Weslo Cadence 16.0 Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

GEBRUIKSAANWIJZING
Modelnr. WETL39710.0
Serienr.
Noteer het serienummer hierboven
voor verdere raadpleging.
OPGELET
Lees voor gebruik van dit appa-
raat alle instructies en voor-
zorgsmaatregelen in deze hand-
leiding. Bewaar deze handleiding
voor verdere raadpleging.
VRAGEN?
Als u nog vragen hebt of er zijn on-
derdelen die ontbreken of bescha-
digd zijn, neem dan contact op met
de winkel waar u dit product hebt
gekocht.
Bezoek onze website:
www.iconsupport.eu
Sticker met
serienummer
www.iconeurope.com
INHOUD
DE STICKER MET WAARSCHUWING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .2
BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3
VOORDAT U BEGINT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .5
M
ONTAGE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6
GEBRUIK EN BIJSTELLEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .9
DE LOOPBAND INKLAPPEN EN VERPLAATSEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .15
PROBLEMEN OPLOSSEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .16
RICHTLIJNEN VOOR HET OEFENEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .19
LIJST MET ONDERDELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .20
GEDETAILLEERDE TEKENING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .21
HET BESTELLEN VAN ONDERDELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Laatste pagina
RECYCLING INFORMATIE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Laatste pagina
WESLO is een merk van ICON IP, Inc.
2
De hier getoonde sticker(s) met waarschuwing
is/zijn op de aangegeven plaats(en) geplakt. Bel,
wanneer een sticker ontbreekt of niet leesbaar
is, het nummer op de omslag van deze hand-
leiding en vraag om een vervangende sticker.
Plak de sticker op de aangegeven plaats.
Opmerking: de sticker(s) worden niet op ware
grootte weergegeven.
DE STICKER MET WAARSCHUWING
3
WAARSCHUWING: lees, om het risico van ernstig letsel te verminderen, alle be-
langrijke voorzorgsmaatregelen en instructies in deze handleiding en alle waarschuwingen op uw
loopband voordat u deze gebruikt. ICON is niet verantwoordelijk voor persoonlijk letsel of schade
d
oor het gebruik van dit product.
BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN
1. Raadpleeg uw huisarts voordat u met dit of
enig ander oefenprogramma begint. Dit is
vooral belangrijk voor personen ouder dan 35
jaar of personen met bestaande gezondheid-
sproblemen.
2. Het is de verantwoordelijkheid van de eige-
naar om zich ervan te vergewissen dat allen
die gebruik maken van de loopband vol-
doende op de hoogte zijn van de voorzorgs-
maatregelen en waarschuwingen.
3. Gebruik de loopband alleen zoals
voorgeschreven.
4. Plaats de loopband op een vlakke ondergrond
met minstens 2,4 m ruimte achter de loop-
band en 0,6 m ruimte aan iedere kant van de
loopband. Zorg ervoor dat de loopband geen
luchtopeningen, luchtroosters blokkeert. Leg
een matje onder de loopband om uw vloer of
de vloerbedekking te beschermen.
5. Gebruik de loopband uitsluitend binnenshuis
en uit de buurt van vocht en stof. Plaats de
loopband niet in een garage, of op een
overdekt terras of bij water.
6. Gebruik de loopband niet waar spuitbussen
gebruikt worden of waar zuurstof toegevoegd
wordt.
7. Houd te allen tijde kinderen jonger dan 12 jaar
en huisdieren bij de loopband vandaan.
8. De loopband mag niet door mensen die meer
dan 120 kg wegen gebruikt worden.
9. Laat nooit meer dan één persoon tegelijk de
loopband gebruiken.
10. Draag de juiste kleding bij gebruik van de
loopband. Draag geen losse kleding die ver-
strikt kan raken in de loopband. Sportkleding
wordt aanbevolen voor zowel mannen als
vrouwen. Draag altijd sportschoenen. Maak
nooit op blote voeten, op alleen maar sokken
of met sandalen gebruik van de loopband.
11. Steek de stekker alleen in een geaard stop-
contact (zie pagina 9). Geen elk ander appa-
raat mag op dezelfde groep aangesloten zijn.
12. Als u een verlengsnoer nodig heeft, gebruik
dan alleen een 3-draadige, 1 mm
2
(maat 14)
snoer die niet langer is dan 1,5 meter.
13. Houd de stekker bij hete oppervlaktes van-
daan.
14. Loop nooit op de loopband wanneer de elec-
triciteit uitgeschakeld is. Gebruik de loopband
niet wanneer het elektrische snoer of stekker
beschadigd is.Gebruik de loopband niet als
deze niet goed functioneert. (Zie PROBLE-
MEN OPLOSSEN op pagina 16 als de loop-
band niet naar behoren werkt.)
15. Lees de noodstopprocedure grondig door en
test de procedure voordat u de loopband ge-
bruikt (raadpleeg HOE HET APPARAAT AAN
TE ZETTEN op pagina 11).
16. Start de loopband nooit wanneer u op de
loopband staat. Houd u altijd vast aan de han-
dleuningen vast wanneer u de loopband ge-
bruikt.
17. De polssensor is geen medisch instrument.
Bepaalde factoren zoals bewegingen, kunnen
invloed hebben op de nauwkeurigheid van de
metingen. De polssensor dient slechts om
een algemene hartslag te meten, als hulpmid-
del bij uw oefeningen.
4
18. De loopband kan een hoge snelheid bereiken.
Stel de snelheid geleidelijk aan om
s
chokkende versnellingen te voorkomen.
19. Laat de loopband nooit zonder toezicht
draaien. Verwijder altijd de sleutel, trek de
s
tekker uit het stopcontact, en zet de schake-
laar in de uitstand wanneer u de loopband
niet gebruikt. (zie de tekening op pagina 5
voor de plaats van de schakelaar.)
20. Voltooi eerst de montage van de loopband
voordat u hem uitklapt, inklapt of verplaatst.
(Zie MONTAGE op pagina 6 en DE LOOP-
BAND INKLAPPEN EN VERPLAATSEN op
pagina 15.) U moet in staat zijn om veilig 20
kg op te kunnen optillen, of om de loopband
te verplaatsen.
21. Bij het inklappen of verschuiven van de loop-
band dient u erop te letten dat de opbergver-
grendeling het onderstel stevig in de opberg-
stand houdt.
22. Verander de hellingstand van de loopband
niet door voorwerpen onder de loopband te
plaatsen.
23. Controleer regelmatig dat alle onderdelen nog
goed vast zitten en draai ze, indien nodig,
v
ast.
24. Steek geen enkel onderwerp in een opening
van de loopband.
25.
GEVAAR: trek de stekker altijd direct
na gebruik van de loopband uit het stopcon-
tact. Eveneens de stekker uit het stopcontact
trekken voor het schoonmaken van de loop-
band, voor het plegen van onderhoud en voor
het bijregelen zoals beschreven is in deze
handleiding. Verwijder nooit de motorkap ten-
zij een monteur dat aangeeft. Onderhoud, an-
ders dan de procedures in deze handleiding
moeten uitsluitend uitgevoerd worden door
een erkende onderhoudsmonteur.
26. Deze loopband is alleen voor huiselijk gebruik
bedoeld. Gebruik de loopband niet commer-
cieel of voor verhuur.
27. Te veel oefeninen kan leiden tot ernstig letsel
of tot de dood. Als u pijn voelt of duizelig
wordt tijdens het oefenen, dient u onmiddel-
lijk te stoppen en af te koelen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
5
Dank u dat u hebt gekozen voor de nieuwe WESLO
®
C
ADENCE 16.0 loopband. Deze CADENCE 16.0 loop-
band biedt een reeks functies die zijn ontwikkeld om
uw oefeningen effectiever te maken. Als u geen oefe-
ningen doet, kunt u deze unieke loopband opvouwen,
waardoor deze minder dan de helft van de ruimte in-
neemt van andere loopbanden.
Lees, voor uw welzijn, deze handleiding zorgvuldig
door voor gebruik van de loopband. Raadpleeg de
omslag van deze handleiding als u nog vragen hebt.
N
oteer het productnummer en het serienummer voor-
dat u met ons contact opneemt. De plaats waar u de
stickers met het productnummer en het serienummer
kunt vinden wordt op de omslag van de handleiding
aangegeven.
Bekijk eerst aandachtig de tekening hieronder en de
verschillende onderdelen, voordat u verder leest.
VOORDAT U BEGINT
Handleuning
Opbergvergrendeling
Bedieningspaneel
Sleutel/Clip
Schakelaar
Electriciteitssnoer
Loopband
Motorkap
Wiel
Voetleuning
Bijstelbouten van
de Ruststandrol
Accessoireshouder
Platform van het Kussen
Hellingpoot
6
1. Zorg dat het snoer niet in het stopcontact zit.
Leg de loopband, met de hulp van een tweede
persoon, voorzichtig op zijn linkerkant. Klap het
Onderstel (50) uit, weg van de Staanders (73).
Ga niet op de Staanders leunen.
Plaats de Basis (80) zoals afgebeeld. Maak de
Basis aan de Staanders (73) vast met vier M10
x 65mm Bouten (1). Draai alle vier de bouten
vast, en draai ze daarna ieder goed vast.
Til de Staanders (73) zodaning op dat de Basis
(80) plat op de vloer komt te liggen.
1
73
80
1
M10 x 65mm Bout (1)–4
M10 x 45mm Bout (2)–4
M4,2 x 19mm
Schroef (3)–6
#10 x 1"
Tekschroef (83)–2
#
MONTAGE
Montage moet door twee personen worden uitgevoerd. Plaats de loopband op een open plek en verwijder het
verpakkingsmateriaal. Gooi het verpakkingsmateriaal niet weg totdat u de loopband volledig hebt gemon-
t
eerd. Opmerking: de onderkant van de loopriem van de loopband is voor een goede werking bedekt met een
smeermiddel. Tijdens het vervoer kan een klein beetje smeermiddel aan de bovenkant van de loopriem of de ver-
p
akkingsmateriaal terecht zijn gekomen. Dit is normaal en heeft geen invloed op de werking van de loopband. Als
er zich smeermiddel op de bovenkant van de loopriem bevindt, kunt u deze eenvoudigweg afvegen met een
zachte doek en een reiniger zonder schuurmiddel.
Tijdens de montage zult u de meegeleverde inbussleutels , Phillips schroevendraaier , uw
eigen Standaard schroevendraaier een Punttang .
Gebruik de onderstaande tekeningen om te weten hoe u de metalen onderdelen moet monteren. Het nummer tus-
sen haakjes onder elke tekening is het nummer van het onderdeel van de LIJST MET ONDERDELEN achterin
deze handleiding. Het getal achter de haakjes is de hoeveelheid die nodig is voor de montage. Opmerking: som-
mige kleine onderdelen zijn al vooraf gemonteerd. Om schade aan plastic onderdelen te vermijden, moet
u geen elektrisch gereedschap bij het monteren gebruiken. Er zijn mogelijk extra metalen onderdelen
meegeleverd.
1
50
2. Maak de Handleuningen (69) aan de Staanders
(73) vast met vier M10 x 45mm Bouten (2).
Draai alle vier de Bouten vast, en draai ze
d
aarna ieder goed vast.
3. Houd, met hulp van een tweede persoon, het
onderstel van het bedieningspaneel bij de
Staanders (73) vast. Verwijder de draadband
van de Draad van de Staander (71).
Sluit de Draad van de Staander (71) aan op de
draad van het bedieningspaneel. Raadpleeg de
inzet-tekening. De verbindingsstukken
zouden makkelijk in elkaar moeten kunnen
schuiven en op hun plaats moeten klikken.
Als dit niet gebeurt, dient u een van de verbind-
ingsstukken te draaien en het nog eens te
proberen. ALS DE VERBINDINGSSTUKKEN
NIET GOED VERBONDEN WORDEN, KAN
HET BEDIENINGSPANEEL BESCHADIGD
RAKEN ALS DE STROOM AANGEZET WOR-
DEN. Steek de verbindingsstukken en het over-
schot aan draad in de dwarsstang op de
Staanders (73).
2
3
71
Bedieningspaneel
Draad van het
Bedieningspaneel
73
2
2
73
6
9
69
71
Band
Draad
van het
Bediening-
spaneel
4. Maak het bedieningspaneel aan de Staanders
(73) en aan Handleuningen (69) vast met zes
M4,2 x 19mm Schroeven (3). Zorg ervoor dat
de draaden niet bekneld raken.
4
3
69
69
3
3
Bedieningspaneel
73
7
8. Zorg dat alle onderdelen goed vastgedraaid zijn voordat u de loopband gebruikt. Bewaar de
meegeleverde inbussleutel op een veilige plaats. Een van de inbussleutels wordt gebruikt om de loopband
bij te stellen (zie pagina 17, 18). Plaats een matje onder de loopband om de vloer of de vloerbedekking te
beschermen.
5. Maak de Huls van de Vergrendeling (72) aan de
Linker Staander (73) vast met twee #10 x 1"
Tekschroeven (83). Draai beide de Schroeven
e
erst wat aan, en draai ze daarna ieder goed
vast.
7. Verwijder de Gasveerklip (86) van de onderkant
van de Gasveer (85). Druk de onderkant van de
Gasveer op het Montagestuk (92) van de beugel
in het midden van de Basis (80). Opmerking: het
kan nodig zijn om het Onderstel (niet getoond)
wat naar voren of naar achteren te draaien.
Bekijk tekening 7a. Steek de Gasveerklip (86)
in de twee kleine aangegeven gaten in de
Gasveer (85). Draai de Gasveerklip tot deze op
de Gasveer klikt.
Laat de loopband neer. Zie HOE DE LOOP-
BAND NEER TE LATEN VOOR GEBRUIK op
pagina 15.
5
83
73
72
6. Zoek van het eind van de stang van de Gasveer
(85). Raadpleeg de twee kleine inzet-tekenin-
gen. Zoek naar de Gasveerklip (86) aan het
eind van de buis van de Gasveer. Druk, door uw
nagel of schroevendraaier te gebruiken, op het
uiteinde van de Gasveerklip om deze los te
maken. Raak de Gasveerklip niet kwijt. Extra
Gasveerklippen zijn meegeleverd.
Druk vervolgens het uiteinde van de Gasveer
(85) z over mogelijk op het Montagestuk (92)
van de beugel in het midden van het Onderstel
(50).
Bekijk tekening 6a. Steek de Gasveerklip (86)
in de twee aangegeven kleine gaten in het
uiteinde van de buis van de Gasveer (85). Draai
dan de Gasveerklip in totdat het in de Gasveer
vastzit.
85
86
50
50
86
85
92
Gaten
Beugel
Zuiger
86
86
7
80
86
85
80
92
86
85
Gaten
Beugel
Beugel
7a
6
6a
8
9
DE REEDS INGESMEERDE LOOPBAND
Uw loopband is voorzien van een band die al met een
hoogwaardig smeermiddel is behandeld. BELANG-
RIJK: behandel de band of het loopplatform nooit
m
et siliconen spray of ander middel. Als u dat
doet, zult u de loopband beschadigen.
HOE DE SNOER IN STOPCONTACT TE STEKEN
De snoer moet geaard zijn. Als het niet goed functio-
neert geeft de aarding de laagste weerstandspad voor
de elektriciteit om zodoende het risico van elektrische
schok te verminderen. Een snoer en een geaarde
stekker zijn bijgeleverd. BELANGRIJK: als het snoer
beschadigd is moet u het vervangen voor een door
de fabrikant aanbevolen snoer.
Volg deze stappen om de snoer in stopcontact te
s
teken.
1. Steek het aangegeven uiteinde van het snoer in het
stopcontact van de loopband.
2. Steek het snoer in een goed geinstalleerd en geaard
stopcontact die overeenkomt met alle plaatselijke
regelingen.
Stopcontact van
de Loopband
Stroomsnoer
Stopcontact
GEBRUIK EN BIJSTELLEN
GEVAAR: een verkeerd stopcon-
tact (zonder aarde) kan tot een elektrische
schok leiden. Laat een elektriciën de aarding
nakijken als u niet zeker weet of het stopcon-
tact goed geaard is. Breng geen wijzigingen
aan de stekker van het apparaat aan. Laat een
elektriciën een nieuwe stekker monteren als
de stekker niet in het stopcontact past.
10
DE WAARSCHUWINGSSTICKER OPPLAKKEN
Zoek de Engelse waarschuwingen op het bediening-
spaneel. U vindt dezelfde waarschuwingen in andere
talen op het meegeleverde stickervel. Plak de
Nederlandse waarschuwingssticker op het bediening-
spaneel.
FUNCTIES VAN HET BEDIENINGSPANEEL
De loopband biedt een reeks mogelijkheden die on-
twikkeld zijn om uw oefeningen effectiever te maken. U
kunt wanneer u de handmatige instelling kiest de snel-
heid en de hellingstand van de loopband veranderen
door een druk op een toets. Tijdens de oefening zal
het bedieningspaneel doorlopend informatie
weergeven. U kunt zelfs uw hartslag meten met ge-
bruik van de ingebouwde polssensor.
Het bedieningspaneel heeft ook zes snelheidsoefenin-
gen. Elke oefening beheert automatisch de snelheid
en de helling van de loopband terwijl het u door een ef-
fectieve oefening begeleidt.
Raadpleeg pagina 11 om de stroom in te schakelen.
Raadpleeg pagina 11 om de handmatige instelling te
gebruiken. Om een voorafingestelde oefening te
gebruiken, raadpleeg dan pagina 13. Raadpleef pag-
ina 14 om de informatie instelling te gebruiken.
BELANGRIJK: mocht er een velletje plastic op het
bedieningspaneel zitten, verwijder deze dan. Draag
alleen schone sportschoenen wanneer u de loop-
band gebruikt om beschadiging aan het loopplat-
form te voorkomen. Houd de ligging van de band
in de gaten wanneer de loopband voor het eerst
gebruikt wordt. Leg deze in het midden mocht het
nodig zijn (zie pagina 18).
Opermking: het bedieningspaneel kan de snelheid en
de afstand in kilometers of mijlen weergeven. Zie de
INFORMATIEMODUS op pagina 14 om er achter te
komen welke meeteenheid gekozen is. Om het een-
voudig te houden worden alle instructies in deze
handleiding in kilometers aangegeven.
BEDIENINGSPANEELDIAGRAM
Klip
Sleutel
Duim-polssensor
11
HOE HET APPARAAT AAN TE ZETTEN
BELANGRIJK: laat de loopband, wanneer deze aan
k
oude blootgesteld geweest is, op kamertemper-
atuur komen voordat u de elektriciteit inschakelt.
A
ls u dit niet doet kunt u het bedieningspaneel of
andere elektrische onderdelen beschadigen.
Steek het snoer in (zie pag-
ina 9). Zoek vervolgens
naar de aan/uit-schakelaar
op het onderstel van de
loopband bij het snoer. Zorg
ervoor dat de knop in de re-
setstand staat.
BELANGRIJK: het bedieningspaneel toont een
demo-instelling, die ontwikkeld is voor de loop-
band die in een winkel geëtaleerd wordt. De demo-
instelling gaat aan als de displays oplichten zodra
het snoer ingestoken wordt en de schakelaar in de
resetstand gezet wordt. Om de demo-instelling uit
te schakelen, houdt u de Stoptoets enkele secon-
den lang ingedrukt. Wanneer de displays blijven
branden, raadpleeg dan DE INFORMATIE IN-
STELLING op pagina 14 om de demo instelling uit
te schakelen.
Ga op de voetenkussentjes van de loopband staan.
Zoek naar de klip die aan de sleutel vast zit (zie teken-
ing op pagina 10) en maak de klip aan de tailleband
van uw kleding vast. Steek de sleutel in het bedien-
ingspaneel. Kort daarna zal de display oplichten. BE-
LANGRIJK: bij een noodsituatie kunt u aan de
sleutel van het bedieningspaneel trekken, zodat de
loopband vertraagt en tot stilstand komt. Test de
klip door voorzichtig een paar stappen achteruit te
zetten totdat de sleutel uit het bedieningspaneel
wordt getrokken. Als de sleutel niet uit het bedien-
ingspaneel komt, stel dan de lengte van de klip bij.
DE HANDMATIGE INSTELLING GEBRUIKEN
1. Plaats de sleutel in het bedieningspaneel.
Zie HOE HET APPARAAT AAN TE ZETTEN aan
d
e linkerkant.
2. Kies de handmatige instelling.
De handmatige in-
stelling wordt gekozen
wanneer u de sleutel in-
steekt. Als u een oefen-
ing gekozen hebt, trek
dan de sleutel uit en
steek deze opnieuw weer in.
3. Start de loopband.
Om de loopband te starten, druk op de Starttoets
[START], de Snelheidstoename toets [KM/H] of
op een van de genummerde snelheidstoetsen.
Als de Starttoets of de Snelheidstoename toets
wordt ingedrukt dan zal de loopband beginnen te
draaien met een snelheid van 2 Km/u [KM/H].
Tijdens uw oefening kunt u de snelheid van de
loopband naar wens aanpassen door de snelheid-
stoename en afname toetsen in te drukken.
Steeds als u een van de toetsen indrukt dan zal
de snelheidsinstelling met 0,1 Km/u veranderen;
als u een toets ingedrukt houdt verandert de snel-
heid met 0,5 Km/u. Opmerking: na het drukken op
de toetsen kan het even duren voordat de loop-
band de gekozen snelheidsinstelling bereikt.
Indien u op een van de genummerde sneltoetsen
drukt, dan zal de snelheid van de loopband gelei-
delijk aan veranderd worden tot deze de gekozen
snelheidsinstelling bereikt.
Om de loopband te stoppen, druk op de Stoptoets
[STOP]. De tijd zal op de linker display gaan
opflikkeren. Om de loopband opnieuw te starten,
drukt u op de Starttoets of op de
Snelheidstoename toets.
Opnieuw
instellen
12
4. Volg uw vordering op de displays.
De piste—De piste
g
eeft een afstand van
402 meter (1/4 mijl)
w
eer. Als u op de loop-
band loopt of rent,
zullen de indicatoren
rond de piste na elkaar oplichten totdat de gehele
piste verschijnt. De piste zal dan verdwijnen en de
indicatoren zullen opnieuw na elkaar oplichten.
De linker display—Als
u oefent kan de linker
display de verstreken
tijd [TIME] en het bij be-
nadering aantal ver-
brande calorieën
[CALS.] tonen. De display geeft ook uw hartslag
weer als u gebruik maakt van de polssensor
[PULSE] (zie stap 5 op pagina 15). Opmerking:
wanneer u een voorafingestelde oefening gebruikt,
dan zal de linker display de resterende tijd in plaats
van de verstreken tijd aangegeven.
De rechter display—
De rechter display kan
de snelheid van de
loopband en de
gelopen of gerende afs-
tand aangeven.
Druk u op de Stoptoets, trek de sleutel eruit en
steek deze weer in, om de displays te reseten.
5. Uw hartslag meten als u dat wilt.
Ga om uw hartslag te meten op de voetrails
s
taan en plaats uw duim op de polssensor (bekijk
de tekening op pagina 10). Druk niet te hard, an-
d
ers kunt u de bloedsomloop in uw duim
belemmeren en dan kan uw hartslag niet geme-
ten worden. Wanneer uw hartslag gemeten kan
worden zal een klein hartsymbool op de linker dis-
play gaan opflikkeren en dan zal uw hartslag
aangegeven worden. Voor de beste meting
houdt u uw duim minstens 15 seconden lang
op de polssensor.
Wanneer de aangegeven hartslag te hoog of te
laag ligt, of als uw hartslag niet weergegeven
wordt, til dan uw duim een paar seconden lang op
en plaats uw duim weer op de polssensor. Blijf stil-
staan tijdens het meten van uw hartslag.
6. Als u klaar bent met oefenen dient u de sleutel
uit het bedieningspaneel te trekken.
Stap op de voetrails, druk op de Stoptoets, trek de
sleutel uit het bedieningspaneel en berg deze
zorgvuldig op. Wanneer u klaar bent met de loop-
band, zet dan de schakelaar in de uitstand en trek
het snoer uit het stopcontact. BELANGRIJK: als u
dit niet doet, kunnen de elektrische onderdelen
van de loopband voortijdig slijten.
13
HOE EEN VOORAFINGESTELDE OEFEN-
PROGRAMMA TE GEBRUIKEN
1
. Steek de sleutel in het bedieningspaneel.
Z
ie HOE HET APPARAAT TE ZETTEN op pagina
11.
2. Kies een van de zes voorafingestelde
oefeningen.
Om een voorafingestelde oefening te kiezen, drukt
u meerdere keren op de Afslanken Oefeningen
toets [WEIGHT LOSS WORKOUTS] of op
Intensieve Training Oefeningen toets [INTENSITY
TRAINING WORKOUTS] totdat het nummer van
de gewenste oefening op de display verschijnt. De
maximum snelheidsinstelling van de gekozen oe-
fening zal een paar seconden lang op de rechter
display opflikkeren en dan verschijnt hoe lang de
oefening zal duren. Bovendien zal er een profiel
van de snelheidsinstellingen van de oefening in de
display verschijnen.
3. Start de loopband.
Druk op de Starttoets [START] of op de Snelheids-
toename toets [KM/H] om met de oefening te be-
ginnen. Even nadat u op de toets heeft gedrukt, zal
de loopband zich automatisch aanpassen aan de
eerste snelheids- en hellinginstelling van de oefen-
ing. Houd de handleuningen vast en begin met
lopen.
Elke oefening is verdeeld in segmenten van 1-min-
uut. Voor elk segment is één snelheidsinstelling
geprogrammeerd. Opmerking: dezelfde snelheid
kan worden geprogrammeerd voor opeenvolgende
segmenten.
Tijdens het oefenpro-
gramma, wordt uw
profiel weergegeven
zodat u uw vorderingen
kunt volgen. De
flikkerende balk van het
profiel stelt het huidige
oefeningsegment voor.
De hoogte van het flikkerende segment geeft de
weerstandsinstellingen voor het huidige segment
weer. Aan het einde van elk segment, is een serie
g
eluiden te horen en het volgende segment van
het profiel zal dan gaan opflikkeren. Wanneer er
e
en andere snelheidsinstelling voor het volgende
segment van de oefening geprogrammeerd is dan
zal de nieuwe snelheidsinstelling op de display
gaan opflikkeren om u te waarschuwen. De loop-
band zal dan automatisch aan the snelheidsin-
stelling van het volgende segment aangepast wor-
den.
De oefening gaat op deze wijze door totdat het
laatste segment van het profiel in de display
opflikkert en het laatste segment stopt. De loop-
band zal langzaam tot stilstand komen.
U kunt, wanneer de snelheidsinstelling van het
huidige segment te hoog of te laag ligt, de in-
stelling handmatig aanpassen door op de snelheid-
stoetsen te drukken. De loopband zal zich
echter, wanneer het huidige segment eindigt,
automatisch aan de snelheidsinstelling van het
volgende segment aanpassen.
Druk op de Stoptoets [STOP] om op welk moment
dan ook met de oefening te stoppen. Om de oefen-
ing weer op te starten, drukt u op de Starttoets of
op de Snelheidstoename toets. De loopband be-
gint met een snelheid van ongeveer 2 Km/uur te
draaien. Wanneer het volgende segment van de
oefening begint, zal de loopband zich automatisch
aanpassen aan de snelheid- en hellingsinstelling
voor dat segment.
4. Volg uw voortgang op de displays.
Zie stap 4 op pagina 12.
5. Uw hartslag meten als u dat wilt.
Zie stap 5 op pagina 12.
6. Als u klaar bent met de oefening dient u de
sleutel uit het bedieningspaneel te treken.
Zie stap 6 op pagina 12.
Huidig segment
14
DE INFORMATIEMODUS
Het bedieningspaneel heeft een informatie instelling
o
m de demo-instelling aan en uit te doen en om mijlen
of kilometers als meeteenheid te kiezen. De informatie
i
nstelling houdt ook de gebruiksinformatie van de loop-
band bij.
Houd de Stoptoets [STOP] ingedrukt terwijl u de sleu-
tel weer in het bedieningspaneel steekt en laat daarna
de Stoptoets weer los om de informatie-instelling te
kiezen. Als de informatie-instelling geselecteerd is, dan
zal de volgende informatie in de display verschijnen:
Het bedieningspaneel toont
een demostand, die on-
twikkeld is voor de loop-
band die in een winkel geë-
taleerd wordt. Terwijl de
demo-instelling is aangezet,
kunt u het bedieningspaneel normaal gebruiken wan-
neer u het snoer in het stopcontact steekt, de schake-
laar in de resetstand geplaatst wordt, en de sleutel in
het bedieningspaneel gestoken wordt. Als u de sleutel
eruit haalt, dan blijven de displays verlicht hoewel de
toetsen niet werken. Indien de demo-instelling
aangezet is, dan zal een ʻdʼ op de linker display ver-
schijnen terwijl de informatie instelling geselecteerd is.
Om de display demo-instelling aan of uit te zetten,
druk op de Snelheidsafname toets [KM/H].
De linker display zal een “M” voor kilometers of een “E”
voor Engelse mijlen aangeven. Druk op de
Snelheidstoename toets om van meeteenheid te ve-
randeren.
De rechter display zal het
aantal uren dat de loopband
gebruikt is en het totaal
aantal kilometers of mijlen
dat de loopband gedraaid
heeft, ieder een paar sec-
onden lang, aangeven.
Om de informatie instelling te verlaten, dient u de sleu-
tel uit het bedieningspaneel te treken.
HOE DE HELLING VAN DE LOOPBAND TE VERAN-
DEREN
U
kunt de helling van de loopband veranderen om de
intensiteit van uw oefening te veranderen. Er zijn twee
h
ellingstanden. Verwijder de sleutel en trek de
stekker uit voordat u de helling verandert. Klap ver-
volgens de loopband in de opbergstand op (zie pagina
15).
Draai beide hellingpoten tot de gewenste stand om de
helling te veranderen. OPGELET: zorg ervoor, dat
beide hellingpoten op dezelfde hoogte staan en dat
ze goed vastgedraaid zijn voordat u de loopband
gaat gebruiken
Laat te loopband neer nadat u de hellingpoten hebt bi-
jgesteld (zie pagian 15).
Helling
poten
HOE DE LOOPBAND IN TE KLAPPEN
Verwijder de sleutel en trek het snoer uit het stop-
c
ontact voordat u de loopband inklapt. U moet in
staat zijn om veilig 20 kg op te kunnen optillen, of
o
m de loopband te verplaatsen.
1. Houd het metalen onderstel stevig vast op de
plaats die door de pijl onder aangegeven wordt.
OPGELET: houd het onderstel niet bij de plas-
tic voetrails vast Buig uw knieën en houdt uw
rug recht. Til het onderstel ongeveer halfweg de
verticale stand.
2. Houd de loopband met uw rechter hand goed vast
zoals aangegeven. Trek de Vergrendelknop naar
links en houdt deze vast. Til het onderstel omhoog
totdat de vergrendeling voorbij de vergrendel-
ingspen is. Laat dan de vergrendelingsknop
langzaam los. Zorg ervoor dat de vergrendeling
tegen de vergrendelingspen rust.
Plaats een matje onder de loopband om de vloer of
de vloerbedekking te beschermen. Houd de loop-
band uit direct zonlicht. Berg de loopband nooit op
in een omgeving waar de temperatuur hoger dan
30° C.
HOE DE LOOPBAND TE VERPLAATSEN
Als u de loopband wilt verplaatsen dient u deze eerst
o
p te klappen zoals aan de linkerkant staat
beschreven. OPGELET: zorg ervoor dat de vergren-
d
eling tegen de vergrendelingspen rust. Er kunnen
twee mensen voor nodig zijn om de loopband te
verplaatsen.
1. Houd een van de handleuningen en het onderstel
vast en zet een voet tegen een van de wielen.
2. Trek de handleuning naar achter tot de loopband
op de wielen rijdt; verplaats de loopband dan
voorzichtig naar de gewenste plaats. OPGELET:
verplaats de loopband niet zonder deze naar
achter te kantelen, trek niet aan het onderstel
en verplaats de loopband niet over een oneffen
oppervlakte.
3. Plaats een voet tegen een van de wielen en laat de
loopband voorzichtig zakken.
HOE DE LOOPBAND NEER TE LATEN VOOR
GEBRUIK
1. Zie tekening 2. Houd de bovenkant van de loop-
band met uw rechterhand vast zoals afgebeeld.
Trek de Vergrendelknop naar links en houdt deze
vast. Laat vervolgens het onderstel neer totdat
deze voorbij de vergrendelingspen is. Laat dan de
vergrendelknop los.
2. Bekijk de tekening 1, links. Houd het metalen on-
derstel stevig met beide handen vast en laat deze
op de vloer zakken. OPGELET: houd het onders-
tel niet bij de plastic voetrails vast en laat het
onderstel niet los. Buig uw knieën en houdt uw
rug recht.
DE LOOPBAND INKLAPPEN EN VERPLAATSEN
Onderstel
1
1
Grendel-
stop
Vergrendel
knop
Vergren-
delingspen
Handleuning
Onderstel
Wiel
2
15
16
PROBLEMEN OPLOSSEN
D
e meeste problemen met de loopband kunnen met de onderstaande stappen worden opgelost. Zoek het
symptoom dat van toepassing is en volg de vermelde stappen. Als u verdere hulp nodig hebt, raadpleegt
u de omslag van deze handleiding.
PROBLEEM: het apparaat gaat niet aan
OPLOSSING: a. Zorg ervoor dat het snoer in een goed geaard stopcontact is gestoken (zie pagina 9). Als u een
verlengsnoer nodig hebt, gebruik dan alleen een 3-aansluiting, 1 mm
2
snoer dat niet langer is
dan 1,5 meter.
b. Steek de sleutel in het bedieningspaneel nadat u het snoer in het stopcontact hebt gestoken.
c. Controleer de Schakelaar die zich op het onder-
stel van de loopband bevindt naast het snoer. Als
de schakelaar zoals afgebeeld, uitsteekt, dan is
de Schakelaar afgegaan. Om de Schakelaar op-
nieuw in te stellen, wacht u vijf minuten en drukt u
de schakelaar weer in.
PROBLEEM: de stroom gaat uit tijdens gebruik
OPLOSSING: a. Controleer de Schakelaar (zie bovenstaande tekening). Als de stroomonderbreker is uitge-
schakeld, wacht u vijf minuten en drukt u de schakelaar weer in.
b. Zorg ervoor dat het snoer is aangesloten op het stopcontact.
c. Haal de sleutel uit het bedieningspaneel. Plaats de sleutel terug in het bedieningspaneel.
d. Als de loopband nog steeds niet werkt, raadpleegt u de omslag van deze handleiding.
PROBLEEM: het scherm van het bedieningspaneel blijft verlicht als u de sleutel uit het bedienings-
paneel haalt
OPLOSSING: a. Het bedieningspaneel toont een demostand, die ontwikkeld is voor gebruik als de loopband
wordt geëtaleerd in een winkel. Als het scherm verlicht blijft als u de sleutel verwijdert, is de de-
mostand ingeschakeld. Om de demostand uit te schakelen, dient u de Stop-toets [STOP] een
aantal seconden ingedrukt te houden. Als de schermen nog steeds verlicht zijn, raadpleegt u
DE INFORMATIEMODUS op pagina 15 om de demostand uit te zetten.
PROBLEEM: de displays van het bedieningspaneel werken niet naar behoren
OPLOSSING: a. Trek de sleutel uit het bedieningspaneel en TREK HET SNOER UIT HET STOPCONTACT.
Klap de loopband in de opbergstand op (raadpleeg HOE DE LOOPBAND IN TE KLAPPEN op
pagina 15).
Verwijder de zes aangegeven M4,2 x 13mm
Kopschroeven met Tussenring (5) en de zes Platte
Tussenringen van de Voetrail (25). Laat het
Onderstel (50) zakken (zie HOE DE LOOPBAND
NEER TE LATEN VOOR GEBRUIK op pagina 15).
Doorgeslagen
Resetten
c
5
5
5
50
5
25
25
Verwijder de vijf aangeven M4,2 x 19mm
Kopschroeven met Tussenring Koppen (9).
Verwijder dan voorzichtig de kap van de Motor (56).
Zoek naar de Snelheidssensor (42) en de Magneet
(44) aan de linkerkant van de Katrol (46). Draai de
Katrol tot de Magneet op gelijke lijn is met de
Bladveerschakelaar. Zorg dat de ruimte tussen de
Magneet en de Bladveerschakelaar ongeveer 3
mm is. Draai, indien nodig, de M4,2 x 13mm
Tekschroef (7) wat los en verplaats de
Bladveerschakelaar enigszins. Draai de Schroef
weer vast. Maak de Motorkap (niet afgebeeld) weer
vast. Laat de loopband een paar minuten draaien
om te controleren of de snelheid juist afgelezen wordt.
PROBLEEM: de loopband vertraagt als u erop loopt
OPLOSSING: a. Als u een verlengsnoer nodig heeft, gebruik dan alleen een 3-draadige, 1 mm
2
(maat 14) snoer
die niet langer is dan 1,5 meter.
b. Als de band te strak gespannen is, dan zal de werk-
ing van de loopband verslechteren en kan de band
beschadigd raken. Verwijder de sleutel en TREK
DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT. Draai
beide bijstelbouten van de ruststandrol met de in-
bussleutel een kwartslag naar links. Als de band
goed vastligt moet u elke rand van de loopband 5
tot 7 cm van het loopoppervlak kunnen optillen.
Zorg ervoor dat de band in het midden ligt. Steek
dan de stekker uit het stopcontact. Steek de sleutel
in en laat de loopband een paar minuten lopen.
Herhaal dit tot de band goed vastzit.
c. Als de loopband nog steeds vertraagt als erop gelopen wordt, raadpleeg dan de omslag van
deze handleiding.
5–7 cm
Bijstelbouten van
de ruststandrol
b
17
44
42
Aanzicht
van boven
46
56
9
9
9
3 mm
7
18
PROBLEEM: de band ligt niet in het midden en slipt als er op gelopen wordt
OPLOSSING: a. Als de band naar links verschoven is dient u
e
erst de sleutel te verwijderen en dan DE
STEKKER UIT HET STOPCONTACT TE HALEN.
D
raai de linker bijstelbout van de ruststandrol met
de inbussleutel een halve slag naar rechts. Zorg dat
u de band niet te vast draait. Als de band naar
rechts verschoven is, draai de linker bijstelbout
van de ruststandrol met de inbussleutel een halve
slag naar links. Steek dan de stekker in het stopcon-
tact. Steek de sleutel in en laat de loopband een
paar minuten draaien. Herhaal tot de band goed in het midden ligt.
b. Als de band slipt dient u eerst de sleutel te verwi-
jderen en dan DE STEKKER UIT HET STOPCON-
TACT TE HALEN. Draai beide bijstelbouten van de
ruststandrol met de inbussleutel een kwartslag naar
rechts. Als de band goed vastzit moet u elke rand
van de loopband 5 tot 7 cm van het loopoppervlak
kunnen optillen. Zorg ervoor dat de band in het mid-
den ligt. Steek dan de stekker in het stopcontact.
Steek de sleutel in en laat de loopband een paar
minuten draaien. Herhaal tot de band goed vastzit.
a
b
19
Deze richtlijnen helpen u bij het plannen van uw oefe-
ningenprogramma. Voor meer gedetailleerde oefening-
informatie, dient u een erkend boek te kopen of uw
arts te consulteren. Onthoud dat goede voeding en
voldoende rust essentieel zijn voor succesvolle resul-
taten.
INTENSITEIT VAN OEFENINGEN
Of het nu uw doel is om vet te verbranden of om uw
hart en vaatsysteem te versterken, het uitvoeren van
oefeningen met de juiste intensiteit is de sleutel voor
het bereiken van resultaten. U kunt uw hartslag gebrui-
ken als gids voor het vinden van het juiste intensiteitni-
veau. De grafiek hieronder toont de aanbevolen hart-
slagen voor het verbranden van vet en voor een aero-
bic oefening.
Voor het vinden van het juiste intensiteitniveau, zoekt
u uw leeftijd onderaan de grafiek (leeftijden worden af-
gerond naar het dichtstbijzijnde tiental). De drie getal-
len boven uw leeftijd bepalen uw “trainingszone.” Het
laagste nummer is uw hartslag voor het verbranden
van vet, het middelste nummer is uw hartslag voor het
maximaal verbranden van vet en het hoogste nummer
is de hartslag voor de aerobic-oefening.
Vet verbranden—Om op doeltreffende wijze vet te
v
erbranden, moet u gedurende een aanhoudende pe-
riode oefeningen doen op een laag intensiteitniveau.
Tijdens de eerste minuten van de oefening gebruikt uw
lichaam koolhydraatcalorieën voor de energie. Pas na
d
e eerste minuten van de oefening gebruikt uw li-
chaam opgeslagen vetcalorieën voor de energie. Als
het uw doel is om vet te verbranden dient u de intensi-
teit van de oefening aan te passen tot uw hartslag zich
bij het laagste nummer in uw trainingszone bevindt.
Voor maximale vetverbranding, dient u te oefenen met
uw hartslag in het middelste nummer van uw training-
zone.
Aerobic-oefening—Als het uw doel is om uw hart en
vaatsysteem te versterken dan moet u een aerobic-oe-
fening uitvoeren die zorgt voor activiteit die grote hoe-
veelheden zuurstof vereist gedurende langere perio-
den. Voor een aerobic-oefening past u de intensiteit
van uw oefening aan tot uw hartslag in de buurt is van
het hoogste nummer van uw trainingzone.
RICHTLIJNEN VOOR EEN TRAINING
Warming up—Start met strekken en lichte oefeningen
gedurende 5 tot 10 minuten. Een warming-up zorgt dat
u uw lichaamstemperatuur, hartslag en bloeddoorstro-
ming verhoogt in voorbereiding op de training.
Trainingszone-oefening—Oefen gedurende 20 tot 30
minuten met uw hartslag in uw trainingszone.
(Gedurende de eerste weken van uw oefeningenpro-
gramma, dient u uw hartslag niet langer dan 20 minu-
ten in uw trainingszone te houden.) Adem regelmatig
en diep bij het uitvoeren van de oefening houd uw
adem niet in.
Afkoelen—Eindig met 5 tot 10 minuten strekken.
Strekken verhoogt de flexibiliteit van de spieren en
helpt problemen na de oefening voorkomen.
FREQUENTIE VAN DE OEFENINGEN
Om uw conditie te behouden of te verbeteren, dient u
drie trainingen per week te doen, met ten minste één
rustdag tussen de trainingen. Na een aantal maanden
regelmatig oefeningen doen, kunt u desgewenst maxi-
maal vijf trainingen per week doen. Onthoud dat het
dagelijks regelmatig en met plezier doen van oefenin-
gen de sleutel tot uw succes is.
RICHTLIJNEN VOOR HET OEFENEN
WAARSCHUWING: v
oor-
dat u begint met dit of een ander oefeningen-
programma, dient u een arts te consulteren.
Dit is vooral belangrijk voor personen boven
de 35 jaar of personen met bestaande ge-
zondheidsproblemen.
De polssensor is geen medisch apparaat.
Diverse factoren kunnen invloed hebben op
nauwkeurigheid van de hartslagwaarden. De
polssensor is alleen bedoeld als hulpmiddel
bij de oefening voor het bepalen van de hart-
slag over het algemeen.
LIJST MET ONDERDELEN—Modelnr. WETL39710.0 R0710A
Zie de GEDETAILLEERDE TEKENING voor verdere raadpleging van deze handleiding om de onderdelen die hi-
eronder opgesomd staan, te kunnen vinden.
N
r. Aant. Beschrijving Nr. Aant. Beschrijving
14M10 x 65mm Bout
24M10 x 45mm Bout
3 17 M4,2 x 19mm Schroef
42M8 x 35mm Bout
5 18 M4,2 x 13mm Kopschroef met
Tussenring
66M4,2 x 13mm Schroef
71M4,2 x 13mm Tekschroef
84M4,2 x 19mm Tekschroef
95M4,2 x 19mm Kopschroef met
Tussenringen
10 1 M4.2 x 13mm Gepolijste Schroef
11 8 M4 x 10mm Schroef
12 4 M8 x 30mm Bout
13 4 M4.2 x 13mm Schroef met Inkeping
14 2 M6 x 70mm Bout
15 2 1/4" Bout van de Motor
16 1 M8 x 102mm Bout
17 2 M8 x 20mm Bout
18 2 3/8" x 2" Bout
19 2 M8 x 40mm Bout
20 2 M10 x 110mm Bout
21 4 M6 Sterring
22 2 M8,4 Sterring
23 4 M4,2 Sterring
24 2 Tussenstuk van de Roller
25 14 Platte Tussenring van de Voetrail
26 4 #8 Plat Tussenstuk
27 2 M10 Sterring
28 2 M10 Platte Tussenring
29 6 M8 Flensmoer
30 2 M10 U-moer
31 1 M8 Moer
32 2 3/8" Slotmoer
33 3 #8 Klip van de Kap
34 2 M8 Moer van de Achterste Poot
35 1 6 mm Inbussleutel
36 1 4 mm Inbussleutel
37 1 Linker Voetrail
38 1 Vergrendelwaarschuwingssticker
39 1 Grendelstop
40 2 Platform van het Kussen
41 2 Riemgeleider
42 1 Snelheidssensor
43 1 Klem van de sensorschroef
44 1 Magneet
45 1 Drijfriem
46 1 Aandrijfrol/katrol
47 1 Loopband
48 1 Loopplatform
49 1 Rechter Voetrail
50 1 Onderstel
51 1 Rechter Beugel van de Ruststandrol
52 1 Rechter Hellingpoot
53 1 Linker Hellingpoot
54 1 Ruststandrol
55 1 Linker Beugel van de Ruststandrol
56 1 Motorkap
57 1 Beugel van de Aandrijfmotor
58 1 Aandrijfmotor
59 1 Elektronicabeugel
60 1 Controller
61 1 Onderpan
62 1 Schakelaar
63 1 Doorvoerhuls
64 1 Stroomsnoer
65 4 8" Draadband
66 1 Herbruikbare Draadband
67 1 Basis van het Bedieningspaneel
68 4 Kapje van de Handleuning
69 2 Handleuning
70 1 Bedieningspaneel
71 1 Draad van de Staander
72 1 Huls van de Vergrendeling
73 1 Staander
74 1 Sleutel/Clip
75 3 Draadband
76 2 Tussenstuk van het Onderstel
77 2 Basiskapje
78 4 Kussentje van de Basis
79 2 Wiel
80 1 Basis
81 1 Sterring van de Staander
82 2 1/4" Platte Tussenring
83 2 #10 x 1" Tekschroef
84 1 Montage van Sluitpen
85 1 Gasveer
86 2 Gasveerklip
87 1 Filter
88 1 Ontvanger
89 1 Snoeradapter
90 1 Transformator
91 2 5/16" Moer
92 2 Montagestuk
*–Gebruiksaanwijzing
Opmerking: deze technische gegevens kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Kijk op de
achterkant van deze gebruiksaanwijzing voor informatie over te bestellen onderdelen. *Deze onderdelen worden
niet getoond.
20
GEDETAILLEERDE TEKENING A—Modelnr. WETL39710.0 R0710A
35
48
50
37
41
13
44
42
7
43
41
38
30
30
16
45
46
47
13
36
29
12
3
4
54
23
3
14
55
4
23
12
12
12
5
5
5
24
31
29
5
51
49
40
3
3
40
29
53
19
52
3
5
5
5
5
5
5
5
5
5
10
21
5
24
25
25
25
25
25
25
25
25
25
26
26
26
26
25
29
34
34
19
14
82
21
82
11
90
39
3
21
GEDETAILLEERDE TEKENING B—Modelnr. WETL39710.0 R0710A
17
22
29
58
17
15
57
22
64
56
33
33
33
59
11
23
23
11
11
60
65
61
62
89
9
9
66
9
9
9
63
88
87
11
22
GEDETAILLEERDE TEKENING C—Modelnr. WETL39710.0 R0710A
76
73
76
79
18
71
1
81
27
28
20
27
28
20
8
8
78
32
78
8
78
79
32
18
8
78
69
68
71
68
69
3
68
75
3
77
77
2
2
68
6
7
6
6
6
6
70
74
80
3
3
3
3
1
86
85
91
92
91
92
83
72
84
23
Onderdeel Nr. 298325 R0710A Gedrukt in China © 2010 ICON IP, Inc.
HET BESTELLEN VAN ONDERDELEN
B
ekijk de omslag van deze handleiding voor het bestellen van vervangende onderdelen. Zorg ervoor dat u de vol-
gende informatie bij de hand hebt wanneer u contact met ons opneemt:
het modelnummer en het serienummer van het apparaat (raadpleeg de omslag van deze handleiding)
de naam van het apparaat (raadpleeg de omslag van deze handleiding)
het nummer van het onderdeel en de beschrijving (zie LIJST MET ONDERDELEN en GEDETAILLEERDE TE-
KENING aan het eind van deze handleiding)
RECYCLING INFORMATIE
Dit elektronische product mag niet bij het gemeentelijk afval worden ge-
gooid. Om het milieu te beschermen, moet dit product volgens de wet wor-
den gerecycleerd aan het einde van de levenscyclus.
Maak gebruik van installaties voor hergebruik die bevoegd zijn voor het verwer-
ken van dit soort afval in uw streek. Zo helpt u het milieu te beschermen en de
Europese normen voor milieubescherming te verbeteren. Als u meer informatie
nodig hebt over veilige en correcte afvalverwijdering, neem dan contact op met
uw plaatselijke gemeentedienst of de winkel waar u dit product hebt gekocht.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24

Weslo Cadence 16.0 Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor