Stanley STHT77502-1 de handleiding

Categorie
Laserniveaus
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

NL
64
Inhoud
• Laser-informatie
• Veiligheid van de gebruiker
• Veiligheid van de batterijen
• Batterijen van het type AA plaatsen
• De laser inschakelen
• Nauwkeurigheid van de laser controleren
• De laser gebruiken
• Onderhoud
• Oplossen van problemen
• Service en reparaties
• Specicaties
Laser-informatie
De lasers STHT77502-1 en STHT77592-1 zijn
laserproducten van Klasse 2. De lasers zijn zelf-
nivellerend lasergereedschap dat kan worden gebruikt
voor horizontale (waterpas) en verticale (loodlijn)
uitlijningsprojecten.
Veiligheid van de
gebruiker
Veiligheidsrichtlijnen
Onderstaande denities beschrijven de ernst van de
gevolgen die met de verschillende signaalwoorden
worden aangeduid. Lees de handleiding en let goed
op deze symbolen.
GEVAAR: Duidt een dreigende gevaarlijke
situatie aan, die, als deze niet wordt
vermeden, een ongeluk met dodelijke aoop
of ernstig letsel tot gevolg zal hebben.
WAARSCHUWING: Duidt een mogelijk
gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet
wordt vermeden, een ongeluk met dodelijke
aoop of ernstig letsel tot gevolg kan
hebben.
VOORZICHTIG: Duidt een mogelijk
gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet
wordt vermeden aan, licht of middelzwaar
letsel tot gevolg kan hebben.
KENNISGEVING: Duidt een situatie in de praktijk
aan die niet leidt tot persoonlijk letsel, maar, als
deze niet wordt vermeden, materiële schade tot
gevolg kan hebben.
Als u vragen of opmerkingen hierover hebt of over
anderSTANLEY
®
-gereedschap, ga dan naar
http://www.STANLEY.com.
WAARSCHUWING:
Lees alle instructies en zorg ervoor dat
u ze begrijpt. Wanneer u geen gevolg geeft
aan de waarschuwingen en instructies in
deze handleiding, kan dat leiden tot ernstig
persoonlijk letsel.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
WAARSCHUWING:
Blootstelling aan laserstralen. Haal
de laser-waterpas niet uit elkaar en
breng er geen wijzigingen in aan. Het
gereedschap bevat geen onderdelen
waaraan de gebruiker onderhoud kan
uitvoeren. Dit kan ernstig oogletsel
veroorzaken.
WAARSCHUWING:
Gevaarlijke straling. Gebruik van
bedieningsfuncties of de uitvoering van
aanpassingen of procedures die niet in deze
handleiding worden beschreven, kunnen tot
gevaarlijke blootstelling aan straling leiden.
Het label op uw laser kan de volgende symbolen
vermelden.
Symbool Betekenis
V Volt
mW Milliwatt
Laser-waarschuwing
nm Golengte in nanometers
2 Klasse 2 Laser
65
NL
Waarschuwingslabels
Voor uw gemak en veiligheid worden de volgende
labels op de laser vermeldt.
WAARSCHUWING: De gebruiker
moet de instructiehandleiding lezen
zodat het risico van letsel wordt
beperkt.
WAARSCHUWING: LASER-
STRALING. KIJK NIET IN DE
STRAAL. Klasse 2 Laser-product.
SER.____________
TYPE 1
3V DC
LASER
2
≤1.5mW @630-680nm
IEC 60825-1: 2014
MADE IN CHINA
www.stanleylasers.com
www.stanleytools.com
STHT77502-1
SER.____________
TYPE 1
3V DC
LASER
2
MADE IN CHINA
www.stanleylasers.com
www.stanleytools.com
≤1.5mW @510-530nm
IEC 60825-1: 2014
STHT77592-1
Werk niet met de laser in explosieve
omgevingen, zoals in de aanwezigheid van
brandbare vloeistoffen en gassen of brandbaar
stof. Dit gereedschap kan vonken genereren die
het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
Berg laser-gereedschap dat u niet gebruikt op
buiten bereik van kinderen en andere personen
die er niet mee kunnen werken. Lasers zijn
gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers.
Onderhoud aan het gereedschap MOET
worden uitgevoerd door gekwaliceerde
reparatiemonteurs. Wanneer service of onderhoud
wordt uitgevoerd door niet-gekwaliceerd personeel
kan dat letsel tot gevolg hebben. Zoek het Stanley-
servicecentrum bij u in de buurt, ga naar
http://www.2helpU.com.
Kijk niet met behulp van optisch gereedschap,
zoals een telescoop naar de laserstraal. Dit kan
ernstig oogletsel veroorzaken.
Plaats de laser niet ergens waar iemand al dan
niet opzettelijk in de laserstraal kan kijken. Dit
kan ernstig oogletsel veroorzaken.
Plaats de laserstraal niet bij een reecterend
oppervlak dat de laserstraal kan weerkaatsen en
in de richting van iemands ogen kan sturen. Dit
kan ernstig oogletsel veroorzaken.
Schakel het laserapparaat uit wanneer u het
niet gebruikt. Wanneer het laserapparaat aan
blijft staan, vergroot dat het risico dat iemand in de
laserstraal kijkt.
Breng op geen enkele wijze wijzigingen in
de laser aan. Wanneer u wijzigingen in het
gereedschap aanbrengt, kan dat leiden tot
gevaarlijke blootstelling aan laserstraling.
Werk niet met het laserapparaat in de buurt van
kinderen en laat niet kinderen het laserapparaat
bedienen. Ernstige verwondingen aan de ogen
kunnen hiervan het gevolg zijn.
Verwijder geen waarschuwingslabels en maak
ze niet onleesbaar. Als labels worden verwijderd,
kan de gebruiker of kunnen anderen zichzelf
onbedoeld blootstellen aan straling.
Plaats het laserapparaat stevig op een waterpas
oppervlak. Als het laserapparaat valt, kan dat
beschadiging van het apparaat of ernstig letsel tot
gevolg hebben.
Persoonlijke veiligheid
Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezond
verstand wanneer u met dit laserapparaat werkt.
Gebruik de laser niet wanneer u moe bent of
onder invloed van verdovende middelen, alcohol
of medicatie. Een ogenblik van onoplettendheid
tijdens het werken met laserproducten kan leiden tot
ernstig persoonlijk letsel.
Gebruik een uitrusting voor persoonlijke
bescherming. Draag altijd oogbescherming.
Afhankelijk van de werkomstandigheden zal
het dragen van een uitrusting voor persoonlijke
bescherming, zoals een stofmasker,
antislip veiligheidsschoenen, een helm en
gehoorbescherming de kans op persoonlijk letsel
verkleinen.
NL
66
Gebruik en verzorging van het
gereedschap
Gebruik de laser niet als de schakelaar Power/
Transport Lock niet goed werkt. Gereedschap dat
niet kan worden bediend met de aan/uit-schakelaar
is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
Volg de instructies in het gedeelte Onderhoud van
deze handleiding. Het gebruik van niet-goedgekeurde
onderdelen of het niet opvolgen van de instructies in
Onderhoud kan het risico van een elektrische schok
of van letsel doen ontstaan.
Veiligheid van de
batterijen
WAARSCHUWING:
Batterijen kunnen exploderen of lekken
en kunnen letsel of brand veroorzaken.
Beperk het risico door:
Nauwgezet gevolg te geven aan alle instructies en
waarschuwingen op het label van de batterij en de
verpakking.
Batterijen altijd op juiste wijze in te zetten en
daarbij op de polariteit te letten (+ en –), volg de
markeringen op de batterij en de apparatuur.
Niet de polen van de batterij kort te sluiten.
Niet niet-oplaadbare batterijen op te laden.
Niet oude en nieuwe batterijen door elkaar te
gebruiken. Alle batterijen tegelijkertijd te vervangen
door nieuwe batterijen van hetzelfde merk en type.
Lege batterijen onmiddellijk uit te nemen en volgens
lokaal geldende voorschriften weg te doen.
Niet batterijen in het vuur te gooien.
Batterijen buiten bereik van kinderen te houden.
Batterijen uit te nemen wanneer het toestel niet in
gebruik is.
Batterijen van het type
AA plaatsen
Plaats nieuwe AA-batterijen in de laser STHT77502-1
of STHT77592-1.
1.
Draai de laser ondersteboven.
2.
Open aan de onderzijde van de laser de grendel
van de afdekking van het batterijvak
(Afbeelding
B
1
).
3.
Plaats twee nieuwe AA-batterijen van een goed
merk, en let er daarbij op dat u de zijde + en -
van de batterijen plaatst zoals wordt aangeduid
aan de binnenzijde van het batterijvak
(Afbeelding
B
2
).
4.
Duw de afdekking van het batterijvak dicht tot
deze op z’n plaats klikt (Afbeelding
B
3
).
Schuif wanneer de laser niet in gebruik is,
de schakelaar Power/Transport Lock naar de
middenpositie (OFF) (Afbeelding
A
2
) zodat de
batterijen worden gespaard.
De laser inschakelen
1.
Plaats de laser op een glad, vlak en recht
oppervlak, met de laser gericht op de
tegenoverstaande muur (0º positie).
2.
Schakel de laser in (ON) zodat de horizontale en
verticale laserstralen verschijnen. Of:
Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock
naar links zodat de slinger vergrendeld blijft en
de kruislingse lijnen worden weergegeven in de
handmatige stand (Afbeelding
A
1
).
Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock
naar rechts zodat de slinger ontgrendeld wordt
en de kruislingse lijnen in de zelf-nivellerende
stand (Afbeelding
A
3
).
3.
Druk op (Afbeelding
A
4
) zodat een
horizontale laserlijn verschijnt, druk een tweede
maal voor een verticale lijn en een derde maal
voor een horizontale lijn en een verticale lijn.
67
NL
4.
Controleer de laserstralen.
Als de laser zo schuin (> 4°) wordt gezet dat
het apparaat zichzelf niet waterpas kan zetten,
of de laser niet waterpas is in de handmatige
stand, zullen de laserstralen knipperen.
Als de laserstralen knipperen, is de laser
niet waterpas (of loodrecht) en mag NIET
WORDEN GEBRUIKT voor het bepalen of
markeren van een lijn waterpas of loodrecht.
Zet de laser opnieuw goed neer op een
oppervlak dat waterpas is.
5.
Als EEN van de volgende verklaringen
WAAR is, ga dan verder met de instructies
voorNauwkeurigheid van de laser controleren
EN GEBRUIK DAARNA PAS DE LASER voor
een project.
Dit is de eerste maal dat u de laser gebruikt
(in het geval dat de laser blootgesteld is
geweest aan extreme temperaturen).
De laser is al enige tijd niet op
nauwkeurigheid gecontroleerd.
De laser is misschien gevallen.
Nauwkeurigheid van de
laser controleren
Het lasergereedschap wordt in de fabriek verzegeld en
gekalibreerd. U wordt geadviseerd de nauwkeurigheid
te controleren voordat u de laser voor de eerste
keer gebruikt (in het geval dat de laser blootgesteld
is geweest aan extreme temperaturen) en daarna
regelmatig de nauwkeurigheid van uw werk te
controleren. Volg deze richtlijnen, wanneer
u een van de nauwkeurigheidscontroles in deze
handleiding uitvoert:
Gebruik een zo groot mogelijke ruimte/afstanddie
gelijk of bijna gelijk is aan de werkafstand. Hoe
groter de ruimte/afstand, des te gemakkelijker is het
de nauwkeurigheid van de laser te meten.
Plaats de laser op eenglad, vlak, stabiel
oppervlak dat in beide richtingen waterpas is.
Markeer het middelpunt van de laserstraal.
Nauwkeurigheid
waterpaslijn
Wilt u de horizontale scankalibratie van de laser
controleren, dan hebt u twee muren nodig op 9 m (30′)
afstand van elkaar. Het is erg belangrijk dat u een
kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner
is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken.
1.
Plaats de laser op een statief en stel het apparaat
recht tegenover een muur op (Afbeelding
D
1
).
2.
Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock
naar rechts (Afbeelding
A
3
) en schakel zo
de laser in (ON) in de zelf-nivellerende stand, nu
verschijnen de horizontale en verticale stralen.
3.
Markeer P1 waar de horizontale en verticale
lijnen elkaar kruisen op de muur.
4.
Draai de laser 180º.
5.
Markeer P2 waar de horizontale en verticale
lijnen elkaar kruisen op de muur
(Afbeelding
D
2
).
6.
Draai de laser 180º en verplaats het apparaat tot
dichtbij de eerste muur (Afbeelding
D
3
).
7.
Markeer bij P1 P3 bij de plaats waar de
horizontale en verticale lijnen elkaar kruisen op
de muur.
8.
Draai de laser 180º (Afbeelding
D
4
).
9.
Markeer bij P2 P4 bij de plaats waar de
horizontale en verticale lijnen elkaar kruisen op
de muur.
10.
Meet de verticale afstand tussen P1 en P3.
11.
Meet de verticale afstand tussen P2 en P4.
NL
68
12.
Als groter is dan de Toe te stane afstand tussen
P1 en P3 of P2 en P4 voor de bijbehorende
Afstand Tussen wanden in de volgende tabel,
moet de laser worden nagezien in een ofcieel
servicecentrum.
Afstand tussen
wanden
Toe te stane afstand
Tussen P1 en P3 of
P2 en P4
9 m′ (30') 3 mm
12 m 4 mm
15 m′ (50') 5 mm
Nauwkeurigheid horizontale lijn
Als u de kalibratie van de horizontale helling van de
laser wilt controleren hebt u één muur nodig van ten
minste 9m (30′) lang. Het is erg belangrijk dat u een
kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner
is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken.
1.
Plaats de laser op een statief en stel het
apparaat op tegenover de hoek van een vertrek
(Afbeelding
E
1
).
2.
Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock
naar rechts (Afbeelding
A
3
) en schakel zo
de laser in (ON) in de zelf-nivellerende stand
en zodat de horizontale en verticale stralen
verschijnen.
3.
Richt de verticale straal op een hoek van de
ruimte.
4.
Markeer P1 op de plaats waar de horizontale
lijn het midden van de ernaast liggende muur
doorkruist.
5.
Draai de laser zo dat de verticale lijn P1 kruist
(Afbeelding
E
2
).
6.
Markeer P2 waar de horizontale lijn de verticale
lijn kruist.
7.
Draai de laser zo dat de verticale lijn op de
tweede hoek is gericht (Afbeelding
E
3
).
8.
Markeer P3 waar de horizontale lijn verticaal
uitkomt op P1 en P2.
9.
Meet de verticale afstand tussen de hoogste en
de laagste punten (tussen P1, P2 en/of P3).
10.
Als uw meting groter is dan de Toe te stane
afstand tussen de Hoogste en de Laagste punten
voor de bijbehorende Afstand tussen wanden
in de volgende tabel, moet de laser worden
nagezien in een ofcieel servicecentrum.
Afstand tussen
wanden
Toe te stane afstand
tussen Hoogste &
Laagste Punten
9 m′ (30') 6 mm
12 m 8 mm
15 m 10 mm
Nauwkeurigheid verticale lijn
De controle van de verticale kalibratie (loodlijn) kan
het nauwkeurigst worden uitgevoerd wanneer er een
aanzienlijke verticale hoogte beschikbaar is, in het
ideale geval 9 m (30′), met één persoon op de vloer
die de laser plaatst en een ander persoon die in de
buurt van het plafond de punt markeert die door de
laser op het plafond wordt geprojecteerd. Het is erg
belangrijk dat u een kalibratietest uitvoert over een
afstand die niet kleiner is dan de afstand waarvoor
u de laser wilt gebruiken.
1.
Plaats de laser op een afstand van ten minste
1,0 m van een deurpost (Afbeelding
F
1
).
2.
Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock
naar rechts (Afbeelding
A
3
) en schakel zo
de laser in (ON) in de zelf-nivellerende stand
en zodat de horizontale en verticale stralen
verschijnen.
3.
Richt de verticale laserstraal naar de deurpost.
4.
Markeer langs de onderzijde van de laserstraal
drie locaties
a
,
b
en
c
; waar
b
halverwege
is tussen
a
en
c
.
5.
Waar de bovenzijde van de laserstraal aan de
bovenzijde van de deurpost verschijnt,
markeert u
e
.
6.
Verplaats de laser naar de tegenovergestelde
zijde van de deurpost (Afbeelding
F
2
).
7.
Breng de onderzijde van de laserstraal op één lijn
met
a
,
b
en
c
.
69
NL
8.
Waar de bovenzijde van de laserstraal aan de
bovenzijde van de deurpost verschijnt,
markeert u
f
.
9.
Meet de afstand tussen
e
en
f
.
10.
Als uw meting groter is dan de Toe te stane
afstand tussen
e
en
f
voor de bijbehorende
Plafondhoogte
D
in de volgende tabel, moet
de laser worden nagezien in een ofcieel
servicecentrum.
Plafondhoogte
D
Toe te stane afstand
Tussen
e
en
f
2,0 m′ (6,56') 1,5 mm
2,5 m′ (8,20') 2,0 mm
3,0 m′ (9,84') 2,5 mm
Nauwkeurigheid verticale zijlijn
U kunt de kalibratie van de verticale lijn (loodlijn) van
de zijlaser het nauwkeurigst controleren wanneer er
tenminste 1,5 m afstand over de vloer is en er iemand
is die u kan assisteren. Het is erg belangrijk dat u een
kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner
is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken.
1.
Plaats de laser op een vloer die waterpas is en
ten minste 1,5 m lang is.
2.
Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock
naar rechts (Afbeelding
A
3
) en schakel zo
de laser in (ON) in de zelf-nivellerende stand
en zodat de horizontale en verticale stralen
verschijnen.
3.
Druk op zodat de verticale zijlijn verschijnt.
4.
Meet precies 0,91 m af van het midden van de
laser-unit langs de voorste verticale straal, en
markeer P1 (Afbeelding
G
1
).
5.
Meet precies 1,22 m af van het midden van de
laser-unit langs de verticale zijlijn, en markeer P2
(Afbeelding
G
2
).
6.
Meet de afstand tussen punten P1 en P2
(Afbeelding
G
3
).
7.
Als de afstand tussen P1 en P2 niet 1,522 m
+ 0,75 mm is, breng dan de laser-unit naar het
STANLEY -servicecentrum bij u in de buurt en
laat het apparaat daar kalibreren.
De laser gebruiken
Bedieningstips
Markeer altijd het middelpunt van de straal die door
de laser wordt geprojecteerd.
Extreme temperatuurwisselingen kunnen leiden tot
beweging van interne onderdelen en dat kan de
nauwkeurigheid nadelig beïnvloeden. Controleer de
nauwkeurigheid vaak tijdens uw werkzaamheden.
Als de laser is gevallen, controleer dan vooral altijd
de kalibratie.
Zolang de laser goed is gekalibreerd, stelt de laser
zichzelf waterpas. Iedere laser wordt in de fabriek
zo gekalibreerd dat waterpas wordt gevonden
zolang het apparaat maar op een vlak oppervlak
wordt geplaatst dat niet meer dan gemiddeld ± 4°
van het waterpaspunt is verwijderd. Handmatige
aanpassingen zijn niet nodig.
Gebruik de laser op een glad, vlak en recht
oppervlak.
De laser uitschakelen
Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar de
stand OFF (Afbeelding
A
2
) wanneer de laser niet
in gebruik is. Staat de schakelaar niet in de stand OFF,
dan wordt het laser-apparaat niet uitgeschakeld.
De laser gebruiken met de beugel
Er wordt een beugel (Afbeelding
H
) bij de laser
geleverd zodat u het apparaat gemakkelijk op
een steun, raster in het plafond of een paal kunt
bevestigen.
1.
Zet de laser stevig vast op de beugel.
Plaats de laser met behulp van de 1/4-20
schroefdraad aan de onderzijde, zijde
achterzijde van het apparaat (Afbeelding
C
),
op de 1/4-20 schroefdraad op de arm van de
beugel (Afbeelding
H
1
).
Draai met de laserknop (Afbeelding
H
2
)
de laser naar rechts vast op de 1/4-20
schroefdraad op de arm van de beugel.
NL
70
2.
U kunt, zo nodig, de hoogte of de positie van de
laser op de beugel veranderen.
Draai de stelknop (Afbeelding
H
3
) naar
links als u de arm van de beugel wilt losmaken.
Schuif de arm van de beugel omhoog of
omlaag naar de gewenste hoogte
(Afbeelding
H
4
). U kunt de hoek van de
beugel wijzigen van 90° naar 180°, door de
arm van de beugel naar de bovenzijde van de
beugel te schuiven en vervolgens de arm naar
rechts te klappen (Afbeelding
H
5
).
Draai de stelknop (Afbeelding
H
3
) naar
rechts als u de arm van de beugel op z'n plaats
wilt vergrendelen.
3.
Houd met behulp van de klem van de beugel
(Afbeelding
H
6
) de laser op z'n plaats op een
balk, een raster in het plafond of een paal.
U kunt, zo nodig, de klem draaien zodat deze
in de juiste hoek staat voor het bevestigen
van een object. Draai, terwijl u de arm van de
beugel met één hand vasthoudt, de klem met
uw andere hand (Afbeelding
H
7
).
Plaats de klem van de beugel rond de balk, op
het raster in het plafond of aan de paal.
Draai de knop van de klem (Afbeelding
H
8
)
naar rechts tot de klem stevig rond het object
zit en de beugel op z'n plaats wordt gehouden.
De laser gebruiken met andere
accessoires
WAARSCHUWING:
Accessoires die niet worden aangeboden
door STANLEY zijn niet met deze laser
getest, en daarom kan het gebruik van
dergelijke accessoires met deze laser
gevaarlijk zijn.
Gebruik alleen STANLEY
®
-accessoires die
voor gebruik met dit model worden aanbevolen.
Accessoires die misschien geschikt zijn voor de
ene laser, kunnen gevaarlijk zijn wanneer ze op een
andere laser worden gebruikt.
De laser is voorzien van een 1/4-20 interne
schroefdraad aan de onderzijde, zijde en achterzijde
(Afbeelding
C
) voor toepassing van op dit moment
verkrijgbare of toekomstige STANLEY
®
-accessoires.
Andere accessoires die worden aanbevolen
voor gebruik met deze laser zijn tegen meerprijs
verkrijgbaar bij uw leverancier ter plaatse of bij een
ofcieel servicecentrum. Heeft u hulp nodig bij het
vinden van een accessoire, neem dan contact op met
het STANLEY-servicecentrum bij u in de buurt of ga
naar onze website: http://www.STANLEY.com.
Onderhoud
Wanneer u de laser niet meer gebruikt, maak dan
de externe onderdelen ervan schoon met een
vochtige doek, veeg vervolgens het apparaat droog
met een droge doek en berg het vervolgens op in
de meegeleverde gereedschapsdoos.
De externe onderdelen van de laser zijn wel
bestand tegen oplosmiddelen, maar u mag de laser
NOOIT met dergelijke middelen schoonmaken.
Berg het laserapparaat niet op bij temperaturen
lager dan -20˚C (-5 ˚F) of hoger dan 60 ˚C (140 ˚F).
Zorg ervoor dat u nauwkeurig werk kunt blijven
leveren, controleer regelmatig de kalibratie van
de laser.
Controles van de kalibratie en andere
onderhoudswerkzaamheden kunnen door
STANLEY-servicecentra.
Oplossen van problemen
De laser kan niet worden
ingeschakeld
Controleer de AA-batterijen zodat u zeker weet dat:
Elke batterijgoed is geplaatst, volgens de (+) en
(–) die aan de binnenzijde van het batterijvak
wordt vermeld.
De contacten van de batterijen schoon zijn en
vrij van roest of corrosie.
De batterijen nieuw zijn en van een goed merk,
zodat de kans van lekkage van de batterijen
wordt beperkt.
71
NL
Controleer dat de AA-batterijen in goede werkende
staat zijn. Als u hierover twijfelt, probeer dan of het
apparaat beter werkt met nieuwe batterijen.
Wanneer u oplaadbare batterijen gebruikt,
controleer dan dat deze geheel zijn opgeladen.
Let er vooral op dat de laser droog blijft.
Als het laser-apparaat warmer wordt dan 50 ˚C,
kan het niet worden ingeschakeld. Als het
laser-apparaat is opgeborgen bij extreem hoge
temperaturen, laat het dan afkoelen. De laser-
waterpas zal niet beschadigd raken wanneer u de
schakelaar Power/Transport Lock bedient voordat
u het apparaat tot de juiste laatste temperatuur
laat afkoelen.
De laserstraal knippert
De lasers zijn zo ontworpen dat ze in de zelf-
nivellerende standzichzelf waterpas afstellen tot
op gemiddeld4° in alle richtingen. Als de laser zo
ver wordt gekanteld dat het interne mechanisme
zichzelf niet waterpas kan afstellen (of de laser is
niet waterpas in de handmatige stand), zullen de
laserstralen knipperen ten teken dat het kantelbereik
is overschreden.
ALS DE LASERSTRALEN KNIPPEREN, IS DE
LASER NIET WATERPAS OF LOODRECHT EN MAG
NIET WORDEN GEBRUIKT VOOR HET BEPALEN
OF MARKEREN VAN EEN LIJN WATERPAS OF
LOODRECHT. Zet de laser opnieuw goed neer op een
oppervlak dat beter waterpas is.
Laserstralen blijven in beweging
De laser is precisie-instrument. Daarom zal de
laser, als het apparaat niet op een stabiel (en
stilstaand) oppervlak is geplaatst, blijven proberen het
waterpaspunt te vinden. Blijft de straal in beweging,
plaats de laser dan op een stabieler oppervlak.
Controleer ook dat het oppervlak betrekkelijk vlak en
recht is, zodat de laser stabiel staat.
Service en reparaties
Opmerking: Wanneer de laser wordt gedemonteerd,
komen alle garanties op het product te vervallen.
De VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van
het product kunnen alleen worden gegarandeerd
wanneer reparaties, onderhoudswerkzaamheden
en afstellingen worden uitgevoerd door ofciële
servicecentra. Wanneer service of onderhoud wordt
uitgevoerd door niet-gekwaliceerd personeel kan
een risico van letsel ontstaan. Zoek het STANLEY
-servicecentrum bij u in de buurt, ga naar
http://www.STANLEY.com.
Garantie van twee jaar
Stanley geeft op elektronisch meetgereedschap
een garantie tegen gebreken in materialen en/of de
uitvoering, gedurende twee jaar na de aankoopdatum.
Niet goed werkende producten zullen worden
gerepareerd of vervangen, al naargelang Stanley
besluit, als zij samen met het aankoopbewijs worden
opgestuurd naar:
Stanley UK Sales Limited
Gowerton Road
Brackmills, Northampton NN4 7BW
Deze garantie dekt geen gebreken die worden
veroorzaakt door ongelukken, slijtage, gebruik dat
niet in overeenstemming is met de instructies van de
fabrikant of reparatie of wijziging van dit product die
niet door Stanley is geautoriseerd.
Reparatie of vervanging krachtens deze Garantie is
niet van invloed op de aoopdatum van de Garantie.
In de mate waarin dat wordt toegestaan bij wet zal
Stanley onder deze Garantie niet aansprakelijk zijn
voor indirecte schade of gevolgschade die het gevolg
is van gebreken in dit product.
Van deze Garantie mag niet worden afgeweken
zonder autorisatie van Stanley.
Deze Garantie heeft geen gevolgen voor de wettelijke
rechten van consumenten/kopers van dit product.
NL
72
Voor deze Garantie gelden de wetten van het land
waarin de aankoop is gedaan en deze Garantie
is opgesteld in overeenkomst met deze wetten en
Stanley en de koper gaan beide onherroepelijk
akkoord met de exclusieve jurisdictie van de
rechtbanken van dat land, ten aanzien van een
aanspraak of aangelegenheid die ontstaat krachtens
of in verband met deze Garantie.
Kalibratie en de juiste behandeling vallen niet onder
de garantie.
OPMERKING:
De klant is verantwoordelijk voor het juiste gebruik en
de juiste behandeling van het instrument. Bovendien is
de klant volledig verantwoordelijk voor het van tijd tot
tijd controleren van de nauwkeurigheid van de laser-
unit, en daarom voor de kalibratie van het instrument.
73
NL
Specicaties
STHT77502-1 STHT77592-1
Lichtbron Laser-diodes
Laser-golengte 630 – 680 nm zichtbaar 510 – 530 nm zichtbaar
Laser-vermogen ≤1,5 mW KLASSE 2 LASERPRODUCT
Werkbereik 12m (36′) 16m (53′)
Nauwkeurigheid ± 5 mm @ 10 m (±3/16" @ 33′)
Voedingsbron 2 batterijen formaat AA (1,5V) (3V DC)
Bedrijfstemperatuur -10°C tot 40°C (14°F tot 104°F)
Opslagtemperatuur -20°C tot 60°C (-5°F tot 140°F)
© 2018 Stanley Tools
Stanley Europe, Egide Walschaertsstraat 14-16,
2800 Mechelen, Belgium
www.2helpU.com
Made in China
N551892
January 2018

Documenttranscriptie

Inhoud • Laser-informatie • Veiligheid van de gebruiker • Veiligheid van de batterijen • Batterijen van het type AA plaatsen • De laser inschakelen • Nauwkeurigheid van de laser controleren • De laser gebruiken • Onderhoud • Oplossen van problemen • Service en reparaties • Specificaties NL KENNISGEVING: Duidt een situatie in de praktijk aan die niet leidt tot persoonlijk letsel, maar, als deze niet wordt vermeden, materiële schade tot gevolg kan hebben. Als u vragen of opmerkingen hierover hebt of over anderSTANLEY®-gereedschap, ga dan naar http://www.STANLEY.com. WAARSCHUWING: Lees alle instructies en zorg ervoor dat u ze begrijpt. Wanneer u geen gevolg geeft aan de waarschuwingen en instructies in deze handleiding, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Laser-informatie BEWAAR DEZE INSTRUCTIES De lasers STHT77502-1 en STHT77592-1 zijn laserproducten van Klasse 2. De lasers zijn zelfnivellerend lasergereedschap dat kan worden gebruikt voor horizontale (waterpas) en verticale (loodlijn) uitlijningsprojecten. WAARSCHUWING: Blootstelling aan laserstralen. Haal de laser-waterpas niet uit elkaar en breng er geen wijzigingen in aan. Het gereedschap bevat geen onderdelen waaraan de gebruiker onderhoud kan uitvoeren. Dit kan ernstig oogletsel veroorzaken. Veiligheid van de gebruiker WAARSCHUWING: Gevaarlijke straling. Gebruik van bedieningsfuncties of de uitvoering van aanpassingen of procedures die niet in deze handleiding worden beschreven, kunnen tot gevaarlijke blootstelling aan straling leiden. Veiligheidsrichtlijnen Onderstaande definities beschrijven de ernst van de gevolgen die met de verschillende signaalwoorden worden aangeduid. Lees de handleiding en let goed op deze symbolen. GEVAAR: Duidt een dreigende gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden, een ongeluk met dodelijke afloop of ernstig letsel tot gevolg zal hebben.   WAARSCHUWING: Duidt een mogelijk gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden, een ongeluk met dodelijke afloop of ernstig letsel tot gevolg kan hebben.  OORZICHTIG: Duidt een mogelijk V gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden aan, licht of middelzwaar letsel tot gevolg kan hebben. 64 Het label op uw laser kan de volgende symbolen vermelden. Symbool Betekenis V mW Volt Milliwatt Laser-waarschuwing nm 2 Golflengte in nanometers Klasse 2 Laser Waarschuwingslabels Voor uw gemak en veiligheid worden de volgende labels op de laser vermeldt.   WAARSCHUWING: De gebruiker moet de instructiehandleiding lezen zodat het risico van letsel wordt beperkt.  WAARSCHUWING: LASERSTRALING. KIJK NIET IN DE STRAAL. Klasse 2 Laser-product. SER.____________ STHT77502-1 TYPE 1 3V DC LASER 2 ≤1.5mW @630-680nm IEC 60825-1: 2014 www.stanleylasers.com www.stanleytools.com MADE IN CHINA SER.____________ STHT77592-1 TYPE 1 3V DC LASER 2 ≤1.5mW @510-530nm IEC 60825-1: 2014 www.stanleylasers.com www.stanleytools.com MADE IN CHINA • Werk niet met de laser in explosieve omgevingen, zoals in de aanwezigheid van brandbare vloeistoffen en gassen of brandbaar stof. Dit gereedschap kan vonken genereren die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden. • Berg laser-gereedschap dat u niet gebruikt op buiten bereik van kinderen en andere personen die er niet mee kunnen werken. Lasers zijn gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers. • Onderhoud aan het gereedschap MOET worden uitgevoerd door gekwalificeerde reparatiemonteurs. Wanneer service of onderhoud wordt uitgevoerd door niet-gekwalificeerd personeel kan dat letsel tot gevolg hebben. Zoek het Stanleyservicecentrum bij u in de buurt, ga naar http://www.2helpU.com. • Kijk niet met behulp van optisch gereedschap, zoals een telescoop naar de laserstraal. Dit kan ernstig oogletsel veroorzaken. • Plaats de laserstraal niet bij een reflecterend oppervlak dat de laserstraal kan weerkaatsen en in de richting van iemands ogen kan sturen. Dit kan ernstig oogletsel veroorzaken. • Schakel het laserapparaat uit wanneer u het niet gebruikt. Wanneer het laserapparaat aan blijft staan, vergroot dat het risico dat iemand in de laserstraal kijkt. • Breng op geen enkele wijze wijzigingen in de laser aan. Wanneer u wijzigingen in het gereedschap aanbrengt, kan dat leiden tot gevaarlijke blootstelling aan laserstraling. • Werk niet met het laserapparaat in de buurt van kinderen en laat niet kinderen het laserapparaat bedienen. Ernstige verwondingen aan de ogen kunnen hiervan het gevolg zijn. NL • Verwijder geen waarschuwingslabels en maak ze niet onleesbaar. Als labels worden verwijderd, kan de gebruiker of kunnen anderen zichzelf onbedoeld blootstellen aan straling. • Plaats het laserapparaat stevig op een waterpas oppervlak. Als het laserapparaat valt, kan dat beschadiging van het apparaat of ernstig letsel tot gevolg hebben. Persoonlijke veiligheid • Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezond verstand wanneer u met dit laserapparaat werkt. Gebruik de laser niet wanneer u moe bent of onder invloed van verdovende middelen, alcohol of medicatie. Een ogenblik van onoplettendheid tijdens het werken met laserproducten kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. • Gebruik een uitrusting voor persoonlijke bescherming. Draag altijd oogbescherming. Afhankelijk van de werkomstandigheden zal het dragen van een uitrusting voor persoonlijke bescherming, zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm en gehoorbescherming de kans op persoonlijk letsel verkleinen. • Plaats de laser niet ergens waar iemand al dan niet opzettelijk in de laserstraal kan kijken. Dit kan ernstig oogletsel veroorzaken. 65 Gebruik en verzorging van het gereedschap • Gebruik de laser niet als de schakelaar Power/ Transport Lock niet goed werkt. Gereedschap dat niet kan worden bediend met de aan/uit-schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. NL Volg de instructies in het gedeelte Onderhoud van deze handleiding. Het gebruik van niet-goedgekeurde onderdelen of het niet opvolgen van de instructies in Onderhoud kan het risico van een elektrische schok of van letsel doen ontstaan. Veiligheid van de batterijen WAARSCHUWING: Batterijen kunnen exploderen of lekken en kunnen letsel of brand veroorzaken. Beperk het risico door: • Nauwgezet gevolg te geven aan alle instructies en waarschuwingen op het label van de batterij en de verpakking. • B  atterijen altijd op juiste wijze in te zetten en daarbij op de polariteit te letten (+ en –), volg de markeringen op de batterij en de apparatuur. Batterijen van het type AA plaatsen Plaats nieuwe AA-batterijen in de laser STHT77502-1 of STHT77592-1. 1. Draai de laser ondersteboven. 2. Open aan de onderzijde van de laser de grendel van de afdekking van het batterijvak (Afbeelding B 1 ). 3. Plaats twee nieuwe AA-batterijen van een goed merk, en let er daarbij op dat u de zijde + en van de batterijen plaatst zoals wordt aangeduid aan de binnenzijde van het batterijvak (Afbeelding B 2 ). 4. Duw de afdekking van het batterijvak dicht tot deze op z’n plaats klikt (Afbeelding B 3 ). Schuif wanneer de laser niet in gebruik is, de schakelaar Power/Transport Lock naar de middenpositie (OFF) (Afbeelding A 2 ) zodat de batterijen worden gespaard. De laser inschakelen 1. Plaats de laser op een glad, vlak en recht oppervlak, met de laser gericht op de tegenoverstaande muur (0º positie). 2. Schakel de laser in (ON) zodat de horizontale en verticale laserstralen verschijnen. Of: • Niet de polen van de batterij kort te sluiten. • Niet niet-oplaadbare batterijen op te laden. • Niet oude en nieuwe batterijen door elkaar te gebruiken. Alle batterijen tegelijkertijd te vervangen door nieuwe batterijen van hetzelfde merk en type. • Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar links zodat de slinger vergrendeld blijft en de kruislingse lijnen worden weergegeven in de handmatige stand (Afbeelding A 1 ). • Lege batterijen onmiddellijk uit te nemen en volgens lokaal geldende voorschriften weg te doen. • Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts zodat de slinger ontgrendeld wordt en de kruislingse lijnen in de zelf-nivellerende stand (Afbeelding A 3 ). • Niet batterijen in het vuur te gooien. • Batterijen buiten bereik van kinderen te houden. • Batterijen uit te nemen wanneer het toestel niet in gebruik is. 66 3. Druk op (Afbeelding A 4 ) zodat een horizontale laserlijn verschijnt, druk een tweede maal voor een verticale lijn en een derde maal voor een horizontale lijn en een verticale lijn. 4. Controleer de laserstralen. • Als de laser zo schuin (> 4°) wordt gezet dat het apparaat zichzelf niet waterpas kan zetten, of de laser niet waterpas is in de handmatige stand, zullen de laserstralen knipperen. • Als de laserstralen knipperen, is de laser niet waterpas (of loodrecht) en mag NIET WORDEN GEBRUIKT voor het bepalen of markeren van een lijn waterpas of loodrecht. Zet de laser opnieuw goed neer op een oppervlak dat waterpas is. 5. Als EEN van de volgende verklaringen WAAR is, ga dan verder met de instructies voorNauwkeurigheid van de laser controleren EN GEBRUIK DAARNA PAS DE LASER voor een project. • Dit is de eerste maal dat u de laser gebruikt (in het geval dat de laser blootgesteld is geweest aan extreme temperaturen). • De laser is al enige tijd niet op nauwkeurigheid gecontroleerd. • De laser is misschien gevallen. Nauwkeurigheid van de laser controleren Het lasergereedschap wordt in de fabriek verzegeld en gekalibreerd. U wordt geadviseerd de nauwkeurigheid te controleren voordat u de laser voor de eerste keer gebruikt (in het geval dat de laser blootgesteld is geweest aan extreme temperaturen) en daarna regelmatig de nauwkeurigheid van uw werk te controleren. Volg deze richtlijnen, wanneer u een van de nauwkeurigheidscontroles in deze handleiding uitvoert: Nauwkeurigheid waterpaslijn Wilt u de horizontale scankalibratie van de laser controleren, dan hebt u twee muren nodig op 9 m (30′) afstand van elkaar. Het is erg belangrijk dat u een kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken. 1. Plaats de laser op een statief en stel het apparaat recht tegenover een muur op (Afbeelding D 1 ). 2. Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts (Afbeelding A 3 ) en schakel zo de laser in (ON) in de zelf-nivellerende stand, nu verschijnen de horizontale en verticale stralen. 3. Markeer P1 waar de horizontale en verticale lijnen elkaar kruisen op de muur. 4. Draai de laser 180º. 5. Markeer P2 waar de horizontale en verticale lijnen elkaar kruisen op de muur (Afbeelding D 2 ). 6. Draai de laser 180º en verplaats het apparaat tot dichtbij de eerste muur (Afbeelding D 3 ). 7. Markeer bij P1 P3 bij de plaats waar de horizontale en verticale lijnen elkaar kruisen op de muur. 8. Draai de laser 180º (Afbeelding D 4 ). 9. Markeer bij P2 P4 bij de plaats waar de horizontale en verticale lijnen elkaar kruisen op de muur. 10. Meet de verticale afstand tussen P1 en P3. 11. Meet de verticale afstand tussen P2 en P4. NL • Gebruik een zo groot mogelijke ruimte/afstanddie gelijk of bijna gelijk is aan de werkafstand. Hoe groter de ruimte/afstand, des te gemakkelijker is het de nauwkeurigheid van de laser te meten. • Plaats de laser op eenglad, vlak, stabiel oppervlak dat in beide richtingen waterpas is. • Markeer het middelpunt van de laserstraal. 67 12. NL Als groter is dan de Toe te stane afstand tussen P1 en P3 of P2 en P4 voor de bijbehorende Afstand Tussen wanden in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum. 10. Als uw meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen de Hoogste en de Laagste punten voor de bijbehorende Afstand tussen wanden in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum. Afstand tussen wanden Toe te stane afstand Tussen P1 en P3 of P2 en P4 Afstand tussen wanden Toe te stane afstand tussen Hoogste & Laagste Punten 9 m′ (30') 12 m 15 m′ (50') 3 mm 4 mm 5 mm 9 m′ (30') 12 m 15 m 6 mm 8 mm 10 mm Nauwkeurigheid horizontale lijn Nauwkeurigheid verticale lijn Als u de kalibratie van de horizontale helling van de laser wilt controleren hebt u één muur nodig van ten minste 9m (30′) lang. Het is erg belangrijk dat u een kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken. De controle van de verticale kalibratie (loodlijn) kan het nauwkeurigst worden uitgevoerd wanneer er een aanzienlijke verticale hoogte beschikbaar is, in het ideale geval 9 m (30′), met één persoon op de vloer die de laser plaatst en een ander persoon die in de buurt van het plafond de punt markeert die door de laser op het plafond wordt geprojecteerd. Het is erg belangrijk dat u een kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken. 68 1. Plaats de laser op een statief en stel het apparaat op tegenover de hoek van een vertrek (Afbeelding E 1 ). 2. Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts (Afbeelding A 3 ) en schakel zo de laser in (ON) in de zelf-nivellerende stand en zodat de horizontale en verticale stralen verschijnen. 3. Richt de verticale straal op een hoek van de ruimte. 4. Markeer P1 op de plaats waar de horizontale lijn het midden van de ernaast liggende muur doorkruist. 1. Plaats de laser op een afstand van ten minste 1,0 m van een deurpost (Afbeelding F 1 ). 2. Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts (Afbeelding A 3 ) en schakel zo de laser in (ON) in de zelf-nivellerende stand en zodat de horizontale en verticale stralen verschijnen. 3. Richt de verticale laserstraal naar de deurpost. 4. Markeer langs de onderzijde van de laserstraal drie locaties a , b en c ; waar b halverwege is tussen a en c . 5. Waar de bovenzijde van de laserstraal aan de bovenzijde van de deurpost verschijnt, markeert u e . 5. Draai de laser zo dat de verticale lijn P1 kruist (Afbeelding E 2 ). 6. Markeer P2 waar de horizontale lijn de verticale lijn kruist. 7. Draai de laser zo dat de verticale lijn op de tweede hoek is gericht (Afbeelding E 3 ). 6. 8. Markeer P3 waar de horizontale lijn verticaal uitkomt op P1 en P2. Verplaats de laser naar de tegenovergestelde zijde van de deurpost (Afbeelding F 2 ). 7. 9. Meet de verticale afstand tussen de hoogste en de laagste punten (tussen P1, P2 en/of P3). Breng de onderzijde van de laserstraal op één lijn met a , b en c . 8. Waar de bovenzijde van de laserstraal aan de bovenzijde van de deurpost verschijnt, markeert u f . 9. Meet de afstand tussen 10. Als uw meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen e en f voor de bijbehorende Plafondhoogte D in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum. e en f . De laser gebruiken Bedieningstips • Markeer altijd het middelpunt van de straal die door de laser wordt geprojecteerd. • Extreme temperatuurwisselingen kunnen leiden tot beweging van interne onderdelen en dat kan de nauwkeurigheid nadelig beïnvloeden. Controleer de nauwkeurigheid vaak tijdens uw werkzaamheden. D Toe te stane afstand Tussen e en f • Als de laser is gevallen, controleer dan vooral altijd de kalibratie. 2,0 m′ (6,56') 2,5 m′ (8,20') 3,0 m′ (9,84') 1,5 mm 2,0 mm 2,5 mm • Zolang de laser goed is gekalibreerd, stelt de laser zichzelf waterpas. Iedere laser wordt in de fabriek zo gekalibreerd dat waterpas wordt gevonden zolang het apparaat maar op een vlak oppervlak wordt geplaatst dat niet meer dan gemiddeld ± 4° van het waterpaspunt is verwijderd. Handmatige aanpassingen zijn niet nodig. Plafondhoogte Nauwkeurigheid verticale zijlijn U kunt de kalibratie van de verticale lijn (loodlijn) van de zijlaser het nauwkeurigst controleren wanneer er tenminste 1,5 m afstand over de vloer is en er iemand is die u kan assisteren. Het is erg belangrijk dat u een kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken. 1. Plaats de laser op een vloer die waterpas is en ten minste 1,5 m lang is. 2. Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts (Afbeelding A 3 ) en schakel zo de laser in (ON) in de zelf-nivellerende stand en zodat de horizontale en verticale stralen verschijnen. 3. Druk op 4. Meet precies 0,91 m af van het midden van de laser-unit langs de voorste verticale straal, en markeer P1 (Afbeelding G 1 ). zodat de verticale zijlijn verschijnt. 5. Meet precies 1,22 m af van het midden van de laser-unit langs de verticale zijlijn, en markeer P2 (Afbeelding G 2 ). 6. Meet de afstand tussen punten P1 en P2 (Afbeelding G 3 ). 7. Als de afstand tussen P1 en P2 niet 1,522 m + 0,75 mm is, breng dan de laser-unit naar het STANLEY -servicecentrum bij u in de buurt en laat het apparaat daar kalibreren. NL • Gebruik de laser op een glad, vlak en recht oppervlak. De laser uitschakelen Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar de stand OFF (Afbeelding A 2 ) wanneer de laser niet in gebruik is. Staat de schakelaar niet in de stand OFF, dan wordt het laser-apparaat niet uitgeschakeld. De laser gebruiken met de beugel Er wordt een beugel (Afbeelding H ) bij de laser geleverd zodat u het apparaat gemakkelijk op een steun, raster in het plafond of een paal kunt bevestigen. 1. Zet de laser stevig vast op de beugel. • Plaats de laser met behulp van de 1/4-20 schroefdraad aan de onderzijde, zijde achterzijde van het apparaat (Afbeelding C ), op de 1/4-20 schroefdraad op de arm van de beugel (Afbeelding H 1 ). • Draai met de laserknop (Afbeelding H 2 ) de laser naar rechts vast op de 1/4-20 schroefdraad op de arm van de beugel. 69 2. U kunt, zo nodig, de hoogte of de positie van de laser op de beugel veranderen. • Draai de stelknop (Afbeelding H 3 ) naar links als u de arm van de beugel wilt losmaken. • Schuif de arm van de beugel omhoog of omlaag naar de gewenste hoogte (Afbeelding H 4 ). U kunt de hoek van de beugel wijzigen van 90° naar 180°, door de arm van de beugel naar de bovenzijde van de beugel te schuiven en vervolgens de arm naar rechts te klappen (Afbeelding H 5 ). NL • Draai de stelknop (Afbeelding H 3 ) naar rechts als u de arm van de beugel op z'n plaats wilt vergrendelen. 3. Houd met behulp van de klem van de beugel (Afbeelding H 6 ) de laser op z'n plaats op een balk, een raster in het plafond of een paal. • U kunt, zo nodig, de klem draaien zodat deze in de juiste hoek staat voor het bevestigen van een object. Draai, terwijl u de arm van de beugel met één hand vasthoudt, de klem met uw andere hand (Afbeelding H 7 ). • Plaats de klem van de beugel rond de balk, op het raster in het plafond of aan de paal. • Draai de knop van de klem (Afbeelding H 8 ) naar rechts tot de klem stevig rond het object zit en de beugel op z'n plaats wordt gehouden. De laser gebruiken met andere accessoires WAARSCHUWING: Accessoires die niet worden aangeboden door STANLEY zijn niet met deze laser getest, en daarom kan het gebruik van dergelijke accessoires met deze laser gevaarlijk zijn. Gebruik alleen STANLEY®-accessoires die voor gebruik met dit model worden aanbevolen. Accessoires die misschien geschikt zijn voor de ene laser, kunnen gevaarlijk zijn wanneer ze op een andere laser worden gebruikt. De laser is voorzien van een 1/4-20 interne schroefdraad aan de onderzijde, zijde en achterzijde (Afbeelding C ) voor toepassing van op dit moment verkrijgbare of toekomstige STANLEY®-accessoires. Andere accessoires die worden aanbevolen voor gebruik met deze laser zijn tegen meerprijs verkrijgbaar bij uw leverancier ter plaatse of bij een officieel servicecentrum. Heeft u hulp nodig bij het vinden van een accessoire, neem dan contact op met het STANLEY-servicecentrum bij u in de buurt of ga naar onze website: http://www.STANLEY.com. Onderhoud • Wanneer u de laser niet meer gebruikt, maak dan de externe onderdelen ervan schoon met een vochtige doek, veeg vervolgens het apparaat droog met een droge doek en berg het vervolgens op in de meegeleverde gereedschapsdoos. • De externe onderdelen van de laser zijn wel bestand tegen oplosmiddelen, maar u mag de laser NOOIT met dergelijke middelen schoonmaken. • Berg het laserapparaat niet op bij temperaturen lager dan -20˚C (-5 ˚F) of hoger dan 60 ˚C (140 ˚F). • Zorg ervoor dat u nauwkeurig werk kunt blijven leveren, controleer regelmatig de kalibratie van de laser. • Controles van de kalibratie en andere onderhoudswerkzaamheden kunnen door STANLEY-servicecentra. Oplossen van problemen De laser kan niet worden ingeschakeld • Controleer de AA-batterijen zodat u zeker weet dat: • Elke batterijgoed is geplaatst, volgens de (+) en (–) die aan de binnenzijde van het batterijvak wordt vermeld. • De contacten van de batterijen schoon zijn en vrij van roest of corrosie. • De batterijen nieuw zijn en van een goed merk, zodat de kans van lekkage van de batterijen wordt beperkt. 70 • Controleer dat de AA-batterijen in goede werkende staat zijn. Als u hierover twijfelt, probeer dan of het apparaat beter werkt met nieuwe batterijen. • Wanneer u oplaadbare batterijen gebruikt, controleer dan dat deze geheel zijn opgeladen. • Let er vooral op dat de laser droog blijft. • Als het laser-apparaat warmer wordt dan 50 ˚C, kan het niet worden ingeschakeld. Als het laser-apparaat is opgeborgen bij extreem hoge temperaturen, laat het dan afkoelen. De laserwaterpas zal niet beschadigd raken wanneer u de schakelaar Power/Transport Lock bedient voordat u het apparaat tot de juiste laatste temperatuur laat afkoelen. De laserstraal knippert De lasers zijn zo ontworpen dat ze in de zelfnivellerende standzichzelf waterpas afstellen tot op gemiddeld4° in alle richtingen. Als de laser zo ver wordt gekanteld dat het interne mechanisme zichzelf niet waterpas kan afstellen (of de laser is niet waterpas in de handmatige stand), zullen de laserstralen knipperen ten teken dat het kantelbereik is overschreden. ALS DE LASERSTRALEN KNIPPEREN, IS DE LASER NIET WATERPAS OF LOODRECHT EN MAG NIET WORDEN GEBRUIKT VOOR HET BEPALEN OF MARKEREN VAN EEN LIJN WATERPAS OF LOODRECHT. Zet de laser opnieuw goed neer op een oppervlak dat beter waterpas is. Laserstralen blijven in beweging De laser is precisie-instrument. Daarom zal de laser, als het apparaat niet op een stabiel (en stilstaand) oppervlak is geplaatst, blijven proberen het waterpaspunt te vinden. Blijft de straal in beweging, plaats de laser dan op een stabieler oppervlak. Controleer ook dat het oppervlak betrekkelijk vlak en recht is, zodat de laser stabiel staat. Service en reparaties Opmerking: Wanneer de laser wordt gedemonteerd, komen alle garanties op het product te vervallen. De VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het product kunnen alleen worden gegarandeerd wanneer reparaties, onderhoudswerkzaamheden en afstellingen worden uitgevoerd door officiële servicecentra. Wanneer service of onderhoud wordt uitgevoerd door niet-gekwalificeerd personeel kan een risico van letsel ontstaan. Zoek het STANLEY -servicecentrum bij u in de buurt, ga naar http://www.STANLEY.com. NL Garantie van twee jaar Stanley geeft op elektronisch meetgereedschap een garantie tegen gebreken in materialen en/of de uitvoering, gedurende twee jaar na de aankoopdatum. Niet goed werkende producten zullen worden gerepareerd of vervangen, al naargelang Stanley besluit, als zij samen met het aankoopbewijs worden opgestuurd naar: Stanley UK Sales Limited Gowerton Road Brackmills, Northampton NN4 7BW Deze garantie dekt geen gebreken die worden veroorzaakt door ongelukken, slijtage, gebruik dat niet in overeenstemming is met de instructies van de fabrikant of reparatie of wijziging van dit product die niet door Stanley is geautoriseerd. Reparatie of vervanging krachtens deze Garantie is niet van invloed op de afloopdatum van de Garantie. In de mate waarin dat wordt toegestaan bij wet zal Stanley onder deze Garantie niet aansprakelijk zijn voor indirecte schade of gevolgschade die het gevolg is van gebreken in dit product. Van deze Garantie mag niet worden afgeweken zonder autorisatie van Stanley. Deze Garantie heeft geen gevolgen voor de wettelijke rechten van consumenten/kopers van dit product. 71 Voor deze Garantie gelden de wetten van het land waarin de aankoop is gedaan en deze Garantie is opgesteld in overeenkomst met deze wetten en Stanley en de koper gaan beide onherroepelijk akkoord met de exclusieve jurisdictie van de rechtbanken van dat land, ten aanzien van een aanspraak of aangelegenheid die ontstaat krachtens of in verband met deze Garantie. Kalibratie en de juiste behandeling vallen niet onder de garantie. OPMERKING: NL De klant is verantwoordelijk voor het juiste gebruik en de juiste behandeling van het instrument. Bovendien is de klant volledig verantwoordelijk voor het van tijd tot tijd controleren van de nauwkeurigheid van de laserunit, en daarom voor de kalibratie van het instrument. 72 Specificaties STHT77502-1 Lichtbron Laser-golflengte Laser-vermogen Werkbereik Nauwkeurigheid Voedingsbron STHT77592-1 Laser-diodes 630 – 680 nm zichtbaar 510 – 530 nm zichtbaar ≤1,5 mW KLASSE 2 LASERPRODUCT 12m (36′) 16m (53′) ± 5 mm @ 10 m (±3/16" @ 33′) 2 batterijen formaat AA (1,5V) (3V DC) Bedrijfstemperatuur -10°C tot 40°C (14°F tot 104°F) Opslagtemperatuur -20°C tot 60°C (-5°F tot 140°F) NL 73 © 2018 Stanley Tools Stanley Europe, Egide Walschaertsstraat 14-16, 2800 Mechelen, Belgium www.2helpU.com Made in China N551892 January 2018
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238

Stanley STHT77502-1 de handleiding

Categorie
Laserniveaus
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor