Stanley FMHT1-77413 Handleiding

Categorie
Laserniveaus
Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

47
NL
Inhoud
• Laser-informatie
• Veiligheid van de gebruiker
• Veiligheid van de accu
• Batterijen van het type AA plaatsen
• Het montageblok gebruiken
• De laser inschakelen
• Nauwkeurigheid van de laser controleren
• De laser gebruiken
• Onderhoud
• Oplossen van problemen
• Service en reparaties
Specicaties
Laser-informatie
De 5-punts lasers FMHT1-77413 en FMHT1-77437 zijn
laserproducten van Klasse 2. De lasers zijn zelf-nivellerend
lasergereedschap dat kan worden gebruikt voor horizontale
(waterpas) en verticale (loodlijn) uitlijningsprojecten.
Veiligheid van de gebruiker
Veiligheidsrichtlijnen
Onderstaande denities beschrijven de ernst van de gevolgen
die met de verschillende signaalwoorden worden aangeduid.
Lees de handleiding en let goed op deze symbolen.
GEVAAR: Duidt een dreigende gevaarlijke situatie
aan, die, als deze niet wordt vermeden, een ongeluk
met dodelijke aoop of ernstig letsel tot gevolg zal
hebben.
WAARSCHUWING: Duidt een mogelijk gevaarlijke
situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden, een
ongeluk met dodelijke aoop of ernstig letsel tot
gevolg kan hebben.
LET OP: Duidt een mogelijk gevaarlijke situatie aan,
die, als deze niet wordt vermeden aan, licht of
middelzwaar letsel tot gevolg kan hebben.
KENNISGEVING: Duidt een situatie in de praktijk aan die
niet leidt tot persoonlijk letsel, maar, als deze niet wordt
vermeden, materiële schade tot gevolg kan hebben.
Als u vragen of opmerkingen hierover hebt of over ander
Stanley-gereedschap, ga dan naar
http://www.2helpU.com.
WAARSCHUWING:
Lees alle instructies en zorg ervoor dat u ze
begrijpt. Wanneer u geen gevolg geeft aan de
waarschuwingen en instructies in deze handleiding,
kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
WAARSCHUWING:
Blootstelling aan laserstralen. Haal de laser-
waterpas niet uit elkaar en breng er geen
wijzigingen in aan. Het gereedschap bevat geen
onderdelen waaraan de gebruiker onderhoud kan
uitvoeren. Ernstige verwondingen aan de ogen
zouden het gevolg kunnen zijn.
WAARSCHUWING:
Gevaarlijke straling. Gebruik van bedieningsfuncties
of de uitvoering van aanpassingen of procedures die
niet in deze handleiding worden beschreven, kunnen
tot gevaarlijke blootstelling aan straling leiden.
Het label op uw laser kan de volgende symbolen vermelden.
Symbool Betekenis
V Volt
mW Milliwatt
Laser-waarschuwing
nm Golengte in nanometers
2 Klasse 2 Laser
Waarschuwingslabels
Voor uw gemak en veiligheid worden de volgende labels op
de laser vermeldt.
WAARSCHUWING: De gebruiker moet de
instructiehandleiding lezen zodat het risico van
letsel wordt beperkt.
WAARSCHUWING: LASER-STRALING. KIJK
NIET IN DE STRAAL. Klasse 2 Laser-product.
48
NL
Werk niet met de laser in explosieve omgevingen, zoals in
de aanwezigheid van brandbare vloeistoffen en gassen of
brandbaar stof. Dit gereedschap kan vonken genereren die
het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
Berg laser-gereedschap dat u niet gebruikt op buiten
bereik van kinderen en andere personen die er niet mee
kunnen werken. Lasers zijn gevaarlijk in de handen van
onervaren gebruikers.
Onderhoud aan het gereedschap MOET worden
uitgevoerd door gekwaliceerde reparatiemonteurs.
Wanneer service of onderhoud wordt uitgevoerd door niet-
gekwaliceerd personeel kan dat letsel tot gevolg hebben.
Zoek het Stanley-servicecentrum bij u in de buurt, ga naar
http://www.2helpU.com.
Kijk niet met behulp van optisch gereedschap, zoals een
telescoop naar de laserstraal. Ernstige verwondingen aan
de ogen zouden het gevolg kunnen zijn.
Plaats de laser niet ergens waar iemand al dan niet
opzettelijk in de laserstraal kan kijken. Ernstige
verwondingen aan de ogen zouden het gevolg kunnen zijn.
Plaats de laserstraal niet bij een reecterend oppervlak
dat de laserstraal kan weerkaatsen en in de richting van
iemands ogen kan sturen. Ernstige verwondingen aan de
ogen zouden het gevolg kunnen zijn.
Schakel het laserapparaat uit wanneer u het niet
gebruikt. Wanneer het laserapparaat aan blijft staan,
vergroot dat het risico dat iemand in de laserstraal kijkt.
Breng op geen enkele wijze wijzigingen in de laser aan.
Wanneer u wijzigingen in het gereedschap aanbrengt, kan
dat leiden tot gevaarlijke blootstelling aan laserstraling.
Werk niet met het laserapparaat in de buurt van kinderen
en laat niet kinderen het laserapparaat bedienen. Ernstige
verwondingen aan de ogen kunnen hiervan het gevolg zijn.
Verwijder geen waarschuwingslabels en maak ze niet
onleesbaar. Als labels worden verwijderd, kan de gebruiker of
kunnen anderen zichzelf onbedoeld blootstellen aan straling.
Plaats het laserapparaat stevig op een waterpas
oppervlak. Als het laserapparaat valt, kan dat beschadiging
van het apparaat of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Persoonlijke veiligheid
Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezond verstand
wanneer u met dit laserapparaat werkt. Gebruik de laser
niet wanneer u moe bent of onder invloed van verdovende
middelen, alcohol of medicatie. Een ogenblik van
onoplettendheid tijdens het werken met laserproducten kan
leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
Gebruik een uitrusting voor persoonlijke bescherming.
Draag altijd oogbescherming. Afhankelijk van de
werkomstandigheden zal het dragen van een uitrusting voor
persoonlijke bescherming, zoals een stofmasker, antislip
veiligheidsschoenen, een helm en gehoorbescherming de
kans op persoonlijk letsel verkleinen.
Gebruik en verzorging van het gereedschap
Gebruik de laser niet als de schakelaar Power/Transport
Lockniet goed werkt. Gereedschap dat niet kan worden
bediend met de aan/uit-schakelaar is gevaarlijk en moet
worden gerepareerd.
Volg de instructies in het gedeelte Onderhoud in deze
handleiding. Het gebruik van niet-goedgekeurde onderdelen
of het niet opvolgen van de instructies in Onderhoud kan het
risico van een elektrische schok of van letsel doen ontstaan.
Veiligheid van de batterijen
WAARSCHUWING:
Batterijen kunnen exploderen of lekken en kunnen
letsel of brand veroorzaken. Beperk het risico door:
Nauwgezet gevolg te geven aan alle instructies en
waarschuwingen op het label van de batterij en de verpakking.
Batterijen altijd op juiste wijze in te zetten en daarbij op de
polariteit te letten (+ en –), volg de markeringen op de batterij
en de apparatuur.
Niet de polen van de batterij kort te sluiten.
Niet niet-oplaadbare batterijen op te laden.
Niet oude en nieuwe batterijen door elkaar te gebruiken. Alle
batterijen tegelijkertijd te vervangen door nieuwe batterijen
van hetzelfde merk en type.
Lege batterijen onmiddellijk uit te nemen en volgens lokaal
geldende voorschriften weg te doen.
Niet batterijen in het vuur te gooien.
Batterijen buiten bereik van kinderen te houden.
Batterijen uit te nemen wanneer het toestel niet in gebruik is.
Batterijen van het type AA plaatsen
Plaats nieuwe AA-batterijen in de laser FMHT1-77413 of FMHT1-77437.
1.
Draai de laser ondersteboven.
2.
Open op de laser de grendel van de afdekking van het
batterijvak (Afbeelding
C
#1).
3.
Plaats vier nieuwe AA-batterijen van een goed merk, en let
er daarbij op dat u de zijde + en - van de batterijen plaatst
zoals wordt aangeduid aan de binnenzijde van het batterijvak
(Afbeelding
C
#2).
4.
Duw de afdekking van het batterijvak omlaag tot deze op z’n
plaats klikt (Afbeelding
C
#3).
5.
Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts naar de
stand Unlocked/ON (Afbeelding
A
#1b).
49
NL
6.
Let erop dat op het toetsenblok (Afbeelding
A
#3b) groen
is (> 5%). Als rood is, betekent dat dat het batterijniveau
lager is dan 5%.
De laser zal misschien nog wel enige tijd blijven werken
terwijl het vermogen van de batterijen afneemt, maar de
laserpunten zullen snel minder krachtig worden.
Wanneer u verse batterijen hebt geplaatst en de laser weer hebt
ingeschakeld (ON), zullen de laserpunten weer heel helder zijn.
7.
Schuif wanneer de laser niet in gebruik is, de schakelaar
Power/Transport Lock naar LINKS in de stand Locked/OFF
(Afbeelding
A
#1a) en spaar de batterijen.
Het montageblok gebruiken
Aan de onderzijde van de laser bevindt zich een beweegbaar
blok (Afbeelding
D
).
Als u de laser met behulp van de magneten aan de voorzijde
(Afbeelding
A
#2) aan de zijkant van een stalen balk wilt
bevestigen, moet u het beweegbare blok niet uitschuiven
(Afbeelding
D
#1). U kunt dan de punt die omlaag wijst
uitlijnen met de rand van de stalen balk.
U kunt de laser monteren boven een punt op de vloer
(met behulp van een multi-functionele beugel of een statief)
door het beweegbare blok uit te trekken tot het op z’n plaats
klikt (Afbeelding
D
#2). Zo kunt u de punt van de laser die
omlaag wijst, weergeven door het 5/8-11 montagegat en de
laser over het 5/8-11 montagegat roteren zonder dat u de
verticale positie van de laser hoeft te veranderen.
De laser inschakelen
1.
Plaats de laser op een glad, vlak en recht oppervlak.
2.
Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts naar de
stand Unlocked/ON (Afbeelding
A
#1b).
3.
Druk, zoals wordt getoond in Afbeelding
A
#3a, eenmaal op
er worden 3 punten weergegeven (boven, voor en onder
de laser), en druk een tweede keer en er worden nog 2 punten
rechts en links van de laser weergegeven.
4.
Controleer de laserstralen. Het laserapparaat is zo ontworpen
dat het zichzelf waterpas stelt. Als het laserapparaat zo schuin
staat dat het zichzelf niet waterpas kan stellen (> 4°), knipperen
de laserstralen steeds twee keer en knippert
voortdurend op
het toetsenblok (Afbeelding
A
#3c).
5.
Als de laserstralen knipperen, is de laser niet waterpas (of
loodrecht) en mag NIET WORDEN GEBRUIKT voor het
bepalen of markeren van een lijn waterpas of loodrecht. Zet de
laser opnieuw goed neer op een oppervlak dat waterpas is.
6.
Als EEN van de volgende verklaringen WAAR is, ga dan
verder met de instructies voor Nauwkeurigheid van de laser
controleren EN GEBRUIK DAARNA PAS DE LASER voor
een project.
Dit is de eerste maal dat u de laser gebruikt (in het
geval dat de laser blootgesteld is geweest aan extreme
temperaturen).
De laser is al enige tijd niet op nauwkeurigheid gecontroleerd.
De laser is misschien gevallen.
Nauwkeurigheid van de laser controleren
Het lasergereedschap wordt in de fabriek verzegeld en gekalibreerd.
U wordt geadviseerd de nauwkeurigheid te controleren voordat u
de laser voor de eerste keer gebruikt (in het geval dat de laser
blootgesteld is geweest aan extreme temperaturen) en daarna regelmatig
de nauwkeurigheid van uw werk te controleren. Volg deze richtlijnen,
wanneer u een van de nauwkeurigheidscontroles in deze handleiding
uitvoert:
Gebruik een zo groot mogelijke ruimte/afstand, dicht bij
de werkafstand. Hoe groter de ruimte/afstand, des te
gemakkelijker is het de nauwkeurigheid van de laser te meten.
Plaats de laser op een glad, vlak, stabiel oppervlak dat in
beide richtingen waterpas is.
Markeer het middelpunt van de laserstraal.
Nauwkeurigheid Loodrecht punt
De loodrecht-kalibratie van de laser kan het nauwkeurigst
worden uitgevoerd wanneer er een aanzienlijke verticale hoogte
beschikbaar is, in het ideale geval 7,5 m, met één persoon op
de vloer die de laser plaatst en een ander persoon die in de
buurt van het plafond de punt markeert die door de laser op het
plafond wordt geprojecteerd.
1.
Markeer punt P1 op de vloer (Afbeelding
F
#1).
2.
Schakel de laser in (ON) en druk eenmaal op zodat de
punten boven, voor en onder de laser worden weergegeven.
3.
Plaats de laser zo dat onderste punt wordt gecentreerd over
punt P1 en markeer het midden van de bovenste punt op het
plafond als punt P2 (Afbeelding
F
#1).
4.
Draai de laser 180°, en let er daarbij op dat de onderste punt
gecentreerd blijft op punt P1 op de vloer (Afbeelding
F
#2).
5.
Markeer het midden van de bovenste punt op het plafond als
punt P3 (Afbeelding
F
#2).
6.
Meet de afstand tussen punten P2 en P3.
50
NL
7.
Als uw meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen
P2 & P3 voor de bijbehorende Afstand tussen plafond en
vloerin de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in
een ofcieel servicecentrum.
Afstand tussen
plafond & vloer
Toe te stane afstand
tussen P2 & P3
4,5 m 1,8 mm
6 m 2,4 mm
9 m 3,6 mm
12 m 4,8 mm
Nauwkeurigheid Waterpas punt - Waterpas
Voor het controleren van de waterpas-kalibratie van het laser-
apparaat zijn twee parallelle wanden nodig op ten minste
6 m van elkaar.
1.
Schakel de laser in (ON) en druk twee maal op zodat
de punten boven, rechts en links van de laser worden
weergegeven.
2.
Plaats de laser op 5 – 8 cm van de eerste wand. Voor het
testen van de voorste laserpunt is het belangrijk dat de
voorzijde van de laser op de wand is gericht (Afbeelding
E
#1).
3.
Markeer de positie van de laserpunt op de eerste wand als punt
P1 (Afbeelding
E
#1).
4.
Draai de laser 180˚ en markeer de positie van de laserpunt op
de tweede wand als punt P2 (Afbeelding
E
#1).
5.
Plaats de laser op 5 – 8 cm van de tweede wand. Voor
het testen van de voorste laserpunt is het belangrijk dat de
voorzijde van de laser op de wand is gericht (Afbeelding
E
#2) en stel de hoogte van de laser af tot de laserpunt punt P2
raakt.
6.
Draai de laser 180˚ en richt de laserpunt in de buurt van punt
P1 op de eerste wand, en markeer punt P3 (Afbeelding
E
#2).
7.
Meet de verticale afstand tussen punten P1 en P3 op de eerste
wand.
8.
Als uw meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen
P1 & P3 voor de bijbehorende Afstand tussen wanden in de
volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een ofcieel
servicecentrum.
Afstand tussen
wanden
Toe te stane afstand
tussen P1 & P3
6,0 m 3,6 mm
9,0 m 5,4 mm
15,0 m 9 mm
23,0 m 13,8 mm
9.
Herhaal stappen 2 tot en met 8 en controleer de
nauwkeurigheid van de rechter punt en de linker punt, en let
er daarbij op dat de laserpunt die u test, de laserpunt is op de
wand ertegenover.
Nauwkeurigheid Waterpas punt - Haaks
Voor het controleren van de haaksheid van de laserstralen
is een vertrek nodig van ten minste 10 m lang. Alle
markeringen kunnen op de vloer worden gemaakt door een
doelwit voor de waterpas of haakse straal te plaatsen en de
locatie op de vloer over te brengen.
OPMERKING: Ter waarborging van de nauwkeurigheid moet
de afstand (D1) van P1 tot P2, P2 tot P3, P2 tot P4 en P2 tot
P5 gelijk zijn.
1.
Markeer punt P1 op de vloer aan het ene uiteinde van het
vertrek, zoals wordt getoond in Afbeelding
G
#1.
2.
Schakel de laser in (ON) en druk twee maal op zodat
de punten boven, rechts en links van de laser worden
weergegeven.
3.
Plaats de laser zo dat onderste punt wordt gecentreerd over
punt P1 en let er daarbij op dat de voorste punt op het verste
uiteinde van het vertrek wijst (Afbeelding
G
#1).
4.
Breng met behulp van een doelwit de locatie van de voorste
waterpas punt op de wand over op de vloer, markeer punt P2
op de vloer en richt vervolgens P3 op de vloer (Afbeelding
G
#1).
5.
Verplaats de laser naar P2 en zet de voorste waterpas punt
weer tegenover P3 (Afbeelding
G
#2).
6.
Breng met behulp van een doelwit de locatie van de voorste
waterpas punt op de wand over op de vloer, markeer de locatie
van twee haakse stralen als de punten P4 en P5 op de vloer
(Afbeelding
G
#2).
7.
Draai de laser 90°, zodat de voorste waterpas punt tegenover
punt P4 staat (Afbeelding
G
#3).
51
NL
8.
Markeer de locatie van de eerste haakse straal als punt P6 op
de vloer, zo dicht mogelijk bij punt P1 (Afbeelding
G
#3).
9.
Meet de afstand tussen punten P1 en P6 (Afbeelding
G
#3).
10.
Als de meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen P1
& P6 voor de bijbehorende Afstand (D1) in de volgende tabel,
moet de laser worden nagezien in een ofcieel servicecentrum.
Afstand (D1)
Toe te stane afstand tussen
P1 & P6
7,5 m 2,2 mm
9 m 2,7 mm
15 m 4,5 mm
11.
Draai de laser 180°, zodat de voorste waterpas punt tegenover
punt P5 staat (Afbeelding
G
#4).
12.
Markeer de locatie van de tweede haakse straal als punt P7 op
de vloer, zo dicht mogelijk bij punt P1 (Afbeelding
G
#4).
13.
Meet de afstand tussen punten P1 en P7 (Afbeelding
G
#4).
14.
Als de meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen P1
& P7 voor de bijbehorende Afstand (D1) in de volgende tabel,
moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum.
Afstand (D1)
Toe te stane afstand tussen
P1 & P7
7,5 m 2,2 mm
9 m 2,7 mm
15 m 4,5 mm
De laser gebruiken
Bedieningstips
Markeer altijd het middelpunt van de straal die door de laser
wordt geprojecteerd.
Extreme temperatuurwisselingen kunnen leiden tot beweging
van interne onderdelen en dat kan de nauwkeurigheid
nadelig beïnvloeden. Controleer de nauwkeurigheid vaak
tijdens uw werkzaamheden.
Als de laser is gevallen, controleer dan vooral altijd de kalibratie.
Zolang de laser goed is gekalibreerd, stelt de laser zichzelf
waterpas. Iedere laser wordt in de fabriek zo gekalibreerd dat
waterpas wordt gevonden zolang het apparaat maar op een
vlak oppervlak wordt geplaatst dat niet meer dan gemiddeld
± 4° van het waterpaspunt is verwijderd. Handmatige
aanpassingen zijn niet nodig.
Gebruik de laser op een glad, vlak en recht oppervlak.
De laser uitschakelen
Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar de stand OFF/
Locked (Afbeelding
A
#1a) wanneer de laser niet in gebruik
is. Staat de schakelaar niet in de vergrendelde positie (Locked),
dan wordt het laser-apparaat niet uitgeschakeld.
De laser gebruiken met accessoires
WAARSCHUWING:
Accessoires die niet worden aangeboden door
Stanley, zijn niet met deze laser getest, en daarom
kan het gebruik van dergelijke accessoires met deze
laser gevaarlijk zijn.
Gebruik alleen Stanley-accessoires die voor gebruik met dit
model worden aanbevolen. Accessoires die misschien geschikt
zijn voor de ene laser, kunnen gevaarlijk zijn wanneer ze op een
andere laser worden gebruikt.
De onderzijde van de laser is voorzien van een 1/4-20 en een
5/8-11 inwendige schroefdraad (Afbeelding
B
) voor gebruik
met nu en in de toekomst verkrijgbare Stanley-accessoires.
Gebruik alleen Stanley-accessoires die voor gebruik met deze
laser worden opgegeven. Volg de aanwijzingen die bij het
accessoire worden geleverd.
Aanbevolen accessoires voor gebruik met deze laser zijn
tegen meerprijs verkrijgbaar bij de dealer of het ofciële
servicecentrum bij u in de buurt. Heeft u hulp nodig bij het
vinden van een accessoire, neem dan contact op met het
Stanley-servicecentrum bij u in de buurt of ga naar de website:
http://www.2helpU.com.
52
NL
De L-vormige beugel gebruiken
De L-vormige beugel kan worden gebruikt met de puntlaser
FMHT1-77413 of FMHT1-77437. De L-vormige beugel heeft
een schroefdraad (man) vam 1/4-20 waarop u de laser kunt
bevestigen, en magneten, en een sleutelgat-vormig gat
waaraan de laser aan een wand kan worden gehangen.
Onderhoud
Wanneer u de laser niet meer gebruikt, maak dan de externe
onderdelen ervan schoon met een vochtige doek, veeg
vervolgens het apparaat droog met een droge doek en berg
het vervolgens op in de meegeleverde gereedschapsdoos.
De externe onderdelen van de laser zijn wel bestand tegen
oplosmiddelen, maar u mag de laser NOOIT met dergelijke
middelen schoonmaken.
Berg het laserapparaat niet op bij temperaturen lager dan -20
˚C of hoger dan 60 ˚C.
Zorg ervoor dat u nauwkeurig werk kunt blijven leveren,
controleer regelmatig de kalibratie van de laser.
Controles van de kalibratie en andere
onderhoudswerkzaamheden kunnen ook door Stanley-
servicecentra worden uitgevoerd.
Oplossen van problemen
De laser kan niet worden ingeschakeld
Worden AA-batterijen gebruikt, controleer dan:
Dat elke batterij goed is geplaatst, volgens de (+) en (–) die
aan de binnenzijde van het batterijvak wordt vermeld.
Dat de contacten van de batterijen schoon zijn en vrij van
roest of corrosie.
Dat de batterijen nieuw zijn en van een goed merk, zodat
de kans van lekkage van de batterijen wordt beperkt.
Controleer dat de AA-batterijen in goede werkende staat
zijn. Als u hierover twijfelt, probeer dan of het apparaat beter
werkt met nieuwe batterijen.
Let er vooral op dat de laser droog blijft.
Als het laser-apparaat warmer wordt dan 50 ˚C, kan het niet
worden ingeschakeld. Als het laser-apparaat is opgeborgen
bij extreem hoge temperaturen, laat het dan afkoelen. De
laser-waterpas zal niet beschadigd raken wanneer u de
schakelaar Power/Transport Lock bedient voordat u het
apparaat tot de juiste laatste temperatuur laat afkoelen.
De laserstraal knippert
De lasers zijn ontworpen om zichzelf waterpas af te stellen tot
op gemiddeld 4° in alle richtingen. Als de laser zo ver wordt
gekanteld dat het interne mechanisme zichzelf niet waterpas
kan afstellen, zullen de laserstralen knipperen ten teken dat
het kantelbereik is overschreden. ALS DE LASERSTRALEN
KNIPPEREN, IS DE LASER NIET WATERPAS OF
LOODRECHT EN MAG NIET WORDEN GEBRUIKT VOOR
HET BEPALEN OF MAREKEREN VAN EEN LIJN WATERPAS
OF LOODRECHT. Zet de laser opnieuw goed neer op een
oppervlak dat beter waterpas is.
De laserstralen blijven in beweging
De laser is precisie-instrument. Daarom zal de laser, als
het apparaat niet op een stabiel (en stilstaand) oppervlak is
geplaatst, blijven proberen het waterpaspunt te vinden. Blijft
de straal in beweging, plaats de laser dan op een stabieler
oppervlak. Controleer ook dat het oppervlak betrekkelijk vlak en
recht is, zodat de laser stabiel staat.
Service en reparaties
Opmerking: Wanneer de laser wordt gedemonteerd, komen
alle garanties op het product te vervallen.
De VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het product
kunnen alleen worden gegarandeerd wanneer reparaties,
onderhoudswerkzaamheden en afstellingen worden uitgevoerd
door ofciële servicecentra. Wanneer service of onderhoud
wordt uitgevoerd door niet-gekwaliceerd personeel kan een
risico van letsel ontstaan. Zoek het Stanley-servicecentrum bij
u in de buurt, ga naar http://www.2helpU.com.
53
NL
Specicaties
FMHT1-77413 FMHT1-77437
Lichtbron Laser-diodes
Laser-golengte 630 680 nm zichtbaar 510 530 nm zichtbaar
Laser-vermogen ≤1,0 mW KLASSE 2 LASERPRODUCT
Werkbereik 30 m 45 m
Nauwkeurigheid - alle punten, behalve punt omlaag ±2 mm per 10 m
Nauwkeurigheid - punt omlaag ±4 mm per 10 m
Voedingsbron 4 batterijen formaat AA (1,5V) (6V DC)
Bedrijfstemperatuur -10°C tot 50°C (14°F tot 122°F)
Opslagtemperatuur -20°C tot 60°C (-5°F tot 140°F)
Milieu Water- & stofbestendig volgens IP54
© 2017 Stanley Tools
Egide Walschaertsstraat 14-16
2800 Mechelen, Belgium
N498961 June 2017 - Rev A
http://www.2helpU.com

Documenttranscriptie

Inhoud WAARSCHUWING: Lees alle instructies en zorg ervoor dat u ze begrijpt. Wanneer u geen gevolg geeft aan de waarschuwingen en instructies in deze handleiding, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel. • Laser-informatie • Veiligheid van de gebruiker • Veiligheid van de accu • Batterijen van het type AA plaatsen • Het montageblok gebruiken • De laser inschakelen • Nauwkeurigheid van de laser controleren • De laser gebruiken • Onderhoud • Oplossen van problemen • Service en reparaties • Specificaties BEWAAR DEZE INSTRUCTIES WAARSCHUWING: Blootstelling aan laserstralen. Haal de laserwaterpas niet uit elkaar en breng er geen wijzigingen in aan. Het gereedschap bevat geen onderdelen waaraan de gebruiker onderhoud kan uitvoeren. Ernstige verwondingen aan de ogen zouden het gevolg kunnen zijn. Laser-informatie De 5-punts lasers FMHT1-77413 en FMHT1-77437 zijn laserproducten van Klasse 2. De lasers zijn zelf-nivellerend lasergereedschap dat kan worden gebruikt voor horizontale (waterpas) en verticale (loodlijn) uitlijningsprojecten. Veiligheid van de gebruiker Veiligheidsrichtlijnen Onderstaande definities beschrijven de ernst van de gevolgen die met de verschillende signaalwoorden worden aangeduid. Lees de handleiding en let goed op deze symbolen. GEVAAR: Duidt een dreigende gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden, een ongeluk met dodelijke afloop of ernstig letsel tot gevolg zal hebben.   WAARSCHUWING: Duidt een mogelijk gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden, een ongeluk met dodelijke afloop of ernstig letsel tot gevolg kan hebben.  ET OP: Duidt een mogelijk gevaarlijke situatie aan, L die, als deze niet wordt vermeden aan, licht of middelzwaar letsel tot gevolg kan hebben. NL WAARSCHUWING: Gevaarlijke straling. Gebruik van bedieningsfuncties of de uitvoering van aanpassingen of procedures die niet in deze handleiding worden beschreven, kunnen tot gevaarlijke blootstelling aan straling leiden. Het label op uw laser kan de volgende symbolen vermelden. Symbool Betekenis V mW Volt Milliwatt Laser-waarschuwing nm 2 Golflengte in nanometers Klasse 2 Laser Waarschuwingslabels Voor uw gemak en veiligheid worden de volgende labels op de laser vermeldt.   WAARSCHUWING: De gebruiker moet de instructiehandleiding lezen zodat het risico van letsel wordt beperkt.  WAARSCHUWING: LASER-STRALING. KIJK NIET IN DE STRAAL. Klasse 2 Laser-product. KENNISGEVING: Duidt een situatie in de praktijk aan die niet leidt tot persoonlijk letsel, maar, als deze niet wordt vermeden, materiële schade tot gevolg kan hebben. Als u vragen of opmerkingen hierover hebt of over ander Stanley-gereedschap, ga dan naar http://www.2helpU.com. 47 NL 48 • Werk niet met de laser in explosieve omgevingen, zoals in de aanwezigheid van brandbare vloeistoffen en gassen of brandbaar stof. Dit gereedschap kan vonken genereren die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden. • Berg laser-gereedschap dat u niet gebruikt op buiten bereik van kinderen en andere personen die er niet mee kunnen werken. Lasers zijn gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers. • Onderhoud aan het gereedschap MOET worden uitgevoerd door gekwalificeerde reparatiemonteurs. Wanneer service of onderhoud wordt uitgevoerd door nietgekwalificeerd personeel kan dat letsel tot gevolg hebben. Zoek het Stanley-servicecentrum bij u in de buurt, ga naar http://www.2helpU.com. • Kijk niet met behulp van optisch gereedschap, zoals een telescoop naar de laserstraal. Ernstige verwondingen aan de ogen zouden het gevolg kunnen zijn. • Plaats de laser niet ergens waar iemand al dan niet opzettelijk in de laserstraal kan kijken. Ernstige verwondingen aan de ogen zouden het gevolg kunnen zijn. • Plaats de laserstraal niet bij een reflecterend oppervlak dat de laserstraal kan weerkaatsen en in de richting van iemands ogen kan sturen. Ernstige verwondingen aan de ogen zouden het gevolg kunnen zijn. • Schakel het laserapparaat uit wanneer u het niet gebruikt. Wanneer het laserapparaat aan blijft staan, vergroot dat het risico dat iemand in de laserstraal kijkt. • Breng op geen enkele wijze wijzigingen in de laser aan. Wanneer u wijzigingen in het gereedschap aanbrengt, kan dat leiden tot gevaarlijke blootstelling aan laserstraling. • Werk niet met het laserapparaat in de buurt van kinderen en laat niet kinderen het laserapparaat bedienen. Ernstige verwondingen aan de ogen kunnen hiervan het gevolg zijn. • Verwijder geen waarschuwingslabels en maak ze niet onleesbaar. Als labels worden verwijderd, kan de gebruiker of kunnen anderen zichzelf onbedoeld blootstellen aan straling. • Plaats het laserapparaat stevig op een waterpas oppervlak. Als het laserapparaat valt, kan dat beschadiging van het apparaat of ernstig letsel tot gevolg hebben. Gebruik en verzorging van het gereedschap • Gebruik de laser niet als de schakelaar Power/Transport Lockniet goed werkt. Gereedschap dat niet kan worden bediend met de aan/uit-schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. • Volg de instructies in het gedeelte Onderhoud in deze handleiding. Het gebruik van niet-goedgekeurde onderdelen of het niet opvolgen van de instructies in Onderhoud kan het risico van een elektrische schok of van letsel doen ontstaan. Veiligheid van de batterijen WAARSCHUWING: Batterijen kunnen exploderen of lekken en kunnen letsel of brand veroorzaken. Beperk het risico door: • Nauwgezet gevolg te geven aan alle instructies en waarschuwingen op het label van de batterij en de verpakking. • Batterijen altijd op juiste wijze in te zetten en daarbij op de polariteit te letten (+ en –), volg de markeringen op de batterij en de apparatuur. • Niet de polen van de batterij kort te sluiten. • Niet niet-oplaadbare batterijen op te laden. • Niet oude en nieuwe batterijen door elkaar te gebruiken. Alle batterijen tegelijkertijd te vervangen door nieuwe batterijen van hetzelfde merk en type. • Lege batterijen onmiddellijk uit te nemen en volgens lokaal geldende voorschriften weg te doen. • Niet batterijen in het vuur te gooien. • Batterijen buiten bereik van kinderen te houden. • Batterijen uit te nemen wanneer het toestel niet in gebruik is. Batterijen van het type AA plaatsen Plaats nieuwe AA-batterijen in de laser FMHT1-77413 of FMHT1-77437. Persoonlijke veiligheid 1. Draai de laser ondersteboven. • Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezond verstand wanneer u met dit laserapparaat werkt. Gebruik de laser niet wanneer u moe bent of onder invloed van verdovende middelen, alcohol of medicatie. Een ogenblik van onoplettendheid tijdens het werken met laserproducten kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. • Gebruik een uitrusting voor persoonlijke bescherming. Draag altijd oogbescherming. Afhankelijk van de werkomstandigheden zal het dragen van een uitrusting voor persoonlijke bescherming, zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm en gehoorbescherming de kans op persoonlijk letsel verkleinen. 2. Open op de laser de grendel van de afdekking van het batterijvak (Afbeelding C #1). 3. Plaats vier nieuwe AA-batterijen van een goed merk, en let er daarbij op dat u de zijde + en - van de batterijen plaatst zoals wordt aangeduid aan de binnenzijde van het batterijvak (Afbeelding C #2). 4. Duw de afdekking van het batterijvak omlaag tot deze op z’n plaats klikt (Afbeelding C #3). 5. Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts naar de stand Unlocked/ON (Afbeelding A #1b). 6. 7. Let erop dat op het toetsenblok (Afbeelding A #3b) groen is (> 5%). Als rood is, betekent dat dat het batterijniveau lager is dan 5%. • De laser zal misschien nog wel enige tijd blijven werken terwijl het vermogen van de batterijen afneemt, maar de laserpunten zullen snel minder krachtig worden. • Wanneer u verse batterijen hebt geplaatst en de laser weer hebt ingeschakeld (ON), zullen de laserpunten weer heel helder zijn. Schuif wanneer de laser niet in gebruik is, de schakelaar Power/Transport Lock naar LINKS in de stand Locked/OFF (Afbeelding A #1a) en spaar de batterijen. Het montageblok gebruiken Aan de onderzijde van de laser bevindt zich een beweegbaar blok (Afbeelding D ). • Als u de laser met behulp van de magneten aan de voorzijde (Afbeelding A #2) aan de zijkant van een stalen balk wilt bevestigen, moet u het beweegbare blok niet uitschuiven (Afbeelding D #1). U kunt dan de punt die omlaag wijst uitlijnen met de rand van de stalen balk. • U kunt de laser monteren boven een punt op de vloer (met behulp van een multi-functionele beugel of een statief) door het beweegbare blok uit te trekken tot het op z’n plaats klikt (Afbeelding D #2). Zo kunt u de punt van de laser die omlaag wijst, weergeven door het 5/8-11 montagegat en de laser over het 5/8-11 montagegat roteren zonder dat u de verticale positie van de laser hoeft te veranderen. • Dit is de eerste maal dat u de laser gebruikt (in het geval dat de laser blootgesteld is geweest aan extreme temperaturen). • De laser is al enige tijd niet op nauwkeurigheid gecontroleerd. • De laser is misschien gevallen. Nauwkeurigheid van de laser controleren Het lasergereedschap wordt in de fabriek verzegeld en gekalibreerd. U wordt geadviseerd de nauwkeurigheid te controleren voordat u de laser voor de eerste keer gebruikt (in het geval dat de laser blootgesteld is geweest aan extreme temperaturen) en daarna regelmatig de nauwkeurigheid van uw werk te controleren. Volg deze richtlijnen, wanneer u een van de nauwkeurigheidscontroles in deze handleiding uitvoert: NL • Gebruik een zo groot mogelijke ruimte/afstand, dicht bij de werkafstand. Hoe groter de ruimte/afstand, des te gemakkelijker is het de nauwkeurigheid van de laser te meten. • Plaats de laser op een glad, vlak, stabiel oppervlak dat in beide richtingen waterpas is. • Markeer het middelpunt van de laserstraal. Nauwkeurigheid Loodrecht punt De loodrecht-kalibratie van de laser kan het nauwkeurigst worden uitgevoerd wanneer er een aanzienlijke verticale hoogte beschikbaar is, in het ideale geval 7,5 m, met één persoon op de vloer die de laser plaatst en een ander persoon die in de 1. Plaats de laser op een glad, vlak en recht oppervlak. buurt van het plafond de punt markeert die door de laser op het 2. Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts naar de plafond wordt geprojecteerd. stand Unlocked/ON (Afbeelding A #1b). 1. Markeer punt P1 op de vloer (Afbeelding F #1). De laser inschakelen 3. Druk, zoals wordt getoond in Afbeelding A #3a, eenmaal op er worden 3 punten weergegeven (boven, voor en onder de laser), en druk een tweede keer en er worden nog 2 punten rechts en links van de laser weergegeven. 4. Controleer de laserstralen. Het laserapparaat is zo ontworpen dat het zichzelf waterpas stelt. Als het laserapparaat zo schuin staat dat het zichzelf niet waterpas kan stellen (> 4°), knipperen de laserstralen steeds twee keer en knippert voortdurend op het toetsenblok (Afbeelding A #3c). 5. Als de laserstralen knipperen, is de laser niet waterpas (of loodrecht) en mag NIET WORDEN GEBRUIKT voor het bepalen of markeren van een lijn waterpas of loodrecht. Zet de laser opnieuw goed neer op een oppervlak dat waterpas is. 6. Als EEN van de volgende verklaringen WAAR is, ga dan verder met de instructies voor Nauwkeurigheid van de laser controleren EN GEBRUIK DAARNA PAS DE LASER voor een project. 2. Schakel de laser in (ON) en druk eenmaal op zodat de punten boven, voor en onder de laser worden weergegeven. 3. Plaats de laser zo dat onderste punt wordt gecentreerd over punt P1 en markeer het midden van de bovenste punt op het plafond als punt P2 (Afbeelding F #1). 4. Draai de laser 180°, en let er daarbij op dat de onderste punt gecentreerd blijft op punt P1 op de vloer (Afbeelding F #2). 5. Markeer het midden van de bovenste punt op het plafond als punt P3 (Afbeelding F #2). 6. Meet de afstand tussen punten P2 en P3. 49 7. NL Als uw meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen P2 & P3 voor de bijbehorende Afstand tussen plafond en vloerin de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum. 8. Als uw meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen P1 & P3 voor de bijbehorende Afstand tussen wanden in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum. Afstand tussen plafond & vloer Toe te stane afstand tussen P2 & P3 Afstand tussen wanden Toe te stane afstand tussen P1 & P3 4,5 m 6m 9m 12 m 1,8 mm 2,4 mm 3,6 mm 4,8 mm 6,0 m 9,0 m 15,0 m 23,0 m 3,6 mm 5,4 mm 9 mm 13,8 mm Nauwkeurigheid Waterpas punt - Waterpas Voor het controleren van de waterpas-kalibratie van het laserapparaat zijn twee parallelle wanden nodig op ten minste 6 m van elkaar. 1. Schakel de laser in (ON) en druk twee maal op zodat de punten boven, rechts en links van de laser worden weergegeven. 2. Plaats de laser op 5 – 8 cm van de eerste wand. Voor het testen van de voorste laserpunt is het belangrijk dat de voorzijde van de laser op de wand is gericht (Afbeelding E #1). 3. 9. Herhaal stappen 2 tot en met 8 en controleer de nauwkeurigheid van de rechter punt en de linker punt, en let er daarbij op dat de laserpunt die u test, de laserpunt is op de wand ertegenover. Nauwkeurigheid Waterpas punt - Haaks Voor het controleren van de haaksheid van de laserstralen is een vertrek nodig van ten minste 10 m lang. Alle markeringen kunnen op de vloer worden gemaakt door een doelwit voor de waterpas of haakse straal te plaatsen en de locatie op de vloer over te brengen. OPMERKING: Ter waarborging van de nauwkeurigheid moet de afstand (D1) van P1 tot P2, P2 tot P3, P2 tot P4 en P2 tot P5 gelijk zijn. Markeer de positie van de laserpunt op de eerste wand als punt P1 (Afbeelding E #1). 1. Markeer punt P1 op de vloer aan het ene uiteinde van het vertrek, zoals wordt getoond in Afbeelding G #1. 4. Draai de laser 180˚ en markeer de positie van de laserpunt op 2. Schakel de laser in (ON) en druk twee maal op de tweede wand als punt P2 (Afbeelding E #1). zodat de punten boven, rechts en links van de laser worden 5. Plaats de laser op 5 – 8 cm van de tweede wand. Voor weergegeven. het testen van de voorste laserpunt is het belangrijk dat de 3. Plaats de laser zo dat onderste punt wordt gecentreerd over voorzijde van de laser op de wand is gericht (Afbeelding E punt P1 en let er daarbij op dat de voorste punt op het verste #2) en stel de hoogte van de laser af tot de laserpunt punt P2 uiteinde van het vertrek wijst (Afbeelding G #1). raakt. 50 6. Draai de laser 180˚ en richt de laserpunt in de buurt van punt P1 op de eerste wand, en markeer punt P3 (Afbeelding E #2). 7. Meet de verticale afstand tussen punten P1 en P3 op de eerste wand. 4. Breng met behulp van een doelwit de locatie van de voorste waterpas punt op de wand over op de vloer, markeer punt P2 op de vloer en richt vervolgens P3 op de vloer (Afbeelding G #1). 5. Verplaats de laser naar P2 en zet de voorste waterpas punt weer tegenover P3 (Afbeelding G #2). 6. Breng met behulp van een doelwit de locatie van de voorste waterpas punt op de wand over op de vloer, markeer de locatie van twee haakse stralen als de punten P4 en P5 op de vloer (Afbeelding G #2). 7. Draai de laser 90°, zodat de voorste waterpas punt tegenover punt P4 staat (Afbeelding G #3). De laser gebruiken 8. Markeer de locatie van de eerste haakse straal als punt P6 op de vloer, zo dicht mogelijk bij punt P1 (Afbeelding G #3). 9. Meet de afstand tussen punten P1 en P6 (Afbeelding G #3). 10. Als de meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen P1 • Markeer altijd het middelpunt van de straal die door de laser wordt geprojecteerd. & P6 voor de bijbehorende Afstand (D1) in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum. • Extreme temperatuurwisselingen kunnen leiden tot beweging van interne onderdelen en dat kan de nauwkeurigheid Toe te stane afstand tussen nadelig beïnvloeden. Controleer de nauwkeurigheid vaak Afstand (D1) P1 & P6 tijdens uw werkzaamheden. 7,5 m 9m 15 m 2,2 mm 2,7 mm 4,5 mm Bedieningstips • Als de laser is gevallen, controleer dan vooral altijd de kalibratie. • Zolang de laser goed is gekalibreerd, stelt de laser zichzelf waterpas. Iedere laser wordt in de fabriek zo gekalibreerd dat waterpas wordt gevonden zolang het apparaat maar op een vlak oppervlak wordt geplaatst dat niet meer dan gemiddeld ± 4° van het waterpaspunt is verwijderd. Handmatige aanpassingen zijn niet nodig. 11. Draai de laser 180°, zodat de voorste waterpas punt tegenover punt P5 staat (Afbeelding G #4). 12. Markeer de locatie van de tweede haakse straal als punt P7 op de vloer, zo dicht mogelijk bij punt P1 (Afbeelding G #4). 13. Meet de afstand tussen punten P1 en P7 (Afbeelding G #4). 14. Als de meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen P1 Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar de stand OFF/ & P7 voor de bijbehorende Afstand (D1) in de volgende tabel, Locked (Afbeelding A #1a) wanneer de laser niet in gebruik moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum. is. Staat de schakelaar niet in de vergrendelde positie (Locked), dan wordt het laser-apparaat niet uitgeschakeld. Toe te stane afstand tussen Afstand (D1) P1 & P7 7,5 m 9m 15 m 2,2 mm 2,7 mm 4,5 mm NL • Gebruik de laser op een glad, vlak en recht oppervlak. De laser uitschakelen De laser gebruiken met accessoires WAARSCHUWING: Accessoires die niet worden aangeboden door Stanley, zijn niet met deze laser getest, en daarom kan het gebruik van dergelijke accessoires met deze laser gevaarlijk zijn. Gebruik alleen Stanley-accessoires die voor gebruik met dit model worden aanbevolen. Accessoires die misschien geschikt zijn voor de ene laser, kunnen gevaarlijk zijn wanneer ze op een andere laser worden gebruikt. De onderzijde van de laser is voorzien van een 1/4-20 en een 5/8-11 inwendige schroefdraad (Afbeelding B ) voor gebruik met nu en in de toekomst verkrijgbare Stanley-accessoires. Gebruik alleen Stanley-accessoires die voor gebruik met deze laser worden opgegeven. Volg de aanwijzingen die bij het accessoire worden geleverd. Aanbevolen accessoires voor gebruik met deze laser zijn tegen meerprijs verkrijgbaar bij de dealer of het officiële servicecentrum bij u in de buurt. Heeft u hulp nodig bij het vinden van een accessoire, neem dan contact op met het Stanley-servicecentrum bij u in de buurt of ga naar de website: http://www.2helpU.com. 51 De L-vormige beugel gebruiken De laserstraal knippert De L-vormige beugel kan worden gebruikt met de puntlaser FMHT1-77413 of FMHT1-77437. De L-vormige beugel heeft een schroefdraad (man) vam 1/4-20 waarop u de laser kunt bevestigen, en magneten, en een sleutelgat-vormig gat waaraan de laser aan een wand kan worden gehangen. De lasers zijn ontworpen om zichzelf waterpas af te stellen tot op gemiddeld 4° in alle richtingen. Als de laser zo ver wordt gekanteld dat het interne mechanisme zichzelf niet waterpas kan afstellen, zullen de laserstralen knipperen ten teken dat het kantelbereik is overschreden. ALS DE LASERSTRALEN KNIPPEREN, IS DE LASER NIET WATERPAS OF LOODRECHT EN MAG NIET WORDEN GEBRUIKT VOOR HET BEPALEN OF MAREKEREN VAN EEN LIJN WATERPAS OF LOODRECHT. Zet de laser opnieuw goed neer op een oppervlak dat beter waterpas is. Onderhoud NL • Wanneer u de laser niet meer gebruikt, maak dan de externe onderdelen ervan schoon met een vochtige doek, veeg vervolgens het apparaat droog met een droge doek en berg het vervolgens op in de meegeleverde gereedschapsdoos. • De externe onderdelen van de laser zijn wel bestand tegen oplosmiddelen, maar u mag de laser NOOIT met dergelijke middelen schoonmaken. De laserstralen blijven in beweging De laser is precisie-instrument. Daarom zal de laser, als het apparaat niet op een stabiel (en stilstaand) oppervlak is geplaatst, blijven proberen het waterpaspunt te vinden. Blijft • Berg het laserapparaat niet op bij temperaturen lager dan -20 de straal in beweging, plaats de laser dan op een stabieler ˚C of hoger dan 60 ˚C. oppervlak. Controleer ook dat het oppervlak betrekkelijk vlak en • Zorg ervoor dat u nauwkeurig werk kunt blijven leveren, recht is, zodat de laser stabiel staat. controleer regelmatig de kalibratie van de laser. • Controles van de kalibratie en andere onderhoudswerkzaamheden kunnen ook door Stanleyservicecentra worden uitgevoerd. Oplossen van problemen Service en reparaties Opmerking: Wanneer de laser wordt gedemonteerd, komen alle garanties op het product te vervallen. De VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het product kunnen alleen worden gegarandeerd wanneer reparaties, De laser kan niet worden ingeschakeld onderhoudswerkzaamheden en afstellingen worden uitgevoerd door officiële servicecentra. Wanneer service of onderhoud • Worden AA-batterijen gebruikt, controleer dan: wordt uitgevoerd door niet-gekwalificeerd personeel kan een • Dat elke batterij goed is geplaatst, volgens de (+) en (–) die risico van letsel ontstaan. Zoek het Stanley-servicecentrum bij aan de binnenzijde van het batterijvak wordt vermeld. u in de buurt, ga naar http://www.2helpU.com. • Dat de contacten van de batterijen schoon zijn en vrij van roest of corrosie. • Dat de batterijen nieuw zijn en van een goed merk, zodat de kans van lekkage van de batterijen wordt beperkt. • Controleer dat de AA-batterijen in goede werkende staat zijn. Als u hierover twijfelt, probeer dan of het apparaat beter werkt met nieuwe batterijen. • Let er vooral op dat de laser droog blijft. • Als het laser-apparaat warmer wordt dan 50 ˚C, kan het niet worden ingeschakeld. Als het laser-apparaat is opgeborgen bij extreem hoge temperaturen, laat het dan afkoelen. De laser-waterpas zal niet beschadigd raken wanneer u de schakelaar Power/Transport Lock bedient voordat u het apparaat tot de juiste laatste temperatuur laat afkoelen. 52 Specificaties FMHT1-77413 Lichtbron Laser-golflengte FMHT1-77437 Laser-diodes 630 – 680 nm zichtbaar 510 – 530 nm zichtbaar Laser-vermogen ≤1,0 mW KLASSE 2 LASERPRODUCT Werkbereik 30 m 45 m Nauwkeurigheid - alle punten, behalve punt omlaag ±2 mm per 10 m Nauwkeurigheid - punt omlaag ±4 mm per 10 m Voedingsbron 4 batterijen formaat AA (1,5V) (6V DC) Bedrijfstemperatuur -10°C tot 50°C (14°F tot 122°F) Opslagtemperatuur -20°C tot 60°C (-5°F tot 140°F) Milieu NL Water- & stofbestendig volgens IP54 53 © 2017 Stanley Tools Egide Walschaertsstraat 14-16 2800 Mechelen, Belgium N498961 June 2017 - Rev A http://www.2helpU.com
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180

Stanley FMHT1-77413 Handleiding

Categorie
Laserniveaus
Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor