Documenttranscriptie
D
Digitale Camera
EX-Z750
Gebruiksaanwijzing
Gefeliciteerd met de aanschaf van dit
CASIO product.
• Voordat u het in gebruik neemt dient u
eerst de voorzorgsmaatregelen in deze
gebruiksaanwijzing aandachtig door te
lezen.
• Houd de gebruiksaanwijzing daarna op
een veilige plaats voor latere naslag.
• Bezoek de officiële EXILIM website
http://www.exilim.com/ voor de meest
recentelijke informatie voor dit product.
K842PCM1DMX
INLEIDING
INLEIDING
Uitpakken
Controleer dat alle hier getoonde items inderdaad meegeleverd zijn met de camera. Mocht er iets missen, neem dan zo snel
mogelijk contact op met de dealer.
Camera
Oplaadbare lithium-Ion Accu
(NP-40)
USB slede
(CA-26)
Polsriem
CD-ROM’s (2)
USB kabel
AV kabel
Basisreferentie
* De vorm van de
netstekker hangt af van
het land waar de
camera wordt
aangeschaft.
Speciale netadapter (Inlaat type)
(AD-C51G of AD-C52G)
Netsnoer *
2
○ ○ ○ ○ ○ ○ ○
• Merk op dat de vorm van de netadapter afhangt van het land waar de camera wordt aangeschaft.
Speciale netadapter (Insteek type)
(AD-C51J of AD-C52J)
B
INLEIDING
Inhoud van het beeldscherm ..................................... 26
Inhoudsopgave
2
Opnamefuncties (REC)
Weergavefunctie (PLAY)
Veranderen van de inhoud van het beeldscherm
INLEIDING
Vastmaken van de polsriem ....................................... 32
Spanningsvereisten .................................................... 33
Uitpakken ..................................................................... 2
Inleggen van de oplaadbare accu
Opladen van de accu
Vervangen van de accu
Voorzorgsmaatregelen voor de stroomvoorziening
In- en uitschakelen van de camera
Configureren van de stroomspaarinstellingen
Kenmerken ................................................................... 9
Voorzorgsmaatregelen ............................................... 13
18
26
29
30
SNELSTARTGIDS
33
34
39
40
43
45
Gebruik van de in-beeld menu’s ................................ 46
Laad de accu eerst op! .............................................. 18
Configureren van de displaytaal en
de klokinstellingen ...................................................... 49
Configureren van de displaytaal en
de klokinstellingen ...................................................... 19
Configureren van de displaytaal en de klokinstellingen 50
Opnemen van een beeld ............................................ 20
Bekijken van een opgenomen beeld .......................... 21
52
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
Wissen van een beeld ................................................ 21
Opnemen van een beeld ............................................ 52
22
Specificeren van de opnamefunctie
Richten van de camera
Opnemen van een beeld
VOORBEREIDINGEN
52
53
54
Betreffende deze gebruiksaanwijzing ........................ 22
Gebruiken van de optische zoeker ............................ 60
Algemene gids ........................................................... 23
Gebruiken van de zoom ............................................. 61
Camera
USB slede
23
25
Optische zoom
Digitale zoom
3
61
62
INLEIDING
Gebruiken van de flitser ............................................. 64
Flitsereenheid status
Veranderen van de flitssterkte instelling
Gebruik van de flitserassistent (Flash Assist)
Gebruiken van de BEST SHOT functie ..................... 93
66
66
67
Weergeven van 12 BEST SHOT
voorbeelddecors op een enkel scherm
Creëren van uw eigen BEST SHOT instelling
Wissen van een BEST SHOT functie
gebruikersinstelling
Gebruiken van de zelfontspanner .............................. 69
Specificeren van de beeldgrootte .............................. 71
Gebruiken van de Business Shot instelling
Afdrukken van een ID foto
Selecteren van de scherpstelfunctie ......................... 74
75
78
79
80
80
82
Specificeren van de kwaliteit van het filmbeeld
Opnemen van een standaard film (filmfunctie)
Opnemen van een korte film (korte filmfunctie)
Opnemen van voorafgaande actie
(voorafgaande filmfunctie)
104
105
106
108
Directe filminstellingen
(MOVIE BEST SHOT functie) ................................... 110
Weergeven van alle MOVIE BEST SHOT
voorbeelddecors op een enkel scherm
Creëren van uw eigen
MOVIE BEST SHOT instellingen
Bijstellen van de witbalans ......................................... 84
86
Gebruik van de handmatige belichtingfunctie ........... 87
Gebruiken van de doorlopende sluiterfunctie ............ 89
Gebruiken van de normale doorlopende sluiterfunctie
Gebruik van de zoom doorlopende sluiterfunctie
25-shot stop-actie beelden
(m.b.v. de meervoudige doorlopende sluiterfunctie)
Voorzorgsmaatregelen voor de doorlopende sluiter
102
Opnemen van een film ............................................. 103
Belichtingscompensatie (EV verschuiving) ............... 83
Handmatig configureren van de witbalans
100
Opnemen van een ID foto ........................................ 101
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
Gebruik van autofocus
Gebruik van de macrofunctie
Het gebruik van panfocus
Gebruik van de oneindig-functie
Gebruik van handmatig scherpstellen
Gebruik van de scherpstelvergrendeling
98
Opnemen van beelden van naamkaartjes en
documenten (Business Shot) ..................................... 98
Specificeren van de beeldkwaliteit ............................ 72
74
95
96
111
112
Opnemen van audio .................................................. 114
90
91
Toevoegen van geluid aan een snapshot
Opnemen van spraak
114
115
Gebruiken van het histogram .................................... 117
92
93
4
INLEIDING
Instellen van de helderheid van het beeld ............... 143
Camera instellingen van de REC (opname) functie ... 119
Toewijzen van functies aan de [왗] en [왘] toetsen
In- en uitschakelen van het in-beeld raster
In- en uitschakelen van beeldcontrole
Gebruik van icoonhulp
Specificeren van de default instellingen
bij inschakelen van de spanning
Specificeren van de ISO gevoeligheid
Selecteren van de meetfunctie
Speciferen van de contourscherpte
Specificeren van kleurverzadiging
Specificeren van het contrast
Terugstellen (reset) van de camera
120
121
121
122
Tonen van een 9-beelden scherm ........................... 145
Tonen van het kalenderscherm ............................... 146
Spelen van een Slideshow (diashow) ..................... 147
Gebruik van de fotostandaardfunctie
123
125
126
127
127
128
128
Toevoegen van audio aan een snapshot ................. 152
Heropnemen van het geluid
Tonen van camerabeelden op een televisiescherm 155
Selecteren van het video uitgangssysteem
158
WEERGAVE
156
WISSEN VAN BESTANDEN
Wissen van een enkel bestand ................................ 158
Elementaire weergavebediening ............................. 130
Weergave van een audio snapshot
153
Weergeven van een spraakopnamebestand ........... 154
Gebruiken van het snelkoppelmenu (EX Menu) ..... 129
130
149
Roteren van het displaybeeld .................................. 150
131
Wissen van alle bestanden ...................................... 159
Inzoomen op het weergegeven beeld ..................... 132
Afmetingen van een beeld heraanpassen ............... 133
160
BEHEER VAN BESTANDEN
Trimmen van een beeld ........................................... 134
Mappen ..................................................................... 160
Weergeven en bewerken van een film .................... 135
Weergeven van een film
Montage van een film
Vastleggen van een stilbeeld van een film
(MOTION PRINT)
Geheugenmappen en -bestanden
135
136
160
Beschermen van bestanden .................................... 161
Beveiligen van een enkel bestand
Beveiligen van alle bestanden
140
161
162
Bijstellen van de witbalans van een
opgenomen beeld .................................................... 141
5
B
INLEIDING
Configureren van de [
] (REC) en [
] (PLAY)
toets en spanning aan/uit functies ........................... 174
Gebruik van de FAVORITE folder ............................ 162
Kopiëren van een bestand naar de FAVORITE map
Tonen van een bestand in de FAVORITE map
Wissen van een bestand uit de FAVORITE map
Wissen van alle bestanden uit de FAVORITE map
162
164
165
165
Formatteren van het ingebouwde geheugen .......... 175
177
166
ANDERE INSTELLINGEN
Gebruiken van een geheugenkaart ......................... 178
Insteken van een geheugenkaart in de camera
Vervangen van de geheugenkaart
Formatteren van een geheugenkaart
Veranderen van de helderheid van het beeldscherm ... 166
Configureren van de geluidsinstellingen ................. 166
Configureren van de geluidsinstellingen
Instellen van het geluidsniveau van de
bevestigingstoon
Instellen van het geluidsniveau voor de
weergave van films en audio snapshots
166
Kopiëren van alle bestanden in het ingebouwde
geheugen naar een geheugenkaart
Kopiëren van een specifiek bestand van een
geheugenkaart naar het ingebouwde geheugen
167
Specificeren van de bestandsnaam
serienummer generatiemethode .............................. 169
184
Instellen van de klok ................................................ 169
181
182
AFDRUKKEN VAN BEELDEN
DPOF ........................................................................ 185
170
170
171
Configureren van de afdrukinstellingen voor een
enkel beeld
Configureren van de afdrukinstellingen voor alle
beelden
Gebruiken van wereldtijd ......................................... 171
Tonen van het wereldtijdscherm
Configureren van wereldtijdinstellingen
178
179
179
Kopiëren van bestanden .......................................... 181
167
Specificeren van een beeld voor het beginscherm ... 168
Selecteren van uw thuistijdzone
Instellen van de huidige tijd en datum
Veranderen van de datumopmaak
GEBRUIKEN VAN EEN GEHEUGENKAART
186
187
171
172
Gebruiken van PictBridge en USB DIRECT-PRINT 188
Veranderen van de displaytaal ................................ 173
PRINT Image Matching III ............................................ 192
Veranderen van het protocol van de USB poort ..... 173
Exif Print ................................................................... 193
Datumafdruk
6
191
INLEIDING
194
Gebruik van de camera met een
Macintosh computer ................................................. 227
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN
COMPUTER
Aangaande de gebundelde CD-ROM
Systeemvereisten voor uw computer
Beheren van beelden op een Macintosh
Bekijken van gebruikersdocumentatie
(PDF bestanden)
Registreren als cameragebruiker
Gebruik van de camera met een
Windows computer ................................................... 194
Gebruik van de camera met een
Macintosh computer ................................................. 202
Gebruiken van een geheugenkaart om
beelden over te schrijven naar een computer ......... 207
231
Geheugendata ......................................................... 208
DCF protocol
Geheugenmapstructuur
Door de camera ondersteunde beeldbestanden
212
227
228
229
230
230
APPENDIX
Menureferentie ......................................................... 231
208
209
210
Indicator referentie ................................................... 234
Gids voor het oplossen van moeilijkheden .............. 237
Mocht u problemen ondervinden bij het
installeren van de USB driver…
Tonen van boodschappen
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN
COMPUTER
242
243
Technische gegevens ............................................... 245
Gebruik van de camera met een
Windows computer ................................................... 212
Aangaande de gebundelde CD-ROM
Systeemvereisten voor uw computer
Beheren van beelden op een PC
Retoucheren, oriënteren en afdrukken van foto’s
Weergeven van een film
Monteren van films
Bekijken van gebruikersdocumentatie
(PDF bestanden)
Gebruikersregistratie
Verlaten van de menu applicatie
212
214
216
219
221
224
225
226
226
7
INLEIDING
• Het SD logo is een geregistreerd handelsmerk.
• Windows, Internet Explorer, Windows Media en
DirectX zijn geregistreerde handelsmerken van
Microsoft Corporation.
• Macintosh is een geregistreerd handelsmerk van
Apple Computer, Inc.
• MultiMediaCard is een handelsmerk van Infineon
Technologies AG van Duitsland en onder licentie bij
MultiMediaCard Association (MMCA).
• Adobe en Reader zijn ofwel geregistreerde
handelsmerken of handelsmerken van Adobe
Systems Incorporated in the US en/of andere landen.
• Ulead is een handelsmerk van Ulead Systems,Inc.
• Namen van andere fabrikanten, producten en
diensten die gebruikt worden in deze
gebruiksaanwijzing kunnen ook handelsmerken of
dienst merken zijn van anderen.
• Photo Loader en Photohands zijn eigendom van
CASIO COMPUTER CO., LTD. Met uitzondering van
het bovengenoemde, vallen alle auteursrechten en
andere gerelateerde rechten van deze applicaties
aan CASIO COMPUTER CO., LTD.
BELANGRIJK!
• The inhoud van deze gebruiksaanwijzing is onder
voorbehoud en kan zonder voorafgaande
mededeling worden veranderd.
• CASIO COMPUTER CO., LTD. aanvaardt geen
verantwoordelijkheid voor schade of verlies
voortvloeiend uit het gebruik van deze
gebruiksaanwijzing.
• CASIO COMPUTER CO., LTD. aanvaardt geen
verantwoordelijkheid voor verlies of eisen tot
schadevergoeding door derden die voortvloeien uit
het gebruik van de EX-Z750.
• CASIO COMPUTER CO., LTD. zal niet aansprakelijk
gesteld worden voor schade of verlies door u of door
derden door het gebruik van Photo Loader en/of
Photohands.
• CASIO COMPUTER CO., LTD. aanvaardt geen
verantwoordelijkheid voor schade of verlies door het
wissen van data als gevolg van een defect,
reparaties of het vervangen van de accu. Zorg er
altijd voor een reservekopie te maken van
belangrijke data op andere media om u in te dekken
tegen verlies.
• Merk op dat de voorbeeldschermen en
productafbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing
ietwat kunnen afwijken van de schermen en
configuratie van de camera in werkelijkheid.
8
INLEIDING
■ LCD paneel
Het LCD paneel is een product van de nieuwste LCD
fabrikagetechnologie die een beeldpundeffecttiviteit van
99,99% behaalt. Dat betekent dat minder dat 0,01% van
het totaal aan beeldpunten defect is (d.w.z. ze gaan niet
branden of ze blijven juist altijd branden.
Kenmerken
• 7,2 miljoen effectieve beeldpunten
De CCD voorziet in het totaal in 7,41 miljoen beeldpunten
voor een bijzonder hoge resolutie voor heldere, duidelijke
beelden en afdrukken.
• 2,5-inch TFT LCD kleurenscherm
■ Door auteursrechten opgelegde beperkingen
Behalve met als doeleinde uw eigen persoonlijke genoegen
is het kopiëren van snapshotbestanden, filmbestanden en
audiobestanden zonder toestemming in overtreding met
auteursrechten en internationale verdragen. Het tegen
vergoeding of gratis distribueren van dergelijke bestanden
aan derden via het internet zonder toestemming van de
eigenaar van de auteursrechten is in overtreding met de
wetgeving ten aanzien van auteursrechten en
internationale verdragen.
• 8,3 MB flash-geheugen
Beelden kunnen opgenomen worden zonder gebruik van
een geheugenkaart.
• Lange levensduur van de accu
Het lage stroomverbruik ontwerp en de grote capaciteit
van de accu geven langere opname en weergave tussen
het opladen van de accu.
• Meegeleverd met een USB slede
De meegeleverd USB slede kan gebruikt worden voor het
opladen van de accu van de camera (pagina 34) en om
beelden via een televisietoestel te bekijken (pagina 155)
en voor het oversturen van beelden naar een computer
(pagina 194). Met de fotostandaardfunctie kunt u beelden
bekijken terwijl de camera op staat te laden op de slede
(pagina 149).
• Opnamefunctie (REC) of weergavefunctie (PLAY)
inschakelen (pagina 43)
Druk op de [
] (REC) of op de [
] (PLAY) om de
camera in te schakelen en de gewenste functie in te
schakelen.
9
B
INLEIDING
• AF hulpverlichting (pagina 57)
Verbetert de nauwkeurigheid van de autofocus bij het
maken van foto’s als er weinig licht is.
• Drie doorlopende sluiterfuncties (pagina 89)
De normale doorlopende sluiterfunctie blijft
ononderbroken beelden opnemen zolang er geheugen
beschikbaar is om de beelden op te slaan. Daarnaast
geven de zoom doorlopende sluiter (pagina 91) en
meevoudige doorlopende sluiter (pagina 92) een grote
veelzijdigheid om precies het gewenste beeld op te
nemen.
• 24X naadloze zoom (pagina 61)
3X optische zoom, 8X digitale zoom
• Drievoudige zelfontspanner (pagina 69)
De zelfontspanner kan ingesteld worden om drie maal
automatisch te werken.
• Beste shot (BEST SHOT) (pagina 93)
Selecteer eenvoudigweg het voorbeelddecor dat
overeenkomt met het type beeld dat u probeert op te
nemen en de camera voert ingewikkelde instellingen
geheel automatisch uit om elke keer opnieuw mooie
beelden te maken. Nieuwe BEST SHOT voorbeelddecors
omvatten o.a. instellingen voor ID foto (voor
identiteitsbewijzen, e.d.), kruisfilter, tegenlicht .
• Snelsluiter (pagina 76)
Wanneer u de sluitertoets in zijn geheel indrukt zonder te
pauzeren zal de camera onmiddellijk het beeld opnemen
zonder te wachten totdat het automatische scherpstellen
(Auto Focus) uitgevoerd is. Dit maakt het mogelijk voor u
die speciale momenten op te nemen zonder dat u hoeft te
wachten voor automatische scherpstellen (Auto Focus).
• Selectie van het autofocusgebied (pagina 77)
Wanneer de instelling “
Multi” (multi-patroon) wordt
ingesteld voor het autofocus kader, neemt de camera
negen metingen op verschillende punten en selecteert
automatisch de beste. U kunt het autofocusgebied
Free”
verplaatsen naar de gewenste plaats wanneer “
(vrij) geselecteerd is.
• Business Shot (pagina 98)
De Business Shot instelling corrigeert automatisch
rechthoekige vormen zoals de beelden van naamkaartjes,
documenten, een witbord of soortgelijke voorwerpen
wanneer deze vanuit een hoek worden opgenomen.
• ID fotofunctie (pagina 101)
Na opname van een portret kunt u een pagina afdrukken
met een aantal verschillende versies met standaard
afmetingen voor foto voor identiteitsbewijzen (ID).
10
INLEIDING
• Real-time RGB histogram (pagina 117)
Een in-beeld histogram laat u de belichting bijstellen
terwijl u bekijkt hoe dit de algehele beeldhelderheid
beïnvloedt, hetgeen het maken van shots bij moeilijke
belichtingsomstandigheden nu makkelijker maakt dan ooit
te voren.
• Hoge resolutie opname van films met geluid (pagina 103)
op VGA grootte, met 30 beelden/seconde in MPEG-4 AVI
formaat
• Een grote keus aan filmfuncties (pagina 103)
De filmfuncties omvatten o.a. standaard filmfunctie, een
korte filmfunctie (de film heeft een vaste lengte die begint
voordat de sluitertoets wordt ingedrukt en doorloopt nadat
deze wordt losgelaten) en een voorafgaande filmfunctie
(de film begint vijf seconden voordat de sluitertoets wordt
ingedrukt) en een MOVIE BEST SHOT functie
(onmiddellijke camera instelling gebaseerd op MOVIE
BEST SHOT voorbeelddecors).
• EX menu (pagina 129)
Het EX menu geeft toegang tot vier vaak gebruikte
instellingen.
• Ingebouwde beeldbewerkingsfuncties
U kunt de witbalans (pagina 141) en helderheid (pagina
143) van beelden na opname met eenvoudige
bewerkingen veranderen.
• Bewegende afdrukfunctie (MOTION PRINT) (pagina’s
106, 140)
Met deze functie worden bewegende beelden van een
film in het geheugen opgeslagen waarvan stilbeelden
worden gemaakt die geschikt zijn om te worden
afgedrukt.
• Kalenderscherm (pagina 146)
Een simpele bedieningshandeling geeft een kalender met
een volledige maand weer op het beeldscherm van de
camera. Elk dag van de volledige maandkalender toont
een thumbnail van het eerste bestand dat op die datum
was opgenomen hetgeen het zoeken naar een bepaald
bestand gemakkelijker en sneller.
• Audio Snapshot functie (pagina 114)
Gebruik deze functie om snapshots op te nemen die
audio bevatten.
• Na opname (pagina 152)
Gebruik deze functie om audio toe te voegen aan
snapshots nadat u die heeft opgenomen.
• Spraakopname (pagina 115)
Snel en gemakkelijk opnemen van spraakdata.
11
INLEIDING
• PRINT Image Matching III Compatibel (pagina 192)
Beelden omvatten PRINT Image Matching III data (functie
instelling en andere camera instelinformatie). Een printer
die PRINT Image Matching III ondersteunt, leest deze
data en stemt het afgedrukte beeld daarop af zodat de
beelden er uit komen zoals u bedoeld had toen u ze
opnam.
• Selecteerbare geluidsinstellingen (pagina 166)
U kunt verschillende geluiden configureren die dan
gespeeld worden telkens wanneer u de camera
inschakelt, de sluitertoets halverwege of geheel indrukt of
een toetsbewerking uitvoert.
• Wereldtijd (pagina 171)
Door een eenvoudige bediening wordt de huidige tijd
ingesteld voor de huidige plaats. U kunt uit 162 steden in
32 tijdzones kiezen.
• DCF data opslag (pagina 208)
Het DCF (Design rule for Camera File system) data
opslagprotocol voorziet in beeld compatibiliteit tussen
camera en printers.
• Ondersteuning voor SD geheugenkaarten en MMC
(MultiMediaCard = multimedia kaart) voor
geheugenuitbreiding (pagina 177)
• Bijgesloten met Photo Loader en Photohands
(pagina’s 216, 219, 229)
Uw camera wordt geleverd met Photo Loader, de
populaire applicatie die automatisch beelden laadt van uw
camera naar uw PC. Ook is Photohands bijgesloten, een
applicatie die het retoucheren van beelden versnelt en
vergemakkelijkt.
• Digital Print Order Format (DPOF) (pagina 185)
Beelden kunnen gemakkelijk afgedrukt worden in de
gewenste volgorde door gebruik te maken van een
DPOF-compatibele printer. DPOF kan ook gebruikt
worden voor het specificeren van beelden en
hoeveelheden door professionele
afdrukdienstverleningen.
• Ulead Movie Wizard SE VCD (pagina 224)
Met het meegeleverde Ulead Movie Wizard SE VCD
software kunt u filmbestanden op uw computer bewerken
en Video CD’s aanmaken. Het software kan worden
opgewaardeerd om bestanden om te zetten zodat ze met
een DVD speler kunnen worden afgespeeld.
• PictBridge en USB DIRECT-PRINT ondersteuning
(pagina 188)
Sluit direct aan op een printer die compatibel is met
PictBridge of USB DIRECT-PRINT en u kunt beelden
afdrukken zonder dit via de computer te doen.
12
INLEIDING
• Gebruik de flitser nooit als het te dicht bij de ogen van het
onderwerp is. Intens licht kan schade toebrengen aan het
gezichtsvermogen als de flitser op te korte afstand wordt
gebruikt, in het bijzonder geldt dit voor kinderen. Bij
gebruik van de flitser dient de camera minstens één
meter van de ogen van het onderwerp gehouden te
worden.
• Houd de camera uit de buurt van water en andere
vloeistoffen en laat hem nooit nat worden. Vocht brengt
het gevaar op elektrische schok en brand met zich mee.
Gebruik de camera nooit buiten in de regen of sneeuw, bij
de kust of op het strand, in de badkamer, enz.
• Mocht een vreemd voorwerp of water de camera
binnendringen, schakel deze dan onmiddellijk uit.
Verwijder daarna de accu uit de camera en/of het
netsnoer van de netadapter uit het stopcontact en neem
contact op met uw dealer of de dichtstbijzijnde erkende
CASIO onderhoudswerkplaats. Als het gebruik van de
camera onder deze omstandigheden wordt voortgezet,
brengt dit het gevaar op elektrische schok en brand met
zich mee.
Voorzorgsmaatregelen
■ Algemene voorzorgsmaatregelen
Let erop altijd de volgende belangrijke voorzorgsmaatregelen
na te leven wanneer u de EX-Z750 gebruikt.
Alle verwijzingen in deze gebruiksaanwijzing naar “camera”
verwijzen naar de CASIO EX-Z750 digitale camera.
• Probeer nooit beelden op te nemen of het ingebouwde
display te gebruiken terwijl u een motorvoertuig aan het
besturen bent of terwijl u aan het lopen bent. Dit creëert
namelijk het gevaar op een ernstig ongeluk.
• Probeer nooit de behuizing van de camera te openen of
zelf reparaties uit te voeren. Als de interne
hoogspanningscomponenten ontbloot worden, creëert dit
gevaar op elektrische schok. Laat onderhoud en
reparatiewerkzaamheden altijd over aan door een CASIO
erkende onderhoudswerkplaats.
• Kijk nooit door de zoeker van de camera naar de zon of
naar een ander helder licht. Hierdoor kunt u uw
gezichtsvermogen beschadigen.
• Houd de kleine onderdelen en accesoires van deze
camera buiten het bereik van kleine kinderen. Mocht een
klein onderdeel per ongeluk ingeslikt worden, neem dan
onmiddellijk contact op met uw arts.
• Richt de flitser nooit op een persoon die een
motorvoertuig aan het besturen is. Dit kan hinderlijk zijn
en het gevaar op een ongeluk met zich meebrengen.
13
INLEIDING
• Mocht de behuizing van de camera ooit breken doordat
de camera gevallen is of op andere manier blootgesteld is
aan een ruwe behandeling, schakel dan onmiddellijk de
spanning uit. Verwijder daarna de accu van de camera
en/of haal de stekker van het netadaptersnoer uit het
stopcontact en neem contact op met de dichtstbijzijnde
CASIO erkende onderhoudswerkplaats.
• Gebruik de camera nooit in een vliegtuig of een andere
plaats waar het gebruik ervan verboden is. Dit kan
namelijk het gevaar op een ongeluk met zich
meebrengen.
• Materiële schade en defecten van deze camera kunnen
er toe leiden dat de in het geheugen opgeslagen data
gewist wordt. Maak altijd reservekopieën van data door
ze over te sturen naar het geheugen van een PC.
• Open nooit het accudeksel, verbreek nooit de aansluiting
van de netadapter met de camera en trek deze nooit uit
het stopcontact terwijl een beeld wordt opgenomen. Niet
alleen maakt dit het onmogelijk de huidige beelden op te
nemen, het kan ook de andere beelddata beschadigen
die reeds opgeslagen waren in het bestandgeheugen
van de camera.
• Mocht u ooit rook of een vreemde geur bespeuren bij de
camera, schakel de camera dan onmiddellijk uit. Er
daarbij op lettend dat u uw vingers niet brandt, verwijder
daarna de accu uit de camera en/of het netsnoer van de
netadapter uit het stopcontact en neem contact op met
uw dealer of de dichtstbijzijnde erkende CASIO
onderhoudswerkplaats. Als het gebruik van de camera
onder deze omstandigheden wordt voortgezet, brengt dit
het gevaar op elektrische schok en brand met zich mee.
Overtuig u er eerst van dat er geen rook meer uit de
camera komt en neem de camera dan ter reparatie mee
naar de dichtstbijzijnde CASIO erkende
onderhoudswerkplaats. Probeer onderhoud en reparaties
nooit zelf uit te voeren.
• Gebruik de netadapter nooit om andere apparatuur dan
deze camera van spanning te voorzien. Gebruik ook nooit
een andere netadapter dan de meegeleverde om deze
camera van spanning te voorzien.
• Bedek de netadapter nooit met een plaid, een deken of
een andere afdekking terwijl hij gebruikt wordt en gebruik
de adapter ook niet bij een kachel.
• Trek de stekker van het netadaptersnoer minstens eens
per jaar uit het stopcontact en reinig het gedeelte bij de
stekers van de stekker. Stof kan zich ophopen rond de
stekers en gevaar op brand met zich meebrengen.
14
INLEIDING
■ Test voor het gebruik dat de camera goed
werkt!
■ Voorzorgsmaatregelen bij data foutlezingen
• Uw digitale camera is vervaardigd met digitale precisieonderdelen. Bij elk van de volgende omstandigheden
bestaat het gevaar op de beschadiging van data in het
bestandgeheugen.
Voordat u de camera gebruikt voor het maken van
belangrijke opnemen dient u eerst een aantal testbeelden
op te nemen om u zich er eerst van te overtuigen dat de
resultaten naar wens zijn en de camera juist
geconfigureerd is en u hem op de juiste wijze bediend.
— Het verwijderen van de accu of de geheugenkaart of
het plaatsen van de camera op de USB slede terwijl
de camera zojuist bezig is met het opnemen van een
beeld of toegang heeft tot het geheugen
— Het verwijderen van de accu, het verwijderen van de
geheugenkaart of het plaatsen van de camera in de
USB slede terwijl de groene bedrijfsindicator nog aan
het knipperen is nadat u de camera uitgeschakeld
heeft
— Het verbreken van de aansluiting van de USB kabel of
het verwijderen van de camera uit de USB slede of het
loskoppelen van de netadapter van de USB slede
terwijl het versturen van data plaatsvindt
— Lage batterijspanning
— Andere abnormale omstandigheden
Elk van de bovengenoemde omstandigheden kan er toe
leiden dat een foutlezing op het scherm verschijnt (pagina
243). Volg de aanwijzingen in de melding om de oorzaak
van de foutlezing te elimineren.
15
INLEIDING
■ Voorwaarden voor juiste werking
■ Condens
• Deze camera is ontworpen voor gebruik bij temperaturen
tussen 0°C en 40°C.
• Gebruik de camera niet en berg hem niet op de volgende
plaatsen op.
• Wanneer u de camera binnen brengt op een koude dag of
op een andere manier blootstelt aan plotselinge
veranderingen in temperatuur, bestaat de mogelijkheid
dat condens zich kan gaan vormen op de buitenkant of op
de inwendige componenten. Condens kan defectieve
werking veroorzaken zodat u moet vermijden dat de
camera blootstaat aan omstandigheden die condens
kunnen veroorzaken.
• Om te voorkomen dat condens überhaupt gevormd wordt,
dient u de camera in een plastic tas te plaatsen voordat u
hem naar een plaats brengt die veel warmer of kouder is
dan de huidige plaats. Laat de camera in de plastic tas
totdat de lucht in de tas de kans heeft gekregen om
dezelfde temperatuur als die van de nieuwe plaats heeft
bereikt. Mocht condens zich toch gevormd hebben,
verwijder dan de accu van de camera en laat het
accudeksel voor enkele uren open.
— Op plaatsen die blootstaan aan het directe zonlicht.
— Op plaatsen die blootstaan aan hoge vochtigheid of
veel stof.
— In de omgeving van airconditionings, kachels of
andere plaatsen die blootstaan aan extreme
temperaturen.
— Binnenin een gesloten voertuig, in het bijzonder
wanneer deze in de zon geparkeerd staat.
— Op plaatsen die blootstaan aan sterke trillingen.
16
INLEIDING
■ Stroomvoorziening
■ Lens
• Gebruik enkel de speciale oplaadbare lithium-ion accu
NP-40 om deze camera van stroom te voorzien. Het
gebruik van een ander type accu wordt niet ondersteund.
• Deze camera heeft geen gescheiden batterij voor de klok.
De instellingen van de datum en de tijd worden geheel
uitgewist wanneer in het geheel geen stroom wordt
toegevoerd (van zowel de accu als de USB slede). Zorg
er voor deze instellingen opnieuw te configureren als de
stroom wordt onderbroken (pagina 169).
• Oefen nooit te veel kracht uit bij het reinigen van het
oppervlak van de lens. Word dit toch gedaan, dan kan de
lens bekrast raken en defecten worden veroorzaakt.
• Vingerafdrukken, stof en anderszins bevuilen van de lens
kan op de juiste manier opnemen belemmeren. Raak de
lens nooit met de vingers aan. U kunt stofdeeltjes van de
lens verwijderen met een lensblazer. Veeg vervolgens het
oppervlak van de lens af met een zachte lensdoek.
• U kunt mogelijk af en toe vervorming waarnemen in
bepaalde soorten beelden waarbij er een kleine buiging
optreedt bij lijnen die recht zouden moeten zijn. Dit komt
door de karakteristieken van de lens/het objectief en duidt
niet op een defect van de camera.
■ Overige
• Tijdens het gebruik kan de camera ietwat warm worden.
Dit duidt niet op een defect.
• Als de buitenkant van de camera gereinigd dient te
worden, veeg deze dan af met een zachte, droge doek.
17
SNELSTARTGIDS
SNELSTARTGIDS
Laad de accu eerst op!
1. Leg de accu in de camera
2. Plaats de camera in de USB slede om de accu op te
(pagina 33).
laden (pagina 34).
• Merk op dat de vorm van de netadapter afhangt van het land waar
de camera wordt aangeschaft.
• Het kost ongeveer 180 minuten voor de accu om volledig op te
laden.
1
1 Inlaat type
2
2
Stopnok
○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○
1 Insteek type
3
18
Oplaadindicator [CHARGE]
Opladen: licht rood op
Opladen voltooid: licht groen op
SNELSTARTGIDS
Configureren van de displaytaal en de klokinstellingen
• Let erop det volgende instellingen te
configureren voordat u de camera gebruikt
voor het opnemen van beelden.
Zie pagina 49 voor details.
1. Druk op de spanningstoets om de camera in te
schakelen.
2. Gebruik [왖], [왔], [왗] en [왘] om de gewenste taal te
selecteren.
1
3. Druk op [SET] om de taalinstelling te registreren.
4. Selecteer het gewenste geografische gebied m.b.v. [왖],
[왔], [왗] en [왘] en druk vervolgens op [SET].
5. Selecteer de gewenste stad m.b.v. [왖] en [왔] en druk
vervolgens op [SET].
2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9
6. Selecteer de gewenste zomertijdinstelling m.b.v. [왖] en
[왔] en druk vervolgens op [SET].
[왖]
[왗]
[왘]
[왔]
[SET]
7. Selecteer de gewenste datumformaatinstelling m.b.v.
[왖] en [왔] en druk vervolgens op [SET].
8. Stel de datum en de tijd in.
9. Druk op [SET] om de klokinstellingen te registreren en
het instelscherm te verlaten.
19
SNELSTARTGIDS
Opnemen van een beeld
Zie pagina 52 voor details.
Vergeet niet voordat u een in de handel verkrijgbare
geheugenkaart in gebruikt neemt, de kaart eerst te
formatteren met de formatteerprocedure van de camera.
Zie pagina 179 voor het formatteren van een
geheugenkaart.
Snapshotfunctie icoon
10
1600 1200N
Groene bedrijfsindictator
1
05/ 12/24
05/12
24
12:58
12
58
1. Druk op [
3
4
Scherpstelkader
] (REC).
• Hierdoor wordt de REC (opname) functie ingeschakeld.
2. Zet de functiedraairegelaar op “
” (snapshot
functie).
3. Richt de camera op het onderwerp, gebruik het
beeldscherm of druk op de zoeker om het beeld
te componeren en druk daarna de sluitertoets
half in.
• Nadat de camera klaar is met het automatische
scherpstellen wordt het scherpstelkader groen en gaat
de groene bedrijfsindicator branden.
2
4. Houd de camera stil en druk de sluitertoets
voorzichtig geheel in.
20
SNELSTARTGIDS
Bekijken van een opgenomen beeld
Wissen van een beeld
Zie pagina 130 voor details.
1. Druk op [
1
1
2
2, 3, 4, 5
] (PLAY).
• Hierdoor wordt de PLAY (weergave) functie
ingeschakeld.
2. Blader m.b.v. [왗] en [왘] door de
beelden.
Zie pagina 158 voor details.
1. Druk op [
] (PLAY).
2. Druk op [왔] (
).
3. Laat het beeld zien dat u wilt uitwissen m.b.v. [왗] en
[왘].
4. Selecteer “Delete” (wissen) m.b.v. [왖] en [왔].
• Selecteer “Cancel” (annuleren) om de beeldwisfunctie te
verlaten zonder iets uit te wissen.
5. Druk op [SET] om het beeld te wissen.
21
VOORBEREIDINGEN
VOORBEREIDINGEN
Dit hoofdstuk bevat informatie die u dient te weten
aangaande het gebruik van de camera en wat u dient te
doen voordat u daaraan gaat beginnen.
Deze term wordt in deze
gebruiksaanwijzing gebruikt:
De op dat moment
geselecteerde
opnamefunctie (Snapshot,
BEST SHOT, filmopname,
korte film, voorafgaande
film, MOVIE BEST SHOT,
spraakopname)
“digitale ruis”
Kleine spikkels of “sneeuw”
in het opgenomen beeld of
op het beeldscherm
waardoor het beeld er
korrelig uitziet.
Betreffende deze gebruiksaanwijzing
Dit hoofdstuk bevat informatie over de afspraken die in
deze gebruiksaanwijzing worden gebruikt.
■ Terminologie
De volgende tabel definiëert de terminologie die in deze
gebruiksaanwijzing wordt gebruikt.
Deze term wordt in deze
gebruiksaanwijzing gebruikt:
■ Toetsbediening
Betekenis:
“camera”
De CASIO EX-Z750 digitale
camera
“bestandgeheugen”
De plaats waar de camera
op het ogenblik beelden
opslaat die u opneemt
(pagina 54)
“accu”
De NP-40 oplaadbare
lithium-ion accu
“oplader”
De los verkrijgbare CASIO
BC-30L oplader
Betekenis:
“een opnamefunctie (REC)”
De bediening van toetsen wordt aangegeven door de
toetsnaam binnen haakjes ([ ]).
■ In-beeld tekst
De in-beeld tekst wordt altijd door dubbele
aanhalingstekens (“ ”) omsloten.
22
VOORBEREIDINGEN
■ Aanvullende informatie
Algemene gids
•
BELANGRIJK!
geeft belangrijke informatie aan
die u dient te weten om de camera op de juiste manier te
gebruiken.
•
LET OP
geeft informatie aan die handig is bij het
bedienen van de camera.
De volgende afbeeldingen tonen de namen van elk
component, elke toets en elke schakelaar op de camera.
Camera
■ Voorkant
■ Bestandgeheugen
De term ‘bestandgeheugen’ in deze gebruiksaanwijzing is
een algemene term die slaat op de huidige plaats waar uw
camera de beelden die u opneemt aan het opslaan is. Dit
kan één van de volgende drie lokaties betreffen.
1 2 34 56 7
• Het ingebouwde flash-geheugen van de camera
• Een SD geheugenkaart die in de camera geladen is
• Een MultiMediaCard die in de camera geladen is
1 Zoomregelaar
2 Sluitertoets
3 Spanningstoets
4 Microfoon
5 Flitser
6 AF hulpverlichting/
zelfontspannerindicator
7 Zoeker
8 Lens
Zie pagina 209 voor meer informatie aangaande hoe de
camera beelden opslaat.
8
23
VOORBEREIDINGEN
■ Achterkant
90
AB
■ Onderkant
M Stopnok
N Geheugenkaartsleuf
O Accuvak
P Accudeksel
Q Aansluiting
R Statiefschroefgat
9 Zoeker
0 Bedrijfsindicator
A [ ] (PLAY – weergave)
C
toets
] (REC – opname)
toets
Functiedraairegelaar
Polsriemring
Insteltoets [SET]
[왖][왔][왗][왘] toetsen
Displaytoets [DISP]
[MENU] toets
Beeldscherm
B[
D
E
I
HG
F
C
D
E
F
G
H
I
* Gebruik dit gat bij montage van een statief.
M
■ Zijkant
R Q
J Luidspreker
K[
] (doorlopende
J
K
L
sluiter) toets
L [EX] toets
24
P
ON
VOORBEREIDINGEN
■ Achterkant
USB slede
Door de CASIO digitale camera eenvoudigweg op de USB
slede te plaatsen wordt u in staat gesteld de volgende
taken te verrichten.
6 [DC IN 5.3V]
• Opladen van de accu (pagina 34)
• Bekijken van de beelden m.b.v. de Photo Stand diashow
functie (pagina 149).
• Aansluitbaarheid op een televisie om beelden via het
beeldscherm van een televisietoestel te bekijken (pagina
155).
• Direct aansluiten op een printer om afdrukken te maken
(pagina 189)
• Automatisch oversturen van beelden naar een computer
(pagina 194)
6
2
3
7
8
■ Voorkant
1
gelijkspanningsingang
(netadapteraansluiting)
7 [ ] (USB poort)
8 AV uitgangsaansluiting
[AV OUT]
1 Camera aansluiting
2 [USB] indicator
3 [USB] toets
4 Oplaadindicator [CHARGE]
5 Fototoets [PHOTO]
5 4
25
VOORBEREIDINGEN
Inhoud van het beeldscherm
Het beeldscherm houdt u via verschillende indicatoren en iconen op de hoogte van de status van uw camera.
• Merk op dat de voorbeeldschermen in dit hoofdstuk enkel dienen ter illustratie. Ze komen niet precies overeen met de inhoud
van het scherm dat geproduceerd wordt door de camera.
Opnamefuncties (REC)
■ Indicators op het scherm
2 3 45 6 7
1
1 Flitserfunctie indicator
8
E
9
0
D
A
B
C
3 Witbalansindicator
5 Zelfontspanner
(pagina 64)
(pagina 84)
(pagina 69)
Geen
Geen
Geen
Automatisch
Flitser uit
Daglicht
Flitser aan
Bewolkt
Vermindering van het
rode ogen effect
• Als de camera signaleert dat
de flitser gebruikt moet
worden terwijl automatisch
flitsen geselecteerd is,
verschijnt de flitser aan
indicator wanneer de
sluitertoets halverwege wordt
ingedrukt.
2 Scherpstelfunctie
indicator (pagina 74)
Geen
10s
Schaduw
2s
1
TL-verlichting 1
x3
2
TL-verlichting 2
Gloeilamp
Handmatig
4 Doorlopende
sluiterfuncties
(pagina 89)
1-beeld
Zelfontspanner 10 sec.
Zelfontspanner 2 sec.
Drievoudige
zelfontspanner
6 Opnamefuncties (REC)
(pagina 52)
Snapshot
BEST SHOT
Handmatige belichting
Film
Autofocus
Enkele opname
MOVIE BEST SHOT
functie
Macro
Normale doorlopende
sluiter
Korte filmfunctie
Panfocus
Z
Oneindig
Handmatig sherpstellen
•
Automatisch
verschijnt enkel tijdens
het opnemen van films.
26
Doorlopende sluiter
met zoom
Meervoudige
doorlopende sluiter
Voorafgaande
filmfunctie
Audio snapshot
Spraakopname
VOORBEREIDINGEN
7 Meetfunctie indicator
(pagina 126)
Multi-patroon meten
Centrum-georiënteerd
meten
Puntmeten
8 • Snapshots: Resterende
geheugencapaciteit
(pagina’s 56, 245)
(Resterend aantal beelden dat
kan worden opgeslagen)
• Films: Resterende opnametijd
(pagina 105)
9 Beeldkwaliteit
• Snapshots (pagina 72)
F : Fijn
N : Normaal
E : Economisch
• Films (pagina 104)
HQ
: Hoge kwaliteit
NORMAL : Normaal
LP
: Langzame snelheid
: • Snapshots: Beeldformaat
F
(pagina 71)
3072 × 2304 beeldpunten
3072 × 2048 (3:2) beeldpunten
2560 × 1920 beeldpunten
2048 × 1536 beeldpunten
1600 × 1200 beeldpunten
640 × 480 beeldpunten
• Films: Opnametijd (pagina 105)
G
H
I
J
A EV waarde (pagina 83)
B Datum en tijd
(pagina 169)
K
C Accucapaciteit
(pagina 39)
F Digitale zoomindicator (pagina 62)
D Histogram (pagina 117)
G Belichtingsfunctie (pagina’s 28, 56, 87)
E Scherpstelbeeld
(pagina 55)
H Sluitersnelheidwaarde (pagina’s 28, 56, 87)
• Scherpstellen voltooid: groen
• Scherpstelstoring: rood
I Lensopeningwaarde (pagina’s 28, 56, 87)
J ISO gevoeligheid (pagina 125)
LET OP
K Zoomindicator (pagina 62)
• Als de instelling van één van de volgende functies
veranderd wordt, verschijnt een icoongids
hulpboodschap (pagina 122) op het beeldscherm.
U kunt icoonhulp uitschakelen als u dat wilt.
— Flitserfunctie, scherpstelfunctie, witbalans,
zelfontspanner, Metering (meten).
— Image size (beeldformaat), white balance
(witbalans), AF area (autofocusgebied) van het
EX menuscherm (pagina 129).
• De linkerkant geeft optische zoom aan.
• De rechterkant geeft digitale zoom aan.
LET OP
• Bij een sluitersnelheid, lensopening of ISO
gevoeligheid die buiten het bereik ligt, wordt de
corresponderende waarde in het beeldscherm
oranje.
27
VOORBEREIDINGEN
■ Belichtingspaneel
2 Lensopening- en sluitersnelheidwaarden
(pagina’s 56, 87)
Stel de lensopening en
sluitersnelheid bij m.b.v. dit item.
• De lensopening- en
sluitersnelheidwaarden worden Lensopeningwaarde
aangegeven in het
Sluitersnelheidwaarde
belichtingspaneel wanneer de
functiedraairegelaar ingesteld staat op “M”
(handmatige belichting).
Het belichtingspaneel is een gebied in de rechter
benedenhoek van het beeldscherm tijdens de
opnamefuncties (REC) dat verschillende instelbare
parameters aangeeft. U kunt het belichtingspaneel ook
gebruiken om belichtingsinstellingen bij te stellen.
3 EV verschuiving
(belichtingscompensatiewaarde)
(pagina 83)
Gebruik dit item om de waarde van de
belichtingscompensatie (EV
EV verschuiving
verschuiving) in te stellen.
• De EV verschuivingswaarde verschijnt wanneer de
functiedraairegelaar ingesteld wordt op een andere
instelling dan “M” (handmatige belichting) wanneer
“EV Shift” (EV verschuiving) toegewezen wordt aan de
“L/R Key” (L/R toets) functie (pagina 120).
Belichtingspaneel
• De volgende uitleg betreft de items die verschijnen op het
belichtingspaneel. Merk op dat de huidige opnamefunctie
(REC) bepaalt welke items verschijnen.
1 Belichtingsfunctie (pagina’s 56, 87)
Gebruik dit item om de belichtingsfunctie
te selecteren.
• De belichtingsfunctie wordt
aangegeven in het belichtingspaneel
Belichtingsfunctie
wanneer de functiedraairegelaar
ingesteld staat op “M” (handmatige
belichting).
4 Instelling voor handmatig scherpstellen
(pagina 80)
Stel handmatig scherp m.b.v. dit item.
• Het handmatige scherpstel
instelitem wordt aangegeven in
het belichtingspaneel wanneer
handmatige scherpstelling is
geselecteerd (aangegeven
door “
” m.b.v.) [왖] (
).
28
Instelling voor
handmatig
scherpstellen
VOORBEREIDINGEN
5 • Snapshots: Beeldformaat
Weergavefunctie (PLAY)
12
(pagina 71)
3072 × 2304 beeldpunten
3072 × 2048 (3:2) beeldpunten
2560 × 1920 beeldpunten
2048 × 1536 beeldpunten
1600 × 1200 beeldpunten
640 × 480 beeldpunten
• Films: Beeldkwaliteit
(pagina 104)
HQ
: Hoge kwaliteit
NORMAL : Normaal
LP
: Langzame snelheid
3
4
5
6
7
8
9
F
E
6 Sluitersnelheidwaarde
(pagina’s 56, 87)
D
CB A 0
7 Lensopeningwaarde
(pagina’s 56, 87)
1 Weergavefunctie (PLAY)
bestand type
Snapshot
Film
MOVIE BEST SHOT
functie
Korte filmfunctie
Voorafgaande filmfunctie
Audio snapshot
Spraakopname
2 Beeldbeveiligingindicator
(pagina 161)
3 Mapnaam/bestandnaam
8 ISO gevoeligheid
(pagina 160)
(pagina 125)
Voorbeeld: Wanneer een bestand
dat CIMG0023.JPG heet
opgeslagen is in een map die
100CASIO heet
9 Datum en tijd
(pagina 169)
0 Meetfunctie indicator
100-0023
Mapnaam
(pagina 126)
Bestandnaam
A Witbalansindicator
(pagina 84)
AWB
Automatisch
Daglicht
Bewolkt
Schaduw
1
TL-verlichting 1
2
TL-verlichting 2
Gloeilamp
Handmatig
B Flitserfunctie indicator
(pagina 64)
Flitser aan
Flitser uit
Vermindering van het
rode ogen effect
C Opnamefunctie (REC)
(pagina 52)
Snapshot
BEST SHOT
4 • Snapshots: Beeldkwaliteit
Handmatige belichting
(pagina 72)
F : Fijn
N : Normaal
E : Economisch
• Films: Opnametijd (pagina 105)
D Accucapaciteit (pagina 39)
E Histogram (pagina 117)
F EV waarde (pagina 83)
29
VOORBEREIDINGEN
BELANGRIJK!
Veranderen van de inhoud van het
beeldscherm
• Sommige informatie wordt mogelijk niet juist getoond
als het een beeld betreft dat opgenomen was met
een ander model camera.
Telkens bij indrukken van de [DISP] toets verandert de
inhoud van het beeldscherm zoals hieronder aangegeven.
■ Opnamefuncties (REC)
30
Indicators aan
Histogram aan
Beeldscherm uit
Indicators uit
VOORBEREIDINGEN
■ Weergavefunctie (PLAY)
Indicators aan
BELANGRIJK!
• U kunt het beeldscherm niet uitschakelen tijdens de
volgende functies: PLAY (weergave), BEST SHOT,
Movie (film), korte film, voorafgaande film, MOVIE
BEST SHOT functie (standby) (BEST SHOT voor
film, standby).
• Door indrukken van [DISP] zal de inhoud van het
beeldscherm niet veranderen tijdens het opnemen
van een film, of tijdens standby of opname van een
audio snapshot.
• Door indrukken van [DISP] tijdens de
spraakopnamefunctie (REC) wordt het beeldscherm
(“indicators aan”) in- en uitgeschakeld. Door
indrukken van [DISP] tijdens tonen van een
spraakopnamebestand van de weergavefunctie
(PLAY) wordt heen en weer geschakeld tussen
“indicators aan” en “indicators uit”.
• Bij afspelen van de inhoud van een
spraakopnamebestand terwijl “indicators uit”
geselecteerd is (alleen spraakopnamebestandicoon
op het beeldscherm) zal het beeldscherm ongeveer
twee seconden nadat u op [SET] drukt om de
weergave te starten donker worden. De
spraakopnamebestandicoon (indicators uit) zal
opnieuw te voorschijn komen nadat de weergave
voltooid is.
Histogram/details aan
Indicators uit
31
VOORBEREIDINGEN
BELANGRIJK!
Vastmaken van de polsriem
• Zorg ervoor de polsriem om uw pols te houden
wanneer u de camera aan het gebruiken bent om te
voorkomen dat hij onverhoeds valt.
• De meegeleverde polsriem is enkel bedoeld voor
gebruik met deze camera. Gebruik de polsriem niet
voor andere toepassingen.
• Gebruik de polsriem nooit om de camera mee rond
te zwaaien.
Maak de polsriem vast aan de polsriemring zoals
aangegeven in de afbeelding.
Polsriemring
32
VOORBEREIDINGEN
2. Trek de stopper in de richting aangegeven
Spanningsvereisten
door de pijl in de afbeelding, plaats het
pijlteken op de accu tegenover het pijlteken
op de camera en schuif daarna de accu in de
camera.
Uw camera wordt door een oplaadbare lithium-ion accu
(NP-40) van stroom voorzien.
Inleggen van de oplaadbare accu
Pijlteken
1. Schuif het accudeksel in de door de pijl
aangegeven richting en open het dan.
NP-40
Stopnok
• Druk tegen de onderkant van de accu en let er op
dat de stopnok stevig op zijn plaats vergrendelt.
33
VOORBEREIDINGEN
3. Sluit het accudeksel en schuif het vervolgens
Opladen van de accu
in de door de pijl aangegeven richting.
1. Sluit de gebundelde netadapter aan op de [DC
IN 5.3V] (5,3V gelijkspanningsingang)
aansluiting van de USB slede en steek de
stekker in het stopcontact.
• Merk op dat de vorm van de netadapter afhangt van
het land waar de camera wordt aangeschaft.
BELANGRIJK!
5,3V gelijkspanning [DC IN 5.3V]
• Gebruik alleen de speciale oplaadbare lithium-ion
accu NP-40 om deze camera van stroom te
voorzien. Het gebruik van een ander type accu wordt
niet ondersteund.
Netadapter
De accu is niet volledig opgeladen wanneer u de
camera na aanschaf voor de eerste maal in gebruik
neemt. U dient de accu dus op te nemen voordat u de
camera voor de eerste maal in gebruik neemt.
Netsnoer
34
USB slede
VOORBEREIDINGEN
LET OP
LET OP
• De meegeleverde netadapter is ontworpen voor
werking op elke voeding tussen 100V en 240V
wisselspanning. Merk echter op dat de vorm van de
stekker afhangt van het land waar de camera
aangeschaft wordt. Bent u van plan de netadapter te
gebruiken in een land waar de vorm van de
netstekker afwijkt van die in uw land, vervang dan
het netsnoer door een ander netsnoer dat
meegeleverd werd met de camera of schaf een los in
de handel verkrijgbaar netsnoer aan dat past bij de
stopcontacten in het desbetreffende land.
• Gebruik de netadapter nooit met een transformator.
• De netadapter is ontworpen voor werking op spanning
van 100 V tot 240 V wisselstroom. Merk echter op dat
de vorm van de netadapter afhangt van het land waar
de camera wordt aangeschaft. Het is uw eigen
verantwoordelijkheid of de stekker van de netadapter
past bij het stopcontact als u in het buitenland bent.
• Gebruik de netadapter nooit met een transformator.
2. Schakel de camera uit.
3. Plaats de camera op
de USB slede.
• Plaats de camera niet
op de USB slede
wanneer hij nog
ingeschakeld is.
○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○
USB slede
• De oplaadindicator
[CHARGE] op de USB
slede zou rood moeten
worden om aan te
geven dat het opladen
gestart is. De
oplaadindicator
[CHARGE] wordt groen
wanneer het opladen
voltooid is.
Netadapter
5,3V gelijkspanning
[DC IN 5.3V]
35
Oplaadindicator
[CHARGE]
VOORBEREIDINGEN
• Het kost ongeveer 180 minuten voor de accu om
volledig op te laden. De werkelijke oplaadtijd hangt
af van de huidige accucapaciteit en de
oplaadomstandigheden.
• De oplaadindicator [CHARGE] kan oranje branden
en het opladen begint soms niet onmiddellijk als u de
camera net daarvoor nog gebruikte (waardoor de
accu warm wordt) of als u de accu probeert op te
laden terwijl de omgevingstemperatuur te hoog of
juist te laag is. Wacht in dit geval gewoon een poosje
totdat de accu de normale temperatuur bereikt heeft.
De [CHARGE] indicator wordt rood en het opladen
begint wanneer de accu zich binnen het toegestane
oplaadtemperatuurbereik bevindt.
• Mocht de [CHARGE] oplaadindicator rood gaan
knipperen dan betekent dit dat er een probleem bij
het opladen optreedt. Een probleem kan op één van
de volgende condities wijzen: een probleem met de
slede, een probleem met de camera of een probleem
met de accu of hoe die ingelegd is. Neem de camera
van de USB slede af en monteer hem opnieuw om te
kijken of hij nu wel goed werkt.
• De enige bewerkingen die uitgevoerd kunnen
worden terwijl de camera op de USB slede geplaatst
is, zijn: Opladen van de accu, fotostandaard,
beeldafgifte naar een televisietoestel en USB
datacommunicatie.
4. Neem na het opladen de camera uit de USB
slede.
BELANGRIJK!
• Gebruik enkel de USB slede (CA-26) die met de
camera wordt meegeleverd of de los verkrijgbare
oplader (BC-30L) om de speciale oplaadbare lithiumion accu NP-40 op te laden. Gebruik nooit andere
oplaadtoestellen.
• Gebruik enkel de meegeleverde netadapter. Gebruik
nooit een ander type netadapter. Gebruik de los
verkrijgbare AD-C40, AD-C620 en AD-C630
netadapters in geen geval met deze camera.
• Let er op dat de camera aansluiting van de USB
slede stevig en zover mogelijk in de camera
aansluiting zit.
36
VOORBEREIDINGEN
■ Als de camera niet normaal werkt
■ Richtlijnen voor de levensduur van de accu
Dat kan betekenen dat er een probleem is met de manier
waarop de accu ingelegd is. Voer de volgende stappen uit.
De waarden in de richtlijnen t.a.v. de gebruiksduur van de
accu die hieronder worden gegeven, geven de hoeveelheid
tijd aan bij de voorwaarden die vermeld staan onder de
tabel totdat de spanning automatisch uitgeschakeld wordt
doordat de accu leeg is. Deze waarden zijn echter geen
garantie dat de accu inderdaad de aangegeven
gebruiksduur zal verstrekken. Een lage temperatuur en
ononderbroken gebruik zullen de gebruiksduur van de accu
verkorten.
1. Verwijder de accu uit de camera en controleer
of de contactpunten van de accuaansluitingen vuil zijn. Mocht dit het geval
zijn, veeg deze dan af met een droge doek.
2. Controleer dat het netsnoer van de netadapter
stevig aangesloten is op het stopcontact en
op de USB slede.
• Mochten dezelfde symptomen zich opnieuw
voordoen wanneer u de camera op de USB slede
plaatst nadat u de bovenstaande stappen heeft
ondernomen, neem dan contact op met een CASIO
erkende onderhoudswerkplaats.
Bewerking
Gebruiksduur van accu
(benadering)
Aantal foto’s (CIPA standaard)*1
(werkingstijd)
325 foto’s
(160 minuten)
Aantal foto’s, doorlopende
opname*2 (werkingstijd)
740 foto’s
(190 minuten)
Doorlopende weergave van
Snapshots*3
410 minuten
Doorlopende filmopname*
170 minuten
Doorlopende spraakopname*5
410 minuten
4
37
VOORBEREIDINGEN
Ondersteunde accu: NP-40 (nominale capaciteit: 1230mAh)
Opslagmedium : SD geheugenkaart
• De bovenstaande waarden zijn gebaseerd op een nieuwe
accu die volledig opgeladen is. De levensduur van de
accu loopt terug naarmate hij vaker wordt opgeladen.
• De gebruiksduur van de accu wordt voor een grote mate
bepaalt door hoevaak en hoe lang u de flitser, de zoonfunctie
en de automatische scherpstelfunctie (autofocus) gebruikte
en hoe lang u de spanning ingeschakeld laat. De opnametijd
en het aantal beelden dat u kunt opnemen hangen ook af
van de instelling Normal (normaal) of Bright (helder) van het
beeldscherm (pagina 166).
*1 Aantal foto’s (CIPA standaard)
• Temperatuur: 23°C
• Beeldscherm: Ingeschakeld
• Zoomen van de volledige groothoek- tot de volledige
telefotostand elke 30 seconden, waarbij telkens twee
beelden worden opgenomen, waarvan één met flits;
de spanning wordt na elke 10 opgenomen beelden uiten weer ingeschakeld.
■ Tips om de lading van de accu langer te
laten meegaan
*2 Omstandigheden bij doorlopende opname
• Temperatuur: 23°C
• Beeldscherm: Ingeschakeld
• Flitser: Uitgeschakeld
• Beeld opgenomen na elke 15 seconden, wisselend
tussen volledige groothoek en volledige telefoto.
• Mocht u de flitser niet hoeven gebruiken tijdens het
opnemen, selecteer dan
(flitser uit) als de
flitserfunctie. Zie pagina 64 voor meer informatie.
• Schakel de automatische spanningsuitschakelfunctie (Auto
Power Off) en de sluimerfunctie (Sleep) (pagina 45) in om
u te beschermen tegen het onnodig verkwisten van stroom
als u vergeet de spanning van de camera uit te schakelen.
• U kunt accustroom besparen door [DISP] te gebruiken om
het beeldscherm uit te schakelen.
• Door tijdens het opnemen van een film handmatig scherp
te stellen (pagina 80) of panfocus (pagina 79) te
gebruiken kunt u de gebruiksduur van de accu verlengen.
• Met de “Nomal” (normale) instelling voor het
beeldhelderheid gaat de accu langer mee dan wanneer
de “Bright” instelling (pagina 166) wordt ingesteld.
*3 Omstandigheden bij doorlopende snapshot weergave
• Temperatuur: 23°C
• Bladeren naar het volgende beeld na elke 10
seconden
*4 Geschatte tijd voor doorlopende filmopname zonder te
zoomen.
*5 De tijden voor stemopname zijn gebaseerd op
doorlopende opname.
38
VOORBEREIDINGEN
■ Lege accu indicator
Vervangen van de accu
Hieronder wordt aangegeven hoe de
accucapaciteitsindicator op het beeldscherm verandert
naarmate meer accustroom wordt gebruikt. De
indicator
geeft aan dat de accu vrijwel leeg is. Merk op dat u
beelden mogelijk niet kan opnemen terwijl de indicator
aangeeft. Laad de accu onmiddellijk op wanneer een van
deze indicators verschijnt.
Accuniveau
Hoog
1. Open het accudeksel.
2. Trek de stopnok in de door de pijl
aangegeven richting.
• Hierdoor zal de accu gedeeltelijk uit de sleuf komen.
Laag
Indicator
Stopnok
3. Laat de stopnok los en trek de accu uit de
camera.
• Let erop dat u de accu niet laat vallen.
4. Leg een nieuwe accu in de camera (pagina 33).
39
VOORBEREIDINGEN
• Het negeren van de volgende voorzorgsmaatregelen
tijdens het gebruik van de accu kan het gevaar op
oververhitting, brand en ontploffing met zich mee
brengen.
— Gebruik nooit een ander type oplader dan de los
verkrijgbare oplader die gespecificeerd is voor de
accu.
— Probeer de accu nooit te gebruiken om een ander
toestel van stroom te voorzien dan deze camera.
— Gebruik de accu nooit nooit of laat hem nooit achter
bij open vuur.
— Plaats de accu nooit in een magnetron, gooi hem
nooit in het vuur en stel hem niet anderszins bloot
aan hoge temperaturen.
— Let erop dat de accu op de juiste wijze (+ en –
polen) ingelegd is wanneer u hem in de camera legt
of aan de los verkrijgbare oplader koppelt.
— Draag of leg de accu nooit bij voorwerpen die
elektriciteit kunnen geleiden (halskettingen, potlood,
enz.).
— Haal de accu nooit uit elkaar, knutsel er niet aan en
stel hem niet bloot aan harde stoten.
— Dompel de accu nooit onder in water.
— Gebruik de accu nooit en laat hem nooit achter in
het directe zonlicht, en een auto die in de zon
geparkeerd staat of op een andere laats waar de
temperatuur hoog is.
Voorzorgsmaatregelen voor de
stroomvoorziening
Merk de volgende voorzorgsmaatregelen op bij het
hanteren of gebruik van de accu en de los verkrijgbare
oplader.
■ Voorzorgsmaatregelen voor de accu
● VEILIGHEIDSVOORZORGSMAATREGELEN
Zorg ervoor de volgende voorzorgsmaatregelen te lezen
voordat u de accu voor de eerste maal in gebruik neemt.
LET OP
• De term “accu” in deze gebruiksaanwijzing slaat op
de CASIO NP-40 oplaadbare lithium-ion accu.
• Gebruik enkel de USB slede (CA-26) die met de
camera wordt meegeleverd of de los verkrijgbare
oplader (BC-30L) om de speciale oplaadbare lithiumion accu NP-40 op te laden. Gebruik nooit andere
oplaadtoestellen.
40
VOORBEREIDINGEN
• Mocht accuvloeistof onverhoeds op uw kleding of op
uw huid komen, was dan onmiddellijk af met schoon
leidingwater. Langdurig lichamelijk contact met
accuvloeistof kan leiden tot huidirritatie.
• Mocht u ooit één van de volgende omstandigheden
opmerken tijdens het gebruik, het laden of het opslaan
van een accu, koppel hem dan onmiddellijk van de
camera of oplader en houd hem uit de buurt van open
vuur:
— Lekken van vloeistof
— Afgeven van een vreemde geur
— Afgeven van hitte
— Verkleuren van de accu
— Vervormen van de accu
— Andere abnormale omstandigheden bij de accu
• Mocht de accu niet volledig opladen binnen de normale
oplaadtijd, stop dan met opladen. Verder opladen kan
het gevaar op oververhitting en brand of explosie in de
hand werken.
• Mocht accuvloeistof onverhoeds in uw ogen komen,
dan kan dit ernstige schade toebrengen aan de ogen.
Spoel onmiddellijk uw ogen uit met schoon leidingwater
en raadpleeg daarna uw arts.
• Voordat u de accu gaat gebruiken of opladen, dient u
eerst pagina 34 van deze gebruiksaanwijzing en de
volledige gebruiksaanwijzing te lezen die met de
oplader meegeleverd is.
• Mocht de accu gebruikt worden door jonge kinderen,
zie er dan op toe dat een verantwoordelijke volwassene
de kinderen attent maakt op de voorzorgsmaatregelen
en op de juiste behandelingsaanwijzingen zoals
beschreven in de gebruiksaanwijzing en let erop dat ze
de accu inderdaad op de juiste manier behandelen.
● VOORZORGSMAATREGELEN TIJDENS HET
GEBRUIK
• Deze accu is ontworpen voor exclusief gebruik met
deze CASIO digitale camera.
• Gebruik enkel de USB slede die met de camera
meegeleverd wordt of de speciale oplader om de accu
op te laden. Gebruik nooit een ander type oplader voor
het opladen.
• Wordt de accu gebruikt op een koude plaats, dan
verkort dit de gebruikstijd die u kunt verwachten van
een volledig opgeladen accu. Laad de accu op een
plaats op waar de temperatuur tussen 10°C en 35°C is.
Opladen buiten dit temperatuurbereik kan er de
oorzaak van zijn dat het opladen langer dan
gebruikelijk duurt en kan het zelfs onmogelijk zijn om
de accu (volledig) op te laden.
• Mocht de accu na volledig opladen maar korte tijd
werken en daarna weer uitgeput zijn, dan heeft de accu
het einde van zijn levensduur bereikt. Vervang hem
door een nieuwe.
• Veeg de accu nooit af met verdunner, benzeen, alcohol
of andere vluchtige chemicaliën of chemisch bewerkte
doeken. Dit kan namelijk vervorming van de accu
veroorzaken en leiden tot defecten.
41
VOORBEREIDINGEN
■ Voorzorgsmaatregelen voor de USB slede
en de netadapter
● VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET
OPBERGEN
• Bent u niet van plan de camera binnen afzienbare tijd
te gebruiken, verwijder dan de accu. Mocht de accu in
de camera blijven zitten dan zal hij kleine
hoeveelheden stroom afgeven zelfs als de camera is
uitgeschakeld, hetgeen kan leiden tot een lege accu of
de mogelijkheid dat het laden voor het volgende
gebruik langer duurt.
• Berg de accu op een koele, droge plaats (20°C of
lager).
● GEBRUIK VAN DE ACCU
• Zie pagina 34 van deze gebruiksaanwijzing of de
gebruiksaanwijzing die met de speciale oplader
meegeleverd worden voor informatie betreffende de
oplaadprocedures en de oplaadtijd.
• Bij vervoer van een accu, dient u die ofwel in
opgeladen toestand in de digitale camera te houden of
op te bergen in de doos.
Waarschuwing!
42
• Gebruik nooit een stopcontact waarvan het
voltage verschilt van het op de netadapter
aangegeven voltage. Dit kan namelijk het
gevaar op elektrische schok met zich
meebrengen. Gebruik enkel de netadapter die
met deze camera meegeleverd is.
• Laat onder geen omstandigheden toe dat het
netsnoer doorgesneden wordt of beschadigd
raakt, plaats er geen zware voorwerpen op en
houd het uit de buurt van hitte. Een
beschadigd netsnoer brengt namelijk het
gevaar op brand en elektrische schok met
zich mee.
• Knutsel nooit aan het netsnoer van de
netadapter, buig of draai het niet te veel en
trek er niet te hard aan. Dit brengt namelijk
het gevaar op brand en elektrische schok met
zich mee.
• Raak de netadapter nooit met natte handen
aan. Dit kan namelijk gevaar op elektrische
schok met zich meebrengen.
• Stel verlengsnoeren en stopcontacten niet
bloot aan overlading. Dit brengt namelijk het
gevaar op brand en elektrische schok met
zich mee.
VOORBEREIDINGEN
Waarschuwing!
• Mocht het snoer van de netadapter
beschadigd raken (met een blootliggende
interne bedrading) neem dan contact op met
uw dealer of de dichtstbijzijnde erkende
CASIO onderhoudswerkplaats. Een
beschadigd netadaptersnoer brengt namelijk
het gevaar op brand en elektrische schok met
zich mee.
• Gebruik de netadapter waar deze niet nat kan
worden. Water breng het risico op brand en
elektrische schok met zich mee.
• Plaats geen vaas of andere bak met vloeistof
bovenop de netadapter. Water breng het risico
op brand en elektrische schok met zich mee.
In- en uitschakelen van de camera
■ Inschakelen van de camera
Druk op de spanningstoets, de [
] (REC) toets of de [
]
(PLAY) toets. De bedrijfsindicator gaat even groen branden
waarna de spanning ingeschakeld wordt. De functie van de
camera hangt af van welke toets u indrukt om hem in te
schakelen.
• Let er op dat u de camera altijd uit de USB slede haalt
voordat u de aansluiting van de netadapter maakt of
verbreekt.
• Bij het opladen, het uitwisselen van USB data
communicatie en het gebruik van de Photo Stand functie
kan de netadapter warm worden. Dit is normaal en duidt
niet op een defect.
• Trek de netstekker uit het stopcontact telkens wanneer u
hem niet gebruikt.
• Plaats nooit een deken of een andere afdekking op de
netadapter. Dit kan namelijk het gevaar op brand met zich
meebrengen.
Om deze functie in te
schakelen bij het starten:
Druk deze toets in om de camera in
te schakelen:
REC (opname)
Spanningstoets of [
(opname) toets
PLAY (weergave)
[
Spanningstoets
] (PLAY) (weergave) toets
Groene bedrijfsindicator
[
] (PLAY) (weergave)
[
43
] (REC)
] (REC) (opname)
VOORBEREIDINGEN
■ Uitschakelen van de camera
LET OP
• Door op [
] (REC) te drukken om de camera in te
schakelen wordt de opnamefunctie (REC)
ingeschakeld terwijl de weergavefunctie (PLAY)
ingeschakeld wordt bij indrukken van [
] (PLAY).
• Door tijdens en opnamefunctie (REC) op [
]
(PLAY) te drukken wordt overgeschakeld naar de
weergavefunctie (PLAY). De lens wordt ongeveer
10 seconden na het overschakelen naar de andere
functie ingetrokken.
Druk op de spanningstoets om de camera uit te schakelen.
LET OP
• U kunt de camera zodanig instellen dat deze niet
ingeschakeld wordt wanneer u op de [
] (REC) of
op de [
] (PLAY) toets drukt of dat deze
uitgeschakeld wordt wordt wanneer u op de [
]
(REC) of op de [
] (PLAY) toets drukt. Zie
“Configureren van de [
] (REC) en [
] (PLAY)
toets en spanning aan/uit functies” op pagina 174
voor details.
BELANGRIJK!
• Als de spanning van de camera uitvalt door de
automatische stroomonderbrekingsfunctie, druk dan
op de spanningstoets, de [
] (REC) toets of de
[
] (PLAY) toets om de spanning opnieuw in te
schakelen.
• Door op de spanningstoets of op de [
] (REC)
toets te drukken om de camera in te schakelen zal
de lens (het objectief) bewegen tot de uitgetrokken
toestand. Let er op dat er niets in de weg zit van de
lens (het objectief) zodat deze wordt geraakt terwijl
hij zich beweegt tot de uitgetrokken toestand.
44
VOORBEREIDINGEN
● Zie “Gebruik van de in-beeld menu’s” (pagina 46)
voor informatie hoe de menu’s worden gebruikt.
Configureren van de
stroomspaarinstellingen
U kunt de hieronder beschreven instellingen configureren
om accustroom te besparen.
Sluimer (Sleep) :
Schakelt automatisch het beeldscherm uit als als u
geen bediening uitvoert voor een bepaalde tijd tijdens
een opnamefunctie (REC). Het beeldscherm wordt
opnieuw ingeschakeld als u op willekeurig welke toets
drukt.
Automatische stroomonderbreker (Auto Power Off) :
Schakel de spanning uit als u geen bediening uitvoert
voor een bepaalde tijd.
Configureren van deze functie:
Selecteer deze instelling:
Sleep (sluimer)
Sleep (sluimer)
Auto Power Off
(automatische
stroomonderbreker)
Auto Power Off
(automatische
stroomonderbreker)
5. Verander m.b.v. [왖] en [왔] de momenteel
geselecteerde instelling en druk daarna op
[SET].
• Er zijn vier sluimer instellingen beschikbaar:
“30 sec”, “1 min”, “2 min” en “Off” (uit).
1. Schakel de camera in.
• Er zijn drie automatisch stroomonderbreker
instellingen beschikbaar: “2 min” en “5 min”.
2. Druk op [MENU].
• Merk op dat de sluimerfunctie niet werkt tijdens de
weergavefunctie (PLAY).
• Het beeldscherm wordt onmiddellijk weer
ingeschakeld als op een willekeurige toets wordt
gedrukt terwijl de sluimerfunctie ingeschakeld is.
3. Gebruik [왗] en [왘] om de “Set Up” (instelling)
tab te selecteren.
4. Gebruik [왖] en [왔] om de functie te selecteren
waarvan u de instelling wilt configureren en
druk daarna op [왘].
45
VOORBEREIDINGEN
• De automatisch stroomonderbreker en de
sluimerfunctie werken niet in de volgende gevallen.
Gebruik van de in-beeld menu’s
Bij indrukken van de [MENU] toets worden menu’s
verkregen op het beeldscherm die u kunt gebruiken voor
het uitvoeren van verschillende bedieningshandelingen.
Het menu dat verschijnt hangt af van of een opnamefunctie
(REC) of de weergavefunctie (PLAY) ingeschakeld is. Het
volgende toont een voorbeeld van bediening van een menu
dat gebruikt wordt tijdens een opnamefunctie (REC).
— Wanneer de camera aangesloten is op een
computer of een ander toestel via de USB slede
— Terwijl een diashow aan de gang is
— Tijdens het weergeven van een
stemopnamebestand
— Terwijl een film opgenomen wordt
— Tijdens het weergeven van een film
1. Druk op de
— Tijdens standby van de korte filmfunctie
Spanningstoets
spanningstoets of op
[ ] (REC).
— Tijdens standby van de voorafgaande filmfunctie
• Wilt in in plaats daarvan
de weergavefunctie
(PLAY) inschakelen,
druk dan op [
]
(PLAY) (weergave).
46
[
][
]
VOORBEREIDINGEN
2. Druk op [MENU].
● Bediening van het menubeeldscherm
Selectiecursor (toont het
momenteel ingestelde item)
[MENU]
Tab
[왖]
[왗]
[왔]
[왘]
[SET ]
Instellingen
47
Wanneer u dit wilt doen:
Doe dit:
Beweeg heen en weer tussen
tabs
Druk op [왗] en [왘].
Beweeg van de tab naar de
instellingen
Druk op [왔].
Beweeg van de instellingen
naar de tab
Druk op [왖].
Beweeg heen en weer tussen
instellingen
Druk op [왖] en [왔].
Toon de opties die
beschikbaar zijn voor de
instelling
Druk op [왘] of druk op
[SET].
Selecteer een optie
Druk op [왖] en [왔].
Voer de instelling uit en verlaat
het menuscherm
Druk op [SET].
Voer de instelling uit en ga
terug naar de tabselectie
Druk op [왗].
Verlaat het menubeeldscherm.
Druk op [MENU].
VOORBEREIDINGEN
3. Druk op [왗] of [왘] om de gewenste tab te
6. Voer één van de volgende handelingen uit om
selecteren en druk daarna op [SET] om de
selectiecursor van de tab naar de instellingen
te verplaatsen.
de geconfigureerde instellingen toe te passen.
4. Gebruik [왖] en [왔]
om de functie te
selecteren waarvan u
de instelling wilt
configureren en druk
daarna op [왘].
• In plaats van [왘] kunt u
ook op [SET] drukken.
Voorbeeld: om het “Selftimer” item
(zelfontspanner)
te selecteren.
Om dit te doen:
Voer deze toetsbediening uit:
Pas de instelling toe en
verlaat het menuscherm.
Druk op [SET].
Pas de instelling toe en ga
terug naar de
functieselectie in stap 4.
Druk op [왗].
Pas de instelling toe en ga
terug naar de tabselectie
in stap 3.
1. Druk op [왗].
2. Gebruik [왖] om terug te
gaan naar de tabselectie.
• Zie “Menureferentie” op pagina 231 voor meer
informatie aangaande menu’s.
5. Gebruik [왖] en [왔] om de momenteel
geselecteerde instelling te veranderen.
48
VOORBEREIDINGEN
Configureren van de displaytaal en de
klokinstellingen
Zorg ervoor de volgende instellingen te configureren
voordat u de camera gebruikt om beelden mee op te
nemen.
•
•
•
•
•
Displaytaal
Thuisstad
Datumstijl
Datum en tijd
Merk op dat de huidige datum- en tijdinstellingen door de
camera gebruikt worden om de datum en tijd te genereren
die opgeslagen worden samen met de beelddata, enz.
•
BELANGRIJK!
•
• Worden beelden opgenomen zonder eerst de
klokinstellingen te hebben geconfigureerd dan zal
incorrecte tijdinformatie worden geregistreerd. Zorg
ervoor de klokinstellingen te configureren voordat u
de camera gebruikt.
• Een ingebouwde ondersteuningsaccu houdt de
camera instellingen voor de datum en tijd bij voor
ongeveer 27 uur als de camera niet van stroom
wordt voorzien. De instellingen voor de datum en tijd
worden gewist wanneer de ondersteuningsaccu leeg
raakt. Hieronder volgen de condities wanneer geen
stroom wordt toegevoerd aan de camera.
•
49
— Wanneer de oplaadbare accu leeg is of van de
camera verwijderd is
— Wanneer geen stroom wordt afgegeven aan de
camera via de USB slede terwijl de oplaadbare
accu leeg is of van de camera verwijderd is
Het instelscherm voor de datum en de tijd verschijnt
op het beeldscherm de volgende maal dat u de
camera inschakelt nadat de instellingen voor de
datum en tijd gewist zijn.
Mocht dit het geval zijn, configuur dan de instellingen
voor de datum en tijd opnieuw.
Maakt u een fout tijdens het instellen van de taal of
de klok met de volgende procedure, dan dient u het
menu van de camera te gebruiken om instellingen
van de taal (pagina 173) of de klok (pagina 169)
afzonderlijk te veranderen.
Het is niet mogelijk tijddata te monteren die
opgeslagen is met de beelden die opgenomen werden
terwijl de tijdinstelling fout ingesteld was bij de camera.
Zelfs als u de instellingen voor de datum en de tijd
configureert, worden de datum en de tijd niet in de
beelden zelf gestempeld. Merk echter op dat u voor
het afdrukken kunt specificeren of de datum binnen
het beeld moet worden afgedrukt (pagina 191).
VOORBEREIDINGEN
3. Gebruik [왖], [왔], [왗],
Configureren van de displaytaal en de
klokinstellingen
en [왘] om het
geografische gebied
te selecteren waar u
woont en druk daarna
op [SET].
1. Druk op de spanningstoets, op de [
] (REC)
of [ ] (PLAY) toets om de camera in te
schakelen.
2. Gebruik [왖], [왔], [왗],
4. Gebruik [왖] en [왔]om
en [왘] om de gewenste
taal te selecteren en
druk dan op [SET].
de naam van stad
waar u woont te
selecteren en druk
dan op [SET].
: Japans
English
: Engels
Français
: Frans
Deutsch
: Duits
Español
: Spaans
Italiano
: Italiaans
5. Gebruik [왖] en [왔] om de gewenste
zomertijdinstelling (DST) te selecteren en
druk dan op [SET].
Wanneer u dit wilt doen:
Selecteer deze
instelling:
: Chinees (vereenvoudigd)
Houd de tijd bij d.m.v. de zomertijd
(DST = Daylight Saving Time)
On (aan)
: Koreaans
Houd de tijd bij d.m.v. de standaard tijd
Off (uit)
Português : Portugees
: Chinees (complex)
50
VOORBEREIDINGEN
6. Gebruik [왖] en [왔]
7. Stel de huidige datum
om de gewenste
instelling voor het
datumformaat en druk
daarna op [SET].
en tijd in.
Voorbeeld: 24 december, 2005
Om de datum zo te tonen:
Selecteer deze opmaak:
05/12/24
YY/MM/DD
24/12/05
DD/MM/YY
12/24/05
MM/DD/YY
Om dit te doen:
Doe dit:
Verander de instelling bij de huidige
plaats van de cursor
Druk op [왖] en [왔].
Verplaatsen van de cursor tussen
instellingen
Druk op [왗] en [왘].
Overschakelen tussen de 12-uur en
de 24-uur tijdaanduiding.
Druk op [DISP].
8. Druk op [SET] om de instellingen te
registreren en verlaat daarna het
instelbeeldscherm.
51
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
Dit hoofdstuk beschrijft de basisprocedure voor het
opnemen van een beeld.
Opnemen van een beeld
•
(Snapshot Mode = snapshotfunctie)
Neem stilbeelden op met deze functie. Dit is de functie die
u gewoonlijk zult gebruiken voor het opnemen van beelden.
•
(BEST SHOT Mode = beste shotfunctie)
Deze functie maakt het maken van de basisinstelling van
de camera net zo gemakkelijk als het selecteren van het
van toepassing zijnde voorbeelddecor. Selecteer één van
de BEST SHOT decors en de camera zal zichzelf dan
automatisch configureren met de instelling voor dat decor
(pagina 93).
•
(handmatige belichtingsfunctie)
Met deze functie heeft u volledige vrijheid in het instellen
van de lensopening en de sluitersnelheid (pagina 87).
•
(Voice Recording Mode = spraakopnamefunctie)
Om alleen geluid op te nemen gebruikt u deze functie
(pagina 115).
•
(voorafgaande filmfunctie)
Bij indrukken van de sluitertoets wordt het opnemen vijf
seconden eerder gestart dan toen u de toets indrukte.
Gebruik deze functie wanneer u er zeker van wilt zijn dat
u snelle actie niet mist (pagina 108).
•
(korte filmfunctie)
Telkens bij indrukken van de sluitertoets tijdens deze
functie wordt een korte film opgenomen die begint
voordat de toets in wordt gedrukt en eindigt nadat de
toets ingedrukt is (pagina 106).
Specificeren van de opnamefunctie
Uw CASIO digitale camera heeft acht opnamefuncties die
hieronder elk aan bod komen. Gebruik voordat u een beeld
opneemt de functiedraairegelaar om de opnamefunctie te
selecteren die past bij het type beeld dat u probeert op te
nemen.
Snapshotfunctie
BEST SHOT functie
Handmatige belichting
Spraakopnamefunctie
Voorafgaande filmfunctie
Korte filmfunctie
Functiedraairegelaar
MOVIE BEST SHOT functie
Fimfunctie
52
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
•
•
(MOVIE BEST SHOT functie)
Deze functie maakt het maken van de camera instellingen
zo gemakkelijk als het selecteren van de van toepassing
zijnde voorbeeldscène. Selecteer één van de MOVIE
BEST SHOT voorkeuzescènes waarna de camera
zichzelf configureert voor de instelling voor die scène
(pagina 110).
Richten van de camera
Gebruik beide handen om de camera stil te houden
wanneer u een beeld aan het opnemen bent. Als u de
camera met slechts één hand vasthoudt, verhoogt dat de
kans op bewegen waardoor u vlekkerig opnamen krijgt.
• Horizontaal
Houd de camera
met beide
handen stil met
uw armen stevig
tegen uw linkeren rechterzijde
gedrukt.
• Verticaal
Gebruikt u de
camera verticaal,
houd hem dan
vast met de
flitser boven de
lens. Houd de
camera met
beide handen
stil.
(Movie Mode = filmfunctie)
Gebruik deze functie voor algemeen opnemen van films
(pagina 105).
LET OP
• De icoon voor de
huidige opnamefunctie
(zoals
voor de
snapshotfunctie) wordt
aangegeven op het
beeldscherm.
Snapshotfunctie icoon
10
1600 1200N
05/ 12/24
05/12
24
12:58
12
58
53
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
BELANGRIJK!
Opnemen van een beeld
• Let erop dat uw vingers en de riem niet in de weg
zitten van de flitser, microfoon, AF hulpverlichting/
zelfontspannerindicator of de lens.
Flitser
Uw camera stelt automatisch de sluitersnelheid in
overeenkomstig de helderheid van het onderwerp. Het
beeld dat u opneemt wordt in het ingebouwde geheugen
van de camera opgeslagen of op een geheugenkaart als
die zich in de camera bevindt.
• Beelden worden opgeslagen op de kaart (pagina 177)
wanneer een los verkrijgbare SD geheugenkaart of een
MultiMediaCard (MMC) in de camera is geladen.
Microfoon
AF hulpverlichting/
zelfontspannerindicator
Lens
Na het aanschaffen van een geheugenkaart dient u
niet te vergeten deze eerst in de camera te steken en
daarna te formatteren voordat u probeert hem te
gebruiken (pagina 175).
LET OP
• Als u de camera beweegt terwijl u op de sluitertoets
drukt of terwijl autofocus uitgevoerd wordt (wanneer
u de sluiter half indrukt) kan dit leiden tot een beeld
dat onscherp is. Druk zorgvuldig op de sluitertoets.
Het is in het bijzonder van belang wanneer de
belichting laag is waardoor de sluitersnelheid
langzamer wordt.
1. Druk op de spanningstoets of op de [
]
(REC) toets om de camera in te schakelen.
Spanningstoets
54
[
]
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
• Hierdoor verschijnt een beeld of een boodschap op
het beeldscherm en wordt de op dat moment
geselecteerde functie ingeschakeld.
• Het scherpstelbereik van de camera hangt af van de
scherpstelfunctie die u gebruikt (pagina 74).
• U kunt beelden opzetten m.b.v. ofwel het
beeldscherm ofwel de optische zoeker (pagina 60).
• Als de weergavefunctie (PLAY) ingeschakeld is bij
inschakelen van de camera verschijnt de boodschap
“There are no files.” (er zijn geen bestanden) als u
nog geen beelden opgeslagen heeft liggen in het
geheugen. Daarnaast zal de
icoon zichtbaar zijn
aan de bovenkant van de display. Mocht dit het geval
zijn druk dan op de [
] (REC) toets om de op dat
moment geselecteerde opnamefunctie (REC) in te
schakelen.
2. Zet de
• U kunt bij het gebruik van de optische zoeker voor
het opzetten van beelden [DISP] gebruiken om het
beeldscherm uit te schakelen en op die manier
accustroom sparen.
4. Druk de sluitertoets
halverwege in om op het
beeld scherp te stellen.
Snapshotfunctie icoon
functiedraairegelaar op
“ ” (snapshot
functie) (pagina 52)
1600 1200N
• De
(snapshotfunctie)
icoon wordt aangegeven
in het beeldscherm terwijl
de snapshotfunctie
geselecteerd is.
05/ 12/24
05/12
24
12 : 58
• Bij halverwege indrukken van
de sluitertoets stelt de
autofocus functie van de
camera automatisch scherp
op het beeld en worden de
sluitersnelheid- en
lensopeningwaarden getoond.
10
• U kunt controleren of
scherpgesteld is op het beeld
door naar het scherpstelkader
en de groene bedrijfsindicator
te kijken.
Scherpstelkader
3. Zet het beeld op het beeldscherm zo op dat
het hoofdonderwerp zich binnen het scherpstelkader bevindt.
55
Sluitertoets
Groene
bedrijfsindicator
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
● Werking van de bedrijfsindicator en het
scherpstelkader
Wanneer u dit ziet:
Dat betekent dit:
Groen scherpstelkader
Groene bedrijfsindicator
Er is scherpgesteld op het
beeld.
Rood scherpstelkader
Groene bedrijfsindicator knippert
Er is niet scherpgesteld op
het beeld.
*1 De hoeveelheid tijd dat de sluiter open blijft om licht
door te laten die dan de CCD kan bereiken. Een grotere
waarde voor de snelheid geeft aan de sluiter langer
opent blijft staan wat inhoudt dat de CCD door meer
licht wordt bereikt.
*2 De grootte van de opening (lensopening) om licht door
te laten die dan de CCD kan bereiken. Een grotere
waarde voor de lensopening geeft een kleinere opening
aan waardoor licht kan komen.
• Het beeldscherm gebruikt verschillende indicators en
iconen om u op de hoogte te houden van de status van
de camera.
5. Na u ervan te hebben
Zelfontspanner
Doorlopende sluiterfunctie Opnamefunctie
Witbalans
Meetfunctie indicator
Scherpstelfunctie
Geheugencapaciteit
overtuigd dat scherp is
afgesteld op het beeld,
drukt u de sluitertoets
geheel in om te gaan
opnemen.
Flitserfunctie
Sluitertoets
• Het aantal beelden dat u kunt opnemen hangt af van
de instellingen die u gebruikt voor de beeldgrootte en
de beeldkwaliteit (pagina’s 71, 72, 245).
Beeldkwaliteit
Beeldgrootte
EV verschuiving
Datum en tijd
Belichtingsfunctie
Sluitersnelheidwaarde*1
Lensopeningwaarde*2
ISO gevoeligheid
Instelling voor handmatig
scherpstellen
56
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
BELANGRIJK!
U kunt de AF hulpverlichting in- of uitschakelen. Het wordt
aanbevolen om het AF hulpverlichting uit te schakelen bij
het opnemen van beelden van mensen in de buurt, enz.
• Wanneer de “Quick Shutter” (snelsluiter) instelling
ingeschakeld is bij de opnametab (REC) (pagina 76),
neemt de camera onmiddellijk het beeld op zonder te
wachten totdat autofocus uitgevoerd wordt wanneer
u de sluitertoets geheel indrukt zonder tussentijds te
pauzeren. Dit helpt u er bij om een beeld op te
nemen op het precieze moment dat u dat wilt.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
2. Selecteer de “REC” (opname) tab d.m.v. [왗]
en [왘].
■ Betreffende het AF hulpverlichting
3. Selecteer “AF Assist Light” (AF
De AF hulpverlichting/zelfontspannerindicator werkt
automatisch om te helpen met de werking van autofocus
wanneer u opnamen maakt terwijl er weinig licht is.
hulpverlichting) d.m.v. [왖] en [왔] en druk
vervolgens op [왘].
4. Selecteer de gewenste instelling m.b.v. [왖] en
AF hulpverlichting/
zelfontspannerindicator
[왔] en druk vervolgens op [SET].
57
Om dit te doen:
Selecteer deze instelling:
Schakel de AF hulpverlichting in
On (aan)
Schakel de AF hulpverlichting uit
Off (uit)
B
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
■ Opname voorzorgsmaatregelen
BELANGRIJK!
• Kijk niet direct naar de AF hulpverlichting/
zelfontspannerindicator and richt deze niet direct op
de ogen van een onderwerp.
• Open het accudeksel nooit en plaats de camera nooit op
de USB slede terwijl de groene bedrijfsindicator aan het
knipperen is. Doet u dit toch dan zal niet enkel het huidige
beeld verloren gaan maar kunnen de reeds in het
camerageheugen opgeslagen beelden ook beschadigd
raken en kan de camera zelf defect raken.
• Verwijder de geheugenkaart nooit terwijl een beeld
opgenomen wordt op de geheugenkaart.
• TL-verlichting knippert met een frequentie die niet
waargenomen kan worden door het menselijk oog. Bij
gebruik van de camera binnenshuis terwijl TL-verlichting
aanstaat, kunt u bepaalde problemen ondervinden met de
helderheid of kleuren van de opgenomen beelden.
• De camera stelt haar gevoeligheid automatisch bij aan de
hand van de helderheid van het onderwerp als “Auto”
(automatisch) is geselecteerd als de ISO
gevoeligheidsinstelling (pagina 125). Dit kan de oorzaak
vormen van digitale storing (korreligheid) bij beelden van
relatief slecht belichte voorwerpen.
• De camera verhoogt haar gevoeligheid en gebruikt een
snellere sluitersnelheid bij het opnemen van een slecht
belicht onderwerp terwijl “Auto” (automatisch) is
geselecteerd als de ISO gevoeligheidsinstelling (pagina
125). Daarom dient u zich voor per ongeluk bewegen van
de camera te behoeden als u de flitser uitgeschakeld
heeft (pagina 64).
58
B
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
■ Aangaande het beeldscherm van de
opnamefuncties (REC)
• Helder licht dat op de lens valt kan er de oorzaak van zijn
dat beelden er flets uitzien. Dit komt vooral voor wanneer
beelden buiten in helder zonlicht worden opgenomen. Om
dit te voorkomen kunt u de lens met uw hand afschermen
tegen het felle licht.
• Het tijdens een opnamefunctie (REC) op het beeldscherm
getoonde beeld is een vereenvoudigd beeld voor het
maken van een compositie. Het daadwerkelijke beeld
wordt opgenomen overeenkomstig de
beeldkwaliteitinstellingen die op dat moment geselecteerd
zijn bij uw camera. Het beeld dat in het bestandgeheugen
opgeslagen wordt heeft een veel betere resolutie en beter
detail dan het schermbeeld tijdens de opnamefuncties
(REC).
• Bepaalde niveau’s van helderheid van het onderwerp
kunnen de respons van het beeldscherm tijdens de
opnamefuncties (REC) doen vertragen hetgeen digitale
ruis (korreligheid) veroorzaakt op het beeldscherm.
• Een heel helder licht in het beeld kan er de oorzaak van
zijn dat er een verticale streep op het beeldscherm
verschijnt. Dit is een fenomeen eigen aan CCD
technologie dat bekend staat als “verticale veeg” en duidt
niet op een defect aan de camera. Merk op dat deze
verticale veeg niet opgenomen wordt in het beeld als het
een snapshot betreft maar wel bij een filmpje (pagina
103).
■ Aangaande autofocus
• Bij het volgende types onderwerpen kan het moeilijk of
zelfs onmogelijk zijn om scherp te stellen.
— Effen kleuren of onderwerpen met weinig contrast
— Onderwerpen met sterk tegenlicht
— Bijzonder glimmende onderwerpen
— Jaloezieën (luxaflex) of andere patronen die zich
horizontaal repeteren.
— Meervoudige onderwerpen die zich op verschillende
afstanden van de camera bevinden
— Onderwerpen op slecht verlichte plaatsen
— Bewegende onderwerpen
— Onderwerpen buiten het bereik van de camera
• Merk op dat een groene bedrijfsindicator en het
scherpstelkader niet garanderen dat het resulterende
beeld scherp zal zijn.
• Als de autofocus om één of andere reden de gewenste
resultaten niet produceert, probeer dan
scherpstelvergrendeling (pagina 82) of handmatige
scherpstelling (pagina 80).
59
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
• Daar het beeldscherm precies toont wat er
opgenomen wordt, kunt u dit het beste altijd
gebruiken wanneer u beelden samenstelt tijdens de
macro- en handmatige scherpstelfuncties.
Gebruiken van de optische zoeker
U kunt batterijstroom uitsparen door het monitorscherm van
de camera uit te schakelen (pagina 30) en de optische
zoeker te gebruiken voor het componeren van beelden.
De optische beeldzoeker is ook handig wanneer u opnamen
maakt op plaatsen waar het beeldscherm moeilijk te zien is
doordat niet genoeg belichting beschikbaar is, enz.
BELANGRIJK!
• Het zichtbare kader dat door de zoeker wordt
getoond toont het beeld dat opgenomen zou worden
op een afstand van ongeveer 1 meter. Bij opnemen
van een onderwerp dat zich op een afstand van
minder dan 1 meter bevindt, zal het opgenomen
beeld lager zijn dan wat u kunt zien binnen het kader
van de zoeker.
Optische zoeker
Gebied dat opgenomen Gebied dat
wordt bij afstanden van zichtbaar is in
korter dan een meter
de zoeker
60
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
Gebruiken van de zoom
Uw camera is uitgevoerd met twee types zoom: optische
zoom en digitale zoom. Gewoonlijk schakelt de camera
automatisch over naar digitale zoom nadat u de maximum
grens voor optische zoom overschrijdt. U kunt echter de
camera configureren om digitale zoom zonodig uit te
schakelen.
Uitzoomen
2. Voer beeldcompositie uit en druk dan op de
Optische zoom
sluitertoets.
Het optische zoombereik is 1X tot 3X
1. Beweeg tijdens de
LET OP
• De optische zoomfactor heeft ook invloed op de
lensopening.
• Het wordt aanbevolen een statief te gebruiken om te
behoeden voor handbewegingen bij het gebruiken
van de telefotostand (inzoomen).
• Wanneer u tijdens opname met de macrofunctie of
handmatig scherpstellen een optische
zoombewerking uitvoert, verschijnt een waarde op
het beeldscherm om u het scherpstelbereik mee te
delen (pagina’s 78, 80).
• De optische zoom is tijdens het opnemen van films
uitgeschakeld. Alleen digitaal zoomen is mogelijk.
Let erop dat u de optische zoominstelling die u wilt
gebruiken selecteert voordat u op de sluitertoets
drukt om het opnemen van een film te starten
(pagina 103).
Zoomregelaar
opnamefunctie (REC) de
zoomregelaar naar links of
rechts om de zoomfactor
te veranderen.
• Door de zoomregelaar zover
mogelijk naar een van beide
richtingen te bewegen, kunt u
de zoomfactor snel
veranderen.
Om dit te doen:
Inzoomen
Beweeg de zoomregelaar in deze richting:
Uitzoomen
(Groothoek)
Inzoomen
(Telefoto)
61
B
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
■ Opnemen van een beeld d.m.v. digitale zoom
Digitale zoom
De digitale zoomfunctie vergroot op digitale wijze het deel
van het beeld dat zich in het midden van het beeldscherm
bevindt. Het bereik van de digitale zoom is 3X – 24X
(in combinatie met optische zoom).
1. Houd tijdens een
Digitale zoomindicator
opnamefunctie (REC)
de zoomregelaar in de
richting van de
(telefoto) /
kant
gedrukt.
BELANGRIJK!
• Bij uitvoeren van een digitale zoombewerking
manipuleert de camera de beelddata om het midden
van het beeld te vergroten. In tegenstelling tot
optische zoom, ziet een beeld dat vergroot is met
digitale zoom er groffer uit dan het origineel.
• Hierdoor verschijnt de
zoomindicator in de
display.
Zoomindicator
2. Bij het bereiken van het optische/digitale
overschakelpunt stopt de zoomaanwijzer.
Optisch
zoombereik
1X
Digitaal
zoombereik
3X
24X
Zoomaanwijzer
Optisch/digitaal overschakelpunt
• Het bovenstaande toont hoe de zoomindicator er uit
ziet wanneer de digitale zoomfunctie ingeschakeld is
(pagina 63). Het digitale zoomindicator wordt niet
getoond wanneer de digitale zoomfunctie is
uitgeschakeld.
62
B
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
■ In- en uitschakelen van de digitale
zoomfunctie
3. Laat de zoomregelaar even los en schuif hem
(telefoto) /
kant om
in de richting van de
de zoomaanwijzer tot binnen het digitale
zoombereik te verplaatsen.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
• De zoomaanwijzer stopt ook wanneer u de aanwijzer
terugverplaatst naar het overschakelpunt om weer
terug te gaan naar het digitale zoombereik. Laat de
zoomregelaar even los en schuif hem opnieuw in de
(groothoek) /
kant om de
richting van
zoomaanwijzer tot binnen het digitale zoombereik te
verplaatsen.
2. Selecteer de “REC” (opname) tab m.b.v. [왗]
en [왘].
3. Selecteer “Digital Zoom” m.b.v. [왖] en [왔] en
druk daarna op [왘].
4. Voer compositie uit van het beeld en druk op
4. Selecteer de gewenste instelling m.b.v. [왖] en
de sluitertoets.
[왔] en druk op [SET].
Om dit te doen:
Selecteer deze instelling:
Inschakelen van de digitale
zoomfunctie
On (aan)
Uitschakelen van de digitale
zoomfunctie
Off (uit)
• Alleen het optische zoombereik wordt aangegeven
door de zoom indicator wanneer de digitale
zoomfunctie uitgeschakeld is.
63
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
Gebruiken van de flitser
Voer de volgende stappen uit om de flitserfunctie te
selecteren die u wilt gebruiken.
• Het geschatte effectieve bereik van de flitser is hieronder
gegeven.
Groothoek optische zoom
: Ca. 0,4 – 2,9 meter
(ISO gevoeligheid: Auto (automatisch))
Telefoto optische zoom
: Ca. 0,4 – 1,6 meter
(ISO gevoeligheid: Auto (automatisch))
* Hangt af van de zoomfactor.
Om dit te doen:
Selecteer deze
instelling:
Laat de flitser automatisch flitsen wanneer
dit nodig is (Auto Flash - automatisch
flitsen).*
None (geen)
Schakel de flitser uit (Flash Off - Flitser uit).
Altijd flitsen (Flash On - flitser aan).
Voer een voorflits uit gevolgd door
beeldopname met flits, hetgeen het
gevaar op rode ogen in het beeld
reduceert (rode ogen-effect vermindering).
In dit geval flitst de flitser automatisch
wanneer dat nodig is.
).
* Selecteer “
Auto Flash” wanneer u icoonhulp
(pagina 122) gebruikt.
• Telkens bij indrukken van [왔] (
) wordt naar de
volgende instelling van de flitserfunctie doorgegaan
zoals aangegeven in het beeldscherm hieronder.
2. Druk op de sluitertoets om het beeld op te
1. Druk tijdens een opnamefunctie op [왔] (
nemen.
Flitserfunctie indicator
[ 왔] (
)
64
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
■ Flitser aan (Flash On)
BELANGRIJK!
• De flitsereenheid van deze camera flists een aantal
malen bij het opnemen van een beeld. De
aanvankelijke flitsen zijn voorflitsen waarbij de
camera informatie inwint die nodig is voor de
belichtingsinstellingen. De laatste flits is voor het
opnemen. Zorg ervoor dat u de camera stil houdt
totdat de camera de sluiter ontspant.
• Door de flitser te gebruiken terwijl “Auto”
(automatisch) geselecteerd is als de ISO
gevoeligheidsinstelling wordt de gevoeiligheid
verhoogd waardoor grote hoeveelheden digitale ruis
in beeld kunnen verschijnen. U kunt de digitale ruis
reduceren door een lagere instelling voor de ISO
gevoeligheid te reduceren. Merk echter op dat dit
ook als nevenwerking het verkorten van het
flitserbereik (het bereik dat bestreken wordt door de
flitser) heeft (pagina 125).
Selecteer
(flitser aan) als de flitserfunctie wanneer het
onderwerp er donker uitziet ten opzichte van de
achtergrond zelfs als er genoeg licht aanwezig is zodat de
flitser niet automatisch gaat flitsen. Hierdoor gaat de flitser
flitsen en zal het onderwerp belichten telkens wanneer u op
de sluitertoets drukt (daglicht synchroon flitsen).
■ Aangaande vermindering van het rode ogen
-effect
Wanneer u gebruik maakt van de flitser om ’s nachts of in
een slecht verlichte kamer op te nemen, kan dit rode
vlekken veroorzaken in de ogen van de mensen in beeld.
Dit gebeurt doordat het licht van de flitser weerkaatst tegen
het netvlies van de ogen.
BELANGRIJK!
Merk de volgende punten op voor rode ogen-effect
vermindering.
• De functie voor de rode ogen-effect vermindering
werkt niet tenzij de mensen in beeld direct naar de
camera kijken tijdens de voorflits. Roep voordat u op
de sluitertoets drukt naar de onderwerpen zodat ze
allen naar de camera kijken terwijl het voorflitsen
wordt uitgevoerd.
• De rode ogen-effect vermindering werkt niet goed als
de onderwerpen zich ver van de camera bevinden.
65
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
Flitsereenheid status
Veranderen van de flitssterkte instelling
U kunt de huidige flitsereenheid status opzoeken door de
sluitertoets halverwege in te drukken en het beeldscherm
en de rode bedrijfsindicator te checken.
Voer de volgende stappen uit om de flitssterkte instelling te
veranderen.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
Rode bedrijfsindicator *
2. Selecteer de “Quality” (kwaliteit) tab m.b.v.
[왗] en [왘].
3. Selecteer de “Flash Intensity” (flitsintensiteit)
m.b.v. [왖] en [왔] en druk vervolgens op [왘].
4. Gebruik [왖] en [왔] om de gewenste instellingen
De
indicator wordt ook in het
beeldscherm getoond wanneer
de flitser klaar is om te flitsen.
te selecteren en druk daarna op [SET].
* Rode bedrijfsindicator
Wanneer de rode
bedrijfsindicator:
Knippert
Oplicht
Om de flitsintensiteit op
deze manier te veranderen:
Selecteer deze
instelling:
Sterker
+2
Betekent dat:
+1
Normaal
Dat de flitseenheid aan het opladen is
0
–1
Dat de flitseenheid klaar is om te flitsen
Zwakker
–2
BELANGRIJK!
• De flitsintensiteit verandert mogelijk niet wanneer het
onderwerp zich te ver van of te dicht bij de camera
bevindt.
66
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
Gebruik van de flitserassistent
(Flash Assist)
3. Selecteer “Flash Assist” (flitserassistent)
Wanneer een onderwerp opgenomen wordt dat zich buiten
het bereik van de flitser bevindt, kan dat onderwerp er
donker uitzien op het resulterende beeld omdat niet
genoeg licht van de flitser het onderwerp belichtte. Mocht
dit gebeuren dan kunt de flitserassistent gebruiken om de
helderheid van het opgenomen onderwerp te corrigeren
zodat het lijkt alsof de belichting door de flitser voldoende
was.
4. Selecteer “Auto” (automatisch) m.b.v. [왖] en
disp
disp
Flitserassistent wordt
wel gebruikt
Flitserassistent wordt
niet gebruikt
m.b.v. [왖] en [왔] en druk op [왘].
[왔] en druk op [SET].
• Door van “Off” (uit) te selecteren wordt de
flitserassistent uitgeschakeld.
BELANGRIJK!
• De flitserassistent kan bij bepaalde types
onderwerpen niet de gewenste resultaten opleveren.
• De flitserassistent kan mogelijk weinig effect hebben
op uw beeld als u één van de volgende instellingen
veranderde terwijl u aan het opnemen was.
— Flitssterkte (pagina 66)
— Belichtingscompensatie (EV verschuiving)
(pagina 83)
— ISO gevoeligheid (pagina 125)
— Contrast (pagina 128)
• Bij het gebruik van de flitserhulp bestaat de kans op
een verhoging in digitale storing in het opgenomen
beeld.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
2. Selecteer de “Quality” (kwaliteit) tab m.b.v.
[왗] en [왘].
67
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
■ Voorzorgsmaatregelen voor de flitser
• Als de flitser uitgeschakeld is (
), bevestig dan de
camera op een statief om beelden op te nemen op een
plaats waar de hoeveelheid beschikbare belichting aan
de lage kant is. Het opnemen van beelden bij weinig
belichting zonder flits kan leiden tot digitale ruis waardoor
de beelden er groffer uitzien.
• Bij selectie van de rode ogen-effect verminderingsfunctie
(
) wordt de flitsintensiteit automatisch bijgesteld in
overeenstemming met de belichting. De flitser kan
mogelijk in het geheel niet flitsen wanneer het onderwerp
reeds helder verlicht is.
• Het gebruik van de flitser in combinatie met een andere
lichtbron (daglicht, TL verlichting, enz.) kan leiden tot
abnormale kleuren van het beeld.
Flitser
• Let erop dat uw vingers de
flitser niet blokkeren terwijl u
de camera vasthoudt.
Afdekken van de flitser zal het
effect grotendeels teniet doen.
• U kunt de gewenste resultaten
mogelijk niet verkrijgen met de
flitser als het onderwerp zich
te ver weg of juist te dichtbij
bevindt.
• De flitser heeft ergens tussen enkele seconden en 10
seconden nodig om zich volledig op te laden nadat hij
geflitst heeft. De werkelijke tijd hangt af van het
accuniveau, de temperatuur en andere omstandigheden.
• De flitser flitst niet onder de volgende omstandigheden.
De
(flitser uit) icoon op het beeldscherm geeft aan dat
de flitser uitgeschakeld is.
Filmfunctie, korte filmfunctie, voorafgaande filmfunctie,
MOVIE BEST SHOT functie
• De flitsseenheid kan zich mogelijk niet opladen als de
accuspanning van de camera laag is. Als dit het geval is,
kan de flitser mogelijk niet goed flitsen waardoor u niet de
gewenste belichting krijgt. Zorg er dus voor de accu van
de camera zo spoedig mogelijk op te laden wanneer de
spanning naar beneden gaat.
68
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
Gebruiken van de zelfontspanner
Om dit te doen:
Met de zelfontspanner kunt u een vertraging van 2
seconden of 10 seconden selecteren voordat de
sluiterontspanning plaatsvindt nadat u de sluitertoets
indrukt. Met de drievoudige zelfontspanner kunt u de
zelfontspanner drie maal achtereenvolgens laten werken
om drie beelden op te nemen.
Specificeer een 10 seconden
zelfontspanner
10s
Specificeer een 2 seconden
zelfontspanner
2s
Specificeer een drievoudige
zelfontspanner
x3
Schakel de zelfontspanner uit
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
• Hierdoor verschijnt de
indicator op het
beeldscherm die het
geselecteerde type
zelfonspanner
identificeert.
• Met de drievoudige
zelfontspanner neemt de
camera een serie van
drie beelden op in de
hieronder beschreven
volgorde.
2. Gebruik [왗] en [왘] om de “REC” (opname) tab
te selecteren.
3. Gebruik [왖] en [왔] om de “Self-timer”
(zelfontspanner) te selecteren en druk
vervolgens op [왘].
4. Selecteer het type zelfontspanner dat u wilt
gebruiken m.b.v. [왖] en [왔] en druk daarna op
[SET].
• Als “Off” (uit) in stap 4 wordt geselecteerd, is de
zelfontspanner uitgeschakeld.
69
Selecteer deze
instelling:
10 sec
2 sec
X3
Off (uit)
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
5. Druk op de sluitertoets
1. De camera telt voor 10 seconden af en neemt
dan het eerste beeld op.
2. De camera bereidt zich voor om het volgende
beeld op te nemen. De hoeveelheid tijd benodigd
voor die voorbereiding hangt af van de huidige
“Size” (afmetingen) en “Quality” (kwaliteit)
instellingen, het type geheugen (ingebouwd of
een geheugenkaart) dat u gebruikt voor het
opslaan van het beeld en of de flitser al dan niet
opgeladen dient te worden.
3. Nadat de voorbereiding voltooid is, verschijnt
“1sec” op het beeldscherm en het volgende beeld
wordt dan 1 seconde later opgenomen.
4. De stappen 2 en 3 herhalen zich nogmaals om
het derde beeld op te nemen.
om het beeld op te
nemen.
AF hulpverlichting/
zelfontspannerindicator
• Wanneer u op de
sluitertoets drukt, gaat
de AF hulpverlichting/
zelfontspannerindicator
knipperen en ontspant
de sluiter zich nadat de
zelfontspanner geheel
afgeteld heeft
(ongeveer 10 seconden
of 2 seconden).
• U kunt het aftellen van de zelfontspanner op dat
moment stop zetten door op de sluitertoets te
drukken terwijl de AF hulpverlichting/
zelfontspannerindicator aan het knipperen is.
70
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
LET OP
Specificeren van de beeldgrootte
• De “2 sec” instelling voor de zelfontspanner is het
beste voor het opnemen met een langzame
sluitersnelheid omdat het helpt bij het voorkomen
van vlekkerige beelden doordat de camera wordt
bewogen.
• De volgende functies zijn niet beschikbaar voor
gebruik in combinatie met de zelfontspanner:
Normale doorlopende sluiterfunctie, korte filmfunctie,
voorafgaande filmfunctie.
• De volgende functies zijn niet beschikbaar voor
gebruik samen met de drievoudige zelfontspanner:
Business Shot, ID foto, filmfunctie, korte filmfunctie,
voorafgaande filmfunctie, MOVIE BEST SHOT
functie
“Beeldgrootte” is de grootte van het beeld uitgedrukt als het
aantal verticale en horizontale beeldpunten. Een
“beeldpunt” is één van de vele kleine puntjes die samen het
beeld vormen. Meer beeldpunten geven meer details
wanneer een beeld wordt afgedrukt maar een groter aantal
beeldpunten is er ook de oorzaak van dat het beeldbestand
groter is en meer geheugen in beslag neemt. U kunt een
beeldgrootte selecteren die voldoet aan uw behoefte voor
een gedetailleerder beeld of een kleiner bestandformaat.
• Merk dat deze instelling enkel van toepassing is voor
foto’s. Zie pagina 104 voor informatie aangaande het
formaat van het filmbeeld.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op [MENU].
2. Gebruik [왗] en [왘] om de “Quality” (kwaliteit)
tab te selecteren.
3. Gebruik [왖] en [왔] om “Size” (afmetingen) te
selecteren en druk vervolgens op [왘].
4. Gebruik [왖] en [왔] om de gewenste instelling
te selecteren en druk vervolgens op [SET].
• Bij het selecteren van de beeldgrootte (het
beeldformaat), zullen de beeldgroottewaarde (aantal
beeldpunten) en het corresponderende
afdrukformaat beurtelings worden weergegeven. Het
afdrukformaat geeft het optimale papierformaat aan
waarop u een beeld kunt afdrukken voor het door u
geselecteerde beeldformaat.
71
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
Beeldgrootte/
Beeldformaat
Afdrukformaat
3072 × 2304
A3 Print
3072 × 2048
(3:2)
A3 Print (3:2 horizontaalverticaal verhouding)
2560 × 1920
A3 Print
2048 × 1536
A4 Print
3.5˝ × 5˝ Print
1600 × 1200
640 × 480
E-mail (optimaal formaat bij
toevoegen van een beeld bijlage
aan E-mail
Specificeren van de beeldkwaliteit
Door een beeld te comprimeren voordat u het opslaat kan
dit de kwaliteit aantasten. Hoe meer een beeld wordt
gecomprimeerd des te groter het verlies in kwaliteit. De
beeldkwaliteitinstelling specificeert de
compressieverhouding die gebruikt wordt wanneer een
beeld in het geheugen wordt opgeslagen. U kunt een
beeldkwaliteitinstelling selecteren die aan uw behoefte voor
een hogere kwaliteit of een kleiner bestandformaat voldoet.
• Merk dat deze instelling enkel van toepassing is voor
foto’s. Zie pagina 104 voor informatie aangaande de
kwaliteit van het filmbeeld.
Groter
Kleiner
• De bovenstaande papierformaten geven alle
benaderingen van waarden bij het afdrukken bij een
resolutie van 200dpi (dots per inch = punten per inch).
Gebruik een hogere instelling als u met een hogere
resolutie wilt afdrukken of wanneer u een groter formaat
afdruk wilt maken.
• Door de “3072 × 2048 (3:2)” beeldgrootte te selecteren
worden beelden opgenomen met een 3:2 (horizontaal :
verticaal) breedte-hoogte verhouding, die optimaal is voor
het afdrukken op papier met een 3:2 breedte-hoogte
verhouding.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
2. Gebruik [왗] en [왘] om de “Quality” (kwaliteit)
tab te selecteren.
3. Gebruik [왖] en [왔] om “
Quality” (kwaliteit)
te selecteren en druk vervolgens op [왘].
4. Gebruik [왖] en [왔] om de gewenste instelling
te selecteren en druk vervolgens op [SET].
72
ELEMENTAIRE BEELDOPNAME
Om dit te verkrijgen:
Selecteer deze instelling:
Hoge kwaliteit, groot
bestandformaat
Fine (fijn)
Normale beeldkwaliteit en
normal bestandformaat
Normal
(normaal)
Lage beeldkwaliteit, klein
bestandformaat
Economy
(economisch)
Hogere
kwaliteit
Lagere
kwaliteit
BELANGRIJK!
• De werkelijke bestandsgrootte hangt af van het type
beeld dat u opneemt. Dat betekent dat de resterende
beeldcapaciteit die in het beeldscherm aangegeven
wordt niet precies klopt (pagina’s 27, 245).
73
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
Selecteren van de scherpstelfunctie
U kunt vijf verschillende scherpstelfuncties selecteren: Auto
Focus (autofocus = automatisch scherpstellen), Macro
(groothoek), Pan Focus (panfocus), Infinity (oneindig) en
Manual Focus (handmatig scherpstellen).
1. Druk [왖] (
) in tijdens
een opnamefunctie (REC).
[왖 ] (
Om de camera in te stellen om dit te
doen:
Selecteer deze
instelling:
Automatisch scherpstellen (Autofocus)*1
Geen
Close-up scherpstelling uitvoeren (Macro)
Stel de brandpuntsafstand vast in
(Pan Focus)*2
Scherpstellen op oneindig (oneindig)
)
Met de hand scherpstellen
(handmatig scherpstellen)
• Telkens bij indrukken van [왖]
(
) wordt naar de
volgende instelling van de
scherpstelfunctie doorgegaan
in een oneindige lus zoals
hieronder aangegeven.
*1 Selecteer “
Auto Focus” wanneer u icoonhulp
(pagina 122) gebruikt.
*2 Panfocus kan alleen geselecteerd worden tijdens
een filmfunctie (film, korte film, voorafgaande film,
MOVIE BEST SHOT (BEST SHOT film)).
Scherpstelfunctie indicator
74
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
Groene bedrijfsindicator
Gebruik van autofocus
In het Engels betekent het woord “focus” scherpstellen, dus
Auto Focus betekent automatisch scherpstellen - we zullen
in deze gebruiksaanwijzing echter de technische term
‘autofocus’ aanhouden. Werking van autofocus begint
wanneer u de sluitertoets halverwege indrukt. Het bereik
van autofocus is als volgt.
1 / 1000
F4.0
ISO100
Scherpstelkader
Bereik: Foto’s : 40 cm – ∞
Films : 40 cm – ∞
• Bij het gebruik van de digitale zoom veranderen de hier
boven aangegeven waarden.
1. Houd [왖] (
) ingedrukt totdat de
focusindicator uit de display is verdwenen.
Wanneer u dit ziet:
Dat betekent dit:
Groen scherpstelkader
Groene bedrijfsindicator
Er is scherpgesteld op
het beeld.
Rood scherpstelkader
Groene bedrijfsindicator knippert
Er is niet scherpgesteld
op het beeld.
3. Druk de sluitertoets nu geheel in om het beeld
• Selecteer “
Auto Focus” wanneer u icoonhulp
(pagina 122) gebruikt.
op te nemen.
2. Voer compositie van het beeld zodanig uit dat
hoofdonderwerp zich binnen het
scherpstelkader bevindt en druk vervolgens
de sluitertoets halverwege in.
• U kunt controleren of op het beeld scherpgesteld is
door het scherpstelkader en de groene
bedrijfsindicator te bekijken.
75
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
■ Snelsluiter
LET OP
• De camera schakelt automatisch over naar het
bereik van de macrofunctie (pagina 78) wanneer het
niet mogelijk is goed scherp te stellen omdat het
onderwerp zich dichter bij bevindt dan mag voor het
autofocusbereik (automatische scherpstelling).
• Telkens bij het bedienen van de optische zoom
(pagina 61) terwijl u met de autofocus aan het
opnemen bent, verschijnt een waarde op het
beeldscherm zoals hieronder aangegeven om u het
scherpstelbereik mede te delen.
Voorbeeld: AF 40 cm – ∞
Wanneer de snelsluiterfunctie ingeschakeld is, begint de
camera onmiddellijk op te nemen zonder te wachten totdat
autofocus gaat werken als u de sluitertoets volledig indrukt.
Dit maakt het mogelijk voor u die speciale momenten op te
nemen zonder dat u hoeft te wachten voor automatisch
scherpstellen (Auto Focus).
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
2. Selecteer “Quick Shutter”(snelsluiter) van de
“REC” (opname) tab en druk vervolgens op
[왘].
3. Selecteer de gewenste instelling m.b.v. [왖] en
[왔] en druk vervolgens op [SET].
76
Om dit te doen:
Selecteer deze instelling:
Schakel de snelsluiter in
On (aan)
Schakel de snelsluiter uit
Off (uit)
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
■ Specificeren van het bereik van autofocus
U kunt de volgende procedure gebruiken om het
autofocusbereik te veranderen tijdens de autofocusfunctie
en de macrofunctie. Merk op dat de configuratie van het
scherpstelkader verandert in overeenstemming met het
door u geselecteerde autofocusbereik.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
2. Selecteer “AF Area” (autofocusbereik) op de
“REC” (opname) tab en druk vervolgens op
[왘].
3. Gebruik [왖] en [왔] om het gewenste
autofocusbereik te selecteren en druk
vervolgens op [SET].
77
Voor dit type autofocusbereik:
Selecteer deze
instelling:
Bijzonder beperkt bereik in het midden
van het scherm.
• De instellingen werken goed met
scherpstelvergrendeling (pagina 82).
Spot
(puntmeten)
Automatische keuze van het
scherpstelbereik waar het onderwerp zich
het dichtst bij de camera bevindt.
• Bij deze stand verschijnt er op het
beeldscherm eerst een scherpstelkader
met negen scherpstelpunten. Wanneer u
de sluitertoets halverwege indrukt, kiest
de camera automatisch het
scherpstelpunt waar het onderwerp zich
het dichtst bij de camera bevindt en op
dat punt verschijnt ook een
scherpstelkader.
• Deze instelling werkt goed voor het
maken van groepfoto’s.
Multi
(multi-patroon
meten)
Vrije verplaatsing van het scherpstelpunt
• Door deze instelling te selecteren wordt
het scherpstelpunt aanvankelijk in het
midden van het beeldscherm getoond.
Daarna kunt u het naar de gewenste
plaats verplaatsen d.m.v. de [왖], [왔], [왗]
en [왘] toetsen. Druk vervolgens op
[SET] om het scherpstelkader op dat
moment weer te geven.
Free (Vrij)
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
•
Spot (puntmeten)
•
Multi (multi-patroon meten)
Gebruik van de macrofunctie
Gebruik de macrofunctie wanneer u scherp wilt stellen op
close-up onderwerpen. Hieronder volgt het
scherpstelbereik van de macrofunctie.
Bereik: Ca. 10 cm – 50 cm
• Bij het gebruik van de digitale zoom veranderen de hier
boven aangegeven waarden.
Scherpstelkader
•
Scherpstelkader
1. Druk op [왖] (
) om door de instellingen van
de scherpstelfunctie te circuleren totdat “ ”
aangegeven wordt als de indicator van de
scherpstelfunctie.
Free (Vrij)
2. Druk op de sluitertoets om het beeld op te
[SET]
nemen.
• Het scherpstellen en het opnemen van het beeld zijn
identiek aan wat u doet tijdens de autofocus functie.
Scherpstelpunt
Scherpstelkader
78
B
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
LET OP
Het gebruik van panfocus
• Wanneer de macrofunctie niet goed kan
scherpstellen omdat het onderwerp te ver weg is, zal
de camera automatisch overschakelen naar het
scherpstelbereik van de autofocus (pagina 75).
• Wanneer u tijdens het opnemen met de macrofunctie
een optische zoombewerking (pagina 61) uitvoert,
verschijnt een waarde op het beeldscherm zoals
hieronder is aangegeven om het scherpstelbereik
mee te delen.
Voorbeeld: 10 cm - 50 cm
Panfocus kan worden gebruikt tijdens een filmfunctie (film,
korte film, voorafgaande film, MOVIE BEST SHOT (BEST
SHOT film)) om scherp te stellen op een bepaald
onderwerp en op te nemen zonder autofocus. Panfocus
kan handig zijn bij het opnemen onder omstandigheden
waarbij het om de een of andere reden moeilijk is om
autofocus te gebruiken of wanneer het geluid van de
autofocus functie te hard zou worden opgenomen tijdens
het maken van een film met geluid.
1. Schakel tijdens de opnamefunctie (REC) een
BELANGRIJK!
filmfunctie in (pagina 52).
• Het gebruik van de flitser samen met de
macrofunctie kan er de oorzaak van zijn dat het licht
van de flitser geblokkeerd raakt hetgeen ongewenste
schaduwen kan produceren in het resulterende
beeld.
• U kunt deze procedure tijdens de filmfunctie, korte
film, voorafgaande film en MOVIE BEST SHOT
(BEST SHOT film) uitvoeren.
2. Druk op [왖] (
bladeren totdat “
) om door de instellingen te
” wordt aangegeven.
3. Druk op de sluitertoets om de film op te
nemen met panfocus.
BELANGRIJK!
• Panfocus kan enkel gebruikt worden tijdens een
filmfunctie (film, korte film, voorafgaande film,
MOVIE BEST SHOT (BEST SHOT film)). Bij andere
functies werkt panfocus niet.
79
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
Gebruik van de oneindig-functie
Gebruik van handmatig scherpstellen
De oneindig functie zet de scherpstelling vast op oneindig
(∞). Gebruik deze functie voor het opnemen van
landschappen en van andere beelden die zich op grote
afstand bevinden.
Met de handmatige scherpstelfunctie kunt u met de hand
op een beeld scherpstellen. Hieronder volgen het
scherpstelbereik tijdens de handmatige scherpstelfunctie.
Optische zoomfactor
1. Druk op [왖] (
) om door de instellingen van
de scherpstelfunctie te circuleren totdat “ ”
aangegeven wordt als de indicator van de
scherpstelfunctie.
Benadering van scherpstelbereik
1X
10 cm tot oneindig (∞)
3X
50 cm tot oneindig (∞)
• Bij het gebruik van de digitale zoom veranderen de hier
boven aangegeven waarden.
2. Druk op de sluitertoets om het beeld op te
1. Druk op [왖] (
) om
door de instellingen
van de
scherpstelfunctie te
circuleren totdat “ ”
aangegeven wordt als
de indicator van de
scherpstelfunctie.
nemen.
• Op dit ogenblik verschijnt
er ook een kader in de
display om het gedeelte
van het beeld aan te
geven dat gebruikt wordt
voor handmatig
scherpstellen.
80
Kader
B
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
2. Terwijl u het beeld via
LET OP
het beeldscherm
bekijkt, gebruikt u [왗]
en [왘] om scherp te
stellen.
• Wanneer u tijdens het opnemen met handmatige
scherpstelling een optische zoombewerking (pagina
61) uitvoert, verschijnt een waarde op het
beeldscherm zoals hieronder is aangegeven om het
scherpstelbereik mee te delen.
Voorbeeld: MF 10 cm - ∞
Handmatige scherpstelstand
Om dit te doen:
Doe dit:
Stel scherp op het voorwerp
Druk op [왗].
Stel scherp van het onderwerp weg
Druk op [왘].
• Door op [왗] of [왘] te drukken zal het gedeelte binnen
het kader in stap 1 het beeldscherm tijdelijk geheel
vullen om het scherpstellen te vergemakkelijken.
Enkele ogenblikken later zal het normale beeld
opnieuw verkregen worden.
3. Druk op de sluitertoets om het beeld op te
nemen.
BELANGRIJK!
• Tijdens de handmatige scherpstelfunctie stellen de
[왗] en [왘] toetsen scherp zelfs als u toetsaanpassing
gebruikt om andere functie aan deze toetsen toe te
wijzen (pagina 120).
81
B
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
2. Houd de sluitertoets
Gebruik van de scherpstelvergrendeling
halverwege ingedrukt
en voer
hercompositie van
het beeld uit zoals u
dat schikt.
Scherpstelvergrendeling is een techniek die u kunt
gebruiken om scherp te stellen op een onderwerp dat zich
niet binnen het scherpstelkader bevindt terwijl u een beeld
aan het opnemen bent. U kunt scherpstelvergrendeling
gebruiken tijdens de autofocus functie en tijdens de
macrofunctie (
).
1. Voer de compositie
van het beeld op het
beeldscherm zodanig
uit dat het
hoofdonderwerp zich
binnen het scherpstelkader bevindt en
druk vervolgens de
sluitertoets
halverwege in.
1 / 1000
F4.0
ISO100
Hoofdonderwerp
Hoofdonderwerp
3. Wanneer u nu hercompositie van het beeld
naar wens uitgevoerd heeft, druk de
sluitertoets geheel in om het op te nemen.
1 / 1000
F4.0
ISO100
• Het scherpstellen en het opnemen van het beeld zijn
identiek aan wat u doet tijdens de autofocus functie.
LET OP
• Door de scherpstelling te vergrendelen wordt de
belichting ook vergrendeld.
Scherpstelkader
• Hierdoor wordt het scherpstellen vergrendeld op het
onderwerp dat zich op dat moment in het
scherpstelkader bevindt.
82
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
3. Gebruik [왖] en [왔] om
Belichtingscompensatie (EV verschuiving)
de belichtingscompensatiewaarde te
veranderen en druk
vervolgens op [SET].
De belichtingscompensatie laat u de belichtingsinstelling
(EV waarde) met de hand veranderen voor aanpassing aan
de belichting van het onderwerp. Deze functie helpt u bij
het verkrijgen van betere resultaten bij het opnemen van
onderwerpen met tegenlicht, een sterk verlicht onderwerp
binnenshuis of een onderwerp tegen een donkere
achtergrond.
• Door op [SET] te drukken
wordt de aangegeven
waarde geregistreerd.
EV waarde
[왖] : Verhoogt de EV waarde. Een hogere EV waarde
wordt het beste gebruikt voor lichtgekleurde
onderwerpen en onderwerpen met tegenlicht.
Belichtingscompensatiebereik: –2,0EV – + 2,0EV
Stappen: 1/3EV
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
2. Selecteer de
“Quality” (kwaliteit)
tab, selecteer “EV
Shift” (EV
verschuiving) en druk
dan op [왘].
[왔] : Verlaagt de EV waarde. Een lagere EV waarde
wordt het beste gebruikt voor donkergekleurde
onderwerpen en voor het opnemen buiten op een
heldere dag.
Belichtingscompensatiewaarde
83
B
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
• Om de belichtingscompensatie te annuleren dient u
de waarde bij te stellen tot 0.0.
Bijstellen van de witbalans
De golflengte van het licht dat geproduceerd wordt door de
verschillende lichtbronnen (daglicht, gloeilamp, enz.) kan
de kleur beïnvloeden van het onderwerp dat wordt
opgenomen. Met de witbalans kunt u kunt u bijstellingen
maken om te compenseren voor de verschillende types
verlichting om zo de kleuren van een beeld natuurlijker te
maken.
4. Druk op de sluitertoets om het beeld op te
nemen.
BELANGRIJK!
• Bij het opnemen onder bijzonder donkere of juist
lichte omstandigheden kunt u mogelijk geen
bevredigende resultaten verkrijgen ook al gebruikt u
belichtingscompensatie.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
LET OP
2. Selecteer de
• Bij uitvoeren van een EV verschuiving bewerking
tijdens multi-patroon meten (pagina 126) zal de
functie automatisch overschakelen naar centrumgeoriënteerd meten. Terugstellen van de EV
verschuivingswaarde naar 0.0 zal de meetfunctie
terugschakelen naar multi-patroon meten.
• U kunt toetsaanpassing (pagina 120) gebruiken om
de camera te configureren om
belichtingscompensatie uit te voeren telkens
wanneer u op [왗] of [왘] drukt tijdens een
opnamefunctie (REC). Dit is handig tijdens het
bijstellen van de belichtingscompansatie tijdens het
bekijken van het in-beeld histogram (pagina 117).
“Quality” (kwaliteit)
tab, selecteer “White
Balance” (witbalans)
en druk op [왘].
84
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
3. Gebruik [왖] en [왔] om de gewenste instelling
LET OP
te selecteren en druk vervolgens op [SET].
Tijdens opnemen onder deze
omstandigheden:
Selecteer deze
instelling:
Normale omstandigheden
Auto (automatisch)
• Wanneer “Auto” (automatisch) geselecteerd is als de
instelling van de witbalans bepaalt de camera
automatisch het witpunt van het onderwerp.
Bepaalde kleuren van de onderwerp en bepaalde
belichtingsomstandigheden kunnen echter
problemen veroorzaken wanneer de camera dit
witpunt probeert vast te stellen, hetgeen het dan
moeilijk maakt om een goede afregeling van de
witbalans te krijgen. Mocht dit gebeuren gebruik dan
daglicht, bewolkt of één van de andere vaste
instellingen voor de witbalans om het type belichting
te specificeren dat wel beschikbaar is.
• U kunt de toetsaanpassingsfunctie (pagina 120)
gebruiken om de camera zodanig te configureren
zodat de witbalansinstelling verandert wanneer u op
[왗] of [왘] drukt terwijl een opnamefunctie (REC)
ingeschakeld is.
• Selecteer “ AWB Auto WB” om de witbalansfunctie in
te schakelen voor automatische werking als u
icoonhulp (pagina 122) ingeschakeld heeft en de
toetsaanpassing heeft geconfigureerd om de
witbalans te bedienen.
Buiten met daglicht op een heldere
dag
Buiten met daglicht op een bewolkte
of regenachtige dag, in de schaduw
van een boom, enz.
In de schaduw van een gebouw of op
een andere plaats waar de
kleurtemperatuur hoog is.
Onder witte of daglicht witte TL
verlichting (onderdrukt kleurmist)
1
Onder daglicht TL verlichting
(onderdrukt kleurmist)
2
Bij licht van gloeilampen
Moeilijke verlichting die handmatige
bediening vereist (Zie “Handmatig
configureren van de witbalans”
(pagina 86)).
Manual (handmatig)
85
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
3. Gebruik [왖] en [왔] om
Handmatig configureren van de
witbalans
“Manual” (handmatig)
te selecteren.
Bepaalde complexe lichtbronnen en andere condities in de
omgeving kunnen het onmogelijk maken om goede
resultaten te verkrijgen wanneer de “Auto” stand of één van
de andere vast lichtbroninstellingen wordt gebruikt voor de
witbalans. U kunt dan de witbalans met de hand bijregelen
voor een bepaalde lichtbron en/of andere condities in de
omgeving.
Merk op dat u handmatige witbalans dient uit te voeren
onder dezelfde omstandigheden als wanneer u
daadwerkelijk aan het opnemen bent. Houd een vel wit
papier bij de hand voordat u begint met de volgende
procedure.
• Hierdoor verschijnt het
voorwerp dat u het laatst
gebruikte voor het
instellen van de
handmatige witbalans op
het beeldscherm. Als u dezelfde instellingen wilt
gebruiken die u configureerde tijdens een eerdere
met de hand gemaakte witbalansinstelling, sla dan
stap 4 over en voer stap 5 uit.
4. Richt de camera op wit papier of een
soortgelijk voorwerp onder dezelfde
lichtomstandigheden waarvoor u de witbalans
in wilt stellen en druk vervolgens op de
sluitertoets.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
2. Selecteer een “Quality” (kwaliteit) tab,
selecteer vervolgens “White Balance”
(witbalans) en druk daarna op [왘].
Wit papier
86
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
• Hierdoor wordt de procedure voor het bijstellen van
de witbalans gestart. Als deze procedure voltooid is,
verschijnt de boodschap “Complete” op het
beeldscherm.
Gebruik van de handmatige
belichtingfunctie
Tijdens de M functie (handmatige belichting) kunt u de
sluitersnelheid en de lensopening met de hand instellen.
5. Druk op [SET].
1. Zet de functiedraairegelaar op “M”
• Dit registreert de witbalansinstellingen en keert terug
naar de op dat moment geselecteerde
opnamefunctie.
(handmatige instelling).
LET OP
Belichtingsfunctie
Sluitersnelheidwaarde
Lensopeningwaarde
• Nadat u de witbalans met de hand ingesteld heeft,
blijft deze instelling van kracht totdat u de instelling
verandert of wanneer u de camera uitschakelt.
Instelling voor handmatig
scherpstellen
2. Druk op [SET] om de sluitersnelheidwaarde
(pagina 28) in het belichtingspaneel te
selecteren en verander dan de instelling
m.b.v. [왗] en [왘].
Langzaam
Sluitersnelheid
Beweging
87
60 seconden
Wazig
Snel
Gestopt
1/1600ste
Gestopt
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
3. Druk op [SET] om de lensopeningwaarde
5. Druk als goed is scherpgesteld op het beeld
(pagina 28) in het belichtingspaneel te
selecteren en verander dan de instelling
m.b.v. [왗] en [왘].
de sluitertoets geheel in om het beeld op te
nemen.
LET OP
Lensopeningswaarde*
Diepteveld
Groot
Klein
• U kunt ook de volgende bedieningshandelingen
uitvoeren tijdens de M functie (handmatige
bediening).
1. Druk op [SET] om de belichtingsfunctie (pagina
28) in het belichtingspaneel te selecteren.
2. Selecteer d.m.v. [왗] en [왘] “S”
(sluitersnelheidprioriteit) of “A”
(lensopeningprioriteit AE).
3. Stel de lensopening (als u “S” hierboven
selecteerde) in of de sluitertijd (als u “A”
selecteerde) waarna de andere instelling
automatisch geconfigureerd zal worden.
• Terwijl de “S” of “A” functie geselecteerd is, kunt u
door op [SET] te drukken de “EV verschuiving”
(pagina 28) selecteren in het belichtingspaneel en
vervolgens de EV verschuivingswaarde (pagina 83)
bijstellen d.m.v. [왗] en [왘].
F2.8, F4.0
Ondiep
Diep
* De bovenstaande waarde zijn voor maximale
optische zoom met de groothoek objectief . De
lensopeningswaarden wijken af van de andere
optische zoominstellingen.
• Als u met de hand scherpstelt (pagina 80) kunt u
“FOCUS” (Instelling voor handmatig scherpstellen)
ook selecteren (pagina 28) in het belichtingspaneel
door op [SET] te drukken en vervolgens met de hand
scherpstellen m.b.v. [왗] en [왘].
4. Druk de sluitertoets halverwege in.
• Hierdoor zal de camera automatisch scherpstellen.
• De instellingen voor de sluitersnelheid en de
sluitersnelheid op het scherm worden oranje
wanneer u de sluitertoets halverwege indrukt, als het
beeld over- of juist onderbelicht is.
88
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
BELANGRIJK!
Gebruiken van de doorlopende sluiterfunctie
• U kunt mogelijk niet de helderheid verkrijgen die u
wilt wanneer u een beeld aan het opnemen bent dat
bijzonder donker of juist erg helder is. Mocht dit het
geval zijn, gebruik dan de M functie (handmatige
belichting) om de lensopening en de sluitersnelheid
met de hand bij te stellen.
• Bij gebruik van een langzame sluitersnelheid kan
digitale ruis (korreligheid) verschijnen in het beeld.
Om dit effect te reduceren voert de camera
automatisch ruisonderdrukking uit wanneer de
sluitersnelheid 1/8ste seconde of langzamer is. Hoe
langzamer de sluitersnelheid des te groter de kans
op digitale ruis in het beeld. Door de tijd die nodig is
voor ruisonderdrukking duurt het langer om beelden
op te nemen bij langzamere sluitersnelheden. Voer
geen toetsbediening uit terwijl beeldopname
plaatsvindt hetgeen aangegevene doordat de groene
bedrijfsindicator aan het knipperen is.
• Bij een sluitersnelheid langzamer dan 1/8ste
seconde kan de helderheid van het opgenomen
mogelijk afwijken van de helderheid van het beeld
dat verschijnt in het beeldscherm.
U kunt de camera configureren om een enkele snapshot te
maken telkens wanneer de sluitertoets wordt ingedrukt of
om op te nemen zolang de sluitertoets ingedrukt gehouden
wordt (doorlopende sluiter). U kunt kiezen tussen drie
verschillende doorlopende sluiterfuncties.
• Normale doorlopende sluiterfunctie
Deze functie blijft beelden opnemen zolang als u de
sluitertoets ingedrukt houdt.
• Zoom doorlopende sluiterfunctie
Tijdens deze functie kunt u een gebied op het
beeldscherm selecteren met een selectiekader. Dan als u
op de sluitertoets drukt, zal de camera het beeld op het
beeldscherm opnemen met het gebied dat omsloten
wordt door het selectiekader digitaal tot twee maal de
normale grootte gezoomd.
• Meervoudige doorlopende sluiter
Bij slechts eenmaal indrukken van de sluitertoets worden
25 achtereenvolgende stop-actie beelden met hoge
snelheid opgenomen die dan in één enkel beeld worden
gepast.
89
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
LET OP
Gebruiken van de normale doorlopende
sluiterfunctie
• U kunt ook een doorlopende sluiterfunctie selecteren
door [
] ingedrukt te houden, de gewenste functie
]
te selecteren d.m.v. [왖] en [왔] en vervolgens [
los te laten.
Door de sluitertoets ingedrukt te houden worden
voortdurend beelden opgenomen zolang er geheugen
beschikbaar is om de beelden op te slaan.
• Opnamesnelheid: hangt af van de instellingen voor de
beeldgrootte en de beeldkwaliteit.
• Aantal shots: Maximale aantal shots dat mogelijk is
(gebaseerd op de resterende geheugencapaciteit)
1. Druk tijdens een
opnamefunctie (REC)
op [
].
2. Selecteer “ ” d.m.v. [왖] en [왔] en druk
vervolgens op [SET].
• Hierdoor verschijnt “
” in het beeldscherm.
3. Druk op de sluitertoets om op te nemen.
• Het opnemen blijft doorgaan zolang u de sluitertoets
ingedrukt houdt. Laat de sluitertoets los om het
opnemen te stoppen.
90
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
BELANGRIJK!
Gebruik van de zoom doorlopende
sluiterfunctie
• Merk op dat het bij de bovenstaande procedure niet
nodig is om de sluitertoets ingedrukt te houden.
• Merk op dat de zoom doorlopende sluiterfunctie niet
beschikbaar is bij een instelling voor het
beeldformaat van 3072 × 2048 (3:2) of 640 × 480.
• Het formaat van de digitaal verwerkt beelden is
kleiner dan de huidige instelling voor het
beeldformaat van de camera.
Voorbeeld: Wanneer de huidige instelling voor het
beeldformaat 3072 × 2304 beeldpunten
is, dan zal het formaat van de digitaal
verwerkt beelden met de zoom
doorlopende sluiterfunctie 1600 × 1200
beeldpunten zijn.
• Wanneer autofocus geselecteerd is als de
scherpstelfunctie wordt de meetfunctie automatisch
naar “Spot” (puntmeten) (pagina’s 75, 77)
overgeschakeld en wordt het autofocusgebied in het
midden van het selectiekader van de zoom
doorlopende sluiter geplaatst.
De zoom doorlopende sluiterfunctie geeft een selectiekader
weer dat u kunt gebruiken om een gebied in het beeldscherm
te selecteren. Dan als u op de sluitertoets drukt, zal de
camera het beeld op het beeldscherm opnemen met het
gebied dat omsloten wordt door het selectiekader digitaal tot
twee maal de normale grootte gezoomd.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op de
[
].
2. Selecteer de “
Z ” d.m.v. [왖] en [왔] en druk
vervolgens op [SET].
• Hierdooor verschijnt “ Z ” samen met een
selectiekader in het midden van het beeldscherm.
3. Verplaats het selectiekader m.b.v. [왖], [왔],
[왗], en [왘] naar het gewenste gedeelte van
het beeldscherm en druk op [SET].
4. Druk daarna eenmaal op de sluitertoets om op
te nemen.
• Hierdoor worden twee beelden opgenomen: het
beeld op het beelscherm en het beeld binnen het
selectiekader, digitaal tot twee maal de normale
grootte gezoomd.
91
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
BELANGRIJK!
25-shot stop-actie beelden (m.b.v. de
meervoudige doorlopende sluiterfunctie)
• Merk op dat u bij de bovenstaande procedure de
sluitertoets niet ingedrukt hoeft te houden.
• De grootte van het 25-shot beeld is 1600 × 1200
beeldpunten.
Gebruik de volgende
procedure om 25
achtereenvolgende stop-actie
beelden op te nemen bij hoge
snelheid en ze daarna te
combineren tot één enkel
beeld.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[
].
2. Selecteer “ ” d.m.v. [왖] en [왔] en druk
vervolgens op [SET].
• Hierdoor verschijnt “
” in het beeldscherm.
3. Druk eenmaal op de sluitertoets om op te
nemen.
• Nadat 25 shots opgenomen zijn worden ze tot een
enkel beeld gecombineerd dat dan in het geheugen
opgeslagen wordt.
92
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
Voorzorgsmaatregelen voor de
doorlopende sluiter
Gebruiken van de BEST SHOT functie
Door één van de BEST SHOT voorbeeld achtergronden te
selecteren wordt de camera automatisch klaar gemaakt
voor het opnemen van een soortgelijk beeld.
• De flitser werkt niet tijdens het gebruik van de
doorlopende sluiterfunctie.
• U kunt de zelfontspanner niet gebruiken in combinatie
met de normale doorlopende sluiterfunctie. U kunt de
zoom doorlopende sluiterfunctie of meervoudige
doorlopende sluiterfunctie ook niet in combinatie met de
drievoudige zelfontspanner gebruiken (pagina 69).
• De langzaamste instelling van de sluitersnelheid bij
gebruik van de meervoudige doorlopende sluiterfunctie
is 1/15ste seconde.
• Wanneer u werking van de doorlopende sluiter
aanvangt zullen de instellingen voor de belichting en de
scherpstelling vastgezet worden voor het eerste beeld.
Dezelfde instellingen zijn dan ook van toepassing bij de
navolgende beelden.
• Tijdens het gebruik van de doorlopende sluiterfunctie
moet u de camera stil houden totdat alle opnamen
voltooid zijn.
• De werking van de doorlopende sluiter kan halverwege
stoppen als de geheugencapaciteit uitgeput dreigt te
raken.
• Bij gebruik van een langzamere sluitersnelheidinstelling
wordt de tussenpauze tussen beelden verlengd.
■ Voorbeeld achtergronden
93
• Portrait (Portret)
• Scenery (Landschap)
• Night Scene
(Nachtdecor)
• Night Scene Portrait
(Avondportret)
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
1. Zet de
BELANGRIJK!
functiedraairegelaar op
tijdens een
opnamefunctie (REC)
op “ ” en druk
daarna op [SET].
• BEST SHOT achtegronden werden niet met deze
camera opgenomen. Ze dienen enkel als voorbeeld.
• Door opname omstandigheden en andere factoren,
kan een beeld opgenomen met de instellingen van
het BEST SHOT decor niet precies het verwachte
resultaat produceren.
• U kunt de instellingen veranderen die u bij de
camera maakte om een BEST SHOT decor te
selecteren. Merk echter op dat de BEST SHOT
instellingen terug worden gesteld op hun
oorspronkelijke (default) instellingen wanneer u een
andere BEST SHOT decor selecteert of de camera
uitschakelt. Als u de instellingen wilt opslaan voor
gebruik later, dan kunt u dat doen via de BEST
SHOT gebruikersinstelling.
• Digitale ruisonderdrukking vindt automatisch plaats
wanneer u een nachtscène, vuurwerk of een ander
beeld opneemt dat een langzame sluitertijd vereist.
Dat is de reden waarom het langer duurt om beelden
op te nemen bij een langzame sluitersnelheid. Zorg
er voor dat u geen cameratoetsen bedient totdat het
uitvoeren van beeldopname voltooid is.
• Bij het opnemen van een beeld van een nachtdecor,
vuurwerk of een ander beeld waarbij u een langzame
sluitersnelheid nodig heeft wordt het gebruik van een
statief aanbevolen om handbewegingen te
voorkomen.
• Hierdoor wordt de BEST
SHOT functie
ingeschakeld en wordt
een voorbeelddecor
getoond.
2. Gebruik [왗] en [왘] om de gewenste voorbeeld
achtergrond te selecteren en druk vervolgens
op [SET].
• Als u wilt checken welk voorbeelddecor op het
moment geselecteerd is of als u naar een ander
decor wilt overstappen, druk dan nogmaals op [SET].
3. Druk op de sluitertoets om het beeld op te
nemen.
94
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
LET OP
Weergeven van 12 BEST SHOT
voorbeelddecors op een enkel scherm
• Aanwijzingen voor het gebruik en het op dat moment
geselecteerde BEST SHOT decor verschijnen
gedurende ongeveer twee seconden in de display
als de BEST SHOT functie reeds ingeschakeld is op
het moment dat u de camera inschakelt.
Met deze functie kunt u de BEST SHOT voorbeelddecors
in een ogenblik zien zodat u het gewenste voorbeelddecor
gemakkelijk kunt vinden.
1. Zet de functiedraairegelaar in een
opnamefunctie (REC) op “
op [SET].
” en druk daarna
2. Schuif de
zoomschuifregelaar
in de richting van de
“ ” icoon.
• Hierdoor worden 12
voorbeelddecors
weergegeven met een
selectiekader bij het
decor dat weergegeven
werd toen u stap 2
uitvoerde.
• De voorbeelddecors zijn in volgorde gearrangeerd, te
beginnen met de linker bovenhoek.
95
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
• Verplaats het selectiekader in het display m.b.v. [왗]
en [왘]. Door voorbij het laatste of het eerste decor te
bladeren wordt naar het volgende scherm met 12
voorbeelddecors gebladerd.
Creëren van uw eigen BEST SHOT
instelling
U kunt de onderstaande procedure gebruiken om een
basisinstelling op te slaan van een beeld dat u opnam als
een BEST SHOT decor. Daarna kunt u de basisinstelling
oproepen telkens wanneer u deze wilt gebruiken.
• Door de zoomregelaar in de richting van “
” te
verplaatsen wordt het 12-decorscherm verlaten.
3. Selecteer het gewenste voorbeelddecor m.b.v.
[왖], [왔], [왗] en [왘] en druk vervolgens op
[SET].
1. Zet de functiedraairegelaar op tijdens een
opnamefunctie (REC) op “
op [SET].
4. Druk op de sluitertoets om het beeld op te
” en druk daarna
• Hierdoor wordt de BEST SHOT functie ingeschakeld
en wordt een voorbeelddecor getoond.
nemen.
2. Gebruik [왗] en [왘] om
“Register User Scene”
(gebruikersdecor
registeren) te
selecteren.
3. Druk op [SET].
96
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
4. Gebruik [왗] en [왘] om
LET OP
het beeld te tonen dat
u wilt registreren als
een BEST SHOT
achtergrond.
• Hieronder volgen de instellingen die zich bevinden
onder de BEST SHOT gebruikersinstellingen:
scherpstelfunctie, EV verschuivingswaarde,
witbalansfunctie, flitserfunctie, ISO gevoeligheid,
meetfunctie, flitsintensiteit, flitserassistent, scherpte,
verzadiging en contrast.
• Merk op dat enkel beelden die opgenomen worden
met deze camera kunnen worden gebruikt om een
BEST SHOT gebruikersinstelling te creëren.
• U kunt op hetzelfde moment maximaal 999 BEST
SHOT gebruikersinstellingen hebben in het
ingebouwde geheugen van de camera.
• U kunt de huidige instelling van een achtergrond
controleren door verschillende instelmenu’s te tonen.
• Wanneer u een BEST SHOT
gebruikersbasisinstelling wilt registreren dan wordt
deze automatisch een bestandnaam toegewezen
volgens het hieronder aangegeven formaat waarna
het opgeslagen wordt in de “SCENE” map.
UZ750nnn.JPE (n = 0 – 9)
5. Gebruik [왖] en [왔] om “Save” (opslaan) te
selecteren en druk vervolgens op [SET].
• Hierdoor wordt de instelling geregistreerd. Nu kunt u
de procedure op pagina 94 gebruiken om uw
gebruikersinstelling te selecteren voor het maken
van een opname.
BELANGRIJK!
• Gebruikersinstellingen in de BEST SHOT functie
bevinden zich in het geheugen na de ingebouwde
voorbeelddecors.
• Merk op dat het formatteren van het ingebouwde
geheugen (pagina 175) alle BEST SHOT
gebruikersinstellingen uitwist.
97
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
Wissen van een BEST SHOT functie
gebruikersinstelling
Opnemen van beelden van naamkaartjes
en documenten (Business Shot)
Wanneer beelden van naamkaartjes, documenten, een
witbord of soortgelijke voorwerpen vanuit een hoek worden
opgenomen kunnen deze onderwerpen er vervormd uitzien
in het beeld dat als resultaat is opgenomen. De Business
Shot instelling corrigeert rechthoekige vormen automatisch
zodat ze er uitzien alsof ze opgenomen zijn met de camera
recht voor het onderwerp.
1. Zet de functiedraairegelaar op tijdens een
opnamefunctie (REC) op “
op [SET].
” en druk daarna
2. Gebruik [왗] en [왘] om de gebruikersinstelling
te tonen die u wilt uitwissen.
3. Druk op [왔] (
) om de gebruikersinstelling
te wissen.
4. Selecteer “Delete” (wissen) m.b.v. [왖] en [왔].
5. Druk op [SET] om het bestand te wissen.
Voor aanbrengen van
de keystone correctie
6. Druk op [MENU].
98
Na aanbrengen van
de keystone correctie
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
■ Beelden van instelvoorbeelden
• Business cards and
documents
(Naamkaartjes en
documenten)
LET OP
• Wanneer de camera zich in een hoek bevindt t.o.v.
naamkaartje of document dat u aan het opnemen
bent, dan kan de vorm van het naamkaartje of het
document er vervormd uit zien als beeld. De
automatische Keystone (hoeksteen) correctiefunctie
komt dan in actie om die vervorming te corrigeren
waardoor de onderwerpen er normaal uitzien zelfs
als u vanuit een hoek opneemt.
• White board, etc.
(Witbord, enz.)
BELANGRIJK!
• Voordat u begint met de opname dient u eerst de
compositie van het beeld zo in te richten zodat het
contour van het onderwerp dat u wilt opnemen zich in
het geheel op het beelscherm bevindt. De camera kan
de vorm van het onderwerp niet correct signaleren
tenzij het zich in het geel op het scherm bevindt.
• De camera kan de vorm van het onderwerp ook niet
signaleren als het dezelfde kleur heeft als de
achtergrond. Zorg ervoor dat het onderwerp een
contour heft dat afsteekt tegen de achtergrond.
• Digitaal zoomen kan niet worden uitgevoerd tijdens
opnemen met Business Shot. U kunt echter wel
optisch zoomen.
99
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
4. Selecteer m.b.v. [왗] en [왘] de kandidaat die u
Gebruiken van de Business Shot
instelling
wilt corrigeren.
5. Selecteer “Correct”
1. Zet de functiedraairegelaar op tijdens een
opnamefunctie (REC) op “
op [SET].
(corrigeren) m.b.v. [왖]
en [왔] en druk op
[SET].
” en druk daarna
• Door “Cancel”
(annuleren) te selecteren
i.p.v. “Correct”
(corrigeren) wordt het
oorspronkelijke beeld
zonder aanpassingen
opgeslagen in het
geheugen.
2. Selecteer het gewenste Business Shot beeld
m.b.v. [왗] en [왘] en druk vervolgens op [SET].
3. Druk op de sluitertoets
om het beeld op te
nemen.
• Hierdoor wordt een
scherm verkregen dat
alle onderwerpen in het
beeld weergeeft die
kwalificeren als
kandidaten voor keystone
(hoeksteen) correctie.
Er verschijnt een foutlezing (pagina 243) als de
camera geen geschikte kandidaat in beeld kan
vinden voor de ‘keystone’ functie. Na enkele
ogenblikken zal het oorspronkelijke beeld zonder
aanpassingen opgeslagen worden in het geheugen.
BELANGRIJK!
• Het maximal beeldformaat voor Business Shot
beelden is 1600 × 1200 beeldpunten zelfs als de
camera geconfigureerd is voor een groter
beeldformaat. Als de beeldformaatinstelling kleiner is
dan 1600 × 1200 beeldpunten worden beelden
opgenomen met het gespecificeerde formaat.
100
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
• Het eerste tijdelijke beeld wordt niet opgeslagen in
het geheugen van de camera. Het uiteindelijke beeld
wordt opgeslagen in het geheugen van de camera
wanneer u stap 5 uitvoert.
Opnemen van een ID foto
U kunt met deze procedure een portret opnemen en dan ID
foto’s afdrukken van een aantal verschillende standaard
formaten. Merk op dat u de BEST SHOT functie (pagina 93)
dient te gebruiken om een ID foto op te nemen.
• Door een ID foto af te drukken wordt een enkel vel
geproduceerd met vijf ID foto’s van de volgende
formaten.
30 × 24 mm, 40 × 30 mm, 45 × 35 mm, 50 × 40 mm,
55 × 45 mm
4. Stel de positie van het onderwerp in zoals
hieronder beschreven.
1. Zet de functiedraairegelaar in een
opnamefunctie (REC) op “
op [SET].
Om dit te doen:
Selecteer deze instelling:
Verplaats het onderwerp
omhoog of omlaag
Druk op [왖] of [왔].
Verplaats het onderwerp naar
links of naar rechts
Druk op [왗] of [왘].
Inzoomen op het onderwerp
(om het te vergroten)
Verplaats de
zoomregelaar in de
richting van de “
”
icoon.
Uitzoomen op het onderwerp
(om het te verkleinen)
Verplaats de
zoomregelaar in de
richting van de “
”
icoon.
” en druk daarna
2. Selecteer het “ID Photo” decor (ID foto) m.b.v.
[왗] en [왘] en druk vervolgens op [SET].
3. Maak op het
beeldscherm een
compositie van het
onderwerp binnen het
in-beeld kader en druk
op de sluitertoets om
een eerste tijdelijk
beeld op te nemen.
Hoofdlijn
Kinlijn
101
B
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
• Stel het beeld zodanig bij dat het hoofd van het
onderwerp op één lijn is met de hoofdlijn aan de
bovenkant van het kader en de kin van het
onderwerp op één lijn is met de kinlijn.
Afdrukken van een ID foto
Door een ID foto af te drukken wordt een enkel vel
geproduceerd met vijf ID foto’s van de onderstaande
formaten. Daarna kunt u de beelden die u wilt gebruiken
uitknippen.
30 × 24 mm, 40 × 30 mm, 45 × 35 mm, 50 × 40 mm,
55 × 45 mm
5. Stel eerst de positie van het onderwerp in het
beeld en druk vervolgens op [SET].
• Alleen het uiteindelijke beeld dat zich op het
beeldscherm bevindt wanneer u in stap 5 op [SET]
drukt, wordt opgeslagen in het geheugen van de
camera.
BELANGRIJK!
• De bovenstaande afmetingen zijn niet precies. De
werkelijke beeldformaten kunnen ietwat afwijken van
de bovengenoemde.
• Bij het afdrukken van een ID foto moet u er op letten
op papier van het formaat 4˝ × 6˝ (pagina 190) af te
drukken. De beelden kunnen mogelijk op het juiste
formaat worden afgedrukt als papier van een
afwijkend formaat wordt gebruikt.
BELANGRIJK!
• Het beeldformaat van een ID foto is altijd 3072 ×
2304 beeldpunten ongeacht de huidige instelling bij
de camera voor het beeldformaat.
102
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
Opnemen van een film
U kunt hoge resolutie films opnemen met geluid. De enige
beperking die geldt voor de lengte van de film is de
hoeveelheid van het geheugen die beschikbaar is voor
opslag. U kunt een gewenste instelling voor de resolutie
selecteren met een verscheidenheid aan filmfuncties die u
meer dan voldoende veelzijdigheid bieden voor het maken
van films.
• Bestandformaat: MPEG-4 AVI formaat
• Maximale filmlengte
— De enige beperking die geldt voor de lengte van de
film is de hoeveelheid van het geheugen die
beschikbaar is voor opslag.
voorafgaande filmfunctie
Deze functie maakt gebruik van een buffer van 5
seconden die doorlopende wordt ge-update. Bij
indrukken van de sluitertoets wordt het opnemen vijf
seconden eerder gestart dan toen u de toets indrukte.
Gebruik deze functie wanneer u er zeker van wilt zijn
dat u snelle actie niet mist (pagina 108).
—
MOVIE BEST SHOT functie
Deze functie maakt het maken van de camera
instellingen zo gemakkelijk als het selecteren van de
van toepassing zijnde voorbeeldscène. Selecteer één
van de MOVIE BEST SHOT scènes waarna de
camera zichzelf automatisch configureert voor de
instelling voor die scène (pagina 110).
LET OP
• Veelzijdige filmopnamefunctie
—
filmfunctie
Gebruik deze functie voor normaal opnemen van een
film (pagina 105).
—
—
• U kunt filmbestanden weergeven op uw computer
m.b.v. Windows Media Player 9.
korte filmfunctie
Telkens bij indrukken van de sluitertoets wordt een
kort filmpje opgenomen dat begint voor indrukken van
de toets en eindigt nadat de toets is ingedrukt (pagina
106).
103
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
Specificeren van de kwaliteit van het
filmbeeld
Datasnelheid
(benadering)
Beeldsnelheid
HQ (640 × 480
beeldpunten)
Normal (640 × 480
beeldpunten)
4,0 megabits
per seconde
30 beelden/
seconde
2,1 megabits
per seconde
30 beelden/
seconde
LP (320 × 240
beeldpunten)
745 kilobits
per seconde
15 beelden/
seconde
Instelling
Hogere
kwaliteit
De instelling voor de beeldkwaliteit bepaalt hoe ver de
camera de filmbeelden comprimeert voordat zij ze opslaat
in het geheugen. De beeldkwaliteit wordt uitgedrukt als
beeldgrootte in beeldpunten. Een “beeldpunt” is één van de
vele kleine punten die het beeld vormen. Een groter aantal
beeldpunten (meer beeldgrootte) gaat gepaard met een
betere detaillering en een hogere beeldkwaliteit wanneer
een film wordt afgespeeld.
Selecteer voordat u begint met het opnemen van een film
eerst de instelling voor de beeldkwaliteit die u geschikt
acht.
Lagere
kwaliteit
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
2. Gebruik [왗] en [왘] om de “Quality” (kwaliteit)
tab te selecteren.
3. Gebruik [왖] en [왔] om “
Quality” (kwaliteit)
te selecteren en druk vervolgens op [왘].
4. Selecteer de gewenste instelling d.m.v. [왖] en
[왔] en druk daarna op [SET].
104
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
3. Druk nogmaals op de sluitertoets om het
Opnemen van een standaard film
(filmfunctie)
opnemen van een film te stoppen.
• Het filmbestand wordt in het geheugen opgeslagen
wanneer een filmopname voltooid is.
Gebruik de filmfunctie wanneer u een standaard film
opneemt.
1. Zet de
Resterende opnametijd
functiedraairegelaar
tijdens een
opnamefunctie (REC)
op “ ”.
• Hierdoor wordt de
filmfunctie ingeschakeld
en verschijnt de “
”
indicator op het
beeldscherm.
2. Richt de camera op het
Opnametijd
onderwerp en druk
daarna op de
sluitertoets.
• De filmopname duurt
zolang de beschikbare
geheugencapaciteit dit
toelaat.
105
B
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
■ Opnemen van een filmpje met de korte filmfunctie
Opnemen van een korte film
(korte filmfunctie)
1. Zet de functiedraairegelaar tijdens een
De korte filmfunctie neemt een film op van een van te
voren ingestelde lengte telkens wanneer u op de
sluitertoets drukt.
Een filmpje dat opgenomen wordt met de korte filmfunctie
bestaat in principe uit twee onderdelen als aangegeven in
de afbeelding hieronder.
opnamefunctie (REC) op “
2. Druk op [SET].
3. Specificeer de lengte
• Wanneer een tijd van 4 seconden is gespecificeerd voor
het voorafgaande gedeelte en 4 seconden voor het
toekomstige gedeelte
Werking ➝
Opnemen
Het opnemen
van het
toekomstige
gedeelte
begint.
Voorafgaande Toekomstige
gedeelte
gedeelte
van het voorafgaande
gedeelte (het onderdeel
voordat de sluitertoets
ingedrukt wordt) d.m.v.
[왖] en [왔] en druk
vervolgens op [왘].
Ontspannen
van de sluiter
Handeling ➝ Legt de
voorafgaande
4 seconden
vast.
”.
• Hierdoor wordt de korte filmfunctie ingeschakeld en
verschijnt “
” op het beeldscherm.
Opslaan
• Tijden kunnen
gespecificeerd worden in
eenheden van één
seconde.
Opslag
voltooid.
Het opnemen stopt
automatisch 4 seconden
nadat de sluitertoets
wordt ingedrukt.
MOTION PRINT
• De totale lengte van een korte film (voorafgaande
gedeelte + toekomstige gedeelte) kan lopen van
twee tot acht seconden.
U kunt de lengte van het voorafgaande gedeelte en het
toekomstige gedeelte onafhankelijk instellen. De totale
lengte van het korte filmfunctie kan tussen de twee en acht
seconden zijn. Met de MOTION PRINT feature (pagina
140) kunt u stilbeelden opnemen van een kort filmfunctie
terwijl u het opslaat.
• U kunt voor het voorafgaande gedeelte of het
toekomstige gedeelte zonodig 0 seconden
specificeren.
• De lengte van het voorafgaande gedeelte kan lopen
van 0 tot vijf seconden.
106
B
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
4. Specificeer de lengte van het toekomstige
6. Richt de camera op het voorwerp en druk op
gedeelte (het onderdeel nadat de sluitertoets
ingedrukt wordt) d.m.v. [왖] en [왔] en druk
vervolgens op [왘].
de sluitertoets.
• Hierdoor wordt een film opgenomen van een lengte
die gespecificeerd wordt door de tijdwaarden die u
vastlegde in de stappen 3 en 4. Het opnemen wordt
automatisch gestopt.
5. Selecteer het gewenste layout formaat voor
de MOTION PRINT d.m.v. [왖] en [왔] en druk
op [SET].
Om dit te doen:
• Druk nogmaals op de sluitertoets om de opname
halverwege te stoppen.
Selecteren van
deze instelling:
Sla een beeld op van
het moment dat de
sluitertoets ingedrukt
wordt om een korte
filmopname te
starten en heef dan
dat beeld weer op
een achtergrond van acht filmbeelden
9 frames
(9 beelden)
Sla een beeld op van
het moment dat de
sluitertoets ingedrukt
wordt om het
opnemen met de
korte filmfunctie te
starten
1 frame
(1 beeld)
Schakel de MOTION PRINT (bewegende
afdrukfunctie) uit (er wordt geen snapshot
opgeslagen)
Off (uit)
BELANGRIJK!
• Merk op dat bij de korte filmfunctie filmdata
doorlopend opgenomen en vastgelegd wordt in een
buffer voordat u op de sluitertoets drukt. Houd de
camera stil en voor enige tijd op het onderwerp
gericht voordat u de sluitertoets indrukt om het
opnemen te starten.
• Wanneer een opnamewerking uitgevoerd wordt door
de korte filmfunctie en de opname van het
toekomstige gedeelte begint, telt het beeldscherm de
resterende opnametijd af.
De opname wordt voortgezet totdat afgeteld is tot
nul.
107
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
2. Richt de camera op het onderwerp en druk
Opnemen van voorafgaande actie
(voorafgaande filmfunctie)
daarna op de sluitertoets.
• Hierdoor wordt alles dat zich afspeelde voor de
camera tijdens de voorafgaande vijf seconden
opgenomen waarna de opname voortgezet wordt
vanaf het moment dat de sluitertoets ingedrukt wordt.
De opname kan zolang voortgezet worden als er
geheugen beschikbaar is om data op te slaan.
Deze functie maakt gebruik van een buffer van 5 seconden
die doorlopende wordt ge-update. Bij indrukken van de
sluitertoets wordt het opnemen vijf seconden eerder gestart
dan toen u de toets indrukte. Gebruik deze functie wanneer
u er zeker van wilt zijn dat u snelle actie niet mist.
Werking ➝
Ontspannen
van de sluiter
Ontspannen
van de sluiter
3. Druk nogmaals op de sluitertoets om de
opname te stoppen.
Opnemen
Het opnemen van
Handeling ➝ Neemt de
voorafgaande het toekomstige
5 seconden gedeelte begint.
op.
Opslaan
Het opnemen
wordt
beëindigd.
Opslag
voltooid.
1. Zet de functiedraairegelaar tijdens een
opnamefunctie (REC) op “
”.
• Hierdoor wordt de voorafgaande filmfunctie
ingeschakeld en verschijnt de “
” op het
beeldscherm.
108
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
■ Voorzorgsmaatregelen voor het opnemen
van films
— Automatisch scherpstelling kan niet wordne uitgevoerd
tijdens panfocus (
), handmatige scherpstelling (
)
en scherpstellen op oneindig (
) zodat geen
bevestigingstoon te horen zal zijn. Tijdens de
handmatige scherpstelfunctie kant u de
scherpstelinstellingen niet bijstellen tijdens het
opnemen zelf. Zorg er dus voor eventuele bijstellingen
reeds te hebben uitgevoerd voordat u begint met het
daadwerkelijke opnemen.
• Een heel helder licht in het beeld kan er de oorzaak van
zijn dat er een verticale streep op het beeldscherm
verschijnt. Dit is een fenomeen eigen aan CCD
technologie dat bekend staat als “verticale veeg” en duidt
niet op een defect aan de camera. Merk op dat deze
verticale veeg niet opgenomen wordt in het beeld als het
een snapshot betreft maar wel bij een filmpje.
• Bepaalde types geheugenkaarten hebben meer tijd nodig
om data op te nemen waardoor filmbeelden verloren
kunnen gaan. De indicaties
en REC knipperen tijdens
het opnemen op het beeldscherm om u te laten weten dat
er een filmbeeld verloren is gegaan.
• De optische zoom is tijdens het opnemen van films
uitgeschakeld. Alleen digitaal zoomen is mogelijk. Let
erop dat u de optische zoominstelling die u wilt gebruiken
selecteert voordat u op de sluitertoets drukt om het
opnemen van een film te starten (pagina 61).
• De flitser flitst niet tijdens de filmfunctie.
• Deze camera neemt ook geluid op. Merk de volgende
punten op bij opname van een film.
— Let er op dat u de
Microfoon
microfoon niet met uw
vingers blokkeert.
— Goede opnameresultaten
zijn niet mogelijk wanneer
de camera te ver van het
onderwerp weg is.
— Wanneer toetsen op de
camera worden bediend
kan het geluid er van
mogelijk ook opgenomen worden.
— Het filmgeluid wordt opgenomen in mono.
— De camera stelt automatisch scherp telkens wanneer
automatisch scherpstelling of de macrofunctie (
)
(pagina 74) geselecteerd is als de scherpstelfunctie.
Merk op dat de bevestigingstoon die klinkt tijdens de
werking van de automatisch scherpstelfunctie
opgenomen zal worden bij het andere geluid. Als u
geen bevestigingstonen opgenomen wilt hebben in het
audiogedeelte houdt dan de panfocus (
) als de
scherpstelfunctie of selecteer handmatige
scherpstelling (
) en stel met de hand scherp op het
beeld voordat u met het opnemen begint.
109
B
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
• Mocht de camera bewogen worden dan wordt het effect
daarvan in het beeld nog verder verergerd wanneer u
close-up opnames aan het opnemen bent of aan het
opnemen bent met een grote zoomfactor. Daarom wordt
het gebruik van een statief aanbevolen bij het opnemen
van close-ups en het opnemen met een grote zoomfactor.
• Beelden kunnen onscherp zijn als het onderwerp zich
buiten het filmbereik bevindt.
• Door de filmfunctie, korte filmfunctie, voorafgaande
filmfunctie of MOVIE BEST SHOT functie in te schakelen
wordt de scherpstelfunctie overgeschakeld naar panfocus
(pagina 79) ongeacht de huidige scherpstelinstelling in
het functiegeheugen (pagina 123).
• Het kan moeilijk zijn om op bepaalde onderwerpen scherp
stellen (pagina 59) waardoor wazige opnames ontstaan.
Mocht dit het geval zijn, probeer dan of omschakelen
naar de handmatige scherpstelfunctie (pagina 80) of
panfocusfunctie (pagina 79) helpt.
• Mochten de beelden onscherp zijn bij het gebruik van
autofocus, dan kunt u mogelijk een betere scherpstelling
verkrijgen door de camera even op een ander onderwerp
te richten.
Directe filminstellingen
(MOVIE BEST SHOT functie)
Door één van de MOVIE BEST SHOT voorbeelddecors te
selecteren wordt de camera automatisch ingesteld voor het
opnemen van een soortgelijk type film.
1. Zet de functiedraairegelaar tijdens een
opnamefunctie (REC) op “
vervolgens op [SET].
” en druk
• Hierdoor wordt de MOVIE BEST SHOT functie
ingeschakeld en verschijnt “
” op het beeldscherm.
2. Gebruik [왗] en [왘] om de gewenste voorbeeld
achtergrond te selecteren en druk vervolgens
op [SET].
• Druk nogmaals op [SET] als u op dat moment over
wilt schakelen naar een andere voorbeeldscène.
Door [SET] in te drukken wordt de huidige
geselecteerde scène ook weergegeven.
3. Richt de camera op het onderwerp en druk op
de sluitertoets.
4. Druk nogmaals op de sluitertoets om het
opnemen van de film tussentijds te stoppen.
110
B
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
BELANGRIJK!
Weergeven van alle MOVIE BEST SHOT
voorbeelddecors op een enkel scherm
• MOVIE BEST SHOT scènes zijn niet opgenomen
met deze camera. Ze dienen enkel als voorbeeld.
• Beelden die opgenomen zijn met een MOVIE BEST
SHOT scène kunnen mogelijk door de
filmomstandigheden en andere factoren niet de
verwachte resultaten geven.
• U kunt de instellingen van de camera instellen die
gemaakt werden door het selecteren van een MOVIE
BEST SHOT scène. Merk echter op dat de MOVIE
BEST SHOT instellingen terugkeren naar hun
oorspronkelijke waarden (default) telkens wanneer u
een andere MOVIE BEST SHOT scène selecteert,
van opnamefunctie verandert of de camera
uitschakelt. Als u de instellingen wilt opslaan voor
gebruik later, dan kunt u dat doen via de MOVIE
BEST SHOT gebruikersinstelling.
Met deze functie kunt u de MOVIE BEST SHOT
voorbeelddecors in een ogenblik zien zodat u het gewenste
voorbeelddecor gemakkelijk kunt vinden.
1. Zet de functiedraairegelaar in een
opnamefunctie (REC) op “
op [SET].
” en druk daarna
2. Schuif de zoomschuifregelaar in de richting
van de “
” icoon.
• Hierdoor worden alle voorbeelddecors weergegeven
met een selectiekader bij het decor dat weergegeven
werd toen u stap 2 uitvoerde.
• De voorbeelddecors zijn in volgorde gearrangeerd, te
beginnen met de linker bovenhoek.
LET OP
• Bij inschakelen van de camera terwijl de MOVIE
BEST SHOT functie ingeschakeld is zullen de
gebruiksaanwijzing en de op dat moment
geselecteerde voorbeeldscène voor ongeveer twee
seconden op het beeldscherm verschijnen.
• Als er meer dan 12 decors zijn (omdat u enige zelf
gemaakte decors toegevoegd heeft) zal het scherm
doorbladeren om de resterende schermen te tonen
als u op [왗] of [왘] drukt terwijl het selectiekader zich
aan de linker- of rechterzijde van het scherm bevindt.
• Door de zoomregelaar in de richting van “
” te
verplaatsen wordt het MOVIE BEST SHOT decor
verlaten.
111
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
3. Selecteer het gewenste voorbeelddecor m.b.v.
Creëren van uw eigen MOVIE BEST
SHOT instellingen
[왖], [왔], [왗] en [왘] en druk vervolgens op
[SET].
U kunt de onderstaande procedure gebruiken om de
instellingen op te slaan van een film die u opnam als een
MOVIE BEST SHOT scène. Daarna kunt u de instellingen
oproepen telkens wanneer u deze wilt gebruiken.
4. Druk op de sluitertoets om het beeld op te
nemen.
1. Zet de functiedraairegelaar tijdens een
opnamefunctie (REC) op “
op [SET].
” en druk daarna
• Hierdoor wordt de MOVIE BEST SHOT functie
ingeschakeld en verschijnt een voorbeeldscène.
2. Gebruik [왗] en [왘] om “Register User Scene”
(gebruikersdecor registeren) te selecteren.
3. Druk op [SET].
4. Toon d.m.v. [왗] en [왘] de film waarvan u de
instellingen wilt opslaan.
5. Gebruik [왖] en [왔] om “Save” (opslaan) te
selecteren en druk vervolgens op [SET].
• De normale MOVIE BEST SHOT beeld verschijnt
opnieuw nadat de bewerking voor het opslaan van
de instellingen voltooid is. U kunt nu de procedure op
pagina 110 gebruiken om uw gebruikersinstelling
voor opname te selecteren.
112
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
■ Wissen van een MOVIE BEST SHOT
gebruikersinstelling
BELANGRIJK!
• Blader voor het selecteren van een
gebruikersinstelling naar het eind van de
ingebouwde MOVIE BEST SHOT scènes totdat
“Recall User Scene” (gebruikersscène oproepen) op
het display verschijnt. Blader dan door om de
gebruikersinstelscènes te zien.
• Alle MOVIE BEST SHOT gebruikersinstellingen
worden gewist als het ingebouwde geheugen
(pagina 175) van de camera geformatteerd wordt.
• Hieronder volgen de instellingen die onderdeel
uitmaken van de MOVIE BEST SHOT
gebruikersinstellingen.
Scherpstelfunctie, witbalansfunctie, scherpte,
verzadiging, contrast, EV verschuiving.
• Alleen de instellingen van een film die opgenomen is
met deze camera kan als een MOVIE BEST SHOT
instelling worden opgeslagen.
• U kunt tot maximaal 999 MOVIE BEST SHOT
gebruikersinstellingen registreren.
• U kunt de instellingen van de op dat moment
geselecteerde MOVIE BEST SHOT scène controleren
door de verschillende instelmenu’s te tonen.
• MOVIE BEST SHOT gebruikersinstellingen worden
in het ingebouwde geheugen van de camera
opgeslagen in een map die “MSCENE” heet.
Bestandsnamen worden automatisch toegewezen
volgens het onderstaande formaat.
UZ750nnn.JPE (n = 0 – 9)
1. Druk tijdens de MOVIE BEST SHOT functie op
[SET].
2. Blader d.m.v. [왗] en [왘] door de
gebruikersinstellingen totdat de instelling die
u wilt wissen wordt aangegeven.
3. Druk op [왔] (
).
4. Selecteer “Delete” (wissen) d.m.v. [왖] en [왔]
en druk vervolgens op [SET].
5. Druk op [MENU].
113
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
Opnemen van audio
[MENU].
Toevoegen van geluid aan een snapshot
2. Selecteer de “REC” (opname) tab, selecteer
U kunt geluid toevoegen aan een snapshot nadat u deze
opgenomen heeft.
“Audio Snap” (audio snapshotfunctie) en
druk vervolgens op [왘].
• Beeldformaat: JPEG
JPEG heeft een beeldformaat met een efficiënte
datacompressie.
De bestandsextensie van een JPEG bestand is “.JPG”.
3. Gebruik [왖] en [왔] om “On” te selecteren en
druk vervolgens op [SET].
• Hierdoor wordt de audio snapshotfunctie
ingeschakeld.
• Audioformaat: WAVE/ADPCM opnameformaat
Dit is het Windows standaardformaat voor het
audioformaat.
De bestandsextensie van een WAVE/ADPCM bestand is
“.WAV”.
• De normale snapshotfunctie (zonder geluid) wordt
verkregen door “Off” (uit) te selecteren.
4. Druk op de sluitertoets
om het beeld op te
nemen.
• Opnametijd:
Maximaal 30 seconden per beeld
• Na opname van het beeld
wordt de audio
opnamestandby functie
ingeschakeld met het zo
juist opgenomen beeld en
de
indicator op het
beeldscherm.
• Geluidsbestandsgrootte:
Ongeveer 165KB (30-seconde opnamen van circa 5,5KB
per seconde.)
LET OP
• U kunt een audiobestand weergeven dat opgenomen
was met de Audio Snapshot functie op uw computer
m.b.v. Windows Media Player.
Resterende opnametijd
• U kunt de audio opnamestandby functie annuleren
door op [MENU] te drukken.
114
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
5. Druk op de sluitertoets om audio opname te
Opnemen van spraak
starten.
De spraakopnamefunctie maakt opnemen van uw stem
snel en eenvoudig.
• De groene bedrijfsindicator gaat knipperen terwijl het
opnemen plaatsvindt.
• Audioformaat: WAVE/ADPCM opnameformaat
Dit is het Windows standaardformaat voor het
audioformaat.
De bestandsextensie van een WAVE/ADPCM bestand is
“.WAV”.
• Als het beeldscherm uitgeschakeld is (pagina 30),
zal het scherm weer worden ingeschakeld wanneer u
audio toevoegt aan een snapshot.
6. Het opnemen stopt na ongeveer 30 seconden
of wanneer u op de sluitertoets drukt.
• Opnametijd:
Circa 25 minuten met het ingebouwde geheugen
BELANGRIJK!
• Geluidsbestandsgrootte:
Ongeveer 165KB (30-seconde opnamen van circa 5,5KB
per seconde.)
• De audio snapshotfunctie kan niet tijdens
beeldopnamen worden gebruikt m.b.v. de
drievoudige zelfontspanner.
LET OP
• U kunt bestanden weergeven met de
spraakopnamefunctie op uw computer m.b.v.
Windows Media Player.
115
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
1. Zet de
3. De opname stopt wanneer u op de sluitertoets
Opnametijd
functiedraairegelaar
tijdens een
opnamefunctie (REC)
op “ ”.
• Hierdoor wordt de
spraakopnamefunctie
ingeschakeld en
verschijnt de “
”
indicator op het
beeldscherm.
drukt, wanneer het geheugen vol is of
wanneer de accu leeg geraakt is.
LET OP
• Door [DISP] ingedrukt te houden terwijl u de
spanningstoets of [
] (REC) ingedrukt houdt, wordt
de spraakopnamefunctie ingeschakeld zonder dat de
lens naar buiten komt.
Resterende opnametijd
2. Druk op de sluitertoets om spraakopname op
te nemen.
• De resterende opnametijdwaarde wordt op het
beeldscherm afgeteld en de groene bedrijfsindicator
knippert terwijl het opnemen plaatsvindt.
• Door tijdens spraakopname op de [DISP] te klikken
wordt het beeldscherm uitgeschakeld.
• U kunt indextekens invoegen tijdens het opnemen
door op [SET] te drukken. Zie pagina 154 voor
informatie aangaande het doorspringen naar een
indexteken tijdens het weergeven.
116
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
■ Voorzorgsmaatregelen bij audio opname
Gebruiken van het histogram
• Let er op dat u de microfoon
Microfoon
niet met uw vingers
blokkeert.
• Goede opnameresultaten
zijn niet mogelijk wanneer
de camera te ver van het
onderwerp weg is.
• Door op de spanningstoets
of op [
] (PLAY) te
drukken wordt de opname
gestopt en wordt eventueel
geluid opgeslagen dat tot op
dat moment werd
opgenomen.
• U kunt ook “post-opname” uitvoeren om audio toe te
voegen aan een snapshot nadat deze werd genomen of
om de bij een beeld opgenomen audio te veranderen. Zie
pagina 152 voor meer informatie.
U kunt [DISP] gebruiken voor het tonen van een histogram op
het beeldscherm. Het histogram stelt u in staat de
belichtingsomstandigheden te controleren tijdens het opnemen
van beelden (pagina 30).U kunt ook het histogram van een
opgenomen beeld tonen tijdens de weergavefunctie (PLAY).
Histogram
• Een histogram is een grafiek die de helderheid van een
beeld voorstelt uitgedrukt in het aantal beeldpunten. De
verticale as stelt het aantal beeldpunten voor terwijl de
horizontale as de helderheid aangeeft. U kunt het
histogram gebruiken om te bepalen of een beeld
schaduwen (linker kant), middenbereik tonen (midden) en
verlichting (rechts) omvat om voldoende beelddetail tot
uitdrukking te brengen. Mocht het histogram er om de één
of andere reden te éénzijdig uit zien, dan kunt u de EV
verschuiving (belichtingscompensatie) gebruiken om de
balans naar links of rechts te bewegen en zo een betere
balans te verkrijgen. Optimale belichting kan worden
verkregen door de belichting te corrigeren zodat de grafiek
zo veel mogelijk rond het midden is geconcentreerd.
117
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
• Een RGB histogram wordt ook weergegeven dat de
verdeling van R (rood), G (groen) en B (blauw) aangeeft.
Dit histogram kan gebruikt worden om te bepalen of er te
veel of te weinig van elk van de kleurcomponenten in het
beeld is.
• Neigt het histogram te veel
naar rechts, dan betekent dit
dat er te veel lichte
beeldpunten zijn. Dit type
histogram is het resultaat van
een beeld dat in het algemeen
te licht is. De lichte gedeelten
van het beeld kunnen zelfs
“geheel wit” worden als het
histogram te ver naar rechts
toe neigt.
LET OP
• U kunt de toetsaanpasfunctie (pagina 120) gebruiken
om de camera te configureren om
belichtingscompensatie uit te voeren telkens
wanneer u op [왗] of [왘] drukt tijdens een
opnamefunctie (REC). Doet u dit dan kunt u de
belichtingscompansatie bijstellen tijdens het bekijken
van het in-beeld histogram (pagina 83).
• Een histogram dat in het
midden geconcentreerd is
duidt op een goede verdeling
van lichte en donkere
beeldpunten. Dit type
histogram is het resultaat van
een beeld dat over het geheel
genomen een optimale
helderheid heeft.
• Neigt het histogram te veel
naar links, dan betekent dit
dat er te veel donkere
beeldpunten zijn. Dit type
histogram is het resultaat van
een beeld dat in het algemeen
te donker is. De donkere
gedeelten van het beeld
kunnen zelfs “geheel
verduisterd” worden als het
histogram te ver naar links toe
neigt.
118
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
BELANGRIJK!
Camera instellingen van de REC (opname)
functie
• Merk op dat het bovenstaande histogram enkel als
toelichting wordt verstrekt. Het is mogelijk is dat u
voor een bepaald onderwerp niet precies deze
vormen kunt verkrijgen.
• Een op het midden geconcentreerd histogram is
geen garantie voor optimale belichting. Het
opgenomen beeld kan overbelicht of onderbelicht
zijn zelfs als het histogram rond het midden is
geconcenteerd.
• U kunt mogelijk geen optimale histogramconfiguratie
verkrijgen door de beperkingen van de
belichtingscompensatie.
• Het gebruik van de flitser alsmede bepaalde opname
omstandigheden kunnen er de oorzaak van zijn dat
het histogram een belichting aangeeft die afwijkt van
de feitelijke belichting van het beeld ten tijde van de
opname.
• Het RGB (kleurcomponenten) histogram wordt enkel
voor snapshots (foto’s ) aangegeven. Tijdens de
volgende functies verschijnt enkel de histogram voor
de luminantieverdeling op het beeldscherm.
Filmfunctie, korte filmfunctie, voorafgaande
filmfunctie, MOVIE BEST SHOT functie
Volgend zijn de instellingen die u kunt configureren voordat
u een beeld opneemt m.b.v. een opnamefunctie (REC).
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
119
L/R toetsinstelling
Raster aan/uit
Beeldcontrole aan/uit
Icoonhulp aan/uit
Default instelling bij inschakelen van de spanning
ISO gevoeligheid
Meten
Scherpte
Verzadiging
Contrast
Terugstellen van de camera (reset)
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
LET OP
Toewijzen van functies aan de [왗] en [왘]
toetsen
• U kunt ook de hieronder beschreven instellingen
configureren. Zie de referentiepagina’s voor nadere
informatie.
— Autofocusbereik (pagina 77)
— Snelsluiter (pagina 76)
— Audio foto (pagina 152)
— Digitale zoom (pagina 63)
— Grootte (pagina 71)
— Kwaliteit (Foto’s) (pagina 72)
— Kwaliteit (films) (pagina 104)
— Witbalans (pagina 84)
— Flitsintensiteit (pagina 66)
— Flitserassistent (pagina 67)
Een functie voor “toetsaanpassing” stelt u in staat de [왗] en
[왘] toetsen te configureren zodat deze de camera
instellingen veranderen wanneer ze ingedrukt worden tijdens
een opnamefunctie (REC). Na het configureren van de [왗]
en [왘] toetsen kunt u de instellingen veranderen die er aan
zijn toegewezen zonder door het menuscherm te lopen.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
2. Selecteer de “REC” (opname) tab, selecteer
“L/R Key” (linker/rechter toets) en druk
vervolgens op [왘].
3. Gebruik [왖] en [왔] om de gewenste instelling
te selecteren en druk vervolgens op [SET].
• Nadat u een functie toegewezen heeft kunt u de
instelling ervan eenvoudigweg veranderen door op
de [왗] of [왘] toetsen te drukken.
—
—
—
—
—
—
120
EV verschuiving (pagina 83)
Witbalans (pagina 84)
ISO (pagina 125)
Meten (pagina 126)
Zelfonspanner (pagina 69)
Uit (off) : geen functie toegewezen
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
In- en uitschakelen van het in-beeld
raster
In- en uitschakelen van beeldcontrole
Beeldcontrole laat de door u opgenomen beelden zien op
het beeldscherm zodra u ze opneemt. Gebruik de volgende
procedure om beeldcontrole in en uit te schakelen.
U kunt rasterlijnen op het beeldscherm verkrijgen om u te
helpen bij de compositie van beelden en om er zeker van
te zijn dat de camera tijdens het opnemen recht gehouden
wordt.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op de
[MENU] toets.
2. Selecteer de “REC” (opname) tab, selecteer
“Review” (controleren) en druk vervolgens op
[왘].
3. Gebruik [왖] en [왔] om de gewenste instelling
te selecteren en druk vervolgens op [SET].
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
2. Selecteer de “REC” (opname) tab, selecteer
“Grid” (raster) en druk daarna op [왘].
3. Gebruik [왖] en [왔] om de gewenste instelling
te selecteren en druk vervolgens op [SET].
Om dit te doen:
Selecteer deze instelling:
Toon het raster
On (aan)
Verberg het raster
Off (uit)
121
Om dit te doen:
Selecteer deze
instelling:
Toon beelden op het beeldscherm
voor ongeveer een seconde
onmiddellijk nadat ze opgenomen zijn
On (aan)
Toon geen beelden onmiddellijk nadat
ze opgenomen zijn
Off (uit)
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
3. Selecteer de gewenste instelling m.b.v. [왖] en
Gebruik van icoonhulp
[왔] en druk op [SET].
Icoonhulp toont begeleidende tekst over een icoon
wanneer u deze selecteert op het beeldscherm tijdens een
opnamefunctie (REC) (pagina 27).
• De icoonhulptekst wordt aangegeven voor de volgende
functies:
— Flitserfunctie, scherpstelfunctie, witbalans,
zelfontspanner, metering (meten).
— Image size (beeldformaat), white balance (witbalans),
AF area (autofocusgebied) van het EX menuscherm
(pagina 129).
Merk echter op dat de icoonhulptekst voor meten,
witbalans en zelfontspanner enkel verschijnt wanneer de
“Metering” (meten), de “Self-timer” (zelfontspanner) en
“White Balance” (witbalans) toegewezen is aan de [왗] en
[왘] toetsen met de toetsaanpassingsfunctie (pagina 120).
Om dit te doen:
Selecteer deze
instelling:
Toon begeleidende tekst wanneer u
een icoon selecteert op het
beeldscherm
On (aan)
Schakel icoonhulp uit
Off (uit)
BELANGRIJK!
• Door één van de volgende instellingen te selecteren
verschijnen de icoon en de betreffende icoontekst
tijdelijk op het beeldscherm. Na enige tijd verdwijnen
de icoon en de tekst.
— Flitserfunctie “
Auto Flash” (automatische flits)
icoon (pagina 64)
— Scherpstelfunctie “
Auto Focus” (automatische
scherpstelling) icoon (pagina 74)
— Witbalans “AWB Auto WB” (automatische WB)
icoon (pagina 84)
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
2. Selecteer de “REC” (opname) tab, selecteer
“Icon Help” (icoonhulp) en druk vervolgens
op [왘].
122
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
Specificeren van de default instellingen
bij inschakelen van de spanning
Functie
Met het “functiegeheugen” van deze camera kunt u de
default instellingen bij inschakelen van de spanning
afzonderlijk instellen voor de flitserfunctie, de
scherpstelfunctie, de witbalansfunctie, de ISO
gevoeligheid, AF gebied, meten, zelfontspanner,
flitsintensiteit, de digitale zoomfunctie, de handmatige
scherpstelstand en de zoompositie. Het inschakelen van
het functiegeheugen voor een bepaalde functie is een
boodschap aan de camera om de status te onthouden van
die functie wanneer u de camera uitschakelt om dezelfde
status opnieuw te verkrijgen wanneer de camera weer
ingeschakeld wordt. Wanneer het functiegeheugen
uitgeschakeld is, stelt de camera automatisch de
oorspronkelijke defaultinstellingen voor de betreffende
functie in die ingesteld waren in de fabriek.
— De volgende tabel toont wat er gebeurt als u het
functiegeheugen voor elke functie in- of uitschakelt.
On (Aan)
Off (Uit)
Flash (Flitser)
Auto (Automatisch)
Focus (Scherpstellen)*1
Auto (Automatisch)
White Balance (Witbalans)
Auto (Automatisch)
ISO
Auto (Automatisch)
AF Area (autofocusbereik)
Instelling
wanneer de
Self-timer (Zelfontspanner) camera
uitgeschakeld
Flash Intensity
is
(Flitsintensiteit)
Metering (Meten)
Spot (Puntmeten)
Multi
(Multi-patroon meten)
Off (Uit)
0
Digital Zoom (Digitale zoom)
On (Aan)
MF Position (MF stand)
Laatste autofocus stand
die van kracht was voordat
u overschakelde op
handmatig scherpstellen
Zoomposition*2
(Zoompositie)
Wide (Groothoek)
*1 De instelling van de scherpstelfunctie wordt niet
behouden bij de Movie functie. PF (panfocus) wordt
automatisch geselecteerd tijdens de filmfunctie.
*2 Alleen de optische zoompositie wordt onthouden.
123
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
BELANGRIJK!
• Merk op dat de instellingen van de BEST SHOT
functie voorrang krijgen over de instellingen van het
geheugen. Als u de camera dus uitschakelt tijdens
de BEST SHOT functie, dan zullen alle instellingen
behalve die voor “Zoom Position” (zoompositie)
geconfigureerd worden voor het BEST SHOT
voorbeelddecor wanneer u de camera opnieuw
inschakelt, ongeacht de aan/uit instellingen van het
functiegeheugen.
• Tijdens de volgende functies wordt “
” (flitser uit)
altijd geselecteerd als de flitserfunctie ongeacht de
aan/uit instelling van het functiegeheugen.
Filmfunctie, korte filmfunctie, voorafgaande
filmfunctie, MOVIE BEST SHOT functie
[MENU].
2. Selecteer de “REC” (opname) tab, selecteer
“Memory” (geheugen) en druk vervolgens op
[왘].
3. Selecteer het item dat u wilt veranderen
m.b.v. [왖] en [왔] en druk vervolgens op [왘].
4. Gebruik [왖] en [왔] om de gewenste instelling
te selecteren en druk vervolgens op [SET].
Om dit te doen:
Selecteer deze instelling:
Schakel het functiegeheugen in
zodat de instellingen worden
herkregen bij inschakelen van
de spanning
On (aan)
Schakel het functiegeheugen
uit zodat de instellingen worden
teruggesteld bij inschakelen
van de spanning
Off (uit)
124
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
BELANGRIJK!
Specificeren van de ISO gevoeligheid
• Onder bepaalde omstandigheden kan een hoge
sluitersnelheid in combinatie met een hoge ISO
gevoeligheid leiden tot digitale ruis (korreligheid)
waardoor het beeld er grof uitziet. Voor het maken
van mooie beelden van goede kwaliteit kunt u het
beste de laagst mogelijke ISO gevoeligheidsinstelling
gebruiken.
• Het gebruik van een hoge ISO gevoeligheid in
combinatie met de flitser kan er bij het opnemen van
een onderwerp dichtbij toe leiden dat het onderwerp
onjuist belicht wordt.
• De “Auto” (automatisch) ISO gevoeligheid wordt altijd
gebruikt in de volgende gevallen ongeacht de
huidige instelling van de ISO gevoeligheid.
Filmfunctie, korte filmfunctie, voorafgaande
filmfunctie, MOVIE BEST SHOT functie
U kunt de ISO gevoeligheidsinstelling veranderen voor
betere beelden op plaatsen waar de belichting laag is of
wanneer u een snelle sluitersnelheid wilt gebruiken.
• De ISO gevoeligheid wordt uitgedrukt door waarden die
oorspronkelijk de lichtgevoeligheid uitdrukte van normale
fotografische film. Een hogere waarde geeft een grotere
gevoeligheid aan hetgeen beter is voor het maken van
opnamen wanneer de hoeveelheid beschikbaar licht weinig is.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
2. Selecteer de “Quality” (kwaliteit) tab,
selecteer “ISO” en druk daarna op [왘].
3. Selecteer de gewenste instelling m.b.v. [왖] en
LET OP
[왔] en druk vervolgens op [SET].
Om dit te verkrijgen:
Selecteer deze instelling:
Automatische
gevoeligheidsselectie
Auto
Lagere gevoeligheid
ISO 50
• U kunt de toetsaanpassingsfunctie (pagina 120)
gebruiken om de camera zodanig te configureren dat
de instelling voor de ISO gevoeligheid verandert
telkens wanneer u tijdens een opnamefunctie (REC)
op [왗] of [왘] drukt.
ISO 100
ISO 200
Hogere gevoeligheid
ISO 400
125
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
Center Weighted (Centrum-georiënteerd meten)
Centrum-georiënteerd meten
concentreert zich op het midden van het
scherpstelkader en meet het licht daar.
Gebruik deze meetmethode als u wat
controle wilt uitoefenen over de belichting zonder de
instellingen geheel over te laten aan de camera.
Selecteren van de meetfunctie
De meetfunctie bepaalt welk gedeelte van het onderwerp
gemeten wordt voor de belichting. U kunt de volgende
procedure gebruiken om de meetfunctie van de camera te
veranderen.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
Spot (Puntmeten)
Puntmeten neemt aflezingen van een
bijzonder beperkt gebied. Gebruik deze
meetmethode wanneer u de belichting
ingesteld wilt hebben op de helderheid
van een bepaald onderwerp zonder te worden
beïnvloed door omringende omstandigheden.
[MENU].
2. Selecteer de “Quality” (kwaliteit) tab,
selecteer “Metering” (meten) en druk op [왘].
3. Selecteer de gewenste instelling m.b.v. [왖] en
[왔] en druk daarna op [SET].
BELANGRIJK!
Multi (Multi-patroon meten)
• Als “Multi” (multi-patroon meten) als meetmethode
wordt geselecteerd, kunnen bepaalde procedures de
instelling voor de meetfunctie automatisch
veranderen zoals hieronder beschreven.
• Door de belichtingscompensatie instelling (pagina
83) te veranderen naar een waarde anders dan 0.0
verandert de meetfunctie naar “Center Weighted”
(centrum-georiënteerd meten). Als u de
belichtingscompensatie instelling terugverandert
naar 0.0 zal de meetfunctie ook terugveranderen
naar “Multi” (multi-patroon meten).
Multi-patroon meten verdeelt het beeld
in raster onderdelen en meet het licht bij
elke sectie voor een gebalanceerde
belichtingaflezing. De camera bepaalt
automatisch de opname omstandigheden in
overeenkomst met de gemeten lichtpatronen en stelt
de belichtingsinstelling daarmee in overeenkomst af.
Dit type meten voorziet u van foutvrije
belichtingsinstellingen voor een groot bereik aan
opname omstandigheden.
126
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
Speciferen van de contourscherpte
Specificeren van kleurverzadiging
Gebruik de volgende procedure om de scherpte van de
contouren in het beeld te regelen.
Gebruik de volgende procedure om de gevoeligheid te
regelen van het beeld dat u opneemt.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
[MENU].
2. Selecteer de “Quality” (kwaliteit) tab,
2. Selecteer de “Quality” (kwaliteit) tab,
selecteer “Sharpness” (scherpte) en druk
daarna op [왘].
selecteer “Saturation” (verzadiging) en druk
daarna op [왘].
3. Selecteer de gewenste instelling m.b.v [왖] en
3. Selecteer de gewenste instelling m.b.v [왖] en
[왔] en druk vervolgens op [SET].
[왔] en druk vervolgens op [SET].
Om dit te verkrijgen:
Selecteer deze
instelling:
Om dit te verkrijgen:
Selecteer deze
instelling:
Uitmuntende scherpte
+2
Hoge kleurverzadiging (intensiteit)
+2
+1
Normale scherpte
+1
0
Normale kleurverzadiging (intensiteit)
–1
Weinig scherpte
0
–1
Lage kleurverzadiging (intensiteit)
–2
127
–2
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
Specificeren van het contrast
Terugstellen (reset) van de camera
Gebruik de volgende procedure om het relatieve verschil
tussen de lichte delen en de donkere delen te regelen van
het beeld dat u opneemt.
Gebruik de volgende procedure om alle instellingen van de
camera terug te stellen (reset) tot hun oorspronkelijke
defaultwaarden zoals aangegeven bij “Menureferentie” op
pagina 231.
1. Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
1. Druk op [MENU].
[MENU].
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab,
2. Selecteer de “Quality” (kwaliteit) tab,
selecteer “Reset” (resetten) en druk daarna
op [왘].
selecteer “Contrast” en druk daarna op [왘].
3. Selecteer de gewenste instelling m.b.v [왖] en
3. Gebruik [왖] en [왔] om “Reset” (resetten) te
[왔] en druk vervolgens op [SET].
selecteren en druk vervolgens op [SET].
Om dit te verkrijgen:
Selecteer deze
instelling:
Hoog contrast
+2
• Selecteer “Cancel” (annuleren) en druk op [SET] als
u deze procedure wilt annuleren zonder de camera
terug te stellen.
+1
Normaal contrast
0
–1
Laag contrast
–2
128
OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
3. Druk na het configureren van de gewenste
Gebruiken van het snelkoppelmenu
(EX Menu)
instellingen op [SET] om het snelkoppelmenu
te verlaten.
Door indrukken van [EX] wordt een snelkoppelmenu
verkregen dat u kunt gebruiken om de instellingen voor de
beeldformaat, witbalans, de ISO gevoeligheid en het AF
gebied te configureren.
LET OP
• Hieronder volgen de betekenissen van elk van de
beeldformaatindicators die in het EX menu
verschijnen.
7M
: 3072 × 2304 beeldpunten
7M(3:2) : 3072 × 2048 (3:2) beeldpunten
5M
: 2560 × 1920 beeldpunten
3M
: 2048 × 1536 beeldpunten
2M
: 1600 × 1200 beeldpunten
VGA
: 640 × 480 beeldpunten
1. Druk tijdens een
opnamefunctie (REC)
op [EX].
2. Selecteer het gewenste item d.m.v. [왗] en [왘]
en gebruik dan [왖] en [왔] om door de
geschikbare instellingen te bladeren.
• Zie de volgende pagina’s voor details aangaande elk
van de instellingen.
— Specificeren van de beeldgrootte (pagina 71)
— Bijstellen van de witbalans (pagina 84)
— Specificeren van de ISO gevoeligheid (pagina 125)
— Specificeren van het bereik van autofocus (pagina
77)
129
WEERGAVE
WEERGAVE
2. Gebruik [왘] (voorwaarts) of [왗] (achterwaarts)
U kunt het ingebouwde monitorscherm van de camera
gebruiken om beelden te bekijken nadat u ze heeft
opgenomen.
om door de bestanden te bladeren op het
beeldscherm.
Elementaire weergavebediening
Gebruik de volgende procedure om door bestanden te
bladeren die in het geheugen van de camera opgeslagen zijn.
1. Druk op [
] (PLAY)
om de camera in te
schakelen.
[
LET OP
]
• Door [왗] of [왘] ingedrukt te houden wordt versneld
door de beelden gebladerd.
• Om sneller bladeren door de weergavebeelden
mogelijk te maken is het beeld dat aanvankelijk
verschijnt een controlebeeld met een ietwat lagere
kwaliteit dan het werkelijke weergavebeeld. Het
werkelijke weergavebeeld verschijnt even later na
het controlebeeld. Dit is niet van toepassing bij
beelden die gekopiëerd zijn van een andere digitale
camera.
• Hierdoor wordt de
weergavefunctie (PLAY)
ingeschakeld en verschijnt
een beeld of een boodschap
op het beeldscherm.
Weergavefunctie (PLAY)
bestand type
Mapnaam/bestandnaam
Beeldkwaliteit
Beeldformaat
Datum en tijd
130
WEERGAVE
BELANGRIJK!
Weergave van een audio snapshot
• Het geluidsvolume kan enkel tijdens de weergave en
tijdens het pauzeren worden bijgesteld.
Voer de onderstaande stappen uit om een audio snapshot
) en de audio (het geluid) af
te tonen (aangegeven door
te spelen.
1. Gebruik [왗] en [왘] tijdens de weergavefunctie
(PLAY) totdat het gewenste beeld wordt
weergegeven.
2. Druk op [SET].
• Dit geeft de audio weer
die het getoonde beeld
vergezelt.
• U kunt tijdens afspelen
van het geluid de
volgende bediening
uitvoeren.
On dit te doen:
Doe dit:
Versneld afspelen van de
audio in voorwaartse of
achterwaarts richting.
Houd [왗] of [왘] ingedrukt.
Pauzeren en hervatten van
de audio weergave.
Druk op [SET].
Het geluidsvolume
bijstellen.
Druk op [왖] of [왔].
De weergave annuleren.
Druk op [MENU].
131
B
WEERGAVE
3. Verschuif het beeld d.m.v. [왖], [왔], [왗] en [왘]
Inzoomen op het weergegeven beeld
naar boven, naar beneden, naar links of naar
rechts.
Voer de volgende procedure uit om in te zoomen op het
beeld op het beeldscherm. Inzoomen kan tot maximaal
acht maal de oorspronkelijke grootte worden uitgevoerd.
4. Druk op [MENU] om het beeld terug te
brengen naar de oorspronkelijke grootte.
1. Gebruik tijdens de weergavefunctie (PLAY)
[왗] en [왘] om het gewenste beeld te tonen.
2. Schuif de
zoomregelaar naar
om het beeld te
vergroten.
BELANGRIJK!
• Afhankelijk van de oorspronkelijke grootte van het
opgenomen beeld is het niet mogelijk om tot acht
maal de oorspronkelijke grootte in te zoomen op een
beeld in de display.
Huidige zoomfactor
Getoond deel
• Hierdoor wordt
ingezoomd op het
beeld.
• Er verschijnt een
indicator in de linker
onderhoek die laat zien
welk deel van het
huidige beeld dat op dat
moment op het
beeldscherm wordt
getoond.
Oorspronkelijk beeld
• U kunt d.m.v. de [DISP] toets heen en weer
schakelen tussen weergeven en niet weergeven van
de zoomfactor.
132
WEERGAVE
4. Gebruik [왖] of [왔] om de gewenste instelling
Afmetingen van een beeld heraanpassen
te selecteren druk varvolgens dan op [SET].
U kunt het formaat van het opgenomen beeld
heraanpassen tot één van de volgende drie formaten.
• 2560 × 1920 beeldpunten. Best geschikt voor afdrukken
op papier van maat A3 en kleiner.
• 2048 × 1536 beeldpunten. Best geschikt voor afdrukken
op papier van maat A4 en kleiner.
• 640 × 480 beeldpunten (VGA) : meest geschikt als bijlage
bij e-mail boodschappen of als onderdeel van webpagina’s.
• Selecteer “Cancel” (annuleren) om het
heraanpassen van de afmetingen te annuleren.
BELANGRIJK!
• Door de afmetingen van een beeld her aan te
passen wordt een nieuw bestand gecreëerd dat het
beeld bevat in de afmetingsgrootte die u selecteert.
Het bestand met het oorspronkelijke beeld blijft ook
in het geheugen.
• Merk op dat u de afmetingen van de volgende
beeldtypen niet kunt heraanpassen.
— Beelden met 640 × 480 beeldpunten en kleinere
beelden
— Filmbeelden en de icoon voor
spraakopnamebestanden
— Beelden met MOTION PRINT (afdrukken van
bewegende beelden)
— Beelden opgenomen met een andere camera
• De afmetingen kunnen niet worden aangepast
wanneer er niet genoeg geheugen is om het
heraangepaste beeld op te slaan.
• Wanneer u een beeld waarvan de afmetingen zijn
heraangepast weergeeft via het beeldscherm van de
camera, geven de datum en de tijd aan wanneer het
beeld oorspronkelijk opgenomen was, niet wanneer
de afmetingen van het beeld heraangepast werden.
1. Druk tijdens een weergavefunctie (PLAY) op
[MENU].
2. Selecteer de “PLAY”
(weergave) tab,
selecteer “Resize”
(afmetingen
heraanpassen) en druk
daarna op [왘].
• Merk op dat deze
bewerking alleen
mogelijk is wanneer een snapshot beeld zich op het
beeldscherm bevindt.
3. Gebruik [왗] of [왘] om door de beelden te
bladeren en dat beeld te tonen waarvan de
afmetingen heraangepast dienen te worden.
133
WEERGAVE
4. Beweeg de zoomregelaar naar links en rechts
Trimmen van een beeld
om op het beeld in te zoomen.
U kunt de volgende procedure volgen om een gedeelte van
een vergroot beeld te trimmen.
• Het gedeelte van het beeld dat op het beeldscherm
weergegeven wordt is het getrimde gedeelte.
5. Beweeg het gedeelte dat getrimd moet
1. Gebruik tijdens de weergavefunctie (PLAY)
worden d.m.v. [왖], [왔], [왗], en [왘] naar
boven, naar beneden, naar en naar rechts.
[왗] en [왘] om door de beelden te bladeren en
het beeld te tonen dat u wilt tonen.
6. Druk op [SET] om het deel van het beeld te
2. Druk op [MENU].
3. Selecteer de “PLAY”
(weergave) tab,
selecteer “Trimming”
(trimmen) en druk
daarna op [왘].
• Er verschijnt een
indicator in de linker
onderhoek die laat zien
welk deel van het
huidige beeld dat op dat
moment op het
beeldscherm wordt
getoond.
extraheren dat zich binnen het trimkader
bevindt.
Huidige zoomfactor
Getoond deel
• Druk op [MENU] als u de procedure op een gegeven
moment toch wilt annuleren.
Oorspronkelijk beeld
• Merk op dat deze bewerking alleen mogelijk is
wanneer een snapshot beeld zich op het
beeldscherm bevindt.
134
WEERGAVE
BELANGRIJK!
Weergeven en bewerken van een film
• Door een beeld te trimmen wordt een nieuw bestand
gecreëerd dat het getrimde beeld bevat. Het bestand
met het oorspronkelijke beeld blijft ook in het
geheugen.
• Merk op dat u de volgende beeldtypes niet kunt
trimmen.
— Filmbeelden en de icoon voor
spraakopnamebestanden
— Beelden met MOTION PRINT (afdrukken van
bewegende beelden)
— Beelden opgenomen met een andere camera
• De trimbewerking kan niet worden uitgevoerd
wanneer er niet genoeg geheugen is om het
getrimde beeld op te slaan.
• Wanneer u een beeld dat getrimd werd weergeeft via
het beeldscherm van de camera, geven de datum en
de tijd aan wanneer het beeld oorspronkelijk
opgenomen was, niet wanneer het beeld getrimd werd.
Weergeven van een film
Gebruik de volgende procedure om een film weer te geven
die u opgenomen heeft met deze camera.
1. Blader tijdens de PLAY
(weergavefunctie)
m.b.v [왗] en [왘] door
films op het
beeldscherm en toon
de gewenste film.
Verstreken opnametijd
Filmicoon
Beeldkwaliteit
2. Druk op [SET].
• Hierdoor wordt weergave van de film gestart.
• U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren terwijl de
film wordt weergegeven.
135
WEERGAVE
Om dit te doen:
Doe dit:
Montage van een film
Versnelde voorwaartse of
achterwaartse weergave
• De snelheid wordt steeds bij elk
maal indrukken met één stap
verhoogd.
Druk op [왗] of [왘].
Gebruik deze procedure van dit hoofdstuk om films te
monteren en te wissen. Met de montagebewerkingen kunt
u alles voor of na een specifiek beeld of alles tussen twee
bepaalde beelden in knippen.
Laat de versnelde voorwaartse of
achterwaartse weergave
terugkeren tot de normale
snelheid.
Druk op [SET].
Pauzeren van de filmweergave
Druk op [SET].
Gepauzeerde weergave per
beeld bladeren.
Druk op [왗] of [왘].
Filmweergave stoppen.
Druk op [MENU]
Bijstellen van het geluidsvolume
van de film.
Druk op [왖] of [왔].
In- en uitschakelen van de
beeldscherm indicators.
Druk op [DISP].
Inzoomen op het filmbeeld.
Beweeg de zoomregelaar in
de richting van
.
Bladeren door een ingezoomd
beeld op het scherm.
Gebruik [왖], [왔], [왗], [왘].
BELANGRIJK!
• Geknipte beelden kunnen niet meer worden
opgeroepen – ze zijn echt weg. Zorg er dus voor dat
u een gedeelte van een film echt wilt wegknippen
voordat u specificeert dat een knipbewerking moet
worden uitgevoerd.
• Er kan geen montage worden uitgevoerd bij een film
die korter dan 5 seconden is.
• De knipbewerking kan een behoorlijke tijd in beslag
nemen. Dit is normaal en duidt niet op een defect.
• U zult niet in staat zijn om de knipbewerking uit te
voeren als de hoeveelheid geheugen minder is dan de
grootte van het filmbestand waarin u knipt. Mocht dit
het geval zijn, wis dan alle bestanden uit die u niet
langer nodig heeft om meer geheugen vrij te maken.
• Het monteren van twee verschillende films tot een
enkele film en het opsplitsen van één film in meerdere
onderdelen wordt niet ondersteund door de functies
van de camera. U kunt echter wel films aan elkaar
plakken en films in meerdere stukken opsplitsen op uw
computer door gebruik te nemen van de meegeleverde
Ulead Movie Wizard SE VCD applicatie.
BELANGRIJK!
• U kunt het geluidsniveau van het filmgeluid alleen
bijstellen tijdens het weergeven van een film.
136
B
WEERGAVE
■ Knippen van alles voor of na een specifiek
beeld
4. Toon het beeld waar de film moet worden
geknipt.
1. Druk op [SET] terwijl
de film die u wilt
monteren weergegeven
wordt.
• Hierdoor wordt de
weergave van een film
gepauzeerd.
2. Druk op [왔].
3. Selecteer de bewerking die u wilt uitvoeren
m.b.v. [왖] en [왔].
Doe dit:
Alles voor een gespecificeerd
beeld knippen
Cut (knippen)
Alles na een gespecificeerd
beeld knippen
Cut (knippen)
Knipfunctie verlaten
Doe dit:
Versnelde voorwaartse of
achterwaartse weergave
Druk op [왗] of [왘] drukken.
Filmweergave pauzeren en
voortzetten
Druk op [SET].
Gepauzeerde weergave per
beeld doorbladeren
Druk op [왗] of [왘] drukken.
Annuleren van de
knipbewerking
Druk op [MENU].
• Het rode gedeelte van de
indicatorstaafindicator
geeft aan welk gedeelte
wordt geknipt.
• U kunt hetzelfde beeld ook weergeven terwijl de
weergavefunctie (PLAY) ingeschakeld is door op
[MENU] te drukken, de “PLAY” (weergave) tab te
selecteren, “Movie Editing” (filmmontage) te
selecteren en vervolgens op [왘] te drukken.
Om dit te doen:
Om dit te doen:
Cancel (annuleren)
137
WEERGAVE
■ Alles tussen twee specifieke beelden in
knippen
5. Druk [왔] wanneer het
gewenste beeld wordt
getoond.
1. Druk op [SET] terwijl
de film die u wilt
monteren weergegeven
wordt.
6. Selecteer “Yes” (Ja) d.m.v. [왖] en [왔] en druk
• Hierdoor wordt de
weergave van een film
gepauzeerd.
op [SET].
• De boodschap “Busy.... Please wait…” blijft op de
display terwijl de knipbewerking wordt uitgevoerd.
Het knippen is voltooid als de boodschap verdwijnt.
2. Druk op [왔].
• Selecteer “No” (Nee) om de knipbewerking te
verlaten.
• U kunt hetzelfde beeld ook weergeven terwijl de
weergavefunctie (PLAY) ingeschakeld is door op
[MENU] te drukken, de “PLAY” (weergave) tab te
selecteren, “Movie Editing” (filmmontage) te
selecteren en vervolgens op [왘] te drukken.
3. Selecteer “
Cut” (knippen) d.m.v. [왖]
en [왔] en druk op [SET].
• Selecteer “Cancel” (annuleren) om de snijfunctie te
verlaten.
138
WEERGAVE
4. Toon het startbeeld waar de eerste
6. Herhaal stap 4 om het
knipbewerking moet worden uitgevoerd.
Om dit te doen:
Doe dit:
Versnelde voorwaartse of
achterwaartse weergave
Druk op [왗] of [왘] drukken.
Filmweergave pauzeren en
voortzetten
Druk op [SET].
Gepauzeerde weergave per
beeld doorbladeren
Druk op [왗] of [왘] drukken.
Annuleren van de
knipbewerking
Druk op [MENU].
eindbeeld te tonen
waar u de tweede
knipbewerking wilt
uitvoeren.
• Het rode gedeelte van de
indicatorstaafindicator
geeft aan welk gedeelte
wordt geknipt.
7. Selecteer “Yes” (Ja) d.m.v. [왖] en [왔] en druk
op [SET].
• De boodschap “Busy.... Please wait…” blijft op de
display terwijl de knipbewerking wordt uitgevoerd.
Het knippen is voltooid als de boodschap verdwijnt.
5. Druk op [왔] wanneer
het gewenste beeld
wordt getoond.
• Selecteer “No” (Nee) om de knipbewerking te
verlaten.
139
WEERGAVE
■ Een stilbeeld van een film vastleggen
Vastleggen van een stilbeeld van een
film (MOTION PRINT)
1. Blader tijdens de weergave functie PLAY
Met de MOTION PRINT functie kunt u een beeld
vastleggen van een bestaande film en een stilbeeld
creëren dat geschikt is om af te drukken. Er zijn twee layouts die u kunt gebruiken om een beeld vast te leggen en
de geselecteerde lay-out bepaalt de uiteindelijke
beeldgrootte.
d.m.v. [왗] en [왘] door de films op het
beeldscherm en toon de film die de gewenste
beelden bevat.
2. Druk op [MENU].
• 9 frames (1600 × 1200
beeldpunten uiteindelijke
beeldgrootte)
3. Selecteer de “PLAY” (weergave) tab, selecteer
“MOTION PRINT” (Bwegende afdruk) en druk
vervolgens op [왘].
4. Selecteer d.m.v. [왖] en
Achtergrondbeelden
[왔] de layout (“1
frame” (1 beeld) of “9
frames” (9 beelden))
die u wlt gebruiken.
Geselecteerd hoofdbeeld
• Selecteer “Cancel”
(annuleren) om de
MOTION PRINT functie
te verlaten.
• 1 frame (640 × 480
beeldpunten uiteindelijke
beeldgrootte)
Geselecteerd hoofdbeeld
140
WEERGAVE
5. Toon d.m.v. [왗] en [왘] het beeld dat u wilt
Bijstellen van de witbalans van een
opgenomen beeld
gebruiken als het hoofdbeeld.
• Door één van beide toetsen ingedrukt te houden
wordt het bladeren versneld uitgevoerd.
U kunt de instelling van de witbalans gebruiken om een
type lichtbron te selecteren voor een opgenomen beeld,
hetgeen dan de kleuren van dat beeld beïnvloedt.
6. Druk op [SET] na eerst
het gewenste beeld te
hebben geselecteerd.
1. Gebruik tijdens de weergavefunctie (PLAY)
[왗] en [왘] om het beeld te verkrijgen waarvan
u de witbalansinstelling wilt veranderen.
• Hierdoor wordt het
stilbeeld dat het resultaat
is getoond.
2. Druk op [MENU].
• Als u “9 frames” (9
beelden) voor de lay-out
selecteerde, zal het beeld
dat u selecteerde in stap
4 het hoofdbeeld zijn
terwijl de beelden aan
beide zijden zullen
dienen als
achtergrondbeelden.
3. Selecteer de “PLAY”
(weergave) tab,
selecteer “White
Balance” (witbalans)
en druk op [왘].
• Merk op dat de
bovenstaande stap niet
mogelijk is wanneer er
een foto op het
beeldscherm wordt
getoond.
• Als u “1 frame” (1 beeld) selecteerde in stap 4
verschijnt hier het beeld dat u selecteerde in stap 6.
141
WEERGAVE
4. Selecteer een witbalansinstelling m.b.v. [왖]
• Gewoonlijk is de witbalansinstelling die
oorspronkelijk geselecteerd was bij het
bovenstaande menu de instelling die gebruikt was
toen u het beeld opnam. Als u de “Auto”
(automatisch) of “Manual” (handmatig) instelling voor
de witbalans gebruikt wanneer u het beeld opname,
zal “Cancel” (annuleren) worden geselecteerd
(pagina 84).
en [왔] en druk daarna op [SET] om de
instelling uit te oefenen.
Wanneer u het beeld er wilt
laten uitzien alsof het onder
deze omstandigheden waren
opgenomen:
Selecteer dan deze
instelling:
• Als u dezelfde witbalansinstelling selecteert als de
instelling die u selecteerde bij het opnemen van het
beeld kunt u het witbalans bijstelmenu verlaten
zonder het beeld te veranderen door op [SET] te
drukken.
Buiten, goed weer
Buiten, bewolkt tot
regenachtig, in de schaduw
van een boom, enz.
Bij een licht met een bijzonder
hoge temperatuur zoals in de
schaduw van een gebouw,
enz.
Onder wit of daglichtwit FL
verlichting, zonder
onderdrukking van
kleurspectrum
1
Onder daglicht FL verlichting,
met onderdrukking van
kleurspectrum
2
Onder het licht van
gloeilampen met
onderdrukking van de kleuren
Annuleer de bijstelling van de
witbalans
Cancel (annuleren)
142
WEERGAVE
BELANGRIJK!
Instellen van de helderheid van het beeld
• Merk op dat de effectinstellingen niet van kracht zijn
wanneer de slideshow “Images” (beelden) instelling
“Favourites” (favorieten) is of wanneer de slideshow
“Interval” instelling “MAX” (maximaal), “1 sec” of “2
sec” is.
• De witbalans van de volgende types beelden kan
niet worden bijgesteld.
— Filmbeelden en de icoon voor
spraakopnamebestanden
— Beelden met MOTION PRINT (afdrukken van
bewegende beelden)
— Beelden opgenomen met een andere camera
• U kunt de witbalans niet bijstellen wanneer er niet
genoeg vrij geheugen beschikbaar is om het
resulterende beeld op te slaan.
• Wanneer u een beeld waarvan de witbalans
bijgesteld is toont op het beeldscherm van de
camera, geven de datum en de tijd aan wanneer het
beeld oorspronkelijk opgenomen was, niet wanneer
de witbalans werd bijgesteld.
Gebruik de volgende procedure voor het bijstellen van de
helderheid van foto’s.
1. Blader tijdens de weergavefunctie (PLAY)
m.b.v. [왗] en [왘] door de beelden waarvan u
de helderheid wilt bijregelen.
2. Druk op [MENU].
3. Selecteer de “PLAY”
(weergave) tab,
selecteer “Brightness”
(helderheid) en druk
daarna op [왘].
• Merk op dat de
bovenstaande stap alleen
mogelijk is wanneer een
foto op het beeldscherm
wordt weergegeven.
143
WEERGAVE
4. Selecteer de gewenste instelling m.b.v. [왖] en
BELANGRIJK!
[왔] en druk op [SET].
Om dit te verkrijgen:
Selecteer deze
instelling:
Helderder
+2
• Door de helderheid van het beeld bij te regelen wordt
een nieuw beeld gecreëerd bij het nieuwe
helderheidsniveau. Het oorspronkelijke beeld blijft
ook in het geheugen.
• De helderheid van de volgende type beelden kan
niet worden bijgeregeld.
— Filmbeelden en de icoon voor
spraakopnamebestanden
— Beelden met MOTION PRINT (afdrukken van
bewegende beelden)
— Beelden die met een andere camera zijn
opgenomen
— U kunt de helderheid niet bijregelen wanneer er
niet genoeg vrij geheugen beschikbaar is om het
resulterende beeld op te slaan.
• Wanneer u een beeld met een bijgeregelde
helderheid weergeeft op het beeldscherm van de
camera, geven de datum en tijd aan wanneer het
beeld oorspronkelijk opgenomen was, niet wanneer
de helderheid bijgeregeld was.
+1
0
–1
Donkerder
–2
• Druk op [왗] of [MENU] om de bediening voor het
bijstellen van de helderheid te annuleren.
144
WEERGAVE
2. Gebruik [왖], [왔], [왗]
Tonen van een 9-beelden scherm
Met de volgende procedure verkrijgt u negen beelden
tegelijkertijd op het beeldscherm.
1. Druk tijdens de weergavefunctie (PLAY) de
zoomregelaar in de richting van (
Selectiekader
en [왘] om het
selectiekader te
verplaatsen naar het
gewenste beeld. Door
op [왘] te drukken
terwijl het
selectiekader zich in
de rechterkolom
bevindt of op [왗] te drukken terwijl het
selectiekader zich in de linkerkolom bevindt,
wordt doorgebladerd naar het volgende
scherm met 9-beelden.
).
• Dit toont het 9-beelden scherm met een
selectiekader er om heen met in het midden het
beeld dat zich op het beeldscherm bevond in stap 2.
• Zijn er minder dan negen beelden in het geheugen
dan worden ze weergegeven te beginnen vanaf de
linker bovenhoek. Het selectiekader bevindt zich bij
het beeld dat weergegeven werd voordat u
overschakelde naar het 9-beelden scherm.
Voorbeeld: Wanneer er zich 20 beelden in het
geheugen bevinden en beeld 1 eerst wordt
weergegeven.
• Op het 9-beelden scherm geeft
(microfoon) een
spraakopnamebestand aan (pagina 154).
17
18
19
6
7
8
15
16
17
20
1
2
9
10
11
18
19
20
3
4
5
12
13
14
1
2
3
3. Door op een willekeurige toets anders dan
[왖], [왔], [왗] en [왘] te drukken wordt een
volledige versie van het beeld op ware grootte
getoond van het beeld waar het selectiekader
zich bevindt.
145
WEERGAVE
2. Verplaats het selectiekader m.b.v. [왖], [왔], [왗]
Tonen van het kalenderscherm
en [왘] naar de gewenste datum en druk
vervolgens op [SET].
Gebruik de volgende procedure om een kalender van 1
maand te tonen. Elke dag toont het eerste bestand dat op
die dag was opgenomen wat het gemakkelijker maakt om
het gewenste bestand te vinden.
• Dit toont een beeld van het eerste bestand dat
genomen was op de geselecteerde datum.
1. Druk tijdens de
weergavefunctie
(PLAY) op [왖] (
).
• Volg de procedure onder
“Veranderen van de
datumopmaak” op pagina
171 om het datumformaat
te specificeren.
• Het op de kalender voor
elke dag getoonde
bestand is het eerste
bestand dat op die datum
was opgenomen.
Jaar/Maand
Datumselectiecursor
• Druk op [MENU] of op [DISP] om het
kalenderscherm te verlaten.
• Op het kalenderscherm geeft
(microfoon) een
spraakopnamebestand aan (pagina 154).
•
verschijnt in plaats van het beeld wanneer de
datum data bevat die niet kan worden getoond door
deze camera.
146
WEERGAVE
3. Configureer m.b.v. het scherm dat verschijnt
Spelen van een Slideshow (diashow)
de instellingen voor het beeld, de tijd, de
tussenpauzes en de effecten.
De Slideshow (diashow) speelt beelden automatisch af in
volgorde en met vaste tussenpauzes.
1. Druk tijdens de weergavefunctie (PLAY) op
Images
(Beelden)
• All Images (Alle beelden)
Toont alle beelden in het geheugen van
de camera.
•
Only (alleen)
Deze icoon verschijnt enkel bij snapshots
en audio snapshots.
•
Only (alleen)
Deze icoon verschijnt enkel bij films.
• One Image (Eén beeld)
Toont een bepaald beeld
• Favorites (Favorieten)
Toont alle beelden in de FAVORITE map.
Time
(Tijd)
Specificeer de gewenste weergavetijd (1
tot en met 5 minuten of 10, 15, 30 of 60
minuten) m.b.v. [왗] en [왘].
Interval
(Tussenpauze)
Specificeer de gewenste tussenpauze (MAX.
of 1 tot 30 seconden) m.b.v. [왗] en [왘].
• Wanneer de weergave een filmbestand
aantreft terwijl “MAX” is geselecteerd als
de tussenpauze wordt enkel het eerste
beeld van het filmpje getoond.
[MENU].
2. Selecteer de “PLAY” (weergave) tab, selecteer
“Slideshow” (diashow) en druk vervolgens op
[왘].
147
WEERGAVE
Effect
BELANGRIJK!
• Merk op dat alle toetsen onbedienbaar zijn terwijl
een beeldverandering aan de gang is. Wacht totdat
een beeld stilstaat op het beeldscherm voordat u een
toets probeert te bedienen of houd de toets ingedrukt
totdat het beeld stil gaat staan.
• Door tijdens de slideshow op [왗] te drukken wordt
teruggegaan naar het vorige beeld terwijl door
indrukken van [왘] doorgegaan wordt naar het
volgende beeld.
• Wanneer de slideshow bij een filmbestand komt, wordt
de film en de begeleidende audio eenmaal
weergegeven.
• Wanneer de slideshow bij een
spraakopnamebestand of een audio snapshot komt,
wordt dit eenmaal weergegeven.
• Het geluid van films, audio snapshots en
spraakopnamebestanden wordt niet gespeeld
wanneer “MAX” (maximaal) gespecificeerd is voor de
“Interval” (tussenpauze) instelling van de slideshow.
Bij alle “Interval” (tussenpauze) instellingen worden
films en alle andere audio (films, audio snapshots en
spraakopnamebestanden) weergegeven ongeacht
de lengte.
• Terwijl het geluid weergegeven wordt, kunt u de [왖]
en [왔] toetsen gebruiken om het volumeniveau in te
stellen.
• Pattern 1, 2, 3 (patroon 1, 2, 3)
• Oefent een vooringesteld effect uit wanneer
van het ene beeld naar het volgende beeld
wordt overgegaan.
• Random (willekeurig)
Oefent de vooringestelde patronen (1, 2 en 3)
willekeurig uit.
• OFF
Efecten zijn uitgeschakeld.
4. Gebruik [왖] en [왔] om “Start” (starten) te
selecteren en druk vervolgens op [SET].
• Hierdoor wordt de slideshow (diashow) gestart.
5. Druk op [SET] om de slideshow (diashow) te
stoppen.
• De diashow stopt ook automatisch nadat de
hoeveelheid tijd verstreken is die u specificeerde
voor “Time” (tijd).
148
WEERGAVE
• Merk op dat de effectinstellingen niet van kracht zijn
wanneer de slideshow “Images” (beelden) instelling
“Favorites” (favorieten) is of wanneer de slideshow
“Interval” instelling “MAX” (maximaal), “1 sec” of “2
sec” is.
• Bij beelden die u van een andere digitale camera of
van een computer heeft gekopiëerd kan het ietwat
langer duren dan de gespecificeerde tussenpauzetijd
voordat ze verschijnen.
• Als er indicators in de display zijn dan kunt u deze
uitzetten door op [DISP] te drukken (pagina 30).
• Wanneer de diashow een film bereikt terwijl “One
Image” (één beeld) geselecteerd is voor “Images”
(beelden), zal de film de weergave herhalen voor de
door “Time” (tijd) gespecificeerde tijdsduur.
Gebruik van de fotostandaardfunctie
De fotostandaardfunctie stelt u in staat te specificeren wat
er dient te verschijnen op het beeldscherm van de camera
terwijl deze zich op de USB slede bevindt. U kunt een
Photo Stand diashow spelen zonder u zorgen te maken
over de stroom van de accu of u kunt het tonen van een
bepaald beeld tonen. De bediening van de
fotostandaardfunctie wordt uitgevoerd in overeenkomst met
de instellingen van de slideshow. Zie pagina 147 voor
informatie aangaande het configureren van slideshow
instellingen voor eventuele gewenste aanpassingen.
1. Schakel de camera uit.
2. Zet de camera op de USB slede.
3. Druk op de [PHOTO]
(foto) toets van de USB
slede.
• Dit start de Photo Stand
diashow of toont het
enkele beeld dat u
specificeerde.
[PHOTO]
149
WEERGAVE
• Door op [MENU] te drukken wordt een scherm
verkregen voor het configureren van diashow
instellingen. Druk op [MENU] terwijl het menuscherm
getoond wordt of selecteer “Start” en druk op [SET]
om de diashow te herstarten.
Roteren van het displaybeeld
Gebruik de volgende procedure om het beeld 90 graden te
roteren en de rotatie informatie samen met het beeld te
registreren. Nadat u dit gedaan heeft, zal het beeld altijd
getoond worden in de geroteerde oriëntatie.
• Terwijl het geluid weergegeven wordt, kunt u de [왖]
en [왔] toetsen gebruiken om het volumeniveau in te
stellen.
1. Druk tijdens de weergavefunctie (PLAY) op
[MENU].
4. Druk nogmaals op de [PHOTO] (foto) toets om
de Photo Stand diashow te stoppen.
2. Selecteer de “PLAY” (weergave) tab, selecteer
“Rotation” (rotatie) en druk vervolgens op [왘].
BELANGRIJK!
• Merk op dat deze bewerking alleen mogelijk is
wanneer een snapshot beeld zich op het
beeldscherm bevindt.
• De accu wordt niet opgeladen terwijl een
fotostandaard diashow aan de gang is. Stop de
diashow als als u de accu wilt opladen.
3. Gebruik [왗] en [왘] om door de beelden te
bladeren totdat het beeld dat u wilt roteren op
het beeldscherm te zien is.
150
WEERGAVE
4. Gebruik [왖] en [왔] om
BELANGRIJK!
“Rotate” (roteren) te
selecteren en druk
vervolgens op [SET].
• U kunt een beeld dat beveiligd is niet roteren. Wilt u
toch een dergelijk beeld roteren dan dient u het eerst
onbeveiligd te maken.
• U kunt mogelijk een digitaal beeld niet roteren als het
opgenomen was met een ander type digitale camera.
• U kunt beelden van het volgende type niet roteren:
— Filmbeelden en de icoon voor
spraakopnamebestanden
— Beelden met MOTION PRINT (afdrukken van
bewegende beelden)
• Het roteren van beelden wordt alleen ondersteund
voor een enkel beeld. Het is niet mogelijk een
scherm van 9-beelden of een beeld op het
kalenderscherm te roteren.
• Elke keer indrukken van
[SET] draait het beeld
met 90°.
5. Druk nadat u klaar bent met het configureren
van de instellingen op [MENU] om het
instelscherm te verlaten.
151
WEERGAVE
1. Gebruik tijdens de weergavefunctie (PLAY) de
Toevoegen van audio aan een snapshot
[왗] en [왘] toetsen om door de snapshots te
bladeren totdat de gewenste getoond wordt
waaraan u audio wilt toevoegen.
De “post-opname” functie laat u geluid toevoegen aan
snapshots nadat deze zijn opgenomen. U kunt het
audiogedeelte van een audio snapshot (die met een
icoon er op) ook heropnemen.
2. Druk op [MENU].
• Audioformaat: WAVE/ADPCM opnameformaat
Dit is het Windows standaardformaat voor het
audioformaat.
De bestandsextensie van een WAVE/ADPCM bestand is
“.WAV”.
3. Selecteer de “PLAY”
(weergave) tab,
selecteer “Dubbing”
(geluidsdubben) en
druk vervolgens op
[왘].
• Opnametijd:
Maximaal 30 seconden per beeld
• Geluidsbestandsgrootte:
Ongeveer 165KB (30-seconde opnamen van circa 5,5KB
per seconde.)
4. Druk op de sluitertoets om audio opname te
starten.
5. Het opnemen stopt na ongeveer 30 seconden
of wanneer u op de sluitertoets drukt.
152
WEERGAVE
BELANGRIJK!
Heropnemen van het geluid
• Let er op dat u de
microfoon niet met uw
vingers blokkeert.
• Goede
opnameresultaten zijn
niet mogelijk wanneer
de camera te ver van
het onderwerp weg is.
• Nadat de
Microfoon
geluidsopname voltooid
is verschijnt de
icoon op het
beeldscherm.
• U kunt mogelijk geen geluid opnemen wanneer de
resterende geheugencapaciteit laag is.
• U kunt geen geluid toevoegen aan beelden van het
volgende type:
— Filmbeelden en de icoon voor
spraakopnamebestanden
— Beelden met MOTION PRINT (afdrukken van
bewegende beelden)
— Beveiligde foto’s (pagina 161)
• Audio die heropgenomen of gewist wordt, kan niet
worden herkregen. Let er dus op dat u het geluid niet
langer nodig heeft voordat u heropname uitvoert of
het geluid wist.
1. Gebruik tijdens de weergavefunctie (PLAY) de
[왗] en [왘] toetsen om door de snapshots te
bladeren totdat de gewenste getoond wordt
waarvan u het geluid opnieuw wilt opnemen.
2. Druk op [MENU].
3. Selecteer de “PLAY” (weergave) tab, selecteer
“Dubbing” (geluidsdubben) en druk
vervolgens op [왘].
4. Gebruik [왖] en [왔] om “Delete” (wissen) te
selecteren en druk vervolgens op [SET].
• Als u enkel het geluid op deze manier wilt wissen,
druk dan op [MENU] om de procedure te voltooien.
5. Druk op de sluitertoets om audio opname te
starten.
6. Het opnemen stopt na ongeveer 30 seconden
of wanneer u op de sluitertoets drukt.
• Hierdoor wordt de bestaande opname gewist en
vervangen door de nieuwe.
153
WEERGAVE
BELANGRIJK!
Weergeven van een spraakopnamebestand
• Het geluidsvolume kan enkel tijdens de weergave en
tijdens het pauzeren worden bijgesteld.
• Wanneer uw opname voorzien is van indextekens
(pagina 116), kunt u naar het volgende indexteken
doorspringen door de weergave te pauzeren en
vervolgens op [왗] or [왘] te drukken. Druk vervolgens
op [SET] om de weergave te hervatten van de positie
van het indexteken.
Voer de volgende stappen uit om een
spraakopnamebestand weer te geven.
1. Gebruik [왗] en [왘] tijdens de weergavefunctie
(PLAY) om het gewenste
spraakopnamebestand (een bestand
aangegeven met
) weer te geven.
2. Druk op [SET].
• Hierdoor wordt de
weergave van het
spraakopnamebestand
gestart via de
luidspreker van de
camera.
• U kunt de volgende bediening uitvoeren terwijl het
geluid weergegeven wordt.
Om dit te doen:
Doe dit:
Snel vooruit- of
achteruitspoelen van het geluid.
Houd [왗] of [왘]
ingedrukt.
Pauzeren en hervatten van de
film weergave.
Druk op [SET].
Het geluidsvolume bijstellen.
Druk op [왖] of [왔].
Annuleren van de weergave.
Druk op [MENU].
154
B
WEERGAVE
Tonen van camerabeelden op een
televisiescherm
AV kabel
U kunt opgenomen beelden via een televisiescherm tonen.
Om camerabeelden via een televisiescherm te tonen dient
u de beschikking te hebben over een televisie met een
video-ingangsaansluiting, de USB slede en de AV kabel die
meegeleverd zijn met de camera.
TV
1. Sluit één uiteinde van de AV kabel die
AV uitgangspoort [AV OUT]
meegeleverd is met de camera aan op de
[AV OUT] aansluiting van de USB slede en het
andere uiteinde op de videoingangsaansluiting van het televisietoestel.
Video ingangsaansluiting
2. Schakel de camera uit.
• Sluit de gele stekker van de AV kabel aan op de
video-ingangsaansluiting (geel) van het
televisietoestel en de witte stekker op de audio
ingangsaansluiting (wit).
3. Zet de camera op de USB slede.
4. Schakel de televisie in en selecteer de videoingangsfunctie.
5. Als u nu beeldweergave uitvoert bij de
camera, verschijnt het beeld op het
beeldscherm van het televisietoestel in plaats
van op het beeldscherm van de camera.
155
WEERGAVE
BELANGRIJK!
Selecteren van het video uitgangssysteem
• Alle iconen en indicators die op het beeldscherm van
de camera te zien zijn zullen ook op het
televisiescherm verschijnen.
• Merk op dat het geluid in mono is.
• Het beeldscherm van de camera valt uit tijdens het
afgeven van videosignalen.
• Door indrukken van de [PHOTO] toets op de USB
slede wordt de fotostandaardfunctie (pagina 149)
geactiveerd waarna beelden via het televisiescherm
worden weergegeven.
• Afhankelijk van het formaat van het scherm zullen de
opgenomen beeld mogelijk niet het gehele scherm
vullen.
• Voor het video uitgangssignaal is het geluidsvolume
aanvankelijk ingesteld op maximum. Voer bijstelling
in het geluidsvolume uit d.m.v. de TV regelaars.
• Als u een los verkrijgbare AV kabel (EMC-2A)
gebruikt om de aansluiting van de camera’s USB
slede direct te verbinden met de AUDIO IN
aansluiting van een televisietoestel, kunt u
opgenomen beelden op het televisiescherm zien en
het televisiescherm zelfs gebruiken om beelden te
componeren voordat u ze gaat opgenemen.
U kunt kiezen uit het PAL of het NTSC systeem als het
video-uitgangssysteem voor aanpassing aan het systeem
van de TV die u gebruikt.
1. Druk tijdens een opname- (REC) of
weergavefunctie (PLAY) op [MENU].
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab,
selecteer “Video Out” (video-uitgang) en druk
vervolgens op [왘].
3. Selecteer de gewenste instelling d.m.v. [왖] en
[왔] en druk vervolgens op [SET].
156
Als u een TV gebruikt die bedoeld is
voor gebruik in dit gebied:
Selecteer deze
instelling:
U.S., Japan en andere gebieden met het
NTSC systeem
NTSC
Europa en andere gebieden met het
PAL systeem
PAL
B
WEERGAVE
BELANGRIJK!
• Beelden zullen niet op de juiste wijze worden
weergegeven als een verkeerd video
uitgangssysteem wordt geselecteerd.
• Deze camera ondersteunt enkel de NTSC en PAL
video ingangssystemen. Beelden worden niet juist
weergegeven als u een televisietoestel (monitor)
gebruikt die ontworpen is voor een ander video
ingangsgsysteem.
157
B
WISSEN VAN BESTANDEN
WISSEN VAN BESTANDEN
U kunt een enkel bestand wissen of u kunt alle bestanden
wissen die zich op dat ogenblik in het geheugen bevinden.
Wissen van een enkel bestand
1. Druk tijdens de
BELANGRIJK!
weergavefunctie
(PLAY) op [왔] (
• Merk op dat het wissen van bestanden niet
ongedaan gemaakt kan worden. Als u een bestand
eenmaal gewist heeft, is hij voorgoed verdwenen. Let
er dus goed op dat u een bestand echt niet meer
nodig heeft voordat u het wist. In het bijzonder geldt
dit voor het wissen van alle bestanden - controleer
eerst alle bestanden voordat u deze handeling
uitvoert.
• Een beveiligd bestand kan niet worden uitgewist. Om
een bestand te wissen dient u het eerst onbeveiligd
te maken (pagina 161).
• Het wissen kan niet worden uitgevoerd wanneer alle
bestanden in het geheugen beveiligd zijn (pagina
162).
• Als een audio snapshot gewist wordt, zal dit zowel
het beeldbestand als het audiobestand wissen dat er
aan vast zit.
• U kunt de procedures in dit hoofdstuk niet gebruiken
om beelden te wissen uit de FAVORITE map. Zie de
procedures op pagina 165 voor details aangaande
het wissen van de inhoud van de FAVORITE map.
).
2. Gebruik [왗] of [왘] om door de bestanden te
bladeren totdat het te wissen bestand wordt
getoond.
3. Gebruik [왖] of [왔] om “Delete” (wissen) te
selecteren.
• Selecteer “Cancel” (annuleren) om de
bestandwisfunctie te verlaten zonder iets te wissen.
4. Druk op [SET] om het bestand te wissen.
• Herhaal de stappen 2 tot en met 4 om andere
bestanden te wissen, indien gewenst.
5. Druk op [MENU] om het menuscherm te
verlaten.
158
WISSEN VAN BESTANDEN
Wissen van alle bestanden
1. Druk tijdens de weergavefunctie (PLAY) op
[왔] (
).
2. Gebruik [왖] of [왔] om “All Files Delete” (alle
bestanden wissen) te selecteren en druk
vervolgens op [SET].
3. Gebruik [왖] of [왔] om “Yes” (ja) te selecteren.
• Selecteer “No” (nee) om de wisfunctie te verlaten
zonder een bestand uit te wissen.
4. Druk op [SET] om alle bestanden uit te
wissen.
• De boodschap “There are no files.” (er zijn geen
bestanden) verschijnt op het scherm nadat alle
bestanden gewist zijn.
159
BEHEER VAN BESTANDEN
BEHEER VAN BESTANDEN
Dankzij de mogelijkheden van de camera voor
bestandsbeheer kunt u makkelijk uw beelden in het oog
houden. U kunt bestanden beveiligen tegen onverhoeds
wissen en de gewenste bestanden opslaan in het
ingebouwde geheugen van de camera.
Elke map kan maximaal 9999 bestanden bevatten.
Als u probeert het 10000ste bestand op te slaan in een
map, wordt automatisch de volgende map met het
volgende serienummer gecreëerd. Bestandsnamen worden
als volgt gegenereerd.
Voorbeeld: Naam van het 26ste bestand
Mappen
CIMG0026.JPG
Uw camera creëert automatisch mappen in het ingebouwde
flash-geheugen of op de geheugenkaart.
Extensie
Serienummer (4 cijfers)
Geheugenmappen en -bestanden
• De map- en bestandnamen die hier worden beschreven
verschijnen wanneer u mappen en bestanden via uw
computer bekijkt. Zie pagina 29 voor informatie
betreffende informatie over hoe de camera map- en
bestandnamen aangeeft.
• Het feitelijke aantal bestanden dat u op een
geheugenkaart kunt opslaan hangt af van de instellingen
voor de beeldkwaliteit, de beeldgrootte, de
kaartcapaciteit, enz.
• Zie voor details aangaande de mapstructuur
“Geheugenmapstructuur” op pagina 209.
Een beeld dat u opneemt wordt automatisch opgeslagen in
een map waarvan de naam een serienummer is. U kunt
maximaal 900 mappen op hetzelfde moment in het
geheugen houden. Mapnamen worden als volgt
gegenereerd.
Voorbeeld: Naam van de 100ste map
100CASIO
Serienummer (3 cijfers)
160
BEHEER VAN BESTANDEN
4. Gebruik [왖] of [왔] om
Beschermen van bestanden
“On” (aan) te
selecteren en druk
vervolgens op [SET].
Als u een bestand eenmaal beveiligd heeft kan hij niet
worden gewist (pagina 158). U kunt bestanden afzonderlijk
beveiligen of u kunt alle bestanden in het geheugen
beveiligen door een enkele bedieningshandeling.
• Een beveiligd bestand
wordt aangegeven door
het
teken.
Beveiligen van een enkel bestand
• Om een bestand onbeveiligd te maken, selecteert u
“Off” (uit) in stap 4 en druk vervolgens op [SET].
1. Druk tijdens de weergavefunctie (PLAY) op
5. Druk op [MENU] om het menuscherm te
[MENU].
verlaten.
2. Selecteer de “PLAY”
(weergave) tab,
selecteer “Protect”
(beveiligen) en druk
daarna op [왘].
3. Gebruik [왗] of [왘] om door de bestanden de
bladeren en dat beeld te tonen dat u wilt
beveiligen.
161
BEHEER VAN BESTANDEN
Beveiligen van alle bestanden
Gebruik van de FAVORITE folder
U kunt landschapfoto’s, foto’s van uw familie of andere
speciale beelden van een bestandsopslagmap (pagina
209) kopiëren naar de FAVORITE map in het ingebouwde
geheugen (pagina 209). Beelden in de FAVORITE map
worden niet getoond tijdens normale weergave om op die
manier persoonlijke beelden privé te houden terwijl u ze
toch bij u kunt hebben. De beelden in de FAVORITE map
worden niet gewist wanneer u van geheugenkaart wisselt
zodat u de foto’s altijd bij de hand heeft.
1. Druk tijdens de weergavefunctie (PLAY) op
[MENU].
2. Selecteer de “PLAY” (weergave) tab, selecteer
“Protect” (beveiligen) en druk daarna op [왘].
3. Gebruik [왖] of [왔] om “All Files : On” (Alle
bestanden : aan) te selecteren en druk
vervolgens op [SET].
• Om alle bestanden onbeveiligd te maken, klik op
[SET] in stap 3 zodat de instelling “All Files : Off”
(alle bestanden uit) laat zien.
Kopiëren van een bestand naar de
FAVORITE map
1. Druk tijdens de weergavefunctie (PLAY) op
4. Druk op [MENU] om het menuscherm te
[MENU].
verlaten.
2. Selecteer de “PLAY”
(weergave) tab,
selecteer “Favorites”
(favorieten) en druk op
[왘].
162
BEHEER VAN BESTANDEN
3. Gebruik [왖] of [왔] om
LET OP
“Save” (opslaan) te
selecteren en druk
vervolgens op [SET].
• Door een beeldbestand volgens de bovenstaande
procedure te kopiëren wordt een beeld maat QVGA
van 320 × 240 beeldpunten naar de FAVORITE map
gekopieerd.
• Een bestand dat naar de FAVORITE map wordt
gekopieerd krijgt automatisch een bestandnaam
toegewezen dat een serienummer is. Hoewel het
serienummer begint met 0001 en kan oplopen tot
9999, hangt de feitelijke bovengrens van het bereik
af van de capaciteit van het ingebouwde geheugen.
Denk eraan dat het maximale aantal beelden dat
opgeslagen kan worden in het ingebouwde
geheugen afhangt van de grootte van elk beeld en
van andere factoren.
• Hierdoor worden de
namen van de
bestanden in het
ingebouwde geheugen
of op de ingelegde
geheugenkaart
getoond.
4. Gebruik [왗] of [왘] om het bestand te
selecteren dat u naar de FAVORITE map wilt
kopiëren.
BELANGRIJK!
5. Gebruik [왖] of [왔] om “Save” (opslaan) te
• Merk op dat een beeld dat naar de FAVORITE map
gekopieerd is en waar daarna de afmetingen van zijn
aangepast niet meer kan terugkeren naar het
oorspronkelijke formaat.
• Bestanden in de FAVORITE map kunnen niet naar
een geheugenkaart worden gekopieerd.
selecteren en druk vervolgens op [SET].
• Hierdoor worden de getoonde bestanden naar de
FAVORITE map gelopieerd.
6. Gebruik na het kopiëren van alle gewenste
bestanden [왖] en [왔] om “Cancel”
(annuleren) te selecteren en druk vervolgens
op [SET] om deze functie te verlaten.
163
BEHEER VAN BESTANDEN
BELANGRIJK!
Tonen van een bestand in de FAVORITE
map
• Merk op dat een FAVORITE map enkel gecreërd
wordt in het ingebouwde geheugen van de camera.
Er wordt geen FAVORITE map gecreëerd op een
geheugenkaart mocht u die gebruiken. Als u de
inhoud van de FAVORITE map op het beeldscherm
van een computer wilt bekijken dient u eerst de
geheugenkaart (als u die gebruikt) uit de camera te
verwijderen voordat u de camera op de USB slede
plaatst om het overbrengen van data te beginnen
(pagina’s 179, 194).
1. Druk tijdens de weergavefunctie (PLAY) op
[MENU].
2. Selecteer de “PLAY” (weergave) tab, selecteer
“Favorites” (favorieten) en druk op [왘].
3. Gebruik [왖] of [왔] om “Show” (weergeven) te
selecteren en druk vervolgens op [SET].
• De boodschap “No Favorites File!” (geen favouriet
bestand) verschijnt als de FAVORITE map leeg is.
4. Gebruik [왘]
Bestandsnaam
(voorwaarts) of [왗]
(achterwaarts) om door
de bestanden in de
FAVORITE map te
bladeren.
FAVORITE (favorite) mapicoon
5. Druk nadat u klaar bent met het bekijken van
de bestanden tweemaal op [MENU] om deze
functie te verlaten.
164
BEHEER VAN BESTANDEN
Wissen van een bestand uit de
FAVORITE map
Wissen van alle bestanden uit de
FAVORITE map
1. Druk tijdens de weergavefunctie (PLAY) op
1. Druk tijdens de weergavefunctie (PLAY) op
[MENU].
[MENU].
2. Selecteer de “PLAY” (weergave) tab, selecteer
2. Selecteer de “PLAY” (weergave) tab, selecteer
“Favorites” (favorieten) en druk op [왘].
“Favorites” (favorieten) en druk op [왘].
3. Gebruik [왖] of [왔] om “Show” (weergeven) te
3. Gebruik [왖] of [왔] om “Show” (weergeven) te
selecteren en druk vervolgens op [SET].
4. Druk op [왔] (
selecteren en druk vervolgens op [SET].
4. Druk op [왔] (
).
5. Gebruik [왗] of [왘] om het bestand te
).
5. Gebruik [왖] en [왔] om “All Files Delete” (alle
selecteren dat u uit de FAVORITE map wilt
wissen.
bestanden wissen) te selecteren en druk dan
op [SET].
6. Gebruik [왖] of [왔] om “Delete” (wissen) te
BELANGRIJK!
selecteren en druk vervolgens op [SET].
• U kunt de bedieningshandelingen voor wissen op
pagina 158 niet gebruiken om beelden uit de
FAVORITE map te wissen. Echter door formatteren
van het geheugen (pagina 175) worden de
bestanden in de FAVORITE map gewist.
• Selecteer “Cancel” (annuleren) om de
bestandwisfunctie te verlaten zonder iets te wissen.
7. Gebruik na het wissen van alle gewenste
bestanden [왖] en [왔] om “Cancel”
(annuleren) te selecteren en druk vervolgens
op [SET] om deze functie te verlaten.
165
ANDERE INSTELLINGEN
ANDERE INSTELLINGEN
Veranderen van de helderheid van het
beeldscherm
Configureren van de geluidsinstellingen
U kunt verschillende geluiden configureren die dan
gespeeld worden telkens wanneer u de camera inschakelt,
de sluitertoets halverwege of geheel indrukt of een
toetsbewerking uitvoert.
U kunt d.m.v. de volgende procedure de helderheid van het
beeldscherm heen en weer schakelen tussen twee
niveau’s.
1. Druk op [MENU].
Configureren van de geluidsinstellingen
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab,
selecteer “Screen” (scherm) en druk
vervolgens op [왘].
1. Druk op [MENU].
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab,
3. Selecteer de gewenste instelling m.b.v. [왖] en
selecteer “Sounds” (geluiden) en druk
vervolgens op [왘].
[왔] en druk vervolgens op [SET].
Om dit helderheidsniveau bij het
beeldscherm te verkrijgen:
Selecteer deze
instelling:
Normale helderheid
Normal (normaal)
Sterke helderheid
Bright (helder)
3. Gebruik [왖] en [왔] om het geluid te selecteren
waarvan u de instelling wilt configureren en
druk vervolgens op [왘].
4. Gebruik [왖] en [왔] om de instelling te
veranderen en druk vervolgens op [SET].
166
Om dit te doen:
Selecteer deze instelling:
Selecteer een ingebouwd
geluid
Sound 1 – Sound 5
(geluid 1 – 5)
Schakel het geluid uit
Off (uit)
ANDERE INSTELLINGEN
Instellen van het geluidsniveau van de
bevestigingstoon
Instellen van het geluidsniveau voor de
weergave van films en audio snapshots
1. Druk op [MENU].
1. Druk op [MENU].
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab,
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab,
selecteer “Sounds” (geluiden) en druk
vervolgens op [왘].
3. Gebruik [왖] en [왔] om “
selecteer “Sounds” (geluiden) en druk
vervolgens op [왘].
3. Selecteer “
Operation”
(bediening) te selecteren.
Play” (weergave) d.m.v. [왖] en
[왔].
4. Gebruik [왗] en [왘] om de gewenste instelling
4. Specificeer d.m.v. [왗] en [왘] de gewenste
voor het volume te specificeren en druk
vervolgens op [SET].
instelling voor het weergavevolume en druk
op [SET].
• U kunt het volume instellen binnen het bereik lopend
van 0 (geen geluid) tot en met 7 (luidst).
• U kunt het weergavevolume instellen binnen het
bereik tussen 0 (geen geluid) en 7 (luidst).
BELANGRIJK!
BELANGRIJK!
• De instelling voor het volume die u hier maakt heeft
ook invloed op het geluidsvolumeniveau voor het
video uitgangssignaal (pagina 155).
• De instelling voor het volume die u hier maakt heeft
geen invloed op het geluidsvolumeniveau voor het
video uitgangssignaal (pagina 155).
167
ANDERE INSTELLINGEN
BELANGRIJK!
Specificeren van een beeld voor het
beginscherm
• U kunt elk van de volgende types beelden selecteren
als het startbeeldscherm.
— Het ingebouwde beeld van de camera
— Een snapshot
— Enkel het beeldgedeelte van een audio snapshot
— Een film waarvan de bestandgrootte minder is
dan de hoeveelheid van het ongebruikte
ingebouwde geheugen dat nog beschikbaar is.
• Er kan per keer slechts één beeld opgeslagen zijn in
het beginschermbeeldgeheugen. Als een nieuw
beginschermbeeld wordt geselecteerd, zal dat
nieuwe beeld het eerdere beeld uit het
beginschermbeeldgeheugen verdringen. Daarom
dient u een gescheiden kopie van het beeld in het
standaard beeldopslaggeheugen van de camera te
hebben opgeslagen als u naar een eerder
beginschermbeeld wilt teruggaan.
• Het beginschermbeeld wordt gewist als u het
ingebouwde geheugen formatteert (pagina 175).
• Mocht u een audio snapshot opslaan in het
startbeeldgeheugen dan wordt het geluid van het
beeld niet weergegeven als het beeld getoond wordt
tijdens het starten.
U kunt een opgenomen beeld specificeren als het beeld voor
het beginscherm, waardoor dit op het beeldscherm
verschijnt telkens wanneer u de camera inschakelt door op
de spanningstoets of op [
] (REC) te drukken. Het
beginscherm verschijnt niet wanneer u [
] (PLAY) indrukt
om de camera in te schakelen.
1. Druk op [MENU].
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab en
selecteer “Startup” (start) en druk vervolgens
op [왘].
3. Toon m.b.v. [왗] en [왘] het beeld dat u wilt
gebruiken voor het beginscherm.
4. Verander de instelling m.b.v. [왖] en [왔]en
druk daarna op [SET].
Om dit te doen:
Selecteer deze instelling:
Gebruik het beeld dat op het
moment wordt getoond als het
beginschermbeeld
On (aan)
Schakel het beginscherm uit
Off (uit)
168
ANDERE INSTELLINGEN
Specificeren van de bestandsnaam
serienummer generatiemethode
Instellen van de klok
Gebruik de procedures in dit hoofdstuk om een
thuistijdzone te selecteren en om de instellingen voor de
datum en de tijd te veranderen. Als u enkel de tijd- en
datuminstellingen wilt veranderen zonder de thuistijdzone
te veranderen, voer dan alleen de procedures uit onder
“Instellen van de huidige tijd en datum” op pagina 170.
Gebruik de volgende procedure om de methode te
specificeren voor het genereren van het serienummer dat
gebruikt wordt voor bestandsnaam (pagina 160).
1. Druk op [MENU].
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab en
BELANGRIJK!
selecteer “File No.” (bestandsnaam) en druk
vervolgens op [왘].
• Let erop dat u de thuistijdzone (de zone waar u zich
op het moment bevindt) selecteert voordat u de
instellingen verandert voor de tijd en de datum.
Anders zullen de instellingen voor de tijd en de
datum automatisch veranderen wanneer u een
andere tijdzone selecteert.
3. Verander de instelling m.b.v. [왖] en [왔] en
druk daarna op [SET].
Om dit te doen voor een juist
opgeslagen bestand:
Selecteer deze
instelling:
Sla het laatste gebruikte
bestandnummer op en verhoog dit
met één ongeacht of bestanden
uitgewist zijn of de geheugenkaart
door een nieuwe werd vervangen.
Continue
(voortzetten)
Zoek het hoogste bestandnummer in
de huidige map op en verhoog het
met één.
Reset
(terugstellen)
169
ANDERE INSTELLINGEN
Selecteren van uw thuistijdzone
Instellen van de huidige tijd en datum
1. Druk op [MENU].
1. Druk op [MENU].
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab,
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab en
selecteer “World Time” (wereldtijd) en druk
vervolgens op [왘].
selecteer “Adjust” (bijstellen) en druk
vervolgens op [왘].
• Hierdoor wordt de huidige wereldtijdzone
aangegeven.
3. Stel de huidige tijd en de tijd in.
Om dit te doen:
Doe dit:
selecteren en druk daarna op [왘].
Veranderen van de instelling op de
plaats waar de cursor zich bevindt
Druk op [왖] en [왔].
4. Gebruik [왖] en [왔] om “City” (stad) te
Verplaatsen van de cursor tussen
instellingen
Druk op [왗] en [왘].
Overschakelen tussen de 12-uur en
de 24-uur tijdaanduiding.
Druk op [DISP].
3. Gebruik [왖] en [왔] om “Home” (thuistijd) te
selecteren en druk vervolgens op [왘].
5. Gebruik [왖], [왔], [왗] en [왘] om de het
geografische gebied te selecteren dat de
plaats bevat die u wenst voor de thuistijdzone
en druk vervolgens op [SET].
4. Druk nadat alle instellingen naar wens zijn op
[SET] om ze te registreren en het
instelscherm te verlaten.
6. Gebruik [왖] en [왔] om de gewenste stad te
selecteren en druk vervolgens op [SET].
7. Druk na het selecteren van de gewenste stad
op [SET] om de bijbehorende zone als uw
thuistijdzone te registreren.
170
ANDERE INSTELLINGEN
Veranderen van de datumopmaak
Gebruiken van wereldtijd
U kunt een selectie maken uit drie verschillende opmaken
van het tonen van de datum.
U kunt het wereldtijdscherm gebruiken om een tijdzone te
selecteren en de tijdinstelling van de klok van de camera in
een handomdraai veranderen wanneer u op reis gaat, enz.
Deze wereldtijdfunctie laat u één van de ingestelde 162
steden in 32 tijdzones selecteren.
1. Druk op [MENU].
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab en
selecteer “Date Style” (datumstijl) en druk
vervolgens op [왘].
Tonen van het wereldtijdscherm
1. Druk op [MENU].
3. Druk op [왖] en [왔] om de instelling te
veranderen en druk vervolgens op [SET].
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab en
Voorbeeld: 24 december, 2005
Om de datum zo te tonen:
Selecteer deze opmaak:
05/12/24
YY/MM/DD
24/12/05
DD/MM/YY
12/24/05
MM/DD/YY
selecteer “World Time” (wereldtijd) en druk
vervolgens op [왘].
3. Druk op [왖] en [왔] om “World” (wereld) te
selecteren.
Om dit te doen:
Selecteer dit:
Toon de tijd in uw thuistijdzone
Home (thuistijd)
Toon de tijd in de zone die op dat
moment geselecteerd is op het
wereldtijdscherm.
World (wereldtijd)
4. Druk nogmaals op [SET] om het instelscherm
te verlaten.
171
ANDERE INSTELLINGEN
5. Selecteer m.b.v. [왖],
Configureren van wereldtijdinstellingen
[왔], [왗] en [왘] het
gewenste geografische
gebied en druk
vervolgens op [SET].
1. Druk op [MENU].
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab en
selecteer “World Time” (wereldtijd) en druk
vervolgens op [왘].
6. Druk op [왖] en [왔] om de gewenste stad te
3. Druk op [왖] en [왔] om “World” (wereld) te
selecteren en druk vervolgens op [SET].
selecteren en druk vervolgens op [왘].
7. Druk nadat alle instellingen naar wens zijn op
4. Druk op [왖] en [왔] om
[SET] om de instellingen toe te passen en het
instelscherm te verlaten.
“City” (stad) te
selecteren en druk
vervolgens op [왘].
• Om de zomertijdinstelling
te configureren,
selecteert u “DST” en
vervolgens ofwel “On”
(aan) of “Off” (uit).
• Zomertijd wordt gebruikt in bepaalde gebieden om
de huidige instelling van de tijd één uur vooruit te
zetten tijdens de zomermaanden.
• Het gebruik van zomertijd hangt samen met
plaatselijke gebruiken en de wetgeving.
172
ANDERE INSTELLINGEN
Veranderen van het protocol van de USB
poort
Veranderen van de displaytaal
U kunt de volgende procedure gebruiken om één van de
onderstaande tien talen te selecteren als de displaytaal.
U kunt de onderstaande procedure gebruiken om het
communicatieprotocol te veranderen van de USB poort van
de camera wanneer u aansluit op een computer, een
printer of op een ander toestel. Selecteer het protocol dat
past bij het toestel waarop u aansluit.
1. Druk op [MENU].
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab en
selecteer “Language” (taal) en druk
vervolgens op [왘].
1. Druk op [MENU].
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab,
3. Druk op [왖], [왔], [왗] en [왘] om de instelling te
selecteer “USB” en druk vervolgens op [왘].
veranderen en druk vervolgens op [SET].
3. Selecteer de gewenste instelling m.b.v. [왖] en
[왔] en druk vervolgens op [SET].
Bij aansluiten op dit type toestel:
Selecteer deze
instelling:
Computer of printer die
compatibel is met USB DIRECTPRINT (pagina 188)
Mass Storage
(massageheugen)
(USB DIRECT-PRINT)
Printer compatibel met PictBridge
(pagina 188)
PTP (PictBridge)*
* “PTP” is de afkorting van “Picture Transfer Protocol”
(Protocol voor het overzenden van beelden).
173
ANDERE INSTELLINGEN
• Mass Storage (massageheugen) (USB DIRECTPRINT) zorgt er voor dat de camera de computer
beschouwt als een extern opslagmedium. Gebruik
deze instelling voor het allerdaagse oversturen van
beelden van de camera naar de computer (waarbij u
dan de meegeleverde Photo Loader applicatie kunt
gebruiken).
• PTP (PictBridge) vereenvoudigt het oversturen van
beelddata naar het aangesloten toestel.
Configureren van de [ ] (REC) en [ ]
(PLAY) toets en spanning aan/uit functies
U kunt de volgende procedure gebruiken om de spanning
van de [ ] (REC) en de [ ] (PLAY) toetsen te
configureren zodat de spanning in- of uitgeschakeld wordt
telkens bij indrukken van deze toetsen.
1. Druk op [MENU].
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab,
selecteer “REC/PLAY” (opname/weergave) en
druk daarna op [왘].
3. Selecteer de gewenste instelling d.m.v. [왖] en
[왔] en druk vervolgens op [SET].
174
Om deze bewerking te configureren:
Selecteer deze
instelling:
De spanning wordt ingeschakeld bij
] (REC) of [
]
indrukken van [
(PLAY) (maar wordt niet uitgeschakeld)
Power On
(spanning aan)
De spanning wordt in- of uitgeschakeld
bij indrukken van [
] (REC) of bij
indrukken van [
] (PLAY)
Power On/Off
(spanning aan/uit)
De spanning wordt niet in- of
uitgeschakeld bij indrukken van [
(REC) of [
] (PLAY)
Disable
(niet geactiveerd)
]
ANDERE INSTELLINGEN
BELANGRIJK!
Formatteren van het ingebouwde geheugen
• Wanneer de stand “Power On/Off” (spanning aan/uit)
geselecteerd is, wordt de camera uitgeschakeld bij
indrukken van [ ] (REC) tijdens een opnamefunctie
(REC) of bij indrukken van [ ] (PLAY) tijdens de
weergavefunctie (PLAY).
• Bij indrukken van [ ] (REC) tijdens de
weergavefunctie (PLAY). Wordt overgeschakeld naar
de dat moment geselecteerde opnamefunctie (REC)
terwijl bij indrukken van [ ] (PLAY) tijdens een
opnamefunctie (REC) naar de weergavefunctie
(PLAY) wordt geschakeld.
Mocht u het ingebouwde geheugen formatteren dan wordt
alle opgeslagen data uitgewist.
BELANGRIJK!
• Merk op dat data die gewist is door formatteren niet
meer kan worden herkregen. Controleer dus dat u
geen enkele data in het geheugen nodig heeft
voordat u het gaat formatteren.
• Bij formatteren van het ingebouwde geheugen wordt
de volgende items gewist.
— Beveiligde beelden
— Beelden in de FAVORITE map
— Gebruikersinstellingen voor de BEST SHOT
functie
— MOVIE BEST SHOT gebruikersinstellingen
— Startschermbeeld
LET OP
• De oorspronkelijke defaultinstelling is “Power On”
(spanning aan).
1. Controleer dat er geen geheugenkaart in de
camera geladen is.
• Mocht er een geheugenkaart geladen zijn in de
camera, verwijder deze dan (pagina 179).
2. Druk op [MENU].
175
ANDERE INSTELLINGEN
3. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab en
selecteer “Format” (formaat) en druk
vervolgens op [왘].
4. Gebruik [왖] en [왔] om “Format” (formatteren)
te selecteren en druk vervolgens op [SET].
Wordt de weergavefunctie (PLAY)
ingeschakeld na het formetteren van het
ingebouwde geheugen, dan zal de boodschap
“There are no files.” (er zijn geen bestanden
aanwezig) doodleuk verschijnen.
• Selecteer “Cancel” (annuleren) om de
formatteerfunctie te verlaten zonder te formatteren.
176
GEBRUIKEN VAN EEN GEHEUGENKAART
GEBRUIKEN VAN EEN GEHEUGENKAART
U kunt de opslagmogelijkheden van
uw camera uitbreiden door een los
verkrijgbare geheugenkaart (SD
geheugenkaart of MultiMediaCard)
te gebruiken. U kunt ook bestanden
kopiëren van het ingebouwde flashgeheugen naar een geheugenkaart
en van een geheugenkaart naar
flashgeheugen.
• Bepaalde types kaarten kunnen de
verwerkingssnelheid afremmen. Gebruikt u een
langzame geheugenkaart, dan kan het voorkomen
dat u een film niet kunt opnemen met de “HQ”
beeldkwaliteitinstelling. Hierom dient u een snelle
(high-speed) SD geheugenkaart te gebruiken
wanneer dat enigszins mogelijk is.
• Bepaalde types geheugenkaarten hebben meer tijd
nodig om data op te nemen waardoor filmbeelden
verloren kunnen gaan. De indicaties
en REC
knipperen tijdens het opnemen op het beeldscherm
om u te laten weten dat er een filmbeeld verloren is
gegaan.
• SD geheugenkaarten hebben een
schrijfbeveiligingsschakelaar die u kunt gebruiken
voor beveiliging tegen onverhoeds uitwissen van
beelddata. Merk echter op dat als u een SD
geheugenkaart beveiligt, u de schrijfbeveiliging dient
te verwijderen telkens wanneer u op de kaart wilt
opnemen, hem wilt formatteren of eventueel
bestanden wilt uitwissen.
• Elektrostatische lading, digitale storing en andere
fenomenen kunnen er de oorzaak van zijn dat data
beschadigd wordt en zelfs verloren gaat. Zorg er
altijd voor op welke wijze dan ook belangrijke data
op andere media te backuppen (CD-R, CD-RW, MO
disk, harde schijf van een computer, enz.)
• Gewoonlijk worden bestanden opgeslagen in het flashgeheugen. Wanneer u echter een geheugenkaart
insteekt, zal de camera automatisch bestanden op de
kaart opslaan.
• Merk op dat u geen bestanden kunt opslaan in het
ingebouwde geheugen terwijl een geheugenkaart in de
camera gestoken is.
BELANGRIJK!
• Gebruik bij deze camera enkel een SD
geheugenkaart of een MultiMediaCard (MMC). Voor
andere types kaarten wordt een juiste werking niet
gegarandeerd.
• Zie de gebruiksaanwijzing van de geheugenkaart
voor informatie hoe u deze kunt gebruiken.
177
GEBRUIKEN VAN EEN GEHEUGENKAART
2. Houd de geheugenkaart
Gebruiken van een geheugenkaart
zodanig dat de voorkant
in dezelfde richting wijst
als het beeldscherm van
de camera en schuif de
kaart dan voorzichtig in
de kaartgleuf. Schuif de
kaart geheel in totdat
deze met een
klikgeluid stevig op
zijn plaats zit.
BELANGRIJK!
• Zorg ervoor dat u de camera uitschakelt voordat u
een geheugenkaart insteekt of verwijdert.
• Let er op dat u de camera in de juiste richting
insteekt. Probeer nooit een geheugenkaart in de
sleuf te drukken terwijl u weerstand voelt.
Insteken van een geheugenkaart in de
camera
1. Schuif het accudeksel in
Voorkant
de door de pijl
aangegeven richting en
open het dan.
3. Sluit het accudeksel en
schuif het vervolgens in
de door de pijl
aangegeven richting.
178
Achterkant
GEBRUIKEN VAN EEN GEHEUGENKAART
Vervangen van de geheugenkaart
Formatteren van een geheugenkaart
1. Druk de geheugenkaart
Mocht u een geheugenkaart formatteren dan wordt alle
data uitgewist die is opgeslagen op de kaart.
in de richting van de
camera en laat hem dan
los. Hierdoor komt de
kaart gedeeltelijk uit de
camera.
BELANGRIJK!
• Gebruik voor het formatteren van een geheugenkaart
altijd de camera. Formatteren van een
geheugenkaart kan ook met een computer worden
uitgevoerd maar dat zal dataverwerking door de
camera vertragen. Bij een SD kaart, als u deze op
een computer geformatteerd wordt, kan dit er toe
leiden dat de kaart niet meer voldoet aan het SD
formaat, problemen veroorzaken met de
compatibiliteit en andere problemen met de werking.
• Merk op dat data die gewist is door formatteren van
een geheugenkaart niet meer kan worden herkregen.
Controleer dus dat u geen enkele data op de
geheugenkaart nodig heeft voordat u deze gaat
formatteren.
• Het formatteren van een geheugenkaart wist alle
bestanden, inclusief bestanden die beveiligd zijn
(pagina 161).
2. Trek de geheugenkaart uit de sleuf.
3. Leg een andere geheugenkaart in.
BELANGRIJK!
• Steek nooit een ander voorwerp dan een
geheugenkaart in de kaartsleuf van de camera. Dit
kan namelijk schade toebrengen aan zowel de
camera als de kaart.
• Mocht water of een ongepast voorwerp ooit de
kaartsleuf binnendringen, schakel dan onmiddellijk
de camera uit, verwijder de accu en neem contact op
met de dealer of met de dichtstbijzijnde erkende
CASIO onderhoudswerkplaats.
• Verwijder de kaart nooit uit de camera terwijl de
groene bedrijfsindicator aan het knipperen is.
Hierdoor kan het opslaan van een bestand namelijk
mislukken en zelfs schade toegebracht worden aan
de geheugenkaart.
179
GEBRUIKEN VAN EEN GEHEUGENKAART
■ Formatteren van een geheugenkaart
■ Voorzorgsmaatregelen voor de
geheugenkaart
1. Steek een geheugenkaart in de camera.
• Mocht een geheugenkaart zich abnormaal gedragen, dan
zal hij waarschijnlijk weer normaal werken als hij opnieuw
gerformatteerd wordt. Het wordt echter aanbevolen meer
dan één geheugenkaart mee te nemen wanneer u de
camera op een plaats ver van uw huis of kantoor
gebruikt.
• Het wordt aanbevolen een geheugenkaart te formatteren
voordat u hem voor de eerste maal in gebruik neemt of
wanneer de door u gebruikte kaart de oorzaak lijkt te zijn
van abnormale beelden.
• Naarmate u meer data opneemt op en wist van een SD
geheugenkaart, verliest deze langzamerhand het
vermogen om data te behouden. Het wordt daarom
aanbevolen om SD geheugenkaarten geregeld te
formatteren.
• Voordat u de formaatfunctie gebruikt, dient u eerst te
controleren dat de accu geheel opgeladen. Mocht de
stroom namelijk uitvallen tijdens het formatteren dan kan
dit onjuist formatteren van de disk tot gevolg hebben
maar bovendien de geheugenkaart beschadigen en
onbruikbaar maken.
2. Schakel de camera in en druk op [MENU].
3. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab en
selecteer “Format” (formatteren) en druk
vervolgens op [왘].
4. Gebruik [왖] of [왔] om “Format” (formatteren)
te selecteren en druk vervolgens op [SET].
Wordt de weergavefunctie (PLAY)
ingeschakeld na het formetteren van een
geheugenkaart, dan zal de boodschap “There
are no files.” (er zijn geen bestanden
aanwezig) doodleuk verschijnen.
• Selecteer “Cancel” (annuleren) om de
formatteerfunctie te verlaten zonder te formatteren.
180
GEBRUIKEN VAN EEN GEHEUGENKAART
Kopiëren van alle bestanden in het
ingebouwde geheugen naar een
geheugenkaart
Kopiëren van bestanden
Gebruik de onderstaande procedures om bestanden
tussen het ingebouwde geheugen en een geheugenkaart
te kopiëren.
1. Steek een geheugenkaart in de camera.
BELANGRIJK!
2. Schakel de camera in. Schakel de
• Enkel snapshots-, film-, audio snapshot- en
spraakopnamebestanden die met deze camera zijn
opgenomen kunnen worden gekopiëerd. Andere
bestanden kunnen niet worden gekopiëerd.
• Bestanden in de FAVORITE map kunnen niet
worden gekopieerd.
• Bij het kopiëren van een audio snapshot, worden
zowel het betreffende beeldbestand als het
geluidsbestand gekopieerd.
weergavefunctie (PLAY) in en druk op
[MENU].
3. Selecteer de “PLAY”
(weergave) tab,
selecteer “Copy”
(kopiëren) en druk
vervolgens op [왘].
181
GEBRUIKEN VAN EEN GEHEUGENKAART
4. Gebruik [왖] of [왔] om “Built-in
Card”
geheugenkaart) te
(ingebouwd geheugen
selecteren en druk vervolgens op [SET].
Kopiëren van een specifiek bestand van
een geheugenkaart naar het ingebouwde
geheugen
• Hierdoor wordt het kopiëren gestart en de
boodschap “Busy.... Please Wait…” (bezig…
wachten a.u.b…) getoond.
1. Voer de stappen 1 tot en met 3 van de
procedure onder “Kopiëren van alle
bestanden in het ingebouwde geheugen naar
een geheugenkaart” uit.
• Nadat het kopiëren voltooid is toont het beeldscherm
het laatste bestand in de map.
2. Gebruik [왖] of [왔] om “Card
Built-in”
ingebouwd geheugen) te
(geheugenkaart
selecteren en druk vervolgens op [SET].
3. Gebruik [왗] of [왘] om het bestand te
selecteren dat u wilt kopiëren.
4. Gebruik [왖] of [왔] om “Copy” (kopiëren) te
selecteren en druk vervolgens op [SET].
• Hierdoor wordt het kopiëren gestart en de
boodschap “Busy.... Please Wait…” (bezig…
wachten a.u.b…) getoond.
• Het bestand verschijnt opnieuw op het beeldscherm
nadat het kopiëren voltooid is.
• Herhaal de stappen 3 tot en met 4 om eventueel
andere beelden te kopiëren, indien dit gewenst is.
182
GEBRUIKEN VAN EEN GEHEUGENKAART
5. Druk op [MENU] om de kopieerfunctie te
verlaten.
LET OP
• Bestanden worden gekopieerd naar de map in het
ingebouwde geheugen waarvan de naam het
grootste nummer heeft.
183
AFDRUKKEN VAN BEELDEN
AFDRUKKEN VAN BEELDEN
■ Direct afdrukken met een printer die
uitgerust is met een kaartgleuf of die USB
DIRECT-PRINT of PictBridge ondersteunt
Een digitale camera geeft u een aantal verschillende
methoden voor het afdrukken van de beelden die hij heeft
opgenomen. De drie belangrijkste afdrukmethoden worden
hieronder beschreven. Gebruik de methode die het beste
past bij uw behoefte.
Gebruik de DPOF functie van de camera op de beelden te
specificeren die u wilt afdrukken en om te specificeren
hoeveel kopieën u wilt laten afdrukken. Om de beelden
vervolgens af te drukken kunt u de geheugenkaart in de
printer steken die voorzien is van een kaartgleuf of u kunt
de camera aansluiten op een printer die USB DIRECTPRINT of PictBridge ondersteunt. Zie “DPOF” (pagina 185)
en “Gebruiken van PictBridge en USB DIRECT-PRINT”
(pagina 188) voor nadere details.
■ Professionele afdrukdienst
Met de DPOF functie van de camera kunt u specificeren
welke beelden u wilt afdrukken en hoeveel afdrukken u wilt
hebben. Zie “DPOF” (pagina 185) voor nadere details.
LET OP
• Sommige afdrukdiensten ondersteunen mogelijk niet
DPOF of kunnen mogelijk andere drukprotocollen
ondersteunen. Gebruik in dit geval een protocol dat
ondersteund wordt door de afdrukdienst om de
beelden te specificeren die u afgedrukt wilt hebben.
184
AFDRUKKEN VAN BEELDEN
■ Afdrukken met een computer
DPOF
Windows gebruikers
De camera wordt geleverd met de Photo Loader en
Photohands applicaties die op een Windows computer
geïnstalleerd kunnen worden voor het oversturen, het
beheren en het afdrukken van beelden. Zie “Gebruik van
de camera met een Windows computer” (pagina’s 194,
212) voor nadere details.
De letters “DPOF” zijn de afkorting van “Digital
Print Order Format” hetgeen een formaat is
voor opnemen op een geheugenkaart of een
ander medium met informatie welke digitale
camerabeelden afgedrukt dienen te worden
en hoeveel kopieën.
Daarna kunt u op een DPOF-compatibele
printer of bij een professionele drukkerij
afdrukken maken overeenkomstig de
instellingen voor de bestandsnaam en het
aantal kopieën zoals opgeslagen is op de
kaart.
Met deze camera kunt u beelden selecteren door ze te
bekijken via het beeldscherm zonder dat het nodig is dat u
de bestandnamen en hun locatie in het geheugen, enz.
dient te onthouden.
Macintosh gebruikers
De camera wordt geleverd met Photo Loader voor
Macintosh die geïnstalleerd kan worden voor het
oversturen en het beheren van beelden maar niet voor het
afdrukken ervan. Gebruik los in de handel verkrijgbare
software voor het afdrukken van de beelden met een
Macintosh. Zie “Gebruik van de camera met een Macintosh
computer” (pagina’s 202, 227) voor nadere details.
■ DPOF instellingen
Bestandsnaam,
aantal kopieën,
datum
185
AFDRUKKEN VAN BEELDEN
5. Specificeer het aantal kopieën m.b.v. [왖] en
Configureren van de afdrukinstellingen
voor een enkel beeld
[왔].
• U kunt maximaal 99 specificeren voor het aantal
kopieën. Specificeer 00 als u het beeld niet afgedrukt
wilt hebben.
1. Druk tijdens de weergavefunctie (PLAY) op
[MENU].
6. Druk op [DISP] zodat
2. Selecteer de “PLAY”
12
1 wordt getoond om
datumafstempeling
voor de afdrukken in
te schakelen.
(weergave) tab,
selecteer “DPOF” en
druk vervolgens op
[왘].
•
3. Selecteer “Select images” (selecteer beelden)
m.b.v. [왖] en [왔] en druk daarna op [왘].
12
1 geeft aan dat
tijdsvastlegging (date
stamping) ingeschakeld
is.
• Druk op [DISP] zodat 12 1 niet wordt getoond om de
datumafstempeling uit te schakelen.
4. Toon het te gewenste
beeld m.b.v. [왗] en [왘].
• Herhaal de stappen 4 tot en met 6 als u andere
beelden wilt configureren voor het afdrukken.
7. Druk op [SET] om ze toe te passen nadat alle
instellingen zijn zoals u wilt.
186
AFDRUKKEN VAN BEELDEN
5. Druk op [DISP] zodat
12
1 wordt getoond om
datumafstempeling voor de afdrukken in te
schakelen.
Configureren van de afdrukinstellingen
voor alle beelden
•
1. Druk tijdens de weergavefunctie (PLAY) op
[MENU].
12
1 geeft aan dat datumafstempeling (date stamping)
ingeschakeld is.
• Druk op [DISP] zodat 12 1 niet wordt getoond om de
datumafstempeling uit te schakelen.
2. Selecteer de “PLAY” (weergave) tab, selecteer
“DPOF” en druk vervolgens op [왘].
6. Druk op [SET] om ze toe te passen nadat alle
instellingen zijn zoals u wilt.
3. Selecteer “All images” (alle beelden) m.b.v.
[왖] en [왔] en druk daarna op [왘].
4. Specificeer het aantal
kopieën m.b.v. [왖] en
[왔].
• U kunt maximaal 99
specificeren voor het
aantal kopieën.
Specificeer 00 als u het
beeld niet afgedrukt wilt
hebben.
187
AFDRUKKEN VAN BEELDEN
BELANGRIJK!
Gebruiken van PictBridge en USB
DIRECT-PRINT
• De DPOF instellingen worden niet automatisch
gewist nadat het afdrukken voltooid is. Dit houdt in
dat als u een andere afdrukbediening uitvoert zonder
eerst de DPOF instellingen te wissen, het afdrukken
zal plaatsvinden in overeenstemming met de laatste
instellingen die u configureerde. Wilt u voorkomen
dat dit gebeurt, voer dan de procedure uit onder
“Configureren van de afdrukinstellingen voor alle
beelden” (pagina 187) en verander het aantal
afdrukken naar “00”. Daarna kunt u de nieuwe DPOF
instellingen configureren zoals u wenst.
• Brengt u een geheugenkaart naar een professionele
afdrukdienst vergeet dan niet te vertellen dat de
kaart DPOF instellingen bevat met informatie over
het aantal afdrukken. Als u dit niet doet kan het
bedrijf (fotozaak) dat afdrukdiensten verleent
mogelijk alle beelden afdrukken zonder acht te slaan
op de DPOF instellingen of kunnen datumafdrukken
mogelijk niet worden uitgevoerd.
• Merk op dat sommige professionele afdrukdiensten
DPOF drukken niet ondersteunen. Controleer dit
voordat u een bestelling plaatst bij die afdrukdienst.
• Sommige printers kunnen instellingen hebben die de
datumafstempeling (date stamp) en/of het DPOF
afdrukken uitschakelen. Zie de gebruiksaanwijzing
van de printer voor details aangaande het
inschakelen van deze functies.
U kunt de camera direct op een
printer aansluiten die PictBridge of
USB DIRECT-PRINT ondersteunt
waarna u beelden kunt selecteren
en afdrukken m.b.v. het
beeldscherm en de
bedieningsorganen van de camera.
Met de DPOF ondersteuning
(pagina 185) kunt u ook
specificeren welke beelden u wilt
afdrukken en hoeveel afdrukken u
wilt hebben.
• PictBridge is een standaard die
samengesteld werd door de
Camera en Imaging Products
Association (CIPA).
• USB DIRECT-PRINT is een
standaard die voorgesteld werd
door de Seiko Epson
maatschappij.
188
AFDRUKKEN VAN BEELDEN
1. Druk op [MENU].
4. Sluit de USB kabel die met de camera
gebundeld is aan op de USB slede en op een
printer.
2. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab,
selecteer “USB” en druk vervolgens op [왘].
3. Selecteer de gewenste instelling m.b.v. [왖] en
USB poort
USB kabel
(gebundeld)
Aansluiting B
[왔] en druk vervolgens op [SET].
Bij aansluiten op dit type toestel:
Selecteer deze
instelling:
Computer of printer die
compatibel is met USB DIRECTPRINT
Mass Storage
(massageheugen)
(USB DIRECT-PRINT)
Printer compatibel met PictBridge
PTP (PictBridge)
Aansluiting A
[
] (USB poort)
• Sluit tevens de netadapter aan op de USB slede en
steek de netadapter aan op een stopcontact.
• Mass Storage (massageheugen) (USB DIRECTPRINT) zorgt er voor dat de camera de computer
beschouwt als een extern opslagmedium. Gebruik
deze instelling voor het allerdaagse oversturen van
beelden van de camera naar de computer (waarbij u
dan de meegeleverde Photo Loader applicatie kunt
gebruiken).
• Werkt de camera op de accu zonder gebruik van de
netadapter dan dient u er op te letten dat de accu
volledig opgeladen is.
• Er verschijnt niets op het beeldscherm van de
camera als de camera zich op de USB slede bevindt
terwijl de gebundelde AV kabel aangesloten is op de
slede. Let erop dat u aansluiting van de AV kabel
met de slede verbreekt als u het beeldscherm van de
camera wilt gebruiken om beelden te bekijken.
• PTP (PictBridge) vereenvoudigt het oversturen van
beelddata naar het aangesloten toestel.
5. Schakel de camera uit en zet daarna de
camera op de USB slede.
189
B
AFDRUKKEN VAN BEELDEN
6. Schakel de printer in.
• Door selecteren van “By Printer” (door de printer)
wordt afgedrukt op het papierformaat dat op de
printer wordt geselecteerd.
7. Leg papier in de printer voor het afdrukken
van beelden.
• Welke papierformaatinstellingen beschikbaar zijn
hangt af van de aangesloten printer. Zie de
gebruiksaanwijzing die met de printer wordt mee
geleverd voor volledige details.
8. Druk op de [USB] toets
van de USB slede.
• Dit toont het afdrukmenu
op het beeldscherm van
de camera.
11. Specificeer de
gewenste
afdrukmogelijkheid
m.b.v. [왖] , [왔].
• Om een enkel beeld af
te drukken: Selecteer
“1 Image” (1 beeld) en
druk daarna op [SET]. Selecteer vervolgens het
beeld dat u wilt afdrukken m.b.v. [왗] en [왘].
9. Selecteer “Paper Size” (papierformaat) m.b.v.
[왖] en [왔] en druk op [왘].
10. Selecteer het papierformaat dat u wilt
gebruiken om af te drukken m.b.v. [왖] en [왔]
en druk op [SET].
• Om meerdere of alle beelden af te drukken:
Selecteer “DPOF Printing” (DPOF afdrukken) en
druk daarna op [SET]. Door deze optie te selecteren
worden alle beelden afgedrukt die geselecteerd zijn
met de DPOF instellingen. Zie pagina 185 voor meer
informatie.
• Hieronder volgen de afdrukformaten die beschikbaar
zijn.
3.5˝ × 5˝
5˝ × 7˝
4˝ × 6˝
A4
8.5˝ × 11˝
By Printer (door de printer)
• U kunt datumafstempeling (time stamp) van het
beeld in- en uitschakelen door op [DISP] te drukken.
De 12 1 icoon geeft aan dat datumafstempeling
ingeschakeld is.
190
B
AFDRUKKEN VAN BEELDEN
12. Gebruik [왖] en [왔] op het beeldscherm van de
Datumafdruk
camera om “Print” (afdrukken) te selecteren
en druk vervolgens op [SET].
Eén van de hier onder beschreven procedures kan worden
gebruikt om opnamedata af te drukken bij de
beeldafdrukken. Voor een correcte datumafdruk dient de
huidige datum bij de camera ingesteld te zijn voordat het
beeld wordt opgenomen.
• Specificeren van de datumafdruk met DPOF instellingen
(pagina 185)
– Sommige printers hebben mogelijk instellingen die
afdrukken met tijdafstempeling en/of DPOF kunnen
uitschakelen. Zie ook de gebruiksaanwijzingen die met
de printer meegeleverd is voor details aangaande deze
functies en kenmerken.
– Merk op dat sommige professionele
afdrukdienstverleningen het maken van DPOF
afdrukken niet ondersteunen. Vraag dit na bij de winkel
voordat u afdrukken laat maken.
• Specificeren van het afdrukken van de datum met de
Photohands software die met de camera meegeleverd
wordt.
– Zie pagina 24 van de gebruiksaanwijzingen van
Photohands voor details. De gebruiksaanwijzingen van
Photohands is meegeleverd als een PDF bestand op de
CD-ROM die met de camera meegeleverd wordt.
• Hierdoor wordt het afdrukken gestart en verschijnt de
boodschap “Busy…. Please wait…” (wachten aub)
op het beeldscherm. De boodschap zal na korte tijd
verdwijnen zelfs als het afdrukken nog steeds
plaatsvindt. Als op een cameratoets gedrukt wordt
terwijl het afdrukken nog plaats vindt, verschijnt de
boodschap opnieuw.
• Het afdrukmenu verschijnt nadat het afdrukken is
voltooid.
• Als u “1 Image” (1 beeld) selecteerde in stap 11, dan
kunt u een ander beeld selecteren en deze stap
herhalen om af te drukken.
13. Druk nadat u klaar bent met het afdrukken op
de [USB] toets van de USB slede en schakel
vervolgens de camera uit.
191
AFDRUKKEN VAN BEELDEN
• Specificeren van het afdrukken van de datum wanneer
het afdrukken wordt uitgevoerd door een
afdrukdienstverleningsbedrijf.
– Sommige afdrukdienstverleningsbedrijven
ondersteunen het afdrukken van de datum niet. Vraag
bij de winkel om meer informatie voordat u afdrukken
laat maken.
PRINT Image Matching III
Beelden bevatten PRINT Image
Matching III data (functie instelling en
andere camera instelinformatie). Een
printer die Print Image Matching III
ondersteunt leest deze data en stelt het
afgedrukte beeld automatisch bij zodat
de beelden worden afgedrukt op de
manier die u in gedachten had toen u
de beelden opnam.
■ Voorzorgsmaatregelen voor het afdrukken
• Zie de documentatie niet met uw printer wordt
meegeleverd voor informatie aangaande de drukkwaliteit
en de papierinstellingen.
• Neem contact op met de fabrikant van de printer voor
nadere informatie aangaande modellen die PictBridge en
USB DIRECT-PRINT en opwaarderingen (upgrade), enz.
ondersteunen.
• Verbreek nooit de aansluiting van de USB kabel of bedien
de camera of de USB slede nooit tijdens het afdrukken.
Hierdoor zal namelijk een foutlezing optreden bij de
printer.
* Seiko Epson Corporation heeft de
auteursrechten voor PRINT Image
Matching en PRINT Image Matching III.
192
AFDRUKKEN VAN BEELDEN
Exif Print
Exif Print is een
internationaal ondersteund,
open standaard
bestandformaat waarmee
het mogelijk is om
levendige digitale beelden
met getrouwe kleuren weer
te geven. Bij Exif 2.2
bevatten bestanden een
groot aantal data
aangaande de opname
omstandigheden die door
een Exif Print printer
kunnen worden
geïnterpreteerd om
afdrukken te produceren die
er beter uit zien.
BELANGRIJK!
• Informatie aangaande de beschikbaarheid van Exif
Print compatibele printermodellen kan verkregen
worden bij elke fabrikant van printers.
193
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
Na de USB slede te hebben gebruikt om een USB
aansluiting te maken tussen de camera en de computer,
kunt u de computer gebruiken om beelden in het
bestandsgeheugen te bekijken en een kopie op te slaan op
de harde schijf van de computer of een ander
opslagmedium. Om dit te bewerkstelligen dient u eerst de
USB driver te installeren op de computer vanaf de CDROM die meegeleverd wordt met de camera.
Merk op dat de procedure die u dient te volgen afhangt van
of u een computer gebruikt die onder Windows (zie
hieronder) of onder Macintosh (zie pagina 202) draait.
Gebruik van de camera met een Windows
computer
Hieronder volgende de algemene stappen voor het
bekijken en kopiëren van bestanden van een computer die
draait onder Windows. U kunt details aangaande elke
bedieningshandeling vinden in de procedures die hieronder
uiteen gezet worden. Merk op dat u tevens dient te
verwijzen naar de documentatie die meegeleverd wordt
met uw computer voor overige informatie aangaande de
USB aansluitingen, enz.
1. Als uw computer onder Windows 98SE of 98 draait,
installeer dan het USB aanstuurprogramma op uw
computer.
• U hoeft deze stap slechts eenmaal uit te voeren,
nameljk de eerste maal dat u op uw computer aansluit.
• Als u Windows XP, 2000, or Me gebruikt is het
overbodig om het USB aanstuurprogramma te
installeren.
2. Gebruik de USB slede om een aansluiting tot stand te
brengen tussen de camera en de computer.
3. Bekijk en kopiëer de gewenste beelden.
194
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
BELANGRIJK!
• Bij een lage accuspanning kan de camera plotseling
uitgeschakeld worden tijdens het uitvoeren van
datacommunicatie. Het wordt aanbevolen de
speciale netadapter te gebruiken om de camera van
stroom te voorzien tijdens datacommunicatie.
• Werkt de camera op de accu zonder gebruik van de
netadapter dan dient u er op te letten dat de accu
volledig opgeladen is.
• Als u bestanden wilt overzetten van het ingebouwde
geheugen van de camera naar een computer, let er
dan op dat er zich geen geheugenkaart bevindt in de
camera voordat u de camera op de USB slede plaatst.
• Bepaalde computermodellen, het maken van een
aansluiting via USB hub en andere systeemcondities
de overdracht van data kunnen vertragen en zelfs
problemen bij de bediening kunnen veroorzaken.
Breng geen aansluiting tot stand tussen de camera
en de computer voordat u de USB driver installeert
bij de computer. Doet u dat wel dan zal de computer
niet in staat zijn de camera te herkennen.
• Bij het gebruik van Windows 98SE en 98 is het nodig
om de USB driver te installeren. Sluit de camera niet
aan op een computer die onder één van de
bovengenoemde besturingssystemen draait zonder de
USB driver eerst te installeren.
• Wanneer u Windows XP, 2000 en Me gebruikt is het
niet nodig om de USB driver te installeren.
195
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
1. Wat u het eerst dient te doen hangt af van of
2. Leg de gebundelde CD-ROM in de CD-ROM
uw computer draait onder Windows XP, 2000,
Me, 98SE en 98.
drive van uw computer.
• Gebruik de CD-ROM waarvan het label met de
inhoud “USB driver” (USB aansturingsprogramma)
toont.
Windows 98SE/98 gebruikers
• Start vanaf stap 2 om het USB aanstuurprogramma
te installeren.
3. Click op een menuscherm dat verschijnt op
“Nedelands”.
• Merk op dat de voorbeeldinstallatie die hier wordt
gepresenteerd Windows 98 gebruikt.
4. Klik [USB driver B] en vervolgens [Installeer].
Windows XP/2000/Me gebruikers
• Hierdoor wordt het installeren gestart.
• Het installeren van het USB aanstuurprogramma is
overbodig zodat u meteen door kunt gaan naar stap 6.
• Volg de aanwijzingen die op het beeldscherm
verschijnen om de installatie te voltooien.
• De volgende stappen laten zien hoe het installeren in
zijn werk gaat bij de Engelse versie van Windows.
196
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
5. Afhankelijk van het besturingssysteem
waarop uw computer runt kan een boodschap
verschijnen die u vertelt dat u de computer
opnieuw moet starten. Geeft uw computer
deze boodschap, start dan uw computer
opnieuw.
5,3V gelijkspanning
[DC IN 5.3V]
6. Sluit de gebundelde netadapter aan op de [DC
IN 5.3V] (5,3V gelijkspanningsingang)
aansluiting van de USB slede en steek de
stekker in het stopcontact.
• Werkt de camera op de accu zonder gebruik van de
netadapter dan dient u er op te letten dat de accu
volledig opgeladen is.
○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○
• Merk op dat de vorm van de netadapter afhangt van
het land waar de camera wordt aangeschaft.
5,3V gelijkspanning
[DC IN 5.3V]
197
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
7. Schakel de camera uit, en sluit de USB kabel
8. Druk eerst op de spanningstoets van de
die met de camera gebundeld is aan op de
USB slede en op de USB poort van uw
computer.
USB poort
USB kabel
(gebundeld)
camera en druk vervolgens op de [MENU]
toets.
9. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab,
selecteer “USB” en druk vervolgens op [왘].
Aansluiting B
10. Selecteer de “Mass Storage (USB DIRECTPRINT)” (massageheugen) m.b.v. [왖] en [왔]
en druk vervolgens op [SET].
Aansluiting A
11. Schakel de camera uit.
[
] (USB poort)
• Let op bij het aansluiten van de USB kabel op de
USB slede dat uw computer. USB poorten en
kabelstekkers een speciale vorm hebben die maar
op één manier past.
• Steek de USB kabelstekkers stevig en zover
mogelijk in de poorten. Als de aansluitingen niet
goed tot stand zijn gebracht, zal een juiste werking
niet plaats kunnen vinden.
198
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
12. Plaats de camera in de USB slede.
• Door indrukken van de [USB] toets wordt de USB
functie ingeschakeld waardoor de [USB] indicator
van de USB slede groen gaat branden (pagina 236).
• Plaats de camera niet op de USB slede wanneer hij
nog ingeschakeld is.
• Op dat moment zullen sommige besturingssystemen
een “Verwisselbare schijf” dialoogvenster
weergegeven. Als uw besturingssysteem dat doet,
sluit het dialoogvenster dan.
[USB] indicator
13. Druk op de [USB] toets van de USB slede.
[USB] toets
• Dit zal er voor zorgen dat de computer een hardware
profiel creëert voor het ingebouwde geheugen van de
camera of voor de geheugenkaart die in de camera
geladen is. U hoeft het USB aansturingsprogramma
(ook wel driver genoemd) niet elke keer opnieuw te
installeren. Nadat het programma eenmaal
geïnstalleerd kan de computer zowaar het
ingebouwde geheugen van de camera of de
geheugenkaart erin herkennen wanneer u een USB
aansluiting aanbrengt tussen de camera en uw
computer.
199
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
14. Dubbelklik “Deze computer” op uw computer.
19. Voer afhankelijk van het besturingssysteem
één van de volgende procedures uit om de
bestanden op te slaan, indien u dat wilt.
• Als uw computer onder Windows XP draait, klik dan
op [Start] en vervolgens op [Deze computer].
15. Dubbelklik “Verwisselbare schijf”.
Windows 2000, Me, 98SE, 98
• Uw computer ziet het bestandengeheugen als een
uitneembare disk.
1. Klik in het bestandsgeheugen (verwisselbare schijf)
van de camera bij de “Dcim” map op de rechtertoets
van de muis.
16. Dubbelklik de “Dcim” map.
2. Klik [Kopiëren] in het snelkoppelmenu dat verschijnt.
17. Dubbelklik de map die het gewenste beeld
3. Dubbelklik op [Mijn documenten] om dit te openen.
bevat.
4. Klik in het [Bewerken] menu van Mijn documenten op
[Plakken].
18. Dubbelklik het bestand dat het beeld bevat
• Hierdoor wordt de “Dcim” map (die de
beeldbestanden bevat) gekopieerd naar de “Mijn
documenten” map.
dat u wilt bekijken.
• Zie “Geheugenmapstructuur” op pagina 209 voor
informatie aangaande bestandnamen.
LET OP
• Als u een geroteerd beeld op uw computer opent,
verschijnt de originele niet-geroteerde versie (pagina
150). Dit is het zelfde voor een geroteerd beeld dat
geopend wordt vanuit het geheugen van de camera
en voor een geroteerd beeld dat gekopieerd is naar
de harde schijf van uw computer.
200
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
20. Gebruik afhankelijk van de versie van
Windows XP
Windows die u gebruikt één van de volgende
procedures om de USB aansluiting tot een
einde te brengen.
1. Klik in het bestandsgeheugen (verwisselbare schijf)
van de camera bij de “Dcim” map op de rechtertoets
van de muis.
2. Klik [Kopiëren] in het snelkoppelmenu dat verschijnt.
Windows XP/98SE/98 gebruikers
3. Klik op [Start] en daarna op [Mijn documenten].
• Na op de [USB] toets op de USB slede te hebben
gedrukt en te hebben gecontroleerd dat de [USB]
indicator niet langer brandt, verwijder pas daarna de
camera van de USB slede.
4. Klik in het [Bewerken] menu van Mijn documenten op
[Plakken].
• Hierdoor wordt de “Dcim” map (die de
beeldbestanden bevat) gekopieerd naar de “Mijn
documenten” map.
Windows 2000/Me gebruikers
• Klik kaartonderhoud in de taaklade en schakel de
stationsletter uit dat toegewezen is aan de camera.
Na op de [USB] toets op de USB slede te hebben
gedrukt en te hebben gecontroleerd dat de [USB]
indicator niet langer brandt, verwijder pas daarna de
camera van de USB slede.
BELANGRIJK!
• Gebruik uw computer nooit om beelden die
opgeslagen zijn in het bestandgeheugen van de
camera of op de geheugenkaart te bewerken,
wissen, verplaatsen of hernoemen. Dit kan namelijk
problemen veroorzaken bij de beeldbeheerdata die
door de camera gebruikt wordt waardoor het
onmogelijk kan worden om beelden via de camera
weer te geven of er kan een foutlezing verkregen
worden bij de waarde die getoond wordt door de
camera voor het aantal beelden. Kopiëer de beelden
eerst naar uw computer voordat u ze bewerkt, wist,
verplaatst of hernoemt.
201
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
■ Voorzorgsmaatregelen voor de USB
aansluiting
Gebruik van de camera met een
Macintosh computer
• Laat hetzelfde beeld niet voor lange tijd op het
beeldscherm van uw computer staan. Hierdoor kan het
beeld “inbranden” op het scherm.
• Verbreek nooit de aansluiting van de USB kabel of bedien
de camera of de USB slede nooit terwijl data
communicatie aan de gang is. Hierdoor kan data
beschadigd raken.
Hieronder volgend de algemene stappen voor het bekijken
en kopiëren van bestanden van een computer die draait
onder Macintosh.
U kunt details aangaande elke bedieningshandeling vinden
in de procedures die hieronder uiteen gezet worden. Merk
op dat u tevens dient te verwijzen naar de documentatie
die meegeleverd wordt met uw Macintosh voor overige
informatie aangaande de USB aansluiting, enz.
BELANGRIJK!
• Filmbestanden kunnen niet op een Macintosh
computer worden weergegeven.
• Deze camera ondersteunt bediening niet met een
computer die draait onder Mac OS 8.6 of eerder, of
Mac OS X 10.0. Als u een Macintosh computer
gebruikt v Mac OS 9 of OS X (10.1, 10.2 of 10.3),
gebruik dan de standaard USB driver die
meegeleverd wordt met uw besturingssysteem (OS).
1. Gebruik de USB slede om een aansluiting tot stand te
brengen tussen de camera en uw Macintosh.
2. Bekijk en kopiëer de gewenste beelden.
202
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
1. Sluit de gebundelde netadapter aan op de [DC
BELANGRIJK!
IN 5.3V] (5,3V gelijkspanningsingang)
aansluiting van de USB slede en steek de
stekker in het stopcontact.
• Als u bestanden wilt overzetten van het ingebouwde
geheugen van de camera naar een computer, let er
dan op dat er zich geen geheugenkaart bevindt in de
camera voordat u de camera op de USB slede
plaatst.
• Bepaalde computermodellen, het maken van een
aansluiting via USB hub en andere systeemcondities
de overdracht van data kunnen vertragen en zelfs
problemen bij de bediening kunnen veroorzaken.
• Werkt de camera op de accu zonder gebruik van de
netadapter dan dient u er op te letten dat de accu
volledig opgeladen is.
• Merk op dat de vorm van de netadapter afhangt van
het land waar de camera wordt aangeschaft.
203
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
2. Schakel de camera uit, en sluit de USB kabel
die met de camera gebundeld is aan op de
USB slede en op de USB poort van uw
computer.
5,3V gelijkspanning
[DC IN 5.3V]
USB poort
USB kabel
(gebundeld)
Aansluiting B
Aansluiting A
○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○
[
] (USB poort)
• Let op bij het aansluiten van de USB kabel op de
USB slede dat uw computer. USB poorten en
kabelstekkers een speciale vorm hebben die maar
op één manier past.
• Steek de USB kabel stevig en zover mogelijk in de
poorten. Als de aansluitingen niet goed tot stand zijn
gebracht, zal een juiste werking niet plaats kunnen
vinden.
5,3V gelijkspanning
[DC IN 5.3V]
204
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
3. Druk eerst op de spanningstoets van de
8. Druk op de [USB] toets van de USB slede.
camera en druk vervolgens op de [MENU]
toets.
• Door indrukken van de [USB] toets wordt de USB
functie ingeschakeld waardoor de USB indicator van
de USB slede groen gaat branden (pagina 236).
4. Selecteer de “Set Up” (instelling) tab,
9. Uw computer ziet het bestandengeheugen als
selecteer “USB” en druk vervolgens op [왘].
een uitneembare disk.
5. Selecteer de “Mass Storage (USB DIRECT-
• Het uiterlijk van de drive icoon hangt af van de Mac
OS versie die u in gebruik heeft.
PRINT)” (massageheugen) m.b.v. [왖] en [왔]
en druk vervolgens op [SET].
• Uw Macintosh zat het bestandgeheugen zien als een
drive telkens wanneer u een USB aansluiting tot
stand brengt tussen de camera en uw Macintosh.
6. Schakel de camera uit.
7. Plaats de camera in de USB slede.
10. Dubbelklik de drive icoon voor het
• Plaats de camera niet op de USB slede wanneer hij
nog ingeschakeld is.
bestandengeheugen, de “DCIM” map en dan
de map die het gewenste beeld bevat.
[USB] indicator
[USB] toets
205
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
11. Dubbelklik het bestand dat het beeld bevat
BELANGRIJK!
dat u wilt bekijken.
• Gebruik uw computer nooit om beelden die
opgeslagen zijn in het ingebouwde geheugen van de
camera of op de geheugenkaart te bewerken,
wissen, verplaatsen of hernoemen. Dit kan namelijk
problemen veroorzaken bij de beeldbeheerdata die
door de camera gebruikt wordt waardoor het
onmogelijk kan worden om beelden via de camera
weer te geven of er kan een grote afwijking
verkregen worden in de waarde die getoond wordt
door de camera voor het aantal beelden. Kopiëer de
beelden eerst naar uw computer voordat u ze
bewerkt, wist, verplaatst of hernoemt.
• Zie “Geheugenmapstructuur” op pagina 209 voor
informatie aangaande bestandnamen.
LET OP
• Als u een geroteerd beeld op uw Macintosh opent,
verschijnt de originele niet-geroteerde versie (pagina
150). Dit is het zelfde voor een geroteerd beeld dat
geopend wordt vanuit het geheugen van de camera
en voor een geroteerd beeld dat gekopieerd is naar
de harde schijf van uw Macintosh.
13. Sleep de drive icoon die de camera voorstelt
12. Sleep de “DCIM” map naar de gewenste map
naar de vuilnisbak om de USB aansluiting tot
een einde te brengen.
op uw computer om alle bestanden in het
bestandengeheugen te kopiëren naar de
harde schijf van uw Macintosh.
14. Druk op de [USB] toets van de USB slede.
Verwijder de camera van de USB slede na
eerst gecontroleerd te hebben dat de [USB]
indicator niet langer brandt.
206
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
■ Voorzorgsmaatregelen voor de USB
aansluiting
Gebruiken van een geheugenkaart om
beelden over te schrijven naar een computer
• Laat hetzelfde beeld niet voor lange tijd op het
beeldscherm van uw computer staan. Hierdoor kan het
beeld “inbranden” op het scherm.
• Verbreek nooit de aansluiting van de USB kabel of bedien
de camera of de USB slede nooit terwijl data
communicatie aan de gang is. Hierdoor kan data
beschadigd raken.
De procedures in dit hoofdstuk beschrijven hoe beelden
van de camera m.b.v. een geheugenkaart kunnen worden
overgeschreven naar uw computer.
Gebruiken van een computer met een ingebouwde SD
geheugenkaartsleuf
Steek de SD geheugenkaart direct in de sleuf.
Gebruiken van een computer met een ingebouwde PC
kaartsleuf
Gebruik een los verkrijgbare PC kaartadapter (voor een SD
geheugenkaart of MMC). Zie voor volledige details de
gebruikersdocumentatie die meegeleverd wordt met de PC
kaartadapter en die van de computer.
207
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
Gebruiken van een los verkrijgbare SD geheugenkaart
lezer/schrijver
Zie voor details aangaande het gebruik de
gebruikersdocumentatie die meegeleverd wordt met de SD
geheugenkaart lezer/schrijver.
Geheugendata
Met deze camera opgenomen beelden en andere data
worden in het geheugen opgeslagen m.b.v. het DCF
(Design rule for Camera File system) protocol. Het DCF
protocol is ontworpen om het gemakkelijker te maken om
beelden en andere data uit te wisselen tussen digitale
camera’s en andere apparaten.
DCF protocol
DCF apparaten (digitale camera’s, printers, enz.) kunnen
beelden uitwisselen met elkaar. Het DCF protocol definiëert
een formaat voor beeldbestanddata en de mapstructuur
voor het camerageheugen zodat beelden bekeken kunnen
worden met een DCF camera van een andere fabrikant of
afgedrukt kunnen worden met een DCF printer.
Gebruiken van een los verkrijgbare PC kaart lezer/
schrijver en de PC kaartadapter (voor een SD
geheugenkaart of MMC)
Zie voor details aangaande het gebruik de
gebruikersdocumentatie die meegeleverd wordt met de PC
kaart lezer/schrijver en de PC kaartadapter.
208
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
Geheugenmapstructuur
■ Inhoud van mappen en bestanden
■ Mapstructuur
• DCIM map
Map die alle digitale camerabestanden opslaat
DCIM
(DCIM map)
(Opslagmap)
(Beeldbestand)
(Filmbestand)
(Audiobestand)
(Audio snapshot beeldbestand)
(Audio snapshot audiobestand)
101CASIO
102CASIO
(Opslagmap)
(Opslagmap)
...
100CASIO
CIMG0001.JPG
CIMG0002.AVI
CIMG0003.WAV
CIMG0004.JPG
CIMG0004.WAV
...
...
FAVORITE*
...
CIMG0001.JPG
CIMG0002.JPG
MISC
AUTPRINT.MRK
SCENE
• Opslagmap
Map voor het opslaan van bestanden die zijn gecreëerd
met de digitale camera
• Beeldbestand
Bestand dat een beeld bevat dat opgenomen is met de
digitale camera (Bestandnaam extensie: JPG)
• Filmbestand
Bestand dat een film bevat die opgenomen is met de
digitale camera (Bestandnaam extensie: AVI)
(FAVORITE map)
(Opslagbestand)
(Opslagbestand)
• Audiobestand
Bestand dat een geluidsopname bevat (bestandnaam
extensie: WAV)
(DPOF file folder)
• Audio snapshot beeldbestand
Bestand dat het beeldgedeelte bevat van een audio
snapshot (bestandnaam extensie: JPG)
(DPOF bestand)
(BEST SHOT map)
...
UZ750001.JPE
UZ750002.JPE
MSCENE*
• Audio snapshot audiobestand
Bestand dat het audiogedeelte bevat van een audio
snapshot (bestandnaam extensie: WAV)
(BEST SHOT gebruikersinstellingsbestand)
(BEST SHOT gebruikersinstellingsbestand)
(MOVIE BEST SHOT map)
UZ750001.JPE
...
UZ750002.JPE
(MOVIE BEST SHOT
gebruikersinstellingenbestand)
(MOVIE BEST SHOT
gebruikersinstellingenbestand)
* Deze mappen worden enkel in het ingebouwde geheugen gecreëerd.
209
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
• FAVORITE folder (alleen voor het ingebouwde geheugen)
Map die favoriete beeld bestanden bevat
(Beeldgrootte: 320 × 240 beeldpunten)
Door de camera ondersteunde
beeldbestanden
• DPOF bestandmap
Map die DPOF bestanden bevat
• Beeldbestanden die opgenomen zijn met deze camera
• Beeldbestanden die compatibel zijn met het DCF protocol
• BEST SHOT map (alleen voor het ingebouwde
geheugen)
Map die de BEST SHOT gebruikersinstellingsbestanden
bevat
Bepaalde DCF functies worden mogelijk niet ondersteund.
Het tonen van een beeld dat opgenomen was met een
ander cameramodel kan lang op zich laten wachten
voordat het op het beeldscherm verschijnt.
• BEST SHOT gebruikersinstellingsbestand
(alleen voor het ingebouwde geheugen)
Bestanden die BEST SHOT gebruikersinstellingen
bevatten
• MOVIE BEST SHOT map (alleen in het ingebouwde
geheugen)
Map die MOVIE BEST SHOT
gebruikersinstellingenbestanden bevat.
• MOVIE BEST SHOT gebruikersinstellingenbestanden
(alleen in het ingebouwde geheugen)
Bestanden die MOVIE BEST SHOT
gebruikersinstellingen bevatten.
210
BEKIJKEN VAN BEELDEN MET EEN COMPUTER
■ Voorzorgsmaatregelen voor het ingebouwde
geheugen en de geheugenkaart
• Merk op dat de map die “DCIM” heet, de bovenliggende
(bovenste) map is van alle bestanden in het geheugen.
Bij het oversturen van de inhoud van het geheugen naar
een harde schijf, een CD-R een MO disk of andere
externe opslagapparatuur, dient u de inhoud van de
DCIM map altijd als één geheel te behandelen en altijd bij
elkaar te houden. U kunt de naam van de DCIM map op
uw computer veranderen. Het veranderen van de naam
naar een datum is een goede manier om op de hoogte te
blijven van meerdere DCIM mappen. Zorg er echter altijd
voor de naam van de DCIM map altijd terug te
veranderen naar “DCIM” voordat u deze terug kopiëert
naar het geheugen voor weergave via de camera. De
camera herkent geen andere mapnaam dan DCIM.
• Mappen en bestanden moeten overeenstemmng met de
“Geheugenmapstructuur” op pagina 209 worden
opgeslagen om correct te worden herkend door de
camera.
211
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
Dit hoofdstuk geeft uitleg aangaande het software en de applicaties op de CD-ROM die met de camera meegeleverd is en
geeft een overzicht van wat u er mee kunt doen.
Merk op dat de procedure die u dient uit te voeren afhangt van of een Macintosh (pagina 227) gebruikt of u een computer die
draait onder Windows (zie hieronder).
Gebruik van de camera met een Windows computer
Uw digitale camera wordt geleverd met allerlei handige applicaties zodat de camera gebruikt kan worden in combinatie met uw
computer. Installeer de applicaties die u nodig heeft vervolgens op uw computer.
Aangaande de gebundelde CD-ROM
De CD-ROM die met de camera gebundeld is, bevat de volgende applicaties. Het installeren van deze applicaties is naar keus
en u dient alleen maar die applicaties te installeren die u inderdaad gaat gebruiken.
CD-ROM software
Doel
USB aansluiting op een
computer voor het
overdragen van beelden
Beheer van beelden die
overgedragen zijn naar
een computer
Naam software
Ondersteunde versies van Windows
Vereiste bedieningshandeling
–
XP/2000/Me
Gebruik de USB slede om een aansluiting tot stand
te brengen tussen de camera en de computer. Het is
niet nodig de USB driver (pagina 194) te installeren.
USB driver Type B
98SE/98
Gebruik de USB slede om een aansluiting tot stand
te brengen tussen de camera en de computer.
Installeer de USB driver Type B (pagina 194).
Photo Loader 2.3
* DirectX 9.0c
XP/2000/Me/98SE/98
Installeer Photo Loader 2.3 (pagina 216).
* Als DirectX 9.0 of hoger niet geïnstalleerd in bij de
computer, installer dan DirectX 9.0c (pagina 218)
212
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
CD-ROM software
Doel
Naam software
Ondersteunde versies van Windows
Vereiste bedieningshandeling
Retoucheren, oriënteren
en afdrukken van foto’s
Photohands 1.0
XP/2000/Me/98SE/98
Installeer Photohands 1.0 (pagina 219).
Weergave van films
Windows Media Player 9
* DirectX 9.0c
XP/2000/Me/98SE
• Als u kunt aansluiten op Internet, sluit dan aan op
Internet, voor het automatisch installeren van de van
toepassing zijnde codec (pagina 221).
• Als u niet kunt aansluiten op Internet, installeer dan
Windows Media Player 9 (pagina 222).
* Installeer DirectX 9.0c (pagina 218) wanneer u op
Windows 2000 of 98SE draait met een DirectX
versie die lager is dan 9.0c.
Windows 98
WMP6.4 codec
98
• Als u kunt aansluiten op Internet, sluit dan aan op
Internet, voor het automatisch installeren van de van
toepassing zijnde codec (pagina 221).
• Installeer Windows 98 WMP6.4 codec (pagina 223)
als u niet op het Internet kunt aansluiten.
Ulead Movie Wizard SE
VCD
XP/2000
Installeer Ulead Movie Wizard SE VCD (pagina 224).
–
Me/98SE/98
–
Adobe Reader 6.0
XP/2000/Me/98SE
Installeer Adobe Reader 6.0 (pagina 225) als Adobe
Reader of Adobe Acrobat Reader nog niet reeds
geïnstalleerd is op uw computer.
–
98
Als Adobe Reader of Adobe Acrobat Reader nog niet
reeds geïnstalleerd is op uw computer, ga dan naar
de Adobe Systems Incorporated website en installeer
Acrobat Reader 5.0.5.
Monteren van films
Bekijken van gebruikersdocumentatiebestanden
(PDF)
213
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
USB driver Type B
Besturingssysteem (OS): 98SE/98
Systeemvereisten voor uw computer
De systeemvereisten voor uw computer verschillen
allemaal afhankelijk van de applicatie. Let er dus op de
vereisten te checken voor die bepaalde applicatie die u
probeert te gebruiken. Merk op dat de hier gegeven
waarden minimale vereisten zijn voor het draaien van elke
applicatie. De feitelijke vereisten zijn zwaarder afhankelijk
van het aantal beelden en de grootte van de beelden die
worden gehanteerd.
• Breng m.b.v. de meegeleverde USB slede een aansluiting
tot stand tussen de camera en de computer wanneer de
computer draait onder Windows XP, 2000 of Me. Het is
niet nodig de USB driver van de meegeleverde CD-ROM
te installeren.
• Een juiste werking wordt niet gegarandeerd voor een
computer die draait onder Windows 95 of 3.1.
Photo Loader 2.3
Besturingssysteem (OS): XP/2000/Me/98SE/98
Geheugen: Minstens 16MB
Harde schijf: Minstens 7MB
Overige: Internet Explorer 5.5 of hoger; DirectX 9.0 of hoger
Dit zijn de minimale systeemvereisten zijn voor het draaien
van deze applicatie. De feitelijke vereisten zijn zwaarder
afhankelijk van het aantal beelden en de grootte van de
beelden die worden gehanteerd.
214
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
Windows Media Player 9
Besturingssysteem (OS): XP/2000/Me/98SE
CPU: 233 MHz Intel Pentium II, AMD, enz.
Geheugen: Minstens 64MB
Harde schijf: 100MB
Overige: Geluidskaart; 800 × 600 of betere
displayresolutie; Internet Explorer 5.01 of hoger
Photohands 1.0
Besturingssysteem (OS): XP/2000/Me/98SE/98
Geheugen: Minstens 64MB
Harde schijf: Minstens 10MB
DirectX 9.0c
Besturingssysteem (OS): XP/2000/Me/98SE/98
Harde schijf (HD): Minstens 65 MB vrije ruimte tijdens het
installeren, 18MB nadat het installeren
voltooid is.
• Als uw computer onder Windows 98 draait, installeer dan
Windows 98 WMP6.4 codec van de CD-ROM.
Ulead Movie Wizard SE VCD
Besturingssysteem (OS): XP/2000
CPU: Pentium III 800MHz
Geheugen: Minstens 256MB
Harde schijf: 250MB
Overige: 1024 × 768 of betere displayresolutie
Adobe Reader 6.0
Besturingssysteem (OS): XP/2000/Me/98SE
CPU: Pentium
Geheugen: Minstens 32MB
Harde schijf: Minstens 60MB
Overige: Internet Explorer 5.01 of hoger
BELANGRIJK!
• Zie het “Lees mij” bestand op de CD-ROM die
meegeleverd wordt met de camera voor details
aangaande de minimale systeemvereisten voor
Windows.
215
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
Beheren van beelden op een PC
■ Voorbereidingen
Om beelden op een PC te beheren dient u de Photo
Loader applicatie van de CD-ROM te installeren die met de
camera wordt meegeleverd.
• Gebruik de CD-ROM waarvan het label met de inhoud
“Photo Loader” toont.
Start uw computer en steek de CD-ROM in de CD-ROM
drive. Dit start de menu applicatie automatisch die dan een
menuscherm op uw computer toont.
• Bij sommige computers kan de menu applicatie mogelijk
niet automatisch starten. Navigeer in dit geval de CDROM en dubbelklik op “menu.exe” om de menu applicatie
te starten.
LET OP
• Is Photo Loader reeds op uw computer geïnstalleer,
controleer dan de versie. Is de gebundelde versie
nieuwer dan de versie die geïnstalleerd is,
oninstalleer de oude versie van Photo Loader dan en
installeer vervolgens de nieuwe versie.
■ Selecteren van een taal
Selecteer eerst een taal. Merk op dat sommige software
pakketten niet in alle talen beschikbaar zijn.
De CD-ROM bevat software en gebruikersdocumentatie
voor verschillende talen. Controleer het CD-ROM
menuscherm om te zien of applicaties en
gebruikersdocumentatie beschikbaar zijn voor een
bepaalde taal.
1. Op het menuscherm klik de tab voor de
gewenste taal.
216
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
■ Bekijken van het “Lees mij” bestand
■ Installeren van Photo Loader
U dient altijd eerst het “Lees mij” bestand te lezen voordat
u “Photo Loader” installeert. Het “Lees mij” bestand bevat
informatie waarvan op de hoogte moet zijn bij het
installeren van de applicatie.
1. Klik op de “Installeer” toets voor “Photo
Loader”.
2. Volg de aanwijzingen die op het
computerscherm verschijnen.
1. Klik op de “Lees mij” toets voor “Photo
Loader” dat u gaat installeren.
BELANGRIJK!
• Volg de aanwijzingen zorgvuldig en geheel. Als u
een fout maakt tijdens het installeren van Photo
Loader dan is het mogelijk dat u reeds bestaande
bibliotheekinformatie en HTML bestanden niet meer
kunt browsen die automatisch gecreëerd worden
door Photo Loader. In sommige gevallen kunnen
beeldbestanden zelfs verloren gaan.
BELANGRIJK!
• Lees altijd eerst het “Lees mij” bestand voor
informatie aangaande het behouden van bestaande
bibliotheken (libraries) voordat u Photo Loader gaat
upgraden of opnieuw gaat installeren bij een andere
computer.
217
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
■ Controleren van de juiste versie van DirectX
4. Klik op [Afsluiten] of Diagnostisch
hulpprogramma vcoor DirectX.
Om beelden te beheren m.b.v. Photo Loader is het nodig
dat er DirectX 9.0 or hoger geïnstalleerd is bij uw
computer. Met de DirectX Diagnostic Tool van uw
computer kunt u de geïnstalleerde versie van DirectX
controleren.
• Is er reeds DirectX 9.0 of hoger geïnstalleerd bij uw
computer dan is het niet nodig om DirectX 9.0c van
de meegeleverde CD-ROM te installeren.
• Is DirectX 9.0 of hoger nog niet bij uw computer
geïnstalleerd dan is het nodig om DirectX 9.0c van
de meegeleverde CD-ROM te installeren.
1. Klik bij uw computer op [Start], [Alle
programma’s], [bureau-accessories],
[Systeemwerkset] en daarna op
[Systeeminfo].
2. Selecteer [Diagnostisch hulpprogramma voor
DirectX] in het [Hulpprogramma’s] menu van
het venster dat verschijnt
3. Controleer bij de [Systeem] tab om er zeker
van te zijn dat de versie voor het “DirectXversie” item 9.0 of hoger is.
218
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
■ Voorbereidingen
Retoucheren, oriënteren en afdrukken
van foto’s
Start uw computer en steek de CD-ROM in de CD-ROM
drive. Dit start de menu applicatie automatisch die dan een
menuscherm op uw computer toont.
Om foto’s op uw PC te retoucheren, te oriënteren of af te
drukken dient u eerst Phothands van de CD-ROM die
meeglevered wordt met de camera te installeren.
• Gebruik de CD-ROM waarvan het label met de inhoud
“Photohands” toont.
• Bij sommige computers kan de menu applicatie mogelijk
niet automatisch starten. Navigeer in dit geval de CDROM en dubbelklik op “menu.exe” om de menu applicatie
te starten.
LET OP
• Is Photohands reeds op uw computer geïnstalleer,
controleer dan de versie. Is de gebundelde versie
nieuwer dan de versie die geïnstalleerd is,
oninstalleer de oude versie van Photohands dan en
installeer vervolgens de nieuwe versie.
■ Selecteren van een taal
Selecteer eerst een taal. Merk op dat sommige software
pakketten niet in alle talen beschikbaar zijn.
1. Op het menuscherm klik de tab voor de
De CD-ROM bevat software en gebruikersdocumentatie
voor verschillende talen. Controleer het CD-ROM
menuscherm om te zien of applicaties en
gebruikersdocumentatie beschikbaar zijn voor een
bepaalde taal.
gewenste taal.
219
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
■ Bekijken van het “Lees mij” bestand
■ Installeren van Photohands
U dient altijd eerst het “Lees mij” bestand te lezen voordat
u “Photohands” installeert. Het “Lees mij” bestand bevat
informatie waarvan op de hoogte moet zijn bij het
installeren van de applicatie.
1. Klik op de “Installeer” toets voor
“Photohands”.
2. Volg de aanwijzingen die op het
computerscherm verschijnen.
1. Klik op de “Lees mij” toets voor
“Photohands” dat u gaat installeren.
220
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
5. Hierdoor wordt het filmbestand weergegeven
Weergeven van een film
dat opgenomen is met de camera.
Om een met deze camera opgenomen film weer te geven
op uw PC m.b.v. Windows Media Player, dient u de MPEG4 codec te installeren.
LET OP
• Als de MPEG-4 codec reeds geïnstalleerd is bij de
PC, wordt het filmbestand weergegeven zodra u het
aanklikt.
• Merk de volgende belangrijke voorzorgsmaatregelen
op bij het weergeven van een film m.b.v. Windows
Media Player 9.
— Bij gebruik van een SD geheugenkaart van een
snel type.
Gebruik Windows Media Player zonder meer,
zonder dus de basisinstellingen te veranderen.
— Bij gebruik van een SD geheugenkaart dat niet
van een snel type is.
Verander de instellingen van Windows Media
Player zoals hieronder beschreven. Deze
instellingen zorgen voor een stabielere
filmweergave.
1. Op het Windows Media Player [Extra] menu,
selecteer [Opties]. Open de [Prestaties] tab in het
dialoogvenster dat verschijnt.
2. Klik in het “Videoversnelling” venster op
[Geavanceerd].
3. Wis in het “Videoversnelling” venster het
“Videomixing-renderer gebruiken” selectievakje.
4. Wis in het “Verouderde videorenderer” venster het
“YUV-spiegeling gebruiken” selectievakje.
■ Om de codec te installeren op een PC die
toegang heeft tot Internet
1. Sluit de PC aan op Internet.
2. Klik op het filmbestand dat opgenomen was
met de camera.
3. Als de MPEG-4 codec niet geïnstalleerd is bij
de PC, zal deze automatisch een aansluiting
maken met de Microsoft website en de codec
downloaden.
4. Installeer de MPEG-4 codec die zojuist is
downgeload.
221
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
■ Om de codec te installeren op een PC die
geen toegang heeft tot Internet
● Voorbereidingen
Start uw computer en steek de CD-ROM in de CD-ROM
drive. Dit start de menu applicatie automatisch die dan een
menuscherm op uw computer toont.
Als uw PC geen toegang heeft tot Internet, installeer dan
Windows Media Player 9 van de met de camera
meegeleverde CD-ROM.
• Gebruik de CD-ROM waarvan het label met de inhoud
“Windows Media Player” toont.
• Bij sommige computers kan de menu applicatie mogelijk
niet automatisch starten. Navigeer in dit geval de CDROM en dubbelklik op “menu.exe” om de menu applicatie
te starten.
● Selecteren van een taal
Selecteer eerst een taal. Merk op dat sommige software
pakketten niet in alle talen beschikbaar zijn.
1. Op het menuscherm klik de tab voor de
gewenste taal.
222
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
● Bekijken van het “Lees mij” bestand
U dient altijd eerst het “Lees mij” bestand te lezen voordat
u “Windows Media Player 9” installeert. Het “Lees mij”
bestand bevat informatie waarvan op de hoogte moet zijn
bij het installeren van de applicatie.
BELANGRIJK!
1. Klik op de “Lees mij” toets voor “Windows
Media Player 9” dat u gaat installeren.
● Installeren van Windows Media Player 9
1. Klik op de “Installeer” toets voor “Windows
Media Player 9”.
2. Volg de aanwijzingen die op het
computerscherm verschijnen.
223
• Installeer de Windows 98 WMP6.4 codec in plaats
van Windows Media Player 9 als uw PC onder
Windows 98 draait.
• Bij gebruik van Windows 2000 of 98SE dient u
DirectX 9.0c. Zie pagina 218 voor informatie over
hoe u kunt bepalen welke versie van DirectX u nodig
heeft op uw PC.
• Merk de volgende belangrijke voorzorgsmaatregelen
op bij het weergeven van een film m.b.v. Windows
Media Player 9.
— Bij gebruik van een SD geheugenkaart van een
snel type.
Gebruik Windows Media Player zonder meer,
zonder dus de basisinstellingen te veranderen.
— Bij gebruik van een SD geheugenkaart dat niet
van een snel type is.
Verander de instellingen van Windows Media
Player zoals hieronder beschreven. Deze
instellingen zorgen voor een stabielere
filmweergave.
1. Op het Windows Media Player [Extra] menu,
selecteer [Opties]. Open de [Prestaties] tab in het
dialoogvenster dat verschijnt.
2. Klik in het “Videoversnelling” venster op
[Geavanceerd].
3. Wis in het “Videoversnelling” venster het
“Videomixing-renderer gebruiken” selectievakje.
4. Wis in het “Verouderde videorenderer” venster het
“YUV-spiegeling gebruiken” selectievakje.
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
Monteren van films
■ Voorbereidingen
Om films op uw PC te monteren, dient u Ulead Movie
Wizard SE VCD te installeren vanaf de met de camera
meegeleverde CD-ROM.
• Gebruik de CD-ROM waarvan het label met de inhoud
“Ulead Movie Wizard SE VCD” toont.
Start uw computer en steek de CD-ROM in de CD-ROM
drive. Dit start de menu applicatie automatisch die dan een
menuscherm op uw computer toont.
• Bij sommige computers kan de menu applicatie mogelijk
niet automatisch starten. Navigeer in dit geval de CDROM en dubbelklik op “menu.exe” om de menu applicatie
te starten.
BELANGRIJK!
• De werking van Ulead Movie Wizard SE VCD wordt
niet ondersteund onder Windows Me, 98SE of 98.
■ Selecteren van een taal
LET OP
Selecteer eerst een taal. Merk op dat sommige software
pakketten niet in alle talen beschikbaar zijn.
• Met de Ulead Movie Wizard SE VCD applicatie die
meegeleverd wordt op de gebundelde CD-ROM kunt
u Video-CD’s creëren maar geen DVD’s. Wilt u in
staat zijn om DVD’s te creëren dan dient u een
upgrade van de commerciële versie aan te schaffen.
Zie het “Lees mij” bestand op de CD-ROM voor
informatie aangaande de Ulead Movie Wizard SE
VCD en wat u moet doen om een upgrade van de
commerciële versie te verkrijgen.
1. Op het menuscherm klik de tab voor de
gewenste taal.
224
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
■ Bekijken van het “Lees mij” bestand
Bekijken van gebruikersdocumentatie
(PDF bestanden)
U dient altijd eerst het “Lees mij” bestand te lezen voordat
u “Ulead Movie Wizard SE VCD” installeert. Het “Lees mij”
bestand bevat informatie waarvan op de hoogte moet zijn
bij het installeren van de applicatie.
1. Klik in het “Handleiding” gebied de naam aan
van de gebruiksaanwijzing die u wilt lezen.
1. Klik op de “Lees mij” toets voor “Ulead Movie
BELANGRIJK!
Wizard SE VCD” dat u gaat installeren.
• Om de inhoud van een PDF bestand te kunnen
bekijken dient Adobe Reader of Adobe Acrobat
Reader op uw computer geïnstalleerd te zijn. Als u
Adobe Reader niet reeds geïnstalleerd heeft dan
kunt u deze software installeren vanaf de
gebundelde CD-ROM.
■ Installeren van Ulead Movie Wizard SE VCD
1. Klik op de “Installeren” toets voor “Ulead
Movie Wizard SE VCD”.
2. Volg de aanwijzingen die op het
computerscherm verschijnen.
225
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
Gebruikersregistratie
Het registreren via het internet wordt alleen ondersteund.
Bezoek de volgende CASIO website om te registreren:
http://world.casio.com/qv/register/
Verlaten van de menu applicatie
1. Klik op het menuscherm op “Afsluiten” om
het menu te verlaten.
226
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
Gebruik van de camera met een Macintosh computer
Uw digitale camera wordt geleverd met allerlei handige applicaties zodat de camera gebruikt kan worden in combinatie met uw
computer. Installeer de applicaties die u nodig heeft vervolgens op uw computer.
Aangaande de gebundelde CD-ROM
De CD-ROM die met de camera gebundeld is, bevat de volgende applicaties. Het installeren van deze applicaties is naar keus
en u dient alleen maar die applicaties te installeren die u inderdaad gaat gebruiken.
CD-ROM Software
Doeleinde
Voor de Macintosh
Mac OS versies
Vereiste bediening
USB aansluiting op een Macintosh
voor het overdragen van beelden
–
OS 9/OS X
Gebruik de USB slede om een
aansluiting tot stand te brengen
tussen de camera en uw
Macintosh. USB driver is niet nodig
(pagina 202).
Beheren van beelden op een
Macintosh
Photo Loader 1.1
OS 9
Installeer Photo Loader 1.1
(pagina 229).
–
OS X
Gebruik iPhoto die meegeleverd
wordt met het besturingssysteem
(pagina 229).
–
OS 9/OS X
Gebruik Adobe Reader of Adobe
Acrobat Reader die met uw
besturingssysteem meegeleverd
worden (pagina 230).
Bekijken van
gebruikersdocumentatiebestanden
(PDF)
BELANGRIJK!
• Filmbestanden kunnen niet op een Macintosh computer worden weergegeven.
227
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
Photo Loader 1.1
Besturingssysteem (OS): 9
Geheugen: Minstens 32MB
Harde schijf: Minstens 3MB
Systeemvereisten voor uw computer
De systeemvereisten voor uw computer verschillen
allemaal afhankelijk van de applicatie. Let er dus op de
vereisten te checken voor die bepaalde applicatie die u
probeert te gebruiken. Merk op dat de hier gegeven
waarden minimale vereisten zijn voor het draaien van elke
applicatie. De feitelijke vereisten zijn zwaarder afhankelijk
van het aantal beelden en de grootte van de beelden die
worden gehanteerd.
• De USB aansluiting wordt ondersteund op een Macintosh
die draait onder besturingssysteem 9 of X. Bediening
wordt ondersteund m.b.v. de standaard USB driver die
meegeleverd wordt met het systeem zodat het enige dat
u moet doen het aansluiten is van de camera op uw
Macintosh m.b.v. de USB kabel.
BELANGRIJK!
• Zie het “Readme” (leesmij) bestand op de CD-ROM
die meegeleverd wordt met de camera voor details
aangaande de minimale systeemvereisten voor
Macintosh.
• De software op de CD-ROM die meegeleverd wordt
met de camera ondersteund werking onder Mac OS
X niet.
228
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
BELANGRIJK!
Beheren van beelden op een Macintosh
• Als u gaat upgraden van een eerdere versie naar de
nieuwe versie van Photo Loader en u wilt
bibliotheekbeheer (library management) data en
HTML bestanden gebruiken die gecreëerd werden
met de oude versie van Photo Loader, lees dan het
“Important” (belangrijk) bestand in de “Photo Loader”
map. Volg de aanwijzingen in dit bestand om de
bestaande bibliotheekbeheer bestanden te
gebruiken. Volgt u deze procedure niet correct dan
kan dit resulteren in het verlies van of schade aan
uw bestaande bestanden.
• Filmbestanden kunnen niet op een Macintosh
computer worden weergegeven.
■ Beheren van beelden op een Macintosh die
draait onder OS 9
Installeer de Photo Loader applicatie vanaf de CD-ROM die
meegeleverd wordt met de camera.
• Gebruik de CD-ROM waarvan het label met de inhoud
“Photo Loader” toont.
● Installeren van Photo Loader
1. Open de folder die “Photo Loader” heet.
2. Open de map die “English” (Engels) heet en
■ Beheren van beelden op een Macintosh die
draait onder OS X
open vervolgens het bestand dat “Important”
(belangrijk) heet.
Gebruik iPhoto dat meegeleverd Met iPhoto kunt u foto’s
beheren.
3. Open de map die “Installer” (installeerder)
heet en open het bestand dat “readme”
(leesme) heet.
4. Volg de aanwijzingen in het “readme” (leesme)
bestand om Photo Loader te installeren.
229
GEBRUIKEN VAN DE CAMERA MET EEN COMPUTER
Bekijken van gebruikersdocumentatie
(PDF bestanden)
■ Om de gebruiksaanwijzing van de Photo
Loader te bekijken
Om de inhoud van een PDF bestand te kunnen bekijken
dient Adobe Reader of Adobe Acrobat Reader op uw
computer geïnstalleerd te zijn.
Als ze niet reeds geïnstalleerd zijn, ga dan naar de Adobe
Systems Incorporated website en installeer Acrobat
Reader.
1. Open de “Manual” (handleiding) map op de
CD-ROM.
2. Open de “Photo Loader” folder en open
vervolgens de “English” map.
3. Open “PhotoLoader_english”.
■ Bekijken van de gebruiksaanwijzing van de
camera
Registreren als cameragebruiker
1. Open op de CD-ROM het “Manual”
Het registreren via het internet wordt alleen ondersteund.
Bezoek de volgende CASIO website om te registreren:
http://world.casio.com/qv/register/
(handleiding) bestand.
2. Open de “Digital Camera” map en open dan
de map voor de taal waarvan u de
gebruiksaanwijzing wilt bekijken.
3. Open het bestand dat “camera_xx.pdf” heet.
• “xx” is de taalcode (voorbeeld: camera_e.pdf is voor
Engels).
230
APPENDIX
APPENDIX
Digital Zoom
Menureferentie
De volgende tabellen tonen de items die verschijnen
tijdens de opnamefuncties (REC) en de weergavefunctie
(PLAY) samen met hun instellingen.
• Onderstreepte items in de onderstaande tabellen zijn
fabrieksinstellingen (default).
zoomfunctie)
Review
Icon Help
AF Assist Light
Flash Intensity (flitssterkte) / Digital Zoom
Multi (multi-patroon meten) /
(digitale zoom) MF Position (MF positie) /
Free (vrij)
Zoom Position (zoompositie)
On (aan) / Off (uit)
On (aan) / Off (uit)
EV shift (EV verschuiving) / White Balance
(links/rechts toets) (witbalans) / ISO / Metering (meten) /
Self-timer (zelfontspanner) / Off (uit)
Audio Snap
On (aan) / Off (uit)
(foto met geluid)
Grid (rooster)
White Balance (witbalans) / ISO /
(meten) /Self-timer (zelfontspanner) /
(snelsluiter)
L/R Key
Flash (flitser) / Focus (scherpstellen) /
(geheugen)
Spot (puntmeten) /
(AF hulpverlichting)
Quick Shutter
Memory
AF Area (autofocus kader) / Metering
10 sec / 2 sec / X3 / Off (uit)
(zelfontspanner)
(autofocus gebied)
On (aan) / Off (uit)
(icoonhulp)
● REC (opname) tabmenu
AF Area
On (aan) / Off (uit)
(controlefunctie)
■ Opnamefuncties (REC)
Self-timer
On (aan) / Off (uit)
(digitale
On (aan) / Off (uit)
231
APPENDIX
● Quality (kwaliteit) tabmenu
Size (formaat)
3072 × 2304 / 3072 × 2048 (3:2) /
2560 × 1920 / 2048 × 1536 / 1600 × 1200 /
640 × 480
Quality
(kwaliteit) (Snapshots)
Quality
(kwaliteit) (Films)
EV Shift
(EV verschuiving)
White Balance
(witbalans)
Fine (fijn) / Normal (normaal) /
Economy (economisch)
HQ (hoge kwaliteit) / Normal (normaal) /
LP (langzame snelheid)
–2.0 / –1.7 / –1.3 / –1.0 / –0.7 / –0.3 / 0.0 /
+0.3 / +0.7 / +1.0 / +1.3 / +1.7 / +2.0
Auto (automatisch) /
(daglicht) /
(bewolkt) /
(schaduw) /
1 (TL verlichting 1) /
2 (TL verlichting 2) /
(gloeilamp) / Manual (handmatig)
Auto (automatisch) / ISO 50 / ISO 100 /
ISO 200 / ISO 400
Multi (multi-patroon meten) / Center weighted
(centrum-georiënteerd meten) /
Spot (puntmeten)
+2 / +1 / 0 / –1 / –2
ISO
Metering (meten)
Sharpness
(scherpte)
Saturation
(verzadiging)
Contrast
Flash Intensity
(flitssterkte)
Flash Assist
(flitserhulp)
● Instellingen tabmenu
Screen (scherm)
Bright (helder) / Normal (normaal)
Sounds (geluiden) Startup (start) / Half Shutter (sluiter halverwege) /
Shutter (sluiter) / Operation (bediening) /
Operation (bediening) /
Play (weergave)
Startup (startscherm) On (aan) (instelbaar beeld) / Off (uit)
File No.
Continue (doorgaan) / Reset (resetten)
(bestandnummer)
World Time
Home (thuis) / World (wereld)
(wereldtijd)
Thuistijd instelling (stad, DST, enz.)
Wereldtijd instelling (stad, DST, enz.)
Adjust (bijstellen) Tijdinstelling
Date Style
YY/MM/DD / DD/MM/YY / MM/DD/YY
(datumopmaak)
Language (taal)
(Japans) / English (Engels) /
Français (Frans) / Deutsch (Duits) / Español
(Spaans) / Italiano (Italiaans) / Português
(Portugees) /
(Chinees (complex)) /
(Chinees (vereenvoudigd)) /
(Koreaans)
Sleep (sluimer)
30 sec / 1 min / 2 min / Off (uit)
Auto Power Off
2 min / 5 min
(automatische
stroomonderbreking)
REC/PLAY
Power On (spanning aan) / Power On/Off
(opname/weergave) (spanning aan/uit) / Disable (gedeactiveerd)
USB
Mass Storage(Massageheugen) (USB
DIRECT-PRINT) / PTP (PictBridge)
Video Out
NTSC / PAL
(video uitgang)
Format (formatteren) Format (formatteren) / Cancel (annuleren)
Reset (terugstellen) Reset (terugstellen) / Cancel (annuleren)
+2 / +1 / 0 / –1 / –2
+2 / +1 / 0 / –1 / –2
+2 / +1 / 0 / –1 / –2
Auto (automatisch) / Off (uit)
232
APPENDIX
■ Weergavefunctie (PLAY)
Trimming (trimmen) –
Dubbing (dubben) –
Card (kaart) /
Copy (kopiëren)
Built-in (ingebouwd)
Built-in (ingebouwd) /
Card (kaart)
Cancel (annuleren)
● PLAY (weergave) tabmenu
Slideshow
(diashow)
Start (starten) / Images (beelden) / Time (tijd) /
Interval (tussenpauze) / Effect (Effecten) /
Cancel (annuleren)
MOTION PRINT
9 frames (9 beelden) / 1 frame (1 beeld) /
(Bwegende afdruk) Cancel (annuleren)
Movie Editing
Cut (knippen) (voor) /
Cut (knippen) (tussenin) /
(Filmbeheer)
Cut (knippen) (na) /
Cancel (annuleren)
White Balance
(daglicht) /
(bewolkt) /
(witbalans)
(schaduw) / 1 (TL-verlichting 1) /
2 (TL-verlichting 2) /
(gloeilamp) /
Cancel (annuleren)
Brightness
+2 / +1 / 0 / –1 / –2
(helderheid)
Show (weergeven) / Save (opslaan) /
Favorites
(favoriet)
Cancel (annuleren)
DPOF
Select images (beelden selecteren) /
All images (alle beelden) / Cancel (annuleren)
Protect
On (aan) / All Files : On (alle bestanden : aan) /
(beveiligen)
Cancel (annuleren)
Rotation (rotatie)
Rotate (roteren) / Cancel (annuleren)
Resize (afmetingen 2560 × 1920 / 2048 × 1536 / 640 × 480 /
heraanpassen)
Cancel (annuleren)
● Instellingen tabmenu
• De inhoud van het insteltabmenu van de weergavefunctie
(PLAY) is identiek aan de inhoud van het insteltabmenu
van de opnamefuncties (REC).
233
APPENDIX
■ Opnamefuncties (REC)
Indicator referentie
De camera heeft drie indicators: Een groene
bedrijfsindicator, een rode bedrijfsindicator en een AF
hulpverlichting / zelfontspannerindicator. Deze indicators
gaan branden en knipperen om de huidige status van de
camera te tonen.
Bedrijfsindicator
Bedrijfsindicator
Green
Rood
AF hulpverlichting/
zelfontspannerindicator
Rood
Brandt
AF hulpverlichting/
zelfontspannerindicator
Patroon 3
Brandt
Brandt
Patroon 3
Groen
Rood
Brandt
Patroon 2
Patroon 1
Patroon 1
* Er zijn drie indicatorflitspatronen. Patroon 1 knippert eens per
seconde, patroon 2 knippert tweemaal per seconde en patroon 3
knippert 4 maal per seconde. De onderstaande tabel geeft een
verklaring van de diepere betekenis van elk flitspatroon.
Patroon 2
Patroon 1
234
Betekenis
Werking (spanning aan,
opname mogelijk)
Flitser is aan het opladen.
Opladen van flitser is voltooid.
Autofocus werkt goed.
Autofocus werkt niet.
Beeldscherm is uit. /
Sluimertoestand
Opslaan van beeld
Opslaan van filmdata /
verwerken van beelddata
Aftellen van zelfontspanner
(10 - 3 seconden)
Aftellen van zelfontspanner
(3 - 0 seconden)
Opladen van flitser is
onmogelijk.
APPENDIX
Bedrijfsindicator
Green
Rood
Patroon 2
Brandt
Patroon 3
Patroon 3
Patroon 3
AF hulpverlichting/
zelfontspannerindicator
BELANGRIJK!
• Bij gebruik van de geheugenkaart mag u de kaart
nooit uit de camera verwijderen wanneer de groene
bedrijfsindicator aan het knipperen is. Hierdoor
kunnen namelijk alle opgenomen beelden verloren
gaan.
Betekenis
Rood
Geheugenkaart problemen /
Geheugenkaart is niet
geformatteerd. / BEST SHOT
instelling kan niet worden
geregistreerd.
Geheugenkaart is geblokkeerd. /
Map kan niet worden
gecreëerd. / Geheugen is vol. /
Schrijf foutlezing
Lege accu waarschuwing
Kaart formatteren
Spanning wordt (langzaam)
uitgeschakeld
235
APPENDIX
■ Weergavefunctie (PLAY)
Bedrijfsindicator
Groen
Rood
AF hulpverlichting/
zelfontspannerindicator
■ USB slede indicators
De USB slede is voorzien van twee indicators: een
[CHARGE] (oplaad) indicator en een [USB] indicator. Deze
indicators gaan branden en knipperen om de huidige status
van de slede en de camera te tonen.
Betekenis
Rood
Werking (spanning aan,
opname mogelijk)
Brandt
Eén van de volgende
bewerkingen wordt uitgevoerd:
wissen, DPOF,
beeldbeveiliging, kopiëren,
[CHARGE]
(oplaad) indicator
formatteren, stapsgewijs
uitschakelen van de spanning,
Patroon 3
herformatteren van het beeld,
beeld trimmen, na-opname,
[CHARGE]
(oplaad) indicator
MOTION PRINT (bewegend
beeld afdrukken), filmmontage.
Patroon 2
Geheugenkaart problemen /
Geheugenkaart is niet
geformatteerd.
Geheugenkaart is geblokkeerd. /
Brandt
Patroon 3
Kleur
Rood
Status
Brandt
Groen
Oranje
Brandt
Brandt
Rood
Knippert
[USB] indicator
Kleur
Opladen voltooid
Opladen standby
Groen
Lege accu waarschuwing
236
Betekenis
Status
Opladen
Groen
Map kan niet worden gecreëerd. /
Geheugen is vol.
[USB] indicator
Brandt
Opladen foutlezing
USB aansluiting
Knippert Toegang tot computer
APPENDIX
Gids voor het oplossen van moeilijkheden
Stroomvoorziening
Symptoom
Mogelijke oorzaak
Spanning gaat niet aan.
1) De accu is onjuist ingelegd.
2) De accu is leeg.
1) Plaats de accu in de juiste richting (pagina 33).
2) Laad de accu op (pagina 34). Als de accu na het
opladen weer snel leeg raakt, betekent dat dat de
accu het einde van zijn levensduur heeft bereikt en
te worden vervangen. Schaf een los verkrijgbare
oplaadbare lithium-ion accu NP-40 aan.
De camera begint zichzelf
ineens uit te schakelen.
1) De automatische stroomonderbreker is
geactiveerd (pagina 45).
2) De accu is leeg.
1) Schakel de spanning opnieuw in.
1) De weergavefunctie (PLAY) van de camera is
ingeschakeld.
2) De flitsereenheid wordt opgeladen.
1) Druk op [
] (REC) om de op dat moment
geselecteerde opnamefunctie in te schakelen.
2) Wacht totdat de flitsereenheid stopt met
knipperen.
3) Schrijf bestanden die u wilt houden naar uw
computer en wis daarna de bestanden van het
camerageheugen of gebruik een andere
geheugenkaart.
Het beeld wordt niet
opgenomen bij indrukken
van de sluitertoets.
3) Het geheugen is vol.
Beeldopname
Handeling
Autofocus stelt niet goed
scherp.
1) De lens is vuil.
2) Het onderwerp bevindt zich niet in het midden
van het scherpstelkader tijdens de compositie
van het beeld.
3) Het onderwerp dat u aan het opnemen bent is
van een type dat niet past bij de
autofocusfunctie (pagina 75).
4) De camera wordt bewogen.
237
2) Laad de accu op (pagina 34).
1) Reinig de lens.
2) Let er op dat het onderwerp zich binnen het
scherpstelkader bevindt tijdens de compositie
van het beeld.
3) Stel met de hand scherp (pagina 80).
4) Zet de camera op een statief.
APPENDIX
Beeldopname
Symptoom
Mogelijke oorzaak
Handeling
Het onderwerp is niet
scherp bij het opgenomen
beeld.
Er was niet scherpgesteld op het beeld.
Bij het maken van de compositie van het beeld
dient u er op te letten dat.
De flitser flitst niet.
1) “
” (flitser uit) is geselecteerd als de
flitsfunctie.
2) De accu is leeg.
3) Een filmfunctie (filmfunctie, korte filmfunctie,
voorafgaande filmfunctie, MOVIE BEST SHOT
functie) is ingeschakeld bij de camera.
4) Een scène die “
” (flitser uit) selecteert als de
flitsfunctie is geselecteerd bij de BEST SHOT
functie.
1) Selecteer een andere flitserfunctie (pagina 64).
De camera schakelt
zichzelf langzaam uit
tijdens het aftellen van de
zelfontspanner.
De accu is leeg.
Vervang de accu (pagina 34).
Het beeld op het
beeldscherm is niet scherp.
1) U gebruikt de handmatige scherpstelfunctie en
u heeft niet scherpgesteld op het beeld.
2) U probeert de macrofunctie (
) te gebruiken
tijdens het opnemen van een landschap of
tijdens het maken van een portret.
3) U probeert autofocus of de oneindig-functie
(
) te gebruiken bij het opnemen van een
close-up shot.
1) Stel scherp op het beeld (pagina 81).
238
2) Laad de accu op (pagina 34).
3) Selecteer een andere opnamefunctie (pagina
52).
4) Selecteer een andere flitserfunctie (pagina 64)
of een andere BEST SHOT scène (pagina 93).
2) Gebruik autofocus voor het opnemen van
landschappen en voor het maken van
portretten.
3) Gebruik de macrofunctie (
) voor close-ups.
APPENDIX
Opgenomen beelden
worden niet in het
geheugen opgeslagen.
Mogelijke oorzaak
1) De camera schakelt zichzelf uit voordat het
opslaan van beelden naar het geheugen
voltooid is.
2) Verwijderen van de geheugenkaart voordat het
opslaan voltooid is.
Handeling
1) Als de accu indicator “
” toont, dient u de
accu zo snel mogelijk op te laden (pagina 34).
2) Verwijder de geheugenkaart nooit voordat het
opslaan voltooid is.
Verticale lijnen op het
beeldscherm
Bij opnamen van een bijzonder licht onderwerp
kan een verticale gordel verschijnen over het
beeld op het beeldscherm.
Dit is een CCD fenomeen dat bekend staat als
“verticale vegen” en duidt niet op defecten bij de
camera. Merk op dat verticale vegen niet samen
met een foto opgenomen wordt maar wel bij het
maken van een film.
Ruis in het geluid
Geluid van de werking van autofocus, de zoom en
de lensopening.
Schakel over naar handmatig scherpstellen of
panfocus hetgeen het geluid van de werking van
de autofocus zal elimineren (pagina’s 79, 80).
Films
Beeldopname
Symptoom
239
APPENDIX
Symptoom
Handeling
1) Het onderwerp bevindt zich buiten het bereik
van de camera.
2) Het onderwerp is van een type waarop het
moeilijk is om scherp te stellen.
3) Het onderwerp is niet geschikt voor autofocus.
1) Neem op binnen het toegelaten bereik.
Digitale ruis in beeld
De gevoeligheid wordt automatisch verhoogd voor
donkere onderwerpen. Een grotere gevoeligheid
verhoogt tevens de kans op digitale ruis.
Verlicht het onderwerp door een licht of
schijnwerper o.i.d.
De kleur van het
weergavebeeld verschilt
van het beeld op het
beeldscherm tijdens het
opnemen.
Zonlicht of licht van een andere lichtbron schijnt
tijdens het opnemen direct in de lens.
Plaats de camera zodanig dat zonlicht niet direct
in de lens kan schijnen.
Beelden worden niet
getoond.
Een geheugenkaart met niet-DCF beelden die
opgenomen zijn met een andere camera bevindt
zich in de camera.
Deze camera kan niet-DCF beelden niet tonen die
met een andere digitale camera op een
geheugenkaart zijn opgenomen.
Films
Beelden die niet scherp
zijn
Weergave
Mogelijke oorzaak
240
2) Schakel over naar handmatig scherpstellen
(pagina 80) of panfocus (pagina 79).
3) U kunt de camera even op een ander
onderwerp proberen te richten. Dit kan het
probleem soms oplossen.
APPENDIX
Overige
Symptoom
Mogelijke oorzaak
Handeling
Geen van de toetsen en
schakelaars werkt.
Problemen met het elektronische circuit hetgeen
veroorzaakt wordt door elektrostatische lading,
een harde stoot, enz. terwijl de camera
aangesloten was op een ander apparaat.
Verwijder de accu uit de camera, leg hem opnieuw
in en probeer opnieuw.
Het beeldscherm is
uitgeschakeld.
USB communicatie vindt plaats.
Ontkoppel de USB kabel na eerst te hebben
bevestigd dat de computer geen toegang aan het
verkrijgen is tot het geheugen van de camera.
Het is niet mogelijk
bestanden via een USB
aansluiting over te
schrijven.
1) De camera is niet stevig op de USB slede
geplaatst.
2) De USB kabel is niet juist aangesloten.
3) De USB driver is niet geïnstalleerd.
1) Controleer de aansluiting tussen de camera en
de USB slede.
2) Controleer alle aansluitingen.
3) Installeer de USB driver op uw computer
(pagina 194).
4) Druk op de [USB] toets van de USB slede.
4) De camera is uitgeschakeld.
241
APPENDIX
Mocht u problemen ondervinden bij het installeren van de USB driver…
U kunt de USB driver mogelijk niet correct installeren als u de USB kabel gebruikt om de camera op een computer aan te
sluiten die draait onder Windows 98SE/98 voordat u de USB driver geïnstalleerd heeft van de CD-ROM die meegeleverd wordt
met de camera, of als reeds een ander type driver geïnstalleerd is. Hierdoor wordt het voor de computer onmogelijk om de
digitale camera te herkennen wanneer deze wordt aangesloten. Mocht dit het geval zijn dan dient u de USB driver van de
camera opnieuw te installeren. Zie het “Lees mij” bestand van de USB driver op de CD-ROM die meegeleverd wordt met de
camera voor informatie aangaande het opnieuw installeren van de USB driver.
242
APPENDIX
Tonen van boodschappen
Battery is low.
De accu is leeg.
Cannot correct
image!
Keystone correctie kan om de een of andere reden
niet plaatsvinden. Het beeld wordt opgenomen
zoals het is zonder correctie (pagina 98).
Can not find the file. De camera kan een beeld niet vinden dat
gespecificeerd wordt in de “Images” (beelden)
instelling. Specificeer een ander beeld (pagina
147).
Cannot register any
more files.
Card ERROR
• U probeert een BEST SHOT decor op te slaan
terwijl er reeds 999 decors opgeslagen zijn in de
“SCENE” map of een MOVIE BEST SHOT terwijl
er reeds 999 decors opgeslagen zijn in de
“MSCENE” map (pagina’s 97, 113).
• U probeert een “FAVORITE” (favoriet) bestand te
kopiëren terwijl de “FAVORITE” map reeds 9999
bestanden bevat (pagina 162).
Er trad een probleem op bij de geheugenkaart.
Schakel de camera uit, verwijder de kaart en steek
hem opnieuw is. Mocht dezelfde boodschap
verschijnen, formatteer dan de geheugenkaart
(pagina 179).
BELANGRIJK!
Het formatteren van de geheugenkaart wist alle
bestanden op de geheugenkaart uit. Probeer
eerst eventuele werkbare bestanden naar een
computer of een ander opslagmedium over te
schrijven voordat u de geheugenkaart
formatteert.
Check Connections!
• U probeert de camera aan te sluiten op een
printer terwijl de USB aansluitingen van de
camera niet compatibel zijn met de USB van de
printer (pagina 173).
• U probeert aan te sluiten op een computer
waarbij geen USB driver geïnstalleerd is (pagina
194).
File could not be
saved because
battery is low.
De accu is leeg zodat het opgenomen beeld niet
kon worden opgeslagen.
Folder cannot be
created
Deze boodschap verschijnt wanneer u een beeld
probeert op te slaan terwijl er 9999 bestanden
opgeslagen zijn in de 999ste map. Wis bestanden
die u niet langer nodig heeft als u meer bestanden
wilt opnemen (pagina 158).
LENS ERROR
Mocht het objectief terwijl het beweegt tegen een
obstakel aan komen, dan verschijnt de boodschap
“LENS ERROR” (objectief fout). Het objectief trekt
zich terug en de camera schakelt zichzelf uit.
Verwijder het obstakel en schakel de spanning van
de camera opnieuw in.
Load Paper!
Tijdens de printerfunctie van de camera als het
papier bij printer op is.
Memory Full
Het geheugen is vol. Wis bestanden die u niet
langer nodig heeft als u meer bestanden wilt
opnemen (pagina 158).
No Favorites file!
Er is geen FAVORITE bestand aanwezig.
243
APPENDIX
Printing Error
Record Error
Eén van de volgende problemen trad op tijdens het
afdrukken.
• De spanning van de printer is uitgeschakeld.
• Interne fout bij printer
Tijdens het opslaan van beelddata kon om de één
of andere reden de beelddata niet gecomprimeerd
worden.Voer de opname van het beeld nogmaals
uit.
Replenish Ink!
Tijdens de printerfunctie van de camera als de inkt bij
de printer bijna of geheel op is.
SYSTEM ERROR
Uw camerasysteem is beschadigd. Neem contact
op met een CASIO onderhoudswerkplaats.
The card is locked.
De LOCK schakelaar van de SD geheugenkaart is
vergrendeld. U kunt beelden niet opslaan op of
wissen van een geheugenkaart die vergrendeld is.
There are no files.
Er bevinden zich geen bestanden in het
ingebouwde geheugen of in de geheugenkaart.
The card is not
formatted.
De geheugenkaart in de camera is niet
geformatteerd. Formatteer de geheugenkaart
(pagina 179).
This file cannot be
played.
Het beeldbestand of het audiobestand is
beschadigd of is van een type dat niet door deze
camera kan worden getoond.
This function cannot U probeerde bestanden te kopiëren van het
be used.
ingebouwde geheugen naar een geheugenkaart in
de camera terwijl er zich geen geheugenkaart
bevindt in de camera (pagina 181).
This function is not
supported for this
file.
There are no printing Er zijn geen DPOF instellingen die de beelden en
images.
het aantal kopiën ervan specificeren voor elke
Set up DPOF.
drukklus.
Configureer de vereiste DPOF instellingen (pagina
185).
There is no image to Het beeld of de film waarvan u de instellingen
register.
probeert op te slaan, wordt niet ondersteund door
BEST SHOT of MOVIE BEST SHOT.
244
De functie die u probeert uit te voeren wordt niet
ondersteund voor het bestand waarop u de functie
probeert uit te voeren.
APPENDIX
Dataformaat
Technische gegevens
• Snapshot
Product ............................... Digitale camera
Ingebouwd
SD
Bestandsgrootte
Beeldbestandsgrootte
flash-geheugen geheugenkaart*
Kwaliteit
(beeldpunten)
(naar schatting)
8,3 MB
256 MB
Fijn
3072 × 2304
4,4MB
1 opname
55 opnamen
Normaal
2,2MB
3 opnamen
108 opnamen
Economisch
1,1MB
6 opnamen
207 opnamen
Fijn
3072 × 2048
3,9MB
2 opnamen
62 opnamen
Normaal
(3:2)
2,0MB
3 opnamen
118 opnamen
Economisch
1,0MB
7 opnamen
226 opnamen
Fijn
2560 × 1920
2,2MB
3 opnamen
108 opnamen
Normaal
1,8MB
4 opnamen
131 opnamen
Economisch
1,3MB
5 opnamen
178 opnamen
Fijn
2048 × 1536
1,6MB
4 opnamen
138 opnamen
Normaal
1,2MB
6 opnamen
184 opnamen
Economisch
630KB
11 opnamen
356 opnamen
Fijn
215 opnamen
1600 × 1200
1,05MB
7 opnamen
Normaal
319 opnamen
(UXGA)
710KB
10 opnamen
Economisch
623 opnamen
370KB
20 opnamen
Fijn
640 × 480
190KB
39 opnamen 1188 opnamen
Normaal
(VGA)
140KB
52 opnamen 1559 opnamen
Economisch
90KB
83 opnamen 2495 opnamen
Model .................................. EX-Z750
■ Camerafunctie
Beeldbestandformaat
Snapshots ....................... JPEG (Exif Ver. 2.2); DCF (Design rule
for Camera File system)
1.0 standaard; voldoet aan DPOF
Films ................................ AVI (MPEG-4)
Audio (geluid) .................. WAV
Opnamemedia .................... 8,3MB ingebouwd flash-geheugen
SD geheugenkaart
MultiMediaCard (MMC)
245
APPENDIX
• Films
Beeldformaat
(beeldpunten)
Maximale
opnametijd
per
bestand
Geschatte
datasnelheid
(beeldsnelheid)
Geschatte
opnametijd voor
het ingebouwde
flash-geheugen
8,3 MB
Geschatte
opnametijd
voor SD
geheugenkaart
256 MB
HQ
640 × 480
Totdat het
geheugen
vol is
4,0 megabits
per seconde
(30 beelden/
seconde)
17 seconden
8 minuten
en
32 seconden
Normal
640 × 480
Totdat het
geheugen
vol is
2,1 megabits
per seconde
(30 beelden/
seconde)
32 seconden
16 minuten
en
14 seconden
LP
320 × 240
Totdat het
geheugen
vol is
745 kilobits
per seconde
(15 beelden/
seconde)
91 seconden
45 minuten
en
19 seconden
Wissen ................................ Enkel bestand, alle bestanden
(met beveiliging)
Effectieve beeldpunten ..... 7,2 miljoen
Beeldelement ..................... 1/1,8-inch vierkante beeldpunten
kleuren CCD
(totaal aantal beeldpunten: 7,41
miljoen)
Lens/brandpuntsafstand
Lenzen ............................. F2,8 (W) tot 5,1 (T); f = 7,9 (W) tot
23,7 mm (T) (gelijkwaardig met
ongeveer 38 (W) tot 114 mm (T) voor
35 mm film)
(W = groothoek, T = telefoto)
7 lenzen in 5 groepen, met asferische
lens
Zoom ................................... 3X optische zoom, 8X digitale zoom
(24X in combinatie met optische zoom)
Scherpstellen ..................... Contrast detectie autofocus
Scherpstelfuncties: autofocus,
macrofunctie, panfocus (alleen films),
oneindigfunctie, handmatige
scherpstelling
AF gebied: Spot (puntmeten), multi
(multi-patroon), free (vrij meten); AF
hulpverlichting
* Gebaseerd op Matsushita Electric Industrial Co., Ltd. producten.
De capaciteit hangt af van de het merk van de geheugenkaart.
* Vermenigvuldig de capaciteit in de tabel met de geschatte
waarde om het aantal beelden te verkrijgen dat op een
geheugenkaart van een andere capaciteit kan worden
opgeslagen.
246
C
APPENDIX
Geschat scherpstelbereik (van het oppervlak van de lens)
Autofocus ........................ Foto’s: 40 cm – ∞
Films: 40 cm – ∞
Macro .............................. Foto’s: 10 cm – 50 cm
Films: 10 cm – 50 cm
Oneindigfunctie ............... ∞
Handmatig ....................... 10 cm – ∞
• Bij het gebruik van de digitale zoom
veranderen de hier boven
aangegeven waarden.
Lensopening ...................... F2,8/4,0*, automatische
overschakeling
* Helderheid conversie
• Door gebruik van de optische zoom
verandert de lensopening.
Witbalans ............................ Automatische witbalans, vast ingesteld
(6 functies), handmatig overschakelen
Gevoeligheid ...................... Foto’s: Auto, ISO 50, ISO 100,
ISO 200, ISO 400
Films: Auto
Belichtingsregeling
Lichtmeting ...................... Multi-patroon, centrum-georiënteerd
meten, puntmeten via de CCD
Belichting ......................... Programma AE
Belichtingscompensatie ... –2EV – +2EV (1/3EV eenheden)
Zelfontspanner .................. 10 seconden, 2 seconden, drievoudige
zelfontspanner
Ingebouwde flitser
Flitserfuncties .................. Automatische witbalansflitser, ON
(aan), OFF (uit), rode ogenreductie
Flitsbereik ........................ Groothoek optische zoom: 0,4 – 2,9
meter
Telefoto optische zoom: 0,4 – 1,6
meter
(ISO gevoeligheid: “Auto” (automatisch))
* Hangt af van de zoomfactor.
Sluiter .................................. CCD elektronische sluiter, mechanische
sluiter
Fotofunctie (automatisch): 1/8ste –
1/1600ste seconde
Handmatige belichting / sluitersnelheid
prioriteit AE: 60 – 1/1600ste seconde
Lensopening prioriteit AE: 1 – 1/1600ste
seconde
• De bovenstaande snelheden zijn niet
van toepassing bij gebruik van een
BEST SHOT decor.
247
B
APPENDIX
■ Spanningsvereisten
Opnamefuncties ................ Foto; audio snapshot ; macrofunctie,
zelfontspanner; BEST SHOT; film met
geluid (film, korte film, voorafgaande
film, MOVIE BEST SHOT film);
spraakopname.
• Audio opname is in mono.
Spanningsvereisten .......... Oplaadbare lithium-ion accu
(NP-40) × 1
Levensduur accu (naar schatting):
De bovenstaande waarden geven de hoeveelheid tijd aan bij de voorwaarden
die hieronder vermeld staan totdat de spanning automatisch uitgeschakeld
wordt doordat de accu leeg is. Deze waarden zijn echter geen garantie dat de
accu inderdaad de aangegeven gebruiksduur zal verstrekken. Een lage
temperatuur zal de gebruiksduur van de accu verkorten.
Audio opnametijd
Audio snapshot ............... Circa max. 30 seconden per beeld
Spraakopname ................ Circa 25 minuten met ingebouwd
geheugen
Post-opname ................... Circa max. 30 seconden per beeld
Beeldscherm ...................... 2,5-inch TFT kleuren LCD
115.200 beeldpunten (480 × 240)
Zoeker ................................. Beeldscherm en optische zoeker
Tijdbijhoud functies .......... Ingebouwde digitale kwartsklok
Datum en tijd .................... Opgenomen met beelddata
Automatisch kalender ...... Tot 2049
Wereldtijd ......................... City (stad), Date (datum), Time (tijd),
Summer time (zomertijd), 162 steden
in 32 tijdzones
Bewerking
Gebruiksduur van accu (benadering)
Aantal foto’s (CIPA standaard)*1
(werkingstijd)
325 foto’s (160 minuten)
Aantal foto’s, doorlopende
opname*2 (werkingstijd)
740 foto’s (190 minuten)
Doorlopende weergave van
Snapshots*3
410 minuten
Doorlopende filmopname*4
170 minuten
Doorlopende spraakopname*5
410 minuten
Ingangs/
uitgangsaansluitingen ...... Slede aansluiting
Ondersteunde accu: NP-40 (nominale capaciteit: 1230mAh)
Opslagmedium: SD geheugenkaart
Microfoon ........................... Mono
*1 Aantal foto’s (CIPA standaard)
• Temperatuur: 23°C
• Beeldscherm: Ingeschakeld
• Zoomen van de volledige groothoek- tot de volledige telefotostand elke
30 seconden, waarbij telkens twee beelden worden opgenomen,
waarvan één met flits; de spanning wordt na elke 10 opgenomen
beelden uit- en weer ingeschakeld.
Luidspreker ........................ Mono
248
APPENDIX
■ Oplaadbare lithium-ion accu (NP-40)
*2 Omstandigheden bij doorlopende opname
• Temperatuur: 23°C
• Beeldscherm: Ingeschakeld
• Flitser: Uitgeschakeld
• Beeld opgenomen na elke 15 seconden, wisselend tussen volledige
groothoek en volledige telefoto.
Nominale spanning ........... 3,7 V
Nominale capaciteit .......... 1230 mAh
Bedrijfstemperatuur
bereik .................................. 0°C – 40°C
*3 Omstandigheden bij doorlopende snapshot weergave
• Temperatuur: 23°C
• Bladeren naar het volgende beeld na elke 10 seconden
Afmetingen ......................... 38,5 (B) × 38,0 (H) × 9,3 (D) mm
*4 Geschatte tijd voor doorlopende filmopname zonder te zoomen.
Gewicht ............................... Ca. 34 g
*5 De tijden voor stemopname zijn gebaseerd op doorlopende opname.
■ USB slede (CA-26)
Stroomverbruik .................. 3,7 V gelijkstroom, ca. 3,4 W
Afmetingen ......................... 89 (B) × 58,5 (H) × 22,4 (D) mm
(exclusief uitsteeksels; 20,1 mm bij het
dunste deel),
Ingangs-/
uitgangsaansluitingen ...... Camera aansluiting, USB poort,
netadapteraansluiting (DC IN 5,3 V) /
AV uitgangspoort (speciale minipoort,
NTSC/PAL)
Gewicht ............................... ca. 127 g
(exclusief accu en accessoires)
Stroomverbruik .................. 5,3 V gelijkstroom, ca. 3,2 W
Gebundelde accessoires .. Oplaadbare lithium-ion accu (NP-40);
USB slede (CA-26); Speciale
netadapter; Netsnoer; USB kabel; AV
kabel; Polsriem; CD-ROM’s (2);
Basisreferentie
Afmetingen ......................... 107 (B) × 33 (H) × 66 (D) mm
(exclusief uitsteeksels)
Gewicht ............................... ca. 67 g
249
APPENDIX
■ Speciale netadapter (Inlaat type)
(AD-C51G of AD-C52G)
■ Speciale netadapter (Insteek type)
(AD-C51J of AD-C52J)
Spanningsvereisten .......... 100 – 240 V wisselspanning,
50/60 Hz, 83 mA
Spanningsvereisten .......... 100 – 240 V wisselspanning,
50/60 Hz, 83 mA
Uitgangsvermogen ............ 5,3 V gelijkstroom, 650 mA
Uitgangsvermogen ............ 5,3 V gelijkstroom, 650 mA
Afmetingen ......................... AD-C51G: 78 (B) × 20 (H) × 39 (D) mm
(exclusief uitstekende delen
en kabel)
AD-C52G: 50 (B) × 20 (H) × 70 (D) mm
(exclusief uitstekende delen
en kabel)
Afmetingen ......................... AD-C51J: 48 (B) × 16 (H) × 69 (D) mm
(exclusief uitstekende delen
en kabel)
AD-C52J: 50 (B) × 18 (H) × 70 (D) mm
(exclusief uitstekende delen
en kabel)
Gewicht ............................... AD-C51G: ca. 90 g
AD-C52G: ca. 87 g
Gewicht ............................... AD-C51J: ca. 91 g
AD-C52J: ca. 85 g
250
B