Panasonic KXMB2001GX Handleiding

Categorie
Afdrukken
Type
Handleiding
Gebruiksaanwijzing
Multifunctionele Printer
Model nr.
KX-MB2001GX
KX-MB2011GX
KX-MB2001FR
KX-MB2001G
Het afgebeelde model is de KX-MB2001.
Sluit het apparaat NIET met de USB-kabel op een computer aan totdat Multi-Function Station (CD-ROM) u tijdens
de installatie daarop wijst.
12
FOR ENGLISH USERS:
You can select English for the display and report (feature #110, page 38).
Bedankt dat u hebt gekozen voor een product van
Panasonic.
U kunt een gewenste taal selecteren.
De weergave en rapportage is in de geselecteerde taal. Zie
functie #110 op pagina 38 als u de instelling wilt wijzigen.
Let op:
R Wrijf en gum niet over de bedrukte zijde van het papier
omdat dit op de afdruk vegen veroorzaken kan.
Mededeling over het weggooien, overdragen of
terugbezorgen van het product:
R In dit product kunnen privégegevens of vertrouwelijke
gegevens zijn opgeslagen. Ter bescherming van uw
privacy raden wij u aan om alle gegevens uit het geheugen
te wissen voordat u het product weggooit, overdraagt of
terugstuurt (functie #159 op pagina 39).
Milieu:
R Het strategische beleid van Panasonic is erop gericht
tijdens de levenscyclus van een product rekening te
houden met het milieu; dit komt tot uitdrukking in de
productontwikkeling, de ontwerpen die energie besparen,
een betere herbruikbaarheid van producten, en
verpakkingsmateriaal dat het milieu minder belast.
Opmerking:
R In het vervolg van deze handleiding zullen de
achtervoegsels van het model niet worden vermeld.
R De beschikbaarheid van het huidige model hangt af van het
land/gebied.
R De meeste afbeeldingen in deze gebruikshandleiding zijn
gebaseerd op de KX-MB2001.
Handelsmerken:
R Microsoft, Windows, Windows Vista, Internet Explorer en
PowerPoint zijn gedeponeerde handelsmerken of
handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde
Staten en/of andere landen.
R Pentium is een handelsmerk van Intel Corporation in de
Verenigde Staten en/of andere landen.
R Schermafbeeldingen van Microsoft-producten worden
gebruikt met toestemming van Microsoft Corporation.
R Adobe en Reader zijn gedeponeerde handelsmerken of
handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de
Verenigde Staten en/of andere landen.
R Avery is een gedeponeerd handelsmerk van Avery
Dennison Corporation.
R XEROX is een gedeponeerd handelsmerk van Xerox
Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
R Bonjour is een gedeponeerde handelsmerk van Apple Inc.
in de Verenigde Staten en andere landen.
R Alle andere handelsmerken die hier worden genoemd zijn
eigendom van de betreffende eigenaren.
Copyright:
R Dit materiaal valt onder auteursrecht van Panasonic
System Networks Co., Ltd. en mag alleen voor intern
gebruik worden vermenigvuldigd. Alle andere
vermenigvuldiging, geheel of gedeeltelijk, is verboden
zonder geschreven toestemming van Panasonic System
Networks Co., Ltd.
© Panasonic System Networks Co., Ltd. 2012
2
Voor uw veiligheid
Laserstraling
KLASSE 1 LASER PRODUCT
De printer van dit apparaat maakt gebruik van
laserstraling. Bediening, bijstelling of uitvoe-
ren van procedures anders dan hierin be-
schreven kan leiden tot blootstelling aan ge-
vaarlijke straling.
Eigenschappen laserdiodes
Laservermogen: max. 15 mW
Golflengte: 760 nm - 800 nm
Emissieduur: continu
LED-verlichting
KLASSE 1 LED-PRODUCT
Zorg dat u bij gebruik van de eenheid niet
rechtstreeks in het LED-licht van de CIS kijkt.
Rechtstreekse blootstelling aan ogen kan
schade veroorzaken.
Eigenschappen LED-lamp
LED-straling: max. 1 mW
Golflengte:
Rood : typisch 630 nm
Groen : typisch 520 nm
Blauw : typisch 465 nm
Emissieduur: continu
Fixeereenheid
Gedurende of direct na het afdrukken wordt
de fixeereenheid (A) warm. Dit is normaal.
Raak de fixeereenheid niet aan.
Opmerking:
R De onderdelen in de buurt van de uitvoerlade (B) kunnen
ook warm worden. Dit is normaal.
B
A
Voor de beste prestaties
Tonercartridge en drumcartridge
R Zorg er bij het vervangen van de tonercartridge of de
drumcartridge voor dat er geen stof, water of vloeistoffen
op de drum komen. Dit kan de afdrukkwaliteit beïnvloeden.
R Voor optimale prestaties raden wij u aan de echte
Panasonic-tonercartridges en -drumcartridges te
gebruiken. Wij zijn niet verantwoordelijk voor problemen
die zich wellicht voordoen bij gebruik van tonercartridges
en drumcartridges die niet van Panasonic zijn:
Schade aan het apparaat
Slechte afdrukkwaliteit
Onjuiste werking
Tonercartridge
R Laat de tonercartridge niet te lang uit de beschermende
verpakking. Dit is van invloed op de afdrukkwaliteit.
Drumeenheid
R Lees de instructies op pagina 8 voordat u de
drumcartridge installeert. Na het lezen ervan opent u de
beschermende verpakking van de drumcartridge. De
drumcartridge bevat een lichtgevoelige eenheid.
Blootstelling aan licht kan deze beschadigen. Na het
openen van de beschermende verpakking:
Stel de drumcartridge niet langer dan vijf minuten bloot
aan licht.
Raak het zwarte drumoppervlak niet aan en maak er
geen krassen op.
Plaats de drumcartridge niet in een stoffige, vuile of
zeer vochtige omgeving.
Stel de drumcartridge niet bloot aan direct zonlicht.
R U verlengt de levensduur van de drumcartridge door het
apparaat nooit direct na het afdrukken uit te schakelen.
3
Belangrijke informatie
Laat na afdrukken het apparaat minimaal 30 minuten
ingeschakeld.
Bedieningspaneel
R Plaats ter voorkoming van storingen het apparaat nooit bij
apparatuur, zoals televisies en luidsprekers, die een sterk
magnetisch veld opwekken.
Statische elektriciteit
R Raak ter voorkoming van schade door statische elektriciteit
aan aansluitingen en andere elektrische onderdelen van
het apparaat een geaard metalen oppervlak aan voordat u
de onderdelen aanraakt.
Omgeving
R Zorg ervoor dat er geen apparaten in de buurt van het
apparaat zijn die elektrische interferentie genereren, zoals
fluorescerende lampen en motoren.
R Stel het apparaat niet bloot aan stof, hoge temperaturen of
trillingen.
R Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
R Plaats geen zware objecten op het apparaat. Als het
apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, haalt
u de stekker ervan uit het stopcontact.
R Houd het apparaat buiten bereik van warmtebronnen, zoals
verwarmingen, fornuizen enzovoort. Plaats het apparaat
ook niet in vochtige kelders.
R Dek de sleuven en openingen van het apparaat niet af.
Inspecteer regelmatig de ventilatieopeningen en verwijder
stof met een stofzuiger (A).
A
A
Algemene verzorging
R Veeg het oppervlak van het apparaat schoon met een
zachte doek. Gebruik geen benzine, verdunner of
schuurmiddel.
Het apparaat verplaatsen
Houd het apparaat tijdens het verplaatsen vast aan de beide
zijgrepen (A).
A
A
Illegale kopieën
R Het maken van kopieën van bepaalde documenten is
onwettig.
Wellicht is het kopiëren van sommige documenten illegaal
in uw land/gebied. Er kunnen boetes of straffen en/of
gevangenisstraf worden opgelegd als u schuldig wordt
bevonden. Hieronder staan voorbeelden van objecten die
wellicht niet mogen worden gekopieerd in uw land/gebied.
Valuta
Bankbiljetten en cheques
Bank- en regeringsobligaties en waardepapieren
Paspoorten en identificatiekaarten
Met copyright beschermd materiaal of handelsmerken
zonder toestemming van de eigenaar
Postzegels en overige wissels
Deze lijst is niet volledig en wij zijn niet aansprakelijk
of aanvaarden geen verantwoordelijkheid voor
volledigheid of accuraatheid van deze lijst. Raadpleeg
uw juridisch adviseur in geval van twijfel.
Kennisgeving:
R Installeer het apparaat op een plaats met overzicht om te
voorkomen dat er illegale kopieën worden gemaakt.
4
Belangrijke informatie
1. Inleiding en installatie
Accessoires
1.1 Meegeleverde accessoires ....................................6
1.2 Aanvullende informatie ..........................................6
Locatie van de bedieningstoetsen
1.3 Omschrijving knoppen ...........................................7
1.4 Overzicht ...............................................................7
Installatie
1.5 Tonercartridge en drumcartridge ...........................8
1.6 Uitvoerlade ..........................................................11
1.7 Afdrukpapier ........................................................12
2. Voorbereiding
Aansluiten en instellen
2.1 Aansluitingen .......................................................15
2.2 Aanzetten ............................................................15
2.3 De werkingsmodus selecteren (scannen/
kopiëren) .............................................................16
Documentvereisten
2.4 Het origineel instellen ..........................................16
Startprogrammering
2.5 Datum en tijd .......................................................18
2.6 Het apparaat configureren voor toegang tot het
LAN .....................................................................18
2.7 Multi-Function Station installeren ........................19
2.8 Multi-Function Station starten ..............................21
3. Printer
Printer
3.1 Afdrukken vanuit Windows-toepassingen ...........23
3.2 Easy Print Utility ..................................................24
4. Scanner
Scanner
4.1 Scannen vanaf het apparaat (push-scan) ...........26
4.2 Scannen vanaf een computer (pull-scan) ............28
5. Kopieerapparaat
Kopie
5.1 Een kopie maken .................................................30
5.2 Meer kopieerfuncties ...........................................31
6. Programmeerbare functies
Overzicht van functies
6.1 Programmeren ....................................................37
6.2 Basisfuncties .......................................................38
6.3 Kopieerfuncties ....................................................41
6.4 PC-afdrukfuncties ................................................42
6.5 Scanfuncties ........................................................43
6.6 LAN-functies ........................................................45
6.7 Netwerkfuncties (alleen LAN-verbinding) ............48
7. Handige informatie
Handige informatie
7.1 Tekens invoeren ..................................................49
7.2 Status van het apparaat ......................................50
7.3 Bewerkingen annuleren .......................................51
7.4 Modusbeperking ..................................................51
7.5 E-mailadres opslaan via het apparaat .................53
8. Help
Displays
8.1 Displaymeldingen ................................................54
8.2 Netwerkstatuscodes (alleen
LAN-verbinding) ..................................................57
Problemen oplossen
8.3 Als een functie niet goed werkt ...........................58
9. Paperstoringen
Papierstoringen
9.1 Vastgelopen afdrukpapier ...................................64
9.2 Documentstoringen (automatische documentinvoer)
(alleen KX-MB2011) ............................................69
10. Reinigen
Reinigen
10.1 De witte plaat en de glasplaat reinigen ...............71
10.2 De documentinvoerrollers reinigen (alleen
KX-MB2011) ........................................................74
11. Algemene informatie
Afgedrukte rapporten
11.1 Referentielijsten en rapporten .............................75
Specificaties
11.2 Specificaties ........................................................75
Copyrights
11.3 Gegevens over copyrights en licenties ................78
12. Index
12.1 Index............................................................84
5
Inhoud
1.1 Meegeleverde accessoires
A Tonercartridge (mee-
geleverd)
*1
B Drumeenheid
C CD-ROM D Belangrijke Informatie-
gids
E Snelle Installatie gids F Uitvoerlade
G Voedingskabel
*1 Drukt ongeveer 500 pagina’s af in geval van ISO/IEC
19752-standaardpagina.
Opmerking:
R Bewaar de oorspronkelijke doos en verpakkingsmaterialen
voor toekomstig vervoer van het apparaat.
R Bewaar al het verpakkingsmateriaal en/of de afscherming
van de stekker goed nadat u het apparaat hebt uitgepakt.
1.2 Aanvullende informatie
Voor een goede werking van het apparaat wordt aanbevolen
toner- en drumcartridges van Panasonic te gebruiken.
n Vervangend accessoire
Tonercartridge
R Modelnr. (artikelnr.): KX-FAT411X
R Drukt ongeveer 2.000 pagina’s af in geval van ISO/IEC
19752-standaardpagina.
Drumeenheid
R Modelnr. (artikelnr.): KX-FAD412X
Opmerking:
R De ISO/IEC 19752-standaard vermeldt het volgende:
Omgeving: 23 ± 2 °C / 50 ± 10 % relatieve vochtigheid
Afdrukmodus: Voortdurend afdrukken
6
1. . Inleiding en installatie
1. Inleiding en installatie
1.3 Omschrijving knoppen
M
ABCD EF G H I
KL
J
MScanN
R Overschakelen naar de scanmodus (pagina 16,
26).
MCopy SizeN
R Kopieerformaat selecteren (pagina 30).
Voor pieptonen
R Er worden pieptonen weergegeven bij het indrukken
van een toets e.d.
MContrastN
R Het contrast selecteren voor het kopiëren
(pagina 30).
MResolutionN
R De resolutie selecteren voor het kopiëren
(pagina 30).
MZoomN
R Documenten tijdens het kopiëren vergroten of
verkleinen (pagina 31).
MPage LayoutN
R Kopiëren met diverse paginalay-outs (pagina 32).
MMenuN
R Programmeren starten of stoppen.
MStopN
R Een handeling onderbreken of programmeren
annuleren.
R Tekens/cijfers verwijderen.
MCopyN
R Overschakelen naar de kopieermodus (pagina 16,
30).
Navigatietoets
R Gewenste instellingen selecteren.
MSetN
R Een instelling opslaan tijdens het programmeren.
MStartN
R Documenten kopiëren (pagina 30).
R Documenten scannen (push-scan) (pagina 26).
1.4 Overzicht
1.4.1 Vooraanzicht
AB DC
HGIJF
E
* Het afgebeelde model is de KX-MB2011.
A D E
H IF
* Het afgebeelde model is de KX-MB2001.
Bovenste deksel
Klep automatische documentinvoer (ADF) (alleen
KX-MB2011)
Documentgeleiders (alleen KX-MB2011)
Documentdeksel
Stroomschakelaar
Uitvoerlade
Documenttoevoer (alleen KX-MB2011)
Paperinvoerlade
7
1. Inleiding en installatie
Papieruitvoer
Documentuitvoer (alleen KX-MB2011)
1.4.2 Achteraanzicht
A
ED
C
B
F
* Het afgebeelde model is de KX-MB2011.
Papiergeleiders
LED
Aansluiting LAN-interface
R 10Base-T/100Base-TX
Aansluiting netsnoer
Lade voor handmatige papierinvoer (Achterdeksel)
Aansluiting USB-interface
1.5 Tonercartridge en drumcartridge
De meegeleverde tonercartridge is een starter-tonercartridge.
Let op:
R Neem de onderstaande aanwijzingen door vóór de
installatie. Na het lezen ervan opent u de
beschermende verpakking van de drumcartridge. De
drumcartridge bevat een lichtgevoelige eenheid.
Blootstelling aan licht kan deze beschadigen.
Stel de drumcartridge niet langer dan vijf minuten
bloot aan licht.
Raak het zwarte drumoppervlak aan de binnenzijde
van de drumcartridge niet aan en maak er geen
krassen op.
Plaats de drumcartridge niet in een stoffige, vuile
of zeer vochtige omgeving.
Stel de drumcartridge niet bloot aan direct zonlicht.
R Laat de tonercartridge niet te lang uit de beschermende
verpakking. Dit is van invloed op de afdrukkwaliteit.
R Panasonic is niet verantwoordelijk voor schade aan
het apparaat of slechte afdrukkwaliteit door het
gebruik van toner- en drumcartridges van andere
fabrikanten.
R Voeg geen toner toe aan de tonercartridge.
1 Schud voor het openen de beschermende zak van de
nieuwe tonercartridge 5 keer verticaal.
2 Haal de tonercartridge en de drumcartridge uit de
beschermende verpakking. Verwijder de verzegeling (A)
van de tonercartridge.
R Raak het zwarte drumoppervlak (B) niet aan en maak
er geen krassen op.
B
A
8
1. Inleiding en installatie
3 Plaats de tonercartridge (C) verticaal in de drumcartridge
(D).
C
D
4 Druk de tonercartridge stevig omlaag (E). Blijf stevig druk
uitoefenen terwijl u de groene hendels aan beide zijden van
de tonercartridge naar u toe draait (F).
E
E
F
F
5 Zorg voor een goede plaatsing van de tonercartridge dat
de pijlen (G) overeenkomen.
G
6 Open het bovenste deksel (H) door beide inkepingen (I)
aan beide zijden van het apparaat vast te houden.
Wanneer u de tonercartridge vervangt:
R Als het apparaat in de sluimermodus is, drukt u op een
toets om het apparaat standby te zetten voor het
volgende proces.
H
J
I
I
Opmerking:
R Raak de overdrachtsrol niet aan (J).
R Als het onderste glas (K) vuil is, maakt u het schoon
met een zachte en droge doek.
K
9
1. Inleiding en installatie
7 Houd de drum- en tonercartridge (L) vast aan de
uitsteeksels aan de uiteinden en plaats het geheel in het
apparaat.
L
R Zorg voor goede plaatsing van de drum- en
tonercartridge dat de pijlen (M) overeenkomen.
M
8 Sluit het bovenste deksel door beide inkepingen aan beide
zijden van het apparaat vast te houden tot u voelt dat het
deksel vergrendeld is.
Let op:
R Zorg, ter voorkoming van letsel, dat uw handen zich
niet onder de bovenste deksel bevinden.
De tonercartridge en de drumcartridge vervangen
Vervang de tonercartridge als het volgende wordt
weergegeven.
TONER LAAG
TONER LEEG
Opmerking:
R Druk de printertestlijst af als u de levensduur en kwaliteit
van de drumeenheid wilt controleren (pagina 75) en zie
pagina 77 voor meer informatie over de levensduur van
10
1. Inleiding en installatie
de drumeenheid. Als de afdrukkwaliteit slecht blijft of DRUM
IS OP op de display wordt weergegeven, vervang dan de
toner- en drumcartridge.
R Voor een goede werking van het apparaat wordt
aanbevolen toner- en drumcartridges van Panasonic te
gebruiken. Zie pagina 6 voor aanvullende informatie.
R Voor het behoud van de afdrukkwaliteit en het verlengen
van de levensduur van de machine wordt het aanbevolen
de gleuven en openingen (pagina 4) en de binnenkant van
het apparaat (pagina 71, 74) te reinigen als u de
tonercartridge en/of drumcartridge vervangt.
R Zie pagina 76 voor informatie over de levensduur van de
toner en drum.
Afvalverwijderingsmethode
Afvalmateriaal moet worden afgevoerd onder omstandigheden
die aan de landelijke en plaatselijke milieuregels voldoen.
Tonerbespaarfunctie
Als u minder toner wilt verbruiken, kunt u de speciale functie
hiervoor inschakelen (functie #482 op pagina 40). De
tonercartridge gaat dan ongeveer 20 % langer mee. Door deze
functie kan de afdrukkwaliteit afnemen.
1.6 Uitvoerlade
Plaats de uitbreiding van de uitvoerlade (A) tot zij vastklikt en
druk vervolgens op het midden van de uitbreiding (B) om deze
te openen.
B
A
Opmerking:
R Plaats het apparaat niet op een plek waar mensen
gemakkelijk tegen de uitvoerladen stoten.
R De uitvoerlade kan maximaal 100 vellen afdrukpapier
bevatten (het aantal vellen is afhankelijk van de
11
1. Inleiding en installatie
gebruiksomgeving). Verwijder het bedrukte papier voordat
de uitvoerlade vol is.
Als het bovenste deel van de uitbreiding is opengeklapt
1. Steek terwijl het bovenste deel van de uitbreiding is
uitgeklapt het lipje (A) in de linker opening (B) van de
uitbreiding.
B
A
2. Schuif het andere lipje (C) via de onderkant in de rechter
opening (D) van de uitbreiding tot het vastklikt.
D
C
1.7 Afdrukpapier
In de papierinvoerlade passen:
Maximaal 250 vellen papier van 60 g/m
2
tot 75 g/m².
Maximaal 230 vellen papier van 80 g/m
2
.
Maximaal 200 vellen papier van 90 g/m
2
.
R U kunt papier van het formaat A4, Letter, B5 en 16K
gebruiken. Papier van het formaat B5 en 16K kunt u alleen
gebruiken wanneer u op het apparaat afdrukt of kopieert.
R Zie pagina 76 voor meer informatie over afdrukpapier.
R Het apparaat is standaard ingesteld op het afdrukken
van normaal papier van A4-formaat.
Als u andere papierformaten gebruikt, wijzigt u het
formaat van het afdrukpapier (functie #380 op
pagina 39).
Als u dun papier gebruikt, wijzigt u het
afdrukpapiertype (functie #383 op pagina 39).
Opmerking over afdrukpapier:
R Het wordt aanbevolen het papier op het apparaat zelf te
testen (vooral speciale formaten en typen), voordat u
grotere hoeveelheden aanschaft.
R De volgende typen papier kunt u beter niet gebruiken:
papier met een katoen- en/of vezelgehalte van meer
dan 20 %, zoals postpapier met briefhoofd of
kringlooppapier
zeer glad of glanzend papier of papier met reliëf
gecoat, beschadigd of gekreukeld papier
papier met vreemde voorwerpen, zoals tabbladen of
nietjes
bevuild papier (met stof, olie en dergelijke)
papier dat smelt, verdampt, verkleurt, verschroeit of
gevaarlijke dampen verspreidt bij temperaturen van
circa 200 °C, zoals velijnpapier. Dergelijke materialen
kunnen zich vastzetten aan de smeltrol en schade
veroorzaken.
vochtig papier
papier voor inkjetprinters
R Sommige papiersoorten zijn gemaakt om maar aan één
zijde te worden bedrukt. Probeer de andere zijde van het
papier als de afdrukkwaliteit te wensen overlaat of als het
papier niet goed kan worden ingevoerd.
R Voor een vlotte doorvoer van het papier en voor het beste
afdrukresultaat raden wij papier aan met lange vezels.
R Gebruik geen vellen papier van verschillende dikte door
elkaar. Dit kan papierstoringen veroorzaken.
R Vermijd dubbelzijdig afdrukken.
R Gebruik geen door dit apparaat bedrukt papier voor het
dubbelzijdig afdrukken met andere kopieerapparaten of
printers. Dit kan papierstoringen veroorzaken.
R Open een pak papier pas op het moment dat u het papier
gaat gebruiken. Zo voorkomt u dat het gaat krullen. Bewaar
het nog ongebruikte papier in de originele verpakking, op
een koele en droge plaats.
R Klanten die in gebieden met een hoge vochtigheidsgraad
leven: Zorg ervoor dat u uw papier te allen tijde in een
ruimte met klimaatregeling opslaat. Als u op vochtig papier
afdrukt, kan het papier in het apparaat vastlopen.
12
1. Inleiding en installatie
1 Trek aan de papierinvoerlade (A) totdat deze vastklikt en
trek deze er dan volledig uit terwijl u de voorzijde van de
lade optilt.
A
2 Waaier ter voorkoming van storingen het papier uit voordat
u het plaatst.
3 Plaats het papier met de afdrukzijde naar boven (B).
Belangrijk:
R Druk omlaag om, indien nodig, de plaat (C) in de
papierinvoerlade te vergrendelen.
B
C
4 Papiergeleiders afstellen. Druk de voorkant van de geleider
voor het afdrukpapier (D) samen en schuif de geleider zo
ver dat deze de markering van het papierformaat raakt.
Druk de rechterzijde van de geleider voor het afdrukpapier
(E) samen en schuif de geleider zo ver dat de breedte van
de geleider en het formaat van het afdrukpapier
overeenkomen.
R Zorg dat het afdrukpapier zich onder de
papiergrensmarkering (F) bevindt en niet uitsteekt
boven de stoters (G).
G
D
E
F
5 Plaats de papierinvoerlade in het apparaat, terwijl u de
voorkant van de lade optilt. Schuif deze vervolgens
helemaal in het apparaat.
Opmerking:
R Als het papier niet correct is geplaatst, kan dat
papierstoringen veroorzaken. Zorg er dus voor dat de
papiergeleiders altijd goed zijn afgesteld.
R Als de papierinvoerlade niet sluit, kan het zijn dat de plaat
in de papierinvoerlade niet vergrendeld is. Druk het papier
aan en controleer of het papier plat in de papierinvoerlade
ligt.
13
1. Inleiding en installatie
Waarschuwing voor de papierinvoerlade
R Laat de papierinvoerlade niet vallen.
R Houd de papierinvoerlade met beide handen vast als u
deze verwijdert of installeert. De papierinvoerlade
weegt ongeveer 2 kg als deze volledig met
afdrukpapier gevuld is.
Circa 2 kg
1.7.1 Lade voor handmatige papierinvoer
U kunt de lade voor handmatige papierinvoer gebruiken voor
afdrukken vanaf de computer en voor kopiëren. Er mag slechts
één vel tegelijkertijd in de lade aanwezig zijn. Als u meerdere
pagina´s afdrukt of kopieert, plaatst u het volgende vel in de
lade nadat het eerste vel in het apparaat is ingevoerd.
R Zie pagina 76 voor meer informatie over afdrukpapier.
R Wanneer u afdrukt vanaf de computer, kunt u ook
afdrukpapier met afwijkende formaten gebruiken
(pagina 23).
R Het apparaat is standaard ingesteld op het afdrukken
van normaal papier van A4-formaat.
Als u andere papierformaten gebruikt, wijzigt u het
formaat van het afdrukpapier (functie #381 op
pagina 39).
Als u dun papier gebruikt, wijzigt u het
afdrukpapiertype (functie #384 op pagina 40).
1 Schuif de geleiders (A) tegen het afdrukpapier.
R Als het apparaat in de sluimermodus is, drukt u op een
toets om het apparaat standby te zetten voor het
volgende proces.
2 Duw het papier met de af te drukken zijde naar beneden
gericht (B) in de lade totdat het apparaat het papier
vastgrijpt en u een pieptoon hoort.
A
B
Opmerking:
R Afdrukken via de lade voor handmatige papierinvoer;
wanneer u vanaf de computer afdrukt, selecteert u #2
voor de printereigenschappen.
wanneer u een kopie maakt, stelt u de invoerlade voor
het kopiëren vooraf in op #2 (functie #460 op
pagina 41).
Als deze instellingen niet worden gewijzigd, wordt tijdens
het afdrukken of kopiëren van meerdere pagina’s voor de
eerste pagina papier uit de lade voor handmatige
papierinvoer gebruikt, maar voor de overige pagina’s wordt
papier uit de papierinvoerlade gebruikt.
R Als het papier niet correct is geplaatst, kan dat
papierstoringen veroorzaken. Zorg er dus voor dat het
papier altijd goed ligt.
14
1. Inleiding en installatie
2.1 Aansluitingen
Let op:
R Kies voor dit apparaat een goed bereikbaar
stopcontact.
C
A
B
D
* Het afgebeelde model is de KX-MB2011.
Voedingskabel
R Aansluiten op een stopcontact
(220–240 V, 50 Hz).
Internet
Netwerkrouter/netwerkhub (niet meegeleverd)
R Sluit ook de netwerkcomputers aan.
LAN-kabel (niet meegeleverd)
R Gebruik om continu aan de emissienormen te voldoen
alleen een afgeschermde LAN-kabel (Ethernet-kabel
categorie 5 (Cat-5)).
BELANGRIJKE MEDEDELING OVER DE
USB-AANSLUITING
R SLUIT HET APPARAAT NIET MET DE USB-KABEL
OP EEN COMPUTER AAN TOTDAT HET
MULTI-FUNCTION STATION U TIJDENS DE INSTAL-
LATIE DAAROP WIJST (pagina 19).
Opmerking:
R Plaats geen voorwerpen op minder dan 10 cm afstand van
de rechter-, linker- of achterkant van het apparaat.
Werken met een netwerkrouter/netwerkhub
R Bij gebruik van een netwerkrouter/netwerkhub (C) wordt
een goede netwerkbeveiliging aangeraden. Raadpleeg de
netwerkbeheerder voor firewallinstellingen en dergelijke.
R De garantie is niet van toepassing op
beveiligingsproblemen of andere problemen in verband
hiermee.
2.2 Aanzetten
Zet de stroomschakelaar AAN (A).
A
15
2. . Voorbereiding
2. Voorbereiding
2.3 De werkingsmodus selecteren
(scannen/kopiëren)
U stelt de gewenste modus in door op een van de volgende
knoppen te drukken.
MScanN: Selecteer deze modus als u het apparaat als
scanner wilt gebruiken (pagina 26).
MCopyN: Selecteer deze modus als u het apparaat als een
kopieerapparaat wilt gebruiken (pagina 30).
Opmerking:
R Standaard staat het apparaat op de kopieermodus.
2.4 Het origineel instellen
2.4.1 Via de glasplaat
A
B
1 Open het documentdeksel (A).
2 Plaats het document met de bedrukte kant NAAR
BENEDEN GERICHT op de glasplaat (B) en lijn de linker
bovenhoek van het document uit met de hoek waarnaar de
wijst.
3 Sluit het documentdeksel.
Opmerking:
R Controleer dat er zich geen documenten in de
automatische documentinvoer bevinden (alleen
KX-MB2011).
R Leg het origineel voorzichtig op de glasplaat. Druk het
origineel niet te hard op de glasplaat om storingen te
voorkomen.
R Sluit het documentdeksel niet als het origineel een dik boek
is.
R Controleer of de inkt en de eventueel aanwezige lijm of
correctievloeistof helemaal droog zijn.
R Het effectieve scangebied wordt met het grijze gebied
aangeduid:
Effectief scangebied
208 mm
289
mm
4 mm
4 mm
4 mm
4 mm
16
2. Voorbereiding
2.4.2 Via de automatische documentinvoer (alleen
KX-MB2011)
A
1 Plaats het document (maximaal 20 pagina’s) met de
bedrukte kant naar boven in de documentinvoer totdat u
een enkele pieptoon hoort.
2 Pas de documentgeleiders (A) aan het werkelijke formaat
van het document aan.
Opmerking:
R Zorg dat er geen document op de glasplaat ligt.
R Controleer of de inkt en de eventueel aanwezige lijm of
correctievloeistof helemaal droog zijn.
R Verwijder paperclips, nietjes en dergelijke van het
document.
R Plaats de volgende documentsoorten niet in de
automatische documentinvoer (Maak een kopie van het
document vanaf de glasplaat en gebruik de kopie.):
chemisch behandeld papier, zoals carbonpapier of
doorslagpapier
elektrostatisch geladen papier
sterk gekruld, gescheurd of gekreukeld papier
papier met een speciale coating
papier met een bedrukte achterzijde die doorschijnt op
de voorkant (een krant bijvoorbeeld)
R De totale stapeldikte van de documenten mag niet meer
bedragen dan 4 mm. Als de capaciteit van de automatische
documentinvoer wordt overschreden, kunnen de
documenten vallen of vastlopen in de documentinvoer.
R Voor het plaatsen van documenten smaller dan 210 mm
wordt aangeraden het origineel via de glasplaat op A4- of
Letter-papier te kopiëren en vervolgens de kopie te
plaatsen voor betere resultaten.
R Plaats geen documenten die niet het juiste formaat en
gewicht hebben. Kopieer het document via de glasplaat en
plaats de kopie.
R Documenten kunnen het volgende formaat, gewicht en
effectief scangebied hebben:
Minimumdocumentformaat
128 mm
128 mm
Maximumdocumentformaat
600 mm
216 mm
Effectief scangebied
216 mm
208 mm
4 mm 4 mm
4 mm
4 mm
R Het grijze gebied wordt gescand.
R Als u het apparaat als scanner gebruikt (pagina 26,
28), is de effectieve scanduur afhankelijk van het
geselecteerde papierformaat.
Documentgewicht
R Eén vel:
60 g/m
2
tot 80 g/m
2
R Meerdere vellen:
60 g/m
2
tot 80 g/m
2
17
2. Voorbereiding
2.5 Datum en tijd
We raden aan om de datum en tijd in te stellen. De andere partij
ontvangt de op uw apparaat ingestelde datum en tijd als
koptekst.
MFNMENMSetN
MMenuN
1 MMenuN A MBNM1NM0NM1N A MSetN
2 Voer de huidige datumgegevens in door voor elk onderdeel
2 cijfers te selecteren.
Voorbeeld: 3 augustus 2013
M0NM3N M0NM8N M1NM3N
3 Voer de huidige tijd in door voor elk onderdeel 2 cijfers te
selecteren.
Voorbeeld: 10:15 PM (12-uursklok)
1. M1NM0N M1NM5N
2. Selecteer PM met MGN.
Druk een aantal keer op MGN voor AM of PM, of
24-uursklok.
4 MSetN
5 Druk op MMenuN om af te sluiten.
Opmerking:
R De op uw apparaat ingestelde datum en tijd wordt in de
volgende gevallen als koptekst gebruikt:
Als de fax rechtstreeks vanaf dit apparaat als bijlage bij
een e-mail verzonden wordt (scannen naar
e-mailserver) (pagina 26).
R Als de datum en tijd niet correct zijn ingesteld, ziet de
andere partij de verkeerde datum en tijd in de koptekst. Dit
kan verwarrend zijn voor de andere partij.
Fouten corrigeren
Druk op MFN of MEN om de cursor naar het verkeerde nummer
te verplaatsen en breng de correctie aan.
2.6 Het apparaat configureren voor
toegang tot het LAN
U kunt via een met het LAN verbonden computer documenten
afdrukken en scannen. Om deze functies in te schakelen moet
u het IP-adres, het subnetmasker en de standaardpoort voor
het apparaat instellen.
Belangrijk:
R Raadpleeg uw netwerkbeheerder wanneer u IP-adres,
subnetmasker en standaardpoort instelt.
2.6.1 Automatisch instellen met een DHCP-server
Uw situatie:
Wanneer er maar één apparaat op het LAN is aangesloten.
Als uw netwerkbeheerder het netwerk met een DHCP-server
(Dynamic Host Configuration Protocol) beheert, wijst deze
automatisch een IP-adres (Internet Protocol), subnetmasker en
standaardpoort aan het apparaat toe.
1 Zet het apparaat aan na het aansluiten van de LAN-kabel
op het apparaat en de computer.
R IP-adres, subnetmasker en standaardpoort worden
automatisch ingesteld.
2 Installeer Multi-Function Station op de computer waarmee
u het wilt gebruiken. Zie pagina 19 voor meer informatie.
Opmerking:
R U kunt twee of meer apparaten aansluiten en IP-adressen
automatisch toewijzen met een DHCP-server, maar we
raden aan voor elk apparaat handmatig statische
IP-adressen toe te wijzen om netwerktoegangs- en
configuratieproblemen te voorkomen.
2.6.2 Handmatig instellen
Uw situatie:
Wanneer uw netwerkbeheerder het netwerk niet met een
DHCP-server beheert.
Wanneer twee of meer apparaten op het LAN zijn
aangesloten.
U dient handmatig een IP-adres, subnetmasker en
standaardpoort toe te wijzen.
1 MMenuN
2 Druk op MBNM5NM0NM0N tot DHCP wordt weergegeven.
3 Selecteer ONMOGELIJK met M0N. A MSetN
4 Stel elk item in.
Voor het IP-adres:
1. Druk op M5NM0NM1N tot IP ADRES wordt
weergegeven. A MSetN
2. Voer het IP-adres van het apparaat in. A MSetN
Voor het subnetmasker:
1. Druk op M5NM0NM2N tot SUBNET MASK wordt
weergegeven. A MSetN
2. Voer het subnetmasker van het netwerk in. A MSetN
18
2. Voorbereiding
Voor de standaardpoort:
1. Druk op M5NM0NM3N tot STAND.GATEWAY wordt
weergegeven. A MSetN
2. Voer de standaardpoort van het netwerk in. A MSetN
5 Druk op MMenuN om af te sluiten.
6 Installeer Multi-Function Station op de computer waarmee
u het wilt gebruiken. Zie pagina 19 voor meer informatie.
Een fout in IP-adres, subnetmasker of standaardpoort
corrigeren
Druk op MFN of MEN om de cursor naar het verkeerde nummer
te verplaatsen en breng de correctie aan.
2.7 Multi-Function Station installeren
2.7.1 Computervereisten
Met Panasonic Multi-Function Station software kunt u het
volgende met het apparaat doen:
op gewoon papier, dun papier en etiketten afdrukken,
voorbeelden van documenten bekijken en
printerinstellingen wijzigen vóór afdrukken (Easy Print
Utility),
documenten scannen en de afbeelding in tekst omzetten
met Readiris OCR-software,
scannen vanuit andere toepassingen voor Microsoft
®
Windows
®
die scannen met TWAIN en WIA ondersteunen
(alleen Windows XP/Windows Vista
®
/Windows 7,
USB-verbinding),
Nummers in het e-mailadresboek opslaan, bewerken en
verwijderen via de pc
de functies programmeren via de computer,
Om Multi-Function Station op de computer te kunnen
gebruiken, gelden de volgende vereisten:
Besturingssysteem:
Windows 2000/Windows XP/Windows Vista/Windows 7
CPU:
Windows 2000: Pentium
®
P of sneller
Windows XP: Pentium Q of sneller
Windows Vista/Windows 7: Pentium 4 of sneller
RAM:
Windows 2000/Windows XP: 128 MB (256 MB of meer
aanbevolen)
Windows Vista: 512 MB (1 GB of meer aanbevolen)
Windows 7: 1 GB (2 GB of meer aanbevolen)
Overige hardware:
Cd-romstation
Vaste schijf met minimaal 200 MB vrije schijfruimte
USB-interface
LAN-interface (10Base-T/100Base-TX)
Overige:
Internet Explorer
®
5.0 of hoger
Belangrijk:
R Om continu aan de emissienormen te voldoen:
gebruik alleen afgeschermde USB-kabels
(bijvoorbeeld een kabel die gecertificeerd is voor
Hi-Speed USB 2.0).
gebruik alleen afgeschermde LAN kabels
(Category 5 (Cat-5) Ethernet kabel).
R Bescherm het apparaat en gebruik alleen goed
afgeschermde USB-kabels als het in uw regio vaak
onweert.
Opmerking:
R USB-kabel niet meegeleverd. Schaf een afgeschermde
USB-kabel van het type-A mannetje/type-B mannetje aan.
19
2. Voorbereiding
2.7.2 Multi-Function Station op een computer
installeren
R Installeer Multi-Function Station (CD-ROM) voordat u
het apparaat met de USB-kabel op een computer
aansluit. Als het apparaat met de USB-kabel op een
computer wordt aangesloten voordat Multi-Function
Station is geïnstalleerd, wordt het dialoogvenster
[Found New Hardware Wizard] weergegeven. Sluit het
dialoogvenster door op [Cancel] te klikken.
R De schermafbeeldingen in deze instructies zijn
afkomstig uit Windows XP en zijn alleen ter referentie
bijgevoegd.
R De schermafbeeldingen in deze instructies kunnen
mogelijk licht afwijken van de schermafbeeldingen van
het daadwerkelijke product.
R Softwarefunctionaliteit en het uiterlijk van de software
kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
R Zie pagina 63 als u ook een apparaat uit de
KX-MB200/KX-MB700/KX-FLB880-serie gebruikt.
1 Start Windows en sluit alle overige toepassingen.
R U moet zich als beheerder hebben aangemeld om
Multi-Function Station te kunnen installeren.
2 Plaats de meegeleverde cd-rom in het cd-romstation.
R Als het dialoogvenster [Select Language] wordt
weergegeven, selecteer dan de taal die u voor deze
software wilt gebruiken. Klik op [OK].
R Als het installeren niet automatisch start:
Klik op [Start]. Klik op [Run...]. Voer “D:\Install” in
(waarbij “D” de stationsaanduiding van het
cd-romstation is). Klik op [OK].
(Als u niet zeker weet wat de stationsaanduiding van
het cd-romstation is, zoekt u het station met Windows
Verkenner.)
3 [Easy Installation]
R Het installeren start automatisch.
4 Het programma Setup start. Volg de scherminstructies van
het installatieprogramma op.
R Easy Print Utility (pagina 24), de OCR-software
Readiris (pagina 26) en Device Monitor
(pagina 50) worden ook geïnstalleerd.
5 Het dialoogvenster [Connection Type] wordt
weergegeven.
USB-verbinding:
1. [Connect directly with a USB cable.] A [Next]
R Het dialoogvenster [Connect Device] wordt
weergegeven.
2. Sluit het apparaat met behulp van de USB-kabel (A) aan
op een computer en klik vervolgens op [Next].
A
R Als het apparaat is verbonden met de computer wordt
de modelnaam automatisch gedetecteerd.
R Indien nodig kunt u de naam van het apparaat wijzigen.
3. Klik op [Install] en volg de scherminstructies op.
R De bestanden worden naar de computer gekopieerd.
LAN-verbinding:
1. [Connect via the Network.] A [Next]
R Het dialoogvenster [Select a Network Device] wordt
weergegeven.
2. Selecteer [Select from the search list] en selecteer het
apparaat uit de lijst.
R Als de naam van het gewenste apparaat niet in de lijst
is weergegeven en een IP-adres aan het apparaat is
toegewezen, selecteert u [Direct input] en voert u het
IP-adres in.
3. [Next]
R Indien nodig kunt u de naam van het apparaat wijzigen.
4. Klik op [Install] en volg de scherminstructies op.
R De bestanden worden naar de computer gekopieerd.
Belangrijk
Als u Windows XP, Windows Vista of Windows 7 gebruikt,
is het mogelijk dat er een melding wordt weergegeven nadat
u het apparaat met de USB-kabel aansluit. Dit is normaal
en de software veroorzaakt geen moeilijkheden met het be-
sturingssysteem. U kunt zonder problemen doorgaan met
de installatie. Dit soort melding wordt weergegeven:
R Voor Windows XP-gebruikers
“The software you are installing for this hardware has
not passed Windows Logo testing to verify its compati-
bility with Windows XP. (De software die u voor deze
hardware installeert voldoet niet aan de eisen van de
Windows Logo-test, die op compatibiliteit met Windows
XP controleert.)”
R Voor Windows Vista/Windows 7 gebruikers
“Would you like to install this device software? (Wilt u
deze apparaatsoftware installeren?)”
De bedieningsinstructies bekijken of installeren
1. Start Windows en plaats de meegeleverde cd-rom in het
cd-rom-station.
20
2. Voorbereiding
2. Klik op [Operating Instructions] en volg vervolgens de
scherminstructies om de bedieningsinstructies in
PDF-formaat te kunnen bekijken of installeren.
R U hebt Adobe
®
Reader
®
nodig om de
bedieningsinstructies te bekijken.
Opmerking:
R Als u het verzoek krijgt de cd-rom met het
besturingssysteem te plaatsen tijdens het installeren van
Multi-Function Station, plaatst u de cd-rom in het
cd-romstation.
R Als u de gebruiksaanwijzing installeert, kunt u die op elk
gewenst moment raadplegen door te klikken op [ ] in het
startprogramma van Multi-Function Station.
Het andere apparaat in combinatie met de computer
gebruiken
Voeg het printerstuurprogramma voor elk apparaat als volgt
toe.
1. Start Windows en plaats de meegeleverde cd-rom in het
cd-rom-station.
2. [Modify] A [Add Multi-Function Station Driver]. Volg
vervolgens de scherminstructies op.
Opmerking:
R U kunt niet meer dan één apparaat tegelijkertijd op dezelfde
computer aansluiten (alleen USB-verbinding).
De software wijzigen (componenten toevoegen en
verwijderen)
De onderdelen die u wilt installeren of verwijderen, kunt u te
allen tijde na de installatie kiezen.
U moet zich als beheerder hebben aangemeld om
Multi-Function Station aan te kunnen passen.
1. Start Windows en plaats de meegeleverde cd-rom in het
cd-rom-station.
2. [Modify] A [Modify Utilities]. Volg vervolgens de
scherminstructies op.
De software verwijderen
U moet zich als beheerder hebben aangemeld om
Multi-Function Station te kunnen verwijderen.
[Start] A [All Programs] of [Programs] A [Panasonic]
A de apparaatnaam A [Uninstall]. Volg vervolgens de
scherminstructies op.
2.8 Multi-Function Station starten
[Start] A [All Programs] of [Programs] A [Panasonic]
A de apparaatnaam A [Multi-Function Station]
R Multi-Function Station verschijnt.
[Scan] (pagina 28)
R Afbeeldingen scannen en weergegeven.
R Afbeeldingen scannen en afbeeldingsbestanden maken.
R Scannen en per e-mail verzenden.
R Afbeeldingen scannen en converteren in tekst die kan
worden bewerkt.
[Remote Control] (pagina 50)
R Functies programmeren.
R Nummers in het e-mailadresboek opslaan, bewerken en
verwijderen.
R CSV-indeling (Comma Separated Values, door komma’s
gescheiden waarden) om het e-mailadresboek te
importeren of exporteren.
[Utilities]
R Multi-Function Viewer/Quick Image Navigator starten
(pagina 28).
R Device Monitor starten (pagina 50).
R De OCR-toepassing starten (pagina 26).
R De configuratiepagina starten (pagina 37, 50) (alleen
LAN-verbinding).
[Settings] (pagina 22)
R Algemene instellingen wijzigen.
R Scaninstellingen wijzigen.
[ ]
R Voor gedetailleerde instructies voor Multi-Function Station.
R Bedieningsinstructies weergeven.
[ ]
R Gebruikstips weergeven.
[ ]
R Informatie over Multi-Function Station weergeven.
Opmerking:
R In Device Monitor kunt u bevestigen dat het apparaat is
verbonden met de computer (pagina 50).
21
2. Voorbereiding
R De computerfuncties (afdrukken, scannen, enz.) werken
mogelijk niet goed in de volgende situaties:
als het apparaat wordt verbonden met een computer
die de gebruiker zelf heeft gebouwd;
als het apparaat wordt verbonden met een computer
via een PCI-kaart of andere uitbreidingskaart;
als het apparaat is verbonden met andere hardware
(zoals een USB-hub of interface-adapter) en niet direct
is aangesloten op de computer.
Instellingen wijzigen
U kunt de instellingen van Multi-Function Station vooraf
wijzigen.
1. Selecteer [Settings] in Multi-Function Station.
2. Klik op het gewenste tabblad en wijzig de instellingen.
A [OK]
[General]
[Launcher display setting]: Het type display van het
startprogramma selecteren.
[OCR Path]: De OCR-software selecteren.
[PC name list up on device] (alleen LAN-verbinding):
Hiermee bepaalt u of de computernaam al dan niet op het
apparaat wordt weergegeven.
[PC name] (alleen LAN-verbinding): De computernaam die
op het apparaat wordt weergegeven.
R Gebruik een unieke naam als [PC name], want anders
kan de gescande afbeelding naar de verkeerde
computer worden verzonden.
[Scan]
[Save to]: De map selecteren waarin de gescande
afbeelding wordt opgeslagen.
[Viewer][File][Email][OCR][Custom]: De
scaninstellingen voor Multi-Function-scantoepassingen
wijzigen.
Standaard-e-mailsoftware selecteren
De standaard-e-mailsoftware wordt gebruikt wanneer u scant
naar e-mail (pagina 26).
U selecteert de e-mailsoftware die standaard moet worden
gebruikt als volgt.
Voor Windows 2000:
1. [Start] A [Settings] A [Control Panel] A [Internet
Options] A [Programs] A [E-mail]
2. Selecteer de gewenste MAPI-conforme e-mailsoftware,
zoals [Outlook Express]. A [OK]
Voor Windows XP:
1. [Start] A [Control Panel] A [Internet Options] A
[Programs] A [E-mail]
2. Selecteer de gewenste MAPI-conforme e-mailsoftware,
zoals [Outlook Express]. A [OK]
Voor Windows Vista:
1. [Start] A [Control Panel] A [Internet Options] A
[Programs] A [Set programs] A [Set program
access and computer defaults]
R Als het dialoogvenster [User Account Control] wordt
weergegeven, klikt u op [Continue].
2. [Custom]
3. Selecteer de gewenste MAPI-conforme e-mailsoftware,
zoals [Windows Mail], bij [Choose a default e-mail
program]. A [OK]
Voor Windows 7:
1. [Start] A [Control Panel] A [Network and Internet]
A [Internet Options] A [Programs] A [Set
programs] A [Set program access and computer
defaults]
2. [Custom]
3. Selecteer de gewenste MAPI-compatibele e-mailsoftware
via [Choose a default e-mail program]. A [OK]
22
2. Voorbereiding
3.1 Afdrukken vanuit
Windows-toepassingen
U kunt bestanden afdrukken die in Windows-toepassingen zijn
gemaakt. U drukt bijvoorbeeld als volgt af vanuit WordPad:
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Selecteer [Print...] in het menu [File].
R Het dialoogvenster [Print] wordt weergegeven.
Klik voor meer informatie over het dialoogvenster
[Print] op [?] en klik vervolgens op het gewenste
onderdeel.
Opmerking:
R In Microsoft PowerPoint
®
selecteert u [Color] of
verwijdert u het vinkje naast [Grayscale] in het
afdrukdialoogvenster zodat de gekleurde of grijze tekst
correct in grijstinten wordt afgedrukt.
3 Selecteer de apparaatnaam als de actieve printer.
R Als u tijdens het installeren de naam van het apparaat
hebt gewijzigd, selecteert u die betreffende naam in de
lijst.
R Wanneer de modusbeperking (functie #154 op
pagina 51) is ingeschakeld, voert u op voorhand de
afdelingscode in de printerinstellingen in met behulp
van [Job Type] (pagina 23). Als de afdelingscode
niet overeenstemt of deze de printmodus beperkt,
wordt het afdrukken geannuleerd.
R U wijzigt de printerinstellingen als volgt.
Voor Windows 2000:
Klik op het gewenste tabblad en wijzig de
printerinstellingen.
Voor Windows XP/Windows Vista/Windows 7:
Klik op [Preferences] en selecteer het gewenste
tabblad. Wijzig de printerinstellingen en klik op [OK].
4 Klik op [Print].
R Het afdrukken wordt gestart.
Opmerking:
R Zie pagina 51 voor informatie over het stoppen van de
afdruktaak.
R Zie pagina 12, 14 voor het plaatsen van papier.
R Zie pagina 76 voor meer informatie over de
papierspecificaties.
R Als er een fout tijdens het afdrukken optreedt, wordt Device
Monitor (pagina 50) automatisch gestart en wordt de
foutmelding weergegeven.
De printereigenschappen instellen
U kunt de printerinstellingen wijzigen in stap 3. Het wordt
aanbevolen het papier op het apparaat zelf te testen (vooral
speciale formaten en typen), voordat u grotere hoeveelheden
aanschaft.
Op de volgende tabbladen kunt u de instellingen wijzigen of
weergeven.
[Basic]: Papierformaat, type media, pagina’s per vel, enz.
[Output]: Aantal afdrukken, sorteren, enz.
[Job Type]: De afdelingscode invoeren.
R De afdelingscode wordt bijgehouden voor toekomstige
afdruktaken en moet slechts eenmaal worden ingevoerd.
[Quality]: Kwaliteit, contrast, tonerbesparing, enz.
[Effects]: Watermerk, overlappen.
[Profile]: De gewenste instellingen opslaan, de opgeslagen
instellingen selecteren, enz.
[Support]: Versie-informatie.
Opmerking:
R Selecteer het juiste type media op het tabblad [Basic] voor
het afdrukpapier.
Type afdrukpapier Type media
Normaal papier
75 g/m
2
tot 90 g/m
2
[Plain Paper]
Dun papier
64 g/m
2
tot 75 g/m
2
[Thin Paper]
Etiket [Label]
R Als u afdrukt vanaf de computer, krijgen de ingestelde
printereigenschappen voorrang op de volgende functies
die in het apparaat zijn geprogrammeerd:
instelling type media (functie #383 en functie #384 op
pagina 39),
instelling tonerbesparing (functie #482 op
pagina 40).
Op etiketten afdrukken
U kunt niet alleen op normaal papier afdrukken, maar ook op
bijzondere materialen (etiketten).
R Zie pagina 76 voor meer informatie over afdrukpapier.
R Zie pagina 14 voor het plaatsen van papier.
Gebruik etiketten die geschikt zijn voor laserprinters.
Aanbevolen worden:
Avery
®
5160/5161/5162/5163/5164/5165/5167/5168
XEROX
®
LWH100/LWH110/LWH120/LWH130/LWH140
R Gebruik de lade voor handmatige papierinvoer voor
het afdrukken van etiketten.
23
3. . Printer
3. Printer
R Plaats de etiketvellen voor het afdrukken één voor één
met de te bedrukken zijde naar beneden.
R Verwijder elk etiket na afdrukken.
R Gebruik de volgende soorten etiketten niet:
etiketten die gekreukt, beschadigd of los van de
ondergrond zijn,
vellen met etiketten waarvan etiketten zijn verwijderd,
etiketten die de ondergrond niet geheel bedekken. Zie
hieronder.
3.2 Easy Print Utility
Door Easy Print Utility van Panasonic in plaats van het
printerstuurprogramma te gebruiken voor het afdrukken, krijgt
u de beschikking over vele nuttige en handige afdrukfuncties:
Onnodig afdrukken voorkomen door een afdrukvoorbeeld
op het computerscherm te bekijken
Meerdere documenten combineren
Een bestand in PDF-formaat opslaan
U drukt bijvoorbeeld als volgt af vanuit WordPad:
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Selecteer [Print...] in het menu [File].
3 Selecteer [Panasonic Easy Print Driver] als de actieve
printer.
4 Klik op [Print].
R Het dialoogvenster [Panasonic Easy Print Utility]
wordt weergegeven. Klik op [ ] en vervolgens op het
gewenste item voor meer informatie over Easy Print
Utility.
5 Bekijk de afbeelding van een af te drukken pagina door op
de gewenste pagina in het venster [Print Page
Operation] (lijst in linkerkolom) te klikken.
xxxx
R Zie pagina 24 voor het wijzigen van de
printerinstellingen.
R Zie pagina 25 voor informatie over het combineren
van meerdere documenten die in verschillende
toepassingen zijn gemaakt.
R Zie pagina 25 voor informatie over het in
PDF-formaat opslaan van bestanden.
R Zelfs als u vooraf in de oorspronkelijke toepassing het
aantal af te drukken exemplaren hebt ingesteld, is het
mogelijk dat u dit in Easy Print Utility nog een keer moet
doen.
6 Klik op het pictogram [Print] op de afdrukwerkbalk.
R Het afdrukken wordt gestart.
Opmerking:
R Wanneer de modusbeperking (functie #154 op
pagina 51) is ingeschakeld, voert u op voorhand de
afdelingscode in de printerinstellingen in met behulp van
[Job Type] (pagina 23). Als de afdelingscode niet
overeenstemt of deze de printmodus beperkt, wordt het
afdrukken geannuleerd. De [Job Type]-instellingen
kunnen niet worden uitgevoerd vanaf de printerinstellingen
via het dialoogvenster [Panasonic Easy Print Utility].
3.2.1 Ecologische afdrukfuncties
U kunt verscheidene afdrukfuncties gebruiken en een
afdrukvoorbeeld bekijken zonder een testpagina te hoeven af
te drukken.
Printerinstellingen
Op de volgende tabbladen in stap 5 kunt u de instellingen
wijzigen of weergeven.
[Basic]: Papierformaat, pagina-indeling afdrukken
[Output]: Aantal exemplaren, papierbron, type media
[Quality]: Kleurmodus, tonerbesparing
[Effects]: Koptekst, watermerk, voettekst
24
3. Printer
Meerdere documenten combineren
U kunt meerdere pagina’s weergeven die in verscheidene
toepassingen zijn gemaakt en deze als een enkel document
verwerken.
1. Voer stap 1 tot 4 op “3.2 Easy Print Utility” uit.
2. Open een ander document dat u aan Easy Print Utility wilt
toevoegen.
3. Selecteer [Print...] in het menu [File].
R Het dialoogvenster [Print] wordt weergegeven.
4. Selecteer [Panasonic Easy Print Driver] als de actieve
printer.
5. Klik op [Print].
R Het document wordt achter de laatste pagina van het
vorige document in het venster met afdrukvoorbeelden
geplaatst.
6. Herhaal stap 2 tot 5.
7. Wijzig indien nodig de printerinstellingen (pagina 24).
8. Klik op het pictogram [Print] op de afdrukwerkbalk.
Opmerking:
R In het venster [Print Page Operation] kunnen maximaal
999 pagina’s worden weergegeven.
Een bestand in PDF-formaat opslaan
U kunt de door u bekeken bestanden in PDF-formaat opslaan
in plaats van deze af te drukken.
1. Voer stap 1 tot 4 op “3.2 Easy Print Utility” uit.
2. Klik op het pictogram [Save PDF file] op de
afdrukwerkbalk.
R Het dialoogvenster [Save As] wordt weergegeven.
3. Geef de map die u wilt opslaan op, voer de bestandsnaam
in en klik vervolgens op [Save]. Tijdens het maken en
opslaan van PDF-bestanden wordt het dialoogvenster
[Save PDF file] weergegeven.
Opmerking:
R Het met Easy Print Utility gemaakte PDF-bestand is een
afbeeldingsbestand.
25
3. Printer
4.1 Scannen vanaf het apparaat
(push-scan)
U kunt het document eenvoudig via het bedieningspaneel op
het apparaat scannen. U kunt een van de volgende scanmodi
selecteren afhankelijk van hoe u de gescande afbeelding wilt
gaan gebruiken.
Scanmodus
BEELD Weergeven met Multi-Function
Viewer/Quick Image Navigator
(scannen naar Multi-Function Vie-
wer/Quick Image Navigator)
FILE Opslaan als bestand op de com-
puter (scannen naar opslaan als
bestand)
E-MAIL Standaard e-mailsoftware op uw
computer activeren en de gescan-
de afbeelding vervolgens als be-
stand koppelen (scannen naar
e-mail)
OCR De gescande afbeelding openen
met OCR-software (scannen naar
OCR)
E-MAIL
ADRES
*1*2
Rechtstreeks vanaf dit apparaat
verzenden als bijlage bij een
e-mail (scannen naar e-mailadres)
FTP SERVER
*1*3
Naar een FTP-server verzenden
(scannen naar FTP-server)
SMB FOLDER
*1*4
Naar een SMB-map verzenden
(scannen naar SMB-map)
*1 Alleen LAN-verbinding.
*2 Programmeer vooraf de e-mailserverinstellingen
(pagina 43) en de e-mailbestemmingen (pagina 44,
53).
*3 Programmeer vooraf de instellingen voor de FTP-server
(pagina 44).
*4 Programmeer vooraf de instellingen voor de SMB-map
(pagina 44).
Opmerking:
R Bij het scannen van documenten kunt u beter de glasplaat
gebruiken dan de automatische documentinvoer. Dit levert
betere resultaten op (alleen KX-MB2011).
R Open het documentdeksel niet tijdens het scannen van een
document via de automatische documentinvoer (alleen
KX-MB2011).
R U kunt de gewenste scanmodus voor de push-scan vooraf
instellen (functie #493 op pagina 43).
1 Plaats het origineel (pagina 16).
2 Als het lampje MScanN NIET brandt, schakelt u deze modus
in door meermaals op MScanN te drukken.
3 Druk meermaals op MCN of MDN om een scanmodus te
selecteren. A MSetN
4 USB-verbinding:
Druk meerdere keren op MCN of MDN om USB HOST te
selecteren. A MSetN
LAN-verbinding:
Druk herhaaldelijk op MCN of MDN om de bestemming te
selecteren waarnaar u de gescande afbeelding wilt
verzenden. A MSetN
R Wanneer u naar een e-mailadres scant, kunt u het
e-mailadres waarnaar wordt verzonden via het
toetsenblok invoeren (pagina 49).
5 Wijzig, indien noodzakelijk, de scaninstellingen. Druk op
MEN, druk meerdere keren op MCN of MDN om de gewenste
instelling te selecteren. A MSetN
6 Als u de glasplaat gebruikt:
MStartN A Het apparaat scant 1 pagina. Plaats het
volgende document op de glasplaat en druk op MSetN.
Herhaal deze handeling totdat alle documenten zijn
gescand, en druk vervolgens op MStartN.
Bij gebruik van de automatische documentinvoer
(alleen KX-MB2011):
MStartN
7 Druk na het scannen op MStopN om de instelling in stap 5
te herstellen.
Opmerking:
R Zie pagina 51 voor informatie over het stoppen van de
scantaak.
26
4. . Scanner
4. Scanner
Beschikbare indelingen voor het opslaan van de
scanafbeelding
Scanmodus TIFF JPEG BMP PDF
BEELD U U U U
FILE U U U U
E-MAIL U U k U
OCR U U U k
E-MAIL
ADRES
*1*2
U U k U
FTP
SERVER
*1*2
U U k U
SMB
FOLDER
*1*2
U U k U
Selecteer TIFF of PDF als bestandsformaat als u meerdere
pagina’s wilt scannen en opslaan als één bestand.
*1 Alleen LAN-verbinding.
*2 Selecteer PDF als bestandsformaat als u meerdere
pagina’s wilt scannen en opslaan als één bestand.
Als u TIFF als bestandsformaat kiest, raden we het gebruik
van de Multi-Function Viewer/Quick Image Navigator aan
om de gescande afbeelding weer te geven.
Gescande gegevens verwerken
De gescande afbeelding wordt automatisch opgeslagen in de
map die in het venster [Settings] is geselecteerd. Zie
pagina 22 voor het wijzigen van de map.
R Wanneer u scant naar Multi-Function Viewer (niet voor
gebruikers in Italië), wordt de gescande afbeelding na het
scannen weergegeven in het venster van [Multi-Function
Viewer]. Als u echter PDF als bestandsformaat selecteert,
wordt de aan PDF-bestanden gekoppelde software gestart.
Wanneer u scant naar Quick Image Navigator (voor
gebruikers in Italië), wordt de gescande afbeelding na het
scannen weergegeven in het venster van [Quick Image
Navigator].
R Wanneer u scant naar e-mail, wordt de e-mailsoftware
automatisch gestart en wordt de gescande afbeelding als
bijlage toegevoegd aan een nieuw e-mailbericht.
R Wanneer u scant naar OCR, wordt de gescande
afbeelding na het scannen weergegeven in het
OCR-venster.
R Wanneer naar een e-mailadres wordt gescand, wordt de
gescande afbeelding rechtstreeks vanaf dit apparaat als
bijlage verzonden (alleen LAN-verbinding).
R Wanneer naar een FTP-server wordt gescand, wordt de
gescande afbeelding automatisch in de geselecteerde map
op de FTP-server opgeslagen.
Om de gescande afbeelding weer te geven, downloadt u
de gegevens vooraf naar uw computer (alleen
LAN-verbinding).
R Wanneer naar een SMB-map wordt gescand, wordt de
gescande afbeelding automatisch in de geselecteerde map
in het netwerk opgeslagen.
Wanneer het scannen naar een SMB-map niet juist werkt,
moet u contact opnemen met de netwerkbeheerder. De
SMB-functie van dit apparaat ondersteunt geen NTMLv2-
en SMB-handtekeningen (alleen LAN-verbinding).
Zoeken naar een e-mailadres op initialen (scannen naar
e-mailadres) (alleen LAN-verbinding)
Voorbeeld: “LISA
1. Voer stap 1 t/m 3 op pagina 26 uit.
2. Druk meerdere keren op M5N tot een naam met de letter
L op de display wordt weergegeven (zie de tekentabel
op pagina 49).
R Druk op MGN als u naar een symbool wilt zoeken.
3. Druk op MCN of MDN tot LISA wordt weergegeven.
R Als u het zoeken wilt stoppen, drukt u op MStopN.
27
4. Scanner
4.2 Scannen vanaf een computer
(pull-scan)
Opmerking:
R Bij het scannen van documenten kunt u beter de glasplaat
gebruiken dan de automatische documentinvoer. Dit levert
betere resultaten op (alleen KX-MB2011).
R Open het documentdeksel niet tijdens het scannen van een
document via de automatische documentinvoer (alleen
KX-MB2011).
4.2.1 Multi-Function-scantoepassing gebruiken
1 Plaats het origineel (pagina 16).
2 Start Multi-Function Station. A [Scan]
3 Klik op de gewenste toepassingpictogram.
R Als u op [Custom] klikt, wordt de vooraf
geprogrammeerde toepassing gestart.
R Als u het scannen wilt annuleren tijdens het scannen
van de documenten, klikt u op [Cancel].
Opmerking:
R U kunt de scaninstellingen voor elke toepassing vooraf
wijzigen (pagina 22).
R Als u een toepassingspictogram aanwijst, worden de
scaninstellingen van die toepassing als knopinfo
weergegeven.
R De gescande afbeelding wordt automatisch opgeslagen in
de map die in het venster [Settings] is geselecteerd
(pagina 22).
4.2.2 Multi-Function Viewer/Quick Image
Navigator gebruiken
1 Plaats het origineel (pagina 16).
2 Start Multi-Function Station.
3 [Utilities] A [Viewer]
Voor gebruikers buiten Italië:
R [Multi-Function Viewer] wordt weergegeven.
Voor gebruikers in Italië:
R [Quick Image Navigator] wordt weergegeven.
4 Voor gebruikers buiten Italië:
Klik op het pictogram [Scan] in het venster
[Multi-Function Viewer].
R Het dialoogvenster met de apparaatnaam wordt
weergegeven.
Voor gebruikers in Italië:
Klik op het pictogram [Acquire Image to Import
Folder...] in het venster [Quick Image Navigator].
R Het dialoogvenster met de apparaatnaam wordt
weergegeven.
5 Wijzig, indien noodzakelijk, de scaninstellingen op de
computer.
R Klik op [Preview] als u de gescande afbeelding wilt
bekijken. U kunt het kader verslepen om het
scangebied op te geven. Als u de scaninstellingen hebt
gewijzigd, klikt u op [Preview] om de gescande
afbeelding te vernieuwen.
Als u de automatische documentinvoer gebruikt (alleen
KX-MB2011), wordt alleen de eerste pagina
weergegeven. Wanneer u de gescande afbeelding wilt
vernieuwen, plaatst u het document nogmaals.
6 [Scan]
R Als u de gescande afbeelding bekijkt bij gebruik van de
automatische documentinvoer in stap 5, plaatst u het
document nogmaals en klikt u op [Scan] (alleen
KX-MB2011).
R Het gescande beeld wordt na het scannen in het
venster [Multi-Function Viewer]/[Quick Image
Navigator] weergegeven.
R Als u de scan wilt opslaan, selecteert u [Save As ...] in
het menu [File].
R Als u het scannen wilt annuleren tijdens het scannen
van de documenten, klikt u op [Cancel].
Opmerking:
R Voor gebruikers buiten Italië: u kunt de afbeeldingen
weergeven in toepassingen die TIFF, JPEG, PCX, DCX en
BMP ondersteunen.
Voor gebruikers in Italië: u kunt de afbeeldingen
weergeven in toepassingen die TIFF, JPEG, PDF, PNG en
BMP ondersteunen.
R Voor gebruikers buiten Italië: u kunt afbeeldingen
opslaan als TIFF, JPEG, PCX, DCX, BMP of PDF.
Voor gebruikers in Italië: u kunt afbeeldingen opslaan als
TIFF, JPEG, PNG, BMP of PDF.
R Als de knop [Select...] in [Target Device] wordt
weergegeven, klik dan op [Select...] om het apparaat in de
lijst te selecteren en klik vervolgens op [OK].
De knop [Select...] wordt niet weergegeven wanneer
slechts één printerdriver is geïnstalleerd.
R U kunt bestanden of pagina’s verplaatsen, kopiëren en
verwijderen.
4.2.3 Andere applicaties gebruiken
Multi-Function Station bevat een TWAIN- en
WIA-scannerstuurprogramma. Tevens kunt u scannen met
andere applicaties die TWAIN of WIA ondersteunen. Ga voor
het scannen bijvoorbeeld als volgt te werk:
1 Plaats het origineel (pagina 16).
2 Start een toepassing die scannen via TWAIN of WIA
ondersteunt.
3 TWAIN:
Selecteer [Acquire Image...] in het menu [File].
WIA:
Selecteer [From Scanner or Camera...] in het menu
[File].
R Het dialoogvenster met de apparaatnaam wordt
weergegeven.
4 Wijzig, indien noodzakelijk, de scaninstellingen op de
computer. A [Scan]
R Het gescande beeld wordt na het scannen in het
toepassingsvenster weergegeven.
28
4. Scanner
R Als u het scannen wilt annuleren tijdens het scannen
van de documenten, klikt u op [Cancel].
Opmerking:
R Scannen vanuit WIA-toepassingen is alleen mogelijk onder
Windows XP, Windows Vista en Windows 7, en alleen via
een USB-verbinding.
R Afhankelijk van de gebruikte toepassing kan het beeld
enigszins verschillen.
R Als tijdens scannen met TWAIN de knop [Select...] in
[Target Device] wordt weergegeven, klik dan op
[Select...] om het apparaat in de lijst te selecteren, en klik
vervolgens op [OK].
De knop [Select...] wordt niet weergegeven wanneer
slechts één printerdriver is geïnstalleerd.
29
4. Scanner
5.1 Een kopie maken
5.1.1 Via de glasplaat
MResolutionN
MContrastN
MStopNMStartN
MCopy SizeN
MCopyN
MSetNMCNMDNMEN
1 Als het lampje MCopyN NIET brandt, schakelt u deze modus
in door meermaals op MCopyN te drukken.
2 Plaats het origineel (pagina 16).
3 Wijzig indien nodig het kopieerformaat (formaat
oorspronkelijk document en afdrukpapier), de resolutie en
het contrast volgens het type document.
R Zie pagina 30 voor informatie over het selecteren van
het kopieerformaat.
R Zie pagina 30 om de resolutie te selecteren.
R Zie pagina 30 om het contrast te selecteren.
4 Voer indien nodig het aantal kopieën in (maximaal 99).
5 MStartN
R Wanneer de modusbeperking (functie #154 op
pagina 51) is ingeschakeld, voert u tijdens het
kopiëren de afdelingscode in. Als de afdelingscode niet
overeenstemt of deze de kopieermodus beperkt, wordt
het kopiëren geannuleerd.
R Het apparaat begint met kopiëren.
6 Druk, na het kopiëren op MStopN om de instellingen die u
in stap 3 en 4 hebt ingevoerd, te herstellen.
Opmerking:
R Zie pagina 51 voor informatie over het stoppen van de
kopieertaak.
Het kopieerformaat selecteren
1. Selecteer ORIGINELE MAAT met MCopy SizeN.
2. Druk meerdere keren op MCN of MDN om het formaat van het
origineel te selecteren. A MSetN
3. Druk meerdere keren op MCN of MDN om het formaat van het
afdrukpapier te selecteren.
R Als #2 geselecteerd is, kunt u het formaat van het
afdrukpapier wijzigen door meerdere keren op MEN te
drukken.
R De juiste zoomverhouding wordt automatisch
ingesteld. Tijdens het kopiëren met zoom zijn sommige
kopieerfuncties niet beschikbaar. Zie pagina 31 voor
meer informatie.
4. MSetN
De resolutie selecteren
1. Druk meerdere keren op MResolutionN.
TEKST/FOTO: Voor zowel tekst als foto’s.
TEKST: Alleen voor tekst.
FOTO: Voor foto’s, gearceerde tekeningen, enz.
2. MSetN
Opmerking:
R U kunt de standaardresolutie wijzigen (functie #461 op
pagina 41).
Het contrast selecteren
U kunt deze instelling gebruiken om een document lichter of
donkerder te maken. Er zijn 5 standen mogelijk (van laag naar
hoog).
Druk meerdere keren op MContrastN. A MSetN
Opmerking:
R U kunt de vorige contrastinstelling behouden (functie #462
op pagina 40).
30
5. . Kopieerapparaat
5. Kopieerapparaat
5.1.2 Via de automatische documentinvoer (alleen
KX-MB2011)
MCopyN
MStopNMStartN
1 Als het lampje MCopyN NIET brandt, schakelt u deze modus
in door meermaals op MCopyN te drukken.
2 Plaats het origineel (pagina 17).
3 Wijzig indien nodig het kopieerformaat (formaat
oorspronkelijk document en afdrukpapier), de resolutie en
het contrast volgens het type document.
R Zie pagina 30 voor informatie over het selecteren van
het kopieerformaat.
R Zie pagina 30 om de resolutie te selecteren.
R Zie pagina 30 om het contrast te selecteren.
4 Voer indien nodig het aantal kopieën in (maximaal 99).
5 MStartN
R Wanneer de modusbeperking (functie #154 op
pagina 51) is ingeschakeld, voert u tijdens het
kopiëren de afdelingscode in. Als de afdelingscode niet
overeenstemt of deze de kopieermodus beperkt, wordt
het kopiëren geannuleerd.
R Het apparaat begint met kopiëren.
6 Druk, na het kopiëren op MStopN om de instellingen die u
in stap 3 en 4 hebt ingevoerd, te herstellen.
Opmerking:
R Zie pagina 51 voor informatie over het stoppen van de
kopieertaak.
5.2 Meer kopieerfuncties
R Controleer dat het lampje MCopyN brandt.
5.2.1 Kopiëren met zoom (vergroten/verkleinen)
1 Plaats het origineel (pagina 16).
2 Druk meerdere keren op MZoomN om de zoomfactor te
selecteren die bij het formaat van uw document en het
afdrukpapier past.
ZOOM =100%
*1
50%
200%
*1
Druk herhaaldelijk op MCN of MDN om de zoomfactor te
wijzigen in stappen van 1 % van 25% tot 400%.
U kunt het gewenste percentage ook met de
kiestoetsen invoeren.
3 MSetN
4 Voer indien nodig het aantal kopieën in (maximaal 99).
A MStartN
5 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
Opmerking:
R Kopiëren met zoom kan niet worden gebruikt met de
volgende functies:
Snelle ID-kopiefunctie (pagina 32)
Afbeeldingherhaalfunctie (pagina 32)
Posterfunctie (pagina 34)
N-in-1-functie (pagina 34)
Aparte N-in-1-functie (pagina 35)
R U kunt de vorige zoominstelling behouden (functie #468 op
pagina 41).
R Als u de glasplaat gebruikt, wordt alleen het gedeelte
rechtsboven in het document vergroot, vanaf de markering
op het apparaat.
R Als u de automatische documentinvoer gebruikt, wordt
alleen het midden van het bovenste deel van het document
vergroot. Voor vergrotingen van het onderste deel van het
document draait u het document om voordat u een kopie
maakt (alleen KX-MB2011).
31
5. Kopieerapparaat
Voorbeeld: 150 % vergroten
Via de glasplaat (A):
Origineel Vergrote kopie
A
Via de automatische documentinvoer (alleen KX-MB2011)
Origineel Vergrote kopie
Voorbeeld: Tot 70 % verkleinen
Via de glasplaat (A):
Origineel Verkleinde kopie
A
Via de automatische documentinvoer (alleen KX-MB2011)
Origineel Verkleinde kopie
5.2.2 Kopieën sorteren
Het apparaat kan meerdere kopieën sorteren in dezelfde
volgorde als de pagina’s van het oorspronkelijke document.
1 Als het MCopyN lampje NIET brandt, schakelt u deze modus
in door op MCopyN te drukken.
2 Plaats het origineel (pagina 16).
3 Druk op MFN tot COLLATE wordt weergegeven.
4 Druk op MCN of MDN tot AAN wordt weergegeven.
5 MSetN
6 Geef het aantal exemplaren op (maximaal 99).
7 Als u de glasplaat gebruikt:
1. MStartN
R Het apparaat scant 1 pagina.
2. Plaats het volgende document op de glasplaat en druk
op MSetN. Herhaal deze handeling totdat u alle
pagina’s gescand hebt en druk vervolgens op MStartN.
R Het apparaat begint met kopiëren.
Bij gebruik van de automatische documentinvoer
(alleen KX-MB2011):
MStartN
8 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
Voorbeeld: twee kopieën maken van een origineel van vier
pagina’s
4
3
2
1
4
3
2
1
4
4
3
3
2
2
1
1
Gesorteerde pagina’s Ongesorteerde pagina’s
Opmerking:
R Het apparaat slaat de documenten in het geheugen op
terwijl de kopieën worden gesorteerd. Als tijdens het
opslaan het geheugen vol raakt, worden alleen de
opgeslagen pagina’s afgedrukt.
R U kunt de vorige sorteerinstelling behouden (functie #469
op pagina 41).
Proefset (alleen KX-MB2011)
Om 1 set kopieën te sorteren, drukt u eerst meerdere keren op
MCN of MDN om PROEFAFDRUK weer te geven (stap 4 op
“5.2.2 Kopieën sorteren”, pagina 32). Het apparaat maakt 1
set gesorteerde kopieën en stopt tijdelijk zodat u de kwaliteit
van de kopie kunt controleren. Als de kopie in orde is, drukt u
op MStartN om verder te gaan met kopiëren.
Als de kopie niet in orde is, drukt u op MStopN en begint u weer
bij het begin.
5.2.3 Snelle ID-kopiefunctie/
Afbeeldingherhaalfunctie (alleen vanaf de
glasplaat)
Snelle ID-kopiefunctie: Dubbelzijdige documenten op één
pagina kopiëren.
Afbeeldingherhaalfunctie: Enkelzijdige documenten
meerdere keren op één pagina kopiëren.
Opmerking:
R De gekopieerde documenten worden niet verkleind om op
het afdrukpapier te passen. Daarom is deze functie zeer
nuttig voor het kopiëren van kleine documenten zoals
visitekaartjes.
32
5. Kopieerapparaat
1 Plaats het origineel (pagina 16).
R Als u een pagina liggend wilt afdrukken, plaatst u het
origineel in de liggende richting. Als u een pagina
staand wilt afdrukken, plaatst u het origineel in de
staande richting.
R Het scangebied wijzigt volgens de in stap 4
geselecteerde instelling. Zie onderstaande tabel voor
meer informatie. Het grijze gebied wordt gescand.
2 Selecteer PAG. OPMAAK met MPage LayoutN.
3 Druk meerdere keren op MCN of MDN om ID KOPIEREN
of BEELD HERH. te selecteren. A MSetN
4 Druk meerdere keren op MCN of MDN om het aantal originele
documenten van 2 in 1, 4 in 1 of 8 in 1 te
selecteren. A MSetN
R Ga naar de volgende stap voor de snelle
ID-kopiefunctie.
R Ga naar stap 6 voor de afbeeldingherhaalfunctie.
5 Druk meerdere keren op MCN of MDN om de indeling van
LANDSCHAP of PORTRET te selecteren. A MSetN
6 Voer indien nodig het aantal kopieën in (maximaal 99).
7 Snelle ID-kopiefunctie:
1. MStartN
R Het apparaat scant 1 pagina.
2. Plaats het volgende document op de glasplaat en druk
op MSetN. Herhaal deze handeling totdat alle
documenten zijn gescand.
R Het apparaat begint met kopiëren.
R U kunt wanneer u dat wenst op MStartN drukken om
het kopiëren te beginnen.
Afbeeldingherhaalfunctie:
MStartN
8 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
Opmerking:
R U kunt de vorige pagina-indeling opslaan (functie #467 op
pagina 41).
Snelle ID-kopiefunctie
Origineel Pagina-indeling
2 in 1 LANDSCHAP
PORTRET
Origineel Pagina-indeling
4 in 1 LANDSCHAP
PORTRET
8 in 1 LANDSCHAP
PORTRET
Voor afbeeldingherhaalfunctie
Origineel Pagina-indeling
2 in 1
4 in 1
33
5. Kopieerapparaat
Origineel Pagina-indeling
8 in 1
5.2.4 Posterfunctie (alleen vanaf de glasplaat)
U kunt in 2 (1 X 2), 4 (2 X 2) of 9 (3 X 3) secties
verdeelde kopieën maken zodat u vergrote kopieën van de
individuele secties kunt maken. Deze kunt u vervolgens aan
elkaar plakken om een poster te maken.
1 Plaats het origineel (pagina 16).
2 Selecteer PAG. OPMAAK met MPage LayoutN.
3 Druk meerdere keren op MCN of MDN om POSTER te
selecteren. A MSetN
4 Druk meerdere keren op MCN of MDN om 1 X 2, 2 X
2 of 3 X 3 te selecteren. A MSetN
5 Voer indien nodig het aantal kopieën in (maximaal 99).
A MStartN
6 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
Opmerking:
R U kunt de vorige pagina-indeling opslaan (functie #467 op
pagina 41).
5.2.5 N-in-1-functie
U kunt papier besparen door 2, 4 of 8 pagina’s op 1 pagina te
kopiëren. De documenten worden verkleind om op het
afdrukpapier te passen.
1 Plaats het origineel (pagina 16).
R Als u een pagina staand wilt afdrukken, plaatst u het
origineel in de staande richting. Als u een pagina
liggend wilt afdrukken, plaatst u het origineel in de
liggende richting.
2 Selecteer PAG. OPMAAK met MPage LayoutN.
3 Druk meerdere keren op MCN of MDN om N in 1 te
selecteren. A MSetN
4 Druk meerdere keren op MCN of MDN om het aantal originele
documenten van 2 in 1, 4 in 1 of 8 in 1 te
selecteren. A MSetN
5 Druk meerdere keren op MCN of MDN om de indeling van
PORTRET of LANDSCHAP te selecteren. A MSetN
6 Voer indien nodig het aantal kopieën in (maximaal 99).
7 Als u de glasplaat gebruikt:
1. MStartN
R Het apparaat scant 1 pagina.
2. Plaats het volgende document op de glasplaat en druk
op MSetN. Herhaal deze handeling totdat alle
documenten zijn gescand.
R Het apparaat begint met kopiëren.
R U kunt wanneer u dat wenst op MStartN drukken om
het kopiëren te beginnen.
Bij gebruik van de automatische documentinvoer
(alleen KX-MB2011):
MStartN
8 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
Origineel Pagina-indeling
2 in 1 PORTRET
LANDSCHAP
4 in 1 PORTRET
LANDSCHAP
34
5. Kopieerapparaat
Origineel Pagina-indeling
8 in 1 PORTRET
LANDSCHAP
Opmerking:
R U kunt de vorige pagina-indeling opslaan (functie #467 op
pagina 41).
Afzonderlijke N-in-1-functie (alleen vanaf de glasplaat)
U kunt een met N-in-1 gekopieerd document terugkopiëren en
er weer de oorspronkelijke aparte pagina’s van maken. Deze
functie is beschikbaar voor documenten die met de instellingen
2 in 1 en 4 in 1 gemaakt zijn.
1. Plaats het origineel (pagina 16).
2. Selecteer PAG. OPMAAK met MPage LayoutN.
3. Druk meerdere keren op MCN of MDN om APART N in
1 te selecteren. A MSetN
4. Druk meerdere keren op MCN of MDN om het aantal originele
documenten te selecteren (2 in 1 of 4 in 1). A
MSetN
5. Druk meerdere keren op MCN of MDN om de indeling van het
oorspronkelijke document te selecteren (PORTRET of
LANDSCHAP). A MSetN
6. Voer indien nodig het aantal documenten in (maximaal 99).
A MStartN
7. Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
5.2.6 Randfunctie
U kunt het apparaat zodanig instellen dat de buitenranden van
documenten niet gekopieerd worden. De gekopieerde
documenten hoeven in dat geval ook niet verkleind te worden
om op het afdrukpapier te passen. Dit is handig wanneer u
documenten met vuile randen wilt kopiëren.
Opmerking:
R Deze functie en de pagina-indelingsfunctie kunnen niet
tegelijkertijd gebruikt worden (geldt niet voor
N-in-1-functie).
1 Plaats het origineel (pagina 16).
2 Selecteer ZIJDE met MPage LayoutN.
3 Druk meerdere keren op MCN of MDN om AAN te selecteren.
A MSetN
4 Druk meerdere keren op MCN of MDN om LANGE ZIJDE
te selecteren. A MSetN
5 Voer via het toetsenblok de gewenste breedte van de lange
rand in. A MSetN
6 Druk meerdere keren op MCN of MDN om KORTE ZIJDE
te selecteren. A MSetN
7 Voer via het toetsenblok de gewenste breedte van de korte
rand in. A MSetN
8 Voer indien nodig het aantal documenten in (maximaal 99).
A MStartN
9 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
Opmerking:
R U kunt de vorige randinstelling behouden (functie #473 op
pagina 41).
5.2.7 Margefunctie
U kunt op het apparaat instellen dat een bepaalde
documentrand niet mag worden gekopieerd om een marge te
creëren. Dit is handig wanneer u gekopieerde documenten wilt
binden.
Opmerking:
R Zie functie #474 op pagina 41 voor informatie over het
automatisch volgens de ingestelde marge verkleinen van
kopieën.
R Deze functie en de pagina-indelingsfunctie kunnen niet
tegelijkertijd gebruikt worden.
1 Plaats het origineel (pagina 16).
R Als u een pagina staand wilt afdrukken, plaatst u het
origineel in de staande richting. Als u een pagina
liggend wilt afdrukken, plaatst u het origineel in de
liggende richting.
2 Selecteer MARGE met MPage LayoutN.
3 Druk meerdere keren op MCN of MDN om AAN te selecteren.
A MSetN
4 Druk meerdere keren op MCN of MDN om de indeling van
PORTRET of LANDSCHAP te selecteren. A MSetN
5 Druk meerdere keren op MCN of MDN om de rand van
BOVENKANT, RECHTS, LINKS of ONDERKANT
waarvoor u de marge wilt instellen te selecteren. A
MSetN
6 Voer via het toetsenblok de gewenste breedte van de
marge in. A MSetN
7 Voer indien nodig het aantal documenten in (maximaal 99).
A MStartN
8 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
Opmerking:
R U kunt de vorige marge-instelling behouden (functie #475
op pagina 41).
5.2.8 Kopie reserveren
U kunt een kopie bewaren terwijl het apparaat documenten
vanaf uw computer afdrukt.
35
5. Kopieerapparaat
1 Plaats het origineel (pagina 16).
2 Terwijl PC AFDRUKKEN wordt weergegeven, drukt u op
MCopyN.
3 Stel de benodigde instellingen in zoals aantal exemplaren,
resolutie, zoomfunctie en pagina-indeling. A MStartN
R GER.V. KOPIEREN wordt weergegeven. Het
apparaat begint na de huidige afdruktaak met kopiëren.
36
5. Kopieerapparaat
6.1 Programmeren
MSetN
MMenuN
1 MMenuN
2 Druk op MBN en de 3-cijferige code (pagina 38 t/m
pagina 47).
3 Druk op de juiste selectie voor het weergeven van de
gewenste instelling.
R Deze stap is verschillend per functie.
4 MSetN
5 Druk op MMenuN om af te sluiten.
Functies met de webbrowser selecteren (alleen
LAN-verbinding)
U kunt in plaats van het apparaat de webbrowser gebruiken om
functies te wijzigen.
1. Start Multi-Function Station. A [Utilities] A
[Configuration Web Page]
R U kunt het apparaat ook benaderen door het IP-adres
van het apparaat in te voeren in de webbrowser.
2. Selecteer de gewenste categorie in de menubalk.
[Systeem]: functies van het apparaat
[Netwerk]: netwerkfuncties
3. Typ “root” als gebruikersnaam en voer het wachtwoord in
(functie #155 op pagina 38). A [OK]
4. Selecteer de gewenste functie in het menu.
5. Wijzig de instellingen of bewerk de informatie.
R Deze stap is verschillend per functie.
6. [Toevoegen]
R De nieuwe instelling wordt naar het apparaat
overgebracht.
7. Sluit de webbrowser.
Opmerking:
R De in de webbrowser weergegeven instellingen worden
bijgewerkt door op [Herladen] te klikken.
37
6. . Programmeerbare functies
6. Programmeerbare functies
6.2 Basisfuncties
Functie/code Selectie
Datum en tijd instellen
MBNM1NM0NM1N
Voer de datum en tijd in met de kiestoetsen. Zie pagina 18 voor meer informatie.
De taal selecteren
MBNM1NM1NM0N
De weergave en rapportage is in de geselecteerde taal.
KX-MB2001G:
M1N ENGELS, M2N GERMAN (standaard)
KX-MB2001GX/KX-MB2011GX:
M1N ENGELS (standaard), M2N NEDERLANDS, M3N FRANS,
M4N ITALIAANS, M5N PORTUGEES, M6N SPAANS
KX-MB2001FR:
M1N ENGELS, M2N FRANS (standaard)
1. MMenuN A MBNM1NM1NM0N
2. Selecteer via het toetsenblok de gewenste taal. A MSetN A MMenuN
FOR ENGLISH USERS:
If you want to change the language setting to English, proceed as follows.
1. MMenuN A MBNM1NM1NM0N
2. Press M1N to select English. A MSetN A MMenuN
Het LCD-displaycontrast wijzi-
gen
MBNM1NM4NM5N
M1N NORMAAL (standaard)
M2N DONKER
De schaal selecteren
MBNM1NM4NM7N
M1N MILLIMETERS (standaard)
M2N INCHES
Opmerking:
R De geselecteerde schaal wordt gebruikt voor het weergeven van maten op het dis-
play van het apparaat.
De beheerderscode wijzigen
voor de instellingen van modus-
beperking
MBNM1NM5NM1N
1. MMenuN A MBNM1NM5NM1N A MSetN
2. De huidige beheerderscode invoeren. A MSetN
R De standaard beheerderscode is 0000.
3. Voer een nieuwe 4–cijferige beheerderscode in met 0–9. A MSetN
4. Voer de nieuwe beheerderscode opnieuw in. A MSetN A MMenuN
Opmerking:
R Het wordt aangeraden de standaard beheerderscode te wijzigen.
De modusbeperking instellen
MBNM1NM5NM4N
Zie pagina 51 voor meer informatie.
Het wachtwoord voor op afstand
programmeren van functies wij-
zigen
MBNM1NM5NM5N
1. MMenuN A MBNM1NM5NM5N A MSetN
2. Voer het huidige wachtwoord in. A MSetN
R Het standaardwachtwoord is 1234.
3. Voer een nieuw 4-cijferig wachtwoord in met 0–9. A MSetN
4. Voer het nieuwe wachtwoord opnieuw in. A MSetN A MMenuN
Opmerking:
R Het wordt aangeraden het standaardwachtwoord te wijzigen.
R Dit wachtwoord wordt ook gebruikt voor het programmeren van functies via de web-
browser (alleen LAN-verbinding).
38
6. Programmeerbare functies
Functie/code Selectie
Onderhoudstijd van de toner in-
stellen
MBNM1NM5NM8N
Het apparaat wordt automatisch geactiveerd voor zelfonderhoud.
1. MMenuN A MBNM1NM5NM8N A MSetN
2. Voer het tijdstip in waarop het onderhoud moet beginnen.
R Standaard is dit 12:00.
R Als u de 12-uursklok hebt geselecteerd (pagina 18), druk dan meerdere keren
op MGN om AM of PM te selecteren.
R Als u de 24-uursklok hebt geselecteerd (pagina 18), wordt de tijd ingesteld met
een 24-uurs weergave.
3. MSetN A MMenuN
Opmerking:
R Activeer het apparaat niet tijdens zelfonderhoud.
Alle functies resetten (en alle ge-
gevens in geheugen verwijde-
ren)
MBNM1NM5NM9N
Activeer voordat u het product weggooit, overdraagt of terugstuurt deze functie om alle
programmeerbare functies te resetten en alle in het geheugen opgeslagen gegevens te
verwijderen.
M0N NEE (standaard)
M1N JA
R Koppel de USB-kabel en LAN-kabel los voordat u deze functie activeert.
Ga als volgt te werk om alle functies te resetten:
1. MMenuN A MBNM1NM5NM9N
2. Selecteer JA met M1N. A MSetN
3. Selecteer JA met M1N. A MSetN
De pieptonen en toetstonen in-
stellen
MBNM1NM6NM5N
M0N UIT: Schakel deze functie uit.
M1N AAN (standaard): U hoort piep- en toetstonen ter bevestiging of om aan te geven
dat er een fout is opgetreden.
Opmerking:
R Zelfs als deze functie ingesteld is op UIT, piept het apparaat wanneer het bovenste
deksel is geopend.
Het afdrukpapierformaat in de
papierinvoerlade instellen
MBNM3NM8NM0N
M1N LETTER: Letter-formaat
M2N A4 (standaard): A4-formaat
M4N B5(ISO): B5(ISO)-formaat
M5N B5(JIS): B5(JIS)-formaat
M6N 16K: 16K-formaat
Het afdrukpapierformaat in de la-
de voor handmatige papierinvoer
instellen
MBNM3NM8NM1N
M1N LETTER: Letter-formaat
M2N A4 (standaard): A4-formaat
M3N LEGAL: Legal-formaat
M4N B5(ISO): B5(ISO)-formaat
M5N B5(JIS): B5(JIS)-formaat
M6N 16K: 16K-formaat
M7N 216X330
M8N 216X340
Opmerking:
R Als u functie #147 op INCHES instelt, worden de cijfers in inches weergegeven.
Het type afdrukpapier voor de
papierinvoerlade instellen
MBNM3NM8NM3N
M1N GEW.PAPIER (standaard): papier van 75 g/m
2
tot 90 g/m
2
.
M2N DUN PAPIER: papier van 64 g/m
2
tot 75 g/m
2
.
Opmerking:
R Deze instelling wordt gedeactiveerd wanneer vanaf een computer afgedrukt wordt.
Zie pagina 23 voor informatie over het instellen van het type afdrukpapier.
39
6. Programmeerbare functies
Functie/code Selectie
Het type afdrukpapier voor de la-
de voor handmatige papierinvoer
instellen
MBNM3NM8NM4N
M1N GEW.PAPIER (standaard): papier van 75 g/m
2
tot 90 g/m
2
.
M2N DUN PAPIER: papier van 64 g/m
2
tot 75 g/m
2
.
Opmerking:
R Deze instelling wordt gedeactiveerd wanneer vanaf een computer afgedrukt wordt.
Zie pagina 23 voor informatie over het instellen van het type afdrukpapier.
De wachttijd voor de energiebe-
sparingsmodus instellen
MBNM4NM0NM3N
De tijdsduur instellen voordat het apparaat in de energiebesparingsmodus springt.
M1N 1MIN (standaard): 1 minuut
M2N 5MIN: 5 minuten
M3N 15MIN: 15 minuten
M4N 30MIN: 30 minuten
M5N 1UUR: 1 uur
Opmerking:
R In de energiebesparingsmodus moet het apparaat de fixeereenheid voorverwarmen
voordat ermee kan worden afgedrukt.
De vorige contrastinstelling be-
houden
MBNM4NM6NM2N
M0N ONMOGELIJK (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N MOGELIJK: Het apparaat behoudt de vorige instelling.
Opmerking:
R De vorige instelling blijft voor het kopiëren van faxen apart behouden.
De teller voor afdelingen bekij-
ken
MBNM4NM7NM9N
Zie pagina 52 voor meer informatie.
Tonerbesparing instellen
MBNM4NM8NM2N
M0N UIT (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N AAN: De tonercartridge gaat langer mee.
Opmerking:
R Met deze functie kunt u de afdrukkwaliteit verlagen door het tonerverbruik te ver-
minderen.
R Deze instelling kan worden gebruikt voor het kopiëren en voor wanneer het apparaat
rapporten/lijsten afdrukt.
40
6. Programmeerbare functies
6.3 Kopieerfuncties
Functie/code Selectie
Invoerlade voor kopiëren instel-
len
MBNM4NM6NM0N
M1N #1 (standaard): De papierinvoerlade is geselecteerd. Het weergegeven papier-
formaat hangt af van de instelling voor het afdrukpapierformaat (functie #380 op pagi-
na 39).
M2N #2: De lade voor handmatige papierinvoer is geselecteerd. Het weergegeven pa-
pierformaat hangt af van de instelling voor het afdrukpapierformaat (functie #381 op
pagina 39).
Standaard kopieerresolutie wijzi-
gen
MBNM4NM6NM1N
De instelling van de standaardresolutie voor kopiëren wijzigen.
M1N TEKST/FOTO (standaard): Voor documenten met foto’s en tekst.
M2N TEKST: Voor documenten met alleen tekst.
M3N FOTO: Voor documenten met foto’s, gearceerde tekeningen, enzovoort.
De vorige instelling voor pagi-
na-indeling behouden
MBNM4NM6NM7N
M0N ONMOGELIJK (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N MOGELIJK: Het apparaat behoudt de vorige instelling.
De vorige zoominstelling behou-
den
MBNM4NM6NM8N
M0N ONMOGELIJK (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N MOGELIJK: Het apparaat behoudt de vorige instelling.
De vorige sorteerinstelling be-
houden
MBNM4NM6NM9N
M0N ONMOGELIJK (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N MOGELIJK: Het apparaat behoudt de vorige instelling.
De vorige randinstelling behou-
den
MBNM4NM7NM3N
M0N ONMOGELIJK (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N MOGELIJK: Het apparaat behoudt de vorige instelling.
De framemarge instellen
MBNM4NM7NM4N
M0N ONMOGELIJK (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N MOGELIJK: Uw kopieën worden automatisch verkleind volgens de marge-instel-
ling.
De vorige marge-instelling be-
houden
MBNM4NM7NM5N
M0N ONMOGELIJK (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N MOGELIJK: Het apparaat behoudt de vorige instelling.
41
6. Programmeerbare functies
6.4 PC-afdrukfuncties
Functie/code Selectie
Time-outinstelling van gegevens
wijzigen
MBNM7NM7NM4N
Het apparaat drukt de in het geheugen opgeslagen gegevens automatisch af als de
computer de gegevens op de ingestelde tijd niet naar het apparaat verzendt.
1. MMenuN A MBNM7NM7NM4N A MSetN
2. Voer de gewenste instelling voor gegevenstime-out van 005 seconden tot
600 seconden met de kiestoetsen in.
R De standaardinstelling is 060 seconden.
3. MSetN A MMenuN
Gezamenlijk A4/Letter afdrukken
MBNM7NM7NM6N
Hiermee kunt u afdrukken op A4-formaat terwijl er afdrukpapier van Letter-formaat in de
papierinvoerlade van het apparaat ligt, en omgekeerd.
M0N UIT: Schakelt deze functie uit.
M1N AAN (standaard): afdrukken is mogelijk op A4/Letter.
42
6. Programmeerbare functies
6.5 Scanfuncties
Functie/code Selectie
Scanmodus voor push-scan in-
stellen
MBNM4NM9NM3N
M1N BEELD (standaard): Het gescande beeld wordt in het venster [Multi-Function
Viewer]/[Quick Image Navigator] weergegeven.
M2N FILE: De gescande afbeelding wordt als bestand opgeslagen.
M3N E-MAIL: De gescande afbeelding wordt opgeslagen om als e-mailbijlage te wor-
den verzonden.
M4N OCR: De gescande afbeelding wordt in het OCR-venster weergegeven.
M5N E-MAIL ADRES: De gescande afbeelding wordt als bijlage verzonden zonder
e-mailsoftware.
M6N FTP SERVER: De gescande afbeelding wordt naar een voorgeprogrammeerde
map op de FTP-server verzonden.
M7N SMB FOLDER: De gescande afbeelding wordt naar de voorgeprogrammeerde
SMB-map verzonden.
Opmerking:
R De volgende selecties worden alleen weergegeven wanneer de serverinstelling
vooraf is geprogrammeerd via de webbrowser.
E-MAIL ADRES wordt weergegeven wanneer de e-mailserver is geprogram-
meerd (pagina 43).
FTP SERVER wordt weergegeven wanneer de FTP-server is geprogram-
meerd (pagina 44).
SMB FOLDER wordt weergegeven wanneer de SMB-map is geprogrammeerd
(pagina 44).
De vorige scanparameter voor
push-scan behouden
MBNM4NM9NM4N
M0N ONMOGELIJK (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N MOGELIJK: Het apparaat behoudt de vorige scaninstellingen van elke push-scan-
modus.
Gegevens instellen voor scan-
nen naar een e-mailadres (alleen
LAN-verbinding)
R Deze functie kan alleen worden
geprogrammeerd met de web-
browser.
Programmeer eerst de e-mailserver wanneer u rechtstreeks vanaf dit apparaat gescan-
de bestanden als bijlagen bij een e-mail wilt verzenden. Neem voor meer informatie
contact op met uw serviceprovider of netwerkbeheerder.
1. Start Multi-Function Station.
2. [Utilities] A [Configuration Web Page] A [Systeem]
3. Typ “root” als gebruikersnaam en voer het wachtwoord in (functie #155 op pagi-
na 38). A [OK]
4. Selecteer [SCAN FUNCTIE] in het menu.
5. Klik op [Bewerken] naast [E-MAIL SERVER].
6. Voer het e-mailadres (afzender), e-mailserverinformatie en de tijdzone in.
7. [Toevoegen]
8. Sluit de webbrowser.
43
6. Programmeerbare functies
Functie/code Selectie
Scans naar e-mailadresbestem-
mingen registreren (alleen
LAN-verbinding)
Wanneer u vanaf dit apparaat gescande bestanden als e-mailbijlagen verzendt, kunt u
vooraf (maximaal 30) e-mailadressen registreren als bestemming voor het apparaat.
1. Start Multi-Function Station.
2. [Utilities] A [Configuration Web Page] A [Systeem]
3. Typ “root” als gebruikersnaam en voer het wachtwoord in (functie #155 op pagi-
na 38). A [OK]
4. Selecteer [SCAN FUNCTIE] in het menu.
5. Klik op [Bewerken] naast [ADRESBOEK].
6. Klik op [Bewerken] naast het gewenste item dat u wilt registreren.
7. Voer de naam en het e-mailadres in.
8. [Toevoegen]
9. Sluit de webbrowser.
Opmerking:
R U kunt e-mailbestemmingen registreren via het apparaat (pagina 53).
Gegevens instellen voor het
scannen en verzenden naar een
FTP-server (alleen LAN-verbin-
ding)
R Deze functie kan alleen worden
geprogrammeerd met de web-
browser.
Wanneer u gescande bestanden naar een FTP-server wilt verzenden, kunt u via de
webbrowser (maximaal 6) FTP-adressen registreren als bestemming voor het apparaat.
1. Start Multi-Function Station.
2. [Utilities] A [Configuration Web Page] A [Systeem]
3. Typ “root” als gebruikersnaam en voer het wachtwoord in (functie #155 op pagi-
na 38). A [OK]
4. Selecteer [SCAN FUNCTIE] in het menu.
5. Klik op [Bewerken] naast [FTP SERVER].
6. Klik op [Bewerken] naast de gewenste FTP-server.
7. Voer de servernaam, het IP-adres, de map enzovoort in. A [Toevoegen]
8. Sluit de webbrowser.
Opmerking:
R Als u in stap 7 geen map invoert, wordt de gescande afbeelding opgeslagen in de
hoofdmap.
Gegevens instellen voor scan-
nen naar een SMB-map (alleen
LAN-verbinding)
R Deze functie kan alleen worden
geprogrammeerd met de web-
browser.
Wanneer u gescande bestanden naar een SMB-map wilt verzenden, kunt u via de web-
browser (maximaal 6) SMB-mappen registreren als bestemming voor het apparaat.
1. Start Multi-Function Station.
2. [Utilities] A [Configuration Web Page] A [Systeem]
3. Typ “root” als gebruikersnaam en voer het wachtwoord in (functie #155 op pagi-
na 38). A [OK]
4. Selecteer [SCAN FUNCTIE] in het menu.
5. Klik op [Bewerken] naast [SMB FOLDER].
6. Klik op [Bewerken] naast de gewenste SMB-map.
7. Voer de mapnaam en de accountinformatie in.
8. Klik op [Bladeren] en selecteer een gewenste computer en/of map in de lijst. A
[OK]
R U kunt de map ook handmatig invoeren.
9. [Toevoegen]
10. Sluit de webbrowser.
44
6. Programmeerbare functies
6.6 LAN-functies
Functie/code Selectie
LAN instellen met een DHCP-ser-
ver
MBNM5NM0NM0N
M0N ONMOGELIJK: Schakelt deze functie uit.
M1N MOGELIJK (standaard): De onderstaande gegevens worden automatisch toege-
kend via een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol)-server.
IP-adres
Subnetmasker
Standaardgateway
Het IP-adres voor de LAN-verbin-
ding instellen
MBNM5NM0NM1N
Deze functie is beschikbaar als functie #500 is gedeactiveerd.
1. MMenuN A MBNM5NM0NM1N A MSetN
2. Voer het IP-adres van het apparaat op het LAN in via het toetsenblok. A MSetN
A MMenuN
Het subnetmasker voor de
LAN-verbinding instellen
MBNM5NM0NM2N
Deze functie is beschikbaar als functie #500 is gedeactiveerd.
1. MMenuN A MBNM5NM0NM2N A MSetN
2. Voer het subnetmasker van het netwerk op het LAN in via het toetsenblok. A
MSetN A MMenuN
De standaardpoort voor de
LAN-verbinding instellen
MBNM5NM0NM3N
Deze functie is beschikbaar als functie #500 is gedeactiveerd.
1. MMenuN A MBNM5NM0NM3N A MSetN
2. Voer de standaardgateway van het netwerk op het LAN in via het toetsenblok. A
MSetN A MMenuN
De primaire DNS-server voor de
LAN-verbinding instellen
MBNM5NM0NM4N
Deze functie is beschikbaar als functie #500 is gedeactiveerd.
1. MMenuN A MBNM5NM0NM4N A MSetN
2. Voer de primaire DNS-server van het netwerk op het LAN in via het toetsenblok.
A MSetN A MMenuN
De secundaire DNS-server voor
de LAN-verbinding instellen
MBNM5NM0NM5N
Deze functie is beschikbaar als functie #500 is gedeactiveerd.
1. MMenuN A MBNM5NM0NM5N A MSetN
2. Voer de secundaire DNS-server van het netwerk op het LAN in via het toetsenblok.
A MSetN A MMenuN
De apparaatnaam instellen
MBNM5NM0NM7N
1. MMenuN A MBNM5NM0NM7N A MSetN
2. Voer de naam van het apparaat in (om herkenning in het LAN mogelijk te maken).
Gebruik maximaal 15 tekens (zie pagina 49 voor tekeninvoer).
R Het eerste en laatste teken moet een letter of cijfer zijn.
R U kunt ook een streepje invoeren via M1N.
3. MSetN A MMenuN
Opmerking:
R Wil het apparaat op het LAN worden herkend, dan moet de standaardnaam van het
apparaat automatisch worden toegekend. Als u de naam wijzigt, kent u een unieke
naam toe om overlappingen te voorkomen.
Het MAC-adres van het apparaat
weergeven
MBNM5NM0NM8N
1. MMenuN A MBNM5NM0NM8N A MSetN
2. Het MAC-adres van het apparaat wordt weergegeven. A MMenuN
De functie Bonjour instellen
MBNM5NM1NM3N
M0N ONMOGELIJK: Schakelt deze functie uit.
M1N MOGELIJK (standaard): De functie Bonjour is ingeschakeld.
De netwerkstatus bekijken
MBNM5NM2NM6N
(alleen LAN-verbinding)
Zie pagina 57 voor meer informatie.
45
6. Programmeerbare functies
Functie/code Selectie
IP-filter voor LAN-verbinding
MBNM5NM3NM2N
M0N ONMOGELIJK (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N MOGELIJK: Toegang wordt goedgekeurd/geweigerd op basis van voorgepro-
grammeerde IP-patronen. U kunt programmeren of IP-adressen moeten worden afge-
wezen of goedgekeurd. U kunt via de webbrowser maximaal 4 patronen programmeren
voor zowel IPv4 als IPv6.
1. Start Multi-Function Station.
2. [Utilities] A [Configuration Web Page] A [Netwerk]
3. Typ “root” als gebruikersnaam en voer het wachtwoord in (functie #155 op pagi-
na 38). A [OK]
4. Selecteer [LAN FUNCTIE] in het menu.
5. Klik op [Bewerken] naast [IP FILTERING].
6. Klik op [Bewerken] naast [FILTER (IPv4)]/[FILTER (IPv6)].
7. Wijzig de modus en bewerk de gegevens van het IP-filter. A [Toevoegen]
8. Sluit de webbrowser.
Het IP-adres automatisch instel-
len voor de LAN-verbinding
MBNM5NM3NM3N
Deze functie wordt alleen weergegeven als functie #500 is geactiveerd.
M0N ONMOGELIJK (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N MOGELIJK: Het IP-adres wordt automatisch toegekend zonder DHCP (Dynamic
Host Configuration Protocol)-server.
HTTPD voor LAN-verbinding in-
stellen
MBNM5NM3NM4N
M0N ONMOGELIJK: Toegang tot de webbrowser geweigerd.
M1N MOGELIJK (standaard): Toegang tot de webbrowser toegestaan.
IPv6-protocol
MBNM5NM3NM5N
M0N ONMOGELIJK (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N MOGELIJK: IPv6 kan worden gebruikt als protocol. Na installatie van het printer-
stuurprogramma moet u de poort wijzigen in het IPv6-protocol. U kunt het IPv6-proto-
coladres controleren door de SETUP LIJST af te drukken (pagina 75).
Opmerking:
R U moet deze functie activeren door het apparaat uit en weer aan te zetten.
De primaire WINS-server voor de
LAN-verbinding instellen
MBNM5NM3NM8N
Deze functie is beschikbaar als functie #500 is gedeactiveerd.
1. MMenuN A MBNM5NM3NM8N A MSetN
2. Voer de primaire WINS-server van het netwerk op het LAN in via het toetsenblok.
A MSetN A MMenuN
De secundaire WINS-server voor
de LAN-verbinding instellen
MBNM5NM3NM9N
Deze functie is beschikbaar als functie #500 is gedeactiveerd.
1. MMenuN A MBNM5NM3NM9N A MSetN
2. Voer de secundaire WINS-server van het netwerk op het LAN in via het toetsenblok.
A MSetN A MMenuN
46
6. Programmeerbare functies
Functie/code Selectie
Alle in het apparaat opgeslagen
e-mailadressen, FTP-bestem-
mingen en SMB-mapbestemmin-
gen wissen
MBNM5NM7NM8N
M0N NEE (standaard)
M1N JA
R Koppel de USB-kabel en LAN-kabel los voordat u deze functie activeert.
Ga als volgt te werk om alle e-mailadressen te wissen:
1. MMenuN A MBNM5NM7NM8N
2. Selecteer JA met M1N. A MSetN
3. Selecteer JA met M1N. A MSetN A MMenuN
Ga als volgt te werk om FTP-bestemmingen te wissen:
1. MMenuN A MBNM5NM7NM8N
2. Selecteer JA met M1N. A MSetN
3. Selecteer NEE met M0N. A MSetN
4. Selecteer JA met M1N. A MSetN A MMenuN
Ga als volgt te werk om SMB-mapbestemmingen te wissen:
1. MMenuN A MBNM5NM7NM8N
2. Selecteer JA met M1N. A MSetN
3. Selecteer NEE met M0N. A MSetN
4. Selecteer NEE met M0N. A MSetN
5. Selecteer JA met M1N. A MSetN A MMenuN
47
6. Programmeerbare functies
6.7 Netwerkfuncties (alleen LAN-verbinding)
Deze functies kunnen in de webbrowser worden geprogrammeerd.
Functie Menu Selectie
De LAN-functies instellen [LAN FUNCTIE] Voer de instellingen van de LAN-functies in. Zie pagina 45 voor
meer informatie.
De community-naam in-
stellen voor SNMP
[SNMP] Voer de community-naam in voor SNMP. Neem voor meer
informatie contact op met uw serviceprovider of netwerkbe-
heerder.
De locatie waar het appa-
raat wordt gebruikt instel-
len
[SNMP]/[BONJOUR] Voer de locatiegegevens van het apparaat in.
De servicenaam instellen
voor Bonjour
[BONJOUR] Voer de Bonjour-servicenaam in.
Het lokale adres van de
koppeling voor IPv6 weer-
geven
[IPv6] Het lokale adres van de koppeling wordt weergegeven.
Het IPv6-adres voor auto-
matisch configuratie weer-
geven
[IPv6] Het IP-adres voor de automatische configuratie wordt weer-
gegeven.
Het IP-adres voor IPv6 in-
stellen
[IPv6] Voer het IP-adres voor IPv6 in. Neem voor meer informatie
contact op met uw serviceprovider of netwerkbeheerder.
De standaardrouter voor
IPv6 instellen
[IPv6] Voer het adres van de standaardrouter voor IPv6 in. Neem
voor meer informatie contact op met uw serviceprovider of
netwerkbeheerder.
Gegevens instellen voor
het scannen en verzenden
naar een FTP-server
[FTP FUNCTIE] Voer de gegevens van de FTP-server in voor het verzenden
van gescande afbeeldingen van het apparaat naar een
FTP-server. Zie pagina 44 voor meer informatie.
Gegevens instellen voor
het scannen naar een
SMB-map
[SMB FUNCTIE] Voer de gegevens van de SMB-map in voor het verzenden
van gescande afbeeldingen van het apparaat naar een
SMB-map. Zie pagina 44 voor meer informatie.
Gegevens instellen voor
het scannen naar een
e-mailadres
[E-MAIL FUNCTIE] Voer de gegevens van de e-mailserver in voor het per e-mail
verzenden van gescande afbeeldingen vanaf het apparaat.
Zie pagina 43 voor meer informatie.
Het scannen naar e-maila-
dresbestemmingen regi-
streren
[E-MAIL FUNCTIE] Registreer e-mailadresbestemmingen (maximaal 30) voor het
apparaat. Zie pagina 44 voor meer informatie.
Toon van foutmeldingen
instellen
[FOUTMELDING] [MOGELIJK]: Als er een probleem optreedt, stuurt het appa-
raat een e-mailbericht naar geregistreerde bestemmingen.
[ONMOGELIJK] (standaard): Schakelt deze functie uit.
E-mailservergegevens
voor de foutmeldingsfunc-
tie instellen
[FOUTMELDING] Voer een e-mailadres (afzender), e-mailserverinformatie en
tijdzone in voor het sturen van foutmeldingsberichten.
Bestemmingen voor fout-
meldingen instellen
[FOUTMELDING] Voer het e-mailadres waarnaar foutmeldingen moeten worden
verzonden in en selecteer de soorten problemen.
[LEVENSDUUR WAARSCHUWING]: Een waarschuwing die
aangeeft dat de toner- of drumcartridge op korte termijn moe-
ten worden vervangen.
[MEDIA PATH FOUTMELDING]: Een fout die aangeeft dat er
een probleem is in de papierinvoerlade/lade voor handmatige
papierinvoer.
[LEVENSDUUR FOUTMELDING]: Een fout die aangeeft dat
de toner- of drumcartridge moeten worden vervangen.
48
6. Programmeerbare functies
7.1 Tekens invoeren
Tekens en cijfers voert u in met de kiestoetsen.
Verplaats de cursor met MFN of MEN.
Druk op de kiestoetsen voor het invoeren van tekens en
cijfers.
Druk op MStopN voor het wissen van het teken of cijfer dat
door de cursor wordt gemarkeerd. Houd MStopN ingedrukt
als u alle tekens en cijfers wilt wissen.
Als u met dezelfde kiestoets een volgend teken wilt
invoeren, drukt u op MEN om de cursor naar de volgende
positie te verplaatsen en drukt u op de bijbehorende
kiestoets.
KX-MB2001FR/KX-MB2001GX/KX-MB2011GX
Toetsenblok Tekens
M1N
1. _
–[ ] {} +
/=,
`:;?|
M2N
AB C
2
ab c
2
M3N
DEF
3
def
3
M4N
GH I
4
ghi
4
M5N
JKL
5
j
kl
5
M6N
MN O
6
mn o
6
M7N
PQR
S
7
pqr
s
7
M8N
TUV
8
tuv
8
M9N
WX Y
Z
9
wx y
z
9
M0N
0@(
)<>!" #
$%&
H ^’\
MGN Omwisselen tussen hoofdletters
en kleine letters.
MZoomN Een spatie invoegen.
MStopN Tekens verwijderen.
KX-MB2001G
Toetsenblok Tekens
M1N 1 . _ [ ] { } +
/ = , ` : ; ? |
M2N
AC
2
BÄÀ
abc
2
àä
M3N
DE F
3
È
de f
3
è
M4N
GHI
4
Ì
ghi
4
ì
M5N
JKL
5
j
kl
5
M6N
MN O
6
ÒÖ
mn o
6
òö
M7N
PQR
S
7
pqr
s
7
ß
M8N
TU V
8
ÙÜ
tu v
8
ùü
M9N
WX Y
Z
9
wx y
z
9
M0N
0
@(
)<>!" #
$%&
\ H ^’
MGN Omwisselen tussen hoofdletters
en kleine letters.
MZoomN Een spatie invoegen.
MStopN Tekens verwijderen.
Tekens selecteren met MCN of MDN
In plaats van met de kiestoetsen kunt u ook tekens selecteren
met MCN of MDN.
1. Druk op MCN tot het gewenste teken wordt weergegeven.
De tekens worden in de volgende volgorde weergegeven:
A Hoofdletters
B Cijfers
C Symbolen
D Kleine letters
*1
*1
Wanneer u het e-mailadres invoert (bijvoorbeeld voor
het scannen naar een e-mailadres op pagina 26),
worden eerst kleine letters weergegeven (alleen
LAN-verbinding).
R Als u op MDN drukt, draait u de volgorde om.
2. Voeg het weergegeven teken in met MEN.
3. Keer terug naar stap 1 om het volgende teken in te voeren.
49
7. . Handige informatie
7. Handige informatie
7.2 Status van het apparaat
7.2.1 Remote Control gebruiken
U kunt gemakkelijk de volgende functies vanaf de computer
bedienen:
functies programmeren (pagina 38)
Nummers in het e-mailadresboek opslaan, bewerken of
verwijderen (pagina 53)
CSV-indeling (Comma Separated Values, door komma’s
gescheiden waarden) gebruiken om het e-mailadresboek
te importeren of exporteren:
1 Start Multi-Function Station. A [Remote Control]
R Het venster [Multi-Function Remote Control] wordt
weergegeven.
2 Selecteer het gewenste tabblad.
R De meest recente gegevens in het apparaat worden
weergegeven.
3 Voer de gewenste bewerking uit.
R Klik voor meer informatie over de functies op [Help].
R U stopt de bewerking door op [Cancel] te klikken.
4 [OK]
R U kunt ook op [Apply] klikken als u met de volgende
bewerking wilt doorgaan zonder het venster te sluiten.
5 Voer het wachtwoord in (functie #155 op pagina 38). A
[OK]
R De nieuwe gegevens worden naar het apparaat
overgebracht en het venster wordt gesloten.
Opmerking:
R Sommige functies kunnen niet vanaf de computer worden
ingesteld.
R Wanneer iemand anders opgeslagen gegevens in het
apparaat wijzigt, kunnen die gegevens worden
overschreven. Controleer of het apparaat op hetzelfde
moment niet in gebruik is voor dezelfde functie.
7.2.2 Device Monitor gebruiken
U kunt de instellingen en de huidige status vanaf de computer
bevestigen.
1 Start Multi-Function Station.
2 [Utilities] A [Device Monitor]
R Het venster [Device Monitor] wordt weergegeven.
3 De status van het apparaat bevestigen.
[Status]: huidige status van het apparaat
Opmerking:
R Aanvullende informatie (status toner en afdrukpapier,
gegevens van apparaat enzovoort) wordt weergegeven op
het tabblad [Status] als u op [Advanced Information]
klikt.
R U kunt de status van het apparaat bijwerken door te klikken
op [Refresh].
R Als er een fout tijdens het afdrukken optreedt, wordt Device
Monitor automatisch gestart en wordt de foutmelding
weergegeven.
R Meer informatie vindt u in het helpbestand. Selecteer
hiertoe [ ] in Multi-Function Station.
7.2.3 De webbrowser gebruiken (alleen
LAN-verbinding)
U kunt de informatie over de instellingen en de status van het
apparaat via de webbrowser bevestigen.
1 Start Multi-Function Station. A [Utilities] A
[Configuration Web Page]
R U kunt het apparaat ook benaderen door het IP-adres
van het apparaat in te voeren in een webbrowser.
2 Selecteer een categorie in het menu.
[Status]: Toner-, drum- en papierinformatie, enz.
[Informatie]: Huidige status van het apparaat,
netwerkinformatie, enzovoort.
3 De status van het apparaat bevestigen.
Opmerking:
R U kunt de status van het apparaat bijwerken door te klikken
op [Herladen].
50
7. Handige informatie
7.3 Bewerkingen annuleren
U kunt de huidige bewerking van het apparaat annuleren. U
kunt de gewenste bewerking ook selecteren en daarna
annuleren.
1 MStopN
R GEBRUIK.STOP wordt weergegeven.
R Als GEBRUIK.STOP niet wordt weergegeven, ga dan
naar stap 2.
2 Ga als volgt te werk om het afdrukken te annuleren:
Druk op MStopN tot STOP AFDRUKKEN? wordt
weergegeven.
Ga als volgt te werk om het kopiëren te annuleren:
Druk op MStopN tot STOP KOPIEREN? wordt
weergegeven.
3 MSetN
7.4 Modusbeperking
U kunt de uitvoer beperken door de afdelingscode in te
schakelen.
Alleen gebruikers die de afdelingscode kennen, kunnen:
een kopie maken
een document afdrukken
Opmerking:
R U kunt afdelingscodes en beperkingsinstellingen voor
individuele afdelingen instellen (maximaal 10 afdelingen).
R Om de functie modusbeperking te gebruiken, is het best
als niet te veel mensen de beheerderscode kennen.
7.4.1 De modusbeperking instellen
De modusbeperking activeren
1. MMenuN A MBNM1NM5NM4N A MSetN
2. Voer de beheerderscode in (functie #151 op pagina 38).
A MSetN
3. Druk op M1N om AAN te selecteren.
R Druk op M0N om UIT te selecteren.
4. MSetN A MMenuN
De modusbeperking instellen voor afdelingen
Belangrijk:
R Zorg er vooraf voor dat functie #154 is ingesteld op
AAN” (pagina 51).
1. Druk op MMenuN tot AFDELING INSTEL. wordt
weergegeven. A MEN
2. Voer de beheerderscode in (functie #151 op pagina 38).
A MSetN
3. Druk meerdere keren op MFN of MEN om NIEUW te
selecteren. A MSetN
4. Voer de naam in van maximaal 16 tekens (zie pagina 49
voor tekeninvoer). A MSetN
5. Voer een 4-cijferige afdelingscode in met 0–9. A MSetN
6. Wijzig indien nodig de instelling AFDRUK of KOPIE.
Druk meerdere keren op MCN of MDN om de gewenste
instelling te selecteren. A MSetN
7. MMenuN
Modusbeperking voor afdelingen bewerken
Belangrijk:
R Zorg er vooraf voor dat functie #154 is ingesteld op
AAN” (pagina 51).
1. Druk op MMenuN tot AFDELING INSTEL. wordt
weergegeven. A MEN
2. Voer de beheerderscode in (functie #151 op pagina 38).
A MSetN
3. Druk meerdere keren op MFN of MEN om WIJZIG te
selecteren. A MSetN
4. Druk op MCN of MDN tot het gewenste onderdeel wordt
weergegeven. A MMenuN A MGN
5. Bewerk indien nodig de naam. A MSetN
51
7. Handige informatie
6. Bewerk indien nodig de afdelingscode. A MSetN
7. Bewerk indien nodig de afdelingsinstellingen. Druk
meerdere keren op MCN of MDN om de gewenste instelling te
selecteren. A MSetN
8. MStopN A MMenuN
Opgeslagen nummers verwijderen
Belangrijk:
R Zorg er vooraf voor dat functie #154 is ingesteld op
AAN” (pagina 51).
1. Druk op MMenuN tot AFDELING INSTEL. wordt
weergegeven. A MEN
2. Voer de beheerderscode in (functie #151 op pagina 38).
A MSetN
3. Druk meerdere keren op MFN of MEN om WIJZIG te
selecteren. A MSetN
R Om alle onderdelen te wissen, drukt u meerdere keren
op MFN of MEN om WIS ALLES te selecteren. A
MSetN A MSetN A MStopN
4. Druk op MCN of MDN tot het gewenste onderdeel wordt
weergegeven. A MMenuN A MBN
R Druk op MStopN om het wissen te annuleren.
5. MSetN A MMenuN
7.4.2 Teller bekijken en afdrukken voor afdelingen
De teller van het aantal kopieën/afdrukken voor afdelingen
bekijken
1. MMenuN A MBNM4NM7NM9N A MSetN
2. Voer de beheerderscode in (functie #151 op pagina 38).
A MSetN
3. Druk meerdere keren op MCN, MDN, MFN of MEN om het
gewenste onderdeel te selecteren. A MMenuN
De rapporten van het aantal kopieën/afdrukken voor
afdelingen afdrukken
1. Druk op MMenuN tot PRINTVERSLAG wordt
weergegeven.
2. Druk meerdere keren op MFN of MEN om AFDEL PRINT
TELT te selecteren. A MSetN
3. Voer de beheerderscode in (functie #151 op pagina 38).
A MSetN
4. MMenuN
De teller voor afdelingen terugzetten
1. Druk op MMenuN tot AFDELING INSTEL. wordt
weergegeven. A MEN
2. Voer de beheerderscode in (functie #151 op pagina 38).
A MSetN
3. Druk meerdere keren op MFN of MEN om RESET
TELLER te selecteren. A MSetN
4. MSetN A MStopN
R Druk op MStopN om het terugzetten te annuleren.
Opmerking:
R Wanneer de modusbeperking (functie #154 op pagina 51)
is ingeschakeld, zal alleen de teller worden teruggezet.
52
7. Handige informatie
7.5 E-mailadres opslaan via het
apparaat
7.5.1 Nieuwe e-mailadresitems opslaan
U kunt maximaal 30 e-mailadressen registreren.
1 Druk op MMenuN tot E-ADRES INSTELL. wordt
weergegeven.
2 Druk meerdere keren op MFN of MEN om NIEUW te
selecteren. A MSetN
3 Voer de naam in van maximaal 15 tekens (zie pagina 49
voor tekeninvoer). A MSetN
4 Voer het e-mailadres van maximaal 63 cijfers in. A MSetN
R Als u nog meer nummers wilt programmeren, voert u
stap 2 t/m 4 opnieuw uit.
5 MMenuN
7.5.2 Opgeslagen nummers wijzigen
1 Druk op MMenuN tot E-ADRES INSTELL. wordt
weergegeven.
2 Druk meerdere keren op MFN of MEN om WIJZIG te
selecteren. A MSetN
3 Druk op MCN of MDN tot het gewenste onderdeel wordt
weergegeven. A MMenuN A MGN
4 Bewerk indien nodig de naam. A MSetN
5 Bewerk indien nodig het e-mailadres. A MSetN A
MMenuN
7.5.3 Opgeslagen nummers verwijderen
1 Druk op MMenuN tot E-ADRES INSTELL. wordt
weergegeven.
2 Druk meerdere keren op MFN of MEN om WIJZIG te
selecteren. A MSetN
3 Druk op MCN of MDN tot het gewenste onderdeel wordt
weergegeven. A MMenuN A MBN
R Druk op MStopN om het wissen te annuleren.
4 MSetN A MStopN
53
7. Handige informatie
8.1 Displaymeldingen
8.1.1 Algemene meldingen
Een of meer van de volgende meldingen worden op het display weergegeven om de status van het apparaat aan te geven.
Display Oorzaak en oplossing
BEL LEV. R Er is iets mis met het apparaat. Neem contact op met de dealer.
VERVANG DRUM R Er is iets mis met de drumcartridge. Vervang de drum- en tonercartridge.
CHECK DOCUMENT R Het document is niet goed in het apparaat geplaatst. Verwijder het document en druk
vervolgens op MStopN om de melding te wissen. Plaats opnieuw het document in het
apparaat. Als het document vaak verkeerd wordt ingevoerd, maakt u de document-
rollers schoon (pagina 74) en probeert u het opnieuw.
R Het bovenste deksel van de automatische documentinvoer is niet volledig gesloten.
Druk stevig op de voor- en achterkant van het bovenste deksel van de automatische
documentinvoer en plaats het document opnieuw.
CHECK DRUM R De drumcartridge is niet goed geplaatst. Plaats deze opnieuw op de juiste manier
(pagina 8).
CHECK PAPIER #1 R Afdrukpapier is niet geplaatst of de invoerlade is leeg. Plaats papier (pagina 12).
R Het afdrukpapier wordt niet goed in het apparaat gevoerd. Plaats het afdrukpapier
opnieuw (pagina 68).
R De papierinvoerlade is niet geplaatst of is niet volledig geplaatst. Plaats de papier-
invoerlade in het apparaat.
CHECK PAPIER LADE #1 R Het formaat van het geplaatste afdrukpapier is niet correct. Plaats afdrukpapier van
het formaat dat op het display wordt weergegeven.
R Als deze melding vaak wordt weergegeven, wijzig dan het formaat van het afdruk-
papier (functie #380 op pagina 39).
Opmerking:
R #1: Controleer de papierinvoerlade. Het weergegeven papierformaat hangt af van
de instelling voor het afdrukpapierformaat (functie #380 op pagina 39).
R #2: Controleer de lade voor handmatige papierinvoer. Het weergegeven papier-
formaat hangt af van de instelling voor het afdrukpapierformaat (functie #381 op
pagina 39).
CHECK PAPIER INV INVOER
LADE#2
R Het afdrukpapier wordt niet goed in het apparaat gevoerd. Plaats het papier opnieuw
(pagina 68).
CHECK ACHTERKLEP R De handmatige invoerlade (achterdeksel) is open. Sluit dit.
R Het afdrukpapier is vastgelopen in de buurt van de handmatige invoerlade (achter-
deksel). Verwijder het vastgelopen papier (pagina 64).
COOL DOWN FUSER R De fixeereenheid is aan het afkoelen. Wacht even.
DRUM BIJNA OP VERVANG
SNEL
R De rotatiesnelheid van de huidige drumcartridge heeft de rotatiesnelheid overschre-
den waarvoor afdrukken van hoge kwaliteit wordt verzekerd. Afhankelijk van de om-
geving, de papiersoort en de gebruikssituatie, is het mogelijk dat u geen afdruk van
hoge kwaliteit kunt maken van documenten met foto’s of patronen met halftinten.
Controleer de afdrukkwaliteit. Als u tevreden bent, is het niet nodig om de drumcar-
tridge onmiddellijk te vervangen. We raden u echter aan om af en toe de afdruk-
kwaliteit te controleren en de drumcartridge te vervangen als de afdrukkwaliteit on-
acceptabel is, of de drumcartridge te vervangen wanneer u de tonercartridge ver-
vangt.
DRUM IS OP
VERV.CONSUMABLES
R De levensduur van de drumcartridge is verlopen. Vervang de drumcartridge wanneer
u de tonercartridge vervangt. Afhankelijk van de omgeving, de papiersoort en de
gebruikssituatie, kan de afdrukkwaliteit variëren. Controleer de afdrukkwaliteit. We
raden u aan om, als nodig, de drumcartridge snel te vervangen.
* Als u de drumcartridge blijft gebruiken zonder deze te vervangen, kan de afdruk-
kwaliteit plots slecht worden of kan het apparaat niet goed werken.
54
8. . Help
8. Help
Display Oorzaak en oplossing
E-MAIL FORM.OVER R Bij het scannen naar een e-mailadres is de totale omvang van de gescande gege-
vens groter dan de toegestane bestandslimiet. Verdeel het document in stukken.
FILEFORM.TE LANG R Bij het scannen naar een FTP-server of het scannen naar een SMB-map is de totale
omvang van de gescande gegevens groter dan de toegestane bestandslimiet. Ver-
deel het document in stukken.
VERDER KOPIEREN R Het kopiëren is gestopt door een probleem (bijvoorbeeld een gebrek aan of vastlopen
van afdrukpapier). Zie de overige weergegeven meldingen voor het doorgaan met
kopiëren.
TEMPERATUUR LAAG R De binnenkant van het apparaat is erg koud, en het apparaat werkt niet. Plaats het
apparaat op een warmere plek.
GEHEUGEN VOL R Bij het maken van een kopie overschrijdt het document dat wordt opgeslagen de
geheugencapaciteit van het apparaat. Wis de melding door op MStopN te drukken.
Verdeel het document in stukken.
PAPIER BIJVULLEN INVOER
LADE#2
R Het afdrukpapier is niet in de lade voor handmatige papierinvoer geplaatst. Plaats
papier (pagina 14).
PAPIER INVOER #2 R Het afdrukpapier is in de lade voor handmatige papierinvoer geplaatst (pagina 14).
PAPIER VAST
OPEN DEKSEL
R Het afdrukpapier is vastgelopen. Verwijder het vastgelopen papier (pagina 64).
PC FOUT / BEZET R De kabel tussen het apparaat en de computer is niet goed aangesloten. Controleer
de aansluitingen (pagina 15, 20).
R Er is een probleem met de computer. (Zorg er bijvoorbeeld voor dat de computer is
ingeschakeld.)
R De scantoepassing van Multi-Function Station wordt niet juist uitgevoerd op de com-
puter. Start de computer opnieuw en probeer het nogmaals.
MOMENT AUB R Het apparaat is aan het opwarmen. Wacht even.
VERWIJDER DOC. R Het document is vastgelopen. Verwijder het vastgelopen document (pagina 69).
R Er is met de automatische documentinvoer geprobeerd een document te verzenden
of te kopiëren dat langer is dan 600 mm. Druk op MStopN om het document te ver-
wijderen. Deel het document op in twee of meer vellen en probeer het opnieuw.
R Het bovenste deksel van de automatische documentinvoer is niet volledig gesloten.
Druk stevig op de voor- en achterkant van het bovenste deksel van de automatische
documentinvoer en plaats het document opnieuw.
SLAPEN R Als het apparaat zich 5 minuten in de energiespaarstand (functie #403 op pagi-
na 40) bevindt, schakelt het apparaat naar sluimermodus. Druk op een toets om het
apparaat standby te zetten voor het volgende proces.
TONER LEEG
VERV.CONSUMABLES
R De tonercartridge is leeg. Vervang de tonercartridge onmiddellijk.
TONER LAAG
VERV.CONSUMABLES
R De levensduur van de tonercartridge is bijna verlopen. U moet de tonercartridge op
korte termijn vervangen.
BOVENDEKSEL OPEN R Het bovenste deksel is geopend. Sluit dit.
55
8. Help
8.1.2 Interfaceberichten
Display Oorzaak en oplossing
VERBINDING FOUT R Het IP-adres van de server of de netwerkconfiguratie is onjuist. Raadpleeg de net-
werkbeheerder.
R De server is uitgeschakeld. Raadpleeg de netwerkbeheerder.
GEGEVENS FOUT R De kabel tussen het apparaat en de computer is niet goed aangesloten. Controleer
de aansluitingen (pagina 15, 20).
R Het IP-adres van de server of de netwerkconfiguratie is onjuist. Raadpleeg de net-
werkbeheerder.
R De computer heeft mogelijk niet genoeg geheugen. Kies een lagere resolutie voor
scannen en probeer het opnieuw.
R Voor de configuratie van de e-mailserver is verificatie verplicht. Controleer de con-
figuratie van de e-mailserver.
R De SMB-map is alleen-lezen. Raadpleeg de netwerkbeheerder.
E-MAIL FORM.OVER R Bij het scannen naar een e-mailadres is de totale omvang van de gescande gege-
vens groter dan de toegestane bestandslimiet (pagina 75). Verdeel het document
in stukken.
FILEFORM.TE LANG R Bij het scannen naar een FTP-server of het scannen naar een SMB-map is de totale
omvang van de gescande gegevens groter dan de toegestane bestandslimiet (pa-
gina 75). Verdeel het document in stukken.
LOGIN FOUT R De aanmeldingsnaam of het wachtwoord van de server is niet juist of u hebt geen
toestemming om aan te melden bij de server. Raadpleeg de netwerkbeheerder.
NAAM FOUT R De servernaam is onjuist. Raadpleeg de netwerkbeheerder.
R De server is uitgeschakeld. Neem contact op met uw netwerkbeheerder om de server
te activeren.
OFFLINE R De kabel tussen het apparaat en de computer is niet goed aangesloten. Controleer
de aansluitingen (pagina 15, 20).
R Controleer of de computer is ingeschakeld.
PAD FOUT R Het pad van de FTP-server of SMB-map is onjuist. Raadpleeg de netwerkbeheerder.
PC TOEGANG FOUT R Controleer of de computer is ingeschakeld.
R De scantoepassing van Multi-Function Station wordt niet juist uitgevoerd op de com-
puter. Start de computer opnieuw en probeer het nogmaals.
R Als de computer bezet is, sluit u andere toepassingen.
R Uw firewallsoftware blokkeert de LAN-verbinding. Deactiveer de firewallsoftware of
wijzig de firewallinstellingen zodat het apparaat verbinding kan maken met de com-
puter.
PC FOUT / BEZET R De kabel tussen het apparaat en de computer is niet goed aangesloten.
Controleer de aansluitingen (pagina 15, 20).
R Er is een probleem met de computer. (Zorg er bijvoorbeeld voor dat de computer is
ingeschakeld.)
R De scantoepassing van Multi-Function Station wordt niet juist uitgevoerd op de com-
puter. Start de computer opnieuw en probeer het nogmaals.
56
8. Help
8.2 Netwerkstatuscodes (alleen LAN-verbinding)
U kunt de gedetailleerde netwerkstatus controleren wanneer een bericht wordt weergegeven tijdens PC-scannen (pagina 56) of
wanneer een netwerkfunctie niet naar behoren werkt.
1 MMenuN A MBNM5NM2NM6N
2 Druk op MSetN om de netwerkstatuscode aan te geven.
3 Druk op MMenuN om af te sluiten.
Code Status Oorzaak Oplossing
000 Niet aangesloten Het apparaat is niet juist aangesloten op het
netwerk.
Controleer de aansluitingen (pagina 15).
110 Offline IP-adres is niet geconfigureerd. Configureer het IP-adres.
112 Offline IP-adres is niet vastgesteld, omdat de
IP-configuratie niet juist is.
Zorg voor een juiste configuratie van de
IP-adresgegevens.
113 Offline IP-adres is niet vastgesteld, omdat het een
dubbel IP-adres is.
Wijzig het IP-adres.
121 Offline Er wordt automatisch een IP-adres toege-
wezen via een DHCP-server.
128 Offline Er is geen reactie van de DHCP-server of er
is een fout in de DHCP-server opgetreden.
Raadpleeg de netwerkbeheerder.
131 Offline Er wordt automatisch een IP-adres toege-
wezen via een automatische IP.
210 Online Het netwerk is online door handmatige con-
figuratie van het IP-adres.
220 Online Het netwerk is online door toewijzing van het
IP-adres via DHCP.
230 Online Het netwerk is online door toewijzing van het
IP-adres via automatische IP.
342 Online NetBIOS werkt niet, omdat de Net-
BIOS-naam niet juist is.
Corrigeer de apparaatnaam (functie #507
op pagina 45).
343 Online NetBIOS werkt niet, omdat de Net-
BIOS-naam niet uniek is.
Wijzig de apparaatnaam (functie #507 op
pagina 45).
344 Online Kan de NetBIOS-naam tussen andere net-
werken niet omzetten, omdat er geen
WINS-server is opgegeven.
Raadpleeg de netwerkbeheerder.
352 Online Bonjour werkt niet, omdat de Bonjour-host-
naam niet juist is.
Corrigeer de apparaatnaam (functie #507
op pagina 45).
353 Online Bonjour werkt niet, omdat de Bonjour-host-
naam niet uniek is.
Wijzig de apparaatnaam (functie #507 op
pagina 45).
354 Online Bonjour werkt niet, omdat de naam van de
Bonjour-service niet juist is.
Corrigeer de naam van de Bonjour-service
(pagina 48).
355 Online Bonjour werkt niet, omdat de naam van de
Bonjour-service niet uniek is.
Wijzig de naam van de Bonjour-service (pa-
gina 48).
801-999 Systeemfout Er is een systeemfout opgetreden. Neem contact op met de dealer.
57
8. Help
8.3 Als een functie niet goed werkt
8.3.1 Algemeen
Probleem Oorzaak en oplossing
Het apparaat werkt niet. R Controleer de aansluitingen (pagina 15, 20).
De uitvoerlade raakt snel vol of
het afdrukpapier komt niet goed
in de uitvoerlade terecht.
R Door de hoge luchtvochtigheid krult het afdrukpapier mogelijk om. Draai het papier
om en plaats dit opnieuw. Als het papier sterk is gekruld, verwijdert u dit uit de
uitvoerlade. Als het probleem zich dan nog steeds voordoet, neemt u contact op met
onze servicemedewerkers.
Er wordt een afdrukfout weerge-
geven tijdens het gebruik van Re-
mote Control.
R Het printerstuurprogramma is gebruikt voor Remote Control. Verzendfouten worden
weergegeven als afdrukfout.
Multi-Function Station werkt niet
goed.
R Als de USB-kabel op een USB-hub aangesloten is, sluit dan de kabel rechtstreeks
op de USB-poort op uw computer aan.
R Controleer of u de nieuwste Service Pack voor de Windows-versie op uw computer
hebt geïnstalleerd. Raadpleeg de website van Microsoft voor meer informatie.
R Verwijder andere multifunctionele software als deze op de computer is geïnstalleerd.
R Controleer of de computer voldoende vrij geheugen en vrije schijfruimte heeft. Als
op de computer waarschuwingen verschijnen over onvoldoende geheugen, sluit u
andere toepassingen. Als u niet voldoende ruimte op de vaste schijf heeft, verwijdert
u onnodige bestanden.
R Installatie Multi-Function Station een keer ongedaan maken en opnieuw installeren.
Ik kan Multi-Function Station niet
installeren of de installatie ervan
niet ongedaan maken.
R Sommige bestanden die u nodig hebt voor het installeren of het ongedaan maken
van de installatie van Multi-Function Station zijn wellicht corrupt. Gebruik het hulp-
programma MfsCleaner (dit staat op de bijgeleverde cd-rom) om het probleem op
te lossen.
1. Plaats de meegeleverde cd-rom in het cd-romstation.
R Het installatieprogramma start automatisch.
2. [Tools] A [Cleanup Tool]
R Het venster [MfsCleaner] wordt weergegeven.
3. Klik op [Clean] en vervolgens op [Yes] om de computer opnieuw op te starten.
Opmerking:
R Zie pagina 19 als u Multi-Function Station weer wilt installeren.
Ik kan de bedieningsinstructies
niet met Multi-Function Station
bekijken.
R Installeer de bedieningsinstructies vooraf op uw computer (pagina 20).
Ik kan het apparaat niet vinden in
het dialoogvenster [Target
Device] of [Device Select] wan-
neer ik de volgende functies ge-
bruik.
Scannen
Remote Control
Device Monitor
R De printerdriver is niet geïnstalleerd. Installeer deze op uw computer (pagina 19).
Ik ben het wachtwoord voor func-
tieprogrammering op afstand
vergeten.
R Misschien hebt u het wachtwoord voor functieprogrammering gewijzigd. Als u het
niet meer weet, moet u een nieuw wachtwoord instellen met functie #155 (pagi-
na 38). Wanneer u het huidige wachtwoord moet invoeren, voert u 0101 in.
Ik vergat de huidige beheerders-
code voor de instellingen van de
modusbeperking (functie #151
op pagina 38).
R U hebt misschien de beheerderscode gewijzigd. Als u het niet meer weet, moet u
een nieuw wachtwoord instellen met functie #151 (pagina 38). Wanneer u het huidige
wachtwoord moet invoeren, voert u 0101 in.
58
8. Help
Probleem Oorzaak en oplossing
E-mailgerelateerde functies wer-
ken niet naar behoren (alleen
LAN-verbinding).
R Voor omgevingen waarvoor Secure Sockets Layer-versleuteling (SSL) is vereist
voor het verzenden en ontvangen van e-mail, kan het nodig zijn om de e-mailserver
bijkomend te configureren en/of om een ander e-mailsysteem te gebruiken.
8.3.2 Problemen met afdrukken
Probleem Oorzaak en oplossing
Afdrukpapier komt gekreukt of
gevouwen uit het apparaat.
R Zorg ervoor dat het afdrukpapier goed wordt geladen (pagina 12).
R Leg de stapel afdrukpapier ondersteboven of draai het papier 180 graden.
De afdrukkwaliteit is slecht (bij-
voorbeeld met vuile plekken of
onduidelijke punten en lijnen).
ABC
R Op sommige papiersoorten kan slechts op één zijde worden afgedrukt. Draai het
papier om.
R Wellicht hebt u papier gebruikt met meer dan 20 % katoen of andere stoffen, zoals
postpapier met briefhoofd of kringlooppapier.
R Het afdrukpapier is te vochtig. Gebruik nieuw papier.
Ik ben van afdrukpapier veran-
derd, maar de afdrukkwaliteit is
nog steeds slecht.
R Het glas of de rollers zijn vies door correctievloeistof o.i.d. Maak deze schoon
(pagina 71, 74). Plaats geen documenten voordat de correctievloeistof volledig
is opgedroogd.
R De tonerbesparingsmodus van functie #482 is ingeschakeld (pagina 40).
R De toner is bijna op. Vervang de tonercartridge.
R Druk de printertestlijst af als u de levensduur en kwaliteit van de drumeenheid wilt
controleren (pagina 75). Als de afdrukkwaliteit slecht blijft, vervangt u de toner- en
drumcartridge.
Er wordt een leeg vel uitgevoerd. R U hebt toen u het kopieerapparaat gebruikte het document met de verkeerde zijde
naar beneden geplaatst.
Gekleurde en grijze tekst wordt
in zwart-wit afgedrukt in plaats
van in grijstinten bij het afdruk-
ken vanuit Microsoft PowerPoint
of andere toepassingen.
R Selecteer [Color] of verwijder het vinkje naast [Grayscale] in het afdrukdialoog-
venster zodat de gekleurde of grijze tekst correct in grijstinten wordt afgedrukt.
Wanneer het apparaat als printer
wordt gebruikt, is de afdruk ver-
vormd.
R Wanneer het apparaat via USB op de computer is aangesloten en u annuleert de
afdruk op de computer en begint meteen opnieuw af te drukken, kan de resulterende
afdruk vervormd zijn. U voorkomt dit door 60 seconden te wachten voordat u opnieuw
afdrukt.
59
8. Help
8.3.3 Scanner
Probleem Oorzaak en oplossing
Ik kan niet scannen. R Als u met een hoge resolutie scant, is er veel geheugen nodig. Als op de computer
waarschuwingen verschijnen over onvoldoende geheugen, sluit u andere toepas-
singen en probeert u het opnieuw.
R Selecteer een lagere resolutie en probeer het opnieuw.
R Verklein het scangebied en probeer het opnieuw.
1. Klik op [Preview] als u de gescande afbeelding wilt bekijken.
2. U kunt het kader verslepen om het scangebied op te geven.
3. Klik op [Scan] om te beginnen met scannen.
R Het apparaat is in gebruik. Probeer het later opnieuw.
R Er is niet voldoende ruimte op de vaste schijf. Verwijder overbodige bestanden en
probeer het opnieuw.
R Controleer of de verbinding tussen de computer en het apparaat in orde is (pagi-
na 15, 20).
R Start de computer opnieuw en probeer het nogmaals.
R U probeerde een document te scannen dat langer is dan het papierformaat dat u
hebt ingesteld. Wijzig de instelling of deel het document op tot het juiste papierfor-
maat, en probeer het opnieuw.
Het document wordt niet inge-
voerd als ik het apparaat als
scanner gebruik (alleen
KX-MB2011).
R Verwijder het document in de automatische documentinvoer en plaats dit opnieuw
(pagina 17).
Ook nadat ik op [Cancel] heb ge-
klikt, gaat het scannen door.
R Even geduld. Het kan even duren voordat het annuleringsverzoek wordt geaccep-
teerd.
De naam van de gewenste com-
puter wordt niet op het apparaat
weergegeven wanneer documen-
ten vanaf het apparaat worden
gescand (alleen LAN-verbin-
ding).
R De printerdriver is niet geïnstalleerd. Installeer deze op uw computer (pagina 19).
R De functie voor de pc-namenlijst is ingesteld op [Off]. Stel [PC name list up on
device] in op [On] (pagina 22).
R Het maximale aantal computers op het LAN is op het apparaat aangesloten (max.
30 computers). Stel [PC name list up on device] in op [Off] op de andere computers
(pagina 22).
R Het IP-adres van het apparaat kan zijn gewijzigd. Ga om het IP-adres te detecteren
als volgt te werk.
[Start] A [All Programs] of [Programs] A [Panasonic] A de apparaatnaam
A [IP Address Checker]
R Het IP-adres voor het apparaat wordt gedetecteerd.
8.3.4 Kopieerapparaat
Probleem Oorzaak en oplossing
Het apparaat kopieert niet. R U kunt niet kopiëren tijdens het programmeren. Kopieer na het programmeren.
R Het document is niet goed ingevoerd (pagina 16).
R Geen afdrukpapier geplaatst of afdrukpapier op. Plaats papier (pagina 12).
De letters op de gekopieerde do-
cumenten zijn niet duidelijk.
R Het originele document is te donker of te licht. Wijzig het contrast (pagina 30) en
probeer het opnieuw.
De gekopieerde documenten zijn
te donker en kunnen niet worden
gelezen.
R U hebt gekleurd papier voor het afdrukken van het document gebruikt. Wijzig het
contrast (pagina 30) en maak een lichtere kopie van het document, met TEKST
resolutie (pagina 30).
60
8. Help
8.3.5 Netwerk (alleen LAN-verbinding)
Probleem Oorzaak en oplossing
Ik kan de volgende functies niet
gebruiken.
PC-afdrukken
Scannen
Remote Control
Device Monitor
R Bevestig de LED via de LAN-poort van het moederbord. Als de LED oplicht of knip-
pert, functioneert de netwerktoegang correct.
Als de LED niet oplicht of knippert, controleer dan of de LAN-kabel (Ethernet-kabel
categorie 5 (Cat-5)) goed is aangesloten op de LAN-poort van het moederbord.
R Als de LED knippert en u de gewenste bewerking niet kunt uitvoeren, kan het
IP-adres van het apparaat zijn gewijzigd.
Ga om het IP-adres te detecteren als volgt te werk.
[Start] A [All Programs] of [Programs] A [Panasonic] A de apparaatnaam
A [IP Address Checker]
R Het IP-adres voor het apparaat wordt gedetecteerd.
Opmerking:
R Als het IP-adres niet kan worden gedetecteerd, moet u het handmatig invoeren
(functie #501 op pagina 45). Het IP-adres van de computer en dat van het ap-
paraat moeten zich in dezelfde lokale IP-adresklasse bevinden als hieronder
aangegeven. Stel het IP-adres in het bereik in van het nummer dat is aangege-
ven in de klasse die overeenkomt met uw lokale netwerkschaal.
Klasse Subnetmasker IP-adres
Klasse A 255.0.0.0 10.0.0.1 -
10.255.255.254
Klasse B 255.255.0.0 172.xx.0.1 -
172.xx.255.254
*1
Klasse C 255.255.255.0 192.168.xx.1 -
192.168.xx.254
*2
*1 “xx” moet bij het apparaat en de computer dezelfde waarde zijn, zoals in
het voorbeeld hieronder.
Bijvoorbeeld: 172.16.0.1 - 172.16.255.254
(Het beschikbare bereik voor “xx” is 16 - 31.)
*2 “xx” moet bij het apparaat en de computer dezelfde waarde zijn, zoals in
het voorbeeld hieronder.
Bijvoorbeeld: 192.168.0.1 - 192.168.0.254
(Het beschikbare bereik voor “xx” is 0 - 255.)
R Uw firewallsoftware blokkeert de verbinding. Deactiveer de firewallsoftware of wijzig
de firewallinstellingen zodat deze goed werken met Multi-Function Station.
R LAN-functies kunnen alleen worden gebruikt wanneer het apparaat en de computer
deel uitmaken van hetzelfde netwerksegment. Controleer of het netwerk goed is
geconfigureerd. Raadpleeg de netwerkbeheerder.
Het faxapparaat verschijnt niet in
het dialoogvenster [Select a
Network Device] wanneer
Multi-Function Station wordt ge-
installeerd.
R Uw firewallsoftware blokkeert de verbinding en het setup-programma geeft mogelijk
geen lijst met apparaten weer. Raadpleeg uw netwerkbeheerder en schakel de fi-
rewallsoftware tijdelijk uit.
R Het apparaat maakt deel uit van een ander netwerksegment en het setup-program-
ma geeft mogelijk geen lijst met apparaten weer. Controleer of het netwerk goed is
geconfigureerd. Raadpleeg de netwerkbeheerder.
61
8. Help
Probleem Oorzaak en oplossing
Het dialoogvenster [Windows
Security Alert] verschijnt en
vraagt of ik [PCCMFLPD] wil
blokkeren, en ik kan de volgende
functies niet gebruiken na het in-
stalleren van Microsoft Windows
XP Service Pack 2 of hoger.
PC-afdrukken
Scannen
Remote Control
Device Monitor
R Klik op [Keep Blocking] en voer de Windows Firewall instel-tool uit om gegevens-
overdracht voor Multi-Function Station toe te staan (pagina 62).
8.3.6 Als er een stroomstoring optreedt
R Het apparaat functioneert niet.
R Als er documenten in het geheugen zijn opgeslagen (d.w.z. tijdens kopiëren of pc-afdrukken), dan gaan deze verloren.
8.3.7 Firewall instel-tool voor gebruikers van Microsoft Windows XP Service Pack 2 of hoger/Windows
Vista/Windows 7 (alleen LAN-verbinding)
Na installatie van Microsoft Windows XP Service Pack 2 of hoger/Windows Vista/Windows 7 kunt u de volgende functies niet
gebruiken omdat de Windows Firewall-functie is geactiveerd en de verbinding blokkeert.
Device Monitor
LPD Manager (Netwerkcommunicatie-tool)
Met de Windows Firewall instel-tool kunt u de veiligheidsinstellingen van Windows Firewall wijzigen en de bovengenoemde functies
op de juiste wijze gebruiken.
1 Plaats de cd-rom die is meegeleverd met het apparaat in uw cd-rom-station.
R Als het dialoogvenster [Select Language] wordt weergegeven, selecteer dan de taal die u voor deze software wilt
gebruiken. Klik op [OK].
2 [Tools] A [Windows Firewall Setting]
R Het venster [Windows Firewall Setting Tool] wordt weergegeven.
3 [Add to the exceptions list] A [OK] A [OK]
De veiligheidsinstellingen bevestigen (voor Windows XP-gebruikers)
1. [Start] A [Control Panel] A [Security Center]
R Het venster [Windows Security Center] wordt weergegeven.
2. [Windows Firewall]
R Het dialoogvenster [Windows Firewall] wordt weergegeven.
3. Klik op het tabblad [Exceptions].
4. Bevestig dat [Panasonic Trap Monitor Service] en [Panasonic LPD] worden weergegeven en zijn geselecteerd in de lijst
[Programs and Services].
De veiligheidsinstellingen bevestigen (voor Windows Vista-gebruikers)
1. [Start] A [Control Panel] A [Security Center]
R Het venster [Windows Security Center] wordt weergegeven.
2. [Windows Firewall]
R Het dialoogvenster [Windows Firewall] wordt weergegeven.
3. [Change settings]
R Het dialoogvenster [User Account Control] wordt weergegeven.
4. [Continue]
5. Klik op het tabblad [Exceptions].
6. Bevestig dat [Panasonic Trap Monitor Service], [Panasonic LPD Manager] en [Panasonic LPD] worden weergegeven en
zijn geselecteerd in de lijst [Program or port].
62
8. Help
De veiligheidsinstellingen bevestigen (voor Windows 7 gebruikers)
1. [Start] A [Control Panel] A [System and Security] A [Windows Firewall] A [Advanced settings]
R Het venster [Windows Firewall with Advanced Security] wordt weergegeven.
2. [Inbound Rules]
3. Bevestig dat [Panasonic Trap Monitor Service], [Panasonic LPD Manager] en [Panasonic LPD] worden weergegeven en
zijn geselecteerd in de lijst [Inbound Rules].
8.3.8 Opmerking voor gebruikers van een apparaat uit de KX-MB200/KX-MB700/KX-FLB880-serie
Als Multi-Function Station voor de KX-MB200/KX-MB700/KX-FLB880-serie al op uw computer is geïnstalleerd, gebruik dan de
volgende instructies voor het wijzigen of toevoegen van het printerstuurprogramma. Deze instructies veranderen na installatie van
Multi-Function Station voor de KX-MB2000-serie.
U kunt het printerstuurprogramma als volgt wijzigen of toevoegen:
1 Start Windows en plaats de cd-rom voor de KX-MB200/KX-MB700/KX-FLB880-serie in het cd-romstation.
R Als het dialoogvenster [Select Language] wordt weergegeven, selecteer dan de taal die u voor deze software wilt
gebruiken. Klik op [OK].
2 [Modify]
3 Selecteer [Modify Utilities] of [Add Multi-Function Station Driver]. Volg vervolgens de scherminstructies op.
Belangrijk:
R Gebruikers van eerdere versies dan 1.21 moeten de nieuwste software als volgt downloaden en activeren.
[Start] A [All Programs] of [Programs] A [Panasonic] A de apparaatnaam A [Support Web Page]. Volg
vervolgens de scherminstructies op.
63
8. Help
9.1 Vastgelopen afdrukpapier
Let op:
R Trek het vastgelopen papier niet met geweld weg
voordat u het bovenste deksel heeft geopend.
R Zorg, ter voorkoming van letsel, dat uw handen zich
niet onder de bovenste deksel bevinden.
9.1.1 Als het afdrukpapier in het apparaat is
vastgelopen
Op het display wordt de volgende melding weergegeven:
PAPIER VAST
L
OPEN DEKSEL
CHECK ACHTERKLEP
Voorbeeld 1:
Als het afdrukpapier is vastgelopen bij de lade voor
handmatige papierinvoer:
1. Trek de papierinvoerlade open (A).
A
2. Open de lade voor handmatige papierinvoer (B) en
verwijder het vastgelopen papier (C) door dit voorzichtig
omhoog te trekken. Sluit vervolgens de lade voor
handmatige papierinvoer.
C
B
64
9. . Paperstoringen
9. Paperstoringen
3. Sluit de papierinvoerlade.
D
R Open en sluit het bovenste deksel (D) om de
foutmelding te wissen.
Voorbeeld 2:
Als het afdrukpapier is vastgelopen bij de drum- en
tonercartridge:
1. Trek de papierinvoerlade open (A).
A
2. Open het bovenste deksel (B) door beide inkepingen (C)
aan beide zijden van het apparaat vast te houden.
D
EB
C
C
Let op:
R De fixeereenheid (D) wordt heet.
Raak deze niet aan.
Opmerking:
R Raak de overdrachtsrol niet aan (E).
65
9. Paperstoringen
3. Verwijder het vastgelopen papier (F) voorzichtig door dit
omhoog te trekken.
F
Verwijder het vastgelopen papier (G) voorzichtig door het
naar u toe te trekken.
G
4. Sluit de papierinvoerlade.
5. Sluit het bovenste deksel door beide inkepingen aan beide
zijden van het apparaat vast te houden tot u voelt dat het
deksel vergrendeld is.
66
9. Paperstoringen
Voorbeeld 3:
Als het afdrukpapier bij de fixeereenheid is vastgelopen:
1. Open het bovenste deksel (A) door beide inkepingen (B)
aan beide zijden van het apparaat vast te houden.
D
A
B
B
C
Let op:
R De fixeereenheid (C) wordt heet.
Raak deze niet aan.
Opmerking:
R Raak de overdrachtsrol niet aan (D).
2. Haal beide groene hendels (E) naar boven tot deze niet
verder kunnen.
E
3. Verwijder het vastgelopen papier (F) voorzichtig door dit
omhoog te trekken.
F
4. Druk de groene hendels (G) terug in de oorspronkelijke
stand.
G
67
9. Paperstoringen
5. Sluit het bovenste deksel door beide inkepingen aan beide
zijden van het apparaat vast te houden tot u voelt dat het
deksel vergrendeld is.
9.1.2 Als het afdrukpapier niet goed in het apparaat
wordt gevoerd
Op het display wordt de volgende melding weergegeven:
CHECK PAPIER #1 DRUK OP START
1 Trek aan de papierinvoerlade totdat deze vastklikt en trek
deze er dan volledig uit terwijl u de voorzijde van de lade
optilt. Verwijder het afdrukpapier en leg het recht.
2 Plaats het afdrukpapier opnieuw.
3 Plaats de papierinvoerlade in het apparaat, terwijl u de
voorkant van de lade optilt. Schuif deze vervolgens
helemaal in het apparaat.
Opmerking:
R Als de foutmelding nog steeds wordt weergegeven,
controleert u of de specificaties van het afdrukpapier
kloppen en plaatst u het afdrukpapier opnieuw. Zie
pagina 12 voor meer informatie.
9.1.3 Als het afdrukpapier in de lade voor
handmatige papierinvoer niet goed in het apparaat
wordt gevoerd
Op de display wordt het volgende bericht weergegeven.
CHECK PAPIER INV INVOER LADE#2
1 Verwijder het afdrukpapier.
2 Plaats het afdrukpapier opnieuw.
68
9. Paperstoringen
Opmerking:
R Als de foutmelding nog steeds wordt weergegeven,
controleert u of de specificaties van het afdrukpapier
kloppen en plaatst u het afdrukpapier opnieuw. Zie
pagina 14 voor meer informatie.
9.2 Documentstoringen
(automatische documentinvoer)
(alleen KX-MB2011)
Let op:
R Trek het vastgelopen document niet met geweld weg
voordat u de documentinvoer hebt opgetild.
1 Open het deksel van de automatische documentinvoer
(A) terwijl u het documentdeksel (B) vasthoudt.
A
B
69
9. Paperstoringen
2 Verwijder het vastgelopen document (C) voorzichtig.
Als het document is vastgelopen bij de
documentinvoer:
C
Als het document is vastgelopen bij de
documentuitvoer:
C
3 Sluit de automatische documentinvoer.
70
9. Paperstoringen
10.1 De witte plaat en de glasplaat
reinigen
Reinig de witte plaat en de glasplaat als er een zwarte lijn, een
witte lijn of een vuilpatroon zichtbaar is op:
het afdrukpapier
het originele document, of
de gescande gegevens.
Let op:
R Ga voorzichtig om met de drum- en tonercartridge. Zie
de waarschuwing voor de drumcartridge op pagina 8
voor meer informatie.
R Gebruik voor het reinigen geen papieren producten,
zoals keukenpapier of papieren zakdoekjes.
10.1.1 Witte plaat en glasplaat
1 Open het documentdeksel (A).
A
2 Houd het documentdeksel vast terwijl u de witte plaat (B)
en de glasplaat reinigt (C).
B
C
3 Sluit het documentdeksel.
71
10. . Reinigen
10. Reinigen
10.1.2 Glas bij drumeenheid
1 Zet het apparaat uit.
2 Open het bovenste deksel (A) door beide inkepingen (B)
aan beide zijden van het apparaat vast te houden.
D
A
B
B
C
Let op:
De fixeereenheid (C) wordt heet. Raak
deze niet aan.
Opmerking:
R Raak de overdrachtsrol niet aan (D).
3 Houd de drum- en tonercartridge (E) vast aan de
uitsteeksels aan de uiteinden en verwijder ze.
E
4 Reinig het onderglas (F) met een zachte, droge doek.
F
72
10. Reinigen
5 Houd de drum- en tonercartridge (G) vast aan de
uitsteeksels aan de uiteinden en plaats het geheel terug in
het apparaat.
G
R Zorg voor goede plaatsing van de drum- en
tonercartridge dat de pijlen (H) overeenkomen.
H
6 Sluit het bovenste deksel door beide inkepingen aan beide
zijden van het apparaat vast te houden tot u voelt dat het
deksel vergrendeld is.
Let op:
R Zorg, ter voorkoming van letsel, dat uw handen zich
niet onder de bovenste deksel bevinden.
7 Zet het apparaat aan.
73
10. Reinigen
10.2 De documentinvoerrollers
reinigen (alleen KX-MB2011)
Reinig de rollers als documenten vaak vastlopen.
Let op:
R Gebruik voor het reinigen geen papieren producten,
zoals keukenpapier of papieren zakdoekjes.
1 Zet het apparaat uit.
2 Open het deksel van de automatische documentinvoer
(A) terwijl u het documentdeksel (B) vasthoudt.
A
B
3 Reinig de documentinvoerrollers (C) met een met water
bevochtigde doek en laat alle onderdelen goed drogen.
C
4 Sluit de automatische documentinvoer.
5 Zet het apparaat aan.
74
10. Reinigen
11.1 Referentielijsten en rapporten
U kunt de volgende lijsten en rapporten afdrukken ter referentie.
SETUP LIJST
PRINTER TEST
ADRES LIJST
FTP SERVER LIJST
SMB FOLDERLIJST
AFDEL PRINT TELT
*1
*1 Zie "De rapporten van het aantal kopieën/afdrukken voor
afdelingen afdrukken", pagina 52 voor meer informatie.
MFNMENMSetN
MMenuN
1 Druk op MMenuN tot PRINTVERSLAG wordt
weergegeven.
2 Druk op MFN of MEN tot het gewenste onderdeel wordt
weergegeven.
3 Druk op MSetN om het afdrukken te starten. A MMenuN
11.2 Specificaties
n Documentformaat:
Max. (breedte ´ lengte) 216 mm ´ 600 mm
n Effectieve scanbreedte:
208 mm
n Effectieve afdrukbreedte:
Letter/Legal: 208 mm
A4: 202 mm
n Scanresolutie:
Scanresolutie:
maximaal 600 ´ 1.200 dpi (optisch)
maximaal 19.200 ´ 19.200 dpi (geïnterpoleerd)
Kopieerresolutie:
maximaal 600 ´ 600 dpi
n Fotoresolutie:
64 grijswaarden
n Type scanner:
Kleuren CIS
n Type printer:
Laserprinter
n Omgeving:
10 °C – 32,5 °C, 20 % – 70 % RH (relatieve vochtigheid)
n Afmetingen:
KX-MB2001: circa (breedte ´ diepte ´ hoogte)
420 mm ´ 432 mm ´ 255 mm
KX-MB2011: circa (breedte ´ diepte ´ hoogte)
420 mm ´ 432 mm ´ 305 mm
n Gewicht:
KX-MB2001: circa 11 kg
KX-MB2011: circa 12 kg
n Stroomverbruik:
Sluimer-
stand:
KX-MB2001:
Minder dan 0,7 W
*1*2
Minder dan 0,9 W
*1*3
KX-MB2011:
Minder dan 0,8 W
*1*2
Minder dan 1,0 W
*1*3
Gereed: circa 65 W
Kopiëren: circa 500 W
Maximum: circa 1.000 W (op het moment dat de fixeereen-
heid wordt ingeschakeld)
n Voeding:
220–240 V AC, 50 Hz
n Geheugencapaciteit
(voor werking en geheugenopslag):
32 MB
n Geheugencapaciteit voor scannen en verzenden naar
e-mailadres:
5 MB in totaal (inclusief koptekst en e-mailbericht)
n Geheugencapaciteit voor scannen en doorgeven aan
FTP-server:
5 MB in totaal
75
11. . Algemene informatie
11. Algemene informatie
n Geheugencapaciteit voor scannen en opslaan in
SMB-map:
5 MB in totaal
n Eigenschappen laserdiodes:
Laservermogen: max. 15 mW
Golflengte: 760 nm – 800 nm
Emissieduur: continu
n Afdruksnelheid:
Circa 24 ppm (pagina’s per minuut)
n Kopieersnelheid (alleen KX-MB2001G):
Max. 12 cpm (copies per minute, kopieën per minuut)
n Afdrukresolutie:
600 ´ 600 dpi
n Eigenschappen LED-lamp:
LED-straling: max. 1 mW
Golflengte: Rood : typisch 630 nm
Groen : typisch 520 nm
Blauw : typisch 465 nm
Emissieduur: continu
*1 Op basis van IEC 62301-norm.
*2 Wanneer alleen USB-verbinding actief is.
*3 Wanneer alleen LAN-verbinding actief is.
Opmerking:
R Ontwerp en specificaties kunnen zonder waarschuwing
worden gewijzigd.
R De afbeeldingen en illustraties in deze publicatie kunnen
ietwat afwijken van het eigenlijke product.
R De klok heeft een nauwkeurigheid van ±60 seconden per
maand.
Specificaties afdrukpapier
Formaat normaal papier/dun papier:
(breedte ´ lengte)
A4: 210 mm ´ 297 mm
Letter: 216 mm ´ 279 mm
Legal: 216 mm ´ 356 mm
*1
B5(JIS): 182 mm ´ 257 mm
B5(ISO): 176 mm ´ 250 mm
16K: 195 mm ´ 270 mm
216 ´ 330: 216 mm ´ 330 mm
*1
216 ´ 340: 216 mm ´ 340 mm
*1
Speciale afmetingen: 210-216 mm ´ 279-356 mm
*1*2
Etiketformaat:
(breedte ´ lengte)
A4: 210 mm ´ 297 mm
Letter: 216 mm ´ 279 mm
Gewicht afdrukpapier:
64 g/m
2
tot 90 g/m
2
*1 Alleen lade voor handmatige papierinvoer
*2 Wanneer u afdrukt vanaf de computer, kunt u ook
afdrukpapier met afwijkende formaten gebruiken.
Levensduur tonercartridge
De levensduur van de tonercartridge hangt af van de zwarting
van de afgedrukte documenten. De levensduur van de
tonercartridge hangt af van het gebruik. Hieronder vindt u het
geschatte aantal pagina’s dat volgens verscheidene
afdrukvoorbeelden met de tonercartridge afgedrukt kan
worden.
Voorbeeld 1
Circa 2.000 pagina’s kunnen worden afgedrukt.
Table of Contents1.
1. Table of Contents 1. Introduction and Installation Accessories
1.1 Included accessories.1.2 Accessory information.Finding the Controls
1.3 Description of buttons.1.4 Overview Installation
1.5 Toner cartridge and drum unit
1.6 Document tray 1.7 Output tray1.8 Recording paper2. Preparation
2.1 Connections 2.2 Turning the power switch ON Help Button2.3 Help function Volume
4. PC Operations/ Setup 4.1 Connecting to a computer
4.2 Installing Multi-Function Station 4.3 Starting Multi-Function Station Printing
4.4 Using the unit as a printer Scanning 4.5 Using the unit as a scannerRemote Control
4.6 Operating the unit from your computer.
4.7 Fax sending/receiving using Multi-Function Station
4.8 Registering the computer in the LANnetwork with the optional LAN board
4.9 Confirming the status of the unit 5. Case / Setup
5.1 Selecting the way to use your unit 5.2 Case 1: FAX ONLY
Table of Contents2.
1. Table of Contents
1.1 Included accessories.1.2 Accessory information.Finding the Controls
1.3 Description of buttons.1.4 Overview Installation1.5 Toner cartridge and drum unit
1.6 Document tray 1.7 Output tray1.8 Recording paper2. Preparation
2.1 Connections 2.2 Turning the power switch ON Help Button2.3 Help function Volume
Thank you for purchasing a Panasonic fax machine.
Things you should keep a record of
Attach your sales receipt here.
For your future reference
Date of purchase
Voorbeeld 2
Circa 1.000 pagina’s kunnen worden afgedrukt.
Table of Contents1.
1. Table of Contents / Introduction and Installation Accessories
1.1 Included accessories.
1.2 Accessory information.Finding the Controls
1.3 Description of buttons.
1.4 Overview Installation
1.5 Toner cartridge and drum unit 1.6 Document tray
1.7 Output tray 1.8 Recording paper
2. Preparation
2.1 Connections
2.2 Turning the power switch ON Help Button
2.3 Help function Volume
2.4 Adjusting volume Initial Programming
2.5 Dialing mode 2.6 Date and time.
2.7 Your logo. 2.8 Your fax number
Thank you for purchasing a Panasonic fax machine.
Things you should keep a record of
Attach your sales receipt here.
For your future reference
Date of purchase
Serial number (found on the rear of the unit)
Voorbeeld 3
Circa 650 pagina’s kunnen worden afgedrukt.
Table of Contents1.
1. Table of Contents / Introduction and Installation Accessories
1.1 Included accessories.
1.2 Accessory information.Finding the Controls
1.3 Description of buttons.
1.4 Overview Installation
1.5 Toner cartridge and drum unit 1.6 Document tray
1.7 Output tray 1.8 Recording paper
2. Preparation
2.1 Connections
Thank you for purchasing a Panasonic fax machine.
Things you should keep a record of
Attach your sales receipt here.
For your future reference
Date of purchase
Serial number (found on the rear of the unit)
Opmerking:
R De daadwerkelijke levensduur van een tonercartridge
hangt af van diverse factoren, waaronder de temperatuur,
de vochtigheid, het type papier en de hoeveelheid toner die
76
11. Algemene informatie
u gebruikt voor het aantal pagina’s per printopdracht. Het
werkelijke aantal pagina’s dat uw tonercartridge kan
afdrukken kan beduidend lager uitvallen als uw
tonercartridge vaak wordt gebruikt voor afdrukopdrachten
met een klein aantal pagina’s per opdracht. Aangezien vele
factoren die de daadwerkelijke levensduur van de
tonercartridge bepalen, niet kunnen worden geregeld,
kunnen wij geen minimumaantal pagina’s aangeven dat
kan worden afgedrukt.
R Het aantal pagina’s varieert met de diepte, dikte en grootte
van de tekens.
R Als u de functie voor tonerbesparing inschakelt, bespaart
u circa 20 % op tonerverbruik.
Levensduur drumcartridge
De drumcartridge moet regelmatig worden vervangen. De
maximale levensduur van een drumcartridge is circa 6.000
pagina’s.
Opmerking:
R De daadwerkelijke levensduur van een drumcartridge
hangt af van diverse factoren, waaronder de temperatuur,
de vochtigheid, het type papier en de hoeveelheid toner die
u gebruikt voor het aantal pagina’s per printopdracht. Het
werkelijke aantal pagina’s dat uw drumcartridge kan
afdrukken kan beduidend lager uitvallen als uw
drumcartridge vaak wordt gebruikt voor afdrukopdrachten
met een klein aantal pagina’s per opdracht. Aangezien vele
factoren die de daadwerkelijke levensduur van de
drumcartridge bepalen, niet kunnen worden geregeld,
kunnen wij geen minimumaantal pagina’s aangeven dat
kan worden afgedrukt.
R Het is mogelijk dat minder dan 3.000 pagina’s in hoge
kwaliteit kunnen worden afgedrukt, afhankelijk van de
gebruikssituatie en de omgeving.
Afvalverwijderingsmethode
Afvalmateriaal moet worden afgevoerd onder omstandigheden
die aan de landelijke en plaatselijke milieuregels voldoen.
77
11. Algemene informatie
11.3 Gegevens over copyrights en licenties
R Dit product is voorzien van Net-SNMP-software en maakt hiervan gebruik volgens de onderstaande licentievoorwaarden.
---- Part 1: CMU/UCD copyright notice: (BSD like) -----
Copyright 1989, 1991, 1992 by Carnegie Mellon University
Derivative Work - 1996, 1998-2000
Copyright 1996, 1998-2000 The Regents of the University of California
All Rights Reserved
Permission to use, copy, modify and distribute this software and its documentation for any purpose and
without fee is hereby granted, provided that the above copyright notice appears in all copies and that
both that copyright notice and this permission notice appear in supporting documentation, and that the
name of CMU and The Regents of the University of California not be used in advertising or publicity
pertaining to distribution of the software without specific written permission.
CMU AND THE REGENTS OF THE UNIVERSITY OF CALIFORNIA DISCLAIM ALL WARRANTIES
WITH REGARD TO THIS SOFTWARE, INCLUDING ALL IMPLIED WARRANTIES OF
MERCHANTABILITY AND FITNESS. IN NO EVENT SHALL CMU OR THE REGENTS OF THE
UNIVERSITY OF CALIFORNIA BE LIABLE FOR ANY SPECIAL, INDIRECT OR CONSEQUENTIAL
DAMAGES OR ANY DAMAGES WHATSOEVER RESULTING FROM THE LOSS OF USE, DATA OR
PROFITS, WHETHER IN AN ACTION OF CONTRACT, NEGLIGENCE OR OTHER TORTIOUS
ACTION, ARISING OUT OF OR IN CONNECTION WITH THE USE OR PERFORMANCE OF THIS
SOFTWARE.
---- Part 2: Networks Associates Technology, Inc copyright notice (BSD) -----
Copyright (c) 2001-2003, Networks Associates Technology, Inc
All rights reserved.
Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided
that the following conditions are met:
*
Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the
following disclaimer.
*
Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and
the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution.
*
Neither the name of the Networks Associates Technology, Inc nor the names of its contributors may
be used to endorse or promote products derived from this software without specific prior written
permission.
THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE COPYRIGHT HOLDERS AND CONTRIBUTORS ``AS IS''
AND ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED
WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE
DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE COPYRIGHT HOLDERS OR CONTRIBUTORS BE LIABLE
FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL
DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR
SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER
CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR
TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF
THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE.
78
11. Algemene informatie
---- Part 3: Cambridge Broadband Ltd. copyright notice (BSD) -----
Portions of this code are copyright (c) 2001-2003, Cambridge Broadband Ltd.
All rights reserved.
Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided
that the following conditions are met:
*
Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the
following disclaimer.
*
Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and
the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution.
*
The name of Cambridge Broadband Ltd. may not be used to endorse or promote products derived
from this software without specific prior written permission.
THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE COPYRIGHT HOLDER ``AS IS'' AND ANY EXPRESS OR
IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF
MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO
EVENT SHALL THE COPYRIGHT HOLDER BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL,
SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO,
PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS;
OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY,
WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR
OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED
OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE.
---- Part 4: Sun Microsystems, Inc. copyright notice (BSD) -----
Copyright © 2003 Sun Microsystems, Inc., 4150 Network Circle, Santa Clara,
California 95054, U.S.A. All rights reserved.
Use is subject to licence terms below.
This distribution may include materials developed by third parties.
Sun, Sun Microsystems, the Sun logo and Solaris are trademarks or registered trademarks of Sun
Microsystems, Inc. in the U.S. and other countries.
Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided
that the following conditions are met:
*
Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the
following disclaimer.
*
Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and
the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution.
*
Neither the name of the Sun Microsystems, Inc. nor the names of its contributors may be used to
endorse or promote products derived from this software without specific prior written permission.
THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE COPYRIGHT HOLDERS AND CONTRIBUTORS ``AS IS''
AND ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED
WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE
DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE COPYRIGHT HOLDERS OR CONTRIBUTORS BE LIABLE
79
11. Algemene informatie
FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL
DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR
SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER
CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR
TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF
THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE.
Dit product bevat tevens software met de volgende vermeldingen en licenties.
/***********************************************************
Copyright 1988, 1989, 1990 by Carnegie Mellon University
Copyright 1989 TGV, Incorporated
All Rights Reserved
Permission to use, copy, modify, and distribute this software and its documentation for any purpose and
without fee is hereby granted, provided that the above copyright notice appear in all copies and that
both that copyright notice and this permission notice appear in supporting documentation, and that the
name of CMU and TGV not be used in advertising or publicity pertaining to distribution of the software
without specific, written prior permission.
CMU AND TGV DISCLAIMS ALL WARRANTIES WITH REGARD TO THIS SOFTWARE, INCLUDING
ALL IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS, IN NO EVENT SHALL CMU OR
TGV BE LIABLE FOR ANY SPECIAL, INDIRECT OR CONSEQUENTIAL DAMAGES OR ANY
DAMAGES WHATSOEVER RESULTING FROM LOSS OF USE, DATA OR PROFITS, WHETHER IN
AN ACTION OF CONTRACT, NEGLIGENCE OR OTHER TORTIOUS ACTION, ARISING OUT OF OR
IN CONNECTION WITH THE USE OR PERFORMANCE OF THIS SOFTWARE.
******************************************************************/
R Dit product is voorzien van thttpd-software (ontwikkeld door ACMELabs) en maakt hiervan gebruik volgens de onderstaande
licentievoorwaarden.
Copyright 1995,1998,1999, 2000 by Jef Poskanzer <[email protected]>.
All rights reserved.
Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided
that the following conditions are met:
1. Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the
following disclaimer.
2. Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and
the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution.
THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE AUTHOR AND CONTRIBUTORS ``AS IS'' AND
ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE
IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE
ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE AUTHOR OR CONTRIBUTORS BE LIABLE
FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL
DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR
SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER
CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR
TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF
THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE.
80
11. Algemene informatie
R Dit product bevat alleen MD4 en DES van OpenSSL-software, ontwikkeld door OpenSSL Project. MD4 en DES worden alleen
gebruikt voor SMB-protocolverificaties. OpenSSL-software wordt ook onder de volgende licentievoorwaarden gebruikt.
LICENCE ISSUES
==============
The OpenSSL toolkit stays under a dual licence, i.e. both the conditions of
the OpenSSL Licence and the original SSLeay licence apply to the toolkit.
See below for the actual licence texts. Actually both licences are BSD-style
Open Source licences. In case of any licence issues related to OpenSSL
please contact [email protected].
OpenSSL Licence
---------------
/* ====================================================================
* Copyright (c) 1998-2000 The OpenSSL Project. All rights reserved.
*
* Redistribution and use in source and binary forms, with or without
* modification, are permitted provided that the following conditions
* are met:
*
81
11. Algemene informatie
* 1. Redistributions of source code must retain the above copyright
* notice, this list of conditions and the following disclaimer.
*
* 2. Redistributions in binary form must reproduce the above copyright
* notice, this list of conditions and the following disclaimer in
* the documentation and/or other materials provided with the
* distribution.
*
* 3. All advertising materials mentioning features or use of this
* software must display the following acknowledgment:
* "This product includes software developed by the OpenSSL Project
* for use in the OpenSSL Toolkit. (http://www.openssl.org/)"
*
* 4. The names "OpenSSL Toolkit" and "OpenSSL Project" must not be used to
* endorse or promote products derived from this software without
* prior written permission. For written permission, please contact
*
* 5. Products derived from this software may not be called "OpenSSL"
* nor may "OpenSSL" appear in their names without prior written
* permission of the OpenSSL Project.
*
* 6. Redistributions of any form whatsoever must retain the following
* acknowledgment:
* "This product includes software developed by the OpenSSL Project
* for use in the OpenSSL Toolkit (http://www.openssl.org/)"
*
* THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE OpenSSL PROJECT ``AS IS'' AND ANY
* EXPRESSED OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE
* IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR
* PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE OpenSSL PROJECT OR
* ITS CONTRIBUTORS BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL,
* SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT
* NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES;
* LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION)
* HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT,
* STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE)
* ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED
* OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE.
* ====================================================================
*
* This product includes cryptographic software written by Eric Young
* ([email protected]). This product includes software written by Tim
* Hudson ([email protected]).
*
*/
Original SSLeay Licence
-----------------------
/* Copyright (C) 1995-1998 Eric Young ([email protected])
* All rights reserved.
*
* This package is an SSL implementation written
* by Eric Young ([email protected]).
* The implementation was written so as to conform with Netscapes SSL.
*
82
11. Algemene informatie
* This library is free for commercial and non-commercial use as long as
* the following conditions are aheared to. The following conditions
* apply to all code found in this distribution, be it the RC4, RSA,
* lhash, DES, etc., code; not just the SSL code. The SSL documentation
* included with this distribution is covered by the same copyright terms
* except that the holder is Tim Hudson ([email protected]).
*
* Copyright remains Eric Young's, and as such any Copyright notices in
* the code are not to be removed.
* If this package is used in a product, Eric Young should be given attribution
* as the author of the parts of the library used.
* This can be in the form of a textual message at program startup or
* in documentation (online or textual) provided with the package.
*
* Redistribution and use in source and binary forms, with or without
* modification, are permitted provided that the following conditions
* are met:
* 1. Redistributions of source code must retain the copyright
* notice, this list of conditions and the following disclaimer.
* 2. Redistributions in binary form must reproduce the above copyright
* notice, this list of conditions and the following disclaimer in the
* documentation and/or other materials provided with the distribution.
* 3. All advertising materials mentioning features or use of this software
* must display the following acknowledgement:
* "This product includes cryptographic software written by
* Eric Young ([email protected])"
* The word 'cryptographic' can be left out if the rouines from the library
* being used are not cryptographic related :-).
* 4. If you include any Windows specific code (or a derivative thereof) from
* the apps directory (application code) you must include an acknowledgement:
* "This product includes software written by Tim Hudson ([email protected])"
*
* THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY ERIC YOUNG ``AS IS'' AND
* ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE
* IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE
* ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE AUTHOR OR CONTRIBUTORS BE LIABLE
* FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL
* DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS
* OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION)
* HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT
* LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY
* OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF
* SUCH DAMAGE.
*
* The licence and distribution terms for any publically available version or
* derivative of this code cannot be changed. i.e. this code cannot simply be
* copied and put under another distribution licence
* [including the GNU Public Licence.]
*/
R JPEG
Deze software is deels gebaseerd op het werk van de Independent JPEG Group.
83
11. Algemene informatie
12.1 Index
#
#101 Datum en tijd: 18
#110 Taal: 38
#145 LCD-displaycontrast: 38
#147 Schaal selecteren: 38
#151 Beheerderscode wijzigen: 38
#154 Modusbeperking: 51
#155 Wachtwoord wijzigen: 38
#158 Onderhoudstijd: 39
#159 Standaardwaarden van functies instellen: 39
#165 Pieptoon: 39
#380 Afdrukpapierformaat in papierinvoerlade: 39
#381 Afdrukpapierformaat in lade voor handmatige
papierinvoer: 39
#383 Type afdrukpapier in papierinvoerlade: 39
#384 Type afdrukpapier voor lade voor handmatige
papierinvoer: 40
#403 Energiebesparing: 40
#460 Invoerlade-instellingen voor kopiëren: 41
#461 Standaard kopieerresolutie: 41
#462 Contrast behouden: 40
#467 Pagina-indeling behouden: 41
#468 Zoom behouden: 41
#469 Sorteerinstelling behouden: 41
#473 Rand behouden: 41
#474 Framemarge: 41
#475 Marge behouden: 41
#479 Teller bekijken voor afdelingen: 52
#482 Tonerbesparing: 11, 40
#493 Scanmodus: 43
#494 Scanparameter behouden: 43
#500 DHCP-modus: 45
#501 IP-adres: 45
#502 Subnetmasker: 45
#503 Standaardpoort: 45
#504 DNS-server #1: 45
#505 DNS-server #2: 45
#507 Apparaatnaam: 45
#508 MAC-adres: 45
#513 Bonjour: 45
#526 Netwerkstatus: 57
#532 IP-filter: 46
#533 Automatische IP: 46
#534 HTTPD: 46
#535 IPv6-protocol: 46
#538 WINS-server #1: 46
#539 WINS-server #2: 46
#578 Alle e-mailadressen wissen: 47
#774 Time-out van gegevens: 42
#776 Gezamenlijk A4/Letter afdrukken: 42
A
Aansluitingen: 15
LAN: 15
USB: 20
Adreslijst: 75
Afdrukpapier: 12
Afdrukpapierformaat
Lade voor handmatige papierinvoer (functie #381): 39
Papierinvoerlade (functie #380): 39
Alle functies resetten (functie #159): 39
Apparaatnaam (functie #507): 45
Automatische documentinvoer: 17, 31
Automatische IP (functie #533): 46
B
Basisfuncties: 38
Bonjour (functie #513): 45
C
Contrast: 30
Contrast behouden (functie #462): 40
D
Datum en tijd (Functie #101): 18
DHCP-modus (functie #500): 45
Displaycontrast (functie #145): 38
Displaymeldingen: 54
DNS-server #1 (functie #504): 45
DNS-server #2 (functie #505): 45
Documentformaat: 16
Drumcartridge: 8
E
Easy Print Utility: 24
E-mailadres
Alles wissen (functie #578): 47
Opslaan: 44, 53
E-mailvoorwaarden (SSL-uitzondering): 59
Energiebesparing (functie #403): 40
Etiket: 23
F
Formaat afdrukpapier: 76
Framemarge (functie #474): 41
FTP-serverlijst: 75
G
Gezamenlijk A4/Letter afdrukken (functie #776): 42
Glasplaat: 16, 30
H
HTTPD (functie #534): 46
I
Installatielijst: 75
Invoerlade instellen
Kopie (functie #460): 41
IP-adres (functie #501): 45
IP-filter (functie #532): 46
IPv6-protocol (functie #535): 46
84
12. Index
K
Kopie: 30
Afbeelding herhalen: 32
Marge: 35
N-in-1: 34
N-in-1 (afzonderlijk): 35
Poster: 34
Proefset: 32
Rand: 35
Reserveren: 35
Snelle ID: 32
Sorteren: 32
Zoom: 31
Kopieerformaat: 30
Kopieerfuncties: 41
L
Lade voor handmatige papierinvoer: 14
LAN-functies: 45
Levensduur drumcartridge: 77
Levensduur tonercartridge: 76
M
MAC-adres (functie #508): 45
Marge behouden (functie #475): 41
Modusbeperking
Activeren (functie #154): 51
Afdelingscode: 51
Beheerderscode (Functie #151): 38
Teller bekijken (functie #479): 52
Multi-Function Station-software
Installeren: 19
Starten: 21
Verwijderen: 21
N
Netwerkfuncties: 48
Netwerkstatus (functie #526): 57
O
OCR-software: 26
Onderhoudstijd (functie #158): 39
Opslaan
E-mailadres: 44, 53
P
Pagina-indeling behouden (functie #467): 41
Papiertype
Lade voor handmatige papierinvoer (functie #384): 40
Papierinvoerlade (functie #383): 39
PC-afdrukfuncties: 42
Pieptoon (functie #165): 39
Printertest: 75
Programmeren: 37
Pull-scan: 28
Scantoepassing: 28
Viewer: 28
Push-scan: 26
R
Rand behouden (functie #473): 41
Rapport tellerstand: 75
Rapport van de tellerstand: 52
Rapporten
Adres: 75
FTP-server: 75
Installatie: 75
Printertest: 75
SMB-map: 75
Tellerstand: 52, 75
Reinigen: 71, 74
Resolutie: 30
S
Scanfuncties: 43
Scanmodus (functie #493): 43
Scanparameter behouden (functie #494): 43
Schaal selecteren (functie #147): 38
SMB-mappenlijst: 75
Sorteerinstelling behouden (functie #469): 41
Standaard kopieerresolutie (functie #461): 41
Standaardpoort (functie #503): 45
Stroomschakelaar: 15
Stroomstoring: 62
Subnetmasker(functie #502): 45
T
Taal (functie #110): 38
Tekens invoeren: 49
Time-out van gegevens (functie #774): 42
Tonerbesparing (functie #482): 11, 40
Tonercartridge: 8
V
Vastlopen
Afdrukpapier: 64
Document: 69
W
Wachtwoord (functie #155): 38
WINS-server #1 (functie #538): 46
WINS-server #2 (functie #539): 46
Z
Zoom behouden (functie #468): 41
85
12. Index
86
Notities
87
Notities
PNQX5746ZA D0912AT0-CD
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88

Panasonic KXMB2001GX Handleiding

Categorie
Afdrukken
Type
Handleiding