Grundfos magna Installation and Operating Instruction

Categorie
Waterpompen
Type
Installation and Operating Instruction
64
1. Algemene gegevens
Het GENI module is een uitbreidingsmodule voor de pompen GRUNDFOS
MAGNA Serie 2000.
Naast de bus communicatie via GENIbus biedt het GENI module de vol-
gende functies:
Externe analoge 0-10 V besturing, zie paragraaf 3.
Externe gedwongen besturing, zie paragraaf 4.
Besturing van dubbelpompen, zie paragraaf 5.
2. Elektrische aansluiting
De elektrische aansluiting en beveiliging dienen volgens de in Nederland/
België geldende regels plaats te vinden.
De voedingsspanning moet worden aangesloten zoals weergegeven in afb.
1.
NB:
Indien de 0-10 V ingang wordt gebruikt, moet er een verbinding gemaakt
worden tussen de aansluitingen MIN en (ingang t.b.v. min. pompcurve
moet gesloten zijn).
Alle toegepaste kabels dienen hittebestendig te zijn tot tenminste +85°C.
Alle toegepaste kabels moeten worden aangesloten overeenkomstig
EN 60 204-1.
Alvorens het klemmenkastmodule te monteren, dient u deze instal-
latie- en bedieningsinstructies zorgvuldig te bestuderen. De instal-
latie en bediening dienen bovendien volgens de in Nederland/
België geldende voorschriften en regels van goed vakmanschap
plaats te vinden.
Maak geen aansluitingen in de klemmenkast tenzij de voedings-
spanning naar de pomp ten minste 5 minuten is uitgeschakeld.
Draden die zijn aangesloten op
- uitgangen NC, NO, C,
- ingangen Start/stop, A, Y, B, MIN, MAX, 10 V, X, Q, Z en
- aansluitklemmen voor de voeding
moeten door middel van versterkte isolatie van elkaar en de
voeding worden gescheiden.
Alle op een klemmenstrook aangesloten aders dienen bij de
desbetreffende klemmen te worden gebundeld.
65
Afb. 1
Aansluitvoorbeelden kunnen gevonden worden op pag. 103 tot 106.
3. Externe analoge 0-10 V besturing
Het GENI module heeft een ingang voor een externe 0-10 VDC analoge sig-
naalgevers. Via deze ingang kan de pomp door een externe regelaar be-
stuurd worden, indien de pomp is ingesteld op een van de volgende regel-
methoden:
TM02 0236 0904
4
XQZBYA
MIN
MAX
10 V
5 6 7 9 10 1112 212223
Min. curve
Max. curve
Analoge ingang
(0-10 V)
Afscherming
DC 0-10 V
Min. Max.
Dubbelpomp
Bussignaal
66
Constante curve bedrijf.
Het externe analoge signaal zal de pompcurve instellen in het bereik van
de min. curve tot de gekozen constante curve overeenkomstig de karakte-
ristiek in afb. 2.
Regeling op basis van drukverschil met leidingverliescompensatie of
op basis van constant drukverschil.
Het externe analoge signaal stelt de gewenste waarde voor de opvoer-
hoogte van de pomp in tussen gewenste waarde overeenkomstig de min.
pompcurve en de gewenste waarde die volgens de karakteristiek in afb. 2
werd geselecteerd.
Bij een ingangsspanning lager dan 0,5 V werkt de pomp volgens de min.
pompcurve. De gewenste waarde kan niet gewijzigd worden.
De gewenste waarde kan alleen worden gewijzigd als de ingangsspanning
hoger is dan 0,5 V.
Afb. 2
NB:
De ingang voor max. pompcurve moet open zijn.
De ingang voor min. pompcurve moet gesloten zijn.
Zie aansluitvoorbeelden op pag. 103 tot 106.
De onderstaande voorbeelden illustreren het analoge 0-10 V signaal bij de
regelmethode op basis van constant drukverschil:
Afb. 3
Opm.: Zoals weergegeven in bovenstaande afbeelding, wordt het instelbe-
reik kleiner als de gewenste waarde van de pomp, H
gew.
, op een lagere
TM00 5550 0904
TM01 1384 4497
TM01 1385 4497
890107654321
m
V
H
U
Max. gewenste waarde/constante curve
Ingestelde waarde/constante curve
Min. curve
10
8,6
7,2
5,8
4,3
3,0
1,5
0,5
0
V
U
H
gew.
10
7,5
5,0
2,5
0,5
0
V
U
H
gew.
67
waarde wordt ingesteld.
4. Externe gedwongen besturing
Het GENI module is uitgerust met ingangen voor externe gedwongen bestu-
ringsfuncties:
Max. pompcurve bedrijf.
Min. pompcurve bedrijf.
Zie aansluitvoorbeelden op pag. 103 tot 106.
Functiediagram: Max. pompcurve ingang:
De max. pompcurve ingang is alleen actief indien de aansluitingen van de
externe aan/uit ingang doorverbonden zijn.
Functiediagram: Min. pompcurve ingang:
De min. pompcurve ingang is alleen actief indien de aansluitingen van de ex-
terne aan/uit ingang doorverbonden zijn en de ingang voor de max. pomp-
curve open is.
Max. pompcurve
Normaal bedrijf
Max. pompcurve
Min. pompcurve
Normaal bedrijf
Min. pompcurve
Q
H
Q
H
Q
H
Q
H
68
5. Besturing van dubbelpompen
Het is mogelijk om twee enkele pompen zo aan te sluiten dat ze werken als
een dubbelpomp.
Plaats een GENI module in beide klemmenkasten van de elke pomp afzon-
derlijk en verbind de modules met een kabel.
Aansluiting van de masterpomp (de pomp die het eerste inschakelt): Maak
een verbinding tussen “X” en “Q”, zie voorbeeld op pag. 105.
Aansluiting slavepomp: Sluit de pomp aan zoals op het voorbeeld op pag.
106.
De pompen kunnen in de volgende bedrijfsstanden worden geselecteerd:
Wisselend bedrijf. Pompbedrijf wisselt iedere 24 uur. Indien de in bedrijf
zijnde pomp door een storing uitvalt, wordt de andere pomp ingeschakeld.
Standby bedrijf. Een pomp is continu in bedrijf. Om vast zitten van de an-
dere pomp te voorkomen wordt deze periodiek op een vast toerental inge-
schakeld. Indien de in bedrijf zijnde pomp door een storing uitvalt, wordt
de andere pomp ingeschakeld.
De bedrijfsstand wordt gekozen door middel van een mechanische schake-
laar in elk module. De schakelaars in de twee modules dienen in dezelfde
stand te worden ingesteld. Indien de schakelaars verschillend staan, wordt
“Standby bedrijf” geselecteerd.
Afb. 4
Bedienen van de pomp:
De met elkaar verbonden pompen kunnen op dezelfde wijze worden inge-
steld en bediend als enkele pompen. De in bedrijf zijnde pomp gebruikt zijn
gewenste waarde instelling, ongeacht of deze ingesteld is met behulp van
het bedieningspaneel, via de R100 of via de bus.
NB: Beide pompen dienen op dezelfde gewenste waarde en regelmethode
ingesteld te staan. Verschillende instellingen zullen resulteren in verschil-
lende bedrijfsvoering bij overschakeling tussen de twee pompen.
TM02 0243 0904
Standby bedrijf
Wisselend bedrijf
69
6. Bus communicatie via GENIbus
Het GENI module biedt de mogelijkheid voor seriële communicatie via een
RS-485 ingang. De communicatie geschiedt volgens het Grundfos bus proto-
col GENIbus, en biedt de mogelijkheid tot het aansluiten op het GRUNDFOS
Pomp Management Systeem 2000, een gebouwen beheer systeem of een
ander soort extern besturingsysteem.
Via het bussignaal kunnen de bedrijfsparameters van de pomp, zoals de ge-
wenste waarde, temperatuur beïnvloeding, bedrijfsstand, etc., worden inge-
steld. Tegelijkertijd kan de pomp informatie geven over belangrijke parame-
ters, zoals actuele opvoerhoogte, actuele volumestroom, opgenomen vermo-
gen, storingsmeldingen, etc.
Voor meer details raadpleeg de bedieningshandleiding voor het GRUNDFOS
Pomp Management Systeem 2000 of neem contact op met Grundfos.
NB: Indien de pomp via een bussignaal wordt bestuurd, wordt het aantal be-
schikbare instellingen op het bedieningspaneel van de pomp of via de R100
gereduceerd.
De gewenste waarde en de bedrijfsstand kunnen alleen via het bussignaal
ingesteld worden. Het bedieningspaneel op de pomp en de R100 kunnen al-
leen de pomp op max. pompcurve zetten en de pomp uitschakelen. Echter
een R100 is noodzakelijk wanneer er aan de pomp een nummer dient te wor-
den toegewezen.
70
7. Montageprocedure
1. Schakel met behulp van de externe netschakelaar de voedingsspan-
ning naar de pomp uit.
2. Open het deksel van de klemmenkast en verwijder het label
“MODULE”.
!
"
TM02 0457 3503 TM02 0456 3503
71
3. Monteer het module.
!
TM02 0241 0904
"
TM02 0242 0904
#
TM02 0805 0904
4. Sluit de betreffende kabels aan.
Aansluitvoorbeelden worden op pag. 103 tot 106 weergegeven.
Kabelspecificaties staan vermeld in paragraaf 8. Technische gege-
vens.
5. Schakel de voedingsspanning in.
72
8. Technische gegevens
Ingangen voor max. en min.
pompcurven
Extern spanningsvrij contact.
Contactbelasting: 5 V, 1 mA.
Afgeschermde kabel.
Circuitweerstand: Maximaal 130 .
Ingang voor analoog 0-10 V
signaal
Extern signaal: 0-10 VDC.
Maximum belasting: 1 mA.
Afgeschermde kabel.
Ingang voor besturing van
dubbelpompen
Afgeschermde kabel.
Aderdoorsnede bekabeling: 0,25 - 1 mm².
Kabellengte: Maximaal 1 m.
Bus ingang
Grundfos busprotocol, GENIbus protocol,
RS-485.
Afgeschermde kabel.
Aderdoorsnede bekabeling: 0,25 - 1 mm².
Kabellengte: Maximaal 1200 m.
73
9. Storingsanalysetabel
Storing Oorzaak Oplossing
De pomp reageert
niet op de ingangs-
signalen MIN, MAX
of 10 V.
De draden zijn niet juist
op de klemmenkast aan-
gesloten.
Sluit de draden op de
juiste wijze aan.
De stekerverbinding tus-
sen de klemmenkast en
het module is onjuist.
Corrigeer de fout.
De klemmenkast of het
module is defect.
Geen interne communi-
catie tussen de klemmen-
kast en het module.
Een R100 afstandsbedie-
ning geeft de melding
“Fout in communicatie
module”.
Vervang het module.
Vervang de klemmen-
kast.
Neem contact op met
Grundfos.
De pomp reageert
niet op het GENI-
bus signaal.
De draden zijn niet juist
op de klemmenkast aan-
gesloten.
Sluit de draden op de
juiste wijze aan.
De stekerverbinding tus-
sen de klemmenkast en
het module is onjuist.
Corrigeer de fout.
De klemmenkast of het
module is defect.
Vervang het module.
Vervang de klemmen-
kast.
Neem contact op met
Grundfos.
Wijzigingen voorbehouden.

Documenttranscriptie

1. Algemene gegevens Alvorens het klemmenkastmodule te monteren, dient u deze installatie- en bedieningsinstructies zorgvuldig te bestuderen. De installatie en bediening dienen bovendien volgens de in Nederland/ België geldende voorschriften en regels van goed vakmanschap plaats te vinden. Het GENI module is een uitbreidingsmodule voor de pompen GRUNDFOS MAGNA Serie 2000. Naast de bus communicatie via GENIbus biedt het GENI module de volgende functies: • Externe analoge 0-10 V besturing, zie paragraaf 3. • Externe gedwongen besturing, zie paragraaf 4. • Besturing van dubbelpompen, zie paragraaf 5. 2. Elektrische aansluiting De elektrische aansluiting en beveiliging dienen volgens de in Nederland/ België geldende regels plaats te vinden. Maak geen aansluitingen in de klemmenkast tenzij de voedingsspanning naar de pomp ten minste 5 minuten is uitgeschakeld. De voedingsspanning moet worden aangesloten zoals weergegeven in afb. 1. NB: • Indien de 0-10 V ingang wordt gebruikt, moet er een verbinding gemaakt worden tussen de aansluitingen MIN en (ingang t.b.v. min. pompcurve moet gesloten zijn). • Alle toegepaste kabels dienen hittebestendig te zijn tot tenminste +85°C. • Alle toegepaste kabels moeten worden aangesloten overeenkomstig EN 60 204-1. • Draden die zijn aangesloten op - uitgangen NC, NO, C, - ingangen Start/stop, A, Y, B, MIN, MAX, 10 V, X, Q, Z en - aansluitklemmen voor de voeding moeten door middel van versterkte isolatie van elkaar en de voeding worden gescheiden. • Alle op een klemmenstrook aangesloten aders dienen bij de desbetreffende klemmen te worden gebundeld. 64 Afb. 1 Min. curve Max. curve Analoge ingang (0-10 V) DC 0-10 V Min. Max. TM02 0236 0904 Afscherming MIN MAX 10 V Dubbelpomp Bussignaal A Y B X Q Z 4 5 6 7 9 10 11 12 21 22 23 Aansluitvoorbeelden kunnen gevonden worden op pag. 103 tot 106. 3. Externe analoge 0-10 V besturing Het GENI module heeft een ingang voor een externe 0-10 VDC analoge signaalgevers. Via deze ingang kan de pomp door een externe regelaar bestuurd worden, indien de pomp is ingesteld op een van de volgende regelmethoden: 65 • Constante curve bedrijf. Het externe analoge signaal zal de pompcurve instellen in het bereik van de min. curve tot de gekozen constante curve overeenkomstig de karakteristiek in afb. 2. • Regeling op basis van drukverschil met leidingverliescompensatie of op basis van constant drukverschil. Het externe analoge signaal stelt de gewenste waarde voor de opvoerhoogte van de pomp in tussen gewenste waarde overeenkomstig de min. pompcurve en de gewenste waarde die volgens de karakteristiek in afb. 2 werd geselecteerd. Bij een ingangsspanning lager dan 0,5 V werkt de pomp volgens de min. pompcurve. De gewenste waarde kan niet gewijzigd worden. De gewenste waarde kan alleen worden gewijzigd als de ingangsspanning hoger is dan 0,5 V. Afb. 2 Min. curve TM00 5550 0904 Max. gewenste waarde/constante curve Ingestelde waarde/constante curve Hm 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 U V NB: • De ingang voor max. pompcurve moet open zijn. • De ingang voor min. pompcurve moet gesloten zijn. Zie aansluitvoorbeelden op pag. 103 tot 106. De onderstaande voorbeelden illustreren het analoge 0-10 V signaal bij de regelmethode op basis van constant drukverschil: Afb. 3 10 8,6 7,2 5,8 4,3 3,0 1,5 0,5 0 TM01 1384 4497 Hgew. Hgew. 10 7,5 5,0 2,5 0,5 0 TM01 1385 4497 U V U V Opm.: Zoals weergegeven in bovenstaande afbeelding, wordt het instelbereik kleiner als de gewenste waarde van de pomp, Hgew., op een lagere 66 waarde wordt ingesteld. 4. Externe gedwongen besturing Het GENI module is uitgerust met ingangen voor externe gedwongen besturingsfuncties: • Max. pompcurve bedrijf. • Min. pompcurve bedrijf. Zie aansluitvoorbeelden op pag. 103 tot 106. Functiediagram: Max. pompcurve ingang: De max. pompcurve ingang is alleen actief indien de aansluitingen van de externe aan/uit ingang doorverbonden zijn. Max. pompcurve H Normaal bedrijf Q H Max. pompcurve Q Functiediagram: Min. pompcurve ingang: De min. pompcurve ingang is alleen actief indien de aansluitingen van de externe aan/uit ingang doorverbonden zijn en de ingang voor de max. pompcurve open is. Min. pompcurve H Normaal bedrijf Q H Min. pompcurve Q 67 5. Besturing van dubbelpompen Het is mogelijk om twee enkele pompen zo aan te sluiten dat ze werken als een dubbelpomp. Plaats een GENI module in beide klemmenkasten van de elke pomp afzonderlijk en verbind de modules met een kabel. Aansluiting van de masterpomp (de pomp die het eerste inschakelt): Maak een verbinding tussen “X” en “Q”, zie voorbeeld op pag. 105. Aansluiting slavepomp: Sluit de pomp aan zoals op het voorbeeld op pag. 106. De pompen kunnen in de volgende bedrijfsstanden worden geselecteerd: • Wisselend bedrijf. Pompbedrijf wisselt iedere 24 uur. Indien de in bedrijf zijnde pomp door een storing uitvalt, wordt de andere pomp ingeschakeld. • Standby bedrijf. Een pomp is continu in bedrijf. Om vast zitten van de andere pomp te voorkomen wordt deze periodiek op een vast toerental ingeschakeld. Indien de in bedrijf zijnde pomp door een storing uitvalt, wordt de andere pomp ingeschakeld. De bedrijfsstand wordt gekozen door middel van een mechanische schakelaar in elk module. De schakelaars in de twee modules dienen in dezelfde stand te worden ingesteld. Indien de schakelaars verschillend staan, wordt “Standby bedrijf” geselecteerd. Afb. 4 Standby bedrijf TM02 0243 0904 Wisselend bedrijf Bedienen van de pomp: De met elkaar verbonden pompen kunnen op dezelfde wijze worden ingesteld en bediend als enkele pompen. De in bedrijf zijnde pomp gebruikt zijn gewenste waarde instelling, ongeacht of deze ingesteld is met behulp van het bedieningspaneel, via de R100 of via de bus. NB: Beide pompen dienen op dezelfde gewenste waarde en regelmethode ingesteld te staan. Verschillende instellingen zullen resulteren in verschillende bedrijfsvoering bij overschakeling tussen de twee pompen. 68 6. Bus communicatie via GENIbus Het GENI module biedt de mogelijkheid voor seriële communicatie via een RS-485 ingang. De communicatie geschiedt volgens het Grundfos bus protocol GENIbus, en biedt de mogelijkheid tot het aansluiten op het GRUNDFOS Pomp Management Systeem 2000, een gebouwen beheer systeem of een ander soort extern besturingsysteem. Via het bussignaal kunnen de bedrijfsparameters van de pomp, zoals de gewenste waarde, temperatuur beïnvloeding, bedrijfsstand, etc., worden ingesteld. Tegelijkertijd kan de pomp informatie geven over belangrijke parameters, zoals actuele opvoerhoogte, actuele volumestroom, opgenomen vermogen, storingsmeldingen, etc. Voor meer details raadpleeg de bedieningshandleiding voor het GRUNDFOS Pomp Management Systeem 2000 of neem contact op met Grundfos. NB: Indien de pomp via een bussignaal wordt bestuurd, wordt het aantal beschikbare instellingen op het bedieningspaneel van de pomp of via de R100 gereduceerd. De gewenste waarde en de bedrijfsstand kunnen alleen via het bussignaal ingesteld worden. Het bedieningspaneel op de pomp en de R100 kunnen alleen de pomp op max. pompcurve zetten en de pomp uitschakelen. Echter een R100 is noodzakelijk wanneer er aan de pomp een nummer dient te worden toegewezen. 69 7. Montageprocedure 1. Schakel met behulp van de externe netschakelaar de voedingsspanning naar de pomp uit. 2. Open het deksel van de klemmenkast en verwijder het label “MODULE”. TM02 0456 3503 ! TM02 0457 3503 " 70 3. Monteer het module. TM02 0241 0904 ! TM02 0242 0904 " TM02 0805 0904 # 4. Sluit de betreffende kabels aan. Aansluitvoorbeelden worden op pag. 103 tot 106 weergegeven. Kabelspecificaties staan vermeld in paragraaf 8. Technische gegevens. 5. Schakel de voedingsspanning in. 71 8. Technische gegevens Ingangen voor max. en min. pompcurven Extern spanningsvrij contact. Contactbelasting: 5 V, 1 mA. Afgeschermde kabel. Circuitweerstand: Maximaal 130 Ω. Ingang voor analoog 0-10 V signaal Extern signaal: 0-10 VDC. Maximum belasting: 1 mA. Afgeschermde kabel. Ingang voor besturing van dubbelpompen Afgeschermde kabel. Aderdoorsnede bekabeling: 0,25 - 1 mm². Kabellengte: Maximaal 1 m. Bus ingang Grundfos busprotocol, GENIbus protocol, RS-485. Afgeschermde kabel. Aderdoorsnede bekabeling: 0,25 - 1 mm². Kabellengte: Maximaal 1200 m. 72 9. Storingsanalysetabel Storing Oorzaak Oplossing De pomp reageert niet op de ingangssignalen MIN, MAX of 10 V. De draden zijn niet juist op de klemmenkast aangesloten. Sluit de draden op de juiste wijze aan. De stekerverbinding tussen de klemmenkast en het module is onjuist. Corrigeer de fout. De klemmenkast of het module is defect. Geen interne communicatie tussen de klemmenkast en het module. Een R100 afstandsbediening geeft de melding “Fout in communicatie module”. Vervang het module. Vervang de klemmenkast. Neem contact op met Grundfos. De draden zijn niet juist op de klemmenkast aangesloten. Sluit de draden op de juiste wijze aan. De stekerverbinding tussen de klemmenkast en het module is onjuist. Corrigeer de fout. De klemmenkast of het module is defect. Vervang het module. Vervang de klemmenkast. Neem contact op met Grundfos. De pomp reageert niet op het GENIbus signaal. Wijzigingen voorbehouden. 73
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108

Grundfos magna Installation and Operating Instruction

Categorie
Waterpompen
Type
Installation and Operating Instruction

in andere talen