Metabo MAG 832 Handleiding

Type
Handleiding
20
NEDERLANDS
NL
1 Conformiteitsverklaring
2 Gebruik volgens de voorschriften
3 Algemene veiligheidsvoorschriften
4 Speciale veiligheidsvoorschriften
5Overzicht
6 Bijzondere productkenmerken
7 Inbedrijfstelling
7.1 Netaansluiting
7.2 Speling van de slede
8Gebruik
8.1 Motortoerental
8.2 Veiligheidsriem met palwerk
8.3 Inschakelvolgorde
8.4 Plaatsen van de frees-/boor-unit op
het materiaal
8.5 Gatenfrezen
8.6 Boren
8.7 Onderspanningsbeveiliging
9 Onderhoud
10 Toebehoren
11 Reparatie
12 Milieubescherming
13 Technische gegevens
Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoor-
ding, dat dit product voldoet aan de op pagina 2
genoemde normen en richtlijnen.
De MAG 832 is geschikt voor het gatenfrezen met
de daarvoor bestemde frezen en het boren met
spiraalboren, in metaal.
Voor schade door oneigenlijk gebruik is alleen de
gebruiker aansprakelijk.
De algemeen erkende veiligheidsvoorschriften en
de bijgevoegde veiligheidsinstructies moeten
worden nageleefd.
Lees vóór het in gebruik nemen van de
machine de gebruiksaanwijzing en de
bijgevoegde veiligheidsinstructies
(rood boekje) aandachtig en volledig door. Bewaar
zorgvuldig alle documenten die bij de machine
horen en geef de machine alleen samen met deze
documenten door.
Let voor uw veiligheid en die van de
machine op de met dit symbool aange-
geven passages!
Trek de stekker uit het stopcontact
voordat u het apparaat instelt, ombouwt, reinigt of
er onderhoud aan pleegt.
Draag oordoppen.
Lawaai kan leiden tot gehoor-
verlies.
Draag bij het werk altijd een veiligheidsbril, veilig-
heidshandschoenen en geschikt schoeisel.
De frees-/boor-unit mag niet worden blootgesteld
aan regen en niet worden gebruikt in een natte,
vochtige of explosiegevaarlijke omgeving.
Let op! Wanneer de gatenfrees- en boor-unit (na
het gebruik) gedurende langere tijd op materiaal
met slechte warmtegeleidingseigenschappen (bijv.
kunststof) wordt gelegd, dient u de magneet van
de magneetstandaard niet in te schakelen omdat
anders de magneetspoel kan doorbranden.
Voor het gatenfrezen en boren in
schuine en verticale vlakken en
boven het hoofd moet de frees-/
boor-unit met behulp van de bijgele-
verde spanriem zodanig beveiligd
worden dat de unit niet naar beneden kan vallen
wanneer de spanning uitvalt.
Gebruiksaanwijzing
Geachte klant,
Hartelijk dank voor het vertrouwen dat u ons heeft geschonken bij de aankoop van uw nieuw elektrisch
gereedschap van Metabo. Elektrisch gereedschap van Metabo wordt zorgvuldig getest en moet
beantwoorden aan de strenge kwaliteitsnormen en controles van Metabo. De levensduur van elektrisch
gereedschap hangt echter in hoge mate van u af. Wij verzoeken u aandacht te schenken aan de informatie
in deze gebruiksaanwijzing en de bijgevoegde documenten. Hoe zorgvuldiger u het elektrisch
gereedschap van Metabo behandelt, des te langer zal het betrouwbaar blijven functioneren.
Inhoud
1 Conformiteitsverklaring
2 Gebruik volgens de
voorschriften
3 Algemene
veiligheidsvoorschriften
4 Speciale
veiligheidsvoorschriften
170 22 3900 - MAG.book Seite 20 Donnerstag, 27. Oktober 2005 11:39 11
NEDERLANDS
21
NL
Zie pagina 3 (uitklappen a.u.b.).
1 Schakelaar (magneetstandaard)
2 Bevestigingspunten voor de spanriem
3Slede
4 Schakelaar (motor)
5 Schakelknop
6 Pijlmerk
7 Sleutelvlakken van de motoras
8
Machinehouder
9 Gereedschaphouder
10 Stelschroef (gereedschaphouder)
11 Magneetvoet
12 Inbusbout
13 Stelschroef (slede)
• Magneetvoet met grote hechtkracht voor veilig
werken
• Bij gebruik van de bijgeleverde bevestigings-
riem ook geschikt voor het werken in verticale
en schuine vlakken boven het hoofd
• Maakt exacte en schone boorgaten mogelijk.
Motor en slede vormen een eenheid
• Werken zonder vermoeidheid. Bij het gaten-
frezen ontstaat een ringvormige groef. Daardoor
hoeft minder materiaal te worden verspaand,
terwijl de vereiste aanzetkracht gering is. De
uitgefreesde materiaalprop wordt door de
centreerpen van het snijgereedschap uitge-
worpen.
• Twee toerentallen Een hoog toerental voor het
gatenfrezen met snijgereedschap tot ca. Ø 16
mm en het werken met boren tot ca. Ø 13 mm,
een laag toerental voor het gatenfrezen met snij-
gereedschap tot Ø 32 mm.
• Opnamestuk voor boorhouder (accessoire) voor
het werken met spiraalboren
Vergelijk vóór inbedrijfstelling of de
netspanning en netfrequentie die staan
aangegeven op het typeplaatje (van de
magneetstandaard en de motor)
overeenkomen met de gegevens van het
elektriciteitsnet.
Controleer de machine op eventuele beschadi-
gingen: Voordat u het apparaat weer gebruikt,
dient zorgvuldig te worden nagekeken of de veilig-
heidsvoorzieningen of de licht beschadigde onder-
delen naar behoren en in overeenstemming met de
bepalingen functioneren. Controleer of de bewe-
gende onderdelen correct functioneren en niet
klemmen, en of onderdelen beschadigd zijn. Alle
onderdelen dienen juist gemonteerd te zijn en te
voldoen aan alle voorwaarden om een correcte
werking van de machine te garanderen. Bescha-
digde veiligheidsvoorzieningen en onderdelen
dienen volgens voorschrift in een erkende en
gespecialiseerde werkplaats gerepareerd of
vervangen te worden.
7.1 Netaansluiting
De motor van de frees-/boor-unit is dubbel geïso-
leerd (beveiligingsklasse II). In het motorhuis mag
(bijv. voor het aanbrengen van indicatieplaatjes)
niet worden geboord omdat daardoor de doeltref-
fendheid van de dubbele isolatie teniet kan worden
gedaan.
De magneetstandaard voldoet daarentegen aan
beveiligingsklasse I en de frees-/boor-unit mag
daarom alleen aangesloten worden op contact-
dozen die volgens voorschrift geaard zijn.
Wanneer een verlengsnoer vereist is, dient dit drie-
aderig te zijn en moet het aarddraad ervan correct
met het randaardecontact van de contrastekker en
van de stekker verbonden zijn.
7.2 Speling van de slede
De speling van de slede (3) kan met behulp van de
vijf stelschroeven (13) worden ingesteld.
De slede moet zo ingesteld zijn dat deze (wanneer
de motor is aangebracht) soepel op en neer
bewogen kan worden, in elke positie blijft staan en
niet door het gewicht van de motor naar beneden
wordt getrokken.
8.1 Motortoerental
De motor van de frees-/boor-unit heeft een
tweetraps-tandwieloverbrenging.
Wanneer het teken >haas< op de draaiknop (5)
tegenover het pijlmerk (6) op het tandwielhuis
staat, dan is de tandwieloverbrenging op het
hogere toerental ingesteld. Het teken >schildpad<
= lagere toerental.
Overschakelen van het ene naar het andere
toerental gaat het beste bij een uitlopende motor
(de motor kort inschakelen en tijdens het uitlopen
met de draaiknop (5) omschakelen).
5 Overzicht
6 Bijzondere
productkenmerken
7 Inbedrijfstelling
8Gebruik
170 22 3900 - MAG.book Seite 21 Donnerstag, 27. Oktober 2005 11:39 11
22
NEDERLANDS
NL
8.2 Veiligheidsriem met palwerk
Voor het gatenfrezen en boren in schuine en
verticale vlakken en boven het hoofd moet
de frees-/boor-unit met behulp van de
bijgeleverde spanriem zodanig beveiligd worden
dat de unit niet naar beneden kan vallen wanneer
de spanning uitvalt.
De spanriem dient aan een van de beide bevesti-
gingspunten van de magneetboorstander te
worden aangebracht. (2) Daarnaast dient de span-
riem aan een ander geschikt bevestigingspunt of
aan het te bewerken materiaal te worden beve-
stigd. De spanriem dient strak te worden geleid.
De spanriem vervangt niet de magneetkracht van
de boorstander, hij dient alleen als beveiliging
tegen het naar beneden vallen, in geval van span-
ningsuitval.
De spanriem moet zo worden aangebracht dat de
unit bij het wegvallen van de spanning van de
gebruiker weg beweegt.
Let op! Controleer de spanriem op bescha-
digingen.
Vóór elk gebruik zorgvuldig nakijken of de span-
riem naar behoren en in overeenstemming met de
bepalingen functioneert. Wanneer de spanriem
beschadigd is of het palwerk niet meer naar
behoren functioneert, de spanriem direct
vervangen.
Aanwijzingen voor de spanriem:
Hendel (a) naar beneden
drukken en het vrije
uiteinde van de spanriem,
zoals aangegeven, van
onderen in het palwerk
schuiven.
Hendel weer loslaten.
Voor het spannen aan het vrije uiteinde van de riem
in de richting van de pijl trekken. Nakijken of de
riemverbinding goed vastzit.
8.3 Inschakelvolgorde
Altijd moet eerst de magneet van de
magneetstandaard (schakelaar (1)) en
daarna de motor (schakelaar (4)) ingescha-
keld worden.
Wanneer de motor vóór het inschakelen van de
magneet wordt aangezet, slaat deze bij het inscha-
kelen van de magneet niet aan.
Bij ingeschakelde magneet brandt de in de scha-
kelaar (1) geïntegreerde LED.
Wanneer de magneet wordt uitgeschakeld, komt
de motor tot stilstand. Om deze weer te kunnen
inschakelen, moet men hem uitschakelen, de
magneet inschakelen en vervolgens de motor weer
inschakelen.
8.4 Plaatsen van de frees-/boor-unit op het
materiaal
De magneetstandaard hecht alleen dan optimaal
op het materiaal waarin gefreesd of geboord moet
worden, wanneer het materiaaloppervlak schoon
en vlak is. Verwijder vóór het plaatsen van de
magneetstandaard losse roestaanslag, vuil of vet
en maak eventueel aanwezige lasbolletjes of onef-
fenheden vlak. Een dunne verflaag doet aan de
hechtkracht geen afbreuk. Indien nodig ook de
magneetvoet (11) reinigen.
Trek na het inschakelen van de magneet de hand-
greep van de magneetstandaard krachtig heen en
weer om u ervan te vergewissen dat de standaard
onberispelijk op het materiaal hecht. Indien dit niet
het geval is, het materiaaloppervlak en de onder-
zijde van de magneetvoet controleren, zo nodig
schoonmaken en de magneet opnieuw inscha-
kelen.
Gebruik op dun staal
De optimale hechtkracht wordt op koolstofarm
staal van minstens 12 mm dikte bereikt.
Voor het gatenfrezen en boren in staal van mindere
dikte kan men onder het materiaal (op de plaats
waar de magneetvoet is neergezet) een stalen
plaat (minimumafmetingen 100 x 200 x 12 mm)
aanbrengen.
Gebruik op non-ferrometalen
Voor gatenfrezen en boren in non-ferrometalen
wordt een stalen plaat op het materaal bevestigd
en de frees-/boor-unit vervolgens op de stalen
plaat geplaatst.
Gebruik op rond en sterk gebogen materiaal
Voor gatenfrezen en boren in rond en sterk
gebogen materiaal wordt de magneetvoet (11) zo
op het materiaal geplaatst dat de lengteas van de
magneetvoet evenwijdig loopt aan de hartlijn van
het ronde of gebogen materiaal.
De vrije ruimte tussen de magneetvoet en het
materiaal aan beide zijden en over de gehele
lengte van de magneetvoet zodanig met stalen
wiggen of staven opvullen dat na het inschakelen
van de magneet zo veel mogelijk magnetische
krachtlijnen van de magneetpool via de wiggen (of
staven) en het materiaal naar het huis van de
magneetvoet lopen.
De stalen wiggen (staven) moeten aan beide zijden
van de magneetvoet zodanig verdeeld zijn dat de
as van het snijgereedschap (of de boor) precies op
de hartlijn van het ronde of gebogen materiaal
gericht is, omdat het gereedschap anders
zijwaarts kan uitlopen.
Trek de handgreep van de magneetstandaard
krachtig heen en weer om u ervan te vergewissen
dat de frees-/boor-unit onberispelijk op het mate-
riaal hecht.
a
170 22 3900 - MAG.book Seite 22 Donnerstag, 27. Oktober 2005 11:39 11
NEDERLANDS
23
NL
8.5 Gatenfrezen
Motortoerental
De tweetraps-tandwieloverbrenging van de motor
kan voor het gatenfrezen met snijgereedschap tot
ca. 16 mm op het hogere toerental (tandwielstand
>haas<) ingesteld worden.
Voor het gatenfrezen met snijgereedschap met
grotere diameter wordt de tandwieloverbrenging
op het lagere toerental (>schildpad<) ingesteld.
Inzetten van het snijgereedschap
Een overzicht
van het Metabo snijgereedschap dat ter beschik-
king staat voor de gatenfrees- en boor-unit, is te
vinden in het hoofdstuk Toebehoren.
In het benodigde snijgereedschap de voor het
betreffende werk geschikte - lengte van de -
centreerpen zetten, de stekker van de motor uit de
contactdoos van de magneetstandaard trekken en
het snijgereedschap vervolgens zo in de gereed-
schaphouder (9) plaatsen, dat een van beide
vlakken van het cilindrische gedeelte van het snij-
gereedschap zich ter plaatse van de stelschroef
(10) (met inbus) bevindt. Het snijgereedschap -
tegen de druk van de ingebouwde veer in - tot aan
de aanslag omhoog duwen en de stelschroef (10)
(met de 5-mm-inbussleutel) vastdraaien.
Het frezen
Het middelpunt van het te frezen gat met een
centerpunt markeren.
De frees-/boor-unit zo plaatsen dat de punt van de
in het snijgereedschap gemonteerde centreerpen
zich boven de markering bevindt.
Vervolgens de magneet van de magneetstandaard
en daarna de motor inschakelen.
Het frezen met geringe aanzetkracht beginnen.
Wanneer het snijgereedschap pakt, kan met een
enigszins hogere aanzetkracht verder gewerkt
worden. Een te hoge aanzetkracht heeft een vers-
nelde slijtage van het snijgereedschap tot gevolg.
Zorg voor een regelmatige spaanafvoer.
De snijvlakken van het snijgereedschap moeten bij
het gatenfrezen rijkelijk met koelsmeervloeistof
worden gekoeld.
Voor het verwijderen van de spanen een spanen-
haak gebruiken.
De uitgefreesde materiaalprop wordt door de
centreerpen van het snijgereedschap uitge-
worpen.
8.6 Boren
Bij de aflevering van de frees-
/boor-unit door de fabriek is
de machinehouder (8) op de
slede (3) gemonteerd zoals
afgebeeld op de foto's op
pagina 3. (De machinehouder
(8) is bij de boorgaten (c) van
de slede (3) vastgeschroefd).
Voor het boren met een boor-
houder en boren langer dan
10 mm kan de machine-
houder aan de boorgaten (b)
van de slede worden vast-
gezet.
Daarvoor moet u
- de inbusbout (12) losdraaien en de motor naar
boven uittrekken;
- de vier bevestigingsschroeven van de machine-
houder (8) uitdraaien en de machinehouder
verwijderen;
- de machinehouder (8) zo aan de bovenste vier
boorgaten (b) van de slede (3) vastschroeven,
dat de lange kant ervan parallel loopt aan die van
de slede.
De motor weer in de machinehouder plaatsen.
Afnemen van de gereedschaphouder
De stekker van de motor uit de contactdoos van de
magneetstandaard trekken!
De stift van de boorhoudersleutel door een van
beide boorgaten (en het tegenoverliggende
boorgat) van de gereedschaphouder (9) steken.
Om de gereedschaphouder af te schroeven, de
motoras bij de sleutelvlakken (7) met een 22-mm-
steeksleutel tegenhouden. De as heeft een rechtse
schroefdraad. Zo nodig de gereedschaphouder
door een lichte klap met een hamer op de stift van
de boorhoudersleutel losmaken.
Voor het boren wordt het boorhouder-opnamestuk
6.30051 (zie hoofdstuk Toebehoren) op de as van
de motor geschroefd.
Op de as van het opnamestuk kan vervolgens een
boorhouder met binnenschroefdraad ½"-20 UNF
geschroefd worden.
Motortoerental
De tweetraps-tandwieloverbrenging van de motor
kan voor het boren in staal met boren tot ca. 13
mm op het hogere toerental (tandwielstand
>haas<) ingesteld worden.
Afnemen van het boorhouder-opnamestuk
Om het boorhouder-opnamestuk van de motoras
af te schroeven, de stift van de boorhoudersleutel
door het boorgat van het opnamestuk steken en
met een klein tikje losmaken.
b
3
c
170 22 3900 - MAG.book Seite 23 Donnerstag, 27. Oktober 2005 11:39 11
24
NEDERLANDS
NL
8.7 Onderspanningsbeveiliging
Wanneer - bij ingeschakelde magneet van de
magneetstandaard en ingeschakelde motor - de
spanning uitvalt of de stroomtoevoer wordt onder-
broken, komt de motor tot stilstand. De motor kan
bij terugkeer van de spanning niet vanzelf starten.
Eerst moet de motor uit- en vervolgens weer inge-
schakeld worden.
Regelmatig onderhouden, schoonmaken en
smeren.
Vóór iedere instelling, elk onderhoud of iedere
reparatie de stekker uit het stopcontact trekken.
Voor de smering van de tandheugel en het rondsel
voor het naar boven en beneden bewegen van de
slede, op de tandheugel af en toe enige druppels
olie geven.
Het glijvlak van de slede met Molykote-vet
smeren.
f
Gebruik uitsluitend originele Metabo toebehoren.
Het gebruik van ander inzetgereedschap en
andere accessoires brengt gevaar van letsel met
zich mee.
Als u toebehoren wilt aanschaffen, doet u dat dan
bij uw leverancier.
Geef het type van uw machine door aan uw lever-
ancier om de juiste toebehoren te krijgen.
Zie bladzijde 4.
A Snijgereedschap, HS (HSS),
Weldonschacht 19 mm
B Boorhouderopnamestuk, voor boorhouders
met binnenschroefdraad 1/2"-20 UNF
C Centreerpen kort,
geschikt voor snijdiepte 25 mm
D Centreerpen lang,
geschikt voor snijdiepte 50 mm
Reparaties aan elektrische gereedschappen
mogen uitsluitend door een erkende vakman
worden uitgevoerd!
Defecte Metabo gereedschappen kunnen naar de
op de onderdelenlijst vermelde adressen worden
gestuurd.
Geef bij inzending voor reparatie een omschrijving
van het vastgestelde defect.
Metabo verpakkingen zijn 100% recycleerbaar.
Afgedankte elektronische machines en acces-
soires bevatten grote hoeveelheden waardevolle
grond- en kunststoffen die eveneens gerecycleerd
kunnen worden.
Deze gebruiksaanwijzing is op chloorvrij, gebleekt
papier gedrukt.
Alleen voor EU-landen: Geef uw elektro-
gereedschap nooit met het huisvuil mee!
Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG
inzake gebruikte elektrische en elektroni-
sche apparaten en de vertaling hiervan in de natio-
nale wetgeving dienen oude elektroapparaten
gescheiden te worden ingezameld en op milieuvri-
endelijke wijze te worden afgevoerd.
Toelichting bij de gegevens van pagina 2.
Wijzigingen en technische verbeteringen voorbe-
houden.
M=draaimoment
D
max
= grootste snijgereedschap-diameter
Magneetstandaard:
H
max
=max. slag
P
1M
= opgenomen vermogen
F
max
= max. hechtkracht
A = afmetingen van de magneetvoet
Motor:
P
1
= nominaal vermogen
P
2
= afgegeven vermogen
n
0
= onbelaste toerentallen
n
1
= toerentallen bij nominale belasting
G = schroefdraad as
Frees-/boor-unit:
H
u
= hoogte (incl. motor) bij slede in de
onderste positie
H
o
= hoogte (incl. motor) bij slede in de
bovenste positie
D
i
= binnendiameter van de gereedschap-
houder
m = gewicht zonder netsnoer
Karakteristiek A-gekwalificeerd geluidsniveau:
L
pA
= geluidsdrukniveau
L
WA
= geluidsvermogensniveau
Tijdens het werken kan het geluidsniveau de
85 dB(A) overschrijden.
Draag oorbeschermers!
Meetgegevens volgens de norm EN 50144.
De vermelde technische gegevens zijn tolerantie-
waarden (overeenkomstig de telkens geldige
norm).
9 Onderhoud
10 Toebehoren
11 Reparatie
12 Milieubescherming
13 Technische gegevens
170 22 3900 - MAG.book Seite 24 Donnerstag, 27. Oktober 2005 11:39 11

Documenttranscriptie

170 22 3900 - MAG.book Seite 20 Donnerstag, 27. Oktober 2005 11:39 11 NL NEDERLANDS Gebruiksaanwijzing Geachte klant, Hartelijk dank voor het vertrouwen dat u ons heeft geschonken bij de aankoop van uw nieuw elektrisch gereedschap van Metabo. Elektrisch gereedschap van Metabo wordt zorgvuldig getest en moet beantwoorden aan de strenge kwaliteitsnormen en controles van Metabo. De levensduur van elektrisch gereedschap hangt echter in hoge mate van u af. Wij verzoeken u aandacht te schenken aan de informatie in deze gebruiksaanwijzing en de bijgevoegde documenten. Hoe zorgvuldiger u het elektrisch gereedschap van Metabo behandelt, des te langer zal het betrouwbaar blijven functioneren. De algemeen erkende veiligheidsvoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsinstructies moeten Inhoud worden nageleefd. 1 Conformiteitsverklaring 2 Gebruik volgens de voorschriften 3 Algemene 3 Algemene veiligheidsvoorschriften veiligheidsvoorschriften 4 Speciale veiligheidsvoorschriften 5 Overzicht Lees vóór het in gebruik nemen van de 6 Bijzondere productkenmerken machine de gebruiksaanwijzing en de 7 Inbedrijfstelling bijgevoegde veiligheidsinstructies (rood boekje) aandachtig en volledig door. Bewaar 7.1 Netaansluiting zorgvuldig alle documenten die bij de machine 7.2 Speling van de slede horen en geef de machine alleen samen met deze 8 Gebruik documenten door. 8.1 Motortoerental 8.2 Veiligheidsriem met palwerk 4 Speciale 8.3 Inschakelvolgorde 8.4 Plaatsen van de frees-/boor-unit op veiligheidsvoorschriften het materiaal Let voor uw veiligheid en die van de 8.5 Gatenfrezen machine op de met dit symbool aange8.6 Boren geven passages! 8.7 Onderspanningsbeveiliging Trek de stekker uit het stopcontact 9 Onderhoud voordat u het apparaat instelt, ombouwt, reinigt of 10 Toebehoren er onderhoud aan pleegt. 11 Reparatie Draag oordoppen. Lawaai kan leiden tot gehoor12 Milieubescherming verlies. 13 Technische gegevens Draag bij het werk altijd een veiligheidsbril, veiligheidshandschoenen en geschikt schoeisel. 1 Conformiteitsverklaring Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording, dat dit product voldoet aan de op pagina 2 genoemde normen en richtlijnen. 2 Gebruik volgens de voorschriften De MAG 832 is geschikt voor het gatenfrezen met de daarvoor bestemde frezen en het boren met spiraalboren, in metaal. Voor schade door oneigenlijk gebruik is alleen de gebruiker aansprakelijk. 20 De frees-/boor-unit mag niet worden blootgesteld aan regen en niet worden gebruikt in een natte, vochtige of explosiegevaarlijke omgeving. Let op! Wanneer de gatenfrees- en boor-unit (na het gebruik) gedurende langere tijd op materiaal met slechte warmtegeleidingseigenschappen (bijv. kunststof) wordt gelegd, dient u de magneet van de magneetstandaard niet in te schakelen omdat anders de magneetspoel kan doorbranden. Voor het gatenfrezen en boren in schuine en verticale vlakken en boven het hoofd moet de frees-/ boor-unit met behulp van de bijgeleverde spanriem zodanig beveiligd worden dat de unit niet naar beneden kan vallen wanneer de spanning uitvalt. 170 22 3900 - MAG.book Seite 21 Donnerstag, 27. Oktober 2005 11:39 11 NEDERLANDS 5 Overzicht Zie pagina 3 (uitklappen a.u.b.). 1 Schakelaar (magneetstandaard) 2 Bevestigingspunten voor de spanriem 3 Slede 4 Schakelaar (motor) 5 Schakelknop 6 Pijlmerk 7 Sleutelvlakken van de motoras 8 Machinehouder 9 Gereedschaphouder 10 Stelschroef (gereedschaphouder) 11 Magneetvoet 12 Inbusbout 13 Stelschroef (slede) 6 Bijzondere productkenmerken • Magneetvoet met grote hechtkracht voor veilig werken • Bij gebruik van de bijgeleverde bevestigingsriem ook geschikt voor het werken in verticale en schuine vlakken boven het hoofd • Maakt exacte en schone boorgaten mogelijk. Motor en slede vormen een eenheid • Werken zonder vermoeidheid. Bij het gatenfrezen ontstaat een ringvormige groef. Daardoor hoeft minder materiaal te worden verspaand, terwijl de vereiste aanzetkracht gering is. De uitgefreesde materiaalprop wordt door de centreerpen van het snijgereedschap uitgeworpen. • Twee toerentallen Een hoog toerental voor het gatenfrezen met snijgereedschap tot ca. Ø 16 mm en het werken met boren tot ca. Ø 13 mm, een laag toerental voor het gatenfrezen met snijgereedschap tot Ø 32 mm. • Opnamestuk voor boorhouder (accessoire) voor het werken met spiraalboren 7 Inbedrijfstelling Vergelijk vóór inbedrijfstelling of de netspanning en netfrequentie die staan aangegeven op het typeplaatje (van de magneetstandaard en de motor) overeenkomen met de gegevens van het elektriciteitsnet. Controleer de machine op eventuele beschadigingen: Voordat u het apparaat weer gebruikt, dient zorgvuldig te worden nagekeken of de veiligheidsvoorzieningen of de licht beschadigde onderdelen naar behoren en in overeenstemming met de NL bepalingen functioneren. Controleer of de bewegende onderdelen correct functioneren en niet klemmen, en of onderdelen beschadigd zijn. Alle onderdelen dienen juist gemonteerd te zijn en te voldoen aan alle voorwaarden om een correcte werking van de machine te garanderen. Beschadigde veiligheidsvoorzieningen en onderdelen dienen volgens voorschrift in een erkende en gespecialiseerde werkplaats gerepareerd of vervangen te worden. 7.1 Netaansluiting De motor van de frees-/boor-unit is dubbel geïsoleerd (beveiligingsklasse II). In het motorhuis mag (bijv. voor het aanbrengen van indicatieplaatjes) niet worden geboord omdat daardoor de doeltreffendheid van de dubbele isolatie teniet kan worden gedaan. De magneetstandaard voldoet daarentegen aan beveiligingsklasse I en de frees-/boor-unit mag daarom alleen aangesloten worden op contactdozen die volgens voorschrift geaard zijn. Wanneer een verlengsnoer vereist is, dient dit drieaderig te zijn en moet het aarddraad ervan correct met het randaardecontact van de contrastekker en van de stekker verbonden zijn. 7.2 Speling van de slede De speling van de slede (3) kan met behulp van de vijf stelschroeven (13) worden ingesteld. De slede moet zo ingesteld zijn dat deze (wanneer de motor is aangebracht) soepel op en neer bewogen kan worden, in elke positie blijft staan en niet door het gewicht van de motor naar beneden wordt getrokken. 8 Gebruik 8.1 Motortoerental De motor van de frees-/boor-unit heeft een tweetraps-tandwieloverbrenging. Wanneer het teken >haas< op de draaiknop (5) tegenover het pijlmerk (6) op het tandwielhuis staat, dan is de tandwieloverbrenging op het hogere toerental ingesteld. Het teken >schildpad< = lagere toerental. Overschakelen van het ene naar het andere toerental gaat het beste bij een uitlopende motor (de motor kort inschakelen en tijdens het uitlopen met de draaiknop (5) omschakelen). 21 170 22 3900 - MAG.book Seite 22 Donnerstag, 27. Oktober 2005 11:39 11 NL 8.2 NEDERLANDS Veiligheidsriem met palwerk Voor het gatenfrezen en boren in schuine en verticale vlakken en boven het hoofd moet de frees-/boor-unit met behulp van de bijgeleverde spanriem zodanig beveiligd worden dat de unit niet naar beneden kan vallen wanneer de spanning uitvalt. De spanriem dient aan een van de beide bevestigingspunten van de magneetboorstander te worden aangebracht. (2) Daarnaast dient de spanriem aan een ander geschikt bevestigingspunt of aan het te bewerken materiaal te worden bevestigd. De spanriem dient strak te worden geleid. De spanriem vervangt niet de magneetkracht van de boorstander, hij dient alleen als beveiliging tegen het naar beneden vallen, in geval van spanningsuitval. De spanriem moet zo worden aangebracht dat de unit bij het wegvallen van de spanning van de gebruiker weg beweegt. Let op! Controleer de spanriem op beschadigingen. Vóór elk gebruik zorgvuldig nakijken of de spanriem naar behoren en in overeenstemming met de bepalingen functioneert. Wanneer de spanriem beschadigd is of het palwerk niet meer naar behoren functioneert, de spanriem direct vervangen. Aanwijzingen voor de spanriem: Hendel (a) naar beneden a drukken en het vrije uiteinde van de spanriem, zoals aangegeven, van onderen in het palwerk schuiven. Hendel weer loslaten. Voor het spannen aan het vrije uiteinde van de riem in de richting van de pijl trekken. Nakijken of de riemverbinding goed vastzit. 8.3 Inschakelvolgorde Altijd moet eerst de magneet van de magneetstandaard (schakelaar (1)) en daarna de motor (schakelaar (4)) ingeschakeld worden. Wanneer de motor vóór het inschakelen van de magneet wordt aangezet, slaat deze bij het inschakelen van de magneet niet aan. Bij ingeschakelde magneet brandt de in de schakelaar (1) geïntegreerde LED. Wanneer de magneet wordt uitgeschakeld, komt de motor tot stilstand. Om deze weer te kunnen inschakelen, moet men hem uitschakelen, de magneet inschakelen en vervolgens de motor weer inschakelen. 22 8.4 Plaatsen van de frees-/boor-unit op het materiaal De magneetstandaard hecht alleen dan optimaal op het materiaal waarin gefreesd of geboord moet worden, wanneer het materiaaloppervlak schoon en vlak is. Verwijder vóór het plaatsen van de magneetstandaard losse roestaanslag, vuil of vet en maak eventueel aanwezige lasbolletjes of oneffenheden vlak. Een dunne verflaag doet aan de hechtkracht geen afbreuk. Indien nodig ook de magneetvoet (11) reinigen. Trek na het inschakelen van de magneet de handgreep van de magneetstandaard krachtig heen en weer om u ervan te vergewissen dat de standaard onberispelijk op het materiaal hecht. Indien dit niet het geval is, het materiaaloppervlak en de onderzijde van de magneetvoet controleren, zo nodig schoonmaken en de magneet opnieuw inschakelen. Gebruik op dun staal De optimale hechtkracht wordt op koolstofarm staal van minstens 12 mm dikte bereikt. Voor het gatenfrezen en boren in staal van mindere dikte kan men onder het materiaal (op de plaats waar de magneetvoet is neergezet) een stalen plaat (minimumafmetingen 100 x 200 x 12 mm) aanbrengen. Gebruik op non-ferrometalen Voor gatenfrezen en boren in non-ferrometalen wordt een stalen plaat op het materaal bevestigd en de frees-/boor-unit vervolgens op de stalen plaat geplaatst. Gebruik op rond en sterk gebogen materiaal Voor gatenfrezen en boren in rond en sterk gebogen materiaal wordt de magneetvoet (11) zo op het materiaal geplaatst dat de lengteas van de magneetvoet evenwijdig loopt aan de hartlijn van het ronde of gebogen materiaal. De vrije ruimte tussen de magneetvoet en het materiaal aan beide zijden en over de gehele lengte van de magneetvoet zodanig met stalen wiggen of staven opvullen dat na het inschakelen van de magneet zo veel mogelijk magnetische krachtlijnen van de magneetpool via de wiggen (of staven) en het materiaal naar het huis van de magneetvoet lopen. De stalen wiggen (staven) moeten aan beide zijden van de magneetvoet zodanig verdeeld zijn dat de as van het snijgereedschap (of de boor) precies op de hartlijn van het ronde of gebogen materiaal gericht is, omdat het gereedschap anders zijwaarts kan uitlopen. Trek de handgreep van de magneetstandaard krachtig heen en weer om u ervan te vergewissen dat de frees-/boor-unit onberispelijk op het materiaal hecht. 170 22 3900 - MAG.book Seite 23 Donnerstag, 27. Oktober 2005 11:39 11 NEDERLANDS 8.5 Gatenfrezen Motortoerental De tweetraps-tandwieloverbrenging van de motor kan voor het gatenfrezen met snijgereedschap tot ca. 16 mm op het hogere toerental (tandwielstand >haas<) ingesteld worden. Voor het gatenfrezen met snijgereedschap met grotere diameter wordt de tandwieloverbrenging op het lagere toerental (>schildpad<) ingesteld. Inzetten van het snijgereedschapEen overzicht van het Metabo snijgereedschap dat ter beschikking staat voor de gatenfrees- en boor-unit, is te vinden in het hoofdstuk Toebehoren. In het benodigde snijgereedschap de voor het betreffende werk geschikte - lengte van de centreerpen zetten, de stekker van de motor uit de contactdoos van de magneetstandaard trekken en het snijgereedschap vervolgens zo in de gereedschaphouder (9) plaatsen, dat een van beide vlakken van het cilindrische gedeelte van het snijgereedschap zich ter plaatse van de stelschroef (10) (met inbus) bevindt. Het snijgereedschap tegen de druk van de ingebouwde veer in - tot aan de aanslag omhoog duwen en de stelschroef (10) (met de 5-mm-inbussleutel) vastdraaien. Het frezen Het middelpunt van het te frezen gat met een centerpunt markeren. De frees-/boor-unit zo plaatsen dat de punt van de in het snijgereedschap gemonteerde centreerpen zich boven de markering bevindt. Vervolgens de magneet van de magneetstandaard en daarna de motor inschakelen. Het frezen met geringe aanzetkracht beginnen. Wanneer het snijgereedschap pakt, kan met een enigszins hogere aanzetkracht verder gewerkt worden. Een te hoge aanzetkracht heeft een versnelde slijtage van het snijgereedschap tot gevolg. Zorg voor een regelmatige spaanafvoer. De snijvlakken van het snijgereedschap moeten bij het gatenfrezen rijkelijk met koelsmeervloeistof worden gekoeld. Voor het verwijderen van de spanen een spanenhaak gebruiken. De uitgefreesde materiaalprop wordt door de centreerpen van het snijgereedschap uitgeworpen. 8.6 NL Boren Bij de aflevering van de frees/boor-unit door de fabriek is de machinehouder (8) op de 3 slede (3) gemonteerd zoals afgebeeld op de foto's op pagina 3. (De machinehouder (8) is bij de boorgaten (c) van de slede (3) vastgeschroefd). Voor het boren met een boorhouder en boren langer dan b 10 mm kan de machinehouder aan de boorgaten (b) van de slede worden vastgezet. c Daarvoor moet u - de inbusbout (12) losdraaien en de motor naar boven uittrekken; - de vier bevestigingsschroeven van de machinehouder (8) uitdraaien en de machinehouder verwijderen; - de machinehouder (8) zo aan de bovenste vier boorgaten (b) van de slede (3) vastschroeven, dat de lange kant ervan parallel loopt aan die van de slede. De motor weer in de machinehouder plaatsen. Afnemen van de gereedschaphouder De stekker van de motor uit de contactdoos van de magneetstandaard trekken! De stift van de boorhoudersleutel door een van beide boorgaten (en het tegenoverliggende boorgat) van de gereedschaphouder (9) steken. Om de gereedschaphouder af te schroeven, de motoras bij de sleutelvlakken (7) met een 22-mmsteeksleutel tegenhouden. De as heeft een rechtse schroefdraad. Zo nodig de gereedschaphouder door een lichte klap met een hamer op de stift van de boorhoudersleutel losmaken. Voor het boren wordt het boorhouder-opnamestuk 6.30051 (zie hoofdstuk Toebehoren) op de as van de motor geschroefd. Op de as van het opnamestuk kan vervolgens een boorhouder met binnenschroefdraad ½"-20 UNF geschroefd worden. Motortoerental De tweetraps-tandwieloverbrenging van de motor kan voor het boren in staal met boren tot ca. 13 mm op het hogere toerental (tandwielstand >haas<) ingesteld worden. Afnemen van het boorhouder-opnamestuk Om het boorhouder-opnamestuk van de motoras af te schroeven, de stift van de boorhoudersleutel door het boorgat van het opnamestuk steken en met een klein tikje losmaken. 23 170 22 3900 - MAG.book Seite 24 Donnerstag, 27. Oktober 2005 11:39 11 NL 8.7 NEDERLANDS Onderspanningsbeveiliging Wanneer - bij ingeschakelde magneet van de magneetstandaard en ingeschakelde motor - de spanning uitvalt of de stroomtoevoer wordt onderbroken, komt de motor tot stilstand. De motor kan bij terugkeer van de spanning niet vanzelf starten. Eerst moet de motor uit- en vervolgens weer ingeschakeld worden. 9 Onderhoud Regelmatig onderhouden, schoonmaken en smeren. Vóór iedere instelling, elk onderhoud of iedere reparatie de stekker uit het stopcontact trekken. Voor de smering van de tandheugel en het rondsel voor het naar boven en beneden bewegen van de slede, op de tandheugel af en toe enige druppels olie geven. Het glijvlak van de slede met Molykote-vet smeren. f 10 Toebehoren Gebruik uitsluitend originele Metabo toebehoren. Het gebruik van ander inzetgereedschap en andere accessoires brengt gevaar van letsel met zich mee. Als u toebehoren wilt aanschaffen, doet u dat dan bij uw leverancier. Geef het type van uw machine door aan uw leverancier om de juiste toebehoren te krijgen. Zie bladzijde 4. A Snijgereedschap, HS (HSS), Weldonschacht 19 mm B Boorhouderopnamestuk, voor boorhouders met binnenschroefdraad 1/2"-20 UNF C Centreerpen kort, geschikt voor snijdiepte 25 mm D Centreerpen lang, geschikt voor snijdiepte 50 mm 11 Reparatie Reparaties aan elektrische gereedschappen mogen uitsluitend door een erkende vakman worden uitgevoerd! Defecte Metabo gereedschappen kunnen naar de op de onderdelenlijst vermelde adressen worden gestuurd. Geef bij inzending voor reparatie een omschrijving van het vastgestelde defect. 24 12 Milieubescherming Metabo verpakkingen zijn 100% recycleerbaar. Afgedankte elektronische machines en accessoires bevatten grote hoeveelheden waardevolle grond- en kunststoffen die eveneens gerecycleerd kunnen worden. Deze gebruiksaanwijzing is op chloorvrij, gebleekt papier gedrukt. Alleen voor EU-landen: Geef uw elektrogereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektroapparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. 13 Technische gegevens Toelichting bij de gegevens van pagina 2. Wijzigingen en technische verbeteringen voorbehouden. M = draaimoment Dmax = grootste snijgereedschap-diameter Magneetstandaard: Hmax = max. slag = opgenomen vermogen P1M Fmax = max. hechtkracht A = afmetingen van de magneetvoet Motor: = nominaal vermogen P1 = afgegeven vermogen P2 = onbelaste toerentallen n0 n1 = toerentallen bij nominale belasting G = schroefdraad as Frees-/boor-unit: = hoogte (incl. motor) bij slede in de Hu onderste positie Ho = hoogte (incl. motor) bij slede in de bovenste positie Di = binnendiameter van de gereedschaphouder m = gewicht zonder netsnoer Karakteristiek A-gekwalificeerd geluidsniveau: = geluidsdrukniveau LpA LWA = geluidsvermogensniveau Tijdens het werken kan het geluidsniveau de 85 dB(A) overschrijden. Draag oorbeschermers! Meetgegevens volgens de norm EN 50144. De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de telkens geldige norm).
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80

Metabo MAG 832 Handleiding

Type
Handleiding