ESAB Air 140 Handleiding

Type
Handleiding
21
Air 140 / Air 175 AL
GEBRUIKSAANWIJZING: TURBO EENHEID
Voordat u het systeem gaat gebruiken is het belangrijk dat u deze gebruiksaanwijzing
doorleest en controleert of u de juiste uitrusting hebt geselecteerd. U moet zich altijd
bewust zijn van de beperkingen aan het gebruik van de uitrusting en of ze geschikt is
voor de taak.
1. WAARSCHUWINGEN
Zie hieronder bij 4.3 HOOFDFILTER voor details over het vervangen van filters.
Als deze instructies niet opgevolgd worden of wanneer de eenheid niet juist wordt gebruikt kan het
systeem geen bescherming bieden volgens EN146/EN12941.
In een situatie waarbij de stroom is uitgeschakeld biedt het hoofdstel geen ademhalingsbescherming
en kan ook een snelle opbouw van CO2 en een gebrek aan zuurstof optreden. Dit is geen normale
situatie.
De pasvorm van het hoofdstel moet voor gebruik worden gecontroleerd. Kijk bij de specifieke
aanwijzingen die bij het hoofdstel worden geleverd voor instructies voor pasvorm en onderhoud.
Bij een hoog werktempo kan de druk in het hoofdstel negatief worden bij zeer snelle ademhaling.
Het systeem mag niet worden toegepast in een atmosfeer met een zuurstoftekort of die met zuurstof
is verrijkt.
De gebruiker moet er voor zorgen dat het soort risico’s geïdentificeerd is en dat het systeem voldoende
bescherming biedt.
Deze eenheid mag niet worden gebruik wanneer het soort risico onbekend is.
Deze eenheid is NIET wezenlijk veilig en mag daarom niet worden gebruikt in explosieve omgevingen.
Montage, onderhoud en pasvorm moeten worden uit gevoerd in een ruimte met schone lucht.
Let erop dat de slang uit de achterkant van het hoofdstel steekt en zorg ervoor dat u niet ergens
achter blijft hangen.
Bij hoge windsnelheden kan het veronderstelde beschermingsniveau mogelijk niet bereikt worden.
2. LIJST MET ONDERDELEN
Air 140:
Uw elektrisch ademhalingssysteem (0700 002 026) bestaat uit: Fresh Air Turboeenheid met accu,
TH3PSL filter en voorfilter (+ 5 reserve), een Euro acculader (230 volt), Comfort kussen, riem en
indicator voor de luchtflow.
Air 175 AL:
Uw elektrisch ademhalingssysteem (0700 002 025) bestaat uit: Air 175 AL Turboeenheid met accu
en geblokkeerde filteralarm, comfort kussen en riem, TH3PSL filter met gemonteerd voorfilter.
Zie de bijgevoegde tekeningen voor reserveonderdelen.
3. TOEPASSINGEN EN BEPERKINGEN
Air 140:
Het systeem voldoet aan EN146. Het biedt een klasse THP2 beveiliging tegen stof een deeltjes en
biedt een beschermingsfactor van 20.
Air 175 AL:
Het systeem voldoet aan EN12941. Het biedt een klasse TH2PSL (P2 vaste en vloeibare aërosol)
beveiliging tegen stof een deeltjes en biedt een beschermingsfactor van 50.
Het systeem mag niet worden gebruikt in omstandigheden waar concentraties van gasvormige
vervuilingen boven de beroepsmatige blootstellingsfactor uitkomen.
Het systeem wordt aanbevolen voor gebruik in het temperatuurbereik –5º tot + 55ºC. en in
omstandigheden waar de relatieve vochtigheid (<90% RH) de 90% niet overschrijdt.
ESAB
NL
22
4. VOORBEREIDINGEN VOOR GEBRUIK
(alle voorbereidingen en onderhoud moeten uitgevoerd worden in een schone omgeving)
4.1 Accu
De turboeenheid is voorzien van een NiMH (NikkelMetaalHydride) oplaadbare accu die opgeladen
moet worden voor gebruik. Sluit de lader aan op een geschikte stroomtoevoer. Verbind de stekker
van de acculader met de laadstekker van de accu, de LED (light emitting diode) zal branden als er
voldoende stroom is om op te laden.
Accu’s worden geleverd in ontladen staat, en moeten voor gebruik gedurende 20 uur worden
opgeladen. De daaropvolgende laadbeurten duren slechts 16 uur.
Constant te weinig lading kan de capaciteit van de accu verslechteren.
Als de turboeenheid wordt opgeborgen om meer dan 3 maanden niet gebruikt te worden, moet de
accu eerst van de turboeenheid afgehaald worden.
(Minimum ontwerpduur = 4 uur). De exacte duur is afhankelijk van een aantal factoren zoals de
staat van het filter, de motor en accuconditie enz. maar zal meestal zo’n 8 uur zijn.
4.2 Voorfilters
Het voorfilter is verkrijgbaar als een optie. Het zit voor het hoofdfilter en verwijdert grof stof.
Het frequent vervangen van het voorfilter zal de levensduur van het hoofdfilter maximaliseren (Zie
4.3 Filter aanbrengen).
Het voorfilter moet onmiddellijk nadat de luchtflow indicator een lage flow aangeeft (zie paragraaf 5)
worden vervangen.
4.3 Hoofdfilter
WAARSCHUWING Deze turbo-eenheid biedt GEEN bescherming als geen hoofdfilter is aangebracht.
Bij het omgaan met filters moet voorzichtigheid in acht genomen worden.
Raak het vouwfiltermedium van papier niet aan.
Gebruik geen filters met een beschadigd filtermedium van papier.
Gebruik geen filters na de uiterste houdbaarheidsdatum.
Gebruik geen filters zonder of met een beschadigde filterafdichting.
Wanneer de luchtflowindicator na het vervangen van het voorfilter nog steeds een lage stroom
aangeeft, moet het hoofdfilter worden vervangen zoals hieronder aangegeven.
Filters moeten als volgt worden aangebracht:
Verwijder de voorklep door de rechterkant zachtjes open te maken.
Plaats het filter rechtop in de turboeenheid.
Plaats het voorfilter over het filter (indien gebruikt).
Maak de klep weer docht door op het midden van de klep in te drukken tot deze in positie klikt. Zorg
ervoor dat de klep het filtermedium bij het dichtdoen niet raakt.
FILTERS - BELANGRIJK
Voor het verzekeren van maximale bescherming voor de gebruiker moeten de hoofdfilters regelmatig
verwisseld worden (aanbevolen door de fabrikant: ten meesten 40 werkuren voor sterk stoffige
omgevingen, en ten meeste 80 werkuren voor middel stoffige omgevingen). Gebruik samen met
luchtstroom waarschuwings toestel en wend U zich tot de turbo eenheid gebruiks instructies.
Regelmatig vervangen van filters beschermt en verbetert de levensduur van de Turboeenheid.
5. LUCHTFLOWTEST
Air 140:
De turboeenheid is gemaakt om tenminste te voldoen aan de eisen van EN 146, zodanig dat het
onder alle omstandigheden een flowsnelheid van tenminste 120 liter. min voor tenminste 4 uur
levert wanneer ze wordt gebruikt in combinatie met het Albatross lashelm of 140 liter/min in combinatie
met het Eye-Tech autochange lashelm, uitgaande van een volledig opgeladen accu bij de start.
De luchtflow moet altijd voor gebruik worden gecontroleerd of wanneer u een onvoldoende flow
vermoedt.
De luchtflow van de Turboeenheid moet worden gecontroleerd terwijl het filter (en indien van
toepassing het voorfilter) is aangebracht, met een opgeladen accu terwijl de eenheid aan staat.
Zoek de luchtstroomindicator in de uitlaat/sluitring van de Turbo en zet deze aan. Als de indicator
23
omhoog gaat zodat lijn B vanaf de zijkant zichtbaar is, levert de unit voldoende lucht.
Air 175 AL:
De turboeenheid is gemaakt om tenminste te voldoen aan de eisen van EN 12941, zodanig dat ze
onder alle omstandigheden een flowsnelheid van tenminste 140 liter. min voor tenminste 4 uur
levert, uitgaande van een volledig opgeladen accu bij de start. (Minimum ontwerpduur = 4 uur).
De turboeenheid zal een hoorbaar en zichtbaar alarm geven wanneer de luchtflow door het
dichtslibben van het filter daalt naar de minimum flowsnelheid of wanneer de spanning van de accu
daalt naar een niveau waarop het niet langer mogelijk is de turbo-eenheid veilig van stroom te
voorzien. Indien een van deze beide omstandigheden optreedt wordt een frequent herhaalde hoorbare
bliep uitgezonden. Aanvullend knippert de gele LED bovenop de turboeenheid bij een verstopt filter
en de rode LED knippert bij een lage accu.
Indien een van beide alarmen optreedt tijdens gebruik moet de drager de vervuilde ruimte onmiddellijk
verlaten en het filter vervangen of de accu weer opladen.
Als u de eenheid vervolgens uitzet, zal het alarm bliepen om het correct functioneren van het
alarmsysteem weer te geven. Als het bliepen na een paar seconden stopt, is de luchtflow voldoende
om verder te gaan met het gebruik van de eenheid.
6. AANTREKKEN TURBOEENHEID
Zorg ervoor dat de turboeenheid, de luchttoevoerslang en het hoofdstel niet beschadigd zijn en dat
de accu veilig in de turboeenheid is geplaatst. Druk de slangaansluiting in de turbo-uitlaat en draai
de slang om hem vast te zetten.
Zet de turboeenheid aan en doe de riem rond uw middel door de gespen aan de voorkant dicht te
maken.
7. AANTREKKEN HOOFDSTEL
Kijk naar de aparte instructies die worden geleverd bij het hoofdstel voor aanwijzingen voor pasvorm,
afstellen en gebruik van de lasbril. Zorg ervoor dat de gelaatsafdichting goed onder de kin zit en dat
ze goed aansluit.
8. SCHOONMAKEN, ONDERHOUD & OPSLAG
8.1 Onderhoud
Routinematig onderhoud is beperkt tot het schoonmaken van de uitrusting en het vervangen van
filters.
8.2 Schoonmaken & opslag
Voorkom dat u tijdens het schoonmaken stof inademt.
Gebruik geen bijtende schoonmaakmiddelen of organische oplosmiddelen om de krachtbron of de
slang schoon te maken. U kunt alle componenten schoonmaken met een vochtige doek die in een
warm sopje is gedipt. Afdrogen met een zachte, schone doek. Probeer niet om de filters schoon te
maken. Als ze vol zitten moeten ze worden vervangen.
Plaats de turboeenheid niet in water en laat geen water via de luchtinlaat of uitlaat de eenheid
binnenkomen.
Kijk bij de separate gebruiksaanwijzing van het hoofdstel voor schoonmaakinstructies.
Alle uitrusting moet opgeslagen worden in een schone, droge atmosfeer (R.H. <90%) binnen het
temperatuurbereik –5º tot + 55ºC. De uitrusting moet beschermd worden tegen direct zonlicht en
materiaal waarvan bekend is dat het kunststof beschadigt, zoals benzine en damp van oplosmiddelen.
De apparatuur moet vervoerd worden in de originele verpakking. Indien juist opgeslagen, kan de
apparatuur vijf jaar in opslag bewaard worden.
37
NL
Albatross reserveonderdelen
Gelaatsafdichting met kinbescherming 0000 595 178
Bovenafdichting 0000 595 216
Hoofdbevestiging 0000 500 519
Bouten voor Hoofdbevestiging 0000 500 520
Veer 0000 595 153
Gesplitste luchtslang 0000 595 239
Opklapklep, 60x110 0000 595 152
Opklapklep, 90x110 0349 501 084
Opklapklep, 2000 0000 595 384
Lasruit, 3000 0349 501 081
Veiligheidsglas, 3000 0349 501 082
Veer, 60x110 0000 595 153
Veer, 90x110 0000 595 383
Veer, 2000 0000 595 153
Veer, 3000 0000 595 153
Flexibele slang 0700 002 032
Eye-Tech Reserveonderdelen
1 Eye-Tech Hoofdafdichting met klittenband 0700 002 012
2 Eye-Tech luchtkanaal 0700 002 002
3 Eye-Tech bouten (2 st.) 0700 002 028
4 Eye-Tech gelaatsafdichting 0700 002 019
5 Flexibele Slang 0468 127 011
6 Eye-Tech klittenband 0700 002 015
14 Eye-Tech houder 0700 002 029
Air 140 Reserveonderdelen
7 Comfortriem 0700 002 021
8 Air 140 Motoreenheid 0700 002 033
9 P2 Filter (1 st.) 0700 002 018
9 P3 Filter (1 st.) 0700 002 024
10 Voorfilter ( 5 st.) 0700 002 023
11 Accu klein NiMH 0700 002 013
12 Europese Acculader (230V) 0700 002 020
13 Tailleriem 0700 002 027

Documenttranscriptie

ESAB Air 140 / Air 175 AL GEBRUIKSAANWIJZING: TURBO EENHEID NL Voordat u het systeem gaat gebruiken is het belangrijk dat u deze gebruiksaanwijzing doorleest en controleert of u de juiste uitrusting hebt geselecteerd. U moet zich altijd bewust zijn van de beperkingen aan het gebruik van de uitrusting en of ze geschikt is voor de taak. 1. WAARSCHUWINGEN Zie hieronder bij 4.3 HOOFDFILTER voor details over het vervangen van filters. Als deze instructies niet opgevolgd worden of wanneer de eenheid niet juist wordt gebruikt kan het systeem geen bescherming bieden volgens EN146/EN12941. In een situatie waarbij de stroom is uitgeschakeld biedt het hoofdstel geen ademhalingsbescherming en kan ook een snelle opbouw van CO2 en een gebrek aan zuurstof optreden. Dit is geen normale situatie. De pasvorm van het hoofdstel moet voor gebruik worden gecontroleerd. Kijk bij de specifieke aanwijzingen die bij het hoofdstel worden geleverd voor instructies voor pasvorm en onderhoud. Bij een hoog werktempo kan de druk in het hoofdstel negatief worden bij zeer snelle ademhaling. Het systeem mag niet worden toegepast in een atmosfeer met een zuurstoftekort of die met zuurstof is verrijkt. De gebruiker moet er voor zorgen dat het soort risico’s geïdentificeerd is en dat het systeem voldoende bescherming biedt. Deze eenheid mag niet worden gebruik wanneer het soort risico onbekend is. Deze eenheid is NIET wezenlijk veilig en mag daarom niet worden gebruikt in explosieve omgevingen. Montage, onderhoud en pasvorm moeten worden uit gevoerd in een ruimte met schone lucht. Let erop dat de slang uit de achterkant van het hoofdstel steekt en zorg ervoor dat u niet ergens achter blijft hangen. Bij hoge windsnelheden kan het veronderstelde beschermingsniveau mogelijk niet bereikt worden. 2. LIJST MET ONDERDELEN Air 140: Uw elektrisch ademhalingssysteem (0700 002 026) bestaat uit: Fresh Air Turboeenheid met accu, TH3PSL filter en voorfilter (+ 5 reserve), een Euro acculader (230 volt), Comfort kussen, riem en indicator voor de luchtflow. Air 175 AL: Uw elektrisch ademhalingssysteem (0700 002 025) bestaat uit: Air 175 AL Turboeenheid met accu en geblokkeerde filteralarm, comfort kussen en riem, TH3PSL filter met gemonteerd voorfilter. Zie de bijgevoegde tekeningen voor reserveonderdelen. 3. TOEPASSINGEN EN BEPERKINGEN Air 140: Het systeem voldoet aan EN146. Het biedt een klasse THP2 beveiliging tegen stof een deeltjes en biedt een beschermingsfactor van 20. Air 175 AL: Het systeem voldoet aan EN12941. Het biedt een klasse TH2PSL (P2 vaste en vloeibare aërosol) beveiliging tegen stof een deeltjes en biedt een beschermingsfactor van 50. Het systeem mag niet worden gebruikt in omstandigheden waar concentraties van gasvormige vervuilingen boven de beroepsmatige blootstellingsfactor uitkomen. Het systeem wordt aanbevolen voor gebruik in het temperatuurbereik –5º tot + 55ºC. en in omstandigheden waar de relatieve vochtigheid (<90% RH) de 90% niet overschrijdt. 21 4. VOORBEREIDINGEN VOOR GEBRUIK (alle voorbereidingen en onderhoud moeten uitgevoerd worden in een schone omgeving) 4.1 Accu De turboeenheid is voorzien van een NiMH (NikkelMetaalHydride) oplaadbare accu die opgeladen moet worden voor gebruik. Sluit de lader aan op een geschikte stroomtoevoer. Verbind de stekker van de acculader met de laadstekker van de accu, de LED (light emitting diode) zal branden als er voldoende stroom is om op te laden. Accu’s worden geleverd in ontladen staat, en moeten voor gebruik gedurende 20 uur worden opgeladen. De daaropvolgende laadbeurten duren slechts 16 uur. Constant te weinig lading kan de capaciteit van de accu verslechteren. Als de turboeenheid wordt opgeborgen om meer dan 3 maanden niet gebruikt te worden, moet de accu eerst van de turboeenheid afgehaald worden. (Minimum ontwerpduur = 4 uur). De exacte duur is afhankelijk van een aantal factoren zoals de staat van het filter, de motor en accuconditie enz. maar zal meestal zo’n 8 uur zijn. 4.2 Voorfilters Het voorfilter is verkrijgbaar als een optie. Het zit voor het hoofdfilter en verwijdert grof stof. Het frequent vervangen van het voorfilter zal de levensduur van het hoofdfilter maximaliseren (Zie 4.3 Filter aanbrengen). Het voorfilter moet onmiddellijk nadat de luchtflow indicator een lage flow aangeeft (zie paragraaf 5) worden vervangen. 4.3 Hoofdfilter WAARSCHUWING Deze turbo-eenheid biedt GEEN bescherming als geen hoofdfilter is aangebracht. Bij het omgaan met filters moet voorzichtigheid in acht genomen worden. Raak het vouwfiltermedium van papier niet aan. Gebruik geen filters met een beschadigd filtermedium van papier. Gebruik geen filters na de uiterste houdbaarheidsdatum. Gebruik geen filters zonder of met een beschadigde filterafdichting. Wanneer de luchtflowindicator na het vervangen van het voorfilter nog steeds een lage stroom aangeeft, moet het hoofdfilter worden vervangen zoals hieronder aangegeven. Filters moeten als volgt worden aangebracht: Verwijder de voorklep door de rechterkant zachtjes open te maken. Plaats het filter rechtop in de turboeenheid. Plaats het voorfilter over het filter (indien gebruikt). Maak de klep weer docht door op het midden van de klep in te drukken tot deze in positie klikt. Zorg ervoor dat de klep het filtermedium bij het dichtdoen niet raakt. FILTERS - BELANGRIJK Voor het verzekeren van maximale bescherming voor de gebruiker moeten de hoofdfilters regelmatig verwisseld worden (aanbevolen door de fabrikant: ten meesten 40 werkuren voor sterk stoffige omgevingen, en ten meeste 80 werkuren voor middel stoffige omgevingen). Gebruik samen met luchtstroom waarschuwings toestel en wend U zich tot de turbo eenheid gebruiks instructies. Regelmatig vervangen van filters beschermt en verbetert de levensduur van de Turboeenheid. 5. LUCHTFLOWTEST Air 140: De turboeenheid is gemaakt om tenminste te voldoen aan de eisen van EN 146, zodanig dat het onder alle omstandigheden een flowsnelheid van tenminste 120 liter. min voor tenminste 4 uur levert wanneer ze wordt gebruikt in combinatie met het Albatross lashelm of 140 liter/min in combinatie met het Eye-Tech autochange lashelm, uitgaande van een volledig opgeladen accu bij de start. De luchtflow moet altijd voor gebruik worden gecontroleerd of wanneer u een onvoldoende flow vermoedt. De luchtflow van de Turboeenheid moet worden gecontroleerd terwijl het filter (en indien van toepassing het voorfilter) is aangebracht, met een opgeladen accu terwijl de eenheid aan staat. Zoek de luchtstroomindicator in de uitlaat/sluitring van de Turbo en zet deze aan. Als de indicator 22 omhoog gaat zodat lijn B vanaf de zijkant zichtbaar is, levert de unit voldoende lucht. Air 175 AL: De turboeenheid is gemaakt om tenminste te voldoen aan de eisen van EN 12941, zodanig dat ze onder alle omstandigheden een flowsnelheid van tenminste 140 liter. min voor tenminste 4 uur levert, uitgaande van een volledig opgeladen accu bij de start. (Minimum ontwerpduur = 4 uur). De turboeenheid zal een hoorbaar en zichtbaar alarm geven wanneer de luchtflow door het dichtslibben van het filter daalt naar de minimum flowsnelheid of wanneer de spanning van de accu daalt naar een niveau waarop het niet langer mogelijk is de turbo-eenheid veilig van stroom te voorzien. Indien een van deze beide omstandigheden optreedt wordt een frequent herhaalde hoorbare bliep uitgezonden. Aanvullend knippert de gele LED bovenop de turboeenheid bij een verstopt filter en de rode LED knippert bij een lage accu. Indien een van beide alarmen optreedt tijdens gebruik moet de drager de vervuilde ruimte onmiddellijk verlaten en het filter vervangen of de accu weer opladen. Als u de eenheid vervolgens uitzet, zal het alarm bliepen om het correct functioneren van het alarmsysteem weer te geven. Als het bliepen na een paar seconden stopt, is de luchtflow voldoende om verder te gaan met het gebruik van de eenheid. 6. AANTREKKEN TURBOEENHEID Zorg ervoor dat de turboeenheid, de luchttoevoerslang en het hoofdstel niet beschadigd zijn en dat de accu veilig in de turboeenheid is geplaatst. Druk de slangaansluiting in de turbo-uitlaat en draai de slang om hem vast te zetten. Zet de turboeenheid aan en doe de riem rond uw middel door de gespen aan de voorkant dicht te maken. 7. AANTREKKEN HOOFDSTEL Kijk naar de aparte instructies die worden geleverd bij het hoofdstel voor aanwijzingen voor pasvorm, afstellen en gebruik van de lasbril. Zorg ervoor dat de gelaatsafdichting goed onder de kin zit en dat ze goed aansluit. 8. SCHOONMAKEN, ONDERHOUD & OPSLAG 8.1 Onderhoud Routinematig onderhoud is beperkt tot het schoonmaken van de uitrusting en het vervangen van filters. 8.2 Schoonmaken & opslag Voorkom dat u tijdens het schoonmaken stof inademt. Gebruik geen bijtende schoonmaakmiddelen of organische oplosmiddelen om de krachtbron of de slang schoon te maken. U kunt alle componenten schoonmaken met een vochtige doek die in een warm sopje is gedipt. Afdrogen met een zachte, schone doek. Probeer niet om de filters schoon te maken. Als ze vol zitten moeten ze worden vervangen. Plaats de turboeenheid niet in water en laat geen water via de luchtinlaat of uitlaat de eenheid binnenkomen. Kijk bij de separate gebruiksaanwijzing van het hoofdstel voor schoonmaakinstructies. Alle uitrusting moet opgeslagen worden in een schone, droge atmosfeer (R.H. <90%) binnen het temperatuurbereik –5º tot + 55ºC. De uitrusting moet beschermd worden tegen direct zonlicht en materiaal waarvan bekend is dat het kunststof beschadigt, zoals benzine en damp van oplosmiddelen. De apparatuur moet vervoerd worden in de originele verpakking. Indien juist opgeslagen, kan de apparatuur vijf jaar in opslag bewaard worden. 23 NL Albatross reserveonderdelen Gelaatsafdichting met kinbescherming Bovenafdichting Hoofdbevestiging Bouten voor Hoofdbevestiging Veer Gesplitste luchtslang Opklapklep, 60x110 Opklapklep, 90x110 Opklapklep, 2000 Lasruit, 3000 Veiligheidsglas, 3000 Veer, 60x110 Veer, 90x110 Veer, 2000 Veer, 3000 Flexibele slang 0000 595 178 0000 595 216 0000 500 519 0000 500 520 0000 595 153 0000 595 239 0000 595 152 0349 501 084 0000 595 384 0349 501 081 0349 501 082 0000 595 153 0000 595 383 0000 595 153 0000 595 153 0700 002 032 Eye-Tech Reserveonderdelen 1 2 3 4 5 6 14 Eye-Tech Hoofdafdichting met klittenband Eye-Tech luchtkanaal Eye-Tech bouten (2 st.) Eye-Tech gelaatsafdichting Flexibele Slang Eye-Tech klittenband Eye-Tech houder 0700 002 012 0700 002 002 0700 002 028 0700 002 019 0468 127 011 0700 002 015 0700 002 029 Air 140 Reserveonderdelen 7 8 9 9 10 11 12 13 Comfortriem Air 140 Motoreenheid P2 Filter (1 st.) P3 Filter (1 st.) Voorfilter ( 5 st.) Accu klein NiMH Europese Acculader (230V) Tailleriem 37 0700 002 021 0700 002 033 0700 002 018 0700 002 024 0700 002 023 0700 002 013 0700 002 020 0700 002 027
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48

ESAB Air 140 Handleiding

Type
Handleiding