Stanley STHT77504-1 Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

NL
56
Inhoud
• Laser-informatie
• Veiligheid van de gebruiker
• Veiligheid van de batterijen
• Batterijen van het type AA plaatsen
• De laser inschakelen
• Nauwkeurigheid van de laser controleren
• De laser gebruiken
• Onderhoud
• Oplossen van problemen
• Service en reparaties
Specicaties
Laser-informatie
De lasers STHT77504-1 en STHT77594-1 zijn
laserproducten van Klasse 2. De lasers zijn zelf-
nivellerend lasergereedschap dat kan worden gebruikt
voor horizontale (waterpas) en verticale (loodlijn)
uitlijningsprojecten.
Veiligheid van de gebruiker
Veiligheidsrichtlijnen
Onderstaande denities beschrijven de ernst van de
gevolgen die met de verschillende signaalwoorden
worden aangeduid. Lees de handleiding en let goed
op deze symbolen.
GEVAAR: Duidt een dreigende gevaarlijke
situatie aan, die, als deze niet wordt
vermeden, een ongeluk met dodelijke aoop
of ernstig letsel tot gevolg zal hebben.
WAARSCHUWING: Duidt een mogelijk
gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet
wordt vermeden, een ongeluk met dodelijke
aoop of ernstig letsel tot gevolg kan hebben.
VOORZICHTIG: Duidt een mogelijk
gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet
wordt vermeden aan, licht of middelzwaar
letsel tot gevolg kan hebben.
KENNISGEVING: Duidt een situatie in de praktijk
aan die niet leidt tot persoonlijk letsel, maar, als
deze niet wordt vermeden, materiële schade tot
gevolg kan hebben.
Als u vragen of opmerkingen hierover hebt of over
anderSTANLEY
®
-gereedschap, ga dan naar
http://www.STANLEY.com.
WAARSCHUWING:
Lees alle instructies en zorg ervoor dat
u ze begrijpt. Wanneer u geen gevolg geeft
aan de waarschuwingen en instructies in
deze handleiding, kan dat leiden tot ernstig
persoonlijk letsel.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
WAARSCHUWING:
Blootstelling aan laserstralen. Haal de
laser-waterpas niet uit elkaar en breng er
geen wijzigingen in aan. Het gereedschap
bevat geen onderdelen waaraan de
gebruiker onderhoud kan uitvoeren. Dit
kan ernstig oogletsel veroorzaken.
WAARSCHUWING:
Gevaarlijke straling. Gebruik van
bedieningsfuncties of de uitvoering van
aanpassingen of procedures die niet in deze
handleiding worden beschreven, kunnen tot
gevaarlijke blootstelling aan straling leiden.
Het label op uw laser kan de volgende symbolen
vermelden.
Symbool Betekenis
V Volt
mW Milliwatt
Laser-waarschuwing
nm Golengte in nanometers
2 Klasse 2 Laser
Waarschuwingslabels
Voor uw gemak en veiligheid worden de volgende
labels op de laser vermeldt.
57
NL
WAARSCHUWING: De gebruiker moet
de instructiehandleiding lezen zodat het
risico van letsel wordt beperkt.
WAARSCHUWING: LASER-
STRALING. KIJK NIET IN DE
STRAAL. Klasse 2 Laser-product.
Werk niet met de laser in explosieve
omgevingen, zoals in de aanwezigheid van
brandbare vloeistoffen en gassen of brandbaar
stof. Dit gereedschap kan vonken genereren die
het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
Berg laser-gereedschap dat u niet gebruikt op
buiten bereik van kinderen en andere personen
die er niet mee kunnen werken. Lasers zijn
gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers.
Onderhoud aan het gereedschap MOET
worden uitgevoerd door gekwaliceerde
reparatiemonteurs. Wanneer service of onderhoud
wordt uitgevoerd door niet-gekwaliceerd personeel
kan dat letsel tot gevolg hebben. Zoek het Stanley-
servicecentrum bij u in de buurt, ga naar
http://www.2helpU.com.
Kijk niet met behulp van optisch gereedschap,
zoals een telescoop naar de laserstraal. Dit kan
ernstig oogletsel veroorzaken.
Plaats de laser niet ergens waar iemand al dan
niet opzettelijk in de laserstraal kan kijken. Dit
kan ernstig oogletsel veroorzaken.
Plaats de laserstraal niet bij een reecterend
oppervlak dat de laserstraal kan weerkaatsen en
in de richting van iemands ogen kan sturen. Dit
kan ernstig oogletsel veroorzaken.
Schakel het laserapparaat uit wanneer u het
niet gebruikt. Wanneer het laserapparaat aan
blijft staan, vergroot dat het risico dat iemand in de
laserstraal kijkt.
Breng op geen enkele wijze wijzigingen in
de laser aan. Wanneer u wijzigingen in het
gereedschap aanbrengt, kan dat leiden tot
gevaarlijke blootstelling aan laserstraling.
Werk niet met het laserapparaat in de buurt van
kinderen en laat niet kinderen het laserapparaat
bedienen. Ernstige verwondingen aan de ogen
kunnen hiervan het gevolg zijn.
Verwijder geen waarschuwingslabels en maak
ze niet onleesbaar. Als labels worden verwijderd,
kan de gebruiker of kunnen anderen zichzelf
onbedoeld blootstellen aan straling.
Plaats het laserapparaat stevig op een waterpas
oppervlak. Als het laserapparaat valt, kan dat
beschadiging van het apparaat of ernstig letsel tot
gevolg hebben.
Persoonlijke veiligheid
Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezond
verstand wanneer u met dit laserapparaat werkt.
Gebruik de laser niet wanneer u moe bent of
onder invloed van verdovende middelen, alcohol
of medicatie. Een ogenblik van onoplettendheid
tijdens het werken met laserproducten kan leiden tot
ernstig persoonlijk letsel.
Gebruik een uitrusting voor persoonlijke bescherming.
Draag altijd oogbescherming. Afhankelijk van de
werkomstandigheden zal het dragen van een
uitrusting voor persoonlijke bescherming, zoals een
stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm
en gehoorbescherming de kans op persoonlijk letsel
verkleinen.
Gebruik en verzorging van het
gereedschap
Gebruik de laser niet als de schakelaar Power/
Transport Lock niet goed werkt. Gereedschap dat
niet kan worden bediend met de aan/uit-schakelaar
is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
Volg de instructies in het gedeelte Onderhoud van
deze handleiding. Het gebruik van niet-goedgekeurde
onderdelen of het niet opvolgen van de instructies in
Onderhoud kan het risico van een elektrische schok of
van letsel doen ontstaan.
Veiligheid van de batterijen
WAARSCHUWING:
Batterijen kunnen exploderen of lekken
en kunnen letsel of brand veroorzaken.
Beperk het risico door:
Nauwgezet gevolg te geven aan alle instructies en
waarschuwingen op het label van de batterij en de
verpakking.
NL
58
Batterijen altijd op juiste wijze in te zetten en
daarbij op de polariteit te letten (+ en –), volg de
markeringen op de batterij en de apparatuur.
Niet de polen van de batterij kort te sluiten.
Niet niet-oplaadbare batterijen op te laden.
Niet oude en nieuwe batterijen door elkaar te
gebruiken. Alle batterijen tegelijkertijd te vervangen
door nieuwe batterijen van hetzelfde merk en type.
Lege batterijen onmiddellijk uit te nemen en volgens
lokaal geldende voorschriften weg te doen.
Niet batterijen in het vuur te gooien.
Batterijen buiten bereik van kinderen te houden.
Batterijen uit te nemen wanneer het toestel niet in
gebruik is.
Batterijen van het type AA
plaatsen
Plaats nieuwe AA-batterijen in de laser STHT77504-1 of
STHT77594-1.
1.
Draai de laser ondersteboven.
2.
Open aan de onderzijde van de laser de grendel van
de afdekking van het batterijvak (Afbeelding
B
1
).
3.
Plaats vier nieuwe AA-batterijen van een goed
merk, en let er daarbij op dat u de zijde + en - van
de batterijen plaatst, zoals wordt aangeduid aan de
binnenzijde van het batterijenvak (Afbeelding
B
2
).
4.
Duw de afdekking van het batterijvak dicht tot deze
op z’n plaats klikt (Afbeelding
B
3
).
Schuif wanneer de laser niet in gebruik is, de schakelaar
Power/Transport Lock naar de middenpositie (OFF)
(Afbeelding
A
2
) zodat de batterijen worden gespaard.
De laser inschakelen
1.
Plaats de laser op een glad, vlak en recht oppervlak,
met de laser gericht op de tegenoverstaande muur
(0º positie).
2.
Schakel de laser in (ON) zodat een horizontale
laserstraal verschijnt. Of:
Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock
naar links zodat de slinger vergrendeld blijft en
de lijnen verschijnen in de handmatige stand
(Afbeelding
A
1
).
Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock
naar rechts zodat de slinger ontgrendeld wordt
en de lijnen verschijnen in de zelf-nivellerende
stand (Afbeelding
A
3
).
3.
Druk op (Afbeelding
A
4
) zodat een
horizontale laserstraal verschijnt, druk een tweede
maal voor een verticale straal en een derde maal
voor een horizontale straal en een verticale straal.
4.
Controleer de laserstralen.
Als de laser zo schuin (> 4°) wordt gezet dat het
apparaat zichzelf niet waterpas kan zetten, of de
laser niet waterpas is in de handmatige stand,
zullen de laserstralen knipperen.
Als de laserstralen knipperen, is de laser niet
waterpas (of loodrecht) en mag NIET WORDEN
GEBRUIKT voor het bepalen of markeren van een
lijn waterpas of loodrecht. Zet de laser opnieuw
goed neer op een oppervlak dat waterpas is.
5.
Als EEN van de volgende verklaringen WAAR is, ga
dan verder met de instructies voorNauwkeurigheid
van de laser controleren EN GEBRUIK DAARNA
PAS DE LASER voor een project.
Dit is de eerste maal dat u de laser gebruikt
(in het geval dat de laser blootgesteld is geweest
aan extreme temperaturen).
De laser is al enige tijd niet op
nauwkeurigheid gecontroleerd.
De laser is misschien gevallen.
59
NL
Nauwkeurigheid van de
laser controleren
Het lasergereedschap wordt in de fabriek verzegeld en
gekalibreerd. U wordt geadviseerd de nauwkeurigheid
te controleren voordat u de laser voor de eerste
keer gebruikt (in het geval dat de laser blootgesteld
is geweest aan extreme temperaturen) en daarna
regelmatig de nauwkeurigheid van uw werk te controleren.
Volg deze richtlijnen, wanneer u een van de
nauwkeurigheidscontroles in deze handleiding uitvoert:
Gebruik een zo groot mogelijke ruimte/afstanddie
gelijk of bijna gelijk is aan de werkafstand. Hoe
groter de ruimte/afstand, des te gemakkelijker is het
de nauwkeurigheid van de laser te meten.
Plaats de laser op eenglad, vlak, stabiel
oppervlak dat in beide richtingen waterpas is.
Markeer het middelpunt van de laserstraal.
Horizontale straal - Scan-richting
Voor het controleren van de horizontale kalibratie van
de laser zijn twee muren nodig ten minste 9 m (30)
uit elkaar. Het is erg belangrijk dat u een kalibratietest
uitvoert over een afstand die niet kleiner is dan de
afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken.
1.
Verplaats de laser naar het andere uiteinde van de
muur (Afbeelding
D
1
).
2.
Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar
rechts (Afbeelding
A
3
) en schakel zo de laser in
(ON) in de zelf-nivellerende stand,nu verschijnt een
horizontale laserstraal.
3.
Markeer op een afstand van ten minste 9 m van
elkaar langs de laserstraal
a
en
b
.
4.
Draai de laser 180º.
5.
Stel de hoogte van de laser zo in dat het midden van
de straal op één lijn is met
a
(Afbeelding
D
2
).
6.
Markeerdirect boven of onder
b
,
c
langs de
laserstraal(Afbeelding
D
3
).
7.
Meet de verticale afstand tussen
b
en
c
.
8.
Als uw meting groter is dan de Toegestane afstand
tussen
b
en
c
voor de bijbehorende Afstand
tussen
a
en
b
in de volgende tabel, moet de laser
worden nagezien in een ofcieel servicecentrum.
Afstand tussen
a
en
b
Toe te stane afstand
tussen
b
en
c
9 m (30') 4 mm
12 m 6 mm
15 m 8 mm
Horizontale straal - Helling richting
Als u de kalibratie van de horizontale helling van de
laser wilt controleren hebt u één muur nodig van ten
minste 9m (30) lang. Het is erg belangrijk dat u een
kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner
is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken.
1.
Verplaats de laser naar het andere uiteinde van de
muur (Afbeelding
E
1
).
2.
Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar
rechts (Afbeelding
A
3
) en schakel zo de laser in
(ON) in de zelf-nivellerende stand,nu verschijnt een
horizontale laserstraal.
3.
Markeer een afstand van ten minste 9 m van elkaar
langs de laserstraal
a
en
b
.
4.
Verplaats de laser naar het andere uiteinde van de
muur (Afbeelding
E
2
).
5.
Plaats de laserstraal in de richting van het eerste
uiteinde van dezelfde muur en parallel aan de
aangrenzende muur.
6.
Stel de hoogte van de laser zo in dat het midden van
de straal op één lijn is met
b
.
7.
Markeerdirect boven of onder
a
,
c
langs de
laserstraal(Afbeelding
E
3
).
8.
Meet de afstand tussen
a
en
c
.
NL
60
9.
Als uw meting groter is dan de toegestane afstand
tussen
a
en
c
voor de bijbehorende afstand
tussen
a
en
b
in onderstaande tabel, moet de
laser worden nagezien in een ofcieel servicecentrum.
Afstand tussen
a
en
b
Toe te stane afstand
tussen
a
en
c
9 m (30') 4 mm
12 m 6 mm
15 m 8 mm
Verticale straal - Loodlijn
De controle van de verticale kalibratie (loodlijn) kan
het nauwkeurigst worden uitgevoerd wanneer er een
aanzienlijke verticale hoogte beschikbaar is, in het ideale
geval 9 m (30), met één persoon op de vloer die de laser
plaatst en een ander persoon die in de buurt van het
plafond de punt markeert die door de laser op het plafond
wordt geprojecteerd. Het is erg belangrijk dat u een
kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner is
dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken.
1.
Plaats de laser op een afstand van ten minste 1,0 m
van een deurpost (Afbeelding
F
1
).
2.
Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar
rechts (Afbeelding
A
3
) en schakel zo de laser in
(ON) in de zelf-nivellerende stand,nu verschijnt een
horizontale laserstraal.
3.
Druk eenmaal op zodat de verticale zijlijn
verschijnt.
4.
Richt de verticale laserstraal naar de deurpost.
5.
Markeer langs de onderzijde van de laserstraal drie
locaties
a
,
b
en
c
; waar
b
halverwege is tussen
a
en
c
.
6.
Waar de bovenzijde van de laserstraal aan de
bovenzijde van de deurpost verschijnt, markeert u
e
.
7.
Verplaats de laser naar de tegenovergestelde zijde
van de deurpost (Afbeelding
F
2
).
8.
Breng de onderzijde van de laserstraal op één lijn
met
a
,
b
en
c
.
9.
Waar de bovenzijde van de laserstraal aan de
bovenzijde van de deurpost verschijnt, markeert u
f
.
10.
Meet de afstand tussen
e
en
f
.
11.
Als uw meting groter is dan de Toe te stane afstand
tussen
e
en
f
voor de bijbehorende Hoogte
D
in
de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in
een ofcieel servicecentrum.
Hoogte
D
Toe te stane afstand
tussen
e
en
f
2,0 m 1,5 mm
2,5 m 2,0 mm
3,0 m 2,5 mm
De laser gebruiken
Bedieningstips
Markeer altijd het middelpunt van de straal die door
de laser wordt geprojecteerd.
Extreme temperatuurwisselingen kunnen leiden tot
beweging van interne onderdelen en dat kan de
nauwkeurigheid nadelig beïnvloeden. Controleer de
nauwkeurigheid vaak tijdens uw werkzaamheden.
Als de laser is gevallen, controleer dan vooral altijd
de kalibratie.
Zolang de laser goed is gekalibreerd, stelt de laser
zichzelf waterpas. Iedere laser wordt in de fabriek
zo gekalibreerd dat waterpas wordt gevonden
zolang het apparaat maar op een vlak oppervlak
wordt geplaatst dat niet meer dan gemiddeld ± 4°
van het waterpaspunt is verwijderd. Handmatige
aanpassingen zijn niet nodig.
Gebruik de laser op een glad, vlak en recht
oppervlak.
De laser uitschakelen
Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar de
stand OFF (Afbeelding
A
2
) wanneer de laser niet
in gebruik is. Staat de schakelaar niet in de stand OFF,
dan wordt het laser-apparaat niet uitgeschakeld.
61
NL
De laser gebruiken met de beugel
Er wordt een beugel (Afbeelding
G
) bij de laser
geleverd zodat u het apparaat gemakkelijk op een
steun, raster in het plafond of een paal kunt bevestigen.
1.
Zet de laser stevig vast op de beugel.
Plaats de laser met behulp van de 1/4-20
schroefdraad aan de onderzijde, zijde
achterzijde van het apparaat(Afbeelding
C
), op
de 1/4-20 schroefdraad op de arm van de beugel
(Afbeelding
G
1
).
Draai met de laserknop (Afbeelding
G
2
) de
laser naar rechts vast op de 1/4-20 schroefdraad
op de arm van de beugel.
2.
U kunt, zo nodig, de hoogte of de positie van de
laser op de beugel veranderen.
Draai de stelknop (Afbeelding
G
3
) naar links
als u de arm van de beugel wilt losmaken.
Schuif de arm van de beugel omhoog of omlaag
naar de gewenste hoogte (Afbeelding
G
4
). U kunt de hoek van de beugel wijzigen van
90° naar 180°, door de arm van de beugel
naar de bovenzijde van de beugel te schuiven
en vervolgens de arm naar rechts te klappen
(Afbeelding
G
5
).
Draai de stelknop (Afbeelding
G
3
) naar
rechts als u de arm van de beugel op z'n plaats
wilt vergrendelen.
3.
Houd met behulp van de klem van de beugel
(Afbeelding
G
6
) de laser op z'n plaats op een
balk, een raster in het plafond of een paal.
U kunt, zo nodig, de klem draaien zodat deze in
de juiste hoek staat voor het bevestigen van een
object. Draai, terwijl u de arm van de beugel met
één hand vasthoudt, de klem met uw andere
hand (Afbeelding
G
7
).
Plaats de klem van de beugel rond de balk, op
het raster in het plafond of aan de paal.
Draai de knop van de klem (Afbeelding
G
8
)
naar rechts tot de klem stevig rond het object zit
en de beugel op z'n plaats wordt gehouden.
De laser gebruiken met andere
accessoires
WAARSCHUWING:
Accessoires die niet worden aangeboden
door STANLEY zijn niet met deze laser getest,
en daarom kan het gebruik van dergelijke
accessoires met deze laser gevaarlijk zijn.
Gebruik alleen STANLEY
®
-accessoires die
voor gebruik met dit model worden aanbevolen.
Accessoires die misschien geschikt zijn voor de
ene laser, kunnen gevaarlijk zijn wanneer ze op een
andere laser worden gebruikt.
De laser is voorzien van een 1/4-20 interne
schroefdraad aan de onderzijde, zijde en achterzijde
(Afbeelding
C
) voor toepassing van op dit moment
verkrijgbare of toekomstige STANLEY
®
-accessoires.
Andere accessoires die worden aanbevolen
voor gebruik met deze laser zijn tegen meerprijs
verkrijgbaar bij uw leverancier ter plaatse of bij een
ofcieel servicecentrum. Heeft u hulp nodig bij het
vinden van een accessoire, neem dan contact op met
het STANLEY-servicecentrum bij u in de buurt of ga
naar onze website: http://www.STANLEY.com.
Onderhoud
Wanneer u de laser niet meer gebruikt, maak dan
de externe onderdelen ervan schoon met een
vochtige doek, veeg vervolgens het apparaat droog
met een droge doek en berg het vervolgens op in
de meegeleverde gereedschapsdoos.
De externe onderdelen van de laser zijn wel
bestand tegen oplosmiddelen, maar u mag de laser
NOOIT met dergelijke middelen schoonmaken.
Berg het laserapparaat niet op bij temperaturen
lager dan -20˚C (-5 ˚F) of hoger dan 60 ˚C (140 ˚F).
Zorg ervoor dat u nauwkeurig werk kunt blijven
leveren, controleer regelmatig de kalibratie van
de laser.
Controles van de kalibratie en andere
onderhoudswerkzaamheden kunnen door
STANLEY-servicecentra.
NL
62
Oplossen van problemen
De laser kan niet worden
ingeschakeld
Controleer de AA-batterijen zodat u zeker weet dat:
Elke batterijgoed is geplaatst, volgens de (+) en
(–) die aan de binnenzijde van het batterijvak
wordt vermeld.
De contacten van de batterijen schoon zijn en vrij
van roest of corrosie.
De batterijen nieuw zijn en van een goed merk,
zodat de kans van lekkage van de batterijen
wordt beperkt.
Controleer dat de AA-batterijen in goede werkende
staat zijn. Als u hierover twijfelt, probeer dan of het
apparaat beter werkt met nieuwe batterijen.
Wanneer u oplaadbare batterijen gebruikt,
controleer dan dat deze geheel zijn opgeladen.
Let er vooral op dat de laser droog blijft.
Als het laser-apparaat warmer wordt dan 50 ˚C, kan
het niet worden ingeschakeld. Als het laser-apparaat
is opgeborgen bij extreem hoge temperaturen,
laat het dan afkoelen. De laser-waterpas zal niet
beschadigd raken wanneer u de schakelaar Power/
Transport Lock bedient voordat u het apparaat tot de
juiste laatste temperatuur laat afkoelen.
De laserstraal knippert
De lasers zijn zo ontworpen dat ze in de zelf-
nivellerende standzichzelf waterpas afstellen tot op
gemiddeld4° in alle richtingen. Als de laser zo ver wordt
gekanteld dat het interne mechanisme zichzelf niet
waterpas kan afstellen (of de laser is niet waterpas in de
handmatige stand), zullen de laserstralen knipperen
ten teken dat het kantelbereik is overschreden.
ALS DE LASERSTRALEN KNIPPEREN, IS DE
LASER NIET WATERPAS OF LOODRECHT EN MAG
NIET WORDEN GEBRUIKT VOOR HET BEPALEN
OF MARKEREN VAN EEN LIJN WATERPAS OF
LOODRECHT. Zet de laser opnieuw goed neer op een
oppervlak dat beter waterpas is.
Laserstralen blijven in beweging
De laser is precisie-instrument. Daarom zal de
laser, als het apparaat niet op een stabiel (en
stilstaand) oppervlak is geplaatst, blijven proberen het
waterpaspunt te vinden. Blijft de straal in beweging,
plaats de laser dan op een stabieler oppervlak.
Controleer ook dat het oppervlak betrekkelijk vlak en
recht is, zodat de laser stabiel staat.
Service en reparaties
Opmerking: Wanneer de laser wordt gedemonteerd,
komen alle garanties op het product te vervallen.
De VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van
het product kunnen alleen worden gegarandeerd
wanneer reparaties, onderhoudswerkzaamheden
en afstellingen worden uitgevoerd door ofciële
servicecentra. Wanneer service of onderhoud wordt
uitgevoerd door niet-gekwaliceerd personeel kan
een risico van letsel ontstaan. Zoek het STANLEY
-servicecentrum bij u in de buurt, ga naar
http://www.STANLEY.com.
Garantie van twee jaar
Stanley geeft op elektronisch meetgereedschap
een garantie tegen gebreken in materialen en/of de
uitvoering, gedurende twee jaar na de aankoopdatum.
Niet goed werkende producten zullen worden
gerepareerd of vervangen, al naargelang Stanley
besluit, als zij samen met het aankoopbewijs worden
opgestuurd naar:
Stanley UK Sales Limited
Gowerton Road
Brackmills, Northampton NN4 7BW
Deze garantie dekt geen gebreken die worden
veroorzaakt door ongelukken, slijtage, gebruik dat
niet in overeenstemming is met de instructies van de
fabrikant of reparatie of wijziging van dit product die
niet door Stanley is geautoriseerd.
Reparatie of vervanging krachtens deze Garantie is
niet van invloed op de aoopdatum van de Garantie.
In de mate waarin dat wordt toegestaan bij wet zal
Stanley onder deze Garantie niet aansprakelijk zijn
voor indirecte schade of gevolgschade die het gevolg
is van gebreken in dit product.
63
NL
Van deze Garantie mag niet worden afgeweken zonder autorisatie van Stanley.
Deze Garantie heeft geen gevolgen voor de wettelijke rechten van consumenten/kopers van dit product.
Voor deze Garantie gelden de wetten van het land waarin de aankoop is gedaan en deze Garantie is opgesteld
in overeenkomst met deze wetten en Stanley en de koper gaan beide onherroepelijk akkoord met de exclusieve
jurisdictie van de rechtbanken van dat land, ten aanzien van een aanspraak of aangelegenheid die ontstaat
krachtens of in verband met deze Garantie.
Kalibratie en de juiste behandeling vallen niet onder de garantie.
OPMERKING:
De klant is verantwoordelijk voor het juiste gebruik en de juiste behandeling van het instrument. Bovendien is de
klant volledig verantwoordelijk voor het van tijd tot tijd controleren van de nauwkeurigheid van de laser-unit, en
daarom voor de kalibratie van het instrument.
Specicaties
STHT77504-1 STHT77594-1
Lichtbron Laser-diodes
Laser-golengte 630 – 680 nm zichtbaar 510 – 530 nm zichtbaar
Laser-vermogen ≤3,2 mW KLASSE 2 LASERPRODUCT
Werkbereik 20m (65′) 25m (80′)
Nauwkeurigheid ± 4 mm @ 10 m (±5/32"” @ 33′)
Voedingsbron 4 batterijen formaat AA (1,5V) (3V DC)
Bedrijfstemperatuur -10°C tot 40°C (14°F tot 104°F)
Opslagtemperatuur -20°C tot 60°C (-5°F tot 140°F)

Documenttranscriptie

Inhoud • Laser-informatie • Veiligheid van de gebruiker • Veiligheid van de batterijen • Batterijen van het type AA plaatsen • De laser inschakelen • Nauwkeurigheid van de laser controleren • De laser gebruiken • Onderhoud • Oplossen van problemen • Service en reparaties • Specificaties NL Als u vragen of opmerkingen hierover hebt of over anderSTANLEY®-gereedschap, ga dan naar http://www.STANLEY.com. WAARSCHUWING: Lees alle instructies en zorg ervoor dat u ze begrijpt. Wanneer u geen gevolg geeft aan de waarschuwingen en instructies in deze handleiding, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES WAARSCHUWING: Blootstelling aan laserstralen. Haal de laser-waterpas niet uit elkaar en breng er geen wijzigingen in aan. Het gereedschap bevat geen onderdelen waaraan de gebruiker onderhoud kan uitvoeren. Dit kan ernstig oogletsel veroorzaken. Laser-informatie De lasers STHT77504-1 en STHT77594-1 zijn laserproducten van Klasse 2. De lasers zijn zelfnivellerend lasergereedschap dat kan worden gebruikt voor horizontale (waterpas) en verticale (loodlijn) uitlijningsprojecten. WAARSCHUWING: Gevaarlijke straling. Gebruik van bedieningsfuncties of de uitvoering van aanpassingen of procedures die niet in deze handleiding worden beschreven, kunnen tot gevaarlijke blootstelling aan straling leiden. Veiligheid van de gebruiker Veiligheidsrichtlijnen Onderstaande definities beschrijven de ernst van de gevolgen die met de verschillende signaalwoorden worden aangeduid. Lees de handleiding en let goed op deze symbolen. GEVAAR: Duidt een dreigende gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden, een ongeluk met dodelijke afloop of ernstig letsel tot gevolg zal hebben.   WAARSCHUWING: Duidt een mogelijk gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden, een ongeluk met dodelijke afloop of ernstig letsel tot gevolg kan hebben.  OORZICHTIG: Duidt een mogelijk V gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden aan, licht of middelzwaar letsel tot gevolg kan hebben. KENNISGEVING: Duidt een situatie in de praktijk aan die niet leidt tot persoonlijk letsel, maar, als deze niet wordt vermeden, materiële schade tot gevolg kan hebben. 56 Het label op uw laser kan de volgende symbolen vermelden. Symbool Betekenis V mW Volt Milliwatt Laser-waarschuwing nm 2 Golflengte in nanometers Klasse 2 Laser Waarschuwingslabels Voor uw gemak en veiligheid worden de volgende labels op de laser vermeldt.   WAARSCHUWING: De gebruiker moet de instructiehandleiding lezen zodat het risico van letsel wordt beperkt.  WAARSCHUWING: LASERSTRALING. KIJK NIET IN DE STRAAL. Klasse 2 Laser-product. • Werk niet met de laser in explosieve omgevingen, zoals in de aanwezigheid van brandbare vloeistoffen en gassen of brandbaar stof. Dit gereedschap kan vonken genereren die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden. • Berg laser-gereedschap dat u niet gebruikt op buiten bereik van kinderen en andere personen die er niet mee kunnen werken. Lasers zijn gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers. • Onderhoud aan het gereedschap MOET worden uitgevoerd door gekwalificeerde reparatiemonteurs. Wanneer service of onderhoud wordt uitgevoerd door niet-gekwalificeerd personeel kan dat letsel tot gevolg hebben. Zoek het Stanleyservicecentrum bij u in de buurt, ga naar http://www.2helpU.com. • Kijk niet met behulp van optisch gereedschap, zoals een telescoop naar de laserstraal. Dit kan ernstig oogletsel veroorzaken. • Plaats de laser niet ergens waar iemand al dan niet opzettelijk in de laserstraal kan kijken. Dit kan ernstig oogletsel veroorzaken. • Plaats de laserstraal niet bij een reflecterend oppervlak dat de laserstraal kan weerkaatsen en in de richting van iemands ogen kan sturen. Dit kan ernstig oogletsel veroorzaken. • Schakel het laserapparaat uit wanneer u het niet gebruikt. Wanneer het laserapparaat aan blijft staan, vergroot dat het risico dat iemand in de laserstraal kijkt. • Breng op geen enkele wijze wijzigingen in de laser aan. Wanneer u wijzigingen in het gereedschap aanbrengt, kan dat leiden tot gevaarlijke blootstelling aan laserstraling. • Werk niet met het laserapparaat in de buurt van kinderen en laat niet kinderen het laserapparaat bedienen. Ernstige verwondingen aan de ogen kunnen hiervan het gevolg zijn. • Verwijder geen waarschuwingslabels en maak ze niet onleesbaar. Als labels worden verwijderd, kan de gebruiker of kunnen anderen zichzelf onbedoeld blootstellen aan straling. • Plaats het laserapparaat stevig op een waterpas oppervlak. Als het laserapparaat valt, kan dat beschadiging van het apparaat of ernstig letsel tot gevolg hebben. Persoonlijke veiligheid • Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezond verstand wanneer u met dit laserapparaat werkt. Gebruik de laser niet wanneer u moe bent of onder invloed van verdovende middelen, alcohol of medicatie. Een ogenblik van onoplettendheid tijdens het werken met laserproducten kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. NL • Gebruik een uitrusting voor persoonlijke bescherming. Draag altijd oogbescherming. Afhankelijk van de werkomstandigheden zal het dragen van een uitrusting voor persoonlijke bescherming, zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm en gehoorbescherming de kans op persoonlijk letsel verkleinen. Gebruik en verzorging van het gereedschap • Gebruik de laser niet als de schakelaar Power/ Transport Lock niet goed werkt. Gereedschap dat niet kan worden bediend met de aan/uit-schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. • Volg de instructies in het gedeelte Onderhoud van deze handleiding. Het gebruik van niet-goedgekeurde onderdelen of het niet opvolgen van de instructies in Onderhoud kan het risico van een elektrische schok of van letsel doen ontstaan. Veiligheid van de batterijen WAARSCHUWING: Batterijen kunnen exploderen of lekken en kunnen letsel of brand veroorzaken. Beperk het risico door: • Nauwgezet gevolg te geven aan alle instructies en waarschuwingen op het label van de batterij en de verpakking. 57 • B  atterijen altijd op juiste wijze in te zetten en daarbij op de polariteit te letten (+ en –), volg de markeringen op de batterij en de apparatuur. De laser inschakelen 1. Plaats de laser op een glad, vlak en recht oppervlak, met de laser gericht op de tegenoverstaande muur (0º positie). 2. Schakel de laser in (ON) zodat een horizontale laserstraal verschijnt. Of: • Niet de polen van de batterij kort te sluiten. • Niet niet-oplaadbare batterijen op te laden. • Niet oude en nieuwe batterijen door elkaar te gebruiken. Alle batterijen tegelijkertijd te vervangen door nieuwe batterijen van hetzelfde merk en type. • Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar links zodat de slinger vergrendeld blijft en de lijnen verschijnen in de handmatige stand (Afbeelding A 1 ). • Lege batterijen onmiddellijk uit te nemen en volgens lokaal geldende voorschriften weg te doen. NL • Niet batterijen in het vuur te gooien. • Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts zodat de slinger ontgrendeld wordt en de lijnen verschijnen in de zelf-nivellerende stand (Afbeelding A 3 ). • Batterijen buiten bereik van kinderen te houden. • Batterijen uit te nemen wanneer het toestel niet in gebruik is. Batterijen van het type AA plaatsen Plaats nieuwe AA-batterijen in de laser STHT77504-1 of STHT77594-1. 1. Draai de laser ondersteboven. 2. Open aan de onderzijde van de laser de grendel van de afdekking van het batterijvak (Afbeelding B 1 ). 3. Plaats vier nieuwe AA-batterijen van een goed merk, en let er daarbij op dat u de zijde + en - van de batterijen plaatst, zoals wordt aangeduid aan de binnenzijde van het batterijenvak (Afbeelding B 2 ). 4. Duw de afdekking van het batterijvak dicht tot deze op z’n plaats klikt (Afbeelding B 3 ). Schuif wanneer de laser niet in gebruik is, de schakelaar Power/Transport Lock naar de middenpositie (OFF) (Afbeelding A 2 ) zodat de batterijen worden gespaard. 3. Druk op (Afbeelding A 4 ) zodat een horizontale laserstraal verschijnt, druk een tweede maal voor een verticale straal en een derde maal voor een horizontale straal en een verticale straal. 4. Controleer de laserstralen. • Als de laser zo schuin (> 4°) wordt gezet dat het apparaat zichzelf niet waterpas kan zetten, of de laser niet waterpas is in de handmatige stand, zullen de laserstralen knipperen. • Als de laserstralen knipperen, is de laser niet waterpas (of loodrecht) en mag NIET WORDEN GEBRUIKT voor het bepalen of markeren van een lijn waterpas of loodrecht. Zet de laser opnieuw goed neer op een oppervlak dat waterpas is. 5. Als EEN van de volgende verklaringen WAAR is, ga dan verder met de instructies voorNauwkeurigheid van de laser controleren EN GEBRUIK DAARNA PAS DE LASER voor een project. • Dit is de eerste maal dat u de laser gebruikt (in het geval dat de laser blootgesteld is geweest aan extreme temperaturen). • De laser is al enige tijd niet op nauwkeurigheid gecontroleerd. • De laser is misschien gevallen. 58 Nauwkeurigheid van de laser controleren Het lasergereedschap wordt in de fabriek verzegeld en gekalibreerd. U wordt geadviseerd de nauwkeurigheid te controleren voordat u de laser voor de eerste keer gebruikt (in het geval dat de laser blootgesteld is geweest aan extreme temperaturen) en daarna regelmatig de nauwkeurigheid van uw werk te controleren. Volg deze richtlijnen, wanneer u een van de nauwkeurigheidscontroles in deze handleiding uitvoert: • Gebruik een zo groot mogelijke ruimte/afstanddie gelijk of bijna gelijk is aan de werkafstand. Hoe groter de ruimte/afstand, des te gemakkelijker is het de nauwkeurigheid van de laser te meten. • Plaats de laser op eenglad, vlak, stabiel oppervlak dat in beide richtingen waterpas is. 8. Als uw meting groter is dan de Toegestane afstand tussen b en c voor de bijbehorende Afstand tussen a en b in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum. Afstand tussen en b Toe te stane afstand tussen b en c a 9 m′ (30') 12 m 15 m 4 mm 6 mm 8 mm Horizontale straal - Helling richting Als u de kalibratie van de horizontale helling van de laser wilt controleren hebt u één muur nodig van ten minste 9m (30′) lang. Het is erg belangrijk dat u een kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken. • Markeer het middelpunt van de laserstraal. 1. Horizontale straal - Scan-richting Verplaats de laser naar het andere uiteinde van de muur (Afbeelding E 1 ). 2. Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts (Afbeelding A 3 ) en schakel zo de laser in (ON) in de zelf-nivellerende stand,nu verschijnt een horizontale laserstraal. 3. Markeer een afstand van ten minste 9 m van elkaar langs de laserstraal a en b . 4. Verplaats de laser naar het andere uiteinde van de muur (Afbeelding E 2 ). 5. Plaats de laserstraal in de richting van het eerste uiteinde van dezelfde muur en parallel aan de aangrenzende muur. 6. Stel de hoogte van de laser zo in dat het midden van de straal op één lijn is met b . 7. Markeerdirect boven of onder a , laserstraal(Afbeelding E 3 ). 8. Meet de afstand tussen Voor het controleren van de horizontale kalibratie van de laser zijn twee muren nodig ten minste 9 m (30′) uit elkaar. Het is erg belangrijk dat u een kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken. 1. Verplaats de laser naar het andere uiteinde van de muur (Afbeelding D 1 ). 2. Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts (Afbeelding A 3 ) en schakel zo de laser in (ON) in de zelf-nivellerende stand,nu verschijnt een horizontale laserstraal. 3. Markeer op een afstand van ten minste 9 m van elkaar langs de laserstraal a en b . 4. Draai de laser 180º. 5. Stel de hoogte van de laser zo in dat het midden van de straal op één lijn is met a (Afbeelding D 2 ). 6. Markeerdirect boven of onder b , laserstraal(Afbeelding D 3 ). 7. Meet de verticale afstand tussen c b a en c c NL langs de . langs de en c . 59 9. Als uw meting groter is dan de toegestane afstand tussen a en c voor de bijbehorende afstand tussen a en b in onderstaande tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum. Afstand tussen a en b Toe te stane afstand tussen a en c 9 m′ (30') 12 m 15 m 4 mm 6 mm 8 mm Als uw meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen e en f voor de bijbehorende Hoogte D in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum. Hoogte D Toe te stane afstand tussen e en f 2,0 m′ 2,5 m 3,0 m NL Verticale straal - Loodlijn De controle van de verticale kalibratie (loodlijn) kan het nauwkeurigst worden uitgevoerd wanneer er een aanzienlijke verticale hoogte beschikbaar is, in het ideale geval 9 m (30′), met één persoon op de vloer die de laser plaatst en een ander persoon die in de buurt van het plafond de punt markeert die door de laser op het plafond wordt geprojecteerd. Het is erg belangrijk dat u een kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken. 1,5 mm 2,0 mm 2,5 mm De laser gebruiken Bedieningstips • Markeer altijd het middelpunt van de straal die door de laser wordt geprojecteerd. • Extreme temperatuurwisselingen kunnen leiden tot beweging van interne onderdelen en dat kan de nauwkeurigheid nadelig beïnvloeden. Controleer de nauwkeurigheid vaak tijdens uw werkzaamheden. 1. Plaats de laser op een afstand van ten minste 1,0 m van een deurpost (Afbeelding F 1 ). • Als de laser is gevallen, controleer dan vooral altijd de kalibratie. 2. Verplaats de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts (Afbeelding A 3 ) en schakel zo de laser in (ON) in de zelf-nivellerende stand,nu verschijnt een horizontale laserstraal. 3. Druk eenmaal op verschijnt. • Zolang de laser goed is gekalibreerd, stelt de laser zichzelf waterpas. Iedere laser wordt in de fabriek zo gekalibreerd dat waterpas wordt gevonden zolang het apparaat maar op een vlak oppervlak wordt geplaatst dat niet meer dan gemiddeld ± 4° van het waterpaspunt is verwijderd. Handmatige aanpassingen zijn niet nodig. 4. Richt de verticale laserstraal naar de deurpost. 5. Markeer langs de onderzijde van de laserstraal drie locaties a , b en c ; waar b halverwege is tussen a en c . 6. zodat de verticale zijlijn Waar de bovenzijde van de laserstraal aan de bovenzijde van de deurpost verschijnt, markeert u e 7. Verplaats de laser naar de tegenovergestelde zijde van de deurpost (Afbeelding F 2 ). 8. Breng de onderzijde van de laserstraal op één lijn met a , b en c . 9. Waar de bovenzijde van de laserstraal aan de bovenzijde van de deurpost verschijnt, markeert u 10. Meet de afstand tussen 60 11. e en f . f . . • Gebruik de laser op een glad, vlak en recht oppervlak. De laser uitschakelen Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar de stand OFF (Afbeelding A 2 ) wanneer de laser niet in gebruik is. Staat de schakelaar niet in de stand OFF, dan wordt het laser-apparaat niet uitgeschakeld. De laser gebruiken met de beugel Er wordt een beugel (Afbeelding G ) bij de laser geleverd zodat u het apparaat gemakkelijk op een steun, raster in het plafond of een paal kunt bevestigen. 1. Zet de laser stevig vast op de beugel. • Plaats de laser met behulp van de 1/4-20 schroefdraad aan de onderzijde, zijde achterzijde van het apparaat(Afbeelding C ), op de 1/4-20 schroefdraad op de arm van de beugel (Afbeelding G 1 ). • Draai met de laserknop (Afbeelding G 2 ) de laser naar rechts vast op de 1/4-20 schroefdraad op de arm van de beugel. 2. U kunt, zo nodig, de hoogte of de positie van de laser op de beugel veranderen. • Draai de stelknop (Afbeelding G 3 ) naar links als u de arm van de beugel wilt losmaken. • Schuif de arm van de beugel omhoog of omlaag naar de gewenste hoogte (Afbeelding G 4 ). U kunt de hoek van de beugel wijzigen van 90° naar 180°, door de arm van de beugel naar de bovenzijde van de beugel te schuiven en vervolgens de arm naar rechts te klappen (Afbeelding G 5 ). • Draai de stelknop (Afbeelding G 3 ) naar rechts als u de arm van de beugel op z'n plaats wilt vergrendelen. 3. Houd met behulp van de klem van de beugel (Afbeelding G 6 ) de laser op z'n plaats op een balk, een raster in het plafond of een paal. De laser gebruiken met andere accessoires WAARSCHUWING: Accessoires die niet worden aangeboden door STANLEY zijn niet met deze laser getest, en daarom kan het gebruik van dergelijke accessoires met deze laser gevaarlijk zijn. Gebruik alleen STANLEY®-accessoires die voor gebruik met dit model worden aanbevolen. Accessoires die misschien geschikt zijn voor de ene laser, kunnen gevaarlijk zijn wanneer ze op een andere laser worden gebruikt. Andere accessoires die worden aanbevolen voor gebruik met deze laser zijn tegen meerprijs verkrijgbaar bij uw leverancier ter plaatse of bij een officieel servicecentrum. Heeft u hulp nodig bij het vinden van een accessoire, neem dan contact op met het STANLEY-servicecentrum bij u in de buurt of ga naar onze website: http://www.STANLEY.com. Onderhoud • Wanneer u de laser niet meer gebruikt, maak dan de externe onderdelen ervan schoon met een vochtige doek, veeg vervolgens het apparaat droog met een droge doek en berg het vervolgens op in de meegeleverde gereedschapsdoos. • U kunt, zo nodig, de klem draaien zodat deze in de juiste hoek staat voor het bevestigen van een object. Draai, terwijl u de arm van de beugel met één hand vasthoudt, de klem met uw andere hand (Afbeelding G 7 ). • De externe onderdelen van de laser zijn wel bestand tegen oplosmiddelen, maar u mag de laser NOOIT met dergelijke middelen schoonmaken. • Plaats de klem van de beugel rond de balk, op het raster in het plafond of aan de paal. • Zorg ervoor dat u nauwkeurig werk kunt blijven leveren, controleer regelmatig de kalibratie van de laser. • Draai de knop van de klem (Afbeelding G 8 ) naar rechts tot de klem stevig rond het object zit en de beugel op z'n plaats wordt gehouden. NL De laser is voorzien van een 1/4-20 interne schroefdraad aan de onderzijde, zijde en achterzijde (Afbeelding C ) voor toepassing van op dit moment verkrijgbare of toekomstige STANLEY®-accessoires. • Berg het laserapparaat niet op bij temperaturen lager dan -20˚C (-5 ˚F) of hoger dan 60 ˚C (140 ˚F). • Controles van de kalibratie en andere onderhoudswerkzaamheden kunnen door STANLEY-servicecentra. 61 Oplossen van problemen De laser kan niet worden ingeschakeld • Controleer de AA-batterijen zodat u zeker weet dat: • Elke batterijgoed is geplaatst, volgens de (+) en (–) die aan de binnenzijde van het batterijvak wordt vermeld. • De contacten van de batterijen schoon zijn en vrij van roest of corrosie. NL • De batterijen nieuw zijn en van een goed merk, zodat de kans van lekkage van de batterijen wordt beperkt. • Controleer dat de AA-batterijen in goede werkende staat zijn. Als u hierover twijfelt, probeer dan of het apparaat beter werkt met nieuwe batterijen. • Wanneer u oplaadbare batterijen gebruikt, controleer dan dat deze geheel zijn opgeladen. • Let er vooral op dat de laser droog blijft. • Als het laser-apparaat warmer wordt dan 50 ˚C, kan het niet worden ingeschakeld. Als het laser-apparaat is opgeborgen bij extreem hoge temperaturen, laat het dan afkoelen. De laser-waterpas zal niet beschadigd raken wanneer u de schakelaar Power/ Transport Lock bedient voordat u het apparaat tot de juiste laatste temperatuur laat afkoelen. De laserstraal knippert De lasers zijn zo ontworpen dat ze in de zelfnivellerende standzichzelf waterpas afstellen tot op gemiddeld4° in alle richtingen. Als de laser zo ver wordt gekanteld dat het interne mechanisme zichzelf niet waterpas kan afstellen (of de laser is niet waterpas in de handmatige stand), zullen de laserstralen knipperen ten teken dat het kantelbereik is overschreden. ALS DE LASERSTRALEN KNIPPEREN, IS DE LASER NIET WATERPAS OF LOODRECHT EN MAG NIET WORDEN GEBRUIKT VOOR HET BEPALEN OF MARKEREN VAN EEN LIJN WATERPAS OF LOODRECHT. Zet de laser opnieuw goed neer op een oppervlak dat beter waterpas is. 62 Laserstralen blijven in beweging De laser is precisie-instrument. Daarom zal de laser, als het apparaat niet op een stabiel (en stilstaand) oppervlak is geplaatst, blijven proberen het waterpaspunt te vinden. Blijft de straal in beweging, plaats de laser dan op een stabieler oppervlak. Controleer ook dat het oppervlak betrekkelijk vlak en recht is, zodat de laser stabiel staat. Service en reparaties Opmerking: Wanneer de laser wordt gedemonteerd, komen alle garanties op het product te vervallen. De VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het product kunnen alleen worden gegarandeerd wanneer reparaties, onderhoudswerkzaamheden en afstellingen worden uitgevoerd door officiële servicecentra. Wanneer service of onderhoud wordt uitgevoerd door niet-gekwalificeerd personeel kan een risico van letsel ontstaan. Zoek het STANLEY -servicecentrum bij u in de buurt, ga naar http://www.STANLEY.com. Garantie van twee jaar Stanley geeft op elektronisch meetgereedschap een garantie tegen gebreken in materialen en/of de uitvoering, gedurende twee jaar na de aankoopdatum. Niet goed werkende producten zullen worden gerepareerd of vervangen, al naargelang Stanley besluit, als zij samen met het aankoopbewijs worden opgestuurd naar: Stanley UK Sales Limited Gowerton Road Brackmills, Northampton NN4 7BW Deze garantie dekt geen gebreken die worden veroorzaakt door ongelukken, slijtage, gebruik dat niet in overeenstemming is met de instructies van de fabrikant of reparatie of wijziging van dit product die niet door Stanley is geautoriseerd. Reparatie of vervanging krachtens deze Garantie is niet van invloed op de afloopdatum van de Garantie. In de mate waarin dat wordt toegestaan bij wet zal Stanley onder deze Garantie niet aansprakelijk zijn voor indirecte schade of gevolgschade die het gevolg is van gebreken in dit product. Van deze Garantie mag niet worden afgeweken zonder autorisatie van Stanley. Deze Garantie heeft geen gevolgen voor de wettelijke rechten van consumenten/kopers van dit product. Voor deze Garantie gelden de wetten van het land waarin de aankoop is gedaan en deze Garantie is opgesteld in overeenkomst met deze wetten en Stanley en de koper gaan beide onherroepelijk akkoord met de exclusieve jurisdictie van de rechtbanken van dat land, ten aanzien van een aanspraak of aangelegenheid die ontstaat krachtens of in verband met deze Garantie. Kalibratie en de juiste behandeling vallen niet onder de garantie. OPMERKING: De klant is verantwoordelijk voor het juiste gebruik en de juiste behandeling van het instrument. Bovendien is de klant volledig verantwoordelijk voor het van tijd tot tijd controleren van de nauwkeurigheid van de laser-unit, en daarom voor de kalibratie van het instrument. NL Specificaties STHT77504-1 Lichtbron Laser-golflengte Laser-vermogen Werkbereik Nauwkeurigheid Voedingsbron STHT77594-1 Laser-diodes 630 – 680 nm zichtbaar 510 – 530 nm zichtbaar ≤3,2 mW KLASSE 2 LASERPRODUCT 20m (65′) 25m (80′) ± 4 mm @ 10 m (±5/32"” @ 33′) 4 batterijen formaat AA (1,5V) (3V DC) Bedrijfstemperatuur -10°C tot 40°C (14°F tot 104°F) Opslagtemperatuur -20°C tot 60°C (-5°F tot 140°F) 63
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196

Stanley STHT77504-1 Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor