Makita 5008 mg de handleiding

Categorie
Cirkelzagen
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

GB Circular Saw Instruction manual
F
Scie circulaire Manuel d’instructions
D Kreissäge Betriebsanleitung
I Sega circolare Istruzioni per l’uso
NL Handcirkelzaag Gebruiksaanwijzing
E Sierra circular
Manual de instrucciones
P Serra circular Manual de instruções
DK Rundsav Brugsanvisning
GR
Δισκοπρίονο Οδηγίες χρήσης
5008MG
26
NEDERLANDS
Verklaring van algemene gegevens
TECHNISCHE GEGEVENS
Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, zijn de technische gegevens van dit
gereedschap onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving.
Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
Symbolen
END201-3
Hieronder staan de symbolen die voor dit gereedschap
worden gebruikt. Zorg ervoor dat u weet wat ze
betekenen alvorens het gereedschap te gebruiken.
............. Lees de gebruiksaanwijzing.
............. DUBBEL GEÏSOLEERD
Gebruiksdoeleinden
ENE028-1
Het gereedschap is bedoeld voor het recht zagen in de
lengte- en breedterichting, en verstekzagen onder een
hoek in hout, waarbij het gereedschap stevig in contact
staat met het werkstuk.
Voeding
ENF002-1
Het gereedschap mag uitsluitend worden aangesloten op
een voeding met dezelfde spanning als aangegeven op
het identificatieplaatje en werkt alleen op enkele-fase
wisselstroom. Het gereedschap is dubbel geïsoleerd
volgens de Europese norm en mag derhalve ook op een
niet-geaard stopcontact worden aangesloten.
Voor het openbare laagspanningsnet van 220 V t/m
250 V.
ENF100-1
Het in- en uitschakelen van elektrische apparatuur
veroorzaakt spanningsfluctuaties. Het gebruik van dit
gereedschap terwijl het elektriciteitsnet in een slechte
toestand verkeert, kan de werking van andere apparatuur
nadelig beïnvloeden. Als de netweerstand lager is dan
0,37 ohm, mag u ervan uitgaan dat geen nadelige
effecten optreden. Het stopcontact waarop dit
gereedschap is aangesloten moet zijn beveiligd met een
zekering of veiligheidsstroomonderbreker met trage
uitschakeling.
SPECIFIEKE
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
GEB013-1
Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van
comfort en bekendheid met het gereedschap (na
veelvuldig gebruik) en neem alle
veiligheidsvoorschriften van de cirkelzaag altijd strikt
in acht. Bij onveilig of verkeerd gebruik van het
gereedschap, bestaat de kans op ernstig persoonlijk
letsel.
Gevaar:
1. Houd uw handen uit de buurt van het zaaggebied
en het zaagblad. Houd met uw andere hand de
voorhandgreep of de behuizing van het
gereedschap vast. Als u de cirkelzaag met beide
handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handen zagen.
2. Reik nooit met uw handen onder het werkstuk. De
beschermkap kan u niet beschermen onder het
werkstuk tegen het zaagblad. Probeer niet afgezaagd
materiaal te verwijderen terwijl het zaagblad nog
draait.
LET OP: Het zaagblad draait nog na nadat het
gereedschap is uitgeschakeld. Wacht totdat het
zaagblad volledig tot stilstand is gekomen voordat u
het afgezaagde materiaal vastpakt.
3. Stel de zaagdiepte in overeenkomstig de dikte van
het werkstuk. Minder dan een volledige tandhoogte
dient onder het werkstuk uit te komen.
1. Dieptegeleider
2. Hendel
3. Positieve stop
4. Pijl op positieve stop
5. Zool
6. Aan/uit-schakelaar
7. Lamp
8. Inbussleutel
9. Uitsteeksel
10. Asvergrendeling
11. Zaagblad
12. Inbusbout
13. Buitenflens
14. Binnenflens
15. Ring
16. Stofzuiger
17. Achterhandgreep
18. Voorhandgreep
19. Breedtegeleider (liniaal)
20. Stelbout
21. Geodriehoek
22. Slijtgrensmarkering
23. Koolborsteldop
24. Schroevendraaier
Model 5008MG
Diameter zaagblad 210 mm
Max. zaagdiepte
bij 90° 75,5 mm
bij 45° 57 mm
bij 50° 51,5 mm
Nullasttoerental (min
-1
) 5.200
Totale lengte 332 mm
Netto gewicht 4,8 kg
Veiligheidsklasse /II
27
4. Houd het werkstuk waarin wordt gezaagd nooit
vast met uw handen of benen. Zorg dat het
werkstuk stabiel is ten opzichte van de
ondergrond. Het is belangrijk het werkstuk goed te
ondersteunen om de kans te minimaliseren dat uw
lichaam eraan blootgesteld wordt, het zaagblad
vastloopt of u de controle over het gereedschap
verliest.
Karakteristieke afbeelding met de juiste stand van
de handen, de ondersteuning van het werkstuk en
de geleiding van de netstroomkabel (indien van
toepassing). (zie afb. 1)
5. Houd elektrisch gereedschap vast aan het
geïsoleerde oppervlak van de handgrepen
wanneer u werkt op plaatsen waar het
zaaggereedschap met verborgen bedrading of zijn
eigen snoer in aanraking kan komen. Door contact
met onder spanning staande draden, zullen ook de
niet-geïsoleerde metalen delen van het elektrisch
gereedschap onder spanning komen te staan zodat
de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
6. Gebruik bij het schulpen altijd de breedtegeleider
of de langsgeleider. Hierdoor wordt de
nauwkeurigheid van het zagen vergroot en de kans op
vastlopen van het zaagblad verkleint.
7. Gebruik altijd zaagbladen met doorngaten van de
juiste afmetingen en vorm (diamand versus rond).
Zaagbladen die niet goed passen op de
bevestigingsmiddelen van de cirkelzaag, zullen
excentrisch draaien waardoor u de controle over het
gereedschap verliest.
8. Gebruik nooit een beschadigde of verkeerde
bouten en ringen om het zaagblad mee te
bevestigen. De bouten en ringen voor de bevestiging
van het zaagblad zijn speciaal ontworpen voor gebruik
met uw cirkelzaag voor optimale prestaties en veilig
gebruik.
9. Oorzaken van terugslag en wat de gebruiker
hieraan kan doen:
- Terugslag is een plotselinge reactie op een bekneld,
vastgelopen of niet-uitgelijnd zaagblad, waardoor de
oncontroleerbare cirkelzaag omhoog, uit het
werkstuk en in de richting van de gebruiker gaat.
- Wanneer het zaagblad bekneld raakt of vastloopt
doordat de zaagsnede naar beneden toe smaller
wordt, vertraagt het zaagblad en komt als reactie de
motor snel omhoog in de richting van de gebruiker.
- Als het zaagblad gebogen of niet-uitgelijnd raakt in
de zaagsnede, kunnen de tanden aan de achterrand
van het zaagblad zich in het bovenoppervlak van het
hout vreten, waardoor het zaagblad uit de
zaagsnede klimt en omhoog springt in de richting
van de gebruiker.
Terugslag is het gevolg van misgebruik van de
cirkelzaag en/of onjuiste gebruiksprocedures of -
omstandigheden, en kan worden voorkomen door
goede voorzorgsmaatregelen te treffen, zoals
hieronder vermeld:
Houd de cirkelzaag stevig vast met beide
handen en houdt uw armen zodanig dat een
terugslag wordt opgevangen. Plaats uw lichaam
zijwaarts versprongen van het zaagblad en niet
in een rechte lijn erachter. Door terugslag kan de
cirkelzaag achterwaarts springen, maar de kracht
van de terugslag kan met de juiste
voorzorgsmaatregelen door de gebruiker worden
opgevangen.
Wanneer het zaagblad vastloopt, of wanneer u
om een of andere reden het zagen onderbreekt,
laat u de aan/uit-schakelaar los en houdt u de
cirkelzaag stil in het materiaal totdat het
zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.
Probeer nooit het zaagblad uit het werkstuk te
halen of de cirkelzaag naar achteren te trekken,
terwijl het zaagblad nog draait omdat hierdoor
een terugslag kan optreden. Onderzoek waarom
het zaagblad is vastgelopen en tref afdoende
maatregelen om de oorzaak ervan op te heffen.
Wanneer u de cirkelzaag weer inschakelt terwijl
het zaagblad in het werkstuk zit, plaatst u het
zaagblad in het midden van de zaagsnede en
controleert u dat de tanden niet in het materiaal
grijpen. Als het zaagblad is vastgelopen, kan
wanneer de cirkelzaag wordt ingeschakeld het
zaagblad uit het werkstuk lopen of terugslaan.
Ondersteun grote platen om de kans te
minimaliseren dat het zaagblad bekneld raakt of
terugslaat. Grote platen neigen door te zakken
onder hun eigen gewicht. U moet de plaat
ondersteunen aan beide zijranden, vlakbij de
zaaglijn en vlakbij het uiteinde.
De kans te minimaliseren dat het zaagblad vastloopt
Wanneer het noodzakelijk is om tijdens het zagen de
cirkelzaag tot stilstand te brengen op het werkstuk,
moet de cirkelzaag op het grootste deel rusten terwijl
het kleinste deel wordt afgezaagd.
Ondersteun de plank of plaat vlakbij de zaaglijn
om terugslag te voorkomen. (zie afb. 2)
Ondersteun de plank of plaat niet op grote afstand
van de zaaglijn. (zie afb. 3)
Gebruik een bot of beschadigd zaagblad niet
meer. Niet-geslepen of verkeerd gezette tanden
maken een smalle zaagsnede wat leidt tot grote
wrijving, vastlopen en terugslag. Houd het
zaagblad scherp en schoon. Gom of hars dat op
het zaagblad is opgedroogd vertraagt het zaagblad
en verhoogt de kans op terugslag. Houd het
zaagblad schoon door dit eerst van het
gereedschap te demonteren en het vervolgens
schoon te maken met een reinigingsmiddel voor
gom en hars, heet water of kerosine. Gebruik nooit
benzine.
De vergrendelhendels voor het instellen van de
zaagbladdiepte en verstelhoek moeten
vastzitten alvorens te beginnen met zagen. Als
de instellingen van het zaagblad zich tijdens het
zagen wijzigen, kan dit leiden tot vastlopen of
terugslag.
Wees extra voorzichtig bij blind zagen in
bestaande wanden of op andere plaatsen.
Wanneer het zaagblad door het materiaal heen
breekt, kan het een voorwerp raken waardoor een
terugslag optreedt. Bij het maken van een ‘blinde’
zaagsnede opent u de onderste beschermkap met
behulp van de terugtrekhendel.
28
Houd het gereedschap ALTIJD met beide
handen stevig vast. Plaats NOOIT uw hand of
vingers achter het zaagblad. Als een terugslag
optreedt, kan het zaagblad gemakkelijk achteruit en
over uw hand springen waardoor ernstig
persoonlijk letsel ontstaat. (zie afb. 4)
Dwing de cirkelzaag nooit. Als u het zaagblad
dwingt, kan dat leiden tot een ongelijkmatige
zaagsnede, verminderde nauwkeurigheid en
mogelijke terugslag. Duw de cirkelzaag vooruit
met een snelheid waarbij het zaagblad niet
vertraagt.
10. Controleer voor ieder gebruik of de onderste
beschermkap goed sluit. Gebruik de cirkelzaag
niet als de onderste beschermkap niet vrij kan
bewegen en onmiddellijk sluit. Zet de onderste
beschermkap nooit vast in de geopende stand. Als
u de cirkelzaag per ongeluk laat vallen, kan de
onderste beschermkap worden verbogen. Til de
onderste beschermkap op aan de terugtrekhendel en
controleer dat deze vrij kan bewegen en niet het
zaagblad of enig ander onderdeel raakt, onder alle
verstekhoeken en op alle zaagdiepten. U kunt de
onderste beschermkap controleren, door deze met de
hand te openen, los te laten en te kijken hoe hij sluit.
Controleer tevens of de terugtrekhendel de behuizing
van het gereedschap niet raakt. Het zaagblad
onbeschermd laten is UITERST GEVAARLIJK en kan
leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
11. Controleer de werking van de veer van de
onderste beschermkap. Als de beschermkap en
de veer niet goed werken, dienen deze te worden
gerepareerd voordat de cirkelzaag wordt gebruikt.
De onderste beschermkap kan traag werken als
gevolg van beschadigde onderdelen, gom- of
hardafzetting, of opeenhoping van vuil.
12. De onderste beschermkap mag alleen met de hand
worden geopend voor het maken van speciale
zaagsneden, zoals een ‘blinde’ zaagsnede en
‘samengestelde’ zaagsnede. Til de onderste
beschermkap op aan de terugtrekhendel en laat
deze los zodra het zaagblad in het materiaal zaagt.
Bij alle andere typen zaagsneden, dient de onderste
beschermkap automatisch te werken.
13. Let er altijd op dat de onderste beschermkap het
zaagblad bedekt voordat u de cirkelzaag op een
werkbak of vloer neerlegt. Een onbeschermd
zaagblad dat nog nadraait, zal de cirkelzaag achteruit
doen lopen waarbij alles op zijn weg wordt gezaagd.
Denk aan de tijd die het duurt nadat de cirkelzaag is
uitgeschakeld voordat het zaagblad stilstaat. Voordat
u het gereedschap neerlegt na het voltooien van een
zaagsnede, controleert u dat de onderste
beschermkap gesloten is en het zaagblad volledig tot
stilstand is gekomen.
14. Wees extra voorzichtig bij het zagen in nat hout,
druk-behandeld timmerhout en hout met
knoesten. Pas de snelheid van het zagen aan zodat
de cirkelzaag soepel vooruit blijft gaan zonder dat de
snelheid van het zaagblad lager wordt.
15. Voorkom dat u in spijkers zaag. Inspecteer het
hout op spijkers en verwijder deze zonodig
voordat u begint te zagen.
16. Plaats het bredere deel van de zool van de
cirkelzaag op het deel van het werkstuk dat goed
is ondersteund, en niet op het deel dat omlaag valt
nadat de zaagsnede gemaakt is. Als voorbeeld laat
afbeelding 5 zien hoe u het uiteinde van een plank
GOED afzaagt, en afbeelding 6 hoe u dit
VERKEERD doet. Als het werkstuk kort of smal is,
klemt u het vast. PROBEER NOOIT EEN KORT
WERKSTUK IN UW HANDEN VAST TE HOUDEN!
17. Probeer nooit te zagen waarbij de cirkelzaag
ondersteboven in een bankschroef is geklemd. Dit
is uiterst gevaarlijk en kan leiden tot ernstig
persoonlijk letsel. (zie afb. 7)
18. Sommige materialen bevatten chemische stoffen
die giftig kunnen zijn. Neem
voorzorgsmaatregelen tegen het inademen van
stof en contact met de huid. Volg de
veiligheidsinstructies van de leverancier van het
materiaal op.
19. Breng het zaagblad niet tot stilstand door
zijdelings op het zaagblad te drukken.
20. Gebruik altijd zaagbladen die in deze
gebruiksaanwijzing aanbevolen worden. Gebruik
geen slijpschijven.
21. Draag een stofmasker en gehoorbescherming
tijdens gebruik van het gereedschap.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
WAARSCHUWING:
VERKEERD GEBRUIK of het niet volgen van de
veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing kan
leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
BESCHRIJVING VAN DE
FUNCTIES
LET OP:
Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld
en de stekker uit het stopcontact is getrokken alvorens
de functies van het gereedschap te controleren of af te
stellen.
De zaagdiepte instellen (zie afb. 8)
LET OP:
Nadat u de zaagdiepte hebt ingesteld, zet u de hendel
altijd stevig vast.
Draai de hendel van de dieptegeleider los en beweeg de
zool omhoog of omlaag. Zet de zool vast op de gewenste
zaagdiepte door de hendel vast te zetten. Voor een
schonere, veiligere zaagsnede, stelt u de zaagdiepte
zodanig in dat niet meer dan een tandhoogte door het
werkstuk heen steekt. Door de zaagdiepte goed in te
stellen, verkleint u de kans op een potentieel gevaarlijke
TERUGSLAG, en daarmee op persoonlijk letsel.
Verticaal verstekzagen (zie afb. 9)
Positieve stop
Draai de positieve stop zodat de pijl daarop een van de
drie standen aanwijst (22,5°, 45° of 50°). Kantel
vervolgens de zool van het gereedschap totdat deze stopt
en zet de zool met de hendel vast. Nu zal de cirkelzaag
verstekzagen onder de hoek aangegeven door de pijl.
29
De verstekhoek instellen
Zet de hendel los en stel de zool van het gereedschap
tijdelijk in op een verstekhoek van 0°, en zet daarna de
hendel vast. Draai de positieve stop zodat de pijl daarop
een van de drie standen aanwijst (22,5°, 45° of 50°) die
gelijk is aan of groter is dan de gewenste verstekhoek. Zet
de hendel weer los, kantel de zool van het gereedschap
naar de gewenste hoek, en zet de zool met de hendel
vast.
OPMERKING:
Om de positieve stop te kunnen veranderen, zet u
eerst de hendel los en verkleint u de verstekhoek tot
minder dan de gewenste stand van de positieve stop,
waarna u de stand van de positieve stop kunt
veranderen.
Als de pijl op de positieve stop 22,5 aanwijst, kan de
verstekhoek worden ingesteld tussen 0° en 22,5°; als
de pijl 45 aanwijst, kan de verstekhoek worden
ingesteld tussen 0° en 45°; en als de pijl 50 aanwijst,
kan de verstekhoek worden ingesteld tussen 0° en
50°.
Zichtlijn (zie afb. 10)
Voor recht zagen lijnt u de positie A op de voorkant van de
zool uit met de zaaglijn. Voor verticaal verstekzagen
onder een hoek van 45°, gebruikt u hiervoor positie B.
Aan/uit-schakelaar (zie afb. 11)
LET OP:
Controleer altijd, voordat u de stekker in het
stopcontact steekt, of de aan/uit-schakelaar op de
juiste manier schakelt en weer terugkeert naar de uit-
stand nadat deze is losgelaten.
Om het gereedschap in te schakelen, knijpt u gewoon de
aan/uit-schakelaar in. Laat de aan/uit-schakelaar los om
het gereedschap te stoppen
De lamp inschakelen (zie afb. 12)
LET OP:
Stoot niet tegen de lamp omdat deze hierdoor kan
worden beschadigd of de levensduur kan worden
verkort.
Kijk niet rechtstreeks in het licht of naar de bron van
de lamp.
De lamp gaat branden zodra de stekker van het
gereedschap in een stopcontact wordt gestoken. De lamp
blijft branden totdat de stekker van het gereedschap uit
het stopcontact wordt getrokken.
Als de lamp niet brandt, kan het netsnoer beschadigd zijn
of de lamp kapot zijn. Als de lamp brandt, maar het
gereedschap niet start, zelfs niet wanneer de schakelaar
in de aan-stand wordt gezet, kunnen de koolborstels
versleten zijn, of kan de motor of de aan/uit-schakelaar
defect zijn.
OPMERKING:
Gebruik een doek om het vuil van de lens van de lamp
te vegen. Wees voorzichtig de lens van de lamp niet
te bekrassen om de lichtopbrengst niet te verlagen.
ONDERDELEN AANBRENGEN/
VERWIJDEREN
LET OP:
Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld
en de stekker uit het stopcontact is getrokken alvorens
enige werk aan het gereedschap uit te voeren.
Opbergplaats van de inbussleutel (zie
afb. 13)
Een inbussleutel wordt op de cirkelzaag bewaard. Om de
inbussleutel eraf te halen, draait u deze naar u toe en trekt
u hem eruit.
Om de inbussleutel op te bergen, plaatst u deze op de
hendel en draait u hem tot hij het uitsteeksel op de
handgreep raakt.
Het zaagblad aanbrengen en verwijderen
(zie afb. 14)
LET OP:
Verzeker u ervan dat het zaagblad zodanig wordt
aangebracht dat de tanden aan de voorkant van het
gereedschap omhoog wijzen.
Gebruik uitsluitend de Makita-inbussleutel voor het
aanbrengen en verwijderen van het zaagblad.
Als u het zaagblad wilt verwijderen, drukt u eerst de
asvergrendeling in zodat het zaagblad niet meer kan
draaien, en gebruikt u vervolgens de inbussleutel om de
inbusbout linksom los te draaien. Verwijder tenslotte de
inbusbout, de buitenflens en het zaagblad.
Om het zaagblad aan te brengen, volgt u de procedure in
omgekeerde volgorde. ZORG ERVOOR DAT U DE
INBUSBOUT RECHTSOM STEVIG VASTDRAAIT. (zie
afb. 15)
Vergeet niet tijdens het verwisselen van het zaagblad ook
de bovenste en onderste beschermkappen te ontdoen
van opgehoopt zaagsel. Ondanks dergelijk onderhoud
blijft het noodzakelijk de werking van de onderste
beschermpak voor ieder gebruik te controleren.
Een stofzuiger aansluiten (zie afb. 16)
Wanneer u tijdens het zagen schoon wilt werken, sluit u
een Makita-stofzuiger aan op uw gereedschap. Monteer
de aansluitmond op het gereedschap met behulp van de
schroeven. Sluit vervolgens de stofzuigerslang aan op de
aansluitmond, zoals aangegeven in de afbeelding.
BEDIENING
LET OP:
Duw het gereedschap voorzichtig in een rechte lijn
naar voren. Als u het gereedschap dwing of verdraait,
zal de motor oververhit raken en het gereedschap
gevaarlijk terugslaan waardoor ernstig letsel kan
worden veroorzaakt. (zie afb. 17)
Gebruik altijd de voorhandgreep en achterhandgreep, en
houd het gereedschap tijdens gebruik stevig vast aan
zowel de voorhandgreep als de achterhandgreep. Het
gereedschap is voorzien van zowel een voorhandgreep
als een achterhandgreep. Als u de cirkelzaag met beide
handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handen zagen.
Plaats eerst de zool op het werkstuk dat u wilt zagen,
zonder dat het zaagblad het werkstuk raakt. Schakel
30
vervolgens het gereedschap in en wacht totdat het
zaagblad op volle snelheid draait. Duw het gereedschap
nu gewoon naar voren over het oppervlak van het
werkstuk, houd het daarbij vlak, en duw gelijkmatig totdat
het zagen klaar is.
Zorg voor een schone zaagsnede door een rechte
zaaglijn en een constante voortgaande snelheid. Als de
zaagsnede niet verloopt volgens de voorgenomen
zaaglijn, mag u niet proberen het gereedschap iets te
draaien of te dwingen terug te keren naar de zaaglijn. Als
u dit doet, kan het zaagblad vastlopen en een gevaarlijke
terugslag optreden met mogelijk ernstig persoonlijk letsel
tot gevolg. Laat de aan/uit-schakelaar los, wacht tot het
zaagblad tot stilstand is gekomen en trek vervolgens het
gereedschap terug. Lijn het gereedschap opnieuw uit met
een nieuwe zaaglijn en begin weer te zagen. Probeer te
vermijden dat door de positie van het gereedschap de
gebruiker wordt blootgesteld aan zaagsel en spaanders
die door het gereedschap worden uitgeworpen. Gebruik
oogbescherming om verwonding te voorkomen
Breedtegeleider (liniaal) (los verkrijgbaar)
(zie afb. 18)
Met de handige breedtegeleider kunt u extra nauwkeurig
recht zagen. Schuif gewoon de breedtegeleider strak
tegen de zijkant van het werkstuk en zet deze op zijn
plaats vast met behulp van de schroef op de voorkant van
de zool van het gereedschap. Op deze manier is het
tevens mogelijk een zaagbeweging te herhalen met
identieke breedte.
ONDERHOUD
LET OP:
Zorg er altijd voor dat de machine is uitgeschakeld en
de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat u
een inspectie of onderhoud uitvoert.
Het zaagblad nauwkeurig instellen op 90°
(voor verticale zaagsnede)
Deze instelling is reeds in de fabriek gemaakt. Maar als
dit niet meer juist is, draait u de stelbout met een
inbussleutel terwijl u de zaaghoek tussen het zaagblad en
de zool van het gereedschap instelt op 90° met behulp
van een winkelhaak, geodriehoek, enz. (zie afb. 19 en
20)
De koolborstels vervangen (zie afb. 21)
Verwijder en controleer de koolborstels regelmatig.
Vervang deze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering
zijn afgesleten. Houd de koolborstels schoon en zorg
ervoor dat ze vrij kunnen bewegen in de houders. Beide
koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen.
Gebruik alleen identieke koolborstels. Gebruik een
schroevendraaier om de koolborsteldoppen te
verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, plaats
de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast.
(zie afb. 22)
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het
gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties,
onderhoud en afstellingen te worden uitgevoerd door een
erkend Makita-servicecentrum, en altijd met
gebruikmaking van originele Makita-
vervangingsonderdelen.
ACCESSOIRES
LET OP:
Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen
voor gebruik met het Makita-gereedschap dat in deze
gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik
van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar
voor persoonlijk letsel opleveren. Gebruik de
accessoires of hulpstukken uitsluitend voor de
aangegeven gebruiksdoeleinden.
Mocht u meer informatie willen hebben over deze
accessoires, dan kunt u contact opnemen met uw
plaatselijke Makita-servicecentrum.
Hardmetalen zaagbladen
Breedtegeleider (liniaal)
Inbussleutel
Stofafzuigaansluitmond (gewricht)
Alleen voor Europese landen
ENG102-1
Geluid
Het standaard A-gewogen geluidsniveau zoals
vastgesteld conform EN60745-2-5:
Geluidsdrukniveau (L
pA
): 95 dB (A)
Geluidsdrukniveau (L
WA
): 106 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
Draag gehoorbescherming
Trilling
ENG213-1
De totale trilwaarde (triaxiale vectorsom) zoals
vastgesteld conform EN60745-2-5:
Gebruikstoepassing: zagen in spaanplaat
Trillingsemissie (a
h
): 3 m/s
2
Onzekerheid (K): 1,5 m/s
2
EU-VERKLARING VAN CONFORMITEIT ENH101-7
Model; 5008MG
Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat dit
product voldoet aan de normen in de volgende
documenten:
EN60745, EN55014 en EN61000 in overeenstemming
met de richtlijnen van de Raad, 2004/108/EC en
98/37/EC.
CE 2006
Tomoyasu Kato
Directeur
Verantwoordelijke fabrikant:
Makita Corporation
3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, JAPAN
Erkende vertegenwoordiger voor Europa:
Makita International Europe Ltd.
Michigan Drive, Tongwell, Milton Keynes, Bucks MK15
8JD, ENGELAND
Combinatie
Zaagblad voor algemeen gebruik
voor snel langszagen, afkorten en
verstekzagen.
Geïmpregneerd of
nat hout
Bedoeld voor snel zagen in
geïmpregneerd en nat hout.
Glad afkorten
Voor zaagsneden dwars op de
houtnerf die niet meer geschuurd
hoeven te worden.

Documenttranscriptie

GB Circular Saw Instruction manual F Scie circulaire Manuel d’instructions D Kreissäge Betriebsanleitung I Sega circolare Istruzioni per l’uso NL Handcirkelzaag Gebruiksaanwijzing E Sierra circular Manual de instrucciones P Serra circular Manual de instruções DK Rundsav Brugsanvisning GR Δισκοπρίονο Οδηγίες χρήσης 5008MG NEDERLANDS Verklaring van algemene gegevens 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. Dieptegeleider Hendel Positieve stop Pijl op positieve stop Zool Aan/uit-schakelaar Lamp Inbussleutel Uitsteeksel Asvergrendeling Zaagblad Inbusbout Buitenflens Binnenflens Ring Stofzuiger 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. Achterhandgreep Voorhandgreep Breedtegeleider (liniaal) Stelbout Geodriehoek Slijtgrensmarkering Koolborsteldop Schroevendraaier TECHNISCHE GEGEVENS Model 5008MG Diameter zaagblad 210 mm bij 90° Max. zaagdiepte bij 45° 57 mm bij 50° 51,5 mm Nullasttoerental (min-1) 5.200 Totale lengte 332 mm Netto gewicht 4,8 kg Veiligheidsklasse • • 75,5 mm /II Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, zijn de technische gegevens van dit gereedschap onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving. Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Symbolen END201-3 Hieronder staan de symbolen die voor dit gereedschap worden gebruikt. Zorg ervoor dat u weet wat ze betekenen alvorens het gereedschap te gebruiken. ............. Lees de gebruiksaanwijzing. zekering of veiligheidsstroomonderbreker met trage uitschakeling. SPECIFIEKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN GEB013-1 ............. DUBBEL GEÏSOLEERD Gebruiksdoeleinden ENE028-1 Het gereedschap is bedoeld voor het recht zagen in de lengte- en breedterichting, en verstekzagen onder een hoek in hout, waarbij het gereedschap stevig in contact staat met het werkstuk. Voeding ENF002-1 Het gereedschap mag uitsluitend worden aangesloten op een voeding met dezelfde spanning als aangegeven op het identificatieplaatje en werkt alleen op enkele-fase wisselstroom. Het gereedschap is dubbel geïsoleerd volgens de Europese norm en mag derhalve ook op een niet-geaard stopcontact worden aangesloten. Voor het openbare laagspanningsnet van 220 V t/m 250 V. ENF100-1 Het in- en uitschakelen van elektrische apparatuur veroorzaakt spanningsfluctuaties. Het gebruik van dit gereedschap terwijl het elektriciteitsnet in een slechte toestand verkeert, kan de werking van andere apparatuur nadelig beïnvloeden. Als de netweerstand lager is dan 0,37 ohm, mag u ervan uitgaan dat geen nadelige effecten optreden. Het stopcontact waarop dit gereedschap is aangesloten moet zijn beveiligd met een 26 Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van de cirkelzaag altijd strikt in acht. Bij onveilig of verkeerd gebruik van het gereedschap, bestaat de kans op ernstig persoonlijk letsel. Gevaar: 1. Houd uw handen uit de buurt van het zaaggebied en het zaagblad. Houd met uw andere hand de voorhandgreep of de behuizing van het gereedschap vast. Als u de cirkelzaag met beide handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handen zagen. 2. Reik nooit met uw handen onder het werkstuk. De beschermkap kan u niet beschermen onder het werkstuk tegen het zaagblad. Probeer niet afgezaagd materiaal te verwijderen terwijl het zaagblad nog draait. LET OP: Het zaagblad draait nog na nadat het gereedschap is uitgeschakeld. Wacht totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het afgezaagde materiaal vastpakt. 3. Stel de zaagdiepte in overeenkomstig de dikte van het werkstuk. Minder dan een volledige tandhoogte dient onder het werkstuk uit te komen. 4. Houd het werkstuk waarin wordt gezaagd nooit vast met uw handen of benen. Zorg dat het werkstuk stabiel is ten opzichte van de ondergrond. Het is belangrijk het werkstuk goed te ondersteunen om de kans te minimaliseren dat uw lichaam eraan blootgesteld wordt, het zaagblad vastloopt of u de controle over het gereedschap verliest. Karakteristieke afbeelding met de juiste stand van de handen, de ondersteuning van het werkstuk en de geleiding van de netstroomkabel (indien van toepassing). (zie afb. 1) 5. Houd elektrisch gereedschap vast aan het geïsoleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het zaaggereedschap met verborgen bedrading of zijn eigen snoer in aanraking kan komen. Door contact met onder spanning staande draden, zullen ook de niet-geïsoleerde metalen delen van het elektrisch gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen. 6. Gebruik bij het schulpen altijd de breedtegeleider of de langsgeleider. Hierdoor wordt de nauwkeurigheid van het zagen vergroot en de kans op vastlopen van het zaagblad verkleint. 7. Gebruik altijd zaagbladen met doorngaten van de juiste afmetingen en vorm (diamand versus rond). Zaagbladen die niet goed passen op de bevestigingsmiddelen van de cirkelzaag, zullen excentrisch draaien waardoor u de controle over het gereedschap verliest. 8. Gebruik nooit een beschadigde of verkeerde bouten en ringen om het zaagblad mee te bevestigen. De bouten en ringen voor de bevestiging van het zaagblad zijn speciaal ontworpen voor gebruik met uw cirkelzaag voor optimale prestaties en veilig gebruik. 9. Oorzaken van terugslag en wat de gebruiker hieraan kan doen: - Terugslag is een plotselinge reactie op een bekneld, vastgelopen of niet-uitgelijnd zaagblad, waardoor de oncontroleerbare cirkelzaag omhoog, uit het werkstuk en in de richting van de gebruiker gaat. - Wanneer het zaagblad bekneld raakt of vastloopt doordat de zaagsnede naar beneden toe smaller wordt, vertraagt het zaagblad en komt als reactie de motor snel omhoog in de richting van de gebruiker. - Als het zaagblad gebogen of niet-uitgelijnd raakt in de zaagsnede, kunnen de tanden aan de achterrand van het zaagblad zich in het bovenoppervlak van het hout vreten, waardoor het zaagblad uit de zaagsnede klimt en omhoog springt in de richting van de gebruiker. Terugslag is het gevolg van misgebruik van de cirkelzaag en/of onjuiste gebruiksprocedures of omstandigheden, en kan worden voorkomen door goede voorzorgsmaatregelen te treffen, zoals hieronder vermeld: • Houd de cirkelzaag stevig vast met beide handen en houdt uw armen zodanig dat een terugslag wordt opgevangen. Plaats uw lichaam zijwaarts versprongen van het zaagblad en niet in een rechte lijn erachter. Door terugslag kan de cirkelzaag achterwaarts springen, maar de kracht van de terugslag kan met de juiste voorzorgsmaatregelen door de gebruiker worden opgevangen. • Wanneer het zaagblad vastloopt, of wanneer u om een of andere reden het zagen onderbreekt, laat u de aan/uit-schakelaar los en houdt u de cirkelzaag stil in het materiaal totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. Probeer nooit het zaagblad uit het werkstuk te halen of de cirkelzaag naar achteren te trekken, terwijl het zaagblad nog draait omdat hierdoor een terugslag kan optreden. Onderzoek waarom het zaagblad is vastgelopen en tref afdoende maatregelen om de oorzaak ervan op te heffen. • Wanneer u de cirkelzaag weer inschakelt terwijl het zaagblad in het werkstuk zit, plaatst u het zaagblad in het midden van de zaagsnede en controleert u dat de tanden niet in het materiaal grijpen. Als het zaagblad is vastgelopen, kan wanneer de cirkelzaag wordt ingeschakeld het zaagblad uit het werkstuk lopen of terugslaan. • Ondersteun grote platen om de kans te minimaliseren dat het zaagblad bekneld raakt of terugslaat. Grote platen neigen door te zakken onder hun eigen gewicht. U moet de plaat ondersteunen aan beide zijranden, vlakbij de zaaglijn en vlakbij het uiteinde. De kans te minimaliseren dat het zaagblad vastloopt Wanneer het noodzakelijk is om tijdens het zagen de cirkelzaag tot stilstand te brengen op het werkstuk, moet de cirkelzaag op het grootste deel rusten terwijl het kleinste deel wordt afgezaagd. Ondersteun de plank of plaat vlakbij de zaaglijn om terugslag te voorkomen. (zie afb. 2) Ondersteun de plank of plaat niet op grote afstand van de zaaglijn. (zie afb. 3) • Gebruik een bot of beschadigd zaagblad niet meer. Niet-geslepen of verkeerd gezette tanden maken een smalle zaagsnede wat leidt tot grote wrijving, vastlopen en terugslag. Houd het zaagblad scherp en schoon. Gom of hars dat op het zaagblad is opgedroogd vertraagt het zaagblad en verhoogt de kans op terugslag. Houd het zaagblad schoon door dit eerst van het gereedschap te demonteren en het vervolgens schoon te maken met een reinigingsmiddel voor gom en hars, heet water of kerosine. Gebruik nooit benzine. • De vergrendelhendels voor het instellen van de zaagbladdiepte en verstelhoek moeten vastzitten alvorens te beginnen met zagen. Als de instellingen van het zaagblad zich tijdens het zagen wijzigen, kan dit leiden tot vastlopen of terugslag. • Wees extra voorzichtig bij blind zagen in bestaande wanden of op andere plaatsen. Wanneer het zaagblad door het materiaal heen breekt, kan het een voorwerp raken waardoor een terugslag optreedt. Bij het maken van een ‘blinde’ zaagsnede opent u de onderste beschermkap met behulp van de terugtrekhendel. 27 • Houd het gereedschap ALTIJD met beide handen stevig vast. Plaats NOOIT uw hand of vingers achter het zaagblad. Als een terugslag optreedt, kan het zaagblad gemakkelijk achteruit en over uw hand springen waardoor ernstig persoonlijk letsel ontstaat. (zie afb. 4) • Dwing de cirkelzaag nooit. Als u het zaagblad dwingt, kan dat leiden tot een ongelijkmatige zaagsnede, verminderde nauwkeurigheid en mogelijke terugslag. Duw de cirkelzaag vooruit met een snelheid waarbij het zaagblad niet vertraagt. 10. Controleer voor ieder gebruik of de onderste beschermkap goed sluit. Gebruik de cirkelzaag niet als de onderste beschermkap niet vrij kan bewegen en onmiddellijk sluit. Zet de onderste beschermkap nooit vast in de geopende stand. Als u de cirkelzaag per ongeluk laat vallen, kan de onderste beschermkap worden verbogen. Til de onderste beschermkap op aan de terugtrekhendel en controleer dat deze vrij kan bewegen en niet het zaagblad of enig ander onderdeel raakt, onder alle verstekhoeken en op alle zaagdiepten. U kunt de onderste beschermkap controleren, door deze met de hand te openen, los te laten en te kijken hoe hij sluit. Controleer tevens of de terugtrekhendel de behuizing van het gereedschap niet raakt. Het zaagblad onbeschermd laten is UITERST GEVAARLIJK en kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. 11. Controleer de werking van de veer van de onderste beschermkap. Als de beschermkap en de veer niet goed werken, dienen deze te worden gerepareerd voordat de cirkelzaag wordt gebruikt. De onderste beschermkap kan traag werken als gevolg van beschadigde onderdelen, gom- of hardafzetting, of opeenhoping van vuil. 12. De onderste beschermkap mag alleen met de hand worden geopend voor het maken van speciale zaagsneden, zoals een ‘blinde’ zaagsnede en ‘samengestelde’ zaagsnede. Til de onderste beschermkap op aan de terugtrekhendel en laat deze los zodra het zaagblad in het materiaal zaagt. Bij alle andere typen zaagsneden, dient de onderste beschermkap automatisch te werken. 13. Let er altijd op dat de onderste beschermkap het zaagblad bedekt voordat u de cirkelzaag op een werkbak of vloer neerlegt. Een onbeschermd zaagblad dat nog nadraait, zal de cirkelzaag achteruit doen lopen waarbij alles op zijn weg wordt gezaagd. Denk aan de tijd die het duurt nadat de cirkelzaag is uitgeschakeld voordat het zaagblad stilstaat. Voordat u het gereedschap neerlegt na het voltooien van een zaagsnede, controleert u dat de onderste beschermkap gesloten is en het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. 14. Wees extra voorzichtig bij het zagen in nat hout, druk-behandeld timmerhout en hout met knoesten. Pas de snelheid van het zagen aan zodat de cirkelzaag soepel vooruit blijft gaan zonder dat de snelheid van het zaagblad lager wordt. 15. Voorkom dat u in spijkers zaag. Inspecteer het hout op spijkers en verwijder deze zonodig voordat u begint te zagen. 28 16. Plaats het bredere deel van de zool van de cirkelzaag op het deel van het werkstuk dat goed is ondersteund, en niet op het deel dat omlaag valt nadat de zaagsnede gemaakt is. Als voorbeeld laat afbeelding 5 zien hoe u het uiteinde van een plank GOED afzaagt, en afbeelding 6 hoe u dit VERKEERD doet. Als het werkstuk kort of smal is, klemt u het vast. PROBEER NOOIT EEN KORT WERKSTUK IN UW HANDEN VAST TE HOUDEN! 17. Probeer nooit te zagen waarbij de cirkelzaag ondersteboven in een bankschroef is geklemd. Dit is uiterst gevaarlijk en kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. (zie afb. 7) 18. Sommige materialen bevatten chemische stoffen die giftig kunnen zijn. Neem voorzorgsmaatregelen tegen het inademen van stof en contact met de huid. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op. 19. Breng het zaagblad niet tot stilstand door zijdelings op het zaagblad te drukken. 20. Gebruik altijd zaagbladen die in deze gebruiksaanwijzing aanbevolen worden. Gebruik geen slijpschijven. 21. Draag een stofmasker en gehoorbescherming tijdens gebruik van het gereedschap. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES WAARSCHUWING: VERKEERD GEBRUIK of het niet volgen van de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES LET OP: • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken alvorens de functies van het gereedschap te controleren of af te stellen. De zaagdiepte instellen (zie afb. 8) LET OP: • Nadat u de zaagdiepte hebt ingesteld, zet u de hendel altijd stevig vast. Draai de hendel van de dieptegeleider los en beweeg de zool omhoog of omlaag. Zet de zool vast op de gewenste zaagdiepte door de hendel vast te zetten. Voor een schonere, veiligere zaagsnede, stelt u de zaagdiepte zodanig in dat niet meer dan een tandhoogte door het werkstuk heen steekt. Door de zaagdiepte goed in te stellen, verkleint u de kans op een potentieel gevaarlijke TERUGSLAG, en daarmee op persoonlijk letsel. Verticaal verstekzagen (zie afb. 9) Positieve stop Draai de positieve stop zodat de pijl daarop een van de drie standen aanwijst (22,5°, 45° of 50°). Kantel vervolgens de zool van het gereedschap totdat deze stopt en zet de zool met de hendel vast. Nu zal de cirkelzaag verstekzagen onder de hoek aangegeven door de pijl. De verstekhoek instellen Zet de hendel los en stel de zool van het gereedschap tijdelijk in op een verstekhoek van 0°, en zet daarna de hendel vast. Draai de positieve stop zodat de pijl daarop een van de drie standen aanwijst (22,5°, 45° of 50°) die gelijk is aan of groter is dan de gewenste verstekhoek. Zet de hendel weer los, kantel de zool van het gereedschap naar de gewenste hoek, en zet de zool met de hendel vast. OPMERKING: • Om de positieve stop te kunnen veranderen, zet u eerst de hendel los en verkleint u de verstekhoek tot minder dan de gewenste stand van de positieve stop, waarna u de stand van de positieve stop kunt veranderen. • Als de pijl op de positieve stop 22,5 aanwijst, kan de verstekhoek worden ingesteld tussen 0° en 22,5°; als de pijl 45 aanwijst, kan de verstekhoek worden ingesteld tussen 0° en 45°; en als de pijl 50 aanwijst, kan de verstekhoek worden ingesteld tussen 0° en 50°. Zichtlijn (zie afb. 10) Voor recht zagen lijnt u de positie A op de voorkant van de zool uit met de zaaglijn. Voor verticaal verstekzagen onder een hoek van 45°, gebruikt u hiervoor positie B. Aan/uit-schakelaar (zie afb. 11) LET OP: • Controleer altijd, voordat u de stekker in het stopcontact steekt, of de aan/uit-schakelaar op de juiste manier schakelt en weer terugkeert naar de uitstand nadat deze is losgelaten. Om het gereedschap in te schakelen, knijpt u gewoon de aan/uit-schakelaar in. Laat de aan/uit-schakelaar los om het gereedschap te stoppen De lamp inschakelen (zie afb. 12) LET OP: • Stoot niet tegen de lamp omdat deze hierdoor kan worden beschadigd of de levensduur kan worden verkort. • Kijk niet rechtstreeks in het licht of naar de bron van de lamp. De lamp gaat branden zodra de stekker van het gereedschap in een stopcontact wordt gestoken. De lamp blijft branden totdat de stekker van het gereedschap uit het stopcontact wordt getrokken. Als de lamp niet brandt, kan het netsnoer beschadigd zijn of de lamp kapot zijn. Als de lamp brandt, maar het gereedschap niet start, zelfs niet wanneer de schakelaar in de aan-stand wordt gezet, kunnen de koolborstels versleten zijn, of kan de motor of de aan/uit-schakelaar defect zijn. OPMERKING: • Gebruik een doek om het vuil van de lens van de lamp te vegen. Wees voorzichtig de lens van de lamp niet te bekrassen om de lichtopbrengst niet te verlagen. ONDERDELEN AANBRENGEN/ VERWIJDEREN LET OP: • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken alvorens enige werk aan het gereedschap uit te voeren. Opbergplaats van de inbussleutel (zie afb. 13) Een inbussleutel wordt op de cirkelzaag bewaard. Om de inbussleutel eraf te halen, draait u deze naar u toe en trekt u hem eruit. Om de inbussleutel op te bergen, plaatst u deze op de hendel en draait u hem tot hij het uitsteeksel op de handgreep raakt. Het zaagblad aanbrengen en verwijderen (zie afb. 14) LET OP: • Verzeker u ervan dat het zaagblad zodanig wordt aangebracht dat de tanden aan de voorkant van het gereedschap omhoog wijzen. • Gebruik uitsluitend de Makita-inbussleutel voor het aanbrengen en verwijderen van het zaagblad. Als u het zaagblad wilt verwijderen, drukt u eerst de asvergrendeling in zodat het zaagblad niet meer kan draaien, en gebruikt u vervolgens de inbussleutel om de inbusbout linksom los te draaien. Verwijder tenslotte de inbusbout, de buitenflens en het zaagblad. Om het zaagblad aan te brengen, volgt u de procedure in omgekeerde volgorde. ZORG ERVOOR DAT U DE INBUSBOUT RECHTSOM STEVIG VASTDRAAIT. (zie afb. 15) Vergeet niet tijdens het verwisselen van het zaagblad ook de bovenste en onderste beschermkappen te ontdoen van opgehoopt zaagsel. Ondanks dergelijk onderhoud blijft het noodzakelijk de werking van de onderste beschermpak voor ieder gebruik te controleren. Een stofzuiger aansluiten (zie afb. 16) Wanneer u tijdens het zagen schoon wilt werken, sluit u een Makita-stofzuiger aan op uw gereedschap. Monteer de aansluitmond op het gereedschap met behulp van de schroeven. Sluit vervolgens de stofzuigerslang aan op de aansluitmond, zoals aangegeven in de afbeelding. BEDIENING LET OP: • Duw het gereedschap voorzichtig in een rechte lijn naar voren. Als u het gereedschap dwing of verdraait, zal de motor oververhit raken en het gereedschap gevaarlijk terugslaan waardoor ernstig letsel kan worden veroorzaakt. (zie afb. 17) Gebruik altijd de voorhandgreep en achterhandgreep, en houd het gereedschap tijdens gebruik stevig vast aan zowel de voorhandgreep als de achterhandgreep. Het gereedschap is voorzien van zowel een voorhandgreep als een achterhandgreep. Als u de cirkelzaag met beide handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handen zagen. Plaats eerst de zool op het werkstuk dat u wilt zagen, zonder dat het zaagblad het werkstuk raakt. Schakel 29 vervolgens het gereedschap in en wacht totdat het zaagblad op volle snelheid draait. Duw het gereedschap nu gewoon naar voren over het oppervlak van het werkstuk, houd het daarbij vlak, en duw gelijkmatig totdat het zagen klaar is. Zorg voor een schone zaagsnede door een rechte zaaglijn en een constante voortgaande snelheid. Als de zaagsnede niet verloopt volgens de voorgenomen zaaglijn, mag u niet proberen het gereedschap iets te draaien of te dwingen terug te keren naar de zaaglijn. Als u dit doet, kan het zaagblad vastlopen en een gevaarlijke terugslag optreden met mogelijk ernstig persoonlijk letsel tot gevolg. Laat de aan/uit-schakelaar los, wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen en trek vervolgens het gereedschap terug. Lijn het gereedschap opnieuw uit met een nieuwe zaaglijn en begin weer te zagen. Probeer te vermijden dat door de positie van het gereedschap de gebruiker wordt blootgesteld aan zaagsel en spaanders die door het gereedschap worden uitgeworpen. Gebruik oogbescherming om verwonding te voorkomen ACCESSOIRES Breedtegeleider (liniaal) (los verkrijgbaar) (zie afb. 18) Glad afkorten Met de handige breedtegeleider kunt u extra nauwkeurig recht zagen. Schuif gewoon de breedtegeleider strak tegen de zijkant van het werkstuk en zet deze op zijn plaats vast met behulp van de schroef op de voorkant van de zool van het gereedschap. Op deze manier is het tevens mogelijk een zaagbeweging te herhalen met identieke breedte. • • • ONDERHOUD LET OP: • Zorg er altijd voor dat de machine is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat u een inspectie of onderhoud uitvoert. Het zaagblad nauwkeurig instellen op 90° (voor verticale zaagsnede) Deze instelling is reeds in de fabriek gemaakt. Maar als dit niet meer juist is, draait u de stelbout met een inbussleutel terwijl u de zaaghoek tussen het zaagblad en de zool van het gereedschap instelt op 90° met behulp van een winkelhaak, geodriehoek, enz. (zie afb. 19 en 20) De koolborstels vervangen (zie afb. 21) Verwijder en controleer de koolborstels regelmatig. Vervang deze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering zijn afgesleten. Houd de koolborstels schoon en zorg ervoor dat ze vrij kunnen bewegen in de houders. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik alleen identieke koolborstels. Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, plaats de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast. (zie afb. 22) Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud en afstellingen te worden uitgevoerd door een erkend Makita-servicecentrum, en altijd met gebruikmaking van originele Makitavervangingsonderdelen. 30 LET OP: • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita-gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijk letsel opleveren. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven gebruiksdoeleinden. Mocht u meer informatie willen hebben over deze accessoires, dan kunt u contact opnemen met uw plaatselijke Makita-servicecentrum. • Hardmetalen zaagbladen Combinatie Zaagblad voor algemeen gebruik voor snel langszagen, afkorten en verstekzagen. Geïmpregneerd of Bedoeld voor snel zagen in nat hout geïmpregneerd en nat hout. Voor zaagsneden dwars op de houtnerf die niet meer geschuurd hoeven te worden. Breedtegeleider (liniaal) Inbussleutel Stofafzuigaansluitmond (gewricht) Alleen voor Europese landen ENG102-1 Geluid Het standaard A-gewogen geluidsniveau zoals vastgesteld conform EN60745-2-5: Geluidsdrukniveau (LpA): 95 dB (A) Geluidsdrukniveau (LWA): 106 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) Draag gehoorbescherming Trilling De totale trilwaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld conform EN60745-2-5: Gebruikstoepassing: zagen in spaanplaat Trillingsemissie (ah): 3 m/s2 Onzekerheid (K): 1,5 m/s2 ENG213-1 EU-VERKLARING VAN CONFORMITEIT ENH101-7 Model; 5008MG Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product voldoet aan de normen in de volgende documenten: EN60745, EN55014 en EN61000 in overeenstemming met de richtlijnen van de Raad, 2004/108/EC en 98/37/EC. CE 2006 Tomoyasu Kato Directeur Verantwoordelijke fabrikant: Makita Corporation 3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, JAPAN Erkende vertegenwoordiger voor Europa: Makita International Europe Ltd. Michigan Drive, Tongwell, Milton Keynes, Bucks MK15 8JD, ENGELAND
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52

Makita 5008 mg de handleiding

Categorie
Cirkelzagen
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor