Dell 1815dn Multifunction Mono Laser Printer Gebruikershandleiding

Categorie
Kopieerapparaten
Type
Gebruikershandleiding
De Multifunctionele Printer uitpakken
1. Zoek een plaats voor de printer.

l Laat voldoende ruimte om de papierlade, kleppen en deuren te openen, en om de opties aan te brengen. Het is ook belangrijk om voldoende ruimte
rond de printer te laten voor een goede ventilatie.

l Zorg voor een gepaste omgeving:
l Een stabiel, horizontaal oppervlak
l Niet blootgesteld aan de directe luchtstroom van airconditioners, verwarmingselementen of ventilators
l Uit de buurt van zonlicht, extreme vochtigheid of hoge temperatuurschommelingen houden.
l Een schone, droge en stofvrije plaats.
2. Controleer of de doos naast de Dell™Lasermultifunctionelelaserprinter1815dn de volgende items bevat. Indien er een item ontbreekt, neemt u
contact op met Dell:
a. De stroomkabel en de telefoonkabel kunnen er anders uitzien dan wat er in uw land is vereist.
b. De CD Stuur- en hulpprogramma's omvat de printerstuurprogramma's van Dell, scannerstuurprogramma's, het instellingsprogramma voor de
printer, IP-instellingen, het Macintosh-stuurprogramma, het Linux-stuurprogramma, het Dell Toner Management-systeem™,DellScanCenter™,
PaperPort
®
en een HTML-handleiding.
c. Dit item wordt slechts in een beperkt aantal landen geleverd.
3. Bewaar de doos en het verpakkingsmateriaal in het geval de printer opnieuw moet worden verpakt.
4. Verwijder de verpakkingstape aan de voorkant, achterkant en zijkanten van de printer.
WAARSCHUWING: De printer moet door minimum twee personen worden opgetild.
OPMERKING: Laat de printer in de doos tot u klaar bent om hem te installeren.
tonercassette
netsnoer
a
Gebruikershandleiding
telefoonsnoer
Cd Stuurprogramma's en hulpprogramma's
b
terminator
c
Installatieschema
snelle naslaggids (optioneel)
OPMERKING: Gebruik de telefoonkabel die met uw printer werd meegeleverd. Indien u een andere kabel wilt gebruiken, neem dan een kabel AWG #26 of
kleinere diameter met een lengte van maximum 250 cm.
OPMERKING: Het netsnoer mag alleen op een geaard stopcontact worden aangesloten.
5. Verwijder het etiket volledig van de scannermodule door er voorzichtig aan te trekken. De ontgrendelingsschakelaar van de scanner gaat automatisch
in ontgrendelstand door VOORUIT te schuiven.
6. Op het bedieningspaneel is er extra ruimte voorzien om de snelle startgids op te bergen (optioneel) zodat u die makkelijk kunt raadplegen. Verwijder
de kleefband aan de achterzijde van de snelle startgids (optioneel).
7. Maak de snelle startgids (optioneel) vast aan de ruimte op het bedieningspaneel.

Over uw Multifunctionele Printer

Dit zijn de belangrijkste onderdelen van de printer. Volgende afbeeldingen tonen de standaard Dell Laser MFP 1815dn en een eraan bevestigde optionele
lade 2:

Voorkant

OPMERKING: Overtuig u ervan dat de scanner ontgrendeld is door het scannerdeksel te openen en door de glasplaat te kijken of de blauwe
grendel in de ontgrendelstand ( ) staat. Indien de grendel niet in de ontgrendelstand staat moet u onder het bedieningspaneel grijpen en de
grendel naar voren trekken.
OPMERKING: Wanneer u de printer verplaatst of u hem een langere tijd niet gebruikt, moet u de schakelaar zoals afgebeeld ACHTERUIT schuiven
om de printer te vergrendelen.
Pasnadatdeschakelaarweerisontgrendeld,kuntudocumentenscannenofkopiëren.

Achterkant
a. Indienerinuwland(zoalsDuitsland,Zweden,Denemarken,Oostenrijk,België,Italië,FrankrijkenZwitserland)eenseriëletelefoonverbindingwordtgebruikt,
moet u het afsluitkapje van de telefoonconnector verwijderen en de meegeleverde terminator insteken.
b. Ukunteenvergrendelingseenheidkopeneninstallerenomdeverwijderingvandegeïnstalleerdegeheugenkaarttevoorkomen.

Functies van de knoppen op het bedieningspaneel

Veelgebruikte toetsen
Toetsenpaneel
Druk op:
Om:
Terug te keren naar het hogere menu.
Door de beschikbare opties te scrollen.
De keuze op de display te bevestigen.
Een taak te starten.
Een operatie op elk ogenblik te onderbreken of naar het hoofdmenu terug te keren.

Lettertypen

De laserpinter van Dell ondersteunt de volgende lettertypen:

Tonercassette plaatsen
1. Open de voorklep.
2. Haal de tonercassette uit de zak en schudt de cassette goed heen en weer om de toner gelijkmatig in de cassette te verdelen.
Druk op:
Om:
Het nummer te kiezen of alfanumerieke tekens in te voeren.
Veel gebruikte faxnummers in het geheugen op te slaan of om opgeslagen faxnummers of e-
mail-adressen te zoeken.
Ook telefoonboeklijsten af te drukken.
In de bewerkmodus een pauze in het faxnummer in te lassen.
WAARSCHUWING: Om beschadiging te vermijden, mag u de tonercassette niet langer dan enkele minuten blootstellen aan licht.
3. Houd de tonercassette aan de handgreep vast, schuif ze in de printer tot ze goed vast zit.
4. Sluit de klep aan de voorzijde.

Papier plaatsen

U kunt tot 250 vel gewoon papier (75 g/m
2
) in de papierlade plaatsen.

Papier plaatsen:
1. Trek de papierlade open en trek ze uit de printer.
OPMERKING: Als er toner in contact komt met uw kleding, veeg de toner dan met een droge doek af en was uw kleding in koud water. De toner
zet zich immers vast in de stof als u warm water gebruikt.
WAARSCHUWING: Raak de groene onderzijde van de tonercassette niet aan. Gebruik de hendel op de cassette en vermijd zo dat u dit
gebied aanraakt.
OPMERKING: Stel het papiersoort en -formaat in nadat u papier in de papierlade hebt geplaatst. Zie "Het Papierformaat instellen" en "Het
Papierformaat instellen"voorhettegebruikenpapierbijkopiërenenfaxen,of"Tabblad Papier" bij pc-druk.
2. Indien u papier in de lade plaatst dat langer is dan een standaardformaat (Letter of A4), zoals Legal-papier, ontgrendel dan de geleidervergrendeling
door erop te drukken en schuif de papierlengtegeleider volledig uit tot de volledige lengte van de papierlade is bereikt.
3. Buig de bundel papier om de vellen die aan elkaar geplakt zitten, en waaier ze uit. Zorg dat u de afdrukmedia niet vouwt of kreukt. Maak er op een
vlakke ondergrond een rechte stapel van.
4. Plaats de papierstapel met de te bedrukken zijde naar beneden in de papierlade.
5. Zorg ervoor dat het papier niet boven het aan de binnenkant van de lade aangegeven maximum komt.
6. Schuif de lengtegeleider zachtjes tegen de stapel papier aan.
Stel bij papierformaten die kleiner dan Letter zijn de voorste papierlengtegeleider zo in dat deze de stapel papier net aanraakt.
OPMERKING: Als u te veel papier in de papierlade plaatst, kan dit papierstoringen veroorzaken.
7. Knijp, zoals afgebeeld, op de papierbreedtegeleider en schuif hem naar de papierstapel toe tot hij lichtjes de zijkant van de stapel raakt.
8. Schuif de papierlade weer in de printer.
9. Papiersoort en -formaar instellen. Zie "Het Papierformaat instellen"en "Het Papierformaat instellen".

Aansluiten
Het telefoonsnoer aansluiten
1. Steek een uiteinde van de telefoonkabel in de telefoonkabelaansluiting (Line) en het andere uiteinde in een actieve wandstekerbus.
Om een telefoon en/of antwoordapparaat aan uw printer aan te sluiten, moet u het afsluitkapje uit de uitgang voor het interne toestel (EXT) ( )
verwijderen en de telefoon of het antwoordapparaat met de uitgang voor het interne toestel (EXT) verbinden.
Indien uw printer niet van een afsluitkapje werd voorzien, kunt u de telefoon of het antwoordapparaat direct met de uitgang voor het interne toestel
(EXT) ( ) verbinden.
OPMERKING: Als u de papiergeleiders niet nauwkeurig instelt, kan het papier vastlopen.

OPMERKING: Zie "Een antwoordapparaat gebruiken" of "Een computermodem gebruiken" voor meer informatie.
Indienerinuwland(zoalsDuitsland,Zweden,Denemarken,Oostenrijk,België,Italië,FrankrijkenZwitserland)eenseriëletelefoonverbindingwordtgebruikt,
moet u het afsluitkapje van de uitgang voor het interne toestel (EXT) ( ) verwijderen en de meegeleverde terminator insteken.

De Printerkabel aansluiten
De printer met een computer verbinden

Een lokale printer is een printer die via een USB-kabel met uw computer is verbonden. Indien uw printer met een netwerk i.p.v. met uw computer is verbonden,
sla deze stap dan over en ga verder met "De printer aan het netwerk aansluiten".

Ga als volgt te werk om de printer met een computer te verbinden:
1. Zorg dat de pritner, computer en alle andere aangesloten apparatuur is uitgeschakeld en van de netvoeding is gekoppeld.
2. Sluit een USB-kabel aan de USB-poort van uw printer aan.
3. Sluit het andere einde van de kabel aan een vrije USB-poort van uw computer aan, maar niet aan deze voor het USB-toetsenbord.
De printer met een netwerk verbinden
1. Zorg dat de pritner, computer en alle andere aangesloten apparatuur is uitgeschakeld en van de netvoeding is gekoppeld.
2. Verbind een uiteinde van een standaard UTP-netwerkkabel (Unshielded Twisted Pair) van categorie 5 met een LAN-drop of -hub en het andere uiteinde
met de Ethernet-netwerkpoort aan de achterkant van de printer. De printer past zich automatisch aan de netwerksnelheid aan.
OPMERKING: USB-kabels worden apart verkocht. Contacteer Dell om een USB-kabel te kopen.
OPMERKING: Gebruik een gecertificeerde USB-kabel om de printer met de USB-poort te verbinden. U moet een kabel van 3 m lengte kopen die voor
USB 2.0 geschikt is.

Stroomvoorziening van de Multifunctionele Printer

Ga als volgt te werk om de printer aan te zetten:
1. Steek een uiteinde van de stroomkabel in de stroomkabelaansluiting aan de achterkant van de printer en het andere uiteinde in een correct geaard
stopcontact.
2. Druk op de aan/uit-schakelaar om de printer aan te zetten. Opwarmen... verschijnt op het weergavescherm en geeft aan dat de printer ingeschakeld
is.

Zie "De taal van de display wijzigen" voor informatie over het instellen van een andere taal voor het display.

Menufuncties van de Dell Laser MFP 1815dn
OPMERKING: Nadat u de printer hebt aangesloten, moet u de netwerkparameters op het bedieningspaneel configureren. Zie "Een
netwerkconfiguratiepagina afdrukken".
WAARSCHUWING: Het fuserbereik achteraan in de printer warmt sterk op vanaf het moment dat de printer wordt aangezet.
WAARSCHUWING: Wees voorzichtig en raak hete onderdelen niet aan.
WAARSCHUWING: Haal de printer niet uit elkaar wanneer deze aanstaat. Wanneer u dit wel doet, kunt u een elektrische schok krijgen.
1. Papierinstel.
2. St. inst. kop.
3. St.instel. fax
Papierformaat
Type papier
Aantal exempl.
Zoom
Contrast
Kwaliteit
Selecteer lade
Dubbelzijdig
Contrast
Resolutie
Opn. na bels.
Ontvangstmodus
Tijd ts kiesp.
Aantal kiesp.
Bericht bev.
Autom. rapport
Aut. verklein.
Grootte neger.
Code ontvangen
DRPD-modus
Dubbelzijdig
4. St.inst. scan.
5. Geavanc. fax
6. Map
Afbeeld. form.
Bestandsind.
Resolutie
Time-out NetSc
Naar ander nr.
Ontv. doorst.
Daluren
Inst. ong. f.
Veilige ontv.
Kenget. kiezen
Ontv.g. stemp.
ECM-modus
Modemsnelheid
Ontv. uitsch.
Telefoonboek
E-mail
7. Rapporten
8. E-mailinst.
9. Netwerkconfig.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste instelling te markeren.
3. Druk op OK ( ) of kies de weergegeven instelling.

De taal van de display wijzigen

Volg onderstaande stappen om de taal op het bedieningspaneel te wijzigen:
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Apparaatinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Taal te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste taal op de display te laten verschijnen.
De beschikbare talen zijn Engels, Frans, Duits, Italiaans, Spaans, Tsjechisch, Iberisch Portugees, Nederlands, Pools, Noors, Zweeds, Fins, Deens en
Russisch.
5. Druk op OK ( ) om uw keuze te bewaren.
6. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Land kiezen

Volg onderstaande stappen om het land op het bedieningspaneel te wijzigen:
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Apparaatinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Selecteer land te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om het gewenste land weer te geven en druk op OK ( ).
5. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Telefoonboek
Verzendrapport
Ontvangstrap.
Systeemgegev.
Geplande taken
Bericht bev.
Lijst ong. f.
Scanjournaal
E-mailrapport
SMTP-server
Gebr. instel.
Naar zichzelf
Standaardafz.
Standaardond.
E-mail doorst.
Toeg. regelen
Wachtw. instel.
Configuratie
Instel. wissen
Syst.geg. afd.
10. Geluid/Volume
11. Apparaatinst.
12. Onderhoud
Luidspreker
Belsignaal
Knop
Waarsch.geluid
Apparaat-id
Datum en tijd
Klokmodus
Taal
Energ.spaarst.
Time-out
CCD ener.besp.
Tonerbesparing
Selecteer land
Globale toeg.
Inst. import.
Inst. export.
Drum reinigen
Instel. wissen
Toner besparen

Dankzij de modus Toner Besparen gebruikt uw printer minder toner op elke pagina. Zo gaat uw tonercartridge langer mee; dit gaat overigens ten koste van
de afdrukkwaliteit.

Om de modus Toner Besparen aan te zetten:
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Apparaatinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Tonerbesparing te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Aan te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Energiebesparende Modus

Dankzij de Energiebesparende modus beperkt uw printer het energieverbruik als hij niet wordt gebruikt. U kunt deze modus aanzetten door de duur te
bepalen die de printer na een taak moet wachten tot hij overgaat in een stand met verminderd stroomverbruik.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Apparaatinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Energ.spaarst. te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Aan te weer te geven en druk dan op OK ( ).
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste tijdsinstellingen op de display te laten verschijnen.
De beschikbare opties zijn 5, 10, 15, 30, 60 en 120 (minuten).
6. Druk op OK ( ) om uw keuze te bewaren.
7. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Energiebesparende Modus Charge-Coupled Device (CCD)

De scannerlamp onder de glasplaat gaat automatisch uit wanneer ze gedurende een vooraf ingestelde tijd niet gebruikt wordt om zo het stroomverbruik te
beperken en de levensduur van de lamp te verlengen. De lamp gaat automatisch aan en de opwarmcyclus begint zodra op eender welke toets gedrukt wordt,
wanneer de documentklep wordt geopend of wanneer een document in de ADI wordt gedetecteerd.

U kunt the duur instellen die de scannerlamp na een scantaak moet wachten tot ze overschakelt naar de Energiebesparende modus.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Apparaatinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om CCD ener.besp. te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste tijdsinstellingen op de display te laten verschijnen.
De beschikbare opties zijn 30, 60 en 120 (minuten).
5. Druk op OK ( ) om uw keuze te bewaren.
6. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

OPMERKING: Voor pc-druk kunt u ook de modus Toner Besparen in de printereigenschappen aan- of uitzetten. Zie "Tabblad Grafisch".
De optie Time-out instellen

U kunt de duur instellen die de printer moet wachten tot hij weer de standaard kopieer- of faxinstellingen gebruikt,
alsunietmetkopiërenoffaxenbegintnadat
u ze op het bedieningspaneel hebt veranderd.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Apparaatinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Time-out te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste time-outwaarde op de display te laten verschijnen.
U kunt kiezen tussen 15, 30, 60 en 180 (seconden). Bij selectie van Uit zal de printer de standaardinstellingen niet gebruiken tot u op Start ( ) drukt
ommethetkopiërenoffaxentebeginnen,ofopAnnuleren ( ) om te annuleren.
5. Druk op OK ( ) om uw keuze te bewaren.
6. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Beveiliging van de Printer met een Wachtcode

U kunt aan uw printer een wachtcode toekennen om hem tegen niet gemachtigde gebruikers te beveiligen.
Toekenning van een wachtcode
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Apparaatinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Globale toeg. te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Instellen te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Voer een wachtcode van vier cijfers in en druk op OK ( ).
6. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.
De Beveiligingsfunctie activeren
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Apparaatinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Globale toeg. te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om toegang te krijgen tot Beschermen.
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om Aan te weer te geven en druk dan op OK ( ).
6. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.









Tijdenskopiëren


Papierplaatsenomtekopiëren

Deaanwijzingenvoorhetplaatsenvanafdrukmateriaalzijndezelfde,ofhetnugaatomafdrukken,faxenofkopiëren.Zievoormeerdetails"Papier plaatsen"
betreffende het plaatsen van papier in de papierlade en "Afdrukken via de bypass-lade" betreffende het plaatsen van papier in de bypass-lade.

De Papierlade kiezen

Nadatudeafdrukmediahebtgeplaatst,moetudepapierladeselecterendieuvoorhetkopiërenwiltgebruiken.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om KOP. te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Selecteer lade te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste papierlade op de display te laten verschijnen.
U kunt kiezen uit Lade 1, Lade 2 (optioneel) en Bypasslade. Als u de optionele lade 2 niet installeert, verschijnt het menu-item Lade 2 (optioneel)
eventueel niet in de display.
4. Druk op OK ( ) om uw keuze te bewaren.
5. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Een document voorbereiden

Omeenorigineeldocumenttekopiëren,scanneneneenfaxtesturen,kuntudeglasplaatofdeADIgebruiken.AlsudeADIgebruikt,kuntutot50velvan75
g/m
2
voorééntaakladen.Alsudeglasplaatgebruikt,kuntuéénvelperkeerplaatsen.

Als u de automatische documentinvoer gebruikt:

l Plaats geen documenten die kleiner zijn dan 142 bij 148 mm of groter dan 216 bij 356 mm.

l De volgende documenten mogen niet in de automatische documentinvoer worden geplaatst:
Carbonpapier of papier met carbonrug
Gecoat papier
Licht doorschijnend of dun papier
Gekreukt of gevouwen papier
Gekruld of opgerold papier
Papier met scheuren
Papierplaatsenomtekopiëren
Kopieerinstellingen wijzigen
De Papierlade kiezen
Bijzondere kopieerfuncties
Een document voorbereiden
Dubbelzijdigkopiëren
Een origineel plaatsen
De standaardinstellingen wijzigen
Kopieënmaken


OPMERKING: Om de beste scankwaliteit te bereiken, vooral voor kleuren- of grijzwaardenafbeeldingen, gebruikt u bij voorkeur de glasplaat in plaats
van de ADI.

l Verwijder nietjes en paperclips voordat u de documenten plaatst.

l Wacht tot lijm, inkt of correctievloeistof op het papier droog is voordat u de documenten laadt.

l Laad documenten met wisselend gewicht of formaat niet door elkaar.

l Plaats geen boekjes, pamfletten, transparanten of documenten met ongebruikelijke eigenschappen.

Een origineel plaatsen

U kunt de ADI (Automatische Documentinvoer) of de glasplaat gebruiken om een origineel document te plaatsen. In de automatische documentinvoer kunt u
tot 50 vellen tegelijk plaatsen (75 g/m
2
).Alsudeglasplaatgebruikt,kuntuéénvelperkeerplaatsen.

Om het document in de ADI te plaatsen:
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en met de bovenste zijde van de documenten eerst in de ADI.
2. Pas de documentbreedtegeleider aan het documentformaat aan. Zorg ervoor dat de bodem van de documentstapel overeenstemt met het
papierformaat dat op de documentinvoerlade staat.
Zie "Een document voorbereiden"voor gedetailleerde richtlijnen bij het voorbereiden van een origineel.
Om het document op de glasplaat te plaatsen:
1. Open de documentklep.
OPMERKING: Om een document van de glasplaat te kunnen scannen, moet u eerst eventuele documenten uit de ADI verwijderen. Indien er een
document in de ADI wordt gedetecteerd, heeft het prioriteit boven het document op de glasplaat.
OPMERKING: Om de beste scankwaliteit te bereiken, vooral voor kleuren- of grijzwaardenafbeeldingen, gebruikt u bij voorkeur de glasplaat in plaats
van de ADI.
2. Plaats het document met de voorzijde naar beneden opdeglasplaatenbrenghetmetbehulpvandecentreergeleideropéénlijnmetdelinker
bovenhoek van het glas.
Zie "Een document voorbereiden"voor gedetailleerde richtlijnen bij het voorbereiden van een origineel.
3. Sluit de documentklep.

Kopieënmaken
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Pas de kopieerinstellingen, incl. aantal kopies, kopieerformaat, contrast en beeldkwaliteit aan door het kopieermenu te kiezen en de
bedieningspaneelknoppen te gebruiken. Zie "Kopieerinstellingen wijzigen".
Gebruik de knop Annuleren ( ) om de instellingen op te heffen.
3. Indien nodig, kunt u speciale kopieerfuncties, zoals Auto Fit (automatisch passend maken), Klonen, Poster en ID-kopiërengebruiken,ziehiervoor
"Bijzondere kopieerfuncties (Special)".
4. Druk op Start ( )ommethetkopiërentebeginnen.Hetdisplaygeeftaandatdekopiewordtgemaakt.

OPMERKING: Indien u een pagina uit een boek of magazine kopieert, hef dan het deksel op tot de scharnieren door de stopper worden
tegengehouden en sluit dan het deksel. Indien het boek of magazine dikker is dan 30 mm, kopieer dan met het deksel open.
OPMERKING: Alsutijdenshetkopiërendeklepopenlaat,kandekwaliteitvandekopieachteruitgaanenwordtermeertonergebruikt.
OPMERKING: Voorhetkopiërenishetnietnodigdateencomputerisaangesloten.
OPMERKING: Vervuilende stoffen op het ADI-glas of de glasplaat kunnen zwarte verticale lijnen of zwarte vlekken op de afdruk veroorzaken. Maak
voor gebruik het ADI-glas en de glasplaat schoon om de beste resultaten te verkrijgen. Zie "De Scanner reinigen".

OPMERKING: U kunt op elk ogenblik de kopieertaak annuleren. Druk op Annuleren ( )omhetkopiërentestoppen.
Kopieerinstellingen wijzigen

Via de kopieermenu's op het bedieningspaneel kunt u alle basiskopieeropties aanpassen; aantal kopies, kopieerformaat, contrast en beeldkwaliteit. Stel de
volgende opties voor de actuele kopieertaak in vooraleer u op Start ( ) drukt om kopies te maken.

Aantal exemplaren

U kunt het aantal kopies bepalen tussen 1 en 199.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om KOP. te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot het Aantal exempl.
3. Voer de gewenste waarde in via de cijfertoetsen.

Verkleinen/vergroten

U kunt de grootte van een gekopieerde afbeelding verkleinen of vergroten, nl. van 25 percent tot 400 percent wanneer u originele documenten via de
glasplaat kopieert of van 25 percent tot 100 percent via de ADI. De beschikbare zoomfactoren verschillen dus al naargelang u het origineel kopieert via de
glasplaat of via de automatische documentinvoer.

Zo kiest u een van de vaste zoominstellingen:
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om KOP. te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Zoom te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste formaatinstelling weer te geven en druk op OK ( ).

Zo stelt u de exacte vergroting/verkleining in:
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om KOP. te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Zoom te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om And. (25-400)(op de glasplaat) of And. (25-100) (via de ADI) weer te geven en druk op OK ( ).
4. Voer de gewenste waarde in via de cijfertoetsen.

Contrast

Pas het contrast aan om de kopie lichter of donkerder te maken dan het origineel.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om KOP. te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Contrast te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om het contrast aan te passen.

Kwaliteit

Met de kwaliteitsinstellingen kunt u de beeldkwaliteit verbeteren door het type document voor de actuele kopieertaak te kiezen.
OPMERKING: Indien u tijdens het instellen van de kopieeropties op Annuleren ( ) drukt, kunnen alle opties die u voor de actuele kopieertaak hebt
ingesteld, geannuleerd worden en teruggezet worden naar hun standaardinstelling. Of ze worden automatisch naar hun standaardinstelling
teruggezetnahetkopiëren.
OPMERKING: Als u een verkleinde kopie maakt, is het mogelijk dat onderaan op de kopie zwarte lijnen verschijnen.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om KOP. te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Kwaliteit te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om de beeldkwaliteitmodus te kiezen en druk op OK ( ).
l Tekst: Te gebruiken bij documenten met fijne details, zoals fijne tekst.
l Tekst/Foto: Te gebruiken voor documenten met zowel tekst alsook foto/grijswaarden.
l Foto: Te gebruiken voor documenten met foto of grijswaarden.

Bijzondere kopieerfuncties

Open in het programma de afdrukinstellingen en ga naar het venster Eigenschappen van de printer. In het menu Lay-out hebt u de keuze uit de volgende
kopieerfuncties:

l Uit: Afdrukken in de normale modus.

l ID kopie: Drukt een origineel document met 2 zijden af op een vel papier. Zie "ID-kopiëren".

l Aut. aanpas.: Verkleint of vergroot automatisch de originele afbeelding opdat ze op het momenteel in de printer geplaatste papier zou passen. Zie
"Automatisch aanpassen".

l Poster: Drukt een afbeelding op 9 (3 bij 3) vellen papier af. U kunt deze vellen aan elkaar plakken om er een poster van te maken. Zie "Poster".

l Klonen:Hetorigineelmeerderekerenafdrukkenopéénvelpapier.Hetaantalafbeeldingenpervelhangtafvandegroottevanhetorigineelenhet
papierformaat. Zie "Klonen".

ID-kopiëren
Om ID-kopiërentegebruiken:
1. Leghettekopiërendocumentopdeglasplaatensluitdeklep.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om KOP. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Lay-out te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om ID kopie te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Pas, indien nodig, de kopieerinstellingen, inclusief het aantal kopies, contrast en beeldkwaliteit, aan door gebruik te maken van de Kopieermenu's. Zie
"Kopieerinstellingen wijzigen".
6. Druk op Start ( )ommethetkopiërentebeginnen.
Uw printer begint met het scannen van de voorzijde.
7. Wanneer Draai origin. om in de onderste lijn van de display verschijnt, open het documentdeksel en draai het document om met de tweede zijde naar
beneden. Sluit de documentklep.
8. Druk weer Start ( ).

OPMERKING: Sommige functies zijn eventueel, afhankelijk ervan of u het document op de glasplaat of in de ADI hebt geplaatst, niet beschikbaar.
Bij gebruik van deze kopieerfunctie drukt de printer een kant op de bovenste helft van het papier en de andere kant op de onderste helft
zonder de originele grootte te wijzigen. Deze functie is handig wanneer u kleine documenten kopieert, zoals naamkaartjes.

Indien het originele document groter is dan het bedrukbare gebied, worden sommige delen niet afgedrukt.

Deze speciale kopieermodus kan enkel gebruikt worden wanneer u via de glasplaat kopieert. Wanneer een document in de ADI wordt
gedetecteerd, werkt de ID-kopieerfunctie niet.

OPMERKING: Voor ID-kopiërenkuntuhetkopieerformaatnietaanpassendoorhetmenuZoom te gebruiken.

OPMERKING: Wanneer u op de knop Annuleren ( ) drukt of wanneer gedurende 30 seconden op geen knop wordt gedrukt, annuleert de printer de
kopieertaak en keert hij terug in de Standby-modus.
Automatisch aanpassen

Poster

Klonen
Deze speciale kopieermodus kan enkel gebruikt worden wanneer u via de glasplaat kopieert. Wanneer een document in de ADI wordt
gedetecteerd, werkt Auto Fit niet.

Om Auto Fit-kopiërentegebruiken:
1. Plaatshettekopiiërendocumentophetdocumentglaasensluithetdocumentdeksel.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om KOP. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Lay-out te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Aut. aanpas. te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Pas, indien nodig, de kopieerinstellingen, inclusief het aantal kopies, contrast en beeldkwaliteit, aan door gebruik te maken van de
Kopieermenu's. Zie "Kopieerinstellingen wijzigen".
6. Druk op Start ( )ommethetkopiërentebeginnen.
OPMERKING: Wanneer Auto Fit-kopiërengeactiveerdis,kuntuhetkopieerformaatnietviahetmenuZoom aanpassen.


Deze speciale kopieermodus kan enkel gebruikt worden wanneer u via de glasplaat kopieert. Wanneer een document in de ADI wortd
gedetecteerd, werkt de Poster-kopieerfunctie niet.

Om Poster-kopiërentegebruiken:
1. Leghettekopiërendocumentopdeglasplaatensluitdeklep.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om KOP. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Lay-out te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Poster te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Pas, indien nodig, de kopieerinstellingen, inclusief het aantal kopies, contrast en beeldkwaliteit, aan door gebruik te maken van de
Kopieermenu's. Zie "Kopieerinstellingen wijzigen".
6. Druk op Start ( )ommethetkopiërentebeginnen.
Uw originele document wordt in 9 delen verdeeld. De stukken worden een voor een gescand en afgedrukt, in deze volgorde:
OPMERKING: Voor het maken van een poster kunt het kopieerformaat niet aanpassen door de menuknop Zoom te gebruiken.

De functie Klonen werkt alleen wanneer u via de glasplaat kopieert. Wanneer een document in de ADI wordt gedetecteerd, werkt de functie
Klonen niet.

Om Kloon-kopiërentegebruiken:
1. Leghettekopiërendocumentopdeglasplaatensluitdeklep.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om KOP. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Lay-out te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Klonen te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Pas, indien nodig, de kopieerinstellingen, inclusief aantal kopies, contrast en beeldkwaliteit aan door gebruik te maken van de
OPMERKING: Voor het maken van een kloonkopie kunt u het kopieerformaat niet aanpassen door het menu Zoom te gebruiken.

Dubbelzijdigkopiëren

U kunt de printer zodanig instellen dat hij automatisch afdrukt op beide zijden van het papier.
1. PlaatsdetekopiërendocumentenindeADI.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om KOP. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Dubbelzijdig te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste optie voor het binden weer te geven en druk op OK ( ).
l Uit: Afdrukken in de normale modus.
l Lange zijde: De afgedrukte pagina's kunnen als een boek gelezen worden.
l Korte zijde: De afgedrukte pagina's kunnen als een notitieblokje worden gelezen.
5. Pas, indien nodig, de kopieerinstellingen, inclusief het aantal kopies, kopieerformaat, contrast en beeldkwaliteit, aan door gebruik te maken van de
Kopieermenu's. Zie "Kopieerinstellingen wijzigen".
6. Druk op Start ( )ommethetkopiërentebeginnen.
Uw printer drukt automatisch af op beide zijden van het papier.

De standaardinstellingen wijzigen

U kunt de kopieerinstellingen, inclusief contrast, beeldkwaliteit, kopieerformaat en aantal kopies op de meest gebruikte stand zetten. Wanneer u een
document kopieert, worden de standaardinstellingen gebruikt tenzij dit via de Kopieermenu's anders werd bepaald.

Zo maakt u uw eigen standaardinstellingen:
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om KOP. te markeren en druk dan op OK ( ).
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om St. inst. kop. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om door de instellingsopties te bladeren.
4. Druk, wanneer de gewenste optie verschijnt, op OK ( ) om de optie te kiezen.
5. Verander de instelling door gebruik te maken van bladertoetsen ( of ) of voer d.m.v. de cijfertoetsen de waarde in.
6. Druk op OK ( ) om uw keuze te bewaren.
7. Herhaal stap 3-6 tot u klaar bent.
8. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.






kopieermenu's. Zie "Kopieerinstellingen wijzigen".
6. Druk op Start ( )ommethetkopiërentebeginnen.
OPMERKING: Als u tijdens het instellen van de kopieerinstellingen op Annuleren ( ) drukt, worden de aanpassingen geannuleerd en worden weer de
standaardinstellingen gebruikt.
Faxmodus

De printer-ID instellen

In de meeste landen bent u wettelijk verplicht om op alle faxen die u verstuurt uw faxnummer te vermelden. De printer-id, die uw telefoonnummer en
(bedrijfs)naam bevat, kan worden afgedrukt bovenaan op elke pagina die u faxt.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Apparaatinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot Apparaat-id.
4. Voer uw faxnummer in met de cijfertoetsen.
5. Druk op OK ( ) wanneer het nummer op de display juist is. U wordt gevraagd om de id in te voeren.
6. Geef uw (bedrijfs)naam in met de cijfertoetsen.
7. U kunt alfanumerieke karakters met de cijfertoetsen invoeren, inclusief speciale symbolen door op de 1 te drukken.
Zie "Karakters met de cijfertoetsen invoeren" voor informatie over het invoeren van alfanumerieke tekens met de cijfertoetsen.
8. Druk op OK ( ) wanneer de naam op de display juist is.
9. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Karakters met de cijfertoetsen invoeren

U zult voor verschillende taken namen en nummers moeten invoeren. Zo kunt u bijvoorbeeld bij het instellen van uw printer uw (bedrijfs)naam en
telefoonnuummer invoeren. Wanneer u faxnummers in het geheugen opslaat, kunt u ook de corresponderende namen invoeren.

l Wanneer u gevraagd wordt om een letter in te voeren, druk dan op de betreffende knop tot de juiste letter op de display verschijnt.
Om bijvoorbeeld de letter O in te voeren, drukt u op 6.

l Telkens wanneer u op 6 drukt, verschijnt in de display een andere letter, nl. M, N, O en uiteindelijk 6.

l Herhaalstapéénombijkomendelettersintevoeren.

l Druk herhaaldelijk op 1 om een spatie in te voeren en druk ook op 1 om speciale karakters in te voeren.

l Druk op OK ( ) wanneer uu klaar bent.
De printer-ID instellen
Een fax verzenden
Karakters met de cijfertoetsen invoeren
Een Fax ontvangen
Tijd en datum instellen
Automatisch Kiezen
De kloknotatie instellen
Andere faxmethoden
Geluiden instellen
Overige mogelijkheden
Gesprekskosten besparen
Een Fax versturen vanuit een pc
Faxsysteem instellen


OPMERKING: Wanneer u zich bij het invoeren van nummers vergist hebt, druk dan op de linker bladertoets ( ) om het laatste cijfer te wissen.
Letters en cijfers op de toetsen

Cijfers of namen wijzigen

Wanneer u zich bij het invoeren van een nummer of naam vergist hebt, druk dan op de linker bladertoets ( ) om het laatste cijfer of karakter te wissen. Voer
vervolgens het juiste cijfer of de juiste letter in.
Een pauze invoegen

Voor sommige telefoonsystemen moet u eerst een toegangscode kiezen en op een tweede kiestoon wachten. Opdat de toegangscode zou werken, moet een
pauze ingevoegd worden. Voer bijvoorbeeld toegangscode 9 in en druk dan op Pauze ( ) vooraleer u het telefoonnummer invoert. Op de display verschijnt
een "," om aan te geven wanneer een pauze ingevoegd wordt.

Tijd en datum instellen

Tijd en datum worden op alle faxen afgedrukt.

Om tijd en datum in te stellen:
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Apparaatinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Datum en tijd te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Voer de juiste tijd en datum in met de cijfertoetsen.
Maand = 01 ~ 12
Dag = 01 ~ 31
Jaar = 1990 ~ 2089
Uur = 01 ~ 12 (12-uursnotatie)
00 ~ 23 (24-uursnotatie)
Minuten = 00 ~ 59
U kunt ook met behulp van bladertoetsen ( of ) de cursor onder het cijfer plaatsen dat u wilt aanpassen en een nieuw nummer invoeren.
5. Om VM of NM voor het 12-uur-formaat te kiezen, drukt u op de knop of .
Wanneer de cursor zich niet onder de indicatie VM of NM bevindt, druk dan op de knop of en de cursor gaat direct naar de indicatie.
U kunt de klok ook instellen op de 24-uursnotatie. 01:00 NM wordt dan weergegeven als 13:00. Voor meer informatie verwijzen we naar "
De kloknotatie
instellen".
Toets
Bijbehorende cijfers, letters en leestekens
1
1@._space,/*#&$+-`
2
A B C 2
3
D E F 3
4
G H I 4
5
J K L 5
6
M N O 6
7
P Q R S 7
8
T U V 8
9
W X Y Z 9
0
0
OPMERKING: U moet eventueel weer de juiste tijd en datuum instellen wanneer de stroomtoevoer naar de printer onderbroken werd.
6. Druk op OK ( ) wanneer tijd en datum op de display juist zijn.

De kloknotatie instellen

U kunt uw printer zo instellen dat de actuele tijd ofwel in 12-uur- of 24-uur-formaat op de display wordt weergegeven.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Apparaatinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Klokmodus te markeren en druk dan op OK ( ).
Op de display van de printer verschijnt de actueel ingestelde kloknotatie.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om een andere notatie te kiezen en druk op OK ( ) om uw keuze te bewaren.
5. Druk op Annuleren( ) om terug te keren naar stand-bymodus.

Geluiden instellen
Luidspreker, beltoon, toetsgeluid en alarmsignalen
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Geluid/Volume te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om door de opties te bladeren. Druk op OK ( ) wanneer u de gewenste geluidsoptie ziet.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om de status of de gewenste geluidssterkte voor de gekozen optie weer te geven.
Voor het beltoonvolume kunt u kiezen tussen Uit, Laag, Gemiddeld en Hoog. Wanneer u Uit instelt, schakelt u de beltoon uit. De printer werkt normaal
ook wanneer de beltoon uitgeschakeld is.
5. Druk op OK ( ) om uw keuze te bewaren.
6. Herhaal zo nodig stappen 3 tot 5.
7. Druk op Annuleren( ) om terug te keren naar stand-bymodus.

Luidsprekervolume
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Hoorn op haak te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot Ja.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) tot de gewenste geluidssterkte is bereikt. Op het display wordt het huidige volume weergegeven.

Gesprekskosten besparen

De modus "Gesprekskosten besparen" kan worden gebruikt om gescande documenten te bewaren en om deze dan op een welbepaald moment te verzenden
wanneer de kosten voor langeafstandsgesprekken lager zijn.

Om de modus "Gesprekskosten besparen" in te schakelen:
OPMERKING: De printer geeft een biep en u kunt niet naar de volgende stap overgaan wanneer een verkeerd nummer werd ingevoerd.
OPMERKING: u kunt het volume van de luidspreker alleen wijzigen als de telefoonlijn is aangesloten.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Geavanc. fax te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Daluren te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Aan te weer te geven en druk dan op OK ( ).
5. Voer na 1 seconde met de cijfertoetsen het moment (tijd en datum) in waarop de printer met kostenbesparend faxen moet beginnen.
Om VM of NM voor het 12-uur-formaat te kiezen, drukt u op de knop of .
6. Druk op OK ( ) wanneer de starttijd op de display juist is.
7. Voer na 1 seconde met de cijfertoetsen het moment in (tijd en datum) waarop de kostenbesparende verzending eindigt.
8. Druk op OK ( ) om uw instelling te bewaren.
9. Druk op Annuleren( ) om terug te keren naar stand-bymodus.

Zodra de modus "Gesprekskosten besparen" is geactiveerd, slaat uw printer alle te faxen documenten in het geheugen op en verstuurt ze op het
geprogrammeerde moment.

Om de modus "Gesprekskosten besparen" uit te schakelen, volgt u de stappen 1 en 3 in "Gesprekskosten besparen" en drukt u dan op bladertoetsen ( of
) tot Uit verschijnt en drukt u vervolgens op OK ( ).

Faxsysteem instellen
De Faxinstellingsopties wijzigen
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om St.instel. fax te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om het gewenste menu-item weer te geven en druk op OK ( ).
4. Gebruik bladertoetsen ( of ) om de status te vinden of gebruik de cijfertoetsen om een waarde voor de gekozen optie in te voeren.
5. Druk op OK ( ) om uw keuze te bewaren.
6. Herhaal zo nodig stappen 3 tot 5.
7. Druk op Annuleren( ) om terug te keren naar stand-bymodus.

Beschikbare Faxstandaardopties

U kunt de volgende opties gebruiken om het faxsysteem te configureren:
Optie
Beschrijving
Contrast
U kunt de standaardwaarde van het contrast voor het faxen van uw documenten lichter of donkerder maken.
Resolutie
U kunt de standaardinstelling van de resolutie op Standaard, Fijn of Superfijn zetten.
Opn. na bels.
U kunt het aantal keren (1-7) bepalen dat de printer rinkelt vooraleer een inkomende oproep wordt beantwoord.
Ontvangstmodus
Hier kunt u de standaardmodus voor het ontvangen van faxen selecteren.
•
Faxmodus (modus automatische ontvangst): De printer beantwoordt een inkomende
oproep en schakelt automatisch naar de ontvangstmodus over. Het aantal beltonen voor
de printer reageert kan ingesteld worden in de optie Opn. na bels.. Als het
gebruikersgeheugen vol is, kan de printer geen binnenkomende faxen meer ontvangen.
Maak geheugenruimte vrij door de gegevens uit het geheugen te verwijderen en ga door.
•
Tel.-modus (modus manuele ontvangst)
: De modus manuele ontvangst wordt geactiveerd, wanneer de
automatische faxontvangst uitgeschakeld is.
U kunt een fax ontvangen door:
•
de handset van de interne telefoon op te nemen die niet direct met de achterkant van de printer is
verbonden en door dan de ontvangstcode in te toetsen, of
•
de handset op te nemen van de interne telefoon die direct met de achterkant van de multifunctionele
printer is verbonden en door dan op Start ( ) te drukken, of
•
naar FAX Hoorn op haak Ja te gaan wanneer de bel rinkelt (u hoort stem- of faxgeluiden van

Een fax verzenden
Het is mogelijk om via de cijfertoetsen met het invoeren van het nummer te beginnen zonder eerst de faxmodus te kiezen. De printer kan automatisch naar de
faxmodus overschakelen wanneer het vierde cijfer via de cijfertoetsen wordt ingevoerd.

Faxcontrast instellen

Gebruik de Contrastinstellingen om uw documenten lichter of donkerder te faxen.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Contrast te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om de Contrast te kiezen en druk op OK ( ).
l Lichter levert goede resultaten op bij donkere originelen.
l Normaal levert goede resultaten op bij normale getypte of gedrukte originelen.
l Donkerder levert goede resultaten op bij lichte originelen of met potlood geschreven tekst.

Faxresolutie instellen

Gebruik de Resolutie-instelling om de afdrukkwaliteit van het origineel te verbeteren of om foto's te scannen.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Resolutie te markeren en druk dan op OK ( ).
het andere apparaat) en door dan Start ( ) op het bedieningspaneel te drukken.
•
Modus Ant/Fax: De printer kan een telefoonlijn met een antwoordapparaat delen. In
deze modus kan de printer de ontvangen signalen controleren en de oproep
beantwoorden wanneer een faxgeluid wordt gedetecteerd. Wanneer in uw land de
telefooncommunicatie serieel is, is deze modus niet beschikbaar.
•
DRPD-modus: Vooraleer u de optie "Distinctive Ring Pattern Detection" (DRPD) gebruikt, moet de functie
beltoonherkenningdooruwtelefoonmaatschappijopuwtelefoonlijnwordengeïnstalleeerd.Nadatde
telefoonmaatschappij een apart nummer om te faxen heeft toegekend met een specifieke beltoon,
configureert u de faxinstellingen zodanig dat deze specifieke beltoon wordt gecontroleerd.
Tijd ts kiesp.
Uw printer kan automatisch opnieuw naar een extern faxtoestel bellen wanneer de lijn bezet is. U kunt intervallen
van 1-15 minuten invoeren.
Aantal kiesp.
U kunt ook het aantal nieuwe pogingen bepalen (1-13).
Bericht bev.
U kunt uw printer zo instellen dat een verzendingsrapport wordt afgedrukt, waarin staat of de verzending is
gelukt, hoeveel pagina's verzonden werden enz. De beschikbare opties zijn Aan, Uit en Aan-Fout. Als u deze
laatste optie selecteert, wordt er alleen een rapport afgedrukt als de verzending mislukt is.
Autom. rapport
Een rapport met detailinformatie over de voorgaande 50 faxverbindingen, met datum en tijd. De beschikbare
opties zijn Aan en Uit.
Aut. verklein.
Bij ontvangst van een document dat zo lang of langer is dan het in de papierlade geplaatste papier, kan de
printer het document verkleinen om op het in de printer geplaatse papier te passen. Kies Aan wanneer u het
inkomende document automatisch wilt verkleinen.
Wanneer deze functie op Uitisingesteld,kandeprinterhetdocumentnietopéénpaginaafdrukken.Het
document wordt dan opgesplitst en op ware grootte afgedrukt op twee of meer pagina's.
Grootte neger.
U kunt de printer zo instellen dat hij, bij ontvangst van een document dat zo lang of langer is dan het geplaatste
papier, het deel weglaat dat beneden op de pagina staat. Wanneer de ontvangen pagina de door u ingestelde
marge overschrijdt, kan het op twee vellen papier op actuele grootte afgedrukt worden.
Wanneer het document zich binnen de marge bevindt en de functie Automatisch Verkleinen aan staat, verkleint
de printer het document om op het juiste papierformaat te passen en wordt niets weggelaten. Wanneer de functie
Automatisch Verkleinen uitgeschakeld is of niet werkt, worden de data buiten de ingestelde marge weggelaten. De
mogelijke instelling gaat van 0-30 mm.
Code ontvangen
Met de Ontvangstcode kunt u de ontvangst van een fax starten vanaf een intern telefoontoestel dat op de
uitgang voor een interne telefoon ( ) op de achterkant van de printer is aangesloten. Wanneer u de interne
telefoon opneemt en een faxtoon hoort, voert u de Ontvangstcode in. De Ontvangstcode wordt standaard vanaf
fabriek op *9* ingesteld. Het nummer dat kan worden ingesteld ligt tussen 0 en 9. Zie "Handmatige ontvangst
met een extra telefoontoestel" voor meer informatie over het gebruik van de code.
DRPD-modus
U kunt een oproep beantwoorden door gebruik te maken van de fuunctie beltoonherkenning of DRPD (Distinctive
RingPatternDetection),waardoorumetéénenkeletelefoonlijnoproepenopverschillendetelefoonnummerskunt
beantwoorden. In dit menu kunt u de printer zo instellen dat hij de beltoon herkent die moet worden
beantwoord. Zie voor meer informatie over deze functie "Faxen ontvangen in de DRPD-modus".
Dubbelzijdig
U kunt het apparaat zo instellen dat ontvangen faxen dubbelzijdig worden afgedrukt. De beschikbare opties zijn
Uit, Lange zijde en Korte zijde.
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste modus weer te geven en druk op OK ( ).

In de onderstaande tabel vindt u de documenttypes die geschikt zijn voor de verschillende resoluties.

Een fax automatisch verzenden
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Pas documentcontrast en -resolutie volgens uw faxbehoefte aan.
Zie "Faxcontrast instellen"en "Faxresolutie instellen"voor meer informatie.
4. Voer het nummer van het ontvangende faxapparaat in met de cijfertoetsen.
Ukuntookéén-, twee- of driecijferige snel- of groepskiesnummers gebruiken. Voor meer informatie verwijzen we naar "Automatisch Kiezen".
5. Druk op Start ( ).
6.
Wanneer het document op de glasplaat geplaatst is verschijnt Nog een pagina? op de bovenste lijn van de display nadat het document gescand is en in
het geheugen is opgeslagen. Wanneer u bijkomende pagina's hebt, verwijder dan de gescande pagina en scan de volgende pagina via het glas en kies
Ja. Herhaal deze stappen indien nodig.
Kies, nadat alle pagina's gescand zijn, Nee wanneer in de display Nog een pagina? verschijnt.
7. Wanneer er contact is tussen de printer en het ontvangende apparaat, wordt het nummer gekozen en de fax verzonden.

Een fax handmatig verzenden
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Pas documentcontrast en -resolutie volgens uw faxbehoefte aan.
Zie "Faxcontrast instellen"en "Faxresolutie instellen"voor meer informatie.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Hoorn op haak te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Druk op OK ( ) om Ja te kiezen.
6. Geef met de cijfertoetsen het nummer van het ontvangende faxapparaat in.
7. Wanneer u een faxtoon van het ontvangende faxapparaat hoort, druk dan op Start ( ).

Modus
Aanbevolen voor
Standaard
Documenten met tekens van normale grootte.
Fijn
Documenten met kleine tekens of dunne lijnen, of documenten die met een matrixprinter zijn afgedrukt.
Superfijn
Documenten met uiterst fijne details. De superfijn-modus is enkel geactiveerd wanneer de andere printer ook de Superfijn-
resolutie ondersteunt. Zie de onderstaande opmerkingen.
Foto
Documenten met grijstinten of foto's.
Kleur
Documenten met kleuren. Verzenden in kleur is alleen mogelijk als de andere printer kleurenfaxen kan ontvangen en u het
bericht handmatig verzendt. In deze modus is verzenden vanuit het geheugen niet mogelijk.
OPMERKING: Faxen die in Superfijn-resolutie zijn gescand, kunnen met de hoogste resolutie die door het ontvangende toestel wordt ondersteund,
worden verzonden.
OPMERKING: Druk Annuleren ( ) om de faxtaak op eender welk moment tijdens het faxen te annuleren.

OPMERKING: Druk Annuleren ( ) om de faxtaak op eender welk moment tijdens het faxen te annuleren.

Bevestiging van Verzending

Wanneer de laatste pagina van uw document goed verzonden werd, geeft de printer een biep en gaat hij terug in de Stand-by-modus.

Wanneer er tijdens het faxen iets fout loopt, verschijnt een foutboodschap op de display. Zie "Foutberichten op het display oplossen"voor een lijst van
foutberichten en hun betekenis.

Wanneer u een foutboodschap krijgt, druk dan op Annuleren ( ) om de boodschap te verwijderen en probeer het document opnieuw te versturen.

U kunt uw printer zo instellen dat automatisch een bevestigingsbericht na elke faxverzending wordt afgedrukt. Zie voor meer details het item Bericht bev. in
"Beschikbare Faxstandaardopties".

Automatisch opnieuw kiezen

Als de lijn van het gekozen nummer bezet is of als het faxapparaat van de ontvanger niet antwoordt, kiest de printer het nummer automatisch maximaal
zeven keer opnieuw met tussenpozen van drie minuten.

Als Wacht nwe kiesp. op het weergavescherm verschijnt, drukt u op OK ( ) om het nummer meteen opnieuw te vormen. Druk op Annuleren ( ) om deze
functie te annuleren.

Om het interval tussen de pogingen en het aantal nieuwe pogingen te veranderen, zie "Beschikbare Faxstandaardopties".

Een Fax ontvangen
Informatie over ontvangstmodi

Als het gebruikersgeheugen vol is, kan de printer geen binnenkomende faxen meer ontvangen. Maak geheugenruimte vrij door de gegevens uit het
geheugen te verwijderen en ga door.

Papier plaatsen voor het ontvangen van faxen

Voor het plaatsen van papier in de papierlade gelden altijd dezelfde instructies, ongeacht of u afdrukt, faxt of kopieert. Faxberichten kunnen echter alleen
worden afgedrukt op papier met het formaat A4, Letter of Legal. Voor details over het plaatsen van papier, zie "Papier plaatsen". Voor details over het
instellen van papiersoort en -formaat in de lade, zie "Het Papierformaat instellen" en "Het Papierformaat instellen".

Automatisch ontvangen in de FAX-modus

Uw printer staat vanaf fabriek in de fax-modus.

Wanneer een fax binnenkomt, beantwoordt de printer de oproep na een bepaald aantal belsignalen en ontvangt hij de fax automatisch.

OPMERKING: De Dell Laser MFP 1815dn kan geen kleurenfaxen ontvangen.
OPMERKING: Om de Ant/Fax-modus te gebruiken, moet u een antwoordapparaat aan de uitgang voor een intern telefoontoestel ( ) aan de
achterrkant van uw printer aansluiten.
Zie "Beschikbare Faxstandaardopties" voor informatie over het wijzigen van het aantal belsignalen.

Wanneer u het beltoonvolume wilt aanpassen, zie "Geluiden instellen (Sound/Volume)".

Handmatig ontvangen in de TEL stand

U kunt een fax ontvangen door de handset van het interne telefoontoestel op te nemen en dan de ontvangstcode (zie "Code ontvangen") in te toetsen, of
door naar FAX Hoorn op haak Ja te gaan wanneer de bel rinkelt (u hoort stem- of faxgeluiden van het andere apparaat) en door dan Start ( ) te
drukken op het bedieningspaneel.

De printer begint met de ontvangs van een fax en keert terug naar de Stand-bymoduswanneerdeontvangstbeëindigdis.

Automatisch ontvangen in de modus Antw/Fax

Indien u een antwoordapparaat in deze modus gebruikt, sluit het dan aan de uitgang van het interne telefoontoestel ( ) aan de achterkant van uw printer
aan.

Wanneer de printer geen faxtoon detecteert, benantwoordt het antwoordapparaat de oproep. Wanneer de printer een faxtoon deteceert, start hij automatisch de
ontvangst van de fax.

Handmatige ontvangst met een extra telefoontoestel

Deze functie werkt het best wanneer u een interne telefoon gebruikt die aan de uitgang voor een intern telefoontoestel (
) aan de achterkant van de printer
aangesloten is. U kunt een fax ontvangen van iemand met wie u in gesprek bent met de externe telefoon zonder naar het faxapparaat te hoeven gaan.

Wanneer u een oproep op uw interne telefoon krijgt en een faxtoon hoort, druk dan de toetsen *9* (ster negen ster) op het interne telefoontoestel.

De printer ontvangt het document.

Druk de toetsen langzaam na elkaar in. Wanneer u nog steeds de faxtoon van het andere apparaat hoort, probeer dan nog eens *9* in te drukken.

De ontvangstcode wordt standaard vanaf fabriek op *9* ingesteld. De eerste en laatste asterisk liggen vast, maar het cijfer ertussenin kunt u naar keuze
veranderen.Decodemagslechtsuitééncijferbestaan.Zie"Beschikbare Faxstandaardopties"voor meer informatie over het wijzigen van de code.

Faxen ontvangen in de DRPD-modus

"DistinctiveRing"ofbeltoonherkenningiseendienstverleningvandetelefoonmaatschappij,waardooruviaéénenkeletelefoonlijnoproepenopverschillende
telefoonnummers kunt beantwoorden. Het specifieke nummer waarop iemand u belt wordt door verschillende beltonen, die combinaties vormen van korte en
langebelsignalen,geïdentificeerd.

Door gebruik te maken van de functie beltoonherkenning DRPD (Distinctive Ring Pattern Detection) kan uw faxapparaat de beltoon "leren" die door het FAX-
apparaat moet worden beantwoord. Deze beltoon kan dan als FAX-oproep herkend en beantwoord worden en alle andere oproepen kunnen naar het interne
telefoontoestel worden doorgeschakeld of naar het antwoordapparaat dat aan de uitgang voor een interne telefoon ( ) aan de achterkant van de printer is
aangesloten. U kunt de Beltoonherkenning wanneer u maar wilt op een eenvoudige manier uitschakelen of wijzigen.

VooraleerudeoptieDRPDkuntgebruiken,moetdedienstBeltoonherkenningvooruwtelefoonlijndoordetelefoonmaatschappijzijngeïnstalleerd.Omde
Beltoonherkenning in te stellen, hebt u eventueel een andere telefoonlijn op uw locatie nodig om van een andere lijn naar uw FAX-nummer te bellen.
OPMERKING: Wanneer u de printer in de Ant/Fax-modus hebt gezet en uw antwoordapparaat is uitgeschakeld, of wanneer er geen antwoordapparaat
aan uw toestel is aangesloten, dan kan de printer automatisch na een vooraf bepaald aantal belsignalen naar de Fax-modus overgaan.

Zo stelt u de DRPD-modus in:
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om St.instel. fax te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om DRPD-modus te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Instellen te markeren en druk dan op OK ( ).
Op het display verschijnt [Waiting Ring].
5. Bel met een andere telefoon naar uw faxnummer. U hoeft niet te bellen vanaf een faxapparaat.
6. Wanneer uw printer begint te rinkelen, beantwoord de oproep dan niet. De printer heeft verschillende belsignalen nodig om de beltoon te leren.
7. Wanneer de printer met het leren klaar is, verschijnt op de display End DRPD [Setup].
Als de installatie van DRPD mislukt, verschijnt DRPD Ring Error. Druk op OK( ) wanneer DRPD-modus verschijnt en herhaal vanaf stap 5.
8. Druk op Annuleren( ) om terug te keren naar stand-bymodus.

Wanneer de functie Beltoonherkenning (DRPD) ingesteld is, is de optie DRPD ook beschikbaar in het menu Ontvangstmodus. Om faxen te kunnen ontvangen in
de DRPD-modus, moet u in het menu DRPD kiezen (zie "Beschikbare Faxstandaardopties").

Faxberichten ontvangen in het geheugen

OPMERKING: Wanneer uw faxnummer verandert of u de printer aan een andere telefoonlijn aansluit, moet de Beltoonherkenning (DRPD) opnieuw
ingesteld worden.
OPMERKING: Bel uw faxnummer nadat de Beltoonherkenning (DRPD) werd ingesteld om te controleren of uw printer de oproep met een faxtoon
beantwoord. Bel dan naar een ander nummer dat aan dezelfde lijn werd toegekend om er zeker van te zijn dat de oproep naar het interne
telefoontoestel of naar het antwoordapparaat wordt doorgeschakeld dat aan de uitgang voor een intern telefoontoestel ( ) aan de achterkant van de
printer is aangesloten.
Aangezien uw printer een multitasking-toestel is, kan hij tijdens het uitvoeren van andere taken faxen ontvangen. Wanneer u een fax ontvangt tijdens het
kopiërenofafdrukken,ofwanneerhetpapierofdetoneropis,bewaartdeprinterdeinkomendefaxeninhetgeheugen.Zodraumethetkopiërenofafdrukken
klaar bent, of zodra de verbruiksmaterialen werden aangevuld, drukt de printer automatisch de fax af.

Automatisch Kiezen
Snelkiesnummers

Ukunttot400frequentgekozennummersopéén-, twee- of driecijferige snelkieslocaties (0-399) bewaren.
Een snelkiesnummer opslaan
1. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Telefoonboek te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Persoon toev. te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Voer een naam in en druk op OK ( ). Voor details over het invoeren van namen, zie "Karakters met de cijfertoetsen invoeren".
5. Voereenéén-, twee- of drieccijferig snelkiesnummer tussen 0 en 399 in door de cijfertoetsen te gebruiken en druk op OK ( ).
Of kies de locatie door op bladertoetsen ( or ) te drukken en druk dan op OK ( ).
6. Voer het faxnummer dat u wilt bewaren via de cijfertoetsen in en druk op OK ( ).
Om een pauze tussen nummers in te voegen, drukt u op Pauze ( ) en er verschijnt een "," op de display.
7. Als u nog een faxnummer wilt opslaan, herhaalt u de stappen 3 tot en met 6.
OF
Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.
Snelkiesnummers bewerken

U kunt een snelkiesnummer ook bewerken.
1. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Telefoonboek te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Bewerken te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om toegang te krijgen tot Persoon bew.
5. Voer het snelkiesnummer dat u wilt bewerken in of kies het snelkiesnummer door op bladertoetsen ( of ) te drukken en druk dan op OK ( ).
6. Voer het gewenste faxnummer in en druk op OK ( ).
7. Voer de juiste naam in en druk op OK ( ).
8. Wanneer u een ander snelkiesnummer wilt bewerken, herhaal dan de stappen vanaf stap 5.
OF
Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.
Faxbericht naar snelkiesnummer zenden
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Pas documentcontrast en -resolutie volgens uw faxbehoefte aan.
Zie "Faxcontrast instellen"en "Faxresolutie instellen"voor meer informatie.
4. Druk op OK ( ) om Faxen naar te kiezen.
5. Voer het snelkiesnummer in.
l Vooreensnelkiesnummervanééncijferhoudtudedesbetreffendecijfertoetsingedrukt.
l Voor een snelkiesnummer van twee cijfers drukt u de eerste cijfertoets kort in en houdt u de tweede cijfertoets ingedrukt.
l Druk voor een driecijferig snelkiesnummer de knop van het eerste en het tweede cijfer en houd de knop van het derde cijfer ingedrukt.
De naam van de corresponderende ingang verschijnt kort.
6. Het document wordt gescand en in het geheugen gezet.
Als het document zich op de glasplaat bevindt, verschijnt in het display de vraag of u nog een pagina wilt verzenden (Another Page?). Kies Ja om meer
documenten toe te voegen of Nee om direct met het verzenden van de fax te beginnen.
7.
Het faxnummer dat onder het gekozen snelkiesnummer is opgeslagen, wordt automatisch gekozen. Het bericht wordt verzonden zodra de ontvangende
fax heeft opgenomen.

Groepsnummers

Wanneer u frequent hetzelfde document naar verschillende bestemmiingen verstuurt,kuntueengroepmetdezebestemmingenaanmakenenzeondereenéén-
, twee- of driecijferige groepsnummerlocatie aanmaken. U kunt dit groepsnummer dan gebruiken om hetzelfde document te faxen naar alle ontvangers in de
groep.
Groepsnummers instellen
1. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Telefoonboek te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Groep toevoeg. te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Voer een naam in en druk op OK ( ).
5. Voer een groepsnummer tussen 0 en 399 in en druk op OK ( ).
Of kies de gewenste locatie door op bladertoetsen ( of ) te drukken en druk dan op OK ( ).
6. Voereenéén-, twee- of driecijferig sneltoetsnummer in dat u aan de groep wilt toekennen en druk dan op OK ( ).
Of kies de locatie door op bladertoetsen ( or ) te drukken en druk dan op OK ( ).
7. Druk bij de vraag Nieuw Toevoegen? op OK ( ) om een ander snelkiesnummer aan de groep toe te voegen.
Of druk op bladertoetsen ( of ) om Nee te doen verschijnen en druk op OK ( ) wanneer u de gewenste nummers hebt ingevoerd.
8. Wanneer u een andere groep wilt toekennen, herhaal dan de stappen vanaf stap 3.
OF
Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.
Groepsnummers bewerken

U kunt een specifiek snelkiesnummer verwijderen uit de geselecteerde groep of u kunt een nieuw nummer toevoegen aan de geselecteerde groep.
1. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Telefoonboek te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Bewerken te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Groep bewerken te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Voer het groepsnummer dat u wilt bewerken in of kies het groepsnummer door op bladertoetsen ( of ) te drukken en druk dan op OK ( ).
6. Bewerk de naam en druk op OK ( ).
7. Als u een snelkiesnummer wilt toevoegen, drukt u op OK ( ) om toegang te krijgen tot Persoon toev..
Om een snelkiesnummer te wissen, drukt u op bladertoetsen ( of ) om Persoon verwijd. te doen verschijnen en drukt u dan op OK ( ).
8. Toets een snelkiesnummer in dat u wilt toevoegen of verwijderen.
OPMERKING: Ukuntgeennummervanééngroepokineenanderegroepgebruiken.
OPMERKING: Zodra u ook het laatste snelkiesnummer in een groep hebt gewist, wordt de groep zelf gewist.
9. Druk op OK ( ).
10. Wanneer u een andere groep wilt bewerken, herhaal dan de stappen vanaf stap 4.
OF
Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.
Een fax verzenden via een groepsnummer (verzending naar verschillende nummers)

U kunt groepsnummers gebruiken voor het rondzenden van faxen of voor uitgestelde verzendingen.

Volg de stappen van de gewenste verzendmethode (direct verzenden: zie "Meervoudig faxbericht verzenden (Broadcasting)"; uitgesteld verzenden: zie "Een
uitgestelde fax verzenden"). Wanneer u bij een stap komt waar in het display om het nummer van het ontvangende faxapparaat wordt gevraagd:

l Vooreengroepsnummervanééncijferhoudtudedesbetreffendecijfertoetsingedrukt.

l Voor een groepsnummer van twee cijfers drukt u de eerste cijfertoets kort in en houdt u de tweede cijfertoets ingedrukt.

l Druk voor een driecijferig snelkiesnummer de knop van het eerste en het tweede cijfer en houd de knop van het derde cijfer ingedrukt.

Ukuntperverzendingmaarééngroepsnummergebruiken.Gadaarnadoormetdeprocedureomdeverzendingtevoltooien.

De printer scant automatisch het document dat in de ADI of op de glasplaat is geplaatst en bewaart het in het geheugen. De printer kiest elk nummer van de
groep.

Nummer opzoeken in geheugen

U kunt op twee manieren een nummer in het geheugen zoeken: U kunt van A tot Z door alle namen bladeren, of u kunt zoeken aan de hand van de eerste
letter van de naam die aan het nummer is toegewezen.
Van A tot Z zoeken in het geheugen
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Telefoonboek te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot Zoeken.
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om door het geheugen te bladeren tot de naam en het nummer dat u wilt kiezen op de display verschijnen. U kunt in
alfabetische volgorde van A tot Z of omgekeerd door het hele geheugen bladeren.
Wanneeruinhetprintergeheugenzoekt,zietudatelkeingangwordtvoorafgegaandooréénvantweeletters;"S" voor snelkiezen of "G" voor
groepskiesnummer. Deze letters geven aan hoe het nummer opgeslagen werd.
6. Wanneer de gewenste naam en/of het nummer op de display verschijnt, druk dan op Start ( ) of OK ( ) om te kiezen.
Zoeken naar een specifieke beginletter
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Telefoonboek te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot Zoeken.
5. Druk op de toets met de gewenste beginletter. De eerste naam die met deze letter begint, wordt weergegeven.
Wanneer u bijvoorbeeld, de naam "MOBILE" zoekt, druk dan op de knop 6 waarop "MNO" staat.
6. Druk op bladertoetsen ( of ) om de volgende naam op de display te zien.
7. Wanneer de gewenste naam en/of het nummer op de display verschijnt, druk dan op Start ( ) of OK ( ) om te kiezen.

Een Telefoonboeklijst afdrukken

U kunt de opgeslagen nummers controleren door een telefoonboeklijst af te drukken.
1. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Telefoonboek te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Afdrukken te markeren en druk dan op Start ( ) of OK ( ).
Het apparaat drukt nu een overzicht van al uw snelkiesnummers en groepsnummers af.

Andere faxmethoden
Kiesherhaling

Ga als volgt te werk om het laatst gekozen nummer opnieuw te kiezen:
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Opnieuw kiezen te selecteren en druk vervolgens op OK ( ).

Wanneer een document in de ADI is geplaatst, begint de printer automatisch met het verzenden.

Als u het document op de glasplaat hebt geplaatst, wordt u gevraagd of u nog een pagina wilt verzenden. Kies Ja om een pagina toe te voegen. Of kies
anders Nee.

Meervoudig faxbericht verzenden

Met de functie Faxbroadcasting kunt u een document naar meervoudige locaties sturen. De documenten worden automatisch opgeslagen in het geheugen en
verzonden. Na afloop van de verzending worden de documenten automatisch uit het geheugen verwijderd.
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Pas documentcontrast en -resolutie volgens uw faxbehoefte aan.
Zie "Faxcontrast instellen"en "Faxresolutie instellen"voor meer informatie.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Fax rondzenden te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Geef met de cijfertoetsen het nummer van de ontvangende printer in.
Ukuntookéén-, twee- of driecijferige snelkies- of groepsnummers gebruiken.
6. Druk op OK ( ) om het nummer te bevestigen. U wordt gevraagd om nog een faxnummer in te voeren.
7. Druk op OK ( ) om het andere nummer in te voeren.
Of druk op bladertoetsen ( of ) om Nee te kiezen en druk dan op OK ( ).
8. Wanneer u meer faxnummers wilt toevoegen, herhaalt u de stappen 5 en 6. U kunt maximaal 10 bestemmingen ingeven.
9. Wanneer u met het invoeren van faxnummers klaar bent, drukt u op Start ( ).
Eerst wordt het document in het geheugen gescand. Op het display verschijnt de geheugencapaciteit en het aantal pagina's dat is opgeslagen in het
geheugen.
Voor documenten op de glasplaat, verschijnt in de display de vraag of u een andere pagina wilt erop plaatsen. Kies Ja om een pagina toe te voegen. Of
kies anders Nee.
10. De printer begint met het versturen van het document in de volgorde van de door u ingevoerde nummers.

Een uitgestelde fax verzenden

U kunt de printer instellen om een fax te bewaren en hem op een later moment te versturen.
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Pas documentcontrast en -resolutie volgens uw faxbehoefte aan.
Zie "Faxcontrast instellen"en "Faxresolutie instellen"voor meer informatie.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Faxfuncties te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om Uitgest. fax te markeren en druk dan op OK ( ).
6. Geef met de cijfertoetsen het eerste faxnummer in waarnaar u het document wilt verzenden.
Ukuntookgebruikmakenvanéén-, twee- of driecijferige snelkiesnummers of een groepsnummer ingeven.
OPMERKING: Perfaxbroadcastingtaakkuntunietmeerdanééngroepsnummergebruiken.
7. Druk op OK ( ) om het nummer in de display te bevestigen. U wordt gevraagd om nog een faxnummer in te voeren.
8. Druk op OK ( ) om het nummer in te voeren.
Of druk op bladertoetsen ( of ) om Nee te kiezen en druk dan op OK ( ).
9. Wanneer u een naam aan de verzending wilt toekennen, voer dan de naam in. Indien niet, sla deze stap dan over.
Zie "Karakters met de cijfertoetsen invoeren"voor informatie over het invoeren van een naam met de cijfertoetsen.
10. Druk op OK ( ). Het display geeft de huidige tijd weer en vraagt u om het tijdstip in te voeren waarop de fax moet worden verzonden.
11. Voer de tijd in met de cijfertoetsen.
Om VM of NM voor het 12-uur-formaat te kiezen, drukt u op de knop of .
Wanneer de cursor zich niet onder de indicatie VM of NM bevindt, druk dan op de knop of en de cursor gaat direct naar de indicatie.
Wanneerueentijdinstelddievóórdeactueletijdligt, dan kan het document op dat tojdstip de volgende dag verzonden worden.
12. Druk op OK ( ) wanneer de starttijd juist wordt weergegeven.
13. Eerst wordt het document in het geheugen gescand. Op het display verschijnt de geheugencapaciteit en het aantal pagina's dat is opgeslagen in het
geheugen.
Als u het document op de glasplaat hebt geplaatst, wordt u gevraagd of u nog een pagina wilt verzenden. Kies Ja om een pagina toe te voegen. Of kies
anders Nee.
14. De printer keert terug naar de Stand-bymodus. Op het weergavescherm leest u dat u in Standby-modus bent en dat de uitgestelde fax ingesteld is.

Een prioritair faxbericht verzenden

Met de functie Prioritaire fax kunt u een document met hoge prioriteit verzenden voordat andere ingestelde bewerkingen worden uitgevoerd. Het document
wordt gescand, in het geheugen gezet en verzonden zodra de huidige bewerking is afgelopen. Een prioritaire verzending onderbreekt een rondzending (de
prioritaire fax wordt dan verzonden na de verzending naar ontvanger A en voor de verzending naar ontvanger B). Een prioritaire verzending komt ook tussen
twee kiespogingen.
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Pas documentcontrast en -resolutie volgens uw faxbehoefte aan.
Zie "Faxcontrast instellen"en "Faxresolutie instellen"voor meer informatie.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Faxfuncties te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om Priorit. fax te markeren en druk dan op OK ( ).
6. Geef met de cijfertoetsen het eerste faxnummer in waarnaar u het document wilt verzenden.
Ukuntookgebruikmakenvanéén-, twee- of driecijferige snelkiesnummers of een groepsnummer ingeven.
7. Druk op OK ( ) om het nummer in de display te bevestigen. U wordt gevraagd om nog een faxnummer in te voeren.
8. Druk op OK ( ) om het nummer in te voeren.
Of druk op bladertoetsen ( of ) om Nee te kiezen en druk dan op OK ( ).
9. Wanneer u een naam aan de verzending wilt toekennen, voer dan de naam in. Indien niet, sla deze stap dan over.
Zie "Karakters met de cijfertoetsen invoeren"voor informatie over het invoeren van een naam met de cijfertoetsen.
10. Druk op OK ( ).
Eerst wordt het document in het geheugen gescand. Op het display verschijnt de geheugencapaciteit en het aantal pagina's dat is opgeslagen in het
geheugen.
Als u het document op de glasplaat hebt geplaatst, wordt u gevraagd of u nog een pagina wilt verzenden. Kies Ja
om een pagina toe te voegen. Of kies
anders Nee.
11. De printer toont het gekozen nummer en begint met het versturen van het document.

OPMERKING: Zie "Een uitgestelde fax annuleren", wanneer u een uitgestelde verzending wilt annuleren.
Documenten toevoegen aan een uitgestelde fax

U kunt documenten toevoegen aan de uitgestelde verzending die voordien in het printergeheugen werd bewaard.
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Pas documentcontrast en -resolutie volgens uw faxbehoefte aan.
Zie "Faxcontrast instellen"en "Faxresolutie instellen"voor meer informatie.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Faxfuncties te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot Pagina toev.
De display geeft de in het geheugen bewaarde taken weer.
6. Druk op bladertoetsen ( of ) tot u de faxtaak ziet waaraan u documenten wilt toevoegen en druk op OK ( ).
De printer bewaart de documenten automatisch in het geheugen en op de display verschijnt de geheugencapaciteit en het aantal pagina's.
Als u het document op de glasplaat hebt geplaatst, wordt u gevraagd of u nog een pagina wilt verzenden. Kies Ja
om een pagina toe te voegen. Of kies
anders Nee.
7. Na het opslaan toont de printer in de display het totale aantal pagina's en toegevoegde pagina's en keert hij terrug naar de Stand-bymodus.

Een uitgestelde fax annuleren
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Faxfuncties te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Taak annuleren te markeren en druk dan op OK ( ).
De display geeft de in het geheugen bewaarde taken weer.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) tot u de faxtaak ziet die u wilt annuleren en druk op OK ( ).
5. Druk op OK ( ) wanneer het bevestigingsbericht verschijnt.
De gekozen taak werd geannuleerd.

Overige mogelijkheden
Veilige ontvangstmodus

Stel dat u niet wilt dat faxberichten die tijdens uw afwezigheid binnenkomen worden bekeken door anderen. U kunt de veilige faxmodus aanzetten door
gebruik te maken van de optie Veilige Ontvangst om het afdrukken van ontvangen faxen te beperken als u niet in de buurt van de printer bent. In de veilige
ontvangstmodus kunnen alle inkomende faxen in het geheugen worden geplaatst. Wanneer de modus uitgeschakeld wordt, kunnen alle eventueel
opgeslagen faxen afgedrukt worden.

Zo zet u de veilige ontvangststand aan:
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Geavanc. fax te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Veilige ontv. te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op OK ( ) wanneer Aan in de display verschijnt.
5. Voer met de cijfertoetsen een viercijferige wachtcode in die u wilt gebruiken en druk op OK ( ).
6. Voer de wachtcode opnieuw in en druk dan op OK ( ).
7. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.
Wanneer een fax in veilige ontvangstmodus wordt ontvangen, slaat de printer deze in het geheugen op en verschijnt op de display Veilige ontv. om u te
laten weten dat er een fax werd opgeslagen.
 
Zo drukt u ontvangen faxberichten af:
1. U krijgt toegang tot het menu Veilige Ontvangst door u aan de volgende stappen 1 tot 3 van "Zo zet u de veilige ontvangststand aan:" te houden.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Afdrukken te weer te geven en druk dan op OK ( ).
3. Voer de viercijferige wachtcode in en druk op OK ( ).
De in het geheugen opgeslagen faxen worden afgedrukt.
 
Ga als volgt te werk om de veilige-ontvangstmodus uit te schakelen:
1. U krijgt toegang tot het menu Veilige ontv. door u aan de volgende stappen 1 tot 3 van "Zo zet u de veilige ontvangststand aan:" te houden.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Uit te weer te geven en druk dan op OK ( ).
3. Voer de viercijferige wachtcode in en druk op OK ( ).
De modus is gedeactiveerd en de printer drukt de in het geheugen opgeslagen faxen af.
4. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Rapporten afdrukken

De volgende rapporten zijn beschikbaar:
Telefoonboeklijst

Deze lijst bevat alle nummers die als snelkiesnummer of groepsnummer zijn opgeslagen in het geheugen van de printer.

U kunt deze telefoonboeklijst afdrukken via Lijst ( ) op het bedieningspaneel; zie "Een Telefoonboeklijst afdrukken".
Rapport verzonden faxen

Dit rapport geeft informatie over de recent verzonden faxen.
Rapport van ontvangen faxen

Dit rapport geeft informatie over de recent ontvangen faxen.
Lijst systeemgegevens

Deze lijst toont de status van de opties die door de gebruiker kunnen worden ingesteld. U kunt dit rapport bijvoorbeeld afdrukken wanneer u bepaalde
instellingen verandert (eenmaal vooraf, eenmaal achteraf) zodat u uw wijzigingen kunt controleren.
Informatie over uitgestelde taken

In dit overzicht vindt u de documenten die op het ogenblik in het geheugen klaar staan om te worden verzonden (uitgestelde faxen: Delay Fax en Toll Save).
De lijst geeft verder de starttijd en het type bewerking aan.
Verzendrapport

OPMERKING: U kunt de veilige-ontvangstmodus gebruiken zonder een wachtwoord in te stellen, maar dan worden uw faxberichten niet
beschermd.

Dit rapport toont het het faxnummer, het aantal pagina's, de verstreken tijd van een taak, de communicatiemodus en de communicatieresultaten.
Lijst van ongewenste faxnummers

Deze lijst toont tot 10 faxnummers die via het menu Inst. ong. f. als ongewenst werden aangeduid; zie "Geavanceerde faxinstellingen". Wanneer de functie
Ongewenste Faxnummers ingeschakeld is, kunnen de inkomende faxen van deze nummers worden geblokkeerd.

Deze functie herkent de laatste 6 cijfers van het faxnummer als ID van het verzendende apparaat.
Scanoverzicht
Dit rapport geeft informatie voor de Netwerkscanrecords incl. IP-adres, tijd en datum, aantal gescande pagina's en resultaten. Dit rapport wordt automatisch
om de 50 Netscan-taken afgedrukt.
E-mailrapport
Dit rapport geeft informatie over de e-mails die u recent verstuurd hebt.
Rapport meervoudige verzending

Ditrapportwordtautomatischafgedruktnadatudocumentennaarmeerdanéénlocatiehebtverstuurd.
Rapport stroomonderbreking

Dit rapport wordt automatisch afgedrukt wanneer er na een stroomonderbreking weer stroom is indien er door de stroomonderbreking gegevens zijn verdwenen.
Een rapport afdrukken
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Rapporten te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om het rapport of de lijst die u op de onderste lijn wilt afdrukken.
l Telefoonboek: Telefoonboeklijst
l Verzendrapport: Rapport verzonden faxen
l Ontvangstrap.: Rapport van ontvangen faxen
l Systeemgegev.: Lijst systeemgegevens
l Geplande taken: Informatie over uitgestelde taken
l Bericht bev.: Verzendrapport
l Lijst ong. f.: Lijst van ongewenste faxnummers
l Scanjournaal: Sessielijst Netwerkscanbeheer
l E-mailrapport: E-mailrapport is verzonden
4. Druk op OK ( ).
De geselecteerde informatie wordt afgedrukt.

Bijzondere faxinstellingen
De printer beschikt over verschillende door de gebruiker te kiezen instellingsmogelijkheden voor het versturen of ontvangen van faxen. Dit zijn
standaardinstellingen die u eventueel zelf kunt wijzigen. Druk de lijst systeemgegevens af om te controleren hoe de opties momenteel zijn ingesteld. Zie voor
details over het afdrukken van de lijst "Een rapport afdrukken".
Instellingen wijzigen
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Geavanc. fax te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) tot u het gewenste menu-item ziet en druk op OK ( ).
4. Wanneer de gewenste optie verschijnt, kies dan de gewenste status door op bladertoetsen ( of
) te drukken of door de gewenste waarde met de
cijfertoetsen in te voeren.
5. Druk op OK ( ) om uw keuze te bewaren.
6. U kunt de instellingsmodus op elk moment verlaten door op Annuleren ( ) te drukken.
Geavanceerde faxinstellingen
a. U kunt de printer zo instellen dat hij alle uitgaande of inkomende faxen naar welbepaalde e-mail-adressen doorstuurt. Zie "Een Fax doorsturen naar E-
mail-adressen".
Een antwoordapparaat gebruiken
Optie
Beschrijving
Naar ander nr.
a
U kunt de printer zo instellen dat hij steeds alle uitgaande faxen ook naar een welbepaalde bestemming stuurt
naast deze van de door u ingegeven nummers.
Selecteer Uit om deze functie uit te schakelen.
Selecteer Aan om deze functie in te schakelen. U kunt een faxnummer invullen waarnaar de uitgaande faxen worden
doorgestuurd.
Ontv. doorst.
a
U kunt de printer zo instellen dat hij faxen tijdens een bepaalde periode doorstuurt naar een ander faxnummer.
Wanneer een fax door uw printer wordt ontvangen, wordt hij in het geheugen opgeslagen. Dan kiest de printer het
door u ingestelde faxnummer en verstuurt de fax.
Selecteer Uit om deze functie uit te schakelen.
Selecteer Aan om deze functie in te schakelen. U kunt het faxnummer voor het doorsturen van faxen alsook de
begin- en eindtijd instellen. U kunt bovendien inkomende faxen naar tot 25 faxnummers doorsturen.
Daluren
U kunt de printer zo instellen dat hij uw faxen in het geheugen opslaat en ze op een welbepaald moment als de
gesprekskosten laag zijn, verstuurt. Voor meer informatie over het verzenden van faxberichten tijdens de
laagtarieftijd, zie "Gesprekskosten besparen".
Selecteer Uit om deze functie uit te schakelen.
Selecteer Aan om deze functie in te schakelen. U kunt de starttijd en -datum instellen; alsook de eindtijd en -datum
voor de modus Gesprekskosten besparen.
Inst. ong. f.
Bij gebruik van de functie Instelling Ongewenste Faxnummers, kan het systeem faxen van een ander apparaat
weigeren. De nummers worden in het geheugen als ongewenste faxnummers opgeslagen. Deze functie is handig om
ongewenste faxberichten te blokkeren.
Selecteer Uit om deze functie uit te schakelen. Iedereen kan u een fax sturen.
Selecteer Aan om deze functie in te schakelen. U kunt maximaal 10 ongewenste faxnummers aangeven. Na het
opslaan van de nummers krijgt u van de ingevoerde apparaten geen faxen meer.
Veilige ontv.
U kunt voorkomen dat onbevoegde personen uw inkomende faxen kunnen bekijken.
Zie "Veilige ontvangstmodus (Secure Receive)" voor meer informatie over het instellen van deze modus.
Kenget. kiezen
U kunt een nummer van maximaal vijf cijfers instellen dat automatisch wordt gekozen voordat een faxnummer wordt
gekozen. Dit nummer wordt gekozen alvorens een automatisch gekozen nummer wordt gekozen. Dit is handig om
toegang te krijgen tot een PABX-centrale.
Ontv.g. stemp.
Met deze optie drukt de printer automatisch het paginanummer alsook de datum en tijd van ontvangst onderaan
elke pagina van een ontvangen document aaf.
Selecteer Uit om deze functie uit te schakelen.
Selecteer Aan om deze functie in te schakelen.

ECM-modus
De Foutcorrectiemodus (ECM) verbetert slechte lijnkwaliteit en zorgt ervoor dat faxen vlot naar andere van ECM
voorziene faxapparaten worden verstuurd. Wanneer de lijn slecht is, duurt het verzenden van faxberichten in de
foutcorrectiemodus langer.
Selecteer Uit om deze functie uit te schakelen.
Selecteer Aan om deze functie in te schakelen.
Modemsnelheid
Kies maximum modemsnelheid die u wilt gebruiken wanneer de telefoonlijn een hogere modemsnelheid niet aankan.
U kunt 33,6, 28,8, 14,4, 12,0, 9,6 of 4,8 kbps kiezen.
Ontv. uitsch.
U kunt uw printer zo instellen dat hij geen inkomende faxen ontvangt.
Selecteer Uit om deze functie uit te schakelen.
Selecteer Aan om deze functie in te schakelen.
U kunt een telefoonbeantwoorder (TAD) direct aan de aachterkant van de printer aansluiten zoals weergegeven in afbeelding 1.

Stel uw printer in Ans/Fax-modus en stel het aantal beltonen voor antwoord een eenheid hoger dan voor het antwoordapparaat.

l Wanneer de TAD de oproep beantwoordt, controleert de printer deze en neemt de lijn over wanneer een faxtoon ontvangen wordt en begint hij met
het ontvangen van de fax.

l Wanneer het antwoordapparaat uitgeschakeld is, gaat de printer automatisch na een vooraf ingesteld aantal belsignalen in Fax-modus over.

l Wanneer u de oproep beantwoordt en faxtonen hoort, kan de printer de fax beantwoorden indien u
naar FAX Hoorn op haak Ja gaat en Start ( ) drukt en daarna inhaakt of
de ontvangstcode *9* indrukt en inhaakt.
Een Computermodem gebruiken

Wanneer u uw computermodem voor het faxen of voor een inbelinternetverbinding wilt gebruiken, moet u de computermodem, zoals in afbeelding 2 getoond,
direct aan de achterkant van de printer met de TAD verbinden.

l Stel uw printer in Ans/Fax-modus en stel het aantal beltonen voor antwoord een eenheid hoger dan voor het antwoordapparaat.

l Schakel de functie van de computermodem voor het ontvangen van faxen uit.

l Gebruik de computermodem niet wanneer de printer een fax ontvangt of verstuurt.

l Om via de computermodem te faxen, volgt u de instructies in de handleiding van uw computermodem en faxapplicatie.

l U kunt afbeeldingen vastleggen door de printer en Dell ScanDirect te gebruiken en ze met uw fax application via de computermodem versturen.

Een Fax versturen vanuit een pc

U kunt vanuit uw pc een fax versturen zonde de printer te gebruiken. Installeer, om een fax vanuit uw pc te versturen, de pc-faxsoftware en pas de
softwareinstellingen aan.
Installatie van pc-faxsoftware

Kies Aangepaste Installatie wanneer u de software van Dell installeert en selecteer het vakje PC-Fax. Voor meer informatie verwijzen we naar "Software
installeren onder Windows".

De Faxinstellingen aanpassen
1. In het menu Start kiest u Programma's Dell Dell-printers DELL Laser MFP 1815 PC Fax configureren.
2. Voer uw naam en faxnummer in.
3. Kies het adresboek dat u zult gebruiken.
4. Kies de multifunctionele priner die u zult gebruiken door Lokaal te kiezen of Netwerk.
Wanneer u Netwerk kiest, klik dan Bladeren en zoek de printer die u zult gebruiken.
5. Klik OK.

Een fax verzenden vanaf uw pc
1. Open het document dat u wilt versturen.
2. Kiies Afdrukken uit het menu Bestand.
Het venster Afdrukken wordt getoond. Afhankelijk van uw toepassing kan dit venster er iets anders uitzien.
3. Kies Dell PC Fax uit het Afdrukvenster.
4. Klik OK.
5. Maak het voorblad aan en klik op Doorgaan.
6. Voer het nummer van de ontvanger in en klik op Doorgaan.
7. Kies de resolutie en klik op Fax verzenden.
Uw pc begint met het versturen van de faxgegevens en de printer stuurt de fax.





Informatie zoeken
Wat zoekt u?
Zoek het hier
•
Stuurprogramma's voor mijn printer
•
Handleiding
Cd Stuurprogramma's en hulpprogramma's
U kunt de cd met stuurprogramma's en hulpprogramma's gebruiken om de stuurprogramma's en
hulpprogramma's te installeren/verwijderen/opnieuw te installeren of uw gebruikershandleiding
raadplegen.Raadpleeg "Softwareoverzicht" voor meer informatie.
De cd Stuurprogramma's en hulpprogramma's kan Readme-bestanden bevatten met de meest recente
updates over technische wijzigingen van de printer of met geavanceerd technisch referentiemateriaal voor
ervaren gebruikers of technici.
•
Veiligheidsinformatie
•
Hoe mijn printer te gebruiken
•
Garantiegegevens
Gebruikershandleiding
WAARSCHUWING: Lees en begrijp alle veiligheidsinstructies in de gebruikershandleiding,
alvorens de printer te installeren en te gebruiken.
Hoe mijn printer installeren
Installatieschema
Express Service Code
Express Service Code
Geef de identificatiegegevens van uw printer wanneer u gebruik maakt van support.dell.com of de technische
ondersteuning contacteert.
Voer de Express Service Code in om uw oproep te sturen, wanneer u de technische ondersteuning
contacteert. De Express Service Code is niet in alle landen beschikbaar.
•
Meest recente stuurprogramma's voor mijn
printer
•
Antwoorden op vragen van technische
dienst en ondersteuning
•
Documentatie voor mijn printer
Dell Support Website
Op de Dell Support Website vindt u verschillende on line-hulpmiddelen, inclusief:
U krijgt toegang tot Dell Support via support.dell.com. Selecteer uw regio op de pagina WELKOM BIJ DELL-
SUPPORT, en vul de gevraagde gegevens in om hulpmiddelen en informatie op te vragen.
•
Oplossingen - Tips bij het oplossen van problemen, artikels geschreven door t'technici en
on line cursussen
•
Upgrades - Upgrade-informatie voor componenten, zoals geheugen
•
Klantenzorg - Contactinformatie, ordersstatus, garantie en informatie over reparaties
•
Downloads - Stuurprogramma's
•
Informatie - Printerdocumentatie en productspecificaties
Linux
 

Aan de slag

Op de meegeleverde cd Stuurprogramma's en Hulpprogramma's vindt u het stuurprogrammapakket voor de Dell MFP voor het gebruik van de printer met een
Linux-computer.

Het stuurprogrammapakket voor de Dell MFP bevat printer- en scannerstuurprogramma's, waarmee u documenten kunt afdrukken en afbeeldingen kunt
scannen. Het pakket biedt eveneens krachtige software om uw printer te configureren en de gescande documenten verder te bewerken.

Nadat het stuurprogramma op uw Linux-systeemisgeïnstalleerd,kuntuaandehandvanhetstuurprogrammapakketeenaantalMFP-toestellen via de USB-
poort beheren. U kunt de gescande documenten bewerken, op dezelfde lokale MFP- of netwerkprinters afdrukken, verzenden via e-mail, uploaden naar een
FTP-site of exporteren naar een extern OCR-systeem.

Het pakket met MFP-stuurprogramma's wordt geleverd met een intelligent en flexibel installatieprogramma. U hoeft geen bijkomende onderdelen te zoeken
die voor de MFP-softwarenodigzoudenzijn:allevereistetoepassingenwordennaaruwsysteemgekopieerdenautomatischgeïnstalleerd.Ditismogelijkop
een groot aantal van de populairste Linux-distributies.

Het MFP-stuurprogramma installeren
Systeemeisen
Ondersteunde besturingssystemen

l Redhat 8, 9

l Mandrake 9, 10

l SuSE 8.2, 9.1

l Fedora Core 1, 2, 3
Aanbevolen hardware

l Pentium IV 1 GHz of hoger

l Minstens 256 MB RAM

l Vaste schijf van 1 GB of meer
Software

Aan de slag
Het MFP-stuurprogramma installeren
Werken met de MFP Configurator
Printereigenschappen configureren
Een document afdrukken
Document scannen
OPMERKING: U moet ook een wisselpartitie van 300 MB of groter reserveren om met grote ingescande afbeeldingen te kunnen werken.
OPMERKING: Het Linux-stuurprogramma voor de scanner ondersteunt de maximale optische resolutie.

l Linux Kernel 2.4 of hoger

l Glibc 2.2 of hoger

l CUPS

l SANE

Het MFP-stuurprogramma installeren
1. Zorg ervoor dat u de printer met uw computer verbindt. Zet zowel de computer als de printer aan.
2. Wanneer het venster Administrator Login window verschijnt, tik dan root in het Loginveld in en voer het systeemwachtwoord in.
1. Steek de cd Stuurprogramma's en Hulpprogramma's in. De cd Stuurprogramma's en Hulpprogramma's start automatisch.
Wanneer de cd met de printerstuurprogramma's niet automatisch wordt gestart, klikt u onderaan op het bureaublad op het pictogram . Als het
terminalvenster verschijnt, typt u:
[root@localhost root]#cd /mnt/cdrom/Linux
[root@localhost root]#./install.sh
2. Klik Install.
3. Wanneer het welkomstscherm verschijnt, klik dan op Next.
4. De installatie wordt gestart. Wanneer de installatie bijna klaar is, verschijnt automatisch de wizard Printer toevoegen. Klik Next.
5. Wanneer u de printer via een USB-kabel aansluit, verschijnt het volgende venster. Kies uw printer uit de afrollijst en klik Next.
OPMERKING: U moet zich aanmelden als een supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Wanneer u geen supergebruiker bent, vraag
dan uw systeembeheerder.
OPMERKING: Het installatieprogramma start automatisch wanneerueenautostartsoftwarepakkethebtgeïnstalleerdengeconfigureerd.
OF
Wanneer u de printer via een netwerkkabel aansluit, verschijnt het volgende venster.
Vink de Network printer aan en kies uw printer uit de afrollijst. Klik Next.
6. Wanneer u de printer via de USB-kabel aansluit, kies dan een poort die u door de printer zult laten gebruiken. Klik na de keuze van de poort op Next.
OF
Wanneer u de printer via de netwerkkabel aansluit, ga dan naar de volgende stap.
7. Kies het stuurprogramma en klik op Next.
8. Voer de naam van de printer, de locatie, beschrijving in en klik Next.
9. Klik Finish om te installatie af te sluiten.
10. Wanneer het volgende venster verschijnt, klik Finish.
Het installatieprogramma heeft een pictogram voor MFP Configurator op het bureaublad geplaatst en de groep Dell MFP aan het systeemmenu
toegevoegd. Wanneer u problemen hebt, consulteer dan de on-screen hulp die beschikbaar is via het systeemmenu of in de vensterapplicaties in het
stuurprogrammapakket, zoals MFP Configurator of Image Editor.

Het MFP-stuurprogramma verwijderen
1. Wanneer het venster Administrator Login window verschijnt, tik dan root in het Loginveld in en voer het systeemwachtwoord in.
2. Steek de cd Stuurprogramma's en Hulpprogramma's in. De cd Stuurprogramma's en Hulpprogramma's start automatisch.
OPMERKING: U moet zich aanmelden als een supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Wanneer u geen supergebruiker bent, vraag
dan uw systeembeheerder.
Wanneer de cd Stuurprogramma's en Hulpprogramma's niet automatisch wordt gestart, klikt u onderaan op het bureaublad op het pictogram . Als het
terminalvenster verschijnt, typt u:
[root@localhost root]#cd /mnt/cdrom/Linux
[root@localhost root]#./install.sh
3. Klik Uninstall.
4. Klik Next.
5. Klik Finish.

Werken met de MFP Configurator

MFP Configurator is een tool die hoofdzakelijk is bestemd voor de configuratie van MFP-apparaten. Aangezien een MFP-apparaat de functies van een printer
en scanner combineert, zijn de opties in MFP Configurator logisch gegroepeerd in printer- en scannerfuncties. Het is ook mogelijk een speciale MFP-poort in te
stellen om de toegang tot een MFP-printer en -scannerviaéénI/O-kanaal te regelen.

Na de installatie van het MFP-stuurprogramma, wordt het pictogram van MFP Configurator automatisch op uw bureaublad geplaatst.

MFP Configurator openen
1. Dubbelklik op het pictogram MFP Configurator op het bureaublad.
U kunt ook op het pictogram van het Opstartmenu klikken, dan Dell MFP kiezen en dan MFP Configurator.
2. Klik in het paneel Modules op het configuratievenster dat u wilt openen.
U kunt on-screen hulp raadplegen door Help te klikken.
3. Nadat de configuratie veranderd werd, klikt u Exit om de MFP Configurator te sluiten.

Printerconfiguratie
OPMERKING: Het installatieprogramma start automatisch wanneerueenautostartsoftwarepakkethebtgeïnstalleerdengeconfigureerd.

In de printerconfiguratie zijjn er twee tabbladen: Printers en Classes.
Het tabblad Printers

U kunt de actuele printerconfiguratie van het systeem zien door op de knop met het printerpictogram links in het MFP Configurator-venster te klikken.

In het venster vindt u de volgende knoppen:

l Refresh: de lijst met beschikbare printers vernieuwen.

l Add Printer: stelt u in staat een volgende printer toe te voegen.

l Remove Printer: geselecteerde printer verwijderen.

l Set as Default: huidige printer instellen als standaardprinter.

l Stop/Start: printer stoppen/starten.

l Test: stelt u in staat een testpagina af te drukken om te controleren of het apparaat goed werkt.

l Properties: setlt u in staat om de printereigenschappen te bekijken en te veranderen. Voor meer informatie verwijzen we naar "Printereigenschappen
configureren".
Het tabblad Classes

Op het tabblad Classes wordt een lijst met beschikbare printerklassen weergegeven.

l Refresh: de lijst met klassen vernieuwen.

l Add Class...: Stelt u in staat een volgende printerklasse toe te voegen.

l Remove Class: de geselecteerde printerklasse verwijderen.

Scannerconfiguratie

Inditvensterkuntudeactiviteitvanscanapparatencontroleren,eenlijstvangeïnstalleerdeMFP-toestellen van Dell te bekijken, de eigenschappen van het
apparaat wijzigen en afbeeldingen scannen.

l Properties...: Stelt u in staat om de scaneigenschappen te wijzigen en een document te scannen. Zie "Document scannen".

l Drivers...: Stelt u in staat om de activiteit van de scanstuurprogramma's te controleren.

Configuratie MFP-poorten

In dit scherm kunt u de lijst met beschikbare MFP-poorten weergeven, de status van elke poort controleren en een poort vrijgeven die bezet wordt door een
afgebroken taak.

l Refresh: de lijst met beschikbare poorten vernieuwen.

l Release port: de geselecteerde poort vrijgeven.
Poorten delen tussen printers en scanners

De printer kan via de parallelle poort of USB-poort met een hostcomputer worden verbonden. Aangezien het MFP-toesteluitmeerdanééntoestelbestaat
(printer en scanner), is het nodig om de juiste toegang van de "gebruikers"applicaties tot deze toestellen via de enige I/O-poort goed te regelen.

Het stuurprogrammapakket voor de Dell MFP biedt een gepast poortdelingsmechanisme dat door de printer- en scannerstuurprogramma's van Dell wordt
gebruikt. De stuurprogramma's benaderen de apparaten via zogenaamde MFP-poorten. De huidige status van een MFP-poort kan worden bekeken in het
scherm MFP Ports Configuration. Door het delen van poorten voorkomt u dat u een functioneel blok van het MFP-apparaat benadert terwijl een ander blok in
gebruik is.

Wij raden u ten zeerste aan MFP Configurator te gebruiken als u een nieuwe MFP-printer op uw systeem configureert. In dit geval wordt u gevraagd een I/O-
poort voor het nieuwe apparaat te kiezen. Deze keuze biedt de meest geschikte configuratie voor de goede werking van de MFP. Voor MFP-scanners worden
I/O-poorten automatisch gekozen en dus worden de juiste instellingen standaard gebruikt.

Printereigenschappen configureren

In het eigenschappenvenster dat u kunt openen in het venster Printers Configuration, kunt u verschillende eigenschappen voor uw apparaat als printer
wijzigen.
1. Open MFP Configurator.
Indien nodig, schakel om naar Printerconfiguratie.
2. Kies de printer uit de lijst met beschikbare printers en klik Properties.
3. Het venster Printer Properties wordt geopend.
Dit venster bestaat uit de volgende vijf tabbladen:
l General: stelt u in staat om de printerlocatie en -naam te veranderen. De naam die u op dit tabblad invoert, wordt weergegeven in de printerlijst
van het venster Printers configuration.
l Connection: stelt u in staat om een andere poort te bekijken en te kiezen. Wanneer u tijdens het gebruik de printerpoort van USB naar parallel of
vice versa verandert, moet u de printerpoort in dit tabblad herconfigureren.
l Driver: stelt u in staat om een ander printerstuurprogramma te bekijken of te kiezen. Door op Options te klikken, kunt u de standaardopties van
het toestel instellen.
l Jobs: de lijst met afdruktaken weergeven. Klik Cancel Job om een geselecteerde taak te annuleren en kies het selectievakje Show completed
jobs om de vorige taak in de takenlijst te zien.
l Classes: toont de klasse waarin de printer zich bevindt. Klik Add to Class om de printer aan een specifieke klasse toe te voegen of klik Remove
from Class om de printer uit de gekozen klasse te verwijderen.
4. Klik OK om de veranderingen door te voeren en het venster Printereigenschappen te sluiten.

Een document afdrukken
Afdrukken vanuit een toepassing

Vanuit een groot aantal Linux-toepassingen kunt u afdrukken met Common UNIX Printing System (CUPS). In al deze toepassingen kunt u op de printer
afdrukken.
1. Kies vanuit de applicatie die u gebruikt Print uit het menu File.
2. Selecteer direct Print met lpr.
3. Kies in het venster Dell LPR de modelnaam van uw apparaat uit de Printer list en klik Properties.
4. Wijzig de eigenschappen van de printer en de afdruktaken.
Dit venster bevat de volgende vier tabbladen:
l General:steltuinstaatomhetpapierformaat,papiersoortendeoriëntatievandedocumententeveranderen,activeertdeduplexfunctie,voegt
scheidingspagina's aan het begin en einde toe en verandert het aantal pagina's per blad.
l Text: stelt u in staat om de paginaranden te bepalen en de tekstopties in te stellen, zoals interlinie en kolommen.
l Graphics: stelt u in staat om de afbeeldingsopties in te stellen die gebruikt worden bij het afdrukken van afbeeldingen/bestanden, zoals
kleuropties, afbeeldingsformaten of afbeeldingspositie.
l Device: stelt u in staat om de afdrukresolutie, papierbron en bestemming in te stellen.
5. Klik OK om de veranderingen door te voeren en het venster Printereigenschappen te sluiten.
6. Klik OK in het venster Dell LPR om met het afdrukken te beginnen.
7. Het venster Printing verschijnt. Hierin kunt u de status van de afdruktaak controleren.
Klik, om de actuele taak te stoppen, Cancel.

Bestanden afdrukken

U kunt vele verschillende soorten bestanden met het MFP-toestel van Dell afdrukken door de standaard CUPS te gebruiken - direct vanuit de
commandoregelinterface. Het hulppprogramma CUPS lpr maakt dat mogelijk. Maar het stuurprogrammapakket vervangt het standaard lpr-hulpmiddel wel door
een veel gebruiksvriendelijker LPR-programma van Dell.

Zo drukt u elk bestand af:
1. Tik lpr <file_name> op de commandoregel van de Linux-shell en druk op Enter. Het venster Dell LPR verschijnt.
Wanneer u enkel lpr intikt en Enter
drukt, verschijnt eerst het venster Selecteer af te drukken bestand(en). Kies gewoon eender welk bestand dat u wilt
afdrukken en klik Open.
2. Kies in het venster Dell LPR uw printer uit de lijst en verander de printer- en afdruktaakeigenschappen.
Voor meer informatie over het venster Properties, zie "Een document afdrukken".
3. Klik OK om het afdrukken te starten.

Document scannen

U kunt een document scannen vanuit het venster MFP Configurator.
1. Dubbelklik op MFP Configurator op het bureaublad.
2. Klik op de knop om het venster Scanners Configuration te openen.
3. Selecteer de scanner in de lijst.
AlsuslechtséénMFP-apparaat hebt en als dit apparaat is aangesloten op de computer en aan staat, verschijnt uw scanner in de lijst en wordt deze
automatisch geselecteerd.
Wanneer u twee of meer scanners met uw computer hebt verbonden, kunt u eender welke scanner kiezen om op eender welk moment te werken. Als er
bijvoorbeeld een document wordt gescand op de eerste scanner, kunt u de tweede scanner selecteren, de apparaatopties instellen en de scantaak
tegelijkertijd starten.
4. Klik Properties.
5. Plaats het te scannen document met de voorzijde naar boven in de ADI of met de voorzijde naar beneden op de glasplaat.
6. Klik Preview in het venster Scannereigenschappen.
Het document wordt gescand en er verschijnt een voorbeeld van de afbeelding in het voorbeeldvenster.
7. Wijzig de scanopties in de vakken Image Quality en Scan Area.
l Image Quality: stelt u in staat om de kleurencompositie en de scanresolutie voor de afbeelding te kiezen.
l Scan Area: stelt u in staat om het paginaformaat te kiezen. De knop Advanced stelt u in staat om de pagina manueel in te stellen.
Wanneeruéénvandevoorafingesteldescanoptie-instellingen wilt gebruiken, maak dan een keuze uit de keuzelijst Taaksoort. Zie "Instellingen voor
taaksoorten toevoegen" voor meer informatie over vooraf ingestelde taaksoorten.
U kunt de standaardinstelling voor de scanopties opnieuw oproepen door Default te klikken.
8. Wanneer uu klaar bent, klik Scan om met het scannen te beginnen.
Links onder in het venster verschijnt een statusbalk die de voortgang van het scanproces aangeeft. Om het scannen te annuleren, klik Cancel.
OPMERKING: De naam van de scanner die wordt weergegeven in het venster Scanners configuration kan afwijken van de naam van het apparaat.
9. De gescande afbeelding verschijnt in het venster Image Editor.
Wanneer u de gescande afbeelding wilt bewerken, gebruikt u de knoppenbalk. Zie "Werken met de Image Editor" voor meer informatie over het bewerken
van een gescande afbeelding.
10. Wanneer u klaar bent, klik Save op de knoppenbalk.
11. Selecteer de map waarin u de afbeelding wilt opslaan, en voer de bestandsnaam in.
12. Klik Save.
Instellingen voor taaksoorten toevoegen

U kunt gekozen scanopties opslaan als taaksoort zodat u deze voor latere taken op een eenvoudige manier kunt oproepen.

Zo slaat u een nieuwe taaksoort op:
1. Wijzig de opties in het venster Scanner Properties.
2. Klik Save as.
3. Voer een naam in voor de gekozen instellingen.
4. Klik OK.
De instellingen worden toegevoegd aan de keuzelijst Saved Settings (opgeslagen instellingen).

Zo slaat u instellingen op voor de volgende scantaak:
1. Selecteer de gewenste instelling in de keuzelijst Job Type.
2. Klik Save.
De volgende keer dat u het venster Scanner Properties opent, zijn de opgeslagen instellingen automatisch geselecteerd voor de scantaak.

Zo verwijdert u een opgeslagen taaksoort:
1. Selecteer de instelling die u wilt verwijderen, in de keuzelijst Job Type.
2. Klik Delete.
De instelling wordt uit de lijst verwijderd.

Werken met de Image Editor

In het venster Image Editor vindt u menuopties en knoppen waarmee u een gescande afbeelding kunt bewerken.

Met de volgende knoppen kunt u een gescande afbeelding bewerken:

Raadpleeg de on line Help voor meer informatie over het programma Image Editor.
Knop
Functie
Afbeelding opslaan.
Laatste bewerking ongedaan maken.
Laatst ongedaan gemaakte bewerking herstellen.
Uitzoomen op de afbeelding.
Inzoomen op de afbeelding.
Stelt u in staat door de afbeelding te scrollen.
Het geselecteerde deel van de afbeelding bijsnijden.
Stelt u in staat om het afbeeldingsformaat te veranderen; u kunt manueel de grootte invoeren of een waarde voor
een proportionele aanpassing, verticaal of horizontaal.
Stelt u in staat om de afbeelding te roteren; u kunt het aantal graden uit een keuzelijst kiezen.
Stelt u in staat om de afbeelding verticaal of horizontaal te draaien.
Stelt u in staat om de helderheid of het contrast van de afbeelding aan te passen, of om de afbeelding te inverteren.
De eigenschappen van de afbeelding weergeven.
Macintosh
  
Uw printer ondersteunt Macintosh-systemen met een ingebouwde USB-interface of 10/100 Base-TX-netwerkkaart. Als u een bestand afdrukt vanaf een
Macintosh-computer, kunt u het PostScript-stuurprogramma gebruiken door het PPD-bestand te installeren.

Software voor Macintosh installeren

De cd Stuurprogramma's en Hulpprogramma's die met de printer werd geleverd omvat een PPD-bestand dat u in staat stelt om het PostScript-
stuurprogramma
voor het afdrukken via een Macintosh-computer te gebruiken.

Controleer het volgende voordat u de printersoftware installeert:
Het printerstuurprogramma installeren
1. Zorg ervoor dat de printer met de computer is verbonden. Zet de computer en printer aan.
2. Steek de cd Stuurprogramma's en Hulpprogramma's die met de printer werd geleverd in het cd-rom-station.
3. Dubbelklik op het cd-rom-pictogram op het bureaublad van uw Macintosh-computer.
4. Dubbelklik op de map MAC_Installer.
5. Dubbelklik op de map MAC_Printer.
6. Dubbelklik op het pictogram Dell Laser MFP Installer.
7. Nadat de installatie klaar is, klik Quit.

De printer instellen

De instelling van de printer verschilt afhankelijk van de kabel die u gebruikt om de printer aan te sluiten op uw computer: een netwerkkabel of een USB-kabel.
Voor een Macintosh die op een netwerk is aangesloten
1. Volg de aanwijzingen onder "Software voor Macintosh installeren" om het PPD-bestand en de filterbestanden op uw computer te installeren.
2. Open Print Setup Utility in de map Utilities.
3. Klik Add in de Printer list.
4. Kies het tabblad IP Printing.
5. Voer het IP-adres van de printer in het veld Printer Address in.
6. Voer de wachtrijnaam in het veld Queue Name in. Wanneer u de wachtrijnaam van de printerserver niet kunt bepalen, probeer dan eerst de
standaardwachtrij.
7. Kies Dell in Printer Model en uw printer in Model Name.
8. Klik Add.
9. Het IP-adres van de printer verschijnt in de Printer list en is als standaardprinter ingesteld.
Software voor Macintosh installeren
De printer instellen
Afdrukken
Scannen
Onderdeel
Eisen
Besturingssysteem
Mac OS 10.3.x of hoger
Intern geheugen
128 MB
Vrije schijfruimte
200 MB
Voor een via USB aangesloten Macintosh
1. Volg de aanwijzingen onder "Software voor Macintosh installeren" om het PPD-bestand en de filterbestanden op uw computer te installeren.
2. Open Print Setup Utility in de map Utilities.
3. Klik Add in de Printer list.
4. Kies het tabblad USB.
5. Kies Dell in Printer Model en uw printer in Model Name.
6. Klik Add.
De printer verschijnt in de Printer list en is als standaardprinter ingesteld.

Afdrukken
Een document afdrukken

Wanneer u vanuit een Macintosh afdrukt, moet u de instelling van de printersoftware in elke applicatie die u gebruikt controleren. Volg de onderstaande
stappen om af te drukken vanaf een Macintosh.
1. Open een Macintosh-toepassing en selecteer het bestand dat u wilt afdrukken.
2. Open het menu File en klik Page Setup (Document Setup in sommige applicaties).
3. Kiesuwpapierformaat,deoriëntatie,deschaalenandereoptiesenklikOK.
4. Open het menu File en klik Print.
5. Kies het gewenste aantal exemplaren en geef aan welke pagina's u wilt afdrukken.
6. Klik Print wanneer u klaar bent met het instellen van de opties.

Afdrukinstellingen wijzigen

U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer.

Kies Print in het menu File van uw Macintosh-toepassing.
Lay-outinstellingen

HettabbladLayoutbiedtverschillendeoptiesomdeuiteindelijkeafdrukvanhetdocumentaantepassen.Ukuntverschillendepagina'sopéénvelpapier
afdrukken.

Kies Layout uit de afrollijst Presets om de volgende functies te gebruiken. Zie "Meerdere pagina's op een vel papier afdrukken"en "Dubbelzijdig
afdrukken"voor meer informatie.

Meerdere pagina's op een vel papier afdrukken

Ukuntmeerdanéénpaginaafdrukkenopéénvelpapier.Ditiseengoedkopemanieromconceptpagina'saftedrukken.
1. Kies Print in het menu File van uw Macintosh-toepassing.
2. Kiies Layout.
3. Kieshetaantalpagina'sdatuopéénvelpapierwenstaftedrukkenindeafrollijstPages per Sheet.
4. Selecteer de paginavolgorde met de optie Layout Direction.
Om rond elke pagina op het blad een rand af te drukken, kiest u de gewenste optie uit de afrollijst Border.
5. Klik Print en de printer drukt het gekozen aantal pagina's op een kant van elke pagina af.

Dubbelzijdig afdrukken

U kunt op beide zijden van het papier afdrukken. Voordat u dubbelzijdig afdrukt, moet u aangeven langs welke rand u de pagina's wilt inbinden. De bindopties
zijn:

Long-Edge Binding: Conventionele lay-out die bij het boekbinden wordt gebruikt.

Short-Edge Binding: Soort dat vaak bij calenders wordt gebruikt.
1. Kies Print in het menu File van uw Macintosh-toepassing.
2. Selecteer de Layout.
WAARSCHUWING: Wanneer u dubbelzijdig afdrukken hebt gekozen en dan probeert verschillende exemplaren van een document af te
drukken, dan zal de printer het document eventueel niet zo afdrukken als u dat had gewild. Als u ervoor hebt gekozen de exemplaren te sorteren
en uw document een oneven aantal pagina's bevat, worden de laatste pagina van het eerste exemplaar en de eerste pagina van het volgende
exemplaar afgedrukt op de voor- enachterkantvanéénvel.Als u ervoor hebt gekozen de exemplaren niet te sorteren, wordt dezelfde pagina
afgedrukt op de voor- enachterkantvanéénvel.Als u dus verschillende exemplaren van een document nodig hebt en u die exemplaren aan
beide kanten van het papier wilt afdrukken, moet u ze een voor een afdrukken, als afzonderlijke afdruktaken.
3. Kies een bindrichting uit de optie Two Sided Printing.
4. Klik Print en de printer drukt aan beide zijden van het papier af.
Printerfuncties instellen

Het tabblad Printer Features biedt verschillende mogelijkheden om het papiersoort te kiezen en dee afdrukkwaliteit aan te passen.

Kies Printer Features uit de afrollijst Presets om de volgende functies te gebruiken.
Image Mode

De Image Mode stelt de gebruiker in staat om afdrukken te verbeteren. De beschikbare opties zijn Normal en Text Enhance.
Fit to Page

Deze printerfunctie stelt u in staat om uw afdruktaak aan elk papierformaat aan te passen, ongeacht de digitale groote van het document. Dit kan nuttig zijn
als u de details van een klein document wilt bekijken.
Paper Type

Zorg ervoor dat Paper Type op Printer Default staat. Wanneer u een ander type afdrukmateriaal plaatst, dient u het desbetreffende papiertype te selecteren.
Resolution

U kunt de afdrukresolutie kiiezen. Hoe hoger de instelling, hoe scherper tekens en afbeeldingen worden afgedrukt. Als u een hoge instelling selecteert, kan
het iets langer duren voordat het document is afgedrukt.

Scannen

Wanneer u documenten met andere software wilt scannen, moet u TWAIN-compatible software, zoals Adobe PhotoDeluxe of Adobe Photoshop, gebruiken.
Wanneer u voor het eerst gaat scannen met uw printer, moet u hem in het programma dat u gebruikt als TWAIN-bron selecteren.

Om te scannen, voert u de volgende stappen uit:
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Open uw programma, bijvoorbeeld PhotoDeluxe of Photoshop.
3. Open het TWAIN-venster en stel de scanopties in.
4. Scan het origineel en sla de gescande afbeelding op.





OPMERKING: Om een afbeelding op te halen, moet u zich aan de instructies van het programma houden. Raadpleeg de handleiding van de applicatie.
Onderhoud


Geheugen wissen

U kunt selectief informatie verwijderen die in het geheugen van de printer is opgeslagen.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Onderhoud te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Instel. wissen te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) tot u het item ziet dat u wilt verwijderen.
l Alle instel.: wist alle gegevens die in het geheugen zijn opgeslagen en herstelt alle standaardinstellingen.
l Papierinstel.: voor alle papierinstellingen de fabrieksinstellingen herstellen.
l Kopieerinstel.: voor alle kopieerinstellingen de fabrieksinstellingen herstellen.
l Faxinstel.: Stelt alle faxinstellingen opnieuw in op de standaardinstellingen.
l Faxfuncties: Annuleert alle uitgestelde faxtaken in het geheugen van de printer.
l Geavanc. fax: Stelt alle geavanceerde faxinstellingen opnieuw in op de standaardinstellingen.
l Verzendrapport: Wist alle records van uw verzonden faxen.
l Ontvangstrap.: Wist alle records van uw ontvangen faxen.
l Adresboek: Wist de e-mails die in het geheugen zijn opgeslagen.
l Telefoonboek: Alle in het geheugen opgeslagen snelkiesnummers en groepsnummers worden gewist.
5. Druk op OK ( ). Het gekozen gedeelte van het geheugen wordt gewist en u wordt gevraagd of u verder wilt gaan met het wissen van het volgende
gedeelte.
6. Herhaal de stappen 4 en 5 als u een volgend gedeelte wilt wissen.
OF
Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Back-up van gegevens

Gegevens kunnen per ongeluk uit het geheugen van de printer worden gewist door een stroomonderbreking of een opslagfout. Met een back-up beschermt u
uw Adresboek-/Telefoonboekingangen en de systeeminstellingen door ze als back-upbestanden op een USB-memorystick op te slaan.

Back-up van gegevens
1. Steek de USB-memorystick in het USB-geheugenslot van de printer.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Apparaatinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Inst. export. te markeren en druk dan op OK ( ).
De gegevens worden als back-up op de USB-memorystick opgeslagen.
Geheugen wissen
Back-up van gegevens
Uw Multifunctionele Printer reinigen
De tonercassette onderhouden
Vervangingsonderdelen
Verbruiksartikelen bestellen
5. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Gegevens terugzetten
1. Steek de USB-memorystick in het USB-geheugenslot van de printer.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Apparaatinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Inst. import. te markeren en druk dan op OK ( ).
Het back-upbestand wordt op de printer teruggezet.
5. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.


Uw Multifunctionele Printer reinigen

Volg, om de afdrukkwaliteit te behouden, onderstaande reinigingsinstructies elke keer dat u de tonercassette vervangt of wanneer er problemen met de
afdrukkwaliteit zijn.
De printer aan de buitenzijde reinigen

Reinig de printerbehuizing met een zachte, licht vochtige, niet-pluizende doek. Zorg dat er geen water op of in de printer druipt.

De printer aan de binnenzijde reinigen

Papier, toner en stofdeeltjes kunnen zich ophopen binnenin de printer en problemen met de printkwaliteit veroorzaken, bijvoorbeeld vegen of tonervlekken.
Maak de printer aan de binnenzijde schoon om deze problemen te vermijden.
1. Zet de printer uit en trek de stekker uit het stopcontact. Wacht geruime tijd om de printer af te laten koelen.
2. Open de voorklep en trek de tonercassettes recht eruit. Plaats de tonercassette op een schoon, horizontaal oppervlak.
3. Verwijder met een droge, niet-pluizende doek eventueel stof en gemorste toner in en rond de ruimte voor de tonercartridge.
OPMERKING: Raak de transportrol onder de tonercassette niet aan, wanneer u de printer aan de binnenzijde reinigt. Vet van uw vingers kan
problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken.
WAARSCHUWING: Ontvettingsmiddelen die alcohol of andere sterke substanties bevatten, kunnen de printerkast doen verkleuren of barsten.
WAARSCHUWING: Om beschadiging te vermijden, mag u de tonercassette niet langer dan enkele minuten blootstellen aan licht.
WAARSCHUWING: Raak de groene onderzijde van de tonercassette niet aan. Gebruik de hendel op de cassette en vermijd zo dat u dit
gebied aanraakt.
4. Zoek de lange glazen strook (LSU) bovenaan in het cassettecompartiment en veeg voorzichtig over het glas om te controleren of de witte katoenen
doek zwart kleurt door het vuil.
5. Plaats de tonercassette terug en sluit de voorklep.
6. Sluit het netsnoer aan en zet de printer aan.

De Scanner reinigen

Door het scanner- en ADI-glas schoon te houden, blijft een uitstekende kwaliteit van de kopies, scans en verstuurde faxen gewaarborgd. Dell beveelt aan om
de scanner bij het begin van elke dag en tijdens de dag, wanneer nodig, te reinigen.
1. Bevochtig een niet-pluizende, zachte doek of papieren handdoek met wat water.
2. Open de documentklep.
3. Veeg de glasplaat en het glas van de automatische documentinvoer schoon en droog.
4. Veeg de onderkant van de witte documentklep en het witte blad schoon en droog.
5. Sluit de documentklep.
WAARSCHUWING: Raak de transportrol binnenin de printer niet aan. Vet van uw vingers kan problemen met de afdrukkwaliteit
veroorzaken.
OPMERKING: Wanneer er lijnen op gekopieerde of gefaxte documenten te zien zijn, controleer dan het scanner- en ADI-glas niet vuil zijn.
1
blanco vel
2
documentdeksel
3
Glas van de automatische
documentinvoer
4
glasplaat

De tonercassette onderhouden
De tonercassette bewaren

Bewaar de tonercassette in de originele verpakking tot u klaar bent om ze te installeren.

Bewaar de tonercassette niet in:

l Temperaturenboven40°C

l een omgeving met extreme vochtigheids- of temperatuurschommelingen

l rechtstreeks zonlicht

l stoffige ruimten

l een auto voor een lange periode

l een omgeving met corrosieve gassen

l een omgeving met ziltige lucht

De toner opnieuw verdelen

Wanneer de toner bijna op is, worden gedeelten van uw document vaag of lichter afgedrukt. De LCD toont de waarschuwingsboodschap TONER BIJNA OP.
Schud de cassette 5 of 6 keer goed heen en weer om de toner gelijkmatig in de cassette te verdelen en tijdelijk de afdrukkwaliteit te verbeteren.
1. Open de voorklep.
2. Haal de tonercassette eruit.
3. Schud de cassette 5 of 6 keer goed heen en weer om de toner gelijkmatig in de cassette te verdelen.
OPMERKING: Als er toner in contact komt met uw kleding, veeg de toner dan met een droge doek af en was uw kleding in koud water. De toner
zet zich immers vast in de stof als u warm water gebruikt.
WAARSCHUWING: Raak de groene onderzijde van de tonercassette niet aan. Gebruik de hendel op de cassette en vermijd zo dat u dit
gebied aanraakt.
4. Houd de tonercassette bij de handgreep en steek ze voorzichtig in de opening van de printer.
5. Uitsteeksels aan de zijkanten van de cassette en corresponderende groevven in de printer geleiden de cassette in de juiste positie tot ze volledig op
de juiste plaats zit.
6. Sluit de klep aan de voorzijde. Zorg ervoor dat de klep goed gesloten is.

De tonercassette vervangen

Wanneer de toner uiteindelijk op is, worden nog maar blanco pagina's bij het versturen van een afdruk- of kopieertaak verstuurd. In dat geval worden de
inkomende faxen enkel in het geheugen bewaard en worden ze niet afgedrukt. Dit betekent dat de tonercassette moet worden vervangen.

Bestel een extra tonercassette zodat u deze bij de hand habt, wanneer de huidige cassette niet langer behoorlijke afdrukken levert. Zie "Verbruiksartikelen
bestellen" om tonercassettes te bestellen.

De tonercassette vervangen:
1. Open de voorklep.
2. Haal de tonercassette eruit.
3. Haal de nieuwe tonercassette uit de verpakking.
4. Verwijder de verpakkingstape en schud de cassette grondig heen en weer om de toner gelijkmatg te verdelen.
Bewaar het verpakkingsmateriaal.
OPMERKING: De Laserprinter 1815 van Dell kan ontvangen faxen afdrukken wanneer de toner op is. Voor meer informatie verwijzen we naar "Het
bericht "Toner op" negeren".
WAARSCHUWING: Gebruik voor de beste resultaten een tonercassette van Dell. De afdrukkwaliteit en printerbetrouwbaarheid worden niet
gewaarborgd, wanneer u geen verbruiksartikelen van Dell gebruikt.
OPMERKING: Als er toner in contact komt met uw kleding, veeg de toner dan met een droge doek af en was uw kleding in koud water. De toner
zet zich immers vast in de stof als u warm water gebruikt.
5. Houd de tonercassette bij de handgreep en steek ze voorzichtig in de opening van de printer.
6. Uitsteeksels aan de zijkanten van de cassette en corresponderende groevven in de printer geleiden de cassette in de juiste positie tot ze volledig op
de juiste plaats zit.
7. Sluit de klep aan de voorzijde. Zorg ervoor dat de klep goed gesloten is.

Drum reinigen

Wanneer er strepen of vlekken op de afdruk zijn, moet eventueel de Organische Fotogeleider-drum (OPC) van de tonercassette gereinigd worden.
1. Vooraleer u de reinigingsprocedure start, moet u ervoor zorgen dat er papier in papierlade zit.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Onderhoud te markeren en druk dan op OK ( ).
Het eerste beschikbare menu-item Drum reinigen wordt weergegeven.
4. Druk tweemaal op OK ( ).
Het display vraagt om een bevestiging van uw keuze.
De printer drukt een reinigingspagina af. Tonerdeeltjes op het oppervlak van de drum hechten zich hierbij aan het papier.
5. Herhaal, wanneer het probleem niet verdwijnt, de stappen 3 tot en met 4 tot er geen tonerdeeltjes meer op het papier zijn.

Het bericht "Toner op" negeren

WAARSCHUWING: Raak de groene onderzijde van de tonercassette niet aan. Gebruik de hendel op de cassette en vermijd zo dat u dit
gebied aanraakt.
Wanneer de tonercassette bijna leeg is, bewaart de printer de inkomende faxen in het geheugen zonder ze af te drukken. Wanneer u de fax wilt afdrukken,
hoewel de toner bijna op is, kunt u de printer zo instellen dat hij verder inkomende faxen uit het geheugen afdrukt ook al is de afdrukkwaliteit dan niet zo goed.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om FAX te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Faxfuncties te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Toner op neg. te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste status te kiezen en druk op OK ( ).
5. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Vervangingsonderdelen

Af en toe moet u de rollen en de fixeereenheid vervangen om de topprestaties te behouden en om problemen met de afdrukkwaliteit en de papiertoevoer
omwille van versleten onderdelen te voorkomen.

De volgende items moeten worden vervangen nadat u het opgegeven aantal pagina's hebt afgedrukt.

Contacteer uw Dell-vertegenwoordiger of de handelaar bij wie u de printer kocht om vervangingsonderdelen te kopen. We raden ten zeerste aan om deze
items door een geschoolde vakman te laten installeren.

Onderdeel
Aantal afdrukken (gemiddeld)
rubber van automatische documentinvoer
Ong. 20.000 pages
Transportrol
Ong. 70.000 pages
Fuser (fixeereenheid)
Ong. 80.000 pages
Rubber in lade
Ong. 250.000 pages
Pick-uproller
Ong. 150.000 pages
De rubber van de ADI vervangen

U kunt de rubber van de ADI bij uw Dell-vertegenwoordiger kopen of bij de handelaar bij wie u de printer gekocht hebt.
1. Open de klep van de automatische documentinvoer.
2. Draai de mof aan het rechteruiteinde van de ADI-rol in de richting van de ADI en verwijder de rol.
3. Verwijder de rubber van de automatische documentinvoer, zoals in de afbeelding.
4. Breng een nieuwe rubber aan.
5. Breng het linker einde van de ADI-rolopéénlijnmetdeinsteekbusenduwhetrechtereindevandeADI-rol in de rechter insteekbus. Roteer de huls
aan het rechter einde van de rol naar de ADI toe.
6. Sluit de klep van de automatische documentinvoer.

Verbruiksartikelen bestellen

UkuntverbruiksartikelenbestellendoorgebruiktemakenvanhetDell™TonerManagement-systeem of de Dell Webprinterconfiguratie.

Wanneer uw printer aan een netwerk is aangesloten, tikt u het IP-adres van uw printer in uw webbrowser in of opent u het Netwerkstatusmonitorcentrum (zie
"Network Status Monitor Center") om de Dell Webprinterconfiguratie te starten en klikt u dan op de link tonerverbruiksartikelen.
1. Dubbelklik op het pictogram Toner voor Dell 1815 bestellen op uw bureaublad.
OF
2. Klik in het menu Start op Programma's of Alle programma's DELL Dell-printers DELL Laser MFP 1815 Toner voor Dell 1815
bestellen.
Ga naar premier.dell.com of www.premier.dell.com om on line verbruiksartikelen te bestellen.
Voor een telefonische bestelling, belt u het nummer dat onder de hoofding Telefonisch verschijnt.
OF
3. Wanneer de printer met een netwerk is verbonden, tik dan het IP-adres van de printer in uw webbrowser in om de Webprinterconfiguratie van Dell te
starten en klik op de link verbruiksartikelen.
a. De levensduur van de Tonercassette Standaardcapaciteit van Dell bedraagt 3.000 pagina's en die van de Tonercassette Hoge Capaciteit van Dell
bedraagt 5.000 pagina's.

















Het venster Tonercassettes bestellen wordt geopend.
OPMERKING: premier.dell.com is de veilige, aanpasbare aanschaffings- en ondersteuningssite van Dell voor grotere klanten.
OPMERKING: Kijjk in de volgende tabel voor de bestelling van tonercassettes.
 Tonercassette
 Onderdeelnummer
Tonercassette Standaardcapaciteit van Dell
a
NF485
Tonercassette Hoge Capaciteit van Dell
RF223





Netwerk
 

Informatie over het delen van de printer in een netwerk
Lokaal gedeelde printer

U kunt de printer direct aan een computer aansluiten die dan in het netwerk de "hostcomputer" heet. De printer kan dan met andere gebruikers in het
netwerk gedeeld worden via een netwerkprinterverbinding Windows 98, Me, 2000, XP, Server 2003, Vista of NT 4.0.

Printer aangesloten op een bedraad netwerk

De printer heeft een ingebouwde netwerkinterface. Voor meer informatie verwijzen we naar "De printer aan het netwerk aansluiten".

Afdrukken over een netwerk

Of de printer rechtstreeks verbonden is met een computer of met een netwerk, de software van de Dell Laser MFP 1815dn moet op iedere computer die met
dezeprinterwilafdrukkengeïnstalleerdzijn.

Printer delen met andere computers

U kunt de printer direct aan een computer aansluiten die dan in het netwerk de "hostcomputer" heet. De printer kan dan met andere gebruikers in het
netwerk gedeeld worden via een netwerkprinterverbinding Windows 98, Me, 2000, XP, Server 2003, Vista of NT 4.0.

Onder Windows 98/Me
Instellen als hostcomputer
1. Start Windows op.
2. Klik op de knop Start en wijs met de cursor op Configuratiescherm en dubbelklik op het pictogram Netwerk.
3. Selecteer het vakje Bestands- en printerdeling, vink het vakje naast Ik wil anderen via mijn printer kunnen laten afdrukken aan en klik OK.
4. Klik Start en wijs met de cursor op Printers uit Instellingen. Dubbelklik op de printer.
5. Klik Eigenschappen in het Printermenu.
6. Klik het tabblad Delen en vink het vakje Delen als: aan. Vul het veld Sharenaam in en klik dan op OK.
Instellen als clientcomputer
1. Rechtsklik op de knop Start en kies Verkennen.
2. Klik in de linkerkolom op de netwerkmap om deze te openen.
3. Rechtsklik op de gedeelde naam en klik Printerpoort Toewijzen.
4. Kies de gewenste poort, vink het vakje Opnieuw verbinding maken bij aanmelden aan en klik dan OK.
5. Klik op de knop Start en wiijs met de cursor op Instellingen en dan Printers.
Informatie over het delen van de printer in een netwerk
Printer delen met andere computers
Instellen van de aan het Netwerk verbonden Printer
6. Dubbelklik op het pictogram van uw printer.
7. Klik op het menu Printer en wijs met de cursor op Eigenschappen.
8. Klik op het tabblad Details en wijs met de cursor op de printerpoort en klik dan OK.

Onder Windows NT 4.0/2000/XP/Server 2003/Vista
Instellen als hostcomputer
1. Start Windows op.
2. Voor Windows NT 4.0/2000 klikt u op de knop Start Instellingen Printers.
Voor Windows XP/Server 2003 klikt u op de knop Start en wijst u met de cursor op Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista, klikt u op en vervolgens op Configuratiescherm , Hardware en geluid Printers.
3. Dubbelklik op het pictogram van uw printer.
4. Klik op het menu Printer en wijs met de cursor op Delen.
5. Voor Windows NT 4.0 vinkt u het vakje Gedeeld aan.
Voor Windows 2000 vinkt u het vakje Delen als: aan.
Voor Windows XP/Server 2003/Vista vinkt u het vakje Deze printer delen aan.
6. Vul het veld Sharenaam in en klik OK.
Instellen als clientcomputer
1. Rechtsklik op de knop Start en wijs met de cursor op Verkennen.
2. Klik in de linkerkolom op de netwerkmap om deze te openen.
3. Klik op de share-naam.
4. In Windows NT 4.0/2000 gaat u via Start en Instellingen naar Printers.
In Windows XP/Server 2003 klikt u op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista, klikt u op en vervolgens op Configuratiescherm , Hardware en geluid Printers.
5. Dubbelklik op het pictogram van uw printer.
6. Klik op het menu Printer en wijs met de cursor op Eigenschappen.
7. Klik op het tabblad Poorten en wijs met de cursor op Poort toevoegen.
8. Klik Lokale poort en wijs met de cursor op Nieuwe poort.
9. Vul het veld Geef een poortnaam op in en voer de gedeelde naam in.
10. Klik OK en wijs met de cursor op Sluiten.
11. Klik, voor Windows NT 4.0, OK.
Klik, voor Windows 2000/XP/Server 2003/Vista, Toepassen en wijs met de cursor op OK.

Instellen van de aan het Netwerk verbonden Printer

U moet de netwerkprotocollen in de printer instellen om hem als netwerkprinter te kunnen gebruiken. Protocollen kunnen op de volgende twee manieren
wordengeïnstalleerd:
1 Via Netwerkbeheerprogramma's

U kunt de printserverinstellingen van de printer configureren en ze met behulp van de volgende programma's beheren:

l Embedded Web Service: Een in uw netwerkprintserver embedded webserver waardoor u:
De netwerkparameters kunt configureren die nodig zijn om uw printer aan verschillende netwerkomgevingen aan te sluiten.

l IP instellen: Een hulppprogramma waarmee u een netwerkinterfacekaart kunt kiezen en manueel de adressen voor het gebruik in het TCP/IP-protocol
kunt configureren.

2 Via het Bedieningspaneel

U kunt de basisnetwerkparameters via het bedieningspaneel van de printer configureren. Gebruik het bedieningspaneel van de printer om het volgende te
doen:

l een netwerkconfiguratiepagina afdrukken

l TCP/IP configureren

l EtherTalk configureren

Configureren van Netwerkparameters op het Bedieningspaneel

Een netwerkconfiguratiepagina afdrukken

De netwerkconfiguratiepagina geeft weer hoe de netwerkinterfacekaart van uw printer is geconfigureerd. De standaardinstellingen kunnen voor de meeste
toepassingen worden gebruikt.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Netwerkconfig. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Syst.geg. afd. te markeren en druk dan op OK ( ).
Het eerste beschikbare menu-item, Ja, verschijnt op de onderste lijn.
4. Druk op OK ( ) om een netwerkconfiguratiepagina af te drukken.
De netwerkconfiguratiepagina wordt afgedrukt.
Netwerkprotocollen instellen

Onderdeel
Eisen
Netwerkinterface
10/100 Base-TX
Netwerkbesturingssysteem
Windows98/Me/NT4.0/2000/XP/Server2003/Vista
Netwerkprotocollen
•
TCP/IP onder Windows
•
Poort9100 in Windows 2000/XP/Server 2003/Vista
Dynamic Addressing Server
•
DHCP, BOOTP
Wanneer u voor het eerst de printer installeert en hem opstart, worden alle beschikbare netwerkprotocollen geactiveerd. Wanneer een netwerkprotocol
geactiveerd is, kan de printer actief data via het netwerk versturen, zelfs wanneer het protocol niet gebruikt wordt. Dit kan het netwerkverkeer lichtjes
verhogen. Om onnodig verkeer uit te schakelen moet u ongebruikte protocollen deactiveren.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Netwerkconfig. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Configuratie te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) tot u het gewenste protocol ziet en druk op OK ( ).
5. Wanneer u Ethernet hebt gekozen, kies dan een netwerksnelheid.
Wanneer u TCP/IP hebt gekozen, ken dan een TCP/IP-adres toe. Voor meer informatie verwijzen we naar "TCP/IP configureren".
Wanneer u EtherTalk hebt gekozen, druk dan op bladertoetsen ( of ) om de instelling naar Aan (activeren) of Uit (deactiveren) om te schakelen.
6. Druk op OK ( ) om uw keuze te bewaren.
TCP/IP configureren

l Statische adressering: Het TCP/IP-adres wordt handmatig toegewezen door de systeembeheerder.

l Dynamische adressering BOOTP/DHCP (standaard): Het TCP/IP-adres wordt automatisch door een DHCP- of BOOTP-server op uw netwerk toegekend.
Statische adressering

Om het TCP/IP-adres vanuit het bedieningspaneel van de printer in te voeren, gelden volgende stappen:
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Netwerkconfig. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Configuratie te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om TCP/IP te markeren en druk dan op OK ( ).
Het eerste beschikbare menu-item, Handmatig, verschijnt en druk op OK ( ).
5. Het eerste beschikbare menu-item, IP-adres, verschijnt.
6. Druk op OK ( ) om naar het menu IP-adres te gaan.
7. Voer de nummers met de cijfertoetsen in en gebruik bladertoetsen ( of ) om tussen de acht-bits bytes te bewegen en druk op OK ( ).
8. Voer andere parameters, zoals Subnetmasker, Gateway of Primaire DNS in en druk op OK ( ).
9. Na het invoeren van alle parameters, drukt u op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Stand-bymodus.
Een IP-adres bestaat uit 4 bytes.
Dynamische adressering (BOOTP/DHCP)

Om het TCP/IP-adres automatisch door gebruik van een DHCP- of BOOTP-server op uw netwerk toe te kennen.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Netwerkconfig. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Configuratie te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om TCP/IP te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om DHCP te markeren en druk dan op OK ( ).
Om het adres vanuit de BOOTP-server toe te kennen, drukt u op OK ( ) wanneer BOOTP verschijnt.
De netwerkconfiguratie opnieuw instellen

U kunt de standaardinstellingen van de netwerkconfiguratie opnieuw instellen.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Netwerkconfig. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Instel. wissen te markeren en druk dan op OK ( ).
Het eerste beschikbare menu-item, Ja, verschijnt op de onderste lijn.
4. Druk op OK ( ) om te netwerkconfiguratie terug te zetten.
5. Schakel de printer uit en weer aan of reset de netwerkinterfacekaart.
Toebehoren installeren
 

Voorzorgmaatregelen bij het installeren van Printertoebehoren
Het netsnoer uittrekken:
Verwijder nooit de besturingskaart terwijl de printer op het stroomnet is aangesloten.

Om de mogelijkheid van een elektrische schok te vermijden, dient u altijd het netsnoer los te koppelen wanneer u een interne of externe printeroptie
installeert of verwijdert.
Ontlading van statische elektriciteit:
De besturingskaart en het interne printergeheugen zijn gevoelig voor statische elektriciteit. Vooraleer u een intern printergeheugen installeert of verwijdert,
moet u de statische elektriciteit van uw lichaam ontladen door een metalen voorwerp van een toestel aan te raken dat aangesloten is op een geaarde
stroombron. Wanneeruvoorhetbeëindigenvandeinstallatierondwandelt, ontlaad nog eens statische elektriciteit.

Printergeheugen installeren

Bijkomend printergeheugen wordt op een Dual In-line Memory Module (DIMM) geleverd.

Uwprinterbschiktover92MBgeheugen.Hetkanuitgebreidwordentot192MB.VerwijderhetvoorgeïnstalleerdeDIMM-geheugen vooraleer geheugen bij te
steken.
1. Schakel de printer uit en trek alle kabels uit de printer.
2. Neem het toegangspaneel tot de besturingskaart en open het.
3. Open de hendels aan beide zijden van de DIMM-geheugensleufvolledigenverwijderhetvoorgeïnstalleerdeDIMM-geheugen.
Voorzorgmaatregelen bij het installeren van Printertoebehoren
Printergeheugen installeren
De optionele lade 2 installeren
OPMERKING: Uw printer ondersteunt enkel DIMMs van Dell. Bestel DIMMs van Dell on line bij www.dell.com.
4. Neem een nieuwe geheugen-DIMM uit de antistatische verpakking.
5. HouddeDIMMvastaanderandenenbrengdeinkepingenopdeDIMMopéénlijnmetdegroevenaandebovenkantvandeDIMM-gleuf.
6. Schuif de DIMM-geheugenmodule recht in de DIMM-sleuf tot deze op haar plaats klikt. Zorg ervoor dat de klemmen helemaal over de inkepingen aan
weerskanten van de DIMM-geheugenmodule vallen.
7. Plaats het toegangspaneel tot de besturingskaart terug.
8. Sluit de kabel voor de netvoeding en de printerkabel opnieuw aan en zet de printer aan.

Het toegevoegde geheugen in de PS-printereigenschappen activeren

Na het installeren van de geheugen-DIMM moet u ze in de printereigenschappen van het PostScript-printerstuurprogramma kiezen om ze te kunnen
gebruiken:
1. Zorg ervoor dat het PostScript-stuurprogrammaopuwcomputerisgeïnstalleerd.ZievoormeerinformatieoverdeinstallatievanhetPS-
stuurprogramma "Software installeren onder Windows".
2. Klik het Windows-menu Start.
3. Kies, voor Windows 98/Me/NT 4.0/2000, Instellingen en dan Printers.
Kies, voor Windows XP/Server 2003, Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista, klikt u op Configuratiescherm Hardware en geluid Printers.
4. Kies de Dell Laser MFP 1815 PS printer.
5. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de printer en:
In Windows 98/Me, klik Eigenschappen.
In Windows 2000/XP/Server 2003/Vista, klik Printerinstelling of klik Eigenschappen en wijs dan met de cursor op Voorkeursinstellingen.
In Windows NT 4.0, klik Documentstandaard.
6. Kies, voor Windows 98/Me, Apparaatopties.
Kies, voor Windows NT 4.0/2000/XP/Server 2003/Vista, Apparaatinstellingen.
7. Kiesdedoorugeïnstalleerdegeheugen-DIMM uit Printergeheugen in het deel Installeerbare opties.
Kies, voor Windows 98, Installeerbare opties VMOption instellingen wijzigen voor VMOption geheugen wijzigen.
8. Klik OK.

De optionele lade 2 installeren

U kunt de papierverwerkingscapaciteit van de printer verhogen door een optionele lade 2 te installeren. Deze lade kan tot 250 vellen papier bevatten.
1. Schakel de printer uit en trek alle kabels uit de printer.
2. Verwijder de verpackingstape en de tape op de kabel van de optionele lade 2 cable van de onderkant van de optionele lade 2.
3. Kijk even waar de connector en de positioneringselementen van de optionele lade zich bevinden.
4. Plaatsdeprinteroverdelade,zetdevoetjesvandeprinterinéénlijnmetdepositioneringselementenindeoptionelelade2.
5. Steek de kabel in de aansluiting op de achterkant van de printer.
6. Plaats papier in optionele lade 2. Zie "Papier plaatsen"voor informatie over het plaatsen van papier in deze lade.
7. Sluit de stroomkabel en kabels weer aan en zet de printer aan.

Wanneer u een document afdrukt op papier uit de optionele lade 2, moet u de eigenschappen van het printerstuurprogramma configureren.

Om toegang te krijgen tot de eigenschappen van het printerstuurprogramma:
1. Klik op de knop Start van Windows.
2. Klik, voor Windows 98/Me/NT 4.0/2000, Instellingen en wijs dan met de cursor op Printers.
Klik, voor Windows XP/Server 2003, op Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista, klikt u op Configuratiescherm Hardware en geluid Printers.
3. Klik op de printer Dell Laser MFP 1815.
4. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de printer en:
In Windows 98/Me, klik Eigenschappen.
In Windows 2000/XP/Server 2003/Vista, klik Printerinstelling of klik Eigenschappen en wijs dan met de cursor op Voorkeursinstellingen.
In Windows NT 4.0, klik Documentstandaard.
5. Klik op het tabblad Printer en selecteer Lade 2 uit de keuzelijst Optionele lade.
6. Klik OK en druk het document af.

Om de lade in de printereigenschappen van het PostScript-printerstuurprogramma in te stellen.
1. Klik op de knop Start van Windows.
2. Kies, voor Windows 98/Me/NT 4.0/2000, Instellingen en dan Printers.
Kies, voor Windows XP/Server 2003, Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista, klikt u op Configuratiescherm Hardware en geluid Printers.
3. Kies de printer Dell Laser MFP 1815 PS.
4. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de printer en:
In Windows 98/Me, klik Eigenschappen.
In Windows 2000/XP/Server 2003/Vista, klik Printerinstelling of klik Eigenschappen en wijs dan met de cursor op Voorkeursinstellingen.
In Windows NT 4.0, klik Documentstandaard.
5. Klik op het tabblad Apparaatinstellingen en selecteer Geplaatst uit de keuzelijst Lade 2.
6. Klik OK.
Papierverwerking
 

Richtlijnen voor afdrukmedia

De afdrukmedia zijn papier, kaartkarton, transparanten, etiketten en enveloppes. De printer levert op diverse afdrukmedia kwalitatief hoogstaande afdrukken.
Door de juiste afdrukmedia voor de printer te selecteren, vermijdt u problemen tijdens het afdrukken. Dit hoofdstuk geeft informatie over hoe u het best de
afdrukmedia kiest, hoe u met afdrukmedia moet omgaan en hoe u ze in lade 1, optionele lade 2 of de bypass-lade plaatst.
Papier

Gebruik voor de beste afdrukkwaliteit 75 g/m
2
langvezelig kopieerpapier. Probeer het afdrukken eerst met een staal van het papier dat u wilt gaan gebruiken
vooraleer u grote hoeveelheden ervan aankoopt.

Wanneer u papier plaatst, let dan op de aanbevolen afdrukzijde op de verpakking en plaats het papier dusdanig. Zie "Printmedia in de papierlade plaatsen"
en "Afdrukken via de bypass-lade" voor gedetaileerde plaatsingsinstructies.
Papiereigenschappen

De volgende papiereigenschappen hebben een invloed op de afdrukkwaliteit en -betrouwbaarheid. We raden u aan om deze richtlijnen te volgen wanneer u
een nieuwe papiervoorraad koopt.
Gewicht

De printer kan automatisch papier met een gewicht van 60 tot 105 g/m
2
lange vezels in de ADI opnemen en van 60 tot 90 g/m
2
lange vezels in de papierlade.
Papier dat lichter is dan 60 g/m
2
is eventueel niet voldoende stijf om goed opgenomen te worden en kan papierstoringen veroorzaken. Gebruik voor de beste
prestaties 75 g/m
2
langvezelig papier.

Gebruik voor dubbelzijdig afdrukken 75 tot 90 g/m
2
papier.
Krul

Krul is de neiging van afdrukmedia om aan de randen te krullen. Extreme krul kan tot problemen bij de papierinvoer leiden. Krul ontstaat meestal nadat het
papier door de printer is gegaan, waar het aan extreem hoge temperaturen werd blootgesteld. Wanneer papier uit de verpakking in vochtige omgeving
bewaard wordt, zelfs in de papierlade, kan tot krul voor het afdrukken leiden en kan invoerproblemen veroorzaken.
Gladheid

De graad van soepelheid van papier heeft een directe invloed op de afdrukkwaliteit. Wanneer het papier te ruw is, is de fixatie van de toner op het papier niet
goed, wat een slechte afdrukkwaliteit tot gevolg heeft. Wanneer het papier te soepel is, kan dit papiertoevoerproblemen veroorzaken. De soepelheid ligt best
tussen 100 en 300 punten Sheffield-ruwheid; soepelheid tussen 150 en 250 punten Sheffield-ruwheid geven echter de beste afdrukkwaliteit.
Vochtgehalte

De hoeveelheid vocht in het papier heeft zowel een invloed op de afdrukkwaliteit alsook op mogelijkheid van de printer om het papier correct op te nemen.
Laat het papier in de originele verpakking tot u het gebruikt. Zo wordt blootstelling aan vocht vermeden die de prestatie van het papier kan verminderen.
Vezelrichting

Richtlijnen voor afdrukmedia
Printmedia in de papierlade plaatsen
Afdrukmedia bewaren
Afdrukken via de bypass-lade
Identificatie van Afdrukmedia en Specificaties
Het Papierformaat instellen
Uitvoer kiezen
Het Papierformaat instellen

Vezel heeft betrekking op de richting van de papiervezels in een vel papier. Vezel is ofwel langvezelig, en loopt doorheen de lengte van het papier, of
kortvezelig, en loopt door de breedte van het papier.

Voor 60 tot 90 g/m
2
papier, worden lange vezels aanbevolen. Voor papier zwaarder dan 90 g/m
2
genieten korte vezels de voorkeur. Voor de bypass-lade
wordt 60 tot 90 g/m
2
langvezelig papier aanbevolen.
Vezelgehalte

Het meeste hoogwaardige kopieerpapier is gemaakt van 100% chemisch pulphout. Daardoor krijgt het papier een hoge stabiliteit wat in minder
papiertoevoerproblemen en een betere afdrukkwaliteit resulteert. Papier met vezels zoals katoen heeft eigenschappen die in een slechte papierverwerking
resulteren.
Aanbevolen Papier

Gebruik voor de beste afdrukkwaliteit en toevoerbetrouwbaarheid 75 g/m
2
kopieerpapier. Ook zakelijk papier dat voor algemene zakelijke toepassingen
gemaakt is, kan een aanvaardbare afdrukkwaliteit opleveren.

Druk steeds enkele stalen af vooraleer u grote hoeveelheden van gelijk welke afdrukmedia koopt. Let bij de keuuze van afdrukmedia opp gewicht,
vezelgehalte en kleur.

Gebruik enkel papier dat aan deze hoge temperaturen kan weerstaan zonder te verkleuren, uit te lopen of gevaarlijke stoffen uit te stoten. Controleer bij de
papierproducent of -verkoper of het door u gekozen papier voor laserprinters bruikbaar is.
Onaanvaardbaar Papier

Het volgende papier wordt niet aanbevolen voor het gebruik met de printer:

l Chemisch behandeld papier dat gebruikt wordt om kopies zonder carbonpapier te maken, ook bekend als carbonloos papier, carbonloos kopieerpapier
(CCP) of carbonvrij papier (No Carbon Required - NCR) genoemd.

l Voorbedrukt papier met scheikundige stoffen die de printer kunnen vervuilen

l Voorbedrukt papier dat door de temperatuur van de fixeereenheid van de printer kan worden aangetast.

l Voorbedrukt papier dat moet worden gecentreerd (een juiste afdrukplaats op de pagina) met een waarde die groter is dan 2,286 mm, zoals OCR-
formulieren (optical character recognition).

l Gecoat papier (wisbaar bankpostpapier), synthetisch papier, thermisch papier.

l Papier met ruwe randen, papier met een ruw of zwaar getextureerd oppervlak of gekruld papier.

l Gerecycleerd papier met meer dan 25% bij de verbruiker gerecycleerd materiaal dat niet voldoet aan de norm DIN 19 309.

l Gerecycleerd papier met een geringer gewicht dan 60 g/m
2
.

l Formulieren of documenten die uit verschillende delen bestaan.
Papier kiezen

De juiste plaatsing van het papier voorkomt papierstoringen en zorgt voor afdrukken zonder problemen.

Om papierstoringen of slechte afdrukkwaliteit te vermijden:

l Gebruik steeds nieuw, onbeschadigd papier.


l Weet voor het plaatsen van het papier welke de aanbevolen zijde van het papier is waarop u mag afdrukken. Deze informatie staat meestal op de
verpakking van het papier.

l Gebruik geen papier dat u zelf hebt gesneden of bewerkt.

l Gebruik geen verschillende afdrukmediaformaten, gewichten of soorten doorelkaar; dit kan tot papierstoringen leiden.

l Gebruik geen gecoat papier.

l Vergeet niet de papierformaatinstelling te veranderen, wanneer u een een bron gebruikt die niet automatisch het formaat detecteert.

l Verwijder geen lade terwijl een taak nog wordt afgedrukt of wanneer "Bezig" op het bedieningspaneel verschijnt.

l Zorg ervoor dat het papier goed geplaatst werd.

l Buig paper een beetje heen en weer. Zorg dat u het papier niet vouwt of kreukt. Maak er op een vlakke ondergrond een rechte stapel van.
Voorbedrukte Formulieren en Hoofdingpapier kiezen

Volg de volgende richtlijnen wanneer u voorbedrukte formulieren en hoofdingpapier voor de printer gebruikt:

l Gebruik langvezelig papier voor de beste resultaten.

l Gebruik enkel formulieren en hoofdingpapier, bedrukt in een offset-lithografisch drukproces of in gravuredruk.

l Kies papier dat inkt absorbeert, but daat niet uitloopt.

l Vermijd papier met ruwe of zwaar getectureerde oppervlakken.

Gebruikpapierdatmethittebestendigeinktwerdbedruktendatvoorkopieermachineswerdontwikkeld.Deinktmoetaantemperaturenvan180°Ckunnen
weerstaan zonder te smelten of gevaarlijke stoffen vrij te laten komen. Gebruik inkt die niet door het hars in de fixeereenheid wordt aangetast. Inkt
geproduceerd in een oxidatieproces of op basis van olie zou aan deze vereisten moeten voldoen; latexinkt eventueel niet. Raadpleeg bij twijfel uw
papierleverancier.

VoorbedruktpapierzoalsHoofdingpapiermoetaantemperaturentot180°Ckunnenweerstaanzondertesmeltenofgevaarlijkestoffenvrijtelaten.
Afdrukken op Hoofdingpapier

Controleer bij de papierproducent of -verkoper of het door u gekozen hoofdingpapier voor laserprinters bruikbaar is.

De paginarichting is belangrijk bij het afdrukken op hoofdingpapier. Gebruik de volgende tabel als hulpmiddel bij het plaatsen van briefhoofdpapier in de
afdrukmediabron.
Afdrukmediabron
Bovenkant van de Pagina
Afdrukzijde
Staand
Liggend
Lade 1 (standaardlade)
Optionele lade 2
Voorzijde naar beneden
Front van lade
Linker zijde van lade
Bypass-lade
Voorzijde naar boven
Logo gaat eerst de printer in
Linker zijde van lade
Geponst papier kiezen

Geponst papier van verschillende merken kan m.b.t. aantal en plaatsing van de gaatjes en betreffende de productietechniek verschillen.

Houd u aan volgende richtlijnen om geponst papier te kiezen en te gebruiken:

l Test papier van verschillende producenten vooraleer grote hoeveelheden geponst papier te bestellen en te gebruiken.

l Papier moet al bij de producent geponst zijn en de gaatjes mogen niet in de al verpakte riem geboord zijn. Papier met geboorde gaatjes kan
papierstoringen veroorzaken wanneer meerdere vellen door de printer gaan.

l Geponst papier kan meer papierstof hebben dan standaardpapier. De printer moet mogelijk frequentergereinigd worden en de invoerbetrouwbaarheid
kaan minder goed zijn dan die van standardpapier.

Transparanten

Probeer het afdrukken eerst met een staal van de transparanten die u wilt gaan gebruiken vooraleer u grote hoeveelheden ervan aankoopt.

l Gebruiktransparantendiespeciaalvoorlaserprinterwerdenontwikkeld.Transparantenmoetenaantemperaturenvan180°Ckunnenweerstaaan
zonder te smelten, verkleuren, besmeuren of gevaarlijke stoffen vrij te geven.

l Vermijd vingerafdrukken op de transparanten, omdat ze een slechte afdrukkwaliteit tot gevolg kunnen hebben.

l U moet de transparanten doen uitwaaieren voor ze te plaatsen om te vermijden dat de vellen aan elkaar kleven.

l Plaats een transparant in de bypass-lade.
Transparanten kiezen

De printer kan direct op transparanten afdrukken die voor gebruik in laserprinters geschikt zijn. De afdrukkwaliteit en duurzaamheid hangen af van het
gebruikte transparant. Maak steeds een proefafdruk op transparanten die u wilt gaan gebruiken vooraleer u grote hoeveelheden koopt.

Vraagbijdeproducentofverkoperofdetransparantenvoorlaserprintersgeschiktzijndietransparantentot180°Copwarmen.Gebruikenkeltransparanten
die aan deze temperaturen kunnen weerstaan zonder te smelten, verkleuren, besmeuren offsetting of gevaarlijke stoffen vrij te geven.

Enveloppen

Ukunttelkenséénenveloppeindebypass-lade plaatsen. Probeer het afdrukken eerst met een staal van de enveloppes die u wilt gaan gebruiken vooraleer
u grote hoeveelheden ervan aankoopt. Zie "Afdrukken via de bypass-lade" voor instructies over het plaatsen van een enveloppe.

Wanneer u op enveloppen afdrukt:

l Gebruik, om de best mogelijke afdrukkwaliteit te krijgen, uitsluitend enveloppen van een hoge kwaliteit die voor gebruik in laser printers geschikt zijn.

l Gebruik voor de beste prestaties enveloppen van 75 g/m
2
papier. U kunt tot 90 g/m
2
gewicht gebruiken voor de bypass-
maar 25 percent of minder bedraagt.

l Gebruik enkel nieuwe, onbeschadigde enveloppen.

l Gebruik voor de beste prestaties en om papierstoringen te vermijden geen enveloppen die:
- Sterk gekruld of gebogen zijn
- Aan elkaar kleven of op enige wijze beschadigd zijn
- Eenvenster,gaten,perforaties,openingenofreliëfhebben
- Metalen haakjes, koordjes of metalen elementen e.d. hebben
- In elkaar grijpend opgebouwd zijn
- Van postzegels zijn voorzien
- Enige kleefstof hebben die uitsteekt wanneer de klep in gekleefde of gesloten positie is
- Gekartelde randen of gebogen hoeken hebben
- Een ruwe, gerimpelde afwerking hebben of van een of andere laag zijn voorzien

l Gebruikenveloppendiekunnenweerstaanaantemperaturenvan180°Czonderdichtteplakken,extreemtekrullen,tekrimpenofgevaarlijkestoffen
vrij te laten. Wanneer u over de enveloppen die u zult gebruiken enige twijfel hebt, raadpleeg dan de leverancier van de enveloppen.

l Pas de breedtegeleider aan de breedte van de enveloppen aan.

l Plaats een enveloppe met de kant van de klep naar beneden en met de zone voor de zegel in de linker bovenhoek Het uiteinde van de enveloppe met
het gebied voor de zegel moet eerst in de bypass-lade.
Zie "Afdrukken via de bypass-lade" voor instructies over het plaatsen van een enveloppe.

l Een combinatie van sterke vochtigheid (meer dan 60%) en de hoge druktemperaturen kan de enveloppen dichtkleven.

Etiketten

De printer kan op vele etiketten die voor laserprinters geschikt zijn afdrukken. Deze etiketten worden op vellen in de formaten Letter, A4 en Legal geleverd.
Deetiketkleefstof,devoorkant(bedrukbaargedeelte)enbovenlaagmoetenaantemperaturenvan180°Ceneendrukvan4kilopercm
2
.Ukunttelkenséén
etiketblad in de bypass-lade plaatsen.

Maak eerst een proefafdruk met etiketten die u met de printer wilt gebruiken vooraleer u grote hoeveelheden aankoopt:

l Gebruik enkel volle etiketbladen. Bladen met ontbrekende etiketten kunnen ertoe leiden dat de overige etiketten tijdens het drukken loskomen
waardoor een papierstoring ontstaat. Bladen met ontbrekende etiketten vervuilen ook de printer en de cassette met kleefstof wat de garanties voor
uw printer en cassettes kan doen vervallen.

l Gebruiketikettendiekunnenweerstaanaantemperaturenvan180°Czonderdichtteplakken,extreemtekrullen,tekrimpenofgevaarlijkestoffenvrij
te laten.

l Druk niet op een zone van 1 mm vanaf de rand van het etiket af, vanaf de perforaties of tussen de vrije ruimte tussen de etiketten af.

l Gebruik geen etiketbladen die aan hun rand kleefstof hebben. We raden zonecoating van de kleefstof op minimum 1 mm van de rand aan.
Kleefmateriaal vervuilt de printer en kan de garantie doen vervallen.

l Wanneer zonecoating van het kleefmiddel niet mogelijk is, moet een strook van 3 mm aan de geleidende en sturende rand worden verwijderd en moet
een kleefmiddel gebruikt worden dat niet week wordt.

l Verwijder een strook van 3 mm van de geleidende rand om te vermijden dat etiketten in de printer loskomen.

l Een verticale plaatsing geniet de voorkeur, vooral bij het afdrukken van streepjescodes.

l Gebruik geen etiketten waarvan kleefstof uitsteekt.

Kaartkarton

Kaartkartonbestaatuitéénlaagenheefteengrootaantaleigenschappendiedeafdrukkwaliteitkunnenbeïnvloeden,zoalsvochtgehalte,dikteentextuur.
Zie "Identificatie van Afdrukmedia en Specificaties" voor informatie over het geprefereerde gewicht voor de vezelrichting van afdrukmedia.

Maak eerst een proefafdruk met kaartkarton dat u met de printer wilt gebruiken vooraleer u grote hoeveelheden aankoopt:

l Umoetwetendatvoorbedrukking,perforatiesenkreukendeafdrukkwaliteitsterkkunnenbeïnvloedenenertoekunnenleidendatdeafdrukmedia
worden aangetast of dat papierstoringen ontstaan.

l Vermijd kaartkarton dat gevaarlijke stoffen bij het opwarmen vrijgeven.

l Gebruik geen voorbedrukt kaartkarton dat met chemische stoffen werd geproduceerd die de printer kunnen beschadigen. Voorbedrukking laat
halfvloeibare en vluchtige stoffen in de printer ontstaan.

l We bevelen het gebruik van langvezelig kaartkarton aan.

Afdrukmedia bewaren

Volg de volgende richtlijnen om afdrukmedia juist te bewaren. Daardoor worden invoerproblemen met afdrukmedia en onregelmatige afdrukkwaliteit
vermeden:

l Bewaarvoordebesteresultatenafdrukmediaineenomgevingwaardetemperatuurongeveer21°Cenderelatievevochtigheid40%bedraagt.

l Bewaar dozen met afdrukmedia op een pallet of in een rek i.p.v. direct op de grond.

l Wanneer u individuele pakken met afdrukmedia buiten de originele doos bewaart,
zorg er dan voor dat ze op een vlak oppervlak liggen zodat de randen niet
doorbuigen of krullen.

l Plaats niets op de afdrukmediapakken.

Identificatie van Afdrukmedia en Specificaties

De volgende tabbellen geven informatie over de standaard en optionele gegevens, inclusief afdrukmediaformaten zodat u in het menu papierformaat de juiste
keuze kunt maken door rekening te houden met het ondersteunde gewicht.

Afdrukmedia - Formaten en Ondersteuning
OPMERKING: Wanneer u een niet opgenomen afdrukmediaformaat kiest, selecteer dan de direct op dat formaat volgende grootte.
Legende
Ja - duidt op ondersteuning
Support
Afdrukmediaformaat
Afmetingen
Papierlade
(lade 1 en optionele lade 2)
Bypass-lade
Dubbelzijdig afdrukken
A4
210 x 297 mm
Ja
Ja
Ja
A5
148 x 210 mm
Ja
Ja
-
A6
105 x 148,5 mm
Ja
Ja
-
 
Afdrukmedia - Ondersteund

Afdrukmedia - Soorten en Gewichten

a. Korte vezels genieten de voorkeur voor papier zwaarder dan 163 g/m
2
.

Uitvoer kiezen

JIS B5
182 x 257 mm
Ja
Ja
-
ISO B5
176 x 250 mm
Ja
Ja
-
Letter
215,9 x 279,4 mm
Ja
Ja
Ja
Legal
215,9 x 355,6 mm
Ja
Ja
Ja
Executive
184,2 x 266,7 mm
Ja
Ja
-
Oficio
216 x 343 mm
Ja
Ja
Ja
Folio
216 x 330 mm
Ja
Ja
Ja
Enveloppe 7-3/4 (Monarch)
98,4 x 190,5 mm
-
Ja
-
Enveloppe COM-10
105 x 241 mm
-
Ja
-
Enveloppe DL
110 x 220 mm
-
Ja
-
Enveloppe C5
162 x 229 mm
-
Ja
-
Enveloppe C6
114 x 162 mm
-
Ja
-
Speciaal
76 x 127 mm tot 216 x 356
mm
-
Ja
-
Afdrukmedia
Papierlade
Bypass-lade
Standaard uitvoerlade
Papier
Ja
Ja
Ja
Kaartkarton
-
Ja
Ja
Transparanten
-
Ja
-
Etiketten
-
Ja
Ja
Dual-web- engeïntegreerdeEtiketten
-
Ja
Ja
Enveloppen
-
Ja
Ja
Afdrukmedia
Type
Afdrukmediagewicht
Lade 1 en
optionelelade2
Bypass-lade
Papier
Kopieer- of zakelijk papier
60-90 g/m
2
langvezelig
60-135 g/m
2
langvezelig
Kaartkarton-maximum
(langvezelig)
a
Index Bristol
-
120 g/m
2
Label
-
120 g/m
2
Omslag
-
135 g/m
2
Kaartkarton-maximum
(kortvezelig)
a
Index Bristol
-
163 g/m
2
Label
-
163 g/m
2
Omslag
-
163 g/m
2
Transparanten
Laserprinter
-
138-146 g/m
2
Etiketten-maximum
Papier
-
163 g/m
2
Dual-web-papier
-
163 g/m
2
Polyester
-
163 g/m
2
Vinyl
-
163 g/m
2
GeïntegreerdeFormulieren
Drukgevoelige zone (moet eerst in de
printer)
-
135-140 g/m
2
Paperbasis (lange vezels)
-
75-135 g/m
2
Enveloppes 100% Katoengehalte
Maximumgewicht- 89 g/m
2
Sulfiet, houtvrij of tot 100% katoen
bankpostpapier
-
75-90 g/m
2

De printer heeft twee uitvoerplaatsen: de uitvoerlade (voorkant naar beneden) en de achterklep (voorkant naar boven).

Controleer of de achterklep is gesloten om de uitvoerlade te gebruiken. Om de achterklepp te kunnen gebruiken, moet u ze eerst openen.

OPMERKING: Wanneer papier dat uit de uitvoerlade komt niet goed is, zoals bijvoorbeeld te sterk gekruld, probeer dan naar de achterklep af te drukken.
OPMERKING: Open en sluit de achterklep niet terwijl de printer afdrukt, om papierstoringen te vermijden.
Via de Uitvoerlade (Voorkant naar beneden) afdrukken

De uitvoerlade haalt het bedrukte papier in de juiste volorde met de voorkant naar beneden op. U kunt de vooruitvoer voor de meeste afdruktaken gebruiken.

Trek, indien nodig, de verlenging van de papieruitvoer uit om te vermijden dat de afdrukmedia uit de uitvoerlade vallen.

Afdrukken via de Achterklep (Voorkant naar boven)

Ingeval u de achterklep gebruikt, komt het papier uit de printer met de voorkant naar boven.

Afdrukken via de bypass-lade naar de achterklep zorgt voor een rechte papierweg. Gebruik van de achterklep kan de outputkwaliteit van speciaal materiaal
verbeteren.

Om de achterklep te gebruiken:

Open de achterklep door eraan te trekken.

Printmedia in de papierlade plaatsen

U kunt ongeveer 250 vellen gewoon papier in lade 1 of de optionele lade 2 plaatsen. Wanneer u de optionele lade 2 gekocht hebt, zie "De optionele lade 2
installeren"voorinstallatieinstructies.Omtefaxen,kuntuenkelA4,LetterofLegalgebruiken.Voorhetkopiërenofafdrukkenviadepckuntuvele
verschillende soorten en formaten papier gebruiken; zie "Identificatie van Afdrukmedia en Specificaties".

Volg deze instructies om afdrukmedia in lade 1 of de optionele lade 2 te plaatsen. In deze lades worden de afdrukmedia op dezelfde manier geplaatst.
1. Trek de papierlade open en plaaats het papier met de te bedrukken zijde naar beneden erin.
Voorbedrukt (brief)papier legt u met de bedrukte kant omlaag in het apparaat. De bovenrand van het vel moet aan de voorkant van het magazijn
komen.
Zie voor meer informatie over het laden van afdrukpapier "Papier plaatsen".

Afdrukken via de bypass-lade

Gebruik de bypass-lade om transparanten, etiketten, enveloppen of postkaarten te bedrukken, en om snel papiersoorten of -formaten die niet in de
papierlade werden geladen te plaatsen.

U kunt met deze printer afdrukken op briefkaarten, (index)kaarten van 8,89 op 14,80 cm en andere materialen met aangepaste formaten. Het
minimumformaat is 76 x 127 mm en het maximumformaat is 216 x 356 mm.

Aanvaardbaar afdrukmateriaal is gewoon papier met formaten van 76 x 127 mm tot Legal 216 x 356 mm, waarbij het grootste formaat aanvaardbaar is, met
WAARSCHUWING: Het gebied rond de fixeereenheid aan de binnenkant van de achterklep van de printer wordt bij gebruik zeer heet. Let op
wanneer u deze zone betreedt.
OPMERKING: Wanneer u met de papiertoevoer problemen ondervindt, plaats het papier dan in de bypass-lade.
OPMERKING: U kunt ook papier laden waarop al is afgedrukt. Plaats het papier met de bedrukte zijde naar boven. De kant die naar de printer gericht
is, mag niet gekruld zijn. Wanneer u met de papiertoevoer problemen ondervindt, draai het papier dan om. NB: de afdrukkwaliteit is hierbij niet
gegarandeerd.
een gewicht van 72 g/m
2
en 19 g/m
2
.

Om de bypass-lade te gebruiken:
1. Open de bypass-lade en klap de papiersteun open.
2. Wanneer u papier gebruikt, moet u de stapel aan de randen buigen of doen uitwaaieren om de pagina's van elkaar te scheiden vooraleer u ze plaatst.
Houd transparanten vast aan de randen en raak de te bedrukken zijde niet aan. Vingerafdrukken kunnen problemen met de afdrukkwaliteit
veroorzaken.
3. Laad het afdrukmateriaal met de te bedrukken kant naar boven.
Afhankelijk van het papiersoort dat u gebruikt, is de volgende plaatsingsmethode aangewezen:
l Enveloppen: plaats ze met de kant van de klep naar beneden en met de zone voor de zegel in de linker bovenhoek.
l Transparanten: plaats ze met de te bedrukken kant naar boven en de bovenkant met het kleefstrookje eerst in de printer.
l Etiketten: plaats ze met de te bedrukken kant naar boven en met de korte bovenrand eerst in de printer.
l Voorbedrukt papier: plaats het met de designkant naar boven, met de bovenrand in richting van de printer.
l Kaartkarton: plaats het met de te bedrukken kant naar boven en met de korte rand eerst in de printer.
l Voorbedrukt papier: Plaats het papier met de bedrukte zijde naar onder. De kant die naar de printer gericht is, mag niet gekruld zijn.
4. Pas de breedtegeleider aan de breedte van het afdrukmateriaal aan. Oefen niet te veel druk uit waardoor het papier gaat plooien en er bijgevolg een
papierstoring ontstaat of het papier scheeftrekt.
OPMERKING: Doe alleen materiaal in het apparaat dat voldoet aan de specificaties op "Papierspecificaties". Zo voorkomt u dat het papier vastloopt en
er problemen ontstaan met de afdrukkwaliteit.
OPMERKING: Strijk gekrulde postkaarten, enveloppen en etiketten glad vooraleer ze in de bypass-lade te plaatsen.
5. Stel het papiersoort en -formaat in nadat u papier in de bypass-lade hebt geplaatst. Zie "Het Papierformaat instellen"voorkopiërenenfaxenof
"Tabblad Papier"voor afdrukken vanaf een computer.
6. Zodra u klaar bent met afdrukken, klapt u de papiersteun weg en sluit u de bypass-lade.

Tips voor het gebruik van de bypass-lade

l Plaatsenkelprintmateriaalvanéénformaattegelijkindebypass-lade.

l Voeg geen papier toe als de bypass-lade nog papier bevat, om te vermijden dat het papier vastloopt. Dit geldt ook voor andere soorten afdrukmedia.

l Plaats het afdrukmateriaal met de te bedrukken zijde naar boven en de bovenrand eerst in de bypass-
lade en zorg ervoor dat het maateriaal midden in
de lade ligt.

l Plaats steeds maar afdrukmateriaal zoals het in "Richtlijnen voor afdrukmedia" beschreven wordt om papierstoringen en problemen met de
afdrukkwaliteit te vermijden.

l Strijk gekrulde postkaarten, enveloppen en etiketten glad vooraleer ze in de bypass-lade te plaatsen.

l Wanneer u op media van het formaat 76 x 127 mm afdrukt via de bypass-lade, open dan de achterklep voor een rechte papiergeleiding om
papierstoringen te vermijden.

l Maak de achterklep open om transparanten af te drukken. Doet u dat niet, kunnen ze scheuren wanneer ze uit het apparaat komen.

Het Papierformaat instellen

Nadat het papier in de papierlade werd geplaatst, moet u het papierformaat via de toetsen op het bedieningspaneel instellen. Deze instelling wordt
toegepast op Fax- en Kopieermodi. Voor pc-druk moet u het papiersoort in het applicatieprogramma dat u gebruikt instellen.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot Papierinstel..
3. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot Papierformaat.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om de papierlade te kiezen die u wilt gebruiken en druk op OK ( ).
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om het papierformaat te vinden dat u gebruikt en druk op OK ( ).
6. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Het Papierformaat instellen

Nadat het papier in de papierlade of de bypass-lade werd geplaatst, moet u het papierformaat via de toetsen op het bedieningspaneel instellen. Deze
instelling wordt toegepast op Fax- en Kopieermodi. Voor het faxen, kunt u enkel het papierformaat op Gewoon Papier instellen. Voor pc-druk moet u het
papiersoort in het applicatieprogramma dat u gebruikt instellen.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot Papierinstel..
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Type papier te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om het papiersoort te vinden dat u gebruikt en druk op OK ( ).
5. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.



OPMERKING: De instellingen van het printerstuurprogramma nemen de instellingen van het bedieningspaneel over.
WAARSCHUWING: Maak de achterklep open om transparanten af te drukken. Doet u dat niet, kunnen ze scheuren wanneer ze uit het
apparaat komen.







Afdrukken

Een document afdrukken

Uw printer drukt documenten af door de stuurprogramma's Graphic Device Interface (GDI), Printer Control Language (PCL) of Postscript (PS) te gebruiken.
Wanneer u de Dell-software installeert, installeert uw printer automatisch de stuurprogramma's GDI en PCL. Het installeren van het stuurprogramma PS is
optioneel. Zie "Dell Software installeren voor Lokaal Afdrukken".

Met de met uw printer meegeleverde stuurprogramma's zijn heel veel mogelijkheden voorhanden. Kijk in de volgende tabel, welk stuurprogramma het best
geschikt is voor de taak.

De functies die door elk printerstuurprogramma mogelijk worden, zijn:

Hieronder beschrijven we de algemene stappen die vereist zijn om af te drukken vanuit verschillende Windows-toepassingen. De precieze stappen voor het
afdrukken van een document kunnen verschillen afhankelijk van de toepassing die u gebruikt. Kijk in de Handleiding van uw softwareapplicatie wat de juiste
afdrukprocedure is.
1. Open het document dat u wilt afdrukken.
2. Kiies Afdrukken uit het menu Bestand.
Het venster Afdrukken wordt getoond. Afhankelijk van uw toepassing kan dit venster er iets anders uitzien.
U kunt de belangrijkste afdrukinstellingen selecteren in het venster Afdrukken. Deze instellingen omvatten het aantal exemplaren en het afdrukbereik.
3. Kies in het Afdruk-venster het gewenste printerstuurprogramma.
4. Om de functies van de printer zo goed mogelijk te benutten, klikt u op Instellingen of Eigenschappen, afhankelijk van het programma of
besturingssysteem in het bovenstaande venster en gaat u dan naar stap 5.
Wanneer u iets anders ziet, nl. Instellingen, Printer of Opties, klik dan op die knop. Klik dan op Eigenschappen iin het volgende scherm.
Een document afdrukken
Posters afdrukken
Printerinstellingen
Afdrukken op beide zijden van het papier
Meerdere pagina's op een vel papier afdrukken
Watermerken gebruiken
Een document verkleind of vergroot afdrukken
Gebruik van overlays
Een document aan een bepaald papierformaat aanpassen


Functie
Printerstuurprogramma
GDI
PS
PCL
Daluren
Ja
Ja
Ja
Optie afdrukkwaliteit
Ja
Ja
Ja
Posters afdrukken
Ja
Nee
Ja
Verkleinen/Vergroten
Ja
Ja
Ja
Meer pagina's per zijde
Ja
Ja
Ja
Aan pagina aanpassen
Ja
Ja
Ja
Watermerk
Ja
Nee
Ja
Overlay
Ja
Nee
Ja
5. Klik OK om het venster printereigenschappen te sluiten.
6. Om met de afdruktaak te beginnen, klik in het Afdruk-venster Afdrukken of OK afhankelijk van het programma of het besturingssysteem.

Een afdruktaak annuleren

Een afdruktaak kunt u op twee manieren annuleren:
Om een afdruktaak te onderbreken vanop het bedieningspaneel:

Druk op Annuleren ( ).

Uw printer drukt nog een pagina af die net wordt bedrukt en wist de rest van de afdruktaak. Met deze knop annuleert u alleen de huidige afdruktaak.
Wanneermeerdanéénafdruktaakinhetprintergeheugenzit,moetuvoorelketaaktelkenséénkeeropdeknopdrukken.
Afdruktaak annuleren via stuurprogramma
1. Via de Windows-knop Start klik Instellingen.
2. Klik, voor Windows 98/Me/NT 4.0/2000, Instellingen en wijs dan met de cursor op Printers.
Klik, voor Windows XP/Server 2003, op Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista, klikt u op Configuratiescherm Hardware en geluid Printers.
3. Wijs met de cursor op de printer Dell Laser MFP 1815.
4. Klik via het menu Document op Annuleren (Windows NT 4.0/2000/XP/Server 2003/Vista) of Afdrukken annuleren (Windows 98/Me).

Printerinstellingen

U kunt het venster printereigenschappen gebruiken, waardoor u toegang hebt tot alle printeropties die voo het gebruik van de printer nodig zijn. Als de
printereigenschappen worden weergegeven, kunt u de instellingen die u voor uw afdruktaak nodig hebt controleren en wijzigen.

Het venster printereigenschappen kan, afhankelijk van het door u gekozen printerstuurprogramma en uw besturingssysteem verschillen. Voor details over de
keuze van het printerstuurprogramma, zie "Een document afdrukken". In de Handleidiing staat het venster Afdrukvoorkeuren van het stuurprogramma GDI in
Windows XP.
OPMERKING: U kunt dit venster ook openen door rechtsonder in het systeemvak van Windows te dubbelklikken op het printerpictogram.
OPMERKING: De meeste Windows-applicaties nemen de instellingen van uw printerstuurprogramma over. Verander eerst alle afdrukinstellingen die in
de softwareapplicatie beschikbaar zijn en verander de overblijvende instellingen door het printerstuurprogramma te gebruiken.
OPMERKING: De instellingen die u wijzigt blijven alleen van kracht terwijl u het huidige programma gebruikt. Om uw veranderingen permanent vast te
leggen, maakt u ze in de map Printers. Dit doet u als volgt:
a. Klik op de knop Start van Windows.
b. Klik, voor Windows 98/Me/NT 4.0/2000, Instellingen en wijs dan met de cursor op Printers.
Klik, voor Windows XP/Server 2003, op Printers en faxapparaten.
Voor Windows Vista, klikt u op Configuratiescherm Hardware en geluid Printers.
c. Wijs met de cursor op de printer Dell Laser MFP 1815.
d. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de printer en:
l Klik voor Window 98/Me op Eigenschappen.
l In Windows 2000/XP/Server 2003/Vista, klik Printerinstelling of klik Eigenschappen en wijs dan met de cursor op Voorkeursinstellingen.
l Klik, voor Windows NT 4.0, Documentstandaard.
e. Verander de instellingen van elk tabblad en klik OK.

Tabblad Lay-out

Het tabblad Lay-out biedt opties zodat u kunt aanpassen hoe het document op de afgedrukte pagina wordt weergegeven. De sectie Lay-outopties omvat
geavanceerde afdrukopties, zoals Meerdere pagina's per kant en Poster afdrukken.

Tabblad Papier

Met de hieronder beschreven instellingen in het venster Eigenschappen of Voorkeursinstellingen van de printer regelt u de papierafhandeling. Klik het tabblad
Papier om toegang te krijgen tot de papiereigenschappen.
Eigenschap
Beschrijving
Afdrukstand
Afdrukstand stelt u in staat om de richting waarin de informatie op de pagina wordt afgedrukt, te kiezen.
Wanneer u de pagina om 180 graden wenst te roteren, kies 180 in de keuzelijst Draaien.
•
Staand drukt af over de breedte van de pagina, zoals in een brief.
•
Liggend drukt af over de lengte van de pagina, zoals bij een spreadsheet.
Lay-outopties
Lay-outopties stelt u in staat om geavanceerde afdrukopties te kiezen. Zie "Meerdere pagina's op een vel papier afdrukken"en
"Posters afdrukken"voor meer informatie.
Dubbelzijdig
afdrukken
Dubbelzijdig afdrukken stelt u in staat om op beide kanten van het papier te drukken. Voor meer informatie verwijzen we naar
"Afdrukken op beide zijden van het papier".

Tabblad Grafisch

Met behulp van de volgende grafische instellingen regelt u de afdrukkwaliteit. Klik op het tabblad Grafisch om de onderstaande eigenschappen te laten
verschijnen.
Eigenschap
Beschrijving
Exemplaren (1-
999)
Exemplaren (1-999) stelt u in staat om het aantal af te drukken exemplaren te kiezen. Het maximum is 999.
Formaat
De optie Formaat stelt u in staat om het in de papierlade geplaatste papierformaat te kiezen.
Wanneer het gewenste formaat niet in het vakje Formaat staat, klik dan op Aangepast. Wanneer het venster Instelling aangepast
papier verschijnt, stelt u het papierformaat in en klikt u OK. De instelling verschijnt in de lijst zodat u deze kunt selecteren.
Invoer
Zorg ervoor dat Invoer op de juiste papierlade ingesteld is.
Wanneer de papierbron ingesteld is op Automatisch selecteren, haalt de printer automatisch afdrukmateriaal eerst uit de bypass-
lade en dan uit de papierlade.
Type
Zorg ervoor dat Type op Printerstandaard staat. Wanneer u een ander type afdrukmateriaal plaatst, dient u het desbetreffende
papiertype te selecteren. Lees voor meer informatie over afdrukmateriaal "Richtlijnen voor afdrukmedia".
Eerste pagina
Hiermee kunt u de eerste pagina afdrukken op een ander type papier dan de rest van het document. U kunt de lade voor de eerste
pagina selecteren.
Type afdruk
Type afdruk stelt u in staat om geavanceerde afdrukopties te kiezen.
Zie "Een document verkleind of vergroot afdrukken"en "Een document aan een bepaald papierformaat aanpassen"voor meer
informatie.
Eigenschap
Beschrijving

Tabblad Andere Opties

Klik op het tabblad Extra om toegang te krijgen tot de volgende functies:
Resolutie
U kunt de afdrukresolutie seleccteren door 1200 dpi (best) of 600 dpi (normaal) te kiezen. Hoe hoger de instelling, hoe
scherper tekens en afbeeldingen worden afgedrukt. Bij een hogere resolutie kan het afdrukken iets langer duren.
Afbeeldingmodus
Sommige afgedrukte tekens lijken rafelige of ongelijke randen te hebben. Stel deze optie Afbeeldingmodus in om de
afdrukkwaliteit van uw tekst te verbeteren en de tekens een meer vloeiend uitzicht te geven.
•
Normaal: Met deze instelling wordt text in de normale modus afgedrukt.
•
Tekstverbetering: met deze instellingen verfijnt u de afdrukkwaliteit van de tekens door de rafelige randen, die bij hoeken
en rondingen van tekens kunnen ontstaan, vloeiender te maken.
Tonerbesparingsmodus
Als u deze optie selecteert, gaat de tonercassette langer mee en dalen de afdrukkosten per pagina zonder dat de kwaliteit te
zeer achteruit gaat.
•
Printerinstelling: Wanneer u deze optie kiest wordt de funcctie Tonerbesparing bepaald door de instelling die u op het
bedieningspaneel maakte.
•
Aan: Selecteer dit keuzerondje als u wilt dat de printer minder toner per pagina verbruikt.
•
Uit: selecteer dit keuzerondje als u geen toner wilt besparen wanneer u een document afdrukt.
Geavanceerde opties
U kunt de geavanceerde instellingen wijzigen door op de knop Geavanceerde opties te klikken.
Tonerdichth.
Gebruik deze optie om de afdruk donkerder of lichter te maken.
TrueType-opties
Met de keuzerondjes in dit vak kunt u bepalen wat het stuurprogramma de printer vertelt over de voorstelling van de tekst in
uw document. Selecteer de instelling die bij uw document past.
Alle tekst zwart afdrukken
Wanneer de optie Alle tekst zwart afdrukken is aangevinkt, wordt de volledige tekst in uw document in het zwart afgedrukt,
onegacht de kleur die op het scherm verschijnt. Wanneer deze optie niet is ingeschakeld, wordt de gekleurde tekst in
grijstinten afgedrukt.
Alle tekst donkerder afdrukken
Wanneer de optie Alle tekst donkerder afdrukken aangevinkt is, wordt de gehele tekst in uw document donkerder afgedrukt
dan een normaal document.
•
Normaal: Kies dit om afbeeldingen in normale modus af te drukken.
•
Licht: Kies dit om de afbeelding lichter te maken.
•
Donker: Kies dit om de afbeelding donkerder te maken.
•
Downloaden als bitmap: Als dit keuzerondje geselecteerd is, downloadt het stuurprogramma de
lettertypegegevens als bitmapafbeeldingen. Documenten met ingewikkelde lettertypes, zoals Koreaans of Chinees,
worden in deze instelling sneller afgedrukt.
•
Grafisch afdrukken: Als deze optie aan staat, laadt het stuurprogramma de lettertypes als grafische afbeeldingen. Als u
documenten met veel afbeeldingen en relatief weinig TrueType-lettertypen afdrukt, kunt u het afdrukken versnellen met
deze instelling.

Tabblad Info

Op het tabblad Info worden de copyrightinformatie en het versienummer van het stuurprogramma weergegeven. Als u beschikt over een internetbrowser,
kunt u een verbinding met het internet maken door op het website-pictogram te klikken.

Favorieten

De optie Favorieten die op elk optietabblad te zien is, stelt u in staat om de actuuele instellingen van de eigenschappen voor later gebruik te bewaren.

Om een favoriet op te slaan:
1. Pas de instellingen op ieder tabblad aan uw wensen aan.
2. Voer een naam voor het item in het invoervakje Favorieten in.
3. Klik Opslaan.

Om de bewaarde instelling te gebruiken, kiest uu het uit de keuzelijst Favorieten.

Om een geprefereerd instellingsitem te wissen, kiest u het uit de lijst en klikt u Verwijd.
Eigenschap
Beschrijving
Watermerk
U kunt een achtergrondafbeelding met tekst maken die wordt afgedrukt op elke pagina van uw document. Zie "Watermerken
gebruiken". Deze functie is niet beschikbaar wanneer u het stuuurprogramma Postscript (PS) gebruikt.
Overlay
Overlays worden vaak gebruikt in plaats van voorbedrukte formulieren en papier met briefhoofd. Zie "Gebruik van overlays".
Uitvoeropties
u kunt instellen in welke volgorde de pagina's moeten worden afgedrukt. Selecteer de afdrukvolgorde in de vervolgkeuzelijst.
•
Normaal (1, 2, 3): De printer drukt alle pagina's af van de eerste tot de laatste pagina.
•
Alle pagina's omkeren (3, 2, 1): De printer drukt alle pagina's af van de laatste tot de eerste pagina.
•
Oneven pagina's afdrukken: Uw printer drukt alleen de oneven pagina's van het document af.
•
Even pagina's afdrukken: De printer drukt alleen de even pagina's van het document af.

U kunt ook terugkeren naar de standaardinstellingen van het stuurprogramma door Printerstandaard te selecteren in de lijst.

Help-informatie gebruiken

Uw printer heeft een helpscherm dat kan worden geactiveerd door de knop Help in het venster printereigenschappen. Deze Help-functie geeft gedetailleerde
informatie over de functies die het stuurprogramma van de printer biedt.

U kunt ook klikken op in de rechterbovenhoek en vervolgens op een instelling.

Meerdere pagina's op een vel papier afdrukken

Een document verkleind of vergroot afdrukken

Ukuntdesgewensteenaantalpagina'sopéénvelafdrukken.Alsumeerdanéénpaginapervelafdrukt,wordendepagina'sverkleinden
ophetbladgerangschikt.Ukuntopéénvelmaximaal16pagina'safdrukken.
1. Om de afdrukinstellingen in uw toepassing te wijzigen, opent u het venster met de printereigenschappen.
2. Kies in het tabblad Lay-out Meerdere pagina's per kant in de keuzelijst Type lay-out.
3. Kies het aantal pagina's dat u per vel wilt afdrukken (1, 2, 4, 6, 9, of 16) in de keuzelijst Pagina's per kant.
4. Indien nodig kiest u de paginavolgorde in de keuzelijst Paginavolgorde.
Vink Paginakader afdrukken aan om een rand rond elke pagina per vel af te drukken. Paginakader afdrukken is slechts geactiveerd
wanneer de instelling Pagina's per kantgroterisdanéén.
5. Klik op het tabblad Papier en kies de papierbron, het formaat en soort.
6. Klik OK en druk het document af.

Een document aan een bepaald papierformaat aanpassen

Posters afdrukken

U kunt de afdruktaak schalen op een pagina.
1. Om de afdrukinstellingen in uw toepassing te wijzigen, opent u het venster met de printereigenschappen.
2. Kies in het tabblad Papier Verkleinen/Vergroten in de keuzelijst Type afdruk.
3. Voer de vergrotingsfactor in het invoervakje Percentage in.
U kunt ook op de knop of klikken.
4. Selecteer de papierinvoer, het formaat en het type.
5. Klik OK en druk het document af.

Met deze functie maakt het apparaat de afdruktaak passend voor het gekozen papierformaat. Daarbij maakt het niet uit wat de digitale
afmetingen van het document zijn. Dit kan nuttig zijn als u de details van een klein document wilt bekijken.
1. Om de afdrukinstellingen in uw toepassing te wijzigen, opent u het venster met de printereigenschappen.
2. Kies in het tabblad Papier Aan pagina aanpassen in de keuzelijst Type afdruk.
3. Kies het juiiste formaat uit de keuzelijst Formaat uitvoer.
4. Selecteer de papierinvoer, het formaat en het type.
5. Klik OK en druk het document af.

Afdrukken op beide zijden van het papier

Ukunteendocumentvanéénenkelepaginaop4,9of16vellenpapierdrukkenomzeaanelkaarteklevenenereenpostervante
maken.
1. Om de afdrukinstellingen in uw toepassing te wijzigen, opent u het venster met de printereigenschappen.
2. Kies in het tabblad Lay-out Poster afdrukken in de keuzelijst Type lay-out.
3. Kies de instellingen voor de poster:
U kunt de paginalay-out kiezen uit Poster<2x2>, Poster<3x3> of Poster<4x4>. Wanneer u Poster<2x2> kiest, wordt de afdruk
automatisch gerokken om op 4 effectieve pagina's te passen.
Om de poster eenvoudiger aan elkaar te kunnen plakken, kunt u een overlapping (in mm of inches) opgeven.
4. Klik op het tabblad Papier en kies de papierbron, het formaat en soort.
5. Klik OK en druk het document af. Maak de poster af door de vellen aan elkaar te plakken.

Uw printer drukt automatisch af op beide zijden van het papier. 
Vooraleer u begint af te drukken, moet u beslissen aan welke rand u het afgewerkte document wilt binden. De bindopties zijn:

l Lange zijde, de klassieke lay-out die wordt gebruikt in boekbinden.

l Korte zijde, wat vaak gebruikt wordt voor kalenders.
1. Om de afdrukinstellingen in uw toepassing te wijzigen, opent u het venster met de printereigenschappen.
2. Kies in het tabblad Lay-out de papierrichting.
3. Kies in de sectie Dubbelzijdig afdrukken de gewenste desired bindoptie.
4. Klik op het tabblad Papier en kies de papierbron, het formaat en soort.
5. Klik OK en druk het document af.
Uw printer drukt automatisch af op beide zijden van het papier.

Watermerken gebruiken
Een bestaand watermerk gebruiken
1. Om de afdrukinstellingen in uw toepassing te wijzigen, opent u het venster met de printereigenschappen.
2. Klik het tabblad Extra en kies een watermerk in de keuzelijst Watermerk. Het bijbehorende afdrukvoorbeeld wordt getoond.
3. Klik OK en begin met afdrukken.

Nieuw watermerk maken
1. Om de afdrukinstellingen in uw toepassing te wijzigen, opent u het venster met de printereigenschappen.
OPMERKING: Druk niet af op beide zijden van etiketten, transparanten, enveloppen of dik papier. Schade aan de printer en papierstoring kunnen het
gevolg zijn.
OPMERKING: Om dubbelzijdig afdrukken te gebruiken, kunt u enkel het volgende papierformaat gebruiken A4, Letter, Legal en Folio.

De optie Watermerk stelt u in staat om tekst over een bestaand document te drukken. Bijvoorbeeld in grote grijze letters CONCEPT of
VERTROUWELIJK. U kunt de tekst alleen op de eerste pagina of op alle pagina's afdrukken.

Er zijn verschillende vooraf ingestelde watermerken die met uw printer worden geleverd. Ze kunnen worden aangepast of u kunt nieuwe
aan de lijst toevoegen.
2. Klik het tabblad Extra en klik Bewerken in de sectie Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt weergegeven.
3. Voer het tekstbericht in dat u in het vakje Tekst in watermerk wilt afdrukken.
De tekst wordt in het voorbeeldvenster getoond. Zo krijgt u een indruk van hoe het watermerk er op de afdruk uit zal zien.
Wanneer het vakje Alleen eerste pagina is aangevinkt, wordt het watermerk enkel op de eerste pagina afgedrukt.
4. Pas de watermerkinstellingen aan uw wensen aan.
U kunt het lettertype, de stijl en grootte alsook het grijswaardeniveau uit de sectie Lettertypekenmerken kiezen en de hoek van het watermerk uit de
sectie Hoek tekst.
5. Klik Toevoegen om een nieuw watermark aan de lijst toe te voegen.
6. Wanneer u met de aanmaak klaar bent, klik dan op OK om met het afdrukken te beginnen.

Als u geen watermerk meer wilt afdrukken, selecteert u Geen watermerk in de keuzelijst Watermerk.

Een watermerk bewerken
1. Om de afdrukinstellingen in uw toepassing te wijzigen, opent u het venster met de printereigenschappen.
2. Klik het tabblad Extra en klik Bewerken in de sectie Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt weergegeven.
3. Kies het watermerk dat u wenst te bewerken uit de lijst Huidige watermerken en pas het watermarkbericht en de opties aan.
4. Klik op Bijwerken om de wijzigingen op te slaan.
5. Klik OK.

Een watermerk verwijderen
1. Om de afdrukinstellingen in uw toepassing te wijzigen, opent u het venster met de printereigenschappen.
2. Klik het tabblad Extra en klik Bewerken in de sectie Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt weergegeven.
3. Kies het watermerk dat u wilt wissen in de lijst Huidige watermerken en klik Verwijd.
4. Klik OK.

Gebruik van overlays
Wat is een overlay?

Een nieuwe paginaoverlay maken
Een overlay is tekst en/of een afbeelding die op de vaste schijf van de computer zijn opgeslagen in een speciale bestandsindeling en die in
een willekeurig document kunnen worden afgedrukt. Overlays worden vaak gebruikt in plaats van voorbedrukte formulieren en papier met
briefhoofd. In plaats daarvan kunt u een overlay samenstellen die dezelfde informatie bevat. Om een brief af te drukken met het briefhoofd
van uw onderneming, hoeft u geen voorbedrukt papier met briefhoofd in de printer te laden. U moet de printer alleen de opdracht geven
om de overlay van het briefhoofd op uw document af te drukken.
Een paginaoverlay gebruiken

Nadat u een overlay hebt gemaakt, kan deze met uw document worden afgedrukt. Dit doet u als volgt:
1. Open een document dat u wilt afdrukken of maak een nieuw document aan.
2. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u het venster met de printereigenschappen.
3. Klik op het tabblad Extra.
4. Kies de overlay die u wilt afdrukken in de keuzelijst Overlay.
5. Wanneer het overlaybestand niet in de Lijst van overlays verschijnt, klik dan op Bewerken en daarna op Overlay laden en kies het overlaybestand.

Als u een paginaoverlay wilt gebruiken, moet u een nieuwe paginaoverlay met uw logo of een afbeelding maken.
1. Maak of open een document met de tekst of afbeelding die u voor de overlay wilt gebruiken. Zorg ervoor dat de tekst of afbeelding
precies op de plaats staat waar deze als overlay moet worden afgedrukt. Indien nodig, bewaar het bestand voor later gebruik.
2. Om de afdrukinstellingen in uw toepassing te wijzigen, opent u het venster met de printereigenschappen.
3. Klik het tabblad Extra en klik Bewerken in de sectie Overlay.
4. In het venster Overlays Bewerken klikt u op Overlay maken.
5. In het venster Overlay Aanmaken tikt u de naam van maximum acht karakters in het vakje Bestandsnaam in. Selecteer indien nodig
de map waarin u het overlaybestand wilt opslaan. (De standaardmap is C:\FormOver).
6. Klik Opslaan. U ziet de naam in de Lijst van overlays.
7. Klik OK of Ja tot u met de aanmaak klaar bent.
Het bestand is niet afgedrukt; het is in uw computer opgeslagen.
OPMERKING: Het formaat van het overlaydocument moet hetzelfde zijn als dat van de documenten waarop u de overlay wilt
afdrukken. Stel geen overlays met watermerken samen.
OPMERKING: De resolutie van de overlay moet hetzelfde zijn als de resolutie van het document dat met de overlay zal worden afgedrukt.
Wanneer u het overlaybestand dat u op een externe bron wilt gebruiken, hebt opgeslagen, zoals een cd of floppy disk,
kunt u het bestand ook laden als u in dit
venster Overlay Laden bent.
Klik op Openen als u het bestand hebt gekozen. Het bestand staat nu onderaan in het vakje Lijst van overlays en is beschikbaar om afgedrukt te
worden. Kies de overlay uit het vakje Lijst van overlays.
6. Klik, indien nodig, op Overlay bevestigen voor afdrukken
. Als dit selectievakje ingeschakeld is, verschijnt telkens wanneer u een document afdrukt een
berichtvenster waarin u gevraagd wordt te bevestigen of u een overlay op uw document wilt afdrukken.
De keuze Ja in het venster betekent dat de geselecteerde overlay met uw document wordt afgedrukt. De keuze Nee in het venster annuleert het
gebruik van de overlaypagina.
Als dit vakje leeg is terwijl er wel een overlay is geselecteerd, wordt de overlay automatisch aan ieder document toegevoegd.
7. Klik op OK of Ja tot het afdrukken begint.
De geselecteerde overlay wordt bij uw afdruktaak geladen en samen met uw document afgedrukt.

Een paginaoverlay verwijderen

Overlays die u niet meer gebruikt, kunt u verwijderen.
1. In het venster printereigenschappen, klikt u op het tabblad Extra.
2. Klik Bewerken in de sectie Overlay.
3. Kies de overlay die u wilt wissen in het vakje Lijst van overlays.
4. Klik Overlay verwijderen.
5. Wanneer een bevestigingsbericht verschijnt, klikt u op Ja.
6. Klik OK tot u het Afdrukvenster verlaat.










Scannen


Overzicht scannen

Gebruik uw Dell Laser MFP 1815dn om tekst en afbeeldingen te converteren naar afbeeldingen die u op uw computer kunt bewerken. Nadat u de software
vandecdStuurprogramma'senhulpprogramma'sCDhebtgeïnstallerd,kuntumethetscannenvanafbeeldingenofwelviahetbedieningspaneelofvia
applicatieszoalsDellScanCenter™,PaperPort en Adobe PhotoShop op uw computer beginnen, of via het netwerk door gebruik te maken van
Netwerkscan dat u in staat stelt om een document op de printer als een JPEG-, TIFF- of PDF-bestand te scannen en het op een aan het netwerk aangesloten
computer te bewaren. Of u kunt de gescande afbeelding als een e-mail-attachment direct vanuit de printer versturen.

De resolutie-instelling die u moet gebruiken wanneer u een item met PaperPort scant; hangt af van het itemsoort en hoe u de afbeelding of het document wiilt
gebruiken nadat u het hebt ingescand en op uw computer geplaatst. Gebruik voor de beste resultaten de aanbevolen instellingen.

Overzicht scannen
E-mail-instelling
Scannen en naar een Application sturen
Een E-mail Scannen en Versturen
Scannen met Netwerkscan
Het Adresboek aanmaken
Scannen met het stuurprogramma Windows Image Acquisition (WIA)
Groepsnummers
Scannen en op een USB-Memorystick opslaan
De standaardinstellingen wijzigen
Beheer van een USB-Memorystick
Een Fax doorsturen naar E-mail-adressen
OPMERKING: PaperPort is het scanprogramma dat met uw printer wordt meegeleverd.
OPMERKING: Dell ScanCenter en PaperPort-toepassingen worden niet ondersteund in Windows Server 2003, XP (x64-editie) en het
besturingssysteem Vista.
Item-soort
Resolutie
Documenten
300 dpi zwart/wit of 200 dpi grijswaarden of kleur
Documenten van lage kwaliteit of met kleine tekst
400 dpi zwart/wit of 300 dpi grijswaarden of kleur
Foto's en afbeeldingen
100-200 dpi kleur of 200 dpi grijswaarden
Afbeeldingen voor een inkjetprinter
150 dpi tot 300 dpi
Afbeeldingen voor een hoge-resolutieprinter
300 dpi tot 600 dpi
Wanneer bij het scannen deze aanbevolen resolutiewaarden overschreden worden, kan dit voor de applicatie te zwaar worden.
Wanneer u een resolutie boven
de iin de tabel aanbevolen waarden nodig hebt, kunt u best de grootte van de afbeelding via preview (of pre-scan) verkleinen en het doen krimpen vooraleer u
de afbeelding scant.

Wanneer u er de voorkeur aan geeft om een andere applicatie te gebruiken, zoals Adobe PhotoShop, moet u de applicatie aan de printer toekennen door ze in de
lijst van beschikbare applicaties te selecteren. Zie "Hulpprogramma Printerinstellingen".

Dell ScanCenter is een PaperPort-applicatie waarmee u items kunt scannen en ze dan direct naar PaperPort of andere programma's op uw computer kunt
sturen zonder eerst PaperPort op te starten. Dell ScanCenter wordt als aparte applicatie in het Windows-Startmenu opgestart en bestaat hoofdzakelijk uit de
Dell ScanCenter-balk. Voor meer informatie over het gebruik van Dell ScanCenter, zie het Helpmenu van PaperPort.

Pictogrammen op de Dell ScanCenter-balk zijn links naar programma's die enkel deel uitmaken van PaperPort en Dell ScanCenter. Om te scannen en een item
naar een programma te sturen, klikt u op het programmapictogram en dan scant u het item. Dell ScanCenter start het gekozen programma automatisch zodra
de scan voltooid is.

OPMERKING: U kunt de ingebouwde OCR-softwarevanPaperPortgebruikenomtekstvangescandedocumententekopiërenomdetekstineender
welk tekstbewerkings-, tekstverwerkings- of rekenbladprogramma te gebruiken en te bewerken. Voor het OCR-proces moet tekst met 150 tot 600 dpi
gescand worden en 300 dpi of 600 dpi wordt aanbevolen voor afbeeldingen.
OPMERKING: De eerste keer dat u PaperPort gebruikt, moet u PaperPort op uw computer openen vooraleer u kunt scannen om een gescand document
op uw computer te bewaren.
Scannen en naar een Application sturen
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om SCAN te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om PC te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om een applicatie te kiezen waar u de gescande afbeelding naartoe wilt sturen. De standaardapplicaties zijn MS
Paint, E-mail, Mijn Documenten, PaperPort en OCR.
l MS Paint: Verzendt de gescande afbeelding naar Microsoft Paint.
l E-mail: Verstuurt de gescande afbeelding naar uw standaard-e-mailprogramma op de computer. Er wordt een nieuw berichtvenster
weergegeven met de afbeelding in bijlage.
l Mijn docum.: Bewaart de gescande afbeelding in de map Mijn Documenten op de computer.
l PaperPort: Verstuurt de gescande afbeelding naar PaperPort.
l OCR: Verstuurt de gescande afbeelding naar OCR.
5. Druk op Start ( ). Het venster van de geselecteerde toepassing wordt geopend. Pas de scaninstellingen aan en start het scannen. Voor details, zie de
handleiding van de applicatie.

Scannen met Netwerkscan
Over Netwerkscan

Met Netwerkscan kunt u een document met uw printer als JPEG, TIFF of PDF scannen en het op een computer opslaan die aan het netwerk is aangesloten. Om
deze functie te gebruiken, moet u Netwerkscan op uw computer installeren.

Een gebruiker toevoegen

Om uzelf als een gemachtigde Netwerkscan-gebruiker te registreren, volgt u de instructies in de schermen van de Dell Netwerkscanbeheer.
1. Klik op de knop Apparaat toevoegen.
2. Klik Volgende.
3. Geef aan welke netwerkscanner u wilt gebruiken door te browsen of door een IP-adres op te geven en direct met een scanner verbinding te maken.
Voor meer informatie over het gebruik van een IP-adres, zie "Een scanner toevoegen". Klik Volgende.
4. Voer uw ID en Persoonlijk Identificatienummer (PIN) in en klik Volgende.

Een gebruiker verwijderen

Om een gemachtigde gebruiker te verwijderen, klikt u op de knop Apparaat verwijderen en volgt u de on-screen-instructies om hem volledig te verwijderen.

Scannen met Netwerkscan

Met Netwerkscan kunt u een document vanuit uw printer scannen en via het netwerk naar uw computer sturen.
OPMERKING: In de applicatielijst van het bedieningspaneel worden tot 30 applicaties ondersteund en de weergave is enkel in het Engels.
OPMERKING: U kunt meer TWAIN-compatible software voor het scannen toevoegen, zoals Adobe Photoshop Deluxe of Adobe Photoshop via het
Hulpprogramma voor printerinstellingen. Zie "De Bestemming".
OPMERKING: Gebruik de knop Help om on line Help over Netwerkscan te zien.
1. Plaats het te scannen document ofwel in de ADI of op het documentscanglas.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om SCAN te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Netwerk te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om PC te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste geregistreerde naam te kiezen en druk op OK ( ).
6. Voer de door u geregistreerde PIN-code in en druk OK ( ).
7. Druk op bladertoetsen ( of ) om het programma dat u zult gebruiken, weer te geven en druk op OK ( ).
8. Druk op bladertoetsen ( of ) om Scaninstelling te selecteren en druk vervolgens op OK ( ).
9. Kies het bestandstype en de resolutie en druk dan op OK ( ).
l Zwart-wit: Wanneer u deze optie kiest, selecteer dan bestandstype PDF of TIFF.
l Kleur-JPEG200: Wanneer u deze optie kiest, kan als resolutie 200 dpi en als bestandstype JPEG automatisch geselecteerd worden.
l Resolutie: Kies resolutie 100 dpi, 200 dpi of 300 dpi.
10. Druk op bladertoetsen ( of ) om Scan starten te weer te geven en druk dan op OK ( ).
Als u op OK ( ) drukt wanneer Afmelden op het weergavescherm verschijnt, wordt uw printer afgemeld.
11. Het document kan gescand en naar de computer gestuurd worden wanneer Netwerkscan draait. Wanneer uw bestandstype TIFF of PDF is, vraagt de
display of u een andere pagina wilt scannen. Kies Ja met bladertoetsen ( of ) en druk op OK ( ). De volgende pagina wordt gescand en als
tweede pagina van het document opgeslagen. Herhaal dit tot alle pagina's gescand zijn en kies dan Nee.

Een scanner toevoegen

Om uw scanner als een gemachtigde netwerkscanner te registreren, gebruikt u het venster Dell Netwerkscanbeheer.
1. In het venster Dell Netwerkscanbeheer klikt u op de knop Apparaat toevoegen of dubbelklikt u op het pictogram Apparaat toevoegen.
2. Klik Volgende.
3. Selecteer Blader naar een scanner. (aanbevolen) of Maak een verbinding met deze scanner. Wanneer u Maak een verbinding met deze scanner
kiest, voer dan een IP-adres in en klik dan op Volgende.
4. Er verschijnt een lijst met scanners in het netwerk. Kies uw printer uit de lijst en voer de naam van de printer, ID en PIN (Persoonlijk Identificatie
Nummer) in. Klik Volgende.
l U kunt een id invoeren van maximaal 8 tekens. Het eerste teken moet een letter zijn.
l De PIN moet uit 4 cijfers bestaan. Dit is optioneel. U kunt de standaardwachtwoordoptie kiezen.
5. Wanneer u de printer aan het netwerk hebt toegevoegd, klik Voltooien. Uw printer verschijnt in het venster Dell Netwerkscanbeheer en u kunt nu via
het netwerk scannen.

Eigenschappen instellen
1. In het venster Dell Netwerkscanbeheer dubbelklikt u op het scannerpictogram of u klikt op de knop Eigenschappen.
2. Na de instelling van de eigenschappen, klikt u op OK.

Tabblad Algemeen

Tabblad Server

Tabblad Geavanceerd

Tabblad Voorkeuren
Scannen met Netwerkscan
1. Bevestig dat uw scanner beschikbaar is voor gebruik door het scannerstatuspictogram aan te vinken.
2. Configureer de instellingen van de netwerkscanner. Zie "Eigenschappen instellen".
3. Plaats het te scannen document.
4. Start met scannen volgens de aanbevelingen in "Scannen met Network Scan".
5. Het scannen wordt gestart en het gescande document wordt gezonden naar de locatie die u hebt opgegeven. De locatie kan worden veranderd in de
pagina Geavanceerd in het scherm van de Netwerkscan-eigenschappen. Zie "Tabblad Geavanceerd".

Pictogrammen voor de scanner

Scannen met het stuurprogramma Windows Image Acquisition (WIA)

UwprinterondersteunteveneenshetstuurprogrammaWIAvoorhetscannenvanafbeeldingen.WIAiséénvandestandaardonderdelenvanMicrosoft
Windows XP/Server 2003/Vista en werkt met digitale camera's en scanners. Anders dan met het stuurprogramma TWAIN kunt u met het stuurprogramma WIA
een afbeelding scannen en ze makkelijk bewerken zonder bijkomende software te moeten gebruiken.
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Klik Start Configuratiescherm Printers en andere hardware Scanners en camera's
Voor Windows Vista, klikt u op en vervolgens opConfiguratiescherm , Hardware en Geluid Scanners en camera's.
3. Dubbelklik op het pictogram van uw scanner. De Scanners- en Camerawizard start.
4. Kies uw scanvoorkeuren en klik Voorbeeldomtezienhoeuwvoorkeurenhetbeeldbeïnvloeden.
5. Geef een naam op voor de afbeelding en selecteer de bestandsindeling en de map waarin u de afbeelding wilt opslaan.
6. Volg de aanwijzingen op het scherm als u de afbeelding wilt bewerken nadat deze op uw computer is opgeslagen.

Scannen en op een USB-Memorystick opslaan

u kunt een document scannen en de scan op een USB-memorystick opslaan. Dit kunt u op twee manieren doen: u kunt rechtstreeks naar de USB-memorystick
scannen door gebruik te maken van de standaardinstellingen of u kunt manueel uw eigen instellingen kiezen.
Betreffende USB-Memorysticks

USB-memorysticks zijn met verschillende geheugencapaciteiten beschikbaar om u de mogelijkheid te geven om documenten, presentaties, gedownloade
muziek en video's, foto's in hoge resolutie of eender welke andere bestanden overal met u mee te nemen.

De volgende functies zijn door gebruik van een optionele USB-memorystick beschikbaar:

l Scan documenten en bewaar ze op de USB-memorystick.

l Formateer de USB-memorystick.

l De beschikbare geheugenruimte controleren.

OPMERKING: Het stuurprogramma WIA werkt enkel onder Windows XP/Server 2003/Vista.
OPMERKING: De in PaperPort ingebouwde OCR-softwarekantekstuitgescandedocumentenkopiërennaareenderwelktekstbewerkings-,
tekstverwerkings- of rekenbladprogramma. Voor het OCR-proces moet tekst met 150 tot 600 dpi gescand worden. 300 dpi of 600 dpi wordt aanbevolen
voor afbeeldingen.
Een USB-Memorystick insteken

In het USB-geheugenslot aan de voorkant van uw printer past zowel een geheugen USB V1.1 alsook een USB V2.0. U mag alleen een goedgekeurde USB-
memorystick gebruiken met als connector een steker van het type A.

Steek een USB-memorystick in het USB-geheugenslot aan de voorkant van de printer.

Scannen met de Standaardinstellingen

In de vogende tabel staan de standaardinstellingen.
1. Steek de USB-memorystick in het USB-geheugenslot van de printer.
2. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om SCAN te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot USB-sleutel.
5. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot Snel scannen.
Uw printer begint het document te scannen en slaat het op uw USB-geheugensleutel op.
Als u het document op de glasplaat hebt geplaatst, wordt u gevraagd of u nog een pagina wilt verzenden. Kies Ja om een pagina toe te voegen. Of kies
anders Nee.
De gescande documenten worden opgeslagen op de USB-geheugensleutel.

Scannen met Mijn Instellingen

In de volgende tabel staan de opties die u kunt kiezen.
WAARSCHUWING: Verwijder de USB-memorystick niet terwijl de printer in werking is. Daardoor zou uw printer beschadigd kunnen worden.
WAARSCHUWING: Wanneer uw USB-memorystick bepaalde functies heeft, zoals veiligheids- en wachtwoordinstellingen, kan de printer de
memorystick mogelijk niet automatisch herkennen. Voor details over deze functies, zie de Handleiding van uw USB-memorystick.
Afbeeldingsformaat
Bestandsformaat
Resolutie
Letter (USA), A4 (UK)
JPEG
200 dpi
Afbeeldingsformaat
Bestandsformaat
Kleur
Resolutie
Letter, A4, Legal, Folio,
Executive, A5, A6, B5
JPEG, BMP, TIFF, PDF
Kleur, Grijs, Mono
100, 200, 300 dpi
1. Steek de USB-memorystick in het USB-geheugenslot van de printer.
2. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om SCAN te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot USB-sleutel.
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om Aang. scannen te markeren en druk dan op OK ( ).
6. Druk op bladertoetsen ( of ) om het gewenste afbeeldingsformaat te kiezen en druk op OK ( ).
7. Druk op bladertoetsen ( of ) om het gewenste bestandstype te kiezen en druk op OK ( ).
Als u BMP selecteert, moet u de kleur en resolutie voor het scannen instellen.
Als u TIFF selecteert, moet u de opties resolutie en meerdere pagina's instellen.
8. Het scannen is begonnen.
Als u het document op de glasplaat hebt geplaatst, wordt u gevraagd of u nog een pagina wilt verzenden. Kies Ja om een pagina toe te voegen. Of kies
anders Nee.
De gescande documenten worden opgeslagen op de USB-geheugensleutel.

De standaardinstellingen wijzigen

Om de standaardinstellingen in "quick scan" te wijzigen, volgt u de volgende stappen.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om SCAN te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot USB-sleutel.
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om St.inst. wijz. te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot Afbeeld. form.
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om het afbeeldingsformaat, Letter, A4, Legal, Folio, Executive, A5, B5 of A6 te markeren en druk op OK ( ).
6. Druk op bladertoetsen ( of ) om Versie te markeren en druk dan op OK ( ).
7. Druk op bladertoetsen ( of ) om het bestandsformaat, BMP, TIFF, PDF of JPEG te markeren en druk op OK ( ).
8. Als u JPEG selecteert, gaat u verder met stap 11.
Als u TIFF of PDF selecteert, drukt u op bladertoetsen ( of ) om de modus meerdere pagina's in te schakelen en drukt u vervolgens op OK ( ).
Als u BMP selecteert, drukt u op bladertoetsen ( of ) om de kleurmodus Kleur, Grijs of Mono te selecteren en drukt u op OK ( ).
9. Als u TIFF, PDF of de kleurmodus Mono voor BMP selecteert, drukt u op bladertoetsen ( of ) om de Resolutie in te stellen en vervolgens op OK (
).
10. Druk op bladertoetsen ( of ) om de resolutie in te stellen op 100 dpi, 200 dpi of 300 dpi en druk op OK ( ).
11. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Beheer van een USB-Memorystick

U kunt afbeeldingsbestanden op de USB-memorystick een voor een of allemaal tegelijk verwijderen door het apparaat te formatteren.
Een afbeeldingsbestand verwijderen
Om een afbeeldingsbestand dat u hebt gescand en op de USB-memorystick hebt bewaard, te verwijderen.
1. Steek de USB-memorystick in het USB-geheugenslot van de printer.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om SCAN te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot USB-sleutel.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Bestandsbeheer te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Druk op OK ( ) wanneer Verwijderen verschijnt.
6. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste map of het bestand te kiezen en druk op OK ( ).
Begint de naam van een map met "\", dan bevat de geselecteerde map een of meerdere submappen
7. Wanneer u in stap 6 een bestand koos, dan toont de display de grootte van het bestand tijdens ongeveer 2 seconden. Ga door met de volgende stap.
Wanneer u een map koos, druk dan op bladertoetsen ( of ) om het bestand dat u wilt wissen, te kiezen en druuk dan op OK ( ).
8. Druk op OK ( ) wanneer Ja verschijnt om uw keuze te bevestigen.
9. In de display verschijnt de vraag of u nog een bestand wilt wissen.
Selecteer Ja of Nee.
10. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

De USB-Memorystick formateren
1. Steek de USB-memorystick in het USB-geheugenslot van de printer.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om SCAN te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot USB-sleutel.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Bestandsbeheer te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om Indeling te markeren en druk dan op OK ( ).
6. Druk op OK ( ) wanneer Ja verschijnt om uw keuze te bevestigen.
7. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Afdrukken vanaf de USB-geheugensleutel
U kunt bestanden die opgeslagen zijn op de USB-geheugensleutel afdrukken. De bestandsformaten TIFF, BMP, TXT, PDF en PRN worden ondersteund.
1. Steek de USB-memorystick in het USB-geheugenslot van de printer.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om SCAN te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot USB-sleutel.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om AFDR. vanuit te selecteren en druk vervolgens op OK ( ).
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste map of het bestand te kiezen en druk op OK ( ).
6. Als u in stap 5 een bestand selecteerde, gaat u door met de volgende stap.
Als u een map selecteerde, drukt u op bladertoetsen ( of ) om het af te drukken bestand te selecteren en vervolgens op OK ( ).
7. Voer het aantal af te drukken exemplaren in en druk op OK ( ).
De printer begint met afdrukken.
Als het geselecteerde bestandsformaat niet wordt ondersteund, verschijnt er Versie niet ondersteund.
8. Op het weergavescherm wordt u gevraagd of u een ander bestand wilt afdrukken.
Selecteer Ja of Nee.
9. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

De status van de USB-Memorystick bekijken

U kunt controleren hoeveel geheugenruimte nog beschikbaar is voor het scannen en opslaan van documenten.
1. Steek de USB-memorystick in het USB-geheugenslot van de printer.
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om SCAN te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot USB-sleutel.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Ruimte weerg. te selecteren en druk vervolgens op OK ( ).
OPMERKING: Er zijn alleen Engelstalige TXT-bestanden, PDF-bestanden afkomstig van deze printer en TIFF 6.0-bestanden beschikbaar.
In het display wordt de beschikbare geheugenruimte weergegeven.
5. Druk op Annuleren( ) om terug te keren naar stand-bymodus.

E-mail-instelling

Om e-mail-functies te kunnen gebruiken zoals Scan naar E-mail en Fax Doorsturen naar e-mail-adressen moet u eerst de netwerkinstellingen configureren en
uw e-mail-account instellen. Zie "Instellen van de aan het Netwerk verbonden Printer" voor netwerkparameters.
De E-mail-Account instellen
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mailinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om het gewenste menu-item te markeren en druk op OK ( ).
4. Indien nodig, druk dan op bladertoetsen ( of ) tot het gewenste submenu-item verschijnt en druk dan op OK ( ).
5. Voer de gevraagde informatie in of kies de gewenste status en druk op OK ( ).
6. Herhaal stappen 3 tot en met 5 om andere opties te wijzigen.
7. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.
Beschikbare Opties voor E-mail-Accountinstelling

Een E-mail Scannen en Versturen
1. Zorg ervoor dat de printer aan een netwerk is aangesloten.
2. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om SCAN te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Netwerk te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot E-mail.
Optie
Beschrijving
SMTP-server
U kunt de printer zo instellen dat hij tot een SMTP-server toegang krijgt voor uitgaande mail.
•
IP SMTP-server: Stelt u in staat om het IP-adres of de hostnaam van de SMTP-server in
te voeren. Dat kan zowel met de decimale notatie met punten alsook door de
domeinnaam op te geven (bijv. 111. 222. 333. 444 of smtp.xyz.com)
•
Max.gr. e-mail: Stelt u in staat om de maximumgrootte van verstuurbare mail in te stellen.
Gebr. instel.
U kunt gebruikers aanmaken die e-mails via uw printer mogen versturen.
•
Veilige modus: Stelt u in staat om gebruikersverificatie te activeren of te deactiveren.
Wanneer u de verificatie activeert, kunt u instellen of de printer een gemachtigde
gebruiker al dan niet aan log-off herinnert telkens een e-mailverzending werd afgesloten.
•
Gebr. toevoeg.: Stelt u in staat om een loginnaam en wachtwoord voor een gebruiker toe te voegen.
•
Gebr. verwijd.: Stelt u in staat om een gemachtigde gebruiker te wissen.
Naar zichzelf
uu kunt instellen of uw uitgaande e-mails al dan niet naar uw e-mail-account moeten worden verzonden.
Standaardafz.
U kunt het standaard e-mailadres voor de "From:" instellen, waarbij het adres verschijnt wanneer u Veilige modus
op Uitschakelen zet.
Standaardond.
U kunt een standaard onderwerplijn in uw e-mails instellen.
E-mail doorst.
U kunt de printer zo instellen dat hij alle uitgaande of inkomende faxen naar welbepaalde e-mail-adressen
doorstuurt. Zie "Een Fax doorsturen naar E-mail-adressen".
Toeg. regelen
U kunt de functie E-mail Instellen met een wachtcode beveiligen.
Wachtw. instel.
U kunt de wachtcode voor dde toegang tot de functie E-mail Instellen wijzigen.
6. Voer uw login-ID in en druk op OK ( ).
7. Voer uw wachtwoord in en druk op OK ( ).
8. Voer het e-mailadres van de geadresseerde in en druk op OK ( ).
In de display verschijnt de vraag of u nog een adres wilt invoeren.
9. Om bijkomende adressen in te voeren, drukt u op bladertoetsen ( of ) om Toevoegen te kiezen en herhaalt u stap 8.
Om naar de volgende stap over te gaan, druk op OK ( ) wanneer Gereed verschijnt.
10. In de display verschijnt de vraag of u adressen wilt controleren.
Om adressen te controleren, druk op OK ( ) om Ja te kiezen.
Om verder te gaan met de volgende stap, druk op bladertoetsen ( of ) om Nee te kiezen en druk op OK ( ).
11. In de display verschijnt de vraag of u de e-mail naar uzelf wilt sturen.
Om naar uw e-mail-adres te sturen, druk op OK ( ) om Ja te kiezen.
Of druk op bladertoetsen ( of ) om Nee te kiezen en druk dan op OK ( ).
12. Voer het e-mail-onderwerp in en druk op OK ( ).
13. Druk op bladertoetsen ( of ) om het bestandstype te kiezen in dat de gescande afbeelding mag worden omgezet en druk op OK ( ).
14. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste resolutie te kiezen en druk op OK ( ).
15. Druk op Start ( ) of OK ( ). De printer begint te scannen en stuurt dan de e-mail.
16. Wanneer in de display de vraag verschijnt of u wilt uitloggen uit uw account, druk dan op bladertoetsen ( of ) om Ja of Nee te kiezen en druk op OK (
).
17. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Het Adresboek aanmaken
U kunt een adresboek maken met veelgebruikte e-mailadressen. U kunt dan makkelijk en snel een e-mail-adres oproepen a.h.v. de naam die u in het
Adresboek eraan hebt toegekend.
Een e-mailadres toevoegen aan een adresboek
1. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mail te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mailadres te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op OK ( ) om Nieuw te kiezen.
5. Voer de naam in die uw wilt toevoegen en druk op OK ( ).
6. Voer het met de desbetreffende naam overeenstemmende e-mailadres in en druk op OK ( ).
7. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Versturen van een E-mail door gebruik van een E-mail-Adres
1. Plaats een document in de ADI of plaats het op de glasplaat.
2. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
OPMERKING: U kunt een naam invoeren die u in het Adresboek hebt opgeslagen. Zie "Het Adresboek aanmaken".
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mail te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mailadres te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om Verzenden te markeren en druk dan op OK ( ).
6. Voer de naam van de afzender in en druk op OK ( ).
7. Het e-mail-adres dat u hebt toegekend, verschijnt. Druk op OK ( ).
8. Voer de naam van de ontvanger in en druk op OK ( ).
Zie "Karakters met de cijfertoetsen invoeren" voor informatie over het invoeren van tekens.
9. Het e-mail-adres dat u hebt toegekend, verschijnt. Druk op OK ( ).
10. In de display verschijnt de vraag of u nog een adres wilt invoeren.
Om bijkomende adressen in te voeren, drukt u op bladertoetsen ( of ) om Toevoegen te kiezen en herhaalt u stap 8 en 9.
Om naar de volgende stap over te gaan, druk op OK ( ) wanneer Gereed verschijnt.
11. In de display verschijnt de vraag of u adressen wilt controleren.
Om adressen te controleren, druk op OK ( ) om Ja te kiezen en controleer het/de adres(sen) die u ingevoerd hebt.
Om verder te gaan met de volgende stap, druk op bladertoetsen ( of ) om Nee te kiezen en druk op OK ( ).
12. Op het weergavescherm wordt u gevraagd of u het e-mailbericht naar uzelf wilt sturen.
Kies Ja of Nee en druk op OK ( ).
13. Voer het e-mail-onderwerp in en druk op OK ( ).
14. Druk op bladertoetsen ( of ) om het bestandstype te kiezen in dat de gescande afbeelding mag worden omgezet en druk op OK ( ).
15. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste resolutie te kiezen en druk op OK ( ).
16. Druk op Start ( ) of OK ( ).
De printer begint te scannen en stuurt dan de e-mail.
17. Druk op OK ( ) wanneer de display Nu afmelden? toont.
De printer keert terug naar de Stand-bymodus.

Een E-mail-Adres bewerken of wissen
1. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mail te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mailadres te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Bewerken te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om het e-mail-adres te kiezen dat u wilt bewerken of wissen en druk OK ( ).
6. Om het geselecteerde adres te wissen, druk OK ( ).
OF
Om het gekozen adres te bewerken, druk op bladertoetsen ( of ) om Bewerken te kiezen en druk op OK ( ).
7. Als u Bewerken selecteert, bewerkt u de naam en drukt u vervolgens op OK ( ). Bewerk het e-mailadress en druk op OK ( ).
8. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Groepsnummers

Wanneer u frequent hetzelfde document naar verschillende bestemmingen stuurt, kunt u deze bestemmingen groeperen en ze in een groepskieslocatie plaatsen.
U kunt dit groepsnummer dan gebruiken om een document te faxen naar alle bestemmingen in die groep. U kunt tot 50 (1 tot en met 50) groepskiesnummers
aanmaken.
E-mail-Adressen aan een Groepsnummer toekennen
1. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mail te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op OK ( ) om Groupsmail te kiezen.
4. Druk op OK ( ) om Nieuw te kiezen.
5. Voer een groepslocatienummer tussen 1 en 50 in en druk op OK ( ).
6. Voer de groepsnaam in en druk op OK ( ).
7. Voer de naam van de door u bewaarde ontvanger in en druk op OK ( ).
8. Druk bij verschijnen van Nog een adres op bladertoetsen ( of ) om Toevoegen op te roepen en druk op OK ( ). Herhaal stap 7.
OF
Druk op OK ( ) om Gereed te kiezen.
9. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Een Groepsnummer wissen
1. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mail te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op OK ( ) om Groupsmail te kiezen.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Verwijderen te kiezen en druk dan op OK ( ).
5. Voer het groepslocatienummer in dat u wilt wissen en druk op OK ( ).
6. Druk op OK ( ) wanneer Ja verschijnt.
7. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Groepsnummers bewerken
1. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mail te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op OK ( ) om Groupsmail te kiezen.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Bewerken te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Voer het groepslocatienummer in dat u wilt bewerken en druk op OK ( ).
6. Bewerk de groepsnaam in en druk op OK ( ).
7. Druk op OK ( ) wanneer Weergave verschijnt om de groepsadres(sen)lijst te controleren.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om Toevoegen te zien en druk o^p OK ( )oméénofmeeranderee-mail-adressen toe te voegen. Voer de naam
van de door u bewaarde ontvanger in en druk op OK ( ).
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om Verwijderen te zien en druk op OK ( ) om het/de e-mail-adres(sen) in de groep te wissen.

Een E-mail versturen door gebruik van een Groepsnummer
1. Plaats het/de document(en) met de voorzijde naar boven en de bovenzijde eerst in de ADI.
OF
Plaatsééndocumentmetdebedruktezijdenaaronderopdeglasplaat.
Zie "Een origineel plaatsen" voor informatie over het plaatsen van documenten.
2. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mail te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Groupsmail te markeren en druk dan op OK ( ).
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om Verzenden te markeren en druk dan op OK ( ).
6. Wanneer de Veilige Modus gedeactiveerd is, voer dan de naam van de afzender in en druk op OK ( ).
7. Het e-mail-adres dat u hebt toegekend, verschijnt. Druk op OK ( ).
8. In de display verschijnt de vraag of u de e-mail naar uzelf wilt sturen.
Kies Ja of Nee en druk op OK ( ).
9. Voer het groepslocatienummer in en druk op OK ( ).
10. In de display verschijnt de vraag of u adressen wilt controleren.
Om adressen te controleren, druk op OK ( ) om Ja te kiezen en controleer het/de adres(sen) die u ingevoerd hebt.
Om verder te gaan met de volgende stap, druk op bladertoetsen ( of ) om Nee te kiezen en druk op OK ( ).
11. Voer het e-mail-onderwerp in en druk op OK ( ).
12. Druk op bladertoetsen ( of ) om het bestandstype te kiezen in dat de gescande afbeelding mag worden omgezet en druk op OK ( ).
13. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste resolutie te kiezen en druk op OK ( ).
14. Druk op Start ( ) of OK ( ).
De printer begint te scannen en stuurt dan de e-mail.
15. Druk op OK ( ) wanneer de display Nu afmelden? toont.
De printer keert terug naar de Stand-bymodus.

Het Adresboek afdrukken

U kunt uw Adresboek controleren door een Adresboeklijst te maken.
1. Druk op Lijst ( ) op het bedieningspaneel.
OF
Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
Druk op bladertoetsen ( of ) om Map te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mail te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Afdrukken te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om Individueel, Groepsadres of Alle te kiezen en druk op OK ( ).
De geselecteerde lijst wordt afgedrukt.

De standaardinstellingen wijzigen

U kunt standaardscaninstellingen instellen.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om St.inst. scan. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op OK ( ) om toegang te krijgen tot Afbeeld. form.
4. Druk op bladertoetsen ( of ) om het gewenste afbeeldingsformaat te markeren en druk op OK ( ).
5. Druk op bladertoetsen ( of ) om Versie te markeren en druk dan op OK ( ).
6. Druk op bladertoetsen ( of ) om het gewenste bestandsformaat te markeren en druk op OK ( ).
Als u TIFF of PDF selecteert, drukt u op bladertoetsen ( of ) om de modus meerdere pagina's in te schakelen en drukt u vervolgens op OK ( ).
Als u BMP selecteert, drukt u op bladertoetsen ( of ) om de kleurmodus Kleur, Grijs of Mono te selecteren en vervolgens op OK ( ).
7. Druk op bladertoetsen ( of ) om Resolutie te markeren en druk dan op OK ( ).
8. Druk op bladertoetsen ( of ) om de gewenste resolutie te markeren en druk op OK ( ).
9. Druk op bladertoetsen ( of ) om Time-out NetSc te markeren en druk dan op OK ( ).
10. Voer de gewenste tijdwaarde in en druk op OK ( ).
11. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.

Een Fax doorsturen naar E-mail-adressen

U kunt de printer zo instellen dat hij alle uitgaande of inkomende faxen naar e-mail-adressen doorstuurt.
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mailinst. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om E-mail doorst. te markeren en druk dan op OK ( ).
4. Of kies de gewenste status door op bladertoetsen ( of ) te drukken en druk dan op OK ( ).
l Uit: Stelt u in staat om deze functie uit te zetten.
l Alleen verz.: Stelt u in staat om enkel uitgaande faxen naar een specifiek e-mail-adres door te sturen.
l Alleen ontv.: Stelt u in staat om enkel inkomende faxen naar een specifiek e-mail-adres door te sturen. Wanneer u deze optie selecteert, moet u
kiezen of de printer de inkomende faxen moet afdrukken.
l Alle faxen: Stelt u in staat om zowel inkomende als uitgaande faxen naar een specifiek e-mail-adres door te sturen.
5. Druk op Annuleren ( ) om terug te keren naar de Standby-modus.












Software-overzicht
Nadat u de printer hebt opgesteld en aan uw computer aangesloten, installeert u de stuurprogramma's en hulpprogramma's van de cd Stuurprogramma's en
Hulpprogramma'sdiemetuwprinterwerdgeleverd.AlsudeDell™-computer en printer tegelijk hebt aangekocht, dan zijn de stuurprogramma's en
hulpprogramma'sautomatischgeïnstalleerd.Uhoeftzenietteinstalleren.DecdStuurprogramma'senHulpprogramma'somvathetvolgende:

l Met de Dell Printerstuurprogramma's laat u uw computer met de printer communiceren. Om de printer als een printer in Windows te kunnen gebruiken,
moet u het/de printerstuurprogramma's installeren. Voor informatie over de installatie van de printerstuurprogramma's in Windows, zie "Software
installeren onder Windows".

l Dell Webprinterconfiguratie: hiermee kunt u de status van uw netwerkprinter controleren zonder uw bureau te moeten verlaten.

l Printerinstellingshulpprogramma: hiermee stelt u het faxtelefoonboek en andere printeropties vanuit uw computerbureau in. U kunt bovendien de
scanbestemmingsapplicatie configureren die gestart wordt wanneer u naar SCAN en dan naar het menu PC gaat.

l DellTonerManagementSystem™- geeft de printerstatus weer evenals de naam van de afdruktaak wanneer u een taak stuurt om af te drukken. Het
venster Dell Tonermanagementsysteem toont ook het niveau van de resterende toner en u kunt ermee vervangende tonercassettes bestellen.

l PaperPort: hiermee kunt u documenten scannen, PDF's maken en uw gescande afbeeldingen naar bewerkbare Microsoft Word, Excel of tekstbestanden
omzetten. PaperPort biedt geavanceerde scanfuncties en ondersteunt annotaties bij alle afbeeldingstypes. Met de geavanceerde zoekfunctie van
PaperPort vindt u items aan de hand van specifieke item-eigenschappen.

l DellScanCenter™- Dit is de font-end waarmee u snel documenten kunt scannen en ze naar verschillende toepassingen kunt verzenden, zoals een e-
mailprogramma, een fotobewerkingsprogramma en tekstverwerkers.

l Scanstuurprogramma: TWAIN- of Windows Image Acquisition- (WIA) stuurprogramma's zijn beschikbaar om documenten met uw printer te scannen.

l Gebruikershandleiding – HTML-documentatie biedt gedetailleerde informatie over hoe u de printer moet gebruiken.

l Set IP: Gebruik dit programma om de TCP/IP-adressen van uw printer in te stellen. Voor details over dit programma, zie de Handleiding voor de
Netwerkprinter op de cd met networkhulpprogramma's.

l PS-stuurprogramma: Postscript Printer Description-bestand (PPD). U kunt het PostScript-stuurpprogramma gebruiken om documenten af te drukken.

l Netwerkscan: hiermee kunt u een document met uw printer scannen en het opslaan op een computer die aan het netwerk is aangesloten.

l PC-Fax/Network-Fax: hiermee verstuurt u eene fax vanuit uw computer.

l Linux-stuurprogramma: hiermee kunt u in een Linux-omgeving afdrukken en scannen.

l Macintosh stuurprogramma: hiermee kunt u de printer met een Macintosh-computer gebruiken.

Tool van Dell voor configuratie van uw printer via het web

De Dell Webprinterconfiguratie, ook bekend als Printer Embedded Web Server, zorgt ervoor dat u de status van uw netwerkprinter vanuit uw bureau kunt
controleren. Bekijk en/of verander de printerconfiguratieinstellingen, controleer het tonerniveau en wanneer het tijd is om vervangende tonercassettes te
bestellen, klik dan gewoon op de link Dell verbruiksartikelen in uw Webbrowser.

Om de Dell Webprinterconfiguratie te starten, tikt u gewoon het IP-adres van uw netwerkprinter in uw Webbrowser in. U kunt de Dell Webprinterconfiguratie
ook vanuit het Netwerkstatusmonitorcentrum starten. Voor meer informatie verwijzen we naar "Network Status Monitor Center".

Om het IP-adres van uw printer te kennen, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af waar het IP-adres op staat vermeld:
1. Druk op bladertoetsen ( of ) om MENU te markeren en druk dan op OK ( ).
2. Druk op bladertoetsen ( of ) om Netwerkconfig. te markeren en druk dan op OK ( ).
3. Druk op bladertoetsen ( of ) om Syst.geg. afd. te markeren en druk dan op OK ( ).
OPMERKING: Dell ScanCenter en PaperPort-toepassingen worden niet ondersteund in Windows Server 2003, XP (x64-editie) en het
besturingssysteem Vista.
OPMERKING: DeDellWebprinterconfiguratieisenkelbeschikbaarwanneerdeprinteraaneenofhetnetwerkisaangesloten.Ziepagina"Het Dell-
tonerbeheersysteem gebruiken".
Het eerste menu-item, Ja, verschijnt.
4. Druk op OK ( ) om een netwerkconfiguratiepagina af te drukken.

Wanneer een IP-adres niet werd toegekend, ken er dan een voor uw printer toe. Zie "TCP/IP configureren".

Kies een gepaste link zoals "Instellen van de aan het Netwerk verbonden Printer" om de status van uw netwerkprinter te zien en/of de printerconfiguratie-
instellingen te wijzigen.
Printerstatus

U krijgt onmiddellijk feedback over de status betreffende de verbruiksartikelen van de printer. Wanneer de toner bijna op is, klik dan op de link
tonerverbruiksartikelen in het eerste scherm om bijkomende toner cartridges te bestellen.
Printerinstellingen

Verander de printerinstellingen, bekijk vanop afstand het bedieningspaneel en actualiseer de printserverfirmware.
Faxinstellingen
Faxinstellingen configureren, zoals faxvoorblad, protocol, telefoonboek en ontvangstmodus.
E-mailinstellingen
E-mailinstellingen configureren, zoals de SMTP-server, e-mailwaarschuwingen en adressen.
DePrinterinstellingenkopiëren

MaaksneleenidentiekekopievandeprinterinstellingenenplaatsdezeopéénofmeerandereprintersinhetnetwerkdoorvoorelkeprinterhetIP-adres in
te tikken.
Afdrukstatistieken

Stel afdruktrends vast, zoals papiergebruik en het soort afdruktaken.
Printerinformatie

U krijgt de nodige informatie over onderhoudsaanvragen, inventarisrapporten of de actuele status van het geheugen en codeniveaus van het apparaat.
Het Wachtwoord instellen

Vergrendel het bedieningspaneel met een wachtwoord zodat andere gebruikers niet per ongeluk de door u gekozen printerinstellingen veranderen.
OPMERKING: Om deze functie te kunnen gebruiken, moet u een netwerkbeheerder zijn.
OPMERKING: Om deze functie te kunnen gebruiken, moet u een netwerkbeheerder zijn.
OPMERKING: De standaard gebruikersnaam is admin en het standaard wachtwoord wordt leeg gelaten (Null).
On line Help

Klik Help om op de website van Dell naar oplossingen voor printerproblemen te zoeken.

Software installeren onder Windows

Zorg er vooraleer u begint voor dat uw systeem aan de vereisten volgens "Minimumvereisten" voldoet.
Ondersteunde besturingssystemen

l Windows 98/98 SE/Me/NT 4 Workstation of Server met Service Pack 3

l Windows 2000 Professional of Advanced Server

l Windows XP Home edition of Professional

l Windows 2003 Server
l Windows Vista
Minimumvereisten

l Schijfruimte: Windows 98/Me/NT 4.0/2000: 300 MB
Windows XP/Server 2003/Vista: 1 GB

l Geheugen: Windows 98/Me/NT 4.0/2000: 64 MB
Windows XP/Server 2003: 128 MB
Windows Vista: 512 MB

l Processor: Windows 98/Me/NT 4.0/2000: Pentium II 400 MHZ of hoger
Windows XP/Server 2003/Vista: Pentium III 933 MHZ of hoger

l Vereiste software: Internet Explorer 5.0
Dell Software installeren voor Lokaal Afdrukken

Een lokale printer is een printer die via een USB-kabel met uw computer is verbonden. Indien uw printer met een netwerk i.p.v. met uw computer is
verbonden, sla deze stap dan over en ga verder met "Dell Software installeren voor Afdrukken via Netwerk".

Een printerstuurprogramma is software waarmee uw computer met de printer kan communiceren. De procedure om stuurprogramma's te installeren is
afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt.
1. Zorg ervoor dat de printer op uw computer is aangesloten en aan staat. Sluit alle onnodige programma's.
OPMERKING: Voor meer informatie over de "All-In-One"-Hoofdpagina, de pagina Bewaarde Afbeeldingen Bekijken of de pagina
Onderhoud/Probleemoplossing, klikt op de link Help die zich in de rechter bovenhoek van het scherm bevindt.
OPMERKING: Voor Windows NT 4.0/2000/XP/Server 2003/Vista moet de systeembeheerder de Dell software installeren.
OPMERKING: Als u een USB-printerkabel aansluit terwijl de printer en computer zijn ingeschakeld, wordt de Windows-hardwarewizard onmiddellijk
opgestart. Annuleer het scherm en gebruik de cd Stuuurprogramma's en Hulpprogramma's om de Dell software te installeren.
2. Steek de cd Stuurprogramma's en Hulpprogramma's in.
3. Indien gevraagd, druk op de knop Taal om een taal te kiezen.
4. Kies Persoonlijke installatie en klik Volgende.
5. Kies Typische installatie en klik Volgende om de Handleiding, de printerstuurprogramma's, scannerstuurprogramma's en PaperPort als
standaardinstellingen te installeren.
Om de gekozen software inclusief het Postscript-printerstuurprogramma te installeren, kies Aangepaste installatie en klik Volgende
. U kunt de map met
bestemmingen wijzigen.
6. Wanneer de installatie afgesloten is, druk dan een testpagina af. Klik Voltooien en sluit de wizard. U bent nu klaar om af te drukken.
Een IP-adres toekennen

Vooraleer u de printer in het netwerk kunt gebruiken, moet u een IP-adres, subnet mask en gateway voor de printer instellen. Om het IP-
adres automatisch in
te stellen, moet er een DHCP- of BOOTP-server op uw netwerk aanwezig zijn.

Om het IP-adres manueel te configureren, kunt u de meegeleverde cd Stuurprogramma's en Hulpprogramma's gebruiken. Druk de Configuratiepagina van de
printer af om de actuele netwerkconfiguratie en het MAC-adres te zien. U hebt deze informatie nodig om de printer voor het netwerk te kunnen configureren.
1. Zorg ervoor dat de printer aangesloten is op uw netwerk en aan staat. Sluit alle onnodige programma's.
2. Steek de cd Stuurprogramma's en Hulpprogramma's in.
3. Indien gevraagd, druk op de knop Taal om een taal te kiezen.
4. Kies Hulpprogramma voor het instellen van het IP-adres. De lijst met beschikbare printers in het netwerk verschijnt.
OPMERKING: Indien de printer niet aan uw computer is aangesloten wanneer u de Stuurprogramma's en Hulpprogramma's van de cd installeert,
dan verschijnt het scherm Geen Printer Gevonden. Volg de instructies om de software te installeren.
OPMERKING:  Voor Windows Vista, klikt u op Doorgaan wanneer het scherm Gebruikersaccount verschijnt.
OPMERKING:  Voor Windows Vista, klikt u op Doorgaan wanneer het scherm Gebruikersaccount verschijnt.
5. Kies de printer waaraan u een IP wilt toekennen. Het standaard IP-adres van de printer bevindt zich op de Configuratiepagina.
6. Verlaat het programma, nadat u aan de printer het IP-adres hebt toegekend.
Dell Software installeren voor Afdrukken via Netwerk

Wanneer uw de printer aan het netwerk aansluit, configureer dan de TCP/IP-instellingen van de printer vooraleer u de Dell software op elke netwerkprinter
installeert.

U kunt de Dell software op de netwerkcomputers lokaal of vanop afstand installeren.
1. Zorg ervoor dat de printer aangesloten is op uw netwerk en aan staat. Sluit alle onnodige programma's. Voor details over de aansluiting aan een
netwerk, zie "De printer aan het netwerk aansluiten".
2. Steek de cd Stuurprogramma's en Hulpprogramma's in.
3. Indien gevraagd, druk op de knop Taal om een taal te kiezen.
4. Kies Netwerkinstallatie en klik Volgende.
5. Wanneer u de stuurprogramma's op deze computer voor netwerkgebruik wilt installeren, kies dan Lokale installatie en klik Volgende.
Wanneer u de Dell software vanop afstand op computers of netwerkservers van hetzelfde netwerk wilt installeren, kies Installatie op afstand. De ID en het
wachtwoord van de domeinbeheerder zijn vereist. Kies de clientcomputer(s) in hetzelfde domein op een netwerk en klik Volgende.
6. De lijst van beschikbare printers in het netwerk verschijnt. Kies de printer die u wilt installeren en klik Volgende.
OPMERKING: Bij voorkeur installeert de systeembeheeerder printerstuurprogramma's op de netwerkcomputers.
OPMERKING:  Voor Windows Vista, klikt u op Doorgaan wanneer het scherm Gebruikersaccount verschijnt.
OPMERKING: Zowel de server alsook de clientcomputer moeten een van de volgende besturingssystemen hebben: Windows XP, Windows 2000,
Windows Server 2003 of Windows NT 4.0, Windows Vista
OPMERKING: Normaal gezien kan de server uit de naam van de clientcomputer een IP-adres maken.
Wanneer u de printer niet in de lijst ziet, klik dan Bijwerken om de lijst te actualiseren of klik Printer toevoegen om de printer aan het netwerk toe te
voegen. Om de printer aan het netwerk toe te voegen, voert u de poortnaam en een bestaand IP-adres voor de printer in.
Wanneer u de printer op een server wilt installeren, kies dan het selectievakje Ik installeer deze printer op een server.
7. Een lijst met printerstuurprogramma's en hulpprogramma's verschijnt. Klik en kies de vereiste stuur- en hulpprogramma's die u zult gebruiken en klik
Volgende.
8. De lijst van beschikbare printers in het netwerk verschijnt. Kies de printer die u wilt installeren en klik Volgende.
Wanneer u de printer niet in de lijst ziet, klik dan Bijwerken om de lijst te actualiseren of klik Printer toevoegen om de printer aan het netwerk toe te
voegen. Om de printer aan het netwerk toe te voegen, voert u de poortnaam en een bestaand IP-adres voor de printer in.
9. Inhetschermverschijnendeopuwcomputergeïnstalleerdeprinterstuurprogramma's.
U kunt de printernaam wijzigen, de printer als standaardprinter instellen om via het netwerk gedeeld te worden. Klik Volgende.
10. Wanneer u met de installatie van de printer klaar bent, kunt u een testpagina afdrukken. Klik Voltooien.
WanneeruhethulpprogrammaNetwerkscaninstalleertnadatudeprinterhebtgeïnstalleerd, verschijnt het scherm van de Netwerkscanbeheer. U moet de
netwerkscaninstellingen configureren. Kijk naar de verschillende stappen in "Een scanner toevoegen".

De installatie van software ongedaan maken

Verwijder de printerstuurprogramma's wanneer u de software actualiseert of wanneer uw installatie van het stuurprogramma mislukt. U kunt de software
verwijderen door gebruik te maken van de cd Stuurprogramma's en Hulpprogramma's of met Windows uninstall.
1. Selecteer in het menu Start Programma's of Alle programma's DELL Dell-printers DELL Laser MFP 1815 MFP-software van Dell
deïnstalleren.
2. Kies de software die u wilt verwijderen.
3. Klik OK.
4. Herstart uw computer.

Het Dell-tonerbeheersysteem gebruiken

De Lokale Statusmonitor toont de status van de printer (Printer Klaar, Printer Offline en Error-Check Printer), de naam van de taak die momenteel wordt
afgedrukt en het tonerniveau (100%, 50%, Toner Laag) voor uw printer.

Wanneer u een netwerkgebruiker bent, kunt u in het Netwerkstatusmonitorcentrum de status van alle printers zien die in het netwerk beschikbaar zijn.
Lokale Printerstatusmonitor

Het scherm Lokale Statusmonitor start wanneer u een afdruktaak naar de printer stuurt. Dit verschijnt enkel op het computerscherm. Afhankelijk van het
resterende tonerniveau is het verschijnende scherm Lokal Statusmonitor verschillend.

Netwerkstatusmonitorcentrum

Wanneer uw printer aan een netwerk is aangesloten, kunt u het Netwerkstatusmonitorcentrum gebruiken. Via het Netwerkstatusmonitorcentrum kunt u de Dell
Webprinterconfiguratie opstarten en de status van meerdere printers op het netwerk beheren.
1. Klik Start Programma's DELL Dell-printers DELL Laser MFP 1815 Netwerkstatusmonitorcentrum.
2. Dubbelklik op een printernaam om de Statusmonitor van die printer te openen of kies Uitvoeren om een Statusmonitor voor een bepaalde printer te
openen.
3. Kiies Bijwerken om de weergave van de printerlijst te veranderen.

OPMERKING: Sluitalleprogramma'svooraleerusoftwaredeïnstalleertenherstartuwcomputernadatdedeïnstallatieisafgesloten.
OPMERKING:  Voor Windows Vista, klikt u op Doorgaan wanneer het scherm Gebruikersaccount verschijnt.
OPMERKING: Deze applicatie is enkel beschikbaar wanneer de printer aan een netwerk is aangesloten.
Hulpprogramma voor printerinstellingen

Met het venster Hulpprogramma voor printerinstellingen kunt u de dataopties van het faxsysteem instellen en Telefoonboekingangen vanuit uw computer
aanmaken en bewerken. U kunt ook de bestemming die bij het opstarten gekozen wordt, configureren door naar Scannen te gaan en dan PC.

WanneerudeDellsoftwareinstalleert,wordtautomatischhetHulpprogrammavoorprinterinstellingenmeegeïnstalleerd.

Voor meer informatie over de installatie van de software, zie "Software installeren onder Windows".

Het Hulpprogramma voor printerinstellingen openen:
1. Klik Start Programma's DELL Dell-printers DELL Laser MFP 1815 Hulpprogramma voor printerinstellingen.
Het venster Hulpprogramma voor printerinstellingen verschijnt.
2. Het venster van het Hulpprogramma voor printerinstellingen biedt verschillende functies; Map (Telefoonlijst, Adresboek), Faxinstelling (Faxvoorblad)
en Scannen (Bestemming, Resolutie, Kleurenscan, Voorbeeld weergeven).
Voor meer details, klikt u op de knop .
Om de standaardinstellingen te gebruiken, klikt u op de knop St. inst. printer.
Om het programma af te sluiten, klikt u op de knop Afsluiten onderaan het venster.

Adressenbestanden

Klik op de sectie Telefoonlijst of Adresboek en de knop Instelling om Telefoonboek- of E-mailboek-ingangen aan te maaken of te bewerken.

Faxinstellingen

Klik op de sectie Faxinstelling om een faxvoorblad aan te maken. Voor meer informatie verwijzen we naar "Geavanceerde faxinstellingen". Het faxvoorblad
omvat de datum, het faxnummer van de afzender en de printer-ID, het fax nummer van de ontvanger en de printer-ID die in het Telefoonboek van de
afzender is bewaard alsook het totale aantal verzonden pagina's.

Scannen
De Bestemming
Om de scanbestemmingenlijst van de display op het bedieningspaneel, die verschijnt als u naar Scan en dan PC gaat, te configureren, klikt u op Bestemming
en dan op de knop Instelling. Via de bestemmingenlijst kunt u aangeven naar welk programma u de afbeelding wilt scannen.

Resolutie
Klik op de sectie Resolutie en kies de standaardscanresolutie uit de keuzelijst. U kunt 75 dpi - Concept, 150 dpi, 200 dpi, 300 dpi - Normaal of 600 dpi
kiezen.

Scankleur
Klik op de sectie Kleurenscan en kies de standaardscankleur uit de keuzelijst. U kunt Kleurenscan, Zwart-wit, Grijs, 256 kleuren of Ware kleuren kiezen.

Preview tonen
Klik op de sectie Voorbeeld weergeven en vink aan om het previewscherm te zien.



Specificaties

 
Algemene specificaties
a. Toneropbrengst gebaseerd op een afdrukpagina met 5% dekking volgens de testmethode ISO/IEC 19752. Opbrengst kan verschillen naargelang het
gebruik en de omgevingsvariabelen.

Specificaties scanner en copier
Algemene specificaties
Specificaties scanner en copier
Specificaties multifunctionele printer
Specificaties van de fax
Papierspecificaties
Onderdeel
Beschrijving
ADI
Max. 50 vellen (75 g/m
2
)
Grootte van documenten in
automatische documentinvoer
Breedte: 142-216 mm
Lengte: 148-356 mm
Capaciteit papierinvoer
Papierlade: 250 vellen (gewicht: 75 g/m
2
)
Bypass-lade: gewoon papier 50 vellen (gewicht: 75 g/m
2
), speciaal papier: 5 vellen
Capaciteit papieruitvoer
Uitvoerlade: 150 vel (voorkant omlaag)
Achterklep: 1 vel (bedrukte zijde boven)
Papiersoort
Papierlade: Normaal papier (60-90 g/m
2
)
Bypass-lade: Gewoon papier, Transparanten, Etiketten, Kaartkarton, Postkaart (60-163 g/m
2
), Enveloppes (75-90
g/m
2
)
Dubbelzijdig afdrukken: Normaal papier (75-90 g/m
2
)
Verbruiksartikelen
Eendelig tonercassettesysteem
Voeding
110-127 VAC, 50/60 Hz, 5,4 A
220-240 VAC, 50/60 Hz, 3,0 A
Energiegebruik
Gemiddeld: minder dan 450 Watt
Slaapmodus: minder dan 30 Watt
Geluidsproductie
Tijdenskopiëren:55dBA
Stand-bymodus: 33 dBA
Afdrukken: 54 dBA
Opwarmtijd
Minder dan 42 seconden
Omgevingsvoorwaarden
Temperatuur:10°C-32°C
Relatieve luchtvochtigheid: 20%-80%
LCD-display
16 tekens x 2 regels
Levensduur tonercassette
Levensduur Tonercassette Standaardcapaciteit van Dell: 3.000 pagina's
a
Levensduur Tonercassette Hoge Capaciteit van Dell: 5.000 pagina's
a
Afmetingen multifunctionele printer
(B x D x H)
450 x 438 x 457,2 mm
Random Access Memory (RAM)
96 MB (Max. 192 MB)
Gewicht
Netto: 16 kg (inclusief toner cassette), 14,5 Kg (behalve tonercassette)
Bruto: 22,3 kg (inclusief verbruiksartikelen, accessoires en verpakking)
Verpakkingsgewicht
Papier: 2,7 kg
Plastic: 0,7 kg
Onderdeel
Beschrijving
Compatibiliteit
TWAIN-norm / WIA-norm
Scanmethode
ADI en Vlakbed
Module Color CCD (Charge Coupled Device)
Resolutie
Optisch: 600 x 1.200 dpi (mono en kleur)
Verbeterd: 4.800 x 4.800 dpi
Effectieve scanlengte
glasplaat: 293 mm
Automatische documentinvoer: 352 mm

Specificaties multifunctionele printer

Specificaties van de fax
Effectieve scanbreedte
208 mm
Kleurdiepte
24 bits
Grijstinten
1 bit voor Lineart
8 bit voor Grijswaarden
Scansnelheid (tekst)
glasplaat: 15 (Lineart), 20 (Grijs), 30 seconds (Kleur)
Automatische documentinvoer: 26 (Lineart), 26 (Grijs), 64 seconds (Kleur)
Kopieersnelheid
SDMC (Single Document Multiple Copy 27 cpm (kopies per minuut voor Letter), 25 cpm voor A4
MDMC (Multi-document Multiple Copy) voor Tekst en Gemengd: 7 cpm
MDSC (Multi-document Single Copy): 7 cpm
MDMC in Foto-modus: 4 cpm
Papierformaat
Letter, A4, Legal, Folio, Executive, A5, A6, B5
Vergrotingsfactor
glasplaat: 25%-400%
Automatische documentinvoer: 25%-100%
Aantal exemplaren
1-199 pagina's
Kopieermodus (= originele soort)
Tekst, Tekst&Foto, Foto
Onderdeel
Beschrijving
Afdrukmethode
Laserprinter
Afdruksnelheid (Simplex)
Letter: 27 ppm (pagina's per minuut)
A4 25 ppm
Afdruksnelheid (Duplex)
Letter: 18 ipm (afbeeldingen per minuut)
A4 17 ipm
Papierformaat
Papierlade: Letter, A4, Legal, Oficio, Folio, A5, A6
Bypass-lade: Letter, Legal, A4, Oficio, Folio, Executive, A5, A6, A6 kaart, Postkaart 4x6, HagaKi, Enveloppe 7-3/4,
Enveloppe 9, Enveloppe 10, Enveloppe COM-10, Enveloppe DL, Enveloppe C5, Enveloppe C6, Enveloppe B5, JIS B5,
ISO B5
* Min.: 76 x 127 mm
Max.: 216 x 356 mm
Dubbelzijdig afdrukken: Letter, A4, Legal, Oficio, Folio
Afdrukresolutie
Tot 1.200 dpi effectieve output
Emulatie
GDI, PCL6, PCL5e, PostScript Level3
Computer interface
USB 2.0
Netwerkinterface
10/100 Base-TX
Compatibiliteit
Windows98/Me/NT4.0/2000/XP/Server2003/Vista
Verschillende Linux besturingssystemen incl. Red Hat 8.0 ~9.0
Fedora Core 1~3, Mandrake 9~10 en SuSE 8.2~9.1
Mac. 10.3 en hoger
Eerste afdruk na
Stand-bymodus: Minder dan 10 seconden
Onderdeel
Beschrijving
Compatibiliteit
ITU-T groep 3
Telefoonlijn
Openbaar telefoonnet (PSTN) of achter PABX
Gegevenscodering
MH/MR/MMR (ECM-modus) en JPEG/JBIG voor kleurenfaxverzending
Modemsnelheid
33,6 Kbps
Transmissiesnelheid
Ong. 3 seconden/pagina
* Transmissietijd voor verzending van tekstgegevens vanuit het geheugen met ECM-compressie en alleen met
gebruik van "ITU-T No.1 Chart".
Scansnelheid
glasplaat: ongeveer 3 seconden/A4 (standaard faxresolutie)
Automatische documentinvoer: ong. 5 seconden/Letter (bij modus standaard faxresolutie), 7,5 seconden/Letter (bij
modus fijne faxresolutie)
Maximale documentlengte
glasplaat: 297 mm
Automatische documentinvoer: 356 mm
Papierformaat
Letter, A4, Legal
Resolutie
Standaard: 203 x 98 dpi
Fijn: 203 x 196 dpi
Extra fijn: 300 x 300 dpi

Papierspecificaties
Overzicht

Uw printer kan een groot aantal verschillende afdrukmaterialen verwerken, zoals gesneden papier (inclusief papier uit tot 100 percent gerecycleerde vezels),
enveloppes, etiketten, transparanten end op maat gesneden papier. Eigenschappen zoals gewicht, samenstelling, vezel en vochtgehalte zijn belangrijke
factoren die een invloed hebben op de prestaties van de printer en op de afdrukkwaliteit. Papier dat niet voldoet aan de richtlijnen van deze Handleiding kan
de volgende problemen veroorzaken:

l slechte afdrukkwaliteit;

l vastlopen van het papier;

l Voortijdige slijtage van de printer.

Ondersteunde papierformaten
a. De printer ondersteunt een groot aantal mediaformaten.
b. De capaciteit is afhankelijk van het gewicht en de dikte van het afdrukmateriaal en de milieuomstandigheden.

Richtlijnen voor het gebruik van papier

Voor het beste resultaat gebruikt u conventioneel papier van 75 g/m
2
. Controleer of het papier van goede kwaliteit is en geen scheuren, vlekken, stof,
kreukels, vouwen of omgekrulde randen bevat.

Wanneer u niet zeker bent over het soort papier dat u plaatst, bijvoorbeeld bankpost of gerecycleerd papier, kijk dan op het etiket van de verpakking.
Gebruikersgeheugen
4 MB (320 pagina's)
Halftoon
256 niveaus
OPMERKING: Het is mogelijk dat bepaalde soorten papier geen bevredigend resultaat geven hoewel ze voldoen aan alle specificaties in deze
handleiding. Dit kan het gevolg zijn van een verkeerde behandeling, een te hoge of te lage temperatuur of vochtigheid, of andere factoren waarover
Dell geen controle heeft.
OPMERKING: Vergewis u ervan dat het papier aan de in deze Handleiding beschreven vereisten voldoet vooraleer u grote hoeveelheden papier koopt.
WAARSCHUWING: Als u papier gebruikt dat niet in overeenstemming is met deze specificaties, kan dit problemen veroorzaken die een reparatie
vereisen. Deze herstellingen worden niet gedekt door de garantie of onderhoudscontracten van Dell.
Papier
Afmetingen
a
Gewicht
Capaciteit
b
Letter
216 x 279 mm
•
60-90 g/m
2
voor de papierlade
•
60-163 g/m
2
voor de bypass-lade
•
75-90 g/m
2
voor dubbelzijdig afdrukken
•
250 vel van 75 g/m
2
papier voor de
papierlade
•
50 vel van 75 g/m
2
papier voor de
bypass-lade
A4
210 x 297 mm
Executive
184 x 267 mm
Legal
216 x 356 mm
Oficio
216 x 343 mm
Folio
216 x 330 mm
Minimaal formaat (aangepast)
76 x 127 mm
60-163 g/m
2
5 vellen papier voor de bypass-lade
Maximum formaat (Legal)
216 x 356 mm
Transparanten
Dezelfde minimum- en
maximumformaten als hierboven
aangegeven.
138-146 g/m
2
Etiketten
120-150 g/m
2
Kaarten
105-163 g/m
2
Enveloppen
75-90 g/m
2
OPMERKING: Afdrukmateriaal dat korter is dan 127 mm kan gemakkelijker vastlopen. U krijgt de beste resultaten wanneer u het papier op de juiste
wijze opslaat en behandelt. Zie "Omgevingsvoorwaarden voor printer en papieropslag".
OPMERKING: u kunt de volgende formaten gebruiken: A4, Letter, Folio, Oficio, Legal voor dubbelzijdig afdrukken.

De volgende situaties kunnen een slechte afdrukkwaliteit, vastlopen van het papier en zelfs schade aan de printer veroorzaken.

Papierspecificaties

Capaciteit papieruitvoer

Omgevingsvoorwaarden voor printer en papieropslag

De omgevingsvoorwaarden voor papieropslag hebben rechtstreeks invloed op de invoer van het papier in de printer.

Stel de printer op en bewaar het papier bij kampertemperatuur in een omgeving die niet te droog en niet te vochtig is. Papier neemt namelijk snel vocht op en
staat het ook snel weer af.

De combinatie van warmte en vocht beschadigt papier. Warmte doet het vocht in het papier verdampen, terwijl koude vocht condenseert op de vellen.
Verwarmingssystemen en airconditioners onttrekken zeer veel vocht aan een ruimte. Wanneer u een pak papier opent en gebruikt, verliest het papier vocht,
wat strepen en vlekken/vegen veroorzaakt. Vochtig weer of waterkoelers kunnen de vochtigheid in een ruimte verhogen. Onverpakt papier absorbeert het
overtollige vocht, wat leidt tot lichte afdrukken en "dropouts" (weggevallen gedeelten). Voorts kan papier vervormd worden naarmate het vocht verliest en
absorbeert. Dit kan papierstoringen veroorzaken.

Koop niet meer papier dan de hoeveelheid die u binnen ongeveer drie maanden kunt gebruiken. Papier dat langdurig werd bewaard, werd mogelijk
blootgesteld aan te hoge of te lage temperatuur- en vochtigheidswaarden, wat schade kan veroorzaken. Met een goede planning kunt u dit voorkomen.

Verschijnsel
Probleem met papier
Oplossing
Slechte afdrukkwaliteit of tonerhechting,
problemen met toevoer
Tevochtig,teruw,tezachtofteveelreliëf;
beschadigde partij papier
Probeer een ander soort papier, tussen 100-400
Sheffield, 4%-5% vochtgehalte.
Toner hecht niet overal; vastlopen, omkrullen
van het papier
Papier niet goed opgeslagen
Bewaar papier horizontaal in zijn vochtbestendige
verpakking.
Afdrukken met grijze achtergrond, slijtage van
de printer
Te zwaar papier
Gebruik lichter papier of gebruik de klep aan de
achterzijde.
Het papier krult wanneer het wordt ingevoerd
Het papier is te vochtig of heeft een verkeerde
vezelrichting of te korte vezels
•
Gebruik de klep aan de achterzijde.
•
Gebruik papier met lange vezels.
Papierstoringen, schade aan de printer
Het papier bevat uitsnijdingen of perforaties
Gebruik geen papier met vensters of perforaties.
Problemen met invoer
Ongelijke randen
Gebruik papier van goede kwaliteit.
OPMERKING: Gebruik geen papier met briefhoofd dat bedrukt is met lagetemperatuurinkten, zoals deze die worden gebruikt bij bepaalde soorten
thermografie.
OPMERKING: Gebruikgeenbriefpapiermetreliëf.
OPMERKING: De printer gebruikt hitte en druk om de toner op het papier te fixeren. Zorg ervoor dat gekleurd papier of voorbedrukte formulieren inkt
gebruikendiecompatibelismetdetemperatuurvandefixeereenheid(180°Cvoor0,1seconde).
Item
Specificaties
Zuurtegraad
pH 5,5 of minder
Dikte
0,094-0,18 mm
Kromming
Vlak binnen 5 mm
Snijranden
Gesneden met scherpe messen zonder zichtbare rafels.
Fixeervereisten
Magnietverschroeien,smelten,besmeurenofgevaarlijkestoffenuitstotenbijverhittingtot180°Cvoor0,1
seconde.
Vezel
Lange vezel
Vochtgehalte
4-6% van het gewicht
Gladheid
100-400 Sheffield
Uitvoer
Capaciteit
Uitvoerlade (voorkant omlaag)
150 vellen vaan 75 g/m
2
papier
Klep aan de achterkant (voorkant
omhoog)
1 vel van 75 g/m
2
papier
Ongeopend papier in afgesloten riemen blijft maandenlang goed voor gebruik. Geopende pakken papier worden makkelijker beschadigd, vooral wanneer ze
niet in een vochtbestendige verpakking zitten.

De ruimte waar het papier wordt bewaard, moet goed worden onderhouden om optimale prestaties van het apparaat te garanderen. De vereste temperatuur
is20°Ctot24°Cmeteenrelatievevochtigheidvan4tot55percent.Neemdevolgenderichtlijneninachtmetbetrekkingtotdeomgevingwaarinhetpapier
wordt bewaard:

l Bewaar uw voorraad papier op kamertemperatuur.

l De lucht mag niet te droog of te vochtig zijn.

l De beste manier om een geopende riem papier te bewaren, is om het papier opnieuw strak in de vochtbestendige verpakking te wikkelen. Wanneer de
printer in een omgeving met extreme temperatuur- en luchtomstandigheden staat,
pak dan enkel de hoeveelheid papier uit die u nodig hebt tijdens de dag
om ongewenste veranderingen van het papier door vochtigheid te vermijden.



Dell™LaserMulti-Function Printer 1815dn Gebruikershandleiding

Klik op de koppelingen links voor informatie over de functies, opties en werking van de printer. Voor informatie over andere documentatie die met uw printer
werd geleverd, zie "Informatie zoeken".

Om vervangende tonercassettes of verbruiksartikelen bij Dell te bestellen:
1. Dubbelklik op het pictogram Toner voor Dell 1815 bestellen op uw bureaublad.
OF
2. Bezoek de website van Dell of bestel printerbenodigdheden van Dell per telefoon.
www.dell.com/supplies
OF
premier.dell.com is de veilige, aanpasbare aanschaffings- en ondersteuningssite van Dell voor grotere klanten.

Opmerkingen en waarschuwingen
-----------------------------------------------------------------
Informatie in dit document kan zonder voorafgaand bericht worden gewijzigd.
© 2006 Dell Inc. Alle rechten voorbehouden.
Het is ten strengste verboden dit document op enigerlei wijze te verveelvoudigen zonder de schriftelijke toestemming van Dell Inc.
Microsoft en Windows zijn geregistreerde handelsmerken en Windows Vista is een handelsmerk van Microsoft Corporation; VESA is een geregistreerd handelsmerk van Video
Electronics Standards Association; EMC is een geregistreerd handelsmerk van EMC Corporation; ENERGY STAR en het ENERGY STAR-logo zijn geregistreerde handelsmerken van het
U.S. Environmental Protection Agency. Als ENERGY STAR PARTNER verklaart Dell Computer Corporation dat dit product beantwoordt aan de Energy Star-richtlijnen voor zuinig
energieverbruik.
OPMERKING: Een OPMERKING duidt op belangrijke informatie die u helpt om uw printer beter te gebruiken.
VOORZICHTIG: Het bericht achter VOORZICHTIG wijst ofwel op mogelijke schade voor de apparatuur of op gegevensverlies en informeert u, hoe u
het probleem kunt vermijden.
WAARSCHUWING: Een WAARSCHUWING duidt op mogelijke schade aan eigendommen, persoonlijk letsel of levensgevaar.
Handelsmerken die in deze tekst worden gebruikt: Dell, het DELL-logo, Dell Precision, PowerEdge, PowerConnect, PowerVault, XPS, Dimension, Optiplex, Latitude en Dell Toner
Management System zijn handelsmerken van Dell Inc.; Microsoft en Windows zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
PaperPort
®
is een geregistreerd handelsmerk van ScanSoft, Inc.
Adobe
®
en PhotoShop
®
zijn geregistreerde handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.
Andere handelsmerken en handelsbenamingen kunnen in dit document worden gebruikt om te verwijzen naar entiteiten die rechten op de merken en namen hebben van hun
producten. Dell Inc. doet afstand van eigendomsbelangen in handelsmerken en -namen behalve de eigen.
-----------------------------------------------------------------
Model 1815
Juni2006SRVHerz.A03




Problemen oplossen


Vastgelopen papier uit de ADI halen

Wanneer er een document vastraakt in de ADI, verschijnt Documentstoring op de display.
1. Haal de overige documenten uit de ADI.
Wanneer het document in de papiertoevoer is vastgelopen:
a. Open de klep van de automatische documentinvoer.
b. Verwijderr het document door er zachtjes aan te trekken.
c. Sluit de klep van de automatische documentinvoer. Plaats dan het document opnieuw in de ADI.
Wanneer het document in de papieruitvoer is vastgelopen:
a. Open de documentklep en draai aan de knop om de vastgelopen documenten te verwijderen uit de documentuitvoerlade.
Vastgelopen papier uit de ADI halen
Vastgelopen papier uit de Printer halen
Foutberichten op het display oplossen
Problemen oplossen
OPMERKING: Gebruik voor dik, dun of gemengde documenten het de glasplaat, om te vermijden dat documenten vastlopen.
b. Sluitdedocumentklep.endoededocumententerugindeADI.
2. Wanneer u het papier papier niet kunt zien of wanneer u het niet loskrijgt door eraan te trekken, open dan de documentklep.
3. Draai aan de knop zodat u bij het vastgelopen document kunt. Verwijder het document uit het invoergedeelte of rolgedeelte door het voorzichtig naar
rechts te trekken.
4. Sluitdedocumentklep.endoededocumententerugindeADI.

Vastgelopen papier uit de Printer halen

Als het papier vastloopt, verschijnt de melding Papierstoring in het display. Kijk in de onderstaande tabel waar het papier is vastgelopen en verwijder het
vastgelopen papier.

Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam naar buiten om te vermijden dat het scheurt. Volg de onderstaande stappen om het vastgelopen papier
te verwijderen.

Vastgelopen Papier bij invoer (lade 1)
1. Open de klep aan de voorzijde en sluit deze weer. Het vastgelopen papier komt automatisch uit de printer.
Wanneer het papier er niet uit komt, ga dan naar de volgende stap.
2. Trek het papiermagazijn open.
3. Verwijder het papier door het helemaal eruit te trekken.
Boodschap Bedieningspaneel
Plaats
Zie
Papierstoring 0
Open voorklep
Vastgelopen Papier bij invoer (lade 1)
Vastgelopen Papier bij invoer (optionele lade 2)
"Vastgelopen Papier bij invoer (lade 1)" of
"Vastgelopen Papier bij invoer (optionele lade 2)".
Papierstoring 1
Cassettegebied
Papierstoring bij de fixeereenheid
"Papierstoring bij de fixeereenheid".
STOR LADE 2 OPEN
ACHTER-&VOORKLEP
Papierstoring bij uitvoer
"Papierstoring bij uitvoer".
Stor. in duplex0
Contr. binnenin
in de duplex-eenheid
"Duplex Papierstoring 1".
Stor. in duplex1
Contr. binnenin
tussen de duplex- en de fixeereenheid
"Duplex Papierstoring 0".
Wanneer u het papier niet kunt zien of wanneer u het niet loskrijgt door eraan te trekken, controleer de zone rond de fixeereenheid. Voor meer informatie
verwijzen we naar "Papierstoring bij de fixeereenheid".
4. Steek de papierlade in de printer tot ze op haar plaats zit.
Het afdrukken wordt automatisch voortgezet.

Vastgelopen Papier bij invoer (optionele lade 2)
1. Trek optionele lade 2 open.
2. Verwijder het vastgelopen papier uit de printer.
Wanneer u het papier daar niet ziet of wanneer u het niet loskrijgt door eraan te trekken, ga naar de volgende stap.
3. Trek Lade 1 half uit de printer.
4. Trek het papier voorzichtig naar boven en haal het eruit.
5. Steek de lades terug in de printer.
Het afdrukken wordt automatisch voortgezet.

Papier vastgelopen in de bypass-lade
1. Wanneer het papier niet goed wordt opgenomen, trek het dan uit de printer.
2. Open en sluit de klep aan de voorzijde om verder te gaan met afdrukken.

Papierstoring bij de fixeereenheid
1. Open de voorklep en trek de tonercassette voorzichtig helemaal eruit.
2. Verwijder het papier door het helemaal eruit te trekken.
3. Plaats de tonercassette terug en sluit de klep aan de voorzijde.
Het afdrukken wordt automatisch voortgezet.

Papierstoring bij uitvoer
1. Open de klep aan de voorzijde en sluit deze weer. Het vastgelopen papier komt automatisch uit de printer.
Wanneer het papier er niet uit komt, ga dan naar de volgende stap.
2. Trek het papier voorzichtig uit de uitvoerlade.
VOORZICHTIG: Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit de printer verwijdert.
3. Wanneer u het papier niet in de uitvoerlade kunt zien of u het niet loskrijgt door eraan te trekken, open dan de achterklep.
4. Wanneer u vastgelopen papier ziet, druk dan de twee blauwe drukhendels omhoog en verwijder het papier. Ga naar stap 9.
Wanneer u geen papier ziet, ga naar de volgende stap.
5. Maak het blauwe bandje en de achterklepstopper los en open de achterklep volledig, zoals afgebeeld.
6. Vouw de duplex-geleider volledig uit.
7. Open de klep bij de fixeereenheid door de hendel van de fixeereenheid naar rechts te drukken.
8. Trek het vastgelopen papier eruit.
Wanneer u het vastgelopen papier niet loskrijgt door eraan te trekken, druk dan de twee blauwe drukhendels omhoog om het papier los te maken en
verwijder het dan.
VOORZICHTIG: Zorg ervoor dat de duplex-geleiders uitgeklapt zijn voor u het paneel voor de fuser opent om te vermijden dat u het beschadigt.
9. Plaats de hendels, de klep van de fixeereenheid, de achterklepstopper en de duplexgeleider terug in hun originele positie.
10. Sluit de achterklep.
11. Open de klep aan de voorzijde en sluit deze weer.
Het afdrukken wordt automatisch voortgezet.

Storing in duplex
Duplex Papierstoring 0
1. Trek de duplex-eenheid uit de printer.
2. Verwijder het vastgelopen papier uit de duplex-eenheid.
Wanneer het papier er via de duplex-eenheid niet uitkomt, verwijder dan het papier via de bodem van de printer.
3. Duw de duplex-eenheid naar de printer toe.
4. Open de klep aan de voorzijde en sluit deze weer.
Het afdrukken wordt automatisch voortgezet.
Duplex Papierstoring 1
WAARSCHUWING: Wanneer u de duplex-eenheid niet juist induwt, kan een papierstoring ontstaan.
1. Open de klep aan de achterzijde.
2. Vouw de duplex-geleider volledig uit.
3. Trek het vastgelopen papier eruit.
4. Plaats de duplexgeleider terug en sluit de achterklep.
5. Open de klep aan de voorzijde en sluit deze weer.
Het afdrukken wordt automatisch voortgezet.

Tips om papierstoringen te vermijden

U kunt de meeste papierstoringen vermijden door het juiste type papier te selecteren. In geval van een papierstoring volgt u de stappen beschreven onder
"Vastgelopen papier uit de Printer halen".

l Volg de aanwijzingen onder "Printmedia in de papierlade plaatsen". Zorg ervoor dat de aanpasbare geleiders goed op hun plaats zitten.

l Plaats niet te veel papier in de papierlade. Zorg ervoor dat het papier niet hoger komt dan de maximummarkering aan de binnenkant van de papierlade.

l Open de papierlade niet tijdens het afdrukken.

l Buig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van alvorens het te laden.

l Gebruik geen gekreukeld, vochtig of gekruld papier.

l Doe geen verschillende soorten papier in het magazijn.

l Gebruik alleen aanbevolen afdrukmateriaal. Zie "Papierspecificaties".

l Zorg ervoor dat de aanbevolen afdrukzijde van het afdrukmateriaal naar beneden ligt in de papierlade en naar boven in de bypass-lade.

l Controleer of de duplex-eenheidopdejuistemanierisgeïnstalleerd.

Foutberichten op het display oplossen
Display
Betekenis
Doe het volgende
Bestandsindeling
niet ondersteund
Het geselecteerde bestandsformaat wordt niet
ondersteund.
Gebruik het juiste bestandsformaat.
Communicatiefout Probeer opnieuw
De printer heeft een communicatieprobleem.
Vraag de afzender om het opnieuw te proberen.
Documentstoring
Control. invoer
Het geplaatste document is in de ADI vastgelopen.
Verwijder het vastgelopen document. Zie "Vastgelopen
papier uit de ADI halen".
Een pagina is
te groot
De gegevens op een pagina overschrijden de ingestelde
grootte van e-mailberichten.
Verlaag de resolutie en probeer het opnieuw.
E-mail overschr.
serveronderst.
Het e-mailbericht is groter dan het door de SMTP-server
ondersteund formaat.
Splits uw e-mailbericht op of verlaag de resolutie.
Geen antwoord Probeer later
De andere fax neemt ook na verschillende pogingen niet
op.
Probeer het opnieuw. Controleer het nummer om er zeker
van te zijn dat een fax kan worden ontvangen.
Geen cassette
Plaats cassette
Er is geen tonercassette geplaatst.
Plaats een tonercassette. Zie "Tonercassette plaatsen".
Geen dergelijke
U voert een opdracht Toevoegen/Annuleren uit, maar er
zijn geen wachtende taken.
Controleer in het display of er uitgestelde taken zijn. In de
display moet staan of er nog geplande taken in Stand-
bymodus staan, bijvoorbeeld Uitgestelde Fax.
Geen opwarming Bel voor service
Er is een probleem met de fixeereenheid (fuser).
Trek de stroomkabel uit en weer in. Wanneer het probleem
zich blijft voordoen, bel dan een hersteldienst.
Geen papier
Plaats papier
Het papier in de papierlade is op.
Plaats papier in de papierlade. Zie "Papier plaatsen".
Geheugen vol
Annul. of Start
Het geheugen is vol.
Wis overbodige documenten, verzend opnieuw zodra
meer geheugen is vrijgekomen.
Geheugen vol
Splits de taak
Het geheugen is vol.
Splitsdeverzendinginmeerdanéénoperatieop.
Groep niet beschikbaar
U hebt een groepsnummer ingetoetst op een plaats
waar een individueel faxnummer moet worden
ingevoerd. Voorbeeld: invoeren van individuele
ontvangers van een meervoudig faxbericht (broadcast).
Gebruik een snelkiesnummer of kies handmatig het
nummer met de cijfertoetsen.
Hsync-fout
Er is een probleem met de scanner (LSU, Laser Scanning
Unit).
Trek de stroomkabel uit en weer in. Wanneer het probleem
zich blijft voordoen, bel dan een hersteldienst.
Kan geg nt lezen
Contr. USB-geh.
Tijd die is verlopen bij het lezen van de gegevens.
Probeer het opnieuw.
Kan geg nt schr.
Contr. USB-geh.
Het opslaan op de USB-geheugensleutel is mislukt.
Ga na hoeveel vrije geheugenruimte er is op USB-
geheugensleutel.
Klaar-Toner 0%
TONER OP
De tonercassette is leeg.
Vervang de tonercassette door een nieuwe. Zie "De
tonercassette vervangen".
Klaar-Toner 7%
TONER BIJNA OP
De tonercassette is bijna leeg.
Haal de tonercassette eruit en schud ze grondig heen en
weer. Zo kunt u tijdelijk opnieuw afdrukken.
OF
Vervang de tonercassette door een nieuwe voor de beste
afdrukkwaliteit. Zie "De tonercassette vervangen".
Klep fuser open
De klep van de fixeereenheid is niet goed gesloten.
Open de klep aan de achterkant en sluit de klep van de
fixeereenheid tot ze vastklikt. Voor de plaats van de
fixeereenheid, zie "Papierstoring bij uitvoer".
Klep open
Voorklep
De voorklep is niet goed vergrendeld.
Sluit de klep goed. Deze moet vastklikken.
Lijn bezet
Probeer later
De andere partij neemt niet op of de lijn is bezet.
Wacht enkele minuten en probeer het opnieuw.
Lijnfout Probeer opnieuw
De printer krijgt geen verbidning tot een andere printer
of het contact werd onderbroken omwille van een
probleem met de telefoonlijn.
Probeer het opnieuw.Wanneer het probleem blijft, wacht
dan een uur of probeer indien mogelijk een andere
telefoonlijn en probeer de verbinding dan opnieuw.
U kunt ook de foutcorrectiemodus inschakelen. Zie "ECM-
modus".
Netwerkfout
Er is een probleem met het netwerk.
Neem contact op met uw netwerkbeheerder.
Nr. niet toegew. Kies een ander
U hebt geprobeerd een nummer van de uitgestelde
faxtaak te wissen.
Controleer of het nummer dat u wilt verwijderen klopt, en
probeer het opnieuw.
OF
Wis het nummer nadat de uitgestelde faxtaak is
verstuurd.
Ongeldige cassette
Dedoorugeïnstalleerdetonercassetteisnietvooruw
printer.
Installeer een tonercassette van Dell die voor uw printer
werd ontwikkeld.
Ongewenste fax Taak geannuleerd
Het ontvangen faxnummer is het nummer dat in het
geheugen als ongewenst faxnummer is opgeslagen.
Verander de optie Instelling Ongewenste Faxnummers.

Problemen oplossen

In het onderstaande overzicht vindt u mogelijke problemen en oplossingen. Probeer de oplossingen in de aangegeven volgorde tot de storing is verholpen.
Wanneer het probleem blijft, contacteer dan Dell.
Papierinvoerproblemen
Opnieuw invoeren
U hebt een optie gekozen die niet beschikbaar was.
Kies een andere optie.
Papierstoring 0
Open voorklep
Er is papier vastgelopen in het invoergedeelte bij de
papierlade.
Verwijder het vastgelopen papier. Zie "Vastgelopen
Papier bij invoer (lade 1)"of "Vastgelopen Papier bij invoer
(optionele lade 2)".
Papierstoring 1
Cassettegebied
Er is papier vastgelopen in het fixeergebied.
Verwijder het vastgelopen papier. Zie "Papierstoring bij
de fixeereenheid".
Printerfout Schak. in en uit
Er is een probleem met de scanner (LSU, Laser Scanning
Unit).
Trek de stroomkabel uit en weer in. Wanneer het probleem
zich blijft voordoen, bel dan een hersteldienst.
Scanner geblok.
Deblok. scanner
De scannermodule is geblokkeerd.
Ontgrendel de scanner en druk op Start ( ).
STOR LADE 2 OPEN
ACHTER-&VOORKLEP
Er is papier vastgelopen bij de papieruitvoer.
Verwijder het vastgelopen papier. Zie "Papierstoring bij
uitvoer".
Stor. in duplex0
Contr. binnenin
Het papier is vastgelopen bij het dubbelzijdig afdrukken.
Verwijder het vastgelopen papier. Zie "Storing in duplex
0".
Stor. in duplex1
Contr. binnenin
Het papier is vastgelopen bij het dubbelzijdig afdrukken.
Verwijder het vastgelopen papier. Zie "Storing in duplex
1".
Stroomstoring
Gegev. verloren
De stroom werd uit- en dan weer aangeschakeld en het
printergeheugen werd niet bewaard.
Het printergeheugen werd omwille van een
stroomonderbreking niet bewaard. De taak moet opnieuw
uitgevoerd worden.
Taak geannuleerd door gebruiker
Annuleren ( ) werd tijdens de verzending ingedrukt.
Wacht enkele minuten en probeer het opnieuw.
Taaklimiet (15) bereikt
Het aantaal in de printer opgeslaagen taken is 15 en u
probeert een 16de taak toe te voegen.
Wis taken in de printer of probeer later nadat enkele
taken zijn afgewerkt.
Te koud Schak. in en uit
Er is een probleem met de fixeereenheid (fuser).
Trek de stroomkabel uit en weer in. Wanneer het probleem
zich blijft voordoen, bel dan een hersteldienst.
Te warm
Bel klantend.
Er is een probleem met de fixeereenheid (fuser).
Trek de stroomkabel uit en weer in. Wanneer het probleem
zich blijft voordoen, bel dan een hersteldienst.
Verbindingsfout
De verbinding met de SMTP-server is mislukt.
Controleer de serverinstellingen en de netwerkkabel.
Verzendfout
(DNS)
Er is een probleem in de DNS.
Configureer de DNS-instellingen.
Verzendfout
(POP3)
Er is een probleem met de POP3-server.
Configureer de POP3-instellingen.
Verzendfout
(SMTP)
Er is een probleem met de SMTP-server.
Kies een beschikbare server.
Verzendfout
(VERIFICATIE)
Er is een probleem met de SMTP-verificatie.
Configureer de verificatie-instellingen.
Verzendfout
(verk. config.)
Er is een probleem met de netwerkkaart.
Configureer uw netwerkkaart op de goede manier.
Voeg papier toe en druk op Start
De bypass-lade is leeg in de modus manuele invoer.
Plaats een vel afdrukmateriaal en druk op Start ( ). U
moet voor iedere pagina telkens op de knop drukken.
Wacht nwe kiesp.
Het apparaat wacht op het geprogrammeerde interval
voor automatische kiesherhaling.
Een ogenblik geduld.
Zelfdiagnose
Het mechanisme in de printer controleert enkele
opgetreden problemen.
Een ogenblik geduld.
Voorwaarde
Doe het volgende
Afdrukpapier loopt vast.
Verwijder het vastgelopen papier. Zie "Vastgelopen papier uit de Printer halen".
Papier kleeft aan mekaar.
•
Zorg dat er niet te veel papier in de papierlade ligt. De lade is geschikt voor maximaal 250 vel papier, afhankelijk
van de papierdikte.

Afdrukproblemen
•
Zorg dat u een geschikt papiersoort gebruikt. Zie "Papierspecificaties".
•
Haal het papier uit de papierlade en buig het of waaier het uit.
•
In vochtige omstandigheden kunnen bepaalde papiersoorten aan elkaar blijven kleven.
Invoerprobleem met een aantal
vellen tegelijk.
•
Erkannietmeerdanéénpapiersoorttegelijkindeladewordengeladen.Plaatspapiervanmaaréénsoort,
formaat en gewicht.
•
Wanneer verschillende vellen zijn vastgelopen, verwijder dan alle vastgelopen vellen. Zie "
Vastgelopen papier uit de
Printer halen".
Er wordt geen papier in de printer
ingevoerd.
•
Verwijder alle obstructies in de printer. Zie "De printer aan de binnenzijde reinigen".
•
Het papier is niet goed in de lade gelegd. Verwijder het papier en plaats het op de juiste manier in de lade.
•
Er ligt te veel papier in de papierlade. Verwijder het overschot.
•
Het papier is te dik. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de vereisten van de printer. Zie "Papierspecificaties".
Het papier blijft vastlopen.
•
Controleer of het juiste papierformaat werd gekozen. Zie "Het Papierformaat instellen".
•
U gebruikt een verkeerde papiersoort. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de vereisten van de printer. Zie
"Papierspecificaties".
•
Mogelijk zit er vuil in de printer. Open de voorklep en verwijder de resten.
Transparanten kleven aan mekaar in
de uitvoer.
Gebruik alleen transparanten die voor laserprinters bedoeld zijn. Verwijder elk transparant zodra het uit de printer
komt.
Enveloppen trekken scheef of worden
niet goed ingevoerd.
Zorg dat de papiergeleiders aan beide kanten van de enveloppe goed zijn ingesteld (ze moeten de enveloppe net
raken).
Voorwaarde
Mogelijke oorzaak
Doe het volgende
De printer drukt niet af.
De printer krijgt geen stroom.
Controleer of het netsnoer is aangesloten. Controleer de
aan/uit-schakelaar en het stopcontact.
De printer is niet ingesteld als standaardprinter.
Kies Dell Laser MFP 1815 als standaardprinter in
Windows.
Klik op de knop Start Instellingen Printers.
Rechtsklik op het pictogram Dell Laser MFP 1815 van de
printer en kies Als standaardprinter instellen.
Controleer het volgende:
Wanneer een printersysteemfout optreedt, contacteer dan
uw onderhoudsdienst.
•
Zijn de voor- en achterklep gesloten?
•
Er is een papierstoring opgetreden.
•
De papierlade is leeg.
•
Er is geen tonercassette geplaatst.
De verbindingskabel tussen de computer en de printer is
niet juist aangesloten.
Maak de kabel los en sluit hem opnieuw aan.
Er is een probleem met de verbindingskabel tussen de
computer en de printer.
Sluit, indien mogelijk, de kabel aan een andere computer
aan die goed werkt en druk een taak af. Probeer een
andere kabel.
De printer is mogelijk verkeerd geconfigureerd.
Controleer de printereigenschappen om na te gaan of alle
afdrukinstellingen correct zijn.
Mogelijk is het printerstuurprogramma niet goed
geïnstalleerd.
De-installeer het printerstuurprogramma en installeer het
opnieuw; zie "De installatie van software ongedaan
maken"en "Software installeren onder Windows".
De printer werkt niet naar behoren.
Controleer het bericht in de display op het
bedieningspaneel om te zien of de printer een
systeemfout meldt.
De printer neemt afdrukmedia op uit
de verkeerde lade.
Mogelijk is in de printereigenschappen de verkeerde
invoerlade geselecteerd.
In vele softwareapplicaties bevindt de papierbron zich
onder het tabblad Papier in de printereigenschappen.
Selecteer de juiste lade. Zie "Tabblad Papier".
Een afdruktaak wordt uiterst
langzaam afgedrukt.
Mogelijk is de afdruktaak zeer complex.
Maak de pagina minder complex door afbeeldingen te
verwijderen of wijzig de instellingen van de
afdrukkwaliteit.
De maximum afdruksnelheid van uw printer is 27 PPM voor
papier in Letterformaat.
Onder Windows 98/Me is de wachtrij-instelling mogelijk
niet juist.
Klik op de knop Start Instellingen Printers.
Rechtsklik op het ppictogram Dell Laser MFP 1815 van
de printer, klik dan op Eigenschappen Details
Spoolinstellingen. Selecteer de gewenste wachtrij-
instelling.
De helft van de pagina is leeg.
Mogelijk is de afdrukstand verkeerd ingesteld.
Wijzig de afdrukstand in uw programma. Zie "Tabblad Lay-
out".
Het ingestelde papierformaat stemt niet overeen met
het formaat van het papier in de lade.
Zorg ervoor dat het ingestelde papierformaat en het
papier in de papierlade overeenkomen,
De printer drukt af, maar de tekst is
verkeerd, vervormd of onvolledig.
De printerkabel zit los of is defect.
Maak de printerkabel los en sluit hem opnieuw aan. Druk
een document af dat u al met succes hebt afgedrukt. Sluit,
indien mogelijk, de kabel en de printer aan een andere
computer aan en probeer een taak af te drukken waarvan
u weet dat ze werkt. Sluit tot slot een nieuwe printerkabel
aan.
Het verkeerde printerstuurprogramma is geselecteerd.
Controleer het printerselectiemenu van de toepassing om
teverifiërenofuwprinterisgeselecteerd.

Problemen met de afdrukkwaliteit

De binnenkant van de printer is eventueel vuil of ook een slechte plaatsing van het papier beperkt de afdrukkwaliteit. Raadpleeg de onderstaande tabel om
het probleem te verhelpen.
Het programma werkt niet naar behoren.
Probeer een document af te drukken vanuit een ander
programma.
Het besturingssysteem werkt niet naar behoren.
Sluit Windows af en start de computer opnieuw op.
Schakel de printer uit en dan weer aan.
Er worden blanco pagina's
"afgedrukt".
De tonercassette is leeg of beschadigd.
Schud de cassette zorgvuldig. Zie "De toner opnieuw
verdelen".
Vervang, indien nodig, de tonercassette.
Mogelijk bevat het bestand blanco pagina's.
Controleer of het bestand blanco pagina's bevat.
Mogelijk is een onderdeel van de printer (bijv. de
controller of het moederbord) defect.
Neem contact op met een medewerker van het
servicecenter.
Bij Adobe Illustrator worden de
afbeeldingen niet goed afgedrukt.
De instelling in het programma is niet juist.
Druk het document af door Downloaden als bitmap te
kiezen in het venster Geavanceerde opties van de
Afbeeldingseigenschappen.
Voorwaarde
Doe het volgende
Lichte of vage afdrukken
Als u een verticale witte strook of vaag gedeelte op de afdruk ziet:
•
De tonercassette is bijna leeg. Door de resterende toner over de cassette te verdelen,
kunt u er waarschijnlijk nog een aantal afdrukken mee maken. Zie "De toner opnieuw
verdelen". Wanneer dit de afdrukkwaliteit niet verbetert, installeer dan een nieuwe
tonercasssette.
•
Misschien voldoet het papier niet aan de specificaties (bijvoorbeeld te vochtig of te ruw). Zie "Papierspecificaties".
•
Wanneer de volledige pagina licht is, is de afdrukresolutie-instelling te laag of de moduus tonerbesparing staat aan.
Wijzig de afdrukresolutie en schakel de tonerspaarmodus uit. Zie "Tabblad Grafisch".
•
Een combinatie van vage plekken en vegen kan erop duiden dat de tonercassette gereinigd moet worden. Zie "De
printer aan de binnenzijde reinigen".
•
Het oppervlak van het LSU-gedeelte in de printer is eventueel vuil. Reinig de laserscannerunit (zie "De printer aan de
binnenzijde reinigen").
Tonervlekken
•
Het papier voldoet niet aan de specificaties (bijvoorbeeld te vochtig of te ruw). Zie "Papierspecificaties".
•
Mogelijk is de transportrol vuil. Reinig de binnenkant van de printer. Zie "De printer aan de binnenzijde reinigen".
•
Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Zie "Drum reinigen".
Uitvalverschijnselen
Wanneer er blekere zones, meestal rond, willekeurig op de pagina verschijnen:
•
Er zit mogelijk een slecht vel tussen het papier. Druk het document opnieuw af.
•
Het vochtgehalte van het papier is niet op alle plaatsen gelijk of het papier bevat vochtplekken. Probeer een ander
merk papier. Zie "Papierspecificaties".
•
Een hele partij papier is niet in orde. Het productieproces kan ertoe leiden dat sommige delen toner afstoten.
Probeer een andere soort papier of een ander papiermerk.
•
Misschien is de tonercassette defect. Zie ""Verticale regelmatige fouten"" op de volgende pagina.
•
Wanneer deze stappen de problemen niet oplossen, contacteer dan een hersteldienst.
Verticale strepen
•
Wanneer zwarte verticale strepen op de pagina verschijnen, heeft de trommel in de tonercassette waarschijnlijk
krassen. Plaats een nieuwe tonercassette. Zie "De tonercassette vervangen".
•
Wanneer witte verticale strepen op de pagina verschijnen, is de oppervlakte van het LSU-gedeelte aan de binnenkant
van printer misschien vuil. Reinig de laserscannerunit (zie "De printer aan de binnenzijde reinigen").
Grijze achtergrond
Als er in lichte gedeelten te veel toner wordt gebruikt (grijze achtergrond):
•
Gebruik papier met een lichter gewicht. Zie "Papierspecificaties".
•
Controleer de omgeving van de printer. Een zeer droge omgeving (lage vochtigheid) of een hoge relatieve
vochtigheid (meer dan 80%) kunnen de hoeveelheid achtergrondschaduw verhogen.
•
Verwijder de oude tonercassette en plaats een nieuwe. Zie "De tonercassette vervangen".
Tonervlekken
•
Reinig de binnenkant van de printer. Zie "De printer aan de binnenzijde reinigen".
•
Controleer het type en de kwaliteit van het papier. Zie "Papierspecificaties".
•
Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe. Zie "De tonercassette vervangen".

Verticale regelmatige fouten
Als de bedrukte zijde van de pagina met gelijke intervallen afwijkingen vertoont:
•
De tonercassette is mogelijk defect. Wanneer dezelfde afdrukfout meermaals op de pagina verscchijnt, druk dan een
reinigingsblad herhaaldelijk af om de cassette te reinigen; zie "Drum reinigen". Installeer na het afdrukken, wanneer
u nog steeds dezelfde problemen ondervindt, een nieuwe tonercassette. Zie "De tonercassette vervangen".
•
Mogelijk zit er toner op onderdelen van de printer. Wanneer de fouten op de achterkant van de pagina verschijnen, zal
het probleem waarschijnlijk na enkele pagina's vanzelf opgelost raken.
•
De fixeereenheid kan beschadigd zijn. Neem contact op met een medewerker van het servicecenter.
Schaduwvlekken
Schaduwvlekken worden veroorzaakt door een teveel aan toner op de afdruk.
•
Misschien is het papier te vochtig. Probeer af te drukken op papier van een andere partij. Maak een pak papier pas
open op het moment dat u het gaat gebruiken, zodat het papier niet te veel vocht opneemt.
•
Wanneer er schaduwvlekken op een enveloppe zijn, verander dan de afdruklay-out om te vermijden dat over zones
wordt gedrukt die een overlappen gedeelte op de achterkant hebben. Afdrukken op naden kan problemen
veroorzaken.
•
Wanneer schaduwvlekken over het hele gebied van een afgedrukte pagina optreden, pas dan de afdrukresolutie via uw
softwareapplicatie of de printereigenschappen aan.
Misvormde tekst
•
Wanneer karakters niet goed gevormd zijn en holle afbeeldingen ontstaan, is het papier mogelijk te glad. Probeer een
ander soort papier. Zie "Papierspecificaties".
•
Wanneer karakters niet goed gevormd zijn en een golvend effect ontstaat, moet de scannereenheid mogelijk een
onderhoudsbeurt krijgen. Neem contact op met een medewerker van het servicecenter.
Papier schuin
•
Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
•
Controleer het type en de kwaliteit van het papier. Zie "Papierspecificaties".
•
Zorg ervoor dat het papier of een ander afdrukmateriaal juist is geplaatst en dat de geleiders niet te los of te strak
tegen de stapel papier aan zitten.
Gekruld of gegolfd
•
Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
•
Controleer het type en de kwaliteit van het papier. Papier kan krullen als de temperatuur of de vochtigheid te hoog
is. Zie "Papierspecificaties".
•
Draaidestapelpapierindepapierladeom(ondersteboven).Probeerookomhetpapier180°indepaperladete
draaien.
•
Probeer af te drukken naar de klep aan de achterkant.
Vouwen of kreuken
•
Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
•
Controleer het type en de kwaliteit van het papier. Zie "Papierspecificaties".
•
Draaidestapelpapierindepapierladeom(ondersteboven).Probeerookomhetpapier180°indepaperladete
draaien.
•
Probeer af te drukken naar de klep aan de achterkant.
Vlekken op achterkant van
papier
Controleer op lekkage van de toner. Reinig de binnenkant van de printer. Zie "De printer aan de binnenzijde reinigen".

Faxproblemen
Zwarte afdrukken
•
Mogelijk is de tonercassette niet goed geplaatst. Verwijder de cassette en plaats deze opnieuw.
•
De tonercassette is mogelijk defect en moet worden vervangen. Plaats een nieuwe tonercassette. Zie "De
tonercassette vervangen".
•
Mogelijk zijn reparaties aan de printer vereist. Neem contact op met een medewerker van het servicecenter.
Tonerverlies
•
Reinig de binnenkant van de printer. Zie "De printer aan de binnenzijde reinigen".
•
Controleer het type en de kwaliteit van het papier. Zie "Papierspecificaties".
•
Plaats een nieuwe tonercassette. Zie "De tonercassette vervangen".
•
Wanneer het probleem blijft, moet de printer mogelijk gerepareerd worden. Neem contact op met een medewerker
van het servicecenter.
Openingen in tekens
In de karakters zijn witte openingen die zwart zouden moeten zijn:
•
Wanneer u transparanten gebruikt, probeer dan een ander soort transparant. (In verband met de eigenschappen van
transparanten is een beperkte mate van zulke openingen normaal.)
•
Misschien drukt u af op de verkeerde kant van het materiaal. Draai de stapel papier in de papierlade om
(ondersteboven).
•
Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. Zie "Papierspecificaties".
Horizontale strepen
Controleer bij horizontale zwarte strepen of vegen het volgende:
•
Is de tonercassette juist geplaatst? Verwijder de cassette en plaats ze opnieuw.
•
Misschien is de tonercassette defect. Plaats een nieuwe tonercassette. Zie "De tonercassette vervangen".
•
Wanneer het probleem blijft, moet de printer mogelijk gerepareerd worden. Neem contact op met een medewerker
van het servicecenter.
Krul
Wanneer het afgedrukte papier gekruld is of het papier wordt niet in de printer opgenomen:
•
Draaidestapelpapierindepapierladeom(ondersteboven).Probeerookomhetpapier180°indepaperladete
draaien.
•
Probeer via de andere achterklep af te drukken.
Voorwaarde
Doe het volgende
De printer doet niets, de display blijft leeg en
de toetsen reageren niet.
•
Trek de netstekker uit en steek hem opnieuw in.
•
Haal de stekker uit het stopcontact en uit het apparaat en sluit het netsnoer opnieuw aan.
Geen kiestoon.
•
Controleer of het telefoonsnoer goed is aangesloten. Zie "Het telefoonsnoer aansluiten".
•
Controleer of de wandcontactbus in orde is door er een ander telefoontoestel op aan te sluiten.
De in het geheugen opgeslagen nummers
worden verkeerd gekozen.
Controleer of de nummers correct in het geheugen zijn opgeslagen. Druk een telefoonlijst af (zie "Een
Telefoonboeklijst afdrukken").
Het document wordt door de printer niet
opgenomen.
•
Controleer of het document niet gekreukeld is en of u het juist invoert. Controleer of het document het
juiste formaat heeft en niet te dik of te dun is.
•
Zorg ervoor dat de ADI-klep goed gesloten is.
Faxberichten worden niet automatisch
ontvangen.
•
De Fax-modus moet geselecteerd zijn.
•
Zorg ervoor dat er papier in de papierlade zit.
•
Controleer of in het display "Geheugen vol" verschijnt.
De printer verstuurt niet.
•
Controleer of er een document in de automatische documentinvoer of op de glasplaat is geplaatst.
•
Verzenden moet op het display verschijnen.
•
Controleer of het faxapparaat waar u een bericht naar wilt sturen in staat is om faxen te ontvangen.
De inkomende fax heeft witte stukken of is
van een lage kwaliteit.
•
Mogelijk is er een probleem met het faxapparaat van de verzender.
•
Een slechte telefoonlijn kan verbindingsproblemen veroorzaken.
•
Controleer uw printer door een kopie te maken.
•
Mogelijk is de tonercassette leeg. Vervang de tonercassette. Zie "De tonercassette vervangen".
Sommige woorden van een ontvangen
faxbericht zijn uitgerekt.
Het documenttransport van het apparaat dat het faxbericht verzond, haperde even.
Er staan strepen op faxberichten die u
verzendt.
Controleer het scannerglas en reinig het. Zie "De Scanner reinigen".

Kopieerproblemen

Scanproblemen

Problemen met Netwerkscan
De printer kiest een nummer, maar de
verbinding met een ander faxapparaat lukt
niet.
Misschien is het andere faxapparaat uitgeschakeld, is het papier op of kunnen er geen oproepen worden
beantwoord. Vraag de gebruiker van het andere faxapparaat om het probleem op te lossen.
Documenten worden niet in het geheugen
opgeslagen.
Mogelijk is er onvoldoende geheugen om het document op te slaan. Wanneer de display het bericht Geheugen
vol weergeeft, wis dan alle documenten die u niet meer nodig hebt uit het geheugen en sla het document
dan opnieuw op.
Er verschijnen blanco stukken onder aan elke
pagina, met een korte strook tekst bovenaan.
Mogelijk heeft u het verkeerde papier gekozen in de door de gebruiker in te stellen opties. Zie "Het
Papierformaat instellen"en "Het Papierformaat instellen".
Voorwaarde
Doe het volgende
Kopieënzijntelichtoftedonker.
Gebruik het menu Contrast om de achtergrondd van de kopies donkerder of lichter te maken.
Uitgesmeerde stukken, lijnen, vlekken of
stippen verschijnen op kopies.
•
Als er onregelmatigheden voorkomen op het origineel, selecteert u KOP. Contrast om de achtergrond
vanuwkopieënlichtertemaken.
•
Wanneer er geen fouuten op het origineeel zijn, reinig dan de glasplaat en de onderkant van de
documentklep. Zie "De Scanner reinigen".
Kopie staat scheef.
•
Leg het origineel recht op de glasplaat.
•
Plaats het kopieerpapier op de juiste manier in het apparaat.
Kopieënzijnblanco.
Zorg ervoor dat het origineel met de voorzijde aan de onderkant op de glasplaat is geplaatst en met de
voorzijde naar boven in de ADI.
Afdruk geeft gemakkelijk af.
•
Vervang het papier in de papierlade door papier uit een nieuwe verpakking.
•
Laat in vochtige plaatsen geen papier voor langere tijd in de printer.
Kopieerpapier loopt regelmatig vast.
•
Waaier de stapel papier uit en leg deze ondersteboven terug in de papierlade. Vervang het papier in de
papierlade door papier uit een nieuwe verpakking. Controleer, indien nodig, de papiergeleiders of pas ze
aan.
•
Gebruik alleen afdrukpapier met het juiste gewicht. Het aanbevolen papiergewicht is 75 g/m
2
.
•
Controleer of er nog kopieerpapier of stukjes kopieerpapier in de printer zitten nadat het vastgelopen
paapier werd verwijderd.
De tonercassette gaat korter mee dan
verwacht.
•
Mogelijk bevatten uw originelen afbeeldingen, opgevulde vlakken of dikke lijnen. Denk hierbij aan
formulieren, nieuwsbrieven, boeken en andere documenten waar meer toner voor nodig is.
•
Mogelijk wordt de printer frequent aan- en uitgeschakeld.
•
Misschienblijftdedocumentkleptijdenshetkopiërenvaakopenstaan.
Voorwaarde
Doe het volgende
De scanner doet het niet.
•
Zorg ervoor daat uu het te scannen document met de voorzijde naar beneden op de
glasplaat, of met de voorzijde naar boven in e ADI plaatst.
•
Misschien is er niet voldoende geheugen vrij voor het document. Ga na of de prescanfunctie werkt.
Probeer een lagere scanresolutie.
•
Controleer of de USB-kabel goed is aangesloten.
•
Controleer of de USB-kabel niet beschadigd is. Vervang indien nodig de kabel.
•
Controleer of de scanner correct is geconfigureerd. Controleer de applicatie die u wilt gebruiken om er
zeker van te zijn dat de scantaak naar de juiste poort wordt gestuurd.
Het apparaat doet erg lang over een scan.
•
Controleer of de printer ontvangen gegevens afdrukt. Wacht in dat geval met scannen totdat de
afdruktaak is voltooid.
•
Het scannen van afbeeldingen kost meer tijd dan het scannen van tekst.
•
De communicatiesnelheid kan laag zijn in de scanmodus omdat er veel geheugen nodig is om de
gescande afbeelding te analyseren en reproduceren.
Er verschijnt een bericht op het beeldscherm:
•
"Het toestel kan niet in de door u
gewenste H/W-modus worden gezet."
•
"Poort wordt gebruikt door een ander
programma."
•
"Poort is gedeactiveerd."
•
"Scanner is bezig met ontvangen of
afdrukken van data. Probeer het
opnieuw zodra de huidige opdracht is
afgerond."
•
"Ongeldige toegang."
•
"Scannen is mislukt."
•
Het is mogelijk dat er een kopieer- of afdruktaak wordt uitgevoerd. Probeer opnieuw
wanneer de huidige taak is voltooid.
•
De geselecteerde poort is momenteel in gebruik. Start uw computer opnieuw op en probeer het
nogmaals.
•
De printerkabel is niet goed bevestigd of het apparaat is niet ingeschakeld.
•
Het scannerstuurprogramma is niet geinstalleerd of de besturingsomgeving is niet correct ingesteld.
•
Zorg ervoor dat de poortaansluiting goed is en dat de stroom is ingeschakeld. Herstart dan de computer.
•
Controleer of de USB-kabel goed is aangesloten.
Voorwaarde
Doe het volgende

Gebruikelijke Windows-problemen

Gebruikelijke Linux-problemen
Ik kan geen bestand met gescande
afbeelding vinden.
Controleer de bestemming van gescande bestanden in de Pagina Geavanceerd in de
Netwerkscaneigenschappen.
Ik kan na het scannen geen bestand met
gescande afbeelding vinden.
Zorgervoordatdeapplicatiediehoortbijhetgescandebestand,opuwcomputerisgeïnstalleerd.
Zorg ervoor dat "Direct openen met de standaardapplicatie" in de Pagina Geavanceerd in het scherm
Netwerkscaneigenschappen is geselecteerd zodat de gescande afbeelding direct na het scannen opent.
Ik ben mijn id en PIN vergeten.
Controleer uw ID en PIN in de Pagina Server in het scherm Netwerkscaneigenschappen.
Ik kan het Helpbestand niet openen.
Om het Helpbestand te kunnen openen, hebt u Microsoft Internet Explorer 4 service pack 2 of hoger nodig.
I kan de Netwerkscanbeheer niet gebruiken.
Controleer het besturingssysteem.
Ondersteunende besturingssystemen zijn Microsoft Windows 98/Me/NT 4.0/2000/XP/Server 2003/Vista.
Voorwaarde
Doe het volgende
Het bericht "Bestand in Gebruik" verschijnt
tijdens de installatie.
Sluit alle softwaretoepassingen af. Verwijder alle software uit de opstartgroep en start Windows opnieuw
op. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw.
Het bericht "Fout bij schrijven naar LPTx"
verschijnt.
•
Zorg ervoor dat de kabels juist zijn aangesloten en dat het apparaat is ingeschakeld.
•
Dit bericht kan ook verschijnen wanneer de bidirectionele communicatie in het stuuurprogramma niet aan
staat.
Het bericht "Algemene beschermingsfout",
"OE-uitzondering", "Spool32" of "Ongeldige
bewerking" verschijnt.
Sluit alle andere toepassingen af, start Windows opnieuw op en probeer opnieuw af te drukken.
De berichten "Afdrukken mislukt", "Een
printertime-out heeft zich voorgedaan."
verschijnen.
Deze berichten kunnen tijdens het afdrukken verschijnen. Wacht gewoon even tot het apparaat gedaan
heeft met afdrukken. Als het bericht verschijnt in de stand-bymodus of nadat de afdruk is voltooid,
controleert u de aansluiting en/of gaat u na of er een fout is opgetreden.
OPMERKING: Raadpleeg de handleiding voor Microsoft Windows 98/Me/2000/XP/Server 2003/Vista die met uw pc werd geleverd voor verdere
informatie over foutbetichten in Windows.
Voorwaarde
Doe het volgende
De printer drukt niet af.
•
Controleerofhetprinterstuurprogrammaisgeïnstalleerdophetsysteem.OpendeMFPConfiguratoren
ga naar het tabblad Printers in het venster Printers Configuration om de lijst met beschikbare printers
weer te geven. Zorg ervoor dat de printer in de lijst is weergegeven. Indien niet, roep dan de wizard
Nieuwe printer toevoegen op om uw toestel in te stellen.
•
Controleer of de printer is ingeschakeld. Open de Printerconfiguratie en kies uw printer uit de printerslijst.
Bekijk de omschrijving in het paneel Selected Printer. Wanneer er in de status een "(stopped)" string staat,
druk dan op de Start-knop. Hierna zou de printer weer normaal moeten werken. De status "stopped" kan
geactiveerd zijn wanneer er zich problemen met het afdrukken hebben voorgedaan. U kunt bijvoorbeeld
de opdracht geven om een document af te drukken terwijl de MFP-poort wordt gebruikt door een
scantoepassing.
•
Controleer of de MFP-poort bezet is. Daar de printer en scanner van de MFP gebruikmaken van dezelfde
I/O-interface (MFP-poort) kan het voorkomen dat verschillende toepassingen dezelfde MFP-poort
gelijktijdigbenaderen.Omconflictentevoorkomen,kanslechtsééntoepassingeentaakuitvoerenophet
apparaat. In de andere toepassing waarmee een gebruiker wil afdrukken of scannen, verschijnt de
melding "device busy". Open het venster MFP Ports Configuration en selecteer de poort die is
toegewezen aan uw printer. In het paneel Selected Port kunt u bekijken of de poort is bezet door een
andere toepassing. Wanneer dit het geval is,moetuwachtentotdeactueletaakbeëindigdisenmoetu
dan de knop Poort vrijgeven indrukken, indien u er zeker van bent dat de actuele eigenaar niet meer
goed functioneert.
•
Controleer of er een speciale afdrukoptie is ingesteld voor de toepassing, zoals "-
oraw". Als de parameter
"-oraw" is opgegeven in de opdrachtregel, verwijdert u deze om het afdrukprobleem op te lossen. Kies
voor Gimp front-end "afdrukken" "Printer instellen" en bewerk de commandoregelparameter in het
commando-item.
De printer verschijnt niet in de scannerlijst.
•
Controleer of de printer met uw computer is verbonden. Controleer of het apparaat correct is aangesloten
via de USB-poort en is ingeschakeld.
•
Controleerofhetscannerstuurprogrammavoordeprinterinuwsysteemisgeïnstalleerd.OpenMFP
Configurator, activeer Scanners configuration, en druk vervolgens op Drivers. Zorg ervoor dat het
stuurprogramma met de naam die overeenstemt met de naam van uw printer in de lijst in het venster
staat.
•
Controleer of de MFP-poort bezet is. Daar de printer en scanner van de MFP gebruikmaken van dezelfde
I/O-interface (MFP-poort) kan het voorkomen dat verschillende toepassingen dezelfde MFP-poort
gelijktijdigbenaderen.Omconflictentevoorkomen,kanslechtsééntoepassingeentaakuitvoerenophet
apparaat. In de andere toepassing waarmee een gebruiker wil afdrukken of scannen, verschijnt de
melding "device busy". Dit gebeurt gewoonlijk bij het begin van een scanprocedure. Er wordt dan een
berichtvenster getoond.
•
Om de oorzaak van het probleem te achterhalen, moet u het venster MFP Ports Configuration openen en
de poort selecteren die is toegewezen aan de scanner. Het pictogram voor MFP-poort /dev/mfp0 komt
overeen met de aanduiding LP:0 die wordt weergegeven in scanneropties, dev/mfp1 verwijst naar LP:1
enzovoort. USB-poorten beginnen bij dev/mfp4, dus de scanner op USB:0 komt overeen met dev/mfp4
enzovoort. In het paneel Selected Port kunt u bekijken of de poort is bezet door een andere toepassing.
Wanneer dit het geval is,moetuwachtentotdeactueletaakbeëindigdisofmoetuopdeknopPoort
vrijgeven drukken, indien u zeker bent dat de actuele poorteigenaar niet goed functioneert.
De printer scant niet.
•
Controleer of er een document is geladen in de printer.
•
Controleer of het apparaat is aangesloten op de computer. Controleer of het correct is aangesloten als er
een I/O-fout wordt gemeld tijdens het scannen.

Algemene Macintosh-problemen
Problemen in de Kiezer

Postscript-fouten (PS) oplossen

De volgende problemen hebben specifiek betrekking op de PS-taal, en kunnen optreden wanneer meerdere printertalen worden gebruikt.
•
Controleer of de MFP-poort bezet is. Daar de printer en scanner van de MFP gebruikmaken van dezelfde
I/O-interface (MFP-poort) kan het voorkomen dat verschillende toepassingen dezelfde MFP-poort
gelijktijdigbenaderen.Omconflictentevoorkomen,kanslechtsééntoepassingeentaakuitvoerenophet
apparaat. In de andere toepassing waarmee een gebruiker wil afdrukken of scannen, verschijnt de
melding "device busy". Dit gebeurt in het algemeen op het moment dat u de scanprocedure wilt starten.
De desbetreffende melding verschijnt dan.

Om de oorzaak van het probleem te achterhalen, moet u het venster MFP Ports Configuration openen en
de poort selecteren die is toegewezen aan de scanner. Het pictogram voor MFP-poort /dev/mfp0 komt
overeen met de aanduiding LP:0 die wordt weergegeven in scanneropties, dev/mfp1 verwijst naar LP:1
enzovoort. USB-poorten beginnen bij dev/mfp4, dus de scanner op USB:0 komt overeen met dev/mfp4
enzovoort. In het paneel Selected Port kunt u bekijken of de poort is bezet door een andere toepassing.
Wanneer dit het geval is,moetuwachtentotdeactueletaakbeëindigdisofmoetuopdeknopPoort
vrijgeven drukken, indien u zeker bent dat de actuele poorteigenaar niet goed functioneert.
Ik heb Linux Print Package (LPP) en het MFP-
stuurprogramma op dezelfde computer
geïnstalleerdenkannietafdrukken.
•
Daar zowel Linux Printer Package als het MFP-stuurprogramma een symbolische koppeling
maken naar de afdrukopdracht "lpr", die in het algemeen wordt gebruikt op Unix-kloons,
wordthetafgeradenbeidestuurprogramma'stegebruikenopééncomputer.
Kan niet scannen via Gimp Front-end.
•
Controleer of Gimp Front-end "Xsane:Device dialog." in het "Acquire"-menu heeft. Indien niet, dan moet u
de Xsane-plug-in voor Gimp op de computer installeren. U vindt de Xsane-plugin voor Gimp op de cd van
uw Linux-distributie of de homepage van Gimp. Raadpleeg voor meer informatie de cd Help voor de Linux-
distributie of de applicatie Gimp Front-end.

Wanneer u een ander soort scanapplicatie wilt gebruiken, raadpleeg dan de Helpbestanden voor de
applicatie.
Ik krijg een fout "Kan bestand voor toestel
MFP op poort niet openen!" wanneer ik een
document afdruk.
Wijzig nooit de parameters van een afdruktaak (met de SLPR-tool bijvoorbeeld) terwijl er een afdruktaak
wordt uitgevoerd. Diverse versies van CUPS server breken de afdruktaak af als de afdrukopties worden
gewijzigd en proberen vervolgens de taak vanaf het begin opnieuw uit te voeren. Daar Linux MFP-
stuurprogramma's de MFP-poort tijdens het afdrukken blokkeren, blijft de poort geblokkeerd door het
abrupte afbreken van de taak zodat de poort niet beschikbaar is voor volgende afdruktaken. Wanneer deze
situatie zich voordoet, probeer dan de MFP- poort vrij te geven.
Voorwaarde
Doe het volgende
De printer drukt een document niet af vanuit Acrobat
Reader.
Verander de optie Afdrukmethode in Print as Image wanneer u vanuit Acrobat Reader afdrukt.
Het document is afgedrukt, maar de afdruktaak is niet
verdwenen uit de spooler in Mac OS 10.3.2.
Werk uw Mac OS-versie bij tot 10.3.3. of hoger.
OPMERKING: Om een afgedrukt of op het scherm weergegeven bericht te ontvangen, wanneer er een PS-fout optreedt, opent u het venster
Afdrukopties en klikt u op de gewenste selectie naast de sectie van de PostScript-fouten.
Probleem
Mogelijke oorzaak
Oplossing
Het postScript-bestand kan niet
worden afgedrukt.
De PostScript-optieisnietgeïnstalleerd.
Druk een configuratiepagina af en controleer of u kunt
afdrukken in PS.
Limit Check Error
De afdruktaak is mogelijk te complex.
Maak de pagina minder complex door afbeeldingen te
verwijderen of wijzig de instellingen van de
afdrukkwaliteit.
Of breid de geheugencapaciteit uit.
Er wordt een PostScript-
foutenpagina afgedrukt.
Mogelijk is de afdruktaak geen PostScript-taak.
Controleer of de afdruktaak een PostScript-taak is.
Controleer of de softwareapplicatie verwacht dat een
instellings- of PS-headerbestand naar de printer wordt
gezonden.
Optionele lade 2 is niet
geselecteerd in het
stuurprogramma.
Het printerstuurprogramma werd niet
geconfigureerd om optionele lade 2 te herkennen.
Open de PostScript-stuurprogrammaeigenschappen en stel
het item Optionele lade van de optie Apparaat in op
Geplaatst.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149

Dell 1815dn Multifunction Mono Laser Printer Gebruikershandleiding

Categorie
Kopieerapparaten
Type
Gebruikershandleiding