NOVY Panorama 1821 Handleiding

Categorie
Kookplaten
Type
Handleiding
NL Gebruiksaanwijzing p. 2
FR Mode d’emploi p. 19
DE Bedienungsanleitung
S
. 37
EN User manual p. 55
1821 Panorama
1821_110119_GA2
1821_110119_GA2.indd 1 19/02/18 23:14
Inhoud
1 ALGEMENE INFORMATIE
3
2 VEILIGHEID
3
2.1 Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van het apparaat 3
2.2 Gebruik van het apparaat 3
2.3 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging 4
2.4 Voorzorgsmaatregelen bij defect van het apparaat 4
2.5 Andere voorzorgsmaatregelen 4
3 BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT
5
3.1 Technische kenmerken van de inductiekookplaat 5
3.2 Principe van inductie 5
3.3 Geluiden bij inductie 5
3.4 Globaal overzicht 6
3.4.1 Bedieningspaneel afzuigkap
6
3.4.2 Bedieningspaneel kookplaat
6
4 GEBRUIK VAN HET APPARAAT
7
4.1 Gebruiksmodes 7
4.1.1 Afvoer modus
7
4.1.2 Recirculatie modus
7
4.2 Toetsen en slider bediening 7
4.3 Bediening van de kookplaat 7
4.3.1 In- en uitschakelen
7
4.3.2 Pandetectie
7
4.3.3 Aanduiding restwarmte
8
4.3.4 Power functie en Super Power functie
8
4.3.5 Timer functie
8
4.3.6 Programmeren van de aankookautomaat
9
4.3.7 Stop & Go Functie
9
4.3.8 Herhalingsfunctie
9
4.3.9 Warmhoudfunctie
10
4.3.10 Bridge Functie
10
4.3.11 Grill functie
10
4.3.12 Vergrendeling van de bediening
10
4.4 Bediening van de afzuigtoren 11
4.4.1 In- en uitschakelen en naloopfunctie
11
4.4.2 Vermogensniveau verhogen en verlagen
11
4.4.3 Auto-stop
11
4.5 Reinigingsindicaties 11
4.5.1 Reinigingsindicatie vetlters
11
4.5.2 Reinigingsindicatie Monoblock recirculatielter
(alleen bij recirculatie)
11
5 KOOKADVIES
12
6 REINIGING EN ONDERHOUD
13
6.1 Onderhoud van de kookplaat 13
Voor hardnekkige vlekken
13
6.2 Onderhoud van de afzuigkap 14
6.2.1 Reinigen na gebruik van het apparaat
14
6.2.2 Reiniging van de vetlters
14
6.2.3 Reinigen bij overkoken/morsen in het apparaat
15
6.2.4 Reinigen van de Monoblock recirculatielter
(alleen bij recirculatie)
15
7 KLEINE STORINGEN VERHELPEN
16
7.1 Meldingen op de kookplaat 16
7.2 Meldingen bij de afzuiging 16
7.3 Overig 17
Overzicht van de functies
18
PANORAMA
1821_110119_GA2.indd 2 19/02/18 23:14
– 3 –
1 ALGEMENE INFORMATIE
Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing en de montage
instructie vóór de installatie en ingebruikname van dit
apparaat. Hierin vindt u belangrijke informatie voor de
montage en gebruik van het apparaat.
Dit apparaat is enkel geschikt voor huishoudelijk gebruik.
Controleer de staat van het apparaat en het montagemateriaal
zodra u ze uit de verpakking haalt. Neem het toestel met zorg
uit de verpakking. Gebruik geen scherpe messen om de
verpakking te openen. Installeer het apparaat niet indien het
beschadigd is en richt u in dat geval tot Novy.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig en geef deze door aan
de persoon die het apparaat eventueel na u gebruikt.
Bewaar zorgvuldig de stickers met het serienummer van het
apparaat. Dit serienummer hebt u nodig voor het melden van
een storing van het apparaat.
Recyclage van de transportverpakking en het oude apparaat:
De gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu en
geschikt voor recyclage. Opteer voor een milieuvriendelijke
afvoer van de verpakking. Uw apparaat bevat tevens vele
recycleerbare materialen.
Daarom dienen gebruikte apparaten van ander afval te
worden gescheiden. De recyclage van de apparaten die door
uw fabrikant wordt georganiseerd wordt op deze manier
onder de beste omstandigheden uitgevoerd, overeenkomstig
de Europese richtlijn 2002/96/CE betreende elektrisch en
elektronisch afval. Informeer bij uw gemeente of bij uw verkoper
naar de dichtstbijzijnde inzamelplaats voor uw oude apparaten.
In deze gebruiksaanwijzing wordt gewerkt met een aantal
symbolen. Hieronder vindt u de betekenis van deze symbolen.
Symbool Betekenis
Indicatie Toelichting van een indicatie op het
toestel.
Info/
Waarschuwing
Dit symbool duidt op een belan-
grijke tip of een gevaarlijke situatie
Leef deze instructie na om letsel en materiële schade te
voorkomen.
2 VEILIGHEID
2.1 Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van
het apparaat
Verwijder alle etiketten en zelfklevers van het glas.
Het apparaat niet ombouwen of wijzigen.
De kookplaat dient niet als ondergrond of werkvlak gebruikt
te worden.
De veiligheid wordt enkel verzekerd wanneer het apparaat
volgens de vereiste voorschriften op een aardleiding is
aangesloten.
Gebruik geen verlengkabel voor de aansluiting op het
elektrische net.
2.2 Gebruik van het apparaat
Voor het eerste gebruik poets de glasplaat met een vochtige
doek en droog het af. Gebruik geen detergent, deze kan op
het glas een blauwachtige waas doen verschijnen.
Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels
mogen niet geplaatst worden op het glazen kookoppervlak
omdat deze dan heet kunnen worden.
Verzeker u ervan dat geen enkele elektrische kabel van een
vast of los apparaat met het warme kookvlak of met een
warme kookpot in contact komt.
Gebruik enkel geschikte kookpotten/pannen. Andere mate-
rialen kunnen smelten of ontbranden.
Bedek het apparaat nooit met een doek of een beschermblad.
Het zou kunnen verhitten en ontvlammen.
Schakel de warmtebron na gebruik steeds uit.
Waak steeds over bereidingen die oliën en vetten bevatten
want deze kunnen vlug vlam vatten.
Magnetisch gevoelige voorwerpen (creditcard, smartphone)
mogen zich niet in de onmiddellijke nabijheid van het
functionerende apparaat bevinden.
Pas op voor brandwonden tijdens en na het gebruik van het
apparaat.
Kinderen jonger dan 8 jaar, personen van wie de psychische
en of mentale capaciteit verminderd zijn en personen van wie
de kennis onaangepast is, kunnen dit toestel enkel onder
toezicht gebruiken of indien zij opgeleid zijn om dit toestel te
gebruiken in veilige omstandigheden.
Dit apparaat is niet geschikt voor gebruik door personen
(inclusief kinderen) met verminderd lichamelijke, zintuiglijke
waarneming of geestelijke vermogens of gebrek aan kennis
en ervaring, tenzij zij begeleiding of instructies krijgen over het
gebruik van het toestel door een persoon die verantwoordelijk
is voor hun veiligheid.
Kinderen moeten zodanig begeleid worden dat het zeker is
dat zij niet gaan spelen met het toestel.
1821_110119_GA2.indd 3 19/02/18 23:14
– 4 –
2.3 Voorzorgsmaatregelen tegen
beschadiging
Beschadigde kookpotten of kookpotten met ruwe bodem
(niet geëmailleerd gietijzer) kunnen het glas beschadigen.
De aanwezigheid van zand of andere schuurmaterialen
kunnen het glas beschadigen.
Laat geen voorwerpen (zelfs kleine) op het glas vallen.
Vermijd het stoten van kookpotten tegen de rand van het
glas.
Verzeker u ervan dat de ventilatie van het apparaat verloopt
volgens de instructies van de fabrikant.
Plaats of laat geen lege kookpotten op de kookplaat.
Vermijd het contact van suiker, synthetische stoen of
aluminiumfolie met de hete zones. Deze stoen kunnen
tijdens het afkoelen het vitro keramische oppervlak doen
barsten of aantasten: schakel het apparaat uit en verwijder
ze onmiddellijk van de nog hete zones (opgepast: risico voor
brandwonden)
Risico van brand! Geen voorwerpen op de kookplaat leggen.
Plaats nooit een warme kookpot op de bedieningszone.
Indien er onder het inbouwapparaat een lade is, zorg dan
voor een voldoende afstand (2 cm) tussen de inhoud van de
lade en de onderkant van het apparaat teneinde een goede
ventilatie te verzekeren.
Leg geen ontvlambare voorwerpen (bijv. sprays) in de lade
onder de kookplaat. Eventuele bestekbakken dienen in
warmtebestendig materiaal te zijn uitgevoerd.
2.4 Voorzorgsmaatregelen bij defect van het
apparaat
Bij het vaststellen van een defect, het apparaat uitzetten en
de elektrische toevoer uitschakelen.
Schakel onmiddellijk de elektrische stroom van het apparaat
uit indien er een barst of spleet in het vitro-keramische glas is
en verwittig de dienst na verkoop.
De herstellingen dienen enkel door gespecialiseerd personeel
te worden uitgevoerd. In geen geval het apparaat zelf openen.

WAARSCHUWING: Als het glazen kookoppervlak
gebroken is, schakel het toestel uit om een
mogelijke elektrische schok te voorkomen.
2.5 Andere voorzorgsmaatregelen
Zorg ervoor dat de kookpot steeds in het midden van
de kookzone staat. De bodem van de kookpot moet de
kookzone zoveel mogelijk bedekken.
Een magnetisch veld kan elektronische apparatuur
beïnvloeden. Personen die een pacemaker dragen doen er
goed aan eerst de verdeler of een arts te raadplegen.
Gebruik geen synthetische of aluminium kookpannen: deze
kunnen op de nog hete zones smelten.
Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit.
Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets
dergelijks verstikken.

Het gebruik van niet geschikte potten en pannen
of van verwijderbare accessoires om potten, niet
geschikt voor inductie, op te warmen, valt niet
onder de garantie voorwaarden. De fabrikant
kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor
beschadigingen aan de kookplaat en haar omgeving
die hiervan het gevolg kunnen zijn.
1821_110119_GA2.indd 4 19/02/18 23:14
– 5 –
3 BESCHRIJVING VAN HET
APPARAAT
Het apparaat is een inductiekookplaat met geïntegreerde
werkblad afzuiging. De inductiekookplaat beschikt over 4
kookzones met achteraan in de kookplaat een geïntegreerde
afzuigtoren die voor het verwijderen van de kookdampen zorgt.
De kookplaat en afzuigkap kunnen afzonderlijk bediend
worden. Verderop in deze gebruiksaanwijzing vindt u de uitleg
van de bediening van het apparaat.
3.1 Technische kenmerken van de
inductiekookplaat
Type 1821
Totaal vermogen 7400 W
Energieverbruik van de kookplaat EChob** 187.4 Wh/kg
Afmetingen kookzone(s) 240 x 200 mm
Detectie kookpan Ø 100 mm
Normaal* 2100 W
Met Power* 2600 W
Super Power* 3700 W
Kookgerei ** Ø 150 mm
Energieverbruik ECcw** 182.8 Wh/kg
Kookgerei ** Ø 180 mm
Energieverbruik ECcw** 190.6 Wh/kg
Kookgerei ** Ø 210 mm (x2)
Energieverbruik ECcw** 188.1 Wh/kg
* het vermogen kan variëren in functie van de afmetingen en het materiaal
van de kookpotten
** berekend volgens de methoden voor het meten van de gebruikseigen-
schappen(EN 60350-2)
3.2 Principe van inductie
Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Wanneer
deze in werking is, produceert ze een variabel elektromagnetisch
veld dat op zijn beurt inductiestroom produceert in de
magnetische bodem van de kookpot. Hierdoor verwarmt de
kookpot die op de kookzone staat.
Uiteraard zijn aangepaste kookpotten vereist:
Aanbevolen zijn alle metalen kookpotten met magnetische
basis (eventueel met een magneet te controleren) zoals:
gietijzeren ketel, zwarte ijzeren pan, geëmailleerde metalen
kookpotten, in inox met magnetische bodem, …
Uitgesloten zijn alle kookpotten in koper, inox, aluminium,
glas, hout, keramiek, aardewerk, inox zonder magnetische
bodem…
De inductie kookzone houdt onmiddellijk rekening met de
afmeting van de gebruikte kookpot. Is de diameter te klein dan
werkt de kookpot niet. De diameter varieert in functie van de
diameter van de kookzone. Wanneer de kookpot niet aan de
kookplaat aangepast is, blijft het symbool
knipperen.
3.3 Geluiden bij inductie
Bij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei
allerlei geluiden ontstaan. Deze geluiden zijn afhankelijk van
constructie en het materiaal van de bodem van het kookgerei.
Brommen
Dit treedt op als u kookt op een hogere vermogensstand,
en wordt veroorzaakt door de hoeveelheid energie die van
de kookplaat naar het kookgerei wordt gestuurd. Het geluid
verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand
instelt.
Knetteren
Dit geluid ontstaat als het kookgerei uit verschillende
materiaallagen is gemaakt. Het geluid wordt veroorzaakt
door trillingen in de aanraakvlakken van de verschillende
materiaallagen.
Fluiten
Dergelijke geluiden treden over het algemeen op bij kookgerei
dat is samengesteld uit verschillende materiaallagen, en als
twee aangrenzende kookzones gelijktijdig op de maximale
instelling worden gebruikt. Het uitende geluid verdwijnt of is
zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt.
Klikken
Bij lage vermogensstanden kunnen bij elektronische schake-
lingen klikgeluiden optreden.
Zoemen
Er kan een zoemend geluid ontstaan als de ventilator wordt
ingeschakeld. Deze ventilator koelt de elektronica als u de
kookplaat intensief gebruikt. Ook nadat u de kookplaat heeft
uitgeschakeld, blijft de ventilator doorlopen als de temperatuur
te hoog is.
1821_110119_GA2.indd 5 19/02/18 23:14
– 6 –
3.4 Globaal overzicht
1
2
3
3
4
4
5
6
7
8
8
9
1 Bovenste glas afzuigtoren
2 Opvangbeveiliging
3 Bovenste opvangreservoir
4 Vetlter
5 Voorste glas afzuigtoren
6 Inductiekookplaat
7 Afzuigtoren
8 Onderste opvangreservoir
9 Aansluitbocht
3.4.1 Bedieningspaneel afzuigkap
Bediening afzuiging
Inschakelen / verhogen positie afzuigtoren
Afzuigsnelheid verlagen
Afzuigsnelheid verhogen
Uitschakelen / verlagen positie afzuigtoren
Aanduiding afzuigsnelheid
Reinigingsindicatie vetlter
Reinigingsindicatie recirculatielter (optioneel)
Vooringestelde afzuigfunctie
3.4.2 Bedieningspaneel kookplaat
8
000
min
8
Bediening kookplaat
Aanduiding van de timertijd
Timer toetsen
Vergrendelingstoets
In- / uitschakelen van de kookplaat
Stop & Go toets
Aanduiding van het vermogensniveau
Brugfunctie lampje (Bridge)
Timer aanduiding
Warmhoudstand aanduiding
Zone warmhoud toets
Zone voor sliderbediening achter (SLIDER)/
Zone voor activatie grill-functie
Zone voor sliderbediening voor (SLIDER)/
Zone voor activatie grill-functie
1821_110119_GA2.indd 6 19/02/18 23:14
– 7 –
4 GEBRUIK VAN HET APPARAAT
4.1 Gebruiksmodes
Dit apparaat kan gebruikt worden in afvoer- of in recirculatie-
modus (standaard instelling bij levering)
4.1.1 Afvoer modus
De aangezogen lucht wordt door de vetlters eerst gereinigd
alvorens afgevoerd te worden naar buiten. Dit kan gedaan
worden door gebruik te maken van kanaalwerk aangesloten
tussen het apparaat en een wanduitblaasrooster.
Om het apparaat in afvoer modus te zetten, houd de
toetsencombinatie
+
en
en gedurende 3 seconden
ingedrukt wanneer de afzuigtoren gesloten is. De led naast de
reinigingsindicatie recirculatielter knippert 3x.
4.1.2 Recirculatie modus
De aangezogen lucht wordt door de vetlters eerst gereinigd.
Daarna ontdaan van geuren door de Monoblock recirculatielter
alvorens de lucht terug in de keuken wordt ingeblazen.
Om het apparaat in recirculatie modus te zetten (standaard
instelling), houd de toetsencombinatie
+
en
en
gedurende 3 seconden ingedrukt wanneer de afzuigtoren
gesloten is. De led naast de reinigingsindicatie recirculatielter
brandt gedurende 3 seconden.
\
4.2 Toetsen en slider bediening
Het apparaat is uitgerust met tiptoetsen waarmee u de
verschillende functies kan instellen. Het aanraken van de toets
zet de functie in werking. Deze activering wordt weergegeven
door een lichtje, een aezing en/of een geluidssignaal.

WAARSCHUWING: Niet op meerdere toetsen tegelijk
duwen bij normaal gebruik.
Voor de selectie van het vermogen volstaat het om met uw
vinger over de slider te glijden net onder de led aanduiding.
U heeft ook de rechtstreekse toegang tot een bepaald niveau
door met
uw vinger het gewenste niveau rechtstreeks te
selecteren.
Zone voor sliderbediening (SLIDER)
4.3 Bediening van de kookplaat
4.3.1 In- en uitschakelen
In- en uitschakelen van de kookplaat:
Inschakelen
Druk op en 2 sec blijven duwen
Led licht op
Uitschakelen
Druk op
Led licht dooft
In- en uitschakelen van een kookzone:
Instellen Display
Glij van links naar rechts over de “SLIDER”
(Vermogenregeling)
0‐9
Uitschakelen
0
H
Glij van rechts naar links over de “SLIDER”
tot de display
0
of
H
= “hot” aangeeft.
Indien binnen de 20 seconden geen regeling is uitgevoerd, valt
de elektronica terug op de wachtpositie.
4.3.2 Pandetectie
Deze kookplaat is uitgerust met een interactief controlesysteem
dat het gebruik van de kookplaat nog vereenvoudigt.
Wanneer u een pan op de ingeschakelde kookplaat plaatst,
wordt deze automatisch gedetecteerd. Bovendien krijgt u
een indicatie
0
welke slider u dient te gebruiken voor de
desbetreende zone. De detectie van de pan verzekert een
optimale veiligheid.
1821_110119_GA2.indd 7 19/02/18 23:14
– 8 –
De inductiekookplaat werkt niet:
Indien er geen pan op de kookzone staat of wanneer de pan
ongeschikt is voor inductie. In dit geval is het onmogelijk het
vermogen op te voeren en het symbool
knippert op het
display.
De werking wordt onderbroken wanneer tijdens het koken
de pan van de kookzone wordt genomen. Het symbool
knippert op het display. De
verdwijnt wanneer de kookpot
terug op het kookvlak wordt geplaatst. Het koken gaat door
op het voordien gekozen vermogen.
Schakel de kookzone uit na gebruik. De pandetectie
blijft
dan niet actief.
4.3.3 Aanduiding restwarmte
Als na het uitzetten van de kookzone of het volledig uitzetten
van de kookplaat, het glas van de kookzone nog warm is, wordt
dit aangegeven door
H
. Het symbool
H
verdwijnt wanneer het
glas van de kookzone zonder gevaar kan aangeraakt worden.

WAARSCHUWING: Zolang de indicatie van de
restwarmte actief blijft, de kookzone(s) niet
aanraken en geen enkel warmtegevoelig voorwerp
op de kookzone plaatsen. Gevaar voor brand of
brandwonden!
4.3.4 Power functie en Super Power functie
De Powerfunctie
P
en Super Power verlenen aan
de gekozen kookzone een opgevoerd vermogen. Indien deze
functie geactiveerd is, werken deze kookzones gedurende 10
minuten met een aanmerkelijk hoger vermogen.
Power is ontworpen om bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden
water te verwarmen, zoals bij de bereiding van pasta.
In- en uitschakelen van Power:
Power inschakelen Display
Tot het einde van de “SLIDER” glijden of
meteen op het einde van de “SLIDER” duwen
P
Power uischakelen
9‐0
Over de “SLIDER” glijden
In- en uitschakelen van Super Power:
Power inschakelen Display
Tot het einde van de “SLIDER” glijden of
meteen op het einde van de “SLIDER” duwen
P
Super Power inschakelen
+ P
Druk opnieuw einde van de “SLIDER”
Super Power uitschakelen
P‐0
Over de “SLIDER” glijden
Power uitschakelen
9‐0
Over de “SLIDER” glijden
Beheer van het maximaal vermogen:
De kookplaat is opgedeeld in 2 afzonderlijke verwarmings-
groepen.
8
888
min
888
A2
A1B2 B1
A1A2B1B2
Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge
kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert
het power management de kookstand van de desbetreende
kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst,
en wordt daarna automatisch gereduceerd naar de maximaal
mogelijke kookstand
Het maximale vermogen van iedere zone afzonderlijk is 3700W.
Indien simultaan gekookt wordt op zones A1 en A2 of B1 en B2
wordt het vermogen van 3700W verdeeld over deze 2 zones
A1 en A2 of B1 en B2.
Kookzone in cm Vermogen (W)
A1
A2
B1
B2
24 x 20
24 x 20
24 x 20
24 x 20
Normaal: 2100
Power: 3000
Super power: 3700
Vermogensgrens Display
Gekozen kookzone met Powerfunctie
P
Vermogensgrens geactiveerd
8
[ 9 ] wordt tot [ 8 ] gereduceerd en knippert
Om 2 zones tegelijkertijd op een maximaal vermogen te kunnen
gebruiken, maak gebruik van een combinatie tussen zone A1 of
A2 en B1 of B2.
4.3.5 Timer functie
De timerfunctie kan voor alle kookzones tegelijk gebruikt
worden en dit met verschillende tijdsaanduidingen (van 0 tot 99
minuten) voor iedere zone.
Timer functie
Regeling of wijziging van de kooktijd Display
Selecteer het vermogen door over de “SLIDER”
te glijden
1‐P
1821_110119_GA2.indd 8 19/02/18 23:14
– 9 –
Selecteer de timer
druk tegelijkertijd op
en
+
van de timer en
eventueel nogmaals tegelijkertijd indrukken
tot de zandloper van de desbetreende zone
oplicht
Duurtijd verminderen
060‐
059...
druk op
van de timer
Duurtijd verlengen
001‐
002...
druk op
+
van de timer
Na enkele seconden knippert de led [ min ] niet meer. De tijd is
geselecteerd en het aftellen begint.
Uitschakelen van de timerfunctie
Selecteer de timer Display
Druk tegelijkertijd op
en
+
tot de
gewenste zandloper oplicht
rester
ende
tijd
Stop de timer
000
Blijf op
van de timer drukken tot de timer
op
000
staat,
of het vermogen van de kookzone op
0
zetten
Indien verschillende timers op meerdere zones geactiveerd
zijn, dient deze handeling meermaals herhaald te worden.
De geactiveerde timer indicatie licht meer op naast de
desbetreende zone.
De timer kan ook als onafhankelijke kookwekker worden
gebruikt zonder dat een kookzone wordt geschakeld. Indien
de kookplaat wordt uitgeschakeld loopt de onafhankelijke
kookwekker nog verder tot het einde van de ingestelde tijd.
Gebruik van de timer zonder koken:
Timer zonder koken Display
De kookplaat inschakelen. Druk op
Selecteer de timer
000
Druk tegelijkertijd op
en
+
van de timer
Duurtijd verminderen
060‐
059...
druk op
van de timer
Duurtijd verlengen
001‐
002...
druk op
+
van de timer
Na enkele seconden knippert de led [min] niet meer. De tijd is
geselecteerd en het aftellen begint.
Automatisch uitschakelen op het einde van de kooktijd:
Zodra de geselecteerde kooktijd afgelopen is, gaat de display
knipperen
000
, er klinkt een geluidssignaal en de kookzone
stopt. Om het geluidssignaal en het knipperen te stoppen drukt
u op
of
+
van de timer.
4.3.6 Programmeren van de aankookautomaat
Alle kookzones zijn uitgerust met een aankookautomaat. De
kookzone functioneert eerst een zekere tijd op volle kracht en
vermindert dan automatisch tot het gekozen vermogen.
Programmeren van de aankookautomaat:
Activeren van de aankookautomaat Display
over de “SLIDER” glijden tot (bv.)
7
en 3 sec
blijven duwen
7 A
Stopzetten van de aankookautomaat Display
Glijd over de “SLIDER“
0
tot
9
0‐9
Tabel aankookautomaat
Ingestelde doorkooktijd Aankookautomaat
Tijd (min:sec)
1 0:40
2 1:12
3 2:00
4 2:56
5 4:16
6 7:12
7 2:00
8 3:12
9 --:--
4.3.7 Stop & Go Functie
Deze functie onderbreekt de activiteit van de kookplaat tijdelijk
en laat een herstart met dezelfde instellingen toe.
Aan- en uitzetten van Stop & Go:
Aanzetten Display
Druk op
II
I I
Uitzetten
0‐9
Druk op
II
Druk daarna op de geanimeerde “SLIDER”
4.3.8 Herhalingsfunctie
Na het uitzetten van de kookplaat
is het mogelijk
de laatst gekozen instellingen te herhalen: (dit tot maximaal 10
seconden)
Staat van alle kookzones (vermogen)
Minuten en seconden van de geprogrammeerde kookzones
door de timers
Functie “automatisch koken”
– Warmhoudfunctie
1821_110119_GA2.indd 9 19/02/18 23:14
– 10 –
De herhalingsprocedure is als volgt:
Duw op de toets
Duw op
II
voor het knipperen stopt.
De vorige instellingen zijn opnieuw actief.
4.3.9 Warmhoudfunctie
Deze functie maakt het mogelijk een temperatuur van 42°C,
70°C of 94°C te bereiken en automatisch te behouden.
Dit voorkomt dat vloeistoen overlopen en dat uw gerechten
aan de bodem van de kookpot gaan kleven.
8
Aanzetten, stopzetten van de Warmhoudfunctie:
Warmhouden 42° Display
Druk 1 maal op [ Warmhoudtoets ]
U
Warmhouden 70°
U
Druk 2 maal op [ Warmhoudtoets ]
Warmhouden 94°
U
Druk 3 maal op [ Warmhoudtoets ]
Stopzetten warmhoudfunctie
0
Glijd over de “SLIDER“
0
tot
9
of [ Warmhoud toets ] drukken tot [ 0 ]
De maximale duur van het warmhouden is 2 uur.
4.3.10 Bridge Functie
Deze functie laat toe om de 2 linker en 2 rechter zones te
koppelen tot 2 grote zones. Deze functie kan manueel of
automatisch geactiveerd wanneer een grote pot/pan op het
kookoppervlak wordt gezet.
Bridge functie:
Manueel activeren Display
Tegelijkertijd op [ Warmhoudtoets ] duwen
van de 2 te combineren zones A1, A2 of B1, B2.
0
Automatisch activeren
Plaats een kookpot op de zones A1, A2 of
B1, B2.
Vermogen verhogen
0‐9
Glijd over de linker “SLIDER” tot het gewenste
vermogen, beide zones geven het gekozen
vermogen weer.
Bridge stopzetten
0
Tegelijkertijd op [ Warmhoudtoets ] duwen
van de 2 te combineren zones
4.3.11 Grill functie
Deze speciale kookfunctie optimaliseert het opwarmen en
warmhouden van een gietijzeren pot/grillplaat. Hierdoor bekomt
u betere kookresultaten van uw gerecht. De zones A1 en A2 of
B1 en B2 worden hierbij automatisch met de bridge functie aan
elkaar gekoppeld.
Grill functie:
Activeren Display
Toets tegelijkertijd op de “SLIDER” van de twee
kookzones A1, A2 of B1, B2.
knippert
Vermogen verhogen
Glijd over de linker “SLIDER” tot het gewenste
vermogen, beide zones geven het gekozen
vermogen weer
Grill stopzetten
Toets tegelijkertijd op de “SLIDER” van de
twee kookzones
4.3.12 Vergrendeling van de bediening
Om te vermijden dat een selectie van de kookplaat wordt
gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan de
bediening worden vergrendeld (behalve de toets aan/uit).
Vergrendeling:
Vergrendelen Display
Vinger gedurende 6 seconden op
houden
led
licht op
Ontgrendelen
led
dooft
Vinger gedur
ende 6 seconden op
houden
1821_110119_GA2.indd 10 19/02/18 23:14
– 11 –
4.4 Bediening van de afzuigtoren
4.4.1 In- en uitschakelen en naloopfunctie

WAARSCHUWING: Bij het inschakelen van afzuiging
komt automatisch de afzuigtoren achteraan in
de inductiekookplaat omhoog naar de gewenste
hoogte. Zorg ervoor dat niets de beweging kan
hinderen.
Afzuigtoren:
Inschakelen stand 10 cm Display
Druk kort op
1e led
licht op
Inschakelen stand 30 cm
1e led
licht op
Druk op
en houd 2 seconden ingedrukt
Inschakelen AUTO stand 20 cm
3e led
licht op
Druk op
AUTO functie: Vooringestelde functie waarbij de afzuigtoren
direct in de meest gangbare kookhoogte 20 cm positioneert.
De afzuigstand 6 (3e led) wordt hierbij automatisch ingesteld.
Naloopfunctie: Deze functie wordt gestart na het beëindigen
van het koken. Hierbij worden voor een bepaalde vaste tijd
alle laatste kookdampen uit de keuken opgenomen door de
afzuigtoren op de lage afzuigstand van 10cm. Bij recirculatie
worden hierbij tevens de Monoblock lters gedroogd.
De nalooptijd is standaard ingesteld op 30 minuten in
recirculatiemodus en 10 minuten in afvoermodus. Het is
aangeraden om altijd deze functie volledig uit te voeren. Na het
beëindigen van de nalooptijd schakelt de motor en afzuigtoren
zich automatisch uit en sluit de afzuigtoren zich.
4.4.2 Vermogensniveau verhogen en verlagen
De afzuigtoren kan ingesteld worden in 8 vermogensniveaus
waarvan 3 intensiefstanden (stand 6,7 en 8).
Activeer de intensiefstand in geval van sterke geur - of
dampontwikkeling. De afzuigtoren werkt dan gedurende een
vaste tijd op een hoger debiet, voor stand 6 gedurende 1 uur
en voor stand 7 en 8 gedurende 6 minuten als het apparaat in
afvoermodus is ingesteld. Na deze tijd schakeld de afzuigtoren
terug naar stand 5.
Vermogensniveau aanpassen:
Vermogen verhogen
led(s)
intenser
Druk op
+
Vermogen verlagen
led(s)
verzwakken
Druk op
4.4.3 Auto-stop
Om te vermijden dat de afzuiging aan zou blijven staan, wordt
de motor automatisch na 3 uur uitgeschakeld en sluit de
afzuigtoren zich (enkel indien tijdens die 3 uur de bediening niet
werd gewijzigd).
4.5 Reinigingsindicaties
4.5.1 Reinigingsindicatie vetlters

Indicatie: led naast gaat branden
Na 20 kookuren brandt de led naast het symbool
.

Volg de reinigingsinstructies op die beschreven
staan in het hoofdstuk Reiniging.
Na het reinigen en het terug plaatsen van de vetlters, reset de
reinigingsindicatie.
Reset: druk gedurende 3 seconden op de toets
.
4.5.2 Reinigingsindicatie Monoblock recirculatielter
(alleen bij recirculatie)

Indicatie: led naast gaat branden
Na 200 kookuren brandt de led naast het symbool
(Deze indicatie geeft aan dat de Monoblock recirculatielter
geregenereerd dient te worden.

Volg de reinigingsinstructies die beschreven staan
in het hoofdstuk Reiniging.
Na het regener
eren en het terugplaatsen van de Monoblock
recirculatielter, dient u de reinigingsindicatie weer op te starten.
Reset: druk gedurende 3 seconden op de toets
.
4.6 I/O module connectie
Het apparaat kan optioneel uitgerust worden met de Input/
Output module n° 990034.
Indien de input module gebruikt wordt bij een “gesloten”
input situatie, dan zal de afzuigtoren naar de gewenste hoogte
bewegen maar start de aanzuiging niet.
De leds naast de reinigingsindicatie
en knipperen.
Nadat de input situatie “open” komt kan de aanzuiging starten.
Deze situatie kan bijvoorbeeld gebruikt worden wanneer een
venstercontact nodig is bij de afvoer modus van de afzuigkap.
Indien de output van de module gebruikt wordt, zal het relais
zich sluiten op de aansluiting wanneer de afzuigtoren actief is.
De output blijft nog 5 minuten gesloten na het uitschakelen van
de afzuigtoren.
1821_110119_GA2.indd 11 19/02/18 23:14
– 12 –
5 KOOKADVIES
Kwaliteit van de kookpannen/potten
Aangepaste kookpannen/potten: staal, geëmailleerd staal,
gietijzer, inox met magnetische bodem, aluminium met
magnetische bodem (100mm). Niet aangepaste kookpotten:
aluminium en inox zonder magnetische bodem, koper,
messing, keramiek, porselein. De fabrikanten vermelden of hun
producten geschikt zijn voor inductie.
Om u ervan te verzekeren of de kookpotten geschikt zijn:
Giet een beetje water in een kookpot en plaats deze op een
inductie kookzone ingesteld op
9
. Het water moet binnen
enkele seconden opwarmen.
Houd een magneet tegen de bodem van de kookpot. De
magneet moet blijven plakken.
Sommige kookpotten zoemen wanneer ze op een inductie
kookzone geplaatst worden. Dit wil niet zeggen dat het apparaat
defect is en het beïnvloedt geenszins het functioneren. Dit
geluid neemt af wanneer u een andere vermogensstand instelt.

Til de pannen op als u ze wilt verplaatsen, zo
voorkomt u vlekken en krassen door wrijving.
Bereid gerechten zo vaak mogelijk met een deksel op de pot.
Afmetingen van de kookpotten
De kookzones passen zich in zekere mate automatisch aan de
diameter van de kookpot aan. De bodem van deze kookpot
dient wel een minimum diameter te hebben in functie van
de diameter van de gekozen kookzone. Plaats de kookpot
goed in het midden van de kookzone teneinde een optimaal
rendement van uw kooktafel te verkrijgen. Indien de diameter
van de kookpot veel groter is dan de zone, zal dit geen optimaal
kookresutaat opleveren.
Het oppervlak van de kookpot die dan net boven de
inductiespoel staat genereert dan de warmte. De rest van het
oppervlak die niet boven de inductiespoel staat krijgt dan de
warmte door via de opbouwlagen van de kookpot.
Daarom wordt het aangeraden indien de kookpot veel groter is
dan de kookzone deze op een iets lager vermogenniveau op te
warmen zodat de warmte mooi verdeeld kan worden.
Voorbeelden van vermogensregeling
(de hieronder vermelde waarden zijn enkel richtgevend)
Toepassing Display
Smelten
Opwarmen
Sauzen, boter,
chocolade, gelatine
Kant- en klaargerechten
1‐2
Opzwellen
Ontdooien
Rijst, pudding en
bereidde gerechten
Groenten, vis,
diepgevroren producten
2‐3
Stoom Groenten, vis, vlees
3‐4
Water Gekookte aardappelen,
soep, pasta
Verse groenten
4‐5
Zachtjes koken Vlees, lever, eieren,
braadworsten
Goulash, rollade, pens
6‐7
Koken
Braden
Aardappelen, beignets,
platte koeken
7‐8
Braden
Op kooktemperatuur
brengen
Steaks, omeletten
– water
9
Koken Aan de kook brengen
van grote hoeveelheden
water
P+
1821_110119_GA2.indd 12 19/02/18 23:14
– 13 –
6 REINIGING EN ONDERHOUD

Volg alle instructies zoals beschreven in het
hoofdstuk Veiligheid

Controleer voorafgaand de reiniging of de kooplaat
volledig uitgeschakeld is en het glas boven de
kookzones voldoende is afgekoeld.

Volg onderstaande reinigingsinstructies voor een
langere levensduur en optimale werking van het
apparaat.
6.1 Onderhoud van de kookplaat

Laat het apparaat eerst afkoelen, anders is er risico
op brandwonden.

Gebruik in geen geval toestellen die met “stoom” of
met “druk” werken.

Geen voorwerpen gebruiken die het vitrokeramische
glas kunnen beschadigen, zoals een schuurspons,
schuurmiddel en agressieve reinigingsmiddelen.
Reinigen glas kookplaat
Veeg het oppervlak schoon met een vochtige doek of spons
met eventueel wat afwasmiddel (het beste telkens na gebruik).
Daarna wrijft u de kookplaat met een droge doek of met
keukenpapier droog. Let er altijd op dat alle doeken die u
gebruikt proper zijn, zodat krassen op het oppervlak vermeden
worden.
Voor hardnekkige vlekken
Sterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer-
achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de
kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke
reinigingsmiddelen en reinigingsmethode. Indien dit echter
niet zou volstaan kunt u gebruik maken van een speciek
reinigingsproduct voor het reinigen van vitrokeramisch glas
(bv. vitroclen)
Over
gekookte spijzen eerst met een natte doek inweken en
vervolgens de vuilresten met een speciale glasschraper voor
keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat
reinigen zoals onder “Reinigen glas kookplaat” beschreven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen
– in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de
kookplaat reinigen zoals onder “Reinigen glas kookplaat”
beschreven. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen
schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen
bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus
op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen.
Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op
de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat
hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om
niet verwijderde en daarom ingebrande resten.
Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem,
in het bijzonder bij het gebruik van kookservies met een
aluminiumbodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze
kunnen alleen maar moeizaam met gebruikelijke reinigings-
middelen worden verwijderd. Eventueel de reiniging meermaals
herhalen.
Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door
schurende panbodems wordt het glasoppervlak in de loop van
de tijd afgeschuurd en er ontstaan donkere vlekken.
Gebruik de kookplaat niet als een werkblad of om materialen
op te leggen.
Til de pannen/ potten altijd op en schuif deze niet over de
glasplaat
1821_110119_GA2.indd 13 19/02/18 23:14
– 14 –
6.2 Onderhoud van de afzuigkap
6.2.1 Reinigen na gebruik van het apparaat
- Breng de afzuigtoren naar hoogste stand, druk (meermaals)
op
- Hef het bovenste glas van de afzuigtoren.
Reinig met een vochtige doek of spons met eventueel een
pH neutraal afwasmiddel. Wrijf met droge doek/ keukenpapier
droog.
- Kantel het voorste glas met beide handen en hef deze uit de
afzuigtoren.
Reinig zowel het voorste als vaste achterste glas met een
vochtige doek of spons met eventueel een pH neutraal
afwasmiddel. Wrijf met droge doek/ keukenpapier droog.
Druk op
na het terugplaatsen van alle onderdelen in de
afzuigtoren.

Geen voorwerpen gebruiken die het glas kunnen
beschadigen, zoals een schuurspons, schuurmiddel
en agressieve reinigingsmiddelen.
6.2.2 Reiniging van de vetlters
Wanneer de vetlters gereinigd dienen te worden wordt dit
aangegeven door de vetlter reinigingsindicate (zie 4.5.1)
- Volg stappen beschreven in 6.2.1.
- Neem de vetlters uit de afzuigtoren (neem positie van vetlter
in acht, er is een linkse en een rechtse vetlter)
Reinig in vaatwas/ onderdompelen in heet water met ontvettend
afwasmiddel.

WAARSCHUWING: Indien de bovenvermelde
instructies niet worden uitgevoerd, ontstaat er door
een te sterke vervuiling, kans op brandgevaar.

Het bovenste glas van de afzuigtoren NIET in de
vaatwasser stoppen. Dit kan krassen veroorzaken
in het glas en de coating beschadigen aan de
onderzijde.
Na het reinigen:
Plaats de lters en het glas terug in de afzuigtoren.
Druk op
na het terugplaatsen van alle onderdelen in de
afzuigtoren.
Druk gedurende 3 seconden op de
toets.
1821_110119_GA2.indd 14 19/02/18 23:14
– 15 –
6.2.3 Reinigen bij overkoken/morsen in het apparaat
- Volg stappen beschreven in 6.2.1 en 6.2.2.
- Neem de bovenste opvangreservoirs uit de toren en reinig
deze indien nodig.
- Neem de opvangbeveiliging uit en reinig indien nodig.
- Bij morsen van grote hoeveelheden vocht, schuif de onderste
opvangreservoirs uit de onderkant van de dampkap en reinig
indien nodig.
Volg de stappen in omgekeerde volgorde om het apparaat
terug kookklaar te maken.
Bij het terugplaatsen van de opvangbeveiliging dient de korte
zijde naar voor gericht te zijn van de opvangbeveiliging.
Druk op
na het terugplaatsen van alle onderdelen in de
afzuigtoren.
6.2.4 Reinigen van de Monoblock recirculatielter (alleen
bij recirculatie)
Indien gekozen is voor recirculatie is het apparaat aangesloten
op een inbouw recirculatiebox met een Monoblock recirculatie-
lter.
Regenereren van de Monoblock recirculatielter:
De Monoblock kan tot 12 maal toe geregenereerd worden.
Dit gebeurt in de oven.
Plaats de lter gedurende 1 uur in een oven op 120°C. Voorzie
voldoende verluchting in de ruimte waar de oven staat, er
kunnen geuren vrijkomen. Bij het bakken van bepaalde
vissoorten, kan er geur vrijkomen. Beste oplossing is het
meteen regenereren van de lter.
Na het reinigen:
Plaats de monoblock recirculatielter terug in de inbouw
recirculatiebox
druk gedurende 3 seconden op de
toets.
1821_110119_GA2.indd 15 19/02/18 23:14
– 16 –
7 KLEINE STORINGEN VERHELPEN
7.1 Meldingen op de kookplaat
Code
er staat geen kookpot op de kookzone
de kookpot is niet geschikt voor inductie
de diameter van de bodem van de kookpot is
te klein in vergelijking met de kookzone
U
Zie hoofdstuk 4.3.9 Warmhouden
E
Het elektronisch systeem is ontregeld.
Ontkoppel de kookplaat en sluit opnieuw aan.
Doe beroep op de dienst na verkoop
I I
Zie hoofdstuk 4.3.7 Stop&Go
(Er03)
Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen van
de bediening. Het symbool verdwijnt van zodra
de toetsen vrijgemaakt of afgekuist zijn.
E2
De kooktafel is oververhit, laat afkoelen, daarna
kunt u ze terug inschakelen.
E8
De luchttoevoer van de ventilator is afgesloten.
Maak deze vrij.
U400
De kooktafel werd niet goed aan het netwerk
aangesloten. Kijk de aansluiting na.
(Er47)
Probleem in het intern BUS-systeem van het
apparaat.
Indien één van deze foutmeldingen blijft verschijnen, kunt u de
dienst na verkoop contacteren.
De kookplaat of de kookzone werkt niet:
de kookplaat is slecht op het elektrisch net aangesloten
de veiligheidszekering is gesprongen
kijk na of de vergrendeling is ingeschakeld
de tiptoetsen zijn met water of vet bespat
er staat een voorwerp op de tiptoetsen
Een enkele zone of alle zones vallen uit:
de veiligheid is in werking getreden
deze treedt in werking wanneer u vergeten bent een kookzone
uit te schakelen
de veiligheid treedt eveneens in werking wanneer één of
meerdere tiptoetsen bedekt zijn
een kookpan is leeg en de bodem is oververhit
de kookplaat beschikt eveneens over een automatische
vermindering van het vermogen en van een automatische
uitschakeling bij oververhitting
De ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de
kooktafel:
dit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elektronische
apparatuur
de ventilator stopt vanzelf.
De bediening van automatisch koken treedt niet in
werking:
de kookzone is nog warm [
H
]
het maximum kookniveau staat aan [
9
]
het kookniveau werd aangezet met de toets [
].
7.2 Meldingen bij de afzuiging
Code
1e led
knippert
Naloopfunctie geactiveerd
2 Leds
knipperen
De toren werd niet detecteerd op de
gevraagde positie.
Controleer of niets de beweging van de
afzuigtoren kan verhinderen
Druk op
Contacteer Novy
3 Leds
knipperen
Veiligheidsschaklaar in afzuigtoren blijft
constant geactiveerd
Druk op
Contacteer Novy
Draai met een schroevendraaier aan de
spindel van de afzuigtoren via de sleuf in de
spindel.
4 Leds
knipperen
Voorste glas afzuigtoren niet aanwezig
Voorste glas afzuigtoren niet correct geplaatst
Druk op
Detectieschakelaat afzuigtoren defect
De afzuigkap zuigt niet goed af. Wat kan dit probleem
veroorzaken?
Controleer de vetlter. Respecteer de reinigingsindicatie. De
lter dient gemiddeld één maal in de twee weken gereinigd
te worden om een goede werking van de afzuiging te
garanderen.
Controleer de luchttoevoer in de woning. Zodra de afzuigkap
aangezet wordt, dient er luchttoevoer aanwezig te zijn d.m.v.
roosters in de ramen of door een raam open te zetten.
Controleer het kanaal op verstoppingen of vernauwingen
waardoor de lucht niet goed afgevoerd kan worden.
1821_110119_GA2.indd 16 19/02/18 23:14
– 17 –
7.3 Overig
Storing: In geval van storing, aarzel niet om onze Dienst na
verkoop te contacteren:
België: Tel.: +32 (0)56 36 51 02
Frankrijk: Tel.: +33 (0)3 20 94 06 62
Duitsland: Tel.: +49 (0)511.54.20.771
Nederland: Tel.: +31 (0)88-0119110
Spanje: Tel.: +34 938 700 895
Italië: Tel.: +39 039.20.57.501
Voor alle andere landen: uw lokale installateur of Novy
in België: Tel.: +32 (0)56/36.51.02
Voor een goede en vlotte afhandeling is het noodzakelijk dat de
Hersteldienst weet welk type apparaat u heeft. Deze gegevens
vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van de aanzuigunit.
Kleef hier de bijgevoegde sticker met het typeplaatje een
serienummer.
1821_110119_GA2.indd 17 19/02/18 23:14
Bediening afzuiging
Inschakelen / verhogen positie afzuigtoren
Afzuigsnelheid verlagen
Afzuigsnelheid verhogen
Uitschakelen / verlagen positie afzuigtoren
Aanduiding afzuiging
Reinigingsindicatie vetlter
Reinigingsindicatie recirculatielter (optioneel)
Vooringestelde afzuigfunctie
Bediening kookplaat
Aanduiding van de timertijd
Timer toetsen
Vergrendelingstoets
Aan/uit toets voor de kookplaat
Stop & Go toets
Aanduiding van het vermogensniveau
Bridgefunctie Indicatie
Timer Indicatie
Warmhoudstand Indicatie
Zone warmhoudtoets
Zone voor sliderbediening achter
Zone voor sliderbediening voor
Grill functie op plaats van aanduiding van het
vermogensniveau
OVERZICHT VAN DE FUNCTIES
Kookplaat inschakelen / uitschakelen
Druk op O/I en 2 sec blijven duwen. LED licht op.
Druk op O/I. LED licht dooft.
Vermogensregeling instellen
MEER - Glijden over de “SLIDER” (Vermogensregeling)
MINDER - Glijden tot 0 over de “SLIDER”
In- en uitschakelen van Power
IN - Tot het einde van de”SLIDER” glijden - [P]
UIT - Over de”SLIDER” glijden [0-9]
In- en uitschakelen van Super Power
IN - Power inschakelen.
Druk nogmaals op einde van de “SLIDER”
UIT - Over de “SLIDER” glijden [0-9]
Vermogensgrens geactiveerd
[ 9 ] wordt tot [ 8 ] gereduceerd en knippert [8]
Stop & Go functie
AAN - Druk op I I
UIT - Druk op I I
Vergrendeling van de bediening
Aan/Uit - Druk gedurende 6 sec. op
Selecteer de timer
Druk tegelijkertijd op - en + van de timer
Duurtijd verminderen
druk op - van de timer
Duurtijd verlengen
druk op + van de timer
Uitschakelen van de timerfunctie
Druk tegelijkertijd op - en + tot de gewenste zandloper oplicht
Blijf op - van de timer drukken tot deze op 0 staat
Gebruik van de timer zonder koken
De kookplaat inschakelen. Druk tegelijkertijd op - en + van de timer.
Stel de tijd in met - of +.
Programmeren van de aankookautomaat
AAN - Over de “SLIDER” glijden, 3 sec blijven duwen op gewenst
vermogen
UIT - Glijd over de “SLIDER“
Warmhoudfunctie
Druk 1, 2 of 3 maal op
8
000
min
8
8
000
min
8
8
000
min
8
toets
Stoppen: enkele malen op
8
000
min
8
8
000
min
8
8
000
min
8
drukken tot leds uit zijn
Bridge Functie manueel
AAN - tegelijkertijd op 2
8
000
min
8
8
000
min
8
8
000
min
8
van de zones drukken
UIT - tegelijkertijd op 2
8
000
min
8
8
000
min
8
8
000
min
8
van de zones drukken
Bridge Functie automatisch
AAN - plaats een kookpot op de zone voor en achter
UIT - tegelijkertijd op beide
8
000
min
8
8
000
min
8
8
000
min
8
van zone voor en achter drukken
Grill Functie
AAN - tegelijkertijd centraal op 2 [SLIDERS] van de zones voor en
achter drukken
UIT - tegelijkertijd op 2 [SLIDERS] van de zones voor en achter
drukken, daarna op de [SLIDER] onder de geanimeerde zone
Afzuigkap Inschakelen
POSITIE 10 cm: Druk kort op
POSITIE 30 cm: Druk 2 seconden op
Afzuigkap positie wijzigen
VERHOGEN - Druk op
VERLAGEN -
Afzuigkap - Naloopfunctie / Uitschakelen
NALOOPFUNCTIE: Druk 2 seconden op
. De afzuigtoren sluit
hiermee automatisch na 10/30 minuten
UITSCHAKELEN: druk nogmaals op
Vooringestelde afzuigfunctie
Druk op
1821_110119_GA2.indd 18 19/02/18 23:14
NOVY nv behoudt zich het recht voor te allen tijde en zonder voorbehoud de constructie en de prijzen van haar producten te wijzigen.
NOVYSAseréserveledroitdemodieràtoutmomentetsansréservelafabricationetlesprixdesesproduits.
Die NOVY AG behält sich das Recht vor, zu jeder Zeit und ohne Vorbehalt die Konstruktion und die Preise ihrer Produkte zu ändern.
NOVYnvreservestherightatanytimeandwithoutreservationtochangethestructureandthepricesofitsproducts.
NOVY nv
Noordlaan 6
B - 8520 KUURNE
Tel. 056/36.51.00
Fax056/35.32.51
E-mail: novy@novy.be
http://www.novy.be
France: 0320.940662
Deutschland / Österreich: +49 (0)511.54.20.771
Nederland: +31 (0)88-0119110
España: +34 938 700 895
Italia: +39 039.20.57.501
1821_110119_GA2.indd 74 19/02/18 23:14

Documenttranscriptie

NL Gebruiksaanwijzing p. 2 FR Mode d’emploi p. 19 DE Bedienungsanleitung S. 37 EN User manual p. 55 1821 Panorama 1821_110119_GA2 1821_110119_GA2.indd 1 19/02/18 23:14 PANORAMA Inhoud 1 ALGEMENE INFORMATIE 3 2 VEILIGHEID 3 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van het apparaat 3 Gebruik van het apparaat 3 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging 4 Voorzorgsmaatregelen bij defect van het apparaat 4 Andere voorzorgsmaatregelen 4 3 BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT 3.1 3.2 3.3 3.4 Technische kenmerken van de inductiekookplaat Principe van inductie Geluiden bij inductie Globaal overzicht 3.4.1 Bedieningspaneel afzuigkap 3.4.2 Bedieningspaneel kookplaat 4 GEBRUIK VAN HET APPARAAT 4.1 Gebruiksmodes 4.1.1 Afvoer modus 4.1.2 Recirculatie modus 4.2 Toetsen en slider bediening 4.3 Bediening van de kookplaat 4.3.1 In- en uitschakelen 4.3.2 Pandetectie 4.3.3 Aanduiding restwarmte 4.3.4 Power functie en Super Power functie 4.3.5 Timer functie 4.3.6 Programmeren van de aankookautomaat 4.3.7 Stop & Go Functie 4.3.8 Herhalingsfunctie 1821_110119_GA2.indd 2 5 5 5 5 6 6 6 7 7 7 7 7 7 7 7 8 8 8 9 9 9 4.3.9 Warmhoudfunctie 4.3.10 Bridge Functie 4.3.11 Grill functie 4.3.12 Vergrendeling van de bediening 4.4 Bediening van de afzuigtoren 4.4.1 In- en uitschakelen en naloopfunctie 4.4.2 Vermogensniveau verhogen en verlagen 4.4.3 Auto-stop 4.5 Reinigingsindicaties 4.5.1 Reinigingsindicatie vetfilters 4.5.2 Reinigingsindicatie Monoblock recirculatiefilter (alleen bij recirculatie) 10 10 10 10 11 11 11 11 11 11 11 5 KOOKADVIES 12 6 REINIGING EN ONDERHOUD 13 6.1 Onderhoud van de kookplaat Voor hardnekkige vlekken 6.2 Onderhoud van de afzuigkap 6.2.1 Reinigen na gebruik van het apparaat 6.2.2 Reiniging van de vetfilters 6.2.3 Reinigen bij overkoken/morsen in het apparaat 6.2.4 Reinigen van de Monoblock recirculatiefilter (alleen bij recirculatie) 7 KLEINE STORINGEN VERHELPEN 7.1 Meldingen op de kookplaat 7.2 Meldingen bij de afzuiging 7.3 Overig Overzicht van de functies 13 13 14 14 14 15 15 16 16 16 17 18 19/02/18 23:14 1 ALGEMENE INFORMATIE 2 VEILIGHEID – Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing en de montage instructie vóór de installatie en ingebruikname van dit apparaat. Hierin vindt u belangrijke informatie voor de montage en gebruik van het apparaat. 2.1 Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van het apparaat – Verwijder alle etiketten en zelfklevers van het glas. – Dit apparaat is enkel geschikt voor huishoudelijk gebruik. – Het apparaat niet ombouwen of wijzigen. – Controleer de staat van het apparaat en het montagemateriaal zodra u ze uit de verpakking haalt. Neem het toestel met zorg uit de verpakking. Gebruik geen scherpe messen om de verpakking te openen. Installeer het apparaat niet indien het beschadigd is en richt u in dat geval tot Novy. – De veiligheid wordt enkel verzekerd wanneer het apparaat volgens de vereiste voorschriften op een aardleiding is aangesloten. – De kookplaat dient niet als ondergrond of werkvlak gebruikt te worden. – Bewaar deze handleiding zorgvuldig en geef deze door aan de persoon die het apparaat eventueel na u gebruikt. – Gebruik geen verlengkabel voor de aansluiting op het elektrische net. – Bewaar zorgvuldig de stickers met het serienummer van het apparaat. Dit serienummer hebt u nodig voor het melden van een storing van het apparaat. 2.2 Gebruik van het apparaat – Voor het eerste gebruik poets de glasplaat met een vochtige doek en droog het af. Gebruik geen detergent, deze kan op het glas een blauwachtige waas doen verschijnen. – Recyclage van de transportverpakking en het oude apparaat: De gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu en geschikt voor recyclage. Opteer voor een milieuvriendelijke afvoer van de verpakking. Uw apparaat bevat tevens vele recycleerbare materialen. Daarom dienen gebruikte apparaten van ander afval te worden gescheiden. De recyclage van de apparaten die door uw fabrikant wordt georganiseerd wordt op deze manier onder de beste omstandigheden uitgevoerd, overeenkomstig de Europese richtlijn 2002/96/CE betreffende elektrisch en elektronisch afval. Informeer bij uw gemeente of bij uw verkoper naar de dichtstbijzijnde inzamelplaats voor uw oude apparaten. – Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet geplaatst worden op het glazen kookoppervlak omdat deze dan heet kunnen worden. – Verzeker u ervan dat geen enkele elektrische kabel van een vast of los apparaat met het warme kookvlak of met een warme kookpot in contact komt. – Gebruik enkel geschikte kookpotten/pannen. Andere mate­ rialen kunnen smelten of ontbranden. – Bedek het apparaat nooit met een doek of een beschermblad. Het zou kunnen verhitten en ontvlammen. – Schakel de warmtebron na gebruik steeds uit. – Waak steeds over bereidingen die oliën en vetten bevatten want deze kunnen vlug vlam vatten. In deze gebruiksaanwijzing wordt gewerkt met een aantal symbolen. Hieronder vindt u de betekenis van deze symbolen. – Magnetisch gevoelige voorwerpen (creditcard, smartphone) mogen zich niet in de onmiddellijke nabijheid van het functionerende apparaat bevinden. Symbool Betekenis   Indicatie – Pas op voor brandwonden tijdens en na het gebruik van het apparaat. Toelichting van een indicatie op het toestel. – Kinderen jonger dan 8 jaar, personen van wie de psychische en of mentale capaciteit verminderd zijn en personen van wie de kennis onaangepast is, kunnen dit toestel enkel onder toezicht gebruiken of indien zij opgeleid zijn om dit toestel te gebruiken in veilige omstandigheden. Info/ Dit symbool duidt op een belanWaarschuwing grijke tip of een gevaarlijke situatie Leef deze instructie na om letsel en materiële schade te voorkomen. – Dit apparaat is niet geschikt voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderd lichamelijke, zintuiglijke waarneming of geestelijke vermogens of gebrek aan kennis en ervaring, tenzij zij begeleiding of instructies krijgen over het gebruik van het toestel door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. – Kinderen moeten zodanig begeleid worden dat het zeker is dat zij niet gaan spelen met het toestel. –3– 1821_110119_GA2.indd 3 19/02/18 23:14 2.3 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging 2.5 Andere voorzorgsmaatregelen – Zorg ervoor dat de kookpot steeds in het midden van de kookzone staat. De bodem van de kookpot moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken. – Beschadigde kookpotten of kookpotten met ruwe bodem (niet geëmailleerd gietijzer) kunnen het glas beschadigen. – Een magnetisch veld kan elektronische apparatuur beïnvloeden. Personen die een pacemaker dragen doen er goed aan eerst de verdeler of een arts te raadplegen. – De aanwezigheid van zand of andere schuurmaterialen kunnen het glas beschadigen. – Laat geen voorwerpen (zelfs kleine) op het glas vallen. – Gebruik geen synthetische of aluminium kookpannen: deze kunnen op de nog hete zones smelten. – Vermijd het stoten van kookpotten tegen de rand van het glas. – Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken. – Verzeker u ervan dat de ventilatie van het apparaat verloopt volgens de instructies van de fabrikant. – Plaats of laat geen lege kookpotten op de kookplaat. gebruik van niet geschikte potten en pannen L Het of van verwijderbare accessoires om potten, niet – Vermijd het contact van suiker, synthetische stoffen of aluminiumfolie met de hete zones. Deze stoffen kunnen tijdens het afkoelen het vitro keramische oppervlak doen barsten of aantasten: schakel het apparaat uit en verwijder ze onmiddellijk van de nog hete zones (opgepast: risico voor brandwonden) geschikt voor inductie, op te warmen, valt niet onder de garantie voorwaarden. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor beschadigingen aan de kookplaat en haar omgeving die hiervan het gevolg kunnen zijn. – Risico van brand! Geen voorwerpen op de kookplaat leggen. – Plaats nooit een warme kookpot op de bedieningszone. – Indien er onder het inbouwapparaat een lade is, zorg dan voor een voldoende afstand (2 cm) tussen de inhoud van de lade en de onderkant van het apparaat teneinde een goede ventilatie te verzekeren. – Leg geen ontvlambare voorwerpen (bijv. sprays) in de lade onder de kookplaat. Eventuele bestekbakken dienen in warmtebestendig materiaal te zijn uitgevoerd. 2.4 Voorzorgsmaatregelen bij defect van het apparaat – Bij het vaststellen van een defect, het apparaat uitzetten en de elektrische toevoer uitschakelen. – Schakel onmiddellijk de elektrische stroom van het apparaat uit indien er een barst of spleet in het vitro-keramische glas is en verwittig de dienst na verkoop. – De herstellingen dienen enkel door gespecialiseerd personeel te worden uitgevoerd. In geen geval het apparaat zelf openen. Als het glazen kookoppervlak L WAARSCHUWING: gebroken is, schakel het toestel uit om een mogelijke elektrische schok te voorkomen. –4– 1821_110119_GA2.indd 4 19/02/18 23:14 3 BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT 3.3 Geluiden bij inductie Bij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan. Deze geluiden zijn afhankelijk van constructie en het materiaal van de bodem van het kookgerei. Het apparaat is een inductiekookplaat met geïntegreerde werkblad afzuiging. De inductiekookplaat beschikt over 4 kookzones met achteraan in de kookplaat een geïntegreerde afzuigtoren die voor het verwijderen van de kookdampen zorgt. De kookplaat en afzuigkap kunnen afzonderlijk bediend worden. Verderop in deze gebruiksaanwijzing vindt u de uitleg van de bediening van het apparaat. Brommen Dit treedt op als u kookt op een hogere vermogensstand, en wordt veroorzaakt door de hoeveelheid energie die van de kookplaat naar het kookgerei wordt gestuurd. Het geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt. 3.1 Technische kenmerken van de inductiekookplaat Type Knetteren Dit geluid ontstaat als het kookgerei uit verschillende materiaallagen is gemaakt. Het geluid wordt veroorzaakt door trillingen in de aanraakvlakken van de verschillende materiaallagen. 1821 Totaal vermogen 7400 W Energieverbruik van de kookplaat EChob** 187.4 Wh/kg Afmetingen kookzone(s) 240 x 200 mm Detectie kookpan Ø 100 mm Normaal* 2100 W Met Power* 2600 W Super Power* 3700 W Kookgerei ** Ø 150 mm Energieverbruik ECcw** 182.8 Wh/kg Kookgerei ** Ø 180 mm Energieverbruik ECcw** 190.6 Wh/kg Kookgerei ** Ø 210 mm (x2) Energieverbruik ECcw** 188.1 Wh/kg Fluiten Dergelijke geluiden treden over het algemeen op bij kookgerei dat is samengesteld uit verschillende materiaallagen, en als twee aangrenzende kookzones gelijktijdig op de maximale instelling worden gebruikt. Het fluitende geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt. Klikken Bij lage vermogensstanden kunnen bij elektronische schake­ lingen klikgeluiden optreden. Zoemen Er kan een zoemend geluid ontstaan als de ventilator wordt ingeschakeld. Deze ventilator koelt de elektronica als u de kookplaat intensief gebruikt. Ook nadat u de kookplaat heeft uitgeschakeld, blijft de ventilator doorlopen als de temperatuur te hoog is. * het vermogen kan variëren in functie van de afmetingen en het materiaal van de kookpotten ** berekend volgens de methoden voor het meten van de gebruikseigen­ schappen(EN 60350-2) 3.2 Principe van inductie Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Wanneer deze in werking is, produceert ze een variabel elektromagnetisch veld dat op zijn beurt inductiestroom produceert in de magnetische bodem van de kookpot. Hierdoor verwarmt de kookpot die op de kookzone staat. Uiteraard zijn aangepaste kookpotten vereist: – Aanbevolen zijn alle metalen kookpotten met magnetische basis (eventueel met een magneet te controleren) zoals: gietijzeren ketel, zwarte ijzeren pan, geëmailleerde metalen kookpotten, in inox met magnetische bodem, … – Uitgesloten zijn alle kookpotten in koper, inox, aluminium, glas, hout, keramiek, aardewerk, inox zonder magnetische bodem… De inductie kookzone houdt onmiddellijk rekening met de afmeting van de gebruikte kookpot. Is de diameter te klein dan werkt de kookpot niet. De diameter varieert in functie van de diameter van de kookzone. Wanneer de kookpot niet aan de kookplaat aangepast is, blijft het symbool knipperen. –5– 1821_110119_GA2.indd 5 19/02/18 23:14 3.4.1 Bedieningspaneel afzuigkap 3.4 Globaal overzicht 1 2 3 Bediening afzuiging Inschakelen / verhogen positie afzuigtoren 4 7 4 3 Afzuigsnelheid verlagen Afzuigsnelheid verhogen 6 Uitschakelen / verlagen positie afzuigtoren 5 Aanduiding afzuigsnelheid 8 Reinigingsindicatie vetfilter Reinigingsindicatie recirculatiefilter (optioneel) 9 Vooringestelde afzuigfunctie 8 1 Bovenste glas afzuigtoren 2 Opvangbeveiliging 3 Bovenste opvangreservoir 4 Vetfilter 5 Voorste glas afzuigtoren 6 Inductiekookplaat 7 Afzuigtoren 8 Onderste opvangreservoir 9 Aansluitbocht 3.4.2 Bedieningspaneel kookplaat 8 8 000 min Bediening kookplaat Aanduiding van de timertijd Timer toetsen Vergrendelingstoets In- / uitschakelen van de kookplaat Stop & Go toets Aanduiding van het vermogensniveau Brugfunctie lampje (Bridge) Timer aanduiding Warmhoudstand aanduiding Zone warmhoud toets Zone voor sliderbediening achter (SLIDER)/ Zone voor activatie grill-functie Zone voor sliderbediening voor (SLIDER)/ Zone voor activatie grill-functie –6– 1821_110119_GA2.indd 6 19/02/18 23:14 4 GEBRUIK VAN HET APPARAAT 4.2 Toetsen en slider bediening 4.1 Gebruiksmodes Het apparaat is uitgerust met tiptoetsen waarmee u de verschillende functies kan instellen. Het aanraken van de toets zet de functie in werking. Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een aflezing en/of een geluidssignaal. Dit apparaat kan gebruikt worden in afvoer- of in recirculatie­ modus (standaard instelling bij levering) Niet op meerdere toetsen tegelijk L WAARSCHUWING: duwen bij normaal gebruik. 4.1.1 Afvoer modus De aangezogen lucht wordt door de vetfilters eerst gereinigd alvorens afgevoerd te worden naar buiten. Dit kan gedaan worden door gebruik te maken van kanaalwerk aangesloten tussen het apparaat en een wanduitblaasrooster. Om het apparaat in afvoer modus te zetten, houd de toetsencombinatie en ‐ en gedurende 3 seconden ingedrukt wanneer de afzuigtoren gesloten is. De led naast de reinigingsindicatie recirculatiefilter knippert 3x. Voor de selectie van het vermogen volstaat het om met uw vinger over de slider te glijden net onder de led aanduiding. U heeft ook de rechtstreekse toegang tot een bepaald niveau door met uw vinger het gewenste niveau rechtstreeks te selecteren. + Zone voor sliderbediening (SLIDER) 4.3 Bediening van de kookplaat 4.3.1 In- en uitschakelen In- en uitschakelen van de kookplaat: Inschakelen Druk op en 2 sec blijven duwen Led licht op 4.1.2 Recirculatie modus De aangezogen lucht wordt door de vetfilters eerst gereinigd. Daarna ontdaan van geuren door de Monoblock recirculatiefilter alvorens de lucht terug in de keuken wordt ingeblazen. Om het apparaat in recirculatie modus te zetten (standaard instelling), houd de toetsencombinatie en ‐ en gedurende 3 seconden ingedrukt wanneer de afzuigtoren gesloten is. De led naast de reinigingsindicatie recirculatiefilter brandt gedurende 3 seconden. Uitschakelen Druk op Led licht dooft + In- en uitschakelen van een kookzone: Instellen Glij van links naar rechts over de “SLIDER” (Vermogenregeling) Uitschakelen Glij van rechts naar links over de “SLIDER” tot de display 0 of H = “hot” aangeeft. Display 0‐9 0 H Indien binnen de 20 seconden geen regeling is uitgevoerd, valt de elektronica terug op de wachtpositie. \ 4.3.2 Pandetectie Deze kookplaat is uitgerust met een interactief controlesysteem dat het gebruik van de kookplaat nog vereenvoudigt. Wanneer u een pan op de ingeschakelde kookplaat plaatst, wordt deze automatisch gedetecteerd. Bovendien krijgt u een indicatie 0 welke slider u dient te gebruiken voor de desbetreffende zone. De detectie van de pan verzekert een optimale veiligheid. –7– 1821_110119_GA2.indd 7 19/02/18 23:14 De inductiekookplaat werkt niet: – Indien er geen pan op de kookzone staat of wanneer de pan ongeschikt is voor inductie. In dit geval is het onmogelijk het vermogen op te voeren en het symbool knippert op het display. Beheer van het maximaal vermogen: De kookplaat is opgedeeld in 2 afzonderlijke verwarmings­ groepen. – De werking wordt onderbroken wanneer tijdens het koken de pan van de kookzone wordt genomen. Het symbool knippert op het display. De verdwijnt wanneer de kookpot terug op het kookvlak wordt geplaatst. Het koken gaat door op het voordien gekozen vermogen. Schakel de kookzone uit na gebruik. De pandetectie dan niet actief. B2 4.3.3 Aanduiding restwarmte Als na het uitzetten van de kookzone of het volledig uitzetten van de kookplaat, het glas van de kookzone nog warm is, wordt dit aangegeven door H. Het symbool H verdwijnt wanneer het glas van de kookzone zonder gevaar kan aangeraakt worden. B2 aanraken en geen enkel warmtegevoelig voorwerp op de kookzone plaatsen. Gevaar voor brand of brandwonden! Kookzone 4.3.4 Power functie en Super Power functie De Powerfunctie P en Super Power verlenen aan de gekozen kookzone een opgevoerd vermogen. Indien deze functie geactiveerd is, werken deze kookzones gedurende 10 minuten met een aanmerkelijk hoger vermogen. Power is ontworpen om bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden water te verwarmen, zoals bij de bereiding van pasta. A1 A2 B1 B2 Over de “SLIDER” glijden Tot het einde van de “SLIDER” glijden of meteen op het einde van de “SLIDER” duwen Super Power uitschakelen Over de “SLIDER” glijden Power uitschakelen Over de “SLIDER” glijden B1 A2 in cm 888 8 min A1 Vermogen (W) 24 x 20 24 x 20 24 x 20 24 x 20 Normaal: 2100 Power: 3000 Super power: 3700 Vermogensgrens geactiveerd Display [ 9 ] wordt tot [ 8 ] gereduceerd en knippert P Display P 8 Om 2 zones tegelijkertijd op een maximaal vermogen te kunnen gebruiken, maak gebruik van een combinatie tussen zone A1 of A2 en B1 of B2. 9‐0 4.3.5 Timer functie De timerfunctie kan voor alle kookzones tegelijk gebruikt worden en dit met verschillende tijdsaanduidingen (van 0 tot 99 minuten) voor iedere zone. Display P Timer functie Super Power inschakelen Druk opnieuw einde van de “SLIDER” 8 Gekozen kookzone met Powerfunctie In- en uitschakelen van Super Power: Power inschakelen 8 Vermogensgrens In- en uitschakelen van Power: Power uischakelen A1 Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het power­management de kookstand van de desbetreffende kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, en wordt daarna automatisch gereduceerd naar de maximaal mogelijke kookstand Het maximale vermogen van iedere zone afzonderlijk is 3700W. Indien simultaan gekookt wordt op zones A1 en A2 of B1 en B2 wordt het vermogen van 3700W verdeeld over deze 2 zones A1 en A2 of B1 en B2. Zolang de indicatie van de L WAARSCHUWING: restwarmte actief blijft, de kookzone(s) niet Tot het einde van de “SLIDER” glijden of meteen op het einde van de “SLIDER” duwen A2 blijft 8 Power inschakelen B1 Regeling of wijziging van de kooktijd +P Selecteer het vermogen door over de “SLIDER” te glijden P‐0 Display 1‐P 9‐0 –8– 1821_110119_GA2.indd 8 19/02/18 23:14 Selecteer de timer Automatisch uitschakelen op het einde van de kooktijd: Zodra de geselecteerde kooktijd afgelopen is, gaat de display knipperen 000, er klinkt een geluidssignaal en de kookzone stopt. Om het geluidssignaal en het knipperen te stoppen drukt u op of van de timer. ‐ + druk tegelijkertijd op en van de timer en eventueel nogmaals tegelijkertijd indrukken tot de zandloper van de desbetreffende zone oplicht Duurtijd verminderen druk op ‐ van de timer Duurtijd verlengen druk op + van de timer ‐ + 4.3.6 Programmeren van de aankookautomaat Alle kookzones zijn uitgerust met een aankookautomaat. De kookzone functioneert eerst een zekere tijd op volle kracht en vermindert dan automatisch tot het gekozen vermogen. 060‐ 059... 001‐ 002... Programmeren van de aankookautomaat: Activeren van de aankookautomaat Na enkele seconden knippert de led [ min ] niet meer. De tijd is geselecteerd en het aftellen begint. over de “SLIDER” glijden tot (bv.) blijven duwen ‐ + Druk tegelijkertijd op en tot de gewenste zandloper oplicht resterende tijd ‐ Ingestelde doorkooktijd 1 000 3 4 5 6 7 8 9 ‐ en + van de timer Duurtijd verminderen druk op ‐ van de timer Duurtijd verlengen druk op + van de timer 0:40 1:12 2:00 2:56 4:16 7:12 2:00 3:12 --:-- 4.3.7 Stop & Go Functie Deze functie onderbreekt de activiteit van de kookplaat tijdelijk en laat een herstart met dezelfde instellingen toe. Display Aan- en uitzetten van Stop & Go: De kookplaat inschakelen. Druk op Druk tegelijkertijd op Aankookautomaat Tijd (min:sec) 2 Gebruik van de timer zonder koken: Selecteer de timer 0‐9 Tabel aankookautomaat Indien verschillende timers op meerdere zones geactiveerd zijn, dient deze handeling meermaals herhaald te worden. De geactiveerde timer indicatie licht meer op naast de desbetreffende zone. De timer kan ook als onafhankelijke kookwekker worden gebruikt zonder dat een kookzone wordt geschakeld. Indien de kookplaat wordt uitgeschakeld loopt de onafhankelijke kookwekker nog verder tot het einde van de ingestelde tijd. Timer zonder koken 7A Display Glijd over de “SLIDER“ 0 tot 9 Display Stop de timer Blijf op van de timer drukken tot de timer op 000 staat, of het vermogen van de kookzone op 0 zetten 7 en 3 sec Stopzetten van de aankookautomaat Uitschakelen van de timerfunctie Selecteer de timer Display 000 Aanzetten Display Druk op II II Uitzetten 060‐ 059... Druk op II Druk daarna op de geanimeerde “SLIDER” 001‐ 002... 0‐9 4.3.8 Herhalingsfunctie is het mogelijk Na het uitzetten van de kookplaat de laatst gekozen instellingen te herhalen: (dit tot maximaal 10 seconden) – Staat van alle kookzones (vermogen) – Minuten en seconden van de geprogrammeerde kookzones door de timers – Functie “automatisch koken” – Warmhoudfunctie Na enkele seconden knippert de led [min] niet meer. De tijd is geselecteerd en het aftellen begint. –9– 1821_110119_GA2.indd 9 19/02/18 23:14 4.3.11 Grill functie Deze speciale kookfunctie optimaliseert het opwarmen en warmhouden van een gietijzeren pot/grillplaat. Hierdoor bekomt u betere kookresultaten van uw gerecht. De zones A1 en A2 of B1 en B2 worden hierbij automatisch met de bridge functie aan elkaar gekoppeld. De herhalingsprocedure is als volgt: – Duw op de toets – Duw op II voor het knipperen stopt. De vorige instellingen zijn opnieuw actief. 4.3.9 Warmhoudfunctie Deze functie maakt het mogelijk een temperatuur van 42°C, 70°C of 94°C te bereiken en automatisch te behouden. Dit voorkomt dat vloeistoffen overlopen en dat uw gerechten aan de bodem van de kookpot gaan kleven. Grill functie: Activeren Toets tegelijkertijd op de “SLIDER” van de twee kookzones A1, A2 of B1, B2. 8 Druk 1 maal op [ Warmhoudtoets ] Warmhouden 70° Druk 2 maal op [ Warmhoudtoets ] Warmhouden 94° Druk 3 maal op [ Warmhoudtoets ] knippert Vermogen verhogen Glijd over de linker “SLIDER” tot het gewenste vermogen, beide zones geven het gekozen vermogen weer Aanzetten, stopzetten van de Warmhoudfunctie: Warmhouden 42° Display Grill stopzetten Toets tegelijkertijd op de “SLIDER” van de twee kookzones Display U 4.3.12 Vergrendeling van de bediening Om te vermijden dat een selectie van de kookplaat wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan de bediening worden vergrendeld (behalve de toets aan/uit). U U Vergrendeling: Stopzetten warmhoudfunctie Vergrendelen 0 Glijd over de “SLIDER“ 0 tot 9 of [ Warmhoud toets ] drukken tot [ 0 ] Vinger gedurende 6 seconden op Display houden Ontgrendelen De maximale duur van het warmhouden is 2 uur. Vinger gedurende 6 seconden op 4.3.10 Bridge Functie Deze functie laat toe om de 2 linker en 2 rechter zones te koppelen tot 2 grote zones. Deze functie kan manueel of automatisch geactiveerd wanneer een grote pot/pan op het kookoppervlak wordt gezet. houden led licht op led dooft Bridge functie: Manueel activeren Tegelijkertijd op [ Warmhoudtoets ] duwen van de 2 te combineren zones A1, A2 of B1, B2. Display 0 Automatisch activeren Plaats een kookpot op de zones A1, A2 of B1, B2. Vermogen verhogen Glijd over de linker “SLIDER” tot het gewenste vermogen, beide zones geven het gekozen vermogen weer. 0‐9 Bridge stopzetten Tegelijkertijd op [ Warmhoudtoets ] duwen van de 2 te combineren zones 0 – 10 – 1821_110119_GA2.indd 10 19/02/18 23:14 4.4.3 Auto-stop Om te vermijden dat de afzuiging aan zou blijven staan, wordt de motor automatisch na 3 uur uitgeschakeld en sluit de afzuigtoren zich (enkel indien tijdens die 3 uur de bediening niet werd gewijzigd). 4.4 Bediening van de afzuigtoren 4.4.1 In- en uitschakelen en naloopfunctie Bij het inschakelen van afzuiging L WAARSCHUWING: komt automatisch de afzuigtoren achteraan in de inductiekookplaat omhoog naar de gewenste hoogte. Zorg ervoor dat niets de beweging kan hinderen. 4.5 Reinigingsindicaties 4.5.1 Reinigingsindicatie vetfilters 1 Indicatie: led naast Afzuigtoren: Inschakelen stand 10 cm Display Druk kort op 1e led licht op Inschakelen stand 30 cm Druk op en houd 2 seconden ingedrukt Inschakelen AUTO stand 20 cm Druk op Na 20 kookuren brandt de led naast het symbool 1e led licht op Na het reinigen en het terug plaatsen van de vetfilters, reset de reinigingsindicatie. Reset: druk gedurende 3 seconden op de toets . 3e led licht op 4.5.2 Reinigingsindicatie Monoblock recirculatiefilter (alleen bij recirculatie) 1 Indicatie: led naast de reinigingsinstructies die beschreven staan L Volg in het hoofdstuk Reiniging. Na het regenereren en het terugplaatsen van de Monoblock recirculatiefilter, dient u de reinigingsindicatie weer op te starten. Reset: druk gedurende 3 seconden op de toets . 4.6 I/O module connectie 4.4.2 Vermogensniveau verhogen en verlagen De afzuigtoren kan ingesteld worden in 8 vermogensniveaus waarvan 3 intensiefstanden (stand 6,7 en 8). Activeer de intensiefstand in geval van sterke geur - of dampontwikkeling. De afzuigtoren werkt dan gedurende een vaste tijd op een hoger debiet, voor stand 6 gedurende 1 uur en voor stand 7 en 8 gedurende 6 minuten als het apparaat in afvoermodus is ingesteld. Na deze tijd schakeld de afzuigtoren terug naar stand 5. Het apparaat kan optioneel uitgerust worden met de Input/ Output module n° 990034. Indien de input module gebruikt wordt bij een “gesloten” input situatie, dan zal de afzuigtoren naar de gewenste hoogte bewegen maar start de aanzuiging niet. De leds naast de reinigingsindicatie en knipperen. Nadat de input situatie “open” komt kan de aanzuiging starten. Deze situatie kan bijvoorbeeld gebruikt worden wanneer een venstercontact nodig is bij de afvoer modus van de afzuigkap. Vermogensniveau aanpassen: + Vermogen verlagen Druk op ‐ gaat branden Na 200 kookuren brandt de led naast het symbool (Deze indicatie geeft aan dat de Monoblock recirculatiefilter geregenereerd dient te worden. Naloopfunctie: Deze functie wordt gestart na het beëindigen van het koken. Hierbij worden voor een bepaalde vaste tijd alle laatste kookdampen uit de keuken opgenomen door de afzuigtoren op de lage afzuigstand van 10cm. Bij recirculatie worden hierbij tevens de Monoblock filters gedroogd. De nalooptijd is standaard ingesteld op 30 minuten in recirculatiemodus en 10 minuten in afvoermodus. Het is aangeraden om altijd deze functie volledig uit te voeren. Na het beëindigen van de nalooptijd schakelt de motor en afzuigtoren zich automatisch uit en sluit de afzuigtoren zich. Druk op . de reinigingsinstructies op die beschreven L Volg staan in het hoofdstuk Reiniging. AUTO functie: Vooringestelde functie waarbij de afzuigtoren direct in de meest gangbare kookhoogte 20 cm positioneert. De afzuigstand 6 (3e led) wordt hierbij automatisch ingesteld. Vermogen verhogen gaat branden led(s) intenser Indien de output van de module gebruikt wordt, zal het relais zich sluiten op de aansluiting wanneer de afzuigtoren actief is. De output blijft nog 5 minuten gesloten na het uitschakelen van de afzuigtoren. led(s) verzwakken – 11 – 1821_110119_GA2.indd 11 19/02/18 23:14 Voorbeelden van vermogensregeling (de hieronder vermelde waarden zijn enkel richtgevend) 5 KOOKADVIES Kwaliteit van de kookpannen/potten Aangepaste kookpannen/potten: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, inox met magnetische bodem, aluminium met magnetische bodem (100mm). Niet aangepaste kookpotten: aluminium en inox zonder magnetische bodem, koper, messing, keramiek, porselein. De fabrikanten vermelden of hun producten geschikt zijn voor inductie. Toepassing Smelten Opwarmen Opzwellen Ontdooien Om u ervan te verzekeren of de kookpotten geschikt zijn: – Giet een beetje water in een kookpot en plaats deze op een inductie kookzone ingesteld op . Het water moet binnen enkele seconden opwarmen. Stoom 9 Water – Houd een magneet tegen de bodem van de kookpot. De magneet moet blijven plakken. Zachtjes koken Sommige kookpotten zoemen wanneer ze op een inductie kookzone geplaatst worden. Dit wil niet zeggen dat het apparaat defect is en het beïnvloedt geenszins het functioneren. Dit geluid neemt af wanneer u een andere vermogensstand instelt. Koken Braden Braden Op kooktemperatuur brengen Koken – Sauzen, boter, chocolade, gelatine Display 1‐2 – Kant- en klaargerechten – Rijst, pudding en bereidde gerechten – Groenten, vis, diepgevroren producten 2‐3 – Groenten, vis, vlees 3‐4 – Gekookte aardappelen, soep, pasta 4‐5 – Verse groenten – Vlees, lever, eieren, braadworsten 6‐7 – Goulash, rollade, pens – Aardappelen, beignets, platte koeken 7‐8 – Steaks, omeletten – water – Aan de kook brengen van grote hoeveelheden water 9 P+ il de pannen op als u ze wilt verplaatsen, zo L Tvoorkomt u vlekken en krassen door wrijving. – Bereid gerechten zo vaak mogelijk met een deksel op de pot. Afmetingen van de kookpotten De kookzones passen zich in zekere mate automatisch aan de diameter van de kookpot aan. De bodem van deze kookpot dient wel een minimum diameter te hebben in functie van de diameter van de gekozen kookzone. Plaats de kookpot goed in het midden van de kookzone teneinde een optimaal rendement van uw kooktafel te verkrijgen. Indien de diameter van de kookpot veel groter is dan de zone, zal dit geen optimaal kookresutaat opleveren. Het oppervlak van de kookpot die dan net boven de inductiespoel staat genereert dan de warmte. De rest van het oppervlak die niet boven de inductiespoel staat krijgt dan de warmte door via de opbouwlagen van de kookpot. Daarom wordt het aangeraden indien de kookpot veel groter is dan de kookzone deze op een iets lager vermogenniveau op te warmen zodat de warmte mooi verdeeld kan worden. – 12 – 1821_110119_GA2.indd 12 19/02/18 23:14 6 REINIGING EN ONDERHOUD schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen. alle instructies zoals beschreven in het L Volg hoofdstuk Veiligheid Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten. voorafgaand de reiniging of de kooplaat L Controleer volledig uitgeschakeld is en het glas boven de kookzones voldoende is afgekoeld. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminiumbodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen alleen maar moeizaam met gebruikelijke reinigings­ middelen worden verwijderd. Eventueel de reiniging meermaals herhalen. onderstaande reinigingsinstructies voor een L Volg langere levensduur en optimale werking van het apparaat. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het glasoppervlak in de loop van de tijd afgeschuurd en er ontstaan donkere vlekken. 6.1 Onderhoud van de kookplaat het apparaat eerst afkoelen, anders is er risico L Laat op brandwonden. Gebruik de kookplaat niet als een werkblad of om materialen op te leggen. in geen geval toestellen die met “stoom” of L Gebruik met “druk” werken. Til de pannen/ potten altijd op en schuif deze niet over de glasplaat voorwerpen gebruiken die het vitrokeramische L Geen glas kunnen beschadigen, zoals een schuurspons, schuurmiddel en agressieve reinigingsmiddelen. Reinigen glas kookplaat Veeg het oppervlak schoon met een vochtige doek of spons met eventueel wat afwasmiddel (het beste telkens na gebruik). Daarna wrijft u de kookplaat met een droge doek of met keukenpapier droog. Let er altijd op dat alle doeken die u gebruikt proper zijn, zodat krassen op het oppervlak vermeden worden. Voor hardnekkige vlekken Sterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer­ achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen en reinigingsmethode. Indien dit echter niet zou volstaan kunt u gebruik maken van een specifiek reinigingsproduct voor het reinigen van vitrokeramisch glas (bv. vitroclen) Overgekookte spijzen eerst met een natte doek inweken en vervolgens de vuilresten met een speciale glasschraper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder “Reinigen glas kookplaat” beschreven. Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder “Reinigen glas kookplaat” beschreven. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen – 13 – 1821_110119_GA2.indd 13 19/02/18 23:14 6.2.2 Reiniging van de vetfilters Wanneer de vetfilters gereinigd dienen te worden wordt dit aangegeven door de vetfilter reinigingsindicate (zie 4.5.1) - Volg stappen beschreven in 6.2.1. - Neem de vetfilters uit de afzuigtoren (neem positie van vetfilter in acht, er is een linkse en een rechtse vetfilter) 6.2 Onderhoud van de afzuigkap 6.2.1 Reinigen na gebruik van het apparaat - Breng de afzuigtoren naar hoogste stand, druk (meermaals) op - Hef het bovenste glas van de afzuigtoren. Reinig met een vochtige doek of spons met eventueel een pH neutraal afwasmiddel. Wrijf met droge doek/ keukenpapier droog. - Kantel het voorste glas met beide handen en hef deze uit de afzuigtoren. Reinig in vaatwas/ onderdompelen in heet water met ontvettend afwasmiddel. Indien de bovenvermelde  WAARSCHUWING: instructies niet worden uitgevoerd, ontstaat er door een te sterke vervuiling, kans op brandgevaar. bovenste glas van de afzuigtoren NIET in de  Het vaatwasser stoppen. Dit kan krassen veroorzaken in het glas en de coating beschadigen aan de onderzijde. Reinig zowel het voorste als vaste achterste glas met een vochtige doek of spons met eventueel een pH neutraal afwasmiddel. Wrijf met droge doek/ keukenpapier droog. Druk op afzuigtoren. Na het reinigen: – Plaats de filters en het glas terug in de afzuigtoren. na het terugplaatsen van alle onderdelen in de – Druk op na het terugplaatsen van alle onderdelen in de afzuigtoren. – Druk gedurende 3 seconden op de voorwerpen gebruiken die het glas kunnen  Geen beschadigen, zoals een schuurspons, schuurmiddel toets. en agressieve reinigingsmiddelen. – 14 – 1821_110119_GA2.indd 14 19/02/18 23:14 6.2.3 Reinigen bij overkoken/morsen in het apparaat - Volg stappen beschreven in 6.2.1 en 6.2.2. - Neem de bovenste opvangreservoirs uit de toren en reinig deze indien nodig. 6.2.4 Reinigen van de Monoblock recirculatiefilter (alleen bij recirculatie) Indien gekozen is voor recirculatie is het apparaat aangesloten op een inbouw recirculatiebox met een Monoblock recirculatiefilter. Regenereren van de Monoblock recirculatiefilter: – De Monoblock kan tot 12 maal toe geregenereerd worden. Dit gebeurt in de oven. – Plaats de filter gedurende 1 uur in een oven op 120°C. Voorzie voldoende verluchting in de ruimte waar de oven staat, er kunnen geuren vrijkomen. Bij het bakken van bepaalde vissoorten, kan er geur vrijkomen. Beste oplossing is het meteen regenereren van de filter. Na het reinigen: – Plaats de monoblock recirculatiefilter terug in de inbouw recirculatiebox - Neem de opvangbeveiliging uit en reinig indien nodig. – druk gedurende 3 seconden op de toets. - Bij morsen van grote hoeveelheden vocht, schuif de onderste opvangreservoirs uit de onderkant van de dampkap en reinig indien nodig. Volg de stappen in omgekeerde volgorde om het apparaat terug kookklaar te maken. Bij het terugplaatsen van de opvangbeveiliging dient de korte zijde naar voor gericht te zijn van de opvangbeveiliging. Druk op afzuigtoren. na het terugplaatsen van alle onderdelen in de – 15 – 1821_110119_GA2.indd 15 19/02/18 23:14 7 KLEINE STORINGEN VERHELPEN De bediening van automatisch koken treedt niet in werking: – de kookzone is nog warm [ H ] 7.1 Meldingen op de kookplaat – het maximum kookniveau staat aan [ 9 ] Code – het kookniveau werd aangezet met de toets [ ‐ ]. – er staat geen kookpot op de kookzone 7.2 Meldingen bij de afzuiging – de kookpot is niet geschikt voor inductie U – de diameter van de bodem van de kookpot is te klein in vergelijking met de kookzone Zie hoofdstuk 4.3.9 Warmhouden Code 1e led knippert – Het elektronisch systeem is ontregeld. E – Ontkoppel de kookplaat en sluit opnieuw aan. (Er03) Zie hoofdstuk 4.3.7 Stop&Go Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen van de bediening. Het symbool verdwijnt van zodra de toetsen vrijgemaakt of afgekuist zijn. E2 De kooktafel is oververhit, laat afkoelen, daarna kunt u ze terug inschakelen. E8 De luchttoevoer van de ventilator is afgesloten. Maak deze vrij. U400 De kooktafel werd niet goed aan het netwerk aangesloten. Kijk de aansluiting na. (Er47) Probleem in het intern BUS-systeem van het apparaat. – De toren werd niet detecteerd op de gevraagde positie. 2 Leds – Controleer of niets de beweging van de afzuigtoren kan verhinderen knipperen – Druk op – Doe beroep op de dienst na verkoop II – Naloopfunctie geactiveerd – Contacteer Novy – Veiligheidsschaklaar in afzuigtoren blijft constant geactiveerd – Druk op 3 Leds – Contacteer Novy knipperen – Draai met een schroevendraaier aan de spindel van de afzuigtoren via de sleuf in de spindel. – Voorste glas afzuigtoren niet aanwezig 4 Leds – Voorste glas afzuigtoren niet correct geplaatst knipperen – Druk op Indien één van deze foutmeldingen blijft verschijnen, kunt u de dienst na verkoop contacteren. – Detectieschakelaat afzuigtoren defect De kookplaat of de kookzone werkt niet: – de kookplaat is slecht op het elektrisch net aangesloten De afzuigkap zuigt niet goed af. Wat kan dit probleem veroorzaken? – Controleer de vetfilter. Respecteer de reinigingsindicatie. De filter dient gemiddeld één maal in de twee weken gereinigd te worden om een goede werking van de afzuiging te garanderen. – de veiligheidszekering is gesprongen – kijk na of de vergrendeling is ingeschakeld – de tiptoetsen zijn met water of vet bespat – er staat een voorwerp op de tiptoetsen Een enkele zone of alle zones vallen uit: – de veiligheid is in werking getreden – Controleer de luchttoevoer in de woning. Zodra de afzuigkap aangezet wordt, dient er luchttoevoer aanwezig te zijn d.m.v. roosters in de ramen of door een raam open te zetten. – deze treedt in werking wanneer u vergeten bent een kookzone uit te schakelen – Controleer het kanaal op verstoppingen of vernauwingen waardoor de lucht niet goed afgevoerd kan worden. – de veiligheid treedt eveneens in werking wanneer één of meerdere tiptoetsen bedekt zijn – een kookpan is leeg en de bodem is oververhit – de kookplaat beschikt eveneens over een automatische vermindering van het vermogen en van een automatische uitschakeling bij oververhitting De ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de kooktafel: – dit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elektronische apparatuur – de ventilator stopt vanzelf. – 16 – 1821_110119_GA2.indd 16 19/02/18 23:14 7.3 Overig Storing: In geval van storing, aarzel niet om onze Dienst na verkoop te contacteren: België: Tel.: +32 (0)56 36 51 02 Frankrijk: Tel.: +33 (0)3 20 94 06 62 Duitsland: Tel.: +49 (0)511.54.20.771 Nederland: Tel.: +31 (0)88-0119110 Spanje: Tel.: +34 938 700 895 Italië: Tel.: +39 039.20.57.501 Voor alle andere landen: uw lokale installateur of Novy in België: Tel.: +32 (0)56/36.51.02 Voor een goede en vlotte afhandeling is het noodzakelijk dat de Hersteldienst weet welk type apparaat u heeft. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van de aanzuigunit. Kleef hier de bijgevoegde sticker met het typeplaatje een serienummer. – 17 – 1821_110119_GA2.indd 17 19/02/18 23:14 OVERZICHT VAN DE FUNCTIES Bediening afzuiging Bediening kookplaat Inschakelen / verhogen positie afzuigtoren Aanduiding van de timertijd Afzuigsnelheid verlagen Timer toetsen Afzuigsnelheid verhogen Vergrendelingstoets Uitschakelen / verlagen positie afzuigtoren Aan/uit toets voor de kookplaat Aanduiding afzuiging Stop & Go toets Reinigingsindicatie vetfilter Aanduiding van het vermogensniveau Reinigingsindicatie recirculatiefilter (optioneel) Bridgefunctie Indicatie Vooringestelde afzuigfunctie Timer Indicatie Warmhoudstand Indicatie Kookplaat inschakelen / uitschakelen Zone warmhoudtoets Druk op O/I en 2 sec blijven duwen. LED licht op. Zone voor sliderbediening achter Druk op O/I. LED licht dooft. Zone voor sliderbediening voor Vermogensregeling instellen Grill functie op plaats van aanduiding van het vermogensniveau MEER - Glijden over de “SLIDER” (Vermogensregeling) MINDER - Glijden tot 0 over de “SLIDER” In- en uitschakelen van Power IN - Tot het einde van de”SLIDER” glijden - [P] UIT - Over de”SLIDER” glijden [0-9] Warmhoudfunctie In- en uitschakelen van Super Power Druk 1, 2 of 3 maal op IN - Power inschakelen. Druk nogmaals op einde van de “SLIDER” Bridge Functie manueel UIT - Over de “SLIDER” glijden [0-9] Vermogensgrens geactiveerd [ 9 ] wordt tot [ 8 ] gereduceerd en knippert [8] Stop & Go functie AAN - Druk op I I UIT - Druk op I I Vergrendeling van de bediening Aan/Uit - Druk gedurende 6 sec. op Selecteer de timer Druk tegelijkertijd op - en + van de timer Stoppen: enkele malen op AAN - tegelijkertijd op 2 UIT - tegelijkertijd op 2 Bridge Functie automatisch 8 88 toets drukken tot8leds uit zijn 8 8 van de zones 8 88drukken 8 drukken van de zones 8 AAN - plaats een kookpot op de zone voor en achter UIT - tegelijkertijd op beide Grill Functie 8 8 en achter drukken van zone voor 8 8 88 8 8 8 8 88 8 8 8 8 8 AAN - tegelijkertijd centraal op 2 [SLIDERS] van de zones voor en achter drukken UIT - tegelijkertijd op 2 [SLIDERS] van de zones voor en achter drukken, daarna op de [SLIDER] onder de geanimeerde zone Duurtijd verminderen druk op - van de timer Duurtijd verlengen Afzuigkap Inschakelen druk op + van de timer POSITIE 10 cm: Druk kort op Uitschakelen van de timerfunctie POSITIE 30 cm: Druk 2 seconden op Druk tegelijkertijd op - en + tot de gewenste zandloper oplicht Afzuigkap positie wijzigen Blijf op - van de timer drukken tot deze op 0 staat VERHOGEN - Druk op Gebruik van de timer zonder koken VERLAGEN - De kookplaat inschakelen. Druk tegelijkertijd op - en + van de timer. Stel de tijd in met - of +. Programmeren van de aankookautomaat Afzuigkap - Naloopfunctie / Uitschakelen NALOOPFUNCTIE: Druk 2 seconden op hiermee automatisch na 10/30 minuten AAN - Over de “SLIDER” glijden, 3 sec blijven duwen op gewenst vermogen UITSCHAKELEN: druk nogmaals op UIT - Glijd over de “SLIDER“ Druk op 1821_110119_GA2.indd 18 . De afzuigtoren sluit Vooringestelde afzuigfunctie 19/02/18 23:14 000 000 0 min min 00 0 0000 00 0 min min m mi 0 0 NOVY nv behoudt zich het recht voor te allen tijde en zonder voorbehoud de constructie en de prijzen van haar producten te wijzigen. NOVY SA se réserve le droit de modifier à tout moment et sans réserve la fabrication et les prix de ses produits. Die NOVY AG behält sich das Recht vor, zu jeder Zeit und ohne Vorbehalt die Konstruktion und die Preise ihrer Produkte zu ändern. NOVY nv reserves the right at any time and without reservation to change the structure and the prices of its products. NOVY nv Noordlaan 6 B - 8520 KUURNE Tel. 056/36.51.00 Fax 056/35.32.51 E-mail: [email protected] http://www.novy.be 1821_110119_GA2.indd 74 France: 0320.940662 Deutschland / Österreich: +49 (0)511.54.20.771 Nederland: +31 (0)88-0119110 España: +34 938 700 895 Italia: +39 039.20.57.501 19/02/18 23:14
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74

NOVY Panorama 1821 Handleiding

Categorie
Kookplaten
Type
Handleiding