Pioneer AVIC Z830 DAB Installatie gids

Categorie
Subwoofers
Type
Installatie gids

Deze handleiding is ook geschikt voor

2Nl
De navigatiefuncties van dit product (en
de optionele achteruitkijkcamera als u
die heeft aangeschaft) zijn uitsluitend
bedoeld om u te assisteren bij het
besturen van uw voertuig. Het is geen
vervanging voor uw oplettendheid,
oordeel en verantwoordelijkheid tijdens
het rijden.
Gebruik dit product nooit om in een
noodsituatie naar een ziekenhuis,
politiebureau of vergelijkbaar te gaan. Bel
in plaats daarvan het daarvoor bedoelde
noodnummer.
Bedien dit product, de toepassingen of
de optie van de achteruitkijkcamera (mits
aangeschaft) niet als dit uw aandacht
voor het veilig besturen van uw voertuig
belemmert. Houdt u zich altijd aan de
verkeersregels voor veilig rijgedrag en
volg altijd alle verkeersborden. Als het
bedienen van dit product u niet
gemakkelijk af gaat, parkeer uw voertuig
dan op een veilige locatie en zet uw
voertuig op de handrem voordat u de
nodige handelingen verricht.
Deze handleiding behandelt de
installatie van dit product in uw voertuig.
Het gebruik van dit product wordt in
andere handleidingen behandeld.
Monteer dit product niet waar
(i) het zicht van de bestuurder
belemmerd wordt,
(ii) de functie van een van de
bedieningsonderdelen of
veiligheidsmaatregelen belemmerd
wordt, waaronder airbags, de knoppen
voor gevarenverlichting, of
(iii) het de mogelijkheid van de
bestuurder belemmert om het voertuig
veilig te besturen.
In sommige gevallen is het niet mogelijk
om dit product te monteren vanwege het
type voertuig of de vorm van het
interieur in het voertuig.
Modelpictogrammen die in deze
handleiding staan afgebeeld geven aan
dat de omschrijving bedoeld is voor de
modellen die door de pictogrammen
aangeduid worden. Als het volgende
pictogram getoond wordt, geldt de
omschrijving alleen voor het afgebeelde
model.
bijv.)
WAARSCHUWING
Pioneer raadt het u af om dit product zelf
te monteren. Dit product is gemaakt om
uitsluitend op professionele wijze
gemonteerd te worden. Wij raden aan om
dit product alleen te laten monteren en
installeren door erkende medewerkers van
Pioneer die voor mobiele elektronica een
speciale opleiding hebben gevolgd en veel
ervaring hebben. VOER ONDERHOUD AAN
DIT PRODUCT NOOIT ZELF UIT. De
installatie of het onderhoud aan dit
product inclusief de aansluitkabels kunnen
u blootstellen aan het gevaar van een
elektrische schok of andere gevaren, en
Aansluiten
Voorzorgsmaatregelen
Uw nieuwe product en deze
handleiding
Belangrijke
veiligheidsmaatregelen
Z000DAB
kan bovendien schade aan dit product
veroorzaken die niet door de garantie
gedekt wordt.
Lees deze handleiding volledig en
zorgvuldig voordat u dit product
installeert.
Bewaar deze handleiding in de buurt
voor naslag.
Let goed op alle waarschuwingen in deze
handleiding en volg zorgvuldig de
instructies.
Dit product kan in bepaalde
omstandigheden de positie van uw
voertuig, de afstand van objecten die op
het scherm weergegeven worden, en
windrichtingen onnauwkeurig
weergeven. Bovendien kent het systeem
bepaalde restricties, waaronder het
onvermogen om wegen voor
éénrichtingsverkeer, tijdelijke
verkeersomleidingen en mogelijk
onveilige rijomgevingen aan te geven.
Vel uw eigen oordeel in het kader van de
werkelijke rijomstandigheden.
Net als met alle accessoires in uw
voertuig dient dit product niet uw
aandacht van het verkeer af te leiden,
aangezien dit kan leiden tot ernstig letsel
of zelfs de dood tot gevolg kan hebben.
Als u problemen ondervindt in het
bedienen van het systeem of het aflezen
van de display, breng de wijzigingen dan
pas aan als u veilig geparkeerd staat.
Zorg dat u tijdens deelname aan het
verkeer altijd uw veiligheidsgordel om
heeft. Bij een eventuele aanrijding
kunnen uw verwondingen aanzienlijk
ernstiger zijn als u uw veiligheidsgordel
niet goed heeft vastgemaakt.
In sommige landen en door wetgeving
kan het plaatsen en gebruiken van dit
product in uw voertuig verboden of aan
banden gelegd zijn. Volg alle
toepasselijke wet- en regelgeving ten
aanzien van de installatie, het gebruik en
de werking van dit product.
WAARSCHUWING
Probeer het blokkeersysteem van de
parkeerrem niet te omzeilen of uit te
schakelen dat bedoeld is voor uw
veiligheid. Als het blokkeersysteem van de
parkeerrem wordt omzeild of
uitgeschakeld, kan dat resulteren in ernstig
letsel of de dood.
LET OP
Als u besluit om het product zelf te
installeren en speciale training heeft
gevolgd en ervaring heeft met het
inbouwen van mobiele, elektronische
apparatuur, volg dan nauwkeurig alle
stappen in de installatiehandleiding.
Maak alle bedrading stevig vast met
kabelklemmen of tape voor
elektrakabels. Zorg dat de bedrading niet
komt bloot te liggen.
Sluit de gele draad van dit product niet
rechtstreeks op de accu van uw voertuig
aan. Als de gele draad rechtstreeks op de
accu van uw voertuig wordt aangesloten,
dan kan de trilling van de motor ervoor
zorgen dat de isolatie disfunctioneert op
het punt waar de draad vanuit de
passagiersruimte het
motorcompartiment binnenkomt. Als de
isolatie van de gele draad slijt als gevolg
van contact met metalen onderdelen, de
kan er kortsluiting ontstaan met
aanzienlijke schade tot gevolg.
Het is extreem gevaarlijk om de kabels
om het stuurwiel of de versnellingspook
te wikkelen. Zorg dat dit product, de
kabels en de bedrading ervan zodanig
worden gemonteerd en weggewerkt dat
Voorzorgsmaatregelen
voordat het systeem
wordt aangesloten
3Nl
Nederlands
het geen belemmering vormt voor het
veilig besturen van het voertuig.
Zorg ervoor dat de kabels en de
bedrading geen bewegende onderdelen
van het voertuig in de weg zitten of
daarin bekneld of verstrikt raken, vooral
het stuurwiel, de parkeerrem, de
versnellingspook, deuren of andere
bedieningsmechanismen van het
voertuig.
Werk kabels en draden niet weg langs
plekken waar ze aan hoge temperaturen
worden blootgesteld. Als de isolatie
warm wordt, kunnen draden beschadigd
raken, wat tot kortsluiting of een storing
leidt en permanente schade aan het
product kan veroorzaken.
Snijd niet de kabel van de GPS-antenne
door om deze korter of langer te maken.
Aanpassingen aan de antennekabel
kunnen leiden tot kortsluiting of storing.
Zorg ervoor dat de draden geen
kortsluiting maken. Als de draden wel
kortsluiting maken, dan kan de
beveiliging (zekeringhouder,
zekeringweerstand of filter enz.) mogelijk
niet goed functioneren.
Voorzie andere elektronische producten
nooit van stroom door de buitenlaag van
de stroomdraad van dit product weg te
snijden om de stroomdraad van een
ander elektronisch product op aan te
sluiten. De stroomcapaciteit van de
stroomdraad zal worden overschreden,
wat oververhitting veroorzaakt.
Gebruik dit product uitsluitend met een
12-volt batterij en negatieve aarde. Als u
dat niet doet, dan kan dat leiden tot
brand of storing.
Om kortsluiting in het systeem te
voorkomen, dient u de accukabel (–) los
te koppelen voordat u dit product
monteert.
WAARSCHUWING
Gebruik luidsprekers van meer dan 50 W
(Max. ingangsvermogen) en tussen 4 Ω
en 8 Ω (impedantiewaarde). Gebruik
geen luidsprekers van 1 Ω tot 3 Ω voor dit
product.
De zwarte draad is de massa. Sluit deze
massadraad apart aan van de
massadraden van sterkstroomproducten,
zoals stroomversterkers. Sluit de
massadraad van dit product niet met
meer dan één massadraad van een ander
product aan. U moet de massadraad van
een stroomversterker bijvoorbeeld apart
aansluiten van de massadraad van dit
product. Het gezamenlijk aansluiten kan
brand en/of schade aan de producten
veroorzaken als de massadraden
losraken.
Zorg tijdens het vervangen/
terugplaatsen van een zekering dat u
alleen een zekering gebruikt met de
sterkte die op dit product vermeld staat.
Wanneer u een aansluiting loskoppelt,
pak dan de stekker zelf beet. Trek niet aan
de kabel, aangezien u de kabel uit de
stekker kan lostrekken.
Dit product kan niet worden gemonteerd
in een voertuig zonder ACC (accessoire)-
stand op de contactschakelaar.
Voordat dit product
gemonteerd
wordt
Voorkomen van schade
Om kortsluiting te voorkomen dient u de
losgekoppelde draad met isolatietape af
te dekken. Het is vooral belangrijk om alle
ongebruikte luidsprekerdraden af te
dekken omdat ze niet afgedekt een
kortsluiting kunnen veroorzaken.
Sluit de stekkers op de stekkerhouders
met dezelfde kleur aan, d.w.z. de blauwe
stekker op de blauwe stekkerhouder,
zwart op zwart, enz.
Voor het aansluiten van een
stroomversterker of andere apparaten op
dit product verwijzen wij u naar de
handleiding van het apparaat dat u wilt
aansluiten.
Sluit vanwege het unieke BPTL-circuit dat
gebruikt wordt niet de -kant van de
luidsprekerdraad rechtstreeks op de
massa aan en sluit de -kant van de
andere kant van de luidsprekerdraad niet
op elkaar aan. Zorg dat u de -kant van
de luidsprekerdraad op de -kant van
de luidsprekerdraad op dit product
aansluit.
Het grafische symbool op het
product duidt gelijkstroom aan.
Wanneer de contactschakelaar in de
stand ACC ON wordt gezet , wordt een
besturingssignaal door de blauw/witte
draad verstuurd. Sluit aan op een
afstandsbediening van een externe
stroomversterker, de relais van de
automatische antenne, of de
stroombediening van de antennebooster
(max. 300 mA 12 V DC). Het
besturingssignaal loopt door de blauw/
witte draad, zelfs als de geluidsbron is
uitgeschakeld.
Zorg dat u deze draad niet als
stroomdraad voor de externe
stroomversterker gebruikt. Een dergelijke
aansluiting kan leiden tot overmatig
stroomverbruik en storing.
Zorg dat u deze draad niet als
stroomdraad voor de automatische
antenne of de antenneversterker
gebruikt. Een dergelijke aansluiting kan
leiden tot overmatig stroomverbruik en
storing.
Belangrijk
Wanneer dit product in [Power OFF]-
modus staat, wordt ook het
besturingssignaal uitgeschakeld. Als de
[Power OFF]-modus geannuleerd wordt,
wordt het besturingssignaal weer
doorgegeven en wordt de antenne
uitgeschoven met de automatische
antennefunctie (mits de antenne gebruikt
wordt). Pas op dat de uitgeschoven
antenne niet in contact met eventuele
obstakels komt.
WAARSCHUWING
Om het gevaar van een ongeluk en de
mogelijke overtreding van toepasselijke
wet- en regelgeving te voorkomen, mag
dit product, behalve voor navigatie, nooit
tijdens deelname aan het verkeer
gebruikt worden. Beeldschermen voor
achterin mogen niet zodanig
gemonteerd worden dat ze een zichtbare
afleiding voor de chauffeur vormen.
In sommige landen kan het bekijken van
videobeelden op een beeldscherm in een
Opmerking voor de
blauw/witte draad
ACC-stand
Geen ACC-stand
Achterpaneel
(hoofdaansluitingen)
4Nl
voertuig door personen anders dan de
chauffeur zelfs al strafbaar zijn. Waar
dergelijke wet- en regelgeving geldt,
moet deze nageleefd worden en dient de
videobron van dit product niet gebruikt
te worden.
GPS antenne 3,55 m
Microfoon 3 m
Voertuig-busconversiekabel 13 cm*.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor
de voertuig-busadapter (apart
verkocht).
Antenne-ingang digitale radio*
Dit product
Antennestekker
AVkabel INGANG/UITGANG
Voeding
Zekering (10 A)
Ingang bekabelde afstandsbediening
Adapter voor bekabelde
afstandsbediening kan worden
aangesloten (apart verkocht).
*AVIC-Z930DAB/AVIC-Z830DAB/AVIC-
Z730DAB/AVIC-Z7330DAB
LET OP
Zorg dat u een antenne voor digitale radio
met fantoomvoeding (type actief) gebruikt
voor betere ontvangst van digitale radio.
Pioneer adviseert het gebruik van AN-
DAB1 of CA-AN-DAB.001 (apart verkocht).
Het stroomverbruik van de digitale
radioantenne mag niet meer zijn dan 100
mA.
WAARSCHUWING
HET VERKEERD AANSLUITEN KAN
LEIDEN TOT ERNSTIGE SCHADE OF
ERNSTIG LETSEL, WAARONDER
ELEKTRISCHE SCHOK, EN STORING MET
DE WERKING VAN HET
ANTIBLOKKEERREMSYSTEEM, DE
AUTOMATISCHE VERSNELLING EN DE
WERKING VAN DE SNELHEIDSMETER.
LET OP
Het wordt ten zeerste aanbevolen om de
snelheidsdraad aan te sluiten voor de
nauwkeurigheid van de navigatie en
betere prestaties.
Stroomkabel
Naar voeding
Afhankelijk van het type voertuig kan
de functie van 2* en 4* afwijken. Zorg in
dit geval dat 1* op 4* en 3* op 2* wordt
aangesloten.
Geel (2*)
Back-up (of accessoire)
Geel (1*)
Naar aansluiting met stroom ongeacht
de positie van het contactslot.
Rood (4*)
Accessoire (of back-up)
Rood (3*)
Aansluiten op de aansluiting die onder
aansturing van de contactschakelaar
staat (12 V DC).
Sluit draden van dezelfde kleur op
elkaar aan.
Oranje/wit
Naar de aansluiting van de
verlichtingsschakelaar.
Zwart (massa)
Naar het chassis (metaal) van het
voertuig.
Blauw/wit (5*)
De pin-positie van de ISO-stekker
verschilt, afhankelijk van het type
voertuig. Sluit 5* en 6* aan als Pin 5 van
het type antennebesturing is. Sluit 5* en
6* nooit op elkaar aan in een ander type
voertuig.
Blauw/wit (6*)
Aansluiten op de relais van de
automatische antenne (max. 300 mA 12
V DC).
Blauw/wit
Aansluiten op
systeembedieningsaansluiting van de
stroomversterker (max. 300 mA 12 V
DC).
Lichtpaars/wit
Dit is aangesloten zodat dit product kan
detecteren of het vooruit voor- of
achteruit rijdt. Sluit de violet/witte
draad aan op de draad waarvan de
spanning wijzigt wanneer de
versnelling in de stand achteruit wordt
gezet. Tenzij de sensor is aangesloten
kan het zijn dat de sensor niet goed
detecteert of uw voertuig vooruit of
achteruit rijdt, waardoor de positie van
uw voertuig die uw sensor aangeeft
afwijkt van de werkelijke positie van uw
voertuig.
Wanneer u een achteruitkijkcamera
gebruikt, zorg er dan voor dat u deze
draad aansluit. Als u deze draad niet
aansluit, kunt u niet naar de
5Nl
Nederlands
beeldweergave van de
achteruitkijkcamera overschakelen.
Roze (VOERTUIGSNELHEID
SIGNAALINGANG)
Dit product is hier aangesloten om de
afstand te detecteren die het voertuig
rijdt. Sluit altijd het circuit voor de
snelheidsdetectie van het voertuig aan.
Als u dit circuit niet aansluit, kan dat
leiden tot meer fouten in het aangeven
van de juiste positie van het voertuig.
Lichtgroen
Wordt gebruikt om de stand ON/OFF
van de parkeerrem te detecteren. Deze
draad moet worden aangesloten aan de
kant van de parkeerremschakelaar die
van stroom voorzien wordt.
Als u deze aansluiting niet of
verkeerd aanbrengt, zijn bepaalde
functies van dit product onbruikbaar.
Aansluitmethode
Klem de draad (1) en klem vervolgens
stevig vast met een punttang (2).
Kant van de stroomtoevoer
Parkeerremschakelaar
De kant van de massa
Luidsprekerdraden
Wit: Links vóór + of hoge tonen links +
Wit/zwart: Links vóór – of hoge tonen
links –
Grijs: Rechts vóór + of hoge tonen
rechts +
Grijs/zwart: Rechts vóór – of hoge tonen
rechts –
Groen: Links achter + of middentonen
links +
Groen/zwart: Links achter – of
middentonen links –
Lichtpaars: Rechts achter + of
middentonen rechts +
Lichtpaars/zwart: Rechts achter – of
middentonen rechts –
ISO-stekker
In sommige voertuigen kan de ISO-
stekker in tweeën gedeeld zijn. Zorg er
in dit geval voor dat beide stekkers
worden aangesloten.
OPMERKINGEN
De positie van het circuit van de
snelheidsdetectie en de positie van de
parkeerremschakelaar variëren
afhankelijk van het model voertuig.
Raadpleeg voor meer informatie uw
erkende dealer van Pioneer of een
professionele installateur.
Wanneer in plaats van een luidspreker
achter een subwoofer op dit product
wordt aangesloten, verander de instelling
van de uitgang achter dan naar de
oorspronkelijke instelling. De subwoofer-
uitgang van dit product geeft mono-
geluid.
Zorg bij het gebruik van een subwoofer
van 2 Ω dat u deze aansluit op de
lichtpaarse en lichtpaarse/zwarte draden
van het apparaat. Sluit niets aan op de
groene en groen/zwarte draden.
Belangrijk
De luidsprekerdraden worden niet gebruikt wanneer deze aansluiting in gebruik is.
Uitgang subwoofer (SUBWOOFER OUTPUT) 23 cm (STD)
Uitgang van lage tonen (NW)
RCA-kabel (apart verkocht)
Stroomversterker
Uitgang voorkant (FRONT OUTPUT) 15 cm (STD)
Uitgang van hoge tonen (NW)
Uitgang achterkant (REAR OUTPUT) 15 cm (STD)
Stroomversterker (apart verkocht)
6Nl
Uitgang van middentonen (NW)
Geel/zwart (MUTE)
Als u een apparaat gebruikt waarop de functie Dempen aanwezig is, sluit deze draad dan
aan op de draad voor Audio dempen van dat apparaat. Als u een dergelijk apparaat niet
gebruikt, sluit de draad voor Audio dempen dan NERGENS op aan.
Dit product
Afstandsbediening van het systeem
Aansluiten op blauw/witte kabel (max. 300 mA 12 V DC).
Luidspreker achter (STD)
Luidspreker middentonen (NW)
Luidspreker vóór (STD)
Luidspreker hoge tonen (NW)
Subwoofer (STD)
Luidspreker lage tonen (NW)
OPMERKINGEN
Selecteer de juiste luidsprekermodus tussen standaardmodus (STD) en netwerkmodus
(NW). Raadpleeg de bedieningshandleiding voor meer informatie.
De geluidsbron wordt ingesteld op gedempt of zacht, wat niet geldt voor de volgende
geluiden. Raadpleeg de bedieningshandleiding voor meer informatie.
–Spraakbesturing van de navigatie
–Beltoon en stem van inkomende oproepen via de mobiele telefoon die via de draadloze
technologie Bluetooth op dit product is aangesloten
OPMERKINGEN
Raadpleeg de handleiding van de kabel
voor meer informatie over het aansluiten
van een extern apparaat met behulp van
een apart gekochte kabel.
Raadpleeg de bedieningshandleiding
voor meer informatie over het aansluiten,
de bediening en de compatibiliteit van
de iPhone.
Raadpleeg de bedieningshandleiding
voor meer informatie over het aansluiten
en bedienen van de smartphone.
Bevestig identificatielabels aan USB-kabels
voordat u dit product in een voertuig
inbouwt.
1 Sluit USB-kabels op de achterkant van
dit product op USB-aansluiting 1 en 2
aan.
2 Bevestig de identificatielabels die bij
elke aansluiting horen op de USB-
kabels zoals hieronder afgebeeld.
Bevestig het “Port 1 Apple CarPlay”-
label op de USB-kabel die op USB-
aansluiting 1 is aangesloten.
Bevestig het label “Port 2” of “Port 2
Android Auto” aan op de USB-kabel die
op USB-aansluiting 2 is aangesloten.
USB-aansluiting 1
USB kabel 1,5 m
USB interfacekabel voor iPod/iPhone
(CD-IU52) (apart verkocht)
iPhone
iPod/iPhone en
smartphone
Identificatielabels aan
USB-kabels bevestigen
iPod/iPhone
Aansluiting via de USB-
aansluiting
7Nl
Nederlands
USB-aansluiting 2
USB kabel 1,5 m
USB - micro USB-kabel (Type USB A -
micro USB B) (meegeleverd met CD-
MU200 (apart verkocht))
USB Type-C® kabel (type USB A - USB-
C®) (meegeleverd bij CD-CU50 (apart
verkrijgbaar))
Smartphone
Wanneer u de achteruitkijkcamera
gebruikt, dan wisselt de beeldweergave
van de video automatisch door de
versnellingspook in de stand ACHTERUIT
(R) te zetten. Cameraweergave kunt u ook
controleren wat zich tijdens het rijden
achter uw voertuig bevindt.
WAARSCHUWING
GEBRUIK DE INGANG UITSLUITEND VOOR
ACHTERUIT OF SPIEGELBEELD VAN DE
ACHTERUITKIJKCAMERA. ANDER GEBRUIK
KAN RESULTEREN IN LETSEL OF SCHADE.
LET OP
De schermweergave kan in spiegelbeeld
verschijnen.
Met de achteruitkijkcamera kunt u een
eventuele aanhanger in de gaten houden
of achteruitkijken in een kleine
parkeerplaats. Gebruik de camera niet
voor entertainmentdoeleinden.
De afstand van voorwerpen tot de
achteruitkijkcamera kunnen groter of
kleiner lijken dan dat deze in
werkelijkheid is.
De beeldweergave op volledige
schermgrootte kan tijdens het
achteruitrijden of het controleren van
wat zich achter uw voertuig bevindt
enigszins afwijken.
Dit product
Voeding
Stroomkabel
Smartphone
(Android™-toestel)
Aansluiting via de USB-
aansluiting
Camera
Lichtpaars/wit (REVERSE-GEAR
SIGNAL INPUT)
Bruin (REAR VIEW CAMERA IN) 23 cm
Geel (VIDEO INPUT) 23 cm
Achteruitkijkcamera (ND-BC8) (apart
verkocht)
Naar video-uitgang
RCA-kabel (meegeleverd met ND-BC8)
RCA-kabel (apart verkocht)
Achteruitkijkcamera (apart verkocht)
OPMERKINGEN
Sluit uitsluitend de achteruitkijkcamera
op de bruine kabel aan. Sluit geen andere
apparaten aan.
Voor het gebruik van
achteruitkijkcamera's zijn bepaalde
instellingen vereist. Raadpleeg de
bedieningshandleiding voor meer
informatie.
Dit product
Rood, wit (AUDIO INPUT) 23 cm
Geel (VIDEO INPUT) 23 cm
RCA-kabel (apart verkocht)
Naar audio-ingang
Naar video-ingang
Extern video-onderdeel (apart verkocht)
OPMERKING
Voor het gebruik van een extern video-
onderdeel is een bepaalde instelling
vereist. Raadpleeg de
bedieningshandleiding voor meer
informatie.
Extern videocomponent
Het gebruik van AV-ingang
8Nl
Dit product
Kabel voor AV ministekker (apart
verkocht)
AUX ingang (AUX IN) 15 cm
Geel
Rood, wit
RCA-kabels (apart verkocht)
Naar video-uitgang
Naar audio-uitgangen
Extern video-onderdeel (apart verkocht)
OPMERKING
Voor het gebruik van een extern video-
onderdeel is een bepaalde instelling
vereist. Raadpleeg de
bedieningshandleiding voor meer
informatie.
LET OP
Zorg dat u voor de bedrading een AV-kabel
met ministekker gebruikt (apart verkocht).
Als u andere kabels gebruikt, kan de
posities van draden afwijken wat tot
storingen in beeld- en geluidweergave
leidt.
Dit product
HDMI-aansluiting
HDMI™-hogesnelheidskabel (apart
verkocht)
Het gebruik van een AUX-ingang
Het gebruik van een HDMI-
ingang
L : Audio links (wit)
R : Audio rechts
(rood)
V : Video (geel)
G : Aarde
Z930DAB
HDMI-apparaat (apart verkocht)
OPMERKING
Wanneer u de HDMI™-kabel met hoge
snelheid gebruikt, gebruik dan de
kabelbinder om de kabel stevig vast te
binden (pagina 8).
Zorg dat u de HDMI™-hogesnelheidskabel
met de kabelbinder vastmaakt wanneer u
het externe apparaat met de HDMI™-
hogesnelheidskabel aansluit.
1 Sluit de HDMI™-hogesnelheidskabel
op de HDMI-aansluiting aan.
2 Wikkel de kabelbinder om de haak
boven de HDMI-aansluiting en de
HDMI™-hogesnelheidskabel, en trek
de kabelbinder vervolgens aan om de
HDMI™-hogesnelheidskabel vast te
binden.
Haak
Kabelbinder
HDMI™-hogesnelheidskabel
LET OP
Trek de kabelbinder niet strakker dan
noodzakelijk is.
Dit product
Uitgang audio achterkant (R. AUDIO
OUT)
Geel (REAR MONITOR OUTPUT) 30 cm
Kabel met ministekker (apart verkocht)
RCA-kabels (apart verkocht)
Naar audio-ingang
Naar video-ingang
Beeldscherm voor achterin met stekkers
voor RCA-ingang (apart verkocht)
WAARSCHUWING
Monteer het beeldscherm voor achterin
NOOIT op een locatie waardoor de
bestuurder tijdens het rijden een video kan
bekijken.
De HDMI™-
hogesnelheidskabel
vastbinden
Z930DAB
Beeldscherm voor
achterin
9Nl
Nederlands
De uitgang van dit product voor video
achter is voor het aansluiten van een
beeldscherm zodat passagiers achterin een
video kunnen bekijken.
LET OP
Monteer dit product nooit op plaatsen
waar, of op een manier waardoor:
–De bestuurder of de passagiers letsel
kunnen oplopen als het voertuig
plotseling stopt.
–Kan het veilig besturen van het voertuig
belemmeren, zoals op de vloer aan de
voorkant van de bestuurdersstoel, of
dicht bij het stuurwiel of de
versnellingspook.
Zorg dat zich niets achter de gaten
bevindt die u in het dashboard of
panelen boort. Pas op dat u geen
brandstofleidingen, remleidingen,
elektronische onderdelen,
communicatiedraden of stroomkabels
beschadigt.
Laat de eventuele schroeven die u
gebruikt niet in contact komen met
elektrische bedrading. Trillingen kunnen
de draden of de draadisolatie
beschadigen, wat tot kortsluiting of
andere schade aan het voertuig kan
leiden.
Zorg dat u voor een goede installatie de
meegeleverde onderdelen op de juiste
manier gebruikt. Als bepaalde
onderdelen niet standaard bij dit product
worden meegeleverd, gebruik dan
uitsluitend compatibele onderdelen op
de gespecificeerde manier nadat u
compatibiliteit ervan bij uw dealer
gecontroleerd heeft. Als u onderdelen
gebruikt die niet zijn meegeleverd en niet
compatibel zijn, dan kunnen ze de
onderdelen aan de binnenkant van dit
product beschadigen of de werking van
het product uitschakelen.
Het is extreem gevaarlijk om de kabels
om het stuurwiel of de versnellingspook
te wikkelen. Zorg dat dit product, de
kabels en de bedrading ervan zodanig
worden gemonteerd en weggewerkt dat
het geen belemmering vormt voor het
veilig besturen van het voertuig.
Zorg dat de bedrading niet tussen een
deur en de carrosserie of een
schuifmechanisme van een stoel bekneld
kan raken, wat tot kortsluiting kan leiden.
Controleer of u na het inbouwen van dit
product aan al deze voorwaarden
voldoet en het product goed heeft
ingebouwd.
Monteer dit product niet waar
(i) het zicht van de bestuurder
belemmerd wordt,
(ii) de functie van een van de
bedieningsonderdelen of
veiligheidsmaatregelen belemmerd
wordt, waaronder airbags, de knoppen
voor gevarenverlichting, of
(iii) het de mogelijkheid van de
bestuurder belemmert om het voertuig
veilig te besturen.
Monteer dit product tussen de stoel van
de chauffeur en de passagiersstoel
daarnaast zodat het bij plotseling
remmen niet door de chauffeur of de
passagier geraakt wordt.
Monteer dit product nooit vóór of naast
de locatie in het dashboard, de deur, of
de stijl van waaruit de airbag geactiveerd
kan worden. Raadpleeg de handleiding
van uw voertuig ter referentie voor de
locaties waar de airbags zich aan de
voorkant bevinden.
Installatie
Voorzorgsmaatregelen
voor installatie
10Nl
Het niet treffen van deze
voorzorgsmaatregelen kan leiden tot
ernstig letsel of de dood.
Om storingen te voorkomen, dient u de
volgende voorwerpen zo ver mogelijk van
dit product, andere kabels of bedrading te
plaatsen:
FM, MW/LW antenne met bedrading
DAB-antenne en de bedrading ervan
(AVIC-Z930DAB/AVIC-Z830DAB/AVIC-
Z730DAB/AVIC-Z7330DAB)
GPS antenne met bedrading
Bovendien moet u elke antennedraad zo
ver mogelijk uit de buurt van andere
antennedraden geleiden. U mag ze in ieder
geval niet bij elkaar binden, langs elkaar
leggen of geleiden, of ze kruizen.
Elektromagnetische storing vergroot de
kans op fouten in het weergeven van de
juiste locatie van het voertuig.
Raadpleeg uw dichtstbijzijnde dealer als
voor de installatie boorgaten in of andere
wijzigingen aan uw voertuig nodig zijn.
Sluit, voordat u dit product in de
definitieve opstelling aansluit, de draden
tijdelijk aan om te controleren of alle
aansluitingen goed zijn en het systeem
goed functioneert.
Monteer dit product niet in een positie
waarbij de opening van het LCD-scherm
door obstakels wordt of kan worden
gehinderd, zoals de versnellingspook.
Voordat u dit product inbouwt, dient u met
voldoende vrije ruimte rekening te houden
zodat het LCD-scherm niet de
versnellingspook hindert wanneer het
scherm volledig is opengeklapt. Dit kan
hinderlijk zijn voor de werking van de
versnellingspook, of tot storing in het
mechanisme van dit product leiden.
Monteer dit product niet op locaties die
blootstaan aan hoge temperaturen of
hoge luchtvochtigheid, zoals:
–Locaties in de buurt van een
verwarming, ventilator of
airconditioner.
–Locaties die blootgesteld worden aan
direct zonlicht, zoals boven op het
dashboard.
–Locaties die blootgesteld worden aan
regen, zoals dicht bij het portier of op
de vloer van het voertuig.
Bouw dit product in op een locatie die
sterk genoeg is voor het gewicht van dit
product. Kies een locatie waar dit product
goed en stevig kan worden gemonteerd.
Als dit product niet goed en stevig
gemonteerd wordt, kan dit afwijkingen in
de juiste beeldweergave van de locatie
van het voertuig leiden.
Monteer dit product horizontaal op een
oppervlak met een tolerantie van 0 tot 30
graden (binnen 5 graden naar links of
naar rechts). Als het product niet goed
gemonteerd wordt waarbij het oppervlak
meer gekanteld is dan de
tolerantiewaarde, dan neemt de kans op
fouten in de beeldweergave in het
voertuig toe en kan anderzijds een
slechte beeldweergave veroorzaken.
Voorkomen van
elektromagnetische
storing
ór installatie
Voor mensen die AVIC-Z930DAB
en AVIC-Z830DAB gebruiken
Opmerkingen voor de
installatie
Om verzekerd te zijn van voldoende
ventilatie bij gebruik van dit product,
dient u er bij de installatie voor te zorgen
dat u achter het achterpaneel voldoende
ruimte vrij laat, en dient u eventuele losse
kabels vast te binden zodat deze de
ventilatie-openingen niet kunnen
blokkeren.
De kabels mogen het gebied dat in de
onderstaande afbeelding wordt
weergegeven, niet bedekken. Dit is
noodzakelijk om de warmte van de
versterker en het navigatiemechanisme
af te voeren.
Bedek dit gebied niet.
De laser van de semigeleider zal bij
oververhitting beschadigen. Monteer dit
product daarom niet op locaties in de
buurt van warmtebronnen, zoals de
uitgang van een verwarmingskanaal.
1 Verwijder de sierrand.
Trek de boven- en onderkant van de
sierrand naar u toe om de sierrand te
verwijderen.
Sierrand
2 Steek de meegeleverde treksleutel in
beide kanten van het apparaat totdat
ze op hun plaats klikken.
3 Trek het apparaat uit de houder.
Treksleutel
1 Monteer de houder in het dashboard.
2 Bevestig de montagebeugel door met
een schroevendraaier de metalen
uitsteeksels 90° te verbuigen.
Zorg voor
voldoende
vrije ruimte
5 cm
5 cm
Voordat dit product
gemonteerd wordt
Installatie met de
houder
11Nl
Nederlands
Dashboard
Houder
3 Schuif dit product in de houder.
Dashboard
4 Monteer de sierrand.
Sierrand
Gleuf
Bevestig de sierrand met de kant
met de gleuf erin naar beneden
gericht.
1 Bevestig dit product aan de standaard
montagebeugel.
Breng dit product zodanig in positie dat
de schroefgaten ervan op dezelfde
hoogte als de schroefgaten in de beugel
komen en draai per kant de drie
schroeven vast.
Gebruik de kruiskopschroeven of de
platkopschroeven, afhankelijk van de
vorm van de schroefgaten van de
beugel.
Standaard montagebeugel voor de
radio
Als de pal de installatie in de weg zit,
dan kunt u deze verbuigen.
Dashboard of console
Kruiskopschroef of verzonken
schroef
112 mm
182 mm
Installatie met behulp
van de schroefgaten
aan de zijkant van dit
product
Gebruik alleen de schroeven die bij
dit product zijn meegeleverd.
LET OP
Snijd niet de kabel van de GPS-antenne
door om deze korter of langer te maken.
Aanpassingen aan de antennekabel kan
leiden tot kortsluiting of permanente
beschadiging van dit product.
De antenne dient gemonteerd te worden
op een vlakke ondergrond waar
radiogolven zo min mogelijk gehinderd
worden. De antenne kan geen
radiogolven ontvangen als
satellietontvangst geblokkeerd is.
Dashboard
Hoedenplank
Wanneer u de GPS-antenne in het
voertuig monteert, zorg dan dat u de
metalen plaat gebruikt die bij uw
systeem is meegeleverd. Als u deze plaat
niet gebruik, kan de ontvangst minder
goed tot slecht zijn.
Beschadig de metalen plaat niet. Dit kan
de gevoeligheid van de GPS-antenne
aantasten.
Trek niet aan de antennekabel zelf
wanneer u de GPS-antenne verwijdert.
De kabel kan losraken.
Verf de GPS-antenne niet, aangezien dit
de ontvangst kan aantasten.
Montage van de GPS-
antenne
Opmerkingen voor de installatie
12Nl
WAARSCHUWING
Plaats de GPS-antenne niet boven sensoren of ventilatieroosters op het dashboard van het
voertuig omdat dit de juiste werking van dergelijke sensoren of roosters kan aantasten en
de metalen plaat onder de GPS-antenne ook niet goed en stevig op het dashboard kan
worden gemonteerd.
GPS-antenne
Metalen plaat
Verwijder de beschermfolie aan de achterkant.
Dubbelzijdig plakband
Klemmen
Gebruik klemmen om de draad waar nodig in het voertuig vast te klemmen.
OPMERKINGEN
Bevestig de metalen plaat zo vlak mogelijk op de ondergrond waar de GPS-antenne op de
voorruit of achterruit gericht is.
Bevestig de GPS-antenne op de metalen plaat met behulp van dubbelzijdig plakband.
De metalen plaat bevat een sterk kleefmiddel die na het verwijderen van de metalen plaat
een zichtbare plek achterlaat.
Snijd de metalen plaat niet in kleinere stukjes wanneer u de plaat bevestigt.
Sommige modellen voertuigen gebruiken voor de ruiten een glassoort die geen signalen
van GPS-satellieten doorlaat. Op dergelijke voertuigen dient u de GPS-antenne aan de
buitenkant van het voertuig te monteren.
Wanneer u de antenne aan de binnenkant van het voertuig monteert (op
het dashboard of de hoedenplank)
Monteer de microfoon op een locatie
waar de richting en de afstand tot de
bestuurder de stem van de bestuurder
het beste kunnen oppikken.
Zorg ervoor dat u via (ACC OFF) het
product heeft uitgeschakeld voordat u de
microfoon aansluit.
Afhankelijk van het voertuigmodel kan
de microfoonkabel te kort zijn als u de
microfoon op de zonneklep bevestigt.
Installeer in dat geval de microfoon op de
stuurkolom.
1 Monteer de microfoondraad in de
gleuf.
Microfoondraad
Gleuf
2 Bevestig de microfoonklem aan de
zonneklep.
Microfoonklem
Klemmen
Gebruik apart verkrijgbare klemmen
om de draad waar nodig in het
voertuig vast te klemmen.
Monteer de microfoon op de zonneklep
wanneer deze omhoog geklapt is. De
microfoon kan de stem van de
bestuurder niet herkennen wanneer de
zonneklep omlaag is.
1 Verwijder de microfoonstandaard uit
de microfoonklem door de
microfoonstandaard te verschuiven
terwijl u op de tab drukt.
Tab
Microfoonstandaard
2 Monteer de microfoon op de
stuurkolom.
De microfoon
installeren
Montage op de zonneklep
Montage op de stuurkolom
13Nl
Nederlands
Dubbelzijdig plakband
Klemmen
Gebruik apart verkrijgbare klemmen
om de draad waar nodig in het
voertuig vast te klemmen.
OPMERKING
Monteer de microfoon op de stuurkolom,
maar zorg dat de microfoon de werking
van het stuur niet hindert.
De hoek van de microfoon kan worden
aangepast.
De hoek van de microfoon
afstellen
1 Sluit de negatieve (-)-pool van de accu
van het voertuig weer aan.
Controleer als eerste dubbel of alle
aansluitingen correct zijn en dit product
op de juiste manier is ingebouwd.
Monteer alle onderdelen van het
voertuig die u vóór montage van dit
product heeft moeten demonteren.
Sluit vervolgens opnieuw de negatieve
(-)-kabel op de negatieve (-)-pool van de
accu aan.
2 Start de motor.
3 Druk op de RESET-knop.
Druk op de RESET-knop op dit product
met een puntig voorwerp, zoals de punt
van een pen.
Sommige instellingen en opgeslagen
gegevens worden niet teruggezet
naar de begininstelling.
4 Wijzig de instellingen naar uw
voorkeur.
Raadpleeg de bedieningshandleiding
voor meer informatie.
5 Begin met rijden op een weg waar de
ontvangst goed zou moeten zijn
totdat de GPS het signaal ontvangt.
OPMERKING
Controleer na installatie van dit product en
op een veilige locatie of alle functies van
het voertuig normaal functioneren.
Na installatie
Nadat dit product
gemonteerd is
Z930DAB
Z830DAB
Z730DAB
Z630BT
Z7330DAB
Z6330BT
15Nl
Nederlands

Documenttranscriptie

Aansluiten Voorzorgsmaatregelen Uw nieuwe product en deze handleiding • De navigatiefuncties van dit product (en de optionele achteruitkijkcamera als u die heeft aangeschaft) zijn uitsluitend bedoeld om u te assisteren bij het besturen van uw voertuig. Het is geen vervanging voor uw oplettendheid, oordeel en verantwoordelijkheid tijdens het rijden. • Gebruik dit product nooit om in een noodsituatie naar een ziekenhuis, politiebureau of vergelijkbaar te gaan. Bel in plaats daarvan het daarvoor bedoelde noodnummer. • Bedien dit product, de toepassingen of de optie van de achteruitkijkcamera (mits aangeschaft) niet als dit uw aandacht voor het veilig besturen van uw voertuig belemmert. Houdt u zich altijd aan de verkeersregels voor veilig rijgedrag en volg altijd alle verkeersborden. Als het bedienen van dit product u niet gemakkelijk af gaat, parkeer uw voertuig dan op een veilige locatie en zet uw voertuig op de handrem voordat u de nodige handelingen verricht. • Deze handleiding behandelt de installatie van dit product in uw voertuig. Het gebruik van dit product wordt in andere handleidingen behandeld. • Monteer dit product niet waar (i) het zicht van de bestuurder belemmerd wordt, (ii) de functie van een van de bedieningsonderdelen of 2 Nl veiligheidsmaatregelen belemmerd wordt, waaronder airbags, de knoppen voor gevarenverlichting, of (iii) het de mogelijkheid van de bestuurder belemmert om het voertuig veilig te besturen. In sommige gevallen is het niet mogelijk om dit product te monteren vanwege het type voertuig of de vorm van het interieur in het voertuig. • Modelpictogrammen die in deze handleiding staan afgebeeld geven aan dat de omschrijving bedoeld is voor de modellen die door de pictogrammen aangeduid worden. Als het volgende pictogram getoond wordt, geldt de omschrijving alleen voor het afgebeelde model. bijv.) Z000DAB Belangrijke veiligheidsmaatregelen WAARSCHUWING Pioneer raadt het u af om dit product zelf te monteren. Dit product is gemaakt om uitsluitend op professionele wijze gemonteerd te worden. Wij raden aan om dit product alleen te laten monteren en installeren door erkende medewerkers van Pioneer die voor mobiele elektronica een speciale opleiding hebben gevolgd en veel ervaring hebben. VOER ONDERHOUD AAN DIT PRODUCT NOOIT ZELF UIT. De installatie of het onderhoud aan dit product inclusief de aansluitkabels kunnen u blootstellen aan het gevaar van een elektrische schok of andere gevaren, en kan bovendien schade aan dit product veroorzaken die niet door de garantie gedekt wordt. • Lees deze handleiding volledig en zorgvuldig voordat u dit product installeert. • Bewaar deze handleiding in de buurt voor naslag. • Let goed op alle waarschuwingen in deze handleiding en volg zorgvuldig de instructies. • Dit product kan in bepaalde omstandigheden de positie van uw voertuig, de afstand van objecten die op het scherm weergegeven worden, en windrichtingen onnauwkeurig weergeven. Bovendien kent het systeem bepaalde restricties, waaronder het onvermogen om wegen voor éénrichtingsverkeer, tijdelijke verkeersomleidingen en mogelijk onveilige rijomgevingen aan te geven. Vel uw eigen oordeel in het kader van de werkelijke rijomstandigheden. • Net als met alle accessoires in uw voertuig dient dit product niet uw aandacht van het verkeer af te leiden, aangezien dit kan leiden tot ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg kan hebben. Als u problemen ondervindt in het bedienen van het systeem of het aflezen van de display, breng de wijzigingen dan pas aan als u veilig geparkeerd staat. • Zorg dat u tijdens deelname aan het verkeer altijd uw veiligheidsgordel om heeft. Bij een eventuele aanrijding kunnen uw verwondingen aanzienlijk ernstiger zijn als u uw veiligheidsgordel niet goed heeft vastgemaakt. • In sommige landen en door wetgeving kan het plaatsen en gebruiken van dit product in uw voertuig verboden of aan banden gelegd zijn. Volg alle toepasselijke wet- en regelgeving ten aanzien van de installatie, het gebruik en de werking van dit product. Voorzorgsmaatregelen voordat het systeem wordt aangesloten WAARSCHUWING Probeer het blokkeersysteem van de parkeerrem niet te omzeilen of uit te schakelen dat bedoeld is voor uw veiligheid. Als het blokkeersysteem van de parkeerrem wordt omzeild of uitgeschakeld, kan dat resulteren in ernstig letsel of de dood. LET OP • Als u besluit om het product zelf te installeren en speciale training heeft gevolgd en ervaring heeft met het inbouwen van mobiele, elektronische apparatuur, volg dan nauwkeurig alle stappen in de installatiehandleiding. • Maak alle bedrading stevig vast met kabelklemmen of tape voor elektrakabels. Zorg dat de bedrading niet komt bloot te liggen. • Sluit de gele draad van dit product niet rechtstreeks op de accu van uw voertuig aan. Als de gele draad rechtstreeks op de accu van uw voertuig wordt aangesloten, dan kan de trilling van de motor ervoor zorgen dat de isolatie disfunctioneert op het punt waar de draad vanuit de passagiersruimte het motorcompartiment binnenkomt. Als de isolatie van de gele draad slijt als gevolg van contact met metalen onderdelen, de kan er kortsluiting ontstaan met aanzienlijke schade tot gevolg. • Het is extreem gevaarlijk om de kabels om het stuurwiel of de versnellingspook te wikkelen. Zorg dat dit product, de kabels en de bedrading ervan zodanig worden gemonteerd en weggewerkt dat het geen belemmering vormt voor het veilig besturen van het voertuig. • Zorg ervoor dat de kabels en de bedrading geen bewegende onderdelen van het voertuig in de weg zitten of daarin bekneld of verstrikt raken, vooral het stuurwiel, de parkeerrem, de versnellingspook, deuren of andere bedieningsmechanismen van het voertuig. • Werk kabels en draden niet weg langs plekken waar ze aan hoge temperaturen worden blootgesteld. Als de isolatie warm wordt, kunnen draden beschadigd raken, wat tot kortsluiting of een storing leidt en permanente schade aan het product kan veroorzaken. • Snijd niet de kabel van de GPS-antenne door om deze korter of langer te maken. Aanpassingen aan de antennekabel kunnen leiden tot kortsluiting of storing. • Zorg ervoor dat de draden geen kortsluiting maken. Als de draden wel kortsluiting maken, dan kan de beveiliging (zekeringhouder, zekeringweerstand of filter enz.) mogelijk niet goed functioneren. • Voorzie andere elektronische producten nooit van stroom door de buitenlaag van de stroomdraad van dit product weg te snijden om de stroomdraad van een ander elektronisch product op aan te sluiten. De stroomcapaciteit van de stroomdraad zal worden overschreden, wat oververhitting veroorzaakt. • Gebruik dit product uitsluitend met een 12-volt batterij en negatieve aarde. Als u dat niet doet, dan kan dat leiden tot brand of storing. • Om kortsluiting in het systeem te voorkomen, dient u de accukabel (–) los ACC-stand Voorkomen van schade WAARSCHUWING • Gebruik luidsprekers van meer dan 50 W (Max. ingangsvermogen) en tussen 4 Ω en 8 Ω (impedantiewaarde). Gebruik geen luidsprekers van 1 Ω tot 3 Ω voor dit product. • De zwarte draad is de massa. Sluit deze massadraad apart aan van de massadraden van sterkstroomproducten, zoals stroomversterkers. Sluit de massadraad van dit product niet met meer dan één massadraad van een ander product aan. U moet de massadraad van een stroomversterker bijvoorbeeld apart aansluiten van de massadraad van dit product. Het gezamenlijk aansluiten kan brand en/of schade aan de producten veroorzaken als de massadraden losraken. • Zorg tijdens het vervangen/ terugplaatsen van een zekering dat u alleen een zekering gebruikt met de sterkte die op dit product vermeld staat. • Wanneer u een aansluiting loskoppelt, pak dan de stekker zelf beet. Trek niet aan de kabel, aangezien u de kabel uit de stekker kan lostrekken. • Dit product kan niet worden gemonteerd in een voertuig zonder ACC (accessoire)stand op de contactschakelaar. Geen ACC-stand • Om kortsluiting te voorkomen dient u de losgekoppelde draad met isolatietape af te dekken. Het is vooral belangrijk om alle ongebruikte luidsprekerdraden af te dekken omdat ze niet afgedekt een kortsluiting kunnen veroorzaken. • Sluit de stekkers op de stekkerhouders met dezelfde kleur aan, d.w.z. de blauwe stekker op de blauwe stekkerhouder, zwart op zwart, enz. • Voor het aansluiten van een stroomversterker of andere apparaten op dit product verwijzen wij u naar de handleiding van het apparaat dat u wilt aansluiten. • Sluit vanwege het unieke BPTL-circuit dat gebruikt wordt niet de -kant van de luidsprekerdraad rechtstreeks op de massa aan en sluit de -kant van de andere kant van de luidsprekerdraad niet op elkaar aan. Zorg dat u de -kant van de luidsprekerdraad op de -kant van de luidsprekerdraad op dit product aansluit. • Het grafische symbool op het product duidt gelijkstroom aan. Opmerking voor de blauw/witte draad • Wanneer de contactschakelaar in de stand ACC ON wordt gezet , wordt een besturingssignaal door de blauw/witte draad verstuurd. Sluit aan op een afstandsbediening van een externe stroomversterker, de relais van de automatische antenne, of de stroombediening van de antennebooster (max. 300 mA 12 V DC). Het besturingssignaal loopt door de blauw/ witte draad, zelfs als de geluidsbron is uitgeschakeld. • Zorg dat u deze draad niet als stroomdraad voor de externe stroomversterker gebruikt. Een dergelijke aansluiting kan leiden tot overmatig stroomverbruik en storing. • Zorg dat u deze draad niet als stroomdraad voor de automatische antenne of de antenneversterker gebruikt. Een dergelijke aansluiting kan leiden tot overmatig stroomverbruik en storing. Belangrijk Wanneer dit product in [Power OFF]modus staat, wordt ook het besturingssignaal uitgeschakeld. Als de [Power OFF]-modus geannuleerd wordt, wordt het besturingssignaal weer doorgegeven en wordt de antenne uitgeschoven met de automatische antennefunctie (mits de antenne gebruikt wordt). Pas op dat de uitgeschoven antenne niet in contact met eventuele obstakels komt. Achterpaneel (hoofdaansluitingen) WAARSCHUWING • Om het gevaar van een ongeluk en de mogelijke overtreding van toepasselijke wet- en regelgeving te voorkomen, mag dit product, behalve voor navigatie, nooit tijdens deelname aan het verkeer gebruikt worden. Beeldschermen voor achterin mogen niet zodanig gemonteerd worden dat ze een zichtbare afleiding voor de chauffeur vormen. • In sommige landen kan het bekijken van videobeelden op een beeldscherm in een Nl Nederlands Voordat dit product gemonteerd wordt te koppelen voordat u dit product monteert. 3 voertuig door personen anders dan de chauffeur zelfs al strafbaar zijn. Waar dergelijke wet- en regelgeving geldt, moet deze nageleefd worden en dient de videobron van dit product niet gebruikt te worden. radioantenne mag niet meer zijn dan 100 mA. Stroomkabel WAARSCHUWING HET VERKEERD AANSLUITEN KAN LEIDEN TOT ERNSTIGE SCHADE OF ERNSTIG LETSEL, WAARONDER ELEKTRISCHE SCHOK, EN STORING MET DE WERKING VAN HET ANTIBLOKKEERREMSYSTEEM, DE AUTOMATISCHE VERSNELLING EN DE WERKING VAN DE SNELHEIDSMETER. GPS antenne 3,55 m Microfoon 3 m Voertuig-busconversiekabel 13 cm*. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor de voertuig-busadapter (apart verkocht). Antenne-ingang digitale radio* Dit product Antennestekker AVkabel INGANG/UITGANG Voeding Zekering (10 A) Ingang bekabelde afstandsbediening Adapter voor bekabelde afstandsbediening kan worden aangesloten (apart verkocht). * AVIC-Z930DAB/AVIC-Z830DAB/AVICZ730DAB/AVIC-Z7330DAB LET OP Zorg dat u een antenne voor digitale radio met fantoomvoeding (type actief ) gebruikt voor betere ontvangst van digitale radio. Pioneer adviseert het gebruik van ANDAB1 of CA-AN-DAB.001 (apart verkocht). Het stroomverbruik van de digitale 4 Nl LET OP Het wordt ten zeerste aanbevolen om de snelheidsdraad aan te sluiten voor de nauwkeurigheid van de navigatie en betere prestaties. Naar voeding Afhankelijk van het type voertuig kan de functie van 2* en 4* afwijken. Zorg in dit geval dat 1* op 4* en 3* op 2* wordt aangesloten. Geel (2*) Back-up (of accessoire) Geel (1*) Naar aansluiting met stroom ongeacht de positie van het contactslot. Rood (4*) Accessoire (of back-up) Rood (3*) Aansluiten op de aansluiting die onder aansturing van de contactschakelaar staat (12 V DC). Sluit draden van dezelfde kleur op elkaar aan. Oranje/wit Naar de aansluiting van de verlichtingsschakelaar. Zwart (massa) Naar het chassis (metaal) van het voertuig. Blauw/wit (5*) De pin-positie van de ISO-stekker verschilt, afhankelijk van het type voertuig. Sluit 5* en 6* aan als Pin 5 van het type antennebesturing is. Sluit 5* en 6* nooit op elkaar aan in een ander type voertuig. Blauw/wit (6*) Aansluiten op de relais van de automatische antenne (max. 300 mA 12 V DC). Blauw/wit Aansluiten op systeembedieningsaansluiting van de stroomversterker (max. 300 mA 12 V DC). Lichtpaars/wit Dit is aangesloten zodat dit product kan detecteren of het vooruit voor- of achteruit rijdt. Sluit de violet/witte draad aan op de draad waarvan de spanning wijzigt wanneer de versnelling in de stand achteruit wordt gezet. Tenzij de sensor is aangesloten kan het zijn dat de sensor niet goed detecteert of uw voertuig vooruit of achteruit rijdt, waardoor de positie van uw voertuig die uw sensor aangeeft afwijkt van de werkelijke positie van uw voertuig. Wanneer u een achteruitkijkcamera gebruikt, zorg er dan voor dat u deze draad aansluit. Als u deze draad niet aansluit, kunt u niet naar de in dit geval voor dat beide stekkers worden aangesloten. Stroomversterker (apart verkocht) OPMERKINGEN • De positie van het circuit van de snelheidsdetectie en de positie van de parkeerremschakelaar variëren afhankelijk van het model voertuig. Raadpleeg voor meer informatie uw erkende dealer van Pioneer of een professionele installateur. • Wanneer in plaats van een luidspreker achter een subwoofer op dit product wordt aangesloten, verander de instelling van de uitgang achter dan naar de oorspronkelijke instelling. De subwooferuitgang van dit product geeft monogeluid. • Zorg bij het gebruik van een subwoofer van 2 Ω dat u deze aansluit op de lichtpaarse en lichtpaarse/zwarte draden van het apparaat. Sluit niets aan op de groene en groen/zwarte draden. Belangrijk De luidsprekerdraden worden niet gebruikt wanneer deze aansluiting in gebruik is. Nederlands beeldweergave van de achteruitkijkcamera overschakelen. Roze (VOERTUIGSNELHEID SIGNAALINGANG) Dit product is hier aangesloten om de afstand te detecteren die het voertuig rijdt. Sluit altijd het circuit voor de snelheidsdetectie van het voertuig aan. Als u dit circuit niet aansluit, kan dat leiden tot meer fouten in het aangeven van de juiste positie van het voertuig. Lichtgroen Wordt gebruikt om de stand ON/OFF van de parkeerrem te detecteren. Deze draad moet worden aangesloten aan de kant van de parkeerremschakelaar die van stroom voorzien wordt. Als u deze aansluiting niet of verkeerd aanbrengt, zijn bepaalde functies van dit product onbruikbaar. Aansluitmethode Klem de draad (1) en klem vervolgens stevig vast met een punttang (2). Kant van de stroomtoevoer Parkeerremschakelaar De kant van de massa Luidsprekerdraden Wit: Links vóór + of hoge tonen links + Wit/zwart: Links vóór – of hoge tonen links – Grijs: Rechts vóór + of hoge tonen rechts + Grijs/zwart: Rechts vóór – of hoge tonen rechts – Groen: Links achter + of middentonen links + Groen/zwart: Links achter – of middentonen links – Lichtpaars: Rechts achter + of middentonen rechts + Lichtpaars/zwart: Rechts achter – of middentonen rechts – ISO-stekker In sommige voertuigen kan de ISOstekker in tweeën gedeeld zijn. Zorg er Uitgang subwoofer (SUBWOOFER OUTPUT) 23 cm (STD) Uitgang van lage tonen (NW) RCA-kabel (apart verkocht) Stroomversterker Uitgang voorkant (FRONT OUTPUT) 15 cm (STD) Uitgang van hoge tonen (NW) Uitgang achterkant (REAR OUTPUT) 15 cm (STD) Nl 5 Uitgang van middentonen (NW) Geel/zwart (MUTE) Als u een apparaat gebruikt waarop de functie Dempen aanwezig is, sluit deze draad dan aan op de draad voor Audio dempen van dat apparaat. Als u een dergelijk apparaat niet gebruikt, sluit de draad voor Audio dempen dan NERGENS op aan. Dit product Afstandsbediening van het systeem Aansluiten op blauw/witte kabel (max. 300 mA 12 V DC). Luidspreker achter (STD) Luidspreker middentonen (NW) Luidspreker vóór (STD) Luidspreker hoge tonen (NW) Subwoofer (STD) Luidspreker lage tonen (NW) OPMERKINGEN • Selecteer de juiste luidsprekermodus tussen standaardmodus (STD) en netwerkmodus (NW). Raadpleeg de bedieningshandleiding voor meer informatie. • De geluidsbron wordt ingesteld op gedempt of zacht, wat niet geldt voor de volgende geluiden. Raadpleeg de bedieningshandleiding voor meer informatie. – Spraakbesturing van de navigatie – Beltoon en stem van inkomende oproepen via de mobiele telefoon die via de draadloze technologie Bluetooth op dit product is aangesloten 6 Nl iPod/iPhone en smartphone OPMERKINGEN • Raadpleeg de handleiding van de kabel voor meer informatie over het aansluiten van een extern apparaat met behulp van een apart gekochte kabel. • Raadpleeg de bedieningshandleiding voor meer informatie over het aansluiten, de bediening en de compatibiliteit van de iPhone. • Raadpleeg de bedieningshandleiding voor meer informatie over het aansluiten en bedienen van de smartphone. iPod/iPhone Aansluiting via de USBaansluiting Identificatielabels aan USB-kabels bevestigen Bevestig identificatielabels aan USB-kabels voordat u dit product in een voertuig inbouwt. 1 Sluit USB-kabels op de achterkant van dit product op USB-aansluiting 1 en 2 aan. 2 Bevestig de identificatielabels die bij elke aansluiting horen op de USBkabels zoals hieronder afgebeeld. Bevestig het “Port 1 Apple CarPlay”label op de USB-kabel die op USBaansluiting 1 is aangesloten. Bevestig het label “Port 2” of “Port 2 Android Auto” aan op de USB-kabel die op USB-aansluiting 2 is aangesloten. USB-aansluiting 1 USB kabel 1,5 m USB interfacekabel voor iPod/iPhone (CD-IU52) (apart verkocht) iPhone Smartphone (Android™-toestel) Aansluiting via de USBaansluiting LET OP • De schermweergave kan in spiegelbeeld verschijnen. • Met de achteruitkijkcamera kunt u een eventuele aanhanger in de gaten houden of achteruitkijken in een kleine parkeerplaats. Gebruik de camera niet voor entertainmentdoeleinden. • De afstand van voorwerpen tot de achteruitkijkcamera kunnen groter of kleiner lijken dan dat deze in werkelijkheid is. • De beeldweergave op volledige schermgrootte kan tijdens het achteruitrijden of het controleren van wat zich achter uw voertuig bevindt enigszins afwijken. USB-aansluiting 2 USB kabel 1,5 m USB - micro USB-kabel (Type USB A micro USB B) (meegeleverd met CDMU200 (apart verkocht)) USB Type-C® kabel (type USB A - USBC®) (meegeleverd bij CD-CU50 (apart verkrijgbaar)) Smartphone Lichtpaars/wit (REVERSE-GEAR SIGNAL INPUT) Bruin (REAR VIEW CAMERA IN) 23 cm Geel (VIDEO INPUT) 23 cm Achteruitkijkcamera (ND-BC8) (apart verkocht) Naar video-uitgang RCA-kabel (meegeleverd met ND-BC8) RCA-kabel (apart verkocht) Achteruitkijkcamera (apart verkocht) Extern videocomponent Het gebruik van AV-ingang OPMERKINGEN • Sluit uitsluitend de achteruitkijkcamera op de bruine kabel aan. Sluit geen andere apparaten aan. • Voor het gebruik van achteruitkijkcamera's zijn bepaalde instellingen vereist. Raadpleeg de bedieningshandleiding voor meer informatie. Camera Wanneer u de achteruitkijkcamera gebruikt, dan wisselt de beeldweergave van de video automatisch door de versnellingspook in de stand ACHTERUIT (R) te zetten. Cameraweergave kunt u ook controleren wat zich tijdens het rijden achter uw voertuig bevindt. Nederlands WAARSCHUWING GEBRUIK DE INGANG UITSLUITEND VOOR ACHTERUIT OF SPIEGELBEELD VAN DE ACHTERUITKIJKCAMERA. ANDER GEBRUIK KAN RESULTEREN IN LETSEL OF SCHADE. Dit product Rood, wit (AUDIO INPUT) 23 cm Geel (VIDEO INPUT) 23 cm RCA-kabel (apart verkocht) Naar audio-ingang Naar video-ingang Extern video-onderdeel (apart verkocht) OPMERKING Dit product Voeding Stroomkabel Voor het gebruik van een extern videoonderdeel is een bepaalde instelling vereist. Raadpleeg de bedieningshandleiding voor meer informatie. Nl 7 Het gebruik van een AUX-ingang bedieningshandleiding voor meer informatie. LET OP Zorg dat u voor de bedrading een AV-kabel met ministekker gebruikt (apart verkocht). Als u andere kabels gebruikt, kan de posities van draden afwijken wat tot storingen in beeld- en geluidweergave leidt. L : Audio links (wit) R : Audio rechts (rood) V : Video (geel) G : Aarde Het gebruik van een HDMIingang Z930DAB Dit product Kabel voor AV ministekker (apart verkocht) AUX ingang (AUX IN) 15 cm Geel Rood, wit RCA-kabels (apart verkocht) Naar video-uitgang Naar audio-uitgangen Extern video-onderdeel (apart verkocht) OPMERKING Voor het gebruik van een extern videoonderdeel is een bepaalde instelling vereist. Raadpleeg de 8 Nl HDMI-apparaat (apart verkocht) OPMERKING Wanneer u de HDMI™-kabel met hoge snelheid gebruikt, gebruik dan de kabelbinder om de kabel stevig vast te binden (pagina 8). De HDMI™hogesnelheidskabel vastbinden Z930DAB Zorg dat u de HDMI™-hogesnelheidskabel met de kabelbinder vastmaakt wanneer u het externe apparaat met de HDMI™hogesnelheidskabel aansluit. 1 Sluit de HDMI™-hogesnelheidskabel op de HDMI-aansluiting aan. 2 Wikkel de kabelbinder om de haak boven de HDMI-aansluiting en de HDMI™-hogesnelheidskabel, en trek de kabelbinder vervolgens aan om de HDMI™-hogesnelheidskabel vast te binden. Haak Kabelbinder HDMI™-hogesnelheidskabel Dit product HDMI-aansluiting HDMI™-hogesnelheidskabel (apart verkocht) Beeldscherm voor achterin LET OP Trek de kabelbinder niet strakker dan noodzakelijk is. Dit product Uitgang audio achterkant (R. AUDIO OUT) Geel (REAR MONITOR OUTPUT) 30 cm Kabel met ministekker (apart verkocht) RCA-kabels (apart verkocht) Naar audio-ingang Naar video-ingang Beeldscherm voor achterin met stekkers voor RCA-ingang (apart verkocht) WAARSCHUWING Monteer het beeldscherm voor achterin NOOIT op een locatie waardoor de bestuurder tijdens het rijden een video kan bekijken. De uitgang van dit product voor video achter is voor het aansluiten van een beeldscherm zodat passagiers achterin een video kunnen bekijken. Installatie Voorzorgsmaatregelen voor installatie Nl Nederlands LET OP • Monteer dit product nooit op plaatsen waar, of op een manier waardoor: – De bestuurder of de passagiers letsel kunnen oplopen als het voertuig plotseling stopt. – Kan het veilig besturen van het voertuig belemmeren, zoals op de vloer aan de voorkant van de bestuurdersstoel, of dicht bij het stuurwiel of de versnellingspook. • Zorg dat zich niets achter de gaten bevindt die u in het dashboard of panelen boort. Pas op dat u geen brandstofleidingen, remleidingen, elektronische onderdelen, communicatiedraden of stroomkabels beschadigt. • Laat de eventuele schroeven die u gebruikt niet in contact komen met elektrische bedrading. Trillingen kunnen de draden of de draadisolatie beschadigen, wat tot kortsluiting of andere schade aan het voertuig kan leiden. • Zorg dat u voor een goede installatie de meegeleverde onderdelen op de juiste manier gebruikt. Als bepaalde onderdelen niet standaard bij dit product worden meegeleverd, gebruik dan uitsluitend compatibele onderdelen op de gespecificeerde manier nadat u compatibiliteit ervan bij uw dealer gecontroleerd heeft. Als u onderdelen gebruikt die niet zijn meegeleverd en niet compatibel zijn, dan kunnen ze de onderdelen aan de binnenkant van dit product beschadigen of de werking van het product uitschakelen. • Het is extreem gevaarlijk om de kabels om het stuurwiel of de versnellingspook te wikkelen. Zorg dat dit product, de kabels en de bedrading ervan zodanig worden gemonteerd en weggewerkt dat het geen belemmering vormt voor het veilig besturen van het voertuig. • Zorg dat de bedrading niet tussen een deur en de carrosserie of een schuifmechanisme van een stoel bekneld kan raken, wat tot kortsluiting kan leiden. • Controleer of u na het inbouwen van dit product aan al deze voorwaarden voldoet en het product goed heeft ingebouwd. • Monteer dit product niet waar (i) het zicht van de bestuurder belemmerd wordt, (ii) de functie van een van de bedieningsonderdelen of veiligheidsmaatregelen belemmerd wordt, waaronder airbags, de knoppen voor gevarenverlichting, of (iii) het de mogelijkheid van de bestuurder belemmert om het voertuig veilig te besturen. • Monteer dit product tussen de stoel van de chauffeur en de passagiersstoel daarnaast zodat het bij plotseling remmen niet door de chauffeur of de passagier geraakt wordt. • Monteer dit product nooit vóór of naast de locatie in het dashboard, de deur, of de stijl van waaruit de airbag geactiveerd kan worden. Raadpleeg de handleiding van uw voertuig ter referentie voor de locaties waar de airbags zich aan de voorkant bevinden. 9 • Het niet treffen van deze voorzorgsmaatregelen kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Voorkomen van elektromagnetische storing Om storingen te voorkomen, dient u de volgende voorwerpen zo ver mogelijk van dit product, andere kabels of bedrading te plaatsen: • FM, MW/LW antenne met bedrading • DAB-antenne en de bedrading ervan (AVIC-Z930DAB/AVIC-Z830DAB/AVICZ730DAB/AVIC-Z7330DAB) • GPS antenne met bedrading Bovendien moet u elke antennedraad zo ver mogelijk uit de buurt van andere antennedraden geleiden. U mag ze in ieder geval niet bij elkaar binden, langs elkaar leggen of geleiden, of ze kruizen. Elektromagnetische storing vergroot de kans op fouten in het weergeven van de juiste locatie van het voertuig. Vóór installatie • Raadpleeg uw dichtstbijzijnde dealer als voor de installatie boorgaten in of andere wijzigingen aan uw voertuig nodig zijn. • Sluit, voordat u dit product in de definitieve opstelling aansluit, de draden tijdelijk aan om te controleren of alle aansluitingen goed zijn en het systeem goed functioneert. Voor mensen die AVIC-Z930DAB en AVIC-Z830DAB gebruiken Monteer dit product niet in een positie waarbij de opening van het LCD-scherm door obstakels wordt of kan worden 10 Nl gehinderd, zoals de versnellingspook. Voordat u dit product inbouwt, dient u met voldoende vrije ruimte rekening te houden zodat het LCD-scherm niet de versnellingspook hindert wanneer het scherm volledig is opengeklapt. Dit kan hinderlijk zijn voor de werking van de versnellingspook, of tot storing in het mechanisme van dit product leiden. Opmerkingen voor de installatie • Monteer dit product niet op locaties die blootstaan aan hoge temperaturen of hoge luchtvochtigheid, zoals: – Locaties in de buurt van een verwarming, ventilator of airconditioner. – Locaties die blootgesteld worden aan direct zonlicht, zoals boven op het dashboard. – Locaties die blootgesteld worden aan regen, zoals dicht bij het portier of op de vloer van het voertuig. • Bouw dit product in op een locatie die sterk genoeg is voor het gewicht van dit product. Kies een locatie waar dit product goed en stevig kan worden gemonteerd. Als dit product niet goed en stevig gemonteerd wordt, kan dit afwijkingen in de juiste beeldweergave van de locatie van het voertuig leiden. • Monteer dit product horizontaal op een oppervlak met een tolerantie van 0 tot 30 graden (binnen 5 graden naar links of naar rechts). Als het product niet goed gemonteerd wordt waarbij het oppervlak meer gekanteld is dan de tolerantiewaarde, dan neemt de kans op fouten in de beeldweergave in het voertuig toe en kan anderzijds een slechte beeldweergave veroorzaken. Voordat dit product gemonteerd wordt 1 • Om verzekerd te zijn van voldoende ventilatie bij gebruik van dit product, dient u er bij de installatie voor te zorgen dat u achter het achterpaneel voldoende ruimte vrij laat, en dient u eventuele losse kabels vast te binden zodat deze de ventilatie-openingen niet kunnen blokkeren. 5 cm Zorg voor voldoende vrije ruimte 2 3 Verwijder de sierrand. Trek de boven- en onderkant van de sierrand naar u toe om de sierrand te verwijderen. Sierrand Steek de meegeleverde treksleutel in beide kanten van het apparaat totdat ze op hun plaats klikken. Trek het apparaat uit de houder. 5 cm • De kabels mogen het gebied dat in de onderstaande afbeelding wordt weergegeven, niet bedekken. Dit is noodzakelijk om de warmte van de versterker en het navigatiemechanisme af te voeren. Treksleutel Installatie met de houder 1 2 Bedek dit gebied niet. • De laser van de semigeleider zal bij oververhitting beschadigen. Monteer dit product daarom niet op locaties in de buurt van warmtebronnen, zoals de uitgang van een verwarmingskanaal. Monteer de houder in het dashboard. Bevestig de montagebeugel door met een schroevendraaier de metalen uitsteeksels 90° te verbuigen. 182 mm 112 mm 3 4 Dashboard Houder Schuif dit product in de houder. Installatie met behulp van de schroefgaten aan de zijkant van dit product 1 Bevestig dit product aan de standaard montagebeugel. Breng dit product zodanig in positie dat de schroefgaten ervan op dezelfde hoogte als de schroefgaten in de beugel komen en draai per kant de drie schroeven vast. Gebruik de kruiskopschroeven of de platkopschroeven, afhankelijk van de vorm van de schroefgaten van de beugel. Dashboard Monteer de sierrand. Standaard montagebeugel voor de radio Als de pal de installatie in de weg zit, dan kunt u deze verbuigen. Dashboard of console Kruiskopschroef of verzonken schroef Montage van de GPSantenne • Trek niet aan de antennekabel zelf wanneer u de GPS-antenne verwijdert. De kabel kan losraken. • Verf de GPS-antenne niet, aangezien dit de ontvangst kan aantasten. LET OP Snijd niet de kabel van de GPS-antenne door om deze korter of langer te maken. Aanpassingen aan de antennekabel kan leiden tot kortsluiting of permanente beschadiging van dit product. Opmerkingen voor de installatie • De antenne dient gemonteerd te worden op een vlakke ondergrond waar radiogolven zo min mogelijk gehinderd worden. De antenne kan geen radiogolven ontvangen als satellietontvangst geblokkeerd is. Dashboard Hoedenplank • Wanneer u de GPS-antenne in het voertuig monteert, zorg dan dat u de metalen plaat gebruikt die bij uw systeem is meegeleverd. Als u deze plaat niet gebruik, kan de ontvangst minder goed tot slecht zijn. • Beschadig de metalen plaat niet. Dit kan de gevoeligheid van de GPS-antenne aantasten. Nederlands Sierrand Gleuf Bevestig de sierrand met de kant met de gleuf erin naar beneden gericht. Gebruik alleen de schroeven die bij dit product zijn meegeleverd. Nl 11 Wanneer u de antenne aan de binnenkant van het voertuig monteert (op het dashboard of de hoedenplank) WAARSCHUWING Plaats de GPS-antenne niet boven sensoren of ventilatieroosters op het dashboard van het voertuig omdat dit de juiste werking van dergelijke sensoren of roosters kan aantasten en de metalen plaat onder de GPS-antenne ook niet goed en stevig op het dashboard kan worden gemonteerd. Zorg dat het oppervlak vrij is van vocht, stof, vuil, olie, enz. voordat u de metalen plaat bevestigt. De microfoon installeren • Monteer de microfoon op een locatie waar de richting en de afstand tot de bestuurder de stem van de bestuurder het beste kunnen oppikken. • Zorg ervoor dat u via (ACC OFF) het product heeft uitgeschakeld voordat u de microfoon aansluit. • Afhankelijk van het voertuigmodel kan de microfoonkabel te kort zijn als u de microfoon op de zonneklep bevestigt. Installeer in dat geval de microfoon op de stuurkolom. Microfoonklem Klemmen Gebruik apart verkrijgbare klemmen om de draad waar nodig in het voertuig vast te klemmen. Monteer de microfoon op de zonneklep wanneer deze omhoog geklapt is. De microfoon kan de stem van de bestuurder niet herkennen wanneer de zonneklep omlaag is. Montage op de zonneklep 1 Monteer de microfoondraad in de gleuf. Montage op de stuurkolom 1 GPS-antenne Metalen plaat Verwijder de beschermfolie aan de achterkant. Dubbelzijdig plakband Klemmen Gebruik klemmen om de draad waar nodig in het voertuig vast te klemmen. 2 Microfoondraad Gleuf Bevestig de microfoonklem aan de zonneklep. Verwijder de microfoonstandaard uit de microfoonklem door de microfoonstandaard te verschuiven terwijl u op de tab drukt. OPMERKINGEN • Bevestig de metalen plaat zo vlak mogelijk op de ondergrond waar de GPS-antenne op de voorruit of achterruit gericht is. • Bevestig de GPS-antenne op de metalen plaat met behulp van dubbelzijdig plakband. • De metalen plaat bevat een sterk kleefmiddel die na het verwijderen van de metalen plaat een zichtbare plek achterlaat. • Snijd de metalen plaat niet in kleinere stukjes wanneer u de plaat bevestigt. • Sommige modellen voertuigen gebruiken voor de ruiten een glassoort die geen signalen van GPS-satellieten doorlaat. Op dergelijke voertuigen dient u de GPS-antenne aan de buitenkant van het voertuig te monteren. 12 Nl 2 Tab Microfoonstandaard Monteer de microfoon op de stuurkolom. Na installatie Nadat dit product gemonteerd is 1 Dubbelzijdig plakband Klemmen Gebruik apart verkrijgbare klemmen om de draad waar nodig in het voertuig vast te klemmen. OPMERKING Monteer de microfoon op de stuurkolom, maar zorg dat de microfoon de werking van het stuur niet hindert. De hoek van de microfoon afstellen 2 3 Sluit de negatieve (-)-pool van de accu van het voertuig weer aan. Controleer als eerste dubbel of alle aansluitingen correct zijn en dit product op de juiste manier is ingebouwd. Monteer alle onderdelen van het voertuig die u vóór montage van dit product heeft moeten demonteren. Sluit vervolgens opnieuw de negatieve (-)-kabel op de negatieve (-)-pool van de accu aan. Start de motor. Druk op de RESET-knop. Druk op de RESET-knop op dit product met een puntig voorwerp, zoals de punt van een pen. Z930DAB Z830DAB Z730DAB Z630BT 4 5 • Sommige instellingen en opgeslagen gegevens worden niet teruggezet naar de begininstelling. Wijzig de instellingen naar uw voorkeur. • Raadpleeg de bedieningshandleiding voor meer informatie. Begin met rijden op een weg waar de ontvangst goed zou moeten zijn totdat de GPS het signaal ontvangt. OPMERKING Controleer na installatie van dit product en op een veilige locatie of alle functies van het voertuig normaal functioneren. De hoek van de microfoon kan worden aangepast. Z7330DAB Nederlands Z6330BT Nl 13 Nederlands 15 Nl
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76

Pioneer AVIC Z830 DAB Installatie gids

Categorie
Subwoofers
Type
Installatie gids
Deze handleiding is ook geschikt voor