Boss GT-1000CORE de handleiding

Categorie
Muzikale uitrusting
Type
de handleiding
Gebruikershandleiding (dit document)
Lees dit eerst. Het bevat de basisinformatie die u moet weten om
de GT-1000CORE te gebruiken.
PDF-handleiding (downloaden van het internet)
5 Parameter Guide
Hierin worden alle parameters van de GT-1000CORE uitgelegd.
5 Sound List
Dit is een lijst van de geluiden die zijn ingebouwd in de
GT-1000CORE.
5 MIDI Implementation
Dit is uitgebreide informatie over MIDI-berichten.
Zo verkrijgt u de PDF-handleiding
1. Voer de volgende URL in op uw computer:
http://www.boss.info/manuals/
I
2. Kies “GT-1000CORE” als productnaam.
Gebruikershandleiding
Aan de slag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2
De apparatuur aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2
Het apparaat inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Het type versterker opgeven dat u hebt aangesloten . . . 3
Het volume regelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
De stemfunctie gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Stemfunctie-instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Spelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Een patch selecteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Informatie over het afspeelscherm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
De besturingsmodus (CONTROL MODE) selecteren . . . . . . 5
De GT-1000CORE gebruiken met een basgitaar. . . . . . . . . . 5
Bewerken: Eecten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Basisprocedure voor het bewerken van eecten . . . . . . . . 6
Eectplaatsing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
STOMPBOX gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
De STOMPBOX bewerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
STOMPBOX-instellingen naar een patch lezen . . . . . . . . . . . 7
Patchinstellingen naar een STOMPBOX schrijven . . . . . . . . 8
Een patch opslaan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Bewerken: MENU . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Basisbewerkingen van MENU . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Favoriete parameters toewijzen aan de [1]–[5]-regelaars . . . . 9
Het contrast (de helderheid) van het display instellen . . . 9
De fabrieksinstellingen herstellen (Factory Reset) . . . . . . . 10
De Auto O-functie uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
De metronoom gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Verbinding maken met een computer . . . . . . . . . . . . . 11
Het USB-stuurprogramma installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
De GT-1000CORE als audio-interface gebruiken . . . . . . . . . 11
Verbinding maken met een extern MIDI-apparaat . . 12
Handelingen vanaf de GT-1000CORE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Handelingen vanaf een extern MIDI-apparaat . . . . . . . . . . . 12
Instellingen voor voetschakelaars en
expressiepedalen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Een functie toewijzen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Toewijzingen maken vanaf het eectbewerkingsscherm
(Quick Assign)
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Externe pedalen aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Looper . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Looperfuncties toewijzen aan schakelaars . . . . . . . . . . . . . . 15
Instelling van niveau voor herhaaldelijk afspelen . . . . . . . . 15
Kleur van schakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Belangrijkste specicaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
BELANGRIJKE OPMERKINGEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
© 2020 Roland Corporation
Lees zorgvuldig “HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN” en
“BELANGRIJKE OPMERKINGEN” (infoblad “HET APPARAAT VEILIG
GEBRUIKEN“ en de gebruikershandleiding (p. 16, 17)) voordat u
het apparaat gaat gebruiken. Bewaar de documenten na het lezen
goed zodat u deze later nog eens kunt gebruiken.
2
Aan de slag
De apparatuur aansluiten
* Zet het volume altijd op nul en schakel alle apparaten uit
voordat u aansluitingen maakt om defecten en storingen van de
apparatuur te voorkomen.
* Zet het volume altijd op nul voordat u het apparaat in- of
uitschakelt. Zelfs als u het volume hebt verlaagd, hoort u
mogelijk nog geluid wanneer u het apparaat in- of uitschakelt.
Dit is normaal en wijst niet op een defect.
OPMERKING
Terwijl het scherm “SAVING ... (Opslaan) aangeeft,
worden gegevens opgeslagen. Schakel gedurende deze
tijd de stroom niet uit.
SEND (1, 2)/RETURN (1, 2)-aansluitingen
Sluit hier een externe eectenprocessor
aan.
OUTPUT-aansluitingen
Sluit uw apparatuur aan op de OUTPUT-aansluiting(en).
2
Sluit uw gitaar, enz. aan.
3
MIDI IN/OUT-aansluitingen
Sluit hier een
extern MIDI-
apparaat aan.
(p. 12)
* Gebruik
een TRS/
MIDI-verbindingskabel (apart
verkrijgbaar: BMIDI-5-35) om
een extern MIDI-apparaat aan te
sluiten.
* Sluit hier geen audioapparaat
op aan. Als u dit wel doet, zal dit
leiden tot defecten.
USB COMPUTER-poort
Gebruik een
USB-kabel om
een computer
aan te sluiten
en audio-/MIDI-
gegevens tussen de
GT-1000CORE en de computer uit te
wisselen (p. 11).
U kunt ook de SEND (1, 2)/RETURN
(1, 2)-aansluitingen gebruiken als SEND
(L, R)/RETURN (L, R)-aansluitingen om een
stereo-eectapparaat aan te sluiten.
U kunt ook de SEND (1, 2)-aansluitingen
gebruiken als SUB OUT-aansluitingen,
en de RETURN-aansluitingen als AUX IN-
aansluitingen.
Raadpleeg de “GT-1000CORE Parameter
Guide” (PDF) voor meer informatie over de
parameter.
DC IN-aansluiting
Sluit de meegeleverde
netstroomadapter
hier aan.
* De DC IN-
aansluiting dient ook als
stroomschakelaar. De stroom
wordt ingeschakeld wanneer een
stekker in de DC IN-aansluiting
wordt gestoken en wordt
uitgeschakeld wanneer de stekker
wordt losgekoppeld.
Lampje
CTL2, 3/EXP 1-aansluiting, CTL4, 5/EXP 2-aansluiting
U kunt verschillende parameters beheren door een expressiepedaal (EV-30,
Roland EV-5: apart verkrijgbaar) of een voetschakelaar (FS-5U, FS-6, FS-7: apart
verkrijgbaar) aan te sluiten.
Raadpleeg “Instellingen voor voetschakelaars en expressiepedalen” (p. 13) voor
meer informatie over de instellingen.
* U kunt de CTL4, 5/EXP 2-aansluiting gebruiken om tussen de kanalen van
uw gitaarversterker te schakelen. Voor meer informatie raadpleegt u de
“GT-1000CORE Parameter Guide (PDF-bestand).
* Gebruik alleen het aanbevolen expressiepedaal. Het aansluiten van een
expressiepedaal van een ander type kan leiden tot defecten en/of schade
aan het apparaat.
Sluit ze aan op uw gitaarversterker, mixer of hoofdtelefoon
(apart verkrijgbaar).
* Wanneer u een monoverbinding gebruikt, gebruik dan
alleen de R/MONO-aansluiting.
* Sluit uw hoofdtelefoon aan op de L/PHONES-aansluiting.
Sluit niets aan op de R/MONO-aansluiting, wanneer u een
hoofdtelefoon gebruikt.
* Alleen het OUTPUT-signaal wordt uitgevoerd via de
hoofdtelefoon. Het SUB
OUT-signaal wordt niet
uitgevoerd. Voor meer
informatie raadpleegt u de
“GT-1000CORE Parameter
Guide” (PDF-bestand).
Verlaag het volume van het aangesloten apparaat.
1
Schakel de versterker(s) in.
5
Achterpaneel
Zijpaneel (links)
Aardingsklem
* Sluit deze
indien nodig
aan op een
externe
aarding.
Schakel het apparaat in.
4
Sluit uw gitaar of de uitgang van een ander
eectapparaat aan.
Wanneer u een monoverbinding invoert, gebruik
dan alleen de R/MONO-
aansluiting.
INPUT R/MONO, L-aansluitingen
De rubberen voetjes bevestigen
U kunt indien nodig de (meegeleverde) rubberen voetjes bevestigen.
Bevestig deze op de plaatsen zoals weergegeven op de afbeelding.
* Als u dit apparaat gebruikt zonder de rubberen voetjes, kunt u de vloer beschadigen.
* Wees voorzichtig als u het apparaat ondersteboven houdt om te voorkomen dat de knoppen en regelaars worden beschadigd. Ga ook voorzichtig
om met het apparaat en laat het niet vallen.
3
Aan de slag
In deze handleiding is de volgorde van de MENU-bewerkingen als
volgt geschreven.
<Voorbeeld>
Druk op de [MENU]-knop.
Gebruik de [3]-regelaar om “IN/OUT SETTING” te selecteren.
Gebruik de [1]-regelaar om “INPUT te selecteren.
?
Kies [MENU]
0
“IN/OUT SETTING”
0
“INPUT.
Het apparaat inschakelen
Schakel het apparaat in in de volgorde van stappen
1
5
.
Draai de volgorde om als u het apparaat wilt uitschakelen.
Het type versterker opgeven dat u hebt aangesloten
1. Kies [MENU]
0
“IN/OUT SETTING”
0
OUTPUT
0
OUTPUT SELECT”.
Het menuscherm verschijnt.
2. Draai aan de [SELECT]-regelaar om het type versterker te
selecteren.
Raadpleeg de “GT-1000CORE Parameter Guide (PDF-bestand)
voor meer informatie over de versterkertypen.
MEMO
Als u de AIRD PREAMP van de GT-1000CORE gebruikt,
raden we aan dat u, om optimaal gebruik te maken van de
eigenschappen ervan, verbinding maakt met een ingang
die niet wordt beïnvloed door een voorversterker, zoals
de RETURN-aansluiting, in plaats van de gitaaringang te
gebruiken die wordt beïnvloed door de voorversterker van
de gitaarversterker.
Het volume regelen
Gebruik de [OUTPUT LEVEL]-regelaar om het
algemene volume van de GT-1000CORE aan te
passen.
De stemfunctie gebruiken
De GT-1000CORE is uitgerust met een conventionele monofone
stemfunctie waarmee u uw instrument snaar per snaar kunt
stemmen, en een polyfone stemfunctie waarmee u alle open
snaren tegelijk kunt bespelen en stemmen.
1. Druk op de [
I
] (
H
)-schakelaar.
Het stemfunctiescherm verschijnt.
U kunt de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen gebruiken om de weergave
van de stemfunctie te wijzigen.
Monofone/polyfone weergave
Monofone weergave
Polyfone weergave
U kunt de stemfunctie ook als volgt starten.
1. Kies [MENU]
0
TUNER”.
TUNER” bevindt zich op de eerste pagina van het menu.
Gebruik de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen om naar de eerste pagina
te gaan.
Stemfunctie-instellingen
Gebruik de [1]–[6]-regelaars onder het display om stemfunctie-
instellingen te maken.
Stemfunctie-instellingen
Parameter Waarde Uitleg
[1]
MODE
(TUNER MODE)
NORMAL, STREAM
Geeft de meterweergave-
methode op voor de
monofone stemfunctie.
[2] Pitch
435–445 Hz
(standaardwaarde:
440 Hz)
Geeft de
referentietoonhoogte op.
[3] OUTPUT
MUTE
Er wordt geen geluid
uitgestuurd tijdens het
stemmen.
BYPASS
Tijdens het stemmen wordt
het geluid van de gitaar
dat wordt ingevoerd naar
de GT-1000CORE zonder
wijzigingen uitgevoerd. Alle
eecten zijn uitgeschakeld.
THRU
Hiermee kunt u stemmen
terwijl u het huidige
eectgeluid hoort.
* Alleen voor de monofone
stemfunctie.
[4] TYPE
6-REG
(6-REGULAR),
6-DROP D, 7-REG
(7-REGULAR),
7-DROP A, 4-B REG
(4-B REGULAR), 5-B
REG (5-B REGULAR)
Selecteert het type
stemming voor de polyfone
stemfunctie.
[5] OFFSET -5–-1, ----
Past de
referentietoonhoogte van
de polyfone stemfunctie aan
in stappen van een halve
toon ten opzichte van de
standaard stemming.
4
Spelen
Een patch selecteren
Een combinatie van eecten en de bijbehorende instellingen
wordt een “patch” genoemd.
Patch
Gebruikerspatch (U001–U250)
Kan worden overschreven
Vooraf ingestelde patch (P001–P250)
Kan niet worden overschreven, maar u kunt
echter wel een vooraf ingestelde patch naar
het gebruikersgebied schrijven, de instellingen
volgens uw voorkeuren wijzigen en de gewijzigde
versie opslaan in het gebruikersgebied.
1. Gebruik de [
I
]-schakelaar of [
H
]-schakelaar om een patch te
selecteren.
Patchnummer
Patchnaam
MEMO
U kunt patches ook wijzigen door aan de [SELECT]-regelaar
onder het display te draaien.
Informatie over het afspeelscherm
Het scherm dat verschijnt na het inschakelen heet het “Play-
scherm of afspeelscherm.
De volgende vier typen afspeelscherm zijn beschikbaar. Gebruik
de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen om te schakelen tussen de typen
display.
Groot patchnummer
Grote patchnaam
Functies weergeven die zijn toegewezen aan schakelaars van dit
apparaat
MEMO
Wanneer het scherm
links wordt weergegeven,
kunt u de PAGE [
K
] [
J
]-
knoppen tegelijk indrukken
om de functies die aan
de schakelaars van het
apparaat zijn toegewezen, te
bewerken.
Gebruik de [SELECT]-regelaar
om de schakelaar die u wilt
bewerken, te selecteren
en druk vervolgens op de
[SELECT]-regelaar om de
functie te selecteren.
Druk nogmaals tegelijk op
de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen om
terug te keren naar het vorige
scherm.
Eectconguratie weergeven
Pictogrammen die worden weergegeven in het
afspeelscherm
Gebieden waarin pictogrammen worden weergegeven
Aanduiding Uitleg
Geeft het ingangsniveau aan.
Geeft het uitgangsniveau aan.
Geeft het Return-niveau aan.
Geeft het Send-niveau aan.
Geeft de hoeveelheid compressie aan wanneer de
compressor is ingeschakeld.
Geeft de BPM aan.
,
Knippert in het tempo van de BPM.
Geeft de pagina aan waarnaar u navigeert met de
PAGE [
K
] [
J
]-knoppen (bewerkingsscherm).
MEMO
U kunt de parameters wijzigen die worden aangepast door de
[1]–[5]-regelaars wanneer het afspeelscherm wordt weergegeven.
Raadpleeg “Favoriete parameters toewijzen aan de [1]–
[5]-regelaars” (p. 9) voor meer informatie.
5
Spelen
De besturingsmodus (CONTROL MODE)
selecteren
Met de instelling van de besturingsmodus kunt u kiezen hoe u de
eecten wilt bedienen.
1. Kies [MENU]
0
CONTROL MODE”.
2. Draai aan de [SELECT]-regelaar om de besturingsmodus te
selecteren.
Parameter Uitleg
MEMORY
(Geheugenmodus)
In deze modus kunt u de patches die in het
apparaat zijn opgeslagen, oproepen en
gebruiken.
Gebruik de [
I
]-schakelaar en de [
H
]-
schakelaar om van patch te wisselen.
* Druk tegelijkertijd op de [
I
]-schakelaar en
de [
H
]-schakelaar om de stemfunctie te
starten.
* Druk tegelijkertijd op de [
H
]-schakelaar en
de [CTL 1]-schakelaar om de handmatige
modus te selecteren.
* Zelfs in de geheugenmodus kunt u
andere functies selecteren dan een patch
oproepen.
MANUAL
(Handmatige
modus)
In deze modus kunt u de [
I
]-schakelaar en de
[
H
]-schakelaar gebruiken om de functies te
bedienen die eraan zijn toegewezen door elke
patch of door de instellingen voor het hele
systeem.
Als u de handmatige modus selecteert,
verandert een gedeelte van het PLAY-scherm.
* Druk tegelijkertijd op de [
I
]-schakelaar en
de [
H
]-schakelaar om de stemfunctie te
starten.
* Druk tegelijkertijd op de [
H
]-schakelaar
en de [CTL 1]-schakelaar om de
geheugenmodus te selecteren.
De schakelaars toewijzen in handmatige modus
In de handmatige modus kunnen de functies die zijn toegewezen
aan de [
I
]-, [
H
]- en [CTL1]-schakelaars als volgt worden
gewijzigd.
1. Kies [MENU]
0
CONTROL ASSIGN”
0
CONTROL FUNCTION”.
2. Gebruik de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen om naar de laatste pagina
te gaan.
3. Gebruik de [1]–[2]-regelaars om parameters te selecteren of
de waarden te bewerken.
De GT-1000CORE gebruiken met een
basgitaar
Als u een basgitaar gebruikt, zet u de bass-modus aan.
1. Druk op de [EFFECT]-knop.
Het bewerkingsscherm (eectketen) verschijnt.
2. Draai aan de [SELECT]-regelaar om “MST te selecteren.
3. Gebruik de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen om naar de laatste pagina
te gaan.
4. Draai aan de [2]-regelaar (BS MODE) om “ON” (aan) te
selecteren.
Aanzetten met ON
6
Bewerken: Eecten
Basisprocedure voor het bewerken van
eecten
De bewerkingsschermen geven de blokconguratie (eectketen)
weer van alle eecten die beschikbaar zijn in de GT-1000CORE, en
ook de uitvoer en Send/Return. U kunt bewerkingen maken vanaf
deze eectketenweergave door het blok te selecteren dat u wilt
bewerken.
1. Druk op de [EFFECT]-knop.
Het bewerkingsscherm (eectketen) verschijnt.
2. Draai aan de [SELECT]-regelaar om het blok te selecteren
dat u wilt bewerken.
Het geselecteerde blok is aangeduid met een dikke rand.
* Door op de [SELECT]-regelaar te drukken, kunt u het
geselecteerde eect in- en uitschakelen. Eecten die zijn
uitgeschakeld, worden in het grijs weergegeven. Wanneer het
eect is ingeschakeld, wordt het in het wit weergegeven.
Uit Aan
3. Gebruik de [1]–[5]-regelaars om de parameters te bewerken
die onder het scherm worden weergegeven.
Gebruik de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen om te schakelen tussen
de parameters die u wilt bewerken. De huidige pagina wordt
aangegeven in het midden onderaan het scherm.
* Als u een waarde in grotere stappen wilt wijzigen, draait u aan
een regelaar terwijl u deze ingedrukt houdt.
* Het aantal parameters en paginas kan verschillen afhankelijk
van het eect.
Bewerken terwijl alle parameters worden
weergegeven
Houd vanaf het bewerkingsscherm de [SELECT]-regelaar
lang ingedrukt om een lijst te zien met alle parameters van
het geselecteerde blok. U kunt de parameters vanaf deze lijst
bewerken.
1. Draai aan de [SELECT]-regelaar om het item te selecteren
dat u wilt instellen.
Door aan de regelaar te draaien, verplaatst u het
geselecteerde item verticaal.
2. Draai aan de [1]–[6]-regelaars om de waarde van de
parameters die in het scherm worden weergegeven, te
bewerken.
Gebruik de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen om te schakelen tussen
lijsten met parameters.
Eectplaatsing
Door blokken zoals eecten, uitvoer en Send/Return te
verplaatsen, kunt u de volgorde waarin eecten worden
geplaatst, vrij wijzigen of kunt u deze parallel rangschikken.
De plaatsing van eecten enzovoort wijzigen
1. Druk op de [EFFECT]-knop.
De eectketen wordt weergegeven.
2. Gebruik de [SELECT]-regelaar om het blok te selecteren dat
u wilt verplaatsen.
3. Houd de [SELECT]-regelaar ingedrukt en draai deze naar
links of rechts.
Het geselecteerde blok wordt naar links of rechts verplaatst.
7
Bewerken: Eecten
Patches wisselen zonder het geluid te onderbreken
De GT-1000CORE is uitgerust met een nieuw type systeem voor
het snel wisselen van patches, zodat u van patch kunt wisselen
met slechts een minimale onderbreking van het geluid. De
snelste manier van wisselen wordt automatisch uitgevoerd voor
elke patch, en u kunt ook wisselen zonder onderbreking van
het geluid.
Tips om onderbrekingen in het geluid te voorkomen
Om onderbrekingen in het geluid te voorkomen, moet u de
volgende punten in acht nemen wanneer u de patches maakt die
worden gebruikt voor en na de wisseling.
5 Wijzig de positie van blokken in de keten niet.
5 Gebruik meerdere blokken wanneer u de eecten plaatst
(verander het TYPE in hetzelfde blok niet).
5 Gebruik parallelle plaatsing en wissel van kanaal.
Voorbeeld:
Wisselen van een helder geluid met chorus en een diepe delay
naar een crunch-geluid dat phaser en een ondiepe delay
gebruikt.
AMP
2
FX2
PH
DLY
2
AMP
1
FX1
CHO
DLY
1
AMP
2
FX2
PH
DLY
2
AMP
1
FX1
CHO
DLY
1
Dezelfde keten wordt gebruikt voor beide patches, zowel voor
als na het wisselen. De instellingen van het eect die worden
gebruikt voor het wisselen, worden parallel geplaatst met de
instellingen die worden gebruikt na het wisselen.
STOMPBOX gebruiken
U kunt uw voorkeursinstellingen voor elk eect opslaan als een
“STOMPBOX”.
U kunt deze opgeslagen instellingen selecteren en gebruiken om
uw geluid te creëren alsof u compacte pedaaleecten verbindt.
De STOMPBOX-gegevens zijn gemeenschappelijk voor alle
patches. Dit betekent dat alle patches die dezelfde STOMPBOX
gebruiken, tegelijk bewerkt kunnen worden.
1. Druk op de [EFFECT]-knop.
2. Gebruik de [SELECT]-regelaar om het eect te kiezen dat u
wilt bewerken.
3. Gebruik de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen om naar de laatste pagina
te gaan.
4. Druk op de [5]-regelaar.
Het venster voor STOMPBOX-selectie verschijnt.
5. Draai aan de [SELECT]-regelaar om het type STOMPBOX te
selecteren.
6. Druk op de [SELECT]-regelaar.
De STOMPBOX bewerken
1. Draai aan de [1]–[5]-regelaars om de waarde van de
parameters die in het scherm worden weergegeven,
te bewerken.
Gebruik de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen om te schakelen tussen
lijsten met parameters.
STOMPBOX-instellingen naar een patch lezen
1. Druk op de [EFFECT]-knop.
2. Gebruik de [SELECT]-regelaar om het eect te kiezen dat u
wilt bewerken.
3. Gebruik de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen om naar de laatste pagina
te gaan.
4. Druk op de [5]-regelaar.
Het venster voor STOMPBOX-selectie verschijnt.
5. Draai aan de [SELECT]-regelaar om het type STOMPBOX te
selecteren.
6. Druk op de [5] (STOMPBOX COPY)-regelaar.
De inhoud van de STOMPBOX wordt opgeroepen in de patch.
U kunt de patch bewerken zonder de inhoud van de
STOMPBOX te wijzigen.
8
Bewerken: Eecten
Patchinstellingen naar een STOMPBOX
schrijven
1. Druk op de [EFFECT]-knop.
2. Gebruik de [SELECT]-regelaar om het eect te kiezen dat u
wilt opslaan.
3. Gebruik de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen om naar de laatste pagina
te gaan.
4. Druk op de [5]-regelaar.
Het venster voor STOMPBOX-selectie verschijnt.
5. Druk op de [4] (WRITE TO STOMPBOX)-regelaar.
6. Draai aan de [1]-regelaar om de als schrijfbestemming
gebruikte STOMPBOX te selecteren.
7. Gebruik [3]–[5]-regelaars en de [SELECT]-regelaar om de
STOMPBOX een naam te geven.
U kunt aan de [SELECT]-regelaar draaien om de cursor binnen
de naam te verplaatsen.
Referentie
Raadpleeg “Een naam bewerken (p. 8) voor meer informatie
over het benoemen van de STOMPBOX.
Een patch opslaan
Als u een door u gemaakte patch wilt opslaan, moet u hem op de
volgende manier opslaan als een gebruikerspatch. Als u de patch
niet opslaat, gaan de bewerkte instellingen verloren nadat u het
apparaat hebt uitgeschakeld of als u van patch wisselt.
1. Druk op de [WRITE]-knop.
2. Druk op de [1]-regelaar om WRITE” te selecteren
(PATCH WRITE).
3. Gebruik de [1]-regelaar om de opslagbestemming te
selecteren (U001–U250).
U kunt de [3]–[5]-regelaars en de [SELECT]-regelaar gebruiken
om de naam te bewerken.
Een naam bewerken
Als u de patchnaam wilt bewerken, gebruikt u de [SELECT]-
regelaar om de cursor te verplaatsen en gebruikt u de
[5]-regelaar om het teken te wijzigen.
Controller Handeling
Draai aan de [3]-regelaar
Selecteert het type van de
tekens
Druk op de [3]-regelaar
Verwijdert één teken
(verwijderen)
Draai aan de [4]-regelaar
Wisselt tussen hoofdletters en
kleine letters
Druk op de [4]-regelaar Voegt één spatie in (invoegen)
Draai aan de [5]-regelaar Wijzigt het teken
Draai aan de [SELECT]-
regelaar
Verplaatst de cursor
4. Druk opnieuw op de [WRITE]-knop.
De patch wordt geschreven.
9
Bewerken: MENU
Basisbewerkingen van MENU
Hier kunt u instellingen maken die op de gehele GT-1000CORE
van toepassing zijn (systeemparameters).
Raadpleeg de “GT-1000CORE Parameter Guide (PDF-bestand) voor
meer informatie over de parameter.
1. Druk op de [MENU]-knop.
* U kunt de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen gebruiken om aanvullende
items weer te geven.
2. Druk op een [1]–[5]-regelaar om het item te selecteren dat u
wilt bewerken.
Er verschijnt een submenu.
3. Druk opnieuw op een [1]–[5]-regelaar om het item te
selecteren dat u wilt bewerken.
4. Gebruik de [1]–[5]-regelaars en de [SELECT]-regelaar om
parameters te selecteren of de waarden te bewerken.
* De methode voor het selecteren van parameters of het
bewerken van waarden verschilt afhankelijk van het item.
Voor meer informatie raadpleegt u de “GT-1000CORE
Parameter Guide” (PDF-bestand).
Favoriete parameters toewijzen aan de [1]–
[5]-regelaars
Hier leest u hoe u de parameters kunt toewijzen die worden
bediend door de [1]–[5]-regelaars wanneer het afspeelscherm
(p. 4) wordt weergegeven.
1. Kies [MENU]
0
“HARDWARE SETTING”
0
“KNOB”.
2. Gebruik de [1]–[5]-regelaars om de parameters op te geven
die door elke regelaar moeten worden bediend.
3. Druk een aantal keer op de [EXIT]-knop om terug te keren
naar het afspeelscherm.
Het contrast (de helderheid) van het display
instellen
U kunt de helderheid van het display regelen.
1. Kies [MENU]
0
“HARDWARE SETTING”
0
OTHER”.
2. Pas de waarde aan met de [2]-regelaar.
10
Bewerken: MENU
De fabrieksinstellingen herstellen
(Factory Reset)
De instellingen van de GT-1000CORE herstellen naar de
oorspronkelijke in de fabriek ingestelde waarden wordt een
“Factory Reset” genoemd.
U kunt niet alleen alle instellingen terugzetten naar de waarden
waarmee de GT-1000CORE is geleverd vanaf de fabriek, maar u
kunt ook opgeven welke items u wilt terugzetten.
* Als u “Factory Reset uitvoert, gaan de door u gemaakte
instellingen verloren. Sla de gegevens die u nodig heeft op
uw computer op met de speciale software.
1. Kies [MENU]
0
“FACTORY RESET.
2. Kies het type instellingen waarvoor u de
fabrieksinstellingen wilt herstellen met regelaars [1] en [5].
Regelaar Parameter Waarde Uitleg
[1]
[5]
FROM
TO
SYSTEM
Instellingen voor
systeemparameters
U001–U250
Instellingen voor
patchnummers
U001–U250
STOMPBOX Instellingen voor STOMPBOX
3. Druk op de [WRITE]-knop.
Druk op de [5]-knop om de fabrieksinstellingen te herstellen.
Druk op de [4]-knop om de Factory Reset te annuleren.
Nadat de Factory Reset is voltooid, keert u terug naar het
afspeelscherm.
De Auto O-functie uitschakelen
De GT-1000CORE kan zichzelf automatisch uitschakelen. Het
apparaat wordt automatisch uitgeschakeld als 10 uur zijn
verstreken nadat het apparaat voor het laatst werd bespeeld
of bediend. Op de display verschijnt ongeveer 15 minuten
voorafgaand aan het uitschakelen een bericht.
In de fabrieksinstellingen is deze functie ingeschakeld
(uitschakelen na 10 uur). Als u het apparaat continu aan wilt
laten staan, schakelt u de functie uit.
1. Kies [MENU]
0
“HARDWARE SETTING”
0
OTHER”.
2. Gebruik de [1]-regelaar om “OFF” te selecteren.
3. Druk een aantal keer op de [EXIT]-knop om terug te keren
naar het afspeelscherm.
De metronoom gebruiken
1. Kies [MENU]
0
“METRONOME”.
“METRONOME” bevindt zich op de tweede pagina van het menu.
Gebruik de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen om naar de tweede pagina
te gaan.
Metronoomdisplay
Metronoominstellingen
Gebruik de [1]–[5]-regelaars onder het display om
metronoominstellingen te maken.
Parameter Waarde Uitleg
[1]
EFFECT
TEMPO
--
Door op de [1]-regelaar te drukken,
kunt u de BPM van de metronoom
instellen op de Master BPM-waarde.
[2] BPM 20–250 Geeft het tempo op.
[3] BEAT
1/1–8/1, 1/2–
8/2, 1/4–8/4,
1/8–8/8
Geeft de maatsoort op.
[4]
OFF/
ON
OFF, ON Schakelt de metronoom in/uit.
[5] LEVEL 0–100
Geeft het volume van de
metronoom op.
11
Verbinding maken met een computer
Door de GT-1000CORE via USB op een computer aan te sluiten,
kunt u het volgende doen:
USB COMPUTER-poort
5 Digitale audiosignalen verzenden en ontvangen tussen de
computer en de GT-1000CORE
5 Patches bewerken en beheren, en de “GT-1000CORE Parameter
Guide” (PDF-bestand) op een computer weergeven met de
speciale software
5 Patches downloaden van onze website BOSS TONE CENTRAL
&
http://bosstonecentral.com/
* Gebruik geen micro-USB-kabel die alleen ontworpen is om
een apparaat op te laden. Kabels voor alleen laden kunnen
geen gegevens doorsturen.
Het USB-stuurprogramma installeren
U moet het USB-stuurprogramma installeren voordat u
verbinding maakt met een computer.
Download het USB-stuurprogramma van de hieronder
genoemde website.
Installeer dit speciale stuurprogramma voordat u een USB-
verbinding maakt. Raadpleeg voor meer informatie het bestand
Readme.htm dat met de download wordt meegeleverd.
&
http://www.boss.info/support/
Het programma dat u nodig hebt en de stappen voor het
installeren van het USB-stuurprogramma zijn afhankelijk van
de instellingen van uw computer, dus lees eerst zorgvuldig het
bestand Readme.htm dat met de download wordt meegeleverd.
De GT-1000CORE als audio-interface
gebruiken
U kunt het geluid van de GT-1000CORE op uw computer
opnemen, of geluid van uw computer weergeven via de OUTPUT-
aansluitingen.
* Raadpleeg de “GT-1000CORE Parameter Guide (PDF-bestand)
voor meer informatie over de audiosignaalstroom via een USB-
verbinding en voor instructies over het maken van instellingen.
* Raadpleeg de handleiding voor de software die u gebruikt als u
wilt weten hoe u de ingangsbron van de software wisselt.
De speciale software van de GT-1000CORE gebruiken
Download de speciale software van de hieronder genoemde
website.
Raadpleeg het bestand Readme.htm dat met de download wordt
meegeleverd voor informatie over het gebruik van de software.
&
http://www.boss.info/support/
Met de speciale software kunt u het volgende doen:
5 Eenvoudig patches downloaden van onze website BOSS TONE
CENTRAL
5 Patch-instellingen bewerken
5 Patches een naam geven
5 Patches sorteren en ze verplaatsen
5 Back-ups maken van patches en systeeminstellingen, en
terugkeren naar de instellingen in een back-up
5 De “GT-1000CORE Parameter Guide (PDF-bestand) op de
computer weergeven
12
Verbinding maken met een extern MIDI-apparaat
Op de GT-1000CORE kunt u MIDI gebruiken om de volgende
handelingen uit te voeren.
Handelingen vanaf de GT-1000CORE
Handeling Uitleg
Programmawijzigings-
berichten verzenden
Als u een patch selecteert op
de GT-1000CORE, wordt het
programmawijzigingsbericht dat wordt
opgegeven door PATCH MIDI ook
verzonden. Het externe MIDI-apparaat dat
dit programmawijzigingsbericht ontvangt,
zal naar de overeenkomstige instellingen
schakelen.
Bedieningswijzigings-
berichten verzenden
Handelingen vanaf de ingebouwde
voetschakelaars, of voetschakelaars of
expressiepedalen aangesloten op de CTL 2,
3/EXP1- en CTL 4, 5/EXP2-aansluitingen
van de GT-1000CORE, worden verzonden
als bedieningswijzigingsberichten. Deze
berichten kunnen parameters op een extern
MIDI-apparaat bedienen.
Handelingen vanaf een extern MIDI-apparaat
Handeling Uitleg
Patchnummers
wisselen
Als de GT-1000CORE een
programmawijzigingsbericht ontvangt
van een extern MIDI-apparaat, zal de
GT-1000CORE patches wijzigen.
Bedieningswijzigings-
berichten ontvangen
De GT-1000CORE kan bedieningswijzigings-
berichten ontvangen om een opgegeven
parameter te bedienen terwijl u speelt.
Gegevens ontvangen
De GT-1000CORE kan gegevens ontvangen
die werden verzonden vanaf een andere
GT-1000CORE of gegevens die zijn opgeslagen
op een MIDI-sequencer.
Aansluitvoorbeeld
IN
IN
OUT
OUT
GT-1000CORE Extern MIDI-apparaat
* Gebruik een TRS/MIDI-verbindingskabel (apart verkrijgbaar: BMIDI-5-35)
om een extern MIDI-apparaat aan te sluiten.
Instellingen
1. Kies [MENU]
0
“MIDI”
0
“MIDI SETTING”.
2. Gebruik de [1]–[6]-regelaars om de waarde van elke
parameter op te geven.
Voor meer informatie over MIDI raadpleegt u de “GT-1000CORE
Parameter Guide” (PDF-bestand).
13
Instellingen voor voetschakelaars en expressiepedalen
Diverse functies kunnen worden toegewezen aan elk van de
[
I
]-, [
H
]- en [CTL1]-schakelaars van het bovenpaneel en aan de
expressiepedalen of voetschakelaars die op de CTL2, 3/EXP1-
aansluiting van het achterpaneel en de CTL4, 5/EXP2-aansluiting
van het zijpaneel zijn aangesloten (p. 14).
CTL2–CTL5
EXP1, EXP2
[
I
]-, [
H
]-, [CTL1]-schakelaars
Een functie toewijzen
1. Kies [MENU]
0
CONTROL ASSIGN”
0
CONTROL
FUNCTION”.
2. Draai aan de [SELECT]-regelaar of regelaar [1] om het item
te selecteren dat u wilt instellen.
Door aan de regelaar te draaien, verplaatst u het
geselecteerde item verticaal.
U kunt nu de instellingen van het geselecteerde item
bewerken.
3. Draai aan de [2]–[5]-regelaars om de waarde te bewerken
van het item dat voor elke schakelaar is geselecteerd.
* De functies voor de voetschakelaar en het expressiepedaal
moeten worden opgegeven voor elke patch. Als u echter PREF
(PREFERENCE) instelt op SYSTEM, zullen deze functies door
alle patches gezamenlijk worden gebruikt.
Toewijzingen maken vanaf het
eectbewerkingsscherm (Quick Assign)
In het eectbewerkingsscherm (p. 6) kunt u een eectparameter
selecteren en deze parameter vervolgens toewijzen aan de
gewenste schakelaar.
1. Druk op de [EFFECT]-knop.
2. Draai aan de [SELECT]-regelaar om het blok te selecteren
dat u wilt bewerken.
3. Houd de [1]–[5]-regelaar voor de parameter die u wilt
toewijzen, lang ingedrukt.
Het instellingsscherm voor de toewijzingsmatrix verschijnt.
* U kunt ook het instellingsscherm voor de toewijzingsmatrix
op dezelfde manier openen vanaf het scherm met de lijst met
alle parameters (p. 6). U kunt dit ook openen door [MENU]
0
”CONTROL ASSIGN”
0
ASSIGN SETTING” te selecteren.
4. Druk op de [SELECT]-regelaar of [1]-regelaar om SW in te
schakelen.
5. Draai aan de [2]–[5]-regelaars om parameters te bewerken.
Gebruik indien nodig de PAGE [
K
] [
J
]-knoppen om te
schakelen tussen paginas met instellingen.
Gebruik SOURCE om het pedaal of het MIDI-bericht dat u wilt
bedienen, op te geven.
14
Instellingen voor voetschakelaars en expressiepedalen
Externe pedalen aansluiten
FS-5U FS-6
MODE/POLARITY-schakelaar
FS-7
FS-5U x 2
CTL 3
CTL 5
CTL 2
CTL 4
TIPRING
Stereo 1/4”-jack
.
/
1/4”-jack x 2
FS-6
CTL 3
CTL 5
CTL 2
CTL 4
Stereo 1/4”-jack
.
/
Stereo 1/4”-jack
FS-7
CTL 3
CTL 5
CTL 2
CTL 4
Stereo 1/4”-jack
.
/
Stereo 1/4”-jack
FS-5U x 1
CTL 2
CTL 4
1/4”-jack
.
/
1/4”-jack
EXP 1
EXP 2
Achterpaneel Zijpaneel (links)
15
Looper
U kunt tot maximaal 38 seconden (MONO) van een performance opnemen en het opgenomen gedeelte keer op keer afspelen. U kunt
aanvullende performances in lagen toevoegen aan de opname terwijl deze wordt afgespeeld (overdubbing).
Hiermee kunt u realtime backingperformances maken zoals u zelf wilt.
Looperfuncties toewijzen aan schakelaars
Als u de looper wilt gebruiken, moet u eerst de functies voor opnemen, afspelen en overdubben van de looper toewijzen aan de
gewenste schakelaars. Hier vindt u een voorbeeld van hoe u de [CTL1]-schakelaar van de GT-1000CORE kunt gebruiken om de looper
te bedienen.
1. Selecteer de patch waarmee u de looper wilt gebruiken.
2. Kies [MENU]
0
CONTROL ASSIGN”
0
CONTROL FUNCTION”.
3. Stel voor CTL 1” FUNCTION in op “LOOPER”.
MEMO
5 Met de fabrieksinstellingen zijn de vooraf ingestelde patches P246–P250 en gebruikerspatches U246–U250 ingesteld zoals hierboven
weergegeven.
Instelling van niveau voor herhaaldelijk
afspelen
Als u het afspeelniveau instelt op 100 (standaardwaarde), is het
volume van de performance en het volume van het herhaaldelijk
afspelen identiek.
Als u het afspeelniveau instelt op een lager niveau dan 100,
is het volume van het afspelen lager dan het volume van
de performance. Als gevolg hiervan wordt het geluid van
de performance niet overstemd door het geluid van het
herhaaldelijk afspelen, zelfs niet wanneer u een aantal keren een
opname maakt.
1. Druk op de [EFFECT]-knop.
2. Draai aan de [SELECT]-regelaar om LOOPER te selecteren.
3. Draai aan de [1]-regelaar om de waarde voor “LEVEL op
te geven.
Kleur van schakelaar
Kleur Status
Rood Opnemen
Geel Overdubben
Groen Afspelen
Groen (knippert) Gestopt (frase aanwezig)
Blauw Gestopt (geen frase)
MEMO
5 De opnameduur is maximaal 38 seconden (MONO). In de
stereomodus is de opnameduur maximaal 19 seconden.
5 De opgenomen inhoud gaat verloren als u de Looper
uitschakelt of het apparaat uitschakelt.
Opnemen
De opname start
onmiddellijk nadat u op
de [CTL1]-schakelaar hebt
gedrukt.
Druk op het pedaal op het
moment dat u de loop wilt
inschakelen om naar het
afspelen over te gaan.
Loop afspelen
Speel de loop af.
Als u op de [CTL1]-
schakelaar drukt, schakelt
u over naar overdubben.
Overdubben
Neem bijkomende lagen
op terwijl de loop wordt
afgespeeld.
Druk op de [CTL1]-
schakelaar om terug te
gaan naar het afspelen.
Stoppen/wissen
Druk tweemaal op de [CTL1]-
schakelaar om te stoppen.
Om de frase te wissen, houdt
u de [CTL1]-schakelaar voor
minstens twee seconden
ingedrukt terwijl u gestopt bent.
Tweemaal indrukken
16
Belangrijkste specicaties
Samplefrequentie 96 kHz
AD/DA-conversie 32 bits
Verwerken 32-bits drijvende komma
Geheugen 250 (Gebruiker) + 250 (Voorinstelling)
Fraseloop
38 sec. (MONO)
19 sec. (STEREO)
Stemfunctie interne
detectie
+/1 0,1 cent
Nominaal
ingangsniveau
INPUT L/MONO, R: -10 dBu
RETURN 1, RETURN 2: -10 dBu
Maximaal
ingangsniveau
INPUT L/MONO, R: +12 dBu
RETURN 1, RETURN 2: +12 dBu
Ingangsimpedantie
INPUT L/MONO, R: 2 MΩ
RETURN 1, RETURN 2: 1 MΩ
Nominaal
uitgangsniveau
OUTPUT L/PHONES, R/MONO: -10 dBu
SEND 1, SEND 2: -12 dBu
Uitgangsimpedantie
OUTPUT L/PHONES, R/MONO: 44 Ω
SEND 1, SEND 2: 1 kΩ
Aanbevolen
belastingsimpedantie
OUTPUT L/PHONES, R/MONO: 10 kΩ of meer
(telefoons: 44 Ω of meer)
SEND 1, SEND 2: 10 kΩ of meer
Bedieningselementen
[
I
]-schakelaar, [
H
]-schakelaar, [CTL 1]-
schakelaar
[EFFECT]-knop, [MENU]-knop, [EXIT]-knop,
[WRITE]-knop, [PAGE]-knop
[1]–[6]-regelaars, [SELECT]-regelaar, [OUTPUT
LEVEL]-regelaar
Display Grasch LCD 256 x 80 beeldpunten
Indicatoren
H
-indicator,
I
-indicator, CTL 1-indicator
Aansluitingen
INPUT (L/MONO, R), OUTPUT (R/MONO)-
aansluitingen: 1/4”-jack
OUTPUT (L/PHONES)-aansluiting: 1/4” TRS-jack
CTL 2, 3/EXP 1, CTL 4, 5/EXP 2-aansluitingen:
1/4” TRS-jack
MIDI (IN, OUT)-aansluitingen: Stereo mini-jack
USB COMPUTER
O
-poort: USB Micro-B-type
DC IN-aansluiting
Stroomtoevoer Netstroomadapter
Stroomverbruik 670 mA
Afmetingen
173 (B) x 135 (D) x 63 (H) mm
173 (B) x 135 (D) x 65 (H) mm (inclusief
rubberen voetjes)
Gewicht 920 g
Accessoires
Netstroomadapter, gebruikershandleiding,
infoblad “HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN,
rubberen voetjes x 4
Opties
(apart verkrijgbaar)
Voetschakelaar: FS-5U
Dubbele voetschakelaar: FS-6, FS-7
Expressiepedaal: FV-500H, FV-500L, EV-30,
Roland EV-5
TRS/MIDI-kabel: BMIDI-5-35
* 0 dBu = 0,775 Vrms
* In dit document worden de specicaties van het product
uitgelegd op het moment dat het document werd vrijgegeven.
Raadpleeg de Roland-website voor de meest recente
informatie.
HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN
WAARSCHUWING
De Auto O-functie
Dit apparaat wordt automatisch uitgeschakeld na een
vooraf ingestelde tijdsspanne sinds het apparaat voor
het laatst werd gebruikt om muziek af te spelen of sinds
de knoppen of bedieningselementen van het apparaat
voor het laatst werden gebruikt (Auto O-functie). Als u niet wilt
dat het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld, schakelt u de
Auto O-functie uit (p. 10).
Gebruik alleen de meegeleverde netstroomadapter en de juiste spanning
Gebruik alleen de netstroomadapter die bij het apparaat
is geleverd. Zorg er ook voor dat de netspanning van
de installatie overeenstemt met de invoerspanning
die op de netstroomadapter is vermeld. Andere
netstroomadapters kunnen een andere polariteit hebben of
bedoeld zijn voor een ander voltage, zodat deze schade, defecten
of elektrische schokken kunnen veroorzaken.
Gebruik uitsluitend het meegeleverde netsnoer
Gebruik uitsluitend het bevestigde netsnoer. Sluit
het meegeleverde netsnoer ook niet aan op andere
apparaten.
OPGELET
Houd kleine voorwerpen buiten het bereik van kinderen
Bewaar de onderstaande onderdelen altijd op een
veilige plaats buiten het bereik van kinderen, zodat
er geen risico bestaat dat ze per ongeluk worden
ingeslikt.
• Meegeleverde onderdelen
Rubberen voetjes (p. 2)
Ga voorzichtig om met de aardingsklem
Als u de schroef van de aardingsklem verwijdert, moet
u deze onmiddellijk vervangen. Laat deze nergens
liggen zodat er geen risico bestaat dat deze per
ongeluk wordt ingeslikt door kleine kinderen. Wanneer
u de schroef opnieuw bevestigt, moet u ervoor zorgen dat deze
stevig vast zit en niet kan loskomen.
17
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
Stroomtoevoer
• Plaats de netstroomadapter met de kant van de indicator naar boven.
Het lampje gaat branden als u de netstroomadapter aansluit op een
stopcontact.
Plaatsing
• Afhankelijk van het materiaal en de temperatuur van het oppervlak
waarop u het apparaat plaatst, kunnen de rubberen voetstukken
mogelijk het oppervlak verkleuren of ontsieren.
Reparatie en gegevens
• Maak voordat u het apparaat laat repareren een back-up van de
gegevens die op het apparaat zijn opgeslagen of noteer de nodige
gegevens op papier als u dat wilt. Hoewel we tijdens een reparatie al het
mogelijke doen om de gegevens op uw apparaat te behouden, is het in
sommige gevallen, zoals wanneer het geheugen fysiek is beschadigd,
echter niet mogelijk om de opgeslagen inhoud te herstellen. Roland kan
niet aansprakelijk worden gesteld voor het herstel van de opgeslagen
inhoud die verloren is gegaan.
Extra voorzorgsmaatregelen
• Gegevens die op het apparaat zijn opgeslagen, kunnen verloren gaan
als gevolg van storingen aan het apparaat, onjuiste bediening van het
apparaat, enzovoort. Bescherm uzelf tegen het onherstelbare verlies van
gegevens door regelmatig back-ups te maken van de gegevens die op
het apparaat zijn opgeslagen.
• Roland kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het herstel van de
opgeslagen inhoud die verloren is gegaan.
• Voer nooit druk uit op het display en sla er nooit tegen.
• Bij het weggooien van de kartonnen doos of het dempingsmateriaal
waarin dit apparaat is verpakt, moet u de voorschriften voor
afvalverwerking in acht nemen die op uw land of regio van
toepassing zijn.
• Gebruik alleen het aanbevolen expressiepedaal. Het aansluiten van
een expressiepedaal van een ander type kan leiden tot defecten en/of
schade aan het apparaat.
• Gebruik geen verbindingskabels met een ingebouwde weerstand.
Intellectueel eigendomsrecht
• Het opnemen met audio- of videoapparatuur, kopiëren, herwerken,
distribueren, verkopen, leasen, uitvoeren of uitzenden van materiaal
(muziek, videomateriaal, uitzendingen, liveoptredens enzovoort)
onder auteursrecht dat geheel of gedeeltelijk eigendom is van een
derde, is wettelijk niet toegestaan zonder de toestemming van de
auteursrechteigenaar.
• Gebruik dit apparaat niet voor doeleinden die de auteursrechten van
een derde kunnen schenden. Wij kunnen niet aansprakelijk worden
gesteld voor schendingen van auteursrechten van derden door uw
gebruik van dit apparaat.
• Roland en BOSS zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken
van Roland Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
• ASIO is een handelsmerk en software van Steinberg Media Technologies
GmbH.
• Dit product bevat het geïntegreerde eParts-softwareplatform van
eSOL Co., Ltd. eParts is een handelsmerk van eSOL Co., Ltd. in Japan.
• Dit product gebruikt de broncode van μT-Kernel onder de T-License 2.0
verleend door T-Engine Forum (www.tron.org).
• De bedrijfsnamen en productnamen in dit document zijn gedeponeerde
handelsmerken of handelsmerken van hun respectievelijke eigenaars.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18

Boss GT-1000CORE de handleiding

Categorie
Muzikale uitrusting
Type
de handleiding