Haier LW-110G Handleiding

Categorie
Koelkast-diepvriezers
Type
Handleiding
DECLARACIÓN DE CONFORMIDAD
El fabricante del(de los) producto(s) aquí descrito(s) declara bajo su propia
responsabilidad que este(os) producto(os) cumple(n) los correspondientes requisitos
para la seguridad, salud personal y protección de acuerdo con las directivas CE
existentes en esta materia y que las respectivas actas de aprobación, en particular la
declaración de conformidad CE emitida regularmente por el fabricante o por su
representante autorizado, se encuentran disponibles para el examen por parte de las
autoridades competentes, pudiendo ser exigidas al vendedor del aparato.
El fabricante también declara que los componentes del aparato descrito en las presentes
instrucciones para el uso, que pudieran entrar en contacto con alimentos frescos, no
contienen sustancias tóxicas.
DECLARAÇÃO DE CONFORMIDADE
O fabricante do(s) produto(s) ao(s) qual(is) se refere esta declaração, declara enquanto
responsável único, que os respectivos e essenciais requisitos de segurança, saúde e
protecção que constam da directiva da CE foram cumpridos, e que os respectivos
protocolos de ensaio, especialmente a declaração de conformidade “CE” emitido pelo
fabricante ou seu procurador estão em conformidade com os regulamentos. A declaração
foi efectuada para inspecção das autoridades competentes, podendo ser solicitada junto
do vendedor do aparelho.
O fabricante declara igualmente que as componentes do aparelho descritas neste
manual de instruções, que podem entrar em contacto com alimentos frescos, não contêm
substâncias tóxicas.
VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING
De fabrikant van het/de hierin beschreven product/producten waarop deze verklaring van
toepassing is, verklaart hierbij geheel onder eigen verantwoordelijkheid dat dit
product/deze producten in overeenstemming is/zijn met de van toepassing zijnde,
fundamentele veiligheids-, gezondheids- en beschermingseisen van de hiertoe bestaande
EG-richtlijnen en dat de bijbehorende testrapporten, in het bijzonder de door de fabrikant
of zijn gevolmachtigde volgens de voorschriften opgestelde CE-Verklaring van
Overeenstemming ter inzage door de bevoegde instanties beschikbaar zijn en via de
verkoper opgevraagd kunnen worden.
De fabrikant verklaart eveneens, dat de onderdelen van het in deze handleiding
beschreven apparaat die met verse levensmiddelen in contact kunnen komen, geen
giftige bestanddelen bevatten.
E
P
NL
Nederlands
Inhoudsopgave Pagina
1 Keuze van de opstellingsplaats............................................................................................................................. 2
Mogelijke gevaren................................................................................................................................................. 2
2 Typeplaatje............................................................................................................................................................ 2
3 Aansluiten op het lichtnet...................................................................................................................................... 2
4 In- en uitschakelen en temperatuurkeuze.............................................................................................................. 2
5 Controlelampen..................................................................................................................................................... 3
6 Hoorbaar alarm..................................................................................................................................................... 3
7 In bedrijf nemen van het apparaat......................................................................................................................... 3
8 Invriezen / opslaan van levensmiddelen................................................................................................................ 3
9 Bijvullen met verse levensmiddelen....................................................................................................................... 4
10 Maximale vulhoogte............................................................................................................................................... 4
11 Houdbaarheidstermijn............................................................................................................................................ 4
12 Veiligheidsmaatregelen en aanwijzingen............................................................................................................... 4
13 Reiniging en verzorging.......................................................................................................................................... 4
Ontdooien.............................................................................................................................................................. 5
14 Binnenverlichting.................................................................................................................................................... 5
15 Zelf storingen oplossen.......................................................................................................................................... 5
16 Klantenservice...................................................................................................................................................... 6
17 Wat als…/oorzaken/oplossingen............................................................................................................................ 6
Bewaartabel........................................................................................................................................................... 7
Componenten / Bedieningspanel........................................................................................................................... 8
Wij raden u aan deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig te lezen. Op die manier raakt u sneller en beter met uw apparaat
bekend. Markeer de voor u belangrijke stukken. Bewaart u dit document zodanig, dat u er altijd in kunt nazoeken en het aan
een eventuele volgende eigenaar kunt doorgeven.
U hebt uw keuze laten vallen op een goed apparaat, dat u, mits het juist bediend en onderhouden wordt, gedurende vele
jaren kunt gebruiken.
De afbeeldingen (Afb.) bevinden zich op de laatste pagina's van deze gebruiksaanwijzing.
Het vermogensopgaven op het typeplaatje zijn van toepassing binnen het omgevingstemperatuurbereik van +16 °C tot +32
°C.
Belangrijk!
Dit apparaat is bestemd voor huishoudelijk gebruik. Bij industrieel gebruik zijn de voor het bedrijf geldende normen van
toepassing. Het apparaat is volgens de van toepassing zijnde wettelijke veiligheidsvoorschriften op dichtheid getest.
Wanneer dit apparaat is aangeschaft ter vervanging van een oud koel- of vriesapparaat, ziet u er dan op toe, dat alle
eventueel aanwezige knip- of grendelsloten op het oude apparaat worden verwijderd voordat het wordt weggenomen.
Op deze manier voorkomt u dat spelende kinderen zichzelf kunnen insluiten.
Laat uw oude apparaat door een gespecialiseerd bedrijf op milieuvriendelijke manier afvoeren (informeer bij uw gemeente). In
het koelmiddel van het apparaat kunnen namelijk stoffen aanwezig zijn, die schadelijk zijn voor het milieu. Deze stoffen
moeten met behulp van speciale apparatuur worden verwijderd.
1
Attentie: Zorg voor een goede ventilatie van het apparaat en verwijder de transportbescherming aan buiten en binnen het
apparaat.
Attentie: Gebruik geen harde voorwerpen om ijslagen te verwijderen, tenzij deze zijn aanbevolen door de fabricant.
Attentie: Voorkom schade aan de koelleidingen.
Attentie: Gebruik geen andere elektrische apparaten binnen het apparaat, tenzij aanbevolen door de fabricant.
Na installatie van het apparaat dient de stekker bereikbaar te zijn.
Beschadigde snoeren mogen alleen vervangen worden door geschikte snoeren, te verkrijgen bij de fabricant of een
technische dienst.
In de onderstaande tekst vindt u alle aanwijzingen die van
belang zijn voor het gebruik van het apparaat. De
gebruiksaanwijzing is van toepassing op meerdere
apparaten, waardoor de tekst op onderdelen kan afwijken
per type apparaat.
1 Installatie (keuze van de opstellingsplaats)
Vermijd hoge omgevingstemperaturen en directe inval
van zonlicht. Het beste is het om uw apparaat in een
koele, goed geventileerde, droge ruimte te plaatsen. Het
is zeer ongunstig om het apparaat in de directe nabijheid
van een warmtebron (verwarming, oven, enz.) te
plaatsen. Dit heeft namelijk tot gevolg dat de compressor
meer vermogen moet leveren, waardoor het
stroomverbruik aanzienlijk hoger uitvalt.
Wanneer geen andere plaats voorhanden is dan naast
een warmtebron, dan moet een geschikte isolerende plaat
tussen het apparaat en de warmtebron geplaatst worden
(geen asbest), of minimaal de volgende tussenruimte in
acht genomen worden:
x gaskachel of elektrische verwarming 5 cm
x verwarmingsradiator of oven 50 cm
x muren, meubels of ander apparaat 5 cm
Ventilatierooster nooit blokkeren
Grotere vrieskisten zijn onderaan één van de zijden
voorzien van een ventilatierooster (F). Deze apparaten
mogen alleen met één van de zijden zonder rooster direct
tegen een wand of meubelstuk worden geplaatst.
Vrieskisten zonder ventilatierooster
Laat genoeg ruimte tussen de achterzijde van de vrieskist
en de wand, zodat de warme lucht ongehinderd omhoog
kan stijgen.
Het apparaat moet horizontaal op een vaste ondergrond
staan. Alleen op deze manier is een ongehinderde
circulatie van het koelmiddel, en daarmee de optimale
werking van het apparaat gegarandeerd.
BELANGRIJK!
Laat het apparaat op de uiteindelijke opstelplaats
gedurende minstens 2 uur staan voordat u het aansluit.
Op deze manier kan het koelmiddelcircuit tot rust komen
en treden geen bedrijfsstoringen op.
De geur die alle nieuwe apparaten hebben, kunt u op
eenvoudige wijze wegnemen. Veeg de binnenzijde
grondig af met een lauwwarme oplossing van azijn in
water.
Geen afwasmiddel of schurende of sodahoudende
schoonmaakmiddelen gebruiken.
Voordat het apparaat wordt aangesloten, moet de
binnenzijde -vooral in de hoeken- volledig droog zijn.
Mogelijke gevaren
Het koelmiddel is, al naar gelang de samenstelling, licht
ontvlambaar. Het koelmiddelcircuit is hermetisch
afgesloten en meerdere malen getest op dichtheid.
Bij ondeskundige ingrepen bestaat acuut brandgevaar.
Elke mechanische inwerking op koelsysteem moet
worden vermeden, in het bijzonder op de volgende
onderdelen die toegankelijk zijn in de compressorruimte
(L):
x achterwand- of plaatcondensor (R)
x compressor (P) (motor)
x capillair (Q)
x droogpatroon (N)
Ingrepen in het koelsysteem mogen alleen worden
uitgevoerd door vakbekwame personen.
BELANGRIJK!
Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken. In
geval van oogcontact met koelmiddel de ogen direct
spoelen met ruim stromend water en de hulp van een
(oog)arts inroepen.
2 Typeplaatje
Het typeplaatje met de technische gegevens bevindt zich
op de behuizing (D) aan de achterzijde van het apparaat.
Technische gegevens noteren
Noteert u hier de technische gegevens die op het
typeplaatje vermeld zijn, zodat deze beschikbaar zijn
zonder dat u het apparaat hoeft te verplaatsen.
Model-/typenummer:
Bruto inhoud .........................................liter
Netto inhoud .........................................liter
Bedrijfsspanning...................................V~50 Hz
Nominaal vermogen (W).......................Watt
Zekering (A)..........................................Ampère
Energieverbruik ....................................kWh/24h
Vriesvermogen .....................................kg/24h
3 Aansluiten op het lichtnet
Uw apparaat mag alleen worden aangesloten op een
geaard stopcontact, dat volgens de voorschriften
geïnstalleerd is door een gekwalificeerde vakman.
Controleer voordat u de stekker in het stopcontact steekt,
of de spanning (V) die op het typeplaatje is aangegeven
overeenkomt met de netspanning in uw huis. Indien deze
niet overeenkomen, neem dan contact op met de
klantenservice of de verkoper en sluit het apparaat in
geen geval aan op het lichtnet.
4 In- en uitschakelen ( temperatuurkeuze)
(Thermostaat) (Afb. 4)
Met de temperatuurregelaar wordt het apparaat in- en
uitgeschakeld en wordt de temperatuur ingesteld.
Om te voorkomen dat de temperatuurregelaar per
ongeluk anders wordt ingesteld, kan de regelaar alleen
met enige kracht worden rondgedraaid. Voor het
verstellen van de regelaar kunt u het beste een muntstuk
of een schroevendraaier gebruiken.
Inschakelen: De regelaar rechtsom draaien en de
temperatuur naar wens instellen tussen:
- Min. (geringe koeling) en
- Max. (laagste temperatuur)
Uitschakelen: De regelaar volledig linksom draaien.
De instelling van de temperatuur moet worden aangepast
aan de:
2
3
- omgevingstemperatuur rondom het apparaat
- hoeveelheid opgeslagen levensmiddelen
- regelmaat waarmee het apparaat wordt geopend
Wij raden aan de temperatuur in het midden van het
bereik in te stellen. Door nauwkeurige waarneming kunt u
binnen korte tijd de voor u gunstigste instelling bepalen.
5 Controlelampen (Afb. 4)
Voorzover de volgende controlelampen op uw apparaat
aanwezig zijn, heeft het branden van deze
controlelampen de volgende betekenis:
- groen = CONTROL (in bedrijf)
Het apparaat is angesloten op het
lichtnet en in bedrijf.
De groene controlelamp moet altijd branden wanneer het
apparaat is aangesloten op het lichtnet en is
ingeschakeld. Het is zeer belangrijk om hierop te letten,
omdat de gele en rode controlelampen niet werken
wanneer er een stroomstoring is en deze controlelampen
u dan niet kunnen waarschuwen.
- rood = ALARM
Te hoge binnentemperatuur.
Het branden van de rode controlelamp kan meerdere
oorzaken hebben, namelijk:
x het apparaat is voor de eerste maal ingeschakeld
x het apparaat is na ontdooien weer ingeschakeld
x zojuist zijn in te vriezen producten in het apparaat
geplaatst
In deze gevallen is het branden van de rode controlelamp
normaal. De controlelamp gaat automatisch uit wanneer
de binnentemperatuur ongeveer -18 °C heeft bereikt.
Schakel de SUPERVRIES-SCHAKELAAR (Afb. 4) in,
indien aanwezig.
(Na maximaal 24 uur of wanneer de rode controlelamp uit
is, de supervries-schakelaar weer uitschakelen.)
Het apparaat zo mogelijk pas weer openen wanneer de
rode controlelamp uit is.
Wanneer de rode controlelamp na 12 tot 24 uur nog
steeds brandt, dan moet u rekening houden met een
storing.
Zie het hoofdstuk "Wat als…" achterin deze handleiding.
- geel = SUPERVRIES SCHAKELAAR
De supervries-schakelaar is ingeschakeld en
thermostaat is buiten werking gesteld.
De compressor koelt continu, totdat de SUPERVRIES-
SCHAKELAAR weer wordt uitgeschakeld.
6 Hoorbaar alarm
Indien het apparaat met een hoorbaar alarm is uitgerust,
dan is tegelijk met het branden van de rode controlelamp
een alarmsignaal hoorbaar. Dit alarmsignaal stopt
automatisch, wanneer de supervries-schakelaar wordt
ingeschakeld.
7 In bedrijf nemen van het apparaat
1. Apparaat volledig uitpakken.
2. Eventueel aanwezige stukken styropor-schuim
verwijderen uit de compressorruimte.
3. Documenten en eventuele onderdelen uit het
apparaat nemen.
4. Binnenzijde reinigen met een lauwwarme oplossing
van azijn in water en met een doek volledig droog
vegen.
5. Apparaat sluiten.
6. Stekker in stopcontact steken.
7. Apparaat inschakelen door de temperatuurregelaar
(Afb. 4) rechtsom te draaien. De regelaar in eerste
instantie volledig rechtsom draaien, op de stand max.
(De groene en de rode controlelamp gaan nu
branden.)
8. Indien aanwezig, de supervries-schakelaar
inschakelen.
(De gele controlelamp brandt nu ook.)
9. Het apparaat gedurende 4 uur of totdat de rode
controlelamp uit is niet meer openen, zodat de
binnenruimte voldoende kan afkoelen.
10. Diepvriesproducten (ingevroren gekocht) kunnen nu
in het apparaat worden gelegd. (Neem hierbij de
aanwijzingen onder het kopje "Maximale vulhoogte"
in acht.)
11. Schakel de SUPERVRIES-SCHAKELAAR na
maximaal 24 uur
weer uit.
12. Indien u verse, niet ingevroren producten wilt
invriezen, voer dan de instructies uit die zijn
beschreven onder het kopje "Invriezen/bewaren van
verse levensmiddelen".
Belangrijk!
Geen flessen met vloeistof opslaan. De vloeistof zet
tijdens het invriezen uit en de flessen kunnen
openbarsten.
Sla nooit explosiegevaarlijke producten (gasaanstekers,
branders, benzine, ether e.d.) op in het apparaat.
Bij het opslaan van voorgevroren diepvriesproducten
moet u de voorschriften van de fabrikant van het product
die op de verpakking zijn aangegeven in acht nemen.
Diepgevroren ijs en ijslolly's moeten voorafgaand aan
consumptie enkele minuten buiten de vrieskist liggen om
verwonding van lippen en tong (lostrekken van de huid) te
voorkomen. Om dezelfde reden moet ook het met
vochtige handen aanraken van de met ijs bedekte
binnenwand worden vermeden. Gedeeltelijk of geheel
ontdooide producten bij voorkeur direct consumeren. In
de regel kunnen deze producten niet opnieuw worden
ingevroren.
8 Invriezen/opslaan van verse levensmiddelen
Bijna alle verse producten kunnen in uw apparaat worden
ingevroren en opgeslagen. Voor de meest gangbare
producten hebben we een overzicht gemaakt van de
houdbaarheidstermijn en de meest geschikte verpakking.
(Zie de "Bewaartabel" achterin deze handleiding.)
Het wordt aangeraden om op de verpakking van de in te
vriezen producten aan te geven wat de inhoud is, omdat
zelfs bij doorzichtige verpakkingen in diepgevroren
toestand niet altijd duidelijk is wat de inhoud is.
3
4
Wij raden aan om de in de handel verkrijgbare etiketten
voor diepvriesproducten te gebruiken.
Verpak de verse producten in hoeveelheden die zijn
afgestemd op het verbruik van uw huishouden, zodat u
niet onnodig grote hoeveelheden hoeft te ontdooien, die
niet binnen één dag geconsumeerd kunnen worden.
Vermeld op de verpakking minimaal de volgende zaken:
x product (bijv. runderlappen)
x gewicht
x hoeveelheid (aantal stuks)
x invriesdatum
x consumptiedatum (zie “Bewaartabel”)
Volg nu de onderstaande stappen:
a) Verse levensmiddelen kunt u het beste in het
voorvriesvak (I) (niet bij alle modellen aanwezig) of
op de bodem van de vrieskist leggen, deze plekken
zijn het koudst.
Vermijd hierbij, dat verse levensmiddelen met
diepgevroren producten in contact komen. Diepgevroren
producten kunnen op die manier gedeeltelijk ontdooien,
waardoor
de houdbaarheid verkleind wordt.
b) Plaats binnen een periode van 24 uur niet meer
verse producten in het apparaat dan de opgegeven
invriescapaciteit.
Zie de waarde op het typeplaatje (xx kg/24h).
c) Indien aanwezig, de SUPERVRIES-SCHAKELAAR
(Afb. 4) inschakelen. (Dit is niet noodzakelijk
wanneer reeds ingevroren producten in het apparaat
worden geplaatst.)
d) Na 24 uur de nu diepgevroren levensmiddelen van
de bodem of het voorvriesvak overbrengen in de
mand (K), zodat het voorvriesvak of de bodem weer
vrijkomen voor het invriezen van nieuwe, verse
levensmiddelen.
e) Schakel de supervries-schakelaar uit. De gele
controlelamp brandt nu niet meer.
f) Stel de temperatuurregelaar in op een stand die past
bij de hoeveelheid producten in het apparaat
(zie "Maximale vulhoogte").
g) Houd de temperatuur in het apparaat (E) in de gaten
met behulp van een thermometer die geschikt is
voor
temperaturen tot -26 °C.
De temperatuur in het apparaat moet altijd lager
zijn dan -18 °C.
9 Bijvullen met verse levensmiddelen (niet ingevroren)
Wanneer verse levensmiddelen in het apparaat zijn
geplaatst, dan moet u minimaal 24 uur wachten voordat
een nieuwe hoeveelheid verse producten kan worden
ingevroren. Hierbij is de hoeveelheid afhankelijk van het
vriesvermogen van het apparaat (xx kg/24h). (De
maximale vulhoogte niet overschrijden.)
10 Maximale vulhoogte
Om een goede opslag van de diepgevroren producten te
kunnen garanderen, mag de diepvrieskist (E) nooit tot aan
de rand worden gevuld. Er moet tussen het deksel en de
producten altijd een luchtlaag aanwezig zijn.
Neem de door de fabrikant aangebrachte merkstreep of
merkstrepen (S) in acht.
Stel de temperatuur in (Afb. 4) al naar gelang de
hoeveelheid producten in het apparaat.
Bij normale omgevingstemperatuur (+18 tot +22 °C) raden
wij de volgende instellingen van de temperatuur aan, voor
een minimaal stroomverbruik.
vullingsgraad
merkstreep instelling
vol bovenste richting 12 uur
halfvol middelste richting 10 uur
kwart of minder onderste richting 8 uur
11 Houdbaarheidstermijn
De houdbaarheidstermijn voor reeds ingevroren
diepvriesproducten is sterk afhankelijk van het soort
product en de verpakking. Houd altijd de aanwijzingen
van de fabrikant in acht, zoals die zijn vermeld op het
product.
Houd voor verse levensmiddelen die u zelf invriest de
termijnen in acht die in de bewaartabel achterin deze
handleiding zijn aangegeven.
Gedeeltelijk ontdooide producten moet u snel
consumeren, maximaal 24 uur na ontdooien.
12 Veiligheidsmaatregelen en aanwijzingen
x Iedere keer dat het apparaat wordt gereinigd of
ontdooid, moet de stekker uit het stopcontact worden
genomen.
x Het deksel van het apparaat na sluiten niet
onmiddellijk met mogelijk grote kracht proberen te
openen. Het mogelijk aan de afdichting (B) ontstane
vacuüm verdwijnt in ongeveer 1-2 minuten, waarna
het deksel weer normaal geopend kan worden.
x Warme producten in afgesloten verpakkingen vóór
het afsluiten en invriezen laten afkoelen tot
kamertemperatuur zodat condensatie in de
verpakking en ijsvorming in het apparaat worden
voorkomen.
x Het deksel van het apparaat zo kort mogelijk openen
om onnodig energieverbruik en ijsvorming in het
apparaat te voorkomen.
x Bij onverwachts en langdurig branden van de rode
controlelamp het apparaat in geen geval openen en
direct de juiste maatregelen treffen. Zie "Wat als…"
achterin deze handleiding.
x Gebruik nooit een schroevendraaier of andere
metalen gereedschappen voor het verwijderen van
de ijslaag.
De binnenwand is zeer kwetsbaar en niet bestand
tegen scherpe voorwerpen. Gebruik alleen
gereedschappen van kunststof of hout zonder
scherpe kanten.
13 Reiniging en verzorging
Voor een optimaal uiterlijk van uw apparaat kunt u af en
toe meubelpolitoer of een andere lakverzorgend product
gebruiken. (Nooit toepassen aan de binnenzijde). De
afdichting (B) moet af en toe met warm water zonder
gebruik van schoonmaakmiddelen worden gereinigd.
4
Wanneer uw apparaat is uitgerust met een condensor aan
de achterzijde (R), verwijder hier dan af en toe de pluizen
en het stof. Pluizen en stof verhinderen namelijk de afvoer
van warmte uit de binnenruimte van het apparaat en
zorgen voor een aanzienlijk hoger energieverbruik. Het
beste kunt u voor het schoonmaken van de condensor
aan de achterzijde een zachte borstel of een stoffer
gebruiken.
Wanneer u het apparaat voor langere tijd uitschakelt (bijv.
i.v.m. vakantie), laat dan het deksel geopend om
geurvorming te voorkomen. Bij apparaten die zijn
uitgevoerd met een slot, dit bij geopend deksel afsluiten
en de sleutel buiten bereik van kinderen opbergen om
ongevallen met spelende kinderen te voorkomen.
IJs- en rijplagen die zich aan de binnenwand opbouwen
werken vanaf een bepaalde dikte als isolerende laag,
waardoor de koude-overdracht wordt verminderd. Deze
lagen moeten van tijd tot tijd worden verwijderd.
Gebruik voor het verwijderen van de ijslaag aan de
binnenkant een plat voorwerp zonder scherpe randen,
van kunststof of hout.
Leg daarbij een doek over de ingevroren producten zodat
u het ijs kunt opvangen en eenvoudig kunt verwijderen.
Ontdooien
Bij normaal gebruik (3-4 maal openen per dag) moet het
apparaat één- tot tweemaal per jaar ontdooid worden. In
andere gevallen moet dit vaker gebeuren.
Mogelijke gevaren
Gebruik nooit elektrische apparaten, zoals haardrogers,
verfstrippers of hulpmiddelen met open vuur (bijv.
kaarsen) om het apparaat te ontdooien.
De kunststof binnenwand zou kunnen smelten en het
vrijkomende gas kan ontvlammen door vonken of open
vuur.
Voer de volgende stappen uit:
1. Zet een geschikte, niet-metalen bak klaar, zoals een
kunststof krat of een wasmand.
2. Neem de stekker uit het stopcontact.
3. Droog uw handen goed af om beschadiging van de
huid door contact met het ijs te voorkomen. Het is
beter om handschoenen te dragen.
4. Neem alle ingevroren producten uit het apparaat en
leg ze in kranten gewikkeld in de klaarstaande bak.
Plaats de bak in een koele, droge ruimte.
5. Bedek de bak rondom met een dikke wollen deken.
6. Trek de scheidingswand (H) (niet bij alle modellen
aanwezig) uit de geleidingen in de vrieskist.
7. Plaats de eventueel aanwezige scheidingswand
onder de waterafvoer aan de onderkant van het
apparaat (niet bij alle modellen aanwezig).
8. Neem de stop (indien aanwezig) uit de afvoer onderin
het apparaat.
9. Schraap de grootste stukken ijs op de manier die
hierboven is beschreven los van de wanden en leg ze
in de gootsteen.
10. U kunt het ontdooien eventueel versnellen door een
grote bak met warm (niet te heet) water op de bodem
van het apparaat te plaatsen.
11. Neem bij apparaten zonder afvoer het water weg met
behulp van een spons.
12. Reinig de binnenzijde grondig. Gebruik hiervoor
warm water met een scheutje azijn en neem de
oppervlakken daarna met schoon water af.
13. Veeg de binnenzijde goed droog met een
absorberende doek en laat het apparaat 3-4 minuten
luchten.
14. Plaats, indien aanwezig, de stop weer in de afvoer.
15. Giet de opvangbak, indien aanwezig, leeg en plaats
deze scheidingswand weer in de geleidingen in het
apparaat nadat u hem goed hebt afgedroogd.
16. Sluit het apparaat en steek de stekker in het
stopcontact.
17. Stel de temperatuurregelaar (Afb. 1) in op de
maximale stand (groene en rode controlelamp
branden) en schakel, indien aanwezig, de
supervries-schakelaar (Afb. 4) in (de gele
controlelamp brandt nu ook).
18. Plaats nu de ingevroren producten weer in het
apparaat, waarbij u de oudste producten bovenaan
legt.
Om het ontdooien van de opgeslagen ingevroren
producten te voorkomen, moet u de stappen 1 t/m 17 bij
voorkeur binnen twee uur uitvoeren.
19. Wanneer de rode controlelamp niet meer brandt, dan
stelt u de temperatuurregelaar weer in op de stand
die past bij de hoeveelheid producten in het
apparaat.
20. Schakel, indien aanwezig, de SUPERVRIES-
SCHAKELAAR na 8 tot 12, maar maximaal na 24 uur
weer uit. De gele controlelamp brandt nu niet
meer.
14 Binnenverlichting
(niet op alle modellen)
Bij de modellen die zijn uitgerust met binnenverlichting is
een schakelaar ingebouwd. Bij het openen van het
apparaat schakelt de verlichting automatisch in en bij het
sluiten schakelt deze weer uit.
De gloeilamp is afgeschermd met een transparante kap.
Gebruik alleen lampen met een vermogen van 15 W.
Verwissel de lamp volgens de beschrijving (Afb. 5).
15 Zelf storingen oplossen
De uitstekende fabricagekwaliteit en de toepassing van de
modernste koel- en vriestechniek zorgen in principe voor
een foutloze werking van uw apparaat.
Wanneer u vermoedt dat een storing optreedt, controleer
dan eerst of u alle aanwijzingen en raadgevingen in deze
gebruiksaanwijzing hebt opgevolgd, voordat u de
klantenservice direct of via de verkoper inschakelt.
Voor het inschakelen van de klantenservice voor
storingen die zijn opgetreden door het niet opvolgen van
de aanwijzingen en raadgevingen worden namelijk
kosten in rekening gebracht. Dit valt niet onder de
fabrieks- of verkoopgarantie.
5
Let op de volgende zaken:
De compressor (M), ook wel motor genoemd, mag niet
continu draaien. De compressor wordt geregeld door de
thermostaat, die u met behulp van de
temperatuurregelaar (Afb. 4) instelt. De compressor wordt
automatisch ingeschakeld wanneer de temperatuur in de
vrieskist boven de ingestelde temperatuur komt. De
compressor wordt weer uitgeschakeld zodra de
temperatuur het ingestelde niveau heeft bereikt.
Elk compressor-koelsysteem produceert geluid wanneer
de compressor is ingeschakeld. Dit geluid wordt deels
veroorzaakt door de motor in de compressor en deels
door het stromen van het koelmiddel door het circuit. Dit
geluid is dus normaal en wijst niet op een storing.
In onverwarmde ruimten kan het bij koud weer
voorkomen, dat aan de buitenkant van het apparaat
condensvorming optreedt. Dit verschijnsel wijst niet op
een storing en verdwijnt weer wanneer de
omgevingstemperatuur stijgt.
16 Contact opnemen met de klantenservice
Neem pas contact op met de klantenservice wanneer u
zelf geen oorzaak voor een storing kunt vinden of
wanneer u een storing niet kunt oplossen.
Lees daarom eerst de adviezen onder het kopje "Wat
als…".
Klantenservice
Op het bijbehorende garantiebewijs of op de aparte
klantenservicekaart is vermeld welke firma de
klantenservice voor uw apparaat verzorgt. Wanneer
meerdere bedrijven vermeld staan, kiest u dan het bedrijf
dat het dichtst bij u is gevestigd. Wanneer bij uw apparaat
geen klantenservice vermeld is, neemt u dan in
voorkomende gevallen contact op met uw verkoper.
Om u sneller van dienst te kunnen zijn, verzoeken wij u
om de volgende gegevens bij de hand te hebben wanneer
u belt:
x merk van het apparaat
x model/type
x aard van de storing
x aanschafdatum
x waar is het apparaat gekocht?
17 Wat als…
a) Buiten werking (apparaat werkt niet)
Let op!
Dankzij de isolatie in de wanden van het apparaat kunnen
de ingevroren producten zonder
stroomvoorziening 10 tot 12 uur ingevroren blijven nadat
een storing is opgetreden.
Bij extra geïsoleerde apparaten blijven de producten zelfs
nog langer ingevroren. Vraag uw verkoper naar de
houdbaarheidstermijn bij storingen voor uw apparaat.
Bij een storing die langer duurt, beginnen de ingevroren
producten langzaam te ontdooien. Onderneem daarom op
tijd de juiste stappen om de storing op te heffen. Breng
zonodig de producten over in een andere vrieskist
(bijvoorbeeld bij de buren).
b) Apparaat koelt niet voldoende
Invriezen duurt te lang
Compressor draait te vaak
Mogelijke oorzaken/oplossingen:
x Hebt u het apparaat na plaatsing minimaal 2 uur tot
rust laten komen voordat u het heeft ingeschakeld?
(Tot rust laten komen van het koelcircuit, zie "In
bedrijf nemen van het apparaat".)
Zo nee, houd dan het deksel gesloten en neem dan de
stekker uit het stopcontact. Til het apparaat aan één kant
gedurende korte tijd iets omhoog en zet het weer neer.
Steek na 2 uur de stekker weer in het stopcontact. Open
het apparaat niet gedurende deze tijd en gedurende 12
uur daarna, of totdat de rode controlelamp uit is.
x Is de stekker van het apparaat in orde en zit de
stekker goed in het stopcontact?
x Staat er spanning op het stopcontact?
(Eventueel controleren door het aansluiten van een klein
elektrisch apparaat, zoals een mixer.)
x Het deksel van het apparaat sluit niet goed.
De afdichting wordt niet goed aangedrukt.
Test: leg een vel papier tussen de afdichting en de rand
van het apparaat en sluit het deksel. Het papier moet
overal met moeite tussen deksel en rand worden
uitgetrokken aan elke zijde. Neem contact op met de
klantenservice wanneer het papier op één of meerdere
plaatsen zonder moeite tussen deksel en rand kan
worden uitgetrokken.
x Sterke ijsvorming op de binnenwanden.
(Zie "Reiniging en verzorging".)
x Er is sprake van directe inval van zonlicht of het
apparaat staat vlakbij een warmtebron (oven,
verwarming, enz.).
Zorg voor afscherming van het apparaat tegen het
invallen van direct zonlicht. Controleer de afstand tot de
warmtebron. Schuif een isolerende plaat tussen het
apparaat en de warmtebron.
x De hoeveelheid verse in te vriezen producten
is groter dan de invriescapaciteit (typeplaatje:
xx kg/24h), of de producten zijn te warm
(zie: "Invriezen / opslaan van levensmiddelen").
De producent werkt steeds aan de verdere ontwikkeling
van zijn producten. Hebt u er daarom a.u.b. begrip voor,
dat veranderingen in vorm, uitrusting en techniek
voorbehouden blijven.
6
Vrieskast / Vriesvak
2-3 4 6 8 10-12
Gehakt > Polyethyleen vrieszakje >
z
Worst > Polyethyleen vrieszakje >
z
Kleine vis > Polyethyleen vrieszakje >
z
Hart/lever > Polyethyleen vrieszakje >
z
Consumptie-ijs > Kunststof doos >
z
Fruit > Kunststof doos >
z
Kaas > Polyethyleen vrieszakje >
z
Brood > Polyethyleen vrieszakje >
z
Grote vis > Polyethyleen vrieszakje >
z
Gebak/koekjes > Glas >
z
Varkensvlees > Aluminiumfolie >
z
Rundvlees > Aluminiumfolie >
z
Haas > Aluminiumfolie >
z
Lamsvlees > Aluminiumfolie >
z
Paddestoelen > Polyethyleen vrieszakje >
z
Asperges > Polyethyleen vrieszakje >
z
Groente (gesneden) > Polyethyleen vrieszakje >
z
Aardbeien > Polyethyleen vrieszakje >
z
Taart > Aluminiumfolie >
z
Kip > Aluminiumfolie >
z
Kalkoen > Aluminiumfolie >
z
Eend > Aluminiumfolie >
z
Gans > Aluminiumfolie >
z
Bloemkool > Polyethyleen vrieszakje >
z
Bonen > Polyethyleen vrieszakje >
z
Paprika > Polyethyleen vrieszakje >
z
Ingemaakt voedsel > Glas >
z
Fruitconserven > Glas >
z
IJslolly's > Aluminiumfolie >
z
Bewaartijd in maanden ca.
Netherlands
Verse levensmiddelen Geschikte verpakking
Bewaartabel
-18°C
NL
7
Bijlage bij de gebruiksaanwijzing VRIESKIST
VRIESKIST
met twee vakken
A
B
C
D
E
F
Lees voordat u de vriezer gebruikt de
Algemene gebruiksaanwijzing "VRIESKIST"
(aparte handleiding)
NL
Deze vrieskist is uitgerust met een handige vrieslade (C)
waarin u gemakkelijk levensmiddelen kunt bewaren
.
Deksel vrieskist
Ondoorzichtig of met glas, afhankelijk van het model
Bovenste vriesvak
Voor het invriezen van verse levensmiddelen en het
conserveren van diepgevroren levensmiddelen
Onderste vrieslade
Voor het conserveren van ingevroren levensmiddelen.
Thermostaatknop "0" = UIT
Zet de vrieskist aan en uit met deze knop.
Zie de algemene Gebruiksaanwijzing, hoofdstuk 4 "Aan- en uitzetten en
temperatuurselectie"
A
B
C
0
1
2
3
4
5
6
1
0
D
E
F
Controlelampje AAN/UIT (groen)
Gaat branden wanneer knop D op stand 1 of hoger staat (AAN).
Gaat uit als het apparaat op UIT gezet wordt.
Knop D staat dan op stand "0".
Schakelaar SUPERVRIEZEN (oranje)
Gaat branden wanneer de functie supervriezen op AAN ("1") gezet
wordt.
Gaat uit wanneer de functie supervriezen op UIT ("0") gezet wordt.
Zie de Gebruiksaanwijzing, hoofdstuk 8 "Invriezen/conserveren van
verse levensmiddelen"
8

Documenttranscriptie

E DECLARACIÓN DE CONFORMIDAD El fabricante del(de los) producto(s) aquí descrito(s) declara bajo su propia responsabilidad que este(os) producto(os) cumple(n) los correspondientes requisitos para la seguridad, salud personal y protección de acuerdo con las directivas CE existentes en esta materia y que las respectivas actas de aprobación, en particular la declaración de conformidad – CE emitida regularmente por el fabricante o por su representante autorizado, se encuentran disponibles para el examen por parte de las autoridades competentes, pudiendo ser exigidas al vendedor del aparato. El fabricante también declara que los componentes del aparato descrito en las presentes instrucciones para el uso, que pudieran entrar en contacto con alimentos frescos, no contienen sustancias tóxicas. P DECLARAÇÃO DE CONFORMIDADE O fabricante do(s) produto(s) ao(s) qual(is) se refere esta declaração, declara enquanto responsável único, que os respectivos e essenciais requisitos de segurança, saúde e protecção que constam da directiva da CE foram cumpridos, e que os respectivos protocolos de ensaio, especialmente a declaração de conformidade “CE” emitido pelo fabricante ou seu procurador estão em conformidade com os regulamentos. A declaração foi efectuada para inspecção das autoridades competentes, podendo ser solicitada junto do vendedor do aparelho. O fabricante declara igualmente que as componentes do aparelho descritas neste manual de instruções, que podem entrar em contacto com alimentos frescos, não contêm substâncias tóxicas. NL VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING De fabrikant van het/de hierin beschreven product/producten waarop deze verklaring van toepassing is, verklaart hierbij geheel onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product/deze producten in overeenstemming is/zijn met de van toepassing zijnde, fundamentele veiligheids-, gezondheids- en beschermingseisen van de hiertoe bestaande EG-richtlijnen en dat de bijbehorende testrapporten, in het bijzonder de door de fabrikant of zijn gevolmachtigde volgens de voorschriften opgestelde CE-Verklaring van Overeenstemming ter inzage door de bevoegde instanties beschikbaar zijn en via de verkoper opgevraagd kunnen worden. De fabrikant verklaart eveneens, dat de onderdelen van het in deze handleiding beschreven apparaat die met verse levensmiddelen in contact kunnen komen, geen giftige bestanddelen bevatten. Nederlands Inhoudsopgave Pagina Keuze van de opstellingsplaats............................................................................................................................. Mogelijke gevaren................................................................................................................................................. 2 Typeplaatje............................................................................................................................................................ 3 Aansluiten op het lichtnet...................................................................................................................................... 4 In- en uitschakelen en temperatuurkeuze.............................................................................................................. 5 Controlelampen..................................................................................................................................................... 6 Hoorbaar alarm..................................................................................................................................................... 7 In bedrijf nemen van het apparaat......................................................................................................................... 8 Invriezen / opslaan van levensmiddelen................................................................................................................ 9 Bijvullen met verse levensmiddelen....................................................................................................................... 10 Maximale vulhoogte............................................................................................................................................... 11 Houdbaarheidstermijn............................................................................................................................................ 12 Veiligheidsmaatregelen en aanwijzingen............................................................................................................... 13 Reiniging en verzorging.......................................................................................................................................... Ontdooien.............................................................................................................................................................. 14 Binnenverlichting.................................................................................................................................................... 15 Zelf storingen oplossen.......................................................................................................................................... 16 Klantenservice...................................................................................................................................................... 17 Wat als…/oorzaken/oplossingen............................................................................................................................ Bewaartabel........................................................................................................................................................... Componenten / Bedieningspanel........................................................................................................................... 1 2 2 2 2 2 3 3 3 3 4 4 4 4 4 5 5 5 6 6 7 8 Wij raden u aan deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig te lezen. Op die manier raakt u sneller en beter met uw apparaat bekend. Markeer de voor u belangrijke stukken. Bewaart u dit document zodanig, dat u er altijd in kunt nazoeken en het aan een eventuele volgende eigenaar kunt doorgeven. U hebt uw keuze laten vallen op een goed apparaat, dat u, mits het juist bediend en onderhouden wordt, gedurende vele jaren kunt gebruiken. De afbeeldingen (Afb.) bevinden zich op de laatste pagina's van deze gebruiksaanwijzing. Het vermogensopgaven op het typeplaatje zijn van toepassing binnen het omgevingstemperatuurbereik van +16 °C tot +32 °C. Belangrijk! Dit apparaat is bestemd voor huishoudelijk gebruik. Bij industrieel gebruik zijn de voor het bedrijf geldende normen van toepassing. Het apparaat is volgens de van toepassing zijnde wettelijke veiligheidsvoorschriften op dichtheid getest. Wanneer dit apparaat is aangeschaft ter vervanging van een oud koel- of vriesapparaat, ziet u er dan op toe, dat alle eventueel aanwezige knip- of grendelsloten op het oude apparaat worden verwijderd voordat het wordt weggenomen. Op deze manier voorkomt u dat spelende kinderen zichzelf kunnen insluiten. Laat uw oude apparaat door een gespecialiseerd bedrijf op milieuvriendelijke manier afvoeren (informeer bij uw gemeente). In het koelmiddel van het apparaat kunnen namelijk stoffen aanwezig zijn, die schadelijk zijn voor het milieu. Deze stoffen moeten met behulp van speciale apparatuur worden verwijderd. Na installatie van het apparaat dient de stekker bereikbaar te zijn. Beschadigde snoeren mogen alleen vervangen worden door geschikte snoeren, te verkrijgen bij de fabricant of een technische dienst. Attentie: Zorg voor een goede ventilatie van het apparaat en verwijder de transportbescherming aan buiten en binnen het apparaat. Attentie: Gebruik geen harde voorwerpen om ijslagen te verwijderen, tenzij deze zijn aanbevolen door de fabricant. Attentie: Voorkom schade aan de koelleidingen. Attentie: Gebruik geen andere elektrische apparaten binnen het apparaat, tenzij aanbevolen door de fabricant. 1 worden vermeden, in het bijzonder op de volgende onderdelen die toegankelijk zijn in de compressorruimte (L): In de onderstaande tekst vindt u alle aanwijzingen die van belang zijn voor het gebruik van het apparaat. De gebruiksaanwijzing is van toepassing op meerdere apparaten, waardoor de tekst op onderdelen kan afwijken per type apparaat. x x x x 1 Installatie (keuze van de opstellingsplaats) Vermijd hoge omgevingstemperaturen en directe inval van zonlicht. Het beste is het om uw apparaat in een koele, goed geventileerde, droge ruimte te plaatsen. Het is zeer ongunstig om het apparaat in de directe nabijheid van een warmtebron (verwarming, oven, enz.) te plaatsen. Dit heeft namelijk tot gevolg dat de compressor meer vermogen moet leveren, waardoor het stroomverbruik aanzienlijk hoger uitvalt. achterwand- of plaatcondensor (R) compressor (P) (motor) capillair (Q) droogpatroon (N) Ingrepen in het koelsysteem mogen alleen worden uitgevoerd door vakbekwame personen. BELANGRIJK! Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken. In geval van oogcontact met koelmiddel de ogen direct spoelen met ruim stromend water en de hulp van een (oog)arts inroepen. Wanneer geen andere plaats voorhanden is dan naast een warmtebron, dan moet een geschikte isolerende plaat tussen het apparaat en de warmtebron geplaatst worden (geen asbest), of minimaal de volgende tussenruimte in acht genomen worden: x gaskachel of elektrische verwarming 5 cm x verwarmingsradiator of oven 50 cm x muren, meubels of ander apparaat 5 cm 2 Typeplaatje Het typeplaatje met de technische gegevens bevindt zich op de behuizing (D) aan de achterzijde van het apparaat. Technische gegevens noteren Noteert u hier de technische gegevens die op het typeplaatje vermeld zijn, zodat deze beschikbaar zijn zonder dat u het apparaat hoeft te verplaatsen. Ventilatierooster nooit blokkeren Grotere vrieskisten zijn onderaan één van de zijden voorzien van een ventilatierooster (F). Deze apparaten mogen alleen met één van de zijden zonder rooster direct tegen een wand of meubelstuk worden geplaatst. Model-/typenummer: Bruto inhoud .........................................liter Netto inhoud .........................................liter Bedrijfsspanning ...................................V~50 Hz Nominaal vermogen (W).......................Watt Zekering (A)..........................................Ampère Energieverbruik ....................................kWh/24h Vriesvermogen .....................................kg/24h Vrieskisten zonder ventilatierooster Laat genoeg ruimte tussen de achterzijde van de vrieskist en de wand, zodat de warme lucht ongehinderd omhoog kan stijgen. 3 Aansluiten op het lichtnet Uw apparaat mag alleen worden aangesloten op een geaard stopcontact, dat volgens de voorschriften geïnstalleerd is door een gekwalificeerde vakman. Controleer voordat u de stekker in het stopcontact steekt, of de spanning (V) die op het typeplaatje is aangegeven overeenkomt met de netspanning in uw huis. Indien deze niet overeenkomen, neem dan contact op met de klantenservice of de verkoper en sluit het apparaat in geen geval aan op het lichtnet. Het apparaat moet horizontaal op een vaste ondergrond staan. Alleen op deze manier is een ongehinderde circulatie van het koelmiddel, en daarmee de optimale werking van het apparaat gegarandeerd. BELANGRIJK! Laat het apparaat op de uiteindelijke opstelplaats gedurende minstens 2 uur staan voordat u het aansluit. Op deze manier kan het koelmiddelcircuit tot rust komen en treden geen bedrijfsstoringen op. 4 In- en uitschakelen ( temperatuurkeuze) (Thermostaat) (Afb. 4) Met de temperatuurregelaar wordt het apparaat in- en uitgeschakeld en wordt de temperatuur ingesteld. Om te voorkomen dat de temperatuurregelaar per ongeluk anders wordt ingesteld, kan de regelaar alleen met enige kracht worden rondgedraaid. Voor het verstellen van de regelaar kunt u het beste een muntstuk of een schroevendraaier gebruiken. De geur die alle nieuwe apparaten hebben, kunt u op eenvoudige wijze wegnemen. Veeg de binnenzijde grondig af met een lauwwarme oplossing van azijn in water. Geen afwasmiddel of schurende of sodahoudende schoonmaakmiddelen gebruiken. Voordat het apparaat wordt aangesloten, moet de binnenzijde -vooral in de hoeken- volledig droog zijn. Inschakelen: De regelaar rechtsom draaien en de temperatuur naar wens instellen tussen: Min. (geringe koeling) en Max. (laagste temperatuur) Uitschakelen: De regelaar volledig linksom draaien. Mogelijke gevaren Het koelmiddel is, al naar gelang de samenstelling, licht ontvlambaar. Het koelmiddelcircuit is hermetisch afgesloten en meerdere malen getest op dichtheid. Bij ondeskundige ingrepen bestaat acuut brandgevaar. Elke mechanische inwerking op koelsysteem moet De instelling van de temperatuur moet worden aangepast aan de: 2 - 2. Eventueel aanwezige stukken styropor-schuim verwijderen uit de compressorruimte. 3. Documenten en eventuele onderdelen uit het apparaat nemen. 4. Binnenzijde reinigen met een lauwwarme oplossing van azijn in water en met een doek volledig droog vegen. 5. Apparaat sluiten. 6. Stekker in stopcontact steken. 7. Apparaat inschakelen door de temperatuurregelaar (Afb. 4) rechtsom te draaien. De regelaar in eerste instantie volledig rechtsom draaien, op de stand max. (De groene en de rode controlelamp gaan nu branden.) 8. Indien aanwezig, de supervries-schakelaar inschakelen. (De gele controlelamp brandt nu ook.) 9. Het apparaat gedurende 4 uur of totdat de rode controlelamp uit is niet meer openen, zodat de binnenruimte voldoende kan afkoelen. 10. Diepvriesproducten (ingevroren gekocht) kunnen nu in het apparaat worden gelegd. (Neem hierbij de aanwijzingen onder het kopje "Maximale vulhoogte" in acht.) 11. Schakel de SUPERVRIES-SCHAKELAAR na maximaal 24 uur weer uit. 12. Indien u verse, niet ingevroren producten wilt invriezen, voer dan de instructies uit die zijn beschreven onder het kopje "Invriezen/bewaren van verse levensmiddelen". omgevingstemperatuur rondom het apparaat hoeveelheid opgeslagen levensmiddelen regelmaat waarmee het apparaat wordt geopend Wij raden aan de temperatuur in het midden van het bereik in te stellen. Door nauwkeurige waarneming kunt u binnen korte tijd de voor u gunstigste instelling bepalen. 5 Controlelampen (Afb. 4) Voorzover de volgende controlelampen op uw apparaat aanwezig zijn, heeft het branden van deze controlelampen de volgende betekenis: groen = CONTROL (in bedrijf) Het apparaat is angesloten op het lichtnet en in bedrijf. De groene controlelamp moet altijd branden wanneer het apparaat is aangesloten op het lichtnet en is ingeschakeld. Het is zeer belangrijk om hierop te letten, omdat de gele en rode controlelampen niet werken wanneer er een stroomstoring is en deze controlelampen u dan niet kunnen waarschuwen. rood = ALARM Te hoge binnentemperatuur. Het branden van de rode controlelamp kan meerdere oorzaken hebben, namelijk: x x x het apparaat is voor de eerste maal ingeschakeld het apparaat is na ontdooien weer ingeschakeld zojuist zijn in te vriezen producten in het apparaat geplaatst In deze gevallen is het branden van de rode controlelamp normaal. De controlelamp gaat automatisch uit wanneer de binnentemperatuur ongeveer -18 °C heeft bereikt. Schakel de SUPERVRIES-SCHAKELAAR (Afb. 4) in, indien aanwezig. (Na maximaal 24 uur of wanneer de rode controlelamp uit is, de supervries-schakelaar weer uitschakelen.) Belangrijk! Geen flessen met vloeistof opslaan. De vloeistof zet tijdens het invriezen uit en de flessen kunnen openbarsten. Sla nooit explosiegevaarlijke producten (gasaanstekers, branders, benzine, ether e.d.) op in het apparaat. Bij het opslaan van voorgevroren diepvriesproducten moet u de voorschriften van de fabrikant van het product die op de verpakking zijn aangegeven in acht nemen. Het apparaat zo mogelijk pas weer openen wanneer de rode controlelamp uit is. Wanneer de rode controlelamp na 12 tot 24 uur nog steeds brandt, dan moet u rekening houden met een storing. Diepgevroren ijs en ijslolly's moeten voorafgaand aan consumptie enkele minuten buiten de vrieskist liggen om verwonding van lippen en tong (lostrekken van de huid) te voorkomen. Om dezelfde reden moet ook het met vochtige handen aanraken van de met ijs bedekte binnenwand worden vermeden. Gedeeltelijk of geheel ontdooide producten bij voorkeur direct consumeren. In de regel kunnen deze producten niet opnieuw worden ingevroren. Zie het hoofdstuk "Wat als…" achterin deze handleiding. - geel = SUPERVRIES SCHAKELAAR De supervries-schakelaar is ingeschakeld en thermostaat is buiten werking gesteld. De compressor koelt continu, totdat de SUPERVRIESSCHAKELAAR weer wordt uitgeschakeld. 8 Invriezen/opslaan van verse levensmiddelen Bijna alle verse producten kunnen in uw apparaat worden ingevroren en opgeslagen. Voor de meest gangbare producten hebben we een overzicht gemaakt van de houdbaarheidstermijn en de meest geschikte verpakking. (Zie de "Bewaartabel" achterin deze handleiding.) 6 Hoorbaar alarm Indien het apparaat met een hoorbaar alarm is uitgerust, dan is tegelijk met het branden van de rode controlelamp een alarmsignaal hoorbaar. Dit alarmsignaal stopt automatisch, wanneer de supervries-schakelaar wordt ingeschakeld. Het wordt aangeraden om op de verpakking van de in te vriezen producten aan te geven wat de inhoud is, omdat zelfs bij doorzichtige verpakkingen in diepgevroren toestand niet altijd duidelijk is wat de inhoud is. 7 In bedrijf nemen van het apparaat 1. Apparaat volledig uitpakken. 33 Neem de door de fabrikant aangebrachte merkstreep of merkstrepen (S) in acht. Wij raden aan om de in de handel verkrijgbare etiketten voor diepvriesproducten te gebruiken. Verpak de verse producten in hoeveelheden die zijn afgestemd op het verbruik van uw huishouden, zodat u niet onnodig grote hoeveelheden hoeft te ontdooien, die niet binnen één dag geconsumeerd kunnen worden. Vermeld op de verpakking minimaal de volgende zaken: x product (bijv. runderlappen) x gewicht x hoeveelheid (aantal stuks) x invriesdatum x consumptiedatum (zie “Bewaartabel”) Stel de temperatuur in (Afb. 4) al naar gelang de hoeveelheid producten in het apparaat. Bij normale omgevingstemperatuur (+18 tot +22 °C) raden wij de volgende instellingen van de temperatuur aan, voor een minimaal stroomverbruik. vullingsgraad merkstreep vol bovenste halfvol middelste kwart of minder onderste Volg nu de onderstaande stappen: a) Verse levensmiddelen kunt u het beste in het voorvriesvak (I) (niet bij alle modellen aanwezig) of op de bodem van de vrieskist leggen, deze plekken zijn het koudst. instelling richting 12 uur richting 10 uur richting 8 uur 11 Houdbaarheidstermijn De houdbaarheidstermijn voor reeds ingevroren diepvriesproducten is sterk afhankelijk van het soort product en de verpakking. Houd altijd de aanwijzingen van de fabrikant in acht, zoals die zijn vermeld op het product. Houd voor verse levensmiddelen die u zelf invriest de termijnen in acht die in de bewaartabel achterin deze handleiding zijn aangegeven. Vermijd hierbij, dat verse levensmiddelen met diepgevroren producten in contact komen. Diepgevroren producten kunnen op die manier gedeeltelijk ontdooien, waardoor de houdbaarheid verkleind wordt. b) Plaats binnen een periode van 24 uur niet meer verse producten in het apparaat dan de opgegeven invriescapaciteit. Zie de waarde op het typeplaatje (xx kg/24h). c) Indien aanwezig, de SUPERVRIES-SCHAKELAAR (Afb. 4) inschakelen. (Dit is niet noodzakelijk wanneer reeds ingevroren producten in het apparaat worden geplaatst.) d) Na 24 uur de nu diepgevroren levensmiddelen van de bodem of het voorvriesvak overbrengen in de mand (K), zodat het voorvriesvak of de bodem weer vrijkomen voor het invriezen van nieuwe, verse levensmiddelen. e) Schakel de supervries-schakelaar uit. De gele controlelamp brandt nu niet meer. f) Stel de temperatuurregelaar in op een stand die past bij de hoeveelheid producten in het apparaat (zie "Maximale vulhoogte"). g) Houd de temperatuur in het apparaat (E) in de gaten met behulp van een thermometer die geschikt is voor temperaturen tot -26 °C. De temperatuur in het apparaat moet altijd lager zijn dan -18 °C. Gedeeltelijk ontdooide producten moet u snel consumeren, maximaal 24 uur na ontdooien. 12 Veiligheidsmaatregelen en aanwijzingen x Iedere keer dat het apparaat wordt gereinigd of ontdooid, moet de stekker uit het stopcontact worden genomen. x Het deksel van het apparaat na sluiten niet onmiddellijk met mogelijk grote kracht proberen te openen. Het mogelijk aan de afdichting (B) ontstane vacuüm verdwijnt in ongeveer 1-2 minuten, waarna het deksel weer normaal geopend kan worden. x Warme producten in afgesloten verpakkingen vóór het afsluiten en invriezen laten afkoelen tot kamertemperatuur zodat condensatie in de verpakking en ijsvorming in het apparaat worden voorkomen. x Het deksel van het apparaat zo kort mogelijk openen om onnodig energieverbruik en ijsvorming in het apparaat te voorkomen. x Bij onverwachts en langdurig branden van de rode controlelamp het apparaat in geen geval openen en direct de juiste maatregelen treffen. Zie "Wat als…" achterin deze handleiding. x Gebruik nooit een schroevendraaier of andere metalen gereedschappen voor het verwijderen van de ijslaag. De binnenwand is zeer kwetsbaar en niet bestand tegen scherpe voorwerpen. Gebruik alleen gereedschappen van kunststof of hout zonder scherpe kanten. 9 Bijvullen met verse levensmiddelen (niet ingevroren) Wanneer verse levensmiddelen in het apparaat zijn geplaatst, dan moet u minimaal 24 uur wachten voordat een nieuwe hoeveelheid verse producten kan worden ingevroren. Hierbij is de hoeveelheid afhankelijk van het vriesvermogen van het apparaat (xx kg/24h). (De maximale vulhoogte niet overschrijden.) 10 Maximale vulhoogte Om een goede opslag van de diepgevroren producten te kunnen garanderen, mag de diepvrieskist (E) nooit tot aan de rand worden gevuld. Er moet tussen het deksel en de producten altijd een luchtlaag aanwezig zijn. 13 Reiniging en verzorging Voor een optimaal uiterlijk van uw apparaat kunt u af en toe meubelpolitoer of een andere lakverzorgend product gebruiken. (Nooit toepassen aan de binnenzijde). De afdichting (B) moet af en toe met warm water zonder gebruik van schoonmaakmiddelen worden gereinigd. 44 10. U kunt het ontdooien eventueel versnellen door een grote bak met warm (niet te heet) water op de bodem van het apparaat te plaatsen. 11. Neem bij apparaten zonder afvoer het water weg met behulp van een spons. 12. Reinig de binnenzijde grondig. Gebruik hiervoor warm water met een scheutje azijn en neem de oppervlakken daarna met schoon water af. 13. Veeg de binnenzijde goed droog met een absorberende doek en laat het apparaat 3-4 minuten luchten. 14. Plaats, indien aanwezig, de stop weer in de afvoer. 15. Giet de opvangbak, indien aanwezig, leeg en plaats deze scheidingswand weer in de geleidingen in het apparaat nadat u hem goed hebt afgedroogd. 16. Sluit het apparaat en steek de stekker in het stopcontact. 17. Stel de temperatuurregelaar (Afb. 1) in op de maximale stand (groene en rode controlelamp branden) en schakel, indien aanwezig, de supervries-schakelaar (Afb. 4) in (de gele controlelamp brandt nu ook). 18. Plaats nu de ingevroren producten weer in het apparaat, waarbij u de oudste producten bovenaan legt. Wanneer uw apparaat is uitgerust met een condensor aan de achterzijde (R), verwijder hier dan af en toe de pluizen en het stof. Pluizen en stof verhinderen namelijk de afvoer van warmte uit de binnenruimte van het apparaat en zorgen voor een aanzienlijk hoger energieverbruik. Het beste kunt u voor het schoonmaken van de condensor aan de achterzijde een zachte borstel of een stoffer gebruiken. Wanneer u het apparaat voor langere tijd uitschakelt (bijv. i.v.m. vakantie), laat dan het deksel geopend om geurvorming te voorkomen. Bij apparaten die zijn uitgevoerd met een slot, dit bij geopend deksel afsluiten en de sleutel buiten bereik van kinderen opbergen om ongevallen met spelende kinderen te voorkomen. IJs- en rijplagen die zich aan de binnenwand opbouwen werken vanaf een bepaalde dikte als isolerende laag, waardoor de koude-overdracht wordt verminderd. Deze lagen moeten van tijd tot tijd worden verwijderd. Gebruik voor het verwijderen van de ijslaag aan de binnenkant een plat voorwerp zonder scherpe randen, van kunststof of hout. Leg daarbij een doek over de ingevroren producten zodat u het ijs kunt opvangen en eenvoudig kunt verwijderen. Om het ontdooien van de opgeslagen ingevroren producten te voorkomen, moet u de stappen 1 t/m 17 bij voorkeur binnen twee uur uitvoeren. Ontdooien Bij normaal gebruik (3-4 maal openen per dag) moet het apparaat één- tot tweemaal per jaar ontdooid worden. In andere gevallen moet dit vaker gebeuren. 19. Wanneer de rode controlelamp niet meer brandt, dan stelt u de temperatuurregelaar weer in op de stand die past bij de hoeveelheid producten in het apparaat. 20. Schakel, indien aanwezig, de SUPERVRIESSCHAKELAAR na 8 tot 12, maar maximaal na 24 uur weer uit. De gele controlelamp brandt nu niet meer. Mogelijke gevaren Gebruik nooit elektrische apparaten, zoals haardrogers, verfstrippers of hulpmiddelen met open vuur (bijv. kaarsen) om het apparaat te ontdooien. De kunststof binnenwand zou kunnen smelten en het vrijkomende gas kan ontvlammen door vonken of open vuur. 14 Binnenverlichting (niet op alle modellen) Bij de modellen die zijn uitgerust met binnenverlichting is een schakelaar ingebouwd. Bij het openen van het apparaat schakelt de verlichting automatisch in en bij het sluiten schakelt deze weer uit. De gloeilamp is afgeschermd met een transparante kap. Gebruik alleen lampen met een vermogen van 15 W. Verwissel de lamp volgens de beschrijving (Afb. 5). Voer de volgende stappen uit: 1. Zet een geschikte, niet-metalen bak klaar, zoals een kunststof krat of een wasmand. 2. Neem de stekker uit het stopcontact. 3. Droog uw handen goed af om beschadiging van de huid door contact met het ijs te voorkomen. Het is beter om handschoenen te dragen. 4. Neem alle ingevroren producten uit het apparaat en leg ze in kranten gewikkeld in de klaarstaande bak. Plaats de bak in een koele, droge ruimte. 5. Bedek de bak rondom met een dikke wollen deken. 6. Trek de scheidingswand (H) (niet bij alle modellen aanwezig) uit de geleidingen in de vrieskist. 7. Plaats de eventueel aanwezige scheidingswand onder de waterafvoer aan de onderkant van het apparaat (niet bij alle modellen aanwezig). 8. Neem de stop (indien aanwezig) uit de afvoer onderin het apparaat. 9. Schraap de grootste stukken ijs op de manier die hierboven is beschreven los van de wanden en leg ze in de gootsteen. 15 Zelf storingen oplossen De uitstekende fabricagekwaliteit en de toepassing van de modernste koel- en vriestechniek zorgen in principe voor een foutloze werking van uw apparaat. Wanneer u vermoedt dat een storing optreedt, controleer dan eerst of u alle aanwijzingen en raadgevingen in deze gebruiksaanwijzing hebt opgevolgd, voordat u de klantenservice direct of via de verkoper inschakelt. Voor het inschakelen van de klantenservice voor storingen die zijn opgetreden door het niet opvolgen van de aanwijzingen en raadgevingen worden namelijk kosten in rekening gebracht. Dit valt niet onder de fabrieks- of verkoopgarantie. 5 Let op de volgende zaken: De compressor (M), ook wel motor genoemd, mag niet continu draaien. De compressor wordt geregeld door de thermostaat, die u met behulp van de temperatuurregelaar (Afb. 4) instelt. De compressor wordt automatisch ingeschakeld wanneer de temperatuur in de vrieskist boven de ingestelde temperatuur komt. De compressor wordt weer uitgeschakeld zodra de temperatuur het ingestelde niveau heeft bereikt. Bij een storing die langer duurt, beginnen de ingevroren producten langzaam te ontdooien. Onderneem daarom op tijd de juiste stappen om de storing op te heffen. Breng zonodig de producten over in een andere vrieskist (bijvoorbeeld bij de buren). Elk compressor-koelsysteem produceert geluid wanneer de compressor is ingeschakeld. Dit geluid wordt deels veroorzaakt door de motor in de compressor en deels door het stromen van het koelmiddel door het circuit. Dit geluid is dus normaal en wijst niet op een storing. Mogelijke oorzaken/oplossingen: b) Apparaat koelt niet voldoende Invriezen duurt te lang Compressor draait te vaak x Hebt u het apparaat na plaatsing minimaal 2 uur tot rust laten komen voordat u het heeft ingeschakeld? (Tot rust laten komen van het koelcircuit, zie "In bedrijf nemen van het apparaat".) Zo nee, houd dan het deksel gesloten en neem dan de stekker uit het stopcontact. Til het apparaat aan één kant gedurende korte tijd iets omhoog en zet het weer neer. Steek na 2 uur de stekker weer in het stopcontact. Open het apparaat niet gedurende deze tijd en gedurende 12 uur daarna, of totdat de rode controlelamp uit is. In onverwarmde ruimten kan het bij koud weer voorkomen, dat aan de buitenkant van het apparaat condensvorming optreedt. Dit verschijnsel wijst niet op een storing en verdwijnt weer wanneer de omgevingstemperatuur stijgt. 16 Contact opnemen met de klantenservice Neem pas contact op met de klantenservice wanneer u zelf geen oorzaak voor een storing kunt vinden of wanneer u een storing niet kunt oplossen. Lees daarom eerst de adviezen onder het kopje "Wat als…". x Is de stekker van het apparaat in orde en zit de stekker goed in het stopcontact? x Staat er spanning op het stopcontact? (Eventueel controleren door het aansluiten van een klein elektrisch apparaat, zoals een mixer.) x Het deksel van het apparaat sluit niet goed. De afdichting wordt niet goed aangedrukt. Test: leg een vel papier tussen de afdichting en de rand van het apparaat en sluit het deksel. Het papier moet overal met moeite tussen deksel en rand worden uitgetrokken aan elke zijde. Neem contact op met de klantenservice wanneer het papier op één of meerdere plaatsen zonder moeite tussen deksel en rand kan worden uitgetrokken. Klantenservice Op het bijbehorende garantiebewijs of op de aparte klantenservicekaart is vermeld welke firma de klantenservice voor uw apparaat verzorgt. Wanneer meerdere bedrijven vermeld staan, kiest u dan het bedrijf dat het dichtst bij u is gevestigd. Wanneer bij uw apparaat geen klantenservice vermeld is, neemt u dan in voorkomende gevallen contact op met uw verkoper. Om u sneller van dienst te kunnen zijn, verzoeken wij u om de volgende gegevens bij de hand te hebben wanneer u belt: x x x x x x Sterke ijsvorming op de binnenwanden. (Zie "Reiniging en verzorging".) x Er is sprake van directe inval van zonlicht of het apparaat staat vlakbij een warmtebron (oven, verwarming, enz.). Zorg voor afscherming van het apparaat tegen het invallen van direct zonlicht. Controleer de afstand tot de warmtebron. Schuif een isolerende plaat tussen het apparaat en de warmtebron. merk van het apparaat model/type aard van de storing aanschafdatum waar is het apparaat gekocht? 17 Wat als… a) Buiten werking (apparaat werkt niet) x Let op! Dankzij de isolatie in de wanden van het apparaat kunnen de ingevroren producten zonder stroomvoorziening 10 tot 12 uur ingevroren blijven nadat een storing is opgetreden. Bij extra geïsoleerde apparaten blijven de producten zelfs nog langer ingevroren. Vraag uw verkoper naar de houdbaarheidstermijn bij storingen voor uw apparaat. De hoeveelheid verse in te vriezen producten is groter dan de invriescapaciteit (typeplaatje: xx kg/24h), of de producten zijn te warm (zie: "Invriezen / opslaan van levensmiddelen"). De producent werkt steeds aan de verdere ontwikkeling van zijn producten. Hebt u er daarom a.u.b. begrip voor, dat veranderingen in vorm, uitrusting en techniek voorbehouden blijven. 6 Netherlands NL Bewaartabel -18°C Bewaartijd in maanden ca. 2-3 4 6 8 10-12 Vrieskast / Vriesvak Verse levensmiddelen Geschikte verpakking Gehakt > Polyethyleen vrieszakje > z Worst > Polyethyleen vrieszakje > z Kleine vis > Polyethyleen vrieszakje > z Hart/lever > Polyethyleen vrieszakje > z Consumptie-ijs > Kunststof doos > z Fruit > Kunststof doos > z Kaas > Polyethyleen vrieszakje > z Brood > Polyethyleen vrieszakje > z Grote vis > Polyethyleen vrieszakje > z Gebak/koekjes > Glas > z Varkensvlees > Aluminiumfolie > z Rundvlees > Aluminiumfolie > z Haas > Aluminiumfolie > z Lamsvlees > Aluminiumfolie > z Paddestoelen > Polyethyleen vrieszakje > z Asperges > Polyethyleen vrieszakje > z Groente (gesneden) > Polyethyleen vrieszakje > z Aardbeien > Polyethyleen vrieszakje > z Taart > Aluminiumfolie > z Kip > Aluminiumfolie > z Kalkoen > Aluminiumfolie > z Eend > Aluminiumfolie > z Gans > Aluminiumfolie > z Bloemkool > Polyethyleen vrieszakje > z Bonen > Polyethyleen vrieszakje > z Paprika > Polyethyleen vrieszakje > z Ingemaakt voedsel > Glas > z Fruitconserven > Glas > z IJslolly's > Aluminiumfolie > z 7 Bijlage bij de gebruiksaanwijzing VRIESKIST VRIESKIST met twee vakken NL Lees voordat u de vriezer gebruikt de Algemene gebruiksaanwijzing "VRIESKIST" (aparte handleiding) 0 E A 1 4 5 D 3 6 2 1 B C Deze vrieskist is uitgerust met een handige vrieslade (C) waarin u gemakkelijk levensmiddelen kunt bewaren. A Deksel vrieskist Ondoorzichtig of met glas, afhankelijk van het model B Bovenste vriesvak Voor het invriezen van verse levensmiddelen en het conserveren van diepgevroren levensmiddelen C Onderste vrieslade Voor het conserveren van ingevroren levensmiddelen. D Thermostaatknop "0" = UIT Zet de vrieskist aan en uit met deze knop. Zie de algemene Gebruiksaanwijzing, hoofdstuk 4 "Aan- en uitzetten en temperatuurselectie" E Controlelampje AAN/UIT (groen) Gaat branden wanneer knop D op stand 1 of hoger staat (AAN). Gaat uit als het apparaat op UIT gezet wordt. Knop D staat dan op stand "0". F Schakelaar SUPERVRIEZEN (oranje) Gaat branden wanneer de functie supervriezen op AAN ("1") gezet wordt. Gaat uit wanneer de functie supervriezen op UIT ("0") gezet wordt. Zie de Gebruiksaanwijzing, hoofdstuk 8 "Invriezen/conserveren van verse levensmiddelen" 8 0 F
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61

Haier LW-110G Handleiding

Categorie
Koelkast-diepvriezers
Type
Handleiding