ESAB RT Robo Welding Torch System Handleiding

Type
Handleiding
Gebruiksaanwijzing
0463 373 001 NL 20131212
RT Robo Welding Torch System
INHOUDSOPGAVE
0463 373 001 © ESAB AB 2013
1 VEILIGHEID .......................................................................................................... 4
2 GARANTIE............................................................................................................ 6
3 TECHNISCHE GEGEVENS ..................................................................................7
3.1 Toepassing ........................................................................................................... 7
3.2 Compatibiliteit ...................................................................................................... 7
3.3 Overzicht van het RT-lastoortssysteem.............................................................7
3.4 Specificaties ......................................................................................................... 8
3.4.1 Toepassingsgebied ............................................................................................8
3.4.2 Nominale waarden van de lastoorts................................................................... 8
3.4.3 Nominale spanningswaarde............................................................................... 9
3.4.4 Grenswaarden voor koelcircuit van lastoorts (alleen voor watergekoelde
uitvoering).......................................................................................................9
3.5 Keuze van een geschikte lastoorts ....................................................................9
3.6 Keuze van een geschikte lastoortssteun voor de lastoortshals ...................10
3.7 Voorwaarden voor het beoogde gebruiksdoel ................................................10
4 MONTAGE .......................................................................................................... 11
4.1 Voorbereiding ..................................................................................................... 11
4.2 De RT KS-1 op de robotarm installeren ........................................................... 11
4.3 Montage van de lastoortssteun ........................................................................ 11
4.3.1 Directe montage op KS-1................................................................................. 12
4.3.2 Montage van de montageflens op de RT KS-1 ................................................ 12
4.4 Montage van het kabelpakket ...........................................................................13
4.4.1 Kabelpakket (RT-flens) in de lastoortssteun aanbrengen ................................ 14
4.5 Robotlastoorts.................................................................................................... 15
4.5.1 Lastoortshals aanbrengen................................................................................15
4.5.2 Lastoortshals monteren....................................................................................16
4.6 Draadgeleider in het kabelpakket aanbrengen................................................17
4.6.1 Gedeelde draadgeleider (kabelpakket) aanbrengen........................................ 17
4.6.2 Continue draadgeleider (kabelpakket) aanbrengen ......................................... 18
4.7 Aansluiting op de draadaanvoerkast ...............................................................19
5 EERSTE GEBRUIK ............................................................................................ 21
6 SERVICE EN ONDERHOUD .............................................................................. 22
7 RESERVEONDERDELENLIJST ........................................................................ 24
7.1 Robotlastoorts.................................................................................................... 24
7.2 Systeemcomponenten.......................................................................................24
7.3 Draadgeleiders ...................................................................................................24
8 PROBLEMEN OPLOSSEN ................................................................................ 26
Wij behouden ons het recht voor om de specificaties zonder kennisgeving te wijzigen.
1 VEILIGHEID
0463 373 001
- 4 -
© ESAB AB 2013
1 VEILIGHEID
Gebruikers van ESAB-apparatuur zijn eindverantwoordelijk voor naleving van de
veiligheidsmaatregelen door personen die de apparatuur gebruiken of zich in de buurt van de
apparatuur bevinden De veiligheidsmaatregelen moeten voldoen aan de eisen die aan dit
soort apparatuur worden gesteld. Naast de standaardregels die gelden in de werkomgeving
moeten de volgende aanbevelingen in acht worden genomen.
Alle werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleid personeel dat bekend
is met de werking van de apparatuur. Onjuiste hantering van de apparatuur kan leiden tot
gevaarlijke situaties die letsel bij de gebruiker of beschadiging van de apparatuur tot gevolg
kunnen hebben.
1. Gebruikers van de apparatuur moeten op de hoogte zijn van:
de werking van de lasapparatuur
de plaats van de noodstoppen
de functie van de lasapparatuur
de relevante veiligheidsmaatregelen
lassen en snijden of andere van toepassing zijnde bediening van de apparatuur
2. De gebruiker moet er zeker van zijn dat:
er zich geen onbevoegde personen in het werkgebied van de apparatuur bevinden
als die wordt ingeschakeld
niemand onbeschermd is wanneer de boog wordt ontstoken of wanneer er
werkzaamheden met de apparatuur worden gestart
3. De werkomgeving moet:
geschikt zijn voor de uit te voeren lastaak
tochtvrij zijn
4. Persoonlijke veiligheidsuitrusting:
Draag altijd de aanbevolen persoonlijke veiligheidsuitrusting, waaronder een
veiligheidsbril, niet-ontvlambare kleding en veiligheidshandschoenen
Draag geen loszittende zaken zoals sjaaltjes, armbanden, ringen etc. die vast
kunnen komen te zitten of brandwonden kunnen veroorzaken
5. Algemene voorzorgsmaatregelen:
Zorg dat de aardkabel goed is aangesloten
Werkzaamheden met hoogspanningsapparatuur mogen alleen worden uitgevoerd
door een gekwalificeerde elektricien
Effectieve brandblusapparatuur moet duidelijk gemarkeerd en gemakkelijk
bereikbaar zijn
Smering en onderhoud mogen niet worden uitgevoerd tijdens het gebruik van de
apparatuur
1 VEILIGHEID
0463 373 001
- 5 -
© ESAB AB 2013
WAARSCHUWING!
Booglassen en snijden kunnen gevaarlijk zijn voor uzelf en anderen. Neem
voorzorgsmaatregelen als u gaat lassen en snijden. Vraag uw werkgever naar de
veiligheidsmaatregelen. Deze moeten gebaseerd zijn op de gegevens van de
fabrikant.
ELEKTRISCHE SCHOK - Kan dodelijk zijn
Installeer en aard de eenheid volgens de geldende standaarden
Raak de elektrische onderdelen of elektroden niet aan met uw blote handen,
natte handschoenen of natte kleding
Zorg dat u geïsoleerd van het werkstuk en aarde werkt
Zorg voor een veilige werkhouding
ROOK EN GASSEN - Kunnen een gevaar opleveren voor uw gezondheid
Houd uw hoofd uit de gevaarlijke lasrook
Gebruik ventilatie en/of afzuiging bij de lasboog om gassen en rook uit uw
inademingsgebied en werkgebied af te voeren
BOOGSTRALEN - Kunnen de ogen beschadigen en de huid verbranden
Bescherm uw ogen en lichaam. Gebruik het juiste lasscherm en de juiste
filterlens en draag beschermende kleding
Bescherm omstanders m.b.v. schermen of lasgordijnen.
BRANDGEVAAR
Vonken (spatten) kunnen brand veroorzaken. Zorg daarom dat er geen
brandbare materialen in de buurt zijn
LAWAAI - Te veel geluid kan uw gehoor beschadigen.
Bescherm uw oren. Draag oorbeschermers of andere gehoorbescherming.
Bescherm uw oren. Draag oorbeschermers of andere gehoorbescherming
Waarschuw omstanders voor de gevaren
STORING - Neem bij storingen contact op met een deskundige monteur.
Lees de instructiehandleiding vóór installatie of gebruik goed door.
BESCHERM UZELF EN ANDEREN!
LET OP!
Lees de instructiehandleiding vóór installatie of gebruik
goed door.
2 GARANTIE
0463 373 001
- 6 -
© ESAB AB 2013
2 GARANTIE
Onze producten worden vóór aflevering zorgvuldig gecontroleerd. Wij garanderen dat ieder
product bij aflevering vrij is van fabricage- en materiaalfouten en functioneert overeenkomstig
het beoogde gebruiksdoel.
Fabricage- en materiaalfouten vallen volgens de wettelijke voorschriften onder de garantie
van ESAB. Verbruiksartikelen vallen niet onder deze garantie.
De garantie dekt geen schade of functionele gebreken ten gevolge van
overbelasting, verkeerd gebruik of misbruik, of gebruik van het product niet in
overeenstemming met het beoogde gebruiksdoel
botsingen of ongevallen
niet-naleving van instructies zoals vermeld in deze bedieningsinstructies
onjuiste installatie of montage
onvoldoende onderhoud
wijziging van de oorspronkelijke toestand van het product
chemische invloeden
normale slijtage
ESAB aanvaardt geen aansprakelijkheid anders dan voor vervanging of reparatie van
defecte onderdelen.
3 TECHNISCHE GEGEVENS
0463 373 001
- 7 -
© ESAB AB 2013
3 TECHNISCHE GEGEVENS
3.1 Toepassing
Het RT-lastoortssysteem is ontwikkeld voor volautomatisch MIG/MAG-lassen met lasrobots.
Het systeem bestaat uit de volgende onderdelen:
RT-lastoorts
kabelpakket
lastoortssteun
veiligheidsuitschakelmechanisme of vaste tussenflens
Er kan gas- of waterkoeling wordt toegepast. Om te voorzien in de verschillende behoeften in
het lasproces, hebt u de keuze uit een groot assortiment geschikte lastoortsen met
verschillende geometrieën.
3.2 Compatibiliteit
Afhankelijk van het type robot is er een adapterflens nodig om het systeem op de robotpols
te monteren. De robot dient bij de robotpols over een draagvermogen van ten minste
ongeveer 5 kg te beschikken.
LET OP!
Een juiste keuze van de systeemcomponenten voor het uit te voeren laswerk is
een noodzakelijke voorwaarde voor een probleemloze werking van het systeem.
3.3 Overzicht van het RT-lastoortssysteem
Item Beschrijving Functie
1 RT-lastoorts Diverse uitvoeringen leverbaar
A RT-flens Verbinding met de RT-lastoorts
2 Kabelpakket Diverse uitvoeringen leverbaar, gas- of
watergekoeld
3 Lastoortssteun In diverse uitvoeringen leverbaar, afgestemd
op de lastoortshals (bijv. lastoorts onder een
hoek van 45°)
3 TECHNISCHE GEGEVENS
0463 373 001
- 8 -
© ESAB AB 2013
- Montageflens (niet afgebeeld) Alleen benodigd voor bepaalde uitvoeringen
van de lastoortssteun (3)
(zie het hoofdstuk "Montage")
4 RT KS-1 Volledig mechanisch, veerondersteund
veiligheidsuitschakelmechanisme
Alternatief:
Vaste tussenflens RT FL-1
(niet afgebeeld)
In plaats van de RT KS-1 kan een vaste
tussenflens worden gebruikt voor robots met
een elektronisch botsingsdetectiesysteem
5 Bedieningsstekker Elektrische aansluiting op de RT KS-1 voor het
signaal voor botsingsbewaking
6 EURO-centraalconnector of
andere connector
Aansluiting op de draadaanvoereenheid
7 Bedieningskabel met
aansluitstekker
Elektrische aansluiting voor het
veiligheidsuitschakelsignaal van de RT KS-1
(4-draads) en het signaal "mondstuk-detectie"
(1-draads)
8 Slang voor schoonblazen Om de lastoorts na het lassen met perslucht te
reinigen
9 Waterinlaat (blauwe dop)
(alleen bij watergekoelde
uitvoering)
Waterinlaat voor koeling van de lastoorts
10 Waterretour (rode dop)
(alleen bij watergekoelde
uitvoering)
Terugvoer van verwarmd water vanaf de
lastoorts
3.4 Specificaties
3.4.1 Toepassingsgebied
De RT-lastoortsen zijn bedoeld voor gebruik in combinatie met lasstroombronnen conform de
CE-richtlijnen voor de lasprocessen MIG-lassen (metal inert gas), MAG-lassen (metal active
gas) en MIG-solderen met in de handel verkrijgbare, ronde lasdraad. Gebruik de lastoorts
niet voor andere processen.
3.4.2 Nominale waarden van de lastoorts
Raadpleeg voor gedetailleerde informatie over de nominale waarden en technische
specificaties van uw lastoorts de met de lastoorts meegeleverde lijst met reserveonderdelen.
De nominale waarden gelden voor kabellengtes van 1 tot 5 m. De nominale waarden van de
lastoorts en de inschakelduur gelden voor een cyclus van 10 minuten.
De opgegeven nominale waarden hebben betrekking op een standaard toepassingsgeval. In
bijzondere gevallen, bijv. bij een zeer hoge warmtereflectie op de lastoorts, kan de lastoorts
oververhit raken bij lagere dan de opgegeven stroomsterktes. Gebruik in dat geval een
model met een groter vermogen of beperk de inschakelduur.
Bij gebruik van stroombronnen met een pulserende vlamboog is de nominale waarde
aanzienlijk lager.
3 TECHNISCHE GEGEVENS
0463 373 001
- 9 -
© ESAB AB 2013
Type geleiding Geleiding uitsluitend door machine
Gewichten
Robotlastoorts
Kabelpakket, 1,2 m lang, G
Kabelpakket, 1,2 m lang, W
Lastoortssteun (std.)
RT KS-1
RT FL-1
Circa
0,66 kg
2,35 kg
2,35 kg
0,43 kg
1,96 kg
0,37 kg
Omgevingstemperatuur Opslag -15 °C tot 50 °C (5 °F tot 122 °F)
Bedrijf 5 °C tot 40 °C (41 °F tot 104 °F)
Nominale waarden van
kabelpakketten
gasgekoeld
watergekoeld
Nominale waarde/inschakelduur (gemengd gas,
inschakelduur 10 minuten)
500 A/60 %, 350 A/100 %
600 A/100 %
Doorblaasgasdruk max. 10 bar, aparte gasslang
3.4.3 Nominale spanningswaarde
De maximaal toegestane lasspanning voor het systeem bedraagt 141 V (piekwaarde).
De maximaal toegestane spanning van het regelcircuit voor veiligheidsuitschakeling
bedraagt 24 V, max. 1 A, voor de drukknop 48 V en max. 0,1 A
De maximaal toegestane spanning voor de drukknop (kabelpakket) bedraagt 48 V en
max. 0,1 A
3.4.4 Grenswaarden voor koelcircuit van lastoorts (alleen voor
watergekoelde uitvoering)
Min. waterdebiet: 1,0 l/min / 1,1 quarts/min
Min. waterdruk: 2,5 bar / 36,3 PSI
Max. waterdruk: 3,5 bar / 50,8 PSI
Inlaattemperatuur: max. 40 °C / 104 °F
Retourtemperatuur: max. 60 °C / 140 °F
Koelcapaciteit: min. 1000 W, afhankelijk van de toepassing
LET OP!
Retourtemperaturen van meer dan 60 °C / 140 °F kunnen tot (onherstelbare)
beschadiging van het kabelpakket leiden. De koeler moet altijd met voldoende
koelvloeistof zijn gevuld. Raadpleeg hiervoor de gebruikershandleiding van de
koeleenheid. Gebruik in geval van een hoge thermische belasting van de
lastoorts een koeler met voldoende koelcapaciteit.
De producten van ESAB zijn ontworpen en vervaardigd volgens de nieuwste stand der
techniek. Ze zijn veilig en betrouwbaar bij gebruik volgens de specificaties. De
RT-lastoortsen voldoen aan de Europese norm IEC 60974-7 en zijn voorzien van het
CE-merkteken.
3.5 Keuze van een geschikte lastoorts
Het model lastoorts moet worden gekozen afhankelijk van de lastoepassing. Er moet
rekening worden gehouden met de vereiste inschakelduur en capaciteit, de koelmethode en
3 TECHNISCHE GEGEVENS
0463 373 001
- 10 -
© ESAB AB 2013
de draaddiameter. Als er hogere eisen worden gesteld, bijv. bij voorverwarmde werkstukken,
een hoge warmtereflectie in hoeken etc., moet daarmee rekening worden gehouden door
een lastoorts met voldoende reserve-vermogen te kiezen.
3.6 Keuze van een geschikte lastoortssteun voor de
lastoortshals
Lastoortssteunen moeten altijd worden gekozen in overeenstemming met het type lastoorts
en de geometrie ervan. Er kunnen diverse types lastoortssteunen worden gebruikt. Het is
belangrijk het juiste type te kiezen.
3.7 Voorwaarden voor het beoogde gebruiksdoel
1. Het product is bedoeld voor industrieel en commercieel gebruik en mag alleen worden
gebruikt door getraind personeel. De fabrikant is niet aansprakelijk voor enige schade
noch voor ongevallen die voortvloeien uit een onjuist gebruik.
2. Het RT-systeem mag uitsluitend worden gebruikt voor het door de fabrikant beoogde
doel binnen het kader van de technische gegevens en in combinatie met
geautomatiseerde handling-systemen. Het gekozen type lastoorts moet geschikt zijn
voor het laswerk. Hierbij moet rekening worden gehouden met de maximaal vereiste
inschakelduur, de belastingscapaciteit, het type koeling, het type geleiding en de
draaddiameter. Als er hogere eisen worden gesteld, bijv. bij voorverwarmde
werkstukken, een hoge warmtereflectie in hoeken etc., moet u een type lastoorts kiezen
met een bijpassend reserve-vermogen.
3. Het RT-systeem is ontworpen om als compleet systeem te worden gebruikt. Het is niet
toegestaan componenten van andere fabrikanten in het systeem in te bouwen.
4. Het RT-systeem mag uitsluitend worden gemonteerd, bediend en onderhouden door
daartoe getraind personeel. De montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschriften in
deze handleiding moeten in acht worden genomen.
5. Het product moet droog worden bewaard en worden beschermd tegen vocht tijdens
transport, opslag of gebruik.
6. Het systeem is ontworpen voor omgevingstemperaturen tussen 5 °C en 40 °C (41 °F tot
104 °F). Als deze grenzen worden overschreden, dienen er specifieke maatregelen te
worden genomen. Gebruik bij vorstgevaar een geschikte koelvloeistof.
4 MONTAGE
0463 373 001
- 11 -
© ESAB AB 2013
4 MONTAGE
4.1 Voorbereiding
GEVAAR!
Voor uw eigen veiligheid dient u vóór de aanvang van
onderhoudswerkzaamheden binnen de bewegingsradius van de robot ervoor te
zorgen dat alle benodigde veiligheidsmaatregelen zijn genomen en werkzaam
blijven zolang u zich in de gevarenzone bevindt. Raadpleeg het hoofdstuk
“Veiligheidsinstructies“ vooraan in deze handleiding.
De volgende montage-instructies moeten strikt in acht worden genomen. Tijdens de montage
moet erop worden gelet dat de kabels niet beschadigd raken. Dat kan kortsluiting
veroorzaken waardoor de elektronica van de robot of de lastoorts beschadigd kan raken.
Om de beste reproduceerbaarheid en stabiliteit van het systeem te verkrijgen, dient u
uitsluitend originele ESAB-componenten te gebruiken die speciaal voor dit doel zijn
ontwikkeld. Alleen dan kan de goede werking van het gehele lastoortssysteem worden
gegarandeerd.
4.2 De RT KS-1 op de robotarm installeren
Raadpleeg de afzonderlijke montage- en bedieningsinstructies voor het
veiligheidsuitschakelmechanisme RT KS-1 om de RT KS-1 op de robotarm te installeren.
4.3 Montage van de lastoortssteun
Voor het monteren van de RT-lastoorts zijn diverse steunen verkrijgbaar. Afhankelijk van het
ontwerp van de steun, kan deze direct of met behulp van een montageflens (a) worden
bevestigd op het montageoppervlak (b) van het veiligheidsuitschakelmechanisme RT KS-1
of, indien van toepassing, op de tussenflens RT FL-1.
Er mogen alleen lastoortssteunen worden aangebracht met een gatenpatroon dat
overeenkomt met dat van het montageoppervlak.
4 MONTAGE
0463 373 001
- 12 -
© ESAB AB 2013
4.3.1 Directe montage op KS-1
1. Druk, indien nodig, de cilindrische pennen (1) in de desbetreffende openingen in de
beugel. Voorkom braamvorming. De pennen (Ø4×20) moeten ongeveer 5 mm uitsteken.
2. Plaats de steun op het veiligheidsuitschakelmechanisme KS-1 en steek de cilindrische
pennen (1) voorzichtig in de daarvoor bestemde openingen. Houd daarbij rekening met
de latere positie van de lastoorts; er zijn 2 montageposities mogelijk.
3. Bevestig daarna de steun door de meegeleverde cilinderbouten (M6×20) gelijkmatig met
de inbussleutel (2) vast te draaien. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de
montage- en bedieningsinstructies van de RT KS-1, hoofdstuk "Montage van
lastoortssteun".
LET OP!
Het maximum aanhaalmoment van de cilinderbout van boutklasse 8.8 is 7
Nm.
Zijaanzicht
4.3.2 Montage van de montageflens op de RT KS-1
Lastoortssteunen met een klem in het midden kunnen alleen worden vastgezet op de tap van
de montageflens. Hiervoor moet de montageflens eerst worden bevestigd.
1. Druk, indien nodig, de cilinderpennen (1) voorzichtig in de daarvoor bestemde
openingen in de montageflens. Voorkom braamvorming. De pennen (Ø4×14) moeten
ongeveer 5 mm uitsteken.
2. Plaats de steun op het veiligheidsuitschakelmechanisme RT KS-1 en steek de
cilindrische pennen (1) voorzichtig in de daarvoor bestemde openingen. Houd daarbij
rekening met de latere positie van de lastoorts; er zijn 2 montageposities mogelijk.
3. Bevestig daarna de montageflens door de meegeleverde cilinderbouten (M6×16)
gelijkmatig met de inbussleutel (2) vast te draaien. Voor meer informatie verwijzen wij u
naar de montage- en bedieningsinstructies van de RT KS-1, hoofdstuk "Montage van
lastoortssteun".
LET OP!
Het maximum aanhaalmoment van de cilinderbouten (M6×16) van
boutklasse 8.8 is 7,1 Nm.
4. Draai de axiale cilinderbout (M8×16) met de inbussleutel (4) uit de montageflens samen
met de onderlegring, Ø 9 mm (3).
4 MONTAGE
0463 373 001
- 13 -
© ESAB AB 2013
Bovenaanzicht
5. Plaats de lastoortssteun (5) op de tap (6) van de montageflens en let er daarbij op dat
de vlakke spie (7) en de bijbehorende groef (7a) nauwkeurig zijn uitgelijnd.
6. Steek de klemdoorn (8) in de opening aan de zijkant (zie afbeelding) en breng hem
zodanig aan dat de pasvlakken (9a) van de klemdoorn op het pasvlak (9) van de tap
rusten.
7. Zet vervolgens de klemdoorn vanaf de andere zijde vast door de cilinderbout (M6×30)
met de inbussleutel (10) vast te draaien en de onderlegring Ø22×6,4 mm (10a) aan te
brengen.
8. Schroef ten slotte de axiale cilinderbout (4) met de onderlegring (3) in de montageflens
en draai deze goed vast.
4.4 Montage van het kabelpakket
Het kabelpakket moet qua lengte en uitvoering worden afgestemd op het beoogde
gebruiksdoel. Het type koeling voor de lastoorts en het kabelpakket moeten hetzelfde zijn
(ofwel gasgekoeld, ofwel watergekoeld). Om schade aan het lastoortssysteem en andere
componenten te voorkomen, moeten de volgende instructies absoluut in acht worden
genomen.
4 MONTAGE
0463 373 001
- 14 -
© ESAB AB 2013
LET OP!
Stem de lengte en de uitvoering van het kabelpakket af op het werkbereik
van de robot.
Het kabelpakket mag niet worden gebogen, samengedrukt of te ver worden
uitgetrokken.
Bevestig het kabelpakket zodanig dat het vrij kan bewegen en niet verstrikt
kan raken.
Eventueel aangebrachte extra houders, bijv. een stabilisator, mogen het
kabelpakket niet samendrukken of verbuigen.
Extreme draaibewegingen waardoor het kabelpakket verstrengeld kan raken,
moeten worden voorkomen.
Schuren tegen de robot of andere objecten moet worden uitgesloten.
4.4.1 Kabelpakket (RT-flens) in de lastoortssteun aanbrengen
Het voorste gedeelte van het kabelpakket wordt direct in de lastoortssteun vastgeklemd.
1. Draai de cilinderbouten (12) los en licht het bovenste gedeelte (5a) van de lastoortssteun
eraf.
2. Breng vanaf de onderzijde de vlakke spie (13) in de uitsparing van de RT-flens
(kabelpakket) aan.
3. Lijn de RT-flens, inclusief de vlakke spie (13), uit met de groef (14) van de lastoortssteun
en duw deze in de groef tot aan de aanslag (15).
4. Houd het kabelpakket in deze positie en plaats gelijktijdig het bovenste gedeelte (5a)
terug op de lastoortssteun. Draai eerst beide cilinderbouten (12) losvast aan tot
ongeveer dezelfde lengte en draai ze vervolgens beurtelings vast. Het bovenste gedeelte
(5a) van de steun moet zich op gelijke afstand van het onderste gedeelte bevinden (zie
onderstaande afbeelding).
4 MONTAGE
0463 373 001
- 15 -
© ESAB AB 2013
4.5 Robotlastoorts
4.5.1 Lastoortshals aanbrengen
De lastoorts moet altijd zodanig worden uitgerust dat hij geschikt is voor de draaddiameter
en het draadmateriaal.
1. Maak daarom de juiste keuze voor draadgeleider, contacttip, mondstukhouder,
gasmondstuk, gasdiffusor en spatbescherming. U vindt een exact overzicht en mogelijke
alternatieve uitrustingselementen voor diverse lastoortsmodellen in de lijst met
reserveonderdelen voor uw lastoorts. Gebruik uitsluitend originele ESAB-onderdelen;
alleen dan is een nauwkeurige passing gewaarborgd.
2. Draai de mondstukhouder en de contacttip goed vast met geschikt gereedschap, bijv. de
meegeleverde universele sleutel.
3. Wanneer gebruik wordt gemaakt van een gedeelde draadgeleider, verwijdert u, indien
nodig, bij aflevering de aangebrachte geleidenippel en de O-ring (16) van de
lastoortsflens (zie de afbeelding in het hoofdstuk "De draadgeleider aanbrengen in en
verwijderen uit de lastoortshals bij continue draadgeleiding")
LET OP!
De lastoorts moet volledig zijn uitgerust voordat laswerkzaamheden worden
uitgevoerd; met name de gasdiffusor en/of de spatbescherming en alle
benodigde isolatoren moeten volgens de reservedelenlijst worden
aangebracht. Wanneer laswerkzaamheden zonder deze onderdelen worden
uitgevoerd, kan de lastoorts onmiddellijk onherstelbaar beschadigd raken.
De draadgeleider in de lastoortshals aanbrengen of vervangen bij afzonderlijke
draadgeleiding
De keuze van de draadgeleider moet worden afgestemd op het materiaal en de diameter van
de lasdraad. (Zie lijst met reserveonderdelen)
1. Draai de hulsmoer los en verwijder de lastoortshals.
2. Draai, indien van toepassing, de schroefverbinding van de aansluitnippel los en trek de
liner van de lastoortshals (draadgeleider) vanaf de achterzijde uit de lastoortshals.
3. Verwijder het gasmondstuk en de contacttip uit de lastoorts.
4. Blaas de lastoortshals door met perslucht.
5. Steek de nieuwe liner vanaf de achterzijde in de lastoortshals en draai deze vast met de
aansluitnippel. Snij de draadgeleider door bij de tiphouder.
6. Om het uitstekende draadgedeelte bij de draadtip te bepalen, draait u de aansluitnippel
los en trekt u de liner weer terug; draai de contacttip er vervolgens in.
7. Steek de liner van de lastoortshals er weer in totdat hij de contacttip bereikt. Meet nu het
resterende gedeelte dat van de liner moet worden afgesneden.
8. Verwijder nu de liner van de lastoortshals opnieuw en snij de extra gemeten lengte aan
de voorzijde af. Slijp eventuele braamranden weg.
9. Steek de ingekorte liner weer vanaf de achterzijde in de lastoortshals en draai de
aansluitnippel erin. Breng het gasmondstuk weer aan of draai het er weer op.
10. Controleer de O-ringen op de flens van de lastoortshals op beschadiging of slijtage en
vervang ze, indien nodig.
11. Monteer de lastoortshals zoals beschreven in het hoofdstuk "Lastoortshals monteren".
Gebruik geen gereedschap om de hulsmoer vast te draaien!
De draadgeleider in de lastoortshals aanbrengen of eruit verwijderen bij continue
draadgeleiding
4 MONTAGE
0463 373 001
- 16 -
© ESAB AB 2013
Een continue draadgeleiding die van de centrale aansluiting van het kabelpakket naar de
contacttip van de lastoorts loopt, kan als alternatief voor de afzonderlijke draadgeleiding
worden aangebracht. Hiervoor geldt de beschrijving in het hoofdstuk "Draadgeleider in het
kabelpakket aanbrengen". De geleidenippel met O-ring (16) moet hiervoor in de lastoortshals
worden gestoken.
4.5.2 Lastoortshals monteren
Controleer telkens vóór montage of de O-ringen op de flens van de lastoortshals niet
beschadigd zijn of ontbreken. Vervang de O-ringen, indien nodig. Ontbrekende of defecte
O-ringen leiden tot lekkage van beschermgas of koelvloeistof. Afhankelijk van de
draadgeleider moet de lastoortshals worden uitgerust zoals beschreven in het hoofdstuk
"Lastoortshals uitrusten" en het kabelpakket zoals beschreven in het hoofdstuk "Gedeelde
draadgeleider (kabelpakket) aanbrengen".
1. Breng de lastoortshalzen aan zoals hieronder afgebeeld en draai de hulsmoer met de
hand rechtsom vast. Gebruik geen gereedschap!
2. Via de kijkopening (11) kunt u zien of de lastoorts goed is bevestigd bij de RT-flens van
het kabelpakket. Als de lastoorts goed gemonteerd is, mag er geen spleet zichtbaar zijn
door de kijkopening (11).
4 MONTAGE
0463 373 001
- 17 -
© ESAB AB 2013
4.6 Draadgeleider in het kabelpakket aanbrengen
De draadgeleider moet vanaf de achterzijde door het kabelpakket wordt gestoken. De keuze
van de juiste liner moet worden afgestemd op het gebruikte lastoevoegmateriaal en de
draaddiameter. De goede werking van het totale systeem kan alleen worden gegarandeerd
als originele ESAB-draadgeleiders worden gebruikt. Er kan gebruik worden gemaakt van een
continue draadgeleider van het kabelpakket naar de contacttip of een gedeelde
draadgeleider (extra lastoortshals, extra kabelpakket).
4.6.1 Gedeelde draadgeleider (kabelpakket) aanbrengen
Stalen liner aanbrengen
De draadgeleider wordt vanaf de achterzijde door het kabelpakket gestoken en loopt door tot
de RT-flens. Voor de juiste berekening van de lengte (bijv. voor een
EURO-centraalconnector) moeten de volgende werkstappen worden gevolgd:
1. Breng de geleidenippel met aanslag (E) aan in de middelste opening van de RT-flens.
2. Verwijder de hulsmoer (D) uit de EURO-connector.
3. Steek de liner erin via de centrale aansluiting en duw deze door licht te drukken zo ver
mogelijk in de geleidenippel (E).
LET OP!
Controleer of de draadgeleider helemaal tot aan de aanslag aan de voorzijde
is geschoven. Draai hiervoor de draadgeleider en druk hem voorzichtig
opnieuw naar voren.
4. Meet nu de overtollige lengte die van de liner moet worden afgesneden.
5. Verwijder nu de liner weer en snij de gemeten extra lengte aan de voorzijde af. Slijp
eventuele braamranden weg. Controleer of de binnenste opening van de liner niet
geblokkeerd wordt door het afgesneden uiteinde van de draad.
6. Breng de draadgeleider weer aan en bevestig de hulsmoer (D).
Kunststof liner aanbrengen
1. Breng de geleidenippel met aanslag (E) aan in de middelste opening van de RT-flens.
2. Verwijder de hulsmoer (D) uit de EURO-connector.
3. Snij de liner aan de voorzijde recht af en schuin de randen af (bijv. met een
potloodslijper).
4. Breng de liner (E) via de centraalconnector in het kabelpakket tot aan de aanslag aan.
Als hij vastraakt, draai dan de liner rond zodat hij vrijkomt en gemakkelijk aan te brengen
is. Opmerking: Controleer of de liner er helemaal is ingestoken door hem rond te draaien
en iets naar voren te duwen totdat de aanslag voelbaar is bereikt.
5. Monteer de nippel (B) met de O-ring (C), breng hem in de juiste positie en draai hem
vast met de hulsmoer (D) van de EURO-centraalconnector.
6. Meet de nodige overlapping in de draadaanvoerkast en snij de liner dienovereenkomstig
af.
4 MONTAGE
0463 373 001
- 18 -
© ESAB AB 2013
4.6.2 Continue draadgeleider (kabelpakket) aanbrengen
Stalen liner aanbrengen
De draadgeleider wordt vanaf de achterzijde door het kabelpakket gestoken en loopt door tot
de contacttip. Voor de juiste berekening van de lengte (bijv. voor een
EURO-centraalconnector) moeten de volgende werkstappen worden gevolgd:
1. Breng de lastoorts aan (zie het hoofdstuk "Lastoortshals monteren").
2. Verwijder het gasmondstuk en de contacttip uit de lastoorts.
3. Verwijder de hulsmoer (D) uit de EURO-connector.
4. Duw de liner naar binnen via de centraalconnector en bevestig hem met de hulsmoer.
5. Snij de liner gelijkliggend met de mondstukhouder af. Om het uitstekende draadgedeelte
bij de draadtip te bepalen, trekt u de liner naar achteren en draait u de contacttip erin.
6. Duw de liner zo ver mogelijk vooruit naar de contacttip door licht te drukken op de liner
en meet de in te korten lengte aan de achterzijde.
7. Verwijder nu de liner opnieuw en snij de gemeten overtollige lengte aan de voorzijde af.
Slijp eventuele braamranden weg. Controleer of de binnenopening van de liner niet
geblokkeerd wordt door het afgesneden uiteinde van de draad.
8. De isolatie van de liner moet, na het afsnijden aan de voorzijde, zo ver worden
verwijderd dat de isolatie tot ongeveer 5 cm buiten de RT-flens uitsteekt. Hiervoor moet
de lastoortshals even worden verwijderd.
9. Duw de liner er weer in en bevestig deze met de hulsmoer (D). Breng het gasmondstuk
weer aan.
Kunststof liner aanbrengen
1. Monteer de lastoortshals (zie het hoofdstuk "Lastoortshals monteren") en breng het
gasmondstuk en de contacttip erop aan.
2. Verwijder de hulsmoer (D) uit de EURO-connector.
3. Snij de liner recht af, breek de buitenranden iets, en maak er een punt aan (bijv. met een
potloodslijper).
4 MONTAGE
0463 373 001
- 19 -
© ESAB AB 2013
4. Steek de liner via de centraalconnector in het kabelpakket met de aangebrachte
lastoorts. Als hij vastraakt, draai dan de liner rond zodat hij vrijkomt en gemakkelijk aan
te brengen is. Opmerking: Controleer of de liner er helemaal is ingestoken door hem
rond te draaien en iets naar voren te duwen totdat de aanslag voelbaar is bereikt.
5. Monteer de nippel (B) met de O-ring (C), breng hem in de juiste positie en draai hem
vast met de hulsmoer (D) van de EURO-centraalconnector.
6. Meet de nodige overlapping in de draadaanvoerkast en snij de liner dienovereenkomstig
af.
4.7 Aansluiting op de draadaanvoerkast
Om het te kunnen aansluiten, moet het kabelpakket worden gemonteerd zoals beschreven in
het hoofdstuk "Kabelpakket aanbrengen" en worden uitgerust zoals beschreven in het
hoofdstuk "Draadgeleider in het kabelpakket aanbrengen". Pas daarna kunnen de centrale
aansluiting en de mediumaansluiting plaatsvinden. Ga als volgt te werk:
1. Sluit de centraalconnector van het kabelpakket aan op de contactdoos van de
draadaanvoerkast. Draai de hulsmoer van de centraalconnector handvast aan. Gebruik
geen gereedschap!
2. Sluit de waterslangen aan op het koelcircuit bij watergekoelde systemen. Het blauwe
uiteinde van de slang op de wateruitlaat en het rode uiteinde op de waterretour.
4 MONTAGE
0463 373 001
- 20 -
© ESAB AB 2013
3. Sluit de doorblaasleiding aan op de hiervoor bestemde aansluiting van de
draadaanvoerkast.
4. Sluit de stekker van de bedieningskabel aan op de draadaanvoerkast.
LET OP!
Alle slangen en de bedieningskabel moeten zodanig worden aangebracht dat ze
niet verbogen of beschadigd kunnen raken!
5 EERSTE GEBRUIK
0463 373 001
- 21 -
© ESAB AB 2013
5 EERSTE GEBRUIK
LET OP!
Controleer, voordat het systeem wordt gestart, de gehele montage aan de hand
van de instructies van de fabrikant en de toepasselijke veiligheidsvoorschriften.
Controleer de volgende punten om er zeker van te zijn dat het systeem goed is geïnstalleerd:
1. Zijn alle onderdelen goed bevestigd (lastoorts, lastoortssteun, kabelpakket,
veiligheidsuitschakelmechanisme RT KS-1 of vaste tussenflens RT FL-1 en
draadaanvoereenheid)?
2. Zijn alle mediumslangen goed aangesloten en beschermd tegen beschadiging?
3. Is de EURO-centraalconnector of de directe connector stevig bevestigd?
4. Heeft het kabelpakket de juiste lengte en is het geschikt voor de installatie? De kabel
mag niet te sterk worden gebogen. De kabel mag in geen geval aan een ander object
kunnen vastraken.
5. Is het veiligheidsuitschakelcircuit van de RT KS-1 goed aangesloten en werkt het goed?
(beweeg de lastoorts met de hand om dit te testen).
6. Is de lastoorts stevig bevestigd en volledig uitgerust?
7. Is de draadgeleider overeenkomstig de handleiding aangebracht?
8. Zijn alle leidingen en pijpen zodanig gelegd dat ze niet beschadigd kunnen raken of
kunnen buigen?
Neem de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen voordat met het lasproces wordt gestart!
De draadinvoer kan nu worden gestart via de drukknop (2a) voor draadinvoer, zie hoofdstuk
"Overzicht van het RT-lastoortssysteem", of via de draadinvoer bij de draadaanvoerkast.
6 SERVICE EN ONDERHOUD
0463 373 001
- 22 -
© ESAB AB 2013
6 SERVICE EN ONDERHOUD
GEVAAR!
Voordat onderhoudswerkzaamheden aan het systeem worden uitgevoerd,
moet de hoofdstroomtoevoer van de installatie worden uitgeschakeld. Neem
de veiligheidsvoorschriften vooraan in deze handleiding in acht!
Beschadigde lastoortsen of kabelsets mogen niet langer worden gebruikt!
Bekende defecten moeten worden gerepareerd door gekwalificeerd
personeel voordat de apparatuur weer wordt gebruikt.
Om schade aan het systeem of letsel te voorkomen, moet het onderstaande
in acht worden genomen: Reparaties aan het
veiligheidsuitschakelmechanisme RT KS-1 mogen uitsluitend worden
uitgevoerd door ESAB!
GEVAAR!
Gevaar van brandwonden
Het gasmondstuk en de lastoortskop worden tijdens het lassen erg heet. Laat de
lastoorts afkoelen voordat onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd!
Om te zorgen voor een probleemloze werking en een lange levensduur van de apparatuur,
moeten de lastoorts en het kabelpakket regelmatig worden gecontroleerd en onderhouden.
Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden moeten uiterlijk worden uitgevoerd wanneer de
lasprestaties minder worden.
1. Controleer de lastoorts en het kabelpakket telkens vóór gebruik op beschadigingen.
Beschadigingen moeten worden gerepareerd door gekwalificeerd personeel voordat het
product verder wordt gebruikt. Dit is met name belangrijk bij beschadiging van de
elektrische isolatie van de lastoorts of kabel.
2. Versleten en beschadigde onderdelen van de lastoorts moeten onmiddellijk worden
vervangen door originele reserveonderdelen en verbruiksartikelen.
3. De contacttip moet worden vervangen als de binnenste opening verzonken is of als er
problemen met de ontsteking zijn.
4. Vervang de contacttip en de liner als er problemen zijn met de draadaanvoer. Zorg
ervoor dat de nieuwe liner goed wordt aangebracht en precies is afgestemd op de
kabellengte.
5. Bij het vervangen van de liner, of vaker indien dit noodzakelijk is, moet de geleidebuis
van de liner van de lastoorts met perslucht worden doorgeblazen om stof en
draadkorrels te verwijderen.
6. Het gebruik van een hoogwaardige anti-spatspray, bijv. RT Anti-spatvloeistof, wordt sterk
aanbevolen en verlengt de levensduur van de verbruiksartikelen enorm.
7. De contacttip en het gasmondstuk moeten worden gereinigd zodra er waarneembaar
lasspatten op vasthechten. Er moet worden voorkomen dat zich een brug van lasspatten
vormt tussen de contacttip en het gasmondstuk, omdat anders de lastoorts beschadigd
kan raken.
8. Het gasmondstuk moet regelmatig aan de binnenzijde worden gereinigd om werveling
van het gas door vastgehechte lasresten te voorkomen.
9. Controleer of de koelvloeistof schoon is. Ververs deze, indien nodig. Door
verontreinigingen in de koelvloeistof kunnen de waterkanalen van de lastoorts verstopt
raken.
De onderstaande service-intervallen gelden voor het ESAB RT-lastoortssysteem:
6 SERVICE EN ONDERHOUD
0463 373 001
- 23 -
© ESAB AB 2013
Dagelijks:
Visuele controle op beschadigingen - bijv. verbogen of gescheurd.
Controleer de juiste positie van het kabelpakket, dit mag niet onder spanning staan en
ook niet samengedrukt zijn.
Controleer de mediumaansluitingen op lekkage.
Maandelijks of vaker bij intensief gebruik:
Blaas het draadgeleiderkanaal door met perslucht (verwijder de contacttip en
draadgeleider).
Controleer of alle bouten zijn vastgedraaid.
Indien nodig: Controleer alle aansluitingen en slangen op beschadiging.
7 RESERVEONDERDELENLIJST
0463 373 001
- 24 -
© ESAB AB 2013
7 RESERVEONDERDELENLIJST
7.1 Robotlastoorts
Voor reserveonderdelen en slijtdelen verwijzen wij naar de meegeleverde lijst met
reserveonderdelenlijst van uw RT-lastoorts. Gebruik uitsluitend originele ESAB-onderdelen;
alleen dan is een nauwkeurige passing gewaarborgd.
7.2 Systeemcomponenten
Item Onderdeelnr. Benaming
4 700300434 Veiligheidsuitschakelmechanisme RT KS-1, compleet
17 op aanvraag Rubberen hoes voor het
veiligheidsuitschakelmechanisme KS-1
E op aanvraag Koppeling met aanslag
18 op aanvraag Connectorafsluitdop, rood
19 op aanvraag Connectorafsluitdop, blauw
20 op aanvraag Snelkoppeling (voor water)
21 op aanvraag Snelkoppeling 6 mm (voor gas)
22 op aanvraag O-ring 4,0 x 1,0 mm (voor gas)
23 op aanvraag O-ring 4,0 x 1,0 mm (voor gas)
24 op aanvraag Moer M10x1
7.3 Draadgeleiders
Kies de draadgeleider die geschikt is voor de draaddiameter en het draadmateriaal. Gebruik
uitsluitend originele ESAB-onderdelen; alleen dan is een goede werking gewaarborgd.
7 RESERVEONDERDELENLIJST
0463 373 001
- 25 -
© ESAB AB 2013
Item Onderdeelnr. Benaming
A (voor staaldraad) 700300498 Liner blauw 1,50 m, draad 0,8-1,0 mm
700300499 Liner blauw 1,70 m, draad 0,8-1,0 mm
700300500 Liner blauw 2,00 m, draad 0,8-1,0 mm
700300322 Liner blauw 3,50 m, draad 0,8-1,0 mm
700300501 Liner rood, 1,50 m, draad 1,0-1,2 mm
700300502 Liner rood, 1,70 m, draad 1,0-1,2 mm
700300503 Liner rood, 2,00 m, draad 1,0-1,2 mm
700300507 Liner rood, 2,50 m, draad 1,0-1,2 mm
700300508 Liner rood, 3,50 m, draad 1,0-1,2 mm
700300504 Liner geel, 1,50 m, draad 1,2-1,6 mm
700300505 Liner geel, 1,70 m, draad 1,2-1,6 mm
700300506 Liner geel, 2,00 m, draad 1,2-1,6 mm
B (voor aluminium
en roestvaststalen
draad)
700300320 PTFE-liner, 3,50 m, draad 1,0-1,2 mm
700300321 PA-liner, 3,50 m, draad 1,0-1,2 mm
D (voor aluminium
en roestvaststalen
draad)
700300468 Liner van hals, brons, 217 mm, draad 1,2-1,6 mm
700300469 Liner van hals, staal, 217 mm, draad 0,8-1,2 mm
D (voor staaldraad) 700300470 Liner van hals, staal, 217 mm, draad 1,2-1,6 mm
700300472 Liner van hals, brons, 217 mm, draad 0,8-1,0 mm
E 700300473 Koppeling met plug, grootte 4,0-4,7 mm
8 PROBLEMEN OPLOSSEN
0463 373 001
- 26 -
© ESAB AB 2013
8 PROBLEMEN OPLOSSEN
Fout \Mogelijke oorzaak Oplossing
Er is geen
draadinvoer
mogelijk
Hebt u de lasdraad recht getrokken
voordat deze in het kabelpakket is
ingevoerd?
Trek de lasdraad er, indien nodig,
weer uit, snij hem af, verwijder de
bramen op het uiteinde en trek de
eerste 10 cm van de draad recht.
Leid de draad daarna weer terug in
het kabelpakket.
Zijn de RT-lastoorts en het
kabelpakket correct uitgerust voor de
draaddiameter en het
draadmateriaal?
Controleer de draadgeleider
(kabelpakket en lastoortshals) en de
contacttip.
Alleen bij gebruik van een gedeelde
draadgeleider: Is de draadgeleider
correct in het kabelpakket gestoken?
Trek de draadgeleider een stukje uit
de EURO-connector. Tijdens het
insteken moet de laatste centimeter
merkbaar in de geleidenippel in het
raakvlak met de lastoorts schuiven.
Anders is de draadgeleider wellicht
te kort en niet volledig ingestoken.
Is de contacttip verstopt met
draadafval of is de draadgeleider
versleten, wordt de draadinvoer
belemmerd door vuil en afval in de
lastoorts?
Vervang de contacttip en/of de
draadgeleider, blaas de
lastoortshals, draadgeleiderbuis en
de draadgeleider door met perslucht.
De lastoorts
wordt te heet
De contacttip of tiphouder is niet
goed vastgedraaid.
Draai deze met een geschikt
gereedschap handvast aan.
Het koelsysteem werkt niet goed. Controleer de waterstroom, het
vulniveau en de reinheid.
Het koelsysteem is niet goed
aangesloten.
Controleer de aansluitingen
(waterinlaat en -retour).
De lastoorts is overbelast. Bekijk de technische gegevens en
kies, indien nodig, een ander type.
Kabelpakket defect. Controleer de kabels, leidingen en
aansluitingen.
8 PROBLEMEN OPLOSSEN
0463 373 001
- 27 -
© ESAB AB 2013
Problemen met
de
draadaanvoer
De contacttip is versleten. Vervang de contacttip.
De liner is versleten / vuil. Controleer de liner, blaas deze door
en vervang deze, indien nodig.
De gebruikte verbruiksartikelen zijn
niet geschikt voor de draaddiameter
of het draadmateriaal.
Controleer dit aan de hand van de
lijst met reserveonderdelen.
De draadaanvoereenheid is niet
goed ingesteld.
Controleer de draadaanvoerrollen,
de aandrukkracht en de
draadspoelrem.
Het kabelpakket is verbogen, in een
te kleine buigradius gelegd of te ver
uitgerekt.
Controleer het kabelpakket op
beschadiging. Kan de liner er
gemakkelijk worden ingestoken?
Breng deze volgens de instructies
aan (zie het hoofdstuk "Kabelpakket
aanbrengen").
De draad is verontreinigd. Gebruik reinigingsvilt.
De
draadaanvoer
stopt tijdens
het lassen
Is de draadspoel leeg? Controleer de hoeveelheid lasdraad
op de spoel in de
draadaanvoereenheid.
Is de draad geblokkeerd in het
kabelpakket?
Controleer de draadaanvoer
(wellicht te snel), controleer de
contacttip op
verontreiniging/verstopping, reinig of
vervang de contacttip, indien nodig.
Draad brandt terug in de contacttip
of versleten contacttip.
Vervang de contacttip.
Het lasproces
stopt
Het
veiligheidsuitschakelmechanisme is
geactiveerd.
Zoek naar mogelijke botsingspunten
en voorkom deze. Controleer de
bedieningskabel op een los contact.
Het
veiligheidsuitschakelmechanisme is
geactiveerd zonder botsing.
Controleer de bedieningskabel op
kabelbreuk/los contact.
Poriën in de
lasnaad
Gaswerveling door vasthechtende
lasspatten.
Reinig de lastoortskop, gebruik een
gasdiffusor/spatbescherming.
Te geringe of extreem hoge
gasstroom in de lastoorts.
Controleer het debiet met een
meetinstrument.
Storing in de gastoevoer. Controleer het debiet en let op
mogelijke lekkage.
Vocht of verontreiniging op de draad
of op het werkstuk.
Controleer de draad en het
werkstuk, gebruik minder of een
ander anti-spatmiddel.
De boog is niet
stabiel
De contacttip is versleten. Vervang de contacttip.
Verkeerde lasparameters. Controleer de instelling van de
lastoorts.
Onvoldoende elektrische
aansluitingen in het circuit.
Controleer of alle elektrische
aansluitingen (inclusief massakabel)
tussen de stroombron, de lastoorts
of het werkstuk goed vastzitten.
ESAB subsidiaries and representative offices
www.esab.com
Europe
AUSTRIA
ESAB Ges.m.b.H
Vienna-Liesing
Tel: +43 1 888 25 11
Fax: +43 1 888 25 11 85
BELGIUM
S.A. ESAB N.V.
Brussels
Tel: +32 2 745 11 00
Fax: +32 2 745 11 28
BULGARIA
ESAB Kft Representative Office
Sofia
Tel: +359 2 974 42 88
Fax: +359 2 974 42 88
THE CZECH REPUBLIC
ESAB VAMBERK s.r.o.
Vamberk
Tel: +420 2 819 40 885
Fax: +420 2 819 40 120
DENMARK
Aktieselskabet ESAB
Herlev
Tel: +45 36 30 01 11
Fax: +45 36 30 40 03
FINLAND
ESAB Oy
Helsinki
Tel: +358 9 547 761
Fax: +358 9 547 77 71
GREAT BRITAIN
ESAB Group (UK) Ltd
Waltham Cross
Tel: +44 1992 76 85 15
Fax: +44 1992 71 58 03
ESAB Automation Ltd
Andover
Tel: +44 1264 33 22 33
Fax: +44 1264 33 20 74
FRANCE
ESAB France S.A.
Cergy Pontoise
Tel: +33 1 30 75 55 00
Fax: +33 1 30 75 55 24
GERMANY
ESAB GmbH
Solingen
Tel: +49 212 298 0
Fax: +49 212 298 218
HUNGARY
ESAB Kft
Budapest
Tel: +36 1 20 44 182
Fax: +36 1 20 44 186
ITALY
ESAB Saldatura S.p.A.
Bareggio (Mi)
Tel: +39 02 97 96 8.1
Fax: +39 02 97 96 87 01
THE NETHERLANDS
ESAB Nederland B.V.
Amersfoort
Tel: +31 33 422 35 55
Fax: +31 33 422 35 44
NORWAY
AS ESAB
Larvik
Tel: +47 33 12 10 00
Fax: +47 33 11 52 03
POLAND
ESAB Sp.zo.o.
Katowice
Tel: +48 32 351 11 00
Fax: +48 32 351 11 20
PORTUGAL
ESAB Lda
Lisbon
Tel: +351 8 310 960
Fax: +351 1 859 1277
ROMANIA
ESAB Romania Trading SRL
Bucharest
Tel: +40 316 900 600
Fax: +40 316 900 601
RUSSIA
LLC ESAB
Moscow
Tel: +7 (495) 663 20 08
Fax: +7 (495) 663 20 09
SLOVAKIA
ESAB Slovakia s.r.o.
Bratislava
Tel: +421 7 44 88 24 26
Fax: +421 7 44 88 87 41
SPAIN
ESAB Ibérica S.A.
Alcalá de Henares (MADRID)
Tel: +34 91 878 3600
Fax: +34 91 802 3461
SWEDEN
ESAB Sverige AB
Gothenburg
Tel: +46 31 50 95 00
Fax: +46 31 50 92 22
ESAB International AB
Gothenburg
Tel: +46 31 50 90 00
Fax: +46 31 50 93 60
SWITZERLAND
ESAB AG
Dietikon
Tel: +41 1 741 25 25
Fax: +41 1 740 30 55
UKRAINE
ESAB Ukraine LLC
Kiev
Tel: +38 (044) 501 23 24
Fax: +38 (044) 575 21 88
North and South America
ARGENTINA
CONARCO
Buenos Aires
Tel: +54 11 4 753 4039
Fax: +54 11 4 753 6313
BRAZIL
ESAB S.A.
Contagem-MG
Tel: +55 31 2191 4333
Fax: +55 31 2191 4440
CANADA
ESAB Group Canada Inc.
Missisauga, Ontario
Tel: +1 905 670 02 20
Fax: +1 905 670 48 79
MEXICO
ESAB Mexico S.A.
Monterrey
Tel: +52 8 350 5959
Fax: +52 8 350 7554
USA
ESAB Welding & Cutting
Products
Florence, SC
Tel: +1 843 669 44 11
Fax: +1 843 664 57 48
Asia/Pacific
AUSTRALIA
ESAB South Pacific
Archerfield BC QLD 4108
Tel: +61 1300 372 228
Fax: +61 7 3711 2328
CHINA
Shanghai ESAB A/P
Shanghai
Tel: +86 21 2326 3000
Fax: +86 21 6566 6622
INDIA
ESAB India Ltd
Calcutta
Tel: +91 33 478 45 17
Fax: +91 33 468 18 80
INDONESIA
P.T. ESABindo Pratama
Jakarta
Tel: +62 21 460 0188
Fax: +62 21 461 2929
JAPAN
ESAB Japan
Tokyo
Tel: +81 45 670 7073
Fax: +81 45 670 7001
MALAYSIA
ESAB (Malaysia) Snd Bhd
USJ
Tel: +603 8023 7835
Fax: +603 8023 0225
SINGAPORE
ESAB Asia/Pacific Pte Ltd
Singapore
Tel: +65 6861 43 22
Fax: +65 6861 31 95
SOUTH KOREA
ESAB SeAH Corporation
Kyungnam
Tel: +82 55 269 8170
Fax: +82 55 289 8864
UNITED ARAB EMIRATES
ESAB Middle East FZE
Dubai
Tel: +971 4 887 21 11
Fax: +971 4 887 22 63
Africa
EGYPT
ESAB Egypt
Dokki-Cairo
Tel: +20 2 390 96 69
Fax: +20 2 393 32 13
SOUTH AFRICA
ESAB Africa Welding & Cutting
Ltd
Durbanvill 7570 - Cape Town
Tel: +27 (0)21 975 8924
Distributors
For addresses and phone
numbers to our distributors in
other countries, please visit our
home page
www.esab.com
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28

ESAB RT Robo Welding Torch System Handleiding

Type
Handleiding