. Dit is optioneel. Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 5 Geef in het veld Location een beschrijving van de printer op. 6 Typ het IP-adres of de DNS-naam van de printer in het tekstvak Device voor netwerkprinters. Op IBM AIX met jetdirect kunt u alleen Queue type invoeren. U kunt geen numeriek IP-adres invoeren. 7 Queue type toont de verbinding als lpd of jetdirect in de overeenkomstige keuzelijst. Op Sun Solaris OS is bovendien een usb type beschikbaar. 8 9 Selecteer Copies om het aantal exemplaren in te stellen. Schakel de optie Collate in om exemplaren gesorteerd af te drukken. Schakel de optie Reverse Order in om exemplaren in 10 omgekeerde volgorde af te drukken. de optie Make Default in om deze printer in te 11 Schakel stellen als standaardprinter. 12 Klik op OK om de printer toe te voegen. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 24 IPv6-configuratie 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken IPv6 wordt alleen juist ondersteund in Windows Vista of latere versies. Als het IPv6-netwerk niet lijkt te werken, zet u alle netwerkinstellingen terug naar de fabrieksinstellingen en probeert u het opnieuw met behulp van Instel. wissen (zie "Netwerk" op pagina 67). 5 Klik op Een printer toevoegen in het linkerdeelvenster van Printers en faxapparaten. 6 Kies Een lokale printer toevoegen op het venster Printer toevoegen. 7 Het venster Wizard Printer toevoegen wordt geopend. Volg de instructies in het venster. Als het apparaat niet in een netwerkomgeving wordt gebruikt, activeert u IPv6. Raadpleeg de volgende sectie. Volg in een IPv6-netwerkomgeving de volgende procedure om het IPv6-adres te gebruiken. 10 1 2 3 4 Sluit het apparaat op het netwerk aan met een netwerkkabel. Schakel het apparaat in. Druk een netwerkconfiguratierappor af om de IPv6adressen te controleren (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13). Selecteer Start > Configuratiescherm > Printers en faxapparaten. 25  1 2 3 4 5  IPv6 activeren Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel. Druk op Netwerk > TCP/IP (IPv6) > IPv6 activeren. Selecteer Aan en druk op OK. Zet het apparaat uit en weer aan. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw. IPv6-configuratie 11   IPv6-adressen instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 3 Het apparaat ondersteunt de volgende IPv6-adressen voor het afdrukken vanaf het netwerk en voor netwerkbeheer. • Link-local Address: zelfgeconfigureerde lokale IPv6adressen (adres begint met FE80). • Stateless Address: automatisch door een netwerkrouter geconfigureerd IPv6-adres. • Stateful Address: Door een DHCPv6-server geconfigureerd IPv6-adres. • Manual Address: Door de gebruiker handmatig geconfigureerd IPv6-adres. DHCPv6-adresconfiguratie (Stateful) Als uw netwerk gebruikmaakt van een DHCPv6-server kunt u een van de volgende opties instellen voor standaard dynamische host-configuratie. 1 2 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel. Klik op Netwerk > OK > TCP/IP (IPv6) > OK > DHCPv6 config. 26 Druk op de toets OK om de gewenste waarde te selecteren. • DHCPv6 Addr: gebruik DHCPv6 altijd, ook als de router er niet om vraagt. • DHCPv6 uit: gebruik DHCPv6 nooit, ook niet als een router erom vraagt. • Router: Gebruik DHCPv6 alleen als een router erom vraagt. Handmatige adresconfiguratie 1 Start een webbrowser zoals Internet Explorer die IPv6adressering als URL ondersteunt. 2 Wanneer het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, plaatst u de muisaanwijzer op Settings bovenaan in de menublak en klikt u op Network Settings. 3 4 Klik op TCP/IPv6 in het linkerdeelvenster van de website. Schakel het selectievakje voor Manual Address in. Vervolgens wordt het tekstvak Address/Prefix geactiveerd. IPv6-configuratie 5 Voer de rest van het adres in (bijv. 3FFE:10:88:194::AAAA. "A" is de hexadecimaal 0 tot 9, A tot F). 6 Klik op de knop Apply. 12   SyncThru™ Web Service gebruiken 1 Start een webbrowser zoals Internet Explorer die IPv6adressering als URL ondersteunt. 2 Selecteer een van de IPv6-adressen (Link-local Address, Stateless Address, Stateful Address, Manual Address) uit het netwerkconfiguratierapport (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13). 3 Voer de IPv6-adressen in (bijv. http:// [FE80::215:99FF:FE66:7701]). De adressen moeten tussen vierkante haakjes ("[ ]")worden geplaatst. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 27 Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 28 Naam van draadloos netwerk en netwerksleutel Controleer of uw apparaat een draadloos netwerk ondersteunt. Afhankelijk van het model is een draadloos netwerk mogelijk niet beschikbaar. 13  Draadloze netwerken vereisen een hoger beveiligingsniveau. Als u voor het eerst een toegangspunt installeert, worden een netwerknaam (SSID), een beveiligings-id en een netwerksleutel voor het netwerk gegenereerd. Zoek deze gegevens op voordat u verder gaat met de installatie van de printer.  Aan de slag 14 Uitleg over het type netwerk Normaal is er tussen uw computer en het apparaat maar één verbinding tegelijk mogelijk. Infrastructuurmodus Deze modus wordt doorgaans gebruikt in woningen, kleine kantoren en thuiskantoren. In deze modus verloopt de communicatie met het draadloze apparaat via een toegangspunt. Ad-hocmodus In deze modus wordt geen toegangspunt gebruikt. De draadloze computer en het draadloze apparaat communiceren rechtstreeks met elkaar.   Kiezen van het installatietype U kunt een draadloos netwerk installeren via het bedieningspaneel van het apparaat of via de computer. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 29 Via het bedieningspaneel Via de computer De meeste gebruikers raden wij aan de knop (WPS) te gebruiken voor het configureren van de instellingen voor het draadloze netwerk. Wij raden aan een USB-kabel te gebruiken met het programma dat op de meegeleverde cd met software staat. • (WPS): Als uw apparaat en een toegangspunt (of draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunen, kunt u de draadloze netwerkinstellingen configureren door te drukken op de knop (WPS) op het bedieningspaneel (zie "De knop WPS gebruiken" op pagina 30). • • Bedieningspaneel: U kunt draadloze parameters configureren via het bedieningspaneel (zie "Gebruik van de Menu-knop" op pagina 33). zie "Instellen met Windows" op pagina 36. Met een USB-kabel: U kunt een draadloos netwerk instellen met behulp van het programma op de bijgeleverde cd met software. Alleen de besturingssystemen Windows en Macintosh worden ondersteund (zie "Instellen met Windows" op pagina 36 of "Instellen met Macintosh" op pagina 44). U kunt een draadloos netwerk ook met behulp van een USB-kabel installeren via Hulpprogramma Printerinstellingen nadat u het stuurprogramma hebt geïnstalleerd (dit werkt onder Windows en Macintosh). • Met een netwerkkabel: U kunt een draadloos netwerk instellen met behulp van het programma SyncThru™ Web Service (zie "Een netwerkkabel gebruiken" op pagina 50). Draadloos netwerk instellen 15   De knop WPS gebruiken Als uw printer en een toegangspunt (of draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunen, kunt u de instellingen voor het draadloze netwerk eenvoudig en zonder computer configureren door op het bedieningspaneel op de knop (WPS) te drukken. Als u het draadloze netwerk wilt gebruiken in de infrastructuurmodus, koppelt u de netwerkkabel los van het apparaat. Of u de knop WPS (PBC) gebruikt of het PIN-nummer invoert om verbinding te maken met het toegangspunt, hangt af van het toegangspunt (of de draadloze router) die u gebruikt. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij het toegangspunt (of de draadloze router) dat u gebruikt voor meer informatie. Wat u nodig hebt • Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt. • Controleer of uw apparaat Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt. • Netwerkcomputer (alleen in de PIN-modus) 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 30 Uw type kiezen Met behulp van de knop (WPS) op het bedieningspaneel kunt u op twee manieren een verbinding met een draadloos netwerk tot stand brengen voor uw apparaat. Met de Push Button Configuration (PBC)-methode kunt u het apparaat een verbinding laten maken met een draadloos netwerk door te drukken op de knop (WPS) op het bedieningspaneel van uw apparaat en op de WPS-knop (of PBC-knop) op een toegangspunt dat (of draadloze router die) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt. Bij de PIN (Personal Identification Number)-methode kunt u uw apparaat verbinding laten maken met een draadloos netwerk door de meegeleverde PIN-gegevens in te voeren op een toegangspunt (of draadloze router) dat WPS (Wi-Fi Protected Setup™) ondersteunt. De fabrieksinstelling voor uw apparaat is de modus PBC. Deze wordt aanbevolen voor een gewone draadloze netwerkomgeving. Druk op (Menu) > Draadloos > OK > WPS-inst. om de WPS-modus te wijzigen. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken Apparaten met een display ► Verbinding maken in PIN-modus ► Aansluiten in PBC-modus 1 Druk meer dan twee seconden op de knop het bedieningspaneel. (WPS) op De machine wacht maximaal twee minuten tot u op de knop WPS (of PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router) hebt gedrukt. 2 31 Druk op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router). De berichten worden in de onderstaande volgorde op het LCD-display weergegeven: a Verbinden: Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router). b Verbonden: Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden. c AP SSID: nadat er een verbinding is gemaakt met het draadloos netwerk, verschijnt de SSID van het toegangspunt op het display. 1 Druk meer dan twee seconden op de knop het bedieningspaneel. 2 De achtcijferige PIN-code verschijnt op het display. (WPS) op U moet binnen twee minuten de achtcijferige PIN-code invoeren op de computer die is aangesloten op het toegangspunt (of de draadloze router). De berichten worden in de onderstaande volgorde op het LCD-display weergegeven: a Verbinden: het apparaat maakt een verbinding met het draadloos netwerk. b Verbonden: Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden. c AP SSID: Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is gemaakt, worden de SSID-gegevens van het toegangspunt weergegeven op het LCD-display. Draadloos netwerk instellen Apparaten zonder een display ► Aansluiten in PBC-modus 1 1 b Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden. Het netwerkconfiguratierapport met het PIN-nummer moet worden afgedrukt. Houd in de stand-bymodus de knop (Annuleren of Stop/Clear) op het bedieningspaneel ca. 5 seconden ingedrukt. Het PIN-nummer van uw apparaat wordt weergegeven. 2 Houd de knop (WPS) op het bedieningspaneel ingedrukt totdat de status-LED snel gaat branden (na 4 seconden). Het apparaat maakt verbinding met het toegangspunt (of draadloze router). Druk op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router). a Het lampje van de WPS-LED knippert snel. Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router). 32 ► Verbinding maken in PIN-modus Houd de knop (WPS) op het bedieningspaneel ingedrukt totdat de status-LED snel begint te knipperen (na ongeveer 2 - 4 seconden). Er wordt verbinding gemaakt met het draadloze netwerk. De LED knippert maximaal twee minuten langzaam tot u op de PBC-knop op een toegangspunt (of draadloze router) drukt. 2 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 3 U moet binnen twee minuten de achtcijferige PIN-code invoeren op de computer die is aangesloten op het toegangspunt (of de draadloze router). De LED knippert maximaal twee minuten langzaam tot u de achtcijferige PIN-code invoert. De WPS-LED begint op de volgende manier te knipperen: a Het lampje van de WPS-LED knippert snel. Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router). b Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 33 Opnieuw verbinding maken met een netwerk Verbinding met een netwerk verbreken Wanneer de draadloze netwerkfunctie is uitgeschakeld, wordt automatisch opnieuw geprobeerd een verbinding tot stand te brengen met het toegangspunt (of de draadloze router) met behulp van de eerder gebruikte instellingen voor de draadloze verbinding en het adres. U kunt de draadloze netwerkverbinding verbreken door langer dan twee seconden op de knop (WPS) op het bedieningspaneel te drukken. In de volgende gevallen wordt automatisch een nieuwe verbinding met het draadloze netwerk tot stand gebracht: • Als het Wi-Fi-netwerk zich in de niet-actieve modus bevindt: De verbinding tussen het apparaat en het draadloze netwerk wordt onmiddellijk verbroken en de WPS-LED is uit. • Wanneer het Wi-Fi-netwerk in gebruik is: Zolang het apparaat wacht tot de huidige taak is afgerond, knippert het lampje van de WPS-LED snel. Vervolgens wordt de verbinding met het draadloze netwerkverbinding automatisch verbroken. De WPS-LED gaat uit. • Het apparaat wordt uit- en weer aangezet. • Het toegangspunt (of de draadloze router) wordt uit- en weer ingeschakeld. 16 Annuleren van het maken van een verbinding Als u het verbinden met een draadloos netwerk wilt annuleren terwijl dit proces wordt uitgevoerd, drukt u op de knop (Annuleren of Stop/Clear) op het bedieningspaneel en laat u deze weer los. Wacht 2 minuten voordat u opnieuw verbinding met het draadloze netwerk probeert te maken.   Gebruik van de Menu-knop Voor u begint moet u de netwerknaam (SSID) van uw draadloos netwerk kennen, evenals de netwerksleutel als deze is gecodeerd. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt (of de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze omgeving waarin u werkt. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 34 Wizard-modus Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma installeren om vanuit een toepassing te kunnen afdrukken (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 17). 1 2 Druk op Netwerk > OK > Draadloos > OK > WLANinstellingen > OK. 3 Druk op OK om de gewenste installatiemethode te selecteren. Druk op • • 1 De interfacekaart voor het draadloze netwerk van het apparaat zoekt naar draadloze netwerken in de omgeving en toont de resultaten. 2 Druk op Zoeklijst > OK > kies een netwerk > OK. de knop (Menu) op het bedieningspaneel. Wizard: De interfacekaart voor het draadloos netwerk van het apparaat zoekt naar draadloze netwerken in de omgeving, waarna de resultaten worden weergegeven. 3 4 U kunt een netwerk selecteren met SSID. Druk op WLAN Beveilig. > OK > Geen > OK. Ga door met de volgende stap als u een ander bericht ziet. Afhankelijk van het netwerk dat u selecteert zal de WLANbeveiligingscodering WEP of WPA zijn. • In geval van WEP drukt u op Open systeem of Ged. sleutel. - Open syst.: Verificatie wordt niet gebruikt, en Codering kan wel of niet worden gebruikt, afhankelijk van de behoefte aan gegevensbeveiliging. Voer de WEP-sleutel in nadat u Open syst. hebt geselecteerd. - Ged. sleutel: Verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot het netwerk. Voer de WEP-sleutel in na selectie van Ged. sleutel. Aangepast: U kunt de instellingen voor het draadloos netwerk naar wens configureren. Draadloos netwerk instellen • 5 Bij WPA voert u de WPA Key in. De sleutel mag 8 tot 63 tekens lang zijn. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 5 Druk op OK om de WLAN-beveliging te selecteren. • Geen: Dit wordt gebruikt wanneer de validatie van de identiteit van een draadloos apparaat en gegevenscodering niet vereist zijn voor uw netwerk. Open systeem wordt gebruikt voor IEEE 802.11verificatie. • Statisch WEP: Maakt gebruik van het WEP-algoritme (Wired Equivalent Privacy) dat door de IEEE 802.11standaard wordt voorgesteld voor beveiligingsdoeleinden. De beveiligingsmodus Statisch WEP vereist een WEP-sleutel voor gegevenscodering, decodering en IEEE 802.11-verificatie. Druk op OK om de instelmethode in Verificatie te selecteren. Druk op OK. Aangepaste modus 1 Voer de SSID in als SSID bewerken op de bovenste regel van het display verschijnt. Dit is de naam van een draadloos netwerk. De SSID is hoofdlettergevoelig, dus let op tijdens het invoeren. Druk op OK. 2 3 Selecteer het type draadloze verbinding. Druk op OK om de Werkingsmodus te selecteren. • • 4 Ad-hoc: In deze modus kunnen draadloze apparaten rechtstreeks met elkaar communiceren in een peer-topeer-omgeving. Ga naar stap 4. Infrastruct.: in deze modus kunnen draadloze apparaten via een toegangspunt met elkaar te communiceren. Ga naar stap 5. Druk op OK om de Kanaalkeuze te selecteren. Als u Auto selecteert, worden de kanalen automatisch ingesteld met de draadloze-netwerkinterfacekaart in uw apparaat. 35 - Open syst.: Verificatie wordt niet gebruikt en codering wordt eventueel gebruikt, naargelang de behoefte aan gegevensbeveiliging. Voer de WEPsleutel in. - Ged. sleutel: Verificatie wordt gebruikt. Voer de WEP-sleutel in na selectie van Ged. sleutel. Draadloos netwerk instellen • WPA-PSK of WPA2-PSK: U kunt WPA-PSK of WPA2-PSK selecteren om op basis van een vooraf gedeelde WPA-sleutel de afdrukserver te verifiëren. Hierbij wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (doorgaans vooraf gedeelde wachtwoordzin genoemd) die handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt en elk van zijn clients. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 17   Instellen met Windows Snelkoppeling naar programma Draadloze verbindingen instellen zonder CD: All u het printerstuurprogramma eenmaal heeft geïnstalleerd, heeft u zonder CD toegang tot het programma Draadloze verbindingen instellen. Selecteer in het Startmenu achtereenvolgens Programma’s of Alle programma’s > Samsung Printers > naam van uw printerstuurprogramma > Programma voor het instellen van draadloze verbindingen. a Druk op OK als WPA-PSK of WPA2-PSK op het display verschijnt. b Druk op OK om TKIP te selecteren of AES in Codering. Als u WPA2-PSK selecteert, drukt u op OK om in Codering AES of TKIP + AES te selecteren. c Voer de WPA Key in. 6 Druk op OK. Koppel de netwerkkabel los (standaard of crossover). Als het goed is, communiceert uw apparaat nu draadloos met het netwerk. In de ad-hocmodus kunt u tegelijkertijd een draadloos LAN en een bekabeld LAN gebruiken. 36 Toegangspunt via USB-kabel ► Wat u nodig hebt • Toegangspunt • Netwerkcomputer • Software-cd die bij het apparaat is geleverd • Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloosnetwerkinterface • USB-kabel Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken ► Opzetten van de netwerkinfrastructuur 1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten. 2 3 4 Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan. Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. Selecteer de optie Draadloze verbindingen instellen en installeren. • 37 Draadloze verbindingen instellen en installeren: Configureer de draadloze netwerkinstellingen van uw apparaat en installeer vervolgens het printerstuurprogramma met behulp van de USB-kabel. Deze procedure is uitsluitend bedoeld voor gebruikers die nog nooit een draadloze netwerkverbinding hebben ingesteld. 5 Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en kies Ik aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst. Klik daarna op Volgende. 6 De software zoekt het draadloos netwerk. Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden, controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het venster. • Nu installeren: Als u al een draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op deze knop om het printerstuurprogramma te installeren, zodat u de draadloze netwerkprinter kunt gebruiken. Als u nog geen draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op de knop Draadloze verbindingen instellen en installeren om een draadloos netwerk in te stellen. Klik daarna op de knop Nu installeren. 7 Na de zoekactie toont het venster de draadloze netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het toegangspunt dat u gebruikt en klik op Volgende. Draadloos netwerk instellen Als u de netwerknaam van uw keuze niet kunt vinden of als u de draadloze configuratie handmatig wilt instellen, klikt u op Geavanceerde instelling. • Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de SSID van het gewenste toegangspunt (de SSID is hoofdlettergevoelig). • Werkingsmodus: Selecteer Infrastructuur. • Verificatie: selecteer een verificatietype. Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is. Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk. WPA Privé of WPA2 Personal: selecteer deze optie als u wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op basis van een vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (de zogenaamde vooraf gedeelde wachtwoordzin), die handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt en elk van de bijbehorende clients. • Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64, WEP128, TKIP, AES, TKIP AES). • Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in. • Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering. • WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 38 Als het toegangspunt is beveiligd, verschijnt het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk. Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk verschijnt. Het venster kan verschillen naargelang de beveiligingsmodus: WEP of WPA. • WEP Selecteer Open syst. of Ged. sleutel voor de verificatie en typ de WEP-beveiligingssleutel. Klik op Volgende. WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd. • WPA Voer de gedeelde WPA-sleutel in en klik op Volgende. WPA machtigt en identificeert gebruikers op basis van een geheime sleutel die op gezette tijden automatisch wordt gewijzigd. Bij WPA worden tevens TKIP (Temporal Key Integrity Protocol) en AES (Advanced Encryption Standard) voor gegevenscodering gebruikt. Draadloos netwerk instellen 8 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken Het venster bevat de instellingen voor het draadloze netwerk en controleert of deze instellingen juist zijn. Klik op Volgende. • Voor de methode DHCP Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP in het venster wordt vermeld. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode in DHCP te wijzigen. • Voor de methode Statisch Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch in het venster wordt vermeld. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de computer is ingesteld op DHCP, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres. Voorbeeld: Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn: - IP-adres: 169.254.133.42 - Subnetmasker: 255.255.0.0 Dan zijn de netwerkgegevens van de printer als volgt: - IP-adres: 169.254.133.43 9 - Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer). - Gateway: 169.254.133.1 39 Als de instelling van het draadloos netwerk is voltooid, koppelt u de USB-kabel tussen de computer en het apparaat los. Klik op Volgende. venster Instelling van draadloos netwerk voltooid 10 Het wordt geopend. Kies Ja als u de huidige instellingen aanvaardt en u wilt doorgaan. Kies Nee als u naar het beginvenster wilt terugkeren. Klik daarna op Volgende. Klik op Volgende wanneer het venster Printeraansluiting 11 bevestigen verschijnt. de onderdelen die u wilt installeren. Klik op 12 Selecteer Volgende. u de onderdelen hebt geselecteerd, kunt u ook 13 Wanneer de printernaam wijzigen, de printer instellen voor gedeeld gebruik in het netwerk, de printer instellen als standaardprinter en de poortnaam van elk apparaat wijzigen. Klik op Volgende. Draadloos netwerk instellen de installatie is voltooid, verschijnt er een venster 14 Wanneer met de vraag of u een testpagina wilt afdrukken. Als u een testpagina wilt afdrukken klikt u op Een testpagina afdrukken. In het andere geval klikt u op Volgende en gaat u door met stap 16. 15 Als de testpagina op de juiste manier wordt afgedrukt, klikt u op Ja. Zo niet, dan klikt u op Nee om deze opnieuw af te drukken. Als u zich wilt registreren als gebruiker van het apparaat 16 zodat u informatie kunt ontvangen van Samsung, klikt u op Online registratie. 17 Klik op Voltooien. Ad-hoc via USB-kabel Als u geen toegangspunt hebt, kunt u de printer alsnog draadloos met uw computer verbinden door een draadloos adhocnetwerk in te stellen. Volg hiervoor de volgende eenvoudige stappen. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 40 ► Wat u nodig hebt • Netwerkcomputer • Software-cd die bij het apparaat is geleverd • Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloosnetwerkinterface • USB-kabel ► Ad-hocnetwerken in Windows instellen 1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten. 2 3 Zet de computer en het draadloos-netwerkapparaat aan. Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. Draadloos netwerk instellen 4 Selecteer de optie Draadloze verbindingen instellen en installeren. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 41 5 Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en kies Ik aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst. Klik daarna op Volgende. 6 De software zoekt het draadloos netwerk. Als het netwerk niet kan worden gevonden, controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de printer op de juiste manier is aangesloten. Volg verder de instructies in het venster. • • Nu installeren: Als u een draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op deze knop om het printerstuurprogramma te installeren, zodat u de draadloze netwerkprinter kunt gebruiken. Als u nog geen draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op de knop Draadloze verbindingen instellen en installeren om een draadloos netwerk in te stellen. Pas daarna klikt u op de knop Nu installeren. Draadloze verbindingen instellen en installeren: Configureer de draadloze netwerkinstellingen van uw apparaat en installeer vervolgens het printerstuurprogramma met behulp van de USB-kabel. Deze procedure geldt uitsluitend voor gebruikers die nog nooit een draadloze netwerkverbinding hebben ingesteld. 7 Er verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het apparaat heeft gevonden. Als u de standaardinstelling voor ad-hocnetwerken van Samsung wilt gebruiken, selecteert u het laatste draadloze netwerk in de lijst met de Netwerknaam (SSID). Deze is portthru en het Signaal is Printernetwerk. Klik daarna op Volgende. Als u andere ad-hocinstellingen wilt gebruiken, kiest u een ander draadloos netwerk in de lijst. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken Het beveiligingsvenster voor het draadloze netwerk verschijnt als het ad-hocnetwerk een beveiligingsinstelling heeft. Als u ad-hocinstellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop Geavanceerde instelling. • Voer de naam van het draadloze netwerk in: Voer de SSID in (de SSID is hoofdlettergevoelig). Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk verschijnt. Selecteer Open syst. of Ged. Sleutel voor de verificatie en klik op Volgende. • Werkingsmodus: Selecteer Ad-hoc. • WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd. • Kanaal: selecteer het kanaal. (Auto-inst. of 2.412 tot 2.467 MHz.) • Verificatie: selecteer een verificatietype. Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is. Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk. • Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of WEP128). • Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in. • Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering. • WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex. 42 8 Er verschijnt een venster met de instellingen van het draadloze netwerk. Controleer de instellingen en klik op Volgende. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken zijn: - IP-adres: 169.254.133.42 - Subnetmasker: 255.255.0.0 Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat: - IP-adres: 169.254.133.43 - Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer). - Gateway: 169.254.133.1 Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op DHCP, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook DHCP zijn. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op Statisch, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook Statisch zijn. Als de computer is ingesteld op DHCP en u voor het draadloze netwerk de instelling Statisch wilt gebruiken, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres. • Voor de methode DHCP Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode te wijzigen in IPadres automatisch ontvangen (DHCP). • Voor de methode Statisch Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voorbeeld: Als de netwerkgegevens van de computer als volgt 43 9 Als de instellingen van het draadloze netwerk voltooid zijn, koppelt u de USB-kabel tussen de computer en de printer los. Klik op Volgende. Als het venster Computernetwerkinstelling wijzigen verschijnt, volgt u de stappen op het venster. Klik op Volgende als u klaar bent met de instellingen voor het draadloze netwerk van de computer. Als het draadloze netwerk van de computer is ingesteld op DHCP, duurt het enkele minuten om het IP-adres te ontvangen. Draadloos netwerk instellen venster Instelling van draadloos netwerk voltooid 10 Het wordt geopend. Kies Ja als u de huidige instellingen aanvaardt en u wilt doorgaan. Kies Nee als u naar het beginvenster wilt terugkeren. Klik daarna op Volgende. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken de testpagina op de juiste manier wordt afgedrukt, klikt 14 Als u op Ja. Zo niet, dan klikt u op Nee om deze opnieuw af te drukken. u zich wilt registreren als gebruiker van het apparaat 15 Als om informatie te ontvangen van Samsung, klikt u op Online registratie. Klik op Volgende wanneer het venster Printeraansluiting 11 bevestigen 16 Klik op Voltooien. verschijnt. de onderdelen die u wilt installeren. Klik op 12 Selecteer Volgende. Nadat u de onderdelen hebt geselecteerd, kunt u ook de naam van het apparaat wijzigen, het apparaat instellen om in het netwerk te worden gedeeld, het apparaat instellen als standaardapparaat en de poortnaam van elk apparaat wijzigen. Klik op Volgende. 13 Wanneer de installatie is voltooid, verschijnt er een venster met de vraag of u een testpagina wilt afdrukken. Als u een testpagina wilt afdrukken klikt u op Een testpagina afdrukken. In het andere geval klikt u op Volgende en gaat u door met stap 15. 44 18   Instellen met Macintosh Wat u nodig hebt • Toegangspunt • Netwerkcomputer • Software-cd die bij het apparaat is geleverd • Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloosnetwerkinterface • USB-kabel Draadloos netwerk instellen Toegangspunt via USB-kabel 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 45 Eenvoudige installatie / Standaardinstallatie 12 Selecteer (10.4) en klik op Installeer. Standaardinstallatie wordt 1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten. aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd. 2 3 4 Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan. Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. Als u Maak installatie ongedaan selecteert, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren. Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer. de optie Draadloze verbindingen instellen en 13 Selecteer installeren. 5 6 7 8 9 Dubbelklik op de map MAC_Installer. 14 De software zoekt het draadloos netwerk. Dubbelklik op het pictogram Installer OS X. Voer het wachtwoord in en klik op OK. Klik op Volgende / Ga door (10.4). Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende / Ga door (10.4). Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden, controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het venster. de zoekactie toont het venster de draadloze 15 Na netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het toegangspunt dat u gebruikt en klik op Volgende. Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de 10 gebruiksrechtovereenkomst. 11 Klik op Volgende / Ga door (10.4). Draadloos netwerk instellen Als u de draadloze configuratie handmatig instelt, klikt u op Geavanceerde instelling. • Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de SSID van het gewenste toegangspunt (de SSID is hoofdlettergevoelig). • Werkingsmodus: selecteer Infrastructuur. • Verificatie: selecteer een verificatietype. Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is. Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk. WPA Privé of WPA2 Personal: selecteer deze optie als u wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op basis van een vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (de zogenaamde vooraf gedeelde wachtwoordzin), die handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt en elk van de bijbehorende clients. • Codering: selecteer de codering. (Geen, WEP64, WEP128, TKIP, AES, TKIP, AES.) • Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 46 • Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering. • WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex. Als het toegangspunt is beveiligd, verschijnt het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk. Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk verschijnt. Het venster kan verschillen naargelang de beveiligingsmodus: WEP of WPA. • WEP Selecteer Open syst. of Ged. sleutel voor de verificatie en typ de WEP-beveiligingssleutel. Klik op Volgende. WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd. • WPA Voer de gedeelde WPA-sleutel in en klik op Volgende. WPA machtigt en identificeert gebruikers op basis van een geheime sleutel die op gezette tijden automatisch wordt gewijzigd. Bij WPA worden tevens TKIP (Temporal Key Integrity Protocol) en AES (Advanced Encryption Standard) voor gegevenscodering gebruikt. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken venster bevat de instellingen voor het draadloze 16 Het netwerk en controleert of deze instellingen juist zijn. Klik op Volgende. • Voor de methode DHCP Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP in het venster wordt vermeld. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode in DHCP te wijzigen. • Voorbeeld: Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer). - Gateway: 169.254.133.1 wordt verbinding met het draadloze netwerk gemaakt 17 Ervolgens de netwerkconfiguratie. de instellingen van het draadloze netwerk voltooid zijn, 18 Als koppelt u de USB-kabel tussen de computer en de printer los. Voor de methode Statisch Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch in het venster wordt vermeld. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de computer is ingesteld op DHCP, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres. - de aanwijzingen op het scherm om de installatie te 19 Volg voltooien. Wanneer de installatie is voltooid, klikt u op Sluit af of Start opnieuw. Ad-hoc via USB-kabel Als u geen toegangspunt hebt, kunt u de printer alsnog draadloos verbinden met uw computer door een draadloos adhocnetwerk in te stellen. Volg hiervoor de volgende eenvoudige stappen. Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn: - IP-adres: 169.254.133.42 ► Wat u nodig hebt - Subnetmasker: 255.255.0.0 • Netwerkcomputer • Cd met software die bij uw apparaat is geleverd Dan zijn de netwerkgegevens van de printer als volgt: - IP-adres: 169.254.133.43 47 Draadloos netwerk instellen • Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloosnetwerkinterface • USB-kabel. ► Een ad-hocnetwerk instellen in Macintosh 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten. Schakel de computer en de printer in. Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation. Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer. Dubbelklik op de map MAC_Installer. Dubbelklik op het pictogram Installer OS X. Voer het wachtwoord in en klik op OK. Klik op Volgende / Ga door (10.4). Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Volgende / Ga door (10.4). 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 48 op Akkoord als u akkoord gaat met de 10 Klik gebruiksrechtovereenkomst. Eenvoudige installatie / Standaardinstallatie 11 Selecteer (10.4) en klik op Installeer. Standaardinstallatie wordt aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd. Als u Aangepaste installatie (voor Mac OS X 10.4 Maak installatie ongedaan) selecteert, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren. op Draadloze verbindingen instellen en 12 Klik installeren. 13 De software zoekt naar draadloze netwerkapparaten. Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden, controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het venster. Draadloos netwerk instellen verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het 14 Erapparaat heeft gevonden. Als u de standaardinstelling voor ad-hocnetwerken van Samsung wilt gebruiken, selecteert u het laatste draadloze netwerk in de lijst met de Netwerknaam (SSID). Deze is portthru en het Signaal isPrinternetwerk. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 49 • Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in. • Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering. • WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex. Klik daarna op Volgende. Als u andere ad-hocinstellingen wilt gebruiken, kiest u een ander draadloos netwerk in de lijst. Als u ad-hocinstellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop Geavanceerde instelling. • Voer de naam van het draadloze netwerk in: Voer de SSID in (de SSID is hoofdlettergevoelig). • Werkingsmodus: Selecteer Ad-hoc. • Kanaal: Selecteer het kanaal (Auto-inst. of 2412 MHz tot 2467 MHz). • Verificatie: selecteer een verificatietype. Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is. Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk. • Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of WEP128). Het beveiligingsvenster voor het draadloze netwerk verschijnt als het ad-hocnetwerk een beveiligingsinstelling heeft. Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk verschijnt. Selecteer Open syst. of Ged. Sleutel voor de verificatie en klik op Volgende. • WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd. verschijnt een venster met de instellingen van het 15 Erdraadloze netwerk. Controleer de instellingen en klik op Volgende. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken zijn: - IP-adres: 169.254.133.42 - Subnetmasker: 255.255.0.0 Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat: - IP-adres: 169.254.133.43 - Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer). - Gateway: 169.254.133.1 Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op DHCP, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook DHCP zijn. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op Statisch, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook Statisch zijn. Als de computer is ingesteld op DHCP en u voor het draadloos netwerk de instelling Statisch wilt gebruiken, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres. • Voor de methode DHCP Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode te wijzigen in IPadres automatisch ontvangen (DHCP). • Voor de methode Statisch Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voorbeeld: Als de netwerkgegevens van de computer als volgt 50 wordt verbinding met het draadloze netwerk gemaakt 16 Ervolgens de netwerkconfiguratie. de instelling van het draadloos netwerk is voltooid, 17 Als koppelt u de USB-kabel tussen de computer en het apparaat los. de aanwijzingen op het scherm om de installatie te 18 Volg voltooien. Wanneer de installatie is voltooid, klikt u op Sluit af of Start opnieuw. 19   Een netwerkkabel gebruiken Uw apparaat is netwerkcompatibel. Om uw apparaat netwerkcompatibel te maken, moet u enkele configuratieprocedures doorlopen. Draadloos netwerk instellen • Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma installeren om vanuit een toepassing te kunnen afdrukken (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 17). • Neem contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon die uw draadloos netwerk heeft ingesteld voor informatie over uw netwerkconfiguratie. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 51 IP-adres instellen via het programma SetIP (Windows) Dit programma wordt gebruikt om het IP-adres van uw apparaat handmatig in te stellen met behulp van het MAC-adres, om te communiceren met het apparaat. Het MAC-adres is een hardwareserienummer van de netwerkinterface dat u terugvindt in het netwerkconfiguratierapport terugvindt. zie "Het IP-adres instellen" op pagina 14. Wat u nodig hebt • Toegangspunt • Netwerkcomputer • Software-cd die bij het apparaat is geleverd • Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloosnetwerkinterface • Netwerkkabel Een netwerkconfiguratierapport afdrukken U kunt bepalen welke netwerkinstellingen voor uw apparaat worden gebruikt door een netwerkconfiguratierapport af te drukken. zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 13. Het draadloze netwerk van het apparaat configureren Voordat u begint, moet u de netwerknaam (SSID) van uw draadloze netwerk en de netwerksleutel (als deze is gecodeerd) weten. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt (of de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze omgeving waarin u werkt. Om parameters van het draadloos netwerk te configureren, kunt u SyncThru™ Web Service gebruiken. Draadloos netwerk instellen SyncThru™ Web Service gebruiken 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 6 Klik op Wireless > Wizard. Controleer de status van de kabelverbinding voor u begint met de configuratie van de parameters voor het draadloze netwerk. 1 2 Controleer of de netwerkkabel op de printer is aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten. Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres van uw apparaat in. De Wizard zal u door de configuratie van het draadloos netwerk loodsen. Als u het draadloos netwerk echter rechtstreeks wilt instellen, selecteert u Custom. 7 Selecteer de Network Name(SSID) in de lijst. • SSID: SSID (Service Set Identifier) is een naam die een draadloos netwerk aanduidt. Toegangspunten en draadloze apparaten die een verbinding proberen te maken met een bepaald draadloos netwerk, moeten dezelfde SSID gebruiken. De SSID is hoofdlettergevoelig. • Operation Mode: Operation Mode verwijst naar het type draadloze verbinding (zie "Naam van draadloos netwerk en netwerksleutel" op pagina 28). Voorbeeld: 3 Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de SyncThru™ Web Service-website. 4 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login. 5 • ID: admin • Password: sec00000 Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Network Settings. 52 - Ad-hoc: In deze modus kunnen draadloze apparaten rechtstreeks met elkaar communiceren in een peer-to-peer-omgeving. - Infrastructure: in deze modus kunnen draadloze apparaten via een toegangspunt met elkaar te communiceren. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 53 20 Als de Operation Mode van uw netwerk ingesteld is op Infrastructure selecteert u de SSID van het toegangspunt. Als Operation Mode ingesteld is op Adhoc selecteert u de SSID van het apparaat. Houd er rekening mee dat "portthru" de standaard SSID van uw apparaat is. 8 9 Klik op Next. 1 Controleer of de netwerkkabel op het apparaat is aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten. 2 Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres van uw apparaat in. Als het venster met beveiligingsinstellingen voor draadloze netwerken verschijnt, voert u het geregistreerde wachtwoord (netwerksleutel) in en klikt u op Next. Het bevestigingsvenster verschijnt. Controleer de instellingen van het draadloze netwerk. Als de instellingen juist zijn, klikt u op Apply. Ontkoppel de netwerkkabel (standaard of netwerk). Als het goed is, communiceert uw apparaat nu draadloos met het netwerk. In de ad-hocmodus kunt u tegelijkertijd een draadloos LAN en een bekabeld LAN gebruiken.  Het Wi-Fi-netwerk in- of uitschakelen  Voorbeeld: 3 Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de SyncThru™ Web Service-website. 4 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login. • ID: admin • Password: sec00000 5 Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Network Settings. 6 Klik op Wireless > Custom. U kunt het Wi-Fi-netwerk ook in- of uitschakelen. Draadloos netwerk instellen 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 54 ► Verbindingsprobleem - Ongeldige beveiliging 21   Problemen oplossen • Problemen tijdens het instellen of de installatie van het stuurprogramma De beveiliging is niet goed geconfigureerd. Controleer de beveiliging die op het toegangspunt en de printer is geconfigureerd. ► Verbindingsprobleem - Algemene verbindingsfout ► Printers niet gevonden • Mogelijk staat uw printer niet aan. Zet de computer en printer aan. • De USB-kabel tussen de computer en het apparaat is niet aangesloten. Verbind de printer met de computer door middel van de USB-kabel. • Het apparaat ondersteunt geen draadloze netwerken. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de printer op de software-cd die bij het apparaat is geleverd en zorg dat u beschikt over een draadloze netwerkprinter. • Uw computer ontvangt geen signaal van uw apparaat. Controleer de USB-kabel en de stroomtoevoer van de printer. ► Verbindingsprobleem - Verbonden bedraad netwerk • De printer is verbonden met een netwerkkabel. Koppel de netwerkkabel los van uw apparaat. ► Fout bij verbinding met pc • Het geconfigureerde netwerkadres kan geen verbinding maken tussen uw computer en het apparaat. - ► Verbindingsprobleem - SSID niet gevonden • • De geselecteerde of opgegeven netwerknaam (SSID) kan niet worden gevonden. Controleer de netwerknaam (SSID) op uw toegangspunt en probeer opnieuw verbinding te maken. Uw toegangspunt is uitgeschakeld. Zet het toegangspunt aan. Voor een DHCP-netwerkomgeving De printer ontvangt automatisch het IP-adres (DHCP) als de toewijzingsmethode voor het IP-adres is ingesteld op DHCP. - Voor een statische netwerkomgeving De printer gebruikt het statische adres als de toewijzingsmethode voor het IP-adres op de computer is ingesteld op Statisch. Draadloos netwerk instellen Voorbeeld: 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken • Schakel het toegangspunt (of de draadloze router), de printer en de computer uit en weer aan. Soms kan dat helpen om de communicatie met het netwerk te herstellen. • Controleer of firewallsoftware (V3 of Norton) de communicatie blokkeert. Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn: ▪ IP-adres: 169.254.133.42 ▪ Subnetmasker: 255.255.0.0 Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat: ▪ IP-adres: 169.254.133.43 ▪ Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer). ▪ Gateway: 169.254.133.1 Andere problemen Als zich tijdens het gebruik van de printer in een netwerk problemen voordoen, controleert u de volgende punten: Raadpleeg de gebruikershandleiding bij het toegangspunt (of de draadloze router) voor specifieke informatie. • Mogelijk is uw computer, het toegangspunt (of de draadloze router) of de printer niet ingeschakeld. • Controleer de draadloze ontvangst van het signaal rond het apparaat. Als de router ver van de printer staat of als er een obstakel in de weg staat, kan dat de ontvangst van het signaal bemoeilijken. 55 Als de computer en de printer op hetzelfde netwerk zijn aangesloten maar niet kunnen worden gevonden, blokkeert de firewall-software mogelijk de communicatie. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij de firewall-software voor informatie over het uitschakelen van de firewall. Probeer vervolgens nogmaals of de printer kan worden gevonden. • Controleer of het IP-adres van het apparaat juist is toegewezen. U kunt het IP-adres controleren door het netwerkconfiguratierapport af te drukken. • Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) met een wachtwoord beveiligd is. Als er een wachtwoord is ingesteld, neemt u contact op met de beheerder van het toegangspunt (of de draadloze router). • Controleer het IP-adres van de printer. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw en wijzig de instellingen om een verbinding te maken met het apparaat op het netwerk. Bij DHCP is het mogelijk dat het toegewezen IP-adres verandert als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt of als het toegangspunt opnieuw is ingesteld. Draadloos netwerk instellen • Controleer de draadloze omgeving. Mogelijk kunt u geen verbinding maken met het netwerk in de infrastructuuromgeving waar u gebruikersgegevens moet invoeren voordat u een verbinding hebt gemaakt met een toegangspunt (of draadloze router). • Dit apparaat ondersteunt alleen IEEE 802.11b/g/n en Wi-Fi. Andere draadloze communicatietypes (b.v. Bluetooth) worden niet ondersteund. • In de ad-hocmodus onder besturingssystemen zoals Windows Vista is het mogelijk dat u de draadloze verbinding bij elk gebruik van de draadloze printer opnieuw moet instellen. • Bij draadloze netwerkprinters van Samsung kunnen de infrastructuurmodus en de ad-hocmodus niet tegelijkertijd worden gebruikt. • Het apparaat moet zich binnen het bereik van het draadloos netwerk bevinden. • De printer mag niet in de buurt staan van obstakels die het draadloze signaal kunnen blokkeren. Verwijder grote metalen voorwerpen die zich tussen het toegangspunt (of de draadloze router) en het apparaat bevinden. Controleer of er geen palen, muren of steunpilaren van metaal of beton tussen de printer en het draadloze toegangspunt (of de draadloze router) staan. 2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken • 56 De printer mag niet in de buurt staan van andere elektronische apparaten die het draadloze signaal kunnen verstoren. Er zijn veel apparaten die het draadloze signaal kunnen verstoren, waaronder magnetrons en bepaalde Bluetoothapparaten. 3. Menu´s met nuttige instellingen In dit hoofdstuk leest u hoe u de huidige status van het apparaat controleert en hoe u geavanceerde apparaatinstellingen instelt. • Informatie 58 • Lay-out 59 • Papier 60 • Grafisch 61 • Systeeminstallatie 62 • Emulatie 66 • Netwerk 67 • Beheerinstellingen 68 † Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu’s voor de instelling van het apparaat en het gebruik van de functies van het apparaat. Druk op (Menu) om toegang te krijgen tot deze menu’s. • Naast het gekozen menu verschijnt een sterretje (*). • Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat. • Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel. • Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-onderdelen op uw apparaat een andere naam hebben. Informatie Item 3. Menu´s met nuttige instellingen Omschrijving Menuoverzicht Drukt het menuoverzicht met de lay-out en de huidige instellingen van dit apparaat af. Configuratie Drukt een overzicht van de globale instellingen van het apparaat af. Info verb.art. Demopagina Drukt een pagina met gegevens over verbruiksartikelen af. Item De lijst met PCL-lettertypen afdrukken. PS-lettertype (Lijst met PSlettert.) De lijst met PS-lettertypen afdrukken. EPSON-lettert. (Lijst met EPSON-lettert.) De lijst met EPSON-lettertypen afdrukken. KSC5843letteryp. De lijst met KS-lettertypen afdrukken. KSC5895lettertyp. De lijst met KS5895-lettertypen afdrukken. KSSM-lettertyp. De lijst met KSSM-lettertypen afdrukken. Omschrijving Opgeslagen taken Drukt de momenteel in het geheugen of op een harde schijf (HDD) opgeslagen afdruktaken af. Gebruiksteller Drukt een verbruikspagina af. De pagina met informatie over het verbruik bevat het totaal aantal afgedrukte pagina’s. Voltooide taak Drukt de lijst met voltooide afdruktaken af. Accountrapport Deze functie is alleen beschikbaar als Job Accounting is ingeschakeld in het programma SyncThru™ Web Admin Service. Voor elke gebruiker kunt u een rapport met aantal afdrukken printen. Druk de demopagina af om te controleren of uw apparaat goed werkt. PCL-lettertype (PCL-lettert.) 58 Lay-out Item Afdrukstand 3. Menu´s met nuttige instellingen Omschrijving Selecteert de richting waarin informatie wordt afgedrukt op een pagina. • Marge enkelz.: Stelt de marge voor enkelzijdig afdrukken in. Item Emulatiemarge (Emulatiemarge) MF-lade • Bovenmarge: Stelt de bovenmarge in, van 0,0 tot 250 mm. • Linkermarge: Stelt de linkermarge in, van 0,0 tot 164 mm. Als u op beide zijden van het papier wilt afdrukken kiest u de bindrand. • Binding: Bij het afdrukken op beide zijden van het papier is de marge op kant A het dichtst bij de bindrand evengroot als de smalste marge op zijde B. De marges aan de andere kant van de bindrind zijn in beide gevallen ook hetzelfde. Stelt de papiermarge in de multifunctionele lade in. Omschrijving Stelt de papiermarge voor de emulatieafdrukpagina in. • Dubbelzijdig: Stelt de marge voor dubbelzijdig afdrukken in. Algemene marge • Uit: Hiermee schakelt u deze optie uit. • Lange zijde: Deze bindrand is de conventionele lay-out voor boekbinden. Dubbelzijdig • Enkelzijdig: Stelt de marge voor enkelzijdig afdrukken in. • Korte zijde: Deze bindrand is de conventionele lay-out voor kalenders. • Dubbelzijdig: Stelt de marges voor dubbelzijdig afdrukken in. Stelt de papiermarges in de laden in. Lade X • Enkelzijdig: Stelt de marge voor enkelzijdig afdrukken in. • Dubbelzijdig: Stelt de marges voor dubbelzijdig afdrukken in. 59 Nietpositie bij afdrukstand Liggend Stelt de plaats van de nietjes in. Papier Item Exemplaren MF-lade / [Lade <x>] Papierinvoer Ladekoppeling (Aut. Ladekeuze) Lade bevestigen 3. Menu´s met nuttige instellingen Omschrijving Hiermee kunt u het aantal kopieën selecteren. • Papierformaat: Selecteert het standaard papierformaat. • Type papier: Selecteert het type papier dat zich momenteel in de lade bevindt. Stelt in uit welke lade papier gebruikt moet worden. Als u onder Auto een andere waarde dan Papierinvoer kiest en de geselecteerde lade is leeg, kunt u instellen dat het apparaat automatisch vanuit een andere lade afdrukt. Als u bij Papierinvoer de optie Auto kies, zal deze melding niet getoond worden. Activeert de melding ter bevestiging van de lade. Als u een lade opent en sluit, wordt een venster geopend met de vraag om het papierformaat en -type van de zojuist geopende lade in te stellen. 60 Grafisch Item 3. Menu´s met nuttige instellingen Omschrijving Resolutie Specificeert het aantal afgedrukte punten per inch (dpi - dots per inch). Hoe hoger de instelling, hoe scherper de tekens en afbeeldingen worden afgedrukt. Tkst dnk. mk. (Tkst. lcht. mk.) Drukt de tekst donkerder af dan op een normaal document. Tonersterkte Maakt de afdrukk op de pagina helderder of donkerder. De instelling Normaal levert doorgaans het beste resultaat. Gebruik de instelling Licht om toner te besparen. 61 Systeeminstallatie Item 3. Menu´s met nuttige instellingen 62 Omschrijving Datum & Tijd Stelt de datum en tijd in. Klokmodus Stelt de indeling voor het weergeven van de tijd in, 12-uur of 24-uur. • Uit: hiermee kunt u afdrukken in modus Normaal. Menu Formulier Form. select • Single Form: Hiermee worden alle pagina’s afgedrukt met het eerste formulier. • Double Form: hiermee wordt het voorblad afgedrukt met het eerste formulier, en de achterpagina met het tweede formulier. Formulier-overlay zijn afbeeldingen die op de harde schijf van de printer zijn opgeslagen in een speciale bestandsindeling en die in een willekeurig document in lagen kunnen worden afgedrukt. In wachtrij plaatsen op vaste schijf Als deze optie Aan staat, worden documenten op de harde schijf opgeslagen voor afdrukken op het netwerk. Taal Stelt de taal van de tekst op het display in. Standaardpapie Hiermee kunt u het standaard papierformaat selecteren. rformaat Energie besparen Stel in na welke wachttijd de printer overschakelt naar de energiebesparende modus. Wanneer het apparaat gedurende langere tijd geen gegevens ontvangt wordt het energiegebruik automatisch verlaagd. U kunt instellen in welke situaties de printer moet ontwaken uit sluimerstand. Zet het onderdeel aan. Ontw.gebeurt. • Druk op knop: Als u op een willekeurige knop drukt, uitgezonderd de aan/uitknop, wordt het apparaat wakker uit sluimerstand. • Printer: Als u de papierlade opent of sluit, ontwaakt het apparaat uit de sluimerstand. Systeeminstallatie Item 3. Menu´s met nuttige instellingen Omschrijving Bepaalt of de printer door moet gaan met afdrukken als waargenomen wordt dat het gebruikte papier niet overeenkomt met de instellingen. Aut. doorgaan • Uit: Als het type of formaat papier niet overeenkomt, wacht het apparaat tot u de juiste papiersoort invoert. • Aan: Als er een papierstoring optreedt, wordt er een foutbericht getoond. De printer zal ongeveer 30 seconden wachten, het bericht automatisch wissen en doorgaan met afdrukken. Luchtdrukcorre ctie Afdrukkwaliteit optimaliseren naargelang de hoogte boven zeeniveau. Auto CR Met deze optie kunt u een harde return plaatsen aan het einde van een regel, zeer handig voor Unix- of DOSgebruikers. Time-out taak Als er gedurende een bepaalde periode geen gegevens worden ontvangen, wordt een taak afgesloten. U kunt instellen hoe lang het apparaat moet wachten voordat de taak wordt afgesloten. Meerdere vakken • Modus: Selecteert de te gebruiken modus met meerdere vakken. • Standaardlade: Selecteert de te gebruiken lade als standaardlade. 63 Systeeminstallatie Item 3. Menu´s met nuttige instellingen 64 Omschrijving • Drum reinigen: Reinigt de OPC-drum van de cassette door middel van het afdrukken van een vel. • Fixeereenheid reinigen: Reinigt de fixeereenheid door middel van het afdrukken van een vel. • Toner Op wis.: Deze optie verschijnt alleen als de tonercassette leeg is. Onderhoud • Info verb.art.: Via dit menu-item kunt u zien hoeveel afdrukken er zijn gemaakt en hoeveel toner er nog in de cassette zit. • Toner bijna op: Als er geen toner meer in de tonercassette zit, verschijnt een bericht waarin de gebruiker wordt gevraagd om de tonercassette te vervangen. U kunt de weergave van dit bericht in- en uitschakelen. • Papier stapel.: Als u het apparaat in een vochtige omgeving gebruikt of afdrukmaterialen gebruikt die vochtig zijn als gevolg van een hoge luchtvochtigheid, kunnen de afgedrukte vellen krullen vertonen en worden ze mogelijk niet goed gestapeld. In dit geval kunt u het apparaat instellen om de functie te gebruiken waarmee de afdrukken goed gestapeld worden. Deze functie zal de afdruksnelheid echter verlagen. Inst. import Importeert gegevens opgeslagen op een USB-geheugenstick naar het apparaat. Inst. export Exporteert de op het apparaat opgeslagen instellingen naar een geheugenstick. Tonerbesparing Als u deze modus activeert, gaat uw tonercassette langer mee en zijn de kosten per pagina lager dan wanneer u in de normale modus afdrukt. Dit gaat echter wel ten koste van de afdrukkwaliteit. Stille modus Met dit menu kan de hoeveelheid lawaai tijdens het afdrukken verminderd worden. De snelheid en de kwaliteit van de afdruk kan echter lager worden. Systeeminstallatie Item 3. Menu´s met nuttige instellingen 65 Omschrijving Met deze optie kunt u hulpbronnen besparen en milieuvriendelijke afdrukken maken. • Standaardmodus: Selecteert of de Eco-modus in- of uitgeschakeld wordt. Ecoinstellingen Altijd aan: Schakelt de Eco-modus in en beveiligt de instelling met een wachtwoord. Als een gebruiker de Eco-modus wil wijzigen, moet deze het wachtwoord invoeren. • Sjabloon wijzigen: Kiest het ingetelde eco-sjabloon via de SyncThru™ Web Service. Instell. wissen Herstelt de standaardinstellingen vanuit de fabriek. Emulatie Item 3. Menu´s met nuttige instellingen Omschrijving Type emulatie De apparaattaal definieert hoe de computer met het apparaat communiceert. Instelling Stelt de gedetailleerde instelllingen voor het geselecteerde emulatietype in. 66 Netwerk Optie 3. Menu´s met nuttige instellingen Omschrijving Selecteer het passende protocol en de configuratieparameters voor gebruik in de netwerkomgeving. TCP/IP (IPv4) Er moeten heel wat parameters ingesteld worden. Als u niet zeker bent, laat u ze ongemoeid of raadpleeg u de netwerkbeheerder. TCP/IP(IPv6) Selecteer deze optie om gebruik te maken van een IPv6-netwerkomgeving (zie "IPv6configuratie" op pagina 25). Ethernet-snel Hiermee kunt u de transmissiesnelheid van het netwerk configureren. 802.1x U kunt de gebruikersverificatie voor netwerkcommunicatie instellen. Raadpleeg uw netwerkbeheerder voor details. Draadloos Selecteer deze optie om gebruik te maken van een draadloos netwerk. Instell. wissen Hiermee zet u de standaard netwerkinstellingen terug. Optie 67 Omschrijving Netwerkconf. (Netwerkconfig uratie) Deze lijst toont informatie over de netwerkverbinding en -configuratie van uw apparaat. Net. activeren U kunt instellen of u Ethernet aan of uit wilt zetten. Http activeren U kunt selecteren of u al dan niet gebruik wilt maken van de functie SyncThru™ Web Service. Beheerinstellingen Item Wacht bescherming Wachtw. wijzigen Omschrijving 3. Menu´s met nuttige instellingen Item 68 Omschrijving • Fixeereenheid reinigen: Reinigt de fixeereenheid door middel van het afdrukken van een vel. Het afgedrukte vel bevat tonerresten. Stelt het wachtwoord in voor toegang tot het menu Beheerinstellingen. Kies Aan om gebruik te maken van deze optie en om het wachtwoord in te voeren. • Toner Op wis.: Voorkomt dat het bericht Toner bijna op op het display wordt weergegeven. Wijzigt het wachtwoord voor toegang tot de Beheerinstellingen van het apparaat. • Info verb.art.: Via dit menu-item kunt u zien hoeveel afdrukken er zijn gemaakt en hoeveel toner er nog in de cassette zit. Onderhoud • Ws tr bijna op: Als er geen toner meer in de tonercassette zit, verschijnt een bericht waarin de gebruiker wordt gevraagd om de tonercassette te vervangen. U kunt de weergave van dit bericht in- en uitschakelen. • Ramschijf: Schakelt de Ramschijf in of uit voor het beheren van afdruktaken. Afhankelijk van de grootte van het geïnstalleerde optionele geheugen, kunt u de grootte van de Ramschijf instellen tussen 32 en 64 MB. Deze optie verschijnt niet als u een harde schijf geïnstalleerd heeft. 4. Speciale functies In dit hoofdstuk worden speciale afdrukfuncties verklaard. • Aanpassing aan luchtdruk of hoogte 70 • De lettertype-instelling wijzigen 71 • De standaardafdrukinstellingen wijzigen 72 • Uw apparaat instellen als standaardprinter 73 • Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken 74 • Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken (alleen voor Windows). 82 • Gebruik van geheugen-/harde schijffuncties 84 • Afdrukken in Macintosh 85 • Afdrukken in Linux 87 • Afdrukken in Unix 89 † De procedures in dit hoofdstuk zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7. Aanpassing aan luchtdruk of hoogte De afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door de atmosferische druk, die wordt bepaald door de hoogte boven zeeniveau waar het apparaat staat. De volgende informatie zal u helpen bij de instelling van uw apparaat voor de beste afdrukkwaliteit. Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste luchtdruk in. 4,000 m (13,123 ft) 1 3,000 m (9,842 ft) 2 2,000 m (6,561 ft) 3 1,000 m (3,280 ft) 4 0 1 2 3 4 Hoog 3 Hoog 2 Hoog 1 Normaal In de sectie Instelling of Apparaat van het hulpprogramma Printerinstelling kunt u de waarde van de hoogte instellen. • Zie "Apparaatinstellingen" op pagina 100 als u Windows gebruikt. • Zie "Gebruiken van Smart Panel (alleen voor Macintosh en Linux)" op pagina 102 als u Macintosh, Linux of UNIX OS gebruikt. 4. Speciale functies 70 • Als uw computer met het internet is verbonden, kunt u de hoogte instellen via SyncThru™ Web Service. • U kunt de hoogte ook instellen via de optie Systeeminst. op het display van het apparaat. De lettertype-instelling wijzigen Het apparaat is standaard ingesteld op het lettertype dat in uw regio of land wordt gebruikt. Als u het lettertype wilt wijzigen of als u het lettertype wilt instellen in een speciale omgeving (bijvoorbeeld DOS), kunt u de lettertype-instelling wijzigen met de sectie Emulatie in het hulpprogramma Printerinstelling. • Zie "Apparaatinstellingen" op pagina 100 als u Windows gebruikt. • Zie "Gebruiken van Smart Panel (alleen voor Macintosh en Linux)" op pagina 102 als u Macintosh, Linux of UNIX OS gebruikt. • Als uw computer met het internet is verbonden, kunt u de lettertypes instellen via SyncThru™ Web Service. • U kunt het lettertype ook wijzigen via de optie Emulatie op het display van het apparaat. • Hieronder vindt u de lijst met lettertypen voor de overeenkomstige talen. - Russisch: CP866, ISO 8859/5 Latin Cyrillic - Hebreeuws: Hebrew 15Q, Hebrew-8, Hebrew-7 (alleen voor Israël) - Grieks: ISO 8859/7 Latin Greek, PC-8 Latin/Greek - Arabisch & Farsi: HP Arabic-8, Windows Arabic, Code Page 864, Farsi, ISO 8859/6 Latin Arabic - OCR: OCR-A, OCR-B 4. Speciale functies 71 De standaardafdrukinstellingen wijzigen 1 2 Klik op het menu Start van Windows. Als bij het item Voorkeursinstellingen het teken ► staat, kunt u andere printerstuurprogramma’s voor de geselecteerde printer selecteren. In Windows Server 2000 selecteert u Instellingen > Printers. • • 3 4 4. Speciale functies Als u Windows XP/Server 2003 gebruikt, selecteert u Printers en faxapparaten. Als u Windows Server 2008/Vista gebruikt, selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers. • In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Apparaten en Printers. • In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en printers. Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat. In Windows XP/Server 2003/Server 2008/Vista kiest u Voorkeursinstellingen. In Windows 7 en Windows Server 2008 R2 selecteert u Voorkeursinstellingen voor afdrukken in de contextmenu’s. 5 6 Wijzig de instellingen op elk tabblad. Klik op OK. In Voorkeursinstellingen kunt u de instellingen voor elke afdruktaak wijzigen. 72 Uw apparaat instellen als standaardprinter 1 2 3 4 Klik op het menu Start van Windows. In Windows Server 2000 selecteert u Instellingen > Printers. • Als u Windows XP/Server 2003 gebruikt, selecteert u Printers en faxapparaten. • Als u Windows Server 2008/Vista gebruikt, selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers. • In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Apparaten en Printers. • In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en printers. Selecteer uw apparaat. Klik met uw rechtermuisknop op uw apparaat en selecteer Als standaardprinter instellen. Als bij het item Als standaardprinter instellen voor Windows 7 of Windows Server 2008 R2 het teken ► staat, kunt u andere printerstuurprogramma’s selecteren die met de geselecteerde printer verbonden zijn. 4. Speciale functies 73 Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken 4. Speciale functies 74 1 Afdrukken naar een bestand (PRN) Als u enkel de bestandsnaam invoert wordt het bestand automatisch opgeslagen in Mijn documenten, Documenten of Gebruikers. De opslagmap kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of het gebruikte programma. Het kan soms handig zijn om de af te drukken gegevens op te slaan als een bestand. 1 Kruis het selectievak Afdrukken naar bestand in het venster Afdrukken aan. 2 Speciale afdrukfuncties verklaard U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer. Om de printerfuncties van uw printerstuurprogramma te gebruiken, klikt u op Eigenschappen of Voorkeursinstellingen in het venster Afdrukken van de toepassing om de afdrukinstellingen te wijzigen. De apparaatnaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk van het gebruikte apparaat. 2 3 Klik op Afdrukken. Voer het doelpad en de bestandsnaam in en klik vervolgens op OK. Bijvoorbeeld c:\Temp\bestandsnaam. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item 4. Speciale functies 75 Omschrijving Meerdere pagina's per U kunt het aantal pagina’s selecteren dat u op één vel wilt afdrukken. Als u meer dan één pagina per vel afdrukt zijde worden de pagina’s verkleind en in de door u opgegeven volgorde gerangschikt. U kunt op één vel tot 16 pagina’s afdrukken. Poster afdrukken U kunt een document van één enkele pagina op 4 (poster van 2x2), 9 (poster van 3x3) of 16 vellen (poster van 4x4) papier drukken om ze aan elkaar te plakken en er een poster van te maken. Selecteer de waarde Posteroverlap. Geef de Posteroverlap op in millimeters of inches door het keuzerondje bovenaan rechts op het tabblad Basis te selecteren om de vellen gemakkelijker aan elkaar te kunnen plakken. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item 4. Speciale functies 76 Omschrijving Met deze functie kunt u een document op beide zijden van het papier afdrukken en worden de pagina’s zo gerangschikt dat u het afgedrukte papier dubbel kunt vouwen om een boekje te maken. Boekje afdrukken 8 9 Als u een boekje wilt maken, moet u afdrukken op afdrukmateriaal van het formaat Letter, Legal, A4, US Folio of Oficio. De optie Boekje afdrukken is niet beschikbaar voor alle papierformaten. Kies de Papierformaatoptie onder het tabblad Papier om te kijken welke papierformaten beschikbaar zijn. Als u een onbeschikbaar papierformaat selecteert, wordt deze optie mogelijk automatisch geannuleerd. Selecteer alleen beschikbaar papier (papier waarbij geen of staat). U kunt op beide zijden van een vel papier afdrukken (dubbelzijdig). Voor u afdrukt, moet u de gewenste afdrukstand van het document opgeven. Dubbelzijdig afdrukken • U kunt deze functie gebruiken met papier van het formaat Letter, Legal, A4, US Folio of Oficio. • Als uw printer geen duplexeenheid heeft, moet u de afdruktaak handmatig uitvoeren. De printer drukt eerst elke andere pagina van het document af. Hierna verschijnt er een bericht op uw computer. • De functie Blanco pagina´s overslaan werkt niet als u de dubbelzijdige optie heeft ingeschakeld. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item 4. Speciale functies 77 Omschrijving • Standaardinstelling printer: Als u deze optie selecteert, wordt deze functie bepaald door de instelling die u hebt opgegeven op het bedieningspaneel van de printer. Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van het PCL-stuurprogramma. • Geen: Hiermee schakelt u deze functie uit. • Lange zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die bij boekbinden wordt gebruikt. Dubbelzijdig afdrukken (Optie) • Korte zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die voor kalenders wordt gebruikt. • Omgekeerd dubbelzijdig afdrukken: Schakel deze optie in om de afdrukvolgorde om te keren bij het dubbelzijdig afdrukken. Papieropties Wijzigt de afmetingen van een document zodat deze kleiner of groter op het vel afgedrukt wordt, door een percentage in te voeren waarmee het document vergroot of verkleind wordt. Watermerk Met de optie Watermerk kunt u tekst afdrukken over een bestaand document, U gebruikt het bijvoorbeeld om in grote grijze letters "CONCEPT" of "VERTROUWELIJK" diagonaal op de eerste pagina of op alle pagina’s afdrukken. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item Watermerk (Een watermerk maken) Watermerk (Een watermerk bewerken) Watermerk (Een watermerk verwijderen) 4. Speciale functies 78 Omschrijving a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken. b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend. c Voer een tekst in het vak Tekst watermerk in. U kunt maximaal 256 tekens invoeren. De tekst wordt in het voorbeeldvenster weergegeven. a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend. c Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt bewerken en wijzig de tekst van het watermerk en de opties. d Klik op Wijzigen als u de wijzigingen wilt opslaan. e Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken. b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend. c Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt verwijderen en klik op de knop Wissen. d Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item 4. Speciale functies 79 Omschrijving Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van het PCL-stuurprogramma. Overlay Een overlay is tekst en/of een afbeelding die op de harde schijf van de computer is opgeslagen in een speciale bestandsindeling en die in een willekeurig document kan worden afgedrukt. Overlays worden vaak gebruikt in plaats van voorgedrukte formulieren en papier met een briefhoofd. In plaats van een voorgedrukt briefhoofd kunt u een overlay samenstellen die precies dezelfde informatie bevat. Als u een brief met het briefhoofd van uw bedrijf wilt afdrukken, hoeft u geen voorbedrukt briefhoofdpapier in het apparaat te plaatsen. U drukt het briefhoofd gewoon als overlay op uw document af. Als u een paginaoverlay wilt gebruiken, moet u een nieuwe paginaoverlay maken met uw logo of afbeelding. • Het formaat van het overlaydocument moet hetzelfde zijn als dat van de documenten die u met de overlay afdrukt. Maak geen overlay met een watermerk. • De resolutie van het overlaydocument moet dezelfde zijn als die van het document waarop u de overlay wilt afdrukken. Overlay a Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken... als u het document als een overlay wilt opslaan. b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de vervolgkeuzelijst Tekst. Het venster (Een nieuwe Overlay bewerken verschijnt. paginaoverlay maken) c Klik in het venster Overlay bewerken op Maken. d Typ een naam van maximaal acht tekens in het vak Bestandsnaam in het venster Opslaan als. Selecteer indien nodig de map waarin u het overlaybestand wilt opslaan. Standaard is dit de map C:\Formover. e Klik op Opslaan. De naam verschijnt in Overzicht overlays. f Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. Het bestand wordt niet afgedrukt. Het wordt opgeslagen op de harde schijf van uw computer. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item Overlay (Een paginaoverlay gebruiken) Overlay (Een paginaoverlay verwijderen) 4. Speciale functies 80 Omschrijving a Klik op het tabblad Geavanceerd. b Selecteer de gewenste overlay in de vervolgkeuzelijst Tekst. c Als het overlaybestand dat u zoekt niet in de vervolgkeuzelijst Tekst voorkomt, selecteert u Bewerken... in de lijst en klikt u op Laden. Selecteer het overlaybestand dat u wilt gebruiken. Als u het gewenste overlaybestand op een externe bron hebt opgeslagen, kunt u het bestand ook laden vanuit het venster Openen. Klik op Openen als u het bestand hebt geladen. Het bestand verschijnt in het vak Overzicht overlays en kan worden afgedrukt. Selecteer de overlay in de vervolgkeuzelijst Overzicht overlays. d Schakel indien nodig het selectievakje Overlay bevestigen voor afdrukken in. Als dit selectievakje is ingeschakeld, verschijnt telkens als u een document naar de printer verzendt een berichtvenster waarin u gevraagd wordt om te bevestigen of u een overlay op uw document wilt afdrukken. Als dit selectievakje niet is ingeschakeld en er een overlay is geselecteerd, wordt de overlay automatisch op uw document afgedrukt. e Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. a b c d e f Klik in het venster Voorkeursinstellingen op het tabblad Geavanceerd. Selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst. Selecteer in het vak Overzicht overlays de overlay die u wilt verwijderen. Klik op Wissen. Als er een venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt gevraagd, klikt u op Ja. Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. Paginaoverlays die u niet meer gebruikt, kunt u verwijderen. Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken Item 4. Speciale functies 81 Omschrijving • Deze functie is alleen beschikbaar als u het optionele geheugen of de harde schijf heeft geïnstalleerd. • Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat. Afdrukmodus • Afdrukmodus: de standaard Afdrukmodus is Normaal, en is bedoeld om af te drukken zonder het afdrukbestand op te slaan in het geheugen. - Normaal: in deze modus wordt uw document afgedrukt zonder het op te slaan in het optioneel geheugen. - Proefafdruk: deze modus is handig als u meer dan een exemplaar wilt afdrukken. U kunt eerst een exemplaar afdrukken om te controleren en daarna de andere exemplaren afdrukken. - Vertrouwelijk: deze modus wordt gebruikt voor het afdrukken van vertrouwelijke documenten. U moet een wachtwoord invoeren om af te drukken. - Opslaan: selecteer deze instelling om een document op de harde schijf op te slaan zonder het af te drukken. - Wachtrij: deze optie is handig om een grote hoeveelheid gegevens te verwerken. Als u deze instelling selecteert, wordt het document op de harde schijf in een afdrukwachtrij geplaatst en vervolgens van daaruit afgedrukt. Op die manier wordt de belasting van de computer lager. - Afdrukschema: selecteer deze instelling om het document op een opgegeven tijdstip af te drukken. • Gebruikersnaam: deze optie wordt gebruikt als u een opgeslagen bestand wilt vinden via het bedieningspaneel. • Taaknaam: deze optie wordt gebruikt als u een opgeslagen bestand wilt vinden via het bedieningspaneel. Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken (alleen voor Windows). Wat is het Hulpprogramma Direct afdrukken? • Het programma Hulpprogramma Direct afdrukken ondersteunt PDF versie 1,7 en lager. Bestanden van latere versies moet u openen om te kunnen afdrukken. Hulpprogramma Direct afdrukken is een programma dat PRN, TXT, TIFF, XPS en PDF-bestanden rechtstreeks naar uw printer stuurt om ze af te drukken zonder dat u deze bestanden hoeft te openen. • Uw apparaat moet beschikken over een harde schijf om met dit programma deze bestanden af te drukken. • U kunt geen PDF-bestanden afdrukken waarvoor een afdrukbeperking geldt. Schakel de functie voor de afdrukbeperking uit en probeer opnieuw af te drukken. 82 • Of een PDF-bestand al dan niet afgedrukt kan worden met behulp van het hulpprogramma Direct afdrukken hangt af van de manier waarop het PDF-bestand werd gemaakt. 3 Als u dit programma wilt installeren, selecteert u Geavanceerde installatie > Aangepaste installatie en schakelt u het selectievakje voor het programma in tijdens de installatie van het printerstuurprogramma. 4. Speciale functies 4 Afdrukken Er zijn verschillende manieren waarop u kunt afdrukken met het Hulpprogramma Direct afdrukken. 1 Selecteer in het menu Start Programma’s of Alle programma’s > Samsung Printers > Hulpprogramma Direct afdrukken > Hulpprogramma Direct afdrukken. Of dubbelklik op het snelkoppelingspictogram Hulpprogramma Direct afdrukken op uw bureaublad. • U kunt geen PDF-bestanden afdrukken die met een wachtwoord worden beschermd. Schakel de wachtwoordfunctie uit en probeer opnieuw af te drukken. Het venster Hulpprogramma Direct afdrukken wordt geopend. 2 Selecteer uw printer uit de vervolgkeuzelijst Printer selecteren en klik op Bladeren. Gebruiken van Hulpprogramma Direct afdrukken (alleen voor Windows). 3 Het bestand wordt nu toegevoegd aan de sectie Bestanden selecteren. 4 5 3 Selecteer het bestand dat u wilt afdrukken en klik op Openen. 4. Speciale functies 83 Klik op Afdrukken. Het geselecteerde PDF-bestand wordt naar de printer verzonden. 6 Via het contextmenu Pas de printerinstellingen naar wens aan. Klik op Afdrukken. Het geselecteerde PDF-bestand wordt naar de printer verzonden. 1 Klik met de rechtermuisknop op het PDF-bestand dat u wilt afdrukken en kies Hulpprogramma Direct afdrukken. Het venster Hulpprogramma Direct afdrukken wordt geopend. Het PDF-bestand is hierin al toegevoegd. 5 Via het snelkoppelingspictogram 1 Selecteer het PDF-bestand dat u wilt afdrukken en sleep het naar de snelkoppeling van het Hulpprogramma Direct afdrukken op uw bureaublad. Als het standaardapparaat Hulpprogramma Direct afdrukken niet ondersteunt, wordt er een berichtvenster geopend waarin u wordt gevraagd om de juiste printer te selecteren. Selecteer het juiste apparaat in de sectie Printer selecteren. 2 De apparaatinstellingen aanpassen. 2 3 4 Kies het te gebruiken apparaat. De apparaatinstellingen aanpassen. Klik op Afdrukken. Het geselecteerde PDF-bestand wordt naar de printer verzonden. Gebruik van geheugen-/harde schijffuncties 4. Speciale functies 84 8 Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat. Via het bedieningspaneel Als uw apparaat beschikt over een optioneel geheugen of een optionele harde schijf, dan kunt u deze functies gebruiken via de knop 7 vanuit het stuurprogramma van de printer Als het optionele geheugen is geïnstalleerd, kunt u gebruikmaken van geavanceerde afdrukfuncties, zoals een afdruktaak opslaan of in de wachtrij op de harde schijf plaatsen, een afdruktaak controleren en een persoonlijke afdruktaak specificeren in het venster Afdrukken. Kies Eigenschappen of Voorkeuren en stel de afdrukmodus in. (Menu) > Systeeminst. > Taakmanagement. • Actieve taak: Alle afdruktaken die nog niet zijn afgedrukt bevinden zich in de actieve wachtrij in de volgorde waarin u ze naar de printer hebt gestuurd. U kunt een afdruktaak verwijderen uit de wachtrij voordat deze wordt afgedrukt of een afdruktaak sneller laten afdrukken. • Best.beleid: U kunt het bestandsbeleid kiezen voor het genereren van een bestandsnaam voor u doorgaat met een afdruktaak vanaf het optioneel geheugen. Als de naam reeds in het optioneel geheugen is opgeslagen, wijzigt u de naam of overschrijft u de bestaande naam. • Opgesl. taak: Hiermee kunt u een opgeslagen afdruktaak afdrukken of verwijderen. Na het installeren van de harde schijf kunt u ook de vooraf gedefinieerde documentsjablonen afdrukken via de knop (Menu) > Systeeminst. > Menu Formulier. Afdrukken in Macintosh 9 4. Speciale functies 85 10 Een document afdrukken Als u afdrukt met een Macintosh-computer moet u in elke toepassing die u gebruikt de instellingen van het printerstuurprogramma controleren. Volg de onderstaande stappen om af te drukken vanaf een Macintosh-computer: 1 2 Open het af te drukken document. 3 Selecteer papierformaat, -oriëntatie, -schaal en andere opties, en zorg ervoor dat uw apparaat is geselecteerd. Klik op OK. Printerinstellingen wijzigen U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer. Open een toepassing en selecteer Druk af in het menu Archief/ Bestand (10.4). De printernaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk van de gebruikte printer. Het printereigenschappenvenster is afgezien van de naam vergelijkbaar met het onderstaande venster. 11 Open het menu Archief en klik op Pagina-instelling (Documentinstellingen in enkele toepassingen). 4 5 Open het menu Bestand/Archief (10.4) en klik op Print. 6 Klik op Afdrukken. Kies het aantal exemplaren en geef aan welke pagina’s u wilt afdrukken. Afdrukken meerdere pagina's op één blad U kunt meer dan één pagina afdrukken op één vel papier. Dit is een goedkope manier om conceptpagina’s af te drukken. 1 Open een toepassing en selecteer Druk af uit het menu Archief/Bestand (10.4). 2 Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Richting. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Pagina´s per vel het aantal pagina’s dat u op één vel papier wilt afdrukken. 3 4 Kies de andere te gebruiken opties. Klik op Afdrukken. Het apparaat drukt het gekozen aantal pagina´s op één vel papier af. Afdrukken in Macintosh 4. Speciale functies 86 12 Dubbelzijdig afdrukken Als u meer dan 2 kopieën afdrukt, kunnen de eerste en de tweede kopie op hetzelfde vel papier worden afgedrukt. Vermijd op beide zijden van het papier af te drukken als u meer dan 1 kopie afdrukt. Voordat u dubbelzijdig afdrukt, moet u aangeven langs welke rand u de pagina’s wilt inbinden. De bindopties zijn: • • Lange kant binden: dit is de klassieke opmaak die bij het boekbinden wordt gebruikt. Korte kant binden: deze optie wordt vaak gebruikt voor kalenders. 1 Selecteer Druk af in het menu Archief/Bestand (10.4) van uw Macintosh-toepassing. 2 3 Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Richting. 4 5 Kies de andere te gebruiken opties. Selecteer een bindrichting in de optie Dubbelzijdig afdrukken/Dubbelzijdig (10.4). Als u op Druk af klikt, drukt de printer op beide zijden van het papier af. 13 Help gebruiken Klik op het vraagteken in de linkeronderhoek van het venster en klik op het onderwerp waarover u meer wilt weten. Er verschijnt een pop-upvenster met informatie over de functie van die optie waarover het stuurprogramma beschikt. Afdrukken in Linux 4. Speciale functies 14 • Graphics: Op dit tabblad kunt u afbeeldingsopties instellen voor het afdrukken van afbeeldingsbestanden, zoals kleuropties en grootte of positie van de afbeelding. • Advanced: Afdrukresolutie, papierbron en bestemming instellen. Afdrukken vanuit een toepassing Vanuit een groot aantal Linux-toepassingen kunt u afdrukken met Common UNIX Printing System (CUPS). U kunt vanuit al deze toepassingen met uw printer afdrukken. 1 2 3 4 Open een toepassing en selecteer Print in het menu File. Selecteer rechtstreeks Print via lpr. Selecteer uw model uit de lijst met printers in het venster LPR GUI en klik op Properties. Wijzig de eigenschappen van de afdruktaak met behulp van de volgende vier tabbladen die bovenaan in het venster worden weergegeven. • • General: Wijzigt het papierformaat, papiertype en de afdrukstand van de documenten. Hiermee kunt u de functie dubbelzijdig afdrukken inschakelen, start- en eindvaandels toevoegen en het aantal pagina’s per vel wijzigen. Text: Stelt de paginamarges en tekstopties, zoals regelafstand en kolommen in. 87 5 Klik op Apply om de wijzigingen toe te passen en sluit het venster Properties. 6 Klik op OK in het venster LPR GUI om met afdrukken te beginnen. 7 Het venster Printing verschijnt. Hierin kunt u de status van de afdruktaak controleren. Klik op Cancel als u de huidige afdruktaak wilt annuleren. 15 Bestanden afdrukken U kunt een groot aantal bestandstypen afdrukken op dit apparaat door de standaard-CUPS-methode direct vanaf de opdrachtregel toe te passen. Met het CUPS-lpr-hulpgramma kunt u dat doen, maar het programma uit het besturingsbestand vervang het standaard lpr-hulpprogramma door een veel gebruiksvriendelijker LPR GUI-programma. Afdrukken in Linux Zo drukt u elk bestand af: 1 4. Speciale functies 3 Typ lpr <bestandsnaam> op de commandoregel van de Linux-shell en druk op Enter. Het venster LPR GUI wordt geopend. Wanneer u enkel lpr typt en op Enter drukt, verschijnt eerst het venster Select file(s) to print. Selecteer de bestanden die u wilt afdrukken en klik op Open. 2 In het venster LPR GUI selecteert u uw apparaat uit de lijst en wijzigt u de eigenschappen van de afdruktaak. 3 Klik op OK om met afdrukken te beginnen. 16 Het venster Printer Properties wordt geopend. Dit venster bestaat uit de volgende vijf tabbladen: • General: locatie en naam van de printer wijzigen. De naam die u op dit tabblad invoert, wordt weergegeven in de printerlijst in Printers configuration. • Connection: een andere poort bekijken of selecteren. Als u de poort van het apparaat van USB wijzigt in parallel of omgekeerd terwijl de printer in gebruik is, moet u de poort van het apparaat op dit tabblad opnieuw configureren. • Driver: Hiermee kunt u een ander printerstuurprogramma bekijken of selecteren. Klik op Options als u de standaardopties van het apparaat wilt instellen. • Jobs: de lijst met afdruktaken weergeven. Klik op Cancel job om de geselecteerde taak te annuleren. Schakel het selectievakje Show completed jobs in om een lijst met vorige afdruktaken weer te geven. • Classes: Hier ziet u de klasse waartoe uw apparaat behoort. Klik op Add to Class om uw apparaat toe te voegen aan een bepaalde klasse of klik op Remove from Class als u het apparaat wilt verwijderen uit een geselecteerde klasse. Printereigenschappen configureren In Printer Properties dat u kunt openen in het venster Printers configuration kunt u de verschillende eigenschappen van uw printer wijzigen. 1 Open Unified Driver Configurator. 2 Selecteer uw apparaat in de lijst met beschikbare printers en klik op Properties. Schakel indien nodig over naar Printers configuration. 4 88 Klik op OK om de wijzigingen toe te passen en sluit het venster Printer Properties. Afdrukken in Unix 17 4. Speciale functies 89 18 Doorgaan met de afdruktaak Kies na de installatie van de printer een afbeelding, tekst, PS- of HPGL-bestand om af te drukken. 1 Voer de opdracht "printui <file_name_to_print>" uit. U wilt bijvoorbeeld "document1" afdrukken. Printerinstellingen wijzigen Het UNIX-printerstuurprogramma Print Job Manager waarin de gebruiker verschillende afdrukopties kan selecteren in printer Properties. De volgende sneltoetsen kunnen worden gebruikt: "H" voor Help, "O" voor OK, "A" voor Apply en "C" voor Cancel. printui document1 Hiermee wordt Print Job Manager van het UNIXprinterstuurprogramma geopend waarin de gebruiker verschillende afdrukopties kan instellen. 2 3 Selecteer een printer die reeds is toegevoegd. 4 Selecteer in Number of Copies hoeveel exemplaren u nodig hebt. Selecteer de afdrukopties uit het venster, zoals Page Selection. Druk op Properties om gebruik te maken van de printerfuncties die uw printerstuurprogramma biedt (zie "Printerinstellingen wijzigen" op pagina 85). 5 Druk op OK om te beginnen met de afdruktaak. Het tabblad General • Paper Size: Hiermee kunt u naar eigen keuze het papierformaat instellen op A4, Letter of andere papierformaten. • Paper Type: hiermee kiest u het type papier. Beschikbare opties uit de keuzelijst zijn: Printer Default, Plain en Thick. • Paper Source: Kiest uit welke lade het papier gehaald moet worden. De standaardinstelling is Auto Selection. • Orientation: hiermee selecteert u de richting waarin informatie wordt afgedrukt op een pagina. • Duplex: hiermee worden beide zijden van het papier bedrukt om papier te besparen. • Multiple pages: Hiermee worden meerdere pagina’s afgedrukt op één vel papier. • Page Border: Hiermee kunt een van de randstijlen kiezen (bv.: Single-line hairline, Double-line hairline). Afdrukken in Unix 4. Speciale functies 90 Het tabblad Image Het tabblad Margins Op dit tabblad kunt u de helderheid, resolutie of de positie van een afbeelding op uw document wijzigen. • Use Margins: Hiermee stelt u de marges van het document in. De marges zijn standaard uitgeschakeld. De gebruiker kan de marges instellen door de waarde in de respectieve velden aan te passen. Standaard worden deze waarden bepaald door het geselecteerde papierformaat. Stel de tekenafstand, regelafstand of de kolommen op de afdruk in. • Unit: Hiermee kunt u de eenheden wijzigen in points, inches of centimeters. Het tabblad HPGL/2 Het tabblad Printer-Specific Settings • Use only black pen: Hiermee worden alle grafische elementen in zwart/wit afgedrukt. • Fit plot to page: Hiermee wordt de volledige afbeelding aangepast zodat ze op een enkele pagina past. Selecteer verschillende opties in de JCL en General frames om verschillende instellingen aan te passen. Deze opties zijn specifiek voor de printer en afhankelijk van het PPD-bestand. • Pen Width: Hiermee kunt u de waarde voor de pendikte wijzigen. De standaardwaarde is 1.000. Het tabblad Text 5. Onderhoud Dit hoofdstuk introduceert beheerprogramma’s waarmee u de mogelijkheden van uw apparaat maximaal kunt benutten. Er wordt ook informatie gegeven over het onderhoud van de tonercassette. • De tonercassette bewaren 92 • Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat 94 • Nuttige beheerprogramma´s 95 De tonercassette bewaren 5. Onderhoud Tonercassettes bevatten componenten die gevoelig zijn voor licht, temperatuur en vochtigheid. Samsung raadt u aan deze aanbevelingen te volgen met het oog op optimale prestaties, de hoogste kwaliteit en de langste gebruiksduur van uw nieuwe Samsung-tonercassette. Bewaar deze cassette op de plaats waar de printer wordt gebruikt; idealiter in een omgeving met gecontroleerde temperatuur en vochtigheid. Haal de tonercassette pas uit haar originele, ongeopende verpakking op het moment dat u de cassette gaat installeren. Als de originele verpakking ontbreekt, moet u de bovenste opening van de cassette bedekken met papier en moet u de cassette in een donkere kast bewaren. 92 - in een omgeving met een luchtvochtigheid lager dan 20% of hoger dan 80%. - in een omgeving met extreme temperatuur- of vochtigheidsschommelingen. - in direct zon- of kunstlicht. - op stoffige plaatsen. - in een auto gedurende een lange periode. - in een omgeving met corrosieve gassen. - in een omgeving met zilte lucht. 1 Door de verpakking van de cassette te openen voor u de cassette in gebruik neemt, zal de levensduur en bewaartijd van de cassette aanzienlijk verkorten. Plaats ze niet op de vloer. Volg de onderstaande procedures om een tonercassette die u uit de printer hebt verwijderd te bewaren. Behandelingsrichtlijnen • Raak het oppervlak van de fotogeleidende drum in de cassette niet aan. • Bewaar de cassette in de beschermhoes van de originele verpakking. • Stel de cassette niet nodeloos bloot aan schokken of trillingen. • Bewaar de tonercassette liggend (niet staand) met dezelfde kant boven als bij de installatie. • Roteer de drum niet handmatig, vooral in de tegengestelde richting. Dit kan interne schade en een tonerlek veroorzaken. • Bewaar geen verbruiksartikelen onder de volgende omstandigheden: - bij temperaturen boven 40 °C. De tonercassette bewaren 2 Gebruik tonercassette Samsung Electronics raadt het gebruik van tonercassettes van andere merken dan Samsung af, met inbegrip van generische, hervulde of gerecycleerde tonercassettes of tonercassettes van witte producten. De printergarantie van Samsung dekt geen schade aan het apparaat die ontstaan is door het gebruik van een bijgevulde cassette, gerecyclede cassette of een tonercassette van een ander merk dan Samsung. 3 Geschatte levensduur van cassette De geschatte levensduur van een cassette is afhankelijk van de hoeveelheid toner die afdruktaken vereisen. Het werkelijk aantal pagina’s kan variëren afhankelijk van de afdrukdichtheid van de pagina’s waarop u afdrukt, het besturingssysteem, de tijd tussen de afdruktaken, het type media en het mediaformaat. Als u bijvoorbeeld veel afbeeldingen afdrukt, wordt er meer toner verbruikt en moet de cassette waarschijnlijk vaker worden vervangen. 5. Onderhoud 93 Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat • U mag het apparaat bij het verplaatsen niet ondersteboven of op zijn kant houden. Er kan hierbij toner vrijkomen in het apparaat waardoor er schade aan het apparaat kan ontstaan of de afdrukkwaliteit kan verslechteren. • Als u het apparaat verplaatst, moet u ervoor zorgen dat ten minste twee mensen het apparaat goed vasthouden. 5. Onderhoud 94 Nuttige beheerprogramma´s 4 Samsung AnyWeb Print Met dit hulpprogramma kunt u van schermen in Windows Internet Explorer een schermopname of afdrukvoorbeeld maken en afdrukken, op een veel eenvoudigere manier dan in het gebruikelijke programma. Klik op Start > Alle programma’s > Samsung Printers > Samsung AnyWeb Print > Download the latest version om naar de website te gaan waar u het hulpprogramma kunt downloaden. 5. Onderhoud 95 SyncThru™ Web Service weergeven 1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer. Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar. 2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend. ► Aanmelden bij SyncThru™ Web Service 5 SyncThru™ Web Service gebruiken • Voor SyncThru™ Web Service is minimaal Internet Explorer 6.0 of hoger vereist. • De uitleg over SyncThru™ Web Service in deze gebruikershandleiding kan afhankelijk zijn van de opties en het model, en komt mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. • Alleen voor netwerkmodel. Voor u de opties in SyncThru™ Web Service kunt instellen, moet u zich aanmelden als beheerder. U kunt SyncThru™ Web Service nog altijd gebruiken zonder u aan te melden, maar u zult geen toegang hebben tot het tabblad Settings en het tabblad Security. 1 Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de SyncThru™ Web Service-website. 2 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login. • ID: admin • Password: sec00000 Nuttige beheerprogramma´s SyncThru™ Web Service overzicht 5. Onderhoud 96 ► Het tabblad Settings Op dit tabblad kunt u de configuratie van uw apparaat en netwerk instellen. U moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven. Afhankelijk van uw model zullen sommige menu’s mogelijk niet verschijnen. • Het tabblad Machine Settings: Stelt de door uw machine geleverde opties in. • Het tabblad Network Settings: Toont opties voor de netwerkomgeving. Stelt opties in zoals TCP/IP en netwerkprotocollen. ► Het tabblad Information Op dit tabblad wordt algemene informatie over het apparaat weergegeven. U kunt diverse gegevens controleren, waaronder de resterende hoeveelheid toner. U kunt ook rapporten afdrukken, zoals een foutenrapport. • Active Alerts: Toont de waarschuwingen die in het apparaat zijn gegenereerd en hun ernst. • Supplies: Toont hoeveel pagina´s zijn afgedrukt en hoeveel toner er nog in de cassette zit. • Usage Counters: Toont het tellers van het aantal vellen per type afdruk: enkelzijdig en dubbelzijdig. • Current Settings: Toont informatie of het apparaat en het netwerk. • Print information: Drukt rapporten af zoals systeemgerelateerde rapporten, e-mailadressen en lettertyperapporten. ► Het tabblad Security Op dit tabblad kunt u de beveiligingsgegevens van uw systeem en van het netwerk instellen. U moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven. • System Security: Stelt de gegevens van de systeembeheerder in en schakelt tevens de apparaatfuncties in- of uit. • Network Security: Stelt instellingen voor HTTPs, IPSec, IPv4/IPv6 filtering, 802.1x en verificatieservers in. Nuttige beheerprogramma´s ► Het tabblad Maintenance Op dit tabblad kunt u uw apparaat onderhouden door de firmware te upgraden en contactgegevens voor het versturen van e-mails in te stellen. U kunt ook verbinding maken met de website van Samsung of stuurprogramma's downloaden door het menu Link te selecteren. • Firmware Upgrade: Bijwerken van de firmware van uw apparaat. • Contact Information: Contactgegevens tonen. • Link: Toont koppelingen naar nuttige sites waar u informatie kunt downloaden of lezen. 5. Onderhoud 1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer. Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar. 2 3 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend. Selecteer Machine Settings > E-mail Notification op het tabblad Settings. Als u de server voor uitgaande e-mail nog niet hebt geconfigureerd, gaat u naar Settings > Network Settings > Outgoing Mail Server(SMTP) om de netwerkomgeving te configureren voor u e-mailmelding instelt. E-mailmelding instellen U kunt e-mails ontvangen over de status van uw apparaat door deze optie in te stellen. Door gegevens, zoals IP-adressen, hostnaam, e-mailadressen en SMTP-servergegevens in te stellen zal de apparaatstatus (tonercassette leeg of machinefout) automatisch naar het e-mailadres van een bepaald persoon worden verzonden. Deze optie wordt mogelijk vaker gebruikt door een apparaatbeheerder. 97 4 Schakel het selectievakje voor Enable in om E-mail Notification te gebruiken. 5 Klik op de knop Add om een gebruiker van e-mailmelding in te stellen. Stel de naam van de ontvanger in en het (de) emailadres(sen) met meldingsitems waarvoor u een waarschuwing wilt ontvangen. Nuttige beheerprogramma´s 6 Klik op Apply. Als de firewall is ingeschakeld, zal de e-mail mogelijk niet verzonden kunnen worden. Neem in dat geval contact op met de netwerkbeheerder. Informatie over de systeembeheerder instellen Deze instelling is nodig om gebruik te kunnen maken van de optie e-mailmelding. 1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer. Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar. 2 3 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend. 4 Voer de naam, het telefoonnummer, locatie en emailadres van de beheerder in. 5 Klik op Apply. Selecteer op het tabblad Security System Security > System Administrator. 5. Onderhoud 98 6 Gebruiken van Samsung Easy Printer Manager (alleen voor Windows) Samsung Easy Printer Manager is een Windows-programma waarbinnen alle printerinstellingen van Samsung op een enkele plaats samengebracht zijn. Samsung Easy Printer Manager combineert printerinstellingen met omgevingsfactoren, instellingen/taakopties en startopties. Met al deze functies heeft overzichtelijk toegang tot alle functies van uw Samsung-printer. Easy Printer Manager biedt twee verschillende interfaces waaruit de gebruiker kan kiezen: een basisinterface en een interface voor gevorderde gebruikers. Overschakelen tussen de twee interfaces is eenvoudig: klik gewoon op een knop. Voor Samsung Easy Printer Manager is minimaal Internet Explorer 6.0 of hoger vereist. Nuttige beheerprogramma´s 5. Onderhoud Informatie over Samsung Easy Printer Manager Printerinfor In dit kader staat algemene informatie over uw matie apparaat. U kunt deze informatie controleren, zoals de naam van het printermodel, het IPadres (of poortnummer) en de printerstatus. Openen van het programma: Kies Start > Programma´s or Alle Programma´s > Samsung Printers > Samsung Easy Printer Manager > Samsung Easy Printer Manager. De Easy Printer Manager-interface bestaat uit verschillende kaders die in de onderstaande tabel worden beschreven: 99 2 Knop Gebruikershandleiding: Deze knop verandert in Probleemoplossingsgids als er een fout optreedt. U kunt direct naar het desbetreffende deel in de gebruikershandleiding gaan. Programma Bevat koppelingen voor overschakelen naar -informatie geavanceerde instellingen, voorkeursinstellingen, hulp en informatie over het programma. 3 Met de knop kunt u de interface wijzigen in de interface voor gevorderde gebruikers. Printerlijst 1 De printerlijst toont pictogrammen die corresponderen met de foutstatus van aangetroffen netwerk- en lokale printers. Snelkoppeli Toont Snelkoppelingen naar printerspecifieke ngen functies. Dit gedeelte bevat ook koppelingen 4 naar toepassingen in de geavanceerde instellingen. Nuttige beheerprogramma´s Inhoud 5 Benodighe 6 den bestellen Toont informatie over de geselecteede printer, het niveau van de toner en het papier. De informatie wijzigt naargelang de gekozen printer. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. Klik op de knop Bestellen in het deelvenster om verbruiksartikelen te bestellen. U kunt online reservetonercassette(s) bestellen. Klik achtereenvolgens op de knop Help ( ) rechtsboven in het venster en de optie waarover u meer wilt weten. 5. Onderhoud 100 ► Advarselsindstilling Dit menu bevat instellingen gerelateerd aan de waarschuwingen over fouten en storingen. • Printerwaarschuwing: Levert instellingen met betrekking tot wanneer waarschuwingen ontvangen worden. • E-mailwaarschuwing: Levert opties met betrekking tot het ontvangen van waarschuwingen via e-mail. • Geschiedenis waarschuwingen: Levert een geschiedenis met betrekking tot waarschuwingen gerelateerd aan het apparaat en de toner. ► Taakaccountbeheer Overzicht interface instellingen voor gevorderde gebruikers De interface voor gevorderde gebruikers is bedoeld voor de beheerder van het netwerk en de printers. ► Apparaatinstellingen U kunt verschillende apparaatinstellingen zoals papier, indeling, emulatie, netwerk en afdrukinformatie instellen. Levert een overzicht van informatie over de verdeling van afdruktaken per specifieke gebruiker. Deze verdeling kan aangemaakt en toegepast worden op op apparaten via taakaccountancysoftware zoals SyncThru™ of de CounThru™ administratiesoftware. Nuttige beheerprogramma´s 5. Onderhoud 101 7 Gebruiken van Samsung-printerstatus (alleen voor Windows) Picto gram betekent Normaal Samsung-printerstatus is een programma dat de status van de printer controleert en u daarvan op de hoogte houdt. • Het venster Samsung-printerstatus en de inhoud die in deze gebruikershandleiding worden getoond, kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer of het gebruikte besturingssysteem. • Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn met uw apparaat (zie basishandleiding). Overzicht Samsung-printerstatus Als er een fout optreedt tijdens het gebruik van het apparaat, kunt u de fout controleren in Samsung-printerstatus. Samsungprinterstatus wordt automatisch geïnstalleerd wanneer u de apparaatsoftware installeert. U kunt Samsung-printerstatus ook handmatig opstarten. Ga naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Basis > de knop Printerstatus. Deze pictogrammen verschijnen op de Windows-taakbalk: Omschrijving Het apparaat staat klaar voor gebruik en er zijn geen fouten of waarschuwingen. Waarschu Het apparaat is in een toestand waarin er in wing de toekomst een fout kan optreden. Dit is bijvoorbeeld als het niveau van de toner laag is, wat kan leiden tot de toner-leegstatus. Fout Er is minstens één fout in het apparaat. Nuttige beheerprogramma´s 5. Onderhoud 102 8 Tonerniveau 1 Hier wordt het resterende tonerniveau in de cassette(s) weergegeven. Het apparaat en het aantal tonercassette(s) in het bovenstaande venster kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. 2 Waarschuw.inst Selecteer de gewenste instellingen in het ellingen venster Opties. 3 Benod. bestellen U kunt reservetonercassette(s) online bestellen. Problemen 4 oplossen U kunt direct naar het deel met de probleemoplossing gaan in de gebruikershandleiding. 5 Sluiten Sluit het venster. Gebruiken van Smart Panel (alleen voor Macintosh en Linux) Smart Panel is een programma waarmee de status van het apparaat wordt bewaakt. U kunt de status bekijken en de apparaatinstellingen aanpassen. Bij Macintosh wordt Smart Panel automatisch geïnstalleerd op het moment dat u de apparaatsoftware installeert. Voor Linux kunt u Smart Panel downloaden van de website van Samsung (zie "Smart Panel installeren" op pagina 8). • Het venster Smart Panel en de inhoud die in deze gebruikershandleiding worden getoond, kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer of het gebruikte besturingssysteem. • Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn met uw apparaat (zie basishandleiding). Overzicht Smart Panel Als er een fout optreedt tijdens het gebruik, kunt u de fout controleren in Smart Panel. U kunt Smart Panel ook handmatig starten. Nuttige beheerprogramma´s Macintosh Klik op het Smart Panel-pictogram op de menubalk. Linux Dubbelklik op het Smart Panel-pictogram in het berichtenkader. 5. Onderhoud Gebruikershan U kunt de Onlinegebruikershandleiding dleiding bekijken. Deze knop verandert in Probleemoplossingsgids als er een fout optreedt. U kunt direct naar het deel met de probleemoplossing gaan in de gebruikershandleiding. 3 Instelling printer Tonerniveau 1 2 Nu kopen Hier wordt het resterende tonerniveau in de cassette(s) weergegeven. Het apparaat en het aantal tonercassette(s) in het bovenstaande venster kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. U kunt online reservetonercassette(s) bestellen. 103 4 U kunt diverse apparaatinstellingen configureren in het venster Hulpprogramma Printerinstellingen. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. Als u uw apparaat op een netwerk aansluit, verschijnt het venster SyncThru™ Web Service in plaats van Hulpprogramma Printerinstellingen. Nuttige beheerprogramma´s Wijzigen van de instellingen van Smart Panel Klik met de rechtermuisknop in Linux of Mac OS X op het pictogram voor Smart Panel en selecteer Opties. Selecteer de gewenste instellingen in het venster Opties. 5. Onderhoud Unified Driver Configurator openen 1 Dubbelklik op Unified Driver Configurator op het bureaublad. U kunt ook op pictogram van het menu Startup klikken en Samsung Unified Driver > Unified Driver Configurator selecteren. 9 De Linux Unified Driver Configurator gebruiken 104 2 Klik op de knoppen links om het overeenkomstige configuratievenster te openen. Unified Linux Driver Configurator is een hulpprogramma dat hoofdzakelijk bestemd is voor de configuratie van apparaten. U moet Unified Linux Driver installeren om Unified Driver Configurator te kunnen gebruiken (zie "Installatie voor Linux" op pagina 8). Na de installatie van het stuurprogramma op uw Linux-systeem wordt automatisch het pictogram voor Unified Driver Configurator op uw bureaublad geplaatst. 1 Printer Configuration 2 Port Configuration Klik op Help voor schermhulp. Nuttige beheerprogramma´s 3 5. Onderhoud Breng de wijzigingen aan in de configuratie en klik op Exit om Unified Driver Configurator te sluiten. Printers configuration 3 105 Hiermee worden de status, modelnaam en URI van uw apparaat weergegeven. De bedieningsknoppen van de printer zijn: • Refresh: hiermee vernieuwt u de lijst met beschikbare apparaten. • Add Printer: hiermee voegt u een nieuw apparaat toe. ► Het tabblad Printers • Klik op het pictogram van het apparaat links in het venster Unified Driver Configurator om de printerconfiguratie van het huidige systeem weer te geven. Remove Printer: hiermee verwijdert u het geselecteerde apparaat. • Set as Default: hiermee stelt u het geselecteerde apparaat in als standaardapparaat. • Stop/Start: hiermee kunt u het apparaat stoppen/starten. • Test: hiermee kunt u een testpagina afdrukken om te controleren of de printer goed werkt. • Properties: Hiermee kunt u de eigenschappen van de printer weergeven en wijzigen. Printers configuration bevat twee tabbladen: Printers en Classes. 1 Schakelt naar Printers configuration. 2 Hier worden alle geïnstalleerde apparaten weergegeven. Nuttige beheerprogramma´s ► Het tabblad Classes Op het tabblad Classes wordt een lijst met beschikbare apparaatklassen weergegeven. 5. Onderhoud 106 Ports configuration In dit venster kunt u de lijst met beschikbare poorten weergeven, de status van elke poort controleren en een poort vrijgeven die bezet wordt door een afgebroken taak. 1 2 1 2 3 1 Hiermee geeft u alle apparaatklassen weer. 2 Hiermee geeft u de status van de klasse en het aantal apparaten in de klasse aan. • Refresh: vernieuwt de lijst met klassen. • Add Class: hiermee kunt u een nieuwe apparaatklasse toevoegen. • Remove Class: hiermee verwijdert u de geselecteerde apparaatklasse. 1 Schakelt naar Ports configuration. 2 Alle beschikbare poorten. 3 Hiermee geeft u het poorttype, het op de poort aangesloten apparaat en de status weer. • Refresh: hiermee vernieuwt u de lijst met beschikbare poorten. • Release port: hiermee kunt u de geselecteerde poort vrijgeven. 6. Problemen oplossen In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt. • Problemen met papierinvoer 108 • Problemen met de voeding en het netsnoer 109 • Afdrukproblemen 110 • Problemen met de afdrukkwaliteit 114 • Problemen met het besturingssysteem 122 Problemen met papierinvoer Toestand 6. Problemen oplossen 108 Voorgestelde oplossing Het papier loopt vast tijdens het afdrukken. Verwijder het vastgelopen papier. Papier kleeft aan elkaar. • • • • Invoerprobleem met een aantal vellen tegelijk. Er kan niet meer dan één papiersoort tegelijk in de lade worden geplaatst. Plaats alleen papier van hetzelfde soort en hetzelfde formaat en gewicht. Afdrukpapier wordt niet ingevoerd. • Verwijder vastgelopen papier in het apparaat. • Het papier werd niet goed in de lade gelegd. Verwijder het papier en plaats het op de juiste manier in de lade. • Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier. • Het papier is te dik. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties van het apparaat. Het papier blijft vastlopen. • Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier. Gebruik de multifunctionele lade (of de handmatige papierinvoer) om af te drukken op speciale materialen. • U gebruikt een verkeerde papiersoort. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties van het apparaat. • Misschien zitten er materiaalresten in het apparaat. Open de voorklep en verwijder de resten. Controleer de maximale papiercapaciteit van de lade. Zorg dat u een geschikte papiersoort gebruikt. Haal het papier uit de lade en buig het of waaier het uit. In vochtige omstandigheden kunnen bepaalde papiersoorten aan elkaar blijven kleven. Transparanten plakken aan elkaar Gebruik alleen transparanten die speciaal zijn bedoeld voor laserprinters. Verwijder elk transparant zodra het is uitgevoerd. in de papieruitvoerlade. Enveloppen trekken scheef of worden niet goed ingevoerd. Zorg dat de papiergeleiders aan beide kanten van de envelop goed zijn ingesteld (ze moeten de envelop net raken). Problemen met de voeding en het netsnoer 6. Problemen oplossen Klik op deze koppeling om een animatie te bekijken over het oplossen van problemen met de netvoeding. Toestand Het apparaat krijgt geen stroom, of de verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is niet goed aangesloten. Voorgestelde oplossing • Sluit de machine eerst aan op het stopcontact en druk op de knop bedieningspaneel. • Maak de kabel van het apparaat los en sluit deze opnieuw aan. (Power) op het 109 Afdrukproblemen Toestand Het apparaat drukt niet af. 6. Problemen oplossen Mogelijke oorzaak 110 Voorgestelde oplossing Het apparaat krijgt geen stroom. Controleer of het netsnoer is aangesloten. Controleer de aan/uitschakelaar en het stopcontact. Het apparaat is niet als standaardprinter geselecteerd. Selecteer uw printer als standaardprinter in Windows. Controleer het volgende: • De klep aan de voorzijde is niet gesloten. Sluit de voorklep. • Er is een papierstoring opgetreden. Verwijder het vastgelopen papier. • De papierlade is leeg. Vul papier bij. • Er is geen tonercassette geplaatst. Plaats een tonercassette. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als er een systeemfout optreedt. De verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is niet goed aangesloten. Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan. De verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is mogelijk defect. Sluit de kabel indien mogelijk aan op een andere computer die naar behoren werkt en druk een document af. U kunt ook proberen om een andere kabel voor uw apparaat te gebruiken. De poortinstelling is niet juist. Controleer de printerinstellingen in Windows om vast te stellen of de afdruktaak naar de juiste poort wordt gestuurd. Als uw computer meerdere poorten heeft, controleert u of het apparaat op de juiste poort is aangesloten. Het apparaat is mogelijk niet goed geconfigureerd. Controleer de Voorkeursinstellingen voor afdrukken om na te gaan of alle afdrukinstellingen correct zijn. Afdrukproblemen Toestand Het apparaat drukt niet af. Mogelijke oorzaak 6. Problemen oplossen 111 Voorgestelde oplossing Mogelijk is het printerstuurprogramma niet goed geïnstalleerd. Deïnstalleer het stuurprogramma van uw printer en installeer het programma opnieuw. Het apparaat werkt niet goed. Kijk of het display van het bedieningspaneel een systeemfout aangeeft. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. Het document is zo groot dat er niet Maak extra ruimte op de harde schijf vrij en druk het document voldoende ruimte op de harde schijf van opnieuw af. de computer is om toegang te krijgen tot de afdruktaak. Het apparaat haalt papier uit de verkeerde invoer. De uitvoerlade is vol. Wanneer het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat het apparaat door met afdrukken. De papieroptie die in Voorkeursinstellingen voor afdrukken is geselecteerd is mogelijk onjuist. In veel softwaretoepassingen kunt u de papierbron instellen op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken. Selecteer de juiste papierbron. Raadpleeg de help bij het printerstuurprogramma. Een afdruktaak Mogelijk is de afdruktaak zeer complex. Maak de pagina minder complex of wijzig de instellingen voor de wordt uiterst afdrukkwaliteit. langzaam afgedrukt. De helft van de pagina is blanco. Mogelijk is de afdrukstand verkeerd ingesteld. Wijzig de afdrukstand in het desbetreffende programma. Raadpleeg de help bij het printerstuurprogramma. Het ingestelde papierformaat stemt niet Controleer of het papierformaat in de printerinstellingen overeenstemt overeen met het formaat van het papier met het papier in de lade of met de papierselectie in de instellingen van in de lade. de softwaretoepassing die u gebruikt. Afdrukproblemen Toestand Mogelijke oorzaak 6. Problemen oplossen 112 Voorgestelde oplossing Het apparaat drukt De kabel van het apparaat zit los of is wel af, maar de tekst defect. is niet correct, vervormd of niet volledig. Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan. Druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Sluit de kabel en het apparaat indien mogelijk aan op een andere computer en druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Als dit alles niet helpt, probeert u een nieuwe printerkabel. Het verkeerde printerstuurprogramma is geselecteerd. Controleer in het afdrukmenu van de toepassing of u de juiste printer hebt geselecteerd. De softwaretoepassing werkt niet naar behoren. Probeer een document af te drukken vanuit een andere toepassing. Het besturingssysteem werkt niet naar behoren. Sluit Windows af en start de computer opnieuw op. Schakel het apparaat uit en weer in. Als u in een DOS-omgeving werkt, is het mogelijk dat het lettertype voor uw apparaat verkeerd is ingesteld. zie "De lettertype-instelling wijzigen" op pagina 71. Er worden blanco pagina’s afgedrukt. De tonercassette is leeg of beschadigd. Herverdeel indien nodig het tonerpoeder. Vervang indien nodig de tonercassette. Mogelijk bevat het bestand blanco pagina’s. Controleer of het bestand blanco pagina’s bevat. Mogelijk is een onderdeel van het apparaat defect (bijvoorbeeld de controller of het moederbord). Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. Afdrukproblemen Toestand Mogelijke oorzaak 6. Problemen oplossen 113 Voorgestelde oplossing Het apparaat drukt het Incompatibiliteit tussen het PDFPDF-bestand niet juist bestand en de Acrobat-producten. af. Sommige delen van afbeeldingen, tekst of illustraties ontbreken. Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel Print As Image uit de afdrukopties van Acrobat in. De afdrukkwaliteit van De resolutie van de foto is zeer laag. foto’s is niet goed. De afbeeldingen zijn niet duidelijk. Verklein de afmetingen van de foto. Als u de afmetingen van de foto in het programma vergroot, wordt de resolutie verlaagd. Er komt voor het Het gebruik van geperforeerd papier afdrukken ter hoogte kan damp veroorzaken tijdens het van de uitvoerlade afdrukken. stoom uit het apparaat. Dit is geen probleem. Ga gewoon door met afdrukken. Het apparaat drukt geen speciaal papier zoals rekeningpapier af. Het papierformaat en de papierformaatinstelling komen niet overeen. Stel het juiste papierformaat in onder Aangepast in het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen. Het afgedrukte papier krult op. De instelling voor de papiersoort klopt niet. Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het type in op Dik papier. Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag. Problemen met de afdrukkwaliteit 6. Problemen oplossen 114 Vuil aan de binnenkant van het apparaat of verkeerd geplaatst papier kan leiden tot een verminderde afdrukkwaliteit. Raadpleeg de onderstaande tabel om het probleem te verhelpen. Toestand Voorgestelde oplossing Lichte of vage afdrukken • Als u een verticale witte strook of vaag gedeelte op de afdruk ziet, is de toner bijna op. Plaats een nieuwe tonercassette. • Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn. • Als de hele pagina te licht is, is de afdrukresolutie te laag ingesteld of bevindt het apparaat zich in energiebesparende modus. Wijzig de afdrukresolutie en schakel de energiebesparende modus uit. Raadpleeg de Help bij het printerstuurprogramma. • Een combinatie van vage plekken en vegen kan erop wijzen dat de tonercassette moet worden gereinigd. Reinig de binnenkant van het apparaat. • Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat. Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. De bovenste helft van het De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype. papier is lichter bedrukt • Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor dan de rest van het afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het papiertype in op Kringlooppapier. papier. Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand Tonervlekken A aB bC c A aB bC c A aB bC c A aB bC c A aB bC c Onregelmatigheden A aBb C A aBb C A aBb C A aBb C A aBb C 6. Problemen oplossen 115 Voorgestelde oplossing • Mogelijk voldoet het papier niet aan de specificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn. • Mogelijk is de transportrol vuil. Reinig de binnenkant van het apparaat. • Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. Als op willekeurige plaatsen vage, doorgaans ronde, plekken verschijnen: • Er zit mogelijk een slecht vel tussen het papier. Druk het document opnieuw af. • Het vochtgehalte van het papier is niet op alle plaatsen gelijk of het papier bevat vochtplekken. Probeer papier van een ander merk. • Een hele partij papier is niet in orde. Problemen tijdens de productie kunnen ertoe leiden dat sommige delen toner afstoten. Probeer een ander soort of merk papier. • Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het type in op Dik of Dikker (zie de Basishandleiding voor papiergewicht per vel). Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. Witte vlekken Er verschijnen witte vlekken op de pagina: • Het papier is te ruw en er valt veel papierstof op de interne onderdelen van het apparaat, wat erop wijst dat de rol vuil kan zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat. • Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Reinig de binnenkant van het apparaat. Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand Verticale strepen 6. Problemen oplossen 116 Voorgestelde oplossing Als de pagina zwarte, verticale strepen vertoont: • Er zitten mogelijk krassen op het oppervlak (drumgedeelte) van de tonercassette in het apparaat. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe. Als de pagina witte verticale strepen vertoont: • Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat. Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. Zwarte achtergrond Als er in lichte gedeelten te veel toner wordt gebruikt (grijze achtergrond): • Gebruik papier met een lager gewicht. • Controleer de omgevingsvoorwaarden: bijzonder droge omstandigheden of een hoge luchtvochtigheid (meer dan 80% RV) kunnen aanleiding geven tot een grijzere achtergrond. • Verwijder de oude tonercassette en plaats een nieuwe. Tonervegen • Reinig de binnenkant van het apparaat. • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. • Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe. Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand Verticaal terugkerende afwijkingen 6. Problemen oplossen 117 Voorgestelde oplossing Als de bedrukte zijde van de pagina met gelijke intervallen afwijkingen vertoont: • De tonercassette is mogelijk beschadigd. Als u nog steeds dezelfde problemen ondervindt, verwijdert u de tonercassette en plaatst u een nieuwe. • Er zit mogelijk toner op sommige onderdelen van het apparaat. Als de afwijkingen zich op de achterkant van de pagina bevinden zal het probleem waarschijnlijk na enkele pagina’s vanzelf verdwijnen. • De fixeereenheid is mogelijk beschadigd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. Schaduwvlekken A Schaduwvlekken worden veroorzaakt door kleine hoeveelheden toner die willekeurig verspreid op de afdruk voorkomen. • Misschien is het papier te vochtig. Probeer af te drukken op papier van een andere partij. Maak een pak papier pas open op het moment dat u het gaat gebruiken zodat het papier niet te veel vocht opneemt. • Wijzig de afdruklay-out als er schaduwvlekken verschijnen op een envelop om te voorkomen dat wordt afgedrukt op een gebied met overlappende naden aan de rugzijde. Afdrukken op naden kan problemen veroorzaken. • Als het gehele oppervlak van een afgedrukte pagina wordt bedekt met schaduwvlekken kiest u een andere afdrukresolutie in het softwareprogramma of in de Voorkeursinstellingen voor afdrukken. Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd, maar als er momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkt en dit probleem tot gevolg hebben. Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand 6. Problemen oplossen 118 Voorgestelde oplossing Er blijven tonerdeeltjes De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype. hangen rond vetgedrukte • Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor tekens of donkere foto’s. afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het papiertype in op Kringlooppapier. Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd, maar als er momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkt en dit probleem tot gevolg hebben. Misvormde tekst • Als tekst er vervormd uitziet ("uitgehold" effect) is het papier mogelijk te glad. Probeer een ander soort papier. Papier schuin • Plaats het papier op de juiste manier in de lade. • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. • Let erop dat de geleiders niet te dicht en niet te ver af staan van de stapel papier. Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand Gekruld of gegolfd 6. Problemen oplossen Voorgestelde oplossing • Plaats het papier op de juiste manier in de lade. • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Papier kan krullen als de temperatuur of de vochtigheid te hoog is. • Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180° te draaien in de lade. Vouwen of kreuken • Plaats het papier op de juiste manier in de lade. • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. • Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180° te draaien in de lade. Achterkant van afdrukken is vuil • Mogelijk lekt een tonercassette. Reinig de binnenkant van het apparaat. 119 Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand Volledig gekleurde of zwarte pagina’s A Losse toner 6. Problemen oplossen 120 Voorgestelde oplossing • Mogelijk is de tonercassette niet goed geplaatst. Verwijder de cassette en plaats deze opnieuw. • Mogelijk is de tonercassette defect. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe. • Het apparaat moet mogelijk worden gerepareerd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. • Reinig de binnenkant van het apparaat. • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. • Verwijder de tonercassette en installeer een nieuwe. Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat mogelijk worden hersteld. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. Openingen in tekens A Letters worden onvolledig afgedrukt omdat er witte plekken verschijnen op plaatsen die zwart zouden moeten zijn: • Als dit probleem optreedt bij transparanten, probeert u een ander soort transparant. Als gevolg van de samenstelling van de transparanten kunnen onvolledige tekens voorkomen. • Misschien drukt u af op de verkeerde kant van het papier. Verwijder het papier en draai het om. • Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. Problemen met de afdrukkwaliteit Toestand Horizontale strepen 6. Problemen oplossen 121 Voorgestelde oplossing Controleer bij horizontale zwarte strepen of vegen het volgende: • De tonercassette is mogelijk verkeerd geplaatst. Verwijder de cassette en plaats deze opnieuw. • Mogelijk is de tonercassette defect. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe. Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat waarschijnlijk worden hersteld. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. Krullen Als het afgedrukte papier opkrult of als het papier niet wordt ingevoerd, doet u het volgende: • Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180° te draaien in de lade. • Wijzig de papierinstelling op de printer en probeer het opnieuw. Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het type in op Dun papier. Uw apparaat wordt mogelijk gebruikt op een hoogte van 1.000 m of hoger. Een dergelijke hoogte kan de • Op enkele vellen verschijnt afdrukkwaliteit beïnvloeden (bijv. losse toner of een vage afdruk). Stel uw apparaat in op de juiste hoogte herhaaldelijk een (zie "Aanpassing aan luchtdruk of hoogte" op pagina 70). onbekende afbeelding. • Losse toner • Vage afdruk of vervuiling Problemen met het besturingssysteem 6. Problemen oplossen 122 1 Algemene Windows-problemen Toestand Tijdens de installatie verschijnt het bericht "Bestand in gebruik". Voorgestelde oplossing Sluit alle softwaretoepassingen af. Verwijder alle software uit de opstartgroep en start vervolgens Windows weer op. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw. Het bericht "Algemene Sluit alle andere toepassingen af, start Windows opnieuw op en probeer opnieuw af te drukken. beschermingsfout", "OE-uitzondering", "Spool 32" of "Ongeldige bewerking" verschijnt. De berichten "Kan niet Deze meldingen kunnen tijdens het afdrukken verschijnen. Wacht gewoon even tot het apparaat klaar is afdrukken" of "Er is een met afdrukken. Als het bericht verschijnt als de printer klaar staat voor gebruik of nadat de afdruk is voltooid, time-outfout in de printer controleert u de aansluiting en gaat u na of er een fout is opgetreden. opgetreden" verschijnen. Raadpleeg de gebruikershandleiding van Microsoft Windows 2000/XP/2003/Vista die met uw pc werd meegeleverd voor meer informatie over foutmeldingen in Windows. Problemen met het besturingssysteem 6. Problemen oplossen 123 2 Algemene Macintosh-problemen Toestand Voorgestelde oplossing Het apparaat drukt het PDF-bestand Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel niet juist af. Sommige delen van Print As Image uit de afdrukopties van Acrobat in. afbeeldingen, tekst of illustraties ontbreken. Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag. Het document is afgedrukt, maar de Werk uw Mac OS-versie bij tot MAC OS X 10.3.3. of hoger. afdruktaak blijft in de wachtrij van Mac OS X 10.3.2 staan. Bepaalde letters worden niet normaal weergegeven tijdens het afdrukken van het voorblad. Mac OS kan bij het afdrukken van het voorblad het gebruikte lettertype niet maken . Normale letters en cijfers worden normaal weergegeven op het voorblad. Als u op een Macintosh-computer een document afdrukt met Acrobat Reader 6.0 of hoger worden de kleuren niet op de juiste wijze afgedrukt. Controleer of de resolutie-instelling in uw printerstuurprogramma overeenkomt met de resolutieinstelling in Acrobat Reader. Raadpleeg de gebruikershandleiding van Macintosh die met uw computer is meegeleverd voor meer informatie over Macintosh-foutmeldingen. Problemen met het besturingssysteem 6. Problemen oplossen 124 3 Algemene Linux-problemen Toestand Het apparaat drukt niet af. Voorgestelde oplossing • Controleer of het printerstuurprogramma is geïnstalleerd. Open Unified Driver Configurator en selecteer het tabblad Printers in Printers configuration om de lijst met beschikbare printers weer te geven. Controleer of uw apparaat in de lijst staat. Als dit niet zo is, opent u Add new printer wizard om uw apparaat in te stellen. • Controleer of het apparaat is ingeschakeld. Open Printers configuration en selecteer uw apparaat uit de lijst met printers. Bekijk de omschrijving in het deelvenster Selected printer. Druk op de knop Start als tussen de status de tekenreeks Stopped voorkomt. Hierna zou de printer weer normaal moeten werken. De status "stopped" is mogelijk geactiveerd wanneer zich problemen met het afdrukken voordoen. • Controleer of er speciale afdrukopties zijn ingesteld voor de toepassing, zoals "-oraw". Als de parameter "-oraw" is opgegeven in de opdrachtregel verwijdert u deze om het afdrukprobleem op te lossen. Voor Gimp front-end kiest u “print” -> “Setup printer” en bewerkt u de opdrachtregelparameter in de menuoptie. Het apparaat drukt geen volledige pagina’s af. Slechts de helft van de pagina wordt afgedrukt. Dit is een bekend probleem dat zich voordoet bij gebruik van een kleurenprinter met versie 8.51 of een oudere versie van Ghostscript, 64-bits Linux OS. Dit probleem is bij bugs.ghostscript.com gemeld als Ghostscript Bug 688252. Het probleem is opgelost in AFPL Ghostscript versie 8.52 en hoger. Download de meest recente versie van AFPL Ghostscript van http://sourceforge.net/projects/ghostscript/ en installeer deze om dit probleem op te lossen. Problemen met het besturingssysteem 6. Problemen oplossen 125 Toestand Voorgestelde oplossing Tijdens het afdrukken van een document wordt de foutmelding "Cannot open port device file" getoond. Wijzig nooit de parameters van een afdruktaak (bijvoorbeeld met LPR GUI) terwijl er een afdruktaak wordt uitgevoerd. Diverse versies van CUPS-server breken de afdruktaak af als de afdrukopties worden gewijzigd en proberen vervolgens de taak vanaf het begin opnieuw uit te voeren. Aangezien Unified Linux Driver de poort tijdens het afdrukken wordt vergrendelt, blijft deze vergrendeld door het abrupte afbreken van het stuurprogramma zodat de poort niet beschikbaar is voor volgende afdruktaken. Als deze situatie zich voordoet, probeert u de poort vrij te geven door Release port te selecteren in Port configuration. Raadpleeg de gebruikershandleiding van Linux die bij uw computer werd geleverd voor meer informatie over Linuxfoutberichten. Problemen met het besturingssysteem 6. Problemen oplossen 126 4 Veelvoorkomende PostScript-problemen De volgende problemen hebben specifiek betrekking op de PS-taal en kunnen optreden als er meerdere printertalen worden gebruikt. Probleem Het PostScript-bestand kan niet worden afgedrukt. Mogelijke oorzaak Mogelijk is het PostScriptstuurprogramma niet correct geïnstalleerd. Oplossing • Installeer het PostScript-stuurprogramma (zie "Installatie van de software" op pagina 4). • Druk een configuratiepagina af en controleer of u kunt afdrukken in PS. • Neem contact op met de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen. Het rapport Fout limietcontrole wordt afgedrukt. De afdruktaak is te complex. Er wordt een PostScript- De afdruktaak is mogelijk geen foutenpagina afgedrukt. PostScript-taak. De optionele lade is niet geselecteerd in het stuurprogramma. Maak de pagina minder complex of breid het geheugen uit. Controleer of de afdruktaak een PostScript-taak is. Controleer of de softwaretoepassing verwacht dat er een installatiebestand of PostScript-headerbestand naar het apparaat wordt gestuurd. Het printerstuurprogramma is niet Open de eigenschappen van het PostScript-stuurprogramma, geconfigureerd om de optionele lade te selecteer het tabblad Apparaatopties en stel de ladeoptie in. herkennen. Contact SAMSUNG worldwide If you have any comments or questions regarding Samsung products, contact the Samsung customer care center. Country/ Region Customer Care Center ALBANIA 42 27 5755 ARGENTINE 0800-333-3733 ARMENIA 0-800-05-555 127 Country/ Region Customer Care Center Web Site BULGARIA 07001 33 11 www.samsung.com CANADA 1-800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com www.samsung.com CHILE 800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com 400-810-5858 www.samsung.com Web Site AUSTRALIA 1300 362 603 www.samsung.com CHINA AUSTRIA 0810-SAMSUNG (7267864, € 0.07/min) www.samsung.com COLOMBIA 01-8000112112 www.samsung.com AZERBAIJAN 088-55-55-555 COSTA RICA 0-800-507-7267 www.samsung.com BAHRAIN 8000-4726 CROATIA 062 SAMSUNG (062 726 7864) www.samsung.com BELARUS 810-800-500-55-500 800-SAMSUNG (800726786) www.samsung.com 02-201-24-18 BELGIUM BOSNIA BRAZIL www.samsung.com www.samsung.com /be (Dutch) www.samsung.com /be_fr (French) 05 133 1999 0800-124-421 4004-0000 www.samsung.com CZECH REPUBLIC 010-6475 1880 Samsung Zrt., česká organizační složka, Oasis Florenc, Sokolovská394/17, 180 00, Praha 8 DENMARK 70 70 19 70 www.samsung.com DOMINICA 1-800-751-2676 www.samsung.com ECUADOR 1-800-10-7267 www.samsung.com EGYPT 0800-726786 www.samsung.com Contact SAMSUNG worldwide Country/ Region EIRE Customer Care Center 0818 717100 Web Site 128 Country/ Region 3030 8282 www.samsung.com EL SALVADOR 800-6225 www.samsung.com ESTONIA 800-7267 www.samsung.com FINLAND 030-6227 515 www.samsung.com FRANCE 01 48 63 00 00 www.samsung.com GERMANY 01805 - SAMSUNG (7267864 € 0,14/min) www.samsung.com GEORGIA 8-800-555-555 GREECE 8011-SAMSUNG (80111 www.samsung.com 7267864) from land line, local charge/210 6897691 from mobile Customer Care Center INDIA Web Site www.samsung.com 1800 110011 1800 3000 8282 1800 266 8282 INDONESIA 0800-112-8888 www.samsung.com 021-5699-7777 ITALY 800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com JAMAICA 1-800-234-7267 www.samsung.com JAPAN 0120-327-527 www.samsung.com JORDAN 800-22273 www.samsung.com KAZAKHSTAN 8-10-800-500-55-500 (GSM:7799) www.samsung.com GUATEMALA 1-800-299-0013 www.samsung.com HONDURAS 800-7919267 www.samsung.com KOSOVO +381 0113216899 (852) 3698-4698 www.samsung.com /hk KYRGYZSTAN 00-800-500-55-500 www.samsung.com LATVIA 8000-7267 www.samsung.com LITHUANIA 8-800-77777 www.samsung.com LUXEMBURG 261 03 710 www.samsung.com HONG KONG HUNGARY www.samsung.com /hk_en/ 06-80-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com Contact SAMSUNG worldwide Country/ Region Customer Care Center MALAYSIA 1800-88-9999 MACEDONIA 023 207 777 MEXICO 01-800-SAMSUNG (7267864) Web Site 129 Country/ Region www.samsung.com www.samsung.com Customer Care Center Web Site 1800-10-SAMSUNG (726- www.samsung.com 7864) PHILIPPINES 1-800-3-SAMSUNG (7267864) MOLDOVA 00-800-500-55-500 1-800-8-SAMSUNG (7267864) MONTENEGRO 020 405 888 02-5805777 MOROCCO 080 100 2255 www.samsung.com NIGERIA 080-SAMSUNG(7267864) www.samsung.com NETHERLANDS 0900-SAMSUNG (09007267864) (€ 0,10/min) www.samsung.com NEW ZEALAND 0800 SAMSUNG (0800 726 786) www.samsung.com NICARAGUA 00-1800-5077267 www.samsung.com NORWAY 815-56 480 www.samsung.com OMAN 800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com PANAMA 800-7267 www.samsung.com PERU 0-800-777-08 www.samsung.com POLAND 0 801 1SAMSUNG (172678) www.samsung.com 022-607-93-33 PORTUGAL 80820-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com PUERTO RICO 1-800-682-3180 www.samsung.com RUMANIA 08010 SAMSUNG (08010 www.samsung.com 726 7864) only from landline, local network Romtelecom - local tariff / 021 206 01 10 for landline and mobile, normal tariff. RUSSIA 8-800-555-55-55 SAUDI ARABIA 9200-21230 www.samsung.com www.samsung.com Contact SAMSUNG worldwide Country/ Region Customer Care Center Web Site 130 Country/ Region Customer Care Center Web Site SERBIA 0700 SAMSUNG (0700 726 7864) www.samsung.com TRINIDAD & TOBAGO 1-800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com SINGAPORE 1800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com TURKEY 444 77 11 www.samsung.com U.A.E 800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com U.K 0330 SAMSUNG (7267864) www.samsung.com U.S.A 1-800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com 0-800-502-000 www.samsung.ua SLOVAKIA SOUTH AFRICA SPAIN SWEDEN SWITZERLAND 0800-SAMSUNG (7267864) 0860 SAMSUNG (7267864) www.samsung.com www.samsung.com 902-1-SAMSUNG(902 172 678) www.samsung.com 0771 726 7864 (SAMSUNG) www.samsung.com UKRAINE 0848-SAMSUNG (7267864, CHF 0.08/min) www.samsung.com /ch UZBEKISTAN 8-10-800-500-55-500 www.samsung.com VENEZUELA 0-800-100-5303 www.samsung.com VIETNAM 1 800 588 889 www.samsung.com www.samsung.com /ch_fr/ TADJIKISTAN 8-10-800-500-55-500 www.samsung.com TAIWAN 0800-329-999 www.samsung.com 1800-29-3232 www.samsung.com THAILAND 02-689-3232 www.samsung.com /ua_ru Verklarende woordenlijst 131 Toegangspunt De onderstaande woordenlijst helpt u vertrouwd te raken met het product en de terminologie die in deze gebruikershandleiding wordt gebruikt en verband houdt met afdrukken. Een toegangspunt of draadloos toegangspunt (AP of WAP) is een apparaat dat draadlozecommunicatieapparaten verbindt in een draadloos netwerk (WLAN) en dienst doet als een centrale zender en ontvanger van WLAN-radiosignalen. 802.11 ADF 802.11 bevat een reeks standaarden voor draadlozenetwerkcommunicatie (WLAN) ontwikkeld door het IEEE LAN/ MAN-Standards Committee (IEEE 802). De automatische documentinvoer (ADF) is een mechanisme dat automatisch een origineel vel papier invoert zodat het apparaat een gedeelte van het papier in één keer kan scannen. 802.11b/g/n AppleTalk 802.11b/g/n kan dezelfde hardware delen over een bandbreedte van 2,4 GHz. 802.11b ondersteunt een bandbreedte tot maximaal 11 Mbps, 802.11n ondersteunt een bandbreedte tot 150 Mbps. 802.11b/g/n-apparaten kunnen interferentie ondervinden van magnetrons, draadloze telefoons en Bluetoothapparaten. AppleTalk is een octrooirechtelijk beschermde suite van door Apple Inc ontwikkelde protocollen voor computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de oorspronkelijke Macintosh (1984) en wordt nu door Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken. Verklarende woordenlijst 132 Bitdiepte CCD Een grafische computerterm die beschrijft hoeveel bits er nodig zijn om de kleur van één pixel in een bitmapafbeelding te vertegenwoordigen. Een hogere kleurdiepte geeft een breder scala van te onderscheiden kleuren. Naarmate het aantal bits toeneemt, wordt het aantal mogelijke kleuren te groot voor een kleurtabel. Een 1-bits kleur wordt doorgaans monochroom of zwart-wit genoemd. CCD (Charge Coupled Device) is hardware die de scantaak mogelijk maakt. Het CCD-vergrendelingsmechanisme wordt ook gebruikt om de CCD-module te blokkeren en schade te voorkomen wanneer u het apparaat verplaatst. BMP Een grafische bitmapindeling die intern wordt gebruikt door het grafische subsysteem van Microsoft Windows (GDI) en algemeen wordt gebruikt als een eenvoudige grafische bestandsindeling op dat platform. BOOTP Bootstrap-protocol. Een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door een netwerkclient om automatisch het IP-adres op te halen. Dit gebeurt doorgaans in het bootstrapproces van computers of de daarop uitgevoerde besturingssystemen. De BOOTP-servers wijzen aan iedere client een IP-adres toe uit een pool van adressen. Met BOOTP kunnen computers met een "schijfloos werkstation" een IP-adres ophalen voordat een geavanceerd besturingssysteem wordt geladen. Sorteren Sorteren is een proces waarbij een kopieertaak bestaande uit meerdere exemplaren in sets wordt afgedrukt. Wanneer de optie Sorteren is ingeschakeld, wordt eerst een volledige set afgedrukt voordat de overige kopieën worden gemaakt. Configuratiescherm Een bedieningspaneel is het platte, doorgaans verticale, gedeelte waarop de bedienings- of controle-instrumenten worden weergegeven. Deze bevinden zich doorgaans aan de voorzijde van het apparaat. Verklarende woordenlijst 133 Dekkingsgraad Standaard Dit is de afdrukterm die wordt gebruikt om het tonergebruik bij het afdrukken te meten. Een dekkingsgraad van 5% betekent bijvoorbeeld dat een vel A4-papier 5% aan afbeeldingen of tekst bevat. Dus als het papier of origineel ingewikkelde afbeeldingen of veel tekst bevat, is de dekkingsgraad en daarmee het tonergebruik hoger. De waarde of instelling die van kracht is wanneer de printer uit de verpakking wordt gehaald, opnieuw wordt ingesteld of wordt geïnitialiseerd. CSV Kommagescheiden waarden (CSV). CSV is een type bestandsindeling. CSV wordt gebruikt om gegevens uit te wisselen tussen verschillende toepassingen. Deze bestandsindeling wordt in Microsoft Excel gebruikt en is min of meer de norm geworden in de IT-sector, ook op nietMicrosoftplatformen. DHCP Een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) is een client/ servernetwerkprotocol. Een DHCP-server stuurt configuratieparameters naar de DHCP-clienthost die deze gegevens opvraagt om deel te kunnen uitmaken van een IPnetwerk. DHCP biedt ook een mechanisme voor de toewijzing van IP-adressen aan clienthosts. DIMM DADF De DIMM (Dual In-line Memory Module) is een kleine printplaat met geheugen. DIMM slaat alle gegevens in het apparaat op, zoals afdrukgegevens of ontvangen faxgegevens. De dubbelzijdige automatische documentinvoer (DADF) is een scanmechanisme waarmee een origineel automatisch wordt ingevoerd en omgedraaid, zodat het apparaat beide zijden van het papier kan inscannen. DLNA DLNA (Digital Living Network Alliance) is een standaard waarmee apparaten in een thuisnetwerk gegevens met elkaar kunnen uitwisselen via het netwerk. Verklarende woordenlijst 134 DNS Duplex DNS (Domain Name Server) is een systeem dat domeinnaaminformatie opslaat in een gedistribueerde database op netwerken, zoals het internet. Een mechanisme dat een vel papier automatisch omkeert zodat het apparaat beide zijden van het vel kan bedrukken (of scannen). Een printer met een duplexeenheid kan afdrukken op beide zijden van een vel papier tijdens één printcyclus. Matrixprinter Een matrixprinter is een printer met een printerkop die heen en weer loopt over de pagina en afdrukt door middel van aanslagen, waarbij een van inkt voorzien lint tegen het papier wordt geslagen, zoals bij een typemachine. DPI DPI (Dots Per Inch) is een maateenheid voor resolutie die wordt gebruikt voor scannen en afdrukken. Over het algemeen leidt een hogere DPI tot een hogere resolutie, meer zichtbare details in de afbeelding en een groter bestandsformaat. DRPD Distinctieve belpatroondetectie. Distinctieve belpatroondetectie is een dienst van de telefoonmaatschappij waarmee een gebruiker met een enkele telefoonlijn oproepen naar verschillende telefoonnummers kan ontvangen. Afdrukvolume Het afdrukvolume bestaat uit de hoeveelheid afgedrukte pagina’s per maand die de printerprestaties niet beïnvloedt. Doorgaans heeft de printer een beperkte levensduur, zoals een bepaald aantal pagina’s per jaar. De levensduur duidt de gemiddelde afdrukcapaciteit aan, meestal binnen de garantieperiode. Als het afdrukvolume bijvoorbeeld 48 000 pagina’s per maand (20 werkdagen) bedraagt, beperkt de printer het aantal pagina’s tot 2 400 per dag. ECM Foutcorrectiemodus (ECM) is een optionele verzendmodus voor foutcorrectie die is opgenomen in faxapparaten of faxmodems van Klasse 1. Hiermee worden fouten tijdens de verzending van faxen, die soms worden veroorzaakt door ruis op de telefoonlijn, automatisch opgespoord en gecorrigeerd. Verklarende woordenlijst 135 Emulatie EtherTalk Emulatie is een techniek waarbij met één apparaat dezelfde resultaten worden behaald als met een ander. Een protocolsuite die Apple Computer ontwikkelde voor computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de oorspronkelijke Macintosh (1984) en wordt nu door Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken. Een emulator kopieert de functies van één systeem naar een ander systeem, zodat het tweede systeem zich als het eerste gedraagt. Emulatie is gericht op de exacte reproductie van extern gedrag, in tegenstelling tot simulatie; dit houdt verband met een abstract model van het systeem dat wordt gesimuleerd, vaak met betrekking tot de interne staat. Ethernet Ethernet is een op frames gebaseerde computernetwerktechnologie voor LAN’s. Hiermee worden de bedrading en de signalen gedefinieerd voor de fysieke laag en frameformaten en protocollen voor de MAC/ gegevenskoppelingslaag van het OSI-model. Ethernet wordt meestal gestandaardiseerd als IEEE 802.3. Het is sedert de jaren ’90 van afgelopen eeuw de meest gebruikte LANtechnologie. FDI Interface extern apparaat (FDI) is een kaart die in het apparaat is geïnstalleerd zodat andere apparaten van derden, bijvoorbeeld een muntautomaat of een kaartlezer, kunnen worden aangesloten. Met deze apparaten kunt u laten betalen voor afdrukservices die worden uitgevoerd met uw apparaat. FTP Protocol voor bestandsuitwisseling (FTP) is een algemeen gebruikt protocol voor de uitwisseling van bestanden via een willekeurig netwerk dat het TCP/IP-protocol ondersteunt (zoals internet of een intranet). Verklarende woordenlijst 136 Fixeereenheid Halftoon Het onderdeel van een laserprinter dat de toner op het afdrukmateriaal fixeert. De eenheid bestaat uit een rol die het papier verwarmt en een rol die druk uitoefent. Nadat toner op het papier is aangebracht, maakt de fixeereenheid gebruik van hitte en druk om ervoor te zorgen dat de toner aan het papier hecht. Dat verklaart ook waarom het papier warm is als het uit een laserprinter komt. Een type afbeelding dat grijswaarden simuleert door het aantal punten te variëren. Kleurrijke gebieden bestaan uit een groot aantal punten, terwijl lichtere gebieden uit een kleiner aantal punten bestaan. Gateway Een verbinding tussen computernetwerken of tussen computernetwerken en een telefoonlijn. Gateways worden veel gebruikt omdat het computers of netwerken zijn die toegang bieden tot andere computers of netwerken. HDD De HDD (Hard Disk Drive), doorgaans een harde of vaste schijf genoemd, is een niet-vluchtig opslagapparaat dat digitaal gecodeerde gegevens opslaat op sneldraaiende platen met een magnetisch oppervlak. IEEE Grijswaarden Het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers) is een internationale professionele non-profitorganisatie voor de bevordering van elektrische technologie. Grijstinten die de lichte en donkere delen van een afbeelding weergeven worden omgezet in grijswaarden; kleuren worden door verschillende grijstinten weergegeven. IEEE 1284 De 1284-norm voor de parallelle poort is ontwikkeld door het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers). De term "1284-B" verwijst naar een bepaald type connector aan het uiteinde van de parallelle kabel die kan worden aangesloten op het randapparaat (bijvoorbeeld een printer). Verklarende woordenlijst 137 Intranet IPP Een besloten netwerk dat gebruikmaakt van internetprotocollen, netwerkconnectiviteit en eventueel het openbaar telecommunicatiesysteem om werknemers op een veilige manier bedrijfsgegevens te laten uitwisselen of verrichtingen te laten uitvoeren. De term kan nu en dan ook enkel verwijzen naar de meest zichtbare dienst, de interne website. IPP (Internet Printing Protocol) is een standaardprotocol voor zowel afdrukken als het beheren van afdruktaken, mediaformaat, resolutie, enzovoort. IPP kan lokaal of via het internet voor honderden printers worden gebruikt en ondersteunt tevens toegangsbeheer, verificatie en codering, waardoor het een veel effectievere en veiligere afdrukoplossing is dan eerdere oplossingen. IP-adres Een Internet Protocol-adres (IP-adres) is een uniek nummer dat apparaten gebruiken om elkaar te identificeren en informatie uit te wisselen in een netwerk met behulp van de Internet Protocolstandaard. IPM IPM (Afbeeldingen per minuut) is een eenheid waarmee de snelheid van een printer wordt gemeten. Het IPM-cijfer geeft het aantal vellen papier aan dat een printer binnen één minuut eenzijdig kan bedrukken. IPX/SPX IPX/SPX staat voor Internet Packet Exchange/Sequenced Packet Exchange. Het is een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door de besturingssystemen van Novell NetWare. IPX en SPX bieden beide verbindingsservices aan die vergelijkbaar zijn met TCP/IP, waarbij het IPX-protocol vergelijkbaar is met IP en SPX vergelijkbaar is met TCP. IPX/SPX was in eerste instantie bedoeld voor LAN’s (lokale netwerken) en is een bijzonder efficiënt protocol voor dit doel (doorgaans overtreffen de prestaties die van TCP/IP in een LAN). Verklarende woordenlijst 138 ISO JBIG De Internationale organisatie voor standaardisatie (ISO) is een internationale organisatie die normen vastlegt en samengesteld is uit vertegenwoordigers van nationale standaardiseringsorganisaties. De ISO produceert wereldwijd industriële en commerciële normen. JBIG (Joint Bi-level Image Experts Group) is een norm voor de compressie van afbeeldingen zonder verlies van nauwkeurigheid of kwaliteit, die ontworpen is voor de compressie van binaire afbeeldingen, in het bijzonder voor faxen, maar ook voor andere afbeeldingen. ITU-T JPEG De Internationale Telecommunicatie Unie is een internationale organisatie die is opgericht voor de standaardisering en regulering van internationale radio- en telecommunicatie. De belangrijkste taken omvatten standaardisering, de toewijzing van het radiospectrum en de organisatie van onderlinge verbindingen tussen verschillende landen waarmee internationale telefoongesprekken mogelijk worden gemaakt. De -T in ITU-T duidt op telecommunicatie. JPEG (Joint Photographic Experts Group) is de meest gebruikte standaardcompressiemethode voor foto’s. Deze indeling wordt gebruikt voor het opslaan en verzenden van foto’s over het internet. ITU-T No. 1 chart Gestandaardiseerd testdiagram dat is gepubliceerd door ITU-T voor het verzenden van faxdocumenten. LDAP LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) is een netwerkprotocol voor het zoeken in en aanpassen van directoryservices via TCP/IP. LED Een LED (Light-Emitting Diode) is een halfgeleider die de status van een apparaat aangeeft. Verklarende woordenlijst 139 MAC-adres MH Het MAC-adres (Media Access Control) is een uniek adres dat aan een netwerkadapter is gekoppeld. Het MAC-adres is een unieke naam van 48 bits die gewoonlijk wordt genoteerd als 12 hexadecimale tekens die telkens per twee worden gegroepeerd (bijvoorbeeld 00-00-0c-34-11-4e). Dit adres wordt doorgaans door de fabrikant in een netwerkinterfacekaart (NIC) geprogrammeerd en gebruikt als een hulpmiddel aan de hand waarvan routers apparaten kunnen vinden in grote netwerken. MH (Modified Huffman) is een compressiemethode voor het beperken van de hoeveelheid gegevens die tussen faxapparaten worden verzonden om een afbeelding te versturen. MH wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MH is een op een codeboek gebaseerd lengtecoderingsschema dat geoptimaliseerd werd om op een doeltreffende wijze witruimtes te comprimeren. Aangezien de meeste faxen voornamelijk uit witruimte bestaan, kan hiermee de verzendtijd van de meeste faxen tot een minimum worden teruggebracht. MFP Een MFP (Multi Function Peripheral) is een kantoorapparaat dat verschillende functies in één fysieke behuizing combineert, bijvoorbeeld een printer, kopieerapparaat, faxapparaat en scanner. MMR MMR (Modified Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.6. Modem Een apparaat dat een draaggolfsignaal moduleert om digitale informatie te coderen en een dergelijk signaal demoduleert om de verzonden informatie te decoderen. Verklarende woordenlijst MR MR (Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MR codeert de eerst gescande lijn met behulp van MH. De volgende regel wordt vergeleken met de eerste, het verschil wordt vastgesteld en vervolgens worden de verschillen gecodeerd en verzonden. NetWare Een netwerkbesturingssysteem dat is ontwikkeld door Novell, Inc. Aanvankelijk maakte dit systeem gebruik van coöperatieve multi-tasking om verschillende services op een pc te kunnen uitvoeren en waren de netwerkprotocollen gebaseerd op de klassieke Xerox XNS-stack. Tegenwoordig ondersteunt NetWare zowel TCP/IP als IPX/SPX. OPC Organische fotogeleider (OPC) is een mechanisme dat een virtuele afbeelding maakt om af te drukken met behulp van een laserstraal uit een laserprinter. Het is meestal groen of grijs en cilindervormig. 140 Indien een beeldeenheid een drum bevat, wordt het oppervlak van de drum op den duur aangetast door het gebruik in de printer. De drum moet dan ook regelmatig worden vervangen, omdat deze slijt door het contact met de ontwikkelborstel van de cassette, het reinigingsmechanisme en het papier. Originelen Het eerste exemplaar van bijvoorbeeld een document, foto of tekst, dat wordt gekopieerd, gereproduceerd of omgezet om volgende exemplaren te verkrijgen, maar dat zelf niet van iets anders is gekopieerd of afgeleid. OSI OSI (Open Systems Interconnection) is een communicatiemodel dat is ontwikkeld door de ISO (International Organization for Standardization). OSI biedt een standaard modulaire benadering van netwerkontwerp waarmee de vereiste set complexe functies wordt opgesplitst in hanteerbare, op zichzelf staande, functionele lagen. De lagen zijn van boven naar onder: applicatie, presentatie, sessie, transport, netwerk, gegevenskoppeling en fysiek. Verklarende woordenlijst 141 PABX Printerstuurprogramma PABX (Private Automatic Branch Exchange) is een automatisch telefoonschakelsysteem in een besloten onderneming. Een programma dat wordt gebruikt om opdrachten te verzenden en gegevens over te brengen van de computer naar de printer. PCL Afdrukmedia Printeropdrachttaal (PCL) is een paginabeschrijvingstaal (PDL) die ontwikkeld is door HP als printerprotocol en inmiddels is uitgegroeid tot een norm in de branche. PCL werd aanvankelijk ontwikkeld voor de eerste inkjetprinters en is in verschillende versies verschenen voor thermische printers, matrix- en laserprinters. Het materiaal, zoals papier, enveloppen, etiketten en transparanten, dat in een printer, scanner, fax of kopieerapparaat kan worden gebruikt. PPM PDF Pagina’s per minuut (PPM) is een methode voor het meten van de snelheid van een printer en verwijst naar het aantal pagina’s dat een printer in één minuut kan afdrukken. PDF (Portable Document Format) is een door Adobe Systems ontwikkelde bestandsindeling voor het weergeven van tweedimensionale documenten in een apparaat- en resolutieonafhankelijke indeling. PRN-bestand PostScript PS (PostScript) is een paginabeschrijvings- en programmeertaal die voornamelijk gebruikt wordt voor e-publishing en desktop publishing. - die in een interpreter wordt uitgevoerd om een afbeelding te produceren. Een interface voor een apparaatstuurprogramma waarlangs software kan communiceren met het apparaatstuurprogramma via standaard invoer-/uitvoeraanroepen, waardoor veel taken worden vereenvoudigd. Verklarende woordenlijst 142 Protocol Resolutie Een conventie of standaard die de verbinding, communicatie en het gegevensverkeer tussen twee computers inschakelt of controleert. De scherpte van een afbeelding, gemeten in dpi (punten per inch). Hoe hoger de dpi, hoe hoger de resolutie. PS Zie PostScript. PSTN Openbaar telefoonnet (PSTN) is het netwerk van openbare circuitgeschakelde telefoonnetwerken wereldwijd dat in een bedrijfsomgeving doorgaans via een schakelbord wordt gerouteerd. RADIUS RADIUS (Remote Authentication Dial In User Service) is een protocol voor gebruikersidentificatie en accounting op afstand. RADIUS laat toe om verificatiegegevens zoals gebruikersnamen en wachtwoorden met behulp van een AAA-concept (authentication, authorization en accounting) voor het beheer van de netwerktoegang. SMB SMB (Server Message Block) is een netwerkprotocol dat hoofdzakelijk wordt toegepast op gedeelde bestanden, printers, seriële poorten en diverse verbindingen tussen de knooppunten in een netwerk. Het biedt tevens een geverifieerd communicatiemechanisme voor processen onderling. SMTP SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) is de standaard voor emailverkeer over het internet. SMTP is een relatief eenvoudig op tekst gebaseerd protocol waarbij één of meer ontvangers van een bericht worden aangegeven, waarna de berichttekst wordt verzonden. Het is een client-serverprotocol, waarbij de client een e-mailbericht verzendt naar de server. Verklarende woordenlijst 143 SSID TIFF SSID (Service Set Identifier) is een benaming van een draadloos netwerk (WLAN). Alle draadloze apparaten in een draadloos netwerk gebruiken dezelfde SSID om met elkaar te communiceren. De SSID’s zijn hoofdlettergevoelig en kunnen tot 32 tekens lang zijn. TIFF (Tagged Image File Format) is een bestandsindeling voor bitmapafbeeldingen met een variabele resolutie. TIFF beschrijft de afbeeldingsgegevens die doorgaans afkomstig zijn van de scanner. TIFF-afbeeldingen maken gebruik van tags: trefwoorden die de kenmerken definiëren van de in het bestand opgenomen afbeelding. Deze flexibele en platformonafhankelijke indeling kan worden gebruikt voor illustraties die met diverse beeldverwerkingstoepassingen zijn gemaakt. Subnetmasker Het subnetmasker wordt gebruikt in samenhang met het netwerkadres om te bepalen welk deel van het adres het netwerkadres is en welk deel het hostadres. TCP/IP TCP (Transmission Control Protocol) en IP (Internet Protocol): de set communicatieprotocollen die de protocolstack implementeren waarop het internet en de meeste commerciële netwerken draaien. TCR Verzendrapport (TCR) geeft de details van elke verzending weer, zoals de taakstatus, het verzendresultaat en het aantal verzonden pagina’s. Er kan worden ingesteld dat dit rapport na elke taak of alleen na een mislukte verzending wordt afgedrukt. Tonercassette Een soort fles of container die in apparaten zoals printers wordt gebruikt en die toner bevat. Toner is een poeder dat in laserprinters en kopieerapparaten wordt gebruikt voor het vormen van tekst en afbeeldingen op afdrukpapier. Toner wordt gefixeerd door een combinatie van hitte en druk vanuit de fixeereenheid, waardoor het zich aan de vezels in het papier gaat hechten. Verklarende woordenlijst 144 TWAIN USB Een standaard voor scanners en software. Als een TWAINcompatibele scanner wordt gebruikt met een TWAIN-compatibel programma, kan een scan worden gestart vanuit het programma; dit een API voor het vastleggen van afbeeldingen voor de besturingssystemen van Microsoft Windows en Apple Macintosh. USB (Universal Serial Bus) is een door het USB Implementers Forum, Inc. ontwikkelde standaard om computers en randapparatuur met elkaar te verbinden. In tegenstelling tot de parallelle poort is USB ontworpen om een enkele computerUSB-poort tegelijkertijd met meerdere randapparaten te verbinden. UNC-pad Watermerk UNC (Uniform Naming Convention) is een standaardmanier om gedeelde netwerkbronnen te benaderen in Windows NT en andere Microsoft-producten. De notatie van een UNC-pad is: \\<servernaam>\<naam_gedeelde_bron>\<aanvullende map> Een watermerk is een herkenbare afbeelding of patroon dat helderder oplicht wanneer het voor een lichtbron wordt gehouden. Watermerken werden voor het eerst in 1282 in het Italiaanse Bologna gebruikt door papiermakers om hun product te merken. Ze werden ook toegepast in postzegels, papiergeld en andere officiële documenten om fraude te voorkomen. URL URL (Uniform Resource Locator) is het internationale adres van documenten en informatiebronnen op internet. Het eerste deel van het adres geeft aan welk protocol moet worden gebruikt en het tweede deel geeft het IP-adres of de domeinnaam aan waar de informatiebron zich bevindt. WEP WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat gespecificeerd wordt in IEEE 802.11 om eenzelfde beveiligingsniveau als een bedraad LAN te garanderen. WEP beveiligt gegevens door deze via radiogolven te coderen, zodat ze veilig van het ene punt naar het andere kunnen worden verzonden. Verklarende woordenlijst 145 WIA WPS WIA (Windows Imaging Architecture) is een beeldverwerkingsarchitectuur die oorspronkelijk werd gebruikt in Windows Me en Windows XP. Een scan kan vanuit deze besturingssystemen worden gestart door middel van een WIAcompatibele scanner. WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een standaard voor het tot stand brengen van een draadloos thuisnetwerk. Als uw draadloze toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u de draadloze netwerkverbinding gemakkelijk configureren zonder computer. WPA WPA (Wi-Fi Protected Access) is een klasse van systemen voor de beveiliging van draadloze (Wi-Fi) computernetwerken die ontwikkeld werd voor een betere beveiliging van WEP. WPA-PSK WPA-PSK (vooraf gedeelde WPA-sleutel) is een speciale WPAmodus voor kleine ondernemingen en thuisgebruikers. Een gedeelde sleutel of een gedeeld wachtwoord wordt geconfigureerd in het draadloze toegangspunt (WAP) en draadloze laptop- of desktopapparaten. WPA-PSK genereert een unieke sleutel voor elke sessie tussen een draadloze client en de daarmee geassocieerde WAP voor een betere veiligheid. XPS XML-papierspecificatie (XPS) is een specificatie voor een paginabeschrijvingstaal (PDL) en een nieuw uitwisselbaar documentformaat dat door Microsoft is ontwikkeld. Dit vectorgebaseerd apparaatonafhankelijk documentformaat is gebaseerd op XML en op een nieuw afdrukpad. Index 146 A D afdrukken De afdrukken naar een bestand 74 functies van het apparaat 71 draadloos de standaardafdrukinstellingen wijzigen 72 adhocmodus 28 bedieningspaneel 29 dubbelzijdig afdrukken Macintosh computer 29 Infrastructuurmodus 28 installatie 28 USBkabel 36 86 het hulpprogramma Direct afdrukken gebruiken 82 Linux 87 Macintosh 85 meerdere paginas afdrukken op één vel papier Macintosh 85 UNIX 89 afdrukresolutie instellen Linux algemene instellingen apparaat instellen apparaatstatus 58 apparaatgegevens 58 WPS De printer heeft geen display PBC PIN 32 32 netwerkkabel 93 G general settings een document afdrukken Linux 87 Macintosh 85 UNIX 89 functies 62 H help gebruiken het programma SetIP hulpprogramma Direct afdrukken 86 14, 51 82 L LCDdisplay de status van het apparaat controleren 58 lettertypeinstellingen 71 Linux afdrukken algemene Linuxproblemen F benodigdheden 50 E B geschatte gebruiksduur van tonercassette 31 draadloos netwerk 87 59, 60, 61, 66 WPS verbinding verbreken 57 87 124 besturingsbestand opnieuw installeren voor een via een USBkabel verbonden apparaat 10 installatie van het stuurprogramma voor het verbonden netwerk 20 printereigenschappen 88 SetIP gebruiken 16 stuurprogramma van een met een USBkabel verbonden apparaat installeren Index 147 8 unified driver configurator 104 M Macintosh afdrukken 85 besturingsbestand opnieuw installeren voor een via een USBkabel verbonden apparaat 7 veelvoorkomende problemen onder Macintosh 123 Meerdere paginas op één vel afdrukken nup Macintosh 85 afdrukken 80 speciale afdrukfuncties maken 79 stuurprogrammainstallatie verwijderen 80 algemene informatie plaatsing van het apparaat aanpassing aan de hoogte 70 PostScriptstuurprogramma 69 21 algemene informatie 95 T 126 Printerstatus problemen 101, 102 afdrukproblemen geschatte gebruiksduur 93 instructies voor het hanteren van cassettes 92 nietoriginele Samsung en bijgevulde cassettes 93 88 opslaan 110 introductie van netwerkprogrammas 12 problemen met betrekking tot netvoeding 109 IPv6configuratie problemen met de afdrukkwaliteit 25 127 tonercassette problemen oplossen Linux 14, 15, 16, 51 Unix 58, 62 SyncThru Web Service P netwerk het programma SetIP apparaatgegevens service contact numbers printervoorkeursinstellingen 67 rapporten overlay afdrukken N algemene instelling 108 R S 15 stuurprogramma van een met een USBkabel verbonden apparaat installeren 5 20 18 21 17 O installatie van het stuurprogramma voor het verbonden netwerk 18 SetIP gebruiken problemen met papierinvoer stuurprogrammainstallatie Linux Macintosh UNIX Windows 114 92 U UNIX afdrukken 89 Index 148 installatie van het stuurprogramma voor het verbonden netwerk 21 USBkabel besturingsbestand opnieuw installeren 7, 10 stuurprogrammainstallatie 5, 8 V verklarende woordenlijst 131 W watermerk bewerken 78 maken 78 verwijderen 78 Windows installatie van het stuurprogramma voor het verbonden netwerk 17 SetIP gebruiken 14, 51 veelvoorkomende problemen onder Windows 122
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255

HP ML 3310 Handleiding

Categorie
Kopieerapparaten
Type
Handleiding