Hitachi CS35EG Handleiding

Categorie
Elektrische kettingzagen
Type
Handleiding
G
B
D
E
F
R
I
T
N
L
E
S
P
T
S
E
D
K
N
O
F
I
970-82900-201 2008.01
/WNERSMANUAL
"EDIENUNGSANLEITUNG
Mode d’emploi
Manuale d’istruzioni
Gebruiksaanwijzing
Manual del propietario
Manual do proprietário
Ägarhandbok
Betjeningsvejledning
Bruksanvisning
Omistajan opas
CS30EG/CS35EG
CS30EG (S)/CS35EG (S)
CS30EJ/CS35EJ
NL-1
N
L
Gebruiksaanwijzing
Lees de handleiding zorgvuldig
door voordat u de machine
bedient.
CS30EG/CS35EG
CS30EG (S)/CS35EG (S)
CS30EJ/CS35EJ
NL-2
WAARSCHUWING
Gebruik met één hand is niet toegestaan. Houd
de zaag stevig vast met beide handen en de
duim vast om de beugel tijdens het zagen.
De zaag is ontworpen voor boomsnoeiing en
dient daarom alleen door geschoolde vaklui te
worden gebruikt voor het werk boven in de
bomen.
Lees de handleiding zorgvuldig door.
Controleer of de zaag goed is gemonteerd en ingesteld.
Start de machine en controleer of de carburateur goed is afgesteld.
Zie "Onderhoud".
Alvorens u met het gebruik van de machine begint
De uitlaatgassen van dit product bevatten
chemische stoffen die volgens de staat van
CaliforniÎ kanker, geboorteafwijkingen en
andere schade aan de voortplantingsorganen
kunnen veroorzaken.
Lees en begrijp alle waarschuwingen en aanwijzingen in deze
gebruiksaanwijzing en op het apparaat, en leef ze na.
Draag altijd bescherming voor ogen, hoofd en oren tijdens het
gebruik van de machine.
Let op, gevaar van terugslag! Let op plotselinge, onverwachte,
opwaartse en/of neerwaartse bewegingen van het zwaard.
ATTENTIE!
Uitsluitend het model CS30EG/CS35EG/CS30EG (S)/
CS35EG (S)/CS35EJ/CS35EJ is goedgekeurd door een
EU keuring
Het is belangrijk dat u de volgende
veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen
leest, goed begrijpt en opvolgt. Nalatig of
ondeskundig gebruik van de machine kan
ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorzaken.
Het is heel belangrijk dat u beschermende kleding
draagt voor voeten, benen, armen, handen en
onderarmen.
NL-3
N
L
CS30EG/CS35EG/CS30EG (S)
CS35EG (S)/CS30EJ/CS35EJ
Yoshio Osada
Wij, Nikko Tanaka Engineering., Ltd., 3-4-29 Tsudanuma, Narashino, Chiba, Japan
verklaren als enig verantwoordelijken dat het product, kettingzaagmodel
waarop deze verklaring betrekking heeft, overeenstemt met de desbetreffende veiligheidseisen van de richtlijnen
98/37/EC, 89/336/EEC, 2000/14/EC
De volgende standaards zijn toegepast
Serienr. vanaf E570001
Geproduceerd in: Chiba, Japan
Handtekening:
Positie: Directeur
Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk MaskinprovningAB, Fyrisborgsgaian 3, SE-754 50, Uppsala,
Zweden, heeft de EU typekeuring volgens artikel 8, punt 2c, paragraaf 3 uitgevoerd. De aangemelde
instantie heeft een typekeuringscertificaat uitgegeven met het nummer : SEC/95/280(CS30EJ/35EJ),
SEC/95/281(CS30EG/35EG) volgens bijlage VI, punt 4.
RS 05/01/2007
4
5
6
7
11
15
Inhoudsopgave
Verklaring van overeenstemming
Wat is wat?
Waarschuwingen en veiligheidsinstructies
Montageprocedure
Bediening
Onderhoud
Specificaties
EN ISO 1168-1: 2004 (CS30EJ/CS35EJ)
EN ISO 11681-2:1998/Amd 1:2003 (CS30EG/35EG/30EG(S)/35EG(S))
EN ISO 12100-1:2003,EN ISO 12100- 2:2003
CISPR12:2005
NL-4
1. Wat is wat?
Daar deze handleiding voor verscheidene modellen gelijk is, kunnen er verschillen zijn tussen uw machine en de afbeeldingen. Pas de aanwijzingen
toe die op uw machine van toepassing zijn.
1. Gashendel
2. Gashendel-vergrendeling (arrêteer- / veiligheidshendel)
3. Contactschakelaar
4. Olietankdop
5. Starthendel
6. Voorste handvat
7. Brandstoftankdop
8. Choke-hendel
9. Startgas (optie)
10. Zwaard
11. Zaagketting
12. Kettingrem
13. Gashendel-vergrendeling
14. Schorssteun
15. Kettingvanger
16. Zaagbladbescherming
17. Combisleutel
18. Handleiding
CS30EG (S)/CS35EG (S)
CS30EJ/CS35EJ
CS30EG/CS35EG
12
12
12
17
18
(voor de boomdienst)
(voor de bosdienst)
(voor de boomdienst)
NL-5
N
L
Draag altijd een vizier of veiligheidsbril. Gebruik
handschoenen bij het slijpen van de ketting.
Draag altijd veiligheidskleding, zoals een jas,
lange broek, handschoenen, helm, laarzen met
stalen neuzen en antislip zool als u met de
kettingzaag omgaat. Om in de boom te werken
moeten de laarzen geschikt zijn voor klimmen.
Draag altijd persoonlijke beschermende kleding
bij het werken met een kettingzaag, d.w.z. een
beschermende jas,-broek en -handschoenen
alsmede een veiligheidshelm en
veiligheidslaarzen met stalen kappen en antislib
zolen. Voor werkzaamheden aan, met en tussen
bomen moeten de veiligheidslaarzen ook
geschikt zijn om te kunnen klimmen. Draag geen
losse kleding, sieraden, korte broek, sandalen en
werk nooit blootsvoets. Draag lang haar
samengebonden tot maximaal schouderlang.
Gebruik deze machine niet indien u moe of ziek
bent of alcohol, drugs of medicijnen heeft
ingenomen.
Laat nooit kinderen of onervaren personen aan
de machine.
Draag oorbeschermers.
Nooit de machine starten of laten lopen in
gesloten ruimtes en gebouwen. Uitlaatgassen
inademen kan dodelijk zijn.
Om ademhalingsproblemen te voorkomen, dient
u een veiligheidsmasker te dragen wanneer er
kettingolienevel en stof van de kettingzaag
afkomt.
Houd de hendels vrij van olie en brandstof.
Houd uw handen weg van het zaagwerktuig.
Grijp of houd de machine nooit aan het
zaagwerktuig vast.
Als de machine uitgeschakeld is, dient u zich
ervan te vergewissen dat het zaagwerktuig
stilstaat alvorens u hem neerzet.
Als de werkzaamheden langer duren, moet er
regelmatig pauze worden gehouden om
lichamelijk letsel, bijv. door de vibratie, te
vermijden (Raynaud fenomeen / "white finger
disease").
De gebruiker moet steeds alle wettelijke
voorschriften in acht nemen, die gelden in de
regio waar hij gaat zagen.
Controleer de machine voor elk gebruik. Vervang
beschadigde onderdelen. Let op brandstoflekken
en controleer of alle bevestigingsmiddelen
aanwezig zijn en vastzitten.
Vervang onderdelen die gescheurd, gebroken of
ander beschadigd zijn alvorens u met de machine
begint te werken.
Zie erop toe dat alle beschermkappen correct zijn
bevestigd.
Stel de carburateur af op een plaats waar zich
niemand anders in de directe omgeving bevindt.
Machineveiligheid
Gebruik uitsluitend vervangende onderdelen die
door de fabrikant voor deze machine zijn
aanbevolen.
Let op dat de ketting nergens tegenaan slaat.
Als dit toch gebeurd, stop dan de machine en
controleer hem zorgvuldig.
Let erop dat de automatische smering
functioneert. Houd de olietank met schone olie
gevuld. Laat de ketting nooit droog over het
zwaard lopen.
Al het onderhoud, behalve wat apart vermeld
staat in het handboek, dient door een vakkundig
vakman voor kettingzagen te worden uitgevoerd.
Als er bijvoorbeeld niet met de juiste
gereedschappen wordt gewerkt om het vliegwiel
te verwijderen of het vliegwiel vast te houden
terwijl de koppeling wordt verwijderd, kan er
ernstige schade aan het vliegwiel ontstaan en
kan het vliegwiel breken.)
2. Waarschuwingen en veiligheidsinstructies.
Veiligheid van de gebruiker
WAARSCHUWING!
Deze kettingzaag (CS30EG/CS35EG, CS30EG
(S)/CS35EG (S)) is ontwikkeld voor gebruik als
zaag voor boomzorg en -chirurgie. De zaag mag
alleen worden gebruikt door personen die ge-
schoold zijn in boomzorg en ñchirurgie. Leef de
aanbevelingen, procedures en literatuur van de
vakorganisatie na. Het misachten ervan vormt
een hoog ongevallenrisico. We bevelen u aan
altijd een hefplatform te gebruiken bij het zagen
in bomen. Werken, hangend aan touwen, is zeer
gevaarlijk en vordert speciale training. De ge-
bruiker moet geÔnstrueerd zijn in en bekend
met het gebruik van veiligheidsuitrusting en
werk- en klimtechnieken. Gebruik altijd
valbescherming voor gebruiker en zaag.
WAARSCHUWING!
Gebruik de kettingzaag nooit zonder
veiligheidsvoorzieningen of als deze defect
zijn. Ernstig letsel kan het gevolg zijn.
WAARSCHUWING!
Breng geen wijzigingen aan de machine aan.
Gebruik de machine nooit voor
werkzaamheden waar hij niet voor is
geconstrueerd.
Voer onderhoud aan de machine uit volgens de
aanbevolen procedures.
Neem de kap van de bougie alvorens u
onderhoud uitvoert, behalve voor het afstellen
van de carburateur.
Stel de carburateur af op een plaats waar zich
niemand anders in de directe omgeving bevindt.
Gebruik uitsluitend originele vervangende
onderdelen van HITACHI.
Veilig onderhoud
WAARSCHUWING!
Onjuist onderhoud kan ernstige schade aan de
motor of ernstig letsel veroorzaken.
Meng en tank brandstof in de buitenlucht en buiten
bereik van vlammen en vonken.
Gebruik alleen voor brandstof toegestane
jerrycans.
Rook niet en sta roken ook niet toe in de buurt van
brandstof of in de omgeving van de machine of
tijdens gebruik van de machine.
Neem alle geknoeide brandstof op alvorens de
motor te starten. Ga minstens 3 m van de plaats
waar u tankt vandaan alvorens u de motor start.
Stop de motor alvorens u de benzinedop
verwijdert.
Als u de machine opbergt, eerst de tank legen. Wij
raden u aan na gebruik altijd de tank te legen. Als
u de machine toch met brandstof opbergt, let er
dan op dat hij niet kan lekken.
Berg de machine en de brandstof op waar de
dampen niet door vonken of open vuur kunnen
Veiligheid en brandstof
WAARSCHUWING!
Trillingsdempingssystemen kunnen niet
garanderen dat u geen fenomeen van Raynaud
of carpaltunnel-syndroom kunt oplopen.
Daarom moet de gebruiker die regelmatig
continu met de zaag werkt de toestand van
handen en vingers in de gaten houden. Als
bovengenoemde klachten optreden, meteen
een arts opzoeken.
Zaag alleen hout of houten voorwerpen.
Draag een stofmasker voor adembescherming
als u hout zaagt dat met insecticide is behandeld.
Houd iedereen, kinderen, dieren, omstanders en
assistenten, buiten de gevarenzone en stop de
motor als er iemand op u af komt.
Houd het apparaat met uw rechter hand stevig
aan de achterste handgreep en met uw linker
hand aan de voorste handgreep vast.
Neem een stabiele houding aan. Reik niet te ver.
Houd uw lichaamsdelen weg van de uitlaat en het
zaagwerktuig als de motor loopt.
Houd het zwaard onder heuphoogte.
Voor u een boom omzaagt, moet u de
zaagtechniek van het kettingzagen beheersen.
Denk vooraf aan een veilige uitwijkmogelijkheid
als de boom valt.
Veilig zagen
WAARSCHUWING!
Ander gebruik van het zwaard/de ketting dan
aanbevolen door de fabrikant, kan groot gevaar
van persoonlijk ongeval en letsel veroorzaken.
Draag de machine met de hand met de motor uit
en de uitlaat weg van uw lichaam.
Alvorens u de machine opbergt of in een voertuig
transporteert, dient u de motor af te laten koelen,
de tank te legen en de zaag te beveiligen.
Als u de machine opbergt, eerst de tank legen.
Wij raden u aan na gebruik altijd de tank te legen.
Als u de machine toch met brandstof opbergt, let
er dan op dat hij niet kan lekken.
Berg de machine buiten bereik van kinderen op.
Maak de machine schoon en voer onderhoud uit
alvorens hem droop op te bergen.
Transporteer of berg de machine op met de
motor volledig uit.
De machine alleen met kettingbescherming in
een voertuig transporteren.
Transport en opslag
WAARSCHUWING!
Duidt op verhoogd gevaar van ernstig letsel of
zelfs dood als de instructies niet worden
opgevolgd.
LET OP!
Duidt op gevaar van letsel of materiÎle schade als
de instructies niet worden opgevolgd.
TIP!
Nuttige informatie voor juist gebruik.
LET OP!
De trekstarter van CS30EG (S)/CS35EG (S) niet
demonteren. U kunt gewond raken doordat de
starter plotseling terug schiet.
Als er situaties optreden die in dit handboek niet
staan vermeld, ben dan voorzichtig en handel
verstandig. Neem contact met uw HITACHI dealer
als u hulp nodig hebt. Let speciaal op aanwijzingen
die beginnen met de woorden:
WAARSCHUWING!
Personen die gedurende een langere tijd of
continu blootstaan aan een verhoogd
geluidsniveau, riskeren blijvende schade aan
het gehoor!
Draag daarom steeds een gecertificeerde
gehoorbescherming als u werkzaamheden met
geluidsintensieve apparaten en machines
doorvoert!
Houd de zaag stevig vast met beide handen, en
de duim vast om de beugel tijdens het zagen en
ga stabiel staan.
Sta naast de zaag bij het werk ñ nooit pal
erachter.
Houdt de schorssteun altijd tegen de boom aan,
want de ketting kan plotseling in de boom worden
getrokken.
Als u een tak of stam doorzaagt, ben dan
voorbereid de machine op te tillen als het zover
is, zodat de zaag niet ëdoorzaktí en u uw benen,
voeten of lichaam raakt of de zaag tegen een
hard voorwerp slaat.
Denk aan eventuele terugslag (als de zaag
opspringt richting gebruiker). Zaag nooit met de
punt van het zwaard.
NL-6
Beweeg de stang iets heen en weer om ervoor te
zorgen dat de naaf van de kettingspanner (4) goed
in het gat (5) van de stang past.
4. Controleer dat de richting van de ketting (1) juist
is, als in de afbeelding en leg de ketting op het
tandwiel. (Afb. 1-3)
5. Leg de geleiders van de ketting in de groef van
het zwaard.
6. Monteer het zijdeksel (1) op de klembouten van
het zwaard nadat u het in de vergrendeling van
het motorhuis heeft gestoken (2). (Afb. 1-1)
Draai de klembouten voorlopig vast.
3. Montageprocedure
TIP!
Afb. 1-1 Afb.1-2
Afb.1-3
Afb.1-4 Afb.1-5
WAARSCHUWING!
7. Til het eind van de stang op en span de ketting
(1) door de stelbout met de klok mee te draaien
(2). Om de correcte spanning te controleren,
trek aan het midden van de ketting: er mag
ongeveer 0,5-1,0 mm speling tussen zwaard en
geleiderschakel (3) zitten. (Afb.1-4, 5)
LET OP!
DE CORRECTE SPANNING IS UITERST
BELANGRIJK!
8. Licht het eind van het zwaard op en draai de
klembouten van het zwaard met de buissleutel
goed vast. (Afb. 1-4)
9. Een nieuwe ketting rekt uit, dus span de ketting
opnieuw na enkele keren zagen en let het
eerste half uur van het zagen goed op de
kettingspanning.
TIP!
Controleer de kettingspanning voor optimale
prestaties en duurzaamheid.
LET OP!
Als de ketting te strak is gespannen, verslijten
ketting en zwaard sneller. Daarentegen kan een
te losse ketting uit de groef van het zwaard
springen.
Draag altijd handschoenen als u de ketting
aanraakt.
Houd de kettingzaag met beide handen goed
vast bij het werk. Zagen met één hand kan
ernstig letsel veroorzaken.
WAARSCHUWING!
Start de motor nooit zonder het
vastgeschroefde zijdeksel.
1. Verwijder de klemmoeren van het zwaard (3).
2. Verwijder het zijdeksel (1) door tegen de
achterzijde van het deksel te duwen (1) .
(Fig. 1-1)
3. Monteer de kettingstang (1) op de bouten (2)
duw de stang zo ver mogelijk in de richting
van het tandwiel (3). Let erop dat de naaf van
de schroef voor de kettingspanning (4) in het
gat van de stang (5) grijpt. (Fig. 1-2)
NL-7
N
L
De kettingzaag is uitgerust met een
tweetaktmotor. Gebruik altijd mengsmering.
Let op goede ventilatie bij de omgang met
benzine.
Starten (Afb. 2-2,3)
WAARSCHUWING!
Als de motor start met de startgasknop
vergrendeld, is het toerental hoog genoeg om
de ketting te laten draaien.
LET OP!
Alvorens u start, controleer of de kettingrem los is
(indien aanwezig) en dat het zwaard/de ketting
niets raakt.
1. Zet de contactknop (1) op ON (AAN).
* Druk meerdere keren op het handpompje van
het startgas (5) om de carburateur van extra
benzine te voorzien. (Indien aanwezig) (Afb. 2-
2,3)
2. Houd de veiligheidshendel (2) ingedrukt, trek
tegelijkertijd aan de gashendel (4) en druk op de
vergrendelknop (3), laat daarna de gashendel
langzaam los en vervolgens de
veiligheidshendel. Dit vergrendelt de gashendel
in de start positie. (Fig. 2-2)
3. Trek de choke hendel in choke positie (6). (Fig.
2-3)
4. Trek met een korte ruk aan de trekstarter en
zorg ervoor dat u de starter goed in uw hand
houdt, zodat hij niet plotseling terug kan
schieten. (Fig.2-4)
5. Als u hoort dat de machine opstart, zet u de
choke hendel in de positie START
(open). Trek vervolgens nog eens kort aan de t
rekstarter.
TIP!
Als de motor niet meteen start, herhaal dan
procedures van 2 tot 5.
6. Als de motor loopt, trek dan aan de
startgasknop om de vergrendeling los te laten.
Laat nu de motor 2-3 minuten warmlopen
alvorens u met het werk begint.
Gebruik altijd minstens 89 octaan loodvrije
merkbenzine.
Gebruik originele twee-takt olie of een mengsel
van 25 :1 tot 50 :1, voor de juiste verhouding
raadpleeg a.u.b. het etiket op de oliefles of uw
HITACHI dealer.
Alleen in de staat CaliforniÎ 50:1).
Als er geen originele olie beschikbaar is, gebruik
dan een kwaliteitsolie voor lucht gekoelde 2-takt
motoren, waaraan een anti- oxidantiemiddel
toegevoegd is (JASO FC GRADE OIL of ISO EGC
GRADE). Gebruik nooit BIA of TCW (voor
watergekoelde 2-taktmotoren) gemengde olie.
Gebruik geen multigrade olie (10 W130) of
afvalolie.
Meng benzine en olie in een aparte jerrycan.
Vul de jerrycan met de helft van de hoeveelheid
benzine die u plant te verbruiken.
Voeg de tweetaktolie toe. Meng (schud) het
mengsel.
Voeg de resthoeveelheid benzine toe.
Meng (schud) het mengsel grondig alvorens de
tank ermee te vullen.
Brandstof
Tanken
WAARSCHUWING! (Afb. 2-1B)
Schakel de motor altijd uit voor het tanken.
Maak de tank voorzichtig (1) open om te
tanken, om de eventuele druk te laten
ontwijken.
Na het tanken dop weer goed
vastschroeven.
Ga minstens 3 m van de plaats waar u tankt
vandaan alvorens u de motor start.
Maak de tankdop zorgvuldig schoon voor het
tanken zodat er geen vuil in de tank kan vallen. De
brandstof dient goed te zijn gemengd door de
jerrycan te schudden voor het tanken.
Kettingsmering (Afb. 2-1B)
Vul met kettingolie (2). Gebruik altijd kettingolie
van goed kwaliteit. Als de motor loopt wordt de
ketting automatisch gesmeerd.
TIP!
Als u benzine (1) of kettingolie (2) bijvult, leg de
machine dan op zijn kant.
(Afb. 2-1B)
KETTINGSMERING AFSTELLEN
De kettingsmering staat standaard op maximum
ingesteld. Pas de hoeveelheid aan de situatie aan.
Draai de regelschroef (1) tegen de wijzers van de
klok in om de hoeveelheid smeerolie te
verminderen en met de wijzers van de klok mee
om de hoeveelheid te vergroten. (Fig. 2-1 C)
De schroef mag niet verder gedraaid worden dan
de markeringen
Brandstof (Afb. 2-1)
WAARSCHUWING!
Afb. 2-1 Afb. 2-1CAfb. 2-1B
Afb. 2-2 Afb. 2-3
Afb. 2-4
4. Bediening
CS30EG/CS35EG
CS30EG (S)/CS35EG (S)
CS30EJ/CS35EJ
NL-8
TERUGSLAGGEVAAR (Afb. 2-7)
Een van de meest ernstige gevaren van het
werken met een kettingzaag is de mogelijkheid
van terugslag. Terugslag ontstaat als de punt van
het zwaard tegen iets hards aan slaat of als de
zaag klem loopt in de zaagsnede. Terugslag als
gevolg van de situatie waarin de zwaardpunt
tegen iets hards aanloopt gebeurt soms
bliksemsnel en kan het zwaard in uw richting
slaan. Door vastlopen van de ketting in de buurt
van de zwaardpunt kan het zwaard ook snel
worden teruggeslagen in uw richting. Beide
reacties kunnen ertoe leiden dat u de controle
over de kettingzaag verliest en ernstig letsel tot
gevolg hebben.
Ook al heeft deze zaag ingebouwde
veiligheidsvoorzieningen, u doet er goed aan hier
niet volledig op te vertrouwen.
Houd de zwaardpunt altijd in de gaten. Terugslag
treedt op als u toestaat dat de terugslagzone (1)
van het zwaard een voorwerp raakt. Gebruik deze
zone nooit. Terugslag door vastlopen ontstaat als
de zaagsnede sluit en de bovenkant van het
zwaard vastklemt. Let nauwkeurig op de
zaagsnede, dat hij opent bij het zagen. Houd de
controle over de zaag als de motor loopt door met
de rechter hand de achterste en met de linker
hand de voorste handgreep goed vast te houden,
met duim en vingers om de handgrepen. Werk
altijd met beide handen aan de machine en de
motor op hoog toerental.
WAARSCHUWING!
Reik niet te ver en zaag niet boven
schouderhoogte.
WAARSCHUWING!
Ben extra voorzichtig bij het kappen en gebruik
de zaag nooit met de zaagpunt omhoog of
boven schouderhoogte.
KETTINGVANGER
De kettingvanger bevindt zich dichtbij de
aandrijving, net onder de ketting en dient om het
gevaar te voorkomen dat zou kunnen ontstaan als
de ketting breekt.
WAARSCHUWING!
Ga niet parallel met de kettingzaag zagen.
BASISTECHNIEK VAN HET VELLEN, SNOEIEN
EN INKEPINGEN ZAGEN
Doel van deze informatie is het uitleggen van
algemene houtslagtechnieken.
WAARSCHUWING!
Deze informatie dekt niet alle speciale
situaties die afhankelijk zijn van verschillend
terrein, begroeiing, houtsoorten, boomvormen
en ñmaten, enz. Raadpleeg uw leverancier,
houtvester of boomkwekerij voor meer advies
over de lokale bijzonderheden van vellen en
snoeien; hierdoor kunt u efficiÎnter en veiliger
werken.
WAARSCHUWING!
Zaag niet bij slecht weer, zoals dichte mist,
zware regen, extreme koude, sterke wind, enz.
Slechte weersomstandigheden veroorzaken
moeheid en ander gevarenpotentieel, zoals
een gladde bodem.
Sterke winden kunnen de boom in een
onverwachte richting doen vallen met letsel of
materiÎle schade als gevolg.
LET OP!
Gebruik de kettingzaag nooit om iets los te
wrikken of voor andere doeleinden waar hij niet
voor is gemaakt.
WAARSCHUWING!
Val niet over boomstronken, wortels, stenen,
takken en gevelde bomen. Pas op voor gaten
en greppels. Ben extra voorzichtig bij het werk
op hellingen en oneffen bodem. Zet de zaag
uit als u naar een andere werkplek gaat.
Zaag altijd met de gashendel volledig open.
Een langzame ketting kan vastlopen en de
zaag doen schokken.
Werking kettingrem (Afb. 2-5)
Kettingrem (1) (indien aanwezig) ontworpen om te
activeren in noodgevallen zoals terugslag.
Controleer of de rem goed werkt alvorens u met
het werk begint.
De rem wordt geactiveerd door de
terugslagbeveiliging richting zwaard te drukken.
Als de kettingrem is geactiveerd blijft het toerental
onveranderd en de ketting draait niet, ook al wordt
de gashendel ingetrokken. Om de rem weer te
deactiveren, aan de hendel trekken.
De werking controleren:
1) Schakel de motor uit.
2) Houd de motorzaag horizontaal, neem uw hand
van de voorste handgreep, tik met het uiteinde
van het zaagblad op een boomstronk of een
stuk hout en controleer of de rem in werking is
gezet. De kracht die hiervoor nodig is, hangt af
van de lengte van het zaagblad.
Als de rem niet werkt, raadpleeg dan uw dealer
voor inspectie en reparatie.
Als de motor bij hoge snelheid blijft draaien terwijl
de rem grijpt, oververhit de koppeling waardoor er
problemen ontstaan.
Als de rem grijpt tijdens gebruik van de zaag,
meteen de gashendel loslaten om de motor te
stoppen.
WAARSCHUWING!
WAARSCHUWING!
Draag de machine niet rond met een lopende
motor.
Motor stoppen (Afb. 2-6)
Neem het gas weg en druk de contactknop naar
de ëstopí-stelling.
CS30EG/CS35EG
CS30EG (S)/CS35EG (S)
CS30EJ/CS35EJ
Afb.2-5 Afb.2-6
Afb.2-7
NL-9
N
L
Zaag de stam nooit volledig door. Laat altijd
een scharnier.
Het scharnier geleid de boom. Als de stam
volledig wordt doorgezaagd verliest u de
controle over de valrichting.
Sla een wig of velhefboom in de zaagsnede
lang voor de boom instabiel wordt en begint te
bewegen. Hierdoor voorkomt u dat het zwaard
in de zaagsnede vastloopt als u de valrichting
verkeerd heeft ingeschat. Vergewis u ervan dat
er geen mensen in de valzone zijn gelopen
alvorens u hem omduwt.
ZAAGSNEDE, STAMDIAMETER MEER DAN
TWEE KEER ZWAARDLENTE
Zaag een brede inkeping. Zaag dan een snede
in het midden van de inkeping. Laat altijd een
scharnier aan beide zijden van de
middensnede. (Afb. 2-7E)
Zaag nu rond de stam om de middensnede als
in afb. 2-7F.
WAARSCHUWING!
Deze methode bergt grote gevaren omdat er
met de punt van het zwaard moet worden
gewerkt en er dus terugslag kan optreden.
Deze technieken mogen alleen worden
uitgevoerd door geschoolde vaklui.
Gebruik de zaag nooit met maar één hand.
U kunt de zaag dan niet beheersen, de
controle verliezen en daardoor ernstig letsel
oplopen.
Houd het motorhuis altijd dicht bij het
lichaam voor betere controle en om
belasting te voorkomen.
Door met het onderste gedeelte van de
ketting te zagen wordt de ketting in het hout
en van u weggetrokken.
De zaag stuurt de zaagsnelheid en het
zaagsel vliegt in uw richting.
(Afb. 2-7B)
Door met het bovenste gedeelte van de
ketting te zagen duwt de ketting van het
hout weg en naar u toe. (Afb. 2-7C)
WAARSCHUWING!
Er bestaat gevaar van terugslag als de zaag zo
ver wordt geduwd dat er met de punt van het
zwaard wordt gezaagd.
De veiligste methode is het zagen met de
onderzijde van de ketting. Het zagen met de
bovenzijde is veel moeilijker te beheersen en
verhoogt het gevaar van terugslag.
ATTENTIE!
Duw de gekartelde afstandhouder steeds
stevig tegen de boom! De zaagketting kan zich
heel plotseling in de boom vast vreten.
Afb. 2-7B
Afb. 2-7C
Afb. 2-7D
Afb. 2-7F
Afb. 2-7E
WAARSCHUWING!
VELLEN
Vellen is meer dan een boom doorzagen. De
kunst is de boom te laten vallen waar gepland,
zonder schade aan de boom of aan iets
anders.
Alvorens u een boom velt, denk zorgvuldig na
over de omstandigheden die de valrichting
kunnen beïnvloeden, zoals:
Hoek waarin de boom helt. Vorm van de kruin.
Sneeuw op de kruin. Windrichting. Obstakels in
het bereik van de boom (bijv. andere bomen,
stroomkabels, wegen, gebouwen, enz.)
WAARSCHUWING!
Kijk ook altijd naar de toestand van de
boom zelf. Let op verval en rot in de stam,
waardoor de stam kan breken en de boom
kan vallen voor u het verwacht.
Let op uitgedroogde takken die kunnen
breken en op u kunnen vallen.
Houd mens en dier minstens twee keer de
afstand van de boomlengte weg. Verwijder
struiken en takken rond de boom.
Bereid een ontsnappingsweg voor om van
de vallende boom weg te lopen.
BASISREGELS BIJ HET BOMEN VELLEN
Het bomen vellen bestaat hoofdzakelijk uit
twee handelingen, namelijk inkepingen zagen
en de zaagsnede voor het vellen maken.
Begin met de bovenste zaagsnede van de
inkeping aan de kant van de valrichting. Kijk
langs de onderste zaagsnede van de inkeping
of u niet te ver in de stam zaagt.
De inkeping moet diep genoeg zijn om een
redelijk breed en stabiel scharnier te vormen.
De inkeping moet breed genoeg zijn om de val
van de boom zo lang mogelijk richting te
geven.
Zaag nu de velsnede van de andere kant van
de stam, ongeveer 5 cm boven de punt van de
inkeping. (Afb. 2-7D)
1. Velrichting
2. 45¯ minimum kerfhoek
3. Scharnier
4. Velrichting
NL-10
Afb.2-7G
Afb.2-7H
Afb.2-7J
Afb.2-7L
Afb.2-7K
Afb.2-7M Afb.2-7N
STAM DOORZAGEN
Probeer u voor te stellen wat er gaat gebeuren
als u de stam doorzaagt. Let op spanning in de
stam en zaag zodanig dat het zwaard niet
vastloopt.
STAM DOORZAGEN, DRUK BOVEN
Ga stevig staan. Maak eerst een zaagsnede
boven. Niet te diep, ongeveer 1/3 van de
diameter is genoeg.
Maak nu een zaagsnede onder. Zaag de stam
geheel door. (Afb. 2-7H)
DIKKE STAM, DIAMETER GROTER DAN
LENGTE ZWAARD
Zaag eerst aan de andere kant van de stam.
Trek de zaag naar u toe en daarna zoals
voorheen beschreven. (Afb. 2-7J)
Als de stam op de grond ligt, zaag dan een gat
in de stam om niet in de grond te zagen. Maak
nu een zaagsnede onder. (Afb. 2-7K)
WAARSCHUWING! GEVAAR VAN
TERUGSLAG!!
Zaag geen gat in de stam als u niet geschoold
bent. Een gat zagen moet met de punt van het
zwaard worden gedaan en er kan dus
terugslag optreden.
STAM DOORZAGEN, DRUK ONDER
Ga stevig staan. Maak eerst een zaagsnede
onder. De zaagsnede moet ongeveer 1/3 van
de stamdiameter bedragen.
Maak nu een zaagsnede boven. Zaag de stam
geheel door. (Afb. 2-7L)
DIKKE STAM, DIAMETER GROTER DAN
LENGTE ZWAARD
Zaag eerst aan de andere kant van de stam.
Trek de zaag naar u toe en daarna zoals
voorheen beschreven.
Zaag een gat als de stam te dicht bij de grond
ligt.
Maak nu een zaagsnede boven. (Afb. 2-7M)
WAARSCHUWING! GEVAAR VAN
TERUGSLAG!!
Zaag geen gat in de stam als u niet
geschoold bent. Een gat zagen moet met
de punt van het zwaard worden gedaan en
er kan dus terugslag optreden. (Afb. 2-7N)
ALS DE ZAAG VASTLOOPT
Stop de motor.
Til de stam op of verander zijn positie met
behulp van een tak of stok als hefboom.
Probeer niet de zaag eruit te trekken. Als u dat
toch doet kan het handvat beschadigen of
uzelf verwonden met de ketting als de zaag
opeens loskomt.
SNOEIEN
Hiermee bedoelen wij de stam te ontdoen van
de takken.
WAARSCHUWING!
De meeste ongelukken door terugslag ontstaan
bij het verwijderen van de takken.
Zaag nooit met de punt van het zwaard. Ben
zeer voorzichtig: vermijd contact met de stam,
andere takken of voorwerpen met de zwaard-
punt. Ben ook zeer voorzichtig met takken die
onder spanning staan. Zij kunnen in uw richting
springen en u de controle doen verliezen en
daardoor letsel veroorzaken.
(Afb. 2-7G)
Sta links van de stam. Sta stevig en laat de
zaag op de stam steunen. Houd de zaag dicht
bij uw lichaam zodat u de volledige controle
heeft. Blijf altijd ver weg van de ketting.
Beweeg uzelf alleen met de stam tussen u en
de ketting. Pas op voor wegspringende takken
die op spanning staan.
DIKKE TAKKEN AFZAGEN
Bij het afzagen van dikke takken kan het
zwaard snel vastlopen. Takken die onder
spanning staan kunnen opspringen; zaag
moeilijke gevallen in kleinere stukken. Pas
dezelfde beginselen toe als bij het vellen.
Denk vooruit en blijf bewust van de gevolgen
van uw handelingen.
NL-11
N
L
Afb. 3-1 Afb. 3-3Afb. 3-2
ONDERHOUD, VERVANGING EN REPARATIE
VAN DE ONDERDELEN EN SYSTEMEN DIE
MET UITSTOOT VAN UITLAATGASSEN EN
GELUIDSOVERLAST TE MAKEN HEBBEN
MOGEN WORDEN UITGEVOERD DOOR
DESBETREFFENDE VAKBEDRIJVEN EN
VAKLUI.
Carburateurafstelling (Afb. 3-1)
WAARSCHUWING!
Start de motor nooit met de kap van de
koppeling verwijderd. De koppeling kan
loskomen en persoonlijk letsel veroorzaken.
In de carburateur wordt de brandstof met lucht
vermengd. De carburateur wordt afgesteld als de
motor wordt getest in de fabriek. Er kunnen
aanpassingen nodig zijn, afhankelijk van klimaat
en hoogte. De carburateur heeft één
afstelmogelijkheid:
T= afstellingsschroef stationair toerental.
Afstelling stationair toerental (T)
Controleer of het luchtfilter schoon is. Als het
stationaire toerental juist is, draait de ketting niet.
Als afstellen nodig blijkt, draai (met de klok mee)
aan de T-schroef terwijl de motor loopt tot de
ketting begint te draaien. Draai de schroef terug
(tegen de klok) tot de ketting stopt. U heeft het
juiste stationaire toerental ingesteld als de motor
in elke positie rond loopt op een toerental dat ver
onder het toerental ligt waarbij de ketting begint te
draaien.
Als het snijgereedschap nog draait, nadat u de
onbelaste snelheid ingesteld heeft, neem dan
contact op met uw HITACHI dealer.
WAARSCHUWING!
Als de motor stationair loopt, mag de ketting in
geen geval draaien.
TIP!
Sommige modellen die in gebieden worden
verkocht met strenge milieuwetgeving hebben
geen mogelijkheid om de carburateur op lage en
hoge snelheid af te stellen. Dit omdat daardoor de
motor eventueel zodanig zou kunnen worden
afgesteld dat de lokale milieuwetten worden
overtreden. In deze gevallen kunt u aan de
carburateur alleen het stationaire toerental
instellen.
5. Onderhoud
Modellen waarbij de lage en hoge snelheid kunnen
worden afgesteld zijn af fabriek afgesteld. Geringe
aanpassingen kunnen de prestaties verbeteren,
afhankelijk van klimaat, etc. Draai de
afstelschroeven nooit in grotere stappen dan 90
graden; verkeerde afstelling kan schade aan de
motor veroorzaken. Als u niet goed weet hoe u de
motor kunt afstellen, neem dan contact op met de
HITACHI leverancier.
Luchtfilter (Afb. 3-2)
Verwijder stof en vuil uit het luchtfilter (1) om te
vermijden dat:
• de carburateur storingen vertoont.
• de motor slecht start.
• de motor minder kracht heeft.
• de motoronderdelen onnodig verslijten.
• de machine meer benzine verbruikt.
Als u in een zeer stoffige omgeving werkt dient u
dagelijks het luchtfilter te reinigen.
Reinigen van de luchtfilter
Verwijder de afdekking van de luchtfilter (2), de
filter (1) en de spons (3).
Spoel deze uit in warm zeepsop. Let erop dat de
filter en de spons goed droog zijn, voordat u ze
weer monteert. Een luchtfilter die al enige tijd in
gebruik is, kan niet helemaal schoon gemaakt
worden. Daarom moet de filter regelmatig door
een nieuwe worden vervangen. Een beschadigde
filter moet altijd vervangen worden.
Bougie (Afb. 3-3)
De toestand van de bougie wordt negatief
beïnvloed door:
• een verkeerde afstelling van de carburateur
• een verkeerde mengsmering (teveel olie in de
benzine)
• een vervuild luchtfilter
• zware werkomstandigheden (bijv. koude).
Deze factoren veroorzaken afzettingen op de
elektroden van de bougies, wat tot storingen en
startproblemen leidt. Als het de motor aan kracht
ontbreekt, hij startproblemen vertoont of niet rond
stationair loopt, controleer dan eerst de bougie. Is
de bougie vuil, maak hem dan schoon en
controleer de afstand tussen de elektrodes.
Corrigeer indien nodig. De juiste afstand is 0,6
mm. Na ongeveer 100 bedrijfsuren, of ook al
eerder als de elektroden weggevreten zijn, dient
de bougie te worden vervangen.
TIP!
In sommige gebieden wordt een 'resistor' bougie
voorgeschreven om de machine te ontstoren
tegen ontstekingssignalen. Als deze machine
standaard met een ontstoorde bougie was
uitgerust dient u hem met hetzelfde type te
vervangen.
NL-12
Afb.3-4 Afb.3-6
Afb.3-9
Afb.3-5
Afb.3-7
Afb.3-10
Afb.3-8
Smeeropening (Afb. 3-4)
Reinig de smeeropening (1) zo vaak mogelijk.
Zwaard (Afb. 3-5)
Alvorens u de machine gebruikt, dient u de
groef en de smeeropening (1) van het zwaard te
reinigen met het speciale, optioneel verkrijgbare
hulpmiddel.
Zijdeksel (Afb. 3-6)
Houd het zijdeksel en de aandrijving schoon
van zaagsel en vuil.
Smeer dit bereik af en toe in met olie of vet om
corrosie voorkomen; sommige bomen bevatten
een hoog gehalte aan zuur.
Brandstoffilter (Afb. 3-7)
Verwijder het brandstoffilter van de tank en was
het uit in benzine. Daarna het filter weer volledig
in de tank drukken.
TIP!
Als het filter door stof of vuil hard geworden is,
dient u het te vervangen.
Kettingoliefilter (Afb. 3-8)
Verwijder het oliefilter en was het uit in benzine.
De koelribben van de cilinder reinigen
(afb. 3-9)
Als er spaanders tussen koelribben blijven
hangen (1) kan de motor oververhitten en het
vermogen verminderen. Om dit te vermijden
dient u de koelribben en het ventilatorhuis
schoon te houden.
Na 100 bedrijfsuren of eens per jaar (of vaker
indien nodig) dienen de koelribben en andere
motoroppervlakken van stof, vuil en oliesmeer
te worden bevrijd om de koeling
De uitlaatdemper reinigen (afb. 3-10)
Verwijder na elke 100 bedrijfsuren de demper
en vonkenvanger (indien aanwezig) en
verwijder roet uit demper en uitlaatpoort.
Voor langdurige opslag
Maak de tank leeg. Start de motor en laat hem
lopen tot hij uitgaat. Repareer beschadigingen
die bij het gebruik zijn ontstaan. Maak de
machine schoon met een schone doek of met
perslucht. Laat een paar druppels tweetaktolie
door het gat van de bougie in de motor en laat
de zuiger een paar keer op en neer. Berg de
machine droog op onder een doek of zeil.
NL-13
N
L
Afb. 4-1
Afb. 4-2
Afb. 4-3
Afb. 4-4
Afb. 4-5
Afb. 4-6
WAARSCHUWING!
Gebruik handschoenen bij het slijpen van de
ketting.
WAARSCHUWING!
Rond de voorste hoek af om de kans op
terugslag of afbreken van de
kettinggeleiders te verkleinen.
1. Bovenste plaat
2. Werkhoek
3. Zijplaat
4. Geul
5. Hiel
6. Chassis
7. Gat klinknagel
8. Teen
9. Dieptestellernok
10. Correcte hoek op bovenste plaat
(hoek afhankelijk van type ketting)
11. Lets voorstaande "hoek" of punt
('curve' en 'non-chisel' ketting)
12. Hoogste punt van dieptestellernok op
juiste hoogte onder bovenste plaat
13. Voorzijde dieptestellernok afgerond
KETTING SLIJPEN Onderdelen van een
zaagschakel. (Afb. 4-1, 2)
DE ZAAGDIEPTE MET EEN VIJL INSTELLEN
1) Als u de zaagschakel met een vijlhouder
slijpt, controleer dan de diepte.
2) Controleer de zaagdiepte bij elke derde
slijpbeurt.
3) Plaats de dieptemal op de zaagschakel. Als
de dieptestellernok zichtbaar is, vijl hem dan
af, evenwijdig aan de mal. Vijl altijd van de
binnenzijde van de zaagtand naar buiten.
(Afb. 4-3)
4) Rond de voorste hoek af om de originele
vorm van de dieptestellernok te herstellen.
Houd u aan de aanbevolen waardes voor de
diepte die in de gebruiksaanwijzing van de
zaag staan vermeld. (Afb. 4-4)
ZAAGSCHAKELS
Vijl (1) de zaagschakel van binnen naar buiten.
Alleen in één richting vijlen. (Afb. 4-5)
Alle zaagschakels dienen even lang te zijn.
(Afb. 4-6)
NL-14
6) Vijl voldoende weg om schade aan de
snede (zijplaat (1) en bovenste plaat (2)) van
de zaagschakel te verwijderen. (Afb. 4-7)
SLIJPHOEK VOOR HET SLIJPEN VAN DE
KETTING (Afb. 4-7B)
Onderhoudsschema
Hier vindt u nog enkele algemene
onderhoudsinstructies. Neem voor verdere
informatie a.u.b. contact met uw HITACHI
dealer.
Dagelijks onderhoud
• Houd de machine schoon.
• Reinig de opening van de kettingsmering.
• Reinig de groef en smeeropening van het
zwaard.
• Verwijder zaagsel van het huis.
• Controleer of de ketting nog scherp is.
• Controleer of de moeren van het zwaard nog
goed vastzitten.
• Controleer of de beschermkap van het
zwaard onbeschadigd is en goed blijft zitten.
• Controleer of alle bouten en moeren nog
goed vastzitten.
Wekelijks onderhoud
• Controleer de starhendel, het koord en de
terugspringveer.
• Maak de bougie van buiten schoon.
• Verwijder de bougie en controleer de afstand
tussen de elektrodes. Corrigeer op 0,6 mm of
vervang de bougie.
• Reinig de koelribben van de cilinder en
controleer of de luchtinlaat bij de starthendel
niet verstopt is.
• Luchtfilter reinigen
Maandelijks onderhoud
• Spoel de brandstoftank met benzine en reinig
het brandstoffilter.
• Reinig het oliefilter van de kettingsmering.
• Reinig de carburateur en de omgeving ervan.
• Reinig de ventilator en de omgeving ervan.
• Haal het roet uit de uitlaat.
Afb.4-7
Afb.4-7B
1. Onderdeelnummer
2. Steek
3. Dieptestellernok
4. Vijlhoek zijplaat
5. Hoek bovenste
plaat
6. Vijlhoek
NL-15
N
L
#3%'#3%'#3%*#3%*
6. Specificaties
Motorvolume (ml)
Bougie
Tankvolume (ml)
Tankvolume kettingolie (ml)
Droog gewicht (kg)
(Zonder zwaard en ketting)
Zwaardlengte (mm)
Ketting steek (mm)
Ketting diepte (mm)
Geluidsdruk (dB(A)) volgens ISO22868
Geluidsdruk (dB(A)) volgens ISO22868 .............Lw gemeten
103.3
Geluidsdruk (dB(A)) volgens 2000/14/EC ......... LwA
107
Trillingsniveau (m/s
2
) volgens ISO22867
Voorste handvat ....................................4.5 5.1
Achterste handvat ................................ 7.0 3.4
-/$%,
............................................. 33
....................................................... Campion CJ-8Y
of RCJ-8Y
of soortgelijk
................................................ 230
............................ 150
............................................ 3.1 3.5
....................................... 300~350
(12"~14")
........................................... 9.52 (3/8")
........................................ 1.27 (0.05")
..........LpA
97.3 98.6
...........................1.26@7200
................ 11,500
......... 2,800
...........................................
............................................ 91 VG
(Oregon)
.................................. 6
Max. motorvermogen
volgens ISO 7293 (kW)
Max. motortoerental (min
-1
)
Stationair motortoerental (min
-1
)
Type zwaard
Kettingtype
Tandwiel (tanden)
OPM.: Equivalente geluidsniveau/trillingsniveaus zijn berekend als
de tijdgewogen energiesom van geluids-/trillingsniveaus onder
verschillende werkomstandigheden met de volgende
tijdsindeling: 1/3 stationair, 1/3 max. last, 1/3 max. toerental.
* Alle gegevens aan wijziging onderhevig zonder aankondiging.
NL-16
Motorvolume (ml)
Bougie
Tankvolume (ml)
Tankvolume kettingolie (ml)
Droog gewicht (kg)
(Zonder zwaard en ketting)
Zwaardlengte (mm)
Ketting steek (mm)
Ketting diepte (mm)
Geluidsdruk (dB(A)) volgens ISO22868
Geluidsdruk (dB(A)) volgens ISO22868 .............Lw gemeten
103.3
Geluidsdruk (dB(A)) volgens 2000/14/EC ......... LwA
107
Trillingsniveau (m/s
2
) volgens ISO22867
Voorste handvat ....................................6.9
Achterste handvat ................................ 8.7
-/$%,
............................................. 33
....................................................... Campion CJ-8Y
of RCJ-8Y
of soortgelijk
................................................ 230
............................ 150
............................................ 3.4
....................................... 300~350
(12"~14")
........................................... 9.52 (3/8")
........................................ 1.27 (0.05")
..........LpA
97.3
...........................1.26@7200
................ 11,500
......... 2,800
...........................................
............................................ 91 VG
(Oregon)
.................................. 6
#3%'3#3%'3
Max. motorvermogen
volgens ISO 7293 (kW)
Max. motortoerental (min
-1
)
Stationair motortoerental (min
-1
)
Type zwaard
Kettingtype
Tandwiel (tanden)
OPM.: Equivalente geluidsniveau/trillingsniveaus zijn berekend als
de tijdgewogen energiesom van geluids-/trillingsniveaus onder
verschillende werkomstandigheden met de volgende
tijdsindeling: 1/3 stationair, 1/3 max. last, 1/3 max. toerental.
* Alle gegevens aan wijziging onderhevig zonder aankondiging.

Documenttranscriptie

G B D E CS30EG/CS35EG CS30EG (S)/CS35EG (S) CS30EJ/CS35EJ F R I T N L E S P T /WNERS MANUAL "EDIENUNGSANLEITUNG Mode d’emploi Manuale d’istruzioni Gebruiksaanwijzing Manual del propietario Manual do proprietário Ägarhandbok Betjeningsvejledning Bruksanvisning Omistajan opas 970-82900-201 2008.01 S E D K N O F I CS30EG/CS35EG CS30EG (S)/CS35EG (S) CS30EJ/CS35EJ Lees de handleiding zorgvuldig door voordat u de machine bedient. N L Gebruiksaanwijzing NL-1 WAARSCHUWING De uitlaatgassen van dit product bevatten chemische stoffen die volgens de staat van CaliforniÎ kanker, geboorteafwijkingen en andere schade aan de voortplantingsorganen kunnen veroorzaken. Het is belangrijk dat u de volgende veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen leest, goed begrijpt en opvolgt. Nalatig of ondeskundig gebruik van de machine kan ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorzaken. Lees en begrijp alle waarschuwingen en aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing en op het apparaat, en leef ze na. Gebruik met één hand is niet toegestaan. Houd de zaag stevig vast met beide handen en de duim vast om de beugel tijdens het zagen. Draag altijd bescherming voor ogen, hoofd en oren tijdens het gebruik van de machine. De zaag is ontworpen voor boomsnoeiing en dient daarom alleen door geschoolde vaklui te worden gebruikt voor het werk boven in de bomen. Let op, gevaar van terugslag! Let op plotselinge, onverwachte, opwaartse en/of neerwaartse bewegingen van het zwaard. ATTENTIE! Uitsluitend het model CS30EG/CS35EG/CS30EG (S)/ CS35EG (S)/CS35EJ/CS35EJ is goedgekeurd door een EU keuring Het is heel belangrijk dat u beschermende kleding draagt voor voeten, benen, armen, handen en onderarmen. Alvorens u met het gebruik van de machine begint Lees de handleiding zorgvuldig door. Controleer of de zaag goed is gemonteerd en ingesteld. Start de machine en controleer of de carburateur goed is afgesteld.  Zie "Onderhoud". NL-2 Verklaring van overeenstemming Wij, Nikko Tanaka Engineering., Ltd., 3-4-29 Tsudanuma, Narashino, Chiba, Japan verklaren als enig verantwoordelijken dat het product, kettingzaagmodel CS30EG/CS35EG/CS30EG (S) CS35EG (S)/CS30EJ/CS35EJ waarop deze verklaring betrekking heeft, overeenstemt met de desbetreffende veiligheidseisen van de richtlijnen 98/37/EC, 89/336/EEC, 2000/14/EC De volgende standaards zijn toegepast EN ISO 1168-1: 2004 (CS30EJ/CS35EJ) EN ISO 11681-2:1998/Amd 1:2003 (CS30EG/35EG/30EG(S)/35EG(S)) EN ISO 12100-1:2003,EN ISO 12100- 2:2003 CISPR12:2005 Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk MaskinprovningAB, Fyrisborgsgaian 3, SE-754 50, Uppsala, Zweden, heeft de EU typekeuring volgens artikel 8, punt 2c, paragraaf 3 uitgevoerd. De aangemelde N L instantie heeft een typekeuringscertificaat uitgegeven met het nummer : SEC/95/280(CS30EJ/35EJ), SEC/95/281(CS30EG/35EG) volgens bijlage VI, punt 4. Geproduceerd in: Chiba, Japan RS 05/01/2007 Handtekening: Serienr. vanaf E570001 Yoshio Osada Positie: Directeur Inhoudsopgave Wat is wat? Waarschuwingen en veiligheidsinstructies Montageprocedure Bediening Onderhoud Specificaties 4 5 6 7 11 15 NL-3 1. Wat is wat? Daar deze handleiding voor verscheidene modellen gelijk is, kunnen er verschillen zijn tussen uw machine en de afbeeldingen. Pas de aanwijzingen toe die op uw machine van toepassing zijn. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. Gashendel Gashendel-vergrendeling (arrêteer- / veiligheidshendel) Contactschakelaar Olietankdop Starthendel Voorste handvat Brandstoftankdop Choke-hendel Startgas (optie) Zwaard Zaagketting Kettingrem Gashendel-vergrendeling Schorssteun Kettingvanger Zaagbladbescherming Combisleutel Handleiding 12 CS30EJ/CS35EJ (voor de bosdienst) 12 CS30EG/CS35EG (voor de boomdienst) 12 CS30EG (S)/CS35EG (S) (voor de boomdienst) 18 17 NL-4 2. Waarschuwingen en veiligheidsinstructies. Veiligheid van de gebruiker WAARSCHUWING! Deze kettingzaag (CS30EG/CS35EG, CS30EG (S)/CS35EG (S)) is ontwikkeld voor gebruik als zaag voor boomzorg en -chirurgie. De zaag mag alleen worden gebruikt door personen die geschoold zijn in boomzorg en ñchirurgie. Leef de aanbevelingen, procedures en literatuur van de vakorganisatie na. Het misachten ervan vormt een hoog ongevallenrisico. We bevelen u aan altijd een hefplatform te gebruiken bij het zagen in bomen. Werken, hangend aan touwen, is zeer gevaarlijk en vordert speciale training. De gebruiker moet geÔnstrueerd zijn in en bekend met het gebruik van veiligheidsuitrusting en werk- en klimtechnieken. Gebruik altijd valbescherming voor gebruiker en zaag. Draag altijd een vizier of veiligheidsbril. Gebruik handschoenen bij het slijpen van de ketting. Draag altijd veiligheidskleding, zoals een jas, lange broek, handschoenen, helm, laarzen met stalen neuzen en antislip zool als u met de kettingzaag omgaat. Om in de boom te werken moeten de laarzen geschikt zijn voor klimmen.  Draag altijd persoonlijke beschermende kleding bij het werken met een kettingzaag, d.w.z. een beschermende jas,-broek en -handschoenen alsmede een veiligheidshelm en veiligheidslaarzen met stalen kappen en antislib zolen. Voor werkzaamheden aan, met en tussen bomen moeten de veiligheidslaarzen ook geschikt zijn om te kunnen klimmen. Draag geen losse kleding, sieraden, korte broek, sandalen en werk nooit blootsvoets. Draag lang haar samengebonden tot maximaal schouderlang. Gebruik deze machine niet indien u moe of ziek bent of alcohol, drugs of medicijnen heeft ingenomen. Laat nooit kinderen of onervaren personen aan de machine. Draag oorbeschermers. Nooit de machine starten of laten lopen in gesloten ruimtes en gebouwen. Uitlaatgassen inademen kan dodelijk zijn. Om ademhalingsproblemen te voorkomen, dient u een veiligheidsmasker te dragen wanneer er kettingolienevel en stof van de kettingzaag afkomt. Houd de hendels vrij van olie en brandstof. Houd uw handen weg van het zaagwerktuig. Grijp of houd de machine nooit aan het zaagwerktuig vast. Als de machine uitgeschakeld is, dient u zich ervan te vergewissen dat het zaagwerktuig stilstaat alvorens u hem neerzet. Als de werkzaamheden langer duren, moet er regelmatig pauze worden gehouden om lichamelijk letsel, bijv. door de vibratie, te vermijden (Raynaud fenomeen / "white finger disease"). De gebruiker moet steeds alle wettelijke voorschriften in acht nemen, die gelden in de regio waar hij gaat zagen. WAARSCHUWING! Personen die gedurende een langere tijd of continu blootstaan aan een verhoogd geluidsniveau, riskeren blijvende schade aan het gehoor! Draag daarom steeds een gecertificeerde gehoorbescherming als u werkzaamheden met geluidsintensieve apparaten en machines doorvoert! Machineveiligheid Controleer de machine voor elk gebruik. Vervang beschadigde onderdelen. Let op brandstoflekken en controleer of alle bevestigingsmiddelen aanwezig zijn en vastzitten. Vervang onderdelen die gescheurd, gebroken of ander beschadigd zijn alvorens u met de machine begint te werken. Zie erop toe dat alle beschermkappen correct zijn bevestigd. Stel de carburateur af op een plaats waar zich niemand anders in de directe omgeving bevindt. Gebruik uitsluitend vervangende onderdelen die door de fabrikant voor deze machine zijn aanbevolen. Let op dat de ketting nergens tegenaan slaat. Als dit toch gebeurd, stop dan de machine en controleer hem zorgvuldig. Let erop dat de automatische smering functioneert. Houd de olietank met schone olie gevuld. Laat de ketting nooit droog over het zwaard lopen. Al het onderhoud, behalve wat apart vermeld staat in het handboek, dient door een vakkundig vakman voor kettingzagen te worden uitgevoerd. Als er bijvoorbeeld niet met de juiste gereedschappen wordt gewerkt om het vliegwiel te verwijderen of het vliegwiel vast te houden terwijl de koppeling wordt verwijderd, kan er ernstige schade aan het vliegwiel ontstaan en kan het vliegwiel breken.) WAARSCHUWING! Breng geen wijzigingen aan de machine aan. Gebruik de machine nooit voor werkzaamheden waar hij niet voor is geconstrueerd. WAARSCHUWING! Gebruik de kettingzaag nooit zonder veiligheidsvoorzieningen of als deze defect zijn. Ernstig letsel kan het gevolg zijn. WAARSCHUWING! Ander gebruik van het zwaard/de ketting dan aanbevolen door de fabrikant, kan groot gevaar van persoonlijk ongeval en letsel veroorzaken. Veiligheid en brandstof Meng en tank brandstof in de buitenlucht en buiten bereik van vlammen en vonken. Gebruik alleen voor brandstof toegestane jerrycans. Rook niet en sta roken ook niet toe in de buurt van brandstof of in de omgeving van de machine of tijdens gebruik van de machine. Neem alle geknoeide brandstof op alvorens de motor te starten. Ga minstens 3 m van de plaats waar u tankt vandaan alvorens u de motor start.  Stop de motor alvorens u de benzinedop verwijdert. Als u de machine opbergt, eerst de tank legen. Wij raden u aan na gebruik altijd de tank te legen. Als u de machine toch met brandstof opbergt, let er dan op dat hij niet kan lekken. Berg de machine en de brandstof op waar de dampen niet door vonken of open vuur kunnen WAARSCHUWING! Trillingsdempingssystemen kunnen niet garanderen dat u geen fenomeen van Raynaud of carpaltunnel-syndroom kunt oplopen. Daarom moet de gebruiker die regelmatig continu met de zaag werkt de toestand van handen en vingers in de gaten houden. Als bovengenoemde klachten optreden, meteen een arts opzoeken. Veilig zagen Zaag alleen hout of houten voorwerpen. Draag een stofmasker voor adembescherming als u hout zaagt dat met insecticide is behandeld. Houd iedereen, kinderen, dieren, omstanders en assistenten, buiten de gevarenzone en stop de motor als er iemand op u af komt. Houd het apparaat met uw rechter hand stevig aan de achterste handgreep en met uw linker hand aan de voorste handgreep vast. Neem een stabiele houding aan. Reik niet te ver. Houd uw lichaamsdelen weg van de uitlaat en het zaagwerktuig als de motor loopt. Houd het zwaard onder heuphoogte. Voor u een boom omzaagt, moet u de zaagtechniek van het kettingzagen beheersen. Denk vooraf aan een veilige uitwijkmogelijkheid als de boom valt. Houd de zaag stevig vast met beide handen, en de duim vast om de beugel tijdens het zagen en ga stabiel staan. Sta naast de zaag bij het werk ñ nooit pal erachter. Houdt de schorssteun altijd tegen de boom aan, want de ketting kan plotseling in de boom worden getrokken. Als u een tak of stam doorzaagt, ben dan voorbereid de machine op te tillen als het zover is, zodat de zaag niet ëdoorzaktí en u uw benen, voeten of lichaam raakt of de zaag tegen een hard voorwerp slaat. Denk aan eventuele terugslag (als de zaag opspringt richting gebruiker). Zaag nooit met de punt van het zwaard. Veilig onderhoud Voer onderhoud aan de machine uit volgens de aanbevolen procedures. Neem de kap van de bougie alvorens u onderhoud uitvoert, behalve voor het afstellen van de carburateur. Stel de carburateur af op een plaats waar zich niemand anders in de directe omgeving bevindt. Gebruik uitsluitend originele vervangende onderdelen van HITACHI. WAARSCHUWING! Onjuist onderhoud kan ernstige schade aan de motor of ernstig letsel veroorzaken. Transport en opslag Draag de machine met de hand met de motor uit en de uitlaat weg van uw lichaam. Alvorens u de machine opbergt of in een voertuig transporteert, dient u de motor af te laten koelen, de tank te legen en de zaag te beveiligen. Als u de machine opbergt, eerst de tank legen. Wij raden u aan na gebruik altijd de tank te legen. Als u de machine toch met brandstof opbergt, let er dan op dat hij niet kan lekken. Berg de machine buiten bereik van kinderen op.  Maak de machine schoon en voer onderhoud uit alvorens hem droop op te bergen. Transporteer of berg de machine op met de motor volledig uit. De machine alleen met kettingbescherming in een voertuig transporteren. Als er situaties optreden die in dit handboek niet staan vermeld, ben dan voorzichtig en handel verstandig. Neem contact met uw HITACHI dealer als u hulp nodig hebt. Let speciaal op aanwijzingen die beginnen met de woorden: WAARSCHUWING! Duidt op verhoogd gevaar van ernstig letsel of zelfs dood als de instructies niet worden opgevolgd. LET OP! Duidt op gevaar van letsel of materiÎle schade als de instructies niet worden opgevolgd. TIP! Nuttige informatie voor juist gebruik. LET OP! De trekstarter van CS30EG (S)/CS35EG (S) niet demonteren. U kunt gewond raken doordat de starter plotseling terug schiet. NL-5 N L Afb. 1-1 Afb.1-2 Afb.1-4 Afb.1-5 Afb.1-3 3. Montageprocedure WAARSCHUWING! 7. Til het eind van de stang op en span de ketting (1) door de stelbout met de klok mee te draaien (2). Om de correcte spanning te controleren, trek aan het midden van de ketting: er mag ongeveer 0,5-1,0 mm speling tussen zwaard en geleiderschakel (3) zitten. (Afb.1-4, 5) Start de motor nooit zonder het vastgeschroefde zijdeksel. 1. Verwijder de klemmoeren van het zwaard (3). 2. Verwijder het zijdeksel (1) door tegen de achterzijde van het deksel te duwen (1) .  (Fig. 1-1) 3. Monteer de kettingstang (1) op de bouten (2) duw de stang zo ver mogelijk in de richting van het tandwiel (3). Let erop dat de naaf van de schroef voor de kettingspanning (4) in het gat van de stang (5) grijpt. (Fig. 1-2)  TIP! LET OP! DE CORRECTE SPANNING IS UITERST BELANGRIJK! 8. Licht het eind van het zwaard op en draai de klembouten van het zwaard met de buissleutel goed vast. (Afb. 1-4) 9. Een nieuwe ketting rekt uit, dus span de ketting opnieuw na enkele keren zagen en let het eerste half uur van het zagen goed op de kettingspanning.   TIP! Controleer de kettingspanning voor optimale prestaties en duurzaamheid. Beweeg de stang iets heen en weer om ervoor te zorgen dat de naaf van de kettingspanner (4) goed in het gat (5) van de stang past. 4. Controleer dat de richting van de ketting (1) juist is, als in de afbeelding en leg de ketting op het tandwiel. (Afb. 1-3) 5. Leg de geleiders van de ketting in de groef van het zwaard. 6. Monteer het zijdeksel (1) op de klembouten van het zwaard nadat u het in de vergrendeling van het motorhuis heeft gestoken (2). (Afb. 1-1) Draai de klembouten voorlopig vast. NL-6  LET OP! Als de ketting te strak is gespannen, verslijten ketting en zwaard sneller. Daarentegen kan een te losse ketting uit de groef van het zwaard springen. Draag altijd handschoenen als u de ketting aanraakt. WAARSCHUWING! Houd de kettingzaag met beide handen goed vast bij het werk. Zagen met één hand kan ernstig letsel veroorzaken. Afb. 2-1 CS30EG/CS35EG CS30EG (S)/CS35EG (S) Afb. 2-1B Afb. 2-1C Afb. 2-2 Afb. 2-3 CS30EJ/CS35EJ Vul de jerrycan met de helft van de hoeveelheid benzine die u plant te verbruiken. Voeg de tweetaktolie toe. Meng (schud) het mengsel. Voeg de resthoeveelheid benzine toe. Meng (schud) het mengsel grondig alvorens de tank ermee te vullen. Tanken Afb. 2-4 4. Bediening WAARSCHUWING! (Afb. 2-1B) Schakel de motor altijd uit voor het tanken. Maak de tank voorzichtig (1) open om te tanken, om de eventuele druk te laten ontwijken. Na het tanken dop weer goed vastschroeven. Ga minstens 3 m van de plaats waar u tankt vandaan alvorens u de motor start. Brandstof (Afb. 2-1) WAARSCHUWING! De kettingzaag is uitgerust met een tweetaktmotor. Gebruik altijd mengsmering. Let op goede ventilatie bij de omgang met benzine. Brandstof Gebruik altijd minstens 89 octaan loodvrije merkbenzine. Gebruik originele twee-takt olie of een mengsel van 25 :1 tot 50 :1, voor de juiste verhouding raadpleeg a.u.b. het etiket op de oliefles of uw HITACHI dealer. Alleen in de staat CaliforniÎ 50:1). Als er geen originele olie beschikbaar is, gebruik dan een kwaliteitsolie voor lucht gekoelde 2-takt motoren, waaraan een anti- oxidantiemiddel toegevoegd is (JASO FC GRADE OIL of ISO EGC GRADE). Gebruik nooit BIA of TCW (voor watergekoelde 2-taktmotoren) gemengde olie. Gebruik geen multigrade olie (10 W130) of afvalolie. Meng benzine en olie in een aparte jerrycan. Maak de tankdop zorgvuldig schoon voor het tanken zodat er geen vuil in de tank kan vallen. De brandstof dient goed te zijn gemengd door de jerrycan te schudden voor het tanken. Kettingsmering (Afb. 2-1B) Vul met kettingolie (2). Gebruik altijd kettingolie van goed kwaliteit. Als de motor loopt wordt de ketting automatisch gesmeerd. TIP! Als u benzine (1) of kettingolie (2) bijvult, leg de machine dan op zijn kant. (Afb. 2-1B) KETTINGSMERING AFSTELLEN De kettingsmering staat standaard op maximum ingesteld. Pas de hoeveelheid aan de situatie aan. Draai de regelschroef (1) tegen de wijzers van de klok in om de hoeveelheid smeerolie te verminderen en met de wijzers van de klok mee om de hoeveelheid te vergroten. (Fig. 2-1 C) De schroef mag niet verder gedraaid worden dan de markeringen Starten (Afb. 2-2,3) WAARSCHUWING! Als de motor start met de startgasknop vergrendeld, is het toerental hoog genoeg om de ketting te laten draaien. LET OP! Alvorens u start, controleer of de kettingrem los is (indien aanwezig) en dat het zwaard/de ketting niets raakt. 1. Zet de contactknop (1) op ON (AAN). * Druk meerdere keren op het handpompje van het startgas (5) om de carburateur van extra benzine te voorzien. (Indien aanwezig) (Afb. 22,3) 2. Houd de veiligheidshendel (2) ingedrukt, trek tegelijkertijd aan de gashendel (4) en druk op de vergrendelknop (3), laat daarna de gashendel langzaam los en vervolgens de veiligheidshendel. Dit vergrendelt de gashendel in de start positie. (Fig. 2-2) 3. Trek de choke hendel in choke positie (6). (Fig. 2-3) 4. Trek met een korte ruk aan de trekstarter en zorg ervoor dat u de starter goed in uw hand houdt, zodat hij niet plotseling terug kan schieten. (Fig.2-4) 5. Als u hoort dat de machine opstart, zet u de choke hendel in de positie START (open). Trek vervolgens nog eens kort aan de t rekstarter. TIP! Als de motor niet meteen start, herhaal dan procedures van 2 tot 5. 6. Als de motor loopt, trek dan aan de startgasknop om de vergrendeling los te laten. Laat nu de motor 2-3 minuten warmlopen alvorens u met het werk begint. NL-7 N L CS30EG/CS35EG CS30EG (S)/CS35EG (S)  Afb.2-5 WAARSCHUWING! Draag de machine niet rond met een lopende motor. Motor stoppen (Afb. 2-6) Neem het gas weg en druk de contactknop naar de ëstopí-stelling. Afb.2-7 Werking kettingrem (Afb. 2-5) Kettingrem (1) (indien aanwezig) ontworpen om te activeren in noodgevallen zoals terugslag. Controleer of de rem goed werkt alvorens u met het werk begint. De rem wordt geactiveerd door de terugslagbeveiliging richting zwaard te drukken. Als de kettingrem is geactiveerd blijft het toerental onveranderd en de ketting draait niet, ook al wordt de gashendel ingetrokken. Om de rem weer te deactiveren, aan de hendel trekken. De werking controleren: 1) Schakel de motor uit. 2) Houd de motorzaag horizontaal, neem uw hand van de voorste handgreep, tik met het uiteinde van het zaagblad op een boomstronk of een stuk hout en controleer of de rem in werking is gezet. De kracht die hiervoor nodig is, hangt af van de lengte van het zaagblad. WAARSCHUWING! TERUGSLAGGEVAAR (Afb. 2-7) Een van de meest ernstige gevaren van het werken met een kettingzaag is de mogelijkheid van terugslag. Terugslag ontstaat als de punt van het zwaard tegen iets hards aan slaat of als de zaag klem loopt in de zaagsnede. Terugslag als gevolg van de situatie waarin de zwaardpunt tegen iets hards aanloopt gebeurt soms bliksemsnel en kan het zwaard in uw richting slaan. Door vastlopen van de ketting in de buurt van de zwaardpunt kan het zwaard ook snel worden teruggeslagen in uw richting. Beide reacties kunnen ertoe leiden dat u de controle over de kettingzaag verliest en ernstig letsel tot gevolg hebben. Ook al heeft deze zaag ingebouwde veiligheidsvoorzieningen, u doet er goed aan hier niet volledig op te vertrouwen. Houd de zwaardpunt altijd in de gaten. Terugslag treedt op als u toestaat dat de terugslagzone (1) van het zwaard een voorwerp raakt. Gebruik deze zone nooit. Terugslag door vastlopen ontstaat als de zaagsnede sluit en de bovenkant van het zwaard vastklemt. Let nauwkeurig op de zaagsnede, dat hij opent bij het zagen. Houd de controle over de zaag als de motor loopt door met de rechter hand de achterste en met de linker hand de voorste handgreep goed vast te houden, met duim en vingers om de handgrepen. Werk altijd met beide handen aan de machine en de motor op hoog toerental. WAARSCHUWING! Reik niet te ver en zaag niet boven schouderhoogte. Als de rem niet werkt, raadpleeg dan uw dealer voor inspectie en reparatie. Als de motor bij hoge snelheid blijft draaien terwijl de rem grijpt, oververhit de koppeling waardoor er problemen ontstaan. Als de rem grijpt tijdens gebruik van de zaag, meteen de gashendel loslaten om de motor te stoppen. WAARSCHUWING! Ben extra voorzichtig bij het kappen en gebruik de zaag nooit met de zaagpunt omhoog of boven schouderhoogte. KETTINGVANGER De kettingvanger bevindt zich dichtbij de aandrijving, net onder de ketting en dient om het gevaar te voorkomen dat zou kunnen ontstaan als de ketting breekt. WAARSCHUWING! Ga niet parallel met de kettingzaag zagen. NL-8 CS30EJ/CS35EJ Afb.2-6 BASISTECHNIEK VAN HET VELLEN, SNOEIEN EN INKEPINGEN ZAGEN Doel van deze informatie is het uitleggen van algemene houtslagtechnieken. WAARSCHUWING! Deze informatie dekt niet alle speciale situaties die afhankelijk zijn van verschillend terrein, begroeiing, houtsoorten, boomvormen en ñmaten, enz. Raadpleeg uw leverancier, houtvester of boomkwekerij voor meer advies over de lokale bijzonderheden van vellen en snoeien; hierdoor kunt u efficiÎnter en veiliger werken. WAARSCHUWING! Zaag niet bij slecht weer, zoals dichte mist, zware regen, extreme koude, sterke wind, enz. Slechte weersomstandigheden veroorzaken moeheid en ander gevarenpotentieel, zoals een gladde bodem. Sterke winden kunnen de boom in een onverwachte richting doen vallen met letsel of materiÎle schade als gevolg. LET OP! Gebruik de kettingzaag nooit om iets los te wrikken of voor andere doeleinden waar hij niet voor is gemaakt. WAARSCHUWING! Val niet over boomstronken, wortels, stenen, takken en gevelde bomen. Pas op voor gaten en greppels. Ben extra voorzichtig bij het werk op hellingen en oneffen bodem. Zet de zaag uit als u naar een andere werkplek gaat. Zaag altijd met de gashendel volledig open. Een langzame ketting kan vastlopen en de zaag doen schokken. Afb. 2-7B Afb. 2-7C 1. Velrichting 2. 45¯ minimum kerfhoek Afb. 2-7F 3. Scharnier N L Afb. 2-7E 4. Velrichting Afb. 2-7D WAARSCHUWING! Gebruik de zaag nooit met maar één hand. U kunt de zaag dan niet beheersen, de controle verliezen en daardoor ernstig letsel oplopen. Houd het motorhuis altijd dicht bij het lichaam voor betere controle en om belasting te voorkomen. Door met het onderste gedeelte van de ketting te zagen wordt de ketting in het hout en van u weggetrokken. De zaag stuurt de zaagsnelheid en het zaagsel vliegt in uw richting. (Afb. 2-7B) Door met het bovenste gedeelte van de ketting te zagen duwt de ketting van het hout weg en naar u toe. (Afb. 2-7C) WAARSCHUWING! Er bestaat gevaar van terugslag als de zaag zo ver wordt geduwd dat er met de punt van het zwaard wordt gezaagd. De veiligste methode is het zagen met de onderzijde van de ketting. Het zagen met de bovenzijde is veel moeilijker te beheersen en verhoogt het gevaar van terugslag. ATTENTIE! Duw de gekartelde afstandhouder steeds stevig tegen de boom! De zaagketting kan zich heel plotseling in de boom vast vreten. VELLEN Vellen is meer dan een boom doorzagen. De kunst is de boom te laten vallen waar gepland, zonder schade aan de boom of aan iets anders. Alvorens u een boom velt, denk zorgvuldig na over de omstandigheden die de valrichting kunnen beïnvloeden, zoals: Hoek waarin de boom helt. Vorm van de kruin. Sneeuw op de kruin. Windrichting. Obstakels in het bereik van de boom (bijv. andere bomen, stroomkabels, wegen, gebouwen, enz.) Zaag de stam nooit volledig door. Laat altijd een scharnier. Het scharnier geleid de boom. Als de stam volledig wordt doorgezaagd verliest u de controle over de valrichting. Sla een wig of velhefboom in de zaagsnede lang voor de boom instabiel wordt en begint te bewegen. Hierdoor voorkomt u dat het zwaard in de zaagsnede vastloopt als u de valrichting verkeerd heeft ingeschat. Vergewis u ervan dat er geen mensen in de valzone zijn gelopen alvorens u hem omduwt. WAARSCHUWING! Kijk ook altijd naar de toestand van de boom zelf. Let op verval en rot in de stam, waardoor de stam kan breken en de boom kan vallen voor u het verwacht. Let op uitgedroogde takken die kunnen breken en op u kunnen vallen. Houd mens en dier minstens twee keer de afstand van de boomlengte weg. Verwijder struiken en takken rond de boom. Bereid een ontsnappingsweg voor om van de vallende boom weg te lopen. ZAAGSNEDE, STAMDIAMETER MEER DAN TWEE KEER ZWAARDLENTE Zaag een brede inkeping. Zaag dan een snede in het midden van de inkeping. Laat altijd een scharnier aan beide zijden van de middensnede. (Afb. 2-7E) BASISREGELS BIJ HET BOMEN VELLEN Het bomen vellen bestaat hoofdzakelijk uit twee handelingen, namelijk inkepingen zagen en de zaagsnede voor het vellen maken. Begin met de bovenste zaagsnede van de inkeping aan de kant van de valrichting. Kijk langs de onderste zaagsnede van de inkeping of u niet te ver in de stam zaagt. De inkeping moet diep genoeg zijn om een redelijk breed en stabiel scharnier te vormen. De inkeping moet breed genoeg zijn om de val van de boom zo lang mogelijk richting te geven. Zaag nu de velsnede van de andere kant van de stam, ongeveer 5 cm boven de punt van de inkeping. (Afb. 2-7D) Zaag nu rond de stam om de middensnede als in afb. 2-7F. WAARSCHUWING! Deze methode bergt grote gevaren omdat er met de punt van het zwaard moet worden gewerkt en er dus terugslag kan optreden. Deze technieken mogen alleen worden uitgevoerd door geschoolde vaklui. NL-9 Afb.2-7G Afb.2-7J Afb.2-7H Afb.2-7K Afb.2-7L DIKKE STAM, DIAMETER GROTER DAN LENGTE ZWAARD Zaag eerst aan de andere kant van de stam. Trek de zaag naar u toe en daarna zoals voorheen beschreven. (Afb. 2-7J) Als de stam op de grond ligt, zaag dan een gat in de stam om niet in de grond te zagen. Maak nu een zaagsnede onder. (Afb. 2-7K) Afb.2-7M Afb.2-7N SNOEIEN Hiermee bedoelen wij de stam te ontdoen van de takken. STAM DOORZAGEN Probeer u voor te stellen wat er gaat gebeuren als u de stam doorzaagt. Let op spanning in de stam en zaag zodanig dat het zwaard niet vastloopt. WAARSCHUWING! De meeste ongelukken door terugslag ontstaan bij het verwijderen van de takken. Zaag nooit met de punt van het zwaard. Ben zeer voorzichtig: vermijd contact met de stam, andere takken of voorwerpen met de zwaardpunt. Ben ook zeer voorzichtig met takken die onder spanning staan. Zij kunnen in uw richting springen en u de controle doen verliezen en daardoor letsel veroorzaken. (Afb. 2-7G) Sta links van de stam. Sta stevig en laat de zaag op de stam steunen. Houd de zaag dicht bij uw lichaam zodat u de volledige controle heeft. Blijf altijd ver weg van de ketting. Beweeg uzelf alleen met de stam tussen u en de ketting. Pas op voor wegspringende takken die op spanning staan. DIKKE TAKKEN AFZAGEN Bij het afzagen van dikke takken kan het zwaard snel vastlopen. Takken die onder spanning staan kunnen opspringen; zaag moeilijke gevallen in kleinere stukken. Pas dezelfde beginselen toe als bij het vellen. Denk vooruit en blijf bewust van de gevolgen van uw handelingen. NL-10 STAM DOORZAGEN, DRUK BOVEN Ga stevig staan. Maak eerst een zaagsnede boven. Niet te diep, ongeveer 1/3 van de diameter is genoeg. Maak nu een zaagsnede onder. Zaag de stam geheel door. (Afb. 2-7H) WAARSCHUWING! GEVAAR VAN TERUGSLAG!! Zaag geen gat in de stam als u niet geschoold bent. Een gat zagen moet met de punt van het zwaard worden gedaan en er kan dus terugslag optreden. STAM DOORZAGEN, DRUK ONDER Ga stevig staan. Maak eerst een zaagsnede onder. De zaagsnede moet ongeveer 1/3 van de stamdiameter bedragen. Maak nu een zaagsnede boven. Zaag de stam geheel door. (Afb. 2-7L) DIKKE STAM, DIAMETER GROTER DAN LENGTE ZWAARD Zaag eerst aan de andere kant van de stam. Trek de zaag naar u toe en daarna zoals voorheen beschreven. Zaag een gat als de stam te dicht bij de grond ligt. Maak nu een zaagsnede boven. (Afb. 2-7M) WAARSCHUWING! GEVAAR VAN TERUGSLAG!! Zaag geen gat in de stam als u niet geschoold bent. Een gat zagen moet met de punt van het zwaard worden gedaan en er kan dus terugslag optreden. (Afb. 2-7N) ALS DE ZAAG VASTLOOPT Stop de motor. Til de stam op of verander zijn positie met behulp van een tak of stok als hefboom. Probeer niet de zaag eruit te trekken. Als u dat toch doet kan het handvat beschadigen of uzelf verwonden met de ketting als de zaag opeens loskomt. Afb. 3-1 5. Onderhoud ONDERHOUD, VERVANGING EN REPARATIE VAN DE ONDERDELEN EN SYSTEMEN DIE MET UITSTOOT VAN UITLAATGASSEN EN GELUIDSOVERLAST TE MAKEN HEBBEN MOGEN WORDEN UITGEVOERD DOOR DESBETREFFENDE VAKBEDRIJVEN EN VAKLUI. Carburateurafstelling (Afb. 3-1) WAARSCHUWING! Start de motor nooit met de kap van de koppeling verwijderd. De koppeling kan loskomen en persoonlijk letsel veroorzaken. In de carburateur wordt de brandstof met lucht vermengd. De carburateur wordt afgesteld als de motor wordt getest in de fabriek. Er kunnen aanpassingen nodig zijn, afhankelijk van klimaat en hoogte. De carburateur heeft één afstelmogelijkheid: T= afstellingsschroef stationair toerental. Afstelling stationair toerental (T) Controleer of het luchtfilter schoon is. Als het stationaire toerental juist is, draait de ketting niet. Als afstellen nodig blijkt, draai (met de klok mee) aan de T-schroef terwijl de motor loopt tot de ketting begint te draaien. Draai de schroef terug (tegen de klok) tot de ketting stopt. U heeft het juiste stationaire toerental ingesteld als de motor in elke positie rond loopt op een toerental dat ver onder het toerental ligt waarbij de ketting begint te draaien. Als het snijgereedschap nog draait, nadat u de onbelaste snelheid ingesteld heeft, neem dan contact op met uw HITACHI dealer. Afb. 3-2 Modellen waarbij de lage en hoge snelheid kunnen worden afgesteld zijn af fabriek afgesteld. Geringe aanpassingen kunnen de prestaties verbeteren, afhankelijk van klimaat, etc. Draai de afstelschroeven nooit in grotere stappen dan 90 graden; verkeerde afstelling kan schade aan de motor veroorzaken. Als u niet goed weet hoe u de motor kunt afstellen, neem dan contact op met de HITACHI leverancier. Luchtfilter (Afb. 3-2) Verwijder stof en vuil uit het luchtfilter (1) om te vermijden dat: • de carburateur storingen vertoont. • de motor slecht start. • de motor minder kracht heeft. • de motoronderdelen onnodig verslijten. • de machine meer benzine verbruikt. Als u in een zeer stoffige omgeving werkt dient u dagelijks het luchtfilter te reinigen. Reinigen van de luchtfilter Verwijder de afdekking van de luchtfilter (2), de filter (1) en de spons (3). Spoel deze uit in warm zeepsop. Let erop dat de filter en de spons goed droog zijn, voordat u ze weer monteert. Een luchtfilter die al enige tijd in gebruik is, kan niet helemaal schoon gemaakt worden. Daarom moet de filter regelmatig door een nieuwe worden vervangen. Een beschadigde filter moet altijd vervangen worden. Afb. 3-3 Bougie (Afb. 3-3) De toestand van de bougie wordt negatief beïnvloed door: • een verkeerde afstelling van de carburateur • een verkeerde mengsmering (teveel olie in de benzine) • een vervuild luchtfilter • zware werkomstandigheden (bijv. koude). Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden van de bougies, wat tot storingen en startproblemen leidt. Als het de motor aan kracht ontbreekt, hij startproblemen vertoont of niet rond stationair loopt, controleer dan eerst de bougie. Is de bougie vuil, maak hem dan schoon en controleer de afstand tussen de elektrodes. Corrigeer indien nodig. De juiste afstand is 0,6 mm. Na ongeveer 100 bedrijfsuren, of ook al eerder als de elektroden weggevreten zijn, dient de bougie te worden vervangen. TIP! In sommige gebieden wordt een 'resistor' bougie voorgeschreven om de machine te ontstoren tegen ontstekingssignalen. Als deze machine standaard met een ontstoorde bougie was uitgerust dient u hem met hetzelfde type te vervangen. WAARSCHUWING! Als de motor stationair loopt, mag de ketting in geen geval draaien. TIP! Sommige modellen die in gebieden worden verkocht met strenge milieuwetgeving hebben geen mogelijkheid om de carburateur op lage en hoge snelheid af te stellen. Dit omdat daardoor de motor eventueel zodanig zou kunnen worden afgesteld dat de lokale milieuwetten worden overtreden. In deze gevallen kunt u aan de carburateur alleen het stationaire toerental instellen. NL-11 N L Afb.3-4 Afb.3-5 Afb.3-6 Afb.3-7 Afb.3-8 Afb.3-9 Smeeropening (Afb. 3-4) Reinig de smeeropening (1) zo vaak mogelijk. Zwaard (Afb. 3-5) Alvorens u de machine gebruikt, dient u de groef en de smeeropening (1) van het zwaard te reinigen met het speciale, optioneel verkrijgbare hulpmiddel. Zijdeksel (Afb. 3-6) Houd het zijdeksel en de aandrijving schoon van zaagsel en vuil. Smeer dit bereik af en toe in met olie of vet om corrosie voorkomen; sommige bomen bevatten een hoog gehalte aan zuur. Brandstoffilter (Afb. 3-7) Verwijder het brandstoffilter van de tank en was het uit in benzine. Daarna het filter weer volledig in de tank drukken. TIP! Als het filter door stof of vuil hard geworden is, dient u het te vervangen. Kettingoliefilter (Afb. 3-8) Verwijder het oliefilter en was het uit in benzine. Afb.3-10 NL-12 De koelribben van de cilinder reinigen (afb. 3-9) Als er spaanders tussen koelribben blijven hangen (1) kan de motor oververhitten en het vermogen verminderen. Om dit te vermijden dient u de koelribben en het ventilatorhuis schoon te houden. Na 100 bedrijfsuren of eens per jaar (of vaker indien nodig) dienen de koelribben en andere motoroppervlakken van stof, vuil en oliesmeer te worden bevrijd om de koeling De uitlaatdemper reinigen (afb. 3-10) Verwijder na elke 100 bedrijfsuren de demper en vonkenvanger (indien aanwezig) en verwijder roet uit demper en uitlaatpoort. Voor langdurige opslag Maak de tank leeg. Start de motor en laat hem lopen tot hij uitgaat. Repareer beschadigingen die bij het gebruik zijn ontstaan. Maak de machine schoon met een schone doek of met perslucht. Laat een paar druppels tweetaktolie door het gat van de bougie in de motor en laat de zuiger een paar keer op en neer. Berg de machine droog op onder een doek of zeil. Afb. 4-2 Afb. 4-1 Afb. 4-4 Afb. 4-3 N L Afb. 4-5 KETTING SLIJPEN Onderdelen van een zaagschakel. (Afb. 4-1, 2) WAARSCHUWING! Gebruik handschoenen bij het slijpen van de ketting. WAARSCHUWING! Rond de voorste hoek af om de kans op terugslag of afbreken van de kettinggeleiders te verkleinen. 1. Bovenste plaat 2. Werkhoek 3. Zijplaat 4. Geul 5. Hiel 6. Chassis 7. Gat klinknagel 8. Teen 9. Dieptestellernok 10. Correcte hoek op bovenste plaat (hoek afhankelijk van type ketting) 11. Lets voorstaande "hoek" of punt ('curve' en 'non-chisel' ketting) 12. Hoogste punt van dieptestellernok op juiste hoogte onder bovenste plaat 13. Voorzijde dieptestellernok afgerond Afb. 4-6 DE ZAAGDIEPTE MET EEN VIJL INSTELLEN 1) Als u de zaagschakel met een vijlhouder slijpt, controleer dan de diepte. 2) Controleer de zaagdiepte bij elke derde slijpbeurt. 3) Plaats de dieptemal op de zaagschakel. Als de dieptestellernok zichtbaar is, vijl hem dan af, evenwijdig aan de mal. Vijl altijd van de binnenzijde van de zaagtand naar buiten. (Afb. 4-3) 4) Rond de voorste hoek af om de originele vorm van de dieptestellernok te herstellen. Houd u aan de aanbevolen waardes voor de diepte die in de gebruiksaanwijzing van de zaag staan vermeld. (Afb. 4-4) ZAAGSCHAKELS Vijl (1) de zaagschakel van binnen naar buiten. Alleen in één richting vijlen. (Afb. 4-5) Alle zaagschakels dienen even lang te zijn. (Afb. 4-6) NL-13 1. Onderdeelnummer 2. Steek 3. Dieptestellernok 4. Vijlhoek zijplaat Afb.4-7 5. Hoek bovenste plaat 6. Vijlhoek Afb.4-7B 6) Vijl voldoende weg om schade aan de snede (zijplaat (1) en bovenste plaat (2)) van de zaagschakel te verwijderen. (Afb. 4-7) SLIJPHOEK VOOR HET SLIJPEN VAN DE KETTING (Afb. 4-7B) Onderhoudsschema Hier vindt u nog enkele algemene onderhoudsinstructies. Neem voor verdere informatie a.u.b. contact met uw HITACHI dealer. Dagelijks onderhoud • Houd de machine schoon. • Reinig de opening van de kettingsmering. • Reinig de groef en smeeropening van het zwaard. • Verwijder zaagsel van het huis. • Controleer of de ketting nog scherp is. • Controleer of de moeren van het zwaard nog goed vastzitten. • Controleer of de beschermkap van het zwaard onbeschadigd is en goed blijft zitten. • Controleer of alle bouten en moeren nog goed vastzitten. Wekelijks onderhoud • Controleer de starhendel, het koord en de terugspringveer. • Maak de bougie van buiten schoon. • Verwijder de bougie en controleer de afstand tussen de elektrodes. Corrigeer op 0,6 mm of vervang de bougie. • Reinig de koelribben van de cilinder en controleer of de luchtinlaat bij de starthendel niet verstopt is. • Luchtfilter reinigen Maandelijks onderhoud • Spoel de brandstoftank met benzine en reinig het brandstoffilter. • Reinig het oliefilter van de kettingsmering. • Reinig de carburateur en de omgeving ervan. • Reinig de ventilator en de omgeving ervan. • Haal het roet uit de uitlaat. NL-14 6. Specificaties -/$%, #3%'#3%' #3%*#3%* 2 Trillingsniveau (m/s ) volgens ISO22867 Voorste handvat ....................................4.5 Achterste handvat ................................ 7.0 Motorvolume (ml) ............................................. 33 5.1 3.4 Max. motorvermogen ...........................1.26@7200 volgens ISO 7293 (kW) Bougie ....................................................... Campion CJ-8Y of RCJ-8Y of soortgelijk Max. motortoerental (min-1) ................ 11,500 Tankvolume (ml) ................................................ 230 Stationair motortoerental (min-1) ......... 2,800 Tankvolume kettingolie (ml) ............................ 150 N L Type zwaard ........................................... Droog gewicht (kg) ............................................ 3.1 (Zonder zwaard en ketting) Zwaardlengte (mm) 3.5 Kettingtype ............................................ 91 VG (Oregon) ....................................... 300~350 (12"~14") Tandwiel (tanden) .................................. 6 Ketting steek (mm) ........................................... 9.52 (3/8") Ketting diepte (mm) ........................................ 1.27 (0.05") Geluidsdruk (dB(A)) volgens ISO22868 ..........LpA 97.3 98.6 OPM.: Equivalente geluidsniveau/trillingsniveaus zijn berekend als de tijdgewogen energiesom van geluids-/trillingsniveaus onder verschillende werkomstandigheden met de volgende tijdsindeling: 1/3 stationair, 1/3 max. last, 1/3 max. toerental. * Alle gegevens aan wijziging onderhevig zonder aankondiging. Geluidsdruk (dB(A)) volgens ISO22868 .............Lw gemeten 103.3 Geluidsdruk (dB(A)) volgens 2000/14/EC ......... LwA 107 NL-15 -/$%, #3%' 3 #3%' 3 Motorvolume (ml) ............................................. 33 Trillingsniveau (m/s2) volgens ISO22867 Voorste handvat ....................................6.9 Achterste handvat ................................ 8.7 Max. motorvermogen ...........................1.26@7200 volgens ISO 7293 (kW) Bougie ....................................................... Campion CJ-8Y of RCJ-8Y of soortgelijk Max. motortoerental (min-1) ................ 11,500 Tankvolume (ml) ................................................ 230 Stationair motortoerental (min-1) ......... 2,800 Tankvolume kettingolie (ml) ............................ 150 Type zwaard ........................................... Droog gewicht (kg) ............................................ 3.4 (Zonder zwaard en ketting) Zwaardlengte (mm) ....................................... 300~350 (12"~14") Ketting steek (mm) ........................................... 9.52 (3/8") Kettingtype ............................................ 91 VG (Oregon) Tandwiel (tanden) .................................. 6 Ketting diepte (mm) ........................................ 1.27 (0.05") Geluidsdruk (dB(A)) volgens ISO22868 ..........LpA 97.3 Geluidsdruk (dB(A)) volgens ISO22868 .............Lw gemeten 103.3 Geluidsdruk (dB(A)) volgens 2000/14/EC ......... LwA 107 NL-16 OPM.: Equivalente geluidsniveau/trillingsniveaus zijn berekend als de tijdgewogen energiesom van geluids-/trillingsniveaus onder verschillende werkomstandigheden met de volgende tijdsindeling: 1/3 stationair, 1/3 max. last, 1/3 max. toerental. * Alle gegevens aan wijziging onderhevig zonder aankondiging.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178

Hitachi CS35EG Handleiding

Categorie
Elektrische kettingzagen
Type
Handleiding