Anderson Greenwood Serie 800 POSRV de handleiding

Type
de handleiding
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
1.1 Algemeen
De Anderson Greenwood Serie 800-afsluiter
is ontworpen met een modulerende werking.
De hoofdafsluiter gaat open bij de insteldruk
vermeld op het identificatieplaatje, maar niet
verder dan een hoeveelheid die in verhouding
staat tot de vereiste afblaascapaciteit.
Naarmate de procesdruk toeneemt, gaat de
afsluiter verder open en de afsluiter zal volledig
openstaan op 110% van de insteldruk.
De hoofdafsluiter is gebaseerd op het principe
van het onder druk zetten van het grotere
gedeelte van een differentieel zuigergebied,
waarbij de leidingdruk de zuiger gesloten
houdt tot de insteldruk. Als de insteldruk is
bereikt, wordt de piloot ontlast, waardoor
de druk van het volume op de zijde van het
grotere gedeelte van de zuigerwordtverlaagd.
1.2 Installatie
De inlaat, uitlaat of beide kunnen standaard
ANSI-flenzen of ANSI-pijpverbindingen
met schroefdraad zijn en dienen te worden
geïnstalleerd volgens aanvaarde procedures
voor leidinginstallatie. Als drukmeting op
afstand wordt gebruikt, wordt de toevoerbuis
van de piloot op afstand aangesloten en
niet op de inlaathals van de afsluiter. Een
isolatieafsluiter in de toevoerleiding van de
piloot op afstand wordt niet aanbevolen. Als
een isolatieafsluiter wordt gebruikt, moet die
worden geopend voordat de hoofdafsluiter
onder druk wordt gezet.
Opmerking: leidingwerk voor drukmeters
op afstand moet voor lengtes tot 30 meter
leidingen hebben met een doorstroming
van⅜". Raadpleeg voor grotere lengtes
defabriek.
1.3 Opstarten
Voor afsluiters met meting op afstand
dient druk op de inlaat van de afsluiter
of de inlaat van de piloot inlaat/
meetpoort te worden uitgeoefend om een
differentiële kracht op de zuiger te krijgen
en deze in de gesloten standte'laden'.
Vóór installatie moeten deze instructies volledig zijn gelezen en begrepen
INHOUDSOPGAVE
1. Algemene beschrijving van
deafsluiterenopstarten .............................. 1
2. Onderhoud hoofdafsluiter ............................. 2
3. Onderhoud piloot ........................................... 6
4. Insteldruk piloot aanpassen ....................... 10
5. Afsluitersamenstelling testen .................... 14
6. Procedure voor het veldtesten
vandeinsteldruk van de piloot ................... 17
7. Reparatiekits met zachte onderdelen ....... 18
VCIOM-06021-NL 15/02
Deleidingdrukdie op de zijde van het
kleinere gedeelte wordt uitgeoefend, zorgt
ervoor dat de zuiger omhoogkomt, waardoor
de hoofdafsluiter gaat afblazen. Als de
afblaascapaciteit van het systeem is bereikt,
zal de systeemdruk afnemen. Als dit gebeurt,
zal de piloot worden geactiveerd en de
systeemdruk naar de zijde van het grotere
gebied van de zuiger van de hoofdafsluiter
worden geleid om deze te sluiten.
De piloot is van het niet-stromende type. Als
de hoofdafsluiter openstaat en onder een
regelmatige druk afblaast, stroomt er geen
procesgas of -vloeistof door depiloot. Als de
procesdruk verandert, zorgt de piloot ervoor
dat de opvoerhoogte van de zittingklep van
de hoofdafsluiter verandert. Tijdens deze
handelingen stroomt een kleine hoeveelheid
gas of vloeistof door de pilooten wordt
afgevoerd door de uitlaat van de piloot.
De insteldruk loopt uiteen van 1481psig
tot7500psig.
Technisch Doc. #05.9040.271 Rev. G
1.4 Onderhoud
De door Anderson Greenwood aanbevolen
procedures voor het onderhoud van de
hoofdafsluiter en piloot, inclusief de aanpassing
van de insteldruk van de piloot en het testen van
de afsluitersamenstelling, worden beschreven
in onderstaande paragrafen. Het volgen van
deze procedures volgens een regelmatig
onderhoudsprogramma voor het onderhoud
van veiligheidsafsluiters dat geschikt is voor
specifieke bedrijfsomstandigheden, zal leiden
tot een bevredigende werking en een optimale
levensduur van de afsluiter.
Mochten de capaciteiten van het
reparatiebedrijf niet voldoen aan de druk-/
mediumvereisten van een door een piloot
aangedreven veiligheidsafsluiter, dan kunt u
voor specifieke instructies contact opnemen
met Anderson Greenwood, voordat u aanvangt
met enige onderhoudsactiviteiten.
Deze handleiding doet dienst als een algemene
richtlijn voor het onderhoud van de hierin
beschreven veiligheidsafsluiters. In de
handleiding zijn geen procedures opgenomen
die alle configuraties en variaties van de
door Anderson Greenwood geproduceerde
afsluiters omvatten. Voor ondersteuning met
configuraties en variaties van afsluiters die niet
in deze handleiding worden behandeld, raden
we de gebruiker aan contact op te nemen met
Anderson Greenwood of een van onze bevoegde
vertegenwoordigers.
Druk dient door de piloot te lopen en kracht
uit te oefenen op de bovenkant van de zuiger.
Tijdens het normale opstarten van de fabriek
zal de afsluiter vanzelf sluiten naarmate de
druk toeneemt.
Als onderhoud vereist is, worden ter
isolatie vaak isolatieafsluiters onder de
veiligheidsafsluiters gebruikt. Als de
veiligheidsafsluiter in werking wordt gesteld,
zorg er dan voor dat de isolatieafsluiter volledig
openstaat. Als de isolatieafsluiter na het
opstarten van het systeem wordt geopend,
kan de veiligheidsafsluiter kortstondig luchten
voordat het volume aan de zijde van het
grotere gedeelte van de zuiger onder druk
komt te staan om de klep van de zitting van de
hoofdafsluiter te sluiten.
Emerson.com/FinalControl © 2017 Emerson. All rights reserved.
2
32
32
.010
R.020
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
2 ONDERHOUD HOOFDAFSLUITER
2.1 Demontage
Laat voor aanvang van de demontage alle druk
weglopen die in de hoofdafsluiter of de piloot
opgesloten zit.
Zie figuur 1 voor een beschrijving en de
locatievan onderdelen.
Verwijder de kap (onderdeel 17) uit het huis
(onderdeel 1). Verwijder de afdichting van de
voering (onderdeel 6), de voering (onderdeel5)
en de zuiger (onderdeel 10). Verwijder de
zachte onderdelen uit de zuiger. Als de zuiger
is uitgerust met een klemring (onderdeel23),
reinig en bewaar deze dan voor gebruik tijdens
de montage. De dompelbuis (onderdeel 4)
is op zijn plaats geklonken en dient onder
geen beding te worden verwijderd. De nozzle
(onderdeel 3) mag niet worden verwijderd,
tenzij die is beschadigd of de nozzleafdichting
(onderdeel 2) lekt. Zie figuur 1 voor een
beschrijving en de locatie van onderdelen.
Opmerking: verwijder de borgpen en de
afstelbout voor de eindstop (onderdelen
12en11) op afsluiters die daarmee zijn
uitgerust alleen als de nozzle wordt verwijderd.
Deze bout regelt de opvoerhoogte van de
zuiger en de afblaascapaciteit van de afsluiter.
Als de nozzle, de eindbout of beide worden
verwijderd, moet de opvoerhoogte opnieuw
worden ingesteld volgens de procedure in
paragraaf2.3.3.
2.1.1 Demontage van de nozzle en de
nozzleafdichting
Zie figuur 2 voor een beschrijving en de locatie
van onderdelen.
1. Verwijder de borgpen en de afstelbout
voor de eindstop uit de zuiger, indien van
toepassing.
2. Plaats de voering in het huis en de zuiger,
zonder de zitting of de zittinghouder,
indevoering en op de nozzle.
Afsluitergrootte en -type
Min. uitsteekhoogte
Nozzle (inch)
1/1.5 x 2 Type 843/853 (openingen D, E en F) .045
1.5 x 2/3 Type 843/853 (openingen G en H) .040
2” Type 843/853 .035
3” Type 843/853 .035
4” Type 843/853 .035
6” Type 843/853 .035
8” Type 843/853 .035
1.5” Type 863 .035
2” Type 863 .035
3” Type 863 .035
4” Type 863 .030
6” Type 863 .030
8 x 88 Type 863 .030
8 x 10 Type 863 .030
2.2 Nabewerking van de nozzle van de
hoofdafsluiter
Mocht het oppervlak van de nozzlezitting
van de hoofdafsluiter dusdanig
beschadigd zijn of krassen vertonen
dat de zitting van de hoofdafsluiter niet
afsluit, kunnen de oneffenheden worden
verwijderd door het zittingoppervlak met
schuurpapier korrel 400tepolijsten.
Minimale
uitsteek-
hoogte
3. Plaats een geschikt afstandstuk (zie tabelI)
op de zuiger en plaats vervolgens de
bovenkap op het afstandstuk.
4. Schroef het juiste aantal kapbouten
(zietabel I) in de schroefgaten op het huis.
Als twee bouten worden gebruikt, dienen
die 180º uit elkaar te zijn geplaatst. Als vier
bouten worden gebruikt, dienen die 90º
uit elkaar te zijn geplaatst. Gebruik altijd
de kortste kapbouten die bij de afsluiter
zijn meegeleverd, tenzij alle kapbouten
nodig zijn. Het 1” type 40/50 is bijvoorbeeld
uitgerust met twee bouten van 1.50” en
twee bouten van 1.88”, maar alleen de twee
bouten van 1.50” dienen te worden gebruikt.
Het 2” type 40/50 is echter uitgerust met
twee bouten van 1.25” en twee bouten
van1.62”, en voor de installatie van de
nozzle zijn alle vier de bouten nodig.
5. Haal de kapbouten gelijkmatig aan tot
het koppelmoment dat in tabel I wordt
aangegeven, om de nozzleafdichting
samente drukken.
6. Gebruik een drevel of een stang met een
lichte hamer en tik hiermee op de tanden
van de nozzlehouder om de nozzlehouder
los te maken. Schroef de nozzlehouder
ongeveer een halve slag los.
7. Maak de kapbouten los om de nozzle te
ontlasten. Verwijder de componenten uit
dehoofdafsluiter.
Indien nodig, kan de nozzle uit het huis
worden verwijderd en kan het oppervlak van
de nozzlezitting (alleen het zittingoppervlak)
machinaal worden bewerkt en/of gepolijst
met schuurpapier korrel 400 op een platte
vlakplaat. Het bewerkte oppervlak van de
nozzle moet binnen de grensafmetingen blijven
die in de onderstaande tabel en figuur worden
weergegeven. Als de afmeting van het bewerkte
zittingoppervlak kleiner is dan de opgegeven
minimale uitsteekhoogte, moet de nozzle
worden vervangen.
3
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
2.3 Montage
2.3.1 Installatie van de nozzle en de
nozzleafdichting
Zie figuur 2 voor een beschrijving en de locatie
van onderdelen.
1. Plaats de nozzleafdichting en de nozzle
inhet huis.
2. Plaats de nozzlehouder over de nozzle en
schroef hem in het huis tot de nozzlekraag
is bereikt. Smeer de schroefdraad van de
nozzlehouder of de gepaarde schroefdraden
van het huis niet.
3. Herhaal de stappen 2-5 van de
demontageprocedure om de
nozzleafdichting samen te drukken. Schroef
de nozzlehouder in het huis terwijl de
afdichting is samengedrukt om ervoor te
zorgen dat de nozzlehouder niet tegen de
zuiger klemt.
4. Gebruik een drevel of een stang met een
lichte hamer en tik hiermee op de tanden
van de nozzlehouder om de schroefdraden
van de nozzlehouder in elkaar te klemmen.
5. Maak de kapbouten los om het afstandstuk
te ontlasten.
6. Verwijder het afstandstuk uit de afsluiter.
TABEL I
Afsluitergrootte en -type
Afstandstuk
ond.nr.
Kapbout
schroefdraad
Nr. kap-
bouten voor
gebruik
Kapbout
draaimoment
(ft·lb)
1/1.5 x 2 Type 843/853 (openingen D, E en F) 06.5612.001 .500-20 UNF 2 31
1.5 x 2/3 Type 843/853 (openingen G en H) 06.5612.002 .500-20 UNF 2 41
1.5 x 2/3 Type 843/853 (openingen G en H) 06.5612.002 .625-18 UNF 2 51
2” Type 843/853 06.5612.004 .500-20 UNF 4 27
2” Type 843/853 06.5612.004 .625-18 UNF 4 34
3” Type 843/853 06.5612.006 .500-20 UNF 4 35
3” Type 843/853 06.5612.006 .625-18 UNF 4 44
4” Type 843/853 06.5612.008 .750-16 UNF 4 130
4” Type 843/853 06.5612.008 .875-14 UNF 4 151
6” Type 843/853 06.5612.009 .750-16 UNF 2 82
6” Type 843/853 06.5612.009 .875-14 UNF 2 95
8” Type 843/853 06.5612.010 .875-14 UNF 4 123
8” Type 843/853 06.5612.010 1.000-14 UNS 4 140
1.5” Type 863 06.5612.004 .500-20 UNF 2 19
2” Type 863 06.5612.006 .500-20 UNF 2 31
2” Type 863 06.5612.006 .625-18 UNF 2 39
3” Type 863 06.5612.008 .750-16 UNF 2 113
4” Type 863 06.5612.011 .625-18 UNF 2 63
6” Type 863 06.5612.012 .750-16 UNF 2 88
8 x 88 Type 863 06.5612.013 .875-14 UNF 4 119
8 x 10 Type 863 06.5612.014 1.125-12 UNF 10 89
2.3.2 Zachte onderdelen en montage van de
hoofdafsluiter
Zie figuur 1 voor een beschrijving en de
locatievan onderdelen.
2.3.3 Type XX3 zuiger en zitting
Breng na reiniging een dunne laag Dow
Corning-siliconenvet nr. 33 of een equivalent
aan op alle schroefdraden. Installeer
een nieuwe zitting, en hermonteer de
zittinghouder en de schroef of schroeven
vandezittinghouder.
Opmerking: te vast aandraaien van de schroef
of schroeven van de zittinghouder kan leiden
tot vervorming of beschadiging van de zitting,
en kan lekkage veroorzaken. De schroef of
schroeven van de houder moeten worden
aangedraaid tot de samenstelling stevig vastzit.
Draai de schroeven daarna nog een ¼ of ½ slag
voor een stevige bevestiging.
Als op afsluiters van het type 43/53 van
1"-4" en van het type 63 van 1.5"-3" de
nozzle, de eindbout of beide zijn verwijderd,
moet de opvoerhoogte worden afgesteld.
Als instelkalibers voor de opvoerhoogte
beschikbaar zijn, gebruik dan voor de
opvoerhoogte instelprocedurenr. 06.3349
(opgas werkende afsluiters) of nr. 06.3350
(opvloeistof werkende afsluiters); gebruik
anders procedure 05.2284.
Installeer voor op gas werkende afsluiters
de nieuwe zuigerafdichting met een
nieuwe steunring in de bovenste groef.
Desteunringwordt onder de O-ring
gemonteerd, zoals in detail A. Installeer voor
op vloeistof werkende afsluiters de nieuwe
zuigerafdichting samen met de oorspronkelijke
klemring in de onderste groef. De klemring
wordt onder de O-ring gemonteerd, zoals in
detail A. Smeer voor op gas werkende afsluiters
het bovenste gedeelte van voering I.D., de
zuigerafdichting en de steunring met Dow
Corning nr. 33 of een equivalent. Smeer voor op
vloeistof werkende afsluiters hetzelfde gedeelte
met Desco 600 of een equivalent. Gebruik een
dunne laag smeermiddel. Plaats de voering en
zuiger in het huis en breng de nieuwe afdichting
van de voering aan.
Zorg er tijdens de installatie van de bovenkap
voor dat deze recht in het huis wordt geplaatst.
Schroef de kapbouten met de hand vast en haal
ze nog ¼ of ½ slag gelijkmatig aan zodat de
bovenkap niet scheef komt te zitten. Dergelijke
omstandigheden kunnen leiden tot lekkage bij
de afdichting van de voering of tot hechting van
de zuiger aan de voering.
4
1
6 18 17 11 12
13
10
5
7
15 21
22
3
4
2
9
8
13
13
23
16
14
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
Onderdeel Beschrijving
1 Huis
2 Nozzleafdichting
[1]
3 Nozzle
[1]
4 Dompelbuis
5 Voering
6 Afdichting voering
[2]
7 Zitting
[2]
8 Zittinghouder
9 Schroef zittinghouder
10 Zuiger
11 Afstelbout eindstop
[4]
12 Borgpen(
[4]
13 Zuigerafdichting
[2]
14 Steunring
[2]
15 Nozzlehouder
16 Kegelveer
17 Kap
18 Kapbout
21 Toevoerleiding
22 Verbindingsstuk leiding
23 Klemring
[3]
DETAIL A
Op vloeistof werkend
DETAIL A
Op gas werkend
OPMERKINGEN
1. Kan in het veld worden vervangen, indien nodig.
2. Aanbevolen reserveonderdelen voor reparatie.
3. Alleen gebruiken voor op vloeistof werkende
afsluiters.
4. Niet gebruiken op 6”, 8” type 443/453, en 4" en
grotertype 463.
Zie paragraaf 7.1 voor de artikelnummers van de
reparatiekits met zachte onderdelen.
FIGUUR 1 - HOOFDAFSLUITER
Zie detail A
5
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
Huis
Nozzleafdichting
Nozzle
Nozzlehouder
Zuiger
Voering
Afstandstuk
Kap
Kapbout
FIGUUR 2
6
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
3 ONDERHOUD PILOOT, DRUKBEREIK VAN
1481 TOT 7500PSIG
Zie figuren 3, 4 en 5.
Leg tijdens demontage alle onderdelen
geordend op een vlak werkoppervlak. Dit maakt
de montage gemakkelijker en helpt ervoor te
zorgen dat de juiste onderdelen in de juiste
volgorde worden gemonteerd.
3.1 Demontage
Laat voor aanvang van de demontage alle druk
weglopen die in de hoofdafsluiter of de piloot
opgesloten zit.
3.1.1 Standaardpiloot - gas of vloeistof
Opmerking: als de piloot is uitgerust met een
hefarm moet de hendelsamenstelling van
de hefarm (310) worden losgeschroefd en uit
de kap (280) worden verwijderd, voordat de
demontage wordt voortgezet. Houd hiervoor
de hefarm in de positie die in figuur 3 wordt
weergegeven, schroef de lagerbus van de
hefsamenstelling uit de kap en verwijder
dehendelsamenstelling.
Klem de pilootsamenstelling in een
bankschroef met het veerdeksel (50) omhoog.
Verwijder de kap (460), verwijder voor piloten
met hefarm de contramoer (350) en de moer
van de hefarm (340), draai de borgmoer (290)
los en draai de drukinstelschroef (270) tegen
de klok in om de veerspanning weg te nemen.
Verwijder de sluitbout(60) van het deksel en
schroef het veerdeksel van het huis (10) los.
De veer (160) en veerringen (170) zullen los in
het deksel zitten. Gebruik een sleutel van ¼"
op de vlakke kanten om de bovenkant van de
terugvoerzuiger (100) te houden en verwijder de
zeskantige moer (260) en de onderlegring(180).
Draai het huis ondersteboven en houd
tegelijkertijd een hand onder de bovenkant
om de meetzuiger (110) te vangen. Verwijder
de doorvoerbuis van de inlaat (20). Verwijder
vuil of gruis uit de zeefsamenstelling in de
doorvoerbuis van de inlaat. Zet het huis weer
rechtop op de werkbank om de onderdelen op
te vangen. Druk de terugvoerzuiger omlaag
tot alle interne delen uit de onderkant komen.
De steunring (120) van de zuigerafdichting, de
meetafdichting (190), het terugvoerafstandstuk
(130), en de terugvoerafdichting (200) blijven
in de bovenkant van het huis en moeten
worden verwijderd. Als gereedschap wordt
gebruikt, zorg er dan voor dat de boring van
de afdichting van het huis niet beschadigd
raakt. De nozzleafdichting (230) van de uitlaat
zou in de onderste boring van het huis kunnen
blijven zitten en moet worden verwijderd.
3.1.2 Accessoires van de piloot
Verwijder bij piloten met een
veldtestsamenstelling, figuur 5, de
terugslagklep uit het huis van de piloot. Schroef
de lagerbus uit het huis van de terugslagklep
en verwijder de veer en de shuttle. Verwijder de
veldtestindicator, figuur 5, uit de dome-poort
van de hoofdafsluiter. Schroef de lagerbus
uit het huis van de indicator en verwijder de
plunjeren de veer.
Verwijder bij piloten uitgerust met een
hoofdafsluiter met terugslagklep, figuur 5,
de terugslagklep uit de dome-poort van de
hoofdafsluiter of uit de veldtestindicator.
Schroef de lagerbus uit het huis van de
terugslagklep en verwijder de veer en de
shuttle. Verwijder de terugslagklep van de
uitlaat van de piloot uit de uitlaatpoort van de
piloot. Schroef de fitting van het huis van de
terugslagklep los en verwijder de stroomring
en -kogel.
Verwijder alle oude zittingen, afdichtingen en
O-ringen en gooi deze weg voordat met de
montage wordt aangevangen.
3.2 Montage
3.2.1 Op gas of vloeistof werkende standaardpiloot
De montage vindt plaats in omgekeerde
volgorde van de demontage. Smeer alle
O-ringen, glijvlakken, schroefdraden
en scharnierpunten van veerringen
met een dunne laag Dow Corning
nr. 33 siliconenvet of eenequivalent.
3.2.2 Accessoires van de piloot
De montage vindt plaats in omgekeerde
volgorde van de demontage.
Smeer bij piloten met een samenstelling voor
veldtests de schroefdraden van de lagerbussen
van de indicator en alle afdichtingen met een
dunne laag Dow Corning-siliconenvet nr. 33
of een equivalent. Smeer de schroefdraden
van de lagerbussen van de terugslagklep
voor veldtests en alle afdichtingen met een
dunne laag Dow Corning-siliconenvet nr. 33
of een equivalent. Richt de terugslagklep voor
veldtests tijdens hermontage op de piloot zo dat
het uiteinde van de lagerbus is verbonden met
de (proces)zijde van de toevoerleiding.
Smeer bij piloten met een hoofdafsluiter
met terugslagklep en pilootuitlaat met
terugslagklep de schroefdraden van
de lagerbus van de terugslagklep, de
schroefdraden van de fittings van de
terugslagklep en alle afdichtingen met een
dunne laag Dow Corning-siliconenvet nr.33
of een equivalent. Richt de terugslagklep
bij hermontage in de dome-poort van de
hoofdafsluiter of op de veldtestindicator zo dat
het uiteinde van de lagerbus wordt verbonden
met de (proces)zijde van de piloot.
Trek de uitlaatnozzle (30) uit de onderkant
van de interne samenstelling en verwijder
de afdichting van de spoel (210). Controleer
het zittingsoppervlak van de uitlaatnozzle op
krassen of andere beschadigingen. Kleine
onregelmatigheden kunnen worden verwijderd
door het bovenvlak van de uitlaatnozzle licht
tepolijsten.
Klem de interne samenstelling ondersteboven
in de bankschroef en verwijder de
inlaatnozzle(40) door een drevel met
een diameter van ongeveer
3
/
16" in het
gat aan te brengen en als een sleutel te
gebruiken. De spoelsamenstelling zal
met de inlaatnozzle naar buiten komen,
waardoor de spoelveer(150) vrijkomt. Klem
de spoelmoer(90) ondersteboven in de
bankschroef en schroef de binnenste spoel (70)
los. Demonteer de inlaatnozzle, de buitenste
spoel (80) en de binnenste spoel, en verwijder
alle afdichtingen. Controleer de inlaatnozzle
opdezelfde manier als de uitlaatnozzle.
Smeer de zittingen niet. Installeer bij piloten
met hefarm de hendelsamenstelling van
de hefarm (onderdeel 310) niet voordat
de eindafstelling van de piloot is voltooid,
zoalsinparagraaf4.5.
7
450
330
310
290
460
350
340
470
280
50
170
440
420
170
430
180
110
120
130
60
90
390
80
140
230
30
70
20
290
270
160
260
190
200
150
140
100
240
40
210
220
10
300
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
STANDAARDSAMENSTELLING
HEFARMSAMENSTELLING
FIGUUR 3
Onderdeel Beschrijving
10 Huis
20 Lagerbus inlaat
30 Uitlaatnozzle
40 Inlaatnozzle
50 Kap
60 Sluitbout kap
70 Binnenste spoel
80 Buitenste spoel
90 Spoelmoer
100 Terugvoerzuiger
110 Meetzuiger
120 Steunring zuigerafdichting
130 Terugvoerafstandstuk
140 Zitting
150 Spoelveer
160 Stelveer
170 Veerring
180 Borgring
190 Afdichting hogedrukmeter
200 Terugvoerafdichting hoge druk
210 Spoelafdichting hoge druk
220 Afdichting doorvoerbuis inlaat
230 Afdichting uitlaatnozzle
240 Afdichting inlaatnozzle
260 Zeskantmoer
270 Drukinstelschroef
280 Kap - standaard
290 Borgmoer
300 Zeefsamenstelling
310 Hendelsamenstelling hefarm
330 Staaf hefarm
340 Onderste contramoer
350 Bovenste contramoer
390 Afdichting binnenste lage-
enhogedrukspoel
420 Identificatieplaatje piloot
430 Identificatieplaatje POSRV (patent)
440 Parkerschroef
450 Lagerbus hendelsamenstelling
460 Kap hefarm
470 Drukinstelschroef
8
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
instructies voor installatie en onderHoud
Terugslagklep uitlaat piloot
(zie figuur 5)
Piloot
Dome-verbinding
Terugslagklep
hoofdafsluiter (zie figuur 5)
Uitlaat hoofdafsluiter
Inlaat hoofdafsluiter
Veldtestindicator
Veldtest terugslagklep
(ziefiguur 5)
FIGUUR 4
9
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
FIGUUR 5
Huis
Shuttle
Zitting shuttle
Veer
Lagerbus
Afdichting lagerbus
Zitting lagerbus
Afdichting lagerbus
Lagerbus
Shuttle
Zitting shuttle
Huis
Terugslagklep
(Standaard vóór september 2002)
Terugslagklep met schuine veer
(Standaard vanaf september 2002)
Kogel
Stroomring
Afdichting regelafsluiter
Uitlaat piloot met terugslagklep
Samenstelling veldtestindicator (stijl B)
Plunjer
Plunjerafdichting
Veer
Afdichting indicator
Lagerbus
Afdichting lagerbus indicator
Veldtestpoort
Huis
10
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
4 INSTELDRUK PILOOT AANPASSEN
4.1 Definities
De insteldruk wordt gedefinieerd als de
toevoerdruk waarbij de dome-druk 70%
is van de toevoerdruk. Dit komt overeen
met de initiële hoorbare gasontlading of de
eerste regelmatige vloeistofstroom uit de
hoofdafsluiters.
De breekdruk wordt gedefinieerd als de
toevoerdruk waarbij de gasstroom begint
bijdeuitlaat van de piloot.
De sluitdruk wordt gedefinieerd als de
toevoerdruk waarbij de dome-druk toeneemt
tot 75% van de toevoerdruk. De dome-druk
zal blijven toenemen totdat de toevoerdruk
afneemt tot 95% van de insteldruk.
4.2 Insteldruk, standaardpiloot
4.2.1 Op gas werkende piloot
Voor het aanpassen van de insteldruk dient
een testopstelling te worden gebruikt die
vergelijkbaar is met de opstelling die in figuur
6 wordt weergegeven. Als testmedium dient
lucht te worden gebruikt. De afstelschroef dient
zover mogelijk naar binnen te zijn geschroefd.
Verhoog de toevoerdruk tot de instelling op
het identificatieplaatje en draai langzaam de
stelschroef naar buiten tot er een stroom
door de uitlaat van de piloot loopt. Schroef
de stelschroef langzaam verder naar buiten
tot de dome-druk 70% van de toevoerdruk
is en de toevoerdruk voldoet aan de vereiste
tolerantie voor de insteldruk zoals vermeld
in paragraaf4.5. Haal de contramoer na
voltooiingvan de aanpassing stevig aan.
Sluit, om de hersteldruk te bepalen,
de luchttoevoer af en gebruik het
ontluchtingsventiel van de accumulator om
de toevoerdruk langzaam te verlagen tot de
dome-druk 75% van de toevoerdruk is.
Sluit het afsluitventiel en open langzaam het
aftapventiel. Als de meter van de dome-druk
nul aangeeft, kan de piloot uit de testopstelling
worden verwijderd.
4.2.2 Op vloeistof werkende piloot
Opmerking: bij op vloeistof werkende piloten
moet de insteldruk worden gecontroleerd
met vloeistof. Een initiële aanpassing van de
insteldruk kan met lucht als het medium voor
de toevoerdruk worden uitgevoerd met gebruik
van een testopstelling die vergelijkbaar is met
de opstelling die in figuur 6 wordt weergegeven,
en volgens de procedure die in bovenstaande
paragraaf 4.2.1 wordt beschreven. Deze initiële
insteldruk zal ongeveer 1½% lager zijn dan de
insteldruk die wordt waargenomen als de piloot
met een vloeistof wordt getest.
Voor het aanpassen van de insteldruk dient
een testopstelling te worden gebruikt die
vergelijkbaar is met de opstelling die in
figuur 7 wordt weergegeven. Als testmedium
dient water te worden gebruikt. Boven het
wateroppervlak inde accumulator dient enig
luchtvolume te worden behouden.
Verhoog de luchttoevoerdruk tot de instelling
op het identificatieplaatje en draai langzaam
de afstelschroef naar buiten tot er een
waterstroom door de uitlaat van de piloot
loopt. Schroef de stelschroef langzaam verder
naar buiten tot de dome-druk 70% van de
toevoerdruk is en de toevoerdruk voldoet aan
de vereiste tolerantie voor de insteldruk zoals
vermeld in paragraaf 4.5.
Sluit, om de hersteldruk te bepalen,
de luchttoevoer af en gebruik het
ontluchtingsventiel van de accumulator om
de toevoerdruk langzaam te verlagen tot de
dome-druk 75% van de toevoerdruk is.
Sluit het afsluitventiel in de waterleiding die
naar de inlaatpoort van de piloot loopt, en open
langzaam het aftapventiel. Als de meter van de
dome-druk nul aangeeft, kan de piloot uit de
testopstelling worden verwijderd.
De optionele indicatorsamenstelling die in
figuur 7 wordt weergegeven, kan worden
gebruikt voor een insteldruk van meer dan
70psig. Als een indicatorsamenstelling wordt
gebruikt, verhoog dan langzaam de toevoerdruk
tot de indicatorpen in de indicatorsamenstelling
wordt getrokken en ongeveer gelijk is met
het einde van het indicatorhuis. Als de pen
naar binnen wordt getrokken, is de druk de
insteldruk. Draai de contramoer los, pas de
afstelschroef aan en draai de contramoer
opnieuw vast, zoals vereist om te voldoen
aan de tolerantie voor de insteldruk die in
paragraaf4.5 wordt vermeld.
Sluit de luchttoevoer af en gebruik de
ontluchtingsklep van de accumulator om de
toevoerdruk langzaam weg te laten lopen tot
de indicatorpen uit de indicatorsamenstelling
'springt' (de gehele lengte van de pen is
ongeveer
7
/
16"). Als de pen naar buiten 'springt',
is de druk de hersteldruk.
Sluit het afsluitventiel in de waterleiding die
naar de inlaatpoort van de piloot loopt, en open
langzaam het aftapventiel. Als de meter van de
dome-druk nul aangeeft, kan de piloot uit de
testopstelling worden verwijderd.
11
WAARSCHUWING
Draai, om beschadiging van de onderdelen
van de hefarm te voorkomen, de hendel van
de hefarm niet voorbij de positie waarop het
nokkenoppervlak van de hendelsamenstelling
voor het eerst in contact komt met de onderkant
van de moer van de hefarm.
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
4.3 Afstelbereik
Alle piloten kunnen worden afgesteld met
een afwijking van ±5% van de instelling op
het identificatieplaatje. Als een wijziging in de
insteldruk wordt aangebracht waarvoor een
nieuwe veer nodig is, raadpleeg dan de fabriek
voor informatie die in het veerregister staat.
4.4 Prestatievereisten
Insteldruk Tolerantie Breekdruk
Hersteldruk
(psig) als % van de insteldruk als % van de insteldruk
1481 t/m 6170 ±3% min. 96% 96 tot 100
4.5 Installatie van de hendelsamenstelling
van de hefarm
Installeer op piloten uitgerust met een hefarm
de hendelsamenstelling van de hefarm
(onderdeel 310) na voltooiing van de laatste
pilootafstelling.
Schroef de moer van de hefarm (onderdeel340)
op het draaddeel van de stang van de hefarm
(onderdeel 330) tot de onderkant van de
moer van de hefarm zich ongeveer 5.89 cm
(2.32”) boven de bovenkant van de borgmoer
(onderdeel 290) bevindt. Gebruik de contramoer
(onderdeel 350) om de moer van de hefarm
zachtjes op zijn plaats vast te zetten. Schroef
de kap met de hand op de stelschroef van de
insteldruk (onderdeel 470) tot deze tegen de
borgmoer zit. De onderkant van de moer van
de hefarm moet gelijk zitten met het midden
van het draadgat in de kap. Als de moer van
de hefarm niet goed zit, verwijder dan de kap,
stel de moeren naar behoren af en monteer
dekapopnieuw.
Als de hefarm op de plaats wordt gehouden
die in figuur 3 wordt weergegeven, installeer
dan de hendelsamenstelling door de lagerbus
van de hendelsamenstelling in de kap te
schroeven. Het nokkenoppervlak van de
hendelsamenstelling van de hefarm moet
de onderkant van de moer van de hefarm
raken binnen een draaiing van de hendel
van 15º tot 45º, met de klok mee of tegen
de klok in, vanaf het nul- of middelpunt.
Als de hendel weerstand biedt, is contact
gemaakt. Als de weerstand zich voordoet bij
minder dan 15º, moet de moer van de hefarm
hoger worden geplaatst. Als de weerstand
zich voor het eerst voordoet bij meer dan 45º,
moet demoer lager op de stang van de hefarm
worden geplaatst.
Verwijder, indien nodig, de
hendelsamenstelling uit de kap volgens de
procedure van paragraaf3.1 en herhaal deze
montageprocedure om de moer van de hefarm
en de contramoer goed op het draaddeel van
de stang van de hefarm te plaatsen. Als de
contramoer goed is geplaatst, bevestig dan
de moer van de hefarm met de contramoer,
installeer de kap en draai deze goed vast,
installeer de hendelsamenstelling en draai
delagerbus van de hendelsamenstelling
goedvast.
12
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
FIGUUR 6 - TESTOPSTELLING VOOR AANPASSING VAN DE PILOOT
Insteldruk aanpassen
(indraaien voor verhoging van de insteldruk)
(uitdraaien voor verlaging van de insteldruk)
Aftapventiel
Dome-drukmeter
Toevoerdrukmeter
Isolatieafsluiter
Montagetapeind
Uitlaatpoort piloot
Flexibele slang
(naar inlaatpoort)
Afsluitventiel
Accumulator
(ongeveer ¼ ft3)
Stuurlucht
Ontluchtingsventiel
13
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
Uitlaatpoort
piloot
Flexibele slang
(naar inlaatpoort)
Optionele
indicatorsamenstelling
monteren
Afsluitventiel
Afsluitventiel
(optioneelisolatieventiel)
Ontluchtingsventiel
Afsluitventiel (optioneel)
Indicatorsamenstelling (optioneel)
Indicator
Massieve staaf met
schroefdraad aan de uiteinden
Toevoerdrukmeter
Stuurlucht
Watertoevoer
Isolatieafsluiter
Afvoer
Isolatieafsluiter
Dome-drukmeter
Aftapventiel
Insteldruk aanpassen
(indraaien voor verhoging van de insteldruk)
(uitdraaien voor verlaging van de insteldruk)
Ontluchtings ventiel
Accumulator
(ongeveer ¼ ft3)
FIGUUR 7
14
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
5 AFSLUITERSAMENSTELLING TESTEN
5.1 Algemeen
De gehele afsluitersamenstelling dient te
worden getest op interne en externe lekkage
en om de insteldruk te controleren met gebruik
van een testopstelling die vergelijkbaar is
met de opstelling die in figuur 8, 9 of 10 wordt
weergegeven. Als testmedium dient lucht te
worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Test de afsluiters die op vloeistof werken niet met
water of andere vloeibare testmedia. Afsluiters
die op vloeistof werken, dienen volgens de
onderbeschreven procedures te worden getest
met lucht als testmedium. Het testen van volledig
gemonteerde afsluiters die op vloeistof werken,
met gebruik van lucht zorgt ervoor dat geen
water of andere vloeistoffen in de koepel van de
hoofdafsluiter achterblijven na de laatste test
vande afsluiter.
5.2 Controle op lekkage met gebruik van
lagedruk
Opmerking: pas op afsluiters met een
Iso-Dome-piloot een toevoerdruk van de
regelaar toe die minimaal 200psi hoger is
dan92% van de insteldruk.
5.2.1 Op gas werkende afsluiter
Verhoog de toevoerdruk geleidelijk tot 30% van
de insteldruk. Controleer bij de uitlaat van de
hoofdafsluiter op lekkage van de nozzle van de
hoofdafsluiter, de zitting en de zuigerafdichting.
Voor het plaatsen van de afsluiterzitting en de
zuigerafdichting, kan het nodig zijn de afsluiter
verschillende keren te activeren. Gedurende
15seconden mag zich geen lekkage voordoen.
5.2.2 Op vloeistof werkende afsluiter
Verhoog de toevoerdruk geleidelijk tot 30% van
de insteldruk. Controleer bij de uitlaat van de
hoofdafsluiter op lekkage van de nozzle van de
hoofdafsluiter, de zitting en de zuigerafdichting.
Voor het plaatsen van de afsluiterzitting en de
zuigerafdichting, kan het nodig zijn de afsluiter
verschillende keren te activeren. Gedurende
15 seconden mag zich geen lekkage voordoen.
Als bij de uitlaat van de afsluiter lekkage wordt
waargenomen, controleer dan de lekkage van
het aantal bellen in 15 seconden, en verwijder
de lektestapparatuur uit de uitlaatflens.
Gebruik met toepassing van dezelfde
toevoerdruk op de inlaat van de afsluiter, een
bellentest voor lekdetectie om de lekkage door
de uitlaat van de piloot te meten. Lekkage
bij lage druk is acceptabel als de lekkage bij
de uitlaat van de hoofdafsluiter gelijk is aan
de lekkage bij de uitlaat van de piloot en als
de lekwaarde niet meer is dan 15 bellen in
15seconden.
5.3 Controle op lekkage met gebruik van
hogedruk
Opmerking: pas op afsluiters met een
Iso-Dome-piloot een toevoerdruk van de
regelaar toe die minimaal 200psi hoger is
dan92% van de insteldruk.
5.3.1 Op gas werkende afsluiter
Oefen een toevoerdruk uit op de inlaat die gelijk
is aan 90% van de insteldruk. Controleer op
lekkage van de uitlaat van de hoofdafsluiter.
Controleer met gebruik van een geschikte
oplossing voor de detectie van gas- of
luchtlekken de afdichting van de kap en andere
drukverbindingen op lekkage. Gedurende
één minuut dient zich geen lekkage bij de
uitlaat van de afsluiter voor te doen en dient
geen zichtbare lekkage bij de afdichting van
de afsluiter of andere drukverbindingen te
wordenwaargenomen.
5.3.2 Op vloeistof werkende afsluiter
Oefen een toevoerdruk uit op de inlaat die gelijk
is aan 90% van de insteldruk. Controleer op
lekkage van de uitlaat van de hoofdafsluiter.
Controleer met gebruik van een geschikte
oplossing voor de detectie van gas- en
luchtlekken de afdichting van de kap en andere
drukverbindingen op lekkage. Gedurende
één minuut dient zich geen lekkage bij de
uitlaat van de afsluiter voor te doen en dient
geen zichtbare lekkage bij de afdichting van
de afsluiter of andere drukverbindingen te
worden waargenomen. Als bij de uitlaat van
de afsluiter lekkage wordt waargenomen,
controleer dan de lekkage van het aantal bellen
in 1 minuut, en verwijder de lektestapparatuur
uit de uitlaatflens. Gebruik met toepassing
van dezelfde toevoerdruk op de inlaat van de
afsluiter, een bellentest voor lekdetectie om
de lekkage door de uitlaat van de piloot te
meten. Lekkage bij hoge druk is acceptabel als
de lekkage bij de uitlaat van de hoofdafsluiter
gelijk is aan de lekkage bij de uitlaat van de
piloot en als de lekwaarde niet meer is dan
60bellen in 1 minuut.
Als een tegendruk is gespecificeerd, worden
de benedenstroomse verbindingen of
uitlaatverbindingen die aan de tegendruk
worden blootgesteld, getest bij 1.5 keer de
gespecificeerde tegendruk, en worden alle
mechanische verbindingen die op die manier
onder druk worden gezet, gecontroleerd
op lekken. Met gebruik van een geschikte
oplossing voor de detectie van gas- en
luchtlekken, mogen gedurende 1 minuut
geenlekken worden waargenomen.
15
.10
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
5.4 Controle van de werking van de
hoofdafsluiter
WAARSCHUWING
De druk moet tijdens deze test geleidelijk
worden opgevoerd om ervoor te zorgen dat de
hoofdafsluiter niet volledig open zal gaan. De
druk die op de inlaat wordt toegepast zal niet
meer zijn dan 105% van de insteldruk die op
hetidentificatieplaatje is vermeld.
Controleer, na voltooiing van de lektest bij
hoge druk van paragraaf 5.3, als volgt de
opening van de hoofdafsluiter. Verwijder de
lektestapparatuur uit de uitlaatflens. Verhoog
de inlaatdruk geleidelijk tot meer dan 90%
van de insteldruk. Blijf de inlaatdruk opvoeren
tot een hoorbare afblazing aangeeft dat de
hoofdafsluiter opengaat.
Blinde flens met poorten
Inlaatdrukmeter
Toevoer
¼” O.D. X .028 wandbuis
FIGUUR 8 - TESTOPSTELLING VOOR AFSLUITERS MET STANDAARDPILOOT
16
.10
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
¼” O.D. X .028 wandbuis
Blinde flens met poorten
Toevoerdrukmeter
Toevoer
FIGUUR 9 - TESTOPSTELLING VOOR AFSLUITER MET STANDAARDPILOOT
17
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
6 VELDTESTPROCEDURE VOOR INSTELDRUK
PILOOT
6.1 Algemeen
De insteldruk van afsluiters uitgerust met
een accessoire voor veldtests kunnen worden
gecontroleerd met een geïnstalleerde,
werkende afsluiter, met gebruik van een
testopstelling die vergelijkbaar is met de
opstelling die in figuur 10 wordt weergegeven.
Met deze procedure wordt een juiste controle
van de insteldruk uitgevoerd. Voor het
langzaam opvoeren van de testdruk van het
gas, zal met deze procedure ook de hersteldruk
worden gecontroleerd.
6.2 Procedure
A. Verwijder de plug uit de veldtestfitting
en sluit de flexibele slang aan op de
testgasfles.
Veldtestpoort
Ontluchtings ventiel "C"
Flexibele slang
Testmeter
Isolatieafsluiter "A"
Gasfles
FIGUUR 10 - VELDTESTINDICATOR
De hoofdafsluiter zal niet opengaan, als de
procesdruk lager is dan de insteldruk. Als
de hoofdafsluiter moet worden geopend,
voer dan geleidelijk de testdruk van het
gas op tot de hoofdafsluiter opengaat. Sluit
isolatieafsluiter "A" op de testgasfles en open
ontluchtingsventiel "C" om de hoofdafsluiter
tesluiten.
B. Sluit ontluchtingsventiel "C" op de gasfles,
open isolatieafsluiter "A" om de piloot
geleidelijk onder druk te zetten en houd de
testdrukmeter in de gaten. De insteldruk
is bereikt als de drukmeter een snelle
drukafname weergeeft. Sluit ventiel "A" en
open het daarna geleidelijk om de piloot
voldoende te laten openen en sluiten om
zeker te zijn van de insteldruk.
C. Sluit isolatieafsluiter "A", open
ontluchtingsventiel "C", verwijder de
flexibele slang uit de veldtestfitting en
installeer de plug op de veldtestfitting
omdeopstelling te verwijderen.
18
ANDERSON GREENWOOD SERIE 800 POSRV
Handleiding voor installatie en onderHoud
7 REPARATIEKITS MET ZACHTE ONDERDELEN
De onderstaande kits zijn uit voorraad leverbaar. Iedere kit bevat alle afdichtingen en zittingen
voor reparatie van een hoofdafsluiter of piloot, inclusief smeermiddelen. Kits voor piloten bevatten
ook alle afdichtingen en zittingen voor veldtest- en terugslagaccessoires. Specificeer voor de
bestelling van kits voor zachte onderdelen het basisnummer en selecteer de laatste drie cijfers
uit de onderstaande tabellen. Om zeker te zijn dat de juiste kits voor zachte onderdelen worden
besteld, dient het modelnummer en het serienummer van de afsluiter te worden vermeld.
TYPE 843/853
Materiaal
1 x 2
1½ x 3* 2 x 3 3 x 4 4 x 6 6 x 8 8 x 10
1½ x 2
Urethaan en NBR
zittingen, NBR
afdichtingen
001 002 003 004 005 006 007
Urethaan en FKM
zittingen, FKM
afdichtingen
012 013 014 015 016 017 018
Urethaan en EPR
zittingen, EPR
afdichtingen
141 142 143 144 145 146 147
* Ook 1½ x 2 afsluiter met schroefdraad en openingen "G" en "H"
TYPE 863
Materiaal 1½ x 2
2 x 3 3 x 4 4 x 6 6 x 8
8 x 8 x 8
8 x 10
2 x 3 x 3 3 x 4 x 4 4 x 6 x 6 6 x 8 x 8 8 x 10 x 10
Urethaan en NBR
zittingen, NBR
afdichtingen
003 004 005 008 009 010 011
Urethaan en FKM
zittingen, FKM
afdichtingen
014 015 016 019 020 021 022
Urethaan en EPR
zittingen, EPR
afdichtingen
143 144 145 148 149 150 151
7.2 Piloot - basisnummer kit: 06.2869.XXX
Materiaal 1481 - 6170psig
NBR .001
FKM .002
EPR .003
7.1 Hoofdafsluiter - basisnummer kit: 06.3365.XXX
© 2017 Emerson. All rights reserved.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18

Anderson Greenwood Serie 800 POSRV de handleiding

Type
de handleiding