Canon EOS C500 Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

1
Versie 2.0
Mac OS
Gebruiksaanwijzing
Canon XF Utility
voor XF-AVC
CEL-SW2AA280
2
03 Inleiding
03 Over Canon XF Utility voor XF-AVC
03 Conventies in deze handleiding
04 XF Utility uitvoeren
04 XF Utility opstarten
04 XF Utility afsluiten
05 Overzicht van het hoofdvenster
05 Mediapaneel
06 Clipspaneel
06 Voorbeeldpaneel
07 Clips controleren
07 De opnamemedia gebruiken
07 Opnamemedia lezen met de computer
07 Opnamemedia verwijderen van de
computer
07 Lijstweergave van clips
08 De manier waarop clips worden
weergegeven, wijzigen
08 Pictogrammen die worden weergegeven
op miniaturen
09 Clips sorteren in de gedetailleerde-
informatieweergave
09 De kolommen selecteren die in de
gedetailleerde-informatieweergave
worden getoond
10 Aanvullende details over een clip
weergeven
11 Clips importeren en
terugschrijven
11 Clips importeren naar de computer
11 Alle clips tegelijk importeren (Back-up van
media)
12 Geselecteerde clips importeren
13 Automatische back-up
14 Clips terugschrijven naar opnamemedia
15 Clips afspelen, zoeken en
beheren
15 Clips afspelen
15 Het volume aanpassen, uitgangskanalen
selecteren en audioniveaus controleren
16 De afspeelpositie wijzigen
17 Clips afspelen die zijn opgenomen met
behulp van Canon Log
17 De miniatuur van de clip wijzigen
17 De manier waarop video wordt
weergegeven, wijzigen
18 Zoeken naar clips
19 Clips beheren
19 Clips kopiëren
19 Clips verplaatsen
19 Clips verwijderen
20 Virtuele media beheren
20 Virtuele media maken
20 Virtuele media instellen
21 Virtuele media hernoemen
21 Virtuele media verwijderen
22 De eigenschappen van een medium
controleren
23 Clips en gekoppelde metadata
bewerken
23 Markeringen bewerken
23 Een opnamemarkering toevoegen
23 Markeringen controleren
24 Metadata bewerken
24 De metadata bewerken die aan een clip zijn
gekoppeld
26 Beeldjes vastleggen
26 Instellingen voor het vastleggen van
foto's
26 Instellingen voor Foto 1 vastleggen
27 Instellingen voor Foto 2 vastleggen
28 Referentie-informatie en
algemene informatie
28 Menu's en sneltoetsen
28 Menubalk
30 Contextmenu's
31 Problemen oplossen bij foutberichten
Inhoudsopgave
0
Inleiding
3
Inleiding
Over Canon XF Utility voor XF-AVC
Canon XF Utility voor XF-AVC biedt tal van opties voor het beheren en afspelen van clips die zijn
opgenomen met Canon-camcorders die compatibel zijn met MXF-bestanden. Hier zijn een aantal
dingen die u kunt doen met Canon XF Utility voor XF-AVC.
Conventies in deze handleiding
Belangrijke voorzorgsmaatregelen die betrekking hebben op de werking van de
software.
Overige informatie die de hoofdprocedure aanvult.
0 Paginanummer in deze handleiding waarnaar wordt verwezen.
File/Bestand >
Open/Openen Dit lettertype wordt gebruikt om menuopties en -opdrachten aan te duiden zoals deze
op het scherm worden weergegeven.
Kortheidshalve wordt in deze handleiding naar de toepassing verwezen als 'XF Utility'.
'SD-kaart' verwijst naar een SD-, SDHC-, of SDXC-geheugenkaart. 'Opnamemedia' heeft betrekking
op CFast-kaarten en SD-kaarten.
Het merendeel van de schermen die in deze handleiding worden weergegeven, zijn vastgelegd op
een computer met Mac OS X, ver. 10.9. De werkelijke schermen kunnen er enigszins anders uitzien.
Disclaimers
Deze software is ontwikkeld voor exclusief gebruik met clips die zijn opgenomen met Canon-
camcorders die compatibel zijn met MXF-bestanden. Deze mag niet worden gebruikt om clips
te behandelen die zijn opgenomen of bewerkt met andere apparaten.
Hoewel er alles aan is gedaan om ervoor te zorgen dat de informatie in deze handleiding zo accuraat
en volledig mogelijk is, kan Canon niet aansprakelijk worden gesteld voor mogelijke schade als
gevolg van beschadigde of verloren gegane gegevens wegens het verkeerd functioneren of storing
van het systeem.
Uw camcorder ondersteunt mogelijk niet alle kenmerken en functies die in deze handleiding worden
beschreven.
De software neemt de interne processen, inclusief informatie over het volledige pad van de gebruikte
clips, op in een logboekbestand dat op de harde schijf wordt bewaard. De opgenomen informatie
wordt alleen gebruikt om technische ondersteuning te bieden in geval van een probleem met de
software.
Clips controleren en afspelen Geef een lijst met clips weer, doorzoek de lijst en speel clips af.
Clips opslaan en terugschrijven Sla clips die zijn opgenomen op het opnamemedium op op de
computer of schrijf eerder opgenomen clips terug van de
computer naar het opnamemedium.
Beeldjes van clips vastleggen
en opslaan
U kunt één foto vastleggen, één foto vanaf een
opnamemarkering vastleggen of een reeks foto's vanaf
een clip vastleggen en deze opslaan.
0
XF Utility uitvoeren
4
XF Utility uitvoeren
XF Utility opstarten
Klik op het XF Utility-pictogram op het dock. Na korte tijd zal het hoofdvenster van de toepassing
verschijnen.
OPMERKINGEN
U kunt niet meerdere exemplaren van XF Utility tegelijk openen.
XF Utility afsluiten
Met behulp van het menu: Klik op Canon XF Utility for XF-AVC/Canon XF Utility voor XF-AVC >
Quit Canon XF Utility for XF-AVC/Canon XF Utility voor XF-AVC afsluiten.
In het hoofdvenster: Klik op het pictogram (Close/Sluiten) in de linkerbovenhoek van het venster.
Klikken
0
Overzicht van het hoofdvenster
5
Overzicht van het hoofdvenster
Mediapaneel
Toont een lijst met de aangesloten opnamemedia en de beschikbare virtuele media. U kunt op de
gereedschapsknoppen aan de bovenkant van het paneel klikken om back-ups van de media te maken
en om virtuele media te maken of te verwijderen. Bovendien dienen de weergegeven pictogrammen als
een indicatie van de huidige instellingen voor de back-upfuncties (0 11, 13).
Helemaal links op de statusbalk ziet u hoeveel ruimte in gebruik is en hoeveel ruimte beschikbaar is
op het geselecteerde medium*. Als er meerdere media zijn geselecteerd, wordt in plaats daarvan het
aantal geselecteerde media weergegeven.
* Als een virtueel medium is geselecteerd, geeft de statusbalk de gebruikte/beschikbare ruimte weer op de harde schijf die het
geselecteerde virtuele medium bevat.
Mediapaneel Toont een lijst met opnamemedia en virtuele media (0 20). Virtuele media zijn
mappen op de computer die op dezelfde manier als de opnamemedia kunnen
worden gebruikt. In de handleiding worden de opnamemedia en de virtuele media
gezamenlijk 'media' genoemd.
Clipspaneel Toont een lijst met de clips die in de geselecteerde media zijn opgeslagen. U kunt
de weergavemodus van dit paneel wijzigen (0 8).
Voorbeeldpaneel Met behulp van de afspeelknoppen kunt u de clip afspelen die in het clipspaneel
is geselecteerd (0 15). U kunt ook bepaalde bewerkingsfuncties gebruiken,
bijvoorbeeld om opnamemarkeringen toe te voegen of te verwijderen (0 23).
Mediapaneel
Clipspaneel
Voorbeeldpaneel
Gereedschap Back Up Media/Back-ups maken van media (0 11)
Gereedschap
Create Virtual Media/Virtuele media maken (0 20)
Gereedschap
Delete Virtual Media/Virtueel medium verwijderen (0 21)
Virtuele media die zijn gemaakt door een back-upbewerking (naar Map B, Map A)
Gebruikte en beschikbare ruimte op het geselecteerde medium of het aantal
geselecteerde media.
Automatische back-upfunctie (0 13) zwart - geactiveerd; grijs - gedeactiveerd.
Een of meer mappen die voor de back-up worden gebruikt (0 11, 13)
Opnamemedia
0
Overzicht van het hoofdvenster
6
Clipspaneel
Toont een lijst met de clips die zijn opgenomen op het medium dat in het mediapaneel is geselecteerd.
U kunt de manier wijzigen waarop clips in het paneel worden weergegeven met behulp van de
gereedschapsknoppen voor de weergavemodus of u kunt de zoekbalk gebruiken om te zoeken of
filteren naar clips op basis van verschillende criteria. In het midden van de statusbalk vindt u informatie
over het aantal geselecteerde clips en hun totale duur en bestandsgrootte.
Voorbeeldpaneel
In dit paneel kunt u de afspeelknoppen gebruiken om de clips die u hebt geselecteerd, af te spelen.
Bovendien kunt u alle markeringen die in de clip zijn geregistreerd, controleren en opnamemarkeringen
bewerken.
Clip
Geselecteerde clip
Zoekbalk (0 18)
(van de statusbalk onder
aan het scherm)
Gereedschapsknoppen
Display
Mode/Weergavemodus
(
0
8)
Bedieningsknoppen voor markeringen (0 23)
Bedieningsknoppen voor het afspelen van video (
0
15)
Bedieningsknoppen voor het afspelen van audio (
0
15)
Videoweergavegebied
Tijdcodeweergave
Schuifregelaar afspeelpositie
Gereedschapsknop
Add Shot Mark/Opnamemarkering toevoegen
(
0
23)
Knop LUT (Apply LUT/LUT toepassen) (0 17)
0
Clips controleren
7
Clips controleren
De opnamemedia gebruiken
Nadat u een video met uw camcorder hebt opgenomen, kunt u een computer gebruiken om de clips
op de camcorder te lezen, te openen en op te slaan.
Opnamemedia lezen met de computer
Sluit een in de handel verkrijgbare kaartlezer die compatibel is met CFast- of SD-geheugenkaarten aan
op uw computer, afhankelijk van het type opnamemedia dat u wilt gebruiken. Start XF Utility en plaats
het opnamemedium in de kaartlezer. Als het opnamemedium correct wordt herkend*, verschijnt dit in
de lijst met beschikbare media op het mediapaneel.
* Alleen opnamemedia die met behulp van de camcorder zijn geïnitialiseerd en de aangewezen mapstructuur hebben, worden
correct herkend.
Opnamemedia verwijderen van de computer
1. Selecteer in het mediapaneel het opnamemedium dat u wilt verwijderen.
2. Klik op File/Bestand > Eject/Uitwerpen om de verbinding met het opnamemedium veilig te
beëindigen.
Het opnamemedium verdwijnt uit het mediapaneel en XF Utility heeft geen toegang meer tot dit
medium.
U kunt ook Control (^) ingedrukt houden en klikken op het pictogram van het opnamemedium in
het mediapaneel en Eject/Uitwerpen selecteren in het contextmenu dat wordt geopend.
3. Verwijder het opnamemedium uit de kaartlezer.
Lijstweergave van clips
Als u een opnamemedium of een virtueel medium selecteert in het mediapaneel (), verschijnt een lijst
met alle clips in het medium op het clipspaneel (). Als u verschillende media selecteert, worden alle
clips in deze media weergegeven in het gebied met clips.
0
Clips controleren
8
De manier waarop clips worden weergegeven, wijzigen
U kunt de manier waarop clips in het clipspaneel worden weergegeven, wijzigen met de
gereedschapsknoppen Display Mode/Weergavemodus of de opties in het menu View/Weergave.
OPMERKINGEN
Miniaturen van clips die zijn opgenomen met Canon Log tonen het beeld vóór eventuele
aanpassingen, zoals oorspronkelijk opgenomen. Het uiterlijk van de miniatuurafbeelding zal
niet veranderen, zelfs niet nadat een LUT is toegepast om de clip af te spelen (0 17).
Pictogrammen die worden weergegeven op miniaturen
Als u de weergavemodus wijzigt in een van de weergaven die miniaturen weergeven, kunnen de
volgende pictogrammen naast de miniatuur worden getoond om u meer informatie over de clip te
geven.
Large Thumbnails/
Grote miniaturen
Toont grote miniaturen van de clips en geeft voor elke clip de naam en de
datum en tijd van opname weer.
Small Thumbnails/
Kleine miniaturen
Toont kleine miniaturen van de clips en geeft voor elke clip de naam en
de datum en tijd van opname weer.
Thumbnails With
Information/
Miniaturen met
informatie
Toont miniaturen van de clips en geeft voor elke clip de naam, de datum
en tijd van opname, de starttijdcode, de duur, de videobitsnelheid, de
resolutie en de beeldsnelheid weer.
Detailed Information/
Gedetailleerde
informatie
Standaard wordt hier de volgende informatie over elke clip in tabelvorm
weergegeven: naam van clip*, naam van medium, datum en tijd van
opname, duur, starttijdcode, status, titel van clip, maker, locatie en
beschrijving.
U kunt de informatie die voor elke clip wordt weergegeven, aanpassen
(0 9).
* Na een GPS-zoekopdracht wordt de clip die is gebruikt als het punt van oorsprong voor
de op GPS gebaseerde zoekopdracht, aangeduid met het pictogram .
Pictogram voor splitsen
van clip ()
Als de opnametijd meer dan 6 uur bedraagt, zal de clip worden gesplitst
en wordt de opname verdergezet als een nieuwe clip. Het pictogram
wordt weergegeven voor clips die op die manier zijn opgenomen.
Statuspictogram () Wordt weergegeven voor clips die zijn gelabeld met een j-markering of
een Z-markering met behulp van XF Utility.
Canon Log-pictogram () Wordt weergegeven voor clips die zijn opgenomen met Canon Log.
Pictogram voor oorsprong
van GPS-zoekopdrachten
()
Wordt weergegeven naast de clip die is geselecteerd als het punt van
oorsprong voor op GPS gebaseerde zoekopdrachten (0 18).
Large thumbnails/Grote miniaturen Small thumbnails/Kleine miniaturen
Thumbnails with information/Miniaturen met informatie Detailed information/Gedetailleerde informatie
0
Clips controleren
9
Clips sorteren in de gedetailleerde-informatieweergave
Als u kiest om de lijst met clips te tonen in de gedetailleerde-informatieweergave, kunt u op de titel van
een kolom klikken om de clips in oplopende volgorde volgens het geselecteerde veld weer te geven*.
Klik opnieuw om de clips in aflopende volgorde weer te geven.
* Clips kunnen niet worden gesorteerd op het veld Status.
De kolommen selecteren die in de gedetailleerde-informatieweergave
worden getoond
U kunt de informatie die wordt getoond in de gedetailleerde-informatieweergave aanpassen door
kolommen toe te voegen of te verwijderen en door de volgorde waarin ze worden weergegeven,
te wijzigen.
1. Klik op View/Weergave > Customize Columns/Kolommen aanpassen.
2. Selecteer de velden die u in de gedetailleerde-informatieweergave wilt tonen.
Vink de velden aan die u wilt weergeven en verwijder de vinkjes voor de velden die u niet wilt
weergeven (). Blader omlaag om alle beschikbare velden te bekijken.
U kunt een van de knoppen voor snelle selectie gebruiken (): Show All/Alles weergeven om alle
informatie over de clip weer te geven, Hide All/Alles verbergen om alleen de naam van de clip
weer te geven* of Reset to Default/Resetten naar de standaardwaarden om alleen de informatie
te tonen die standaard wordt weergegeven (0 8).
*De kolom Clip Name/Naam van clip kan niet worden verwijderd.
3. Indien nodig wijzigt u de volgorde van de weergegeven kolommen.
Klik op een veld in de lijst met beschikbare velden () en gebruik de knoppen Move/Verplaatsen
() om het veld te verplaatsen: Klik op Up/Omhoog om het veld hoger in de lijst te plaatsen (de
kolom wordt naar links verplaatst) of Down/Omlaag om het veld lager op de lijst te plaatsen (de
kolom wordt naar rechts verplaatst).
4. Klik op OK () om de wijzigingen in de gedetailleerde-informatieweergave toe te passen.
Pictogrammen naast kleine miniaturen
0
Clips controleren
10
Aanvullende details over een clip weergeven
Naast het clipspaneel kunt u twee andere informatievensters openen die een groot aantal bijkomende
details over een geselecteerde clip bieden. Deze vensters vereisen geen gebruikersinvoer (het zijn
dialoogvensters zonder modus), zodat u deze altijd open kunt laten en ze als referentie kunt gebruiken
terwijl u aan de clips in het hoofdvenster werkt.
1. Selecteer een clip in het clipspaneel.
2. Klik op View/Weergave > Clip Properties/Clipeigenschappen om het venster met de
clipeigenschappen weer te geven of View/Weergave > Camera Metadata/Camerametagegevens
om het venster met metagegevens weer te geven.
U kunt ook Control (^) ingedrukt houden en klikken op een clip in het clipspaneel en het gewenste
venster selecteren in het contextmenu dat wordt geopend.
OPMERKINGEN
Velden met een -pictogram (Status en gebruikersmemovelden zoals Clip Title/Cliptitel of
Location/Locatie in het venster Clip Properties/Clipeigenschappen) zijn de enige velden die kunnen
worden bewerkt met XF Utility (0 24). Alle overige velden dienen alleen ter informatie en kunnen
niet worden gewijzigd.
Clip Properties/
Clipeigenschappen
Geeft algemene informatie over de clip weer, inclusief de datum en tijd van
opname, de duur van de clip, de instellingen die tijdens de opname zijn
gebruikt (resolutie, videobitsnelheid enzovoort), het gebruikersmemoprofiel
en meer.
Camera Metadata/
Camerametagegevens
Geeft informatie weer over de camcorderinstellingen (sluitertijd, diafragma,
focusmodus, gain, ISO-snelheid, witbalans enzovoort) die zijn gebruikt bij
de opname van het beeldje dat in het videoweergavegebied wordt getoond.
Tijdens het afspelen wordt de informatie continu bijgewerkt.
Clipeigenschappen
Camerametagegevens
Clips importeren en terugschrijven
11
Clips importeren en t erugschrijven
Clips importeren naar de computer
U kunt clips van een opnamemedium dat op het mediapaneel wordt weergegeven, importeren naar de
computer. U kunt alle clips tegelijk importeren of u kunt selecteren welke clips u wilt importeren. U kunt
ook meerdere opnamemedia selecteren om in één keer alle clips op deze media te importeren.
XF Utility maakt gebruik van de automatische back-upfunctie (0 13) om automatisch back-ups te
maken van de clips op een gedetecteerd opnamemedium.
Alle clips tegelijk importeren (Back-up van media)
U kunt alle clips op een opnamemedium tegelijk importeren door een back-up te maken van het
opnamemedium. Als u een back-up van een opnamemedium maakt, wordt automatisch een virtueel
medium gemaakt in een opgegeven map op de computer. U kunt zelfs een tweede back-upmap
opgeven om automatisch twee back-upkopieën van uw opnamen te maken.
De back-upinstellingen wijzigen
1. Klik op Canon XF Utility for XF-AVC/Canon XF Utility voor XF-AVC > Preferences/Voorkeuren.
Het dialoogvenster User settings/Gebruikersinstellingen verschijnt.
2. Selecteer de Folders Used for Backup/Mappen die voor de back-up worden gebruikt ().
U kunt kiezen om een back-up te maken in slechts één map of in beide mappen.
3. Geef de Folder for Exported Files/Map voor geëxporteerde bestanden op ().
Afhankelijk van uw selectie in stap 2 klikt u op Browse/Bladeren en vervolgens selecteert u de
bestemmingsmap voor Folder A/Map A, Folder B/Map B of beide.
4. Klik op OK () om het dialoogvenster te sluiten.
Afhankelijk van de geselecteerde instellingen geven de pictogrammen / aan welke mappen
voor de back-up worden gebruikt.
Een back-up van het medium maken
1. Selecteer in het mediapaneel het opnamemedium waarvoor u een back-up wilt maken ().
2. Klik op Backup/Back-up (het gereedschap Back Up Media/Back-ups maken van media, ).
U kunt ook het menu gebruiken door op File/Bestand > Back Up Media/Back-ups maken van
media te klikken.
3. Alleen wanneer u een back-up maakt van een opnamemedium waarvoor eerder al een back-up
is gemaakt, wordt u gevraagd om het type back-up dat u wilt maken, te selecteren.
Selecteer Full Backup/Volledige back-up om alle clips opnieuw te importeren of Incremental
Backup/Incrementele back-up om alleen een back-up te maken van de clips die niet eerder zijn
ingevoerd.
Clips importeren en terugschrijven
12
4. Klik op Yes/J a.
Er wordt automatisch een virtueel medium gemaakt () en de clips worden gekopieerd naar de
lokale map op de computer.
Als u in stap 3 de optie Incremental Backup/Incrementele back-up hebt geselecteerd, worden
eventuele nieuwe clips gekopieerd naar de map die is gebruikt voor de oorspronkelijke back-up.
Klik op Cancel/Annuleren om de bewerking af te breken.
Als de back-upbewerking is voltooid, geeft een bevestigingsdialoogvenster de naam weer die
automatisch aan het virtuele medium is gegeven. (De naam van het virtuele medium geeft de
datum en tijd van de back-upbewerking weer.)
5. Klik op OK.
OPMERKINGEN
Als u dat wilt, kunt u de naam van het virtuele medium later wijzigen (0 21).
Afhankelijk van het gebruikte systeem (de prestatiespecificaties van de computer, de
overdrachtssnelheid van het opnamemedium enzovoort) kan het importeren enige tijd in beslag nemen.
Geselecteerde clips importeren
U kunt selecteren welke clips naar de computer worden geïmporteerd van de clips die op een
opnamemedium zijn opgenomen. In dat geval moet u vooraf een virtueel medium maken in de lokale
map op de computer waar u de clips wilt opslaan.
1. Indien nodig maakt u een nieuw virtueel medium (0 20).
2. Selecteer in het mediapaneel het opnamemedium dat de clips bevat die u wilt importeren ().
U kunt meerdere opnamemedia selecteren.
3. Selecteer in het clipspaneel de clips die u wilt importeren ().
Meerdere niet-opeenvolgende clips selecteren: Klik op de gewenste clips terwijl u de 2-toets
ingedrukt houdt (2 + klikken).
Meerdere opeenvolgende clips selecteren: Klik op de eerste clip en klik vervolgens op de laatste
clip terwijl u de Shift (7)-toets ingedrukt houdt (Shift + klikken).
Alle clips selecteren: Klik op Edit/Bewerken > Select All/Alles selecteren.
4. Sleep de geselecteerde clips naar het pictogram van het gewenste virtuele medium in het
mediapaneel ().
De geselecteerde clips worden gekopieerd naar de lokale map die overeenkomt met het
geselecteerde virtuele medium.
Klik op Cancel/Annuleren om de bewerking af te breken.
Clips importeren en terugschrijven
13
OPMERKINGEN
Afhankelijk van het gebruikte systeem (de prestatiespecificaties van de computer, de
overdrachtssnelheid van het opnamemedium enzovoort) kan het importeren enige tijd in beslag nemen.
Automatische back-up
Als de software een opnamemedium detecteert dat is aangesloten op de computer, kunt
u automatisch een back-up van de clips op het opnamemedium maken op een map op de computer.
U kunt zelfs een tweede automatische back-upmap opgeven om automatisch twee back-upkopieën
van uw opnamen te maken.
1. Klik op Canon XF Utility for XF-AVC/Canon XF Utility voor XF-AVC > Preferences/Voorkeuren.
Het dialoogvenster User settings/Gebruikersinstellingen verschijnt.
2. Selecteer de Folders Used for Backup/Mappen die voor de back-up worden gebruikt ().
U kunt kiezen om een back-up te maken in slechts één map of in beide mappen.
3. Geef de Folder for Exported Files/Map voor geëxporteerde bestanden op ().
Afhankelijk van uw selectie in stap 2 klikt u op Browse/Bladeren en vervolgens selecteert u de
bestemmingsmap voor Folder A/Map A, Folder B/Map B of beide.
4. Selecteer de instellingen voor Auto Backup/Automatische back-up ().
5. Indien nodig schakelt u het vak Display reminder message/Herinneringsbericht weergeven uit ().
Als u het vak uitschakelt, wordt de instelling Disabled/Uitgeschakeld automatisch geselecteerd en
wordt het herinneringsbericht voor automatische back-up niet weergegeven wanneer een
opnamemedium wordt gedetecteerd.
6. Klik op OK () om het dialoogvenster te sluiten.
Afhankelijk van de geselecteerde instellingen zal de -weergave aangeven of de automatische
back-upfunctie is ingeschakeld (volledig pictogram) of uitgeschakeld (grijs weergegeven pictogram)
en zullen de pictogrammen / aanduiden welke mappen voor de back-up worden gebruikt.
7. Sluit een opnamemedium aan op de computer (0 7) en ga verder vanaf stap 3 in de procedure
Back-up van media (0 11).
Als u de automatische back-upfunctie hebt geactiveerd, zal XF Utility automatisch een back-up
maken van de clips vanaf het gedetecteerde opnamemedium. Als u hebt gekozen om een
back-up te maken naar beide mappen, zal XF Utility eerst een back-up van de clips maken
naar Map A en vervolgens naar Map B.
Enabled/
Ingeschakeld
Maakt een automatische back-up van de clips telkens wanneer een
opnamemedium wordt gedetecteerd.
Disabled/
Uitgeschakeld
Schakelt de automatische back-upfunctie uit.
Clips importeren en terugschrijven
14
Clips terugschrijven naar opnamemedia
U kunt clips van de computer terug overdragen naar een opnamemedium in een in de handel
verkrijgbare kaartlezer die op de computer is aangesloten.
1.
Selecteer in het mediapaneel het virtuele medium dat de clips bevat die u wilt terugschrijven (
).
2. Selecteer in het clipspaneel de clips die u wilt terugschrijven ().
Gebruik Shift + klikken of
2
+ klikken om meerdere clips te selecteren of klik op
Edit/Bewerken >
Select All/Alles selecteren
om alle clips te selecteren.
3. Sleep de geselecteerde clips naar het pictogram van het gewenste opnamemedium in het
mediapaneel ().
De geselecteerde clips worden naar het opnamemedium gekopieerd.
Klik op Cancel/Annuleren om de bewerking af te breken.
U kunt ook het menu gebruiken door op Edit/Bewerken > Copy/Kopiëren en Edit/Bewerken >
Paste/Plakken te klikken.
BELANGRIJK
Houd u aan de volgende voorzorgsmaatregelen terwijl u clips die eerder op de computer zijn
opgeslagen, terugschrijft naar het opnamemedium. Als u dat niet doet, kunnen de clips beschadigd
raken zodat deze niet meer op de camcorder kunnen worden afgespeeld.
- Verwijder het opnamemedium niet en verwijder de kaartlezer niet uit de computer.
- Schakel de computer niet uit.
OPMERKINGEN
Initialiseer het opnamemedium met behulp van de camcorder voordat u de clips terugschrijft naar het
opnamemedium. Als u het opnamemedium initialiseert met behulp van een computer of een ander
apparaat, zult u dit niet kunnen gebruiken voor opnemen of afspelen met de camcorder.
Afhankelijk van het gebruikte systeem (de prestatiespecificaties van de computer, de
overdrachtssnelheid van het opnamemedium enzovoort) kan het terugschrijven enige tijd in
beslag nemen.
Clips afspelen, zoeken en beheren
15
Clips afspelen, zo eken en beheren
Clips afspelen
U kunt de clip afspelen die momenteel is geselecteerd in het clipspaneel.
1. Selecteer in het clipspaneel de clip die u wilt afspelen ().
In het videoweergavegebied ziet u het eerste beeldje van de clip.
2. Klik op om het afspelen te starten () of dubbelklik op de clip in het gebied met clips.
De schuifregelaar van de afspeelpositie en de tijdcodeweergave lopen wanneer de clip wordt
afgespeeld.
Tijdens het afspelen van de clip zal de knop A wijzigen in C.
3. Klik op om het afspelen te stoppen.
Wanneer u een andere clip selecteert in het clipspaneel, wordt ook het afspelen van de huidige
clip gestopt.
BELANGRIJK
Verschillende factoren, inclusief de prestaties van uw computer en de overdrachtssnelheid van het
opnamemedium, kunnen de afspeelkwaliteit beïnvloeden. Afhankelijk van dergelijke factoren kunnen
er problemen of afwijkingen optreden.
- Het afspelen gebeurt mogelijk niet vloeiend en er worden beeldjes overgeslagen.
- De weergegeven tijdcode komt niet overeen met het momenteel weergegeven beeldje.
- Sommige delen van het scherm lopen vast of het vernieuwen ervan duurt langer dan verwacht.
Als u dergelijke problemen merkt tijdens het afspelen van clips vanaf een opnamemedium, importeert
u de clips naar een computer en speelt u de clips af van het lokale virtuele medium. Hierdoor kunnen
deze problemen worden beperkt.
OPMERKINGEN
Als de invoerfocus* op het clipspaneel, het mediapanel of de schuifregelaar van de afspeelpositie in
het voorbeeldpaneel ligt, kunt u op de spatietoets drukken om het afspelen te starten en te stoppen.
* De invoerfocus verwijst naar het venster of het item dat toetsenbordinvoer van de gebruiker kan ontvangen.
Het volume aanpassen, uitgangskanalen selecteren en audioniveaus controleren
Klik op een knop voor de selectie van audiokanalen (CH1CH4) om te selecteren of het audiokanaal
wordt uitgevoerd via het linkerkanaal (L) of het rechterkanaal (R) of helemaal niet wordt uitgevoerd
(OFF). Tijdens het afspelen sleept u de volumeschuifregelaar om het afspeelvolume aan te passen.
U kunt op klikken om het geluid tijdelijk te dempen ( ).
U kunt het audio-opnameniveau van elk kanaal controleren op de audioniveau-indicator (in geel-groen:
tussen circa –20 dBFS en –2 dBFS, in rood: circa –2 dBFS of luider). De audioniveau-indicator wordt
niet beïnvloed door de positie van de schuifregelaar van het afspeelvolume of door de selectie van de
audiokanalen voor het afspelen.
Tijdcode
Totale duur van de clip
Videoweergavegebied
Clips afspelen, zoeken en beheren
16
OPMERKINGEN
Als de audioniveau-indicator te vaak in het rood staat, raden wij u aan de audio-opnameniveaus van
de camcorder te controleren.
De afspeelpositie wijzigen
U kunt de afspeelpositie op de volgende manieren wijzigen tijdens de opnamemodus of de
afspeelpauzestand
* Gebruik sneltoets 1 als de invoerfocus op de schuifregelaar van de afspeelpositie in het voorbeeldpaneel ligt. Gebruik sneltoets
2 als de invoerfocus op het mediapaneel, het clipspaneel of de schuifregelaar van de afspeelpositie in het voorbeeldpaneel ligt.
Muisbediening Sneltoets 1* Sneltoets 2* Handeling
home (3) S Ga naar het eerste beeldje van de clip.
end (5) X Ga naar het laatste beeldje van de clip.
-pijl A Ga één beeldje terug.
-pijl Z Ga één beeldje verder.
Shot shift (7) + D Spring naar de vorige opnamemarkering (0 23)
in de clip.
Shot shift (7) + C Spring naar de volgende opnamemarkering in
de clip.
Event control (^) +
shift (7) +
F Spring naar de vorige gebeurtenismarkering (0 23)
in de clip.
Event control (^) +
shift (7) +
V Spring naar de volgende gebeurtenismarkering in
de clip.
Schuifregelaar
afspeelpositie
Sleep deze om de afspeelpositie op het gewenste
beeldje te brengen.
Klik om direct naar de geselecteerde
opnamemarkering te springen.
Klik om direct naar de geselecteerde
gebeurtenismarkering te springen.
Klik op de audio te dempen.
Volumeschuifregelaar
Audiokanaalselectie
Audioniveau-indicator
Naar de vorige/volgende opnamemarkering springen
Schuifregelaar afspeelpositie
Opnamemarkering
Gebeurtenismarkering
Naar de vorige/volgende gebeurtenismarkering springen
Naar het eerste beeldje springen
Vorig beeldje
Volgend beeldje
Naar het laatste beeldje springen
Clips afspelen, zoeken en beheren
17
Clips afspelen die zijn opgenomen met behulp van Canon Log
Clips die zijn opgenomen met behulp van Canon Log zullen er donkerder uitzien wanneer ze worden
afgespeeld in hun oorspronkelijke vorm. Wanneer u dergelijke clips afspeelt (gemarkeerd met het
-pictogram in het clipspaneel), kunt u klikken op of drukken op de B-toets om een LUT
(opzoektabel) toe te passen. Dit is een kleurprofiel dat het mogelijk maakt om de video te zien
zoals deze zou kunnen zijn in uw uiteindelijke resultaten.
De miniatuur van de clip wijzigen
Het beeld dat wordt gebruikt voor de miniaturen die worden weergegeven in het clipspaneel is
standaard het eerste beeldje van de clip. Als u dat wilt, kunt u ook een ander beeldje selecteren
om dit te gebruiken als miniatuurafbeelding.
1. Selecteer in het clipspaneel de clip waarvan u de miniatuur wilt wijzigen.
2. Pauzeer het afspelen in het voorbeeldpaneel op het beeldje dat u wilt gebruiken als
miniatuurafbeelding.
3. Klik op Edit/Bewerken > Set Thumbnail Picture/Miniatuur instellen.
OPMERKINGEN
In sommige gevallen kan het werkelijke beeldje dat voor de miniatuurafbeelding wordt gebruikt,
tot wel 0,5 seconden afwijken van het geselecteerde beeldje.
De manier waarop video wordt weergegeven, wijzigen
U kunt veranderen hoe video wordt weergegeven in het videoweergavegebied.
Voeg een vinkje toe in het vak 100%.
Opties
OPMERKINGEN
De lengte van de grafische weergave van het weergavegebied zal wijzigen zodat deze overeenkomt
met de hoogte/breedteverhouding van de clip.
De grafische weergave van het weergavegebied zal geen beeld van de clip weergeven.
U kunt het beeld niet verplaatsen in de grafische weergave van het weergavegebied om te
veranderen wat wordt weergegeven.
Als de video wordt uitgevoerd en wordt ingesteld op een kleiner formaat dan het formaat van de
oorspronkelijke clip, dan zal een bijgesneden gedeelte van de video worden weergegeven op 100%.
Wanneer u een clip weergeeft op 100% en u wijzigt clips, dan zal het midden van de nieuwe clip
worden weergegeven in het videoweergavegebied.
100% ingesteld
op uit
Geeft de volledige video weer zodat het gehele beeld zichtbaar is.
100% ingesteld
op aan
Geeft de video weer op ware grootte. Daarom zal slechts een gedeelte van de
video worden weergegeven. Een grafische weergave van het weergavegebied
verschijnt in de linkerbenedenhoek en geeft aan welk gedeelte wordt
weergegeven. U kunt de muis gebruiken om het beeld naar het
videoweergavegebied te slepen om te veranderen wat wordt weergegeven.
Knop LUT (Apply LUT/LUT toepassen)
Clips afspelen, zoeken en beheren
18
Zoeken naar clips
U kunt in het clipspaneel zoeken naar clips en de clips filteren zodat alleen de clips die aan bepaalde
criteria voldoen, worden weergegeven.
1. Selecteer in de vervolgkeuzelijst in de zoekbalk de parameter die u wilt gebruiken om clips te
zoeken of te filteren ().
U kunt zoeken op clipnaam (Clip Name/Naam van clip), datum en tijd van opname (Recording
Date/Time/Datum en tijd van opname), statuspictogram (Status), cliptitel (Clip Title/Cliptitel),
maker (Creator/Maker), opnamelocatie (Location/Locatie), clipbeschrijving (Description/
Beschrijving) of de afstand vanuit de lucht tot de coördinaten van een bepaalde clip*
(GPS Information/GPS-gegevens).
* Alleen beschikbaar voor clips die GPS-gegevens (breedtegraad/lengtegraad) bevatten. U kunt dit controleren door de
kolommen Latitude/Breedtegraad en Longitude/Lengtegraad toe te voegen aan de gedetailleerde-informatieweergave
(0 9).
2. Als u GPS Information/GPS-gegevens hebt geselecteerd, selecteert u een clip met
GPS-gegevens (breedtegraad en lengtegraad) die zal dienen als punt van oorsprong voor
de op GPS gebaseerde zoekopdracht.
3. Voer het selectiecriterium in of selecteer dit ().
4. Klik op Search All/Alles zoeken ().
XF Utility zal zoeken in alle clips in het geselecteerde medium en geeft in het clipspaneel alleen de
clips weer die voldoen aan de zoekcriteria.
Na een zoekopdracht op basis van GPS-gegevens zullen alleen clips die GPS-gegevens bevatten
en voldoen aan de zoekcriteria, worden weergegeven en de clip die is ingesteld als het punt van
oorsprong voor de zoekopdracht wordt aangeduid met een -pictogram.
Als u de zoekresultaten verder wilt verfijnen, herhaalt u de procedure door aanvullende criteria op
te geven en klikt u op Narrow Results/Resultaten verfijnen ().
5. Klik op Display All/Alles weergeven () om het zoeken te resetten en alle clips in het
geselecteerde medium weer te geven.
OPMERKINGEN
Afhankelijk van de GPS-gegevens die met de clips zijn opgenomen, zijn de op GPS gebaseerde
zoekopdrachten mogelijk niet accuraat. Gebruik de zoekresultaten alleen als referentie.
Parameter Criterium
Clip Name/Naam van clip, Clip Title/
Cliptitel, Creator/Maker, Location/
Locatie, Description/Beschrijving
Voer een teksttekenreeks in om op te zoeken. Het zoeken is
hoofdlettergevoelig (aA).
Recording Date/Time/Datum en tijd
van opname
Selecteer Today/Vandaag, One Week/Eén week (binnen één week)
of One Month/Eén maand (binnen één maand).
Status
Selecteer
OK
,
Check/Vinkje
of
None/Geen
(geen statuspictogram).
GPS Information/GPS-gegevens Selecteer de afstand vanuit de lucht, in kilometer of mijl, tot de
coördinaten van de clip die is geselecteerd als punt van
oorsprong. (Afhankelijk van de instellingen van het
besturingssysteem van de computer, Within 1 km/Binnen 1 km,
Within 10 km/Binnen 10 km of Within 100 km/Binnen 100 km of
Within 1 mile/Binnen 1 mijl, Within 10 miles/Binnen 10 mijl of
Within 100 miles/Binnen 100 mijl.)
Clips afspelen, zoeken en beheren
19
Clips beheren
Met behulp van standaardbewerkingen voor knippen, kopiëren, plakken, slepen en neerzetten kunt
u de clips die in virtuele media zijn opgeslagen, kopiëren, verplaatsen en verwijderen.
Clips kopiëren
U kunt clips van een virtueel medium kopiëren naar andere media.
1. Selecteer in het mediapaneel het virtuele medium dat de clips bevat die u wilt kopiëren ().
2. Selecteer in het clipspaneel de clips die u wilt kopiëren ().
Gebruik Shift + klikken of 2 + klikken om meerdere clips te selecteren of klik op Edit/Bewerken >
Select All/Alles selecteren om alle clips te selecteren.
3. Sleep de geselecteerde clips naar het pictogram van het gewenste medium in het
mediapaneel ().
De geselecteerde clips worden naar het geselecteerde medium gekopieerd.
Klik op Cancel/Annuleren om de bewerking af te breken.
U kunt ook het menu gebruiken door op Edit/Bewerken > Copy/Kopiëren en Edit/Bewerken >
Paste/Plakken te klikken.
Clips verplaatsen
U kunt clips van een virtueel medium verplaatsen naar andere media.
1. Selecteer in het mediapaneel het virtuele medium dat de clips bevat die u wilt verplaatsen.
2. Selecteer in het clipspaneel de clips die u wilt verplaatsen.
Gebruik Shift + klikken of
2
+ klikken om meerdere clips te selecteren of klik op
Edit/Bewerken >
Select All/Alles selecteren
om alle clips te selecteren.
3. Klik op Edit/Bewerken > Cut/Knippen.
4. Selecteer in het mediapaneel het medium waarnaar u de clips wilt verplaatsen en klik op Edit/
Bewerken > Paste/Plakken.
De geselecteerde clips worden naar het geselecteerde medium verplaatst.
Klik op Cancel/Annuleren om de bewerking af te breken.
Clips verwijderen
Clips die u niet wilt bewaren, kunt u verwijderen. Met behulp van XF Utility kunt u clips verwijderen,
zelfs wanneer deze zijn gelabeld met een j-markering.
1. Selecteer in het mediapaneel het medium dat de clips bevat die u wilt verwijderen.
2. Selecteer in het clipspaneel de clips die u wilt verwijderen.
Gebruik Shift + klikken of
2
+ klikken om meerdere clips te selecteren of klik op
Edit/Bewerken >
Select All/Alles selecteren
om alle clips te selecteren.
3. Druk op de toets delete (8) en klik op OK.
U kunt ook het menu gebruiken door op Edit/Bewerken > Delete/Verwijderen te klikken.
De geselecteerde clips worden verwijderd.
BELANGRIJK
Wees voorzichtig bij het verwijderen van clips. Zodra clips zijn verwijderd, kunt u deze niet meer herstellen.
Clips afspelen, zoeken en beheren
20
Virtuele media beheren
Virtuele media zijn gewoon lokale mappen op de computer waarin u clips kunt opslaan en ordenen.
U kunt desgewenst virtuele media maken, instellen, hernoemen of verwijderen.
Virtuele media maken
Maak virtuele media om clips op uw computer gemakkelijk te ordenen. Virtuele media hebben dezelfde
mapstructuur als opnamemedia, waardoor XF Utility virtuele media herkent en deze op dezelfde manier
kan behandelen als opnamemedia.
1. Klik op het gereedschap Create Virtual Media/Virtuele media maken ().
U kunt ook het menu gebruiken door op File/Bestand > Create Virtual Media/Virtuele media
maken te klikken.
Het dialoogvenster Create Virtual Media/Virtuele media maken wordt geopend.
2. Voer de gewenste naam voor het virtuele medium in in het veld Virtual Media Name/Naam van
virtueel medium ().
3. Als u de map wilt selecteren waarin u het virtuele medium wilt opslaan, klikt u op Browse/
Bladeren en selecteert u de Folder for Virtual Media/Map voor virtueel medium ().
4. Selecteer het Type of Virtual Media/Type virtueel medium in de vervolgkeuzelijst ().
Selecteer NTSC (59,94 Hz) of PAL (50,00 Hz).
Een virtueel medium kan alleen clips bevatten die zijn opgenomen met de opgegeven
videoconfiguratie.
5. Klik op OK ().
Het virtuele medium wordt gemaakt en verschijnt in het mediapaneel ().
Virtuele media instellen
U kunt als virtueel medium een map op de harde schijf instellen die gegevens bevat in dezelfde
mapstructuur als een opnamemedium.
1. Klik op File/Bestand > Set Virtual Media/Virtueel medium instellen.
Het dialoogvenster Set Virtual Media/Virtueel medium instellen wordt geopend.
2. Selecteer de map die u als virtueel medium wilt instellen en klik op Open/Openen.
Als u bijvoorbeeld een map selecteert met de naam /Users/user/Documents/Data die dezelfde
mapstructuur heeft als het opnamemedium, wordt Data weergegeven in het mediapaneel.
Clips afspelen, zoeken en beheren
21
Instelling als virtueel medium opheffen
Volg de onderstaande procedure als u niet meer wilt dat de map is ingesteld als een virtueel medium.
Hierdoor verwijdert u de map uit het mediapaneel, maar de map en de clips in de map worden niet
verwijderd.
1. Selecteer in het mediapaneel de map die is ingesteld als virtueel medium.
2. Klik op File/Bestand > Remove Virtual Media/Instelling als virtueel medium opheffen.
Er wordt een bevestigingsdialoogvenster weergegeven.
3. Klik op OK.
De geselecteerde map is niet meer ingesteld als virtueel medium en deze zal uit het mediapaneel
worden verwijderd.
OPMERKINGEN
Nadat u het virtuele medium hebt verwijderd, kunt u Set Virtual Media/Virtueel medium instellen
selecteren om de map opnieuw als virtueel medium in te stellen.
Virtuele media hernoemen
U kunt de naam van een virtueel medium wijzigen, bijvoorbeeld om back-upmappen een
omschrijvende naam te geven.
1. Selecteer in het mediapaneel het virtuele medium waarvan u de naam wilt wijzigen.
2. Klik op File/Bestand > Rename Virtual Media/Virtueel medium hernoemen.
Het dialoogvenster Rename Virtual Media/Virtueel medium hernoemen wordt geopend.
3. Voer de gewenste naam voor het virtuele medium in in het veld Virtual Media Name/Naam van
virtueel medium () en klik op OK ().
De naam van het virtuele medium wordt weergegeven in het mediapaneel.
Virtuele media verwijderen
U kunt virtuele media en alle clips die ze bevatten, zelfs de clips die zijn gelabeld met een j-markering,
gemakkelijk verwijderen.
1. Selecteer in het mediapaneel het virtuele medium dat u wilt verwijderen ().
2. Klik op het gereedschap Delete Virtual Media/Virtueel medium verwijderen () of klik op File/
Bestand > Delete Virtual Media/Virtueel medium verwijderen.
3. Als het virtuele medium clips bevat, verschijnt er een bevestigingsbericht. Klik op OK om alle
clips te verwijderen.
Het virtuele medium verdwijnt uit het mediapaneel.
BELANGRIJK
Zodra clips zijn verwijderd, kunt u deze niet meer herstellen. Als u de clips wilt behouden en alleen de
instelling als virtueel medium wilt annuleren, selecteert u Remove Virtual Media/Instelling als virtueel
medium opheffen.
Clips afspelen, zoeken en beheren
22
De eigenschappen van een medium controleren
U kunt de eigenschappen van een medium weergeven om het type clips (NTSC/PAL) die het bevat,
te controleren. Voor virtuele media kunt u ook de lokale map op de computer die de bestanden bevat,
controleren.
1. Klik in het mediapaneel op de media waarvan u de eigenschappen wilt controleren en selecteer
Media Properties/Media-eigenschappen in het contextmenu dat wordt geopend.
Het dialoogvenster Media Properties/Media-eigenschappen wordt geopend.
2. Klik op OK () om het dialoogvenster te sluiten.
Clips en gekoppelde metadata bewerken
23
Clips en gekoppelde metadata bewerken
Markeringen bewerken
Als een clip opnamemarkeringen of gebeurtenismarkeringen bevat, worden deze markeringen
weergegeven in het voorbeeldpaneel, onder of boven de schuifregelaar van de afspeelpositie.
Een opnamemarkering toevoegen
U kunt een opnamemarkering toevoegen op elk punt in de clip.
1. Selecteer in het clipspaneel de clip waaraan u opnamemarkeringen wilt toevoegen.
2. Pauzeer het afspelen in het voorbeeldpaneel op het beeldje dat u wilt markeren met een
opnamemarkering.
3. Klik op .
Een opnamemarkering van het type Mark 1/Markering 1 wordt toegevoegd op de geselecteerde
positie en een -markering verschijnt boven de schuifregelaar van de afspeelpositie.
In sommige gevallen kan de werkelijke positie van de opnamemarkering tot wel 0,5 seconden
afwijken van het geselecteerde beeldje.
U kunt ook het menu gebruiken door op Edit/Bewerken > Add Shot Mark/Opnamemarkering
toevoegen te klikken.
OPMERKINGEN
U kunt maximaal 100 opnamemarkeringen aan één clip toevoegen.
Opnamemarkeringen kunnen niet worden toegevoegd aan het eerste of tweede beeldje van een HD-clip.
Markeringen controleren
U kunt op Mark List/Markeringslijst klikken om een lijst met alle opname- en gebeurtenismarkeringen
in een clip weer te geven.
Opnamemarkering Opnamemarkeringen kunnen naar believen op elk punt in de clip worden
toegevoegd.
Gebeurtenismarkering
Gebeurtenismarkeringen worden automatisch toegevoegd tijdens het
opnemen wanneer een van de volgende dingen gebeurt: er wordt een gezicht
gedetecteerd bij het gebruik van de functie Gezichtsdetectie en volgen, de
gebruiker wijzigt de witbalans of de gebruiker wijzigt de versterking of de ISO-
snelheid. Het pictogram blijft hetzelfde ongeacht de triggergebeurtenis maar u
kunt het gebeurtenistype controleren in de kolom
Details
van de markeringslijst.
Knop Mark List/Markeringslijst (0 23)
Opnamemarkering
Gebeurtenismarkering
Knop
Add Shot Mark/Opnamemarkering toevoegen
Clips en gekoppelde metadata bewerken
24
Springen naar een gemarkeerde positie
Selecteer in de markeringslijst de opname- of gebeurtenismarkering die u wilt controleren () en klik op
Jump/Springen (). De schuifregelaar van de afspeelpositie springt naar de geselecteerde markering
en het gemarkeerde beeldje verschijnt in het videoweergavegebied.
Een opnamemarkering verwijderen
Selecteer in de markeringslijst de opnamemarkering die u wilt verwijderen () en klik op Delete/
Ver wij deren ().
OPMERKINGEN
Clipstatusmarkeringen (j, Z) kunnen worden toegevoegd of verwijderd door het veld Status te
bewerken in het informatievenster Clip Properties/Clipeigenschappen (0 24).
Gebeurtenismarkeringen kunnen niet worden verwijderd.
Metadata bewerken
Met behulp van XF Utility kunt u het gebruikersmemoprofiel en andere metadata die aan clips zijn
gekoppeld, bewerken.
De metadata bewerken die aan een clip zijn gekoppeld
Hoewel camerametadatavelden alleen ter informatie dienen en niet gewijzigd kunnen worden, kunt
u sommige metadatavelden die aan een clip gekoppeld zijn, zoals de gebruikersmemovelden, bewerken.
1. Selecteer in het clipspaneel de clip waarvan u de metadata wilt bewerken.
2. Klik op View/Weergave > Clip Properties/Clipeigenschappen om het venster met de
clipeigenschappen weer te geven.
U kunt ook Control (^) ingedrukt houden en klikken op de clip in het clipspaneel en Clip
Properties/Clipeigenschappen selecteren in het contextmenu dat wordt geopend.
3. Bewerk de velden die u wilt wijzigen zoals hieronder wordt uitgelegd.
Het pictogram dat naast de bewerkte velden wordt weergegeven, verandert in ().
4. Klik op Save/Opslaan () om de bewerkte metadata met de clip op te slaan.
Clips en gekoppelde metadata bewerken
25
Een j- of Z-markering toevoegen of verwijderen
Selecteer het veld Status en klik op de huidige waarde ervan.
Selecteer de gewenste waarde in de lijst.
Selecteer None/Geen om de huidige markering te verwijderen, OK om de huidige markering toe
te voegen of te wijzigen in een j-markering of Check/Vinkje om de huidige markering toe te
voegen of te wijzigen in een Z-markering. Beide markeringen kunnen niet tegelijk worden
toegevoegd.
Gebruikersmemovelden bewerken
Selecteer Clip Title/Cliptitel, Creator/Maker, Location/Locatie of Description/Beschrijving en
dubbelklik op de huidige waarde ervan.
Het dialoogvenster Edit User Memo/Gebruikersmemo bewerken wordt geopend.
Bewerk elk veld indien nodig en klik op OK.
U kunt maximaal 1000 tekens in het beschrijvingsveld invoeren en maximaal 100 tekens voor de
overige 3 velden.
Als u dat wilt, kunt u sommige velden leeg laten.
GPS-gegevens (geotags) toevoegen
Selecteer Altitude/Hoogte, Latitude/Breedtegraad of Longitude/Lengtegraad en dubbelklik op
de huidige waarde ervan.
Het dialoogvenster Edit GPS Information/GPS-gegevens bewerken wordt geopend.
Voer de GPS-waarden indien nodig in en klik op OK.
Voer alleen geldige numerieke waarden in.
Clips en gekoppelde metadata bewerken
26
Beeldjes vastleggen
U kunt een beeldje vastleggen vanaf een geselecteerde clip.
Capture still image/Foto vastleggen: Slaat een afbeelding van het beeldje in het
videoweergavegebied op.
Capture continuous still images/Aansluitende foto's vastleggen: Slaat een reeks afbeeldingen op
die bestaat uit het beeldje in het videoweergavegebied en de beeldjes in 1 seconde voor en na dat
beeldje. Als de positie van het beeldje binnen 1 seconde van het begin of het einde van de clip ligt,
dan wordt het aantal opgeslagen afbeeldingen dienovereenkomstig verlaagd.
Capture marker still images/Foto's met markering vastleggen: Slaat alle beeldjes met een opname-
markering op.
Instellingen voor het vastleggen van foto's
Instellingen voor Foto 1 vastleggen
De tabbladen Capture still image 1/Foto 1 vastleggen en Capture still image 2/Foto 2 vastleggen
bevatten verschillende instellingen. U kunt de volgende instellingen maken voor Capture still image 1/
Foto 1 vastleggen.
Bestandstype
Beeldkwaliteit (alleen JPEG)
•Bestemmingsmap
Of automatisch een submap wordt gemaakt voor elke clip
1. Klik op Canon XF Utility for XF-AVC/Canon XF Utility voor XF-AVC > Preferences/Voorkeuren.
Het dialoogvenster User settings/Gebruikersinstellingen verschijnt.
2. Selecteer het tabblad Capture still image 1/Foto 1 vastleggen.
3. Selecteer JPEG of TIFF voor File Type/Bestandstype ().
4. Verplaats de schuifregelaar Image quality/Beeldkwaliteit naar links/rechts om de beeldkwaliteit
aan te passen ().
De instelling
10
geeft de hoogste beeldkwaliteit aan, maar resulteert ook in de grootste bestandsgrootte.
5. Geef de bestemmingsmap op ().
Klik op Browse/Bladeren en selecteer vervolgens een map.
Foto's met markering vastleggen
Aansluitende foto's vastleggen
Foto vastleggen
Clips en gekoppelde metadata bewerken
27
6. Selecteer of automatisch submappen worden gemaakt voor elke clip ().
Als u een vinkje in het vak plaatst, wordt er een submap gemaakt in de bestemmingsmap waarin
het bestand zal worden opgeslagen.
De submap krijgt de naam [clipnaam_JJMMDDuummss] waarbij JJMMDD staat voor het jaar,
de maand en de dag, terwijl uummss staat voor het uur, de minuut en de seconde waarop de
submap is gemaakt.
Als u geen vinkje in het vak plaatst, wordt het bestand opgeslagen in de bestemmingsmap.
Als u instellingen wilt aanpassen in het tabblad Capture still image 2/Foto 2 vastleggen, slaat u de
volgende stap over en begint u met stap 2 van de volgende procedure.
7. Klik op OK.
Instellingen voor Foto 2 vastleggen
U kunt de volgende instellingen maken voor Capture still image 2/Foto 2 vastleggen.
Bestandsnaam
Of het aantal vastgelegde foto's aan de bestandsnaam moet worden toegevoegd
Of de tijdcode aan de bestandsnaam moet worden toegevoegd bij het opslaan van één afbeelding
Of de tijdcode of opeenvolgende nummers aan bestandsnamen moeten worden toegevoegd bij het
vastleggen van aansluitende foto's of het vastleggen van foto's met markeringen
1. Klik op Canon XF Utility for XF-AVC/Canon XF Utility voor XF-AVC > Preferences/Voorkeuren.
Het dialoogvenster User settings/Gebruikersinstellingen verschijnt.
2. Selecteer het tabblad Capture still image 2/Foto 2 vastleggen.
3. Plaats een vinkje in het vak Rename Files/Namen van bestanden wijzigen om de bestandsnaam te
wijzigen ().
U kunt een bestandsnaam invoeren in het tekstveld.
Als u geen vinkje in het vak plaatst, wordt de clipnaam ingesteld als de bestandsnaam.
4. Selecteer of het aantal vastgelegde foto's aan de bestandsnaam moet worden toegevoegd ().
U kunt het beginnummer invoeren in het tekstveld. Het hoogste nummer dat aan een
bestandsnaam zal worden toegevoegd, is 99999.
U kunt een vinkje in het vak Reset when selected as clip/Resetten indien geselecteerd als clip
plaatsen om de nummering te resetten ().
5.
Als u één beeldje opslaat, selecteert u of u de tijdcode aan de bestandsnaam wilt toevoegen (
).
6. Als u meerdere beeldjes of beeldjes met opnamemarkeringen opslaat, selecteert u of u de
tijdcode of opeenvolgende nummers aan de bestandsnamen wilt toevoegen ().
Opeenvolgende nummers worden aan het einde van de bestandsnaam toegevoegd. Ze beginnen
bij 00000000 en gaan omhoog tot en met 99999999.
Voor clips met een beeldsnelheid van 59.94P of 50.00P zal de tijdcode 1 beeldje per 2 beeldjes
vooruitgaan (omdat paren van opeenvolgende beeldjes dezelfde tijdcodewaarde hebben). Als de
tijdcode aan de bestandsnaam wordt toegevoegd, wordt _0 toegevoegd voor het eerste beeldje
in het paar en wordt _1 toegevoegd voor het tweede.
Referentie-informatie en algemene informatie
28
Referentie-informati e en algemene inform atie
Menu's en sneltoetsen
In de tabel met de hoofdopdrachten in de menubalk vindt u opdrachten die worden weergegeven in
contextmenu's die worden geopend wanneer u
Control (^) ingedrukt houdt en klikt op
bepaalde
pictogrammen.
Menubalk
Menu
submenu
Snel-
toets
Functie 0
Canon XF Utility for XF-AVC/Canon XF Utility voor XF-AVC
About Canon XF Utility
for XF-AVC/Over
Canon XF Utility voor
XF-AVC
Geeft informatie weer over de versie van de
software.
Preferences/
Voorkeuren
2 + , Opent een venster waarin u uw voorkeuren over
de bediening van de software kunt instellen.
Services/Diensten Standaardoptie voor Mac OS.
Hide Canon XF Utility
for XF-AVC/Canon XF
Utility voor XF-AVC
verbergen
2 + H Standaardoptie voor Mac OS.
Hide Others/Overige
verbergen
1 + 2 +
H
Standaardoptie voor Mac OS.
Show All/Alles
weergeven
Standaardoptie voor Mac OS.
Quit Canon XF Utility
for XF-AVC/Canon XF
Utility voor XF-AVC
afsluiten
2 + Q Sluit XF Utility af. 4
File/Bestand
Eject/Uitwerpen Verwijdert een opnamemedium uit het
mediapaneel.
7
Back Up Media/Back-
ups maken van media
Kopieert alle clips op een opnamemedium naar
een virtueel medium in een lokale map op de
computer.
11
Create Virtual Media/
Virtuele media maken
G Maakt een virtueel medium.
20
Delete Virtual Media/
Virtueel medium
verwijderen
H Verwijdert een virtueel medium en alle clips die
het bevat. 21
Set Virtual Media/
Virtueel medium
instellen
J Stelt een map in als het virtuele medium.
20
Remove Virtual Media/
Instelling als virtueel
medium opheffen
K Annuleert de instelling van een map die is ingesteld
als virtueel medium. 21
Rename Virtual Media/
Virtueel medium
hernoemen
L Wijzigt de naam van een virtueel medium.
21
Edit/Bewerken
Cut/Knippen 2 + X Knipt clips en plaatst deze op het klembord
vanwaar ze naar een ander medium kunnen
worden verplaatst.
19
Copy/Kopiëren 2 + C Kopieert clips naar het klembord. 19
Paste/Plakken 2 + V Verplaatst of kopieert clips van het klembord naar
het geselecteerde medium.
19
Delete/Verwijderen delete (8) Verwijdert de geselecteerde clips. 19
Referentie-informatie en algemene informatie
29
Select All/Alles
selecteren
2 + A Selecteert alle clips in het geselecteerde medium.
Set Thumbnail Picture/
Miniatuur instellen
Control (^)
+ P
Stelt het geselecteerde beeldje in als de afbeelding
die wordt gebruikt voor de miniatuur van de clip.
17
Add Shot Mark/
Opnamemarkering
toevoegen
T Voegt een opnamemarkering toe op het
geselecteerde beeldje. 23
Mark List/
Markeringslijst
P Geeft een lijst weer met alle opname- en
gebeurtenismarkeringen in de geselecteerde clip.
23
Start Dictation/Start
dicteren
Standaardoptie voor Mac OS.
Special Characters/
Speciale tekens
Standaardoptie voor Mac OS.
View/Weergave
Large Thumbnails/
Grote miniaturen
Q Wijzigt de weergavemodus van het clipspaneel in
grote miniaturen.
8
Small Thumbnails/
Kleine miniaturen
W Wijzigt de weergavemodus van het clipspaneel in
kleine miniaturen.
Thumbnails With
Information/
Miniaturen met
informatie
E Wijzigt de weergavemodus van het clipspaneel in
miniaturen met bijkomende details over de clips.
Detailed Information/
Gedetailleerde
informatie
R Wijzigt de weergavemodus van het clipspaneel in
een gedetailleerde weergave in tabelvorm.
Clip Properties/
Clipeigenschappen
U Geeft het venster met de clipeigenschappen weer.
10
Camera Metadata/
Camerametagegevens
I Geeft het venster met metadata weer.
Customize Columns/
Kolommen aanpassen
Opent een dialoogvenster waarin u de velden die
worden weergegeven bij het gebruik van de
gedetailleerde weergave in het clipspaneel kunt
selecteren en opnieuw ordenen.
9
Refresh/Vernieuwen Vernieuwt de weergave om de nieuwste informatie
over het geselecteerde medium te tonen.
Window/Venster
Minimize/
Minimaliseren
2 + M Standaardoptie voor Mac OS.
Zoom Standaardoptie voor Mac OS.
Bring All to Front/Alles
op voorgrond
Standaardoptie voor Mac OS.
Canon XF Utility for
XF-AVC/Canon XF
Utility voor XF-AVC
Brengt het XF Utility-venster naar de voorgrond.
Help
View Instruction
Manual/
Gebruiksaanwijzing
weergeven
Opent de PDF-handleiding van XF Utility (dit PDF-
document).
Menu
submenu
Snel-
toets
Functie 0
Referentie-informatie en algemene informatie
30
Contextmenu's
Hieronder vindt u een lijst met menu's die worden weergegeven wanneer u Control (^) ingedrukt houdt
en klikt op* bepaalde pictogrammen. Het contextmenu dat wordt weergegeven, is afhankelijk van de
locatie van de muisaanwijzer op het moment dat u klikt.
* U kunt in plaats hiervan met de rechtermuisknop klikken als u een muis met meerdere knoppen gebruikt.
Contextmenu in het mediapaneel
Contextmenu in het clipspaneel
Menu
Snel-
toets
Functie 0
Eject/Uitwerpen Verwijdert een opnamemedium uit het
mediapaneel.
7
Back-up Media/Back-ups
maken van media
Kopieert alle clips op een opnamemedium naar
een virtueel medium in een lokale map op de
computer.
11
Create Virtual Media/
Virtuele media maken
G Maakt een virtueel medium.
20
Delete Virtual Media/
Virtueel medium
verwijderen
H Verwijdert een virtueel medium en alle clips die
het bevat. 21
Set Virtual Media/
Virtueel medium instellen
J Stelt een map in als het virtuele medium.
20
Remove Virtual Media/
Instelling als virtueel
medium opheffen
K Annuleert de instelling van een map die is ingesteld
als virtueel medium. 21
Rename Virtual Media/
Virtueel medium
hernoemen
L Wijzigt de naam van een virtueel medium.
21
Media Properties/Media-
eigenschappen
Geeft de typen clips weer die het medium bevat.
Voor virtuele media wordt ook de lokale map op de
computer weergegeven waar het virtuele medium
is opgeslagen.
22
Paste/Plakken 2 + V Verplaatst of kopieert clips van het klembord naar
het geselecteerde medium.
19
Menu
Snel-
toets
Functie 0
Cut/Knippen 2 + X Knipt clips en plaatst deze op het klembord
vanwaar ze naar een ander medium kunnen
worden verplaatst.
19
Copy/Kopiëren 2 + C Kopieert clips naar het klembord. 19
Paste/Plakken 2 + V Verplaatst of kopieert clips van het klembord naar
het geselecteerde medium.
19
Delete/Verwijderen delete (8) Verwijdert de geselecteerde clips. 19
Select All/Alles selecteren 2 + A Selecteert alle clips in het geselecteerde medium.
Clip Properties/
Clipeigenschappen
U Geeft het venster met de clipeigenschappen weer.
10
Camera Metadata/
Camerametagegevens
I Geeft het venster met metadata weer.
Referentie-informatie en algemene informatie
31
Problemen oplossen bij foutberichten
Hieronder vindt u een gedeeltelijke lijst met foutberichten in alfabetische volgorde.
Cannot add a shot mark to this frame./Kan geen opnamemarkering toevoegen aan dit beeldje.
U kunt geen opnamemarkering toevoegen aan het eerste beeldje van een clip. Klik op (Next Frame/
Volgend beeldje) om een paar beeldjes vooruit te gaan en probeer de opnamemarkering opnieuw toe te
voegen.
Cannot add the shot mark. A single clip can have up to 100 shot marks./Kan de opnamemarkering niet
toevoegen. Eén clip kan maximaal 100 opnamemarkeringen hebben.
De clip heeft al het maximale aantal opnamemarkeringen (100 markeringen). Verwijder eventueel onnodige
opnamemarkeringen en probeer de opnamemarkering opnieuw toe te voegen.
Cannot back up the clips because the number of clips in the target media will exceed 999./Kan geen
back-up maken van de clips omdat het aantal clips in het doelmedium meer dan 999 zal bedragen.
Het maximale aantal clips in een medium is 999 clips. Selecteer een andere lokale map op de computer als
de back-upmap.
Cannot back up the media./Kan geen back-up maken van het medium.
Controleer de lokale map op de computer die is aangewezen als de back-upmap.
Cannot change the shot mark information./Kan de informatie over de opnamemarkering niet wijzigen.
Controleer het medium dat de geselecteerde clips bevat.
Cannot copy the clip because the source clip is corrupted or cannot be accessed./Kan de clip niet
kopiëren omdat de bronclip beschadigd of ontoegankelijk is.
Controleer het medium vanwaar u de clips wilt kopiëren (bronmedium).
Cannot copy the clips because the number of clips in the target media will exceed 999./Kan de clips niet
kopiëren omdat het aantal clips in het doelmedium meer dan 999 zal bedragen.
Het maximale aantal clips in een medium is 999 clips. Verminder het aantal te kopiëren clips of selecteer
een ander doelmedium.
Cannot copy the clips because the target media is an optical disc./Kan de clips niet kopiëren omdat het
doelmedium een optische schijf is.
Clips kunnen niet naar optische schijven worden gekopieerd. Selecteer een opnamemedium of virtueel
medium als het doelmedium.
Cannot copy the clips./Kan de clips niet kopiëren.
De clips kunnen niet naar het geselecteerde medium worden gekopieerd. Controleer het doelmedium.
Clips die 4 GB of groter zijn, kunnen niet worden teruggeschreven, verplaatst of gekopieerd naar een
medium dat is geïnitialiseerd met behulp van het FAT32-bestandssysteem. Controleer het
bestandssysteem van het medium.
Clips die 4 GB of groter zijn, kunnen niet worden teruggeschreven naar een SD-kaart van 32 GB of kleiner
die is geïnitialiseerd met behulp van de camcorder. Gebruik een SD-kaart die groter is dan 32 GB.
Cannot create the folder. The folder already exists./Kan de map niet maken. De map bestaat al.
Er bestaat al een lokale map met dezelfde naam op de computer. Controleer de lokale map op de
computer waar u het virtuele medium wilde maken.
Cannot create the folder./Kan de map niet maken.
Controleer de toegangsmachtigingen van het gebruikersaccount dat u gebruikt.
Cannot create the target virtual media./Kan het virtuele doelmedium niet maken.
Controleer de lokale map op de computer die is aangewezen als de back-upmap.
Cannot create the virtual media./Kan het virtuele medium niet maken.
Controleer de lokale map op de computer waar u het virtuele medium wilde maken.
Cannot delete the folder where the virtual media was saved./Kan de map niet verwijderen waarin het
virtuele medium was opgeslagen.
Controleer de lokale map op de computer waar het virtuele medium was opgeslagen.
Cannot detect the virtual media. (The path of the virtual media is *****) The virtual media may be
used by connecting the external storage that contains the virtual media. OK to delete the virtual media?/
Kan het virtuele medium niet detecteren. (Het pad van het virtuele medium is *****) Het virtuele
medium kan worden gebruikt door het externe opslagapparaat dat het virtuele medium bevat, aan te
sluiten. Mag het virtuele medium worden verwijderd?
De lokale map op de computer waar het virtuele medium was opgeslagen, is niet gevonden of is niet
correct gedetecteerd. Als het virtuele medium is gemaakt op een verwisselbaar opslagapparaat, klikt u op
No/Nee om te voorkomen dat het virtuele medium wordt verwijderd en probeert u opnieuw nadat u het
verwisselbare opslagapparaat opnieuw hebt aangesloten.
Referentie-informatie en algemene informatie
32
Cannot detect the virtual media. OK to delete the virtual media?/Kan het virtuele medium niet
detecteren. Mag het virtuele medium worden verwijderd?
De lokale map op de computer waar het virtuele medium was opgeslagen, is niet gevonden. Geef de
Media Properties/Media-eigenschappen (0 30) weer en controleer of het weergegeven pad bestaat en
correct is. Als u op Ye s/ Ja klikt, wordt het virtuele medium uit XF Utility verwijderd. Als u echter de naam
van de map hebt gewijzigd of u hebt de map verplaatst, dan zullen de eigenlijke bestanden niet van de
computer worden verwijderd.
Cannot eject the removable drive./Kan het verwisselbare station niet uitwerpen.
De verbinding met het opnamemedium of een ander verwisselbaar medium kan niet worden beëindigd.
Sluit XF Utility af en gebruik de Mac OS-functie Uitwerpen om de hardware los te koppelen en start alleen
dan XF Utility opnieuw op.
De verbinding met de externe harde schijf of een ander verwisselbaar apparaat voor massaopslag kan niet
worden beëindigd. Sluit XF Utility af en gebruik de Mac OS-functie Uitwerpen om het apparaat los te
koppelen en start alleen dan XF Utility opnieuw op.
Cannot move the clips because the number of clips in the target media will exceed 999./Kan de clips niet
verplaatsen omdat het aantal clips in het doelmedium meer dan 999 zal bedragen.
Het maximale aantal clips in een medium is 999 clips. Verminder het aantal te verplaatsen clips of selecteer
een ander doelmedium.
Cannot move the clips./Kan de clips niet verplaatsen.
De clips kunnen niet naar het geselecteerde medium worden verplaatst. Controleer het doelmedium.
Cannot read the clips./Kan de clips niet lezen.
Het informatiebestand of streamingbestand van de clip is beschadigd. Gebruik een back-upkopie van de
clip als u er één hebt.
Cannot rename the virtual media./Kan de naam van het virtuele medium niet wijzigen.
Controleer de lokale map op de computer waar het virtuele medium was opgeslagen.
Cannot save the clip properties./Kan de clipeigenschappen niet opslaan.
Controleer het medium dat de geselecteerde clips bevat.
Cannot set the selected folder as virtual media./Kan de geselecteerde map niet instellen als het virtuele
medium.
Er is een ongeldige map geselecteerd. Wijzig het station van de map.
De geselecteerde map bevat bestanden die niet compatibel zijn of de structuur van de geselecteerde map
is onjuist. Controleer de map of de bestanden.
Cannot write to the selected path./Kan niet schrijven naar het geselecteerde pad.
Controleer of de toegangsmachtigingen voor het geselecteerde pad het schrijven niet beperken of verbieden.
Could not capture still image because a file with the same name already exists./Kan geen foto vastleggen
omdat er al een bestand met dezelfde naam bestaat.
Wijzig de bestandsnaam.
Decoder is not installed/Decoder is niet geïnstalleerd
Installeer de software opnieuw: Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de camcorder voor meer informatie.
Destination folder A/B is not valid for backing up clips./Bestemmingsmap A/B is ongeldig voor het
maken van back-ups van clips.
Controleer de lokale map op de computer die is opgegeven als de back-upmap.
Failed to read file. Please confirm that all the files needed to structure the clip are readable./Kan het
bestand niet lezen. Controleer of alle bestanden die nodig zijn om de clip structuur te geven, kunnen
worden gelezen.
Controleer of alle bestanden die de clip structuur geven, kunnen worden gelezen.
Failed to write file. Please confirm that the destination folder specified in still image capture settings is
not write-protected, and is on a disk with sufficient available space/Kan het bestand niet schrijven.
Controleer of de bestemmingsmap die is opgegeven in de instellingen voor het vastleggen van foto's niet
beveiligd is tegen schrijven en of de schijf voldoende vrije ruimte heeft.
Controleer of u kunt schrijven in de map die is opgegeven in de instellingen voor het vastleggen van foto's
en of er voldoende vrije ruimte op het station beschikbaar is.
Media not found./Medium niet gevonden.
De lokale map op de computer waar het virtuele medium was opgeslagen, is niet gevonden of is niet
correct gedetecteerd. Geef de Media Properties/Media-eigenschappen (0 30) weer en controleer of het
weergegeven pad bestaat en correct is.
Het opnamemedium is verwijderd. Plaats het opnamemedium opnieuw in een kaartlezer die op de
computer is aangesloten.
NTSC/PAL clips cannot be stored in the same media./NTSC/PAL-clips kunnen niet in hetzelfde medium
worden opgeslagen.
Vervang het opnamemedium.
Referentie-informatie en algemene informatie
33
Informatie over handelsmerken
Mac OS is een handelsmerk van Apple Inc., gedeponeerd in de VS en andere landen.
Overige namen en producten die hierboven niet zijn vermeld, kunnen handelsmerken of
gedeponeerde handelsmerken zijn van de betreffende ondernemingen.
Save process cancelled because a file with the same name already exists. Change the file name, still
image capture count, or destination folder./Het opslaan is geannuleerd omdat er al een bestand met
dezelfde naam bestaat. Wijzig de bestandsnaam, het aantal vastgelegde foto's of de bestemmingsmap.
Wijzig de bestandsnaam, het aantal vastgelegde foto's of de bestemmingsmap.
Sufficient still image save count numbers are not provided for the files./Er zijn onvoldoende nummers
voor het opslaan van foto's opgegeven voor de bestanden.
Dit bericht wordt weergegeven wanneer het aantal nummers voor het vastleggen van foto's meer dan
99.999 bedraagt. Wijzig de waarde die moet worden ingevoerd of wijzig de bestemmingsmap.
The file path length for output destination has exceeded the system restriction./De bestandspadlengte
voor de uitvoerbestemming heeft de systeembeperking overschreden.
Wijzig het bestandspad voor de uitvoerbestemming zodat dit 255 tekens of minder telt.
The folder path in the still image capture settings is not valid./Het mappad in de instellingen voor het
vastleggen van foto's is niet geldig.
Controleer de map die is opgegeven in de instellingen voor het vastleggen van foto's.
The selected clip does not have GPS information./De geselecteerde clip bevat geen GPS-gegevens.
U hebt geprobeerd een clip zonder informatie over de breedtegraad/lengtegraad te selecteren als het punt
van oorsprong voor een op GPS gebaseerde zoekopdracht. Selecteer een clip die GPS-gegevens bevat
(0 18).
The selected frame could not be saved as the thumbnail picture./Het geselecteerde beeldje kan niet
worden opgeslagen als de miniatuurafbeelding.
Controleer het medium dat de geselecteerde clips bevat.
There is not enough available space on the destination drive./Er is te weinig beschikbare ruimte op het
doelstation.
Verwijder onnodige bestanden op het doelstation of wijzig de bestemming naar een station met voldoende
beschikbare ruimte.
Virtual media currently in use by another user./Het virtuele medium wordt momenteel gebruikt door
een andere gebruiker.
Wacht totdat de andere gebruikers klaar zijn met de bestanden in het virtuele medium voordat u doorgaat
met de bewerking.
Virtual media not found or currently in use by another user. Cannot rename the virtual media./Het
virtuele medium is niet gevonden of wordt momenteel gebruikt door een andere gebruiker. Kan de
naam van het virtuele medium niet wijzigen.
De lokale map op de computer waar het virtuele medium was opgeslagen, is niet gevonden. Geef de
Media
Properties/Media-eigenschappen
(
0
30) weer en controleer of het weergegeven pad bestaat en correct is.
Als u ondersteuning nodig hebt voor deze software, neemt u contact op met een Canon Service Center.
Voor meer informatie raadpleegt u de achterkant van de gebruiksaanwijzing van uw camcorder.
De informatie in deze handleiding geldt vanaf maart 2015. De informatie kan zonder voorafgaande
kennisgeving worden gewijzigd.
CEL-SW2AA280 © CANON INC. 2015
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33

Canon EOS C500 Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor