Genius FALCON M Handleiding

Categorie
Poortopener
Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

5
des Antriebs die Stromzufuhr zur Anlage zu unterbrechen.
1. Das Entriegelungssystem gegen den Uhrzeigersinn um etwa 180°
entsprechend der Darstellung in Abb. 2, Bez. a drehen.
2. Den Schlüssel gegen den Uhrzeigersinn drehen, Abb. 2 Bez. b und aus
dem Schloss herausziehen, siehe Darstellung in Abb. 2 Bez. c.
3. Das Tor so weit bewegen, bis die Entriegelung eingreift.
Bevor das System wieder mit Strom versorgt wird, sicherstellen, dass
das Tor nicht mit der Hand bewegt werden kann.
WARTUNG
Zur Gewährleistung eines dauerhaft reibungslosen Betriebs und eines
konstanten
Sicherheitsniveaus sollte im Abstand von jeweils 6 Monaten eine allgemei-
ne Kontrolle der Anlage vorgenommen werden. Im Heft „Gebrauchsan-
weisungen“ ist ein Vordruck für die Aufzeichnung der Wartungsarbeiten
enthalten.
Der beiliegende Vordruck für die Wartung dient lediglich als Hilfe.
Nicht
ausgeschlossen ist, dass zur Gewährleistung des einwandfreien
Betriebs der
Automation und eines konstanten Sicherheitsniveaus nicht im
Vordruck
aufgeführte Wartungsarbeiten erforderlich sind.
REPARATUREN
Der Benutzer darf direkt keine Versuche für Reparaturen oder Arbeiten
vornehmen und hat sich ausschließlich an qualifiziertes Fachpersonal
GENIUS oder an Kundendienstzentren GENIUS zu wenden.
NEDERLANDS
Lees de instructies aandachtig door alvorens het product te ge-
bruiken, en bewaar ze voor eventuele toekomstige raadpleging
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Het automatische systeem FALCON M garandeert, als het op
correcte wijze is geïnstalleerd en gebruikt, een hoge mate van
veiligheid. Daarnaast kunnen een aantal simpele gedragsregels
accidentele ongemakken voorkomen:
- Blijf niet in de buurt van het automatische systeem staan, en sta niet toe
dat kinderen,
personen of voorwerpen er in de buurt staan, vooral als hij in werking
is.
- Houd de radio-afstandsbediening en alle andere impulsgevers buiten
het bereik van kinderen, om te voorkomen dat het automatische
systeem per ongeluk kan worden bediend.
- Sta niet toe dat kinderen met het automatische systeem spelen.
- Houd niet opzettelijk de beweging van de vleugels tegen.
- Zorg dat takken of struiken de beweging van de vleugels niet kunnen
hinderen.
- Zorg dat de lichtsignalen altijd goed werken en goed zichtbaar zijn.
-Probeer de poort niet met de hand te bewegen als hij niet eerst ontgren-
deld is.
- In geval van storing moet de poort worden ontgrendeld om toegang
mogelijk te maken, en wacht op de technische assistentie van een
gekwalificeerd technicus.
- Als de handbediende werking is ingesteld, moet de elektrische voeding
naar de installatie worden uitgeschakeld alvorens de normale werking
te hervatten.
- Voer geen wijzigingen uit op onderdelen die deel uitmaken van het
automatische systeem.
- Doe geen pogingen tot reparaties of directe ingrepen, en wend u
uitsluitend tot gekwalificeerd personeel.
- Laat de werking van het automatische systeem, de veiligheidsvoorzie-
ningen en de aarding minstens eenmaal per half jaar controleren
door gekwalificeerd personeel.
BESCHRIJVING
Het automatische systeem FALCON M is ideaal om de toegang van
voertuigen in wooncomplexen te controleren.
FALCON M voor schuifpoorten is een elektromechanische aandrijving
die de beweging van de vleugel overbrengt door middel van een
rondsel met een tandheugel.
Raadpleeg een installatietechnicus voor het gedetailleerde gedrag
van de schuifpoort met de verschillende bedrijfslogica’s.
Automatische systemen hebben voorzieningen die voorwerpen de-
tecteren (fotocellen) die verhinderen dat de poort weer sluit wanneer
er zich een obstakel in het door hen beveiligde gebied bevindt.
Het systeem garandeert de mechanische blokkering wanneer de mo-
tor niet in werking is, en daarom is het niet noodzakelijk een vergrende-
ling te installeren.
De handbediende opening is dus alleen mogelijk met behulp van het
speciale ontgrendelingsmechanisme.
De motorreductor is uitgerust met een elektronische regelbare koppe-
ling
waardoor het automatische systeem veilig kan worden gebruikt.
De elektronische apparatuur is ingebouwd in de motorreductor.
Een handig handbediend ontgrendelingsmechanisme zorgt ervoor
dat het hek kan worden bewogen in geval van een black-out of een
storing.
Het lichtsignaal geeft aan dat de poort in beweging is.
TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN
MODEL
5 M
5 MC
8 M
8 MC
424 M
424 MC
Voeding (+6% -10%)
230 V~
50 Hz
115 V~
60 Hz
230 V~
50 Hz
115 V~
60 Hz
230 V~
50 Hz
115 V~
60 Hz
Opgenomen vermogen (W) 350 500 600 70
Opgenomen stroom (A) 1.5 3 2.2 5.2 3
Aanloopcondensator (µF) 10 30 12.5 50 /
Duwkracht op rondsel (daN) 45 65 40
Koppel (Nm) 18 24 13.5
Oververhittingsbeveiliging
(°C)
140 /
MODEL
5 M
5 MC
8 M
8 MC
424 M
424 MC
Max. gewicht vleugel (Kg) 500 800 400
Soort rondsel Z 16 module 4
Snelheid van de poort
(m/min.)
12 14 12 14 12
Max. lengte poort (m) 15
Soort eindschakelaar Magnetisch
Soort koppeling
Elektrische koppelregeling
(Zie besturingseenheid)
Gebruiksfrequentie (zie
grafiek)
S3 - 30% S3 - 40% 100%
Omgevingstemperatuur (°C) -20 ÷ +55
Gewicht motorreductor (kg)
9
(10 Falcon
5MC)
10
(11 Falcon
8MC)
7.5
(8.5 Falcon
424MC)
Beschermingsgraad IP 44
Afmetingen aandrijving Zie fig. 2
DBEDIENDE WERKING
De handmatige deblokkering is een voorziening waarmee de aan-
drijving van de poort kan worden losgekoppeld, zodat hij met de
hand kan worden bewogen.
Schakel, alvorens het ontgrendelingsmechanisme te gebruiken, de
spanning naar de installatie uit door op de differentieelschakelaar
stroomopwaarts van de
motorreductor om te zetten.
HET ONTGRENDELINGSMECHANISME MOET NIET ALS EEN NOODSTOP
WORDEN BESCHOUWD
Als de poort met de hand moet worden bediend omdat de elektrische
voeding is
uitgevallen of omdat het automatische systeem niet goed werkt,
dient het
ontgrendelingsmechanisme te worden gebruikt, en wel als volgt:
1. Steek de speciale bijgeleverde sleutel in het slot Fig. 1 Ref. a, en draai
hem met de wijzers van de klok mee zoals aangeduid in Fig. 1 Ref. b.
2. Draai het ontgrendelingsmechanisme ongeveer 180° met de wijzers
van de klok mee, zoals aangegeven in Fig. 1 Ref. c.
3. Open of sluit de poort met de hand.
HERVATTING NORMALE WERKING
Om te voorkomen dat de poort tijdens de manoeuvre per
ongeluk door een impuls wordt ingeschakeld, moet alvorens de
aandrijving opnieuw te vergrendelen eerst de voeding naar de
installatie worden uitgeschakeld.
1. Draai het ontgrendelingsmechanisme ongeveer 180° tegen de wijzers
van de klok in, zoals aangegeven in Fig. 2 ref. a.
2. Draai de sleutel tegen de wijzers van de klok in, Fig. 2 ref. b, en trek
hem uit het slot, zoals aangegeven in Fig. 2 ref. c.
3. Beweeg de poort tot het ontgrendelingsmechanisme aankoppelt.
Controleer, alvorens de voeding naar het systeem weer in te
schakelen, of de poort niet met de hand kan worden bewogen.
ONDERHOUD
Om een goede werking op de lange termijn en een constant veilighei-
dsniveau te garanderen, is het beter om ieder half jaar een algemene
controle op de installatie uit te voeren. In het boekje “Gebruikersgids” is
een formulier voorgedrukt om onderhoudshandelingen te registeren.
De bijgevoegde onderhoudsmodule dient uitsluitend als indicatie,
het is niet uitgesloten
dat, om een correcte werking van het automatische systeem en
een constant veiligheidsniveau te garanderen, onderhoudshan-
delingen noodzakelijk zijn die niet in de module zijn aangegeven.
REPARATIES
De gebruiker mag zelf geen pogingen ondernemen tot reparaties of an-
dere ingrepen, en dient zich uitsluitend te wenden tot gekwalificeerd en
geautoriseerd GENIUS-personeel of een erkend GENIUS-servicecentrum.
6
ALLEGATO 1 : PiAnO mAnuTEnziOnE PrOGrAmmATA - EnCLOSurE 1 : PrOGrAmmEd
mAinTEnAnCE SChEduLE - AnnEXE 1 : PLAn dEnTrETiEn PrOGrAmmé - AnEXO 1 : PLAn dE
mAnTEnimiEnTO PrOGrAmAdO - AnLAGE 1 : PLAn dEr PrOGrAmmiErTEn WArTunGSArbEiTEn
- biJLAGE 1 – SChEmA GEPrOGrAmmEErd OndErhOud
CONTROLLI SEMESTRALI
SIX-MONTHLY CHECKS
CONTROLES SEMESTRIELS
CONTROLES SEMESTRALES
HALBJÄHRLICHE PRÜFUNGEN
HALFJAARLIJKSE CONTROLES
__/__/__
__/__/__
__/__/__
__/__/__
__/__/__
__/__/__
__/__/__
__/__/__
__/__/__
10°
__/__/__
Collegamento ed efficacia dell’interrut-
tore differenziale
Connection and efficiency of safety
circuit breaker
Connexion et efficacité de l’interrup-
teur différentiel
Conexión y eficacia del interruptor
diferencial
Anschluss und Funktionstüchtigkeit des
Differentialschalters
Verbinding en werking van de differen-
tieelschakelaar
Taratura e corretto funzionamento della
frizione elettronica
Setting and correct operation of
electronic clutch
Etalonnage et fonctionnement correct
de l’embrayage électronique
Tarado y correcto funcionamiento del
embrague electrónico
Einstellung und Funktionstüchtigkeit der
elektronischen Kupplung
Afstelling en correcte werking van de
elektronische koppeling
Collegamenti e funzionamento dei
dispositivi di sicurezza
Connections and operation of safety
devices
Connexions et fonctionnement des
dispositifs de sécurité
Conexiones y funcionamiento de los
dispositivos de seguridad
Anschlüsse und Funktionstüchtigkeit der
Sicherheitsvorrichtungen
Aansluitingen en werking van de veili-
gheidsvoorzieningen
Collegamento ed efficacia della presa
di terra
Connection and efficiency of earth
socket
Connexion et efficacité de la prise de
terre
Conexión y eficacia de la toma de
tierra
Anschluss und Funktionstüchtigkeit der
Erdung
Aansluiting en werking van de aarding
Funzionamento del dispositivo di sbloc-
co manuale
Operation of manual release device
Fonctionnement du dispositif de déblo-
cage manuel
Funcionamiento del dispositivo de
desbloqueo manual
Funktionstüchtigkeit der manuellen
Freigabevorrichtung
Werking van het handbediende ont-
grendelsysteem
Funzionamento dei finecorsa
Operation of limit switches
Fonctionnement des fins de course
Funcionamiento de los finales de
carrera
Funktionstüchtigkeit der Endschalter
Werking van de eindschakelaars
26
NEDERLANDS
Opmerkingen voor het lezen van de instructies
Lees deze installatiehandleiding aandachtig door alvorens te beginnen met de installatie van het product.
Het symbool is een aanduiding voor belangrijke opmerkingen voor de veiligheid van personen en om het automatische systeem in goede staat te
houden.
Het symbool vestigt de aandacht op opmerkingen over de eigenschappen of de werking van het product.
EG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING
Fabrikant: GENIUS S.p.A.
Adres: Via Padre Elzi, 32 - 24050 - Grassobbio - Bergamo - ITALIE
Verklaart dat: De aandrijving mod. FALCON M
is vervaardigd om te worden ingebouwd in een machine of om te worden geassembleerd met andere machines om een machine te vormen in de
zin van Richtlijn 98/37/EG;
• in overeenstemming is met de fundamentele veiligheidseisen van de volgende EEG-richtlijnen:
73/23/EEG en latere wijziging 93/68/EEG.
89/336/EEG en latere wijzigingen 92/31/EEG en 93/68/EEG
daarnaast verklaart hij dat het niet is toegestaan het apparaat in bedrijf te stellen tot de machine waarin het wordt ingebouwd of waar het een onderdeel
van zal worden is geïdentificeerd, en conform de vereisten van Richtlijn 98/73/EG is verklaard.
Grassobbio, 05-12-2006
De Algemeen Directeur
D. Gianantoni
INHOUDSOPGAVE
1. BESCHRIJVING EN TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN pag.27
2. AFMETINGEN pag.27
3. MAXIMALE GEBRUIKSCURVE pag.27
4. ELEKTRISCHE AANSLUITMOGELIJKHEDEN (standaardinstallatie) pag.27
5. INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM pag.28
5.1. CONTROLES VOORAF pag.28
5.2. INMETSELEN VAN DE FUNDERINGSPLAAT pag.28
5.3. MECHANISCHE INSTALLATIE pag.28
5.4. MONTAGE VAN DE TANDHEUGEL pag.28
6. INBEDRIJFSTELLING pag.29
6.1. AANSLUITING ELEKTRONISCHE KAART pag.29
6.2. PLAATSING VAN DE EINDSCHAKELAARS pag.29
7. TEST VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM pag.30
8. HANDBEDIENDE WERKING pag.30
9. HERVATTING NORMALE WERKING pag.30
10. SPECIALE TOEPASSINGEN pag.30
11. ONDERHOUD pag.30
12. REPARATIES pag.30
13. ACCESSOIRES pag.30
27
NEDERLANDS
AUTOMATISCH SYSTEEM FALCON M
Deze instructies gelden voor volgende modellen:
FALCON 5 M - FALCON 5 MC - FALCON 8 M- FALCON 8 MC - FALCON 424
M - FALCON 424 MC.
De motorreductor FALCON voor schuifpoorten is een elektromechanische
aandrijving die de beweging van de schuivende vleugel overbrengt door
middel van een rondsel met een tandheugel of een ketting die op geschikte
wijze aan de poort is bevestigd.
Het onomkeerbare systeem garandeert de mechanische blokkering van
de poort wanneer de motor niet in werking is, en daarom hoeft er geen
vergrendeling te worden geïnstalleerd.
De motorreductor is niet voorzien van geen mechanische koppe-
ling, en heeft dus bedieningsapparatuur nodig met een regelbare
elektronische koppeling die de noodzakelijke beknellingsbeveiliging
garandeert
.
Een handig handbediend ontgrendelingsmechanisme met een gepersonali-
seerde sleutel zorgt ervoor dat de poort kan worden bewogen in geval van een
black-out of een storing.
Bij motorreductoren versie Czit de elektronische bedieningsapparatuur bin-
nenin de aandrijving.
De motorreductor FALCON is ontworpen en gebouwd voor controle
op de toegang van voertuigen. Vermijd ieder ander gebruik.
1. BESCHRIJVING EN TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN
MODEL
5 M
5 MC
8 M
8 MC
424 M
424 MC
Voeding (+6% -10%)
230 V~
50 Hz
115 V~
60 Hz
230 V~
50 Hz
115 V~
60 Hz
230 V~
50 Hz
115 V~
60 Hz
Opgenomen vermogen (W) 350 500 600 70
Opgenomen stroom (A)
1.5 3 2.2 5.2 3
Aanloopcondensator (µF) 10 30 12.5 50 /
Duwkracht op rondsel (daN)
45 65 40
Koppel (Nm) 18 24 13.5
Oververhittingsbeveiliging
(°C)
140 /
Max. gewicht vleugel (Kg) 500 800 400
Soort rondsel
Z 16 module 4
Snelheid van de poort
(m/min.)
12 14 12 14 12
Max. lengte poort (m) 15
Soort eindschakelaar Magnetisch
Soort koppeling
Elektrische koppelregeling
(Zie besturingseenheid)
Gebruiksfrequentie (zie
grafiek)
S3 - 30% S3 - 40% 100%
Omgevingstemperatuur (°C) -20 ÷ +55
Gewicht motorreductor (kg)
9
(10 Falcon
5MC)
10
(11 Falcon
8MC)
7.5
(8.5 Falcon
424MC)
Beschermingsgraad IP 44
Afmetingen aandrijving Zie fig. 2
2. AFMETINGEN
3. MAXIMALE GEBRUIKSCURVE
Aan de hand van de curve kan
de maximale werktijd (T) worden
vastgesteld afhankelijk van de
gebruiksfrequentie (F)
Onder verwijzing naar de norm
IEC 34-1 kan de motorreductor
FALCON met een diensttype S3
functioneren bij een gebruiksfre-
quentie van 40%.
Voor een goede werking moet
worden gehandeld in het werk-
veld onder de curve.
Belangrijk: De curve wordt
bereikt bij een tempera-
tuur van 20 °C. Blootstel-
ling aan direct zonlicht
kan een verlaging van de
gebruiksfrequentie tot 20%
tot gevolg hebben.
Berekening van de gebruiksfrequentie
Dit is het percentage van de werkelijke werktijd (opening + sluiting) ten
opzichte van de totale cyclustijd (opening + sluiting + pauzetijden).
De berekeningsformule is als volgt:
Ta + Tc
% F = X 100
Ta + Tc + Tp + Ti
waarbij:
Ta = openingstijd
Tc = sluitingstijd
Tp = pauzetijd
Ti = intervaltijd tussen de ene complete cyclus en de andere
4. ELEKTRISCHE AANSLUITMOGELIJKHEDEN
(standaardinstallatie)
Pos. Beschrijving Verbindingskabel
Motorreductor 3x2.5 mm
2
(230/115V~)
Zender fotocellen 2x0.5 mm
2
(TX)
Ontvanger fotocellen 4x0.5 mm
2
(RX)
Sleutelschakelaar 2x0.5 mm
2
Signaallamp 2x1.5 mm
2
Externe ontvanger (optioneel) 3x0.5 mm
2
Bedekkingskap
Motorreductor
Ontgrendelingsknop met sleutel
Rondsel
Affdekdopje sensor
Magnetische sensor
Bevestigingsplaat met moeren en ankers
Magnetische aanslagen
Pijpsleutel
Ringtransformator (alleen voor Falcon
424 C)
Encoder (alleen voor Falcon 424 C)
Besturingseenheid met steun (alleen voor
de C-versies)
Fig. 1
Fig. 2
Fig. 3
28
NEDERLANDS
5. INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM
5.1. CONTROLES VOORAF
Controleer met het oog op de veiligheid en een correcte werking van het
automatische systeem of aan de volgende vereisten is voldaan:
De structuur van de poort moet geschikt zijn om te worden geautomati-
seerd. In het bijzonder moet de diameter van de wielen in verhouding
staan tot het gewicht van de poort die moet worden geautomatiseerd,
en moet er een geleider aan de bovenzijde en mechanische aanslagen
zijn om het derailleren van de poort te voorkomen.
De eigenschappen van het terrein moeten garanderen dat de funderings-
sokkel voldoende grip heeft.
• In het gebied waarin de sokkel gegraven wordt mogen geen leidingen
of elektriciteitkabels aanwezig zijn.
Als de motorreductor blootstaat aan passerende voertuigen, moet, in-
dien mogelijk, voor een goede bescherming tegen botsingen worden
gezorgd.
Controleer of een goede aarding aanwezig is voor de aansluiting voor
de motorreductor.
Controleer of er rondom de aandrijving voldoende ruimte is om de nood-
zakelijke handelingen voor de installatie en later onderhoud goed uit
te kunnen voeren.
5.2. INMETSELEN VAN DE FUNDERINGSPLAAT
1. Assembleer de funderingsplaat
zoals in Fig. 4.
2. De funderingsplaat moet worden
geplaatst zoals aangegeven
in Fig.5 (sluiting rechts) of Fig. 6
(sluiting links) om ervoor te zorgen
dat het rondsel en de tandheugel
goed in elkaar grijpen.
de pijl op de funderingsplaat
moet altijd naar de poort ge-
richt zijn, zie fig. 05-06.
3. Maak een funderingssokkel zoals in Fig. 7
en metsel de funderingsplaat in met een
of meer buizen voor elektriciteitskabels.
Controleer met een waterpas of de
plaat perfect horizontaal is. Wacht tot
het cement gehard is.
4. Leg de elektriciteitskabels voor de aanslui-
ting van accessoires en de elektrische
voeding aan zoals in Fig. 3.
Laat, om het aansluiten te vereen-
voudigen, de kabels ongeveer 40
cm uit het gat van de funderings-
plaat steken (Fig. 5-6 ref. ).
5.3. MECHANISCHE INSTALLATIE
Verwijder de beschermingskap door hem naar boven te trekken, Fig. 8.
Plaats de aandrijving op de plaat met gebruikmaking van de bijgelever-
de ringen en moeren, zoals in Fig. 9, met behulp van de bijgeleverde
pijpsleutel (Fig. 9 rif. ).
Haal bij deze handeling de kabels door de speciale opening in de
reductorbehuizing van de aandrijving.
Stel de hoogte van de aandrijving en de afstand tot de poort in, zie de
maten van Fig.10
Deze handeling is noodzakelijk voor een correcte bevestiging van
de tandheugel, en om de mogelijkheid te behouden de motor in
de toekomst anders te kunnen afstellen.
Draai de bevestigingsschroeven van de motorreductor vast.
Stel de aandrijving in op handbediening, zie paragraaf 8.
5.4. MONTAGE VAN DE TANDHEUGEL
5.4.1. STALEN TANDHEUGEL - LASSEN (FIG.11)
Monteer de drie palletjes met schroefdraad
op het element van de tandheugel door ze
boven in de uitsparing te plaatsen. Hierdoor
zal het door de speling in de uitsparing in
de loop der tijd mogelijk blijven eventuele
bijstellingen uit te voeren.
Zet de vleugel met de hand helemaal
open.
Leg het eerste stuk van de tandheugel vlak
op het tandwiel, en las het palletje met
schroefdraad op de poort zoals aange-
geven in Fig.13.
Beweeg de poort met de hand, controleer of de tandheugel tegen het
tandwiel zit, en las het tweede en derde palletje vast.
Zet een ander element van de tandheugel naast het vorige, en gebruik
daarbij een stuk van de tandheugel om de vertanding van de twee
elementen op elkaar af te stemmen, zoals in Fig.14 ref. .
Beweeg de poort met de hand en las de drie pallen met schroefdraad,
en ga zo verder tot u de hele poort langs bent geweest.
Zorg dat er geen overtollige stukken tandheugel buiten de poort
uitsteken.
5.4.2. STALEN TANDHEUGEL – VASTSCHROEVEN (F
IG. 12)
Zet de vleugel met de hand helemaal
open.
Leg het eerste stuk van de tandheugel vlak
op het tandwiel en plaats het afstands-
stuk tussen tandheugel en de rand van de
poort. Controleer met een waterpas of de
tandheugel horizontaal is, en markeer met
een pen waar moet worden geboord.
Boor een gat Ø 6,5 mm en maak man-
nelijk schroefdraad voor M8. Draai de
bout vast.
Beweeg de poort met de hand, controleer of de tandheugel tegen het
tandwiel zit, en herhaal de handelingen vanaf punt .
Zet een ander element van de tandheugel naast het vorige, en gebruik
daarbij een stuk van de tandheugel om de vertanding van de twee
elementen op elkaar af te stemmen (Fig. 14 ref. ).
Beweeg de poort met de hand, en ga verder met het bevestigen zoals bij
het eerste element;ga door tot u de hele poort langs bent geweest.
Zorg dat er geen overtollige stukken tandheugel buiten de poort
uitsteken.
Fig. 8
Fig. 5 Fig. 6
Fig. 7
Fig. 4
Fig. 9
Fig. 10
Fig. 11
Fig. 12
Fig. 13
29
NEDERLANDS
Opmerkingen over de installatie van de tandheugel
Controleer of alle elementen van
de tandheugel nooit uit het rond-
sel lopen, over de hele beweging
van de poort.
De elementen van de tandheu-
gel mogen absoluut niet op de
afstandsstukken of aan elkaar
worden gelast.
Na de installatie van de tand-
heugel moet de positie van de
motorreductor ongeveer 1,5 mm
worden verlaagd (Fig.15) om te
garanderen dat de tandheugel
goed in het rondsel grijpt.
Controleer met de hand of de
poort de mechanische aansla-
gen soepel bereikt, en of er geen
sprake is van wrijving tijdens de
beweging.
Gebruik absoluut geen vet of an-
dere smeermiddelen tussen het
rondsel en de tandheugel.
6. INBEDRIJFSTELLING
6.1. AANSLUITING ELEKTRONISCHE KAART
Alvorens een willekeurige ingreep op de kaart uit te voeren (aan-
sluitingen, programmering, onderhoud), moet altijd de stroomvoor-
ziening worden uitgeschakeld.
Volg de punten 10, 11, 12, 13,14, van de ALGEMENE VEILIGHEIDSVOOR-
SCHRIFTEN.
Leg de kabels aan in de leidingen overeenkomstig de aanwijzingen van Fig.
3, en sluit de gekozen accessoires aan op de elektronische apparatuur.
Houd de voedingskabels altijd gescheiden van de kabels voor de bediening
en de beveiliging (drukknop, ontvanger, fotocellen etc.). Gebruik verschil-
lende buizen om iedere elektrische storing te vermijden.
6.1.1. AARDING
Sluit de aardkabel aan zoals in Fig. 16.
6.1.2. ELEKTRONISCHE APPARATUUR
Bij motorreductoren versie Cwordt de elektronische bedieningsapparatuur
bevestigd aan een verstelbare steun met een doorzichtig deksel.
Op het deksel zitten de programmeerknoppen van de kaart, zodat de kaart
kan worden geprogrammeerd zonder het deksel te hoeven verwijderen.
Volg de aanwijzingen in de specifieke instructies om de besturingseenheid
correct aan te sluiten.
6.1.3. AANSLUITING VOEDINGSKABEL
(alleen voor Falcon 424C)
Op de motorvertraging FALCON
424C zit een klem met zekeringhou-
der (Fig. 17 ref. A) die verbonden
is met het primaire circuit van de
ringtransformator. De netvoedin-
gskabel 230 / 115 V ~ moet op
deze klem worden aangesloten,
volgens de aanwijzingen van Fig.
17. Voor eventuele vervanging
van de zekering dient een zekering
van het type T1.6A/250V - 5x20 te
worden gebruikt bij 230 V-voeding, en T3.15A/250V - 5x20 in het geval van
115 V-voeding.
6.2. PLAATSING VAN DE EINDSCHAKELAARS
Om de magneten van de eindschakelaar correct te plaatsen moet de
besturingeenheid reeds zijn geïnstalleerd en correct zijn aangesloten
op alle bediening- en beveiligingsaccessoires.
De aandrijving is uitgerust met een magnetische eindschakelaar, die de mo-
tor van de poort het commando geeft te stoppen op het moment waarop
de magneet, die in het bovenste deel van de tandheugel is bevestigd, de
sensor activeert. De bij de aandrijving geleverde magneten hebben een
specifieke polariteit, en schakelen slechts één contact van de sensor in, het
contact voor het sluiten of die voor het openen. Op de magneet die het
contact voor het openen van de poort inschakelt is een open slot afge-
beeld, en omgekeerd, op de magneet die het contact voor het sluiten van
de poort activeert staat het symbool van een gesloten slot (zie Fig. 18).
Handel als volgt om de twee eindschakelaarmagneten op correcte wijze
te plaatsen:
Voor een correcte werking van de aandrijving moet de magneet
waarop een open slotje is afgebeeld, als u van binnenuit naar de
aandrijving kijkt, links daarvan worden geplaatst, en andersom
moet de magneet met het gesloten slotje rechts van de aandrijving
worden geplaatst.
Assembleer de twee magneten zoals aangegeven in figuur 18.
Zet de aandrijving op handmatige bediening zoals aangegeven in
hoofdstuk 8, en schakel de voeding naar het systeem in.
Zet de poort met de hand open tot 4 cm van de mechanische ein-
daanslag.
Schuif de magneet die het dichtst bij de aandrijving zit over de tan-
dheugel richting de motor, zie figuur 19. Schuif, zodra de led van de
eindschakelaar op de kaart dooft, de magneet nog 10 mm verder en
zet hem vast met de speciale schroeven (Fig. 19 ref. ).
Handel op dezelfde wijze bij de andere magneet.
Zet de poort ongeveer half open en zet het systeem weer vast (zie
paragraaf 9).
Vergewis u ervan, alvorens een impuls te geven, dat de poort niet
met de hand kan worden bewogen.
Geef het commando voor een complete cyclus van de poort om te
controleren of de eindschakelaars correct ingrijpen.
Om te voorkomen dat de aandrijving beschadigd raakt en/of de
werking van het automatische systeem wordt onderbroken, moet
ongeveer 40 mm afstand worden gehouden van de mechanische
eindaanslagen.
Fig. 15
Fig. 16
Fig. 18
Fig. 19
Fig. 17
Fig. 14
30
NEDERLANDS
Controleer aan het einde van de manoeuvre, zowel bij het openen
als bij het sluiten, of de led van de bijbehorende eindschakelaar
geactiveerd blijft (led uit).
Wijzig de positie van de magneten van de eindschakelaars naar be-
hoeven.
7. TEST VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM
Na de installatie van de aandrijving moet de werking van alle aangesloten
accessoires en veiligheidsvoorzieningen nauwkeurig worden getest.
Breng de bevestigingsbeugel van de sturings print terug in de oorspronkelijke
positie. Breng de beschermkap aan, Fig. 20, en draai de twee bjgeleverde
schroeven op de zijkanten aan, Fig. 20, ref. .
Breng de sticker met het gevaarsymbool aan op de bovenkant van de
kap (Fig. 21).
Geef de klant de Handleiding voor de gebruiker”, leg uit hoe de aandrijving
goed kan werken en correct gebruikt wordt, en wijs op de gebieden van
het automatische systeem waar mogelijk gevaar heerst.
8. HANDBEDIENDE WERKING
De handmatige deblokkering is een voorziening waarmee de aan-
drijving van de poort kan worden losgekoppeld, zodat hij met de
hand kan worden bewogen.
Schakel, alvorens het ontgrendelingsmechanisme te gebruiken, de
spanning naar de installatie uit door op de differentieelschakelaar
stroomopwaarts van de motorreductor om te zetten.
HET ONTGRENDELINGSMECHANISME MOET NIET ALS EEN NOODSTOP
WORDEN BESCHOUWD
Als de poort met de hand moet worden bediend omdat de elektrische voeding
is uitgevallen of omdat het automatische systeem niet goed werkt, dient het ont-
grendelingsmechanisme te worden gebruikt, en wel als volgt:
1. Steek de speciale bijgeleverde sleutel in het slot Fig. 22 Ref. , en draai hem met
de wijzers van de klok mee zoals aangegeven in Fig. 22 Ref. .
2. Draai het ontgrendelingsmechanisme ongeveer 180° met de wijzers van de klok
mee, zoals aangegeven in Fig. 22 Ref. .
3. Open of sluit de poort met de hand.
9. HERVATTING NORMALE WERKING
Om te voorkomen dat de poort tijdens de manoeuvre per ongeluk
door een impuls wordt ingeschakeld, moet alvorens de aandrijving
opnieuw te vergrendelen eerst de voeding naar de installatie wor-
den uitgeschakeld.
1. Draai het ontgrendelingsmechanisme ongeveer 180° tegen de wijzers
van de klok in, zoals aangegeven in Fig. 23 Ref. .
2. Draai de sleutel tegen de wijzers van de klok in, Fig. 23 ref. , en trek hem
uit het slot, zoals aangegeven in Fig. 23 ref. .
3. Beweeg de poort tot het ontgrendelingsmechanisme aankoppelt.
Controleer, alvorens de voeding naar het systeem weer in te schakelen,
of de poort niet met de hand kan worden bewogen.
10. SPECIALE TOEPASSINGEN
Er zijn geen bijzondere toepassingen voorzien.
Alles wat niet in deze instructies is beschreven, is uitdrukkelijk ver-
boden
11. ONDERHOUD
Om een goede werking op de lange termijn en een constant veiligheidsni-
veau te garanderen, is het beter om ieder half jaar een algemene controle
op de installatie uit te voeren. In het boekje “Gebruiksaanwijzing” is een
formulier voorgedrukt om onderhoudshandelingen te registeren.
De bijgevoegde onderhoudsmodule dient uitsluitend als indicatie, het
is niet uitgesloten dat, om een correcte werking van het automa-
tische systeem en een constant veiligheidsniveau te garanderen,
onderhoudshandelingen noodzakelijk zijn die niet in de module
zijn aangegeven.
12. REPARATIES
De gebruiker mag zelf geen pogingen ondernemen tot reparaties of andere
ingrepen, en dient zich uitsluitend te wenden tot gekwalificeerd en geauto-
riseerd GENIUS-personeel of een erkend GENIUS-servicecentrum.
13. ACCESSOIRES
Zie de GENIUS-catalogus voor verkrijgbare accessoires.
Fig. 22
Fig. 23
Fig. 20 Fig. 21
Este producto ha sido proyectado y fabricado exclusivamente para la utilización
indicada en el presente manual. Cualquier uso diverso del previsto podría perjudicar
el funcionamiento del producto y/o representar fuente de peligro.
GENIUS declina cualquier responsabilidad derivada de un uso impropio o diverso
del previsto.
No instalen el aparato en atmósfera explosiva: la presencia de gas o humos infla-
mables constituye un grave peligro para la seguridad.
Los elementos constructivos mecánicos deben estar de acuerdo con lo establecido
en las Normas EN 12604 y EN 12605.
Para los países no pertenecientes a la CEE, además de las referencias normativas
nacionales, para obtener un nivel de seguridad adecuado, deben seguirse las
Normas arriba indicadas.
GENIUS no es responsable del incumplimiento de las buenas técnicas de fabrica-
ción de los cierres que se han de motorizar, así como de las deformaciones que
pudieran intervenir en la utilización.
La instalación debe ser realizada de conformidad con las Normas EN 12453 y EN
12445. El nivel de seguridad de la automación debe ser C+D.
Quiten la alimentación eléctrica y desconecten las baterías antes de efectuar
cualquier intervención en la instalación.
Coloquen en la red de alimentación de la automación un interruptor omnipolar
con distancia de apertura de los contactos igual o superior a 3 mm. Se aconseja
usar un magnetotérmico de 6A con interrupción omnipolar.
Comprueben que la instalación disponga línea arriba de un interruptor diferencial
con umbral de 0,03 A.
Verifiquen que la instalación de tierra esté correctamente realizada y conecten
las partes metálicas del cierre.
La automación dispone de un dispositivo de seguridad antiaplastamiento consti-
tuido por un control de par. No obstante, es necesario comprobar el umbral de
intervención según lo previsto en las Normas indicadas en el punto 10.
Los dispositivos de seguridad (norma EN 12978) permiten proteger posibles áreas
de peligro de Riesgos mecánicos de movimiento, como por ej. aplastamiento,
arrastre, corte.
Para cada equipo se aconseja usar por lo menos una señalización luminosa así
como un cartel de señalización adecuadamente fijado a la estructura del bastidor,
además de los dispositivos indicados en el “16”.
GENIUS declina toda responsabilidad relativa a la seguridad y al buen funciona-
miento de la automación si se utilizan componentes de la instalación que no sean
de producción GENIUS.
Para el mantenimiento utilicen exclusivamente piezas originales GENIUS
No efectúen ninguna modificación en los componentes que forman parte del
sistema de automación.
El instalador debe proporcionar todas las informaciones relativas al funcionamiento
del sistema en caso de emergencia y entregar al usuario del equipo el manual de
advertencias que se adjunta al producto.
No permitan que niños o personas se detengan en proximidad del producto du-
rante su funcionamiento.
Mantengan lejos del alcance los niños los telemandos o cualquier otro emisor de im-
pulso, para evitar que la automación pueda ser accionada involuntariamente.
Sólo puede transitarse entre las hojas si la cancela está completamente abierta.
El usuario debe abstenerse de intentar reparar o de intervenir directamente, y
debe dirigirse exclusivamente a personal cualificado GENIUS o a centros de
asistencia GENIUS.
Todo lo que no esté previsto expresamente en las presentes instrucciones debe
entenderse como no permitido
DEUTSCH
HINWEISE FÜR DEN INSTALLATIONSTECHNIKER
ALLGEMEINE SICHERHEITSVORSCHRIFTEN
ACHTUNG! Um die Sicherheit von Personen zu gewährleisten, sollte die Anleitung
aufmerksam befolgt werden. Eine falsche Installation oder ein fehlerhafter Be-
trieb des Produktes können zu schwerwiegenden Personenschäden führen.
Bevor mit der Installation des Produktes begonnen wird, sollten die Anleitungen
aufmerksam gelesen werden.
Das Verpackungsmaterial (Kunststoff, Styropor, usw.) sollte nicht in Reichweite von
Kindern aufbewahrt werden, da es eine potentielle Gefahrenquelle darstellt.
Die Anleitung sollte aufbewahrt werden, um auch in Zukunft Bezug auf sie nehmen
zu können.
Dieses Produkt wurde ausschließlich für den in diesen Unterlagen angegebenen Ge-
brauch entwickelt und hergestellt. Jeder andere Gebrauch, der nicht ausdrücklich
angegeben ist, könnte die Unversehrtheit des Produktes beeinträchtigen und/oder
eine Gefahrenquelle darstellen.
Die Firma GENIUS lehnt jede Haftung für Schäden, die durch unsachgemäßen oder
nicht bestimmungsgemäßen Gebrauch der Automatik verursacht werden, ab.
Das Gerät sollte nicht in explosionsgefährdeten Umgebungen installiert werden: das
Vorhandensein von entflammbaren Gasen oder Rauch stellt ein schwerwiegendes
Sicherheitsrisiko dar.
Die mechanischen Bauelemente müssen den Anforderungen der Normen EN 12604
und EN 12605 entsprechen.
Für Länder, die nicht der Europäischen Union angehören, sind für die Gewährlei-
stung eines entsprechenden Sicherheitsniveaus neben den nationalen gesetzlichen
Bezugsvorschriften die oben aufgeführten Normen zu beachten.
Die Firma GENIUS übernimmt keine Haftung im Falle von nicht fachgerechten Au-
sführungen bei der Herstellung der anzutreibenden Schließvorrichtungen sowie bei
Deformationen, die eventuell beim Betrieb entstehen.
Die Installation muß unter Beachtung der Normen EN 12453 und EN 12445 erfolgen.
Die Sicherheitsstufe der Automatik sollte C+D sein.
Vor der Ausführung jeglicher Eingriffe auf der Anlage sind die elektrische Versorgung
und die Batterie abzunehmen.
Auf dem Versorgungsnetz der Automatik ist ein omnipolarer Schalter mit Öffnun-
gsabstand der Kontakte von über oder gleich 3 mm einzubauen. Darüber hinaus
wird der Einsatz eines Magnetschutzschalters mit 6A mit omnipolarer Abschaltung
empfohlen.
Es sollte überprüft werden, ob vor der Anlage ein Differentialschalter mit einer Au-
slöseschwelle von 0,03 A zwischengeschaltet ist.
Es sollte überprüft werden, ob die Erdungsanlage fachgerecht augeführt wurde. Die
Metallteile der Schließung sollten an diese Anlage angeschlossen werden.
Die Automation verfügt über eine eingebaute Sicherheitsvorrichtung für den Quet-
schschutz, die aus einer Drehmomentkontrolle besteht. Es ist in jedem Falle erforder-
lich, deren Eingriffsschwelle gemäß der Vorgaben der unter Punkt 10 angegebenen
Vorschriften zu überprüfen.
Die Sicherheitsvorrichtungen (Norm EN 12978) ermöglichen den Schutz eventueller
Gefahrenbereiche vor mechanischen Bewegungsrisiken, wie zum Beispiel Quet-
schungen, Mitschleifen oder Schnittverletzungen.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
21.
22.
23.
24.
25.
26.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
Für jede Anlage wird der Einsatz von mindestens einem Leuchtsignal empfohlen
sowie eines Hinweisschildes, das über eine entsprechende Befestigung mit dem
Aufbau des Tors verbunden wird. Darüber hinaus sind die unter Punkt “16” erwähnten
Vorrichtungen einzusetzen.
Die Firma GENIUS lehnt jede Haftung hinsichtlich der Sicherheit und des störungsfreien
Betriebs der Automatik ab, soweit Komponenten auf der Anlage eingesetzt werden,
die nicht im Hause GENIUS hergestellt urden.
Bei der Instandhaltung sollten ausschließlich Originalteile der Firma GENIUS verwen-
det werden.
Auf den Komponenten, die Teil des Automationssystems sind, sollten keine Verän-
derungen vorgenommen werden.
Der Installateur sollte alle Informationen hinsichtlich des manuellen Betriebs des
Systems in Notfällen liefern und dem Betreiber der Anlage das Anleitungsbuch, das
dem Produkt beigelegt ist, übergeben.
Weder Kinder noch Erwachsene sollten sich während des Betriebs in der unmittel-
baren Nähe der Automation aufhalten.
Die Funksteuerungen und alle anderen Impulsgeber sollten außerhalb der Reichweite
von Kindern aufbewahrt werden, um ein versehentliches Aktivieren der Automation
zu vermeiden.
Der Durchgang oder die Durchfahrt zwischen den Flügeln darf lediglich bei vollstän-
dig geöffnetem Tor erfolgen.
Der Benutzer darf direkt keine Versuche für Reparaturen oder Arbeiten vornehmen
und hat sich ausschließlich an qualifiziertes Fachpersonal GENIUS oder an Kunden-
dienstzentren GENIUS zu wenden.
Alle Vorgehensweisen, die nicht ausdrücklich in der vorliegenden Anleitung vorge-
sehen sind, sind nicht zulässig
NEDERLANDS
WAARSCHUWINGEN VOOR DE INSTALLATEUR
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
LET OP! Het is belangrijk voor de veiligheid dat deze hele instructie zorgvuldig
wordt opgevolgd. Een onjuiste installatie of foutief gebruik van het product
kunnen ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.
Lees de instructies aandachtig door alvorens te beginnen met de installatie van
het product.
De verpakkingsmaterialen (plastic, polystyreen, enz.) mogen niet binnen het bereik
van kinderen worden gelaten, want zij vormen een mogelijke bron van gevaar.
Bewaar de instructies voor raadpleging in de toekomst.
Dit product is uitsluitend ontworpen en gebouwd voor het doel dat in deze documen-
tatie wordt aangegeven. Elk ander gebruik, dat niet uitdrukkelijk wordt vermeld, zou
het product kunnen beschadigen en/of een bron van gevaar kunnen vormen.
GENIUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die ontstaat uit
oneigenlijk gebruik of ander gebruik dan waarvoor het automatische systeem is
bedoeld.
Installeer het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving: de aanwezi-
gheid van ontvlambare gassen of dampen vormt een ernstig gevaar voor de
veiligheid.
De mechanische bouwelementen moeten in overeenstemming zijn met de bepa-
lingen van de normen EN 12604 en EN 12605.
Voor niet-EEG landen moeten, om een goed veiligheidsniveau te bereiken, behal-
ve de nationale voorschriften ook de bovenstaande normen in acht worden
genomen.
GENIUS is niet aansprakelijk als de regels der goede techniek niet in acht genomen
zijn bij de bouw van het sluitwerk dat gemotoriseerd moet worden, noch voor ver-
vormingen die zouden kunnen ontstaan bij het gebruik.
De installatie dient te geschieden in overeenstemming met de normen EN 12453 en
EN 12445. Het veiligheidsniveau van het automatische systeem moet C+D zijn.
Alvorens ingrepen te gaan verrichten op de installatie moet de elektrische voeding
worden weggenomen en moeten de batterijen worden afgekoppeld.
Zorg op het voedingsnet van het automatische systeem voor een meerpolige
schakelaar met een opening tussen de contacten van 3 mm of meer. Het wor-
dt geadviseerd een magnetothermische schakelaar van 6A te gebruiken met
meerpolige onderbreking.
Controleer of er bovenstrooms van de installatie een differentieelschakelaar is
geplaatst met een limiet van 0,03 A.
Controleer of de aardingsinstallatie vakkundig is aangelegd en sluit er de metalen
delen van het sluitsysteem op aan.
Het automatische systeem beschikt over een intrinsieke beveiliging tegen inklem-
ming, bestaande uit een controle van het koppel. De inschakellimiet hiervan dient
echter te worden gecontroleerd volgens de bepalingen van de normen die worden
vermeld onder punt 10.
De veiligheidsvoorzieningen (norm EN 12978) maken het mogelijk eventuele ge-
vaarlijke gebieden te beschermen tegen Mechanische gevaren door beweging,
zoals bijvoorbeeld inklemming, meesleuren of amputatie.
Het wordt voor elke installatie geadviseerd minstens één lichtsignaal te gebruiken
alsook een waarschuwingsbord dat goed op de constructie van het hang- en
sluitwerk dient te worden bevestigd, afgezien nog van de voorzieningen die ge-
noemd zijn onder punt “16”.
GENIUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor wat betreft de veiligheid en
de goede werking van het automatische systeem, als er in de installatie gebruik
gemaakt wordt van componenten die niet door GENIUS zijn geproduceerd.
Gebruik voor het onderhoud uitsluitend originele GENIUS-onderdelen.
Verricht geen wijzigingen op componenten die deel uitmaken van het automa-
tische systeem.
De installateur dient alle informatie te verstrekken over de handbediening van
het
systeem in noodgevallen, en moet de gebruiker van de installatie het bij het product
geleverde boekje met aanwijzingen overhandigen.
Sta het niet toe dat kinderen of volwassenen zich ophouden in de buurt van het
product terwijl dit in werking is.
Houd radio-afstandsbedieningen of alle andere impulsgevers buiten het bereik
van kinderen, om te voorkomen dat het automatische systeem onopzettelijk kan
worden aangedreven.
Ga alleen tussen de vleugels door als het hek helemaal geopend is.
De gebruiker mag zelf geen pogingen ondernemen tot reparaties of andere directe
ingrepen, en dient zich uitsluitend te wenden tot gekwalificeerd en geautoriseerd
GENIUS-personeel of een erkend GENIUS-servicecentrum.
Alles wat niet uitdrukkelijk in deze instructies wordt aangegeven, is niet toege-
staan
17.
18.
19.
20.
21.
22.
23.
24.
25.
26.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
21.
22.
23.
24.
25.
26.
27.

Documenttranscriptie

des Antriebs die Stromzufuhr zur Anlage zu unterbrechen. weisungen“ ist ein Vordruck für die Aufzeichnung der Wartungsarbeiten enthalten. 1. Das Entriegelungssystem gegen den Uhrzeigersinn um etwa 180° entsprechend der Darstellung in Abb. 2, Bez. a drehen. 2. Den Schlüssel gegen den Uhrzeigersinn drehen, Abb. 2 Bez. b und aus dem Schloss herausziehen, siehe Darstellung in Abb. 2 Bez. c. 3. Das Tor so weit bewegen, bis die Entriegelung eingreift. Der beiliegende Vordruck für die Wartung dient lediglich als Hilfe. Nicht ausgeschlossen ist, dass zur Gewährleistung des einwandfreien Betriebs der Automation und eines konstanten Sicherheitsniveaus nicht im Vordruck aufgeführte Wartungsarbeiten erforderlich sind. Bevor das System wieder mit Strom versorgt wird, sicherstellen, dass das Tor nicht mit der Hand bewegt werden kann. WARTUNG REPARATUREN Zur Gewährleistung eines dauerhaft reibungslosen Betriebs und eines konstanten Sicherheitsniveaus sollte im Abstand von jeweils 6 Monaten eine allgemeine Kontrolle der Anlage vorgenommen werden. Im Heft „Gebrauchsan- Der Benutzer darf direkt keine Versuche für Reparaturen oder Arbeiten vornehmen und hat sich ausschließlich an qualifiziertes Fachpersonal GENIUS oder an Kundendienstzentren GENIUS zu wenden. NEDERLANDS Lees de instructies aandachtig door alvorens het product te gebruiken, en bewaar ze voor eventuele toekomstige raadpleging Max. gewicht vleugel (Kg) Soort rondsel Snelheid van de poort (m/min.) Max. lengte poort (m) Soort eindschakelaar ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Het automatische systeem FALCON M garandeert, als het op correcte wijze is geïnstalleerd en gebruikt, een hoge mate van veiligheid. Daarnaast kunnen een aantal simpele gedragsregels accidentele ongemakken voorkomen: - Blijf niet in de buurt van het automatische systeem staan, en sta niet toe dat kinderen, personen of voorwerpen er in de buurt staan, vooral als hij in werking is. - Houd de radio-afstandsbediening en alle andere impulsgevers buiten het bereik van kinderen, om te voorkomen dat het automatische systeem per ongeluk kan worden bediend. - Sta niet toe dat kinderen met het automatische systeem spelen. - Houd niet opzettelijk de beweging van de vleugels tegen. - Zorg dat takken of struiken de beweging van de vleugels niet kunnen hinderen. - Zorg dat de lichtsignalen altijd goed werken en goed zichtbaar zijn. -Probeer de poort niet met de hand te bewegen als hij niet eerst ontgrendeld is. - In geval van storing moet de poort worden ontgrendeld om toegang mogelijk te maken, en wacht op de technische assistentie van een gekwalificeerd technicus. - Als de handbediende werking is ingesteld, moet de elektrische voeding naar de installatie worden uitgeschakeld alvorens de normale werking te hervatten. - Voer geen wijzigingen uit op onderdelen die deel uitmaken van het automatische systeem. - Doe geen pogingen tot reparaties of directe ingrepen, en wend u uitsluitend tot gekwalificeerd personeel. - Laat de werking van het automatische systeem, de veiligheidsvoorzieningen en de aarding minstens eenmaal per half jaar controleren door gekwalificeerd personeel. • • • • • • • • • 12 Gebruiksfrequentie (zie grafiek) Omgevingstemperatuur (°C) Gewicht motorreductor (kg) 8M 8 MC 800 Z 16 module 4 14 12 424 M 424 MC 400 14 12 15 Magnetisch Elektrische koppelregeling (Zie besturingseenheid) Soort koppeling S3 - 30% 9 (10 Falcon 5MC) Beschermingsgraad Afmetingen aandrijving S3 - 40% -20 ÷ +55 10 (11 Falcon 8MC) IP 44 Zie fig. 2 100% 7.5 (8.5 Falcon 424MC) DBEDIENDE WERKING De handmatige deblokkering is een voorziening waarmee de aandrijving van de poort kan worden losgekoppeld, zodat hij met de hand kan worden bewogen. Schakel, alvorens het ontgrendelingsmechanisme te gebruiken, de spanning naar de installatie uit door op de differentieelschakelaar stroomopwaarts van de motorreductor om te zetten. HET ONTGRENDELINGSMECHANISME MOET NIET ALS EEN NOODSTOP WORDEN BESCHOUWD Als de poort met de hand moet worden bediend omdat de elektrische voeding is uitgevallen of omdat het automatische systeem niet goed werkt, dient het ontgrendelingsmechanisme te worden gebruikt, en wel als volgt: 1. Steek de speciale bijgeleverde sleutel in het slot Fig. 1 Ref. a, en draai hem met de wijzers van de klok mee zoals aangeduid in Fig. 1 Ref. b. 2. Draai het ontgrendelingsmechanisme ongeveer 180° met de wijzers van de klok mee, zoals aangegeven in Fig. 1 Ref. c. 3. Open of sluit de poort met de hand. BESCHRIJVING • 5M 5 MC 500 MODEL Het automatische systeem FALCON M is ideaal om de toegang van voertuigen in wooncomplexen te controleren. FALCON M voor schuifpoorten is een elektromechanische aandrijving die de beweging van de vleugel overbrengt door middel van een rondsel met een tandheugel. Raadpleeg een installatietechnicus voor het gedetailleerde gedrag van de schuifpoort met de verschillende bedrijfslogica’s. Automatische systemen hebben voorzieningen die voorwerpen detecteren (fotocellen) die verhinderen dat de poort weer sluit wanneer er zich een obstakel in het door hen beveiligde gebied bevindt. Het systeem garandeert de mechanische blokkering wanneer de motor niet in werking is, en daarom is het niet noodzakelijk een vergrendeling te installeren. De handbediende opening is dus alleen mogelijk met behulp van het speciale ontgrendelingsmechanisme. De motorreductor is uitgerust met een elektronische regelbare koppeling waardoor het automatische systeem veilig kan worden gebruikt. De elektronische apparatuur is ingebouwd in de motorreductor. Een handig handbediend ontgrendelingsmechanisme zorgt ervoor dat het hek kan worden bewogen in geval van een black-out of een storing. Het lichtsignaal geeft aan dat de poort in beweging is. HERVATTING NORMALE WERKING Om te voorkomen dat de poort tijdens de manoeuvre per ongeluk door een impuls wordt ingeschakeld, moet alvorens de aandrijving opnieuw te vergrendelen eerst de voeding naar de installatie worden uitgeschakeld. 1. Draai het ontgrendelingsmechanisme ongeveer 180° tegen de wijzers van de klok in, zoals aangegeven in Fig. 2 ref. a. 2. Draai de sleutel tegen de wijzers van de klok in, Fig. 2 ref. b, en trek hem uit het slot, zoals aangegeven in Fig. 2 ref. c. 3. Beweeg de poort tot het ontgrendelingsmechanisme aankoppelt. Controleer, alvorens de voeding naar het systeem weer in te schakelen, of de poort niet met de hand kan worden bewogen. ONDERHOUD Om een goede werking op de lange termijn en een constant veiligheidsniveau te garanderen, is het beter om ieder half jaar een algemene controle op de installatie uit te voeren. In het boekje “Gebruikersgids” is een formulier voorgedrukt om onderhoudshandelingen te registeren. TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN 5M 8M 424 M 5 MC 8 MC 424 MC 230 V~ 115 V~ 230 V~ 115 V~ 230 V~ 115 V~ Voeding (+6% -10%) 50 Hz 60 Hz 50 Hz 60 Hz 50 Hz 60 Hz Opgenomen vermogen (W) 350 500 600 70 Opgenomen stroom (A) 1.5 3 2.2 5.2 3 Aanloopcondensator (µF) 10 30 12.5 50 / Duwkracht op rondsel (daN) 45 65 40 Koppel (Nm) 18 24 13.5 Oververhittingsbeveiliging 140 / (°C) MODEL De bijgevoegde onderhoudsmodule dient uitsluitend als indicatie, het is niet uitgesloten dat, om een correcte werking van het automatische systeem en een constant veiligheidsniveau te garanderen, onderhoudshandelingen noodzakelijk zijn die niet in de module zijn aangegeven. REPARATIES De gebruiker mag zelf geen pogingen ondernemen tot reparaties of andere ingrepen, en dient zich uitsluitend te wenden tot gekwalificeerd en geautoriseerd GENIUS-personeel of een erkend GENIUS-servicecentrum.  ALLEGATO 1 : Piano manutenzione programmata - ENCLOSURE 1 : Programmed maintenance schedule - ANNEXE 1 : Plan d’entretien programmé - ANEXO 1 : Plan de mantenimiento programado - ANLAGE 1 : Plan der programmierten Wartungsarbeiten - BIJLAGE 1 – Schema geprogrammeerd onderhoud CONTROLLI SEMESTRALI SIX-MONTHLY CHECKS CONTROLES SEMESTRIELS CONTROLES SEMESTRALES HALBJÄHRLICHE PRÜFUNGEN HALFJAARLIJKSE CONTROLES 1° 2° 3° 4° 5° 6° 7° 8° 9° 10° __/__/__ __/__/__ __/__/__ __/__/__ __/__/__ __/__/__ __/__/__ __/__/__ __/__/__ __/__/__ Collegamento ed efficacia dell’interruttore differenziale Connection and efficiency of safety circuit breaker Connexion et efficacité de l’interrupteur différentiel Conexión y eficacia del interruptor diferencial Anschluss und Funktionstüchtigkeit des Differentialschalters Verbinding en werking van de differentieelschakelaar Taratura e corretto funzionamento della frizione elettronica Setting and correct operation of electronic clutch Etalonnage et fonctionnement correct de l’embrayage électronique Tarado y correcto funcionamiento del embrague electrónico Einstellung und Funktionstüchtigkeit der elektronischen Kupplung Afstelling en correcte werking van de elektronische koppeling Collegamenti e funzionamento dei dispositivi di sicurezza Connections and operation of safety devices Connexions et fonctionnement des dispositifs de sécurité Conexiones y funcionamiento de los dispositivos de seguridad Anschlüsse und Funktionstüchtigkeit der Sicherheitsvorrichtungen Aansluitingen en werking van de veiligheidsvoorzieningen Collegamento ed efficacia della presa di terra Connection and efficiency of earth socket Connexion et efficacité de la prise de terre Conexión y eficacia de la toma de tierra Anschluss und Funktionstüchtigkeit der Erdung Aansluiting en werking van de aarding Funzionamento del dispositivo di sblocco manuale Operation of manual release device Fonctionnement du dispositif de déblocage manuel Funcionamiento del dispositivo de desbloqueo manual Funktionstüchtigkeit der manuellen Freigabevorrichtung Werking van het handbediende ontgrendelsysteem Funzionamento dei finecorsa Operation of limit switches Fonctionnement des fins de course Funcionamiento de los finales de carrera Funktionstüchtigkeit der Endschalter Werking van de eindschakelaars  INHOUDSOPGAVE 1. BESCHRIJVING EN TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN 2. AFMETINGEN 3. MAXIMALE GEBRUIKSCURVE 4. ELEKTRISCHE AANSLUITMOGELIJKHEDEN (standaardinstallatie) 5. INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM 5.1. CONTROLES VOORAF 5.2. INMETSELEN VAN DE FUNDERINGSPLAAT 5.3. MECHANISCHE INSTALLATIE 5.4. MONTAGE VAN DE TANDHEUGEL 6. INBEDRIJFSTELLING 6.1. AANSLUITING ELEKTRONISCHE KAART 6.2. PLAATSING VAN DE EINDSCHAKELAARS 7. TEST VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM 8. HANDBEDIENDE WERKING 9. HERVATTING NORMALE WERKING 10. SPECIALE TOEPASSINGEN 11. ONDERHOUD 12. REPARATIES 13. ACCESSOIRES pag.27 pag.27 pag.27 pag.27 pag.28 pag.28 pag.28 pag.28 pag.28 pag.29 pag.29 pag.29 pag.30 pag.30 pag.30 pag.30 pag.30 pag.30 pag.30 EG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING Fabrikant: GENIUS S.p.A. Adres: Via Padre Elzi, 32 - 24050 - Grassobbio - Bergamo - ITALIE Verklaart dat: De aandrijving mod. FALCON M • is vervaardigd om te worden ingebouwd in een machine of om te worden geassembleerd met andere machines om een machine te vormen in de zin van Richtlijn 98/37/EG; • in overeenstemming is met de fundamentele veiligheidseisen van de volgende EEG-richtlijnen: 73/23/EEG en latere wijziging 93/68/EEG. 89/336/EEG en latere wijzigingen 92/31/EEG en 93/68/EEG daarnaast verklaart hij dat het niet is toegestaan het apparaat in bedrijf te stellen tot de machine waarin het wordt ingebouwd of waar het een onderdeel van zal worden is geïdentificeerd, en conform de vereisten van Richtlijn 98/73/EG is verklaard. NEDERLANDS Grassobbio, 05-12-2006 Het symbool De Algemeen Directeur D. Gianantoni Opmerkingen voor het lezen van de instructies Lees deze installatiehandleiding aandachtig door alvorens te beginnen met de installatie van het product. is een aanduiding voor belangrijke opmerkingen voor de veiligheid van personen en om het automatische systeem in goede staat te houden. Het symbool vestigt de aandacht op opmerkingen over de eigenschappen of de werking van het product. 26 AUTOMATISCH SYSTEEM FALCON M 2. AFMETINGEN Deze instructies gelden voor volgende modellen: FALCON 5 M - FALCON 5 MC - FALCON 8 M- FALCON 8 MC - FALCON 424 M - FALCON 424 MC. De motorreductor FALCON voor schuifpoorten is een elektromechanische aandrijving die de beweging van de schuivende vleugel overbrengt door middel van een rondsel met een tandheugel of een ketting die op geschikte wijze aan de poort is bevestigd. Het onomkeerbare systeem garandeert de mechanische blokkering van de poort wanneer de motor niet in werking is, en daarom hoeft er geen vergrendeling te worden geïnstalleerd. De motorreductor is niet voorzien van geen mechanische koppeling, en heeft dus bedieningsapparatuur nodig met een regelbare elektronische koppeling die de noodzakelijke beknellingsbeveiliging garandeert. Een handig handbediend ontgrendelingsmechanisme met een gepersonaliseerde sleutel zorgt ervoor dat de poort kan worden bewogen in geval van een black-out of een storing. Bij motorreductoren versie “C” zit de elektronische bedieningsapparatuur binnenin de aandrijving. Fig. 2 De motorreductor FALCON is ontworpen en gebouwd voor controle op de toegang van voertuigen. Vermijd ieder ander gebruik. 3. MAXIMALE GEBRUIKSCURVE Aan de hand van de curve kan de maximale werktijd (T) worden vastgesteld afhankelijk van de gebruiksfrequentie (F) Onder verwijzing naar de norm IEC 34-1 kan de motorreductor FALCON met een diensttype S3 functioneren bij een gebruiksfrequentie van 40%. Voor een goede werking moet worden gehandeld in het werkveld onder de curve. 1. BESCHRIJVING EN TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN Belangrijk: De curve wordt bereikt bij een temperatuur van 20 °C. Blootstelling aan direct zonlicht kan een verlaging van de gebruiksfrequentie tot 20% tot gevolg hebben.  Bedekkingskap  Motorreductor  Ontgrendelingsknop met sleutel  Rondsel  Affdekdopje sensor  Magnetische sensor Berekening van de gebruiksfrequentie  Bevestigingsplaat met moeren en ankers  Magnetische aanslagen Dit is het percentage van de werkelijke werktijd (opening + sluiting) ten opzichte van de totale cyclustijd (opening + sluiting + pauzetijden). De berekeningsformule is als volgt:  Pijpsleutel  Ringtransformator (alleen voor Falcon 424 C)  Encoder (alleen voor Falcon 424 C)  Besturingseenheid met steun (alleen voor de C-versies) Voeding (+6% -10%) 5M 8M 424 M 5 MC 8 MC 424 MC 230 V~ 115 V~ 230 V~ 115 V~ 230 V~ 115 V~ 50 Hz 60 Hz 50 Hz 60 Hz 50 Hz 60 Hz Opgenomen vermogen (W) 350 500 600 70 3 Opgenomen stroom (A) 1.5 3 2.2 5.2 Aanloopcondensator (µF) 10 30 12.5 50 45 65 40 Koppel (Nm) 18 24 13.5 Oververhittingsbeveiliging (°C) 140 Max. gewicht vleugel (Kg) 800 12 14 12 14 15 Magnetisch Beschermingsgraad Afmetingen aandrijving 12 Fig. 3 Elektrische koppelregeling (Zie besturingseenheid) S3 - 30% Omgevingstemperatuur (°C) Gewicht motorreductor (kg) 4. ELEKTRISCHE AANSLUITMOGELIJKHEDEN (standaardinstallatie) 400 Soort eindschakelaar Gebruiksfrequentie (zie grafiek) openingstijd sluitingstijd pauzetijd intervaltijd tussen de ene complete cyclus en de andere Z 16 module 4 Max. lengte poort (m) Soort koppeling X 100 / 500 Soort rondsel Ta + Tc + Tp + Ti / Duwkracht op rondsel (daN) Snelheid van de poort (m/min.) waarbij: Ta = Tc = Tp = Ti = Ta + Tc S3 - 40% Pos. Beschrijving 100% -20 ÷ +55 9 (10 Falcon 5MC) 10 (11 Falcon 8MC) 7.5 (8.5 Falcon 424MC) IP 44 Zie fig. 2 27 Verbindingskabel  Motorreductor  Zender fotocellen 3x2.5 mm2 (230/115V~) 2x0.5 mm2 (TX)  Ontvanger fotocellen 4x0.5 mm2 (RX)  Sleutelschakelaar 2x0.5 mm2  Signaallamp 2x1.5 mm2  Externe ontvanger (optioneel) 3x0.5 mm2 NEDERLANDS MODEL %F= Fig. 1 5. INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM  Stel de hoogte van de aandrijving en de afstand tot de poort in, zie de maten van Fig.10 5.1. CONTROLES VOORAF Deze handeling is noodzakelijk voor een correcte bevestiging van de tandheugel, en om de mogelijkheid te behouden de motor in de toekomst anders te kunnen afstellen. Controleer met het oog op de veiligheid en een correcte werking van het automatische systeem of aan de volgende vereisten is voldaan: • De structuur van de poort moet geschikt zijn om te worden geautomatiseerd. In het bijzonder moet de diameter van de wielen in verhouding staan tot het gewicht van de poort die moet worden geautomatiseerd, en moet er een geleider aan de bovenzijde en mechanische aanslagen zijn om het derailleren van de poort te voorkomen. • De eigenschappen van het terrein moeten garanderen dat de funderingssokkel voldoende grip heeft. • In het gebied waarin de sokkel gegraven wordt mogen geen leidingen of elektriciteitkabels aanwezig zijn. • Als de motorreductor blootstaat aan passerende voertuigen, moet, indien mogelijk, voor een goede bescherming tegen botsingen worden gezorgd. • Controleer of een goede aarding aanwezig is voor de aansluiting voor de motorreductor. • Controleer of er rondom de aandrijving voldoende ruimte is om de noodzakelijke handelingen voor de installatie en later onderhoud goed uit te kunnen voeren. Fig. 10  Draai de bevestigingsschroeven van de motorreductor vast.  Stel de aandrijving in op handbediening, zie paragraaf 8. 5.2. INMETSELEN VAN DE FUNDERINGSPLAAT 1. Assembleer de funderingsplaat zoals in Fig. 4. 2. De funderingsplaat moet worden geplaatst zoals aangegeven in Fig.5 (sluiting rechts) of Fig. 6 (sluiting links) om ervoor te zorgen dat het rondsel en de tandheugel goed in elkaar grijpen. 5.4. MONTAGE VAN DE TANDHEUGEL 5.4.1. STALEN TANDHEUGEL - LASSEN (FIG.11) de pijl op de funderingsplaat moet altijd naar de poort gericht zijn, zie fig. 05-06. Fig. 5  Monteer de drie palletjes met schroefdraad op het element van de tandheugel door ze boven in de uitsparing te plaatsen. Hierdoor zal het door de speling in de uitsparing in de loop der tijd mogelijk blijven eventuele bijstellingen uit te voeren.  Zet de vleugel met de hand helemaal open.  Leg het eerste stuk van de tandheugel vlak Fig. 11 op het tandwiel, en las het palletje met schroefdraad op de poort zoals aangegeven in Fig.13.  Beweeg de poort met de hand, controleer of de tandheugel tegen het tandwiel zit, en las het tweede en derde palletje vast.  Zet een ander element van de tandheugel naast het vorige, en gebruik daarbij een stuk van de tandheugel om de vertanding van de twee elementen op elkaar af te stemmen, zoals in Fig.14 ref. .  Beweeg de poort met de hand en las de drie pallen met schroefdraad, en ga zo verder tot u de hele poort langs bent geweest. Fig. 4 Fig. 6 Zorg dat er geen overtollige stukken tandheugel buiten de poort uitsteken. 3. Maak een funderingssokkel zoals in Fig. 7 en metsel de funderingsplaat in met een of meer buizen voor elektriciteitskabels. Controleer met een waterpas of de plaat perfect horizontaal is. Wacht tot het cement gehard is. 4. Leg de elektriciteitskabels voor de aansluiting van accessoires en de elektrische voeding aan zoals in Fig. 3. 5.4.2. STALEN TANDHEUGEL – VASTSCHROEVEN (FIG. 12)  Zet de vleugel met de hand helemaal open.  Leg het eerste stuk van de tandheugel vlak op het tandwiel en plaats het afstandsstuk tussen tandheugel en de rand van de poort. Controleer met een waterpas of de tandheugel horizontaal is, en markeer met een pen waar moet worden geboord.  Boor een gat Ø 6,5 mm en maak mannelijk schroefdraad voor M8. Draai de Fig. 12 bout vast.  Beweeg de poort met de hand, controleer of de tandheugel tegen het tandwiel zit, en herhaal de handelingen vanaf punt .  Zet een ander element van de tandheugel naast het vorige, en gebruik daarbij een stuk van de tandheugel om de vertanding van de twee elementen op elkaar af te stemmen (Fig. 14 ref. ).  Beweeg de poort met de hand, en ga verder met het bevestigen zoals bij het eerste element;ga door tot u de hele poort langs bent geweest. Laat, om het aansluiten te vereenvoudigen, de kabels ongeveer 40 cm uit het gat van de funderingsplaat steken (Fig. 5-6 ref. ). Fig. 7 5.3. MECHANISCHE INSTALLATIE  Verwijder de beschermingskap door hem naar boven te trekken, Fig. 8.  Plaats de aandrijving op de plaat met gebruikmaking van de bijgeleverde ringen en moeren, zoals in Fig. 9, met behulp van de bijgeleverde pijpsleutel (Fig. 9 rif. ). Zorg dat er geen overtollige stukken tandheugel buiten de poort uitsteken. NEDERLANDS Haal bij deze handeling de kabels door de speciale opening in de reductorbehuizing van de aandrijving. Fig. 8 Fig. 9 Fig. 13 28 6.1.3. AANSLUITING VOEDINGSKABEL (alleen voor Falcon 424C) Op de motorvertraging FALCON 424C zit een klem met zekeringhouder (Fig. 17 ref. A) die verbonden is met het primaire circuit van de ringtransformator. De netvoedingskabel 230 / 115 V ~ moet op deze klem worden aangesloten, volgens de aanwijzingen van Fig. 17. Voor eventuele vervanging Fig. 17 van de zekering dient een zekering van het type T1.6A/250V - 5x20 te worden gebruikt bij 230 V-voeding, en T3.15A/250V - 5x20 in het geval van 115 V-voeding. Fig. 14 6.2. PLAATSING VAN DE EINDSCHAKELAARS Opmerkingen over de installatie van de tandheugel • Controleer of alle elementen van de tandheugel nooit uit het rondsel lopen, over de hele beweging van de poort. • De elementen van de tandheugel mogen absoluut niet op de afstandsstukken of aan elkaar worden gelast. • Na de installatie van de tandheugel moet de positie van de motorreductor ongeveer 1,5 mm worden verlaagd (Fig.15) om te garanderen dat de tandheugel goed in het rondsel grijpt. • Controleer met de hand of de poort de mechanische aanslagen soepel bereikt, en of er geen sprake is van wrijving tijdens de beweging. • Gebruik absoluut geen vet of andere smeermiddelen tussen het rondsel en de tandheugel. Om de magneten van de eindschakelaar correct te plaatsen moet de besturingeenheid reeds zijn geïnstalleerd en correct zijn aangesloten op alle bediening- en beveiligingsaccessoires. De aandrijving is uitgerust met een magnetische eindschakelaar, die de motor van de poort het commando geeft te stoppen op het moment waarop de magneet, die in het bovenste deel van de tandheugel is bevestigd, de sensor activeert. De bij de aandrijving geleverde magneten hebben een specifieke polariteit, en schakelen slechts één contact van de sensor in, het contact voor het sluiten of die voor het openen. Op de magneet die het contact voor het openen van de poort inschakelt is een open slot afgebeeld, en omgekeerd, op de magneet die het contact voor het sluiten van de poort activeert staat het symbool van een gesloten slot (zie Fig. 18). Handel als volgt om de twee eindschakelaarmagneten op correcte wijze te plaatsen: Voor een correcte werking van de aandrijving moet de magneet waarop een open slotje is afgebeeld, als u van binnenuit naar de aandrijving kijkt, links daarvan worden geplaatst, en andersom moet de magneet met het gesloten slotje rechts van de aandrijving worden geplaatst.  Assembleer de twee magneten zoals aangegeven in figuur 18. Fig. 15 6. INBEDRIJFSTELLING 6.1. AANSLUITING ELEKTRONISCHE KAART Alvorens een willekeurige ingreep op de kaart uit te voeren (aansluitingen, programmering, onderhoud), moet altijd de stroomvoorziening worden uitgeschakeld. Volg de punten 10, 11, 12, 13,14, van de ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN. Leg de kabels aan in de leidingen overeenkomstig de aanwijzingen van Fig. 3, en sluit de gekozen accessoires aan op de elektronische apparatuur. Houd de voedingskabels altijd gescheiden van de kabels voor de bediening en de beveiliging (drukknop, ontvanger, fotocellen etc.). Gebruik verschillende buizen om iedere elektrische storing te vermijden. Fig. 18 Sluit de aardkabel aan zoals in Fig. 16. 6.1.2. ELEKTRONISCHE APPARATUUR Bij motorreductoren versie “C” wordt de elektronische bedieningsapparatuur bevestigd aan een verstelbare steun met een doorzichtig deksel. Op het deksel zitten de programmeerknoppen van de kaart, zodat de kaart kan worden geprogrammeerd zonder het deksel te hoeven verwijderen. Volg de aanwijzingen in de specifieke instructies om de besturingseenheid correct aan te sluiten. Fig. 19  Handel op dezelfde wijze bij de andere magneet.  Zet de poort ongeveer half open en zet het systeem weer vast (zie paragraaf 9). Vergewis u ervan, alvorens een impuls te geven, dat de poort niet met de hand kan worden bewogen. Fig. 16  Geef het commando voor een complete cyclus van de poort om te controleren of de eindschakelaars correct ingrijpen. Om te voorkomen dat de aandrijving beschadigd raakt en/of de werking van het automatische systeem wordt onderbroken, moet ongeveer 40 mm afstand worden gehouden van de mechanische eindaanslagen. 29 NEDERLANDS  Zet de aandrijving op handmatige bediening zoals aangegeven in hoofdstuk 8, en schakel de voeding naar het systeem in.  Zet de poort met de hand open tot 4 cm van de mechanische eindaanslag.  Schuif de magneet die het dichtst bij de aandrijving zit over de tandheugel richting de motor, zie figuur 19. Schuif, zodra de led van de eindschakelaar op de kaart dooft, de magneet nog 10 mm verder en zet hem vast met de speciale schroeven (Fig. 19 ref. ). 6.1.1. AARDING 10. SPECIALE TOEPASSINGEN Controleer aan het einde van de manoeuvre, zowel bij het openen als bij het sluiten, of de led van de bijbehorende eindschakelaar geactiveerd blijft (led uit). Er zijn geen bijzondere toepassingen voorzien. Alles wat niet in deze instructies is beschreven, is uitdrukkelijk verboden  Wijzig de positie van de magneten van de eindschakelaars naar behoeven. 11. ONDERHOUD Om een goede werking op de lange termijn en een constant veiligheidsniveau te garanderen, is het beter om ieder half jaar een algemene controle op de installatie uit te voeren. In het boekje “Gebruiksaanwijzing” is een formulier voorgedrukt om onderhoudshandelingen te registeren. 7. TEST VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM Na de installatie van de aandrijving moet de werking van alle aangesloten accessoires en veiligheidsvoorzieningen nauwkeurig worden getest. Breng de bevestigingsbeugel van de sturings print terug in de oorspronkelijke positie. Breng de beschermkap aan, Fig. 20, en draai de twee bjgeleverde schroeven op de zijkanten aan, Fig. 20, ref. . Breng de sticker met het gevaarsymbool aan op de bovenkant van de kap (Fig. 21). Geef de klant de “Handleiding voor de gebruiker”, leg uit hoe de aandrijving goed kan werken en correct gebruikt wordt, en wijs op de gebieden van het automatische systeem waar mogelijk gevaar heerst. De bijgevoegde onderhoudsmodule dient uitsluitend als indicatie, het is niet uitgesloten dat, om een correcte werking van het automatische systeem en een constant veiligheidsniveau te garanderen, onderhoudshandelingen noodzakelijk zijn die niet in de module zijn aangegeven. 12. REPARATIES De gebruiker mag zelf geen pogingen ondernemen tot reparaties of andere ingrepen, en dient zich uitsluitend te wenden tot gekwalificeerd en geauto- riseerd GENIUS-personeel of een erkend GENIUS-servicecentrum. 13. ACCESSOIRES Zie de GENIUS-catalogus voor verkrijgbare accessoires. Fig. 20 Fig. 21 8. HANDBEDIENDE WERKING De handmatige deblokkering is een voorziening waarmee de aandrijving van de poort kan worden losgekoppeld, zodat hij met de hand kan worden bewogen. Schakel, alvorens het ontgrendelingsmechanisme te gebruiken, de spanning naar de installatie uit door op de differentieelschakelaar stroomopwaarts van de motorreductor om te zetten. HET ONTGRENDELINGSMECHANISME MOET NIET ALS EEN NOODSTOP WORDEN BESCHOUWD Als de poort met de hand moet worden bediend omdat de elektrische voeding is uitgevallen of omdat het automatische systeem niet goed werkt, dient het ontgrendelingsmechanisme te worden gebruikt, en wel als volgt: 1. Steek de speciale bijgeleverde sleutel in het slot Fig. 22 Ref. , en draai hem met de wijzers van de klok mee zoals aangegeven in Fig. 22 Ref. . 2. Draai het ontgrendelingsmechanisme ongeveer 180° met de wijzers van de klok mee, zoals aangegeven in Fig. 22 Ref. . 3. Open of sluit de poort met de hand. Fig. 22 9. HERVATTING NORMALE WERKING Om te voorkomen dat de poort tijdens de manoeuvre per ongeluk door een impuls wordt ingeschakeld, moet alvorens de aandrijving opnieuw te vergrendelen eerst de voeding naar de installatie worden uitgeschakeld. 1. Draai het ontgrendelingsmechanisme ongeveer 180° tegen de wijzers van de klok in, zoals aangegeven in Fig. 23 Ref. . 2. Draai de sleutel tegen de wijzers van de klok in, Fig. 23 ref. , en trek hem uit het slot, zoals aangegeven in Fig. 23 ref. . 3. Beweeg de poort tot het ontgrendelingsmechanisme aankoppelt. NEDERLANDS Controleer, alvorens de voeding naar het systeem weer in te schakelen, of de poort niet met de hand kan worden bewogen. Fig. 23 30 4. Este producto ha sido proyectado y fabricado exclusivamente para la utilización indicada en el presente manual. Cualquier uso diverso del previsto podría perjudicar el funcionamiento del producto y/o representar fuente de peligro. 5. GENIUS declina cualquier responsabilidad derivada de un uso impropio o diverso del previsto. 6. No instalen el aparato en atmósfera explosiva: la presencia de gas o humos inflamables constituye un grave peligro para la seguridad. 7. Los elementos constructivos mecánicos deben estar de acuerdo con lo establecido en las Normas EN 12604 y EN 12605. 8. Para los países no pertenecientes a la CEE, además de las referencias normativas nacionales, para obtener un nivel de seguridad adecuado, deben seguirse las Normas arriba indicadas. 9. GENIUS no es responsable del incumplimiento de las buenas técnicas de fabricación de los cierres que se han de motorizar, así como de las deformaciones que pudieran intervenir en la utilización. 10. La instalación debe ser realizada de conformidad con las Normas EN 12453 y EN 12445. El nivel de seguridad de la automación debe ser C+D. 11. Quiten la alimentación eléctrica y desconecten las baterías antes de efectuar cualquier intervención en la instalación. 12. Coloquen en la red de alimentación de la automación un interruptor omnipolar con distancia de apertura de los contactos igual o superior a 3 mm. Se aconseja usar un magnetotérmico de 6A con interrupción omnipolar. 13. Comprueben que la instalación disponga línea arriba de un interruptor diferencial con umbral de 0,03 A. 14. Verifiquen que la instalación de tierra esté correctamente realizada y conecten las partes metálicas del cierre. 15. La automación dispone de un dispositivo de seguridad antiaplastamiento constituido por un control de par. No obstante, es necesario comprobar el umbral de intervención según lo previsto en las Normas indicadas en el punto 10. 16. Los dispositivos de seguridad (norma EN 12978) permiten proteger posibles áreas de peligro de Riesgos mecánicos de movimiento, como por ej. aplastamiento, arrastre, corte. 17. Para cada equipo se aconseja usar por lo menos una señalización luminosa así como un cartel de señalización adecuadamente fijado a la estructura del bastidor, además de los dispositivos indicados en el “16”. 18. GENIUS declina toda responsabilidad relativa a la seguridad y al buen funcionamiento de la automación si se utilizan componentes de la instalación que no sean de producción GENIUS. 19. Para el mantenimiento utilicen exclusivamente piezas originales GENIUS 20. No efectúen ninguna modificación en los componentes que forman parte del sistema de automación. 21. El instalador debe proporcionar todas las informaciones relativas al funcionamiento del sistema en caso de emergencia y entregar al usuario del equipo el manual de advertencias que se adjunta al producto. 22. No permitan que niños o personas se detengan en proximidad del producto durante su funcionamiento. 23. Mantengan lejos del alcance los niños los telemandos o cualquier otro emisor de impulso, para evitar que la automación pueda ser accionada involuntariamente. 24. Sólo puede transitarse entre las hojas si la cancela está completamente abierta. 25. El usuario debe abstenerse de intentar reparar o de intervenir directamente, y debe dirigirse exclusivamente a personal cualificado GENIUS o a centros de asistencia GENIUS. 26. Todo lo que no esté previsto expresamente en las presentes instrucciones debe entenderse como no permitido DEUTSCH HINWEISE FÜR DEN INSTALLATIONSTECHNIKER ALLGEMEINE SICHERHEITSVORSCHRIFTEN ACHTUNG! Um die Sicherheit von Personen zu gewährleisten, sollte die Anleitung aufmerksam befolgt werden. Eine falsche Installation oder ein fehlerhafter Betrieb des Produktes können zu schwerwiegenden Personenschäden führen. 1. Bevor mit der Installation des Produktes begonnen wird, sollten die Anleitungen aufmerksam gelesen werden. 2. Das Verpackungsmaterial (Kunststoff, Styropor, usw.) sollte nicht in Reichweite von Kindern aufbewahrt werden, da es eine potentielle Gefahrenquelle darstellt. 3. Die Anleitung sollte aufbewahrt werden, um auch in Zukunft Bezug auf sie nehmen zu können. 4. Dieses Produkt wurde ausschließlich für den in diesen Unterlagen angegebenen Gebrauch entwickelt und hergestellt. Jeder andere Gebrauch, der nicht ausdrücklich angegeben ist, könnte die Unversehrtheit des Produktes beeinträchtigen und/oder eine Gefahrenquelle darstellen. 5. Die Firma GENIUS lehnt jede Haftung für Schäden, die durch unsachgemäßen oder nicht bestimmungsgemäßen Gebrauch der Automatik verursacht werden, ab. 6. Das Gerät sollte nicht in explosionsgefährdeten Umgebungen installiert werden: das Vorhandensein von entflammbaren Gasen oder Rauch stellt ein schwerwiegendes Sicherheitsrisiko dar. 7. Die mechanischen Bauelemente müssen den Anforderungen der Normen EN 12604 und EN 12605 entsprechen. 8. Für Länder, die nicht der Europäischen Union angehören, sind für die Gewährleistung eines entsprechenden Sicherheitsniveaus neben den nationalen gesetzlichen Bezugsvorschriften die oben aufgeführten Normen zu beachten. 9. Die Firma GENIUS übernimmt keine Haftung im Falle von nicht fachgerechten Ausführungen bei der Herstellung der anzutreibenden Schließvorrichtungen sowie bei Deformationen, die eventuell beim Betrieb entstehen. 10. Die Installation muß unter Beachtung der Normen EN 12453 und EN 12445 erfolgen. Die Sicherheitsstufe der Automatik sollte C+D sein. 11. Vor der Ausführung jeglicher Eingriffe auf der Anlage sind die elektrische Versorgung und die Batterie abzunehmen. 12. Auf dem Versorgungsnetz der Automatik ist ein omnipolarer Schalter mit Öffnungsabstand der Kontakte von über oder gleich 3 mm einzubauen. Darüber hinaus wird der Einsatz eines Magnetschutzschalters mit 6A mit omnipolarer Abschaltung empfohlen. 13. Es sollte überprüft werden, ob vor der Anlage ein Differentialschalter mit einer Auslöseschwelle von 0,03 A zwischengeschaltet ist. 14. Es sollte überprüft werden, ob die Erdungsanlage fachgerecht augeführt wurde. Die Metallteile der Schließung sollten an diese Anlage angeschlossen werden. 15. Die Automation verfügt über eine eingebaute Sicherheitsvorrichtung für den Quetschschutz, die aus einer Drehmomentkontrolle besteht. Es ist in jedem Falle erforderlich, deren Eingriffsschwelle gemäß der Vorgaben der unter Punkt 10 angegebenen Vorschriften zu überprüfen. 16. Die Sicherheitsvorrichtungen (Norm EN 12978) ermöglichen den Schutz eventueller Gefahrenbereiche vor mechanischen Bewegungsrisiken, wie zum Beispiel Quetschungen, Mitschleifen oder Schnittverletzungen. 17. Für jede Anlage wird der Einsatz von mindestens einem Leuchtsignal empfohlen sowie eines Hinweisschildes, das über eine entsprechende Befestigung mit dem Aufbau des Tors verbunden wird. Darüber hinaus sind die unter Punkt “16” erwähnten Vorrichtungen einzusetzen. 18. Die Firma GENIUS lehnt jede Haftung hinsichtlich der Sicherheit und des störungsfreien Betriebs der Automatik ab, soweit Komponenten auf der Anlage eingesetzt werden, die nicht im Hause GENIUS hergestellt urden. 19. Bei der Instandhaltung sollten ausschließlich Originalteile der Firma GENIUS verwendet werden. 20. Auf den Komponenten, die Teil des Automationssystems sind, sollten keine Veränderungen vorgenommen werden. 21. Der Installateur sollte alle Informationen hinsichtlich des manuellen Betriebs des Systems in Notfällen liefern und dem Betreiber der Anlage das Anleitungsbuch, das dem Produkt beigelegt ist, übergeben. 22. Weder Kinder noch Erwachsene sollten sich während des Betriebs in der unmittelbaren Nähe der Automation aufhalten. 23. Die Funksteuerungen und alle anderen Impulsgeber sollten außerhalb der Reichweite von Kindern aufbewahrt werden, um ein versehentliches Aktivieren der Automation zu vermeiden. 24. Der Durchgang oder die Durchfahrt zwischen den Flügeln darf lediglich bei vollständig geöffnetem Tor erfolgen. 25. Der Benutzer darf direkt keine Versuche für Reparaturen oder Arbeiten vornehmen und hat sich ausschließlich an qualifiziertes Fachpersonal GENIUS oder an Kundendienstzentren GENIUS zu wenden. 26. Alle Vorgehensweisen, die nicht ausdrücklich in der vorliegenden Anleitung vorgesehen sind, sind nicht zulässig NEDERLANDS WAARSCHUWINGEN VOOR DE INSTALLATEUR ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN LET OP! Het is belangrijk voor de veiligheid dat deze hele instructie zorgvuldig wordt opgevolgd. Een onjuiste installatie of foutief gebruik van het product kunnen ernstig persoonlijk letsel veroorzaken. 1. Lees de instructies aandachtig door alvorens te beginnen met de installatie van het product. 2. De verpakkingsmaterialen (plastic, polystyreen, enz.) mogen niet binnen het bereik van kinderen worden gelaten, want zij vormen een mogelijke bron van gevaar. 3. Bewaar de instructies voor raadpleging in de toekomst. 4. Dit product is uitsluitend ontworpen en gebouwd voor het doel dat in deze documentatie wordt aangegeven. Elk ander gebruik, dat niet uitdrukkelijk wordt vermeld, zou het product kunnen beschadigen en/of een bron van gevaar kunnen vormen. 5. GENIUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die ontstaat uit oneigenlijk gebruik of ander gebruik dan waarvoor het automatische systeem is bedoeld. 6. Installeer het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving: de aanwezigheid van ontvlambare gassen of dampen vormt een ernstig gevaar voor de veiligheid. 7. De mechanische bouwelementen moeten in overeenstemming zijn met de bepalingen van de normen EN 12604 en EN 12605. 8. Voor niet-EEG landen moeten, om een goed veiligheidsniveau te bereiken, behalve de nationale voorschriften ook de bovenstaande normen in acht worden genomen. 9. GENIUS is niet aansprakelijk als de regels der goede techniek niet in acht genomen zijn bij de bouw van het sluitwerk dat gemotoriseerd moet worden, noch voor vervormingen die zouden kunnen ontstaan bij het gebruik. 10. De installatie dient te geschieden in overeenstemming met de normen EN 12453 en EN 12445. Het veiligheidsniveau van het automatische systeem moet C+D zijn. 11. Alvorens ingrepen te gaan verrichten op de installatie moet de elektrische voeding worden weggenomen en moeten de batterijen worden afgekoppeld. 12. Zorg op het voedingsnet van het automatische systeem voor een meerpolige schakelaar met een opening tussen de contacten van 3 mm of meer. Het wordt geadviseerd een magnetothermische schakelaar van 6A te gebruiken met meerpolige onderbreking. 13. Controleer of er bovenstrooms van de installatie een differentieelschakelaar is geplaatst met een limiet van 0,03 A. 14. Controleer of de aardingsinstallatie vakkundig is aangelegd en sluit er de metalen delen van het sluitsysteem op aan. 15. Het automatische systeem beschikt over een intrinsieke beveiliging tegen inklemming, bestaande uit een controle van het koppel. De inschakellimiet hiervan dient echter te worden gecontroleerd volgens de bepalingen van de normen die worden vermeld onder punt 10. 16. De veiligheidsvoorzieningen (norm EN 12978) maken het mogelijk eventuele gevaarlijke gebieden te beschermen tegen Mechanische gevaren door beweging, zoals bijvoorbeeld inklemming, meesleuren of amputatie. 17. Het wordt voor elke installatie geadviseerd minstens één lichtsignaal te gebruiken alsook een waarschuwingsbord dat goed op de constructie van het hang- en sluitwerk dient te worden bevestigd, afgezien nog van de voorzieningen die genoemd zijn onder punt “16”. 18. GENIUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor wat betreft de veiligheid en de goede werking van het automatische systeem, als er in de installatie gebruik gemaakt wordt van componenten die niet door GENIUS zijn geproduceerd. 19. Gebruik voor het onderhoud uitsluitend originele GENIUS-onderdelen. 20. Verricht geen wijzigingen op componenten die deel uitmaken van het automatische systeem. 21. De installateur dient alle informatie te verstrekken over de handbediening van het 22. systeem in noodgevallen, en moet de gebruiker van de installatie het bij het product geleverde boekje met aanwijzingen overhandigen. 23. Sta het niet toe dat kinderen of volwassenen zich ophouden in de buurt van het product terwijl dit in werking is. 24. Houd radio-afstandsbedieningen of alle andere impulsgevers buiten het bereik van kinderen, om te voorkomen dat het automatische systeem onopzettelijk kan worden aangedreven. 25. Ga alleen tussen de vleugels door als het hek helemaal geopend is. 26. De gebruiker mag zelf geen pogingen ondernemen tot reparaties of andere directe ingrepen, en dient zich uitsluitend te wenden tot gekwalificeerd en geautoriseerd GENIUS-personeel of een erkend GENIUS-servicecentrum. 27. Alles wat niet uitdrukkelijk in deze instructies wordt aangegeven, is niet toegestaan
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44

Genius FALCON M Handleiding

Categorie
Poortopener
Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor