Boss RC-5 de handleiding

Type
de handleiding
Referentiehandleiding
01
© 2020 Roland Corporation
Aan de slag .............................................. 2
Paneelbeschrijvingen ...................................... 2
Structuur van de RC-5 ...................................... 3
De apparatuur aansluiten ................................... 4
Het apparaat in- en uitschakelen ............................ 4
Een loop-frase creëren ................................. 5
Opnemen ................................................. 5
Opnemen terwijl u naar het ritmegeluid luistert .............. 6
Een ritme laten klinken ...................................... 6
Het tempo van het ritme instellen ............................ 6
Een geheugen opslaan ................................. 7
Een geheugen opslaan (WRITE) ............................. 7
Gegevens uit een geheugen wissen (CLEAR) .................. 7
Een geheugen bewerken ............................... 8
De instellingen van een geheugen bewerken ................. 8
De ritme-instellingen bewerken ............................. 8
MEMORY-parameters ....................................... 9
Instellingen voor de volledige RC-5 (SETUP) .......... 12
SETUP-parameters ......................................... 12
Een computer aansluiten via USB ...................... 16
De RC-5 aansluiten op een computer ........................ 16
Een back-up maken of gegevens herstellen .................. 16
Apparaten bedienen via MIDI .......................... 17
MIDI-instellingen .......................................... 17
Een extern MIDI-apparaat bedienen vanaf de RC-5 .............. 17
De RC-5 bedienen vanaf een extern MIDI-apparaat ............. 18
Twee RC-5-apparaten aansluiten ............................ 18
Appendix ............................................... 19
Problemen oplossen ....................................... 19
Overzicht van foutmeldingen ............................... 20
De fabrieksinstellingen herstellen (Factory Reset) ............. 21
De batterij vervangen ...................................... 21
Belangrijkste specicaties .................................. 22
BELANGRIJKE OPMERKINGEN ......................... 23
2
Aan de slag
Paneelbeschrijvingen
7
8
9
10
1
3
4
5
6
2
12
11
13 14
Naam Beschrijving
1
Display
Geeft diverse informatie weer van de RC-5.
Tijdens het opnemen/afspelen/overdubben verandert de kleur van het scherm naargelang de status.
Blauw opgelicht Geen frase
Rood opgelicht Opnemen
Groen opgelicht Afspelen
Geel opgelicht Overdubben
Wit opgelicht Frase bestaat
2
[MEMORY/LOOP LEVEL]-
regelaar
Afspeelscherm
Draaien
Selecteert een geheugen (01-99) of past het volume van het spoor aan
(LOOP LEVEL).
Indrukken
Schakelt tussen het selecteren van een geheugen en het aanpassen van het
volume van het spoor (LOOP LEVEL).
Bij het
bewerken
Draaien Selecteert een parameter of verandert een waarde.
Indrukken
Speciceert de te bewerken parameter. U kunt ook een bewerking bevestigen.
Draaien terwijl u drukt Verandert een waarde in grotere stappen.
3
RHYTHM [TEMPO]-knop
Druk om het tempo van het ritme op te geven.
U kunt het tempo ook instellen door op de knop te drukken met het gewenste interval (tiktempo).
4
RHYTHM [ON/OFF]-knop
Het ritme schakelt in (opgelicht) of uit (niet opgelicht) of is klaar om het ritme te spelen (knipperend)
telkens u op de knop drukt.
U kunt opnemen terwijl u naar een ritme luistert aan het tempo dat u opgeeft.
Houd de knop lang ingedrukt (twee seconden of langer) om de modus voor ritme-instellingen te selecteren.
5
[SETUP]-knop
Hiermee kunt u instellingen maken die invloed hebben op de volledige RC-5 (de functie van een op dit
apparaat aangesloten voetschakelaar of expressiepedaal, en systeeminstellingen).
6
[MEMORY]-knop
Hiermee kunt u instellingen maken inzake loop afspelen en opnemen, ritme-instellingen en
geheugennaaminstellingen.
Als het spoor van het geselecteerde geheugen al is opgenomen, licht de knop groen op.
Door tegelijkertijd op de [SETUP]-knop en de [MEMORY]-knop te drukken, kunt u een geheugen opslaan (schrijven) of
geheugengegevens wissen (verwijderen).
7
OUTPUT-aansluitingen A
(MONO), B
Sluit deze aansluitingen aan op de versterker of monitorluidsprekers.
Wanneer u een monoset-up gebruikt, gebruik dan alleen de A (MONO)-aansluiting. Zelfs geluid dat in
stereo wordt ingevoerd, wordt in mono uitgevoerd.
* De OUTPUT A (MONO)-aansluiting werkt ook als stroomschakelaar. De stroom naar het apparaat wordt
ingeschakeld wanneer u de OUTPUT A (MONO)-aansluiting aansluit. De stroom wordt uitgeschakeld
wanneer de kabel wordt losgekoppeld. Trek de stekker uit de OUTPUT A (MONO)-aansluiting als u het
apparaat niet gebruikt.
8
STOP/MEMORY SHIFT-
connector
Sluit op deze aansluiting een apart verkrijgbare voetschakelaar of expressiepedaal aan.
Hiermee kunt u verschillende functies bedienen: u kunt een voetschakelaar gebruiken om het opnemen/
afspelen/overdubben te stoppen of om van geheugen te wisselen, en u kunt een expressiepedaal
gebruiken om verschillende parameters te bedienen.
& “Instellingen voor de volledige RC-5/CONTROL (p. 13)
3
Aan de slag
Naam Beschrijving
9
INPUT-aansluitingen A
(MONO), B
Gebruik deze aansluitingen voor het aansluiten van uw gitaar/bas of eectapparaat.
* Gebruik de A (MONO)-aansluiting en de B-aansluiting voor het aansluiten van een eectapparaat met
stereo-uitgang. Gebruik alleen de A (MONO)-aansluiting als u een monobron gebruikt.
10
Pedaalschakelaar
Met deze pedaalschakelaar schakelt u tussen het opnemen, afspelen en overdubben van frases. Druk het
pedaal tweemaal achter elkaar in om het afspelen te stoppen.
5 Houd het pedaal twee seconden of langer ingedrukt tijdens het afspelen of overdubben om ongedaan
te maken (de opname of het laatste overdubben annuleren). Houd de schakelaar nogmaals twee
seconden of langer ingedrukt om opnieuw uit te voeren (het annuleren ongedaan maken).
5 Houd het pedaal minstens twee seconden ingedrukt terwijl het afspelen is gestopt, om de opgenomen
frase te wissen.
MEMO
U kunt andere functies aan de pedaalschakelaar toewijzen.
& “Instellingen voor de volledige RC-5/CONTROL (p. 13)
11
Duimschroef
Wanneer deze schroef wordt losgedraaid, opent het pedaal en kunt u de batterij vervangen.
& “De batterij vervangen” (p. 21)
12
MIDI IN-, OUT-
aansluitingen
Sluit hier een extern MIDI-apparaat aan.
Gebruik voor het maken van deze aansluitingen MIDI/TRS-verbindingskabels (apart verkrijgbaar: BMIDI-5-35).
Hiermee kunt u vanaf dit apparaat een extern MIDI-apparaat bedienen via MIDI.
13
DC IN-aansluiting
Hierop kunt u een netstroomadapter (PSA-reeks, apart verkrijgbaar) aansluiten. Door een
netstroomadapter te gebruiken, kunt u spelen zonder dat u zich zorgen hoeft te maken over het
resterende batterijvermogen.
* Gebruik alleen de opgegeven netstroomadapter (PSA-reeks).
* Als de netstroomadapter is aangesloten terwijl er een batterij is geplaatst, gebruikt het apparaat de
voeding van de netstroomadapter.
14
USB-poort
U kunt hier uw computer aansluiten en gebruiken om een back-up te maken of gegevens te herstellen.
Structuur van de RC-5
Geheugen 01
Ritme
Spoor
Geheugen 99
Systeem
Spoor
Audio opnemen en afspelen vanaf een instrument zoals een gitaar.
Ritme
Behalve het spoor kan de RC-5 ook een “Rhythm (ritme) afspelen.
U kunt opnemen terwijl u naar een ritme luistert aan het tempo
dat u opgeeft.
Geheugen
Het ene spoor wordt, samen met de instellingen voor rhythm,
collectief een geheugen” genoemd.
De RC-5 kan maximaal 99 geheugens opslaan.
Systeem
Instellingen die voor de volledige RC-5 gelden, zoals aanpassing
van het displaycontrast en MIDI-instellingen, worden
systeeminstellingen genoemd.
Opnemen versus “Overdubben”
In deze handleiding wordt met opnemen het voor de eerste
keer opnemen naar een leeg spoor bedoeld.
Met alle volgende opnames die boven op de bestaande
opname worden toegevoegd, wordt overdubben bedoeld.
Afspeelscherm
Het scherm dat verschijnt na het
inschakelen, heet het Play-scherm of
afspeelscherm.
4
Aan de slag
De apparatuur aansluiten
Gitaarversterker
Voetschakelaar
Expressiepedaal
Gitaar
Netstroomadapter
Extern MIDI-apparaat Computer
5 Zet het volume altijd op nul en schakel alle apparaten uit voordat u aansluitingen maakt om defecten of storingen aan de apparatuur
te voorkomen.
5 Gebruik alleen het opgegeven expressiepedaal (FV-500H, FV-500L, EV-30 en Roland EV-5, apart verkrijgbaar). Het aansluiten van een
expressiepedaal van een ander type kan leiden tot defecten en/of schade aan het apparaat.
OPMERKING
Wanneer u een extern pedaal aansluit, moet u het apparaat uitschakelen voordat u kabels aansluit of loskoppelt. Het niet naleven van deze
voorzorgsmaatregel zal storingen veroorzaken.
Een voetschakelaar aansluiten
Sluit een voetschakelaar of schakelaars aan en stel hun modus-/polariteitsschakelaars in aan de hand van de onderstaande afbeeldingen.
FS-6
FS-7
CTL 2
FS-5U x 1
FS-5U
FS-6
Modus-/polariteitsschakelaar
FS-7
1/4”-jack
1/4”-jack
Stereo 1/4”-jack
Stereo 1/4”-jack
Stereo 1/4”-jack
Stereo 1/4”-jack
CTL 1CTL 2 CTL 1CTL 1
RINGTIP
Stereo 1/4”-jack
1/4”-jack x 2
CTL 1 CTL 2
FS-5U x 2
Het apparaat in- en uitschakelen
De OUTPUT A (MONO)-aansluiting werkt ook als stroomschakelaar. De stroom naar het apparaat wordt ingeschakeld wanneer u de
OUTPUT A (MONO)-aansluiting aansluit. De stroom wordt uitgeschakeld wanneer de kabel wordt losgekoppeld. Trek de stekker uit de
OUTPUT A (MONO)-aansluiting als u het apparaat niet gebruikt.
* Zet het volume altijd op nul voordat u het apparaat in- of uitschakelt. Zelfs als u het volume hebt verlaagd, hoort u mogelijk geluid
wanneer u het apparaat in- of uitschakelt. Dit is normaal en wijst niet op een defect.
Bij het inschakelen: Schakel de stroom naar de versterker als laatste in.
Bij het uitschakelen: Schakel de stroom naar de versterker als eerste uit.
5
Een loop-frase creëren
Opnemen
Voorbereiden om op te nemen
Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om een geheugen te selecteren.
Memory
01
01
Scherm Status
Blauw Leeg spoor
Wit Spoor bevat gegevens
Geheugennummer
Geheugennaam
Basishandelingen
Opnemen
Scherm: Rood
opgelicht
Neem uw
gitaarspelop.
Afspelen
Scherm: Groen opgelicht
Speel een frase af als een
loop.
Door het pedaal in te drukken,
schakelt u het apparaat over
op overdubben.
Overdubben
Scherm: Geel opgelicht
Terwijl de frase als loop
wordt gespeeld, kunt u uw
uitvoeringen opbouwen in lagen.
Door het pedaal in te drukken,
schakelt u het apparaat over op
afspelen.
Stoppen
Scherm: Wit opgelicht
Tijdens het overdubben of het
afspelen in loops kunt u stoppen
door het pedaal tweemaal achter
elkaar in te drukken.
* Druk het pedaal binnen een
seconde tweemaal in.
Indrukken
Indrukken Indrukken
Tweemaal indrukken
Techniek om te stoppen
Voorbeeld: Als u wilt stoppen aan het
einde van een maat met een
4/4-maataanduiding
Druk eenmaal op het pedaal aan het begin van de
vierde tel en druk het vervolgens in aan het begin
van de eerste tel van de volgende maat.
1ste
tijd
2de
tijd
1 2 3 4 1
Stop
OPMERKING
De maximale opnametijd is ongeveer 1,5 uur voor één track en ongeveer 13 uur in totaal voor alle geheugens. Als u de maximale
opnametijd overschrijdt, stopt het opnemen of overdubben op dat punt en schakelt het apparaat over naar loop afspelen.
Ongedaan maken/opnieuw uitvoeren
Houd het pedaal twee seconden of langer ingedrukt tijdens het afspelen of overdubben om ongedaan te maken (de opname of het
laatste overdubben annuleren). Houd de schakelaar nogmaals twee seconden of langer ingedrukt om opnieuw uit te voeren (het
annuleren ongedaan maken).
Wissen
Houd het pedaal minstens twee seconden ingedrukt terwijl het afspelen is gestopt, om de opgenomen frase te wissen.
6
Een loop-frase creëren
Een ritme laten klinken
1. Druk op de RHYTHM [ON/OFF]-knop.
Het ritme schakelt in (opgelicht) of uit (niet opgelicht) of is
klaar om het ritme te spelen (knipperend) telkens u op de
knop drukt.
Het tempo van het ritme instellen
1. Druk op de RHYTHM [TEMPO]-knop.
Het tempo-instellingenscherm verschijnt.
TEMPO
120.0
J
2. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar
terwijl het tempo-instellingenscherm wordt
weergegeven om het tempo in te stellen.
Waarde 40.0–300.0
Tiktempo
U kunt het tempo instellen door aan het gewenste interval op een
knop te drukken.
1. Druk meermaals op de RHYTHM [TEMPO]-knop op
maat van het gewenste tempo.
MEMO
Als u de RHYTHM [TEMPO]-knop lang ingedrukt houdt
(twee seconden of langer), keert het tempo terug naar de
standaardwaarde.
5 Het opgegeven tempo kan worden opgeslagen als een
instelling in het geheugen.
& “Een geheugen opslaan (WRITE)” (p. 7)
5 U kunt het volume en het type ritme speciceren, en hoe het
ritme speelt.
& “De ritme-instellingen bewerken (p. 8)
Opnemen terwijl u naar het ritmegeluid luistert
Behalve het spoor kan de RC-5 ook een “Rhythm (ritme) afspelen.
Door op te nemen terwijl u naar een ritme luistert aan het tempo dat u hebt opgegeven, kunt u
opnemen aan een accuraat tempo.
7
Een geheugen opslaan
Een geheugen opslaan (WRITE)
Als u een ander geheugen selecteert of na het opnemen of
bewerken van de instellingen de stroom uitschakelt, gaan de
opgenomen inhoud of de bewerkte instellingen verloren. Als u de
gegevens wilt behouden, moet u deze opslaan.
1. Druk tegelijkertijd op de [SETUP]-knop en de
[MEMORY]-knop.
Het UTILITY-scherm wordt weergegeven.
UTILITY
WRITE
J
2. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om
“WRITE” te selecteren en druk vervolgens op de
[MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar.
WRITE:01
Memory01
J
Geheugen dat als opslaglocatie dient
Geheugennaam
3. Gebruik vervolgens de [MEMORY/LOOP LEVEL]-
regelaar om het geheugen dat als opslaglocatie
dient te selecteren.
5 U kunt deze stap overslaan als u wilt opslaan op de plaats van
het op dit moment geselecteerde geheugen.
5 Druk op één van de RHYTHM [TEMPO]–[MEMORY]-knoppen
om te annuleren.
4. Druk op de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar.
Het geheugen wordt opgeslagen.
* Schakel de stroom niet uit wanneer het bericht “EXECUTING...
wordt weergegeven.
MEMO
U kunt een naam toewijzen aan het geheugen. Raadpleeg p. 11
voor meer informatie.
Gegevens uit een geheugen wissen (CLEAR)
U kunt de gegevens die in een geheugen zijn opgeslagen, wissen
en het geheugen zo terug leegmaken.
1. Druk tegelijkertijd op de [SETUP]-knop en de
[MEMORY]-knop.
Het UTILITY-scherm wordt weergegeven.
UTILITY
WRITE
J
2. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om
CLEAR” te selecteren en druk vervolgens op de
[MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar.
CLEAR:01
Memory01
J
Geheugen dat moet worden gewist
Geheugennaam
3. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om
het geheugen te selecteren dat u wilt wissen.
5 U kunt deze stap overslaan als u wilt wissen op de plaats van
het op dit moment geselecteerde geheugen.
5 Druk op één van de RHYTHM [TEMPO]–[MEMORY]-knoppen
om te annuleren.
4. Druk op de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar.
Het geheugen wordt gewist.
* Schakel de stroom niet uit wanneer het bericht “EXECUTING...
wordt weergegeven.
8
Een geheugen bewerken
De instellingen van een geheugen bewerken
Hier komt u te weten hoe u de instellingen van elk geheugen kunt
bewerken.
1. Selecteer het geheugen dat u wilt bewerken.
2. Druk op de [MEMORY]-knop.
Het geheugeninstellingenscherm verschijnt.
MEMORY
LOOP
J
Item
3. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om
het item te selecteren dat u wilt bewerken, en druk
vervolgens op de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar.
LEVEL
100
J
Parameter
Waarde
4. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om
de parameter te selecteren die u wilt bewerken,
en druk vervolgens op de [MEMORY/LOOP LEVEL]-
regelaar.
START
IMMEDIATE
J
5. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om
de waarde te wijzigen.
6. Druk op de [MEMORY]-knop om terug te gaan naar
het afspeelscherm.
7. Voer de Write-bewerking uit als u de bewerkte
instellingen wilt opslaan (p. 7).
De ritme-instellingen bewerken
* Ritmeparameters kunnen ook worden bewerkt vanuit de
bewerkingsschermen van een geheugen.
1. Selecteer het geheugen waarvan u de ritme-
instellingen wilt bewerken.
2. Houd de RHYTHM [ON/OFF]-knop lang ingedrukt.
Het ritme-instellingenscherm verschijnt.
LEVEL
100
J
Parameter
Waarde
3. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om
de parameter te selecteren die u wilt bewerken,
en druk vervolgens op de [MEMORY/LOOP LEVEL]-
regelaar.
REVERB
50
J
4. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om
de waarde te wijzigen en druk vervolgens op de
[MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar.
5. Herhaal stappen 3–4 om de gewenste parameter te
bewerken.
6. Houd de RHYTHM [ON/OFF]-knop lang ingedrukt
om terug te keren naar het afspeelscherm.
7. Voer de Write-bewerking uit als u de bewerkte
instellingen wilt opslaan (p. 7).
MEMO
Door de Write-bewerking uit te voeren terwijl het ritme afspelen
in stand-by staat of terwijl het ritme wordt afgespeeld, kunt u het
geheugen opslaan/oproepen als een rhythm: on”-geheugen.
9
Een geheugen bewerken
MEMORY-parameters
LOOP
Parameter Waarde (vet: standaard) Beschrijving
REVERSE
OFF, ON
Geeft op of normaal afspelen (OFF) of achterstevoren afspelen (ON) wordt gebruikt.
* Als REVERSE is ingesteld op “ON, kunt u niet naar overdubben omschakelen nadat een
opname is voltooid.
1SHOT
Geeft op of het spoor eenmalig wordt afgespeeld of niet (normaal afspelen in loops).
OFF Normaal afspelen in loops.
ON
De frase wordt eenmaal van het begin tot het einde van het spoor afgespeeld en stopt
vervolgens automatisch (One-Shot Playback).
Als u tijdens het afspelen op de pedaalschakelaar drukt, start het afspelen opnieuw vanaf
het begin van het spoor (Retrigger Playback). Overdubben kan niet worden uitgevoerd.
LEVEL
0–100–200
Wijzigt het afspeelniveau van het spoor.
* U kunt ook de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar gebruiken om het afspeelniveau aan
tepassen.
REC ACTION
Speciceert de volgorde waarin opnemen/afspelen/overdubben wordt geschakeld als u de pedaalschakelaar indrukt.
REC->DUB
Bediening wordt ingeschakeld in de volgorde Opnemen 0 Overdubben 0 Afspelen.
REC->PLAY
Bediening wordt ingeschakeld in de volgorde Opnemen 0 Afspelen 0 Overdubben.
DUB MODE
Speciceert de overdubmethode.
OVERDUB
De nieuwe partij wordt gelaagd op het vooraf opgenomen spoor.
Als het overdubben wordt herhaald, wordt de volgende partij bovenop het vorige
materiaal gelaagd, zodat u een ensemble kunt maken binnen één spoor.
REPLACE
Een spoor met bestaande opnamen wordt overschreven door een nieuw opgenomen
spoor. Het overschrijven vindt plaats tijdens het afspelen van het eerder opgenomen
spoor, waardoor een soort delayeect ontstaat dat vergelijkbaar is met dat van een
eectprocessor.
AUTO REC
AUTO REC (automatisch opnemen) begint met opnemen als er audio-invoer is van uw gitaarspel.
OFF De opname wordt gestart op het moment dat u de pedaalschakelaar indrukt.
ON
Het display laat zien dat u in de stand-bymodus voor opnemen bent gegaan wanneer u de
pedaalschakelaar indrukt. Als u eenmaal begint te spelen, geeft het display aan dat u zich
nu in de opnamemodus bevindt en de opname begint.
START
Speciceert of het afspelen met een fade-in of onmiddellijk begint wanneer het spoor wordt afgespeeld.
IMMEDIATE Het afspelen start onmiddellijk.
FADE IN
Het afspelen start met een fade-in.
* U kunt “FADE TIME” gebruiken om de lengte van de fade-in op te geven.
STOP
Geeft op hoe het spoor stopt wanneer u op de pedaalschakelaar drukt.
* U kunt niet overdubben totdat het afspelen stopt.
IMMEDIATE Het afspelen stopt onmiddellijk.
FADE OUT
U hoort een fade-out en het afspelen stopt.
* U kunt “FADE TIME” gebruiken om de lengte van de fade-out op te geven.
LOOP END Het afspelen gaat door tot het einde van de loop en stopt vervolgens.
FADE TIME
˜, ˙, ¸, ˇ, 1MEAS–2MEAS
64MEAS
Geeft de fade-in- en fade-out-tijd op als een aantal maten wanneer START is ingesteld op
“FADE IN” of STOP is ingesteld op “FADE OUT.
MEASURE
U kunt het aantal maten voor een spoor opgeven.
Wanneer u opneemt in combinatie met andere ritmegeluiden, is het handig om het aantal maten op te geven voordat
u begint met opnemen, zodat de loop begint bij de opgegeven maatlengte, ook als u de schakelaar niet bedient
wanneer u gereed bent met opnemen.
FREE
Het aantal maten wordt automatisch ingesteld in overeenstemming met de lengte van de
opname.
1MEAS– Het aantal maten wordt handmatig ingesteld.
10
Een geheugen bewerken
RHYTHM
Parameter Waarde (vet: standaard) Beschrijving
LEVEL
0–100–200 Wijzigt het volume van het ritme.
REVERB
0–30–100 Past de diepte van de galm (reverb) aan die op het ritme wordt toegepast.
PATTERN
Selecteert een ritmepatroon.
SimpleBeat1–4, GrooveBeat1–7, Rock1–4, Funk1–4, Shue1–5, Swing1–5, SideStick1–5, PercusBeat1–4,
LatinBeat1–4, Conga1–3, Bossa1–2, Samba1–2, DanceBeat1–4, Metronome1–4, Blank
VARIATION
A, B Selecteert de ritmepatroonvariatie (A of B).
VAR.CHANGE
Bepaalt de timing waarop de ritmepatroonvariatie wordt geschakeld.
MEASURE Afspelen tot het einde van de maat en dan schakelen.
LOOP END Afspelen tot het einde van de loop en dan schakelen.
KIT
Selecteert de drumkit die wordt gebruikt voor het afspelen van het ritme.
Studio, Rock, Jazz, Brush, Cajon, R&B, 808+909
BEAT
2/4–4/4–7/4, 5/8–15/8
Selecteert de maatsoort voor het ritme.
* U kunt de maatsoort niet wijzigen nadat het spoor is opgenomen. Zorg ervoor dat u
deze instelt voordat u begint met het opnemen.
START
Speciceert hoe het afspelen van het ritme begint.
LOOP START Het ritme speelt wanneer loop opnemen of afspelen begint.
REC END
Het ritme speelt wanneer de loopopname gedaan is en schakelt over naar afspelen.
Dit is handig als u wilt spelen zonder een tempo op te geven, dan wilt beginnen met
opnemen en dan de loop op tijd wilt spelen met het ritme wanneer het afspelen
begint.
BEFORE LOOP
Het ritme speelt vóór het loop opnemen of afspelen.
Het ritme begint te spelen wanneer u eenmaal op de schakelaar drukt en het
opnemen/afspelen begint in de maat met het ritme wanneer u nogmaals op de
schakelaar drukt.
STOP
Speciceert hoe het afspelen van het ritme stopt.
OFF
Het ritme blijft steeds spelen.
Als u synchroon speelt met een extern MIDI-apparaat, kunt u het ritme continu laten
spelen voor gesynchroniseerd afspelen.
LOOP STOP Het ritme stopt wanneer de loop stopt.
REC END
Het ritme stopt wanneer de loopopname eindigt.
Dit is handig als u het ritme tijdens het opnemen als richtlijn wilt gebruiken.
REC COUNT
Speciceert of een aftelling wordt afgespeeld voor opname.
* U kunt geen count-in laten klinken wanneer een spoor of ritme wordt afgespeeld.
OFF Er wordt geen count-in afgespeeld.
1MEAS De opname start nadat een count-in van één maat is afgespeeld.
PLAY COUNT
Speciceert of een aftelling wordt afgespeeld voor afspelen.
OFF Er wordt geen count-in afgespeeld.
1MEAS Het afspelen start nadat een count-in van één maat is afgespeeld.
FILL
OFF, ON Speciceert of het ritme speelt met een ll-in (ON) of zonder een ll-in (OFF).
PART1–4
OFF, ON
(PART1–3)
OFF, ON (PART4)
Deze instellingen bepalen voor elk van de vier drumpartijen (PART1–4) waaruit de
drumkit bestaat of het drumgeluid weerklinkt (ON) of niet weerklinkt (OFF).
TONE LOW
-10–0–10 Past het klankkarakter van de lage frequentie van het ritmegeluid aan.
TONE HIGH
-10–0–10 Past het klankkarakter van de hoge frequentie van het ritmegeluid aan.
11
Een geheugen bewerken
NAME
Parameter Waarde (vet: standaard) Beschrijving
NAME
Geeft de geheugennaam op.
* Maximaal 12 tekens
1. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om de cursor te verplaatsen naar de positie waar u een
teken wilt invoeren, en druk vervolgens op de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar.
2. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om een teken te selecteren en druk vervolgens op de
[MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar.
12
Instellingen voor de volledige RC-5 (SETUP)
1. Druk op de [SETUP]-knop.
Het SETUP-scherm wordt weergegeven.
SETUP
GENERAL
J
Item
2. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om
het item te selecteren dat u wilt bewerken, en druk
vervolgens op de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar.
DISP MODE
LOOP
J
Parameter
Waarde
3. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om
de parameter te selecteren die u wilt bewerken,
en druk vervolgens op de [MEMORY/LOOP LEVEL]-
regelaar.
DISP CONT
5
J
4. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om
de waarde te wijzigen.
5. Druk op de [SETUP]-knop om terug te gaan naar het
afspeelscherm.
SETUP-parameters
GENERAL
Parameter Waarde (vet: standaard) Beschrijving
DISP CONT
1–5–10 Regelt het displaycontrast.
DISP MODE
Speciceert wat er op het scherm wordt weergegeven tijdens het opnemen, afspelen en overdubben.
STATUS
Geeft “REC” weer tijdens het opnemen, “PLAY” tijdens het afspelen en “DUB” tijdens het
overdubben
POSITION Geeft de voortgang weer van het opnemen/afspelen/overdubben
STATUS+POS
Bovenste regel: STATUS-indicatie
Onderste regel: POSITION-indicatie
NUMBER+POS
Bovenste regel: Geeft het geheugennummer weer
Onderste regel: POSITION-indicatie
NAME+POS
Bovenste regel: Geeft de geheugennaam weer
Onderste regel: POSITION-indicatie
BEAT+POS
Bovenste regel: Geeft de maataanduiding van het ritme weer
Onderste regel: POSITION-indicatie
BEAT Geeft de maataanduiding van het ritme weer
M.EXT MIN
01–99
Bepaalt de mate waarin geheugens kunnen worden geschakeld (ondergrens:
MIN/bovengrens: MAX).
M.EXT MAX
01–99
UNDO/REDO
Bepaalt de timing waarop ongedaan maken/opnieuw uitvoeren wordt uitgevoerd.
* Deze parameter is geldig wanneer een functie die ongedaan maken/opnieuw uitvoeren mogelijk maakt door
lang op de schakelaar te drukken, is toegewezen als PEDAL FUNC- of CTL1–2 FUNC-instelling (p. 13).
HOLD Voer ongedaan maken/opnieuw uitvoeren uit terwijl u de schakelaar ingedrukt houdt.
RELEASE
Voer ongedaan maken/opnieuw uitvoeren uit op het moment dat u de schakelaar
loslaat.
13
Instellingen voor de volledige RC-5 (SETUP)
CONTROL
Parameter Waarde (vet: standaard) Beschrijving
PEDAL FUNC
CTL1 FUNC
CTL2 FUNC
Bepaalt de functies van de pedaalschakelaar en een voetschakelaar (CTL1, CTL2) die op de STOP/MEMORY SHIFT-
aansluiting is aangesloten.
TRK REC/PLY
Schakel tussen opnemen/afspelen/overdubben voor het spoor.
Houd de schakelaar lang ingedrukt (twee seconden of langer) tijdens het afspelen of overdubben
om ongedaan te maken, houd de schakelaar opnieuw lang ingedrukt om opnieuw uit te voeren.
TRK R/P/S
Schakel tussen opnemen/afspelen/stoppen (druk tweemaal op de schakelaar) voor spoor.
Houd de schakelaar lang ingedrukt (twee seconden of langer) tijdens het opnemen of afspelen
om ongedaan te maken, houd de schakelaar opnieuw lang ingedrukt om opnieuw uit te voeren.
TRK R/P/S(C
(PEDAL)
Schakel tussen opnemen/afspelen/stoppen (druk tweemaal op de schakelaar) voor spoor.
Houd de schakelaar lang ingedrukt (twee seconden of langer) tijdens het opnemen of afspelen
om ongedaan te maken, houd de schakelaar opnieuw lang ingedrukt om opnieuw uit te voeren.
Houd de schakelaar lang ingedrukt (twee seconden of langer) tijdens het stoppen, het spoor
wordt gewist.
TRK MOM R/P Zet het spoor alleen op opnemen/afspelen terwijl u de schakelaar ingedrukt houdt.
TRK PLY/STP Schakel tussen afspelen/stoppen voor het spoor.
TRK P/S(CLR
Schakel tussen afspelen/stoppen voor het spoor.
Houd de schakelaar lang ingedrukt (twee seconden of langer) tijdens het opnemen of afspelen
om ongedaan te maken, houd de schakelaar opnieuw lang ingedrukt om opnieuw uit te voeren.
Houd de schakelaar lang ingedrukt (twee seconden of langer) tijdens het stoppen, het spoor
wordt gewist.
TRK STOP Opnemen/afspelen stoppen voor het spoor.
TRK STOP(TAP
Opnemen/afspelen stoppen voor het spoor.
Bepaal het tempo (tiktempo) door de schakelaar meerdere keren in te drukken op het gewenste
interval terwijl deze is gestopt.
TRK STOP(CLR
(CTL1)
Opnemen/afspelen stoppen voor het spoor.
Houd de schakelaar lang ingedrukt (twee seconden of langer) tijdens het stoppen, het spoor
wordt gewist.
TRK STOP(T/C
Opnemen/afspelen stoppen voor het spoor.
Bepaal het tempo (tiktempo) door de schakelaar meerdere keren in te drukken op het gewenste
interval terwijl deze is gestopt.
Houd de schakelaar lang ingedrukt (twee seconden of langer) tijdens het stoppen, het spoor
wordt gewist.
TRK CLEAR Wist het spoor.
TRK UND/RED Opname of het meest recente overdubben ongedaan maken/opnieuw uitvoeren voor het spoor.
TRK REVERSE Schakel omgekeerd afspelen in/uit voor het spoor.
TAP TEMPO
Druk meermaals op de schakelaar met het gewenste interval om het tempo te bepalen.
Houd de schakelaar lang ingedrukt (twee seconden of langer) om terug te keren naar het vorige
tempo.
RHYHTM P/S Schakel het ritme tussen afspelen/stoppen.
RHYTHM PLAY Speel het ritme af.
RHYTHM STOP Stop met het afspelen van het ritme.
MEMORY INC
(CTL2) Schakel naar het volgende geheugen.
MEMORY DEC Schakel naar het vorige geheugen.
EXP FUNC
Bepaalt de functie van een expressiepedaal dat is aangesloten op de STOP/MEMORY SHIFT-aansluiting.
TRK LEVEL1 Regelt het volume van het spoor (LOOP LEVEL) binnen het bereik van 0–200.
TRK LEVEL2
Regelt het niveau in het bereik van 0– “maximale waarde, met de LOOP LEVEL-instelling van het
spoor als de maximale waarde.
TEMPO UP Druk op het pedaal om het tempo te versnellen.
TEMPO DOWN Druk op het pedaal om het tempo te vertragen.
RHYTHM LEV1 Regel het “LEVEL (p. 10) van het geheugen/RHYTHM binnen het bereik van 0–200.
RHYTHM LEV2
Regelt het niveau binnen het bereik van 0– “maximale waarde, met de “LEVEL”-instelling van
geheugen/RHYTHM als de maximale waarde.
MEMORY LEV1 Regel het “LEVEL (p. 9) van het geheugen/LOOP binnen het bereik van 0–200.
MEMORY LEV2
Regelt het niveau binnen het bereik van 0– “maximale waarde, met de “LEVEL”-instelling van
geheugen/LOOP als de maximale waarde.
14
Instellingen voor de volledige RC-5 (SETUP)
Parameter Waarde (vet: standaard) Beschrijving
CC#80 FUNC
CC#81 FUNC
CC#82 FUNC
CC#83 FUNC
CC#84 FUNC
CC#85 FUNC
CC#86 FUNC
CC#87 FUNC
Dit stelt de functies in die worden bediend als een Control Change-bericht (controllernummers 80–87) wordt
ontvangen van een extern MIDI-apparaat.
OFF Er is geen functie toegewezen.
TRK PLY/STP Schakel tussen afspelen/stoppen voor het spoor.
TRK CLEAR Wist het spoor.
TRK UND/RED Opname of het meest recente overdubben ongedaan maken/opnieuw uitvoeren voor het spoor.
TRK REVERSE Schakel omgekeerd afspelen in/uit voor het spoor.
TRK LEVEL1 Regelt het volume van het spoor (LOOP LEVEL) binnen het bereik van 0–200.
TRK LEVEL2
Regelt het niveau in het bereik van 0– “maximale waarde, met de LOOP LEVEL-instelling van het
spoor als de maximale waarde.
TAP TEMPO
Druk meermaals op de schakelaar met het gewenste interval om het tempo te bepalen.
Houd de schakelaar lang ingedrukt (twee seconden of langer) om terug te keren naar het vorige
tempo.
TEMPO UP Druk op het pedaal om het tempo te versnellen.
TEMPO DOWN Druk op het pedaal om het tempo te vertragen.
RHYHTM P/S Schakel het ritme tussen afspelen/stoppen.
RHYTHM PLAY Speel het ritme af.
RHYTHM STOP Stop met het afspelen van het ritme.
RHYTHM LEV1 Regel het “LEVEL (p. 10) van het geheugen/RHYTHM binnen het bereik van 0–200.
RHYTHM LEV2
Regelt het niveau binnen het bereik van 0– “maximale waarde, met de “LEVEL”-instelling van
geheugen/RHYTHM als de maximale waarde.
MEMORY INC Schakel naar het volgende geheugen.
MEMORY DEC Schakel naar het vorige geheugen.
MEMORY LEV1 Regel het “LEVEL (p. 9) van het geheugen/LOOP binnen het bereik van 0–200.
MEMORY LEV2
Regelt het niveau binnen het bereik van 0– “maximale waarde, met de “LEVEL”-instelling van
geheugen/LOOP als de maximale waarde.
TRK REVERSE Bedien “REVERSE” van geheugen/LOOP.
TRK 1SHOT Bedien “1SHOT van geheugen/LOOP.
REC ACTION Bedien “REC ACTION” van geheugen/LOOP.
DUB MODE Bedien “DUB MODE” van geheugen/LOOP.
AUTO REC Bedien AUTO REC” van geheugen/LOOP.
TRK START Bedien “START van geheugen/LOOP.
TRK STOP Bedien “STOP” van geheugen/LOOP.
FADE TIME Bedien “FADE TIME” van geheugen/LOOP.
REVERB Bedien “REVERB” van geheugen/RHYTHM.
PATTERN Bedien “PATROON” van geheugen/RHYTHM.
VARIATION Bedien “VARIATION” van geheugen/RHYTHM.
VAR.CHANGE Bedien “VAR.CHANGE” van geheugen/RHYTHM.
KIT Bedien “KIT” van geheugen/RHYTHM.
RHY START Bedien “START van geheugen/RHYTHM.
RHY STOP Bedien “STOP van geheugen/RHYTHM.
REC COUNT Bedien “REC COUNT van geheugen/RHYTHM.
PLAY COUNT Bedien “PLAY COUNT van geheugen/RHYTHM.
RHY FILL Bedien “FILL van geheugen/RHYTHM.
RHY PART1–4 Bedien “PART1” - “PART4” van geheugen/RHYTHM.
TONE LOW Bedien TONE LOW” van geheugen/RHYTHM.
TONE HIGH Bedien TONE HIGH” van geheugen/RHYTHM.
15
Instellingen voor de volledige RC-5 (SETUP)
MIDI
Parameter Waarde (vet: standaard) Beschrijving
RX CTL CH
1–16
Bepaalt het ontvangstkanaal voor berichten (besturingswijzigingen) die geheugens schakelen
of de RC-5 bedienen.
OMNI
Bepaalt de MIDI omni-modus.
OFF
Berichten worden alleen ontvangen op het kanaal dat door de RX CTL CH-instellingen is
opgegeven.
ON Berichten worden ontvangen via alle MIDI-kanalen, ongeacht de RX CTL CH-instellingen
RX NOTE CH
1–10–16 Bepaalt het ontvangstkanaal voor nootberichten die de drumgeluiden van de RC-5 spelen.
TX CH
1–16, RX CTL
Bepaalt het verzendkanaal voor MIDI-berichten.
Als dit “RX CTL is, zal het kanaal hetzelfde zijn als de RX CTL CH.
SYNC CLOCK
Bepaalt de ingang waarmee de tempoklok wordt gesynchroniseerd.
AUTO
De RC-5 functioneert normaal gezien volgens het interne tempo van het apparaat, maar zal het
tempo synchroniseren met de MIDI-klok als er MIDI-klokgegevens binnenkomen via de MIDI
IN-aansluiting of de USB-poort. Kies de AUTO”-instellingen als u de RC-5 gebruikt als een slave-
apparaat.
De prioriteitsvolgorde is MIDI > USB > interne klok.
INTERNAL
De klok gebruikt het tempo dat door het geheugen is gespeciceerd.
Kies de “INTERNAL”-instelling als u de RC-5 niet wilt synchroniseren met een extern apparaat.
USB Synchroniseert met het tempo vanaf de USB-poort.
MIDI Synchroniseert met het tempo vanaf de MIDI IN-aansluiting.
CLOCK OUT
OFF, ON Speciceert of de MIDI-klok wordt verzonden (ON) of niet wordt verzonden (OFF).
SYNC START
Bepaalt wat in synchronisatie start wanneer een MIDI-startbericht wordt ontvangen.
OFF Gesynchroniseerde start vindt niet plaats.
ALL Spoor + ritme
RHYTHM Ritme
PC OUT
OFF, ON Bepaalt of Program Change-berichten worden verzonden (ON) of niet (OFF).
MIDI THRU
USB THRU
Bepaalt de aansluiting(en) van waaruit MIDI-berichten worden uitgevoerd die worden ontvangen via de MIDI IN-
aansluiting of de USB-poort.
OFF MIDI-berichten worden niet uitgevoerd.
MIDI OUT Uitvoer via de MIDI OUT-aansluiting.
USB OUT Uitvoer via de USB-poort.
USB/MIDI Uitvoer via de USB-poort en de MIDI OUT-aansluiting.
STORAGE
Parameter Waarde (vet: standaard) Beschrijving
STORAGE
OFF, CONNECT
Verander dit van de OFF-instelling bij het aansluiten van de RC-5 via USB naar uw computer.
Wanneer de verbinding met de computer tot stand is gebracht, verschijnt het bericht
“CONNECTING....
F.RESET
Parameter Waarde (vet: standaard) Beschrijving
F.RESET
Bepaalt de instellingen waarvan de fabrieksinstellingen worden hersteld.
MEMORY Geheugen 01–99
SYSTEM Systeeminstellingen
MEM+SYS Geheugen 01–99 en systeeminstellingen
16
Een computer aansluiten via USB
Als de RC-5 is aangesloten via USB op uw computer, kunt u het
volgende doen.
5 Een back-up maken van de gegevens van de RC-5 op uw
computer.
5 De gegevens waarvan een back-up is gemaakt op uw computer
naar de RC-5 herstellen.
5 BOSS TONE STUDIO gebruiken om loopfrases (audiobestanden)
te importeren of er een back-up van te maken.
BOSS TONE STUDIO gebruiken
Ga naar de volgende URL en download BOSS TONE STUDIO.
& https://www.boss.info/support/
De RC-5 aansluiten op een computer
1. Gebruik een in de handel verkrijgbare USB-kabel
om de O (USB)-poort van de RC-5 te verbinden
met de USB-poort van uw computer.
OPMERKING
5 Gebruik een USB-kabel die USB 2.0 Hi-Speed ondersteunt.
5 Dit werkt mogelijk niet goed voor bepaalde
computermodellen. Raadpleeg de BOSS-website voor meer
informatie over de ondersteunde besturingssystemen.
Een back-up maken of gegevens herstellen
1. Druk op de [SETUP]-knop.
Het SETUP-scherm wordt weergegeven.
SETUP
GENERAL
J
2. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om
“STORAGE” te selecteren en druk vervolgens op de
[MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar.
STORAGE
OFF
J
3. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar en
selecteer “PREPARING....
4. Gebruik een USB-kabel om de USB-poort van de RC-5
aan te sluiten op de USB-poort van uw computer.
Wanneer de verbinding met de computer tot stand is gebracht,
verschijnt het bericht “CONNECTING....
* USB-verbinding is niet mogelijk als het apparaat niet is gestopt
of als er een frase is die niet is opgeslagen.
5. Open het BOSS RC-5-station.
Windows
Open in “Mijn computer” (of “Deze computer”) “BOSS RC-5”
(of Verwisselbare schijf).
Mac OS
Open het “BOSS RC-5”-pictogram op het bureaublad.
6. Maak een back-up of herstel de gegevens.
Back-up maken
Kopieer de volledige “ROLAND”-map van het BOSS
RC-5-station naar uw computer.
Herstellen
* Wanneer u deze bewerking uitvoert, verdwijnt het geheugen
dat momenteel is opgeslagen in de RC-5. Maak op voorhand
een back-up.
Verwijder op het BOSS RC-5-station de “ROLAND”-map
en kopieer vervolgens de “ROLAND”-back-upmap van uw
computer naar het BOSS RC-5-station.
OPMERKING
Verwijder de mappen in het BOSS RC-5-station niet anders dan
bij het uitvoeren van de herstelbewerking.
7. Werp de USB-stick uit.
Windows
Klik rechts onder in het scherm op het [
]-pictogram 0
[
]-pictogram en klik vervolgens op “BOSS RC-5 uitwerpen.
Mac OS
Sleep het “BOSS RC-5”-pictogram naar de prullenbak
(pictogram “Uitwerpen”).
17
Apparaten bedienen via MIDI
U kunt, indien nodig, MIDI-kabels aansluiten op deze
aansluitingen.
Aansluiting Beschrijving
MIDI IN
Ontvangt berichten van een ander MIDI-apparaat.
MIDI OUT
Verzendt berichten vanaf dit apparaat.
Gebruik voor het maken van deze aansluitingen MIDI/TRS-
verbindingskabels (apart verkrijgbaar: BMIDI-5-35).
Verbinding
MIDI-instellingen
As u MIDI wilt gebruiken, moeten de MIDI-kanalen overeenstemmen met de kanalen van het aangesloten apparaat. Gegevens kunnen
niet worden verzonden naar of ontvangen van een ander MIDI-apparaat als de MIDI-kanalen niet correct zijn ingesteld.
Raadpleeg p. 15 voor meer informatie over elk van de MIDI-instellingsparameters.
Een extern MIDI-apparaat bedienen vanaf de RC-5
Overzicht Beschrijving
Verzenden van tempogegevens en gegevens om het afspelen te starten en te stoppen
De tempogegevens van de RC-5
worden verzonden naar externe
MIDI-apparaten zoals MIDI
Clock.
Een extern MIDI-apparaat instellen op hetzelfde tempo als de RC-5
MIDI Clock-berichten worden op elk ogenblik verzonden vanaf de RC-5
Stel het externe MIDI-apparaat op voorhand in zodat het gereed is om MIDI Clock-, MIDI Start- en
MIDI Stop-berichten te ontvangen.
Raadpleeg de gebruikershandleiding van het apparaat voor meer informatie.
Bewerkingen om het afspelen
te starten en te stoppen met
behulp van de schakelaars
van de RC-5 kunnen worden
verzonden als MIDI Start- en
MIDI Stop-berichten.
Start/Stop verzenden
Een MIDI Start-bericht wordt verzonden op het moment dat het opnemen of afspelen van een
spoor begint, wanneer de sporen zijn gestopt.
Dit bericht wordt ook verzonden wanneer All Start wordt uitgevoerd.
Een MIDI Stop-bericht wordt verzonden wanneer de sporen zijn gestopt. Dit bericht wordt ook
verzonden wanneer All Stop wordt uitgevoerd.
* Als u wilt dat MIDI-gesynchroniseerde uitvoering doorgaat, zelfs nadat het spoor is gestopt, stelt
u de RHYTHM-parameter STOP (p. 10) in op “OFF”.
* Spoor waarvan de 1SHOT-instelling (p. 9) “ON” is, verzendt geen Start/Stop-gegevens.
Program Change-berichten verzenden
Als een geheugen wordt
geselecteerd met de RC-5,
wordt er tegelijkertijd een
Program Change-bericht
verzonden dat overeenkomt
met het geselecteerde
geheugennummer.
Program Change-berichten verzenden
Als op de RC-5 geschakeld wordt tussen geheugens, wordt een MIDI Program Change-bericht
verzonden naar het aangesloten externe MIDI-apparaat.
U kunt Program Change-berichten met nummers 01 tot en met 99 verzenden die
overeenstemmen met de 99 afzonderlijke geheugens 01–99.
5 Stel PC OUT (p. 15) op voorhand in op ON”.
5 Program Change-berichten 100–128 kunnen niet worden verzonden.
5 MIDI-berichten voor het selecteren van banken (Control Change #0, #32) kunnen niet worden
verzonden.
18
Apparaten bedienen via MIDI
De RC-5 bedienen vanaf een extern MIDI-apparaat
Overzicht Beschrijving
Ontvangen van tempogegevens en gegevens om het afspelen te starten en te stoppen
De RC-5 wordt
gesynchroniseerd met het
tempo van de MIDI Clock-
gegevens van een extern MIDI-
apparaat.
De RC-5 instellen op hetzelfde tempo als een extern MIDI-apparaat
Maak instellingen op uw extern MIDI-apparaat, zodat dit MIDI Clock-, MIDI Start- en MIDI Stop-
gegevens zal verzenden. Raadpleeg de gebruikershandleiding van het apparaat voor meer
informatie.
Stel SYNC CLOCK van de RC-5 in op AUTO (p. 15).
* U kunt het tempo niet verwisselen tijdens het opnemen.
Start- en stopgegevens worden
ontvangen vanaf een extern
MIDI-apparaat om de RC-5 te
starten of te stoppen.
MIDI Start ontvangen
Als MIDI Start (FA) wordt ontvangen, worden alle sporen afgespeeld (All Start).
Van geheugen wisselen
De geheugens van de
RC-5 worden tegelijk
met de ontvangst van de
overeenstemmende Program
Change-berichten van externe
MIDI-apparaten verwisseld.
Van geheugen wisselen
U kunt de geheugens van de RC-5 verwisselen met Program Change-berichten van externe
MIDI-berichten.
De RC-5 kan Program Change-berichten met nummers 01 tot en met 99 ontvangen die
overeenstemmen met de 99 afzonderlijke geheugens 01–99.
* Program Change-berichten 100–128 kunnen niet worden ontvangen.
* MIDI-berichten voor het selecteren van banken (Control Change #0, #32) worden genegeerd,
zelfs als deze worden ontvangen.
Control Change-berichten ontvangen
De RC-5 kan worden bediend
door middel van Control
Change-berichten van externe
MIDI-apparaten.
Control Change-berichten ontvangen
U kunt Control Change-berichten van een extern MIDI-apparaat gebruiken om functies te
bedienen die moeilijk kunnen worden bediend met de eigen controllers van de RC-5.
Selecteer de parameter die u wilt bedienen met gebruik van de CONTROL-instellingen van “CC#80
FUNC” tot CC#87 FUNC” (p. 14).
Twee RC-5-apparaten aansluiten
U kunt twee RC-5-apparaten synchroniseren nadat u deze met elkaar hebt verbonden via een MIDI-kabel.
* Gebruik een stereo-miniplug , stereo-miniplugkabel om deze verbinding te maken.
MIDI OUT MIDI IN
Masterapparaat
Slave-apparaat
5 Start de opname op de sporen van de RC-5 die als masterapparaat dient.
5 Het ondergeschikte RC-5-apparaat start synchroon wanneer het spoor van het RC-5-masterapparaat begint te spelen.
5 Het spoor op het slave-apparaat speelt af op het tempo dat is ingesteld in het geheugen van het masterapparaat.
19
Appendix
Problemen oplossen
Probleem Controle-items Handeling
Problemen met geluid
Geen geluid/laag volume
Is de RC-5 correct aangesloten op de
andere apparaten?
Controleer de verbindingen met de andere apparaten (p. 4).
Is de stroom naar de verbonden
versterker of mixer niet ingeschakeld of
staat het volume te laag?
Controleer de instellingen voor de aangesloten apparaten.
Zijn de verbindingskabels kortgesloten? Probeer de verbindingskabel te vervangen.
Is het niveau van het spoor correct
ingesteld?
Gebruik de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om het niveau aan
te passen.
Controleer het “LEVEL van de instelling van geheugen/LOOP
(p. 9).
Controleer of een extern expressiepedaal werd gebruikt om het
niveau te regelen (p. 13).
Is er iets opgenomen op het spoor?
Controleer de [MEMORY]-knop om te controleren of er een
opname is gemaakt met het spoor. Als de [MEMORY]-knop
gedoofd is, is er geen opname gemaakt.
Geen ritmegeluid
Is RHYTHM LEVEL correct ingesteld?
Controleer het “LEVEL van de instelling van geheugen/RHYTHM
(p. 10).
Het begin en het einde
van het opgenomen spoor
ontbreken
Om ruis te voorkomen, worden een fade-in en een fade-out toegepast op het begin en het einde van een
opname. In sommige gevallen klinkt het alsof het geluid is weggelaten.
Werkingsproblemen
Geheugens schakelen niet
Verschijnt er iets anders dan het
afspeelscherm op de display?
U kunt niet schakelen tussen geheugens als een ander scherm
dan het afspeelscherm wordt weergegeven. Druk op de
[MEMORY]-knop om terug te gaan naar het afspeelscherm.
Opnemen/overdubben
stopt voordat de
bewerking is voltooid
Is er onvoldoende vrij geheugen
beschikbaar?
Maak onnodige geheugens vrij (p. 7) als er onvoldoende vrij
geheugen beschikbaar is, voordat u begint met opnemen of
overdubben.
Het afspeeltempo kan niet
worden gewijzigd
Is het apparaat bezig met opnemen of
overdubben?
U kunt het geheugentempo niet wijzigen tijdens het opnemen
of overdubben. Wijzig het tempo wanneer het spelen is gestopt
of tijdens het afspelen.
Is de RC-5 gesynchroniseerd via MIDI?
Als de MIDI-klok wordt ontvangen via de MIDI IN-aansluiting of
de USB-poort, wordt het tempo van de RC-5 gesynchroniseerd
met de MIDI-klok.
Als u geen synchronisatie wilt uitvoeren met een extern
apparaat, stelt u SYNC CLOCK in op “INTERNAL (p. 15).
MIDI-berichten kunnen
niet worden verzonden/
ontvangen
Is de MIDI-kabel kortgesloten? Probeer de MIDI-kabel te vervangen.
Is het externe MIDI-apparaat correct
aangesloten?
Controleer de verbindingen met het externe MIDI-apparaat.
Stemmen de MIDI-kanalen overeen
met de kanalen van het externe MIDI-
apparaat?
Controleer of beide apparaten zijn ingesteld op dezelfde MIDI-
kanalen.
Als u verzendt vanaf de RC-5, hebt u
dan de nodige instellingen voor de
overdracht gemaakt?
Controleer of de TX CH-instelling (verzendkanaal) en de PC OUT-
instelling (verzending van programmawijzigingsberichten) zijn
in- of uitgeschakeld (p. 15).
Problemen met USB
Kan niet communiceren
met de computer
Is de USB-kabel correct aangesloten? Controleer de verbinding (p. 16).
(Als u bestanden via USB uitwisselt met
uw computer) Staat “STORAGE” op “OFF”?
Stel in de procedure “Een back-up maken of gegevens
herstellen (p. 16) STORAGE in op “PREPARING ....
Bent u een geheugen aan het bewerken?
USB-verbinding is niet mogelijk als er een niet-opgeslagen
geheugen is.
Sla het geheugen op (p. 7) en probeer de USB-verbinding
opnieuw.
20
Appendix
Overzicht van foutmeldingen
Bericht Betekenis Handeling
LOOPER
DATA DAMAGED
Mogelijk zijn de gegevens beschadigd.
Kies in de Factory Reset-functie (p. 21) de optie
“SYS+MEM” om de fabrieksinstellingen van de RC-5
te herstellen.
DATA READ ERR
Er is een probleem opgetreden met de inhoud van het
geheugen van de RC-5.
Neem contact op met uw Roland-dealer of uw lokale
Roland-servicecentrum.
DATA WRITE ERR
DATA TOO LONG
Afspelen is niet mogelijk omdat de opnametijd of het
audiobestand te lang is.
De opnametijd of het audiobestand mag niet langer
zijn dan 1,5 uur.
DATA TOO SHORT
Afspelen is niet mogelijk omdat de opnametijd of het
audiobestand te kort is.
De opnametijd of het audiobestand moet minstens
0,1 seconde lang zijn.
EVENT FULL
Verder overdubben is niet mogelijk. Sla het geheugen op (p. 7).
MEMORY FULL
De opgenomen tijd van één spoor is langer dan (ongeveer)
1,5 uur.
Verdere opname is niet mogelijk op het huidige spoor.
Sla het geheugen op (p. 7). Selecteer een ander
geheugen als u wilt doorgaan met opnemen.
De totale opnametijd van alle geheugens overschreed
(ongeveer) 13 uur.
Er is geen verdere opname mogelijk.
Wis onnodige geheugens (p. 7).
NOT EMPTY
U probeert in een geheugen te overschrijven/op te slaan
waarin reeds een frase is opgenomen.
Wis het momenteel geselecteerde geheugen
(p. 7) of selecteer een leeg geheugen.
TEMPO TOO FAST
Het spoor wordt mogelijk niet correct afgespeeld omdat
het wordt afgespeeld aan een veel hoger tempo dan toen
het werd opgenomen.
Wijzig het tempo.
TEMPO TOO SLOW
Het spoor wordt mogelijk niet correct afgespeeld omdat
het wordt afgespeeld aan een veel lager tempo dan toen
het werd opgenomen.
TOO BUSY
TOO BUSY OMSG
De RC-5 kon de gegevens niet volledig verwerken.
Voor “TOO BUSY OMSG”:
Aangezien u probeerde de loop FX toe te passen op een
frase die was ingesteld op een aanzienlijk langzamer tempo
dan toen deze werd opgenomen, konden de gegevens niet
snel genoeg worden verwerkt.
Verlaag het speeltempo.
In het geval van “TOO BUSY OMSG” keert u terug
naar het tempo dat tijdens de opname werd gebruikt.
Sla de huidige inhoud op naar een geheugen.
Als dit vaak voorkomt, maak dan een back-up van de
gegevens op uw computer, voer vervolgens Factory
Reset “SYS+MEM” uit en herstel vervolgens de
gegevens (p. 21, p. 16).
UNDEFINED ERR
Er is een fout van onbekende oorzaak opgetreden tijdens
het opnemen, afspelen of overdubben.
Neem contact op met uw Roland-dealer of uw lokale
Roland-servicecentrum.
MIDI
BUFFER FULL
Er zijn te veel berichten ontvangen en deze konden niet
correct worden verwerkt.
Verminder het aantal of de grootte van de MIDI-
berichten die naar de RC-5 worden verzonden.
OFFLINE
Er is een probleem opgetreden met de MIDI-
kabelverbinding.
Controleer of de kabel niet is losgekoppeld en of de
kabel niet is kortgesloten.
Overige
BATTERY LOW
De batterij is bijna leeg.
Vervang de batterijen of gebruik een
netstroomadapter.
BATTERY LOW!!
STOP ALL
Het apparaat kan niet correct functioneren omdat de
batterij leeg is.
Alle bewerkingen van de RC-5 zijn stopgezet.
MEMORY FULL
Er is niet genoeg geheugen beschikbaar op dit apparaat.
Als dit bericht verschijnt, kan het opnemen of overdubben
halverwege stopgezet worden.
Verwijder onnodige geheugens (p. 7) en probeer
de opname opnieuw.
STOP LOOPER
Deze bewerking is niet mogelijk tijdens opnemen, afspelen
of overdubben.
Stop voordat u de bewerking uitvoert.
STOP ALL
Deze bewerking is niet mogelijk tijdens opnemen, afspelen,
overdubben of het afspelen van het ritme.
Zet alles stop voordat u de bewerking uitvoert.
STOP ALL&SAVE
Deze bediening is niet mogelijk tijdens opnemen, afspelen,
overdubben of het afspelen van het ritme als er ook niet-
opgeslagen gegevens zijn.
Zet alles stop en sla vervolgens het geheugen op
(p. 7).
UNSUPPORTED FILE
Dit audiobestand kan niet worden afgespeeld.
Controleer de indeling van het audiobestand.
Gebruik “BOSS TONE STUDIO” om een audiobestand
te importeren in de RC-5.
21
Appendix
De fabrieksinstellingen herstellen
(Factory Reset)
Niet alleen kunt u alle instellingen terugzetten op de waarden
waarmee de RC-5 is geleverd vanaf de fabriek, maar u kunt ook
opgeven welke items u opnieuw wilt instellen.
* Als u “Factory Reset uitvoert, gaan de door u aangebrachte
instellingen verloren. Maak op voorhand een back-up van
belangrijke gegevens op uw computer.
1. Druk op de [SETUP]-knop.
Het SETUP-scherm wordt weergegeven.
SETUP
GENERAL
J
2. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar om
“F.RESET te selecteren en druk vervolgens op de
[MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar.
F.RESET
MEMORY
J
3. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar
om de instellingen op te geven waarvan de
fabrieksinstellingen worden hersteld en druk
vervolgens op de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar.
Waarde Beschrijving
MEMORY Geheugen 01–99
SYSTEM Systeeminstellingen
MEM+SYS Geheugen 01–99 en systeeminstellingen
Een bevestigingsbericht ARE YOU OK?” verschijnt.
* Selecteer “CANCEL en druk vervolgens op de [MEMORY LOOP
LEVEL]-regelaar als u Factory Reset niet wilt uitvoeren.
4. Draai aan de [MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar
om OK” te selecteren en druk vervolgens op de
[MEMORY/LOOP LEVEL]-regelaar.
Factory Reset wordt uitgevoerd.
* Schakel de stroom niet uit wanneer het bericht “EXECUTING...
wordt weergegeven.
Nadat Factory Reset is voltooid, keert u terug naar het
afspeelscherm.
De batterij vervangen
9 V-batterij
1. Houd het pedaal ingedrukt, draai de duimschroef
los en open het pedaal
naar boven toe.
* Het pedaal kan worden geopend zonder dat u de duimschroef
volledig hoeft los te draaien.
2. Verwijder de oude batterij uit de batterijbehuizing
en verwijder de drukknoop van de batterij
die eraan bevestigd is.
3. Verbind de drukknoop van de batterij met
de nieuwe batterij en plaats de batterij in de
batterijbehuizing.
* Houd rekening met de polariteit van de batterij (+ versus -).
4. Schuif de schroefveer
over de veerbasis
aan
de achterkant van het pedaal en sluit vervolgens
het pedaal.
* Let op dat de kabel met drukknoop van de batterij
niet
klem komt te zitten tussen het pedaal, de schroefveer en de
batterijbehuizing.
5. Plaats de duimschroef in het gat van de geleidebus
en draai deze stevig vast.
22
Appendix
Belangrijkste specicaties
Samplefrequentie 44,1 kHz
AD/DA-conversie 32 bits
Processing 32-bits drijvende komma
Opnemen/afspelen
Aantal sporen: 1
Gegevensindeling: WAV (44,1 kHz, 32-bits zwevend, stereo)
Maximale opnametijd: Ca. 1,5 uur (1 spoor), ca. 13 uur (totaal van alle geheugens)
Ritmetype 57 patronen x 2 variaties
Ritmekit 7 typen
Eect Galm (alleen voor ritmepartij)
Geheugen 99
Nominaal ingangsniveau INPUT A/MONO, B: -20 dBu
Ingangsimpedantie INPUT A/MONO, B: 1 MΩ
Nominaal uitgangsniveau OUTPUT A/MONO, B: -20 dBu
Uitgangsimpedantie OUTPUT A/MONO, B: 1 kΩ
Aanbevolen lastimpedantie OUTPUT A/MONO, B: 10 kΩ of meer
Bypass Gebuerde bypass
Display Grasche LCD (96 x 32 beeldpunten, RGB verlicht LCD)
Aansluitingen
INPUT A/MONO, B-aansluitingen: 1/4” aansluiting voor telefoon
OUTPUT A/MONO, B-aansluitingen: 1/4” aansluiting voor telefoon
STOP/MEMORY-aansluiting: 1/4” TRS-aansluiting voor telefoon
USB-poort: USB B-type
MIDI (IN, OUT)-aansluitingen: stereo mini-jack
DC IN-aansluiting
Stroomtoevoer
Alkalinebatterij (9 V, 6LR61 of 6LF22)
Netstroomadapter (PSA-reeks: apart verkrijgbaar)
Stroomverbruik 170 mA
Verwachte levensduur van de
batterij bij continu gebruik
Deze cijfers variëren afhankelijk van de werkelijke gebruikscondities.
Alkaline: Circa 2 uur
Afmetingen 73 (B) x 129 (D) x 56 (H) mm
Gewicht
(exclusief batterij)
405 g
(inclusief batterij)
450 g
Accessoires
Gebruikershandleiding
Informatieblad (“HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN”, “BELANGRIJKE OPMERKINGEN” en “Informatie”)
Alkalinebatterij (9 V, 6LR61 of 6LF22)
Opties (apart verkrijgbaar)
Netstroomadapter: PSA-S-reeks
Voetschakelaar: FS-5U
Dubbele voetschakelaar: FS-6, FS-7
Expressiepedaal: FV-500H, FV-500L, EV-30, Roland EV-5
TRS/MIDI-verbindingskabel: BMIDI-5-35
* 0 dBu = 0,775 Vrms
* In dit document worden de specicaties van het product uitgelegd op het moment dat het document werd vrijgegeven. Raadpleeg de
Roland-website voor de meest recente informatie.
23
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
Stroomtoevoer: Gebruik van batterijen
Plaats of vervang batterijen altijd voor u andere apparaten aansluit.
Zokunt u defecten en schade vermijden.
Als u dit apparaat op batterijen gebruikt, moet u alkalinebatterijen
gebruiken.
Zelfs als batterijen geplaatst zijn, zal het apparaat worden uitgeschakeld
als u het netsnoer aansluit op of loskoppelt van het stopcontact
wanneer het apparaat is ingeschakeld of als u de netstroomadapter op
het apparaat aansluit of ervan loskoppelt. Als dit gebeurt, kunnen niet-
opgeslagen gegevens verloren gaan. U moet het apparaat uitschakelen
voor u het netsnoer of de netstroomadapter los- of aankoppelt.
Herstellingen en gegevens
Voordat u het apparaat ter reparatie verzendt, moet u een back-up
maken van de gegevens die op het apparaat zijn opgeslagen. U kunt
uw belangrijke gegevens ook op papier noteren. Hoewel we tijdens
een reparatie al het mogelijke doen om de gegevens op uw apparaat
te behouden, is het in sommige gevallen, zoals wanneer het geheugen
fysiek is beschadigd, echter niet mogelijk om de opgeslagen inhoud
te herstellen. Roland kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het
herstel van de opgeslagen inhoud die verloren is gegaan.
Extra voorzorgsmaatregelen
Gegevens die op het apparaat zijn opgeslagen, kunnen verloren gaan
als gevolg van storingen aan het apparaat, onjuiste bediening van het
apparaat, enzovoort. Bescherm uzelf tegen het onherstelbare verlies van
gegevens door regelmatig back-ups te maken van de gegevens die op
het apparaat zijn opgeslagen.
Roland kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het herstel van de
opgeslagen inhoud die verloren is gegaan.
Voer nooit druk uit op het display en sla er nooit tegen.
Bij het weggooien van de kartonnen doos of het dempingsmateriaal
waarin dit apparaat is verpakt, moet u de voorschriften voor
afvalverwerking in acht nemen die op uw land of regio van toepassing
zijn.
Gebruik geen verbindingskabels met een ingebouwde weerstand.
Intellectueel eigendomsrecht
Het opnemen met geluids- of beeldmateriaal, het kopiëren of reviseren
van materiaal (muziek, beelden, uitzendingen, liveoptredens enzovoort)
dat geheel of gedeeltelijk eigendom is van een derde, en het
distribueren, verkopen, leasen, uitvoeren of uitzenden ervan is wettelijk
niet toegestaan zonder de toestemming van de auteursrechteigenaar.
Gebruik dit product niet voor doeleinden die kunnen leiden tot een
inbreuk op een auteursrecht dat eigendom is van een derde. Wij
aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid voor inbreuken op
auteursrechten van derden die ontstaan uit uw gebruik van dit product.
Het auteursrecht op inhoud van dit product (de geluidsgegevens,
stijlgegevens, begeleidingspatronen, frasegegevens, audioloops en
afbeeldingsgegevens) is voorbehouden aan Roland Corporation.
Het is kopers van dit product toegestaan genoemde inhoud (met
uitzondering van songgegevens zoals demosongs) te gebruiken voor
het maken, uitvoeren, opnemen en distribueren van oorspronkelijke
muziek.
Het is kopers van dit product NIET toegestaan genoemde inhoud in
oorspronkelijke of aangepaste vorm te extraheren met de bedoeling
opgenomen media van genoemde inhoud te distribueren of deze
beschikbaar te maken op een computernetwerk.
Dit product bevat het met eParts geïntegreerde softwareplatform van
eSOL Co., Ltd. eParts is een handelsmerk van eSOL Co., Ltd. in Japan.
Dit product bevat opensourcesoftware van derden.
Copyright © 2009-2019 ARM Limited. Alle rechten voorbehouden.
Onder licentie van de Apache-licentie, versie 2.0 (de “Licentie”);
U kunt een kopie van de licentie verkrijgen op
http://www.apache.org/licenses/LICENSE-2.0
Copyright © 2016, Freescale Semiconductor, Inc.
Copyright 2016-2019 NXP
Alle rechten voorbehouden.
Onder licentie van de BSD-3-clausule
U kunt een kopie van de licentie verkrijgen op
https://opensource.org/licenses/BSD-3-Clause
Roland, BOSS en LOOP STATION zijn gedeponeerde handelsmerken of
handelsmerken van Roland Corporation in de Verenigde Staten en/of
andere landen.
De bedrijfsnamen en productnamen in dit document zijn
geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van hun
respectievelijke eigenaars.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24

Boss RC-5 de handleiding

Type
de handleiding