IFM SI0551 Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Handleiding
stromingssensor
SI0551
SI5004
11458757 / 00 04 / 2021
NL
2
Inhoud
1 Veiligheidsaanwijzingen................................................................ 3
2 Gebruik volgens de voorschriften ................................................. 4
2.1 Toepassingsgebied ................................................................... 4
2.2 Werking ..................................................................................... 4
3 Montage........................................................................................ 5
3.1 Plaats van montage ................................................................... 5
3.2 Storende invloeden in het leidingsysteem ................................. 6
3.3 Montageprocedure .................................................................... 6
4 Elektrische aansluiting .................................................................. 7
5 Bedienings- en weergave-elementen ........................................... 7
6 Inbedrijfstelling en inregelen voor water ....................................... 8
6.1 High Flow-afstelling (optioneel) ................................................. 8
7 Bijkomende instellingen (optioneel) .............................................. 9
Low Flow-afstelling .......................................................................... 9
7.2 Fabrieksinstellingen herstellen (reset) ....................................... 9
7.3 Apparaat vergrendelen / ontgrendelen ...................................... 9
8 Fouten bij de afstelling................................................................ 10
9 Bedrijf ......................................................................................... 10
10 Onderhoud................................................................................ 11
3
NL
Opmerking vooraf
Een instructie wordt gemarkeerd met “ ”:
Voorbeeld: Controleer of het apparaat correct functioneert.
Een reactie op de instructie wordt gemarkeerd met “>”:
Voorbeeld: > Led 9 gaat branden.
1 Veiligheidsaanwijzingen
Lees vóór de inbedrijfstelling van het apparaat de productbeschrijving. Contro-
leer of het product volledig geschikt is voor de betreffende toepassingen.
Het apparaat voldoet aan de relevante voorschriften en EG-richtlijnen.
Ondeskundig of niet-beoogd gebruik kan leiden tot storingen in de werking van
het apparaat of tot ongewenste effecten in uw toepassing.
Daarom mogen montage, elektrische aansluiting, inbedrijfstelling, bediening en
onderhoud van het apparaat alleen worden uitgevoerd door geschoold vakper-
soneel dat door de exploitant is geautoriseerd.
4
2 Gebruik volgens de voorschriften
2.1 Toepassingsgebied
Het apparaat bewaakt de stroming in vloeibare media.
2.2 Werking
Het apparaat detecteert op basis van het calorimetrisch meetprincipe de stro-
mingssnelheid en zet die om naar een analoog uitgangssignaal (4...20 mA).
Het uitgangssignaal volgt de karakteristieke curve van de sensor. Het toont net als
de led-reeks de relatieve stromingssnelheid binnen het detectiegebied.
Bij te veel stroming (stromingssnelheid overschrijdt het detectiegebied) stijgt het
uitgangssignaal tot 20...22 mA.
mA
A: bedrijfsindicator (led-reeks)
B: stromingssnelheid
C: karakteristieke curve
D: sensorsignaal
E-: uitgangssignaal in mA
Het apparaat wordt met de volgende fabrieksinstelling geleverd: detectiegebied =
5...100 cm/s in water.detectiebereik= 5 ...100 cm/s In water.
De typische reactietijd van het apparaat bedraagt 1...10 s.
5
NL
3 Montage
Met procesadapters kan het apparaat worden aangepast aan verschillende pro-
cesaansluitingen.
Adapters kunnen afzonderlijk als toebehoren worden besteld.
Correcte afdichting van het apparaat en waterdichtheid van de aansluiting zijn
alleen gegarandeerd met ifm-adapters.
Voor kleine debieten zijn ifm-adapterblokken leverbaar.
3.1 Plaats van montage
Algemeen
12mm
De punt van de sensor moet volledig
worden omstroomd door het medium.
Insteekdiepte van de meetvoeler:
minstens 12 mm.
Aanbevolen
Bij horizontale leidingen: montage aan
de zijkant.
Bij verticale leidingen: montage in de
stijgleiding.
Mogelijk onder voorwaarden
Leiding horizontaal / montage van
onderen: Wanneer leiding vrij is van
afzettingen.
Leiding horizontaal / montage van
boven: Wanneer leiding volledig met
medium is gevuld.
Te vermijden
De punt van de sensor mag de leiding-
wand niet raken.
Montage niet in valleidingen die van
onderen open zijn!
6
3.2 Storende invloeden in het leidingsysteem
Installaties in de leidingen, bochten, ventielen, vernauwingen e.d. leiden tot werve-
lingen in het medium. Dit belemmert de werking van het apparaat.
Aanbeveling: Afstanden aanhouden tussen sensor en storende invloeden:
5...10 x D
Low High
Flow
0123456789
Setpoint
S
3...5 x D
Low High
Flow
0123456789
Setpoint
S
D = leidingdiameter; S = storende invloeden
3.3 Montageprocedure
Zorg ervoor dat de installatie tijdens de montagewerkzaamheden
drukloos is.
Zorg ervoor dat er tijdens de montagewerkzaamheden geen media op
de plaats van montage kan uitlopen.
1 2 3
î
í
ì
A
Schroefdraad van procesaansluiting (1), adapter (2) en wartelmoer (3) smeren.
Attentie: Er mag geen smeermiddel met de punt van de sensor (A) komen.
Passende adapter in de procesaansluiting schroeven.
Stromingssensor op de adapter plaatsen en de wartelmoer vastdraaien. Aan-
draaimoment 25 Nm. Daarbij het apparaat in zijn uitrichting houden.
7
NL
4 Elektrische aansluiting
Het apparaat mag uitsluitend door een elektromonteur worden geïnstal-
leerd
Houd u aan de nationale en internationale voorschriften voor het opstellen
van elektrotechnische installaties.
Voeding conform EN50178, SELV, PELV.
Installatie spanningsvrij schakelen.
Apparaat op de onderstaande wijze aansluiten:
31
4
2
L+
L
n.c.
3 BU
2 WH
4
1 BN
Kleuren van de aderdraden bij ifm-aansluitkabels:
1 = BN (bruin), 3 = BU (blauw), 2 = WH (zwart)
n.c. = niet gebruikt
5 Bedienings- en weergave-elementen
Low High
Flow
0123456789
Scale
1
2 3
1: bedrijfsindicator
De groene leds geven de actuele stroming weer (de leds 0 tot 9 staan voor het bereik
tussen stilstand van het medium en de maximale stroming).
2, 3: instelknoppen voor afregelen
8
6 Inbedrijfstelling en inregelen voor water
(voor andere media dan water 7.1: Low Flow-afstelling).
Voedingsspanning inschakelen.
> Alle leds gaan branden en gaan één voor één weer uit. Daarmee bevindt het
apparaat zich in de bedrijfsmodus.
Normale stroming in de installatie laten stromen.
Weergave controleren en verdere stappen bepalen.
1
Low High
Flow
0123456789
De fabrieksinstelling is geschikt voor de
toepassing.
Er is geen verdere instelling nodig.
2
Low High
Flow
0123456789
Normale stroming blijft onder het weergavebe-
reik van het display.
High Flow-instelling uitvoeren ( 6.1 ).
3
Low High
Flow
0123456789
Normale stroming gaat over het weergavebe-
reik van het display (led 9 knippert).
High Flow-instelling uitvoeren ( 6.1 ).
U kunt de fabrieksinstelling op elk gewenst moment herstellen ( 7.2).
6.1 High Flow-afstelling (optioneel)
Het apparaat legt de bestaande stroming vast als normale stroming en past de
displayweergave aan (alle leds branden groen).
Voer de volgende stappen uit:
Normale stroming in de installatie laten stromen.
Druktoets indrukken en ingedrukt houden.
> Led 9 brandt, na ca. 5 s gaat de led knipperen.
Druktoets loslaten.
Hiermee is het apparaat aangepast aan de stromingsomstandigheden. Het gaat in
de bedrijfsmodus, het display moet nu voorbeeld 1 weergeven.
9
NL
7 Bijkomende instellingen (optioneel)
Low Flow-afstelling
Als het apparaat in andere media dan water wordt gebruikt, moet het apparaat
ook nog worden aangepast aan de minimale stroming.
Attentie: De volgende afstelling mag alleen worden uitgevoerd na de High Flow-
-afstelling.
Voer de volgende stappen uit:
Minimale stroming door de installatie laten stromen of voor stilstand van het
medium zorgen.
Druktoets indrukken en ingedrukt houden.
> Led 0 brandt, na ca. 5 s gaat de led knipperen.
Druktoets loslaten. Het apparaat neemt de nieuwe waarde over en gaat in de
bedrijfsmodus.
7.2 Fabrieksinstellingen herstellen (reset)
Druktoets minstens 15 s lang indrukken.
> Led 9 brandt, na ca. 5 s gaat de led knipperen.
> Na ca. 15 s knipperen leds 0...9 oranje.
Druktoets loslaten. Alle instellingen worden teruggezet naar de fabrieksinstel-
ling:
- Werkbereik: 5 ...100 cm/s voor water
- Niet vergrendeld.
7.3 Apparaat vergrendelen / ontgrendelen
Het apparaat kan elektronisch worden vergrendeld om te voorkomen dat er onbe-
doeld onjuiste waarden worden ingevoerd.
In de bedrijfsmodus 10 s tegelijk op beide insteldruktoetsen drukken.
> Weergave verdwijnt, het apparaat vergrendelt of ontgrendelt.
Leveringstoestand: Niet vergrendeld.
10
8 Fouten bij de afstelling
Als de afstelling niet mogelijk is, knipperen alle leds rood. Daarna gaat het appa-
raat met onveranderde waarden in de bedrijfsmodus.
Mogelijke oorzaken/oplossing:
Fout bij de montage. Hoofdstuk 3 “Montage” lezen. Controle-
ren of aan alle voorschriften is voldaan.
Het gebied tussen maximale stroming en
minimale stroming is te klein.
Stromingsverschil vergroten en afstel-
ling opnieuw uitvoeren.
Volgorde High Flow- / Low Flow-afstelling
niet aangehouden.
Beide afstelprocedures opnieuw uitvoe-
ren in de juiste volgorde.
9 Bedrijf
Telkens na het inschakelen van de voedingsspanning gaan alle leds branden en
gaan ze één voor één weer uit. Gedurende deze tijd ligt het uitgangssignaal bij
20 mA. Na afloop van deze initialisatiefase is het apparaat bedrijfsklaar.
Bij een uitval of onderbreking van de voedingsspanning blijven alle instellingen
behouden.
Bedrijfsindicaties
0123456789
Groene led-balk: Actuele stroming binnen het
weergavebereik.
0123456789
Led 9 knippert: Actuele stroming boven het
weergavebereik.
0123456789
Led 0 knippert: Actuele stroming ver onder het
weergavebereik.
Storingsweergaven
Weergave UIT
(er brandt geen led)
Voedingsspanning te laag (< 19 V) of uitgevallen.
Zorg voor een correcte
voeding.
11
NL
10 Onderhoud
Onderhoudsaanbeveling:
Punt van de sensor geregeld controleren op afzetting.
Met een zachte doek reinigen. Hardnekkige afzettingen (bijv. kalk) kunnen met
een gangbare azijnreiniger worden verwijderd.
Meer informatie op www.ifm.com
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11

IFM SI0551 Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor