Fujitsu RYG22LVTA Handleiding

Type
Handleiding
AIRCONDITIONER
Vloer/Plafondmodel
GEBRUIKERSHANDLEIDING
BEWAAR DEZE HANDLEIDING VOOR TOEKOMSTIG GEBRUIK.
ONDERDEEL Nr. 9374379729-02
Nederlands
Nl-2
GEBRUIKERSHANDLEIDING
AIRCONDITIONER (VLOER/PLAFONDMODEL)
ONDERDEEL Nr. 9374379729-02
INHOUD
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
Om persoonlijk letsel of schade aan eigendommen te voorkomen, moet u deze paragraaf zorgvuldig doorlezen voordat u
dit product gebruikt, en zorg ervoor dat u voldoet aan de volgende veiligheidsinstructies.
Onjuiste bedieningen door het niet naleven van de instructies kan leiden tot letsel of schade, waarvan de ernst als volgt
kan worden geclassi ceerd:
WAARSCHUWING
Deze markering geeft de procedures aan die als deze niet goed zijn uitgevoerd kunnen
leiden tot de dood of ernstig letsel voor de gebruiker of het onderhoudspersoneel.
OPGELET
Dit symbool geeft de procedures aan die als deze niet goed zijn uitgevoerd, tot per-
soonlijk letsel kunnen leiden aan de gebruiker, of schade aan het eigendom.
WAARSCHUWING
Dit product heeft geen onderdelen die door de gebruiker
gerepareerd mogen worden Raadpleeg altijd bevoegd
onderhoudspersoneel voor de reparatie, installatie en
verplaatsing van het product.
Onjuiste installatie of behandeling zal leiden tot lekkage,
elektrische schok of brand.
In het geval van een storing, zoals brandgeur, moet u
onmiddellijk stoppen met het gebruik van de airconditioner,
en alle voedingen loskoppelen door het uitschakelen van de
elektrische hoofdschakelaar, of de stekker uit het stopcontact
halen. Raadpleeg dan bevoegd onderhoudspersoneel.
Zorg ervoor dat u de voedingskabel niet beschadigt.
Als deze beschadigd is, mag hij alleen worden vervangen door
bevoegd onderhoudspersoneel.
In het geval van het lekken van koelvloeistof, moet u uit de
buurt blijven van brand of brandbare stoffen, en bevoegd
onderhoudspersoneel raadplegen.
In het geval van onweer of een voorgaand teken
van blikseminslag, moet u de airconditioner via de
afstandsbediening uitschakelen, en het product of de
stroomvoorziening niet aanraken om elektrische gevaren te
voorkomen.
Dit apparaat is niet bedoeld voor het gebruik door personen
(waaronder kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of
geestelijke beperking of met gebrek aan kennis en ervaring,
tenzij deze onder toezicht staan, of instructies ontvangen van
een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Houd
toezicht over kinderen zodat ze niet met het apparaat spelen.
Start of stop de werking van dit product niet door het insteken
van of trekken aan de stekker, of door het in- of uitschakelen
van de stroomonderbreker.
Gebruik geen brandbare gassen in de buurt van dit product.
Stel uzelf niet gedurende vele uren bloot aan de directe
koelende luchtstroom.
Steek uw vingers of andere voorwerpen niet in de
uitgangspoort, het open paneel of het inlaatrooster.
Gebruik het apparaat niet met natte handen.
OPGELET
Extra ventileren tijdens het gebruik van dit apparaat.
Gebruik dit product altijd met geïnstalleerde luchtfilters.
Zorg dat de elektronische apparatuur ten minste 1 m (40 in) uit
de buurt staat van de unit binnen of de unit buiten.
Schakel de unit uit van de elektrische stroomvoorziening, als u
deze niet gebruikt gedurende langere periodes.
Na een lange periode van gebruik dient u ervoor te zorgen
dat de montage van de binnenunit wordt gecontroleerd om te
voorkomen dat het product gaat vallen.
De richting van de luchtstroom en de kamertemperatuur
moeten zorgvuldig worden overwogen wanneer u dit product
gebruikt in een kamer met kinderen, bejaarden of zieke
personen.
Richt de luchtstroom niet direct op open haarden of
verwarmingstoestellen.
Blokkeer of bedek niet het inlaatrooster en de uitlaatpoort.
Oefen geen stevige druk uit op de lamellen van de radiator.
Klim niet op het product of plaats hier geen voorwerpen op, en
hang hier ook geen voorwerpen aan.
Plaats geen andere elektrische producten of huishoudelijke
bezittingen direct onder dit product.
Door condensatie kunnen druppels op de elektrische
apparatuur vallen, waardoor deze nat wordt, waarbij schade
aan het apparaat kan ontstaan of dit slecht kan gaan werken.
Stel dit product niet direct bloot aan water.
Gebruik dit product niet voor het bewaren van voedsel, planten,
dieren, precisie-apparatuur, kunstwerken of andere objecten.
Dit kan leiden tot achteruitgang in de kwaliteit van deze
producten.
Stel geen dieren of planten direct bloot aan de luchtstroom.
Drink niet het water dat uit de afvoer van de airconditioner
stroomt.
Trek niet aan de voedingskabel.
Raak bij het installeren of repareren van de unit niet de
aluminium lamellen van de warmtewisselaar ingebouwd in dit
product aan, want dit kan persoonlijk etsel veroorzaken.
VEILIGHEIDSMAATREGELEN .................................. 2
KENMERKEN EN FUNCTIES .................................... 3
NAAM VAN ONDERDELEN ....................................... 4
VOORBEREIDING ..................................................... 6
BEDIENING: ............................................................... 7
TIMER MODUS .......................................................... 9
SLEEP TIMER MODUS ........................................... 10
MANUELE AUTO MODUS ....................................... 10
RICHTING VAN LUCHTCIRCULATIE AANPASSEN 11
SWING-MODUS ....................................................... 12
ECONOMY (ZUINIGE WERKING) ........................... 12
10 °C HEAT MODUS (VERWARMINGSMODUS) .... 13
DE SIGNAALCODE VAN DE
AFSTANDSBEDIENING SELECTEREN .................. 13
SCHOONMAKEN EN ONDERHOUDEN ................. 14
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN .............................. 15
BEDIENINGSTIPS ................................................... 16
Nl-3
Energiebesparing en comfortabele werking
INVERTER
Bij het opstarten van het apparaat wordt er een grote hoeveel-
heid energie gebruikt om de kamer snel op de gewenste tem-
peratuur te brengen. Hierna schakelt de unit automatisch naar
een lage energie-instelling voor een economische en comfor-
tabele werking.
ECONOMY (ZUINIGE WERKING)
Als de ECONOMY modus geactiveerd staat, zal de kamer-
temperatuur iets hoger zijn dan de ingestelde temperatuur in
de koelmodus en lager dan de ingestelde temperatuur in de
verwarmingsmodus. Daarom kan de ECONOMY modus meer
energie uitsparen dan dit bij de normale modus het geval is.
OMNI-DIRECTIONELE LUCHTSTROOM
(ZWENKMODUS)
3-dimensionele controle over zwenken luchtstroom is moge-
lijk door middel van tweevoudig gebruik van zowel omhoog/
omlaag-luchtstroom zwenken als rechts/links-luchtstroom
zwenken. Omdat de omhoog/omlaag-luchtstroomkleppen au-
tomatisch werken naar de bedieningsmodus van de unit, is het
mogelijk de luchtstroom in te stellen op basis van de bedie-
ningsmodus.
SUPER STILLE MODUS
Als de FAN knop wordt gebruikt om QUIET te selecteren,
gaat de binnenunit geruisloos draaien; de luchtstroom van de
binnenunit wordt dan minder om een geruisloze bediening te
waarborgen.
AUTOMATISCHE OMSCHAKELING
(AUTO CHANGEOVER)
De bedieningsmodus (koel, droog, verwarmen) wordt automa-
tisch geschakeld om de ingestelde temperatuur te bewaren,
en de temperatuur wordt te allen tijde constant gehouden.
10°C HEAT modus (verwarming)
De temperatuur kan op 10°C worden gehouden om te voorko-
men dat de kamertemperatuur niet te veel daalt.
Comfortabele modus
PROGRAMMEERTIMER
Met de programmeertimer kunt u de timer OFF en de timer
ON in een enkele sequentie integreren. De sequentie kan 1
transitie van de OFF timer naar de ON timer uitvoeren, of van
de ON timer naar de OFF timer binnen een 24-uurs periode.
SLEEP TIMER (SLAAP)
Als u op de sleep timerknop drukt in de verwarmingsmodus,
wordt de thermostaatinstelling langzaam lager zolang deze
modus wordt aangehouden; in de koel- of droge modus, wordt
de thermostaatinstelling langzaam hoger zolang deze modus
wordt aangehouden. Als de ingestelde tijd bereikt is gaat de
unit automatisch uit.
Reinigingsmodus
UITNEEMBAAR INLAATROOSTER
Het inlaatrooster van de binnenunit kan worden verwijderd
voor de gemakkelijke reiniging en het onderhoud hiervan.
Afstandsbediening
DRAADLOZE AFSTANDSBEDIENING
De draadloze afstandsbediening biedt de comfortabele bedie-
ning van de werking van de airconditioning.
BEKABELDE AFSTANDSBEDIENING
(OPTIONEEL)
De optionele bekabelde afstandbediening kan worden ge-
bruikt.
Als u de afstandsbediening gebruikt, moeten de volgende
verschillende instructies zoals die gelden voor de draadloze
afstandsbediening in acht worden genomen.
[ De extra functies voor bekabelde bediening ]
• Week-timer
• Timer voor het terugstellen van de temperatuur
U kunt de draadloze en bekabelde afstandsbediening simul-
taan gebruiken.
(Maar de functie is dan wel beperkt.)
Als de beperkte functies op de afstandsbediening worden ge-
bruikt, zal er een pieptoon worden gegeven, waarbij OPERA-
TION, TIMER en de 3de lamp van de binnenunit zullen gaan
knipperen.
[ De beperkte functies voor draadloze bediening ]
• SLEEP timer
• TIMER (ON timer, OFF timer en Programma timer)
• 10°C HEAT modus (verwarming)
KENMERKEN EN FUNCTIES
Nl-4
NAAM VAN ONDERDELEN
Binnenunit
1
Knoppenpaneel
2
MANUAL AUTO-knop
Wanneer langer dan 10 seconden op de
MANUAL AUTO-knop wordt gedrukt, zal de
geforceerde koelmodus opstarten.
De geforceerde koelmodus wordt gebruikt
bij het installeren van de unit.
Alleen bevoegd personeel mag deze knop
indrukken.
Als toch op onvoorziene wijze de geforceer-
de koelmodus wordt opgestart, druk dan op
de START/STOP knop om deze te stoppen.
Druk op de knop voor de Filter Reset.
3
Afstandsbediening signaalontvanger
4
OPERATION indicatorlamp (groen)
5
OPERATION indicatorlamp (oranje)
De TIMER indicatorlamp gaat branden als
de timer vanuit de draadloze afstandsbedie-
ning wordt ingesteld.
6
OPERATION indicatorlamp (groen)
ECONOMY indicator lamp lights when
ECONOMY operation and 10 °C HEAT ope-
ration is operating.
7
Inlaatrooster
8
Lucht lter
9
Omhoog/omlaag luchtstroomkleppen
0
Rechts/links luchtstroomkleppen
(achter omhoog/omlaag luchtstroom-
kleppen)
A
Afvoerslang
Nl-5
Displaypaneel
Voor een eenvoudige uitleg worden op de afbeelding alle
indicators getoond; als de unit in bedrijf is, zal de display
echter alleen de indicators tonen die met de bedrijfsmo-
dussen overeenkomen.
1
MODE knop
2
10°C HEAT knop
3
SET TEMP. knop (
/ )
4
ECONOMY knop
5
SLEEP knop
6
FAN knop (ventilator)
7
START/STOP knop
8
SET knop (verticaal)
9
SET knop (horizontaal)
0
SWING knop
A
TIMER MODE knop
B
TIMER SET (TIJD INSTELLEN) ( / ) knop
C
CLOCK ADJUST (KLOK AFSTELLEN) knop
D
RESET knop
E
TEST RUN knop
Deze knop wordt gebruikt bij het installeren
van de air conditioner, en dient niet onder
normale condities te worden gebruikt, want
hierdoor zal de thermostaat van de air con-
ditioner slecht gaan werken.
Als deze knop wordt ingedrukt tijdens de
normale werking van de unit, zal de unit in
de testwerkingmodus gaan staan, en zullen
de OPERATION indicatorlamp van de bin-
nenunit en de TIMER indicatorlamp simul-
taan gaan knipperen.
Om de testmodus te stoppen, druk op de
knop START/STOP om de air conditioner uit
te schakelen.
F
Signaalzender
G
Temperatuur SET indicator (tempera-
tuurinstelling)
H
Indicator bedieningsmodus
I
SLEEP indicator
J
Overdrachtsindicator
K
Indicator ventilatorsnelheid
L
SWING indicator
M
Indicator timer modus
N
Klok indicator
Het kan zijn dat sommige binnenunits niet met alle func-
ties van deze afstandsbediening zijn uitgerust De binnen-
unit zal een piepgeluid geven en de OPERATION, TIMER
en ECONOMY zal gaan knipperen als er een knop van de
afstandsbediening wordt ingedrukt en de functie niet be-
schikbaar is.
Afstandsbediening
Displaypaneel
NAAM VAN ONDERDELEN
Nl-6
VOORBEREIDING
WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat baby´s en jonge kinderen
niet per ongeluk de batterijen kunnen inslik-
ken..
OPGELET
Om storingen of beschadigingen aan van
de afstandsbediening te voorkomen moet u
het volgende doen:
- Plaats de afstandsbediening op een plek
waar zij niet zal worden blootgesteld aan
direct zonlicht of overmatige hitte.
- Verwijder de batterijen als het product
voor een langere periode niet wordt ge-
bruikt.
- Lege batterijen moeten onmiddellijk wor-
den verwijderd en afgevoerd volgens de
plaatselijke wetten en regelgeving van uw
regio.
Als vloeistof van een lekkende batterij in
contact komt met uw huid, ogen of mond,
moet onmiddellijk spoelen met water en uw
arts raadplegen.
Obstakels zoals een gordijn of een muur
tussen afstandsbediening en de binnen-
eenheid kunnen de juiste signaaloverdracht
beïnvloeden.
Stel de afstandsbediening niet bloot aan
sterke schokken.
Giet geen water op de afstandsbediening.
Probeer niet om droge batterijen op te
laden.
Probeer niet om droge batterijen op te
laden.
Gebruik slechts een opgegeven
batterijtype.
Gebruik geen verschillende
batterijtypes of nieuwe en gebruikte
batterijen door elkaar. Batterijen
kunnen bij normaal gebruik voor
ongeveer 1 jaar gebruikt worden. Als
u merkt dat de afstandsbediening niet
meer naar behoren werkt, vervang de
batterijen en druk met de punt van een
ballpoint of een andere klein voorwerp
op de “RESET” knop.
Schakel de stroom in
1
Schakel de uitschakelaar in.
Batterijen laden (AAA/R03/LR03
×
2)
1
Druk op het deksel van het batterijencompartiment
aan de achterzijde om dit te openen.
Verschuif dit in de richting van de pijl terwijl u op de markering drukt.
2
Batterijen plaatsen.
Zorg dat de polariteiten van de batterij op de correcte wijze zijn ( ) ge-
plaatst.
3
Sluit het deksel van het batterijencompartiment.
Huidige tijd instellen
1
Druk op de knop CLOCK ADJUST (klok afstellen).
Druk met de punt van een ball-point of een ander klein voorwerp op de knop.
2
Gebruik de knoppen TIMER SET ( / )om de hui-
dige tijd in te stellen.
knop:
Druk om de tijd vooruit te zetten.
knop:
Druk om de tijd terug te zetten
(Elke keer als de knoppen worden ingedrukt, zal de tijd 1 minuut voor/achter-
uit gaan; als de knoppen ingedrukt blijven, zal dit gebeuren met intervallen
van 10 minuten.)
3
Druk opnieuw op de knop CLOCK ADJUST (klok afstellen).
Nu is de tijdsinstelling klaar en start de klok.
Gebruik van de afstandsbediening
De afstandsbediening moet voor een correcte werking naar de signaalontvanger zijn
gericht.
Werkbereik: Ongeveer 7 meter.
Als een signaal goed wordt ontvangen door de air conditioner, wordt er een piepge-
luid gegeven.
Als er geen piepgeluid is, druk opnieuw op de bedieningsknop.
Houder afstandsbediening
3
Afstandsbediening verwijde-
ren (bij manueel gebruik).
1
Houder monteren.
2
Afstandsbediening instellen.
Schroeven
Invoegen
Indrukken
Schuiven
Uittrekken
Nl-7
Modusbediening selecteren
1
Druk op de knop START/STOP.
De OPERATION indicatorlamp (groen) van de binnenunit gaat branden.
De air conditioner start.
2
Druk op de MODE knop om de bedrijfsmodus in te stellen.
Elke keer dat de knop wordt ingedrukt, zal de modus in de volgende volgor-
de veranderen.
AUTO COOL DRY
HEAT
FAN
Ongeveer 3 seconden later zal de volledige display weer verschijnen.
Kamertemperatuur instellen
Druk op de SET TEMP knop
knop:
Druk om de thermostaat hoger te zetten.
knop:
Druk om de thermostaat lager te zetten.
Thermostaatinstellingenbereik:
AUTO ....................................18-30 °C
Verwarming ...........................16-30 °C
Koel/Droog ............................18-30 °C
De thermostaat kan niet worden gebruikt om de kamertemperatuur tijdens de FAN mo-
dus in te stellen (de temperatuur zal niet op de display van de afstandsbediening ver-
schijnen).
Ongeveer 3 seconden later zal de volledige display weer verschijnen.
De thermostaatinstelling moet worden beschouwd als een standaardwaarde en kan
verschillen van de werkelijke temperatuur van de kamer.
Ventilatorsnelheid instellen (FAN SPEED)
Druk op de FAN knop.
Elke keer dat de knop wordt ingedrukt, zal de ventilatorsnelheid in de volgende volgor-
de veranderen:
AUTO HIGH MED LOW QUIET
Ongeveer 3 seconden later zal de volledige display weer verschijnen.
Als deze op AUTO is ingesteld:
Verwarming:
De ventilator zorgt voor een optimale circulatie van de verwarmde
lucht.
De ventilator zal echter heel langzaam gaan werken als de tempera-
tuur van de uitgaande lucht van de binnenunit laag is.
Koeling:
Als de kamertemperatuur de ingestelde temperatuur van de thermo-
staat bereikt, zal de ventilatorsnelheid verminderen.
Ventilator:
De ventilator draait heel langzaam.
De ventilator zal heel langzaam werken tijdens de bewakingsmodus en aan het begin
van de verwarmingsmodus.
SUPER QUIET modus (SUPER STIL)
Als Quiet is ingesteld:
De unit begint in SUPER stille modus te werken. De luchtstroom van de binnenunit zal
langzamer gaan voor een stillere werking.
De SUPER QUIET-modus kan niet worden gebruikt voor de droge modus. (Ditzelfde
geldt als de droge modus geselecteerd wordt in de AUTO modusbediening.)
Tijdens de QUIET modus, zullen de verwarming en afkoeling iets minder werken. Als
de kamer niet verwarmt/afkoelt tijdens de QUIET modus, pas dan de snelheid van
de airconditioner ventilator aan.
BEDIENING
Voorbeeld:
Als COOL is ingesteld:
Voorbeeld:
Als 26 °C is ingesteld:
Voorbeeld:
Als AUTO is ingesteld:
Nl-8
Modus stoppen
Druk op de START/STOP knop
De BEDIENINGS indicatorlamp (groen) zal uitgaan.
Werkingsmodus
AUTO (in COOLING model):
Als de AUTO (automatische overschakeling) changeover) modus eerst wordt geselecteerd, zal de ventilator gedurende
enkele minuten met heel lage snelheid draaien. Gedurende deze tijd zal de binnenunit de kamercondities detecteren
en de juiste modus selecteren.
De kamertemperatuur is hoger dan de bepaalde temperatuur van de tem-
peratuurinstelling Koelmodus of droge modus
De kamertemperatuur is dichtbij of lager dan de temperatuur die in de
temperatuurinstelling is bepaald Bewakingsstand
Als de binnenunit de temperatuur van uw kamer heeft aangepast in de buurt
van de temperatuurinstelling, zal de bewakingsmodus starten. In de bewakingsstand zal de ventilator op heel lage
snelheid werken. Als de kamertemperatuur vervolgens wijzigt, zal de binnenunit opnieuw de juiste modus selecteren
(koelen), om de temperatuur af te stellen volgens de waarde van de temperatuurinstelling.
Als de automatisch geselecteerde modus u niet bevalt, selecteer dan een van de andere modussen voor de werking
van het apparaat (COOL, DRY, FAN).
AUTO [in HEAT & COOL (Omgekeerde cyclus) model]:
Als AUTO (automatische schakeling) wordt geselecteerd, zal de air conditioner de juiste werkingsmodus selecteren
(koelen of verwarmen) naargelang de huidige temperatuur van uw kamer.
ls de AUTO modus eerst geselecteerd, zal de ventilator gedurende enkele minuten met heel lage snelheid draaien.
Gedurende deze tijd zal de binnenunit de kamercondities detecteren en de juiste werkingsmodus selecteren.
De kamertemperatuur is hoger dan de bepaalde temperatuur van de tem-
peratuurinstelling Koelmodus of droge modus
De kamertemperatuur is in de buurt van de bepaalde temperatuur van de
temperatuurinstelling Bepaald door de buitentemperatuur
De kamertemperatuur is lager dan de temperatuur die in de tempera-
tuurinstelling is bepaald Verwarmingsstand
Als de air conditioner de temperatuur van uw kamer heeft aangepast in de buurt van de thermostaatinstelling, zal de
bewakingsmodus starten. ln de bewakingsmodus zal de ventilator met heel lage snelheid werken. Als de kamertempe-
ratuur vervolgens wijzigt, zal de air conditioner opnieuw de juiste modus selecteren (verwarmen, koelen), om de tem-
peratuur af te stellen volgens de waarde van de thermostaat.
Als de modus automatisch door de unit wordt geselecteerd, en u wenst deze modus niet, selecteer dan een van de an-
dere modussen voor de werking van het apparaat (HEAT, COOL, DRY, FAN).
WARM*:
Gebruik deze modus om uw kamer te verwarmen.
Wanneer de verwarmingsstand is geselecteerd, zal de airconditioner gedurende
3 tot 5 minuten met een heel lage ventilatorsnelheid werken, waarna naar de
geselecteerde ventilatorinstelling wordt overgeschakeld. In deze periode kan de
binnenunit opwarmen om daarna voluit te gaan functioneren.
Als de kamertemperatuur heel laag is, kan er zich ijs op de buitenunit
vormen, en zal de prestatie verminderen. De unit zal van tijd tot tijd auto-
matisch de ontdooicyclus starten zodat het ijs verdwijnt. Als de unit in de
automatische ontdooiingsmodus staat, zal de OPERATION indicatorlamp
gaan knipperen en wordt de verwarmingsfunctie gestopt.
Nadat de verwarmingsfunctie gestart is, zal het enige tijd duren voordat
de kamer warmer wordt.
KOEL:
Gebruik deze modus om uw kamer af te koelen.
DROOG:
Gebruik deze modus om uw kamer langzaam af te koelen terwijl het
vocht uit de kamer gaat.
In de droge (dry) modus kunt u de kamer niet verwarmen.
In de droogstand zal de unit bij een lage snelheid werken en de lucht-
vochtigheid van de kamer verminderen, waarbij de ventilator van de bin-
nenunit van tijd tot tijd tot stilstand zal komen. Ook zal de ventilator mis-
schien op een zeer lage snelheid werken wanneer de luchtvochtigheid
van de kamer wordt verminderd.
De snelheid van de ventilator kan niet manueel worden gewijzigd als de
droge (dry) modus geselecteerd is.
VENTILATOR
:
Gebruik deze modus om lucht door uw kamer te laten circuleren.
In de verwarmingsmodus:
Selecteer de thermostaat naar een instel-
ling die hoger is dan de huidige kamertem-
peratuur. De verwarmingsstand werkt niet
als de thermostaat op een lagere waarde
is ingesteld dan de kamertemperatuur van
dat moment.
In de koel/droge modus (cool/dry):
Selecteer de thermostaat naar een instel-
ling die lager is dan de huidige kamertem-
peratuur. De koel- en droge modussen
zullen niet werken als de thermostaat ho-
ger is ingesteld dan de huidige kamertem-
peratuur (in de koelmodus zal de ventilator
alleen werken).
In de ventilatormodus:
U kunt de unit niet gebruiken om uw kamer
te verwarmen of af te koelen.
BEDIENING
De instructies met betrekking tot de verwarming (*) zijn alleen van toepassing voor het “HEAT & COOL MODEL” (omgekeerde cyclus).
Vastgestelde
temperatuur in
de tempera-
tuurinstelling
Bewakingsstand
Koelmodus of Droge
modus (Cooling of Dry)
Koel- of Droge modus
(Cooling of Dry)
Vastgestelde
temperatuur in
de tempera-
tuurinstelling
Verwarmingsstand
Bepaald door de
buitentemperatuur
Nl-9
TIMER MODUS
Annuleren van de timer (Cancel)
Gebruik de TIMER MODE knop om “CANCEL”
te selecteren.
De airconditioner zal zijn normale werking
weer hervatten.
Wijzigen van de Timer-instellingen
Voer stappen
2
en
3
uit.
De Air Conditioner stoppen terwijl de
Timer werkt
Druk op de START/STOP knop
Wijzigen van moduscondities
Als u de moduscondities wilt wijzigen (mo-
dus, ventilatorsnelheid, thermostaatinstelling,
QUIET modus), wacht dan na het uitvoeren
van de timer-instelling totdat de volledige dis-
play terug verschijnt, en druk dan op de juiste
knoppen om de werkingsconditie te wijzigen.
Annuleren van de timer (Cancel)
Gebruik de TIMER MODE knop om “CANCEL”
te selecteren.
De airconditioner zal zijn normale werking
weer hervatten.
Wijzigen van de Timer-instellingen
1.
Volg de instructies in de sectie "Gebruik van
de ON Timer of OFF Timer" voor het selec-
teren van de timerinstelling die u wenst te
wijzigen.
2. Druk op de knop TIMER MODE om OFF
ON of OFF ON te selecteren.
De Air Conditioner stoppen terwijl de
Timer werkt
Druk op de START/STOP knop.
Wijzigen van moduscondities
Als u de moduscondities wilt wijzigen (mo-
dus, ventilatorsnelheid, thermostaatinstelling,
QUIET modus), wacht dan na het uitvoeren
van de timer-instelling totdat de volledige dis-
play terug verschijnt, en druk dan op de juiste
knoppen om de werkingsconditie te wijzigen.
Gebruik van de ON Timer of OFF Timer
1
Druk op de knop START/STOP
(Als de unit werkt, ga dan naar stap 2).
De OPERATION indicatorlamp (groen) van de binnenunit gaat branden.
2
Druk op de knop TIMER MODE om de ON (Aan) timer
of OFF (Uit) timer te selecteren.
Elke keer dat de knop wordt ingedrukt, zal de timermodus in de volgende
volgorde veranderen:
CANCEL OFF ON
PROGRAMMA (OFF
ON, OFF
ON)
De oranje TIMER indicatorlamp (oranje) van de binnenunit gaat branden.
3
Gebruik de TIMER SET knoppen om de gewenste tijd
UIT of AAN te zetten.
Stel de tijd in als de tijdsindicator knippert (deze zal ongeveer 5 seconden
lang knipperen).
knop:
Druk om de tijd vooruit te zetten.
knop:
Druk om de tijd achteruit te zetten.
Ongeveer 5 seconden later zal de volledige display weer verschijnen.
Gebruiken van de Program Timer (programmeertimer)
1
Druk op de knop START/STOP
(Als de unit werkt, ga dan naar stap 2).
De OPERATION indicatorlamp (groen) van de binnenunit gaat branden.
2
Stel de gewenste tijd van de OFF timer en ON timer in.
Zie sectie “Gebruik van de ON Timer of OFF Timer” om de gewenste modus
en tijden in te stellen.
Ongeveer 3 seconden later zal de volledige display weer verschijnen.
De TIMER indicatorlamp (oranje) van de binnenunit gaat branden.
3
Druk op de TIMER MODE knop om de PROGRAM ti-
mermodus te selecteren (OFF
ON of OFF ON zal
worden getoond)
.
De display zal “OFF timer” en “ON timer” weergeven, en dan naar de tijdsin-
stelling wisselen voor de modus die eerst moet plaatsvinden.
De programmeertimer zal beginnen te werken. (Als de ON timer geselecteerd
is om als eerste te werken, zal de unit op dit punt stoppen met werken.)
Ongeveer 5 seconden later zal de volledige display weer verschijnen.
Over de Program Timer (programmeertimer)
Met de programmeertimer kunt u de werking van de timer OFF en de timer ON in
een enkele sequentie integreren. De sequentie kan 1 transitie van de OFF timer
naar de ON timer uitvoeren, of van de ON timer naar de OFF timer binnen een 24-
uurs periode.
De eerste timermodus die zal gaan werken zal de modus zijn die het meest in de
buurt komt van de huidige tijd. De volgorde van de werking wordt aangeduid door
de pijl op de display van de afstandsbediening (OFF
ON, of OFF
ON).
Een voorbeeld van hoe u een programmeertimer kunt gebruiken is bijvoorbeeld om de
air conditioner automatisch te laten stoppen (OFF timer) als u gaat slapen, en deze dan
weer automatisch (ON timer) te laten starten 's morgens voordat u wakker bent.
Alvorens de timerfunctie te gebruiken, zorg dat de afstandsbediening op de juiste tijd is ingesteld
(
Pagina 6.)
Als de binnenunit met een bekabelde afstandsbediening wordt verbonden, kan de draadloze afstandsbediening niet worden gebruikt om de timer in te stellen.
Opmerking:
Als meerder units simultaan zijn aangesloten, kan deze functie niet worden gebruikt met behulp van de draadloze afstandsbediening.
Nl-10
De SLEEP timer is anders dan de andere timermodussen, omdat deze wordt gebruikt voor het instellen van de tijdsduur gedurende welke de air conditioner niet zal werken.
Als de binnenunit met een bekabelde afstandsbediening wordt verbonden, kan de draadloze afstandsbediening niet worden gebruikt om de sleep timer in te stellen.
Opmerking:
Als meerder units simultaan zijn aangesloten, kan deze functie niet worden gebruikt met behulp van de draadloze afstandsbediening.
Gebruiken van de SLEEP Timer (slaap timer)
Als de air conditioner werkt of stopt, druk op de SLEEP knop.
De OPERATION indicatorlamp (groen) gaat branden en de TIMER indicatorlamp (oranje)
gaat branden.
Wijzigen van de Timer-instellingen
Druk nogmaals op de SLEEP knop en stel de tijd in met be-
hulp van de TIMER SET (
/ ) knoppen.
knop:
Druk om de tijd vooruit te zetten.
knop:
Druk om de tijd achteruit te zetten.
Ongeveer 5 seconden later zal de volledige display weer verschijnen.
Annuleren van de timer (Cancel)
Gebruik de TIMER MODE knop om “CANCEL”
te selecteren.
De airconditioner zal zijn normale werking
weer hervatten.
De Air Conditioner
stoppen tijdens de Timermodus:
Druk op de START/STOP knop
Over de SLEEP Timer (slaap timer)
Om te zorgen dat de kamer niet te warm of koud wordt als u slaapt, kan de SLEEP timer modus automatisch de thermostaatinstel-
ling wijzigen, in overeenstemming met de ingestelde tijd. Als de ingestelde tijd verstreken is zal de air conditioner volledig stoppen.
SLEEP TIMER MODUS
Tijd instellen
1 uur
1 °C
2 °C
2 °C
3 °C
4 °C
30
minuten
1 °C
1 uur
1 uur
30 minuten
Tijd instellen
In de koel/droge modus (cool/dry):
Als de SLEEP timer is ingesteld, zal de thermostaatinstelling elk
uur automatisch 1 °C hoger gaan. Als de thermostaat met 2 °C
hoger is gegaan, dan zal de thermostaatinstelling worden vast-
gehouden totdat de ingestelde tijd verstreken is, waarna de air
conditioner automatisch uit zal gaan.
Instelling SLEEP timer
In de verwarmingsmodus:
Als de SLEEP timer is ingesteld, zal de thermostaatinstelling
elke 30 minuten automatisch 1 °C lager gaan. Als de thermo-
staat met 4 °C lager is gegaan, dan zal de thermostaatinstelling
worden vastgehouden totdat de ingestelde tijd verstreken is,
waarna de air conditioner automatisch uit zal gaan.
Instelling SLEEP timer
MANUELE AUTO MODUS
Voer de MANUAL AUTO modus uit als u de afstandsbediening heeft verloren of als deze slecht werkt.
Als de air conditioner in bedrijf is door
middel van de knoppen op de binnen-
unit, zal deze dezelfde modus uitvoeren
als de AUTO modus die op de afstands-
bediening geselecteerd is.
Het warmteppompmodel in de multi-ty-
pe air conditioner zal de bedrijfsmodus
van de andere binnenunit volgen.
De ventilatorsnelheid zal op “AUTO”
worden ingesteld en de thermostaatin-
stelling zal de standaard waarde heb-
ben. (24 °C)
Bedienen van de binnenunit zonder de afstandsbediening
Druk langer dan 3 seconden op de
MANUAL AUTO knop en minder dan
10 seconden op de binnenunit.
Om de werking te stoppen, druk opnieuw op de MANUAL AUTO knop.
Nl-11
RICHTING VAN LUCHTCIRCULATIE AANPASSEN
WAARSCHUWING
Plaats nooit vingers of vreemde objecten in
de uitlaatopeningen, want de interne ventilator
werkt op volle snelheid en kan persoonlijk let-
sel veroorzaken.
Als u toch probeert de kleppen van de
richting van de luchtstroom naar boven
of naar beneden of naar links of naar
rechts te zetten kan de unit slecht gaan
werken; stop het apparaat in dit geval
en start het dan opnieuw. De kleppen
zullen nu goed moeten gaan werken.
Plaats gedurende het gebruik van de
koelende en droge modussen, de klep-
pen voor de richting van de lucht voor
omhoog/omlaag nooit gedurende een
lange tijd in het warmtebereik (
5
tot
7
),
omdat mogelijk waterdamp in de buurt
van de uitlaatkleppen kan condenseren
en waterdruppels van de airconditioner
kunnen druppelen. Wanneer de kleppen
voor de richting van de luchtstroom bij
gebruik van de koelende en droge mo-
dussen, voor meer dan 30 minuten in
het verwarmingsbereik worden gehou-
den, zullen ze automatisch teruggaan
naar positie
4
.
Als u de unit in een kamer gebruikt
waar baby's, kleuters, oudere personen
of zieke personen zijn dient u voorzich-
tig te zijn met hoe u de luchtrichting en
kamertemperatuur gebruikt en moet u
deze correct instellen.
De instructies met betrekking tot de verwarming (*) zijn alleen van toepassing voor het “HEAT & COOL MODEL” (omgekeerde
cyclus).
Pas de luchtstromen omhoog, omlaag, links en rechts aan met de luchtstroomknoppen op de afstandsbediening.
Gebruik de luchtstroomknoppen nadat de binnenunit opgestart is en de luchtstroomkleppen niet meer bewegen.
Afstellen van de verticale luchtrichting
Druk op de SET knop (verticaal).
Elke keer als de knop wordt ingedrukt, zal de luchtrichting wijzigen zoals hieronder:
1
2
3
4
5
6
7
Instelling soorten luchtstroom:
1
,
2
,
3
,
4
: In koel/droge modussen (cool/dry)
5
,
6
,
7
: In de verwarmingsmodus*
De display van de afstandsbediening
wijzigt zich niet.
Gebruik de luchtstroomaanpassingen binnen bovenstaand bereik.
De richting van de verticale luchtstroom wordt automatisch ingesteld zoals weerge-
geven, in overeenstemming met het functietype.
In de koel/droge modus (cool/dry) : Horizontale stroom
1
In de verwarmingsmodus* : Neerwaartse stroom
7
In de AUTO modus, zal de luchtstroom in de eerste minuut nadat de unit is opge-
start, horizontaal zijn
1
; gedurende deze periode zal de luchtstroom niet kunnen
worden aangepast.
De instelling van de richting van de luchtstroom zal tijdelijk
1
worden wanneer de
temperatuur van de luchtstroom bij het starten van de verwarmingsmodus laag is.
Afstellen van de horizontale luchtrichting
Druk op de SET knop (horizontaal).
Elke keer als de knop wordt ingedrukt, zal de luchtrichting wijzigen zoals hieronder:
1
2
3
4
5
De display van de afstandsbediening wijzigt zich niet.
Rechts/links luchtstroomkleppen
Gebruik de luchtstroomaanpassingen binnen bovenstaand bereik.
Nl-12
SWING-MODUS
Start de bediening van de air conditioner alvorens deze procedure uit te voeren.
Up/down swing operation Left/right swing operation
Swing operation stops Up/down/left/right swing operation
SWING modus selecteren
Druk op de SWING knop.
Het SWING display licht op.
Elke keer dat de SWING knop wordt ingedrukt, zal de swingmodus in de volgende volg-
orde veranderen:
SWING modus stoppen
Druk op de SWING knop en selecteer STOP.
De richting van de luchtstroom zal teruggaan naar de instelling die voor het wijzigen
van de luchtstroom was ingesteld.
Over de SWING modus
Soort modus
Koelen/drogen
Verwarming
FAN (VENTILATOR)
Bereik van de swing
1
tot
5
(gehele bereik)
1
tot
5
(gehele bereik)
1
tot
5
(gehele bereik)
De SWING modus kan tijdelijk stoppen als de ventilator van de
air conditioner niet werkt, of als deze met een heel lage snelheid
werkt
Om links/rechts swing modus te selecteren
*1
De positie van de kleppen voor swing wordt weergegeven
tussen haakjes.
Soort modus
Koelen/Drogen
Verwarming
VENTILATOR (
1
~
4
)
*1
VENTILATOR (
5
~
7
)
*1
Bereik van de swing
1
tot
4
3
tot
7
1
tot
4
3
tot
7
De SWING modus kan tijdelijk stoppen als de ventilator van de
air conditioner niet werkt, of als deze met een heel lage snelheid
werkt
Om omhoog/omlaag swing modus te selecteren
ECONOMY (ZUINIGE WERKING)
Start de bediening van de air conditioner alvorens deze procedure uit te voeren.
Gebruik van de ECONOMY modus (ZUINIGE WERKING)
Druk op de ECONOMY knop.
De ECONOMY indicatorlamp (groen) zal gaan branden.
De unit zal werken in de ECONOMY modus.
De ECONOMY modus stoppen.
Druk opnieuw op de ECONOMY knop.
De ECONOMY indicatorlamp (groen) zal uitgaan.
Nu zal de unit normaal werken.
Over de ECONOMY modus (ZUINIG)
Bij een maximale output zal de ECONOMY modus een bedrijf hebben van ongeveer 70% van de normale werking van de air conditi-
oner voor zowel afkoelen en verwarmen.
Als de kamer niet wordt afgekoeld of (verwarmd) in de ECONOMY modus, selecteer dan de normale modus.
Gedurende de bewakingsperiode waarbij de unit in de AUTO modus staat, zal de air conditioner niet naar de ECONOMY modus
kunnen schakelen, zelfs als de ECONOMY modus geselecteerd wordt door op de knop van de ECONOMY modus te drukken.
Als de ECONOMY modus geactiveerd staat, zal de kamertemperatuur iets hoger zijn dan de ingestelde temperatuur in de koel-
modus en lager dan de ingestelde temperatuur in de verwarmingsmodus. Daarom kan de ECONOMY modus meer energie uit-
sparen dan dit bij de normale modus het geval is.
Bij een multitype air conditioner, is de ECONOMY bedieningsmodus alleen beschikbaar voor de ingestelde binnenunit.
Indicatorlamp
: Verlichting
: OFF
Nl-13
10 °C HEAT MODUS (VERWARMINGSMODUS)
Het gebruik van de 10 °C HEAT modus (verwarmingsmodus)
Druk op de 10 °C HEAT knop
De OPERATION indicatorlamp (groen) zal uitgaan, en de ECONOMY indicatorlamp
(groen) zal gaan branden.
Stoppen van de 10 °C HEAT modus (verwarmingsmodus)
Druk op de START/STOP knop
De MODUS stopt en de ECONOMY indicatorlamp (groen) gaat uit.
Over de 10°C HEAT MODUS (verwarmingsmodus)
De verwarmingsmodus zal niet werken als de kamertemperatuur hoog genoeg is.
De temperatuur kan door te drukken op de 10 °C HEAT knop op 10 °C worden be-
houden om te voorkomen dat de kamertemperatuur niet te veel daalt.
Wanneer bij een multi-type air conditioner er een andere binnenunit wordt gebruikt
voor het verwarmen, zal de temperatuur van de kamer stijgen daar waar de modus
"10°C HEAT" wordt toegepast. Als de “10°C HEAT” modus wordt gebruikt, bevelen wij
aan dat alle binnenunits in “10°C HEAT” modus werken.
Als de 10 °C HEAT modus aanstaat,
kunnen alleen de volgende bedie-
ningsmodussen worden gebruikt.
SWING
DE SIGNAALCODE VAN DE AFSTANDSBEDIENING SELECTEREN
Als er twee of meer air conditioners in een kamer zijn geïnstalleerd en de Afstandsbediening laat een air conditioner werken die
niet de air conditioner is die u wenst in te stellen, wijzig dan de signaalcode van de Afstandsbediening om de air conditioner van uw
keuze in te stellen (4 selecties mogelijk).
Als er twee of meer air conditioners in een kamer zijn geïnstalleerd, neem dan contact op met uw verkoper om de individuele
signaalcodes van de air conditioners in te stellen.
De signaalcode van de afstandsbediening selecteren
Indicatorlamp
: Verlichting
: OFF
Als na het weergeven van de signaalcode gedurende 30 seconden geen knoppen worden ingedrukt, zal het systeem naar
de originele klokweergave terug worden gezet. In dit geval start opnieuw vanaf stap 1.
De signaalcode van de air conditioner is ingesteld op "A" alvorens de verzending. Neem contact op met uw verkoper om de
signaalcode te wijzigen.
De Afstandsbediening wordt teruggesteld naar de signaalcode “A” als de batterijen in de Afstandsbediening worden vervan-
gen. Als u een gebruikerscode gebruikt anders dan de signaalcode “A”, stel de signaalcode dan opnieuw in na het vervan-
gen van de batterijen.
Als u niet de instelling van de signaalcode van de air conditioner weet, probeer dan de signaalcodes (
) totdat u
de code vindt waarmee de air conditioner functioneert.
Voer de volgende stappen uit om de signaalcode van de afstandsbediening te selecte-
ren. (Merk op dat de air conditioner geen signaal kan ontvangen als de air conditioner
niet in overeenstemming met de signaalcode is ingesteld.)
1
Druk op de START/STOP knop totdat alleen de klok van de
display van de afstandsbediening wordt weergegeven.
2
Druk gedurende ten minste 5 seconden op de MODE
knop om de huidige signaalcode weer te geven (ori-
ginele instelling op
).
3
Druk op de
(
/
)
knoppen om de signaalcodes te wij-
zigen tussen
. Laat de code op de display over-
eenkomen met de signaalcode van de air conditioner.
4
Druk opnieuw op de MODE knop om terug te gaan
naar de display van de klok. Nu wordt de signaalco-
de weer gewijzigd.
Opmerking:
Als meerder units simultaan zijn aangesloten, kan deze functie niet worden gebruikt met behulp van de draadloze afstandsbediening.
Nl-14
SCHOONMAKEN EN ONDERHOUDEN
Het reinigen van het lucht lter
1. Trek beide kanten en het midden van het
inlaatrooster eruit.
Ongeveer 30mm
Zijpaneel
Inlaatrooster
Inkeping
Arm
Haak
Arm
2.
Trek de lucht lters omhoog om ze te ver-
wijderen.
Duw de lucht lterhendels van het aanzuigrooster af in de
richting van [A] en trek vervolgens de lucht lters eruit.
Hendel
Inlaatrooster
Basis
[A]
Lucht l-
ter
Haak
3. Reinig de lucht lters
Verwijder het stof uit de lucht lters door deze te stofzuigen
of te wassen. Laat de lters na het wassen goed drogen in
een zone waar geen zonlicht komt.
4.
Bevestig de lters weer aan het inlaatrooster.
(1)
De luchtfilters passen op de binnenkant van het inlaat-
rooster. (Figuur 1)
(2)
De bodemranden van de lucht lters moeten in de lter-
haken passen. (Figuur 1)
(3)
De lucht lters moeten worden ingedrukt zodat hun bo-
venkanten onder de projecties bovenaan het inlaatroos-
ter passen. (Figuur 2)
(Figuur 1)
Filterhaak
Lucht lter
(Figuur 2)
5. Trek beide kanten en het midden van het
inlaatrooster eruit.
Het stof kan uit het lucht lter worden verwijderd met behulp
van een stofzuiger, of door het lter te wassen met een op-
lossing van een zacht schoonmaakmiddel en warm water.
Als u het lter wast, zorg dat u het goed laat drogen op een
plek in de schaduw, alvorens u dit opnieuw installeert.
Als het vuil zich op het luchtfilter opstapelt, zal de lucht-
stroom minder zijn, en het apparaat minder ef ciënt werken
waarbij de ruis sterker zal worden.
Filter Reset (ECONOMY indicatorlamp knippert/ De speciale instelling)
Kan worden gebruikt als dit correct tijdens de installatie
is ingesteld.
Vraag advies aan bevoegd onderhoudspersoneel over het
gebruik van deze functie.
Dit gaat branden als het tijd is om de lucht lters schoon te maken.
Druk na het inschakelen van de unit, gedurende 2 seconden of minder op de
MANUAL AUTO knop van de binnenunit.
: Knipperen
: OFF
OPGELET
Als de unit gedurende langere periodes wordt gebruikt, kan binnenin vuil opstapelen, waardoor de prestatie minder wordt. Wij
bevelen aan dat de unit regelmatig wordt geïnspecteerd, naast het uitvoeren van de reinigings- en onderhoudswerkzaamhe-
den door uzelf. Voor meer informatie, raadpleeg het bevoegde onderhoudspersoneel.
Gebruik voor het reinigen van de unit niet water dat warmer is dan 40 °C, ruwe schuurmiddelen, of vluchtige middelen zoals
benzeen of thinner.
Als de unit gedurende 1 maand of langer niet wordt gebruikt, zorg dan dat de onderdelen binnen in het apparaat goed droog
zijn. U kunt dit doen door de unit gedurende een halve dag in de ventilatormodus te laten werken.
Voor het reinigen van dit product, moet u dit uitzetten en loskoppelen van de stroomvoorziening.
De ventilator binnen de unit werkt met hoge snelheid, en dit kan leiden tot persoonlijk letsel.
Wees voorzichtig dat u niet het inlaatrooster laat vallen.
Omdat voor het schoonmaken van het lter op hoge plaatsen moet worden gewerkt, raadpleeg a.u.b.
het bevoegde onderhoudspersoneel.
Stel de binnenunit niet bloot aan vloeibare insecticiden of haarspray.
Nl-15
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
De instructies met betrekking tot de verwarming (*) zijn alleen van toepassing voor het “HEAT & COOL MODEL” (omgekeerde cyclus).
In de volgende gevallen moet u onmiddellijk stoppen met het gebruik van de airconditioner, en
alle voedingen loskoppelen door het uitschakelen van de elektrische hoofdschakelaar of de stek-
ker uit het stopcontact halen. Raadpleeg dan uw dealer of bevoegd onderhoudspersoneel.
Zolang het apparaat is aangesloten op de stroomvoorziening, is deze niet geïsoleerd van de
stroomvoorziening, zelfs als het apparaat is uitgeschakeld.
Apparaat ruikt of iets brandt of stoot rook uit
• Water lekt uit de unit
Alvorens contact op te nemen voor het onderhoud, voer de volgende controles uit:
WAARSCHUWING
Symptoom Oorzaak
Zie pagina
NORMALE
MODUS
Werkt niet onmiddellijk:
Als de unit wordt gestopt en dan onmiddellijk opnieuw start,
zal de compressor gedurende 3 minuten niet werken, om te
voorkomen dat de zekeringen doorbranden.
Altijd als de elektrische schakelaar uit en dan weer aan wordt
gezet, zal het beveiligingscircuit gedurende 3 minuten inscha-
kelen, waardoor de unit tijdens die periode niet zal kunnen
werken.
Er is ruis hoorbaar:
Tijdens de werking van de unit en onmiddellijk nadat deze tot
stilstand is gekomen, kunt u water horen door de leidingen
van de airconditioner horen stromen. Ook kan het zijn dat u
gedurende ongeveer 2 of 3 minuten geluiden hoort, nadat het
apparaat is opgestart (geluid van stromende koelvloeistof).
Tijdens de werking kan er een licht piepend geluid worden
gehoord. Dit komt door de zeer geringe expansie en samen-
trekking van de voorkant vanwege de temperatuurwijzigingen.
*
Als het apparaat in de verwarmingsmodus staat, kan er soms
een sissend geluid te horen zijn. Dit geluid wordt geprodu-
ceerd door de automatische ontdooiingsmodus.
16
Geuren:
Soms kan er een geur komen uit het binnenapparaat. Deze
geur komt van luchtjes uit de kamer (meubels, tabak, enz.)
die door de airconditioner zijn opgenomen.
Er komt mist of damp
uit het apparaat:
In de afkoel- of droge modus, kan er een dunne mist uit de
binnenunit komen. Dit wordt veroorzaakt door de plotselinge
afkoeling van lucht in de kamer die door de airconditioner
wordt uitgestoten, waardoor condens en nevel ontstaat.
*
Als het apparaat in de verwarmingsmodus staat, kan de ven-
tilator van de buitenunit stoppen, en damp uit de unit komen.
Dit is vanwege de automatische ontdooiingsmodus.
16
De luchtstroom is zwak of
stopt.
*
Als de verwarmingsmodus gestart is, dan is de snelheid van
de ventilator tijdelijk heel laag, zodat interne delen kunnen op-
warmen.
*
Als het apparaat in de verwarmingsmodus staat en de kamer-
temperatuur boven de thermostaatinstelling uitstijgt, zal de
buitenunit stoppen en de binnenunit met een heel langzame
ventilatorsnelheid gaan werken. Als u de kamer verder wilt
verwarmen, stel de thermostaat dan in op een hogere tempe-
ratuur.
*
Als het apparaat in de verwarmingsmodus staat, zal de unit
tijdelijk niet functioneren (tussen 4 en 15 minuten) omdat de
automatische ontdooiingsmodus werkt. Tijdens de automa-
tische ontdooiingsmodus zal de OPERATION indicatorlamp
gaan knipperen.
16
De ventilator kan met heel lage snelheid werken als deze in
de droge modus staat, of als de unit de kamertemperatuur
bewaakt.
In de SUPER QUIET (SUPER STIL) modus zal de ventilator
met een heel lage snelheid werken.
In de AUTO-bewakingsmodus zal de ventilator met een heel
lage snelheid werken..
Als bij een multi-type unit, meerdere units in verschillende be-
dieningsmodussen worden bediend zoals hieronder getoond,
zullen de units die erna worden bediend stoppen en de OPE-
RATION indicatorlamp (groen) zal knipperen.
Verwarmende modus en koelende modus (of droge modus)
Verwarmede modus en ventilatormodus
17
Er komt water uit de bui-
tenunit:
*
Als het apparaat in de verwarmingsmodus staat, kan er water
uit de unit naar buiten stromen, omdat dit in de automatische
ontdooiingsmodus staat.
16
De ECONOMY indicator-
lamp knippert:
Maak het filter schoon. Schakel vervolgens de ECONOMO
lamp uit.
14
Nl-16
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
Als het probleem blijft voortbestaan als u deze controles hebt uitgevoerd, of als u een brandgeur waarneemt, of als de OPERATION
indicatorlamp en de TIMER indicatorlamp knippert, en de ECONOMY indicatorlamp knippert snel: stop onmiddellijk met de werking,
zet de elektrische schakelaar uit en neem contact op met het bevoegde onderhoudspersoneel.
Symptoom Diagnostiek
Zie pagina
CONTROLEER
NOGMAALS
Werkt helemaal niet:
Is de stroomonderbreker uitgezet?
Is er een stroomstoring geweest?
Is er een zekering doorgebrand of is de stroomonderbreker
geactiveerd?
Werkt de timer? 9 tot 10
Slechte koeling (of verwar-
ming*) prestaties:
Is het lucht lter vuil?
Zijn het inlaatrooster of de uitlaatpoort van de air conditioner
geblokkeerd?
Hebt u de kamertemperatuurinstellingen (thermostaat) goed
afgesteld?
Staat er een raam of deur open?
In het geval de unit in de koelmodus staat, komt er veel zon-
licht door het raam binnen? (Sluit de gordijnen.)
In het geval de unit in de koelmodus staat, zijn er verwar-
mingsapparaten en computers in de kamer, of zijn er teveel
mensen in de kamer?
Staat de unit in de QUIET (STILLE) modus?
Het apparaat werkt anders
de de instelling van de af-
standsbediening:
Zijn de batterijen van de afstandsbediening leeg?
Zijn de batterijen van de afstandsbediening goed geladen? 6
BEDIENINGSTIPS
Verwarmingsprestatie*
Deze air conditioner werkt volgens het warmtepompprinci-
pe, waarbij de geabsorbeerde warmte van de buitenlucht
naar de warmte binnen wordt getransporteerd. Een gevolg
daarvan is wel dat de prestaties afnemen naarmate de
luchttemperatuur buiten daalt. Als u de indruk hebt dat de
verwarmingsprestatie van de unit niet voldoende is, beve-
len wij u aan dat u deze air conditioner met een ander soort
verwarmingstoestel gebruikt.
Air conditioners met warmtepompen verwarmen uw hele
kamer omdat zij de lucht door de hele kamer heen circule-
ren. Daarom kan het verwarmen van de ruimte een tijdje
kan duren, als de air conditioner is opgestart.
Als de temperaturen binnen en buiten hoog zijn
*
Als de temperaturen binnen en buiten hoog zijn als het appa-
raat in de verwarmingsmodus staat, kan de ventilator van de
buitenunit op bepaalde tijden stoppen.
Automatisch ontdooien met microcomputerbesturing
*
Als het apparaat in de verwarmingsmodus staat in omstandig-
heden waarbij de buitentemperatuur laag is en er een hoge
vochtigheid bestaat, kan er zich ijs op de buitenunit vormen
waardoor de prestatie zal verminderen.
Om dit soort verminderde prestatie te voorkomen, is deze
unit uitgerust met een automatische ontdooiingsfunctie die
door een microcomputer wordt bestuurd. Als er zich ijs heeft
gevormd, zal de air conditioner tijdelijk stoppen, en zal het ont-
dooiingscircuit kortstondig werken (maximaal 15 minuten).
Tijdens de automatische ontdooiingsmodus zal de
OPERATION indicatorlamp (groen) gaan knipperen.
Als de verwarmingsmodus gestopt is zal er zich ijs op de bui-
tenunit vormen, waardoor de unit de Automatische Ontdooi-
ingsfunctie zal starten.
Op dat moment zal de buitenunit automatisch stoppen na en-
kele minuten te hebben gewerkt.
Lage koeling van kamertemperatuur*
Als de temperatuur buiten daalt, zullen de ventilators van de
buitenunit op Lage Snelheid gaan draaien, of kan een van de
ventilators met tussenpozen stoppen.
De instructies met betrekking tot de verwarming (*) zijn alleen van toepassing voor het “HEAT & COOL MODEL” (omgekeerde cyclus).
**Dubbele afstandsbediening (optioneel)
Er kan een afstandsbediening worden toegevoegd aan het maximum van 2 afstandsbedieningen. Elk van de afstandsbedieningen
kan de air conditioner besturen. De tijdsmodussen kunnen echter niet met de tweede unit worden gebruikt.
**Groepsbesturing
1 afstandsbediening kan tot 16 air conditioners besturen. Alle air conditioners zullen volgens dezelfde instellingen functioneren.
De groepsbesturing kan niet worden gebruikt als dit door het multi-type wordt gebruikt.
De afstandsbediening met snoer is vereist om de volgende functies te gebruiken (**).
Nl-17
Multi-type airconditioner
Deze binnenunit kan op een multi-type buitenunit worden aangesloten. Met de multi-type air conditioner kunnen meervoudige units
binnen op meerdere locaties worden bediend. De binnenunits kunnen simultaan werken in overeenstemming met hun output.
Instructies met betrekking tot de omzetter (
) zijn alleen van toepassing op het “INVERTER MODEL”.
De volgende verschillende bedieningsmodussen mogen
niet worden uitgevoerd.
Wanneer de binnenunit wordt opgedragen een bedie-
ningsmodus uit te voeren die het niet kan uitvoeren, zal de
OPERATION indicatorlamp (groen) op de binnenunit gaan
knipperen (1 seconde aan, 1 seconde uit) en de unit zal
overschakelen naar de standby-modus.
Verwarmingsmodus (heat) en koelmodus (cool) (of droge
modus) (dry mode)
Verwarmingsmodus (heat) en ventilatormodus (fan)
Kan worden uitgevoerd in de volgende bedieningsmodussen.
Koelmodus en droge modus (Cooling en Dry)
Koelmodus en ventilatormodus (Cooling en Fan)
Droge modus en ventilatormodus (Dry en Fan)
De bedieningsmodus (verwarmende of koelende (droge)
modus) van de buitenunit zal worden bepaald door de be-
dieningsmodus van de binnenunit die als eerste bediend is.
Als de binneneenheid is gestart in de FAN modus, kan de
bedrijfsmodus van de buiteneenheid niet worden bepaald.
Bijvoorbeeld, als de binnenunit (A) in de ventilatormodus
werd gestart en daarna binnenunit (B) zou worden gebruikt in
de verwarmingsmodus, zou binnenunit (A) tijdelijk gaan wer-
ken in de ventilatormodus. Maar als binnenunit (B) begonnen
was in de verwarmingsmodus, zou de OPERATION indica-
torlamp (groen) voor binnenunit (A) beginnen te knipperen
(1 seconde aan, 1 seconde uit) en deze zou naar de stand-
by-modus gaan. De binnenunit (B) zal doorgaan met werken
in de verwarmingsmodus.
Simultaan gebruik van meerdere eenheden
Bij het gebruik van een multi-type air conditioner kunnen
meerdere binnenunits gelijktijdig worden bediend, maar
wanneer 2 of meer binnenunits van dezelfde groep tege-
lijkertijd worden bediend, zal het verwarmings- en koel-
rendement minder zijn dan wanneer maar een binnenunit
wordt gebruikt. Daarom als u meer dan 1 binnenunit wilt
gebruiken om deze simultaan te laten werken, moet het
gebruik hiervan meer 's nachts gebeuren en op tijden
waarin minder output wordt vereist. Op dezelfde wijze,
indien er meerdere units simultaan worden gebruikt voor
de verwarming, wordt aanbevolen dat deze naar behoefte
gebruikt worden samen met andere auxiliaire verwarmers
van ruimtes.
Seizoensgebonden condities en buitentemperaturen, de
structuur van de kamers en het aantal aanwezige perso-
nen kunnen ook leiden tot verschillen in het rendement.
Wij bevelen u aan dat u verschillende bedieningspatro-
nen hanteert om het outputniveau van de verwarming en
afkoeling van uw units te bepalen, zodat u deze altijd in
overeenstemming met de behoeften van u en uw familie
kunt gebruiken.
Wanneer u ontdekt dat 1 of meer units een laag koel- of
verwarmingsniveau leveren wanneer ze gelijktijdig ge-
bruikt worden, raden wij u aan het gelijktijdige gebruik van
de verschillende units te stoppen.
AUTO heropstarten
In geval van stroomonderbreking
Als de stroomvoorziening van de air conditioner onderbro-
ken wordt door een elektriciteitsonderbreking, zal de air
conditioner automatisch opnieuw opstarten, in de eerder
geselecteerde modus, als de elektriciteitsvoorziening weer
wordt ingeschakeld.
Ingeval er een elektriciteitsstoring plaatsvindt in de TIMER
bedieningsmodus, zal de timer worden gerest en zal de unit
beginnen (of stoppen) met de nieuwe timerinstelling. In dit
geval zal de TIMER indicatorlamp (oranje) knipperen.
Het gebruik van andere elektrische apparaten zoals een
elektrisch scheerapparaat of het nabije gebruik van een
draadloze radiozender kan storing van de airconditioner
veroorzaken. In dit geval dient de stroomvoorziening tijdelijk
worden uitgeschakeld, en vervolgens weer worden inge-
schakeld, en maak vervolgens gebruik van de afstandsbe-
diening om de werking te hervatten.
BEDIENINGSTIPS
Simultane Multi Air Conditioner
Deze binnenunit kan ook verbonden worden met een simultane multi-aansluiting, waarbij tot 3 binnenunits simultaan met de buiten-
unit kunnen werken met behulp van een scheidingsbuisverbinding (tweevoudig of drievoudig).
Opmerking:
Het type scheidingsbuisverbinding varieert per model.
Als meerdere apparaten simultaan worden aangesloten, leveren all binnenunits simultane air conditioning bestuurd door een enkele
controller die als de primaire stuureenheid wordt aangeduid.
Vanwege dit unieke kenmerk dat meerdere units simultaan worden aangesloten, zullen sommige door de controller bestuurde func-
ties van de secundaire stuureenheid beperkt zijn.
Nl-18
Waarschuwing
De instructies met betrekking tot de verwarming (*) zijn alleen van toepassing voor het “HEAT & COOL MODEL” (omgekeerde cyclus).
*
In de verwarmingsstand kan de bovenzijde van de bin-
nenunit warm worden. Dit komt doordat koelvloeistof door
de binnenunit stroomt, zelfs wanneer het apparaat tot stil-
stand is gekomen; het wijst niet op een storing.
*
In de verwarmingsstand zal de buitenunit soms geduren-
de korte tijd de ontdooifunctie starten. In de ontdooiings-
modus zal als de gebruiker de binnenunit opnieuw in de
verwarmingsmodus schakelt, de ontdooiingsmodus blijven
werken, en zal de verwarmingsmodus starten nadat de
ontdooiingsmodus is voltooid, waardoor het soms enige
tijd zal duren voordat de warme lucht wordt uitgestuurd.
BEDIENINGSTIPS
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18

Fujitsu RYG22LVTA Handleiding

Type
Handleiding