VDO CONTISYS OBD Handleiding

Type
Handleiding
ContiSys OBD
Bedieningsinstructies
06/2016 - NL (18.0)
i
Inhoud
Inleiding
Samenvatting............................................................. 1
Inhoud kit................................................................... 4
Displayscherm ........................................................... 6
Toetsenblok............................................................... 6
Verbinding ................................................................. 7
Veiligheidsinstructies.................................................. 8
Communicatieproblemen........................................... 8
EOBD-applicatie
Wat is EOBD?............................................................ 9
Voertuigen identificeren die aan de norm voldoen .... 10
Diagnostische foutcodes.......................................... 11
EOBD-foutcodes toelichten...................................... 12
De EOBD-applicatie gebruiken................................. 13
Menu-opties ............................................................ 15
FastCheck
Inleiding ................................................................... 18
Veiligheidsinstructies................................................ 20
FastCheck ABS ....................................................... 22
FastCheck Airbag .................................................... 26
FastCheck Accu ...................................................... 31
FastCheck Klimaat................................................... 33
FastCheck Diesel ..................................................... 36
Fabrikant toepassingen - Diesel ............................... 37
FastCheck P-Rem ................................................... 48
FastCheck V/bak ..................................................... 65
FastCheck SAS........................................................ 71
FastCheck Service................................................... 76
Aanpassingskanalen en –waarden voor Onderhoud
resetten ................................................................... 94
FastCheck TPMS..................................................... 97
Locaties diagnose-aansluiting ................................ 105
Gebruikersmenu
Samenvatting......................................................... 115
Veiligheid ............................................................... 117
CAN-converter (update firmware)........................... 119
iMUX Harness (Firmware update) ........................... 119
ii
Algemene informatie
Reinigen ................................................................. 121
Software-updates................................................... 121
Specificatie ............................................................. 122
Conformiteitsverklaring ........................................... 122
Appendix A: Overzicht
Woordenlijst............................................................ 123
Appendix B: Kabels
Kabelidentificatie..................................................... 127
Appendix C: Compatibiliteit met fabrikant
EOBD-applicatie ..................................................... 133
FastCheck toepassingen ........................................ 134
Appendix D: Onderhoudsinterval handmatig
resetten
Indicator herinnering onderhoudsbeurt (SRI) ........... 135
Alfa Romeo............................................................. 135
Audi........................................................................ 136
BMW ...................................................................... 137
Citroën ................................................................... 138
Fiat ......................................................................... 145
Ford........................................................................ 145
GM Opel / Vauxhall................................................. 147
Lancia..................................................................... 148
Land Rover............................................................. 149
Mercedes ............................................................... 150
Peugeot.................................................................. 151
Renault................................................................... 157
Smart ..................................................................... 161
Volkswagen ............................................................ 162
Volvo ...................................................................... 163
Inleiding
1
Inleiding
Samenvatting
Bijna alle nieuwe wegvoertuigen en diverse oudere voertuigen zijn uitgerust met
meerdere regeleenheden die verschillende aspecten van het voertuig controleren en
aansturen, zoals de motor, de transmissie, de carrosserie, de vering, enz. De ContiSys
OBD-servicetool is met name ontwikkeld om aangesloten te worden op en te
communiceren met een aantal van deze regeleenheden. Hieruit kan de gebruiker
informatie halen (bijvoorbeeld diagnostische probleemcodes) ter ondersteuning bij het
diagnosticeren van systeemproblemen.
Welke applicaties beschikbaar zijn op de ContiSys OBD-servicetool is afhankelijk van
de gekochte tool.
Er zijn momenteel acht applicaties beschikbaar.
EOBD
Met de EOBD (European On-Board Diagnostic)-scanapplicatie heeft u via de OBD-
functie toegang tot de emissiegerelateerde gegevens van het voertuig. Zoals onder
andere de MI (MalfunctionIndicator)-status, fouten lezen en wissen, live data,
lambdasensortests,stilstaandbeeld data, enz.
FastCheck ABS
FastCheck ABS stelt u in staat om iedere foutcode die door het geselecteerde
systeem is opgeslagen te lezen en te wissen.
FastCheck Airbag
FastCheck Airbag stelt u in staat iedere foutcode die door het geselecteerde
systeem is opgeslagen te lezen en te wissen.
FastCheck Accu
Met FastCheck Accu kunt u een accuvervanging op voertuigen registreren met
stop/start of accubeheertechnologie.
CON0015
Esc
Inleiding
2
FastCheck Klimaat
FastCheck Klimaat stelt u in staat iedere foutcode die door het geselecteerde
systeem is opgeslagen te lezen en te wissen.
FastCheck Diesel
FastCheck Diesel stelt u in staat iedere foutcode die door het geselecteerde
systeem is opgeslagen te lezen en te wissen, gegevens weer te geven en kan
bovendien worden gebruikt om de injectoren op toepasselijke voertuigen opnieuw
te coderen.
FastCheck P-Rem
FastCheck P-Rem (Electronic Parking Brake) stelt u in staat iedere foutcode die
door het geselecteerde systeem is opgeslagen te lezen en te wissen en kan
bovendien worden gebruikt tijdens controles van de remwerking of het vervangen
van de remblokken.
FastCheck V/bak
FastCheck V/bak selt u in staat iedere foutcode die door het geselecteerde
systeem is opgeslagen te lezen en te wissen en kan bovendien worden gebruikt
tijdens controles van de remwerking of het vervangen van de remblokken.
FastCheck SAS
FastCheck SAS (Steering Angle Sensor) stelt u in staat iedere foutcode die door
het geselecteerde systeem is opgeslagen, te lezen en te wissen en kan bovendien
worden gebruikt om de stuurhoeksensor te kalibreren.
FastCheck Service
Via FastCheck Service kunt u, afhankelijk van het voertuig, de indicator voor het
olieonderhoudsinterval en de waarschuwingslichten voor onderhoud en controle
resetten
FastCheck TPMS
De 'TPMS' (Tyre Pressure Monitoring System) functie kan worden gebruikt om de
ventiel van de autoband te herprogrammeren op voertuigen die uitgerust zijn met
de TPMS-ventielen van Schrader.
Als u de servicetool de eerste keer gebruikt, is het raadzaam dat u deze instructies en
veiligheidsvoorschriften volledig doorleest voordat u begint met het testen van het
voertuig
Aan de slag
Sluit de multiplex-kabel (A2C59512985) of de EOBD-kabel (A2C59512072) aan op de
servicetool en de diagnose-aansluiting van het voertuig. Als het geheel is aangesloten,
wordt het nummer van de actuele softwareversie weergegeven.
Registratie
Om uw ContiSys OBD-servicetool up-to-date te houden, dient u zich te registreren op
www.contisys-service.com. Selecteer registratie en volg de instructies op het scherm.
Inleiding
3
Als uw taal op deze website niet beschikbaar is, kunt u naar
www.contisysservice.com gaan om uw specifieke taal te selecteren.
De softwareversie van de ContiSys OBD wordt gecontroleerd en als er een nieuwere
versie beschikbaar is, wordt de tool geüpdatet. Deze service is één keer gratis.
Daaropvolgende updates kunnen worden gekocht met het ContiSys Update
Pluspakket.
Serienummer
Geef bij aanvraag van productondersteuning altijd het serienummer van de
diagnostische eenheid op om vertragingen te voorkomen.
Service Hotline
Raadpleeg voor productondersteuning onze website: www.contisys-service.com or
telephone +44 (0) 870 949 3606.
E-mailondersteuning
Stuur voor productondersteuning per e-mail uw vraag naar:
Belkosten
De kosten van het bellen met de telefonische hotline van ContiSys zijn afhankelijk van
uw telefoonserviceprovider. De kosten kunnen uiteenlopen van 0,0 (eurocent) pence
(euro) per minuut tot 0,40 pence (eurocent) per minuut vanaf een vaste lijn, afhankelijk
van waar u vandaan belt. De kosten van mobiel bellen kunnen aanmerkelijk hoger zijn.
Raadpleeg uw serviceprovider voor een volledig overzicht van de kosten.
Er zijn geen kosten verbonden aan toegang tot het Contisys-systeem
voor e-mailondersteuning.
Inleiding
4
Inhoud kit
ContiSys OBD-kit
ContiSys OBD-kit
1. Servicetool
2. EOBD-kabel
3. Koffer
4. CD-ROM met bedieningsinstructies
5. EOBD pin-schakelkabel
6. EU-voeding
7. USB-kabel voor software-updates
CON0016
1
2
3
4
5
6
7
112
4
32
10
11 AL
D
CB
I
J
K
Esc
Inleiding
5
ContiSys OBD Professional-kit
ContiSys OBD Professional-kit
1. Servicetool
2. Multiplexkabel
3. Koffer
4. CD-ROM met bedieningsinstructies
5. EU-voeding
6. USB-kabel voor software-updates
1
32
65
4
Esc
CON0098
Inleiding
6
Displayscherm
Het scherm servicetool is een LCD-scherm met achtergrondverlichting, waarop vier
rijen tekst van twintig tekens kunnen worden weergegeven
Toetsenblok
De servicetool wordt bediend via een toetsenblok met 6 knoppen.
De onderstaande tabel geeft een omschrijving van de knoppen van het toetsenblok
en de functionaliteit hiervan.
Toe t s Functie
Selecteer een menu-optie, Ga verder of Ja.
Een menu afsluiten of Nee.
Scroll omhoog in een menu of tekst.
Scroll omlaag in een menu of tekst.
Scroll naar links en rechts.
Zorg voor contextafhankelijke hulp (daar waar beschikbaar).
Esc
CON0018
Inleiding
7
Verbinding
De servicetool heeft een 15-wegsaansluiting die communicatie met het voertuig via
diverse interfacekabels mogelijk maakt. Met behulp van deEOBD (J1962) diagnose-
aansluiting van het voertuig of met een systeemspecifieke aansluiting, kunt u het
apparaat aansluiten op het specifieke systeem. Raadpleeg de"Voertuigapplicatielijst"
om de correcte kabel te bepalen.
Als u de kabel op de servicetool aansluit, bevestig de kabel dan altijd stevig met de
bevestigingsschroeven om te voorkomen dat de servicetool per ongeluk losraakt
tijdens gebruik.
CON0014
Esc
Inleiding
8
Veiligheidsinstructies
De volgende richtlijnen zijn enerzijds bedoeld om de veiligheid van de gebruiker te
waarborgen en anderzijds om schade aan elektrische en elektronische onderdelen,
waarmee het voertuig is uitgerust, te voorkomen.
Apparatuur - zorg ervoor dat de servicetool, de kabelbomen en de aansluitingen in
goede staat verkeren, voordat u begint met het uitvoeren van om het even welke
testprocedure op het voertuig.
Polariteit - neem altijd de juiste polariteit in acht als de servicetool wordt aangesloten
op de accu van het voertuig
Voor het uitvoeren van een test op een voertuig, dient altijd de volgende procedure in
acht te worden genomen:
Controleer of het voertuig op de handrem /parkeerrem staat.
Controleer of neutraal of parkeren is geselecteerd.
Houd de testapparatuur en kabelbomen uit de buurt van hoogspanningsdraden.
Let op bewegende motoronderdelen.
Laat de motor niet draaien in een kleine ruimte zonder adequate ventilatie.
Communicatieproblemen
Indien er geen communicatie met het voertuig kan worden opgezet, volg dan de
onderstaande procedure:
1. Controleer of het juiste systeem uit het menu werd gekozen.
2. Controleer of de juiste kabel werd gebruikt, aan de hand van de applicatielijst
3. Maak de beide uiteinden van de kabel los en let op dat er geen pinnen verbogen
of omgeklapt worden
4. Reset de regeleenheid van het voertuig door het contact uit en weer in te
schakelen, de servicetool los te koppelen en weer aan te sluiten en probeer het
nogmaals.
Als er nog steeds geen verbinding kan worden gemaakt, neem dan contact op met
de helpdesk van Product Support voor verdere ondersteuning.
EOBD-applicatie
9
EOBD-applicatie
Wat is EOBD?
De American Environmental Protection Agency en de Europese regering hebben
doelstellingen gesteld, om de vervuilingsniveaus die geproduceerd worden door
personen- en bedrijfsvoertuigen te verminderen Om er voor te zorgen dat deze
doelstellingen worden gehaald, worden fabrikanten verzocht om nieuwe voertuigen te
bouwen die voldoen aan de emissienormen. De fabrikanten moeten bovendien de
emissienormen handhaven tot de nuttige gebruiksduur (levensduur) van het voertuig.
Om er voor te zorgen dat aan deze normen wordt voldaan en dat deze gehandhaafd
blijven, zijn de voertuigen uitgerust met boorddiagnosesystemen die de integriteit en
effectiviteit van emissiegerelateerde onderdelen controleren.
Daar voertuigen steeds complexer worden, worden vele systemen waarmee zij zijn
uitgerust aangestuurd door elektronische regeleenheden. De meeste voertuigen
hebben tegenwoordig meerdere regeleenheden (bijvoorbeeld de motor, de
transmissie, de carrosserie, de wielophanging, enz.), die u op verschillende plaatsen
in het voertuig aantreft. De boorddiagnosesystemen zijn geïntegreerd in de
regeleenheden van het voertuig.
Door de vele voertuigen en fabrikanten van onderdelen is er een algemene interface
nodig om met deze regeleenheden te communiceren. In 1988 riep de SAE (Society of
Automotive Engineers) een norm in het leven, die een standaard diagnose-aansluiting
(J1962) definieert en een aantal diagnostische testsignalen.
Met de overeengekomen diagnose-aansluiting en de diagnostische signalen, werd er
een andere norm geproduceerd die een universele controle definieert en een
diagnosemethode, om er voor te zorgen dat een voertuig presteert overeenkomstig
de Original Equipment Manufacturer (OEM) specificaties. Deze norm staat bekend als
EOBD (Europese boorddiagnosesystemen).
De basisvereiste voor een EOBD-systeem is dat als er sprake is van een defect van
een emissie gerelateerd onderdeel, een DTC (diagnostische probleemcode) in het
geheugen van de regelmodule wordt opgeslagen die verantwoordelijk is voor dat
onderdeel. Bovendien zal er een storingsindicatorlampje (MIL) gaan branden op het
instrumentenpaneel van het voertuig, om de bestuurder te waarschuwen. De DTC kan
worden opgehaald met behulp van diagnosetools, waarmee het type en de status van
de fout kan worden bepaald.
EOBD-applicatie
10
Voertuigen identificeren die aan de norm voldoen
Alle voertuigen met benzinemotor die vanaf 2000 zijn geproduceerd moeten voldoen
aan de EOBD-norm. Sommige fabrikanten introduceerde de boorddiagnosesystemen
al vanaf 1994, deze voldeden echter niet allemaal 100% aan deze norm. Alle
voertuigen met dieselmotoren kunnen vanaf 2004 ondersteuning verwachten. Dit
betekent dat diagnostische informatie die betrekking heeft op de emissie van
voertuigen, met behulp van de servicetool verkregen kan worden via de J1962
diagnose-aansluiting van het voertuig.
De servicetool kan met behulp van een van de vijf diagnostische
communicatieprotocollen die in de norm zijn gedefinieerd, communiceren met
voertuigen die voldoen aan de EOBD-norm.
Deze zijn
ISO 9141.
Keyword 2000 (oorspronkelijk een Europees protocol).
J1850 PWM (pulsmodulerend), protocol gebruikt door Ford.
J1850 VPW (variabel pulsmodulerend) gebruikt door General Motors bij voertuigen
die ontworpen zijn in de VS.
CAN (controller area network) wordt momenteel wettelijk vastgelegd en zal in de
toekomst waarschijnlijk een vast diagnostisch communicatiesysteem worden. Een
Europees protocol.
Meestal kan men erachter komen wat een specifiek voertuig gebruikt, door de
diagnose-aansluiting te onderzoeken (zoals hieronder). De software van de servicetool
detecteert echter automatisch het protocol dat gebruikt wordt op het voertuig waarop
de servicetool is aangesloten.
Ofschoon er verschillende elektrische EOBD verbindingsprotocollen bestaan, wordt
de besturingsinstelling bevestigd volgens de SAE J1979 norm.
Als de diagnose-aansluiting een pin in positie "7"
of "15" heeft, gebruikt het voertuig ofwel het ISO
9141 of het Keyword 2000 protocol.
Indien de diagnostische aansluiting een pin heeft
in de '2' or '10' positie, dan gebruikt het voertuig
een van de SAE J1850 protocollen.
Indien de diagnostische aansluiting een pin heeft
in de '6' of '14' positie, dan gebruikt het voertuig
het CAN-protocol
CON0019
16 9
18
EOBD-applicatie
11
Diagnostische foutcodes
Diagnostische foutcodes (DTC's) worden verdeeld in verplichte en vrijwillige codes.
Verplichte codes worden toegewezen door de ISO (International Standards
Organisation) en de SAE (Society of Automotive Engineers). Vrijwillige codes worden
toegewezen door de diverse autofabrikanten. Deze codes zijn fabrikantspecifiek en
soms voertuigspecifiek.
ISO/SAE gecontroleerde diagnostische foutcodes zijn die codes waarover de
bedrijfstak uniformiteit heeft bereikt. Deze codes werden geacht algemeen genoeg te
zijn voor de meeste applicaties van fabrikanten, om hier een algemeen nummer en een
foutmelding aan toe te wijzen. Alle niet gespecificeerde nummers in iedere groepering
zijn gereserveerd voor toekomstige uitbreiding. Ofschoon onderhoudsprocedures per
fabrikant enorm verschillend kunnen zijn, is de aangegeven fout algemeen genoeg om
hier een speciale foutcode aan toe te wijzen. Codes in dit gebied dienen niet door
fabrikanten te worden gebruikt totdat deze door de ISO/SAE zijn goedgekeurd.
Gebieden binnen ieder foutcodeblok zijn beschikbaar gesteld voor fabrikant-eigen
DTC's. Dit zijn foutcodes die door het merendeel van de fabrikanten normaliter niet
worden gebruikt vanwege de basale systeemverschillen, implementatieverschillen of
verschillen in diagnostische strategie.
EOBD-applicatie
12
EOBD-foutcodes toelichten
Gebruik de volgende regels om de basisbetekenis van een EOBD-foutcode te
bepalen.
Het eerste karakter (teken) geeft het gebied van het voertuig aan dat van toepassing
is op de gegenereerde code.
Het tweede karakter (teken) geeft het type code aan:
Als het eerste karakter een 'A' (Aandrijflijn) is, dan geeft het derde karakter het
betreffende specifieke aandrijflijnsysteem aan:
De laatste twee karakters geven de specifieke fout aan, zoals bij
boorddiagnosesystemen.
P Aandrijflijn
B Carrosserie
C Chassis
UNetwerk
0 Standaard (SAE) code
1 Eigen code fabrikant
1 Brandstof- en luchtdosering
2 Brandstof- en luchtdosering, speciaal injectiecircuit
3 Ontstekingssysteem en overslagdetectie
4 Aanvullende emissieregelingen
5 Rijsnelheidsregelsysteem en stationair regelsysteem
6 Uitvoercircuit computer
7 Transmissie gerelateerde fouten
8 Transmissie gerelateerde fouten
EOBD-applicatie
13
De EOBD-applicatie gebruiken
Aansluiting en basisbediening
1. Sluit de multiplex-kabel (A2C59512985) of de EOBD-kabel (A2C59512072) aan
op de servicetool en draai de bevstigingsschroeven vast.
2. Zorg er voor dat de contactschakelaar van het voertuig in de stand '0' staat.
J1962 diagnose-aansluiting
3. Sluit de servicetool via de J1962 diagnose-aansluiting aan op het voertuig. Deze
stekker bevindt zich normaliter in het passagierscompartiment, in de buurt van de
voetruimte van de bestuurder. Zie de fabricagegegevens van het voertuig voor de
exacte plaats.
De voeding voor de servicetool wordt geleverd door de diagnose-aansluiting. Als
de scantool is aangesloten op de diagnose-aansluiting, zal de servicetool een
interne zelftest uitvoeren. Vervolgens zal het scherm de actuele softwareversie
weergeven en dan pas het hoofdmenu.
4. Gebruik de toetsen en om de EOBD-menufunctie te selecteren.
Druk op om de selectie te bevestigen.
5. Schakel de ontsteking in als hierom wordt gevraagd en druk vervolgens op de
toets om dit te bevestigen De servicetool probeert dan te communiceren met
de boorddiagnosesystemen van het voertuig
HOOFDMENU
1. EOBD
2. FastCheck ABS
3. FastCheck Airbag
4. FastCheck Accu
5. FastCheck Klimaat
6. FastCheck Diesel
7. FastCheck P-Rem
8. FastCheck V/bak
9. FastCheck SAS
10. FastCheck Service
11. FastCheck TPMS
12. Gebruikersmenu
CON0019
16 9
18
EOBD-applicatie
14
6. Als het voertuigsysteem niet voldoet aan de EOBD-norm of als er sprake is van
een aansluitprobleem, wordt het scherm "Even wachten a.u.b." vervangen door
helpschermen.
Als de communicatie met de boorddiagnosesystemen succesvol is,zal het
display melden dat de servicetool de systeemgereedheidstests van het voertuig
controleert.
Opmerking: Het contact van het voertuig moet ingeschakeld zijn om een
succesvolle communicatie met de regeleenheden van het voertuig te realiseren.
7. De servicetool controleert welke van de systeemgereedheidstestsdraaien en
succesvol zijn afgerond. Het scherm zal u daarna de status hiervan weergeven.
Druk op de toets om verder te gaan.
Opmerking: De servicetool controleert altijd de status van de
systeemgereedheidstests, voordat het bedieningsmenu van de EOBD wordt
weergegeven.
8. Het scherm geeft u dan de mogelijkheid om de status van de tests die uitgevoerd
zijn op de emissie gerelateerde systemen en onderdelen weer te geven.
Druk op de toets om de resultaten weer te geven.
Druk op de toets om de resultaten over te slaan en naar het EOBD-
bedieningsmenu te gaan.
9. Gebruik de toetsen en om de gewenste applicatie te selecteren en druk
op om de selectie te bevestigen.
Opzettenvan gegevensverbindin
g met voertuig-
CM’s. Even
wachten a.u.b...
EOBD-WERKING
1. MI-status
2. Bekijken DTC's
3. DTCs wissen
4. Live Data
5. O2-sensortests
6. Inzien stilst.bld
7. Niet-continu
8. Continue tests
9. Systeemregeling
10. Voertuiginfo.
11. OBD-status
12. Systeemgereedheid
13. Algemene info
14. Testerinstelling
EOBD-applicatie
15
Gemakkelijke Resetfaciliteit
Om de servicetool te resetten zonder deze van het voertuig los te koppelen, dient u
tegelijkertijd de , , en toetsen in te drukken.
Menu-opties
Niet alle regeleenheden van het voertuig zullen alle beschikbare opties van het menu
ondersteunen. Als een optie niet wordt ondersteund, verschijnt op het scherm van de
servicetool: "Niet ondersteund" of "Niet beschikbaar". Dit is een beperking van de
software van de regeleenheden van het voertuig en GEEN fout van de servicetool.
MI-status/MIL-status
De 'MI-status' of 'MIL-status' geeft de status weer van het storingsindicatielampje
voor iedere emissiegerelateerde regeleenheid Als de status van de MI is ingeschakeld,
worden een of meer DTC's opgeslagen in de regeleenheden van het voertuig en het
instrumentenpaneel MI brandt.
Bekijken DTC's
Met deze optie kunnen 'Bevestigde', 'Wachtende' of 'Permanente'
emissiegerelateerde DTC's (Diagnostische probleemcodes) bekeken worden. Als een
DTC aanwezig is, wordt deze samen weergegeven met de identiteit van de
regeleenheid (CM) die de fout registreert.
Als meer dan een DTC wordt weergegeven, kan de gewenste DTC met behulp van
de toetsen en geselecteerd worden. Druk op om de DTC te selecteren
en geef de beschrijving van de code weer.
Afhankelijk van de DTC en de fabrikant van het voertuig, kan het noodzakelijk zijn om
de fabrikant te selecteren en misschien ook het model van het voertuig, om er voor te
zorgen dat de correcte beschrijving wordt weergegeven. Deze instelling wordt
opgeslagen terwijl de servicetool wordt gebruikt voor EOBD-handelingen, maar kan
opnieuw worden gedefinieerd of worden gewist via de menu-optie "Fabrikant".
OPMERKING: Permanente DTC's zijn bevestigde DTC's en worden opgeslagen in het
niet-volatiele geheugen. Het bedoelde gebruik van deze DTC's is om te voorkomen
dat een voertuig een inspectie doorstaat door de DTC's voorafgaand aan de inspectie
te wissen.
Codes wissen
Deze optie wist alle 'Bevestigde' en 'Wachtende' emissiegerelateerde DTC's, wist
'Momentopname'-DTC's en gerelateerde gegevens, wist 'O2-sensortest'-gegevens,
wist 'Niet-continue' testresultaten en reset de status van de 'Systeemgereedheid'-
tests op de besturingsmodules van het voertuig.
De servicetool voert de handeling "DTC's lezen" uit, om te controleren dat de DTC's
zijn gewist.
EOBD-applicatie
16
OPMERKING: Permanent DTC's kunnen niet gewist worden door een servicetool of
door de voeding van de Besturingsmodule (CM) te onderbreken. Deze DTC's worden
pas gewist door de CM zodra bepaald is dat het defect is opgelost.
Actuele gegevens
Met deze optie kan de gebruiker de actuele status van de onderdelen van het
emissiesysteem van het voertuig weergeven en snel aangeven of een onderdeel
correct werkt.
De lijst met onderdelen die onder 'Live data' worden gecontroleerd, kunnen van
fabrikant tot fabrikant verschillen en zelfs van model tot model.
Lambdasensortests
De EOBD heeft een optionele modus voor het bewaken van de testresultaten van de
lambdasensor, afhankelijk van de door de fabrikant van het voertuig gebruikte
methode om te voldoen aan de eis met betrekking tot de bewaking van de
lambdasensor. Als de fabrikant deze modus gebruikt, dan worden mogelijk niet alle
tests ondersteund. De servicetool zal de ondersteunde tests en de bijbehorende
gegevens weergeven, bijvoorbeeld de maximale sensorspanning voor een testcyclus
(berekend).
Inzien stilstaandbeeld
Inzien stilstaandbeeld data (momentopnamedata) is een verkorte weergave van de live
data (actuele gegevens) die opgeslagen zijn in de regeleenheid op het moment dat
een diagnostische foutcode werd waargenomen. Als er meerdere fouten opgetreden,
wordt de opgeslagen data van de momentopname gekoppeld aan de laatst
opgetreden fout. De momentopnamedata die gegenereerd is door de DTC wordt ook
in de data weergegeven.
Niet-continu
Sommige voertuigsystemen worden niet permanent bewaakt bij een normale
operationele werking, bijv. katalysatoren en verdampingssystemen. Deze tests zijn
fabrikantspecifiek. De testresultaten kunnen wel worden weergegeven, maar de
betekenis ervan niet.
Continue tests (Onafgehandelde codes)
Als de 'continue bewaking' een fout detecteert in een emissiegerelateerd onderdeel
of systeem van de aandrijflijn (1 keer per aandrijfcyclus), slaat het een 'Continue' code
op in het geheugen van de regeleenheid. Als de continue bewaking dezelfde fout
constateert tijdens de volgende aandrijfcyclus, wordt er een DTC vastgelegd en gaat
de MI branden.
Systeemregeling
Onderdelen op het voertuig kunnen worden in- en uitgeschakeld of worden gepulst
om de werking ervan te testen. Deze tests zijn fabrikantspecifiek en worden
momenteel zelden ondersteund in controllers.
EOBD-applicatie
17
Voertuiginformatie
Er wordt informatie weergegeven die betrekking heeft op het voertuig. Dit kan de VIN
zijn of de versienummers van de controllers, enz., maar wordt niet door alle voertuigen
ondersteund.
OBD-status
Geeft aan of de controller al dan niet OBD-eisen ondersteunt. Niet alle voertuigen
ondersteunen dit.
Systeemgereedheid
Als het contact wordt ingeschakeld, voeren de regeleenheden van het voertuig een
aantal tests op het systeem (Systeemgereedheidstest) uit. Als niet aan de juiste
voorwaarden wordt voldaan voor het uitvoeren van de test door de controller, bijv. als
de motor te koud is, wordt de status "Niet klaar" gerapporteerd. De gereedheid van
de teststatus wordt ook gegeven voor inspectie, nadat de communicaties zijn
opgezet. Deze kunnen worden beoordeeld of worden genegeerd tot later.
De servicetool staat de gebruiker toe om continu de status van de
systeemgereedheidstests af te lezen, dus of de test wel of niet wordt ondersteund,
nog niet klaar is of voltooid is. Deze status kan de monteur helpen om een reparatie
te controleren, omdat zij kunnen controleren of de gereedheidstests die een DTC
hebben gegenereerd al voltooid zijn. Via het volgende submenu kan de gebruiker de
resultaten op twee manieren weergeven.
De optie "Tonen als lijst" geeft de gebruiker de beschikking over de opties "DTC's Ltst
gewist" en "Huidige rijcyc". De optie 'DTC's ltst gewist' treft u normaliter aan op alle
EOBD-voertuigen en geeft de status weer vanaf het moment dat de laatste DTC's zijn
gewist. Deze status is echter niet geldig voor de huidige rijcyclus. De optie 'Huidige
rijcyc' geeft de status van de tests aan voor de huidige rijcyclus, maar deze optie
wordt momenteel zelden ondersteund op voertuigen.
De optie "Op één scherm" geeft een verkorte tekstversie weer van de status van alle
tests vanaf "DTC's ltst gewist".
In beide gevallen ververst de servicetool continu de weergegeven status van iedere
test.
Testerinstelling
Hiermee kan de gebruiker de units selecteren die worden weergegeven in Liva Data
en Stilstaandbeeld, hetzij in metrische of Engelse maten. Ook kan de gebruiker kiezen
uit een verkorte tekst of volledige zinsdelen. Voor meer informatie zie ‘Locaties
diagnose-aansluiting’, pagina 105.
SYSTEEMGEREEDHEID
1. Tonen als lijst
2. Op één scherm
FastCheck
18
FastCheck
Inleiding
De 'FastCheck'-applicaties zorgen ervoor dat de servicetool met andere
regeleenheden op het voertuig kan communiceren.
Met behulp van de EOBD (J1962) diagnose-aansluiting van het voertuig of met een
systeemspecifieke aansluiting, kunt u het apparaat aansluiten op het specifieke
systeem. Raadpleeg de"Voertuigapplicatielijst" om de correcte kabel te bepalen.
Er zijn momenteel zeven applicaties beschikbaar.
FastCheck ABS
FastCheck ABS stelt u in staat om iedere foutcode die door het geselecteerde
systeem is opgeslagen te lezen en te wissen.
FastCheck Airbag
FastCheck Airbag stelt u in staat iedere foutcode die door het geselecteerde
systeem is opgeslagen te lezen en te wissen.
FastCheck Accu
Met FastCheck Accu kunt u een accuvervanging op voertuigen registreren met
stop/start of accubeheertechnologie.
FastCheck Klimaat
FastCheck Klimaat stelt u in staat iedere foutcode die door het geselecteerde
systeem is opgeslagen te lezen en te wissen.
FastCheck Diesel
FastCheck Diesel stelt u in staat iedere foutcode die door het geselecteerde
systeem is opgeslagen te lezen en te wissen, gegevens weer te geven en kan
bovendien worden gebruikt om de injectoren op toepasselijke voertuigen opnieuw
te coderen.
FastCheck P-Rem
FastCheck P-Rem (Electronic Parking Brake) stelt u in staat iedere foutcode die
door het geselecteerde systeem is opgeslagen te lezen en te wissen en kan
bovendien worden gebruikt tijdens controles van de remwerking of het vervangen
van de remblokken.
FastCheck V/bak
FastCheck V/bak (Gearbox) selt u in staat iedere foutcode die door het
geselecteerde systeem is opgeslagen te lezen en te wissen en kan bovendien
worden gebruikt tijdens controles van de remwerking of het vervangen van de
remblokken.
FastCheck SAS
FastCheck SAS (Steering Angle Sensor) stelt u in staat iedere foutcode die door
het geselecteerde systeem is opgeslagen, te lezen en te wissen en kan bovendien
worden gebruikt om de stuurhoeksensor te kalibreren.
FastCheck
19
FastCheck Service
Via FastCheck Service kunt u, afhankelijk van het voertuig, de indicator voor het
olieonderhoudsinterval en de waarschuwingslichten voor onderhoud en controle
resetten.
FastCheck TPMS
De 'TPMS' (Tyre Pressure Monitoring System) functie kan worden gebruikt om de
ventiel van de autoband te herprogrammeren op voertuigen die uitgerust zijn met
de TPMS-ventielen van Schrader.
FastCheck
20
Veiligheidsinstructies
WAARSCHUWING: Algemene veiligheid
Alle werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd in een goed
geventileerde ruimte en uit de buurt van open vuur en warmtebronnen.
Zorg er voor dat het voertuig stationair draait en de handrem (parkeerrem)
is aangetrokken, voordat u onderhoudswerkzaamheden en/of diagnose
werkzaamheden gaat uitvoeren.
WAARSCHUWING: Veiligheid airconditioning
Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit als u bekend bent met het
systeem van het voertuig en de testapparatuur.
Het koelmiddel voor de airconditioning is een gevaarlijke vloeistof, als hier
niet zorgvuldig en correct mee wordt gewerkt, kan dit tot ernstige
verwondingen leiden. Als u werkzaamheden uitvoert aan het
airconditioningsysteem dient u geschikte beschermende kleding te
dragen, zoals gezichtsbescherming, hittebestendige handschoenen,
rubberen laarzen en rubberen waterdichte overalls.
Gevaar voor verstikking, gasvormig koelmiddel is zwaarder dan lucht en
wordt verzameld in de smeerputten of afgesloten ruimtes. Dus verzamel
eerst al het koelmiddel van een beschadigd systeem, voordat u begint met
het uitvoeren van werkzaamheden.
WAARSCHUWING: Veiligheid airbag
Alle werkzaamheden op voertuiggebonden systemen, dienen te worden
uitgevoerd door opgeleid personeel. Installeer NOOIT accessoires in de
buurt van een bestuurders-, passagiers- of zijairbag.
Houd u aan de instructies van de fabrikant op het gebied van veiligheid en
het gebruik en de installatie van onderdelen.
Airbags worden ingedeeld in de categorie explosieve apparaten en zijn
onderhevig aan wettelijke bepalingen en regels. Dit betreft tevens opslag
en vervoer.
Berg verwijderde airbags ALTIJD op in een veilige ruimte, uit de buurt van
andere gevaarlijke materialen en stoffen.
Maak geen bedrading los of sluit deze aan als het contact staat
ingeschakeld. Zet de contactschakelaar ALTIJD in de stand 'UIT' en geef
het systeem minstens 1 minuut de kans om te ontladen.
Stel systeemonderdelen NOOIT bloot aan temperaturen boven de 80 °C.
Gebruik ALLEEN goedgekeurde diagnosetesters om fouten te
diagnosticeren. Gebruik NOOIT geen multimeters of testlampen enz.
Schakel ALTIJD eerst alle airbags uit en de veiligheidsgordelspanners,
voordat u een multimeter gebruikt om de bedrading door te meten
(controleren).
FastCheck
21
WAARSCHUWING: Veiligheid elektronische parkeerrem (P-Rem)
Zorg er voor dat u volledig op de hoogte bent van het remsysteem en de
werking hiervan, voordat u hieraan werkzaamheden gaat uitvoeren.
Het elektronische parkeerremregelsysteem moet uitgeschakeld zijn,
voordat u onderhouds- en/of diagnosewerkzaamheden gaat uitvoeren
aan het remsysteem. Dit kan via het menu van de servicetool worden
uitgevoerd
Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit als het voertuig stilstaat en op
een horizontale ondergrond staat.
Zorg ervoor dat het elektronische parkeerremregelsysteemweer is
ingeschakeld, nadat u de onderhoudswerkzaamheden heeft uitgevoerd
Opmerking: Omitec Group accepteert geen enkele verantwoordelijkheid voor enig
ongeluk of letsel tengevolge van onderhoud aan het elektronische remsysteem.
FastCheck
22
FastCheck ABS
Verbinding
Gebruik de voertuigapplicatielijst die op de CD-ROM staat en identificeer de vereiste
interfacekabel voor het voertuigsysteem dat getest moet worden. Sluit de kabel aan
op de servicetool en draai de bevestigingsschroeven vast.
Opmerking: Als het te testen voertuig een BMW is met een 20-pins aansluiting en een
EOBD (J1962)-aansluiting, moet u alleen de 20-pins aansluiting gebruiken. Als het te
testen voertuig een BMW is meteen 20-pins aansluiting en een EOBD (J1962)-
aansluiting, moet u alleen de 20-pins aansluiting gebruiken.
Opmerking: De Multiplex-kabel (A2C59512985) of de kabelboom van de CAN-
converter (A2C59512664) moeten worden gebruikt voor om het even welke diagnose
op de volgende voertuigen:
BMW 1 serie (E81/E87)
BMW 3 serie (E90/E91/E92/E93)
BMW 5 serie (E60/E61)
BMW 6 serie (E63/E64)
BMW 7 serie (E65)
GM Opel/Vauxhall - Corsa D
GM Opel / Vauxhall - Signum
GM Opel /Vauxhall - Vectra C
GM Opel /Vauxhall - Zafira B
Belangrijke informatie
Voertuigen van Mercedes met Sensotronic remregelsysteem
Zorg er voor dat u volledig op de hoogte bent van het remsysteem en de werking
hiervan, voordat u hieraan werkzaamheden gaat uitvoeren.
Het Sensotronic remregelsysteem moet uitgeschakeld zijn voordat u onderhouds en/
of diagnosewerkzaamheden gaat uitvoeren aan het remsysteem. Dit kan via het
menu van de servicetool worden uitgevoerd
Begin pas met het uitvoeren van de werkzaamheden als het systeem is
uitgeschakeld. Na het uitschakelen, moet er een waarschuwingsbericht verschijnen
op het instrumentenpaneel en is er mogelijk een geluidssignaal te horen tot het
systeem opnieuw is ingeschakeld. Als er geen waarschuwingssignalen worden
afgegeven, moet u er van uitgaan dat het systeem niet volledig is uitgeschakeld en
dient u NIET te starten met het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden.
Zorg er voor dat het Sensotronic remregelsysteem weer is ingeschakeld, nadat u de
onderhoudswerkzaamheden heeft uitgevoerd.
Opmerking: De fabrikant van de servicetool accepteert geen enkele verantwoordelijkheid
voor eventuele ongelukken of letselschade die voortvloeien uit
onderhoudswerkzaamheden aan het Sensotronic- remregelsysteem.
FastCheck
23
Als u gebruik maakt van de EOBD (J1962) pin-schakelkabel (A2C59512073), zorg er
dan voor dat de instellingen op de regeleenheid overeenkomen met de vermelde
instellingen voor het voertuig en het systeem dat getest moet worden
WAARSCHUWING: Verkeerde instellingen op de regeleenheid kunnen tot
onherstelbare schade leiden aan het elektrische systeem van het voertuig.
Zorg er voor dat het contact van het voertuig in de stand UIT staat.
Sluit de handtester aan op de vereiste aansluiting van het voertuig, zie ‘Locaties
diagnose-aansluiting’, pagina 105, voor meer informatie.
De voeding van de servicetool wordt geleverd via de aansluiting van het voertuig. Als
de servicetool is aangesloten, zal deze een interne zelftest uitvoeren. Vervolgens zal
het scherm de versie van de actuele software weergeven en dan pas het hoofdmenu.
Gebruik de en toetsen om de applicatie "FastCheck ABS" te selecteren en
druk op om de selectie te bevestigen. Druk op de toets om terug te keren
naar het vorige menu.
Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
Gebruik de en toetsen om de fabrikant van het voertuig te selecteren en
druk op om de selectie te bevestigen.
HOOFDMENU
1. EOBD
2. FastCheck ABS
3. FastCheck Airbag
4. FastCheck Accu
5. FastCheck Klimaat
6. FastCheck Diesel
7. FastCheck P-Rem
8. FastCheck V/bak
9. FastCheck SAS
10. FastCheck Service
11. FastCheck TPMS
12. Gebruikersmenu
A
B
C
DEFGHI
J
K
L1
2
3
456789
10
11
12
C
ON0017
FastCheck
24
Afhankelijk van het voertuig en de lopende applicatie, kan u worden gevraagd om het
specifieke systeem te selecteren waarmee het voertuig is uitgerust. Selecteer met
behulp van de en toetsen het correcte systeem en druk op om de selectie
te bevestigen.
Selecteer met behulp van de en toetsen de vereiste menu-optie en druk op
om de selectie te bevestigen.
De servicetool zal proberen om contact te maken met het voertuigsysteem. Als de
verbinding niet is gelukt, zie ‘Communicatieproblemen’, pagina 8.
DTC's lezen
Als er DTC-codes aanwezig zijn in het systeem, wordt er een scherm weergegeven
waarin wordt aangegeven hoeveel codes er zijn aangetroffen. Vervolgens wordt dit
vervangen door de eerste DTC-code. DTC-codes worden gegenereerd
overeenkomstig de fabrikant van het voertuig en het systeem.
Een typische DTC-code
Het foutnummer wordt eerst weergegeven, gevolgd door de DTC-code. In dit
voorbeeld is de weergegeven fout DTC-nummer 38 - Circuitsignaal rechter
lagedruksensor hoog of open circuit. Als de beschrijvende tekst te lang is en niet meer
op het display past, verschijnt rechtsonder op het scherm het teken '[...]'. Dit betekent
dat er met behulp van de toetsen en door de tekst kan worden gescrolld om
de rest van de beschrijving te lezen.
Om de volgende DTC te bekijken (als er meer dan 1 DTC wordt aangetroffen), dient u
naar het einde van de tekst te scrollen en de toets in te drukken.
Om terug te keren naar het menu, dient u naar het eind van de tekst te scrollen en de
toets in te drukken.
Codes wissen
Diagnostische foutcodes kunnen gewist worden met de optie 'Wis DTC's'. Als u deze
optie gebruikt wordt u gevraagd het contact uit te schakelen. Wacht met het weer
inschakelen van het contact tot u hier om wordt gevraagd.
Start de motor zodat de regeleenheid een systeemcontrole kan uitvoeren. Controleer
of de code(s) zijn gewist door de optie 'DTC's lezen' te selecteren.
1. DTC's lezen
2. Codes wissen
DTC 1 - 38 Hoog circuitsignaal
rechter
Hoog Circuitsignaal{ }
FastCheck
25
Opmerking: U dient eerst de motor te starten voor het aflezen van de DTC(s), anders
wordt alleen bevestigd dat de opgeslagen DTC(s) zijn gewist. Er kunnen nog steeds
fouten in het systeem aanwezig zijn, die er voor zorgen dat een DTC wordt opgeslagen
zodra de motor de volgende keer wordt gestart.
BMW/MINI-voertuigen
Opmerking: Om het contact in te schakelen op voertuigen die uitgerust zijn met een
start/stop-knop, dient u de sleutelkaart volledig in het contactslot te steken en
vervolgens de start/stop-knop één keer in te drukken (zonder een voetpedaal in te
trappen).
FastCheck
26
FastCheck Airbag
Verbinding
Gebruik de voertuigapplicatielijst die op de CD-ROM staat en identificeer de vereiste
interfacekabel voor het voertuigsysteem dat getest moet worden. Sluit de kabel aan
op de servicetool en draai de bevestigingsschroeven vast.
Als u gebruik maakt van de EOBD (J1962) pin-schakelkabel (A2C59512073), zorg er
dan voor dat de instellingen op de regeleenheid overeenkomen met de vermelde
instellingen voor het voertuig en het systeem dat getest moet worden.
WAARSCHUWING: Verkeerde instellingen op de regeleenheid kunnen tot
onherstelbare schade leiden aan het elektrische systeem van het voertuig.
Opmerking: De Multiplex-kabel (A2C59512985) of de kabelboom van de CAN-
converter (A2C59512664) moeten worden gebruikt voor om het even welke diagnose
op de volgende voertuigen:
Alfa-Romeo MiTo
BMW 1 serie (E81/E87)
BMW 3 serie (E90/E91/E92/E93)
BMW 5 serie (E60/E61)
BMW 6 serie (E63/E64)
BMW 7 serie (E65)
GM Opel/Vauxhall - Corsa D
GM Opel / Vauxhall - Signum
GM Opel /Vauxhall - Vectra C
GM Opel /Vauxhall - Zafira B
Fiat 500
Fiat Grande Punto (05)
Ford Ka II
Volvo S40 (04-06)
Volvo V50 (03-08)
Volvo S60 (01-05)
Volvo V70 (00-07)
A
B
C
DEFGHI
J
K
L1
2
3
456789
10
11
12
C
ON0017
FastCheck
27
Volvo XC70 (00-06)
Volvo S80 (99-06)
Volvo XC90 (02-06)
Zorg er voor dat het contact van het voertuig in de stand UIT staat.
Sluit de handtester aan op de vereiste aansluiting van het voertuig, zie ‘Locaties
diagnose-aansluiting’, pagina 105, voor meer informatie.
De voeding van de servicetool wordt geleverd via de aansluiting van het voertuig. Als
de servicetool is aangesloten, zal deze een interne zelftest uitvoeren. Vervolgens zal
het scherm de versie van de actuele software weergeven en dan pas het hoofdmenu.
Gebruik de en toetsen om de applicatie "FastCheck Airbag" te selecteren en
druk om de selectie te bevestigen. Druk op de toets om terug te keren naar
het vorige menu.
Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
Gebruik de en toetsen om de fabrikant van het voertuig te selecteren en
druk op om de selectie te bevestigen.
Afhankelijk van het voertuig en de lopende applicatie, kan u worden gevraagd om het
specifieke systeem te selecteren waarmee het voertuig is uitgerust. Selecteer met
behulp van de en toetsen het correcte systeem en druk op om de selectie
te bevestigen.
Selecteer met behulp van de en toetsen de vereiste menu-optie en druk op
om de selectie te bevestigen.
De servicetool zal proberen om contact te maken met het voertuigsysteem. Als de
verbinding niet is gelukt, zie ‘Communicatieproblemen’, pagina 8.
HOOFDMENU
1. EOBD
2. FastCheck ABS
3. FastCheck Airbag
4. FastCheck Accu
5. FastCheck Klimaat
6. FastCheck Diesel
7. FastCheck P-Rem
8. FastCheck V/bak
9. FastCheck SAS
10. FastCheck Service
11. FastCheck TPMS
12. Gebruikersmenu
1. DTC's lezen
2. Codes wissen
FastCheck
28
DTC's lezen
Als er DTC-codes aanwezig zijn in het systeem, wordt er een scherm weergegeven
waarin wordt aangegeven hoeveel codes er zijn aangetroffen. Vervolgens wordt dit
vervangen door de eerste DTC-code. DTC-codes worden gegenereerd
overeenkomstig de fabrikant van het voertuig en het systeem.
Het foutnummer wordt eerst weergegeven, gevolgd door de DTC-code. Als de
beschrijvende tekst te lang is en niet meer op het display past, verschijnt rechtsonder
op het scherm het teken '[...]'. Dit betekent dat er met behulp van de toetsen en
door de tekst kan worden gescrolld om de rest van de beschrijving te lezen.
Om de volgende DTC te bekijken (als er meer dan 1 DTC wordt aangetroffen), dient u
naar het einde van de tekst te scrollen en de toets in te drukken.
Om terug te keren naar het menu, dient u naar het eind van de tekst te scrollen en de
toets in te drukken.
Codes wissen
Diagnostische foutcodes kunnen gewist worden met de optie 'Wis DTC's'. Als u deze
optie gebruikt wordt u gevraagd het contact uit te schakelen. Wacht met het weer
inschakelen van het contact tot u hier om wordt gevraagd.
Controleer of de code(s) zijn gewist door de optie 'DTC's lezen' te selecteren.
BMW-voertuigen
Opmerking: Om het contact in te schakelen op voertuigen die uitgerust zijn met een
start/stop-knop, dient u de sleutelkaart volledig in het contactslot te steken en
vervolgens de start/stop-knop één keer in te drukken (zonder een voetpedaal in te
trappen).
Sommige BMW-voertuigen zijn uitgerust met meerdere airbagsystemen, een voor
iedere airbag aangebracht op het voertuig.
Toepasbare voertuigen:
BMW 3 serie (E90/E91/E92/E93)
BMW 5 serie (E60/E61)
BMW 6 serie (E63/E64)
BMW 7 serie (E65)
BMW Z4 (E85)
Als de optie DTC's lezen of Wis DTC's wordt geselecteerd en een
meervoudigairbagsysteem is gedetecteerd, wordt er een menu weergegeven waarin een
lijst met airbagsystemen die op het voertuig zijn aangebracht is opgenomen.
Gebruik de toetsen en om het gewenste systeem uit het weergegeven menu
te selecteren. Druk op de toets om het gewenste systeem te selecteren om de
opties DTC's Lezen of Wis DTC's uit te voeren. Druk op de toets als het
systeemmenu wordt weergegeven om terug te keren naar het menu DTC's Lezen en
Wis DTC's.
FastCheck
29
Alle ECU's airbag
Als de optie Alle ECU's airbag is geselecteerd zal de functie DTC's Lezen of Wis DTC's
worden uitgevoerd op ALLE gedetecteerde airbagsystemen in het voertuig.
MINI-voertuigen
Opmerking: Om het contact in te schakelen op voertuigen die uitgerust zijn met een
start/stop-knop, dient u de sleutelkaart volledig in het contactslot te steken en
vervolgens de start/stop-knop één keer in te drukken (zonder een voetpedaal in te
trappen).
Ford Galaxy (2006 -), Mondeo (2007-), S-Max (2006-), Transit (2006-)
Botsing Resetten
Deze optie is noodzakelijk op voertuigen waarbij door een botsing de airbag is
geactiveerd De routine wist de botsmarkering in de regeleenheid van de carrosserie,
om na het repareren van het voertuig en de installatie van een nieuwe airbag een
normale werking mogelijk te maken.
Land Rover Freelander 2 (2007-)
Ingang/Uitgang Bouwmodus Beveiligingssysteem
Deze functie kan gebruikt worden om een airbag-/beveiligingssysteem in de
bouwmodus te plaatsen, om veilig onderhoud- en reparatiewerkzaamheden te
kunnen uitvoeren, zonder het risico te lopen dat de airbag of voorspanner wordt
geactiveerd. Als de werkzaamheden aan het systeem zijn uitgevoerd, kan het Airbag-
/Beveiligingssysteem weer uit de bouwmodus worden gehaald voor een normale
werking.
Botsing Resetten
Deze optie is noodzakelijk op voertuigen waarbij door een botsing de airbag is
geactiveerd De routine wist de botsmarkering in de regeleenheid van de carrosserie,
om na het repareren van het voertuig en de installatie van een nieuwe airbag een
normale werking mogelijk te maken.
Renault-voertuigen
Selecteer het airbagsysteem en vervolgens de 12-pins of 16-pins aansluiting
overeenkomstig welke aansluiting van het voertuig wordt getest.
De volgende functies zijn beschikbaar voor ieder airbagsysteem:
1. DTC's lezen: Geeft alle diagnostische foutcodes weer die verband houden met
het airbagsysteem
2. Codes wissen: Wist alle fouten uit het airbagsysteem.
3. Renault bestuurders- en/of passagiersairbag in- of uitschakelen:
Met de uitschakeloptie in het CM-menu kan de bestuurdersairbag worden
uitgeschakeld, om te voorkomen dat de airbag per ongeluk wordt geactiveerd tijdens
werkzaamheden in de auto.
FastCheck
30
Met de inschakeloptie in het CM-menu kan de bestuurdersairbag worden
ingeschakeld.
Met de menu-optie passagiersairbag uitschakelen kan de passagiersairbag worden
uitgeschakeld, om te voorkomen dat de airbag per ongeluk wordt geactiveerd tijdens
werkzaamheden in de auto.
Met de menu-optie passagiersairbag inschakelen kan de passagiersairbag worden
ingeschakeld.
Opmerking: Niet alle voertuigen zijn uitgerust met een passagiersairbag. Sommige
voertuigen die uitgerust zijn met een passagiersairbag kunnen niet met behulp van een
diagnose-tool worden in- en uitgeschakeld (voor deze airbags heeft u een sleutel
nodig om de vergrendeling in of uit te schakelen, waarbij de vergrendeling zich bevindt
naast de passagiersairbag).
Meldingsmethoden voor een uitgeschakelde airbag
Methode 1 - Foutcode aanwezig:
Als de gebruiker, nadat een airbag is uitgeschakeld, de diagnosecodes van de airbag
leest, zullen sommige modellen een foutcode "Airbag uitgeschakeld" weergeven. Na
het inschakelen van de airbag verschijnt deze foutcode niet. Dit kan worden bevestigd
door opnieuw de diagnosecodes te lezen.
Methode 2 - Airbag MIL blijft ingeschakeld:
Nadat een airbag is uitgeschakeld, blijft de storingsindicator van de airbag op het
dashboard branden. Als de airbag is ingeschakeld wordt de MIL uitgeschakeld.
Methode 3 - Airbag MIL knippert enkele seconden, als het contact wordt
ingeschakeld:
Nadat een airbag is uitgeschakeld en het contact is ingeschakeld, knippert de
storingsindicator van de airbag enkele seconden op het display van het dashboard.
Als de airbag is ingeschakeld wordt de MIL uitgeschakeld.
FastCheck
31
FastCheck Accu
Verbinding
Gebruik de voertuigapplicatielijst die op de CD-ROM staat en identificeer de vereiste
interfacekabel voor het voertuigsysteem dat getest moet worden. Sluit de kabel aan
op de servicetool en draai de bevestigingsschroeven vast.
Zorg er voor dat het contact van het voertuig in de stand UIT staat.
Sluit de handtester aan op de vereiste aansluiting van het voertuig, zie ‘Locaties
diagnose-aansluiting’, pagina 105, voor meer informatie.
De voeding van de servicetool wordt geleverd via de aansluiting van het voertuig. Als
de servicetool is aangesloten, zal deze een interne zelftest uitvoeren. Vervolgens zal
het scherm de versie van de actuele software weergeven en dan pas het hoofdmenu.
Gebruik de en toetsen om de applicatie "FastCheck Accu"' te selecteren en
druk op om de selectie te bevestigen. Druk op de toets om terug te keren naar
het vorige menu.
Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
Gebruik de en toetsen om de fabrikant van het voertuig te selecteren en
druk op om de selectie te bevestigen.
Afhankelijk van het voertuig en de gebruikte functie, kunt u worden gevraagd om het
specifieke systeem te selecteren waarmee het voertuig is uitgerust. Selecteer met
behulp van de en toetsen het correcte systeem en druk op om de selectie
te bevestigen.
Selecteer met behulp van de en toetsen de vereiste menu-optie en druk op
om de selectie te bevestigen.
De servicetool zal proberen om contact te maken met het voertuigsysteem. Als de
verbinding niet is gelukt, zie ‘Communicatieproblemen’, pagina 8.
HOOFDMENU
1. EOBD
2. FastCheck ABS
3. FastCheck Airbag
4. FastCheck Accu
5. FastCheck Klimaat
6. FastCheck Diesel
7. FastCheck P-Rem
8. FastCheck V/bak
9. FastCheck SAS
10. FastCheck Service
11. FastCheck TPMS
12. Gebruikersmenu
FastCheck
32
Het groeiende aantal voertuigen met “stop/start” technologie heeft de manier
veranderd waarop accu's worden vervangen.
De rol van de accu in nieuwere voertuigen wordt steeds belangrijker. Vervangen van
de voertuigaccu betekent ook dat bij het afsluiten van de oude accu het
accubeheersysteem opnieuw geconfigureerd moet worden. De Service Tool heeft de
diagnostische eigenschap deze functie te vervullen. Volg de aanwijzingen op het
venster om de taak te voltooien.
Zoek het label (zoals die in de afbeeldingen wordt getoond) op uw nieuwe accu en
gebruik de code om uw accubeheersysteem te configureren.
BMW/MINI-voertuigen
Opmerking: Om het contact in te schakelen op voertuigen die uitgerust zijn met een
start/stop-knop, dient u de sleutelkaart volledig in het contactslot te steken en
vervolgens de start/stop-knop één keer in te drukken (zonder een voetpedaal in te
trappen).
CON0201
BEM Code:
7P0915105
JCB1A0120K18F
*205 JCB1A1K18FE*
RA 558276
VARTA
JCB
DE
East Penn EPN
Made in United States
*205 EPN3B7P0QQX*
7P0 915 105 E
12V 68Ah 380A DIN
680A EN/SAE/GS
FastCheck
33
FastCheck Klimaat
Verbinding
Gebruik de voertuigapplicatielijst die op de CD-ROM staat en identificeer de vereiste
interfacekabel voor het voertuigsysteem dat getest moet worden. Sluit de kabel aan
op de servicetool en draai de bevestigingsschroeven vast.
Als u gebruik maakt van de EOBD (J1962) pin-schakelkabel (A2C59512073), zorg er
dan voor dat de instellingen op de regeleenheid overeenkomen met de vermelde
instellingen voor het voertuig en het systeem dat getest moet worden.
WAARSCHUWING: Verkeerde instellingen op de regeleenheid kunnen tot
onherstelbare schade leiden aan het elektrische systeem van het voertuig.
Opmerking: De Multiplex-kabel (A2C59512985) of de kabelboom van de
CAN-converter (A2C59512664) moeten worden gebruikt voor om het even welke
diagnose op de volgende voertuigen:
Alfa-Romeo MiTo
BMW 1 serie (E81/E87)
BMW 3 serie (E90/E91/E92/E93)
BMW 5 serie (E60/E61)
BMW 6 serie (E63/E64)
BMW 7 serie (E65)
GM Opel/Vauxhall - Corsa D
GM Opel / Vauxhall - Signum
GM Opel /Vauxhall - Vectra C
GM Opel /Vauxhall - Zafira B
Fiat 500
Fiat Grande Punto (05)
Ford Ka II
Volvo S40/V40 (01-06)
Volvo V50 (03-08)
Volvo S60 (01-05)
Volvo V70 (99-07)
A
B
C
DEFGHI
J
K
L1
2
3
456789
10
11
12
C
ON0017
FastCheck
34
Volvo XC70 (00-06)
Volvo S80 (99-06)
Volvo XC90 (02-06)
Volvo S70 (99-00)
Volvo C70 Convertible/Coupe (99-05)
Zorg er voor dat het contact van het voertuig in de stand UIT staat.
Sluit de handtester aan op de vereiste aansluiting van het voertuig, zie ‘Locaties
diagnose-aansluiting’, pagina 105, voor meer informatie.
De voeding van de servicetool wordt geleverd via de aansluiting van het voertuig. Als
de servicetool is aangesloten, zal deze een interne zelftest uitvoeren. Vervolgens zal
het scherm de versie van de actuele software weergeven en dan pas het hoofdmenu.
Gebruik de en toetsen om de applicatie "FastCheck Climate"' te selecteren
en druk op om de selectie te bevestigen. Druk op de toets om terug te keren
naar het vorige menu.
Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
Gebruik de en toetsen om de fabrikant van het voertuig te selecteren en
druk op om de selectie te bevestigen.
Afhankelijk van het voertuig en de lopende applicatie, kan u worden gevraagd om het
specifieke systeem te selecteren waarmee het voertuig is uitgerust. Selecteer met
behulp van de en toetsen het correcte systeem en druk op om de selectie
te bevestigen.
Selecteer met behulp van de en toetsen de vereiste menu-optie en druk op
om de selectie te bevestigen.
HOOFDMENU
1. EOBD
2. FastCheck ABS
3. FastCheck Airbag
4. FastCheck Accu
5. FastCheck Klimaat
6. FastCheck Diesel
7. FastCheck P-Rem
8. FastCheck V/bak
9. FastCheck SAS
10. FastCheck Service
11. FastCheck TPMS
12. Gebruikersmenu
1. DTC's lezen
2. Codes wissen
FastCheck
35
De servicetool zal proberen om contact te maken met het voertuigsysteem. Als de
verbinding niet is gelukt, zie ‘Communicatieproblemen’, pagina 8.
DTC's lezen
Als er DTC-codes aanwezig zijn in het systeem, wordt er een scherm weergegeven
waarin wordt aangegeven hoeveel codes er zijn aangetroffen. Vervolgens wordt dit
vervangen door de eerste DTC-code. DTC-codes worden gegenereerd
overeenkomstig de fabrikant van het voertuig en het systeem.
Het foutnummer wordt eerst weergegeven, gevolgd door de DTC-code. Als de
beschrijvende tekst te lang is en niet meer op het display past, verschijnt rechtsonder
op het scherm het teken '[...]'. Dit betekent dat er met behulp van de toetsen en
door de tekst kan worden gescrolld om de rest van de beschrijving te lezen.
Om de volgende DTC te bekijken (als er meer dan 1 DTC wordt aangetroffen), dient u
naar het einde van de tekst te scrollen en de toets in te drukken.
Om terug te keren naar het menu, dient u naar het eind van de tekst te scrollen en de
toets in te drukken.
Codes wissen
Diagnostische foutcodes kunnen gewist worden met de optie 'Wis DTC's'. Als u deze
optie gebruikt wordt u gevraagd het contact uit te schakelen. Wacht met het weer
inschakelen van het contact tot u hier om wordt gevraagd.
Start de motor zodat de regeleenheid een systeemcontrole kan uitvoeren. Controleer
of de code(s) zijn gewist door de optie 'DTC's lezen' te selecteren.
Opmerking: U dient eerst de motor te starten voor het aflezen van de DTC(s), anders
wordt alleen bevestigd dat de opgeslagen DTC(s) zijn gewist. Er kunnen nog steeds
fouten in het systeem aanwezig zijn, die er voor zorgen dat een DTC wordt opgeslagen
zodra de motor de volgende keer wordt gestart.
BMW/MINI-voertuigen
Opmerking: Om het contact in te schakelen op voertuigen die uitgerust zijn met een
start/stop-knop, dient u de sleutelkaart volledig in het contactslot te steken en
vervolgens de start/stop-knop één keer in te drukken (zonder een voetpedaal in te
trappen).
FastCheck
36
FastCheck Diesel
Verbinding
Gebruik de voertuigapplicatielijst die op de CD-ROM staat en identificeer de vereiste
interfacekabel voor het voertuigsysteem dat getest moet worden. Sluit de kabel aan
op de servicetool en draai de bevestigingsschroeven vast.
Zorg er voor dat het contact van het voertuig in de stand UIT staat.
Sluit de handtester aan op de vereiste aansluiting van het voertuig, zie ‘Locaties
diagnose-aansluiting’, pagina 105, voor meer informatie.
De voeding van de servicetool wordt geleverd via de aansluiting van het voertuig. Als
de servicetool is aangesloten, zal deze een interne zelftest uitvoeren. Vervolgens zal
het scherm de versie van de actuele software weergeven en dan pas het hoofdmenu.
Gebruik de en toetsen om de applicatie "FastCheck Diesel"' te selecteren en
druk op om de selectie te bevestigen. Druk op de toets om terug te keren
naar het vorige menu.
Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
Gebruik de en toetsen om de fabrikant van het voertuig te selecteren en
druk op om de selectie te bevestigen.
Afhankelijk van het voertuig en de gebruikte functie, kunt u worden gevraagd om het
specifieke systeem te selecteren waarmee het voertuig is uitgerust. Selecteer met
behulp van de en toetsen het correcte systeem en druk op om de selectie
te bevestigen.
Selecteer met behulp van de en toetsen de vereiste menu-optie en druk op
om de selectie te bevestigen.
De servicetool zal proberen om contact te maken met het voertuigsysteem. Als de
verbinding niet is gelukt, zie ‘Communicatieproblemen’, pagina 8.
HOOFDMENU
1. EOBD
2. FastCheck ABS
3. FastCheck Airbag
4. FastCheck Accu
5. FastCheck Klimaat
6. FastCheck Diesel
7. FastCheck P-Rem
8. FastCheck V/bak
9. FastCheck SAS
10. FastCheck Service
11. FastCheck TPMS
12. Gebruikersmenu
FastCheck
37
Fabrikant toepassingen - Diesel
Citroen en Peugeot
Programmeren verstuiver
Deze functie is beschikbaar op het injectiesysteem van de Bosch EDC15C7, dat
uitgerust is op de volgende voertuigen:
Het doel van deze functie is de monteur in staat te stellen om een defecte verstuiver
of verstuivers te vervangen en de waarde van de nieuwe verstuiver in de regeleenheid
van de diesel te programmeren.
Deze functie kan ook worden gebruikt als een nieuwe regeleenheid is geïnstalleerd en
de monteur deze regeleenheid moet programmeren met de waarden van de nieuwe
verstuivers.
Deze methode geeft iedere verstuiver een classificatie van 1, 2 of 3. De classificatie
heeft betrekking op de werkomstandigheden van de verstuiver. De regeleenheid slaat
de classificatie van de verstuivers op en pas afhankelijk van de classificatie de
bewerking van iedere verstuiver aan. Het doel hiervan is de prestaties en emissies te
verbeteren.
De waarden die in de regeleenheid zijn opgeslagen en de waarden van de nieuwe
verstuiver(s) moeten overeenkomen. Als dit niet het geval is zal de DTC P1301
aanwezig zijn op de regeleenheid en de MIL gaan knipperen.
Op dit systeem moet de classificatie van iedere verstuiver altijd hetzelfde zijn. Zij
kunnen bijvoorbeeld allemaal van classificatie 2 of allemaal van classificatie 3 zijn,
maar als de verstuiver 1 van classificatie 2 en verstuiver 2 van classificatie 3 is, wordt
er een DTC opgeslagen en gaat de MIL knipperen.
Marque Model Cilinderinhoud Motorcode
Citroën Relay/Jumper 2.0D RHV
Citroën Relay/Jumper 2.2D 4HY
Citroën Relay/Jumper 2.8D 8140.63
Citroën Relay/Jumper 2.8D 8140.43S
Peugeot Boxer 2.0D RHV
Peugeot Boxer 2.2D 4HY
Peugeot Boxer 2.8D 8140.43S
FastCheck
38
Fiat, Alfa en Lancia
Programmeren verstuiver
Het doel van deze functie is de monteur in staat te stellen om een defecte verstuiver
of verstuivers te vervangen en de waarde van de nieuwe verstuiver in de regeleenheid
van de diesel te programmeren.
Deze functie kan ook worden gebruikt als een nieuwe regeleenheid is geïnstalleerd en
de monteur deze regeleenheid moet programmeren met de waarden van de nieuwe
verstuivers.
De functie is beschikbaar op alle motormanagementsystemen vanaf 2002.
Er zijn twee verschillende methoden voor het programmeren van een verstuiver op
FAL:
De eerste methode geeft iedere verstuiver een classificatie van 1, 2 of 3. De
classificatie heeft betrekking op de werkomstandigheden van de verstuiver. De
regeleenheid slaat de classificatie van de verstuivers op en pas afhankelijk van de
classificatie de bewerking van iedere verstuiver aan. Het doel hiervan is de prestaties
en emissies te verbeteren. De scantool kan de huidige classificatie van de verstuivers
aflezen en de nieuwe classificatie programmeren.
De nieuwe methode gebruikt 9-cijferige alfa-numerieke verstuivercodes. Deze codes
staan in de behuizing van iedere afzonderlijke verstuiver en zijn elektronisch
opgeslagen in de regeleenheid. De code is het resultaat van kalibratieresultaten en
resultaten van tests die op de verstuiver zijn uitgevoerd ten tijde van de productie. Dit
is een verbetering van de hierboven staande methode en ontwikkeld om de
structurele eigenschappen van de verstuiver te combineren met de software van de
regeleenheid en de prestaties en emissies aanzienlijk te verbeteren. Deze methode
wordt gebruikt op de resterende dieselsystemen. De scantool kan de huidige
verstuivercodes lezen en de nieuwe verstuivercodes programmeren.
In beide gevallen moeten de waarden die in de regeleenheid zijn opgeslagen en de
waarden van de nieuwe verstuiver(s) overeenkomen. Als dit niet het geval is zal de
DTC P1301 aanwezig zijn op de regeleenheid en de MIL gaan knipperen.
Opmerking: Op Bosch EDC15 CF3 (2.0 / 2.3 / 2.8) systemen, die uitgerust zijn op de
Fiat Ducato, moet de classificatie van alle verstuivers altijd hetzelfde zijn. Zij kunnen
bijvoorbeeld allemaal van classificatie 2 of allemaal van classificatie zijn, maar als de
verstuiver 1 van classificatie 2 en verstuiver 2 van classificatie 3 is, wordt er een DTC
opgeslagen en gaat de MIL knipperen.
De functie is echter zeer belangrijk omdat als een nieuwe verstuiver wordt
aangebracht (of een regeleenheid is vervangen) de regeleenheid geprogrammeerd
moet worden via deze functie, met de verstuiverklasse 2 waarde.
FastCheck
39
Ford
Programmering verstuiver (TDCi motoren)
Deze functie is vereist door servicecentra, als een verstuiver vervangen moet worden
of als er sprake is van een bestuurdbaarheidsprobleem.
Voor 1.8 TDCi en 2.0 TDCi motoren is in de behuizing van iedere verstuiver een
16-cijferige kalibratiecode geslagen.
Voor 1.6 TDCi motoren is in de behuizing van iedere verstuiver een 8-cijferige
kalibratiecode geslagen.
Deze codes hebben betrekking op de elektrische en structurele eigenschappen van
iedere verstuiver, die tijdens de productie gedefinieerd zijn. De PCM moet de
kalibratiecodes van iedere verstuiver weten om de verstuivers op de correcte wijze te
kunnen bedienen. Dit helpt de prestaties en emissies te verbeteren. De code moet
geprogrammeerd worden, daarvoor moet de code gedownload worden en geladen
worden in het geheugen van de PCM's.
Er zijn drie gangbare situaties die om deze functie vragen.
1. Na het vervangen van de verstuiver.
2. "Kalibratie" brandstofinjectiesysteem.
3. Om bestuurbaarheidsproblemen op te lossen. Te weinig vermogen, zwarte rook
en de aanwezigheid van DTC's P2336, P2337, P2338 kunnen vaak worden
verholpen door het opnieuw invoeren van de bestaande 4 verstuivercodes.
De verstuiverprogrammering wordt gebruikt bij de volgende voertuigen:
Opmerking:
Op eerdere modeljaren (ongeveer voor 2003) is het niet mogelijk om de actuele
verstuivercodes af te lezen. Op deze voertuigen ziet u "00 00 00 00 00 00 00 00"
of "FF FF FF FF FF FF FF FF" staan of een samenstelling hiervan.
Nadat u de verstuivercode hebt ingevoerd, zal het brandstofsysteem aanvankelijk
werken zonder aangestuurde inspuiting. Er moet een paar kilometer met het
voertuig worden gereden om dit te corrigeren.
Model Motor Modeljaar
Fiesta 1.6 TDCi 2004 -
Focus 1.8 TDCi 2001 - 2005
Focus (nieuw vorm) 1.6 TDCi 2005 -
Focus C-Max 1.6 TDCi 2005 -
Mondeo 2.0 TDCi 2000 - 2006
Mondeo 2.2 TDCi 2005 - 2006
OV 2.0 TDCi 2000 - 2005
OV 2.4 TDCi 2000 - 2005
Transit Connect 1.8 TDCi 2002 - 2006
FastCheck
40
De codes van de ORIGINELE verstuivers waarmee het voertuig is uitgerust staan niet
op het label dat aan de zijkant van de motor of op de bovenkant van de kleptuimelaar
is aangebracht (mits het label niet is verwijderd).
1.6 TDCi motoren: - Label verstuiver zie pijl in afbeelding
FastCheck
41
Verstuivercodes zie pijl in afbeelding
OM1350
FastCheck
42
De codes op het label zijn in het volgende formaat:
Waar:
11111111 is de code voor verstuiver 1,
22222222 is de code voor verstuiver 2,
33333333 is de code voor verstuiver 3,
44444444 is de code voor verstuiver 4.
Opmerking: De verstuivers staan in fysieke volgorde en NIET in de
ontstekingsvolgorde.
Zicht vanaf voorkant van het voertuig.
De verstuivercodes kunnen ook worden afgelezen van de aangebrachte verstuivers,
daar de codes op een ring geslagen zijn die bevestigd is aan de kop van de verstuiver,
onder de connector.
(1&2) X1111111122222222X
(3&4) X3333333344444444X
OM1356
TRANSMISSION
INJ:
FastCheck
43
1.8 TDCi motoren: - Label verstuiver zie pijl in afbeelding - zijaanzicht
Label en kop verstuiver zie pijl in afbeelding - vooraanzicht
OM1352
OM1351
FastCheck
44
Op het label van de verstuiver staan vier 16-cijferige nummers
Opmerking: De verstuivers op het label staan in fysieke volgorde en NIET in
ontstekingsvolgorde.
Zicht vanaf voorkant van het voertuig.
De verstuivercodes kunnen ook worden afgelezen van de aangebrachte verstuivers,
daar de codes op een ring geslagen zijn die bevestigd is aan de kop van de verstuiver,
onder de connector.
OM1353
OM1357
TRANSMISSION
INJ:
FastCheck
45
2.0 TDCi motoren: - Label verstuiver zie pijl in afbeelding - zijaanzicht
Op het label van de verstuiver staan vier 16-cijferige nummers
OM1354
OM1355
FastCheck
46
Opmerking: De verstuivers op het label geven de ontstekingsvolgorde aan en NIET de
fysieke volgorde. De code linksboven is verstuiver 1 (cil.1), de code rechtsboven is
verstuiver 2 (cil.3), linksonder is verstuiver 3 (cil.4) en rechtsonder is verstuiver 4 (cil.2).
Waarbij verstuiver het ontstekingsnummer is en cilinder het fysieke nummer.
Als de verstuiver wordt vervangen, moet de code die in de behuizing van de nieuwe
verstuiver is geslagen geprogrammeerd worden in de PCM en NIET de code op het
label.
WAARSCHUWING: Voordat u probeert de injector te programmeren, is het
van belang dat het voertuig minstens 8 uur stilstaat met uitgeschakelde
motor. Om ervoor te zorgen dat de motor koud is voordat de programmering
van de injector wordt uitgevoerd.
Als deze instructies niet in acht worden genomen kan dit resulteren in het niet
uitvoeren van het programmeren van de injector en/of bestuurbaarheidsproblemen
veroorzaken.
FastCheck
47
Renault
Algemeen
Opmerking: Voor voertuigen van Renault die gebruikmaken van het "sleutelloos
contactsysteem van Renault" en de "START"-knop (Megane II, Scenic II enz.):
Om het contact in te schakelen ZONDER de motor te starten:
1. Ontgrendel de kaart met de afstandsbediening (kaart).
2. Steek de kaart in de kaartlezer.
3. Druk minstens 5 seconden de "START"-knop in zonder het rem- of het
koppelingspedaal in te trappen. Zodra het dashboard oplicht kan de knop
worden losgelaten.
Alle diagnoses kunnen nu worden uitgevoerd.
Programmeren verstuiver
Het doel van deze functie is de monteur in staat te stellen om een defecte verstuiver
of verstuivers te vervangen en de waarde van de nieuwe verstuiver in de regeleenheid
van de diesel te programmeren.
Deze functie kan ook worden gebruikt als een nieuwe regeleenheid is geïnstalleerd en
de monteur deze regeleenheid moet programmeren met de waarden van de nieuwe
verstuivers.
De functie is beschikbaar op de meeste van de volgende
motormanagementsystemen:
Bosch EDC15C3, aangebracht op 1.9 DCi en 2.2 DCi motoren.
Bosch EDC16, aangebracht op 1.9 DCi en 2.0 DCi motoren.
Delphi Lucas LVCR, aangebracht op 1.5 DCi motoren.
Delphi Lucas DDCR, aangebracht op 1.5 DCi motoren.
Verstuivers zijn in de fabriek geclassificeerd overeenkomstig hun respectieve debiet:
bij stationair toerental, indien volledig opgeladen of in de pre-injectiefase.
Voor systemen van Bosch is een 6-cijferige alfa-numerieke code op de verstuiver
gegraveerd. Deze code geeft de classificatie aan. Voor systemen van Delphi Lucas is
een 16-cijferige alfa-numerieke code op de verstuiver gegraveerd. Deze code geeft de
classificatie aan.
De code voor iedere verstuiver wordt opgeslagen in het geheugen van de
regeleenheid, waardoor de regeleenheid in de gelegenheid wordt gesteld om iedere
verstuiver te controleren, hierbij wordt rekening gehouden met de variaties van de
fabrikant.
De scantool kan de huidige verstuivercodes lezen en de nieuwe verstuivercodes
programmeren.
FastCheck
48
FastCheck P-Rem
Verbinding
Gebruik de voertuigapplicatielijst en identificeer de vereiste interfacekabel voor het
voertuigsysteem dat getest moet worden. Sluit de kabel aan op de servicetool en
draai de bevestigingsschroeven vast.
Als u gebruik maakt van de EOBD (J1962) pin-schakelkabel (A2C59512073), zorg er
dan voor dat de instellingen op de regeleenheid overeenkomen met de vermelde
instellingen voor het voertuig en het systeem dat getest moet worden
WAARSCHUWING: Verkeerde instellingen op de regeleenheid kunnen tot
onherstelbare schade leiden aan het elektrische systeem van het voertuig.
Zorg er voor dat het contact van het voertuig in de stand UIT staat.
Sluit de handtester aan op de vereiste aansluiting van het voertuig, zie ‘Locaties
diagnose-aansluiting’, pagina 105, voor meer informatie.
De voeding van de servicetool wordt geleverd via de aansluiting van het voertuig. Als
de servicetool is aangesloten, zal deze een interne zelftest uitvoeren. Vervolgens zal
het scherm de versie van de actuele software weergeven en dan pas het hoofdmenu.
Gebruik de en toetsen om de applicatie "FastCheck P-Rem" te selecteren en
druk om de selectie te bevestigen. Druk op de toets om terug te keren naar
het vorige menu.
HOOFDMENU
1. EOBD
2. FastCheck ABS
3. FastCheck Airbag
4. FastCheck Accu
5. FastCheck Klimaat
6. FastCheck Diesel
7. FastCheck P-Rem
8. FastCheck V/bak
9. FastCheck SAS
10. FastCheck Service
11. FastCheck TPMS
12. Gebruikersmenu
A
B
C
DEFGHI
J
K
L1
2
3
456789
10
11
12
C
ON0017
FastCheck
49
Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
Gebruik de en toetsen om de fabrikant van het voertuig te selecteren en
druk op om de selectie te bevestigen.
De beschikbare menu-opties zijn afhankelijk van het model en de fabrikant van het
voertuig. Functies zoals het lezen en wissen van DTC's zijn beschikbaar alsmede
onderhoudsfuncties.
BMW-voertuigen
Opmerking: Om het contact in te schakelen op voertuigen die uitgerust zijn met een
start/stop-knop, dient u de sleutelkaart volledig in het contactslot te steken en
vervolgens de start/stop-knop één keer in te drukken (zonder een voetpedaal in te
trappen).
Opmerking: De Multiplex-kabel (A2C59512985) of de kabelboom van de CAN-
converter (A2C59512664) moeten worden gebruikt voor om het even welke diagnose
op de volgende voertuigen:
BMW 7 serie (E65)
BMW 7 serie (E65)
Inloopproces Parkeerrem
Als de remschoenen van de 'Duo servorem' worden vervangen dan moet het
inloopproces worden uitgevoerd om een juiste werking van het systeem te
verzekeren. De procedure mag worden uitgevoerd op een rollenbank of een testrit op
de weg.
Automatisch vasthouden
De functie Automatisch vasthouden schakelt de remmen in als het voertuig stilstaat
en schakelt de remmen en de parkeerrem in als de motor is uitgeschakeld. Deze
functie kan uit- of ingeschakeld zijn.
Montagemodus
Als de knop parkeerrem per ongeluk wordt ingedrukt voordat de Bowden-kabels in
de wieldrager zijn aangebracht, kunnen er montageproblemen ontstaan. De
montagemodus verhindert het inschakelen van de parkeerrem.
Controle positionering afstand
Als overmatige beweging wordt gedetecteerd, wordt er een waarschuwing
weergegeven en wordt de fout opgeslagen. Deze procedure wordt gebruikt om de
oorzaak van het probleem dat door het systeem is waargenomen te bepalen.
BMW X5 (E70) / X6 (E71)
Werkplaatsmodus
In de werkplaatsmodus wordt de parkeerrem in de geopende positie geplaatst en het
systeem uitgeschakeld.
FastCheck
50
Inloopproces Parkeerrem
Als de remschoenen van de 'Duo servorem' worden vervangen dan moet het
inloopproces worden uitgevoerd om een juiste werking van het systeem te
verzekeren. De procedure mag worden uitgevoerd op een rollenbank of een testrit op
de weg.
BMW 5 Series (F07/F10/F11)
Werkplaatsmodus
Er zijn 4 werkplaatsmodi beschikbaar met dit systeem. De volgende opties zijn
beschikbaar.
Vervanging regeleenheid voor parkeerrem
Vervanging parkeerremknop
Vervanging van een aandrijving op de remklauw
Vervanging van de remklauw of remblokken
Vervanging regeleenheid voor parkeerrem
Deze optie is vereist wanneer een nieuwe regeleenheid voor de parkeerrem wordt
geïnstalleerd. De regeleenheid voor de parkeerrem wordt geleverd in installatiemodus
en deze optie wordt uitgevoerd om de eenheid juist in te stellen nadat het is
geïnstalleerd. Na het voltooien van het werk dient de optie bedrijfsmodus uitgevoerd
te worden om het systeem terug te brengen in de operationele status.
Vervanging parkeerremknop
Deze optie is vereist wanneer een nieuwe parkeerremknop wordt geïnstalleerd. Na het
voltooien van het werk dient de optie bedrijfsmodus uitgevoerd te worden om het
systeem terug te brengen in de operationele status.
Vervanging van een aandrijving op de remklauw
Deze optie plaatst het parkeerremsysteem in de vereiste werkplaatsmodus zodat de
aandrijving die op de remklauw is geïnstalleerd kan worden vervangen of
onderhouden. Na het voltooien van het werk dient de optie bedrijfsmodus uitgevoerd
te worden om het systeem terug te brengen in de operationele status.
Vervanging van de remklauw of remblokken
Deze optie plaatst het parkeerremsysteem in de vereiste werkplaatsmodus zodat de
remklauw of remblokken vervangen of onderhouden kunnen worden. Na het voltooien
van het werk dient de optie bedrijfsmodus uitgevoerd te worden om het systeem terug
te brengen in de operationele status.
Operationele modus
Als er een werkplaatsmodus is uitgevoerd dan MOET deze procedure worden
uitgevoerd om het parkeerremsysteem naar zijn operationele status terug te brengen.
Deze operatie moet ook worden uitgevoerd als de noodontgrendeling is uitgevoerd.
FastCheck
51
Ford – elektronisch parkeerremsysteem (P-Rem)
Twee elektronische parkeerremsystemen worden momenteel ondersteund door de
servicetool:
Ford Focus C-Max 2003 - tot heden:
Er zijn twee testfuncties beschikbaar onder het onderdeel kalibratie van het menu P-
Rem, deze worden hieronder beschreven.
Test van de kalibratiefunctie van de elektronische parkeerrem (P-Rem)
Controleert of de elektronische parkeerrem correct werkt Deze test dient te worden
uitgevoerdnadat het werk aan de elektronische parkeerrem of het remsysteem van het
voertuig is voltooid.
De test verwijdert de luchtspleet van de remblokken en controleert de druk van de
elektronische parkeerrem (P-Rem).
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
Het remvloeistofpeil is correct
De bestuurder wordt gevraagd een aantal handelingen uit te voeren voor het activeren
van de elektronische parkeerrem (P-Rem). De servicetool leest de
P-Rem-druk en geeft deze weer Als de P-Rem is geactiveerd, zou de P-Rem-druk
ongeveer 1100 Newton moeten zijn.
De bediener zal gevraagd worden de P-Rem te ontgrendelen/los te laten. De
servicetool leest de P-Rem-druk en geeft deze weer Als de P-Rem is gedeactiveerd,
zou de P-Rem-druk 0 Newton moeten zijn.
Als het resultaat van een van de bovenstaande tests niet juist is (aflezen van de druk
niet correct), moet de elektronische parkeerrem (P-Rem) worden verwijderd en
vervolgens weer opnieuw worden gemonteerd.
Kalibratie noodontgrendeling van de elektronische parkeerrem (P-Rem).
Controleert of de noodontgrendeling van de elektronische parkeerrem correct werkt.
Deze test dient te worden uitgevoerdnadat het werk aan de elektronische parkeerrem
of het remsysteem van het voertuig is voltooid.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
Het remvloeistofpeil is correct
De bestuurder wordt gevraagd een aantal handelingen uit te voeren voor het activeren
van de elektronische parkeerrem (P-Rem). De servicetool leest de
P-Rem-druk en geeft deze weer Als de P-Rem is geactiveerd, zou de P-Rem-druk
ongeveer 1100 Newton moeten zijn.
FastCheck
52
De bestuurder wordt nu verzocht om handmatig aan de noodontgrendeling te
trekken. De servicetool leest de P-Rem-druk en geeft deze weer Als de
noodontgrendeling is geactiveerd, zou de P-Rem-druk 0 Newton moet zijn en zou het
voertuig vrij moeten kunnen bewegen.
Als een van de hierboven staande tests mislukt, dient de elektronische parkeerrem (P-
Rem) gecontroleerd te worden en gerepareerd te worden zoals beschreven in de
instructies van de fabrikant.
Ford Galaxy (2006 -), Mondeo (2007-), S-Max (2006-):
Er zijn drie opties in het PBM/P-Rem-functiemenu die gebruikt kunnen worden om
toegang te krijgen tot diverse functies:
Verricht onderhoud aan de remmen
In het menu 'Onderhoud remmen' zijn drie functies beschikbaar:
Open Onderhoudsmodus
Deze functie wordt gebruikt om het systeem in een stand te zetten waarin de monteur
werk kan verrichten.
De regeleenheid plaatst de remklauwen in een modus waarbij een normale werking is
verboden en de remklauwen door niets gesloten kunnen worden. Deze functie moet
worden gebruikt als er remmen, schijven of remblokken vervangen moeten worden.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
Het voertuig moet vastgezet worden met wielblokken
Het duurt 30 seconden om deze functie uit te voeren.
Opmerking: Na het uitvoeren van deze functie kunnen de remklauwen van de
P-Rem niet worden gesloten en niet worden toegepast totdat de onderhoudsmodus
is afgesloten. Het starten van de ontsteking of het loskoppelen van de accu of de
diagnosetester sluit de onderhoudsmodus niet af.
Zorg ervoor dat de instructies op het scherm van de servicetool nauwkeurig worden
opgevolgd en in de juiste volgorde.
Onderhoudsmodus afsluiten
Deze functie wordt gebruikt om het systeem in een stand te zetten waarin de monteur
werk kan verrichten. De remklauwen worden gesloten op de toegewezen positie en
de normale werking is weer beschikbaar.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
Het voertuig moet vastgezet worden met wielblokken
Het duurt 35 seconden om deze functie uit te voeren.
FastCheck
53
Deze functie voert ook automatisch een "Montage controle" uit, die interne tests
uitvoert op het parkeerremsysteem en de status ervan rapporteert (zie hieronder).
Zorg ervoor dat de instructies op het scherm van de servicetool nauwkeurig worden
opgevolgd en in de juiste volgorde.
Montage controleren
Deze functie wordt gebruikt om, na het voltooien van de werkzaamheden aan het
systeem, de werking van het parkeerremsysteem te controleren.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
Het voertuig moet vastgezet worden met wielblokken
Het duurt 25 seconden om deze functie uit te voeren.
Opmerking: Deze test wordt automatisch uitgevoerd als onderdeel van de functie
"Onderhoudsmodus afsluiten". U hoeft deze functie niet uit te voeren als de functie
"Onderhoudsmodus afsluiten" geen problemen rapporteert.
Opmerking: Deze functie kan niet worden uitgevoerd als het parkeerremsysteem in de
onderhoudsmodus staat. Deze functie dient alleen te worden uitgevoerd als het
systeem in de normale bedrijfsmodus staat.
Zorg ervoor dat de instructies op het scherm van de servicetool nauwkeurig worden
opgevolgd en in de juiste volgorde.
Aandrijvers
Het volgende is beschikbaar in het menu 'Actuators':
Statische toepassing
Deze functie wordt gebruikt om de werking van de actuators te testen die de
remklauwen bedienen. Deze functie sluit de actuators op de toegewezen positie van
de nominale parkeerrem.
FastCheck
54
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
Het voertuig moet vastgezet worden met wielblokken
Deze functie dient gebruikt te worden als er een fout vermoed wordt in de
Regeleenheid, bedrading of actuators (indien de parkeerrem niet wordt in- of
uitgeschakeld wanneer deze handmatig wordt bediend).
Opmerking: Deze functie kan niet worden uitgevoerd als het parkeerremsysteem in de
onderhoudsmodus staat. Deze functie dient alleen te worden uitgevoerd als het
systeem in de normale bedrijfsmodus staat.
Configuratie
In het menu 'Configuratie' zijn twee functies beschikbaar:
Kalibratie Hellingsensor
Deze functie wordt gebruikt om de opgeslagen nulwaarde van de hellingsensor te
resetten. Deze functie dient te worden gebruikt als er een nieuwe parkeerremmodule
of een nieuwe hellingsensor is aangebracht.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
De gebruiker mag NIET in het voertuig aanwezig zijn
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
Zorg ervoor dat het voertuig niet wordt blootgesteld aan trillingen (sluiten
bagageruimte, motorkap, enz.)
Het voertuig moet vastgezet worden met wielblokken.
Opmerking: Deze functie kan niet worden uitgevoerd als het parkeerremsysteem in de
onderhoudsmodus staat. Deze functie dient alleen te worden uitgevoerd als het
systeem in de normale bedrijfsmodus staat.
Opgeslagen inschakelpunt van de koppeling wissen
Deze functie wordt gebruikt om de opgeslagen waarde van het inschakelpunt van de
koppeling te resetten. Deze functie dient gebruikt te worden als er een nieuwe
parkeerremmodule of nieuwe koppeling is aangebracht. De functie kan alleen worden
gebruikt op voertuigen met handmatige transmissie.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
Als deze functie succesvol is uitgevoerd, zal de parkeerremmodule een nieuw
inschakelpunt voor de koppeling bepalen als er met het voertuig wordt gereden.
Opmerking: Deze functie kan niet worden uitgevoerd als het parkeerremsysteem in de
onderhoudsmodus staat. Deze functie dient alleen te worden uitgevoerd als het
systeem in de normale bedrijfsmodus staat.
FastCheck
55
Zorg ervoor dat de instructies op het scherm van de servicetool nauwkeurig worden
opgevolgd en in de juiste volgorde.
Opmerkingen over het gebruik van de functies
De vier functies zijn ontwikkeld om in verschillende situaties te kunnen worden
gebruikt. Hier volgen een paar situaties die zich voor kunnen doen en het juiste gebruik
van de functies om de situatie te herstellen:
Vervangen van het remblok achter, de remschijf of de remklauw:
1. Als een van de bovengenoemde onderdelen bij het voertuig vervangen moet
worden, dient u de functie "Open onderhoudsmodus" uit te voeren.
2. Het systeem wordt uitgeschakeld om op een veilige en gemakkelijke manier
onderhoudswerkzaamheden te kunnen uitvoeren.
3. Nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd dient u de functie "Onderhoudsmodus
afsluiten" uit te voeren.
Hellingsensor vervangen:
1. Nadat de nieuwe sensor is aangebracht, dient u de functie "Kalibratie
hellingsensor" uit te voeren.
Koppeling vervangen (handmatige transmissie):
1. Nadat een nieuwe koppeling is geïnstalleerd, dient de functie "Schakelpunt van
de koppeling wissen" te worden uitgevoerd.
2. Het voertuig leert dan het nieuwe inschakelpunt van de koppeling in als er met
het voertuig wordt gereden.
Parkeerremmodule vervanging:
1. Nadat de nieuwe parkeerremmodule is geïnstalleerd, dient de functie "Kalibratie
hellingsensor" uitgevoerd te worden.
2. Als het voertuig een handmatige transmissie heeft, dient u de functie
"Inschakelpunt koppeling wissen" uit te voeren.
3. Het voertuig leert dan het nieuwe inschakelpunt van de koppeling in als er met
het voertuig wordt gereden.
Bij ieder ander onderdeel van het P-Rem-systeem dat vervangen is:
1. Moeten de DTC's gelezen en gewist worden.
2. De functie "Montage controleren" dient uitgevoerd te worden om de werking van
het parkeerremsysteem te controleren.
3. Als de functie "Montage controleren" niet uitgevoerd kan worden, dienen de
DTC's opnieuw gelezen te worden en het probleem te worden onderzocht.
FastCheck
56
De parkeerrem wordt niet ingeschakeld als deze handmatig wordt bediend
via de knop:
1. Zorg ervoor dat het systeem NIET in de "Onderhoudsmodus" staat. Als deze
modus toch is ingeschakeld, dient u de functie "Onderhoudsmodus afsluiten" uit
te voeren.
2. DTC's lezen, er kan een DTC opgeslagen zijn die het gebied aangeeft waar de
storing zich bevindt.
3. Wis DTC's, er kan sprake zijn van een intermitterende fout in het systeem die
gewist moet worden.
4. Voer de functie "Statische toepassing" uit. Deze functie stuurt rechtstreeks een
commando naar de regeleenheid, die vervolgens de actuators sluit in de
nominale "ingeschakelde" positie.
5. Controleer de schakelknop.
6. Controleer de actuators zelf of de bedrading van de "regeleenheid" naar de
actuators.
Land Rover – elektronisch parkeerremsysteem (P-Rem)
Discovery III (L319) (2005 - 2009), Range Rover Sport (L320) (2005 - 2009),
Range Rover (L322) (2006 - 2009):
In het menu PBM/P-Rem zijn vier functies beschikbaar onder de optie 'Onderhoud
remmen':
Unjam elektronische parkeerrem
Deze procedure dient gebruikt te worden als een van de parkeerremkabels losschiet
of remt, terwijl met het voertuig wordt gereden.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
De motor moet draaien en op het stationaire toerental
Na het uitvoeren van de procedure moet de monteur de status van de achterste
remschoenen en -trommels controleren. Als de remschoenen en -trommels in orde
zijn, dient de monteur de technische informatie van Land Rover te raadplegen.
Opmerking: Een onderdeel van deze procedure is de parkeerrem in de
'Montagestand' te plaatsen, om de controles van de remschoenen en trommels
achter uit te voeren. Als het voertuig in de "Bevestigingspositie" staat gaat er op het
instrumentenpaneel een rood lampje knipperen. Hiermee wordt aangegeven dat de
actuator van de parkeerrem in de "Bevestigingspositie" staat. Het betreft geen
foutmelding met betrekking tot het voertuig.
FastCheck
57
Bevestigingspositie
De parkeerrem moet in de bevestigingspositie worden geplaatst als een van de
volgende procedures wordt uitgevoerd:
Parkeerremschoenen - Verwijderen/Installeren.
Parkeerremschoen en uitlijning.
Deze procedure moet worden uitgevoerd als er nieuwe parkeerremschoenen
worden aangebracht, nieuwe achterremschijven of als het voertuig meer dan 50
mijl door modder heeft gereden (niet water). Of als een van de remkabels is
gebroken of loskwam tijdens het rijden met het voertuig (in dit gevel wordt de
parkeerrem in de montagestand geplaatst als onderdeel van de voornoemde
procedure 'Parkeerrem deblokkeren').
Parkeerremkabels vervangen (RH en LH).
Als het parkeerremsysteem minder dan 50.000 cycli heeft doorlopen, is het
toegestaan om de parkeerremkabels te vervangen Als er meer dan 50.000 cycli zijn
doorlopen, kunnen de kabels alleen worden vervangen als onderdeel van de
actuator van de parkeerrem en kabelmontage. Als een kabel breekt of losschiet
tijdens het rijden met het voertuig, kan het noodzakelijk zijn de procedure uit te
voeren voor het deblokkeren van de parkeerrem.
Parkeerremschoenen - Verwijderen/Installeren.
Het doel hiervan is de remkabels aan te sluiten of los te koppelen van de remmen.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan.
Schakel het contact in (stand II).
Een goedgekeurde acculader moet worden aangesloten om voor een constante
voeding te zorgen.
Opmerking: De parkeerrem verwijderen uit de bevestigingspositie; schakel de
parkeerremschakelaar twee keer in en uit.
Opmerking: Als het voertuig in de "Bevestigingspositie" staat gaat er op het
instrumentenpaneel een rood lampje knipperen. Hiermee wordt aangegeven dat de
actuator van de parkeerrem in de "Bevestigingspositie" staat. Het betreft geen
foutmelding met betrekking tot het voertuig.
Zorg ervoor dat de instructies op het scherm van de servicetool nauwkeurig worden
opgevolgd en in de juiste volgorde.
FastCheck
58
Vergrendelingspositie
Deze procedure kan noodzakelijk zijn als de noodontgrendeling van de parkeerrem
wordt ingeschakeld om de parkeerrem opnieuw te vergrendelen.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan.
Schakel het contact in (stand II).
Een goedgekeurde acculader moet worden aangesloten om voor een constante
voeding te zorgen.
Zorg ervoor dat de instructies op het scherm van de servicetool nauwkeurig worden
opgevolgd en in de juiste volgorde.
Kalibratie longitudinale acceleratiemeter
Deze procedure kan noodzakelijk zijn als de longitudinale versnellingsmeter is
vervangen.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Schakel het contact in (stand II).
Een goedgekeurde acculader moet worden aangesloten om voor een constante
voeding te zorgen.
Zorg ervoor dat het voertuig op een vlakke ondergrond wordt geplaatst en
gedurende de hele procedure stilstaat.
Zorg ervoor dat het voertuig stilstaat (0 km/u) op een vlakke ondergrond en geen
toepassings- of vrijgavecommando is ontvangen.
Zorg ervoor dat de parkeerremmodule correct aan het voertuig is bevestigd en de
parkeerrem is toegepast.
Zorg ervoor dat de instructies op het scherm van de servicetool nauwkeurig worden
opgevolgd en in de juiste volgorde.
HANDMATIGE FUNCTIES
Het volgende kan handmatig worden uitgevoerd zonder de scantool:
Schakel de parkeerrem uit voor het vervangen van de achterremschijf
Deze procedure is noodzakelijk alvorens u werkzaamheden uitvoert aan de
achterremschijven. Indien correct uitgevoerd worden de remklauwen door de
regeleenheid teruggewikkeld:
FastCheck
59
Handmatige routine:
Zet de contactsleutel in de stand AAN.
Trap het rempedaal in en houd dit ingetrapt,
Zet de parkeerremschakelaar in de stand ONTGRENDELEN.
Zet de contactsleutel in de stand 0 en verwijder de sleutel.
Laat de voetrem los.
Ontgrendel de parkeerremschakelaar.
Verwijder zekering nummer 8 uit de BJB (om het elektrische circuit van de
parkeerrem te isoleren).
Dit waarborgt veilige werkomstandigheden en voorkomt de situatie dat de parkeerrem
per ongeluk wordt ingeschakeld terwijl de monteur hieraan aan het werken is.
Om de normale werking opnieuw in te schakelen:
Verwijder zekering nummer 8 uit de BJB (om het elektrische circuit van de
parkeerrem te isoleren).
Inloopprocedure parkeerrem
Deze procedure moet worden uitgevoerd als er nieuwe parkeerremschoenen worden
aangebracht, nieuwe achterremschijven of als het voertuig meer dan 50 mijl door
modder heeft gereden (niet water).
Handmatige routine:
Start de motor en laat deze draaien.
Trap de voetrem binnen 10 seconden 3 keer in en houd de voetrem na de 3e keer
ingetrapt.
Druk 4 keer op de elektronische parkeerremschakelaar, en voer binnen 10
seconden drie vrijgave-applicaties uit.
Zodra de modus voor de onderhoudsinloopprocedure is geopend, kunnen de
elektronische parkeerremvoeringen worden ingelopen door 10 keer te stoppen bij
30 - 35 km/u, gevolgd door een interval van 500 meter tussen iedere stop om de
remmen de gelegenheid te geven om af te koelen, maak hierbij gebruik van de
elektronische parkeerremschakelaar.
De kracht van de elektronische parkeerrem neemt toe tot het dynamische
maximum, zolang de schakelaar in de ingeschakelde stand wordt gehouden.
Als de schakelaar wordt losgelaten in de stand NEUTRAAL of UIT wordt de
elektronische parkeerrem vrijgegeven,
De elektronische parkeerrem MOET de gelegenheid krijgen om af te koelen tussen
de applicaties, hetzij door 500 meter te rijden met een snelheid van
30 km/u of tussen iedere applicatie gedurende 1 minuut stil te staan.
Opmerking: De modus voor de onderhoudsinloopprocedure van de elektronische
parkeerrem blijft gedurende de rest van de ontstekingscyclus actief of totdat de
snelheid van het voertuig hoger is dan 50 km/u. Als de procedure opnieuw moet
worden ingevoerd, moeten de invoerhandelingen worden herhaald.
FastCheck
60
Renault - handrem
Er zijn testfuncties beschikbaar onder het onderdeel circuittests van het menu
handrem, deze worden hieronder beschreven.
Remmen vrijgeven
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
De motor mag niet draaien
De test verzoekt om het vrijgeven van de handrem. De remmen worden vrijgegeven
tijdens deze test, zodra deze test is voltooid dient de functie remmen toepassen te
worden uitgevoerd.
Remmen toepassen
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
De motor mag niet draaien
De test verzoekt om het toepassen van de handrem. De remmen worden
ingeschakeld tijdens deze test.
VAG – elektromechanisch parkeerremsysteem (P-Rem)
In het elektromechanische parkeerremsysteem (P-Rem) van VW/Audi zijn twee
elektromechanische actuators geïntegreerd (rechter en linker parkeerremmotor) in de
remblokhouders van de achterste schijfrem Het P-Rem-systeem vervangt het
traditionele handremsysteem.
Als het voertuig stilstaat of de P-Rem/automatische stopknop is ingedrukt, activeert
de regeleenheid van de P-Rem de parkeerremmotoren van de achterwielen die het
voertuig op de plaats houdt.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
Het remvloeistofpeil is correct
De parkeerrem staat uit
Opmerking: Tijdens het vrijgeven en opnieuw instellen van de remzuigers, kan de ECM
DTC's opslaan in de regeleenheid van de P-Rem of ABS. Na het voltooien van de
kalibratieprocedure moet het DTC-geheugen van de P-Rem en ABS worden gewist.
P-Rem voor Audi A6 en VW Passat
Selecteer de gewenste optie uit het onderhoudsmenu, ofwel 'Remblokken vervangen'
of 'Onderhoud remmen', en volg de beschreven sequentie.
FastCheck
61
Sequentie onderhoud/vervanging remblokken
Het P-Rem-systeem moet worden gedeactiveerd en volledig worden vrijgegeven en
het contact moet zijn ingeschakeld.
Opmerking: De sequentie moet in de correcte volgorde worden uitgevoerd, anders
kan het zijn dat het remsysteem niet werkt.
Remmen vrijgeven
Selecteer de optie 'Remmen vrijgeven' uit het menu. De remzuigers zullen nu in de
vrijgegeven positie worden geplaatst. Wacht tot de servicetool het bericht 'Vrijgeven
remmen nu voltooid' weergeeft, voordat u verder gaat.
Onderhoud/vervanging van de remblokken
De remblokken kunnen nu volgens de instructies van de fabrikant worden vervangen
of u kunt er onderhoud aan uitvoeren.
Sluit remmen
Selecteer de optie 'Remmen sluiten' uit het menu. De remzuigers zullen nu in de
resetpositie worden geplaatst. Wacht tot de servicetool het bericht 'Sluiten remmen
nu voltooid' weergeeft,voordat u verder gaat.
Kalibreer remmen
Selecteer de optie 'Remmen kalibreren' uit het menu. De remzuigers worden nu
verplaatst in en uit hun gekalibreerde positie. Wacht tot de servicetool het bericht
'Kalibreren remmen nu voltooid' weergeeft,voordat u verder gaat
P-Rem voor Audi A8
Selecteer de gewenste optie uit het onderhoudsmenu, ofwel Remblokken vervangen
of Onderhoud remmen, en volg de gewenste procedure.
Sequentie (uitsluitend) remblokken vervangen
Het P-Rem-systeem moet worden gedeactiveerd en volledig worden vrijgegeven en
het contact moet zijn ingeschakeld. Volg daarna de hieronder beschreven procedure.
Opmerking: De procedure moet in de correcte volgorde worden uitgevoerd, anders
kan het zijn dat het remsysteem niet werkt.
Vervang de remblokken
Selecteer de optie 'Remblokken vervangen' uit het menu. De remzuigers zullen nu in
de vrijgegeven positie worden geplaatst. Wacht tot de servicetool het bericht 'Gereed
voor vervangen remblok' weergeeft voordat u verder gaat.
Vervang de remblokken
Maak een aantekening van de dikte van het nieuwe remblok (3-14mm), dit hebt u
nodig voor de volgende fase. De remblokken kunnen nu worden vervangen volgens
de instructies van de fabrikant.
FastCheck
62
Dikte remblok
De dikte van de remblokken dient nu te worden ingevoerd door de dikte van de
remblokken uit het menu 'Remblokken vervangen' te selecteren. De huidige waarde
wordt weergegeven op het scherm. Druk op de toets om de waarde te
veranderen en voer de nieuwe waarde tussen 3-14 mm in. Druk op de toets om
de nieuwe waarde te testen en er zal een bericht worden weergegeven. Druk op de
toets om naar het scherm Nieuwe waarde opslaan te gaan. Druk nu nogmaals op
de toets om de nieuwe waarde in de regeleenheid op te slaan.
Sluit remmen
Selecteer in het menu 'Remblokken vervangen' de optie 'Remmen sluiten'. De
remzuigers zullen nu in de resetpositie worden geplaatst. Wacht tot de servicetool het
bericht 'Sluiten remmen nu voltooid' weergeeft,voordat u verder gaat.
Kalibreer remmen
Selecteer in het menu 'Remblokken vervangen' de optie 'Remmen kalibreren'. De
remzuigers worden nu verplaatst in en uit hun gekalibreerde positie. Wacht tot de
servicetool het bericht 'Kalibreren remmen nu voltooid' weergeeft,voordat u verder
gaat
Sequentie (uitsluitend) onderhoud remmen
Het P-Rem-systeem moet worden gedeactiveerd en volledig worden vrijgegeven en
het contact moet zijn ingeschakeld. Volg daarna de hieronder beschreven procedure.
Opmerking: De sequentie moet in de correcte volgorde worden uitgevoerd, anders
kan het zijn dat het remsysteem niet werkt.
Remmen vrijgeven
Selecteer in het menu 'Onderhoud remmen' de optie 'Remmen vrijgeven'. De
remzuigers zullen nu in de vrijgegeven positie worden geplaatst. Wacht tot de
servicetool het bericht 'Vrijgeven remmen nu voltooid' weergeeft, voordat u verder
gaat.
Verricht onderhoud aan de remmen
Het onderhoud aan de remmen kan nu plaatsvinden volgens de instructies van de
fabrikant.
Sluit remmen
Selecteer in het menu 'Onderhoud remmen' de optie 'Remmen sluiten'. De
remzuigers zullen nu in de resetpositie worden geplaatst. Wacht tot de servicetool het
bericht 'Sluiten remmen nu voltooid' weergeeft,voordat u verder gaat.
FastCheck
63
Kalibreer remmen
Selecteer in het menu 'Onderhoud remmen' de optie 'Remmen kalibreren'. De
remzuigers worden nu verplaatst in en uit hun gekalibreerde positie. Wacht tot de
servicetool het bericht 'Kalibreren remmen nu voltooid' weergeeft, voordat u verder
gaat.
Volvo – elektronisch parkeerremsysteem (P-Rem)
Volvo S80 (2007 -), V70 (2008 -), XC60 (2009-), XC70 (2008 -)
Er zijn drie opties in het PBM/P-Rem-functiemenu die gebruikt kunnen worden om
toegang te krijgen tot diverse functies:
In het menu 'Onderhoud remmen' zijn drie functies beschikbaar:
Onderhoudsmodus invoeren
Deze functie wordt gebruikt om het systeem in een stand te zetten waarin de monteur
werk kan verrichten. De regeleenheid brengt de remklauwen in een toestand waarin
normale werking onmogelijk is en de klauwen op geen enkele manier kunnen worden
gesloten. Deze functie moet worden gebruikt als de remmen, schijven of blokken
moeten worden vervangen.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
Het voertuig moet vastgezet worden met wielblokken.
Het duurt 30 seconden om deze functie uit te voeren.
Opmerking: Na het uitvoeren van deze functie kunnen de remklauwen van de
P-Rem niet worden gesloten en niet worden toegepast totdat de onderhoudsmodus
is afgesloten. Het starten van de ontsteking of het loskoppelen van de accu of de
diagnosetester sluit de onderhoudsmodus niet af.
Zorg ervoor dat de instructies op het scherm van de servicetool nauwkeurig worden
opgevolgd en in de juiste volgorde.
Onderhoudsmodus afsluiten
Deze functie wordt gebruikt om het systeem in een stand te zetten waarin de monteur
werk kan verrichten. De remklauwen worden gesloten op de toegewezen positie en
de normale werking is weer beschikbaar.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
Het voertuig moet vastgezet worden met wielblokken.
Het duurt 10 seconden om deze functie uit te voeren.
Zorg ervoor dat de instructies op het scherm van de servicetool nauwkeurig worden
opgevolgd en in de juiste volgorde.
FastCheck
64
Installatie controleren
Deze functie wordt gebruikt om, na het voltooien van de werkzaamheden aan het
systeem, de werking van het parkeerremsysteem te controleren.
Omstandigheden voorafgaand aan de test:
Het voertuig dient stil te staan
Het voertuig dient op een gelijke ondergrond te staan
Het voertuig moet vastgezet worden met wielblokken.
Drie interne tests worden uitgevoerd en van iedere test wordt de status
gerapporteerd. Als een van deze tests mislukt, dient u de functie DTC's lezen uit te
voeren om de mogelijke storing in het systeem op te sporen.
Het duurt 25 seconden om deze functie uit te voeren.
Opmerking: Deze functie kan niet worden uitgevoerd als het parkeerremsysteem in de
onderhoudsmodus staat. Deze functie dient alleen te worden uitgevoerd als het
systeem in de normale bedrijfsmodus staat.
Zorg ervoor dat de instructies op het scherm van de servicetool nauwkeurig worden
opgevolgd en in de juiste volgorde.
FastCheck
65
FastCheck V/bak
Verbinding
Gebruik de voertuigapplicatielijst en identificeer de vereiste interfacekabel voor het
voertuigsysteem dat getest moet worden. Sluit de kabel aan op de servicetool en
draai de bevestigingsschroeven vast.
Als u gebruik maakt van de EOBD (J1962) pin-schakelkabel (A2C59512073), zorg er
dan voor dat de instellingen op de regeleenheid overeenkomen met de vermelde
instellingen voor het voertuig en het systeem dat getest moet worden.
WAARSCHUWING: Verkeerde instellingen op de regeleenheid kunnen tot
onherstelbare schade leiden aan het elektrische systeem van het voertuig.
Zorg er voor dat het contact van het voertuig in de stand UIT staat.
Sluit de handtester aan op de vereiste aansluiting van het voertuig, zie ‘Locaties
diagnose-aansluiting’, pagina 105, voor meer informatie.
De voeding van de servicetool wordt geleverd via de aansluiting van het voertuig. Als
de servicetool is aangesloten, zal deze een interne zelftest uitvoeren. Vervolgens zal
het scherm de versie van de actuele software weergeven en dan pas het hoofdmenu.
Gebruik de en toetsen om de applicatie "FastCheck P-Rem" te selecteren en
druk om de keuze te bevestigen. Druk op de toets om terug te keren naar het
vorige menu.
HOOFDMENU
1. EOBD
2. FastCheck ABS
3. FastCheck Airbag
4. FastCheck Accu
5. FastCheck Klimaat
6. FastCheck Diesel
7. FastCheck P-Rem
8. FastCheck V/bak
9. FastCheck SAS
10. FastCheck Service
11. FastCheck TPMS
12. Gebruikersmenu
A
B
C
DEFGHI
J
K
L1
2
3
456789
10
11
12
C
ON0017
FastCheck
66
Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
Gebruik de en toetsen om de fabrikant van het voertuig te selecteren en
druk op om de selectie te bevestigen.
De beschikbare menu-opties zijn afhankelijk van het model en de fabrikant van het
voertuig. Functies zoals het lezen en wissen van DTC's zijn beschikbaar alsmede
onderhoudsfuncties.
Applicatie voor Audi, Seat, Skoda & Volkswagen
De automatische versnellingsbakken met dubbele koppeling die worden ondersteund
zijn de 6-traps versnellingsbak met natte plaat koppeling (02E) en de 7-traps
versnellingsbak met droge plaat koppeling (OAM).
Opties 6-traps versnellingsbak
De volgende opties zijn beschikbaar onder dit systeem.
Kalibratie DSG
Tijdens het kalibreren worden de volgende uitgevoerd:
De versnellingspook wordt ingesteld.
De synchronisatiepunten worden gekalibreerd.
Koppelingafstelling wordt gekalibreerd.
De belangrijkste drukaanpassingswaarden worden gereset.
Tiptronic-schakelaar in stuurwiel wordt gereset.
ESO eb CC worden gereset naar 'niet herkend'.
De DSG-kalibratie kan alleen na het volgende worden uitgevoerd:
Na software-aanpassing
Na vervanging van de DSG.
Na vervanging van de koppeling.
Na de foutcode 18115 of 01087.
Na succesvolle kalibratie wordt de aanpassing later automatisch uitgevoerd tijdens
het rijden of door het ondergaan van de volgende proefrit:
Keuzehendel in Tiptronic poort.
Rijd vanuit stilstand naar 6e versnelling.
Rijd ca. 5 minuten in de 3e of 5e versnelling en ca. 5 minuten in de 4e of 6e
versnelling.
RPM-venster voor alle versnellingen 1200 tot 3500 rpm
Zo weinig gangwissels als mogelijk.
Hard remmen om tot stilstand komen gevolgd door met vol gas versnellen.
Manoeuvreren met kruipen en evaluatie aandrijvende start.
Na voltooiing moeten de DTC's worden gecontroleerd.
FastCheck
67
Opties 7-traps versnellingsbak
Kalibratie DSG
Deze optie kalibreert de versnellingsaandrijvingen en bijbehorende druksensoren.
Indien dit met succes wordt voltooid, worden de koppelingen, hoofddruk en
synchronisatiepunten geherkalibreerd. Alleen wanneer het bovenstaande met succes
is uitgevoerd is de basiskalibratie gelukt.
De aanpassing wordt later automatisch uitgevoerd tijdens het rijden of door het
ondergaan van de volgende proefrit:
Beginnen met rijden: Begin met vooruit rijden in D tweemaal tot 2e versnelling.
Begin tweemaal met achteruit rijden.
Rijd achteruit en elke versnelling: Keuzehendel in Tiptronic poort, rijd tenminste 3
seconden in elke versnelling.
I. Stel de keuzehendel in op de Triptonic poort.
II. Snelheidsvenster 2000 tot 4500 rpm.
III. Een minuut in 3e, 5e of 7e versnelling.
IV. In minuut in 4e of 6e versnelling.
V. Rijd bij verschillende standen van het gaspedaal.
VI. Vol gaspedaal moet kort worden gedetecteerd.
VII. Herhaal het proces tweemaal.
Controleer versnellingswisseling: Rijd in elke versnelling in D, ook achteruit.
Herhaal, indien er problemen zijn, Rijden in alternatieve versnellingen.
Indien bovenstaande test niet kan worden verricht, worden de aanpassingen
automatisch gedaan tijdens normaal rijden.
Instellen op neutrale positie
Deze basisinstelling schakelt alle versnellingen uit en zorgt dat de aandrijving in de
neutrale positie blijft. Dit zorgt ervoor dat het voertuig kan bewegen wanneer de
koppeling vastzit.
Reset configuratie
Deze basisinstelling reset de configuratie.
Stel de versnellingsbak in op verwijderpositie.
Zo wordt de aandrijving naar de neutrale positie verplaatst - de
koppelingsaandrijvingen zijn volledig uitgebreid. Dit sluit de inschakelhefboom op zijn
plaats, zodat de eenheid kan worden verwijderd.
Opmerking: Als de inschakelhefboom terug springt, kan de koppeling te vroeg
verstellen.
FastCheck
68
GM Opel / Vauxhall voertuigen
MTA Easytronic Systeem
De volgende aandrijvingen en functies zijn beschikbaar voor de voertuigen die zijn
uitgerust met het MTA Easytronic-transmissiesysteem.
Corsa (Z10XE, Z10XE ECO, Z10XEP, Z10XEP ECO, Z12XE, Z12XEP, Z13DT,
Z14XEP, T18NE, X18NE);
Corsa Combo (Z13DTJ);
Meriva (Z16XE, Z16XEP, Z18XE, T18NE, X18NE1).
Aandrijvers
De applicatie omvat de volgende aandrijvingstests.
Koppelingstest - De test maakt het mogelijk de koppeling te openen en te sluiten.
Dit maakt het mogelijk de bediening van de koppeling te controleren.
Omstandigheden voorafgaand aan de test
Motor draait niet.
Versnellingbak NIET in neutrale stand.
Keuzeschakelaar in Auto.
Test relais achteruitlicht - Deze test maakt het mogelijk de bediening van het
achteruitlichtrelais te controleren. De test maakt het mogelijk het achteruitlichtrelais in-
of uit te schakelen.
Omstandigheden voorafgaand aan de test
Motor draait niet.
Functies
De applicatie omvat de volgende functies.
Vullen/Ontluchten Hydraulische Koppeling (de koppeling ontluchten) - Dit
proces moet worden uitgevoerd na het openen van de hydraulische leiding of het
vervangen van om het even welk deel van het hydraulische systeem. Het proces is
nodig om het systeem terug in de operationele status te brengen.
Omstandigheden voorafgaand aan de test
Motor draait niet.
Versnellingsbak in neutrale stand.
Handrem aan.
Volg de instructies op het scherm en laat de operatie zich voltooien.
Opmerking: Dit proces moet geheel voltooid zijn om de correcte bediening van het
transmissiesysteem te garanderen.
Het leren van de versnellingsbakparameters - Dit proces bestaat uit twee
secties. Eerst worden de versnellingsbakparameters geleerd en vervolgens worden
de synchrone drempels bepaald.
FastCheck
69
Dit proces is vereist om ervoor te zorgen dat het systeem het gedefinieerde
referentiepunt kan bepalen dat kan worden vergeleken met de andere versnellingen.
Nadat dit referentiepunt is gedefinieerd, worden de overige versnellingen geselecteerd
en hun posities geleerd.
Opmerking: Het is mogelijk dat de versnellingsbak tijdens dit proces dichtgaat. Het is
een vereiste dat de aandrijfwielen vrij kunnen bewegen voor het geval het voertuig
tijdens de procedure van de grond moet worden opgetild.
Omstandigheden voorafgaand aan de test (Versnellingsbakparameters)
Motor draait niet.
Versnellingsbak in neutrale stand.
Handrem aan.
Ren aan.
De synchronisatiedrempels moeten worden gemeten en de motor moet stationair
draaien om het proces te laten voltooien. Tijdens het proces wordt de koppeling
gesloten en reist de versnellingsaandrijver in de richting van de
versnellingssynchronisatie. Dit kan ertoe leiden dat het voertuig probeert te bewegen.
Om dit te voorkomen moeten zowel de rem als de handrem tijdens het proces worden
gebruikt.
Omstandigheden voorafgaand aan de test (Versnellingsbakparameters)
Motor draait stationair.
Versnellingsbak in neutrale stand.
Handrem aan.
Ren aan.
Opmerking: Het meten van de synchrone drempel zal pas beginnen wanneer de rem
en handrem worden gebruikt. Indien de rem of handrem tijdens het proces worden
losgelaten, zal het meten van de synchrone drempel worden afgebroken.
Volg de instructies op het scherm en laat de operatie zich voltooien.
Opmerking: Dit proces moet geheel voltooid zijn om de correcte bediening van het
transmissiesysteem te garanderen.
Meten Contactpunt (Contactpunt Aanpassen) - Dit proces moet worden
uitgevoerd nadat de koppeling of om het even welk deel van het systeem is
vervangen. Het contactpunt is de positie waarbij de koppelingschijf en de drukplaat
contact maken. Dit punt moet worden bepaald voordat de koppeling door het
systeem wordt bediend, om te garanderen dat het correct werk en schade aan de
koppeling te voorkomen.
Opmerking: Het meten van het contactpunt zal pas beginnen wanneer de rem en
handrem worden gebruikt. Indien de rem of handrem tijdens het proces worden
losgelaten, zal het meten van de synchrone drempel worden afgebroken. Daarbij moet
de motor stationair draaien en niet worden beïnvloed door verbruikers (bijv. het
airconditioningssysteem).
FastCheck
70
Omstandigheden voorafgaand aan de test
Motor draait stationair.
Airconditioningsysteem uit
Versnellingsbak in neutrale stand.
Keuzeschakelaar in neutrale stand.
Handrem aan.
Ren aan
Temperatuur koppeling < 100°C.
Volg de instructies op het scherm en laat de operatie zich voltooien.
Opmerking: Dit proces moet geheel voltooid zijn om de correcte bediening van het
transmissiesysteem te garanderen.
Variant Codering - Variant codering is vereist om te garanderen dat het
MTA-systeem correct wordt opgezet voor de systemen die op het voertuig worden
afgestemd, deze systemen kunnen het volgende omvatten.
Airconditioningsysteem
ABS (anti-blokkeerremsysteem)
Cruise-control
Controletest koppeling - Het proces controleert de bediening van de
koppelingsaandrijver en de controle van zijn gesloten positie.
Opmerking: De hydraulische leiding moet ofwel worden geleegd ofwel worden
losgekoppeld van de hoofdcilinder voordat de test wordt uitgevoerd.
Omstandigheden voorafgaand aan de test
Motor draait stationair.
Versnellingsbak in neutrale stand.
Handrem aan.
Ren aan.
Volg de instructies op het scherm en laat de operatie zich voltooien.
Opmerking: Dit proces moet geheel voltooid zijn om de correcte bediening van het
transmissiesysteem te garanderen.
FastCheck
71
FastCheck SAS
Verbinding
Gebruik de voertuigapplicatielijst die op de CD-ROM staat en identificeer de vereiste
interfacekabel voor het voertuigsysteem dat getest moet worden. Sluit de kabel aan
op de servicetool en draai de bevestigingsschroeven vast.
Opmerking: Als het te testen voertuig een BMW is met een 20-pins aansluiting en een
EOBD (J1962)-aansluiting, moet u alleen de 20-pins aansluiting gebruiken. Als het te
testen voertuig een BMW is meteen 20-pins aansluiting en een EOBD (J1962)-
aansluiting, moet u alleen de 20-pins aansluiting gebruiken.
Opmerking: De Multiplex-kabel (A2C59512985) of de kabelboom van de
CAN-converter (A2C59512664) moeten worden gebruikt voor om het even welke
diagnose op de volgende voertuigen:
BMW 1 serie (E81/E87)
BMW 3 serie (E90/E91/E92/E93)
BMW 5 serie (E60/E61)
BMW 6 serie (E63/E64)
BMW 7 serie (E65)
Als u gebruik maakt van de EOBD (J1962) pin-schakelkabel (A2C59512073), zorg er
dan voor dat de instellingen op de regeleenheid overeenkomen met de vermelde
instellingen voor het voertuig en het systeem dat getest moet worden
WAARSCHUWING: Verkeerde instellingen op de regeleenheid kunnen tot
onherstelbare schade leiden aan het elektrische systeem van het voertuig.
Zorg er voor dat het contact van het voertuig in de stand UIT staat.
Sluit de handtester aan op de vereiste aansluiting van het voertuig, zie ‘Locaties
diagnose-aansluiting’, pagina 105, voor meer informatie.
De voeding van de servicetool wordt geleverd via de aansluiting van het voertuig. Als
de servicetool is aangesloten, zal deze een interne zelftest uitvoeren. Vervolgens zal
het scherm de versie van de actuele software weergeven en dan pas het hoofdmenu.
A
B
C
DEFGHI
J
K
L1
2
3
456789
10
11
12
C
ON0017
FastCheck
72
Gebruik de en toetsen om de applicatie "FastCheck Airbag" te selecteren en
druk om de selectie te bevestigen. Druk op de toets om terug te keren naar
het vorige menu.
Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
Gebruik de en toetsen om de fabrikant van het voertuig te selecteren en
druk op om de selectie te bevestigen.
Afhankelijk van het voertuig en de lopende applicatie, kan u worden gevraagd om het
specifieke systeem te selecteren waarmee het voertuig is uitgerust. Selecteer met
behulp van de en toetsen het correcte systeem en druk op om de selectie
te bevestigen.
Selecteer met behulp van de en toetsen de vereiste menu-optie en druk op
om de selectie te bevestigen.
De servicetool zal proberen om contact te maken met het voertuigsysteem. Als de
verbinding niet is gelukt, zie ‘Communicatieproblemen’, pagina 8.
DTC's lezen
Als er DTC-codes aanwezig zijn in het systeem, wordt er een scherm weergegeven
waarin wordt aangegeven hoeveel codes er zijn aangetroffen. Vervolgens wordt dit
vervangen door de eerste DTC-code. DTC-codes worden gegenereerd
overeenkomstig de fabrikant van het voertuig en het systeem.
HOOFDMENU
1. EOBD
2. FastCheck ABS
3. FastCheck Airbag
4. FastCheck Accu
5. FastCheck Klimaat
6. FastCheck Diesel
7. FastCheck P-Rem
8. FastCheck V/bak
9. FastCheck SAS
10. FastCheck Service
11. FastCheck TPMS
12. Gebruikersmenu
1. DTC's lezen
2. Codes wissen
3. SAS Kalibrering
FastCheck
73
Een typische DTC-code
Het foutnummer wordt eerst weergegeven, gevolgd door de DTC-code. In dit
voorbeeld is de weergegeven fout DTC-nummer 38 - Circuitsignaal rechter
lagedruksensor hoog of open circuit. Als de beschrijvende tekst te lang is en niet meer
op het display past, verschijnt rechtsonder op het scherm het teken '[...]'. Dit betekent
dat er met behulp van de toetsen en door de tekst kan worden gescrolld om
de rest van de beschrijving te lezen.
Om de volgende DTC te bekijken (als er meer dan 1 DTC wordt aangetroffen), dient u
naar het einde van de tekst te scrollen en de toets in te drukken.
Om terug te keren naar het menu, dient u naar het eind van de tekst te scrollen en de
toets in te drukken.
Codes wissen
Diagnostische foutcodes kunnen gewist worden met de optie 'Wis DTC's'. Als u deze
optie gebruikt wordt u gevraagd het contact uit te schakelen. Wacht met het weer
inschakelen van het contact tot u hier om wordt gevraagd.
Start de motor zodat de regeleenheid een systeemcontrole kan uitvoeren. Controleer
of de code(s) zijn gewist door de optie 'DTC's lezen' te selecteren.
Opmerking: U dient eerst de motor te starten voor het aflezen van de DTC(s), anders
wordt alleen bevestigd dat de opgeslagen DTC(s) zijn gewist. Er kunnen nog steeds
fouten in het systeem aanwezig zijn, die er voor zorgen dat een DTC wordt opgeslagen
zodra de motor de volgende keer wordt gestart.
Kalibratie SAS (Steering Angle Sensor)
De stuurhoeksensor kan worden gekalibreerd met gebruik van de optie 'SAS-
kalibratie'. De instructies op het scherm moeten worden uitgevoerd om ervoor te
zorgen dat het kalibratieproces juist wordt voltooid.
Opmerking: De stuurhoeksensor dient te worden gekalibreerd na uitlijning van de
wielen of aanpassingen van de ophanging.
DTC 1 - 38 Hoog circuitsignaal
rechter
Hoog Circuitsignaal{ }
FastCheck
74
Alfa Romeo/Fiat/Lancia-voertuigen
Kalibratie stuurhoeksensor
Op sommige voertuigen kan een routine beschikbaar zijn voor het kalibreren van de
stuurhoeksensor (ABS/TC/ESP-regeleenheid en regeleenheid stuurbekrachtiging).
Als dit het geval is dient de monteur de routine altijd uit te voeren via de regeleenheid
stuurbekrachtiging. Het is alleen noodzakelijk om op deze voertuigen via de ABS/TC/
ESP-module een kalibratie van de stuurhoeksensor uit te voeren als de sensor zelf en/
of de ABS/TC/ESP-regeleenheid is vervangen.
Kalibratie longitudinale acceleratiesensor
Deze routine is bij de volgende situaties noodzakelijk:
1. De longitudinale acceleratiesensor is vervangen.
2. De ABS/TC/ESP-regeleenheid is vervangen.
3. Het ESP-systeem werkt niet zoals het hoort. Het resetten van deze sensor kan
soms leiden tot een afwijkende werking van de ESP.
BMW/MINI-voertuigen
Opmerking: Om het contact in te schakelen op voertuigen die uitgerust zijn met een
start/stop-knop, dient u de sleutelkaart volledig in het contactslot te steken en
vervolgens de start/stop-knop één keer in te drukken (zonder een voetpedaal in te
trappen).
Ford-voertuigen
Kalibratie stuurhoeksensor
Ka II (2008 -):
Op deze voertuigen kan een routine beschikbaar zijn voor het kalibreren van de
stuurhoeksensor (ABS/TC/ESP-regeleenheid en regeleenheid stuurbekrachtiging).
Als dit het geval is dient de monteur de routine altijd uit te voeren via de regeleenheid
stuurbekrachtiging. Het is alleen noodzakelijk om op deze voertuigen via de ABS/TC/
ESP-module een kalibratie van de stuurhoeksensor uit te voeren als de sensor zelf en/
of de ABS/TC/ESP-regeleenheid is vervangen.
Fiesta (2008 -), Fusion/B-Max (2008 -):
Op deze voertuigen wordt een kalibratie van de stuurhoeksensor alleen uitgevoerd via
de regeleenheid van de stuurbekrachtiging.
Ford Galaxy (2006 -), Mondeo (2007-), S-Max (2006-), Transit (2006-):
Op deze voertuigen wordt een kalibratie van de stuurhoeksensor alleen uitgevoerd via
de ABS/TC/ESP-regeleenheid.
FastCheck
75
Longitudinale acceleratiesensor niet gekalibreerd:
Deze routine is bij de volgende situaties noodzakelijk:
1. De longitudinale acceleratiesensor is vervangen.
2. De ABS/TC/ESP-regeleenheid is vervangen.
3. Het ESP-systeem werkt niet zoals het hoort. Het resetten van deze sensor kan
soms leiden tot een afwijkende werking van de ESP.
Land Rover-voertuigen
Longitudinale acceleratiesensor niet gekalibreerd:
Deze routine is bij de volgende situaties noodzakelijk:
1. De longitudinale acceleratiesensor is vervangen.
2. De ABS/TC/ESP-regeleenheid is vervangen.
3. Het ESP-systeem werkt niet zoals het hoort. Het resetten van deze sensor kan
soms leiden tot een afwijkende werking van de ESP.
FastCheck
76
FastCheck Service
Verbinding
Gebruik de voertuigapplicatielijst die op de CD-ROM staat en identificeer de vereiste
interfacekabel voor het voertuigsysteem dat getest moet worden. Sluit de kabel aan
op de servicetool en draai de bevestigingsschroeven vast.
Opmerking: Als het te testen voertuig een BMW is met een 20-pins aansluiting en een
EOBD (J1962)-aansluiting, moet u alleen de 20-pins aansluiting gebruiken.
Opmerking: Als het te testen voertuig een Mercedes is met een 38-pins aansluiting en
een EOBD (J1962)-aansluiting, moet u alleen de 38-pins aansluiting gebruiken.
Als u gebruik maakt van de EOBD (J1962) pin-schakelkabel (A2C59512073), zorg er
dan voor dat de instellingen op de regeleenheid overeenkomen met de vermelde
instellingen voor het voertuig en het systeem dat getest moet worden
WAARSCHUWING Verkeerde instellingen op de regeleenheid kunnen tot
onherstelbare schade leiden aan het elektrische systeem van het voertuig.
Zorg er voor dat het contact van het voertuig in de stand UIT staat.
Sluit de handtester aan op de vereiste aansluiting van het voertuig, zie ‘Locaties
diagnose-aansluiting’, pagina 105, voor meer informatie.
De voeding van de servicetool wordt geleverd via de aansluiting van het voertuig. Als
de servicetool is aangesloten, zal deze een interne zelftest uitvoeren. Vervolgens zal
het scherm de versie van de actuele software weergeven en dan pas het hoofdmenu.
A
B
C
DEFGHI
J
K
L1
2
3
456789
10
11
12
C
ON0017
FastCheck
77
Gebruik de en toetsen om de applicatie 'FastCheck Service' te selecteren en
druk op om de selectie te bevestigen. Druk op de toets om terug te keren
naar het vorige menu.
Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
Gebruik de en toetsen om de fabrikant van het voertuig te selecteren en
druk op om de selectie te bevestigen.
De beschikbare menu-opties zijn afhankelijk van het model en de fabrikant van het
voertuig.
Alfa Romeo/Fiat/Lancia-voertuigen
Er zijn voor deze fabrikanten in potentie drie opties in het FastCheck-
onderhoudsmenu:
Onderhoudsinterval
Deze optie reset de conventionele indicator voor het onderhoudsinterval. Deze functie
dient gebruikt te worden NA het uitvoeren van een volledige onderhoudsbeurt (29.000
kilometer voor benzine of 34.000 kilometer voor diesel).
Opmerking: De Multiplex-kabel (A2C59512985) of de hefboom van de CAN-
converterkabel (A2C59512664) moeten worden gebruikt voor om het even welke
diagnose op de volgende voertuigen:
Alfa-Romeo MiTo
Fiat 500
Fiat Grande Punto (05)
Alle andere voertuigen hebben de multiplex-kabel (A2C59512985) of FAL LS CAN
(A2C59512070)-kabelboom.
Olieverversingswaarde resetten
Deze optie is momenteel alleen beschikbaar voor de nieuwe Fiat Ducato (Ducato III
vanaf MJ2006). Deze functie dient gebruikt te worden NADAT de olie van het voertuig
is ververst.
HOOFDMENU
1. EOBD
2. FastCheck ABS
3. FastCheck Airbag
4. FastCheck Accu
5. FastCheck Klimaat
6. FastCheck Diesel
7. FastCheck P-Rem
8. FastCheck V/bak
9. FastCheck SAS
10. FastCheck Service
11. FastCheck TPMS
12. Gebruikersmenu
FastCheck
78
Oliekwaliteitswaarde resetten
Deze optie is noodzakelijk bij voertuigen die uitgerust zijn met een dieselroetfilter
(DPF). Dit is NIET noodzakelijk voor voertuigen die uitgerust zijn met benzine of
LPGmotoren of dieselmotoren zonder DPF. Indien geselecteerd zal de scantool het
voertuig vragen om de toepasbaarheid van de functie te bepalen.
Deze functie staat het resetten van de teller van de oliekwaliteitswaarde toe en het
bekijken van de parameters van de oliekwaliteitswaarde (aantal resetprocedures, teller
oliekwaliteitswaarde %, km tot volgende reset, kilometerteller bij laatste reset). De
teller dient alleen gereset te worden NADAT de olie is ververst. ndien de
resetprocedure wordt gestart, wordt de teller teruggezet op 100%, het aantal
resetprocedures neemt met 1 toe.
Alfa Romeo-voertuigen- Mannesman Dashboard (147 en GT - alleen VK)
Bij voertuigen van Alfa Romeo met het dashboard van Mannesman (147 en GT) is er
een probleem met het dashboard dat er toe leidt dat de waarde van het "Aantal
kilometers tot de onderhoudsbeurt" gereset wordt naar nul, als tijdens het gebruik van
een servicetool de onderhoudsbeurten worden gereset.
Als het onderhoudsinterval wordt gereset slaat het dashboard de huidige
kilometerstand op (dit kunt u aflezen van de kilometerteller), om te berekenen wanneer
een volgende onderhoudsbeurt is vereist.
Echter als de kilometerteller wordt weergegeven in mijlen, mislukt de berekening van
de afstand tot de volgende onderhoudsbeurt. Dit resulteert in een afstand van nul tot
de volgende onderhoudsbeurt en het resetten van het onderhoudsinterval mislukt.
Om het onderhoudsinterval te resetten, dient de volgende procedure te worden
uitgevoerd:
1. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
2. Druk op het dashboard op de knop [MODUS], om het functiemenu van het
dashboard te openen.
3. Gebruik de [+] en [-] knoppen op het dashboard om naar de optie UNITS te
navigeren en druk op [MODUS] om een selectie te maken.
4. Gebruik de [MODUS], [+] en [-] knoppen om de units in te stellen op kilometers.
Alle andere instellingen dienen onveranderd te blijven.
5. Gebruik de [+] en [-] knoppen op het dashboard om naar de optie EINDE MENU
te navigeren en druk op [MODUS] om het functiemenu af te sluiten.
6. Steek de servicetool in de diagnose-aansluiting (gebruik hiervoor de 16-pins FAL
LS CAN-kabelboom) en voer een reset van het onderhoudsinterval uit door
achtereenvolgens de opties FastCheck Service, Alfa Romeo, Mannesman en
Onderhoudsinterval resetten te selecteren.
7. Koppel de servicetool los en laat het contact ingeschakeld.
8. Druk op het dashboard op de knop [MODUS], om het functiemenu van het
dashboard te openen.
FastCheck
79
9. Gebruik de [+] en [-] knoppen op het dashboard om naar de optie UNITS te
navigeren en druk op [MODUS] om een selectie te maken.
10. Gebruik de [MODUS], [+] en [-] knoppen om de units terug te zetten op mijlen.
Alle andere instellingen dienen onveranderd te blijven.
11. Gebruik de [+] en [-] knoppen op het dashboard om naar de optie ONDERHOUD
te navigeren en druk op [MODUS] om een selectie te maken.
12. "Aantal kilometers tot het onderhoud" zou nu ongeveer 20.000 kilometer moeten
aangeven.
13. Gebruik de [+] en [-] knoppen op het dashboard om naar de optie EINDE MENU
te navigeren en druk op [MODUS] om het functiemenu af te sluiten.
14. Zet de contactsleutel in de stand UIT.
Deze procedure is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de afgelezen waarde van de
kilometerteller op het dashboard, als het onderhoudsinterval is gereset door de
servicetool, in kilometers is. Op die manier kan het dashboard het juiste ‘Aantal
kilometers tot onderhoud’ berekenen.
Op het Europese continent is deze procedure niet noodzakelijk, daar alle dashboards
in kilometers zijn.
BMW/MINI-voertuigen
Opmerking:Om het contact in te schakelen op voertuigen die uitgerust zijn met een
start/stop-knop, dient u de sleutelkaart volledig in het contactslot te steken en
vervolgens de start/stop-knop één keer in te drukken (zonder een voetpedaal in te
trappen).
Gebruik de toetsen en om de gewenste menu-optie te selecteren en druk op
om de selectie te bevestigen. Druk op de toets om terug te keren naar het
vorige menu.
Op het scherm wordt het bericht “BMW Reset” weergegeven, om te bevestigen dat
het resetproces succesvol is voltooid.
Onderhoud op basis van status (CBS) selecteren:
Opmerking: Alle vereiste werkzaamheden moeten worden uitgevoerd voordat de
onderhoudsindicators worden gereset. Als dit wordt nagelaten kan dit resulteren in
onjuiste onderhoudswaarden en er toe leiden dat de DTC's worden opgeslagen door
de desbetreffende regeleenheid.
Fabrikant Optie 1 Optie 2
BMW CBS SERVICEOPTIES
Digitale reset Oliewaarde resetten
Afstand resetten
Tijd resetten
Analoge reset Olie
Inspectiebeurt
FastCheck
80
Opmerking: De DSC-module herkent de slijtagesensor voor het vervangen van het
remblok niet voordat er van aansluiting is veranderd. Daardoor staat de DSC-module
niet toe de serviceonderdelen van de remblokte resetten.
Het is raadzaam om de remblokken te vervangen door gelijkwaardige OE-onderdelen.
Het kan zijn dat de DSC-module de veranderde aansluiting niet herkentals u geen
originele remblokken gebruikt.
Selecteer CBS voor voertuigen die alleen uitgerust zijn met een J1962 16-pins-
aansluitingen steun (CBS).
Toepasbare voertuigen:
BMW 1 serie (E81/E87)
BMW 3 serie (E90/E91/E92/E93)
BMW 5 serie (E60/E61)
BMW 6 serie (E63/E64)
BMW 7 serie (E65)
BMW X5 (E70)
BMW X6 (E71)
MINI (R55/R56/R57)
Opmerking: Raadpleeg de"Voertuigapplicatielijst" om de correcte kabel te bepalen.
CBS (onderhoud op basis van status) is een systeem waarmee het voertuig de status
van de te onderhouden componenten en vloeistofniveaus, evenals op tijd en
kilometers gebaseerd onderhoud berekent en controleert.
De volgende tabel geeft de mogelijke onderhoudsopties weer samen met de
regeleenheid die gebruikt wordt om iedere optie te resetten.
Serviceoptie Controlemodule
Motorolie Motor (DME/DDE)
Roetfilter Motor (DDE)
Dieseladditiefmotor (DDE) Motor (DDE)
Remblokken voor Stabiliteitscontrolesysteem (DSC)
Remblokken achter Stabiliteitscontrolesysteem (DSC)
Microfilter Airconditioning (IHKA)
Remvloeistof Instrumentenpaneel (INSTR)
Koelvloeistof Instrumentenpaneel (INSTR)
Bougies Instrumentenpaneel (INSTR)
Voertuig controleren Instrumentenpaneel (INSTR)
Algemene periodieke keuring Instrumentenpaneel (INSTR)
Wettelijke keuring uitlaatemissie Instrumentenpaneel (INSTR)
FastCheck
81
De servicetool zal automatisch alle regeleenheden identificeren die nodig zijn tijdens
het resetproces. Als een onbekende regeleenheid wordt aangetroffen of geen
communicatie tot stand kan worden gebracht, wordt de bediener gevraagd verder te
gaan of te onderbreken.
Opmerking: Als het proces wordt voortgezet zijn er geen geschikte onderhoudsopties
beschikbaar voor de onbekende regeleenheid (zie tabel onderhoudsoptie).
De huidige datum- en tijdinformatie zal door de servicetool worden weergegeven.
Druk op de toets als de informatie correct is en ga verder, of druk op de toets
om de informatie te corrigeren
Opmerking: Als de datum en tijd tijdens het resetproces niet correct zijn, resulteert dit
in onjuiste onderhoudsintervallen.
Om de datum en tijd te veranderen:
Gebruikt u de toetsen en om de gewenste waarde van de geselecteerde
informatie, aangegeven met '/ \'.
Gebruikt u de toets om het geselecteerde veld met de datum/tijd te veranderen.
Gebruikt u de toets om de informatie-invoer te voltooien.
Het scherm geeft een laatste bevestiging van de nieuwe ingevoerde gegevens weer.
Druk op de toets om de nieuwe informatie in het voertuig te programmeren.
Als u op een willekeurig moment tijdens het veranderen van de datum en tijd op de
toets drukt, gaat u terug naar het eerste scherm voor de bevestiging van de
datum en tijd. In dat geval is er geen informatie gewijzigd.
De beschikbare onderhoudsopties van het voertuig worden als een lijst weergegeven.
Iedere optie wordt weergegeven met de volgende onderhoudsgegevens:
De waarde van het resetpercentage.
Het geschatte afstand tot of de volgende onderhoudsdatum.
De onderhoudsteller.
Opmerking: Bij de inspectie van het voertuig en de uitlaatgasemissie wordt alleen de
datum van de volgende onderhoudsbeurt aangegeven.
De onderhoudsoptielijst wordt weergegeven in volgorde van belangrijkheid, waarbij de
meest dringende optie het eerst wordt genoemd.
Scroll met de en toetsen naar de gewenste optie om een optie te resetten. De
huidige optie wordt aangegeven door het . Druk op de toets om de selectie te
bevestigen.
FastCheck
82
Aan de onderkant van het display kunnen twee mogelijke opties worden
weergegeven:-
Optie resetten
Optie corrigeren
Gebruik de en toetsen om de vereiste menuoptie te selecteren
Druk op de toets om de selectie te bevestigen.
Gebruik de toets om de selectie te annuleren en terug te keren naar de lijst met
onderhoudsopties.
Optie resetten:
De resetoptie wordt gebruikt om de geselecteerde resetwaarde van de
onderhoudsoptie op 100% in te stellen. De geschate afstand en datum van de
volgende onderhoudsbeurt en de onderhoudsteller zijn geüpdatet.
De onderhoudsopties voor de inspectie van het voertuig en de uitlaatgasemissie zijn
wettelijk verplichte inspecties waarbij de de datum voor de volgende onderhoudsbeurt
wordt opgeslagen.
Als u een van deze opties hebt geselecteerd, geeft de servicetool het scherm weer
waarin de volgende onderhoudsdatum kan worden veranderd.
Als u een van deze opties hebt geselecteerd, geeft de servicetool het scherm weer
waarin de volgende onderhoudsdatum kan worden veranderd.
Gebruik de toetsen en om de gewenste waarde van de geselecteerde
informatie, aangegeven met '>' of '<' te veranderen.
Gebruik de toets om het geselecteerde veld te veranderen.
Gebruik de toets om de informatie te voltooien en op te slaan.
Gebruik de toets om de reset te annuleren en terug te keren naar de lijst met
onderhoudsopties.
Optie corrigeren:
De optie Corrigeren wordt gebruikt om een onderhoudsoptie te corrigeren die per
ongeluk gereset is.
Opmerking: Het corrigeren van het resetproces is alleen beschikbaar voor
onderhoudsopties waarbij de onderhoudsteller niet op nul staat en is niet beschikbaar
voor voertuig- en uitlaatgasinspecties. De originele waarden van de onderhoudsoptie
gaan verloren tijdens het resetten.
Gebruik de toetsen en om de resetwaarde te wijzigen.
Gebruikt u de toets om de informatie-invoer te voltooien.
FastCheck
83
Een laatste bevestiging van de nieuwe ingevoerde gegevens zal worden weergeven.
Druk op de toets om de nieuwe informatie op te slaan. Gebruik de toets om
de correctie te annuleren en terug te keren naar de lijst met onderhoudsopties.
Opmerking: De maximale resetwaarde is de huidige waarde van de geselecteerde
onderhoudsoptie. De onderhoudsteller wordt verminderd met 1.
Digitale reset
Selecteer de optie Digitale reset voor voertuigen die alleen uitgerust zijn met een
J1962 16 pins-aansluiting en geen Onderhoud op basis van conditie (CBS)
ondersteunen.
De servicetool zal een bericht weergeven om te bevestigen dat het resetproces
succesvol is voltooid.
Toepasbare voertuigen:
BMW 3 Serie (E46)
BMW 5 Serie (E39)
BMW 7 Serie (E38)
BMW X3 (E83)
BMW X5 (E53)
BMW Z4 (E85)
Opmerking: Voor sommige voertuigen met digitale reset is het mogelijk het
onderhoudsinterval handmatig te resetten. Zie het onderdeel handmatig het
onderhoudsinterval resetten voor instructies.
Analoge reset
Selecteer de optie Analoge reset voor voertuigen die uitgerust zijn met een ronde 20
pins diagnose-aansluiting in het motorcompartiment.
De servicetool zal het bericht “Reset voltooid” weergeven, om te bevestigen dat het
resetproces succesvol is voltooid.
Opmerking: De servicetool geeft alleen aan dat hetproces is voltooid. Er is een visuele
bevestiging vereist via de onderhoudsintervalindicator (SIA), die zich op het dashboard
van het voertuig bevindt.
Jaarlijkse afstand
De gemiddelde jaarlijkse afgelegde afstand is vereist voor de berekening van diverse
CBS(onderhoud op basis van status)-functies.
De jaarlijkse afstand is gebaseerd op de afgelegde afstand na ongeveer zes tot acht
weken na een rest. Het is raadzaamom de jaarlijkse afstand te resetten na
veranderingen in het rijpatroon van het voertuig.
Opmerking: Een verkeerde jaarlijkse afstand beïnvloedt de CBS-intervallen.
De waarde wordt ingesteld op een standaardwaarde (ongeveer 30.000 km) tot de
nieuwe waarde is berekend.
FastCheck
84
Toepasbare voertuigen:
BMW 1 serie (E81/E87)
BMW 3 serie (E90/E91/E92/E93)
BMW 5 serie (E60/E61)
BMW 6 serie (E63/E64)
BMW 7 serie (E65)
BMW X5 (E70)
BMW X6 (E71)
Opmerking: De multiplex-kabel (A2C59512985) of de kabelboom van de CAN-
converter (A2C59512664) moet gebruikt worden.
Vervangen accu
Na het aanbrengen van een nieuwe accu, dient de functie voor het vervangen van de
accu te worden uitgevoerd. De functie voor het vervangen van de accu registreert het
vervangen van een accu met behulp van het vermogensbeheersysteem. Als dit niet
gebeurt kan dit leiden tot het niet correct functioneren van het
vermogensbeheersysteem.
De applicatie voor het vervangen van de accu bepaalt aan de hand van de CAS (Car
Access System)-module de vereiste accucapaciteit en het type. De vervangende accu
moet dezelfde capaciteit hebben en van hetzelfde type zijn als degene die wordt
weergegeven.
Opmerking: Bepaalde voertuigen vereisen het gebruik van een AGM (Absorbent Glass
Mat)-accu.
Toepasbare voertuigen:
BMW 1 serie (E81/E87)
BMW 3 serie (E90/E91/E92/E93)
BMW 5 serie (E60/E61)
BMW 6 serie (E63/E64)
BMW 7 serie (E65)
BMW X5 (E70)
BMW X6 (E71)
Opmerking: De multiplex-kabel (A2C59512985) of de kabelboom van de CAN-
converter (A2C59512664) moet gebruikt worden.
Ford-voertuigen
Oliekwaliteitswaarde resetten
Deze optie is noodzakelijk bij voertuigen die uitgerust zijn met een dieselroetfilter
(DPF). Dit is NIET noodzakelijk voor voertuigen die uitgerust zijn met benzine of LPG-
motoren of dieselmotoren zonder DPF. De teller dient alleen gereset te worden
NADAT de olie is ververst.
FastCheck
85
GM-voertuigen
Onderhoudsinterval resetten
CAN-voertuigen - (Astra-H, Corsa-D, Signum, Vectra-C en Zafira-B)
Voor deze voertuigen moet de multiplexkabel (A2C59512985) of de CAN-
converterkabel (A2C59512664) worden gebruikt om het onderhoudsinterval te
resetten.
Deze functie dient gebruikt te worden na een onderhoud van het voertuig.
Het voertuig is geprogrammeerd met het aantal kilometers en dagen tot het volgende
onderhoud en het onderhoudscontrolelampje gaat uit.
Het onderhoudscontrolelampje gaat weer branden als het aantal geprogrammeerde
kilometers of het aantal geprogrammeerde dagen is bereikt, afhankelijk van wat het
eerste is bereikt.
Het resetten wordt gestart door de optie 'Onderhoud' te selecteren.
Druk op de toets om terug te keren naar het vorige menu.
De gebruiker moet vervolgens indien hierom wordt gevraagd de optie 'CAN-
converterkabel' selecteren.
De servicetool communiceert met het instrumentenpaneel om het voertuigmodel te
bepalen. Als het voertuigmodel niet bekend is moet de gebruiker handmatig het
voertuig selecteren.
Opmerking: Het voertuig mag tijdens deze procedure NIET in beweging zijn en alle
portieren moeten zijn gesloten. De servicetool controleert de rijsnelheid om ervoor te
zorgen dat het voertuig niet beweegt voordat de procedure wordt gestart.
Beveiligingscode
Om een reset uit te voeren moet de gebruiker een 4-cijferige beveiligingscode in de
servicetool invoeren Deze code wordt in het voertuig geprogrammeerd om het
uitvoeren van een reset toe te staan.
De 4-cijferige beveiligingscode staat in het handboek op een kaart met andere
belangrijke codes en nummers voor het voertuig (zoals het VIN-nummer en de
radiocode enz.).
Corsa D
Het aantal kilometers tot het volgende onderhoud kan door de gebruiker worden
geselecteerd: 15.000 kilometer of 30.000 kilometer. Het aantal dagen tot het
volgende onderhoud is altijd ingesteld op 364 dagen (1 jaar).
FastCheck
86
Airbag Astra-H/Zafira-B
Het aantal kilometer en dagen tot het volgende onderhoud wordt berekend door de
servicetool aan de hand van de volgende selecties die de gebruiker kiest:
1. De kilometers en dagen tot het volgende onderhoud worden ingesteld op
waarden die vooraf door GM zijn bepaald, afhankelijk van het land waarin het
voertuig wordt gebruikt.
De gebruiker moet eerst het werelddeel en vervolgens het land selecteren.
Voor Europese kernlanden zoals VK, Ierland, Frankrijk, België, Duitsland, Spanje,
Italië, Portugal, Nederland, Oostenrijk, enz. selecteert u "Overige Europese
landen".
2. ECO service, ECO service flex - Voor de meeste Europese kernlanden kan de
gebruiker het voertuig in stellen op "ECO Service" (het standaard
onderhoudsschema van GM, dat gebruik maakt van standaardwaarden van GM
voor kilometers en dagen tot het volgende onderhoud) of "ECO Service Flex" (de
waarden voor kilometers en dagen tot het volgende onderhoud worden
dynamisch ingesteld door de boordcomputers van het voertuig, die in de gaten
houden hoe er met het voertuig wordt gereden en aan de hand hiervan de
onderhoudsintervallen instellen).
Voor ECO Service Flex-benzinevoertuigen programmeert de servicetool het
voertuig met het maximale aantal kilometers dat door het Flex-systeem is
toegestaan (35.000 kilometer) en het maximale aantal toegestane dagen (728 of
2 jaar).
Voor ECO Service Flex-dieselvoertuigen programmeert de servicetool het
voertuig met het maximale aantal kilometers dat door het Flex-systeem (50.000
kilometer) is toegestaan en het maximale aantal toegestane dagen (728 of 2 jaar).
Dit zijn standaardwaarden die er voor zorgen dat het onderhoudscontrolelampje
bij 35.000 of 50.000 kilometer of 2 jaar gaat branden, hetgeen zich het eerste
voordoet, als het ECO Service Flex-systeem om welke redenen niet werkt.
Vectra-C/Signum
Op deze voertuigen is alleen een rechtstreekse reset mogelijk. De geprogrammeerde
onderhoudsintervalwaarden van de kilometers en de dagen tot het volgende
onderhoud kunnen niet worden gewijzigd.
Opmerking: De motorolie die voor deze voertuigen wordt gebruikt is 'Long-life-olie'.
Als de motorolie wordt ververst, moet de monteur de resetoptie 'Long-life-olie' op de
servicetool gebruiken (zie hieronder) om de motorregeleenheid te resetten. De
monteur moet dan nogmaals de optie 'Onderhoud' selecteren om de optie
Onderhoudsinterval resetten opnieuw te starten.
LET OP: Het is belangrijk om het rempedaal in te trappen en weer los te laten
als de servicetool hierom verzoekt tijdens het resetproces. Als dit niet correct
wordt uitgevoerd zal het resetproces niet succesvol worden voltooid.
FastCheck
87
Pre-CAN-voertuigen
De multiplex-kabel (A2C59512985) of de EOBD (J1962) pin-schakelkabel
(A2C59512073) moet worden gebruikt voor pre-CAN-voertuigen, met schakelstand
J2.
Deze functie dient gebruikt te worden na een onderhoud van het voertuig.
Het voertuig is geprogrammeerd met het aantal kilometers en dagen (hetgeen zich het
eerste voordoet) tot het volgende onderhoud en het onderhoudscontrolelampje wordt
uitgeschakeld.
Het resetten wordt gestart door de optie 'Onderhoud' te selecteren.
Druk op de toets om terug te keren naar het vorige menu.
De gebruiker moet dan de optie 'schakelkabel' selecteren.
Zorg ervoor dat het voertuig stilstaat en controleer of alle portieren van het voertuig
gesloten zijn.
Druk op de servicetool op om het onderhoudsinterval te resetten.
Indien succesvol, verschijnt er op de servicetool "Onderhoud resetten geslaagd".
Long-Life-olie resetten
CAN-voertuigen - (Vectra-C en Signum)
Voor deze voertuigen kan de multiplex-kabel (A2C59512985), de EOBD-kabel
(A2C59512072) of de CAN-converterkabel (A2C59512664) worden gebruikt om de
Long-Life-olie te resetten.
Opmerking: De motor mag NIET draaien als u deze procedure uitvoert.
Deze functie moet worden gebruikt als de motorolie van het voertuig is ververst.
De optie Long-Life-olie resetten kan worden gestart door het selecteren van de optie
'Long-Life-olie'.
De monteur moet dan de gewenste kabel selecteren.
De servicetool controleert de motorregeleenheid, om er zeker van te zijn dat de functie
door de huidige motor wordt ondersteund. Deze functie wordt niet ondersteund en is
niet noodzakelijk voor de Astra-H, Corsa-D of Zafira-B.
De servicetool controleert het motortoerental om er zeker van te zijn dat de motor niet
draait, leest vervolgens de huidige waarde: 'Resterende levensduur olie' uit van de
motorregeleenheid en geeft deze weer. Als de waarde lager is dan 15%, moet de olie
worden ververst en een reset worden uitgevoerd.
De servicetool voert dan de reset uit. De parameter 'Resterende levensduur olie'
wordt uitgelezen van de motorregeleenheid en opnieuw weergegeven. De waarde zal
100% aangeven als de reset succesvol is uitgevoerd.
FastCheck
88
Land Rover-voertuigen
Er zijn twee opties beschikbaar voor Land Rover.
Onderhoudsinterval resetten
Deze optie reset de conventionele indicator voor het onderhoudsinterval. Deze functie
dient gebruikt te worden NA het uitvoeren van een volledige onderhoudsbeurt.
Oliekwaliteitswaarde resetten
Deze optie is noodzakelijk bij voertuigen die uitgerust zijn met een dieselroetfilter
(DPF). Dit is NIET noodzakelijk voor voertuigen die uitgerust zijn met benzine of LPG-
motoren of dieselmotoren zonder DPF. De teller dient alleen gereset te worden
NADAT de olie is ververst.
Mercedes-voertuigen
Mercedes kent twee verschillende soorten onderhoud: Assyst Plus en het flexibel
onderhoudssysteem. Het onderhoudstype wordt automatisch door het voertuig
bepaald.
Assyst Plus:
Opmerking: Iedere DTC (diagnostische foutcodes) die aanwezig is in de regeleenheid
Assyst Plus kan leiden tot verkeerde onderhoudsinformatie en verkeerd uitgevoerde
onderhoudswerkzaamheden. Verschillende varianten van de Assyst Plus beschikken
over verschillende onderhoudsfuncties.
Onderhoudsfuncties Assyst Plus
Resetindicator
Extra werkzaamheden
Onderhoudsstatus
Onderhoudsgeschiedenis
Reset ongedaan maken
Extra ongedaan maken
DTC's lezen
Codes wissen
Resetindicator
Deze functie wordt gebruikt om het totale onderhoud van het voertuig te resetten. De
actuele informatie over de onderhoudsstatus wordt weergegeven.
Druk op de toets om het resetten te annuleren. Er wordt een bevestiging
weergegeven dat het onderhoud is geannuleerd, druk op een willekeurige toets om
terug te keren naar het menu Assyst Plus. Druk op om verder te gaan met de
resetprocedure.
FastCheck
89
Eerst moet de oliekwaliteit worden geselecteerd, voordat het resetproces voltooid kan
worden. Druk op de toets om het resetten te annuleren. Er wordt een bevestiging
weergegeven dat het resetproces is geannuleerd, druk op een willekeurige toets om
terug te keren naar het menu Assyst Plus. Gebruik de en toetsen om uit het
menu de oliekwaliteit te selecteren die gebruikt wordt voor het onderhoud en druk op
de toets om de selectie te bevestigen.
Het resultaat van het resetproces wordt weergegeven, druk op een willekeurige toets
om terug te keren naar het menu Assyst Plus.
Extra werkzaamheden
Deze functie wordt gebruikt om extra onderhoudsopties toe te voegen aan het laatst
gehouden onderhoud in het onderhoudsgeheugen.
De applicatie geeft een menu weer van alle beschikbare extra werkopties die op het
voertuig van toepassing zijn.
Druk op de en toetsen om door de beschikbare lijst heen te scrollen.
Druk op de toets om een onderdeel te selecteren of te deselecteren. Er kunnen
meerdere onderdelen worden geselecteerd en ieder onderdeel dat geselecteerd is
wordt gemarkeerd door .
Druk om te annuleren op de toets en keer terug naar het menu Assyst Plus. Druk
op om deze geselecteerde opties toe te voegen aan het laatste
onderhoudsgeheugen. Het resultaat van het resetproces wordt weergegeven, druk
op een willekeurige toets om terug te keren naar het menu Assyst Plus.
Onderhoudsstatus
Deze functie geeft de actuele informatie weer van de onderhoudsstatus.
Gebruik de en toetsen om door de statusinformatie te scrollen. Druk om te
annuleren op de toets en keer terug naar het menu Assyst Plus.
Opmerking: Het kan even duren voordat de regeleenheid de informatie van de
onderhoudsstatus updatet na een wijziging van de status (bijv. Het
onderhoudscontrolelampje resetten).
Onderhoudsgeschiedenis
Deze functie zorgt ervoor dat de gebruiker de invoeren in het onderhoudsgeheugen
kan analyseren. De applicatie geeft het aantal onderhoudsinvoeren weer die
momenteel in het onderhoudsgeheugen zijn opgeslagen.
Druk op de toets om terug te keren naar het menu Assyst Plus. Selecteer de
gewenste invoer met de en toetsen en druk op om de selectie te
bevestigen.
Druk op de toets om terug te keren naar het menu Assyst Plus. Druk op de
en toetsen om door de onderhoudsinformatie te scrollen die in het geheugen is
opgeslagen.
FastCheck
90
Reset ongedaan maken
Deze functie annuleert het onderhoud dat het laatste is opgeslagen in de
onderhoudsgeschiedenis (bijv. het laatste uitgevoerde onderhoud).
Er wordt een waarschuwing weergegeven voordat het annuleringsproces wordt
uitgevoerd. Deze optie is alleen bedoeld voor het opnieuw instellen van een
onderhoud dat per ongeluk gereset is.
Druk op om terug te keren naar het menu Assyst Plus. Druk op om het laatste
onderhoud te annuleren. De bevestiging van de annulering wordt weergegeven. Druk op
een willekeurige toets om terug te keren naar het menu Assyst Plus.
Opmerking: Onderhoudsbeurten die geannuleerd zijn blijven in de
onderhoudsgeschiedenis. De invoer wordt gemarkeerd als niet relevant en de
gegevens hierin worden gereset. Het ongedaan maken van de reset is alleen mogelijk
als er een bestaand onderhoud in de onderhoudsgeschienis aanwezig is.
Extra ongedaan maken
Deze functie annuleert extra werkzaamheden die zijn toegevoegd aan het laatste
onderhoud dat in de onderhoudsgeschiedenis is opgeslagen.
Er wordt een waarschuwing weergegeven voordat het proces "ongedaan maken"
wordt uitgevoerd. Deze optie is alleen bedoeld voor het resetten van een onderhoud
dat per ongeluk gereset is.
Er wordt een menu weergegeven van alle extra werkzaamheden beschikbaar van het
laatste onderhoud van het voertuig.
Druk op de en toetsen om door de beschikbare lijst heen te scrollen.
Druk op de toets om een onderdeel te selecteren of te deselecteren. Er kunnen
meerdere onderdelen worden geselecteerd en ieder onderdeel dat geselecteerd is
wordt gemarkeerd door .
Druk op om terug te keren naar het menu Assyst Plus. Druk op om de
geselecteerde opties te wissen uit het onderhoudsgeheugen. Het resultaat van het
proces "ongedaan maken" wordt weergegeven, druk op een willekeurige toets om
terug te keren naar het menu Assyst Plus.
Opmerking: Het ongedaan maken is alleen mogelijk als er een bestaand onderhoud in
de onderhoudsgeschiedenis aanwezig is en de geselecteerde onderhoudsopties van
toepassing zijn op het laatste onderhoud.
FastCheck
91
Flexibel onderhoudssysteem:
Selecteer de optie Onderhoudsintervallen resetten en druk op om de selectie te
bevestigen. Druk op de toets om terug te keren naar het vorige menu.
Als u verzocht wordt om te controleren of alle portieren van het voertuig dicht zijn,
dient u op een willekeurige knop van de servicetool te drukken om het olielampje of
onderhoudslampje te resetten.
WAARSCHUWING: Zorg er voor dat alle portieren van het voertuig dicht zijn,
voordat u het resetcommando uitvoert. Als u dit verzuimt kan hierdoor
permanente schade ontstaan aan het instrumentenpaneel van het voertuig.
Het bericht "Mercedes Reset" wordt weergegeven, om te bevestigen dat het
resetproces succesvol is voltooid.
MG Rover-voertuigen
Scroll door de lijst van beschikbare voertuigmodellen en druk op om de selectie
te bevestigen. Druk op de toets om terug te keren naar het vorige menu.
Als u verzocht wordt om te controleren of alle portieren van het voertuig dicht zijn,
dient u op een willekeurige knop van de servicetool te drukken om het olielampje of
onderhoudslampje te resetten.
Het bericht "MG Rover Reset" wordt weergegeven om te bevestigen dat het
resetproces succesvol is voltooid.
Saab-voertuigen
Selecteer de optie 'Interval en olie' en druk op om de selectie te bevestigen. Druk
op de toets om terug te keren naar het vorige menu.
Het bericht "Saab Reset" wordt weergegeven om te bevestigen dat het resetproces
succesvol is voltooid.
Volvo-voertuigen
Selecteer de optie 'Onderhoud' en druk op om de selectie te bevestigen. Druk op
de toets om terug te keren naar het vorige menu.
Het bericht "Volvo Reset" wordt weergegeven om te bevestigen dat het resetproces
succesvol is voltooid.
FastCheck
92
VAG (Volkswagen en Audi) voertuig
Gebruik de toetsen en om de gewenste menu-optie te selecteren en druk op
om de selectie te bevestigen. Druk op de toets om terug te keren naar het
vorige menu.
Het bericht "VAG Reset" wordt weergegeven om te bevestigen dat het resetproces
succesvol is voltooid.
Variabel onderhoudsinterval resetten (VAG)
Voor sommige VAG (Audi en VW) voertuigen die vanaf 2000 zijn geproduceerd, moet
de resetoptie worden gebruikt voor het variabel onderhoudsinterval. Raadpleeg de
voertuigapplicatielijst.
WAARSCHUWING: Het wijzigen van de oorspronkelijke en ingeleerde
waarden van ieder kanaal, kan nadelige effecten hebben voor de prestatie en
werking van de motor. Neem bij twijfels contact op met iemand die het
systeem kent.
Fabrikant Optie 1 Optie 2 Optie 3 Optie 4 Optie 5
Aanpassing - Zie de sectie Variabel onderhoudsin-
terval resetten
VAG Onder-
houdsinter-
val resetten
Onder-
houdsinter-
val resetten
Long-life-olie Onder-
houdsinterval
resetten
NVT
Typ e o l ie
instellen
Diesel
V6 TDI
Benzine
Non-long-
life-olie
Typ e o l ie
bekijken
NVT
Non-long-
life-olie
Onder-
houdsinterval
resetten
NVT
Onderhoud Inspectie 1 NVT
Inspectie 2 NVT
FastCheck
93
Gebruik voor het resetten van het onderhoudsinterval de en toetsen om
kanaal 2 te selecteren en druk op om de selectie te bevestigen.
Wijzig de waarde van het kanaal in 00000, om zowel de onderhoudsteller tijd als
afstand te resetten. Gebruik de en toetsen om ieder cijfer te wijzigen in 0 en
druk op om deze handeling te bevestigen.
Opmerking: De kanalen 40, 41, 42, 43, 44 en 45 worden gebruikt als er een nieuw
instrumentenpaneel wordt geïnstalleerd. De waarden van het oorspronkelijke
instrumentenpaneel moeten worden ingevoerd in het nieuwe instrumentenpaneel, om
ervoor te zorgen dat het onderhoud aan het voertuig wordt uitgevoerd op de correcte
onderhoudsintervallen.
Onderhoud-
stype
Aanpassing Kanaal Inhoud teller Te resetten
waarde
Onderhoud Onder-
houdsinterval
resetten
2 Onderhoudstellers (afstand en
tijd) resetten
00000
40 Afgelegde afstand na laatste
onderhoud in 100s of km.
00000
41 Tijd verstreken na laatste
onderhoud in dagen
00000
42 Onderlimiet voor afstand tot
volgende inspectie
-----
43 Bovenlimiet voor afstand tot
volgende inspectie
-----
44 Bovenlimiet voor tijd tot vol-
gende inspectie
-----
45 Kwaliteit motorolie -----
FastCheck
94
Aanpassingskanalen en –waarden voor Onderhoud resetten
Model Aanpassingskanaal Aanpassingsreset
Audi 100 Olie 05 00015
vanaf 1991 Onderhoud 1 (afstand) 06 00030
Onderhoud 1 (afstand) 07 00036
Onderhoud 2 08 00073
Audi A8 Olie 05 15000
1994 - 1995 Onderhoud 1 (afstand) 06 30000
Onderhoud 1 (afstand) 07 00365
Onderhoud 2 08 00730
Audi A8 Olie 05 00015
vanaf 1995 Onderhoud 1 (afstand) 06 00030
Onderhoud 1 (afstand) 07 00036
Onderhoud 2 08 00073
Audi A6 Olie + onderhoud 02 00000
vanaf 1998 Olie 02 00010
Onderhoud 02 00001
Polo Olie 05 00150
1995 Onderhoud 06 00300
Onderhoud 07 00360
Vanaf
Caddy 1996
Vanaf Polo
Classic
1996
Zie Golf Mark III
Vanaf Polo
Classic
1996
Passat Olie 10 00015
vanaf 1997 11 00030
12 00037
Golf Olie 10 00015
vanaf 1998 11 00030
12 00036
Sharan Olie 05 00000
vanaf 1996 Olie 06 00000
Navigatie
met
multifunctie
Onderhoud
Onderhoud
01-07
02-08
00000
00000
FastCheck
95
Lupo 10 00150
vanaf 1999 11 00300
12 00360
Audi A4 Olie 05 00015
1995 - 1998 Onderhoud 1 (afstand) 06 00030
Onderhoud 1 (afstand) 07 00036
Onderhoud 2 08 00073
Audi A4 Olie + onderhoud 02 00000
vanaf 1998 Olie 02 00010
Onderhoud 02 00001
Audi A3 Olie + onderhoud 02 00000
vanaf 1997 Olie 02 00000
Onderhoud 02 00000
Model Aanpassingskanaal Aanpassingsreset
FastCheck
96
Markering en codering onderhoudsintervallen
Nee, van gege-
vensdrager QGO QG1 QG2
Voertuiguitrusting Voertuig niet uitge-
rust voor lang
onderhoudsinterval
Voertuig uitgerust voor lang onderhoudsinterval Voertuig niet uitgerust voor
lang onderhoudsinterval
Onderhoudsvariant Geen long-life-olie
vereist Als long-life-olie wordt gebruikt tijdens
onderhoud Als long-life-olie
wordt gebruikt tij-
dens onderhoud
Geen long-life-olie vereist
Informatie op onder-
houdslabel Op tijd of omstan-
digheden geba-
seerd onderhoud
Lang onderhoudsinterval Op tijd of omstan-
digheden geba-
seerd onderhoud
Op tijd of omstandigheden
gebaseerd onderhoud
Codering van aanpassingskanalen
Kanaal 02 0 0 0 0
Kanaal 40 0 0 0 0
Kanaal 41 0 0 0 0
Kanaal 42 - 15 15 15
Benzine 4/5 cilinders
Diesel 6 cilinders
Diesel Benzine Diesel Benzine Diesel
Kanaal 43 15 30 50 35 15 15 15 15
Kanaal 44 365 730 730 730 365 365 365 365
Kanaal 45 - 2 4 3 1 1 1 1
Kanaal 46 - 0 - - 0 - 0 -
Kanaal 47 - - 0 0 - 0 - 0
Kanaal 48 - - 0 0 - 0 - 0
FastCheck
97
FastCheck TPMS
De TPMS (Tyre Pressure Monitoring System) functie kan worden gebruikt om de
ventiel van de autoband te herprogrammeren op voertuigen die uitgerust zijn met
TPMS-ventielen, zie de hieronder staande tabel.
Citroen, Peugeot, Fiat en Lancia (Type 1)
Voor Citroen, Peugeot, Fiat en Lancia, is de enige optie met behulp van de volgende
procedure alle ventielen te programmeren:
1. Activeer, indien hierom wordt gevraagd, achtereenvolgens ieder TPMS-ventiel en
begin hierbij met het linker voorwiel en vervolgens het rechter voorwiel, rechter
achterwiel en ten slotte het linker achterwiel. Om de ventielen te activeren moet
er gebruik worden gemaakt van een TPMS-ventielactiveringstool. Als het ventiel
is geactiveerd wordt het gedwongen om de ventielcode en de status van de
regeleenheid van het carrosserie van het voertuig door te sturen.
2. Als de regeleenheid van de carrosserie de transmissie ontvangt, slaat het de
ventielcode van de band op van het huidige wiel. Dit wordt ook weergegeven op
het scherm van de servicetool.
3. Als iedere ventielcode geprogrammeerd is, geeft de servicetool een
bevestigingsbericht weer dat u kunt bevestigen of kunt annuleren.
Citroen, Peugeot, Fiat en Lancia (Type 2)
Bij deze voertuigen moeten alle banden worden opgepompt tot 3,7 bar, om voor een
succesvolle programmering te zorgen. Om ervoor te zorgen dat de ventielen hun
Fabrikant Voertuig - Type 1 Voertuig - Type 2
Citroën C4
C5
C5 II
C6
C8
Peugeot 307 II
407
607
607 II
807
Fiat Ulysse
Lancia Phedra
Renault Megane II
Scenic II
Laguna II
Espace IV
Vel Satis
FastCheck
98
codes zenden, moet er gebruik worden gemaakt van een TPMS-
ventielactiveringstool.
Volg de instructies op het scherm, waar de volgorde wordt weergegeven waarin de
wielen geprogrammeerd moeten worden. Het reservewiel is ook inbegrepen, maar als
deze optie niet wordt ondersteund door het voertuig, verschijnt er na een paar
seconden een bericht om dit aan te geven.
Opmerking: Vergeet niet de correcte bandenspanningen te resetten als u klaar bent.
Renault
Algemeen
Opmerking: Voor voertuigen van Renault die gebruikmaken van het "sleutelloos
contactsysteem van Renault" en de "START"-knop (Megane II, Scenic II enz.):
Om het contact in te schakelen ZONDER de motor te starten:
1. Ontgrendel de kaart met de afstandsbediening (kaart).
2. Steek de kaart in de kaartlezer.
3. Druk minstens 5 seconden de "START"-knop in zonder het rem- of het
koppelingspedaal in te trappen. Zodra het dashboard oplicht kan de knop
worden losgelaten.
Alle diagnoses kunnen nu worden uitgevoerd.
TPMS is de afkorting voor Tyre Pressure Monitoring System ofwel controlesysteem
van de banddruk.
Iedere klepsensor heeft een unieke code en is gekoppeld aan een specifiek wiel. Dit
is geprogrammeerd in de regeleenheid UCH. Hierdoor kan een defect wiel worden
geïdentificeerd (verondersteld dat de ontvanger kan identificeren welk wiel aan het
zenden is). De sensor zendt een RF (radiofrequentie)-signaal uit dat de klepcode,
status en banddruk bevat. Als de wielen worden verwisseld, moet dit proces opnieuw
worden geprogrammeerd om de nieuwe positie van het wiel te kunnen identificeren.
Bij iedere klepsensor is een gekleurde ring bevestigd aan de klepmoer. Iedere kleur
komt overeen met een specifieke positie van het wiel:
Linksvoor: Groen
Rechtsvoor: Geel
Linksachter: Rood
Rechtsachter: Zwart
Het is raadzaam als de banden zijn verwisseld, om de gekleurde ringen op de juiste
posite van het wiel terug te plaatsen.
Iedere klepsensor zendt ieder uur een signaal uit in de stationaire stand en iedere 15
minuten als er een lekkage aanwezig is. Als de sensor beweegt en er geen lekkage
aanwezig is wordt er iedere minuut een signaal uitgezonden en iedere
10 seconden als er wel een lekkage aanwezig is.
FastCheck
99
Opmerking: In de live data geeft de banddruk een standaardwaarde aan van
3,5 bar, tot de kleppen worden gedwongen om te zenden.
Renault (Type 1)
Met deze functie kan de gebruiker fouten lezen en wissen, actuele gegevens bekijken,
de lampen van het display van de TPMS controleren en de unit herprogrammeren via
het menu Commando.
De opties van het menu Commando zijn:
1. Kleppen autoband programmeren - Deze optie geeft de gebruiker de
gelegenheid om 1 klep of 4 kleppen te programmeren, door
a. handmatig via het toetsenblok de klepcode in te voeren. Als de sensor nieuw
is staat de code op een etiket en als de sensor is gebruikt moet de band
worden verwijderd en de code worden afgelezen van de sensor
b. De klep wordt automatisch door het gebruik van een TPMS-
ventielactiveringstool gedwongen de code te zenden of de bandenspanning
minstens met 1 bar te laten afnemen of het wiel bij meer dan 20 km/u te laten
roteren. Als de band wordt leeggelaten, duurt het minstens 15 minuten
voordat het ventiel gaat zenden.
Opmerking: Als foutcode 0007 aanwezig is, is automatische codering niet
mogelijk. Als u gebruik maakt van de TPMS-ventielactiveringstool, moet
deze op de band worden geplaatst onder het juiste ventiel. Als de sensor
bekrachtigd is en de verzonden code is ontvangen, zal de servicetool een
geluidssignaal geven om aan te geven dat de actie succesvol is uitgevoerd.
U heeft dan de mogelijkheid de nieuwe code te programmeren.
2. Selecteer de optie winterband - Deze optie wordt in sommige landen gebruikt
tijdens de winter, als de weersomstandigheden winterbanden vereisen.
3. Selecteer de optie zomerband - Deze optie wordt standaard gebruikt of tijdens
de zomer als de winterbanden worden verwisseld.
4. Regeleenheid instellen met de TPMS-optie - Hiermee kan de regeleenheid
worden geprogrammeerd met de TPMS-optie.
5. Regeleenheid instellen zonder de TPMS-optie - De TPMS-optie uitschakelen.
6. Banddruklimieten instellen - Via deze optie kunnen de maximale of minimale
banddruklimieten worden ingesteld.
7. Triggerlimiet wijzigen.
8. De actuator aandrijven - De lampen van het display van de TPMS controleren.
Renault (Type 2)
Bij deze voertuigen moeten alle banden worden opgepompt tot 3,7 bar, om voor een
succesvolle programmering te zorgen. Om ervoor te zorgen dat de ventielen hun
codes zenden, moet er gebruik worden gemaakt van een TPMS-
ventielactiveringstool.
Er wordt een optie geboden om de huidige bandenset (zomer/winter) te selecteren.
Volg de instructies op het scherm, waar de volgorde wordt weergegeven waarin de
FastCheck
100
wielen geprogrammeerd moeten worden. Na het bedienen van de TPMS-
ventielactiveringstool naast het gewenste wiel, wordt bij een succesvolle actie een
bericht op het scherm weergegeven waarop wordt weergegeven dat de ventielcode
is waargenomen en vervolgens de desbetreffende ventielcode weergegeven. Nadat
alle 4 de wielcodes succesvol zijn waargenomen, wordt er een optie aangeboden om
de codes te programmeren.
Opmerking: Vergeet niet de correcte bandenspanningen te resetten als u klaar bent.
Problemen oplossen met betrekking tot de TPMS (controlesysteem van
de bandenspanning)
Als een ventiel niet reageert wanneer deze gestimuleerd wordt met een speciaal
gereedschap, dient u de volgende zaken te controleren:
De ventiel van de autoband is een TPMS-ventiel.
De TPMS-activeringstool wijst niet rechtstreeks naar de klepsteel. Het ventiel is van
metaal en voorkomt een goed RF-signaal. Op low-profile autobanden, is het
gebied voor de RF om de zijkant van de autoband te doordringen te smal. Richt
de TPMS-ventielactiveringstool dan voorzichtig halverwege tussen de velg en het
loopvlak van de band
Controleer of de batterijen in de TPMS-ventielactiveringstool en het TPMS-ventiel
nog voldoende geladen zijn.
Als er geen reactie komt van het ventiel na het uitvoeren van de controles, dan kan
het TPMS-ventiel defect zijn.
Handmatig TPMS-proces
BMW
Resetten leegloop (RPA – leegloopdetectie van de band)
Het leegloopsysteem bewaakt de drukt in de vier gemonteerde banden tijdens het
rijden met het voertuig.
Het systeem geeft een alarm als de bandenspanning aanzienlijk daalt ten opzichte van
de spanning in de andere banden.
De volgende BMW-voertuigen zijn uitgerust met het RPA-systeem:
BMW 3 serie (E90/E91/E92/E93)
BMW 5 serie (E60/E61)
BMW 7 serie (E65/E66/E67/E68)
BMW X3 (E83)
BMW X5 (E53)
Het is noodzakelijk om ONMIDDELLIJK na iedere correctie van de bandenspanning,
het vervangen van een band of wiel of na het aankoppelen of loskoppelen van een
aanhanger, het resetproces van de RPA te starten. Het resetproces MOET worden
gestart voordat er voor de eerste keer, na het optreden van een van de hierboven
genoemde gebeurtenissen, met het voertuig wordt gereden.
FastCheck
101
Als een resethandeling is vereist (tengevolge van een spanningsverandering in een van
de banden) stelt het voertuig de bestuurder hiervan op de hoogte middels het RPA-
waarschuwingslampje, dat rood brandt en het laten klinken van een akoestisch
signaal.
Als het RPA-waarschuwingslampje brandt, maar de kleur van het lampje geel is,
betekent dit dat het RPA-systeem niet werkt of defect is. In dit geval moet het systeem
met behulp van de scanfunctie van de servicetool worden gediagnosticeerd.
Het resetproces van de RPA kan afhankelijk van het model op twee verschillende
manieren worden gestart.
Voor voertuigen met een iDrive (BMW 5 serie (E60/E61), BMW 7 serie (E65/
E66/E67/E68)):
Open het menu in iDrive.
Selecteer de optie "Voertuiginstellingen".
Selecteer "FTM".
Start de motor maar begin NIET te rijden.
Selecteer "Stel de bandenspanning in".
Selecteer "Ja".
Rijd met het voertuig, het bericht "initialiseren" verschijnt op het scherm van de
iDrive.
Het resetproces wordt beëindigd vlak nadat er met het voertuig is gereden. Het
bericht "Status: "Actief" zou op het scherm van de iDrive weergegeven moeten
worden als het resetproces correct is beëindigd.
Als het voertuig stopt tijdens het resetproces wordt het resetproces onderbroken
en zodra het voertuig weer gaat rijden weer hervat.
FastCheck
102
Voor BMW 3 serie (E90/E91/E92/E93):
Start de motor maar begin NIET te rijden.
Gebruik de knop voor de menubediening op de hendel van de richtingaanwijzer
om omhoog of omlaag te bewegen tot het menu-onderdeel "RESETTEN"
verschijnt.
Druk op de knop Select (selecteren) aan het uiteinde van de hendel van de
richtingaanwijzer, om uw keuze van de resetoptie van de leegloopindicator te
bevestigen.
Houd de knop ongeveer 5 seconden ingedrukt tot het symbool "RESETTEN?"
wordt weergegeven.
Wegrijden. Het resetten wordt beëindigd zonder de bestuurder te waarschuwen
dat dit proces succesvol is verlopen. Als het resetproces niet correct is uitgevoerd
en het RPA-waarschuwingslampje rood brandt, moet het resetproces opnieuw
worden uitgevoerd.
Als het voertuig stopt tijdens het resetproces wordt het resetproces onderbroken
en zodra het voertuig weer gaat rijden weer hervat.
Voor BMW X3 (E53), BMW X5 (E83):
Start de motor maar begin NIET te rijden.
Houd de knop (zie schema hieronder) ongeveer 5 seconden ingedrukt of tot het
RPA-waarschuwingslampje geel brandt.
Het waarschuwingslampje zou 5 seconden lang moeten branden (geel) om aan te
geven dat het resetten is gestart.
Wegrijden. Het resetten wordt beëindigd zonder de bestuurder te waarschuwen
dat dit proces succesvol is verlopen. Als het resetproces niet correct is uitgevoerd
en het RPA-waarschuwingslampje rood brandt, moet het resetproces opnieuw
worden uitgevoerd.
Als het voertuig stopt tijdens het resetproces wordt het resetproces onderbroken
en zodra het voertuig weer gaat rijden weer hervat.
OM1345
FastCheck
103
Mini
Resetten leegloop (RPA – leegloopdetectie van de band)
Het leegloopsysteem bewaakt de drukt in de vier gemonteerde banden tijdens het
rijden met het voertuig.
Het systeem geeft een alarm als de bandenspanning aanzienlijk daalt ten opzichte van
de spanning in de andere banden.
Het is noodzakelijk om ONMIDDELLIJK na iedere correctie van de bandenspanning,
het vervangen van een band of wiel of na het aankoppelen of loskoppelen van een
aanhanger, het resetproces van de RPA te starten. Het resetproces MOET worden
gestart voordat er voor de eerste keer, na het optreden van een van de hierboven
genoemde gebeurtenissen, met het voertuig wordt gereden.
Als een resethandeling is vereist (tengevolge van een spanningsverandering in een van
de banden) stelt het voertuig de bestuurder hiervan op de hoogte middels het RPA-
waarschuwingslampje, dat rood brandt en het laten klinken van een akoestisch
signaal.
Als het RPA-waarschuwingslampje brandt, maar de kleur van het lampje geel is,
betekent dit dat het RPA-systeem niet werkt of defect is. In dit geval moet het systeem
met behulp van de scanfunctie van de servicetool worden gediagnosticeerd.
Het RPA-resetproces verloopt als volgt:
Start de motor maar begin NIET te rijden.
Houd de RPA-resetknop (zie schema hieronder) minstens 5 seconden ingedrukt of
tot het RPA-waarschuwingslampje op het paneel geel brandt.
Het waarschuwingslampje zou 5 seconden lang moeten branden (geel) om aan te
geven dat het resetten is gestart.
OM1346
FastCheck
104
Wegrijden. Het resetten wordt beëindigd zonder de bestuurder te waarschuwen
dat dit proces succesvol is verlopen. Als het resetproces niet correct is uitgevoerd
en het RPA-waarschuwingslampje rood brandt, moet het resetproces opnieuw
worden uitgevoerd.
Als het voertuig stopt tijdens het resetproces wordt het resetproces onderbroken
en zodra het voertuig weer gaat rijden weer hervat.
FastCheck
105
Locaties diagnose-aansluiting
Alfa Romeo J1962 Onder het dashboard van de
bestuurder of in de
zekeringkast.
3-pins Airbag/ABS
Motorcompartiment –
normaliter in het midden:
145, 146, 155, GTV/
Spider
Motorcompartiment –
normaliter rechts:
145, 146, 155, 164, GTV/
Spider
Onder dashboard –
bestuurderszijde:
147, 156, 166, GTV/
Spider
Handschoenenkastje
passagier:
145, 146, GTV/Spider
Audi 2-pins
ISO 9141.
Relaiskast van het
motorcompartiment.
J1962 De voetenruimte aan de
bestuurderszijde onder de
stuurkolom of de
middenconsole onder het
verwijderbare paneel.
CON0019
16 9
18
1/A 2/B 3/C
CON0029
CON0033
CON0019
16 9
18
FastCheck
106
BMW ronde 20-
pins
aansluiting
Motorcompartiment.
J1962 Als het voertuig is uitgerust
met een J1962 diagnose-
aansluiting, bevindt deze
zich gewoonlijk achter de
beschermkap in de
voetenruimte van de
bestuurder.
Opmerking: Als het geteste
BMW-voertuig zowel over
een ronde (20 pins)
diagnose-aansluiting
beschikt als over een J1962
(16 pins) aansluiting, moet
altijd de ronde aansluiting
worden gebruikt om toegang
te krijgen tot informatie via de
BMW-applicatie. De J1962-
aansluiting moet worden
gebruikt om toegang te
krijgen tot gegevens via de
EOBD-applicatie (zorg er
voor dat de kap wordt
bevestigd op de 20-pins
aansluiting. Als de kap niet
wordt bevestigd, zal de
J1962 aansluiting niet
correct werken.
CON0031
20 14
16
18
19 15
13
17
1
7
4
10
12 2
68
5
3
9
11
CON0019
16 9
18
FastCheck
107
Citroën J1962 Saxo - Onder dashboard -
passagierszijde.
AX (1997), Berlingo:
- Onder dashboard -
bestuurderszijde
C3, C6, C8, Xsara, Picasso,
Xantia, Evasion: -
Zekeringkast
instrumentenpaneel.
C5: - Handschoenenkastje.
C1: - Links van de
stuurkolom.
C6: - Compartiment
middenconsole.
30-pins
aansluiting
Saxo - Passagierszijde -
onder dashboard.
Berlingo, Synergie, Evasion:
- Bestuurderskant - onder
dashboard.
XM, Xantia: - Zekeringkast
instrumentenpaneel.
CON0019
16 9
18
CON0028
FastCheck
108
Fiat J1962 Onder het dashboard van de
bestuurder of in de
zekeringkast, met
uitzondering van de Palio/
RST, daar bevindt de
aansluiting zich in de
middenconsole, onder de
handrem.
3-pins Airbag/ABS
Onder dashboard –
bestuurderszijde/
handschoenenkastje
passagier:
Barchetta, Bravo-Brava,
Coupe, Doblo, Ducato,
Idea, Marea, Multipla,
Palio, Panda, Punto,
Seicento, Stilo
Motorcompartiment –
normaliter rechts:
Bravo-Brava, Croma,
Ducato, Marea, Palio,
Punto, Seicento
Motorcompartiment –
normaliter in het midden:
Bravo-Brava, Croma
Ford J1962 Courier, Fiesta, Ka: -
Passagierscompartiment -
onderaan de 'A'-stijl.
Focus, Mondeo, Scorpio: -
Centrale aansluitkast - onder
de stuurkolom.
Galaxy: - Achter de asbak -
middenconsole.
OV: - Zekeringskast in het
passagierscompartiment -
achter de
reservezekeringsbak.
Puma: - Passagierszijde -
onderaan de 'A'-stijl.
Cougar: - Onder
dashboardpaneel - midden.
CON0019
16 9
18
1/A 2/B 3/C
CON0029
CON0019
16 9
18
FastCheck
109
GM Opel /
Vauxhall
J1962 Corsa C, Astra G, Astra H,
Meriva, Vectra B, Zafira A,
Zafira B: - Onder
beschermkap - voor de
handrem.
Agila, Tigra, Speedster/
VX220, Sintra, Vivaro: -
Onder dashboard -
bestuurderszijde.
Astra F, Corsa B, Omega B: -
Zekeringskast -
passagierscompartiment.
Corsa C, Corsa D: -
Middenconsole - onder de
verwarmingsbedieningselem
enten.
Frontera, Vectra C, Signum: -
Middenconsole - onder
asbak.
Lancia J1962 Onder het dashboard van de
bestuurder of in de
zekeringkast, met
uitzondering van de Phedra
daar bevindt de aansluiting
zich in de voetruimte van de
bestuurder.
Land Rover J1962 In de voetenruimte van de
bestuurder of de passagier.
Defender - middenconsole
achter uitneembaar paneel.
CON0019
16 9
18
CON0019
16 9
18
CON0019
16 9
18
FastCheck
110
Mercedes
Benz
ronde 38-
pins
aansluiting
Motorcompartiment -
normaliter langs het
schutbord, maar de exacte
locatie kan variëren.
Opmerking: Voor voertuigen
die zowel de ronde 38-pins
aansluiting als de OBD II-
aansluiting hebben:
De ronde 38-pins
aansluiting moet altijd
worden gebruikt voor het
ophalen van data via de
Mercedes applicatie.
De OBD II aansluiting
moet alleen worden
gebruikt voor het ophalen
van data via de OBD II
applicatie.
J1962 De voetenruimte aan de
bestuurderszijde onder de
stuurkolom of de
middenconsole onder het
verwijderbare paneel.
ronde 14-
pins
aansluiting
(Sprinter)
De voetenruimte aan de
passagierszijde onder het
instrumentenpaneel, achter
de verwijderbare
afscherming.
Sommige bestelwagens van
Mercedes beschikken over
een ronde 14-pins
aansluiting die zich onder het
dashboard aan de
passagierszijde bevindt en
andere voertuigen
beschikken over een 16-pins
OBD II-aansluiting.
De ronde 14-pins aansluiting
moet altijd worden gebruikt
om data op te halen via de
Mercedes applicatie. Het
ondersteunt niet OBD II.
CON0030
31
4
10
17
23
30
36 38
35
29
22
16
9
CON0019
16 9
18
13
47
811
1214
CON0034
FastCheck
111
Mercedes
OBD-1
16-pins
aansluitblok
Motorcompartiment -
normaliter langs het
schutbord naast de
zekeringskast.
MG Rover J1962 De diagnose-aansluiting
bevindt zich op een van de
volgende locaties:
Achter de 'A' post
onderste trimpaneel in de
voetenruimte van de
bestuurder.
Op een steun in de
middenconsole.
De aansluiting wordt vaak
bevestigd op een steun
die gericht is naar de
binnenkant van de
console. Als dit het geval
is, dient de J1962
aansluiting van de steun
te worden verwijderd
voordat er verbinding
wordt gemaakt. Voor het
verwijderen van de
diagnose-aansluiting
moeten de beide vleugels
aan de achterkant van de
aansluiting worden
samengeknepen en de
aansluiting voorzichtig
worden losgemaakt van
de steun.
Oudere MGF: - De
J1962-aansluiting bevindt
zich in een
bekledingsplaat bij het
stuur, net boven de
interne zekeringskast.
CON0032
13
24
567 8
9 101112
13 14 15 16
CON0019
16 9
18
FastCheck
112
Peugeot J1962 106 (vanaf 1997): - Onder
dashboard - passagierszijde.
206, 306, 806, Partner
(vanaf 1997): - Onder
dashboard -
bestuurderszijde.
307 (tot 2004), 406 (1997 tot
2000), 807: - Zekeringkast
instrumentenpaneel.
107: - Links van de
stuurkolom.
307 (vanaf 2004): - Achter de
asbak in de middenconsole.
406 (vanaf 2000): -
Dashboard bestuurderszijde
(verwijder kleine plastic kap).
407, 607: - Compartiment
middenconsole.
30-pins
aansluiting
106 (tot 1997): -
Passagierszijde - onder
dashboard.
806, Partner (tot 1997): -
Bestuurderskant - onder
dashboard.
406 (tot 1997), 605: -
Zekeringkast
instrumentenpaneel.
Renault J1962 Clio: - Onder asbak -
middenconsole.
Espace: - Voetenruimte
passagier.
Kangoo: - Voetenruimte
bestuurder.
Laguna: - Middenconsole -
voor versnellingspook.
Laguna 2: - Middenconsole -
onder asbak.
Megane: - Voetenruimte
bestuurder.
Safrane: -
Motorcompartiment - Naast
zijkant voorvleugel.
Scenic: - Voetenruimte
bestuurder.
CON0019
16 9
18
CON0028
CON0019
16 9
18
FastCheck
113
Saab J1962 Voetenruimte bestuurder,
onder de stuurkolom.
Seat J1962 Alhambra: - Middenconsole/
Voetenruimte - Passagier.
Arosa: - Instrumentenpaneel
- Bestuurderszijde.
Ibiza, Cordoba: -
Middenconsole -
Bestuurderszijde.
Toledo: - Middenconsole.
Skoda J1962 Favourit, Felicia (1.3),
Forman: - Onder motorkap -
Schokdemperbevestig-
ingspunt - Bij stoel.
Felicia (1.6): - Voetenruimte -
Passagierszijde.
Octavia: - Opbergvak -
Bestuurderszijde.
Volvo J1962 S/V40: - Onder dashboard -
bestuurderszijde.
S/V/C70: - Achter de
handrem.
850: - Voor de
versnellingspook.
960: - Naast de handrem.
CON0019
16 9
18
CON0019
16 9
18
CON0019
16 9
18
CON0019
16 9
18
FastCheck
114
VW 2-pins
ISO 9141.
Relaiskast van het
motorcompartiment.
J1962 Bora: - Middenconsole.
Corrado, Passat: -
Dashboard - Midden.
Golf, Vento: - Dashboard -
Midden (verwijder asbak).
Lupo: - Middenconsole,
Opbergvak of Asbak voorin.
Polo: - Dashboard - Rechts.
Sharan: - Onder afdekking
versnellingspook.
Transporter: - Naast
instrumentenpaneel of
zekering/relaiskast -
Instrumentenpaneel.
Opmerking: Zie de
betreffende technische
handleiding voor meer
informatie.
CON0033
CON0019
16 9
18
Gebruikersmenu
115
Gebruikersmenu
Samenvatting
Gebruik de toetsen en om de gewenste applicatie te selecteren en druk op
om de selectie te bevestigen
Opmerking: Druk op om terug te keren naar het Hoofdmenu.
OBD DTC Opzoeken
Deze optie wordt gebruikt om een beschrijving van een bekende DTC op te zoeken.
1. Gebruik de en toetsen om de cursor onder het gewenste DTC-teken te
plaatsen, gebruik vervolgens de en toetsen en wijzig de vereiste tekens.
2. Druk op de toets om de DTC te bevestigen.
3. Druk op om terug te keren naar het Gebruikersmenu.
Als de unit de DTC herkent, verschijnt op het scherm de volledige beschrijving,
bijvoorbeeld P0100 - Massa of volume luchtstroom 'A'-circuit.
Als er meer dan een beschrijving beschikbaar is, verschijnt er een afzonderlijk menu
waarin u de gewenste optie kunt selecteren.
Als een code niet wordt herkend wordt het bericht 'Geen tekst toegewezen voor deze
code' weergegeven.
Opmerking: Druk op om terug te keren naar het Gebruikersmenu
Taalmenu
Via het Taalmenu kunt u de taal van de software wijzigen, indien beschikbaar.
1. Gebruik de toetsen en om de gewenste taal te selecteren.
2. Druk op om de selectie te bevestigen.
Opmerking: Dit menu is alleen geactiveerd als er meer dan één taal op de
servicetool is geïnstalleerd. Als er slechts één taal is geïnstalleerd, wordt het
bericht 'Nt in werk. gest.' (niet ingeschakeld) weergegeven als de optie Taalmenu
is geselecteerd en keert het display terug naar het gebruikersmenu.
GEBRUIKERSMENU
1. OBD DTC Opzoeken
2. Taalmenu
3. Testerinstelling
4. Zelftest
5. Softwareversie
6. Veiligheid
7. CAN-converter
8. iMux Harness
Gebruikersmenu
116
Testerinstelling
Via de testerinstelling kunt u actuele gegevenseenheden veranderen, de manier
veranderen waarop actuele gegevens worden weergegeven en het contrast van het
scherm wijzigen
1. Selecteer in het menu Testerinstelling de optie 'Dir.gegevnseenh.' (actuele
gegevensunits).
2. De huidige geselecteerde live data units (actuele gegevensunits) worden op het
scherm weergegeven. bijvoorbeeld 'metr. eenh. ingesteld', voor het weergeven
van de beschikbare opties.
3. Gebruik de en toetsen om de gewenste meeteenheden te selecteren en
bevestig uw keuze door op de toets te drukken. Na het updaten keert de unit
terug naar het menu Testerinstelling.
4. Selecteer in het menu Testerinstelling de optie 'Dir.Gege.Sche’.
5. De huidige geselecteerde optie 'Dir.gegevensscherm' (scherm actuele gegevens)
verschijnt op het scherm, voordat de beschikbare opties worden weergegeven
(bijvoorbeeld 'Norm.tekst ingesteld').
6. Gebruik de toetsen en om de gewenste schermoptie te selecteren en
bevestig uw keuze door op de toets te drukken. Na het updaten keert de unit
terug naar het menu Testerinstelling.
7. Selecteer in het menu Testerinstelling de optie 'Contrast'.
8. Gebruik de toetsen en om het contrast van het scherm te wijzigen en
bevestig uw keuze door op de toets te drukken. Na het updaten keert de unit
terug naar het menu Testerinstelling.
Opmerking: Druk op om terug te keren naar het menu 'Testerinstelling' .
DIR.GEGEVNSEENH
1. Metrieke eenheden
2. Britse eenheden
3. Amerikaanse. eenhed
DIR.GEGEV. SCHERM
1. Normale tekst
2. Afkortingen
Gebruikersmenu
117
Zelftest
1. Gebruik de toetsen en om de gewenste test te selecteren.
2. Druk op om de selectie te bevestigen.
3. Volg de aanwijzingen op het scherm, om de gespecificeerde test uit te voeren.
4. Druk op de toets of de toets om terug te keren naar het menu Zelftest.
Softwareversie
1. Als u de softwareversie heeft geselecteerd, verschijnt het versienummer van de
ContiSys OBD op het scherm voordat een lijst met alle softwaremodules wordt
weergegeven, inclusief de versienummers die recentelijk op de servicetool zijn
geladen.
2. Gebruik de toetsen en om door de lijst met softwaremodules te scrollen.
3. Druk op de toets of de toets om terug te keren naar het zelftestmenu.
Veiligheid
Alle applicaties op de Easycheck zijn 'vergrendeld' door een beveiligingscode. Om
een specifieke applicatie te ontgrendelen moet u de juiste beveiligingscode krijgen van
het Product Support Team en deze code invoeren in de ContiSys OBD. Als de
verwachte applicaties niet worden weergegeven in het hoofdmenu, kan het zijn dat de
beveiligingscode niet is ingevoerd of niet correct is ingevoerd.
Om dit te controleren of de beveiligingscode opnieuw in te voeren, dient u de
beveiligingsoptie in te voeren. Het volgende menu wordt weergegeven:
Toon beveiligingscode
1. Als deze optie is geselecteerd, wordt de beveiligingscode weergegeven op het
scherm en deze bestaat uit 25 tekens. Als deze code niet juist is wordt het bericht
ZELFTESTMENU
1. Zelftest uitvoern
2. Knippertest
3. Geheugentest
4. IIC Geheugentest
5. Voertuigcomm.test
6. PWM J1850-test
7. VPW J1850-test
8. CAN-comm.-test
9. Keypadtest
10. Displaytest
11. Toon alle kenmarke
BEVEILIGING
1. Toon bev. sleutel
2. Inv. bev. sleutel
3. Unit serienr.
Gebruikersmenu
118
"Code is ongeldig" weergegeven en de knop wordt weergegeven. De toets
kan worden ingedrukt voor verdere informatie, waarnaar de productsupport u
kan vragen.
2. Druk op de toets of de toets om terug te keren naar het Gebruikersmenu.
Invoeren beveiligingscode
Deze optie wordt gebruikt om de beveiligingscode in te voeren, om de geladen
applicatie op de ContiSys OBD vrij te geven.
1. Selecteer in het beveiligingsmenu de optie "Inv bev. sleutel".
2. Scroll met behulp van de en toetsen door de alfa/numerieke tekenlijst.
3. Bevestig ieder teken door de toets in te drukken.
4. Als u een fout maakt, gebruik dan de toets en voer het correcte teken in. Druk
op de toets om de code helemaal opnieuw in te voeren.
5. Als u verzocht wordt om het wachtwoord te bevestigen, dient u de toets in
te drukken om te bevestigen.
6. Start de OmiScan opnieuw door de voeding los te koppelen en vervolgens weer
aan te sluiten of door het tegelijk indrukken van de buitenste 4 knoppen op de
handset.
Opmerking: De knop geeft de instructies op het scherm weer. De knop kan
worden gebruikt om de handeling te annuleren, de originele code wordt
vastgehouden.
Unit serienr.
1. Als u het serienummer heeft geselecteerd, wordt het serienummer van de
ContiSys OBD op het scherm weergegeven. Dit nummer moet overeenkomen
met het nummer aan de achterkant van de unit. De productsupport kan u naar
het serienummer vragen, bij het uitgeven van beveiligingsnummers. De gebruiker
kan dit nummer niet wijzigen.
2. Druk op de toets om terug te keren naar het Gebruikersmenu.
Gebruikersmenu
119
CAN-converter (update firmware)
De optie CAN-converter geeft u de gelegenheid om de firmware van de CAN-
converterkabel (A2C59512664) te controleren en te updaten.
Opmerking: De CAN-converterkabel (YTD960) moet aangesloten zijn op deservicetool
voordat deze gebruikersmenuoptie kan worden gebruikt.
FW-versie ophalen
1. Selecteer het onderdeel "FW-versie ophalen" om de actuele versie van de
firmware in de CAN-converterkabel (A2C59512664) weer te geven.
2. Druk op om terug te keren naar het Gebruikersmenu.
Firmware updaten
1. Selecteer het onderdeel "FW-versie updaten" om de versie van de firmware in de
CAN-converterkabel (A2C59512664) te controleren en te updaten.
2. Een bericht wordt weergegeven met de actuele versie en of een latere versie van
de firmware beschikbaar is om de firmware in de CAN-converterkabel
(A2C59512664) te updaten. Druk op om terug te keren naar het
Gebruikersmenu. Druk op om verder te gaan met het updateproces.
Opmerking: Het updateproces mag niet worden onderbroken zodra dit is gestart en
de voeding mag tijdens het updateproces niet worden losgekoppeld.
iMUX Harness (Firmware update)
De optie CAN-converter geeft u de gelegenheid om de firmware van de multiplexkabel
(A2C59512985) te controleren en te updaten.
Opmerking: De multiplexkabel (A2C59512985) moet aangesloten zijn op
deservicetool voordat deze gebruikersmenuoptie kan worden gebruikt.
CAN-CONVERTER
1. FW-versie ophalen
2. Update FW-versie
IMUX HARNESS
1. FW-versie ophalen
2. Update FW-versie
Gebruikersmenu
120
FW-versie / bootmodus ophalen
1. Selecteer het onderdeel "FW-versie ophalen" om de actuele versie van de
firmware in de multiplexkabel (A2C59512985)) weer te geven.
2. Druk op om terug te keren naar het Gebruikersmenu.
3. Druk op. om de multiplex-kabel in de bootmodus te plaatsen, om geüpdatet
te worden. Volg de aanwijzingen op het scherm. De multiplex-kabel moet
opnieuw worden geprogrammeerd als het bericht wordt weergegeven om de
kabel opnieuw te bekrachtigen. Koppel de multiplex-kabel los van de voeding en
sluit hem vervolgens weer aan. Herprogrammeer door de optie 'FW-versie
updaten' te selecteren in het multiplexermenu.
Firmware updaten
Dit proces dient alleen te worden uitgevoerd als de multiplex-kabel in de bootmodus
staat.
1. Selecteer het onderdeel "Update FW-versie", de multiplex-kabel wordt nu
geüpdatet.
2. Een bericht wordt weergegeven om aan te geven dat de firmware geüpdatet is.
Druk op om verder te gaan met het updateproces
Opmerking: Het updateproces mag niet worden onderbroken zodra dit is gestart
en de voeding mag tijdens het updateproces niet worden losgekoppeld.
Algemene informatie
121
Algemene infor matie
Reinigen
Voor het handhaven van de goede staat en bruikbaarheid van de servicetool wordt
geadviseerd de onderstaande reinigingsprocedures te volgen:
Waarschuwing: Gebruik geen oplosmiddelen zoals op aardolie gebaseerde
middelen, aceton, benzine, trichloorethyleen, enz. Dit soort zware
oplosmiddelen kunnen de kunststof behuizing ernstig beschadigen. Sproei
of giet dit soort reinigingsmiddelen ook niet op een reinigingsdoek.
Waarschuwing: De servicetool is niet waterbestendig. Na het reinigen of als
er per ongeluk op de units is gemorst, dient u deze altijd grondig droog te
maken.
De fabrikant raadt u aan om regelmatig de volgende onderdelen van de servicetool te
controleren en te reinigen:
Behuizing
Display-scherm
Toetsenblok
Adapterkabels en aansluitingen
Om de servicetool of een van de kabels of aansluitingen hiervan schoon te maken,
dient u op een licht bevochtigde zachte doek een mild reinigingsmiddel aan te
brengen.
Waarschuwing: Voor het reinigen dient u de servicetool eerst los te
koppelen van het voertuig.
Displayscherm
Tijdens normaal gebruik kan het scherm stoffig of vies worden. Gebruik voor het
schoonmaken van het scherm altijd een zachte, schone, antistatische doek. Als
hardnekkige vlekken of strepen achterblijven, gebruik dan een niet-krassende
glasreiniger en breng deze aan op een zachte, schone doek. Veeg zachtjes met de
doek over het display tot de strepen zijn verwijderd.
Software-updates
Ga voor de nieuwste informatie over software-updates naar: www.contisys-
service.com.
Algemene informatie
122
Specificatie
Easycheck voldoet aan ISO/DIS 15031 Deel 4 als een EOBD-servicetool.
Vereiste spanning - 8,0 volt - 16,0 volt gelijkstroom
Vereiste stroom - max. 750 mA.
Display - 20 tekens over 4 regels LCD met LED achtergrondverlichting
Bereik operationele temperatuur - 0°C - 50°C
Conformiteitsverklaring
De OmiPro is CE-gemarkeerd en voldoet aan de volgende richtlijnen:
EN55022: 2010 - ITE Emissies (Klasse B)
EN50024: 2010 - Generieke EMC Immuniteit
Een exemplaar van de conformiteitsverklaring is op verzoek verkrijgbaar bij de
fabrikant of uw leverancier.
Bijlage A: Overzicht
123
Overzicht
Woordenlijst
Periode Beschrijving
J1962 De SAE-norm definieert de 16-pins aansluiting die gebruikt wordt voor
EOBD
ABS Antiblokkeerremsysteem
A/C airconditioning
AC luchtreiniger (wisselstroom)
LUCHT injectie secundaire lucht
A/T automatische transmissie of transaxle
AP gaspedaal
B+ positieve accuspanning
BARO Barometrische druk
CAC luchtkoeler laden
CARB Californian Air Resources Board
CFI permanente brandstofinjectie
CL gesloten lus
CKP Krukaspositiesensor
CKP REF Krukasreferentie
CM controlemodule
CMP Nokkenaspositiesensor
CMP REF nokkenasreferentie
BO Koolmonoxide
CO2 koolstofdioxide
CPP Positie koppelingspedaal
CTOX permanent oxidatieapparaat afscheider
CTP gesloten gaspedaalpositie
DEPS Digitale motorpositiesensor
DFCO decel brandstofafsluitmodus
DFI Directe brandstofinjectie
DLC data link aansluiting
DTC Diagnostische foutcode
DTM diagnostische testmodus
EBCM regelmodule elektronische rem
EBTCM regelmodule elektronische remtractie
EC motorcontrole
ECM module motorcontrole
ECL niveau motorkoeling
ECT temperatuur motorkoeling
Bijlage A: Overzicht
124
EEPROM Elektronisch uitwisbaar en programmeerbaar leesgeheugen van de
regeleenheid
EFE Vervroegde brandstofverdamping
EGR hercirculatie uitlaatgas
EGRT EGR-temperatuur
EI Elektronische ontsteking
EM motormodificatie
EOBD Europees boorddiagnosesysteem
EPROM Uitwisbaar en programmeerbaar leesgeheugen
EVAP verdampingsemissiesysteem
FC ventilatiecontrole
FEEPROM flash elektrisch wisbare te programmeren ROM
FF flexibele brandstof
FP brandstofpomp
FPROM Flash uitwisbaar en programmeerbaar leesgeheugen
FT Brandstofbijregeling
FTP federale testprocedure
GCM bestuurscontrolemodule
GEN dynamo
GND aarde
H2O water
HO2S verwarmde zuurstofsensor
HO2S1 stroomopwaarts verwarmde zuurstofsensor
HO2S2 stroomop- of afwaarts verwarmde zuurstofsensor
HO2S3 Verwarmde lambdasensor na katalysator
HC koolwaterstof
HVS hoogspanningschakelaar
HVAC Verwarming, ventilatie en airconditioningsysteem
IA Inlaatlucht
IAC regulering stationaire lucht
IAT temperatuur inlaatlucht
IC Regelcircuit ontsteking
ICM Regeleenheid ontsteking
IFI indirecte brandstofinjectie
IFS op massatraagheid werkende brandstofafsluiter
I/M Inspectie/Onderhoud
IPC instrumentenpaneel
ISC controle stationair draaien
Bijlage A: Overzicht
125
KOEC contact inschakelen, starten motor
KOEO contact inschakelen, motor uitschakelen
KOER contact inschakelen, motor draait
KS Klopsensor
KSM Klopsensormodule
LT lange termijn brandstofbeperking
MAF massa luchtstroomsensor
KAART Druksensor spruitstuk
MC mengselregeling
MDP differentiële druk spruitstuk
MFI meervoudige brandstofinjectie
MI storingsindicatorlamp
MPH Mijl per uur
MST oppervlaktetemperatuur spruitstuk
MVZ vacuümzone spruitstuk
MY modeljaar
NVRAM niet-volatiel RAM-geheugen
NOX stikstofoxiden
O2S zuurstofsensor
OBD boorddiagnosesystemen
OBD I Eerste generatie boorddiagnosesystemen
OBD-II Tweede generatie boorddiagnosesystemen
OC Oxidatiekatalysator
ODM uitvoercontrole-apparaat
OL open lus
OSC opslag zuurstofsensor
PAIR gepulste secundaire luchtinjectie
PCM regelmodule voedingsstroom
PCV positieve carterontluchting
PNP schakelaar parkeren / vrij
PROM programma ROM
PSA Drukschakelaarmechanisme
PSP stuurdruk voeding
PTOX periodieke afscheider oxidator
RAM RAM
RM relaismodule
ROM ROM
TPM Toeren per minuut
Bijlage A: Overzicht
126
SC oplader
SCB overlader bypass
SDM Diagnosemodus waarnemen
SFI Sequentiële brandstofinjectie
SRI Indicator herinnering onderhoudsbeurt
SRT Systeemgereedheidstest
ST kortdurende brandstofbeperking
TB gasklephuis
TBI injectie gasklephuis
TC Turbocompressor
TCC Aanhaalmoment koppelomvormer
TCM Regeleenheid transmissie of transaxle
TFP vloeistofdruk gaspedaal
TP Positie gasklep
TPS sensor positie gaspedaal
TVV thermische vacuümklep
TWC drieweg katalysator
TWC+OC Drieweg + oxidatiekatalysator
VAF volume luchtstroom
VCM Regeleenheid voertuig
VR spanningsregelaar
VS voertuigsensor
VSS rijsnelheidsensor
WU-TWC opwarmen drieweg katalysatoromzetter
WOT volgas
Bijlage B: Kabels
127
Kabels
Kabelidentificatie
ContiSys OBD-kabels
A2C59512072 - EOBD-aansluitkabel
A2C59512073 - EOBD-multiplexkabel
A2C59512076-updatekabel
CON0020
CON0021
112
4
32
10
11 AL
D
CB
I
J
K
CON0097
Bijlage B: Kabels
128
ContiSys OBD professional - kabels
A2C5951985 - Multiplex-kabel
A2C59513377 - updatedongle
Optionele kabels
A2C59512060 – VAG OBD-kabel
CON0099
CON0100
C
ON0022
Bijlage B: Kabels
129
A2C59512061 – PSA OBD-kabel
A2C59512065 – Mercedes sprinter-kabel
A2C59512066 – Mercedes OBD-kabel
CON0023
CON0077
CON0078
Bijlage B: Kabels
130
A2C59512067 – BMW OBD-kabel
A2C59512069 - Fiat/Alfa/Lancia OBD-kabel
CON0024
CON0025
Bijlage B: Kabels
131
Optioele kabels - Alleen ContiSys OBD
A2C59512070 - Fiat/Alfa/Lancia LS CAN-kabel
A2C59512664 - Snelle CAN-kabel
CON0026
CON0027
Bijlage B: Kabels
132
Verwijzingstabel nummer kabelonderdeel
Beschrijving VDO
onderdeelnr.
Nr. lang ATE-
onderdeel.
Nr. kort
ATE-
onderdeel
.
ContiSys OBD-kit A2C59512059 03.9301-2000.4 782000
ContiSys OBD Professional-kit A2C59513375 03.9301-2002.4 782002
Accessoires
- ContiSys OBD en OBD
Professional
ContiSys OBD - BMW-kabel A2C59512067 03.9301-2015.1 782015
ContiSys OBD - Fiat/Alfa/Lancia-
kabel
A2C59512069 03.9301-2017.1 782017
ContiSys OBD - Mercedes-kabel A2C59512066 03.9301-2014.1 782014
ContiSys OBD - Mercedes Sprinter-
kabel
A2C59512065 03.9301-2013.1 782013
ContiSys OBD - PSA-kabel A2C59512061 03.9301-2011.1 782019
ContiSys OBD - VAG-kabel A2C59512060 03.9301-2010.1 782010
Accessoires
- Alleen ContiSys OBD
ContiSys OBD - CAN-adapterkabel A2C59512664 03.9301-2012.1 782012
ContiSys OBD - Fiat/Alfa Romeo/
Lancia CAN-kabel
A2C59512070 03.9301-2018.1 782022
ContiSys OBD - Multiplexkabel A2C59512985 03.9301-2021.1 782021
ContiSys OBD - Koffer A2C59512097 03.9301-2020.1 782020
Software-updateservice
ContiSys Update-Plus (jaarlijkse
software-updatelicentie)
A2C59512077 03.9301-2105.1 782105
Bijlage C: Compatibiliteit met fabrikant
133
Compatibiliteit met fabrikant
EOBD-applicatie
De servicetool kan communiceren met voertuigen die voldoen aan de EOBD-normen
die zijn uitgerust met een J1962 diagnoseaansluiting Het onderstaande dient als
richtlijn te worden gebruikt:
Alle voertuigen met benzinemotor die vanaf 2000 zijn geproduceerd
Alle voertuigen met dieselmotor die vanaf 2004 zijn geproduceerd
Opmerking: Sommige fabrikanten installeerden al boorddiagnosesystemenvanaf
1994, maar deze voldeden niet allemaal voor 100% aan deze norm.
Bijlage C: Compatibiliteit met fabrikant
134
FastCheck toepassingen
De FastCheck-applicaties ondersteunen momenteel de volgende voertuigfabrikanten
Raadpleeg de meegeleverde 'Voertuigapplicatielijst' op de CD-ROM, om te bepalen
of een specifiek model voertuig wordt ondersteund.
Opmerking:Als een specifiek model niet in de lijst is opgenomen en het voertuig
geproduceerd is vanaf 2000, kan het model misschien toch via de J1962 diagnose-
aansluiting van het voertuig op het systeem worden aangesloten.
ABS SRS Accu Klimaat EPB Diesel V/bak SAS Service TPMS
Alfa Romeo X X X X X X
Audi XXX X XX XX X X
BMW X X X X X X X X
Citroen X X X X X X X
Fiat X X X X X X X
Ford X X X X X X X X
GM Opel /
Vauxhall
XX X X X X
Honda X X X
Hyundai X X X
Jaguar X X X X
Lancia X X X X X X X
Land Rover X X X X X X X X
Lexus X X X
Mazda X X X
Mercedes X X X X
MG Rover X
Mini X X X X X X X
Nissan X X X
Peugeot X X X X X X X
Renault X X X X X X
Saab X
Seat X X X X X X X X
Skoda X X X X X X X X
Toy o t a X X X
VolkswagenXXX X XX XX X X
Volvo X X X X X
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
135
Onderhoudsinterval handmatig resetten
Indicator herinnering onderhoudsbeurt (SRI)
Op sommige voertuigen is het niet mogelijk om met de servicetool de SRI te resetten
De fabrikanten van deze voertuigen hebben normaliter voor deze taak
resetgereedschappen. Op een aantal voertuigen is het echter mogelijk de SRI te
resetten via ingebouwde interfaces in het voertuig. De volgende procedures zijn de
meest standaard handmatig ingestelde SRI-resetprocedures.
Alfa Romeo
(1994 - 2000)
1. Zet de contactsleutel in de stand UIT.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt.
3. Zet de contactsleutel in de stand AAN.
4. Houd knop A ongeveer 10 seconden ingedrukt
5. Op het display verschijnt de waarde "0" en het symbool van de sleutel verdwijnt.
Alfa Romeo 156
1. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
2. Druk op het dashboard op de knop [INFO], om het functiemenu van het
dashboard te openen.
3. Gebruik de [+] en [-] knoppen op het dashboard om naar de optie ONDERHOUD
te navigeren en druk op [INFO] om een selectie te maken.
4. Houd de [+] en [-] knoppen minstens 10 seconden ingedrukt.
5. De instelling ‘Aantal kilometers tot onderhoud’ zou nu tot ongeveer 12500 mijl
moeten zijn gereset
6. Gebruik de [+] en [-] knoppen op het dashboard om naar de optie EINDE MENU
te navigeren en druk op [MODUS] om het functiemenu af te sluiten.
7. Schakel het contact uit.
CON0069 A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
136
Audi
Audi A4 en A6 (1995 - 1999)
1. Met de contactschakelaar in de stand UIT, dient u de knop A in te drukken en
deze ingedrukt te houden terwijl u het contact in de stand AAN zet
2. Het bericht “Onderhoudsolie” verschijnt. Als dit bericht niet wordt weergegeven,
herhaal dan stap 1.
3. Trek aan knop B tot het bericht is verdwenen
4. Op het display zou nu het bericht “Onderhoud ---”, moeten verschijnen, dat
aangeeft dat de SRI is gereset.
UNLEADED
FUEL ONLY
0
40 60 80
100
60
AIR
BAG
ABS
20
OK
18.8°F
0.0
MPG
PRN 432
EFCH
6
7
CON0035
AB
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
137
BMW
BMW 3 Serie (E46), BMW 7 Serie
(E38), BMW 5 Serie (E39) en
BMW X5 (E53) BMW X3 (E83) en BMW Z4 (E85)
Knop A met een pijl aangegeven in de tekeningen
The Service Interval Display (SIA) can be reset using the reset button for the trip
distance recorder on the instrument Rij
Opmerking: De op afstand gebaseerde inspectie kan alleen worden gereset als
ongeveer 10 liter brandstof verbruikt is sinds het vorige resetproces. De op tijd
gebaseerde inspectie kan alleen worden gereset als ongeveer 20 dagen verstreken is
sinds het vorige resetproces
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Houd de knop ingedrukt en schakel het contact in de stand I.
4. Houd de knop 5 seconden ingedrukt tot de status van het onderhoud wordt
weergegeven.
5. Het display geeft nu de afstand tot het volgende onderhoud aan en het vereiste
type onderhoud (OLIEBEURT of INSPECTIE). Als deresterende afstand met ‘rSt’
wordt weergegeven, kan het onderhoudsintervalworden gereset
6. Druk 5 seconden op knop A, om de afstand van de onderhoudslimiet te resetten
De 'rSt' (of reset) knippert op het display Als de reset niet nodig is, wacht dan tot
‘rSt’ (of reset) niet meer knippert, voordat u verdergaat Druk nogmaals op knop
A, voordat 'rSt' 5 keer knippert, om de afstand van de onderhoudslimiet te
resetten De nieuwe afstand tot het volgende onderhoud wordt 5 seconden lang
weergegeven.
CON0073
AA
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
138
Opmerking: Voor voertuigen die niet zijn voorzien van op tijd gebaseerde
inspectie, zal 'End SIA' worden weergegeven met de resterende afstand tot het
volgende onderhoud Voor voertuigen die wel beschikken over een op tijd
gebaseerde inspectie, wordt de status weergegeven van een op tijd gebaseerde
inspectie.
7. Het display geeft nu de resterende tijd aan tot de volgende onderhoudsbeurt. Als
de resterende tijd met ‘rSt’ wordt weergegeven, kan het onderhoudsinterval
worden gereset
8. Druk 5 seconden op knop A, om de tijd van de onderhoudslimiet te resetten De
'rSt' (of reset) knippert op het display Als de reset niet nodig is, wacht dan tot ‘rSt’
(of reset) niet meer knippert, voordat u verdergaat Druk nogmaals op knop A,
voordat 'rSt' 5 keer knippert, om de tijd van de onderhoudslimiet te resetten De
nieuwe tijd tot het volgende onderhoud wordt 5 seconden weergegeven.
9. Nu zal ‘End SIA’ worden weergegeven met de resterende tijd tot het volgende
onderhoud
Citroën
Berlingo 1999 - 2002
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
CON0048
A
km/h
MPH
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
139
Berlingo vanaf 2002
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
C3
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop ingedrukt totdat op het display de waarde '0' wordt weergegeven
en het pictogram van de sleutel is verdwenen.
CON0049
A
km/h
CON0042
A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
140
C5
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
C8
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop ingedrukt totdat op het display de waarde '0' wordt weergegeven
en het pictogram van de sleutel is verdwenen.
CON0045
A
CON0047
A
STOP
+/-
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
141
Verzenden/Schokkerig
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
Relais II/Jumper II (vanaf 2002)
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
CON0046 A
CON0050
A
rpm x 100
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
142
Saxo
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
Synergie / Evasion
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
CON0041
A
CON0046 A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
143
Xantia
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop ingedrukt. Het pictogram van de sleutel en het onderhoudsinterval
brandt 5 seconden en gaat daarna uit.
Xsara (1997 - 2000)
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop ingedrukt. Het pictogram van de sleutel en het onderhoudsinterval
brandt 5 seconden en gaat daarna uit.
CON0076
A
CON0043
A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
144
Xsara (vanaf 2000)
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
Xsara Picasso
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
CON0043
A
CON0044
A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
145
Fiat
(1994 - 2000)
1. Zet de contactsleutel in de stand UIT.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt.
3. Zet de contactsleutel in de stand AAN.
4. Houd knop A ongeveer 10 seconden ingedrukt
5. Op het display verschijnt de waarde "0" en het symbool van de sleutel verdwijnt.
Ford
Transit (2000)
Om het onderhoudslampje uit te schakelen (symbool steeksleutel) dient u de volgende
stappen uit te voeren:
1. Zet de contactsleutel in de stand UIT.
2. Houd het rempedaal en het gaspedaal ingedrukt.
3. Zet de contactsleutel in de stand AAN, terwijl de twee pedalen blijven ingetrapt.
4. Trap de pedalen minstens 15 seconden in.
5. De SIA-indicator (steeksleutel) gaat knipperen als het resetproces voltooid is.
6. Laat de pedalen los als de SIA-indicator knippert
7. Schakel het contact uit.
CON0069 A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
146
Galaxy (2000 - 2006)
1. Zet de contactsleutel in de stand AAN.
2. Druk op knop A en houd deze ingedrukt tot het display 'ONDERHOUD' is gewist.
3. Zet de contactsleutel in de stand UIT.
Opmerking: Afhankelijk van het type onderhoud kan het zijn dat de procedure 1,
2 of 3 keer moet worden uitgevoerd:
OEL (Olieverversingsbeurt) - Iedere 12.000 kilometer / 7.500 mijl = 1.
IN 01 (Inspectiebeurt) - Iedere 24.000 kilometer / 15.000 mijl = 2.
IN 02 (Extra onderhoudswerkzaamheden) - Iedere 48.000 kilometer / 30.000 mijl
= 3.
OM1059
STOP
m
ph
k
m
/
h
A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
147
GM Opel / Vauxhall
Omega-B, Vectra-B vanaf 1999
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop ingedrukt tot er drie streepjes worden weergegeven "---".
5. Schakel het contact uit, om te controleren of het onderhoudsverzoek is gewist.
CON0072
A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
148
Lancia
(1994 - 2000)
1. Zet de contactsleutel in de stand UIT.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt.
3. Zet de contactsleutel in de stand AAN.
4. Houd knop A ongeveer 10 seconden ingedrukt
5. Op het display verschijnt de waarde "0" en het symbool van de sleutel verdwijnt.
CON0069 A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
149
Land Rover
Range Rover III vanaf 2002 (alle modellen behalve Japan en NAS)
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Houd de knop ingedrukt en schakel het contact in de stand I.
4. Houd de knop 5 seconden ingedrukt tot "SIA RESET" wordt weergegeven.
5. Het display geeft nu de afstand tot het volgende onderhoud aan en het vereiste
type onderhoud (OLIEBEURT of INSPECTIE).
6. Controleer of de afstand voor een onderhoudsbeurt is bereikt.
a. Zo ja, ga verder naar stap 9
b. Indien niet, ga verder naar de volgende stap
7. Druk eenmaal op knop A . Het display geeft de datum van het onderhoud weer.
8. Controleer of de datum voor het onderhoud is bereikt.
a. Zo ja, ga verder naar stap 11
b. Indien niet, ga verder naar stap 10
9. Druk 5 seconden de knop A in, als de afstand is bereikt waarbij onderhoud moet
plaatsvinden. "RESET" knippert op het display. Druk nogmaals op knop A ,
voordat "RESET" 5 keer knippert, om de limiet voor de datum van het onderhoud
te resetten. De nieuwe afstand tot het volgende onderhoud wordt 5 seconden
voor de datum van het onderhoud weergegeven.
10. Druk éénmaal op knop A om de controle van het onderhoudsinterval te
beëindigen en het geheel te resetten.
11. Druk op knop A en houd deze 5 seconden ingedrukt als de datum is bereikt
waarbij onderhoud moet plaatsvinden. RESET" knippert op het display. Druk
nogmaals op knop A , voordat "RESET" 5 keer knippert, om de limiet voor de
datum van het onderhoud te resetten. De nieuwe datum tot het volgende
onderhoud wordt 5 seconden voor de datum van het onderhoud weergegeven.
12. Schakel het contact uit.
CON0071
A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
150
Mercedes
Mercedes (1998 - 2007)
Met het flexibel onderhoudssysteem en multifunctionele
bedieningselementen op het stuurwiel
1. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
2. Gebruik de en knoppen om door het multifunctionele display te
scrollen tot de de dagteller en de kilometerteller worden weergegeven of in het
geval van een afzonderlijk display voor de kilometerteller, blijven scrollen tot de
buitentemperatuur wordt weergegeven.
3. Gebruik de knoppen en om door het multifunctionele display te
scrollen
tot de dienstindicator of wordt weergegeven.
4. Druk op het instrumentenpaneel de knop ongeveer 3 seconden in, tot de
volgende vraag op het multifunctionele display wordt weergegeven:
WILT U HET ONDERHOUDSINTERVAL RESETTEN? BEVESTIGEN DOOR R IN
TE DRUKKEN
of
ONDERHOUDSINTERVAL? R-KNOP 3 SEC INDRUKKEN OM TE RESETTEN
5. Druk nogmaals op de knop van het instrumentenpaneel en houd deze
ingedrukt, tot er een geluidssignaal klinkt.
6. Het nieuwe onderhoudsinterval verschijnt op het multifunctionele display.
Opmerking: De verwijst naar de resetknop van de dagteller.
Mercedes (1998 - 2002)
Met het flexibel onderhoudssysteem en zonder multifunctionele
bedieningselementen op het stuurwiel
1. Zet de contactschakelaar in de stand AAN en druk onmiddellijk twee keer binnen
1 seconde op de knop naast het digitale display.
De huidige status voor dagen en afstand wordt weergegeven.
2. Zet de contactschakelaar binnen 10 seconden in de stand UIT.
3. Druk op de knop en houd deze ingedrukt terwijl u de contactschakelaar in de
stand AAN zet. Wederom wordt de huidige status voor dagen of afstand
weergegeven.
4. Na ongeveer 10 seconden krijgt u een bevestigingssignaal te horen en op het
display verschijnt 10.000 mijl (15.000 km). Laat de knop los.
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
151
Peugeot
106
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
206
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
CON0051
A
CON0052
A
km/h
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
152
306
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
307
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
CON0053 A
CON0054
STOP
mph
km/h
A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
153
406
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
607
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
CON0055
km/h
A
CON0056
km/h
A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
154
806
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
807
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop ingedrukt totdat op het display de waarde '0' wordt weergegeven
en het pictogram van de sleutel is verdwenen.
CON0057 A
CON0058
A
STOP
+/-
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
155
Boxer II vanaf 2002
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
Expert
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
CON0061
A
rpm x 100
CON0057 A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
156
Partner 1999 - 2002
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
Partner vanaf 2002
1. Schakel het contact uit.
2. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
3. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
4. Houd de knop 10 seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt nu de waarde "0" en het pictogram van de sleutel
verdwijnt.
CON0059
A
km/h
MPH
CON0060
A
km/h
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
157
Renault
Oliepeil
Het weergegeven lampje is een waarschuwingsindicator dat aangeeft als het oliepeil
te laag is en is geen indicator voor het onderhoudsinterval. Als het motoroliepeil
correct is, zal dit lampje automatisch uitgaan.
Storingsindicatielampje (MIL)
De hierboven weergegeven lampjes zijn storingsindicatielampjes (MIL) en zijn geen
indicators voor het onderhoudsinterval. Als een van deze lampjes branden is er een
probleem met het voertuig. Voor meer informatie raadpleeg de documentatie van de
fabrikant.
CON0062
km/h
km
CON0063
km/h
SERV
CON0064
SERVICE
km/h
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
158
Clio III (modellen met boordcomputer; vanaf 2006)
Scenic II (modellen met boordcomputer; vanaf 2003)
1. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
2. Druk op de resetknop A of B aan het uiteinde van de hendel van de ruitenwisser
en laat deze los als de onderhoudsinformatie 'Afstand tot volgend onderhoud'
wordt weergegeven
3. Houd de knop 10 seconden ingedrukt tot permanent de afstand tot het volgende
onderhoud op het display wordt weergegeven. De indicator geeft dan het
geschikte onderhoudsinterval weer (bijv. 6000 mijl/10.000 km).
4. Laat de resetknop los.
5. Schakel het contact uit.
Laguna (modellen met een boordcomputer; 1994 - 1998)
1. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
2. Druk op resetknop A totdat het pictogram van de sleutel knippert.
3. Houd de knop ingedrukt tot het pictogram van de sleutel stopt met knipperen en
blijft branden.
De indicator geeft het geschikte onderhoudsinterval aan (bijvoorbeeld 6.000 mijl
/ 10.000 km).
4. Laat de resetknop los.
5. Schakel het contact uit.
CON0074
A,B
CON0065 A
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
159
Laguna II (vanaf 2001)
1. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
2. Druk herhaaldelijk op resetknop A totdat het pictogram van de sleutel knippert en
de afstand tot de volgende onderhoudsbeurt op het display van de kilometerteller
wordt weergegeven.
3. Druk op knop B en houd deze ingedrukt totdat het display 8 keer heeft
geknipperd
4. Laat knop B los Het nieuwe onderhoudsinterval wordt nu weergegeven.
5. Schakel het contact uit.
Megane II (modellen met boordcomputer; vanaf 2003)
1. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
2. Druk op de resetknop A aan het uiteinde van de hendel van de ruitenwisser en
laat deze los als de onderhoudsinformatie wordt weergegeven.
3. Druk 10 seconden op knop B totdat op het display permanent het volgende
onderhoudsinterval wordt weergegeven. De indicator geeft dan de geschikte
afstand tot het volgende onderhoud aan (bijv. 6000 mijl/10.000 km).
4. Laat de resetknop los.
5. Schakel het contact uit.
CON0066
A
B
CON0075
A
B
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
160
Safrane
1. Druk op de knop A en houd deze ingedrukt
2. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
3. Houd de knop ingedrukt tot het pictogram van de sleutel stopt met knipperen en
blijft branden.
De indicator geeft het geschikte onderhoudsinterval aan (bijvoorbeeld 6.000 mijl
/ 10.000 km).
4. Laat de resetknop los.
5. Schakel het contact uit.
Vel Satis
1. Zet het contact van het voertuig in de stand AAN.
2. Druk herhaaldelijk op resetknop A totdat het pictogram van de sleutel knippert en
de afstand tot de volgende onderhoudsbeurt op het display van de kilometerteller
wordt weergegeven.
3. Druk op knop B en houd deze ingedrukt totdat het display 8 keer heeft
geknipperd
4. Laat knop B los Het nieuwe onderhoudsinterval wordt nu weergegeven.
5. Schakel het contact uit.
CON0068
A
CON0067
A
B
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
161
Smart
Roadster
1. Schakel het contact in en selecteer binnen 4 seconden het display voor het
onderhoudsinterval, door op het instrumentenpaneel knop A in te drukken
(herhaaldelijk uitvoeren tot het onderhoudsinterval wordt weergegeven).
2. Houd knop A ingedrukt en schakel het contact uit
3. Schakel het contact in als knop A is ingedrukt en wacht 10 seconden. De
onderhoudsindicator wordt nu gerest.
4. Laat knop A los, het type en de afstand tot de volgende onderhoudsbeurt wordt
weergegeven.
Onderhoudstype Symbool
Onderhoud A Een sleutel weergegeven
Onderhoud B Twee sleutels weergegeven
A
C
ON0070
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
162
Volkswagen
Cabrio, Golf III, GTi, Jetta III (1993 - 1995) en Jetta (1996)
Een van de vier servicecodes kan worden weergegeven op het instrumentenpaneel
overeenkomstig de afgelegde afstand. Iedere weergegeven servicecode bepaalt het
type of niveau van het vereiste onderhoud. Als het contact is ingeschakeld, zal de
servicecode ongeveer 3 seconden knipperen in het displayvenster van de
kilometerteller. Als er een onderhoudsbeurt uitgevoerd moet worden (iedere 12.000
Km / 7.500 mijl), zal de overeenkomstige servicecode ongeveer 60 seconden lang
gaan knipperen. De vier beschikbare servicecodes zijn:
IN 00 (Geen onderhoud noodzakelijk)
OEL (Olieverversingsbeurt) - Iedere 12.000 Km (7.500 mijl)
IN 01 (Inspectiebeurt) - Iedere 24.000 Km (15.000 mijl)
IN 02 (Extra onderhoudswerkzaamheden) - Iedere 48.000 Km (30.000 mijl)
Na het uitvoeren van de vereiste onderhoudswerkzaamheden, moet iedere
weergegeven servicecode afzonderlijk worden gerest. Bij 24.000 km (15.000 mijl)
bijvoorbeeld moeten de servicecodes OEL en IN 01 beide worden gereset.
1. Om de SRI te resetten moet u de contactschakelaar in de stand AAN zetten. Druk
op de resetknop A van de kilometerteller en houd deze ingedrukt. Terwijl u knop
A ingedrukt houdt, dient u de contactschakelaar in de stand UIT te zetten.
2. Servicecode “OEL” wordt weergegeven. Als u de teller wilt resetten, dient u knop
B in te drukken en deze ingedrukt te houden tot er 5 streepjes op het display
verschijnen.
3. Druk, indien nodig, op knop A om "IN 01" weer te geven. Als u de teller wilt
resetten, dient u knop B in te drukken en deze ingedrukt te houden tot er 5
streepjes op het display verschijnen.
4. Druk, indien nodig, op knop A om "IN 02" weer te geven. Als u de teller wilt
resetten, dient u knop B in te drukken en deze ingedrukt te houden tot er 5
streepjes op het display verschijnen.
5. Als u de resetmodus wilt afsluiten, dient u de contactschakelaar in de stand AAN
te zetten.
6. Als “IN 00” wordt weergegeven, dient u de contactschakelaar in de stand UIT te
zetten.
CON0036
AB
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
163
Volvo
Volvo 240 (1986 - 1989)
Reik achter het instrumentenpaneel en duw tegen de hendel die zich tussen de
toerenteller en snelheidsmeter bevindt.
Volvo 240 (1990 - 1993)
1. Verwijder de stekker van het oppervlak van het instrumentenpaneel, die zich
tussen de klok en de snelheidsmeter bevindt.
2. Plaats een smal gereedschap in de opening en druk op de resetknop.
PARKING
BRAKE
SER-
VICE
120
km/h
MPH
0
7
0
CON0038
60005000
km/h
93
10
20
30
mph
40
20
CON0039
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
164
Volvo 740 (1986 - 1988)
Reik achter het instrumentenpaneel en duw op de knop die zich links van de
snelheidsmeter bevindt.
Volvo 740 (1989 - 1992)
1. Verwijder de stekker van het oppervlak van het instrumentenpaneel, die zich
tussen de klok en de snelheidsmeter bevindt.
2. Plaats een smal gereedschap in de opening en druk op de resetknop.
6
39
0005000
km/h
mph
ser-
vice
CON0037
60005000
km/h
93
10
20
30
mph
40
20
CON0039
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
165
Volvo 760 (1986 - 1990)
1. Verwijder de stekker van het oppervlak van het instrumentenpaneel, die zich
tussen de klok en de snelheidsmeter bevindt.
2. Plaats een smal gereedschap in de opening en druk op de resetknop.
Volvo 780 (1988 - 1990)
Reik achter het instrumentenpaneel en duw op de knop die zich links van de
snelheidsmeter bevindt.
60005000
km/h
93
10
20
30
mph
40
20
CON0039
6
39
0005000
km/h
mph
ser-
vice
CON0037
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
166
Volvo 850 (1993 - 1995) uitgerust met het Yazaki instrumentenpaneel
Opmerking: Bij dit instrumentenpaneel bevindt de kilometerteller zich boven de naald
van de snelheidsmeter.
1. Verwijder de stekker van het oppervlak van het instrumentenpaneel, die zich
tussen de klok en de snelheidsmeter bevindt.
2. Plaats een smal gereedschap in de opening en druk op de resetknop.
60005000
km/h
93
10
20
30
mph
40
20
CON0039
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
167
Volvo 850 (1993 - 1995) uitgerust met het VDO instrumentenpaneel
Opmerking: Bij dit instrumentenpaneel bevindt de kilometerteller zich onder de naald
van de snelheidsmeter.
1. Met de contactschakelaar in de stand AAN en de motor uit.
De diagnosemodule bevindt zich in het motorcompartiment naast de bevestiging van de linker
ophanging
2. Sluit de testkabel van de diagnosemodule aan op aansluiting 7.
3. Druk op de diagnosemodule 4 keer snel achter elkaar op de resetknop.
4. Als de LED op de diagnose-unit brandt en blijft branden, dient u eenmaal op de
resetknop te drukken.
5. Als de LED brandt en blijft branden, dient u 5 keer snel achter elkaar op de knop
te drukken.
6. Als de LED brandt dient u nogmaals op de knop te drukken.
7. De LED zal diverse keren knipperen om aan te geven dat de reeks correct is
ingevoerd en de SRI is gereset.
8. Verwijder de testkabel van aansluiting 7 en zet de contactschakelaar in de stand
"UIT".
C
ON0040
1
2
3
5
6
7
Bijlage D: Onderhoudsinterval handmatig resetten
168
Volvo 940 (1991 - 1995)
1. Verwijder de stekker van het oppervlak van het instrumentenpaneel, die zich
tussen de klok en de snelheidsmeter bevindt.
2. Plaats een smal gereedschap in de opening en druk op de resetknop.
Volvo 960 (1991 - 1995)
1. Verwijder de stekker van het oppervlak van het instrumentenpaneel, die zich
tussen de klok en de snelheidsmeter bevindt.
2. Plaats een smal gereedschap in de opening en druk op de resetknop.
60005000
km/h
93
10
20
30
mph
40
20
CON0039
60005000
km/h
93
10
20
30
mph
40
20
CON0039
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173

VDO CONTISYS OBD Handleiding

Type
Handleiding