Samsung SAMSUNG ES95 Handleiding

Type
Handleiding
Gebruiksaanwijzing
ES95/ES96/ES99/ST71T
Klik op een
onderwerp
In deze gebruiksaanwijzing vindt u uitgebreide
aanwijzingen voor het gebruik van uw camera. Lees deze
gebruiksaanwijzing aandachtig door.
Algemene problemen oplossen
Beknopt overzicht Inhoud
Basisfuncties Uitgebreide functies Opnameopties
Afspelen/bewerken Instellingen Bijlagen
Index
1
Informatie over gezondheid en veiligheid
Houd u altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen en gebruikstips om gevaarlijke situaties te vermijden en ervoor te zorgen dat de camera optimaal werkt.
Houd de camera buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren.
Houd de camera en alle bijbehorende onderdelen en accessoires buiten het bereik
van kleine kinderen en huisdieren. Kleine onderdelen vormen verstikkingsgevaar of
kunnen schadelijk zijn wanneer deze worden ingeslikt. Bewegende onderdelen en
accessoires kunnen ook fysiek gevaar opleveren.
Stel de camera niet gedurende lange tijd aan direct zonlicht of hoge
temperaturen bloot.
Langdurige blootstelling aan zonlicht of extreme temperaturen kan permanente
schade aan interne onderdelen van het toestel veroorzaken.
Voorkom dat de camera of oplader wordt bedekt door kleden of kleding.
Dit kan oververhitting van de camera of brand veroorzaken.
Gebruik het netsnoer en de oplader niet tijdens een onweersbui.
Dit kan een elektrische schok veroorzaken.
Als er vloeistoen of vreemde voorwerpen in de camera komen, moet u
meteen alle voedingsbronnen, zoals de batterij of oplader, loskoppelen en
vervolgens contact opnemen met een servicecenter van Samsung.
Waarschuwing—situaties die bij u of anderen letsel kunnen veroorzaken
Haal de camera niet uit elkaar en probeer de camera niet te repareren.
Dit kan een schok veroorzaken of de camera beschadigen.
Gebruik de camera niet dichtbij ontvlambare of explosieve gassen en
vloeistoen.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Plaats geen ontvlambare materialen in de camera en bewaar dergelijke
materialen niet in de buurt van de camera.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Raak de camera niet met natte handen aan.
Dit kan een schok veroorzaken.
Voorkom oogletsel bij het nemen van foto's.
Gebruik de itser van de camera niet vlakbij (op minder dan 1 m afstand van) de
ogen van mensen of dieren. Als u de itser dicht bij de ogen van het onderwerp
gebruikt, kunt u tijdelijke of permanente schade aan het gezichtsvermogen
veroorzaken.
2
Informatie over gezondheid en veiligheid
Voorzichtig—situaties die kunnen resulteren in beschadiging van de
camera of andere apparatuur
Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opbergt.
Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en
ernstige schade aan uw camera veroorzaken.
Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant aanbevolen lithium-
ionbatterijen ter vervanging. Zorg dat u de batterij niet beschadigt of verhit.
Hierdoor kan brand ontstaan of persoonlijk letsel worden veroorzaakt.
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen, opladers, kabels en
accessoires.
•
Niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires kunnen de camera
beschadigen, letsel veroorzaken of ertoe leiden dat batterijen exploderen.
•
Samsung is niet aansprakelijk voor schade of letsel veroorzaakt door niet-
goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires.
Gebruik batterijen niet voor doeleinden waarvoor de batterijen niet zijn
bedoeld.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Raak de itser niet aan wanneer deze wordt gebruikt.
De itser wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken.
Als u de AC-oplader gebruikt, moet u de camera uitschakelen voor u de
voedingsbron van de AC-oplader loskoppelt.
Anders kunt u brand of een schok veroorzaken.
Laat de stekker van de oplader niet in het stopcontact zitten als u de oplader
niet gebruikt.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Gebruik voor het opladen van de batterijen geen elektriciteitssnoeren of
stekkers die beschadigd zijn, of een loshangend stopcontact.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Zorg dat de AC-oplader niet in contact komt met de plus- en minpolen van de
batterij.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Laat de camera niet vallen en stel deze niet bloot aan grote schokken.
Hierdoor kunnen het scherm en externe of interne onderdelen beschadigd raken.
3
Informatie over gezondheid en veiligheid
Wees voorzichtig bij het aansluiten van snoeren en adapters en het plaatsen
van batterijen en geheugenkaarten.
Door het forceren van aansluitingen, het niet op de juiste manier aansluiten van
snoeren of het niet op de juiste manier plaatsen van batterijen en geheugenkaarten
kunt u poorten, aansluitingen en accessoires beschadigen.
Houd kaarten met magnetische stroken uit de buurt van het camera-etui.
Informatie die is opgeslagen op de kaart kan worden beschadigd of gewist.
Gebruik nooit een beschadigde oplader, batterij of geheugenkaart.
Dit kan een schok, camerastoring of brand veroorzaken.
Plaats de camera niet in of in de buurt van magnetische velden.
Dit kan ervoor zorgen dat de camera niet goed meer werkt.
Gebruik de camera niet als het scherm beschadigd is.
Als het glas of acrylaatonderdelen gebroken zijn, gaat u naar een servicecenter van
Samsung Electronics om te camera te laten repareren.
Controleer voor gebruik of de camera naar behoren functioneert.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verlies van bestanden of schade die kan
voortkomen uit defecten aan de camera of onjuist gebruik.
Steek het smalle uiteinde van de USB-kabel in de camera.
Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
4
Copyrightinformatie
•
Microsoft Windows en het Windows-logo zijn geregistreerde
handelsmerken van Microsoft Corporation.
•
Mac is een geregistreerd handelsmerk van Apple Corporation.
•
microSDâ„¢ en microSDHCâ„¢ zijn geregistreerde handelsmerken van SD
Association.
•
Handelsmerken en handelsnamen in deze gebruiksaanwijzing zijn het
eigendom van de betreende eigenaars.
•
Cameraspecicaties of de inhoud van deze gebruiksaanwijzing kunnen
bij een upgrade van camerafuncties zonder kennisgeving worden
gewijzigd.
•
Gebruik deze camera op een verantwoorde manier en leef alle wet- en
regelgeving met betrekking tot het gebruik van de camera na.
•
Het is niet toegestaan om enig deel van deze gebruiksaanwijzing
zonder vooraf gegeven toestemming te hergebruiken of verspreiden.
Samenvatting van de gebruiksaanwijzing
Basisfuncties 12
Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en
basisfuncties voor het maken van opnamen.
Uitgebreide functies 32
Hier vindt u informatie over het maken van foto's en het opnemen
van video's door een modus te selecteren.
Opnameopties 48
Hier vindt u informatie over het instellen van de opties in de
opnamemodus.
Afspelen/bewerken 70
Hier vindt u informatie over hoe u foto's of video's afspeelt en u foto's
bewerkt. Ook leest u hier hoe u de camera op een computer aansluit.
Instellingen 93
Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te congureren.
Bijlagen 98
Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specicaties en
onderhoud.
5
Pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing
Opnamemodus Pictogram
Smart Auto
S
Programma
p
Live Panorama
N
Beeld in beeld
d
Scène
s
Film
v
Pictogrammen in de opnamemodus
Deze pictogrammen worden weergegeven in de tekst wanneer een functie
beschikbaar is in een bepaalde modus. Bekijk het onderstaande voorbeeld.
Opmerking: de modus
s
ondersteunt wellicht niet voor alle scènes functies.
Bijvoorbeeld:
Beschikbaar in de
Programma- en Film modus
Symbolen in deze gebruiksaanwijzing
Symbool Functie
Aanvullende informatie
Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen
[]
Knoppen op de camera. Voorbeeld: [Ontspanknop] geeft de
ontspanknop weer.
()
Paginanummer van verwante informatie
î‚“
De volgorde van de opties of menu's die u moet selecteren om
een stap uit te voeren, bijvoorbeeld: selecteer
a
î‚“ Fotoformaat
(betekent: selecteer
a
en selecteer vervolgens Fotoformaat).
*
Voetnoot
6
Op de ontspanknop drukken
•
Druk de [Ontspanknop] half in: de sluiterknop half indrukken
•
Druk de [Ontspanknop] in: de sluiterknop volledig indrukken
Druk de [Ontspanknop] half in Druk op de [Ontspanknop]
Onderwerp, achtergrond en compositie
•
Onderwerp: het hoofdobject van een scène, zoals een persoon, dier of stilleven
•
Achtergrond: de objecten rond het onderwerp
•
Compositie: de combinatie van onderwerp en achtergrond
Compositie
Achtergrond
Onderwerp
Belichting (Helderheid)
De hoev
eelheid licht die de camera binnenkomt bepaalt de belichting. U kunt
de belichting aanpassen door de sluitertijd, diafragmawaarde of ISO-waarde te
wijzigen. Wanneer u de belichting verandert, worden de foto's donkerder of lichter.
S
Normale belichting
S
Overbelicht (te helder)
Uitdrukkingen in deze gebruiksaanwijzing
7
Algemene problemen oplossen
Hier vindt u informatie waarmee u algemene problemen kunt oplossen door opnameopties in te stellen.
De ogen van het
onderwerp zijn rood.
Dit wordt veroorzaakt door een reectie van de itser van de camera.
•
Stel de itseroptie in op Rode ogen of Anti-rode ogen. (pag. 52)
•
Als de foto al is gemaakt, selecteert u Anti-rode ogen in het bewerkingsmenu. (pag. 83)
Foto's bevatten
stofvlekken.
Als u de itser gebruikt, worden stofdeeltjes in de lucht mogelijk vastgelegd op foto's.
•
Schakel de itser uit of neem geen foto's op stoge plaatsen.
•
Stel de ISO-gevoeligheidopties in. (pag. 54)
Foto's zijn onscherp. Dit kan worden veroorzaakt doordat u foto's maakt bij weinig licht of doordat u de camera niet goed vasthoudt. Gebruik de
functie DIS of druk op [Ontspanknop] half in om scherp te stellen op het onderwerp. (pag. 30)
Bij nachtopnamen zijn
foto's onscherp.
De camera probeert meer licht binnen te laten en daardoor wordt de sluitertijd langer. Het kan moeilijk zijn om de camera
zolang stil te houden tot de foto gemaakt is.
•
Selecteer Nacht in de modus
s
. (pag. 39)
•
Zet de itser aan. (pag. 52)
•
Stel de ISO-gevoeligheidopties in. (pag. 54)
•
Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
Het onderwerp is te
donker door tegenlicht.
Als de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt of als er een groot contrast is tussen de lichte en donkere gebieden, kan het
onderwerp te donker worden.
•
Maak geen foto's tegen de zon in.
•
Selecteer Tegenl. in de modus
s
. (pag. 39)
•
Stel de itseroptie in op Invulits. (pag. 52)
•
Pas de belichting aan. (pag. 61)
•
Stel de optie Compenseren voor tegenlicht (ACB) in. (pag. 62)
•
Stel de lichtmeting in op Spot als het onderwerp in het midden van het kader staat. (pag. 63)
8
Beknopt overzicht
Foto's van mensen maken
• d
-modus
f
38
• s
-modus > Beautyshot
f
40
• s
-modus > Intelligent portret
f
41
•
Rode ogen/Anti-rode ogen (om rode ogen te
voorkomen of te corrigeren)
f
52
•
Gezichtsdetectie
f
58
•
Zelfportret
f
58
's Nachts of in het donker foto's maken
• s
-modus > Nacht, Zon onder, Dageraad
f
39
•
Flitseropties
f
52
•
ISO-waarde (om de lichtgevoeligheid aan te passen)
f
54
Actiefoto's maken
•
Serieopname, Bewegingsopname
f
66
Foto's van tekst, insecten en bloemen
maken
• s
-modus > Tekst
f
39
•
Macro
f
55
De belichting aanpassen (helderheid)
•
ISO-waarde (om de lichtgevoeligheid aan te passen)
f
54
•
EV (de belichting aanpassen)
f
61
•
ACB (om onderwerpen tegen een lichte achtergrond te
compenseren)
f
62
•
L.meting
f
63
•
AEB (om 3 foto’s met verschillende belichtingen van
dezelfde scène te maken)
f
66
Foto's van de omgeving maken
• N
-modus
f
36
• s
-modus > Landschap
f
39
Eecten toepassen op foto's
• s
-modus > Magisch kader
f
40
• s
-modus > Grappig gezicht
f
42
•
Smart lter-eecten
f
67
•
Beeld aanpassen (om Contrast, Scherpte, of Kleurverz.
aan te passen)
f
69
Eecten toepassen op video's
•
Smart Filter-eecten
f
67
Bewegingsonscherpte voorkomen
•
Digitale beeldstabilisatie (DIS)
f
29
•
Bestanden weergeven als miniaturen
f
72
•
Bestanden weergeven op categorie
f
73
•
Alle bestanden in het geheugen verwijderen
f
75
•
Foto's als diashow weergeven
f
77
•
De camera op een computer aansluiten
f
85
•
Geluid en volume aanpassen
f
95
•
De helderheid van het scherm aanpassen
f
96
•
De schermtaal wijzigen
f
96
•
De datum en tijd instellen
f
96
•
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
f
109
9
Basisfuncties
..................................................................................................................... 12
Uitpakken .................................................................................................................... 13
Onderdelen en knoppen van de camera ......................................................... 14
De batterij en geheugenkaart plaatsen ........................................................... 17
De batterij opladen en de camera inschakelen ............................................. 18
De batterij opladen ................................................................................................ 18
De camera inschakelen ......................................................................................... 18
De eerste instellingen uitvoeren ........................................................................ 19
Uitleg over de pictogrammen ............................................................................. 21
Opties of menu's selecteren. ................................................................................ 22
[MENU] gebruiken .................................................................................................. 22
[Fn] gebruiken ......................................................................................................... 23
Display en geluid instellen .................................................................................... 25
De weergave instellen ........................................................................................... 25
Het geluid instellen ................................................................................................ 25
Foto's maken .............................................................................................................. 26
Zoomen .................................................................................................................... 27
Bewegingsonscherpte voorkomen (DIS) ........................................................... 29
Tips om betere foto's te maken ........................................................................... 30
Uitgebreide functies
..................................................................................................... 32
De Smart Auto-modus gebruiken ...................................................................... 33
De Programmamodus gebruiken ...................................................................... 35
De modus Live Panorama gebruiken ................................................................ 36
De modus Beeld in Beeld gebruiken ................................................................. 38
De Scènemodus gebruiken .................................................................................. 39
De modus Magisch kader gebruiken .................................................................. 40
De Beautyshot-modus gebruiken ....................................................................... 40
De modus Intelligent portret gebruiken ............................................................ 41
De modus Grappig gezicht gebruiken ............................................................... 42
De Nachtmodus gebruiken .................................................................................. 43
De Filmmodus gebruiken ...................................................................................... 45
De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken .............................................. 46
Inhoud
10
Inhoud
Opnameopties
................................................................................................................. 48
De resolutie en beeldkwaliteit selecteren ....................................................... 49
De resolutie selecteren .......................................................................................... 49
Een beeldkwaliteit selecteren .............................................................................. 50
Timer gebruiken ....................................................................................................... 51
Opnamen in het donker maken .......................................................................... 52
Rode ogen voorkomen ......................................................................................... 52
De itser gebruiken ................................................................................................ 52
De ISO-waarde aanpassen .................................................................................... 54
De scherpstelling aanpassen ............................................................................... 55
Macro gebruiken .................................................................................................... 55
Autofocus gebruiken ............................................................................................. 55
Het scherpstelgebied aanpassen ........................................................................ 56
Meebewegende autofocus gebruiken ............................................................... 57
Gezichtsdetectie gebruiken ................................................................................. 58
Gezichten detecteren ............................................................................................ 58
Een zelfportret maken ........................................................................................... 58
Een foto van een lachend gezicht maken .......................................................... 59
Knipperende ogen detecteren ............................................................................. 59
Tips voor gezichtsdetectie .................................................................................... 60
Helderheid en kleur aanpassen .......................................................................... 61
De belichting handmatig aanpassen (EV) .......................................................... 61
Compenseren voor tegenlicht (ACB) .................................................................. 62
De lichtmeetmethode wijzigen ........................................................................... 63
Een instelling voor Witbalans selecteren ............................................................ 64
Serieopnamen ........................................................................................................... 66
Eecten toepassen/beelden aanpassen .......................................................... 67
Smart lter-eecten toepassen ........................................................................... 67
Afbeeldingen aanpassen ...................................................................................... 69
11
Inhoud
Afspelen/bewerken
....................................................................................................... 70
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus ......................................... 71
De afspeelmodus starten ...................................................................................... 71
Foto's weergeven ................................................................................................... 76
Een video afspelen ................................................................................................. 78
Foto's bewerken ........................................................................................................ 80
Het formaat van foto's wijzigen ........................................................................... 80
Een foto draaien ..................................................................................................... 81
Een close-upportret maken .................................................................................. 81
Smart lter-eecten toepassen ........................................................................... 82
Foto's aanpassen .................................................................................................... 83
Bestanden naar een computer overbrengen ................................................. 85
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen .................................. 85
Bestanden naar een Mac-computer overbrengen ........................................... 86
Programma's op een computer gebruiken ..................................................... 88
i-Launcher installeren ............................................................................................ 88
i-Launcher gebruiken ............................................................................................ 89
Instellingen
....................................................................................................................... 93
Instellingenmenu ..................................................................................................... 94
Het instellingenmenu openen ............................................................................. 94
Geluid ....................................................................................................................... 95
Display ...................................................................................................................... 95
Instellingen .............................................................................................................. 96
Bijlagen
...............................................................................................................................98
Foutmeldingen .......................................................................................................... 99
Cameraonderhoud ................................................................................................ 100
De camera reinigen .............................................................................................. 100
De camera gebruiken of opbergen ................................................................... 101
Geheugenkaarten ................................................................................................ 102
De batterij .............................................................................................................. 105
Voordat u contact opneemt met een servicecenter .................................. 109
Cameraspecicaties ............................................................................................... 112
Woordenlijst ............................................................................................................. 116
Index ........................................................................................................................... 121
Uitpakken
………………………………………… 13
Onderdelen en knoppen van de camera
……… 14
De batterij en geheugenkaart plaatsen
……… 17
De batterij opladen en de camera
inschakelen
……………………………………… 18
De batterij opladen
…………………………… 18
De camera inschakelen
………………………… 18
De eerste instellingen uitvoeren
……………… 19
Uitleg over de pictogrammen
………………… 21
Opties of menu's selecteren.
…………………… 22
[MENU] gebruiken
……………………………… 22
[Fn] gebruiken
………………………………… 23
Display en geluid instellen
……………………… 25
De weergave instellen
………………………… 25
Het geluid instellen
…………………………… 25
Foto's maken
…………………………………… 26
Zoomen
………………………………………… 27
Bewegingsonscherpte voorkomen (DIS)
……… 29
Tips om betere foto's te maken
………………… 30
Basisfuncties
Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en basisfuncties voor het maken van opnamen.
Basisfuncties
13
Uitpakken
De productverpakking bevat de volgende onderdelen.
Camera AC-adapter/USB-kabel
Oplaadbare batterij Polslus
Snelstartgids
•
De afbeeldingen kunnen enigszins afwijken van de onderdelen die bij uw
product zijn geleverd.
•
Afhankelijk van het model kunnen er verschillende items in de doos zitten.
•
U kunt optionele accessoires aanschaen bij een wederverkoper of een
servicecenter van Samsung. Samsung is niet verantwoordelijk voor problemen
die door het gebruik van niet-goedgekeurde accessoires ontstaan.
Optionele accessoires
Camera-etui Batterijoplader
Geheugenkaart/
Geheugenkaartadapter
Basisfuncties
14
USB-aansluiting
Aansluiting USB-kabel
Onderdelen en knoppen van de camera
Zorg dat u vertrouwd bent met de diverse onderdelen en functies van de camera voordat u begint.
Batterijklep
Een geheugenkaart en batterij plaatsen
Statiefbevestigingspunt
Luidspreker
Ontspanknop
Flitser
Lens
Microfoon
Power-knop
Onderdelen en knoppen van de camera
Basisfuncties
15
Statuslampje
•
Knippert: wanneer de camera een foto
of video opslaat, wanneer de gegevens
op de camera worden gelezen door
een computer, wanneer het beeld niet
is scherpgesteld of als er een probleem
optreedt met het opladen van de batterij
•
Licht op: wanneer de camera is
aangesloten op een computer, wanneer
de batterij wordt opgeladen of wanneer
het beeld is scherpgesteld
Zoomknop
•
In de opnamemodus: in- en uitzoomen
•
In de afspeelmodus: inzoomen op een deel van de
foto, bestanden als miniaturen weergeven of het
volume aanpassen
Scherm
De polslus bevestigen
Knoppen
(pag. 16)
x
y
Onderdelen en knoppen van de camera
Basisfuncties
16
Knoppen
Knop Beschrijving
Naar opties of menu's gaan.
Een opnamemodus selecteren.
Modus
Beschrijving
S
Smart Auto: een foto maken met een scènemodus
automatisch geselecteerd door de camera.
p
Programma: een foto nemen met handmatige
instellingen.
N
Live Panorama: een serie foto's maken en combineren
om een panoramisch beeld te maken.
d
Beeld in beeld: maak of selecteer een achtergrondfoto
van volledige grote en plaats vervolgens een kleinere
foto in de voorgrond om een samengestelde foto te
maken.
s
Scène: een foto maken met vooraf ingestelde opties
voor een specieke scène.
v
Film: een video opnemen.
Knop Beschrijving
Basisfuncties Overige functies
D
De weergaveoptie wijzigen. Omhoog
c
De macro-optie wijzigen. Omlaag
F
De itseroptie wijzigen. Naar links
t
De timeroptie wijzigen. Naar rechts
Gemarkeerde optie of menu bevestigen.
Naar de afspeelmodus gaan.
•
Opties openen in de opnamemodus.
•
Bestanden verwijderen in de afspeelmodus.
Basisfuncties
17
De batterij en geheugenkaart plaatsen
Hier vindt u informatie over het in de camera plaatsen van de batterij en een optionele geheugenkaart.
De batterij en geheugenkaart verwijderen
Oplaadbare batterij
Batterijvergrendeling
Schuif de vergrendeling naar
boven om de batterij los te
maken.
Geheugenkaart
Duw voorzichtig tegen de kaart totdat
deze uit de camera loskomt en trek de
kaart vervolgens uit de sleuf.
U kunt het interne geheugen gebruiken voor tijdelijke opslag als er geen
geheugenkaart is geplaatst.
Geheugenkaart
Zorg dat bij het plaatsen van een
geheugenkaart de goudkleurige
contactpunten omhoog zijn gericht.
Oplaadbare batterij
Plaats de batterij met het Samsung-logo
naar boven.
Basisfuncties
18
De batterij opladen en de camera inschakelen
De camera inschakelen
Druk op [
X
] om de camera in- of uit te schakelen.
•
Het scherm voor de eerste instellingen verschijnt
wanneer u de camera voor het eerst inschakelt.
(pag. 19)
De camera inschakelen in de afspeelmodus
Druk op [
P
]. De camera wordt ingeschakeld en gaat
direct naar de afspeelmodus.
De batterij opladen
Voordat u de camera voor het eerst gaat gebruiken, moet de batterij worden
opgeladen. Sluit het kleine uiteinde van de USB-kabel aan op de camera en sluit het
andere uiteinde van de USB-kabel aan op de netspanningsadapter.
Statuslampje
•
Rode lampje brandt: opladen
•
Rode lampje uit: volledig opgeladen
•
Rode lampje knippert: fout
Gebruik alleen de AC-adapter en de USB-kabel die bij de camera zijn geleverd. Als
u een andere AC-adapter (zoals SAC-48) gebruikt, is het mogelijk dat de batterij
van de camera niet kan worden opgeladen of niet correct werkt.
Basisfuncties
19
De eerste instellingen uitvoeren
Wanneer u de camera voor het eerst inschakelt, wordt het scherm voor de eerste installatie weergegeven. Volg de onderstaande stappen om de basisinstellingen van de camera
te congureren. De taal is vooraf ingesteld voor het land of de regio waarin de camera wordt verkocht. U kunt de taal naar wens wijzigen.
3
Druk op [
D
/
c
] om Datum/tijd aanpassen te selecteren en
druk vervolgens op [
t
] of [
o
].
Terug Instellen
Tijdzone
Datum/tijd aanpassen
Datumtype
Type tijd
Nederlands
Londen
JJJJ MM DD
•
Het scherm kan afwijken, afhankelijk van de geselecteerde taal.
4
Druk op [
F
/
t
] om een item te selecteren.
5
Druk op [
D
/
c
] om de datum en tijd in te stellen en druk op
[
o
].
1
Druk op [
t
] î‚“ [
c
] om Tijdzone te selecteren en druk op [
t
] of
[
o
].
Londen
Afsl. Terug
Tijdzone
Datum/tijd aanpassen
Datumtype
Type tijd
JJJJ/MM/DD
12 uur
•
Het scherm kan afwijken, afhankelijk van de geselecteerde taal.
2
Druk op [
F
/
t
] om een tijdzone te selecteren en druk op [
o
].
•
Als u zomer-wintertijd wilt instellen, drukt u op [
D
].
Terug Zomertijd
Tijdzone
Londen
De eerste instellingen uitvoeren
Basisfuncties
20
6
Druk op [
D
/
c
] om Datumtype te selecteren en druk op [
t
] of
[
o
].
7
Druk op [
D
/
c
] om een datumtype te selecteren en druk
vervolgens op [
o
].
Terug
Instellen
Tijdzone
Datum/tijd aanpassen
Datumtype
Type tijd
Nederlands
Londen
JJJJ/MM/DD
MM/DD/JJJJ
DD/MM/JJJJ
•
De standaarddatumnotatie kan afwijken, afhankelijk van de geselecteerde
taal.
8
Druk op [
D
/
c
] om Type tijd te selecteren en druk op [
t
] of
[
o
].
9
Druk op [
D
/
c
] om een type tijd te selecteren en druk
vervolgens op [
o
].
10
Druk op [
m
] om de eerste conguratie te voltooien.
Basisfuncties
21
Uitleg over de pictogrammen
Welke pictogrammen worden weergegeven op het scherm, is afhankelijk van de geselecteerde modus en de ingestelde opties. Als u een opnameoptie wijzigt, knippert het
bijbehorende symbool korte tijd geel.
1
3
2
1
Opnamegegevens
Symbool Beschrijving
Beschikbare opnametijd
Resterend aantal foto's
Geheugenkaart niet geplaatst
(intern geheugen)
Geheugenkaart geplaatst
•
: volledig opgeladen
•
: gedeeltelijk opgeladen
•
: leeg (opladen)
Autofocuskader
Symbool Beschrijving
Bewegingsonscherpte
Fotoresolutie als de intelligente
zoomfunctie is ingeschakeld
Zoomindicator
Zoomverhouding
Huidige tijd en datum
2
Opnameopties (rechts)
Symbool Beschrijving
Fotoresolutie
Videoresolutie
Framesnelheid
Fotokwaliteit
Lichtmeting
Flitser
Timer
Autofocusinstelling
Gezichtsdetectie
3
Opnameopties (links)
Symbool Beschrijving
Onderwerpen die veel bewegen
Opnamemodus
Diafragmawaarde en sluitertijd
Lange sluitertijd
Belichtingswaarde (EV)
Witbalans
Gezichtstint
Gezichtretouch
ISO-waarde
Smart lter
Beeldaanpassing (contrast, scherpte en
kleurverzadiging)
Sound Alive Aan
Optie voor serieopnamen
Digitale beeldstabilisatie (DIS)
Basisfuncties
22
Opties of menu's selecteren.
Als u een optie of een menu wilt selecteren, drukt u op [
m
] of [
f
].
Voorbeeld: een witbalansoptie selecteren in de Programmamodus:
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
p
.
3
Druk op [
m
].
Opname
Geluid
Display
Instellingen
Afsl.
Wijzigen
Fotoformaat
Kwalit.
EV
ISO
Witbalans
Smart lter
Gezichtsdetectie
4
Druk op [
D
/
c
] om
a
te selecteren en druk op [
t
] of [
o
].
[MENU] gebruiken
Als u opties wilt selecteren, drukt u op [
m
] en vervolgens op [
D
/
c
/
F
/
t
]
of [
o
].
1
Druk in de opname- of afspeelmodus op [
m
].
2
Selecteer een optie of menu.
•
Druk op [
D
] of [
c
] om omhoog of omlaag te gaan.
•
Druk op [
F
] of [
t
] om naar links of rechts te gaan.
3
Druk op [
o
] om de gemarkeerde optie of het gemarkeerde menu
te bevestigen.
Druk op [
m
] om terug te gaan naar het vorige menu. Druk de [Ontspanknop]
half in om terug te gaan naar de opnamemodus.
Opties of menu's selecteren.
Basisfuncties
23
[Fn] gebruiken
U kunt opnameopties openen door op [
f
] te drukken, maar sommige opties zijn
dan niet beschikbaar.
Voorbeeld: een witbalansoptie selecteren in de Programmamodus:
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
p
.
3
Druk op [
f
].
Fotoformaat
Afsl. Verpl.
5
Druk op [
D
/
c
] om Witbalans te selecteren en druk op [
t
] of
[
o
].
Fotoformaat
Kwalit.
EV
ISO
Witbalans
Smart lter
Gezichtsdetectie
Afsl. Terug
6
Druk op [
F
/
t
] om een witbalansoptie te selecteren.
Terug
Verpl.
Daglicht
7
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
Opties of menu's selecteren.
Basisfuncties
24
4
Druk op [
D
/
c
] om naar te scrollen.
Witbalans
Afsl. Verpl.
5
Druk op [
F
/
t
] om een witbalansoptie te selecteren.
Daglicht
Afsl. Verpl.
6
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
Basisfuncties
25
Display en geluid instellen
Hier vindt u informatie over hoe u de basisinstellingen van het scherm en het geluid kunt aanpassen.
Het geluid instellen
Het geluid instellen dat de camera maakt wanneer u functies uitvoert.
1
Druk in de opname- of afspeelmodus op [
m
].
2
Selecteer
O
î‚“ Piepjes.
3
Selecteer een optie.
Optie
Beschrijving
Uit
De camera laat geen geluid klinken.
1/2/3
De camera laat een geluid klinken.
De weergave instellen
U kunt een type weergave selecteren voor de opname- of afspeelmodus. Elk type
geeft andere opname- of afspeelgegevens weer. Bekijk de onderstaande tabel.
Alle informatie over het
opnemen tonen
Druk meerdere keren op [
D
] om het type weergave te wijzigen.
Modus
Type weergave
Opnemen
•
Alle informatie over opnameopties verbergen.
•
Alle informatie over opnameopties weergeven.
Afspelen
•
Alle informatie over de huidige foto verbergen.
•
Informatie weergeven over het huidige bestand met
uitzondering van de opname-instellingen.
•
Alle informatie over het huidige bestand weergeven.
Basisfuncties
26
Foto's maken
Hier vindt u informatie over hoe u snel en eenvoudig foto's kunt in de Smart Auto-modus.
4
Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
•
Een groen kader betekent dat het onderwerp scherp in beeld is.
•
Een rood kader betekent dat het onderwerp niet scherp in beeld is.
5
Druk de [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.
6
Druk op [
P
] om de gemaakte foto weer te geven.
•
Als u de foto wilt verwijderen, drukt u op [
f
] en selecteert u Ja.
7
Druk op [
P
] om terug te gaan naar de opnamemodus.
Zie pagina 30 voor tips om betere foto's te maken.
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
S
.
3
Plaats het onderwerp in het kader.
Foto's maken
Basisfuncties
27
Digitale zoom
De digitale zoomfunctie wordt standaard ondersteund in de opnamemodus. Als u
inzoomt op een onderwerp in de opnamemodus en de zoomaanduiding bevindt
zich in het digitale bereik, gebruikt de camera de digitale zoomfunctie. U kunt tot 25
keer inzoomen als u zowel de optische zoomfunctie (5X) als de digitale zoomfunctie
(5X) gebruikt.
Optisch bereik
Digitaal bereik
Zoomindicator
•
De digitale zoomfunctie is niet beschikbaar met de het Smart lter-eect of de
Tracking AF-optie.
•
Als u een foto maakt met de digitale zoomfunctie, kan de fotokwaliteit lager zijn
dan normaal.
ps
Zoomen
U kunt close-upfoto's maken door in te zoomen.
Uitzoomen
Inzoomen
Zoomverhouding
•
Hoe langer u op de zoomknop drukt, hoe sneller de camera in- of uitzoomt.
•
Wanneer u op de zoomknop drukt, kan de zoomverhouding op het scherm
ongelijk worden gewijzigd.
Foto's maken
Basisfuncties
28
Intelligent zoomen
Als de zoomindicator zich in het bereik voor intelligent zoomen bevindt, gebruikt
de camera de intelligente zoomfunctie. De resolutie van de foto verschilt afhankelijk
van de zoomverhouding als u de intelligente zoomfunctie gebruikt. U kunt tot
10 keer inzoomen als u zowel de optische als de intelligente zoomfunctie gebruikt.
Optisch bereik
Bereik intelligent zoomen
Zoomindicator
Fotoresolutie als de intelligente
zoomfunctie is ingeschakeld
•
De intelligente zoomfunctie is niet beschikbaar met het intelligente ltereect
of de optie Tracking AF.
•
Met de intelligente zoomfunctie kunt u foto's maken met minder
kwaliteitsverlies dan met de digitale zoomfunctie. De fotokwaliteit kan echter
wel minder zijn dan bij gebruik van de optische zoomfunctie.
•
De intelligente zoomfunctie is alleen beschikbaar als u de 4:3-beeldverhouding
instelt. Als u een andere beeldverhouding instelt terwijl de intelligente
zoomfunctie is ingeschakeld, wordt de intelligente zoomfunctie automatisch
uitgeschakeld.
•
Intelli-zoom is altijd ingeschakeld in de modus Smart Auto.
Sps
Intelligent zoomen instellen
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ Intelli-zoom.
3
Selecteer een optie.
Symbool
Beschrijving
Uit: de intelligente zoomfunctie is uitgeschakeld.
Aan: de intelligente zoomfunctie is ingeschakeld.
Foto's maken
Basisfuncties
29
Bewegingsonscherpte voorkomen (DIS)
In de opnamemodus kunt u de bewegingsonscherpte digitaal beperken.
S
Vóór correctie
S
Na correctie
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ DIS.
3
Selecteer een optie.
Symbool
Beschrijving
Uit: DIS is uitgeschakeld.
Aan: DIS is ingeschakeld.
ps
•
DIS werkt mogelijk in de volgende omstandigheden niet goed:
-
wanneer u de camera beweegt om een bewegend onderwerp te volgen
-
wanneer u de digitale zoomfunctie gebruikt
-
wanneer de camera te veel trilt
-
wanneer u een lagere sluitersnelheid gebruikt (bijvoorbeeld voor
nachtopnamen)
-
wanneer de batterij bijna leeg is
-
wanneer u een close-up neemt
•
Als de camera valt of een schok krijgt, wordt het scherm wazig.
Als dit gebeurt, moet u de camera uitschakelen en weer inschakelen.
•
De DIS-functie is niet beschikbaar wanneer u opties voor serieopnamen instelt.
Basisfuncties
30
De camera op de juiste manier vasthouden
Zorg ervoor dat niets de lens, itser of
microfoon blokkeert.
De ontspanknop half indrukken
De camera stelt de diafragmawaarde en
sluitersnelheid automatisch in.
Druk de [Ontspanknop] half in en pas
de scherpstelling aan. De camera past de
scherpstellingen en belichting automatisch
aan.
Scherpstelkader
•
Druk de [Ontspanknop] volledig in om een foto
te maken als het scherpstelkader groen is.
•
Pas de compositie aan en druk de [Ontspanknop]
nogmaals half in als het scherpstelkader rood is.
Bewegingsonscherpte voorkomen
Stel de DIS-optie (Digital Image Stabilization) in om de
bewegingsonscherpte te reduceren. (pag. 29)
Als wordt weergegeven
Bewegingsonscherpte
Zorg dat bij opnamen in het donker de itseroptie niet is ingesteld op Langz sync
of Uit. Het diafragma blijft langer open en het kan moeilijk zijn om de camera lang
genoeg stabiel te houden om een scherpe foto te maken.
•
Gebruik een statief of stel de itser in op Invulits. (pag. 52)
•
Pas de ISO-waarde aan. (pag. 54)
Tips om betere foto's te maken
Basisfuncties
31
Voorkomen dat het onderwerp niet scherp is
In de volgende gevallen kan het moeilijk zijn om op het onderwerp scherp te
stellen:
-
er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond (als het onderwerp
bijvoorbeeld kleren draagt met kleuren die lijken op de achtergrondkleur)
-
de lichtbron achter het onderwerp is te fel
-
het onderwerp glanst of weerspiegelt
-
het onderwerp heeft horizontale patronen, zoals bij jaloezieën het geval is
-
het onderwerp bevindt zich niet in het midden van het kader
De scherpstelvergrendeling gebruiken
Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. Wanneer
het onderwerp scherp in beeld is, kunt u het kader verschuiven
om de compositie aan te passen. Druk wanneer u klaar bent de
[Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.
•
Als u foto's maakt bij weinig licht
Schakel de itser
in. (pag. 52)
•
Als onderwerpen snel bewegen
Gebruik de functie
Serieopname of
Bewegingsopname.
(pag. 66)
De Smart Auto-modus gebruiken
…………………………… 33
De Programmamodus gebruiken
……………………………… 35
De modus Live Panorama gebruiken
………………………… 36
De modus Beeld in Beeld gebruiken
………………………… 38
De Scènemodus gebruiken
…………………………………… 39
De modus Magisch kader gebruiken
………………………… 40
De Beautyshot-modus gebruiken
……………………………… 40
De modus Intelligent portret gebruiken
……………………… 41
De modus Grappig gezicht gebruiken
………………………… 42
De Nachtmodus gebruiken
…………………………………… 43
De Filmmodus gebruiken
……………………………………… 45
De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken
……………… 46
Uitgebreide functies
Hier vindt u informatie over het maken van foto's en het opnemen van
video's door een modus te selecteren.
Uitgebreide functies
33
De Smart Auto-modus gebruiken
In de Smart Auto-modus kiest de camera automatisch camera-instellingen die bij het gedetecteerde type scène passen. De Smart Auto-modus is handig als u niet bekend bent
met de camera-instellingen voor de diverse scènes.
Symbool Beschrijving
Landschappen
Scènes met een helderwitte achtergrond
Landschappen 's nachts
Portretten 's nachts
Landschappen met tegenlicht
Portretten met tegenlicht
Portretten
Close-upfoto's van objecten
Close-upfoto's van tekst
Zonsondergangen
Heldere luchten
Bossen
Close-upfoto's van gekleurde onderwerpen
De camera is gestabiliseerd of op een statief geplaatst
(bij opnamen in het donker)
Onderwerpen die veel bewegen
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
S
.
3
Plaats het onderwerp in het kader.
•
De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram voor de
desbetreende scène wordt linksboven in het scherm weergegeven.
De pictogrammen worden hieronder weergegeven.
De Smart Auto-modus gebruiken
Uitgebreide functies
34
4
Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
5
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
•
Als de camera geen geschikte scènemodus detecteert, worden de
standaardinstellingen voor de Smart Auto-modus gebruikt.
•
Ook als er een gezicht wordt gedetecteerd, is het mogelijk dat de camera geen
portretmodus selecteert, afhankelijk van de positie van het onderwerp en de
lichtval.
•
Afhankelijk van de opnameomstandigheden, zoals het trillen van de camera, de
lichtval en de afstand tot het onderwerp, kan het voorkomen dat de camera de
juiste scène niet selecteert.
•
Zelfs als u een statief gebruikt, kan het voorkomen dat de camera de modus
niet detecteert als het onderwerp beweegt.
•
De batterij raakt sneller leeg omdat de instellingen vaker worden gewijzigd om
de juiste scène te selecteren.
Uitgebreide functies
35
De Programmamodus gebruiken
In de Programmamodus kunt u de meeste opties instellen, met uitzondering van de sluitertijd en de diafragmawaarde, die automatisch worden ingesteld door de camera.
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
p
.
3
Stel de gewenste opties in.
•
Zie 'Opnameopties' voor een lijst met opties. (pag. 48)
4
Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
5
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
Uitgebreide functies
36
De modus Live Panorama gebruiken
In de modus Live Panorama kunt u een brede panoramascène vastleggen in één foto. Maak een serie foto's en combineer deze om een panoramisch beeld te maken.
5
Houd de [Ontspanknop] ingedrukt en beweeg de camera langzaam
in de richting waarin de rest van de panoramaopname moet worden
vastgelegd.
•
Er worden pijltjes in de richting van de beweging weergegeven en de gehele
opnameafbeelding wordt weergegeven in het voorbeeldvak.
•
Wanneer de scènes zijn uitgelijnd, legt de camera de volgende foto
automatisch vast.
6
Wanneer u klaar bent, laat u de [Ontspanknop] los.
•
Wanneer u alle benodigde opnamen heeft vastgelegd, combineert de
camera deze tot één panoramafoto.
S
Opnamevoorbeeld
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
N
.
3
Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
•
Breng de camera op één lijn met de uiterste linker-, rechter-, onder- of
bovenkant van de scène die u wilt vastleggen.
4
Houd de [Ontspanknop] ingedrukt om de opname te starten.
De modus Live Panorama gebruiken
Uitgebreide functies
37
•
Voor de beste resultaten bij het vastleggen van panoramafoto's moet u het
volgende vermijden:
-
de camera te snel of te langzaam bewegen
-
de camera te weinig bewegen om het volgende beeld vast te leggen
-
de camera met ongelijkmatige snelheden bewegen
-
de camera schudden
-
opnemen op donkere locaties
-
bewegende onderwerpen in de buurt vastleggen
-
opnameomstandigheden waar de helderheid of kleur van het licht verandert
•
Gemaakte foto's worden automatisch opgeslagen en het opnemen wordt
gestopt onder de volgende omstandigheden:
-
als u de opnamerichting wijzigt wanneer u opneemt
-
als u de camera te snel beweegt
-
als u de camera niet beweegt
•
Als u de modus Live Panorama selecteert, worden de digitale en optische
zoomfuncties uitgeschakeld. Als u de Panoramamodus selecteert terwijl de lens
is ingezoomd, zoomt de camera automatisch uit naar de standaardpositie.
•
Bepaalde opnameopties zijn niet beschikbaar.
•
De camera kan de opname stoppen vanwege de compositie van de opname of
beweging van het onderwerp.
•
Mogelijk legt de camera de laatste scène niet volledig vast als u de
camerabeweging exact stopt op het punt waar u de scène wilt beëindigen. Als
u de volledige scène wilt vastleggen, beweegt u de camera iets verder dan het
punt waar u de scène wilt eindigen.
Uitgebreide functies
38
De modus Beeld in Beeld gebruiken
In de modus Beeld in beeld kunt u een achtergrondfoto op volledige grootte maken of selecteren en een kleinere foto invoegen op de voorgrond.
6
Druk op [
o
] en vervolgens op [
D
/
c
/
F
/
t
] om de grootte van
het invoegpunt te wijzigen.
7
Druk op [
o
] om de instelling op te slaan.
8
Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen en druk
vervolgens op de [Ontspanknop] om een foto te maken en in te
voegen.
•
Het venster voor invoegen wordt groter wanneer u de [Ontspanknop]
indrukt zodat u kunt bepalen of het onderwerp scherp in beeld is.
9
Als u de samengestelde foto wilt weergeven, drukt u op [
P
].
•
Druk op [
P
] om terug te gaan naar de opnamemodus.
•
Wanneer u achtergrondfoto's maakt, wordt de resolutie automatisch ingesteld
op
en worden alle gemaakte foto's opgeslagen.
•
De uiteindelijke Beeld in beeld-foto's worden opgeslagen als één gecombineerd
bestand en de ingevoegde foto's worden niet afzonderlijk opgeslagen.
•
Wanneer u een afbeelding invoegt, wordt de resolutie voor het gecombineerde
bestand automatisch ingesteld op
.
•
Wanneer u een achtergrondfoto vastlegt, wordt een foto die in de verticale
positie wordt vastgelegd, niet automatisch gedraaid.
•
De maximale grootte van het venster voor invoegen is 1/4 van het scherm en de
beeldverhouding blijft gelijk wanneer u de grootte aanpast.
•
De opties voor de scherpstelafstand zijn niet beschikbaar.
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
d
.
3
Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen en druk
vervolgens op de [Ontspanknop] om een achtergrondfoto te
maken.
•
Als u een achtergrondfoto wilt selecteren uit uw opgeslagen foto's, drukt u
op [
m
] en selecteert u
a
î‚“ Afbeelding selecteren î‚“ een gewenste
foto. U kunt geen videobestanden of foto's selecteren die zijn vastgelegd in
de modus Live Panorama.
4
Druk op [
o
] om de foto in te stellen als achtergrondafbeelding.
•
Als u een achtergrondfoto opnieuw wilt maken, drukt u op [
m
].
5
Druk op [
o
] en vervolgens op [
D
/
c
/
F
/
t
] om het
invoegpunt te wijzigen.
Terug Verpl.
Uitgebreide functies
39
De Scènemodus gebruiken
In de Scènemodus kunt u een foto maken met opties die al vooraf zijn ingesteld voor een bepaalde scène.
Optie Beschrijving
Landschap
Stillevens en landschapsfoto's maken.
Tekst
Tekst in drukwerk of elektronische documenten duidelijk
leesbaar vastleggen.
Zon onder
Zonsondergangen met natuurlijke rood- en geeltinten
vastleggen.
Dageraad
Zonsopgangen vastleggen.
Tegenl.
Onderwerpen met tegenlicht vastleggen.
Strand/sneeuw
Onderbelichting van onderwerpen beperken die wordt
veroorzaakt door zonlicht dat wordt gereecteerd door
zand of sneeuw.
•
Als u een scènemodus wilt wijzigen, drukt u op [
m
] en selecteert u
s
.
U kunt een van de weergegeven scènes selecteren.
4
Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
5
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
s
.
3
Selecteer een scène.
Magisch kader
Beautyshot
Intelligent portret
Grappig gezicht
Nacht
Landschap
Tekst
Optie Beschrijving
Magisch kader
Scènes met verschillende kadereecten vastleggen.
(pag. 40)
Beautyshot
Een portretfoto maken met opties voor het verhullen van
onzuiverheden op het gezicht. (pag. 40)
Intelligent portret
Automatisch close-upportretten van een individueel
onderwerp in een scène extraheren en opslaan. (pag. 41)
Grappig gezicht
hiermee kunt u een foto maken met grappige
gezichtseecten. (pag. 42)
Nacht
Scènes 's nachts of bij weinig licht vastleggen (het
gebruik van een statief wordt aanbevolen). (pag. 43)
De Scènemodus gebruiken
Uitgebreide functies
40
De Beautyshot-modus gebruiken
In de Beautyshot-modus kunt u een portret maken met opties voor het verdoezelen
van onzuiverheden op het gezicht.
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
s
î‚“ Beautyshot.
3
Druk op [
m
].
4
Selecteer
a
î‚“ Gezichtstint.
5
Selecteer een optie.
•
Verhoog bijvoorbeeld de instelling voor de gezichtstint om de huid lichter te
laten lijken.
Terug Verpl.
Niveau 2
6
Druk op [
m
].
De modus Magisch kader gebruiken
In de modus Magisch kader kunt u verschillende kadereecten toepassen op uw
foto's. De vorm en het uiterlijk van de foto's verandert afhankelijk van het kader dat
u selecteert.
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
s
î‚“ Magisch kader.
3
Druk op [
m
].
4
Selecteer
a
î‚“ Kader.
5
Selecteer een optie.
6
Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
7
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
De resolutie wordt automatisch ingesteld op .
De Scènemodus gebruiken
Uitgebreide functies
41
7
Selecteer
a
î‚“ Gezichtretouch..
8
Selecteer een optie.
•
Verhoog bijvoorbeeld de instelling voor gezichtsretouchering om meer
imperfecties te verbergen.
Terug
Verpl.
Niveau 2
9
Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
10
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
De scherpstelafstand wordt ingesteld op Auto macro.
De modus Intelligent portret gebruiken
In de modus Intelligent portret kunt u automatisch close-upportretten van een
individueel onderwerp in een scène extraheren en opslaan. Wanneer de camera
eenmaal een gezicht heeft gedetecteerd in de scène, vergroot hij het automatisch
en snijdt hij het beeld bij rond het gezicht. De camera slaat vervolgens de hele
scène en twee close-upportretten op als drie afzonderlijke bestanden.
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
s
î‚“ Intelligent portret.
3
Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
4
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
•
De originele foto en 2 bijgesneden foto's worden onmiddellijk op het scherm
weergegeven en opgeslagen onder opeenvolgende bestandsnamen.
De Scènemodus gebruiken
Uitgebreide functies
42
•
De modus Intelligent portret slaat alleen de originele foto op als:
-
er geen gezicht wordt gedetecteerd
-
er meer dan 2 gezichten worden gedetecteerd
-
het gedetecteerde oppervlak dat wordt ingenomen door het gezicht, groter is
dan een bepaald percentage
•
De bijgesneden foto's worden opgeslagen met dezelfde hoogte-
breedteverhouding (16:9) als de oorspronkelijke foto, of de omgekeerde hoogte-
breedteverhouding (9:16).
•
De scherpstelafstand wordt ingesteld op Auto macro.
De modus Grappig gezicht gebruiken
In de modus Grappig gezicht kunt u het gezicht van uw onderwerp vervormen met
grappige eecten.
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
s
î‚“ Grappig gezicht.
3
Richt de camera op het gezicht van het onderwerp.
•
De camera detecteert gezichten met de functie Gezichtsdetectie.
4
Druk op [
m
].
5
Selecteer
a
 Grappig eect  een grappig eect.
•
U kunt het gezicht met het toegepaste eect weergeven op het scherm.
Terug
Neus omhoog
Verpl.
De Scènemodus gebruiken
Uitgebreide functies
43
6
Druk op [
m
].
7
Selecteer
a
î‚“ Vervormingsniveau.
8
Het vervormingsniveau regelen.
9
Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
10
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
•
De modus Grappig gezicht werkt niet als de camera geen gezicht kan
detecteren.
•
Als de camera 2 of meer gezichten detecteert, wordt het eect alleen toegepast
op het gezicht dat zich het dichtst bij de camera bevindt.
•
In de modus Grappig gezicht zijn de opties voor de scherpstelafstand niet
beschikbaar.
De Nachtmodus gebruiken
In de Nachtmodus kunt u een lange sluitertijd gebruiken om de sluiter langer
open te laten staan. Gebruik een hogere diafragmawaarde om overbelichting te
voorkomen.
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
s
î‚“ Nacht.
3
Druk op [
m
].
4
Selecteer
a
î‚“ Lange sluitert..
5
Selecteer de diafragmawaarde of sluitersnelheid.
Terug
Verpl.
Lange sluitert.
Diafragmawaarde
Sluitertijd
De Scènemodus gebruiken
Uitgebreide functies
44
6
Selecteer een optie.
•
Als u AUTO selecteert, worden diafragma en sluitertijd automatisch
aangepast.
7
Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in
om scherp te stellen.
8
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
•
Gebruik een statief om onscherpe foto's te voorkomen.
•
In de modus Nacht zijn de scherpstelopties niet beschikbaar.
Uitgebreide functies
45
De Filmmodus gebruiken
In de Filmmodus kunt u video's met high-denition kwaliteit opnemen van maximaal 20 minuten. Wanneer het formaat van een video groter wordt dan 4 GB, stopt de camera
automatisch met opnemen zelfs als de maximale opnametijd nog niet is bereikt. De camera slaat opgenomen video's op als MJPEG-bestanden.
•
Als u geheugenkaarten gebruikt met lage schrijfsnelheden, slaat de camera video's mogelijk niet correct op. Video-opnamen zijn mogelijk beschadigd of worden niet correct
afgespeeld.
•
Geheugenkaarten met langzame schrijfsnelheden bieden geen ondersteuning voor video's met een hoge resolutie. Gebruik voor het opnemen van video's met een hoge resolutie
geheugenkaarten met een hogere schrijfsnelheid.
•
Als u de zoomfunctie gebruikt wanneer u een video opneemt, neemt de camera mogelijk het geluid van de zoomfunctie op. Gebruik de Sound Alive-functie om het geluid van de
zoomfunctie te beperken. Zie stap 7 en 8 hieronder.
8
Selecteer een optie.
Symbool Beschrijving
Sound Alive Aan: de Sound Alive-functie inschakelen om het
zoomgeluid te verminderen.
Sound Alive Uit: de Sound Alive-functie uitschakelen om het
zoomgeluid op te nemen.
Dempen: er wordt geen geluid opgenomen.
•
Blokkeer de microfoon niet wanneer u de functie Sound Alive gebruikt.
•
Opnamen die worden gemaakt met Sound Alive, kunnen anders klinken
dan de daadwerkelijke geluiden.
9
Stel de gewenste opties in.
•
Zie 'Opnameopties' voor een lijst met opties. (pag. 48)
10
Druk op de [Ontspanknop] om de opname te starten.
11
Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname te stoppen.
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
v
.
3
Druk op [
m
].
4
Selecteer
v
î‚“ Framesnelheid.
5
Selecteer een opnamesnelheid (het aantal frames per seconde).
•
Bij een hoger aantal frames doet de actie natuurlijker aan, maar wordt het
bestand ook groter.
6
Druk op [
m
].
7
Selecteer
v
î‚“ Sound Alive.
De Filmmodus gebruiken
Uitgebreide functies
46
Opnemen onderbreken
U kunt tijdens het opnemen van een video de opname tijdelijk onderbreken. Met
deze functie kunt u verschillende scènes opnemen in één video.
Stop Opnemen
•
Druk op [
o
] om de opname te onderbreken.
•
Druk op [
o
] om de opname te hervatten.
De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken
In de Intelligente scènedetectiemodus selecteert uw camera automatisch de juiste
camera-instellingen op basis van de scène die is gedetecteerd.
1
Druk in de opnamemodus op [
M
].
2
Selecteer
v
.
3
Druk op [
m
].
4
Selecteer
v
 Intelligente scènedetectie  Aan.
5
Plaats het onderwerp in het kader.
•
De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram voor de
desbetreende scène wordt linksboven in het scherm weergegeven.
De Filmmodus gebruiken
Uitgebreide functies
47
Symbool Beschrijving
Landschappen
Zonsondergangen
Heldere luchten
Bossen
6
Druk op de [Ontspanknop] om de opname te starten.
7
Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname te stoppen.
•
Als de camera geen geschikte scènemodus detecteert, worden de
standaardinstellingen voor de Intelligente scènedetectiemodus gebruikt.
•
Afhankelijk van de opnameomstandigheden, zoals het trillen van de camera, de
lichtval en de afstand tot het onderwerp, kan het voorkomen dat de camera de
juiste scène niet selecteert.
•
Smart lter-eecten zijn niet beschikbaar.
De resolutie en beeldkwaliteit selecteren
…… 49
De resolutie selecteren
………………………… 49
Een beeldkwaliteit selecteren
………………… 50
Timer gebruiken
………………………………… 51
Opnamen in het donker maken
……………… 52
Rode ogen voorkomen
………………………… 52
De itser gebruiken
…………………………… 52
De ISO-waarde aanpassen
……………………… 54
De scherpstelling aanpassen
…………………… 55
Macro gebruiken
……………………………… 55
Autofocus gebruiken
…………………………… 55
Het scherpstelgebied aanpassen
……………… 56
Meebewegende autofocus gebruiken
………… 57
Gezichtsdetectie gebruiken
…………………… 58
Gezichten detecteren
………………………… 58
Een zelfportret maken
………………………… 58
Een foto van een lachend gezicht maken
……… 59
Knipperende ogen detecteren
………………… 59
Tips voor gezichtsdetectie
……………………… 60
Helderheid en kleur aanpassen
……………… 61
De belichting handmatig aanpassen (EV)
…… 61
Compenseren voor tegenlicht (ACB)
…………… 62
De lichtmeetmethode wijzigen
……………… 63
Een instelling voor Witbalans selecteren
……… 64
Serieopnamen
…………………………………… 66
Eecten toepassen/beelden aanpassen
……… 67
Smart lter-eecten toepassen
………………… 67
Afbeeldingen aanpassen
……………………… 69
Opnameopties
Hier vindt u informatie over het instellen van de opties in de opnamemodus.
Opnameopties
49
De resolutie en beeldkwaliteit selecteren
Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de resolutie en beeldkwaliteit kunt aanpassen.
De videoresolutie instellen
1
Druk in de video-opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
v
î‚“ Filmformaat.
3
Selecteer een optie.
Symbool Beschrijving
1280 X 720 HQ: bestanden van hoge kwaliteit om af te spelen op
een HDTV.
640 X 480: bestanden om af te spelen op een analoge TV.
320 X 240: plaatsen op een webpagina.
v
De resolutie selecteren
Als u de resolutie verhoogt, zullen de foto's en video's meer pixels bevatten en
daardoor groter kunnen worden afgedrukt en weergegeven. Bij een hoge resolutie
neemt ook de bestandsgrootte toe.
De fotoresolutie instellen
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ Fotoformaat.
3
Selecteer een optie.
Symbool Beschrijving
4608 X 3456: afdrukken op A1-papier.
4608 X 3072: afdrukken op A1-papier in de verhouding 3:2
(breed).
4608 X 2592: afdrukken op A2-formaat in panoramaverhouding
(16:9) of weergeven op een HDTV.
3648 X 2736: afdrukken op A3-papier.
2592 X 1944: afdrukken op A4-papier.
1984 X 1488: afdrukken op A5-papier.
1920 X 1080: afdrukken op A5-formaat in panoramaverhouding
(16:9) of weergeven op een HDTV.
1024 X 768: bij een e-mail voegen.
Sps
De resolutie en beeldkwaliteit selecteren
Opnameopties
50
Een beeldkwaliteit selecteren
Een instelling voor de fotokwaliteit instellen. Een hogere beeldkwaliteit resulteert in
grotere bestanden. De camera comprimeert de foto's die u maakt en slaat deze op
in JPEG-indeling.
De fotokwaliteit instellen
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ Kwalit..
3
Selecteer een optie.
Symbool Beschrijving
Superhoog: foto's maken met superhoge kwaliteit.
Hoog: foto's maken met hoge kwaliteit.
Normaal: foto's maken met normale kwaliteit.
pds
De videokwaliteit instellen
De camera comprimeert de beelden die u opneemt en slaat ze op in de indeling
MJPEG.
1
Druk in de video-opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
v
î‚“ Framesnelheid.
3
Selecteer een optie.
Symbool Beschrijving
30 fps: 30 frames per seconde opnemen.
15 fps: 15 frames per seconde opnemen.
v
Opnameopties
51
Timer gebruiken
Hier vindt u informatie over hoe u de timer instelt om de opname met een vertraging te maken.
Spdsv
3
Druk op de [Ontspanknop] om de timer te starten.
•
De camera maakt na de ingestelde tijdsduur automatisch een foto.
•
Druk op de [Ontspanknop] of [
t
] om de timer te annuleren.
•
Afhankelijk van de geselecteerde opties voor gezichtsdetectie of voor
scherpstelgebied, is de timerfunctie mogelijk niet beschikbaar.
•
Als u opties voor serieopnamen instelt, zijn er geen timeropties beschikbaar.
1
Druk in de opnamemodus op [
t
].
Uit
2
Selecteer een optie.
Symbool Beschrijving
Uit: de zelfontspanner is niet actief.
10 sec: een foto maken na een vertraging van 10 seconden.
2 sec: een foto maken na een vertraging van 2 seconden.
Dubbel: een foto maken na een vertraging van 10 seconden en
nog een foto maken na een vertraging van 2 seconden.
Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare opties verschillen.
Opnameopties
52
Opnamen in het donker maken
Hier vindt u informatie over hoe u 's nachts of bij weinig licht foto's kunt maken.
De itser gebruiken
Gebruik de itser wanneer u foto's in het donker maakt of wanneer u meer licht in
de foto's wilt hebben.
1
Druk in de opnamemodus op [
F
].
Auto
2
Selecteer een optie.
Symbool Beschrijving
Uit:
•
Er wordt niet geitst.
•
De camera geeft een waarschuwing weer dat de camera
beweegt
wanneer u foto's maakt bij weinig licht.
Spds
Rode ogen voorkomen
Als de itser afgaat wanneer u in het donker een foto van een persoon maakt, kan
er een rode gloed in de ogen verschijnen. U kunt dit voorkomen door Rode ogen of
Anti-rode ogen te selecteren. Zie de itseropties in 'De itser gebruiken'.
S
Vóór correctie
S
Na correctie
ps
Opnamen in het donker maken
Opnameopties
53
Symbool Beschrijving
Auto: de itser wordt automatisch gebruikt wanneer het
onderwerp of de achtergrond donker is.
Auto: in de modus Smart Mode selecteert de camera een
geschikte itseroptie voor de gedetecteerde scène.
Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare opties verschillen.
•
Er zijn geen itseropties beschikbaar bij serieopnamen of als u Zelfportret of
Knipperen selecteert.
•
Zorg ervoor dat uw onderwerp zich binnen de aanbevolen afstand van de itser
bevindt. (pag. 113)
•
Als licht van de itser wordt gereecteerd of als er veel stof in de lucht is, kunnen
er kleine vlekjes op de foto komen.
Symbool Beschrijving
Anti-rode ogen:
•
De itser gaat twee keer af wanneer het onderwerp of de
achtergrond donker is. De camera corrigeert rode ogen via
geavanceerde softwareanalyse.
•
Er zit een korte tijd tussen de twee itsen. Beweeg de camera
niet totdat de tweede its is uitgevoerd.
Langz sync:
•
Er wordt geitst en de sluiter blijft langer open.
•
Deze optie wordt aanbevolen wanneer u het omgevingslicht
wilt gebruiken om meer details in de achtergrond zichtbaar te
maken.
•
Gebruik een statief om te voorkomen dat de foto's onscherp
worden.
•
De camera geeft een waarschuwing weer dat de camera
beweegt
wanneer u foto's maakt bij weinig licht.
Invulits:
•
Er wordt altijd geitst.
•
De camera past automatisch de intensiteit van het licht aan.
Rode ogen:
•
De itser gaat twee keer af als het onderwerp of de achtergrond
te donker is om het rode-ogeneect te verminderen.
•
Er zit een korte tijd tussen de twee itsen. Beweeg de camera
niet totdat de tweede its is uitgevoerd.
Opnamen in het donker maken
Opnameopties
54
De ISO-waarde aanpassen
De ISO-waarde is een eenheid voor de mate waarin lm gevoelig is voor licht,
zoals gedenieerd door de International Organization for Standardization (ISO).
Hoe hoger de ISO-waarde, des te gevoeliger wordt de camera voor licht. Gebruik
een hogere ISO-waarde om betere foto's te maken en bewegingsonscherpte te
voorkomen wanneer u de itser niet gebruikt.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ ISO.
3
Selecteer een optie.
•
Selecteer om een geschikte ISO-waarde te gebruiken op basis van de
helderheid van het onderwerp en de lichtval.
Hogere ISO-waarden kunnen zorgen voor meer ruis in beelden.
p
Opnameopties
55
De scherpstelling aanpassen
Hier vindt u informatie over het aanpassen van de scherpstelling van de camera om deze aan te passen aan het onderwerp en de opnameomstandigheden.
Autofocus gebruiken
Om scherpe foto's te maken, selecteert u de scherpsteloptie die bij de afstand tot
het onderwerp past.
1
Druk in de opnamemodus op [
c
].
Normaal (AF)
Spsv
Macro gebruiken
Gebruik macro om foto's van dichtbij te maken, bijvoorbeeld van bloemen of
insecten.
•
Probeer de camera stevig vast te houden, om te voorkomen dat de foto's
onscherp worden.
•
Schakel de itser uit als de afstand tot het onderwerp minder dan 40 cm
bedraagt.
psv
De scherpstelling aanpassen
Opnameopties
56
Het scherpstelgebied aanpassen
U kunt betere foto's krijgen door een scherpstelgebied te kiezen op basis van de
locatie van het onderwerp in de scène.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ Scherpstelgebied.
3
Selecteer een optie.
Symbool Beschrijving
Centrum AF: scherpstellen op het midden van het kader (voor
onderwerpen die zich in het midden of in de buurt van het
midden bevinden).
Multi AF: scherpstellen op een of meer van 9 mogelijke gebieden.
Tracking AF: stel scherp op en beweeg mee met het onderwerp.
(pag. 57)
Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare opties verschillen.
ps
2
Selecteer een optie.
Symbool Beschrijving
Normaal (AF): scherpstellen op een onderwerp dat zich op een
afstand van meer dan 80 cm van de lens bevindt. Of op een
afstand van 250 cm of meer, wanneer u gebruikmaakt van de
zoom.
Macro: Scherpstellen op een onderwerp op 5-80 cm. 100-250 cm
wanneer u de zoom gebruikt.
Auto macro:
•
Scherpstellen op een onderwerp dat zich op een afstand van
meer dan 5 cm van de lens bevindt. Of op een afstand van
100 cm of meer, wanneer u gebruikmaakt van de zoom.
•
Auto macro wordt in sommige modi automatisch ingesteld.
U kunt de optie niet handmatig instellen.
Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare opties verschillen.
De scherpstelling aanpassen
Opnameopties
57
4
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
•
Als u geen scherpstelgebied selecteert, wordt het scherpstelkader weergegeven
in het midden van het scherm.
•
Het volgen van een onderwerp kan in de volgende gevallen mislukken:
-
het onderwerp is te klein
-
het onderwerp beweegt te veel
-
er is sprake van tegenlicht of u maakt foto's op een donkere plaats
-
kleuren of patronen van het onderwerp komen overeen met de achtergrond
-
het onderwerp heeft horizontale patronen, zoals bij jaloezieën het geval is
-
de camera trilt erg
•
Wanneer tracking mislukt, wordt de functie gereset.
•
Als de camera het onderwerp niet volgt, moet u het te volgen onderwerp
opnieuw selecteren.
•
Als de camera niet kan scherpstellen, wordt het scherpstelkader rood
weergegeven en wordt de scherpstelling gereset.
•
Als u deze functie gebruikt, is het niet mogelijk om de opties voor
Gezichtsdetectie, Timer, Intelli-zoom en Smart lter in te stellen.
Meebewegende autofocus gebruiken
Met Aanraak AF kunt u het onderwerp volgen en automatisch scherp in beeld
houden, ook wanneer u beweegt.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ Scherpstelgebied î‚“ Tracking AF.
3
Stel scherp op het onderwerp dat u wilt volgen en druk op [
o
].
•
Er verschijnt een scherpstelkader rond het onderwerp dat het onderwerp
volgt als u de camera beweegt.
•
Een wit kader betekent dat de camera het onderwerp volgt.
•
Een groen kader wanneer u de [Ontspanknop] half indrukt, betekent dat het
onderwerp scherp in beeld is.
•
Het rode kader betekent dat de camera niet heeft kunnen scherpstellen.
p
Opnameopties
58
Gezichtsdetectie gebruiken
Bij gebruik van de opties voor Gezichtsdetectie worden de gezichten van mensen automatisch door de camera gedetecteerd. Wanneer u op een menselijk gezicht scherpstelt,
past de camera de belichting automatisch aan. Gebruik Knipperen om gesloten ogen te detecteren of Smile shot om een lachend gezicht op te nemen.
ps
Een zelfportret maken
Maak foto's van uzelf. De camera stelt de scherpstelafstand in op close-up en geeft
een pieptoon weer wanneer dit gereed is.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ Gezichtsdetectie î‚“ Zelfportret.
3
Stel de opname samen met de lens naar u toe gericht.
4
Wanneer u een korte piep hoort, drukt u op de [Ontspanknop].
Wanneer gezichten zich in het midden
bevinden, piept de camera snel.
Als u Volume uitschakelt in de geluidsinstellingen, geeft de camera geen pieptoon
weer. (pag. 95)
Gezichten detecteren
De camera kan automatisch maximaal 10 gezichten in een scène detecteren.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ Gezichtsdetectie î‚“ Normaal.
Het gezicht dat zich het dichtst
bij de camera of het dichtst bij
het midden van de scène bevindt,
wordt weergegeven in een wit
scherpstelkader en de overige
gezichten worden weergegeven in
grijze scherpstelkaders.
Hoe dichter u bij de onderwerpen bent, des te sneller de camera gezichten
detecteert.
Gezichtsdetectie gebruiken
Opnameopties
59
Een foto van een lachend gezicht maken
De camera neemt automatisch een foto wanneer er een lachend gezicht wordt
gedetecteerd.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ Gezichtsdetectie î‚“ Smile shot.
3
Stel de opname samen.
•
De camera neemt automatisch een foto wanneer er een lachend gezicht
wordt gedetecteerd.
De camera herkent de lach eerder
wanneer het onderwerp breeduit lacht.
Knipperende ogen detecteren
Als de camera gesloten ogen detecteert, worden er automatisch 2 foto's na elkaar
gemaakt.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ Gezichtsdetectie î‚“ Knipperen.
Gezichtsdetectie gebruiken
Opnameopties
60
Tips voor gezichtsdetectie
•
Wanneer de camera een gezicht detecteert, wordt het gedetecteerde gezicht
automatisch gevolgd.
•
Gezichtsdetectie is mogelijk in de volgende gevallen niet eectief:
-
de afstand tussen de camera en het onderwerp is te groot (het scherpstelkader
wordt oranje weergegeven voor Smile shot en Knipperen)
-
het is te licht of te donker
-
het onderwerp kijkt niet in de richting van de camera
-
het onderwerp draagt een zonnebril of een masker
-
de gezichtsuitdrukking van het onderwerp verandert drastisch
-
het onderwerp heeft tegenlicht of de lichtomstandigheden zijn veranderlijk
•
Gezichtsdetectie is niet beschikbaar als u Smart lter-eecten, Beeld aanpassen of
Tracking AF instelt.
•
Afhankelijk van de opname-instellingen kunnen de beschikbare opties voor
gezichtsdetectie verschillen.
•
Afhankelijk van de geselecteerde opties voor gezichtsdetectie, is de timerfunctie
mogelijk niet beschikbaar.
•
Als opties voor gezichtsdetectie instelt, wordt het AF-gebied automatisch
ingesteld op Multi AF.
•
Afhankelijk van de opties voor gezichtsdetectie die u hebt geselecteerd, zijn
opties voor serieopnamen mogelijk niet beschikbaar.
Opnameopties
61
Helderheid en kleur aanpassen
Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de helderheid en kleur kunt aanpassen om een betere beeldkwaliteit te bereiken.
3
Selecteer een waarde om de belichting aan te passen.
•
De foto wordt lichter naarmate de belichting wordt verhoogd.
•
Als u de waarde voor de belichting aanpast, wordt het pictogram als volgt
weergegeven.
4
Druk op [
o
] om uw instellingen op te slaan.
•
Nadat u de belichting hebt aangepast, wordt deze instelling automatisch
opgeslagen. Mogelijk moet dit later weer worden aangepast om onder- of
overbelichting te voorkomen.
•
Als u niet weet wat de juiste belichting zou zijn, selecteert u AEB (Auto Exposure
Bracket). De camera neemt 3 foto's achter elkaar, elk met een andere belichting:
normaal, onderbelicht en overbelicht. (pag. 66)
De belichting handmatig aanpassen (EV)
Afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht kunnen foto's te licht of te
donker uitvallen. U kunt dan de belichting aanpassen om een beter resultaat te
krijgen.
S
Donkerder (-)
S
Neutraal (0)
S
Helderder (+)
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
of
v
î‚“ EV.
pv
Helderheid en kleur aanpassen
Opnameopties
62
3
Selecteer een optie.
Symbool Beschrijving
Uit: ACB (Automatische contrastverbetering) is uitgeschakeld.
Aan: ACB (Automatische contrastverbetering) is uitgeschakeld.
•
De ACB-functie is altijd ingeschakeld in de modus Smart Auto.
•
De functie ACB is niet beschikbaar wanneer u opties voor serieopnamen of
Smart lter instelt.
Compenseren voor tegenlicht (ACB)
Wanneer de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt, of als er een groot
contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond, komt het onderwerp
waarschijnlijk donker op de foto. Stel in dit geval de optie Automatische
contrastverbetering (ACB) in.
S
Zonder ACB
S
Met ACB
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ ACB.
p
Helderheid en kleur aanpassen
Opnameopties
63
Symbool Beschrijving
Centr. gewogen:
•
De camera bepaalt een gemiddelde voor de lichtmeting van
het gehele beeld, maar met nadruk op het midden.
•
Geschikt voor foto's waarbij het onderwerp zich in het midden
van het beeld bevindt.
De lichtmeetmethode wijzigen
De lichtmetingsmodus heeft betrekking op de manier waarop een camera de
hoeveelheid licht meet. De helderheid en belichting van de foto's varieert met de
gekozen lichtmeetmethode.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
of
v
î‚“ L.meting.
3
Selecteer een optie.
Symbool Beschrijving
Multi:
•
De camera verdeelt het frame onder in diverse gebieden en
meet de lichtintensiteit in elk gebied.
•
Geschikt voor algemene foto's.
Spot:
•
De camera meet alleen de lichtintensiteit in het uiterste midden
van het kader.
•
Als een onderwerp zich niet midden in het beeld bevindt, kan
de foto verkeerd belicht worden.
•
Geschikt voor een onderwerp met tegenlicht.
pv
Helderheid en kleur aanpassen
Opnameopties
64
Een instelling voor Witbalans selecteren
De kleuren in een foto zijn afhankelijk van het soort lichtbron en de kwaliteit
daarvan. Als u wilt dat uw foto's realistische kleuren hebben, selecteert u een
witbalansinstelling die geschikt is voor de lichtomstandigheden, zoals Auto
witbalans, Daglicht, Bewolkt of Kunstlicht.
Auto witbalans
Daglicht
Bewolkt
Kunstlicht
pv
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
of
v
î‚“ Witbalans.
3
Selecteer een optie.
Symbool Beschrijving
Auto witbalans: automatisch de witbalans instellen op basis van
de lichtomstandigheden.
Daglicht: voor foto's buitenshuis op een zonnige dag.
Bewolkt: voor foto's buitenshuis op een bewolkte dag of in de
schaduw.
TL-licht H: voor foto's bij daglichtlampen of drie-
weguorescentielampen.
TL-licht L: voor foto's bij wit TL-licht.
Kunstlicht: voor foto's binnenshuis bij gloeilamp- of
halogeenlampverlichting.
Meten: sluiter: instellingen voor de witbalans gebruiken die u
hebt ingesteld. (pag. 65)
Helderheid en kleur aanpassen
Opnameopties
65
Uw eigen witbalansinstelling congureren
U kunt de witbalans aanpassen door een foto te maken van een wit oppervlak, zoals
een stuk papier, onder de lichtomstandigheden waarin u een foto wilt maken. De
functie voor witbalans helpt u om de kleuren in uw foto te laten overeenkomen met
de werkelijke scène.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
of
v
î‚“ Witbalans î‚“ Meten: sluiter.
3
Richt de lens op een wit stuk papier en druk op de [Ontspanknop].
Opnameopties
66
Serieopnamen
Het kan lastig zijn foto's te maken van snel bewegende onderwerpen, of natuurlijke gezichtsuitdrukkingen en gebaren van uw onderwerpen in foto's vast te leggen. Het kan
ook moeilijk zijn om de belichting correct aan te passen en een juiste belichtingsbron te selecteren. Selecteer in deze gevallen een van de modi voor serieopnamen.
p
Symbool Beschrijving
AEB:
•
3 foto's achter elkaar maken, elk met een andere belichting.
normaal, onderbelicht en overbelicht.
•
Het maken van de foto kan langer duren. Gebruik een statief
voor optimale resultaten.
•
U kunt de itser, timer, ACB en Smart lter alleen gebruiken wanneer u
1 opname selecteert.
•
Als u Bewegingsopname selecteert, stelt de camera de resolutie in op en de
ISO-waarde op Auto.
•
Afhankelijk van de geselecteerde optie voor gezichtsdetectie zijn bepaalde
opnameopties niet beschikbaar.
•
Het kan langer duren om de foto's op te slaan afhankelijk van de capaciteit en
prestaties van de geheugenkaart.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ Snelheid.
3
Selecteer een optie.
Symbool Beschrijving
1 opname: één foto maken. (1 opname is niet een optie voor
serieopnamen.)
Serieopname:
•
Terwijl u de [Ontspanknop] ingedrukt houdt, blijft de camera
achter elkaar foto's maken.
•
Het maximumaantal foto's is afhankelijk van de capaciteit van
de geheugenkaart.
Bewegingsopname: terwijl u de [Ontspanknop] ingedrukt
houdt, maakt de camera
-foto's (6 foto's per seconde; met een
maximum van 30 foto's).
Opnameopties
67
Eecten toepassen/beelden aanpassen
Beschikbare lters bij het vastleggen van een foto
Symbool Beschrijving
Normaal: geen eect
Miniatuur: een eect toepassen om het onderwerp in miniatuur
weer te geven. (De boven- en onderkant van de foto worden wazig
gemaakt.)
Vignetten: retro-kleuren, een hoog contrast en sterke vignettering
van Lomo-camera's toepassen.
Halftoonstip: een halftooneect toepassen.
Schets: een schetseect van een pen toepassen.
Visoog: de randen van het frame donker maken en objecten
vervormen om de visuele eecten van een vissenooglens te imiteren.
Anti-nevel: de afbeelding duidelijker maken.
Klassiek: een zwart-witeect toepassen.
Retro: een sepiatinteect toepassen.
Negatief: het eect van een negatielm toepassen.
•
Afhankelijk van de optie die u selecteert, kan het fotoformaat automatisch
worden gewijzigd in
of kleiner.
•
Als u intelligente ltereecten instelt, kunt u de opties voor ACB, Burst-opties,
opties voor Afbeelding aanpassen, intelligent zoomen of Tracking AF niet
gebruiken.
Smart lter-eecten toepassen
Pas verschillende ltereecten toe op uw foto's en video's om unieke afbeeldingen
te maken.
Miniatuur Vignetten
Visoog Schets
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
of
v
 Smart lter.
3
Selecteer een eect.
pv
Eecten toepassen/beelden aanpassen
Opnameopties
68
•
Als u Miniatuur selecteert, wordt de afspeelsnelheid verhoogd.
•
Als u Miniatuur selecteert, kunt u geen geluid voor de video opnemen.
•
Afhankelijk van de optie die u selecteert, kan de opnameresolutie automatisch
worden gewijzigd in
of lager.
Beschikbare lters tijdens het opnemen van een video
Symbool Beschrijving
Normaal: geen eect
Paleteect 1: een heldere look maken met een scherp contrast en
sterke kleur.
Paleteect 2: scènes helder en duidelijk maken.
Paleteect 3: een zachte bruine tint toepassen.
Paleteect 4: een koud en eenkleurig eect toepassen.
Miniatuur: een tilt-shifteect toepassen om het onderwerp in
miniatuur weer te geven.
Vignetten: retro-kleuren, een hoog contrast en sterke vignettering
van Lomo-camera's toepassen.
Visoog: objecten die in de buurt zijn, vervormen om de visuele
eecten van een vissenooglens te imiteren.
Anti-nevel: de afbeelding duidelijker maken.
Klassiek: een zwart-witeect toepassen.
Retro: een sepiatinteect toepassen.
Negatief: het eect van een negatielm toepassen.
Eecten toepassen/beelden aanpassen
Opnameopties
69
Afbeeldingen aanpassen
U kunt de scherpte, kleurverzadiging en het contrast van uw foto's aanpassen.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
î‚“ Beeld aanpassen.
3
Selecteer een optie.
•
Contrast
•
Scherpte
•
Kleurverz.
-2 -1 0 +1 +2
-2 -1 0 +1 +2
-2 -1 0 +1 +2
Beeld aanpassen
Contrast
Scherpte
Kleurverz.
Terug
Verpl.
p
4
Druk op [
F
/
t
] om de waarden aan te passen.
Contrast Beschrijving
–
De kleuren en helderheid verlagen.
+
De kleuren en helderheid verhogen.
Scherpte Beschrijving
–
De randen van uw foto's verzachten (geschikt voor
fotobewerking op de computer).
+
Randen verscherpen om de foto duidelijker te maken.
(Hierdoor kan ook de beeldruis in de foto's toenemen.)
Kleurverzadiging Beschrijving
–
De kleurverzadiging verlagen.
+
De kleurverzadiging verhogen.
5
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
•
Selecteer 0 als u geen eect wilt toepassen (geschikt voor afdrukken).
•
Als u aanpassingsfuncties instelt, kunt u de opties voor Smart lter en
gezichtsherkenning niet gebruiken.
Foto's of video's weergeven in de
afspeelmodus
…………………………………… 71
De afspeelmodus starten
……………………… 71
Foto's weergeven
……………………………… 76
Een video afspelen
……………………………… 78
Foto's bewerken
………………………………… 80
Het formaat van foto's wijzigen
………………… 80
Een foto draaien
………………………………… 81
Een close-upportret maken
…………………… 81
Smart lter-eecten toepassen
………………… 82
Foto's aanpassen
……………………………… 83
Bestanden naar een computer overbrengen
… 85
Bestanden naar een Windows-computer
overbrengen
…………………………………… 85
Bestanden naar een Mac-computer
overbrengen
…………………………………… 86
Programma's op een computer gebruiken
…… 88
i-Launcher installeren
………………………… 88
i-Launcher gebruiken
………………………… 89
Afspelen/bewerken
Hier vindt u informatie over hoe u foto's of video's afspeelt en u foto's bewerkt. Ook leest u hier hoe u de camera op
een computer aansluit.
Afspelen/bewerken
71
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt afspelen en hoe u bestanden beheert.
Fotobestandsinformatie
Actief geheugen
Bestandsgegevens
Symbool Beschrijving
Beveiligd bestand
Mapnaam – Bestandsnaam
Als u bestandsgegevens op het scherm wilt weergeven, drukt u op [
D
].
De afspeelmodus starten
Bekijk foto's en video's die op de camera zijn opgeslagen.
1
Druk op [
P
].
•
Het recentste bestand wordt weergegeven.
•
Als de camera is uitgeschakeld, wordt deze ingeschakeld en wordt het
recentste bestand weergegeven.
2
Druk op [
F
/
t
] om door de bestanden te scrollen.
•
Houd [
F
/
t
] ingedrukt om snel door de bestanden te scrollen.
•
Als u bestanden in het interne geheugen wilt weergeven, verwijdert u de
geheugenkaart.
•
U kunt bestanden die zijn opgenomen met andere camera's, mogelijk
niet bewerken of afspelen, wegens niet-ondersteunde formaten
(afbeeldingsformaat, enzovoort) of codecs. Gebruik een computer of ander
apparaat om deze bestanden te bewerken of af te spelen.
•
Foto's of video's die zijn vastgesteld in de staande stand, worden niet
automatisch gedraaid en worden weergegeven in de liggende stand op de
camera en andere apparaten.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Afspelen/bewerken
72
Bestanden als miniatuur weergeven
Bekijk miniaturen van bestanden.
Druk in de afspeelmodus op [
-
] om de miniaturen weer te geven
(3 tegelijk). Duw nog een of twee keer op [
-
] om meer miniaturen weer
te geven (9 of 20 tegelijk). Druk op [
+
] om terug te keren naar de vorige
weergave.
Filter
Functie Beschrijving
Door bestanden scrollen
Druk op [
D
/
c
/
F
/
t
].
Bestanden verwijderen
Druk op [
f
] en selecteer Ja.
Videobestandsinformatie
Afspelen Vastleggen
Symbool Beschrijving
v
Videobestand
Beveiligd bestand
Mapnaam – Bestandsnaam
Lengte van de video
Als u bestandsinformatie wilt weergeven op het scherm, drukt u op [
D
].
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Afspelen/bewerken
73
3
Druk op [
F
/
t
] om door de bestanden te scrollen.
•
Houd [
F
/
t
] ingedrukt om snel door de bestanden te scrollen.
4
Druk op [
o
] om terug te gaan naar de normale weergave.
•
Etc wordt weergegeven in de weergave voor Kleur als de camera een kleur niet
kan extraheren.
•
Als u de categorie wijzigt, kan het enige tijd duren voordat de camera de
bestanden opnieuw indeelt, afhankelijk van het aantal bestanden.
Bestanden weergeven op categorie
Geef bestanden weer op categorie, zoals datum, gezicht of bestandstype.
1
Druk in de afspeelmodus op [
-
] î‚“ [
m
].
2
Selecteer een categorie.
Type
Datum
Kleur
Week
Terug Instellen
Optie Beschrijving
Type
Bestanden weergeven op bestandstype.
Datum
Bestanden weergeven op volgorde van opslagdatum.
Kleur
Hiermee worden bestanden gesorteerd op de dominante
kleur in het beeld weergegeven.
Week
Bestanden weergeven op volgorde van de weekdag waarop
ze zijn opgeslagen.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Afspelen/bewerken
74
Bestanden wissen
Selecteer bestanden die u wilt verwijderen in de afspeelmodus.
Eén bestand verwijderen
U kunt één bestand selecteren en dit verwijderen.
1
Selecteer een bestand in de afspeelmodus en druk op [
f
].
2
Wanneer het pop-upbericht wordt weergegeven, selecteert u Ja.
Een bestand beveiligen
U kunt bestanden beveiligen om te voorkomen dat ze per ongeluk worden gewist.
1
Druk in de afspeelmodus op [
m
].
2
Selecteer
u
î‚“ Beveiligen î‚“ Select..
•
Als u alle bestanden wilt beveiligen, selecteert u Alles î‚“ Vergrendel.
3
Scroll naar het bestand dat u wilt beveiligen en druk op [
o
].
•
Druk nogmaals op [
o
] om de selectie te annuleren.
Select. Instellen
Pictogram Beveiligd
bestand
4
Druk op [
f
].
U kunt een beveiligd bestand niet verwijderen of draaien.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Afspelen/bewerken
75
Meerdere bestanden verwijderen
U kunt meerdere bestanden selecteren en deze tegelijk verwijderen.
1
Druk in de afspeelmodus op [
f
].
2
Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Meer wissen.
•
U kunt ook meerdere bestanden verwijderen in de afspeelmodus door op
[
m
] te drukken en
u
î‚“ Wissen î‚“ Select. te selecteren.
3
Scroll naar de bestanden die u wilt verwijderen en druk op [
o
].
•
Druk nogmaals op [
o
] om de selectie te annuleren.
4
Druk op [
f
].
5
Wanneer het pop-upbericht wordt weergegeven, selecteert u Ja.
Alle bestanden verwijderen
U kunt alle bestanden selecteren en deze tegelijk verwijderen.
1
Druk in de afspeelmodus op [
m
].
2
Selecteer
u
î‚“ Wissen î‚“ Alles.
3
Wanneer het pop-upbericht wordt weergegeven, selecteert u Ja.
•
Alle niet-beveiligde bestanden worden verwijderd.
Bestanden naar een geheugenkaart kopiëren
Kopieer bestanden van het interne geheugen naar een geheugenkaart.
1
Druk in de afspeelmodus op [
m
].
2
Selecteer
u
î‚“ Kopie.
3
Wanneer het pop-upbericht wordt weergegeven, selecteert u Ja.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Afspelen/bewerken
76
Functie Beschrijving
Het vergrote gebied
v
erplaatsen
Druk op [
D
/
c
/
F
/
t
].
De vergrote foto
bijsnijden
Druk op [
o
] en selecteer Ja. (De bijgesneden
foto wordt opgeslagen als een nieuw bestand. De
oorspronkelijke foto blijft in zijn oorspronkelijke vorm
bewaard.)
Als u foto's weergeeft die zijn gemaakt met een andere camera, kan de
zoomverhouding verschillen.
Foto's weergeven
Vergroot een deel van een foto of geef foto's weer als diashow.
Een foto vergroten
Druk in de afspeelmodus op [
+
] om een deel van de foto te vergroten.
Druk op [
-
] om uit te zoomen.
Vergroot gebied
Bijsnijden
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Afspelen/bewerken
77
Een diashow afspelen
Eecten en audio toevoegen aan een diashow met uw foto's. De diashowfunctie
werkt niet voor video's.
1
Druk in de afspeelmodus op [
m
].
2
Selecteer
C
.
3
Selecteer een eect voor de diashow.
•
Ga naar stap 4 als u een diashow zonder eecten wilt starten.
* Standaard
Optie Beschrijving
Starten
Instellen of de diashow wordt herhaald. (Afspelen, Herhalen)
Foto's
De foto's instellen die u als diashow wilt weergeven.
•
Alles*: alle foto's in een diashow weergeven.
•
Datum: alle foto's van een specieke datum in een diashow
weergeven.
•
Select.: geselecteerde foto's in een diashow weergeven.
Interval
•
Het interval tussen foto's instellen.
(1 sec*, 3 sec, 5 sec, 10 sec)
•
U moet de optie Eect instellen op Uit om een interval in
te stellen.
Muziek
Achtergrondmuziek instellen.
Panoramafoto's weergeven
Bekijk foto's die zijn gemaakt in de modus Live Panorama.
1
Druk in de afspeelmodus op [
F
/
t
] om naar de gewenste
panoramafoto te scrollen.
•
De volledige panoramafoto wordt weergegeven op het scherm.
2
Druk op [
o
].
•
De camera scrollt automatisch van links naar rechts door de foto voor een
horizontale panoramafoto en van boven naar beneden voor een verticale
panoramafoto. De camera schakelt vervolgens over naar de afspeelmodus.
•
Druk tijdens het weergeven van een panoramafoto op [
o
] om te pauzeren
of hervatten.
•
Druk nadat u het weergeven van een panoramafoto hebt gepauzeerd, op
[
D
/
c
/
F
/
t
] om de foto horizontaal of verticaal te bewegen, afhankelijk
van de richting waarin u bewoog tijdens het maken van de foto.
3
Druk op [
m
] om terug te gaan naar de afspeelmodus.
U kunt de panoramafoto alleen afspelen door op [
o
] te drukken als de langste
rand van de foto twee of meer keer langer is dan de kortste rand.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Afspelen/bewerken
78
Een video afspelen
In de afspeelmodus kunt u een video weergeven en vervolgens delen van de
afgespeelde video opnemen.
1
Selecteer een video in de afspeelmodus en druk op [
o
].
2
Geef de video weer.
Pauze Stop
Functie Beschrijving
Terugspoelen
Druk op [
F
].
Het afspelen onderbreken of
hervatten
Druk op [
o
].
Vooruitspoelen
Druk op [
t
].
Het volume aanpassen
Druk op [
-
] of [
+
].
* Standaard
Optie Beschrijving
Eect
•
Een scèneovergangseect instellen tussen foto's.
(Uit*, Kalm, Zonnig, Ontspannen, Levendig, Zacht)
•
Selecteer Uit om de eecten te annuleren.
•
Als u de optie Eect gebruikt, wordt het interval tussen
foto's ingesteld op 1 seconde.
4
Selecteer Starten î‚“ Afspelen.
•
Selecteer Herhalen om de diashow te herhalen.
5
Geef de diashow weer.
•
Druk op [
o
] om de diashow te onderbreken.
•
Druk nogmaals op [
o
] om de diashow te hervatten.
•
Druk op [
o
] en druk op [
F
/
t
] om de diashow te stoppen en terug te gaan
naar de afspeelmodus.
•
Druk op [
-
] of [
+
] om het volumeniveau aan te passen.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Afspelen/bewerken
79
Afzonderlijke beelden uit een video opslaan
1
Druk tijdens het afspelen van een video op [
o
] op het punt waarop
u een beeld wilt opnemen.
2
Druk op [
c
].
•
De resolutie van het opgenomen beeld is gelijk aan die van de originele video.
•
Het opgenomen beeld wordt als nieuw bestand opgeslagen.
Afspelen/bewerken
80
Foto's bewerken
Hier vindt u informatie over het bewerken van foto's.
•
De camera slaat bewerkte foto's op als nieuwe bestanden.
•
Wanneer u foto's bewerkt, converteert de camera deze automatisch naar een lagere resolutie. Foto's die handmatig worden gedraaid, worden niet automatisch geconverteerd naar
een lagere resolutie.
•
Foto's die zijn vastgelegd in bepaalde modi, kunnen niet worden bewerkt.
4
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
De beschikbare opties voor formaat wijzigen verschillen, afhankelijk van het
originele formaat van de foto.
Het formaat van foto's wijzigen
U kunt het formaat van een foto wijzigen en de foto als een nieuw bestand opslaan.
U kunt instellen dat een foto wordt weergegeven wanneer de camera wordt
ingeschakeld.
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [m].
2
Selecteer
e
î‚“ Res.wijz.
3
Selecteer een optie.
•
Selecteer Beginafb. om de foto als een beginafbeelding op te slaan. (pag. 95)
Terug Verpl.
1984 X 1488
Foto's bewerken
Afspelen/bewerken
81
Een foto draaien
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [
m
].
2
Selecteer
e
î‚“ Draaien.
3
Selecteer een optie.
Terug Verpl.
Rechts 90 gr.
4
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
De camera overschrijft het originele bestand.
Een close-upportret maken
Het gezicht van een individueel onderwerp extraheren uit een bestaande foto.
1
Selecteer in de afspeelmodus een foto en druk op [
m
].
2
Selecteer
e
î‚“ Intelligent portret.
3
Selecteer Opslaan om de foto bij te snijden rond het gedetecteerde
gezicht.
•
2 bijgesneden portretten worden opgeslagen met opeenvolgende
bestandsnamen.
Opslaan
Terug
Verpl.
De functie Intelligent portret functioneert niet als:
-
er geen gezicht wordt gedetecteerd
-
er meer dan 2 gezichten worden gedetecteerd
-
het gedetecteerde oppervlak dat wordt ingenomen door het gezicht, groter is
dan een bepaald percentage
Foto's bewerken
Afspelen/bewerken
82
Symbool Beschrijving
Vignetten: retro-kleuren, een hoog contrast en sterke
vignettering van Lomo-camera's toepassen.
Halftoonstip: een halftooneect toepassen.
Schets: een schetseect van een pen toepassen.
Visoog: objecten die in de buurt zijn, vervormen om de visuele
eecten van een vissenooglens te imiteren.
Anti-nevel: de afbeelding duidelijker maken.
Klassiek: een zwart-witeect toepassen.
Retro: een sepiatinteect toepassen.
Negatief: het eect van een negatielm toepassen.
4
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
Smart lter-eecten toepassen
Pas speciale eecten toe op uw foto's.
1
Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [
m
].
2
Selecteer
e
 Smart lter.
3
Selecteer een eect.
Terug
Verpl.
Miniatuur
Symbool Beschrijving
Normaal: geen eect
Miniatuur: een eect toepassen om het onderwerp in miniatuur
weer te geven. (De boven- en onderkant van de foto worden
wazig gemaakt.)
Foto's bewerken
Afspelen/bewerken
83
Foto's aanpassen
Hier vindt u informatie over hoe u rode ogen corrigeert, de huidskleur aanpast, en
de helderheid, het contrast en de kleurverzadiging instelt. Als het midden van een
foto donker is, kunt u deze lichter maken. De camera slaat een bewerkte foto op als
een nieuw bestand, maar converteert de foto mogelijk naar een lagere resolutie.
Donkeren onderwerpen aanpassen (ACB)
1
Selecteer in de afspeelmodus een foto en druk op [
m
].
2
Selecteer
e
î‚“ Beeld aanpassen î‚“ ACB.
3
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
Rode ogen verwijderen
1
Selecteer in de afspeelmodus een foto en druk op [
m
].
2
Selecteer
e
î‚“ Beeld aanpassen î‚“ Anti-rode ogen.
3
Druk op [
o
] om uw instellingen op te slaan.
Gezichten retoucheren
1
Selecteer in de afspeelmodus een foto en druk op [
m
].
2
Selecteer
e
î‚“ Beeld aanpassen î‚“ Gezichtretouch..
3
Druk op [
o
].
4
Druk op [
F
/
t
] om de huidstint aan te passen.
•
Hoe hoger het nummer, des te helderder en gelijkmatiger de huidskleur.
5
Druk op [
o
] om uw instellingen op te slaan.
Foto's bewerken
Afspelen/bewerken
84
De helderheid, het contrast en de kleurverzadiging aanpassen
1
Selecteer in de afspeelmodus een foto en druk op [
m
].
2
Selecteer
e
î‚“ Beeld aanpassen.
3
Selecteer een optie voor aanpassen.
Symbool Beschrijving
Helderheid
Contrast
Kleurverz.
4
Druk op [
o
].
5
Druk op [
F
/
t
] om de optie aan te passen.
6
Druk op [
o
] om uw instellingen op te slaan.
Ruis aan de foto toevoegen
1
Selecteer in de afspeelmodus een foto en druk op [
m
].
2
Selecteer
e
î‚“ Beeld aanpassen î‚“ Ruis toevoegen.
3
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
Afspelen/bewerken
85
Bestanden naar een computer overbrengen
Sluit de camera aan op een computer om bestanden over te brengen van de geheugenkaart van de camera naar de computer.
5
Schakel de camera in.
•
De camera wordt automatisch herkend.
6
Selecteer op de computer Deze computer î‚“ Verwisselbare schijf
î‚“ DCIM î‚“ 100PHOTO.
7
Sleep de bestanden naar de computer of sla ze op de computer op.
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen
U kunt de camera op de computer aansluiten als een verwisselbare schijf.
Windows XP, Windows Vista Windows 7 of Windows 8 moet worden uitgevoerd op
uw computer als u de camera wilt aansluiten als verwisselbare schijf.
1
Druk in de opname- of afspeelmodus op [
m
].
2
Selecteer
n
î‚“ i-Launcher î‚“ Uit.
3
Schakel de camera uit.
4
Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel.
U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als
u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De
fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Bestanden naar een computer overbrengen
Afspelen/bewerken
86
Bestanden naar een Mac-computer overbrengen
Wanneer u de camera op een Mac-computer aansluit, wordt het apparaat
automatisch door de computer herkend. U kunt de bestanden rechtstreeks van de
camera naar de computer overbrengen, zonder dat het nodig is om programma's te
installeren.
Mac OS 10.5 of hoger wordt ondersteund.
1
Schakel de camera uit.
2
Sluit de camera met de USB-kabel op een Mac-computer aan.
U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als
u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De
fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
De camera loskoppelen (voor Windows XP)
Met Windows Vista, Windows 7 en Windows 8 lijken de manieren waarop de camera
moet worden losgemaakt sterk op elkaar.
1
Als het statuslampje op de camera knippert, wacht u tot het
knipperen ophoudt.
2
Klik op op de werkbalk rechtsonder in het scherm van de
computer.
3
Klik op het pop-upbericht.
4
Klik op het berichtvenster dat aangeeft dat de camera veilig kan
worden verwijderd.
5
Verwijder de USB-kabel.
Bestanden naar een computer overbrengen
Afspelen/bewerken
87
3
Schakel de camera in.
•
De computer herkent de camera automatisch en geeft een pictogram van
een verwisselbare schijf weer.
4
Open de verwisselbare schijf.
5
Sleep de bestanden naar de computer of sla ze op de computer op.
Afspelen/bewerken
88
Programma's op een computer gebruiken
Met i-Launcher kunt u bestanden afspelen met Multimedia Viewer en kunt u via koppelingen nuttige programma's downloaden.
5
Schakel de camera in.
6
Als een pop-upvenster wordt weergegeven met de vraag of u
i-Launcher wilt installeren, selecteert u Ja.
•
Als een pop-upvenster wordt weergegeven dat u iLinker.exe moet uitvoeren,
moet u dit eerst uitvoeren.
•
Wanneer u de camera aansluit op een computer waarop i-Launcher is
geïnstalleerd, wordt het programma automatisch gestart.
7
Volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien.
•
Er wordt een snelkoppeling voor i-Launcher weergegeven op de computer.
•
Voordat u het programma installeert, moet u ervoor zorgen dat de pc is
verbonden met een netwerk.
•
Als u i-Launcher wilt installeren op uw Mac OS-computer, klikt u op Apparaten
î‚“ i-Launcher î‚“ Mac î‚“ iLinker.
i-Launcher installeren
1
Druk in de opname- of afspeelmodus op [
m
].
2
Selecteer
n
î‚“ i-Launcher î‚“ Aan.
3
Schakel de camera uit.
4
Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel.
U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als
u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De
fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Programma's op een computer gebruiken
Afspelen/bewerken
89
i-Launcher gebruiken
Met i-Launcher kunt u bestanden afspelen met Multimedia Viewer.
•
De vereisten zijn slechts aanbevelingen. i-Launcher werkt mogelijk niet correct
zelfs wanneer de computer voldoet aan de vereisten, afhankelijk van de
toestand van de computer.
•
Als uw computer niet voldoet aan de vereiste, worden video's mogelijk niet
correct afgedrukt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door het
gebruik van niet-geschikte computers zoals samengestelde computers.
Beschikbare programma's tijdens het gebruik van i-Launcher
Optie Beschrijving
Multimedia Viewer
Met Multimedia Viewer kunt u bestanden weergeven.
Firmware Upgrade
Hiermee kunt u de rmware van uw camera bijwerken.
Als u een Mac-computer gebruikt, is alleen Firmware bijwerken beschikbaar.
Programma's op een computer gebruiken
Afspelen/bewerken
90
Vereisten voor Windows OS
Item Vereisten
Processor
Intel® Core™ 2 Duo 1,66 GHz of hoger/
AMD Athlon X2 Dual-Core 2,2 GHz of hoger
RAM
Minimaal 512 MB RAM (1 GB of meer aanbevolen)
Besturingssysteem*
Windows XP SP2, Windows Vista, Windows 7 of Windows 8
Schijfruimte
Minimaal 250 MB RAM (1 GB of meer aanbevolen)
Overig
•
1024 X 768 pixels, monitor met ondersteuning voor
16-bits (1280 X 1024 pixels, ondersteuning voor 32-bits
kleuren aanbevolen)
•
USB 2.0-poort
•
nVIDIA Geforce 7600GT of hoger/ATI X1600-serie of hoger
•
Microsoft DirectX 9.0c of hoger
* Een 32-bits versie van i-Launcher wordt geïnstalleerd; zelfs op 64-bits edities van
Windows XP, Windows Vista, Windows 7 en Windows 8.
Vereisten voor Mac OS
Item Vereisten
Besturingssysteem
Mac OS 10.5 of hoger (met uitzondering van PowerPC)
RAM
Minimaal 256 MB RAM (512 MB of meer aanbevolen)
Schijfruimte
Minimaal 110 MB
Overig
USB 2.0-poort
i-Launcher openen
Selecteer op de computer start î‚“ Alle programma's î‚“ Samsung î‚“ i-Launcher î‚“
Samsung i-Launcher. Klik op uw Mac op Applications (Toepassingen) î‚“ Samsung
î‚“ i-Launcher.
Programma's op een computer gebruiken
Afspelen/bewerken
91
Multimedia Viewer gebruiken
Met Multimedia Viewer kunt u bestanden afspelen. Klik in het scherm van Samsung i-Launcher op Multimedia Viewer.
•
Multimedia Viewer ondersteunt de volgende bestandstypen:
-
Video's: MP4 (Video: H.264, Audio: AAC), WMV (WMV 7/8/9), AVI (MJPEG)
-
Foto's: JPG, GIF, BMP, PNG, TIFF, MPO
•
Bestanden die zijn opgenomen met apparaten van andere fabrikanten worden mogelijk niet vloeiend afgespeeld.
Foto's weergeven
3
2
6790!8 54
1
Nr. Beschrijving
1
Best.naam
2
Vergroot gebied
3
Histogram
4
Het geselecteerde bestand openen.
5
Histogram-knop
6
Naar links draaien/naar rechts draaien.
7
Naar het vorige bestand gaan/naar het volgende bestand gaan.
8
Het formaat van de foto aanpassen aan het scherm.
9
De foto op origineel formaat weergeven.
0
Inzoomen/uitzoomen
!
Schakelen tussen 2D- en 3D-modus.
Programma's op een computer gebruiken
Afspelen/bewerken
92
Video's bekijken
1
685437
2
Nr. Beschrijving
1
Best.naam
2
Het volume aanpassen.
3
Het geselecteerde bestand openen.
4
Naar het volgende bestand gaan.
5
Stop
6
Pauze
7
Naar het vorige bestand gaan.
8
Voortgangsbalk
De rmware bijwerken
Klik in het scherm van Samsung i-Launcher op Firmware Upgrade.
Instellingenmenu
……………………………………………… 94
Het instellingenmenu openen
………………………………… 94
Geluid
…………………………………………………………… 95
Display
………………………………………………………… 95
Instellingen
…………………………………………………… 96
Instellingen
Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te congureren.
Instellingen
94
Instellingenmenu
Hier vindt u informatie waarmee u de instellingen van de camera kunt congureren.
3
Selecteer een item.
Afsl. Terug
Volume
Begingeluid
Sl.toon
Piepjes
AF-geluid
Middel
Uit
1
1
Aan
4
Selecteer een optie.
Terug Instellen
Volume
Begingeluid
Sl.toon
Piepjes
AF-geluid
Uit
Laag
Middel
Hoog
5
Druk op [
m
] om terug te gaan naar het vorige scherm.
Het instellingenmenu openen
1
Druk in de opname- of afspeelmodus op [
m
].
2
Selecteer een menu.
Afsl. Wijzigen
Opname
Geluid
Display
Instellingen
Volume
Begingeluid
Sl.toon
Piepjes
AF-geluid
Optie Beschrijving
O
Geluid: verschillende camerageluiden en het volume instellen.
(pag. 95)
i
Display: de scherminstellingen aanpassen. (pag. 95)
n
Instellingen: de instellingen voor het camerasysteem aanpassen.
(pag. 96)
Instellingenmenu
Instellingen
95
Geluid
* Standaard
Item Beschrijving
Volume
Hiermee stelt u het volume van alle geluiden in.
(Uit, Laag, Middel*, Hoog)
Begingeluid
Hiermee stelt u in dat de camera een geluid afspeelt als u de
camera inschakelt. (Uit*, 1, 2, 3)
Sl.toon
Hiermee stelt u in dat de camera een geluid afspeelt als u op de
ontspanknop drukt. (Uit, 1*, 2, 3)
Piepjes
Hiermee stelt u het geluid in dat de camera afspeelt als u op de
knoppen drukt of de modus wijzigt. (Uit, 1*, 2, 3)
AF-geluid
Hiermee kunt u in- of uitschakelen dat de camera een geluid
afspeelt als u de ontspanknop half indrukt. (Uit, Aan*)
Display
* Standaard
Item Beschrijving
Functiebeschrijving
Een korte beschrijving van een optie of menu weergeven.
(Uit, Aan*)
Beginafbeelding
Hier stelt u in of er een afbeelding wordt weergegeven
wanneer de camera wordt ingeschakeld en zo ja, welke.
•
Uit*: er wordt geen afbeelding weergegeven.
•
Logo: een standaardafbeelding uit het interne geheugen
weergeven.
•
Gebr.afb: selecteer Gebr.afb uit de foto's die u hebt
vastgelegd in het geheugen.
•
De camera slaat per keer slechts één
gebruikersafbeelding in het interne geheugen op.
•
Als u een nieuwe foto selecteert als
gebruikersafbeelding of als u de camera opnieuw
instelt, wordt de huidige afbeelding gewist.
Achtergronden
Een achtergrondafbeelding instellen voor de schermen
Modus en Menu.
Datum/tijd
weergeven
Instellen of de datum en tijd op het scherm van de camera
worden weergegeven. (Uit*, Aan)
Instellingenmenu
Instellingen
96
* Standaard
Item Beschrijving
Helderh. scherm
Hiermee past u de helderheid van het scherm aan.
(Auto*, Donker, Normaal, Licht)
Normaal is de vaste waarde voor de afspeelmodus, zelfs
als Auto is geselecteerd.
Snel tonen
Hiermee stelt u in hoe lang een gemaakte foto wordt
weergegeven voordat u teruggaat naar de Opnamemodus.
(Uit, Aan*)
Deze functie werkt niet in alle modi.
Scherm auto. uit
Als u gedurende 30 seconden geen handelingen uitvoert,
schakelt het scherm automatisch uit en knippert het
statuslampje. (Uit*, Aan)
•
Wanneer het scherm automatisch uitschakelt, drukt u
op een andere knop dan [
X
] om de camera weer te
gebruiken.
•
Zelfs als u de spaarstand niet inschakelt, wordt het
scherm 60 seconden na de laatste bewerking gedimd
om stroom te besparen.
Instellingen
* Standaard
Item Beschrijving
Formatt.
De geheugenkaart formatteren. Wanneer u formatteert, worden
alle bestanden verwijderd, ook beveiligde bestanden. (Ja, Nee)
Er kunnen fouten optreden als u een geheugenkaart
door een ander merk camera, door een computer of in
een geheugenkaartlezer laat formatteren. Formatteer
geheugenkaarten in de camera voordat u ze gebruikt om
beelden op te slaan.
Reset
Reset menu's en opnameopties. De instellingen voor datum en
tijd en taal worden niet gereset. (Ja, Nee)
Language
Een taal voor de tekst op het scherm instellen.
Tijdzone
Hiermee stelt u de tijdzone voor uw locatie in. Selecteer de
juiste tijdzone wanneer u naar een ander land reist.
Datum/tijd
aanpassen
Hiermee stelt u de datum en tijd in.
Datumtype
Hiermee stelt u een datumnotatie in.
(JJJJ/MM/DD, MM/DD/JJJJ, DD/MM/JJJJ)
De standaarddatumnotatie kan afwijken, afhankelijk van de
geselecteerde taal.
Instellingenmenu
Instellingen
97
* Standaard
Item Beschrijving
Type tijd
Hiermee stelt u een tijdnotatie in. (12 uur, 24 uur)
De standaardtijdnotatie kan afwijken, afhankelijk van de
geselecteerde taal.
Bestandsnr.
De naamgeving van bestanden opgeven.
•
Op nul: instellen dat de bestandsnummering weer bij
0001 begint wanneer er een nieuwe geheugenkaart wordt
geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatteerd of alle
bestanden worden verwijderd.
•
Serie*: instellen dat de bestandsnummering doorloopt
wanneer er een nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst,
een geheugenkaart wordt geformatteerd of alle bestanden
worden verwijderd.
•
De standaardnaam van de eerste map is 100PHOTO en de
standaardnaam van het eerste bestand is SAM_0001.
•
Het bestandsnummer wordt elke keer dat u een foto maakt
of video opneemt, met 1 verhoogd, van SAM_0001 tot
SAM_9999.
•
Het mapnummer wordt steeds met één verhoogd, van
100PHOTO tot 999PHOTO.
•
Het maximum aantal bestanden dat in een map kan worden
opgeslagen, is 9999.
•
De camera denieert bestandsnamen volgens de DCF-norm
(Design rule for Camera File system). Als u bestandsnamen
wijzigt, kan de camera deze bestanden mogelijk niet meer
weergeven.
* Standaard
Item Beschrijving
Afdruk
Instellen of de datum en tijd moeten worden weergegeven op
gemaakte foto's. (Uit*, Datum, Datum/tijd)
•
De datum en tijd worden in de rechterbenedenhoek van de
foto weergegeven.
•
Mogelijk drukken sommige printermodellen de datum en
tijd niet correct af.
•
De datum en tijd worden niet op de foto weergegeven als:
-
u Intelligent portret, Grappig gezicht of Tekst selecteert
in de modus
s
-
u de modus
N
selecteert
-
u de modus
d
selecteert
Automatisch
uit
Hiermee stelt u in dat de camera automatisch wordt
uitgeschakeld als u gedurende een bepaalde periode geen
bewerkingen uitvoert. (Uit, 1 min, 3 min*, 5 min, 10 min)
•
Uw instellingen worden niet gewijzigd wanneer u de
batterij vervangt.
•
De camera wordt niet automatisch uitgeschakeld als de
camera is aangesloten op een computer, of wanneer u een
diashow of video's afspeelt.
i-Launcher
Hier kunt u instellen dat i-Launcher automatisch wordt gestart
wanneer u de camera op uw computer aansluit. (Uit, Aan*)
Open bron-
licenties
Open bron-licenties weergeven.
Foutmeldingen
………………………………………………… 99
Cameraonderhoud
……………………………………………… 100
De camera reinigen
………………………………………… 100
De camera gebruiken of opbergen
………………………… 101
Geheugenkaarten
…………………………………………… 102
De batterij
…………………………………………………… 105
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
………… 109
Cameraspecicaties
…………………………………………… 112
Woordenlijst
……………………………………………………… 116
Index
……………………………………………………………… 121
Bijlagen
Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specicaties en onderhoud.
Bijlagen
99
Foutmeldingen
Als een van de volgende foutmeldingen verschijnt, kunt u de onderstaande oplossingen proberen.
Foutmelding Mogelijke oplossingen
Bestandsfout
Verwijder het beschadigde bestand of neem contact op met
een servicecenter.
Bestandssysteem
wordt niet
ondersteund.
De FAT-bestandsstructuur van de geplaatste geheugenkaart
wordt niet ondersteund door de camera. Formatteer de
geheugenkaar in de camera.
Batterij bijna leeg
Plaats een opgeladen batterij of laad de batterij op.
Geheugen vol
Verwijder onnodige bestanden of plaats een nieuwe
geheugenkaart.
Geen foto
Maak foto's of plaats een geheugenkaart met foto's in de
camera.
Foutmelding Mogelijke oplossingen
Kaartfout
•
Schakel de camera uit en weer in.
•
Verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer terug.
•
Formatteer de geheugenkaart.
Kaart wordt niet
ondersteund.
De geplaatste geheugenkaart wordt niet ondersteund
door de camera. Plaats een microSD- of microSDHC-
geheugenkaart.
DCF Full Error
Bestandsnamen komen niet met de DCF-norm overeen.
Breng de bestanden op de geheugenkaart over naar een
computer en formatteer de kaart. Open vervolgens het menu
Instellingen en selecteer Bestandsnr. î‚“ Op nul. (pag. 97)
Bijlagen
100
Cameraonderhoud
Camerabody
Veeg de behuizing voorzichtig schoon met een zachte, droge doek.
•
Gebruik nooit benzeen, thinner of alcohol om het apparaat te reinigen. Deze
oplosmiddelen kunnen de camera beschadigen of defecten veroorzaken.
•
Druk niet op de lenskap en gebruik geen blaaskwastje op de lenskap.
De camera reinigen
Cameralens en -scherm
Verwijder stof met behulp van een blaaskwastje en veeg de lens met een
zachte doek voorzichtig af. Voor eventueel achtergebleven stof brengt u
lensreinigingsvloeistof op een stuk lensreinigingspapier aan en veegt u de lens
voorzichtig schoon.
Cameraonderhoud
Bijlagen
101
Camera voor langere tijd opbergen
•
Als u de camera langere tijd opbergt, moet u de camera samen met absorberend
materiaal, zoals silicagel, in een afgesloten houder plaatsen.
•
Batterijen die niet worden gebruikt, ontladen zich na verloop van tijd en moeten
vóór gebruik opnieuw worden opgeladen.
•
U moet de datum en tijd opnieuw instellen wanneer de u de camera inschakelt
nadat de batterij lange tijd uit de camera is verwijderd.
Wees voorzichtig bij gebruik in vochtige omgevingen
Als u de camera overbrengt van een koude naar een warme omgeving, kan er
condensvorming optreden op de lens of de interne onderdelen van de camera.
In dit geval moet u de camera uitschakelen en ten minste 1 uur wachten. Als er
condensvorming optreedt op de geheugenkaart, moet u de kaart uit de camera
halen en wachten tot al het vocht is verdampt voordat u de kaart terugplaatst.
Overige aandachtspunten
•
Zwaai de camera niet aan de polslus heen en weer. Hierdoor kunt u uzelf of
anderen verwonden of schade aan uw camera veroorzaken.
•
Verf de camera niet, omdat verf tussen de bewegende onderdelen kan gaan
zitten en de werking van het apparaat kan beïnvloeden.
•
Schakel de camera uit als u deze niet gebruikt.
•
Uw camera bevat kwetsbare onderdelen. Zorg daarom dat u de camera niet
blootstelt aan schokken.
De camera gebruiken of opbergen
Ongeschikte plaatsen voor het gebruiken of opbergen van de camera
•
Stel de camera niet bloot aan zeer hoge of lage temperaturen.
•
Gebruik de camera niet in zeer vochtige omgevingen of omgevingen waar de
luchtvochtigheid snel verandert.
•
Stel de camera niet bloot aan direct zonlicht en bewaar de camera niet op warme
locaties met slechte ventilatie, zoals in een auto die in de zon staat.
•
Bescherm de camera en het scherm tegen stoten, ruw gebruik en sterke trillingen
om ernstige schade te voorkomen.
•
Gebruik of bewaar de camera niet op stoge, vuile, vochtige of slecht-
geventileerde plaatsen, om schade aan bewegende en interne onderdelen te
voorkomen.
•
Gebruik de camera niet in de buurt van brandstoen, brandbare stoen of
ontvlambare chemicaliën. Bewaar geen ontvlambare vloeistoen, gassen en
explosief materiaal in dezelfde ruimte als de camera of de accessoires van de
camera.
•
Berg de camera niet op met mottenballen.
Gebruik op het strand of aan de waterkant
•
Bescherm de camera tegen zand en vuil wanneer u deze op het strand of in een
andere, soortgelijke omgeving gebruikt.
•
Uw camera is niet waterbestendig. Gebruik de batterij, adapter of geheugenkaart
niet met natte handen. Als u de camera gebruikt met natte handen, kan de
camera beschadigd raken.
Cameraonderhoud
Bijlagen
102
•
Verf of metaal aan de buitenzijde van de camera kan allergieën, jeuk, eczeem of
bultjes veroorzaken bij mensen met een gevoelige huid. Als u last hebt van een
van deze symptomen, stop dan onmiddellijk met het gebruik van de camera en
raadpleeg een arts.
•
Steek geen vreemde voorwerpen in de compartimenten, sleuven en
toegangspunten van de camera. Schade als gevolg van onjuist gebruik wordt
mogelijk niet door de garantie gedekt.
•
Laat geen ongekwaliceerd personeel reparatie- of onderhoudswerkzaamheden
aan de camera uitvoeren en probeer dit ook niet zelf te doen. Alle schade die
voortvloeit uit ongekwaliceerd onderhoud of reparatie, wordt niet gedekt door
de garantie.
Geheugenkaarten
Ondersteunde geheugenkaarten
De camera ondersteunt de volgende typen geheugenkaarten: microSD (Secure
Digital) en microSDHC (Secure Digital High Capacity).
Als u gegevens wilt lezen met een computer of een
geheugenkaartlezer, moet u de geheugenkaart plaatsen in een
geheugenkaartadapter.
•
Bewaar de camera in de houder om het scherm te beschermen tegen externe
druk. Houd de camera uit de buurt van zand, scherp gereedschap of kleingeld om
te voorkomen dat er krassen op de camera komen.
•
Gebruik de camera niet als het scherm gebarsten of beschadigd is. Gebarsten glas
of acryl kan letsel aan uw handen en gezicht veroorzaken. Breng de camera naar
een servicecenter van Samsung om de camera te laten repareren.
•
Leg camera's, batterijen, opladers of accessoires nooit in de buurt van, op of in
verwarmingsapparaten, zoals magnetrons, kachels of radiatoren. Deze apparaten
kunnen worden vervormd en oververhit raken en brand of een ontplong
veroorzaken.
•
Stel de lens niet bloot aan direct zonlicht. Hierdoor kan de beeldsensor verkleuren
of defect raken.
•
Bescherm de lens tegen vingerafdrukken en krassen. Reinig de lens met een
zachte, schone doek.
•
De camera kan worden uitgeschakeld als deze een stoot krijgt of valt. Dit gebeurt
om de geheugenkaart te beschermen. Schakel de camera weer in om de camera
te gebruiken.
•
De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal en is niet van
invloed op de levensduur of prestaties van uw camera.
•
Bij lage temperaturen kan het langer duren voor de camera is ingeschakeld,
kunnen kleuren tijdelijk veranderen of kunnen nabeelden worden weergegeven.
Deze omstandigheden duiden niet op defecten en worden verholpen als u de
camera weer bij normale temperaturen gebruikt.
Cameraonderhoud
Bijlagen
103
Capaciteit van de geheugenkaart
De geheugencapaciteit verschilt, afhankelijk van de opnamemodus en de
opnameomstandigheden. De volgende capaciteiten zijn gebaseerd op een
microSD-kaart van 2 GB:
Foto's
Formaat Superhoog Hoog Normaal
213 417 616
244 476 693
283 559 824
337 656 953
649 1220 1743
1052 1906 2653
1743 2905 3813
3211 5085 6102
Video's
Formaat 30 fps 15 fps
1280 X 720 HQ
Ongeveer 08' 07" Ongeveer 15' 03"
640 X 480
Ongeveer 18' 42" Ongeveer 36' 06"
320 X 240
Ongeveer 66' 39" Ongeveer 120' 55"
De bovenstaande cijfers zijn gemeten zonder gebruik van de zoomfunctie. Bij gebruik van de
zoomfunctie kan de beschikbare opnametijd afwijken van de vermelde waarden. Om de totale
opnameduur te bepalen, zijn er verschillende video's achter elkaar opgenomen.
Cameraonderhoud
Bijlagen
104
•
Voorkom dat geheugenkaarten in contact komen met vloeistoen, vuil of
vreemde stoen. Veeg zo nodig de geheugenkaart met een zachte doek schoon
voordat u de geheugenkaart in de camera plaatst.
•
Voorkom dat geheugenkaarten en de geheugenkaartsleuf in contact komen met
vloeistoen, vuil of vreemde stoen. Dergelijke stoen kunnen ervoor zorgen dat
geheugenkaarten of de camera niet goed meer werken.
•
Wanneer u een geheugenkaart bij u draagt, moet u een hoesje gebruiken om de
kaart tegen elektrostatische ontlading te beschermen.
•
Breng belangrijke gegevens over naar andere media, zoals een vaste schijf, CD of
DVD.
•
Als u de camera langere tijd gebruikt, kan de geheugenkaart warm worden. Dit is
normaal en wijst niet op een defect.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten
•
Stel de geheugenkaarten niet bloot aan zeer lage of hoge temperaturen (lager
dan 0 °C/32 °F of hoger dan 40 °C/104 °F). Extreme temperaturen kunnen ervoor
zorgen dat geheugenkaarten niet goed werken.
•
Plaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een geheugenkaart in
de verkeerde richting plaatst, kunnen camera en geheugenkaart worden
beschadigd.
•
Gebruik geen geheugenkaarten die in een andere camera of door een computer
zijn geformatteerd. Formatteer een dergelijke geheugenkaart opnieuw in uw
eigen camera.
•
Schakel de camera uit wanneer u een geheugenkaart plaatst of verwijdert.
•
Verwijder de geheugenkaart niet en schakel uw camera niet uit wanneer het
lampje knippert, omdat de gegevens hierdoor kunnen worden beschadigd.
•
Wanneer de levensduur van een geheugenkaart is verlopen, kunt u geen foto's
meer opslaan op de kaart. Gebruik een nieuwe geheugenkaart.
•
Zorg dat geheugenkaarten niet buigen, vallen of aan zware klappen of druk
worden blootgesteld.
•
Zorg dat u geheugenkaarten niet gebruikt of opbergt in de buurt van krachtige
magnetische velden.
•
Zorg dat u geheugenkaarten niet gebruikt op locaties met hoge temperaturen of
luchtvochtigheid of in de buurt van bijtende stoen.
Cameraonderhoud
Bijlagen
105
Levensduur van de batterij
Gemiddelde opnameduur/
Aantal foto's
Testomstandigheden
(bij een volledig opgeladen batterij)
Foto's
Ongeveer
140 min/
Ongeveer
280 foto's
De levensduur is gemeten onder de volgende
omstandigheden: in de modus
p
, in het donker,
resolutie
, kwaliteit Hoog, DIS aan.
1. Stel de itser in op Invulits, maak één foto en
zoom in of uit.
2. Stel de itser in op Uit, maak één foto en zoom
in of uit.
3. Voer stap 1 en 2 uit. Wacht 30 seconden tussen
de stappen. Herhaal het proces na 5 minuten en
schakel de camera 1 minuut uit.
4. Herhaal stap 1 tot 3.
Video's
Ongeveer 110 min.
Neem video's op met de resolutie en 30 fps.
•
De bovenstaande cijfers zijn volgens de normen van Samsung gemeten en kunnen
afwijken van resultaten bij daadwerkelijk gebruik.
•
Er zijn verschillende video's achter elkaar opgenomen om de totale opnameduur te
bepalen.
De batterij
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen.
Batterijspecicaties
Specicatie Beschrijving
Model
BP70A
Type
Lithium-ionbatterij
Capaciteit
700 mAh
Voltage
3,7 V
Oplaadduur*
(wanneer de camera is uitgeschakeld)
Ongeveer 160 min.
* Het duurt mogelijk langer als u de batterij aansluit op een computer om de batterij op te
laden.
Cameraonderhoud
Bijlagen
106
Aandachtspunten voor het gebruik van de batterij
Bescherm batterijen, opladers en geheugenkaarten tegen schade.
Voorkom dat batterijen in aanraking komen met metalen voorwerpen. Dit kan een
verbinding vormen tussen de plus- en minpolen van uw batterijen en tijdelijke of
permanente schade aan de batterijen en brand of een schok veroorzaken.
De batterij opladen
•
Controleer als het indicatielampje uit is of de batterij op de juiste wijze is
geplaatst.
•
Als camera tijdens het opladen is ingeschakeld, wordt de batterij mogelijk niet
volledig opgeladen. Schakel de camera uit voordat u de batterij oplaadt.
•
Gebruik de camera niet als de batterij wordt opgeladen. Dit kan brand of een
schok veroorzaken.
•
Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen om te
voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt.
•
Wacht ten minste 10 minuten voordat u de camera inschakelt nadat de batterij is
opgeladen.
•
Als u de camera aansluit op een externe voedingsbron terwijl de batterij helemaal
leeg is, wordt de camera uitgeschakeld wanneer u bepaalde functies gebruikt die
veel stroom verbruiken. Laad de batterij op om de camera op normale wijze te
gebruiken.
Melding Batterij bijna leeg
Als de batterij volledig is ontladen, wordt het batterijpictogram rood en verschijnt
de melding 'Batterij bijna leeg'.
De batterij gebruiken
•
Stel de geheugenkaarten niet bloot aan zeer lage of hoge temperaturen (lager
dan 0 °C/32 °F of hoger dan 40 °C/104 °F). Extreme temperaturen kunnen de
laadcapaciteit van de batterijen beperken.
•
Als u de camera langere tijd gebruikt, kan het gebied rond de batterijklep warm
worden. Dit heeft geen invloed op de normale werking van de camera.
•
Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen om te
voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt.
•
Bij temperaturen onder 0 °C/32 °F kunnen de capaciteit en levensduur van de
batterij afnemen.
•
Bij lage temperaturen kan de batterijcapaciteit afnemen, maar de gewone
capaciteit wordt hersteld bij gebruik bij hogere temperaturen.
•
Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opbergt.
Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en
ernstige schade aan uw camera veroorzaken. Als u de camera langere perioden
opbergt terwijl de batterij is geplaatst, raakt de batterij leeg. U kunt een volledig
lege batterij mogelijk niet weer opladen.
•
Wanneer u de camera lagere periode niet gebruikt (3 maanden of meer), moet
u de batterij regelmatig controleren en opladen. Als u de batterij regelmatig laat
leeglopen, kunnen de capaciteit en de levensduur afnemen, wat kan leiden tot
een storing, brand of explosie.
Cameraonderhoud
Bijlagen
107
•
Als u de voedingskabel opnieuw aansluit nadat de batterij volledig is opgeladen,
brandt het statuslampje ongeveer 30 minuten.
•
Met het gebruik van de itser en het opnemen van video's raakt de batterij snel
leeg. Laad de batterij op totdat het rode indicatielampje uitgaat.
•
Als het indicatielampje knippert of niet brandt, sluit u de kabel opnieuw aan of
verwijdert u de batterij en plaatst u deze opnieuw in de camera.
•
Als u de batterij oplaadt wanneer de kabel oververhit is of de temperatuur te
hoog is, kan het indicatielampje rood knipperen. Nadat de batterij is afgekoeld,
wordt het opladen gestart.
•
Als u batterijen overlaadt, kan de gebruiksduur van de batterij korter worden.
Wanneer het opladen is voltooid, haalt u de kabel uit de camera.
•
Buig het netsnoer niet en plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer. Als u
dit wel doet, kan het netsnoer worden beschadigd.
De batterij opladen terwijl er een computer is aangesloten
•
Gebruik alleen de meegeleverde USB-kabel.
•
In de volgende gevallen wordt de batterij mogelijk niet opgeladen:
-
wanneer u een USB-hub gebruikt.
-
wanneer er andere USB-apparaten op de computer zijn aangesloten.
-
wanneer u de kabel op de poort aan de voorzijde van de computer aansluit.
-
wanneer de USB-poort van de computer de stroomuitvoernorm niet
ondersteunt (5 V, 500 mA)
Behandel batterijen en oplader voorzichtig en voer deze af volgens de
voorschriften
•
Gooi batterijen nooit in open vuur. Houd u aan alle lokale regelgevingen bij het
weggooien van gebruikte batterijen.
•
Leg batterijen of camera's nooit in of op verwarmingsapparaten, zoals een
magnetron, kachel of radiator. Batterijen kunnen exploderen als ze te heet
worden.
Cameraonderhoud
Bijlagen
108
Onzorgvuldig of verkeerd gebruik van de batterij kan lichamelijk
letsel of de dood tot gevolg hebben. Volg voor uw eigen veiligheid
de onderstaande instructies voor het juiste gebruik van de batterij:
•
De batterij kan vlam vatten of exploderen als deze niet op de juiste
wijze wordt gebruikt. Als u vervormingen, scheuren of andere
afwijkingen in de batterij opmerkt, stopt u onmiddellijk het gebruik
hiervan en neemt u contact op met een servicecenter.
•
Gebruik alleen authentieke, door de fabrikant aanbevolen
batterijopladers en -adapters en laad de batterij alleen op volgens de
procedures die in deze gebruiksaanwijzing zijn vermeld.
•
Plaats de batterij niet te dicht bij warmtebronnen en stel de batterij niet
bloot aan extreem warme omgevingen, zoals een gesloten auto in de
zon.
•
Plaats de batterij niet in een magnetron.
•
Bewaar of gebruik de batterij niet in een hete, vochtige omgeving, zoals
een badkamer of douche.
•
Plaats de batterij niet langere tijd op ontvlambare oppervlakken, zoals
matrassen, tapijten of elektrische dekens.
•
Als het apparaat is ingeschakeld, moet u het niet langere tijd in een
afgesloten ruimte achterlaten.
•
Zorg ervoor dat de polen van de batterij niet in contact komen met
metalen voorwerpen, zoals halskettingen, munten, sleutels en horloges.
•
Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant aanbevolen lithium-
ionbatterijen ter vervanging.
•
Haal de batterij niet uit elkaar of maak er geen gat in met een scherp
voorwerp.
•
Stel de batterij niet bloot aan hoge druk of extreme krachten.
•
Stel de batterij niet bloot aan hevige klappen, bijvoorbeeld door deze
van grote hoogte te laten vallen.
•
Stel de batterij niet bloot aan temperaturen boven de 60 °C (140 °F).
•
Stel de batterij niet bloot aan vocht of vloeistoen.
•
De batterij mag niet worden blootgesteld aan overmatige warmte
zoals zonneschijn, vuur of dergelijke zaken.
Richtlijnen voor afvoer
•
Wees zorgvuldig als u de batterij weggooit.
•
Gooi de batterij nooit in een open vuur.
•
De regelgeving voor weggooien kan verschillen per land of regio.
Gooi de batterij weg in overeenstemming met alle lokale en landelijke
regels.
Richtlijnen voor het opladen van de batterij
Laad de batterij alleen op volgens de procedures in deze
gebruiksaanwijzing. De batterij kan ontbranden of exploderen als deze
niet op de juiste wijze wordt opgeladen.
Bijlagen
109
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Wanneer u problemen met de camera ondervindt, kunt u eerst de volgende procedures uitvoeren voordat u contact opneemt met een servicecenter. Als u het probleem
hiermee niet kunt oplossen, kunt u contact opnemen met uw plaatselijke dealer of servicecenter.
Wanneer u uw camera naar een servicecenter brengt, neem dan ook de onderdelen mee die de oorzaak kunnen zijn van de fout, zoals de geheugenkaart of de batterij.
Situatie Mogelijke oplossingen
Er kunnen geen foto's
w
orden gemaakt.
•
Er is geen ruimte op de geheugenkaart. Verwijder
onnodige bestanden of plaats een nieuwe kaart.
•
Formatteer de geheugenkaart.
•
De geheugenkaart is defect. Koop een nieuwe
geheugenkaart.
•
Controleer of de camera is ingeschakeld.
•
Laad de batterij op.
•
Controleer of de batterij op de juiste wijze is
geplaatst.
De camera loopt vast.
Verwijder de batterij en plaats deze weer terug.
De camera wordt warm.
De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit
is normaal en is niet van invloed op de levensduur of
prestaties van uw camera.
De itser werkt niet.
•
Mogelijk is de itseroptie ingesteld op Uit. (pag. 52)
•
In sommige modi kunt u de itser niet gebruiken.
Situatie Mogelijke oplossingen
De camera kan niet
w
orden ingeschakeld.
•
Controleer of de batterij in de camera is geplaatst.
•
Controleer of de batterij correct in de camera is
geplaatst. (pag. 17)
•
Laad de batterij op.
De camera wordt
plotseling uitgeschakeld.
•
Laad de batterij op.
•
De camera bevindt zich mogelijk in de stand voor
automatisch uitschakelen. (pag. 97)
•
De camera wordt mogelijk uitgeschakeld om te
voorkomen dat de geheugenkaart door een harde
schok beschadigd raakt. Schakel de camera weer in.
De batterij raakt snel leeg.
•
Bij lage temperaturen (onder 0 °C/32 °F) kan de
batterij sneller leeg raken. Houd de batterij warm
door deze in uw zak te steken.
•
Als u de itser gebruikt of video's opneemt, raakt
de batterij snel leeg. Laad de batterij indien nodig
weer op.
•
Batterijen zijn verbruiksartikelen die na verloop
van tijd moeten worden vervangen. Koop een
nieuwe batterij als de gebruiksduur van de batterij
aanzienlijk afneemt.
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Bijlagen
110
Situatie Mogelijke oplossingen
Er wordt onverwachts
geitst
.
De itser wordt mogelijk geactiveerd vanwege
statische elektriciteit. Dit duidt niet op een defect van
de camera.
De datum en tijd zijn
onjuist.
Stel de datum en tijd in bij de scherminstellingen.
(pag. 96)
Het scherm of de
knoppen werken niet.
Verwijder de batterij en plaats deze weer terug.
Het camerascherm
reageert niet goed.
Als u de camera bij zeer lage temperaturen gebruikt,
kan het camerascherm verkleuren of slecht
functioneren. Voor betere prestaties van het scherm
moet de camera bij normale temperaturen worden
gebruikt.
Er is een fout met
de geheugenkaart
opgetreden.
•
Schakel de camera uit en weer in.
•
Verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer
terug.
•
Formatteer de geheugenkaart.
Zie 'Aandachtspunten bij gebruik van
geheugenkaarten' voor meer informatie. (pag. 104)
Er kunnen geen
bestanden worden
afgespeeld.
Als u de naam van een bestand wijzigt, kan de
camera het bestand mogelijk niet afspelen (de
bestandsnaam moet voldoen aan de DCF-norm).
In dergelijke gevallen kunt u de bestanden op een
computer afspelen.
Situatie Mogelijke oplossingen
De foto is onscherp.
•
Controleer of de ingestelde scherpsteloptie voor
close-upfoto's geschikt is. (pag. 55)
•
Controleer of de lens schoon is. Reinig de lens
indien nodig. (pag. 100)
•
Zorg ervoor dat het onderwerp zich binnen het
bereik van de itser bevindt. (pag. 113)
De kleuren in de foto
zijn anders dan de
daadwerkelijke kleuren.
Een onjuiste witbalans kan voor onrealistische
kleuren zorgen. Selecteer de juiste witbalansoptie
voor de lichtbron. (pag. 64)
De foto is te licht.
De foto is overbelicht.
•
Schakel de itser uit. (pag. 52)
•
Pas de ISO-waarde aan. (pag. 54)
•
Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 61)
De foto is te donker.
De foto is onderbelicht.
•
Schakel de itser in. (pag. 52)
•
Pas de ISO-waarde aan. (pag. 54)
•
Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 61)
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Bijlagen
111
Situatie Mogelijke oplossingen
De computer herkent de
camer
a niet.
•
Controleer of de USB-kabel op de juiste wijze is
geplaatst.
•
Controleer of de camera is ingeschakeld.
•
Controleer of het besturingssysteem wordt
ondersteund.
De computer verbreekt
de verbinding met
de camera tijdens
het overbrengen van
bestanden.
De bestandsoverdracht kan door statische
elektriciteit worden gestoord. Koppel de USB-kabel
los en sluit deze weer aan.
De computer kan geen
video's afspelen.
Video's kunnen mogelijk niet worden afgespeeld met
bepaalde videospelers. Als u videobestanden wilt
afspelen die zijn gemaakt met uw camera, gebruikt
u het Multimedia Viewer-programma dat u met
het programma i-Launcher op uw computer kunt
installeren.
Situatie Mogelijke oplossingen
i-Launcher werkt niet
c
orrect
•
Sluit i-Launcher af en start het programma
opnieuw.
•
Controleer of i-Launcher is ingesteld op Aan in het
instellingenmenu. (pag. 97)
•
Afhankelijk van de specicaties en omgeving van
de computer wordt het programma mogelijk
niet automatisch gestart. Klik in dit geval op
start î‚“ Alle programma's î‚“ Samsung î‚“
i-Launcher î‚“ Samsung i-Launcher op uw
Windows-computer. (Voor Windows 8 opent u het
startscherm en selecteert u All apps (Alle apps)
î‚“ Samsung i-Launcher.) Of klik op Applications
(Toepassingen) î‚“ Samsung î‚“ i-Launcher op uw
Mac-computer.
Bijlagen
112
Cameraspecicaties
Bereik
Groothoek (G)
Tele (T)
Normaal (AF)
80 cm-oneindig
250 cm-oneindig
Macro
5-80 cm
100-250 cm
Auto macro
5 cm-oneindig
100 cm-oneindig
Sluitertijd
•
Smart Auto: 8-1/2000 sec.
•
Programma: 1-1/2000 sec.
•
Nacht: 8-1/2000 sec.
Belichting
Regeling Programma AE
Lichtmeting Multi, Spot, Centr. gewogen
Compensatie ±2EV (1/3 EV Stap)
ISO-equivalent
Auto, ISO 80, ISO 100, ISO 200, ISO 400, ISO 800,
ISO 1600, ISO 3200
Beeldsensor
Type 1/2,3" (ongeveer 7,77 mm) CCD
Eectieve pixels Ongeveer 16,1 megapixel
Totaalaantal pixels Ongeveer 16,6 megapixel
Lens
Brandpuntsafstand
Samsung-lens f = 4,5-22,5 mm
(35 mm lmequivalent: 25-125 mm)
Diafragmabereik F2.5 (W)-F6.3 (T)
Zoom
Fotomodus: 1,0-5,0X
(optische zoom X digitale zoom: 25,0X,
optische zoom X Intelli-zoom: 10,0X)
Display
Type TFT LCD
Functionaliteit 2,7 inch (67,5 mm) QVGA (230K)
Scherpstelling
Type
TTL auto focus (Multi AF, Centrum AF,
Gezichtsdetectie AF, Tracking AF)
Cameraspecicaties
Bijlagen
113
Flitser
Modus
Uit, Anti-rode ogen, Langz sync, Invulits, Rode ogen,
Auto
Bereik
•
Groothoek: 0,3-4,2 m (ISO Auto)
•
Tele: 0,5-1,6 m (ISO Auto)
Oplaadtijd Ongeveer 4 sec.
Trillingsreductie
Digitale beeldstabilisatie (DIS)
Eect
Opnamemodus voor
foto's
•
Smart lter: Normaal, Miniatuur, Vignetten,
Halftoonstip, Schets, Visoog, Anti-nevel, Klassiek,
Retro, Negatief
•
Beeld aanpassen: Contrast, Scherpte, Kleurverz.
Opnamemodus voor
video's
Smart lter: Normaal, Paleteect 1, Paleteect 2,
Paleteect 3, Paleteect 4, Miniatuur, Vignetten,
Anti-nevel, Visoog, Klassiek, Retro, Negatief
Witbalans
Auto witbalans, Daglicht, Bewolkt, TL-licht H, TL-licht L, Kunstlicht, Meten: sluiter
Datering
Uit, Datum, Datum/tijd
Opnemen
Foto's
•
Modi: Smart Auto (Portret, Nachtportret, Portretfoto
met tegenlicht, Nacht, Tegenl., Landschap, Wit,
Natuurlijk groen, Blauwe lucht, Zonsondergang,
Macro, Macro tekst, Macro kleur, Statief, Actie),
Programma, Live Panorama, Beeld in beeld, Scène
(Magisch kader, Beautyshot, Intelligent portret,
Grappig gezicht, Nacht, Landschap, Tekst, Zon
onder, Dageraad, Tegenl., Strand/sneeuw)
•
Serie: 1 opname, Serieopname, Bewegingsopname,
AEB
•
Timer: Uit, 10 sec, 2 sec, Dubbel
Video's
•
Modi: Intelligente scènedetectie (Landschap,
Blauwe lucht, Natuurlijk groen, Zonsondergang),
Film
•
Indeling: MJPEG (maximale opnameduur: 20 min)
•
Formaat: 1280 X 720 HQ (per bestand: max. 4 GB),
640 X 480, 320 X 240
•
Framesnelheid: 15 fps, 30 fps
•
Sound Alive: Sound Alive Aan, Sound Alive Uit,
Dempen
•
Video bewerken (intern): pauzeren tijdens opnemen,
foto's maken
Cameraspecicaties
Bijlagen
114
Afspelen
Foto's
•
Type: Eén foto, Miniaturen, Diashow met muziek en
eecten, Video
•
Bewerken: Res.wijz, Draaien, Intelligent portret,
Smart lter, Beeld aanpassen, Bijsnijden
•
Eect: Beeld aanpassen (ACB, Anti-rode ogen,
Gezichtretouch., Helderheid, Contrast, Kleurverz.,
Ruis toevoegen), Smart lter (Normaal, Miniatuur,
Vignetten, Halftoonstip, Schets, Visoog, Anti-nevel,
Klassiek, Retro, Negatief)
Video's Bewerken: foto's maken
Opslag
Media
•
Intern geheugen: ongeveer 70 MB
•
Extern geheugen (optioneel):
microSD-kaart (2 GB gegarandeerd),
microSDHC-kaart (tot 8 GB gegarandeerd)
De interne geheugencapaciteit kan van deze
specicaties afwijken.
Bestandsindeling
•
Foto: JPEG (DCF), EXIF 2.21
•
Video: AVI (MJPEG)
Beeldformaat
Symbool Formaat
4608 X 3456
4608 X 3072
4608 X 2592
3648 X 2736
2592 X 1944
1984 X 1488
1920 X 1080
1024 X 768
Cameraspecicaties
Bijlagen
115
Interface
Digitale uitvoer USB 2.0
Audio-invoer/-uitvoer Interne luidspreker (mono), Microfoon (mono)
Gelijkstroomaansluiting 5,0 V
Voedingsbron
Oplaadbare batterij Lithium-ionbatterij (BP70A, 700 mAh)
Connectortype Micro USB (5-pins)
Afhankelijk van uw regio kan de voedingsbron verschillen.
Afmetingen (B x H x D)
91,6 x 55,2 x 17,5 mm (zonder uitstekende delen)
Gewicht
90 g (zonder batterij en geheugenkaart)
Bedrijfstemperatuur
0-40 °C
Bedrijfsluchtvochtigheid
5-85 %
Software
i-Launcher
Specicaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd voor betere prestaties.
Bijlagen
116
Woordenlijst
Compositie
Met compositie wordt de plaatsing van de verschillende elementen in het beeld
bedoeld. Meestal levert een compositie volgens de regel van derden een plezierig
resultaat.
DIS (Digital Image Stabilization)
Deze functie compenseert in real-time trillingen en schudden tijdens de opname.
Er kan enig kwaliteitsverlies in de afbeelding optreden in vergelijking met optische
beeldstabilisatie.
DCF (Design rule for Camera File system)
Een specicatie voor het deniëren van een bestandsindeling en bestandssysteem
voor digitale camera's die is ontwikkeld door de Japan Electronics and Information
Technology Industries Association (JEITA).
Scherptediepte
De afstand tussen het dichtstbijzijnde en verste punt waarop kan worden
scherpgesteld in een foto. De scherptediepte verschilt per diafragma,
brandpuntsafstand en afstand tussen de camera en het onderwerp. Als u
bijvoorbeeld een kleiner diafragma selecteert, wordt de scherptediepte vergroot en
wordt de achtergrond van een compositie vaag.
Digitale zoom
Een functie die op kunstmatige wijze de beschikbare hoeveelheid zoom met de
zoomlens vergroot (optisch zoomen). Als u de digitale zoomfunctie gebruikt, wordt
de beeldkwaliteit minder wanneer de vergroting wordt verhoogd.
Automatische contrastverbetering (ACB)
Deze functie verbetert automatisch het contrast van uw beelden wanneer het
onderwerp tegenlicht heeft of als er veel contrast is tussen uw onderwerp en de
achtergrond.
Opnamereeks met verschillende belichtingen (AEB)
Deze functie maakt automatisch meerdere beelden met verschillenden
belichtingen om u te helpen een goedbelicht beeld te maken.
Autofocus (AF)
Een systeem dat automatisch de cameralens scherpstelt op het onderwerp. Uw
camera gebruikt het contrast om automatisch scherp te stellen.
Diafragma
Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht die de sensor van de camera bereikt.
Bewegingsonscherpte (vaag)
Als de camera wordt bewogen wanneer de sluiter is geopend, kan het volledige
beeld vaag lijken. Dit komt vaker voor wanneer de sluitertijd laag is. Voorkom
bewegingsonscherpte door de gevoeligheid te verhogen, de itser te gebruiken of
een hogere sluitertijd. U kunt ook een statief of de OIS- of DIS-functie gebruiken om
de camera te stabiliseren.
Woordenlijst
Bijlagen
117
Flitser
Een itslamp die ervoor zorgt dat er voldoende belichting is in omstandigheden
met weinig licht.
Brandpuntsafstand
De afstand van het brandpunt van de lens tot het beeldvlak (in millimeters).
Grotere brandpuntsafstanden resulteren in een kleinere beeldhoek en een grotere
weergave van het onderwerp. Kleinere brandpuntsafstanden resulteren in een
grotere beeldhoek.
Beeldsensor
Het fysieke deel van een digitale camera die een fotosite bevat voor elke pixel in
het beeld. Elke fotosite neemt de helderheid van het licht op dat de fotosite bereikt
tijdens een belichting. Algemene sensortypen zijn CCD (Charge-coupled Device) en
CMOS (Complementary Metal Oxide Semiconductor).
ISO-waarde
De gevoeligheid van een camera voor licht, gebaseerd op de equivalente
lmsnelheid gebruikt in een lmcamera. Met hogere ISO-waarden gebruikt de
camera een hogere sluitertijd, waardoor vervaging kan worden verminderd die
wordt veroorzaakt door het bewegen van de camera en weinig licht. Beelden met
een hoge gevoeligheid zijn echter veel gevoeliger voor ruis.
EV-compensatie
Alle combinaties van de camerasluitertijd en diafragma die resulteren in dezelfde
belichting.
Belichtingswaarde (EV)
Met deze functie kunt u snel de belichtingswaarde aanpassen die wordt berekend
door de camera, in beperkte stappen, om de belichting van uw foto's te verbeteren.
Stel de EV-compensatie in op -1,0 EV om de waarde een stap donkerder in te stellen
en op 1,0 EV om de waarde een stap lichter te maken.
Exif (Exchangeable Image File Format)
Een specicatie voor het deniëren van een beeldbestandsindeling voor digitale
camera's die is gemaakt door de Japan Electronic Industries Development
Association (JEIDA).
Belichting
De hoeveelheid licht die de sensor van de camera mag bereiken. Belichting wordt
bepaald door een combinatie van sluitertijd, diafragma en ISO-waarde.
Woordenlijst
Bijlagen
118
Ruis
Verkeerd geïnterpreteerde pixels in een digitaal beeld die mogelijk worden
weergegeven als verkeerd geplaatste of willekeurige, heldere pixels. Ruis treedt
meestal op wanneer foto's worden gemaakt met een hoge gevoeligheid of wanneer
de gevoeligheid automatisch wordt ingesteld op een donkere locatie.
Optisch zoomen
Dit is een algemene zoomfunctie waarmee beelden kunnen worden vergroot met
een lens en waarmee de beeldkwaliteit niet vermindert.
Kwaliteit
Een uitdrukking van het compressieniveau dat is gebruikt in een digitaal beeld.
Beelden met een hogere kwaliteit hebben een lager compressieniveau, wat meestal
resulteert in grotere bestanden.
Resolutie
Het aantal pixels in een digitaal beeld. Beelden met hoge resolutie bevatten meer
pixels en bevatten meer details dan beelden met lage resolutie.
JPEG (Joint Photographic Experts Group)
Een lossy-methode van compressie voor digitale beelden. JPEG-beelden worden
gecomprimeerd om de algehele bestandsgrootte te verminderen met minimale
afname van de beeldresolutie.
LCD (Liquid Crystal Display)
Een visuele display die algemeen wordt gebruikt in consumenten elektronica.
Dit display heeft een aparte achtergrondverlichting nodig zoals CCFL of LED, om
kleuren te kunnen reproduceren.
Macro
Met deze functie kunt u close-upfoto's maken van zeer kleine voorwerpen. Als u de
macrofunctie gebruikt, kan de camera goed scherpstellen op kleine voorwerpen
met een verhouding op bijna ware grootte (1:1).
Lichtmeting
De lichtmeting heeft betrekking op de manier waarop een camera de hoeveelheid
licht meet om de belichting in te stellen.
MJPEG (Motion JPEG)
Een video-indeling die wordt gecomprimeerd als een JPEG-beeld.
Woordenlijst
Bijlagen
119
Sluitertijd
De sluitertijd is de hoeveelheid tijd die nodig is om de sluiter te openen en te
sluiten. Dit is een belangrijke factor voor de helderheid van een foto, aangezien
hiermee de hoeveelheid licht wordt geregeld die door het diafragma op de
beeldsensor valt. Met een kortere sluitertijd valt er minder licht naar binnen en
wordt de foto donkerder, maar is het ook eenvoudiger om de beweging van het
onderwerp te bevriezen.
Vignetten
Een vermindering van de helderheid of de verzadiging van een beeld bij de randen
in vergelijking met het midden van het beeld. Vignetten kan de aandacht richten op
onderwerpen die in het midden van een beeld zijn geplaatst.
Witbalans (kleurbalans)
Een aanpassing van de intensiteit van kleuren (meestal de primaire kleuren rood,
groen en blauw) in een beeld. Het doel van het aanpassen van de witbalans, of
kleurbalans, is de kleuren van een beeld correct weergeven.
Bijlagen
120
Correcte verwijdering van dit product
(elektrische & elektronische afvalapparatuur)
(Van toepassing in landen waar afval gescheiden wordt ingezameld)
Dit merkteken op het product, de accessoires of het informatiemateriaal duidt erop
dat het product en zijn elektronische accessoires (bv. lader, headset, USB-kabel) niet
met ander huishoudelijk afval verwijderd mogen worden aan het einde van hun
gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid
door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u deze artikelen van
andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het
duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd.
Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit
product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen
waar en hoe ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen.
Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de
algemene voorwaarden van de koopovereenkomst nalezen. Dit product en zijn
elektronische accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering
worden gemengd.
PlanetFirst duidt op het streven van Samsung Electronics naar een
duurzame ontwikkeling en sociale verantwoordelijkheid door middel
van een milieubewuste bedrijfsvoering.
Correcte behandeling van een gebruikte accu uit dit product
(Van toepassing in landen waar afval gescheiden wordt ingezameld)
Dit merkteken op de accu, handleiding of verpakking geeft aan dat de accu in dit
product aan het einde van de levensduur niet samen met ander huishoudelijk afval
mag worden weggegooid. De chemische symbolen Hg, Cd of Pb geven aan dat
het kwik-, cadmium- of loodgehalte in de accu hoger is dan de referentieniveaus
in de Richtlijn 2006/66/EC. Indien de gebruikte accu niet op de juiste wijze wordt
behandeld, kunnen deze stoen schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen of
het milieu.
Ter bescherming van de natuurlijke hulpbronnen en ter bevordering van het
hergebruik van materialen, verzoeken wij u afgedankte accu’s en batterijen te
scheiden van andere soorten afval en voor recycling aan te bieden bij het gratis
inzamelingssysteem voor accu’s en batterijen in uw omgeving.
Bijlagen
121
A
Aansluiten op een computer
Mac 86
Windows 85
Afdruk 97
AF-geluid 95
Afspeelknop 16
Afspeelmodus 71
Afzonderlijke beelden uit een video
opslaan 79
Automatische contrastverbetering
(ACB)
Afspeelmodus 83
Opnamemodus 62
B
Batterij
Let op 106
Opladen 18
Plaatsen 17
Beautyshot-modus 40
Beeldaanpassing
ACB 62
Contrast
Afspeelmodus 84
Opnamemodus 69
Helderheid
Afspeelmodus 84
Opnamemodus 61
Kleurverzadiging
Afspeelmodus 84
Opnamemodus 69
Rode ogen 83
Ruis toevoegen 84
Scherpte 69
Beeld in beeldmodus 38
Beeldkwaliteit 50
Beginafbeelding 95
Belichting 61
Bestanden beveiligen 74
Bestanden overbrengen
Mac 86
Windows 85
Bestanden weergeven
Categorie 73
Diashow 77
Miniaturen 72
Panoramafoto’s 77
Bestanden wissen 74
Bewegingsopname 66
C
Cameraonderhoud 100
Cameraspecicaties 112
Contrast
Afspeelmodus 84
Opnamemodus 69
D
Datum/tijd aanpassen 19, 96
De camera losmaken 86
Diashow 77
Digitale beeldstabilisatie (DIS) 29
Digitale zoom 27
Draaien 81
Index
Index
Bijlagen
122
F
Filmmodus 45
Flitser
Anti-rode ogen 53
Auto 53
Invulits 53
Langzame synchronisatie 53
Rode ogen 53
Uit 52
Formatteren 96
Foto's bewerken 80
Foutmeldingen 99
Functieknop 16
G
Geheugenkaart
Aandachtspunt 104
Plaatsen 17
Geluidsinstellingen 25
Gezichten retoucheren
Afspeelmodus 83
Opnamemodus 41
Gezichtsdetectie 58
Grappig gezicht 42
H
Helderheid
Afspeelmodus 84
Opnamemodus 61
Helderheid scherm 96
I
Instellingen 96
Intelligente scènedetectiemodus 46
Intelligent portret
Afspeelmodus 81
Opnamemodus 41
Intelligent zoomen 28
ISO-waarde 54
K
Kleurverzadiging
Afspeelmodus 84
Opnamemodus 69
Knipperen 59
L
Lichtmeting
Centr. gewogen 63
Multi 63
Spot 63
Live Panoramamodus 36
M
Macro
Auto macro 56
Macro 56
Normaal (AF) 56
Menuknop 16
Miniaturen 72
Modus Magisch kader 40
Index
Bijlagen
123
N
Nachtmodus 43
O
Ontspanknop 14
Ontspanknop half indrukken 30
Open bron-licenties 97
Opladen 18
Opnamemodus 51
Opnamereeks met verschillende
belichtingen (AEB) 66
Optionele accessoires 13
P
Pictogrammen
Afspeelmodus 71
Opnamemodus 21
Portretten maken
Anti-rode ogen 53
Beautyshot-modus 40
Gezichtsdetectie 58
Grappig gezicht 42
Intelligent portret 41
Knipperen 59
Rode ogen 53
Smile shot 59
Zelfportret 58
Power-knop 14
Programmamodus 35
R
Reinigen
Camerabody 100
Lens 100
Scherm 100
Reset 96
Resolutie
Afspeelmodus 80
Opnamemodus 49
Rode ogen
Afspeelmodus 83
Opnamemodus 52
S
Scènemodus 39
Scherm auto. uit 96
Scherpstelgebied
Centrum AF 56
Multi AF 56
Tracking AF 56
Scherpte 69
Serieopnamen
Bewegingsopname 66
Continu 66
Opnamereeks met verschillende
belichtingen (AEB) 66
Servicecenter 109
Smart Auto-modus 33
Smart lter
Afspeelmodus 82
Opnamemodus 67
Index
Bijlagen
124
Smile shot 59
Snel tonen 96
Statiefbevestigingspunt 14
Statuslampje 15
T
Taalinstellingen 96
Tijdinstellingen 19
Tijdzone-instellingen 19, 96
Timer 51
Type weergave 25
U
Uitpakken 13
USB-poort 14
V
Vergroten 76
Video
Afspeelmodus 78
Opnamemodus 45
W
Witbalans 64
Z
Zelfportret 58
Zoom
Zoomfunctie gebruiken 27
Zoomgeluidsinstellingen 45
Zoomknop 15
Raadpleeg voor klantenservice of bij vragen de garantieinformatie
die met het product is meegeleverd of bezoek onze website
www.samsung.com.

Documenttranscriptie

Gebruiksaanwijzing ES95/ES96/ES99/ST71T Klik op een onderwerp In deze gebruiksaanwijzing vindt u uitgebreide aanwijzingen voor het gebruik van uw camera. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door. Algemene problemen oplossen Beknopt overzicht Inhoud Basisfuncties Uitgebreide functies Opnameopties Afspelen/bewerken Instellingen Bijlagen Index Informatie over gezondheid en veiligheid Houd u altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen en gebruikstips om gevaarlijke situaties te vermijden en ervoor te zorgen dat de camera optimaal werkt. Houd de camera buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Houd de camera en alle bijbehorende onderdelen en accessoires buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Kleine onderdelen vormen verstikkingsgevaar of kunnen schadelijk zijn wanneer deze worden ingeslikt. Bewegende onderdelen en accessoires kunnen ook fysiek gevaar opleveren. Waarschuwing—situaties die bij u of anderen letsel kunnen veroorzaken Haal de camera niet uit elkaar en probeer de camera niet te repareren. Dit kan een schok veroorzaken of de camera beschadigen. Gebruik de camera niet dichtbij ontvlambare of explosieve gassen en vloeistoffen. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Stel de camera niet gedurende lange tijd aan direct zonlicht of hoge temperaturen bloot. Langdurige blootstelling aan zonlicht of extreme temperaturen kan permanente schade aan interne onderdelen van het toestel veroorzaken. Plaats geen ontvlambare materialen in de camera en bewaar dergelijke materialen niet in de buurt van de camera. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Voorkom dat de camera of oplader wordt bedekt door kleden of kleding. Dit kan oververhitting van de camera of brand veroorzaken. Raak de camera niet met natte handen aan. Dit kan een schok veroorzaken. Gebruik het netsnoer en de oplader niet tijdens een onweersbui. Dit kan een elektrische schok veroorzaken. Voorkom oogletsel bij het nemen van foto's. Gebruik de flitser van de camera niet vlakbij (op minder dan 1 m afstand van) de ogen van mensen of dieren. Als u de flitser dicht bij de ogen van het onderwerp gebruikt, kunt u tijdelijke of permanente schade aan het gezichtsvermogen veroorzaken. Als er vloeistoffen of vreemde voorwerpen in de camera komen, moet u meteen alle voedingsbronnen, zoals de batterij of oplader, loskoppelen en vervolgens contact opnemen met een servicecenter van Samsung. 1 Informatie over gezondheid en veiligheid Raak de flitser niet aan wanneer deze wordt gebruikt. De flitser wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Voorzichtig—situaties die kunnen resulteren in beschadiging van de camera of andere apparatuur Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opbergt. Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en ernstige schade aan uw camera veroorzaken. Als u de AC-oplader gebruikt, moet u de camera uitschakelen voor u de voedingsbron van de AC-oplader loskoppelt. Anders kunt u brand of een schok veroorzaken. Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant aanbevolen lithiumionbatterijen ter vervanging. Zorg dat u de batterij niet beschadigt of verhit. Hierdoor kan brand ontstaan of persoonlijk letsel worden veroorzaakt. Laat de stekker van de oplader niet in het stopcontact zitten als u de oplader niet gebruikt. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen, opladers, kabels en accessoires. • Niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires kunnen de camera beschadigen, letsel veroorzaken of ertoe leiden dat batterijen exploderen. • Samsung is niet aansprakelijk voor schade of letsel veroorzaakt door nietgoedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires. Gebruik voor het opladen van de batterijen geen elektriciteitssnoeren of stekkers die beschadigd zijn, of een loshangend stopcontact. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Zorg dat de AC-oplader niet in contact komt met de plus- en minpolen van de batterij. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Gebruik batterijen niet voor doeleinden waarvoor de batterijen niet zijn bedoeld. Dit kan brand of een schok veroorzaken. Laat de camera niet vallen en stel deze niet bloot aan grote schokken. Hierdoor kunnen het scherm en externe of interne onderdelen beschadigd raken. 2 Informatie over gezondheid en veiligheid Wees voorzichtig bij het aansluiten van snoeren en adapters en het plaatsen van batterijen en geheugenkaarten. Door het forceren van aansluitingen, het niet op de juiste manier aansluiten van snoeren of het niet op de juiste manier plaatsen van batterijen en geheugenkaarten kunt u poorten, aansluitingen en accessoires beschadigen. Controleer voor gebruik of de camera naar behoren functioneert. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verlies van bestanden of schade die kan voortkomen uit defecten aan de camera of onjuist gebruik. Steek het smalle uiteinde van de USB-kabel in de camera. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Houd kaarten met magnetische stroken uit de buurt van het camera-etui. Informatie die is opgeslagen op de kaart kan worden beschadigd of gewist. Gebruik nooit een beschadigde oplader, batterij of geheugenkaart. Dit kan een schok, camerastoring of brand veroorzaken. Plaats de camera niet in of in de buurt van magnetische velden. Dit kan ervoor zorgen dat de camera niet goed meer werkt. Gebruik de camera niet als het scherm beschadigd is. Als het glas of acrylaatonderdelen gebroken zijn, gaat u naar een servicecenter van Samsung Electronics om te camera te laten repareren. 3 Samenvatting van de gebruiksaanwijzing Copyrightinformatie • Microsoft Windows en het Windows-logo zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation. • Mac is een geregistreerd handelsmerk van Apple Corporation. • microSD™ en microSDHC™ zijn geregistreerde handelsmerken van SD Association. • Handelsmerken en handelsnamen in deze gebruiksaanwijzing zijn het eigendom van de betreffende eigenaars. Basisfuncties 12 Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en basisfuncties voor het maken van opnamen. Uitgebreide functies 32 Hier vindt u informatie over het maken van foto's en het opnemen van video's door een modus te selecteren. Opnameopties 48 Hier vindt u informatie over het instellen van de opties in de opnamemodus. • Cameraspecificaties of de inhoud van deze gebruiksaanwijzing kunnen bij een upgrade van camerafuncties zonder kennisgeving worden gewijzigd. • Gebruik deze camera op een verantwoorde manier en leef alle wet- en regelgeving met betrekking tot het gebruik van de camera na. • Het is niet toegestaan om enig deel van deze gebruiksaanwijzing zonder vooraf gegeven toestemming te hergebruiken of verspreiden. Afspelen/bewerken 70 Hier vindt u informatie over hoe u foto's of video's afspeelt en u foto's bewerkt. Ook leest u hier hoe u de camera op een computer aansluit. Instellingen 93 Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te configureren. Bijlagen Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties en onderhoud. 4 98 Pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing Opnamemodus Smart Auto Programma Live Panorama Beeld in beeld Scène Film Symbolen in deze gebruiksaanwijzing Pictogram S Symbool p N d s v [] () “ Pictogrammen in de opnamemodus Deze pictogrammen worden weergegeven in de tekst wanneer een functie beschikbaar is in een bepaalde modus. Bekijk het onderstaande voorbeeld. Opmerking: de modus s ondersteunt wellicht niet voor alle scènes functies. * Bijvoorbeeld: Beschikbaar in de Programma- en Film modus 5 Functie Aanvullende informatie Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen Knoppen op de camera. Voorbeeld: [Ontspanknop] geeft de ontspanknop weer. Paginanummer van verwante informatie De volgorde van de opties of menu's die u moet selecteren om een stap uit te voeren, bijvoorbeeld: selecteer a “ Fotoformaat (betekent: selecteer a en selecteer vervolgens Fotoformaat). Voetnoot Uitdrukkingen in deze gebruiksaanwijzing Belichting (Helderheid) De hoeveelheid licht die de camera binnenkomt bepaalt de belichting. U kunt de belichting aanpassen door de sluitertijd, diafragmawaarde of ISO-waarde te wijzigen. Wanneer u de belichting verandert, worden de foto's donkerder of lichter. Op de ontspanknop drukken • Druk de [Ontspanknop] half in: de sluiterknop half indrukken • Druk de [Ontspanknop] in: de sluiterknop volledig indrukken Druk de [Ontspanknop] half in Druk op de [Ontspanknop] S Normale belichting Onderwerp, achtergrond en compositie • Onderwerp: het hoofdobject van een scène, zoals een persoon, dier of stilleven • Achtergrond: de objecten rond het onderwerp • Compositie: de combinatie van onderwerp en achtergrond Achtergrond Compositie Onderwerp 6 S Overbelicht (te helder) Algemene problemen oplossen Hier vindt u informatie waarmee u algemene problemen kunt oplossen door opnameopties in te stellen. De ogen van het onderwerp zijn rood. Dit wordt veroorzaakt door een reflectie van de flitser van de camera. • Stel de flitseroptie in op Rode ogen of Anti-rode ogen. (pag. 52) • Als de foto al is gemaakt, selecteert u Anti-rode ogen in het bewerkingsmenu. (pag. 83) Foto's bevatten stofvlekken. Als u de flitser gebruikt, worden stofdeeltjes in de lucht mogelijk vastgelegd op foto's. • Schakel de flitser uit of neem geen foto's op stoffige plaatsen. • Stel de ISO-gevoeligheidopties in. (pag. 54) Foto's zijn onscherp. Dit kan worden veroorzaakt doordat u foto's maakt bij weinig licht of doordat u de camera niet goed vasthoudt. Gebruik de functie DIS of druk op [Ontspanknop] half in om scherp te stellen op het onderwerp. (pag. 30) Bij nachtopnamen zijn foto's onscherp. De camera probeert meer licht binnen te laten en daardoor wordt de sluitertijd langer. Het kan moeilijk zijn om de camera zolang stil te houden tot de foto gemaakt is. • Selecteer Nacht in de modus s. (pag. 39) • Zet de flitser aan. (pag. 52) • Stel de ISO-gevoeligheidopties in. (pag. 54) • Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt. Als de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt of als er een groot contrast is tussen de lichte en donkere gebieden, kan het onderwerp te donker worden. • Maak geen foto's tegen de zon in. • Selecteer Tegenl. in de modus s. (pag. 39) • Stel de flitseroptie in op Invulflits. (pag. 52) • Pas de belichting aan. (pag. 61) • Stel de optie Compenseren voor tegenlicht (ACB) in. (pag. 62) • Stel de lichtmeting in op Spot als het onderwerp in het midden van het kader staat. (pag. 63) Het onderwerp is te donker door tegenlicht. 7 Beknopt overzicht Foto's van mensen maken • • • • d-modus f 38 s-modus > Beautyshot f 40 s-modus > Intelligent portret f 41 Rode ogen/Anti-rode ogen (om rode ogen te voorkomen of te corrigeren) f 52 • Gezichtsdetectie f 58 • Zelfportret f 58 De belichting aanpassen (helderheid) • ISO-waarde (om de lichtgevoeligheid aan te passen) f 54 compenseren) f 62 • L.meting f 63 • AEB (om 3 foto’s met verschillende belichtingen van dezelfde scène te maken) f 66 Foto's van de omgeving maken • N-modus f 36 • s-modus > Landschap f 39 f 54 Effecten toepassen op foto's Actiefoto's maken • Serieopname, Bewegingsopname f 66 Foto's van tekst, insecten en bloemen maken • Smart Filter-effecten f 67 • EV (de belichting aanpassen) f 61 • ACB (om onderwerpen tegen een lichte achtergrond te 's Nachts of in het donker foto's maken • s-modus > Nacht, Zon onder, Dageraad f 39 • Flitseropties f 52 • ISO-waarde (om de lichtgevoeligheid aan te passen) Effecten toepassen op video's • • • • s-modus > Magisch kader f 40 s-modus > Grappig gezicht f 42 Smart filter-effecten f 67 Beeld aanpassen (om Contrast, Scherpte, of Kleurverz. aan te passen) f 69 • s-modus > Tekst f 39 • Macro f 55 8 Bewegingsonscherpte voorkomen • Digitale beeldstabilisatie (DIS) f 29 • • • • • • • • • • Bestanden weergeven als miniaturen f 72 Bestanden weergeven op categorie f 73 Alle bestanden in het geheugen verwijderen f 75 Foto's als diashow weergeven f 77 De camera op een computer aansluiten f 85 Geluid en volume aanpassen f 95 De helderheid van het scherm aanpassen f 96 De schermtaal wijzigen f 96 De datum en tijd instellen f 96 Voordat u contact opneemt met een servicecenter f 109 Inhoud Basisfuncties ..................................................................................................................... 12 Uitgebreide functies ..................................................................................................... 32 Uitpakken .................................................................................................................... 13 De Smart Auto-modus gebruiken ...................................................................... 33 Onderdelen en knoppen van de camera ......................................................... 14 De Programmamodus gebruiken ...................................................................... 35 De batterij en geheugenkaart plaatsen ........................................................... 17 De modus Live Panorama gebruiken ................................................................ 36 De batterij opladen en de camera inschakelen ............................................. 18 De modus Beeld in Beeld gebruiken ................................................................. 38 De batterij opladen ................................................................................................ 18 De camera inschakelen ......................................................................................... 18 De Scènemodus gebruiken .................................................................................. 39 De modus Magisch kader gebruiken .................................................................. De Beautyshot-modus gebruiken ....................................................................... De modus Intelligent portret gebruiken ............................................................ De modus Grappig gezicht gebruiken ............................................................... De Nachtmodus gebruiken .................................................................................. De eerste instellingen uitvoeren ........................................................................ 19 Uitleg over de pictogrammen ............................................................................. 21 Opties of menu's selecteren. ................................................................................ 22 [MENU] gebruiken .................................................................................................. 22 [Fn] gebruiken ......................................................................................................... 23 40 40 41 42 43 De Filmmodus gebruiken ...................................................................................... 45 De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken .............................................. 46 Display en geluid instellen .................................................................................... 25 De weergave instellen ........................................................................................... 25 Het geluid instellen ................................................................................................ 25 Foto's maken .............................................................................................................. 26 Zoomen .................................................................................................................... 27 Bewegingsonscherpte voorkomen (DIS) ........................................................... 29 Tips om betere foto's te maken ........................................................................... 30 9 Inhoud Gezichtsdetectie gebruiken ................................................................................. 58 Opnameopties ................................................................................................................. 48 Gezichten detecteren ............................................................................................ Een zelfportret maken ........................................................................................... Een foto van een lachend gezicht maken .......................................................... Knipperende ogen detecteren ............................................................................. Tips voor gezichtsdetectie .................................................................................... De resolutie en beeldkwaliteit selecteren ....................................................... 49 De resolutie selecteren .......................................................................................... 49 Een beeldkwaliteit selecteren .............................................................................. 50 Timer gebruiken ....................................................................................................... 51 Opnamen in het donker maken .......................................................................... 52 Helderheid en kleur aanpassen .......................................................................... 61 Rode ogen voorkomen ......................................................................................... 52 De flitser gebruiken ................................................................................................ 52 De ISO-waarde aanpassen .................................................................................... 54 De belichting handmatig aanpassen (EV) .......................................................... Compenseren voor tegenlicht (ACB) .................................................................. De lichtmeetmethode wijzigen ........................................................................... Een instelling voor Witbalans selecteren ............................................................ De scherpstelling aanpassen ............................................................................... 55 Macro gebruiken .................................................................................................... Autofocus gebruiken ............................................................................................. Het scherpstelgebied aanpassen ........................................................................ Meebewegende autofocus gebruiken ............................................................... 58 58 59 59 60 55 55 56 57 61 62 63 64 Serieopnamen ........................................................................................................... 66 Effecten toepassen/beelden aanpassen .......................................................... 67 Smart filter-effecten toepassen ........................................................................... 67 Afbeeldingen aanpassen ...................................................................................... 69 10 Inhoud Afspelen/bewerken ....................................................................................................... 70 Instellingen ....................................................................................................................... 93 Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus ......................................... 71 Instellingenmenu ..................................................................................................... 94 De afspeelmodus starten ...................................................................................... 71 Foto's weergeven ................................................................................................... 76 Een video afspelen ................................................................................................. 78 Het instellingenmenu openen ............................................................................. Geluid ....................................................................................................................... Display ...................................................................................................................... Instellingen .............................................................................................................. Foto's bewerken ........................................................................................................ 80 Het formaat van foto's wijzigen ........................................................................... Een foto draaien ..................................................................................................... Een close-upportret maken .................................................................................. Smart filter-effecten toepassen ........................................................................... Foto's aanpassen .................................................................................................... 80 81 81 82 83 94 95 95 96 Bijlagen ............................................................................................................................... 98 Foutmeldingen .......................................................................................................... 99 Cameraonderhoud ................................................................................................ 100 De camera reinigen .............................................................................................. De camera gebruiken of opbergen ................................................................... Geheugenkaarten ................................................................................................ De batterij .............................................................................................................. Bestanden naar een computer overbrengen ................................................. 85 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen .................................. 85 Bestanden naar een Mac-computer overbrengen ........................................... 86 100 101 102 105 Programma's op een computer gebruiken ..................................................... 88 Voordat u contact opneemt met een servicecenter .................................. 109 i-Launcher installeren ............................................................................................ 88 i-Launcher gebruiken ............................................................................................ 89 Cameraspecificaties ............................................................................................... 112 Woordenlijst ............................................................................................................. 116 Index ........................................................................................................................... 121 11 Basisfuncties Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en basisfuncties voor het maken van opnamen. Uitpakken ………………………………………… Onderdelen en knoppen van de camera ……… De batterij en geheugenkaart plaatsen ……… De batterij opladen en de camera inschakelen ……………………………………… 13 Display en geluid instellen ……………………… 25 14 De weergave instellen ………………………… 25 Het geluid instellen …………………………… 25 17 18 De batterij opladen …………………………… 18 De camera inschakelen ………………………… 18 De eerste instellingen uitvoeren ……………… 19 Uitleg over de pictogrammen ………………… 21 Opties of menu's selecteren. …………………… 22 [MENU] gebruiken ……………………………… 22 [Fn] gebruiken ………………………………… 23 Foto's maken …………………………………… 26 Zoomen ………………………………………… 27 Bewegingsonscherpte voorkomen (DIS) ……… 29 Tips om betere foto's te maken ………………… 30 Uitpakken De productverpakking bevat de volgende onderdelen. Optionele accessoires Camera AC-adapter/USB-kabel Camera-etui Oplaadbare batterij Batterijoplader Polslus Geheugenkaart/ Geheugenkaartadapter Snelstartgids • De afbeeldingen kunnen enigszins afwijken van de onderdelen die bij uw product zijn geleverd. • Afhankelijk van het model kunnen er verschillende items in de doos zitten. • U kunt optionele accessoires aanschaffen bij een wederverkoper of een servicecenter van Samsung. Samsung is niet verantwoordelijk voor problemen die door het gebruik van niet-goedgekeurde accessoires ontstaan. Basisfuncties 13 Onderdelen en knoppen van de camera Zorg dat u vertrouwd bent met de diverse onderdelen en functies van de camera voordat u begint. Power-knop Ontspanknop Microfoon Flitser Luidspreker Lens Statiefbevestigingspunt Batterijklep Een geheugenkaart en batterij plaatsen Basisfuncties 14 USB-aansluiting Aansluiting USB-kabel Onderdelen en knoppen van de camera Zoomknop • In de opnamemodus: in- en uitzoomen • In de afspeelmodus: inzoomen op een deel van de Statuslampje • Knippert: wanneer de camera een foto of video opslaat, wanneer de gegevens op de camera worden gelezen door een computer, wanneer het beeld niet is scherpgesteld of als er een probleem optreedt met het opladen van de batterij • Licht op: wanneer de camera is aangesloten op een computer, wanneer de batterij wordt opgeladen of wanneer het beeld is scherpgesteld foto, bestanden als miniaturen weergeven of het volume aanpassen De polslus bevestigen x y Scherm Knoppen (pag. 16) Basisfuncties 15 Onderdelen en knoppen van de camera Knoppen Knop Beschrijving Knop Beschrijving Naar opties of menu's gaan. Een opnamemodus selecteren. Modus S p N d s v Beschrijving Smart Auto: een foto maken met een scènemodus automatisch geselecteerd door de camera. Programma: een foto nemen met handmatige instellingen. Live Panorama: een serie foto's maken en combineren om een panoramisch beeld te maken. Beeld in beeld: maak of selecteer een achtergrondfoto van volledige grote en plaats vervolgens een kleinere foto in de voorgrond om een samengestelde foto te maken. Scène: een foto maken met vooraf ingestelde opties voor een specifieke scène. Film: een video opnemen. Basisfuncties 16 D c F t Basisfuncties De weergaveoptie wijzigen. De macro-optie wijzigen. De flitseroptie wijzigen. De timeroptie wijzigen. Overige functies Omhoog Omlaag Naar links Naar rechts Gemarkeerde optie of menu bevestigen. Naar de afspeelmodus gaan. • Opties openen in de opnamemodus. • Bestanden verwijderen in de afspeelmodus. De batterij en geheugenkaart plaatsen Hier vindt u informatie over het in de camera plaatsen van de batterij en een optionele geheugenkaart. De batterij en geheugenkaart verwijderen Batterijvergrendeling Schuif de vergrendeling naar boven om de batterij los te maken. Oplaadbare batterij Zorg dat bij het plaatsen van een geheugenkaart de goudkleurige contactpunten omhoog zijn gericht. Duw voorzichtig tegen de kaart totdat deze uit de camera loskomt en trek de kaart vervolgens uit de sleuf. Geheugenkaart Plaats de batterij met het Samsung-logo naar boven. Geheugenkaart U kunt het interne geheugen gebruiken voor tijdelijke opslag als er geen geheugenkaart is geplaatst. Oplaadbare batterij Basisfuncties 17 De batterij opladen en de camera inschakelen De batterij opladen De camera inschakelen Voordat u de camera voor het eerst gaat gebruiken, moet de batterij worden opgeladen. Sluit het kleine uiteinde van de USB-kabel aan op de camera en sluit het andere uiteinde van de USB-kabel aan op de netspanningsadapter. Druk op [X] om de camera in- of uit te schakelen. • Het scherm voor de eerste instellingen verschijnt wanneer u de camera voor het eerst inschakelt. (pag. 19) De camera inschakelen in de afspeelmodus Statuslampje • Rode lampje brandt: opladen • Rode lampje uit: volledig opgeladen • Rode lampje knippert: fout Druk op [P]. De camera wordt ingeschakeld en gaat direct naar de afspeelmodus. Gebruik alleen de AC-adapter en de USB-kabel die bij de camera zijn geleverd. Als u een andere AC-adapter (zoals SAC-48) gebruikt, is het mogelijk dat de batterij van de camera niet kan worden opgeladen of niet correct werkt. Basisfuncties 18 De eerste instellingen uitvoeren Wanneer u de camera voor het eerst inschakelt, wordt het scherm voor de eerste installatie weergegeven. Volg de onderstaande stappen om de basisinstellingen van de camera te configureren. De taal is vooraf ingesteld voor het land of de regio waarin de camera wordt verkocht. U kunt de taal naar wens wijzigen. 1 Druk op [t] “ [c] om Tijdzone te selecteren en druk op [t] of [o]. 3 Druk op [D/c] om Datum/tijd aanpassen te selecteren en druk vervolgens op [t] of [o]. Nederlands Tijdzone Datum/tijd aanpassen Datumtype Type tijd Afsl. Londen Tijdzone JJJJ/MM/DD Datumtype JJJJ MM DD Type tijd 12 uur Terug Terug Druk op [F/t] om een tijdzone te selecteren en druk op [o]. • Als u zomer-wintertijd wilt instellen, drukt u op [D]. 4 5 Tijdzone Londen Terug Instellen • Het scherm kan afwijken, afhankelijk van de geselecteerde taal. • Het scherm kan afwijken, afhankelijk van de geselecteerde taal. 2 Londen Datum/tijd aanpassen Zomertijd Basisfuncties 19 Druk op [F/t] om een item te selecteren. Druk op [D/c] om de datum en tijd in te stellen en druk op [o]. De eerste instellingen uitvoeren 6 Druk op [D/c] om Datumtype te selecteren en druk op [t] of [o]. 7 Druk op [D/c] om een datumtype te selecteren en druk vervolgens op [o]. Nederlands Londen Tijdzone Datum/tijd aanpassen Datumtype Type tijd Terug JJJJ/MM/DD MM/DD/JJJJ DD/MM/JJJJ Instellen • De standaarddatumnotatie kan afwijken, afhankelijk van de geselecteerde taal. 8 Druk op [D/c] om Type tijd te selecteren en druk op [t] of [o]. 9 Druk op [D/c] om een type tijd te selecteren en druk vervolgens op [o]. 10 Druk op [m] om de eerste configuratie te voltooien. Basisfuncties 20 Uitleg over de pictogrammen Welke pictogrammen worden weergegeven op het scherm, is afhankelijk van de geselecteerde modus en de ingestelde opties. Als u een opnameoptie wijzigt, knippert het bijbehorende symbool korte tijd geel. 1 2 Symbool Beschrijving Bewegingsonscherpte Fotoresolutie als de intelligente zoomfunctie is ingeschakeld Zoomindicator Zoomverhouding Huidige tijd en datum 3 1 Opnamegegevens Symbool Beschrijving Beschikbare opnametijd Resterend aantal foto's Geheugenkaart niet geplaatst (intern geheugen) Geheugenkaart geplaatst • • • : volledig opgeladen : gedeeltelijk opgeladen : leeg (opladen) Autofocuskader 2 Opnameopties (rechts) Symbool Beschrijving 3 Opnameopties (links) Symbool Beschrijving Onderwerpen die veel bewegen Opnamemodus Diafragmawaarde en sluitertijd Lange sluitertijd Belichtingswaarde (EV) Witbalans Gezichtstint Gezichtretouch Fotoresolutie ISO-waarde Videoresolutie Smart filter Framesnelheid Beeldaanpassing (contrast, scherpte en kleurverzadiging) Fotokwaliteit Lichtmeting Flitser Sound Alive Aan Optie voor serieopnamen Digitale beeldstabilisatie (DIS) Timer Autofocusinstelling Gezichtsdetectie Basisfuncties 21 Opties of menu's selecteren. Als u een optie of een menu wilt selecteren, drukt u op [m] of [f]. Voorbeeld: een witbalansoptie selecteren in de Programmamodus: [MENU] gebruiken Als u opties wilt selecteren, drukt u op [m] en vervolgens op [D/c/F/t] of [o]. 1 2 Druk in de opname- of afspeelmodus op [m]. Selecteer een optie of menu. 1 2 3 • Druk op [D] of [c] om omhoog of omlaag te gaan. • Druk op [F] of [t] om naar links of rechts te gaan. Druk in de opnamemodus op [M]. Selecteer p. Druk op [m]. Fotoformaat Opname Geluid Display Instellingen Kwalit. EV ISO Witbalans Smart filter Gezichtsdetectie 3 Druk op [o] om de gemarkeerde optie of het gemarkeerde menu te bevestigen. Afsl. 4 Druk op [m] om terug te gaan naar het vorige menu. Druk de [Ontspanknop] half in om terug te gaan naar de opnamemodus. Basisfuncties 22 Wijzigen Druk op [D/c] om a te selecteren en druk op [t] of [o]. Opties of menu's selecteren. 5 Druk op [D/c] om Witbalans te selecteren en druk op [t] of [o]. [Fn] gebruiken U kunt opnameopties openen door op [f] te drukken, maar sommige opties zijn dan niet beschikbaar. Fotoformaat Voorbeeld: een witbalansoptie selecteren in de Programmamodus: Kwalit. EV ISO Witbalans Smart filter Gezichtsdetectie Afsl. 6 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [M]. Selecteer p. Druk op [f]. Terug Fotoformaat Druk op [F/t] om een witbalansoptie te selecteren. Daglicht Afsl. Terug 7 Verpl. Druk op [o] om de instellingen op te slaan. Basisfuncties 23 Verpl. Opties of menu's selecteren. 4 Druk op [D/c] om naar te scrollen. Witbalans Afsl. 5 Verpl. Druk op [F/t] om een witbalansoptie te selecteren. Daglicht Afsl. 6 Verpl. Druk op [o] om de instellingen op te slaan. Basisfuncties 24 Display en geluid instellen Hier vindt u informatie over hoe u de basisinstellingen van het scherm en het geluid kunt aanpassen. De weergave instellen Het geluid instellen U kunt een type weergave selecteren voor de opname- of afspeelmodus. Elk type geeft andere opname- of afspeelgegevens weer. Bekijk de onderstaande tabel. Het geluid instellen dat de camera maakt wanneer u functies uitvoert. 1 2 3 Druk in de opname- of afspeelmodus op [m]. Selecteer O “ Piepjes. Selecteer een optie. Optie Alle informatie over het opnemen tonen Uit 1/2/3 Druk meerdere keren op [D] om het type weergave te wijzigen. Modus Opnemen Afspelen Type weergave • • • • Alle informatie over opnameopties verbergen. Alle informatie over opnameopties weergeven. Alle informatie over de huidige foto verbergen. Informatie weergeven over het huidige bestand met uitzondering van de opname-instellingen. • Alle informatie over het huidige bestand weergeven. Basisfuncties 25 Beschrijving De camera laat geen geluid klinken. De camera laat een geluid klinken. Foto's maken Hier vindt u informatie over hoe u snel en eenvoudig foto's kunt in de Smart Auto-modus. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [M]. 4 Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 5 6 Druk de [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken. 7 Druk op [P] om terug te gaan naar de opnamemodus. Selecteer S. • Een groen kader betekent dat het onderwerp scherp in beeld is. • Een rood kader betekent dat het onderwerp niet scherp in beeld is. Plaats het onderwerp in het kader. Druk op [P] om de gemaakte foto weer te geven. • Als u de foto wilt verwijderen, drukt u op [f] en selecteert u Ja. Zie pagina 30 voor tips om betere foto's te maken. Basisfuncties 26 Foto's maken Digitale zoom Zoomen ps De digitale zoomfunctie wordt standaard ondersteund in de opnamemodus. Als u inzoomt op een onderwerp in de opnamemodus en de zoomaanduiding bevindt zich in het digitale bereik, gebruikt de camera de digitale zoomfunctie. U kunt tot 25 keer inzoomen als u zowel de optische zoomfunctie (5X) als de digitale zoomfunctie (5X) gebruikt. U kunt close-upfoto's maken door in te zoomen. Optisch bereik Zoomindicator Digitaal bereik • De digitale zoomfunctie is niet beschikbaar met de het Smart filter-effect of de Zoomverhouding Tracking AF-optie. Uitzoomen • Als u een foto maakt met de digitale zoomfunctie, kan de fotokwaliteit lager zijn Inzoomen dan normaal. • Hoe langer u op de zoomknop drukt, hoe sneller de camera in- of uitzoomt. • Wanneer u op de zoomknop drukt, kan de zoomverhouding op het scherm ongelijk worden gewijzigd. Basisfuncties 27 Foto's maken Intelligent zoomen Sps Intelligent zoomen instellen Als de zoomindicator zich in het bereik voor intelligent zoomen bevindt, gebruikt de camera de intelligente zoomfunctie. De resolutie van de foto verschilt afhankelijk van de zoomverhouding als u de intelligente zoomfunctie gebruikt. U kunt tot 10 keer inzoomen als u zowel de optische als de intelligente zoomfunctie gebruikt. Fotoresolutie als de intelligente zoomfunctie is ingeschakeld 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a “ Intelli-zoom. Selecteer een optie. Symbool Beschrijving Uit: de intelligente zoomfunctie is uitgeschakeld. Aan: de intelligente zoomfunctie is ingeschakeld. Optisch bereik Zoomindicator Bereik intelligent zoomen • De intelligente zoomfunctie is niet beschikbaar met het intelligente filtereffect of de optie Tracking AF. • Met de intelligente zoomfunctie kunt u foto's maken met minder kwaliteitsverlies dan met de digitale zoomfunctie. De fotokwaliteit kan echter wel minder zijn dan bij gebruik van de optische zoomfunctie. • De intelligente zoomfunctie is alleen beschikbaar als u de 4:3-beeldverhouding instelt. Als u een andere beeldverhouding instelt terwijl de intelligente zoomfunctie is ingeschakeld, wordt de intelligente zoomfunctie automatisch uitgeschakeld. • Intelli-zoom is altijd ingeschakeld in de modus Smart Auto. Basisfuncties 28 Foto's maken Bewegingsonscherpte voorkomen (DIS) ps • DIS werkt mogelijk in de volgende omstandigheden niet goed: - wanneer u de camera beweegt om een bewegend onderwerp te volgen - wanneer u de digitale zoomfunctie gebruikt - wanneer de camera te veel trilt - wanneer u een lagere sluitersnelheid gebruikt (bijvoorbeeld voor In de opnamemodus kunt u de bewegingsonscherpte digitaal beperken. nachtopnamen) - wanneer de batterij bijna leeg is - wanneer u een close-up neemt • Als de camera valt of een schok krijgt, wordt het scherm wazig. Als dit gebeurt, moet u de camera uitschakelen en weer inschakelen. S Vóór correctie 1 2 3 • De DIS-functie is niet beschikbaar wanneer u opties voor serieopnamen instelt. S Na correctie Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a “ DIS. Selecteer een optie. Symbool Beschrijving Uit: DIS is uitgeschakeld. Aan: DIS is ingeschakeld. Basisfuncties 29 Tips om betere foto's te maken Bewegingsonscherpte voorkomen De camera op de juiste manier vasthouden Stel de DIS-optie (Digital Image Stabilization) in om de bewegingsonscherpte te reduceren. (pag. 29) Zorg ervoor dat niets de lens, flitser of microfoon blokkeert. Als wordt weergegeven De ontspanknop half indrukken Druk de [Ontspanknop] half in en pas de scherpstelling aan. De camera past de scherpstellingen en belichting automatisch aan. Bewegingsonscherpte De camera stelt de diafragmawaarde en sluitersnelheid automatisch in. Scherpstelkader • Druk de [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken als het scherpstelkader groen is. • Pas de compositie aan en druk de [Ontspanknop] nogmaals half in als het scherpstelkader rood is. Zorg dat bij opnamen in het donker de flitseroptie niet is ingesteld op Langz sync of Uit. Het diafragma blijft langer open en het kan moeilijk zijn om de camera lang genoeg stabiel te houden om een scherpe foto te maken. • Gebruik een statief of stel de flitser in op Invulflits. (pag. 52) • Pas de ISO-waarde aan. (pag. 54) Basisfuncties 30 Voorkomen dat het onderwerp niet scherp is In de volgende gevallen kan het moeilijk zijn om op het onderwerp scherp te stellen: - er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond (als het onderwerp bijvoorbeeld kleren draagt met kleuren die lijken op de achtergrondkleur) - de lichtbron achter het onderwerp is te fel - het onderwerp glanst of weerspiegelt - het onderwerp heeft horizontale patronen, zoals bij jaloezieën het geval is - het onderwerp bevindt zich niet in het midden van het kader • Als u foto's maakt bij weinig licht Schakel de flitser in. (pag. 52) • Als onderwerpen snel bewegen Gebruik de functie Serieopname of Bewegingsopname. (pag. 66) De scherpstelvergrendeling gebruiken Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. Wanneer het onderwerp scherp in beeld is, kunt u het kader verschuiven om de compositie aan te passen. Druk wanneer u klaar bent de [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken. Basisfuncties 31 Uitgebreide functies Hier vindt u informatie over het maken van foto's en het opnemen van video's door een modus te selecteren. De Smart Auto-modus gebruiken …………………………… De Programmamodus gebruiken ……………………………… De modus Live Panorama gebruiken ………………………… De modus Beeld in Beeld gebruiken ………………………… De Scènemodus gebruiken …………………………………… De modus Magisch kader gebruiken ………………………… De Beautyshot-modus gebruiken ……………………………… De modus Intelligent portret gebruiken ……………………… De modus Grappig gezicht gebruiken ………………………… De Nachtmodus gebruiken …………………………………… 33 35 36 38 39 40 40 41 42 43 De Filmmodus gebruiken ……………………………………… 45 De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken ……………… 46 De Smart Auto-modus gebruiken In de Smart Auto-modus kiest de camera automatisch camera-instellingen die bij het gedetecteerde type scène passen. De Smart Auto-modus is handig als u niet bekend bent met de camera-instellingen voor de diverse scènes. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [M]. Symbool Selecteer S. Beschrijving Landschappen Scènes met een helderwitte achtergrond Plaats het onderwerp in het kader. Landschappen 's nachts • De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram voor de desbetreffende scène wordt linksboven in het scherm weergegeven. De pictogrammen worden hieronder weergegeven. Portretten 's nachts Landschappen met tegenlicht Portretten met tegenlicht Portretten Close-upfoto's van objecten Close-upfoto's van tekst Zonsondergangen Heldere luchten Bossen Close-upfoto's van gekleurde onderwerpen De camera is gestabiliseerd of op een statief geplaatst (bij opnamen in het donker) Onderwerpen die veel bewegen Uitgebreide functies 33 De Smart Auto-modus gebruiken 4 5 Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken. • Als de camera geen geschikte scènemodus detecteert, worden de standaardinstellingen voor de Smart Auto-modus gebruikt. • Ook als er een gezicht wordt gedetecteerd, is het mogelijk dat de camera geen portretmodus selecteert, afhankelijk van de positie van het onderwerp en de lichtval. • Afhankelijk van de opnameomstandigheden, zoals het trillen van de camera, de lichtval en de afstand tot het onderwerp, kan het voorkomen dat de camera de juiste scène niet selecteert. • Zelfs als u een statief gebruikt, kan het voorkomen dat de camera de modus niet detecteert als het onderwerp beweegt. • De batterij raakt sneller leeg omdat de instellingen vaker worden gewijzigd om de juiste scène te selecteren. Uitgebreide functies 34 De Programmamodus gebruiken In de Programmamodus kunt u de meeste opties instellen, met uitzondering van de sluitertijd en de diafragmawaarde, die automatisch worden ingesteld door de camera. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [M]. 4 Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 5 Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken. Selecteer p. Stel de gewenste opties in. • Zie 'Opnameopties' voor een lijst met opties. (pag. 48) Uitgebreide functies 35 De modus Live Panorama gebruiken In de modus Live Panorama kunt u een brede panoramascène vastleggen in één foto. Maak een serie foto's en combineer deze om een panoramisch beeld te maken. 5 Houd de [Ontspanknop] ingedrukt en beweeg de camera langzaam in de richting waarin de rest van de panoramaopname moet worden vastgelegd. • Er worden pijltjes in de richting van de beweging weergegeven en de gehele opnameafbeelding wordt weergegeven in het voorbeeldvak. S Opnamevoorbeeld 1 2 3 • Wanneer de scènes zijn uitgelijnd, legt de camera de volgende foto automatisch vast. Druk in de opnamemodus op [M]. Selecteer N. Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. • Breng de camera op één lijn met de uiterste linker-, rechter-, onder- of bovenkant van de scène die u wilt vastleggen. 4 Houd de [Ontspanknop] ingedrukt om de opname te starten. 6 Wanneer u klaar bent, laat u de [Ontspanknop] los. • Wanneer u alle benodigde opnamen heeft vastgelegd, combineert de camera deze tot één panoramafoto. Uitgebreide functies 36 De modus Live Panorama gebruiken • Voor de beste resultaten bij het vastleggen van panoramafoto's moet u het • • • • • volgende vermijden: - de camera te snel of te langzaam bewegen - de camera te weinig bewegen om het volgende beeld vast te leggen - de camera met ongelijkmatige snelheden bewegen - de camera schudden - opnemen op donkere locaties - bewegende onderwerpen in de buurt vastleggen - opnameomstandigheden waar de helderheid of kleur van het licht verandert Gemaakte foto's worden automatisch opgeslagen en het opnemen wordt gestopt onder de volgende omstandigheden: - als u de opnamerichting wijzigt wanneer u opneemt - als u de camera te snel beweegt - als u de camera niet beweegt Als u de modus Live Panorama selecteert, worden de digitale en optische zoomfuncties uitgeschakeld. Als u de Panoramamodus selecteert terwijl de lens is ingezoomd, zoomt de camera automatisch uit naar de standaardpositie. Bepaalde opnameopties zijn niet beschikbaar. De camera kan de opname stoppen vanwege de compositie van de opname of beweging van het onderwerp. Mogelijk legt de camera de laatste scène niet volledig vast als u de camerabeweging exact stopt op het punt waar u de scène wilt beëindigen. Als u de volledige scène wilt vastleggen, beweegt u de camera iets verder dan het punt waar u de scène wilt eindigen. Uitgebreide functies 37 De modus Beeld in Beeld gebruiken In de modus Beeld in beeld kunt u een achtergrondfoto op volledige grootte maken of selecteren en een kleinere foto invoegen op de voorgrond. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [M]. Selecteer d. Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen en druk vervolgens op de [Ontspanknop] om een achtergrondfoto te maken. 6 Druk op [o] en vervolgens op [D/c/F/t] om de grootte van het invoegpunt te wijzigen. 7 8 Druk op [o] om de instelling op te slaan. • Als u een achtergrondfoto wilt selecteren uit uw opgeslagen foto's, drukt u op [m] en selecteert u a “ Afbeelding selecteren “ een gewenste foto. U kunt geen videobestanden of foto's selecteren die zijn vastgelegd in de modus Live Panorama. 4 Druk op [o] om de foto in te stellen als achtergrondafbeelding. 5 Druk op [o] en vervolgens op [D/c/F/t] om het invoegpunt te wijzigen. • Als u een achtergrondfoto opnieuw wilt maken, drukt u op [m]. Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen en druk vervolgens op de [Ontspanknop] om een foto te maken en in te voegen. • Het venster voor invoegen wordt groter wanneer u de [Ontspanknop] indrukt zodat u kunt bepalen of het onderwerp scherp in beeld is. 9 Als u de samengestelde foto wilt weergeven, drukt u op [P]. • Druk op [P] om terug te gaan naar de opnamemodus. • Wanneer u achtergrondfoto's maakt, wordt de resolutie automatisch ingesteld op en worden alle gemaakte foto's opgeslagen. • De uiteindelijke Beeld in beeld-foto's worden opgeslagen als één gecombineerd bestand en de ingevoegde foto's worden niet afzonderlijk opgeslagen. • Wanneer u een afbeelding invoegt, wordt de resolutie voor het gecombineerde bestand automatisch ingesteld op . • Wanneer u een achtergrondfoto vastlegt, wordt een foto die in de verticale positie wordt vastgelegd, niet automatisch gedraaid. • De maximale grootte van het venster voor invoegen is 1/4 van het scherm en de beeldverhouding blijft gelijk wanneer u de grootte aanpast. • De opties voor de scherpstelafstand zijn niet beschikbaar. Terug Verpl. Uitgebreide functies 38 De Scènemodus gebruiken In de Scènemodus kunt u een foto maken met opties die al vooraf zijn ingesteld voor een bepaalde scène. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [M]. Selecteer s. Optie Landschap Selecteer een scène. Tekst Zon onder Magisch kader Beautyshot Intelligent portret Grappig gezicht Nacht Landschap Tekst Dageraad Tegenl. Strand/sneeuw Beschrijving Stillevens en landschapsfoto's maken. Tekst in drukwerk of elektronische documenten duidelijk leesbaar vastleggen. Zonsondergangen met natuurlijke rood- en geeltinten vastleggen. Zonsopgangen vastleggen. Onderwerpen met tegenlicht vastleggen. Onderbelichting van onderwerpen beperken die wordt veroorzaakt door zonlicht dat wordt gereflecteerd door zand of sneeuw. • Als u een scènemodus wilt wijzigen, drukt u op [m] en selecteert u s. U kunt een van de weergegeven scènes selecteren. Optie Magisch kader Beschrijving Scènes met verschillende kadereffecten vastleggen. (pag. 40) Een portretfoto maken met opties voor het verhullen van onzuiverheden op het gezicht. (pag. 40) Automatisch close-upportretten van een individueel Intelligent portret onderwerp in een scène extraheren en opslaan. (pag. 41) hiermee kunt u een foto maken met grappige Grappig gezicht gezichtseffecten. (pag. 42) Scènes 's nachts of bij weinig licht vastleggen (het Nacht gebruik van een statief wordt aanbevolen). (pag. 43) Beautyshot 4 Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 5 Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken. Uitgebreide functies 39 De Scènemodus gebruiken De modus Magisch kader gebruiken De Beautyshot-modus gebruiken In de modus Magisch kader kunt u verschillende kadereffecten toepassen op uw foto's. De vorm en het uiterlijk van de foto's verandert afhankelijk van het kader dat u selecteert. In de Beautyshot-modus kunt u een portret maken met opties voor het verdoezelen van onzuiverheden op het gezicht. 1 2 3 4 5 6 Druk in de opnamemodus op [M]. 7 Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken. Selecteer s “ Magisch kader. Druk op [m]. Selecteer a “ Kader. Selecteer een optie. 1 2 3 4 5 Selecteer s “ Beautyshot. Druk op [m]. Selecteer a “ Gezichtstint. Selecteer een optie. • Verhoog bijvoorbeeld de instelling voor de gezichtstint om de huid lichter te laten lijken. Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. De resolutie wordt automatisch ingesteld op Druk in de opnamemodus op [M]. Niveau 2 . Terug 6 Druk op [m]. Uitgebreide functies 40 Verpl. De Scènemodus gebruiken 7 8 Selecteer a “ Gezichtretouch.. De modus Intelligent portret gebruiken Selecteer een optie. In de modus Intelligent portret kunt u automatisch close-upportretten van een individueel onderwerp in een scène extraheren en opslaan. Wanneer de camera eenmaal een gezicht heeft gedetecteerd in de scène, vergroot hij het automatisch en snijdt hij het beeld bij rond het gezicht. De camera slaat vervolgens de hele scène en twee close-upportretten op als drie afzonderlijke bestanden. • Verhoog bijvoorbeeld de instelling voor gezichtsretouchering om meer imperfecties te verbergen. Niveau 2 Terug Verpl. 9 Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 10 Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [M]. 4 Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken. Selecteer s “ Intelligent portret. Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. • De originele foto en 2 bijgesneden foto's worden onmiddellijk op het scherm weergegeven en opgeslagen onder opeenvolgende bestandsnamen. De scherpstelafstand wordt ingesteld op Auto macro. Uitgebreide functies 41 De Scènemodus gebruiken • De modus Intelligent portret slaat alleen de originele foto op als: - er geen gezicht wordt gedetecteerd - er meer dan 2 gezichten worden gedetecteerd - het gedetecteerde oppervlak dat wordt ingenomen door het gezicht, groter is dan een bepaald percentage • De bijgesneden foto's worden opgeslagen met dezelfde hoogtebreedteverhouding (16:9) als de oorspronkelijke foto, of de omgekeerde hoogtebreedteverhouding (9:16). • De scherpstelafstand wordt ingesteld op Auto macro. De modus Grappig gezicht gebruiken In de modus Grappig gezicht kunt u het gezicht van uw onderwerp vervormen met grappige effecten. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [M]. 4 5 Druk op [m]. Selecteer s “ Grappig gezicht. Richt de camera op het gezicht van het onderwerp. • De camera detecteert gezichten met de functie Gezichtsdetectie. Selecteer a “ Grappig effect “ een grappig effect. • U kunt het gezicht met het toegepaste effect weergeven op het scherm. Neus omhoog Terug Uitgebreide functies 42 Verpl. De Scènemodus gebruiken 6 7 8 9 Druk op [m]. De Nachtmodus gebruiken Selecteer a “ Vervormingsniveau. In de Nachtmodus kunt u een lange sluitertijd gebruiken om de sluiter langer open te laten staan. Gebruik een hogere diafragmawaarde om overbelichting te voorkomen. 10 Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken. Het vervormingsniveau regelen. Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. • De modus Grappig gezicht werkt niet als de camera geen gezicht kan detecteren. • Als de camera 2 of meer gezichten detecteert, wordt het effect alleen toegepast op het gezicht dat zich het dichtst bij de camera bevindt. • In de modus Grappig gezicht zijn de opties voor de scherpstelafstand niet beschikbaar. 1 2 3 4 5 Druk in de opnamemodus op [M]. Selecteer s “ Nacht. Druk op [m]. Selecteer a “ Lange sluitert.. Selecteer de diafragmawaarde of sluitersnelheid. Diafragmawaarde Sluitertijd Lange sluitert. Terug Uitgebreide functies 43 Verpl. De Scènemodus gebruiken 6 Selecteer een optie. • Als u AUTO selecteert, worden diafragma en sluitertijd automatisch aangepast. 7 Plaats het onderwerp in het kader en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. 8 Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken. • Gebruik een statief om onscherpe foto's te voorkomen. • In de modus Nacht zijn de scherpstelopties niet beschikbaar. Uitgebreide functies 44 De Filmmodus gebruiken In de Filmmodus kunt u video's met high-definition kwaliteit opnemen van maximaal 20 minuten. Wanneer het formaat van een video groter wordt dan 4 GB, stopt de camera automatisch met opnemen zelfs als de maximale opnametijd nog niet is bereikt. De camera slaat opgenomen video's op als MJPEG-bestanden. • Als u geheugenkaarten gebruikt met lage schrijfsnelheden, slaat de camera video's mogelijk niet correct op. Video-opnamen zijn mogelijk beschadigd of worden niet correct afgespeeld. • Geheugenkaarten met langzame schrijfsnelheden bieden geen ondersteuning voor video's met een hoge resolutie. Gebruik voor het opnemen van video's met een hoge resolutie geheugenkaarten met een hogere schrijfsnelheid. • Als u de zoomfunctie gebruikt wanneer u een video opneemt, neemt de camera mogelijk het geluid van de zoomfunctie op. Gebruik de Sound Alive-functie om het geluid van de zoomfunctie te beperken. Zie stap 7 en 8 hieronder. 1 2 3 4 5 8 Druk in de opnamemodus op [M]. Selecteer v. Selecteer een optie. Symbool Druk op [m]. Selecteer v “ Framesnelheid. Selecteer een opnamesnelheid (het aantal frames per seconde). Dempen: er wordt geen geluid opgenomen. • Bij een hoger aantal frames doet de actie natuurlijker aan, maar wordt het bestand ook groter. 6 7 Beschrijving Sound Alive Aan: de Sound Alive-functie inschakelen om het zoomgeluid te verminderen. Sound Alive Uit: de Sound Alive-functie uitschakelen om het zoomgeluid op te nemen. • Blokkeer de microfoon niet wanneer u de functie Sound Alive gebruikt. • Opnamen die worden gemaakt met Sound Alive, kunnen anders klinken Druk op [m]. dan de daadwerkelijke geluiden. Selecteer v “ Sound Alive. 9 Stel de gewenste opties in. 10 11 Druk op de [Ontspanknop] om de opname te starten. • Zie 'Opnameopties' voor een lijst met opties. (pag. 48) Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname te stoppen. Uitgebreide functies 45 De Filmmodus gebruiken Opnemen onderbreken De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken U kunt tijdens het opnemen van een video de opname tijdelijk onderbreken. Met deze functie kunt u verschillende scènes opnemen in één video. In de Intelligente scènedetectiemodus selecteert uw camera automatisch de juiste camera-instellingen op basis van de scène die is gedetecteerd. 1 2 3 4 5 Stop Opnemen Druk in de opnamemodus op [M]. Selecteer v. Druk op [m]. Selecteer v “ Intelligente scènedetectie “ Aan. Plaats het onderwerp in het kader. • De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram voor de desbetreffende scène wordt linksboven in het scherm weergegeven. • Druk op [o] om de opname te onderbreken. • Druk op [o] om de opname te hervatten. Uitgebreide functies 46 De Filmmodus gebruiken Symbool Beschrijving Landschappen Zonsondergangen Heldere luchten Bossen 6 7 Druk op de [Ontspanknop] om de opname te starten. Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname te stoppen. • Als de camera geen geschikte scènemodus detecteert, worden de standaardinstellingen voor de Intelligente scènedetectiemodus gebruikt. • Afhankelijk van de opnameomstandigheden, zoals het trillen van de camera, de lichtval en de afstand tot het onderwerp, kan het voorkomen dat de camera de juiste scène niet selecteert. • Smart filter-effecten zijn niet beschikbaar. Uitgebreide functies 47 Opnameopties Hier vindt u informatie over het instellen van de opties in de opnamemodus. De resolutie en beeldkwaliteit selecteren …… 49 De resolutie selecteren ………………………… 49 Een beeldkwaliteit selecteren ………………… 50 Timer gebruiken ………………………………… 51 Opnamen in het donker maken ……………… 52 Rode ogen voorkomen ………………………… 52 De flitser gebruiken …………………………… 52 De ISO-waarde aanpassen ……………………… 54 De scherpstelling aanpassen …………………… 55 Macro gebruiken ……………………………… Autofocus gebruiken …………………………… Het scherpstelgebied aanpassen ……………… Meebewegende autofocus gebruiken ………… 55 55 56 57 Gezichtsdetectie gebruiken …………………… 58 Gezichten detecteren ………………………… 58 Een zelfportret maken ………………………… 58 Een foto van een lachend gezicht maken ……… 59 Knipperende ogen detecteren ………………… 59 Tips voor gezichtsdetectie ……………………… 60 Helderheid en kleur aanpassen ……………… 61 De belichting handmatig aanpassen (EV) …… Compenseren voor tegenlicht (ACB) …………… De lichtmeetmethode wijzigen ……………… Een instelling voor Witbalans selecteren ……… 61 62 63 64 Serieopnamen …………………………………… 66 Effecten toepassen/beelden aanpassen ……… 67 Smart filter-effecten toepassen ………………… 67 Afbeeldingen aanpassen ……………………… 69 De resolutie en beeldkwaliteit selecteren Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de resolutie en beeldkwaliteit kunt aanpassen. De videoresolutie instellen De resolutie selecteren Als u de resolutie verhoogt, zullen de foto's en video's meer pixels bevatten en daardoor groter kunnen worden afgedrukt en weergegeven. Bij een hoge resolutie neemt ook de bestandsgrootte toe. De fotoresolutie instellen 1 2 3 Sps 1 2 3 Druk in de video-opnamemodus op [m]. Selecteer v “ Filmformaat. Selecteer een optie. Symbool Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a “ Fotoformaat. Selecteer een optie. Symbool v Beschrijving 4608 X 3456: afdrukken op A1-papier. 4608 X 3072: afdrukken op A1-papier in de verhouding 3:2 (breed). 4608 X 2592: afdrukken op A2-formaat in panoramaverhouding (16:9) of weergeven op een HDTV. 3648 X 2736: afdrukken op A3-papier. 2592 X 1944: afdrukken op A4-papier. 1984 X 1488: afdrukken op A5-papier. 1920 X 1080: afdrukken op A5-formaat in panoramaverhouding (16:9) of weergeven op een HDTV. 1024 X 768: bij een e-mail voegen. Opnameopties 49 Beschrijving 1280 X 720 HQ: bestanden van hoge kwaliteit om af te spelen op een HDTV. 640 X 480: bestanden om af te spelen op een analoge TV. 320 X 240: plaatsen op een webpagina. De resolutie en beeldkwaliteit selecteren De videokwaliteit instellen Een beeldkwaliteit selecteren Een instelling voor de fotokwaliteit instellen. Een hogere beeldkwaliteit resulteert in grotere bestanden. De camera comprimeert de foto's die u maakt en slaat deze op in JPEG-indeling. De fotokwaliteit instellen 1 2 3 pds Druk in de opnamemodus op [m]. v De camera comprimeert de beelden die u opneemt en slaat ze op in de indeling MJPEG. 1 2 3 Druk in de video-opnamemodus op [m]. Selecteer v “ Framesnelheid. Selecteer een optie. Symbool Beschrijving Selecteer a “ Kwalit.. 30 fps: 30 frames per seconde opnemen. Selecteer een optie. 15 fps: 15 frames per seconde opnemen. Symbool Beschrijving Superhoog: foto's maken met superhoge kwaliteit. Hoog: foto's maken met hoge kwaliteit. Normaal: foto's maken met normale kwaliteit. Opnameopties 50 Timer gebruiken Spdsv Hier vindt u informatie over hoe u de timer instelt om de opname met een vertraging te maken. 1 3 Druk in de opnamemodus op [t]. Druk op de [Ontspanknop] om de timer te starten. • De camera maakt na de ingestelde tijdsduur automatisch een foto. • Druk op de [Ontspanknop] of [t] om de timer te annuleren. • Afhankelijk van de geselecteerde opties voor gezichtsdetectie of voor scherpstelgebied, is de timerfunctie mogelijk niet beschikbaar. Uit 2 • Als u opties voor serieopnamen instelt, zijn er geen timeropties beschikbaar. Selecteer een optie. Symbool Beschrijving Uit: de zelfontspanner is niet actief. 10 sec: een foto maken na een vertraging van 10 seconden. 2 sec: een foto maken na een vertraging van 2 seconden. Dubbel: een foto maken na een vertraging van 10 seconden en nog een foto maken na een vertraging van 2 seconden. Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare opties verschillen. Opnameopties 51 Opnamen in het donker maken Hier vindt u informatie over hoe u 's nachts of bij weinig licht foto's kunt maken. Rode ogen voorkomen De flitser gebruiken ps Als de flitser afgaat wanneer u in het donker een foto van een persoon maakt, kan er een rode gloed in de ogen verschijnen. U kunt dit voorkomen door Rode ogen of Anti-rode ogen te selecteren. Zie de flitseropties in 'De flitser gebruiken'. Spds Gebruik de flitser wanneer u foto's in het donker maakt of wanneer u meer licht in de foto's wilt hebben. 1 Druk in de opnamemodus op [F]. Auto S Vóór correctie S Na correctie 2 Selecteer een optie. Symbool Opnameopties 52 Beschrijving Uit: • Er wordt niet geflitst. • De camera geeft een waarschuwing weer dat de camera beweegt wanneer u foto's maakt bij weinig licht. Opnamen in het donker maken Symbool Beschrijving Symbool Anti-rode ogen: • De flitser gaat twee keer af wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. De camera corrigeert rode ogen via geavanceerde softwareanalyse. • Er zit een korte tijd tussen de twee flitsen. Beweeg de camera niet totdat de tweede flits is uitgevoerd. Langz sync: • Er wordt geflitst en de sluiter blijft langer open. • Deze optie wordt aanbevolen wanneer u het omgevingslicht wilt gebruiken om meer details in de achtergrond zichtbaar te maken. • Gebruik een statief om te voorkomen dat de foto's onscherp worden. • De camera geeft een waarschuwing weer dat de camera beweegt wanneer u foto's maakt bij weinig licht. Invulflits: • Er wordt altijd geflitst. • De camera past automatisch de intensiteit van het licht aan. Rode ogen: • De flitser gaat twee keer af als het onderwerp of de achtergrond te donker is om het rode-ogeneffect te verminderen. • Er zit een korte tijd tussen de twee flitsen. Beweeg de camera niet totdat de tweede flits is uitgevoerd. Beschrijving Auto: de flitser wordt automatisch gebruikt wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. Auto: in de modus Smart Mode selecteert de camera een geschikte flitseroptie voor de gedetecteerde scène. Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare opties verschillen. Opnameopties 53 • Er zijn geen flitseropties beschikbaar bij serieopnamen of als u Zelfportret of Knipperen selecteert. • Zorg ervoor dat uw onderwerp zich binnen de aanbevolen afstand van de flitser bevindt. (pag. 113) • Als licht van de flitser wordt gereflecteerd of als er veel stof in de lucht is, kunnen er kleine vlekjes op de foto komen. Opnamen in het donker maken De ISO-waarde aanpassen p De ISO-waarde is een eenheid voor de mate waarin film gevoelig is voor licht, zoals gedefinieerd door de International Organization for Standardization (ISO). Hoe hoger de ISO-waarde, des te gevoeliger wordt de camera voor licht. Gebruik een hogere ISO-waarde om betere foto's te maken en bewegingsonscherpte te voorkomen wanneer u de flitser niet gebruikt. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a “ ISO. Selecteer een optie. • Selecteer om een geschikte ISO-waarde te gebruiken op basis van de helderheid van het onderwerp en de lichtval. Hogere ISO-waarden kunnen zorgen voor meer ruis in beelden. Opnameopties 54 De scherpstelling aanpassen Hier vindt u informatie over het aanpassen van de scherpstelling van de camera om deze aan te passen aan het onderwerp en de opnameomstandigheden. Macro gebruiken psv Gebruik macro om foto's van dichtbij te maken, bijvoorbeeld van bloemen of insecten. Autofocus gebruiken Spsv Om scherpe foto's te maken, selecteert u de scherpsteloptie die bij de afstand tot het onderwerp past. 1 Druk in de opnamemodus op [c]. Normaal (AF) • Probeer de camera stevig vast te houden, om te voorkomen dat de foto's onscherp worden. • Schakel de flitser uit als de afstand tot het onderwerp minder dan 40 cm bedraagt. Opnameopties 55 De scherpstelling aanpassen 2 Selecteer een optie. Symbool Het scherpstelgebied aanpassen Beschrijving Normaal (AF): scherpstellen op een onderwerp dat zich op een afstand van meer dan 80 cm van de lens bevindt. Of op een afstand van 250 cm of meer, wanneer u gebruikmaakt van de zoom. Macro: Scherpstellen op een onderwerp op 5-80 cm. 100-250 cm wanneer u de zoom gebruikt. Auto macro: • Scherpstellen op een onderwerp dat zich op een afstand van meer dan 5 cm van de lens bevindt. Of op een afstand van 100 cm of meer, wanneer u gebruikmaakt van de zoom. • Auto macro wordt in sommige modi automatisch ingesteld. U kunt de optie niet handmatig instellen. ps U kunt betere foto's krijgen door een scherpstelgebied te kiezen op basis van de locatie van het onderwerp in de scène. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a “ Scherpstelgebied. Selecteer een optie. Symbool Beschrijving Centrum AF: scherpstellen op het midden van het kader (voor onderwerpen die zich in het midden of in de buurt van het midden bevinden). Multi AF: scherpstellen op een of meer van 9 mogelijke gebieden. Tracking AF: stel scherp op en beweeg mee met het onderwerp. (pag. 57) Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare opties verschillen. Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare opties verschillen. Opnameopties 56 De scherpstelling aanpassen Meebewegende autofocus gebruiken 4 p Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken. Met Aanraak AF kunt u het onderwerp volgen en automatisch scherp in beeld houden, ook wanneer u beweegt. • Als u geen scherpstelgebied selecteert, wordt het scherpstelkader weergegeven 1 2 3 • Het volgen van een onderwerp kan in de volgende gevallen mislukken: - het onderwerp is te klein - het onderwerp beweegt te veel - er is sprake van tegenlicht of u maakt foto's op een donkere plaats - kleuren of patronen van het onderwerp komen overeen met de achtergrond - het onderwerp heeft horizontale patronen, zoals bij jaloezieën het geval is - de camera trilt erg • Wanneer tracking mislukt, wordt de functie gereset. • Als de camera het onderwerp niet volgt, moet u het te volgen onderwerp in het midden van het scherm. Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a “ Scherpstelgebied “ Tracking AF. Stel scherp op het onderwerp dat u wilt volgen en druk op [o]. • Er verschijnt een scherpstelkader rond het onderwerp dat het onderwerp volgt als u de camera beweegt. opnieuw selecteren. • Als de camera niet kan scherpstellen, wordt het scherpstelkader rood weergegeven en wordt de scherpstelling gereset. • Als u deze functie gebruikt, is het niet mogelijk om de opties voor Gezichtsdetectie, Timer, Intelli-zoom en Smart filter in te stellen. • Een wit kader betekent dat de camera het onderwerp volgt. • Een groen kader wanneer u de [Ontspanknop] half indrukt, betekent dat het onderwerp scherp in beeld is. • Het rode kader betekent dat de camera niet heeft kunnen scherpstellen. Opnameopties 57 Gezichtsdetectie gebruiken ps Bij gebruik van de opties voor Gezichtsdetectie worden de gezichten van mensen automatisch door de camera gedetecteerd. Wanneer u op een menselijk gezicht scherpstelt, past de camera de belichting automatisch aan. Gebruik Knipperen om gesloten ogen te detecteren of Smile shot om een lachend gezicht op te nemen. Gezichten detecteren Een zelfportret maken De camera kan automatisch maximaal 10 gezichten in een scène detecteren. Maak foto's van uzelf. De camera stelt de scherpstelafstand in op close-up en geeft een pieptoon weer wanneer dit gereed is. 1 2 Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a “ Gezichtsdetectie “ Normaal. Het gezicht dat zich het dichtst bij de camera of het dichtst bij het midden van de scène bevindt, wordt weergegeven in een wit scherpstelkader en de overige gezichten worden weergegeven in grijze scherpstelkaders. 1 2 3 4 Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a “ Gezichtsdetectie “ Zelfportret. Stel de opname samen met de lens naar u toe gericht. Wanneer u een korte piep hoort, drukt u op de [Ontspanknop]. Hoe dichter u bij de onderwerpen bent, des te sneller de camera gezichten detecteert. Wanneer gezichten zich in het midden bevinden, piept de camera snel. Als u Volume uitschakelt in de geluidsinstellingen, geeft de camera geen pieptoon weer. (pag. 95) Opnameopties 58 Gezichtsdetectie gebruiken Een foto van een lachend gezicht maken Knipperende ogen detecteren De camera neemt automatisch een foto wanneer er een lachend gezicht wordt gedetecteerd. Als de camera gesloten ogen detecteert, worden er automatisch 2 foto's na elkaar gemaakt. 1 2 3 1 2 Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a “ Gezichtsdetectie “ Smile shot. Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a “ Gezichtsdetectie “ Knipperen. Stel de opname samen. • De camera neemt automatisch een foto wanneer er een lachend gezicht wordt gedetecteerd. De camera herkent de lach eerder wanneer het onderwerp breeduit lacht. Opnameopties 59 Gezichtsdetectie gebruiken Tips voor gezichtsdetectie • Wanneer de camera een gezicht detecteert, wordt het gedetecteerde gezicht automatisch gevolgd. • Gezichtsdetectie is mogelijk in de volgende gevallen niet effectief: - de afstand tussen de camera en het onderwerp is te groot (het scherpstelkader • • • • • wordt oranje weergegeven voor Smile shot en Knipperen) het is te licht of te donker het onderwerp kijkt niet in de richting van de camera het onderwerp draagt een zonnebril of een masker de gezichtsuitdrukking van het onderwerp verandert drastisch het onderwerp heeft tegenlicht of de lichtomstandigheden zijn veranderlijk Gezichtsdetectie is niet beschikbaar als u Smart filter-effecten, Beeld aanpassen of Tracking AF instelt. Afhankelijk van de opname-instellingen kunnen de beschikbare opties voor gezichtsdetectie verschillen. Afhankelijk van de geselecteerde opties voor gezichtsdetectie, is de timerfunctie mogelijk niet beschikbaar. Als opties voor gezichtsdetectie instelt, wordt het AF-gebied automatisch ingesteld op Multi AF. Afhankelijk van de opties voor gezichtsdetectie die u hebt geselecteerd, zijn opties voor serieopnamen mogelijk niet beschikbaar. - Opnameopties 60 Helderheid en kleur aanpassen Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de helderheid en kleur kunt aanpassen om een betere beeldkwaliteit te bereiken. De belichting handmatig aanpassen (EV) 3 pv Afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht kunnen foto's te licht of te donker uitvallen. U kunt dan de belichting aanpassen om een beter resultaat te krijgen. S Donkerder (-) 1 2 S Neutraal (0) Selecteer een waarde om de belichting aan te passen. • De foto wordt lichter naarmate de belichting wordt verhoogd. • Als u de waarde voor de belichting aanpast, wordt het pictogram als volgt weergegeven. S Helderder (+) Druk in de opnamemodus op [m]. 4 Druk op [o] om uw instellingen op te slaan. • Nadat u de belichting hebt aangepast, wordt deze instelling automatisch Selecteer a of v “ EV. opgeslagen. Mogelijk moet dit later weer worden aangepast om onder- of overbelichting te voorkomen. • Als u niet weet wat de juiste belichting zou zijn, selecteert u AEB (Auto Exposure Bracket). De camera neemt 3 foto's achter elkaar, elk met een andere belichting: normaal, onderbelicht en overbelicht. (pag. 66) Opnameopties 61 Helderheid en kleur aanpassen Compenseren voor tegenlicht (ACB) p 3 Selecteer een optie. Wanneer de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt, of als er een groot contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond, komt het onderwerp waarschijnlijk donker op de foto. Stel in dit geval de optie Automatische contrastverbetering (ACB) in. Symbool Beschrijving Uit: ACB (Automatische contrastverbetering) is uitgeschakeld. Aan: ACB (Automatische contrastverbetering) is uitgeschakeld. • De ACB-functie is altijd ingeschakeld in de modus Smart Auto. • De functie ACB is niet beschikbaar wanneer u opties voor serieopnamen of Smart filter instelt. S Zonder ACB 1 2 S Met ACB Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a “ ACB. Opnameopties 62 Helderheid en kleur aanpassen De lichtmeetmethode wijzigen pv Symbool De lichtmetingsmodus heeft betrekking op de manier waarop een camera de hoeveelheid licht meet. De helderheid en belichting van de foto's varieert met de gekozen lichtmeetmethode. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a of v “ L.meting. Selecteer een optie. Symbool Beschrijving Multi: • De camera verdeelt het frame onder in diverse gebieden en meet de lichtintensiteit in elk gebied. • Geschikt voor algemene foto's. Spot: • De camera meet alleen de lichtintensiteit in het uiterste midden van het kader. • Als een onderwerp zich niet midden in het beeld bevindt, kan de foto verkeerd belicht worden. • Geschikt voor een onderwerp met tegenlicht. Opnameopties 63 Beschrijving Centr. gewogen: • De camera bepaalt een gemiddelde voor de lichtmeting van het gehele beeld, maar met nadruk op het midden. • Geschikt voor foto's waarbij het onderwerp zich in het midden van het beeld bevindt. Helderheid en kleur aanpassen Een instelling voor Witbalans selecteren pv De kleuren in een foto zijn afhankelijk van het soort lichtbron en de kwaliteit daarvan. Als u wilt dat uw foto's realistische kleuren hebben, selecteert u een witbalansinstelling die geschikt is voor de lichtomstandigheden, zoals Auto witbalans, Daglicht, Bewolkt of Kunstlicht. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a of v “ Witbalans. Selecteer een optie. Symbool Beschrijving Auto witbalans: automatisch de witbalans instellen op basis van de lichtomstandigheden. Daglicht: voor foto's buitenshuis op een zonnige dag. Auto witbalans Daglicht Bewolkt Kunstlicht Bewolkt: voor foto's buitenshuis op een bewolkte dag of in de schaduw. TL-licht H: voor foto's bij daglichtlampen of driewegfluorescentielampen. TL-licht L: voor foto's bij wit TL-licht. Kunstlicht: voor foto's binnenshuis bij gloeilamp- of halogeenlampverlichting. Meten: sluiter: instellingen voor de witbalans gebruiken die u hebt ingesteld. (pag. 65) Opnameopties 64 Helderheid en kleur aanpassen Uw eigen witbalansinstelling configureren U kunt de witbalans aanpassen door een foto te maken van een wit oppervlak, zoals een stuk papier, onder de lichtomstandigheden waarin u een foto wilt maken. De functie voor witbalans helpt u om de kleuren in uw foto te laten overeenkomen met de werkelijke scène. 1 2 3 Druk in de opnamemodus op [m]. Selecteer a of v “ Witbalans “ Meten: sluiter. Richt de lens op een wit stuk papier en druk op de [Ontspanknop]. Opnameopties 65 Serieopnamen p Het kan lastig zijn foto's te maken van snel bewegende onderwerpen, of natuurlijke gezichtsuitdrukkingen en gebaren van uw onderwerpen in foto's vast te leggen. Het kan ook moeilijk zijn om de belichting correct aan te passen en een juiste belichtingsbron te selecteren. Selecteer in deze gevallen een van de modi voor serieopnamen. Symbool 1 2 3 • U kunt de flitser, timer, ACB en Smart filter alleen gebruiken wanneer u Druk in de opnamemodus op [m]. 1 opname selecteert. • Als u Bewegingsopname selecteert, stelt de camera de resolutie in op en de ISO-waarde op Auto. • Afhankelijk van de geselecteerde optie voor gezichtsdetectie zijn bepaalde opnameopties niet beschikbaar. • Het kan langer duren om de foto's op te slaan afhankelijk van de capaciteit en prestaties van de geheugenkaart. Selecteer a “ Snelheid. Selecteer een optie. Symbool Beschrijving AEB: • 3 foto's achter elkaar maken, elk met een andere belichting. normaal, onderbelicht en overbelicht. • Het maken van de foto kan langer duren. Gebruik een statief voor optimale resultaten. Beschrijving 1 opname: één foto maken. (1 opname is niet een optie voor serieopnamen.) Serieopname: • Terwijl u de [Ontspanknop] ingedrukt houdt, blijft de camera achter elkaar foto's maken. • Het maximumaantal foto's is afhankelijk van de capaciteit van de geheugenkaart. Bewegingsopname: terwijl u de [Ontspanknop] ingedrukt houdt, maakt de camera -foto's (6 foto's per seconde; met een maximum van 30 foto's). Opnameopties 66 Effecten toepassen/beelden aanpassen Smart filter-effecten toepassen Beschikbare filters bij het vastleggen van een foto pv Pas verschillende filtereffecten toe op uw foto's en video's om unieke afbeeldingen te maken. Symbool Beschrijving Normaal: geen effect Miniatuur: een effect toepassen om het onderwerp in miniatuur weer te geven. (De boven- en onderkant van de foto worden wazig gemaakt.) Vignetten: retro-kleuren, een hoog contrast en sterke vignettering van Lomo-camera's toepassen. Miniatuur Halftoonstip: een halftooneffect toepassen. Vignetten Schets: een schetseffect van een pen toepassen. Visoog: de randen van het frame donker maken en objecten vervormen om de visuele effecten van een vissenooglens te imiteren. Anti-nevel: de afbeelding duidelijker maken. Visoog 1 2 3 Klassiek: een zwart-witeffect toepassen. Schets Retro: een sepiatinteffect toepassen. Druk in de opnamemodus op [m]. Negatief: het effect van een negatieffilm toepassen. Selecteer a of v “ Smart filter. • Afhankelijk van de optie die u selecteert, kan het fotoformaat automatisch Selecteer een effect. worden gewijzigd in of kleiner. • Als u intelligente filtereffecten instelt, kunt u de opties voor ACB, Burst-opties, opties voor Afbeelding aanpassen, intelligent zoomen of Tracking AF niet gebruiken. Opnameopties 67 Effecten toepassen/beelden aanpassen Beschikbare filters tijdens het opnemen van een video Symbool • Als u Miniatuur selecteert, wordt de afspeelsnelheid verhoogd. • Als u Miniatuur selecteert, kunt u geen geluid voor de video opnemen. • Afhankelijk van de optie die u selecteert, kan de opnameresolutie automatisch Beschrijving Normaal: geen effect worden gewijzigd in Paleteffect 1: een heldere look maken met een scherp contrast en sterke kleur. Paleteffect 2: scènes helder en duidelijk maken. Paleteffect 3: een zachte bruine tint toepassen. Paleteffect 4: een koud en eenkleurig effect toepassen. Miniatuur: een tilt-shifteffect toepassen om het onderwerp in miniatuur weer te geven. Vignetten: retro-kleuren, een hoog contrast en sterke vignettering van Lomo-camera's toepassen. Visoog: objecten die in de buurt zijn, vervormen om de visuele effecten van een vissenooglens te imiteren. Anti-nevel: de afbeelding duidelijker maken. Klassiek: een zwart-witeffect toepassen. Retro: een sepiatinteffect toepassen. Negatief: het effect van een negatieffilm toepassen. Opnameopties 68 of lager. Effecten toepassen/beelden aanpassen Afbeeldingen aanpassen p 4 Druk op [F/t] om de waarden aan te passen. U kunt de scherpte, kleurverzadiging en het contrast van uw foto's aanpassen. 1 2 3 Contrast – Druk in de opnamemodus op [m]. + Selecteer a “ Beeld aanpassen. Scherpte Selecteer een optie. • Contrast • Scherpte • Kleurverz. – + Kleurverzadiging – Beeld aanpassen Contrast Scherpte Kleurverz. Terug -2 -1 0 +1 +2 -2 -1 0 +1 +2 -2 -1 0 +1 +2 + 5 Beschrijving De kleuren en helderheid verlagen. De kleuren en helderheid verhogen. Beschrijving De randen van uw foto's verzachten (geschikt voor fotobewerking op de computer). Randen verscherpen om de foto duidelijker te maken. (Hierdoor kan ook de beeldruis in de foto's toenemen.) Beschrijving De kleurverzadiging verlagen. De kleurverzadiging verhogen. Druk op [o] om de instellingen op te slaan. • Selecteer 0 als u geen effect wilt toepassen (geschikt voor afdrukken). • Als u aanpassingsfuncties instelt, kunt u de opties voor Smart filter en Verpl. gezichtsherkenning niet gebruiken. Opnameopties 69 Afspelen/bewerken Hier vindt u informatie over hoe u foto's of video's afspeelt en u foto's bewerkt. Ook leest u hier hoe u de camera op een computer aansluit. Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus …………………………………… 71 Bestanden naar een computer overbrengen … 85 De afspeelmodus starten ……………………… 71 Foto's weergeven ……………………………… 76 Een video afspelen ……………………………… 78 Bestanden naar een Windows-computer overbrengen …………………………………… 85 Bestanden naar een Mac-computer overbrengen …………………………………… 86 Foto's bewerken ………………………………… 80 Programma's op een computer gebruiken …… 88 Het formaat van foto's wijzigen ………………… Een foto draaien ………………………………… Een close-upportret maken …………………… Smart filter-effecten toepassen ………………… Foto's aanpassen ……………………………… 80 81 81 82 83 i-Launcher installeren i-Launcher gebruiken ………………………… 88 ………………………… 89 Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt afspelen en hoe u bestanden beheert. De afspeelmodus starten Fotobestandsinformatie Bekijk foto's en video's die op de camera zijn opgeslagen. 1 Actief geheugen Druk op [P]. • Het recentste bestand wordt weergegeven. • Als de camera is uitgeschakeld, wordt deze ingeschakeld en wordt het Bestandsgegevens recentste bestand weergegeven. 2 Druk op [F/t] om door de bestanden te scrollen. • Houd [F/t] ingedrukt om snel door de bestanden te scrollen. • Als u bestanden in het interne geheugen wilt weergeven, verwijdert u de geheugenkaart. • U kunt bestanden die zijn opgenomen met andere camera's, mogelijk Symbool niet bewerken of afspelen, wegens niet-ondersteunde formaten (afbeeldingsformaat, enzovoort) of codecs. Gebruik een computer of ander apparaat om deze bestanden te bewerken of af te spelen. • Foto's of video's die zijn vastgesteld in de staande stand, worden niet automatisch gedraaid en worden weergegeven in de liggende stand op de camera en andere apparaten. Beschrijving Beveiligd bestand Mapnaam – Bestandsnaam Als u bestandsgegevens op het scherm wilt weergeven, drukt u op [D]. Afspelen/bewerken 71 Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus Videobestandsinformatie Bestanden als miniatuur weergeven Bekijk miniaturen van bestanden. Druk in de afspeelmodus op [-] om de miniaturen weer te geven (3 tegelijk). Duw nog een of twee keer op [-] om meer miniaturen weer te geven (9 of 20 tegelijk). Druk op [+] om terug te keren naar de vorige weergave. Afspelen Symbool v Vastleggen Beschrijving Videobestand Beveiligd bestand Mapnaam – Bestandsnaam Lengte van de video Als u bestandsinformatie wilt weergeven op het scherm, drukt u op [D]. Filter Functie Door bestanden scrollen Bestanden verwijderen Afspelen/bewerken 72 Beschrijving Druk op [D/c/F/t]. Druk op [f] en selecteer Ja. Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus Bestanden weergeven op categorie 3 Druk op [F/t] om door de bestanden te scrollen. 4 Druk op [o] om terug te gaan naar de normale weergave. Geef bestanden weer op categorie, zoals datum, gezicht of bestandstype. 1 2 Druk in de afspeelmodus op [-] “ [m]. • Houd [F/t] ingedrukt om snel door de bestanden te scrollen. • Etc wordt weergegeven in de weergave voor Kleur als de camera een kleur niet Selecteer een categorie. kan extraheren. • Als u de categorie wijzigt, kan het enige tijd duren voordat de camera de bestanden opnieuw indeelt, afhankelijk van het aantal bestanden. Type Datum Kleur Week Terug Instellen Optie Type Beschrijving Bestanden weergeven op bestandstype. Datum Bestanden weergeven op volgorde van opslagdatum. Hiermee worden bestanden gesorteerd op de dominante kleur in het beeld weergegeven. Bestanden weergeven op volgorde van de weekdag waarop ze zijn opgeslagen. Kleur Week Afspelen/bewerken 73 Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus Een bestand beveiligen Bestanden wissen U kunt bestanden beveiligen om te voorkomen dat ze per ongeluk worden gewist. Selecteer bestanden die u wilt verwijderen in de afspeelmodus. 1 2 Selecteer u “ Beveiligen “ Select.. Eén bestand verwijderen U kunt één bestand selecteren en dit verwijderen. Scroll naar het bestand dat u wilt beveiligen en druk op [o]. 1 2 3 Druk in de afspeelmodus op [m]. • Als u alle bestanden wilt beveiligen, selecteert u Alles “ Vergrendel. • Druk nogmaals op [o] om de selectie te annuleren. Selecteer een bestand in de afspeelmodus en druk op [f]. Wanneer het pop-upbericht wordt weergegeven, selecteert u Ja. Pictogram Beveiligd bestand Select. 4 Instellen Druk op [f]. U kunt een beveiligd bestand niet verwijderen of draaien. Afspelen/bewerken 74 Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus Meerdere bestanden verwijderen U kunt meerdere bestanden selecteren en deze tegelijk verwijderen. Alle bestanden verwijderen U kunt alle bestanden selecteren en deze tegelijk verwijderen. 1 2 1 2 3 Druk in de afspeelmodus op [f]. Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Meer wissen. • U kunt ook meerdere bestanden verwijderen in de afspeelmodus door op [m] te drukken en u “ Wissen “ Select. te selecteren. 3 Scroll naar de bestanden die u wilt verwijderen en druk op [o]. 4 5 Druk op [f]. Druk in de afspeelmodus op [m]. Selecteer u “ Wissen “ Alles. Wanneer het pop-upbericht wordt weergegeven, selecteert u Ja. • Alle niet-beveiligde bestanden worden verwijderd. • Druk nogmaals op [o] om de selectie te annuleren. Bestanden naar een geheugenkaart kopiëren Wanneer het pop-upbericht wordt weergegeven, selecteert u Ja. Kopieer bestanden van het interne geheugen naar een geheugenkaart. 1 2 3 Druk in de afspeelmodus op [m]. Selecteer u “ Kopie. Wanneer het pop-upbericht wordt weergegeven, selecteert u Ja. Afspelen/bewerken 75 Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus Foto's weergeven Functie Het vergrote gebied verplaatsen Vergroot een deel van een foto of geef foto's weer als diashow. Een foto vergroten Druk in de afspeelmodus op [+] om een deel van de foto te vergroten. Druk op [-] om uit te zoomen. De vergrote foto bijsnijden Beschrijving Druk op [D/c/F/t]. Druk op [o] en selecteer Ja. (De bijgesneden foto wordt opgeslagen als een nieuw bestand. De oorspronkelijke foto blijft in zijn oorspronkelijke vorm bewaard.) Als u foto's weergeeft die zijn gemaakt met een andere camera, kan de zoomverhouding verschillen. Vergroot gebied Bijsnijden Afspelen/bewerken 76 Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus Panoramafoto's weergeven Een diashow afspelen Bekijk foto's die zijn gemaakt in de modus Live Panorama. 1 Effecten en audio toevoegen aan een diashow met uw foto's. De diashowfunctie werkt niet voor video's. Druk in de afspeelmodus op [F/t] om naar de gewenste panoramafoto te scrollen. • De volledige panoramafoto wordt weergegeven op het scherm. 2 Druk op [o]. • De camera scrollt automatisch van links naar rechts door de foto voor een horizontale panoramafoto en van boven naar beneden voor een verticale panoramafoto. De camera schakelt vervolgens over naar de afspeelmodus. • Druk tijdens het weergeven van een panoramafoto op [o] om te pauzeren of hervatten. • Druk nadat u het weergeven van een panoramafoto hebt gepauzeerd, op [D/c/F/t] om de foto horizontaal of verticaal te bewegen, afhankelijk van de richting waarin u bewoog tijdens het maken van de foto. 3 1 2 3 Druk in de afspeelmodus op [m]. Selecteer C. Selecteer een effect voor de diashow. • Ga naar stap 4 als u een diashow zonder effecten wilt starten. * Standaard Optie Starten Foto's Druk op [m] om terug te gaan naar de afspeelmodus. U kunt de panoramafoto alleen afspelen door op [o] te drukken als de langste rand van de foto twee of meer keer langer is dan de kortste rand. Interval Muziek Afspelen/bewerken 77 Beschrijving Instellen of de diashow wordt herhaald. (Afspelen, Herhalen) De foto's instellen die u als diashow wilt weergeven. • Alles*: alle foto's in een diashow weergeven. • Datum: alle foto's van een specifieke datum in een diashow weergeven. • Select.: geselecteerde foto's in een diashow weergeven. • Het interval tussen foto's instellen. (1 sec*, 3 sec, 5 sec, 10 sec) • U moet de optie Effect instellen op Uit om een interval in te stellen. Achtergrondmuziek instellen. Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus * Standaard Optie Beschrijving In de afspeelmodus kunt u een video weergeven en vervolgens delen van de afgespeelde video opnemen. • Een scèneovergangseffect instellen tussen foto's. (Uit*, Kalm, Zonnig, Ontspannen, Levendig, Zacht) Effect • Selecteer Uit om de effecten te annuleren. • Als u de optie Effect gebruikt, wordt het interval tussen foto's ingesteld op 1 seconde. 4 Selecteer Starten “ Afspelen. 5 Geef de diashow weer. Een video afspelen 1 2 Selecteer een video in de afspeelmodus en druk op [o]. Geef de video weer. • Selecteer Herhalen om de diashow te herhalen. • Druk op [o] om de diashow te onderbreken. • Druk nogmaals op [o] om de diashow te hervatten. • Druk op [o] en druk op [F/t] om de diashow te stoppen en terug te gaan Pauze naar de afspeelmodus. • Druk op [-] of [+] om het volumeniveau aan te passen. Stop Functie Terugspoelen Beschrijving Druk op [F]. Het afspelen onderbreken of hervatten Druk op [o]. Vooruitspoelen Het volume aanpassen Afspelen/bewerken 78 Druk op [t]. Druk op [-] of [+]. Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus Afzonderlijke beelden uit een video opslaan 1 Druk tijdens het afspelen van een video op [o] op het punt waarop u een beeld wilt opnemen. 2 Druk op [c]. • De resolutie van het opgenomen beeld is gelijk aan die van de originele video. • Het opgenomen beeld wordt als nieuw bestand opgeslagen. Afspelen/bewerken 79 Foto's bewerken Hier vindt u informatie over het bewerken van foto's. • De camera slaat bewerkte foto's op als nieuwe bestanden. • Wanneer u foto's bewerkt, converteert de camera deze automatisch naar een lagere resolutie. Foto's die handmatig worden gedraaid, worden niet automatisch geconverteerd naar een lagere resolutie. • Foto's die zijn vastgelegd in bepaalde modi, kunnen niet worden bewerkt. 4 Het formaat van foto's wijzigen Druk op [o] om de instellingen op te slaan. U kunt het formaat van een foto wijzigen en de foto als een nieuw bestand opslaan. U kunt instellen dat een foto wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld. 1 2 3 Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [m]. Selecteer e “ Res.wijz. Selecteer een optie. • Selecteer Beginafb. om de foto als een beginafbeelding op te slaan. (pag. 95) 1984 X 1488 Terug Verpl. Afspelen/bewerken 80 De beschikbare opties voor formaat wijzigen verschillen, afhankelijk van het originele formaat van de foto. Foto's bewerken Een foto draaien Een close-upportret maken 1 2 3 Het gezicht van een individueel onderwerp extraheren uit een bestaande foto. Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [m]. Selecteer e “ Draaien. Selecteer een optie. 1 2 3 Selecteer in de afspeelmodus een foto en druk op [m]. Selecteer e “ Intelligent portret. Selecteer Opslaan om de foto bij te snijden rond het gedetecteerde gezicht. • 2 bijgesneden portretten worden opgeslagen met opeenvolgende bestandsnamen. Rechts 90 gr. Terug 4 Opslaan Verpl. Druk op [o] om de instellingen op te slaan. Terug De camera overschrijft het originele bestand. Verpl. De functie Intelligent portret functioneert niet als: - er geen gezicht wordt gedetecteerd - er meer dan 2 gezichten worden gedetecteerd - het gedetecteerde oppervlak dat wordt ingenomen door het gezicht, groter is dan een bepaald percentage Afspelen/bewerken 81 Foto's bewerken Smart filter-effecten toepassen Symbool Pas speciale effecten toe op uw foto's. 1 2 3 Beschrijving Vignetten: retro-kleuren, een hoog contrast en sterke vignettering van Lomo-camera's toepassen. Selecteer een foto in de afspeelmodus en druk op [m]. Halftoonstip: een halftooneffect toepassen. Selecteer e “ Smart filter. Schets: een schetseffect van een pen toepassen. Selecteer een effect. Visoog: objecten die in de buurt zijn, vervormen om de visuele effecten van een vissenooglens te imiteren. Anti-nevel: de afbeelding duidelijker maken. Klassiek: een zwart-witeffect toepassen. Retro: een sepiatinteffect toepassen. Miniatuur Negatief: het effect van een negatieffilm toepassen. Terug Symbool 4 Verpl. Druk op [o] om de instellingen op te slaan. Beschrijving Normaal: geen effect Miniatuur: een effect toepassen om het onderwerp in miniatuur weer te geven. (De boven- en onderkant van de foto worden wazig gemaakt.) Afspelen/bewerken 82 Foto's bewerken Rode ogen verwijderen Foto's aanpassen Hier vindt u informatie over hoe u rode ogen corrigeert, de huidskleur aanpast, en de helderheid, het contrast en de kleurverzadiging instelt. Als het midden van een foto donker is, kunt u deze lichter maken. De camera slaat een bewerkte foto op als een nieuw bestand, maar converteert de foto mogelijk naar een lagere resolutie. 1 2 3 Selecteer in de afspeelmodus een foto en druk op [m]. Selecteer e “ Beeld aanpassen “ Anti-rode ogen. Druk op [o] om uw instellingen op te slaan. Donkeren onderwerpen aanpassen (ACB) 1 2 3 Selecteer in de afspeelmodus een foto en druk op [m]. Selecteer e “ Beeld aanpassen “ ACB. Druk op [o] om de instellingen op te slaan. Gezichten retoucheren 1 2 3 4 Selecteer in de afspeelmodus een foto en druk op [m]. 5 Druk op [o] om uw instellingen op te slaan. Selecteer e “ Beeld aanpassen “ Gezichtretouch.. Druk op [o]. Druk op [F/t] om de huidstint aan te passen. • Hoe hoger het nummer, des te helderder en gelijkmatiger de huidskleur. Afspelen/bewerken 83 Foto's bewerken De helderheid, het contrast en de kleurverzadiging aanpassen 1 2 3 Selecteer in de afspeelmodus een foto en druk op [m]. Selecteer e “ Beeld aanpassen. Selecteer een optie voor aanpassen. Ruis aan de foto toevoegen 1 2 3 Selecteer in de afspeelmodus een foto en druk op [m]. Selecteer e “ Beeld aanpassen “ Ruis toevoegen. Druk op [o] om de instellingen op te slaan. Symbool Beschrijving Helderheid Contrast Kleurverz. 4 5 6 Druk op [o]. Druk op [F/t] om de optie aan te passen. Druk op [o] om uw instellingen op te slaan. Afspelen/bewerken 84 Bestanden naar een computer overbrengen Sluit de camera aan op een computer om bestanden over te brengen van de geheugenkaart van de camera naar de computer. Bestanden naar een Windows-computer overbrengen 5 Schakel de camera in. 6 Selecteer op de computer Deze computer “ Verwisselbare schijf “ DCIM “ 100PHOTO. 7 Sleep de bestanden naar de computer of sla ze op de computer op. U kunt de camera op de computer aansluiten als een verwisselbare schijf. Windows XP, Windows Vista Windows 7 of Windows 8 moet worden uitgevoerd op uw computer als u de camera wilt aansluiten als verwisselbare schijf. 1 2 3 4 • De camera wordt automatisch herkend. Druk in de opname- of afspeelmodus op [m]. Selecteer n “ i-Launcher “ Uit. Schakel de camera uit. Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel. U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Afspelen/bewerken 85 Bestanden naar een computer overbrengen De camera loskoppelen (voor Windows XP) Bestanden naar een Mac-computer overbrengen Met Windows Vista, Windows 7 en Windows 8 lijken de manieren waarop de camera moet worden losgemaakt sterk op elkaar. 1 Als het statuslampje op de camera knippert, wacht u tot het knipperen ophoudt. 2 Klik op op de werkbalk rechtsonder in het scherm van de computer. Wanneer u de camera op een Mac-computer aansluit, wordt het apparaat automatisch door de computer herkend. U kunt de bestanden rechtstreeks van de camera naar de computer overbrengen, zonder dat het nodig is om programma's te installeren. Mac OS 10.5 of hoger wordt ondersteund. 1 2 3 4 Klik op het pop-upbericht. 5 Verwijder de USB-kabel. Schakel de camera uit. Sluit de camera met de USB-kabel op een Mac-computer aan. Klik op het berichtvenster dat aangeeft dat de camera veilig kan worden verwijderd. Afspelen/bewerken 86 U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Bestanden naar een computer overbrengen 3 Schakel de camera in. • De computer herkent de camera automatisch en geeft een pictogram van een verwisselbare schijf weer. 4 5 Open de verwisselbare schijf. Sleep de bestanden naar de computer of sla ze op de computer op. Afspelen/bewerken 87 Programma's op een computer gebruiken Met i-Launcher kunt u bestanden afspelen met Multimedia Viewer en kunt u via koppelingen nuttige programma's downloaden. 5 6 i-Launcher installeren 1 2 3 4 Druk in de opname- of afspeelmodus op [m]. Selecteer n “ i-Launcher “ Aan. Schakel de camera in. Als een pop-upvenster wordt weergegeven met de vraag of u i-Launcher wilt installeren, selecteert u Ja. • Als een pop-upvenster wordt weergegeven dat u iLinker.exe moet uitvoeren, moet u dit eerst uitvoeren. Schakel de camera uit. • Wanneer u de camera aansluit op een computer waarop i-Launcher is Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel. geïnstalleerd, wordt het programma automatisch gestart. U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. 7 Volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien. • Er wordt een snelkoppeling voor i-Launcher weergegeven op de computer. • Voordat u het programma installeert, moet u ervoor zorgen dat de pc is verbonden met een netwerk. • Als u i-Launcher wilt installeren op uw Mac OS-computer, klikt u op Apparaten “ i-Launcher “ Mac “ iLinker. Afspelen/bewerken 88 Programma's op een computer gebruiken Beschikbare programma's tijdens het gebruik van i-Launcher i-Launcher gebruiken Optie Multimedia Viewer Beschrijving Met Multimedia Viewer kunt u bestanden weergeven. Met i-Launcher kunt u bestanden afspelen met Multimedia Viewer. Firmware Upgrade Hiermee kunt u de firmware van uw camera bijwerken. Als u een Mac-computer gebruikt, is alleen Firmware bijwerken beschikbaar. • De vereisten zijn slechts aanbevelingen. i-Launcher werkt mogelijk niet correct zelfs wanneer de computer voldoet aan de vereisten, afhankelijk van de toestand van de computer. • Als uw computer niet voldoet aan de vereiste, worden video's mogelijk niet correct afgedrukt. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door het gebruik van niet-geschikte computers zoals samengestelde computers. Afspelen/bewerken 89 Programma's op een computer gebruiken Vereisten voor Windows OS Vereisten voor Mac OS Item Vereisten Intel® Core™ 2 Duo 1,66 GHz of hoger/ AMD Athlon X2 Dual-Core 2,2 GHz of hoger Item Vereisten Besturingssysteem Mac OS 10.5 of hoger (met uitzondering van PowerPC) Minimaal 512 MB RAM (1 GB of meer aanbevolen) Windows XP SP2, Windows Vista, Windows 7 of Windows 8 Minimaal 250 MB RAM (1 GB of meer aanbevolen) • 1024 X 768 pixels, monitor met ondersteuning voor 16-bits (1280 X 1024 pixels, ondersteuning voor 32-bits kleuren aanbevolen) • USB 2.0-poort • nVIDIA Geforce 7600GT of hoger/ATI X1600-serie of hoger • Microsoft DirectX 9.0c of hoger Schijfruimte Processor RAM Besturingssysteem* Schijfruimte Overig RAM Overig Minimaal 256 MB RAM (512 MB of meer aanbevolen) Minimaal 110 MB USB 2.0-poort i-Launcher openen Selecteer op de computer start “ Alle programma's “ Samsung “ i-Launcher “ Samsung i-Launcher. Klik op uw Mac op Applications (Toepassingen) “ Samsung “ i-Launcher. * Een 32-bits versie van i-Launcher wordt geïnstalleerd; zelfs op 64-bits edities van Windows XP, Windows Vista, Windows 7 en Windows 8. Afspelen/bewerken 90 Programma's op een computer gebruiken Multimedia Viewer gebruiken Met Multimedia Viewer kunt u bestanden afspelen. Klik in het scherm van Samsung i-Launcher op Multimedia Viewer. • Multimedia Viewer ondersteunt de volgende bestandstypen: - Video's: MP4 (Video: H.264, Audio: AAC), WMV (WMV 7/8/9), AVI (MJPEG) - Foto's: JPG, GIF, BMP, PNG, TIFF, MPO • Bestanden die zijn opgenomen met apparaten van andere fabrikanten worden mogelijk niet vloeiend afgespeeld. Foto's weergeven 1 2 Nr. 1 3 ! 0 9 8 7 6 5 4 Afspelen/bewerken 91 2 3 4 5 6 7 8 9 0 ! Beschrijving Best.naam Vergroot gebied Histogram Het geselecteerde bestand openen. Histogram-knop Naar links draaien/naar rechts draaien. Naar het vorige bestand gaan/naar het volgende bestand gaan. Het formaat van de foto aanpassen aan het scherm. De foto op origineel formaat weergeven. Inzoomen/uitzoomen Schakelen tussen 2D- en 3D-modus. Programma's op een computer gebruiken Video's bekijken 1 Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 Beschrijving Best.naam Het volume aanpassen. Het geselecteerde bestand openen. Naar het volgende bestand gaan. Stop Pauze Naar het vorige bestand gaan. Voortgangsbalk 2 De firmware bijwerken 8 7 6 5 4 3 Klik in het scherm van Samsung i-Launcher op Firmware Upgrade. Afspelen/bewerken 92 Instellingen Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te configureren. Instellingenmenu ……………………………………………… 94 Het instellingenmenu openen ………………………………… Geluid …………………………………………………………… Display ………………………………………………………… Instellingen …………………………………………………… 94 95 95 96 Instellingenmenu Hier vindt u informatie waarmee u de instellingen van de camera kunt configureren. 3 Het instellingenmenu openen 1 2 Druk in de opname- of afspeelmodus op [m]. Volume Begingeluid Sl.toon Piepjes AF-geluid Selecteer een menu. Opname Geluid Display Volume Begingeluid Sl.toon Piepjes AF-geluid Optie O i n Middel Uit 1 1 Aan Afsl. Instellingen Afsl. Selecteer een item. 4 Wijzigen Selecteer een optie. Volume Begingeluid Sl.toon Piepjes AF-geluid Beschrijving Geluid: verschillende camerageluiden en het volume instellen. (pag. 95) Display: de scherminstellingen aanpassen. (pag. 95) Instellingen: de instellingen voor het camerasysteem aanpassen. (pag. 96) Terug 5 Instellingen 94 Terug Uit Laag Middel Hoog Instellen Druk op [m] om terug te gaan naar het vorige scherm. Instellingenmenu Geluid Display * Standaard Item Volume Begingeluid Sl.toon Piepjes AF-geluid Beschrijving Hiermee stelt u het volume van alle geluiden in. (Uit, Laag, Middel*, Hoog) * Standaard Item Functiebeschrijving Hiermee stelt u in dat de camera een geluid afspeelt als u de camera inschakelt. (Uit*, 1, 2, 3) Hiermee stelt u in dat de camera een geluid afspeelt als u op de ontspanknop drukt. (Uit, 1*, 2, 3) Hiermee stelt u het geluid in dat de camera afspeelt als u op de knoppen drukt of de modus wijzigt. (Uit, 1*, 2, 3) Hiermee kunt u in- of uitschakelen dat de camera een geluid afspeelt als u de ontspanknop half indrukt. (Uit, Aan*) Beginafbeelding Beschrijving Een korte beschrijving van een optie of menu weergeven. (Uit, Aan*) Hier stelt u in of er een afbeelding wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld en zo ja, welke. • Uit*: er wordt geen afbeelding weergegeven. • Logo: een standaardafbeelding uit het interne geheugen weergeven. • Gebr.afb: selecteer Gebr.afb uit de foto's die u hebt vastgelegd in het geheugen. • De camera slaat per keer slechts één gebruikersafbeelding in het interne geheugen op. • Als u een nieuwe foto selecteert als gebruikersafbeelding of als u de camera opnieuw instelt, wordt de huidige afbeelding gewist. Achtergronden Datum/tijd weergeven Instellingen 95 Een achtergrondafbeelding instellen voor de schermen Modus en Menu. Instellen of de datum en tijd op het scherm van de camera worden weergegeven. (Uit*, Aan) Instellingenmenu * Standaard Item Helderh. scherm Snel tonen Beschrijving Instellingen * Standaard Hiermee past u de helderheid van het scherm aan. (Auto*, Donker, Normaal, Licht) Item Normaal is de vaste waarde voor de afspeelmodus, zelfs als Auto is geselecteerd. Hiermee stelt u in hoe lang een gemaakte foto wordt weergegeven voordat u teruggaat naar de Opnamemodus. (Uit, Aan*) Formatt. Deze functie werkt niet in alle modi. Als u gedurende 30 seconden geen handelingen uitvoert, schakelt het scherm automatisch uit en knippert het statuslampje. (Uit*, Aan) • Wanneer het scherm automatisch uitschakelt, drukt u Scherm auto. uit op een andere knop dan [X] om de camera weer te gebruiken. • Zelfs als u de spaarstand niet inschakelt, wordt het scherm 60 seconden na de laatste bewerking gedimd om stroom te besparen. Reset Language Tijdzone Datum/tijd aanpassen Datumtype Instellingen 96 Beschrijving De geheugenkaart formatteren. Wanneer u formatteert, worden alle bestanden verwijderd, ook beveiligde bestanden. (Ja, Nee) Er kunnen fouten optreden als u een geheugenkaart door een ander merk camera, door een computer of in een geheugenkaartlezer laat formatteren. Formatteer geheugenkaarten in de camera voordat u ze gebruikt om beelden op te slaan. Reset menu's en opnameopties. De instellingen voor datum en tijd en taal worden niet gereset. (Ja, Nee) Een taal voor de tekst op het scherm instellen. Hiermee stelt u de tijdzone voor uw locatie in. Selecteer de juiste tijdzone wanneer u naar een ander land reist. Hiermee stelt u de datum en tijd in. Hiermee stelt u een datumnotatie in. (JJJJ/MM/DD, MM/DD/JJJJ, DD/MM/JJJJ) De standaarddatumnotatie kan afwijken, afhankelijk van de geselecteerde taal. Instellingenmenu * Standaard Item Beschrijving * Standaard Item Hiermee stelt u een tijdnotatie in. (12 uur, 24 uur) Type tijd Instellen of de datum en tijd moeten worden weergegeven op gemaakte foto's. (Uit*, Datum, Datum/tijd) De standaardtijdnotatie kan afwijken, afhankelijk van de geselecteerde taal. • De datum en tijd worden in de rechterbenedenhoek van de foto weergegeven. De naamgeving van bestanden opgeven. • Op nul: instellen dat de bestandsnummering weer bij 0001 begint wanneer er een nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatteerd of alle bestanden worden verwijderd. • Serie*: instellen dat de bestandsnummering doorloopt wanneer er een nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatteerd of alle bestanden worden verwijderd. • Mogelijk drukken sommige printermodellen de datum en Afdruk tijd niet correct af. • De datum en tijd worden niet op de foto weergegeven als: - u Intelligent portret, Grappig gezicht of Tekst selecteert in de modus s - u de modus N selecteert - u de modus d selecteert Hiermee stelt u in dat de camera automatisch wordt uitgeschakeld als u gedurende een bepaalde periode geen bewerkingen uitvoert. (Uit, 1 min, 3 min*, 5 min, 10 min) • De standaardnaam van de eerste map is 100PHOTO en de Bestandsnr. Beschrijving standaardnaam van het eerste bestand is SAM_0001. • Het bestandsnummer wordt elke keer dat u een foto maakt of video opneemt, met 1 verhoogd, van SAM_0001 tot SAM_9999. • Het mapnummer wordt steeds met één verhoogd, van 100PHOTO tot 999PHOTO. • Het maximum aantal bestanden dat in een map kan worden opgeslagen, is 9999. • De camera definieert bestandsnamen volgens de DCF-norm (Design rule for Camera File system). Als u bestandsnamen wijzigt, kan de camera deze bestanden mogelijk niet meer weergeven. Automatisch uit • Uw instellingen worden niet gewijzigd wanneer u de batterij vervangt. • De camera wordt niet automatisch uitgeschakeld als de camera is aangesloten op een computer, of wanneer u een diashow of video's afspeelt. i-Launcher Hier kunt u instellen dat i-Launcher automatisch wordt gestart wanneer u de camera op uw computer aansluit. (Uit, Aan*) Open bronlicenties Open bron-licenties weergeven. Instellingen 97 Bijlagen Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties en onderhoud. Foutmeldingen ………………………………………………… 99 Cameraonderhoud ……………………………………………… 100 De camera reinigen ………………………………………… De camera gebruiken of opbergen ………………………… Geheugenkaarten …………………………………………… De batterij …………………………………………………… 100 101 102 105 Voordat u contact opneemt met een servicecenter ………… 109 Cameraspecificaties …………………………………………… 112 Woordenlijst ……………………………………………………… 116 Index ……………………………………………………………… 121 Foutmeldingen Als een van de volgende foutmeldingen verschijnt, kunt u de onderstaande oplossingen proberen. Foutmelding Mogelijke oplossingen Kaartfout • Schakel de camera uit en weer in. • Verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer terug. • Formatteer de geheugenkaart. Kaart wordt niet ondersteund. DCF Full Error De geplaatste geheugenkaart wordt niet ondersteund door de camera. Plaats een microSD- of microSDHCgeheugenkaart. Bestandsnamen komen niet met de DCF-norm overeen. Breng de bestanden op de geheugenkaart over naar een computer en formatteer de kaart. Open vervolgens het menu Instellingen en selecteer Bestandsnr. “ Op nul. (pag. 97) Foutmelding Bestandsfout Bestandssysteem wordt niet ondersteund. Mogelijke oplossingen Verwijder het beschadigde bestand of neem contact op met een servicecenter. De FAT-bestandsstructuur van de geplaatste geheugenkaart wordt niet ondersteund door de camera. Formatteer de geheugenkaar in de camera. Batterij bijna leeg Plaats een opgeladen batterij of laad de batterij op. Geheugen vol Geen foto Bijlagen 99 Verwijder onnodige bestanden of plaats een nieuwe geheugenkaart. Maak foto's of plaats een geheugenkaart met foto's in de camera. Cameraonderhoud De camera reinigen Camerabody Veeg de behuizing voorzichtig schoon met een zachte, droge doek. Cameralens en -scherm Verwijder stof met behulp van een blaaskwastje en veeg de lens met een zachte doek voorzichtig af. Voor eventueel achtergebleven stof brengt u lensreinigingsvloeistof op een stuk lensreinigingspapier aan en veegt u de lens voorzichtig schoon. • Gebruik nooit benzeen, thinner of alcohol om het apparaat te reinigen. Deze oplosmiddelen kunnen de camera beschadigen of defecten veroorzaken. • Druk niet op de lenskap en gebruik geen blaaskwastje op de lenskap. Bijlagen 100 Cameraonderhoud Camera voor langere tijd opbergen • Als u de camera langere tijd opbergt, moet u de camera samen met absorberend De camera gebruiken of opbergen materiaal, zoals silicagel, in een afgesloten houder plaatsen. Ongeschikte plaatsen voor het gebruiken of opbergen van de camera • Batterijen die niet worden gebruikt, ontladen zich na verloop van tijd en moeten • Stel de camera niet bloot aan zeer hoge of lage temperaturen. • Gebruik de camera niet in zeer vochtige omgevingen of omgevingen waar de • • • • • vóór gebruik opnieuw worden opgeladen. luchtvochtigheid snel verandert. Stel de camera niet bloot aan direct zonlicht en bewaar de camera niet op warme locaties met slechte ventilatie, zoals in een auto die in de zon staat. Bescherm de camera en het scherm tegen stoten, ruw gebruik en sterke trillingen om ernstige schade te voorkomen. Gebruik of bewaar de camera niet op stoffige, vuile, vochtige of slechtgeventileerde plaatsen, om schade aan bewegende en interne onderdelen te voorkomen. Gebruik de camera niet in de buurt van brandstoffen, brandbare stoffen of ontvlambare chemicaliën. Bewaar geen ontvlambare vloeistoffen, gassen en explosief materiaal in dezelfde ruimte als de camera of de accessoires van de camera. Berg de camera niet op met mottenballen. • U moet de datum en tijd opnieuw instellen wanneer de u de camera inschakelt nadat de batterij lange tijd uit de camera is verwijderd. Wees voorzichtig bij gebruik in vochtige omgevingen Als u de camera overbrengt van een koude naar een warme omgeving, kan er condensvorming optreden op de lens of de interne onderdelen van de camera. In dit geval moet u de camera uitschakelen en ten minste 1 uur wachten. Als er condensvorming optreedt op de geheugenkaart, moet u de kaart uit de camera halen en wachten tot al het vocht is verdampt voordat u de kaart terugplaatst. Overige aandachtspunten • Zwaai de camera niet aan de polslus heen en weer. Hierdoor kunt u uzelf of anderen verwonden of schade aan uw camera veroorzaken. • Verf de camera niet, omdat verf tussen de bewegende onderdelen kan gaan Gebruik op het strand of aan de waterkant zitten en de werking van het apparaat kan beïnvloeden. • Bescherm de camera tegen zand en vuil wanneer u deze op het strand of in een andere, soortgelijke omgeving gebruikt. • Uw camera is niet waterbestendig. Gebruik de batterij, adapter of geheugenkaart niet met natte handen. Als u de camera gebruikt met natte handen, kan de camera beschadigd raken. • Schakel de camera uit als u deze niet gebruikt. • Uw camera bevat kwetsbare onderdelen. Zorg daarom dat u de camera niet blootstelt aan schokken. Bijlagen 101 Cameraonderhoud • Bewaar de camera in de houder om het scherm te beschermen tegen externe • • • • • • • • Verf of metaal aan de buitenzijde van de camera kan allergieën, jeuk, eczeem of druk. Houd de camera uit de buurt van zand, scherp gereedschap of kleingeld om te voorkomen dat er krassen op de camera komen. Gebruik de camera niet als het scherm gebarsten of beschadigd is. Gebarsten glas of acryl kan letsel aan uw handen en gezicht veroorzaken. Breng de camera naar een servicecenter van Samsung om de camera te laten repareren. Leg camera's, batterijen, opladers of accessoires nooit in de buurt van, op of in verwarmingsapparaten, zoals magnetrons, kachels of radiatoren. Deze apparaten kunnen worden vervormd en oververhit raken en brand of een ontploffing veroorzaken. Stel de lens niet bloot aan direct zonlicht. Hierdoor kan de beeldsensor verkleuren of defect raken. Bescherm de lens tegen vingerafdrukken en krassen. Reinig de lens met een zachte, schone doek. De camera kan worden uitgeschakeld als deze een stoot krijgt of valt. Dit gebeurt om de geheugenkaart te beschermen. Schakel de camera weer in om de camera te gebruiken. De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal en is niet van invloed op de levensduur of prestaties van uw camera. Bij lage temperaturen kan het langer duren voor de camera is ingeschakeld, kunnen kleuren tijdelijk veranderen of kunnen nabeelden worden weergegeven. Deze omstandigheden duiden niet op defecten en worden verholpen als u de camera weer bij normale temperaturen gebruikt. bultjes veroorzaken bij mensen met een gevoelige huid. Als u last hebt van een van deze symptomen, stop dan onmiddellijk met het gebruik van de camera en raadpleeg een arts. • Steek geen vreemde voorwerpen in de compartimenten, sleuven en toegangspunten van de camera. Schade als gevolg van onjuist gebruik wordt mogelijk niet door de garantie gedekt. • Laat geen ongekwalificeerd personeel reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan de camera uitvoeren en probeer dit ook niet zelf te doen. Alle schade die voortvloeit uit ongekwalificeerd onderhoud of reparatie, wordt niet gedekt door de garantie. Geheugenkaarten Ondersteunde geheugenkaarten De camera ondersteunt de volgende typen geheugenkaarten: microSD (Secure Digital) en microSDHC (Secure Digital High Capacity). Bijlagen 102 Als u gegevens wilt lezen met een computer of een geheugenkaartlezer, moet u de geheugenkaart plaatsen in een geheugenkaartadapter. Cameraonderhoud Capaciteit van de geheugenkaart Video's De geheugencapaciteit verschilt, afhankelijk van de opnamemodus en de opnameomstandigheden. De volgende capaciteiten zijn gebaseerd op een microSD-kaart van 2 GB: Formaat 1280 X 720 HQ Foto's Formaat Superhoog Hoog Normaal 213 417 616 244 476 693 283 559 824 337 656 953 649 1220 1743 1052 1906 2653 1743 2905 3813 3211 5085 6102 640 X 480 320 X 240 30 fps 15 fps Ongeveer 08' 07" Ongeveer 15' 03" Ongeveer 18' 42" Ongeveer 36' 06" Ongeveer 66' 39" Ongeveer 120' 55" De bovenstaande cijfers zijn gemeten zonder gebruik van de zoomfunctie. Bij gebruik van de zoomfunctie kan de beschikbare opnametijd afwijken van de vermelde waarden. Om de totale opnameduur te bepalen, zijn er verschillende video's achter elkaar opgenomen. Bijlagen 103 Cameraonderhoud • Voorkom dat geheugenkaarten in contact komen met vloeistoffen, vuil of Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten • Stel de geheugenkaarten niet bloot aan zeer lage of hoge temperaturen (lager • • • • • • • • dan 0 °C/32 °F of hoger dan 40 °C/104 °F). Extreme temperaturen kunnen ervoor zorgen dat geheugenkaarten niet goed werken. Plaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een geheugenkaart in de verkeerde richting plaatst, kunnen camera en geheugenkaart worden beschadigd. Gebruik geen geheugenkaarten die in een andere camera of door een computer zijn geformatteerd. Formatteer een dergelijke geheugenkaart opnieuw in uw eigen camera. Schakel de camera uit wanneer u een geheugenkaart plaatst of verwijdert. Verwijder de geheugenkaart niet en schakel uw camera niet uit wanneer het lampje knippert, omdat de gegevens hierdoor kunnen worden beschadigd. Wanneer de levensduur van een geheugenkaart is verlopen, kunt u geen foto's meer opslaan op de kaart. Gebruik een nieuwe geheugenkaart. Zorg dat geheugenkaarten niet buigen, vallen of aan zware klappen of druk worden blootgesteld. Zorg dat u geheugenkaarten niet gebruikt of opbergt in de buurt van krachtige magnetische velden. Zorg dat u geheugenkaarten niet gebruikt op locaties met hoge temperaturen of luchtvochtigheid of in de buurt van bijtende stoffen. • • • • vreemde stoffen. Veeg zo nodig de geheugenkaart met een zachte doek schoon voordat u de geheugenkaart in de camera plaatst. Voorkom dat geheugenkaarten en de geheugenkaartsleuf in contact komen met vloeistoffen, vuil of vreemde stoffen. Dergelijke stoffen kunnen ervoor zorgen dat geheugenkaarten of de camera niet goed meer werken. Wanneer u een geheugenkaart bij u draagt, moet u een hoesje gebruiken om de kaart tegen elektrostatische ontlading te beschermen. Breng belangrijke gegevens over naar andere media, zoals een vaste schijf, CD of DVD. Als u de camera langere tijd gebruikt, kan de geheugenkaart warm worden. Dit is normaal en wijst niet op een defect. Bijlagen 104 De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens. Cameraonderhoud De batterij Levensduur van de batterij Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen. Gemiddelde opnameduur/ Aantal foto's Batterijspecificaties Specificatie Model Type Capaciteit Voltage Oplaadduur* (wanneer de camera is uitgeschakeld) Beschrijving BP70A Lithium-ionbatterij 700 mAh 3,7 V Testomstandigheden (bij een volledig opgeladen batterij) De levensduur is gemeten onder de volgende omstandigheden: in de modus p, in het donker, resolutie , kwaliteit Hoog, DIS aan. 1. Stel de flitser in op Invulflits, maak één foto en zoom in of uit. 2. Stel de flitser in op Uit, maak één foto en zoom in of uit. 3. Voer stap 1 en 2 uit. Wacht 30 seconden tussen de stappen. Herhaal het proces na 5 minuten en schakel de camera 1 minuut uit. 4. Herhaal stap 1 tot 3. Foto's Ongeveer 140 min/ Ongeveer 280 foto's Video's Ongeveer 110 min. Neem video's op met de resolutie Ongeveer 160 min. * Het duurt mogelijk langer als u de batterij aansluit op een computer om de batterij op te laden. en 30 fps. • De bovenstaande cijfers zijn volgens de normen van Samsung gemeten en kunnen afwijken van resultaten bij daadwerkelijk gebruik. • Er zijn verschillende video's achter elkaar opgenomen om de totale opnameduur te bepalen. Bijlagen 105 Cameraonderhoud Melding Batterij bijna leeg Aandachtspunten voor het gebruik van de batterij Als de batterij volledig is ontladen, wordt het batterijpictogram rood en verschijnt de melding 'Batterij bijna leeg'. Bescherm batterijen, opladers en geheugenkaarten tegen schade. Voorkom dat batterijen in aanraking komen met metalen voorwerpen. Dit kan een verbinding vormen tussen de plus- en minpolen van uw batterijen en tijdelijke of permanente schade aan de batterijen en brand of een schok veroorzaken. De batterij gebruiken • Stel de geheugenkaarten niet bloot aan zeer lage of hoge temperaturen (lager • • • • • • dan 0 °C/32 °F of hoger dan 40 °C/104 °F). Extreme temperaturen kunnen de laadcapaciteit van de batterijen beperken. Als u de camera langere tijd gebruikt, kan het gebied rond de batterijklep warm worden. Dit heeft geen invloed op de normale werking van de camera. Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt. Bij temperaturen onder 0 °C/32 °F kunnen de capaciteit en levensduur van de batterij afnemen. Bij lage temperaturen kan de batterijcapaciteit afnemen, maar de gewone capaciteit wordt hersteld bij gebruik bij hogere temperaturen. Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opbergt. Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en ernstige schade aan uw camera veroorzaken. Als u de camera langere perioden opbergt terwijl de batterij is geplaatst, raakt de batterij leeg. U kunt een volledig lege batterij mogelijk niet weer opladen. Wanneer u de camera lagere periode niet gebruikt (3 maanden of meer), moet u de batterij regelmatig controleren en opladen. Als u de batterij regelmatig laat leeglopen, kunnen de capaciteit en de levensduur afnemen, wat kan leiden tot een storing, brand of explosie. De batterij opladen • Controleer als het indicatielampje uit is of de batterij op de juiste wijze is geplaatst. • Als camera tijdens het opladen is ingeschakeld, wordt de batterij mogelijk niet volledig opgeladen. Schakel de camera uit voordat u de batterij oplaadt. • Gebruik de camera niet als de batterij wordt opgeladen. Dit kan brand of een schok veroorzaken. • Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt. • Wacht ten minste 10 minuten voordat u de camera inschakelt nadat de batterij is opgeladen. • Als u de camera aansluit op een externe voedingsbron terwijl de batterij helemaal leeg is, wordt de camera uitgeschakeld wanneer u bepaalde functies gebruikt die veel stroom verbruiken. Laad de batterij op om de camera op normale wijze te gebruiken. Bijlagen 106 Cameraonderhoud • Als u de voedingskabel opnieuw aansluit nadat de batterij volledig is opgeladen, • • • • • brandt het statuslampje ongeveer 30 minuten. Met het gebruik van de flitser en het opnemen van video's raakt de batterij snel leeg. Laad de batterij op totdat het rode indicatielampje uitgaat. Als het indicatielampje knippert of niet brandt, sluit u de kabel opnieuw aan of verwijdert u de batterij en plaatst u deze opnieuw in de camera. Als u de batterij oplaadt wanneer de kabel oververhit is of de temperatuur te hoog is, kan het indicatielampje rood knipperen. Nadat de batterij is afgekoeld, wordt het opladen gestart. Als u batterijen overlaadt, kan de gebruiksduur van de batterij korter worden. Wanneer het opladen is voltooid, haalt u de kabel uit de camera. Buig het netsnoer niet en plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer. Als u dit wel doet, kan het netsnoer worden beschadigd. Behandel batterijen en oplader voorzichtig en voer deze af volgens de voorschriften • Gooi batterijen nooit in open vuur. Houd u aan alle lokale regelgevingen bij het weggooien van gebruikte batterijen. • Leg batterijen of camera's nooit in of op verwarmingsapparaten, zoals een magnetron, kachel of radiator. Batterijen kunnen exploderen als ze te heet worden. De batterij opladen terwijl er een computer is aangesloten • Gebruik alleen de meegeleverde USB-kabel. • In de volgende gevallen wordt de batterij mogelijk niet opgeladen: - wanneer u een USB-hub gebruikt. - wanneer er andere USB-apparaten op de computer zijn aangesloten. - wanneer u de kabel op de poort aan de voorzijde van de computer aansluit. - wanneer de USB-poort van de computer de stroomuitvoernorm niet ondersteunt (5 V, 500 mA) Bijlagen 107 Cameraonderhoud Onzorgvuldig of verkeerd gebruik van de batterij kan lichamelijk letsel of de dood tot gevolg hebben. Volg voor uw eigen veiligheid de onderstaande instructies voor het juiste gebruik van de batterij: • De batterij kan vlam vatten of exploderen als deze niet op de juiste wijze wordt gebruikt. Als u vervormingen, scheuren of andere afwijkingen in de batterij opmerkt, stopt u onmiddellijk het gebruik hiervan en neemt u contact op met een servicecenter. • Gebruik alleen authentieke, door de fabrikant aanbevolen batterijopladers en -adapters en laad de batterij alleen op volgens de procedures die in deze gebruiksaanwijzing zijn vermeld. • Plaats de batterij niet te dicht bij warmtebronnen en stel de batterij niet bloot aan extreem warme omgevingen, zoals een gesloten auto in de zon. • Plaats de batterij niet in een magnetron. • Bewaar of gebruik de batterij niet in een hete, vochtige omgeving, zoals een badkamer of douche. • Plaats de batterij niet langere tijd op ontvlambare oppervlakken, zoals matrassen, tapijten of elektrische dekens. • Als het apparaat is ingeschakeld, moet u het niet langere tijd in een afgesloten ruimte achterlaten. • Zorg ervoor dat de polen van de batterij niet in contact komen met metalen voorwerpen, zoals halskettingen, munten, sleutels en horloges. • Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant aanbevolen lithiumionbatterijen ter vervanging. Bijlagen 108 • Haal de batterij niet uit elkaar of maak er geen gat in met een scherp voorwerp. • Stel de batterij niet bloot aan hoge druk of extreme krachten. • Stel de batterij niet bloot aan hevige klappen, bijvoorbeeld door deze van grote hoogte te laten vallen. • Stel de batterij niet bloot aan temperaturen boven de 60 °C (140 °F). • Stel de batterij niet bloot aan vocht of vloeistoffen. • De batterij mag niet worden blootgesteld aan overmatige warmte zoals zonneschijn, vuur of dergelijke zaken. Richtlijnen voor afvoer • Wees zorgvuldig als u de batterij weggooit. • Gooi de batterij nooit in een open vuur. • De regelgeving voor weggooien kan verschillen per land of regio. Gooi de batterij weg in overeenstemming met alle lokale en landelijke regels. Richtlijnen voor het opladen van de batterij Laad de batterij alleen op volgens de procedures in deze gebruiksaanwijzing. De batterij kan ontbranden of exploderen als deze niet op de juiste wijze wordt opgeladen. Voordat u contact opneemt met een servicecenter Wanneer u problemen met de camera ondervindt, kunt u eerst de volgende procedures uitvoeren voordat u contact opneemt met een servicecenter. Als u het probleem hiermee niet kunt oplossen, kunt u contact opnemen met uw plaatselijke dealer of servicecenter. Wanneer u uw camera naar een servicecenter brengt, neem dan ook de onderdelen mee die de oorzaak kunnen zijn van de fout, zoals de geheugenkaart of de batterij. Situatie De camera kan niet worden ingeschakeld. De camera wordt plotseling uitgeschakeld. Mogelijke oplossingen Situatie • Controleer of de batterij in de camera is geplaatst. • Controleer of de batterij correct in de camera is • • • • • • De batterij raakt snel leeg. • Mogelijke oplossingen • Er is geen ruimte op de geheugenkaart. Verwijder onnodige bestanden of plaats een nieuwe kaart. geplaatst. (pag. 17) Laad de batterij op. Laad de batterij op. De camera bevindt zich mogelijk in de stand voor automatisch uitschakelen. (pag. 97) De camera wordt mogelijk uitgeschakeld om te voorkomen dat de geheugenkaart door een harde schok beschadigd raakt. Schakel de camera weer in. Bij lage temperaturen (onder 0 °C/32 °F) kan de batterij sneller leeg raken. Houd de batterij warm door deze in uw zak te steken. Als u de flitser gebruikt of video's opneemt, raakt de batterij snel leeg. Laad de batterij indien nodig weer op. Batterijen zijn verbruiksartikelen die na verloop van tijd moeten worden vervangen. Koop een nieuwe batterij als de gebruiksduur van de batterij aanzienlijk afneemt. Er kunnen geen foto's worden gemaakt. De camera loopt vast. De camera wordt warm. De flitser werkt niet. Bijlagen 109 • Formatteer de geheugenkaart. • De geheugenkaart is defect. Koop een nieuwe geheugenkaart. • Controleer of de camera is ingeschakeld. • Laad de batterij op. • Controleer of de batterij op de juiste wijze is geplaatst. Verwijder de batterij en plaats deze weer terug. De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal en is niet van invloed op de levensduur of prestaties van uw camera. • Mogelijk is de flitseroptie ingesteld op Uit. (pag. 52) • In sommige modi kunt u de flitser niet gebruiken. Voordat u contact opneemt met een servicecenter Situatie Er wordt onverwachts geflitst. De datum en tijd zijn onjuist. Het scherm of de knoppen werken niet. Het camerascherm reageert niet goed. Er is een fout met de geheugenkaart opgetreden. Er kunnen geen bestanden worden afgespeeld. Mogelijke oplossingen Situatie De flitser wordt mogelijk geactiveerd vanwege statische elektriciteit. Dit duidt niet op een defect van de camera. Stel de datum en tijd in bij de scherminstellingen. (pag. 96) Verwijder de batterij en plaats deze weer terug. Als u de camera bij zeer lage temperaturen gebruikt, kan het camerascherm verkleuren of slecht functioneren. Voor betere prestaties van het scherm moet de camera bij normale temperaturen worden gebruikt. • Schakel de camera uit en weer in. • Verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer terug. • Formatteer de geheugenkaart. Zie 'Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten' voor meer informatie. (pag. 104) Als u de naam van een bestand wijzigt, kan de camera het bestand mogelijk niet afspelen (de bestandsnaam moet voldoen aan de DCF-norm). In dergelijke gevallen kunt u de bestanden op een computer afspelen. Mogelijke oplossingen • Controleer of de ingestelde scherpsteloptie voor close-upfoto's geschikt is. (pag. 55) De foto is onscherp. • Controleer of de lens schoon is. Reinig de lens indien nodig. (pag. 100) • Zorg ervoor dat het onderwerp zich binnen het De kleuren in de foto zijn anders dan de daadwerkelijke kleuren. De foto is te licht. De foto is te donker. Bijlagen 110 bereik van de flitser bevindt. (pag. 113) Een onjuiste witbalans kan voor onrealistische kleuren zorgen. Selecteer de juiste witbalansoptie voor de lichtbron. (pag. 64) De foto is overbelicht. • Schakel de flitser uit. (pag. 52) • Pas de ISO-waarde aan. (pag. 54) • Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 61) De foto is onderbelicht. • Schakel de flitser in. (pag. 52) • Pas de ISO-waarde aan. (pag. 54) • Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 61) Voordat u contact opneemt met een servicecenter Situatie Mogelijke oplossingen Situatie • Controleer of de USB-kabel op de juiste wijze is De computer herkent de camera niet. Mogelijke oplossingen • Sluit i-Launcher af en start het programma geplaatst. • Controleer of de camera is ingeschakeld. • Controleer of het besturingssysteem wordt ondersteund. opnieuw. • Controleer of i-Launcher is ingesteld op Aan in het instellingenmenu. (pag. 97) • Afhankelijk van de specificaties en omgeving van De computer verbreekt de verbinding met de camera tijdens het overbrengen van bestanden. De bestandsoverdracht kan door statische elektriciteit worden gestoord. Koppel de USB-kabel los en sluit deze weer aan. De computer kan geen video's afspelen. Video's kunnen mogelijk niet worden afgespeeld met bepaalde videospelers. Als u videobestanden wilt afspelen die zijn gemaakt met uw camera, gebruikt u het Multimedia Viewer-programma dat u met het programma i-Launcher op uw computer kunt installeren. i-Launcher werkt niet correct Bijlagen 111 de computer wordt het programma mogelijk niet automatisch gestart. Klik in dit geval op start “ Alle programma's “ Samsung “ i-Launcher “ Samsung i-Launcher op uw Windows-computer. (Voor Windows 8 opent u het startscherm en selecteert u All apps (Alle apps) “ Samsung i-Launcher.) Of klik op Applications (Toepassingen) “ Samsung “ i-Launcher op uw Mac-computer. Cameraspecificaties Beeldsensor Type 1/2,3" (ongeveer 7,77 mm) CCD Effectieve pixels Ongeveer 16,1 megapixel Totaalaantal pixels Ongeveer 16,6 megapixel Lens Brandpuntsafstand Samsung-lens f = 4,5-22,5 mm (35 mm filmequivalent: 25-125 mm) Diafragmabereik F2.5 (W)-F6.3 (T) Zoom Fotomodus: 1,0-5,0X (optische zoom X digitale zoom: 25,0X, optische zoom X Intelli-zoom: 10,0X) Display Type TFT LCD Functionaliteit 2,7 inch (67,5 mm) QVGA (230K) Bereik Groothoek (G) 80 cm-oneindig 5-80 cm 5 cm-oneindig Tele (T) 250 cm-oneindig 100-250 cm 100 cm-oneindig Sluitertijd • Smart Auto: 8-1/2000 sec. • Programma: 1-1/2000 sec. • Nacht: 8-1/2000 sec. Belichting Regeling Programma AE Lichtmeting Multi, Spot, Centr. gewogen Compensatie ±2EV (1/3 EV Stap) ISO-equivalent Auto, ISO 80, ISO 100, ISO 200, ISO 400, ISO 800, ISO 1600, ISO 3200 Scherpstelling Type Normaal (AF) Macro Auto macro TTL auto focus (Multi AF, Centrum AF, Gezichtsdetectie AF, Tracking AF) Bijlagen 112 Cameraspecificaties Flitser Datering Modus Uit, Anti-rode ogen, Langz sync, Invulflits, Rode ogen, Auto Bereik • Groothoek: 0,3-4,2 m (ISO Auto) • Tele: 0,5-1,6 m (ISO Auto) Oplaadtijd Ongeveer 4 sec. Uit, Datum, Datum/tijd Opnemen • Modi: Smart Auto (Portret, Nachtportret, Portretfoto Trillingsreductie Digitale beeldstabilisatie (DIS) Foto's Effect • Smart filter: Normaal, Miniatuur, Vignetten, Opnamemodus voor foto's Opnamemodus voor video's Halftoonstip, Schets, Visoog, Anti-nevel, Klassiek, Retro, Negatief • Beeld aanpassen: Contrast, Scherpte, Kleurverz. • Modi: Intelligente scènedetectie (Landschap, Smart filter: Normaal, Paleteffect 1, Paleteffect 2, Paleteffect 3, Paleteffect 4, Miniatuur, Vignetten, Anti-nevel, Visoog, Klassiek, Retro, Negatief • • Witbalans Auto witbalans, Daglicht, Bewolkt, TL-licht H, TL-licht L, Kunstlicht, Meten: sluiter met tegenlicht, Nacht, Tegenl., Landschap, Wit, Natuurlijk groen, Blauwe lucht, Zonsondergang, Macro, Macro tekst, Macro kleur, Statief, Actie), Programma, Live Panorama, Beeld in beeld, Scène (Magisch kader, Beautyshot, Intelligent portret, Grappig gezicht, Nacht, Landschap, Tekst, Zon onder, Dageraad, Tegenl., Strand/sneeuw) • Serie: 1 opname, Serieopname, Bewegingsopname, AEB • Timer: Uit, 10 sec, 2 sec, Dubbel Video's • • • Bijlagen 113 Blauwe lucht, Natuurlijk groen, Zonsondergang), Film Indeling: MJPEG (maximale opnameduur: 20 min) Formaat: 1280 X 720 HQ (per bestand: max. 4 GB), 640 X 480, 320 X 240 Framesnelheid: 15 fps, 30 fps Sound Alive: Sound Alive Aan, Sound Alive Uit, Dempen Video bewerken (intern): pauzeren tijdens opnemen, foto's maken Cameraspecificaties Afspelen Symbool • Type: Eén foto, Miniaturen, Diashow met muziek en effecten, Video Foto's Video's • Bewerken: Res.wijz, Draaien, Intelligent portret, 4608 X 3072 Smart filter, Beeld aanpassen, Bijsnijden • Effect: Beeld aanpassen (ACB, Anti-rode ogen, Gezichtretouch., Helderheid, Contrast, Kleurverz., Ruis toevoegen), Smart filter (Normaal, Miniatuur, Vignetten, Halftoonstip, Schets, Visoog, Anti-nevel, Klassiek, Retro, Negatief) 4608 X 2592 Beeldformaat 1984 X 1488 1920 X 1080 Bewerken: foto's maken 1024 X 768 • Intern geheugen: ongeveer 70 MB • Extern geheugen (optioneel): Bestandsindeling 3648 X 2736 2592 X 1944 Opslag Media Formaat 4608 X 3456 microSD-kaart (2 GB gegarandeerd), microSDHC-kaart (tot 8 GB gegarandeerd) De interne geheugencapaciteit kan van deze specificaties afwijken. • Foto: JPEG (DCF), EXIF 2.21 • Video: AVI (MJPEG) Bijlagen 114 Cameraspecificaties Interface Afmetingen (B x H x D) Digitale uitvoer USB 2.0 91,6 x 55,2 x 17,5 mm (zonder uitstekende delen) Audio-invoer/-uitvoer Interne luidspreker (mono), Microfoon (mono) Gewicht Gelijkstroomaansluiting 5,0 V 90 g (zonder batterij en geheugenkaart) Bedrijfstemperatuur Voedingsbron Oplaadbare batterij Lithium-ionbatterij (BP70A, 700 mAh) 0-40 °C Connectortype Micro USB (5-pins) Bedrijfsluchtvochtigheid Afhankelijk van uw regio kan de voedingsbron verschillen. 5-85 % Software i-Launcher Specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd voor betere prestaties. Bijlagen 115 Woordenlijst Automatische contrastverbetering (ACB) Deze functie verbetert automatisch het contrast van uw beelden wanneer het onderwerp tegenlicht heeft of als er veel contrast is tussen uw onderwerp en de achtergrond. Compositie Met compositie wordt de plaatsing van de verschillende elementen in het beeld bedoeld. Meestal levert een compositie volgens de regel van derden een plezierig resultaat. Opnamereeks met verschillende belichtingen (AEB) Deze functie maakt automatisch meerdere beelden met verschillenden belichtingen om u te helpen een goedbelicht beeld te maken. DIS (Digital Image Stabilization) Deze functie compenseert in real-time trillingen en schudden tijdens de opname. Er kan enig kwaliteitsverlies in de afbeelding optreden in vergelijking met optische beeldstabilisatie. Autofocus (AF) Een systeem dat automatisch de cameralens scherpstelt op het onderwerp. Uw camera gebruikt het contrast om automatisch scherp te stellen. DCF (Design rule for Camera File system) Een specificatie voor het definiëren van een bestandsindeling en bestandssysteem voor digitale camera's die is ontwikkeld door de Japan Electronics and Information Technology Industries Association (JEITA). Diafragma Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht die de sensor van de camera bereikt. Bewegingsonscherpte (vaag) Als de camera wordt bewogen wanneer de sluiter is geopend, kan het volledige beeld vaag lijken. Dit komt vaker voor wanneer de sluitertijd laag is. Voorkom bewegingsonscherpte door de gevoeligheid te verhogen, de flitser te gebruiken of een hogere sluitertijd. U kunt ook een statief of de OIS- of DIS-functie gebruiken om de camera te stabiliseren. Scherptediepte De afstand tussen het dichtstbijzijnde en verste punt waarop kan worden scherpgesteld in een foto. De scherptediepte verschilt per diafragma, brandpuntsafstand en afstand tussen de camera en het onderwerp. Als u bijvoorbeeld een kleiner diafragma selecteert, wordt de scherptediepte vergroot en wordt de achtergrond van een compositie vaag. Digitale zoom Een functie die op kunstmatige wijze de beschikbare hoeveelheid zoom met de zoomlens vergroot (optisch zoomen). Als u de digitale zoomfunctie gebruikt, wordt de beeldkwaliteit minder wanneer de vergroting wordt verhoogd. Bijlagen 116 Woordenlijst EV-compensatie Alle combinaties van de camerasluitertijd en diafragma die resulteren in dezelfde belichting. Flitser Een flitslamp die ervoor zorgt dat er voldoende belichting is in omstandigheden met weinig licht. Belichtingswaarde (EV) Met deze functie kunt u snel de belichtingswaarde aanpassen die wordt berekend door de camera, in beperkte stappen, om de belichting van uw foto's te verbeteren. Stel de EV-compensatie in op -1,0 EV om de waarde een stap donkerder in te stellen en op 1,0 EV om de waarde een stap lichter te maken. Brandpuntsafstand De afstand van het brandpunt van de lens tot het beeldvlak (in millimeters). Grotere brandpuntsafstanden resulteren in een kleinere beeldhoek en een grotere weergave van het onderwerp. Kleinere brandpuntsafstanden resulteren in een grotere beeldhoek. Exif (Exchangeable Image File Format) Een specificatie voor het definiëren van een beeldbestandsindeling voor digitale camera's die is gemaakt door de Japan Electronic Industries Development Association (JEIDA). Beeldsensor Het fysieke deel van een digitale camera die een fotosite bevat voor elke pixel in het beeld. Elke fotosite neemt de helderheid van het licht op dat de fotosite bereikt tijdens een belichting. Algemene sensortypen zijn CCD (Charge-coupled Device) en CMOS (Complementary Metal Oxide Semiconductor). Belichting De hoeveelheid licht die de sensor van de camera mag bereiken. Belichting wordt bepaald door een combinatie van sluitertijd, diafragma en ISO-waarde. ISO-waarde De gevoeligheid van een camera voor licht, gebaseerd op de equivalente filmsnelheid gebruikt in een filmcamera. Met hogere ISO-waarden gebruikt de camera een hogere sluitertijd, waardoor vervaging kan worden verminderd die wordt veroorzaakt door het bewegen van de camera en weinig licht. Beelden met een hoge gevoeligheid zijn echter veel gevoeliger voor ruis. Bijlagen 117 Woordenlijst Ruis Verkeerd geïnterpreteerde pixels in een digitaal beeld die mogelijk worden weergegeven als verkeerd geplaatste of willekeurige, heldere pixels. Ruis treedt meestal op wanneer foto's worden gemaakt met een hoge gevoeligheid of wanneer de gevoeligheid automatisch wordt ingesteld op een donkere locatie. JPEG (Joint Photographic Experts Group) Een lossy-methode van compressie voor digitale beelden. JPEG-beelden worden gecomprimeerd om de algehele bestandsgrootte te verminderen met minimale afname van de beeldresolutie. LCD (Liquid Crystal Display) Een visuele display die algemeen wordt gebruikt in consumenten elektronica. Dit display heeft een aparte achtergrondverlichting nodig zoals CCFL of LED, om kleuren te kunnen reproduceren. Optisch zoomen Dit is een algemene zoomfunctie waarmee beelden kunnen worden vergroot met een lens en waarmee de beeldkwaliteit niet vermindert. Macro Met deze functie kunt u close-upfoto's maken van zeer kleine voorwerpen. Als u de macrofunctie gebruikt, kan de camera goed scherpstellen op kleine voorwerpen met een verhouding op bijna ware grootte (1:1). Kwaliteit Een uitdrukking van het compressieniveau dat is gebruikt in een digitaal beeld. Beelden met een hogere kwaliteit hebben een lager compressieniveau, wat meestal resulteert in grotere bestanden. Lichtmeting De lichtmeting heeft betrekking op de manier waarop een camera de hoeveelheid licht meet om de belichting in te stellen. Resolutie Het aantal pixels in een digitaal beeld. Beelden met hoge resolutie bevatten meer pixels en bevatten meer details dan beelden met lage resolutie. MJPEG (Motion JPEG) Een video-indeling die wordt gecomprimeerd als een JPEG-beeld. Bijlagen 118 Woordenlijst Sluitertijd De sluitertijd is de hoeveelheid tijd die nodig is om de sluiter te openen en te sluiten. Dit is een belangrijke factor voor de helderheid van een foto, aangezien hiermee de hoeveelheid licht wordt geregeld die door het diafragma op de beeldsensor valt. Met een kortere sluitertijd valt er minder licht naar binnen en wordt de foto donkerder, maar is het ook eenvoudiger om de beweging van het onderwerp te bevriezen. Vignetten Een vermindering van de helderheid of de verzadiging van een beeld bij de randen in vergelijking met het midden van het beeld. Vignetten kan de aandacht richten op onderwerpen die in het midden van een beeld zijn geplaatst. Witbalans (kleurbalans) Een aanpassing van de intensiteit van kleuren (meestal de primaire kleuren rood, groen en blauw) in een beeld. Het doel van het aanpassen van de witbalans, of kleurbalans, is de kleuren van een beeld correct weergeven. Bijlagen 119 Correcte behandeling van een gebruikte accu uit dit product (Van toepassing in landen waar afval gescheiden wordt ingezameld) Correcte verwijdering van dit product (elektrische & elektronische afvalapparatuur) (Van toepassing in landen waar afval gescheiden wordt ingezameld) Dit merkteken op het product, de accessoires of het informatiemateriaal duidt erop dat het product en zijn elektronische accessoires (bv. lader, headset, USB-kabel) niet met ander huishoudelijk afval verwijderd mogen worden aan het einde van hun gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u deze artikelen van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd. Dit merkteken op de accu, handleiding of verpakking geeft aan dat de accu in dit product aan het einde van de levensduur niet samen met ander huishoudelijk afval mag worden weggegooid. De chemische symbolen Hg, Cd of Pb geven aan dat het kwik-, cadmium- of loodgehalte in de accu hoger is dan de referentieniveaus in de Richtlijn 2006/66/EC. Indien de gebruikte accu niet op de juiste wijze wordt behandeld, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen of het milieu. Ter bescherming van de natuurlijke hulpbronnen en ter bevordering van het hergebruik van materialen, verzoeken wij u afgedankte accu’s en batterijen te scheiden van andere soorten afval en voor recycling aan te bieden bij het gratis inzamelingssysteem voor accu’s en batterijen in uw omgeving. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomst nalezen. Dit product en zijn elektronische accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering worden gemengd. PlanetFirst duidt op het streven van Samsung Electronics naar een duurzame ontwikkeling en sociale verantwoordelijkheid door middel van een milieubewuste bedrijfsvoering. Bijlagen 120 Index A Aansluiten op een computer Mac 86 Windows 85 Afdruk 97 AF-geluid 95 Afspeelknop 16 Afspeelmodus 71 Afzonderlijke beelden uit een video opslaan 79 Automatische contrastverbetering (ACB) Afspeelmodus 83 Opnamemodus 62 B Beeld in beeldmodus 38 C Batterij Beeldkwaliteit 50 Cameraonderhoud 100 Beginafbeelding 95 Cameraspecificaties 112 Belichting 61 Contrast Let op 106 Opladen 18 Plaatsen 17 Beautyshot-modus 40 Bestanden beveiligen 74 Beeldaanpassing Bestanden overbrengen ACB 62 Contrast Afspeelmodus 84 Opnamemodus 69 Helderheid Afspeelmodus 84 Opnamemodus 61 Kleurverzadiging Afspeelmodus 84 Opnamemodus 69 Rode ogen 83 Ruis toevoegen 84 Scherpte 69 Mac 86 Windows 85 Bestanden weergeven Categorie 73 Diashow 77 Miniaturen 72 Panoramafoto’s 77 Afspeelmodus 84 Opnamemodus 69 D Datum/tijd aanpassen 19, 96 De camera losmaken 86 Diashow 77 Digitale beeldstabilisatie (DIS) 29 Bestanden wissen 74 Digitale zoom 27 Bewegingsopname 66 Draaien 81 Bijlagen 121 Index F G I L Filmmodus 45 Geheugenkaart Instellingen 96 Lichtmeting Flitser Anti-rode ogen 53 Auto 53 Invulflits 53 Langzame synchronisatie 53 Rode ogen 53 Uit 52 Formatteren 96 Foto's bewerken 80 Aandachtspunt 104 Plaatsen 17 Geluidsinstellingen 25 Intelligente scènedetectiemodus 46 Intelligent portret Afspeelmodus 81 Opnamemodus 41 Gezichten retoucheren Afspeelmodus 83 Opnamemodus 41 Gezichtsdetectie 58 Grappig gezicht 42 Foutmeldingen 99 H Functieknop 16 Helderheid Afspeelmodus 84 Opnamemodus 61 Intelligent zoomen 28 ISO-waarde 54 K Kleurverzadiging Afspeelmodus 84 Opnamemodus 69 Knipperen 59 Helderheid scherm 96 Bijlagen 122 Centr. gewogen 63 Multi 63 Spot 63 Live Panoramamodus 36 M Macro Auto macro 56 Macro 56 Normaal (AF) 56 Menuknop 16 Miniaturen 72 Modus Magisch kader 40 Index Scherpstelgebied N P R Nachtmodus 43 Pictogrammen Reinigen O Ontspanknop 14 Ontspanknop half indrukken 30 Open bron-licenties 97 Opladen 18 Opnamemodus 51 Opnamereeks met verschillende belichtingen (AEB) 66 Optionele accessoires 13 Afspeelmodus 71 Opnamemodus 21 Camerabody 100 Lens 100 Scherm 100 Portretten maken Anti-rode ogen 53 Beautyshot-modus 40 Gezichtsdetectie 58 Grappig gezicht 42 Intelligent portret 41 Knipperen 59 Rode ogen 53 Smile shot 59 Zelfportret 58 Reset 96 Resolutie Afspeelmodus 80 Opnamemodus 49 Rode ogen Afspeelmodus 83 Opnamemodus 52 Centrum AF 56 Multi AF 56 Tracking AF 56 Scherpte 69 Serieopnamen Bewegingsopname 66 Continu 66 Opnamereeks met verschillende belichtingen (AEB) 66 Servicecenter 109 Smart Auto-modus 33 Smart filter Power-knop 14 S Programmamodus 35 Scènemodus 39 Scherm auto. uit 96 Bijlagen 123 Afspeelmodus 82 Opnamemodus 67 Index Smile shot 59 U Z Snel tonen 96 Uitpakken 13 Zelfportret 58 Statiefbevestigingspunt 14 USB-poort 14 Zoom Statuslampje 15 V T Vergroten 76 Taalinstellingen 96 Video Tijdinstellingen 19 Tijdzone-instellingen 19, 96 Zoomfunctie gebruiken 27 Zoomgeluidsinstellingen 45 Zoomknop 15 Afspeelmodus 78 Opnamemodus 45 Timer 51 W Type weergave 25 Witbalans 64 Bijlagen 124 Raadpleeg voor klantenservice of bij vragen de garantieinformatie die met het product is meegeleverd of bezoek onze website www.samsung.com.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126

Samsung SAMSUNG ES95 Handleiding

Type
Handleiding