Agriline Diverton Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding
NL
24
1. VEILIGHEIDSMAATREGELEN
Lees dit boekje met gebruiksaanwijzingen aandachtig door, alvorens de pomp in werking te
stellen en bewaar het goed zodat u het later nog kunt raadplegen
Het apparaat mag alleen gebruikt worden voor die functies waarvoor het is gemaakt. Om
veiligheidsredenen mag het apparaat niet worden gebruikt door personen die jonger dan 16 jaar
zijn of personen die dit boekje met gebruiksaanwijzingen niet hebben gelezen en begrepen.
De netkabel mag nooit gebruikt worden om de pomp te vervoeren of verplaatsen. Gebruik
daarvoor altijd de handgreep van de pomp.
Vermijd aanraking met water, wanneer de pomp op het elektriciteitsnet aangesloten is.
Haal de stekker nooit uit het stopcontact door aan de kabel te trekken.
Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact alvorens werkzaamheden aan de pomp te
verrichten.
Tijdens het gebruik van de pompen mogen er zich geen personen in de verpompte vloeistof
bevinden.
Een beschadigde voedingskabel moet door de fabrikant of diens erkende technische
klantenservice vervangen worden, zodat risico’s voorkomen worden.
Beveiliging tegen overbelasting: de pomp is voorzien van een beveiliging tegen oververhitting.
Indien de motor eventueel oververhit raakt, schakelt deze oververhittingsbeveiliging de pomp
automatisch uit. Na een afkoeltijd van ongeveer 15-20 minuten gaat de pomp automatisch weer
aan. Na inwerkingtreding van de thermische motorbeveiliging, moet in ieder geval de oorzaak
daarvan opgespoord en verholpen worden. Raadpleeg Het Opsporen van Storingen.
2. GEBRUIK
Meertraps onderwaterpomp met geïntegreerde elektronica, ideaal voor toepassing in systemen voor
regenwater en irrigatieleidingen, voor het verpompen van water uit reservoirs, tanks,
oppervlaktewater en putten en voor andere toepassingen die een hoge druk vereisen.
De elektronica stuurt automatisch het in- en uitschakelen (ON/OFF) van de pomp aan op grond van het door
de gebruiker vereiste water
De elektronica beschermt de pomp tegen droogdraaien
Aanzuigfase:
in de aanzuigfase doet de pomp vier pogingen van 30” (motor ON) met daartussen een pauze van 3
(motor OFF). Indien er geen water is, stopt de pomp een uur en doet daarna een nieuwe
aanzuigpoging. Als deze poging mislukt, zal de pauze 5 uur duren, waarna de pomp elke 24 uur
opnieuw een aanzuigpoging uitvoert tot het waterpeil voldoende is om normale werking mogelijk te
maken.
Normale Werking
Als bij normale werking voor een periode van 40 seconden het waterverbruik minder is dan de
minimumwateropbrengst, komt de pomp in alarm en stopt 1 uur. Als het waterpeil daarna onvoldoende
blijft, komt de pomp de aanzuigfase
De elektronica beschermt de pomp tegen defecten aan de antiterugslagklep (VNR), die over het algemeen
het gevolg zijn van uit vuil of zand bestaande korstvormingen.
De korsten hebben ten gevolge dat de VNR niet kan sluiten; dus blijft de apparatuur werken, ook als er geen
water is. In ons geval stopt de pomp automatisch elk uur; als alles normaal is, bespeurt de gebruiker alleen
NL
25
maar een uiterst kleine drukdaling die slechts enkele seconden duurt. Als de VNR daarentegen geblokkeerd
is, komt de pomp in alarm en kan dan alleen opnieuw in bedrijf worden gesteld, nadat de oorzaken van de
verstopping zijn weggenomen
De ideale bedrijfssituatie doet zich voor wanneer de pomp helemaal onder water is; toch biedt het
koelsysteem van de motor de mogelijkheid de pomp gedurende korte tijd tot de minimumaanzuighoogte (50
mm) te gebruiken.
De pomp is voorzien van een roestvrijstalen filter om afvalresten tegen te houden
De temperatuur van de te pompen vloeistof mag niet hoger zijn dan 35° C.
De pomp kan mag niet gebruikt worden voor het pompen verpompen van zout water, rioolwater,
ontvlambare, bijtende of explosieve vloeistoffen (b.v. petroleum, benzine, oplosmiddelen),
vetten, oliën of voedingsmiddelen.
Indien de pomp gebruikt wordt voor de drinkwatervoorziening in woningen dient u de
plaatselijke regelgeving uitgevaardigd door de met het beheer van de drinkwatervoorziening
belaste instanties in acht te nemen.
3. INBEDRIJFSTELLING
met het oog op de verschillende regelgeving in de verschillende landen op het gebied van de
veiligheid van elektrische installaties, dient u zich ervan te vergewissen dat de installatie, voor
wat de toepassing ervan, conform de van kracht zijnde voorschriften is.
Alvorens de pomp in bedrijf te stellen dient u onderstaande punten te controleren:
De spanning en de frequentie van het pompplaatje van de pomp komen overeen met de gegevens van
de stroomvoorzieningsinstallatie.
De stroomkabel van de pomp en de pomp zelf zijn niet beschadigd.
De elektrische aansluiting bevindt zich op een droge tegen eventuele overstroming beschermde plaats.
De elektriciteitsinstallatie is voorzien van een stroomonderbreker van I n 30 mA en de aarding werkt
perfect.
Eventuele verlengkabels moeten conform de voorschriften van de norm DIN VDE 0620 zijn.
4. RAADGEVINGEN VOOR HET GEBRUIK
Voor het correct functioneren van de pomp dienen onderstaande regels bij gebruik daarvan in acht genomen
te worden:
De pomp mag alleen gebruikt worden wanneer deze zich in het water bevindt. Indien er geen water
meer is, dient de pomp onmiddellijk uitgeschakeld te worden door de stekker uit het stopcontact te
halen.
De pomp moet stabiel staan in een opvangputje of in ieder geval op het laagste punt van de ruimte van
installatie.
Om te voorkomen dat er verstoppingen in de aanzuiging ontstaan, is het raadzaam op gezette tijden te
controleren of er zich geen vuil in het putje opgehoopt heeft (bladeren, zand, etc.).
ONDERHOUD EN REINIGING
De pomp mag in geen geval blootgesteld worden aan vorst. Haal de pomp bij temperaturen onder nul uit de
te verpompen vloeistof, laat hem leeglopen en zet hem op een vorstvrije plaats neer.
Voordat u reinigingswerkzaamheden aan de pomp gaat uitvoeren dient u de stekker van de pomp uit het
stopcontact te halen. De pomp heeft geen onderhoud nodig.
NL
26
5. HET OPSPOREN VAN STORINGEN
Voordat begonnen wordt met het opsporen van storingen, moet de pomp eerst losgekoppeld
worden van het elektriciteitsnet (door de stekker uit het stopcontact te halen).
Indien de voedingskabel of een elektrisch onderdeel van de pomp beschadigd zijn, mogen deze
alleen door de fabrikant of diens technische klantenservice of door een iemand met gelijke
bevoegdheid
Storingen Controle (mogelijke oorzaken) Remedie
De motor gaat niet van
start en brengt geen geluid
voort.
A) Controleer of er spanning op de motor
staat.
B) VNR vast terwijl de klep open staat
(pomp in alarm)
C) Gebrek aan water (pomp in alarm)
B) Maak de VNR schoon
C) vul water bij tot het vereiste
peil
Er is geen wateropbrengst. A) Het aanzuigrooster of de leidingen zijn
verstopt.
B) De waaier is versleten of geblokkeerd.
C)
A) Zorg voor ontstopping.
B) Vervang de waaier of neem de
blokkering weg.
De wateropbrengst is
onvoldoende.
A) Controleer of het aanzuigrooster niet
gedeeltelijk verstopt is.
B) Controleer of er geen verstoppingen of
korsten in de waaier of persleiding
aanwezig zijn.
A) Verwijder eventuele
verstoppingen.
B) Verwijder eventuele
verstoppingen.
De pomp stopt (mogelijk
door inwerkingtreding van
de
oververhittingsbeveiliging
van de motor).
A) Controleer of de te verpompen
vloeistof niet te dik is, omdat dit
oververhitting van de motor teweeg
zou kunnen brengen.
B) Controleer of de temperatuur van het
water niet te hoog is.
C) Controleer of de waaier niet door een
voorwerp geblokkeerd wordt.
D) Stroomvoorziening niet conform de
gegevens op het pompplaatje.
A-B-C-D) Haal de stekker uit het
stopcontact en neem de oorzaak
van de oververhitting weg, wacht
totdat de pomp is afgekoeld en
steek de stekker weer in het
stopcontact.
NL
27
6. AFVALVERWERKING
Dit product of delen daarvan moeten in overeenstemming met de milieuvoorschriften afgevoerd worden;
Maak gebruik van de plaatselijke openbare of particuliere systemen voor het inzamelen van afval.
7. GARANTIE
Tijdens de garantieperiode zoals die wettelijk is voorgeschreven in het land waar het product gekocht is, zal
al het gebruikte ondeugdelijke materiaal of alle fabricagefouten van het apparaat weggenomen worden door
het apparaat, naar ons oordeel, te repareren of te vervangen.
Onze garantie dekt alle defecten die wezenlijk op fabricagefouten of ondeugdelijk materiaal terug te voeren
zijn, mits het product correct en in overeenstemming met de aanwijzingen gebruikt is.
De garantie komt in onderstaande gevallen te vervallen:
y reparatiepogingen op het apparaat,
y technische wijzigingen aan het apparaat,
y gebruik van onderdelen die niet origineel zijn,
y geknoei,
y oneigenlijk gebruik, bijvoorbeeld industriële toepassing.
Van de garantie zijn uitgesloten:
y snel slijtende onderdelen.
Indien u een beroep op de garantie wilt doen, dient u zich met het bewijs van aankoop van het product tot
een erkende technische servicedienst te wenden.
De fabrikant wijst elke aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden in dit boekje van de hand,
indien deze aan druk- of kopieerfouten te wijten zijn. Hij behoudt zich het recht voor die wijzigingen aan de
producten aan te brengen, welke hij noodzakelijk of nuttig acht, zonder daarbij aan de wezenlijke kenmerken
afbreuk te doen.

Documenttranscriptie

NL 1. VEILIGHEIDSMAATREGELEN Lees dit boekje met gebruiksaanwijzingen aandachtig door, alvorens de pomp in werking te stellen en bewaar het goed zodat u het later nog kunt raadplegen Het apparaat mag alleen gebruikt worden voor die functies waarvoor het is gemaakt. Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet worden gebruikt door personen die jonger dan 16 jaar zijn of personen die dit boekje met gebruiksaanwijzingen niet hebben gelezen en begrepen. De netkabel mag nooit gebruikt worden om de pomp te vervoeren of verplaatsen. Gebruik daarvoor altijd de handgreep van de pomp. Vermijd aanraking met water, wanneer de pomp op het elektriciteitsnet aangesloten is. Haal de stekker nooit uit het stopcontact door aan de kabel te trekken. Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact alvorens werkzaamheden aan de pomp te verrichten. Tijdens het gebruik van de pompen mogen er zich geen personen in de verpompte vloeistof bevinden. Een beschadigde voedingskabel moet door de fabrikant of diens erkende technische klantenservice vervangen worden, zodat risico’s voorkomen worden. Beveiliging tegen overbelasting: de pomp is voorzien van een beveiliging tegen oververhitting. Indien de motor eventueel oververhit raakt, schakelt deze oververhittingsbeveiliging de pomp automatisch uit. Na een afkoeltijd van ongeveer 15-20 minuten gaat de pomp automatisch weer aan. Na inwerkingtreding van de thermische motorbeveiliging, moet in ieder geval de oorzaak daarvan opgespoord en verholpen worden. Raadpleeg Het Opsporen van Storingen. 2. GEBRUIK Meertraps onderwaterpomp met geïntegreerde elektronica, ideaal voor toepassing in systemen voor regenwater en irrigatieleidingen, voor het verpompen van water uit reservoirs, tanks, oppervlaktewater en putten en voor andere toepassingen die een hoge druk vereisen. De elektronica stuurt automatisch het in- en uitschakelen (ON/OFF) van de pomp aan op grond van het door de gebruiker vereiste water De elektronica beschermt de pomp tegen droogdraaien • Aanzuigfase: in de aanzuigfase doet de pomp vier pogingen van 30” (motor ON) met daartussen een pauze van 3” (motor OFF). Indien er geen water is, stopt de pomp een uur en doet daarna een nieuwe aanzuigpoging. Als deze poging mislukt, zal de pauze 5 uur duren, waarna de pomp elke 24 uur opnieuw een aanzuigpoging uitvoert tot het waterpeil voldoende is om normale werking mogelijk te maken. • Normale Werking Als bij normale werking voor een periode van 40 seconden het waterverbruik minder is dan de minimumwateropbrengst, komt de pomp in alarm en stopt 1 uur. Als het waterpeil daarna onvoldoende blijft, komt de pomp de aanzuigfase De elektronica beschermt de pomp tegen defecten aan de antiterugslagklep (VNR), die over het algemeen het gevolg zijn van uit vuil of zand bestaande korstvormingen. De korsten hebben ten gevolge dat de VNR niet kan sluiten; dus blijft de apparatuur werken, ook als er geen water is. In ons geval stopt de pomp automatisch elk uur; als alles normaal is, bespeurt de gebruiker alleen 24 NL maar een uiterst kleine drukdaling die slechts enkele seconden duurt. Als de VNR daarentegen geblokkeerd is, komt de pomp in alarm en kan dan alleen opnieuw in bedrijf worden gesteld, nadat de oorzaken van de verstopping zijn weggenomen De ideale bedrijfssituatie doet zich voor wanneer de pomp helemaal onder water is; toch biedt het koelsysteem van de motor de mogelijkheid de pomp gedurende korte tijd tot de minimumaanzuighoogte (50 mm) te gebruiken. De pomp is voorzien van een roestvrijstalen filter om afvalresten tegen te houden De temperatuur van de te pompen vloeistof mag niet hoger zijn dan 35° C. De pomp kan mag niet gebruikt worden voor het pompen verpompen van zout water, rioolwater, ontvlambare, bijtende of explosieve vloeistoffen (b.v. petroleum, benzine, oplosmiddelen), vetten, oliën of voedingsmiddelen. Indien de pomp gebruikt wordt voor de drinkwatervoorziening in woningen dient u de plaatselijke regelgeving uitgevaardigd door de met het beheer van de drinkwatervoorziening belaste instanties in acht te nemen. 3. INBEDRIJFSTELLING met het oog op de verschillende regelgeving in de verschillende landen op het gebied van de veiligheid van elektrische installaties, dient u zich ervan te vergewissen dat de installatie, voor wat de toepassing ervan, conform de van kracht zijnde voorschriften is. • • • • • Alvorens de pomp in bedrijf te stellen dient u onderstaande punten te controleren: De spanning en de frequentie van het pompplaatje van de pomp komen overeen met de gegevens van de stroomvoorzieningsinstallatie. De stroomkabel van de pomp en de pomp zelf zijn niet beschadigd. De elektrische aansluiting bevindt zich op een droge tegen eventuele overstroming beschermde plaats. De elektriciteitsinstallatie is voorzien van een stroomonderbreker van I ∆n ≤ 30 mA en de aarding werkt perfect. Eventuele verlengkabels moeten conform de voorschriften van de norm DIN VDE 0620 zijn. 4. RAADGEVINGEN VOOR HET GEBRUIK Voor het correct functioneren van de pomp dienen onderstaande regels bij gebruik daarvan in acht genomen te worden: • De pomp mag alleen gebruikt worden wanneer deze zich in het water bevindt. Indien er geen water meer is, dient de pomp onmiddellijk uitgeschakeld te worden door de stekker uit het stopcontact te halen. • De pomp moet stabiel staan in een opvangputje of in ieder geval op het laagste punt van de ruimte van installatie. • Om te voorkomen dat er verstoppingen in de aanzuiging ontstaan, is het raadzaam op gezette tijden te controleren of er zich geen vuil in het putje opgehoopt heeft (bladeren, zand, etc.). ONDERHOUD EN REINIGING De pomp mag in geen geval blootgesteld worden aan vorst. Haal de pomp bij temperaturen onder nul uit de te verpompen vloeistof, laat hem leeglopen en zet hem op een vorstvrije plaats neer. Voordat u reinigingswerkzaamheden aan de pomp gaat uitvoeren dient u de stekker van de pomp uit het stopcontact te halen. De pomp heeft geen onderhoud nodig. 25 NL 5. HET OPSPOREN VAN STORINGEN Voordat begonnen wordt met het opsporen van storingen, moet de pomp eerst losgekoppeld worden van het elektriciteitsnet (door de stekker uit het stopcontact te halen). Indien de voedingskabel of een elektrisch onderdeel van de pomp beschadigd zijn, mogen deze alleen door de fabrikant of diens technische klantenservice of door een iemand met gelijke bevoegdheid Storingen De motor gaat niet van start en brengt geen geluid voort. Er is geen wateropbrengst. De wateropbrengst is onvoldoende. De pomp stopt (mogelijk door inwerkingtreding van de oververhittingsbeveiliging van de motor). Controle (mogelijke oorzaken) A) Controleer of er spanning op de motor staat. B) VNR vast terwijl de klep open staat (pomp in alarm) C) Gebrek aan water (pomp in alarm) A) Het aanzuigrooster of de leidingen zijn verstopt. B) De waaier is versleten of geblokkeerd. C) A) Controleer of het aanzuigrooster niet gedeeltelijk verstopt is. B) Controleer of er geen verstoppingen of korsten in de waaier of persleiding aanwezig zijn. A) Controleer of de te verpompen vloeistof niet te dik is, omdat dit oververhitting van de motor teweeg zou kunnen brengen. B) Controleer of de temperatuur van het water niet te hoog is. C) Controleer of de waaier niet door een voorwerp geblokkeerd wordt. D) Stroomvoorziening niet conform de gegevens op het pompplaatje. 26 Remedie B) Maak de VNR schoon C) vul water bij tot het vereiste peil A) Zorg voor ontstopping. B) Vervang de waaier of neem de blokkering weg. A) Verwijder eventuele verstoppingen. B) Verwijder eventuele verstoppingen. A-B-C-D) Haal de stekker uit het stopcontact en neem de oorzaak van de oververhitting weg, wacht totdat de pomp is afgekoeld en steek de stekker weer in het stopcontact. NL 6. AFVALVERWERKING Dit product of delen daarvan moeten in overeenstemming met de milieuvoorschriften afgevoerd worden; Maak gebruik van de plaatselijke openbare of particuliere systemen voor het inzamelen van afval. 7. GARANTIE Tijdens de garantieperiode zoals die wettelijk is voorgeschreven in het land waar het product gekocht is, zal al het gebruikte ondeugdelijke materiaal of alle fabricagefouten van het apparaat weggenomen worden door het apparaat, naar ons oordeel, te repareren of te vervangen. Onze garantie dekt alle defecten die wezenlijk op fabricagefouten of ondeugdelijk materiaal terug te voeren zijn, mits het product correct en in overeenstemming met de aanwijzingen gebruikt is. De garantie komt in onderstaande gevallen te vervallen: y reparatiepogingen op het apparaat, y technische wijzigingen aan het apparaat, y gebruik van onderdelen die niet origineel zijn, y geknoei, y oneigenlijk gebruik, bijvoorbeeld industriële toepassing. Van de garantie zijn uitgesloten: y snel slijtende onderdelen. Indien u een beroep op de garantie wilt doen, dient u zich met het bewijs van aankoop van het product tot een erkende technische servicedienst te wenden. De fabrikant wijst elke aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden in dit boekje van de hand, indien deze aan druk- of kopieerfouten te wijten zijn. Hij behoudt zich het recht voor die wijzigingen aan de producten aan te brengen, welke hij noodzakelijk of nuttig acht, zonder daarbij aan de wezenlijke kenmerken afbreuk te doen. 27
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64

Agriline Diverton Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding