Samsung SAMSUNG DV50 Handleiding

Categorie
Camcorders
Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Klik op een onderwerp
In deze gebruiksaanwijzing vindt u
uitgebreide aanwijzingen voor het
gebruik van uw camera. Lees deze
gebruiksaanwijzing aandachtig door.
Basisprobleemoplossing
Beknopt overzicht
Inhoud
Basisfuncties
Geavanceerde functies
Opnameopties
Afspelen/bewerken
Instellingen
Aanvullende informatie
Index
DV50/DV90/DV100/DV101
1
Informatie over gezondheid en veiligheid
Houd u altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen en gebruikstips om gevaarlijke situaties te vermijden en ervoor te zorgen dat de
camera optimaal werkt.
Waarschuwing: situaties die bij u of anderen letsel kunnen
veroorzaken
Haal de camera niet uit elkaar en probeer de camera niet
te repareren.
Dit kan een schok veroorzaken of de camera beschadigen.
Gebruik de camera niet dichtbij ontvlambare of explosieve
gassen en vloeistoffen.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Plaats geen ontvlambare materialen in de camera en
bewaren dergelijke materialen niet in de buurt van de
camera.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Raak de camera niet met natte handen aan.
Dit kan een schok veroorzaken.
Voorkom oogletsel bij het nemen van foto's.
Gebruik de flitser van de camera niet vlakbij (op minder dan 1 m
afstand van) de ogen van mensen of dieren. Als u de flitser dicht bij
de ogen van het onderwerp gebruikt, kunt u tijdelijke of permanente
schade aan het gezichtsvermogen veroorzaken.
Houd de camera buiten het bereik van kleine kinderen en
huisdieren.
Houd de camera en alle bijbehorende onderdelen en accessoires
buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Kleine onderdelen
vormen verstikkingsgevaar of kunnen schadelijk zijn wanneer deze
worden ingeslikt. Bewegende onderdelen en accessoires kunnen ook
fysiek gevaar opleveren.
Stel de camera niet gedurende lange tijd aan direct
zonlicht of hoge temperaturen bloot.
Langdurige blootstelling aan zonlicht of extreme temperaturen
kan permanente schade aan interne onderdelen van het toestel
veroorzaken.
Voorkom dat de camera of oplader wordt bedekt voor
kleden of kleding.
Dit kan oververhitting van de camera of brand veroorzaken.
Gebruik het netsnoer en de oplader niet tijdens een
onweersbui.
Dit kan een elektrische schok veroorzaken.
Als er vloeistoffen of vreemde voorwerpen in de camera
komen, moet u meteen alle voedingsbronnen, zoals de
batterij of oplader, loskoppelen en vervolgens contact
opnemen met een servicecenter van Samsung.
2
Informatie over gezondheid en veiligheid
Voorzichtig: situaties die schade aan de camera of andere
apparatuur kunnen veroorzaken
Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor
langere tijd opbergt.
Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of
roesten en ernstige schade aan uw camera veroorzaken.
Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant
aanbevolen lithium-ionbatterijen ter vervanging. Zorg dat
u de batterij niet beschadigt of verhit.
Dit kan brand ontstaan of persoonlijk letsel veroorzaken.
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen,
opladers, kabels en accessoires.
• Niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires
kunnen de camera beschadigen, letsel veroorzaken of ertoe leidden
dat batterijen exploderen.
• Samsung is niet aansprakelijk voor schade of letsel veroorzaakt door
niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires.
Gebruik batterijen niet voor doeleinden waarvoor de
batterijen niet zijn bedoeld.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Raak de flitser niet aan wanneer deze wordt gebruikt.
De flitser wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken.
Als u de AC-oplader gebruikt, moet u de camera
uitschakelen voor u de voedingsbron van de AC-oplader
loskoppelt.
Anders kunt u brand of een schok veroorzaken.
Laat de stekker van de oplader niet in het stopcontact
zitten als u de oplader niet gebruikt.
Anders kunt u brand of een schok veroorzaken.
Gebruik voor het opladen van de batterijen geen
elektriciteitssnoeren of stekkers die beschadigd zijn, of
een loshangend stopcontact.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Zorg dat de AC-oplader niet in contact komt met de plus-
en minpolen van de batterij.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
3
Informatie over gezondheid en veiligheid
Forceer de cameraonderdelen niet en oefen geen kracht
uit op de camera.
Dit kan leiden tot camerastoringen.
Wees voorzichtig bij het aansluiten van snoeren
en adapters en het plaatsen van batterijen en
geheugenkaarten.
Door het forceren van aansluitingen, het niet op de juiste manier
aansluiten van snoeren of het niet op de juiste manier plaatsen van
batterijen en geheugenkaarten kunt u poorten, aansluitingen en
accessoires beschadigen.
Houd kaarten met magnetische stroken uit de buurt van
het camera-etui.
Informatie die is opgeslagen op de kaart kan worden beschadigd of
gewist.
Gebruik nooit een beschadigde oplader, batterij of
geheugenkaart.
Dit kan een schok, camerastoring of brand veroorzaken.
Controleer voor gebruik of de camera naar behoren
functioneert.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verlies van bestanden of
schade die kan voortkomen uit defecten aan de camera of onjuist
gebruik.
Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, zorg er
dan voor dat u de juiste USB-connector op de camera
aansluit.
Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
4
Copyrightinformatie
• Microsoft Windows en het Windows-logo zijn geregistreerde
handelsmerken van Microsoft Corporation.
• micro SD™, micro SDHC™ zijn gedeponeerde handelsmerken van
de SD Association.
• Mac is een geregistreerd handelsmerk van Apple Corporation.
• Handelsmerken en handelsnamen die in deze gebruiksaanwijzing
worden gebruikt, zijn eigendom van de betreffende eigenaar.
• Cameraspecificaties of de inhoud van deze gebruiksaanwijzing
kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd bij veranderde
camerafuncties.
• Het is niet toegestaan om enig deel van deze gebruiksaanwijzing
zonder vooraf gegeven toestemming te hergebruiken of
verspreiden.
• Gebruik deze camera op een verantwoorde manier en leef alle wet-
en regelgeving met betrekking tot het gebruik van de camera na.
Indeling van de gebruiksaanwijzing
Basisfuncties 12
Hier vindt u informatie over de indeling van de camera
en basisfuncties voor het maken van opnamen.
Geavanceerde functies 31
Hier vindt u informatie over het maken van foto's en het
opnemen van video's door een modus te selecteren.
Opnameopties 45
Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in
de opnamemodus kunt kiezen.
Afspelen/bewerken 67
Hier vindt u informatie over hoe u foto's en video's kunt
weergeven of afspelen en hoe u foto's en video's kunt
bewerken. Ook leest u hier hoe u de camera op een
computer, fotoprinter of televisie aansluit.
Instellingen 90
Raadpleeg opties voor het configureren van de
camera-instellingen.
Aanvullende informatie 96
Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties
en onderhoud.
5
Pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing
Opnamemodus Pictogram
Smart Auto
Programma
Scène
Film
Pictogrammen in de opnamemodus
Deze pictogrammen geven aan dat een bepaalde functie in de
desbetreffende modi beschikbaar is. De
modus ondersteunt
wellicht bepaalde functies niet voor alle scènes.
Voorbeeld:
Beschikbaar in de
modi Programma
en Film
Symbolen in deze gebruiksaanwijzing
Symbool Functie
Aanvullende informatie
Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen
[ ]
Cameratoetsen; bijvoorbeeld: [Ontspanknop]
(staat voor de ontspanknop)
( )
Paginanummer van verwante informatie
De volgorde van de opties of menu's die u moet
selecteren om een stap uit te voeren, bijvoorbeeld:
Selecteer Opname Fotoformaat (dit betekent
selecteer Opname en vervolgens Fotoformaat)
*
Voetnoot
6
Uitdrukkingen in deze gebruiksaanwijzing
Op de ontspanknop drukken
•Druk [Ontspanknop] half in: druk de ontspanknop half in.
•Druk op [Ontspanknop]: druk de ontspanknop volledig in.
Druk [Ontspanknop] half in Druk op [Ontspanknop]
Onderwerp, achtergrond en compositie
•Onderwerp: het belangrijkste object in een scène, zoals een
persoon, dier of stilleven.
•Achtergrond: de objecten rondom het onderwerp.
•Compositie: de combinatie van onderwerp en achtergrond.
Achtergrond
Onderwerp
Compositie
Belichting (Helderheid)
De hoeveelheid licht die de camera binnenkomt bepaalt de
belichting. De belichting kan worden aangepast met behulp van
sluitertijd, diafragma en ISO-waarde. Wanneer u de belichting
verandert, worden de foto's donkerder of lichter.
Normale belichting Overbelicht (te helder)
7
Basisprobleemoplossing
Hier vindt u antwoorden op bekende problemen. Met behulp van opname-instellingen hebt u veel problemen snel opgelost.
De ogen van de
gefotografeerde zijn
rood.
Dit wordt veroorzaakt door een reflectie van de flitser van de camera.
• Stel de flitsoptie in op
Rode ogen of Anti-rode ogen. (pag. 49)
• Als de foto al is gemaakt, selecteert u
Anti-rode ogen in het bewerkingsmenu. (pag. 79)
Foto's bevatten stof-
vlekjes.
Stofdeeltjes die in de lucht zweven kunnen worden vastgelegd op foto's als u de flitser gebruikt.
• Schakel de flitser uit of neem geen foto's op stoffige plaatsen.
• Pas de ISO-waarde aan. (pag. 50)
Foto's zijn wazig.
Dit kan worden veroorzaakt doordat u foto's maakt bij weinig licht of doordat u de camera niet goed
vasthoudt. Gebruik de functie DIS of druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen op het
onderwerp. (pag. 29)
Foto's zijn wazig bij
avondopnamen.
Om meer licht binnen te laten, gebruikt de camera een langere sluitertijd.
Het kan dan lastig zijn de camera stil te houden, waardoor de foto's bewogen kunnen worden.
• Selecteer
Nacht in de modus . (pag. 36)
• Schakel de flitser in. (pag. 49)
• Pas de ISO-waarde aan. (pag. 50)
• Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
Het onderwerp
is te donker door
tegenlicht.
Als de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt of als er een groot contrast is tussen
de lichte en donkere gebieden, kan het onderwerp donker worden.
• Maak geen foto's tegen de zon in.
• Selecteer
Tegenl. in de modus . (pag. 34)
• Stel de flitsoptie in op
Invulflits. (pag. 49)
• Stel de optie Automatische contrastbalans (ACB) in. (pag. 59)
• Pas de belichting aan. (pag. 58)
• Stel de lichtmeting in op
Spot als er een helder onderwerp in het midden van het kader staat.
(pag. 59)
8
Beknopt overzicht
Foto's van mensen maken
• -modus > Beautyshot
35
• Zelfportret
42
• Kinderen
43
• Rode ogen, Anti-rode ogen
(rode ogen voorkomen of verwijderen)
49
• Gezichtsdetectie
54
's Nachts of in het donker foto's
maken
• -modus > Nacht
36
•
-modus > Zon onder, Dageraad
34
• Flitseropties
49
• ISO-waarde (de lichtgevoeligheid aanpassen)
50
Actiefoto's maken
• Continu, Bewegingsopname
62
Foto's maken van tekst, insecten en
bloemen
• -modus > Tekst
34
• Macro
51
De belichting aanpassen (helderheid)
• ISO-waarde (de lichtgevoeligheid aanpassen)
50
• EV (de belichting aanpassen)
58
• ACB (compenseren voor onderwerpen tegen een
heldere achtergrond)
59
• L.meting
59
• AEB (om drie foto's met verschillende belichtingen te
maken van dezelfde scène)
62
Een speciaal effect toepassen
• -modus > Magisch kader
34
• Intelligente filtereffecten
63
• Beeld aanpassen (om kleurverzadiging, scherpte en
contrast bij te stellen)
66
Bewegingsonscherpte voorkomen
• Digital Imaging Stabilization (DIS)
28
• Bestanden op categorie
bekijken in Smart Album
70
• Bestanden weergeven als
miniaturen
71
• Alle bestanden op de
geheugenkaart wissen
72
• Foto's als diavertoning
weergeven
74
• Bestanden op een tv
weergeven
82
• De camera op een computer
aansluiten
83
• Geluid en volume aanpassen
92
• De helderheid van het
scherm aanpassen
93
• De schermtaal wijzigen
94
• De datum en tijd instellen
94
• De geheugenkaart
formatteren
94
• Problemen oplossen
106
9
Inhoud
Informatie over gezondheid en veiligheid
Basisprobleemoplossing
Beknopt overzicht
Inhoud
Geavanceerde functies
.................................................. 31
De Smart Auto-modus gebruiken ............................... 32
De Scènemodus gebruiken ......................................... 34
De modus Magisch kader gebruiken ............................ 34
De Beautyshot-modus gebruiken ................................ 35
De Nachtmodus gebruiken ....................................... 36
De Programmamodus gebruiken ................................ 38
De Filmmodus gebruiken ......................................... 39
De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken .............. 40
Foto's maken met het scherm aan de voorzijde ........ 42
De Zelfportretmodus gebruiken .................................... 42
De Kinderenmodus gebruiken ..................................... 43
De sprongopname-timer gebruiken .............................. 43
Een video maken met het scherm aan de voorzijde ....... 44
Basisfuncties
................................................................... 12
Uitpakken .................................................................... 13
Onderdelen en functies ............................................... 14
De batterij en geheugenkaart plaatsen ....................... 16
De batterij opladen en de camera inschakelen .......... 17
De batterij opladen ..................................................... 17
De camera inschakelen .............................................. 17
De eerste instelling uitvoeren ...................................... 18
Uitleg over de pictogrammen ...................................... 20
Opties of menu's selecteren ....................................... 21
Display en geluid instellen ........................................... 23
Het displaytype wijzigen .............................................. 23
Het geluid instellen ..................................................... 23
Foto's maken ............................................................... 24
Het scherm aan de voorzijde inschakelen ..................... 25
Zoomen .................................................................... 26
Bewegingsonscherpte voorkomen (DIS) ....................... 28
Tips om betere foto's te maken .................................. 29
10
Inhoud
Opnameopties
................................................................ 45
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren ........................ 46
De resolutie selecteren ............................................... 46
De beeldkwaliteit selecteren ........................................ 47
De timer gebruiken ...................................................... 48
Opnamen in het donker maken ................................... 49
Rode ogen voorkomen ............................................... 49
De flitser gebruiken ..................................................... 49
De ISO-waarde aanpassen ......................................... 50
De scherpstelling aanpassen ...................................... 51
Macro gebruiken ........................................................ 51
Autofocus gebruiken ................................................... 51
Meebewegende autofocus gebruiken .......................... 52
Het scherpstelgebied aanpassen ................................ 53
Gezichtsdetectie gebruiken ........................................ 54
Gezichten detecteren ................................................. 54
Een foto van een lachend gezicht maken ..................... 55
Knipperende ogen detecteren ..................................... 55
Slimme gezichtsherkenning ......................................... 56
Gezichten als favoriet registreren (Mijn ster) ................... 57
Helderheid en kleur aanpassen ................................... 58
De belichting handmatig aanpassen (EV) ...................... 58
Compenseren voor tegenlicht (ACB) ............................ 59
De lichtmeetmethode wijzigen ..................................... 59
Een lichtbron selecteren (Witbalans) ............................. 60
Serieopname ............................................................... 62
Uw foto's mooier maken ............................................. 63
Intelligente filtereffecten toepassen ............................... 63
Uw foto's aanpassen .................................................. 66
11
Afspelen/bewerken
......................................................... 67
Weergeven ................................................................... 68
De weergavemodus starten ........................................ 68
Foto's weergeven ....................................................... 73
Een video afspelen ..................................................... 75
Foto's bewerken .......................................................... 77
Foto's in grootte aanpassen ........................................ 77
Een foto draaien ......................................................... 77
Intelligente filtereffecten toepassen ............................... 78
Belichtingsproblemen corrigeren .................................. 79
Een afdrukbestelling maken (DPOF) ............................. 81
Bestanden op een tv weergeven ................................ 82
Bestanden naar de computer overbrengen
(Windows) .................................................................... 83
Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio .... 84
Bestanden overbrengen door de camera als een
verwisselbare schijf aan te sluiten
................................. 86
De camera loskoppelen (Windows XP) ......................... 87
Bestanden naar de computer overbrengen
(Macintosh) .................................................................. 88
Foto's met een fotoprinter afdrukken (PictBridge) ..... 89
Instellingen
...................................................................... 90
Camera-instellingenmenu ........................................... 91
Het instellingenmenu openen ...................................... 91
Geluid ...................................................................... 92
Instellingen van het scherm aan de voorzijde ................ 92
Display ...................................................................... 93
Instellingen ................................................................. 94
Aanvullende informatie
.................................................. 96
Foutmeldingen ............................................................. 97
Onderhoud van de camera ......................................... 98
De camera reinigen .................................................... 98
De camera gebruiken of opbergen ............................... 99
Geheugenkaarten .................................................... 100
De batterij ................................................................ 102
Voordat u contact opneemt met een servicecenter . 106
Cameraspecificaties .................................................. 109
Woordenlijst ............................................................... 113
Index .......................................................................... 117
Inhoud
Uitpakken
…………………………………… 13
Onderdelen en functies
………………… 14
De batterij en geheugenkaart plaatsen
16
De batterij opladen en de camera
inschakelen
……………………………… 17
De batterij opladen
……………………… 17
De camera inschakelen
………………… 17
De eerste instelling uitvoeren
………… 18
Uitleg over de pictogrammen
………… 20
Opties of menu's selecteren
…………… 21
Display en geluid instellen
……………… 23
Het displaytype wijzigen
………………… 23
Het geluid instellen
……………………… 23
Foto's maken
…………………………… 24
Het scherm aan de voorzijde inschakelen
25
Zoomen
…………………………………… 26
Bewegingsonscherpte voorkomen (DIS)
28
Tips om betere foto's te maken
………… 29
Basisfuncties
Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en basisfuncties voor het maken van opnamen.
Basisfuncties
13
Uitpakken
Controleer of de doos de volgende artikelen bevat:
Als optie verkrijgbare accessoires
Camera-etui Geheugenkaart/
Geheugenkaartadapter
A/V-kabel Batterijoplader
Camera AC-adapter/USB-kabel Oplaadbare batterij
Polslus Snelstartgids
• De illustraties kunnen afwijken van de werkelijke artikelen.
• U kunt door Samsung goedgekeurde accessoires die compatibel zijn met uw
camera aanschaffen bij het servicecentrum of de winkel waar u de camera
hebt aangeschaft. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade als gevolg van het
gebruik van artikelen van andere fabrikanten.
Basisfuncties
14
Onderdelen en functies
Maak u vertrouwd met de diverse onderdelen en functies van de camera voordat u begint.
USB- en A/V-aansluiting
Voor aansluiting van USB- of A/V-kabel
Batterijklep
Plaatsing van batterij en geheugenkaart
Statiefbevestigingspunt
Ontspanknop
Power-knop
Knop LCD op voorzijde
AF-hulplampje/timerlampje
Flitser
Speaker
Lens
Microfoon
Scherm aan de
voorzijde
Basisfuncties
15
Onderdelen en functies
Statuslampje
• Knippert: Wanneer de camera een foto
of video opslaat, wordt gelezen door
een computer of printer of wanneer de
afbeelding niet scherp is
• Licht op: Wanneer de camera is
aangesloten op een computer, wanneer
de batterij wordt opgeladen of wanneer het
beeld is scherpgesteld.
Hoofdscherm
Zie de tabel onderaan
De polslus bevestigen
Zoomknop
• In de opnamemodus: In- en uitzoomen
• In de afspeelmodus: Inzoomen op
een deel van de foto, bestanden als
miniaturen weergeven of het volume
aanpassen
Knop Beschrijving
In de opnamemodus Overige functies
Weergaveoptie wijzigen Omhoog
Macro-optie wijzigen Omlaag
Flitseroptie wijzigen Naar links
Timeroptie wijzigen Naar rechts
Gemarkeerde optie of menu bevestigen
Naar de weergavemodus
• Toegang tot opties in de opnamemodus
• Bestanden verwijderen in de weergavemodus
Knop Beschrijving
Naar opties of menu's
Selecteer een opnamemodus.
Beschrijving
Smart Auto: hiermee maakt u een foto waarbij de camera
automatisch een geschikte modus voor de scène selecteert.
Programma: hiermee stelt u zelf opties in voor de foto die
u maakt.
Scène: hiermee maakt u een foto met vooraf ingestelde opties
voor een specifieke scène.
Film: hiermee kunt u een video opnemen.
Basisfuncties
16
De batterij en geheugenkaart plaatsen
Hier vindt u informatie over het in de camera plaatsen van de batterij en van een optionele geheugenkaart.
De batterij en geheugenkaart verwijderen
Duw voorzichtig tegen de
kaart totdat deze uit de
camera loskomt en trek
de kaart vervolgens uit de
sleuf.
Druk op de vergrendeling
om de batterij los te
maken.
Het interne geheugen kan worden gebruikt als tijdelijk opslagmedium als er
geen geheugenkaart is geplaatst.
Geheugenkaart
Oplaadbare batterij
Batterijvergrendeling
Geheugenkaart
Plaats de geheugenkaart
met de goudkleurige
contactpunten omhoog
gericht.
Zorg dat bij het plaatsen van
de batterij het Samsung-logo
omhoog is gericht.
Oplaadbare batterij
Basisfuncties
17
De batterij opladen en de camera inschakelen
De camera inschakelen
Druk op [POWER] om de camera in of uit te schakelen.
• Het scherm voor de eerste instelling verschijnt wanneer u de
camera voor het eerst inschakelt. (pag. 18)
De camera inschakelen in de weergavemodus
Druk op [ ]. De camera wordt ingeschakeld en gaat direct naar
de weergavemodus.
Als u uw camera inschakelt door [ ] ingedrukt te houden totdat het
statuslampje knippert, geeft de camera geen enkel geluid.
De batterij opladen
Zorg ervoor dat u de batterij oplaadt voordat u de camera
gebruikt. Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, sluit
u de kleine connector aan op de camera. De andere connector
sluit u aan op de voedingsadapter.
Statuslampje
•
Rode lampje brandt: bezig met opladen
•
Rode lampje uit: volledig opgeladen
•
Rode lampje knippert: fout opgetreden
Gebruik alleen de netvoedingsadapter en USB-kabel die is meegeleverd
met uw camera. Als u een andere netvoedingsadapter gebruikt (zoals de
SAC-48), wordt de batterij van de camera mogelijk niet opgeladen of werkt
deze mogelijk niet naar behoren.
Basisfuncties
18
1
Druk op [ ].
• Het scherm voor de eerste instelling verschijnt wanneer u de
camera voor het eerst inschakelt.
2
Druk op [ ] om Language te selecteren en druk
vervolgens op [
] of [ ].
3
Druk op [ ] of [ ] om een taal te selecteren en druk
vervolgens op [
].
4
Druk op [ ] of [ ] om Tijdzone te selecteren en
druk vervolgens op [
] of [ ].
5
Druk op [ ] of [ ] om een tijdzone te selecteren en
druk vervolgens op [
].
• Als u zomer-wintertijd wilt instellen, drukt u op [ ].
Zomertijd
Terug
Londen
Tijdzone
• Het scherm kan afwijken, afhankelijk van de geselecteerde
taal.
6
Druk op [ ] of [ ] om Datum/tijd aanpassen te
selecteren en druk op [
] of [ ].
7
Druk op [ ] of [ ] om een onderdeel te selecteren.
Language
Tijdzone
Datum/tijd aanpassen
Datumtype
JJJJ MM DD
Nederlands
Londen
Terug Instellen
• Het scherm kan afwijken, afhankelijk van de geselecteerde
taal.
De eerste instelling uitvoeren
Het scherm voor de eerste instelling verschijnt, waar u de basisinstellingen van de camera kunt configureren.
Basisfuncties
19
De eerste instelling uitvoeren
8
Druk op [ ] of [ ] om de datum en tijd in te stellen
en druk op [
].
9
Druk op [ ] of [ ] om Datumtype te selecteren en
druk op [
] of [ ].
Language
Tijdzone
Datum/tijd
aanpassen
Datumtype
JJJJ/MM/DD
MM/DD/JJJJ
DD/MM/JJJJ
Uit
Nederlands
Londen
Terug
Instellen
10
Druk op [ ] of [ ] om een datumnotatie te
selecteren en druk op [
].
11
Druk op [ ] om naar de opnamemodus te gaan.
Basisfuncties
20
Uitleg over de pictogrammen
Welke pictogrammen worden weergegeven, is afhankelijk van de geselecteerde modus of de ingestelde opties.
Pictogram Beschrijving
Gezichtsdetectie
Geluid uit
3
Pictogrammen links
Pictogram Beschrijving
Diafragma en sluitertijd
Lange sluitertijd
Belichtingswaarde
Witbalans
Gezichttint
Gezicht retoucheren
ISO-waarde
Intelligent filtereffect
Beeldaanpassing
(scherpte, contrast, kleurverzadiging)
Type serieopname
Digital Image Stabilization (DIS)
Pictogram Beschrijving
Bewegingsonscherpte
Zoomindicator
Zoomverhouding
Huidige datum en tijd
Fotoresolutie als intelligent
zoomen in ingeschakeld
2
Pictogrammen rechts
Pictogram Beschrijving
Fotoresolutie
Videoresolutie
Fotokwaliteit
Framesnelheid
Lichtmeting
Flitsoptie
Zelfontspannerinstelling
Autofocusinstelling
1
Informatie
Pictogram Beschrijving
Geselecteerde opnamemodus
Resterend aantal foto's
Beschikbare opnametijd
Interne geheugen
Geheugenkaart geplaatst
• : Volledig opgeladen
•
: Deels opgeladen
•
: Opladen noodzakelijk
Autofocuskader
2
3
1
Basisfuncties
21
Opties of menu's selecteren
U kunt opties selecteren door te drukken op [ ] en door gebruik te maken van de navigatieknoppen ([ ], [ ], [ ], [ ]). Druk op
[
] om te bevestigen.
U kunt de opnameopties ook openen door op [ ] te drukken, maar dan zijn sommige opties niet beschikbaar.
Teruggaan naar het vorige menu
Druk op [ ] om naar het vorige menu terug te gaan.
Druk [Sluiter] half in om terug te keren naar de opnamemodus.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Gebruik de navigatieknoppen om naar een optie of
menu te scrollen.
• Druk op [ ] of [ ] om omhoog of omlaag te gaan.
• Druk op [
] of [ ] om naar links of rechts te gaan.
3
Druk op [ ] om de gemarkeerde keuze te bevestigen.
Basisfuncties
22
Opties of menu's selecteren
5
Druk op [ ] of [ ] om naar Witbalans te bladeren
en druk vervolgens op [
] of [ ].
Fotoformaat
Kwalit.
EV
ISO
Witbalans
Smart filter
Gezichtsdetectie
Afsl. Terug
6
Druk op [ ] of [ ] om naar een witbalansoptie te
bladeren.
Daglicht
Terug Verpl.
7
Druk op [ ].
Voorbeeld: in de P-modus de witbalans selecteren
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Druk op [ ] of [ ] om naar te bladeren en druk
vervolgens op [
].
3
Druk op [ ].
Opname
Geluid
Display
Instellingen
Instell.
Frontdisplay
Fotoformaat
Kwalit.
EV
ISO
Witbalans
Smart lter
Gezichtsdetectie
Afsl.
Wijzigen
4
Druk op [ ] of [ ] om naar Opname te bladeren en
druk vervolgens op [
] of [ ].
Basisfuncties
23
Display en geluid instellen
Hier vindt u informatie over hoe u de basisinstellingen van het display en het geluid naar wens kunt aanpassen.
Het geluid instellen
Hiermee stelt u in of de camera een bepaald geluid laat klinken
wanneer u de camera bedient.
1
Druk in de opname- of weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Geluid Piepjes een optie.
Optie Beschrijving
Uit
De camera laat geen geluid klinken.
1/2/3
De camera laat een geluid klinken.
Het displaytype wijzigen
U kunt een weergavestijl voor de opname- of afspeelmodus
selecteren. Elk type geeft verschillende opname- en
afspeelgegevens weer.
Alle informatie over het opnemen tonen.
Druk herhaaldelijk op [ ] om het schermtype te wijzigen.
Modus Beschrijving
Opname
• Alle opname-informatie weergeven
• Opname-informatie verbergen, behalve het aantal
resterende foto's (of de resterende opnametijd) en
het batterijpictogram
Afspelen
• Informatie over de huidige foto weergeven
• Informatie over de huidige foto verbergen
• Informatie over het huidige bestand weergeven,
behalve de opname-instellingen en de
opnamedatum
Basisfuncties
24
Foto's maken
Hier vindt u informatie over basishandelingen om in de modus Smart Auto snel en eenvoudig foto's te maken.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Druk op [ ] of [ ] om naar te bladeren en druk
vervolgens op [
].
3
Kadreer het onderwerp.
4
Druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
• Een groen kader betekent dat het onderwerp scherp in beeld is.
• Een rood kader betekent dat het onderwerp niet scherp in
beeld is.
5
Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.
Zie pagina 29 voor tips om betere foto's te maken.
Basisfuncties
25
Foto's maken
Het scherm aan de voorzijde inschakelen
Het scherm aan de voorzijde is handig bij het maken van
zelfportretten en foto's van kinderen of springende mensen.
Met de Kinderenmodus kunt u een korte animatie afspelen op
het scherm aan de voorzijde om de aandacht van een kind te
trekken. (pag. 43)
1
Druk in de opnamemodus op de knop LCD op voorzijde.
2
Selecteer een opnameoptie.
Zelfportret
Pictogram
Beschrijving
Frontdisplay aan: Het scherm aan de voorzijde
inschakelen.
Zelfportret: Uzelf op het scherm aan de voorzijde
bekijken wanneer u een zelfportret maakt. (pag. 42)
Kinderen: Een korte animatie op het scherm aan de
voorzijde afspelen om de aandacht van kinderen vast
te houden. (pag. 43)
Sprongopname: Een visueel teken op het scherm
aan de voorzijde weergeven, zodat springende
mensen hun sprong op het juiste moment kunnen
uitvoeren. (pag. 43)
• Wanneer u opties voor de zelfontspanner instelt, blijft het scherm aan
de voorzijde actief. (pag. 48)
• Wanneer u de camera op fel verlichte of zonnige plaatsen gebruikt,
kunt u mogelijk de weergave op het scherm aan de voorzijde niet
duidelijk zien.
• Wanneer u diashows of filmpjes afspeelt, wordt het scherm aan de
voorzijde mogelijk niet geactiveerd, zelfs niet als u op de knop LCD
drukt.
• Zelfportret wordt automatisch geselecteerd als u niet binnen 3
seconden een optie selecteert.
• U kunt de camera zodanig instellen dat deze in de Zelfportret- of
Kinderenmodus automatisch een foto neemt wanneer er een lachend
• gezicht wordt gedetecteerd. (pag. 92)
Basisfuncties
26
Foto's maken
Digitale zoom
Als de zoomindicator zich in het digitale bereik bevindt, gebruikt
de camera de digitale zoomfunctie. Als u zowel de optische zoom
als de digitale zoom gebruikt, kunt u tot 25 keer inzoomen.
Optisch bereik
Digitaal bereik
Zoomindicator
• De digitale zoomfunctie is niet beschikbaar voor het Smart filter-effect
of de optie Tracking AF.
• Als u een foto neemt met de digitale zoomfunctie, kan de foto van
lage kwaliteit zijn.
Zoomen
U kunt close-upfoto's maken door in te zoomen. De camera heeft
een functie voor 5X optische zoom, 2X Intelli-zoom en 5X digitale
zoom. Intelli-zoom en digitale zoom kunnen niet tegelijk worden
gebruikt.
Inzoomen
Uitzoomen
Zoomverhouding
De zoomverhouding die op het scherm wordt weergegeven, verandert
nietlineair en kan licht afwijken van de werkelijke zoomverhouding.
Basisfuncties
27
Foto's maken
Intelli-zoom
Als de zoomindicator zich in het Intelli-bereik bevindt, gebruikt de
camera de Intelli-zoom. De fotoresolutie wisselt overeenkomstig
de zoomfactor wanneer u de Intelli-zoom gebruikt. Als u zowel
de optische zoom als de Intelli-zoom gebruikt, kunt u tot 10 keer
inzoomen.
Intelli-bereik
Fotoresolutie wanneer
Intelli-zoom is ingeschakeld
Zoomindicator
Optisch bereik
• De intelligente zoomfunctie is niet beschikbaar voor het Smart filter-
effect of de optie Tracking AF.
• De Intelli-zoom is alleen beschikbaar wanneer u een resolutieverhouding
van 4:3 instelt. Als u een andere resolutieverhouding instelt terwijl Intelli-
zoom is ingeschakeld, wordt Intelli-zoom automatisch uitgeschakeld.
• Met Intelli-zoom kunt u een foto maken waarvan de kwaliteit minder
slecht wordt dan bij de digitale zoom. De fotokwaliteit kan echter
slechter zijn dan bij gebruik van de optische zoom.
Intelli-zoom instellen
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Intelli-zoom een optie.
Optie Beschrijving
Uit: Schakel de Intelli-zoom uit.
Aan: Schakel de Intelli-zoom in.
Basisfuncties
28
Foto's maken
Bewegingsonscherpte voorkomen (DIS)
In de opnamemodus kunt u de bewegingsonscherpte digitaal
beperken.
Vóór correctie Na correctie
1
Druk in de opnamemodus op [ ]
2
Selecteer Opname DIS een optie.
Optie Beschrijving
Uit: DIS is uitgeschakeld.
Aan: DIS is ingeschakeld.
• DIS werkt mogelijk in de volgende omstandigheden niet goed:
- u beweegt de camera om een bewegend onderwerp te volgen
- u gebruikt digitale zoom
- de camera trilt te veel
- wanneer u een lagere sluitersnelheid gebruikt (bijvoorbeeld voor
nachtopnamen)
- de batterij is bijna leeg
- u neemt een close-up
• Als de camera valt of een schok krijgt, wordt het scherm wazig. Als
dit gebeurt, moet u de camera uitschakelen en weer inschakelen.
• In sommige scènes is de OIS-functie niet beschikbaar.
Basisfuncties
29
Tips om betere foto's te maken
De camera op de juiste manier vasthouden
Controleer of er niets
voor de lens zit.
De ontspanknop half indrukken
Druk [Ontspanknop] half in en pas de
scherpstelling aan. De scherpstelling
en belichting worden automatisch
aangepast.
Diafragma en sluitertijd worden
automatisch ingesteld.
Scherpstelkader
• Druk op [Ontspanknop] om een foto
te maken als het kader groen is.
• Pas de compositie aan en druk de
[Ontspanknop] nogmaals half in
als het scherpstelkader rood is.
Bewegingsonscherpte voorkomen
Stel de DIS-optie (Digital Image Stabilization) in om
de bewegingsonscherpte te reduceren. (pag. 28)
Als wordt weergegeven
Bewegingsonscherpte
Zorg dat bij opnamen in het donker de flitser niet op Langz sync of
Uit staat ingesteld. Het diafragma blijft dan langer open, waardoor
het moeilijker is om de camera stil te houden.
• Gebruik een statief of stel de flitser in op Invulflits. (pag. 49)
• Pas de ISO-waarde aan. (pag. 50)
Basisfuncties
30
Voorkomen dat het onderwerp niet scherp is
In de volgende gevallen kan het moeilijk zijn om op het onderwerp
scherp te stellen:
-
er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond
(als het onderwerp bijvoorbeeld kleren draagt met kleuren die lijken op de
achtergrondkleur)
- de lichtbron achter het onderwerp is te fel
- het onderwerp glanst of weerspiegelt
- het onderwerp heeft horizontale patronen, zoals jaloezieën
- het onderwerp bevindt zich niet in het midden van het beeld
Gebruik de scherpstelvergrendeling
Druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. Wanneer
het onderwerp scherp in beeld is, kunt u het kader
verschuiven om de compositie aan te passen. Druk wanneer
u klaar bent op [Ontspanknop] om een foto te maken.
• Wanneer u foto's maakt bij weinig licht
Schakel de flitser in.
(pag. 49)
• Wanneer onderwerpen snel bewegen
Gebruik de functie
Continu of Bew.
detectie. (pag. 62)
De Smart Auto-modus gebruiken
………… 32
De Snemodus gebruiken
……………… 34
De modus Magisch kader gebruiken
…… 34
De Beautyshot-modus gebruiken
………… 35
De Nachtmodus gebruiken
……………… 36
De Programmamodus gebruiken
……… 38
De Filmmodus gebruiken
…………… 39
De Intelligente scènedetectiemodus
gebruiken
………………………………… 40
Foto's maken met het scherm aan de
voorzijde
……………………………… 42
De Zelfportretmodus gebruiken
………… 42
De Kinderenmodus gebruiken
…………… 43
De sprongopname-timer gebruiken
……… 43
Een video maken met het scherm aan de
voorzijde
……………………………… 44
Geavanceerde functies
Hier vindt u informatie over het maken van foto's en het opnemen van video's door een modus te
selecteren.
Geavanceerde functies
32
De Smart Auto-modus gebruiken
In deze modus kiest de camera automatisch camera-instellingen die bij het gedetecteerde type scène passen. Dit is handig als u niet
bekend bent met de camera-instellingen voor de diverse scènes.
Pictogram Beschrijving
Portretten met tegenlicht
Portretten
Close-upfoto's van objecten
Close-upfoto's van tekst
Zonsondergang
Heldere luchten
Bossen
Close-upfoto's van gekleurde onderwerpen
De camera is gestabiliseerd of op een statief
geplaatst (bij opnamen in het donker)
Onderwerpen die veel bewegen
Vuurwerk (als een statief wordt gebruikt)
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer .
3
Kadreer het onderwerp.
• De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram
voor de desbetreffende modus wordt linksboven in het
scherm weergegeven. De pictogrammen worden hieronder
weergegeven.
Pictogram Beschrijving
Landschappen
Scènes met een helderwitte achtergrond
Landschappen 's nachts
Portretten 's nachts
Landschappen met tegenlicht
Geavanceerde functies
33
De Smart Auto-modus gebruiken
4
Druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
• In bepaalde scènes maakt de camera automatisch een foto
als u de [Ontspanknop] half indrukt.
5
Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.
• Als de camera geen scènemodus herkent, wordt weergegeven
en worden de standaardinstellingen gebruikt.
• Ook als er een gezicht wordt gedetecteerd, is het mogelijk dat de
camera geen portretmodus selecteert. Dit hangt af van de positie van
het onderwerp en de lichtval.
• Door verscheidene opnameomstandigheden kan het gebeuren dat
de camera de juiste scène niet kan selecteren, bijvoorbeeld door het
trillen van de camera, de lichtval en de afstand tot het onderwerp.
• Zelfs als u een statief gebruikt, wordt de modus
mogelijk niet
herkend, afhankelijk van de bewegingen van het onderwerp.
• In de modus
mode verbruikt de camera meer stroom van de
batterij omdat de instellingen vaker worden gewijzigd om de juiste
scènes te kiezen.
Geavanceerde functies
34
De Scènemodus gebruiken
In de Scènemodus kunt u een foto maken met opties die al vooraf zijn ingesteld voor een bepaalde scène.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer een scène.
Magisch kader
Beautyshot
Nacht
Landschap
Tekst
Zon onder
Dageraad
Als u de scènemodus wilt wijzigen, drukt u op [ ] en
selecteert u Scène een scène.
Zie "De modus Magisch kader gebruiken" op pagina 34 voor
informatie over de modus Magisch kader.
Voor de Beautyshotmodus, zie “De Beautyshot-modus
gebruiken” op bladzijde 35.
Voor de Nachtmodus, zie “De Nachtmodus gebruiken ” op
pagina 36.
3
Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
4
Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.
De modus Magisch kader gebruiken
In de modus Magisch kader kunt u verschillende effecten voor
kaders toepassen op uw foto's. De vorm en de uitstraling van de
foto's word gewijzigd al naargelang het kader dat u selecteert.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Magisch kader.
3
Druk op [ ].
4
Selecteer Opname Kader een optie.
Geavanceerde functies
35
De Scènemodus gebruiken
De Beautyshot-modus gebruiken
In de Beautyshot-modus kunt u een portret maken met opties
voor het verdoezelen van onzuiverheden op het gezicht.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Beautyshot.
3
Druk op [ ].
4
Selecteer Opname Gezichtstint.
5
Selecteer een optie.
• Verhoog bijvoorbeeld de gezichtstint om de huid lichter te
laten lijken.
Niveau 2
Terug Verpl.
5
Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
6
Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.
• In de modus Magisch kader wordt de resolutie automatisch ingesteld
op .
• Wanneer u de modus Magisch kader inschakelt voor de camera en
deze aansluit op een tv, kunt u geen foto's nemen.
Geavanceerde functies
36
De Scènemodus gebruiken
6
Druk op [ ].
7
Selecteer Opname Gezichtretouch..
8
Selecteer een optie.
• Verhoog bijvoorbeeld de instelling Gezichtsretouch om meer
onzuiverheden te verbergen.
Niveau 2
Terug Verpl.
9
Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
10
Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.
Als u de Beautyshot-modus gebruikt, wordt de scherpstelafstand ingesteld
op Auto macro.
De Nachtmodus gebruiken
In de nachtmodus kunt u een lange sluitertijd gebruiken om
de sluiter langer open te laten staan. Gebruik een hogere
diafragmawaarde om overbelichting te voorkomen.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Nacht.
3
Druk op [ ].
4
Selecteer Opname Lange sluitert..
5
Selecteer de diafragmawaarde of sluitersnelheid.
Diafragmawaarde
Sluitertijd
Diafragma
Terug Verpl.
Geavanceerde functies
37
De Scènemodus gebruiken
6
Selecteer een optie.
• Als u AUTO selecteert, worden diafragma en sluitertijd
automatisch aangepast.
7
Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
8
Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.
Gebruik een statief om te voorkomen dat de foto's onscherp worden.
Geavanceerde functies
38
De Programmamodus gebruiken
In de Programmamodus kunt u diverse opties instellen (met uitzondering van de sluitertijd en diafragmawaarde).
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer .
3
Stel opties in. (Voor een lijst met opties, zie
Opnameopties.)
4
Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
5
Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.
Geavanceerde functies
39
De Filmmodus gebruiken
In de stand Film kunt u high-definition video's opnemen met een resolutie van 1280 X 720 HQ. U kunt tot 4 GB (circa 15 minuten)
opnemen met een resolutie van 1280 X 720 HQ en opgenomen video's worden in de camera opgeslagen als MJPEG-bestanden.
• Sommige geheugenkaarten bieden mogelijk geen ondersteuning voor opnamen met high-definition kwaliteit. Stel in dat geval een lagere resolutie in. (pag. 46)
• Geheugenkaarten met langzame schrijfsnelheden bieden geen ondersteuning voor video's met een hoge resolutie. Gebruik voor het opnemen van video's met een
hoge resolutie geheugenkaarten met een hogere schrijfsnelheid.
5
Druk op [ ].
6
Selecteer Film Sound Alive een geluidsoptie.
Optie Beschrijving
Sound Alive Aan: de functie Sound Alive inschakelen.
Sound Alive Uit: de functie Sound Alive uitschakelen.
Dempen: geen geluiden opnemen.
• Zorg ervoor dat de microfoon niet wordt geblokkeerd als u
gebruikmaakt van de functie Sound Alive.
• Opnamen die zijn gemaakt met Sound Alive kunnen afwijken van het
daadwerkelijke geluid.
7
Stel naar wens andere opties in.
(Voor een lijst met opties, zie “Opnameopties”.)
8
Druk op [Ontspanknop] om de opname te starten.
9
Druk nogmaals op [Ontspanknop] om de opname te
stoppen.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer .
3
Druk op [ ].
4
Selecteer Film Framesnelheid →een framesnelheid
(het aantal frames per seconde).
• Bij een hoger aantal frames doet de actie natuurlijker aan,
maar wordt het bestand ook groter.
Afhankelijk van de resolutie en de framesnelheid kan de film kleiner lijken dan
de originele grootte zoals weergegeven op het hoofddisplay.
Geavanceerde functies
40
De Filmmodus gebruiken
De Intelligente scènedetectiemodus
gebruiken
In deze modus kiest de camera automatisch instellingen die bij
het gedetecteerde type scène passen.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer .
3
Druk op [ ].
4
Selecteer Film Intelligente scènedetectie Aan.
5
Kadreer het onderwerp.
• De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram
voor de desbetreffende modus wordt linksboven in het
scherm weergegeven.
Het opnemen onderbreken
U kunt tijdens het opnemen van een video de opname tijdelijk
onderbreken. Met deze functie kunt u uw favoriete scènes in één
video opnemen.
Stop Opnemen
• Druk op [ ] om tijdens het opnemen te pauzeren.
• Druk op [
] om verder te gaan.
Geavanceerde functies
41
De Filmmodus gebruiken
Pictogram Beschrijving
Verschijnt bij het maken van video’s van
landschappen.
Verschijnt bij het maken van video’s van heldere
luchten.
Verschijnt bij het maken van video’s van beboste
gebieden.
Verschijnt bij het maken van video’s van
zonsondergangen.
6
Druk op de [Ontspanknop] om de opname te starten.
7
Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname
te stoppen.
• Als de camera geen scènemodus herkent, verandert, niet en
worden de standaardinstellingen gebruikt.
• Door verscheidene opnameomstandigheden kan het gebeuren dat
de camera de juiste scène niet kan selecteren, bijvoorbeeld door het
trillen van de camera, de lichtval en de afstand tot het onderwerp.
• In de modus Intelligente scènedetectie kunt u geen smart-
filtereffecten instellen.
Geavanceerde functies
42
Foto's maken met het scherm aan de voorzijde
Het scherm aan de voorzijde is handig bij het maken van zelfportretten en foto’s van kinderen. U kunt de timer voor sprongopname ook met
het scherm aan de voorzijde gebruiken.
Een eenvoudige opname van uzelf maken
Als u op de knop LCD op voorzijde drukt wanneer de camera
is uitgeschakeld, schakelt het scherm aan de voorzijde om een
eenvoudige opname van uzelf te maken. Omdat het hoofdscherm
is uitgeschakeld, verbruikt de camera minder stroom en kunnen
anderen het hoofdscherm niet bekijken.
•De camera schakelt weer uit wanneer u nogmaals op de knop
LCD op de voorzijde drukt, of op [POWER] drukt.
•Het scherm aan de voorzijde wordt uitgeschakeld en het
hoofdscherm wordt ingeschakeld wanneer u op [
] drukt.
De Zelfportretmodus gebruiken
Foto's van uzelf maken met het scherm aan de voorzijde.
1
Druk in de opnamemodus op de knop LCD op voorzijde.
2
Selecteer Zelfportret.
• Uw gezicht wordt automatisch door de camera gedetecteerd.
Er wordt een kader om het gedetecteerde gezicht
weergegeven.
3
Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
4
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
Geavanceerde functies
43
Foto's maken met het scherm aan de voorzijde
De Kinderenmodus gebruiken
De Kinderenmodus houdt de aandacht van kinderen vast
door een korte animatie weer te geven op het scherm aan de
voorzijde.
1
Druk in de opnamemodus op de knop LCD op voorzijde.
2
Selecteer Kinderen.
• De camera geeft een animatie weer.
3
Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
4
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
• U kunt animaties voor het scherm aan de voorzijde downloaden via
Intelli-Studio. (pag. 85)
• U kunt geluiden toevoegen aan animaties om de aandacht van
kinderen te trekken. (pag. 92)
De sprongopname-timer gebruiken
U kunt een foto van springende mensen nemen. Er verschijnt een
pictogram op het scherm aan de voorzijde als melding dat de
mensen kunnen gaan springen.
1
Druk in de opnamemodus op de knop LCD op voorzijde.
2
Selecteer Sprongopname.
3
Druk op de [Ontspanknop].
• Op het scherm aan de voorzijde wordt een paar seconden
voordat de opname wordt gemaakt met aftellen begonnen.
Geavanceerde functies
44
Foto's maken met het scherm aan de voorzijde
4
Spring als het pictogram op het scherm aan de voorzijde
verschijnt.
• Er worden 2 foto’s achter elkaar gemaakt.
Als u foto’s met de sprongopname-timer bij weinig licht of binnenshuis maakt,
lijken de fotos mogelijk donker.
Een video maken met het scherm aan de
voorzijde
Een video maken in de Zelfportretmodus
1
Druk in de opnamemodus op de knop LCD op voorzijde.
2
Selecteer Frontdisplay aan.
3
Druk op de [Ontspanknop] om de opname te starten.
4
Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname
te stoppen.
Een video maken in de Kinderenmodus
1
Druk in de opnamemodus op de knop LCD op voorzijde.
2
Selecteer Kinderen.
3
Druk op de [Ontspanknop] om de opname te starten.
4
Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname
te stoppen.
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren
…… 46
De resolutie selecteren
…………………… 46
De beeldkwaliteit selecteren
……………… 47
De timer gebruiken
………………………… 48
Opnamen in het donker maken
……… 49
Rode ogen voorkomen
…………………… 49
De flitser gebruiken
……………………… 49
De ISO-waarde aanpassen
……………… 50
De scherpstelling aanpassen
………… 51
Macro gebruiken
………………………… 51
Autofocus gebruiken
……………………… 51
Meebewegende autofocus gebruiken
…… 52
Het scherpstelgebied aanpassen
………… 53
Gezichtsdetectie gebruiken
…………… 54
Gezichten detecteren
…………………… 54
Een foto van een lachend gezicht maken
55
Knipperende ogen detecteren
…………… 55
Slimme gezichtsherkenning
……………… 56
Gezichten als favoriet registreren (Mijn ster)
57
Helderheid en kleur aanpassen
………… 58
De belichting handmatig aanpassen (EV)
58
Compenseren voor tegenlicht (ACB)
……… 59
De lichtmeetmethode wijzigen
………… 59
Een lichtbron selecteren (Witbalans)
……… 60
Serieopname
……………………………… 62
Uw foto's mooier maken
………………… 63
Intelligente filtereffecten toepassen
……… 63
Uw foto's aanpassen
………………… 66
Opnameopties
Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in de opnamemodus kunt kiezen.
Opnameopties
46
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren
Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de beeldresolutie en -kwaliteit kunt aanpassen.
Bij het maken van een video
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Film Filmformaat een optie.
Optie Beschrijving
1280 X 720 HQ: Bestanden met hoge kwaliteit
weergeven op een HDTV.
640 X 480: Weergeven op een algemene tv.
320 X 240: Op een webpagina plaatsen.
De resolutie selecteren
Als u de resolutie verhoogt, zullen de foto's en video's meer pixels
bevatten en daardoor groter worden afgedrukt en weergegeven.
Bij een hoge resolutie neemt ook de bestandsgrootte toe.
Bij het maken van een foto
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Fotoformaat een optie.
Optie Beschrijving
4608 X 3456: Afdrukken op A1-formaat.
4608 X 3072: Afdrukken op A1-formaat in brede
verhouding (3:2).
4608 X 2592: Afdrukken op A2-formaat in
panoramaverhouding (16:9) of weergeven op een HDTV.
3648 X 2736: Afdrukken op A3-formaat.
2592 X 1944: Afdrukken op A4-formaat.
1984 X 1488: Afdrukken op A5-formaat.
1920 X 1080: Afdrukken op A5-formaat in
panoramaverhouding (16:9) of weergeven op een HDTV.
1024 X 768: Voor e-mailbijlagen.
Opnameopties
47
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren
De beeldkwaliteit selecteren
De foto's die u maakt, worden gecomprimeerd en in JPEG-
indeling opgeslagen. Een hogere kwaliteit resulteert in grotere
bestanden.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Kwalit. een optie.
Optie Beschrijving
Superhoog: Foto's maken met superhoge kwaliteit.
Hoog: Foto's maken met hoge kwaliteit.
Normaal: Foto's maken met normale kwaliteit.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
Opnameopties
48
De timer gebruiken
Hier vindt u informatie over hoe u de timer instelt om de opname met een vertraging te maken.
3
Druk op [Ontspanknop] om de timer te starten.
• Het AF-hulplampje/timerlampje gaat knipperen en De camera
maakt na de ingestelde tijdsduur automatisch een foto.
• Op het scherm aan de voorzijde wordt een paar seconden
voordat de opname wordt gemaakt met aftellen begonnen.
• Druk op [Ontspanknop] of [ ] om de timer te annuleren.
• Afhankelijk van de geselecteerde gezichtsdetectie-optie is de timer
niet beschikbaar of zijn sommige timeropties niet beschikbaar.
• Wanneer u opties voor reeksopnamen instelt, kan de zelfontspanner
niet worden gebruikt.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
Uit
2
Selecteer een optie.
Optie Beschrijving
Uit: De timer is uitgeschakeld.
10 sec: Over 10 seconden een foto maken.
2 sec: Over 2 seconden een foto maken.
Dubbel: Over 10 seconden een foto maken en twee
seconden later nog een.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
Opnameopties
49
Opnamen in het donker maken
Hier vindt u informatie over hoe u 's nachts of bij weinig licht foto's kunt maken.
De flitser gebruiken
Gebruik de flitser wanneer u foto's in het donker maakt of
wanneer u meer licht in de foto's wilt hebben.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
Auto
2
Selecteer een optie.
Optie Beschrijving
Uit:
• De flitser gaat niet af.
• De waarschuwing voor bewegingsonscherpte
(
) wordt weergegeven wanneer u bij weinig licht
opnamen maakt.
Anti-rode ogen*:
• De flitser gaat af wanneer het onderwerp of de
achtergrond donker is.
• De camera corrigeert rode ogen door middel van
geavanceerde softwarematige analyse van de opname.
Rode ogen voorkomen
Als u in het donker een foto van iemand maakt met gebruik van
de flitser, kan er een rode gloed in de ogen van het onderwerp
verschijnen. U kunt dit voorkomen door Rode ogen of Anti-
rode ogen te selecteren. Voor de flitseropties, zie “De flitser
gebruiken”.
Opnameopties
50
Opnamen in het donker maken
• Er zijn geen flitseropties beschikbaar als u de opties Continu,
Bewegingsopname of AEB hebt ingesteld of als u Knipperen hebt
geselecteerd.
• Zorg dat uw onderwerp zich binnen de aanbevolen afstand van de
flitser bevindt. (pag. 109)
• Als er licht wordt gereflecteerd of er te veel stof in de lucht is, kunnen
er kleine spikkels op de foto zichtbaar zijn.
De ISO-waarde aanpassen
De ISO-waarde is een eenheid voor de mate waarin film gevoelig
is voor licht, zoals gedefinieerd door de International Organisation
for Standardisation (ISO). Hoe hoger de ISO-waarde, des te
gevoeliger wordt de camera voor licht. Met een hogere ISO-
waarde kunt u gemakkelijker foto's zonder flits maken.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname ISO een optie.
• Selecteer om een geschikte ISO-waarde te gebruiken op
basis van de helderheid van het onderwerp en de lichtval.
• Hoe hoger de ISO-waarde, des te meer beeldruis kan er optreden.
• Wanneer Bewegingsopname is ingesteld, wordt de ISO-waarde
ingesteld op Auto.
• Wanneer
wordt geselecteerd, is de opnamegrootte minder
dan 3M.
Optie Beschrijving
Langz sync:
• Er wordt geflitst en de sluiter blijft langer open.
• Deze optie wordt aanbevolen wanneer u het
omgevingslicht wilt gebruiken om meer detail in de
achtergrond zichtbaar te maken.
• Gebruik een statief om te voorkomen dat de foto's
onscherp worden.
• De camera geeft een waarschuwing weer dat de
camera beweegt (
) wanneer u foto's neemt bij
weinig licht.
Invulflits:
• De flitser gaat altijd af.
• De lichtintensiteit wordt automatisch bijgesteld.
Rode ogen*:
• De flitser gaat af wanneer het onderwerp of de
achtergrond donker is.
• De camera gaat rode ogen tegen.
Auto: De flitser gaat automatisch af wanneer het
onderwerp of de achtergrond donker is.
Auto: De camera selecteert een geschikte flitsinstelling
voor de gedetecteerde scène in de modus
.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
* Er zit een korte tijd tussen twee flitsen. Beweeg de camera niet totdat
de tweede flits is afgegaan.
Opnameopties
51
De scherpstelling aanpassen
Hier vindt u informatie over hoe u de manier waarop de camera scherpstelt voor diverse onderwerpen kunt aanpassen.
Autofocus gebruiken
Om scherpe foto's te maken, selecteert u de scherpsteloptie die
bij de afstand tot het onderwerp past.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
Normaal (AF)
2
Selecteer een optie.
Optie Beschrijving
Normaal (AF):
Scherpstellen op een onderwerp dat zich op
een afstand van 80 cm of meer bevindt. Of op een afstand
van 100 cm of meer, wanneer u gebruikmaakt van de zoom.
Macro:
Scherpstellen op een onderwerp op 5 cm - 80
cm afstand.
Auto macro:
•
Automatisch scherpstellen op een onderwerp verder
weg dan 5 cm. Of op een afstand van 100 cm of
meer, wanneer u gebruikmaakt van de zoom.
•
De optie wordt automatisch ingesteld in bepaalde
opnamemodi.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
Macro gebruiken
Gebruik macro om close-upfoto's te maken van onderwerpen
zoals bloemen en insecten. Voor de macro-opties, zie Autofocus
gebruiken”.
• Probeer de camera heel stil te houden, om te voorkomen dat de
foto's onscherp worden.
• Schakel de flitser uit als de afstand tot het onderwerp minder dan
40 cm bedraagt.
Opnameopties
52
De scherpstelling aanpassen
• Als u geen scherpstelgebied selecteert, verschijnt het scherpstelkader
midden in het beeld.
• Het volgen van een onderwerp kan in de volgende gevallen
mislukken:
- het onderwerp is te klein of verplaatst zich vaak
- er is sprake van tegenlicht of u maakt foto's op een donkere plaats
- kleuren of patronen van het onderwerp komen met de achtergrond
overeen
- de camera trilt enorm
• Wanneer een onderwerp niet kan worden gevolgd, wordt het
scherpstelkader weergegeven als een kader met één witte lijn (
).
• Als de camera het onderwerp niet volgt, moet u het te volgen
onderwerp opnieuw selecteren.
• Als de camera er niet in slaagt om scherp te stellen, wordt het
scherpstelkader een kader met één rode lijn (
).
• Als u deze functie gebruikt, is het niet mogelijk om de opties voor
zelfontspanning, gezichtsherkenning en smart-filtereffecten in te
stellen.
Meebewegende autofocus gebruiken
Met Tracking AF kunt u het onderwerp volgen en automatisch
scherp in beeld houden, ook wanneer u beweegt.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Scherpstelgebied Tracking AF.
3
Stel scherp op het onderwerp dat u wilt volgen en druk
op [
].
• Er verschijnt een scherpstelkader rond het onderwerp dat het
onderwerp volgt als u de camera beweegt.
• Een wit kader betekent dat de camera het onderwerp volgt.
• Een groen kader wanneer u de [Ontspanknop] half indrukt,
betekent dat het onderwerp scherp in beeld is.
4
Druk op de [
Ontspanknop
] om een foto te maken.
Opnameopties
53
De scherpstelling aanpassen
Het scherpstelgebied aanpassen
U kunt betere foto's krijgen door een scherpstelgebied te kiezen
op basis van de locatie van het onderwerp in de scène.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Scherpstelgebied een optie.
Optie Beschrijving
Centrum AF: Scherpstelling op het midden (geschikt
voor onderwerpen in het midden van het beeld).
Multi AF: Scherpstelling op een of meer van de
9 mogelijke gebieden.
Tracking AF: Stel scherp op en beweeg mee met het
onderwerp.
(pag. 52)
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
Opnameopties
54
Gezichtsdetectie gebruiken
Wanneer u de gezichtsdetectiefunctie gebruikt, herkent de camera automatisch gezichten van mensen. Wanneer u op een gezicht
scherpstelt, past de camera de belichting automatisch aan. Maak snel en eenvoudig foto's met Knipperen om gesloten ogen op de foto
te voorkomen en Smile shot om een lachend gezicht vast te leggen. Ook kunt u Slimme gez.herkenning gebruiken om gezichten te
registreren en ze bij het scherpstellen prioriteit te geven.
Gezichten detecteren
De camera detecteert automatisch menselijke gezichten
(maximaal 10 gezichten).
Het dichtstbijzijnde gezicht
wordt in een wit scherpstelkader
gevangen, de andere gezichten
in grijze kaders.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Gezichtsdetectie Normaal.
• Hoe dichter u bij het onderwerp bent, des te sneller detecteert de
camera gezichten.
• Als u serieopties hebt ingesteld, registreert de camera wellicht geen
gedetecteerde gezichten.
• De camera volgt automatisch het geregistreerde gezicht.
• Gezichtsdetectie is mogelijk in de volgende gevallen niet effectief:
- het onderwerp bevindt zich te ver van de camera af
- het is te licht of te donker
- het onderwerp kijkt niet in de richting van de camera
- het onderwerp draagt een zonnebril of een masker
- het onderwerp heeft tegenlicht of de lichtomstandigheden zijn
veranderlijk
- de gezichtsuitdrukking van het onderwerp wijzigt drastisch
• Gezichtsherkenning is niet beschikbaar als een smart-filtereffect, de
optie voor beeldaanpassing of Tracking AF wordt gebruikt.
• Afhankelijk van de opname-instellingen kunnen de beschikbare
opties voor gezichtsdetectie verschillen.
• Afhankelijk van de geselecteerde opties voor gezichtsdetectie, is de
timerfunctie mogelijk niet beschikbaar.
• Als u opties voor gezichtsdetectie instelt, wordt het AF-gebied
automatisch ingesteld op Multi AF.
• Afhankelijk van de opties voor gezichtsdetectie die u hebt
geselecteerd, zijn opties voor serie-opnamen niet beschikbaar.
• Als u de optie Slimme gez. herkenning instelt en foto's van
gedetecteerde gezichten neemt, worden ze in de gezichtenlijst
geregistreerd.
• In de weergavemodus kunt u geregistreerde gezichten op volgorde
van prioriteit weergeven. (pag. 69) Ondanks dat gezichten zijn
geregistreerd, worden ze mogelijk in de weergavemodus niet
geclassificeerd.
• Een gezicht dat met de optie Slimme gez. herkenning wordt
gedetecteerd, komt mogelijk niet in de gezichtenlijst of in Smart
Album voor.
Opnameopties
55
Gezichtsdetectie gebruiken
Knipperende ogen detecteren
Als de camera gesloten ogen detecteert, worden er automatisch
2 foto's na elkaar gemaakt.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Gezichtsdetectie Knipperen.
Een foto van een lachend gezicht maken
De camera maakt automatisch een foto wanneer er een lachend
gezicht wordt gedetecteerd.
De camera herkent de lach
eerder wanneer het onderwerp
breeduit lacht.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Gezichtsdetectie Smile shot.
3
Stel de opname samen.
• De camera neemt automatisch een foto wanneer er een
lachend gezicht wordt gedetecteerd.
Opnameopties
56
Gezichtsdetectie gebruiken
• Het is mogelijk dat de camera gezichten niet goed herkent en
registreert, afhankelijk van de lichtomstandigheden, opvallende
wijzigingen in de houding of het gezicht van het onderwerp en of het
onderwerp een bril draagt.
• De camera kan maximaal 12 gezichten automatisch registreren. Als
de camera een nieuw gezicht herkent terwijl er al 12 gezichten zijn
geregistreerd, zal de camera automatisch het gezicht met de laagste
prioriteit door het nieuwe vervangen.
• De camera kan maximaal 5 gezichten in een scène detecteren.
Slimme gezichtsherkenning
De camera registreert automatisch gezichten die u vaak
fotografeert (maximaal 10 mensen). Met deze functie krijgt de
scherpstelling van deze gezichten prioriteit. Deze functie is alleen
beschikbaar als u een geheugenkaart gebruikt.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Gezichtsdetectie Slimme
gez.herkenning.
• Het gezicht dat in de opnamemodus wordt gedetecteerd
komt mogelijk niet in de gezichtenlijst of in Smart Album voor.
•
: Hiermee worden favoriete gezichten aangegeven
(zie pagina 57 voor het registreren van favoriete gezichten).
•
: Hiermee worden gezichten aangegeven die automatisch
door de camera worden geregistreerd.
Opnameopties
57
Gezichtsdetectie gebruiken
Gezichten als favoriet registreren (Mijn ster)
U kunt uw favoriete gezichten registreren om deze gezichten bij
de scherpstelling en belichting prioriteit te geven. Deze functie is
alleen bij gebruik van een geheugenkaart beschikbaar.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Smart FR wijzigen Mijn ster.
3
Kadreer het onderwerp met de ovalen kaderlijn en druk
op de [Ontspanknop] om het gezicht te registreren.
Terug Instellen
• Maak bij het registreren van gezichten een foto per persoon tegelijk.
• Maak 5 foto's van het gezicht van het onderwerp voor de beste resultaten:
van de voorkant, van links, van rechts, van boven en van onderen.
• Wanneer u foto's maakt van links, van rechts, van boven en van
onderen, moet u het onderwerp vertellen zijn of haar gezicht niet
meer dan 30 graden te draaien.
• U kunt een gezicht registreren, zelfs als u maar één foto van het
gezicht van het onderwerp maakt.
4
Zodra u klaar bent met het maken van de foto’s, wordt
een lijst met gezichten weergegeven.
• Uw favoriete gezichten worden in de gezichtenlijst met een
gemarkeerd.
• U kunt maximaal 8 favoriete gezichten registreren.
• De flitseroptie wordt op Uit ingesteld.
• Als u een gezicht twee keer registreert, kunt u een van deze
gezichten uit de lijst verwijderen.
Uw favoriete gezichten weergeven
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname Smart FR wijzigen Gezichtenlijst.
• Als u de classificatie van het gezicht wilt wijzigen, drukt u op [ ] en
selecteert u Rangorde wijzigen. (pag. 69)
• Als u de favoriete gezichten wilt annuleren, drukt u op [
] en
selecteert u Verwijderen. (pag. 70)
Opnameopties
58
Helderheid en kleur aanpassen
Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de helderheid en kleur kunt aanpassen om een betere beeldkwaliteit te bereiken.
3
Selecteer een waarde om de belichting aan te passen.
• De foto wordt lichter naarmate de belichting wordt verhoogd.
• Als u de waarde voor de belichting aanpast, wordt het
pictogram als volgt weergegeven.
• Nadat u de belichting hebt aangepast, blijft deze instelling van
kracht. Mogelijk moet dit later weer worden bijgesteld om onder- of
overbelichting te voorkomen.
• Als u niet weet wat de juiste belichting zou zijn, selecteert u AEB
(Auto Exposure Bracket). De camera maakt dan een reeks foto's
met verschillende belichtingen: normaal, onderbelicht en overbelicht.
(pag. 62)
De belichting handmatig aanpassen
(EV)
Afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht kunnen foto's
te licht of te donker uitvallen. U kunt dan de belichting aanpassen
om een beter resultaat te krijgen.
Donkerder (-) Neutraal 0) Helderder (+)
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname of Film →EV.
Opnameopties
59
Helderheid en kleur aanpassen
De lichtmeetmethode wijzigen
De lichtmeetmethode is de manier waarop de camera de
hoeveelheid opvallend licht meet. De helderheid en belichting van
de foto's varieert met de gekozen lichtmeetmethode.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname of Film →L.meting een optie.
Optie Beschrijving
Multi:
• De camera verdeelt het beeld onder in diverse
gebieden en meet de lichtintensiteit in elk gebied.
• Geschikt voor algemene foto's.
Spot:
• De camera meet alleen de lichtintensiteit in het uiterste
midden van het kader.
• Als een onderwerp zich niet midden in het beeld
bevindt, kan de foto verkeerd belicht worden.
• Geschikt voor een onderwerp met tegenlicht.
Centr. gewogen:
• De camera bepaalt een gemiddelde voor de
lichtmeting van het gehele beeld, maar met nadruk op
het midden.
• Geschikt voor foto's waarbij het onderwerp zich in het
midden van het beeld bevindt.
Compenseren voor tegenlicht (ACB)
Wanneer de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt, of als er
een groot contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond,
komt het onderwerp waarschijnlijk donker op de foto. Schakel in
dat geval de optie Auto Contrast Balance (ACB) in.
Zonder ACB Met ACB
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname →ACB een optie.
Optie Beschrijving
Uit: ACB is uitgeschakeld.
Aan: ACB is ingeschakeld.
De functie ACB is niet beschikbaar als u Continu, Bewegingsopname,
AEB-opties instelt.
Opnameopties
60
Helderheid en kleur aanpassen
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname of Film →Witbalans een optie.
Pictogram Beschrijving
Auto witbalans: Gebruik automatische instellingen
op basis van de lichtomstandigheden.
Daglicht: Selecteer deze optie voor buitenfoto's op
een zonnige dag.
Bewolkt: Selecteer deze optie voor buitenfoto's op
een bewolkte dag of in de schaduw.
TL-licht H: Selecteer deze optie voor foto's bij
daglichtlampen of drie-wegfluorescentielampen.
TL-licht L: Selecteer deze optie voor foto's bij wit
TL-licht.
Kunstlicht: Selecteer deze optie wanneer u
binnenfoto's maakt bij licht van gloeilampen of
halogeenlampen.
Meten: Sluiter (Aangep. instelling): Hiermee
gebruikt u uw eigen, vooraf geconfigureerde
instellingen. (Zie de procedure rechts.)
(pag. 61)
Een lichtbron selecteren (Witbalans)
De kleuren in een foto zijn afhankelijk van het soort lichtbron en
de kwaliteit daarvan. Als u wilt dat uw foto's realistische kleuren
hebben, selecteert u een passende lichtomstandigheid om
de witbalans mee te kalibreren, zoals Auto witbalans, Daglicht,
Bewolkt of Kunstlicht.
(Auto witbalans) (Daglicht)
(Bewolkt) (Kunstlicht)
Opnameopties
61
Helderheid en kleur aanpassen
Uw eigen witbalansinstelling configureren
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname of Film →Witbalans Meten:
Sluiter (Aangep. instelling).
3
Richt de lens op een wit stuk papier.
4
Druk op [Ontspanknop].
Opnameopties
62
Serieopname
Het kan soms moeilijk zijn om foto's van snelbewegende onderwerpen te maken en om de natuurlijke gezichtsuitdrukkingen en gebaren van
uw onderwerpen op de foto vast te leggen. Selecteer in dergelijke gevallen een van de modi voor serieopname.
Optie Beschrijving
Bewegingsopname:
• Terwijl u de [Ontspanknop] ingedrukt houdt, maakt
de camera VGA-foto's (6 foto's per seconde, met een
maximum van 30 foto's).
AEB:
• Maak 3 foto's met een verschillende belichting:
normaal, onderbelicht en overbelicht.
• Gebruik een statief om onscherpe foto's te voorkomen.
Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
• U kunt de flitser, timer, ACB en intelligente filter alleen gebruiken
als u 1 opname selecteert.
• Als u Bewegingsopname selecteert, wordt de resolutie
ingesteld op VGA en de ISO-instelling op Auto gezet.
• Afhankelijk van de geselecteerde gezichtsdetectieoptie zijn
bepaalde opties voor reeksopnamen niet beschikbaar.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname →Snelheid een optie.
Optie Beschrijving
1 opname: Eén foto maken.
Continu:
• Terwijl u [Ontspanknop] ingedrukt houdt, blijft de
camera achter elkaar foto's maken.
• Het maximumaantal foto's is afhankelijk van de
capaciteit van de geheugenkaart.
Opnameopties
63
Uw foto's mooier maken
Hier kunt u lezen hoe u uw foto's mooier kunt maken door smart-filtereffecten toe te passen of door aanpassingen aan te brengen.
Beschikbare filters in de Programmamodus
Pictogram
Beschrijving
Normaal: Geen effect.
Miniatuur: Een tilt/shift-effect toepassen om een
onderwerp als miniatuur weer te geven.
Vignetten: De effecten retrokleuren, groot contrast en
sterk vignet van Lomo-camera's toepassen.
Halftoonstip: Een halftooneffect toepassen.
Schets: Een schetseffect toepassen.
Visoog: De randen van het kader zwart maken en
objecten vervormen om het visuele effect van een
visooglens te imiteren.
Anti-nevel: Een foto helderder maken.
Klassiek: Een zwart/wit-effect toepassen.
Retro: Een effect met sepiatinten toepassen.
Negatief: Een negatiefeffect toepassen.
Aangep. RGB: Een kleurenwaarde aanpassen.
Intelligente filtereffecten toepassen
Pas allerlei filtereffecten op uw foto’s toe om unieke beelden te
maken.
Miniatuur Vignetten
Visoog Schets
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname of Film →Smart filter.
3
Selecteer een effect.
Opnameopties
64
Uw foto's mooier maken
Beschikbare filters in de Filmmodus
Pictogram
Beschrijving
Normaal: Geen effect.
Paleteffect 1: Een heldere look maken met een
scherp contrast en rode kleur.
Paleteffect 2: Scènes helder en strak maken door een
zachte blauwe tint toe te voegen.
Paleteffect 3: Een zachte bruine tint toepassen.
Paleteffect 4: Een koud en eenkleurig effect
toepassen.
Miniatuur: Een tilt/shift-effect toepassen om een
onderwerp als miniatuur weer te geven.
Vignetten: De effecten retrokleuren, groot contrast en
sterk vignet van Lomo-camera's toepassen.
Visoog: Objecten die in de buurt zijn, vervormen om
de visuele effecten van een vissenooglens te imiteren.
Anti-nevel: Een foto helderder maken.
Pictogram
Beschrijving
Klassiek: Een zwart/wit-effect toepassen.
Retro: Een effect met sepiatinten toepassen.
Negatief: Een negatiefeffect toepassen.
Aangep. RGB: Een kleurenwaarde aanpassen.
Opnameopties
65
Uw foto's mooier maken
Uw eigen RGB-tint definiëren
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname of Film →Smart filter →
Aangep. RGB.
3
Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw).
Terug Verpl.
4
Pas de hoeveelheid van de geselecteerde kleur aan.
(-: minder of +: meer)
5
Selecteer [ ].
• Als u Miniatuur selecteert wanneer u een video opneemt, wordt de
snelheid van de afspeeltijd van de video hoger.
• Als u Miniatuur selecteert wanneer u een video opneemt, neemt de
camera geen geluid op.
• Als u Miniatuur, Vignetten, Visoog of Anti-nevel selecteert tijdens
het opnemen van een video, wordt de opnamesnelheid ingesteld
op
en wordt de opnameresolutie ingesteld op een lagere waarde
dan .
• Als u smart-filtereffecten instelt, kunt u de opties voor
gezichtsherkenning, ACB, reeksopnamen, beeldaanpassing, Intelli-
zoom of Tracking AF niet gebruiken.
• Als u Schets selecteert, wordt de resolutie gewijzigd in
en lager.
Opnameopties
66
Uw foto's mooier maken
Uw foto's aanpassen
Pas het contrast, de scherpte en de kleurverzadiging van uw
foto's aan.
1
Druk in de opnamemodus op [ ].
2
Selecteer Opname →Beeld aanpassen.
3
Selecteer een aanpassingsoptie.
• Contrast
• Scherpte
• Kleurverz.
4
Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel
aan te passen.
Contrastoptie Beschrijving
-
Verminder kleuren en helderheid.
+
Verhoog kleuren en helderheid.
Scherpteoptie Beschrijving
-
Verzacht randen in de foto (geschikt voor
fotobewerking op de computer).
+
Verscherp randen om de foto duidelijker te
maken. Hierdoor kan ook de beeldruis in de
foto's toenemen.
Kleurverzadigingsoptie Beschrijving
-
Verminder de kleurverzadiging.
+
Verhoog de kleurverzadiging.
• Selecteer 0 als u geen effect wilt toepassen (geschikt voor
afdrukken).
• Als u deze functie gebruikt, kunt u de opties voor gezichtsherkenning
en smart filter niet instellen.
Weergeven
………………………………… 68
De weergavemodus starten
……………… 68
Foto's weergeven
………………………… 73
Een video afspelen
……………………… 75
Foto's bewerken
………………………… 77
Foto's in grootte aanpassen
………… 77
Een foto draaien
………………………… 77
Intelligente filtereffecten toepassen
……… 78
Belichtingsproblemen corrigeren
………… 79
Een afdrukbestelling maken (DPOF)
…… 81
Bestanden op een tv weergeven
………… 82
Bestanden naar de computer overbrengen
(Windows)
……………………………… 83
Bestanden overbrengen met behulp van
Intelli-studio
…………………………… 84
Bestanden overbrengen door de camera
als een verwisselbare schijf aan te sluiten
86
De camera loskoppelen (Windows XP)
…… 87
Bestanden naar de computer overbrengen
(Macintosh)
……………………………… 88
Foto's met een fotoprinter afdrukken
(PictBridge)
………………………………… 89
Afspelen/bewerken
Hier vindt u informatie over hoe u foto's en video's kunt weergeven of afspelen en hoe u foto's en
video's kunt bewerken. Ook leest u hier hoe u de camera op een computer, fotoprinter of televisie
aansluit.
Afspelen/bewerken
68
Weergeven
Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u bestanden beheert.
Het scherm in de weergavemodus
Informatie
Pictogram Beschrijving
Videobestand
Afdrukbestelling ingesteld (DPOF)
Beveiligd bestand
Foto bevat een geregistreerd gezicht; alleen beschikbaar
wanneer u een geheugenkaart gebruikt
Mapnaam – Bestandsnaam
Om bestandsinformatie op het scherm weer te geven, drukt u op [ ].
De weergavemodus starten
Bekijk foto's en video's die op de camera zijn opgeslagen.
1
Druk op [ ].
• Het recentste bestand wordt weergegeven.
• Als de camera is uitgeschakeld, wordt deze ingeschakeld en
wordt het recentste bestand weergegeven.
2
Druk op [ ] of [ ] om door de bestanden te bladeren.
• Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te
bladeren.
• Als u bestanden in het interne geheugen wilt weergeven, verwijdert u
de geheugenkaart.
• U kunt bestanden die zijn opgenomen met andere camera's, mogelijk
niet bewerken of afspelen, wegens niet-ondersteunde formaten
(afbeeldingsformaat, enzovoort) of codecs. Gebruik een computer of
ander apparaat om deze bestanden te bewerken of af te spelen.
Afspelen/bewerken
69
Weergeven
Videobestandsinformatie
Afspelen Vastleggen
Pictogram Beschrijving
Videobestand
Lengte van de video
Uw favoriete gezichten classificeren
U kunt uw favoriete gezichten rangschikken. Deze functie is alleen
bij gebruik van een geheugenkaart beschikbaar.
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties Gezichtenlijst bewerken
Rangorde wijzigen.
3
Selecteer een gezicht in de lijst en druk op [ ].
InstellenTerug
Gezichtenlijst bewerken
4
Druk op [ ] of [ ] om classificatie van een gezicht te
wijzigen en druk vervolgens op [
].
Afspelen/bewerken
70
Weergeven
Bestanden op categorie bekijken in Smart Album
Bekijk en beheer bestanden op categorie, zoals datum, week of
bestandstype.
1
Druk in de afspeelmodus de [Zoomknop] naar beneden.
2
Druk op [ ].
3
Selecteer een categorie.
Type
Datum
Kleur
Week
Gezicht
Terug Instellen
Optie Beschrijving
Type
Geef bestanden gesorteerd op bestandstype weer.
Datum
Geef bestanden op volgorde van de opslagdatum weer.
Kleur
Geef bestanden gesorteerd op de dominante kleur in
het beeld weer.
Week
Geef bestanden weer op volgorde van de weekdag
waarop ze zijn opgeslagen.
Gezicht
Hiermee worden bestanden gesorteerd op herkende
en favoriete gezichten weergegeven. (Maximaal 20
personen)
Uw favoriete gezichten annuleren
U kunt uw favoriete gezichten verwijderen. Deze functie is alleen
bij gebruik van een geheugenkaart beschikbaar.
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties Gezichtenlijst bewerken
Verwijderen.
3
Selecteer een gezicht en druk op [ ].
4
Druk op [ ].
5
Selecteer Ja.
Afspelen/bewerken
71
Weergeven
Bestanden als miniatuur weergeven
Blader vlug door miniaturen van bestanden heen.
Duw in de afspeelmodus de [Zoomknop] naar
beneden om miniaturen weer te geven (9 per keer).
Duw de [Zoomknop] nog een of twee keer naar
beneden om meer miniaturen weer te geven (20 per
keer). Duw de [Zoomknop] naar boven om naar de
vorige modus terug te keren.
Filter
Functie Actie
Door bestanden scrollen
Druk op [ ], [ ], [ ] of [ ].
Bestanden wissen
Druk op [ ] en selecteer Ja.
4
Druk op [ ] of [ ] om door de bestanden te bladeren.
• Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te bladeren.
5
Druk op [ ] om terug te gaan naar de normale
weergave.
• Wanneer u Kleur selecteert, wordt Etc weergegeven als er geen
kleur is opgehaald.
• Het kan enige tijd duren voordat Smart Album op de camera is
geopend of de categorie is gewijzigd en de bestanden opnieuw zijn
geordend.
• Het scherm aan de voorzijde wordt mogelijk niet geactiveerd nadat u
Smart Album opent.
Afspelen/bewerken
72
Weergeven
Bestanden wissen
Wis afzonderlijke bestanden of alle bestanden tegelijk.
Afzonderlijke bestanden wissen
U kunt een afzonderlijk bestand selecteren en dit verwijderen.
1
Selecteer een bestand in de weergavemodus en druk
op [
].
2
Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja.
Meerdere bestanden wissen
U kunt meerdere bestanden selecteren en deze tegelijk wissen.
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u
Meer wissen.
3
Selecteer de bestanden die u wilt wissen en druk op [ ].
• Druk nogmaals op [ ] om uw selectie op te heffen.
4
Druk op [ ].
5
Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja.
Bestanden beveiligen
Beveilig uw bestanden om te voorkomen dat ze per ongeluk
worden gewist.
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties →Beveiligen →Select..
• Als u alle bestanden wilt beveiligen, selecteert u Alles →
Vergrendel.
3
Selecteer het bestand dat u wilt beveiligen en druk op
[
].
• Druk nogmaals op [ ] om uw selectie op te heffen.
Select. Instellen
Beveiligd bestand
4
Druk op [ ].
U kunt een beveiligd bestand niet verwijderen of draaien.
Afspelen/bewerken
73
Weergeven
Foto's weergeven
Inzoomen op een deel van een foto of foto's als diavoorstelling
bekijken.
Een foto vergroten
Duw in de afspeelmodus de [Zoomknop] naar
boven om een deel van een foto te vergroten.
Druk [Zoomknop] naar beneden om uit te
zoomen.
Boven aan het scherm worden het vergrote gedeelte en de
zoomverhouding weergegeven. De maximale zoomverhouding
kan per resolutie verschillen.
Bijsnijden
Vergroot gebied
Zoomverhouding (de maximale
zoomverhouding kan variëren
afhankelijk van de resolutie.)
Alle bestanden verwijderen
U kunt alle bestanden selecteren en deze tegelijk verwijderen.
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties Wissen Alles.
3
Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja.
Bestanden naar de geheugenkaart kopiëren
U kunt bestanden van het interne geheugen naar een
geheugenkaart kopiëren.
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties →Kopie.
3
Selecteer Ja om bestanden te kopiëren.
Afspelen/bewerken
74
Weergeven
3
Selecteer een effect voor de diavoorstelling.
• Ga naar stap 4 als u een diavoorstelling zonder effect wilt.
Optie Beschrijving
Starten
instellen of de diashow wordt herhaald.
(Afspelen, Herhalen)
Foto's
Kies de foto's die u in een diavoorstelling wilt
weergeven.
• Alles: Alle foto's in een diavoorstelling weergeven.
• Datum: Alle foto's van een specifieke datum in een
diavoorstelling weergeven.
• Select.: Geselecteerde foto's in een diavoorstelling
weergeven.
Interval
• Het interval tussen foto's instellen.
• Dit is alleen mogelijk als Uit is geselecteerd in het
menu Effect.
Muziek
Achtergrondmuziek selecteren.
Effect
• Selecteer een overgangseffect.
• Selecteer Uit als u geen effect wilt.
• Als u de effectoptie gebruikt, wordt het interval
tussen foto's ingesteld op 1 seconde.
Functie Actie
Het vergrote gebied
verplaatsen
Druk op [ ], [ ], [ ] of [ ].
De vergrote foto
bijsnijden
Druk op [ ] (de foto wordt opgeslagen
als een nieuw bestand).
Als u foto’s weergeeft die zijn gemaakt met een andere camera, kan de
zoomverhouding verschillen.
Een diavoorstelling starten
Effecten en audio toevoegen aan een diashow met uw foto's.
Deze functie werkt niet voor video's en spraakmemo's.
1
Druk in de weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Diashow.
Afspelen/bewerken
75
Weergeven
Een video afspelen
U kunt een video afspelen of er een afzonderlijk beeld uithalen.
1
Selecteer in de weergavemodus een video en druk op
[
].
Pauze
Huidige afspeelduur
2
Gebruik de volgende knoppen voor de bediening:
Functie Beschrijving
Terugspoelen
Druk op [ ].
Het afspelen onderbreken
of hervatten
Druk op [ ].
Vooruitspoelen
Druk op [ ].
Het volume regelen
Duw de [Zoomknop] naar boven of
beneden.
4
Selecteer Starten →Afspelen.
• Selecteer Herhalen om de diashow te herhalen.
5
Geef de diavoorstelling weer.
• Druk op [ ] om de diashow te pauzeren.
• Druk nogmaals op [
] om de diavoorstelling te hervatten.
Als u de diavertoning wilt stoppen en terug wilt naar de Weergavemodus,
drukt u op [
] en vervolgens op [ ] of [ ].
Afspelen/bewerken
76
Weergeven
Een beeld vastleggen tijdens het afspelen
1
Druk op [ ] op het punt waarop u een foto wilt
opslaan.
2
Druk op [ ].
Afzonderlijke beelden die worden bewaard hebben dezelfde grootte als het
oorspronkelijke videobestand en worden als een nieuw bestand opgeslagen.
Afspelen/bewerken
77
Foto's bewerken
Bewerk foto's door ze te draaien, in grootte aan te passen, rode ogen te verwijderen en de helderheid, het contrast en de kleurverzadiging
aan te passen.
• Bewerkte foto's worden als nieuw bestand opgeslagen.
• Wanneer u foto's bewerkt, converteert de camera deze automatisch naar een lagere resolutie. Foto's die handmatig worden gedraaid of waar het formaat
handmatig van wordt aangepast, worden niet automatisch geconverteerd naar een lagere resolutie.
Een foto draaien
1
Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Draaien een optie.
Terug
Rechts 90 gr.
Instellen
De gedraaide foto wordt opgeslagen als hetzelfde bestand, niet als een
nieuw bestand.
Foto's in grootte aanpassen
U kunt het formaat van een foto wijzigen en de foto als een
nieuw bestand opslaan. U kunt instellen dat een foto wordt
weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld.
1
Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Res.wijz een optie.
•
Selecteer om de foto als beginafbeelding op te slaan.
(pag. 93)
Terug
1984 X 1488
Instellen
De beschikbare opties verschillen, afhankelijk van de grootte van de
geselecteerde foto.
Afspelen/bewerken
78
Foto's bewerken
Pictogram Beschrijving
Oude film 1: Een effect vintage film 1 toepassen.
Oude film 2: Een effect vintage film 2 toepassen.
Halftoonstip: Een halftooneffect toepassen.
Schets: Een schetseffect toepassen.
Visoog: De randen van het kader zwart maken en
objecten vervormen om het visuele effect van een
visooglens te imiteren.
Anti-nevel: Een foto helderder maken.
Klassiek: Een zwart/wit-effect toepassen.
Retro: Een effect met sepiatinten toepassen.
Negatief: Een negatiefeffect toepassen.
Aangep. RGB: Een kleurenwaarde aanpassen.
Intelligente filtereffecten toepassen
Pas allerlei filtereffecten op uw foto’s toe om unieke beelden te
maken.
1
Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen →Smart filter.
3
Selecteer een effect.
Terug Instellen
Miniatuur
Pictogram Beschrijving
Normaal: Geen effect.
Miniatuur: Een tilt/shift-effect toepassen om een
onderwerp als miniatuur weer te geven.
Vignetten: De effecten retrokleuren, groot contrast
en sterk vignet van Lomo-camera's toepassen.
Softfocus: Onvolkomenheden in het gezicht
verbergen of dromerige effecten toepassen.
Afspelen/bewerken
79
Foto's bewerken
Uw eigen RGB-tint definiëren
1
Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Smart filter Aangep. RGB.
3
Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw).
Terug Instellen
4
Pas de hoeveelheid van de geselecteerde kleur aan.
(-: minder of +: meer)
5
Druk op [ ] om op te slaan.
Belichtingsproblemen corrigeren
U kunt ACB (automatische contrastbalans), helderheid, contrast
en kleurverzadiging aanpassen, rode ogen wegwerken,
onvolkomenheden in het gezicht verbergen of ruis toevoegen aan
de foto. De camera slaat een bewerkte foto op als een nieuw
bestand, maar converteert de foto mogelijk naar een lagere
resolutie.
ACB (automatische contrastbalans) aanpassen
1
Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Beeld aanpassen ACB.
3
Druk op [ ] om op te slaan.
Rode ogen verwijderen
1
Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Beeld aanpassen
Anti-rode ogen.
3
Druk op [ ] om op te slaan.
Afspelen/bewerken
80
Foto's bewerken
Onvolmaaktheden in het gezicht verbergen
1
Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Beeld aanpassen
Gezichtretouch..
3
Selecteer een niveau.
• Hoe hoger het nummer, des te helderder de huidskleur.
4
Druk op [ ] om op te slaan.
Helderheid/contrast/kleurverzadiging aanpassen
1
Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op
[
].
2
Selecteer Wijzigen Beeld aanpassen.
3
Selecteer een aanpassingsoptie.
Pictogram Beschrijving
Helderheid
Contrast
Kleurverz.
4
Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel
aan te passen. (-: minder of +: meer)
5
Druk op [ ] om op te slaan.
Ruis aan de foto toevoegen
1
Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [ ].
2
Selecteer Wijzigen Beeld aanpassen
Ruis toevoegen.
3
Druk op [ ] om op te slaan.
Afspelen/bewerken
81
Foto's bewerken
Een afdrukbestelling maken (DPOF)
Selecteer foto's die u wilt afdrukken en sla afdrukopties op in
de DPOF (Digital Print Order Format). Deze gegevens worden
opgeslagen in de map MISC op uw geheugenkaart zodat u
eenvoudig kunt afdrukken op printers die compatibel zijn met
DPOF.
1
Druk in de afspeelmodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties DPOF Standaard
Select..
• Selecteer Alles om alle foto's af te drukken.
3
Selecteer een foto die u wit afdrukken, druk de
[Zoomknop] naar boven of beneden om het aantal
exemplaren te selecteren en druk op [
].
• Als u Alles selecteert, drukt u op [ ] of [ ] om het aantal
exemplaren te selecteren en drukt u op [
].
4
Druk op [ ].
5
Selecteer Bestandopties DPOF Formaat
Select..
• Selecteer Alles om het afdrukformaat voor alle foto's te selecteren.
6
Selecteer een foto die u wit afdrukken, druk de
[Zoomknop] naar boven of beneden om het
afdrukformaat te selecteren en druk op [
].
• Als u Alles selecteert, drukt u op [ ] of [ ] om het
afdrukformaat te selecteren en drukt u op [
].
Foto's afdrukken als miniaturen
U kunt foto's afdrukken als miniaturen om alle foto's te gelijk te
controleren.
1
Druk in de afspeelmodus op [ ].
2
Selecteer Bestandopties DPOF Index.
3
Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja.
• U kunt de geheugenkaart meenemen naar een printshop die DPOF
(Digital Print Order Format) ondersteunt, maar u kunt ook uw foto's
thuis rechtstreeks op een DPOF-compatibele printer afdrukken.
• Foto's met afmetingen die groter zijn dan het papier, worden
mogelijk afgesneden aan de linker- en rechterkant. Zorg ervoor dat
de afmetingen van uw foto overeenkomen met het papier dat u
selecteert.
• U kunt geen DPOF-opties instellen voor foto's in het interne
geheugen.
• Als u het afdrukformaat opgeeft, kunt u alleen foto's afdrukken met
DPOF 1.1-compatibele printers.
Afspelen/bewerken
82
Bestanden op een tv weergeven
Geef foto's en video's weer door de camera met behulp van de A/V-kabel op een televisie aan te sluiten.
6
Schakel de televisie in en selecteer de videouitvoermodus
met de afstandsbediening van de televisie.
7
Schakel de camera in.
• De camera schakelt automatisch over naar de afspeelmodus
als u deze aansluit op een televisie.
8
Bekijk foto's of speel video's af met behulp van de
knoppen op de camera.
• Bij bepaalde televisies kan er digitale ruis optreden of kan het
gebeuren dat het beeld niet geheel wordt weergegeven.
• Afhankelijk van de televisie-instellingen kan het voorkomen dat de
beelden niet gecentreerd op het scherm worden weergegeven.
1
Druk in de opname- of weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Instellingen Video.
3
Selecteer een video-uitgang voor uw land of regio.
(pag. 95)
4
Schakel de camera en de televisie uit.
5
Sluit de camera met behulp van de A/V-kabel op de
televisie aan.
Video
Audio
Afspelen/bewerken
83
Bestanden naar de computer overbrengen (Windows)
Bestanden overbrengen naar een Windows-computer, de bestanden bewerken met Intelli-studio en ze uploaden naar het web.
• De vereisten zijn slechts aanbevelingen. Het werkt mogelijk niet
correct wanneer de computer voldoet aan de vereisten, afhankelijk
van de toestand van de computer.
• Als uw computer niet aan de vereisten voldoet, worden video’s
mogelijk niet naar behoren afgespeeld of duurt het langer om video’s
te bewerken.
• Installeer DirectX 9.0c of een nieuwere versie alvorens het
programma te gebruiken.
• U moet Windows XP/Vista/7 of Mac OS 10.4 of hogere versies
gebruiken om de camera als een verwisselbare schijf aan te sluiten.
Het gebruik van een zelfgemonteerde pc of een niet-ondersteunde pc en
besturingssysteem kan tot gevolg hebben dat uw garantie vervalt.
Vereisten voor Intelli-studio
Onderdeel Vereisten
Processor
Intel Pentium 4, 3,2 GHz of hoger/
AMD Athlon
TM
FX 2,6 GHz of hoger
RAM
Minimaal 512 MB RAM
(1 GB of meer aanbevolen)
Besturingssysteem
Windows XP SP2/Vista/7
Schijfruimte
250 MB of meer (1 GB of meer aanbevolen)
Overig
• nVIDIA Geforce 7600GT of hoger/ATI X1600
series of hoger
• 1024 x 768 pixels, monitor met
ondersteuning voor 16-bits kleuren
(1280 x 1024 pixels, ondersteuning voor
32-bits kleuren aanbevolen)
• USB 2.0-poort, Microsoft DirectX 9.0c of
nieuwer
* Een 32-bits versie van Intelli-Studio wordt geïnstalleerd; zelfs op 64-bits
edities van Windows XP, Windows Vista en Windows 7.
Afspelen/bewerken
84
Bestanden naar de computer overbrengen (Windows)
5
Schakel de camera in.
• Wanneer het pop-upvenster voor de installatie van Intellistudio
op het computerscherm wordt weergegeven, volgt u de
instructies op het scherm om de installatie te voltooien.
• Wanneer Intelli-Studio op uw computer is geïnstalleerd,
herkent de computer de camera en wordt Intelli-Studio
automatisch geopend.
Als u de USB-optie instelt op Selecteer een modus, selecteert u
Computer in het pop-upvenster.
6
Selecteer een doelmap op de computer en selecteer Ja.
• Nieuwe bestanden die worden opgeslagen op de camera,
worden automatisch overgebracht naar de geselecteerde
map.
• Als de camera geen nieuwe bestanden bevat, wordt het
pop-upvenster voor het opslaan van nieuwe bestanden niet
weergegeven.
Voor Windows Vista en Windows 7: selecteer Run iLinker.exe in het
venster voor automatisch starten om Intelli-Studio te starten.
Als Run iLinker. exe niet wordt weergegeven op de computer, klikt u op
Computer Intelli-studio. Volg hierna de aanwijzingen op het scherm
om de installatie van Intelli-studio te voltooien.
Bestanden overbrengen met behulp van
Intelli-studio
U kunt Intelli-Studio downloaden van de gekoppelde webpagina
en het op uw computer installeren. Wanneer u de camera aansluit
op een computer waarop Intelli-Studio is geïnstalleerd, wordt het
programma automatisch gestart.
Terwijl de camera met de USB-kabel op de computer is aangesloten, wordt
de batterij opgeladen.
1
Druk in de opname- of weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Instellingen Pc-software Aan.
3
Schakel de camera uit.
4
Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel.
Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, zorg er dan voor
dat u de juiste USB-connector op de camera aansluit. Als u de kabel
omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant
is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Afspelen/bewerken
85
Bestanden naar de computer overbrengen (Windows)
Intelli-studio gebruiken
Met Intelli-Studio kunt u bestanden afspelen en bewerken. Selecteer Help Help in de werkbalk van het programma voor meer
informatie.
•
U kunt de firmware van uw camera bijwerken. Selecteer hiervoor Web Support (Webondersteuning) Upgrade firmware for the connected device
(Firmware voor het aangesloten apparaat bijwerken) op de programmawerkbalk.
•
U kunt korte animaties downloaden voor gebruik in de Kinderenmodus.
•
U kunt bestanden niet rechtstreeks op de camera bewerken. Breng bestanden over naar een map op de computer om ze te bewerken.
•
Intelli-Studio ondersteunt de volgende indelingen:
- Video's: MP4 (Video: H.264, Audio: AAC), WMV (WMV 7/8/9), AVI (MJPEG)
- Foto's: JPG, GIF, BMP, PNG, TIFF
14
15
16
13
7
8
10
9
11
1 3 4 5 62
12
Afspelen/bewerken
86
Bestanden naar de computer overbrengen (Windows)
Nr. Beschrijving
1
Hiermee opent u menu's
2
Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map weer
3
Naar de Fotobewerkingsmodus gaan
4
Naar de Videobewerkingsmodus gaan
5
Hiermee gaat u naar de modus Sharing om foto's te
delen (u kunt bestanden per e-mail versturen of naar
websites zoals Flickr en YouTube uploaden.)
6
Korte animaties downloaden voor gebruik in de
Kinderenmodus
7
Hiermee vergroot of verkleint u de miniaturen in de lijst
8
Een bestandstype selecteren
9
Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op
de computer weer
10
Bestanden van de aangesloten camera weergeven of
verbergen
11
Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op
de camera weer
12
Hiermee geeft u bestanden weer als miniaturen of op
een kaart
13
Hiermee bladert u door de mappen op het aangesloten apparaat
14
Hiermee bladert u door mappen op de computer
15
Naar de vorige of volgende pagina gaan
16
Bestanden afdrukken, bestanden op een kaart weergeven,
bestanden opslaan in Mijn map of gezichten registreren
Bestanden overbrengen door de camera als
een verwisselbare schijf aan te sluiten
Sluit de camera aan op de computer als een verwisselbare schijf.
1
Druk in de opname- of weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Instellingen Pc-software Uit.
3
Schakel de camera uit.
4
Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel.
Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, zorg er dan voor
dat u de juiste USB-connector op de camera aansluit. Als u de kabel
omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant
is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Afspelen/bewerken
87
Bestanden naar de computer overbrengen (Windows)
De camera loskoppelen (Windows XP)
De USB-kabel wordt onder Windows Vista/7 op soortgelijke wijze
losgekoppeld.
1
Als het statuslampje op de camera knippert, wacht u tot
het knipperen ophoudt.
2
Klik op op de werkbalk rechtsonder in het scherm
van de computer.
3
Klik op het pop-upbericht.
4
Klik op het berichtvenster om aan te geven dat de
camera veilig is verwijderd.
5
Verwijder de USB-kabel.
De camera kan niet veilig worden verwijderd zolang Intelli-studio actief is.
Sluit het programma af alvorens de camera los te koppelen.
5
Schakel de camera in.
• De camera wordt automatisch herkend.
Als u de USB-optie instelt op Selecteer een modus, selecteert u
Computer in het pop-upvenster.
6
Selecteer op de computer Deze computer →
Verwisselbare schijf →DCIM →100PHOTO.
7
Selecteer de gewenste bestanden en sleep deze naar de
computer of sla ze daar op.
Afspelen/bewerken
88
Bestanden naar de computer overbrengen (Macintosh)
Wanneer u de camera op een Apple Macintosh-computer aansluit, wordt de camera automatisch door de computer herkend. U kunt de
bestanden rechtstreeks van de camera naar de computer overbrengen, zonder dat het nodig is om programma's te installeren.
Mac OS 10.4 of hoger wordt ondersteund.
2
Schakel de camera in.
• De computer herkent de camera automatisch en geeft op
het beeldscherm een pictogram van een verwisselbare schijf
weer.
Als u de USB-optie instelt op Selecteer een modus, selecteert u
Computer in het pop-upvenster.
3
Dubbelklik op het pictogram van de verwisselbare schijf.
4
Breng foto’s of video’s naar de computer over.
1
Sluit de camera met de USB-kabel op een Macintosh-
computer aan.
Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, zorg er dan voor
dat u de juiste USB-connector op de camera aansluit. Als u de kabel
omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant
is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Afspelen/bewerken
89
Foto's met een fotoprinter afdrukken (PictBridge)
Druk foto's op een PictBridge-compatibele printer af door de camera rechtstreeks op de printer aan te sluiten.
Afdrukopties instellen
Foto's
Formaat
Lay-out
Type
Kwalit.
Afsl. Printen
: Eén
: Auto
: Auto
: Auto
: Auto
Optie Beschrijving
Foto's: kiezen of alleen de huidige foto dan wel alle foto's
moeten worden afgedrukt.
Formaat: geef de afdrukgrootte op.
Lay-out: maak indexprints.
Type: selecteer de papiersoort.
Kwalit.: stel de afdrukkwaliteit in.
Datum: stel in dat de datum wordt afgedrukt.
Best.naam: stel in dat de bestandsnaam wordt afgedrukt.
Reset: stel de afdrukopties op de beginwaarden terug.
Bepaalde opties worden niet door alle printers ondersteund.
1
Druk in de opname- of weergavemodus op [ ].
2
Selecteer Instellingen USB →Printer.
3
Schakel de printer in en sluit de camera er met een
USB-kabel op aan.
4
Schakel de camera in.
• De camera wordt automatisch herkend door de printer.
5
Druk op [ ] of [ ] om een foto te selecteren.
• Druk op [ ] om afdrukopties in te stellen.
Zie “Afdrukopties instellen”.
6
Druk op [ ] om af te drukken.
• Het afdrukken begint. Druk op [ ] om het afdrukken te
annuleren.
Camera-instellingenmenu
………………………… 91
Het instellingenmenu openen
……………………… 91
Geluid
……………………………………………… 92
Instellingen van het scherm aan de voorzijde
……… 92
Display
……………………………………………… 93
Instellingen
…………………………………………… 94
Instellingen
Raadpleeg opties voor het configureren van de
camera-instellingen.
Instellingen
91
Camera-instellingenmenu
Hier vindt u informatie over de verschillende instellingen die u op de camera kunt doen.
3
Selecteer een item.
Afsl. Terug
Volume
Begingeluid
Sl.toon
Piepjes
AF-geluid
Middel
Uit
1
1
Aan
4
Selecteer een optie.
Volume
Begingeluid
Sl.toon
Piepjes
AF-geluid
Terug Instellen
Uit
Laag
Middel
Hoog
5
Druk op [ ] om naar het vorige scherm terug te
keren.
Het instellingenmenu openen
1
Druk in de opname- of weergavemodus op [ ].
2
Selecteer een menu.
Afsl. Wijzigen
Volume
Begingeluid
Sl.toon
Piepjes
AF-geluid
Opname
Geluid
Display
Instellingen
Instell.
Frontdisplay
Optie Beschrijving
Geluid
Hier stelt u de geluiden van de camera en het
volume in. (pag. 92)
Instellingen
Frontdisplay
Hier stelt u de geluiden van de camera en het
volume in. (pag. 92)
Display
Hiermee kunt u de instellingen van het
hoofdscherm aanpassen. (pag. 93)
Instellingen
Hier past u de instellingen voor het
camerasysteem aan, zoals geheugenindeling,
standaardbestandsnaam en USB-modus. (pag. 94)
U kunt de instellingen van het scherm aan de voorzijde alleen
aanpassen als u het instellingenmenu opent vanuit de opnamemodus.
Instellingen
92
Camera-instellingenmenu
Instellingen van het scherm aan de voorzijde
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Front smile-
shot
Hiermee stelt u de camera zodanig in dat deze in
de Zelfportretmodus automatisch een foto neemt
wanneer er een lachend gezicht wordt gedetecteerd.
(Uit*, Aan)
Smile-shot
kind
Hiermee stelt u de camera zodanig in dat deze in de
Kinderenmodus automatisch een foto neemt wanneer
er een lachend gezicht wordt gedetecteerd.
(Uit*, Aan)
Kindergeluid
Hier stelt u het geluid in dat de camera afspeelt in de
Kinderenmodus. (Uit, 1*, 2, 3, 4, 5)
Demo
frontdisplay
Hiermee stelt u de camera zodanig in dat de animatie
met geluid wordt afgespeeld op het scherm aan de
voorzijde zodra u de camera inschakelt (voor gebruik
in een winkel). (Uit*, Aan)
• In Demonstratiemodus kunt u geen foto’s maken
of video’s opnemen. Druk op de [Ontspanknop]
om naar de opnamemodus te gaan.
• De Demonstratiemodus is niet beschikbaar als u
de camera inschakelt in afspeelmodus of als de
camera is aangesloten op een ander apparaat.
Geluid
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Volume
Hiermee past u het volume van alle geluiden aan.
(Uit, Laag, Middel*, Hoog)
Begingeluid
Hier selecteert u een geluidssignaal voor het
inschakelen van de camera. (Uit*, 1, 2, 3)
Sl.toon
Hier selecteert u een geluid voor het indrukken van de
ontspanknop. (Uit, 1*, 2, 3)
Piepjes
Kiezen welk geluid bij het indrukken van knoppen of
het wisselen van modi wordt geproduceerd.
(Uit, 1*, 2, 3)
AF-geluid
Hier stelt u in of er een geluid klinkt bij het half
indrukken van de ontspanknop. (Uit, Aan*)
Instellingen
93
Camera-instellingenmenu
Onderdeel Beschrijving
Spaarstand
Als u 30 seconden lang geen bewerkingen
uitvoert, schakelt de camera automatisch over
op de energiespaarstand. (Uit*, Aan)
•Druk in de spaarstand op een
andere knop dan de [POWER] om
de camera weer te gebruiken.
•Zelfs als u de spaarstand niet
inschakelt, wordt het scherm 30
seconden na de laatste bewerking
gedimd om stroom de besparen.
Display
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Functiebeschrijving
Een korte beschrijving van een optie of menu
weergeven. (
Uit, Aan*)
Beginafbeelding
Een afbeelding instellen die wordt weergegeven
wanneer de camera wordt ingeschakeld.
• Uit*: Er wordt geen afbeelding
weergegeven.
• Logo: Er wordt een standaardafbeelding uit
het interne geheugen weergegeven.
• Gebr.afb: Een afbeelding naar keuze
weergeven. (pag. 77)
• Er wordt slechts een gebruikersafbeelding
in het geheugen opgeslagen.
• Als u een nieuwe foto selecteert als
gebr.afb of de camera opnieuw instelt,
wordt de huidige afbeelding verwijderd.
Helderh. scherm
De helderheid van het scherm aanpassen.
(Auto*, Donker, Normaal, Licht)
Normaal
staat voor de weergavemodus vast,
zelfs als
Auto
is geselecteerd.
Snel tonen
Hier stelt u de weergaveduur voor een
gemaakte foto in, voordat naar de
opnamemodus wordt teruggekeerd. (Uit, Aan*)
* Standaard
Instellingen
94
Camera-instellingenmenu
Onderdeel Beschrijving
Bestandsnr.
De naamgeving van bestanden instellen.
• Op nul: instellen dat de bestandsnummering weer bij
0001 begint wanneer er een nieuwe geheugenkaart
wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt
geformatteerd of alle bestanden worden gewist.
• Serie*: instellen dat de bestandsnummering
doorloopt wanneer er een nieuwe geheugenkaart
wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt
geformatteerd of alle bestanden worden gewist.
• De standaardnaam van de eerste map is
100PHOTO en de standaardnaam van het eerste
bestand is SAM_0001.
• Het bestandsnummer wordt steeds met een
opgehoogd, van SAM_0001 tot SAM_9999.
• Het mapnummer wordt steeds met een
opgehoogd, van 100PHOTO tot 999PHOTO.
• Het maximumaantal bestanden dat in een map kan
worden opgeslagen, is 9999.
• De camera definieert bestandsnamen volgens de
Digital rule for Camera File system-norm (DCF).
Als u bestandsnamen wijzigt, kan de camera deze
bestanden mogelijk niet meer weergeven.
Instellingen
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Formatt.
Het interne geheugen en de geheugenkaart formatteren
(alle bestanden, ook beveiligde, worden gewist).
(Ja, Nee)
Geheugenkaarten die in een camera van een andere
fabrikant of in een geheugenkaartlezer zijn gebruikt, of die
met een computer zijn geformatteerd, kunnen door de
camera mogelijk niet correct worden gelezen. Formatteer
dergelijke kaarten in de camera alvorens ze te gebruiken.
Reset
Menu's en opnameopties op de beginwaarden instellen
(instellingen voor datum en tijd, taal en video-uitvoer
worden niet gereset). (Ja, Nee)
Language
Een taal selecteren voor de schermtekst.
Tijdzone
Een regio selecteren en zomer-wintertijd instellen.
Datum/tijd
aanpassen
Stel de datum en tijd in.
Datumtype
Een datumnotatie selecteren.
(JJJJ/MM/DD, MM/DD/JJJJ, DD/MM/JJJJ, Uit*)
* Standaard
Instellingen
95
Camera-instellingenmenu
Onderdeel Beschrijving
Video
Het video-uitgangssignaal voor uw land of regio instellen.
• NTSC*: VS, Canada, Japan, Korea, Taiwan, Mexico,
Enzovoort
• PAL (ondersteunt alleen BDGHI): Australië, Oostenrijk,
België, China, Denemarken, Finland, Duitsland,
Engeland, Nederland, Italië, Koeweit, Maleisië, Nieuw
Zeeland, Singapore, Spanje, Zweden, Zwitserland,
Thailand, Noorwegen, Frankrijk, Enzovoort
AF-lamp
Een hulplampje instellen ter ondersteuning van het
scherpstellen in donkere omgevingen. (Uit, Aan*)
USB
Hiermee selecteert u de modus die wordt gebruikt
als u de camera met een USB-kabel aansluit op een
computer of printer.
• Computer*: Sluit de camera op een computer aan
om bestanden over te brengen.
• Printer: Sluit de camera op een printer aan om
bestanden af te drukken.
• Selecteer een modus: Selecteer handmatig de
USB-modus wanneer u de camera aansluit op een
apparaat.
Pc-software
Hier kunt u instellen dat Intelli-studio automatisch wordt
gestart wanneer u de camera op uw computer aansluit.
(Uit, Aan*)
Open bron-
licenties
Toon informatie die betrekking heeft op de Open
Source-licentie.
Onderdeel Beschrijving
Afdruk
Instellen of de datum en tijd op de foto's worden
afgedrukt. (Uit*, Datum, Datum/tijd)
• De datum en tijd worden in de rechteronderhoek
geel weergegeven.
• Bij bepaalde printermodellen worden de datum en
tijd niet afgedrukt.
• Als u Tekst selecteert in de modus
of een
foto maakt met het scherm aan de voorzijde,
kan de camera de datum en tijd niet correct
weergeven.
Automatisch
uit
Instellen dat de camera automatisch wordt
uitgeschakeld wanneer u deze niet gebruikt.
(Uit, 1 min, 3 min*, 5 min, 10 min)
• Bij vervanging van de batterij blijven deze
instellingen behouden.
• De camera schakelt in de volgende gevallen niet
automatisch uit:
- wanneer deze op een computer of printer is
aangesloten
- wanneer u een diavertoning of video's afspeelt
- wanneer u een spraakmemo opneemt
* Standaard * Standaard
Foutmeldingen
……………………………………… 97
Onderhoud van de camera
………………………… 98
De camera reinigen
………………………………… 98
De camera gebruiken of opbergen
………………… 99
Geheugenkaarten
…………………………………… 100
De batterij
…………………………………………… 102
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
106
Cameraspecificaties
………………………………… 109
Woordenlijst
……………………………………113
Index
……………………………………………… 117
Aanvullende
informatie
Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties en
onderhoud.
Aanvullende informatie
97
Foutmeldingen
Als een van de volgende foutmeldingen verschijnt, kunt u de onderstaande oplossingen proberen.
Foutmelding Mogelijke oplossing
Kaartfout
• Schakel de camera uit en weer in.
• Verwijder de geheugenkaart en plaats deze
weer terug.
• Formatteer de geheugenkaart.
Kaart wordt niet
ondersteund.
De geplaatste geheugenkaart is niet beschikbaar
voor uw camera. Plaats een microSD,
microSDHC geheugenkaart.
DCF-fout
Bestandsnamen komen niet met de DCF-
norm overeen. Breng de bestanden op de
geheugenkaart naar een computer over en
formatteer de kaart.
Bestandsfout
Wis het beschadigde bestand of neem contact
op met een servicecenter.
Bestandssysteem
wordt niet
ondersteund.
De FAT-bestandsstructuur van de geplaatste
geheugenkaart wordt niet ondersteund door
de camera. Formatteer de geheugenkaar in de
camera.
Batterij bijna leeg
Plaats een opgeladen batterij of laad de batterij
op.
Geheugen vol
Wis onnodige bestanden of plaats een nieuwe
geheugenkaart.
Geen foto
Maak foto's of plaats en geheugenkaart met
foto's.
Aanvullende informatie
98
Onderhoud van de camera
Camerabehuizing
Veeg deze voorzichtig met een zachte droge doek af.
• Gebruik nooit benzeen, thinner of alcohol om het toestel te reinigen.
Deze oplosmiddelen kunnen de camera beschadigen of defecten
veroorzaken.
• Druk niet op de lenskap en gebruik geen blaasborsteltje op de
lenskap.
De camera reinigen
Cameralens en -scherm
Verwijder stof met behulp van een blaaskwastje en veeg
de lens met een zachte doek voorzichtig af. Voor eventuele
achtergebleven stof brengt u lensreinigingsvloeistof op een stuk
reinigingspapier aan en veegt u de lens voorzichtig schoon.
Aanvullende informatie
99
Onderhoud van de camera
De camera gebruiken of opbergen
Ongeschikte plaatsen voor het gebruiken of opbergen
van de camera
• Stel de camera niet bloot aan zeer hoge of lage temperaturen.
• Gebruik de camera niet in zeer vochtige omgevingen of omgevingen
waar de luchtvochtigheid snel verandert.
• Stel de camera niet bloot aan direct zonlicht en bewaar de camera
niet op warme locaties met slechte ventilatie, bijvoorbeeld een auto
die in de zon staat.
• Bescherm de camera en het scherm tegen stoten, ruw gebruik en
sterke trillingen om ernstige schade te voorkomen.
• Gebruik of bewaar de camera niet op stoffige, vuile, vochtige of
slecht-geventileerde plaatsen, om schade aan bewegende en
interne onderdelen te voorkomen.
• Gebruik de camera niet in de buurt van brandstoffen, brandbare
stoffen of ontvlambare chemicaliën. Bewaar geen ontvlambare
vloeistoffen, gassen en explosief materiaal in dezelfde ruimte als de
camera of de accessoires van de camera.
• Berg de camera niet op met mottenballen.
Gebruik op het strand of aan de waterkant
• Bescherm de camera tegen zand en vuil wanneer u deze op het
strand of in een andere, soortgelijke omgeving gebruikt.
• Uw camera is niet waterbestendig. Gebruik de batterij, adapter of
geheugenkaart niet met natte handen. Als u de camera gebruikt met
natte handen kan de camera beschadigd raken.
Camera voor langere tijd opbergen
• Als u de camera voor langere tijd opbergt, moet u de camera samen
met absorberend materiaal, bijvoorbeeld silicagel, in een afgesloten
houder plaatsen.
• Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd
opbergt. Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan
lekken of roesten en ernstige schade aan uw camera veroorzaken.
• Batterijen die niet worden gebruikt, ontladen zich na verloop van tijd
en moeten voor gebruik opnieuw worden opgeladen.
• De huidige datum en tijd kunnen worden geïnitialiseerd wanneer de
camera wordt ingeschakeld nadat de camera en batterij gedurende
langer dan 40 uur gescheiden zijn geweest.
Wees voorzichtig bij gebruik in vochtige omgevingen
Als u de camera overbrengt van een koude omgeving naar een
warme, kan er condensvorming optreden op de lens of de interne
onderdelen van de camera. In dit geval moet u de camera uitschakelen
en minstens 1 uur wachten. Als er condensvorming optreedt op de
geheugenkaart, moet u de kaart verwijderen uit de camera en wachten
tot al het vocht is verdampt voordat u de kaart terugplaatst.
Overige aandachtspunten
• Zwaai de camera niet aan de polslus heen en weer. Hierdoor kunt u
uzelf of anderen verwonden of schade aan uw camera veroorzaken.
• Verf de camera niet, omdat verf tussen de bewegende onderdelen
kan gaan zitten en de werking van het apparaat kan beïnvloeden.
• Schakel de camera uit als u deze niet gebruikt.
Aanvullende informatie
100
Onderhoud van de camera
• De camera bevat kwetsbare onderdelen. Zorg daarom dat u de
camera niet blootstelt aan schokken.
• Bewaar de camera in het etui om het scherm te bescherm tegen
externe krachten. Houd de camera uit de buurt van zand, scherp
gereedschap of kleingeld om te voorkomen dat er krassen op de
camera komen.
• Gebruik de camera niet als het scherm gebarsten of beschadigd
is. Gebarsten glas of acryl kan letsel aan uw handen en gezicht
veroorzaken. Breng de camera naar een servicecenter van Samsung
om de camera te laten repareren.
• Leg camera's, batterijen, opladers of accessoires nooit in de buurt
van, op of in verwarmingsapparaten, zoals magnetrons, kachels of
radiatoren. Deze apparaten kunnen worden vervormd en oververhit
raken en brand of een ontploffing veroorzaken.
• Stel de lens niet aan direct zonlicht bloot. Hierdoor kan de
beeldsensor verkleuren of defect raken.
• Bescherm de lens tegen vingerafdrukken en krassen. Reinig de lens
met een zachte, schone doek.
• Als de camera een schok opvangt, wordt de camera mogelijk
uitgeschakeld. Dit gebeurt om de geheugenkaart te beschermen.
Schakel de camera weer in om de camera te gebruiken.
• De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal en is
niet van invloed op de levensduur of prestaties van uw camera.
• Bij lage temperaturen kan het langer duren voor de camera is
ingeschakeld, kunnen kleuren tijdelijk veranderen of kunnen
nabeelden worden weergegeven. Deze omstandigheden duiden niet
op defecten en worden verholpen als u de camera weer bij normale
temperaturen gebruikt.
• Verf of metaal aan de buitenzijde van de camera kan allergieën, jeuk,
eczeem of bultjes veroorzaken bij mensen met een gevoelige huid.
Als u last hebt van een van deze symptomen, stop dan onmiddellijk
met het gebruik van de camera en raadpleeg een arts.
• Steek geen vreemde voorwerpen in de compartimenten, sleuven
en toegangspunten van de camera. Schade als gevolg van onjuist
gebruik wordt mogelijk niet door de garantie gedekt.
• Laat geen ongekwalificeerd personeel reparatie- of
onderhoudswerkzaamheden aan de camera uitvoeren en probeer dit
ook niet zelf te doen. Alle schade die voortvloeit uit ongekwalificeerd
onderhoud of reparatie wordt niet door de garantie gedekt.
Geheugenkaarten
Geheugenkaarten voor deze camera
Uw camera ondersteunt microSD-geheugenkaarten (Secure Digital) of
microSDHC-geheugenkaarten (Secure Digital High Capacity).
Als u de gegevens wilt lezen met een pc of
geheugenkaartlezer, plaatst u de geheugenkaart in een
geheugenkaartadapter.
Aanvullende informatie
101
Onderhoud van de camera
Capaciteit van de geheugenkaart
De geheugencapaciteit verschilt, afhankelijk van de
opnamemodus en de opnameomstandigheden. De volgende
capaciteiten zijn op een 1-GB microSD-kaart gebaseerd:
Grootte
Superhoog
Hoog Normaal 30 fps 15 fps
F
o
t
o
'
s
108 212 312 - -
123 241 353 - -
144 283 417 - -
170 332 482 - -
328 624 882 - -
537 980 1373 - -
882 1471 1931 - -
1626 2574 3089 - -
*
V
i
d
e
o
s
- - -
Circa
4 min
30 sec
Circa
7 min
36 sec
- - -
Circa
9 min
27 sec
Circa
18 min
16 sec
- - -
Circa
33 min
44 sec
Circa
61 min
12 sec
* Bij gebruik van de zoomfunctie kan de opnametijd van de hier gegeven
waarden afwijken.
Om de totale opnametijd te bepalen, zijn er verschillende video's
achter elkaar opgenomen.
Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten
• Vermijd blootstelling van geheugenkaarten aan zeer lage of hoge
temperaturen (onder 0 °C/32 °F en boven 40 °C/104 °F). Extreme
temperaturen kunnen ervoor zorgen dat geheugenkaarten niet goed werken.
• Plaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een
geheugenkaart in de verkeerde richting plaatst, kunnen zowel
camera als geheugenkaart hierdoor beschadigen.
• Gebruik geen geheugenkaarten die in een andere camera of
door een computer zijn geformatteerd. Formatteer een dergelijke
geheugenkaart opnieuw in uw eigen camera.
• Schakel de camera uit wanneer u een geheugenkaart plaatst of verwijdert.
• Verwijder de geheugenkaart niet en schakel uw camera niet uit
wanneer het lampje knippert. Hierdoor kunnen de gegevens
beschadigen.
• Wanneer de levensduur van een geheugenkaart is verlopen, kunt u geen
foto’s meer op de kaart opslaan. Gebruik een nieuwe geheugenkaart.
• Zorg dat geheugenkaarten niet buigen, vallen of aan zware klappen
of druk worden blootgesteld.
• Zorg dat u geheugenkaart niet gebruikt of opbergt in de buurt van
krachtige magnetische velden.
• Zorg dat u geheugenkaarten niet gebruikt op locaties met hoge
temperaturen of luchtvochtigheid of in de buurt van bijtende stoffen.
• Voorkom dat geheugenkaarten in contact komen met vloeistoffen,
vuil of vreemde stoffen. Veeg zo nodig de geheugenkaart met een
zachte doek schoon voor u de geheugenkaart in de camera plaatst.
• Voorkom dat geheugenkaarten, of de sleuf voor geheugenkaarten,
in contact komen met vloeistoffen, vuil of vreemde stoffen. Dergelijke
stoffen kunnen ervoor zorgen dat geheugenkaarten of de camera
niet goed meer werken.
Aanvullende informatie
102
Onderhoud van de camera
• Wanneer u een geheugenkaart bij u draagt, moet u een hoesje
gebruiken om de kaart tegen elektrostatische ontlading te
beschermen.
• Breng belangrijke gegevens over naar andere dragers, zoals een
harde schijf of cd/dvd.
• Als u de camera langere tijd gebruikt, kan de geheugenkaart warm
worden. Dit is normaal en wijst niet op een defect.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
De batterij
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen.
Batterijspecificaties
Specificatie Beschrijving
Model
BP70A
Type
Lithium-ionbatterij
Capaciteit
700 mAh
Voltage
3,7 V
Oplaadtijd*
(wanneer de camera is uitgeschakeld)
Circa 150 min
* Het opladen van de batterij door de USB-kabel aan te sluiten op een
pc en uw camera duurt mogelijk langer.
Levensduur van de batterij
Opnametijd/
Aantal foto's
Opnameomstandigheden
(wanneer de batterij volledig is geladen)
Foto's
Circa 135 min/
Circa 270
foto's
Dit is onder de volgende omstandigheden
gemeten: in de modus
, in het duister,
bij een resolutie van 16M, zijn kwaliteit
Hoog en DIS ingeschakeld.
Procedure:
1. Stel de flitser in op Uit, maak één foto
en zoom in of uit.
2. Stel de flitser in op Invulflits, maak één
foto en zoom in of uit.
3. Voer stap 1 en 2 gedurende
30 seconden uit en herhaal dit
5 minuten lang. Schakel de camera
vervolgens 1 minuut uit.
4. Herhaal stap 1 tot 3.
Video's
Circa 90 min
Neem video's op bij een resolutie van
1280 X 720 HQ en met 30 fps.
• De bovenstaande cijfers zijn volgens de normen van Samsung gemeten en
kunnen afwijken van resultaten bij daadwerkelijk gebruik.
• Om de totale opnametijd te bepalen, zijn er verschillende video's achter elkaar
opgenomen.
Aanvullende informatie
103
Onderhoud van de camera
Melding Batterij bijna leeg
Als de batterij volledig is ontladen, wordt het batterijpictogram rood
en verschijnt de melding ‘Batterij bijna leeg’. Plaats een opgeladen
batterij of laad de batterij op.
De batterij gebruiken
• Vermijd blootstelling van batterijen aan zeer lage of hoge
temperaturen (onder 0 °C/32 °F en boven 40 °C/104 °F). Extreme
temperaturen kunnen de laadcapaciteit van de batterijen beperken.
• Als u de camera langere tijd gebruikt, kan het gebied rond de
batterijklep warm worden. Dit heeft geen invloed op de normale
werking van de camera.
• Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen
om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt.
• Bij temperaturen onder 0 ºC kunnen de capaciteit en levensduur van
de batterij afnemen.
• Bij lage temperaturen kan de batterijcapaciteit afnemen, maar
de gewone capaciteit wordt hersteld bij gebruik bij hogere
temperaturen.
Aandachtspunt voor het gebruik van de batterij
Bescherm batterijen, opladers en geheugenkaarten tegen
schade
Voorkom dat batterijen in aanraking komen met metalen voorwerpen.
Dit kan een verbinding vormen tussen de plus- en minpolen van uw
batterijen en tijdelijke of permanente schade aan de batterijen en brand
of een schok veroorzaken.
De batterij opladen
• Controleer als het indicatielampje uit is of de batterij op de juiste wijze
is geplaatst.
• Als camera tijdens het opladen is ingeschakeld, wordt de batterij
mogelijk niet volledig opgeladen. Schakel de camera uit voordat u de
batterij oplaadt.
• Gebruik de camera niet als de batterij wordt opgeladen. Dit kan
brand of een schok veroorzaken.
• Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen
om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt.
• Wacht ten minste 10 minuten voordat u de camera inschakelt nadat
de batterij is opgeladen.
• Als u de camera aansluit op een externe voedingsbron terwijl de
batterij helemaal leeg is, wordt de camera uitgeschakeld wanneer
u bepaalde functies gebruikt die veel stroom verbruiken. Laad de
batterij op om de camera op normale wijze te gebruiken.
Aanvullende informatie
104
Onderhoud van de camera
• Als u de voedingskabel opnieuw aansluit nadat de batterij volledig is
opgeladen, brandt het statuslampje ongeveer 30 minuten.
• Met het gebruik van de flitser en het opnemen van video's raakt de
batterij snel leeg. Laad de batterij op totdat het rode indicatielampje
uitgaat.
• Als het indicatielampje knippert of niet brandt, sluit u de kabel
opnieuw aan of verwijdert u de batterij en plaatst u deze opnieuw in
de camera.
• Als u de batterij oplaadt wanneer de kabel oververhit is of de
temperatuur te hoog is, kan het indicatielampje rood knipperen.
Nadat de batterij is afgekoeld, wordt het opladen gestart.
• Als u batterijen overlaadt, kan de gebruiksduur van de batterij korter
worden. Wanneer het opladen is voltooid, haalt u de kabel uit de
camera.
• Buig het netsnoer niet en plaats geen zware voorwerpen op het
netsnoer. Als u dit wel doet, kan het netsnoer worden beschadigd.
De batterij opladen terwijl er een computer is aangesloten
• Gebruik alleen de meegeleverde USB-kabel.
• De batterij wordt mogelijk in de volgende gevallen niet opgeladen:
- wanneer u een USB-hub gebruikt
- wanneer er andere USB-apparaten op de computer zijn
aangesloten
- wanneer u de kabel op de poort aan de voorzijde van de
computer aansluit
- wanneer de USB-poort van de computer de stroomuitvoernorm
niet ondersteunt (5V, 500mA)
Behandel batterijen en oplader voorzichtig en voer deze
af volgens de voorschriften
• Gooi batterijen nooit in open vuur. Houd u aan alle lokale
regelgevingen bij het weggooien van gebruikte batterijen.
• Leg batterijen of camera's nooit in of op verwarmingsapparaten, zoals
een magnetron, kachel of radiator. Batterijen kunnen exploderen als
ze te heet worden.
Aanvullende informatie
105
Onderhoud van de camera
Onzorgvuldig of verkeerd gebruik van de batterij kan
persoonlijk letsel of de dood tot gevolg hebben. Volg
voor uw eigen veiligheid de onderstaande instructies
voor het juiste gebruik van de batterij:
• De batterij kan ontbranden of exploderen als deze niet
op de juiste wijze wordt gebruikt. Als u vervormingen,
scheuren of andere afwijkingen in de batterij opmerkt,
stopt u onmiddellijk het gebruik hiervan en neemt u
contact op met de producent.
• Gebruik alleen authentieke, door de producent
aanbevolen, batterijopladers en –adapters en laad
de batterij alleen op de in deze gebruiksaanwijzing
voorgeschreven wijze op.
• Plaats de batterij niet te dicht bij warmtebronnen en stel
de batterij niet bloot aan extreem warme omgevingen,
zoals een gesloten auto in de zomer.
• Plaats de batterij niet in een magnetron.
• Bewaar of gebruik de batterij niet in een hete, vochtige
omgeving, zoals badkamer of douche.
• Plaats de batterij niet voor langere tijd op ontvlambare
oppervlakken, zoals matrassen, tapijten of elektrische
dekens.
• Laat het apparaat, als het is ingeschakeld, niet voor
langere tijd in een afgesloten ruimte.
• Zorg ervoor dat de polen van de batterij niet in contact
komen met metalen voorwerpen, zoals halskettingen,
munten, sleutels of horloges.
• Gebruik uitsluitend authentieke, door de producent
aanbevolen, Lithium-ionbatterijen ter vervanging.
• Haal de batterij niet uit elkaar te halen of maak er geen
gat in met een scherp voorwerp.
• Stel de batterij niet bloot aan hoge druk of extreme
krachten.
• Stel de batterij niet bloot aan hevige klappen,
bijvoorbeeld door deze van grote hoogte te laten vallen
• Stel de batterij niet bloot aan temperaturen boven de 60
°C (140 °F).
• Stel de batterij niet bloot aan vocht of vloeistoffen.
• De batterij mag niet worden blootgesteld aan overmatige
hitte, zoals die van de zon, vuur en dergelijke.
Verwijderingrichtlijnen
• Verwijder de batterij met zorg.
• Werp de batterij nooit in een open vuur.
• Afhankelijk van uw land of regio kan de regelgeving met
betrekking tot de afvoer verschillen. Voer de batterij af
volgens de lokale en federale regelgeving.
Richtlijnen voor het opladen van de batterij
Laad de batterij alleen op volgens de procedure in
deze gebruiksaanwijzing. De batterij kan ontbranden
of exploderen als deze niet op de juiste wijze wordt
opgeladen.
Aanvullende informatie
106
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Wanneer u problemen met de camera ondervindt, kunt u eerst de volgende procedures uitvoeren voordat u contact opneemt met een
servicecenter. Als u hebt geprobeerd een oplossing te vinden met behulp van deze suggesties, maar nog steeds problemen ondervindt,
kunt u contact opnemen met uw plaatselijke dealer of servicecenter.
Wanneer u uw camera naar een servicecenter brengt, moet u ook de andere onderdelen meenemen die mogelijk hebben bijgedragen aan de storing, zoals de geheugenkaart
en de batterij..
Situatie Mogelijke oplossing
Er kunnen geen foto's
worden gemaakt
• Er is geen ruimte op de geheugenkaart.
Wis onnodige bestanden of plaats een
nieuwe kaart.
• Formatteer de geheugenkaart. (pag. 94)
• De geheugenkaart is defect. Koop een
nieuwe geheugenkaart.
• Controleer of de camera is ingeschakeld.
• Laad de batterij op.
• Controleer of de batterij op de juiste
wijze is geplaatst.
De camera loopt vast
Verwijder de batterij en plaats deze weer
terug.
De camera wordt warm
De camera kan warm worden tijdens het
gebruik. Dit is normaal en is niet van invloed
op de levensduur of prestaties van uw
camera.
De flitser werkt niet
• Mogelijk is de flitser op Uit ingesteld.
(pag. 49)
• U kunt de flitser in sommige modi niet
gebruiken.
De flitser gaat
onverwachts af
De flitser gaat mogelijk af vanwege
statische elektriciteit. Dit is geen defect van
de camera.
Situatie Mogelijke oplossing
De camera kan niet
worden ingeschakeld
• Controleer of de batterij in de camera is
geplaatst.
• Controleer of de batterij op de juiste wijze
is geplaatst.
• Laad de batterij op.
De camera
wordt plotseling
uitgeschakeld
• Laad de batterij op.
• De camera bevindt zich mogelijk in de
Spaarstand. (pag. 93, 95)
• De camera wordt mogelijk uitgeschakeld
om te voorkomen dat de geheugenkaart
door een harde schok beschadigd raakt.
Schakel de camera weer in.
De batterij raakt snel
leeg
• De batterij raakt bij lage temperaturen
(onder 0 °C) sneller leeg. Houd de batterij
warm door deze in uw zak te steken.
• Met het gebruik van de flitser en het
opnemen van video's raakt de batterij snel
leeg. Laad de batterij indien nodig weer op.
• Batterijen zijn verbruiksgoederen die
na verloop van tijd moeten worden
vervangen. Haal een nieuwe batterij als
de levensduur drastisch afneemt.
Aanvullende informatie
107
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Situatie Mogelijke oplossing
De foto's zijn onscherp
• Controleer of de ingestelde
scherpsteloptie voor close-upfoto's
geschikt is. (pag. 51)
• Reinig de lens indien nodig. (pag. 98)
• Zorg dat het onderwerp zich binnen het
bereik van de flitser bevindt. (pag. 109)
Controleer of de lens schoon is.
De kleuren in de foto
zijn anders dan de
daadwerkelijke kleuren
Een onjuiste witbalans kan voor
onrealistische kleuren zorgen. Selecteer
de juiste witbalansoptie voor de lichtbron.
(pag. 60)
De foto is te licht
De foto is overbelicht.
• Schakel de flitser uit. (pag. 49)
• Pas de ISO-waarde aan. (pag. 50)
• Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 58)
De foto is te donker
De foto is onderbelicht.
• Schakel de flitser in. (pag. 49)
• Pas de ISO-waarde aan. (pag. 50)
• Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 58)
De foto's worden
niet op de televisie
weergegeven
• Controleer of de camera goed met de
A/V-kabel op de externe monitor is
aangesloten.
• Controleer of de geheugenkaart foto's
bevat.
Situatie Mogelijke oplossing
De datum en tijd
kloppen niet
Stel in het scherminstellingenmenu de
datum en tijd in. (pag. 94)
Het display of de
knoppen werken niet
Verwijder de batterij en plaats deze weer
terug.
Het camerascherm
werkt niet goed
Als u de camera bij zeer lage temperaturen
gebruikt, kan het camerascherm hierdoor
niet goed werken of verkleuren.
Voor betere prestaties van het scherm
moet de camera bij normale temperaturen
worden gebruikt.
De geheugenkaart heeft
een fout
• Schakel de camera uit en weer in.
• Verwijder de geheugenkaart en plaats
deze weer terug.
• Formatteer de geheugenkaart.
Zie 'Aandachtspunten bij gebruik van
geheugenkaarten' voor meer informatie.
(pag. 100)
Er kunnen geen
bestanden worden
afgespeeld of
weergegeven
Als u de naam van een bestand wijzigt,
kan de camera dit bestand mogelijk niet
afspelen of weergeven (de bestandsnaam
moet aan de DCF-normen voldoen).
In dergelijke gevallen kunt u de bestanden
op een computer afspelen of weergeven.
Aanvullende informatie
108
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Situatie Mogelijke oplossing
De computer herkent
de camera niet
• Controleer of de USB-kabel op de juiste
wijze is geplaatst.
• Controleer of de camera is ingeschakeld.
• Controleer of het besturingssysteem
wordt ondersteund. (pag. 83, 88)
Tijdens het overbrengen
van bestanden
verbreekt de computer
de verbinding
De bestandsoverdracht kan door statische
elektriciteit worden gestoord. Koppel de
USB-kabel los en sluit deze weer aan.
Uw computer kan geen
video's afspelen
• Het hangt af van de programma’s die u
gebruikt voor het afspelen van video’s,
of de videobestanden kunnen worden
afgespeeld. Installeer en gebruik het
programma Intelli-studio op uw computer
voor het afspelen van videobestanden
die u met uw camera hebt opgenomen.
(pag. 84)
• Controleer of de USB-kabel op de juiste
wijze is aangesloten.
Situatie Mogelijke oplossing
Intelli-studio werkt niet
naar behoren
• Sluit Intelli-studio af en start het
programma opnieuw.
• Intelli-studio kan niet op Macintosh-
computers worden gebruikt.
• Controleer of Aan wordt weergegeven
bij Pc-software in het instellingenmenu.
(pag. 95)
• Afhankelijk van de specificaties en
instellingen van de computer wordt het
programma mogelijk niet automatisch
gestart. Klik in dat geval op de computer
op start Deze computer Intelli-
studio iStudio.exe.
Aanvullende informatie
109
Cameraspecificaties
Bereik
Groothoek (G) Tele (T)
Normaal 80 cm - oneindig 100 cm - oneindig
Macro 5 cm - 80 cm -
Auto macro 5 cm - oneindig 100 cm - oneindig
Sluitertijd
• Smart Auto: 1/8 - 1/2000 seconde
• Programma: 1 - 1/2000 seconde
• Nacht: 8 - 1/2000 seconde
Belichting
Bediening Programma AE
Lichtmeting
Multi, Spot, Centr. gewogen, Gezichtsherkenning-AE,
Intelligente gezichtsherkenning-AE
Compensatie ±2 BW (in stappen van 1/3 BW)
ISO-equivalent
Auto, 80, 100, 200, 400, 800, 1600,
3200 (3M of lager selecteerbaar)
Flitser
Modus
Smart Auto
, Auto, Rode ogen, Invulflits, Langz sync,
Uit, Anti-rode ogen
Bereik
• Groothoek: 0,2 m - 3,5 m (ISO Auto)
• Tele: 1,0 m - 2,0 m (ISO Auto)
Oplaadtijd
Circa 4 sec. (afhankelijk van de toestand van de batterij)
Beeldsensor
Type 1/2,3 inch (circa 7,76 mm) CCD
Effectieve pixels Circa 16,1 megapixels
Totaal aantal pixels Circa 16,4 megapixels
Lens
Brandpuntsafstand
Samsung 5X Zoom Lens f = 4,7 - 23,5 mm
(35-mm equivalent: 26 - 130 mm)
Diafragmabereik f/3,3 (G) - f/5,9 (T)
Digitale zoom
Fotomodus: 1,0x - 5,0x
(Optisch x Digitaal: 25,0X)
Scherm
Type TFT LCD
Eigenschap
• Hoofdscherm: 2,7 inch (6,9 cm) QVGA (230 K)
• Scherm aan de voorzijde: 1,5 inch (3,8 cm) 61
K/ TFT LCD
Scherpstelling
Type
TTL-autofocus (Multi AF, Centrum AF,
Gezichtsherkenning-AF, Tracking AF voor objecten,
Intelligente gezichtsherkenning-AF)
Aanvullende informatie
110
Cameraspecificaties
Opname
Foto's
• Modi: Smart Auto (Wit, Macro kleur, Portret,
Nachtportret, Portret met tegenlicht, Tegenlicht,
Kinderen, Landschap, Actie, Statief, Nacht, Macro,
Macro tekst, Blauwe lucht, Zonsondergang,
Natuurlijk groen, Vuurwerk), Programma, Scène
(Magisch kader, Beautyshot, Nacht, Landschap,
Tekst, Zon onder, Dageraad, Tegenl., Strand/
sneeuw)
• Snelheid: 1 opname, Continu, Bewegingsopname,
AEB
• Timer: Uit, 10 sec, 2 sec, Dubbel (10 sec, 2 sec)
Video's
• Modi: Smart-film*, Film
* Smart-film: Landschap, Blauwe lucht, Natuurlijk
groen, Zon onder
• Bestandsindeling: MJPEG
(max. opnametijd: 15 min.)
• Formaat: 1280 X 720 HQ (Per bestand: max. 4GB),
640 X 480, 320 X 240
• Framesnelheid: 30 fps, 15 fps
• Spraak: Sound Alive Aan/Sound Alive Uit/Gedempt
• Video bewerken (intern):
Pauzeren tijdens opnemen, Foto's maken
Trillingsreductie
Digitale beeldstabilisatie (DIS)
Effect
Opnamemodus
voor foto's
• Smart Filter: Normaal, Miniatuur, Vignetten,
Halftoonstip, Schets, Visoog, Anti-nevel, Klassiek,
Retro, Negatief, Aangep. RGB
• Beeld aanpassen: Scherpte, Contrast,
Kleurverz (5 niveaus)
Opnamemodus
voor video's
Smart filter: Normaal, Paleteffect 1, Paleteffect 2,
Paleteffect 3, Paleteffect 4, Miniatuur, Vignetten,
Visoog, Anti-nevel, Klassiek, Retro, Negatief, Aangep.
RGB
Witbalans
Auto witbalans, Daglicht, Bewolkt, TL-licht H, TL-licht L, Kunstlicht,
Aangep. instelling
Datering
Uit, Datum, Datum/tijd
Aanvullende informatie
111
Cameraspecificaties
Beeldformaat
Voor 1 GB microSD
Superhoog Hoog Normaal
4608 X 3456 108 212 312
4608 X 3072 123 241 353
4608 X 2592 144 283 417
3648 X 2736 170 332 482
2592 X 1944 328 624 882
1984 X 1488 537 980 1373
1920 X 1080 882 1471 1931
1024 X 768 1626 2574 3089
Deze waarden zijn gemeten onder standaardcondities en
kunnen variëren, afhankelijk van opnameomstandigheden
en camera-instellingen.
Interface
Digitale uitvoer USB 2.0
Audio Mono (interne speaker), Mono (microfoon)
Video-uitvoer NTSC, PAL (keuze)
Gelijkstroom-
aansluiting
5 V
Weergave
Type
Eén foto, Miniaturen, Diavoorstelling met muziek en
effecten, Video, Smart Album*
* Smart Album-categorie: Type, Datum, Kleur, Week,
Gezicht
Bewerken
Res.wijz, Draaien, Beeld aanpassen, Smart filter,
Bijsnijden
Effect
• Beeld aanpassen: Anti-rode ogen, ACB,
Gezichtretouch., Helderheid, Contrast, Kleurverz.,
Ruis toevoegen
• Smart filter: Normaal, Miniatuur, Vignetten,
Softfocus, Oude film 1, Oude film 2, Halftoonstip,
Schets, Visoog, Anti-nevel, Klassiek, Retro,
Negatief, Aangep. RGB
Opslag
Media
• Intern geheugen: circa 50 MB
• Extern geheugen (optioneel):
- microSD-kaart (tot 2 GB gegarandeerd)
- microSDHC-kaart (tot 8 GB gegarandeerd)
De interne geheugencapaciteit kan van deze specificaties
afwijken.
Bestandsindeling
• DCF, EXIF 2.21, DPOF 1.1, PictBridge 1.0
• Foto: JPEG (DCF)
• Video: AVI (MJPEG)
Aanvullende informatie
112
Cameraspecificaties
Energiebron
Oplaadbare batterij
Lithium-ionbatterij BP70A
(700 mAh)
Type aansluiting Micro USB (5-pins)
Afhankelijk van uw regio kan de energiebron verschillen.
Afmetingen (B x H x D)
90,65 x 54,9 x 19,6 mm (exclusief uitstekende onderdelen)
Gewicht
108 g (zonder batterij en geheugenkaart)
Bedrijfstemperatuur
0 - 40 ˚C
Bedrijfsluchtvochtigheid
5 - 85 %
Software
Intelli-studio
Specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Aanvullende informatie
113
Woordenlijst
Automatische contrastverbetering (ACB)
Deze functie verbetert automatisch het contrast van uw beelden
wanneer het onderwerp tegenlicht heeft of als er veel contrast is tussen
uw onderwerp en de achtergrond.
Opnamereeks met verschillende belichtingen (AEB)
Deze functie maakt automatisch meerdere beelden met verschillenden
belichtingen om u te helpen een goedbelicht beeld te maken.
Autofocus (AF)
Een systeem dat automatisch de cameralens scherpstelt op het onderwerp.
Uw camera gebruikt het contrast om automatisch scherp te stellen.
Diafragma
Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht die de sensor van de
camera bereikt.
Bewegingsonscherpte (vaag)
Als de camera wordt bewogen wanneer de sluiter is geopend, kan het
volledige beeld vaag lijken. Dit komt vaker voor wanneer de sluitertijd laag
is. Voorkom bewegingsonscherpte door de gevoeligheid te verhogen, de
flitser te gebruiken of een hogere sluitertijd. U kunt ook een statief of de
DIS- of OIS-functie gebruiken om de camera te stabiliseren.
Compositie
Met compositie wordt de plaatsing van de verschillende elementen in
het beeld bedoeld. Meestal levert een compositie volgens de regel van
derden een plezierig resultaat.
DCF (Design rule for Camera File system)
Een specificatie voor het definiëren van een bestandsindeling en
bestandssysteem voor digitale camera's die is gemaakt door de Japan
Electronics and Information Technology Industries Association (JEITA).
Scherptediepte
De afstand tussen het dichtstbijzijnde en verste punt waarop kan
worden scherpgesteld in een foto. De scherptediepte verschilt per
diafragma, brandpuntsafstand en afstand tussen de camera en
het onderwerp. Als u bijvoorbeeld een kleiner diafragma selecteert,
wordt de scherptediepte vergroot en wordt de achtergrond van een
compositie vaag.
Digitale zoom
Een functie die op kunstmatige wijze de beschikbare hoeveelheid
zoom met de zoomlens vergroot (optische zoom). Als u de digitale
zoomfunctie gebruikt, wordt de beeldkwaliteit minder wanneer de
vergroting wordt verhoogd.
Digitale afdrukbestelling (DPOF)
Een indeling voor het schrijven van afdrukgegevens, zoals
geselecteerde beelden en het aantal afdrukken, op een geheugenkaart.
Printers die compatibel zijn met DPOF, soms verkrijgbaar in fotowinkels,
kunnen de informatie lezen van de kaart voor eenvoudig afdrukken.
Belichtingswaarde (EV)
Alle combinaties van de camerasluitertijd en diafragma die resulteren in
dezelfde belichting.
Aanvullende informatie
114
Woordenlijst
EV-compensatie
Met deze functie kunt u snel de belichtingswaarde aanpassen
die wordt berekend door de camera, in beperkte stappen, om de
belichting van uw foto's te verbeteren. Stel de EV-compensatie in op
-1,0 EV om de waarde een stap donkerder in te stellen en op 1,0 EV
om de waarde een stap lichter te maken.
Exif (Exchangeable Image File Format)
Een specificatie voor het definiëren van een beeldbestandindeling voor
digitale camera's die is gemaakt door de Japan Electronic Industries
Development Association (JEIDA).
Belichting
De hoeveelheid licht die de sensor van de camera mag bereiken.
Belichting wordt bepaald door een combinatie van sluitertijd, diafragma
en ISO-waarde.
Flitser
Een flitslamp die ervoor zorgt dat er voldoende belichting is in
omstandigheden met weinig licht.
Brandpuntsafstand
De afstand van het brandpunt van de lens tot het beeldvlak (in
millimeters). Grotere brandpuntsafstanden resulteren in een kleinere
beeldhoek en een grotere weergave van het onderwerp. Kleinere
brandpuntsafstanden resulteren in een grotere beeldhoek.
Beeldsensor
Het fysieke deel van een digitale camera die een fotosite bevat voor
elke pixel in het beeld. Elke fotosite neemt de helderheid van het licht
op dat de fotosite bereikt tijdens een belichting. Algemene sensortypen
zijn CCD (Charge-coupled Device) en CMOS (Complementary Metal
Oxide Semiconductor).
ISO-waarde
De gevoeligheid van een camera voor licht, gebaseerd op de
equivalente filmsnelheid gebruikt in een filmcamera. Met hogere ISO-
waarden gebruikt de camera een hogere sluitertijd, waardoor vervaging
kan worden verminderd die wordt veroorzaakt door het bewegen van
de camera en weinig licht. Beelden met een hoge gevoeligheid zijn
echter veel gevoeliger voor ruis.
JPEG (Joint Photographic Experts Group)
Een lossy-methode van compressie voor digitale beelden. JPEG-
beelden worden gecomprimeerd om de algehele bestandsgrootte te
verminderen met minimale afname van de beeldresolutie.
LCD (Liquid Crystal Display)
Een visuele display die algemeen wordt gebruikt in consumenten
elektronica. Dit display heeft een aparte achtergrondverlichting nodig
zoals CCFL of LED, om kleuren te kunnen reproduceren.
Aanvullende informatie
115
Woordenlijst
Macro
Met deze functie kunt u close-upfoto's maken van zeer kleine voorwerpen.
Als u de macrofunctie gebruikt, kan de camera goed scherpstellen op
kleine voorwerpen met een verhouding op bijna ware grootte (1:1).
Lichtmeting
De lichtmeting heeft betrekking op de manier waarop een camera de
hoeveelheid licht meet om de belichting in te stellen.
MJPEG (Motion JPEG)
Een video-indeling die wordt gecomprimeerd als een JPEG-beeld.
Ruis
Verkeerd geïnterpreteerde pixels in een digitaal beeld die mogelijk
worden weergegeven als verkeerd geplaatste of willekeurige, heldere
pixels. Ruis treedt meestal op wanneer foto's worden gemaakt met
een hoge gevoeligheid of wanneer de gevoeligheid automatisch wordt
ingesteld op een donkere locatie.
Optische zoom
Dit is een algemene zoomfunctie waarmee beelden kunnen worden
vergroot met een lens en waarmee de beeldkwaliteit niet vermindert.
Kwaliteit
Een uitdrukking van het compressieniveau dat is gebruikt in een
digitaal beeld. Beelden met een hogere kwaliteit hebben een lager
compressieniveau, wat meestal resulteert in grotere bestanden.
Resolutie
Het aantal pixels in een digitaal beeld. Beelden met hoge resolutie
bevatten meer pixels en bevatten meer details dan beelden met lage
resolutie.
Sluitertijd
De sluitertijd is de hoeveelheid tijd die nodig is om de sluiter te openen
en te sluiten. Dit is een belangrijke factor voor de helderheid van een
foto, aangezien hiermee de hoeveelheid licht wordt geregeld die door
het diafragma op de beeldsensor valt. Met een kortere sluitertijd valt er
minder licht naar binnen en wordt de foto donkerder, maar is het ook
eenvoudiger om de beweging van het onderwerp te bevriezen.
Vignetten
Een vermindering van de helderheid of de verzadiging van een beeld bij
de randen in vergelijking met het midden van het beeld. Vignetten kan
de aandacht richten op onderwerpen die in het midden van een beeld
zijn geplaatst.
Witbalans (kleurbalans)
Een aanpassing van de intensiteit van kleuren (meestal de primaire
kleuren rood, groen en blauw) in een beeld. Het doel van het
aanpassen van de witbalans, of kleurbalans, is de kleuren van een
beeld correct weergeven.
Aanvullende informatie
116
Correcte verwijdering van dit product
(elektrische & elektronische afvalapparatuur)
Dit merkteken op het product, de accessoires of het informatiemateriaal
duidt erop dat het product en zijn elektronische accessoires (bv.
lader, headset, USB-kabel) niet met ander huishoudelijk afval
verwijderd mogen worden aan het einde van hun gebruiksduur. Om
mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door
ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u deze artikelen
van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier
recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt
bevorderd. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met
de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente
waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze deze artikelen
milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers moeten
contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden
van de koopovereenkomst nalezen. Dit product en zijn elektronische
accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering
worden gemengd.
PlanetFirst duidt op het streven van Samsung
Electronics naar een duurzame ontwikkeling en
sociale verantwoordelijkheid door middel van
milieubewuste bedrijfsvoering.
Correcte behandeling van een gebruikte accu uit dit
product
(Van toepassing op de Europese Unie en andere Europese
landen met afzonderlijke inzamelingssystemen voor accu’s
en batterijen)
Dit merkteken op de accu, gebruiksaanwijzing of verpakking geeft aan
dat de accu in dit product aan het einde van de levensduur niet samen
met ander huishoudelijk afval mag worden weggegooid. De chemische
symbolen Hg, Cd of Pb geven aan dat het kwik-, cadmium- of
loodgehalte in de accu hoger is dan de referentieniveaus in de Richtlijn
2006/66/EC. Indien de gebruikte accu niet op de juiste wijze wordt
behandeld, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid van
mensen of het milieu.
Ter bescherming van de natuurlijke hulpbronnen en ter bevordering van
het hergebruik van materialen, verzoeken wij u afgedankte accu’s en
batterijen te scheiden van andere soorten afval en voor recycling aan
te bieden bij het gratis inzamelingssysteem voor accu’s en batterijen in
uw omgeving.
Aanvullende informatie
117
Index
A
Aanpassen
Contrast
in de opnamemodus 66
in de weergavemodus 80
Helderheid 80
Kleurverzadiging
in de opnamemodus 66
In de weergavemodus 80
Scherpte 66
ACB
in de opnamemodus 59
in de weergavemodus 79
Afdruk 95
Afdrukbestelling 81
AF-geluid 92
AF-lamp 95
Automatische
contrastverbetering (ACB) 59
B
Batterij
Levensduur 102
Opladen 103
Specificaties 102
Beautyshot-modus 35
Beeld aanpassen
ACB 79
Anti-rode ogen 79
Contrast 80
Gezichtretouch 80
Helderheid 80
Kleurverzadiging 80
Ruis toevoegen 80
Beginafbeelding 77, 93
Belichting 58
Bestanden beveiligen 72
Bestanden overbrengen
voor Mac 88
voor Windows 83
Bestanden weergeven
als miniatuur 71
Diavertoning 74
op categorie 70
op televisie 82
Bestanden wissen 72
Bewegingsonscherpte 29
Bewerken 77
D
Datum/tijd aanpassen 94
Datumtype 94
Diafragma 36
Diavertoning 74
Digitale zoom 26
Digital Image Stabilization
(DIS) 28
DPOF 81
Draaien 77
F
Filmmodus 39
Flitser
Anti-rode ogen 49
Auto 50
Invulflits 50
Langz. sync 50
Rode ogen 50
Uit 49
Format 94
Fotokwaliteit 47
Foto's afdrukken 89
Foutmeldingen 97
Framesnelheid 39
Functiebeschrijving 93
Functietoets 15
Aanvullende informatie
118
Index
G
Geheugenkaart
Capaciteit 101
microSD 100
microSDHC 100
Geluid uitschakelen
Camera 17
Video 39
Gezichtsdetectie
Knipperen 55
Normaal 54
Slimme gezichtsherkenning
56
Smile shot 55
Grootte aanpassen 77
H
Half indrukken 6
Helderheid scherm 93
Helderheid van het gezicht
35
Het apparaat loskoppelen 87
I
Instellingen
Camera 94
Display 92
Geluid 92
Openen 91
Intelligente
scènedetectiemodus 40
Intelli-studio 85
Intelli-zoom 27
ISO-waarde 50
K
Kinderenmodus
film 44
foto 43
geluidsinstellingen 92
Knipperen 55
L
Lange sluitertijd 36
Lichtbron (Witbalans) 60
L.meting
Centr. gewogen 59
Multi 59
Spot 59
M
Macro 51
Meebewegende focus 52
Menuknop 15
Mijn ster
Classificeren 69
Gezichten annuleren 70
Gezichten registreren 57
MJPEG 110
Modus-knop 15
Modus Magisch kader 34
N
Nachtmodus 36
Navigatieknop 15
O
Onderhoud 98
Onvolkomenheden in het
gezicht 36
Opnamemodus
Film 39
Programma 38
Scène 34
Smart Auto 32
Opnemen
Video 39
P
Pictbridge 89
Pictogrammen 20
Programmamodus 38
R
Reinigen
Behuizing 98
Display 98
Lens 98
Aanvullende informatie
119
Index
Reset 94
Resolutie
Foto 46
Video 46
RGB-tint
in de opnamemodus 65
in de weergavemodus 79
Rode ogen
in de opnamemodus 49
in de weergavemodus 79
S
Scènemodus 34
Scherm aan de voorzijde 14
Demonstratiemodus 92
Inschakelen 25
Opnamemodus 42
Scherpstelafstand
Auto macro 51
Macro 51
Normaal (AF) 51
Scherpstelgebied
Centrum AF 53
Meebewegende AF 53
Multi AF 53
Serie-opname
Auto Exposure Bracket (AEB)
62
Bewegingsopname 62
Continu 62
Servicecenter 106
Slimme gezichtsherkenning
56
Sluitertijd 36
Smart Album 70
Smart Auto-modus 32
Smart filter
in de opnamemodus 63
in de weergavemodus 78
Smile shot 55
Snel tonen 93
T
Timer 48
Type weergave 23
V
Vergroten 73
Video 95
Afspelen 75
Opnemen 39
Volume 92
W
Weergaveknop 17
Weergavemodus 68
Witbalans 60
Woordenlijst 113
Z
Zoomen 26
Zoomknop 15
Raadpleegvoorklantenserviceofbijvragendegarantie-informatiediemethet
productismeegeleverdofbezoekonzewebsitehttp://www.samsung.com/.

Documenttranscriptie

In deze gebruiksaanwijzing vindt u uitgebreide aanwijzingen voor het gebruik van uw camera. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door. Klik op een onderwerp Basisprobleemoplossing Beknopt overzicht Inhoud Basisfuncties Geavanceerde functies Opnameopties Afspelen/bewerken DV50/DV90/DV100/DV101 Instellingen Aanvullende informatie Index Informatie over gezondheid en veiligheid Houd u altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen en gebruikstips om gevaarlijke situaties te vermijden en ervoor te zorgen dat de camera optimaal werkt. Houd de camera buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Waarschuwing: situaties die bij u of anderen letsel kunnen veroorzaken Houd de camera en alle bijbehorende onderdelen en accessoires buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Kleine onderdelen vormen verstikkingsgevaar of kunnen schadelijk zijn wanneer deze worden ingeslikt. Bewegende onderdelen en accessoires kunnen ook fysiek gevaar opleveren. Haal de camera niet uit elkaar en probeer de camera niet te repareren. Dit kan een schok veroorzaken of de camera beschadigen. Stel de camera niet gedurende lange tijd aan direct zonlicht of hoge temperaturen bloot. Gebruik de camera niet dichtbij ontvlambare of explosieve gassen en vloeistoffen. Langdurige blootstelling aan zonlicht of extreme temperaturen kan permanente schade aan interne onderdelen van het toestel veroorzaken. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Plaats geen ontvlambare materialen in de camera en bewaren dergelijke materialen niet in de buurt van de camera. Voorkom dat de camera of oplader wordt bedekt voor kleden of kleding. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Dit kan oververhitting van de camera of brand veroorzaken. Raak de camera niet met natte handen aan. Gebruik het netsnoer en de oplader niet tijdens een onweersbui. Dit kan een schok veroorzaken. Dit kan een elektrische schok veroorzaken. Voorkom oogletsel bij het nemen van foto's. Als er vloeistoffen of vreemde voorwerpen in de camera komen, moet u meteen alle voedingsbronnen, zoals de batterij of oplader, loskoppelen en vervolgens contact opnemen met een servicecenter van Samsung. Gebruik de flitser van de camera niet vlakbij (op minder dan 1 m afstand van) de ogen van mensen of dieren. Als u de flitser dicht bij de ogen van het onderwerp gebruikt, kunt u tijdelijke of permanente schade aan het gezichtsvermogen veroorzaken. 1 Informatie over gezondheid en veiligheid Gebruik batterijen niet voor doeleinden waarvoor de batterijen niet zijn bedoeld. Voorzichtig: situaties die schade aan de camera of andere apparatuur kunnen veroorzaken Dit kan brand of een schok veroorzaken. Raak de flitser niet aan wanneer deze wordt gebruikt. Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opbergt. De flitser wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en ernstige schade aan uw camera veroorzaken. Als u de AC-oplader gebruikt, moet u de camera uitschakelen voor u de voedingsbron van de AC-oplader loskoppelt. Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant aanbevolen lithium-ionbatterijen ter vervanging. Zorg dat u de batterij niet beschadigt of verhit. Anders kunt u brand of een schok veroorzaken. Laat de stekker van de oplader niet in het stopcontact zitten als u de oplader niet gebruikt. Dit kan brand ontstaan of persoonlijk letsel veroorzaken. Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen, opladers, kabels en accessoires. Anders kunt u brand of een schok veroorzaken. • Niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires kunnen de camera beschadigen, letsel veroorzaken of ertoe leidden dat batterijen exploderen. • Samsung is niet aansprakelijk voor schade of letsel veroorzaakt door niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires. Gebruik voor het opladen van de batterijen geen elektriciteitssnoeren of stekkers die beschadigd zijn, of een loshangend stopcontact. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Zorg dat de AC-oplader niet in contact komt met de plusen minpolen van de batterij. Dit kan brand of een schok veroorzaken. 2 Informatie over gezondheid en veiligheid Forceer de cameraonderdelen niet en oefen geen kracht uit op de camera. Controleer voor gebruik of de camera naar behoren functioneert. Dit kan leiden tot camerastoringen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verlies van bestanden of schade die kan voortkomen uit defecten aan de camera of onjuist gebruik. Wees voorzichtig bij het aansluiten van snoeren en adapters en het plaatsen van batterijen en geheugenkaarten. Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, zorg er dan voor dat u de juiste USB-connector op de camera aansluit. Door het forceren van aansluitingen, het niet op de juiste manier aansluiten van snoeren of het niet op de juiste manier plaatsen van batterijen en geheugenkaarten kunt u poorten, aansluitingen en accessoires beschadigen. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Houd kaarten met magnetische stroken uit de buurt van het camera-etui. Informatie die is opgeslagen op de kaart kan worden beschadigd of gewist. Gebruik nooit een beschadigde oplader, batterij of geheugenkaart. Dit kan een schok, camerastoring of brand veroorzaken. 3 Indeling van de gebruiksaanwijzing Basisfuncties Copyrightinformatie 12 Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en basisfuncties voor het maken van opnamen. • Microsoft Windows en het Windows-logo zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation. • micro SD™, micro SDHC™ zijn gedeponeerde handelsmerken van de SD Association. • Mac is een geregistreerd handelsmerk van Apple Corporation. • Handelsmerken en handelsnamen die in deze gebruiksaanwijzing worden gebruikt, zijn eigendom van de betreffende eigenaar. Geavanceerde functies 31 Hier vindt u informatie over het maken van foto's en het opnemen van video's door een modus te selecteren. Opnameopties 45 Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in de opnamemodus kunt kiezen. • Cameraspecificaties of de inhoud van deze gebruiksaanwijzing kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd bij veranderde camerafuncties. • Het is niet toegestaan om enig deel van deze gebruiksaanwijzing zonder vooraf gegeven toestemming te hergebruiken of verspreiden. • Gebruik deze camera op een verantwoorde manier en leef alle weten regelgeving met betrekking tot het gebruik van de camera na. Afspelen/bewerken 67 Hier vindt u informatie over hoe u foto's en video's kunt weergeven of afspelen en hoe u foto's en video's kunt bewerken. Ook leest u hier hoe u de camera op een computer, fotoprinter of televisie aansluit. Instellingen 90 Raadpleeg opties voor het configureren van de camera-instellingen. Aanvullende informatie Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties en onderhoud. 4 96 Pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing Opnamemodus Symbolen in deze gebruiksaanwijzing Pictogram Symbool Functie Aanvullende informatie Smart Auto Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen Programma Scène Film Pictogrammen in de opnamemodus Deze pictogrammen geven aan dat een bepaalde functie in de desbetreffende modi beschikbaar is. De modus ondersteunt wellicht bepaalde functies niet voor alle scènes. Voorbeeld: Beschikbaar in de modi Programma en Film 5 [ ] Cameratoetsen; bijvoorbeeld: [Ontspanknop] (staat voor de ontspanknop) ( ) Paginanummer van verwante informatie → De volgorde van de opties of menu's die u moet selecteren om een stap uit te voeren, bijvoorbeeld: Selecteer Opname → Fotoformaat (dit betekent selecteer Opname en vervolgens Fotoformaat) * Voetnoot Uitdrukkingen in deze gebruiksaanwijzing Op de ontspanknop drukken Belichting (Helderheid) • Druk [Ontspanknop] half in: druk de ontspanknop half in. • Druk op [Ontspanknop]: druk de ontspanknop volledig in. De hoeveelheid licht die de camera binnenkomt bepaalt de belichting. De belichting kan worden aangepast met behulp van sluitertijd, diafragma en ISO-waarde. Wanneer u de belichting verandert, worden de foto's donkerder of lichter. Druk [Ontspanknop] half in Normale belichting Druk op [Ontspanknop] Onderwerp, achtergrond en compositie • Onderwerp: het belangrijkste object in een scène, zoals een persoon, dier of stilleven. • Achtergrond: de objecten rondom het onderwerp. • Compositie: de combinatie van onderwerp en achtergrond. Achtergrond Compositie Onderwerp 6 Overbelicht (te helder) Basisprobleemoplossing Hier vindt u antwoorden op bekende problemen. Met behulp van opname-instellingen hebt u veel problemen snel opgelost. De ogen van de gefotografeerde zijn rood. Dit wordt veroorzaakt door een reflectie van de flitser van de camera. Rode ogen of Anti-rode ogen. (pag. 49) • Stel de flitsoptie in op Anti-rode ogen in het bewerkingsmenu. (pag. 79) • Als de foto al is gemaakt, selecteert u Foto's bevatten stof- Stofdeeltjes die in de lucht zweven kunnen worden vastgelegd op foto's als u de flitser gebruikt. vlekjes. • Schakel de flitser uit of neem geen foto's op stoffige plaatsen. • Pas de ISO-waarde aan. (pag. 50) Foto's zijn wazig. Dit kan worden veroorzaakt doordat u foto's maakt bij weinig licht of doordat u de camera niet goed vasthoudt. Gebruik de functie DIS of druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen op het onderwerp. (pag. 29) Foto's zijn wazig bij avondopnamen. Om meer licht binnen te laten, gebruikt de camera een langere sluitertijd. Het kan dan lastig zijn de camera stil te houden, waardoor de foto's bewogen kunnen worden. Nacht in de modus . (pag. 36) • Selecteer • Schakel de flitser in. (pag. 49) • Pas de ISO-waarde aan. (pag. 50) • Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt. Het onderwerp is te donker door tegenlicht. Als de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt of als er een groot contrast is tussen de lichte en donkere gebieden, kan het onderwerp donker worden. • Maak geen foto's tegen de zon in. Tegenl. in de modus . (pag. 34) • Selecteer • Stel de flitsoptie in op Invulflits. (pag. 49) • Stel de optie Automatische contrastbalans (ACB) in. (pag. 59) • Pas de belichting aan. (pag. 58) Spot als er een helder onderwerp in het midden van het kader staat. • Stel de lichtmeting in op (pag. 59) 7 Beknopt overzicht Foto's van mensen maken • -modus > Beautyshot  35 • Zelfportret  42 • Kinderen  43 • Rode ogen, Anti-rode ogen (rode ogen voorkomen of verwijderen)  49 • Gezichtsdetectie  54 • • • • 's Nachts of in het donker foto's maken -modus > Nacht  36 -modus > Zon onder, Dageraad  34 Flitseropties  49 ISO-waarde (de lichtgevoeligheid aanpassen)  50 De belichting aanpassen (helderheid) • ISO-waarde (de lichtgevoeligheid aanpassen)  50 • EV (de belichting aanpassen)  58 • ACB (compenseren voor onderwerpen tegen een heldere achtergrond)  59 • L.meting  59 • AEB (om drie foto's met verschillende belichtingen te maken van dezelfde scène)  62 Een speciaal effect toepassen • -modus > Magisch kader  34 • Intelligente filtereffecten  63 • Beeld aanpassen (om kleurverzadiging, scherpte en contrast bij te stellen)  66 Actiefoto's maken • Continu, Bewegingsopname  62 Bewegingsonscherpte voorkomen • Digital Imaging Stabilization (DIS)  28 Foto's maken van tekst, insecten en bloemen • -modus > Tekst  34 • Macro  51 8 • Bestanden op categorie bekijken in Smart Album  70 • Bestanden weergeven als miniaturen  71 • Alle bestanden op de geheugenkaart wissen  72 • Foto's als diavertoning weergeven  74 • Bestanden op een tv weergeven  82 • De camera op een computer aansluiten  83 • Geluid en volume aanpassen  92 • De helderheid van het scherm aanpassen  93 • De schermtaal wijzigen  94 • De datum en tijd instellen  94 • De geheugenkaart formatteren  94 • Problemen oplossen  106 Inhoud Basisfuncties ................................................................... 12 Geavanceerde functies ................................................... 31 Uitpakken ..................................................................... Onderdelen en functies ................................................ De batterij en geheugenkaart plaatsen ........................ De batterij opladen en de camera inschakelen ........... De batterij opladen ...................................................... De camera inschakelen ............................................... De eerste instelling uitvoeren ....................................... Uitleg over de pictogrammen ...................................... Opties of menu's selecteren ........................................ Display en geluid instellen . .......................................... Het displaytype wijzigen ............................................... Het geluid instellen ...................................................... Foto's maken . .............................................................. Het scherm aan de voorzijde inschakelen . .................... Zoomen ..................................................................... Bewegingsonscherpte voorkomen (DIS) ........................ Tips om betere foto's te maken ................................... De Smart Auto-modus gebruiken ................................ De Scènemodus gebruiken ......................................... De modus Magisch kader gebruiken ............................ De Beautyshot-modus gebruiken ................................. De Nachtmodus gebruiken ........................................ De Programmamodus gebruiken . ............................... De Filmmodus gebruiken .......................................... De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken .............. Foto's maken met het scherm aan de voorzijde ......... De Zelfportretmodus gebruiken .................................... De Kinderenmodus gebruiken ...................................... De sprongopname-timer gebruiken . ............................. Een video maken met het scherm aan de voorzijde ........ 13 14 16 17 17 17 18 20 21 23 23 23 24 25 26 28 29 9 32 34 34 35 36 38 39 40 42 42 43 43 44 Inhoud Opnameopties ................................................................. 45 Resolutie en beeldkwaliteit selecteren . ....................... De resolutie selecteren ................................................ De beeldkwaliteit selecteren ......................................... De timer gebruiken ....................................................... Opnamen in het donker maken ................................... Rode ogen voorkomen ................................................ De flitser gebruiken . .................................................... De ISO-waarde aanpassen .......................................... De scherpstelling aanpassen ....................................... Macro gebruiken ......................................................... Autofocus gebruiken ................................................... Meebewegende autofocus gebruiken ........................... Het scherpstelgebied aanpassen ................................ Gezichtsdetectie gebruiken ......................................... Gezichten detecteren .................................................. Een foto van een lachend gezicht maken ...................... Knipperende ogen detecteren ...................................... Slimme gezichtsherkenning . ........................................ Gezichten als favoriet registreren (Mijn ster) . .................. Helderheid en kleur aanpassen ................................... De belichting handmatig aanpassen (EV) ....................... Compenseren voor tegenlicht (ACB) ............................. De lichtmeetmethode wijzigen ...................................... Een lichtbron selecteren (Witbalans) . ............................ Serieopname ................................................................ Uw foto's mooier maken .............................................. Intelligente filtereffecten toepassen ................................ Uw foto's aanpassen . ................................................. 46 46 47 48 49 49 49 50 51 51 51 52 53  10 54 54 55 55 56 57 58 58 59 59 60 62 63 63 66 Inhoud Afspelen/bewerken ......................................................... 67 Instellingen ....................................................................... 90 Weergeven . .................................................................. De weergavemodus starten ......................................... Foto's weergeven . ...................................................... Een video afspelen ...................................................... Foto's bewerken . ......................................................... Foto's in grootte aanpassen ......................................... Een foto draaien . ........................................................ Intelligente filtereffecten toepassen ................................ Belichtingsproblemen corrigeren . ................................. Een afdrukbestelling maken (DPOF) .............................. Bestanden op een tv weergeven ................................. Bestanden naar de computer overbrengen (Windows) ..................................................................... Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio ..... Bestanden overbrengen door de camera als een verwisselbare schijf aan te sluiten ................................. De camera loskoppelen (Windows XP) . ........................ Bestanden naar de computer overbrengen (Macintosh) ................................................................... Foto's met een fotoprinter afdrukken (PictBridge) ...... Camera-instellingenmenu ............................................ Het instellingenmenu openen ....................................... Geluid ....................................................................... Instellingen van het scherm aan de voorzijde . ............... Display ....................................................................... Instellingen ................................................................. 68 68 73 75 77 77 77 78 79 81 82 91 91 92 92 93 94 Aanvullende informatie ................................................... 96 Foutmeldingen ............................................................. 97 Onderhoud van de camera .......................................... 98 De camera reinigen ..................................................... 98 De camera gebruiken of opbergen ............................... 99 Geheugenkaarten ..................................................... 100 De batterij ................................................................. 102 Voordat u contact opneemt met een servicecenter .. 106 Cameraspecificaties . ................................................. 109 Woordenlijst ................................................................ 113 Index ........................................................................... 117 83 84 86 87 88 89  11 Basisfuncties Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en basisfuncties voor het maken van opnamen. Uitpakken ……………………………………… 13 Display en geluid instellen …………………… 23 Onderdelen en functies … …………………… 14 Het displaytype wijzigen … ………………… 23 Het geluid instellen … ……………………… 23 De batterij en geheugenkaart plaatsen … … 16 De batterij opladen en de camera inschakelen … ………………………………… 17 De batterij opladen … ……………………… 17 De camera inschakelen ……………………… 17 De eerste instelling uitvoeren ……………… 18 Uitleg over de pictogrammen … …………… 20 Opties of menu's selecteren ………………… 21 Foto's maken … ……………………………… 24 Het scherm aan de voorzijde inschakelen …… 25 Zoomen ……………………………………… 26 Bewegingsonscherpte voorkomen (DIS) … … 28 Tips om betere foto's te maken … ………… 29 Uitpakken Controleer of de doos de volgende artikelen bevat: Als optie verkrijgbare accessoires Camera Polslus AC-adapter/USB-kabel Oplaadbare batterij Camera-etui Geheugenkaart/ Geheugenkaartadapter A/V-kabel Batterijoplader Snelstartgids • De illustraties kunnen afwijken van de werkelijke artikelen. • U kunt door Samsung goedgekeurde accessoires die compatibel zijn met uw camera aanschaffen bij het servicecentrum of de winkel waar u de camera hebt aangeschaft. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade als gevolg van het gebruik van artikelen van andere fabrikanten. Basisfuncties 13 Onderdelen en functies Maak u vertrouwd met de diverse onderdelen en functies van de camera voordat u begint. Power-knop Ontspanknop Microfoon Speaker Flitser Knop LCD op voorzijde AF-hulplampje/timerlampje Scherm aan de voorzijde Lens USB- en A/V-aansluiting Voor aansluiting van USB- of A/V-kabel Statiefbevestigingspunt Batterijklep Plaatsing van batterij en geheugenkaart Basisfuncties 14 Onderdelen en functies Zoomknop • In de opnamemodus: In- en uitzoomen • In de afspeelmodus: Inzoomen op een deel van de foto, bestanden als miniaturen weergeven of het volume aanpassen Statuslampje • Knippert: Wanneer de camera een foto of video opslaat, wordt gelezen door een computer of printer of wanneer de afbeelding niet scherp is • Licht op: Wanneer de camera is aangesloten op een computer, wanneer de batterij wordt opgeladen of wanneer het beeld is scherpgesteld. De polslus bevestigen Hoofdscherm Knop Zie de tabel onderaan Beschrijving Knop Naar opties of menu's Selecteer een opnamemodus. Beschrijving Smart Auto: hiermee maakt u een foto waarbij de camera automatisch een geschikte modus voor de scène selecteert. Beschrijving In de opnamemodus Overige functies Weergaveoptie wijzigen Omhoog Macro-optie wijzigen Omlaag Flitseroptie wijzigen Naar links Timeroptie wijzigen Naar rechts Programma: hiermee stelt u zelf opties in voor de foto die u maakt. Gemarkeerde optie of menu bevestigen Scène: hiermee maakt u een foto met vooraf ingestelde opties voor een specifieke scène. Naar de weergavemodus Film: hiermee kunt u een video opnemen. • Toegang tot opties in de opnamemodus • Bestanden verwijderen in de weergavemodus Basisfuncties 15 De batterij en geheugenkaart plaatsen Hier vindt u informatie over het in de camera plaatsen van de batterij en van een optionele geheugenkaart. De batterij en geheugenkaart verwijderen Duw voorzichtig tegen de kaart totdat deze uit de camera loskomt en trek de kaart vervolgens uit de sleuf. Geheugenkaart Plaats de geheugenkaart met de goudkleurige contactpunten omhoog gericht. Batterijvergrendeling Druk op de vergrendeling om de batterij los te maken. Geheugenkaart Zorg dat bij het plaatsen van de batterij het Samsung-logo omhoog is gericht. Oplaadbare batterij Het interne geheugen kan worden gebruikt als tijdelijk opslagmedium als er geen geheugenkaart is geplaatst. Oplaadbare batterij Basisfuncties 16 De batterij opladen en de camera inschakelen De batterij opladen De camera inschakelen Zorg ervoor dat u de batterij oplaadt voordat u de camera gebruikt. Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, sluit u de kleine connector aan op de camera. De andere connector sluit u aan op de voedingsadapter. Druk op [POWER] om de camera in of uit te schakelen. Statuslampje • Rode lampje brandt: bezig met opladen • Rode lampje uit: volledig opgeladen • Rode lampje knippert: fout opgetreden • H  et scherm voor de eerste instelling verschijnt wanneer u de camera voor het eerst inschakelt. (pag. 18) De camera inschakelen in de weergavemodus Druk op [ ]. De camera wordt ingeschakeld en gaat direct naar de weergavemodus. Gebruik alleen de netvoedingsadapter en USB-kabel die is meegeleverd met uw camera. Als u een andere netvoedingsadapter gebruikt (zoals de SAC-48), wordt de batterij van de camera mogelijk niet opgeladen of werkt deze mogelijk niet naar behoren. Als u uw camera inschakelt door [ ] ingedrukt te houden totdat het statuslampje knippert, geeft de camera geen enkel geluid. Basisfuncties 17 De eerste instelling uitvoeren Het scherm voor de eerste instelling verschijnt, waar u de basisinstellingen van de camera kunt configureren. 1 Druk op [ ]. • Het scherm voor de eerste instelling verschijnt wanneer u de camera voor het eerst inschakelt. 2 5 Druk op [ ] of [ ] om een tijdzone te selecteren en druk vervolgens op [ ]. • Als u zomer-wintertijd wilt instellen, drukt u op [ Druk op [ ] om Language te selecteren en druk vervolgens op [ ] of [ ]. ]. Tijdzone Londen Terug Zomertijd • Het scherm kan afwijken, afhankelijk van de geselecteerde taal. 3 Druk op [ ] of [ ] om een taal te selecteren en druk vervolgens op [ ]. 4 Druk op [ ] of [ ] om Tijdzone te selecteren en druk vervolgens op [ ] of [ ]. 6 Druk op [ ] of [ ] om Datum/tijd aanpassen te selecteren en druk op [ ] of [ ]. 7 Druk op [ ] of [ ] om een onderdeel te selecteren. Nederlands Language Londen Tijdzone Datum/tijd aanpassen Datumtype JJJJ MM DD Terug Instellen • Het scherm kan afwijken, afhankelijk van de geselecteerde taal. Basisfuncties 18 De eerste instelling uitvoeren 8 Druk op [ ] of [ ] om de datum en tijd in te stellen ]. 9 Druk op [ ] of [ ] om Datumtype te selecteren en ] of [ ]. en druk op [ druk op [ Language Tijdzone Datum/tijd aanpassen Datumtype Terug Nederlands Londen JJJJ/MM/DD MM/DD/JJJJ DD/MM/JJJJ Uit Instellen 10 Druk op [ ] of [ ] om een datumnotatie te selecteren en druk op [ ]. 11 Druk op [ ] om naar de opnamemodus te gaan. Basisfuncties 19 Uitleg over de pictogrammen Welke pictogrammen worden weergegeven, is afhankelijk van de geselecteerde modus of de ingestelde opties. 1 Pictogram Beschrijving Pictogram Geluid uit 2 Zoomindicator 3 Zoomverhouding Huidige datum en tijd 3 1 Fotoresolutie als intelligent zoomen in ingeschakeld Informatie Pictogram Beschrijving Geselecteerde opnamemodus Resterend aantal foto's Beschikbare opnametijd Interne geheugen Geheugenkaart geplaatst • • • : Volledig opgeladen : Deels opgeladen : Opladen noodzakelijk Autofocuskader Beschrijving Gezichtsdetectie Bewegingsonscherpte 2 Pictogrammen rechts Pictogram Pictogrammen links Pictogram Beschrijving Diafragma en sluitertijd Lange sluitertijd Belichtingswaarde Witbalans Beschrijving Gezichttint Fotoresolutie Gezicht retoucheren Videoresolutie ISO-waarde Fotokwaliteit Intelligent filtereffect Framesnelheid Beeldaanpassing (scherpte, contrast, kleurverzadiging) Lichtmeting Type serieopname Flitsoptie Digital Image Stabilization (DIS) Zelfontspannerinstelling Autofocusinstelling Basisfuncties 20 Opties of menu's selecteren U kunt opties selecteren door te drukken op [ [ ] om te bevestigen. U kunt de opnameopties ook openen door op [ ] en door gebruik te maken van de navigatieknoppen ([ ], [ ], [ ], [ ] te drukken, maar dan zijn sommige opties niet beschikbaar. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Gebruik de navigatieknoppen om naar een optie of Teruggaan naar het vorige menu Druk op [ ] om naar het vorige menu terug te gaan. menu te scrollen. • Druk op [ • Druk op [ 3 Druk op [ ]). Druk op ] of [ ] om omhoog of omlaag te gaan. ] of [ ] om naar links of rechts te gaan. Druk [Sluiter] half in om terug te keren naar de opnamemodus. ] om de gemarkeerde keuze te bevestigen. Basisfuncties 21 Opties of menu's selecteren Voorbeeld: in de P-modus de witbalans selecteren 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Druk op [ ] of [ ] om naar vervolgens op [ 3 Druk op [ Opname Geluid Instell. Frontdisplay Display Instellingen Afsl. 5 Druk op [ ]. ] of [ ] om naar Witbalans te bladeren en druk vervolgens op [ ] of [ ]. te bladeren en druk Fotoformaat ]. Kwalit. ]. EV Fotoformaat ISO Witbalans Kwalit. Smart filter EV Gezichtsdetectie ISO Witbalans Afsl. 6 Druk op [ Smart filter Gezichtsdetectie Terug ] of [ ] om naar een witbalansoptie te bladeren. Wijzigen 4 Druk op [ ] of [ ] om naar Opname te bladeren en druk vervolgens op [ ] of [ ]. Daglicht Terug 7 Druk op [ Basisfuncties 22 Verpl. ]. Display en geluid instellen Hier vindt u informatie over hoe u de basisinstellingen van het display en het geluid naar wens kunt aanpassen. Het displaytype wijzigen Het geluid instellen U kunt een weergavestijl voor de opname- of afspeelmodus selecteren. Elk type geeft verschillende opname- en afspeelgegevens weer. Hiermee stelt u in of de camera een bepaald geluid laat klinken wanneer u de camera bedient. 1 Druk in de opname- of weergavemodus op [ 2 Selecteer Geluid → Piepjes → een optie. Alle informatie over het opnemen tonen. Druk herhaaldelijk op [ ] om het schermtype te wijzigen. Modus Beschrijving Opname • Alle opname-informatie weergeven • Opname-informatie verbergen, behalve het aantal resterende foto's (of de resterende opnametijd) en het batterijpictogram Afspelen • Informatie over de huidige foto weergeven • Informatie over de huidige foto verbergen • Informatie over het huidige bestand weergeven, behalve de opname-instellingen en de opnamedatum Basisfuncties 23 Optie Beschrijving Uit De camera laat geen geluid klinken. 1/2/3 De camera laat een geluid klinken. ]. Foto's maken Hier vindt u informatie over basishandelingen om in de modus Smart Auto snel en eenvoudig foto's te maken. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Druk op [ ] of [ ] om naar vervolgens op [ 4 Druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. ]. • Een groen kader betekent dat het onderwerp scherp in beeld is. • Een rood kader betekent dat het onderwerp niet scherp in beeld is. te bladeren en druk ]. 3 Kadreer het onderwerp. 5 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken. Zie pagina 29 voor tips om betere foto's te maken. Basisfuncties 24 Foto's maken Het scherm aan de voorzijde inschakelen Pictogram Beschrijving Frontdisplay aan: Het scherm aan de voorzijde inschakelen. Het scherm aan de voorzijde is handig bij het maken van zelfportretten en foto's van kinderen of springende mensen. Met de Kinderenmodus kunt u een korte animatie afspelen op het scherm aan de voorzijde om de aandacht van een kind te trekken. (pag. 43) Zelfportret: Uzelf op het scherm aan de voorzijde bekijken wanneer u een zelfportret maakt. (pag. 42) Kinderen: Een korte animatie op het scherm aan de voorzijde afspelen om de aandacht van kinderen vast te houden. (pag. 43) 1 Druk in de opnamemodus op de knop LCD op voorzijde. Sprongopname: Een visueel teken op het scherm aan de voorzijde weergeven, zodat springende mensen hun sprong op het juiste moment kunnen uitvoeren. (pag. 43) • Wanneer u opties voor de zelfontspanner instelt, blijft het scherm aan de voorzijde actief. (pag. 48) • Wanneer u de camera op fel verlichte of zonnige plaatsen gebruikt, kunt u mogelijk de weergave op het scherm aan de voorzijde niet duidelijk zien. • Wanneer u diashows of filmpjes afspeelt, wordt het scherm aan de voorzijde mogelijk niet geactiveerd, zelfs niet als u op de knop LCD drukt. • Zelfportret wordt automatisch geselecteerd als u niet binnen 3 seconden een optie selecteert. • U kunt de camera zodanig instellen dat deze in de Zelfportret- of Kinderenmodus automatisch een foto neemt wanneer er een lachend • gezicht wordt gedetecteerd. (pag. 92) 2 Selecteer een opnameoptie. Zelfportret Basisfuncties 25 Foto's maken Zoomen Digitale zoom U kunt close-upfoto's maken door in te zoomen. De camera heeft een functie voor 5X optische zoom, 2X Intelli-zoom en 5X digitale zoom. Intelli-zoom en digitale zoom kunnen niet tegelijk worden gebruikt. Als de zoomindicator zich in het digitale bereik bevindt, gebruikt de camera de digitale zoomfunctie. Als u zowel de optische zoom als de digitale zoom gebruikt, kunt u tot 25 keer inzoomen. Digitaal bereik Optisch bereik Zoomindicator Zoomverhouding Inzoomen • De digitale zoomfunctie is niet beschikbaar voor het Smart filter-effect of de optie Tracking AF. • Als u een foto neemt met de digitale zoomfunctie, kan de foto van lage kwaliteit zijn. Uitzoomen De zoomverhouding die op het scherm wordt weergegeven, verandert nietlineair en kan licht afwijken van de werkelijke zoomverhouding. Basisfuncties 26 Foto's maken Intelli-zoom • De intelligente zoomfunctie is niet beschikbaar voor het Smart filtereffect of de optie Tracking AF. • De Intelli-zoom is alleen beschikbaar wanneer u een resolutieverhouding van 4:3 instelt. Als u een andere resolutieverhouding instelt terwijl Intellizoom is ingeschakeld, wordt Intelli-zoom automatisch uitgeschakeld. • Met Intelli-zoom kunt u een foto maken waarvan de kwaliteit minder slecht wordt dan bij de digitale zoom. De fotokwaliteit kan echter slechter zijn dan bij gebruik van de optische zoom. Als de zoomindicator zich in het Intelli-bereik bevindt, gebruikt de camera de Intelli-zoom. De fotoresolutie wisselt overeenkomstig de zoomfactor wanneer u de Intelli-zoom gebruikt. Als u zowel de optische zoom als de Intelli-zoom gebruikt, kunt u tot 10 keer inzoomen. Fotoresolutie wanneer Intelli-zoom is ingeschakeld Intelli-zoom instellen ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Intelli-zoom → een optie. Intelli-bereik Optie Beschrijving Uit: Schakel de Intelli-zoom uit. Optisch bereik Zoomindicator Aan: Schakel de Intelli-zoom in. Basisfuncties 27 Foto's maken Bewegingsonscherpte voorkomen (DIS) • DIS werkt mogelijk in de volgende omstandigheden niet goed: -- u beweegt de camera om een bewegend onderwerp te volgen -- u gebruikt digitale zoom -- de camera trilt te veel -- wanneer u een lagere sluitersnelheid gebruikt (bijvoorbeeld voor nachtopnamen) -- de batterij is bijna leeg -- u neemt een close-up • Als de camera valt of een schok krijgt, wordt het scherm wazig. Als dit gebeurt, moet u de camera uitschakelen en weer inschakelen. • In sommige scènes is de OIS-functie niet beschikbaar. In de opnamemodus kunt u de bewegingsonscherpte digitaal beperken. Vóór correctie Na correctie ] 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → DIS → een optie. Optie Beschrijving Uit: DIS is uitgeschakeld. Aan: DIS is ingeschakeld. Basisfuncties 28 Tips om betere foto's te maken Bewegingsonscherpte voorkomen De camera op de juiste manier vasthouden Stel de DIS-optie (Digital Image Stabilization) in om de bewegingsonscherpte te reduceren. (pag. 28) Controleer of er niets voor de lens zit. Als De ontspanknop half indrukken Druk [Ontspanknop] half in en pas de scherpstelling aan. De scherpstelling en belichting worden automatisch aangepast. Diafragma en sluitertijd worden automatisch ingesteld. Scherpstelkader • Druk op [Ontspanknop] om een foto te maken als het kader groen is. • Pas de compositie aan en druk de [Ontspanknop] nogmaals half in als het scherpstelkader rood is. Basisfuncties wordt weergegeven Bewegingsonscherpte Zorg dat bij opnamen in het donker de flitser niet op Langz sync of Uit staat ingesteld. Het diafragma blijft dan langer open, waardoor het moeilijker is om de camera stil te houden. • Gebruik een statief of stel de flitser in op Invulflits. (pag. 49) • Pas de ISO-waarde aan. (pag. 50) 29 Voorkomen dat het onderwerp niet scherp is In de volgende gevallen kan het moeilijk zijn om op het onderwerp scherp te stellen: -- er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond • Wanneer u foto's maakt bij weinig licht Schakel de flitser in. (pag. 49) (als het onderwerp bijvoorbeeld kleren draagt met kleuren die lijken op de achtergrondkleur) -- de lichtbron achter het onderwerp is te fel -- het onderwerp glanst of weerspiegelt -- het onderwerp heeft horizontale patronen, zoals jaloezieën -- het onderwerp bevindt zich niet in het midden van het beeld • Wanneer onderwerpen snel bewegen Gebruik de functie Continu of Bew. detectie. (pag. 62) Gebruik de scherpstelvergrendeling Druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. Wanneer het onderwerp scherp in beeld is, kunt u het kader verschuiven om de compositie aan te passen. Druk wanneer u klaar bent op [Ontspanknop] om een foto te maken. Basisfuncties 30 Geavanceerde functies Hier vindt u informatie over het maken van foto's en het opnemen van video's door een modus te selecteren. De Smart Auto-modus gebruiken …………… 32 De Scènemodus gebruiken … ……………… 34 De modus Magisch kader gebruiken … …… 34 De Beautyshot-modus gebruiken …………… 35 De Nachtmodus gebruiken ………………… 36 De Programmamodus gebruiken …………… 38 De Filmmodus gebruiken … ……………… 39 De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken … ………………………………… 40 Foto's maken met het scherm aan de voorzijde … …………………………………… 42 De Zelfportretmodus gebruiken … ………… De Kinderenmodus gebruiken … …………… De sprongopname-timer gebruiken ………… Een video maken met het scherm aan de voorzijde … ………………………………… 42 43 43 44 De Smart Auto-modus gebruiken In deze modus kiest de camera automatisch camera-instellingen die bij het gedetecteerde type scène passen. Dit is handig als u niet bekend bent met de camera-instellingen voor de diverse scènes. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer . 3 Kadreer het onderwerp. ]. Pictogram Beschrijving Portretten met tegenlicht Portretten Close-upfoto's van objecten • De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram voor de desbetreffende modus wordt linksboven in het scherm weergegeven. De pictogrammen worden hieronder weergegeven. Close-upfoto's van tekst Zonsondergang Heldere luchten Bossen Close-upfoto's van gekleurde onderwerpen De camera is gestabiliseerd of op een statief geplaatst (bij opnamen in het donker) Onderwerpen die veel bewegen Vuurwerk (als een statief wordt gebruikt) Pictogram Beschrijving Landschappen Scènes met een helderwitte achtergrond Landschappen 's nachts Portretten 's nachts Landschappen met tegenlicht Geavanceerde functies 32 De Smart Auto-modus gebruiken 4 Druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. • In bepaalde scènes maakt de camera automatisch een foto als u de [Ontspanknop] half indrukt. 5 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken. • Als de camera geen scènemodus herkent, wordt weergegeven en worden de standaardinstellingen gebruikt. • Ook als er een gezicht wordt gedetecteerd, is het mogelijk dat de camera geen portretmodus selecteert. Dit hangt af van de positie van het onderwerp en de lichtval. • Door verscheidene opnameomstandigheden kan het gebeuren dat de camera de juiste scène niet kan selecteren, bijvoorbeeld door het trillen van de camera, de lichtval en de afstand tot het onderwerp. • Zelfs als u een statief gebruikt, wordt de modus mogelijk niet herkend, afhankelijk van de bewegingen van het onderwerp. • In de modus mode verbruikt de camera meer stroom van de batterij omdat de instellingen vaker worden gewijzigd om de juiste scènes te kiezen. Geavanceerde functies 33 De Scènemodus gebruiken In de Scènemodus kunt u een foto maken met opties die al vooraf zijn ingesteld voor een bepaalde scène. 1 Druk in de opnamemodus op [ → een scène. 2 Selecteer 3 Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in ]. om scherp te stellen. 4 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken. Magisch kader Beautyshot Nacht De modus Magisch kader gebruiken Landschap Tekst In de modus Magisch kader kunt u verschillende effecten voor kaders toepassen op uw foto's. De vorm en de uitstraling van de foto's word gewijzigd al naargelang het kader dat u selecteert. Zon onder Dageraad • Als u de scènemodus wilt wijzigen, drukt u op [ ] en selecteert u Scène → een scène. • Zie "De modus Magisch kader gebruiken" op pagina 34 voor informatie over de modus Magisch kader. • Voor de Beautyshotmodus, zie “De Beautyshot-modus gebruiken” op bladzijde 35. • Voor de Nachtmodus, zie “De Nachtmodus gebruiken ” op pagina 36. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ → Magisch kader. 2 Selecteer ]. 3 Druk op [ 4 Selecteer Opname → Kader → een optie. Geavanceerde functies 34 De Scènemodus gebruiken 5 Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 6 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken. • In de modus Magisch kader wordt de resolutie automatisch ingesteld op . • Wanneer u de modus Magisch kader inschakelt voor de camera en deze aansluit op een tv, kunt u geen foto's nemen. De Beautyshot-modus gebruiken In de Beautyshot-modus kunt u een portret maken met opties voor het verdoezelen van onzuiverheden op het gezicht. 1 Druk in de opnamemodus op [ → Beautyshot. 2 Selecteer ]. 3 Druk op [ 4 Selecteer Opname → Gezichtstint. 5 Selecteer een optie. ]. • Verhoog bijvoorbeeld de gezichtstint om de huid lichter te laten lijken. Niveau 2 Terug Geavanceerde functies 35 Verpl. De Scènemodus gebruiken De Nachtmodus gebruiken ]. 6 Druk op [ 7 Selecteer Opname → Gezichtretouch.. 8 Selecteer een optie. In de nachtmodus kunt u een lange sluitertijd gebruiken om de sluiter langer open te laten staan. Gebruik een hogere diafragmawaarde om overbelichting te voorkomen. • Verhoog bijvoorbeeld de instelling Gezichtsretouch om meer onzuiverheden te verbergen. Niveau 2 Terug ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ → Nacht. 2 Selecteer Druk op [ ]. 3 4 Selecteer Opname → Lange sluitert.. 5 Selecteer de diafragmawaarde of sluitersnelheid. Diafragmawaarde Sluitertijd Verpl. Diafragma 9 Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 10 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken. Terug Als u de Beautyshot-modus gebruikt, wordt de scherpstelafstand ingesteld op Auto macro. Geavanceerde functies 36 Verpl. De Scènemodus gebruiken 6 Selecteer een optie. • Als u Auto selecteert, worden diafragma en sluitertijd automatisch aangepast. 7 Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 8 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken. Gebruik een statief om te voorkomen dat de foto's onscherp worden. Geavanceerde functies 37 De Programmamodus gebruiken In de Programmamodus kunt u diverse opties instellen (met uitzondering van de sluitertijd en diafragmawaarde). ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ . 2 Selecteer Stel opties in. (Voor een lijst met opties, zie 3 “Opnameopties”.) 4 Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 5 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken. Geavanceerde functies 38 De Filmmodus gebruiken In de stand Film kunt u high-definition video's opnemen met een resolutie van 1280 X 720 HQ. U kunt tot 4 GB (circa 15 minuten) opnemen met een resolutie van 1280 X 720 HQ en opgenomen video's worden in de camera opgeslagen als MJPEG-bestanden. • Sommige geheugenkaarten bieden mogelijk geen ondersteuning voor opnamen met high-definition kwaliteit. Stel in dat geval een lagere resolutie in. (pag. 46) • Geheugenkaarten met langzame schrijfsnelheden bieden geen ondersteuning voor video's met een hoge resolutie. Gebruik voor het opnemen van video's met een hoge resolutie geheugenkaarten met een hogere schrijfsnelheid. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer . ]. 3 Druk op [ 4 Selecteer Film → Framesnelheid → een framesnelheid ]. 5 Druk op [ 6 Selecteer Film → Sound Alive → een geluidsoptie. Optie Beschrijving Sound Alive Aan: de functie Sound Alive inschakelen. (het aantal frames per seconde). Sound Alive Uit: de functie Sound Alive uitschakelen. • Bij een hoger aantal frames doet de actie natuurlijker aan, maar wordt het bestand ook groter. Dempen: geen geluiden opnemen. • Zorg ervoor dat de microfoon niet wordt geblokkeerd als u gebruikmaakt van de functie Sound Alive. • Opnamen die zijn gemaakt met Sound Alive kunnen afwijken van het daadwerkelijke geluid. Afhankelijk van de resolutie en de framesnelheid kan de film kleiner lijken dan de originele grootte zoals weergegeven op het hoofddisplay. 7 Stel naar wens andere opties in. (Voor een lijst met opties, zie “Opnameopties”.) 8 Druk op [Ontspanknop] om de opname te starten. 9 Druk nogmaals op [Ontspanknop] om de opname te stoppen. Geavanceerde functies 39 De Filmmodus gebruiken Het opnemen onderbreken U kunt tijdens het opnemen van een video de opname tijdelijk onderbreken. Met deze functie kunt u uw favoriete scènes in één video opnemen. Stop • Druk op [ • Druk op [ Opnemen ] om tijdens het opnemen te pauzeren. ] om verder te gaan. De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken In deze modus kiest de camera automatisch instellingen die bij het gedetecteerde type scène passen. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer . ]. 3 Druk op [ 4 Selecteer Film → Intelligente scènedetectie → Aan. 5 Kadreer het onderwerp. • De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram voor de desbetreffende modus wordt linksboven in het scherm weergegeven. Geavanceerde functies 40 De Filmmodus gebruiken Pictogram Beschrijving Verschijnt bij het maken van video’s van landschappen. Verschijnt bij het maken van video’s van heldere luchten. Verschijnt bij het maken van video’s van beboste gebieden. Verschijnt bij het maken van video’s van zonsondergangen. 6 Druk op de [Ontspanknop] om de opname te starten. 7 Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname te stoppen. • Als de camera geen scènemodus herkent, verandert, niet en worden de standaardinstellingen gebruikt. • Door verscheidene opnameomstandigheden kan het gebeuren dat de camera de juiste scène niet kan selecteren, bijvoorbeeld door het trillen van de camera, de lichtval en de afstand tot het onderwerp. • In de modus Intelligente scènedetectie kunt u geen smartfiltereffecten instellen. Geavanceerde functies 41 Foto's maken met het scherm aan de voorzijde Het scherm aan de voorzijde is handig bij het maken van zelfportretten en foto’s van kinderen. U kunt de timer voor sprongopname ook met het scherm aan de voorzijde gebruiken. De Zelfportretmodus gebruiken   Een eenvoudige opname van uzelf maken  Foto's van uzelf maken met het scherm aan de voorzijde. 1 Druk in de opnamemodus op de knop LCD op voorzijde. 2 Selecteer Zelfportret. • Uw gezicht wordt automatisch door de camera gedetecteerd. Er wordt een kader om het gedetecteerde gezicht weergegeven. Als u op de knop LCD op voorzijde drukt wanneer de camera is uitgeschakeld, schakelt het scherm aan de voorzijde om een eenvoudige opname van uzelf te maken. Omdat het hoofdscherm is uitgeschakeld, verbruikt de camera minder stroom en kunnen anderen het hoofdscherm niet bekijken. • De camera schakelt weer uit wanneer u nogmaals op de knop LCD op de voorzijde drukt, of op [POWER] drukt. • Het scherm aan de voorzijde wordt uitgeschakeld en het hoofdscherm wordt ingeschakeld wanneer u op [ ] drukt. 3 Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 4 Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken. Geavanceerde functies 42 Foto's maken met het scherm aan de voorzijde De Kinderenmodus gebruiken De sprongopname-timer gebruiken De Kinderenmodus houdt de aandacht van kinderen vast door een korte animatie weer te geven op het scherm aan de voorzijde. U kunt een foto van springende mensen nemen. Er verschijnt een pictogram op het scherm aan de voorzijde als melding dat de mensen kunnen gaan springen. 1 Druk in de opnamemodus op de knop LCD op voorzijde. 2 Selecteer Kinderen. • De camera geeft een animatie weer. 3 Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 4 Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken. • U kunt animaties voor het scherm aan de voorzijde downloaden via Intelli-Studio. (pag. 85) • U kunt geluiden toevoegen aan animaties om de aandacht van kinderen te trekken. (pag. 92) 1 Druk in de opnamemodus op de knop LCD op voorzijde. 2 Selecteer Sprongopname. 3 Druk op de [Ontspanknop]. • Op het scherm aan de voorzijde wordt een paar seconden voordat de opname wordt gemaakt met aftellen begonnen. Geavanceerde functies 43 Foto's maken met het scherm aan de voorzijde 4 Spring als het pictogram op het scherm aan de voorzijde verschijnt. • Er worden 2 foto’s achter elkaar gemaakt. Een video maken met het scherm aan de voorzijde   Een video maken in de Zelfportretmodus  1 Druk in de opnamemodus op de knop LCD op voorzijde. 2 Selecteer Frontdisplay aan. 3 Druk op de [Ontspanknop] om de opname te starten. 4 Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname te stoppen. Als u foto’s met de sprongopname-timer bij weinig licht of binnenshuis maakt, lijken de foto’s mogelijk donker.   Een video maken in de Kinderenmodus  1 Druk in de opnamemodus op de knop LCD op voorzijde. 2 Selecteer Kinderen. 3 Druk op de [Ontspanknop] om de opname te starten. 4 Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname te stoppen. Geavanceerde functies 44 Opnameopties Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in de opnamemodus kunt kiezen. Resolutie en beeldkwaliteit selecteren ……… 46 De resolutie selecteren … …………………… 46 De beeldkwaliteit selecteren ………………… 47 De timer gebruiken …………………………… 48 Opnamen in het donker maken … ………… 49 Rode ogen voorkomen ……………………… 49 De flitser gebruiken … ……………………… 49 De ISO-waarde aanpassen … ……………… 50 De scherpstelling aanpassen … …………… 51 Macro gebruiken … ………………………… Autofocus gebruiken ………………………… Meebewegende autofocus gebruiken … …… Het scherpstelgebied aanpassen ………… 51 51 52 53 Gezichtsdetectie gebruiken … ……………… 54 Gezichten detecteren … …………………… Een foto van een lachend gezicht maken …… Knipperende ogen detecteren … …………… Slimme gezichtsherkenning … ……………… Gezichten als favoriet registreren (Mijn ster) …… 54 55 55 56 57 Helderheid en kleur aanpassen ……………… 58 De belichting handmatig aanpassen (EV) …… Compenseren voor tegenlicht (ACB) ………… De lichtmeetmethode wijzigen … …………… Een lichtbron selecteren (Witbalans) ………… 58 59 59 60 Serieopname … ……………………………… 62 Uw foto's mooier maken … ………………… 63 Intelligente filtereffecten toepassen … ……… 63 Uw foto's aanpassen … …………………… 66 Resolutie en beeldkwaliteit selecteren Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de beeldresolutie en -kwaliteit kunt aanpassen. De resolutie selecteren Bij het maken van een video Als u de resolutie verhoogt, zullen de foto's en video's meer pixels bevatten en daardoor groter worden afgedrukt en weergegeven. Bij een hoge resolutie neemt ook de bestandsgrootte toe. Bij het maken van een foto ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ Selecteer Film → Filmformaat → een optie. 2 Optie Beschrijving 1280 X 720 HQ: Bestanden met hoge kwaliteit weergeven op een HDTV. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ Selecteer Opname → Fotoformaat → een optie. 2 Optie 640 X 480: Weergeven op een algemene tv. 320 X 240: Op een webpagina plaatsen. Beschrijving 4608 X 3456: Afdrukken op A1-formaat. 4608 X 3072: Afdrukken op A1-formaat in brede verhouding (3:2). 4608 X 2592: Afdrukken op A2-formaat in panoramaverhouding (16:9) of weergeven op een HDTV. 3648 X 2736: Afdrukken op A3-formaat. 2592 X 1944: Afdrukken op A4-formaat. 1984 X 1488: Afdrukken op A5-formaat. 1920 X 1080: Afdrukken op A5-formaat in panoramaverhouding (16:9) of weergeven op een HDTV. 1024 X 768: Voor e-mailbijlagen. Opnameopties 46 Resolutie en beeldkwaliteit selecteren De beeldkwaliteit selecteren De foto's die u maakt, worden gecomprimeerd en in JPEGindeling opgeslagen. Een hogere kwaliteit resulteert in grotere bestanden. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Kwalit. → een optie. Optie Beschrijving Superhoog: Foto's maken met superhoge kwaliteit. Hoog: Foto's maken met hoge kwaliteit. Normaal: Foto's maken met normale kwaliteit. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Opnameopties 47 De timer gebruiken Hier vindt u informatie over hoe u de timer instelt om de opname met een vertraging te maken. 1 Druk in de opnamemodus op [ ]. 3 Druk op [Ontspanknop] om de timer te starten. • Het AF-hulplampje/timerlampje gaat knipperen en De camera maakt na de ingestelde tijdsduur automatisch een foto. • Op het scherm aan de voorzijde wordt een paar seconden voordat de opname wordt gemaakt met aftellen begonnen. Uit 2 Selecteer een optie. Optie Beschrijving Uit: De timer is uitgeschakeld. 10 sec: Over 10 seconden een foto maken. 2 sec: Over 2 seconden een foto maken. Dubbel: Over 10 seconden een foto maken en twee seconden later nog een. • Druk op [Ontspanknop] of [ ] om de timer te annuleren. • Afhankelijk van de geselecteerde gezichtsdetectie-optie is de timer niet beschikbaar of zijn sommige timeropties niet beschikbaar. • Wanneer u opties voor reeksopnamen instelt, kan de zelfontspanner niet worden gebruikt. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Opnameopties 48 Opnamen in het donker maken Hier vindt u informatie over hoe u 's nachts of bij weinig licht foto's kunt maken. Rode ogen voorkomen De flitser gebruiken Als u in het donker een foto van iemand maakt met gebruik van de flitser, kan er een rode gloed in de ogen van het onderwerp verschijnen. U kunt dit voorkomen door Rode ogen of Antirode ogen te selecteren. Voor de flitseropties, zie “De flitser gebruiken”. Gebruik de flitser wanneer u foto's in het donker maakt of wanneer u meer licht in de foto's wilt hebben. 1 Druk in de opnamemodus op [ ]. Auto 2 Selecteer een optie. Optie Beschrijving Uit: • De flitser gaat niet af. • De waarschuwing voor bewegingsonscherpte ( ) wordt weergegeven wanneer u bij weinig licht opnamen maakt. Anti-rode ogen*: • De flitser gaat af wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. • De camera corrigeert rode ogen door middel van geavanceerde softwarematige analyse van de opname. Opnameopties 49 Opnamen in het donker maken Optie Beschrijving • Er zijn geen flitseropties beschikbaar als u de opties Continu, Bewegingsopname of AEB hebt ingesteld of als u Knipperen hebt geselecteerd. • Zorg dat uw onderwerp zich binnen de aanbevolen afstand van de flitser bevindt. (pag. 109) • Als er licht wordt gereflecteerd of er te veel stof in de lucht is, kunnen er kleine spikkels op de foto zichtbaar zijn. Langz sync: • Er wordt geflitst en de sluiter blijft langer open. • Deze optie wordt aanbevolen wanneer u het omgevingslicht wilt gebruiken om meer detail in de achtergrond zichtbaar te maken. • Gebruik een statief om te voorkomen dat de foto's onscherp worden. • De camera geeft een waarschuwing weer dat de camera beweegt ( ) wanneer u foto's neemt bij weinig licht. De ISO-waarde aanpassen De ISO-waarde is een eenheid voor de mate waarin film gevoelig is voor licht, zoals gedefinieerd door de International Organisation for Standardisation (ISO). Hoe hoger de ISO-waarde, des te gevoeliger wordt de camera voor licht. Met een hogere ISOwaarde kunt u gemakkelijker foto's zonder flits maken. Invulflits: • De flitser gaat altijd af. • De lichtintensiteit wordt automatisch bijgesteld. Rode ogen*: • De flitser gaat af wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. • De camera gaat rode ogen tegen. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → ISO → een optie. Auto: De flitser gaat automatisch af wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. Auto: De camera selecteert een geschikte flitsinstelling voor de gedetecteerde scène in de modus . • Selecteer om een geschikte ISO-waarde te gebruiken op basis van de helderheid van het onderwerp en de lichtval. • Hoe hoger de ISO-waarde, des te meer beeldruis kan er optreden. • Wanneer Bewegingsopname is ingesteld, wordt de ISO-waarde ingesteld op Auto. • Wanneer wordt geselecteerd, is de opnamegrootte minder dan 3M. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. * Er zit een korte tijd tussen twee flitsen. Beweeg de camera niet totdat de tweede flits is afgegaan. Opnameopties 50 De scherpstelling aanpassen Hier vindt u informatie over hoe u de manier waarop de camera scherpstelt voor diverse onderwerpen kunt aanpassen. Macro gebruiken Autofocus gebruiken Gebruik macro om close-upfoto's te maken van onderwerpen zoals bloemen en insecten. Voor de macro-opties, zie “Autofocus gebruiken”. Om scherpe foto's te maken, selecteert u de scherpsteloptie die bij de afstand tot het onderwerp past. 1 Druk in de opnamemodus op [ ]. Normaal (AF) 2 Selecteer een optie. Optie Beschrijving Normaal (AF): Scherpstellen op een onderwerp dat zich op een afstand van 80 cm of meer bevindt. Of op een afstand van 100 cm of meer, wanneer u gebruikmaakt van de zoom. • Probeer de camera heel stil te houden, om te voorkomen dat de foto's onscherp worden. • Schakel de flitser uit als de afstand tot het onderwerp minder dan 40 cm bedraagt. Macro: Scherpstellen op een onderwerp op 5 cm - 80 cm afstand. Auto macro: • Automatisch scherpstellen op een onderwerp verder weg dan 5 cm. Of op een afstand van 100 cm of meer, wanneer u gebruikmaakt van de zoom. • De optie wordt automatisch ingesteld in bepaalde opnamemodi. Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Opnameopties 51 De scherpstelling aanpassen Meebewegende autofocus gebruiken • Als u geen scherpstelgebied selecteert, verschijnt het scherpstelkader midden in het beeld. • Het volgen van een onderwerp kan in de volgende gevallen mislukken: -- het onderwerp is te klein of verplaatst zich vaak -- er is sprake van tegenlicht of u maakt foto's op een donkere plaats -- kleuren of patronen van het onderwerp komen met de achtergrond overeen -- de camera trilt enorm • Wanneer een onderwerp niet kan worden gevolgd, wordt het scherpstelkader weergegeven als een kader met één witte lijn ( ). • Als de camera het onderwerp niet volgt, moet u het te volgen onderwerp opnieuw selecteren. • Als de camera er niet in slaagt om scherp te stellen, wordt het scherpstelkader een kader met één rode lijn ( ). • Als u deze functie gebruikt, is het niet mogelijk om de opties voor zelfontspanning, gezichtsherkenning en smart-filtereffecten in te stellen. Met Tracking AF kunt u het onderwerp volgen en automatisch scherp in beeld houden, ook wanneer u beweegt. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Scherpstelgebied → Tracking AF. 3 Stel scherp op het onderwerp dat u wilt volgen en druk op [ ]. • Er verschijnt een scherpstelkader rond het onderwerp dat het onderwerp volgt als u de camera beweegt. • Een wit kader betekent dat de camera het onderwerp volgt. • Een groen kader wanneer u de [Ontspanknop] half indrukt, betekent dat het onderwerp scherp in beeld is. 4 Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken. Opnameopties 52 De scherpstelling aanpassen Het scherpstelgebied aanpassen U kunt betere foto's krijgen door een scherpstelgebied te kiezen op basis van de locatie van het onderwerp in de scène. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Scherpstelgebied → een optie. Optie Beschrijving Centrum AF: Scherpstelling op het midden (geschikt voor onderwerpen in het midden van het beeld). Multi AF: Scherpstelling op een of meer van de 9 mogelijke gebieden. Tracking AF: Stel scherp op en beweeg mee met het onderwerp. (pag. 52) Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Opnameopties 53 Gezichtsdetectie gebruiken Wanneer u de gezichtsdetectiefunctie gebruikt, herkent de camera automatisch gezichten van mensen. Wanneer u op een gezicht scherpstelt, past de camera de belichting automatisch aan. Maak snel en eenvoudig foto's met Knipperen om gesloten ogen op de foto te voorkomen en Smile shot om een lachend gezicht vast te leggen. Ook kunt u Slimme gez.herkenning gebruiken om gezichten te registreren en ze bij het scherpstellen prioriteit te geven. • De camera volgt automatisch het geregistreerde gezicht. • Gezichtsdetectie is mogelijk in de volgende gevallen niet effectief: -- het onderwerp bevindt zich te ver van de camera af -- het is te licht of te donker -- het onderwerp kijkt niet in de richting van de camera -- het onderwerp draagt een zonnebril of een masker -- het onderwerp heeft tegenlicht of de lichtomstandigheden zijn veranderlijk -- de gezichtsuitdrukking van het onderwerp wijzigt drastisch • Gezichtsherkenning is niet beschikbaar als een smart-filtereffect, de optie voor beeldaanpassing of Tracking AF wordt gebruikt. • Afhankelijk van de opname-instellingen kunnen de beschikbare opties voor gezichtsdetectie verschillen. • Afhankelijk van de geselecteerde opties voor gezichtsdetectie, is de timerfunctie mogelijk niet beschikbaar. • Als u opties voor gezichtsdetectie instelt, wordt het AF-gebied automatisch ingesteld op Multi AF. • Afhankelijk van de opties voor gezichtsdetectie die u hebt geselecteerd, zijn opties voor serie-opnamen niet beschikbaar. • Als u de optie Slimme gez. herkenning instelt en foto's van gedetecteerde gezichten neemt, worden ze in de gezichtenlijst geregistreerd. • In de weergavemodus kunt u geregistreerde gezichten op volgorde van prioriteit weergeven. (pag. 69) Ondanks dat gezichten zijn geregistreerd, worden ze mogelijk in de weergavemodus niet geclassificeerd. • Een gezicht dat met de optie Slimme gez. herkenning wordt gedetecteerd, komt mogelijk niet in de gezichtenlijst of in Smart Album voor. Gezichten detecteren De camera detecteert automatisch menselijke gezichten (maximaal 10 gezichten). Het dichtstbijzijnde gezicht wordt in een wit scherpstelkader gevangen, de andere gezichten in grijze kaders. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Gezichtsdetectie → Normaal. Opnameopties • Hoe dichter u bij het onderwerp bent, des te sneller detecteert de camera gezichten. • Als u serieopties hebt ingesteld, registreert de camera wellicht geen gedetecteerde gezichten. 54 Gezichtsdetectie gebruiken Een foto van een lachend gezicht maken Knipperende ogen detecteren De camera maakt automatisch een foto wanneer er een lachend gezicht wordt gedetecteerd. Als de camera gesloten ogen detecteert, worden er automatisch 2 foto's na elkaar gemaakt. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Gezichtsdetectie → Knipperen. De camera herkent de lach eerder wanneer het onderwerp breeduit lacht. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Gezichtsdetectie → Smile shot. 3 Stel de opname samen. • De camera neemt automatisch een foto wanneer er een lachend gezicht wordt gedetecteerd. Opnameopties 55 Gezichtsdetectie gebruiken Slimme gezichtsherkenning • Het is mogelijk dat de camera gezichten niet goed herkent en registreert, afhankelijk van de lichtomstandigheden, opvallende wijzigingen in de houding of het gezicht van het onderwerp en of het onderwerp een bril draagt. • De camera kan maximaal 12 gezichten automatisch registreren. Als de camera een nieuw gezicht herkent terwijl er al 12 gezichten zijn geregistreerd, zal de camera automatisch het gezicht met de laagste prioriteit door het nieuwe vervangen. • De camera kan maximaal 5 gezichten in een scène detecteren. De camera registreert automatisch gezichten die u vaak fotografeert (maximaal 10 mensen). Met deze functie krijgt de scherpstelling van deze gezichten prioriteit. Deze functie is alleen beschikbaar als u een geheugenkaart gebruikt. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Gezichtsdetectie → Slimme gez.herkenning. • Het gezicht dat in de opnamemodus wordt gedetecteerd komt mogelijk niet in de gezichtenlijst of in Smart Album voor. • : Hiermee worden favoriete gezichten aangegeven (zie pagina 57 voor het registreren van favoriete gezichten). • : Hiermee worden gezichten aangegeven die automatisch door de camera worden geregistreerd. Opnameopties 56 Gezichtsdetectie gebruiken Gezichten als favoriet registreren (Mijn ster) 4 Zodra u klaar bent met het maken van de foto’s, wordt een lijst met gezichten weergegeven. U kunt uw favoriete gezichten registreren om deze gezichten bij de scherpstelling en belichting prioriteit te geven. Deze functie is alleen bij gebruik van een geheugenkaart beschikbaar. • Uw favoriete gezichten worden in de gezichtenlijst met een gemarkeerd. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Smart FR wijzigen → Mijn ster. 3 Kadreer het onderwerp met de ovalen kaderlijn en druk • U kunt maximaal 8 favoriete gezichten registreren. • De flitseroptie wordt op Uit ingesteld. • Als u een gezicht twee keer registreert, kunt u een van deze gezichten uit de lijst verwijderen. op de [Ontspanknop] om het gezicht te registreren. Uw favoriete gezichten weergeven ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Smart FR wijzigen → Gezichtenlijst. Terug • Als u de classificatie van het gezicht wilt wijzigen, drukt u op [ selecteert u Rangorde wijzigen. (pag. 69) • Als u de favoriete gezichten wilt annuleren, drukt u op [ ] en selecteert u Verwijderen. (pag. 70) Instellen • Maak bij het registreren van gezichten een foto per persoon tegelijk. • Maak 5 foto's van het gezicht van het onderwerp voor de beste resultaten: van de voorkant, van links, van rechts, van boven en van onderen. • Wanneer u foto's maakt van links, van rechts, van boven en van onderen, moet u het onderwerp vertellen zijn of haar gezicht niet meer dan 30 graden te draaien. • U kunt een gezicht registreren, zelfs als u maar één foto van het gezicht van het onderwerp maakt. Opnameopties 57 ] en Helderheid en kleur aanpassen Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de helderheid en kleur kunt aanpassen om een betere beeldkwaliteit te bereiken. 3 Selecteer een waarde om de belichting aan te passen. De belichting handmatig aanpassen (EV) Afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht kunnen foto's te licht of te donker uitvallen. U kunt dan de belichting aanpassen om een beter resultaat te krijgen. Donkerder (-) Neutraal 0) • De foto wordt lichter naarmate de belichting wordt verhoogd. • Als u de waarde voor de belichting aanpast, wordt het pictogram als volgt weergegeven. Helderder (+) 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname of Film → EV. • Nadat u de belichting hebt aangepast, blijft deze instelling van kracht. Mogelijk moet dit later weer worden bijgesteld om onder- of overbelichting te voorkomen. • Als u niet weet wat de juiste belichting zou zijn, selecteert u AEB (Auto Exposure Bracket). De camera maakt dan een reeks foto's met verschillende belichtingen: normaal, onderbelicht en overbelicht. (pag. 62) ]. Opnameopties 58 Helderheid en kleur aanpassen Compenseren voor tegenlicht (ACB) De lichtmeetmethode wijzigen Wanneer de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt, of als er een groot contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond, komt het onderwerp waarschijnlijk donker op de foto. Schakel in dat geval de optie Auto Contrast Balance (ACB) in. De lichtmeetmethode is de manier waarop de camera de hoeveelheid opvallend licht meet. De helderheid en belichting van de foto's varieert met de gekozen lichtmeetmethode. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname of Film → L.meting → een optie. Optie Zonder ACB Multi: • De camera verdeelt het beeld onder in diverse gebieden en meet de lichtintensiteit in elk gebied. • Geschikt voor algemene foto's. Met ACB Spot: • De camera meet alleen de lichtintensiteit in het uiterste midden van het kader. • Als een onderwerp zich niet midden in het beeld bevindt, kan de foto verkeerd belicht worden. • Geschikt voor een onderwerp met tegenlicht. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → ACB → een optie. Optie Beschrijving Beschrijving Centr. gewogen: • De camera bepaalt een gemiddelde voor de lichtmeting van het gehele beeld, maar met nadruk op het midden. • Geschikt voor foto's waarbij het onderwerp zich in het midden van het beeld bevindt. Uit: ACB is uitgeschakeld. Aan: ACB is ingeschakeld. De functie ACB is niet beschikbaar als u Continu, Bewegingsopname, AEB-opties instelt. Opnameopties 59 Helderheid en kleur aanpassen Een lichtbron selecteren (Witbalans) De kleuren in een foto zijn afhankelijk van het soort lichtbron en de kwaliteit daarvan. Als u wilt dat uw foto's realistische kleuren hebben, selecteert u een passende lichtomstandigheid om de witbalans mee te kalibreren, zoals Auto witbalans, Daglicht, Bewolkt of Kunstlicht. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname of Film → Witbalans → een optie. Pictogram Beschrijving Auto witbalans: Gebruik automatische instellingen op basis van de lichtomstandigheden. Daglicht: Selecteer deze optie voor buitenfoto's op een zonnige dag. Bewolkt: Selecteer deze optie voor buitenfoto's op een bewolkte dag of in de schaduw. TL-licht H: Selecteer deze optie voor foto's bij daglichtlampen of drie-wegfluorescentielampen. (Auto witbalans) TL-licht L: Selecteer deze optie voor foto's bij wit TL-licht. (Daglicht) Kunstlicht: Selecteer deze optie wanneer u binnenfoto's maakt bij licht van gloeilampen of halogeenlampen. Meten: Sluiter (Aangep. instelling): Hiermee gebruikt u uw eigen, vooraf geconfigureerde instellingen. (Zie de procedure rechts.) (pag. 61) (Bewolkt) (Kunstlicht) Opnameopties 60 Helderheid en kleur aanpassen Uw eigen witbalansinstelling configureren ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname of Film → Witbalans → Meten: Sluiter (Aangep. instelling). 3 Richt de lens op een wit stuk papier. 4 Druk op [Ontspanknop]. Opnameopties 61 Serieopname Het kan soms moeilijk zijn om foto's van snelbewegende onderwerpen te maken en om de natuurlijke gezichtsuitdrukkingen en gebaren van uw onderwerpen op de foto vast te leggen. Selecteer in dergelijke gevallen een van de modi voor serieopname. Optie Beschrijving Bewegingsopname: • Terwijl u de [Ontspanknop] ingedrukt houdt, maakt de camera VGA-foto's (6 foto's per seconde, met een maximum van 30 foto's). AEB: • Maak 3 foto's met een verschillende belichting: normaal, onderbelicht en overbelicht. • Gebruik een statief om onscherpe foto's te voorkomen. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname → Snelheid → een optie. Optie Afhankelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen. Beschrijving • U kunt de flitser, timer, ACB en intelligente filter alleen gebruiken als u 1 opname selecteert. • Als u Bewegingsopname selecteert, wordt de resolutie ingesteld op VGA en de ISO-instelling op Auto gezet. • Afhankelijk van de geselecteerde gezichtsdetectieoptie zijn bepaalde opties voor reeksopnamen niet beschikbaar. 1 opname: Eén foto maken. Continu: • Terwijl u [Ontspanknop] ingedrukt houdt, blijft de camera achter elkaar foto's maken. • Het maximumaantal foto's is afhankelijk van de capaciteit van de geheugenkaart. Opnameopties 62 Uw foto's mooier maken Hier kunt u lezen hoe u uw foto's mooier kunt maken door smart-filtereffecten toe te passen of door aanpassingen aan te brengen. Intelligente filtereffecten toepassen Beschikbare filters in de Programmamodus Pas allerlei filtereffecten op uw foto’s toe om unieke beelden te maken. Pictogram Beschrijving Normaal: Geen effect. Miniatuur: een tilt/shift-effect toepassen om een onderwerp als miniatuur weer te geven. Vignetten: de effecten retrokleuren, groot contrast en sterk vignet van Lomo-camera's toepassen. Miniatuur Halftoonstip: een halftooneffect toepassen. Vignetten Schets: een schetseffect toepassen. Visoog: de randen van het kader zwart maken en objecten vervormen om het visuele effect van een visooglens te imiteren. Anti-nevel: een foto helderder maken. Visoog Schets Klassiek: een zwart/wit-effect toepassen. Retro: een effect met sepiatinten toepassen. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname of Film → Smart filter. 3 Selecteer een effect. Negatief: een negatiefeffect toepassen. Aangep. RGB: een kleurenwaarde aanpassen. Opnameopties 63 Uw foto's mooier maken Beschikbare filters in de Filmmodus Pictogram Beschrijving Pictogram Beschrijving Klassiek: een zwart/wit-effect toepassen. Normaal: Geen effect. Retro: een effect met sepiatinten toepassen. Paleteffect 1: Een heldere look maken met een scherp contrast en rode kleur. Negatief: een negatiefeffect toepassen. Paleteffect 2: Scènes helder en strak maken door een zachte blauwe tint toe te voegen. Aangep. RGB: een kleurenwaarde aanpassen. Paleteffect 3: Een zachte bruine tint toepassen. Paleteffect 4: Een koud en eenkleurig effect toepassen. Miniatuur: een tilt/shift-effect toepassen om een onderwerp als miniatuur weer te geven. Vignetten: de effecten retrokleuren, groot contrast en sterk vignet van Lomo-camera's toepassen. Visoog: Objecten die in de buurt zijn, vervormen om de visuele effecten van een vissenooglens te imiteren. Anti-nevel: een foto helderder maken. Opnameopties 64 Uw foto's mooier maken Uw eigen RGB-tint definiëren • Als u Miniatuur selecteert wanneer u een video opneemt, wordt de snelheid van de afspeeltijd van de video hoger. • Als u Miniatuur selecteert wanneer u een video opneemt, neemt de camera geen geluid op. • Als u Miniatuur, Vignetten, Visoog of Anti-nevel selecteert tijdens het opnemen van een video, wordt de opnamesnelheid ingesteld op en wordt de opnameresolutie ingesteld op een lagere waarde dan . • Als u smart-filtereffecten instelt, kunt u de opties voor gezichtsherkenning, ACB, reeksopnamen, beeldaanpassing, Intellizoom of Tracking AF niet gebruiken. • Als u Schets selecteert, wordt de resolutie gewijzigd in en lager. ]. 1 Druk in de opnamemodus op [ 2 Selecteer Opname of Film → Smart filter → Aangep. RGB. 3 Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw). Terug 4 Verpl. Pas de hoeveelheid van de geselecteerde kleur aan. (-: minder of +: meer) 5 Selecteer [ ]. Opnameopties 65 Uw foto's mooier maken Uw foto's aanpassen Kleurverzadigingsoptie Pas het contrast, de scherpte en de kleurverzadiging van uw foto's aan. 1 2 Selecteer Opname → Beeld aanpassen. 3 Selecteer een aanpassingsoptie. Druk in de opnamemodus op [ + Verhoog de kleurverzadiging. • Selecteer 0 als u geen effect wilt toepassen (geschikt voor afdrukken). • Als u deze functie gebruikt, kunt u de opties voor gezichtsherkenning en smart filter niet instellen. 4 Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel aan te passen. Beschrijving - Verminder kleuren en helderheid. + Verhoog kleuren en helderheid. Scherpteoptie Verminder de kleurverzadiging. ]. • Contrast • Scherpte • Kleurverz. Contrastoptie Beschrijving - Beschrijving - Verzacht randen in de foto (geschikt voor fotobewerking op de computer). + Verscherp randen om de foto duidelijker te maken. Hierdoor kan ook de beeldruis in de foto's toenemen. Opnameopties 66 Afspelen/bewerken Hier vindt u informatie over hoe u foto's en video's kunt weergeven of afspelen en hoe u foto's en video's kunt bewerken. Ook leest u hier hoe u de camera op een computer, fotoprinter of televisie aansluit. Weergeven … ………………………………… 68 De weergavemodus starten ………………… 68 Foto's weergeven …………………………… 73 Een video afspelen … ……………………… 75 Foto's bewerken ……………………………… 77 Foto's in grootte aanpassen ………………… Een foto draaien … ………………………… Intelligente filtereffecten toepassen … ……… Belichtingsproblemen corrigeren … ………… Een afdrukbestelling maken (DPOF) ………… 77 77 78 79 81 Bestanden op een tv weergeven … ………… 82 Bestanden naar de computer overbrengen (Windows) ……………………………………… 83 Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio … ……………………………… 84 Bestanden overbrengen door de camera als een verwisselbare schijf aan te sluiten …… 86 De camera loskoppelen (Windows XP) ……… 87 Bestanden naar de computer overbrengen (Macintosh) … ………………………………… 88 Foto's met een fotoprinter afdrukken (PictBridge) … ………………………………… 89 Weergeven Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u bestanden beheert. De weergavemodus starten Het scherm in de weergavemodus Bekijk foto's en video's die op de camera zijn opgeslagen. 1 Druk op [ ]. • Het recentste bestand wordt weergegeven. • Als de camera is uitgeschakeld, wordt deze ingeschakeld en wordt het recentste bestand weergegeven. 2 Druk op [ ] of [ Informatie ] om door de bestanden te bladeren. • Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te bladeren. Pictogram • Als u bestanden in het interne geheugen wilt weergeven, verwijdert u de geheugenkaart. • U kunt bestanden die zijn opgenomen met andere camera's, mogelijk niet bewerken of afspelen, wegens niet-ondersteunde formaten (afbeeldingsformaat, enzovoort) of codecs. Gebruik een computer of ander apparaat om deze bestanden te bewerken of af te spelen. Beschrijving Videobestand Afdrukbestelling ingesteld (DPOF) Beveiligd bestand Foto bevat een geregistreerd gezicht; alleen beschikbaar wanneer u een geheugenkaart gebruikt Mapnaam – Bestandsnaam Om bestandsinformatie op het scherm weer te geven, drukt u op [ Afspelen/bewerken 68 ]. Weergeven Videobestandsinformatie Uw favoriete gezichten classificeren U kunt uw favoriete gezichten rangschikken. Deze functie is alleen bij gebruik van een geheugenkaart beschikbaar. ]. 1 Druk in de weergavemodus op [ 2 Selecteer Bestandopties → Gezichtenlijst bewerken → Rangorde wijzigen. Afspelen Vastleggen 3 Selecteer een gezicht in de lijst en druk op [ ]. Gezichtenlijst bewerken Pictogram Beschrijving Videobestand Lengte van de video Terug 4 Druk op [ Instellen ] of [ ] om classificatie van een gezicht te wijzigen en druk vervolgens op [ ]. Afspelen/bewerken 69 Weergeven Uw favoriete gezichten annuleren Bestanden op categorie bekijken in Smart Album U kunt uw favoriete gezichten verwijderen. Deze functie is alleen bij gebruik van een geheugenkaart beschikbaar. Bekijk en beheer bestanden op categorie, zoals datum, week of bestandstype. ]. 1 Druk in de weergavemodus op [ 2 Selecteer Bestandopties → Gezichtenlijst bewerken 1 Druk in de afspeelmodus de [Zoomknop] naar beneden. ]. 2 Druk op [ 3 Selecteer een categorie. → Verwijderen. 3 Selecteer een gezicht en druk op [ 4 Druk op [ ]. 5 Selecteer Ja. ]. Type Datum Kleur Week Gezicht Terug Afspelen/bewerken Instellen Optie Beschrijving Type Geef bestanden gesorteerd op bestandstype weer. Datum Geef bestanden op volgorde van de opslagdatum weer. Kleur Geef bestanden gesorteerd op de dominante kleur in het beeld weer. Week Geef bestanden weer op volgorde van de weekdag waarop ze zijn opgeslagen. Gezicht Hiermee worden bestanden gesorteerd op herkende en favoriete gezichten weergegeven. (Maximaal 20 personen) 70 Weergeven 4 Druk op [ ] of [ ] om door de bestanden te bladeren. • Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te bladeren. 5 Druk op [ Bestanden als miniatuur weergeven Blader vlug door miniaturen van bestanden heen. ] om terug te gaan naar de normale Duw in de afspeelmodus de [Zoomknop] naar beneden om miniaturen weer te geven (9 per keer). Duw de [Zoomknop] nog een of twee keer naar beneden om meer miniaturen weer te geven (20 per keer). Duw de [Zoomknop] naar boven om naar de vorige modus terug te keren. weergave. • Wanneer u Kleur selecteert, wordt Etc weergegeven als er geen kleur is opgehaald. • Het kan enige tijd duren voordat Smart Album op de camera is geopend of de categorie is gewijzigd en de bestanden opnieuw zijn geordend. • Het scherm aan de voorzijde wordt mogelijk niet geactiveerd nadat u Smart Album opent. Filter Functie Actie Door bestanden scrollen Druk op [ Bestanden wissen Druk op [ Afspelen/bewerken 71 ], [ ], [ ] of [ ] en selecteer Ja. ]. Weergeven Bestanden wissen Bestanden beveiligen Beveilig uw bestanden om te voorkomen dat ze per ongeluk worden gewist. Wis afzonderlijke bestanden of alle bestanden tegelijk. ]. 1 Druk in de weergavemodus op [ 2 Selecteer Bestandopties → Beveiligen → Select.. Afzonderlijke bestanden wissen • Als u alle bestanden wilt beveiligen, selecteert u Alles → Vergrendel. 3 Selecteer het bestand dat u wilt beveiligen en druk op [ ]. • Druk nogmaals op [ ] om uw selectie op te heffen. U kunt een afzonderlijk bestand selecteren en dit verwijderen. 1 Selecteer een bestand in de weergavemodus en druk op [ ]. 2 Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja. Meerdere bestanden wissen U kunt meerdere bestanden selecteren en deze tegelijk wissen. Beveiligd bestand 1 Druk in de weergavemodus op [ ]. 2 Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Meer wissen. Select. 4 Druk op [ Instellen ]. U kunt een beveiligd bestand niet verwijderen of draaien. 3 Selecteer de bestanden die u wilt wissen en druk op [ • Druk nogmaals op [ ] om uw selectie op te heffen. 4 Druk op [ ]. 5 Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja. Afspelen/bewerken 72 ]. Weergeven Alle bestanden verwijderen U kunt alle bestanden selecteren en deze tegelijk verwijderen. ]. 1 Druk in de weergavemodus op [ 2 Selecteer Bestandopties → Wissen → Alles. 3 Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja. Foto's weergeven Inzoomen op een deel van een foto of foto's als diavoorstelling bekijken. Een foto vergroten Duw in de afspeelmodus de [Zoomknop] naar boven om een deel van een foto te vergroten. Druk [Zoomknop] naar beneden om uit te zoomen. Bestanden naar de geheugenkaart kopiëren U kunt bestanden van het interne geheugen naar een geheugenkaart kopiëren. ]. 1 Druk in de weergavemodus op [ 2 Selecteer Bestandopties → Kopie. 3 Selecteer Ja om bestanden te kopiëren. Boven aan het scherm worden het vergrote gedeelte en de zoomverhouding weergegeven. De maximale zoomverhouding kan per resolutie verschillen. Vergroot gebied Zoomverhouding (de maximale zoomverhouding kan variëren afhankelijk van de resolutie.) Bijsnijden Afspelen/bewerken 73 Weergeven 3 Selecteer een effect voor de diavoorstelling. Functie Actie Het vergrote gebied verplaatsen Druk op [ De vergrote foto bijsnijden Druk op [ ] (de foto wordt opgeslagen als een nieuw bestand). ], [ ], [ ] of [ • Ga naar stap 4 als u een diavoorstelling zonder effect wilt. ]. Optie Beschrijving Starten instellen of de diashow wordt herhaald. (Afspelen, Herhalen) Foto's Kies de foto's die u in een diavoorstelling wilt weergeven. • Alles: Alle foto's in een diavoorstelling weergeven. • Datum: Alle foto's van een specifieke datum in een diavoorstelling weergeven. • Select.: Geselecteerde foto's in een diavoorstelling weergeven. Interval • Het interval tussen foto's instellen. • Dit is alleen mogelijk als Uit is geselecteerd in het menu Effect. Muziek Achtergrondmuziek selecteren. Effect • Selecteer een overgangseffect. • Selecteer Uit als u geen effect wilt. • Als u de effectoptie gebruikt, wordt het interval tussen foto's ingesteld op 1 seconde. Als u foto’s weergeeft die zijn gemaakt met een andere camera, kan de zoomverhouding verschillen. Een diavoorstelling starten Effecten en audio toevoegen aan een diashow met uw foto's. Deze functie werkt niet voor video's en spraakmemo's. 1 Druk in de weergavemodus op [ 2 Selecteer Diashow. ]. Afspelen/bewerken 74 Weergeven 4 Selecteer Starten → Afspelen. Een video afspelen • Selecteer Herhalen om de diashow te herhalen. 5 U kunt een video afspelen of er een afzonderlijk beeld uithalen. Geef de diavoorstelling weer. • Druk op [ ] om de diashow te pauzeren. • Druk nogmaals op [ ] om de diavoorstelling te hervatten. 1 Selecteer in de weergavemodus een video en druk op [ ]. Als u de diavertoning wilt stoppen en terug wilt naar de Weergavemodus, ] en vervolgens op [ ] of [ ]. drukt u op [ Huidige afspeelduur Pauze 2 Gebruik de volgende knoppen voor de bediening: Afspelen/bewerken Functie Beschrijving Terugspoelen Druk op [ Het afspelen onderbreken of hervatten Druk op [ Vooruitspoelen Druk op [ Het volume regelen Duw de [Zoomknop] naar boven of beneden. 75 ]. ]. ]. Weergeven Een beeld vastleggen tijdens het afspelen 1 Druk op [ ] op het punt waarop u een foto wilt opslaan. 2 Druk op [ ]. Afzonderlijke beelden die worden bewaard hebben dezelfde grootte als het oorspronkelijke videobestand en worden als een nieuw bestand opgeslagen. Afspelen/bewerken 76 Foto's bewerken Bewerk foto's door ze te draaien, in grootte aan te passen, rode ogen te verwijderen en de helderheid, het contrast en de kleurverzadiging aan te passen. • Bewerkte foto's worden als nieuw bestand opgeslagen. • Wanneer u foto's bewerkt, converteert de camera deze automatisch naar een lagere resolutie. Foto's die handmatig worden gedraaid of waar het formaat handmatig van wordt aangepast, worden niet automatisch geconverteerd naar een lagere resolutie. Foto's in grootte aanpassen Een foto draaien U kunt het formaat van een foto wijzigen en de foto als een nieuw bestand opslaan. U kunt instellen dat een foto wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld. 1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op 1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op 2 Selecteer Wijzigen → Draaien → een optie. [ [ ]. 2 Selecteer Wijzigen → Res.wijz → een optie. • Selecteer ]. Rechts 90 gr. om de foto als beginafbeelding op te slaan. (pag. 93) 1984 X 1488 Terug Instellen De gedraaide foto wordt opgeslagen als hetzelfde bestand, niet als een nieuw bestand. Terug Instellen De beschikbare opties verschillen, afhankelijk van de grootte van de geselecteerde foto. Afspelen/bewerken 77 Foto's bewerken Intelligente filtereffecten toepassen Pictogram Beschrijving Pas allerlei filtereffecten op uw foto’s toe om unieke beelden te maken. Oude film 1: Een effect vintage film 1 toepassen. 1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op Oude film 2: Een effect vintage film 2 toepassen. 2 Selecteer Wijzigen → Smart filter. 3 Selecteer een effect. Schets: een schetseffect toepassen. [ Halftoonstip: een halftooneffect toepassen. ]. Visoog: de randen van het kader zwart maken en objecten vervormen om het visuele effect van een visooglens te imiteren. Anti-nevel: een foto helderder maken. Klassiek: een zwart/wit-effect toepassen. Miniatuur Retro: een effect met sepiatinten toepassen. Negatief: een negatiefeffect toepassen. Terug Instellen Aangep. RGB: een kleurenwaarde aanpassen. Pictogram Beschrijving Normaal: Geen effect. Miniatuur: een tilt/shift-effect toepassen om een onderwerp als miniatuur weer te geven. Vignetten: de effecten retrokleuren, groot contrast en sterk vignet van Lomo-camera's toepassen. Softfocus: onvolkomenheden in het gezicht verbergen of dromerige effecten toepassen. Afspelen/bewerken 78 Foto's bewerken Belichtingsproblemen corrigeren Uw eigen RGB-tint definiëren 1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [ ]. 2 Selecteer Wijzigen → Smart filter → Aangep. RGB. 3 Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw). U kunt ACB (automatische contrastbalans), helderheid, contrast en kleurverzadiging aanpassen, rode ogen wegwerken, onvolkomenheden in het gezicht verbergen of ruis toevoegen aan de foto. De camera slaat een bewerkte foto op als een nieuw bestand, maar converteert de foto mogelijk naar een lagere resolutie. ACB (automatische contrastbalans) aanpassen 1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [ Terug Instellen 4 Pas de hoeveelheid van de geselecteerde kleur aan. ]. 2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen → ACB. 3 Druk op [ ] om op te slaan. (-: minder of +: meer) 5 Druk op [ ] om op te slaan. Rode ogen verwijderen 1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [ ]. 2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen → Anti-rode ogen. 3 Druk op [ Afspelen/bewerken 79 ] om op te slaan. Foto's bewerken Onvolmaaktheden in het gezicht verbergen Helderheid/contrast/kleurverzadiging aanpassen 1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op 1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op 2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen → 2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen. 3 Selecteer een aanpassingsoptie. [ ]. Gezichtretouch.. 3 Selecteer een niveau. [ Pictogram • Hoe hoger het nummer, des te helderder de huidskleur. 4 Druk op [ ]. Beschrijving Helderheid ] om op te slaan. Contrast Kleurverz. 4 Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel aan te passen. (-: minder of +: meer) 5 Druk op [ ] om op te slaan. Ruis aan de foto toevoegen 1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [ 2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen → Ruis toevoegen. 3 Druk op [ Afspelen/bewerken 80 ] om op te slaan. ]. Foto's bewerken Een afdrukbestelling maken (DPOF) Foto's afdrukken als miniaturen Selecteer foto's die u wilt afdrukken en sla afdrukopties op in de DPOF (Digital Print Order Format). Deze gegevens worden opgeslagen in de map MISC op uw geheugenkaart zodat u eenvoudig kunt afdrukken op printers die compatibel zijn met DPOF. ]. 1 Druk in de afspeelmodus op [ 2 Selecteer Bestandopties → DPOF → Standaard → U kunt foto's afdrukken als miniaturen om alle foto's te gelijk te controleren. ]. 1 Druk in de afspeelmodus op [ 2 Selecteer Bestandopties → DPOF → Index. 3 Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja. Select.. • Selecteer Alles om alle foto's af te drukken. • U kunt de geheugenkaart meenemen naar een printshop die DPOF (Digital Print Order Format) ondersteunt, maar u kunt ook uw foto's thuis rechtstreeks op een DPOF-compatibele printer afdrukken. • Foto's met afmetingen die groter zijn dan het papier, worden mogelijk afgesneden aan de linker- en rechterkant. Zorg ervoor dat de afmetingen van uw foto overeenkomen met het papier dat u selecteert. • U kunt geen DPOF-opties instellen voor foto's in het interne geheugen. • Als u het afdrukformaat opgeeft, kunt u alleen foto's afdrukken met DPOF 1.1-compatibele printers. 3 Selecteer een foto die u wit afdrukken, druk de [Zoomknop] naar boven of beneden om het aantal exemplaren te selecteren en druk op [ ]. • Als u Alles selecteert, drukt u op [ ] of [ ] om het aantal exemplaren te selecteren en drukt u op [ ]. ]. 4 Druk op [ 5 Selecteer Bestandopties → DPOF → Formaat → Select.. • Selecteer Alles om het afdrukformaat voor alle foto's te selecteren. 6 Selecteer een foto die u wit afdrukken, druk de [Zoomknop] naar boven of beneden om het afdrukformaat te selecteren en druk op [ ]. • Als u Alles selecteert, drukt u op [ ] of [ afdrukformaat te selecteren en drukt u op [ ] om het ]. Afspelen/bewerken 81 Bestanden op een tv weergeven Geef foto's en video's weer door de camera met behulp van de A/V-kabel op een televisie aan te sluiten. 1 Druk in de opname- of weergavemodus op [ 2 Selecteer Instellingen → Video. 3 Selecteer een video-uitgang voor uw land of regio. ]. 6 Schakel de televisie in en selecteer de videouitvoermodus met de afstandsbediening van de televisie. 7 Schakel de camera in. • De camera schakelt automatisch over naar de afspeelmodus als u deze aansluit op een televisie. (pag. 95) 4 Schakel de camera en de televisie uit. 5 Sluit de camera met behulp van de A/V-kabel op de 8 Bekijk foto's of speel video's af met behulp van de knoppen op de camera. televisie aan. Audio • Bij bepaalde televisies kan er digitale ruis optreden of kan het gebeuren dat het beeld niet geheel wordt weergegeven. • Afhankelijk van de televisie-instellingen kan het voorkomen dat de beelden niet gecentreerd op het scherm worden weergegeven. Video Afspelen/bewerken 82 Bestanden naar de computer overbrengen (Windows) Bestanden overbrengen naar een Windows-computer, de bestanden bewerken met Intelli-studio en ze uploaden naar het web. Vereisten voor Intelli-studio Onderdeel Vereisten Processor Intel Pentium 4, 3,2 GHz of hoger/ AMD AthlonTM FX 2,6 GHz of hoger RAM Minimaal 512 MB RAM (1 GB of meer aanbevolen) Besturingssysteem Windows XP SP2/Vista/7 Schijfruimte 250 MB of meer (1 GB of meer aanbevolen) Overig • nVIDIA Geforce 7600GT of hoger/ATI X1600 series of hoger • 1024 x 768 pixels, monitor met ondersteuning voor 16-bits kleuren (1280 x 1024 pixels, ondersteuning voor 32-bits kleuren aanbevolen) • USB 2.0-poort, Microsoft DirectX 9.0c of nieuwer • De vereisten zijn slechts aanbevelingen. Het werkt mogelijk niet correct wanneer de computer voldoet aan de vereisten, afhankelijk van de toestand van de computer. • Als uw computer niet aan de vereisten voldoet, worden video’s mogelijk niet naar behoren afgespeeld of duurt het langer om video’s te bewerken. • Installeer DirectX 9.0c of een nieuwere versie alvorens het programma te gebruiken. • U moet Windows XP/Vista/7 of Mac OS 10.4 of hogere versies gebruiken om de camera als een verwisselbare schijf aan te sluiten. Het gebruik van een zelfgemonteerde pc of een niet-ondersteunde pc en besturingssysteem kan tot gevolg hebben dat uw garantie vervalt. * Een 32-bits versie van Intelli-Studio wordt geïnstalleerd; zelfs op 64-bits edities van Windows XP, Windows Vista en Windows 7. Afspelen/bewerken 83 Bestanden naar de computer overbrengen (Windows) 5 Schakel de camera in. Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio • Wanneer het pop-upvenster voor de installatie van Intellistudio op het computerscherm wordt weergegeven, volgt u de instructies op het scherm om de installatie te voltooien. • Wanneer Intelli-Studio op uw computer is geïnstalleerd, herkent de computer de camera en wordt Intelli-Studio automatisch geopend. U kunt Intelli-Studio downloaden van de gekoppelde webpagina en het op uw computer installeren. Wanneer u de camera aansluit op een computer waarop Intelli-Studio is geïnstalleerd, wordt het programma automatisch gestart. Terwijl de camera met de USB-kabel op de computer is aangesloten, wordt de batterij opgeladen. ]. 1 Druk in de opname- of weergavemodus op [ 2 Selecteer Instellingen → Pc-software → Aan. 3 Schakel de camera uit. 4 Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel. Als u de USB-optie instelt op Selecteer een modus, selecteert u Computer in het pop-upvenster. 6 Selecteer een doelmap op de computer en selecteer Ja. Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, zorg er dan voor dat u de juiste USB-connector op de camera aansluit. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Afspelen/bewerken • Nieuwe bestanden die worden opgeslagen op de camera, worden automatisch overgebracht naar de geselecteerde map. • Als de camera geen nieuwe bestanden bevat, wordt het pop-upvenster voor het opslaan van nieuwe bestanden niet weergegeven. Voor Windows Vista en Windows 7: selecteer Run iLinker.exe in het venster voor automatisch starten om Intelli-Studio te starten. Als Run iLinker. exe niet wordt weergegeven op de computer, klikt u op → Computer → Intelli-studio. Volg hierna de aanwijzingen op het scherm om de installatie van Intelli-studio te voltooien. 84 Bestanden naar de computer overbrengen (Windows) Intelli-studio gebruiken Met Intelli-Studio kunt u bestanden afspelen en bewerken. Selecteer Help → Help in de werkbalk van het programma voor meer informatie. • U kunt de firmware van uw camera bijwerken. Selecteer hiervoor Web Support (Webondersteuning) → Upgrade firmware for the connected device (Firmware voor het aangesloten apparaat bijwerken) op de programmawerkbalk. • U kunt korte animaties downloaden voor gebruik in de Kinderenmodus. • U kunt bestanden niet rechtstreeks op de camera bewerken. Breng bestanden over naar een map op de computer om ze te bewerken. • Intelli-Studio ondersteunt de volgende indelingen: -- Video's: MP4 (Video: H.264, Audio: AAC), WMV (WMV 7/8/9), AVI (MJPEG) -- Foto's: JPG, GIF, BMP, PNG, TIFF 1 2 3 4 5 6 16 7 15 8 14 9 10 11 13 12 Afspelen/bewerken 85 Bestanden naar de computer overbrengen (Windows) 1 Hiermee opent u menu's Bestanden overbrengen door de camera als een verwisselbare schijf aan te sluiten 2 Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map weer Sluit de camera aan op de computer als een verwisselbare schijf. 3 Naar de Fotobewerkingsmodus gaan 4 Naar de Videobewerkingsmodus gaan ]. 1 Druk in de opname- of weergavemodus op [ 2 Selecteer Instellingen → Pc-software → Uit. 3 Schakel de camera uit. 4 Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel. Nr. Beschrijving 5 6 Hiermee gaat u naar de modus Sharing om foto's te delen (u kunt bestanden per e-mail versturen of naar websites zoals Flickr en YouTube uploaden.) Korte animaties downloaden voor gebruik in de Kinderenmodus 7 Hiermee vergroot of verkleint u de miniaturen in de lijst 8 Een bestandstype selecteren 9 10 11 12 Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, zorg er dan voor dat u de juiste USB-connector op de camera aansluit. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op de computer weer Bestanden van de aangesloten camera weergeven of verbergen Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op de camera weer Hiermee geeft u bestanden weer als miniaturen of op een kaart 13 Hiermee bladert u door de mappen op het aangesloten apparaat 14 Hiermee bladert u door mappen op de computer 15 Naar de vorige of volgende pagina gaan 16 Bestanden afdrukken, bestanden op een kaart weergeven, bestanden opslaan in Mijn map of gezichten registreren Afspelen/bewerken 86 Bestanden naar de computer overbrengen (Windows) 5 Schakel de camera in. De camera loskoppelen (Windows XP) • De camera wordt automatisch herkend. Als u de USB-optie instelt op Selecteer een modus, selecteert u Computer in het pop-upvenster. De USB-kabel wordt onder Windows Vista/7 op soortgelijke wijze losgekoppeld. 1 Als het statuslampje op de camera knippert, wacht u tot het knipperen ophoudt. 6 Selecteer op de computer Deze computer → 2 Klik op Verwisselbare schijf → DCIM → 100PHOTO. op de werkbalk rechtsonder in het scherm van de computer. 7 Selecteer de gewenste bestanden en sleep deze naar de computer of sla ze daar op. 3 Klik op het pop-upbericht. 4 Klik op het berichtvenster om aan te geven dat de camera veilig is verwijderd. 5 Verwijder de USB-kabel. De camera kan niet veilig worden verwijderd zolang Intelli-studio actief is. Sluit het programma af alvorens de camera los te koppelen. Afspelen/bewerken 87 Bestanden naar de computer overbrengen (Macintosh) Wanneer u de camera op een Apple Macintosh-computer aansluit, wordt de camera automatisch door de computer herkend. U kunt de bestanden rechtstreeks van de camera naar de computer overbrengen, zonder dat het nodig is om programma's te installeren. Mac OS 10.4 of hoger wordt ondersteund. 1 Sluit de camera met de USB-kabel op een Macintoshcomputer aan. 2 Schakel de camera in. • De computer herkent de camera automatisch en geeft op het beeldscherm een pictogram van een verwisselbare schijf weer. Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, zorg er dan voor dat u de juiste USB-connector op de camera aansluit. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Als u de USB-optie instelt op Selecteer een modus, selecteert u Computer in het pop-upvenster. 3 Dubbelklik op het pictogram van de verwisselbare schijf. 4 Breng foto’s of video’s naar de computer over. Afspelen/bewerken 88 Foto's met een fotoprinter afdrukken (PictBridge) Druk foto's op een PictBridge-compatibele printer af door de camera rechtstreeks op de printer aan te sluiten. ]. 1 Druk in de opname- of weergavemodus op [ 2 Selecteer Instellingen → USB → Printer. 3 Schakel de printer in en sluit de camera er met een Afdrukopties instellen USB-kabel op aan. Foto's : Eén Formaat : Auto Lay-out : Auto Type : Auto Kwalit. : Auto Afsl. Optie • De camera wordt automatisch herkend door de printer. ] of [ Formaat: geef de afdrukgrootte op. ] om een foto te selecteren. Lay-out: maak indexprints. • Druk op [ ] om afdrukopties in te stellen. Zie “Afdrukopties instellen”. 6 Druk op [ Type: selecteer de papiersoort. Kwalit.: stel de afdrukkwaliteit in. ] om af te drukken. • Het afdrukken begint. Druk op [ annuleren. Beschrijving Foto's: kiezen of alleen de huidige foto dan wel alle foto's moeten worden afgedrukt. 4 Schakel de camera in. 5 Druk op [ Printen Datum: stel in dat de datum wordt afgedrukt. ] om het afdrukken te Best.naam: stel in dat de bestandsnaam wordt afgedrukt. Reset: stel de afdrukopties op de beginwaarden terug. Bepaalde opties worden niet door alle printers ondersteund. Afspelen/bewerken 89 Instellingen Raadpleeg opties voor het configureren van de camera-instellingen. Camera-instellingenmenu ……………………………… 91 Het instellingenmenu openen … ……………………… Geluid … ……………………………………………… Instellingen van het scherm aan de voorzijde … ……… Display … ……………………………………………… Instellingen ……………………………………………… 91 92 92 93 94 Camera-instellingenmenu Hier vindt u informatie over de verschillende instellingen die u op de camera kunt doen. 3 Selecteer een item. Het instellingenmenu openen 1 Druk in de opname- of weergavemodus op [ 2 Selecteer een menu. Opname Geluid Instell. Frontdisplay Display Volume Begingeluid Sl.toon Piepjes AF-geluid ]. Volume Begingeluid Sl.toon Piepjes AF-geluid Afsl. Terug 4 Selecteer een optie. Instellingen Afsl. Middel Uit 1 1 Aan Volume Begingeluid Sl.toon Piepjes AF-geluid Wijzigen Optie Beschrijving Geluid Hier stelt u de geluiden van de camera en het volume in. (pag. 92) Instellingen Frontdisplay Hier stelt u de geluiden van de camera en het volume in. (pag. 92) Display Hiermee kunt u de instellingen van het hoofdscherm aanpassen. (pag. 93) Instellingen Hier past u de instellingen voor het camerasysteem aan, zoals geheugenindeling, standaardbestandsnaam en USB-modus. (pag. 94) Terug 5 Druk op [ keren. U kunt de instellingen van het scherm aan de voorzijde alleen aanpassen als u het instellingenmenu opent vanuit de opnamemodus. Instellingen 91 Uit Laag Middel Hoog Instellen ] om naar het vorige scherm terug te Camera-instellingenmenu Instellingen van het scherm aan de voorzijde Geluid * Standaard Onderdeel Beschrijving Volume Hiermee past u het volume van alle geluiden aan. (Uit, Laag, Middel*, Hoog) Begingeluid Hier selecteert u een geluidssignaal voor het inschakelen van de camera. (Uit*, 1, 2, 3) Sl.toon Hier selecteert u een geluid voor het indrukken van de ontspanknop. (Uit, 1*, 2, 3) Piepjes Kiezen welk geluid bij het indrukken van knoppen of het wisselen van modi wordt geproduceerd. (Uit, 1*, 2, 3) AF-geluid * Standaard Onderdeel Beschrijving Front smileshot Hiermee stelt u de camera zodanig in dat deze in de Zelfportretmodus automatisch een foto neemt wanneer er een lachend gezicht wordt gedetecteerd. (Uit*, Aan) Smile-shot kind Hiermee stelt u de camera zodanig in dat deze in de Kinderenmodus automatisch een foto neemt wanneer er een lachend gezicht wordt gedetecteerd. (Uit*, Aan) Kindergeluid Hier stelt u het geluid in dat de camera afspeelt in de Kinderenmodus. (Uit, 1*, 2, 3, 4, 5) Hier stelt u in of er een geluid klinkt bij het half indrukken van de ontspanknop. (Uit, Aan*) Hiermee stelt u de camera zodanig in dat de animatie met geluid wordt afgespeeld op het scherm aan de voorzijde zodra u de camera inschakelt (voor gebruik in een winkel). (Uit*, Aan) Demo frontdisplay Instellingen 92 • In Demonstratiemodus kunt u geen foto’s maken of video’s opnemen. Druk op de [Ontspanknop] om naar de opnamemodus te gaan. • De Demonstratiemodus is niet beschikbaar als u de camera inschakelt in afspeelmodus of als de camera is aangesloten op een ander apparaat. Camera-instellingenmenu Display * Standaard * Standaard Onderdeel Beschrijving Functiebeschrijving Een korte beschrijving van een optie of menu weergeven. (Uit, Aan*) Beginafbeelding Onderdeel Als u 30 seconden lang geen bewerkingen uitvoert, schakelt de camera automatisch over op de energiespaarstand. (Uit*, Aan) Een afbeelding instellen die wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld. • Uit*: Er wordt geen afbeelding weergegeven. • Logo: Er wordt een standaardafbeelding uit het interne geheugen weergegeven. • Gebr.afb: Een afbeelding naar keuze weergeven. (pag. 77) Spaarstand • Er wordt slechts een gebruikersafbeelding in het geheugen opgeslagen. • Als u een nieuwe foto selecteert als gebr.afb of de camera opnieuw instelt, wordt de huidige afbeelding verwijderd. De helderheid van het scherm aanpassen. (Auto*, Donker, Normaal, Licht) Helderh. scherm Snel tonen Beschrijving Normaal staat voor de weergavemodus vast, zelfs als Auto is geselecteerd. Hier stelt u de weergaveduur voor een gemaakte foto in, voordat naar de opnamemodus wordt teruggekeerd. (Uit, Aan*) Instellingen 93 • Druk in de spaarstand op een andere knop dan de [POWER] om de camera weer te gebruiken. • Zelfs als u de spaarstand niet inschakelt, wordt het scherm 30 seconden na de laatste bewerking gedimd om stroom de besparen. Camera-instellingenmenu Instellingen * Standaard * Standaard Onderdeel Onderdeel Beschrijving Het interne geheugen en de geheugenkaart formatteren (alle bestanden, ook beveiligde, worden gewist). (Ja, Nee) Formatt. De naamgeving van bestanden instellen. • Op nul: instellen dat de bestandsnummering weer bij 0001 begint wanneer er een nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatteerd of alle bestanden worden gewist. • Serie*: instellen dat de bestandsnummering doorloopt wanneer er een nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatteerd of alle bestanden worden gewist. Geheugenkaarten die in een camera van een andere fabrikant of in een geheugenkaartlezer zijn gebruikt, of die met een computer zijn geformatteerd, kunnen door de camera mogelijk niet correct worden gelezen. Formatteer dergelijke kaarten in de camera alvorens ze te gebruiken. Reset Menu's en opnameopties op de beginwaarden instellen (instellingen voor datum en tijd, taal en video-uitvoer worden niet gereset). (Ja, Nee) Language Een taal selecteren voor de schermtekst. Tijdzone Een regio selecteren en zomer-wintertijd instellen. Datum/tijd aanpassen Stel de datum en tijd in. Datumtype Een datumnotatie selecteren. (jjjj/mm/dd, mm/dd/jjjj, dd/mm/jjjj, Uit*) Instellingen Beschrijving Bestandsnr. 94 • De standaardnaam van de eerste map is 100PHOTO en de standaardnaam van het eerste bestand is SAM_0001. • Het bestandsnummer wordt steeds met een opgehoogd, van SAM_0001 tot SAM_9999. • Het mapnummer wordt steeds met een opgehoogd, van 100PHOTO tot 999PHOTO. • Het maximumaantal bestanden dat in een map kan worden opgeslagen, is 9999. • De camera definieert bestandsnamen volgens de Digital rule for Camera File system-norm (DCF). Als u bestandsnamen wijzigt, kan de camera deze bestanden mogelijk niet meer weergeven. Camera-instellingenmenu * Standaard Onderdeel Beschrijving * Standaard Onderdeel Beschrijving Video Het video-uitgangssignaal voor uw land of regio instellen. • NTSC*: VS, Canada, Japan, Korea, Taiwan, Mexico, Enzovoort • PAL (ondersteunt alleen BDGHI): Australië, Oostenrijk, België, China, Denemarken, Finland, Duitsland, Engeland, Nederland, Italië, Koeweit, Maleisië, Nieuw Zeeland, Singapore, Spanje, Zweden, Zwitserland, Thailand, Noorwegen, Frankrijk, Enzovoort AF-lamp Een hulplampje instellen ter ondersteuning van het scherpstellen in donkere omgevingen. (Uit, Aan*) USB Hiermee selecteert u de modus die wordt gebruikt als u de camera met een USB-kabel aansluit op een computer of printer. • Computer*: Sluit de camera op een computer aan om bestanden over te brengen. • Printer: Sluit de camera op een printer aan om bestanden af te drukken. • Selecteer een modus: Selecteer handmatig de USB-modus wanneer u de camera aansluit op een apparaat. Pc-software Hier kunt u instellen dat Intelli-studio automatisch wordt gestart wanneer u de camera op uw computer aansluit. (Uit, Aan*) Open bronlicenties Toon informatie die betrekking heeft op de Open Source-licentie. Instellen of de datum en tijd op de foto's worden afgedrukt. (Uit*, Datum, Datum/tijd) Afdruk • De datum en tijd worden in de rechteronderhoek geel weergegeven. • Bij bepaalde printermodellen worden de datum en tijd niet afgedrukt. • Als u Tekst selecteert in de modus of een foto maakt met het scherm aan de voorzijde, kan de camera de datum en tijd niet correct weergeven. Instellen dat de camera automatisch wordt uitgeschakeld wanneer u deze niet gebruikt. (Uit, 1 min, 3 min*, 5 min, 10 min) Automatisch uit • Bij vervanging van de batterij blijven deze instellingen behouden. • De camera schakelt in de volgende gevallen niet automatisch uit: -- wanneer deze op een computer of printer is aangesloten -- wanneer u een diavertoning of video's afspeelt -- wanneer u een spraakmemo opneemt Instellingen 95 Aanvullende informatie Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties en onderhoud. Foutmeldingen …………………………………………… 97 Onderhoud van de camera … ………………………… 98 De camera reinigen … ………………………………… 98 De camera gebruiken of opbergen … ………………… 99 Geheugenkaarten ……………………………………… 100 De batterij … …………………………………………… 102 Voordat u contact opneemt met een servicecenter …… 106 Cameraspecificaties … ………………………………… 109 Woordenlijst ……………………………………………… 113 Index ……………………………………………………… 117 Foutmeldingen Als een van de volgende foutmeldingen verschijnt, kunt u de onderstaande oplossingen proberen. Foutmelding Mogelijke oplossing Kaartfout • Schakel de camera uit en weer in. • Verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer terug. • Formatteer de geheugenkaart. Kaart wordt niet ondersteund. De geplaatste geheugenkaart is niet beschikbaar voor uw camera. Plaats een microSD, microSDHC geheugenkaart. DCF-fout Bestandsnamen komen niet met de DCFnorm overeen. Breng de bestanden op de geheugenkaart naar een computer over en formatteer de kaart. Bestandsfout Wis het beschadigde bestand of neem contact op met een servicecenter. Bestandssysteem wordt niet ondersteund. De FAT-bestandsstructuur van de geplaatste geheugenkaart wordt niet ondersteund door de camera. Formatteer de geheugenkaar in de camera. Batterij bijna leeg Plaats een opgeladen batterij of laad de batterij op. Geheugen vol Wis onnodige bestanden of plaats een nieuwe geheugenkaart. Geen foto Maak foto's of plaats en geheugenkaart met foto's. Aanvullende informatie 97 Onderhoud van de camera De camera reinigen Camerabehuizing Veeg deze voorzichtig met een zachte droge doek af. Cameralens en -scherm Verwijder stof met behulp van een blaaskwastje en veeg de lens met een zachte doek voorzichtig af. Voor eventuele achtergebleven stof brengt u lensreinigingsvloeistof op een stuk reinigingspapier aan en veegt u de lens voorzichtig schoon. • Gebruik nooit benzeen, thinner of alcohol om het toestel te reinigen. Deze oplosmiddelen kunnen de camera beschadigen of defecten veroorzaken. • Druk niet op de lenskap en gebruik geen blaasborsteltje op de lenskap. Aanvullende informatie 98 Onderhoud van de camera De camera gebruiken of opbergen Camera voor langere tijd opbergen Ongeschikte plaatsen voor het gebruiken of opbergen van de camera • Stel de camera niet bloot aan zeer hoge of lage temperaturen. • Gebruik de camera niet in zeer vochtige omgevingen of omgevingen waar de luchtvochtigheid snel verandert. • Stel de camera niet bloot aan direct zonlicht en bewaar de camera niet op warme locaties met slechte ventilatie, bijvoorbeeld een auto die in de zon staat. • Bescherm de camera en het scherm tegen stoten, ruw gebruik en sterke trillingen om ernstige schade te voorkomen. • Gebruik of bewaar de camera niet op stoffige, vuile, vochtige of slecht-geventileerde plaatsen, om schade aan bewegende en interne onderdelen te voorkomen. • Gebruik de camera niet in de buurt van brandstoffen, brandbare stoffen of ontvlambare chemicaliën. Bewaar geen ontvlambare vloeistoffen, gassen en explosief materiaal in dezelfde ruimte als de camera of de accessoires van de camera. • Berg de camera niet op met mottenballen. • Als u de camera voor langere tijd opbergt, moet u de camera samen met absorberend materiaal, bijvoorbeeld silicagel, in een afgesloten houder plaatsen. • Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opbergt. Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en ernstige schade aan uw camera veroorzaken. • Batterijen die niet worden gebruikt, ontladen zich na verloop van tijd en moeten voor gebruik opnieuw worden opgeladen. • De huidige datum en tijd kunnen worden geïnitialiseerd wanneer de camera wordt ingeschakeld nadat de camera en batterij gedurende langer dan 40 uur gescheiden zijn geweest. Wees voorzichtig bij gebruik in vochtige omgevingen Als u de camera overbrengt van een koude omgeving naar een warme, kan er condensvorming optreden op de lens of de interne onderdelen van de camera. In dit geval moet u de camera uitschakelen en minstens 1 uur wachten. Als er condensvorming optreedt op de geheugenkaart, moet u de kaart verwijderen uit de camera en wachten tot al het vocht is verdampt voordat u de kaart terugplaatst. Overige aandachtspunten Gebruik op het strand of aan de waterkant • Bescherm de camera tegen zand en vuil wanneer u deze op het strand of in een andere, soortgelijke omgeving gebruikt. • Uw camera is niet waterbestendig. Gebruik de batterij, adapter of geheugenkaart niet met natte handen. Als u de camera gebruikt met natte handen kan de camera beschadigd raken. • Zwaai de camera niet aan de polslus heen en weer. Hierdoor kunt u uzelf of anderen verwonden of schade aan uw camera veroorzaken. • Verf de camera niet, omdat verf tussen de bewegende onderdelen kan gaan zitten en de werking van het apparaat kan beïnvloeden. • Schakel de camera uit als u deze niet gebruikt. Aanvullende informatie 99 Onderhoud van de camera • De camera bevat kwetsbare onderdelen. Zorg daarom dat u de camera niet blootstelt aan schokken. • Bewaar de camera in het etui om het scherm te bescherm tegen externe krachten. Houd de camera uit de buurt van zand, scherp gereedschap of kleingeld om te voorkomen dat er krassen op de camera komen. • Gebruik de camera niet als het scherm gebarsten of beschadigd is. Gebarsten glas of acryl kan letsel aan uw handen en gezicht veroorzaken. Breng de camera naar een servicecenter van Samsung om de camera te laten repareren. • Leg camera's, batterijen, opladers of accessoires nooit in de buurt van, op of in verwarmingsapparaten, zoals magnetrons, kachels of radiatoren. Deze apparaten kunnen worden vervormd en oververhit raken en brand of een ontploffing veroorzaken. • Stel de lens niet aan direct zonlicht bloot. Hierdoor kan de beeldsensor verkleuren of defect raken. • Bescherm de lens tegen vingerafdrukken en krassen. Reinig de lens met een zachte, schone doek. • Als de camera een schok opvangt, wordt de camera mogelijk uitgeschakeld. Dit gebeurt om de geheugenkaart te beschermen. Schakel de camera weer in om de camera te gebruiken. • De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal en is niet van invloed op de levensduur of prestaties van uw camera. • Bij lage temperaturen kan het langer duren voor de camera is ingeschakeld, kunnen kleuren tijdelijk veranderen of kunnen nabeelden worden weergegeven. Deze omstandigheden duiden niet op defecten en worden verholpen als u de camera weer bij normale temperaturen gebruikt. • Verf of metaal aan de buitenzijde van de camera kan allergieën, jeuk, eczeem of bultjes veroorzaken bij mensen met een gevoelige huid. Als u last hebt van een van deze symptomen, stop dan onmiddellijk met het gebruik van de camera en raadpleeg een arts. • Steek geen vreemde voorwerpen in de compartimenten, sleuven en toegangspunten van de camera. Schade als gevolg van onjuist gebruik wordt mogelijk niet door de garantie gedekt. • Laat geen ongekwalificeerd personeel reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan de camera uitvoeren en probeer dit ook niet zelf te doen. Alle schade die voortvloeit uit ongekwalificeerd onderhoud of reparatie wordt niet door de garantie gedekt. Geheugenkaarten Geheugenkaarten voor deze camera Uw camera ondersteunt microSD-geheugenkaarten (Secure Digital) of microSDHC-geheugenkaarten (Secure Digital High Capacity). Aanvullende informatie Als u de gegevens wilt lezen met een pc of geheugenkaartlezer, plaatst u de geheugenkaart in een geheugenkaartadapter. 100 Onderhoud van de camera Capaciteit van de geheugenkaart Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten De geheugencapaciteit verschilt, afhankelijk van de opnamemodus en de opnameomstandigheden. De volgende capaciteiten zijn op een 1-GB microSD-kaart gebaseerd: Grootte F o t o ' s * V i d e o s Superhoog Hoog Normaal 30 fps 15 fps 108 212 312 - - 123 241 353 - - 144 283 417 - - 170 332 482 - - 328 624 882 - - 537 980 1373 - - 882 1471 1931 - - 1626 2574 3089 - Circa 7 min 36 sec - - - Circa 4 min 30 sec - - - Circa 9 min 27 sec Circa 18 min 16 sec - - - Circa 33 min 44 sec Circa 61 min 12 sec * Bij gebruik van de zoomfunctie kan de opnametijd van de hier gegeven waarden afwijken. Om de totale opnametijd te bepalen, zijn er verschillende video's achter elkaar opgenomen. • Vermijd blootstelling van geheugenkaarten aan zeer lage of hoge temperaturen (onder 0 °C/32 °F en boven 40 °C/104 °F). Extreme temperaturen kunnen ervoor zorgen dat geheugenkaarten niet goed werken. • Plaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een geheugenkaart in de verkeerde richting plaatst, kunnen zowel camera als geheugenkaart hierdoor beschadigen. • Gebruik geen geheugenkaarten die in een andere camera of door een computer zijn geformatteerd. Formatteer een dergelijke geheugenkaart opnieuw in uw eigen camera. • Schakel de camera uit wanneer u een geheugenkaart plaatst of verwijdert. • Verwijder de geheugenkaart niet en schakel uw camera niet uit wanneer het lampje knippert. Hierdoor kunnen de gegevens beschadigen. • Wanneer de levensduur van een geheugenkaart is verlopen, kunt u geen foto’s meer op de kaart opslaan. Gebruik een nieuwe geheugenkaart. • Zorg dat geheugenkaarten niet buigen, vallen of aan zware klappen of druk worden blootgesteld. • Zorg dat u geheugenkaart niet gebruikt of opbergt in de buurt van krachtige magnetische velden. • Zorg dat u geheugenkaarten niet gebruikt op locaties met hoge temperaturen of luchtvochtigheid of in de buurt van bijtende stoffen. • Voorkom dat geheugenkaarten in contact komen met vloeistoffen, vuil of vreemde stoffen. Veeg zo nodig de geheugenkaart met een zachte doek schoon voor u de geheugenkaart in de camera plaatst. • Voorkom dat geheugenkaarten, of de sleuf voor geheugenkaarten, in contact komen met vloeistoffen, vuil of vreemde stoffen. Dergelijke stoffen kunnen ervoor zorgen dat geheugenkaarten of de camera niet goed meer werken. Aanvullende informatie 101 Onderhoud van de camera • Wanneer u een geheugenkaart bij u draagt, moet u een hoesje gebruiken om de kaart tegen elektrostatische ontlading te beschermen. • Breng belangrijke gegevens over naar andere dragers, zoals een harde schijf of cd/dvd. • Als u de camera langere tijd gebruikt, kan de geheugenkaart warm worden. Dit is normaal en wijst niet op een defect. Levensduur van de batterij Opnametijd/ Aantal foto's Dit is onder de volgende omstandigheden gemeten: in de modus , in het duister, bij een resolutie van 16M, zijn kwaliteit Hoog en DIS ingeschakeld. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Procedure: Foto's De batterij Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen. 1. S  tel de flitser in op Uit, maak één foto Circa 135 min/ en zoom in of uit. Circa 270 2. S  tel de flitser in op Invulflits, maak één foto's foto en zoom in of uit. 3. V  oer stap 1 en 2 gedurende 30 seconden uit en herhaal dit 5 minuten lang. Schakel de camera vervolgens 1 minuut uit. Batterijspecificaties Specificatie Beschrijving Model BP70A Type Lithium-ionbatterij Capaciteit 700 mAh Voltage 3,7 V Oplaadtijd* (wanneer de camera is uitgeschakeld) Circa 150 min Opnameomstandigheden (wanneer de batterij volledig is geladen) 4. Herhaal stap 1 tot 3. Video's Circa 90 min Neem video's op bij een resolutie van 1280 X 720 HQ en met 30 fps. • De bovenstaande cijfers zijn volgens de normen van Samsung gemeten en kunnen afwijken van resultaten bij daadwerkelijk gebruik. • Om de totale opnametijd te bepalen, zijn er verschillende video's achter elkaar opgenomen. *H  et opladen van de batterij door de USB-kabel aan te sluiten op een pc en uw camera duurt mogelijk langer. Aanvullende informatie 102 Onderhoud van de camera Melding Batterij bijna leeg Aandachtspunt voor het gebruik van de batterij Als de batterij volledig is ontladen, wordt het batterijpictogram rood en verschijnt de melding ‘Batterij bijna leeg’. Plaats een opgeladen batterij of laad de batterij op. De batterij gebruiken • Vermijd blootstelling van batterijen aan zeer lage of hoge temperaturen (onder 0 °C/32 °F en boven 40 °C/104 °F). Extreme temperaturen kunnen de laadcapaciteit van de batterijen beperken. • Als u de camera langere tijd gebruikt, kan het gebied rond de batterijklep warm worden. Dit heeft geen invloed op de normale werking van de camera. • Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt. • Bij temperaturen onder 0 ºC kunnen de capaciteit en levensduur van de batterij afnemen. • Bij lage temperaturen kan de batterijcapaciteit afnemen, maar de gewone capaciteit wordt hersteld bij gebruik bij hogere temperaturen. Bescherm batterijen, opladers en geheugenkaarten tegen schade Voorkom dat batterijen in aanraking komen met metalen voorwerpen. Dit kan een verbinding vormen tussen de plus- en minpolen van uw batterijen en tijdelijke of permanente schade aan de batterijen en brand of een schok veroorzaken. De batterij opladen • Controleer als het indicatielampje uit is of de batterij op de juiste wijze is geplaatst. • Als camera tijdens het opladen is ingeschakeld, wordt de batterij mogelijk niet volledig opgeladen. Schakel de camera uit voordat u de batterij oplaadt. • Gebruik de camera niet als de batterij wordt opgeladen. Dit kan brand of een schok veroorzaken. • Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt. • Wacht ten minste 10 minuten voordat u de camera inschakelt nadat de batterij is opgeladen. • Als u de camera aansluit op een externe voedingsbron terwijl de batterij helemaal leeg is, wordt de camera uitgeschakeld wanneer u bepaalde functies gebruikt die veel stroom verbruiken. Laad de batterij op om de camera op normale wijze te gebruiken. Aanvullende informatie 103 Onderhoud van de camera • Als u de voedingskabel opnieuw aansluit nadat de batterij volledig is opgeladen, brandt het statuslampje ongeveer 30 minuten. • Met het gebruik van de flitser en het opnemen van video's raakt de batterij snel leeg. Laad de batterij op totdat het rode indicatielampje uitgaat. • Als het indicatielampje knippert of niet brandt, sluit u de kabel opnieuw aan of verwijdert u de batterij en plaatst u deze opnieuw in de camera. • Als u de batterij oplaadt wanneer de kabel oververhit is of de temperatuur te hoog is, kan het indicatielampje rood knipperen. Nadat de batterij is afgekoeld, wordt het opladen gestart. • Als u batterijen overlaadt, kan de gebruiksduur van de batterij korter worden. Wanneer het opladen is voltooid, haalt u de kabel uit de camera. • Buig het netsnoer niet en plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer. Als u dit wel doet, kan het netsnoer worden beschadigd. Behandel batterijen en oplader voorzichtig en voer deze af volgens de voorschriften • Gooi batterijen nooit in open vuur. Houd u aan alle lokale regelgevingen bij het weggooien van gebruikte batterijen. • Leg batterijen of camera's nooit in of op verwarmingsapparaten, zoals een magnetron, kachel of radiator. Batterijen kunnen exploderen als ze te heet worden. De batterij opladen terwijl er een computer is aangesloten • Gebruik alleen de meegeleverde USB-kabel. • De batterij wordt mogelijk in de volgende gevallen niet opgeladen: -- wanneer u een USB-hub gebruikt -- wanneer er andere USB-apparaten op de computer zijn aangesloten -- wanneer u de kabel op de poort aan de voorzijde van de computer aansluit -- wanneer de USB-poort van de computer de stroomuitvoernorm niet ondersteunt (5V, 500mA) Aanvullende informatie 104 Onderhoud van de camera Onzorgvuldig of verkeerd gebruik van de batterij kan persoonlijk letsel of de dood tot gevolg hebben. Volg voor uw eigen veiligheid de onderstaande instructies voor het juiste gebruik van de batterij: • De batterij kan ontbranden of exploderen als deze niet op de juiste wijze wordt gebruikt. Als u vervormingen, scheuren of andere afwijkingen in de batterij opmerkt, stopt u onmiddellijk het gebruik hiervan en neemt u contact op met de producent. • Gebruik alleen authentieke, door de producent aanbevolen, batterijopladers en –adapters en laad de batterij alleen op de in deze gebruiksaanwijzing voorgeschreven wijze op. • Plaats de batterij niet te dicht bij warmtebronnen en stel de batterij niet bloot aan extreem warme omgevingen, zoals een gesloten auto in de zomer. • Plaats de batterij niet in een magnetron. • Bewaar of gebruik de batterij niet in een hete, vochtige omgeving, zoals badkamer of douche. • Plaats de batterij niet voor langere tijd op ontvlambare oppervlakken, zoals matrassen, tapijten of elektrische dekens. • Laat het apparaat, als het is ingeschakeld, niet voor langere tijd in een afgesloten ruimte. • Zorg ervoor dat de polen van de batterij niet in contact komen met metalen voorwerpen, zoals halskettingen, munten, sleutels of horloges. Aanvullende informatie • Gebruik uitsluitend authentieke, door de producent aanbevolen, Lithium-ionbatterijen ter vervanging. • Haal de batterij niet uit elkaar te halen of maak er geen gat in met een scherp voorwerp. • Stel de batterij niet bloot aan hoge druk of extreme krachten. • Stel de batterij niet bloot aan hevige klappen, bijvoorbeeld door deze van grote hoogte te laten vallen • Stel de batterij niet bloot aan temperaturen boven de 60 °C (140 °F). • Stel de batterij niet bloot aan vocht of vloeistoffen. • De batterij mag niet worden blootgesteld aan overmatige hitte, zoals die van de zon, vuur en dergelijke. Verwijderingrichtlijnen • Verwijder de batterij met zorg. • Werp de batterij nooit in een open vuur. • Afhankelijk van uw land of regio kan de regelgeving met betrekking tot de afvoer verschillen. Voer de batterij af volgens de lokale en federale regelgeving. Richtlijnen voor het opladen van de batterij Laad de batterij alleen op volgens de procedure in deze gebruiksaanwijzing. De batterij kan ontbranden of exploderen als deze niet op de juiste wijze wordt opgeladen. 105 Voordat u contact opneemt met een servicecenter Wanneer u problemen met de camera ondervindt, kunt u eerst de volgende procedures uitvoeren voordat u contact opneemt met een servicecenter. Als u hebt geprobeerd een oplossing te vinden met behulp van deze suggesties, maar nog steeds problemen ondervindt, kunt u contact opnemen met uw plaatselijke dealer of servicecenter. Wanneer u uw camera naar een servicecenter brengt, moet u ook de andere onderdelen meenemen die mogelijk hebben bijgedragen aan de storing, zoals de geheugenkaart en de batterij.. Situatie Mogelijke oplossing De camera kan niet worden ingeschakeld • Controleer of de batterij in de camera is geplaatst. • Controleer of de batterij op de juiste wijze is geplaatst. • Laad de batterij op. De camera wordt plotseling uitgeschakeld • Laad de batterij op. • De camera bevindt zich mogelijk in de Spaarstand. (pag. 93, 95) • De camera wordt mogelijk uitgeschakeld om te voorkomen dat de geheugenkaart door een harde schok beschadigd raakt. Schakel de camera weer in. De batterij raakt snel leeg • De batterij raakt bij lage temperaturen (onder 0 °C) sneller leeg. Houd de batterij warm door deze in uw zak te steken. • Met het gebruik van de flitser en het opnemen van video's raakt de batterij snel leeg. Laad de batterij indien nodig weer op. • Batterijen zijn verbruiksgoederen die na verloop van tijd moeten worden vervangen. Haal een nieuwe batterij als de levensduur drastisch afneemt. Situatie Mogelijke oplossing Er kunnen geen foto's worden gemaakt • Er is geen ruimte op de geheugenkaart. Wis onnodige bestanden of plaats een nieuwe kaart. • Formatteer de geheugenkaart. (pag. 94) • De geheugenkaart is defect. Koop een nieuwe geheugenkaart. • Controleer of de camera is ingeschakeld. • Laad de batterij op. • Controleer of de batterij op de juiste wijze is geplaatst. De camera loopt vast Verwijder de batterij en plaats deze weer terug. De camera wordt warm De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal en is niet van invloed op de levensduur of prestaties van uw camera. De flitser werkt niet • Mogelijk is de flitser op Uit ingesteld. (pag. 49) • U kunt de flitser in sommige modi niet gebruiken. De flitser gaat onverwachts af De flitser gaat mogelijk af vanwege statische elektriciteit. Dit is geen defect van de camera. Aanvullende informatie 106 Voordat u contact opneemt met een servicecenter Situatie Mogelijke oplossing De datum en tijd kloppen niet Stel in het scherminstellingenmenu de datum en tijd in. (pag. 94) Het display of de knoppen werken niet Verwijder de batterij en plaats deze weer terug. Het camerascherm werkt niet goed Als u de camera bij zeer lage temperaturen gebruikt, kan het camerascherm hierdoor niet goed werken of verkleuren. Voor betere prestaties van het scherm moet de camera bij normale temperaturen worden gebruikt. • Schakel de camera uit en weer in. • Verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer terug. De geheugenkaart heeft • Formatteer de geheugenkaart. een fout Zie 'Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten' voor meer informatie. (pag. 100) Er kunnen geen bestanden worden afgespeeld of weergegeven Als u de naam van een bestand wijzigt, kan de camera dit bestand mogelijk niet afspelen of weergeven (de bestandsnaam moet aan de DCF-normen voldoen). In dergelijke gevallen kunt u de bestanden op een computer afspelen of weergeven. Situatie Mogelijke oplossing De foto's zijn onscherp • Controleer of de ingestelde scherpsteloptie voor close-upfoto's geschikt is. (pag. 51) • Reinig de lens indien nodig. (pag. 98) • Zorg dat het onderwerp zich binnen het bereik van de flitser bevindt. (pag. 109) Controleer of de lens schoon is. De kleuren in de foto zijn anders dan de daadwerkelijke kleuren Een onjuiste witbalans kan voor onrealistische kleuren zorgen. Selecteer de juiste witbalansoptie voor de lichtbron. (pag. 60) De foto is te licht De foto is overbelicht. • Schakel de flitser uit. (pag. 49) • Pas de ISO-waarde aan. (pag. 50) • Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 58) De foto is te donker De foto is onderbelicht. • Schakel de flitser in. (pag. 49) • Pas de ISO-waarde aan. (pag. 50) • Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 58) De foto's worden niet op de televisie weergegeven • Controleer of de camera goed met de A/V-kabel op de externe monitor is aangesloten. • Controleer of de geheugenkaart foto's bevat. Aanvullende informatie 107 Voordat u contact opneemt met een servicecenter Situatie Mogelijke oplossing De computer herkent de camera niet • Controleer of de USB-kabel op de juiste wijze is geplaatst. • Controleer of de camera is ingeschakeld. • Controleer of het besturingssysteem wordt ondersteund. (pag. 83, 88) Tijdens het overbrengen De bestandsoverdracht kan door statische van bestanden elektriciteit worden gestoord. Koppel de verbreekt de computer USB-kabel los en sluit deze weer aan. de verbinding Situatie Mogelijke oplossing Intelli-studio werkt niet naar behoren • Sluit Intelli-studio af en start het programma opnieuw. • Intelli-studio kan niet op Macintoshcomputers worden gebruikt. • Controleer of Aan wordt weergegeven bij Pc-software in het instellingenmenu. (pag. 95) • Afhankelijk van de specificaties en instellingen van de computer wordt het programma mogelijk niet automatisch gestart. Klik in dat geval op de computer op start → Deze computer → Intellistudio → iStudio.exe. • Het hangt af van de programma’s die u gebruikt voor het afspelen van video’s, of de videobestanden kunnen worden afgespeeld. Installeer en gebruik het programma Intelli-studio op uw computer Uw computer kan geen voor het afspelen van videobestanden video's afspelen die u met uw camera hebt opgenomen. (pag. 84) • Controleer of de USB-kabel op de juiste wijze is aangesloten. Aanvullende informatie 108 Cameraspecificaties Beeldsensor Groothoek (G) Type 1/2,3 inch (circa 7,76 mm) CCD Effectieve pixels Circa 16,1 megapixels Totaal aantal pixels Bereik Circa 16,4 megapixels Tele (T) 80 cm - oneindig 100 cm - oneindig Macro 5 cm - 80 cm - Auto macro 5 cm - oneindig 100 cm - oneindig Sluitertijd Lens Brandpuntsafstand Samsung 5X Zoom Lens f = 4,7 - 23,5 mm (35-mm equivalent: 26 - 130 mm) Diafragmabereik f/3,3 (G) - f/5,9 (T) Digitale zoom Fotomodus: 1,0x - 5,0x (Optisch x Digitaal: 25,0X) • Smart Auto: 1/8 - 1/2000 seconde • Programma: 1 - 1/2000 seconde • Nacht: 8 - 1/2000 seconde Belichting Scherm Type TFT LCD Eigenschap • Hoofdscherm: 2,7 inch (6,9 cm) QVGA (230 K) • Scherm aan de voorzijde: 1,5 inch (3,8 cm) 61 K/ TFT LCD Bediening Programma AE Lichtmeting Multi, Spot, Centr. gewogen, Gezichtsherkenning-AE, Intelligente gezichtsherkenning-AE Compensatie ±2 BW (in stappen van 1/3 BW) ISO-equivalent Auto, 80, 100, 200, 400, 800, 1600, 3200 (3M of lager selecteerbaar) Flitser Scherpstelling Type Normaal TTL-autofocus (Multi AF, Centrum AF, Gezichtsherkenning-AF, Tracking AF voor objecten, Intelligente gezichtsherkenning-AF) Modus Smart Auto, Auto, Rode ogen, Invulflits, Langz sync, Uit, Anti-rode ogen Bereik • Groothoek: 0,2 m - 3,5 m (ISO Auto) • Tele: 1,0 m - 2,0 m (ISO Auto) Oplaadtijd Circa 4 sec. (afhankelijk van de toestand van de batterij) Aanvullende informatie 109 Cameraspecificaties Opname Trillingsreductie • Modi: Smart Auto (Wit, Macro kleur, Portret, Digitale beeldstabilisatie (DIS) Effect • Smart Filter: Normaal, Miniatuur, Vignetten, Opnamemodus voor foto's Opnamemodus voor video's Halftoonstip, Schets, Visoog, Anti-nevel, Klassiek, Retro, Negatief, Aangep. RGB • Beeld aanpassen: Scherpte, Contrast, Kleurverz (5 niveaus) Foto's Smart filter: Normaal, Paleteffect 1, Paleteffect 2, Paleteffect 3, Paleteffect 4, Miniatuur, Vignetten, Visoog, Anti-nevel, Klassiek, Retro, Negatief, Aangep. RGB Nachtportret, Portret met tegenlicht, Tegenlicht, Kinderen, Landschap, Actie, Statief, Nacht, Macro, Macro tekst, Blauwe lucht, Zonsondergang, Natuurlijk groen, Vuurwerk), Programma, Scène (Magisch kader, Beautyshot, Nacht, Landschap, Tekst, Zon onder, Dageraad, Tegenl., Strand/ sneeuw) • Snelheid: 1 opname, Continu, Bewegingsopname, AEB • Timer: Uit, 10 sec, 2 sec, Dubbel (10 sec, 2 sec) • Modi: Smart-film*, Film Witbalans • Auto witbalans, Daglicht, Bewolkt, TL-licht H, TL-licht L, Kunstlicht, Aangep. instelling Datering Video's Uit, Datum, Datum/tijd • • • • Aanvullende informatie 110 * Smart-film: Landschap, Blauwe lucht, Natuurlijk groen, Zon onder Bestandsindeling: MJPEG (max. opnametijd: 15 min.) Formaat: 1  280 X 720 HQ (Per bestand: max. 4GB), 640 X 480, 320 X 240 Framesnelheid: 30 fps, 15 fps Spraak: Sound Alive Aan/Sound Alive Uit/Gedempt Video bewerken (intern): pauzeren tijdens opnemen, foto's maken Cameraspecificaties Weergave Type Bewerken Voor 1 GB microSD Eén foto, Miniaturen, Diavoorstelling met muziek en effecten, Video, Smart Album* *S  mart Album-categorie: Type, Datum, Kleur, Week, Gezicht Res.wijz, Draaien, Beeld aanpassen, Smart filter, Bijsnijden Beeldformaat • Beeld aanpassen: Anti-rode ogen, ACB, Effect Gezichtretouch., Helderheid, Contrast, Kleurverz., Ruis toevoegen • Smart filter: Normaal, Miniatuur, Vignetten, Softfocus, Oude film 1, Oude film 2, Halftoonstip, Schets, Visoog, Anti-nevel, Klassiek, Retro, Negatief, Aangep. RGB Media De interne geheugencapaciteit kan van deze specificaties afwijken. Bestandsindeling • DCF, EXIF 2.21, DPOF 1.1, PictBridge 1.0 • Foto: JPEG (DCF) • Video: AVI (MJPEG) Hoog Normaal 108 212 312 4608 X 3072 123 241 353 4608 X 2592 144 283 417 3648 X 2736 170 332 482 2592 X 1944 328 624 882 1984 X 1488 537 980 1373 1920 X 1080 882 1471 1931 1024 X 768 1626 2574 3089 Deze waarden zijn gemeten onder standaardcondities en kunnen variëren, afhankelijk van opnameomstandigheden en camera-instellingen. Opslag • Intern geheugen: circa 50 MB • Extern geheugen (optioneel): -- microSD-kaart (tot 2 GB gegarandeerd) -- microSDHC-kaart (tot 8 GB gegarandeerd) Superhoog 4608 X 3456 Interface Digitale uitvoer USB 2.0 Audio Mono (interne speaker), Mono (microfoon) Video-uitvoer NTSC, PAL (keuze) Gelijkstroomaansluiting 5V Aanvullende informatie 111 Cameraspecificaties Energiebron Oplaadbare batterij Lithium-ionbatterij BP70A (700 mAh) Type aansluiting Micro USB (5-pins) Afhankelijk van uw regio kan de energiebron verschillen. Afmetingen (B x H x D) 90,65 x 54,9 x 19,6 mm (exclusief uitstekende onderdelen) Gewicht 108 g (zonder batterij en geheugenkaart) Bedrijfstemperatuur 0 - 40 ˚C Bedrijfsluchtvochtigheid 5 - 85 % Software Intelli-studio Specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Aanvullende informatie 112 Woordenlijst Automatische contrastverbetering (ACB) DCF (Design rule for Camera File system) Deze functie verbetert automatisch het contrast van uw beelden wanneer het onderwerp tegenlicht heeft of als er veel contrast is tussen uw onderwerp en de achtergrond. Een specificatie voor het definiëren van een bestandsindeling en bestandssysteem voor digitale camera's die is gemaakt door de Japan Electronics and Information Technology Industries Association (JEITA). opnamereeks met verschillende belichtingen (AEB) Scherptediepte Deze functie maakt automatisch meerdere beelden met verschillenden belichtingen om u te helpen een goedbelicht beeld te maken. De afstand tussen het dichtstbijzijnde en verste punt waarop kan worden scherpgesteld in een foto. De scherptediepte verschilt per diafragma, brandpuntsafstand en afstand tussen de camera en het onderwerp. Als u bijvoorbeeld een kleiner diafragma selecteert, wordt de scherptediepte vergroot en wordt de achtergrond van een compositie vaag. Autofocus (AF) Een systeem dat automatisch de cameralens scherpstelt op het onderwerp. Uw camera gebruikt het contrast om automatisch scherp te stellen. Digitale zoom Diafragma Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht die de sensor van de camera bereikt. Bewegingsonscherpte (vaag) Als de camera wordt bewogen wanneer de sluiter is geopend, kan het volledige beeld vaag lijken. Dit komt vaker voor wanneer de sluitertijd laag is. Voorkom bewegingsonscherpte door de gevoeligheid te verhogen, de flitser te gebruiken of een hogere sluitertijd. U kunt ook een statief of de DIS- of OIS-functie gebruiken om de camera te stabiliseren. Compositie Met compositie wordt de plaatsing van de verschillende elementen in het beeld bedoeld. Meestal levert een compositie volgens de regel van derden een plezierig resultaat. Een functie die op kunstmatige wijze de beschikbare hoeveelheid zoom met de zoomlens vergroot (optische zoom). Als u de digitale zoomfunctie gebruikt, wordt de beeldkwaliteit minder wanneer de vergroting wordt verhoogd. Digitale afdrukbestelling (DPOF) Een indeling voor het schrijven van afdrukgegevens, zoals geselecteerde beelden en het aantal afdrukken, op een geheugenkaart. Printers die compatibel zijn met DPOF, soms verkrijgbaar in fotowinkels, kunnen de informatie lezen van de kaart voor eenvoudig afdrukken. Belichtingswaarde (EV) Alle combinaties van de camerasluitertijd en diafragma die resulteren in dezelfde belichting. Aanvullende informatie 113 Woordenlijst EV-compensatie Beeldsensor Met deze functie kunt u snel de belichtingswaarde aanpassen die wordt berekend door de camera, in beperkte stappen, om de belichting van uw foto's te verbeteren. Stel de EV-compensatie in op -1,0 EV om de waarde een stap donkerder in te stellen en op 1,0 EV om de waarde een stap lichter te maken. Het fysieke deel van een digitale camera die een fotosite bevat voor elke pixel in het beeld. Elke fotosite neemt de helderheid van het licht op dat de fotosite bereikt tijdens een belichting. Algemene sensortypen zijn CCD (Charge-coupled Device) en CMOS (Complementary Metal Oxide Semiconductor). Exif (Exchangeable Image File Format) ISO-waarde Een specificatie voor het definiëren van een beeldbestandindeling voor digitale camera's die is gemaakt door de Japan Electronic Industries Development Association (JEIDA). De gevoeligheid van een camera voor licht, gebaseerd op de equivalente filmsnelheid gebruikt in een filmcamera. Met hogere ISOwaarden gebruikt de camera een hogere sluitertijd, waardoor vervaging kan worden verminderd die wordt veroorzaakt door het bewegen van de camera en weinig licht. Beelden met een hoge gevoeligheid zijn echter veel gevoeliger voor ruis. Belichting De hoeveelheid licht die de sensor van de camera mag bereiken. Belichting wordt bepaald door een combinatie van sluitertijd, diafragma en ISO-waarde. JPEG (Joint Photographic Experts Group) Een lossy-methode van compressie voor digitale beelden. JPEGbeelden worden gecomprimeerd om de algehele bestandsgrootte te verminderen met minimale afname van de beeldresolutie. Flitser Een flitslamp die ervoor zorgt dat er voldoende belichting is in omstandigheden met weinig licht. LCD (Liquid Crystal Display) Brandpuntsafstand De afstand van het brandpunt van de lens tot het beeldvlak (in millimeters). Grotere brandpuntsafstanden resulteren in een kleinere beeldhoek en een grotere weergave van het onderwerp. Kleinere brandpuntsafstanden resulteren in een grotere beeldhoek. Een visuele display die algemeen wordt gebruikt in consumenten elektronica. Dit display heeft een aparte achtergrondverlichting nodig zoals CCFL of LED, om kleuren te kunnen reproduceren. Aanvullende informatie 114 Woordenlijst Macro Resolutie Met deze functie kunt u close-upfoto's maken van zeer kleine voorwerpen. Als u de macrofunctie gebruikt, kan de camera goed scherpstellen op kleine voorwerpen met een verhouding op bijna ware grootte (1:1). Het aantal pixels in een digitaal beeld. Beelden met hoge resolutie bevatten meer pixels en bevatten meer details dan beelden met lage resolutie. Lichtmeting Sluitertijd De lichtmeting heeft betrekking op de manier waarop een camera de hoeveelheid licht meet om de belichting in te stellen. De sluitertijd is de hoeveelheid tijd die nodig is om de sluiter te openen en te sluiten. Dit is een belangrijke factor voor de helderheid van een foto, aangezien hiermee de hoeveelheid licht wordt geregeld die door het diafragma op de beeldsensor valt. Met een kortere sluitertijd valt er minder licht naar binnen en wordt de foto donkerder, maar is het ook eenvoudiger om de beweging van het onderwerp te bevriezen. MJPEG (Motion JPEG) Een video-indeling die wordt gecomprimeerd als een JPEG-beeld. Ruis Verkeerd geïnterpreteerde pixels in een digitaal beeld die mogelijk worden weergegeven als verkeerd geplaatste of willekeurige, heldere pixels. Ruis treedt meestal op wanneer foto's worden gemaakt met een hoge gevoeligheid of wanneer de gevoeligheid automatisch wordt ingesteld op een donkere locatie. Vignetten Een vermindering van de helderheid of de verzadiging van een beeld bij de randen in vergelijking met het midden van het beeld. Vignetten kan de aandacht richten op onderwerpen die in het midden van een beeld zijn geplaatst. Witbalans (kleurbalans) Optische zoom Dit is een algemene zoomfunctie waarmee beelden kunnen worden vergroot met een lens en waarmee de beeldkwaliteit niet vermindert. Kwaliteit Een aanpassing van de intensiteit van kleuren (meestal de primaire kleuren rood, groen en blauw) in een beeld. Het doel van het aanpassen van de witbalans, of kleurbalans, is de kleuren van een beeld correct weergeven. Een uitdrukking van het compressieniveau dat is gebruikt in een digitaal beeld. Beelden met een hogere kwaliteit hebben een lager compressieniveau, wat meestal resulteert in grotere bestanden. Aanvullende informatie 115 Correcte verwijdering van dit product (elektrische & elektronische afvalapparatuur) Correcte behandeling van een gebruikte accu uit dit product (Van toepassing op de Europese Unie en andere Europese landen met afzonderlijke inzamelingssystemen voor accu’s en batterijen) Dit merkteken op het product, de accessoires of het informatiemateriaal duidt erop dat het product en zijn elektronische accessoires (bv. lader, headset, USB-kabel) niet met ander huishoudelijk afval verwijderd mogen worden aan het einde van hun gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u deze artikelen van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomst nalezen. Dit product en zijn elektronische accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering worden gemengd. Dit merkteken op de accu, gebruiksaanwijzing of verpakking geeft aan dat de accu in dit product aan het einde van de levensduur niet samen met ander huishoudelijk afval mag worden weggegooid. De chemische symbolen Hg, Cd of Pb geven aan dat het kwik-, cadmium- of loodgehalte in de accu hoger is dan de referentieniveaus in de Richtlijn 2006/66/EC. Indien de gebruikte accu niet op de juiste wijze wordt behandeld, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen of het milieu. Ter bescherming van de natuurlijke hulpbronnen en ter bevordering van het hergebruik van materialen, verzoeken wij u afgedankte accu’s en batterijen te scheiden van andere soorten afval en voor recycling aan te bieden bij het gratis inzamelingssysteem voor accu’s en batterijen in uw omgeving. PlanetFirst duidt op het streven van Samsung Electronics naar een duurzame ontwikkeling en sociale verantwoordelijkheid door middel van milieubewuste bedrijfsvoering. Aanvullende informatie 116 Index A B Aanpassen Batterij Contrast in de opnamemodus 66 in de weergavemodus 80 Helderheid 80 Kleurverzadiging in de opnamemodus 66 In de weergavemodus 80 Scherpte 66 ACB in de opnamemodus 59 in de weergavemodus 79 Afdruk 95 Afdrukbestelling 81 AF-geluid 92 AF-lamp 95 Automatische contrastverbetering (ACB) 59 Bestanden weergeven als miniatuur 71 Diavertoning 74 op categorie 70 op televisie 82 Levensduur 102 Opladen 103 Specificaties 102 Beautyshot-modus 35 Beeld aanpassen Bewegingsonscherpte 29 Bewerken 77 ACB 79 Anti-rode ogen 79 Contrast 80 Gezichtretouch 80 Helderheid 80 Kleurverzadiging 80 Ruis toevoegen 80 Datum/tijd aanpassen 94 Datumtype 94 Belichting 58 Bestanden beveiligen 72 Bestanden overbrengen Diafragma 36 Diavertoning 74 Digitale zoom 26 Digital Image Stabilization (DIS) 28 DPOF 81 Draaien 77 Aanvullende informatie Filmmodus 39 Flitser Anti-rode ogen 49 Auto 50 Invulflits 50 Langz. sync 50 Rode ogen 50 Uit 49 Format 94 D Beginafbeelding 77, 93 voor Mac 88 voor Windows 83 Bestanden wissen 72 F 117 Fotokwaliteit 47 Foto's afdrukken 89 Foutmeldingen 97 Framesnelheid 39 Functiebeschrijving 93 Functietoets 15 Index G I Geheugenkaart Instellingen Capaciteit 101 microSD 100 microSDHC 100 Camera 17 Video 39 Gezichtsdetectie Knipperen 55 Normaal 54 Slimme gezichtsherkenning 56 Smile shot 55 Grootte aanpassen 77 Intelligente scènedetectiemodus 40 Intelli-studio 85 Half indrukken 6 Helderheid scherm 93 film 44 foto 43 geluidsinstellingen 92 Het apparaat loskoppelen 87 Lange sluitertijd 36 Macro 51 Classificeren 69 Gezichten annuleren 70 Gezichten registreren 57 Kinderenmodus L M Onvolkomenheden in het gezicht 36 Opnamemodus Film 39 Programma 38 Scène 34 Smart Auto 32 Opnemen Video 39 Mijn ster K Helderheid van het gezicht 35 Onderhoud 98 Menuknop 15 ISO-waarde 50 Knipperen 55 L.meting Meebewegende focus 52 Intelli-zoom 27 H O Centr. gewogen 59 Multi 59 Spot 59 Camera 94 Display 92 Geluid 92 Openen 91 Geluid uitschakelen Lichtbron (Witbalans) 60 P Pictbridge 89 MJPEG 110 Pictogrammen 20 Modus-knop 15 Programmamodus 38 Modus Magisch kader 34 R N Reinigen Nachtmodus 36 Navigatieknop 15 Aanvullende informatie 118 Behuizing 98 Display 98 Lens 98 Index Reset 94 Resolutie Foto 46 Video 46 RGB-tint in de opnamemodus 65 in de weergavemodus 79 Rode ogen in de opnamemodus 49 in de weergavemodus 79 S Scènemodus 34 Scherm aan de voorzijde 14 Demonstratiemodus 92 Inschakelen 25 Opnamemodus 42 Scherpstelafstand Auto macro 51 Macro 51 Normaal (AF) 51 T Scherpstelgebied Centrum AF 53 Meebewegende AF 53 Multi AF 53 Serie-opname Auto Exposure Bracket (AEB) 62 Bewegingsopname 62 Continu 62 Servicecenter 106 Slimme gezichtsherkenning 56 Sluitertijd 36 Timer 48 Type weergave 23 V Vergroten 73 Video 95 Afspelen 75 Opnemen 39 Volume 92 W Smart Album 70 Smart Auto-modus 32 Smart filter in de opnamemodus 63 in de weergavemodus 78 Weergaveknop 17 Weergavemodus 68 Witbalans 60 Woordenlijst 113 Smile shot 55 Snel tonen 93 Z Zoomen 26 Zoomknop 15 Aanvullende informatie 119 Raadpleeg voor klantenservice of bij vragen de garantie-informatie die met het product is meegeleverd of bezoek onze website http://www.samsung.com/.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121

Samsung SAMSUNG DV50 Handleiding

Categorie
Camcorders
Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor