Siemens HB574AER0 de handleiding

Type
de handleiding
Inbouwoven
HB.74....
nl
Gebruikershandleiding en installatie-instructies
Register your product on My Siemens and discover
exclusive services and offers.
siemens-home.bsh-group.com/welcome
The future moving in.
Siemens Home Appliances
nl Veiligheid
2
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid................................................................2
2 Materiële schade vermijden ..................................5
3 Milieubescherming en besparing..........................6
4 Uw apparaat leren kennen.....................................7
5 Accessoires............................................................9
6 Voor het eerste gebruik .......................................11
7 De Bediening in essentie.....................................11
8 Snel voorverwarmen............................................12
9 Tijdfuncties...........................................................12
10 Programma's ........................................................13
11 Kinderslot .............................................................15
12 Basisinstellingen .................................................15
13 Reiniging en onderhoud ......................................16
14 Zelfreiniging ........................................................18
15 Reinigingsondersteuning humidClean...............19
16 Rekjes ...................................................................20
17 Apparaatdeur........................................................20
18 Storingen verhelpen ............................................23
19 Afvoeren ...............................................................25
20 Servicedienst........................................................25
21 Zo lukt het.............................................................25
22 MONTAGEHANDLEIDING ....................................29
22.1 Algemene montage-instructies ......................
...29
1 Veiligheid
Houd de informatie omtrent veiligheid aan, zo-
dat u het apparaat veilig kunt gebruiken.
1.1 Algemene aanwijzingen
Hier vindt u algemene informatie over deze
gebruiksaanwijzing.
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door. Alleen dan kunt u het apparaat veilig
en efficiënt gebruiken.
¡ Deze gebruiksaanwijzing is bestemd voor
de monteur en de gebruiker van het appa-
raat.
¡ Neem de veiligheidsvoorschriften en waar-
schuwingen in acht.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Controleer het apparaat na het uitpakken.
Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Om het apparaat veilig en op de juiste manier
te gebruiken dient u de aanwijzingen over het
beoogd gebruik in acht te nemen.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ conform deze gebruiksaanwijzing en mon-
tagehandleiding.
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Voorkom risico's voor kinderen en kwetsbare
personen.
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
Veiligheid nl
3
1.4 Veiliger gebruik
Neem bij gebruik van het apparaat de veilig-
heidsaanwijzingen in acht.
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
→"Accessoires", Pagina9
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte
worden bewaard kunnen vlam vatten.
Bewaar geen brandbare voorwerpen in de
binnenruimte.
Open nooit de deur wanneer er sprake is
van rookontwikkeling in het apparaat.
Schakel het apparaat uit en haal de stekker
uit het stopcontact of schakel de zekering
in de meterkast uit.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Wanneer de apparaatdeur geopend wordt,
ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier
kan dan de verwarmingselementen raken en
vlam vatten.
Tijdens het voorverwarmen mag er nooit
bakpapier los op de accessoires liggen.
Verzwaar het bakpapier altijd met een
vorm.
Bakpapier alleen op het benodigde opper-
vlak leggen.
Het bakpapier mag niet uitsteken over de
accessoires.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Het apparaat wordt zeer heet.
Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of
verwarmingselementen aanraken.
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
In de binnenruimte kunnen alcoholdampen
vlam vatten.
Nooit gerechten klaarmaken die een hoog
percentage alcohol bevatten.
Slechts kleine hoeveelheden drank met een
hoog alcoholpercentage gebruiken.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Tijdens het openen niet te dicht bij het ap-
paraat staan.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
Geen schraper, scherpe of schurende
schoonmaakmiddelen gebruiken.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
nl Veiligheid
4
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigde apparaat gebrui-
ken.
Nooit een apparaat met gescheurd of ge-
broken oppervlak gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
"Neem contact op met de servicedienst."
→Pagina25
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
WAARSCHUWING‒Gevaar:
magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningsele-
menten bevinden zich permanente magneten.
Deze kunnen elektronische implantaten, zoals
pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.
Dragers van elektronische implantaten die-
nen een afstand van minstens 10 cm tot
het bedieningspaneel aan te houden.
1.5 Halogeenlamp
Houd deze instructie aan bij apparaten met
halogeenlampen.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel
heet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-
staat er nog een risico van verbranding.
Glazen kapje niet aanraken.
Tijdens het schoonmaken contact met de
huid vermijden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij vervanging van de lamp in de binnenruim-
te staan de contacten van de lampfitting on-
der stroom.
Trek voordat u tot vervanging over gaat de
netstekker uit het stopcontact of schakel de
zekering in de meterkast uit.
1.6 Reinigingsfunctie
Bij gebruik van de reinigingsfunctie dient u de
veiligheidsaanwijzingen in acht te nemen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
tijdens de reiniging vlam vatten.
Verwijder altijd de grove verontreiniging uit
de binnenruimte voordat de reiniging start.
Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv.
droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
Voorkant van het apparaat vrijhouden.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote
hitte in het bereik van de deur.
De dichting niet schuren en niet afnemen.
Nooit het apparaat met beschadigde af-
dichting of zonder afdichting gebruiken.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig
gevaar voor de gezondheid!
Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reini-
gen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vor-
men wordt aangetast en er ontstaan giftige
gassen.
Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit
platen en vormen met een antiaanbaklaag
meereinigen.
Accessoires nooit meereinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar
voor de gezondheid!
Met de reinigingsfunctie wordt de binnenruim-
te verwarmd naar een heel hoge temperatuur,
zodat voedsel dat is achtergebleven na roos-
teren, grillen en bakken eraf wordt gebrand.
Bij dit proces komen dampen vrij die de slijm-
vliezen kunnen irriteren.
Zorg dat de keuken goed wordt geventi-
leerd terwijl de reinigingsfunctie wordt uit-
gevoerd.
Blijf niet langdurig in de ruimte.
Houd kinderen en huisdieren weg.
Volg de instructies ook wanneer u de ver-
traagde startfunctie met een vertraagde
eindtijd gebruikt.
Materiële schade vermijden nl
5
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het
reinigen.
Nooit de apparaatdeur openen.
Het apparaat laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
Nooit de apparaatdeur aanraken.
Het apparaat laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
2 Materiële schade vermijden
Ter voorkoming van materiële schade, aan het appa-
raat, de accessoires of keukenvoorwerpen dient u de
aanwijzingen in acht te nemen.
2.1 Algemeen
Houd deze aanwijzing aan wanneer u het apparaat ge-
bruikt.
LET OP!
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
Geen folie, van welk type dan ook, of bakpapier op
de bodem van de binnenruimte leggen.
Geen accessoires op de bodem van de binnenruim-
te leggen.
Geen vorm op de bodem van de binnenruimte
plaatsen wanneer er een temperatuur van meer dan
50°C ingesteld is.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanen-
te verkleuringen ontstaan.
Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in con-
tact komen met de deurruit.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere
tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur
open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den
duur beschadigd.
Na een bereiding met hoge temperaturen de bin-
nenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur be-
klemd raakt.
Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte
met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken.
Niets op de open deur zetten of leggen en niet er-
aan hangen.
Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi-
res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat-
deur wanneer deze gesloten wordt.
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan de-
ze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het
apparaat niet.
Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of
dragen.
nl Milieubescherming en besparing
6
3 Milieubescherming en besparing
Bescherm het milieu door het apparaat op een hulp-
bronnenbesparende manier te gebruiken en herbruik-
bare materialen op de juiste manier af te voeren.
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept
of de insteladviezen dit aangeven.
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 min. voor
het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnen-
ruimte.
¡
Overbodige accessoires hoeven dan niet te worden
verwarmd.
Diepvriesgerechten voor de bereiding laten ontdooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Uw apparaat leren kennen nl
7
4 Uw apparaat leren kennen
Lees meer over de onderdelen van uw apparaat.
4.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype kunnen
details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en
de vorm.
1
2 3
1
Toetsen en display
De toetsen zijn aanrakingsgevoelige vlakken.
Om een functie te kiezen, slechts licht op het
betreffende veld drukken.
Op het display zijn symbolen van actieve func-
ties en de tijdfuncties te zien.
→"Toetsen en display", Pagina7
2
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwar-
mingsmethoden en meer functies in.
De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nul-
stand naar rechts en links draaien.
Afhankelijk van het apparaattype is de functie-
keuzeknop verzonken. Voor het vergrendelin-
gen of ontgrendelingen in de nulstand op de
functiekeuzeknop drukken.
→"Verwarmingsmethoden en functies",
Pagina7
3
Temperatuurknop
Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur
voor de verwarmingsmethode in en kiest u in-
stellingen voor andere functies.
De temperatuurknop kunt u vanuit de nul-
stand naar rechts en links draaien.
Afhankelijk van het apparaattype is de tempera-
tuurknop verzonken. Voor het vergrendelingen
of ontgrendelingen in de nulstand op de tem-
peratuurknop drukken.
→"Temperatuur en instelstanden", Pagina8
4.2 Toetsen en display
Met de toetsen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.
Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. Het kloksymbool licht alleen op als u
de tijd verandert.
Symbool Functie Gebruik
Tijdfuncties Tijd , wekker , duur en einde selecteren.
Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op de
toets drukken.
Min
Plus
Instelwaarden verlagen.
Instelwaarden verhogen.
Gewicht Gewicht voor programma's kiezen.
Kinderslot Kinderslot activeren of deactiveren.
4.3 Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-
schillen en toepassingen.
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
3Dhetelucht Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
nl Uw apparaat leren kennen
8
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
Hetelucht Eco Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fases bereid met
behulp van restwarmte.
Kies een temperatuur tussen 120°C en 230°C.
Houd de deur van het apparaat tijdens het garen gesloten.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in
de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
Pizzastand Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de
achterwand zijn ingeschakeld.
Onderwarmte Gerechten nabakken of au bain-marie koken.
De warmte komt van onderen.
Grill, groot Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Circulatiegrillen Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator
wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Boven- en onder-
warmte
Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzon-
der geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-
bruik in de conventionele modus.
Meer functies
Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.
Symbool Functie Gebruik
Snel voorverwarmen De binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen.
→"Snel voorverwarmen", Pagina12
Ovenlamp De binnenruimte zonder verwarming verlichten.
→"Verlichting", Pagina9
Programma's Geprogrammeerde instelwaarden voor verschillende gerechten gebruiken.
→"Programma's", Pagina13
Zelfreiniging De reinigingsfunctie instellen die de binnenruimte bijna automatisch reinigt.
→"Zelfreiniging ", Pagina18
4.4 Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.
Symbool Functie Gebruik
Nulstand Het apparaat warmt niet op.
50-275 Temperatuurbereik De temperatuur in °C in de binnenruimte instellen.
1, 2, 3
of
I, II, III
Grillstanden De grillstanden instellen voor Grill, groot en Grill, klein (afhankelijk van het type
apparaat).
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
1, 2, 3
of
I, II, III
Reinigingsstanden De reinigingsstanden instellen voor deZelfreiniging.
1 = licht
2 = gemiddeld
3 = intensief
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
Wanneer het apparaat opwarmt, is op het display het
symbool verlicht.
Accessoires nl
9
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor
het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het sym-
bool verdwenen is.
Opmerkingen
¡ De opwarmingsindicatie verschijnt alleen bij verwar-
mingsmethoden waarbij een temperatuur wordt in-
gesteld. Bij grillstanden bijv. verschijnt de opwar-
mingsindicatie niet.
¡ Door thermische traagheid kan de weergegeven
temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke
temperatuur in de binnenruimte.
4.5 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het
gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte plaatsen.
→"Accessoires", Pagina9
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
Afhankelijk van het type apparaat zijn de accessoires
met uitschuif- of clip-telescooprails voorzien. De tele-
scooprails zijn vast gemonteerd en kunnen niet worden
verwijderd. De clip-telescooprails kunt u volgens uw
wensen op alle vrije inschuifhoogtes aanbrengen.
De accessoires kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen,
verwijderen.
→"Rekjes", Pagina20
Verlichting
De ovenlamp verlicht de binnenruimte.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de
verlichting aan als het programma loopt. Wordt de wer-
king met de functieschakelaar beëindigd, dan gaat de
verlichting uit.
Met de stand Ovenlamp van de functiekeuzeknop kunt
u de verlichting zonder verwarming inschakelen.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-
snapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat
niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
Ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking voortgezet.
5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:Wanneer de accessoires heet worden,
kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen in-
vloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer na-
dat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhan-
kelijk van het type apparaat.
nl Accessoires
10
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Vormen
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Gebak
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet
bij het grillen op het rooster.
5.1 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in
de binnenruimte schuift.
5.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder
te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
Het accessoire altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster Het rooster met de open kant naar
de apparaatdeur en de welving
naar beneden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven
schuiven.
3.
Om de accessoire bij inschuifhoogten met tele-
scooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken.
Rooster of
plaat
Het accessoire zo plaatsen dat de
rand van het accessoire achter het
lipje op de telescooprail zit.
Opmerking:Volledig uitgetrokken klikken de tele-
scooprails in. De telescooprails met een lichte druk
terugschuiven in de binnenruimte.
4.
Het accessoire volledig inschuiven, zodat deze de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het
rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
1.
Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide
afstandshouders achter op de rand van de braad-
slede liggen.
2.
De braadslede tussen de beide geleidestangen van
een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij
boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op
braadslede
5.3 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.siemens-home.bsh-group.com
Voor het eerste gebruik nl
11
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
6.1 Eerste gebruik
U moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uit-
voeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroom-
onderbreking knippert de tijd op het display. De tijd
start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand
te staan.
1.
De tijd met de toets of instellen.
2.
Op de toets drukken.
a Het display toont de ingestelde tijd.
Tip:Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt
u in de "basisinstellingen" →Pagina15 vastleggen.
6.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
De accessoires en de verpakkingsresten zoals piep-
schuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
2.
Vóór het voorverwarmen de gladde oppervlakken in
de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek
afvegen.
3.
Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
4.
De verwarmingsmethode en de temperatuur instel-
len.
→"De Bediening in essentie", Pagina11
Verwarmings-
methode
3Dhetelucht
Temperatuur maximaal
Bereidingstijd 1uur
5.
Het apparaat na de opgegeven duur uitschakelen.
6.
Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
7.
De gladde oppervlakken met zeepsop en een
schoonmaakdoekje reinigen.
8.
De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-
doekje of een zachte borstel reinigen.
7 De Bediening in essentie
Hier wordt de bediening van het apparaat in essentie
beschreven.
7.1 Apparaat inschakelen
De functiekeuzeknop op een stand buiten de nul-
stand draaien.
a Het apparaat is ingeschakeld.
7.2 Machine uitschakelen
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
a Het apparaat is uitgeschakeld.
7.3 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
1.
De verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop
instellen.
2.
De temperatuur of grillstand met de temperatuur-
knop instellen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
3.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Tips
¡ De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw
gerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-
mingsmethoden.
→"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina7
¡ U kunt aan het apparaat de duur en het einde van
de werking instellen.
→"Tijdfuncties", Pagina12
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
De gewenste verwarmingsmethode met de functie-
keuzeknop instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
De gewenste temperatuur met de temperatuurknop
instellen.
nl Snel voorverwarmen
12
8 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen kunt u met de functie snel voorver-
warmen de opwarmtijd verkorten.
Gebruik snel voorverwarmen alleen bij ingestelde tem-
peraturen van boven de 100°C.
Na het snel voorverwarmen het best volgende
verwarmingsmethoden gebruiken:
¡ 3Dhetelucht
8.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de
gerechten pas na het snel voorverwarmen in de bin-
nenruimte plaatsen.
1.
Snel voorverwarmen met de functiekeuzeknop in-
stellen.
2.
De gewenste temperatuur met de temperatuurkiezer
instellen.
a Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
a Als het snel voorverwarmen eindigt, klinkt een sig-
naal en dooft de indicatie voor voorverwarmen.
3.
Een geschikte verwarmingsmethode met de functie-
keuzeknop instellen.
4.
Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
9 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties
waarmee u de werking kunt sturen.
9.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de toets kiest u de verschillende tijdfuncties.
Tijdfunctie Gebruik
Wekker De wekker kunt u onafhankelijk van
de werking instellen. Hij beïnvloedt
het apparaat niet.
Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na
het verstrijken van de tijdsduur auto-
matisch op met verwarmen.
Einde Voor de duur kunt u een tijd instellen
waarop de werking eindigt. Het ap-
paraat start automatisch zodat de
werking op de gewenste tijd klaar is.
Tijd U kunt de tijd instellen.
9.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot
23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een ei-
gen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur
eindigt.
Opmerking:De wekker en een duur kunnen niet tege-
lijk lopen. Als al een duur is ingesteld, kan de wekker
niet worden ingesteld.
1.
Druk net zo vaak op de knop totdat op het dis-
play is gemarkeerd.
2.
De timertijd met de knop of instellen.
Toets Voorgestelde waarde
5 minuten
10 minuten
Tot 10 minuten kan de timertijd in stappen van 30
seconden worden ingesteld. Daarna worden de tijd-
stappen groter, naarmate de waarde hoger is.
a Na enkele seconden start de timer en loopt de ti-
mertijd af.
a Als de timer verstreken is, klinkt een signaal en op
het display staat de timertijd op nul.
3.
Wanneer de timertijd is verstreken:
Druk op een willekeurige toets om de timer uit te
schakelen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
De wekkertijd met de toets of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Wekker afbreken
U kunt de wekkertijd altijd afbreken.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
De wekkertijd met de toets weer op nul zetten.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen en gaat uit.
9.3 Tijdsduur instellen
De duur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minu-
ten instellen.
Vereiste:Een verwarmingsmethode en een tempera-
tuur of stand zijn ingesteld.
1.
Druk net zo vaak op de knop totdat op het dis-
play is gemarkeerd.
2.
De duur met de toets of instellen.
Toets Voorgestelde waarde
10 minuten
30 minuten
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in
stappen van een minuut, daarna in stappen van 5
minuten.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
a Als de duur verstreken is, weerklinkt een signaal en
op het display staat de duur op nul.
Programma's nl
13
3.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een
willekeurige toets drukken.
Om opnieuw een duur in te stellen, op de
toets drukken.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschake-
len.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de duur altijd wijzigen.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
De duur met de toets of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de duur altijd afbreken.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
De duur met de toets weer op nul zetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en wordt zonder duur verder opgewarmd.
9.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23
uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
¡ Bij verwarmingssoorten met grillfunctie kan het ein-
de niet worden ingesteld.
¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wij-
zigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is
gestart.
¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
¡ Een verwarmingsmethode en een temperatuur of
stand zijn ingesteld.
¡ Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Druk net zo vaak op de knop totdat op het dis-
play is gemarkeerd.
2.
Druk op de knop of ⁠.
a Het display toont het berekende einde.
3.
Het einde met de knop of verplaatsen.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de instel-
ling over en het display toont het ingestelde einde.
a Als de berekende starttijd is bereikt, begint het ap-
paraat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
a Als de tijdsduur verstreken is, weerklinkt een signaal
en op het display staat de tijdsduur op nul.
4.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een
willekeurige knop drukken.
Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de
knop drukken.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschake-
len.
Einde wijzigen
Om een goed kookresultaat te verkrijgen, kunt u het in-
gestelde einde alleen wijzigen als de werking start en
de duur verstrijkt.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
Het einde met de toets of verplaatsen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde altijd wissen.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
Het einde met de toets naar de actuele tijd plus
ingestelde duur terugzetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en begint het apparaat op te warmen. De
tijdsduur loopt af.
9.5 Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroom-
onderbreking knippert de tijd op het display. De tijd
start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand
te staan.
1.
De tijd met de toets of instellen.
2.
Op de toets drukken.
a Het display toont de ingestelde tijd.
Tip:Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt
u in de "basisinstellingen" →Pagina15 vastleggen.
Tijd wijzigen
U kunt de tijd altijd wijzigen.
Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand
te staan.
1.
Druk net zo vaak op de knop totdat op het dis-
play is gemarkeerd.
2.
De tijd met de toets of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
10 Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de berei-
ding van verschillende gerechten en kiest u automa-
tisch de optimale instellingen.
10.1 Vormen voor programma's
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest ge-
schikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca.
2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
¡ licht gekleurd, glanzend aluminium
¡ Niet geglazuurde klei
¡ Kunststof of kunststof grepen
nl Programma's
14
10.2 Programmatabel
De programmanummers zijn aan bepaalde gerechten toegewezen.
Het gewicht kan in een bereik tussen 0,5kg en 2,5kg worden ingesteld.
Nr. Voedingswaar Vormen Instelgewicht Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
01 Kip, ongevuld
panklaar, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
Gewicht kip nee 2 met de borst naar bo-
ven in de vorm leg-
gen
02 Kalkoenfilet
van het stuk, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
Gewicht kalkoenfi-
let
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
03 Eenpansgerecht, met
groente
vegetarisch
hoge braadpan
met deksel
Totaalgewicht volgens re-
cept
2 Groente met een lan-
ge bereidingstijd
(bijv.wortelen) in klei-
nere stukken snijden
dan groente met een
korte bereidingstijd
(bijv. tomaten)
04 Goulash
Rund- of varkensvlees
in blokjes, met groente
hoge braadpan
met deksel
Totaalgewicht volgens re-
cept
2 Eerst het vlees erin
doen en daarop de
groente leggen
Het vlees niet eerst
aanbraden
05 Gebraden gehakt,
vers
Gehakt van rund-, var-
kens- of lamsvlees
Braadpan met dek-
sel
Gewicht gehakt nee 2 -
06 Gestoofd rundvlees
bijv. klapstuk, schou-
derstuk, fricandeau of
gemarineerd vlees
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van het
vlees
Vlees met
vloeistof be-
dekken
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
07 Runderrollade
gevuld met groente of
vlees
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van alle
gevulde rollades
Vleesrolletjes
bedekken
bijv. met
bouillon of
water
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
08 Lamsbout, doorbak-
ken
zonder been, gekruid
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
09 Gebraden kalfsvlees,
mager
bijv. lendestuk of fri-
candeau
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
10 Gebraden varkensnek
zonder been, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
Kinderslot nl
15
10.3 Gerecht voor programma voorbereiden
Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkast-
temperatuur.
1.
Het gerecht wegen.
Het gewicht van het gerecht is nodig om het pro-
gramma juist in te stellen.
2.
Het gerecht in de vorm doen.
3.
De vorm op het rooster plaatsen.
Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnen-
ruimte.
10.4 Programma instellen
Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de
temperatuur en de duur. U hoeft alleen het gewicht in
te stellen.
Opmerkingen
¡ Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde
bereik instellen.
¡ Na de programmastart kunt u het programma en
het gewicht niet meer veranderen.
1.
Programma's met de functiekeuzeknop instellen.
2.
De temperatuurknop blijft op de nulstand ⁠.
3.
Het gewenste programma met de toets of in-
stellen.
4.
Op de toets drukken.
5.
Het gewicht van uw gerecht met de toets of in-
stellen. Altijd op het volgende hogere gewicht instel-
len.
Het display toont de berekende tijdsduur. De
tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
Bij sommige programma's kan het einde met de
toets worden verschoven.
→"Einde instellen", Pagina13
Om het programma te wijzigen, op de toets
drukken.
a Na enkele seconden start het programma en de
tijdsduur loopt af.
a Als het programma is beëindigd, weerklinkt een sig-
naal en op het display staat de tijdsduur op nul.
6.
Als het programma is beëindigd:
Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een
willekeurige toets drukken.
Om een duur voor het nagaren in te stellen, op
de toets drukken. Het apparaat warmt verder
op met de instelling van het programma.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschake-
len.
11 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
Opmerking:Of het kinderslot kan worden ingesteld,
kunt u in de "basisinstellingen" →Pagina15 instellen.
11.1 Kinderslot activeren en deactiveren
Vereiste:De functiekeuzeknop staat op de nulstand ⁠.
Om het kinderslot te activeren, de knop inge-
drukt houden, tot in het display verschijnt.
Om het kinderslot te deactiveren, de toets
ingedrukt houden tot op het display dooft.
12 Basisinstellingen
U kunt uw apparaat instellen volgens uw behoeften.
12.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering
van uw apparaat.
Indicatie Basisinstelling Keuze
Signaalduur na het verstrijken van een tijds-
duur of wekkertijd
= 10 seconden
= 30 seconden
1
= 2 minuten
Wachttijd totdat een instelling is overgeno-
men
= 3 seconden
1
= 6 seconden
= 10 seconden
Toetssignaal bij het indrukken van een toets = uit
= aan
1
Helderheid van de displayverlichting = donker
= gemiddeld
1
= helder
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
2
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
nl Reiniging en onderhoud
16
Indicatie Basisinstelling Keuze
Indicatie van de tijd = tijdsweergave uit
= tijd weergeven
1
Kinderslot instelbaar = nee
= ja
1
= ja, met deurvergrendeling
Verlichting van de binnenruimte bij gebruik = nee
= ja
1
Nalooptijd van de koelventilator = kort
= gemiddeld
1
= lang
= extra lang
Telescooprails achteraf aangebracht
2
= nee
1
(bij rekjes en enkelvoudig uittreksysteem)
= ja (bij 2- en 3-voudig uittreksysteem)
Alle waarden naar de fabrieksinstelling terug-
zetten
= nee
1
= ja
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
2
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
12.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
De toets ca. 4seconden lang ingedrukt houden.
a Op het display verschijnt de eerste basisinstelling,
bijv. ⁠ ⁠.
2.
De instelling met de toets of wijzigen.
3.
Met de toets naar de volgende basisinstelling
gaan.
4.
Om wijzigingen op te slaan, de toets ca. 4secon-
den lang ingedrukt houden.
Opmerking:Na een stroomonderbreking blijven de in-
gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou-
den.
12.3 Het wijzigen van de basisinstellingen
afbreken
De functiekeuzeknop draaien.
a Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla-
gen.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
13.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reini-
gingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes ge-
bruiken.
Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor
de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte schoonmaakmiddelen voor
de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het appa-
raat.
→"Apparaat schoonmaken", Pagina18
Reiniging en onderhoud nl
17
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-verzor-
gingsmiddelen voor
warme oppervlakken
Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op
roestvrijstalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of ge-
lakte oppervlak-
ken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje gebruiken.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina20
Deurafscherming ¡ Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
¡ Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
→"Apparaatdeur", Pagina20
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaillen opper-
vlakken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons.
Om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het ap-
paraat open laten.
Tip:Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie.
→"Zelfreiniging ", Pagina18
Opmerkingen
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïn-
vloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaillen oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor
de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïn-
vloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt
de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Glazen kapje van
de ovenlamp
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes ¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons.
Tip:Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina20
nl Zelfreiniging
18
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Telescoopsys-
teem
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het
beste in ingeschoven toestand reinigen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Tip:Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen.
→"Rekjes", Pagina20
Accessoires ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
13.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorko-
men het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt zeer heet.
Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwar-
mingselementen aanraken.
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:De instructies voor het gebruik van de reini-
gingsmiddelen aanhouden.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina16
1.
Het apparaat met warm zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina16
2.
Drogen met een zachte doek.
14 Zelfreiniging
Met de reinigingsfunctie Zelfreiniging reinigt de bin-
nenruimte zichzelf vrijwel automatisch.
Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de
reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desge-
wenst vaker gebruiken. De reinigingsfunctie heeft ca.
2,5-4,8 kilowattuur nodig.
14.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie
voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen, dient u
het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden
bewaard kunnen vlam vatten.
Bewaar geen brandbare voorwerpen in de binnen-
ruimte.
Open nooit de deur wanneer er sprake is van rook-
ontwikkeling in het apparaat.
Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het
stopcontact of schakel de zekering in de meterkast
uit.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens
de reiniging vlam vatten.
Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de bin-
nenruimte voordat de reiniging start.
Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens
het reinigen.
Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoe-
ken, aan de deurgreep hangen.
Voorkant van het apparaat vrijhouden.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in
het bereik van de deur.
De dichting niet schuren en niet afnemen.
Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
1.
Haal de toebehoren en vormen uit de binnenruimte.
2.
De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen.
→"Rekjes", Pagina20
3.
Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
4.
De binnenkant van de apparaatdeur en de randop-
pervlakken bij de deurafdichting met zeepsop en
een zachte doek reinigen.
De deurafdichting niet afnemen en niet schuren.
Verwijder sterke verontreinigingen op de binnenruit
met ovenreiniger.
5.
Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnen-
ruimte moet leeg zijn.
14.2 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie loopt.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de
gezondheid!
Met de reinigingsfunctie wordt de binnenruimte ver-
warmd naar een heel hoge temperatuur, zodat voedsel
dat is achtergebleven na roosteren, grillen en bakken
eraf wordt gebrand. Bij dit proces komen dampen vrij
die de slijmvliezen kunnen irriteren.
Zorg dat de keuken goed wordt geventileerd terwijl
de reinigingsfunctie wordt uitgevoerd.
Reinigingsondersteuning humidClean nl
19
Blijf niet langdurig in de ruimte.
Houd kinderen en huisdieren weg.
Volg de instructies ook wanneer u de vertraagde
startfunctie met een vertraagde eindtijd gebruikt.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
Nooit de apparaatdeur openen.
Het apparaat laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tij-
dens het reinigen.
Nooit de apparaatdeur aanraken.
Het apparaat laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerking:De ovenlamp brandt tijdens de reinigings-
functie niet.
Vereiste:"Het apparaat voor de reinigingsfunctie voor-
bereiden." →Pagina18
1.
Zelfreiniging met de functiekeuzeknop instellen.
2.
De reinigingsstand met de temperatuurkeuzeknop
instellen.
Reinigings-
stand
Mate van rei-
niging
Duur in uren
1 Licht Ca. 1:15
2 Gemiddeld Ca. 1:30
3 Hoog Ca. 2:00
Bij sterkere of oudere verontreiniging een hogere
reinigingsstand kiezen.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
a Na enkele seconden start de reinigingsfunctie en de
tijdsduur verstrijkt.
a Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur van-
af een bepaalde temperatuur in de binnenruimte.
Op het display verschijnt ⁠.
a Als de reinigingsfunctie is beëindigd, weerklinkt een
signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
3.
Het apparaat uitschakelen.
Als het apparaat voldoende is afgekoeld, ontgren-
delt de apparaatdeur en gaat uit.
4.
"Het apparaat gebruiksklaar maken." →Pagina19
14.3 Apparaat na de reinigingsfunctie
gebruiksklaar maken
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Achtergebleven as in de binnenruimte en bij de ap-
paraatdeur afnemen met een vochtig doekje.
3.
Witte aanslag met citroenzuur verwijderen.
Opmerking:Witte aanslag op de emailvlakken kan
door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze le-
vensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft
geen nadelige invloed op de werking van het appa-
raat.
4.
De rekjes inhangen.
→"Rekjes", Pagina20
15 Reinigingsondersteuning humidClean
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor
de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reini-
gingsondersteuning maakt verontreinigingen door het
verdampen van zeepsop los. Verontreinigingen kunnen
vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
15.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete water-
damp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste:De binnenruimte is volledig afgekoeld.
1.
De accessoires uit de binnenruimte nemen.
2.
0,4l water met een druppeltje afwasmiddel mengen
en in het midden op de bodem van de binnenruimte
gieten.
Gebruik geen gedestilleerd water.
3.
De verwarmingsmethode Onderwarmte met de
functiekeuzeknop instellen.
4.
80°C met de temperatuurknop instellen.
5.
Op de toets drukken tot op het display is ge-
markeerd.
6.
De duur met de toets of op 4 minuten instellen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
a Als de duur verstreken is, weerklinkt een signaal en
op het display staat de duur op nul.
7.
Het apparaat uitschakelen en de binnenruimte ca.
20 minuten laten afkoelen.
15.2 Binnenruimte nareinigen
LET OP!
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uit-
vegen en volledig laten drogen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
De deur van het apparaat openen en het restwater
met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte schoonma-
ken met een schoonmaakdoekje of zachte borstel.
Verwijder hardnekkige resten met een schuurspons-
je van roestvrij staal.
3.
Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte
doek. Vervolgens met helder water afnemen en
droogwrijven met een zachte doek, ook onder de
deurdichting.
4.
Als de binnenruimte voldoende is gereinigd:
Om de binnenruimte te laten drogen, de deur
van het apparaat in grendelstand (ca. 30°) ca.1
uur openen.
Om de binnenruimte snel te drogen, het appa-
raat met een geopende deur ca.5 minuten met
3Dhetelucht en 50°C opwarmen.
nl Rekjes
20
16 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte te reinigen of om de
rekjes te wisselen, kunnen deze worden verwijderd.
16.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
Nooit de hete rekjes aanraken.
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
Het rekje aan de voorkant licht optillen en losma-
ken ⁠.
2.
Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
3.
Het rekje reinigen.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina16
16.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
¡ De rekjes passen alleen links of rechts.
¡ Let er bij beide telescooprails op dat deze naar vo-
ren uitgeschoven kunnen worden.
1.
Het rekje in het midden van de achterste bus steken
, tot het rekje aansluit op de wand van de binnen-
ruimte en naar achteren drukken ⁠.
2.
Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje
aansluit op de wand van de binnenruimte en vervol-
gens naar beneden duwen ⁠.
3
4
17 Apparaatdeur
Om ervoor te zorgen dat uw apparaat lang mooi blijft
en goed blijft werken, kunt u de deur van het apparaat
er uit halen en reinigen.
17.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
1.
De apparaatdeur helemaal openen en in de richting
van het apparaat drukken.
Apparaatdeur nl
21
2.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen
ze met grote kracht dichtklappen.
Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
apparaatdeur helemaal opengeklapt.
De blokkeerhendel op het linker en rechter schar-
nier opklappen.
Blokkeerhendel opge-
klapt
Het scharnier is bevei-
ligd en kan niet dicht-
klappen.
Blokkeerhendel dichtge-
klapt
De apparaatdeur is be-
veiligd en kan niet wor-
den verwijderd.
a De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren
zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten . De
apparaatdeur met beide handen links en rechts
vastpakken en er naar boven uit trekken ⁠.
4.
De apparaatdeur voorzichtig op en vlakke onder-
grond leggen.
17.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de ap-
paraatdeur helemaal opengeklapt.
1.
Opmerking:Let erop dat u de apparaatdeur zonder
weerstand op de scharnieren schuift. Wanneer u
een weerstand merkt, controleer dan of u bij de juis-
te opening inschuift.
De apparaatdeur recht op de beide scharnieren
schuiven. De deur van het apparaat tot aan de aan-
slag schuiven.
2.
De apparaatdeur helemaal openen.
3.
De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen.
a De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaat-
deur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
4.
De apparaatdeur sluiten.
17.3 Ruit van de deur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur een beetje openen.
2.
De deurafdekking links en rechts van buiten druk-
ken , tot deze losklikt.
nl Apparaatdeur
22
3.
De deurafdekking verwijderen ⁠.
4.
De deurafdekking reinigen.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina16
5.
De linker en rechter schroef op de apparaatdeur
losdraaien en verwijderen
6.
Een vaatdoek die meerdere keren is samengevou-
wen tussen de apparaatdeur klemmen. De voorruit
er naar boven uittrekken ⁠.
7.
De voorruit met de greep naar onderen op een vlak-
ke ondergrond leggen.
8.
De tussenruit met één hand tegen het apparaat
drukken en tegelijkertijd de linker en rechter hou-
ders naar boven drukken. De houders niet ver-
wijderen.
9.
De tussenruit uitnemen.
10.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaat-
deur zitten, kan dit barsten.
Geen schraper, scherpe of schurende schoon-
maakmiddelen gebruiken.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glas-
reiniger en een zachte doek reinigen.
11.
De apparaatdeur reinigen.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina16
12.
De deurruiten drogen en weer inbouwen.
→"Deurruiten aanbrengen", Pagina22
17.4 Deurruiten aanbrengen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De tussenruit draaien, totdat de pijl rechts boven
is.
2.
De tussenruit onder in de houder inbrengen en
aan de bovenkant aandrukken en vasthouden.
3.
De linker en rechter houder naar beneden druk-
ken totdat de binnenruit is ingeklemd ⁠.
4.
De voorste ruit onder in de linker en rechter houder
inhangen ⁠.
5.
De voorste ruit tegen het apparaat drukken, tot de
linker en rechter haken tegenover de opname
liggen ⁠.
6.
De voorste ruit onder aandrukken , totdat deze
hoorbaar vastklikt.
7.
De apparaatdeur een beetje openen en de vaatdoek
verwijderen.
Storingen verhelpen nl
23
8.
De beide schroeven links en rechts op de apparaat-
deur vastdraaien.
9.
De deurafdekking aanbrengen en aandrukken , tot
deze hoorbaar inklikt.
10.
De apparaatdeur sluiten.
Opmerking:De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
18 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd,
moet het door geschoold vakpersoneel worden ver-
vangen.
18.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Zekering is defect.
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functio-
neren.
Het apparaat warmt niet op, op
het display knippert de dubbele
punt.
Demomodus is geactiveerd.
1.
Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meter-
kast uit en opnieuw in te schakelen.
2.
Deactiveer de demomodus binnen 5 minuten door de basisinstelling ⁠ in
de waarde te wijzigen.
→"Basisinstellingen", Pagina15
Apparaatdeur kan niet worden
geopend, op het display brandt
.
Kinderslot vergrendelt de apparaatdeur.
Deactiveer het kinderslot met de toets .
→"Kinderslot", Pagina15
Apparaatdeur kan niet worden
geopend, op het display brandt
.
Reinigingsfunctie vergrendelt de apparaatdeur.
Het apparaat laten afkoelen tot op het display uitgaat.
→"Zelfreiniging ", Pagina18
Op het display knippert de tijd. Stroomvoorziening is uitgevallen.
Stel de tijd opnieuw in.
→"Tijd instellen", Pagina13
Tijd verschijnt niet op het display
als het apparaat is uitgeschakeld.
Basisinstelling werd gewijzigd.
Wijzig de basisinstelling voor de tijdindicatie.
→"Basisinstellingen", Pagina15
nl Storingen verhelpen
24
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Op het display brandt en het
apparaat kan niet worden inge-
steld.
Kinderslot is geactiveerd.
Deactiveer het kinderslot met de toets .
→"Kinderslot", Pagina15
Op het display knippert en het
apparaat start niet.
Binnenruimte is te heet voor de gekozen modus.
1.
Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen.
2.
Start de werking opnieuw.
Op het display verschijnt . Maximale gebruiksduur is bereikt. Om een ongewilde permanente werking te
vermijden, stopt het apparaat na meerdere uren automatisch met op te warmen
als de instellingen onveranderd zijn.
Schakel het apparaat uit.
U kunt zo nodig opnieuw instellen.
Tip:Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer
lange bereidingstijden, kunt u een tijdsduur instellen.
→"Tijdfuncties", Pagina12
Op het display verschijnt een
melding met , bijv. - .
Elektronicastoring
1.
Druk op de toets ⁠.
Indien nodig stelt u de tijd opnieuw in.
a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding.
2.
Als de foutmelding opnieuw verschijnt, neemt u contact op met de service-
dienst. Geef de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op.
→"Servicedienst", Pagina25
18.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, ver-
vang dan de ovenlamp.
Opmerking:Hittebestendige 230V-halogeenlampen,
40 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in spe-
ciaalzaken. Gebruik uitsluitend originele lampen. Pak
nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een scho-
ne, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de
lamp verlengd.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt zeer heet.
Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwar-
mingselementen aanraken.
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lampen staan de contacten van
de lampfitting onder stroom.
Trek voordat u tot vervanging over gaat de netstek-
ker uit het stopcontact of schakel de zekering in de
meterkast uit.
Vereisten
¡ Het apparaat moet zijn losgekoppeld van de voe-
dingsspanning.
¡ De binnenruimte is afgekoeld.
¡ Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschik-
baar.
1.
Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadi-
ging te voorkomen.
2.
Het glazen kapje er naar links uitdraaien ⁠.
3.
Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit ⁠.
4.
De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de
fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeen-
lamp.
5.
Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kap-
je voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaat-
sen.
6.
Het glazen kapje erin schroeven.
7.
Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
8.
Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
Afvoeren nl
25
19 Afvoeren
Wij leggen u hier uit hoe u afgedankte apparaten op de
juiste manier afvoert.
19.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Het apparaat milieuvriendelijk afvoeren.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
20 Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het
apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat
moet worden gerepareerd, neem dan contact op met
onze servicedienst.
Veel problemen kunt u via de informatie voor het ver-
helpen van storingen in deze gebruiksaanwijzing of op
onze website zelf verhelpen. Als dit niet het geval is,
neem dan contact op met onze servicedienst.
We vinden altijd een passende oplossing en proberen
onnodig bezoek van de servicetechnicus te vermijden.
We zorgen ervoor dat het apparaat zowel binnen de
garantieperiode als na het verstrijken van de fabrieks-
garantie met originele reserveonderdelen door ge-
schoolde servicetechnici wordt gerepareerd.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
20.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
21 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
21.1 Aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerech-
ten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbe-
reiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere
waarden.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
21.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoog-
tes.
Bakken op één niveau Hoogte
hoog gebak of vorm op het rooster 2
plat gebak resp. op bakplaat 3
Bakken op twee niveaus Hoogte
Braadslede
Bakplaat
3
1
Vormen op het rooster:
eerste rooster
tweede rooster
Hoogte
3
1
Bakplaat
Braadslede
Bakplaat
5
3
1
nl Zo lukt het
26
Opmerkingen
¡ Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete
lucht. Gebak dat gelijktijdig in de oven worden ge-
plaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
¡ Plaats de vormen naast elkaar of verspringend bo-
ven elkaar in de binnenruimte.
¡ Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u
aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
21.3 Aanwijzingen voor het braden en
grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braad-
klaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttempera-
tuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden ge-
plaatst.
¡ Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te
lager de temperatuur en des te langer de berei-
dingstijd.
¡ Gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van de
opgegeven tijd keren.
¡ Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de
vorm. De bodem van de vorm dient ca. 1-2 cm be-
dekt te zijn.
¡ Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de
borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
Braden en grillen op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor
groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk
¡ Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot 1/2liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
¡ Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen ge-
sloten.
Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
¡ Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats boven-
dien de braadslede, met de schuine kant naar de
apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eron-
der. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnen-
ruimte schoner.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braad-
vorm aan. Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Open vorm
¡ Gebruik een hoge braadvorm.
¡ De vorm op het rooster plaatsen.
¡ Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
¡ De vorm op het rooster plaatsen.
¡ Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten
braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor
een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere
temperatuur in.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte
ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
Plaats hete glazen vormen op een droge onderzet-
ter.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Til het deksel aan de achterkant op, zodat de hete
stoom van het lichaam af kan ontsnappen.
Houd kinderen uit de buurt.
21.4 Selectie van gerechten
Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Tijdsduur in
min.
Cake, fijn Langwerpige bakvorm 2 150-170 60-80
Cake, 2 niveaus Langwerpige bakvorm 3+1 140-150 70-85
Vruchten- of kwarktaart met bodem van
zandtaartdeeg
Springvorm Ø26cm 2 170-190 55-80
Biscuittaart, 3 eieren Springvorm Ø28cm 2 150-160
1
30-40
Cakerol Bakplaat 3 180-200
1
10-15
Zandtaartdeeggebak met vochtige be-
dekking
Braadslede 2 160-180 55-95
Gebak van gistdeeg met vochtige be-
dekking
Braadslede 3 180-200 30-55
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
3
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
4
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
5
Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
6
De braadslede onder het rooster inschuiven.
Zo lukt het nl
27
Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Tijdsduur in
min.
Muffins Muffinplaat op het roos-
ter
2 170-190 20-40
Klein gebak van gistdeeg Bakplaat 3 150-170 20-30
Koekjes Bakplaat 3 140-160 15-25
Koekjes, 2 of 3niveaus Braadslede
Bakplaat
3+1
5+3+1
140-160 15-25
Brood, 1000 g (in rechthoekige vorm,
op de plaat)
Braadslede
Langwerpige bakvorm
2 200-220 35-50
Pizza, vers Bakplaat 3 190-210 20-30
Pizza, vers, dunne bodem Ronde pizzaplaat 2 250-270
1
8-13
Ovenschotel, hartig, gegaarde ingredi-
ënten.
Ovenschaal 2 200-220 30-60
Kip, 1,3 kg, ongevuld Open vorm 2 200-220 60-70
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 3 220-230 30-35
Gans, niet gevuld, 3kg Open vorm 2 1. 140
2. 160
1. 130-140
2. 50-60
Gebraden varkensvlees zonder
zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5kg
Open vorm 2 160-170 150-160
Runderfilet, medium, 1kg Rooster
Braadslede
3 210-220 40-50
2
Gestoofd rundvlees, 1,5kg Gesloten servies 2 200-220 130-150
3
Rosbief, medium, 1,5kg Rooster
Braadslede
3 200-220 60-70
2
Burger, 3-4cm hoog Rooster 4 3 25-30
4
Lamsbout zonder been, medium,
1,0kg
Open vorm 2 170-190 70-80
5
Vis, gegrild, heel, 300g, bijv. forel Rooster 2 160-180 20-30
6
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
3
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
4
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
5
Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
6
De braadslede onder het rooster inschuiven.
21.5 Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
De eerder voorbereide yoghurtmassa in kleine vor-
men gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen.
3.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
4.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
5.
Stel het apparaat in overeenkomstig de instellings-
aanbevelingen.
6.
De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten af-
koelen.
Yoghurt
Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuifhoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur
in min.
Yoghurt Portievormen Bodem van de binnen-
ruimte
1.
2. Lamp
1. 100
2.
1.
1
2. 8-9 uur
1
Het apparaat voorverwarmen.
nl Zo lukt het
28
21.6 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt,
om het testen van het apparaat conform EN 60350-1
te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testge-
rechten.
Algemene opmerkingen
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder
snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuur.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus:
Opmerking:Gebak op bakplaten of in vormen die ge-
lijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op het-
zelfde moment klaar te zijn.
¡ Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
¡ Vormen op het rooster
eerste rooster: hoogte 3
tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus:
¡ Bakplaat: hoogte 5
Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken met twee springvormen:
Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven
elkaar in de binnenruimte.
Bakken
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Spritsgebak Bakplaat 3 140-150
1
25-35
Spritsgebak Bakplaat 3 140-150
1
20-30
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3 + 1 140-150
1
25-35
Sprits, 3niveaus Braadslede
+
Bakplaat
5 + 3 + 1 130-140
1
35-55
Kleine cakes Bakplaat 3 150
1
25-35
Kleine cakes Bakplaat 3 150
1
20-30
Kleine cakes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3 + 1 140
1
25-35
Small cakes, 3 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
5 + 3 + 1 140
1
25-35
Biscuit Springvorm Ø26cm 2 160-170
2
25-35
Biscuit Springvorm Ø26cm 2 160-170 30-35
Biscuitgebak, 2 niveaus Springvorm Ø26cm 3 + 1 150-160
2
35-50
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Grillen
Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Tijds-
duur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 3 5-6
Montagehandleiding nl
29
22 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
 22.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u
met het inbouwen van het apparaat begint.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt
uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik
gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
¡ Het apparaat na het uitpakken controleren.
Niet aansluiten in geval van transportscha-
de.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn te-
gen een temperatuur van maximaal 90 °C,
aangrenzende voorzijden van meubels te-
gen een temperatuur van maximaal 70 °C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen
invloed hebben op de werking van elektri-
sche componenten.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare
montagehoek aan de wand worden be-
vestigd.
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
22.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
22.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw onder een werkblad in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een venti-
latie-opening.
nl Montagehandleiding
30
¡ In combinatie met inductiekookplaten mag de spleet
tussen werkblad en apparaat niet door extra lijsten
worden afgesloten.
¡ Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
¡ Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van
de kookplaat in acht nemen.
22.4 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw in een hoge kast in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatie-opening.
¡ Wanneer de bovenkast naast de element-achterwan-
den nog een achterwand heeft, dient deze verwij-
derd te worden.
¡ Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toe-
behoren er zonder probleem uitgenomen kunnen
worden.
22.5 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij
hoekinbouw aan.
¡ Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat
kan worden geopend, dient u zich bij de hoekin-
bouw te houden aan de minimale afmetingen. De
maat is afhankelijk van de dikte van het meubel-
front en de greep.
22.6 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
¡ Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en
mag alleen met een geaarde aansluiting worden ge-
bruikt.
¡ De zekering dient in overeenstemming te zijn met
de vermogensopgave op het typeplaatje en de loka-
le voorschriften.
¡ Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
¡ Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.
¡ De aansluitkabel moet op de achterzijde worden in-
gestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange
aansluitkabel is bij de service verkrijgbaar.
¡ De aansluitkabel mag alleen worden vervangen
door een originele kabel. Die is bij de service ver-
krijgbaar.
¡ De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd moet de stek-
ker van de aansluiting op het net vrij toegankelijk
zijn. Als de vrije toegang neer de netstekker niet
mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische
installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens
de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Alleen een daartoe bevoegd vakman mag
het apparaat aansluiten. Bij schade door een verkeerde
aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een al-
polige scheidingsinrichting volgens de installatievoor-
schriften worden ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
groen-geel = aarddraad
blauw = neutraal- ("nul-") leiding
bruin = fase (buitendraad)
22.7 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
Montagehandleiding nl
31
2.
Het apparaat vastschroeven. Opmerking:De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen
isolatieprofielen worden aangebracht.
22.8 Apparaat demonteren
1.
Maak het toestel spanningsloos.
2.
Draai de bevestigingsschroeven los.
3.
Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar
buiten.
*9001572846*
9001572846 (000915)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München
GERMANY
www.siemens-home.bsh-group.com
Geproduceerd door BSH Hausgeräte GmbH onder de handelsmerklicentie van Siemens AG
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32

Siemens HB574AER0 de handleiding

Type
de handleiding