Danfoss AME 10, AME 11 Handleiding

Type
Handleiding
© Danfoss | 2016.12 | 11
EI.96.L3.1F
AME 10, AME 11
NEDERLANDS
Veiligheid
Om verwondingen van personen en
schade aan het apparaat te
voorkomen dient men deze instructies
met aandacht te lezen.
Montage, inbedrijfstelling en
onderhoudswerkzaamheden mogen alleen
door deskundig en erkend personeel uitgevoerd
worden.
Neem alle instructies betreffende
installatiecomponenten van andere fabrikanten
in acht.
Afvalverwerking
Dit product of delen ervan dienen te
worden afgevoerd op een
milieuverantwoorde wijze.
Apparatuur die elektrische onderdelen bevat,
mag niet samen met huishoudelijk afval
worden afgevoerd.
Deze apparatuur moet apart worden
ingezameld samen met ander elektrisch
en elektronisch afval conform de geldende
wetgeving.
Montage
Plaats de AME 10 op de afsluiter.
Elektrische aansluiting
Stuursignaal
Het stuursignaal van de regelaar wordt
aangesloten op klem Y (ingangssignaal) en op
klem SN (gemeenschappelijke nul) van de AME
printplaat.
Uitgangssignaal
Het uitgangssignaal van klem X (t.o.v. klem
SN) kan gebruikt worden als indicatie van de
klepstand. Het bereik hangt af van de instelling
van de DIP schakelaars.
Voedingsspanning
De voedingsspanning (24 V~ −15 tot +10 %,
50Hz) wordt aangesloten op de klemmen SN
(nul) en SP (24 Vac).
DIP schakelaars
U I
2 V_---V 0 V_---V
Direkt Omgekeerd
--- Volgorde
0(2) V_5(6) V 5(6) V_10 V
Proportioneel 3 punts/RL
LOG. flow LIN. flow
100 % Kvs Red. Kvs
Reset Reset
Fabrieksinstelling:
Alle schakelaars staan in de OFF (uit) positie!
OPMERKING: Alle combinaties van DIP
instellingen zijn toegestaan. Alle gekozen
funkties worden bij elkaar opgeteld. Er is
echter één uitzondering:
Schakelaar 6 Proportional / 3 point, welke
de motor instelt als “simpele” 3-punts
servomotor.
SW1: U/I
De servomotor kan reageren op een spannings-
stuursignaal (U) of een stroom-stuursignaal (I).
Het spanningsbereik is 0-10 V, het stroombereik
is 0 - 20 mA.
Fabrieksinstelling:
0-10 V stuursignaal
SW2: 2 V---- / 0 V----
Instelling voor stuursignaal vanaf 2 V-of vanaf
0 V -
Als de servomotor is ingesteld voor stroom-
sturing, dan komt dit overeen met 4 mA- of
0 mA-
Fabrieksinstelling:
2 V (4 mA)
SW3: Direct / Inverse (Direkt / Omgekeerd)
Direct: spindel omlaag bij stijgend stuursignaal.
Inverse: spindel omhoog bij stijgend
stuursignaal.
Fabrieksinstelling:
Direct.
SW4: ---/Sequential (volgorde)
Twee motoren kunnen naar hetzelfde signaal
“luisteren”.
Als Sequential is ingesteld reageert de motor op
een gedeeld signaal.
Deze instelling werkt samen met schakelaar 5.
SW5: 0(2)-5(6) V / 6(6)-10 V
Opm.: Deze funktie is geldig als schakelaar 4
op Sequential staat.
SW6: Proportional / 3 point
(Proportioneel/3punts)
De servomotor werkt als een simpele 3-punts
motor als de 3- punts funktie is ingesteld.
Voedingsspanning wordt aangesloten op de
klemmen SN en SP. Op de klemmen 1 en 3 wordt
24 Vac voor “omlaag” en “omhoog” aangesloten.
Uitgangs- signaal X geeft de werkelijke stand
aan.
Opmerking: In de 3-punts funktie reageert
de servomotor niet op signalen via klem Y. De
spindel beweegt alleen bij spanning op klem 1
of klem 3.
SW7: Niet in gebruik.
SW8: Niet in gebruik.
SW9: Reset
Nadat de servomotor is aangesloten op de
voedingsspanning begint de automatische
afstelprocedure. De indicatie LED knippert
tot de afstelling is beëindigd. De tijdsduur
is afhankelijk van de kleplift en bedraagt
gewoonlijk enkele minuten. De slag van de klep
wordt in het geheugen opgeslagen.
Om de afstelprocedure opnieuw te starten dient
de stand van RESET veranderd te worden.
Wanneer de voedings-spanning wordt
uitgeschakeld of langer dan 0.1s onder 80 %
daalt, wordt de momentele klepstand in het
geheugen opgeslagen en blijven alle gegevens
bewaard, ook na het uitschakelen van de
voeding.
Funktietest
De LED indicator toont het motorbedrijf,
bedrijfstoestand en eventuele fouten.
Continue aan
- normaal bedrijf
Continue uit
- geen bedrijf of geen voedingsspanning
Knipperend (1 Hz)
- automatische afstelprocedure
Knipperend (3 Hz)
- voedingsspanning te laag
- onvoldoende klepslag (< 20 s)
- eindpositie onbereikbaar.
Afmetingen

Documenttranscriptie

AME 10, AME 11 NEDERLANDS Veiligheid Om verwondingen van personen en schade aan het apparaat te voorkomen dient men deze instructies met aandacht te lezen. Montage, inbedrijfstelling en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door deskundig en erkend personeel uitgevoerd worden. Neem alle instructies betreffende installatiecomponenten van andere fabrikanten in acht. Afvalverwerking Dit product of delen ervan dienen te worden afgevoerd op een milieuverantwoorde wijze. Apparatuur die elektrische onderdelen bevat, mag niet samen met huishoudelijk afval worden afgevoerd. Deze apparatuur moet apart worden ingezameld samen met ander elektrisch en elektronisch afval conform de geldende wetgeving. Montage ❶ Plaats de AME 10 op de afsluiter. Elektrische aansluiting ❷ Stuursignaal Het stuursignaal van de regelaar wordt aangesloten op klem Y (ingangssignaal) en op klem SN (gemeenschappelijke nul) van de AME printplaat. Uitgangssignaal Het uitgangssignaal van klem X (t.o.v. klem SN) kan gebruikt worden als indicatie van de klepstand. Het bereik hangt af van de instelling van de DIP schakelaars. Voedingsspanning De voedingsspanning (24 V~ −15 tot +10 %, 50Hz) wordt aangesloten op de klemmen SN (nul) en SP (24 Vac). DIP schakelaars ❸ U 2 V_---V Direkt --0(2) V_5(6) V Proportioneel LOG. flow 100 % Kvs Reset I 0 V_---V Omgekeerd Volgorde 5(6) V_10 V 3 punts/RL LIN. flow Red. Kvs Reset Fabrieksinstelling: ① Alle schakelaars staan in de OFF (uit) positie! OPMERKING: Alle combinaties van DIP instellingen zijn toegestaan. Alle gekozen funkties worden bij elkaar opgeteld. Er is echter één uitzondering: Schakelaar 6 Proportional / 3 point, welke de motor instelt als “simpele” 3-punts servomotor. SW1: U/I ② De servomotor kan reageren op een spanningsstuursignaal (U) of een stroom-stuursignaal (I). Het spanningsbereik is 0-10 V, het stroombereik is 0 - 20 mA. Fabrieksinstelling: 0-10 V stuursignaal SW2: 2 V---- / 0 V---- ③ Instelling voor stuursignaal vanaf 2 V-of vanaf 0VAls de servomotor is ingesteld voor stroomsturing, dan komt dit overeen met 4 mA- of 0 mAFabrieksinstelling: 2 V (4 mA) SW3: Direct / Inverse (Direkt / Omgekeerd) ④ Direct: spindel omlaag bij stijgend stuursignaal. Inverse: spindel omhoog bij stijgend stuursignaal. Fabrieksinstelling: Direct. SW4: - --/Sequential (volgorde) ⑤ Twee motoren kunnen naar hetzelfde signaal “luisteren”. Als Sequential is ingesteld reageert de motor op een gedeeld signaal. Deze instelling werkt samen met schakelaar 5. SW6: Proportional / 3 point (Proportioneel/3punts) ⑦ De servomotor werkt als een simpele 3-punts motor als de 3- punts funktie is ingesteld. Voedingsspanning wordt aangesloten op de klemmen SN en SP. Op de klemmen 1 en 3 wordt 24 Vac voor “omlaag” en “omhoog” aangesloten. Uitgangs- signaal X geeft de werkelijke stand aan. Opmerking: In de 3-punts funktie reageert de servomotor niet op signalen via klem Y. De spindel beweegt alleen bij spanning op klem 1 of klem 3. SW7: Niet in gebruik. SW8: Niet in gebruik. SW9: Reset ⑧ Nadat de servomotor is aangesloten op de voedingsspanning begint de automatische afstelprocedure. De indicatie LED knippert tot de afstelling is beëindigd. De tijdsduur is afhankelijk van de kleplift en bedraagt gewoonlijk enkele minuten. De slag van de klep wordt in het geheugen opgeslagen. Om de afstelprocedure opnieuw te starten dient de stand van RESET veranderd te worden. Wanneer de voedings-spanning wordt uitgeschakeld of langer dan 0.1s onder 80 % daalt, wordt de momentele klepstand in het geheugen opgeslagen en blijven alle gegevens bewaard, ook na het uitschakelen van de voeding. Funktietest De LED indicator toont het motorbedrijf, bedrijfstoestand en eventuele fouten. Continue aan - normaal bedrijf Continue uit - geen bedrijf of geen voedingsspanning Knipperend (1 Hz) - automatische afstelprocedure Knipperend (3 Hz) - voedingsspanning te laag - onvoldoende klepslag (< 20 s) - eindpositie onbereikbaar. Afmetingen ❹ SW5: 0(2)-5(6) V / 6(6)-10 V ⑥ Opm.: Deze funktie is geldig als schakelaar 4 op Sequential staat. EI.96.L3.1F © Danfoss | 2016.12 | 11
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16

Danfoss AME 10, AME 11 Handleiding

Type
Handleiding