ESAB ESAB EMP 205ic AC/DC Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

0463 703 001NL 20190927 Geldig voor: serienummer. 937-xxx-xxxx
EMP 205ic AC/DC
Instructiehandleiding
0463 703 001NL 20190927 Geldig voor: serienummer. 937-xxx-xxxx
!
WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat u deze hele Handleiding evenals de veiligheidsvoorschriften van uw werk-
gever goed leest en begrijpt voordat u de apparatuur installeert, gebruikt of onderhoudt.
Hoewel de informatie in deze Handleiding het beste oordeel van de fabrikant weerspiegelt
zal deze laatste geen verantwoordelijkheid voor het gebruik ervan aanvaarden.
Lassysteem
EMP 205ic AC/DC
Nummer gebruikersHendeliding 0463 703 001NL
Gepubliceerd door:
ESAB Group Inc.
2800 Airport Rd.
Denton, TX 76208
(940) 566-2000
www.esab.eu
AuteuRsRecht 2019 by ESAB
Alle rechten voorbehouden.
Gehele of gedeeltelijke reproductie van dit werk, zonder schriftelijke toestemming van de
uitgever, is verboden.
De uitgever aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid en wijst hierbij elke aansprakelijkheid
jegens een partij af voor verlies of schade veroorzaakt door een fout of weglating in deze
Hendeliding, ongeacht of een dergelijke fout het gevolg is van nalatigheid, ongeval of enige
andere oorzaak.
Oorspronkelijke publicatiedatum: 09/27/2019
Herzieningsdatum:
Registreer de volgende informatie vast ten behoeve van de garantie:
Waar gekocht:_______________________________ _____________________
Aankoopdatum:__________________________________ ________________
Serienummer voeding #:___________________________ ________________
ESAB hanteert een beleid van voortdurende verbetering. Wij behouden ons daarom het
recht voor om zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen en verbeteringen aan te
brengen in onze producten.
0463 703 001NL 20190927 Geldig voor: serienummer. 937-xxx-xxxx
ZORG DAT U DEZE INFORMATIE DOORGEEFT AAN DE OPERATOR
VAN DIT APPARAAT.
BIJ UW LEVERANCIER KUNT U EXTRA EXEMPLAREN KRIJGEN.
LET OP
Deze instructies zijn voor ervaren operator. Als u niet bekend bent met de principes
van de bediening en veilige werking van booglassen en -snijden, raden wij u aan
om ons boekje “Precautions and Safe Practices for Arc Welding, Cutting, and
Gouging,” formulier 52-529 door te lezen. Laat ongetraind personeel dit apparaat
NIET installeren, bedienen of onderhouden. Probeer dit apparaat NIET te installeren
of te bedienen voordat u deze instructies volledig hebt gelezen en begrepen. Als u
deze instructies niet helemaal begrijpt, neemt u contact op met de leverancier voor
meer informatie. Lees de veiligheidsvoorschriften voordat u dit apparaat installeert
of bedient.
VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE GEBRUIKER
Dit apparaat werkt conform de beschrijving in deze handleiding en de bijbehorende labels en/of bladen
wanneer het wordt geïnstalleerd, bediend, onderhouden en gerepareerd volgens de bijgeleverde instructies.
Dit apparaat moet regelmatig worden gecontroleerd. Een slecht werkend of verkeerd onderhouden apparaat
mag niet worden gebruikt. Gebroken, ontbrekende, versleten, vervormde of bevuilde onderdelen moeten
onmiddellijk worden vervangen. Als een dergelijke reparatie of vervanging nodig is, raadt de fabrikant aan om
telefonisch of schriftelijk een serviceaanvraag in te dienen bij de erkende distributeur, of bij wie u het apparaat
hebt aangeschaft.
Dit apparaat en de bijbehorende onderdelen mogen niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming
van de fabrikant worden gewijzigd. De gebruiker van dit apparaat is verantwoordelijk voor defecten die
ontstaan vanwege een onjuist gebruik, verkeerd onderhoud, schade, verkeerde reparatie of wijzigingen door
iemand anders dan de fabrikant of een servicefaciliteit die door de fabrikant is aangewezen.
!
LEES EN BEGRIJP DE INSTRUCTIEHANDELING VOORDAT U HET APPARAAT BEDIENT.
BESCHERM UZELF EN ANDEREN!
INHOUDSOPGAVE
0463 703 001NL
1 VEILIGHEID ............................................................................................................................................... 7
1.1 Betekenis van symbolen .........................................................................................................................7
1.2 Veiligheidsmaatregelen ..........................................................................................................................7
1.3 Verantwoordelijkheid van de gebruiker ................................................................................................11
2 INLEIDING ............................................................................................................................................... 13
2.1 Apparatuur ............................................................................................................................................13
2.2 Oververhittingsbescherming .................................................................................................................13
3 TECHNISCHE GEGEVENS ........................................................................................................................... 14
3.1 Specicaties EMP 205ic AC/DC...............................................................................................................14
4 INSTALLATIE............................................................................................................................................ 16
4.1 Verantwoordelijkheid van de gebruiker ................................................................................................16
4.2 Henstructies ........................................................................................................................................16
4.3 Plaats ....................................................................................................................................................17
4.3.1 Beoordeling van het gebied ..................................................................................................................17
4.4 Interferentie hoge frequentie ................................................................................................................18
4.5 Netvoeding ...........................................................................................................................................19
4.6 Aanbevolen elektrische voedingsspecicaties .......................................................................................20
4.7 Voeding door stroomgeneratoren .........................................................................................................20
5 GEBRUIK ................................................................................................................................................. 21
5.1 Aansluitingen en regelingen .................................................................................................................22
5.2 Aansluiting van las- en retourkabels ..................................................................................................... 23
5.2.1 Voor MIG-/MMA-processen ................................................................................................................... 23
5.2.2 Voor TIG-processen ................................................................................................................................23
5.3 Polariteitswissel .................................................................................................................................... 23
5.4 Beschermgas .........................................................................................................................................24
5.5 Krommen spanning-stroomsterkte .......................................................................................................24
5.5.1 SMAW (staaf) 120 V ..............................................................................................................................24
5.5.2 SMAW (STAAF) 230 V .............................................................................................................................24
5.5.3 GMAW (MIG) 120 V ................................................................................................................................25
5.5.4 GMAW (MIG) 230 V ................................................................................................................................25
5.5.5 GTAW (DC TIG) 120 V .............................................................................................................................26
5.5.6 GTAW (DC TIG) 230 V .............................................................................................................................26
5.5.7 GTAW (AC TIG) 120 V ..............................................................................................................................27
5.5.8 GTAW (AC TIG) 230 V ..............................................................................................................................27
5.5.9 Inschakelduur .......................................................................................................................................28
5.6 Spoel verwijderen/installeren ............................................................................................................... 29
5.7 Selectie van de voering .........................................................................................................................29
5.8 Draad installeren/verwijderen ..............................................................................................................29
5.8.1 Draad installeren ...................................................................................................................................30
5.8.2 Draad verwijderen ................................................................................................................................31
5.9 Lassen met aluminiumdraad .................................................................................................................31
5.10 Draadaanvoerdruk instellen ..................................................................................................................32
5.11 Vervangen van de draadaanvoerrol .......................................................................................................33
5.11.1 Draadaanvoerrol verwijderen .....................................................................................................34
5.11.2 Draadaanvoerrol installeren .......................................................................................................35
INHOUDSOPGAVE
0463 703 001NL
6 BEDIENINGSPANEEL ................................................................................................................................ 36
6.1 Hoe te navigeren ................................................................................................................................... 36
6.2 Startscherm EMP 205ic AC/DC ............................................................................................................... 36
6.2.1 sMIG-modus ..........................................................................................................................................36
6.2.2 Handmatige MIG-modus .......................................................................................................................37
6.2.3 Modus gasloze gevulde draad ...............................................................................................................37
6.2.4 MMA-modus .........................................................................................................................................38
6.2.5 DC TIG-modus .......................................................................................................................................38
6.2.6 AC TIG-modus ........................................................................................................................................39
6.3 Instellingen ........................................................................................................................................... 40
6.4 Informatie gebruikersHendeliding ........................................................................................................40
6.5 ReferentieHendeliding ICOONen ...........................................................................................................40
7 GEBRUIK TIG-LASSEN ............................................................................................................................... 44
7.1 DC TIG-lassen ........................................................................................................................................44
7.1.1 DC TIG-puls ............................................................................................................................................45
7.1.2 DC TIG dubbele stroomsterkte ...............................................................................................................52
7.2 AC TIG-lassen .........................................................................................................................................54
7.3 Afbeelding DC TIG-tilboog en 2-takt/4-takt ..........................................................................................58
7.4 Selectie en voorbereiding van wolfraamelektroden ..............................................................................59
8 ONDERHOUD ........................................................................................................................................... 60
8.1 Routinematig onderhoud ......................................................................................................................60
8.2 Onderhoud van de stroombron en draadaanvoer ..................................................................................61
8.2.1 Reiniging van de draadaanvoereenheid ................................................................................................ 62
8.3 Onderhoud stroomzijde EMP-apparaat .................................................................................................63
8.4 Onderhoud van de toortsvoering ..........................................................................................................63
8.4.1 Reinigen van toortsvoering ................................................................................................................... 63
9 OPLOSSEN VAN PROBLEMEN .................................................................................................................... 64
9.1 Voorafgaande controles ........................................................................................................................64
9.2 Storingscodes van de gebruikersinterfacesoftware (UI-software) worden weergegeven ......................65
10 RESERVE-/SLIJTAGEONDERDELEN BESTELLEN .......................................................................................... 67
SCHEMA ...................................................................................................................................................... 68
SLIJTAGEONDERDELEN................................................................................................................................. 69
ACCESSOIRES ............................................................................................................................................... 70
VERVANGINGSONDERDELEN ........................................................................................................................ 71
1 VEILIGHEID
0463 703 001NL
-7-
1 VEILIGHEID
1.1 Betekenis van symbolen
Zoals gebruikt in deze Hendeliding: Betekent Attentie! Wees alert!
OPMERKING!
Een bewerking, Procedure of achtergrondinformatie die extra nadruk vereist of nuttig
is voor een eciënte werking van het systeem.
LET OP
Een Procedure die, indien niet correct gevolgd, schade aan de apparatuur kan
veroorzaken.
!
WAARSCHUWING
Een Procedure die, indien niet correct gevolgd, de gebruiker of anderen in het werkge-
bied kan verwonden.
WAARSCHUWING
Geeft informatie over mogelijke elektrische schokken. Waarschuwingen zullen worden
ingesloten in een doos zoals deze.
WAARSCHUWING
Geeft informatie over mogelijke elektrische schokken.
1.2 Veiligheidsmaatregelen
!
WAARSCHUWING!
Deze veiligheidsmaatregelen zijn voor uw bescherming. Ze geven een samenvatting van de
voorzorgsmaatregelen uit de referenties die in de paragraaf Aanvullende veiligheidsinformatie
staan vermeld.
Lees de onderstaande veiligheidsmaatregelen en alle andere Hendelidingen, veiligheidsinfor-
matiebladen, Labels, etc. voordat u een installatie- of gebruiksProcedure uitvoert, zorgvuldig
door en volg ze op. Het niet in acht nemen van de veiligheidsmaatregelen kan leiden tot letsel
of de dood.
BESCHERM UZELF EN ANDEREN
Sommige las-, snij- en gutsprocessen zijn luid en vereisen gehoorbescherming. De boog straalt,
net als de zon, ultraviolette (UV) en andere straling uit en kan de huid en ogen verwonden. Hete
metalen kunnen brandwonden veroorzaken. Opleiding in het juiste gebruik van de processen en
apparatuur is essentieel om ongelukken te voorkomen. Daarom:
1. Draag een lashelm met een goede FILTERkap om uw gezicht en ogen te beschermen tijdens het lassen of kijken.
2. Draag altijd een veiligheidsbril met zijafschermingen in elk werkgebied, ook al zijn er ook lashelmen, gelaatsscher-
men en brillen nodig.
3. Gebruik een gelaatsscherm met de juiste FILTER en afdekplaatjes om uw ogen, gezicht, nek en oren te bescher-
men tegen vonken en stralen van de boog tijdens het gebruik of het observeren van werkzaamheden. Waarschuw
omstanders om niet naar de boog te kijken en zich niet bloot te stellen aan de stralen van de elektrische boog of
heet metaal.
1 VEILIGHEID
0463 703 001NL
-8-
4. Draag vlamwerende handschoenen, zware overhemden met lange mouwen, broeken zonder manchet, hoge
schoenen en een lashelm of -pet ter bescherming tegen boogstralen, hete vonken en heet metaal. Een vlamwerend
schort kan ook wenselijk zijn als bescherming tegen stralingswarmte en vonken.
5. Hete vonken of metaal kunnen zich nestelen in opgerolde mouwen, broeken, manchetten of zakken. Mouwen en
kragen moeten dichtgeknoopt blijven en open zakken aan de voorkant van de kleding moeten worden vermeden.
6. Bescherm ander personeel tegen boogstralen en hete vonken met een geschikte niet-ontvlambare scheidingswan-
den of gordijnen.
7. Gebruik een bril over veiligheidsbrillen bij het verwijderen van slakken of slijpen. Afgeslagen slak kan heet zijn en
kan over lange afstanden wegvliegen. Omstanders moeten ook een bril over de veiligheidsbril dragen.
BRANDEN EN EXPLOSIES
Warmte van vlammen en bogen kan brand veroorzaken. Ook hete slak of vonken kunnen brand
en explosies veroorzaken. Daarom:
1. Bescherm uzelf en anderen tegen rondvliegende vonken en hete metaal.
2. Verwijder alle ontvlambare materialen uit de buurt van de werkomgeving of dek de materialen af met een bescher-
mende niet-vlambare afdekking. Brandbare materialen zijn onder meer hout, stof, zaagsel, vloeibare en gasvormige
brandstoen, oplosmiddelen, verv en coatings, papier, etc.
3. Hete vonken of hete metalen kunnen door scheuren of spleten in vloeren of muuropeningen vallen en een verbor-
gen smeulend vuur of brand op de vloer eronder veroorzaken. Zorg ervoor dat dergelijke openingen beschermd
zijn tegen hete vonken en metaal.
4. Niet lassen, snijden of andere hete werkzaamheden uitvoeren voordat het werkstuk volledig is gereinigd, zodat
er geen stoen op het werkstuk zitten die ontvlambare of giftige dampen kunnen produceren. Verricht geen hete
werkzaamheden aan gesloten containers. Ze kunnen ontploen.
5. Houd brandblusapparatuur bij de hand voor direct gebruik, zoals een tuinslang, emmer met water, emmer met
zand of draagbare brandblusser. Zorg ervoor dat u opgeleid bent in het gebruik ervan.
6. Gebruik geen apparatuur die verder gaat dan de nominale waarden. Een overbelaste laskabel kan bijvoorbeeld
oververhit raken en brandgevaar opleveren.
7. Controleer het werkgebied na aoop van de werkzaamheden om er zeker van te zijn dat er geen hete vonken of
heet metaal aanwezig zijn die later brand kunnen veroorzaken. Gebruik indien nodig brandwachten.
ELEKTRISCHE SCHOK
Contact met onder spanning staande elektrische onderdelen en de aarde kan ernstig letsel of de
dood tot gevolg hebben. Gebruik GEEN AC lassen in vochtige omgevingen, als de beweging beperkt
is of als er gevaar voor vallen bestaat. Daarom:
1. Zorg ervoor dat het frame van de stroombron (chassis) is aangesloten op het aardingssysteem van de ingangsst-
room.
2. Sluit het werkstuk aan op een goede elektrische massa.
3. Verbind de werkkabel met het werkstuk. Een slechte of ontbrekende verbinding kan u of anderen blootstellen aan
een fatale schok.
4. Gebruik goed onderhouden apparatuur. Vervang versleten of beschadigde kabels.
5. Houd alles droog, inclusief kleding, werkruimte, kabels, toorts-/elektrodehouder en stroombron.
6. Zorg ervoor dat alle delen van uw lichaam geïsoleerd zijn van het werkstuk en van de grond.
7. Ga niet direct op metaal of de aarde staan tijdens het werken in krappe ruimtes of een vochtige omgeving. Ga op
droge planken of een isolerend platform staan en draag schoenen met rubberen zolen.
8. Trek droge handschoenen zonder gaten aan voordat u de stroom inschakelt.
9. Schakel de stroom uit voordat u uw handschoenen uittrekt.
10. Refer to ANSI/ASC Standaard Z49.1 for specic Aarding recommendations. Verwar de werkkabel niet met de aard-
ingskabel.
ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN
Kan gevaarlijk zijn. De elektrische stroom die door een willekeurige geleider loopt, veroorzaakt
gelokaliseerde elektrische en magnetische velden (EMV). Las- en snijstroom creëert EMV rond
laskabels en lasapparatuur. Daarom:
1 VEILIGHEID
0463 703 001NL
-9-
1. Lassers met pacemakers moeten hun arts raadplegen voordat ze gaan lassen. EMF may interfere with some
pacemakers.
2. Blootstelling aan EMV kan andere gezondheidseecten hebben die onbekend zijn.
3. Lassers moeten de volgende Procedures gebruiken om de blootstelling aan EMV tot een minimum te beperken:
a) Leid de elektrode en werkkabels samen. Bevestig ze waar mogelijk met tape.
b) Wikkel nooit de toorts of werkkabel om uw lichaam.
c) Plaats uw lichaam niet tussen de toorts en de werkkabels. Leid de kabels langs dezelfde kant van uw lichaam.
d) Sluit de werkkabel voor het werkstuk zo dicht mogelijk bij het te lassen gebied aan.
e) Houd de lasstroombron en kabels zo ver mogelijk uit de buurt van uw lichaam.
DAMPEN EN GASSEN
Dampen en gassen kunnen ongemak of letsel veroorzaken, vooral in kleine ruimtes. Beschermgas-
sen kunnen verstikking veroorzaken. Daarom:
1. Houd uw hoofd uit de dampen. Adem de dampen en gassen niet in.
2. Zorg altijd voor voldoende ventilatie in de werkomgeving met natuurlijke of mechanische middelen. Niet lassen,
snijden of gutsen op materialen zoals gegalvaniseerd staal, roestvrij staal, koper, zink, loodMangaan of Selenium,
tenzij er een positieve mechanische ventilatie is voorzien. Adem de dampen van deze materialen niet in.
3. Niet gebruiken in de buurt van ontvettings- en spuitwerkzaamheden. De warmte of de boog kan met gechloreerde
koolwaterstofdampen reageren tot fosgeen, een zeer giftig gas en andere irriterende gassen.
4. Als u tijdens het gebruik tijdelijke oog-, neus- of keelirritatie krijgt, is dit een indicatie dat de ventilatie niet voldoende
is. Stop de werkzaamheden en neem de nodige maatregelen om de ventilatie in het werkgebied te verbeteren. Blijf
niet doorgaan als het fysieke ongemak aanhoudt.
5. Raadpleeg de ANSI/ASC-norm Z49.1 voor specieke aanbevelingen voor ventilatie.
6. WAARSCHUWING: This product when used for Lassen or SNIJDEN, produces fumes or gases which contain chemicals
known to the State of California to cause birth defects and in some cases cancer (California Health & VEILIGHEID Code
§25249.5 et seq.)
HANTEREN VAN CILINDERS
Cilinders kunnen, als ze verkeerd worden behandeld, scheuren en heftig gas laten ontsnappen.
Plotselinge breuk van de cilinderklep of het ontlastapparaat kan letsel of dodelijke aoop veroorza-
ken. Daarom:
1. Plaats cilinders uit de buurt van hitte, vonken en vlammen. Sla nooit een boog op een cilinder.
2. Gebruik het juiste gas voor het proces en gebruik de juiste drukregelaar die ontworpen is voor gebruik met een
persluchtcilinder. Gebruik geen adapters. Onderhoud slangen en Pakkingen in een goede staat. Volg de gebrui-
ksaanwijzing van de fabrikant voor de montage van de drukregelaar op een gascilinder.
3. Zet cilinders altijd rechtop met een ketting of riem vast aan geschikte steekwagens, onderstellen, banken, wanden,
palen of rekken. Bevestig cilinders nooit aan werktafels of bevestigingen op plaatsen waar ze deel kunnen uitmaken
van een elektrisch circuit.
4. Als u de cilinderkoppen niet gebruikt, houd ze dan gesloten. De beschermkap van de klep moet geplaatst zijn als
de regelaar niet is aangesloten. Cilinders beveiligen en verplaatsen met behulp van geschikte steekwagens.
MOVING PARTS
Moving parts, such as fans, rotors and belts can cause injury. Daarom:
1. Houd alle deuren, panelen en afdekkingen gesloten en stevig op hun plaats.
2. Stop de motor voordat u het apparaat installeert of aansluit.
3. Laat alleen gekwaliceerde personen de afdekkingen verwijderen voor onderhoud en het oplossen van Problee-
men, indien nodig
4. Om te voorkomen dat de apparatuur tijdens het onderhoud per ongeluk wordt gestart, moet de negatieve (-) ac-
cukabel van de accu worden losgekoppeld.
1 VEILIGHEID
0463 703 001NL
-10-
5. Houd handen, haar, losse kleding en gereedschap uit de buurt van bewegende delen.
6. Plaats de panelen of afdekkingen weer terug en sluit de deuren wanneer het onderhoud klaar is en voordat de
motor wordt gestart.
!
WAARSCHUWING!
VALLENDE APPARATUUR KAN LETSEL VEROORZAKEN
Gebruik alleen de hijsogen om het apparaat op te tillen. Gebruik GEEN loopwerk, gascilinders of
andere accessoires.
Gebruik apparatuur met voldoende capaciteit om het apparaat op te tillen en te ondersteunen.
Als u gebruik maakt van een heftruck om het apparaat te verplaatsen, zorg er dan voor dat de vorken
lang genoeg zijn om door het gehele apparaat gestoken te worden.
Keep cables and cords away from moving vehicles when working from an aerial
Plaats.
!
WAARSCHUWING!
ONDERHOUD APPARATUUR
Defecte of slecht onderhouden apparatuur kan letsel of de dood tot gevolg hebben.
Daarom:
1. Laat het installeren, het oplossen van Probleemen en het onderhoud altijd door gekwaliceerd
personeel uitvoeren. Voer geen elektrische werkzaamheden uit tenzij u gekwaliceerd bent om
dergelijke werkzaamheden uit te voeren.
2. Voordat u onderhoudswerkzaamheden in een stroombron uitvoert, moet u de stroombron loskop-
pelen van de inkomende elektrische stroom.
3. Onderhoud kabels, aardingsdraden, aansluitingen, voedingskabels en voedingen in een veilige
staat. Gebruik geen apparatuur die in slechte staat verkeert.
4. Misbruik geen apparatuur of accessoires. Houd apparatuur uit de buurt van warmtebronnen zoals
ovens, natte omstandigheden zoals waterplassen, olie of vet, corrosieve atmosferen en slecht weer.
5. Houd alle veiligheidsvoorzieningen en kastafdekkingen op hun plaats en in goede staat.
6. Gebruik apparatuur alleen voor het beoogde doel. Wijzig het op geen enkele manier.
!
LET OP!
AANVULLENDE VEILIGHEIDSINFORMATIE
Voor meer informatie over veilige praktijken voor elektrisch booglassen en snijapparatu-
ur, vraag uw leverancier om een exemplaar van "Voorzorgsmaatregelen en veilige prakti-
jken voor booglassen, snijden en gutsen", formulier 52-529.
De volgende publicaties worden u aanbevolen:
1. ANSI/ASC Z49.1 - "Veiligheid bij het lassen en snijden"
2. AWS C5.5 - "Aanbevolen praktijken voor TIG-lassen"
3. AWS C5.6 - "Aanbevolen praktijken voor MIG/MAG-lassen"
4. AWS SP - "Veilige praktijken" - herdruk, handboek voor Lassen
5. ANSI/AWS F4.1 - "Aanbevolen veilige praktijken voor het lassen en snijden van containers met
gevaarlijke stoen"
6. OSHA 29 CFR 1910 - "Veiligheids- en gezondheidsnormen"
7. CSA W117.2 - "Richtlijn voor veiligheid bij het lassen en snijden"
8. NFPA-norm 51B, "Brandpreventie tijdens lassen, snijden en ander heet werk"
9. CGA-norm P-1, "Voorzorgsmaatregelen voor de veilige behandeling van samengeperste gassen in
cilinder"
10. ANSI Z87.1, "Persoonlijke oog- en gelaatsbeschermingsmiddelen voor beroeps- en onderwijsdoelein-
den"
1 VEILIGHEID
0463 703 001NL
-11-
1.3 Verantwoordelijkheid van de gebruiker
Gebruikers van ESAB-las- en -Plasmasnijapparatuur hebben de eindverantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat
iedereen die op of in de buurt van de apparatuur werkt alle relevante veiligheidsmaatregelen in acht neemt. De
veiligheidsmaatregelen moeten voldoen aan de eisen die gelden voor dit type las- of Plasmasnijapparatuur. Naast de
standaardvoorschriften die van toepassing zijn op de werkplek, dienen de volgende aanbevelingen in acht te worden
genomen.
Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door opgeleid personeel dat goed bekend is met de werking van de las-
of Plasmasnijapparatuur. Onjuist gebruik van het apparaat kan leiden tot gevaarlijke situaties die kunnen leiden tot letsel
voor de gebruiker en schade aan het apparaat.
1. Iedereen die gebruik maakt van las- of Plasmasnijapparatuur moet bekend zijn met:
- zijn werking
- plaats van noodstops
- zijn functie
- relevante veiligheidsmaatregelen
- lassen en/of Plasmasnijden
2. De gebruiker moet ervoor zorgen dat:
- geen onbevoegden die zich bij de inbedrijfstelling in het werkgebied van het apparaat bevinden.
- niemand is onbeschermd als de boog wordt geraakt.
3. De werkplek moet:
- geschikt zijn voor het doel
- tochtvrij zijn
4. Persoonlijke veiligheidsuitrusting:
- Always wear Aanbevolen personal VEILIGHEID Apparatuur, such as VEILIGHEID glasses, ame proof
clothing, VEILIGHEID Handschoenen.
- Do not wear loose Pakking Onderdeels, such as scarves, bracelets, rings, etc., which could become
trapped or cause burns.
5. Algemene voorzorgsmaatregelen:
- Controleer of de retourkabel goed is aangesloten.
- Werkzaamheden aan hoogspanningsapparatuur mogen alleen door een gekwaliceerde elektricien worden
uitgevoerd.
- Geschikte brandblusapparatuur moet duidelijk gemarkeerd zijn en nabij.
- Smering en onderhoud van het apparaat mogen tijdens het gebruik niet worden uitgevoerd.
Elektronische apparatuur moet bij het recyclingbedrijf worden afgevoerd!
In overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreende afgedankte elektrische
en elektronische apparatuur en de toepassing ervan in overeenstemming met de nationale wet-
geving, moet elektrische en/of elektronische apparatuur die aan het einde van haar levensduur
is gekomen, worden afgevoerd naar een recyclingbedrijf.
Als verantwoordelijke voor de apparatuur bent u verantwoordelijk voor het verkrijgen van infor-
matie over goedgekeurde inzamelstations.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de dichtstbijzijnde ESAB-dealer.
ESAB kan u voorzien van alle noodzakelijke snijbescherming en accessoires.
1 VEILIGHEID
0463 703 001NL
-12-
OSTRZEŻENIE
Booglassen en -snijden kan schadelijk zijn voor uzelf en anderen.
Neem voorzorgsmaatregelen bij het lassen en snijden. Vraag naar de
veiligheidspraktijken van uw werkgever, die gebaseerd moeten zijn op de
gegevens van de fabrikant over de gevaren.
ELECTRISCHE SCHOK - Kan doden.
- Installeer en aardt het las- of Plasmasnijapparaat in overeenstemming met de geldende normen.
- Raak geen onder spanning staande elektrische onderdelen of elektroden aan met blote huid, natte handschoenen of
natte kleding.
- Isoleer uzelf van de aarde en het werkstuk.
- Zorg ervoor dat uw werkhouding veilig is.
DAMPEN EN GASSEN - Kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid.
- Houd uw hoofd uit de dampen.
- Use VENTILATIE, extrACTIE at the arc, or both, to take DAMPEN EN GASSEN away from your breathing zone and the
Algemeen area.
BOOGSTRALEN - Kunnen oogletsel en brandwonden veroorzaken.
- Bescherm uw ogen en lichaam. Gebruik het juiste las-/Plasmasnijscherm en -FILTERlens en draag beschermende
kleding.
- Bescherm omstanders met geschikte schermen of gordijnen.
BRANDGEVAAR
- Vonken (spatten) kunnen brand veroorzaken. Zorg er daarom voor dat er geen brandbare materialen in de buurt zijn.
LAWAAI - Overmatig lawaai kan het gehoor beschadigen.
- Bescherm uw oren. Gebruik oorbeschermers of andere gehoorbescherming.
- Waarschuw omstanders voor het risico.
STORING - Vraag om deskundige hulp in geval van een storing.
Lees en begrijp de gebruikersHendeliding voor installatie of gebruik.
BESCHERM UZELF EN ANDEREN!
OSTRZEŻENIE
Gebruik de stroombron niet voor het ontdooien van bevroren leidingen.
LET OP
Class A Apparatuur is not intended for use in residential Plaatss
where the electrical power is provided by the public low-Span-
ning supply system. Het kan moeilijk zijn om de elektromag-
netische compatibiliteit van klasse A-apparatuur op deze loca-
ties te waarborgen, zowel door geleide als door uitgestraalde
storingen.
LET OP
Dit product is uitsluitend bedoeld voor het verwijderen van metaal. Elk ander
gebruik kan leiden tot persoonlijk letsel en/of schade aan de apparatuur.
LET OP
Lees en begrijp de gebruikersHendeliding voor installatie of
gebruik.
!
2 INLEIDING
0463 703 001NL
-13-
2 INLEIDING
Het ESAB EMP 205ic AC/DC-product is een nieuwe generatie van multiproces (MIG/staaf/TIG:AC of DC) lasstroombronnen.
Alle Rebel-stroombronnen zijn ontworpen om te voldoen aan de behoeften van de gebruiker. Ze zijn taai, duurzaam en
draagbaar en bieden uitstekende boogprestaties bij een verscheidenheid aan lastoepassingen.
De EMP-familie beschikt over een 11 cm (4,3 inch) kleuren TFT-scherm (Thin Film Transistor) gebruikersinterface (UI) dat
een snelle en eenvoudige selectie van het lasproces en de ParaMeter mogelijk maakt, geschikt voor zowel nieuw opgeleide
gebruikers als gebruikers met een gemiddeld niveau. Voor meer gevorderde gebruikers kan een willekeurig aantal functies
worden geïntroduceerd en aangepast om maximale exibiliteit te bieden.
ESAB-accessoires voor het product vindt u in het hoofdstuk RsRACCESSOIRESRsR van deze Hendeliding.
2.1 Apparatuur
De ESAB EMP 205ic AC/D-stroombron wordt meegeleverd:
ESAB EMP 205ic AC/DC-stroombron
ESAB MXL 201 MIG toorts, 3 m (10 ft) met contactpunten M6 voor 0,8 mm en 1,0 mm
ESAB SR-B 26 TIG-toorts met accessoires
Gasslang, 4,5 m (14,8 ft), snelkoppeling
MMA-laskabelset, 3 m (10 ft)
Retourkabelset 3 m (10 ft)
Aandrijvingsrol
0.6 / 0.8 mm (0.023 in. / 0.030 in.) Gevulde, stalen en roestvrijstalen draad (geïnstalleerd op het aandrijf-
systeem)
0.8 / 1.0 mm (0.030 in. / 0.040 in.) Gevulde, stalen en roestvrijstalen draad (in accessoiredoos)
Geleidebuis
1,0 mm - 1,2 mm (0,040 inch - 0,045 inch) (geïnstalleerd op het aandrijfsysteem)
0.6 mm - 0.8 mm (0.023 in. - 0.030 in.) (in accessoiredoos)
Netvoedingskabel 3 m (10 ft), bevestigd met stekker
VeiligheidsHendeliding
USB met gebruikersHendeliding
Hendeliding voor materiaaldikte
2.2 Oververhittingsbescherming
LET OP
Dit apparaat is uitgerust met een oververhittingsbeveiliging voor de voeding.
De lasstroombron heeft een oververhittingsbeveiliging die werkt als de interne temperatuur te hoog
wordt. In dat geval wordt de lasstroom onderbroken en verschijnt er een symbool voor oververhitting op
het scherm. De oververhittingsbeveiliging wordt automatisch gereset wanneer de temperatuur weer op
de normale bedrijfstemperatuur is gekomen.
De Procedures om de oververhitting te herstellen:
Laat het systeem afkoelen, de Rebel herstelt zich vanzelf.
Laat het systeem volledig afkoelen tot het punt waar de ventilatoren stoppen, voordat er extra wordt gelast.
Als de volledige RsRinschakelduurRsR niet wordt bereikt en beide ventilatoren in bedrijf zijn en er geen belemmering
is, moet er onderhoud gepleegd worden.
3 TECHNISCHE GEGEVENS
0463 703 001NL
-14-
3 TECHNISCHE GEGEVENS
3.1 Specicaties EMP 205ic AC/DC
EMP 205ic AC/DC
Spanning 230 V,1 fase, 50/60 Hz 120 V, 1 fase, 50/60 Hz
Primaire stroomsterkte
I
max.
GMAW - MIG 29.6 A
Stroomonderbreker 20 A: 27.1 A
Stroomonderbreker 15 A: 20.2 A
I
max.
GTAW - DC TIG 24,0 A Stroomonderbreker 15 A: 20.7 A
I
max.
GTAW - AC TIG 26.5 A Stroomonderbreker 15 A: 21,4 A
I
max.
SMAW - staaf 28.3 A Stroomonderbreker 15 A: 20.5 A
I
e.
GMAW - MIG 14.8 A
Stroomonderbreker 20 A: 15.8 A
Stroomonderbreker 15 A: 14.5 A
I
e.
GTAW - DC TIG 12 A Stroomonderbreker 15 A: 14.3 A
I
e.
GTAW - AC TIG 13.3 A Stroomonderbreker 15 A: 14.9 A
I
e.
SMAW - staaf 14.1 A Stroomonderbreker 15 A: 14.4 A
Toelaatbare belasting in GMAW - MIG
100% inschakelduur* 110 A (V
uit
= 19.5 V)
Stroomonderbreker 15 A: 65 A (V
uit
= 17.25 V)
Stroomonderbreker 20 A: 70 A (V
uit
= 17.5 V)
60% Inschakelduur* 125 A (V
uit
= 20.25 V)
Stroomonderbreker 15 A: 85 A (V
uit
= 18.25 V)
Stroomonderbreker 20 A: 90 A (V
uit
= 18.5 V)
40% Inschakelduur* 150 A (V
uit
= 21.5 V) Stroomonderbreker 15 A: 90 A (V
uit
= 18.5 V)
25% Inschakelduur* 205 A (V
uit
= 24.25 V) -
20% Inschakelduur* - Stroomonderbreker 20 A: 115 A (V
uit
= 19.75 V)
Instelbereik (DC)
15 A (V
uit
= 14.75 V) -
235 A (V
uit
= 26.0 V)
15 A (V
uit
= 14.75 V) -
130 A (V
uit
= 20.5 V)
Toelaatbare belasting in GTAW - DC TIG
100% inschakelduur* 110 A (V
uit
= 14.4 V) Stroomonderbreker 15 A: 80 A (V
uit
= 13.2 V)
60% Inschakelduur* 125 A (V
uit
= 15,0 V) Stroomonderbreker 15 A: 100 A (V
uit
= 14.0 V)
40% Inschakelduur* - Stroomonderbreker 15 A
: 1
10 A (Vuit = 14,4 V)
25% Inschakelduur* 205 A (V
uit
= 18.2 V)
Instelbereik (DC)
5 A (V
uit
= 10.2 V) -
205 A (V
uit
= 18.2 V)
5 A (V
uit
= 10.2 V) -
130 A (V
uit
= 15.2 V)
Toelaatbare belasting in GTAW - AC TIG
100% inschakelduur* 110 A (V
uit
= 14.4 V) Stroomonderbreker 15 A: 75 A (V
uit
= 13.0 V)
60% Inschakelduur* 125 A (V
uit
= 15,0 V) Stroomonderbreker 15 A: 95 A (V
uit
= 13.8 V)
40% Inschakelduur* - Stroomonderbreker 15 A: 105 A (V
uit
= 14.2 V)
25% Inschakelduur* 205 A (V
uit
= 18.2 V)
Instelbereik (AC)
5 A (V
uit
= 10.2 V) -
205 A (V
uit
= 18.2 V)
5 A (V
uit
= 10.2 V) -
130 A (V
uit
= 15.2 V)
Toelaatbare belasting in SMAW - staaf
100% inschakelduur* 100 A (V
uit
= 24 V) 55 A (V
uit
= 22.2 V)
60% Inschakelduur* 125 A (V
uit
= 25 V) 70 A (V
uit
= 22.8 V)
40% Inschakelduur* - 75 A (V
uit
= 23.0 V)
25% Inschakelduur* 170 A (V
uit
= 26.8 V) -
Instelbereik (DC)
16 A (V
uit
= 20.6 V) -
180 A (V
uit
= 27.2 V)
16 A (V
uit
= 20.6 V) -
130 A (V
uit
= 25.2 V)
3 TECHNISCHE GEGEVENS
0463 703 001NL
-15-
EMP 205ic AC/DC
Open circuitspanning (OCV)
VRD gedeactiveerd 68 V
VRD geactiveerd 35V
Eciëntie 78%
Vermogensfactor 0.98
Draadaanvoersnelheid 2-12,1 m/min (80-475 inch/min)
DraadDiameter
Zacht, stalen, massieve draad 0.6 - 0.9 mm (0.023 - 0.035 in.)
Roestvrijstalen massieve draad 0.8 - 0.9 mm (0.030 - 0.035 in.)
Gevulde draad 0.8 - 1.1 mm (0.030 - 0.045 in.)
Aluminium 0.8 - 1.2 mm (0.030 - 0.047 in.)
Spoelmaat 100-200 mm (4-8 inch)
Afmetingen L×B×H 548 × 229 × 406 mm (23 × 9 × 16 inch)
Gewicht 25.5 kg ( 56 lb,)
Bedrijfstemperatuur -10 °C tot + 40 °C (14 °F tot 104 °F)
Klasse behuizing** IP23S
Toepassingsclassicatie***
S
*Inschakelduur
De inschakelduur verwijst naar de tijd als een Percentageage van een periode van tien minuten die u kunt lassen of snijden
bij een bepaalde belasting zonder overbelasting. De inschakelduur is geldig voor 40 °C (104 °F) of minder.
**Klasse behuizing
De IP-code geeft de behuizingsklasse aan, d.w.z. de mate van bescherming tegen indringing door vaste voorwerpen of water.
Apparatuur met de aanduiding IP 23S is bedoeld voor gebruik binnen en buiten, het mag echter niet worden gebruikt bij
neerslag.
***Toepassingsklasse
S
Dit symbool geeft aan dat de stroombron is ontworpen voor gebruik in gebieden met een verhoogd elektrisch risico.
!
WAARSCHUWING!
Het lascircuit kan al dan niet geaard zijn om veiligheidsredenen. Het wijzigen van de aard-
ingsvoorzieningen mag alleen worden goedgekeurd door een persoon die bevoegd is om
te beoordelen of de veranderingen het risico op letsel verhogen. Bijvoorbeeld: door paral-
lelle lasstroomretouren toe te staan die de aardingscircuits van andere apparatuur kunnen
beschadigen of personen kunnen verwonden of de dood kunnen veroorzaken.
4 INSTALLATIE
0463 703 001NL
-16-
4 INSTALLATIE
De installatie moet worden uitgevoerd door een professional.
LET OP!
Dit product is bedoeld voor industrieel gebruik. In een huishoudelijke omgeving kan dit prod-
uct radiostoringen veroorzaken. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om adequate
voorzorgsmaatregelen te nemen.
4.1 Verantwoordelijkheid van de gebruiker
De gebruiker is verantwoordelijk voor de installatie en het gebruik van de lasapparatuur volgens de instructies van de
fabrikant. Indien elektromagnetische storingen worden gedetecteerd, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker
van de lasapparatuur om de situatie met de technische bijstand van de fabrikant op te lossen. Deze herstelactie kan zo
eenvoudig zijn als het aarden van het lascircuit. In andere gevallen kan het gaan om de bouw van een elektromagnetisch
scherm dat de lasstroombron en het werkstuk omsluit, compleet met bijbehorende ingangsFILTERs. In alle gevallen moeten
elektromagnetische storingen worden beperkt tot het punt waar ze niet langer storend zijn.
4.2 Henstructies
De stroombron kan met elk van de handgrepen worden opgetild.
!
WAARSCHUWING!
Bevestig de apparatuur - vooral als de
grond ongelijk is of schuin loopt.
4 INSTALLATIE
0463 703 001NL
-17-
4.3 Plaats
Plaats de stroombron zo dat de koelluchtinlaten en -uitlaten niet worden geblokkeerd.
4.3.1 Beoordeling van het gebied
Alvorens lasapparatuur te installeren, moet de gebruiker/installateur potentiële elektromagnetische Probleemen in de
omgeving beoordelen. Er moet rekening gehouden worden met het volgende:
1. Andere stroom-, besturings-, signaal- en telefoonkabels; boven, onder en naast de lasapparatuur.
2. Radio- en televisiezenders en -ontvangers.
3. Computer en andere regelapparatuur.
4. Kritische veiligheidsuitrusting, bijvoorbeeld de bewaking van industriële apparatuur.
5. De gezondheid van de mensen in de omgeving, bijvoorbeeld het gebruik van pacemakers en hoortoestellen.
6. Apparatuur gebruikt voor kalibratie en metingen.
7. Het moment van de dag dat het lassen of andere activiteiten moeten worden uitgevoerd.
8. The immunity of other Apparatuur in the environment, the user shall ensure that other Apparatuur being used in the
environment is compatible. This may require EXTRA protection measures.
9. De afmeting van de omgeving zal afhangen van de structuur van het gebouw en andere activiteiten die plaatsvinden.
De omgeving kan zich uitstrekken tot buiten de grenzen van het terrein.
Interferentie kan op de volgende manieren worden overgebracht door een hoogfrequent geïnitieerde of gestabiliseerde
stroombron voor booglassen:
Directe straling: Straling van de apparatuur kan optreden als de behuizing van metaal is en niet goed is geaard. Dit
kan gebeuren door middel van openingen zoals geopende panelen. De afscherming van het hoogfrequente apparaat
in de stroombron voorkomt directe straling als de apparatuur goed geaard is.
Overdracht via de voedingskabel: Zonder voldoende afscherming en FILTERing kan hoogfrequente energie via directe
koppeling naar de bedrading in de installatie (net) worden geleid. De energie wordt dan zowel door straling als door
geleiding overgedragen. De stroombron is voorzien van een adequate afscherming en FILTERing.
Straling van lasdraden: Stralingsinterferentie van lasdraden, hoewel uitgesproken in de buurt van de lasdraden, neemt
snel af met de afstand. Door de aeidingen zo kort mogelijk te houden, wordt dit soort interferentie tot een minimum
beperkt. Het doorlussen en opschorten van lood moet zoveel mogelijk worden vermeden.
A. 152 mm (6 inch)
B. 100 mm (4 in.)
C. 152 mm (6 inch)
Laat in een vaste installatie voldoende ruimte
over om de deur te openen en toegang te
krijgen tot de spoelzijde.
4 INSTALLATIE
0463 703 001NL
-18-
Herstraling van ongeaarde metalen voorwerpen: Een belangrijke factor die bijdraagt aan de interferentie is de
herstraling van ongeaarde metalen voorwerpen in de buurt van de lasdraden. Een eectieve aarding van dergelijke
objecten zal in de meeste gevallen herstraling voorkomen.
4.4 Interferentie hoge frequentie
!
WAARSCHUWING!
Het hoogfrequente gedeelte van dit apparaat heeft een uitgang net als een radiozender.
The Stroombron should NOT be used near blasting GEBRUIKs due to the USE SAFETY TRANS
of
premature ring.
!
WAARSCHUWING!
Gebruik in de buurt van computers kan leiden tot computerstoringen.
!
WAARSCHUWING!
HOOGFREQUENTE VELDEN KUNNEN GEVAARLIJK ZIJN VOOR DE GEZONDHEID. Extra preLET
OPs may be
required when this Lasstroombron is used in a domestic situation. Welders with
medical pacemakers should consult their doctor before Lassen. EMF kan sommige pacemak-
ers storen.
!
WAARSCHUWING!
Equipotentiële binding:
Het hechten van alle metalen onderdelen in en naast de lasinstallatie kan worden overwo-
gen. Metalen onderdelen die aan het werkstuk zijn vastgehecht, verhogen echter het risico
dat de gebruiker een schok kan krijgen door de metalen onderdelen en de elektrode tegeli-
jkertijd aan te raken. De gebruiker moet geïsoleerd zijn van al deze metalen onderdelen die
met elkaar verbonden zijn.
!
WAARSCHUWING!
Aarding/gronding van de werkplek:
Er moet voorkomen worden dat de aarding van het werkstuk de kans op letsel bij de ge-
bruiker of schade aan andere elektrische apparatuur vergroot. Het wijzigen van de aard-
ingsvoorzieningen mag alleen worden goedgekeurd door een persoon die bevoegd is om
te beoordelen of de veranderingen het risico op letsel verhogen.
!
WAARSCHUWING!
Het belang van een correcte installatie van hoogfrequente lasapparatuur kan niet genoeg
worden benadrukt. Interferentie als gevolg van hoogfrequent geïnitieerde of gestabili-
seerde boog is bijna altijd te wijten aan onjuiste installatie. Een bevoegd persoon, zoals
een erkend elektricien, moet de installatie uitvoeren om letsel, de dood of schade aan de
apparatuur te voorkomen.
4 INSTALLATIE
0463 703 001NL
-19-
4.5 Netvoeding
OPMERKING!
Eisen aan de netvoeding
Deze apparatuur voldoet aan IEC 61000-3-12 op voorwaarde dat het kortsluitvermo-
gen groter is dan of gelijk is a
an Ss
cmin op het grenspunt tussen de voeding van de
gebruiker en het openbare systeem. Het is de verantwoordelijkheid van de installateur
of gebruiker van de apparatuur om er, indien nodig in overleg met de netbeheerder,
voor te zorgen dat de apparatuur alleen wordt aangesloten op een netvoeding met een
kortsluitvermogen groter dan of
geli
jk aan Sscmin. Raadpleeg de technische gegevens in
het hoofdstuk TECHNISCHE GEGEVENS.
De voedingsspanning moet 230 V AC ±10% of 120 V AC ±10% bedragen. Een te lage voedingsspanning kan leiden tot slechte
lasprestaties. Een te hoge voedingsspanning leidt tot oververhitting van de componenten en mogelijk tot uitval. Neem
contact op met het plaatselijke elektriciteitsbedrijf voor informatie over het type elektrische aansluiting dat beschikbaar
is, hoe de juiste aansluitingen moeten worden gemaakt en de vereiste inspectie.
De lasstroombron moet zijn:
Correct geïnstalleerd, indien nodig, door een gekwaliceerde elektricien.
Correct geaard (elektrisch) volgens de plaatselijke voorschriften.
Aangesloten op het juiste formaat stroompunt en zekering zoals in de onderstaande tabellen.
OPMERKING!
Gebruik de lasstroombron in overeenstemming met de geldende nationale voorschrif-
ten.
LET OP!
Ontkoppel de ingangsspanning en beveilig deze met behulp van de "lockout-tagout-
Procedures". Zorg ervoor dat de stroomonderbreker van de ingangsstroomkabel is
vergrendeld (lockout-tagout) in de "open"-stand VOORDAT de zekeringen van de in-
gangsstroom worden verwijderd. Het aansluiten/afkoppelen moet worden uitgevoerd
door bekwame personen.
4 INSTALLATIE
0463 703 001NL
-20-
4.6 Aanbevolen elektrische voedingsspecicaties
!
WAARSCHUWING!
An ELEKTRISCHE SCHOK or BRANDGEVAAR is probable if the following electrical SERVICE
guide
recommendations are not followed. Deze aanbevelingen gelden voor een apart voedings-
circuit dat is afgestemd op het nominale vermogen en de inschakelduur van de lasstroom-
bron.
Aanbevolen elektrische voedingsspecicaties: 120–230 V, 1 – 50/60 Hz
Specicatie 230 V AC 120 V AC
Ingangsstroom bij maximaal vermogen 33 A 30 A
Maximum Aanbevolen fuse* or Stroomonderbreker Clas-
sicatie
*Trage zekering UL-klasse RK5, raadpleeg UL 248
40 A 30 A
Maximum Aanbevolen fuse* or Stroomonderbreker Clas-
sicatie
Normale werking UL-klasse K5, zie UL 248
50 A 50 A
Aanbevolen minimumafmeting van het snoer 2,5 mm (13 AWG) 2,5 mm (13 AWG)
Maximale aanbevolen lengte van het verlengsnoer 15 m (50 ft) 8 m (25 ft)
Aanbevolen minimumafmeting van de aardleiding 2,5 mm (13 AWG) 2,5 mm (13 AWG)
4.7 Voeding door stroomgeneratoren
De stroombron kan worden geleverd door verschillende typen generatoren. Het is echter mogelijk dat sommige genera-
toren niet voldoende stroom leveren om de lasstroombron correct te laten Functieeren.
Generatoren met automatische spanningsregeling of met een gelijkwaardige of betere regeling, met een nominaal ver-
mogen van minimaal 8 kW 1 fase, worden aanbevolen.
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-21-
5 GEBRUIK
Algemene veiligheidsvoorschriften voor de omgang met het apparaat vindt u in het hoofdstuk "Veiligheid". Lees
het door voordat u de apparatuur start.
OPMERKING!
Gebruik bij het verplaatsen van de apparatuur de daarvoor bestemde handgreep.
Trek nooit aan de kabels.
!
WAARSCHUWING!
Draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken, wees zeer voor-
zichtig.
!
WAARSCHUWING!
ELEKTRISCHE SCHOKKEN! Raak het werkstuk of de laskop tijdens het gebruik niet
aan!
!
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de zijafdekkingen tijdens het gebruik gesloten zijn.
!
WAARSCHUWING!
Draai de spoelbout vast om te voorkomen dat deze van de naaf glijdt.
LET OP!
Controleer voor elk gebruik of dit het geval is:
De toortsbehuizing en de toortskabel en draden zijn niet beschadigd.
De contactpunt op de toorts is niet beschadigd.
De nozzle van de toorts is schoon en bevat geen vuil.
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-22-
5.1 Aansluitingen en regelingen
10
1
2
3
5
4
6
9 8 7
13
12 11
15
14
Afbeelding 1. Voor- en achteraanzicht: Model EMP 205ic AC/DC
1. Knob for Stroom or Draadaanvoersnelheid selection 9. Polariteitswisselkabel
2. Knop voor het selecteren van de spanning
10. Scherm
3. Hoofdknop voor navigatie van het menu
11. Gasinlaat voor MIG/MAG
4. Gasuitlaat
12. Gasinlaat voor TIG
5. Aansluiting toorts/afstandsbediening
13. Hoofdschakelaar AAN/UIT
6. Aansluiting toorts
14. Netvoedingskabel
7. Negatieve uitgang [-]
15. Labels
8. Positieve uitgang [+]
1 (U)
2 (L)
3 (M)
Afbeelding 2. Functie van de bedieningsknoppen van de gebruikersinterface
1. (U) Bovenste bedieningsknop: (a) Stroomuitgang-
swaarde instellen
(b) Draadaanvoersnelheid instellen
3. (M) Navigatie menu: Druk om te selecteren
2. (L) Onderste bedieningsknop: (a) Selectie MIG-spanning
(b) Spanning SMIG inkorten (c) MMA-modus: Boog AAN/UIT
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-23-
OPMERKING!
De onderste bedieningsknop (2) in de MMA-modus schakelt de stroomuitvoer in of uit. Wanneer het
uitgangsvermogen is ingeschakeld, wordt de achtergrond van het scherm oranje (zie het hoofdstuk
"BEDIENINGSPANEEL").
5.2 Aansluiting van las- en retourkabels
De stroombron heeft twee uitgangen voor het aansluiten van las- en retourkabels: een negatieve [-] aansluitklem (7) en
een positieve [+] aansluitklem (8) (zie afbeelding 1).
5.2.1 Voor MIG-/MMA-processen
Bij MIG-/MMA-processen is de uitgang waarop de laskabel wordt aangesloten afhankelijk van het type elektrode. Raad-
pleeg de elektrodeverpakking voor informatie over de juiste elektrodepolariteit. Sluit de retourkabel aan op de resterende
aansluitklem (9) van de stroombron.
Bevestig de contactklem van de retourkabel aan het werkstuk en zorg voor een goed elektrisch contact. Sluit de toortsCon-
nector aan op de toortsaansluiting (6).
OPMERKING!
Geleidingstabel MIG-lassen:
Op de achterkant van de deur aan de spoelzijde is een MIG-lasgeleidingstabel voor de eerste selectie
van lasbesturingen te zien. Dit is bedoeld als richtlijn voor het instellen van ParaMeter op dit apparaat.
5.2.2 Voor TIG-processen
Voor TIG-processen sluit u de TIG-toortsvoedingskabel aan op de negatieve [-] aansluitklem (7), zie afbeelding. Sluit de
gasinlaatmoer van de TIG-toorts aan op de gasuitlaatConnector (4) aan de voorkant van de stroombron. Sluit de snelkop-
peling voor de gasinlaat (12) op het achterpaneel aan op een geregelde, afgeschermde gasbron. Connect the work return
lead to the return-cable terminal Positieve uitgang [+](9). Sluit de toortsConnector aan op de negatieve uitgang [-] (7) (zie
afbeelding 1).
5.3 Polariteitswissel
1
Afbeelding 3. Aansluitingen voor het omschakelen van de polariteit
1. Polariteitswisselkabel (niet aangesloten in staaf- of TIG-modus)
Controleer de aanbevolen polariteit van de lasdraad die u wilt gebruiken. Raadpleeg de elektrodeverpakking voor informatie
over de juiste elektrodepolariteit. De polariteit kan worden veranderd door de polariteitswisselkabel te verplaatsen, om de
polariteit aan te passen aan het toepasselijke lasproces.
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-24-
5.4 Beschermgas
De keuze van het geschikte beschermgas is afhankelijk van het materiaal. Gewoonlijk wordt zacht staal gelast met gemengd
gas (Ar + CO2) of 100% kooldioxide (CO2). Roestvrij staal kan gelast worden met gemengd gas (Ar + CO2) of trimix (He + Ar
+ CO2). Aluminium en siliciumbrons gebruiken zuiver argongas (Ar). In de sMIG-modus (zie "sMIG-modus" in de paragraaf
"BEDIENINGSPANEEL") wordt automatisch de optimale lasboog met het gebruikte gas ingesteld.
5.5 Krommen spanning-stroomsterkte
De onderstaande krommen tonen de maximale spanning en stroomsterkte van de stroombron voor drie veelgebruikte
lasprocesinstellingen. Andere instellingen resulteren in krommen die tussen deze krommen vallen.
A= lasstroomsterkte (ampère), V = uitgangsspanning
5.5.1 SMAW (staaf) 120 V
Afbeelding 4. 120 V inschakelduur SMAW (staaf)
5.5.2 SMAW (STAAF) 230 V
Afbeelding 5. SMAW (STAAF) 230 V Inschakelduur
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-25-
5.5.3 GMAW (MIG) 120 V
Afbeelding 6. 120 V inschakelduur GMAW (MIG)
5.5.4 GMAW (MIG) 230 V
Afbeelding 7. GMAW (MIG) 230 V Inschakelduur
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-26-
5.5.5 GTAW (DC TIG) 120 V
Afbeelding 8. 120 V inschakelduur GTAW (DC TIG)
5.5.6 GTAW (DC TIG) 230 V
Afbeelding 9. GTAW (DC TIG) 230 V Inschakelduur
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-27-
5.5.7 GTAW (AC TIG) 120 V
Afbeelding 10. 120 V inschakelduur GTAW (AC TIG)
5.5.8 GTAW (AC TIG) 230 V
Afbeelding 11. GTAW (AC TIG) 230 V Inschakelduur
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-28-
5.5.9 Inschakelduur
25% Inschakelduur
De EMP 205ic AC/DC heeft een lasstroomuitgang van 205 A bij 25% inschakelduur (230 V). Een zelfresetende thermostaat
beschermt de stroombron als de inschakelduur wordt overschreden.
Bijvoorbeeld: Als de stroombron op 25% inschakelduur werkt, zal deze maximaal 2,5 minuten per 10 minuten de nominale
stroomsterkte leveren. De resterende tijd, 7,5 minuten, moet de stroombron afkoelen.
Afbeelding 12. Voorbeeld van 25% inschakelduur
Een andere combinatie van inschakelduur en lasstroomsterkte kan worden gekozen. Gebruik de onderstaande graeken
om de juiste inschakelduur voor een bepaalde lasstroomsterkte te bepalen.
Afbeelding 13. Inschakelduur voor 120 V berekenen
Afbeelding 14. Plotting Inschakelduur for 230 V
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-29-
5.6 Spoel verwijderen/installeren
OPMERKING!
Het gas hoeft voor deze Procedure niet te worden aangesloten. Voor deze Proce-
dure moet de stroom worden uitgeschakeld.
De veer stelt de "remwaarde" in tegen de draadaanvoermotor en de trekkracht van de rolaanvoerwielen. Draai bout "A"
vast, zie onderstaande afbeeldingen, handvast.
Verwijder/installeer de spoel zoals hieronder aangegeven.
100 mm (4 in.)
200 mm (8 in.)
Afbeelding 15. De borgmoer van de 100 mm spoel (4 inch) vastdraaien
5.7 Selectie van de voering
Raadpleeg de gebruikersHendeliding van de toorts op de USB-STAAF om de juiste vervangende voering te kiezen voor het
type en de Diameter van de gebruikte draad.
5.8 Draad installeren/verwijderen
OPMERKING!
If installing aluminium wire, see "Lassen with aluminium wire" GEDEELTE.
De EMP 205ic AC/DC is geschikt voor de twee kleinere spoelmaten 100 mm (4 inch) en 200 mm (8 inch). Raadpleeg het
hoofdstuk "TECHNISCHE GEGEVENS" voor geschikte draadmaten voor elk draadtype.
1
2
4
3
5
6
Afbeelding 16. Aanzicht van de draadspoelzijde
1. Spoelnaaf 4. De zijafdekking openen
2. EMC-FILTER 5. Gasklep
3. Stroomonderbreker 6. Wire-feed mechanism
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-30-
!
WAARSCHUWING!
Plaats of richt de toorts niet op het gezicht, de hand of het lichaam omdat dit kan
leiden tot letsel.
!
WAARSCHUWING!
Gevaar voor beknelling bij het vervangen van de draadspoel! Gebruik geen veilig-
heidshandschoenen wanneer u de lasdraad tussen de aanvoerrollen plaatst.
OPMERKING!
Zorg ervoor dat de juiste aanvoer-/drukrollen worden gebruikt. Voor meer infor-
matie zie SLIJTAGEONDERDELEN.
OPMERKING!
Vergeet niet het juiste contactpunt in de lastoorts te gebruiken voor de gebruikte
draadDiameter. De toorts is voorzien van een contactpunt voor 0,8 mm (0,030
inch) draad. If you use
another Diameter you must change the contact tip and Aandrijvingsrol. De in de
toorts gemonteerde draadvoering wordt aanbevolen voor het lassen met Fe- en
SS-draden.
5.8.1 Draad installeren
1. Schakel het apparaat uit.
2. Open de zijafdekking.
3. Maak de drukrolarm los door de spanschroef naar u toe te drukken (1).
4. Til de drukrolarm omhoog (2).
!
LET OP!
Houd de MIG-lasdraad goed vast om te voorkomen dat deze ontrafelt.
5. Met de MIG-lasdraadaanvoer vanaf de onderkant van de spoel wordt de elektrodekabel door de inlaatgeleider (3), tus-
sen de rollen, door de uitlaatgeleider en in de MIG-toorts gevoerd.
6. Draai de spanschroef van de drukrolarm en draadaandrijving weer vast en stel de druk zo nodig bij.
7. Schakel het apparaat in.
8. Met de MIG-toortskabel redelijk recht, voert u de draad door de MIG-toorts door de drukschakelaar in te drukken.
9. Sluit de zijafdekking.
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-31-
Afbeelding 17. Draadaanvoermechanisme
5.8.2 Draad verwijderen
1. Schakel het apparaat uit.
2. Knip het uiteinde van de MIG-lasdraad af dat uit de toorts steekt.
3. Open de zijafdekking.
4. Maak de drukrolarm los door de spanschroef naar u toe te drukken (1).
5. Til de drukrolarm omhoog (2).
!
LET OP!
Houd de MIG-lasdraad goed vast om te voorkomen dat deze ontrafelt.
6. Wikkel de draad op de spoel door de spoel handmatig rechtsom te draaien. Zodra de draad volledig op de spoel is
gewikkeld, moet het uiteinde aan de spoel worden bevestigd om te voorkomen dat de draad wordt ontrafeld.
7. Sluit de zijafdekking.
5.9 Lassen met aluminiumdraad
OPMERKING!
Ga na het voltooien van de instructies in deze paragraaf terug naar de paragraaf
"5.8 Draad installeren/verwijderen".
Om aluminium te lassen met behulp van de standaard meegeleverde toorts, raadpleegt u de gebruikersHendeliding van de
MIG-toorts voor het vervangen van de standaard stalen toortsdoorvoervoering door een Teon®-toortsdoorvoervoering.
Model EMP 205ic AC/DC maakt gebruik van toortsmodel: MXL™ 270 A MIG-toorts met 3 m (10 ft) kabel (voor FCW 1,2
mm)
Bestel de volgende accessoires:
Teon®-toortsdoorvoering (PTFE-voering), 3 m (10 ft): Raadpleeg de paragraaf ONDERDELEN (tabel draadvoering) in de
gebruikersHendeliding voor ESAB-toortsen (zie de opmerking hierboven).
Teon® gecoate uitgangsdraadgeleidingsbuis (kies de maat die overeenkomt met de draad uit de tabel in de paragraaf
Slijtageonderdelen).
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-32-
5.10 Draadaanvoerdruk instellen
OPMERKING!
Voor deze Procedure moet het apparaat ingeschakeld zijn. Het gas hoeft voor
deze Procedure niet te worden aangesloten.
1. Schakel het apparaat in.
2. Begin met ervoor te zorgen dat de draad soepel door de draadgeleider beweegt.
!
LET OP!
Het is belangrijk dat de aanvoerdruk niet te hoog of te laag is.
3. Controleer of de aanvoerdruk correct is ingesteld, voer de draad uit tegen een geïsoleerd voorwerp, bijvoorbeeld een
stuk hout.
4. Instellen voor minimale roldruk:
Wanneer u de lastoorts ongeveer 6 mm (¼ inch) van het stuk hout houdt (zie afbeelding 12), moeten de draadaanvoer-
rollen slippen. Als dit niet het geval is, verminder dan de spanning op de draad door de spanknop op de draadaanvoer
te verstellen.
6 mm
Afbeelding 18. Controleer de aanvoerrol op slippen, wat aangeeft dat er geen overdruk is
5. Instellen voor de juiste roldruk:
If you hold the Lassen torch approximately 50 mm (2 in. ) from the piece of wood, the wire should be fed out and bend
(Afbeelding 13).
!
LET OP!
Draag of bescherm het gelaat, de ogen en het lichaam tegen het draadeinde.
50 mm
Afbeelding 19. Controleren of de aanvoerroldruk correct is
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-33-
5.11 Vervangen van de draadaanvoerrol
!
WAARSCHUWING!
Schakel de voeding naar het apparaat uit voordat u met deze taak begint.
OPMERKING!
Voor deze Procedure hoeft er geen gas te worden aangesloten.
Standaard worden verschillende paar aanvoerrollen met dubbele groeven geleverd (vermeld in de paragraaf Slijtageon-
derdelen). Vervang de aanvoerrollen om ze aan te passen aan de draadmaat/het type draad op de draadspoel. Raadpleeg
de paragraaf Slijtageonderdelen voor selectie van de aanvoerrol. Figuur 20 toont de plaats van de draadaanvoerrollen. De
drukrollen worden niet vervangen.
1
2
3
Afbeelding 20. Plaats van draadaanvoerrollen en drukrollen
1. Drukrol 3. Vergrendelingsknop
2. Draadaanvoerrolr
OPMERKING!
Het visuele label dat op de zijkant van een draadaanvoerrol is gestempeld en naar
u is gericht, geeft de maat van de draad-groef aan op de tegenoverliggende (bin-
nen)zijde van de rol aan. De gekozen groef moet overeenkomen met de gebruikte
draadmaat. Elke rol is ontworpen om twee groefmaten op te nemen. De groefmaat
van een rol, naar u gericht, komt overeen met de groef aan de andere kant van de rol.
Installeer de gewenste maat groef met het label op de zijkant van de rol naar u toe
gericht.
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-34-
5.11.1 Draadaanvoerrol verwijderen
1. Als er nieuwe rollen worden geïnstalleerd, kies dan de juiste maat en type (U-groef, V-groef of gekarteld) voor de te
installeren draad (zie paragraaf Slijtageonderdelen).
2. Koppel de elektrische stroombron los van het apparaat.
3. Open de afdekking aan de draadspoelzijde van het EMP-apparaat.
4. Voordat u de spanknop verdraait: noteer de numerieke instelling zoals aangegeven op de behuizing direct onder de
handgreep. Registreer dit nummer om de spanning te resetten naar binnen het bereik. Het hoofdstuk "Draadaanvoerdruk
instellen" wordt de jnafstelling voor deze spanningsregeling beschreven.
OPMERKING!
Omdat de druk van de draadaanvoer moet worden verstoord om deze arm los te
laten, moet de spanning op de rol in een latere stap opnieuw worden ingesteld.
Het registreren van het ongestoorde schaalnummer in de vorige stap verge-
makkelijkt het proces aan het einde van de procedure om de spanning nauwke-
urig in te stellen.
5. Maak de spanarm los door de spanknop los te draaien, uit de vergrendeling te trekken en naar u toe te draaien (zie 1 in
afbeelding 10). Omdat de druk van de draadaanvoer moet worden verstoord om deze arm los te laten, moet de spanning
op de rol in een latere stap opnieuw worden ingesteld.
OPMERKING!
De spanarm is geveerd. Het zal opduiken wanneer de spanknop uit de weg
wordt gedraaid.
6. Til de draad uit de groef.
7. Verwijder de draadaanvoerrol door de vergrendelingsknop te verwijderen en de rol van de as te schuiven.
!
LET OP!
Let er bij het verwijderen van de rol op dat u de spie van de hoofdaandrijfas niet
verliest. Als dit niet gebeurt, is het gehele apparaat onbruikbaar totdat dit onder-
deel wordt vervangen.
5 GEBRUIK
0463 703 001NL
-35-
5.11.2 Draadaanvoerrol installeren
1. Installeer de aandrijfrol (in de juiste maat en in de juiste groefrichting). Controleer of de juiste maat groef aan de bin-
nenzijde is georiënteerd (zie afbeelding 21).
OPMERKING!
De draadaanvoerrollen worden ofwel vervangen (overeenkomstig de maat en
het type van de nieuwe draad die wordt geïnstalleerd) of opnieuw gebruikt als
dezelfde maat en hetzelfde type draad wordt vervangen.
1
Afbeelding 21. Draadaanvoerrollen zijn verkrijgbaar in verschillende maten
1. Label en bijbehorende groef
OPMERKING!
Label op de rolzijde komt overeen met de groef aan de andere kant van de rol.
2. Draai de vergrendelingsknop van de aandrijfrol vast door deze rechtsom te draaien. Handvast is voldoende.
3. Leg de draad in de binnengroef van de draadaanvoerrol.
OPMERKING!
Als de draad is verwijderd (niet alleen uit de groef in de rol gehaald), dan moet
de draad opnieuw worden geïnstalleerd (zie paragraaf "Draad installeren").
4. Sluit de drukrollen op de draad.
5. Pas de draadaanvoerdruk aan door de spanning op de draad bij de draadaanvoerrollen aan te passen door aan de
spanknop te draaien volgens de Procedure in de paragraaf "Instellen van de draadaanvoerdruk".
6. Sluit de afdekking aan de draadspoelzijde van het EMP-apparaat.
6 BEDIENINGSPANEEL
0463 703 001NL
-36-
6 BEDIENINGSPANEEL
De algemene veiligheidsvoorschriften voor de omgang met het apparaat vindt u in de paragraaf "Veiligheids-
maatregelen" in het hoofdstuk "VEILIGHEID" van deze Hendeliding. Algemene informatie over de bediening vindt
u in het hoofdstuk "GEBRUIK" van deze Hendeliding. Lees en volg de veiligheidspraktijken van uw werkgever
voordat u deze apparatuur installeert, gebruikt of onderhoudt.
OPMERKING!
Na het inschakelen verschijnt het hoofdmenu op het bedieningspaneel.
6.1 Hoe te navigeren
1. Bovenste bedieningsknop
a) Stroomuitgangswaarde instellen
b) Draadaanvoersnelheid instellen
2. Onderste bedieningsknop
a) Selectie MIG-spanning
b) Spanning SMIG inkorten
c) MMA-modus: Boog AAN/UIT
d) DC TIG: PPS instellen
e) AC TIG: Balans instellen
3. Navigatie menu: Druk om te selecteren
6.2 Startscherm EMP 205ic AC/DC
1. sMIG-modus
2. Handmatige MIG-modus
3. Modus gasloze gevulde draad
4. MMA-modus
5. DC TIG-modus
6. AC TIG-modus
7. Instellingen
8. GebruikersHendeliding
9. Dialoogvenster
6.2.1 sMIG-modus
Basis:
1. Startscherm
2. Informatie
3. Geheugen
4. Selectie materiaal
5. Draadaanvoersnelheid
6. Indicator materiaaldikte
7. Dialoogvenster
1 (U)
2 (L)
3 (M)
3
2
5
4
1
6
7
8
9
5
6
3
4
2
1
7
6 BEDIENINGSPANEEL
0463 703 001NL
-37-
Geavanceerd:
1. Startscherm
2. Informatie
3. Geheugen
4. Selectie materiaal
5. Selectie parameter
6. Draadaanvoersnelheid
7. Indicator materiaaldikte
8. Trimaanpassing spanning
9. Dialoogvenster
6.2.2 Handmatige MIG-modus
Basis:
1. Startscherm
2. Informatie
3. Geheugen
4. Selectie materiaal
5. Draadaanvoersnelheid
6. Aanpassing spanning
7. Dialoogvenster
Geavanceerd:
1. Startscherm
2. Informatie
3. Geheugen
4. Selectie materiaal
5. Selectie parameter
6. Draadaanvoersnelheid
7. Aanpassing spanning
8. Dialoogvenster
6.2.3 Modus gasloze gevulde draad
Basis:
1. Startscherm
2. Informatie
3. Geheugen
4. Draadaanvoersnelheid
5. Aanpassing spanning
6. Dialoogvenster
4
5
3
2
1
6
6
7
3
2
5
4
1
9
8
5
63
4
2
1
7
6
7
3
2
5
4
1
8
6 BEDIENINGSPANEEL
0463 703 001NL
-38-
Geavanceerd:
1. Startscherm
2. Informatie
3. Geheugen
4. Selectie parameter
5. Draadaanvoersnelheid
6. Aanpassing spanning
7. Dialoogvenster
6.2.4 MMA-modus
Basis:
1. Startscherm
2. Informatie
3. Geheugen
4. Afstellen stroomsterkte
5. Lasuitgangsspanning
(Open circuit spanning of boog)
6. Dialoogvenster
7. Boog AAN/UIT
Blauw verandert in oranje wanneer de uitvoer "heet" is.
Geavanceerd:
1. Startscherm
2. Informatie
3. Geheugen
4. Selectie parameter
5. Stroomsterkte
6. Lasuitgangsspanning
(Open circuit spanning of boog)
7. Boog AAN/UIT
8. Dialoogvenster
Blauw verandert in oranje wanneer de uitvoer "heet" is.
6.2.5 DC TIG-modus
Basis:
1. Startscherm
2. Informatie
3. Geheugen
4. Puls
5. Stroomsterkte
6. Dialoogvenster
5
6
3
4
2
1
7
5
6
3
4
2
1
7
5
6
3
4
2
1
7
8
5
3
4
2
1
6
6 BEDIENINGSPANEEL
0463 703 001NL
-39-
Geavanceerd met puls UIT:
1. Startscherm
2. Informatie
3. Geheugen
4. Puls
5. Selectie parameter
6. Stroomsterkte
7. Dialoogvenster
Geavanceerd met puls AAN:
1. Startscherm
2. Informatie
3. Geheugen
4. Puls
5. Selectie parameter
6. Stroomsterkte
7. Dialoogvenster
8. Piektijd
6.2.6 AC TIG-modus
Basis:
1. Startscherm
2. Informatie
3. Geheugen
4. Stroomsterkte
5. Dialoogvenster
Geavanceerd
1. Startscherm
2. Informatie
3. Geheugen
4. Selectie parameter
5. Stroomsterkte
6. Balans
7. Dialoogvenster
4
3
2
1
5
5
6
3
2
4
1
7
6
3
4
2
1
7
5
6
3
4
2
1
7
5
8
6 BEDIENINGSPANEEL
0463 703 001NL
-40-
6.3 Instellingen
1. Resetmodi
2. Inch/metrisch
3. Basis/geavanceerd
4. Taalinstellingen
5. Informatie
6. Startscherm
7. Dialoogvenster
6.4 Informatie gebruikersHendeliding
1. Onderhoudsinformatie
2. Slijtage-/reserveonderdelen
3. Gebruikersinformatie
4. Startscherm
5. Dialoogvenster
6.5 ReferentieHendeliding ICOONen
OPMERKING!
SCT - Kortsluitingsbeëindiging is een methode om automatische burnback aan het
einde van de las om de draad elektrisch af te snijden door hoge stroom te Pulsren in
een gecontroleerd proces. Het resultaat is een mooi schoon draaduiteinde zonder
ballen of kleven aan de lasplas of de punt.
Dit maakt het mogelijk om de volgende lassen zonder uitzondering te herstarten.
Deze functie is voornamelijk voor het kortebooglassen van zacht en roestvrij staal.
Voor sproeilassen en lassen met gevulde draad wordt de traditionele Burn back
aanbevolen. Wanneer de burnbacktijd op nul is ingesteld, wordt SCT automatisch
ingeschakeld. Een niet-nul instelling van Burn back schakelt de SCT uit.
6 BEDIENINGSPANEEL
0463 703 001NL
-41-
ICOON BETEKENIS ICOON BETEKENIS
Start Selectie punttijd aan/uit
(gebruik de navigatieknop en
druk op de knop om een keuze
te maken op het scherm)
Burn back
Adjusting the time when the
Spanning stays on after the wire-
feed is stopped to keep the wire
from freezing in the weld puddle
SELECTIE SCT OP
HET SCHERM
Kortsluitingsbeëindiging
(SCT: zie opmerking hierboven)
AAN: burnback ingesteld op nul
UIT: burnback ingesteld op niet-
nul.
Informatie Draadaanvoersnelheid
MIG-toorts Punttijd na aanpassing
ParaMeter Gevuld
ParaMeter Handmatig MIG
Percentage STAAF
Voorstroming De tijd dat het
beschermgas blijft ingeschakeld
voordat de lasboog wordt
gestart
Slimme MIG
Nastroming De tijd dat het
beschermgas blijft ingeschakeld
nadat de lasboog is gestopt
Lift-TIG
Seconden Opslaan van lasProgram-
mamas voor een specieke
toepassing wanneer deze in de
geheugenmodus staan
Instellingen in het handmatige
gebruikersmenu
Annuleren
Spoeltoorts
(Niet alle markten)
Afstandsbediening
Instellingen Voetbediening
2T, drukschakelaar aan/uit Spanning
4T, Schakelaar
Hold/Lock
GebruikersHendeliding op het
hoofdmenu
6 BEDIENINGSPANEEL
0463 703 001NL
-42-
ICOON BETEKENIS ICOON BETEKENIS
Ampère Plaatdikte bij sMIG-modus
Boogkracht op staaassen ver-
hoogt de stroomsterkte wanneer
de booglengte wordt verkort om
het bevriezen van de staafelek-
trode in de lasplas te vermind-
eren of te elimineren
Trimbalk Veranderen van het
laskraalproel van vlak naar
convex of van vlak naar concaaf
Afbouw De stroomsterkte aan
het einde van de lascyclus over
een bepaalde periode afbouwen
Geavanceerde instellingen
Hete start De toename van de
stroomsterkte bij het raken van
de elektrode om het kleven te
verminderen
Basisinstellingen
Inductie De toevoeging van in-
ductie in de boogkarakteristiek-
en om de boog te stabiliseren en
spatten te verminderen wanneer
in het kortsluitingsproces
Taalkeuze
Geheugen
Mogelijkheid om lasProgram-
mamas op te slaan voor een
specieke toepassing
Selectie staafelektrode
Opbouwen
De stroomsterkte aan het begin
van de lascyclus in de loop van
de tijd opbouwen
Meeteenheid
DraadDiameter Laskraalproel, concaaf
DC-TIG Laskraalproel, convex
AC-TIG Puls
Opbouwen/afbouwen Puls AAN/UIT
Hz Achtergrondstroom
Piektijd Balans
6 BEDIENINGSPANEEL
0463 703 001NL
-43-
ICOON BETEKENIS ICOON BETEKENIS
Oset Frequentie
Ophalen Wissen
Dubbele stroomsterkte Amin
Hoogfrequentie start Tilboog
Voorstroming/nastroming
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-44-
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
7.1 DC TIG-lassen
Onderstaande afbeelding toont de navigatie/opstelling van DC TIG-lassen in geavanceerde modus (A-B-C-D-E-F-G-H-I-J-
K-L-M-N-O-P-Q-R-S-T).).
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-45-
7.1.1 DC TIG-puls
DC TIG-pulslassen wordt voornamelijk gebruikt op dunne metalen, maar kan ook gebruikt worden op dikker materiaal op
basis van de toepassing. Pulsrend stelt de gebruiker in staat om de hoeveelheid warmte die op het werkstuk wordt toegepast
te controleren. De pulsinstelling geeft de gebruiker veel meer controle over het lasproces zonder dat dit ten koste gaat van
de sterkte en integriteit van de las en helpt bij het verkrijgen van een gladde en schone las.
Basismodus:
In de basismodus is de DC TIG-puls standaard ingesteld als achtergrondstroom = 50 %, piektijd = 50 %, PPS = 2.
User must be in Advance Mode to adjust these ParaMeter. Onderstaande afbeelding toont de navigatie/opstelling van de
DC TIG-puls in de basismodus (A-B-C-D).
A
B
CD
Geavanceerde modus:
In de geavanceerde modus heeft de gebruiker de mogelijkheid om de DC TIG pulsinstellingen aan te passen zoals hieronder
uitgelegd.
1. Puls AAN/UIT
2. Achtergrondstroom (%)
3. Piektijd (%)
4. Piek/ingestelde stroomsterkte (A)
5. Hz/PPS (Pulsn per seconde)
Achtergrondstroom (%): De achtergrondstroom is de hoeveelheid stroom waarbij de golfstroom van de DC TIG-puls zich
op de achtergrond bevindt. In het pulsmenu wordt de achtergrondstroom in procenten van de piekstroom aangepast. Kan
ingesteld worden tussen 1 en 99 %.
Piektijd (%): De piektijd is de tijd waarop de golfvorm van de DC TIG-puls het hoogst is. De piektijd wordt aangepast in de
procentuele hoeveelheid PPS. Kan ingesteld worden tussen 1 en 99 %.
Piek/ingestelde stroomsterkte (A): De piekstroom wordt ingesteld met behulp van de bovenste bedieningsknop. Kan
ingesteld worden tussen 5 en 205 A.
2
1 3
4
5
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-46-
Hz/PPS (Pulsn per seconde): De snelheid waarmee de uitgangsstroom van de golfvorm van de DC TIG-puls tussen piekst-
room en achtergrondstroom wisselt, wordt ingesteld met behulp van de onderste bedieningsknop. Kan ingesteld worden
tussen 0,1 en 500.
Onderstaande afbeelding toont de navigatie/opstelling van de DC TIG-puls in de geavanceerde modus (A-B-C-D-E-F-G-H-I-J).
A
B
C
D
E
F
G
H
I J
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-47-
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van de ideale golfvormen van de DC TIG-puls in de basis- en geavanceerde
modus.
50% PEAK
I
BACK
= 50A
I
PEAK
= 100A
User Settings:
I
PEAK
= 100A
Default Settings:
Background = 50%
Peak Time = 50%
Hz/PPS = 2.0
Dual Current Mode = OFF
BASIC MODE WELDING STATE
50% BACK
50% PEAK
50% BACK
70% PEAK
70% PEAK
30% BACK
30% BACK
I
BACK
= 50A
I
PEAK
= 100A
User Settings:
I
PEAK
= 100A
Background = 50%
Peak Time = 70%
Hz/PPS = 3.0
Dual Current Mode = OFF
ADVANCED MODE WELDING STATE
70% PEAK
30% BACK
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-48-
DC TIG-pulsbediening met aangesloten externe stroomsterkteregelaar:
De EMP 205 ondersteunt verschillende afstandsbedieningen die door ESAB worden geleverd.
1. Voetpedaal
2. Handafstandsbedieng
3. Duimafstandsbediening (apart of als onderdeel van de TIG-toorts)
Wanneer de afstandsbediening is aangesloten op de EMP 205 via een 8-polige aansluiting op het voorpaneel, zijn de
achtergrondstroomberekeningen anders dan bij een gewone TIG-toorts met drukschakelaar. Zonder afstandsbediening
is de achtergrondstroomwaarde het ingestelde Percentageage maal de door de gebruiker ingestelde stroomsterkte, maar
met afstandsbediening is het ingestelde Percentageage maal de ingestelde stroomsterkte van de afstandsbediening.
Bijvoorbeeld:
Basismodus: Als de gebruiker de stroom instelt als
I
peak
(A) = 100
De standaardinstellingen voor andere ParaMeter in de basismodus zijn
BackAarde (%) = 50
Piektijd (%) = 50
Hz/PPS (Pulsn per seconde) = 2.0
I
MIN
(A) = 5
De berekende waarde van
I
back
(A) = 50A (I
peak
* 50% = 100 * 0.5)
Dit betekent dat als de afstandsbediening op voluit is ingesteld dat
I
peak
= 100A
I
back
= 50A
maar als de gebruiker de afstandsbediening vervolgens op de helft instelt,
I
peak
= 50A
I
back
= 25A
en als de gebruiker de afstandsbediening op driekwart instelt dan,
I
piek
= 75 A
I
back
= 37A
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-49-
Onderstaande afbeelding toont het bovenstaande voorbeeld in termen van uitgangsstroomgolfvormen in de basismodus.
50% PEAK
I
BACK
= 50A
I
PEAK
= 100A
User Settings:
I
PEAK
= 100A
Default Settings:
Background = 50%
Peak Time = 50%
Hz/PPS = 2.0
Dual Current Mode = OFF
BASIC MODE WELDING STATE WITH REMOTE SET TO ALL THE WAY
50% BACK
I
BACK
= 25A
I
PEAK
= 50A
User Settings:
I
PEAK
= 100A
Default Settings:
Background = 50%
Peak Time = 50%
Hz/PPS = 2.0
Dual Current Mode = OFF
BASIC MODE WELDING STATE WITH REMOTE SET TO HALF WAY
I
BACK
= 37A
I
PEAK
= 75A
User Settings:
I
PEAK
= 100A
Default Settings:
Background = 50%
Peak Time = 50%
Hz/PPS = 2.0
Dual Current Mode = OFF
BASIC MODE WELDING STATE WITH REMOTE SET TO THREE - FOURTH WAY
50% PEAK
50% BACK
50% PEAK
50% BACK
50% PEAK
50% BACK
50% PEAK
50% BACK
50% PEAK
50% BACK
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-50-
Geavanceerde modus: Als de gebruiker de ParaMeter instelt als
I
peak
(A) = 100
Achtergrond (%) = 80
Piektijd (%) = 70
Hz/PPS (Pulsn per seconde) = 3.0
I
MIN
(A) = 5
De berekende waarde van
I
back
(A) = 80A (I
peak
* 80% = 100 * 0.8)
Dit betekent dat als de afstandsbediening op voluit is ingesteld dat
I
peak
= 100A
I
acht
ergrond = 80 A
maar als de gebruiker de afstandsbediening vervolgens op de helft instelt,
I
peak
= 50A
I
back
= 40A
en als de gebruiker de afstandsbediening op driekwart instelt dan,
I
piek
= 75 A
I
back
= 60A
Below illustration shows the above Voorbeeld in terms of Uitgangsstroom waveforms in Geavanceerd mode.
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-51-
70% PEAK
70% PEAK
30% BACK
30% BACK
I
BACK
= 80A
I
PEAK
= 100A
User Settings:
I
PEAK
= 100A
Background = 80%
Peak Time = 70%
Hz/PPS = 3.0
Dual Current Mode = OFF
ADVANCED MODE WELDING STATE WITH REMOTE SET TO ALL THE WAY
70% PEAK
30% BACK
70% PEAK
70% PEAK
30% BACK
30% BACK
I
BACK
= 40A
I
PEAK
= 50A
User Settings:
I
PEAK
= 100A
Background = 80%
Peak Time = 70%
Hz/PPS = 3.0
Dual Current Mode = OFF
ADVANCED MODE WELDING STATE WITH REMOTE SET TO HALF WAY
70% PEAK
30% BACK
70% PEAK
70% PEAK
30% BACK
30% BACK
I
BACK
= 60A
I
PEAK
= 75A
User Settings:
I
PEAK
= 100A
Background = 80%
Peak Time = 70%
Hz/PPS = 3.0
Dual Current Mode = OFF
ADVANCED MODE WELDING STATE WITH REMOTE SET TO THREE-FOURTH WAY
70% PEAK
30% BACK
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-52-
7.1.2 DC TIG dubbele stroomsterkte
De EMP 205 CE introduceert een nieuwe functie, de zogenaamde functie dubbele stroomsterkte in DC TIG (zowel recht als
puls DC) in de Rebel-familie. De functie dubbele stroomsterkte stelt de gebruiker in staat om over te schakelen naar een
lagere stroomsterkte tijdens het lassen van de hoeken of randen zonder de las te stoppen.
De functie dubbele stroomsterkte is alleen beschikbaar in geavanceerde modus wanneer 4-takt is ingeschakeld en
de afstandsbediening is ingesteld op toorts.
Wanneer de modus dubbele stroomsterkte is ingeschakeld, kan deze worden geactiveerd door de drukschakelaar snel in
te drukken tijdens het lassen. One quick tap on Schakelaar (push and release) will Schakelaar the Uitgang weld Stroom
from “Stroom A to “Stroom B”, another quick tap on Schakelaar will Schakelaar the Stroom from “Stroom B” to “Stroom A.
See below picture.
Current A
Current B
Settings:
- 4 Stroke Enabled
- Torch Selected in Remote
- Dual Current Mode Enabled
Trigger
Pressed
Trigger
Released
Quick Trigger Tap
(push and
release)
Trigger
Pressed
Trigger
Released
Below picture illustration shows the navigation/setup of Dubbele stroomsterkte in DC TIG-lassen in Geavanceerd mode
(A-B-C-D-E-F-G).
A
B
C
D
E
F
G
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-53-
The “Stroom B” value is the Percentageage of user set Stroom (“Stroom A”). From above illustration the Dubbele stroomster-
kte Percentageage set to 55% and user set Stroom (“Stroom A”) set to 103A, the “Stroom B” value is 103 x 55% = 56A. When
pulsing the “Stroom B” value for Peak Stroom value is the Dubbele stroomsterkte Percentageage times the peak Stroom
and for Achtergrondstroom the “Stroom B” value is BackAarde Stroom times 0.85. Raadpleeg onderstaande afbeeldingen.
Quick Trigger Tap >100ms and <250ms
Current B = 55A
Current A = 100A
User Settings:
I
SET
= 100A (Current A)
2T/4T = 4T Mode
Dual Current Mode = ON
Dual Current = 55%
ADVANCED MODE WELDING STATE WITH DUAL CURRENT ENABLED
Quick Trigger Tap >100ms and <250ms
Current B(peak) = 56A
Current A = 100A
User Settings:
I
SET
= 100A (Current A)
2T/4T = 4T Mode
Dual Current Mode = ON
Dual Current = 55%
Background = 50%
PeakTime = 70%
Hz/PPS = 3.0
ADVANCED MODE WELDING STATE DC PULSING WITH DUAL CURRENT ENABLED
70% PEAK
70% PEAK
30% BACK
30% BACK
I
BACK
= 51A
I
PEAK
= 103A
70% PEAK
30% BACK
Current B(back) = 43A
70% PEAK
30% BACK
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-54-
7.2 AC TIG-lassen
AC TIG-lassen wordt voornamelijk gebruikt voor non-ferro materialen zoals aluminium. Bij AC TIG-lassen wordt de uitgangsst-
roompolariteit geschakeld tussen elektrode positief (EP) en elektrode negatief (EN). Bij de Rebel 205ic AC/DC varieert de
schakeling van de uitgangspolariteit van 25 - 400 Hz. EN-polariteit zorgt voor de laswerking en EP-polariteit zorgt voor de
reinigende werking.
Basismodus:
In de basismodus heeft AC TIG standaardinstellingen als voorstroming = 0,8 sec, nastroming = 8 sec, opbouw = 0,5 sec,
afbouw = 0,5 sec, Oset = 0, MIN = 5 A, frequentie = 120 Hz en balans = 70%.
User must be in Advance Mode to adjust these ParaMeter.
Geavanceerde modus:
In de geavanceerde modus heeft de gebruiker de mogelijkheid om de AC TIG-instellingen aan te passen zoals hieronder
uitgelegd.
1. Voorstroming
2. Nastroming
3. Opbouwen
4. Afbouw
5. 2T-/4T-modus
6. MIN (A)
7. Oset (A)
8. Frequentie (Hz)
9. Stroomsterkte (A)
10. Balans (%)
MIN (A): De MIN-stroomsterkte wordt gebruikt wanneer u zich in de afstandsbedienings-/voetpedaalmodus bevindt. De
standaardwaarde is 5 A, de gebruiker kan deze waarde aanpassen tot de door de gebruiker ingestelde lasstroomsterkte
om de ondergrens vast te stellen.
De instellingen voor opbouwen en afbouwen zijn alleen instelbaar in de niet-afsstandsbediening-/niet-voetpedaalmodus.
Frequentie (Hz): Frequentie is het aantal keren dat de AC TIG-boog in één seconde schakelt tussen EP en EN. De frequentie
van de Rebel 205 AC/DC varieert van 25 - 400 Hz met een standaardwaarde van 120 Hz. Frequentie helpt bij het versmallen
van het laskraal en het focussen van de lasboog bij speciale toepassingen. Hogere frequenties versmallen de laskraal, heb-
ben een meer gefocuste boog en verhogen de boogstabiliteit. Met andere woorden: de boogkegel is veel strakker bij 400
Hz en gefocust op dezelfde plek waar de wolfraamelektrode naartoe wijst dan de boogkegel die op 60 Hz werkt.
Balans (%): Het hoofdscherm en de encoder rechtsonder worden gebruikt om de balans (%) in de geavanceerde AC TIG-
modus in te stellen. Met de balans kunt u de boogbreedte, de warmte, de reinigende werking etc. regelen.
Voordelen van een verhoging van de balans (d.w.z. een verhoging van het EN-aandeel van de AC TIG-golfvorm):
Bereik een grotere penetratie
Helpt bij het verhogen van de rijsnelheid
Helpt bij het versmallen van de laskraal
Helpt de levensduur van de wolfraamelektrode te verlengen en vermindert de ballenwerking
Vermindert de grootte van het geëtste gebied voor betere afwerking
1
2
3 4
5
6
7 8
9
10
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-55-
Voordelen van het verlagen van de balans (d.w.z. het verhogen van het EP-aandeel van de AC TIG-golfvorm):
Betere reinigende werking om zwaardere oxidatie op de werkplaat te verwijderen
Minimaliseert de penetratie, waardoor het doorbranden van dunne materialen wordt voorkomen
Verbreedt het kraalproel en helpt bij het vangen van beide zijden van het gewricht
OPMERKING!
Het verlagen van de balans naar een lagere waarde bij een bepaalde lasstroomsterkte
zal meer bolle werking hebben op het wolfraam, wat de levensduur van de wolf-
raamelektrode zal verminderen en de boogstabiliteit kan verminderen. U moet dus
opletten dat u de balans niet te laag afstelt.
Oset (A): De Oset-functie in de AC TIG wordt gebruikt om de EP- of EN-stroomsterkten te variëren voor een betere
reiniging of penetratie, zonder de balans (bedrijf) en/of de door de gebruiker ingestelde stroomsterkte aan te passen.
Oset geeft de gebruiker de mogelijkheid om een smallere kraal te hebben met een diepere penetratie en geen zichtbare
reinigingswerking of een bredere kraal met minder penetratie en een duidelijk zichtbare reinigingswerking op basis van
de richting waarin de Oset is ingesteld.
In de geavanceerde AC TIG-modus kan de gebruiker de parameter Oset aanpassen, die varieert van - (UserSetStroom - MIN)
tot + (UserSetStroom - MIN). Bij gebruik van een voetpedaal heeft de ingestelde waarde van de MIN-stroom invloed op het
bruikbare Oset-bereik. Als UserSetStroom bijvoorbeeld is ingesteld op 104 A, dan is het instelbare Oset-bereik van -99
A tot +99 A, omdat de MIN-stroomsterkte 5 A is en het optellen van 5 A tot 99 A resulteert in 104.
Een ander voorbeeld; in het geval van een Oset-instelling op +15 A met een door de gebruiker ingestelde stroomsterkte
van 104 A, wordt de lasstroomsterkte EP = 119 A en EN = 89 A zoals in de onderstaande afbeeldingen weergegeven.
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-56-
Onderstaande afbeelding toont de navigatie/opstelling van AC TIG-lassen in geavanceerde modus (A-B-C-D-E-F-G-H-I-J-K).
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van ideale golfvormen van de AC TIG-uitgangsstroom in de basis- en geav-
anceerde modus.
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-57-
70% EN
70% EN
30% EP
30% EP
EP EP
EN
EN
I
EP
= 100A
I
EN
= 100A
User Settings:
I = 100A
Default Settings:
Balance = 70%
Frequency = 120Hz
Oset = 0A
BASIC MODE WELDING STATE
75% EN
25% EP
EP EP
EN
EN
I
EP
= 80A
I
EN
= 120A
User Settings:
I = 100A
Balance = 75%
Frequency = 180Hz
Oset = -20A
ADVANCED MODE WELDING STATE WITH - 20A OFFSET
25% EP
75% EN
25% EP
EP
EN
75% EN
75% EN
25% EP
EP
EP
EN
EN
I
EP
= 40A
I
EN
= 60A
User Settings:
I = 100A
Balance = 75%
Frequency = 180Hz
Oset = -20A
ADVANCED MODE WELDING STATE WITH - 20A OFFSET WITH REMOTE SET HALF WAY
25% EP
75% EN
25% EP
EP
EN
75% EN
Remote Set to Half Way:
Oset = ( -20 x 50%) = -10A
I
EN
with Oset= 60A
I
EP
with Oset = 40A
75% EN
25% EP
EP EP
EN
EN
I
EP
= 120A
I
EN
= 80A
User Settings:
I = 100A
Balance = 75%
Frequency = 180Hz
Oset = +20A
ADVANCED MODE WELDING STATE WITH +20A OFFSET
25% EP
75% EN
25% EP
75% EN
EP
EN
75% EN
25% EP
EP
EP
EN
EN
I
EP
= 40A
I
EN
= 60A
User Settings:
I = 100A
Balance = 75%
Frequency = 180Hz
Oset = +20A
ADVANCED MODE WELDING STATE WITH +20A OFFSET WITH REMOTE SET HALF WAY
25% EP
75% EN
25% EP
EP
EN
75% EN
Remote Set to Half Way:
Oset = (+20 x 50%) = +10A
I
EN
with Oset= 40A
I
EP
with Oset = 60A
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-58-
7.3 Afbeelding DC TIG-tilboog en 2-takt/4-takt
2-takt- en 4-taktlasproces afgebeeld
De drukschakelaar wordt gebruikt en er vloeit al wat stroom bij het wegnemen van de elektrode om hem te raken.
2-takt
In de 2-taktmodus drukt u op de TIG-drukschakelaar (1) om de stroming van het beschermgas en de
vlamboog te starten. De stroomsterkte bouwt af tot de ingestelde stroomwaarde. Laat de drukschakelaar
(2) los om een begin te maken met het afbouwen van de stroomsterkte en de boog te beëindigen. Het
beschermgas zal blijven stromen om de las en de wolfraamelektrode te beschermen.
Gas pre ow
Gas post ow
Slope up
Slope down
4-takt
In de 4-taktmodus drukt u op de TIG-drukschakelaar (1) om de stroming van het beschermgas en de vlam-
boog op beginniveau te starten. Laat de drukschakelaar (2) los om de stroomsterkte af te bouwen naar
de ingestelde stroomsterktewaarde. Om het lassen te stoppen, drukt u nogmaals op de drukschakelaar
(3). De stroomsterkte bouwt weer af tot het beginniveau. Laat de drukschakelaar (4) los om de boog te
beëindigen. Het beschermgas zal blijven stromen om de las en de wolfraamelektrode te beschermen.
Gas pre ow
Gas post ow
Slope up
Slope down
7 GEBRUIK TIG-LASSEN
0463 703 001NL
-59-
7.4 Selectie en voorbereiding van wolfraamelektroden
Kleurcodering wolfraamelektrode:
Het is belangrijk om het juiste type wolfraamelektrode te kiezen voor het DC of AC TIG-lassen. Hieronder vindt u enkele
van de soorten wolfraamelektroden die op de markt beschikbaar zijn. Wij adviseren het gebruik van 1,5% gelanthaniseerd
wolfraamelektrodestaven met goudkleur gecodeerd met de Rebel EMP 205ic AC/DC.
Oranje: 2% gecerticeerd (op AC)
Blauw: 2% lanthanaat (AC en DC)
Goud 1,5% gelanthaniseerd (AC en DC)*
Rood: 2% doorboord (alleen DC)
Groen: zuiver wolfraam (alleen DC)
* Geleverd met de Rebel EMP 205ic AC/DC.
Slijptechnieken wolfraamelektrode:
De vorm van de wolfraamelektrodepunt speelt een belangrijke rol bij het TIG-lassen. Daarom moet er voorzichtig te werk
worden gegaan bij het slijpen van de wolfraamelektrode. Hieronder vindt u enkele aanbevelingen over hoe u de wol-
fraamelektrode voor gebruik in Rebel 205 moet slijpen.
HOW TO PREPARE TUNGSTEN ELECTRODES
Point for arc of aluminum.
Ball tip for welding by arcing on clean
aluminum.
Wrong - crosswise grind marks
restrict welding current, cause
arc wander, risk inclusions.
Right - lengthwise grind marks
don’t restrict current. Diamond
ground mirror nish is best.
Point for DCEN welding of aluminum
2D
D
.015 to .025 in.
D
2 to 3D
1/4D
8 ONDERHOUD
0463 703 001NL
-60-
8 ONDERHOUD
!
WAARSCHUWING!
Koppel de elektrische stroombron los van het apparaat.
LET OP!
Verwijder geen panelen. De toegang voor de gebruiker is beperkt tot personen met
de juiste vaardigheden als elektricien (geautoriseerd personeel) die de veiligheid-
splaten kunnen verwijderen voor het onderhoud van de draad/spoel.
LET OP!
Het product valt onder een fabrieksgarantie. Elke poging om reparatiewerkzaam-
heden uit te voeren door onbevoegde onderhoudscentra zal de garantie ongeldig
maken.
OPMERKING!
Aanvullend onderhoud moet worden uitgevoerd als u in ernstige stoge omstan-
digheden werkt.
OPMERKING!
Er zijn geen door de gebruiker te onderhouden onderdelen in de voedingszijde van
het EMP-apparaat.
Indien onderhoud aan de voedingszijde nodig is, dient u zich te wenden tot het dicht-
stbijzijnde ESAB-onderhoudscentrum.
8.1 Routinematig onderhoud
Onderhoudsschema onder normale omstandigheden:
Interval Te onderhouden gebied
Elke 3 maanden
Reinig of vervang onlees-
bare Labels
Reinig de lasaansluitklem-
men
Controleer of vervang de
laskabels
Elke 6 maanden
Reinig de binnenkant van
de apparatuur.
8 ONDERHOUD
0463 703 001NL
-61-
8.2 Onderhoud van de stroombron en draadaanvoer
Voer een reiniging van de stroombron uit telkens wanneer u een spoel van Ø100 mm (4 inch) of Ø200 mm (8 inch) draad
vervangt.
!
WAARSCHUWING!
Gebruik altijd hand- en oogbescherming bij het reinigen.
1. Koppel de stroombron los van het ingangscontact.
2. Open de afdekking en ontkoppel de spanning van de drukrol door de spanschroef (1) linksom te draaien en deze ver-
volgens naar u toe te trekken.
3. Verwijder de draad en de draadspoel.
4. Verwijder de toorts en gebruik lage druk perslucht en reinig het binnenste van de stroombron en de luchtinlaat en
-uitlaat van de stroombron. Zorg ervoor dat de draad niet wordt ontrafeld.
5. Controleer of de inlaatdraadgeleider (4), uitlaatdraadgeleider (2) of de aanvoerrol (3) versleten zijn en vervangen
moeten worden. Raadpleeg SLIJTAGEONDERDELEN voor de bestelnummers van onderdelen.
6. Verwijder en reinig de aanvoerrol met een zachte borstel. Reinig de aan het draadaanvoermechanisme bevestigde
drukrol met een zachte borstel.
Afbeelding 22. Onderdelen voor draadaanvoer
1. Spanknop 3. Aanvoerrol
2. Uitlaatdraadgeleider 4. Inlaatdraadgeleider
8 ONDERHOUD
0463 703 001NL
-62-
8.2.1 Reiniging van de draadaanvoereenheid
!
WAARSCHUWING!
Gebruik altijd hand- en oogbescherming bij het reinigen.
1. Koppel de elektrische stroombron los van het apparaat.
2. Open de afdekking aan de draadspoelzijde van het EMP-apparaat.
3. Voordat u de spanknop (1) verdraait: noteer de numerieke instelling zoals aangegeven op de behuizing onder de hen-
del. Registreer dit nummer om de spanning te resetten naar binnen het bereik. GEDEELTE "Draadaanvoerdruk instellen"
describes the ne Aanpassing for this tension Aanpassing.
OPMERKING!
Omdat de druk van de draadaanvoer moet worden verstoord om deze arm los te
laten, moet de spanning op de rol in een latere stap opnieuw worden ingesteld.
Het registreren van het ongestoorde schaalnummer in de vorige stap vergemakke-
lijkt het proces aan het einde van de Procedure om de spanning nauwkeurig in te
stellen.
4. Maak de spanning van de drukrollen los door de spanknop op de spanarm zover linksom te draaien dat deze eerst
omhoog (uit de vergrendelingssleuf) en vervolgens naar u toe wordt getrokken (zie 1 in de afbeelding hierboven). De
spanarm Veert op zodra de spanarm wordt losgelaten. Dit zou de draadbeweging moeten vrijmaken om de draad in
de volgende stap te verwijderen.
5. Gebruik (indien nodig) een zachte borstel of gebruik een geforceerde luchtbron door perslucht te blazen (max. 5 bar)
om alle vuil te verwijderen dat zich in deze ruimte kan hebben opgehoopt. DRAAG OOGBESCHERMING.
6. Controleer of de inlaatdraadgeleiders en de aanvoerrollen versleten zijn en vervangen moeten worden. See "SLIJTA-
GEONDERDELEN" GEDEELTE for Bestellen wear-Onderdeelnummers. See "Draadaanvoerrol verwijderen" subGEDEELTE
in "Removing/Draadaanvoerrol installeren" GEDEELTE in the "GEBRUIK" chapter. Als er geen vervanging nodig is maar
alleen reiniging, ga dan naar de volgende stap.
LET OP!
Let er bij het verwijderen van de rol op dat u de spie van de hoofdaandrijfas niet
verliest. Als dit niet gebeurt, is het gehele apparaat onbruikbaar totdat dit onderdeel
wordt vervangen.
7. Reinig de draadaanvoerrol met een zachte borstel.
8. Reinig de drukrol die aan de spanarm is bevestigd met een zachte borstel.
9. Sluit de spanarm op de draad in de groef van de draadaanvoerrollen.
OPMERKING!
Controleer of de draad in de groef zit en niet uit de groef op het roloppervlak zweeft.
10. Controleer visueel of de draad als een rechte lijn door de hele draadaanvoereenheid loopt.
11. Controleer visueel of de draad per specicatie bij de toortspunt uitsteekt en niet in de toortskop is getrokken.
12. Adjust the wire-feed Druk by adjusting the tension on the wire at the Draadaanvoerrols by turning the Spanknop using
the Procedure in "Draadaanvoerdruk instellen" GEDEELTE.
13. Sluit de afdekking aan de draadspoelzijde van het EMP-apparaat.
8 ONDERHOUD
0463 703 001NL
-63-
8.3 Onderhoud stroomzijde EMP-apparaat
OPMERKING!
Er zijn geen onderdelen aan de stroomzijde die door de gebruiker kunnen worden on-
derhouden. In stoge omgevingen moet de stroomzijde regelmatig worden gecon-
troleerd op stof/vuilophoping door de aan deze zijde gebruikte ventilatorgeforceerde
luchtkoeling.
Vanwege de elektrostatische gevoelige onderdelen en de blootgestelde printplaten
moet elk onderhoud aan deze zijde worden uitgevoerd door een erkend ESAB-onder-
houdstechnicus.
8.4 Onderhoud van de toortsvoering
Raadpleeg de gebruikersHendeliding van de MIG-toorts voor het vervangen van de standaard stalen toortsdoorvoering
door een Teon® -toortsdoorvoering.
8.4.1 Reinigen van toortsvoering
1. Koppel de elektrische stroombron los van het apparaat.
2. Spanknop ontgrendelen, spoel rechtsom draaien terwijl u de draad vasthoudt tot de draad niet meer in de toorts zit.
Zet de draad tussen de spanknop en de rol weer vast.
3. Koppel de toortsconstructie los van het apparaat.
4. Verwijder de voering van de toortsslang en controleer deze op beschadigingen of knikken. Reinig de voering door
perslucht (max. 5 bar) te blazen door het uiteinde van de voering dat het dichtst bij het apparaat is gemonteerd.
5. Installeer de voering opnieuw volgens de instructies in de gebruikersHendeliding van de MIG-toorts
6. Installeer de draad opnieuw door de draadaanvoer tot deze zichtbaar is bij de toortspunt. Controleer of de draad goed
uit de toorts komt.
OPMERKING!
Overmatig versleten toortsvoeringen moeten regelmatig worden vervangen. Als
bovenstaande stappen er niet in slagen om Probleemen met de aanvoer op te lossen,
moet de voering worden vervangen zoals beschreven in paragraaf 5.7 Selectie van de
voering
9 OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
0463 703 001NL
-64-
9 OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
9.1 Voorafgaande controles
Probeer deze controles en inspecties voordat u een verzoek voor een erkende onderhoudstechnicus verstuurt.
Alvorens te proberen de problemen met de ESAB Rebel op te lossen, wordt aanbevolen eerst een RESET VAN DE
LASGEGEVENS uit te voeren (navigeer naar Start/SETTING/RESET/WELD DATA RESET). Een RESET VAN DE LASGE-
GEVENS van het systeem herstelt het apparaat naar de standaard lasconditie. Door het uitvoeren van deze reset
verliest de gebruiker geen opgeslagen geheugenwaarden, maar wordt er een basislijn vastgesteld van waaruit alle
problemen moeten worden opgelost. Als de RESET VAN DE LASGEGEVENS niet succesvol is, wordt aanbevolen om
een fabrieksreset uit te voeren en de tests te herhalen.
LET OP!
Een fabrieksreset wist ook alle door de gebruiker opgeslagen geheugenlocaties. Als
dit het probleem niet verhelpt, volg dan waar mogelijk de tabel.
Type storing Corrigerende maatregel
Poreusheid in
het lasmetaal
Controleer of de gascilinder niet leeg is.
Controleer of de gasregelaar gesloten is.
Controleer de gasinlaatslang op lekkage of verstopping.
Controleer of het juiste gas is aangesloten en de juiste gasstroom wordt gebruikt.
Houd de afstand tussen de MIG-toortsnozzle en het werkstuk tot een minimum beperkt.
Verricht geen werkzaamheden in gebieden waar tocht, die het beschermgas zou versturen,
gebruikelijk is.
Zorg ervoor dat het werkstuk schoon is, zonder olie of vet op het oppervlak, voordat u gaat las-
sen.
Problemen met
de draadaan-
voer
Controleer of de draadspoelrem correct is afgesteld (zie hoofdstuk "5.6 Spoel verwijderen/install-
eren").
Make sure the feed roller and tension is properly adjusted (Refer Section "5.11 Vervangen van de
draadaanvoerrol").
Zorg ervoor dat de juiste druk op de aanvoerrollen is ingesteld (zie hoofdstuk "5.8 Draadaanvo-
erdruk instellen").
Zorg ervoor dat de juiste bewegingsrichting is ingesteld op basis van het draadtype (in de lasp-
las voor aluminium).
Zorg ervoor dat de juiste contactpunt wordt gebruikt en dat deze niet versleten is.
Zorg ervoor dat de voering de juiste maat en het juiste type draad heeft (zie paragraaf "3.1 Specica-
ties EMP 205ic AC/DC").
Zorg ervoor dat de voering niet gebogen is, zodat er geen wrijving ontstaat tussen de voering
en de draad.
MIG (GMAW/
FCAW)
Welding
problems
Zorg ervoor dat de MIG-toorts op de juiste polariteit is aangesloten. Raadpleeg de fabrikant van
de elektrodekabels voor de juiste polariteit.
Vervang de contactpunt als er boogsporen in het boorgat zitten die een overmatige weerstand
op de draad veroorzaken.
Zorg ervoor dat het juiste beschermgas, de juiste gasstroom, spanning, lasstroomsterkte, rijsnel-
heid en MIG-toortshoek wordt gebruikt.
Zorg ervoor dat de klem goed contact heeft met het werkstuk.
MMA (SMAW)
fundamentele
lasproblemen
Zorg ervoor dat u de juiste polariteit gebruikt. De elektrodehouder is meestal verbonden met
de positieve polariteit en het werkstuk zorgt voor de negatieve polariteit. Raadpleeg in geval
van twijfel het elektrodengegevensblad.
9 OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
0463 703 001NL
-65-
Type storing Corrigerende maatregel
TIG (GTAW)
welding
problems
Zorg ervoor dat de TIG-toorts op de stroombron is aangesloten: Sluit de TIG-toorts aan op de nega-
tieve [-] aansluitklem. Sluit de massakabel aan op de positieve [+] aansluitklem.
Gebruik alleen 100% Argongas voor TIG-lassen.
Zorg ervoor dat de regelaar/stromingsmeter is aangesloten op de gascilinder.
Zorg ervoor dat de gasleiding voor de TIG-toorts is aangesloten op de gasaansluiting aan de
voorkant van de stroombron.
Zorg ervoor dat de klem goed contact heeft met het werkstuk.
Zorg ervoor dat de gascilinder geopend is en controleer het gasdebiet op de regelaar/stro-
mingsmeter. Het debiet moet tussen 4,7 - 11,8 l/min (10 - 25 CFH) liggen.
Zorg ervoor dat de stroombron is ingeschakeld en dat het TIG-lasproces is geselecteerd.
Controleer of alle aansluitingen goed vastzitten en lekvrij zijn.
Geen vermo-
gen/geen boog
Controleer of de schakelaar van de voeding is ingeschakeld.
Controleer of er een temperatuurstoring wordt weergegeven op het scherm.
Controleer of de systeemonderbreker is geactiveerd.
Controleer of de ingangsstroom-, las- en retourkabels correct zijn aangesloten.
Controleer of de juiste stroomwaarde is ingesteld.
Controleer de zekeringen/onderbrekers van de voeding.
De oververhit-
tingsbeveiliging
treedt vaak in
werking.
Zorg ervoor dat u de aanbevolen inschakelduur voor de gebruikte lasstroomsterkte niet over-
schrijdt.
Raadpleeg de paragraaf "inschakelduur" in het hoofdstuk "GEBRUIK".
Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uitlaten niet verstopt zijn.
Zorg ervoor dat de ventilatoren bij het lassen in bedrijf zijn.
9.2 Storingscodes van de gebruikersinterfacesoftware (UI-software) worden weergegeven
De volgende tabel bevat storingscodes die kunnen helpen bij het oplossen van problemen.
Betekenis urgentieniveau (zie de kolom urgentieniveau in de tabel):
(C) Kritisch onderhoud vereist - Apparaat niet functioneel of vergrendeld, niet herstelbaar totdat de storing is opgelost.
(NC) Niet-kritisch - onderhoud is mogelijk gewenst - apparaat werkt met beperkingen
(W) Waarschuwing - apparaat werkt en zal op eigen kracht herstellen. Wacht, de hersteltijd kan variëren van 1 tot 5
minuten.
9 OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
0463 703 001NL
-66-
Storingscode
Urgentien-
iveau
Uitleg over storing van de functionele circuits
001 W PFC koellichaam, IGBT koellichaam of hoofdtransformator is oververhit > 85 °C (185 °F)
002 W Uitgangsdiode Temperatuurstoring
003 W/C
Waarschuwing - Als dit tijdens belasting/het starten van de boog gebeurt, is de oorzaak
te wijten aan een lage AC-ingangsspanning - ERR009
Kritisch - Indien het plaatsvond bij het inschakelen van de voeding in onbelaste
toestand.
DC-bus (400 V) storing onder belasting, PFC levert geen 400 V aan de omvormer.
004 C
Uitgangsspanning ligt boven het niveau van de VRD wanneer de VRD-schakelaar
actief is
005-007 (Gereserveerd)
008 C
OCV-storing, uitgangsspanning niet gedetecteerd op het bedieningspaneel CN1 zoals
verwacht
009 W
Storing lage spanning, AC-hoofdspanning is minder dan 108 V AC, dit kan ERR003
activeren
010 (Gereserveerd)
011 C
De gebruiker heeft geprobeerd een parameter of een fabrieksreset uit te voeren, maar
dit is niet door het systeem bevestigd.
012 C
Communicatielink uitgeschakeld, geen communicatie tussen UI en besturingsprint-
plaat op CN6
013 C Storing in de lage interne voedingsspanning (IPS), +24 V IPS is minder dan 22 V DC
014 C Secundaire stroomsensoruitgang niet gedetecteerd op de besturingsprintplaat CN18
015 C
Communicatielink uitgeschakeld, geen communicatie tussen besturingsprintplaat op
CN14 en AC DC omvormer PCB op CN3
016 C Temperatuurstoring AC DC-omvormer
017-019 (Gereserveerd)
020 C Geen afbeelding gevonden in Flash
021 C Het beeld dat van de ash wordt gelezen, is beschadigd
022 NC
Twee pogingen om het gebruikersgeheugen op te slaan in het permanente geheugen
in SPI Flash mislukt.
023 NC
Twee pogingen om het gebruikersgeheugen te herstellen naar het permanente ge-
heugen van SPI Flash mislukt.
10 RESERVE-/SLIJTAGEONDERDELEN BESTELLEN
0463 703 001NL
-67-
10 RESERVE-/SLIJTAGEONDERDELEN BESTELLEN
LET OP!
Reparatie en elektrische werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een erkend ESAB-onder-
houdstechnicus. Gebruik alleen originele ESAB-reserve- en slijtageonderdelen.
De EMP 205ic AC/DC is ontworpen en getest in overeenstemming met internationale normen
NEN-EN-IEC 60974-1, NEN-EN-IEC 60974-3, NEN-EN-IEC 60974-5, NEN-EN-IEC 60974-7, NEN-EN-IEC 60974-10
NEN-EN-IEC 60974-11, NEN-EN-IEC 60974-12 en NEN-EN-IEC 60974-13. Het is de verplichting van het erkende
onderhoudscentrum dat de onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uitvoert om ervoor te zorgen dat het product
nog steeds voldoet aan de bovengenoemde normen.
Reserve- en slijtageonderdelen kunnen besteld worden via uw dichtstbijzijnde ESAB-dealer, zie de achteromslag van dit
document. Vermeld bij uw bestelling het producttype, het serienummer, de aanduiding en het nummer van de reserveo-
nderdelen volgens de reserveonderdelenlijst. Dit vergemakkelijkt de verzending en zorgt voor een correcte levering.
SCHEMA
0463 703 001NL
-68-
SCHEMA
Functioneel blokschema
Schematisch
UITGANGS-
INDUCTOR
SENSOR
STROOMSTERKTE
EMI
FILTER
HOOFDTRANSFORMATOR
SECUNDAIRE GELIJKRICHTER
RINGKERNEN
PRIMAIRE OMVORMER
BOOST PFC
INGANGSGELIJKRICHTER
AC OMVORMER
HF BYPASSBORD
HF OMVORMER
LASINGANG
VENTILATOR 2
VENTILATOR 1
THERMISCHE
ONDERBREKER
INVOERSCHAKELAAR
120 Vac tot 230 Vac
±10% 50/60 Hz
IPS-BORD
HF STARTBORD
DRAADAAN-
VOER
GASKLE-
PPEN
REGELBORD
AC DC OMVORMERBORD
GEBRUIKERS-
INTERFACE /
TFT-SCHERM
SECONDAIRE ZIJDEPRIMAIRE ZIJDE
HOOFDSTROOMBORD
PFC
INDUCTOR
SLIJTAGEONDERDELEN
0463 703 001NL
-69-
SLIJTAGEONDERDELEN
Onderdeel Bestelnr. Denominatie Type draad Draadafmetingen
1 0558 102 460 Draaduitlaatgeleider staal Fe/SS/gevuld 1.0 mm - 1.2 mm (0.040 in. - 0.045 in.)
0558 102 461 Draaduitlaatgeleider staal Fe/SS/gevuld 0.6 mm - 0.8 mm (0.023 in. - 0.030 in.)
0464 598 880
Draaduitlaatgeleider
Teon®
Aluminium 1.0 mm - 1.2 mm (0.040 in. - 0.045 in.)
2 0558 102 328 Draadinlaatgeleider Fe/SS/gevuld
0.6 mm / 0.8 mm / 0.9 mm / 1.2 mm
(0.023 in. / 0.030 in. / 0.035 in. / 0.045 in.)
3 0191 496 114 Spie hoofdaandrijfas N/A N/A
4 0367 556 001 "V"-groef aanvoerrol Fe/SS/gevuld 0.6 mm / 0.8 mm (0.023 in. / 0.030 in.)
0367 556 002 "V"-groef aanvoerrol Fe/SS/gevuld 0.8 mm / 1.0 mm (0.030 in. / 0.040 in.)
0367 556 003 "V"-groef aanvoerrol Fe/SS/gevuld 1.0 mm / 1.2 mm (0.040 in. / 0.045 in.)
0367 556 004 "U"-groef aanvoerrol Aluminium 1.0 mm / 1.2 mm (0.040 in. / 0.045 in.)
5 0558 102 329 Vergrendelingsknop N/A N/A
6 0558 102 331 Volledige drukarm N/A N/A
7 0558 102 330 Schroef N/A N/A
8 0558 102 459
Euro-adapter xeer-
schroef
N/A N/A
ACCESSOIRES
0463 703 001NL
-70-
ACCESSOIRES
0700 025 557 TIG-toorts
TIG-toorts, 4 m, 200 A, exibele kop
0700 200 004 MIG-toorts
MXL
TM
270 3 m (voor FCW 1,2 mm)
0459 366 887 Kar
W4014450 Voetbediening
Magneetschakelaar aan/uit en stroom-
sterkteregeling met 4,6 m (15 ft) kabel en
8-polige mannelijke stekker
VERVANGINGSONDERDELEN
0463 703 001NL
-71-
VERVANGINGSONDERDELEN
Onderdeel Bestelnr. Denominatie
1 0700 200 002 MIG-toorts MXL™ 201, 3 m (10 ft)
2 0700 025 556 ESAB SR-B 26 TIG-toorts, 4 m, 200 A
3 0349 312 105 Gasslang, 4,5 m (14,8 ft)
4 0700 006 900 MMA-laskabelset, 3 m (10 ft)
5 0700 006 901 Retourlaskabelset, 3 m (10 ft)
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71

ESAB ESAB EMP 205ic AC/DC Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor